VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 4319

Cape · 542 pages · 142 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_4319_0311 view scan ↗

English

290. M 5. the goods brought along, consisting of a gold watch, a ring, and some earrings, were sold to the Spaniard, namely the watch for thirty Spanish dollars, and the other items, both rings and earrings, for sixteen Mexican dollars, with a silver watch thrown into the bargain as well, he, the prisoner, having paid to that Spaniard upon his departure, out of the aforesaid received moneys, for what he had consumed there. Question: Whether he, the prisoner, met again with the carpenter who had remained behind them, and at what place. Answer: States that that carpenter had come into the house of the Spaniard, without him, the prisoner, knowing where he came from. Question: Why he, the prisoner, kept himself hidden in the upper attic, and whether he revealed to the innkeeper from what ship and in what manner he had arrived, or who he claimed to be. Answer: States that he, the prisoner, and his brother did not keep themselves hidden on the upper attic, while they lodged there, and he, the prisoner, had amused himself there on the attic playing cards with his brother, that Spaniard having not asked on the first day where they were bound, but did on the second day, whereupon he, the prisoner, had answered that they were from a shipwrecked French ship, and that he had taken the gold watch and other goods along when he left the ship. Article 3. Question: In what manner and through whose help he came aboard the private ship Josephus the Second, and what he, the prisoner, promised or gave for that. Answer: States that the servant of the Spaniard sought that opportunity for them on the ship that lay here in the roads, for which trouble he paid that man four Spanish dollars, and that opportunity having been procured for them, that man had them leave from there immediately, and after that man had also provided them with a hammock and some other goods, he, the prisoner, had given that man a pair of earrings for it, and for tobacco that that man sold them, he paid some Spanish dollars. Question: On what conditions they were accepted, how long they remained on board, and to whom they gave their goods in safekeeping. Answer: States, as he, the prisoner, cannot understand Dutch, he, the prisoner, does not know on what conditions they went on board, since that carpenter spoke for them, that carpenter having said nothing further to him, the prisoner, than, we are now going to Europe, and I have said that we are from the lost French ship. States further to have given to the second mate of that ship some piasters and imperial thalers, a silver watch, a pair of calf-buckles, a pair of neck-buckles, and some pairs of silk stockings, and he, the prisoner, had done so because the carpenter had advised him to do so, as it might otherwise be stolen, since he, the prisoner, and his brother had no place to store such things. Article 5. 4. 291. Question: Why he, the prisoner, having been taken off board, only confessed that he, the prisoner, came off board with 4 persons, while they nevertheless came in the boat and arrived on shore with the six of them. Answer: States to have done so for no particular reason, but out of fear that this would come to light, and had no intention in that regard. Question: What could induce him, the prisoner, to speak against the truth and to conceal the same, and what might still be withheld regarding the truth, to confess it further. Answer: States that he already confessed the truth and what had been withheld. Question: Whether he will not confess to having refused to drink the dram that the captain had given upon sighting the shore, together with his brother, and to have been dissatisfied and angry with the captain. Answer: States to have refused to drink it, and subsequently one other person besides his brother, without him, the prisoner, being able to say for certain who that was, having paid no attention to it, and that he, the prisoner, refused it while saying, we did not receive such during the voyage, we do not want it now either, and he, the prisoner, had nothing against the captain nor against anyone of the ship, and the captain, as far as he knows, also had nothing against him, the prisoner, since he, the prisoner, understood his work. States further that he certainly spoke with his brother that night, since his brother was angry and said that he had never been so unfortunate, that on that ship there was nothing but beating and scolding; he told his brother, you have not yet made a voyage, you might sometimes experience something else if you were with someone else, but he, the prisoner, had not sworn with his brother, much less been angry about that treatment, as he calmed his brother down. Article 10. Question: Whether he, the prisoner, did not then, together with his brother, make the plan to kill the captain along with the other officers, the brother of the prisoner having pretended to be sick for that purpose. Answer: States that Lionnois, on the voyage long before they had sighted the Cape shore, had said first to the carpenter and subsequently to him, the prisoner, I would reveal something to you if I knew that you would not expose me; the prisoner had thereupon said, well, what is it then; the said Lionnois had said, we must kill the officers, and subsequently when they had sighted the shore here on Sunday, the said Lionnois had repeated his statements, saying, come on, now is the time, we must now carry out our plan; the prisoner had replied thereto, let us rather leave that be, and wait to make our complaint at the Cape; that Lionnois had replied thereto, at the Cape there is no justice, we must take justice ourselves, for [illegible]

Dutch transcription

290. M 5. het meede gebragte goed bestaande in een goud horologie een l: ring en eenige oorelietten aan den Spanjaard verkogt, te weeten het Oorlogie voor dertig spaanse matten, en de andere zoo ringe als oorliesen voor sesthien d„o mexicanen, als nog een zilver horologie op de koop toe, hebbende hij geve, aan dien Span„ jaard by zyn vertrek van de voorsz: ontfangene penn: betaald het geen hy daar verteerd had. off hy geve, met de van hun zegt dat dien timmerman agteruijt gebleevene timmerm int huijs vanden wederom gevonden heeft spanjaard gekoomen was, zonder dat hij en ter wat plaatze geve, heeft geweeten waar hij vandaan kwam. waarom hij geve, zig op den zegt dat hij geve, en zijn bovenzoeder heeft verborgen broeder zig niet ver gehouden, en of hij aan borgen waar op den boven solder opgehouen den herbergier g'openbaar te hebben, terwijl heeft van wat Schip en zijt: daar Logeerden, op hoedanige wijze hij is en had hij geve met aangekoomen of voor wie zyn broeder aldaar hy zig heeft uijtgegeeven op de solder met 't kaart speelen zig g'amie„ „seerd, hebbende die spanjaard den eersten dag niet gevraagd, waarzijt: bescheijden waren, maar wel den tweeden dag, waarop hij gev g'antwoord had te zijn van een verongelukt fransch schip, en dat hij de goude horologie en ande goederen meede genoomen had, toen hij zig van boord begaf. — Al: 3. op welke wyze en door zegt dat den knegt van den spanjaard die geleegentheijd wiens hulpe hij aan boord van't particulier schip op 't schip dat hier op de rheede lag voor hun had Josephus de Tweede, is gezogt, voor welke moeijte gekoomen, en wat hij geve„ hij die man betaald. daarvoor heeft beloofd heeft vier spaanse matten en die geleegenheijd ofte gegeeven. hun geprocureerd zijnde had dien man hun directelyk van daardoen gaan en nadat andere die man hun nog een hangmat en eenige goederen bezorgd had; had hij gev, aan dien man een paar oorelietten daar voor gegeeven en voor tobak die dien man hun verkogte betaald eenige spaanse matten zegt terwijl hy geve, geen op wat Conditie zijt: zijn hollandsch verstaan kan, aangenoomen geworden, weet hij geve, niet op hoe lang zy aan boord wat Conditien zijt: aan gebleeven en aan wien zy boord zijn gegaan hunne goederen in bewaring vermits die timmerman hebben gegeeven het woord voor hun gedaan had, hebbende dien timmerman hem geve„ niets verder gezegd, als mij gaan nu na Europa en ik heb gezegd dat mij van't verlooren fransch zegt verder aan de seconde van dat schip, eenige piasters en keijserlijke daalders, Een zilver horologie, een paar kuijtgespen, een do halsgespen, en eenige paaren zeijde kousen, gegeenen te hebben en had hij geven zulx gedaan, om dat den timmerman hem zulx geraden had, terwijl het anders zoude kunnen worden schip zijn. — Art: 5 4. - 291. zegt zulx uyt geen oorsaak M: waarom hij geve, van doord gedaan maar uit vrees afgehaald zijnde, alleen dat zulx uijtkoomen heeft bekend dat hy geve„ zouden, en daaromtrend met hun 4: perzoonen geen oogmerk te hebben maar van boord afgekomen zijn, terwijl zit: dog met hun Sessen in de boot en aan de wal gekoomen zijn. gehad. zegt dat hy de waarheijd wat hem geve, kan beweegen om nog tegens de waarheijd en wat nog agter gehoute spreeken, en dezelve omtrend de waarheijd den mogte zijn daar te verbergen reeds bekend had verder zoude advoueeren. off hy aan niet bekennen zal zegt za: zulx geweijgerd het soopje dat den Capitain te hebben te drinken en vervolgens nog één bij 't gezigt van de wal buiten zijn broeder heeft geeven laten met zin zonder dat hy geve„ broeder geweijgerd te hebben ten regten weet te zeggen en onsevreeden en gram„ wie zulx geweest zijn storig tegens de Capitain als hebbende daargeen geweest te zijn agt opgeslagen en dat hij gene, geweij„ gert heeft onder het zeggen wij hebben zulx op de rheijze niet gekreegen wij willen het nu ook niet hebben, en had hy geve, tegens de Capitain nog niemand van 't schip iets gehad en den Capitain voor zoo verre hij meet tegens zegt dat Lionnois op de Off hy geve, toen niet met reijse nog lange voordat zijn broeder 't project zyt: de Caabsche wal int gemaakt om de Capitain gezigt hadden gekreegen met de overige officiers eerstelyk tot de timmer om 't leeven te brengen, man en vervolgens aan hebbende des gens, broeder hem geve, gezegt had, ik zoude uin wel wat ten dien eijnde zig als ziek openbaren, als ik wist aangesteldt dat gij my niet bekend maakte, aen geve „ gezegt daarop had, wel wat is het dan, gemen Lidmois gezegt had, wij moeten de officieren om 't leeven brengen, en vervol„ gens wanneer zyl: sondags de wal alhier int gezigt gekreegen hadden, gem„ Lionnois nog zijne gezegdens had herhaald, met te zeggen komt aan nu is 't teijd wij moeten nu ons project ter uijtvoer brengen, den geve, daarop g'antwoord had laten mij liever zulx laten; en wagten om aanden Caab ons beklag te doen, dien Lionnois daarop gerepliceert had, aan de Caab is 'er geen Iustitie wij moeten de Qustitie zelfs neemen, want aen hem geve, ook niets; vermits hy geve, zyn werk verstond. zeyt nader dat hy den nagt wel met zyn broeder gespro „ken had, vermits zyn broeder kwaad was, en zeyde, dat hy nog zoo ongelukkig niet was geweest, dat er op dat schip niet anders als geslagen en gescholden wierd, hij nog zijn broeder gezegd had, gij hebt nog geen reijs gedaan, gij zoud zomtijds nog wel iets anders ondervinden, indien gy by een ander waard, maar had hy geve, niet met zyn broeder gevloekt veel minder gramstorig geweest over die behandeling, als hebbende hij zijn broeder ter neder gesteld. gestoolen doar hy geve, en zyn broeder geen plaats had om zulx te bergen hem vert ƒ 8. ƒ A 10.

NL-HaNA_1.04.02_4319_0313 view scan ↗

English

291. already confessed had stolen, because the examinant and his brother had no place to hide such things. Number 7. States that he did this for no other reason, but out of fear that it would come out, and had no intention regarding that matter. Why the examinant, having been taken off board, only confessed that he, the examinant, had come off board with the 4 of them, whereas they had nevertheless come to shore in the boat as the 6 of them. States that he can state the truth and what might further still be concealed about the truth. What might have moved the examinant to speak against the truth and to conceal the same. States that he refused to drink the dram that the Captain had given at the sighting of the shore, and subsequently one more, besides his brother, without the examinant knowing for certain who they were, having paid no heed to it, and that he, the examinant, refused it, saying, we have not received such on the voyage, we do not want it now either; and he, the examinant, had nothing against the Captain nor anyone from the ship, nor had the Captain, as far as he knew, against him, the examinant, either, because he, the examinant, understood his work. States further that he had spoken with his brother during the night, because his brother was angry and said that he had never been so unfortunate, that on this ship there was nothing but beating and scolding; he had said to his brother, you have not yet made a voyage, you might sometimes experience something else if you were with someone else; but he, the examinant, had not cursed with his brother, much less been wrathful about that treatment, as he had calmed his brother down. Whether he would not confess to have refused the dram that the Captain had given at the sighting of the shore, together with 2 others, his brother having refused to drink it, and having been discontented and wrathful against the Captain. Whether the examinant had not then, with his brother, made the plan to put the Captain, along with the other officers, to death, the brother of the examinant having for that purpose feigned to be sick. States that Lionnois on the voyage, long before they had sighted the Cape shore, had first said to the carpenter and subsequently to him, the examinant: I would disclose something to you if I knew that you would not make me known. Whereupon the examinant had said, well, what is it then? The said Lionnois had said: we must put the officers to death. And subsequently, when they had sighted the shore here on Sunday, the said Lionnois had repeated his statements, saying: come on, now is the time, we must now carry out our plan. The examinant had answered thereto: let us rather leave it and wait to make our complaint at the Cape. To which Lionnois had replied: at the Cape there is no justice, we must take justice ourselves, for the boatswain is a scoundrel who deserves to stay alive no longer. Subsequently, that night, when he, the examinant, was at the helm, he had come to him, the examinant, and said: come, just go below now, I will stay at the helm in the meantime, and just go to the carpenter. The examinant, having gone to the carpenter, an agreement was made there as to how the murder should be carried out. And the carpenter had subsequently opened his toolbox, and from it given the examinant and the others the tools to carry out the committed murder, just as the examinant went to the half-deck and carried out the murder, in the manner and form as he stated in his first interrogation, only adding that when the Captain came running toward him, he, the examinant, had given him another blow so that he fell down, as well as that when all were already struck down, they went around to see who might still be alive, and whenever they found someone still alive, had then given as many blows as they thought necessary; the examinant declaring that he saw that Lionnois had given the boatswain's mate a blow, and that the second mate the next day embraced the examinant and begged to please leave him alive and to plead with Lionnois for him, because he well knew that such depended on him, Lionnois, as the foremost one. Number 8. States as before. Whether he, the examinant, having been relieved at the helm after midnight by Lionnois, did not go with his brother to the carpenter and cook, in order to incite and persuade them to participate. Number 10. States as before, and that they had also warned Lionnois, who was at that time at the helm, of it, and from where they took the tools. Whether he, the examinant, further went to Lionnois at that time at the helm, and from where they took the tools. Number 15. States as before, that Lionnois had sent him, the examinant, to the carpenter, and from there also, as aforesaid, the instruments from the carpenter's toolbox were given by the carpenter. Whether they, sitting thereupon on the chest, deliberated further about it, and firmly resolved to beat the officers to death, and in what manner and what each should do. Lapses. Number 11. States no, that rather the carpenter, when he, the examinant, had come to him, had called the examinant's brother and the cook to him, saying: brothers, we shall do that, and having then deliberated about it, proceeded to the execution, and that the carpenter was the second cause and head of that plot next to Lionnois. Whether or not the carpenter answered him, the examinant, and his brother: friends, leave that alone, that will never turn out well. 292.

Dutch transcription

291. reeds bekend had gestoolen doar hij geve, en zyn broeder geen plaats ha om zulx te bergen M: 7. zegt zulx uyt geen oorsaak waarom hij geve, van boord gedaan maar uyt vrees afgehaald zijnde, alleen dat zulx uijtkoomen heeft bekend dat hy geve„ zouden, en daaromtrend met hun 4: perzoonen geen oogmerk te hebben maar van boord afgekom zijn, terwijl zit: dog met hun Sessen in de boot en d de wal gekoomen zijn. zegt dat hy de waarheijd wat hem geve, kan beweeg„ om nog tegens de waarhei en wat nog agter gehoute spreeken, en dezelve omtrend de waarheijd den mogte zijn daar te verbergen verder zoude advoueeren. off hy aan niet bekennen zo zegt zal zulx geweijgerd het soopje dat den Capita te hebben te drinken en bij 't gezigt van de wal vervolgens nog één heeft geeven laten met 2 buiten zijn broeder zonder dat hy geve„ broeder geweijgerd te hed ten regten weet te zeggen en onsevreeden en gram„ wie zulx geweest zijn vertorig tegens de Capitain als hebbende daargeen geweest te zijn. agt opgeslagen en dat hij gene, geweij„ gert heeft onder het zeggen wij hebben zulx op de rheijze niet gekreege wij willen het nu ook niet hebben, en had hy get tegens de Capitain nog niemand van 't schip iets gehad en den Capitain voor zoo verre hij meet teg gehad. of hy geve, toen niet met zegt dat Lionnois op de reijse nog lange voordat zijn broeder 't project zyt: de Caabsche wal int gemaakt om de Capitain gezigt hadde gekreegen met de overige officiers eerstelijk tot de timmer om 't leeven te brengen, man en vervolgens aan hebbende des gens, broeder hem geve, gezegt had, ik zoude uin wel wat ten dien eijnde zig als ziek openbaren, als ik wist aangesteld E dat gij my niet bekend „maakte, aen geve„ gezegt daarop hal, wel wat is het dan, gem: Lidmois gezegt had, wij moeten de officieren om 't leeven brengen, en vervol„ gens wanneer zyl: sondags de wal alhier int gezigt gekreegen hadden, gem: Lionnois nog zijne gezegdens had herhaald, met te zeggen komt aan nu is 't teijd wij moeten nu ons project ter uijtvoer brengen, den gene, daarop g'antwoord had laten mij liever zulx laten; en wagten om aande Caab ons beklag te doen, dien Lionnois daarop gerepliceert had, aan de Caab is er geen Iustitie wij moeten de Justitie zelfs neemen, want den hem geve, ook niets; vermits hy geve, zyn werk verstond. zeyt nader dat hy den nagt wel met zyn broeder gespro „ken had, vermits zyn broeder kwaad was, en zeyde, dat hy nog zoo ongelukkig niet was geweest, dat er op dat schip niet anders als geslagen en gescholden wierd, hij nog zijn broeder gezegd had, gij hebt nog geen reijs gedaan, gij zoud zomtijds nog wel iets anders ondervinden, indien gy by een ander waard, maar had hy geve, niet met zyn broeder gevloekt veel minder. gramstorig geweest over die behandeling, als hebbende hij zijn broeder ter neder gesteld.— rem t 8. 3 A 10. bootsman is een kanaille die verdiend niet langer in't leeven te blijven, vervolgens nog den nagt, wanneer hy geve, uijt roer stond, by hem geve, gekoomen was, en gezegd, kom gaat nu maar na ondere, ik zal zoo lang bijt roer blijven, en gaat maar naa den timmerman, den geve, naden timmerman toegegaan zijnde, aldaar was afspraak genoomen hoeden moord zoude worden ter uytvoer gebragt en had de timmerman vervolgens zin gereedschap kist g'opend, en den geve, en de overige daaruijt ae gereedschappen gegeeven, om de gepleegde moord ter uytvoer te brengen, gelyk aan den geven zig op het halve der heeft begeene, en ter uytvoergebrage de moord, zoo en indiervoegen als hy by zyn eerste verhoor heeft opgegeeven, alleenlijk nog bijvoegende dat wanneer de Capitain hem te gemoed vlugtede was gekoomen, hij geve, hem nog een slag gegeeven had, dat hij gevallen was, als meede dat wanneer reeds alle geveld nederlagen, zyt rond gegaan waren om te zien, wie of 'er nog leeven mogte en wanneer zij nog iemand leevende vonden, als dan nog zoo veel slagen gegeeven hadden als dogten nodig te hebben, declareerende den geve„ dat hij gezien heeft dat Lionnois de bootsmans mout, een slag gegeeven had, en dat den luyterant boij des anderen daags den geven omhelst heeft, en verzogt om dog hem in't leeven te laten, en Lionnois voor hem te bidden, dewijl hy wel widt dat zulx van hem Lionnois als de eerste afhing. zegt als vooren. off hy geve, aan niet na mid dernagt door Lionnois aant roer vervangen zijnde met zyn broeder na de timmerman en Kok gegaan is, om den 15. off hij geve, voorts zig op zegt gelijk vooren en dat hij zegt als vooren dat Lionnois op zit: Lionnois ter dier tijd hem geve, na de timmerman aan 't roer zijnde, daarvan gesonden, en van daarook ook hebben gewaarschouwd gelijk voorm: de Instru„ en van waar zit: de In„ wenten uyt de timmerman strumenten hebben genomen gereedschap kist, door de timmerman gegeeven geworden te zijn. vervald. off zijt: daarop op de kist zittende naet nog verder daarover gedelibereerd, en voor vast beslooten hebben de officiers dood te slaan en op welke wijze en wat een ijder doen zoude N: 12. zegt neen dat veel meerden of niet van den timmerman timmerman toen hij geve, aan hem geve, en zyn broeder is g'antwoord geworden bij hem gekoomen was, de beijde andere zijn vrienden laat dat staan, geve, broeder en vekok dat zal nooijt goedgaan. bij zig geroepen heeft zeggende broeders wij zullen dat doen, en dan daarover gedelibereerd hebbende, tot de uijtvoering was overge„ „gaan, en dat den timmerman den tweede naast Lionnois. de oorzaak en hoofd van dat Complot geweest is. 292. zelven op te wekken en te persuadeeren om meede te doen ƒ geve„ het 11. 14. 13.

