VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 4319

Cape · 542 pages · 142 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_4319_0260 view scan ↗

English

and for a part of its amount, similar drafts will be issued in due course. Enclosing original short invoice of the carrier of this letter. We shall therefore find ourselves necessitated to issue the aforesaid stipulated drafts in due course for whatever that cargo shall amount to above the aforesaid 12,000 Spanish dollars. We hope, therefore, that our manner of proceeding in this matter, to which we have been driven by very pressing circumstances, may meet with your Right Honorable Worships' approval; being able meanwhile to advise Your Honors with very great pleasure that thus far, by Heaven's blessing, this colony may flatter itself with an approaching abundant grain harvest. The Dutch private ship mentioned in the heading, the Vrouwe Jacoba Maria and Lucia Theresia, being now ready to sail in order to pursue its voyage to the Netherlands, we have the honor to present enclosed to your Right Honorable Worships the original short invoice of the cargo of that bottom. While furthermore attached hereto are authentic copies of the letters mentioned in our respectful letter of 3 October last per the ship Oudenaarden, both from the French Ministry at the aforesaid island of Mauritius and from Captain Johannes Noordhoek, together with the official report received here, regarding the coffee beans that remained at Mauritius aforesaid from the return ship de Morgenster and were transshipped there into the ship de Zeenimph. Honorable, Steadfast, Highly Respected, Most Wise, Provident, Most Generous and High-Commanding Gentlemen: Concluding herewith, we commend your Right Honorable Worships' most respected persons and the weighty concerns of the Honorable Company to the protection of the Almighty, remaining with profound respect, In the Castle of Good Hope, 10 November 1786. Your Right Honorable Worships' most humble, faithful and obedient servants, CJ: Vanden Graaff M Chenius R: T: Gordon Jacke J: Le Sueur O: Brter Könnenkamp P.S. As the carrier of this letter still tarries here for the present, this affords us the opportunity duly to advise your Right Honorable Worships that on this day, 16 November, the outbound ships 't Loo, Doggersbank, and the Triton have also been dispatched from here; and at the same time there has arrived at this Government the Dutch private ship the Wijnanda Luberta. Patria A. 12 February 1787. Per the Dutch private ship the Vrouwe Jacoba Maria and Luca Theresia. To the Honorable Directors of the General Dutch Chartered East India Company, at the Presidial Chamber, Amsterdam. Commanding Gentlemen: Honorable, Steadfast, Highly Respected, Most Wise, Provident and Most Generous Gentlemen: Since the dispatch of our latest humble letter of 20 September last, which we had the honor to address to your Right Honorable Worships with the Dutch private ship the Geertruijda, which departed from here for the Netherlands on the 25th of that same month; your Right Honorable Worships' Chamber ship Jagt Rust also set sail from this roadstead for Batavia on 10 October thereafter; we therefore heartily hope and wish that both aforesaid vessels may accomplish their respective voyages with good fortune and prosperity. On the other hand, there have again arrived at this Government, on the dates noted below, the two outbound ships equipped by your Right Honorable Worships to be mentioned next, namely: the 23rd October: het Loo, with 5 dead, 10 disabled, the 24th ditto: Doggersbank, with 3 ditto, 34 ditto, and otherwise both in good condition; which vessels we shall consequently cause to pursue their voyage to Batavia as soon as possible. While having just received, by the naval frigate d'Amphitrite which also arrived at this place on the aforesaid 23rd of October, your Right Honorable Worships' most respected letters dated 7 and 8 February of this year, we shall not fail to conduct ourselves dutifully according to the contents thereof, and in particular properly to observe what Your Honors have been pleased to write to us regarding the gardener of His Imperial Majesty, Frans Roos, who, together with a traveling companion named George Scholz, arrived here per the ship Holland in order to collect plants and flora for the Cabinet of His said Majesty; and should the said travelers happen to pursue their journey from here further to Batavia or Ceylon, we shall, in accordance with your Right Honorable Worships' intention, forward to the Honorable Gentlemen of the High Indian Government, or to the Governor and Council at Colombo, a copy of Your Honors' above-mentioned respected letters.

Dutch transcription

245. zullende wegens een gedeelte van dies mon„ „tant, bij vervolg insgelijke Assignatien werden ge: Expedieerd. - overgaande origineele korte factura van brengers deeser- zullende ons mits dien genetessiteerd vinden, van het geene die Lading boven de voorsz: 12000 sp: matten sal komen te importeeren, bij ver= volg insgelijx de voorsz: gestipu= „leerde assignatien te expedieeren. Wij hoppen dus dat onse handel„ wijse in deesen, tot dewelke door zeer nooddrukkende omstandighee= „den zijn gedrongen geworden, uwe Wel Edele Hoog Agtb=ren goed= „keuringe zal mogen wegdragen, aan Hoogst deselve intusschen met zeer veel vergenoegen kunnende adviseeren dat men zig tot hier toe door 's slemels zegen in deese Het in den hoofde gemelden holb: particulier schip de vrouwa Ja= „coba Maria en Lucia Theresia thans zeilvaardig komende te leggen ten einde de reijse naar Neederland voort te zetten; hebben wij d' Eer Uwe Wel= Edele Hoog Agtb: deesen g'eincloseerd aantebieden d' ori„ „gineelen korte factuur der in= lading van dien Bodem; Per= „wijl deesen voorts nog bij gevoegd Colonie nader met eenen aanstaan„ „den ruimen graanoogst vleijen kan. — Colonie zyn 246. als meede Copias brieven en proces verbaal wegens de Coffij bonen, tot man rilius in het schip de Zeehimph geladen- zijn Copias authenticq der bij onse Eerbiedige letteren van den 3: Oc= „tober pass=o p:r het schip Oude= „naarden vermelde brieven, zo van het franschen Ministerium ten voorsz: Eijlande Mauritius, als van den Capitain Iohannes Noordhoek, en het daar nevens gevoegd geweest proces verbaal alhier ontfangen, weegens de Coffij bonen die van het retour schip de Morgenster tot Mau „ritius voormeld verbleeven, en aldaar in 't schip de Zee „nimph zijn overgescheept. — Wel Edele Erntfeste, Hoog Agtb: Hoog wijze, voorzienige zeer Gene= „reuse. en Hoog= Gebiedende Heeren Hier meede eijndigende beveelen wij uwe wel Edele Hoog Agtb=rens zeer gerespec= „teerde personen, ende „ gewigtigen ommeslag der EComp:e in de bescherminge des allerhoogsten blijvende met diepschuldig res„ „peck - Heer Uwe= In't Casteel de goede hoop Uwe Wel Edele Harg Agtb: zeer Ootmoe„ den 10: November 1786. , dige, getr: en gehoorzame Dienaren CJ: Vanden Graaff P: S: brenger deezes voor als nog hier blijvende vertoeven, geeft ons zulks geleegentheid uwe wel Edele Hoog Agtb:e nog na verschuldigdheid t' adviseeren, dat op heeden den 16 November meede van hier zijn gedepecheerd, de uitkomende scheepen, 't Loo, M Chenius Doggersbank en de Triton; En is te gelijker tijd aan dit gouver: „nement verscheenen het Hollands particulier schip de Wijnanda Luberta. R: T: Gordon Jacke J: Ve Sueur O:: Brter Könnenkamp 247. Patria - A. 12 febr: 1707. P 't holl. part schip de Vrouwe Jacoba Maria en Luca Theresia. - Aan de Wel Edele heeren Bewindhebberen van de Generale nederlandsche geoctroijeerde Oost Indische Comp:e, ter praesidiale Camer Gebiedende Heeren: Seedert het afgaan onzer jongste ootmoedige Letteren van den 20e. September laatstl:, het welk WelEdele, Erntfeste Groot Agtb, Wel wijse Voorzienige en zeer Genereuse Heeren Amsterdam. wij No. 1 - No: 7 248. wij d' Eer hebben gehad, met het op den 25e dier zelve maand van hier naar Nederland vertrokke. „ne hollandsch particulier schip de Geertruijda, aan uwe Wel Edele Groot Agtb: te addresseeren; is mede op den 10. e October daaraan van deeze Rheede naar Batavia t' zeil gegaan, uwer Wel Edele Groot Agtb: Kamer schip Jagt Rust; wij hopen en wenschen dus hertelijk, dat beide voorsz. kielen derselver resp:e voijagien met geluk en voorspoed zullen mogen volbrengen. — Sijnde daar en tegen op de Terwijl wij met het op voorsz: 23. e October mede ter dezer plaatse aangekomene Lands fregat van den 23 e Octbr: het Loo, met 5 doden 10 Impotente „ 24. e _o Doggersbank „ 3 _o 34 — en voorts beide welgesteld; welke kielen wij oversulx zo spoedig mogelijk na Batavia zullen laten reijsvorderen. — onder genoteerde datums, wederom aan dit Gouvernement gearriveerd dit de twee na te meldene by uwe WelEdele Groot Agtb: g'Equipeer„ de uitkomende scheepen, te weeten. onder Oorlog „ 249. Oorlog d'Amphitrite, ter Eeven hebbende mogen ontfangen uwer¬ Wel Edele Groot Agtb: zeer geres„ „pecteerde Letteren de datis 7=e en 8. e Februarij deezes Jaars, niet afzijn zullen ons naar den inhoud derselve pligtschuldig te gedragen, en insonderheid, het geen hoogst dezelve ons heb„ ben gelieven aan te schrijven, ten opzigte van den Tuijnier zijner Keijserlijke Majesteit, Frans Roos, die benevens een reijs gezel, in name George Scholz, p. r het schip Holland, ten einde voor het Kabinet van hoogst ged:e zijne majesteijt, planten en gewasschen te verzamelen, herwaards geko„ men is, behoorlijk te observee¬ ren; zúllende ook bij aldien gezegde Reijzigers van hier ver¬ der naar Batavia of Ceijlon mogten komen te reijsvorderen, aan hun hoog Edelens de heeren der hooge Indiasche Regee. „ring, dan wel aan den heer Gouverneur en Raad tot Colom„ bo, conform uwer Wel Edele Groot Agtb: intentie, een af„ schrift van bovengem: hoogst derzelver g'Eerbiedigde Letteren hoogst de

NL-HaNA_1.04.02_4319_0266 view scan ↗

English

dated 8th February, to be forwarded. We furthermore take the liberty of presenting to your Right Honourable and Respected Worships herewith a copy of the Report submitted to us by the Pro interim Fiscal and Equipment Master, as well as both chief surgeons of this Government, together with the attached Ship's Resolutions, which aforementioned Report contains the inquiry made into whether and to what extent the officers of the ship Roozenburg, which recently called here, Right Honourable, Valiant, Respected, Most Wise, Prudent, Most Generous and Commanding Sirs, have complied with the esteemed orders of the High and Honourable Gentlemen of the Seventeen issued for the preservation of the people's health. And concluding herewith, commending your Right Honourable and Respected Worships' highly esteemed persons, together with the important interests of the Honourable Company, to the protection of the Almighty, we remain with profound respect. To Seven In the Castle of Good Hope, Luberta. P.S. While the bearer of this letter still remains here for the time being, the aforementioned ships 't Loo and Doggersbank were also dispatched from here on the 16th of November. And furthermore, at the same time, the private ship Wijnanda Henius, sent out by your Right Honourable and Respected Worships, arrived here. R: J: Gordon. J b Kinnenkamp The small vessel the Factor, which arrived here on 8 March last, departed again for the Netherlands on the 24th of the said month, after having taken on board here 148307 lb gross saltpetre as ballast and 340000 lb Malabar pepper, as well as some Malabar cardamom, of which we informed your Right Honourable Honour in our letter sent therewith on the 22nd of the aforementioned month of March; but since the master of the aforementioned vessel did not intend, Right Honourable, Valiant, Brave, Wise, Prudent, and Discreet Sir, Cape of Good Hope To the Right Honourable Sir Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director over the Company's trade and establishment, together with the Council, Your Right Honourable and Respected Worships' most humble and obedient servants, 10th November 1786. C: J: Vanden Graaff J Hacker J: D: Le Sueur O. G. Betrek without No. 2 No. 7 Copy 25 without the utmost necessity to call at the Cape of Good Hope, in which case he was cautioned by us to deliver the letters and papers received here, both for your Right Honourable Honour and for the Honourable Supreme Indian Government at Batavia, upon his arrival in the Netherlands, to the Right Honourable and Respected Lords Directors; and thus, since this letter may reach your Right Honourable Honour sooner than our aforementioned letter, we attach the duplicate thereof hereto. The Danish ship mentioned alongside, having arrived here from Bengal in the month of January last with severe leaks, and now being enabled to continue its voyage to Europe through the assistance and conveniences provided to it on behalf of the Company both here and at Tuticorin, departs tomorrow from our bay. The Captain of the said ship, Hans Kroyer, has assured us P.S. We also enclose herewith two letter packets from the Gentlemen Ministers of the Malabar Coast, one letter packet from us, whereof We have the honour to be with all high esteem, was signed: Right Honourable, Valiant, Brave, Wise, Prudent, Most Discreet Sir, Your Right Honourable Honour's most humble servants, was signed: C: A: Kraijenhoff, M: d:o A: Span, L de Silhe, H: L: Marthoze, I: F Gratiaan, C:S de Ranitz in the margin: Galle, 30 May 1786. that he will call at the Cape of Good Hope, or at least False Bay; and we therefore send enclosed herewith a letter packet from the Ceylon government addressed to the Right Honourable and Respected Lords Directors at the Presidial Chamber of Amsterdam, which we request you to forward to the Netherlands at the first available opportunity. the two No. 7 Copy two, namely one from the said Ministers addressed to the Right Honourable and Respected Lords Directors at the Presidial Chamber of Amsterdam, and one from us to the Right Honourable and Respected Lords Directors at the Chamber of Zeeland, and the other is addressed to your Right Honourable Honour, which first two, being duplicates of the letters sent with the aforementioned small vessel the Factor, we also request to forward to the Netherlands at the first opportunity. C Dumel, Sworn Clerk Agreed. On Sunday 16 July 1786 in the morning at half past eight, two mutineers named Wilhelm Pietrich van Weijken and François Gravs de Valboonen came aft with a large troop of soldiers and sailors, and wished to speak to the Captain; whereupon I, the Captain, came to them and asked them what their desire was; whereupon François Gravs de Valbonne, as ringleader, said: "We must have your instructions, and see what is in the ship." I asked them what they had to do with that, whereupon one of the other rebels seized me by the chest, and with curses and threats said in French that they must have it, or they would teach me otherwise; whereupon I gave them the instruction book, since I was then overpowered, and they were all on the quarterdeck, and we were unarmed, and thus gave it only to obtain peace; whereupon they then appointed one who read the instructions to them in Dutch, and Documents of the Revolt of the private East India Company ship de Jonge Frans. No. 65

Dutch transcription

250. de dato 8:e Febr:, laten toekomen Wij neemen voorts de vrijheid uwe WelEdele Groot Agtb: neven deezen aan te bieden Copia van het Rapport, door den Pro inte¬ rim Fiscaal en Equipagie Mees¬ ter, mitsg.:s de beide opperchirurgijne dezes Gouvernements, met ende bene¬ vens de daarbij gevoegde Scheeps Resolutien, aan ons ingeleeverd, en welk voorsz: Rapport komt te behelzen het gedaan Onder„ zoek, of en in hoe verre de Overheeden van het onlangs hier gepasseerde schip Roozenburg Wel Edele, Erntfeste Groot Agtb. , Welwijze, Voor. „zienige, zeer Genereúse en Gebiedende Heeren. aan de gerespecteerde Ordres der hoog Edele heeren Zeventhienen tot conservatie van's Volks gezondheid gesteld, hebben voldaan. En hiermede eijndigende, zullen wij uwer Wel Edele Groot Agtb: seer g'Eerde perzoonen, nevens de importante belangens der E. Comp: in de bewaringe des Almogenden beree¬ lende, met diepschuldig respect blijven. — aan Zewe 251 In't Casteel de Goede hoop „Luberta. P. S. Terwijl brenger deezes voor als nog hier blijft vertoeven zyn inmiddels de bovengemelde scheepen 't Loo en Doggersbank op den 16e. Novbr: mede van hier gedimitteerd. En is voorts ter zelver tijd alhier verscheenen het bij uwe Wel Edele Groot Agtb: uitgezon„ „dene particulier schip de Wijnanda henius R: J: Gordon. J b Kinnenkamp- Het scheepje de Factor, den 8 Maart Iongstl: alhier aangekomen, is den 24 van gem: Maand weder na Nederland vertrokken, na alhier ingenomen te hebben 148307 lb bruto salpeter tot onderlaag en 340000 td Mallabaarsche peper, mitsgaders soald Mallabaarsche Kardamom, waar van wij uwe Wel Edele Gestr: kennis gegeeven hebben bij onse daar meede afgezondene brief van den 22 van voorsz: maand Maart, dog dewijl de gezaghebber van voorsz: scheepje niet voorneemens was, Wel Edele Gestr: Erntfeste Manhafte, wyse, voorsienigen Heer discrecte Heer Kaap der goede Hoop Aan den wel Edele gestr: Heer Cornelis Jacob van de Graaff Gouverneur en directeur over 's Comp=s handel en Ommeslag, nevens den raad Uwe Wel Edele Groot Agtb: zeer den 10e: November 1786. - onderdanige en gehoorsz. dienaren C: J: Vanden Graaff J Hacker J: D: Le Sueur O. G. Betrek zonder No. 2 No. 7 Copij 25 252. zonder de hoogste noodzakelykheijd de Kaap„ de goede Hoop aan te doen in welke geval hij door ons gewaarschouwd is geworden om de alhier ontfangene brieven en par„ piaren, zo voor uwe wel Edele gestr:, als voor de Edele Hooge Indiasche Regoering te Batavia bij zijne aankomst in neder„ land over te geeven aan de wel Edele Hoog Agtb: Heeren Bewindhebberen, en dus mogelyk deese eerder als voorm: onse brief u' wel Edele gestr: zal ter hand komen zo voegen wij het duplikaat daar van bij deesen. Het hier bezijden gem: deensch schip in de Maand Iannuarij Iongstleeden van Bengale met zwaare lekkagies alhier aangekomen, en door de assisten„ tie en gerieflykheeden van weegen de Comp zo hier als te Tutukorijn, aan het zelve toegebragt, nu weder in staat geraakt zynde om zyne reyse na Europen te kon„ nen voortzetten, vertrekt morgen uyt onse baaij De Capitain van gem: schip Hans Kroijer, heeft ons verzeekert PS: wij sluyten nog hier in Twee brief Paguat„ ten van de Heeren Ministers ter kuste Mal„ labar, Een brief Pahetje van ons, waar van Wij hebben d'Eer met alle hoog agting te zijn /onderstond:/ Wel Edele, gestr:, Erntfeste, Spanhafte, wyse, voorzienige, zeer diskreete Heer. Uwer wel Edele gestr: zeer ootmoedige dienaaren /was geteekend:/ C: A: Kraij„ en hoff, M: d:o A: Span, L de Silhe, H: L: Marthoze, I: F Gratiaan, C:S d W: de Ranitz /:in margine:/ Gale den 30 Maij 1786. de Kaap de goede Hoop, of ten minsten de Baij Fals te zullen aandoen; en wij zenden derhalven hier Ingeslooten een Brief Pa„ ket van de Ceylonsche regeering aan den wel Edele Hoog Agtb: Heeren Bewind hebberen ter Rraesidiale Camer Amsterdam gerigt, het welk wij verzoeken bij den Eer„ ste voorkomende gelegentheijd na Neder„ land te willen voortzenden de twee No. 7 Copy 253. twee, als een van gem: Ministers aan de wel Edele Hoog Agtb: Heeren Bewindhebberen ter presidiale Camer Amsterdam, en een van ons aan den wel Edele hoog Agtb: Heeren Bewindhebberen ter Camer Zeeland gerigt zijn en het ander aan Uwe Wel Edele gestr: beschreeven is, welke twee Eerste, zynde den„ plicaaten van de met het voorsz: schrepje de Factor afgezondene brieven wij versoe„ ken meede bij Eerste gelegentheijd na neder„ land voort te Schikkenn CDumel gezwe. Clercq Accordeert. Op Zondag den 16 Julij 1786. des morgens ten holf Neegen, kwamen Twee muijtema„ „kers, genaamt van Wilhelm Pietrich van Weijken en François Grav=s de Valboo nen met een groot Prop soldaten in matroo„ zen agter op, en wilden den Capitain spreeken waar op ik Capitain biij haar kwam en haar vraagden, wat haar begeerte was; waarop Franc=s Grav=e de valbonne als opperhoofd zeide! wij moeten Uwe Jnstructies hebben, en zien wat 'er in 't schip is, Jk vraagde haar wat ze daar meede doen moesten waar op een van de andere Rebellen mijn aan de borst vatte, en met vloeken en dreigemen„ „ten op zijn Fransch zeide: dat ze het hebben „moesten, ofte ze zouden mij wat anders leeren waarop ik haar het Jnstructie boek gegee„ „ven heb; vermits ik als doen overmant was, en zij alle op 't halverdek waaren, en wij onbewapent, en dus maar gegeeven om rust te krijgen.- waar op zij als doen een stelden, die haar de Instructies in 't hollands voorleesde, en Stukken der Revolte van het part:n O. J. Compagnie schip de Jonge Frani. N65 ƒ

NL-HaNA_1.04.02_4319_0270 view scan ↗

English

254. and translated it into French. After reading the instructions, I asked them what else their desire was: whereupon the rebel answered that they had to have sugar and tamarind from the time that we had sailed to sea from Vlissingen. I said that there were only 1250 pounds of tamarind on board, and that for 272 heads this could only last for a good four months, and that we had only been at sea for four weeks, and that they had also drunk beer during that time, and that we were only now arriving at the place for which the tamarind was destined and most necessary, here under the Line, and that at this time of the year one might well cruise for 1, 2 to 3 months before we had crossed the equator. But all sayings could not help with them; they only answered that they had to have it, and then also a third more gin than they had had, and from the time that they had been at sea: and they each had half a mutsje per day for our entire journey while they drank beer, and on meat days each man had their mutsje of wine at midday. They said they also had to have plums. Since I was then overpowered and had no trusted men in arms yet, we were forced to grant their demand. We also gave everything they demanded in order to prevent the disasters that we could foresee in the rebellion; for we saw that if we refused anything, no good would come of it. We also saw at the same time that the demand for gin was not demanded on good grounds, as was also proven afterwards by statements against them, for when the gin had been issued, Valbonne said: see there! the gin is only to make the German peasants drunk, namely the German soldiers, as indeed shortly after the gin was distributed many became intoxicated. And this was the objective of the mutineers, in order to better execute their plot. After everything they had demanded had now been given, in the afternoon at 5 o'clock another of the principal ringleaders of the mutineers, Joh:s Dietrich W:m van Weijke, came aft and asked for 255. half a ration of water for the entire crew, which I had the steward give. I saw that all this they demanded was in order to get the men on their side and to stir up the good men against us. At six o'clock in the evening, I received a captain's report from the Commander Coenraad Busche, passenger on board, along with his wife and five children, who reported to me that the person Charles Disier Ladroite, vice corporal of the Luxembourger, had made known to him that he had heard and seen that a plot was formed to take the ship and make themselves master of it, and that they also wanted to kill the captain of the ship and all officers and throw them overboard, along with the passengers and all those who did not agree with them. The same was also reported by the so-called Ladroite to the first mate P:r Pieterse, and that when the rebels should be masters of the ship, they would then go with it to Spain or Portugal to sell everything there. We immediately had all the ship's sailors come aft and the Commander Lemperno his trusted soldiers and corporals. And we saw to quietly getting all our small arms into the cabin, which were stored on the half-deck in the chests; carried the same outside through the galleries into the cabin, and also brought the cartridges into the cabin; then had 70 muskets, 4 blunderbusses, and 150 cutlasses in the cabin; posted 6 men in the forward cabin and 6 men, being sailors, before the gunner's room with cutlasses; in the cabin, to load the weapons and hand them up on deck and bring the discharged ones down again, the second mate Hermanus Coen, and Charles Disier Ladroite, who discovered the treason, the company's boatswain Jacobus Schellemans, the ship's gunner, and the Commander Busche; and that they would begin when we should be at table in the cabin in the evening to eat, to murder us at table, and there being little time left to put everything in order for the defense of ship, property, and life.

