VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 4317

Cape · 720 pages · 262 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_4317_0183 view scan ↗

English

To the Right Honourable Cornelis Jacob van de Graaff, Governor of the Cape of Good Hope and its dependencies, etc. etc. etc., together with the Honourable Council of Policy. Right Honourable Sir and Honourable Sirs, Petition of the Captain of the Sierevelt. morgen and To the Citizen Daniel Rossouw, son of Gabriel, also a plot of land of the size of one morgen and five square roods, both of which plots are situated at the Groene Berg in the district of Drakenstein. At the bottom stood: Thus resolved and decreed in the Castle of Good Hope on the day and year aforesaid. Was signed: C. J. van de Graaff, C. Hacker, R. J. Gordon, A. v. Schoor, J. J. le Sueur. Wednesday, 4 May 1785, in the forenoon. All present. Presented by the Captain of the outward-bound ship 't Slot ter Hoge, lying in the roads, Jan Siereveld, the following petition: With all respect, your Right Honourable and Honourable humble servant, the undersigned Captain at Sea Jan Seerevelt, as such in command of the outward-bound ship 't Slot ter Hoge lying in the roads, makes known: That he, the petitioner, already upon his departure from the fatherland suffered from the beginnings of an ailment, caused by a stomach indisposition and the effects of a corrupted digestion. That he, the petitioner, paying no heed to the consequences and on the contrary living in hope that the sea air and ship life, to which the petitioner has already been accustomed from his earliest years, would bring about a considerable change in the constitution of his body and a complete recovery, therefore made no difficulty in accepting the command of the aforementioned ship 't Slot ter Hoge and undertaking the voyage therewith to the Indies. Yet that he, the petitioner, to his utmost regret, had to experience that his ailment, manifesting itself gradually more and more already at the beginning of the voyage, subsequently, despite all possible remedies applied against it, deteriorated to such an extent that the petitioner at last had to endure daily the most severe attacks originating therefrom, so much so that he was even sometimes thereby incapacitated, at the very moment that his service and duty required it of him, from being able to exercise command over his vessel. Your Right Honourable and Honourable Sirs, should it please you, will be able to discover all this more closely and circumstantially from the declarations both of the chief surgeon of his, the petitioner's, vessel, and the further affirmation of the first and both second chief surgeons of this government, as well as from the first officers of the ship. The petitioner, thus in the circumstances in which he finds himself, having immediately upon his arrival at this place looked for the means to restore his ailment, and having therefore consulted with the aforementioned medical practitioners thereon, they are of the opinion that some stay here ashore is most highly necessary for the hope of a good outcome for the recovery of the petitioner, as appears from the attestation given by them. However reluctantly and slowly he, the petitioner, was able to proceed to this decision, considering the petitioner's well-founded prospect of a profitable voyage to China, whither the petitioner's vessel 't Slot ter Hoge is destined; yet the petitioner, understanding the high necessity thereof, finally had to resolve upon that step. And it is therefore for these reasons that he takes the liberty humbly to request your Right Honourable and Honourable Sirs, that it may please you, in consideration of the circumstances in which he happens to find himself, supported by the testimony of his officers and that of the aforementioned chief surgeons, to relieve him, the petitioner, from the command of the oft-mentioned ship 't Slot ter Hoge, and to grant him permission to remain for some time at this place for the restoration of his health. At the bottom stood: Doing which, etc. Was signed: Jan Siereveld. Whereupon, considering the debilitated condition of the aforementioned Captain Siereveld stated in the aforesaid petition, as has been verified by the respective chief surgeons of the ship and of the Company's hospital here, as well as the officers of the said ship 't Slot ter Hoge in the attestation submitted alongside the petition, it was agreed to grant the said Captain Siereveld the requested discharge, and therefore he is dismissed from the command for the reasons given, and has obtained permission to remain here for some time.

Dutch transcription

request van den Capt:n van 't Sierevelt morgen en Aan den Burger Daniel rossouw Gabrielsz: mede een Erf ter groo„ te van Een morgen en vyf quad:t roeden, welke beyde Erve zyn geleegen aan de groene berg onder 't district van Drakenstein /:onderstond:/ Aldus geresolveerd ende g'arresteerd In 't Casteel de Goede hoop te dage en Iare voorsz: /:was geteek:/ - E I: van de Graaff, C: Haeker, A: D: Gordon, A: v: Schoos, I: I: le suln Voensdag den 4 Maij 1785 des voormiddags alle praesent dierd door den Capitain van schip 'T slot ter hoge van het ter rheede leggend uytkomen schip 't slot ter Hoge Ian Siereveld gepresenteerd 't onderstaande request. In allen Eerbied geeft te kennen uwe wel Edele gestr: en E agtb: nedrigen Die„ naar den onderget: Capt:n ter Zee Ian Seerevelt, als zodanig in Com„ mando op 't ter rheede leggend uyt„ komend schip 't slot ter hoge Hoe dat hij supp:t reeds bij zyn vertrek uyt 't vaderland heeft gelaboreerd aan de beginsele eene quaal, veroorsaakt, door eene onge„ steldheyd in de maag, en de uytwerk, selg eener bedorvene vertee„ ring. Wel Edele Gestr: Heer en E agtb: Heeren de Aan den wel Edelen Gestr: Heer Cornelis Ja¬ „cob van de Graaff, gou„ verneur van Cabo de„ goede Hoof en den ressorte van dier & & & benee„ vens den E agtb: raad van Politie Aan dat dat hij suppl:t geenzints agt slaande op de gevolge en ter con „trarie in hoope leevende dat de zeelugt en 't scheeps„ leeven, waar aan hij suppl:t van zin vroegste Jaren reets is gewoon geweest, merkelyke verandering in de Con„ stitutie van zyn lighaam, en een volmaakte herstelling zou„ de te weegen brengen, dus geene swarigheid heeft gemaakt, het Commando op 't voorm: schip 't Slot ter hoge t' aanvaarden, en de reyze daar mede naar Indien t' onderneemen Dog dat hij supplt. tot uytterst leedweezen heeft moe „ten ondervinden, dat zyn quaal reets bij den aanvang van de reijze, zig allengs meer en meer. openbarende, vervolgens onge¬ agt alle g'appliceerde mogely„ ke middelen daar teegen, zoda nig is komen te vevergeren, dat den supplt op 't laatst dagelyx de hevigste aanvallen, daar uyt haren oorsprong heb„ bende, heeft moeten bij den, in so verre dat zelfs somtyds daar door buijten staat is geweest, op 't ogenblik zel„ ve dat zyn dienst en pligt zulks van hem vorderde, t Commando. op zyn onderhebbenden bodem, te kunnen voeren Uwe wel Edele gestr. en E agtb: zullen dit alles des behagen„ „de, nader en omstandigst konnen ontwarg uyt de verklaringen zoo van de opperchirurgijn van zyn suppl:t onderhebbende bodem en nadere affirmatie van den Eerst „ten en de beide tweede opperchirurgyns deezes gouvernements, als van d'eerste officieren van 't schip — den suppl:t dus in d'omstan„ digheyd, waar en zig bevind, ten eerste bij zin arrivement ter dee„ ze plaatze uitgezien hebbende naar de middelen tot herstelling zyne quaal, en derhalve net de voor — reedenen van 't Commando is ontslagen en permissie heeft geobtineerd eenigen tyd hier te mogen overblyven voorm: geneeskundigen daar over hebbende geconsuleerd, zijn dezelve van gevoelen, dat eenigen tid ver„ blijf hier aan land, aller hoogst. noodzakelijk is, tot de hope van een goed succes, voor de herstelling van den supplt:, gelyk zulx uyt hunne gegeevene attestatie blykt. — hoe schoos voetend en traag hij suppl:t dan ook tot dit besluit heeft kunnen overgaan, gemerkt zyn supplt: gegrond vooruijt zigt eener voordeelige reijze naar Chi„ na werwaards des supplt onder„ hebbend schip 't slot ter hoge is gedestineerd; soo heeft den suppl=t egter begrijpende de hoge noodzaken lykheyd daar van eyndelyk tot die stap moeten resolveeren En het is dus om die reede„ „nen, dat hij de vryheid neemd, uwe wel Edele gestr en E agtb: ootmoe„ digst te versoeken, dat 't dezelve moge behagen hem supp: ter Con„ „sideratie der omstandigheyd, die om de daar bij gegeevenen En gemerkt den in het voorsz request opgegeevene debilen toestand van opgem: Capitain Siereveld, soo door de resp=e opperchirurgijns van 't schip en I Comp: hospitaal alhier, als dapper opicieren van 't ged: schip 't Slot ter hoge bij de attestatie daar van nevens 't request overgelegd is gevenefi„ eerd geworden; soo is verstaan aan ged: Cap=tn Siereveld 't versogt ontslagt accor, deeren, en derhalven het Commando waar en zig komt te bevinden gevestigt op 't getuygenis zy„ ner officieren en die van de vorengeme opperchirurgyns van 't Commando op 't meerm. schip 't slot ter Soge t'ontslaan en aan hem permissie te verleenen om ter herstelling zyner gezondheid eenigen tyd hier ter plaatze te mogen overblyven /:onderstond:/ T welk doende &=a /:was geteek::/ Jan Piezeveld. waar over

NL-HaNA_1.04.02_4317_0186 view scan ↗

English

Council and the command is entrusted to Captain Lieutenant Elgenhuijzen submitted report and memorandum regarding the cited ship 't Slot ter Hoge, to entrust it once again to the Captain Lieutenant of the vessel, Lodewyk Elgenhuyzen, as he is a sober and experienced seaman to whom the same may accordingly be entrusted with peace of mind; while the Governor has undertaken to consult and arrange with the Equipagemeester that another Lieutenant be placed on the aforementioned ship 't Slot ter Hoge. Whereupon was read the following report, with a memorandum appended thereto by the Secunde and Chief Administrator Pieter Hacker. To the Right Honorable Cornelis Jacob van de Graaf, Governor in loco etc. etc. etc., together with the Honorable Political Council. Right Honorable Sir and Honorable Gentlemen, The undersigned Chief Administrator has the honor hereby to inform Your Right Honorable and Honorable Sirs how, in the course of the past year, various goods were sent hither by the Lords Majors from the Fatherland per the French ships La Therese, Le Fabius, and Les Six Freres, as well as per the Imperial ship Les Deux Soeurs, none of which goods had been requisitioned by this Government, yet were consigned to the same, so that they were unloaded here, and as far as one has been able to discern from their markings as to their destination, dispatched to Batavia and Ceylon; which, however, one has only been able to do with general merchandise, because the artillery goods and ammunition, bearing no marks, have all been placed in the custody of Mr. Gilquin at this Government, and the remaining general merchandise placed in the custody of the ordinary commissioners, in the expectation that the Right Honorable Directors would be pleased to give the necessary orders concerning these goods or their destination. This expectation having remained unfulfilled, and the lengthy time that these goods have lain here in locked warehouses making it not improbable to suspect that a portion thereof, especially the manufactured goods, might have become damaged or spoiled, the undersigned had all the aforementioned goods inspected thoroughly and has the honor to annex the findings hereto, with the request that Your Right Honorable and Honorable Sirs may be pleased to make such disposition thereon as you shall find most consistent with the interests of the Honorable Company. Meanwhile, the undersigned takes the liberty of further informing Your Right Honorable and Honorable Sirs that on the memorandum formed from the findings of the aforementioned goods, there have been entered: 4 bales and cases marked B=ee, all from the cargo of the ship De Twee Gezusters, which, one must conclude from the marks, are destined for Batavia and Ceylon, with the request that Your Right Honorable and Honorable Sirs be pleased to take into consideration whether it would not be expedient to send the same thither by the first opportunity. Meanwhile the undersigned has the honor to let this serve as a report. Gentlemen, Your Right Honorable and Honorable Sirs' most obedient servant. (Was signed) Hacker In the margin: In the Castle of Good Hope, the 4th of May 1785. Memorandum of such goods as were sent hither unrequisitioned by the Right Honorable Directors of the East India Company by the following ships, namely: take in sell take in From the cargo of the French ship Les Six Freres, whereof the invoice has not been credited. Under custody of Mr. Gilquin: 8 pieces of cannons of 36 lb 633 pieces of cannonballs of 36 lb 4409 pieces of cannonballs of 24 lb 2 pieces of cannonballs of 24 lb sell From the cargo of the Imperial ship Les Deux Soeurs, whereof the invoice has not been credited. Under custody of commissioners: Marked C: P: 49 lb blue camel yarn 16 lb red camel yarn 6 lb white camel yarn 6 lb scarlet camel yarn 75 lb blue sewing thread all in one barrel, No. 305, affected by incident dampness. 50 lb red sewing thread 12 lb red camel yarn cord 47 lb blue sewing silk [illegible] lb red sewing silk 50 lb sealing wax in a case, No. 306, still usable 400 pieces of paintbrushes, affected by dampness, in a case, No. 307 480 pieces of buffalo leather straps, unusable 100 pieces of fine hats in a case, No. 308 26 pieces of fine hats in a case, No. 309 156 pieces of fine hats in a case, No. 310 164 pieces of fine hats in a case, No. 311 30 pieces of fine hats in a case, No. [illegible] 64087 pieces of [illegible]

Dutch transcription

Raad en is 't Commando aan den Capt„n Lient:t Elgenhuijzen opgedragen ingeleeverd berigt en memorie over het geciteerde schip het slot ter hoge wederom op te dragen aan den Capt:n Lieu„ tenant van den bodem Lodewyk Elgenhuyzen, als een nug„ „teren en ervaren Zeeman zynde, aan wien hetzelve oversulx met ge„ rustheid kan werden toevertrouwd; Terwijl den heer Gouverneur heeft. aangenomen met den Equipagie, meester te zullen overleggen en be„ schikken, dat nog een Lieutenant op 't voren geciteerde schip 't Slot ter hoge werden geplaats Hier op geleezen zynde het vol„ door den heer hoofadministrateur gende berigt, met eene daarbij overge„ legde memorie van den heer secunde en hoofd administrateur Pieter Hacker. Aan den Wel Edele Gestrengen Heer Cornelis Jacob van de Graaf gouverneur in loco & & & beneevens de E. agtbaren politiequen Den ondergeteek Hoofd admi¬ mstrateu heeft de Eer uwel Edele Gestr: en E agtb: bij deeze te berigten, hoe in den loop van 't voorleede Iaar verscheyde goederen door de heeren majores uit Patria herwaards zyn gezonden p: de fransche schee„ pen La Therese, le fabius & les six freres, mitsgd:s p:r 't keijzerlijk schip lesdeur soeurs, alle welke goederen ten deezen gouvernemente met geEyscht zijn geworden, en egter aan. 't zelve geconsigneerd, zo dat dezel„ „ven alhier gelost zyn, en in zo verre men uijt de merke desselfs destina„ „die heeft kunnen ontwaren na Batavia en Ceylon geexpedieert, t welk men nogthans alleen aan stuk goederen heeft kunnen doen dewijl de artillerie goederen en Wel Edele Gestr: Heer en E agtb: Heeren. raad Ommunitie ammunitie geen merken. dragende alle ten deezen Gouvernemente onder berusting van den Heer Gilquin zyn. gesteld en de overige stuk goede ren berusting van ordinaire ge„ Comm:s in afwagting, dat de wel Edelee groot Agtb: Heeren Bewindheb„ „beren over deeze goederen of desselfs destinatie de nodige orders zouden gelieven te geeven dan deeze ve„ wagting onvervuld gebleeven zynde en de langdurige tyd, dewelke deeze goederen alhier in beslotene pak huyzen hebben geleegen, met onwaas schynelyk doenende vermoeden dat een gedeelte derselven voornamentlijk de manufacturen bedorven of gemont„ teerd zouden kunnen zyn geraakt, heeft den onderget: alle voorsz goede„ „zen exact laten visiteeren en heeft de, Eer dies bevinding aan deeze te annexeeren, met versoek dat uwe wel Edele opstr: en E Agtb: mogt beha„ gen daarop zodanige dispositie te nee„ men als dezelve met 't belang /:onderstond:/ wel Edele gestr Heer! en E de gtb: der E Comp: best overeenkomstig zullen vinden Intusschen neemd den ondergeteekende de vryheid uwel Edele gestr: en E agtb: nog te berigten, dat op de memorie uit de bevinding van meerin: goederen geformeert zyn gebragt. 4 Balen en Cassen gem: B=ee alle uyt de lading van het schip de twee gezusters, dewelke men uyt de werken moet besluyten, na Batavia en Ceylon gedestineerd te zijn, met versoek dat u wel Edele gestr: en E agtb: en overwee„ ging gelieven te neemen, of het met dienstig zoude zyn dezelve per eerste geleegendheid derwaards te verzenden Middelerwijl heeft de on„ der get d'Eer deeze te laten dienen voor berigt 4 _oo. . . . . „ C=t der Heeren inneemen verkopen Inniame Heeren! uwe wel Edele Gestr: en E agtb: zeer ge„ hoorzame Dienaar /:was geteek:/ Hacher /:in margine:/ In 't Casteel de Goede Hoop den 4 May 1785. Memorie van Io„ danige goederen, als door de wel Edele groot agtb: Heeren Bewindheb„ beren der O: s Comp:s ongeeyscht met de vol„ gende scheepen her„ waards zyn verson¬ den te weeten— inneemen Uyt de lading van 't fransch schip Les verkoopen six freree, waarng factuur met inneemen aanreekening Onderberusting van de seer Filquin 8 p: Canonnen van 36 lb 633 „ verkopen Uyt de lading van 't kyzerlyk schip les deu Poerrs, waar van factuur met aan reekening onder berusting van gecommitt„s gemerkt C: P: 49 lb blauw kemels garen — 16: „ rood — 6 „ wit — : _o 1 6 „ scharlaken — 75: „ blauw naaygaarn alles in Een vat no 305 door bygekomene nattigheid aange slagen. — 50. „ rood _o 12 „ „ kemelsgaaren koord 47 „ blauwe naaij zyde Oeceel „ roode 50 lb Zegullak in een Cas N=o 306 nog bruykbaas 400 p:s Verfkwasten aangeslagen n een Cas N=o 307. 480 „ baffel leeren riemen onbruijkbaas 100 „ fijne hoeden in een Cas N:o 308 26 „ 6 do _o„ „ _o „ 309 156 „ 3 do _o 6 „ „ _o „ 310 164. „ 3 d _o „ „ _„o „ 311. 30 „ 4 do _o „ „ 64087„ 4409 p:s kages van 36. lb _ „ 24. „ 2 „ 24 „

NL-HaNA_1.04.02_4317_0189 view scan ↗

English

to sell to sell red baize and 8 bales No 313 to 320 have been wet and now which baizes more or less both defective, moth-eaten and tainted with the resolution thereon — to take in In the custody of the Commissioners 272 pieces blue kersey in 77 cases No 1 to 25, 28 and 29 19 red ditto in 2 ditto No 26 and 27 have been wet all moth-eaten 4253 soldier hats in 14 barrels and defective 147 woollen sailor jackets in a bale 225 woollen ditto trousers in ditto 3 cases with medicines to take in 15 small barrels unopened and externally dry and well-conditioned 400 pieces grenadier hangers with brass hilts, to take in without scabbards, but with brass mountings for the same, in a case externally dry and well- conditioned From the cargo of the French to take in - 376 bars of iron 1½ lb 2½ inches weight 14460 lb good ship le Gabius of which invoice without charge underneath stood: In the Castle of Good Hope the 4th May 1785 In the custody of was signed: Mr Gelquin Hacker 6 pieces cannon at 4 lb 10 mortars at 12 ditto 12 iron gun carriages 600 bombs of 12 ditto of which 3 pieces broken 9200 balls at ½ lb in 21 small barrels 1000 ditto at 4 ounces in 1 ditto 600 ditto at 3 lb in ditto 952 ditto at 24 lb 620000 lb gunpowder to sell 24 lb blue mohair cord 65 gross brass coat buttons 130 gross brass waistcoat ditto 50 dozen pinchbeck coat ditto No 312 and one case 120 dozen ditto waistcoat ditto 336 ells 334¼ ells 344¼ ells 338¾ ells 348¼ ells 353¼ ells 342¼ ells 356½ ells thus it is agreed to deal with the goods specified in the aforesaid memorandum as is noted in the margin thereof. After which by the Lord Governor was made known: under 3 Proposal of the Lord Governor for promotions and the appointment of some officers among the military garrison here. that with relation to the military establishment here it has been taken into consideration by His Honour, how that among the subaltern officers of the garrison several happened to be found who, due to the few vacancies which happen to occur here in the aforesaid garrison, had already had to serve for many years in their present ranks, without having been able to advance in rank, whereas the same nevertheless, according to the testimony of the present Colonel and head of the militia here, had always performed their respective services with much zeal and application, and on that account well deserved to be promoted, in order not entirely to lose heart in the Company's service, and one also ought to advance some of the non-commissioned officers in order to arouse the necessary emulation among them. further proposal of His Honour that such ought to happen among the officers of the artillery these officers who of these officers advanced in that corps and who again are appointed. — Remarks of the Lord Governor regarding the disadvantage that an enemy could cause to this place by means of Robben Island. Upon which proposal of the Lord Governor, in consideration of the equity residing herein, it is therefore approved and resolved, subject to the respected further approval of the Right Honourable the Lords Majors in the Fatherland, to make the following advancements among the aforesaid military officers, namely the Lieutenants Johannes Steyn and Jan Arnaud Bleumer to Captain-Lieutenants with increase of pay to 60 guilders per month the Ensign Johannes Blessers to Lieutenant with 50 guilders monthly — the Sergeants Stephanus Hendriks, Gabriel Pieter Steyn and Christiaan Lodewyk Handeles to Ensigns with increase of pay to 40 guilders per month. As was furthermore advanced by the aforesaid Lord Governor.— That the Director of fortifications Philippus Hermanus Gilquin in his capacity as Major and Chief of the artillery had submitted in writing to him, the Lord Governor, how that the few officers of the artillery of this government, during the late war, had always given striking proofs of their willingness to be of substantial use to the Honourable Company here, and had always performed their respective services with the utmost vigilance and activity, and the aforesaid officers accordingly had come to merit in the highest degree the precious favour of our Lords Superiors, with the added request that the same officers might accordingly be advanced in rank. Whereupon it is resolved, likewise upon the respected further approval of aforesaid their Right Honourable Honourables, to advance the undermentioned officers of the artillery in the following manner also in rank and pay, namely: the Captain-Lieutenant Johannes Fischer to Captain with 80 guilders per month, Lieutenant Salomon van Ohm to Captain-Lieutenant with 60 guilders per month. — the Extraordinary Fireworkers Laurens Cornelisz and Hendrik Wilhelm Routz to Lieutenant with 50 guilders; and the Gunner Pieter Ulrich Fischer, together with the gunner's mates Christiaan Godlieb Schildbagh and Fredrik Langeman to Ordinary Fireworkers with 40 guilders a month. After all this, the repeatedly mentioned Lord Governor was pleased further to propose to the present members of the Council how His Honour, notwithstanding his manifold occupations, immediately as one of the principal points