NL-HaNA_1.04.02_4319_0315 view scan ↗

English

293 Article 18. Whether he, the prisoner, having gone to the half-deck, did not beat the boatswain's mate to death, having, outside of the watch, the boatswain, nor also the captain fleeing thither afterwards, and the boatswain's mate who came upon it, beaten to death. Says that, as appears from the prisoner's confession, he did not beat the boatswain's mate to death, and thus also cannot say who accomplished this, except only that Lionnois struck the said boatswain's mate a blow. No. 16. Whether he, the prisoner, did not force the mate Boy to point out the best goods in the ship, and whether he, the prisoner, did not break open the chests of the chief mate, just as the prisoner also opened the chest of the first lieutenant and the other prisoners broke open the remaining chests. Says that the mate Boy offered himself, begging that they would leave him alive in order to point out the goods; whereupon they took a candle, and he pointed them out and subsequently went around with the most principal goods. Where two dozen pairs of silver buckles remained, which were found in the cupboard of the side-arms. Says that when he, the prisoner, along with the other prisoners, had found the chest with the watches and the other jewels, they agreed together to leave the other goods as they were, since they had enough and could not carry away so much. And to have made himself guilty of both the one and the other with good premeditation and intent, and thus to have made himself deserving of the utmost punishment. Acknowledges, in so far as he participated and is known here as aforesaid, that he is guilty and has deserved punishments, and that he cannot express in words the repentance that he, the prisoner, feels over this, and would rather lose both his eyes than to have made himself guilty of that death. Whether he, the prisoner, will not confess to us to be one of the principal authors and perpetrators of this murder, and of the robbery and destruction of the ship. In answering the interrogation, it appears that he is not the author, and that he indeed opened the chest and took goods out of it, since the event was already there and he could bring about no change therein; and that he was also not the cause of the destruction of the ship and cargo, but that Lionnois and the carpenter were the first and main cause of all the aforesaid, and that Lionnois approached and incited his, the prisoner's, brother to the one and the other, because he had sat in irons and was displeased about what had happened, the prisoner supposing that if Lionnois had not been on board, such would never have occurred, because his brother has no bad temper! Article 18. 20. 17. 19. Recollection No. 20. What he, the prisoner, will be able to bring forward in his excuse. Says that when the proposition was made to him, the prisoner, yea even when they were to make a beginning, he never thought that such would actually be carried into execution; and when the event began, he believes he was blinded, for at that moment he does not know what he did, and he would have stretched out his hand to no one before he heard a commotion below; and when it was all already accomplished, as well as now, he still has a heartfelt repentance over what happened; and that he will face the punishment which is to be executed upon him as a righteous punishment, for he understands that no mercy can have a place here, though if one wished to show him mercy, he would expect such with joy. At the bottom was written: Thus questioned and answered at the Cape of Good Hope, the 15th of September 1786, before the gentlemen William Ferdinand van Reede van Oudshoorn and Johannes Smits, members of the Honorable Council of Justice aforesaid; who, along with the prisoner and me, the sworn clerk, have also duly signed the minute hereof. Lower: Which I witness. Was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. At the bottom was written: Thus recollected and answered at the Cape of Good Hope, the 26th of September 1786. There appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the person of Anthoine Taljasso, to whom these his collateral interrogatories, with the answers given thereto, having been read aloud clearly and word for word, testified that he persisted therein, not desiring that anything more shall be added thereto or taken therefrom, except only on Article 10, that he, the prisoner, does not rightly know whether those discourses occurred that evening when they got the Cape shore in sight, or on the coast of Guinea, that he, the prisoner, is supposed to have said: leave that alone, and we shall rather make our seizure at the Cape; he, the prisoner, further persisting in all that was said by him, the prisoner, to the charge of Lionnois; and says further that the Englishman did not know beforehand of the projected plan, and is also innocent of what occurred; and further, that all that was said by him is the pure truth. 294

Dutch transcription

293 zegt dat hij gelyk uit de Ab. 18. geven de bootsmansmaat het halve dek hebbende begeeven niet heeft doodgeslagen buyten den wagt hebbende dus ook niet zeggen bootsman, niet ook den daarna kan, mie zulx verrigt toe vlugtende Capitain en heeft. als alleenlyk den daarop gekoomene dat Lionnois gemelde bootsmansmaat heeft bootsmansmaat een doodgeslagen slag heeft toegebragt. NC: 16. zegt dat de stuurman off hy geve, niet den stuurman Boy zig zelve heeft Boij gedwonge heeft de beste geoffereerd onder het goederen in't Schip aan te bidde dat zyt: hem wijden, en hy geve, de kisten in't leeve wilde laten van den opperstuurman om de goederen aante heeft opengebrooken toonen; waarop zijt. een kaars genoomen, en aangeweesen en ver volgens rondgegaan de voornaamste goederen gelijk den geven ook de kist van de eerste luijtenant en de andere gevs, de overigen kisten g' openb: heeft. zegt dat wanneer hij gewe„ waarde twee dozijn paaren beneevens de andere zilvere gespen gebleeven gevl, het kasse met zijn, die in de kast van horologies en de de zeijde geweeren bevindelij„ overige Kleijnodien waren hadde gevonden zyt te zamen overeengekomen waren de andere goederen maar zoo te laten terwijl zyt genoeg hadden en zoo veel niet konde weg krijgen Legt in zoo verre als hij en zig zoo wel aan't een meede gedaan en hier als 't ander met goede voorn bekend staat voorbedagt en opzet schul schuldig te zyn en dig en dus ten uytersten straffen verdiend te strafwaardig te hebben hebben en dat hij met geen woorden het gemaakt. berouw kan uijtdrukken dat hy geve, daarover gevoeld, en liever zijne beijde oogen wilde quijt zijn, als zig aan die dood schuldig gemaakt te off hy geve, ons niet be kennen zal meede een antwoorden op 't gedaan verhoor komt te blyken der principaals te antheren niet de autheur is, en en uijtvoerder van deeze dat hy de kist wel moord en vande beroving geopend en goederen uyt en ondergang van't schip genoomen heeft, terwijl te zijn het geval reeds daar was, en hy geene verande vinge daarin konde te weeg brengen, en dat hy ook niet de oorzaak is geweest van de ondergang van't schip en Lading, maar dat Lionois en den timmerman de eerste en hoofd oor„ zaak van al het voorsz, is geweest, en dat Liomois zijn geven broeder vermits denselven in de boeyen gezeeten had, en misnoegd over't voorgevallene was, tot het een en ander aangesogt en opge„ stookt, supponeerende den geve, dat indien Lionnois niet aan boord was geweest, zulx nimmer zoude voorgevallen zijn, want dat zijn broeder geen quaad humeur heeft! Al 18 20 17. hebben. 19 Recollement NC: 20. zegt ton hem geve, de op, en wat hij geve, tot zijn propositie gedaan wierd, verschoning zal kunnen ga zelfs toen het zijn bijbrengen aanvang neemen zouden nimmer gedagt te hebben dat zulx werkelijk zouden werden ter uijtvoer gebragt en toen het geval is begonnen geloofd verblind te zijn geweest, want dat hy op dat ogenblik niet weet wat gedaan heeft en zyne hand aan niemand uijtgestrekt zoude hebben voor en al eer hy een gewag onder vernam, en toen het reeds alles was volbragt zoo wel als nu nog een hartelijk berouw over 't voorgevallene te hebben en dat hij de straffe die over hem staat uytgevoerd te worden te gemoed zien zal als een regtvaardige straffen want dat hy begrypt dat hier geen gratie kan plaats hebben, gedag indien men hem gratie wilden bewijsen hij zulx als aan blijdelijk zal verwagten /:onderstond:/ Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede Hoop den 15. Septbr: 1786. voorde heeren william ferdinand van reede van oudshoorn en Iohs„ Smits leeden uijtdenz. agtb: raad van Iustitie voorm:; die de minute deezes beneevens de geve, ende mij gedrd: Clercq meede behoorlijk hebben onder teekend /:Lager:/ 't welk ik getuijge /:was geteekend:/ R. J. v. O Riet gesad: Clercq. /:onderstond:/ Aldus gerecolleerd en beantwoord aan Cabo de goede hoop den 26 Septb: 1786: bij Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitt„s uyt den E. agtb: raad van Justitii deezes gouvernements de persoon van anthoine taljasso dewelke deeze zyne nevensstaande vraagarticule met de daarop gegeevene antwoorden van woorde tot woorde alaar en duydelyk voorgeleesen zijnde, betuijgde daarbij te blijven persisteeren, niet begeerende dat 'er iets meer bij ofte van gedaan worden zal, als alleenlyk op art: 10. dat hy geve„ niet te regten weet, of die disfourssen voor gevallen zijn, dien avond toen men de Caalsche wal in't gezigt gekreegen heeft dan wel op de kust van quinée dat hij geve, zoude gezegt hebben laat dat staan en wij zullen liever ons beslag aan de Caab doen, persisteerende hy geve, voorts bij al 't geen dat door hem geven ten lasten van Lionnois is gezegt; en zegt voorts dat de Engelschman niet te vooren van't gemaakt project ge„ weeten heeft, en ook onschuldig aant voorgevallene te zijn, en voorts al 't geen door hem is gezegt de suyvere waarheijd te zijn ver 6 294

NL-HaNA_1.04.02_4319_0317 view scan ↗

English

Upon the presentation of the assistant C:hohne. It was signed: Anthonio Taliasco. Lower: In my presence, signed: R. J. Vd Riet, sworn clerk. In the margin: as commissioners, signed: W. J. V. Reede van Oudshoorn, Johss Smuts. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this Government, the person of François Bielke, who gave such answers to the adjacent interrogatory points as are noted beside each of them. Articles drawn up and delivered to the gentlemen commissioners from the Honorable Court of Justice, in order to examine, at the requisition of the Fiscal pro interim G: Exter, the person of François Bielke of Ghent, a prisoner here, whose responses to be given shall be properly recorded in the margin hereof. Confirmed. Sworn Clerk. Question: The prisoner's name, birthplace, and age. Answer: François Bielke of Ghent, 29 years of age. Article 1. Question: With what ship, in what capacity, and when did the prisoner land here? Answer: States with the merchant ship La Rozette, belonging to Mr. Renaud, residing at Bourdeaux, in the capacity of carpenter and caulker, having come ashore during the night between the 14th and 15th of this month. Article 2. Question: With how many crew members was the said ship manned, when did it set sail, and from where? Answer: States that it was manned with 12 men, namely: The Captain La Borde, The Second Auholahan, The Mate Boy, The Boatswain Maillart Ame, The Boatswain's Mate, the prisoner states the name is unknown to him, And the prisoner himself with 6 common crew members. Set sail, to the best of his recollection, in the month of May from Bourdeaux. Article 3. Question: On what day and time did they sight the Cape coast? Answer: States the Sunday before, or the 13th of this month. Article 4. Question: Whether during the voyage disputes and unpleasantries did not occur, and whether the prisoner himself did not have such. Answer: States that, after they had been at sea for about 4 weeks, disputes had already arisen between the boatswain and Etienne Taillasco; that the Second had joined in, and Etienne Taillasco had threatened the said Second with his hand to strike him; the prisoner further states not having seen that the said Taillasco picked up an awl to stab the said Second as was alleged, but certainly that throughout the entire voyage disputes continually arose between this Second, the boatswain, and the said Etienne Taillasco and his brother Anthonio Taillasco. That he himself had words with the Captain only once, concerning the caulking of the ship, and for the rest had always lived on good terms with the officers of the ship, as all the ship's crew must testify. Article 5. Question: Whether one or more of them were not put in irons, who, and by whom released again? Answer: States nobody except the aforementioned Italian, when he had wanted to strike the Second; that the prisoner put him in irons by order of the Captain from midday until the next morning, when he released him again by order of the Captain. Further states that the Englishman Thoma having had a dispute with the boatswain and being about to be punished for it, the Captain threatened him with his sword and loaded the pistols, saying that he would stab or shoot dead the first who should resist again. Article 6. Question: Whether the prisoner did not then agree with several persons of the crew to take over the ship and make themselves masters of it? Answer: States that they were not of that intention, but that the boatswain had agreed with them to lodge a complaint against the Captain with the Fiscal upon arriving at the Cape; which having come to the ears of the Captain, he resolved to sail past the Cape, all the more because the prisoner, having previously sailed for the Honorable Company, had said he would seek to sail with them again. Article 7. Question: Whether they did not carry this out on the same evening by murdering the Captain, Second, and Mate, two petty officers, and a boy? Answer: States that Leonois came to him in the evening between 10 and 11 o'clock while he was lying in his hammock, and told him that they (the Italians) were planning something, and that the prisoner had to get up, just as...

Dutch transcription

295 C La vertoeking vande adsistend C:hohne /:was getekend./ Anthonio Taliasco /:lager:/ my Praesent /getee„ kend :/ R. J. Vd Piet gesw Clercq. /:in margine:/ als gecommitt, /:geteekend./ W. J. V. reede van oudshoorn, Iohss Smuts. HM Kier Zegt François Bielke des ged. naam geboorte van Gent oud 29 plaats en ouderdom. Jaar Art 1. Legt met het koop met wat Schip, en wat mans schip La qualiteijd en wanneer hij Rozette, toebehoorende ged: alhier is aangelandt M Renaud, woon „agtig te Bourdeaux qualiteijt timmerman en Calfater, aan de wal ge komen in de nacht tusschen den 14 en 15 dezer Met hoeveel volk gem:e Legt bemand geweest schip bemant is geweest met 12 man, na mentlyk en wanneer uitgezeild, en de Capn La Borde van waar! de Seconde Auholahan de stuurman Boy de Bootsman Maillart Ame Compareerde voor Articulen gedaan ons ondergetekende ge, maken en aan Heeren „committ uit den E: Achtb: gecommitteerdens uit den Raad van Justitie dezer E: Achtb: Raade van Justitie overgegeven, om ter requi Gouvernements den perzoon van françois „ sitie van den Pro interim Bieltze dewelke op de Fiscaal G: Exter daarop nevenstaande vraag gehoord te worden Fran„ poincten zodanige cois Bieltze van Gent antwoorden gegeven gevangene alhier, zullende heeft als bezijden een deszelvs te gevene responsi¬ ieder derzelver staan „ven in margine dezer be aangetekend hoorlijk worden genoteerd Accordeert gemCleren - de . 3 4 ƒ 788 290. of geduurende de reeze niet zegt dat, na dat zy circa 4 weeken in zee zijnde eenige verschillen en onaan geweest, reeds verschil genaamhedens zijn voor „len zijn gereezen, tus„ gevallen en of hij gev: niet „schen den bootsman en zelve diergelijke gehad heeft. Etienne Faillasco dat de seconde zig daarbij had gevoegd, En Etienne Taillasco met de hand naar geme seconde had gedreigd, om denzelven te slaan: zeggende hij ged: voorts niet gezien te hebben, dat gem: Taillasoeen priem heeft opgenomen, om naar denzelven seconde gelijk gezegd is te steeken, doch wel dat wyders geduu „rende de geheele reis altoos tusschen deze Seconde den bootsman, en gem: Chienne Faillascen zijn, broe „der Anthoiie Taillasco disputen zijn gereezen. — dat hij zelve maar eens woorden met den Capitein heeft gehad, over het Calfateren in het schip en voor het overige altoos wel geleefd heeft met de officieren van het Schip, gelijk al het scheeps volk moet getuijgen of niet een of meerdere zegt niemand als van hanl: zijn geboeid voorm:t Italiaan, toen hij de seconde geworden, wie, en door wien wederom bevrijd had willen slaan; dat hij ged: hem heeft geboeid gezet, op ordre van den Capitein van 'S middags tot 'S anderendaags 'S morgens, wan naer hij hem weder op ordre van den Cap„n heeft zegt dat Leonois des avonds tusschen 10 en 11 uur by hem terwijl hij in zijn hang mat lag, was gekomen, en hem gezegd had: dat zy (die Italiaane ders) iets van Zints waaren, en dat hij ged: opstaan moest: gelijk of zijl zulx niet op de zelve avond uitgevoerd hebben met 't vermoorden van den Captn Seconde en stuurman twee onderofficiers en een Jongen! of hy ged: toen niet met zegt datze niet van die intentie zijn geweest, meerdere perzoonen van naar dat de boots 't volk is eens geworden, „man met hunlieden 't schip afteloopen, en zig had afgesproken, meester daarvan te maken om den Capitein aan de Caap komende, aan den fiscaal aanteklagen, 't welk den Captn ter ooren zijnde gekomen, geresol „veerd had, om de Caap voorbij te zeijlen, te meer„ om dat hij ged bevoorens reeds by de E: Comp gevaaren hebbende, gezegd had, weder te zullen zoeken daarbij te vaaren. Legt Zondags te vooren of den 13 dezer die zich weder opponeeren zoude, dood zoude Steeken of Schieten. Thoma met den bootsman quasti hebbende gehad en daarover hebbende zullen gestraft worden, losgelaaten — zegt voorts dat de Engelschman den Captn hem met den degen gedreegd, en de Pis „toolen gelaaden heeft, zeggende: dat hy de eerste op wat dag en tijd zylieden den Caabsen wal en 't gezigt hebben gekreegen! Art 4 uitgezeild, na zijn best onthouden in de maand May van Bourdeaux En hij ged: met 6 gemeenen de Bootsmansmaat zegt de gev: den naam hem losgelasten hij onbekend te zijn ƒ P. Art 6

NL-HaNA_1.04.02_4319_0319 view scan ↗

English

928. he got up and went forward, and then saw the boatswain aft and the mate Doy forward, whereupon, having attended to his necessities, he went back to his hammock. That thereupon Antoine Taljasco came to him, the prisoner, and told him that they intended to kill everyone, and that if he, the defendant, together with the cook (who was also lying in the hammock) wished to save their lives, they had to kill the mate. What instrument or weapon the prisoner employed for this purpose, and against whom he laid his hand. States that he used an axe, that the cook had a hammer, and Antoine Paljasco an adze, and the rest all axes. That he and the cook went to the chief mate's cabin, and as far as he knows struck him, the second mate, dead while he was sleeping. Etienne Paljasco having beforehand struck the captain a blow with an axe, and pursued him thus striking, until he struck him dead up on the half-deck. While the other, Antoine Taljasco, struck the boatswain dead, and they, both Italians, also killed the boatswain's mate, who came upon the scene. Further states that the servant boy, having declared that he would join them, consequently also murdered the cabin boy and threw him overboard; without him, the prisoner, knowing with what instrument this was done, the said servant boy having called the same boy upstairs and told him that nothing would be done to him. He, the defendant, further declares that the servant boy was thrown overboard alive the following afternoon by the Englishman Thomas and the Lyonnais, out of fear that he might betray them, they having given him, the servant, time from the morning onward to prepare himself for death. Just as they did not trust him, the defendant, either, he, the witness, saying that it was a piece of luck for him that he still reached the shore. Upon re-examination, he further states that he did not see whether Etienne actually struck the captain dead. Whether they did not further throw the bodies overboard, and who was helpful therein. States that in the early morning they helped one another to throw all the corpses overboard. Whether he, the defendant, then did not, with his mates, open some chests and take away the money and other valuables found therein. States that he and his mates opened the captain's chest and took from it: 60 Spanish dollars. Who among them gave cause to this, and with how many persons they carried this out. States that the 2 brothers, Etienne and Antoine Taljasco, are the ones who told him that they would do so, because they had to die in one way or another anyway, and if he wished to save his life, he had to join in. Further states that all six of them, the prisoners, assisted in this. 298. States as before. Spanish dollars, 1 pair of buckles, and 1 gold watch. That Antoine Taljasco, having opened the chief mate's chest, took from it to the best of his recollection: 4 gold watches some ditto chains and ornaments 1 louis d'or, together with some small change, and about 12 pairs of silk stockings, with the gold watch and silver buckles he had on him, which they divided among themselves, and he, the defendant, received as his share: 1 gold watch 1 chain and some ornaments 22 to 23 Spanish dollars. Declaring at the same time that they broke open a basket of liqueur and a case of red wine, from which they drank together, and that they also took some jackets and trousers for their own use, together with a dozen or so pairs of silk stockings as mentioned above, and nothing further. What he, the defendant, took for his own person, and what the others appropriated. Whether, having done this, they did not put out the boat and thus go to the shore together. States that the two Italians having ordered him, the defendant, to chop a hole in the ship to make it sink, and while he was busy with that, they meanwhile put the boat overboard, and he, having seen that they were ready to push off with the boat, abandoned his work, went upstairs, and with a leap dropped from the ship into the boat; which makes him suspect that they intended to let him perish with the ship: upon re-examination, he states that at least he was afraid of that. Whether they remained together, or immediately separated. States that they stayed together until the next morning, but that they then separated, whereupon Thomas, Geer, and Michiel went to one side, and he, the prisoner, together with the 2 Italians, went to another side. That he, the defendant, also remained with his comrades only until the evening, whereupon he proceeded to Hout Bay, and subsequently directly to the Cape. At what time, and at what place they came ashore. States: that in the night of the 14th to the 15th of this month, by his estimate between 10 and 12 o'clock, they left the ship, and that same night also came ashore, and that regarding the place he can say nothing else than that they came ashore at a sandy place directly opposite the ship they had abandoned, which they still saw the next morning. What reason he, the defendant, had for such an act. States no reason for it.