Dutch transcription

254. en in 't Fransch overtaalde. — Na het leesen der Jnstructies, vraagde ik aan haar, wat haar begeerte nog meer was: waar op de Rebellant antwoorde, dat ze zuijker en Samarinde moesten hebben van die tijd af, als wij van vlissingen in zee gezeild waren. Ik zeide dat 'er maar 1250. ponden Samarende aan boord was, en dat dit voor 272. koppen maar voor eene grote vier maanden verstrekken konde, en dat wij maar eerst vier weeken in zee geweest waren en dat ze ook in die tijd bier gedronken hadden, en dat wij nu eerst aan de Plaats kwaamen, daar de Samarinde voor gedesti= „neert en het nodigste waare hier onder de Lenien, en dat men om deese tijd van het Jaar wel een, 2 a 3 maanden konde kruijsen een wij de even nogt lijn gesneden hadden. maar alle gezeidens konden bij haar niet helpen zij antwoorden maar, te moesten het hebben, en dan ook nog een derde genever meer, als zij gehad hadden, en van die tijd aan, als ze in zee geweest waaren: en ze hebben de man ieder ½ musjn p„r dag gehad, op onse gantsche reis, terwijl zij bier dronken. en de Makjes. dagen, hebben ieder man haar musjen wijn des middags gehad. — ook moesten zij pruimen hebben Leiden ze. vermits ik als doen overmant was, en geen vertrouwd volk nog in de wapens hadde, zo waren wij genoodzaakt haar Eijsch te geeven. Gaven ook al het geen, wat ze eischten, om de onheilen die wij in de Re= „bellagie zien konden, voor te komen; want wij zagen, dat zo wij iets refugeerden, geen goets zoude uitspruiten. zagen ook teffens, dat de Eijsch van genever op te geen goede grond geEischt wierden, gelijk ook namaals gebleeken is, bij verklaring tegens haar zeide, want doen de genever uitgegeeven was, zo zeide de valbonne zie zoo! de genever is maar om de duijtsche boeren dronken te maken, namentlijk de duijtschen soldaten, gelijk er ook kort daar na als de genever uitgedeelt waaren veelen beschonken wierden. En dit was het oogmerk van de Muijtemakers, om des te beeter haren aanslag ten uitvoer te brengen. Na dat nu alles gegeeven was wat zij geëischt hadden, zo kwam na de middag om 5 uuren weeder een van de voornaamsten opperhoofden der Muijtemakers Joh:s Die= „trich W:m van Weijke agter op en vraagden moetten voor 255. voor de geheele Equipagie een half randsoen waater, het welk ik door den Bottelier liet geeven. Jk zag dat al dit wat ze eisch„ ten, daarom was, om het volk op haar zeijde te krijgen, en het goede volk op te ruijden tegen ons. — Om zes uuren des avonds kreeg ik Capi= tens rapport van den Commandeur Coen= raad Busche Passagier aan boord zijnde, benevens zijn vrouw en vijff kinderen, der welke min rapporteerden, als dat den persoon Charles disier Ladroite, vice Corporaal van den Luxemboerger hem te kennen oa heeft gegeeven, als dat hij gehoord en gesien, hoe, dat 'er een Complot was geformeerd, om het schip af te lopen en zig meester van hetselve te maken, en dat ze ook den Cop: van het schip en alle officieren wilden om het leven brengen, en over boord werpen, be„ neevens de passagiers en alle die geenen, die met haar niet eens waren. Dit zelfde heeft de zogenoemde La droite ook aan de opperstuurman P:r Pieterse gerappor„ teerd, en als de Rebellen, en als den Rebellen dan meester van het schip zouden zijn, zij als dan met hetselve na Spanien of Por= „tugal zouden gaan om daar alles te ver„ wij lieten ten facto alle de scheeps matro= sen agter komen en de Commandeur Lemperno zijne vertrouwde soldaten en Corporaals. En wij zagen in stilte alle ons handgeweer te in de Cajuijt te krijgen, hetwelke op het halver dek in de kisten geborgen was; manden deselve buijten om door de galderijen in de Cajaijt, en brogten de patronen ook in die Cajuijk, hadden doen 70 snaphanen, 4 donderboosen en 150 houwers in de Cajuita posteerden 6. man in de voorcajaijt en 6 man zynde matrosen voor de constapels kamer, met houwers Jn de Cojuit, om het a geweer te laaden en op 't dek op te geeven en de afgeschootene wederom laag te brengen den onderstuurman Hermanus Coen, en Charles disier La droise, die het verraad ontdekt heeft, de Bootsman van de Compagnie Jacobus Schellemans, de scheeps Constapel en de Commandeur koppen, en dat zij zouden beginnen, als wij des avonds aan Faavel zouden zijn in de Cajuijt om te eeten, om ons aan Tafel ten vermoorden, en das wijnig tijd meer overig zijnde, om alles in ordre te stellen, tot de= „fensie voor schip, goed en Leven. — „koppen Buche

NL-HaNA_1.04.02_4319_0272 view scan ↗

English

I, Captain, on the quarterdeck with Commander Lemper, Chief Mate Pieter Pieterse, the Boatswain, and Boatswain's Mate, and with 28 to 30 men, who were posted before the barricade and aft by the helm, all in good order: I, Captain, went below to have more powder and cartridges fetched from the gunner's storeroom. I sent Second Mate Coen through the helm port or by the rudder head and over the tiller toward the gunner's storeroom, since we could no longer trust coming from between decks to open the storeroom. While handing up powder and shot, Corporal Gommerling came into the cabin to help load the muskets and to fetch loaded ones. Commander Busche handed a loaded blunderbuss to the aforementioned corporal, and as soon as he had it in his hand and held it pointing up and down along his side, it went off, the bullet passing through the second beam in the forward part of the cabin, which caused great consternation in the cabin, for the light was instantly extinguished; at the same time, we immediately got a light again from the forward cabin. The blunderbuss had gone off readily, for Commander Busché had cocked the lock and had not told the corporal. This happened just past eleven o'clock. And as soon as the rebels heard the shot, they cried hurrah between decks, ran up to the deck, and shouted attack. They attacked the stairs of the quarterdeck at the gangway, and shot at the quarterdeck with a five-pronged fish spear, which spear had previously belonged to the boatswain for shooting fish; and with this fish spear they shot Corporal Lodewijk Namtas, which went through the right side of his nose and out close to the eye, and on the left side went through the nose and through the lip. As soon as the spear was fixed in him, the rebels in the waist called out to haul, since they had a line fastened to the shaft of the spear, intending to drag him into the waist in this manner, and subsequently more men in such fashion; but the corporal, having his musket in hand and aiming it at the rebels when he was shot, fell backwards from the rebels hauling, and struck his hand against the railing of the barricade on the quarterdeck, bending the shaft of the spear, which caused it to break to pieces, it fortunately being a brittle piece of wood; and thus the line and the corporal came free, and he came into the cabin holding the spear in his face, which was a wonder to behold. Whereupon we opened fire from the quarterdeck on the rebels, with which, in the first volley, one of the rebel ringleaders named Johan Dietrich Willem van Weijke, a native of Lemgo, who had come aft that evening ostensibly for water, approached the landing and intended to force his way onto the quarterdeck against our weapons, was shot dead there. Behind him was a sailor named Joseph Kriskohe, a native of Naples, who was severely wounded with a cutlass blow on the temple of his head on the right side, by which he lost his knife, certainly when he was wounded; nevertheless, he pushed through and came into the cabin. How he got past all the posts into the cabin is unknown to me, but as soon as he came rushing into the cabin with such momentum, all bloody and screaming, he intended to seize the weapons, as the cabin lay full of muskets, bayonets, and sabers, and we were busy loading the small arms for the quarterdeck. We seized him and threw him overboard through the cabin windows, so that he would not murder us and also not hinder us from getting the loaded weapons to the quarterdeck and remaining masters of the ship. On our side, Corporal Gommerling lost a portion of his left hand due to the bursting of a blunderbuss that he fired, and the ship's steward Hendrik Adam Visbak was severely wounded in his right leg by the bursting of the same blunderbuss, as the steward was standing atop the hencoop to cover the orlop deck and to fire upon the rebels. Subsequently, we fired from the quarterdeck upon the pressing rebels, whereby several were killed and some were wounded.

Dutch transcription

256. waarschouwing van dat de brave Luij Ik Capitain op 't halverdek Busche. met den Commandeur Lemper, opperstuur „man P„r Pieterse, Bootsman en Boots= monsmaat, en met 28. a 30 man, dewelke geposteerd stonden voor de boog en agter bij de slut. alles in een goede order: Jk Capitain gong om Laag om meerder kruijt en Patronen uit de Constapels kamer op te laaten haalen. zonde den onderstuurman coen door het hemregat ofte by de kop van het Roer en over de roerpen heer na de Constapels kamer, vermits wij van tusschen deks niet meer vertrouwen konde vin zouden- om de kamer te openen. onder het opgee„ ven van kruijt en kogels, kwam de Corporaa Gommerluiz in de Cajait, om de geweeren te helpen laaden, en om geladene te halen, De Commandeur Busche overrijkte een geladen donderbos aan den Logenoemden Corporaal, en zo dra als hij deselve in zijn hand hadde, en op en neer langs zijn zijde gezet hadde, zo ging deselve arf, waar van de kogel door de Tweede balk in de Cajuijt van de voorkant doorgong, het welk in de Cajuijt een groote Conserasie gaf, want het Ligt was met een uik: teffens kreegen wij weeder met een Ligt uit de voor Cajuijt. de donderbos was afgegaan door rheede; want de Commandeur Busché hadde den slaan gespant en niet aan den Corporaal gezeid. Dit is geschied effen over Elf uuren. En zo dan als de Rebellen het schot hoorden, riepen zij hoera, tusschen deks, en liepen boven na het dek en riepen voll aan. het halve de kom waar op zij Rebellen aanvalden op de niet te naderen, en trappe van het halve dek aan de Loopplan zig om lang beijcken, en schoten met een vijf tandigen Elger, na het halfdek, welke Eegen voore bij de Bootsman was geweest, om visse daarmede te schieten, en zij schoten met den Elijer den Corporaal Lodewijk Namtas, dewelke aan de regter zijde door de Neus en digt bij het oog weder uit, en aan de Lunker zijde door de neus en door de Lip ging. Zodra als de Elger vast was, riepen de Rebellen in de kuijl om te halen, ver= „mits zij een zijn op de stok van de leger vast hadden, meenden hem alzo in den kaijl gehaald te hebben, en vervolgens meerder„ volk op zulke manier, maar de Corpo= raal zyn geweer in de hand hebbende en op kreegen. den 257. de Rebellen aan leijde doen hij geschoten wierden viel agterwaards door het haalen van de Rebellen, en sloeg met de hand op de leu„ „ning van de bong op 't halfdek, en boog de stok van den Elger, waar door deselve aan stukken braak, zynde tot geluk een bros stuk hout, en dus kwam de Lyn en de Corporaal Los, en hij kwam in die cajuijk met de Elger in zyn gezegt vasthoudende, welks een wonder was om aantezien. waar op wij doen vuur van het halfdek op de Rebellen gaven, waarmeede in de eerste Chargie een van den oppersten der Rebellen genaamt Iohan dietrich Willem van weijke, geboortig van limke, die des avonds nog agterop gekomen was om water zig op 't Bordes genadert en op 't halverdek meende inte dringen tegens 't geweer, aldaar dood geschoten wierde. agter deselve was een Mattroos genaamd Joseph Kriskohe ge= boortig van Neapels, dewelke swaar gekwest wierden met een houwer op 't slag van zijn hoofd aan de regter zijde, waar door hij zijn mes kwijt geworden, zekerlijk doen hij is gekwest worden — teffens is deselve dog doorgedrongen en kwam in die Cajuijk, maar Aan onse zide verloor de Corporaal Gom=r merling door het springen van een donderbos die hij afschot, een gedeelte van zijn linken hand, en de scheeps bottelier Hendrik Adam Visbak wierd zwaar gequest door het springen derzelven donderbos aan zijn regterbeen, vermits de Bottelier boven op 't hoender hoek stond, om de koebrug te dekken, en te vuuren op de Rebellen die waar hoe hij door alle Posten heer in de Ca= Juijt gekomen is mij onbekend. maar zo dra als hij met zo een vaart en bebloed in de Cajuijt kwam inloopen, alschreeuwende, meende zig van het geweer meester te maken vermits de Cajuijk met snaphaans, Bajo„ netten en sabels vol leijde, en wij doende waren om het handgeweer te laaden voor het hal„ „verdek — kreegen hem en gooyden hem over„ boord door de Cajuijts glasen, om dat hij ons niet vermoorden zoude, en ons ook niet te verhinderen om de gelaaden geweeren na het halverdek te krijgen en om meester van het schip te blijven. Vervolgens vuuren „den wij van het halverdek op de Rebellen die aandrongen, waar door eenige dood bleeven en zommigen gekwest wierden. — hoe langs

NL-HaNA_1.04.02_4319_0274 view scan ↗

English

258. along the orlop deck. The corporal stood beside him, somewhat lower. And after having defended ourselves for a quarter of an hour, the rebels took flight between decks and crept everywhere behind the barrels, wherever they could find shelter; but the first ringleader had fled into the foretop, named Franc Gravier de Valbonne, and called for quarter. As soon as the rebels had fled from the deck, we took possession of the waist again and occupied the hatches with double guards, so that no one from below could come up. Monday the 17th, we inspected the waist and found 5 dead and six wounded, threw the dead overboard, and had the wounded bandaged. We also found that the rebels had cut off the lashings of the forward guns in order to point them against us, for all our guns were loaded with ball, except the forward ones were not. We had loaded them before we came to the Canary Islands, because Turkish corsairs sometimes cruise there and attack ships. Subsequently, we fetched up from between decks those who had hidden themselves everywhere. And after we had become master of the waist and had posted good guards everywhere, the patrol went to search for the rebels and take them prisoner. The first we took prisoner was de Valbonne, who had fled into the foretop and at first would not come down, and since one could not see through the darkness whether there were more with him, we could risk no men in the dark to take him out of the top! But he cried for pardon, and we said that he should just come down, that we would give him quarter. Whereupon he came out of the top into the fore rigging; but we pointed the muskets at him, and then sent men into the rigging who took him prisoner. We brought him to the quarterdeck and bound him hand and foot and laid him alongside the bulwark on the quarterdeck. In all likelihood, however, the fire from the quarterdeck was too heavy for them to bring the guns fore and aft to use against us. It was also known to us that they had 4 axes, but we did not know how they had obtained them, but up to 259. 15 men, and bound them hand and foot and laid them along the bulwarks; but it was unknown to us how strong the whole conspiracy was, though the principal ones were known to us through Charles discer Ladroite, who revealed the treason to us. Five of the principal rebels we received on board from the prison of Vlissingen, who had already wanted to undertake the same thing in the depot, and these rebels had already quietly been inclined from the beginning to do so. As soon as it was day, we posted strong guards everywhere and put all the sailors and trusted soldiers under arms on the quarterdeck, and inspected the waist once again, finding two sharp axes and a carpenter's adze, which the rebels had thrown against the side when they had to take flight. It was then discovered that Noel Outers, a sluice carpenter of the Company, had stolen the axes from the ship's carpenters' chest and given them to the rebels to massacre us with. He had taken 4 axes on Sunday the 16th of this month at noon, while the carpenters were eating, and had laid the axes under the scaffold until the evening when it was dark, when he, along with van Weijke, one of the ringleaders, fetched them away in secret to attack us and make themselves masters of the ship, as he afterwards confessed before the ship's council during his interrogation. Thus one axe is missing, which we did not find (we think that van Weijke had it in his hand when he was shot on the landing, and that the axe then flew overboard). Furthermore, when all posts were well manned and good guards posted everywhere—in the waist, by the hatches, before the gunner's room, between decks, on the quarterdeck, and in the cabin and roundhouse—we mustered the crew and had the roll read to see who was missing and who had fallen in the tumult, and found that five soldiers and one sailor were missing: 1. Johannes Dietrich Wilhelm van Weijke, native of Himke 2. Charles Watjer, native of Rijsel 3. Nicolaas Ducroix, native of Dietenhoven 4. Antonij Loillet, native of Samerthi 5. Pieter Boehmer, native of Ruhl 6. Joseph Criskolen, sailor, native of Napels. After the muster we convened a full ship's council to interrogate the rebels who were already imprisoned, being at Latitude North 12 degrees 38 minutes Longitude 355 degrees 10 minutes. The members of the Ship's Council: 1. Jacob Veer, President, Captain 2. Chief Mate Pieter Pietersen 3. Second Mate Hermanus Coen 4. Boatswain Lourens Claazen 5. Commander Casimir Lempers 6. Commander Coenraad Busche 7. Corporal Lodewijk Namtas 8. Sergeant-Commander Ribere de Mora 9. Corporal Louis Roij 10. Charles discer Ladroite, and Johannes Matthias Sekler as secretary. Because there were two kinds of military men, there also had to be two kinds of officers in the Council, and since the matter was entirely criminal, I chose ten members, half from the military, as the rebels were military men. Agreed, C. W. v. Siemel, sworn clerk.

Dutch transcription

258. lange de koebrug zouden komen. de Cor= poraal stond op zijde van hem wat lager. En na een quartier uur gedevendeerd te hebben, namen de Rebellen de vlugt na tusschen deks en koopen overal heen en ag= „ter de vaten, waar se maar schuijt kon= „den vinden; maar het eerste opperhoofd was in de voormars gevlugt, genaamt Franc„ Grav:r de Valbonne, en riep om quartier Zodra de Rebellen van dek gevlugt waren, namen wij Possessie weeder van de kuijl en bezetten de Laijken met dubbelden wagten, dat niemand van on laag konde op komen. Maandag den 17: visiteerden de Kuijl en vonden 5 doden en zes geblesseerden, goeijden de dooden over boord en lieten de gekwesten verbinden. - bevonden ook dat de Rebellen de Ialies van de voorste stukken hadden afgesneeden om de tegen ons te punderen, want alle onse stuk„ „ken waren met scherp gelaaden uitgenomen den voorste niet. hadden deselve geladen eer wij aan den Canarische Eijlanden kwamen, om dat 'er daar zomwijlen wel een Turkse Roever kruijzen en scheepen aandoen. — vervolgens haalden van tusschen deks, de= welde haar zelven overal verborgen hadden En na dat men Meester van de kuijl waren en overal goede wagten gesteld hadden zo gongen de Patrouille om de Rebellen ten zoeken en gevangen te neemen, de Eersten die wij gevangen kreegen, was de valbonne die in de voormars gevlugt was, en die in 't eerste niet wilde afkomen en terwijl men het door de donkerheid niet zien konde, of er wel nog meer bij hem waaren, zo konden wij daar aan geen volk resqueeren in het don „keren hem uit de mans te haalen! maar hij t riep om pordon, en wij, dat hij maar af zoude komen, dat wij hem wel quartier zouden geven. waarop hij uit de mans in 't Fokke he wand kwam: maar wij punderden op hem met de snaphanen, en zouden als doen volk in 't want die hem gevangen namen. brogten hem op 't halvendek en bonden hem handen en voeten vast en leijden hem langs boord op 't halfdik. - maar na alle apparensie is het vuur van het half dik voor haar te geweest om de stukken lange scheeps te krijgen, om te tegen ons te gebruijken. het was ons ook bekend dat se 4. bijlen hadden, maar men wisten niet hoe zij er aangekomen waren, maar tot 259. tot 15 stuke, en bonden deselve aan handen en voeten vast en leijden haar langs boord; maar het was ons onbekend hoe sterk het geheele Complot waaren dog de principaalsten waren ons bekend door den Charles discer Ladroite die ons het serraad ontdekt heeft„ vijf van de principaalsten Rebellen hebben wij uit het gevangen huijs van vlissingen aan Boord gekreegen, dewelke hetselve geval in de depot al hebben willen onderneemen - en deese Rebellen hebben al in stilten van het begin af daar toe geneegend geweest om zulx te doen. — Zodra als het dag was, stelden wij overal nog sterken wagten en zetten alle de Mattro„ „sen en vertrouwde soldaten in die wapenen op het halverdek, en visiteerden nogmaals de kuijl, en vonden daar in Twee scherpe Bylen en een Timmermans Dissel, die de Rebellen, doen zij de vlugt moesten neemen tegens boord aangegoeijd hadden- Doen ontdekten men, dat Noel outers een sluijstimmerman van de Comp:e deselve bijlen uit de scheeps timmerlieden haar kist ge= „stoten hadde en aan de Rebellen gegeeven om ons daar meede te massaikreeren — Deselve hadden 4 Bijlen zondaage den 16 deeser 's middage wanneer de Timmerlieden aan het eeten waaren, en had deselve Bijlen gelegt onder het sjavotyen tot des avonds dat het donker was, doen hij deselve in stilte met van weijke een der Hoofd opvoer= „ders van dan gehaald, om ons daar meede te overvallen en om zig meester van het schip ten maken, zo als hij namaals en den scheeps raad bekent heeft doen hij in verhoring was dus is 'er een bijl weg, de wij niet gevonden hebben /:denken dat van weijke hetselve in de hand gehad heefte:/ doen hij op 't Bordes geschoten worden, en dat het bijl doen over boord gevlogen is. — Voorts doen alle Posten wel bezet waaren en over al goede wagten zo wel in de kuijb, bij de Luijken, voor de Constapels kamer, tusschen deks, op 't halverdek als in den Cajuijt en voorcajuijk; zo monsterden wij het volk en lieten de Rol leezen, om te zien, wie 'er manqueerden en gesneuveld wa„ „ren en 't Primult en bevonden dat er vijf soldaaten en een Matroos manqueerden - 1. Ioh=n dietr W:m van weijke geboortig van himke 2: Charles watjer „Rijzel 9 Dietenhoven 3. Nicolaas ducroix 4 Antonij Loillet 5. Pieter Boehmer Ruhl 6. Ioseph Criskolen Mattooos „ Samerthi Napels. - aan na de Monstering belijden wij scheepse Breeden Raad om de Rebellen te overhoren, die reeds gevangen waaren zijnde Noorderbreedte 12:o 38. 355„ 10„ — Lengte De Leeden van den Scheepe Raad. Jacob Veer Praesident Capitain 2 opperstuurman P:r Pietersen, 3 onderstuurman Herm: Coen 4. Bootsman Lourens Claazen. - 5. Commandeur Casim=r Lempers 6. Commandeur Coenraad Busche 7. Corporaal Lod=k Namtas 8. Sergeant Comond:s Ribere de Mora 9. Corporaal Louis Roij o Charles disr Ladavite en Joh: Matthias Sekler als schrijven Om dat 'er twee zoorten van Militairen waren, moesten er ook twee zoorten van officiers en den Raad zijn, en vermit het stuk al ten Crimineel was, verkoor ik thien Leeden, sal uit het militair, vermits de Rebellen militaire waaren. — Accordeerd CWv Siemel gezat Clercq - 10.