Dutch transcription

verkopen verkopen roode baaij en 8 lalen N=o 313 tot 320 zijn nat geweest en thans welke baayen min af meer zo defect. gemotteerd als aangeslaagen met het besluijt daarop — inneemen Onder berusting van Gecommitteerdens 272 p:s blaauw Carsaaij in 77 Cassen N=o 1à 25, 28 en 29 rode _o „ 2 _o „ 26: 27. „ 19 nat geweest alle gemottert 4253: „ Soldaten hoeden „ 14 Vaten en defect. 147 „ wolle matrosabaatjes in een baal 6 225 „ „ _o broeken „ „ _o 3 kassen met medicamenten inneemen 15 vaatjes ongeopend en van buijten droog en wel geconditioneerd 400 ps granadiers houwers met kopere gevesten, inneemen zonder scheden, dog met koper beslag voor de zelven, in een Cas van bujten droog en wel geconditioneerd Uyt de lading van het Fransch. enneemen - 376 staven I2 Cven 1½ lb 2½ d:m w=t 14460 lb goed schip le Gabius waar van factuur /:onderstond:/ zonder aanreekening In 't Casteel de Goede Hoop den 4 Maij 1785 Onder berusting van den /:was geteek::/ Heer Gelquin Hacker 6 p. Canons a 4 lb 10 „ mortiers „ 12 d:o 12 „ Izere affuyten 600 „ bommen van 12 d:s waarven 3 p:s gebrooken 9200 „ Kogels a ½ lb in 21 vaatjes 1000 „ _o „ 4 oncen„ 1 600 „ _„o 3 lb do 952 „ _o„ 24 620000 lb Buscruyt. verkopen 24. lb. blauw kemels garen koord 65 grossen kopere roksknoopen 130 „ „ Camizools _o 50 donkij Sinsbekken roks _o N=o 312. den 120 „ _o Canzooes _=o 336 Ellen 334¼„ 344¼. 338.¾. 348¼. 353¼. 342¼ en Een kas 356½. zoo is verstaan met de goederen bij de voorsz memorie gespecificeerd, te handelen als in margine van dien staat aangeteekend Waar na door den zeer Gouver neur wierd te kennen gegeeven: onder 3 voordragte van den seer gouver neur tot bevorderingen 't aan„ stellen van eenige officieren onder. 't militair guarnisoen alhier dezelve officieren dat zulx onder d'officieren der ar„ geschieden dat met relatie tot het mi„ litaire weezen alhier bij zin Edele in aanmerkinge zyn„ „de genomen, hoe dat zig onder de subalterne offi¬ cieren van 't guarnisoen ver„ schydene quamen te bevinden die door de wijnige vacature welke alhier bij het voorsz: guarniseen komt voor te vallen bereids veele Jaaren in hunne praesente quali„ tijten hadden moeten dienen, zon„ der in rang te hebben kunnen op„ Klimmen, daar dezelve nogthans volgens het getuijgenis van den Presenten Collonel en hoofd der militie alhier, hunne resp: diens¬ „ten altoos met veel yver en appli„ catie hadden waargenomen, en uijt dien hoofde wel meriteerden om ten einde aen moed in 's Comp: dienst niet ten eenemaal te ver„ liesen, te werden bevordert, en men verdere propositie van zijn Eedelen ook eenige der onder officieren om de nodige Emulatie onder dezelve te verwekken, behoorde t' advanceeren advancementg daar op onder Op welk voorstel van den heeren gouverneur ter Con„ sideratie der hier in resi¬ deerende billykheid, derhalven goed gevonden en beslooten is, onder de g'Eerde nadere goedkeuringe aan haar wel Edele groot agtb: de heeren majores in 't Patria, de volgende ad„ vancementen onder de voorsz: mili„ „taire officieren te doen, als de Lieutenants Iohannes Steyn en Ian Arnaud Bleumer. tot Capt:n Lieutenants met verhoging van gagie tot ƒ60 ter maand den vaandrig Johannes Blessers tot Lieutenant met ƒ 50 maandelyx — de Sergeanten Stephanus Hendriks, Gabriel Pieter Steyn en Christiaan Lodewyk Handeles tot vaandrigs met vermeerdering van bezolding tot ƒ40 p„s maand Gelyk al verder door welgem: thellerie mede diende ter Heere Gouverneur wierd geadvan teerd.— Dat den Directeur der op fortepertie welke dier officieren onder dat Corps opgetreeden en welke wederom zyn aengesteld. — Iomarques van den heer gouver„ neur nopens 't nadeel, dat een vyand door middel van S robben Eyland aan deeze plaatze kan toebrengen fortificatien Philippus Hermanus Gilquin in zyne qualiteit als. major en Chef der arthillery aan hem Heere Gouverneur in geschrifte hadde voorgedraagen hoe dat de wynige officieren der arthillery deezes gouver„ nements, geduurende den jongste oorlog, steeds doorslaande blijken hun„ ner bereydwilligheid om d' EComp:e alhier van wesentlyke nut te zyn hadden gegeeven, en hunne resp: diensten altoos met duyterste vi„ gilantie en retiviteyt hadden verrigt en voorspofficieren over„ sulx daar door de dierbare gunst onze heeren superiores te hoogsten quamen te meriteeren met bygevoegd versoek dat dezelve officieren oversulx in rang mogten werden gadvan„ ceerd Waarop is beslooten insge„ lyx op de g'Eerde nadere approbatie van welgem: haar Edele hoog Aen Lieutenant Salomon van Ohm tot Capt:n Lieuter:t met ƒ 60 ter maand. — d'Extra ordin vuurwer kers Laurens Cornelisz: en Hen¬ drik wilhelm Routz tot Lieutenant met ƒ 50: en den Cannonier Pieter Ulrich Fischer, beneevens de consta„ pels Christiaan Godlieb Schildbagh en Fredrik Langeman tot ordirs: vuurwerkers met ƒ40 's maands Na dit alles geliefde meerm: heer Gouverneur nog aan de praesente leeden des raads voor te dragen hoe dat zyn Edele ongeagt: desselfs menigvuldige occupatien dadelyk als een der voornaamste Agtb: de ondertenoemene officieren der arthillerij op de volgende wyze mede in qualiteit en gagie te verhogen als den Capt:n Lieuten:t Iohan nes Fischer tot Capt:n met ƒ 80: ter maand Agtb poincte .

NL-HaNA_1.04.02_4317_0192 view scan ↗

English

And the high necessity of providing against this as far as possible, points concerning his entrusted post, had taken into consideration the defence of this place, wherefore it had occurred to His Honour what important detriment could be brought upon this principal establishment by Robben Island, seeing that in its present defenceless state nothing would be easier for an enemy than to capture it by surprise with only one or two detached frigates, in such manner that by removing the garrison and the exiles, the same, besides a reinforcement of men, having at the same time made himself master of the cattle and other refreshments there present, would be enabled to remain with the main body of the fleet near the said island, and from there direct operations against this place, and attack the same simultaneously here in the roadstead and from Hout Bay, as well as putting their opposing troops between two fires. That the Lord Governor, having seen from the homebound letters dispatched from here that a squadron of English King's ships, which passed through here shortly after the concluded peace, had to be permitted to bring its large number of sick onto the aforesaid Robben Island, therefore had to be under the firm assumption that the English, having thus experienced the importance of the said island, in the event of a new rupture with our Republic and an intention to undertake an attack on this place, would certainly attempt to nestle themselves there and could do us considerable damage from there. Wherefore it came to be of the uttermost necessity to put the aforesaid island into such a state whereby such hostile designs could be foiled as far as possible, to which the natural situation of the same, being accessible at only a single place and solely for two to three vessels at a time, offered all the better opportunity. With the addition, however, that the Lord Governor would not fail, as soon as the passing affairs with which he was presently overwhelmed would only slightly permit it, to take an ocular inspection of the same, in order to devise and put into effect, with communication of this Council, such measures as shall be found serviceable according to the gravity of the matter and for the general security. And since the frequently mentioned island is constantly of such importance that it cannot at all, as has been done hitherto, be left under the command of a sergeant, but for this was necessarily required a person of higher quality and capable of fulfilling the intended objective in this matter, so it is, upon the proposal of the well-mentioned Lord Governor and upon the favourable testimony of the Colonel and head of the militia here, the Honourable Robert Jacob Gordon, understood to appoint Lieutenant Bernardus Cornelis van Balen, as a capable and active officer who for a considerable time has served as adjutant to the garrison here, as Commander of the aforesaid Robben Island, and to grant him for the performance of that post an allowance of twenty-five rixdollars per month out of the Company's treasury. Regarding the military ensign appointed by the Lords Masters, the person of Adrianus Gysbertus van Kervel, arrived at this place with the return ship Straalen from Bengal, and thereupon placed in the said capacity with the battalion here, coming to make a request by petition that, since he has served out his five-year contract and his presence in the fatherland is necessarily required for the execution of his private affairs there, he might be permitted to sail onward to the Netherlands with the said ship Straalen, this is granted to him; while the Lords Majors shall be requested, in case the said Van Kervel should be inclined to return hither in his aforesaid capacity, to kindly grant him such. And furthermore, to the Bookkeeper and Deputy Fiscal Gabriel Ester, upon his request, permission is granted to send a petition to the fatherland among the Honourable Company's papers for obtaining the capacity and salary of Junior Merchant, which request will be supported by a favourable recommendation from this government. While lastly, to the free black Lucas van de Caab, permission is granted to cross over to Batavia together with his wife and two children on the ship D' Africaan lying in the roadstead. Tuesday the 10th of May 1785, all present except [illegible]. Thus resolved and determined in the Castle of Good Hope, on the day and year aforesaid. Was signed: C. J. van de Graaff, P.s Hacker, R. J. Gordon, A. v. Schoor, J. J. le Sueur.

Dutch transcription

En de hoge noodg aklikheid om her teegens zo veel mogelijk te voorzig Poincten zijner aanver„ trouwde post in betrag„ ting hadden genomen de defensie deezer plaats, waarom„ „„ trend aan zijn Edele was voorgekoo„ men het important nadeel, het welk aan dit hoofd Etablissement. konde werden toegebragt door het robben Eijland, gemerkt, er in dies praesenten weerloozen staat niets faculder voor een vyand zou„ de zyn, dan het zelve bij surprise slegts met een a twee gedetacheerde fregatten t'emporteere invoegen door het opligten der besetting en ballingen, denzelven behalven een renfort van manschap zig te gelik meester van het aldaar. zynde vee en andere verversin¬ „gen gemaakt hebbende, in staat zoude weezen gesteld, om met 't gros der vloot zig bij 't gem: Eijland t' onthouden, en van daar de opera tien teegens deeze plaats te dirigeen ren, en dezelve ter gelijke tyd hier ter rheede en van uijt de houtbaaij, f'attacqueeren, mitsga„ ders hun tegen te stellen troupes dus tusschen twee vuuren te setten Dat hij Heere Son verneur uyt de van hier afge„ gane patriase brieven, hebben de gezien, dat aan een Esqua„ der Engelsche Konings schee „pen 't welk kort na de geslote „ne vreede hier is gepasseerd, had moeten werden toegestaan, desselfs groot aantal zieken op 't voorsz rol„ ben Eyland te brengen, oversulx voor zig in die vaste suppositie moeste zyn, dat d'Engelsen dus het gewigt aan 't zelve Eyland, heb„ bende ondervonden, zig, ingevalle bij een nieuwe capture met onze republicq een attacque op deeze plaat„ ze zoude willen onderneemen se kerlyk aldaar zoude tragten te nestelen, en ons van daar merkelyke afbreuk zoude kunnen doen al waaromme het van dalle uytterste noodzakelykheid houtbaaij kwam Waaromtrend in 't vervolg de mid„ selen zullen werden beraamd en in 't werk gesteld nemen dier doot een doucers van r:o 25 maandelyk wyk 's Comp:s Cassa toegelegd zyn Edele tot Commandant op 't Robben Eijland aangesteld den Lieut en adpibant kwom te weezen het voorsz: Ey„ land te stellen in dien staat, waar door due danige vijandelyke desseinen zoo veel moogelijk konde werden verijdeld, en waartoe de natuurlijk ke situatie van 't zelve, als maar aan een enkelde Plaats, en eene lijk voor twee a drie vaartuygen. te gelijk accessibel zynde, des te bee„ ter geleegendheid aan de hand gaf. — Met bijvoeginge egter dat hij heere gouverneur dan ook niet zoude nalaten, om zo dra de passeerende saaken, waar meede thans overkropt was sulks maar eenigsints zoude toelaten ceuleire Inspectie van 't zelve te gaan neemen, omme als den met commu„ nicatie van deezen rade, zodanige middelen te beramen en in 't werk te stellen, als met 't gewigs der zake en tot algemeene veyligheid diens „tig zullen werden bevonden - E van nadien 't meerm: is intusschen op voordragte van Eijland altoos van dat gewigt is, dat hetzelve gelijk tot hier toe is geschied, geenzints kan werden gelaten onder 't bestier van een sergeant, maar hier toe noodwendig wierd ver„ eyscht een Persoon van hoger qualiteyt en bekwaam om aant in deezen bedoeld oogmerk te voldoen soo is opvoordragte van wel opgem. Heere gouverneur, en op 't favorabel getuygenis van den Collonel en hoofd der militie alhier d'E Robbert Jacob Gordon verstaan den Lieutent Bernardus Cornelis van Balen als een Capabel en actief officier die een gezuijmen tijd den dienst e aan denzelven voor 't waar als adjudant bij 't guarnisoen alhier heeft waargenoomen tot Comman¬ dant ten voorsz: robben Eijlande aan te stellen, en hem voor het waarnee„ „men van dien post een douceurs van Vyf en twintig rd:s p:r maand uijt 's Comp:s Cassa toe te leggen Den door de Heeren meeste„ ren tot vaardrig militair aange„ Eiland stelde van Balen Verleende permissie aen de vaandrig van Kervel om naar Neederland te vertrecken heeren Nasores zal werden voorgedragen gfaccordeerde request na 2 patria van: den adjunct Fiscaals gabriel ofter ter obsenue van ondercoop mans qualiteyt en gagie aangestelden Perzoon van Adranus Gysbertus van kervel; met het retoorschip Straalen uijt Bengalen ter deezer plaatze aangeland en daar op in ged: qualiteyt bij 't alhier garnisoen honderd Ba„ taillon geplaatst, bij request ver„ soek komende te doen, om terwijl desselfs vyf Iarig verband heeft uijtgediend en zyne praesentie in 't vaderland ter verrigting . zyne part affaires aldaar noodwendig werd verEyscht, der wat te zijnen foveure aan den halven met 't ged schip Htaaalen naar Nederland voort te varen, is zulx aan hem toegestaan terwijl de Heeren Majores zullen werden versogt, om ingevalle gem: n kervel mogte inclineeren in des„ selfs voorseide qualiteit wederom herwaards te komen, hem zulks als dan goedgunstiglyk te willen accordeeren En is wijders aan den Boekhouder en adjunct fiscaal e Dingsdag den 10: Maij 1785 alle praesente behalven Aldus Geresolveerd ende Par„ resteerd In 't Casteel de Goede Hoop ter„ dage en Jare voorsz. /:was geteek:/ C„ I: van de Graaff, P:s Hacker B: S: Gordon, A: v: Schoos, I: I: le Sueur. Gabriel Ester op desselfs versoek g'accordeert, request ter obtenue van ondercoop, mans qualiteit en gagien onder s' E Comp: papieren naar het vaderland over te zenden, welk ver soek met een gunstig voorschryvens van deeze regeering zal werden g'assuxeerd. — Terwijl laatstelijk aan den vrijswart Lucas van de Caab Permissie is verleend, om neevens zyn vif en twee kinderen met 't ter rheede leggend schip D' Africaan naar Batavia over te varen /:onderstond:/ Gabriel en

NL-HaNA_1.04.02_4317_0195 view scan ↗

English

Request of the adjacent persons to be permitted to depart for the Netherlands, which is granted to them. The Lord Governor submits the further and written account concerning the shipwreck of the China return ship Brederode. The undermentioned request writings having been brought to the vote among the respective Lord Members of the Council today, namely: A petition from the burgher Johan Andreas Kloffer, wherein request is made to cross over to the Netherlands with the present Ceylon return ship Doggersbank, upon payment of the transport and board money fixed for that purpose for accommodations and board in the cabin; and A similar petition from Lucretia Aleyma, widow of the late master shipwright Philip van den Berg, for departure to the Netherlands with one of the Company's return ships lying in the roads, and to take with her thither two free girls, of whom one is under twelve years of age, and likewise under the customary payment for their transport. Thus it is resolved to grant the request of both these persons as it lies. undersigned: Thus resolved and decided in the Castle of Good Hope on the day and year aforesaid. was signed: C: J: van de Graaff, C: Hacker, A: H: Gordon, A: v: Schoor, J: J: le Sueur. Friday the 13th of May 1785, in the forenoon. All present, except the Lord Independent Fiscal, Mr. Jan Jacob Serrurier, on account of indisposition. After the letters and papers destined to go by the return ships lying in the sailing roads to the High Commanding Lords Masters in the Fatherland had been reviewed and signed, the Lord Governor made known that, just as His Honour had immediately caused the preliminary, painful news received of the wrecking near Cape Agulhas of the precious China return ship Brederode to be communicated to the Lord Members of this Council, he, the Lord Governor, could now inform them more particularly regarding this fatal accident: That the skipper of that vessel, Godlieb Muller, having arrived here yesterday, had delivered to His Honour an account containing the circumstances that took place at the wrecking of the aforementioned ship, signed by the said skipper and mates, and reading as follows: To the Right Honourable Noble Sire, J: J: van de Graaff, Governor and Director at the Cape of Good Hope and its dependencies. Account of what occurred on the 3rd of this month with the Company's ship Brederode, as the undersigned have the honour to report to Your Right Honourable Noble Sire since their reckoning of noon, when they had the observed latitude of 35 degrees 1 minute, and took a bearing at that time of the point of the Vleesbaai, north-north-east, and had the depth of 56 fathoms, sand; resolved then to maintain the course of west; at sunset took the bearing of the east of Cape Agulhas, north-north-west; the flat mountain in the interior, north-south; the outer point or sight of Agulhas, north-west by west 7 1/2 degrees; stood according to these bearings 5 1/2 miles from the last mentioned, yet according to reckoning believed to be a good 6 1/2 miles off; sounded then depth 50 fathoms, coarse sand; the wind then being east and south of east, being a moderate and decreasing breeze. Resolved to let it stand through the night with small sails around the east-south-east and not west of it, through the depth of 48 1/2 fathoms. At 3 bells in the first watch discovered land at south-south-west, north-west by east, estimated to be 2 to 2 1/2 miles off, reckoned it to be the outer point of Agulhas; immediately tacked close to the wind around the south to get out to sea, and made press of sail, while on the estimated run since sunset 3 1/2 miles west by south had altered, and one found on the bearing of the third watch to have been set strongly around the north; at four bells could no longer see the shore, remained for the present still tacking close to the wind, but around 5 bells the ship struck, and made shortly one after another four thumps which were very heavy, and thereafter found it came afloat; had however kept a lookout with all hands, but could previously perceive nothing of surf or breaking of the sea; furthermore found... Continued however with pumping and the maneuvers to get the ship toward the shore, but all in vain, thus around 4 hours having lost the rudder, and all at once six feet of water in the ship; sounded at the moment and found the depth of 45 to 48 fathoms; pumped immediately with 3 pumps, and bailed with buckets from the powder room as much as one could; but seeing the water did not decrease, but rather rose strongly against it, also made all maneuvers to get the ship with the stem toward the shore, in order, if it were possible, to run the ship aground on a good beach to save some things of the Company's cargo; but the head remained firmly fixed around the south. Midnight, the water at the pumps having risen despite all effort to ten feet, resolved and put out the launch and boat to save life, for had more come in, one could have put out no boat or craft any longer on account of the crankness.

Dutch transcription

Versoek de nevensgen Personen om naar Nederland te mogen vertrecken t welk aan hun is g'accordeert den haer Gouverneur legt over 't nader en schriften lijk relaas betreffende het verongelucken van t Chinas retour schip Brederode D'Onderstaande versoek schriften op heeden bij de resp: Heeren Leeden des raads in omvre „ge zynde gebragt, te weeten Een request van den Burger. Johan Andreas Kloffer, waar bij versoek om onder betaling der daar toe staande Transport en kostpenn. voor Logies en tractement in de Cajuyt, met het aanweezend Ceijlons retour„ schip Doggersbank na Nederland over te voren. en Een gelyk versoek schrift van Sacretia Aleyma wedwe wylen den Baas de scheepstimmerlie¬ den Philip van den Berg tot vertrek naar Neederland met eene der ter rheede leggende comp:e re„ tourscheepen, en omme met haar Na dat de brieven en papieren p:r de zeijl rhee leggende Retour schee, „pen aan de hoog gebiedende Heeren meesteren in 't Vaderland staande Vrijdag den 13 Maij 1785 's voormiddags alle praesent. derwaards mede te neemen Twee vrije Meysjes, maar onder eene beneeden de Twaalf Jaren oud, ende zulx insge„ lyx onder de gewone betalinge voor hunt: transport. — Soo is verstaan het versoek dier beyde persoonen, soo als 't legd t'accordeeren /:onderstond:/ Aldus geresolveerd ende g'arres¬ „teerd In 't Casteel de Goede Loop ter dage en Jare voorsz /:was geteek/ C: I: van de Graaf, C: Hacker A H Tordon, A: v: Schoos, I: I: le Saers den Heer In dependent Fiscaal Mr: Jan Jacob Serrurier, mits Indispositie derwaards g of te gaan, waren geresumeerd en geteekend, gaf den heere gouverneur te kennen dat gelyk zyn Edele de voor lopig bekomene smertelijke tijding van te kaoplaken bij Caab anguilhas van 't kostelijk Chinas retourschip Beede „roden dadelijk aan de heeren Leeden deezes raads, had doen Communiceeren hij heere gouverneur dezelve ten op zig„ „te van dit fataal ongeval, thans na der konde bedeelen Dat den schipper dier kiel Godlieb Muller op gisteren alhier ge„ arriveerd zijnde zijn Edele had ter tand gesteld, een relaas behelzende de omstandigheeden die bij 't ver„ ongebueken van 't gementioneerden schip hadden plaats gehad; doo gem: schipper en Stuurlieden geteekend, en luydende aldus Aan den Wel Edele Gestrengen Heer J: I: van de Graaff graver neur en Directeur aan Relaas van 't voorgevallen op den 3 deese met 'sComp: schip Bre Denrode, zo als de ondergeteekd. d'Eere hebben uwel Edele Gestr zedert hun bestek van den middag doen zij de bevondene breeten hebben gehad van 35 graden 1 minut, en pilden doende hoek van de vlees baaij N: N: O: en hadden de diepit van 56 vaar zand, Resolveerde doen om de koers van west te blijven met sons ondergang pylder t ooste van Caap Aguilhaa N: I: W; de platteberg in 't land N: Z: d: de uythoek of zig dte van aguilhas N W: ten W: 72 t:t stonde volgens deeze pylen 5½ wijl van 't laatstgem: dog volgens gissing meende er wel 6½ wijl af te zyn, loode doer diep 50 vaam wazig stek de wind doen aan Joost en bezuyden. zynde gemeene en afneemende Coelte Caab de aan de goede soop en re„ sorten van dien de Resolveerde Resolveerde het der nagt„ door te laate staan met kleyne zegeën om de UL: en daar niet bewesten om duur de diepte van 48½ vaamen met de 3 glaazen in de eerste wagt ontdekte land een dek en Z N: W: ten &E: naar gis„ sing 2 a 2½ wijl er af te zyn giste 't de uijthoek van agnilhal te weezen, boegde opstond bij de wind om de Zuijd om op zee te komen, en maakte kragt van zijlen, terwijl op de gegiste ver„ tiering zedert sons ondergang 3½ mijt W:: Z: verandert waaren, en men op de pyling op 't derd bevond sterk om: de Noordgezet te weezen, met de vier glaaze konden de wal niet meer zig bleeven voor eerst nog bij de wind boe„ gen, dog omtrend de 5 glaazen storte het schip, en deeden kort op moe„ haar vier stooten die zeer swaar waren, en daar na bevonde vlotte komen, hadde egter met alle man uitgezien, dog niets bevorens van brandinge of breeking van zee kun ne ontwaaren voorts bevonden Continueerde egter met pompen en de meneuvres om 't schip noar de wal te krijgen, dog alles vrugteloos om 4. dus het roer kwijt te zyn, en met eens ses voeten water in 't schip, loode op t' moment en bevonden de diepte van 45 tot 48 vaam, pompte opstond met 3 pompen, en mande met patse uit 't kruytgat op so veel men konde„ dog ziende 't water niet minder de, maar sterk: er teegens waste, deede mede alle raeneuvres om het schip met de steeve naar de wal te krygen om was 't mogelik 't schip op een goede stranding te zetten om eenige dingen van 's Comp:s lading te bergen, dog bleef bepaalt bepaald met de kop om d' zuyd begeen Middernagt de pompe aangewassen tegens alle moeite op tien voete water resolveerde en sette boot en schuyt uijt om 't leeven te salveeren, want bij aldien er meerder inkwam men door de rangigheid geen boot of voar tuijg meer uijt hadden kunnen krij gen het hadde

NL-HaNA_1.04.02_4317_0198 view scan ↗

English

had 14½ feet of water in the ship, resolved with unanimity of all officers to abandon the ship, while there was still weather to reach the shore with the vessels, and furthermore foresaw an unexpected shift of wind, while mostly water was washing back and forth through the gun ports. At 7:30 hours they abandoned the ship and all men went into the vessels, but signs were seen being made on board the ship, from which it appeared that people were still on board, who remained on board through their own negligence, while everyone was well aware of abandoning the ship; saw no possibility to turn back, as they were too far from the ship; resolved, once they had brought these people to safety, to go back for them, and if possible to fetch them. At 10 o'clock in the forenoon they arrived with great danger to life on land, and found then in all 187 men, thus 12 men remained on board whom it was impossible to save, because the vessels were immediately cast high and dry on the beach by the heavy surf, and there was no possibility to get them back into the water. Note that if one wishes to assume that the ship struck upon that reef which according to the chart lies south of Cape Agulhas, then the same must certainly lie entirely east and south of where the chart indicates, or else an unknown reef lies thereabout. Thus reported at Cape of Good Hope the 12th of May 1785. Signed: J: Mulder, A: S: Koek, H: A: Stoete, Hendrik van Royen. After reading of which report, it was resolved to place the matter into the hands of the Independent Fiscal, Mr. Jan Jacob Serrurier, in order to conduct a proper investigation into whether and to what extent the aforesaid disaster was caused by any misconduct or neglect of duty by the mentioned ship's officers. However, it having been declared regarding these matters by the mentioned Independent Fiscal that in this investigation required of His Honour matters were naturally bound to arise where the remarks and advice of maritime experts would necessarily be required, it was therefore also deemed good to commission alongside the mentioned zeelieden the Equipage Master Justinus van Lennep, alongside the Captains Christoffel Eem and Jan Sereveld, as well as the Skipper Christiaan van Veerden, to be present at the aforesaid investigation to be conducted by the Fiscal, in order to serve His Honour in every way with their remarks and advice. Furthermore, upon the requests made regarding this by the junior merchants arriving on the ship Java, Godard van Schuler and Cornelis van Aarsen, on account of their indisposition and the fatigues suffered during the voyage by the family of the first-named, permission is granted to the said Van Schuler and Van Aarsen to remain here for some time under deducted salary for their recovery. By a declaration submitted by the chief and deck officers of the present return ship Hoorn, it having appeared that the ship's boat of that vessel has become utterly unfit for further service and that consequently no repairs can be made to it, it is resolved to write off the cited vessel from the inventory of the aforementioned ship Hoorn and to break it up here for the Honourable Company. The Reverend Minister Meent Borchers having arrived here on the ship 'T Meeuwtje, who was appointed by the High and Mighty Lords and Masters for the service of the Reformed churches in this government in general, it has been approved to place the said Reverend Borchers here at the Cape as the third permanent minister; and since by virtue of this appointment the reasons have ceased why since the death of the Reverend Johannes Fredericus Bode the two other ministers here at the Cape, Johannes Petrus Serrurier and Christiaan Fleek, were excused from undertaking the preaching service in the Swartland, it is therefore resolved that the aforesaid service for the Swartland congregation shall henceforth again, as before, be performed alternately by the three aforementioned Cape ministers, Serrurier, Fleek, and Borchers, as this can be most conveniently arranged, and this until such time as the present vacancy of the ministry in the Swartland shall be filled. Tuesday, the 27th of May 1785: all present, except the Independent Fiscal Mr. Jan Jacob Serrurier. Thus resolved and decreed in the Castle of Good Hope, on the day and year aforesaid. Signed: C: J: van de Graaff, P: Hacker, R: J: Gordon, A: v: Schoor, S: S: Le Sueur.