Dutch transcription

ƒ928. hij opgestaan is, en zich naa vooren begeeven heeft en alstoen den bootsman achteruit en den Stuurman Doy vooruit gezien heeft, als wanneer hy zijn noodzakelykheden verricht hebbende, wederom naar zin hangmat is gegaan. — dat daarop Anthoine Taljasco bij hem gev: is gekomen, en hem gezegd heeft, dat zij van zints waaren om alles dood te slaan, en dat indien hij ged: benevens de kok (die ook in de hangmat lag) hun leeven wil„ den behouden zij den Stuurman moesten doodslaan Wat instrument of geweer Legt Een byl te hebben gebruikt, dat de kok hij gev: daartoe heeft ge een hamer heeft gehad, Employeert en aan wien hy en antoine Paljasce zijn hand gelegd heeft een dissel, en de overige alle bijlen. — dat hij met de kok zig heeft begeeven naar den opperstuurmans kamer en gelik hij niet beter weet hem Seconde ter „wijl hij sleep heeft doodgeslagen. — hebbende van te vooren Etienne Paljasco den Capitn met een bijl een slag gegeven, en hem dus slaande vervolgt, tot dat hij hem boven op het halfdek heeft doodgeslagen. — terwyle de ander Antoine Taljasco den bootsman heeft doodgeslagen en zij beide Italiaanen/ den bootsmansmaat, die daarop is toegekomen, ook hebben omgebragt. Zegt voorts dat de S„t Boij zich gedeclareerd hebbende om met hun mede te zullen doen, gevolglijk ook den Jongen heeft vermoord, en denzelven overboord geworpen; zonder dat hij gev: weet met welk In strument zulx is geschied, hebbende gen Lk Boy denzelven Jongen, naar boven geroepen, en hem gezegd, dat men hem niets zoude doen. — declareerende hy ged: wyders, dat de L„e Boij des anderen middags door den Engelsch man zegt dat hij met zij „ne maats de kist van den Capitn geo„ Dend, en daar uit ge nomen hebben: 60. zegt dat zij in den droe, of zijl: niet voorts de „gen morgen elkan doo de ligchaamen over „der geholpen hadden, boord hebben gegooit, en om de lijken alle over wie daar by behulpzam is geweest! boord te werpen of hij ged: dan niet met zijne maak, eenige kis„ „ten heeft geopend, en't daarin bevindelijke geld, en andere kostbaarhedens 11 wie van hunl: hier toe zegt dat de 2 gebroe¬ heeft aanleyding gegeven ders Etienne en An en met hoe veele perzoo toine Taljasco die geene nen zij dit verrigt hebben zijn, die hem zeiden dat zij zulx doen zou „den wijl hij toch op de eene of andere wijze moesten sterven, en bij aldien hij zijn leeven wilde be houden, hij mede moest doen: zegt voorts dat zij alle zes gev: daarbij hebben geadsisteerd. art 10 geworpen, uit vreeze dat hij hun verraden mogt hebbende zijl: hem I„r van 'Suchtends af tijd gegeven, om zich tot den dood te bereiden. gelijk zij hem ged: ook niet vertrouwd hebben zeggende hij get: het een geluk voor hem te zijn dat hij noch aan de wal gekomen is. zegt nader bij recollement niet te hebben ge zien of Ctunne den Captn eigentlijk dood ge slagen heeft Thoma en de lionois levendig was overboord. Thoma Spaansche weggenomen Art 9 6 6 e 298. Ligt als vooren Spaansche matten 1 paar gespen en Een goud Horologie dat Antoine Taljasco de kist van den opper stuurman geopend hebbende, daaruit naar zijn best onthouden genomen heeft 4 goude horologies eenige do kettingen en Cieraaden Een louis d'or benevens eenig klein geld, en omtrend 12 paaren zijde koussen, met deszelvs bij zich hebbende „goude horologie en zilvere gespen, het geen zy te za men onder zig gedeeld hebben, en hij ged:e tot zijn aan deel gekreegen heeft 1 goud horologie 1 ketting en eenige Cieraaden 22 â 23 Spaansche matten declareerende hy tevens, Een mandje met liqueur en Een kelder met roode wijn opengebrooken te hebben waarvan zij onder elkanderen gedronken hebben mitsgs ook eenige baatjes en broeken tot hun eigen gebruik, benevens een paar of 12 zijde koussen als bovengem: te hebben mede genomen, verdert niets zigt dat de beide sta„ of zijl: dit gedaan heb „liaanders hem ged: bende de Schuyt niet uit gelast hebbende, om gezet hebben en zo mede een gat in het Schip naar de wal gegaan zijn! te kappen, om het zelve te doen zinken, en hij daarmede bezig zinde, zijl: de schuyt intusschen buiten boord gezet hebben, en hy gezien hebbende dat zij klaar waren om met de schuijt afte Dat hy ged voor zyn Per zoon heeft genomen, en wat de overige hebben na zig getrokken Art 13 zegt tot 'S anderen a zijl: te zaame, zijn ge daags uchtends Cleeven ofte zich dadelijk maar dat zy zich gesepareerd hebben toen gesepareerd heb „ben wanneer Thoma„ Geer en Michiel naar de eene kant, en hij geb: be nevens de 2 Italiaanders naar een anderen kant zijn gegaan. dat hij ged: ook maar tot den avond by zyne makkers is gebleeven, wanneer hy zich naar de houtbaar, en vervolgens direct naar de Caap heeft begeeven zegt geene reden daar wat hem ged: tot een zo Legt: dat zy in den nacht Hoelaat, en aan wat van den 14 op den 15 plaats zijl: aan land dezer de klokke na zijn gekomen! zijn gissing tusschen 10 en 12 uuren van boord zijn gegaan, en diezelve nacht ook aan de wal zyn gekomen, en dat ten belange van de Plaats niets anders kan zeggen, dan dat zij te land zin geko men op eene Zandige plaats recht tegen over het door haar verlatene schip 't welk zij des anderen daags uchtends noch gezien hebben. Art15 steeken, hij zijn werk in de steek gelaaten, zich naar boven begeeven, en zich met een sprong van boord in de Schuijt heeft laaten vallen; het geen hem doet vermoeden, dat zij van zints waren om hem met het Schip te laten vergaan: bij Recollement zegt hij ten minsten daar voor bang te zijn geweest. weggenomen steken toe on 14 1 7. 16

NL-HaNA_1.04.02_4319_0321 view scan ↗

English

inhumane existence, and had never had that in mind either. What could have moved him to commit such a horrible act! Says that he did not intend to commit a gruesome act, but that, as has been said before, he was forced to do so, and he simply had to do it, because no other means remained for him to save his own life. Underneath stood: Thus questioned and answered at Cabo de Goede Hoop on 30 August 1786 before the Gentlemen William Ferdinand van Rheede van Oudtshoorn and Johannes Smuts, members of the Honourable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the original draft hereof together with the prisoner and me, the Secretary. Lower: Which I witness. Was signed: C: van Aerssen, Secretary. Re-examination Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honourable Court of Justice of this government, the aforementioned person of Francois Bieltze, who, after these preceding interrogatories, along with his responses given thereto, had been clearly and distinctly read to him word for word, declared that he persisted therein, only desiring that it be added that no threats were ever made to murder him as well, because he was of the same sentiment as the others from the beginning, that is 4 to 5 weeks before the murder was committed; not wishing that anything further be added to or removed from it. Agrees. Thus done and re-examined at Cabo de Goede Hoop on 25 September 1786. Was signed: François Ros. In my presence, and signed: C: van Aerssen, Secretary. In the margin: as commissioners, and signed: W: F: v: Reede van Oudtshoorn and Johs Smuts. J: H: Kiel, Sworn Clerk. Underneath stood: G L: C: J: 300. Further Articles drawn up and presented to the Gentlemen Commissioners from the Honourable Court of Justice of the Castle de Goede Hoop, in order that Francois Bieltse of Ghent, prisoner here, be heard thereon at the requisition of the Fiscal Pro Interim Gabriel Exter, the responses to be given by him to be duly noted in the margin hereof. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honourable Court of Justice of this government, the aforementioned Francois Bieltse, who has answered the further questions put to him as noted aside. Whether he, the accused, did not also call himself François Ros, and was known under that name among the crew, and which is his true name! Says that Francois Ros is his own name, but that he had to give himself another name in order to be accepted as a non-commissioned officer in that way, because no one is accepted into service who is not known to have served beforehand, and that the captain himself gave him that name for the reasons aforesaid. Article 2. What reasons moved him, the accused, to give himself another name! Says as before. Article 3. 301. Whether he, the accused, has not been here at the Cape before, and also in the service of the Honourable Company! Says that he has been here three times, namely twice with the lugger ship De Swaluw and once with the ship Alblasserdam, and that due to indisposition he remained here in the hospital, and subsequently was assigned to the master carpenter of the new hospital, from where he then deserted onto the French ship L'Archiduc. Article 4. What could have moved him, the accused, to leave his service and desert from here! Says he had no reason for that. Article 5. When he, the accused, found his two mates, the Italians, whom he left while going from the beach to the Cape, again and where! Says that on the second day after he arrived here at the Cape, in the tavern De Prins, and that the next day the servant of Claas the Spaniard, as he is popularly called, came to him and told him that his two mates were at his house, and he, the accused, had then gone to his mates, whom he had found upstairs in the house; but he, the accused, had not dared to stay with them for long, since he was afraid that he would be discovered, and he, the accused, had subsequently returned directly from there to his lodgings. Article 6. Whether they did not speak with each other about it, and whether he, the accused, being known here, did not tell the other two where and to whom they had to address themselves. Says no, that they never spoke anything about that together. Article 7. Whether he did not give some goods in custody to the said innkeeper, and what did they consist of! Says that he, the accused, paid that man what he had consumed, and subsequently [illegible] that man a good watch with a chain. Article 8. Whether he, the accused, made known that he was from the ship that was wrecked, or who he claimed to be! Says that he, the accused, told that innkeeper that he was from a ship that was wrecked, and that he had taken those goods he had with him from that ship, and that they had opened the chests and taken those goods out of them. Says further: to have told that man that they were from that ship that was stuck on the rocks behind False Bay, and that they had then left that ship, taking the aforesaid goods with them. Article 9. How long and with whom he, the accused, stayed here. Says as to Article 5, to have lodged in the tavern De Prins, which is inhabited by a Christian, and to have stayed there for five days, namely from Wednesday morning until Monday afternoon.

Dutch transcription

299 onmenschlijk bestaan, en toe gehad ook nooyt in zyn gedagte gehad. gruwelijke daad heeft kun te hebben onze een gri nen beweegen! welyk fegt te perpatree „ren, maar dat er, als vo ren gezegd is, toe gedwongen is geworden, en hij zulx wel heeft moeten doen, wyl hem geen ander middel overschoot om zyn eigen leven te redden /:onderstond:/ Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede Hoop den 30 August: 1786 voor de Heeren William Ferdinand van Rheede van Oudtshoorn en Johannes Smiets leeden uit den E: achtb: Raade van Justitie voorm:e die de minute dezer benevens de gev: en mij Secretaris mede behoorlijk hebben ondertekend /:lager:/ 't welk ik getuige /:was getekend:/ C: van Aerssen Secretaris Compareerde voor ons ondergetekende gecomm: uit den E: Achtb: Raade van Justitie dezes gouvernements de voorne persoon van Francois Bieltze, denwelken deze vooren staande vraagpeincten, met zijne daarop gegevene responsiva van woorde tot woorde klaar en duidelijk zijnde voorge leezen, betuigde daarbi te blijven Persis„ „teeren, alleen begeerende datr noch by gevoegd te worden, dat hem nimmer oreigementen zijn gedaan, om hem mede te zullen vermoorden, want dat hij van Recollement Aldus gedaan en gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop den 25 Sept: 1786 /:was getekend:/ françois Ros (:Egger:/ mij Praesent /:en getekend:/ C: van Aers Ten Secretaris /:in margine:/ als ge„ „committ: /: en getekend:/ W: J: V: Reede van Oudsthoorn en Johs Smits J H Kiel gem Clery 6 begin af, dat is 4 â 5 weeken voor de geperpetreerde moord van 't zelve sentiment is geweest, met de andere niet willende dat er wijders ietwes bij ofte van gedaan worden zal Accordeert 't begin /:onderstond:/ G L: C: J: 300. Compareerde voor ons adere Articulen gedaan ondergetekende ge„ maken en aan Heeren „committ uit den E: gecommitteerdens uit den Achtb: raad van Justi E: Achtb: raad van Justitie „tie dezes gouvernement des Casteels de goede hoop voorm francois Bielt overgegeven omme daarop „se dewelke op de nade ter requisitie van den Pro „re aan hem gedaane Interim fiscaal Gabriel vragen zodanig geant Exter daarop gehoord te woord heeft als be worden François Bielt zijden aangetekend „se van gent gevangene alhier zullende deszelvs te gevene responsioen in margine dezer behoorlijk worden bekend gesteld. staat Legt dat francois Ros of hij ged: zig ook niet zijn eijgen naam is françois Ros heeft ge maar dat hij ziglen noemd en onder dien naam onder naam heeft g by het scheepsvolk be „geven moeten, om door kend is geweest welke zyn dien weg als onder offi regte naam is! cier te kunnen werden aangenomen wil niemand in dienst aangenomen word die niet van te vooren bekend staan gediend te hebben en dat den Capi tein die naam hem ged: zelve om redenen voorsz heeft gegeven zegt als vooren Wat redenen hem ged. gemoveert hebben, om zig een anderen naam te geven CAert 3. 1 Arts 301. zegt geen reden daar toe gehad te hebben zegt drie maal hier of hy ged: niet meer hier geweest te zijn als aan de Caob en ook in twee maal met het 's E: Comp dienst is geweest Logger Scheepje de Swaluu en eens met het schip alblasserdam, en alhier in 't hospitaal mits indispositie verbleeven te zijn, en vervolgens bi den baastimmerman van 't nieuw hospitaal bescheiden geraakt, waarvandaan hij dan op gedrost is op 't fransch schip L' Archeduc. wat hem get: heeft kun nen beweegen zijn dienst te verlaaten en van hier weg te drossen wanneer hij gee zijne zegt dat hij de tweede dag alhier aan de beide maats d' Italiaa Caab gekomen is, inde „nen die hij van het strand Schaggereij de Prins, en naar de Caab gaande dat des anderen daags verlaaten heeft, weder de knegt van Claas „ om gevonden en waar de Spanjaart in de wandeling genaamd, bij hem gekomen is en aan hem gezegt, dat zine twee maats bij hem te huis waren, en had hy ged. als toen zig na zyne maat begeven, die hij boven in 't huijs gevonden had, dog had hy get. zig niet lang by hun heefft durcren de ontdekt worden, en had hij gee vervolgens zig direct van daar weder na zijn logement bege ophouden, vermits hij bevreest was, dat hij zou zegt dat hij gev: aan of hij niet eenige goe zegt neen dat zijl: nooijt iets daar of zi niet te zamen gesproken, en hy gec. a die man betaald „deren aan gem: herber heeft wat hij verteerd giet heeft in bewaring had, en vervolgens wet gegeven en waarin zal die man een goed hore ke zijn bestaan! „logie met een ketting zegd; dat hij ged: gezegd of hij ged: bekend heeft gemaakt dat hi van 't had aan die herber geer dat hij van een verongelukte fransschip schip was, dat veron was, of voor wien hy zig gelukt is, en dat hy heeft uitgegeven die goederen die hij bij zig had, van dat schip had mede genomen, en dat zijl: de kisten geopend, en die goederen daar uit genomen hadden. zegt nader; aan die man gezegd te hebben, dat Zijl: van dat schip waren, dat agter de baay fals op de klippen vast zat, en dat zijl: als toen van dat schip waren gegaan, met mede neming der voorsz: goederen. zegt als op artC: inde Hoelang en bij ween hy herberg de Prinsgeld„ ged: zig alhier heeft opge „geert te zijn geweest, die door eene Christiaan be„ „woond word en aldaar vijf dagen verbleeven te zijn, te weeten van woensdag 'S morgens tot maandag middag houden. zeid heeft waar en bij wien zy zig addresseeren aan de beide andere ge moesten. alhier bekend zynde over met elkanderen gesprooken hebben. over alhier teger Cent 3 4 1 van ƒ Art

NL-HaNA_1.04.02_4319_0325 view scan ↗

English

without receiving anything in return for it, as well as that the defendant had given into custody to that man three gold earrings, two ditto rings, one ditto signet ring, and several ditto watch charms, the cash money that the prisoner had brought with him having been spent. States further that the defendant had also exchanged a pair of gold earrings with the wife of that innkeeper for a silver watch, without... whether the defendant also sold or exchanged one thing or another, and what he received for it: stated that he sold nothing other than what was mentioned previously. Whether the defendant was not asked or made known where and in what manner he obtained these goods: States that that man asked the defendant this, and that he answered that innkeeper that he had taken it from the mate's chest, which was chopped open with an axe. Whether the defendant did not come aboard the private ship Josephus de 2de through the help of the aforementioned innkeeper, who passed them off as free persons who lodged with him and can go wherever they wish: States that while the defendant had gone to the washing place, that innkeeper, when the defendant came home, said to the defendant that he had been to the captain of the ship Josephus de tweede, and that he would take them along; and when the defendant had said that he was afraid of being sent back, that innkeeper had told the defendant, you need not be afraid, I said that you are free persons, and the captain will take you along if you are not in the service of the Company. Why the defendant, having been taken off board, only confessed that they had saved themselves with only four persons, while they were nevertheless six in the boat and together until the next day: States having said this out of fear that people would discover the committed deed, and thus to conceal the truth, they having agreed this among themselves in such a way that none of the others would say that the defendant had been present there. Whether they did not give their goods into custody to the first mate, what, and why: States yes, that the defendant gave his silver watch and the other persons gave their goods to the mate, the prisoner having requested that mate to write a letter to the innkeeper to send the goods held in custody on board, which were nevertheless not sent. How long they were on board the aforementioned ship, and on what condition they were accepted there: States that the defendant was on board the aforementioned ship from Monday to Saturday, and was not hired except only that they would perform ship's duty for board. What he promised or gave to the aforementioned innkeeper for his trouble: As to article 9 had Made a present 8 15. 14 Eerts3 6