NL-HaNA_1.04.02_4319_0277 view scan ↗

English

Inventory of Documents drawn up and submitted to the Honorable, Worshipful Court of Justice of this government by and on behalf of the pro interim fiscal here, Gabriel Exter, ratione officii plaintiff in a criminal case on the one part, against: 1 Etienne Tailjasco of S:t remo 2 Antoine Gailjasco of the same 3 François Ros, nicknamed bieltse, of gent 4 Jean Miessieux of hantes 5 Augustinus Scheir of Savelos, and 6 William Thoma of Coston the 1st, 2nd, 4th, and 6th named as sailors, the 3rd as carpenter, and the 5th named as cook, having served on the seized French merchant vessel La Rozette, now the Lord's prisoners and defendants in the aforementioned case, on the other part. Inventory quoted with the letter A Criminal claim and conclusion formulated by the ratione officii plaintiff against the prisoners and defendants, and endorsed on the back with B Minutes kept on the French vessel La Rozette, quoted f: 1 No. 6 f 260 261 Articles answered by the 1st prisoner Etienne Tailjasco, quoted L. C: 1 Further ditto answered by the same 1st prisoner C: 2 Re-examined deed of confession of the said 1st prisoner C: 3 Articles upon which the 2nd prisoner Antoine Saljasco was heard, with the answers C: 5 Further ditto C: 6 Articles answered by the 3rd prisoner Francois Ros, nicknamed Bieltze C: 7 Further ditto C: 8 Articles presented to the 4th prisoner Jean Miessieur, with his answers given thereto C: 9 Further ditto C: 10 Further ditto answered by the same 4th prisoner as before C: 14 Claim by the ratione officii plaintiff against the 3rd and 4th prisoners ad torturam, extracted from a copy of the minutes dated 21 September 1786 C: 11 Interrogatories answered by the 4th prisoner in the torture chamber C: 12 Re-examined declaration made by Pierre Outrio C: 15 Articles answered by the 5th prisoner Augustinus Scheir C: 16 Further ditto C: 17 Articles with the answers of the 6th prisoner William Thoma C: 18 Further ditto C: 19 Inventory of the gold boxes, watches, and other trinkets found upon arresting the prisoners and defendants C: 20 Inventory of the goods discovered in the western corner of False Bay upon the indication of the 6th prisoner C: 21 Serving as justification of the facts charged against the prisoners and defendants in the aforementioned criminal claim by the ratione officii plaintiff, and consequently to verify articles 1 to 78 inclusive. The remaining articles of the same claim are introductory, notorious, of law, and confessed, and thus require no further specific proof. Legal brief, if necessary, to be drawn up and then quoted with the letter D. Was signed: G: Exter. In the margin: Exhibited in Court, 19 October 1786. Agrees. Appeared before the Honorable, Worshipful Court of Justice of this government, the pro interim fiscal here, Gabriel Exter, ratione officii plaintiff in a criminal case on the one part, against: 1 Etienne Tailjasco of S. remo 2 Antoine Tailjasco of the same 3 François Ros, nicknamed bieltze, of gent 4 Jean Miessieur of nantes 5 Augustinus Scheir of Savelon, and 6 William Thoma of Coston the 1st, 2nd, 4th, and 6th as sailors, the 3rd as carpenter, and the 5th as cook, having served on the seized French merchant vessel La Rozette, now the Lord's prisoners and defendants in the aforementioned case, on the other part. AD Sietm, sworn clerk. Article 1: And declared, 2: that the prisoners and defendants mentioned in the heading of this document served in their aforementioned capacities on the French vessel La Rozette; 3: that this vessel, 4: manned by twelve persons, having sailed from Bordeaux in the middle of last May, 5: the 1st prisoner and defendant, after the ship had hardly been at sea for fourteen days, had received a kick with the foot from the boatswain; 6: and being indignant about this, 7: he had spoken to his brother, the 2nd prisoner in this case, and in substance said to him: "If we were men, we could avenge ourselves." 8: That this was answered by the 2nd prisoner by saying: "Why, are we not men?" 10: They therefore together made the agreement to commit the heinous murder perpetrated on that vessel, 11: with the added agreement to keep this quiet for the time being until they should catch sight of land; 12: just as this was stated by the 1st prisoner in his free and unconstrained confession; 13: that, although it was frequently discussed among them, 14: the executed plot nevertheless appears not to have been fully formed until shortly before the actual execution, or when they caught sight of the Cape coast, being the 13th of the past month of August; 15: when the first five prisoners and defendants, having warned one another that it was now time, 16: established their conspiracy that same night and forged the so terrible plot 17: to murder all persons on the ship and make themselves masters of the same; 18: that, when after midnight the boatswain had taken over the watch from the captain, who had gone to sleep in the meantime, 19: and the other officers, except for the mate's boy who was at the front of the ship, 20: had also lain down to sleep, 21: it then happened that the 4th prisoner went to the helm to relieve the 2nd prisoner and send him to the carpenter, or the 3rd prisoner; 22: while the 3rd prisoner subsequently opened his chest and from it provided some axes and a hammer to the 1st, 2nd, and 5th prisoners; 23: immediately thereafter it was determined among the first 5 prisoners and defendants that the 1st, 3rd, and 5th prisoners would go to the cabins of the captain and second mate, 24: and the 2nd prisoner would go up onto the deck, in order immediately to carry out the plot upon the persons present in those two places; 25: that the prisoners and defendants also punctually carried this out, in such manner

Dutch transcription

Inventaris van Stukken gedaan maaken, en aanden welEdelen Achtb: Rade van Justitie deezes gouvernements overgegeeven door ende van wee„ gen de prointerim fiscaal alhier Gabriel Exter rat: of: Eijsscher in Cas Crimineel ter eenre op ende seegene 1tienne Tailjasco van S:t remo d/ Antoine Gailjasco „ „ _„o 3 François Ros byj gen„t bieltse van gent 4/ Iean Miessieux van hantes 5/ Augustinus Scheir van Savelos en 6 William Thoma van Coston de 1„e 2: 4: en 6: gen„d als matrosen de 3: als timmerman, en den 5 gem: als kok beschijden geweest op het afgeloopen fransh koopvaardij scheepje La Rozette, thans T heeren gen en ged„te in voorsz Cas ter andere zijde Inventaris gequoteerd met La A Crimineelen Eijsch en Conclusie door den r: O: Eijscher op ende Jeegens de gen: en ged„e geformeerd en dorso gequoteerd met . . „ B Proces verbal gehouden in het framch scheepje La Rozette geg:t ƒ:1 No. 6 ƒ 260 261 Articulen door den 1: gev: Etienne Tailjasco beantwoord geg„t L. C: L nadere _„o door denselven 1: gev: beantwoord- gerecolleerde acte van Confessie E: d van gem: C:' gen: Articulen waarop den 2 gevr: Antoine Saljasco is gehoord: met de responsiven: „ 6: 5 Nadere Articulen door den 3 Gevr: Francois Bos by gen=t Bieltze beaktw nadere trst aan den 4. gewr: Jean Miessieur voorgehouden met zijne daarop gegeeve„ ne responsiven na deze Eijsch door den r: O: Eysscher op ende Jegens den 3 en 4 gen: ad torturamg ex Copia notul de dato 21 7ber hebeerd. . . . 1786. C: 11: 6: 10: C C. 4 C: v. nadere _o door denselven 4 gevr: als voren beantwoord „ 6: 14: Gerecolleerde verklaring door Pierre Outrio verl: Articulen door den 5 gew: Au„ Gustinus Scheir beant„ woord gegt. 0-0 nadere _ Articulen met de responsive van den 6 gev: William Thoma . . . . - - „ 6: 18: nadere Inventaris van de bij het arresteeren der gevr: 8 ged: gevondene goude dosen horglogies en verdere kleinodien. „ 6: 20 van de op het aan„ wijsen van den 6 gewr: i de westhoek dier Baay Fals ontdekte goederen. . . . . „ 6: 21: Dienende tot Justificatie 6: 19 „ E: 17: „ 6: 16: „ 6: 15: : 23 Interrogatoria door den 4 gew: in de pijnkamer beantwoord 2: C: 11: — — e _ - _o _o _o _o e „ 6 8 C 7. P 6 „ 6 9 „ _o ƒ 61 0 _ D A 262. De overige articulen van denselven Eysch, zyn introduc„ tref, notoir, Juris en in Confesso en hebben mitsdien geen speciaal der beuys nodig Memorie van rechten /:A nood:/ te formeeren en als dan te quoteeren met de Letter (:was getekend:) G: Exter. — /: in margine:/ Exhebitiem en Judicio de October 17486. Accordeert — Artl 1: Ende deede zeggen 2. dat de gen: en ged„te in den hoofde deezes gemeld in hunne voorsz: qualiteiten beschijden zijn geweest op het fransch Scheepje La Plozette D. — van de facten aan de gev: 3 ged: by den voorsz: Crimi¬ neelen Eysch door den rat: off: Eijsscher ten lasten gelegd en mitsdien tot verificatie van art: 1 tot 78 inclusive Compareerde voor den E Achtb Rade van Iustitie deezes gouvernements de pro interim fiscaal alhier Fabriel Exter r: O: Eijsscher in Cas Crimineel ter eenre op ende Teegens 1Etienne Tailjasco van A„ remo 2/ Antoine Tailjasco „ - 3/ François Ros bij gen:t bieltze van gent - 4 Iean Miessieur van nantes 5 Augustinus Scheir van Savelon en 6, William Thoma van Coston de 1: 2: 4: en 6 als matrosen, de 3e als timmerman en den 5:e au kok beschijden geweest op het afgeloopen franwh koopvaard „scheepje La Rozette tans 'S Heeren gen: en ged„e in voorsz: laster andere zijde AD Sietm gem Clercq - - 263 Artl: 3, dat dit Scheepje 4, bemand met twaalf perzoonen in medio May laatstl: van bourdeaux uitgezeild zynde 5, den 13 gen: en ged:, nadat het schip nauwlijks veertien daagen in zee was, van den bootsman een trap met de voet had gekreegen 6 en daar over gebelgd zijnde geweest 7 zijnen broeder den 2: gen: in deesen hadde aange„ „sprooken en in substantie teegen denselven gezegt Indien wij mannen waren zouden wij ons kunnen wreeken Dat dit door den L: gev: beantwoord sijnde met te zeggen: waarom, zijn wij geen mannen 10: zijlieden dus te zamen de afspraak tot de op dat scheepje gepleegde gruwelijke moord, hadden genomen 11 met daar bij gevoegde Overeenkomst van dit voor eerst stil te zullen houden tot dat zy land in 't gezigt zouden krijgen 12: gelijk zulx door den 1: gew: bij zijn libere en onge„ „dwvongene Confessie zodanig is opgegeeven 13 Dak, niet teegenstaande 'er dikwils onder hunl: daar over is geabourheerd geworden 14/ het geexecuteerde project egter niet eer volkomen schijnt geformeerd te zijn als kort voor de dadelyke uijtvoeringe ofte toen zyl de Caabsche wal in 't gezigt hebben gekreegen: zijnde geweest den 13: der voorl: maand augustus A„o 15/ wanneer de vijf Eerste gen: en ged„t elkanderen gewaarschouwd hebbende, dat het nu tyd waare 16. , in dezelve nagt hunne conspiratie vastgesteld en het zo verschrikkelijke project gesmeed hebben 17, om alle persoonen op het schip te vermoorden, en Lig meester van hetzelve te maaken 18) dat, wanneer na middernacht de bootsman van den Capitain, die intusschen was gaan leggen slaapen, de wacht had overgenoomen 19, en de andere Officieren, behalven den Stuurman boij, die zig voor uit op het schip bevond 20 hun meede te slaapen needer gelegd hadden 21, het als toen gebeurd is dat den 4: gen naar het roer gegaan is om den 2: gew: af te lossen en naar den Timmerman ofte den 3 gen te zenden 22 / terwijl den 3: gen: vervolgens zijn kist ge„ opend en daar uijt aan den 1: 2 en 5: gen eenige bijlen en één hamer bezorgd hebbende „2: 3/ terstond daar op onder den 5' eerste gen: en ged:e bepaald is, dat den 1: 3 en 5 gen. zig naar de kamers vanden Capitain en Seconde 24/ en den 2: gen: zig naar boven op het dek zouden begeeven, om het geprojecteerde aande zig op die bij de plaatsen bevindende persoonen dadelijk ter uijtvoer te brengen 25 dat de gev en ged„e dit dan ook punctueelijk hebben naargekomen, zodanig A„o 15

NL-HaNA_1.04.02_4319_0281 view scan ↗

English

264. Number 26. That immediately the second mate was deprived of life by the 3rd named with several blows. 27 While the captain, who, having received a blow to the head in his cabin, fled their rage there and came onto the deck, but being pursued thither 28 was felled by the 2nd named, who was on the deck, 29 and with the help of his brother, the 1st prisoner and defendant, was done away with: all this having happened after the 2nd prisoner had already struck down the boatswain on watch upon the deck. 30 That upon this noise the boatswain's mate having likewise gotten up, notwithstanding his persistent praying and begging, had to undergo the same fate, and was directly attacked and deprived of life by the 3rd named and defendant with the help of the 4th prisoner. 31 That furthermore the 6th named and defendant, who had gotten up at that clamor from his sleep, together with the mate Boij, having approached the aforesaid mutineers trembling and having begged for the preservation of their lives, then also for that time brought matters so far that, upon promising to take part in everything, they were left alive. 32 Then, that a certain small boy, Jerome Bernar, commonly called Paris, at first out of fear not having wanted to appear, but thereafter upon the promise that no harm should be done to him, having gone above, 33 upon the outcry that this boy must not remain alive, 34 was likewise killed by the mentioned mate Boij, possibly to engender more trust, with several blows of an axe. 35 That the first 5 named and defendants thereupon placed the 6th named at the helm, 36 and furthermore, having struck the bodies in which any life could still be perceived until they were completely dead, 37 they betook themselves first to the cabin and then into the hold, 38 in order to seek out the most valuable goods and make themselves masters thereof. 39 That the four first named and defendants then also, at the pointing out of the mentioned mate Boij, took away from the chests violently opened near the lockers whatever they found in cash or of any value and divided it among themselves. 40 That the said named and defendants, having accomplished this plundering, 41 betook themselves above, 42 tied the corpses lying there together in a sail to an anchor, 43 and thus threw them overboard. 44 While subsequently the named and defendants, 265. having gotten more suspicion of mate Boij, who during the plundering of the chests had secretly put some papers upon his person, 47 he, Boij, subsequently, after first having dodged a blow that was dealt to him with an axe by the 4th named, 48 however, notwithstanding his continual praying and begging, 49 was, by the mentioned 4th named, who had called the 1st and 6th named to his aid for that purpose, 50 thrown overboard alive. 51 That, after the committing of these abominable crimes, the named and defendants then finally resolved 52 to betake themselves as quickly as possible to the shore, 53 and, if it were feasible, to sink the ship beforehand; 54 to which end a hole then being chopped in the bottom of the ship by the 3rd named and defendant, 55 they, the prisoners and defendants, after subsequently having brought the boat outboard 56 and having betaken themselves into the same with the stolen goods, 57 then finally came to land in the west corner of baaij fals, 58 where they, the named and defendants, spent that night, 59 and subsequently having seen that the ship, contrary to their expectation, sat upon the beach, 60 they, leaving behind the goods brought along, 61 which they hid among the bushes there, 62 and of which they only kept on their persons some that they could easily carry, 63 then divided into two parties and set off towards the Cape. 64 That the prisoners and defendants having arrived at the Cape the following day, 65 the 4th, 5th, and 6th named and defendants were arrested that very same evening, but having pretended to be stragglers left behind from another ship, 66 were at that time merely kept in custody provisionally, 67 while the 1st, 2nd, and 3rd named and defendants managed to hide together for several days, 61 until shortly thereafter they got on board the ship Josephus de tweede, 69 and being discovered by the captain of that vessel, and report thereof being made, 70 were subsequently taken off board by the officers of justice and thus likewise brought into custody. 70½ As then at the same time both the watches, gold boxes, and other jewelry found upon the arrest of the said persons, as well as the goods and effects discovered in the west corner of baaij fals at the pointing out of the 6th named by a commission expressly decreed by Your Honorable Worships, as evidenced under Littera C: number 20: and 21: produced.

Dutch transcription

264. N„o 26. — dat terstond den Seconde door den 3: gen: met ver„ „schijdene kappen van het leeven is beroofd. 27 terwijl den Capitain, die, na in zijn kamer een slag op het hoofd ontfangen te hebben, hunne woede aldaar ontvlugt en op het dek gekomen dog d derwaards achtervolgd zijnde 28 door den 2: gen:, die zig op het dek bevond, ter needer geveld 29, en met behulp van zijnen broeder den 1: gev: en ged: van kant geholpen is: zijnde dit alles geschied na dat de 2: gev: den wagthebbenden bootsman op het dek reeds had ter needergeslagen 30/ dat op dit gerugt den bootsmans maat meede op„ „gestaan zijnde, niet teegenstaande zijn aan„ „houdend bidden en Smeeken het zelfde lot heeft moeten ondergaan en direct door den 3 gen: en ged: met behulp van den 4: gev: is aangetast en van het leeven beroovd 31/ dat voorts den 6: gen: en gez: /: die op dat geraal van zyn slaaf was opgestaan :/ beneevens den stuurman Boij de voorsz: mustelingen beevende genadert en om het behoudt van hun leeren gesmeekt hebbende, het dan ook voor dien tijd zo verre hebben gebracht, dat zij toch onder belofte van alles te zullen meede doen in het leeven zyn gelaaten 32 / dan, dat zeekere klijne Iongen Jerome Bernar in den wandeling Paris genaamd in 't eerst uyt vreeze niet hebbende willen te voor schijn koomen, dog daar na op belofte dat 34/ door gem Stuurman poij /:mogelijk om meer vertrouwen te verwekken:/ met eenige slaagen van een bijl insgelyks is omgebracht 35 / dat de 5 eerste gen: en ged„t den 6 gen daarop aan het roer geplaatst 36/ en voorts de Lichgaamen in welken men nog eenig leeven konde bespeuren geslagen hebbende tot dat ze volkomen dood waaren 37/ hun eerst naar de Cajuit en voorts in 't ruim hebben begeeren 30 ten einde de kostbaarste goederen op te zoeken en zich daar van meester te maaken 39 dat zij vier eerste gen: en ged dan ook op 't aanwijzen vangem: stuurman boij uit de met geweld geopende kisten bij kasen, 't geen zy aan Contanten of van eenige waardije vonden weggenomen en onder zig verdeeld hebben 40, Dat zij gen: en ged:e die verlundering volbracht hebben 41, hun naar boven hebben begeeven 42, de aldaar leggende Lijken in een zeil te zamen aan een anker gebonden 43 / en dusdanig over boord geworpen 44/ terwijl vervolgens de gen: en ged' op voormd: hem geen quaad zoude geschieden naar boven gegaan zijnde 33/ op het geroep, dat dien Iongen niet in leeven moeste blijven. Een Stuurmen 265. Stuurman boiij die bij het plunderen der kisten eenige papieren No 45 in stilte bij zig gestooken had 46 - meerder achterdocht gekreegen hebbende 47 hij Eoij vervolgens, na eerst een slag die hem„ door den 4 gen: met een bijl toegebracht wierd, ontweeken te hebben 40:/ echter, niet teegenstaande zijn geduurig bidden en Smeeken 49: door gem: 4 gen: die daar toe den 1:e en 6' gen: tot hulp geroepen had 50: leevendig is over boord geworpen 57: Dat, na het pleegen van deese afgrijtelijke misda„ „den de gen: en ged„e dan eindelijk beslooten 52: om zig zo spoedig mogelijk naar den wal te begeeven 53/ en het schip, zo het doenlijk waare, alvorens te doen zinken 54. ten welken einde dan door den 3 gen: en ged: een gat onder in het schip gekapt zijnde 55 zij gev: en ged„e na vervolgens de schuijt buijten boord gebracht 56. en hun met de geroofde goederen in dezelve begeeven te hebben 57, dan eindelijk in de westhoek der baaij fali aan Land gekomen zijn 58 alwaar zij gen: en ged„t dien nacht doorgebracht 59/ en vervolgene gezien hebbende, dat het schip buijten hunne verwachting, op 't strand zal. 61 / tot dat zij kort daar na geraakt zijn aan boord van het schip Josephus de tweede 69, en door den Capitain vandien bodem ontdekt mitsgd„s daar van rapport gedaan zijnde 70 vervolgens door de dinaren der Iustitie van boord gehaald en dus meede in hechtenis overgebracht geworden zijn 70½ gelijk dan teffens zo wel de bij het arresteeren der gen„e gevondene horologies, goude doosen en verdere kleinodiën, als de bij eene van UwEd„ Achtb: expres gedecerneerde Commissie in de westhoek der baaij fals op 't aanwijzen van den 6: gen: ontdekte goederen en effecten blijken daar van onder L„a C: n. o 20: en 21: over„ 64/ Dat de gev: en ged„t s'anderen daage aan de kaap gearriveerd zijnde 65, de 4, 5 en 6: gen: en ged„te noch dienzelven avond gearresteerd, edog zich voor achteruijt gebleeven van een ander schip uijtgegeeven hebbende 66/ als toen enkel bij provisie in verseekering zijn gehouden geworden 67, termijl den 1: 2: en 3 gen: en ged: zig bij elkanderen nog eenige daagen hebben weeten schuijt te A:o 60 Zig, met achterlating van de meede genomene goederen 61, die zij onder de bosschen aldaar verborgen 62, en van welke zij slegts eenigen die zi ligtelijk konden meede voeren bij zig gestooken hebben 63, als toen in twee partijen verdeelt en kaapwaart hebben begeeven Al 6o „gelegde hebben houden C