Dutch transcription

hadde 14½ voet water in het schip resolveerde met Een parigheijd van alle affiaers 't schip te verlaaten, terwijl nog weer hadde om met de vaartuijgen aan de wal te komen daar en boven voorsage een onver„ weegte kenteering, terwijlmeest met de schut poorte water sloegen over en weer. om½ 8uuren verleten het schip en ginge met alle man in de vaartuy„ gen, dog dog werdende ziende zynen gedaan wierden aan boord van het schip daar uyt bleek nog menschen aan boord waaren, ale door hunnen eyge versuym aan boord gebleeven. ben, terwijl yder een genoeg bewus was van 't schip te verlaten, sagen geen mogelijkheid om weeder te rug te keeren, terwyl te ver van 't schip af waaren, resolveerde als men eerst deeze geburgekan weder over Hun te gaan, En hun waar 't mogelijk te haalen om 10 uuren. in de voormiddag kwame niet /onderstond/ Aldus gerelateert a Caap de goede hoop den 12 Maij 1785. /was geteek:/ J: Mulder A: S: Koek, H: A Stoete, Hendrik van Royer Naar lectumre van welk groot levens gevaar aan land en bevonde doen in alle 187 manschappen dus aan boord 12 mannen gebleeven dier men onmogelyk redderen kon door dien de vaortuygen door de swaare branding ten eersten droog aan strand geslagen wierden en geen mogelykheid waar om dezelve weder in 't water te krygen NB dat indie men wilde stellen dat 't schip Zoo gestooten hebben op die klip, die volgens de kaart te zuyden. van Caapaguilhas legs, dan ook zeker dezelve vost geheel en al oostelyke en zuydelyke leggen moet, als de kaart aanwijst, of dat daar omtrend een onbekende schip legt. - groot zelaas het welk is gesteld in handen van den heer Independent Fiscaal den gecommitteerd om avoorens deswegens te dienen van derzelver re„ permissie aan d' ondercoop„ lieden van Schuler en van d' afgevarene Boot van ^tretourschip Toorn te doen sloopen. Belaas is verstaan, de zaak te stellen in handen van den seer Independent Fiscaal Mr: Jan Jacob Serrurier ten eynde behoorlyk onder zoek te doen of en i hoe verre het voorsz ongeluk door eenig wandevoir of pligt versuym der ged: scheeps overheeden is veoor„ saakt, Dan ten deezen belangen door gem: heer Indepondent fiscaal betuijgd zynde, dat bij dit aan zyn E gedemandeerd ondersoek natuurlyk stonden voor te komen, zaaken waar van de remarques en advijsen van zeekundige nood¬ wendig zoude werden vereyscht is dierhalven mede goed gedagt en zyn de nevensgem: zeelie den E Equipagiemeester Justinus van Lennep, nevens den Cape te marques en advijsen zee Christofel eem en Jan Sereveld mitsgd:s den schipper Christiaan van Veerden, te Com„ mitteeren, om bij de voorsz door den heere fiscaal te doene onderzoek praesent te zyn, ten eynde zyn E Sinde voorts op de dieswee Aorssen om eenigen tid, tens gedane versoeken, der met het schip Iava uijtkomene ondercoop„ lieden Godard van Schuler en Cornelis van Aarsen uyt hoofde van der zelver indispositie en den fatigues door de familie van eerstgem. ge¬ duurende de zenze geleeden aan de zelve van Schulden van Aarsen Hijn eene overgelegden ver klaring door d'opper en deks officier ren van 't aanweezend retoir schip Hoorn zijnde komen te blijken dat de scheepsboot van dien bodem ter rsen tot verdere diensten eene maar onbequaam komt te weeten en dat aan dezelve oversulx geene reparatie kan werden gedaan Soo is verstaan het geciteerde voor tuijg bij den inventaris van 3 op„ gem: schip Hoorn te doen afschrij„ - ven en alhier voor d EComp:e te sloopen. ver remarques en advy„ allezins te deenen van derzel allezints gepermitteerd sen hier over te blijven plaatzing van d' Eerw: predikant Borchers aan Cabo. als permament leraar in 't Swartland als nu d door de drie Caabze predi„ en zal den kerken dienst gemeynte nu gepermitteerd om tot de„ zelve herstellinge eeni gen tyd onder afgesz gagie konten moeten werden alhier te mogen overblijven.- Met 't schip 'T Meeuwtje al hier aangelend zynde den Eerw. Predikant Meent Borchers die door de hoog gebiedende zeeren meesteren ten dienste der hervorm, de kerken ten deezen gouverne„ mente in 't algemeen is aange„ steld; is goedgevonden ged: D: Borchers als derde permanen, „ten Leeraar hier aan Cabo ter plaat„ „zen, en nadien mits die aanstelling zyn komen te Cesseeren de reede„ nen waar omme zedert 't overleij den van den Eerw: Iohannes Fredericus Bode, de twee andere Predikanten hier aan de Caab Johannes Petrus Serrurier en Christiaan Bleek van 't ulas neemen der predik dienst in 't Swarsland zijn g Excuseerd ge¬ weest soo is dierhalven verstaan voorsz dienst bij de Swartlandze Dingsdag, den 27 Maij 1785: alle Praesent, behalven den Heer Indepen „dent Fiscaal M:r Ian /:onderstond:/ Aldus geresolveert ende — g'arresteerd, In 't Casteel de goe„ de Hoop ten dage en Iare voorsz /:was geteek./ /: I: van de Graaff, P: Hacker P: I: Gordon, A: v: Schoor, S: S: Le Saeus wederom gelijk bevorens derom door drie op gem: Caab„ ze predikanten Serrurier Fleek en Borchers, beur„ kelings na dat zulx ge„ voeglykst zal kunnen geschieden te doen waarneemen ende zulx ter tyd toe de Presen„ te vacature van 't Leeraars ampt. in 't Swartland zal weezen vervuld gemeynte Jacob waargenomen voortaen wer

NL-HaNA_1.04.02_4317_0201 view scan ↗

English

and common sailors of the ship Breederode taken into the service of the Honorable Company again. The salvaged petty officers and common sailors. From the account submitted to the Noble Governor by the master of the China return ship Brederode, Godlieb Mulder, concerning the accident of that vessel, it having appeared not only that regarding the wreck of the aforesaid ship Brederode none of the salvaged petty officers and common shipmates have been guilty of any neglect of duty or misconduct, but also that no complaints whatsoever have been brought forward in this regard by the aforementioned master and mates, it has therefore, with respect to the said salvaged petty officers and common shipmates, consisting of 1 surgeon 2 assistant surgeons 1 boatswain 1 boatswain's mate 1 gunner 1 gunner's mate 1 boatswain's mate 1 steward 1 cook 1 cook's mate 1 master carpenter 1 assistant carpenter 1 master sailmaker 1 master cooper 1 ship's corporal 1 provost 2 quartermasters 58 sailors and thus 79 heads, been resolved: to declare all of them employable again according to the order of their Right Honorable Great Worships, the gentlemen of the High Indian Government at Batavia, and to take them into the service of the Honorable Company for such wages as they had earned before, and to have the said salary commence again from the 4th of this month, or the day after the said ship Brederode was wrecked. Jacob Serrurier, due to indisposition. Assistance of crew granted to the Captain of the Country's Frigate the Phenix. The Captain of the country's frigate of war the Phenix, Mr. A. Huvel, requesting by letter to be assisted with four seafaring crew members for the voyage from here to Ceylon, it was agreed to grant this to the said Captain, and accordingly the undermentioned four sailors, namely: Christiaan Kerk of Sterp, Cornelis Bogaard of Utrecht, Johan Berraad Groen of the Fudder, and Pieter Braaw of Amsterdam, are discharged from the service of the Honorable Company and given permission to transfer into the country's service on the aforesaid frigate the Phenix and to depart therewith to Ceylon. Permission granted to the assistant Mentz to depart as a soldier to Ceylon; as well as to the aforementioned free black Kitjel to depart for Batavia; and permission to the assistant Geer to depart in that capacity to Batavia. Furthermore, on his request made by petition, a certain free black named Kitjel of Bougies is permitted to sail to Batavia with his wife named Amelia on the ship 't Huijs te Spijk. Likewise, the assistant Johan Fredrik Mentz, assigned to the pay office, requesting this, is changed to his previous capacity of soldier, and permission is granted to him to proceed to Ceylon on the present ship Sparenryk. Also, assistant Jan Fredrik Pehr, serving in the Political Secretariat, is granted on his request permission to depart for Batavia in his just mentioned capacity, with discharged wages, on the outward-bound ship Java lying in the roads. And it is granted to the banished Chinese Akiff to write a recommendation for the relief of his banishment. Because of the death of Mr. Jan Jacob Serrurier, it is resolved to have the fiscalate served in the interim by the adjunct Fiscal Exter. And whereas a certain Chinese Akif of Batavia, banished here, has requested by petition that, since he was brought here as an exile as early as the year 1763 on the provision ship the Vrouwe Geertruyda, and has thus already been in banishment here for the time of twenty-two years, without any evidence being found in this government concerning this Chinese, nor the reasons for his banishment, nor the specified time thereof, he might therefore be granted a favorable recommendation to their Right Honorable Great Worships, the gentlemen of the High Indian Government at Batavia, in order to be relieved of his banishment; it was approved to forward the said petition to their said High Nobles. On the 21st of the just passed month of May, the senior merchant and Independent Fiscal of this Government, Mr. Jan Jacob Serrurier, having died here, and provision now having to be made for the provisional performance of the fiscalate; it has been resolved, considering the short time that the said fiscalate is to remain vacant, and in order to proceed in this regard with the least fuss, in such manner and on the same footing as was done in the interim. Thus resolved and determined in the Castle of Good Hope, on the day and year aforesaid. Friday, 17 June 1785, in the forenoon, all present. Signed: C. J. van de Graaf, J. Hacker, R. J. Gordon, A. v. Schoor, and J. J. Le Sueur.

Dutch transcription

en gemeenen aan 't schip Breederode wederom in dienst der EComp:e aange„ de gesalveerde onder officieren noomen Uijt het relaas door den schip„ „per van 't Chinas retoor schip Bre„ derode Godlieb Mulder aan den Edelen heer gouverneur overgegeeen ven betreffende 't ongevolr van dien bodem met alleen zynde voorgekomen dat betreffende het verongelucken van 't voorsz schip Brederode zig geene der gesal veerde onder officieren en gemee„ ne scheepelingen aan eenig pligt versuim, of wandevoir, hebben schul„ dig gemaakt, maar dat ook door opgem: schipper en Stuurlieden geenzints eenige klagten derwei gens zijn voortgebragt, is dierhae ven ten opzigte van gem: gesalvee„ de onder officieren en gemeene scheepelingen, bestaande in 1 oppermeester 2 onder 1 Bootsman Jacob Ser„ rurier mits indispositie Constapel maat, 5 1 bottelier 1 kok _o maat oppertimmerman onder opper Zeylemaker aen kuijper 1 scheeps Corporaal 1 Provoost 2 quartiermeesters 58 mattrosen en dus 79. Coppen beslooten; alle dezelve volgens de ordre van haar wel Edele groot agtb: de heeren der hoge Indiasche regeering tot Batavia wederom Employabel te verklaaren en in den dienst der EComp:e aan te neemen voor zodanige gagie als zyt bevorens gewonnen heb¬ 1 Bootsmansmaat 1 schieman maat ben . schappen aan den heer Capt:n van 's Lande Fregat de Shanip Verleende adsistentie van man„ aan den adsistent Mentzz om als sold:t naar Ceylon alsmeede aan nevens gem: vrij swart kitjel om naar Batavia te vertrecken en permissie aan den ad„ sistent Geer omme die qualiteit naar Be, ben gehad, en dezelve bezal„ ding met den 4 deezer maand ofte daags na dat Ged: schip Brederode is ver¬ ongelukt wederom te doen Den Captn van 'slands fre„ gat van oorlog de Phenip de Heer A. Huvel bij missive versoek doende om met vier Zeevarende manschappen tot de reise van hier naar Ceilon te werden geadsisteerd, soo is verstaan zulx aan ged: Heer Captn t'accordeeren en dienvolgens de ondergen: vier mattrosen met nemen Christiaan Kerk van Sterp Cornelis Bogaard „ Utrecht Johan berraad groen i de fudder en Pieter Braaw van Amsterdam Uyt den dienst der E Comp:e s ontstaa en permissie te verleenen om over te gaan in 's lands dienst op 't voorde fregat de Rhenis en daar mede naar Ceijlon te vertrecken zynde voorts aan den tes ingaan — Terwijl aan zeekeren vrij swars Hitjel van Bougies gentd op desselfs bij request gedaan ver„ soek is toegestaan, om neevens zyn wyjf amelia gen:d met 't schip T huijs te spijk naar Batavia over te voaren Gelyk mede den ten soldij Comptoire beschijdenen adsistend Iohan Fre„ drik Mentz hier om versoek doen „de tot desselfs vorige qualiteijt van soldaat gechangeerd en aan denzelven permissie is ver„ leend om zig met het aanwee„ zend schip Sparenryk naar Ceijlon te begeeren doenden Adsistent Jan Fredrik Pehr op desselfs versoek geaccordeerd om in zin evengem: qualiteit met afgeschreeven gagie p: r ter rheede leggend uijtkomend schip Iava naar Batavia te vertrecken Politicque Secretarise dienst Politiezue En tavia . en is aan den gerelegeerden Chinees Akiff geaccordeert. voorschryvens tot relatie van desselfs bannissement. mits 't overlyden van den m:s Ian Iacob Serrurier interim door den adjunct Fiscaal Exter te laten En nadien door Seekere alhier gerelegeerden Chinees Akir van Batavia bij request versoek is ge„ daan, dat vermits reeds in a=o 1763 met 't provisie schip de vrouwe Geertruyda als banneling herwaards overgebragt, en dus bereids den tyd van Twee en twintig Jaaren alhier in bannissement is geweest, zonder dat aan dien Chinees nogte aan de reedenen zyne bannissemants ofte den bepaalden tijd van dien, eenige blyk ten deezen gouvernementen werden gevonden derhalve aan hem mogte werden verleend gunstig voorschryvens aan haar wel Edele groot agtb de seeren de hoge Indiasche regeering tot Batavia ten eynde uyt desselfs bonnisse ment te werden gereleveerd, soo is goedgevonden & ged: request aan welgem: haar hoog Edelens te Suppediteeren /:onderstond:/ Aldus geresolveert ende Vrijdag den 17 Junij 1785 des voormiddags alle praesent. Op den 21 des even afgeweekene heer Endependent Fiscare maand Maij alhier zynde komen 't overliden den oppercoopman, en Independent Fiscaal deezes Goover„ nements den heer M. r Jan Jacob Terrurier, en derhalven thans over de provisioneele waorneming van 't fiscalaat gedisponeert zijn „de soo is gemerkt den korten tid, dat is besloote 't fiscalaat pro het ged fiscalaat staat van Cant te blijven, en omme daaromtrent met de minsten ommeslag te werk te gaan, beslooten insel vervoe„ gen en op gelyke voet, als zulx in g'arresteerd, In 't Cas„ teel de Goede Loop, ten dage en Jare voorsz. /:was geteek:/ „I: van De Graaf, I: Hacker E: I: Gordon, A v: School, en I I: Le Suens g'arresteerd den bedienen

NL-HaNA_1.04.02_4317_0204 view scan ↗

English

House rent granted to Captain Fischer and reasons why the horse fodder money for the Stellenbosch landdrost has been increased. the year 1766, upon the succession of the then Independent Fiscal Jan Willem Cloppenburg as second-in-command here, to have the aforementioned Fiscal Office administered pro interim by the Bookkeeper and Adjunct Fiscal Gabriel Exter. Since the dwelling standing on the Company's trade quarter, serving as lodging for the supervisor of its works and laborers, has become so dilapidated and uninhabitable that the Captain of Artillery Johannes Fischer, as the present supervisor, has already for some time been obliged to take up his residence elsewhere in a private dwelling, and fairness therefore requires that he be compensated in this matter, it has been thought fit to grant the aforementioned Captain Fischer a sum of Twelve Rd:s per month for house rent from the Company's treasury, and this until such time as the aforementioned dwelling on the trade quarter shall again have been put in such a state that it can be occupied by him as before. Furthermore, taking into consideration that the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, to whom already from the earliest times that said magistracy was established in the aforementioned districts a sum of four Rd:s per month for horse fodder has been granted from the Company's treasury, now already for many years past, owing to the considerable expansion of those colonies, must continually undertake distant and long journeys, and for that purpose is unavoidably obliged to keep a large number of horses, whereby the aforementioned allowance falls far short of being sufficient to purchase the necessary fodder for his horses from it, which, combined with the meager livelihood he derives from his office, notoriously must cause him a heavy burdensome expense; it has therefore been resolved to grant to the aforementioned Landdrost henceforth the sum of Thirty-two Rd:s per month for fodder for his horses from the Company's treasury, and to have this take effect from 1st February. Subsequently was read the following petition of the farmer Andries Bernardus du Toit. Petition of the farmer Andries Bernardus du Toit. To the Right Honorable, Highly Esteemed Sir, Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of the Cape of Good Hope and its dependencies, etc., etc., together with the Honorable Council of Policy. Right Honorable, Highly Esteemed Sir, and Honorable Sirs. With due respect and reverence, your Right Honorable and Honorable humble servant Andries Bernardus du Toit, burgher at Drakenstein, makes known: That the petitioner's father, Guiliam du Toit, sold and transferred to him a certain piece of land or farm situated in the Dal Josaphat, measuring in its area forty morgen and three hundred square roods, without the slightest mention being made in the transfer of any encumbrances that might rest upon the said farm; however, after the petitioner had possessed the same not long, his neighbor, the fellow burgher David van der Merwe, caused him all manner of difficulties and with threats attempted to prevent him from building freely upon his own property, alleging that the said piece of land upon which the petitioner was building belonged to him. Whereupon the petitioner was obliged to speak about this, but on the contrary received as an answer from him that he had never ever surrendered or sold the land of Van der Merwe, but that some years ago he was summoned by Van der Merwe to appear before the Board of Landdrost and Heemraden, where the said Van der Merwe demanded that my said father had to leave the land on that side of the river, where the dwelling house of him, Van der Merwe, stood, for his use, and at the same time a water ditch across the said land, which my father would not allow, for the reason that Van der Merwe could in no way prove that if the land were sown or planted, provided it were enclosed, it could cause him the slightest hindrance or damage, and that by leaving the same land fallow, Van der Merwe could gain any advantage thereby. Yet with all this, the frequently mentioned Van der Merwe persisted in his unlawful claim, and at the same time requested a commission of Landdrost and Heemraden, which having been granted to him, he gave to his scandalous claim, upon the appearance of that commission, such a gleam and appearance of right, that my father was forced not to sow the land, as indeed happened, with further threats that if it were not done willingly and