Dutch transcription

302 der iets daarvoor uitgekeert te krijgen, als mede had hy ged: aan die man in bewaring gegeven drie goude Orlietten, twee doringen een d' Signet en eenige do berlocken, zijnde zijn gev: Contanten geld, dat hij meede gebragt had, renteerd. zegt verder dat hij ged: nog aan de vrouw van die herbergier, een paar goude oorlietten had teegen een zilver horologie verruild heeft, zon zogt dat hij niets verkogt of hij ged: ook het een of het ander verkogt heeft ofte verrild heeft, ofte verruild, wat hij daar als het geen hier voor heeft ontvangen vooren is gemeld. of hy get: niet is gevraagt Legd: dat die man zulx aan hem ged: gevraagd geworden of te kennen heeft heeft, en dat hij aan gegeven, waar en op hoeda die herbergier daarop nige wijze hy deze goederen geantwoord heeft, dat is magtig geworden hij zulx uit de Stuur manskist genomen had, die met een bijl open gehakt is geworden zegd: terwijl hij ged: naa of hij ged: niet door hul de wasplaats gegaan pe van voorsz: herbergier was, die herbergier aan boord van 't partilier wanneer hij ged: thuis de„ schip Josephus de 2 kwam tot hen ged: ge zegd had, dat hij bij de is gekoomen, hebbende hij Capitein van 't schip hunl: voor vrije lieden uit Josephus de tweedige gegeven, dewelke bij hem lo„ weest was, en dat die geerden, en gaan kunnen henl: zoude mede nemen waar zy willen! en wanneer de ged: gezegd had dat hij bevreesd was van te rug te zullen ge zouden worden, die herbergier aan hem ged: gezegt zegt zulx gezegd te heb waarom hij ged: van boord ben uit vlees dat afgehaald zijnde, alleenig men agter het gepleegde heeft bekend dat zijl: zig feijt zoude komen, en dus met hun 4 Perzoonen maar de waarheid te verbergen gesorveerd hadden terwijl hebbende zijl: het dusda zij dog met hun Zes in de nig te zamen afgesproo boot en tot 'S anderen daags „ken, en dat geen van de te zamen waren andere zeggen zoude dat hij gw: daarbij zoude zijn geweest. of zij niet hunne goederen Legt Ja. dat hij ged: zijn zilvere horologie aan den eersten Stuurman en de andere perzoonen hebben in bewaring gegeven hunne goederen aan de wat, en waarom Stuurman gegeven hebben, hebbende hij gev: die stuur„ man verzogt om een brief aan de herbergier te schrijven om de in bewaring hebbende goederen aan boord te stuu „ren, die egter dog niet gezonden zijn geworden. hoe lang zyl: aan boord zegt dat hij ged: van van gem: Schip zijn geweest maandag tot Satur„ „dag daar aan boore van en op welke Conditie zij aldaar gem: Schip is geweest en zijn aangenoomen geworden niet g'engageert te zijn als alleenlijk dat zal: voor de kost scheeps dienst zouden doen als op artC: 9 had, gy behoeft niet b:ang te zyn, ik heb gezegt dat gil: vrije lieden zyt, en de Capitein zal a mede nemen, als gij niet in dienst van de Comp zyt wat hij aan gem: herbergien voor zijne moeyte beloofd ofte gegeeven heeft" art10 had Praesent gedaan 8 15. 14 Eerts3 6

NL-HaNA_1.04.02_4319_0326 view scan ↗

English

303. Article 17 Whether he does not have to confess to having previously been good friends with both Italians and the Lionnois at all times, and to having agreed that they would kill everyone. States regarding this that he said in the first interrogation just as the truth is, and as he will be able to answer before God. Says that he was good friends with all the persons on the ship, and that he was seldom with the Italians, because the defendant lodged forward in the ship and the Italians aft in the ship; says further only to have been good friends with the cook, because he was his countryman, and with the Englishman, as he had already made a journey from here to Europe with him, and that the Englishman had done various things for him; declaring further to know nothing of any plan to kill anyone, but rather that the boatswain with the other defendants said that they would complain about the captain to the fiscal upon their arrival at the Cape. Article 18 Whether the defendant did not go forward in the ship to Antoine Taljasco, and Antoine Taljasco being forward, he found Lieutenant Boij alone forward when the defendant was awakened by the Lionnaes, that prior to this nothing of the kind had occurred. Says that this is an untruth, and that Antoine Taljasco came and said to him, come let us strike them all on the head! Article 20 Whether this does not sufficiently prove that the defendant was a member of the party, and it was not yet time for the execution when he got up the first time! Says that the defendant therefore went back to his bunk, because the defendant could not perceive at all what those Italians had in mind, and that there was no... 21. If not, why the defendant did not warn the captain on watch or afterwards the boatswain that something was going on, instead of going back to the bunk! States not to have dared to bring this out, because the defendant did not know for certain whether this was the truth, and what the matter actually was, and also was afraid to stand as a liar. Says further that Lionnois only said the Italians are up to something, and having gone above, having noticed nothing, the defendant had then gone back to his bunk. 22. And to Etienne Taljasco, we shall kill them before they murder us. Says this is also an untruth, and that the mentioned Etienne Taljasco will not dare to maintain this to the defendant's face, the defendant having indeed been afraid of them on board, but no longer now. Because they said to each other, if anyone should reveal this, they would all have to die together; the witness assuring that if it were so, he would certainly confess it, since the defendant well knows that he must die anyway, the defendant knowing subsequently nothing else than that they heard that the captain would not call at the Cape, and they among themselves and even the boatswain's mate said that they were lost or done for. Whether the defendant must not confess to have hidden the truth here and lied; yet regarding the rest as well... is, and that the Italians may well say that, to have hidden the truth. 364. Article 26. Says not to know... party had been formed, and the defendant had known nothing of the murder beforehand, until immediately at the execution. Article 23 Whether besides the Lionnois and the two Italians, the cook did not also have knowledge of it, and knew of the project beforehand. Says that he knows nothing else of the cook, except that he was awakened at the same time as the defendant, as he was lying next to him. Article 24 Whether the cook did not also pursue the captain with a chamber and help kill him and was one of the perpetrators! Says not to know this, because the witness had killed the mate, so he does not know what the cook did, whom he did not see again, and only found aft with a chamber in his hand. Article 25 Whether the defendant did not see that Lionnois seized the mate Boy by the chest, saying that no Frenchman who was an officer was to remain on board! Says that Lionnois, after the said Boy had killed the boy, gave Lieutenant Boy a blow with the axe, saying that he must die too, because he was just as much a rogue as the others; that the mentioned Boy begged for his life, saying: I have done you no harm, I was also driven forward, so I acted just as you did; and subsequently that afternoon the mentioned Boy, for fear that he would betray the defendant and his accomplices, was thrown overboard, Lionnoes and the Englishman having assisted in this, as far as the defendant knows, because he did not stand by the throwing overboard. Article 26. What then was their actual intention and the objective therein, whether it did not consist of being able to seize the most important things and enrich themselves, as they actually made themselves masters of it! Says that the defendant had no intention to murder, nor to steal, but that he afterwards, when the murder had already occurred, thought that it would be better to have something in one's pocket than nothing, and therefore stole. Article 27 Whether the witness must not confess, to have been capable, by the discovery of the plot and the necessary assistance to the captain, of saving the crew and the ship. Says that it would well have been possible to save the ship and crew, if he had been in a state to reason it out, and had known beforehand that such things would be done, and that the defendant was so taken aback, that he... 27½ Whether the defendant did not see that the mate had some papers on him, and that Lionnois gave a pistol to the Englishman to shoot the mate dead, which was refused by him. The defendant says not to have seen this, but indeed heard that he had stuck some letters on him. ƒ8

Dutch transcription

303. Art 17 Legt wel daar omtrend de het eerste verhoor ge zegt te hebben, zo als de waarheid is, en zo als hij bij god verantwoorden zal Kunnen Of hij dan niet bekennen zegt dat hij met alle de Perzoonen op 't Schip moet van te vooren met de goede vrienden is geweest, beide Italiaanen en den en dat hij weinig bij de Lionois altoos als goede vrienden te zijn geweest, en Italiaanen geweest is, ver afgesproken te hebben dat mits hij ged: voor ens Schip en de Italiaanen alle zoude doodslaan. agter in 't Schip logeer„ de zegt verder alleenlyk met de kok goede vrienden geweest te zijn, vermits hij zijn landsman was, en met de Engelschman terwijl met die reeds een reis gedaan hod van hier naa Europa, en dat die Engelsman het een en an der voor hem gedaan had; declareerende verder van geen voorneemen iets te weeten, om iemand dood te slaan, maar wel dat de Booksman met de andere ged: gezegd hebben, van de Capitein bij hunne komst aan de Caab bij de fiscaal te zullen gaan verklagen Of hij ged: niet bij Antoine zegt dat zuls onwaar„ „heid is, en dat Antoine Taljasco vooruit in 't Schip Taljasco aan 't voer ge„ zynde, gekoomen is, en hem weest zynde, hij de Lui„ toegevoegd heeft, komt laat „tenant Boij alleen ons zo alle voor de kop vooruit had gevonden Slaan! toe hij gev: door de Li„ „onaes opgewekt was ge„ worden, dat van te vooren zulx ook niet geschied zegt dat hij ged: daarom Of zulx niet genoegzaam bewyst dat hij gee: mede weder na de Kooij ge „gaan was, om dat hij van de Parthij, en het nog ged. in 't geheel niet niet tijd tot de uitvoering kon bemerken wat die is geweest, toen hij de eerste Ialiaanen in 't zin had, reis was opgestaan! „den en dat er geene 22. Legt zulx niet te hebben zo neen, waarom hij ged: dan durcen uitbrengen, ver niet de wagt hebbende Capi mits hij ged. niet zeker „tein of naderhand de bootsman wist of zulx de waarheid gewaarschouwd heeft dat er was, en wat eijgentlijk iets voorgaat, in Stede van de zaak was, en ook be„ weer na de hooij te gaan! „vreest te zijn geweest, om als leugenaar te staan zegt nader dat Lionnois alleenlijk gezegd heeft de Italiaanen zijn wat van zints, en na boven gegaan zijnde, niets bemerkt te hebben, was hij ged: als toen weder na kooi gegaan zegt zulx meede onwaar„ En tot Etienne taljasco, „heid te zijn, zullende wij zullen ze doodslaan eer gem: Etienne Taljasco zy ons ombrengen zulx de ged:e niet derven in facie staande houden zynde hij ged: wel aanboord voor hun bevreesd geweest maar nu niet meer. wijl zij tegen elk anderen gezegd hebben, indien er een zulk uitbragt altezamen dan sterven moesten verzeekerende hij get: indien bzo was, hij 6 zeker bekennen zoude vermits hij ged: wel weet dat hij dog sterven moet, wetende hy ged: vervolgens niets anders als dat zyl: gehoord hebben dat de Capitein de Caab niet zoude aandoen zijl: onder malkanderen en zelve de bootsmansmaat gezegd hadde dat zijl verlooren of foctie waaren is, en dat de Italiaanen zulx wel zeggen kunnen, de Of hij ged: niet bekennen waarheid te hebben verboo te hebben; dog omtrend als hier en geloogen en de waarheid verhoolen moet in 't overige zoo wel Parthij „gen. 18 Art 20 21. 364. Art 26. Zegt zulx niet te we Parthy was gemaakt geworden, en had hy ged: niets van de moord te vooren geweeten, als dadelijk bij d' uitvoering. Art 23 of buiten den Pionnois en zegt dat hij van de kok niets anders weet, de beide Italiaane den als dat hij te gelijk kok niet ook kennis daar met hem ged:e als naast van heeft gehad, en na nog hem leggende was opge, van 't project heeft geweeten „wekt geworden zegt zulx niet te weeten, Of de kok niet mede de vermits hij get: de Capitein met een Kamer Stuurman dood gesla heeft vervolgd en helpen „gen had, dat niet weet doodslaan en een van de wat de kok gedaan heeft, autheurs geweest is! die hy niet meer gezien en Eerst agter opgevonden heeft, met een Kamer in de hand zegt dak Sionnoishen of hy ged: niet gezien heeft Lr Boij naar dat gem: dat de Lionnois de Stuur Boij de Jongen had man Boy aan de borst dood geslagen eensslag heeft gevat zeggende dat met de bij gegeven had geen franschman die Leggende dat hy ook ster Officier was aan boord „ven moest, dewyl met zomoest blijven! een Schelm was als de An „dere, gem: Boij om zijn leven gebeden had, met te zeggen; ik heb w geen kwaad gedaan, ik ben ook vooruit gejaagd, dus net zo ge handeld als gij en vervolgens dien middag geme Boij uit vrees dat hi de ged: en zijne Compliei zoude ver „raden, over boord geworpen, zijnde daarin behulpzaam geweest, Liennoes, de Engelsman voor zo verre hij ged. e weet vermits hy by het overboord gooyen niet gestaan heeft. 25 wat tog hunne eigenlijke zegt dat hij ged: van geen intentie en 't deelwit daar intentie is geweest om te moorden, nog te bij is geweest of 't niet steelen, maar dat hij daarin is bestaan, om zig naderhand toen de van de voornaamste zaken moord reeds geschied te kunnen bemagtigen en was, gedagt had, dat verrijken gelik zijl: zig het beter zoude zijn iets wezendlyk meester daarvan in de zak te hebben, gemaakt hebben! als niets, en daarom gestoolen te hebben zegt dat het wel mogen Of hy get: niet bekennen lijk zoude geweest zijn moet, in staat geweest te om het Schip en Equi zijn door de ontdekking pagie te redden, indien van 't Complot, en de no hij in staat was geweest dige bijstond aan den zulx te beredeneeren, en Capitein de Equipagie vooruit geweezen had, en 't Schip te redden. dat diergelijke dingen zouden gedaan worden, en dat hy ged: zodanig was vervast geworden, dat 27½ gezien, maar welge gezien dat den Stuurman noord heeft dat hy eenige Papieren heeft by zegt hij ged: zulx niet Of hy ged: dan niet heeft gestooken hebben brieven bij zig zoude zig gestooken en dat Sionrois een Pes tool aan de Engelsman heeft gegeeven, om den stuur „man dood te Schieten 't geen van den zelven is geweigerd geworden. Art 26. hy 24 „ten 2 27 ƒ8

NL-HaNA_1.04.02_4319_0328 view scan ↗

English

365. now says that Etienne and Antoine Taljasco, after the latter was relieved from the helm by Lionnois, came to him and the cook, and that those two Italians, having awakened them, proposed to the defendant and the cook to commit the manslaughter, to which he, the defendant, answered in French, friends, leave that alone, it will never go well, until finally, after they had sat together on the chest for a good quarter of an hour and deliberated about it, the defendant, seeing that the Italians insisted upon it, and even declared that Lionnois would also participate and the matter would not fail, he, the defendant, finally also consented to accomplish the murder, and indeed in the following manner: that Etienne would kill the Captain, he, the prisoner, with the cook the Second, and Anthoine the Boatswain who had the watch; and the defendant further presumes that the matter had already been decided beforehand, since Etienne feigned sickness so as to achieve their aim all the more surely. and thus made himself guilty with premeditation and intent of the most gruesome murderous deed, the robbery and the destruction of the entire ship. Article 29. Whether and with what the defendant will excuse himself regarding his committed crimes. says that the defendant is himself convinced that death is far too severe for there to be any excuse for it, and that he is ready to die even if it should be done immediately, and that he can state nothing further than what he said above, namely having been instigated and solicited to do it, so that he had no time to think of anything. Article 30. Re-examination. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government the aforementioned person of François Bieltze, to whom these preceding interrogatories, with his responses given thereto, having been read word for word clearly and distinctly, declared that he persisted therewith, desiring that nothing should be removed, but only added and altered on those articles where he says he knew of no plot, to have declared beside the truth, and that he also helped to kill the Boatswain's Mate, having also furnished the instruments for the murder. Thus done and re-examined at Cape of Good Hope on 25 September 1786. was signed: Francois Roes lower: In my presence, and signed: C. van derssen, Secretary in margin: as commissioners and signed: W. F. v. Reede van Oudtshoorn and Joh.s Smuts. Agrees, M. M. Kier, sworn Clerk. Thus transacted at Cape of Good Hope on 9 September 1786 before the Gentlemen Willem Ferdinand van Rheede van Oudtshoorn and Joh. Smuts, members from the aforementioned Honorable Worshipful Council of Justice, who have duly co-signed the original minute of this along with the defendant and me, the sworn Clerk. lower: Which I witness, was signed: R. J. F. d. Riet, sworn Clerk. Underneath stood: 306. Articles drawn up and handed over to the Gentlemen Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, in order that Jean Michel of Nantes be heard thereon at the requisition of the Fiscal pro interim Gabriel Exter, his responses to be given to be recorded in the margin hereof. Appeared before us the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government the person of Jean Michel of Nantes, who answered to the adjacent questions in such manner as stands noted beside each of them. Article 1. The prisoner's name, age, and place of birth. says Jean Michel of Nantes, 26 years of age. With what ship and in what capacity, also when he, the prisoner, arrived here. says with the private French ship La Rosette, belonging to a merchant in Bordeaux whose name has slipped the prisoner's mind. Capacity: Sailor. Says what day they came ashore here has slipped his mind. With how many men said ship was manned, when sailed, and from where. says to have been manned with 12 men, and these were: the Captain the Second the Mate the Boatswain the Boatswain's Mate the Carpenter five Sailors and the Boy. Underneath stood:

Dutch transcription

365. zegt thans dat Etienre en dus zig met voorbedag en antoine Taljasco en opzet heeft schuldig gemaakt aan de gruive„ na dat deze door „lykste moord daad, de Lionnois van 'Troer af berooving en de ondergang gelost was, bij hem gee en de kok gekomen wa„ van 't geheele Schip" „ren, en dat die twee Isa liaane, na dat hunl: opge„ „wekt te hebben, aan hem ged: en de kok voorgesteld hadden, om de doodslag te begaan, waarop hij ged: op zijn fransch geantwoord had, vrienden laat zulx staan het zal nooijt goed gaan ten eindelijk na de Zijl: een groot quartier uurs te zamen op de kist geseeten, en daarover geraadslaagd hadden, vervol gens de ge; ziende dat de Italiaanen daarop stonden, en zelfs beclarande dat Lionrois meede doen zoude, en de zaak niet manqueeri zoude, hy ged: eijndelijk ook had ingewilligd om de moord te volbrengen, en wel op de volgende wijze, dat Etienne den Capitein, hy gev: met de kok de Secun de, Anthoine de wagt hebbende Bootsman zou de doodslaan; en praesemeerd hij ged: nog, dat die zaak al van te vooren beslooten was, ver mits dienne zig ziek heeft gehouden om dus te zekerder tot hun oogmerk te geraaken. zegt dat hij ged: bijzig of en waarmede de ged: zelve overtuigd is dat zig omtrend zijne gepleegde de dood veel te swaar misdaden zal verschonen is dat daar eenige ver schooning voor zoude zijn, en dat hij bereid is om te sterven al zoude Recollement Compareerde voor das onderget: gecomm uit den E: achtb: raade van Justitie dezes gouvernements den voorn: per zoon van François Bieltze, den wel „ken deze voorenstaande vracgarti culen met zijn daarop gegevene reppon„ Siva van woorde tot woorde klaar en duidelyk voorgeleezen zynde, betuig de daarbij te blijven Persisteeren met begeerte dat daar niets af zoude gedaan worden, maar alleen noch bygevoegd, en verandert op die arti culen waar hij zegt van geen Cou Aldus gepasseerd aan Cabo de goede Hoop den 9 Septbr 1786 voor de Heeren William Ferdinand van Rhee de van Oudtshoorn en Joh Smats Leeden uit den E: agtb: raad van Justitie voorm: die de minute dezes benevens de ged: en mij geta: Clercq mede behoorlijk hebben onder tekend /:lager:/ 't welk ik getuige /:was getekend:/ R: J: F:d: Riet gesz: Clercq. (:Onderstond:/ zoude zulx opstaande voet werden gedaan, en dat hij niet verder kan aanbrengen, als dat hij hier voren heeft gezegd, opgeport en daartoe aangezogt te zyn. hij geen tijd had om aan iets te den ken zulx Plot Art 29 30. 306- plot te hebben geweeten; bezijden de waarheid te hebben gedeclareert, en dat hij den Bootsmansmaat mede heeft helpen dood slaan, hebbende hy ook de instrumenten tot de moord gefurneerd Aldus gedaan en gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop den 25 Sept: 1786 /:was getekend:/ Francois Roes /:lager:/ mij Preesent /:en getekend:/ C: van derssen Secret:s /:in margine:/ als gecomm /:en getekend:/ W: J: V: Reede van Oudts hoorn en Johs Smiet Accordeert MM Kier gem. Clercy met wat schip en wat zegt met het particulier qualiteijd mitsg,s wanneer franssh Schip la rosette toebehorende een koop hij geve, alhier is aangekomen „man te Bourdeaux 1 wiens naamden geve„ ontschooten is. qualiteijd Mattroos zegt hem te zyn ontschooten wat dag alhier aande wal zegt bemand te zyn geweest wet hoe veel volk gem: met 12. man en zulx: schip is bemand geweest de Capitain. — wanneer uijtgezeyld en de Seconde van waar. de Stuurman de bootsman de bootsmansmaat de timmerman. vijf mattroosen ende Iongen. Art: 1. des gev„s, naam ouderdom zegt Jean Michel van en geboorte plaatze Nantes oud 26. Jaren. Articulen gedaan maken Compareerde voor ons en aan Heeren gecommitt„ ondergeteekende gecommitt„ uijt den E. achtb: raad van uyt den E. agtb: raad Iustitie deezes gouverne„ van Justitie deeses gouvernements den ments overgegeeven, omme perzoon van Iean daarop ter requisitie van Michel van rantes den pro Interim fiscaal dewelke op de nevens gabriel Exter gehoord te staande vragen zoodanig worden Jean Michel van g'antwoord heeft als bezeiden een yder derzelve Nantes zullende desselvs te geevene responsiven in aangeteekend Staat. margine deezer worden bekend gesteld /:Onderstond:/ zyn gekomen

NL-HaNA_1.04.02_4319_0330 view scan ↗

English

307. M: 6. States that he got sight of the land the day before they came ashore. On what day they sighted the Cape coast. States that some disputes had occurred between the boatswain and the Italian Etienne Paliasco, during which the latter was struck by the chief mate, against which he defended himself, the respondent having been asleep and only getting up at the end of the dispute; states further that the Englishman Thoma was chased by the captain with a drawn sword, and that the boatswain had struck the Englishman, which said Englishman escaped; that the captain furthermore had loaded several muskets and pistols, threatening that if anyone did anything more or failed to perform his work, he would shoot him down, he himself having had no dispute, except once when the boatswain ordered him to go aloft, and he, being unable to do so quickly enough because he was sick and had a sore thumb, was struck in the face with a shoe by the captain, though he answered back with nothing; stating further that the crew was often beaten for trivial reasons. Whether during the voyage some disputes and unpleasantnesses did not occur, and whether the respondent himself did not experience the like. States only one, namely Etienne Paliasco, who was put in irons by the carpenter on the order of the captain, and was released again after one or two days because there were so few men on board to do the work and his brother had requested the captain to do so. Whether one or more of them was not put in irons, who, and by whom released again. States no, that nothing was spoken of this, but that they had asked the captain to call at the Cape, but that he had not wished to grant this, because he was afraid that they would bring charges against him and desert from him, and had resolved to sail directly to Ile de France, stating further that he knew nothing of such a plan until the moment it was carried out. Whether the respondent did not agree with several persons of the crew to run off with the ship and make themselves masters of it. States that it was carried out in the night two hours after he had relieved the Italian Anthoine Paliasco at the helm, and having spoken with the boatswain, he heard a noise down below in the cabin, whereupon the boatswain, leaning down to see what was going on, was suddenly struck dead from behind by Anthoine Paliasco; who did the same to the captain, who meanwhile Whether they did not carry this out on the same evening by murdering the captain, the second and chief mates, two of the officers, and a boy. And that he sailed from Bourdeau, to the best of his recollection, in the month of May, specifically the 22nd. Art: 4. 2. 3. 5. 8. 7. 308. fled on deck, and to the boatswain's mate, who also came on deck, acted in like manner; the lieutenant boy having brought the boy on deck and struck him down with an axe, while saying that they must do him no harm, as he wished by this to show that he was in agreement with them; the respondent testifying that the lieutenant boy was mainly moved to this because the captain had given him a blow some days before; stating further that the respondent laid hand on no man to murder him; further declaring that out of fear of being betrayed by the lieutenant boy, they resolved to throw him overboard, and that this was to be a task for him and the Englishman because they had not yet laid hand to anything, but that the respondent had refused this and the same was carried out by the Englishman and one of the Italians. What instrument or weapon the respondent employed for this, and on whom he laid his hand. Art: 9. States that the 2 Italians were the cause of everything, who, as he heard, went below to call up the carpenter for that purpose, they being afraid that they would be punished at Isle de France because of the official report drawn up on board; stating Who among them gave cause to this, and with how many persons they carried this out. States as before. States that he kept nothing but the money, consisting of 14 piastres, and that he left the watch and the box behind on the beach. What the respondent took for his person, and what the others took for themselves. States that he went with his mates to open the captain's chest, out of which was taken a bag containing, as he believes, 80 piastres and the watch and the buckles; from the chest of the second mate 4 watches, a purse containing one Louis d'or, with some silver coin; that they furthermore opened several cases, but what was taken from them they left behind in the woods, except for a case of wine and a basket of anisette, which they drank. Whether the respondent did not with his mates open several chests and take away the money and other valuables contained therein. States that this was done by the other 5 persons while the respondent was at the helm; they bound the bodies together and then, having fastened an anchor to them, threw them overboard. Whether they did not furthermore throw the dead bodies overboard and who assisted therein. Furthermore, that of the still existing persons, the above-mentioned Italians with the carpenter are the actual perpetrators, and that he took his share so as to give no appearance that he would inform on them! Furthermore. 10. 13. 12. N: 11.

Dutch transcription

307. M: 6. zegt dat er eenige geschillen off geduurende de rheijze niet zegt het land int gezegt te op wat dag zyt: de Caapsche zyn geweest tusschen den eenige verschillen en onaange wal in't gezigt hebben hebben gekreegen daags bootsman en den Italiaan naamheeden zijn voorge„ voor zij aan de wal zijn gekreegen Etienne Paliasco waarover vallen en off hij geve, niet gekoomen. de laatste doorden opper zelve diergelyke gehad heeft Stuurman geslagen was geworden waarteegen hy zig te weer heeft gesteld hebbende hij geve, geslapen en zynde hy eerst opgestaan op 't einde van't dispuut, zegt wijders dat den Engelschman Thoma door den Capitain met den blooten degen nageloopen was geworden, en dat de bootsman hem Engelschman geslagen had, 't welk opgem: Engelschman ontvlugt is, dat de Capitain voorts eenige geweeren en pistoolen had geladen onder bedreijging dat indien ymand nog iets deede of zijn werk niet verrigte hij dezelve zoude ter neer Schieten hebbende hij zelvs geen dispunt gehad, als eens dat de bootsman, hem ordonneerde na booven te gaan, en hij zulx niet schielijk genoeg hebbende kunnen verrigten, omdat hij ziek was en een zeere duijm had door de Capitain met een schoe in't gezigt was geslagen, dat hij egter met niets beantwoord heeft; zeggende voorts dat het volk dikwils wierd geslagen, om geringe reedenen zegt een eenige namentlijk off niet een of meer van kunt: btienne Paliasco dewelke zijn geboeijd geworden, wie door den timmerman en doorwien wederom bevreijd: op ordre van den Capitain is geboeijd geworden en na verloop van een of off zyt: zulx niet op dezelve zegt in de nagt na twee uuren avond uijtgevoerd hebben nadat hy d' Italiaan met het vermoorden, van Anthoine taliasco aan het noer had afgelost en den Capitain, seconden en hy met den bootsman Stuurman, twee en der oppcieren gesprooken hebbende en een Iongen. had hij een gerugt beneden in de kamer gehoord als wanneerde bootsman zig bakkende om te zien wat 'er te doen was eens klaps door Anthoine Paliasco van agteren wierd doodgeslagen het geen denzelven aanden Capitain die inmiddens op hij geve, niet met meerder„ zegt neen dat daar van niets is gesprooken perzoonen van't volk geworden dat zij de is eens geworden het Capitain verzocht hadden schip afteloopen, en zig om de kaap aan te doen meester daarvan te dog dat hij zulx niet hadde maken willen elven, om reedenen dat hy bevreesd was, dat zij hem aanklagen, en van hem deserteeren zouden en geresolveerd had direct na Ile de france te zeijlen, zeggende voorts dat hij van zoodanigeen project niets heeft geweeten tot op het moment wanneer het is uijtgevoerd geworden. twee dagen weder is losgelaten om dat 'er zoo weijnig volk aan boord was, om het werk te doen en zijn broeder den Capitain daarom verzogt had. en te zijn uyjtgezeijld van Bourdeau naar zyn best onthouden in de maand maij en wel den 22.e Art: 4. twee na 3 5 8. 7. 308. na boven vlugte, en den bootsmansmaat, die ook na boven quam, op gelijke wijze verrigte hebbende den Luytenant boij den Iongen na boven gehaald, en denselven met een byl ter neder geslagen, onder het zeggen dat men hem geen quaad moest doen, wijl hy hier door toonen wilde dat hy het met hun eens was, betuygende hy geve, dat de Et. hier door voornamentlyk zoude zyn bewogen geworden, om dat den Capitain hem eenige dagen te vooren een slag had gegeeven zeggende wijders dat hij geve, aan geen mensch de hand heeft geslagen, om hem te vermoorden, verklarende nog dat uijt vreeze van door den Et„ Boij, verraden te worden, men te raade was geworden, om hem over boord te werpen, en dit een werk voor hem ende Engelschman zoude zijn om dat zy de hand nog aan niets geslagen hadden, dog dat hij geve, zulx had gerefuseerd en het zelve door den Engelschman en een der Ettaliaanen was verrigt geworden. AC: 9. wat instrument of geweer hij geve, daartoe heeft g'emploijeerd, en aan wien hij zijne hand gelegt heeft . wie van hunz: hiertoe heeft zegt dat de 2. Italiaanen aanLeijding gegeeven, en met de oorzaak van alles hoe veel perzoonen zij zijn dewelke zoo hij dit verrigt hebben gehoord heeft /na beneeden zijn gegaan, om den timmerman daartoe op te roepen zynde zyt: bevreesd geweest dat zij door't aanboord opgerigte proces verbaal zouden gestrafd worden, op Isle de france zeggende zegt als vooren zegt dat hy niets als het wat hy geve, voor zyn perzoon geld bestaande in 14. heeft genoomen, en wat de piastres / heeft gehouden overige hebben na zig en dat hij het horologie getrocken 't. en de doos aanstrand. heeft agtergelaten. off hij geve, aan niet met zeyt dat met zyne maats zyne maats eenige kisten gegaan was, om het Coffer heeft g'opend en het van aen Capitain te openen, waaruijt was daarin zijnde geld en andere gehaald geworden, een kostbaarheedens weggenomen zak met /zoo hy meend 80. Piastres en het horologie ende gespen, — uijt de kist van de Seconde 4. horolo„ „gies, een beurs waarin Een Louis d'or, met eenig zilver geld — dat zy voorts nog eenige kassen g'opend hebben, dog het geen daaruijt genoomen is, hebben zijz: agter inde bosschen gelaten, behalven een kas met wijn en een mand met anijsette die zij gedronken hebben. zegt dat zulx geschied is off zyt: niet voorts de doode door de andere 5 personen Lighamen over boord hebben terwyl hy geve, aan't gegooijd en wie daarbij roer heeft gestaan, behulpzaam is geweest hebben zijz: de Lighamen zamen gebonden en voorts met een anker daaraan vastgemaakt, over boord geworpen. voorts dat bovengem: Italianen met den timmerman van de nog existeerend perzoonen, de eijgentlijke daders zyn, en dat hy zyn portie heeft aangenoomen om geen schijn te geeven dat hij kunt: zoude verklikken! voorts 10. 13. 12. N: 11.

NL-HaNA_1.04.02_4319_0332 view scan ↗

English

309. Article 14. Question: Whether they, having done this, did not lower the boat and sail to shore with it. Answer: States that the two Italians, helped by the Englishman, lowered the boat overboard, not knowing whether the cook was also present, while he, the respondent, stood at the helm and the carpenter was busy chopping a hole in the ship. Article 15. Question: At what time and at what place they came ashore. Answer: States that it was late in the night, and that they landed near a corner of the mountain on a sandy place where the boat ran aground and remained stuck on a rock. Article 16. Question: Whether they stayed together or immediately separated. Answer: States that they stayed together to spend the night, but that having parted from each other in the morning, he, the respondent, went with the Englishman and the cook, while the other three went together in another direction. Article 17. Question: What could have moved him, the respondent, to take part in such an inhuman deed and gruesome counsel. Answer: States that he did not have the slightest reason to take part in this deed, that he knew nothing of it beforehand, and that what he did do, he had to do to save his life. Thus interrogated and answered at Cape of Good Hope, the 30th of August 1786, before the gentlemen William Ferdinand van Rheede van Oudshoorn and Johannes Smuts, members of the Honorable Court of Justice aforementioned, who duly signed the original minute of this together with the respondent and me, the secretary. Below: Which I witness. Was signed: C. van Aerssen, Secretary. Review of testimony. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the person of Jean Michel of Nantes, who, having had these preceding interrogation articles with the answers given thereto read aloud to him word for word clearly and distinctly, declared that he persisted by them, not desiring that anything more shall be added thereto or removed therefrom, testifying that all the preceding given by him with respect to the committed murders contains the truth, having further verified this by his further answers given in the torture chamber, by which he testified, as being the truth, to abide. Below: Thus done and reviewed at Cape of Good Hope, the 29th of September 1786. Was signed: Jan missieux. Below: In my presence, signed: R. J. vd Riet, sworn clerk. In the margin: As commissioners, signed: W. F. v. R. v. Oudshoorn and Joh.s Smuts. Agrees. 310. Further articles drawn up and delivered to the gentlemen commissioners from the Honorable Court of Justice of the Castle of Good Hope, in order to be heard at the requisition of the pro-interim Fiscal, the Honorable Gabriel Exter, the respondent Jean Michel of Nantes here present, whose answers to be given by himself shall be duly noted in the margin of this. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the person of Jean Michel of Nantes, who gave such answers to the opposite questions as are recorded in the margin thereof. Article 1. Question: Whether he, the respondent, will persist by what he answered in his first interrogation. Answer: States that he said the truth and that he cannot state matters that are not so. Article 2. Question: How he, the respondent, can declare that he took nothing with him from the ship and left everything in a sack on the beach, whereas neither watch nor snuffbox was found therein. Answer: States that the watch and snuffbox were left on the beach in a small sack, and that he cannot say whether those goods were stored together with the others or separately. Article 3. Question: Where he, the respondent, first arrived, with whom he stayed, and where. Answer: States that he arrived at a small house in the mountains and ate a little there, and

Dutch transcription

309. Art: 14. zegt dat de beijde Italianers off zyt: dit gedaan hebbende geholpen door den Engelsch de Schuijtz niet uijtgezet hebben „man, de Schuijt buiten en daarmeede nadewal boord gezet hebben gevaaren zijn weetende niet of de kok daar meede praesent bij is geweest, terwijl hij geve, aan't roer heeft gestaan en de timmerman bezig was, om een gat in't schip te kappen zegt dat het verindenagt is hoe laat en aan wat plaats geweest, en dat zy tegens zijt: aan land zijn gekoomen een hoek van't gebergte aan een Sandige plaats zijn aangeland daar de Schuijt op een klip is blijven vast zitten 6 zegt dat zij te zamen zijn off zijt te zamen zyn gebleven gebleeven, om de nagt ofte zig dadelyk gesepareerd te passeeren, dog dat hebben zy des morgens van elkanderen zynde gegaan hij geve, met de Engelschman ende kok is gegaan, zijnde de overige drie te zamen een andere weg heengegaan. zegt dat hij niet de geringste wat hem geve, tot een zoo reeden heeft gehad aan onmenschelyke daar bestaan deeze daad deel te en gruwelijke raad heeft neemen, dat hij kunnen beweegen d vante vooren daarook niets van geweeten Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede hoop den 30. augustus 1786. voor de Heeren William ferdinand van Rheede van oudshoorn en Iohannes Smuts leeden uijt de E: agtb: raad van Iustitie voorm: die de minute deezes beneevens de geven ende mij secretaris meede behoorlijk hebben onderteekend. — /:Lager:/ 't welk ik getuijge /was geteekend:/ C: van Aerssen Secretaris. Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitt„s uijt den E. agtb: raad van Iustitie deeses gouvernements den perzoon van Jean Michel van Nanten„ dewelke deeze voorenstaande vraag articulen met de daarop gegeevene antwoorden van woorde tot woorde klaar en duijdelyk voorgeleesen weesende verclaarde daarbij te blyven persisteeren niet begeerende dat 'er Recollement. heeft en dat hy het geen hy gedaan heeft, heeft moeten doen tot behoud van zijn Leeven /:onderstond:/ heeft iets 15. 17. 8 iets meer by ofte van gedaan worden zal, betuygende al het voorenstaande dat door hem ten opzigten der ge„ pleegde moorden beseiden de waarheijd opgegeeven is, zulx nader te hebben ^naderen geverifieerd bij zijne ^ in de pijnkamer gegeevene antwoorden waarbij hy be„ tuijgde als de waarheijd zynde te ƒ blijven berusten /:onderstond:/ Aldus gedaan en gerecolleerd aan Cabo de goede hoop den 29 Septbr: 1786. — /:was geteekend:/ Ian missieux /:Lager:/ mij priesent /:geteekend:/ R. J. Vd Riet gezw: Clercq /:in margine:/ als gecommitt„s /:geteekend:/ W J VE Rvoudshoorn. en Johs„s Smits. — Accordeert VDD Kieh (gem(aen 310. Compareerde voor ons ender Nadere articulen gedaan geteekende gecommitt uyt maken en aan Heeren den E. agtb: raad van Iusti gecommitt„s uijt den E. agtb: tie deezes gouvernement raad van Iustitie des de persoon van Iean Casteels de goede hoop Michel van Nantes overgegeeven omme ter dewelke op de neevens requisitie van den pro staande vraagen zooda Interim fiscaal dE. gabriel nige antwoorden gegeeven Exter gehoord te worden heeft als in margine Jean Michel van Nantes van dien zyn bekend geve, alhier zullende als gesteld. selvs te geevene respondien in margine deeser behoorlijk worden bekend gesteld. — Art: 1. zegd zal de waarheijd off hy geve, zal blijven gezegd te hebben en dat persisteeren by 't geen hij hij geene zaaken zeggen in zijn eerste verhoor heeft kan, die zoo niet en gantwoord zegt dat het horologie en toe hy geve, aanzeggen kan Snuijfdoos aan Strand in dat hij niets van't Schip een zakje gelaten gebleeven heeft meede genoomen, en dat hij niet zeggen en alles in een zak aan kan, of die goederen bij de Strand heeft gelaten, d' andere dan wel terwijl nog horologie, nog apart geborgen zyn. Snuijfdoos daarin is gevonden geworden! waar hij geve, eerst is aange Legt int gebergte in een kleijn huijsje aangekoomen koomen by wien hij zich te zijn en aldaar een heeft opgehouden, en weynig gegeeten en waar zijn. 2.