NL-HaNA_1.04.02_4319_0283 view scan ↗

English

266 inventories were delivered to the agent of His Most Christian Majesty, the Lord Percherrn, in order to do and act with them in such manner as would be most consistent with the interests of both the owners of the aforementioned vessel and the true owners thereof. Ao 71. That subsequently the prisoners and defendants were surrendered to the Judiciary of this government by the said agent of His Most Christian Majesty residing here. 72. And the Officer-Plaintiff having been ordered by the Honorable Valiant Lord Governor and Honorable Politic Council here, by resolution of August 28 last, to proceed ex officio against the prisoners and defendants. 73. He, the Officer-Plaintiff, did not lose a single moment to repeatedly hear the prisoners and defendants on that account before the delegated commissioners from this Honorable Council on such articles 74. as were continually drawn up by him and presented to the prisoners and defendants. 75. That the 1st, 2nd, 3rd, 5th, and 6th prisoners and defendants also fully confessed to their committed acts during their examinations. 76. And the 1st prisoner and defendant moreover, in abundance, voluntarily gave the confession cited above. 77. While the 4th prisoner and defendant, after first being brought to torture, likewise confessed his crime, and afterward persisted therein when out of his bonds. Ao 78. As this appears more fully and clearly from the answers of the prisoners and defendants. 79. Wherefore the Officer-Plaintiff, taking the liberty to refer to this, will first make mention regarding the crime: 80. That the same does not merely consist in the terrible murder of six persons, 81. but that the prisoners and defendants also thereby deprived of life, in a most inhuman manner, those who were appointed over them as lawful commanders and chiefs. 82. And that they have thus violated and dishonored the flag of a Sovereign King and an empire under whose protection the aforementioned vessel had been dispatched by its owners. 83. That the prisoners and defendants committed this act with premeditation and ripe deliberation, so that they could beforehand already consider themselves assured of the desired effect. 84. And that all this happened on board a ship which, being at sea, could not afford the least means of escape to the unfortunate victims of their fury. 85. Yea, what is more, an act! committed so gruesomely purely and solely out of sheer lust for revenge and desire to enrich themselves, with which intention the prisoners and defendants had already been pregnant for a long time before, turn over: 267 Ao 86. without any single one of them being able to bring to light the least grounded reason for dissatisfaction or probable causes regarding this. 87. The 4th prisoner saying moreover, at the 17th article of his interrogation, that he had not the slightest reason to take part in this act. 88. And the 1st prisoner on article 17, that he had no reason to be dissatisfied and could not wish to be treated better on a ship. 89. That the Officer-Plaintiff, before and prior to proceeding to the determination of the punishment which each of the prisoners and defendants would have deserved, 90. will first deduce what was personally committed by each of the prisoners and defendants, and what, according to the humble understanding of the Officer-Plaintiff with respect to each of them, should principally be taken into consideration, 91. in order to be able to determine thereupon all the more easily how and in what manner each of them 92. should be punished, according to the measure of the more or less aggravating circumstances that accompanied their particular acts. 93. That subsequently the 2nd prisoner and defendant, Antonio Tailjasco, is no less culpable than the first prisoner, as having in the first place not only of the 96. 2nd: that he laid his hands upon the Captain and, with the help of his brother, the 2nd prisoner, deprived him of life on the quarterdeck. 97. 3rd: that he also helped to beat to death those in whom some signs of life were still observed, and that, besides plundering and robbing the most and most valuable goods, he, the 1st prisoner, finally 4th: threw the Lieutenant boy overboard on the orders of the 4th prisoner and with the help of the 6th prisoner. 95. 1st: that he, the 1st prisoner and defendant, must be regarded as the primary cause of those terrible murders, as having not only wanted to avenge himself against the ship's authorities over the dispute with the boatswain and the subsequent official report, but also, moreover, when the ship was barely 14 days at sea, forged the first plan for a mutiny on board with his brother, the 2nd prisoner in this matter. No. 94. Regarding then the 1st prisoner and defendant, Etienne Tailjasco, it is evident both from his own answers and the confession cited above. Ao 94 project

Dutch transcription

266 gelegde Inventarissen aan den agent van zijne allerchristelijkste majesteit den Heere Percherrn zijn overgegeeven, ten einde met deselven zodanig te kunnen doen en handelen als meest met de belan„ „gene zo van de reeders van voorm: bodem als de ware eigenaren derzelve overeenkomstig zoude zijn A„o 71. dat vervolgens de gen: en ged: door gem: alhier residee„ „rende agent van zijne allerchristelijkste majesteit aan de Iudicature van dit gouvernement over„ „gegeeven. „ 72. en den r: O: Eijsscher door den WelEdelen gestr: Heere gouverneur en E Achtb: politicquen raad alhier bij resolutie van den 28 augustus Jongstl: geordonneerd zijnde omme op Officio teegens de gev: en ged„te te moeten ageeren 73 hij r: O: Eijscher dan ook geen ogenblik heeft ver„ „zuimd om de gew: en ged„e bij herhaling dieswegens voor Heeren gecommitt„s uit deesen Edelen Achtb Rade te horen op zodanige articulen 74 / als door hem telkens zijn geformeerd en aan de gen: en ged„t voorgehouden geworden 75, dat de 1: 2: 3: 5 en 6 gen: en ged„t bij hunne examen dan ook derzelver gepleegde faiten volmondig hebben beleeden 76/ en den 1: gen: en ged daar en boven ten overvloede uijt vrije gemoeds beweeging de hier voren „ aangehaalde Confessie heeft gegeeven 77 / terwijl den 4: gen: en ged: na eerst ter scherper wannen gebracht te zijn, zijn misdaad meede heeft bekend, en daar bij naderhand buijten zijn en banden is blijven persisteeren A„o 78 gelijk zulx uit der gev„n en ged„e responsiven breed„ „voeriger en duidelijk komt te blijken 79 /waarom de r: O: Eijsscher, de vrijheid neemende zig daaraan te refereeren, nog vooraf omtrend het delict zal aanwerken 80 dat hetzelve niet alleen bestaat in 't verschrikke„ lijk vermoorden van zes persoonen 81:/ maar dat zij gew: en ged„s ook daar bij op eene alleronmenschelijke wijze hebben om 't leeven gebracht die geenen die als wettige bestierders en hoofden over hun waren gesteld. 82/ en dat zij dus hebben gevioleerd en geschonden de vlag van een Souverain koning en één rijk onder wiens protectie voorm:: bodem door deszelvs reeders was afgevaardigt 83 dat zij gew: en ged„e deeze daad hebben gepleegd met voorbedachten raade en rijp overleg, zodanig dat zij zig te voren reeds van het gewenschte effect konden verzeekerd houden 84 en dat dit alles is geschied aan boord van een schip dat in zee zijnde, aan de ongelukkige slagt „offers van hun woede geen het minste middel tot ontkominge konde verschaffen 85 Ia, dat meer is, één daadt! enkel en alleen uijt bloote wraaklust en begeerte om zig te verrijken, zo gruwelijk gepleegd en met welk voorneemen zij gen: en ged:s al een geruijmen tijd bevorene hebben zwanger gegaan heeft verte : 267 A„o 86 zonder dat een eenige van hun de minste ge„ „gronde reeden van misnoegen of waarschijne„ „lijke oorzaken hier omtrend kan aanden dag leggen 87/ zeggende den 4 gen n09g daar en booven bij het 17 artl van zijn verhoor: dat hij geen de geringste reeden heeft gehad aan deese daad deel te neemen 88/ en den E: gen: op art17: dat hij tgeen reeden gehad heeft om misnoegd te zijn en niet kan wenschen beeter op een schip behandelt te worden. 89 Dat de R: O: Eijscher voor en aleen hij tot de bepaling der straffe welke een ieder vande gew: en ged:t zoude hebben gemeriteerd over„ „gaat nog vooraf zal deduceeren, het geene door 90 een iegelijk der gen: en ged„t personeel is gepleegd en wat, naar het gering begrip van den r: O: Eijsscher met betrekking tot elk van hun wel voornamentlijk dient te komen in Con„ „sideratie 91, om daarop dan des te facielder te kunnen vast stellen hoe en op welke wijze een ieder van hun 9L: naar maate van de meer off mindere aggrave „rende omstandigheeden dewelke hunne bij „zondere feyten hebben verzeld 93 - zoude behoren te worden gestraft 90 Dat vervolgens den 2: gen: en ged: Antonio Tailjasco niet minder strafwaardig is als den eersten gev:, als hebbende in de eerste plaatse meede niet alleen van het 96/: 2: dat hij zijne handen aan den Capitain geslagen en denselven met behulp van zijn broeder den 2: gev: op het halfdek van het leeven beroofd heeft 97 /3„o dat hij meede heeft geholpen den geenen dood te slaan in welken nog eenige teekenen van leeven bespeurd wierden, en dat, behalven het plunderen en ontrooven van de meeste en kost„ „baarste goederen hij 1„e gew: nog eindelijk ten 4„e den Lieutenant boij op ordre van den 4:e gev: en met behulp van den 6: gev: heeft over„ „boord geworpen 95: 1:o dat hij 1:e gew: enged voor de eerste oorzaak van die verschrikkelijke moorden moet worden aangemerkt: als hebbende zig niet alleen over het disput met den bootsman en daar op gevolgde proces verbal aande scheeps over„ „heeden willen vwreeken maar ook daar eng boven wanneer het schip nauwlijks 14 dagen in zeewal bij zijnen broeder den 2 gev: in deesen tot een tumult aan boord het eerste project gesmeed. — N:o 94) Betreffende dan den 1e gen: en ged: Etienne Tailjasco is 't zo wel uijt sijne eigene antwoorden als de voren aangehaalde Confessie evident Ao 94 project

NL-HaNA_1.04.02_4319_0285 view scan ↗

English

268. project long beforehand, but also, upon the statement of the first mentioned that he wished to take revenge for having been put in irons, answered: are we not men, and subsequently, when the deed was carried out, urged his brother to it and said: that it was now time because they had land in sight, and that he, when his brother did not proceed quickly enough, further encouraged him by asking: whether he had now become a child; 2: that the mentioned must further be considered as having brought this project of the first prisoner further to full maturity; that he subsequently laid his hands upon the Captain, who, insofar as the prisoner was still under his command, was to be regarded as his lawful authority and commander, whom he nevertheless, with the help of his brother, the first prisoner, did away with in such a barbarous manner; 3: that he, having beaten the boatswain to death, further laid his hands on those who were not yet completely dead, in order to do away with them; and finally 4: that he, the prisoner, was also not among the least to break open all chests and lockers and to provide himself richly with everything; That further the 3rd prisoner and defendant Francois Ros in the first place himself says that he had indeed, 5: and finally, that he furthermore in his own person chopped a hole in the ship in order to make it sink; Coming now further to the charge of the 4th prisoner and defendant Jean Miessieux, principally: 3: that he was at that moment the first to attack and overwhelmed the first Lieutenant of the aforesaid vessel in his cabin, which ought also to be regarded as a safe refuge, and deprived him of life by several blows with an axe; 4: that the mentioned helped to beat the boatswain's mate to death, and that he likewise made it his business to plunder and rob all the most precious things that were found in that vessel; 1: that on the same night when the premeditated plan was carried out, he deliberated and planned that deed with the 1st, 2nd, and 4th mentioned, and that he fetched the instruments required for it, consisting mostly of carpenter's tools, out of his chest and handed them to everyone; 4 to 5 weeks before that murder was committed, been of the same sentiment as the other prisoners, and that he was thus already so long beforehand inspired with that dreadful intention; 269. into consideration: A:o 1077 that 1st, he, the 4th prisoner, also had knowledge of the proposed project; 2nd, that he furthermore did his utmost with raging and going on violently aboard the aforesaid vessel; having, 3rd, after inflicting a wound upon the Lieutenant boy, thrown the same Lieutenant boy alive overboard with the help of the 1st and 6th mentioned; That the 5th mentioned and defendant Augustinus Scheir, although he certainly knew of that agreement beforehand, nevertheless on that evening when it was carried out pretends not to have been aware of it, he, the mentioned and defendant, nevertheless: in the first place did not shrink from, when the tumult was underway, proceeding with the 1st and 3rd mentioned to the Captain's cabin and the Second's cabin in order to do away with both the Captain and the Second there; 2nd: that the mentioned also actually dealt the Captain a blow to the head with a hammer, from which he however did not fall to the ground; 3rd: that he, the 5th mentioned, also [illegible] the little boy; 3rd: kept his plundered loot in his possession and did not show and surrender it until his capture; That furthermore, with respect to the author or the primary cause that this inhuman deed was decided upon and carried out on that night, it does not clearly appear who could be held responsible for it, the 3rd and 4th mentioned and defendants saying that the Italians were the primary causes of it, and these in turn that the 3rd and 4th mentioned must be considered the ringleaders; 1: that he, the 6th prisoner, it is true, knew nothing of the entire plot and agreement, and only joined after the committed murders, yet did not shrink from helping to throw the Lieutenant boy overboard as well; 2: that upon reaching the shore and gaining his liberty, he not only concealed that deed and did not report it, but that he also struck Paris, who had indeed been knocked down by the Lieutenant boy, but was not yet beaten to death, a blow with an axe and thus did away with him; And finally, with respect to the 6th prisoner, there comes into consideration: Paris turn over thrown

Dutch transcription

268. project lange te voren geweeten maar ook op het te kennen geeven van den 1:e gen: van zig weegens het in de boeijen zitten wel te willen wreeken geantwoord: zijn wij geen mannen en vervolgens, wanneer het fait is ter uijtvoer gebracht, zijnen broeder daar toe heeft op„ gewekt en gezegt: dat het nu tijd was wijl zij land in 't gezigt hadden en dat hij zijnen broeder wanneer die niet te spoedig voortvoer nog heeft aangemoedigt met te vragen: of hij nu een kind was geworden 99 2: dat den gen: voorts moet geconsidereerd worden als dit project van den 1: gew: verder tot volkomen maturiteit te hebben gebracht; dat hij vervol„ „gens zijne handen geslagen heeft aanden Capitain, die, voor zo verre hij gew: nog onder zijn bestuur was moest aangemerkt worden als zijn wettige overheid en bevelhebber welke hij egter met behulp van zyn broeder den 1: gew: op zo een barbaarsche wijze heeft van kant geholpen 100/ 3: dat hij gen: den bootsman doodgeslaagen hebbende zijne handen voorts gelegt heeft aan de geenen welken nog niet volkomen dood waaren, om die van kant te helpen; en eindelijk ten 4/ dat hij gev: meede niet van de minste geweest is om alle kisten en kapjen open te breeken en zig van alles rijkelijk te voorzien 101 Dat voorts den 3e: gew: en ged: Francois Ros in de eerste plaatse zelve zegd wel 105/ 5 / en eindelijk, dat hij voorts in eigener per„ „zoon een gat in het schip gekapt heeft om hetzelve te doen zinken 106, komende nu nog ten lasten van den 4: ges„ en ged: Jean Miessieux voornamentlijk 103/ 3: dat hij op dat tijdstip de eerste aanvallen is geweest en den eersten L„t van voorm: bodem in zijn hut, dewelke meede als éen vijlige Schuijlplaats behoord aangemerkt te worden heeft overrompeld en door verschijden kappen met een bijl heeft van het leeven beroofd 104 - 4„e dat hij gen: den bootsmansmaat heeft helpen dood slaan en dat hij gen: meede zijn werk heeft gemaakt met het plunde „ren en berooven van al het kostbaarste dat zig in dien bodem heeft bevonden 102/ L: dat hij deselfde nagt wanneer het gepro„ „mediteerd plan is ter uitvoer gebracht met den 1: 2: en 4: gen: die daad heeft beraadslaagt en overlegd, en dat hij de daar toe benodigde instrumenten, bestaande meest in timmermans gereedschap heeft uijt zijn kist gehaald en aan een ieder ten hand gesteld. 4: a 5 weeken voor dat die moord gepleegd is van 'tzelfde Sentiment als de andere gev„e geweest te zijn en dat hij dus reeds zo lange bevorens met dat ijsselijk voor„ „neemen is bezield geweest 4: 269. in aanmerking A„o 1077 dat 1„e hij 4: gev: meede van het voorgenomen project heeft kennis gehad 108, L:e dat hij voorts zijn uiterste best gedaan heeft met het woeden en te keer gaan op voorm: bodem: hebbende. ten 3:e na het toebrengen van een wonde aan den L„t boij denselven L„r boij met behulp van den 1: en 6. gen: leevendig over boord ge„ 109: Dat den 5: gen: en ged: Augustinus Scheir behalven dat hij zeekerlijk wel van die afspraak bevorens geweeten heeft egter op dien avond wanneer het ter uijtvoer gebracht is, voorgeeft daar van niet bewust geweest te zijn, hij gen: en ged: evenwel 110/ in de eerste plaats zig niet heeft ontzien om; wanneer het tumult aan de gang was met den 1: en 3: gen: zig te begeeven naar de Capitains kamer en Secunde hut om zo wel den Cap„tn als Secunde aldaar van kant te helpen 111/ L: dat hij gen: ook werkelijk den Capitain met een hamer een slag op het hoofd heeft toegebracht waar van hij egter niet is ten aarde gevallen 112 ƒ 3: dat hij 5: gen: nog den klijnen Jongen 3:e zijn geroofde buijt heeft onder zig be„ houden en die niet als bij zyne gevangen neeming heeft vertoond en overgegeeven 116 Dat voorts ten opzigte van den auteur of de eerste oorzaak dat dit ontmenscht bestaan op dien nacht is bepaald en ter uijtvoer gebracht, niet wel blijkt wie daar voor zoude kunnen gehouden worden 117/ zeggende den 3: en 4: gen: en ged dat de Ha„ „lianen de eerste oorzaken daar van tgen geweest zijn, en deezen weederom dat den 3 en 4 gen: voor de eerste belhamels moeten 114 1:o dat hij 6 gev: wel is waar vande geheele toeleg en afspraak niets geweeten heeft en na de geperpetreerde moorden daar eerst bijgekomen is, zig egter niet ontzien heeft om den L„t baij meede over boord te helpen gooijen 115 / L dat hij die daad, aan den wal en op vrije voeten gerakende niet alleen heeft ver„ zweegen en niet aangegeeven, maar dat hij ook Saris, die door den L„t boij wel was ter needer, dan nog niet dood geslaagen een kap met een bijl toegebracht en zo van kant geholpen heeft A=o 113/ En eindelijk komt dan nog ten opzigte van den 6 gen: in aanwerkinge Paris verte „smeeten

NL-HaNA_1.04.02_4319_0287 view scan ↗

English

270. be regarded. And although the latter also seems in no way A„o 118 to be devoid of truth: 119/ because just before the deed was carried into execution the agreement was made at the bunk of the 3rd prisoner and defendant; 120/ and he, the 4th prisoner and defendant, relieved the 2nd prisoner and defendant from the helm in order to betake himself to the bunk of the 3rd prisoner and defendant; 121/ likewise the tools were distributed to everyone by the 3rd prisoner and defendant; 122/ so it is then also, on the other hand, beyond all dispute 123/ that the disagreement which the 1st prisoner and defendant had with the boatswain and the official report that followed thereupon seem to have given the 1st prisoner and defendant the very first cause for that intention; 124 just as he, the 1st prisoner and defendant, then also says in his unconstrained confession that he considers himself the prime cause, and takes the guilt upon himself because he already in the beginning of the voyage said to his brother, the 2nd prisoner and defendant: if we were men, we could avenge ourselves; 126 - and however much this has also been contradicted by the 2nd prisoner and defendant, and he, the 2nd prisoner and defendant, still continues to insist that he was first spoken to about such a project by the 3rd and 4th prisoners and defendants, and that these both are the authors thereof; N„o 127, just as this was also corroborated by the statement of the 5th prisoner and defendant, who declares that he also first heard of the project from the carpenter, or the 3rd prisoner and defendant; 121; the Officer Prosecutor believes, subject to correction, that he must conclude from the confessions made by the prisoners and defendants 129/ that although the dissatisfaction of the Italian who had been put in irons, or the 1st prisoner and defendant, gave the very first occasion for this project, 130/ both the 3rd and 4th prisoners and defendants nevertheless participated therein 131/ and principally brought the same into execution; 132 (whereby then the Officer Prosecutor, having taken everything into close consideration, has arrived at the conclusion 133, that the first four prisoners and defendants, as equal accomplices 134 of a cumulation of such heinous crimes, 135 which are so very abominable in themselves 136/ that one hardly dares to believe 137/ that they could arise in the heart of a rational being, let alone actually be committed, 138/ consequently in equal manner are guilty and subject to one and the same capital punishment: Ao 156 271. Al 139/ without those grounds of law being able to be taken into consideration on behalf of the first four prisoners and defendants, whereby the punishments, due to accompanying mitigating circumstances, are proportioned and moderated according to the nature of the case; 140, but that, on the contrary, the first four prisoners and defendants, according to the unanimous opinion of the most moderate Doctors of Law, ought to be punished with a right rigorous penalty; 1411 vide, among others, Menoch: de arbitr: Iud: quaest: Lb 11 Cent 3 Cas 266: P: m: 525 and Damh: Pr: Crim: Capt. XIII. — 142/ Whereas, on the other hand, with regard to the 5th prisoner and defendant, it also ought to be taken into consideration 143, that, however much he was also on the one hand an accomplice to that mutiny on board, 144/ at the distribution of the weapons by the 3rd prisoner also took a hammer, 145, first struck at the Captain therewith and inflicted a blow upon the boy Paris after the latter was already wounded; 146 nevertheless, in his favor it serves to be considered 147/ that he being a youth of 17 years, and the 3rd prisoner and defendant, as another countryman, having always exercised a certain pressure, power or dominance over him, A„o 148/ although belonging to the conspirators, nevertheless, as he declares, knew or did nothing other than what was told to him thereof by the 3rd prisoner and defendant under threats to keep it secret; 149 which is also confirmed by the fact 150/ that he, the 5th prisoner and defendant, during the plundering had to keep watch over the Englishman, or the 6th prisoner and defendant, 151/ and the 3rd prisoner, having taken the 5th prisoner's share for himself, gave him what he thought fit. — 152:/ Circumstances, Honorable and Worshipful Sirs, which certainly might cooperate toward a mitigation of the defendant's punishment in comparison with the first four prisoners; 153/ but which can never cause him to escape the ordinary penalty of death, 154/ as can be seen at greater length in Mr. S: van Leeuwen in his Roman-Dutch Law, book XXXIII, section 51, 155/ and Huber's Modern Jurisprudence, VI book, Chap 15, where he says under No. 3 that knowledge and concealment alone of this crime must be restrained with the death penalty.