Dutch transcription

toegelegde huyshuur aan den Capitain Fischer en reedenen waar omme & geld voor Paarde roede voor den stellenboschen landdrost is verhoogt. den Jare 1766 by optree¬ ding van de toenmalige In de pondert ficaal Ian Willem Cloppenburg, als secunde alhier is geschied, het meerm: Piscalaat pro interim te laten bedienen door den Boekhou„ der en adjunct fiscaal Gabriel Exter Nadien de op 'sComp:s am„ bagtsquartier staande woning, die„ nende tot logement voor den opzig„ ter haarer werken en arbeidslieden dermaten bouwvallig en onbewoon baar is geworden dat de Captn der arthillerie Iohannes Fescher als praesente opzigter al eenige tijd genoodzaakt is geweest, zyn ver„ blyf elders in een particuliere woo„ ning te neemen, en de billijkheid dierhalven vordert, dat denzelven en deezen werde gededommageerd, zoo is goed gedagt aan gem Capn Fischer een Sommetje van Ad:r Twaalf p:s maand tot huijs huur uit 's Comp: Cossa te laten Verders in overweeging zinde genoomen, dat den Landdrost van Stellenbosgh en Drakensteyn, aan wren bereijds van de vroegste tijden, dat die magistrature in gem: distric„ „ten is opgeregt, een Sommetje van vier Rtv:s p:r maand, tot Paardevoe„ der uyt 'sComp: Cassa is toegelegd, nu al seedert veele Jaaren herwaards door de Considerable uijtbreiding „nen dier Colonien bij Continuatie verre en langduurige ritten moeten de doen, ten dien eijnde onvermijden lijk genoodzaakt is, een groot aantal Paarden aan te houden, waar door dan 't voorsz: douceur op verre na niet toerijkende komt te zyn, om daar uyt het benodigde voeder van zynde paarden te kunnen aanschaf„ verstrecken, ende sulks ter tyd toe, dat voorsz wooning op 't ambagts quartier we derom in staat zal weezen gem bragt, om als bevorens door hems te kunnen werden betrocken ver fen G request van den Land„ bouwer Andries Bernardus au Toit fen, het geen dan gevoegd bij het sober midde van be„ staan, dat van zijne bediening heeft, hem notoir tot een swaar drukkende last moet verstrekken, heeft men dierhalven moeten besluyten om aan voorsz: Landdrost voor taan de Somma van Twee en dertig ld:s p:s maand, tot voeder voor zyne paarden uyt sComp:s Cassa te laten verstrecken, ende zulf: van p:mo Febr: af te doen ingaan Vervolgens geleezen weezen de het onderstaande request aan den Landbouwer Andries Bernardus au Toit Aan den Wel Edelen Gestr Peer Cornelis Iacob van de Graaff: Gouverneur en De recteur van Cabo de goede Hoop, en den ressorte van dien v l l: Met betamelyken ontslag en Eerbied geeft te kennen uwe Edel Edele Gestr: en E: Agtb: nedrigen Die„ naar Andries Bernardus du Toit burger aan Drakensteen Toe dat des supplt:s vader Guiliam du Foit aan hem heeft verkogt en getransporteerd, seeker stek Land of plaats gel: en 't dal Josaphats, groot in zynen grond veertig morgen en drie hondert quad:t roeden zonder dat bij het. Transport eenige de minste gewaag wierd gemaakt van eenige beswaar„ nissen, die op ge: plaats zouden leg„ gem; Egter na dat den suppl:t 't zee„ „ve niet lange bezeeten hadde, als toen door desselfs buurman den meede burger David van der Merwe Wel Edele Gestr: Leer. en E: Agtb: Heeren. beneevens den E Agtb: Raad van Politie beneevens allerhanden . Vellea allerhande moeijlykheeden werd aangedaan, en met drygementen tragten te beletten, van op desselfs Eijgendoms grond, niet vrylyk te mogen timmeren voorgeevende, dat 't ge. stuk Land, alwaar den Supp:t op timmerde hem was toebehoo¬ rende. — Waarop den supp: genood„ zaakt wierd daar over te spreeken dag ter Contrarie van hem ten ant„ woord kreeg nooyt of nimmer 't Land van Van der Merwe- hadde afgegeeven ofte verkogt, maar dat voor eenige Jaaren door hem, van der Merwe wierd gedagvaard om voor 't Collegie van Landdrost en Seemraden te verscheijnen, al„ waar door gen: van der Merwe wierd geEyscht, dat ges: minen vader 't Land aan dien zyde van de rivier, alwaar 't woonhuys van hem van der Merie stond, moes„ te laten leggen tot zyn gebruyk en teffens een water grip over 't Dog met dit alles bleef dik„ wilsgende van der Merwe bij zyn onregtmatige pretentie persisteeren en versogt te gelyk om een Commis„ „sie van Landdrost en heemraden het welk aan hem geaccordeerd zyn, „de, gaf denzelven bij verschyning dier Commissie zyne schandelenze pretentie, zodanig een glim in schyn van regt, dat mynen vader gedwongen wierd, het land niet te zullen bezaagen, gelyk zulx is ge„ schied, met verder areygementen dat wanneer 't niet goedwillig en ged: land begeerde, het welk myn vader niet woude toe, staan, om reeden, dat van der Merwe geenzints kon„ de bewijzen, dat wanneer 't land bezaayd ofte bepland wierd, /:mits dezelve te besluijten:/ hem eenige de minste hinder ofte scho„ de konde toebrengen en met 't zelver land te laten leggen, daar door van der Merwe eenig voordeel konde by zetten. — Ged: liet

NL-HaNA_1.04.02_4317_0207 view scan ↗

English

let it be, that he would then be summoned before the Council of Justice and at the same time be forced to let the mentioned piece of land lie fallow, thus through ignorance and fear of a criminal prosecution, said my father had to promise not to sow or plant said piece of land, but that this promise was made with that intention because the land lay somewhat distant from the residence of my father, thus nothing other than damage was to be expected, since the frequently mentioned van der Merwe was very careless concerning the grazing of his cattle, although the repeatedly mentioned piece of land was and remained his own property land, as indeed also actually happened, for otherwise it should also have been dotted off in the petitioner's map and added to that of van der Merwe's map, the more so because he, van der Merwe, said to the Gentlemen Commissioners, then I will just remove the corner beacon that was planted between my land and that of me, petitioner, in question. Whereupon said Commission answered, you must leave that, and the beacon shall remain standing, as it indeed still stands to this day. Then by this oppression my father not only being most severely stricken, he was on top of all this condemned in the costs, but coming to the payment, half of the expenses was gifted to him, but van der Merwe had to pay the other part. Wherefore the undersigned could not deduce for himself that he would not freely be allowed to build on his measured ground, having proceeded to build upon the same, and in the just past year 1784 had said piece of land enclosed and ploughed, but on the side of my neighbour van der Merwe had thirty-six feet in its width left open, because said neighbour was a very litigious person, and in time would desire a passageway for cattle between our places; and then he would not be forced to leave fallow a strip of already cultivated land. However, said my neighbour not having been able to restrain his malice, he accused me before the Landdrost of Stellenbosch, where not long thereafter the petitioner was summoned before Landdrost and Heemraden. Then because the petitioner could not speak well for himself, being so heavy of speech, the petitioner appointed an authorized agent who would appear for his person, but, Right Honourable and Worshipful Gentlemen, this agent was rejected out of hand, so that the petitioner was finally constrained and forced to appear himself. This now having happened, a judgment was read to me, containing that the land shall remain fallow for the use of both the places, and that the petitioner had to tolerate a water trench across mentioned piece of land in question, of which neither the petitioner nor his father ever before had a copy of such conditions as that judgment contains, which your Right Honourable and Worshipfuls will be able to inspect more closely, if you please, from the copy of the judgment accompanying this. Whereupon the petitioner requested to be allowed to receive a copy of the judgment, or otherwise to be able to appeal against it to the Worshipful Council of Justice here, but such was refused, yet having obtained a copy of said judgment, he could deduce no conclusion from the same that he was subject to such servitude, even although my father, being forced, promised not to sow or plant the piece of land; the more so, because the petitioner certainly had himself reliably informed that never had such a contract been made between my father and van der Merwe, but with all this nevertheless for greater certainty I had my brother ask at the secretariat of Stellenbosch to obtain such a copy as would be kept at said secretariat regarding the above-mentioned matter, who then received as an answer that there was no contract of that nature. All matters which is entirely impossible, which the petitioner to his best ability brought to the attention of the Landdrost alongside the Heemraden, but received as answer, you must submit to the judgment, and was at the same time condemned in the incurred costs. At the same time my brother also requested to be allowed to receive a copy of the report brought in by the Gentlemen Delegated Heemraden to the College of Landdrost and Heemraden, and likewise received as answer that no written report had been handed over, but that such had been done verbally. Now after my brother had left, he was called back by the secretary, and then handed an extract copy, which ran directly against the judgment. And thus, Right Honourable and Worshipful Gentlemen, if the petitioner should have to leave the land fallow, it would not only take away the freedom of the petitioner's place, but moreover, the place would then as it were

Dutch transcription

liet, als dan voor den aad van Iustitie soude gedagvaard, en teffens genoodzaakt zoo, de worden, om het gem: stukje land te moeten la„ ten leggen, dus door onkunden en vrees voor een Crimineele vervolging heeft ged minen vader moeten beloven ged stukje land net te zullen besaaien of beplanten dog dat deeze belooving met dat inzigte was geschied, om reeden dat 't land wat voorafgeleegen was van de woonplaats van mynen vader, dus niet anders dan schade te wagten zynde, door dien dikwils„ gem: van der Merwe zeer agteloos was omtrend 't wegden van zyn vee egter daat 't meermaals gesegde stokje Land was en bleef zyn Eygen„ doms lands, gelyk t ook werkelijk is geschied, want anders zoude 't rok in des supp: Caart moesten afge„ stippeld weezen en in die van van der Merwe zyn Caart bygevoegt, te meer door hij van der Merwen de Heeren Gecommitteerdens zide dan zal ik de hoekbaak maar weg neemen die tusschen myn land en die van mij supp: in questie was geplant. Waar op door ged: Commissie wierd geantwoord, dat moet gij laaten, en de baak zal blyven staan, gelik 't ook tot heeden toe nog staat. - dan door deeze onderdrucking myn vader niet alleen allervelst getroffen zynde, wierd denzelven nog boven dit alles gecondemneert in de koste, dog ter betaaling komende, zoo is de heeft. der onkosten aan hem geschonken, dog van der Merwe moet 't ander ge„ deelte betaalen.— Weshalven den ondergeteek voor zig niet hebben kunnen afleyden van op zyn gemeeten grond niet vrye, lyk te zullen mogen timmeren, voort, gegaen zynde, het zelve te betem, meren, en in 't zoo even gepasseerde Iaar 1784: ged: stuk land heb laten besluijten en beploegen, dog aan de Commissie teegens bi zyde zide van mijne buurman van der Merwe, ses en der„ tig voeten in zijn breete heb laaten leggen, door dien den„ zelven buurman een zeer kwestig persoon was, en door den tyd wel een doordrift zoude begeeren dus„ schen onze plaatze; en als dan met genoodzaakt zoude worden, om een streeks reeds bebouwde land te moeten laten leggen. Edog gezegde mijnen buur„ man zyne kwaadwilligheid met hebbende kunnen beteugelen, heeft denzelven mij bij den Leer drost van Stellenbosch verklaagt als waar niet lange daar na den supp:t voor Landdrost en heemraden wierd gedagvoard. - Dan door dien den supp:t desselfs woord niet wel konde doen, alzo swaar aan uijtspraak zijnde, heeft den supp:t een gemagtigde aange„ steld, die voor zyn persoon zoude Com„ pareeren, dog wel Edele gestr: en E agtb: Heeren, deezen gemagtigde wierd van Alle saaken, welke ten eenen maal onmogelijk is, 't welk den supp: naar zijn best vermogen, den Peer Drost nevens de heemraden onder 't oog heeft gebragt, dog tot ant„ woord kreeg, gij moet u aan 't vor„ „nis onderwerpen, en teffens gecon„ der hand geweezen, zoo dat O den Supp: eyndelijk genood perst wierd om zelve te Compareeren.— Dit nu gescheld zijnde, zoo. wierd mij een vonnis voorgeleezen inhoudende, dat 't land zal blyven leggen tot gebruyk van beijde der plaatzen, en dat den supplt een water grip over gem: stukland in questi moeste gedoogen, waar van den supp:t nogte desselfs vader min„ „mes van te voren een Copij van dier gelyke Condities hebben gehad ge„ lyk dat vonnis behelsd, t geen uwe wel Edele gestr: en E Agtb: des beza„ „gende nader zullen kunnen beoogen, uit de hier nevens versellende Copia vonnis. —, de demmeert Waarop den supp:t versogte om te mogen genieten Copia van 't vonnis, als anderzints, om als dan daar teegens te kunnen appelleeren, na den E: agtb: raad van Iustitie alhier, maar zulx wierd van de hand geweezen, dog egter Copia van 't ged: vonnis verkreegen hebbende, konde uit dezelve geen besluijt op maken, aan zodanig servitant onder heevigen te zyn, al ofschoon mijn vader ge„ dwongen zynde beloofd heeft, 't stuk land niet te zullen besaayen, of beplanten; te meer, door den supp: wel in 't zeekere zig heeft laten ondderrigten, dat er nooyt zo„ danig een Contract tusschen mijne „vader en van der Merwe is gemaakt geweest, dog met dit alles nog ten overvloede door mijnen broeder ter secretarije van stellenbosch heb laten vragen om zodanige Copia te erlangen, als ter ged secretarije le de gevallene kos demneerd wierd en al¬ „ten. — zoude berustende weezen omtrend de bovengemelde zaak als toen ten ant¬ woord kreeg dat er geen Contract van die natuur em waare:— Zeffens versogte mijnen Broeder mede om te mogen geneeten Copia van het door de Heeren gecommitteerde heem„ raaden ingebragte rapport, aan 't Collegie van Landdrost en Seem raaden meede tot antwoord kreeg dat er geen schriftelijk rapport was overge„ „geenen, maar dat zulks met den mon„ „de was geschied. — Na dat nu mijne Broeder was weggegaan wierd dezelve door den secretaris te rug geroepen, en als toen een Copia Extract overhandigd, welke direct teegens 't vonnis aan¬ „liep En dus wel Edele gestr: en E: agtb: heeren, wanneer den suppl:t het land zoude moeten laten leggen 't niet alleen de vrijheid van des supp: plaats zoude beneemen maar ook bovensdien, de plaats als zoude dan

NL-HaNA_1.04.02_4317_0210 view scan ↗

English

would be walled up between four walls, and in order to give your Right Honourable and Honourable Sirs a closer and proper elucidation of this matter, the petitioner thought it well to draw up a certain plan and to present the same herewith, from which your Right Honourable and Honourable Sirs will be able to perceive most clearly, if it pleases you, the situation of the places, which are situated in the Valley of Josaphat, as well as showing most plainly the unfounded and self-interested pretension of van der Merwe. Then, as this far-reaching desire of my fellow citizen forces me to do so, the petitioner hereby takes the liberty of turning to your Right Honourable and Honourable Sirs, humbly requesting that it may be of your Right Honourable and Honourable Sirs' favourable pleasure: Firstly, to relieve the petitioner of such unheard-of servitudes, which must otherwise result in great detriment to the petitioner and his wife and children, and being relieved thereof can be to no one's detriment. Secondly, when this matter cannot be arranged otherwise, the petitioner will then consent to tolerate a water trench across his land, although his neighbour van der Merwe does not need it, because to show his power, he dammed out the water on his own land this very past summer, by which he moistened his garden and vineyard. And also lastly, I say that the petitioner's fellow man van der Merwe has built a dam on the petitioner's land, purely and solely to show how far his dominant power went, whereby he caused his fellow neighbour nothing but damage and trouble, all of which cited unheard-of matters which is placed in the hands of the Landdrost and Heemraden at Stellenbosch the petitioner is prepared, whenever the same might be required, to demonstrate further with sufficient proofs. The petitioner most humbly requesting your Right Honourable and Honourable Sirs a favourable decision hereon. underneath stood: Which doing, etc. was signed: Andries Bernardus du Toit in the margin: Cape of Good Hope, 5 May 1785. Thus it was resolved to place this petition in the hands of the Landdrost and Heemraden at Stellenbosch and Drakenstein, in order to serve as a report on what is actually the case regarding the grievances that are set down in the aforementioned petition. Also, through the provisional assistant serving at the Pay Office, Lambert van der Voort, the following petition was submitted: To the Right Honourable Cornelis Jacob van de Graaff, Governor of the Cape of Good Hope, and the territory thereof, etc., etc., together with the Honourable Council of Policy. Right Honourable Sir and Honourable Sirs. With all respect, your Right Honourable and Honourable Sirs' humble servant, the undersigned Lambert van der Woordt, born in Vlissingen, having arrived here from the Netherlands in the year 1783 with the ship Ouwerkerk, and having served for some time as provisional assistant at the Pay Office, gives to know: How he, the petitioner, recently received news by a letter written to him by his father, of which an extract is attached hereto, that he, the petitioner, upon the application of his father from the Right Honourable Lords Seventeen in the Fatherland, had obtained the rank of junior merchant, in order to depart as such from here to Batavia. That although with regard to the aforementioned promotion of the petitioner, as he is informed, no direct letter has yet been received from the said Lords Majors at this government, he nevertheless believes he can rely with confidence on the report received in that regard from his father, and that notice thereof will undoubtedly have already been given to the Right Honourable Lords of the High Indian Government at Batavia. And since he, the petitioner, would now have a suitable opportunity to cross over from here to the aforementioned Indian capital with the outward-bound ship de Paarl lying in False Bay, he therefore takes the liberty humbly to request your Right Honourable and Honourable Sirs to grant permission to him, the petitioner, to depart thither in his capacity with the said ship de Paarl, to take with him his wife married here, Helena Wilhelmina Aspeling, and that it may further please your Right Honourable and Honourable Sirs, in consideration of his inability, to favourably excuse him, the petitioner, from the payment of the passage and boarding money for his aforementioned wife. underneath stood: Which doing, etc. was signed: Lambert van der Woordt. On which it was approved and resolved to grant to the petitioner his departure to Batavia with his wife.

Dutch transcription

dan tusschen vier muuren zoude weezen opgemet„ zeld, en om van deeze zaak uwe wel Edele gestr: en E Agtb een nadere en behoorlike eluesida¬ „tie te geeven, heeft den supplt goed, gedagt, een zeekere plan te formeeren en dezelve hier neevens te presen¬ teeren, alwaar uyt uwe wel Edele as behagende ten klaarsten zullen gestr: en E agtb ^ kunnen ontwaar„ „ren, de gesteldheeden der plaatzen, die geleegen zijn in 't dal Iosaphats als mede de ongegronde en baat„ zugtige pretentie van van der Merie ten duydelykste aan toond. — Dan daar deeze verregaande begeerte van mynen meede burger mij noodperst, zo neemd aen supp:t bij deezen de vrijheid, zig te wenden tot uwe wel Edele gestr: en E agtb: ootmoedig versoekende, dat 't van uwel Edele gestr: en E agtb: gunstige welbehagen mogen weezen, den supp ten eersten, van zodanige angehoorde Servituten te ontslaan, het welk ander„ „zints tot groot nadeel voor den Supp:t en desselfs vrouw en kinderen moet strekken, en ontheeven wordende tot niemands nadeel kan zijne Ten tweeden zo wanneer deeze zaak niet anders kan werden geschikt, den sufp zig als dan zal laten welgeval„ len, een water grip over zin land te gedagen, /:schoon zynen buurman van der Merwe het niet nodig heeft want om zyn magt te toonen; soo heeft hij nu even gepasseerde somer. 't water op zijn eijgenland uytge„ domt, waar door hij desselfs thuijn en wingaard heeft bevagtigd. — en ook ten laatsten zegge ik. dat des supp: mede mensch van der Merwen op des supp:l land een dam heeft opgedampt, bloot en al„ leen om aan te konen, hoe verre zyn heerschende mag ging, waar door zin even naasten niet anders als schade en moeijlykheid verwekte alle welke aangehaalde zaaken, ingehoorde den het welk is gesteld in handen van Landdrosd en heemraden aan Stellenbosch van der Woort den Suppl:t bereijd zinde, wanneer 't zelve mogte wer„ den vereyscht, met suffi„ cante bewijzen nader te zullen aantonen. Versoekende den supplt. wwel Edele gestr: en E agtb: ootmoedigst, hier op een gunstige decisie. /:onderstond:/ 'T welk doende &:a /:was geteek:/ Andries Bernardus du Poit /:in margine:/ Cabo de goede Doop den 5 Maij 1785. Soo is verstaan hetzelve request te stellen in handen van Landdrost en Leemraden aan stellenbosch en Drakensteijn, ten eynde te dienen van berigt, wat er eygentlijk zij van de beswaornissen die in het voorsz: request zijn ter neder ge„ steld. Ook wierd door den ten soldij In allen Eerbied geeft te kennen uwer wel Edele gestr: en E agtb: ootmoedigen Dienaar den ondergeteek: Lambert van der woordt van vlissingen geboortig, zynde in den Iare 1783 met 't schip Ouwerkerk uyt Nederland alhier aangeland, en hebbende zeedert eenigen tijd als provisioneel assistent ten Wel Edele Gestr: Heer en E Agtb: Heeren. e Aan den wel Edelen Gestr: Heer Cornelis Jacob van de Graaff gouverneur van Cabo de Goede Hoop, en den ressorte van dien 55 &=a &=a beneevens den E agtb: Politiequen raad. request van den adsistent Comptoire dienst doende p:s adsistent Lambert van der Voort, ingediend het volgend request:— Comptoiren zoldij 29 1 met zyn huisvrouw nae Batavia te vertrecke zoldij Comptoire dienst gedaan Hoe hij supp: onlangs bij eene missi„ „ve door zynen vader aan hem geschreeven en waar van Extract deezen is bygevoegd, tijdinge heeft bekomen, dat hij supplt op de sollicitatie van desselfs vader van de„ Hoog Edele heeren zeeventhienen in het. Patria, hadde geobtineerd de qualiteyt als ondercoopman, om als zodanig van hier naar Batavia te vertrecken Dat of schoon nopens d'evengem: Promatie des supp:ts gelyk denzelven is geinformeerd:/ voor als nog geen directe aanschryvens van hoogst ged heeren Majores ten deezen gouvernemente is ont„ „fongen, vermeind denzelven egter met gerustheid te kunnen vertrouwen, op't berigt dien aangaande van desselfs raa„ „der bekomen, en dat ongetwijffeld, daar van bereids kennisse zal zijn gegeeven, aan haar wel Edele groot agtb: de heeren der hoge Indiase regeering tot Batavia en nadien hij Suppl. thans eene bekwaame gelee„ gendheid voor zig zoude hebben, om met 't in de baaij fals leggend uytkomend schip de Paarl van hier naar even gem: Indeaze hoofdplaatszen te kunnen overvaren, neemd hij derhalven de vryheid uwe wel Edele gestr: en E agtb: nedrigen te versoeken aan hem supp: permissie te verleenen; om in zyn qualiteyt als Jong matt:s met 2: ged:d schip de Caarl na derwaards te vertrecken, om met zig meede te nee„ men desselfs alhier getrouwde huys„ „vrouw Helena Wilhelmina Aspe, link, en dat 't uwe wel Edele gestr en E agtb: verders moge behagen, hem supp:. ter Consideratie zyns onvermoe¬ gens van de betaaling der Transport en kostpenn: voor zyne gem: huisvrouw gunstigst t' Excuseeren. — /:onderstond:/ 'T welk doende, p=co /:was geteek:/ Lamb:t van der Woordt. aan wiges g'accordeert om Op 't welk is is goedgevonden en verstaan aan den Juffr. desselfs vertrek, naar Ba„ „tavia met desselfs huisvrouw t'accordeeren leggend

NL-HaNA_1.04.02_4317_0213 view scan ↗

English

whither, alongside the aforementioned, may also cross over, for the time being two more placed in the workshop. Appearance in False Bay of the English Company's ship the Pigot, for the service of the Company's smithies, and to excuse him, on account of his inability, from the payment of the passage and board money. Likewise, permission was granted to the free black woman Seki van Boegies, at her request, to depart likewise for Batavia on one of the outbound ships, together with her child Saijer van de Caab, as well as a slave boy named Sembouwa. Furthermore, upon the proposal of the Honorable Merchant and Cellar Master, Mr. Jacobus Johannes le Sueur, on the coopers in the Company's shop, considering the scarcity and lack of needed cooperage, and that the small number of artisans assigned to the coopers' shop is currently by no means sufficient to prepare and hold a sufficient stock thereof, it was agreed, provisionally, to place four more coopers in the aforementioned shop. The foregoing having thus been transacted, the Governor was pleased to present to the respective Council members: How on the 9th of July last, the English Company's ship the Pigot had appeared in False Bay, which, according to the statement of Captain Morgan commanding her, had departed from Madras on the 2nd of February of this year, bound for England, and having found themselves compelled, according to the captain's pretext, due to a lack of drinking water and numerous sick among both the crew and the invalids placed on the said vessel, to put into these coasts; That, having lain for some time at these costs in the so-called Kromme River Bay, on the 7th of May they had anchored before an inlet where a certain river called the Kromme River discharges into the sea, and consequently called in this country the Kromme River Bay, which inlet, as the Governor was informed, was situated some 106 hours' walk from here, and is also known under the name of St. Francis Bay; That, after having spoken with one of the inhabitants residing there, they had sent their sick, numbering more than a hundred persons, ashore—not without danger to life on account of the heavy swells—and had remained there until the 30th of the aforementioned month of May, and in the meantime had been abundantly provided with all provisions, and the aforementioned sick, having also fully recovered, had returned aboard the ship; Likewise, since there are no more blacksmith's coals at hand to keep the Company's smithies operating, and the use of charcoal is not only too costly for the Honorable Company, but furthermore greatly increases the scarcity of firewood in this Colony, it had to be resolved to employ for the service of the aforementioned smithies so much of the smith's coal brought for extraordinary sale as shall be found necessary until relief regarding that article shall have arrived; That, furthermore, there happened to be on the mentioned English ship a certain English Colonel in the King's service named Dalrymple, who, as he had alleged, partly out of a desire to see the country and partly because of a misunderstanding that had arisen between him and the Captain, had resolved to travel overland hither, just as he, together with his family, officers, and servants, had arrived here with some wagons hired from our aforementioned inhabitants living there; which Colonel Dalrymple, being related to the one who, through his discoveries and published charts of the Indian seas and coasts, has made himself generally very renowned, will probably not be unknown to other commanders in India; Reasons why it was considered of the utmost importance to place military detachments; That, however much for many years past in Mossel Bay, situated far from here, as well as in Algoa Bay, situated another 40 miles further eastward, stones marked with the Company's seal were erected in token of our possession there, and that they had not neglected to observe the same during the recent survey of Plettenberg Bay, situated between the two and known on old charts by the name of Bay Content; it nonetheless seemed to His Honour of the utmost importance, especially in the present juncture of times, that sufficient military detachments be placed in the aforementioned Mossel Bay, Plettenberg Bay, St. Francis Bay, and Algoa Bay. Resolution to increase the garrison here for that purpose by another 100 soldiers. Having deliberated upon which proposal of the Governor, and having taken into consideration the well-grounded reasons given therein for the true interest of the Company, it was therefore unanimously resolved to increase the garrison here by another one hundred soldiers, and thereby to authorize Colonel and Commander of the Militia here, Robert Jacob Gordon, to make a beginning with this by retaining the soldiers who happen to be among the convalescents here; of which resolution due notice shall be given in the first outgoing dispatch to the Lords Majors in the Fatherland.