NL-HaNA_1.04.02_4319_0335 view scan ↗

English

311. the Cape in an inn where his aforementioned goods ended up. About 11 hours the next day, having arrived with his mates, where he was transported by the innkeeper to the prison, drunk and brought here, says that he had not seen or spoken to them anymore, but that while he was confined to the hospital due to illness, he had heard there that persons from a French ship had been arrested. Whether he, after his separation from his three mates, the Italians and the carpenter, also heard anything from them or saw or spoke to them. Says further to have heard that they were persons who had captured the French ship. Says yes, that the prisoner was the first who asked the Captain to come here to the Cape roads to purchase provisions, to which he was moved because he himself needed something for his sustenance. Who, and whether it was not the prisoner, who requested the Captain to put in at the Cape? Says no, not to have said such a thing. Anthoine Taliasso, appearing, says to the prisoner to his face that on that occasion, while the Captain gave the prisoner a blow in the face with a shoe, the prisoner said that hitting with a shoe is going too far, and if we were ashore, such a thing would not happen. Whether the prisoner did not expressly say to his mates that he would bash the Captain's head in if he were ashore? The prisoner says that he did not use any utterances to the detriment of the Captain, and that he had always been good friends with the Captain. Says that he did indeed say to the Italians: the Italians are angry and cursing. The carpenter, entering, says to the prisoner to his face that the prisoner had come to him before midnight and said the Italians intend something or have something in mind to do. The prisoner persists in his statement. Whether the prisoner did not go to the carpenter in the night and shortly before the perpetrated murder, saying: Get up, the Italians intend something? Says that he can say nothing of it, or could have said nothing, because the prisoner had heard nothing else than that the Italians were angry and cursing, while the prisoner was bandaging his sore thumb and making himself ready to go to the helm. What it was that the Italians intended, and whether the prisoner had spoken with one or both of them about it? Says that he drank when a dram was presented to him. The cook, appearing, says to the prisoner to his face that the prisoner did not want to drink a dram with the Italians and had directly refused such. The prisoner persists in the negative. Whether the prisoner, when the crew from ashore was treated by the Captain with a dram, did not refuse it, which the Italians also did, and why? 312. Says that the prisoner previously knew nothing, and that neither earlier nor later was anything spoken of it, though the prisoner believed that Etienne Taliasco had pretended to be sick. How long and when before the actual deed was such agreed upon between the prisoner and the Italians, or whether such did not happen before the prisoner went to the helm, even before Etienne Taliasco pretended to be sick? Says no, not to have done such, and to have laid his hand on no one. Anthoine Taliasco says to the prisoner to his face that the prisoner left the helm and also laid his hand upon the boatswain. The prisoner persists in the negative. Whether the prisoner did not come to the aid of Anthoine Taliasco when he murdered the boatswain? Says no, and that such is the untruth. The Englishman Thomas tells the prisoner the truth thereof to his face. The prisoner persists in the negative. Whether the prisoner did not declare afterwards that no Frenchman ought to remain alive as an officer, and likewise dealt the mate Boij a blow with the axe? Says that the prisoner is no author of the matter and also knew nothing thereof, and that he had been forced to help throw the lieutenant overboard in order to stay alive by that means, and that the prisoner, at the opening of the chests, had also been forced to lend a hand. Whether the prisoner will not thus confess to being also an author and principal perpetrator of this deed? Says that he did not see that Lieutenant Boij had tucked papers into his pocket, and the prisoner was also not the first who seized the lieutenant. The Englishman says to the face of the prisoner that the prisoner saw that Lieutenant Boij had tucked papers into his pocket and, as the question states, had also thrown him overboard. The cook also says that such is the truth. The prisoner persists in the negative. Whether the prisoner did not notice that the mate Boij hid some papers, on account of which the prisoner attacked him by the chest and, with the help of the Englishman and Etienne Taliasco, threw him overboard? Says yes, that he presented a pistol to Thomas to shoot Lieutenant Boij dead, which, however, the Englishman had refused. Whether the prisoner did not present a pistol to the Englishman to shoot the said Boij dead with it?

Dutch transcription

311. de Caab in een herberg waar zyne voorstaande goederen beland zijn. omtrend 11. uuren des andere daags met zijne maats gekoomen alwaar hij door de herbergier va't gevangenhuijs is getranspor„ gedronken en alhier aan zeyt dat hij hunt: niet off hy na zyne separatie meer gezien ofte gesproo van zijne drie maats de ken had, maar dat ter Mtaliaanen en timmerman wijl door ziekte in het ook iets van hunz: ge„ hospitaal gebannen was hoord heeft ofte dezelve aldaar had gehoord dat gezien ofte gesprooken. er perzoonen van een fransch schip zoude g'arresteerd geworden zijn. zegt vader: gehoord te hebben dat 't persoonen zoude zijn die het fransch schip hebben afgeloopen zegt Zal dat hij geve, de wie en of hij geve, het niet eerste geweest is, die geweest is, die den Capitain de Capitain gevraagd verzogt heeft om de Caob heeft om alhier ter aan te doen t Caabsche reede te koomen om Leevens middelen in te koopen, waartoe hij aan bewoge is geworden, vermits hij zelfs iets tot zijn onderhoud nodig had. — zegt neen zulx niet gezegd off hy geve, niet uijtdrukke„ „lijk tot zyne maats heeft te hebben. Anthoine taliasse Compa gezegd, dat hij den Capitain reerende, zegt den de Kop zoude inslaan geve, in facie dat bij indien hij aan wae was geleegendheijd terwijl zegt dat hij wel tegen de off hy geve, dan niet inde Anleanen gezegt heeft nagt en kort voor den : de Atalianen zijn kwaad geperpetreerden moord bij den Timmerman is en vloeken. gekoomen, Seggende Staat den timmerman binnen koo„ op de Ataliaanen zijn mende zegt den geve, in iets van Sintsd facie dat de geve, voor middernagt bij hem ge koomen was en gezegt den Staliaanen zijn iets van zints of hebben iets int hoofd om te doen de geve, persisteerd bij zijn gesegde zegt dat hy daarvan niets wat zulx geweest is dat zeggen kan, of heeft d'staliaane vansints zeggen kunnen, omdat waren, en of hij geve„ zegt dat hij gedronken off hy geve, by het gezegt van Land d'Equipagie heeft doen hem een Loopje is gepraesenteerd door den Capitain met een geworden. Soopje getracteerd zijnde de Kok Compareerende zegt zulx niet gerefuseerd heeft de geve, in facie, dat hij het geen de Italiaanen ook geve, met de taliaanen gedaan hebben en waarom geen soopje heeft willen drinken, en zulx directelijk heeft geweijgerd — de geve, blijft bij de negative Ab 4. de Capitain de geven een Slag met een schoe in't aange„ „zicht gegeeven had, de geven gezegd heeft met een schoe te slaan is te sterk als wij aande wal waren zoude zulx niet geschieden de geve, zeyt dat hij geen propos gebruikt heeft tot nadeel vande Capitain, en dat hij altoos goede vrienden met de Capitain geweest was. A: F. Ede hi met teerd geworden. - 6 6: 20 312. AC: 123. heeft als dat de Haliane hij geve, niet anders gehoord met de een of beijde daar van heeft gesprooken duijm verbond en zig klaar maakte om aan't roer te gaan. N: 10. — Hoelang en wanneer voor zegt dat hij geve„ te vooren niets geweeten heeft den eijgentlyke daad zulx en dat nog vroeger nog tusschen hem geve, ende laten iets daarvan was Atarliaanen is afgesproken gesprooken geworden geworden of zulx niet is vermeende hij geve„ geschied een hy geve, aan egter dat etienne 't roer is gegaan, al eer taliasco voorgegeeven zig Etienne Taliasco heeft ziek gemaakt t. qeraad waren, en vloekte gehad had ziek te zijn terwijl hij geven zijn zeere zegt neg zulx niet gedaan off hy geven Anthoine Paliasco en zijn hand aan niet is te hulpe gekoomen niemand gelegd te toen deeze den bootsman vermoorde! Anthoine taliasco zegt den geve, in facie dat hij geven het roer verlaten en zijne hand meede aan den bootsman geslagen had: de geve, blijft bij de negative 1 12. zegt neen en dat zulxde off hij geve, zig vaderhand onwaarheijd is. niet heeft uijtgelaten dat 'er de Engelschman Thoma geen franschman als officier Regt den geven de waar in't leeven moest blijven heijd daarvan in facie en zoo meede den Stuurman aan Boij een slag met 't bijl den geve, blijft bij den toegebragt negotive. zegt dat hij geve geen off hij geve, dus niet bekennen autheur van de zaak is zal meede autheur en en ook daarvan niets principaale uijtvoerder geweeten te hebben, en dat hij de Luijtenant van deeze daad te zijn had moeten helpen over boord werpen om door die weg in't leeven te blijven, en dat hij geve„ bij het openen vande kisten ook de hand daarom had moeten bieden. zegt dat hij zulx niet off hy geve, niet ontwaard gezien heeft, dat de heeft, dat dien stuurman Luitent, Boij papieren Boij, eenige papieren in zijn zak gestooken heeft geborgen, waarom hy zynde hij geve ook geve, hem aande borst niet de Eerste die de geval, en met hulpe van Luijtent, gevat heeft! den Engelschman en den Engelschman zegt in Etienne Faliasco over facie vanden geven dat boord heeft geworpen de geve, gezien heeft dat de Luijtente Boij papieren in de zak gestooken en hem gelijk de vraag is, meede over boord geworpen had. de kok zegt meede dat zulx de waarheijd is. — de geve, blijft bij de negative zegt zal dat hy een pistool off hy geve, niet een pistool aan thoma gepraesenteerd aan den Engelschman heeft om de Lt. Boij heeft gepraesenteerd om dood te schieten 't geen gem: Boij daarmeede egter de Engelschman dood te schieten E gerefuteerd had Art: 13 5½ hebben. 75„ 14.

NL-HaNA_1.04.02_4319_0337 view scan ↗

English

312. Article 123. Whether the prisoner has not heard that the Italians spoke with one or both of them about it, while the prisoner bound his thumb and made himself ready to take the helm. Says that the prisoner heard nothing else beforehand, and that neither earlier nor later was anything spoken of it, but the prisoner supposed that Etienne Taliasco had pretended to be sick, while the prisoner had cursed. No. 10. How long before and when before the actual deed was it agreed between him, the prisoner, and the Italians, or whether such did not happen before the prisoner went to the helm, before Etienne Taliasco pretended to be sick. Says that the prisoner knew nothing beforehand and was not involved. Whether the prisoner did not come to the aid of Anthoine Taliasco when the latter murdered the boatswain. Says no, that he did not do so and had laid his hand on no one. Anthoine Taliasco says to the prisoner's face that the prisoner left the helm and also laid his hand upon the boatswain. The prisoner persists in the negative. 12. Whether the prisoner did not declare that no Frenchman should remain alive as an officer, and likewise dealt the mate Boij a blow with the axe. Says no and that such is an untruth. The Englishman Thomas Regt tells the prisoner the truth thereof to his face. The prisoner persists in the negative. Whether the prisoner did not perceive that this mate Boij had hidden some papers in his pocket, wherefore the prisoner seized him by the breast, and with the help of the Englishman and Etienne Taliasco threw him overboard. Says that he did not see that the lieutenant Boij thrust papers into his pocket, and that he was not the first who seized the lieutenant. The Englishman says to the face of the prisoner that the prisoner saw that the lieutenant Boij put papers in his pocket and, as in the question, threw him overboard with them. The cook also says that such is the truth. The prisoner persists in the negative. Whether the prisoner therefore will not confess to being likewise an author and principal executor of this plot. Says that the prisoner is no author of the matter and also knew nothing of it, and that he had to help throw the lieutenant overboard in order to remain alive by that means, and that the prisoner also had to lend a hand at the opening of the chests. Article 13. Whether the prisoner did not present a pistol to the Englishman to shoot the aforesaid Boij dead therewith. Says that he did present a pistol to Thomas to shoot the Lieutenant Boij dead, which, however, the Englishman refused. 14. How it can be possible that the prisoner was not at the same time, when the boatswain was murdered, also attacked by those Italians, since the prisoner, according to his claim, was not of the party. Says that the prisoner was not of the party at all, and that at the moment when the murdering was under way the prisoner said, do me no harm, I shall do as you people do. 15. Whether the prisoner does not confess to having made himself guilty of the deliberate destruction of the ship's officers, robbery of the goods, and the loss of the entire ship. Says as before that he did regarding this what he had to do to save his life, because the other prisoners would have told him that if he did not join in, he will betray us and we shall therefore rather do away with him; which certainly would have happened had he not conducted himself in this manner regarding this. 15½. Whether the prisoner must not further confess to have been able to save the captain, crew, and the ship if he had given notice thereof to the boatswain or captain at that time when he spoke with the carpenter. Says that the prisoner, coming on deck, did not think any more about the aforementioned dissatisfaction of the Italians, and the prisoner, if he could have foreseen the consequences, would certainly have revealed such! 16. Whether and with what the prisoner will be able to excuse himself regarding these great and manifold crimes. Says that he is certainly guilty, but that he cannot declare himself more guilty than he has done in his answers, and that he would await his sentence from the just judges, upon whose mercy he relies. 16½. Why the prisoner, if he considered himself innocent, did not immediately make the matter known upon his arrival at the Cape, or prove that such took place. Says that he was minded to do so, but had been prevented therein by his imprisonment. No. 17. 313. 18. Thus questioned and answered at the Cape of Good Hope on 14 September 1786. Before the gentlemen William Ferdinand van Rheede van Oudshoorn and Johannes Smits, members of the Honourable Worshipful Court of Justice aforesaid; who, together with the prisoner and me, the sworn clerk, have properly signed the minute hereof. Lower: Which I witness. Was signed: R. J. v. d. Riet, sworn clerk.

Dutch transcription

312. AC: 123. heeft als dat de Haliane hij geve, niet anders gehoord met de een of beijde daar van heeft gesprooken duim verbond en zig klaar maakte om aan't roer te gaan. N: 10. — Poelang en wanneer voor zegt dat hij geve„ te vooren niets geweeten heeft den eijgentlike daad zul¬ en dat nog vroeger nog tusschen hem geve, ende laten iets daarvan was Ataliaanen is afgesproke gesprooken geworden geworden of zulx niet is vermeende hij geve„ geschied een hy geve, aan egter dat Etienne 't roer is gegaan, al eer taliasco voorgegeeven zig Etienne Taliasco heef ziek gemaakt t. qeraad waren, en vloekte gehad had ziek te zijn terwijl hij geven zijn zeere zegt neg zulx niet gedaan off hy geven Anthoine Salias en zijn hand aan„ niet is te hulpe gekoomen niemand gelegd te toen deeze den bootsman vermoorde. Anthoine taliasco zegt den geve, in facce dat hij geven het roer verlaten en zijne hand meede aan den bootsman geslagen had: de geve, blijft bij de negative 12. zegt neen en dat zulxde off hij geve, zig vaderhand onwaarheijd is. niet heeft uijtgelaten dat den Engelschman Thoma geen franschman als officier Regt den geven de waar in't leeven moest blijven heijd daarvan in facie en zoo meede den Stuurma aan Boij een slag met 't bijl den geve, blijft bij den toegebragt negotive. zegt dat hij zulx niet hy geve, niet ontwaard gezien heeft, dat de heeft, dat dien Stuurman Luytent, Boij papieren Boij, eenige papieren in zijn zak gestooken heeft geborgen, waarom hy zinde een geweest geve, hem aande borst niet de Eerste die de geval, en met hulpe van Luijtent, gevat heeft. den Engelschman en den Engelschman zegt in Etienne Faliasco over facie van den geven dat boord heeft geworpen de geve, gezien heeft dat de Luijtente Boij papieren in de zak gestooken en hem gelijk de vraag is, meede over boord geworpen had. de kok zegt meede dat zulx de waarheijd is. de geve, blijft bij de negative zegt dat hij geve geen off hij geve, dus niet bekennen autheur van de zaak is zal meede autheur en en ook daarvan niets principaale uijtvoerder geweeten te hebben, en dat hij de Luijtenant van deeze raad te zijn had moeten helpen over boord werpen om door die weg in't leeven te blijven, en dat hij geve„ bij het openen vande kisten ook de hand daarom had moeten hieden. zegt zal dat hy een pistool off hy geve, niet een pistool aan thoma gepresenteerd aan den Engelschman heeft om de Lt. Boij heeft gepraesenteerd om dood te schieten 't geen gem: Boij daarmeede egter de Engelschman dood te schieten gerefuseerd had Art: 13 15½ 1 hebben. 15. 14. AC: 15½. niet vande parthij dat hy geve, niet tenselven geweest is, en dat hy tijd wanneer de bootsman geve, op het ogenbak is vermoord geworden wanneert moorden meede door die Italiane aan de gang was, is g'attacqueerd, dewijl hi gezegd had, doet mij geve, volgens zyn voorgee„ geen Leed ik zal het zoo doen als gijlieden, ven niet vande parthij en was. zegt dat hij geve, in't geheel hoe het mogelijk zyn kan gel:. zegt als vooren dat hij hier off hij geve, zig niet bekend omtrend gedaan heeft schuldig gemaakt te hebben dat hi heeft moeten aan de opzettelijke ver„ doen, om zijn leeven te woording van de scheeps Salveeren, doordien de officieren, berooving vande andere ged, hem ged goederen, en't verlies van't zoude gezegd hebben, geheele schip zoo hy niet meede gedaan had, hij zal ons verraden, en wij zullen hem daarom lieven van kant helpen, het geen zeekerlijk zoude geschied zijn had hij zig hier omtrend niet dusdanig gedragen 16½. zegt dat hij geve, aan 't hog off hij geve, verder niet koomende daarniet meer om gedagt had bekennen moet de Capitain Equipage en't schip te aan de voorm: onte hebben kunnen redden indien vreedenheijd vande hij de bootsman of Capitain Eltaliaanen en hij derzelver tyd toen hij met geve, indien hij de gevolgen, had kunnen de timmerman gesproken off en waarmeede hy geve, zegt dat hij zekerlik zig omtrend deeze groote schuldig is, maar dat hij zig niet voor en meenigvuldige misdaden schuldiger kan deCla zal kunnen verschoonen. reeren als hij in zyn antwoorden gedaan heeft en dat hij zijn tot vande billijke regters zoude blijven afwagten en op wiens wedogersheijd hij zig verlies. /:onderstond:/ 18. Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede hoop den 14. Septbr: 1786. — voor de heeren William ferdinand van rheede van oudshoorn, en Johs„ Smits Leeden uyt den E. agtb: raad van Iustitie voorm:; die de minute deezes beneevens den geve, ende mij geswoore Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend. /:Lager:/ 't welk ik getuijge /:was getee„ „kend:/ R. J. V. d. Riet gesm: Clercq: — waarom hy geve, niet aan zegt dat hy van Zints geweest was zulx te stonds bij zijn komst aan de Caab, indien hij doen maar door zin gevangenneeming daarin zig voor onschuldighield was verhindert ge„ de zaak alhier heeft bekend gemaakt, of aan te toonen dat zulx ge„ schied is. N: 17. 313. vooruijt zien zulx zekerlyk heeft daarvan kennis zouden g'openbaard hebben! gegeeven had t voor heeft 16. worden.