Dutch transcription

270. aangemerkt worden. En hoewel dit laatste ook geenzints schijnt A„o 118 van waarheid ontbloot te zyn: 119/ wijl even voor dat het feyt is ter executie gebracht de afspraak gemaakt is bij de kooij van den 3: gen: 120/ en hij 4: gen: den 2 gew: van het roer heeft afgelost om zig bij de kooy van den 3:e ges„ te vervoegen 121/ missgd. s door den 3: gev: en ged: aan een iegelijk de gereedschappen zijn uijtgedeeld 122 / zo is 't dan ook aan den anderen kant buijten alle tegenspraak 123/ dat de oneenigheid die den 1: gem: en ged: met den bootsman gehad heeft en het daarop gevolgede proces verbaal den 1: gev: en ged: tot dat voorneemens het allereerst schijnt aanlijding te hebben gegeeven 124 gelijk hij 1: gev: en ged: dan ook bij zijne onge„ „dwongene Confessie zegd zig voor de eerste oorzaak te houden en om dat hij reeds in 't begin der rhijze aan zijnen broeder den 2: ged„ en ged: gezegd heeft: indien wij mannen waren zouden wij ons kunnen zwreeken, de schuld op zig te neemen 126 - en hoe zeer dit ook door den 2: gew: en ged: is teegen„ „gesprooken en hij 2: gen: en ged: nog blijft persistee„ „ren dat hij 't allereerste door den 3: en 4 gen, en ged: over een diergelijk project was onderhouden en dat deese bij de de auteuren daar van sijn N„o 127, gelijk zul dan ook werd gecorroboreerd door het zeggen van den 5: gen: die betuijgd het project meede van den timmerman of den 3: gen: het eerst gehoord te hebben 121; vermeend de R: O: Eijsscher naar de gedane Confessien der gen: en ged„e /:onder verbeeteringe:/ te moeten besluijten 129/ dat wel de onte vreedenheid vanden geboeijd ge„ „weest zijnden Italiaan of den 1„e gen: de allereerste geleegendheid tot dit project ge„ „geeven heeft 130 / zij bij de 3 en 4 gev: en ged: egter daar in gepar„ „titipeerd 131/ en 't zelve wel voornamentlijk ter executie gebracht hebben 132 (waar door dan den r. O: Eijsscher alles in nauwe overweeging genomen hebbende is gevallen in 't begrip 133, dat de vier eerste gen: en ged„t als gelijke Complicen 134 eener Cumulatie van zodanige hooggaande misdade 135 die zo zeer in zig zelven afschuwelyk zyn 136/ dat men nauwelijks durft gelooven, 137/ datze in 't harte van een reedelijk weezen opkoomen ik laatstaan metter daad gepleegd worden 138/ derhalven ook op gelijke wijze schuldig ren Vt 271. Al 139/ zonder dat ten belangen van de vier eerste gen: en ged,„e zouden kunnen in aanmerkinge komen die gronden van rechten als waar door de Straffe om daar bij komende mitigeerende omstandig„ „heeden naar den aart der zake worden gepaspor„ „tioneerd en verzogt „ 140, maar dat in teegendeel de vier eereste gen: en ged„ volgens het eenparig gevoelen der gemodereerds te D: D: met een vrij rigoureuse stratfe be„ „hooren te worden gepunieerd 1411 vide, onder anderen, Thenoch: de arbitr: Iud: quast: Lb 11 Cent 3 Cas 266: P: m: 525 en Damh: P„r Crim: Capt. XIII. — 142/ Waar en teegen dan ook met betrekking tot den 5: gen: en ged: behoord te worden in over„ „weeging genoomen 143, dat, hoe zeer hij ook aan den eenen kant aan die oproer binnen boord is meede pligtig ge„ weest 144/ bij 't uijtdeelen der waapenen van den 3 gev. ook een hamer genomen 145, eerst daar meede naar den Capitain geslagen en den Iongen Paris, na dat die reeds ge„ „quetst was, een slag toegebracht heeft 146 egter ten zijnen faveure dient in aanmerking te koomen 147/ dat Hij een Iongeling van 17: Iaaren zijnde 152:/ Omstandigheeden Edele Achtbare Heeren: die zeekerlijk wel tot mitigatie van des ged strade in vergelijking met de vier eerste gen zouden kunnen Coopereeren 153/ maar die hem nimmer de ordinaire Straffe des doods kunnen doen ontwiken 154/ gelijk zulx met meerderen te zien, is bij m. r I: van Leeuwen in zijn r: h: recht tt boek XXXIII do 51 155/ en Hubers. heedend: Rechtgeleerdheid VI boek Cap 15: alwaar hij sub N„o 3 zegd dat kennis en verzuijgen alleen van deeze misdaad met de dood straffe moet beteugeld worden en den 3. gen: en ged: als andere landsman altoos over hem een zeekere Drik magt of heerschappij geoefend hebbende A„o 148 / wel tot de geconpireerdens behoord, egter, gelijk hij betuigd niets geweeten of gedaan heeft als het geene hem onder drijgementen om zulx verborgen te houden daar van door den 3: gev: en ged: is gezegd. 149 't geen ook daar door bekrachtigt word. 150/ dat hij 5: gen: en ged: bij 't plunderen nog bij den Engelschman of 6 gen: de wagt heeft moeten houden 151/ en den 3: gev: zijn 5: gev:s portie na zig ge„ „noomen hebbende aan hem afgegeeven heeft het geen hem goed dachtte. — en aan een en dezelfde wissraand straffe onderheevig en: Ao 156 zijn

NL-HaNA_1.04.02_4319_0289 view scan ↗

English

272. Anno 156. That now the crime of the 6th or last named, since he did not report these gruesome offenses upon his arrival at the Cape, strictly speaking by law, would indeed seem to have deserved the death penalty, see among others the previously cited Huber's Contemporary Jurisprudence, 6th book, Chapter 15, no. 3. 157/ Yet nevertheless much pleads in favor of the 6th named, 150, that he, the 6th named and detained, had never heard or known anything beforehand of this unfortunate project; 159/ that he was not present at the actual execution thereof; 160/ that, although he, the 6th named, lent a hand in throwing the mate's boy overboard, 161/ yet, besides having done this on the order of the 4th named, he nevertheless did not wish to advance his death, 162, while he utterly refused a pistol that was offered to him by the 4th named for that purpose; 163: To which is added that all the aforementioned criminals unanimously acquit him, the 6th prisoner and detained, and declare him completely innocent: 164 he, the 6th prisoner and detained, having it to thank to Providence alone that he, whose life and death had long been considered, and who thereby had already lived in a terrible and pitiful crisis of mortal fear, which certainly ought not to pass unnoticed in the mitigation of his punishment, presently still deserved, did not see himself sacrificed to the barbarity of the other prisoners and detained. For which and other reasons and arguments to be further deduced in due course and time, if necessary, the Prosecutor, making his demand, concluded that by definitive sentence of Your Honorable Worships the prisoners and detained mentioned in the heading of this document shall be condemned, to be brought 166, but also moreover kept himself hidden, and also did not bring to light or surrender his obtained booty until he was already apprehended and delivered into the hands of Justice; 167/ so this allows not the slightest dispute, 168, that the 6th prisoner and detained ought to be punished at the extraordinary discretion of the judge. Anno 165/ then, since the said 6th prisoner not only neglected to bring so glaring a case to the knowledge of the law, 273. to be taken to the place where one is customary to execute criminal sentences and there delivered to the executioner, the first four prisoners by the names of Etienne Tailjasco, Antoine Tailjasco, François Ros, and Jean Messiur, each being bound upon a cross, shall be broken alive from the bottom up at intervals, and further, their right hands and heads being cut off, shall be placed on stakes; that no less the 5th named, named Augustinus Scheir, shall be punished with the rope on the gallows in such a manner that death follows; and that finally the executed bodies of the aforementioned prisoners and detained shall be transported to the beach upon the sea dunes behind the so-called mole, in order to be there, the first four prisoners woven onto wheels expressly erected for that purpose and their heads and right hands placed on stakes, and the 5th named hanged again upon the gallows standing there, in order in such manner, as an example and deterrent to other seafaring persons, to remain there until they shall have been consumed by the air and the birds of the heavens; that further the 6th prisoner William Thoma, after having been exposed under the gallows with a noose around his neck, shall be bound to a post and severely flogged with rods on his bare back, and after being branded, shall be riveted in irons in order to remain banished therein for the duration of his life on Robben Island, with condemnation of all the prisoners and detained in the costs and expenses of justice, or to such other ends as Your Honorable Worships in proportion to their committed deeds shall judge proper. was signed: G: Exter in the margin: Exhibited in court the [illegible] October 1786. Agrees: W D Riets, sworn clerk 274. We, captains, officers, staff, and sailors of the ship La Rozette, certify and attest that today, 5 June 1786, at two o'clock in the afternoon, the named Etienne Paljasco, of Italian nation, sailor aboard the said ship, had left the helm to go to work making spun yarn, following the repeated orders of the boatswain; that the aforesaid sailor, complaining of having been put today on a water ration at the rate of two bottles per day for each man, to which the captain, officers, staff, and sailors had been subjected at the same moment, would not set to work without uttering many repeated insults to the boatswain, in the presence of the Sieur Huolahan, here the complainant, second aboard and the officer of the watch at that moment; the latter, provoked by the words and the threats of this sailor made to the boatswain, his superior, who had not touched him in any manner, told the boatswain to take a rope's end and by a few blows bring him back to his duty; the sailor, without nevertheless having been struck, had no sooner heard these words than he went on the defensive, making threats that were rash enough to [illegible]; the said Huolahan, finding himself [illegible], immediately summoned the sailor, who mocked it [illegible] pronounced, had [illegible]

Dutch transcription

272. A„o 156. Dat nu de misdaad van den 6 of laatsten gen: also hij die gruwelijke delicten bij zijn komst aande kaap niet heeft aangegeeven, stricto Jure genomen, wel zoude schijnen eene doodstraffe te hebben gemeriteerd, vide onder anderen de voren aangehaalde Hubers hedend: Rechts gee¬ Vt boek Cap 15 no. 3. 157/ zo pleijd tog eevenwel veel ten voordeele van den 6 gen, 150, dat hij 6 gen: en ged: van dit ongelukkig pro„ „ject bevorens nooijt iets gehoord of geweeten 159/ dat hij bij de dadelijke uijtvoering daar van niet is teegenwoordig geweest 160/ van, hoewel hij 6: gen: de hand geleend heeft aan het overboord werpen van den Stuurman boij 161 / zo heeft hij, behalven dat hij dit gedaan hebbe op ordre van den 4 gen. egter deszelfs dood niet willen bevorderen 162, terwijl hij een pistool, dat hem door den 4: ger daar toe aangeboden wierd, volstrekt gemygerk 163: Waar bij nog komt dat alle voormelde misdadigers hem 6: gew: en ged: eenparig vrijspreeken en voor volkomen onschuldig declareeren: 164 hebbende hij 6: gev en ged: het de voorzienigheid alleen te danken dat hij, wiens leeven en dood lange in beraad genomen is, en die daar door reeds in eene verschrikkelijke en deerniswaardige Mits welke en andere reedenen en middelen en tijd en wijlen /:is 't nood :/ nader te deduceeren den r: O: Eijsscher Eijsch doende Concludeerde, dat bij definitive vonnisse van Uwelhd Achtb: de gen: en ged:s in den hoofde deezes gemeld zullen worden gecondemneerd, omme gebracht 166, maar zig ook daar en boven 't Schuijl heeft gehouden mitsgd„s zijn behaalde buijt niet eerder heeft aanden dach gebracht of overgegeeven als toen hij reeds was ge„ „apprehendeert en in handen van Iustitie overgeleevert 167 /zo tijd dit ook geene de minste contestatie 168, dat den 6 gev: en ged: nae 't arbitrium van den rechter extraordinaire behoord te worden gepunieerd A„o 165 / dan, daar gem: 6 gev: niet alleen verzuijmd hebbende een zo eclatant geval ter kennisse vanden rechten te brengen Crises van dodelijke angst geverseerd heeft dewelke zeekerlijk niet ongemerkt behoord te worden gepasseerd in 't mitigeeren van zijne thans nog verdiende straffe, zig net aande barbaarsheid vande andere geven ged„te heeft opgeofferd gezien Crisis verte heeft heeft. — 273 te worden ter plaatse alwaar men gewoon is, Crimineele Sententien te executeeren en aldaar aan den Scherprechter overgeleeverd de vier eerste gew„e in namen Etienne Tailjasco, Antoine Tailjasco, François Ros en Iean Mies„ sieur ijder op een kruijs gebonden zijnde van onder op bij tusschen posingen leevendig zullen worden geleedebraakt, en voorts hunne rechter handen en hoofden afgehouwen weezende op pennen gestooken zullen worden; dat niet minder 5: gen: gen: Au„ „ gustinus Scheir met de koorde aan de galg zodanig gestraft zal worden dat 'er de dood na volgd en dat eindelijk de geexecuteerde Lichgaamen van de voorm: gen: en ged„ts naar het strand: op de Zee duinen achter de zogenaamde moelie zullen werden getransp teerd om aldaar, de vier eerste gev„ op expresse daar toe opgerechte raaderen ge„ vlogten en derzelver hoofden en rechter handen op pennen gesteld en den 5: gen: aan /:was geteekend:/ G: Exter /:in margine:/ Exhibituur de aldaar staande galge weederom opgehangen te worden omme in diervoegen ten exempel en afschrik voor andere zee varende personen aldaar so lange te verblijven tot dat door de lucht en voogelen des Heemels zullen zyn verteerd; dat voorts den 6 gev: William Thoma na met een strop om den hals onder de galg ten pronk gesteld te zyn aan een paal gebonden en met roeden op de bloote rugge strengelijk gegeesseld en daar op gebrandmerkt zijnde in de ketting zal geklonken worden om daar in den tijd zijns leevens ten robben eilande gebannen te blijven met Condem„ „natie van alle de gen: en ged„e in de kosten van misen van Iustitie ofte tot zodanige andere fine als UwEd Achtb. na evenreedigheid hunner ge„ pleegde faiten zullen oordeelen te behoren. — den vet D: B: 274. in Iudicco den October 1786. — Accordeert ous Capitaines officiers, majors et mariniers du Navire la Rozette, Certi„ fions et attestons qu'aujourd hui s Juin 1786. a deux heures apres medi le nommne Etienne Paljasco Halende nation matelot à bond du dit n auroir quitte la barre pour alla travailler a faire du bitor, suic ant les ordres recte res du maitre d'equipage que le susdit matelot se plaignant de ce qu'on l'auroir mis ce jourd sui à la ration de l'eau à raison de deux bonteilley par jours a Cha „que homme à quoi le Capitaine, officiers majors, et mariniers, auvoient ete Soamus au meme moment n'auroit pas voulu Se mettre au travail sans dire beaucoup d'injure et souvent repetees au maitre d'equipage en Presence du Sieur huolahan ici le plaignant second au bordet l'offi„ „cier de quart dans ce moment Celui ci poussé par le Propos et les menaces de ce matelot faites au maitre d' Equipage Son Superieur qui ne l'auroit touché en aucune manière auroit dit au maitre de Pren ien bout de Corde et par melquo Coups de ramené à son devoir le matelot Sans ete neannouis frappe n'auroit par entendu Ces paroles qu'il se Seroi defenser faisant des menaces Peroir assez temeraires Poor over t le Jhuolahan alors se trou te auroit d'abord fait eene Seme matelot, qui J'en mocquairt enc „ment Prononces auroit ob, H WD Riets gem Clercq

NL-HaNA_1.04.02_4319_0292 view scan ↗

English

to give him a single blow, the sailor immediately would have, then officers of the watch, a punch in the face and would have straightway armed himself with an axe with which he would have struck another blow which would have landed on the master's arm, and which he would have repeated if the Captain, Le Sueur Boij officer on board, and the boatswain had not seized him; the Captain then would have had the said rebel seized at once and would have had him put in irons by both feet, and would have signed at the same time the present official report with the officers, mates, and seamen in whose presence this event occurred, so that it may serve as is proper in time and place for the Sieur huolahan, so that he may claim and obtain justice from whoever it shall pertain to. Aboard the said vessel, 25 June 1786. Signed: J Laboudt Raini 164 Maillarf Caine, Boatswain Bernard Bopemart Franciesbielle Carpenter Cromme Agrees so far as it has been possible to verify, and since a portion was torn off from the edge, some lines could not be fully made known. A.W. Rier clerk Letter C: 1: 275. Articles drawn up and delivered to the commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, in order that upon them, at the requisition of the pro interim fiscal Gabriel Exter, Stephano Etienne Taljasco of Saint Remo be heard, the responses to be given by him to be duly made known in the margin hereof. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the sailor Stephano Etienne Taljasco, who to the adjacent question points gave such answers as are recorded alongside them. The defendant's name, age, and place of birth. Says Stephano Etienne Taljasco of Saint Remo, aged over 21 years. Article 1. With what ship, in what capacity, and when did he, the prisoner, land here? Says with the French ship La Rozette, which was wrecked here near the mountains, in the capacity of sailor; says he cannot determine the day when he landed here, though he knows that it was the 1st or 2nd day of the week. Article 2. With how many men was the said ship manned, and when sailed, and from where? Says with 12 men, namely: the Captain Captain-Lieutenant Lieutenant Boatswain Boatswain's Mate Carpenter Cook and 5 common seamen. Sailed from Bordeaux, according to his estimate 3 months on the voyage. 276. Whether during the voyage any disputes and unpleasantries occurred, and whether he, the defendant, himself had the like? Says that having been called by the boatswain while he was below, and not understanding French, he did not come immediately, whereupon the boatswain beat him, and the chief mate, having come by, said: what is that fellow arguing about, put him in irons; which was done; the next morning the Captain, seeing him, asked why he was there, and further ordered that he should be released forthwith; otherwise, as he does not master the French language, he does not know what was spoken on the ship; he only knows well that the captain frequently used the insults Bougre and Jean foutre against the boatswain and others; furthermore, he says he saw that the Englishman had a quarrel with the boatswain, and that they came to blows with one another. Whether he or more of them were put in irons, who, and by whom liberated again? Says nobody besides him; not knowing whether this was ordered by the captain, but indeed that the chief mate had it done, and that he, as said before, was released again the next day by order of the captain. On what day did they catch sight of the Cape coast? Says that he cannot determine the exact day; but that in the evening the Englishman said that the coast was in sight, but that this was contradicted by the others, saying that it was fog, but that the next day the land was fully visible. Article 4. Whether he, the prisoner, did not agree with several persons of the crew to run the ship off and make themselves masters thereof? Says that he knows nothing of any agreement or plan, but that the others being busy with killing the officers and he, the defendant, having been asked whether he would not join in, had joined them. Whether they did not carry this out that same evening by murdering the Captain, Second, and mate, two petty officers, and a boy? Says that they murdered all the beside-mentioned persons, except the mate, whom they threw alive overboard. Article 7. What instrument or weapon did he, the prisoner, employ for this purpose, and against whom did he lay his hand? Says to have used the axe with which the wood was chopped in the galley; that he attacked the captain in his cabin, pursued him above, and gave him a blow without knowing whether he died from it; since it was at night he cannot state which instruments the others used; he only can say that he, together with the carpenter and the cook, went alone to the captain's cabin, without being able to say positively what occurred above on the deck. 8. Who among them gave cause to this, and with how many persons were they in common? Says that that evening he had a headache and had not even eaten, and that the carpenter said to him and his brother. 10.