Dutch transcription

werwaards nevens gem: mede zal mogen over bij provisie nog twee winkel geplaats Verschyning in de baaij vald van 't Engelsch Comp supsle segot Kolg te dienste van s Comp en hem ter zake van zyn onvermogen van de beta„ linge der Transport en kost Smeederien te verstreen penn: te Excuseeren. — Gelyk mede aan de vryswortinne vrijswartinne Seke Seki van Bongies, op haar versoek permis„ sie is verleend om nevens haar kind saijer van de Caab, beneevens nog een slaven Jon gen gen:d Sembouwa p: een der uijtkomen„ de scheepen, insgelijk naar Batavia te vertrecken. — Sijnde voorts op voordragte van kuijpers op 's Comp: den E Coopman en keldermeester M:r Jacobus Johannes le Sueur mits: de schaarsheid en 't gebrek aan benodigt vaatwerk en dat 't gering getal der ambagtslieden op de kuy„ pers winkel bescheyden, teegenswoor„ dig geenzints toerykend komt te zyn, om eene genoegzame voor„ raad daar van te kunnen en gereedheid brengen, verstaan, bij provisie nog vier kuypers op voorschreeve winkel te plaatzen Hoe dat op den 9 Julij jongstl: in de Baaij F als was verschenen M't vorenstaande dus afge„ handeld weezende, geliefde den heere gouverneur aan de respde Raadsleeden voor te draagen Gelijk ook nog, dewijl verkoop aangebragte neger geen smeekoolen meer aan handen zyn, om 's Comp:s smeederijen te doen voort „gaan, en 't gebruiken van houts, koolen, niet alleen te kostbaar voor de EComp:e valt, maar daar en boven de schaarsheid aan brand hout in deeze Colonie grotelijke doet toeneemen, beslooten heeft moeten werden, van de ten extra„ ordinaire verkope aangebragte k zoo veel Smeeko een dekop # gebragte Ten dienste der voorsz smeederijen, te bezigen, als nodig zal werden bevonden ter tyd toe, dat omtrend dat articul ontzet zal zyn aan gekomen. — gelyk het vaaren ken van den ten extra ordinaire dat eenige tyd op deeze lasten in de zogen krom me riviers baay heeft geleegen het Engelsch Comp:s Schip the PPegot, het welk volgens d' opgaave van den daar op Commandeerende Capitain Morgam den 2e Februarij deezes Jaars van Madras vertrocken, en naar Ene geland gedestineerd zyn de, volgens voorgeeven van den Co„ pitoin, mits gebrek aan drink „water, en de menigvuldige zieken, zoo onder d Equippa„ gie als de opged: Bodem ge„ plaatste Invalides zig Ge„ noodzaakt hadden gevon den deeze Custen te moeten aandoen Dat zy hier op in dato 7 Maij voor een inham alwaar zyg zeekere rivier, de kromme rivier genaamd in zee ont„ „last, en oversulks her te lande de kromme ri„ viers baaij genaamd, waar „ren ten anker gegaan, welken Dat zij na met een zer aldaar woonende In geseetenen gesproken te hebben hunne zie ken ten getalle van ruijm hondert stuks egter niet zonder levensgevoor ter oorzake der swaar¬ re deyningen aan land gezonden hebben de, aldaar tot den 30 der voorschreeve maand Maij hadden vertoefd, en inmiddels van alle Levensmidde een abundanten lyk waaren voor inhom, soo als hi See „re Gouverneur was geinformeert zuim 106 uuren gaans van hier was geleegen, en beyde laaste onder den naam van Fot. Franciscus daaij te kend. — zie inhan en van welk schip den rymele neevens zynen koomen reedenen waarom aa 't uijterste gewigt werd ge„ menten te leggen zien geworden gekoomen waar door hun Dat zig wyders op het nnevens gem: Collonel Da gementioneerde Engelsch fomilie overland na schip quam te bevin herwaords zyn opgeden zeekeren Engelschen Collonee in C zo„ ningst dienst ge„ naamd Salrymple die, gelyk hy had¬ de voorgegeeven ten deele uit begeerte van het land te be zien en deels mits een gereezen misver¬ stand tusschen hem en den Capitain te raade was geworden over land herwaards op te koomen gelyk Dat hoe zeer na bereijds ooodeelen de bezijde gem eldert veele Jaaren baayen militairen detaelen herwaards in de wyd van hier gelegene mosselbaaij ven officieren en Domestiguen met eenige van onze voor„ schreeve aldaar wonende Ingezeetene gehuurde wagens alhier was g'arriveerd welken Collonee Dalrijm „ple naar vermaagschapt zynde aan den geene die door desselfs gedane ont„ deekingen, en uytgegeevenen Caarten den Indische zeën en kusten zig in het al„ gemeen zeer berugt ge¬ maakt hebbende woarschijn lyk ook door andere order neerwingers en Indien aldaar niet onbekend sal zyn: hy dan ook molle een vollen hersteld, was ve zieken dan ook ten ren in het schip nen voor schree¬ 7 mitsgds zyne n ƒ „ en besluyt om ten dien eynde 't guarnisoen alhier met nog 8oo zal date te vermeerderen. mitzgd:s in den nog 40. mij len verder oostwaards leggende baaij a lo goa, ten zieken onze possessie aldaar wo ren opgeregt steeren met omp merk, en dat nien niet had versuymd hetzel¬ ve mede te doen in agt nee„ naen bij de onlangs ge„ deene opneeming der zus„ schen beyde leggende Pet tenbergs baas bij de oude Caarten met de naam van baay Content bekend, het zyn Edele egter van 't uijttec„ ste gewigt, voor al in de praesentie Conjuncture van tyden voorgaan dat in voorsz: mosselbaar (het „zenbergs, S franciscus en à la gorbaoijen Stof„ „ficiente militaire detacchementen wier den gelegd. — Over welk voor¬ t Dan Assel van den Heer aan vernear ragt gedelibereerd, en en overweeging zijn de genoomen, de daar in ofgegeevene gegrorde reedenen voor het waar belang der maatschappije, is dier„ halven eenpariglyk besloo„ ten, het guarnisoen al hier met nog Een hon derd zoldaten te ver¬ meerderen en mits diens den seer Collonel en hoofd der Militie alhier Rol„ bert Jacob Gordon te qualificee „ren, om daar mede een begin te maken met 't aanhouden der militairen dewelke zig onder de reconvele Centen alhier koo„ nig te bevinden, van welk besluyt hy eerst af te gaan schryvens aan de Heeren majores in 't Patria de verschuldigde kennisse zal werden gegeeven Stel laatstelyk me

NL-HaNA_1.04.02_4317_0217 view scan ↗

English

The performance of duties and supervision over the Company's stables by the Governor entrusted to Captain van de Graaff. The Governor communicates the circumstances and weak condition in which the Honorable Merchant O. M. Bergh finds himself. Lastly, by the aforementioned Governor, this Council was further informed that since Captain-Lieutenant and Stable Master Johannes Steyn had requested to be discharged from the performance of his duties, His Honour had granted this to him and had entrusted the performance of duties and supervision over the Honorable Company's stables to Captain-Engineer Sebastiaan Willem van de Graaff. Below stood: Thus resolved and decreed in the Castle of Good Hope on the day and year aforesaid. Was signed: C. J. van de Graaff, G. Backer, R. J. Gordon, A. v. Schoor, J. J. le Sueur. Wednesday, the 13th of July 1785. All present, except for the Merchant and Secretary, the Honorable Oloff Marthini Bergh. The Governor was pleased to lay before the meeting the circumstances and weak condition in which the Merchant, fellow Member, and Secretary of this Council, the Honorable Oloff Marthini Bergh, had found himself for a considerable time already, and that this sensible and capable minister, having worn himself out before his natural time in the service of the Honorable Company through untiring and unceasing labor, especially in such a heavy, important, and difficult post, it was, in the view of His Honour, inevitable and presently highly necessary to provide this minister, who is greatly esteemed by His Honour, with a competent and faithful assistant as soon as possible: Wherefore His Honour nominates the Junior Merchant de Wet as assistant to the aforementioned Honorable Secretary Bergh and to appoint him as Member of this Council. That His Honour, having considered this for some time already, nevertheless, the realization of the importance of that office, as one requiring more than ordinary knowledge, capability, and industriousness, had made His Honour very cautious and made the making of a choice very difficult, whereby the proposal in that regard to this assembly had been held back until now; yet that since His Honour was placed at the head of this Government, daily common interaction and the handling of affairs having provided the opportunity to acquire some special knowledge of several of the Honorable Company's officials, His Honour flattered himself to have found among them a man whose character, knowledge, and demonstrated uncommon zeal for the Company's interests in the performance of the various posts entrusted to him gave every hope and expectation of being able to serve as an assistant to the aforementioned Mr. Bergh in the exercise of his important service, and at the same time in due course, with a well-founded prospect of success, to occupy that post to the complete satisfaction of this Council: in which manner His Honour came to nominate and recommend the Junior Merchant and Warehouse Keeper Oloff Godlieb de Wet, to serve provisionally as assistant to the aforementioned Mr. Bergh, in consideration of his forty-eight years of service to the Honorable Company, in the office of Secretary to this Council, in order in due course, when that office is vacated by the said Honorable Bergh or otherwise becomes vacant, to hold the same effectively, with the further proposal to also appoint the said de Wet as a Member of this Council, and that with an advisory vote, in order, when circumstances shall require it, to be converted by the Governor into a conclusive vote, under the express reservation that when, in the stated cases, the office of Secretary shall be effectively occupied by the said de Wet, such further arrangements shall then or in due course be made with respect to the revenues of the Vendue Mastership, which presently still remain completely with the Honorable Bergh, as shall be deemed proper to mutual satisfaction and to the greatest benefit of the Honorable Company; with which proposal of the Governor the Members of this Council having fully concurred, the appointment of the said de Wet was made accordingly. Appointment of the Junior Merchants Brand and Horak as Members of the Council of Justice, in which, for the reasons mentioned alongside, they cannot have a seat, but shall have to serve on commissions. Furthermore, also upon the proposal of the Governor, in consideration of the faithfulness and vigilance which the Junior Merchant and Post Holder at False Bay, Christoffel Brand, and the fellow Junior Merchant and First Sworn Clerk at the Political Secretariat, Johannes Marthinus Horak, have demonstrated entirely to satisfaction in these their respective offices, it was approved to appoint both of them as Members of the Council of Justice; but, since the first, by virtue of his continuous presence at False Bay, and the second, for as long as he is serving in the capacity of Secretary to the Board of Commissioners of Civil and Matrimonial Affairs, cannot suitably have a seat on the said Council of Justice, both of them shall be excused from attending the meeting for as long as they hold those posts, but shall be bound to serve on all judicial commissions; while their rank and seniority shall in any case have to be regarded as that of actual Members, by virtue of which appointment

Dutch transcription

de waarneeming en 't op„ zigt over 's Comp:s paarde stal door den seer gou„ verneus aan de Capn den heer Gouverneur com. municeerd d' omstandig heeden en zwacken toestand, waarin zig d' E. Coopman O. M. Bergh komt te bevinden Laatstelyk wied door welgemelden Deere van de graaff op gedragen Gouverneur nog aan dezen Rade com municatie gegeeven dat nadien den Capitain Lieutenant en Stalmeester Johannes Steyn hadde verzogt, van het waar neemen der bediening te mogen werden ontslagen zyn Edele sulx aan denzee ven geaccordeerd en door op de waarneemingen 't opzigt over s' EComp:s stal aan den Capn Jngenieur Sebastiaan willem van de Graaf hadde opgedraagen. /onderstond:/ Aldus geresolveert ende g'as„ resteerd In 't Casteel de goede hoop ten dage en Jare voorsz /was geteek:/ 6: J van de Graaff, G: Backer R: Z: Goodon: A: v: Schoor I: I: le Sueur Geliefde den heer Gouverneur ter vergadering open te leggen, d' omstan„ en Secretaris deses raadsdigheeden en den zwaiken toestand, waar„ „in den Coopman, mede Lid en Secre= taris deses Raads d' E Oloff Marthi¬ „ni Bergh al eenen geruymen tyd zig had bevonden, en dat deese verstandige en doorkundige minister zig in den dienst der 6. Maatschappij door eenen onvermoeijden en onop„ houdelijken arbeid, voor al in sulk eenen zwaar, wigtigen en moeijelyken post zig voor de natuurlyke tyd als als afgesleeten hebbende, het na 't in¬ zien van zyn Edele, onvermijdelyk en thans hoog noodzakelyk was, om„ „me hoe eer zoo beeter aan deesen by zyn Edele zeer geagte minister eene bekwaame en getrouwe hulpe toe te voegen: Woensdag den 13:' Julij 1785 alle praesent, behalven den Coop¬ man en Secretaris d' E. Oloff Marthini Bergh. — rte dat waaromme zyn Edele den ondercoopman de Wet, tot hulpe van opged. e E. Secretaris Bergh voor„ draagd. — tot Lid deses raads aan te stellen. — Dat zyn Edele hierop al eenigen tyd bedagt geweest zynde, egter 't be¬ „zef der aangebeegendheyd van dat Ampt, als tot 't welke meer dan gemee„ „ne kundigheyd, bekwaamheyd en ar„ beidzaamheyd wierden vereyscht zyn Edele zeer omzigtigd, en het doen eener keuze seer difficiel gemaakt had, waardoor de voordragt deswel¬ gens aan deese vergadering tot nu toe was komen te rug te blijven, dan dat zeedert zyn Edele aan 't hoofd deses Gouvernements was gesteld, de dagelyxe gemeene verkeering en de behandelin„ gen van zaaken geleegentheyd ver„ schaft hebbende om eenige bysondere kennisse aan deese en geene der E. Comp„s amptenaaren te verkrijgen, zyn Ede„ „le, zig flatteerde onder deselven te heb„ „ben aangetroffen Een man, wiens Caracter, kundigheyd en betoonden ongemeenen ijver voor 's Comp:s be„ „langen, in't waarneemen van d'onder„ „scheijdene posten, aan hem toever„ trouwd, alle hoop en verwagting gaf, om aan voorm: heer Bergh, in d'Exercitie van zijnen importanten dienst, tot hulpe te kunnen strecken, en teffens in der tyd met een gegrond vooruijtzigt van succes, dien Post tot volkoomen genoegen van deese rade te bekleeden: hoedanig zyn Edele kwam voor te dragen en aan te prijzen den onderCoopman en Pak¬ huysmeester Oloff Godlieb de Wet, om provisioneel tot hulpe van ge¬ noemde s. Bergh, ter Consideratie van zynen Agt en Veertig jarigen dienst by d' E. Comp. , in den dienst als Secretaris by deesen rade te fungel¬ „ren, ten eynde in der tyd dat Ampt, door denselven E. Bergh verlaten werdende, of andersints komende open te vallen, hetselve effective d te bekleeden, met verdere propo„ sitie, om genoemde de Wet teffens en om denselven teffens aante stellen tot Lid in deesen rade, ende sulx met een advisee¬ „rende stem, omme wanneer d'om¬ standigheeden sulx sullen komen te om vereysschen welk een en ander dan ook dien overeenkom„ „stig is geschied aanstelling van de Onder„ Cooplieden Brand en den raad van Justitie waarin om nevensgem: reden geene sessie kunnen„ commissien sullen moe„ te vaceeren. — vereysschen, door hem Heere Gouver„ neur in eene concludeerende Jtem te werden geconverteerd, onder expresse reserve, om wanneer in de gestelde gevallen het ampt van Secretaris by ged:e de Wet effective sal werden g'occupeerd; als dan of in der tyd ten opzigte der thans nog compleetelyk aan den E. Bergh verblyvende Inkom¬ „sten van't Vendumeesterschap, sodani¬ „ge nadere schikkingen te beramen, als men, tot wederzijds genoegen en ten meesten nutte der E. Comp. e , sal vin„ „den te behooren, met welke propositie van den heere Gouverneur, de Leeden deeses raads zig volkoomen gecon¬ formeerd hebbende, is d aanstellinge van denselven de Wet dien over een. komstig geschied. — Voorts is al mede op voordragte van Horak tot Leeden in den heere Gouverneur, in aanmerking van de trouwe en vigilantie, die den OnderCoopman en Posthouder in Baay Fals Christoffel Brand en den mede Ondercoopman en Eerst gesw. Clercq ter Politicque secretarije Johannes Marthinus Horak, in deese hunne resp. Ampten allesints ten genoegen hebben betoond, goed. gevonden beyde deselve aan te stellen als Leeden in den Raad van Justitie, maar, nadien den Eersten, uyt hoofde de hebben, egter tot alle van zyn geduurige praesentie in Baay fals, en den Tweeden, voor so lange in hoedanigheyd van Secreta„ „ris bij 't Collegie van Commissarissen van Civiele en huwelyx zaken is fungeerende, met gevoeglykheyd geen sessie by denselven rade van Justitie hebben kunnen; sullen bey„ „de deselve van't bywoonen der Verga„ „dering, voor so lange die posten koo„ men te bekleeden, weesen g'excuseerd, dog gehouden weesen tot alle Susti„ „tieele Commissien te vaceeren: Ter¬ „wyl derselver rang en ancienniteyt in allen gevalle als die van actueele Leeden sullen moeten werden aange¬ „merkt, uijt hoofde van welke aan„ en stelling e

NL-HaNA_1.04.02_4317_0220 view scan ↗

English

as secretary of Commissioners, will henceforth have his seat in the aforementioned Board of Commissioners immediately after the Vice-President. Next, on this occasion, it being taken into consideration that the junior merchant and Secretary of the Board of Orphan Masters, Tobias Christiaan Rönnenkamp, long before undertaking that office, had held a seat in the said Board on various occasions, and has moreover served for a series of years as a member in the Council of Justice, it is therefore, both for this reason and in view of his many years of service rendered to the Honorable Company, approved concerning him, but without precedent for the future, and accordingly resolved, that the aforementioned Ronnenkamp shall henceforth likewise have and retain a seat immediately after the Vice-President in the meetings held by the Orphan Masters; and also that, in all commissions undertaken, always enjoying his rank accordingly, he shall then perform the function of Secretary as before; and which ranking regarding the secretary of the Orphan Chamber will likewise apply to the aforementioned Rönnenkamp in joining that Board. And furthermore, upon the request made by the Junior Merchant and Storekeeper Barend Hendrik van Reede van Oudshoorn, his dismissal from the service of the Honorable Company has been granted, in order to repatriate from here at the beginning of the coming year, retaining quality and salary; in whose place has been appointed again as Storekeeper, with the quality of Bookkeeper, under an increase of salary to f 30 per month and the rank of junior merchant, the Assistant serving at the Political Secretariat, Egbertus Bergh. Thereafter, it was made known by the Honorable Governor and Council that certain complaints had come before His Honour concerning the conduct and behavior of Captain Hendrik Swart, appointed to the ship 't Zeepaard lying anchored in False Bay, with regard to the ship's crew; regarding which a timely and full investigation had been prevented by the illness and subsequent death of the Independent Fiscal Serrurier, but subsequently various verified and sworn documents had been handed to His Honour by the Fiscal pro interim Gabriel Beter, from which it appeared that the manner of punishment that the said Captain Swart had practiced on various occasions during the voyage hither conflicted so greatly with the Order issued by the High Commanding Lords Masters concerning punishment on board the Company's vessels, and that the same served to arouse the utmost dejection or recalcitrance among the common crew, from which latter very dangerous consequences could arise; besides, according to the tenor of those documents, the sailor Marten Axel, as one of those who had undergone such a savage punishment in an excessive manner, had died a few days thereafter. That, however much such conduct of that ship's captain warranted and indeed required that proper proceedings be formally instituted against him by the Fiscal's office for the termination of those matters, His Honour had nevertheless considered that the aforementioned ship 't Zeepaard would thereby have to be detained here for a considerable time, and had therefore thought it necessary to bring the same provisional information into consideration in this meeting, in order that regarding that matter

Dutch transcription

als secretaris van Com¬ den rang in dat Collegie onmiddelijk na den vice Praeses hebben. — „king, omtrend den secre„ Rönnenkamp by dat vervoegen mede sal plaats hebben. - aanstelling van den adsistent Bergh tot winkelier, in stelde van den ontslagene van Oudshoorn sullende opgem: horak, stelling, met betrecking tot gem: Horak„ „missarissen, voortaan desselfs zitting bij 't voorsz. Collegie van Commissarissen voortaan sal wesen onmiddelyk na den Vice-praeses. — Vervolgens ter deeser geleegentheid taris der welskamer in consideratie genomen weesende, dat Collegie even en insel den onderCoopman en Secretaris van 't Collegie van Weesmeesteren Tobias Christiaan Rönnenkamp, reeds lan„ ge voor 't aanvaarden dier bedienin¬ „ge, differente malen Sessie in't ged„e Collegie gehad, en denselven daar en boven ook een reeks van Jaaren in den raad van Justitie als Lid heeft gefungeerd, is dierhalven so hierom, als ook uyt aanmerkinge zyner langjaarige dienste, aan d' E. Comp„e beweesen, hem betreffende, dog sonder gevolg voor't toekomende, goedgedagt. en mitsdien beslooten, dat voorn: Ronnenkamp voort¬ aan in de by Weesmeesteren gehou¬ den werdende Vergaderingen, insgelyx direct op den vice praeses zitting Daarna wierd door den heere en rade te verstaan gegeeven, dat En is nog, op gedaan versoek van den OnderCoopman en Winkelier Barend Hendrik van Reede van Oudshoorn, desselfs demissie uyt den dienst der E. Comp. e g'accordeerd, ten eynde in't begin des aanstaanden Jaars, behoudens qualiteyt en gagie, van hier te repatrieeren, in wiens plaatse wederom als Winkelier, met de qualiteyt van Boekhouder onder verhoging van gagie a ƒ 30. p. s maand, en de rang van ondercoopman is aangesteld, den tex politicque Se„ „cretarije dienst doenden Assistent Egbertus Bergh. hebben en behouden sal, en so mede dat denselven, by alle de verrigtene Commissien, zyn rang steeds dien overeenkomstig genietende, de func„ tie alsdan gelik bevorens als Se¬ cretaris sal hebben te praesteeren— hebben aan en welke rang schik„ e ten en beschuldigingen schip 't Zeepaard hen„ „drik Swart. — zakelyk komt te be= „staan. — voorgekomene klag aan zijn Edele voorgekomen zynde, eeni„ tegens den Capit:n op 't ge klagten over 't gedrag en de handel„ wyse van den op 't in Baay Tals g'ankerd leggend schip 't Zeepaard beschijdenen Capitn Hendrik Swart, met betrecking van't scheeps volk, waaromtrent een tydig en volleedig Ondersoek, door de ziekte en 't daarop gevolgd overlijden van den heer In¬ „dependent Fiscaal Serrurier, was verhinderd geworden, vervolgens egter door den Pro interim fiscaal Gabriel Beter aan zyn Edele waren ter hand gesteld, diversse gerecol. „leerde en beedigde stucken, uyt dewelke kwam te blijken, dat de manier van straffen, die gem: Capitn Swart, by differente gelee¬ „gentheeden, op de reyse herwaards had geoeffend, so zeer aanliep tee¬ „gens d' Order, door de hoog Gebieden„ de Heeren Meesteren, omtrent het straffen aan boord van 's Comp„s bo= waarin deselve hoofd „dems g'Emnaneerd, als dat deselve strekte, om d' uijtterste Klijnmoe„ „digheijd of weerbarstigheid onder 't ge„ „meene volk te verwekken, door welk laa„ „ste seer dangereuse gevolgen konden ontstaan, behalven dan ook na den teneur dier stucken, den mattroos Marten Axel, als eene der geene die sulk een woeste afstraffing op eene uytsporige wyse had onder„ „gaan, wynige dagen daaraan was komen t'overlijden. — dat hoe zeer ook een sodanig gedrag van dien scheeps Capitn kwam te meriteeren, en wel vereyschte, dat tegens denselven door 't officii Fiscaal op eene formeele wijse de behoorlijke Procedures tot termina¬ „tie dier zaaken wierden g'Entameerd, zijn Edele egter hadde geconsidereerd, dat daardoor het voorm. schip 't Bel„ paard nog eenen geruymen tyd al„ „hier soude dienen te werden aangehou„ „den, en dierhalven gemeend had de„ „selve provisioneele Informatien ter deeser vergadering in overweeging te moeten brengen, ten eynde omtrent digheid die