NL-HaNA_1.04.02_4319_0339 view scan ↗

English

L. C. 10 Recollection. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the person of Jean Michel of Nantes, who, after these preceding articles of interrogation along with the answers given thereto were read out clearly and distinctly word for word, declared to persist therein, not desiring that anything more or less shall be added to or taken from it, testifying all of the foregoing to be the truth, however regarding the account of the committed murders stated herein, altering it insofar as was stated by him in the torture chamber, with which he, the prisoner, also abides as containing the complete truth. Was written below: Thus recollected at Cabo de goede hoop on 29 Septb: 1786. Was signed: Ian missieux. Lower: In my presence, signed: R. J. V. d. Riel, sworn Clerk. In the margin: As commissioners, signed: W. J. V. Reede van Oudshoorn, Iohs, Smuts. Agrees, WWDD Rieh Appeared before the Honorable Worshipful Lords President and Council of Justice of the Castle of Good Hope, the pro interim Fiscal G: Exter, official plaintiff in criminal matters on the one part, Against Francois Bieltse of Gent, ship's carpenter, and Jan Michel of Nantes, sailor of the aforementioned vessel, the French private ship la Rosette stranded in the west corner of the Baaij Fals, prisoners and defendants in the aforesaid case on the other part. And made to say: Art: 1. 2. That the mentioned private ship la Rosette, under command of Captain La Borde, sailed around the middle of May from Bourdeau for Isle de France. 3. The abovementioned Francois Bieltse and Jean Michel, with the sailors the brothers Anthoine and Etienne Paliasco and the cook Augustinus Scheir, already formed around the Line the most atrocious plot 4. To kill the Captain with all the remaining crew of the ship, consisting of six more persons. Art: 5. Which plot they knew how to conceal, and only carried out immediately when they had the Cape shore in sight. 6. Whereupon they, having alerted one another that it was now time, gathered in that night, being the 13th of the past month of Aug, around midnight at the carpenter's quarters. 7. And each was assigned his post, and being armed with axes and adzes, 8. In a very short time and without the slightest resistance, they struck dead the Captain and the second-in-command, together with the boatswain and his mate. 9. That then the mate Boij and a sailor, Willem Thomas, coming upon them, begged for their lives and requested that they would do everything with them and wished to be regarded in the same manner. 10. These two persons were then spared from death. 11. Furthermore, Lieutenant Boij, in order to gain the trust of the murderers, called to himself the cabin boy, who had kept himself hidden, and with an axe blow struck him down dead. 12. Which, however, could not help him, Boij, as a few hours later he was thrown overboard alive. 13. That after having accomplished the murder, they tied the dead bodies together in a sail, and with an anchor fastened thereto, threw them overboard. 14. Furthermore, following the indication of the mate, they opened the chests and boxes in which there were some valuables. 15. And carrying these away, after having chopped another hole in the ship to make it sink, the six of them came ashore in the boat. 16. That the aforesaid persons were taken prisoner and handed over to the judge of this place, and were examined in the presence of the Lords Commissioners from this Honorable Worshipful Council. 17. Regarding the perpetrated acts, with the exception of some particulars, they confessed in very close agreement. 18. Except that both persons mentioned at the head refuse to admit any knowledge of a previously formed plot. 19. And especially the first prisoner and defendant claims not to have laid his hands on anything and not to have made himself guilty of anything. 20. It appearing, however, from the conforming confessions of both the Italians and the cook, that they, the prisoners and defendants, not only knew about it, 21. But according to the clearest indications are also themselves the leaders of the plot. 22. And that no less the second prisoner and defendant did his utmost in the execution and did not stay behind. 23. Just as it is, without contradiction, proven that he received the most and the most valuable goods for his share. 24.

Dutch transcription

L. C. 10 Mecollement. Compareerde voor ons ondergetekende gecommitt„s uijt den E: agtb: raad van Justitie deeses gouvernements den perzoon van Jean Michel van Nantes dewelke deeze voorenstaand vraagarticulen met de daarop ge„ geevene antwoorden van woorde tot woorde klaar en duijselijk voorgeleesen wesende, verclaarde daarbij te blijven persisteeren niet begeerende dat 'er iets meer bij ofte van gedaan worden zal, betuijgende al het voorenstaande de waarheijd te zijn, edog nopens de opgaane der gepleegde moorden hier in opgegeeven zulx in zoo verre te altereeren, als door hem in de pijn kamer is opgegeeven geworden, waar bij hij geve ook blijft berusten als den waarheijd volkoomen behelsende. /:onderstond:/ Aldus gerecolleerd aan Cabo de goede hoop den 29 Septb: 1786. /was geteekend:/ Ian missieux /:lager:/ mij present /:getekend) R. J. V. d. Riel gesw. Clercq. /:in margine:/ als gecommitt„s /:geteekend:/ W. J. V. Reede van Oudshoorn, Iohs, Smuts. Accordeert WWDD Rieh Art: 1. En deede zeggen 2. dat het gem: Particulier schip la rosette onder Commando van den Capitain La Borde omtrend medio maij van Bourdeau voor Asle de france uytgelopen 3. bovengem: Francois Bieltse en Jean Michel met de mattroosen, de gebroeders Anthoine en Etienne Paliasco en den kok augustinus Scheir reeds omtrend de Linie het allergruwelijkst project hebben gemaakt A. van den Capitain met al het overige manschappen, vant Schip in nog Ses persoonen bestaande, omtebrengen zijnde den Scheeps Timmerman rant in de westhoek vande baaij Fals gestrande frans particulier schip la Bosette Francois Bieltse van gent, en den mattroos van voorm: Bodem Jan Michel van Aantes geve„ en gede, int voorsz: Cas ter andere zeijde 314. E Compareerde voorden welk. achtb: Heeren Praesidenten en Raade van Iustitie des Casteels de goede Hoop den pro Interim fiscaal g: Exter r. O. Eijsscher in Cas Crimineel ter eenre gemelen Art 5 Ca„ 315. Art 5. welk project zit: hebben geweeten te verbergen, en eerst dadelyk uytgevoerd toen de Caabsche wal int gezigt hadden. 6. als wanneer zijt: naar zig gewaarschouwd te hebben dat het nu teijd was, zig in dien nagt zynde den 13. der gepasseerde maand aug, omtrend middernagt bij den Timmer man hebben vergadert. 7. en een ijder zyn post aangeweesen, en met bijl en dissels gewapend zijnde 8 in zeer korten tijd en zonder den geringsten tegenstand den Capitain en Secunde met den Bootsman en desselvs maat hebben dood geslagen 9. dat dan den stuurman Boij en aen wat„ troos Willem Thomas, daartoe gekomen zijnde, om hun leeven smeekende en verzoekende dat zy alles met hunz: doen, en op gelijke wijze wilden aange„ zien worden 10. deeze beijde perzoonen nog van den dood zyn bevreyd gebleeven 11. voorts den Luytenant Boij, om 't vertrouwen van de moordenaars te verkrigen, den Iongen, die zig heeft verborgen gehouden, tot zig heeft geroepen en met een bil slag ter nederen dood geslagen. 72. 't geen hem Boij egter niets heeft kun nen helpen, zynde hij eenige uuren daarna leevendig over boord geworpen geworden 3. dat zijz: na volbragten moord de doode Lighamen in een zeijl hebbende te zamen gebonden, en met een daaraan vast gemaakte anker over boord gegooijd — MC 14. voorts na de aanwijsing van den stuurman de kassen en kisten, waarin eenige prietiosa waren, hebben g'opend. — 15. en wet wegneeming derzelven na nog een gat int Schip gekapt te hebben om zulx te doen zinken met hun ses in de Schuijt aan wal zyn gekoomen 16. dat voorsz: perzoonen gevangen genoomen en aan den rechter deeser Steede overgegeenen en ten overstaan van Heeren gecommitt„ uyt deezen E: achtb: raade g'examineerd zijnde 17. Omtrend de geperpetreerde feijten behalve eenige particulariteijten, zeer overeen„ koomende hebben beleeden 18. behalven dat de in den hoofde gem: beijde perzoonen, van geen project te vooren gemaakt iets willen weeten 19. en bezonders de L=e geve, en gede, zijne handen nergens wil aangelegd en met niets zich schuldig gemaakt hebben 20. blykende dog uyt de Conforme Confessie der beijde Italiaanen en des koks, dat zij geve, en geden niet alleenig daarvan hebben 21. maar nade duijdelijkste Indicien ook zelve de voornaamste van't Complot zijn 22. en dat niet minder den tweede gev„ ende„ uytvoering zijn best heeft gedaan, en niet agter uijt is gebleeven 23. gelijk dan zonder tegenspreeken, Consteerd dat hij de meeste en kostbaarste goederen voor zijn portie heeft gehad. geweeten. — 24

NL-HaNA_1.04.02_4319_0341 view scan ↗

English

316. Number 24. that, considered with other circumstances, it absolutely follows that he, the second prisoner and defendant, was not the least, but such a person who had an advantage over the others. 25. that both the prisoner and defendant answered with the greatest boldness during their interrogations. 26. that, becoming aware that the matter was made better known by the others and that they, the prisoners and defendants, were more accused and would be convicted thereof, 27. they feigned illness from that moment on, the second prisoner having answered nothing at all during the confrontation held over some documents, and showed himself to be utterly obstinate. — 28. while the other merely continued to persist in his previous confession. 29. that thus, there being no doubt concerning the crime and the same absolutely meriting capital punishments, 30. the Officer as Prosecutor also trusts to discern the necessary and strongest indications against the prisoners. 31. and the general doctrine of the Doctors of Law indicating that a prisoner, refusing to respond, can be forced thereto with threats and further with torture. Bort: title 9 number 32. thus the Officer as Prosecutor believes, subject to your Honors' better judgment, By which and other means and reasons in time and place, if necessary to be further reduced, the Officer as Prosecutor, making his demand, concluded that both the defendant and defendant named in the heading shall be condemned by interlocutory sentence of your Honors to be brought to sharper examination, or to such etc. etc. was signed: G. Exter Number 33. that both the prisoner and defendant are in the case in which torture particularly ought to be applied. HD Kiet sworn clerk Agrees 33 317. Letter F The Officer as Prosecutor produces a written demand equipped with 12 annexes, tending to torture. The prisoners and defendants each having been brought in separately one after the other, Bieltze indeed confesses to knowing that already a long time before the heinous murder was committed on the said ship La Rozette, it was spoken of, saying further that William Thoma is the least guilty of them all, further confessing that he, the defendant, beat the second captain to death. Michel says he is innocent. The Officer, the pro interim Fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, named in his official capacity as Prosecutor, against the ship's carpenter of the French vessel La Rozette stranded on the west corner beach of False Bay, Francois Bieltze, and the sailor of the aforesaid vessel, Jean Michel, prisoners and defendants in a criminal case, to hear the demand and conclusion for torture. — The Council condemns the defendant Jean Michel by interlocutory sentence to be brought to and put to full torture as the same is customary here; but regarding the fellow prisoner Francois Bieltze, the Council denies the Officer as Prosecutor his demand and conclusion made upon and against the said Bieltze. — At the Cape of Good Hope, on the day and year as above, Thursday the 21 September 1786 in the forenoon, present the Honorable Messrs. Pieter Hacker and Johannis Isaak Rhenius, presidents, and all the members. — Above Underneath was signed: Secretary Secretary — lower: Agrees C: v Aersen Above lower: In my presence was signed: C: van Herse sworn Clerk WDRieh Agrees 348. Number 2 Interrogatories submitted to the Honorable Messrs. Pieter Hacker and Johannes Isaac Rhenius, presidents, together with the gentlemen members of the Honorable Court of Justice of this government, by and on behalf of the pro interim Fiscal Gabriel Exter, to hear and examine thereon at his requisition according to the interlocutory sentence of the 21st of this month of September under torture the person of Jean Michel. Pursuant to the judgment of yesterday's date, on the 22 September 1786, before the Honorable Court of Justice of the Castle of Good Hope, appeared in the irons or torture chamber the person of Jean Michel, who, before as well as while and after he was hoisted up and let down upon the rack, answered the questions below as is recorded alongside. Number 1. Whether the prisoner will not confess the truth. Says he has spoken the truth. If yes, whether the prisoner did not know of the plan long before the deed. Persists in his previous statement, having known nothing about it! The cook tells him to his face that he did indeed know about it. Antonio Taljasso: that he already knew about it at the Coast of Guinea, but that he said it would be better to wait until the Cape, because there was a good opportunity there to dispose of the goods. Etienne Taljasco maintains the same to him. The prisoner persists as before.

Dutch transcription

316. N: 24. dat by andere omstandigheedens geconsidereerd absolute doet volgen, dat hij 2=de geve„ en geden niet de geringste maar een zoodanige perzoon is geweest die voorde andere iets vooruijt gehad heeft. 25. dat beijde geve„ en ged„e met de grootste vrijheyjd by hunne „ verhooren hebben g'antwoord. 26. dag gewaar wordende dat de zaake door d'andere beter bekend gemaakt en dat zij gev„s en ged„s meer aangeklaagd waren en daarvan overtuijgd zouden worden. 27. van dien ogenblik zig ziek gehouden hebben hebbende den 2=de geven bij de over eenige stucken voorgenoomene Confrontatie int geheel niet g'antwoord en zig ten uytersten halstarrig getoond. — 28. terwijl de andere Slegts op zijne voorige Confessie is blyven Persisteeren 29. dat dus nopens het delict geen twijfel zijnde en't zelve absolute doodstraffen meriteerende 30. den r. O. Eijsscher vertrouwd ook de nodige en Sterkste indicia tegens de geve„ te ontwaren. 31. ende algemeene Leere der DD. aanwijsenden dat een geve, niet willende respondeeren met dreijgementen en voorts met de Fortuur daartoe kan gedwongen ƒ worden. Bort: tit: 9 n. 32. zoo vermeend den R. O. Eijsscher / onder uwE. agtb: beter oordeel Mits welke en andere middelen en reeden in tijd en mijlen / is 't nood, nader te reduceeren, den r. O. Eijsscher Eysch doens Concludeerde dat beijde in't hoofd gem: ged, en ged„e by interlocutoire vonnisse van uwE. agtb: zullen worden gerondem neerd, omme gebragt te worden tot Scherper Examen. ofte tot alzulke &a &a /:was geteekend:/ g. Exter NC: 33. dat beijde de gev: en ged„e int geval zijn in welke de fortuur byzonder zal behooren g'appliceerd te worden. HD Kiet gemsteren Accordeert 33 317. L„aF De r: O Eysscher a hebeert een. Do Pro interim Fiscaal alhier schriftelijken Eijsch gemunieerd d'E Gabriel Exter nomine officie met 12 bylaagen tendeerende ad Eysscher torturam den scheeps timmerman van 't de gew„ en ged„s ieder afzon„ aan 't westhoeks strant der baaij derlijk de een na den anderen fals gestrande fransch scheepje binnen gebracht zynde, bekend La Rozette, Francois Bieltze Bieltze wel te weeten dat er en den mattroos van voorm: bodem reeds langen tijd voor dat de Jean Michel gev„s en ged„te in Cas gruwelijke moord op het gem: Crimineel Omme te hooren Eijsschen schip La Rozette gepleegd is, en Concludeeren ad torturam. — daarvan gesprooken is, zegts: voorts dat Whilliam Thoma de minst schuldige van hun allen is wyders Confisseerende dat hij ged„e den 2 Capitain heeft dood geslagen Michel zegd onschuldig te zijn De Raad Condemneerd den ged„e Jean Michel bij vonnisse interlocutoir, Omme gebracht te worden tot en aan de volkomeze tortuur zo als de dezelve alhier gebruijkelijk is doch ten belangen van den meede gev„t Francois Bieltze, ontzegt de raad den R: O: Eijsscher zijnen op en Ieegens gem: bieltze gedanen Eijsch en genomene Conclusie. — Aan Cabo de goede Hoop die anno ut Donderdag den 21 September 1786 s Voordemid„ „dags present de E Achtb: Heeren Pieter Hacker en Johannis Isaak Rhenius presidenten, en alle de Leeden. — Supra ƒ Ca /Onderstond/ secret„s was getekend) Secret„s — /nog laager/ Accordeert C: VAersen Supra /lager/ my present /was getekend/ C: van Herse gem Clerq WDRieh Accordeert 348. „ 2 Interrogatoria overgegeeven„ Achtervolgens het geweijsde aande Edele achtbare Heeren van gisterige datum is op den 22. Septbr 1786. voor Pieter Hacker en Iohannes de E. agtb: raad van Justitien Isaac Rhenius praesidenten des Casteels de goedeboos beneevens de heere Leeden in de boeijen of pinkamer van den E. achtb: raad van verscheenen de perzoon van Justitie deeses gouverne Iean Michel, dewelke zoo „ments door ende van wee voor als terwijl en na gens den pro Interim fiscaal dat hij aan de pleije gabriel Exter omme daarop opgehaald en neergelaten ter zyner requisitie volgens was op de onderstaand intertocutoir vonnis van den 21. deezer maand sep vragen zoodanig heeft gtantwoord als daar nee„tember ad forturam gehoord vens staat aangeteekend, en ondervraagd te worden de perzoon van Iean AC: 1. off hij geve de waarheijd niet zegt de waarheijd te hebben gesprooken. bekennen zal persisteerd bij zyn voorigen zoo Ia of hy geve, dan niet gezegde, daarvan niets lang voort fait van't project te hebben geweeten! daartoe heeft geweeten. de kok zegt hem in facie dat hy 'er wel van geweeten heeft Anthonio Taljasso: dat hy al bij de Rust van guinee„ daarvan geweeten heeft, dog dat hij gezegt heeft, dat het beter ware om tot aan de caat te wachten wijl men daar goede geleegentheijd had, om de goederen af te zetten Etienne Taljasco houd hem hetzelve staande de geve, persisteerd als vooren Michel.

NL-HaNA_1.04.02_4319_0346 view scan ↗

English

319. States as before. Lapsed. States now that this was stolen from him: left States yes. AC: 3. Whether he, the prisoner, did not speak of anything regarding that near the Line and instigate it himself. With whom he first and foremost conferred about it. 5. For what reason and intention he, the prisoner, did so. Where he, the prisoner, has lodged his two watches and gold box in the hospital here. Whether he, the prisoner, did not give the Englishman a pistol to shoot Lieutenant Boij dead. States yes and to have done so to save his life. Whether he, the prisoner, did not lend a hand to throw the Lieutenant overboard. [below stood:] Thus questioned and answered in the irons or torture chamber at the Cape of Good Hope, the 22nd September 1786, in the presence of the Honorable Messrs. Pieter Hacker and Johannes Isaac Rhenius, Presidents, together with the Messrs. Salomon van Echten, Johannes Smuts, Johannes Marthinus Horak, Andries van Sittert, William Ferdinand van Reede van Oudshoorn, Johannes Matthias Bletterman, Christiaan Ludolph Neethling, Christiaan Georg Maasdorp, Clement Matthiessen, Gerrit Hendrik Meijer, and Hendrik Justinus de Wet, Members from the Honorable Court of Justice aforesaid; who, together with the interrogate and me, the Secretary, have duly signed the minute of this. [Lower:] Which I witness [was signed:] C. van Aerssen, Secretary. Review of testimony. Appeared before the Honorable Court of Justice of this government the above-mentioned Jean Michel, who, the foregoing questions with his answers given thereto having been read aloud to him clearly and distinctly, word for word, testified to stand by and persist in them, adding to have used these words to the Englishman upon handing over the pistol: Brulez lui la cervelle. And that he himself had not had the heart to shoot Lieutenant Boij dead. [below stood:] L:a C: 13. 320. Thus reviewed, without pain of bonds or any, even the slightest threat thereof, at the Cape of Good Hope, the 25th September 1786. [was signed:] Cross [and written around it:] this mark is made by the own hand of Jean Michel. [beneath it:] In our presence [signed:] P. Hacker, J: I: Rhenius, S. vEchten, Joh.s Smuts, J. M. Horak, A. v. Sittert, W. F. v Reede van Oudshoorn, J. M. Bletterman, C. L. Neethling, C. G. Maasdorp, C. Matthiessen, G: H. Meijer, H. J. de Wet. [Lower:] In my presence [signed:] C: van Aerssen, Secretary. Agrees, H. Kiet. Further Interrogatories submitted to the Honorable Messrs. Pieter Hacker and Johannes Isaac Rhenius, Presidents, together with the other Messrs. Members of the Honorable Court of Justice of this government, by and on behalf of the Interim Fiscal Gabriel Exter, in order that the person of Jean Michel, upon his requisition according to the interlocutory sentence of the 21st and resolution of the 22nd of this month of September, be heard and interrogated under severe examination. Pursuant to the interlocutory sentence of the 21st and resolution of the 22nd of this month of September, there appeared today, the 25th September 1786, before the Honorable Court of Justice of this government, in the irons or torture chamber, the person of Jean Michel, who, without being bound to the rack, has answered to the following questions as is noted therebeside: AC: 1. Whether he, the prisoner, did not [illegible] both watches with the chains, gold box, and earrings. States yes. Whether he, the prisoner, did not always carry the same hidden in a cloth under his arm. States yes. Whether he, the prisoner, did not give the aforementioned pieces on the aforesaid Thursday evening into the safekeeping of his fellow prisoner Pierre Outrio, adding these words: that it were better that he, Outrio, should profit from it than the gentlemen. States yes in this respect, but added thereto that it were better that he, Outrio, profited from it than anyone else, because he could pray to God for him. 321. Appeared Outrio, who [confronted] him to his face [denying] to have [spoken] these words. The prisoner persists in what he said. States that he used the words: that it were better that he, Outrio, profits from it than the gentlemen, but that it is true nevertheless that he said: you can pray to God for me. Whether he, the prisoner, did not do so because he feared that upon the execution of the torture announced to him, the discovery thereof would be made, and also through his feigned illness to give the impression that he, the prisoner, is innocent of what is charged against him. States that he gave the two watches and the box before the torturing to the aforementioned Outrio. States no, that he is truly sick, and that what is charged against him, that he gets up at night and walks through the room, is untrue. Whether he, the prisoner, will not now confess to having concealed the truth in an obstinate manner. States further that due to the darkness he did not search properly for it. Whether he, the prisoner, did not murder the boatswain's mate, and if not, who did so, who was the cause thereof, and how the committing of the murder took place. States that not he, the prisoner, but Antonio struck the boatswain's mate stone dead. States that he considers the Italians to be the leaders of the conspiracy, and that the official report gave occasion to it, because Etienne had said that he would throw them into the sea. Whether he, the prisoner, is not the first cause and leader of the murder committed, the plundering, and the wrecking of the ship. States to be as guilty as the others as far as the robbery is concerned, but not with regard to the murders. Since he, the prisoner, had knowledge of the intention to murder, whether he did not then make himself an accomplice by concealing it and not reporting it. States: yes, to have consented thereto, but not to have thought that it would be executed so cruelly. Whether he, the prisoner, knew of the conspiracy, and when. States: so long beforehand, and indeed at that time when the official report was drawn up.