Dutch transcription

ƒ a lu donner un Coup seul de le matelot aussi tot auroit alors officiers de quart & Coup d' Poingdans la figure et se scroit arme de Suite d'un exessoir dontil lui auroit encore lance un Coup qui auroit ête Porté dans le bras du maitré et quil uuroit reitere si le Capitaine, Le Sueur Boij officier à bord et le maitre d' Equi page nes en fussent pas saisis, le Capitaine alors auroit fait Faisir de Suite le dit rebelle et l'auroit fait mettre aux fers par les deux Pieds, et auroit Signé en Merie temps le present proces verbal avec les officiers, majors At marinies s en Presence desquels ce fait sest possé, pour qu'il serve Comme de raison en Temps et lieux au Sieur huolahan, a fir gail reclame et obtienné la Justice de quiil apartiendra a bord du dit navire Les Juin 1786. /Signe:/ ee J Laboudt Raini 164 Maillarf Caine, Meuke Dequipage tr Bernard Bopemart Franciesbielle F Scharpentien ƒ Cromme Accordeert voor zo verre men heeft kunnen nagaan, en vermit er van de kant een gedeelte was afgescheurt zo heeft men zommige reguls niet ten vollen kunnen bekend stellen G A:W Rier t N gem Clery L„a C: 1: 275. Articulen gedaan compareerde voor ons onderge¬ „tekende gecommitt. s uyt den E achtb: raad van Justitie deezes maken en aan heeren gecom¬ gouvernement den mattroos „mitt„s uit den E achtb Raad Stephano / Etienne/ Taljasco van Justitie deezes gouverne„ dewelke op de nevenstaande „ments overgegeven om daar vraagpoincten zodanige ant„ op ter requisitie van den pro„ woorden„ gegeeven heeft als bezeij„ „den dezelve aangetekend staan, „ interim fiscaal gabriel Exter gehoord te worden Stephano Etienne Taljasco van S„t Remo zullende deszelvs te gevene responsiven in mar„ „gine dezer behoorlyk worden bekend gesteld. zegt Stephano / Etienne/ Tal, des ged:s naam, ouderdom en „jasco van S„t Remo oud geboorte plaats. ruijm 21 Jaar. Art: 1. zegt met het Fransch schip met wat schip, en wat quali¬ La rozette dat hier bij het „teijt en wanneer hij gev: alhier gebergte vergaan is. - in qua„ „liteijt als mattroos; zegt den is aangeland: dag niet te kunnen bepaa„ „len, wanneer hij hier is aangeland, echter wel te weten dat het 1„e of 2„e dag in de week was. zegt met 12 man, namentlijk met hoe veel volk gem: schip de Captn is bemant geweest, en wan¬ captn Luijtenant Luytenant „neer uytgezeild en van waar¬ Bootsman Bootsmansmaat Timmerman 2. Kots 276. K ok en 5 gemeenen reis te hebben gehad. Uytgezeijld van Bourdeaux, na zijn gissing 3 maanden off geduurende de reijse, niet zoijt dat hij door den Boetsman eenige geschillen en onaangenaam geroepen zijnde geworden, ter„ „wijl hij onder was, en geen heden zijn voorgevallen, en of fransch verstaande, terstond niet hij ged: niet zelve diergelijke is gekoomen, waarover de Book„ „man hem heeft geslagen, en de opperstuurman daarbij zijnde ge¬ „koomen gezegt heeft, wat redeneert die kerel: sluit hem in de ijzers, het geen geschied, 's anderen dags uchtends de Capt=n hem ziende, gevraagd had, waarom hij daar was; voorts geordonneert dat hij tverder moest los gelaaten worden, - overigens alzoo hij de fran„ „sche taal onmachtig is, weet hij niet wat er op het schip gesproken is, alleen weet hij wel dat de captn dikwerf tegen den bookman en anderen de scheldwoorden, Bougre, en Jean foutre gebeezigd heeft, voorts zegt hij gezien te hebben, dat de Engelsman met den bootsman rusie heeft gehad, en dat zij met Elkander hand gehad heeft. off hij niet of meerder van zegt, buijten hem niemand; niet wetende, of zulx door den hunl: zijn geboeyd geworden capt„n geordonneert is, maar wie, en door wien wederom wel dat de opperstuurman het bevrijd! gelijk vooren gezegd is / 's an„ heeft laten doen, en dat hij / „derendaags op order van den cap:tn weder is losgelaaten. zegt: dat hij den eigentlijken dag op wat dag zijt de caatsche niet kan bepaalen; doch dat wal hebben in 't gezigt gekre¬ 's avonds de Engelsman ge„ „gen: zegd had, dat de wal in 't ge„ sigt was maar dat zulx door zegt, dat hij van geen afpraak of hij gev: niet met meerdere of voornemen iets weet, maar persoonen van 't volk is eens dat de anderen bezig geweest zijnde met het ombrengen der geworden, het schip af te loo„ officieren en hem ged:e gevraagd, pen en zig meester daarvan zijnde of hij niet wilde mede te maken! doen, zig daarbijgevoegd had: zegt, dat zij de nevensgenoemde off zijlieden zulx niet op perzoonen alle vermoord hebben dezelve avond uitgevoerd heb„ behalven den stuurman de„ welke zij levendig overboord ben met het vermoorden van den Captn Secunde, en stuurman twee onderofficiers en een Jongen! geworpen hebben. zegt te hebben gebruijkt den bijl wat instrument of geweer daar het hout in de combuij hij gev: daar toe heeft g'em„ mede wierd gehakt; dat hij „ploijeerd en aan wien hij den capiteijn in zijn kamer zine hand gelegt heeft = geattacqueerd, naar boven ver„ volgd; en een slag gegeeven heeft zonder te weten, of hij daar van kunnende hij wijf t in de nacht geweest is, gestorven is, niet aangeeven welke instrumenten, de anderen gebruikt hebben, alleenig weet hij te zeggen, dat hij benevens den timmerman en de kok alleenig na de capiteins kamer is gegaan; zonder positive te kunnen zeggen, wat boven op het dek is voorge„ zegt: dat hij dien avonds hoofd, wie van hunlieden hier pijn gehad, en zelvs nietge„ toe heeft aanleyding gegee„ „geeten had, en dat den timmer„ „man tegens hem en zijn „ven, en met hoe veele de anderen wierd tegengesprooken met te zeggen dat het mist was, doch dat 's anderen daags het land volkomen te zien was. persoonen Art: 4. gemeen zijn geweest & de vallen. — broeder. 10. 8. Art 7.

NL-HaNA_1.04.02_4319_0295 view scan ↗

English

277. Article 11. Whether they did not subsequently throw the dead bodies overboard, and who assisted therein? Says yes: that all of them, and even the then still living lieutenant, helped with it, they having secured the corpses in a sail and thrown them overboard with an anchor. Article 12. Whether he, the prisoner, did not then with his mate open some chests, and take away the money and other valuables contained therein? Says: that they took as much as they found, which they believed would serve primarily for their use, namely around 80 Spanish dollars, 6 to 7 watches, 2 pairs of buckles, 2 pairs of silk stockings; stating further that the rest of the goods were not all known to him, and that the same were put into sacks on the shore. Article 13. What he, the prisoner, took for his own person, and what the others took for themselves? Says that for his share he had a watch, 2 pairs of silk stockings, and 2 shirts, his brother having kept the money, while he, the prisoner, also had a watch chain and some other gold ornaments. Article 14. Whether, having done this, they did not launch the boat and sail with it to the shore? Says yes: in which they all assisted, except for Lionnaco who was at the helm and the carpenter who was busy chopping a hole in the ship. Article 15. At what time and at what place they came ashore? Says around midnight on a sandy place. Article 16. Whether they stayed together, or separated immediately? Says that they remained together until the following morning, when they divided into two parties, and he, the prisoner, went with his brother and the carpenter, which carpenter left them and remained behind that same evening. Article 17. What could have moved him, the prisoner, to such an inhuman existence and gruesome deed? Says: because he, as well as the others, had been mistreated, he thought to kill them before they killed him, the others being in agreement with him in this, his brother having said, we will kill them before they murder us. That all of them except the Englishman had helped from the beginning, the latter having only joined at the end, who also laid his hands upon the lieutenant. Thus questioned and answered at the Cape of Good Hope on 2 September 1786 before the Honorable Willem Ferdinand van Rheede van Oudtshoorn and Johannes Smits, members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute of this along with the prisoner, the interpreter C. Höhne, and me, the secretary. Lower down: Which I witness. Was signed: C. van Aerssen, Secretary. Recollement. Appeared before the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the aforementioned person of Stephano Etienne Paljasco, who, these preceding interrogatories together with his answers given thereto having been read aloud clearly and distinctly word for word, testified to persist therein, except that on the 7th article he says he spoke beside the truth, now confessing himself to have been the first cause of everything, as appears more fully from a deed of confession expressly executed thereto by him, the appearer; with the desire that nothing further shall be added to or taken from this. Thus done and recollected at the Cape of Good Hope on 25 September 1786. Below that: a cross around which was written, this mark is placed by the own hand of Stephano Taljasco. Lower: for the translation, signed C. Höhne. Below that: In my presence, signed: C. van Aerssen, Secretary. In the margin stood: as commissioners, was signed: W. F. v. Reede van Oudtshoorn and Joh.s Smits. Agrees. Letter C. 2 278. Further articles drawn up, and delivered to the gentlemen Commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, to examine thereon at the requisition of the pro interim fiscal Gabriel Exter, Etienne Taljasco, prisoner here, his answers to be given being duly recorded in the margin hereof. Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the person of Etienne Taljasco, who answered the adjoining questions as noted beside each. Article 1. When he, the prisoner, with his brother arrived at the Cape, how long and with whom he stayed there? Says that afternoon, as they had come ashore the night before, they arrived at a small house in the mountains, and after they had eaten and drunk a little there, because they did not trust those people, they went from there to a small woods where they slept that night, and subsequently came from there hither on the second day, to a house that the prisoner cannot rightly indicate, where they also, after having eaten and drunk a little, went to an inn where a Spaniard lives, where they then also remained for four days, this house having been shown to them by a boy who spoke Portuguese. Article 2. For what reason the carpenter remained behind? Says he does not know the reason why the carpenter remained away from them, having

Dutch transcription

277. broeder gezegd had, wij zullen perzoonen zij dit verrigt hebbend ze doodslaan eer ze ons om„ „brengen. — dat zij alle behalven den Engelsman van 't begin af geholpen hadden, zijnde deese op het einde eerst er bygekoo„ men; die zijne handen mede aan den luijtn geslagen heeft off zijlieden niet voorts de dor„ zegt Ja: dat ze alle en zelvs „de lichaamen overboord hebben de toen nog levende luijtnt daar aan geholpen hebben, gegooijd, en wie daar bij behulp„ hebbende zilieden de liken in een zeijl vast gemaakt „zaam is geweest en met een anker overboord gegooijd. zegt: dat ze zo veel zij gevonden off hij gev: dan niet met zijne hebben, datze geloofden voor, maat eenige kisten heeft geo„ namentlijk tot hun gebruijk pend; en het daarin zijnde te dienen hebben mede geno„ geld en andere kostbaarhedens „men te weeten omtrend 80 spaansche matten, 6 à 7 horlogies weggenomen." 2 p„s gespen. 2 p„s zide koussen zeggende voort dat hem het overige goed niet alle bekend, en het zelve aanstrand in zaken gezet is. zegt voor zijn aandeel te heb„ wat hij ged: voor zijn perzoon „ben gehad Een Horlogie, 2 p„ heeft genomen en wat de over„ zyde kousen, en 2 Hemden, hebbende zijn broeder het geld rige hebben naa zich getrokken gehouden, terwijl hij ged: nog een horlogie ketting, en eenige andere goude Cieraden heeft gehad zegt Ja: waartoe zij alle geholpen off zijlieden dit gedaan hebben, behalven Lionnaco die hebbende, de schuijt niet uijt„ aan 't voer stond en den tim„ „gezet hebben, en daarmede „merman die bezig was om naar de wal gevaaren zijn 2. een gat in 't schip te kappen. zegt dat zij tot des anderen daar off zijlieden te samen zijn morgens bij elkanderen zijn ge„ gebleeven, of zig dadelijk gese„ „bleven, wanneer zij zich in „pareerd hebben twee partijen verdeelt hebben, en hij ged: met zijn broeder en den timmerman is gegaan, dewelke timmerman dezelve avond van hun afgegaan en achteruit is gebleeven zogt: om dat hij zo wel als de wat hem gev: tot een zo on„ andere kwalijk was getrac„ menschelijk bestaan en gruwe„ „teerd geworden, heeft hij gedagt lijke daad heeft kunnen be„ om hun om te brengen, eer wegen ze hem ombragten, zijnde daar in de andere met hem Aldus gevraagd en beantwoord Aan Cabo de Goede Hoop den 2 september 1786 voor d' E E„s Willem Ferdinand: van Rhede van Oudtshoorn en Johannes smits leeden uit den E achtb: raad van Justitie voorm: die de minute dezer benevens den gev: den vertolker C: Höhne en mij secretaris mede behoorlijk hebben onder„ „tekend. /:laager:/ 't welk ik getuijge /:onderstond:/ zylieden aan land zijn geko„ zegt omtrend middernacht op Hoe laat en aan wat plaats Art: 15. verte Gts Art: 11. 12. B 14. conform geweest. 17. 16 „men? een zandige plaats. /:was getekend :/ C: van Aerssen Secret=s Compareerde voor de onderget: Gecommitt s uit den E achtb: Raade van Justitie dezes gouverne„ „ments, de voorn: persoon van Stephano /ltienn Paljasco, denwelke deeze voorenstaande vraag „stuken, met zine daarop gegeevene responsira van woorde tot woorde klaar en duijdelyk zijn „de voorgeleezen, betuijgde daarbij te blijven per„ „sisteeren, edoch op het 7d„e articul zegt bezijden de waarheijd te hebben gesproken, thans be„ lijdende zelve de eerste oorzaak van alles te zijn geweest, gelijk nader komt te consteeren, uit eene acte van confissie daar toe expres door hem Comp„s gepasseerd; met begeerte dat hier verders niet meer bij ofte van gedaan wor „den zal. /:onderstond:/ Aldus gedaan en gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop den 25 Septb„r 1786 /:daar onder:/ een kruijs waarom schreven kng, dit merk stelt eigenhandig Stephano Taljasco /:lager:/ voor de vertoeking / getC: Hölne /:daar onder:/ Mij present /:get:/ C: van Aarsen secret„s /:in margine stond:/ als gecommitt„s /:was getkd:/ W: f: v: Reede van oudthoorn en Joh:s Smiets. Kiet gemsleren Recollement. Accordeert. L„a C: 2 27/8. Nadere articulen gedaan Compareerde voor ons onder maken, en aan Heeren gecom„ „getekende gecommitts Uyt den mitteerdens uijt den E: achtb: E agtb: raad van Justitie dee„ raad van Justitie deeses gou„ „ses gouvernement den per„ „vernements overgegeeven om„ „soon van Etienne Taljasco dewelke op de nevenstaande me daarop ter requisitie van vragen zodanig g'antwoord den prointerim fiscaal Gabriel heeft als bezeyden een ijder Exter gehoord te worden, Etienna aangetekend staat. Taljasco ged: alhier zullende desselvs te gevene responsiven in margine deeser behoorlijk worden bekend gesteld. zegt dien middag zoo als zij wanneer hij ged:e met zijn 's nagts te vooren aan land broeder aan de caal is gekoo„ kwamen in 't gebergte aan een kleijn huijsje aangekoomen, hoe lange en bij wien „men te zijn, en na dat zijt: hij zig aldaar heeft opgehou„ aldaar een weynig gegeeten „den en gedronken hadden, van daar, dewijl zijl: die menschen niet vertrouwden gegaan zijn na een kleijn, bosje alwaar zijl: dien nagt geslapen hadden, en vervolgens van daar na her„ waards den tweeden dag gekoomen te zijn;, in een huijs, dat den gev: niet ten regten weet aan te duijden alwaar zijt: meede na een weijnig gegeeten en gedronken te hebben zijn gegaan na een herberg waar een spanjaard. in woond waar zijl dan ook vier dagen in gebleeven zijn, zijnde dit huijs hun aange„ „weezen door een Jongen die portugeesch sprak zegt de reeden niet te weeten, Uijt wat hoofde den Timmer„ waarom den timmerman man agter uijt is gebleeven van hun gebleeven is, als hebbende of Art: 1.

NL-HaNA_1.04.02_4319_0298 view scan ↗

English

279. Simon. Article 3. and when he came to him the prisoner again, having left them with that carpenter in the forest where they had slept, and that carpenter had come to them the day after their arrival here, where he had found them in the attic; and had told the prisoner and his brother that they should not be afraid, that he would surely procure a ship for them to leave from here. whom he the defendant gave himself out to be in this inn, and whether he was not asked where he the defendant came from and in what manner he had come by the brought-along goods! states that the first evening he was not asked by that man who they were and where they came from, but indeed on the second day, when the defendant had also answered that they were from a French ship that ran aground behind the Braijfals, and that they had salvaged and taken along the goods from that ship! In what manner and through whose help he the prisoner came aboard the private ship Josephus the Second, and what he the prisoner paid for this! states that the servant of the Spanish innkeeper had procured that ship for them the defendants, and he the defendant had paid that man, as well as another sailor, each four Spanish mats, the prisoner further saying that that sailor was named by the wife of the innkeeper. Whether he the defendant did not, and why, give his goods into safekeeping to the chief mate, and whether he also did not sell or barter any of them! states that he gave into safekeeping to the mate of that ship some money without knowing how much, as well as a gold watch and other gold jewelry, and this out of fear that it would be stolen, because he had no proper storage place, saying he the defendant that he traded or sold nothing, but indeed his brother, who also brought some goods on board that he had bought ashore. Article 6. and why he the defendant, having been taken off the aforesaid vessel, only spoke of four persons who had saved themselves by swimming, while they, six of them, came ashore in the boat, states that when they had separated from the others in the mountains, the Frenchman Lionnais had said to them, if one of us should now be captured, we must not say that there are more, and where we are from; and that for this reason he said that there were only four of them. whether he the prisoner did not on several occasions on the ship show himself dissatisfied and wrathful by cursing and swearing, and was not admonished by his brother Anthorne to be quiet. states he cannot deny this; that he was often dissatisfied and had cursed his life over the singular and harsh treatments on board that ship, and his brother had often admonished him to be quiet, this also being his first voyage on a French ship, whose way of life he had never been accustomed to. Whether he the defendant not himself when he received a smack from the chief mate states that the lieutenant had indeed struck him, but that he the defendant did nothing to that lieutenant.

Dutch transcription

279. Simon. hebbende zyl: die timmerman f: en wanneer hij wederom gelaten in 't Bosch alwaar zijt bij hem gev:e gekoomen is geslaapen, hadden, en was dien timmerman des anderen daags na hun arrivement alhier bij hun gekoomen, alwaar hij henlieden op den zolder gevonden had; en den gev:, en zijn broeder gezegt niet bevreest te moeten zijn dat hij hun wel een schip zoude bezorgen om van hier voor wien hij ged:e zig in dee„ zegt dat den eersten avond door die man niet was gevraagd, se herberg heeft uijtgegeeven, geworden wie zyl waaren, en en of hij niet is gevraagd ge„ waar zil van daan kwamen worden, van waar hij get: kom maar wel den tweeden dag, en op hoedanige wijze hij aan„ wanneer de ged: ook g'antwoord had van een fransch schip dat de mede gebragte goederen is agter de braijfals gestrand is, gekoomen! te zijn en de goederen gebor„ „gen en mede genomen te heb„ zegt dat de knegt van den spaan, Op wat wijze en door wiens „schen, herbergier hen ged: dat hulpe hij gev: aan boord van schip hadde geprocureert, en had hij ged: dien man zo wel 't particulier schip Josephus als een ander mattroos ieder be„ de tweede is gekoomen en „taald vier spaanse matten, zeg„ wat hij gev: daarvoor heeft „gende den gev: verder dat die mattroos genaamd is geworden betaald! door de vrouw van den herbergier „ben van dat schip! zegt aan die stuurman van Off hij ged:e niet en waarom dat schip in bewaring gegee„ zijne goederen aan den opper„ „ven te hebben, eenig geld zon„ stuurman heeft in bewaring „der te weeten hoe veel, als gegeeven, en of hij Ook mede een goude horlogie en zegt dat toen zijl van den waarom hij ged:e van voorsz: anderen gegaan waren, in bodem afgehaald zijnde, allee„ tt gebergte den fransman „ nig van vier persoonen heeft Lionnais aan hun had ge„ gesprooken, die zig met swem„ „zegd indien er nu van ons „men gered hadden, terwijl een mogte gevat worden zoo„ moeten wij niet zeggen dat zijl: dog hun 6 in de boot er meer; en waarvan daan aan de wal zijn gekoomen, wij zijn, en daarom zulx gezegd te hebben dat zil: maar met hun vieren waren off hij gev:, niet tot meer„ zigt zulx niet te kunnen ontkennen; dat hij menig „ der reijsen op 't schip zig „maal on te vreeden is ge„ on te vreeden en gramsto„ weest en zijn leven verwenscht „rig heeft getoond met vloe„ had, over de singuliere, en harde behandelingen aan doonken en sweeren en van van dat schip, en had zijn zijn broeder anthorne niet broeder hem menigmaal ver„ vermaand is geworden dit ook zijne Eerste reijse stil te zijn. geweest op een fransch schip en wiens deevens wijs hij nim„ „maand stil te zijn, zijnde Off hij ged„e niet zelve toen zegt dat de Luytent hem hij een klap van den wel geslagen had maar opperstuurman heeft dat hij ged:, dien Luijtn„t zeggende hij ged:, dat hij niets verruijld, ofte verkogt heeft, maar wel zijn broeder, die eenige goederen meede aan boord gebragt die hij aan de wal gekogt had. Art: 6. geen behoorlijke bergplaats had, en andere goude sieraaden, ende niet diergelejke verkogt ofte zulx uyt vrees dat het zoude verruijld heeft! gestoolen worden, om dat hij andere niet gekregen te kunnen koomen. Art: 3. 1 1 - 7. 8. niets „mer gewend was geweest. 5. 4.

NL-HaNA_1.04.02_4319_0299 view scan ↗

English

288. Article 11. Whether he, the defendant, having received a blow, was not struck, he, the defendant, indeed struck back with the chicken coop! having intended to give that man a blow, but that he had been prevented by the others having rushed to assist, and had held him, the defendant; he, the prisoner, had not had a chicken coop, but indeed a large nail in his hands, which had been taken away from him by his brother; he, the defendant, saying that the Lieutenant had had the chicken coop in his hands to strike him, the prisoner. Article 9. Whether he, the defendant, was afraid of having been in irons for that, he says that his brother had indeed requested an excuse for him from the captain, but that he had not clearly made it known to anyone except his brother, saying that when he arrived at the Cape, he would desert and take his revenge on the Captain and Officers! and complain to the Commissioner about the unreasonable manner of treatment by the Captain. Article 10. Whether he, the defendant, hearing that the captain had decided to sail past the Cape, was not afraid of being handed over to Justice on Isle de France! he says that about three weeks before they had sighted the Cape shore, the Captain had said to him, the defendant, to take proper care, or else he would be punished at the first place where they made landfall; that the defendant, having communicated this to his brother, the prisoner had said to him, just do your work and do not be afraid, and that he was no further afraid of that, his brother having consoled him, the prisoner. Whether this did not mainly happen, when his, the prisoner's brother, after midnight, he says that this had already happened before, and when they had sighted the Cape. Whether he, the prisoner, did not for that reason devise the plan to prevent this, and rather to kill the captain with all the officers, and with whom he, the defendant, first consulted about this! he says that the cook had first said and revealed to him, the defendant, what the intention was, and afterward the carpenter also, saying that this had been about a week before the committed murder, when the cook said to him, while they had the watch together, that the carpenter and the others intended to kill everyone, and since the prisoner could not properly understand the cook, he had shown him by gestures how this would be executed. The cook, entering, says that this is the truth, and that he, the cook, had indicated to the prisoner by making movements how this would be put into execution, as he had heard this from the carpenter, and that afterward it had been spoken about on several occasions, and he, the cook, had been threatened to keep silent, or else he would be killed, he thus supposing that both brothers knew about it. The prisoner persists in having known nothing of it beforehand, and that he, the prisoner, could not yet understand then how one would put this into execution, he, the defendant, further declaring that he, the defendant, had said for that reason that this would not end well, to which he, the defendant, was replied, without knowing by whom, that they were five in number and had nothing to risk, to which he, the defendant, also said that there would still be seven persons against the five of them, and against that it was answered that this could not matter to them as long as it was put into execution.