NL-HaNA_1.04.02_4317_0222 view scan ↗

English

The said Captain Swart will, for the reasons stated alongside, be placed upon the ship de Paarl, together with all the documents concerning that matter being sent to Batavia. Decision to take into service some cadets for the artillery and engineers, as well as for the militia here, whose pay, for the reasons mentioned alongside, has been fixed at 20 florins per month. and the command of the Zeepaard to be transferred to the Master of the ship Huys te Spyk, Christiaan Stuur. that this matter might be disposed of in such a manner as the interests of the Company might demand. His Honour also added thereto what had been declared in writing by the Junior Merchant Iddekinge, stationed on the said vessel, and the Surveyor I. G. I. van Hasselt, regarding the said matter and the conduct in general maintained on board by the aforementioned Captain Swart, serving as further corroboration of the aforesaid documents. All of which documents having been attentively examined and the matter maturely considered by the Members, it was deemed best, in the greatest service of the Honourable Company, in order to prevent everything that might result on the further voyage from such arbitrary, punishable conduct of the often-mentioned Captain, which is contrary to good order, and it was consequently resolved to transfer the said Captain Hendrik Swart from the aforesaid vessel, the Zeepaard, to the ship de Paarl, also present in the bay, in order nevertheless to sail over to Batavia on her as a passenger out of service, and to have his command on the first-mentioned vessel filled by the Captain-Lieutenant and Commander of the Huys te Spyk, Christiaan Stuur, he being known as a capable and experienced naval officer, to whom the aforesaid vessel, along with its appurtenances, will then also be handed over by expressly appointed commissioners in accordance with the orders of the Honourable Company. And the documents submitted by the Fiscal pro interim, together with the written declarations of the Junior Merchant and the Surveyor, shall be sent to the Right Honourable the Lords of the Supreme Government of the Indies at Batavia in original via the Paarl, as well as in copy with the frequently mentioned vessel the Zeepaard. Furthermore, it was communicated to the Assembly by the Governor that by their Right Honourable the Lords Masters in the Fatherland, dated 3 May of the past year 1784, a resolution had been taken, among other things, upon the following point, namely: that it had repeatedly appeared there was a lack in the Indies of members properly experienced in the work of the Engineers; that a similar and possibly even greater lack existed there regarding artillery affairs, and that experience showed how difficult it was to provide for these deficiencies when the personnel for the Engineers and the Artillery had to be sent directly from Europe; that with regard to the aforesaid point it would be better fulfilled if arrangements were made at the Cape to gradually have some persons obtain the necessary instruction in the required sciences under the direction of the Director of Fortifications and Chief of the Artillery, Gilquin, and further to train them for the work of the Engineers and Artillery, in order to be employed in the Indies; that it had further been deemed fit in that regard to instruct him, the Governor, by the aforesaid resolution, having arrived here at the Cape of Good Hope, to investigate and consider what arrangement ought to be made there to achieve the objective of the said Assembly in this matter, and to serve them with advice in that regard. That he, the Governor, in order to comply with the aforesaid highly respected order and salutary objective in this matter, immediately after His Honour's arrival here, spoke about the same point with the Director of Fortifications, Gilquin, and conferred with him on a design or plan, whereby, in the view of His Honour and the said Director Gilquin, the pleasure of the said Lords Masters could best be met, so that they would then have the honour of submitting that plan to them as soon as possible. That His Honour having likewise communicated the aforesaid resolution of the said Assembly to the head of the militia of this government, Colonel Gordon, and having gathered his thoughts in that regard, deemed it necessary, in order to lay a provisional foundation for the aforesaid plan, to propose to this Assembly whether the Council might not deem it fit—since among the national troops of the Honourable Company at this place there was at present no basis to train and educate young men of good family in the first principles of military service—to pass a resolution to engage into the service of the Honourable Company, whenever an opportunity should present itself, two to three Cadets per company in the Corps of the aforesaid Colonel Gordon over and above the fixed number of men of the same, and provisionally a total of four to six Cadets in the Artillery Corps. But since it would be impossible for them to find a decent livelihood from the pay of a private soldier, and also to be able to fulfill the objective mentioned above, he, the Governor, also proposed to fix the pay of the said Cadets at 20 guilders per month. That considering one could certainly expect to find among those young men some who will make a request to be trained for the service of the Artillery and Engineers, this arrangement would thus provide a nursery for the purpose, in order to be all the better able to fulfill the above-mentioned objective of their Right Honours.

Dutch transcription

sullende ged. e Cap. n swart om de redenen als be„ zijden gemeld, op 't schip de Paarl geplaast. mitsg. s alle de stuk„ „ken, tot die zaak be„ „tavia werden gesonden besluyt om eenige Ca„ „dets by de arthillerie genie en't commando op 't Zeepaard aan den Ge„ 't huijs te spijk, Chris„ „gen. die zaak mogte werden gedisponeerd op sodanige wyse, als de belangen der maatschappij kwamen te vorderen: Terwyl zyn Edele nog daarby voegde 't geen betreffende de gem: zaak, en het over 't algemeen binnen boords gehouden gedrag van den meergeu„ „teerden Capit:n Swart, als tot nadere corroboratie van de voorsz. stukken door den op 't selve schip beschydenen Ondercoopman Iddekinge, en Land„ „meeter I. G. I. van Hasselt schrif„ „telyk gedeclareerd geworden was: alle welke stucken by de Leeden met aan„ ƒ overwoogen zynde, heeft men tot ver„ „hoeding van al 't geene uyt sulk een willekeurig met de goede ordre strijdend en strafwaardig gedrag van meerm: Capitn op de verdere reyse soude kunnen resulteeren, ten meesten dienste der E. Comp. best ge„ „oordeeld, en dienvolgens moeten be„ t sluijten, denselven Capitn Hendk Swart van voorsz. bodem 't Zeepaard „dagt aangesien, en de zaak rijpelyk treckelyk, naar Ba„ leggende stucken, nevens de schriftelij„ Nog is door den heere Gouver¬ neur aan de Vergaderinge gecommu„ te verplaatsen op 't mede in baay f als aanweesend schip de Paarl, om egter „zag hebber van't schip buijten dienst daarmede naar Batavia tiaan stuur opgema over te vaaren, en desselfs Commando op 't eerstgem: schip te doen vervullen door den Capitn. Lieutt. en Gezaghebber van't Huys te Spyk Christiaan stuur, als voor een bekwaame en ervaren Zee Officier bekend zynde, aan denwelken dan ook voorsz. kiel met desselfs aanhoren na d'order der E. Comp„e door expresse Gecommit„ „teerdens sal werden overgegeven: En sullen de by den Pro Interim Fiscaal „ke Declaratoiren van den ondercoopman en Landmeeter in Originali, p r de Paarl, mitsg. s copieelyk met dikwerf gem: bo= dem 't Zelpaard, aan haar Wel Edele Groot Agtb: de Heeren der hooge In¬ „diasche regeering tot Batavia wer„ „den overgezonden. — te nueerd en „niceerd, dat by haar Edele Hoog Agtb: de heeren majores in't Patria, in dato 3e may des gepasseerden Jaars 1784: onder anderen op 't navolgende poinct, resolutie was genomen, namentlyk: dat te meermalen gebleeken was, het gebrek dat men in Indien had, aan Leeden in't werk van de Genie behoorlik ervaaren: — dat een gelyk en mogelyk nog gro„ „ter gebrek aldaar plaats had, omtrent het arthillerie-weesen, en dat d'on¬ „dervinding toonde, moeijelyk 't was in die gebreeken te voorzien, wan„ „neer de lieden voor de Genie en Ar„ „chillerie direct uyt Europa moesten gesonden worden:— dat omtrent het voorsz. poinct beeter soude werden voldaan, wan„ „neer aan de Caab schikkingen ge¬ „maakt wierden, om successive eenige lieden in de vereyschte wee¬ „tenschappen onder de directie van den Directeur der Fortificatien en Chef der arthillerie Gilquin het nodig on„ „derwys te doen erlangen, en deselve voorts tot het werk der Genie en arthillerie aan te brengen, om in de Indien te kunnen werden g'emploijeerd:— dat al verder ten dien opsigte goedge„ „vonden was, hem heere Gouverneur by voorsz. resolutie te gelasten, om alhier aan de Caab de goede hoop g'arriveerd zynde, na te gaan en t' overweegen, welke schikking aldaar soude behore„ te werden gemaakt, ter bereyking van't oogmerk der welgem: Vergaderinge in deesen en hoogst deselve daarom„ „trend te dienen van advis. — dat hy Heere Gouverneur, om aan 't voorsz. hoog gerespecteerd bevel en heylzaam oogmerk ten deesen te vol= doen, dadelyk na zyn Edeles aankomst alhier, omtrend 't selve poinct met den Directeur der Fortificatien Gil„ „quin, gesproken en met denselven overleg had gemaakt, tot een ontwerp of plan, waardoor na 't inzien van zyn Edele en gesegde Directeur Gil¬ der quin mitsg. s by de militie alhier in dienst te neemen. - welkers soldijen om de nevensgem: redenen op ƒ 20:— 's maands is bepaald geworden „quin best aan 't goedvinden van wel„ „gem: onse heeren meesteren soude kunnen werden voldaan, zo als zy dan d'Eer souden hebben dat plan zo dra mogelyk aan hoogst deselve over te leggen. — dat zyn Edele het voorsz: geresol¬ veerde van hoogst ged=e Vergadering insgelyx aan 't hoofd der militie deses gouvernements de heer Collonel Gordon, gecommuniceerd en zyne gedagten daaromtrend ingenomen hebbende vermeijnde om provisioneel een grondslag tot het voorsz. plan te leggen, aan deese Vergadering te moe¬ „ten voordragen, om doordien 'er by de nationale Troupes van d' E. Comp:e hier ter plaatse, thans geen voet was om jonge lieden van goeden huyse tot d' eerste principes van den militairen dienst op te leyden en aan te kweeken, of den raad niet soude kunnen goedvinden, een besluyt te neemen, om so wel by het Corps van den voorsz. Collonel Gordon bo¬ „ven het gefixeerd getal van manschap„ „pen, van't selve Twee a drie Cadets p. r Comp:e, en bij 't Corps arthillarie pro„ „visioneel in't geheel Vier a ses Cadets, wanneer zig daartoe gelegendheyd sou„ „de voordoen in den dienst der E. Comp„e te doen engageeren: dog dewyl het onmogelyk zoude weesen dat desel„ „ve uit de soldije van den soldaat en ook om aan 't hier voren gemeld oogmerk te kunnen voldoen, een or„ „dentelyke bestaan konden vinden, hy heere Gouverneur dan ook kwam voor te slaan, om de soldije van ge„ „segde Cadets op 20 guldens p. maanden te bepalen: — Dat gemerkt men seeker verwag: „ten konde, onder die jonge lieden te sullen aantreffen eenige, die, om tot den dienst der Arthillerie en Genie te mogen werden opgeleid, ver„ „soek doen sullen deese schikking dus ven„ daartoe een pepiniere opleeveren soude om aan 't bovengem: oogmerk van haar Edele Hoog Agtb: des te beeter te kunt ven „ nen en

NL-HaNA_1.04.02_4317_0225 view scan ↗

English

To post notices regarding the upcoming lease auction. Granted permission to the surveyor Van Hasselt to remain here for some time. could fulfill, so that not only capable officers for both the aforementioned military sciences, but also, through the instruction that ought to be given to all of them, very capable officers for the infantry would thereby be obtained for the Company's service. Whereupon, having taken into consideration alongside all that has been said, on the one hand, the necessity of awakening a proper emulation among the officers, and on the other hand, that such a number of cadets in the cited departments would in future eliminate the circumstance in which one has otherwise found oneself, of being limited to non-commissioned officers when appointing officers, it is therefore resolved to appoint the proposed number of cadets, in the manner stated alongside, at the first occurring opportunities, and to train these same young people in the military sciences for the formation of capable subjects. Furthermore, upon his request, permission was granted to the surveyor Jacob Gerard Johan van Hasselt, who arrived on the ship 't Zeepaard, to remain here for some time due to indisposition, with suspension of salary. And whereas the usual time for the leasing of the public revenues and incomes of this Government is approaching, it is therefore agreed to allow this to take place again toward the end of the coming month of August, under such alterations of the conditions with respect to some of those leases as will be determined in more detail; and to that end to post the notices as usual. Discharge of the cavalry captain of the Swellendam militia Esaias Meijer. While lastly, regarding the request made by petition by the cavalry captain of the Swellendam militia Esdias Meijer, for the reasons presented in the said petition, it is agreed to discharge the said Meijer from his function as cavalry captain. Below was written: Thus resolved and decreed in the Castle of Good Hope on the day and year aforesaid. Was signed: C. J. Van de Graaff, P. Hacker, R. J. Gordon, A. V. Schoor, J. J. Le Sueur, O. G. De Wet, member and secretary. Report of the Equipage Master and Postholder in False Bay concerning what occurred during the handover of the command on the ship 't Zeepaard. Monday, 18 July 1785. All present, except the honorable Oloff Marthini Bergh, due to indisposition. The Governor made known to the meeting that his Honor, having commissioned the Equipage Master Justinus van Gennep and the Postholder in False Bay Christoffel Brandt, in accordance with the Council's resolution of the last session and pursuant to the orders of the Honorable Company, to hand over the vessel 't Zeepaard with its appurtenances and dependencies to Commander Christiaan Stuur, and to transfer the captain of that vessel, Hendrik Swart, to the ship De Paarl in order to sail on it to Batavia out of service, the following written report had been received from the said commissioners in that regard: To the Right Honorable Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of the Cape of Good Hope and its dependencies, etc., etc., etc. Right Honorable Sir! It has pleased Your Right Honorable, by a written commission dated the 15th of this current month of July, to commission and instruct the undersigned Captain at Sea and Equipage Master of this government, Justinus van Gennep, and the Junior Merchant and Postholder in False Bay, Christoffel Brand; whereas, upon the complaints and grievances received regarding the conduct and behavior of Captain at Sea Hendrik Swart, appointed to the outbound ship 't Zeepaard currently lying anchored here in False Bay, and in order to prevent all feared disasters and disorders on that vessel, it had to be decided in the Political Council to transfer the said Captain Swart to the outbound ship De Paarl, also present, to sail on it to Batavia, out of service and command, and meanwhile to confer the command on the aforementioned ship 't Zeepaard again upon the Captain-Lieutenant and present Commander on the ship 't Huys te Spik, Christiaan Stuur; The undersigned, therefore, according to the orders of the Honorable Company, were to hand over to the aforementioned Commander Stuur the aforementioned ship 't Zeepaard with its cargo, cash, equipment goods, provisions, and whatever else pertains thereto, as all of it stood under the responsibility of the aforementioned Captain Swart; While the same Captain Swart was explicitly ordered by Your Right Honorable by that same commission, in accordance with that resolution, to betake himself on board the aforementioned ship De Paarl, in order to depart therewith, as the said resolution dictates, to Batavia out of service. The undersigned, therefore, in dutiful compliance with this esteemed order of Your Right Honorable, having caused the aforementioned Captain Swart to come ashore on the 16th of this month, disclosed to him the contents of the aforesaid commission and read it to him, with notification

Dutch transcription

wegens d' aanstaande Verpagting billietten te doen offigeeren. — verleende Permissie aan den Landmeeter van Hasselt, om eenigen tyd hier te mogen overblijven— „nen voldoen, ten eynde niet alleen be¬ „kwame Officieren voor beide de meer„ „gem: krygskundige Weetenschappen, maar daar het onderwys, dat aan alle deese zoude behooren te werden gegee¬ „ven, daaruyt ook seer bekwame Offi„ „cieren by de Infanterie voor 's Comp=s dienst bekomen werden soude. — ƒ Waarop nevens al 't gesegde in overweeging genomen zynde, aan de eene kant, de noodsakelykheid, om eene behoorlyke Emulatie onder de Officieren te verwekken, en aan de andere zijde, dat een sodanig getal Cadets by de aangehaalde departemen¬ „ten in't vervolg soude ontruymen de omstandigheyd, waarin men andersints heeft geverseerd, om in't benoemen van officieren zig tot de onder Officieren te bepalen, is dierhalven goedgevonden het geproponeerde getal Cadets, in diervoegen als daar nevens is gesegd, by eerst voorkomende geleegendheeden aan te stellen, en deselve jonge Lieden Terwyl laastelyk op 't deswegens by request gedaan versoek, door den kit„ Zynde wyders aan den met 't schip 't Zeepaard uytgekomenen Landmeeser Jacob Gerard Johan van Hasselt op desselfs versoek, permissie verleend, om, mits indispositie, met stilstand van gagie, eenigen tyd hier te mogen verblyven. En nadien den gewoonen tyd der Ver„ „pagting van 's Lands gemeene middelen en Inkomsten deses Gouvernements komt aan te naderen, is dierhalven ver¬ „staan, sulx onder ultimo der aanstaan„ „de maand Augustus wederom te laten geschieden, onder sodanige veranderin¬ „gen der Conditien, ten opzigte van zom„ „mige dier verpagtingen, als nader staan te werden bepaald; en ten dien eynde naar gewoonte de Billietten t'offigeeren, in de militaire Weetenschappen op te leyden tot het formeeren van bekwame subjecten. — in meester meester bij de swollene Esaias Meijer berigt van den Equipa „der in de Baay Tals, „lene bij d' overgave van 't commando op 't schip 't Zeepaard. ontslag van den rit„meester by de Swellendamse Land-militie damse Landmilitie Esdias Meijer, om de redenen bij 't selve request voorgesteld, is verstaan, gem. Meijer van desselfs funitie als rit¬ „meester t' ontslaan. — /:onder stond:/ Aldus Geresolveerd ende G'ar¬ „resteerd in't Casteel de Goede Hoop ten dage en Iaare voorsz: /:was geteek:d/ C. I. Van de Graaff, P. Hacker, R. I. Gordon, A. V. Schoor, I. I. Lesneur, O. G. De Wet r. . en secret.s — Maandag den 18 July 1785 alle praesent, behalven d' E. Oloff Marthini Bergh, door indispositi Wierd door den Heere Gouverneur aan de giemeester en Posthou vergaderinge te kennen gegeven, dat betreffende 't voorgeval zyn Edele den Equipagie meester Iusti„ nus van Gennep en den Posthouder in baay fals Christoffel Brandt gecommitteerd hebbende, om, ingevol Het heeft uwe Wel Edele Gestr: be„ „haagd, by eene schriftelyke Commissie de dato 15:e deser lopende maand July, d' ondergeteek=de Capitain ter Zee en Equi„ Wel Edele Gestr: Heer! Aan den Wel Edelen Gestr: heer Cornelis Jacob van de Graaff, Gouverneur en Directeur van Cabo de Goede hoop en den resorte van dien &a &a. &a. „ge het Raadsbesluyt ter laasten Cessie, overeenkomstig d' ordre der E. Comp. e, den bodem 't Zeepaard, met dies ap= en de¬ „pendentie, aan den Gezaghebber Chris„ „tiaan Stuur over te geven, en den Ca„ pitn van dien bodem Hendrik Swart op 't schip de Paarl te doen overgaan, ten eynde daar mede, buyten den dienst na Batavia over te vaaren, van desel„ „ve Gecommitteerdens, dien aangaande, was ingekomen het volgend schrif¬ „telik rapport: oagie „pagie meester deses gouvernements Jus¬ tinus van Gennep, en den ondercoopman en Posthouder in de Baay Tals Chris¬ „toffel Brand, te Committeeren en te ge= „lasten; nadien op d' ingekomene klag„ „ten en beswaarnissen over 't gedrag en de handelwyse van den op 't thans hier in de Baay Tals g'ankerd leggend uyt„ komend schip 't Zeepaard beschyden Capitn ter Zee Hendrik Swart, en tot voorkoming van alle gevreesde on¬ heilen en disordres op dien bodem in politicque Vergadering hadde moeten werden beslooten, denselven Capit:n Swart te verplaatsen, op 't mede aan¬ „weesend uytkomend schip de Paarl, om met 't selve, buyten dienst en Com¬ mando, naar Batavia over te varen, en 't Commando op 't meerm. schip 't Zeepaard intusschen wederom op te dragen aan den Capitin Lieut. en praesenten Tezaghebber op't schip 't Huys te Spik, Christiaan Stuur¬ d'ondergeteek. e. dierhalven; volgens d'Ordre der E. Compe aan evengemel¬ de Gezaghebber Stuur zouden hebben overtegeven, 't voorm: Schip 't Zeepaard met dies inlading, Contanten, Equi¬ „pagie goederen, victualien, en wat dies meer zy, zodanig als 't een en ander heeft gestaan, ter verantwoor„ „ding van meerm: Capit:n Swart: Terwyl denselven Capitn Swart door uwe WelEdele Gestr: by die zelfde Commissie uytdruckelyk is gelast geworden, om, ingevol„ r „ge dat besluyt, zig te begeeven aan boord van't meerm: schip de Paarl, omme daarmede, so als 't selve besluyt dicteerd, buyten dienst na Batavia te vertrecken. — d'ondergeteek: e dierhalven, in pligtschuldige opvolginge deeser uwer WelEdele Gestr: g'Eerde Ordre, den hiervoren gem: Capit:n Swart, op den 16 deeser aan land hebbende doen komen, is aan denselven open gelegd, den inhou¬ „de der voorsz. Commissie, en gegel„ 2 ven Lecture daarvan, met aan¬ de zegging

NL-HaNA_1.04.02_4317_0228 view scan ↗

English

notification, that since the order contained therein was to be executed the following day, and pursuant to which the command of the Zeepaard was to be conferred upon the Commander Christiaan Stuur, he, Captain Swart, could therefore keep himself retired for that time, which however was answered by him with nothing to say, but that he, despite this, would be present at the execution of the said commission; that the undersigned, having thereupon gone on board the ship 't Zeepaard the following day, read the commission both to the officers and the entire crew of that vessel, and at the same time communicated that the undersigned had come on board expressly in order, pursuant to the contents of the commission, to hand over the command to the Commander Christiaan Stuur, who was also already present there, and to introduce the same as such, with earnest recommendation, in the name and on behalf of Your Right Honourable Sirs, to acknowledge, respect, and obey the said Commander Stuur in the command entrusted to him; that Captain Hendrik Swart, who had kept himself retired until that time, nevertheless then stepped forward contrary to the announcement so clearly made to him, and essentially called out to the men: Men, have I ever mistreated you, and have I not given you everything that is due to you? And do you further have anything to say against me! Which questions were answered by the crew with a confused shout: No. In addition to which it was further called out by the other deck officers (among whom principally the boatswain and boatswain's mate) and the common crew: We will not sail without our captain. Then, to get away from this confused shouting and screaming, the undersigned went into the captain's cabin, and having summoned there to them the captain lieutenant, the first lieutenant, together with the two sub-lieutenants of the ship 't Zeepaard, put to those officers and firmly asked whether they were inclined and prepared to acknowledge the Commander Christiaan Stuur, who was now placed in command of the ship, therein and to show him the due respect; to which it was answered by the said officers: that they would and must comply with the orders of the Honourable Governor and Council, though with regret; that the undersigned, having thereupon also summoned to them the principal petty officers, among whom especially the boatswain, boatswain's mate, gunner, and gunner's mate, and having put to them the same question, whether they were inclined and prepared to obey the orders of the Commander Stuur placed in command, this was answered by the said petty officers with no, and they requested to be permitted to leave the ship along with their captain; that subsequently there was handed to the undersigned by the boatswain a paper, signed first by himself, and subsequently by all the other petty officers and some of the common crew, adding that from that paper could be seen the intention of the ship's crew; which writing the undersigned have the honour to present to Your Right Honourable Sirs herewith; that after all this had ended, the lieutenant of the ship 't Zeepaard, Paulus van den Bogaard, approached the undersigned with a rather brusque demeanor, which however seemed to arise from a slight drunkenness; asking whether the captain lieutenant of the ship was not deemed capable enough to hold the command of the ship in place of the Commander Stuur placed therein, as being lower in rank; with the further addition that he, Lieutenant van den Bogaard, could not remain an officer, since no consideration was given to the declarations that he, as well as the other officers of the ship, had given at the requisition and in favour of the captain, and that they must therefore certainly be regarded as perjurers; over and above several other expressions, the exact contents of which have already slipped the undersigned's memory, and would also be too tedious to be set down in full herein. The undersigned, thus hoping to have complied with Your Right Honourable Sirs' esteemed orders, let this serve as a humble report. (Below stood:) False Bay, the 26th of July 1785. (Was signed:) J. V. Jennep, C Brand. (Lower:) Agrees (and signed) I. M. Horak, First Sworn Clerk. Besides which, each report was accompanied by the declaration mentioned therein of the ship's crew, being signed by the boatswain, the boatswain's mate, most of the other petty officers, and some commoners, together to the number of 49 persons (though for the greatest part with a cross mark), and of the following content: We the undersigned, serving on the Honourable East India Company's ship 't Zeepaard, under the command of Captain at Sea Hendrik Swart, declare hereby that the aforesaid Captain has faithfully attended to his duties in everything, both by day and by night, and in everything has acted to the honourable maintenance