Dutch transcription

288. Art: 11. niet geslagen heeft, zijnde gekregen denzelven een slag hij ged:, wel van meening met de Hoenderbak wederom geweest dien man een slag te geeven, maar dat hij was heeft gegeeven! verhindert geworden door dien de andere ter hulpe waren toegeschooten, en hem ged: gehouden had, hebbende hij gev:n geen hoenderbak maar wel een grote spijker in zijne handen gehad, die hem door zijn broeder was afgenoomen geworden, zeggende hij ged:e, dat de Luijtenant de hoender bak in handen gehad had om hem zegt dat zijn broeder wel bij de off hij ged: vre daar over capiteijn voor hem om lexcuis in de boeijen geweest te zijn, had versogt maar dat hij niet duijdelijk heeft te ken„ tegens niemand als zijn nen gegeeven, dat aan de broeder had gezegt, dat zoo caab zoúde, drossen en zig wanneer hij aan de raat kwam hij over de onreedelijke aan de Capiteijn en Officieren manier van behandeling we„ „gens den Capiteijn bij de Com„ „missaris zoude klagtig vallen wraken! off hij ged:e, hoorende dat zegt dat de Capiteijn: omtrend den capiteijn beslooten had drie weeken, voor dat zijl: de Caatsche wal in 't gezigt ge„ de caab voorbij te zijlen „kreegen hadden, tot hem ged: niet bevreesd is geweest op gezegt had, van behoorlyk Isle de France aan de Jus„ op te passen, of dat hij an„ „ders op den Eersten plaats al„titie overgegeeven te worden „waar, zijl aanlande, zoude worden gestraft, dat de gede: zulx aan zijn broeder gecommi¬ „niceerd hebbende, tot hem gev: gezegt had, doet gij uw werk maar en weest niet bevreest, en dat hij niet verder bevreest daarover geweest als hebbende zijn broeder hem gev: vertroost zegt dat zulx reeds van te vooren off dit niet voornamentlijk is geschied en toen zyl: de caab is geschied wanneer zin gev„s broeder na middernagt in 't gezigt hadden gekregen zegt dat de kok aan hem ged: OG hij gev: niet uyt dien ''t eerst gezegd en ontdekt had hoofde 't project heeft ge„ wat men van meening was, en naderhand den timmer„maakt, van dit voor te koo„ „man ook, zeggende dat dit „men, en de capiteijn met omtrend een week voor de be„ „gaane moord is geweest, toen hem de kok gesegd heeft, dat brengen, met wien hij ged: terwijl zyl te zamen de wagt ten eersten daarover geraad hadde, dat de timmerman en de andere van meening was pleegd heeft! „ren, om alles dood te slaan, en vermits de gev: de kok niet regt verstaan kon, zoo heeft den„ „zelven hem geweesen, hoe of zulx zoude worden uijtgevoert. de kok binnen treedende zegt dat zulx de waarheijd is, en dat hij kok de gev: zulx door mouvementen te maken aange„ „weezen had, hoe of zulx ter uitvoer zoude worden gebragt, terwij hij zulx van de timmerman gehoord had, en dat naderhand tot verscheydene reijse daarover was gesprooken, en was hij kok bedreijgd geworden stil te swijgen, of dat hij anders zoude worden om 't le„ „ven gebragt, supponeerende hij dus dat de beijde broederen daar„ „van geweeten hebben. de gev: persisteerd van te vooren niets daarvan geweten te hebben, en dat hij gev:, toen nog niet heeft kunnen begrij„ „pen hoe of men zulx zoude ter uytvoer brengen, declareerende hij ged:e verders, dat hij ged:e uijt dien hoofde gezegd hadde dat zulx niet wel zoude afloopen, hem ged:s daarop was gerepliceerd, zonder te weeten door wien; dat zijl: met hun vijfe waaren, en niets te resigueeren hadden, waarop hij ged: mede seijde, dat er nog seeven persoonen dan tegens hun vijfen zoude zijn, en daar en tegen is g'antwoord geworden, dat zulx hun niet konde schele als 't maar ter uytvoer wierd gebragt. alle officieren, liever om te ff Off van gev: te slaan. Art: 9 10. heeft

NL-HaNA_1.04.02_4319_0300 view scan ↗

English

281. to keep quiet: Whether the one, without ever having been together with the other, was warned, that the time was now there to carry out the prepared plan, and that when his said brother had come from the helm, between both of them and the carpenter, he, the deponent, had been called by one of the plot to get up; which having done, he, the deponent, had found his brother, the carpenter, and the cook together, and they had together at that time said to him, the prisoner, now we shall go about it, whereby the carpenter, after having given him, the prisoner, an axe, had further added, you must go to the captain and strike hard. Article 13. Whether he, the prisoner, had also not spoken thereof with Sionnais before the same went to relieve the prisoner's brother: Says no, that he had not spoken with Pionnais beforehand, for he had sat aloft in one of the masts nearly the entire day to see if he discovered any land, and that when he had come down that evening, he had gone straight to his place to sleep; further saying, that after the cook, as previously related, had made known to him that the affair would proceed, the carpenter had come to him, the prisoner, to give him courage, saying that Lionnais had formed the plan thereof, and finally that Lionnais had also spoken to him, the prisoner, about it. Whether someone at that time did not say leave that be, it will not go well, we had better complain to the court of justice, and whether his said brother did not admonish him to keep quiet: Says that in that last moment nobody had spoken of that, but indeed that his brother had previously made this known. Article 14. Whether he, the deponent, after the captain, did not also murder the boatswain's mate: Says that he, the deponent, indeed struck the captain, but not the boatswain's mate, who was murdered by Pionnais and the carpenter, and Lionnais also gave Lieutenant Boij a blow to the head and threw him overboard; the deponent further saying that he, the deponent, saw that the mentioned Lieutenant Boij had begged the mentioned Lionnais to please spare his life; but the mentioned Lionnais had said, no, that scoundrel we must kill, for he would betray us at the Cape; as well as the mentioned Boij had begged the prisoner, the Englishman, and his brother to please intercede for him with Sionnais; but such did not help; the prisoner further saying that Pionnais would have struck the Lieutenant Boij dead if the mentioned Boij, at the first blow, had not seized his hand, at which his thumb was injured, whereby the axe fell from Lionnais, whereupon Pionnaus then called for help. Article 15. Whether he, the deponent, did not assign what each person was to do, and threatened the carpenter to also strike him dead if he was unwilling, and who handed out the instruments: Says that the carpenter distributed the instruments to perform the deed, and the carpenter had told each person what each was to do, and that he, the prisoner, will not conceal the truth regarding this; because he knows that he must die, and through a free confession seeks and expects grace with God: Article 17. Says that he, the prisoner, thinks that Sionnais was the first and principal author of this murder; for the reason that Sionnais, more than two months beforehand, had said, pointing to the officers, that he would make them dance the Spanish dance, without he, the prisoner, then having known what such meant.

Dutch transcription

281. zig stil te houden: heeft de een den ander, zonder van 't voer is afgekomen tus„ ooijt bij elkandere geweest te „schen hun beijde en de tim„ zijn gewaarschouwd, dat nu de tyd daar was, om 't ge„„merman „maakt project ter uitvoer te brengen, en dat wanneer zijn ged:e broeder van 't roer afgekoo„ „men was, hij ged; door een van 't complot was geroepen ge„ worden, om op te staan; het geen gedaan hebbende hij ged: zijn broeder den timmerman en kok bij elkanderen gevonden had„ en hadden zil: te zamen als toen tegens hem gev: gezegt nu zullen wij daar aan gaan, waarbij den timmerman na hem gev: een bil gegeeven te hebben, nog gevoegd had, gij moet na den capt„n gaan en slaan hard. Art: 13. zegt neen dat hij met Pionnais off hij gev: ook niet met niet te vooren gesprooken Sionnais daarvan heeft ge„ heeft, want dat hij genoeg„ sprooken bevoorens denzelven „saam de geheele dag booven is gegaan, zijnde des gev. broe¬ in een der masten had ge„ „seeten om te zien of hij geen, der te vervangen: land ontdekte, en dat hij wanneer dien avond onder ge„ koomen was, direct na zijn plaats was gegaan om te slaapen zeggende nog, dat na dat de kok gelijk voorm:e verhaald had„ hem had te kennen gegeeven, dat het geval zijn voortgang hebbende zoude, den Timmerman bij hem gev: was gekoomen om hem moed te geven, met te zeggen; dat Lionnais de plan daar van geformeerd had, en eyndelijk dat Lionnais hem gev:, ook daarover gesprooken had. zegt dat in dat laatste moment off niet ijmand daarbij ge„ niemand daarvan gesproo„ zegd heeft laat dat staan 't „ken had, maar wel dat zijn zal niet goed gaan, wij zullen broeder te vooren dit had te liever bij de Justitie klagen. en of zijn ged: broeder hem niet heeft vermaand om zegt dat hij ged:e, wel den capiteijn of hij ged: na de capiteijn geslagen heeft, maar niet de niet, ook de bootsmansmaat bootsmansmaat, die door Pion„ heeft vermoord. „nais en den timmerman is vermoord geworden, hebben de Lionnais meede den Luijtenand Boij een kap in 't hoofd gegeeven, en overboord geworpen; zeg„ „gende den ged:e verder, dat hij ged:e, gezien heeft, dat den luijte„ „nant Boij de gem: Lionnais had gebeeden om hem dog bij 't leven te laten; maar had gem: Lionnais gezegd, neen die ca„ „naille moeten wij om 't leven brengen, want hij zoude ons aan de caap verraden; als meede heeft de gem: Boij den gev: den Engelsman en zijn broer gebeeden om dog voor hem bij Sionnais te intercedeeren; Edog heeft zulx niet geholpen; zeg„ „gende de gev:e nog, dat Pionnais de: Leytn Boij zoude doot geslagen hebben; indien gem: Boij hem niet op de eerste slag bij de hand gevat had, daar zijn duijm zeer aan was, waar door de Bijl hem Leonnais ontvallen was, hebbende de Pionnaus als toen hulp geroepen. off hij ged:e niet heeft op zegt dat de timmerman de Jnstrumenten heeft uijtge„ gegeeven wat eén yder doen „deeld, om 't fait te verrigten en had den timmerman aan zoude, en den timmerman een yder gezegd; wat ijder doen gedreijgd denzelven meede zoude, en dat hij gev: hier om„ dood te slaan indien onwil„ „trend de waarheyd niet zal „lig was en wie de Jnstru„ verbergen; wijl hij weet dat hij sterven moet, en door een „menten heeft aangegeeven, vrije bekentenis gratie bij godt zogt dat hij gev:, denkt dat Sionnais de eerste en voornaamste van deese moord is geweest; om redenen dat sionnais meer dan twee maanden te vooren gezegd had /:wijzende op de officieren:/ de spaanse dans doen dansen, zonder dat hij gev: toen gewee„ verwagt: zig Art 17 kennen gegeeven. 14. „ten had wat zulx beduijde. Art: 15

NL-HaNA_1.04.02_4319_0301 view scan ↗

English

282. Article 17. Whether the accused did not order the boy to be killed, and commanded the carpenter to make a hole in the ship, to knock a hole in it to make it sink, and said to the Englishman: all Frenchmen must die, and you after them! Says that he did not order such a thing, and that when everything had happened, it was asked where is that boy, and upon the boy being called above by the mate, the mate himself beat him to death; the accused well knowing that the Englishman had been very stunned, and had asked what this meant; to which he, the prisoner, had answered that he could well see what was going on, the Englishman thereupon having begged him to do nothing to him, he, the accused, had said to that Englishman that he need not be afraid. The accused further says that when they lay down in a forest on the way from False Bay to here, the carpenter also said to him, the prisoner: if we catch the cook and the Englishman, we should still beat them to death, for the cook is too young and cannot keep silent enough yet; and the Englishman we cannot well trust, for he did not take part in anything. Article 18. Whether the accused did not give the mate Lieutenant Boy a blow with the axe; and further help throw him overboard, after he, being forced thereto, had handed over the best goods. Says as before: and that Lieutenant Boy had pointed out to him where the best goods were situated; not knowing, however, whether he was forced thereto or not. Article 19. Says that he had no thoughts of having done that, and that Lionnais and the carpenter had regulated everything on the ship, and ordered what had to be done, the carpenter having often said: you must just let me proceed, I will take care of your honors ashore, for I know the language. The cook appearing says that the accused said to him, the cook, that he should beat the boy to death. The accused says if it is true, then it must have occurred in passion. Article 20. Whether the accused will not confess to being the author and principal perpetrator, and to having made himself guilty and utterly punishable of the hideous murder, the robbery of the ship, and its destruction, with premeditated intent. Says that he indeed gave the captain a blow, but that he did not die of it, and that he was persuaded thereto by that assurance of the carpenter, and that in so far as he helped he is guilty and deserves punishment. Article 21. Whether and with what the accused will still be able to excuse himself. Says that he was forced by the carpenter and the cook and came to it through fear; and believes at that moment to have been forsaken by God, for never before had such a thing entered his thoughts. Thus interrogated and answered at Cape of Good Hope, 20 September 1786, before the Honorable Willem Ferdinand van Rheede van Oudtshoorn and Johannes Smits, members from the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof together with the accused and me, the sworn clerk. Below which I testify, was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. Review. Appeared before the undersigned delegates from the Honorable Court of Justice of this government the aforementioned person of Stephano / Etienne Taljasco, who, these preceding articles with his responses given thereto having been read out clearly and distinctly word for word, declared to persist by them, desiring that nothing more shall be added thereto or taken therefrom, referring himself only to his given act of confession. Thus done and reviewed at Cape of Good Hope, 25 September 1786. Below it a cross around which is written this mark is made in the own hand of Stephano Taljasco. Lower: for the translation, was signed: C. Höhne. Below that: In my presence, signed: C. van Aersen, Secretary. In the margin stood: as delegates, signed: W. F. van Rheede van Oudtshoorn and Johannes Smits. Below was written: Agrees. D. Riet, sworn clerk. Letter C. Appeared before the undersigned delegates from the Honorable Court of Justice of this government the person of Stephanas Taljasco from Saint Remo, aged upwards of 21 years, who at the requisition of the interim fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, voluntarily confessed to be true and truthful: That, according to the confessor's estimate, about fourteen days after his departure from Bordeaux with the small vessel La Rozette, the confessor having received a kick with the foot from the boatswain, and having been aggrieved about that, he had spoken to his brother Anthonio Taljasco, and in substance had said to the same: if we were men we could avenge ourselves; his said brother having answered the confessor thereto: why are we not men; they two thus together between themselves made the agreement to the gruesome murder committed on the aforesaid small vessel; with the agreement added thereto of keeping this quiet for the time being until they should get sight of land; that the confessor subsequently several times thereafter had spoken with his brother aforesaid about this design of theirs, but with nobody else, the confessor further declaring not to know how his brother arranged this further; while the confessor further declares that the evening when the deed was executed, his brother came to him and said, it is now time because they had the land in sight, that he then had said to his brother aforesaid that he was sick, but upon the insistence of his brother and his asking whether he had now become a child, he thereupon, according to the order of his brother, helped carry out the gruesome deed. Confessing 283.

Dutch transcription

282. Art: 17. Art: 19 zijn. zijn geweest. zegt dat hij zulx niet g'ordon„ off hij gev: niet heeft gror„ „neerd heeft, en dat toen alles „had te hebben, en dat zion „merman gecommandeert „donneerd den Jongen dood geschied was, is gevraagd gewor„ „nais en den timmerman al„ heeft een gat in 't schip te „den, waaris die Jongen, en daar te slaan, en tegens den En „les op 't schip gereguleerd had„ maken, om zulks te doen op door den stuurman den Jon„gelsman gezegd: alle franschen „ den, en g'ordonneerd wat of „gen boven zijnde geroepen: er moeste gedaan worden, heb„ zinken! heeft de stuurman dezelve zelfs moeten sterven, en gij agter „bende den timmerman dikwils doot geslagen; wetende hij ged: aan! gezegd; gij moet mij maar laten begaan, ik zal voor uwE: aan wel dat de Engelschman heel be„ land zorge, want ik ken de taal. „dwelmd was geweest, en gevraagd had wat dit beduijde; waarop hij gev: g'antwoord had, dat hij wel zien konde, wat er gaande was, die Engelsman daarop gebedu had van hem dog niet te doen, had hij ged:, aan dien Engels„ gezegd, dat hij niet bevreesd behoefde te zijn. - zeggende den ged nog dat de timmerman toen zyl op de weg uyt de Baaij fals na herwaards in een bosch zig nedergelegd hadden, nog aan hem gev: gezegd had, wij moesten nog indien wij de kok en den Engelsman krijgen, hun dood slaan, want de kok is te Jong en kan nog niet genoeg swijgen; en de Engelschman kunnen wij niet wel vertrouwen want die heeft niets mee„ zegt daartoe geene gedagten ge„ Off hij ged:e niet de Tim„ „de gedaan. 18. Off hij gev: de Stuurman zegt als vooren: en dat de Luijtenand Boij hem had Boij niet een kap met de „de aangeweezen, waar de bijl heeft gegeeven; en voorts beste goederen zig bevonden: helpen overboord gooijen, naa egter niet te weeten, of hij dat hij daar toe genoodsaakt daar toe gedwongen is dan zijnde, de beste goederen heeft aangegeeven. wel niet. de kok Compareerende zegt dat de gev: gezegd heeft aan hem kok dat hij de Jongen zoude doot slaan de gev: zegt indien 't waar is, zoo moet 't in drift voorgevallen Aldus gevraagd en beantwoord aan cavo„ de goede Hoop den 20 Septb„r 1786 voor d' EE„ willem Ferdinand van rhede van Oudts¬ „hoorn en Johss Smits leeden uijt den off en waarmede hij ged: zegt dat hij gedwongen was gewor„ „den door de timmerman en zig nog zal kunnen ver„ de kok en door vrees daartoe Schoonen gekoomen te zijn; en geloofd op dat ogenblik van god verlaten te zijn geweest, want nooijt te vooren zulx in zijn gedagten te /:onderstond:/ zegt dat hij de capiteijn wel een of hij ged:, niet bekenne slag gegeeven heeft, maar dat zal den autheur en voor„ hij daar van niet dood geble„ „ven is, en dat hij door die „naamste Uytvoerder te zijn, versekering van de timmer„ en zig met voorbedagten „man daartoe was overgehaald opzet aan den afschuwelijke geworden en dat hij in zoo verre als hij geholpen heeft moord, de berooring van 't schip schuldig is en straffe verdient en desselvs ondergang te heb„ „ben schuldig en ten uytersten strafwaardig gemaakt.. Art: te hebben. 21. 20. E achtb: raad van Justitie voorm:e die de minute deeses beneevens de ged: ende mij geswoore Clercq meede behoorlijk hebben ondertekend /:lager:/ 'T welk ik getuijge: /: was getekend:/ R: J: V: D: Riet gesw Clercq Recollement. Compareerde voor de ondergetekende gecommitt„ Uyt den E achtb: Raad van Justitie deezes gouver„ „nements de voorn: persoon van Stephan o /Etienne Taljasco, dewelke deze vorenstaande articulen met zijne daarop gegeevene responsivia van woorde tot woorde klaar en duydelijk voorgelee„ „zen zijnde, betuigde daarbij te blyven persistee„ „ren, met begeerte, dat daar niets meer bij ofte van gedaan worden zal, zich alleen refereeren„ „de aan zijne gegeevene acte van confessie Aldus gedaan en gerecolleerd aan cabo de goede Hoop den 25 Septb. r 1786. /:daaronder een kruijs waaromschreven dit merk stelt eigenhandig stephano Taljasco /:lager:/ voor de vertolking /:getk:d :/ C: Höhne /:daar onder:/ Mij present /:getr:d:/ C: van Aersen Secret„s /:in margine stond:/ als gecommitt„s /:getkd:/ W: f: V: Reede van Oudshoon en Joh„s Smitts /:onderstond:/ Accordeert. DKiets gem Clercq - L: C Compareerde voor de ondergetekende gecommitteer„ „dens uyt den E: Agtb: Raad van Iustitie deezes gouver„ „nemets de persoon van Stephanas Taljasco van S„t Remo; oud ruim 21 Iaaren, dewelke ter requisitie van den pro interum fiscaal alhier d: E: Gabriel Exter vrij„ „willig, Confersseerde waar en waarachtig te zijn. Dat, naar des Confessants gissing, Omtrend veertien daagen naar zijn vertrek van bourdeaux met het Scheepse La Rozette, hij Confessants van den Bootsman een trap met de voet hebbende gekreegen, en daar over gebelgd zynde geweest, zijnen Broeder Antho„ „nio Taljasco hadde aangesprooken, en in substan„ „tie tegens denselven gezegd hadde: indien wij mannen waren zouden wij ons kunnen wreeken gem: zynen broeder he Confessants daar op geant„ „woord hebbende: waarom zijn wij geen mannen zylieden dus te zamen onder hun beijden de afspraak tot de gruwelijke op voorm: scheepje gepleegde moond hadden genomen; met daarbij gevoegde overeenkomst, van dit voor eerst stille te zullen houden, tot dat zylieden land in 't gezigt zouden krijgen, dat hij Con„ „fessants vervolgens verscheidene rijsen daar na met zijnen broeder voorm: over dit hun voorneemen hadde gesprooken; doch met niemand anders, betuijgende hij Confessants wyders niet te weeten hoe zyn broeder zulx verder heeft aangelegd; terwijl hij Confissants voorts declareert, dat de avond wanneer het fyt ten uijt„ „voer is gebragt, zijn broeder bij hem is gekomen in gezegd, het is nu tijd alzo zyl: het land in 't gezigt hadden, dat hij toen tegen zijnen broeder voorm: gezegd hadde, dat hij ziek was, doch op het aandringen van zijnen broeder, en zijn gevraagde: of hij nu een een kind was geworden, daar op volgens de ordre van zijnen broeder het gruwelstuk heeft helpen ten uijtvoer brengen— Bekennende 3 ƒ 283.

NL-HaNA_1.04.02_4319_0304 view scan ↗

English

284. Confessing further that he, the confessant, during their detention, had agreed with his brother to accuse the cook before the court as the primary instigator of the act, but that this was subsequently falsely stated by him, the confessant declaring to have the most heartfelt remorse and regret over this false accusation with which he incriminated the cook, revoking the same herewith, just as he, the confessant, also declares to revoke his statement: namely that the Lionois was said to have been the first in the act, for which he, the confessant, takes the blame upon himself; adding thereto that the Lionois indeed said on several occasions, we shall make them (pointing to the officers) dance the Spanish dance, he saying further that no one actually directed the matter, but that during the murder each acted according to his own pleasure. — Thus confessed at Cabo de goede Hoop, the 25th of September 1786, before the Gentlemen William Ferdinand van Rheede van Oudshoorn and Johannes Smuts, members from the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the minutes hereof together with the confessant, the interpreter C: Holmer, and me, the secretary. — Lower down: Which I witness, was signed C: van Aersen, secretary. Confirmation. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the person of Etienne Taljasso, who, this his confession being read out to him, and upon reading the answers he gave to the posed questions being presented word for word, declared to fully persist therein, not desiring Underneath. Thus confirmed at Cabo de goede Hoop, the 26th of September 1786, through the interpretation of the assistant C: Hone. Was signed with a cross and written around it: this mark was made by the prisoner by his own hand. Lower down: In my presence, signed R. J. van der Riet, sworn clerk. In the margin, as commissioners, signed: W: F. van Reede van Oudshoorn, Johannes Smuts. — Underneath. that anything more shall be added to or taken away from it, except only that he, the prisoner, not only spoke to his brother of the plan made, but also to all the conspirators except the Englishman, declaring for the rest to have spoken the pure truth. Agrees, D. D. Riet, sworn clerk. 285. Articles drawn up and handed over to the Gentlemen Commissioners from the Honorable Court of Justice in order to hear Anthonij Saljasco from San Remo, aged 28 years, prisoner here, upon the requisition of the interim Fiscal G. Exter, the responses to be given by him to be duly noted in the margin hereof. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the sailor Anthonij Taljasso, who to the adjacent interrogation points has given such answers as are recorded alongside the same. Article 1. The prisoner's name, birthplace, and age? States Anthonij Paliasse from San Remo, aged 28 years. 2. With what ship, in what capacity, and when the prisoner arrived here? States with the French brig La Rosette in the capacity of sailor, arrived here about 18 days ago. 3. With how many men said ship was manned, and when and from where it sailed? States to have been manned with 12 men, namely: the Captain La Borde, the second officer whose name he does not recall, the Lieutenant du Boij, the boatswain, the boatswain's mate, whose function was performed by a sailor, the carpenter, and 6 common crewmen. Sailed, by estimation, the 15th of May last from Bordeaux. 4.