Dutch transcription

„zegging, dat nadien d'Ordre daarinne vervat daags daaraan stond te werden g'Executeerd, en ingevolge van dien 't Commando van't Belpaard aan den Ge¬ „zaghebber Christiaan Stuur opge„ „dragen, hy Capit:n Swart zig dierhal„ „ven voor die tyd soude kunnen gereti„ „reerd houden, dog 't welk door hem wierd beantwoord niet te zeggen, dat hy des ongeagt by 't uytvoeren der gede Commissie zoude praesent zyn: — dat d'ondergeteek. hier op zig des anderen daags naar boord van 't schip 't Zeepaard hebbende begeeven, de Commissie, zo aan d' Officiers als de geheele Equipagie van dien bodem hebben voorgeleesen, en teffens daar¬ by gecommuniceerd, dat d'onderge¬ teek . expres aan boord waren geko¬ „men, ten einde, ingevolge den inhou„ de der Commissie, 't Commando aan den mede aldaar reeds praesent zyn, „de Gezaghebber Christiaan Stuur„ overtegeven, en denselven als soda¬ „nig voor te stellen, met ernstige recommendatie, uit naam ende van wegens uwe WelEdele gestr: ged. e Gezaghebber stuur in 't hem opgedra¬ „gen Commanda t' erkennen, respectee¬ „ren ende te gehoorsamen: — dat den Capitn Hend:k Swart die zig tot dies lange hebbende gere„ „tireerd gehouden, egter als toen tegens de hem zo duydelyk gedane aankondiging te voorschijn gekomen zijnde, 't volk substantieelyk heeft toegeroepen: Mannen heb ik ul: ooyt mishandelt e heb ik ul: niet alles gegeven, dat ul: toekomt. En weet gylieden ook verders iets op my te zeggen ! welke vragen met een verward geroep door 't volk wierd g'antwoord: neen. – boven 't welke nog door de verdere deks officieren /: waaronder principaal den Bootsman en Schieman:/ en't gemeene volke wierd uytgeroepen: wy willen niet varen, sonder onsen Capitin. dan om uyt dit verward geroep en geschreeuw te geraken, d'ondergeteek. d recomendatie zig zig in de Capitains camer begeeven en aldaar by hun hebbende ontbo¬ den den Capitn Lieutt, den Eersten Lieutt. , benevens de Twee sousLieur van't schip 't Zeepaard, aan die offi¬ „cieren hebben voorgehouden en stellig afgevraagd, of zyl: genegen en bereid waren, den Gezaghebber Christiaan Stuur, die thans in Commando op 't schip was gesteld daarin t'erkennen, en denselven 't verschuldigt respect te bewijsen, op 't welke, door ged. e Officieren wierd geantwoord: d'ordres van den Edelen heer Gouverneur en raad te sullen en ook te moeten naarkomen, schoon met leedweesen: — dat d'ondergeteek. hierop de voor„ „naamste onder deks officieren waaronder bijsonder den Boots„ „man, Schieman, Constapel en Bootsmansmaat mede by sig hebbende ontboden, en aan hunl: deselfde vrage, of geneegen en bereid waren, d'Ordres van den in Commando gestelden Gezaghebber stuur t'obedieeren, voorgesteld zyn¬ „de, sulx door ged. e onder Officieren met neen was beantwoord ge„ worden, en verzogt, nevens hun¬ nen Capitain, van 't schip te mo¬ „gen afgaan:— dat vervolgens door den bootsman aan d' ondergeteek:t wierd ter hand ge„ steld, een papier, door hem selven eerst, en vervolgens door alle de an¬ „dere OnderOfficieren en eenig van 't gemeen volk, geteekend, met bijvol„ „ging, dat uijt dat papier konde werden gesien, d' Intentie van't scheepsvolk; welk geschrift de ondergeteek. s d' Eere hebben uwe WelEdele Gestr: nevens deesen aan te bieden. — dat, na dat dit alles was afge„ loopen, den Lieutt van't schip 't Zee¬ paard, Paulus van den Bogaard zig by d' ondergeteek. heeft ver= „voegd, met eene vrij brusque hou„ ding, 't geen egter scheen uyt een in wynig klaring van eenige van dat schip wynig dronkenschap voort te komen; vragende, of den Capitn Lieut. van't schip niet voor bekwaam genoeg wierde g'oordeelt, om 't Commando van't schip, in plaatse van den daar„ in gestelden Gezaghebber Stuur, als minder in rang zynde, te voeren: met verdere bijvoeging, dat hy Lieut. van den Bogaard geen officier kon¬ „de blyven, vermits geene reflexien wierden geslagen, op de verklaringen die hy, so wel als d'andere officieren van't schip, ter requisitie en ten voor„ „deele van den Capit:n hadden gegeeven, en dat zijl: dus seeker moesten wer„ „den aangemerkt, als meinbedigers boven en behalven meer andere ex¬ pressien, welkers woordelyxe in„ houd d' Ondergeteeke. reeds uijt ge¬ heugen zyn gegaan, en ook te langwijlig zouden zyn, omme alle in deesen te werden ter neder ge„ steld D'ondergeteek dus verhoo„ pende aan uwer WelEdele Gestr: g'Eerde beveelen te hebben voldaan laten deesen dienen voor needrig rapport. — /:onderstond:/ Baay Fals den 26:e July 1785. /:was geteekend:/ J. V. Jennep, C Brand. /:lager:/ Accordeerd /: en geteek. d/ I. M. Horak E. g. Clercq. — beneevens een ver elk rapport verzeld was van de bij 't selve van't scheepsvolk vermelde Verklaring, zynde door den boots„ „man, den schieman, de meeste der verdere onderdeks Officieren en eenige gemeenen, t' samen ten getale van 49 persoonen, /:dog voor 't grootste gedeelte met een kruysmerk :/ geteekend, en van volgende inhoude:— Wy ondergeteek. t dienende op 't Edele Oost Indische Comp„s schip 't Zeepaard, onder Commando van den heer Capit.:n ter Zee Hendrik Swart — Verklaren by deesen, als dat den voorn: heer Capitn. zyn dienst in alles getrouw heeft waargenomen, so by dagen als nagten, en in alles heeft gehandelt tot g'eerde onderhoud - N G

NL-HaNA_1.04.02_4317_0231 view scan ↗

English

maintenance of good order and discipline, whereof all of us undersigned testify to be the pure truth, as we all have seen convincing proofs that the aforementioned Captain, next to God, has been a preserver of the ship and of all the souls that were upon it, and thus cannot say otherwise than that he has done his duty in every respect, as befits an honest Captain to do, for which all of us undersigned acknowledge Captain Hendrik Swart. Wherefore we all kindly request to undertake the upcoming voyage with Hendrik Swart, whom we all declare to be a faithful and skillful seaman, thus hoping our humble request will not be refused, since the Captain, along with the ship 't Zeepaard, was entrusted to us by the Noble Directors of the Noble East India Company to bring us to the place of their Honours' desire. And we undersigned are not minded to go along with the aforementioned ship without the command of Captain Hendrik Swart. Below stood: Thus done aboard the ship aforesaid, lying in False Bay, the 17th of July 1785. Was signed: Gerrit van Es, boatswain; Hendrik Goggel, boatswain's mate; and around it: the mark of Hendrik Coerier, gunner; Pieter Woedelok, steward; Jan Mewres, boatswain's mate; Boas Ulrich Mitenmeijer, cook; Johan Christoff Tansehou, sailmaker; the mark of Jan Pieterse, quartermaster; the mark of Schaap Engelbregt, quartermaster; Hendrik Scheffer, quartermaster; Jan Benjamin Rink, quartermaster; Jan van Bijleveld, provost; Jacobus Kuyper, gunner's mate; I. B. Pijken; the mark of Johannes Kappel, under-carpenter; the mark of Jan Hendrik Smit, ship's smith; Harmanus Sluijter, gunner's mate; I. P. de la Nicka, trumpeter. Sailors: Jan Philip Teken; the mark of Jan Wilbrand Heere; Gerrit van Veen; Jan Vermeulen; the mark of Jan Janssen; Claas Amans; Pieter Dusch; Roeloff Janssen; Michiel Roes; the mark of Michiel Wolff; Ian Swanstrom; the mark of Andries Janssen; Jonas Brodin; the mark of Nicolaas Andréessen; Frans van Alphen; the mark of Matthias Grandmust; Daniel Boehardt; Dirk Bulder; Johan Casper Drijer; Johannes Vinkhuijsen; Johan Luijttens; Otto Suries; Henricus Sik; the mark of Casper Hendrik Potteboom; the mark of Jan van Rossum; this above all of us of the seafaring crew testify. This we soldiers request: the mark of Willem de Haas, soldier; I. I. du Lavoije; Jacobus Bensemaker; Gerrit Gerritsen; Iacob Macker. Lower: Agrees, and signed: I. M. Horak, sworn clerk. As well as a letter from Captain Hendrik Swart. Right Honourable, Most Worshipful Governor, together with the Honourable Worshipful Council of the Cape of Good Hope. As was also submitted by His Honour a letter, addressed by the aforementioned Captain Swart to His Honour and this Council, reading: With great emotion and astonishment I have learned Your Worships' intention to remove me from the ship entrusted to me by the Noble and Worshipful Masters, while it is entirely unknown to me for what reason Your Worships please to consider how painful it is for a man to undergo such great scandal unheard. If I had been convicted of faults worthy of such treatment, I would comfort myself; but I have spent the time of forty days at the Cape awaiting judicial interrogation, yet such has not occurred. Now I see myself condemned without once appearing before a Council meeting and being able to convince my adversaries before the Honourable Worshipful Council. An honest man cherishes his honour; despite a long and faithful Company service, I fall into disgrace through whispering that is blindly believed, and thus condemned without a hearing. May Your Worships please realize how hard it falls upon a man of honour; I experience to my utmost sorrow how it falls upon an honest man to be brought to shame upon the accusation of an utterly unreasonable and, as has recently appeared, wicked person and his faction. Therefore I request from Your Worships a just and humane judgment. Below stood: I am overwhelmed with adversity, Your High Worships' willing servant. Was signed: Hk Swart. In the margin: In the ship 't Zeepaard, the 16th of July 1785. Lower: Agrees, signed: I. M. Horak, sworn clerk. From all which it appears that the conduct of that Captain particularly in this conflicts against the owed obedience to the orders of this Council. Each report, along with the accompanying declaration and the letter of the oft-mentioned Captain Swart, having been considered, the conduct of the same Swart was found to run completely contrary to the obedience which he owed to the established order of this government, and that, moreover, the calling upon the ship's crew to have his conduct justified, as it were, by the same, according to the tenor of the report, as well as causing a declaration to be signed by a part of the crew, were matters that

Dutch transcription

onderhoud van goede ordre en discipline„ waarvan wy alle ondergeteek. getuygd de zuyvere waarheyd te zyn, daar wy alle overtuygende blijken van hebben gesien, dat den voorm: heer Capitn nevens God, een behouder van't schip en van alle de Zielen, die daarop waren, geweest is, en dus niet an¬ „ders zeggen kunnen, of heeft in al„ len deele zijn pligt gedaan, zo als een braaff Capit:n toekomt te doen, waarvoor wy ondergeteek. t den heer Capitn. hendrik Swart alle voor erkennen. - Waaromme wy alle vriendelyk ver„ „zoeken, de toekomende rhijs met den heer hendk. Swart t aanvaarden welke wy alle verklaren een getrouw en kundig Zeeman is, dus hoope ons ootmoedig versoek niet te sul„ „len afslaan, vermits den Capit=n ons van d' Edele heeren Bewind= „hebberen der Edele Oost Indische Comp„e, benevens het schip 't Zeepaard, is aanvertrouwd, om ons te brengen ter plaatse haar Edele begeerte. En wy ondergeteek. . niet gesind zyn, om met 't voorm. schip, sonder Com¬ mando van den heer Capit:n hend. k swart mede te gaan. — /:onderstond:/ Aldus gedaan aan boord van't schip voorsz. , leg¬ gende in de Baay Fals, den 17e: Iuly 1785 — /:was geteekend:/ Gerrit van Cs, Bootsman, hendrik Goggel, schieman, t /: en daar omme:/ 't merk van hendrik Coerier Consta¬ „pel, Pieter Woedelok, bottelier Jan Mewres, bootsmansmaat, Boas ulrich Mitenmeijer, kok, Johan Christoff: Tansehou, Zeylemaker, (:'t merk van Jan Pieterse, quartier „meester, t /:'t merk van schaap Engelbregt, quartiermeester, hendrik Scheffer, quartiermeester, Jan Benjamin Rink, quartiermeester, Jan van Bijleveld, provoost, Jaco¬ „bus Kuyper, Constapelsmaat, I. B. Pijken, t, 't merk van Johannes Kappel, ondertimmerman, t 't merk ter van als mede een brief van den Capit:n hen„ „drik Swart. — van Jan hendrik Smit scheepssmit Harmanus Sluijter, Constapelsmaat, I. P. de la Nicka, trompetter. /: mattroosen:/ Jan Philip Teken, 't 't merk van Jan Wilbrand Heere, Gerrit van Veen, Jan Vermeulen, t 't merk van Jan Janssen, Claas Amans, Pieter Dusch, Roeloff Janssen, Michiel Roes, t 't merk van Michiel Wolff, Ian Swanstrom, t 't merk van Andries Janssen Jonas Brodin, t, 't merk van Nicolaas Andréessen, Frans van Alphen, + 't merk van matthias Grandmust, Daniel Boehardt, Dirk Bulder, Johan Casper Drijer, Johannes Vinkhuijsen, Johan Luijttens, Otto Suries, henricus Sik, t, het merk van Casper Hendrik Potte= boom, t 't merk van Jan van Ros¬ sum; dit bovenstaande getuigen wy alle van de Zeevarende. — dit versoeken wy militairen: t, 't merk van Willem de haas Met groot aandoening en ver¬ „wondering hebbe vernomen uwE. agtb: intentie, als sullende myn van myn door d'Edele Agtb: heeren meesteren aanvertrouwde schip ontzetten, daar myn geheel onbe„ „weest is, uyt wat oorzaak uwE. Agtb: gelieven te considereeren, hoe smertelyk het valt voor een mensch, om dies onverhoord so Wel Edele, Groot agtb: heer Gouverneur, mitsg. s d' Edele Agtb: raad van Cabo de goede hoop. Gelyk ook nog door zyn Edele wierd overgelegd, een Brief, door opgedagte Capitn Swart, aan zyn Edele en dee¬ „sen rade gerigt, luydende: militair, I. I. du Lavoije, Jacobus Bensemaker, Gerrit Gerritsen, Iacob Macker. — /:lager:/ Accor: „deert /:en geteek:d / I. M. Horak, E. g. Clercq. militair grote S dat 't gedrag van dien sen komt te strijden, tegens de verschul„ „digde gehoorzaam¬ deeses raads. grote schandaal t' ondergaan, indien ik overtuijgd was geworden van fou= „ten, diergelyke behandeling waardig, soude myn getroosten, maar hebbe den tyd van Veertig dagen aan Cabo toegebragt, in afwagting van geregt„ „lyke ondervraging, dog sulx is niet geschied, nu zie ik my veroordeeld, sonder eens voor een raad vergade„ „ring te verschijnen en te zijn in myn party te kunnen overtuygen voor den Ed. agtb: raad; een eerlyk man heeft zyn Eer lief, ik komen ondanks een langdurige getrouwe Comp:s dienst in schanden door oor„ blasing, welke blindlings werd gelooft, en also veroordeelt son¬ „der verhoor. uwE: agtb: gelieven eens te beseffen, hoe zwaar het valt, een man te Eere, ik onder „ven tot myn uytterste leedwesen, hoe sulx 't valt voor een eerlyk man tot schanden te worden, op de aanklagt van een ten uyt¬ „terste onreedelyk, en so onlangs gebleeken is, slegt mensch en desselfs aanhang, dierhalven versoeke van UWE: een regt= „matige en menschlievend beoordeeling. /:onder stond:/ Ik ben overhoopt van teegenspoed uWE: groot Agtb=ren bereidwillige Dienaar. — /:was geteekend:/ Hk Swart. /:in margine:/ in't schip 't Zeepaard den 16 July 1785. /:lager Accordeert /:geteekend:/ I. M. Horak E. g. Clercq. — uyt al 't welk blijkt:) elk rapport, nevens de versellende Capn bysonder in dee Verklaring en den Brieff van meergem: Capitn. Swart, overwogen zynde, is be„ heyd aan d' ordres, vonden 't gedrag van denselven Swart volkomen aanteloopen tegens de ge„ hoorzaamheid, die hy aan de gestelde ordre deeser regeeringe verschuldigd was, en dat bovendien 't toeroepen aan't scheepsvolk, om zyn gedrag, als 't ware door 't selve, te doen justificeeren, na den teneur van 't rapport, so wel als het doen teekenen eener Verklaring door een gedeelte der Equipagie, zaken wa¬ is ren

NL-HaNA_1.04.02_4317_0234 view scan ↗

English

as having attempted to seduce the ship's crew and forge an allegiance among them; furthermore, the aforementioned letter complained about the measures taken by this reduction, serving to redress good order and peace on the ship, which not only showed to what excesses he was inclined to lead the ship's crew, but also that thereby indeed a beginning of mutiny was instilled in the same, by not only—very presumably with the preparation of minds having preceded to that end—at the calling out during the execution of the Commission, whether they had anything to bring forward against him, Captain, etc., upon that inquiry, but also subsequently by causing the Declaration itself to be signed, putting as it were into the mouth of the ship's crew that they did not wish to sail along without the Command of him, Swart; and by which actions he, Swart, thus sought to forge an opposing faction among the crew; just as furthermore, as an effect of the passion to which he had surrendered himself, the aforementioned Letter addressed to this government, containing a brusque reproach as if he had already been condemned without being heard, is to be regarded as quite a brusque way of proceeding; whereas the measures taken and still standing show precisely the contrary: since on the one hand, in order to avoid a hasty trial of the same Swart due to the lack of many useful informations concerning the accusations brought against him, for the obtaining of which the Company's vessel would inevitably have had to be detained here for a considerable time; and on the other hand, in order to fear the consequences that one had to expect from the conduct of him, Swart, on a vessel where, as far as the information taken indicates, improper excesses in punishment had been committed, one had to transfer him to the ship De Paarl out of service, merely with the least prejudice to Justice, and to redress good order on the ship De Paarl, which however, without the least reduction of Justice, were intended to redress good order and peace on the ship. Wherefore it was resolved to take further measures, and according to the same, to keep Captain Swart on land under arrest until the departure of the ship De Paarl, and then to place him on the same; to place Van den Bogaard likewise on the ship 't Huys te Spijk; and to have the other signatories of the writing seriously punished for their conduct; as also to have the Boatswain, Boatswain's Mate, and the other first ringleaders transported in irons to that vessel. For which reasons it was deemed good, in order to prevent the further feared consequences that could arise from such deliberate conduct to the detriment of the Company, to write to and order the Postholder in False Bay to summon the aforesaid Captain Swart to him, and to keep him under close arrest under the Officer of the detachment of military personnel there, until the moment that the ship De Paarl prepares to depart, and then, under escort of the Officer, to have him transferred to that vessel: in order to cross over with it out of service, in accordance with the resolution of the 13th of this month; as also that he, the Postholder, subsequently shall have to requisition the Lieutenant on the said ship 't Zeepaard, Paulus van den Bogaard, likewise from on board to come to him, and, on account of his conduct displayed in the same case, have him transferred until further orders to 't Huys te Spijk, under similar arrest, in order thereby to cut off further harmful communication, both between him, the Lieutenant, as well as the Captain and the ship's crew; and also in addition to have the Boatswain Gerrit van Os, and the Boatswain's Mate Hendrik Goggel, as having been on the aforesaid occasion the heads, spokesmen, and first signatories of the Declaration, locked in irons and likewise transported to the aforesaid vessel 't Huys te Spijk; that the said Postholder alongside the Equipment Master shall subsequently proceed on board 't Zeepaard, and cause the signatories of the Declaration, framed in threatening terms, to come onto the deck, as well as to ask them whether they properly understood the contents of the said Declaration, in order that, in case there should be among them any who stubbornly persist in not wishing to sail with that ship without the Command of Captain Swart, to likewise have such persons transferred by the militia present in False Bay to 't Huys te Spijk until further disposition of that ship; but that upon the display of repentance, they all shall be seriously rebuked regarding that behavior, and exhorted to their duty in the presence of the Commander and the Steersman. And it was furthermore resolved regarding the Commander of the soldiers, Johan Jacob Willem Baksman, stationed on the above-mentioned ship 't Zeepaard, regarding how he conducted himself in the matter of the aforesaid Captain Swart; yet concerning him, the very same reasons that impede the termination here of what is charged against Captain Swart, to also let the Commander on the said ship 't Zeepaard cross over out of service. It was also approved to appoint two other persons in those capacities on 't Zeepaard in the place of the above-mentioned Boatswain Gerrit van Os and Boatswain's Mate Hendrik Goggel. Upon the incoming verbal report of the Captain-at-Sea and Equipment Master Justinus van Gennep, that, pursuant to the order issued on the 18th of this month to the Merchant: Saturday the 23rd of July 1785 all present, except the Hon. Oloff Marthini Bergh on account of indisposition. below stood: Thus resolved and decreed, in the Castle of Good Hope, on the day and year aforesaid. was signed: C. T. Van de Graaff, P. Hacker, R. T. Gordon, A. v. Schoor, I. I. Lesueur, O. G. de Wet, Member and Secretary.

Dutch transcription

als hebbende 't scheeps volk tragten te ver„ „voeren, en zig onder 't selve een aanhang te smeeden. — waar en boven den sel„ ren gem: brief zig op „ze beklaagde over de maatregulen by dee„ „ste verkorting der „kende tot redres der goede ordre en rust op 't schip „ren, die niet alleen aantoonden, tot welke buytensporigheeden denselven wel inclineerde 't scheepsvolk te vervoeren, maar dat ook daar door in der daad een beginsel van muti„ „natie aan 't selve was ingeboesemd door niet alleen /: zeer vermoedelyk met den ten dien eynde voorafgegan praeparatie der gemoederen :/ by 't uyt„ „roepen, onder de verrigting der Commis„ sie, of zil: iets tegens hem Capitn in te brengen hadden &a , op die afvrage maar ook vervolgens door 't doen tee„ kenen der Verklaring selve, even als in den mond van't scheepsvolk te leggen, dat zij niet wilden mede varen, sonder Commando van hem Swart: en door welk bedrijven hy swart dus eenen oppositen aan„ „hang onder 't volk had zoeken te smee den: so als ook nog nader voor een „ven by zyne hier van uytwerksel der passie, waaraan eene vrij brusque wij hy zig overgegeven had, te houden sen rade genomen — is, de bovengem: aan deese regeering gerigte Brieff, behelsende een brusg verwijt, als of men hem, sonder verhoord te worden, reeds veroordeelt had; daar even wel de genomene en nog stand houdende maatregulen juist 't tee= „gendeel aantoonen: also men aan d' eene zyde om eene overhaaste te regt¬ „stellinge van denselven Swart t'evi¬ „teeren, door manquement van veele dienstige Informatien, ten belange der tegens hem ingebragte beschuldigingen tot welkers inwinning onvermijdelijk 's Comp:s bodem nog eenen geruijmen tyd alhier zoude hebben moeten wer¬ den aangehouden; en aan den ande¬ die egter sonder de min„„ ren kant, om de gevolgen, die men Justitie zyn strek uyt 't gedrag van hem Swart te vreesen had, op eenen bodem, al„ „waar voor so verre de genomene in„ „formatien mede brengen, de onbeta= „melyke excessen in't straffen was gepleegd, denselven slegts tot de minste verkorting der Iustitie, en om de goede order te redresseeren op 't Schip de Paarl, heeft moeten doen overgaan buyten den dienst verwyt om waaromme besloten is nadere mesieres te neemen. en volgens deselve den Capn: swart aan land tot op 't vertrek van't hem als dan op't sel„ „ve te plaatsen den Bogaard insgelyx op 't schip 't Suys te spijk. — en d' overige Teeke „naars van't geschrift over hun gedrag ernstig te doen be„ straffen. — man, Schieman, ders, in de boeijen doen transporteeren Om welke redenen goedgevonden is, ter verhoeding van de verdere gedugt werdende gevolgen, die uyt een soda¬ nig opzettelyk gedrag, ten nadeele der maatschappij zouden kunnen als mede den Boots. fals aanteschrijven, en te gelasten, voorsz. Capitn Swart bi zig te doen in arrest te hoeden, ontbieden, en onder den Officier van schip de Paarl, en het detachement militairen aldaar te houden in nauw arrest, tot op 't oogenblik dat 't schip de Paarl zig gereedmaakt om te vertrekken, en alsdan, onder geleede van den Officier, te laten overbrengen op dien bodem: ten einde, volgens besluyt van den 13e deeser, daarmede over te varen buyten den dienst; als mede dat hy Posthouder vervolgens den Lieut. mitsgs den Lieut van op 't gede schip 't Zeepaard Paulus in arrest te stellen van den Bogaard insgelyx van boord by zig sal hebben te laten requireeren en, ter zake van zyne gevoerde Conduite in't selve geval, tot nader order op 't Huys te spijk doen overbrengen, in diergelyk arrest, om dus daar door af te snijden de verdere nadeelige Commnicatie, so wel tusschen hem Lieutt. , als den Capitn. en't Scheepsvolk, en ook nog daar benevens den Boots¬ op dien bodem te Hendrik Goggel, als by voorsz. gelee„ gentheijd geweest zijnde de hoofden, woordvoerders, en eerste Teekenaars der Verklaring, in de boeijen gesloten al mede te doen transporteeren op voorm. bodem 't Huys te spyk: dat gem: Posthouder nevens den Equipagiemeester zig vervolgens sul„ len hebben te begeeven aan boord van 't Zeepaard, en de Teekenaars der in bedrijgende termen gestelde Verklaring, te doen komen op 't dek¬ mitsg. s deselven afte vragen, of zy wel begreepen hebben, den inhoude van gesegde Verklaring, ten eynde, by aldien zig onder hun mogten bevinden die hardneckig bleeven persisteeren, om niet met dat schip te willen mede varen, sonder Comman„ ontstaan, den Posthouder in de baay als d'eerste aanvoer„ man Gerrit van Os, en den schieman diergelyk do do van den Capitn Swart, de sulke door de in Baaij Tals aan handen zynde militie tot nadere dispositie van dat schip insgelix te doen overbrengen op 't Huys te spyk; maar dat by het betoonen van berouw, deselve alle over dat gedoente wel ernstig sullen moeten werden bestraft, en in prae„ sentie van den Gezaghebber Stuur¬ tot derselver pligt vermaand. — En is nog ten aanzien den Comman„ „deur der soldaten Johan Jacob Willem Baksman, op 't bovengem: schip 't Zeepaard beschijden, in de zaak van voorm: Capitn Swart zig vind gecomporteerd; dog omtrent hem even die selfde redenen als met relatie tot den Capitn Swart, de ter„ „minatie alhier van't geene tegens hem militeerd, komt t' impedieeren moeten besloten werden, den Com„ „mandeur op 't ged:e schip 't Zeepaard mede buyten dienst te laten over„ „varen. — Zijnde mede goedgevonden, in Op het ingekomen mondeling be¬ „rigt van den Capit:n ter Zee en Equipa„ „giemeester Justinus van Gennep, dat, ingevolge de op den 18e. deeser afgevaardigde ordre aan den Onder„ Saturdag den 23 July 1785 alle present, behalven d' E. Oloff Marthini Bergh mits indispositie. — /:onder stond:/ Aldus geresolveerd ende G'ar¬ „resteerd, in't Casteel de goede hoop, ten daage en Jaare voorsz. /:was geteekend:/ C. T. Van de Graaff, P. Hacker, R. T. Gordon, A. v. Schoor, I. I. Lesueur, O. G. de Wet rd en secret. s steede van bovengem: Bootsman Ger¬ „rit van Os, en Schieman hendrik Goggel, twee andere persoonen in die qualiteijten op 't Zeepaard aan te stellen. — steede coopman

NL-HaNA_1.04.02_4317_0237 view scan ↗

English

Merchant and Resident in False Bay Christoffel Brand, Captain Hendrik Swart of the ship 't Zeepaard having been placed under arrest on shore under the militia officer there by the said Resident, to be transferred to that vessel upon the departure of the Paarl, after Lieutenant Paulus van den Bogaard as well as Boatswain Gerrit van Os and Boatswain's Mate Hendrik Toggel, the first-mentioned under arrest and the other two in irons, were also transported to the ship 't Huys te Spyk, he, the Master of the Equippage, together with the aforementioned Resident, had gone on board 't Zeepaard, where those who, in addition to the abovementioned Boatswain van Os and Boatswain's Mate Goggel, had signed the statement submitted at the session of the 18th of this month; upon being asked whether they had indeed understood the contents of this statement, it was testified that when the said statement was presented to them for signature, nothing else was read to them from it other than the testimony concerning the conduct of Captain Swart, and that they, therefore, so far as that matter was concerned, could not have refused to sign, but that they had been left unaware regarding the further addition that they would not sail with the ship under any other command than that of Captain Swart, which they declared they had never intended, much less signed for, so that they had transgressed unknowingly; whereupon the same commissioners, after having sharply reprimanded the said signatories for this conduct of theirs in accordance with the aforementioned order, upon a promise on their part of further due peaceful and obedient conduct, had left all of them in their respective duties on the aforementioned ship 't Zeepaard; whereby it is now trusted that peace and good order on that ship will be completely restored: it is agreed to transmit the written report of the commissioners received on the 18th of this month, together with the signed statement of the deck officers and common crewmen, as well as the letter from the repeatedly mentioned Captain Swart, as a supplement to the information already collected against him, Swart, for further clarification, in original with the Paarl, as well as copies thereof with 't Zeepaard to the Right Honorable Gentlemen of the High Indian Government. Likewise, it was also approved to transfer Lieutenant Jan Hendrik Dekker, in place of the aforementioned Lieutenant van den Bogaard, from 't Huys te Spyk to 't Zeepaard to perform his duties there, and upon the request made by him for that purpose, to permit him to take along with him on the same ship to Batavia his wife, Maria Elisabeth Zeegers, whom he married here. To fill the captaincy on the ship 't Huys te Spyk, which has become vacant due to the transfer of Commander Christiaan Stuur to 't Zeepaard, upon the proposal of the Governor, in Wednesday, 27 July 1785. All present, except the Honorable Oloff Marthini Bergh. [at the bottom stood:] Thus resolved and decreed in the Castle of Good Hope, on the day and year aforesaid. [was signed:] C. J. van de Graaff, P. Hacker, R. T. Gordon, A. V. Schoor, I. Plesiceur, O. G. de Wet, Raad-Extraordinair and Secretary. inquiry among the Gentlemen Members of this Council, the Commander on the hooker Catwyk aan Rhyn, Sybrand Waarland, was appointed again, to whom therefore that vessel, with everything belonging on and to it, will be handed over by special commissioners according to the Order of the Honorable Company. In which manner it is also decided, in view of the imminent departure of the ship Zeepaard, on which everything has now been restored to the necessary peace and order by the arrangements made, to release Lieutenant Paulus van den Bogaard from arrest, as well as Boatswain Gerrit van Os and Boatswain's Mate Hendrik Goggel from the irons in which they are held on 't Huys te Spyk, the first and the last in order to perform their duties on that vessel in their respective capacities again, but the Boatswain Gerrit van Os to sail over with it off duty; and this because here Friday, 5 August 1785 in the morning, all present, except the Honorable Merchant Oloff Marthini Bergh, due to indisposition. Upon the proposal of the Governor, instead of the deceased, also had to be left unexamined that which appears against him, van Os, in the documents concerning the excessive punishments committed by Captain Hendrik Swart on the ship 't Zeepaard, which have been sent to the High Indian Government at Batavia. [at the bottom stood:] Thus resolved and decreed in the Castle of Good Hope, on the day and year aforesaid. [was signed:] C. P. Van de Graaff, B. Hacker, R. T. Gordon, A. V. Schoor, I. T. le Sueur, O. G. de Wet, Raad-Extraordinair and Secretary.

Dutch transcription

„coopman en Posthouder in de Baaij Fals Christoffel Brand door densel¬ ven Posthouder, den Capitn hendrik Swart van't schip 't Zeepaard aan de wal, onder den officier der militie aldaar in arrest gesteld zynde, bij 't vertrek van de Paarl op dien bodem te werden overgebragt, na dat ook den Lieut. Paulus van den Bogaard mitsg. s den Bootsman Gerrit van Os„ en den Schieman Hendk Toggel den eerstgem: in arrest, en de twee ande ren in de boeijen op 't schip 't Huys te spyk waren getransporteerd, hy Equipagiemeester nevens gem. Poothou„ „der zig hadden begeeven aan boord van't Zeepaard, alwaar door de genen, die behalven bovengem: Bootsman van Os, en Schieman Goggel de ter sessie van den 18:en deeser ingekomene Verklaring hadden onderteekend; op de afvrage, of zijl: den inhoude deeser verklaring wel hadden begree„ „pen, was betuygd geworden, dat ged. e Verklaring aan hun ter teekening voorgehouden weesende hun daar uyt niets anders was voorgeleesen, als het getuygen is omtrent het gedrag van den Capit:n Swart, en dat zijl: derhalven, voor so verre dat stuk be„ =troff, d' onderteekening niet hadden kunnen weijgeren, maar dat men hun onbewust had gelaten, aangaande het verdere bygebragte van niet an¬ „ders met het schip te willen mede varen, dan onder Commando van den Capitn Swart, 't geen zy hadden gedeclareerd, nimmer gedagt, veel minder daar na geteekend te hebben so dat door hun daarinne onwee„ „tend was misdaan, des deselve Ge= „committs, na de ged. e teekenaars over dit hunl: bedryf, ingevolge de voorsz: ordre scherpelijk te hebben bestraft onder belofte van hunne zyde tot een verdere verschuldigd vreedzaam en gehoorzaamlyk gedrag, alle de„ selve hadden gelaten in hunne re„ spective diensten op 't gem: schip 't Zeepaard; waarmede als nu ver„ voorgehouden trouwd „trouwd werdende, dat de rust en goede Ordre op dat schip volkomen sal wee¬ sen hersteld: is verstaan, het op den 18„e deeser ontfangene schriftelyk rap= „port der Gecommitteerdens, nevens de geteekende verklaring der deks Officieren en gemeene Scheepelingen als mede de brieff van meergem. Capi¬ „tain Swart, ten supplemente der tegens hem Swart reeds genomene Informatien, tot nader blucidatie, in originali met de Caarl, mitsg. s Copias daarvan met 't Zeepaard aan haar WelEdele Groot Agtb: de heeren der hooge Indiasche regeering over te zenden. — Delijk ook teffens goedgevonden is, den Lieut. Jan hendrik Dek. „kerik, ter plaatsvulling van opgem: Lieut. van den Bogaard, van't huys te spyk op 't Zeepaard, tot het pres¬ „teeren van zynen dienst aldaar te doen overgaan, en op 't door denselven daartoe gedaan versoek, aan hem Is ter vervulling van't bevelheb„ berschap op 't schip 't Huys te spijk als door verplaatsing van den Gezag¬ „hebber Christiaan Stuur op 't Zel„ paard open gevallen zynde, op pro¬ „positie van den heere Gouverneur, in Woensdag den 27 July 1785. alle present, behalven d' E. Oloff Marthini Bergh /:onderstond:/ Aldus geresolveerd ende g'ar„ „resteerd in't Casteel de goede hoop, ten daage en Jaare voorsz. /:was geteekend:/ C. I. van de Graaff, P. Hacker, R. T. Gordon, A. V. Schoor, I. Plesiceur, O. G. de Wet. r. d en secret. s — te permitteeren, om desselfs hier gehuuwde huijsvrouw gen. Maria Elisabeth Zeegers, op 't selve schip met zig na Batavia te mogen mede neemen. — te omvraag - Omvraag by de heeren Leeden deses raads wederom aangesteld den Gezaghebber op de hoeker Catwyk aan Rhyn Sybrand Waarland, aan wien oversulx dien bo„ „dem, met het geene daarop en aan behoord, navolgens d' Ordre der E: Comp:e, door expresse Gecommitt s sal werden overgegeeven. — In welker voegen mede besloten is, mits het op handen zynde vertrek van't schip Zeepaard, op 't welke door de gemaakte arrangementen thans al„ les weder in de noodzakelyke rust en ordre is hersteld, den Lieutt. Paulus van den Bogaard uyt het arrest, mitsg:s den Bootsman Gerrit van A en Schieman Hendrik Goggel, uyt de boeijen, waarin zig op 't huys te spijk zyn bevindende, te doen ontslaan, den eersten en laatsten ten eynde weder in hunne resp„e qualiteijten den dienst op dien bodem te praesteeren, dog den bootsman Gerrit van Os om buyten den dienst daarmede over te varen; ende sulx ter zake alhier Vridag den 5 Aug. s 1785 's voormiddags alle present, behalven d' E. Coopman Oloff Marthini Bergh, mits indispositie. — Op voordragt van den heere Gouver¬ „neur, in steede van den overleedenen mede ongetimmerd heeft moeten werden gelaten, 't geene tegens hem van Os voorkomt in de stucken, die conceu¬ neerende den Capitn hendk Swart op 't schip 't Zeepaard gepleegde buy¬ „tenspoorige straff oeffeningen, aan de hooge Indiasche regeering te Batavia zijn overgesonden. — /:onderstond:/ Aldus Geresolveerd ende Gar¬ „resteerd in't Casteel de goede hoop„ ten daage en Jaare voorsz. /:was geteekend:/ C. P. Van de Graaff, B. Hacker, R. T. Gordon, A. V. Schoor, I. T. le Sueur O. G. de Wet r. d en secret. s — mede onder —.

NL-HaNA_1.04.02_4317_0240 view scan ↗

English

Appointment of the Bookkeeper and Sworn Clerk at the Secretariat of Justice, Hendrik Lodewyk Bletterman, as Landdrost of Stellenbosch and Drakenstyn, with the rank of Junior Merchant, in succession to Junior Merchant Daniel van Ryneveld. In his place, the assistant serving there, Rijno Johannes Van der Riet, is promoted to Sworn Clerk at the same Secretariat, with the status of Bookkeeper at ƒ 30 per month. The well-mentioned Lord Governor then pleased to disclose to the Meeting that His Honour, upon closely inspecting and examining the state of defence of this place, had come to learn of the defects from which it suffered all too severely, and that His Honour, without causing difficulties for himself, however reluctant he was to anticipate the intentions of the High and Mighty Lords Masters regarding the improvement of the defences, nevertheless, in view of the uncertainty in which our Republic finds itself concerning the durability of the Peace, believed he could not and ought not any longer withhold from the body of this Meeting the shared knowledge of such parts under those emerging defects as require speedy improvement or augmentation; the more so since, having learned in the recently ended war how possible it is to be surprised here by the enemy before receiving information of an unexpected breach of the peace, even when the tidings thereof preceded a hostile attack, one would not be in a position to remedy those defects as quickly as ought to be or might be wished; and which provision was deemed by His Honour to be of far too great importance for the preservation of this Possession to allow any delay in that regard. Namely, the lack of sufficient numbers of officers and men in the artillery. That for the present, considering solely the Fortifications and the Artillery, many missing necessary parts of the former ought to be taken in hand simultaneously, without neglecting the other existing ones; to direct all of which, the Officers currently in service were not sufficient: and regarding the artillery, since for the operation of circa 250 pieces of heavy ordnance, besides the Field Artillery, no more than 50 trained privates were actually in service, the defect thereof became all too clearly apparent to require any further demonstration. That His Honour, however much he had considered these defects in order to proceed with all possible savings for the Honourable Company in remedying them, had nevertheless been unable to devise a proposal of greater economy than the addition of two more Officers to the Engineers, and an augmentation of 100 men, together with two Officers and the necessary non-commissioned officers, to the artillery. That since the High and Mighty Lords Masters themselves, in view of the difficulty of sending capable individuals for the service of the Engineers and Artillery directly from the Fatherland to the Indies, had found it necessary to establish a nursery in those sciences here, His Honour also intended by this proposal to have the Two Officers to be nominated to the Engineers serve to provide the necessary instruction in the said military academy; and that should it not please their Right Honourable Lords to have regard for the existing necessity and approve these appointments, their Honours could make useful employment of both the officers and the trained privates for the Indian capital or Ceylon, according to the Plan intended for that purpose. Appointment of three officers to that Corps. All of which proposals made by the Lord Governor having been attentively considered by the Meeting, and it being found that circumstances did not permit passing up the time to await the orders of the Lords Masters before putting into effect such means as must inevitably serve to preserve this possession for the Company, the members have fully conformed therewith; and therefore, upon the nomination of His Honour, subject to the favourable approval of the High and Mighty Lords Masters, the following knowledgeable and capable subjects have been appointed: As Lieutenant Engineer with a monthly wage of ƒ 50, Lieutenant Louis Michel Thiebault, serving under the Swiss regiment of Meuron, who, at the request of the Lord Governor, would be discharged this day from the said regiment by Colonel Meuron solely for the benefit of the Honourable Company, with testimonials of praiseworthy conduct. As Extraordinary Lieutenant Engineer with an increase of pay to ƒ 40 per month, the Gunner Dominicus Michaels Barbier. And which Two Officers, therefore, besides their service in directing the fortification works, shall also be employed for the benefit of the military academy. Furthermore, as Extraordinary Fireworker at ƒ 30 per month, [illegible] of the ship Leijetten.

Dutch transcription

gesw: Clercq Blet„ „drost aan stellen „bosch den heer Gouverneur geeft aan den raad opening van den jee„ „genswoordigen staat plaatse aanstelling van den Ondercoopman Daniel van Rijneveld „terman, tot Land, als Landdrost van Stellenbosch en Drakenstyn, met de rang van On„ „derCoopman aangesteld zynde den Boekhouder en gesw: Clercq ter Se= cretarije van Justitie Hendrik Lodewyk Bletterman, is in steede van deesen wederom tot gesw: Clercq ter selver Secretarije bevorderd, den aldaar dienst doende adsistent Rijno Johannes Van der Riet, met de quali¬ „teyt van boekhouder à ƒ 30 P. maand. — Welgem. heere Gouverneur geliefde daarna ter Vergadering open te leg„ van defensie deeser gen, dat zyn Ed: by 't nauwkeurig inspecteeren en nagaan van den staat der defensie deeser plaatse gekomen was tot de kennisse van de gebreeken, waaraan deselve maar al te zeer laboreerde, en dat zyn Ed: sonder bezwaar voor sig selven hoe ongaarne ook willende vooruitloo„ „pen, 't oogmerk der Hoog gebiedende heeren Meesteren, tot verbeetering der defensien, evenwel uyt hoofde van d' onseekerheyd, waarinne onse repub „licq, omtrend de duurzaamheyd der Vreede, is verseerende, vermeende niet langer aan 't Lichaam deeser Vergaderinge te kunnen of mogen onttrecken, de mede kennisse van So¬ danige gedeeltens, ondie die gebreeken voorkomende, als dewelke eene spoedige verbeeteringe of augmentatie vereijscen; te meer, daar men in den jongst geeijn¬ „digden oorlog geleerd hebbende, hoe het mogelyk zij alhier door den vijand te kunnen werden overvallen voor de informatie eener onverhoopte vreede„ „breuk, ook dan wanneer de tyding daar„ van eenen vijandelyken aanval voorging, men niet in de gelegent„ „heyd soude zyn, om in die gebreeken so spoedig te voorsien, als behoorde, of men wel zoude wenschen; en welke voorzieninge by zyn Ed: wierd g'oor„ deelt tot conservatie van deese Pos¬ „sessie te zyn van al te veel gewigt, dan dat daaromtrend eenig uytstel der soude voornamentlyk het gebrek van genoeg za„ „ren en manschappen by d'arthillerie - soude kunnen plaats hebben. — dat voor 't tegenswoordige door zyn „men aansal officie Edele alleen tot dat aspect gebragt werdende de Fortificatien en 't Ar¬ „thillerie weesen aan de eerste veele ontbreekende noodsakelyke gedeel¬ „tens te gelyk behoorden te werden onder handen genomen, sonder dat men de andere in weesen blyvende konde vernegligeeren; om welk ende een en ander te derigeeren, de in dienst zynde Officieren niet kwa¬ men te sufficieeren: en dat belan¬ „gende de arthillerij, vermits tot het bestieren van circa 250 stucken grof geschut, behalven de Veld Ar¬ thillery, werkelyk niet meer als 50 man gedresseerde gemeenen in dienst waren, het defect daarvan al te duydelyk in't oog kwam te vallen, dan dat sulx eenige de min¬ „ste nadere demonstratie soude nodig hebben. — dan zyn Edele, hoe zeer by 't inzien dier gebreeken overdagt hebbende, om in 't remedieeren derselve, met alle mogelyke besparinge voor d' E. Comp. e te werk te gaan, egter geen voorstel van meerder menagement hadde kun„ „nen uitdenken, als tot de suppletie van nog twee Officieren by de Genie„ en een augmentatie van 100 man, nevens twee Officieren en de nodige onder Officieren by d' arthillerie. — dat dewyl de Hoog Gebiedende heeren Meesteren selve, ten aanzien van de moeijelykheid, om bekwame Lieden tot den dienst der Genie en Arthillery, direct uyt 't Vaderland na de Indien te kunnen zenden nodig gevonden hadden een pepi„ „niere in die weetenschappen alhier op te regten, zyn Edele bi die voor¬ stellinge ook nog doelde, om de Twee voor te dragene Officieren by de Genie„ te doen dienen tot het geenen van de nodige Instructien in deselve mi„ litaire kweekschool; en dat wan„ „neer het haar welEdele hoog Agtb: niet mogte behagen, op de existee„ rende aanstelling van drie officieren by dat CCorps - rende noodsakelykheid reguard te neemen, en die aanstellinge t'appro¬ beeren, hoogst deselve so wel van de officieren als gedreiseerde gemeenen souden kunnen maken, een nuttig gebruyk voor de Indiasche hoofd¬ „plaatse of Ceylon, volgens het daar heen streckende Plan. Alle welke door den heere Gou¬ „verneur gedane voorstellingen by de Vergadering aandagtig overwogen en bevonden zynde, dat d'omstan¬ digheeden niet permitteerden met het te werk stellen van sodanige middelen, als inevitabel dienen moe„ ten om deese possessie voor de Maat„ schappij te conserveeren, den tid te laten voorby gaan, om daartoe de ordres der heeren Meesteren af te wagten, hebben de heeren Leeden zig daarmede volkomen geconfor„ meerd; en is dierhalven, op voor¬ dragte van zyn Edele, in gunstige approbatie der hoog Gebiedende heeren Meesteren, als kundige en bekwame Tot Extra Ordinair Lieut. . Inge„ „nieur met vermeerdering van gagie tot ƒ 40 's maands, den Constapel Dominicus Michaels Barbier. — En welke Twee Officieren dus ook, behalven den dienst by het dirigee¬ „ren der Vesting werken, ten nutte van't militair kweekschool, sullen werden g'emploijeerd. — Voorts tot Extra Ordinair Vuur, „werker met ƒ 30. p. s maand den van't sujetten aangesteld: — Tot Lieutt. Ingenieur met een maandelixe gagie van ƒ 50. , den onder het Zwitsers regiment van Meuron dienende Lieutt. Louis Michel Thiebault, die op aanzoek van hem heere Gouverneur, door de heer Collonel Meuron alleen om het nut voor d' E. Comp. e op heeden daartoe uyt 't selve regiment onder het getuijgenis van een pryswaar¬ „dig gedrag, zoude werden ontslagen — Leijetten schip

← previousnext →