Dutch transcription

284. Bekennende al wijders dat hij Confessants met zijner broeder, bij hunne detentie hadde afgesprooken, om bij de Regten, den Kok te zullen beschuldigen als de eerste aan„ „voerder van 't feijt, doch dat dit gevolglijk door her valsch is aangegeeven betuijgende hij Confessants het hante„ „lykste berouw en leedweesen te hebben over deese valsche accusatie, waar meede hij den kok beswaart heeft, deselve herroepende mits deesen, gelijk hij Confessants al meede betuijgd te revoceeren zijn gezegde: dat nametlijk de Lionois de eerste van 't feijt zoude zijn geweest, waar van hij Confessants de schuld op zig zelve neemt; daar bij voegende dat de Lionois wel bij ettelijke gelegendheed gesegd heeft, wij zullen hun (wysende op de officieren de spaansche dans doen dansen, zeggende hij nog dat nie„ „mand eigentlijk de directie heeft gevoert, maar dat bij het moorden een ijder naar zijn welgevallen is te werk gegaan. — Aldus geconfesseerd aan Cabo de goede Hoop den 25 Septb„r 1786. voor de Heeren William ferdinand van Rheede van oudshoorn en Iohannis Smuts, Leeden uijt den E: Agtb: Raaden van Iustitie voorm: die de minuten deeser beneevens den Confissants den Vertolker C: Holmer ende mij secretaris meede be„ „hoorlijk hebben Onderteekend. — /:Laager:/ 'T welk ik getuijgen was getekend C: van Aersen secretaris Recollement. Compareerde voor ons ondergetekende gecommitteer„ „dens uijt den E: Agtb: Raad van Iustitie deeses gou„ „vernements den persoon van btienne Taljassb: deweke deeze zijne Confessie gegeeven op 't voorlezen van zijne gegeevene antwoorden op de gedaane Responsive van woorde tot woorden voorgehoude zijnde betuijgde daar bij volkoomen te blijven persisteeren;, niet begeerende /Onderstond. Aldus gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop den 26 September 1786: bij vertolking van den adsistend C: Hone. /was getekend /: kruijs :/ en daar ombeschreven/ dit merk heeft de gev: eygenhandig gesteld. /: Laagen/ /mij present / getekend / R. J. V. O Riet gesw. Clercq / in margine /als gecommitt„s/ getekend / W: F V Reede van Oudshoorn/ Ioh:s Smuts. — /Onderstond./ dat er iets meer bygevoegd ofte van gedaan werde zal, als alleenlijk dat hij gev: niet alleen aan zijn broeder van 't gemaakt projeet gesprooken heeft, maar ook aan alle de gecomplotteerdens except den Engelschman, betuij„ „gende voor 't overige de suivere waarheid gesprooken te hebben. Accordeert DD Riel gem leren dat. 285. Articulen gedaan maken Compareerde voor ons onder en aan Heeren gecommitt„ geteekende gecommitt„s uijt uijt den E: achtb: raade van den E. achtb: raad van Lus„ Justitie overgegeeven omme titie deezes gouverne ter requisitie van den ments den mattroos Anthonij Taljasso dewelke pro Interim Fiscaal g. op de nevensstaande vraag Exter daarop gehoord te worden poincten zodanig ant„ Anthonij Saljasco van woord gegeeven heeft als S Remo oud 28. Iaar geve„ bezeyden dezelve aange„ alhier, zullende denzelven teekend staat. te geevene respondiven in margine deezer behoorlijk worden genoteerd. AC: 1. Zegt anthonij Paliasse van des geve, naam, geboorte plaats St, Remo oud 28. Jaren, en ouderdom't met wat schip, en wat quali zegt met de fransche brik La Rosette in qualiteijd teijd en wanneer hij geve„ alhier is aangeland als mattroos, omtrend 18. dagen hier aangeland. 2. 3. E met hoe veel volk gem: schip zegt bemand te zyn geweest bemand is geweest en wanneer met 12. man, als uytgezeijld en van waar„ de Capitain La Borde de 2 _ wiens naam hij zig niet herinnerd de Luytenant du Boij de bootsman de bootsmanswaat welkers functie door een mattroos wierd waargenomen. de timmerman en 6. gemeenen uytgezeijld / na gissing /: den 15 maij sL: uijt Bourdeau La C. 4.

NL-HaNA_1.04.02_4319_0306 view scan ↗

English

Whether during the voyage any disputes and unpleasantries occurred, and whether the respondent himself was involved in any such matters. The respondent says that the captain was what one calls fantastical, that is to say stubborn, that he mistreated his crew, that his brother Etienne Taliasco once wept below in the ship because he did not have enough of what was necessary for his sustenance, that the captain had reproached him for this and said that he had to go to his work, that the boatswain continually went so far as to strike him, and that the mate, having jumped in, had also done the same, that his brother was further brought to trial and put in irons, where he remained until the next day. He further says that the Englishman still had a dispute with the boatswain, which was however of little consequence, whereby the captain ordered the boatswain to strike whenever such matters occurred again, just as the captain also punished the boatswain with a few blows for striking too lightly, declaring that he had no dispute on board. Whether one or more of them were put in irons, who they were, and by whom they were released. The respondent says no one except his aforementioned brother, who was put in irons by the carpenter on the order of the captain, and the following day was released again on the order aforesaid by the said carpenter upon the respondent's request, whereupon the captain only told him that he might admonish his brother to behave quietly, which he then also did. What instrument or weapon the respondent employed for this, and against whom he laid his hand. The respondent says that he used an axe, the others having also used similar instruments; that he struck the boatswain dead, while the carpenter with the cook and the respondent's brother killed the captain; not knowing by whom the boatswain's mate lost his life; further saying that Lionnois, having left the helm, came to his aid, the boy having been murdered by the mate Boij. Whether they did not carry this out on the same evening by murdering the captain, second mate and mate, two petty officers, and a boy. The respondent says that they thereupon called one another together and killed the said persons, except for the mate Boij, who was thrown overboard alive; while the respondent was forward, and thus was not present at that. Whether the respondent did not then agree with several persons of the crew to run off with the ship and make themselves masters of it. The respondent says that Lionnois indicated some time beforehand that if the captain continued to mistreat them in such a manner, he was inclined to bash his head in if he were on shore. He further says that there was always discontent over the small ration of water, which increased when they had the shore in sight; that then, on Monday evening, the respondent being forward, the carpenter came to him and said to him, come, let us bash all their heads in. On what day and at what time they sighted the Cape coast. The respondent says that he cannot determine the exact day, but that it was in an afternoon. Who among them gave the initial impetus to this, and with how many persons they accomplished it. The respondent says that Lionnois first spoke of it, and that the carpenter, the cook, and the respondent's brother made the first start; whereupon the others all joined and, with the six of them, currently imprisoned, helped one another and accomplished it. Whether they did not further throw the dead bodies overboard, and who assisted therein. The respondent says that they bound all the bodies together, except that of the mate who was first thrown overboard alive, fastened them to an anchor, and thus threw them overboard, all of them having assisted therein. Whether the respondent then, with his mates, opened several chests and took away the money and other valuables found therein. The respondent says that Lieutenant Boij pointed out to them where the gold watches were, adding that the same would be a good means of subsistence for them, of which they found no more than four or five, which they, along with some money that he did not know where it was found nor how much it was, divided among themselves, so that one had a watch and the other money; that they had also taken along some small pieces of jackets and trousers and shirts in a sack, and left them in the bushes not far from the beach, the respondent believing that the silk stockings remained on board; he further says that they also hid silk stockings in the bushes on the beach. Whether they remained together or separated immediately. The respondent says that they remained together that night, but separated from one another the next morning. At what time and at what place they came ashore. The respondent says they landed around ten o'clock at a sandy place. Whether, having done this, they did not launch the boat and likewise go to the shore. The respondent says yes, and that they all helped one another, the carpenter having first cut a hole in the ship. What the respondent took for his own person, and what the others took for themselves. The respondent says that he and his brother each had a watch and together 14 to 15 Spanish mats, being unable to determine what each of the others had for his share.

Dutch transcription

286. Mb: 4. zegt dat de Capitain dat geene Off geduurende de reyze niet wat men fantasq noemd eenige verschillen en onaange„ naamheedens zyn voorgevallen geweest is, dat is te zeggen eijgenzinnig, dat en of hy geve, niet zelve hy zyn volk gemal„ diergelike gehad heeft tracteerd heeft, dat zijn broeder Etienne Taliasco eens onder in't Schip weenende was geweest, om dat hy niet genoeg had dat geene dat tot zyn onderhoud nodig behoorden dat hun de Capitain daarover gereprocheerd had, en gezegd, dat hy aan zyn werk moest gaan, dat de bootsman hem daartoe aanhoudend zelfs had slagen gegeeven en dat de stuurman daarbij gespronge zijnde, zulx meede had gedaan, dat zyn broeder voorts zin proces was gemaakt, en hy in de boeyen gezet geworden, waarin hy tot den anderen dag gebleeven was, zegt voorts dat de Engelsman nog twist met den bootsman heeft gehad, dat echter van weinig aan„ belang is geweest — waarbij den Capitain aan aen bootsman gelast had er op te slaan, wanneer diergelijke zaaken weder voorveelen, gelijk dan ook de Capitain den bootsman met eenige klappen gestrafd heeft, dat hy te min sloeg betuygende hij geen verschil aan boord gehad te hebben. zegt niemand als zijn off niet een of meerdere van broeder voorm:, dewelke hunt: zyn geboeijd geworden door de timmerman wie, en door wien wederom op ordre van den Capt: bevreijd is geboeijd geworden en des andere daags weder op ordre voorsz, door gem: timmerman weder is lrs gelaten op des geve, verzoek, waarop de Capt: hem alleen gezegt heeft, dat hij zyn broeder vermanen mogt om zig stil te gedragen gelijk hij dan ook gedaan heeft. zeyt dat hy geve, een bijl heeft wat Instrument of geweer gebruikt, hebbende de hy geve, daartoe heeft andere ook diergelike g'emploijeerd, en aan wien instrumenten gebruijkt, hy zyn hand gelegd heeft dat hy geven den bootsman zegt dat zy daarop elkanderen off zyt zulx niet op deselve te zamen geroepen hebben, avond uijtgevoerd hebben, en de gem: perzoonen met het vermoorden van om het leeve gebragt; den Capitain; Seconde en uytgenoomen de Stuurman stuurman, twee onder Boij dewelke leevendig officiers en een Iongen t over boord is geworpen; terwijl hij geve, voor, en dus daar niet bij is geweest. off hij geve, toen niet met zegt dat Lionnois eenige meerdere perzoonen van't tyd te vooren heeft te kennen gegeeven, dat wanneer volk is eens geworden het de Capt: voortging om hun schip afteloopen, en zig indiervoegen te mishandelen meester daarvan te maken. hy geneegen was om hem de kop inte Slaan, indien hij aan de wal was. zegt wyders dat 'er altijd ontevree „denheijd geweest was. over de geringe portie van water dewelke zig vermeerdert had, toen zy de wal int gezigt hadden, dat toen, /s maandags avond / hy geve, vooruijt zijnde, de timmerman bij hem gekoomen was, en hem gezegt had, kom, laat ons ze alle voor de kopslaan M 6. op wat dag en tyd zyt de zegt dat hy de eygentlyke dag Caabsche wal in 't gesigt niet bepalen kan, dog dat het op een agtermiddag is hebben gekreegen geweest! heeft 1 8. ƒ 7 287. dan vier of vyf gevonden hebben, die zy met eenig geld dat heeft dood geslagen, terwijl de timmerman met de koken des geve, broeder den Capitain om 't leeven hebben gebragt; wetende hy niet door wien den bootsmansmaat van 't leeven verloore heeft; zeggende nog dat Lidmois van't roer afgegaan zijnde, hem geve, ter hulp is gekoomen, zijnde den Iongen door den stuurman Boij vermoord geworden! zegt dat Lionnois eerst wie van hunz: hiertoe heeft aanleyding gegeeven en met daarvan gesprooke heeft, en dat den hoe veel perzoonen zij dit timmerman de koken verrigt hebbend des geve, broeder het eerst begin gemaakt hebben; waarop de anderen alle zyn bijgekoomen en met hun sessen, /thans ged„/ malkanderen geholpen en zulx verrigt hebben. zegt dat zy alle de Lighamen off zyt: niet voorts de doode Lighamen over boord hebben behalven dat van den zuijl=t die naderhand gegooijd, en wie daarbij eerst levendig is over behulpzaam is geweest boord geworpen, te zamen gebonden, aan een anker vast gemaakt, en dus over boord geworpen hebben, zynde daarbij alle behulpzaam geweest. zegt dat de Luitenant Boij off hy geve, dan niet met hun aanweijzing heeft zyne maats eenige kisten gedaan, waarde gouden heeft g'opend ent daarin horologies waren, met bevindelijke geld en andere bijvoeging dat dezelve kostbaarheedens wegge„ voor hun een goed middel van bestaan nomen 't ware, waarvan zij off zit: te zamen zyn ge„ zegt dat zy die nagt te zamen zijn gebleeven dog bleeven ofte zig dadelik s' andere daags morgens gesepareerd hebben. zig vanden anderen gezepareerd hebben zeijs omstreep van thien uuren sloe laat en aan wat te zyn aangeland, aan plaats zyz: aan land zyn een zandige plaats! gekoomen off zit: dit gedaan hebbende zegt zal en dat zy alle de Schuijt niet uijtgezet elkanderen geholpen hebben, hebben, en zoo meede na hebbende de timmerman de wal gegaan zijn E. eerst een gal int schip gekapt zegt dat hy en zyn broeder wat hy geve, voor zyn persoon ijder een horologie hebben heeft genoomen en wat de gehad en te zamen overige hebben na zig ge„ 14. â 15 sp: matten, zende trokken. te kunnen bepalen wat ider der anderen voor zyn aandeel heeft gehad. hy niet wist waar gevonden en hoe veel het was, onder hun gedeelt hadden, zoo dat de een een horologie„ en de andere geld genooten had,; Dat zy nog eenige kleyne stukjes van Batjes en broeken en hemden in een zak hadden meede genoomen, en niet verre van Strand in de bosjes gelaten, vermeenende hy geve, dat de zeyde kousen aan boord zyn gebleeven — zegt nader dat zij aan strand ook zeijde kousen ^ in de bosjes hebben verborgen. aan zoo E 10 0 11. 12. 15. 16. 14. M: 13.

NL-HaNA_1.04.02_4319_0308 view scan ↗

English

288 Re-examination such that they divided into two parties, and the carpenter went with him, the respondent, and his brother; however, that same evening the carpenter left them and stayed behind. To question 17, what could have induced him, the respondent, to such an inhuman act and gruesome deed, he says that the captain had threatened them with guns the entire voyage, saying that he would shoot them down, adding that he, the captain, could very well steer the ship alone, because of which they believed their lives were not safe, which brought them to this desperate resolution. Below was written: Thus questioned and answered at Cabo de Goede Hoop on 2 September 1786 before Messrs. Willem Ferdinand van Reede van Oudshoorn and Johannes Smuts, members of the Honorable Council of Justice aforementioned, who duly signed the minute of this together with the respondent, the interpreter C. Borne, and me, the Secretary. Lower was written: To which I testify, was signed: C. van Aerssen, Secretary. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the person of Anthoene Taljasso, who, having had these juxtaposed interrogatories with the answers given thereto read aloud to him word for word clearly and distinctly, declared that he persisted by the same, not desiring that anything more be added to or taken from it; except only on article 7, that his, the respondent's, brother was mistaken about this, and that Lionnois was the first who had spoken of it to him, the respondent, and not his, the respondent's, brother, while displaying a sidearm and saying that this would be enough to carry out the project; and on article 10, that he, the respondent, did indeed call his brother Etienne without having said anything to him, after which his, the respondent's, brother also got up; he, the respondent, further saying that he answered all the articles truthfully, and continues to persist by all the foregoing. Below was written: Thus done and re-examined at Cabo de Goede Hoop on 26 September 1786, through the interpretation of the assistant C. Hörne. Was signed: Anthonio Taljasso. Lower: in my presence, signed: R. J. v. d Riet, Sworn Clerk. In the margin: as commissioners, signed: W. F. v. Reede van Oudshoorn, Joh.s Smuts. Agrees. 289 Further articles drawn up and handed over to the gentlemen commissioners from the Honorable Council of Justice, in order to hear, at the requisition of the Fiscal pro interim P. Exter, Anthoine Taliasco of St. Remo, respondent here, his answers to be given to be duly noted in the margin hereof. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, Anthoine Taliasso, who answered the juxtaposed questions in such manner as is noted beside each of them. To article 1, when he, the respondent, arrived with his brother at the Cape and at whose house he arrived, he says that the third day after they came ashore, having arrived here at the Cape, first at a house where he ate and drank a little, which he, the respondent, cannot properly indicate, and subsequently at the house of a certain Spaniard, who was pointed out to him by a black person who spoke Portuguese. To article 2, how long he, the respondent, stayed there and whether he also sold, exchanged, or gave into safekeeping any of the goods he brought with him, he says that from his arrival at the Cape, which was on a Monday, until the following Monday, he was at the house of that Spaniard, and that he, the respondent, sometimes took a walk around the Cape, and subsequently

Dutch transcription

288 Recollement zoodanig dat zy zig in twee partheyen verdeelt hebben en de timmerman met hem geve, en zijn broeder gegaan is, edoch den timmerman nog denzelven avond van hun afgegaan en agter gebleeven is. A 17. wat hem geve, tot zoo een zegt dat de Capitain hun onmenschelijk bestaan de geheele reijse had gedreijgd met geweeren, en gruwelijke daad heeft dat hij hun zoude ter kunnen beweegen neer schieten, met byvoeging dat hy Capitain het schip alleen wel konde bestuuren, waardoorzyt: vermeenden hun leeven niet zeeker te zijn, het geen hun tot deeze disperate resolutie heeft gebragt. 6 /:onderstond:/ Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede hoop den 2. Septbr: 1786 voorde heeren willem ferdinand van reede van oudshoorn, en Iohannes Smuts leeden uijt den E. achtb: raad van Iustitie voorm:; die de minute deezes beneevens de gevenende den vertolker C: Borne en mij Secretaris mede behoorlijk hebben onderteekend /:lager:/ T welk ik getuijge /:was geteekend:/ C: van Aerssen Secretaris. Compareerde voor ons onderget: gecommitt„ uijt den E. achtb: raad van Iustitie deeses gouvernements den perzoon van Anthoene Taljasso dewelke deeze nevensstaande vraagpoincten met de daarop gegeevene antwoorden van woorde tot woorde klaar en duydelyk voorgeleesen weesend verclaarde denzelve daar by te blyven persisteeren: niet begeerende dat 'er iets meer bij ofte van gedaan worden zal; als alleenlyk op art: 7. dat zin geve„ broeder hier omtrend zig bedrogen had, en dat Lionnois de eerste is geweest, die hem geve, daarvan gesprooken had, en niet zyn geve, broeder onder het vertoonen van een zeijdgeweer, met te zeggen zulks zal genoeg zijn tot volvoering van't project en op ark: 10. dat hij geven wel zyn broeder Etienne opgeroepen heeft, zonder iets tegens hem gezegd te hebben, gelijk zin gevs, broeder aan ook opgestaan is, zeggende hij geve„ voorts, op alle de artl: na waarheijd g'antwoord te hebben, en by al het vooren staande te blijven persisteeren. /:onderstond:/ Aldus gepasseert en gerecolleerd aan Cabo de goede hoop den 26. Septbr: 1786. , bij vertolking van den adsistend C. Hörne /:was geteekend:/ Anthonio Taljasso /:Lager:/ mij praesent /:geteekend/ t 4 - 1 1 /:geteekend:/ R. J. V. d Biet gezw: Clercq. /: in margine:/ als gecommitt„s /:geteekend:/ W Jv. Reede van oudshoorn, Ioh„s Smuts. — O H Kier G gemClen Accordeert 89 289. Compareerde voor ons onder Nadere articulen gedaan maken en aan heeren geteekende gecommitt, uijt gecommitt„s uyt den E. agtb den E: agtb: raad van Iustitie deezes gouverne raad van Justitie overge ments Anthoine Taliasp geeven, omme ter requisitie en dewelke op de nevens van den pro Interim staande vragen zodanig fiscaal 9. Exter gehoord te g'antwoord heeft als worden, Anthoine Taliasco beseijden een yder derselve van St, Remo. geve, alhier staat aangeteekend. zullende desselvs te geevene responsiven in marginen deezer behoorlijk worden bekend gesteld. zegt den derde dag nadat wanneer hy geve, met zyn zyt: aande wal gekoomen broeder aan de Caaben by alhier aande Caab te wien aangekoomen is zyn g'arriveert, eerstelyk in een huijs daar hij een weijnig gegeeten en gedronken heeft, dat hy geve, niet ten regten weet aante duijden, en vervolgens in't huijs van een zeekere Spanjaard, die hem door een swarte die portugeesch sprak, is aangeweezen geworden AC: 1. hoe lang hy geve, zig aldaar zegt van zyn aankomst heeft opgehouden en of hij aan de Caab zijnde ge¬ weest Dan 'smoendags ook het een of het ander van zyn meede gebragte tot maandag ten huijze van die span„ goederen, verkogt, verruijld „jaard geweest te zijn ofte in bewaring heeft en had hij geve, zomtyds een wandeling zondere gegeeven Caab gedaan, en vervolgens. het 2 68 3 2.

← previousnext →