Dutch transcription

319. zegt als vooren. vervald. zegt thans dat dit hem is entstoolen geworden: gelaten zegt Ja. AC: 3. off hy geve, niet omtrend de Linie niets daarvan heeft gesprooken en zulks zelv aangesponnen met wien hij zulx eerstelijk en voornamentlyk overleyd hee„ 5. uyt wat reeden en intentie hy geven zulx gedaan heeft waar hij geve, zijne twee hon in't hospitaal alhier logies en goude doos heeft off hij geve, de Engelschman niet een pistool heeft gegeeven, om de Luijtenant Boij dood te Schieten zegt Zal en zulx gedaan off hij gene de hand niet heeft geleend om den Luijtenant te hebben om zijn Leeven te sauveeren. over boord te werpen. /:onderstond:/ Aldus gevraagd en beantwoord inde boeijen of zijnkamer aan Cabo de goedeboo„ den 22. Septbr: 1786: ten overstaan van de E. Achtbaare Heeren Pieter Hacker en Recollement. Compareerde voor den E. achtb: raad van Iustitie deeses gouvernements de booven gem: Ian Michel denwelke deeze voorenstaande vragen met zyne daarop gegeevene antwoorden, van woorde tot woorde klaar en duidelijk voorgeleesen zijnde, betuijgde daarbij te blijven te persisteeren met bijvoeging van deese woorden tegens den Engelschman ende het overgeeven van '12 pistool te hebben gebeezigt: Brulez lui la Cervelle. en dat hij zelve het hart niet had gehad Iohannes Isaac Rhenius Praesidenten beneeven de Heeren Salomon van Echten, Iohannes Smuts Iohannes Marthinus Florak, Andries van Sittert, william ferdinand van reede van Oudshoorn, Johannes Matthias Bletterman, Christiaan Ludolph Neekling Christiaan Georg Maasdorp, Clement Matthiessen, Gerrit Hendrik Meijer en Hendrik Iustinus de Wet, Leeden uijt den E. achtb: raad van Justitie voormeld; die de minute deezes beneevens den g'interro geerden ende mij Secretaris meede behoorlijk hebben onderteekend. /: Lager:/ 'T welk ik getuijgen /:was geteekend:/ C. van Aerssen Secretaris. — L:a C: 13. 320. Aldus buijten pijn van banden van Eijders aan wel de minste bedreijging van dien gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop den 25 Septb: 1786. /:was geteekend:/ Kruijs /:en daarom beschreeven) dit merk steld eijgenhandig Iean Michel /:daaronder: / in onze praesentie /:geteekend:/ P. Sacker, I: I: Rhenius, S. vEchten Iohs Smuts, I. H. Horak, A V. sittert, wf. V Reede van oudshoorn I. M. Bletterman, C. L. Heethling C g. Maasdorp, C. Matthiesen, G: 5. Meijer, I. I. de wet. /:Lager:/ my presen„ /:geteekend :/ C: van Aerssen. Secretaris. Accordeert H Kiet Legt Ja zegt Ia. off hy geve, dezelve niet altoos in een doek onder zyn arm heeft verborgen gedragen off hij geve gem: stukken AC: 1. off hy geve, de beyde horologies met de kettingen goude doos en orelietten niet Rend. Achtervolgens het vonmis Nadere Interrogatoria Interlocutoir van den overgegeeven aan de E. Achtb: 21. en besluijt van den 22: Heeren Pieter Hacker deezer maand Septbr: en Iohannes Isaac is op heeden den 25. Septb: 1786. voor den E. Rhenius praezidenten achtb: raad van Iustitie beneevens de verdere Heeren deezes gouvernements Leeden van den E. agtb: in de boeijen of pijnkan raade van Iustitie dezes mer verscheenen den gouvernements door ende perzoon van Jean van wegens den Pro Inte„ Michel dewelke zonder„ rim Fiscaal gabriel aande pleije te zyn Exter omme daarop ter vastgemaakt op de zijner requisitie volgens onderstaande vragen Interloctoir vonnis van zoodanig heeft sfant den 21. en besluijt van woord als daar beneeven den 22 deezer maand staat aangeteekend- September bij Scherper Examen gehoord en onder vraagd te worden, den perzoon van Jean Michel. om den Luytenant Boij dood te schieten /:onderstond:/ gemcleren zegt Zal dog daarby et deeze 2 321 zegt zal in dit opzigt gevoegd, dat het beter avond aan zijn meede geve waare, dat hy antrio Pierre Oittrio heeft in bewa daarvan profiteerde ring gegeeven, met bijvoegen als Iemand anders van deeze woorden, wijl hy god voor Eem dat het beter ware, dat hy ontrio daarvan profiteer als de deeren. deeze woorden te hebben niet op voorz donderdag Compareerde ontrio dewelke hem infacie zegt dat hij de woorden gebruijkt heeft; dat het beter ware dat hy ontrio daarvan profiteert als de Heeren. dat het egter waar is dat hy gezegd heeft gij kunt god voor mij bidden. be geve, persisteerd by zijn gezegde zegt dat hy de twee horo off hij geve, zulx niet heeft logies en de doos voor gedaan om dat hy gevreesd de Dijniging aan heeft dat bij executie der gem: outrio heeft hem aangezegde fortuur de ontdekking daarvan zoude gemaakt worden gegeeven. en meede door zijn aange„ zegt neen dat hy reeel zich stelde ziekte de overtuijging is, en dat het geene te geeven, dat hij geve„ hem te laste word gelegt dat hy s'nagts Schuldig is aan't geen opstaat en doorde hem ten laste gelegt wordt. kamer wandelt onwaar is. off hij geve, thans niet bekennen zal de waarheijd op eene hardnekkige wijze te hebben verborgen. zegjt nader door de duijster heijd zulk niet regt gezo# te hebben. zegt dat niet hij geve„ maar off hij geven den bootsmans antonio den bootsmans maat, niet vermoord heeft, maat, mors dood en zoo neen wie zulx gedaan heeft geslagen heeft. wie daarvan aan de oorzaak zegt dat hij de Italiaanen is en hoedanig zig het pleegen voor de Eerste van't Complot houd en dat der moord heeft toegedragen het proces verbaal daartoe heeft aanleyding gegeeven, om dat Etienne gezegd had dat hij ze wel in zee wilde werpen. zegd zoo schuldig te zijn als off hy geve, niet is de eerste oorzaak en aanvoerder der de andere in zoo verre gepleegde moord t „het rooven aanbelangd en het doen verongeluk „ken van het schip dog niet ten belangen van moorden dewijl hij geve, van de Intentie zegd: zal daarin geconsenteerd van het moorden heeft dog niet gedagt te hebben dat het zoo wreed in zyn geweeten of hij zig dan niet meede pligtie heeft gemaakt door zulx te vertwijgen en niet aante geeven. werk zoude gaan zegt zoo lang te vooren off hij geve„ van het Complot en wel in die tijd wan heeft geweeten en wanneer neer 't proces verbaal is opgemaakt geworden 12 bidden kon 5 4. 6. 6. 11 8 8 M. F. 10. 11.

NL-HaNA_1.04.02_4319_0349 view scan ↗

English

12. Since he says that the pistol was given to him, just as he gave the same to the Englishman to shoot the Lieutenant dead, who gave him that pistol, or from where did he get that pistol? Answers yes. Says that he took a pistol from two that were lying under the Captain's cot wrapped in a handkerchief, and which were loaded, and that the second pistol was taken by another. 13. Whether he did not give the Lieutenant a blow with a cutlass? Says he gave the Lieutenant a blow which missed. 14. Whether the said Lieutenant Boij did not plead with him for his life? Says that he gave Lieutenant Boij a blow and dropped the axe because the Lieutenant hit his sore thumb, that he subsequently, together with the others, picked up the said Lieutenant in order to throw him overboard. Was underwritten: Thus questioned and answered in the shackles or torture chamber at the Cape of Good Hope on 25 September 1786, in the presence of the Honorable Messrs. Pieter Hacker and Johannes Isaac Rhenius, presidents, as well as Messrs. Salomon van Echten, Johannes Smuts, Johannes Marthinus Horak, Andries van Sittert, William Ferdinand van Rheede van Oudtshoorn, Johannes Matthias Bletterman, Christiaan Ludolph Neethling, Christiaan Georg Maasdorp, Clement Matthiessen, Gerrit Hendrik Meijer, and Hendrik Justinus de Wet, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly subscribed the original minute hereof together with the interrogatee and me, the secretary. Lower was written: Which I witness. Was signed: C. van Aerssen, Secretary. Re-examination Appeared before the Honorable Court of Justice of this government the above-mentioned Jean Michel, who, this preceding interrogatory with his answers given thereto having been read to him word for word, clearly and distinctly, declared to abide and persist therewith, desiring that nothing shall be added thereto or taken therefrom. Was underwritten: Thus re-examined without pain of bonds of irons or the least threat thereof at the Cape of Good Hope on 26 September 1786. Was signed: Jan Missieux. Lower was written: In our presence. Signed: P. Hacker, J. I. Rhenius, S. v. Echten, Johs. Smuts, J. M. Horak, A. v. Sittert, W. F. v. Reede van Oudtshoorn, J. M. Bletterman, C. G. Maasdorp, C. Matthiessen, G. H. Meijer, H. J. de Wet. Lower was written: In my presence. Signed: C. van Aerssen, Secretary. Agrees: A. Kies, sworn clerk. Letter A 14. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this Government, the detainee Pierre Oictio, native of the vicinity of Paris, of competent age, who, at the requisition of the Fiscal pro interim, the Honorable Gabriel Exter, declared it to be true: That around the middle of the week just passed, and indeed by estimation on Thursday evening, the fellow detainee Johan Michiel, of Nantes, gave to him, the appearer, as they are imprisoned in one room, two gold watches, a gold box, and two gold chains, saying: "It is better that you have it than the gentlemen," that man having further recounted to the appearer that he had kept the aforementioned goods hidden under his armpits in a handkerchief belonging to the murdered Captain during his imprisonment. The appearer declaring that the above-mentioned Johan Michiel continually feigned illness during the day, yet got up at night and walked around in the room and [illegible] what he had eaten and drunk in the evening; as well as that the little Fleming with whom the appearer is presently imprisoned had said to the appearer: "that Frenchman may pretend to be ever so innocent, he is still just as guilty as any of the others." Declaring nothing more, the appearer gives as reason of knowledge as in the text, being prepared to confirm the same further under oath. Thus passed at the Cape of Good Hope on 25 September 1786, before Messrs. William Ferdinand van Rheede van Oudtshoorn and Johannes Smuts, members of the Honorable Court aforesaid, who have duly signed the original minute hereof together with the appearer and me, the sworn clerk. Was underwritten: Which I witness. Was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. Re-examination Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this Government, the detainee Pierre Outrio, who, this above statement of his having been read to him word for word, clearly and distinctly, declared to abide and persist therewith, desiring that nothing shall be added thereto or taken therefrom, and therefore spoke in confirmation of the truth thereof in the French language the solemn words: "So help me God Almighty." Was underwritten: Thus re-examined and sworn at the Cape of Good Hope on 7 October 1786. Lower was written: A cross, and written around it: this cross was placed by the appearer's own hand. Still lower: In my presence, R. J. van der Riet, sworn clerk. In the margin: As commissioners, signed: W. F. v. Rheede van Oudtshoorn, Johannes Smuts. Agrees: H. V. Rees, sworn clerk.

Dutch transcription

322 A 12. zegt Ia. daar hij geven zegt dat hem zegt dat hy geve, een het pistool is gegeeven pistool heeft genomen gelyk hy geven het zelve heeft van twee die onder gegeeven, aan den Engelschman de Rooij van den om den Lieutente dood te Capitain hadden ge„ leegen in een neusdoeg schieten — wie hem dat gewonden, en geladen pistool gegeeven of van waren, en dat het waar hij dat Pistool ge„ tweede pistool door haald heeft een ander was genoomen. zegjt den Lieutent„ een kap Off hij geven den Lieutenant gegeeven te hebben niet een kap heeft gegeeven. die gemist heeft! zegt dat hij de Lieutent„ Boij een kap heeft gegeeven en den byl laten vallen door dien den lieutent, hem geven aan zijn zeere duijm raakte dat hy voorts neevens de andere gem: Lieut„ heeft opgenoomen, om hem over boord te werpen! 14. off gem: Lieutenant Boij hem geven niet heeft gebieden om zijn Leeven. /:onderstond:/ Aldus gevraagd en beantwoord aen de boeijen of pijnkamer aan Cabo de goede Hoop den 25 Septbr: 1786. ten overstaan van d' E. Achtbare Heeren Pieter Hacker en Iohannes Isaac Rhenius praesidenten mitsg„s de heeren Salomon van Echten, Ioh:s Smuts, Iohannes Marthinus Horak, Andries van Sittert, william ferdinand van rheede van oudshoorn, Iohannes Matthias Bletterman, Christiaan Ludolph Neeteling Christiaan georg Maasdorp, Clement Matthiessen, gerrit Hendrik Meijer en Hendrik Justinus de wet, Leeden uyt den E. Achtb: raade van Iustitie voorm: die de minute deezes beneevens den g'interrogeerde en mij secretaris meede behoorlijk hebben gesubscribeerd. /:Lager:/ 'T welk ik getuijgen /:was geteekend:/ C: van Aerssen Secretaris— Compareerde voor den E. achtb: raade van Iustitie deezes gouvernements de boven gem: Iean Michel dewelke deeze vooren staande Interrogatoria met zijne daarop gegeevene responsive van woorde tot woorde klaar en duijdelijk voorgeleezen zynde betuigden daarbij te blyven Recollement en per 13. 1 persisteeren met begeerte dat daarniet bij ofte van gedaan worden zal, /:onderstond:/ Aldus buyten pijn van banden van Eysers dan wel de minste bedreijging van dien gereco leerd aan Cabo de goede Hoop den 26 Sept 1786. — /:was geteekend:/ Ian Missieux. /:Lag in onze praesentie /:geteekend:/ P: Back I I. Rhenius, S. VEchten, Iohs, Smith I. M. Horak, A. V Sittert, W: f v: Reede van oudshoorn, S. M. Bletter man, C. g. Maasdorp, C: Matthies G. S. Meijer, P: P. dewet, /: daarinder mij praesent /:geteekend:/ C. van Aerssen Secretaris.— Accordeert A Kies V gem Clerq G 32 L„a 14: Compareerde voor ons ondergeteek gecommitt:s uit den E Agtb: Raad van Justitie deezes Gouvernements den gedetinee„ „den Pierre Oictio omtrend Parijs geboortig van Competenten ouderdom, dewelke te requi„ „sitie van den pro Interim Fiscaal dE Gabriel Exter verklaarde hoe waar is Dat omtrend het midden der even afgewee„ „kene week en wel na gissing op donderdag avond den mede gedetineerden Iohan Michiel, van Nantes aan hem Comp:t vermits zijl in eene kamer gevangen zitten gegeeven had Twee goude Poorlogies, Een goude doos en Twee goude kettingen met te zeggen het is beter dat gij het hebt als de Heeren hebbende die man nog aan Dem Comp:t ver „haald dat bij de voorm: Goederen gedurende syn gevangenis onder sijne oxelen in een Neusdoek den vermoorden Capitain toebeho„ „rende verborgen gehouden had. — betuigen, de den Comp:t dat bovengem: Iohan Michies over dag zig geduurig ziek gehouden egter 's nagts opgestaan en in't vertekt rond ge„ wandelt en't geen hij aanavond gegeeten en gedronken had, als mede dat den klijn vlaminger bij dewelke den Comp: thans gevangen zit aan hem Comp: Gezegt. had die Frans„ „man mag zig nog zo onschuldig houden, hij heeft dog zo veel schuld als een der anderen Niets meer verklarende geeft den Comp voor reeden van weetenschap als in den text bereid zijnde zulx nader met Eede gestand 324. aan Cabo de goede Hoop den 7 8=br 1786 gesland te doen Aldus Gepasseert aan Cabo de Goede Hoop den 25 Sept: 1786. voor de Heeren William Ferdinand van Rhiede van Oudshoorn en Iohannes Smuts Leeden uit den E: Agtb: Raad voorm: die de minute deezes nevens den Comp: en mij gezw= Clercq mede behoorlijk hebben ondertekend. — /:onderstond:/ T welk ik Getuige /:was get:/ R J: Van der Riet, gezwo Clercq, Compareerde voor ons ondergeteek Gecommitt:s uit den E Agtb: Raad van Justitie dezes Gouvernements den Gedetineer„ den Pierre Outrio, dewelke deze Sijne bovenstaande verklaring van woorde tot woorden klaar en duidelijk voorgeleesen weezende betuigde daarby te blijven persiteeren met begeerte dat 'er niets bij ofte van gedaan worden zal, en spreek derhalven te bevestiging de waarheid van dien in de Fransese Taale de solemneele woorden zo waarlijk help mij goa Almagtig /:onderstont/ Aldus Gerecolleerd en beeedigt Recollement Accordeert. - een kruijs en daar om schreeven dit kruijs heeft den Comp: eigenhandig gesteld. /:nog lager:) mij praesent RL: van de Riet gest: Clercq /:in margine:/ als gecomm: / geteek:/ W: F: V: Rheede van Oudshoorn, Iohannes Smuts. - HV Rees gem Clercq 1 /:Lager:/

NL-HaNA_1.04.02_4319_0353 view scan ↗

English

325. L„a C: 15 Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the said Augustinus Scheir of Savelon, who answered the adjacent questions as recorded beside each of them. Articles drawn up and delivered to the commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, in order that Augustinus Scheir of Savelon, prisoner here, be heard and interrogated upon them at the requisition of the interim Fiscal here, Gabriel Egter, his responses to be given being duly recorded in the margin. Article 1. States: Augustinus Schein of Savelon, 18 years old. Question: The examinee's name, age, and place of birth. Article 2. States: on the French private vessel la Rosette belonging to a merchant in Bordeaux whose name is unknown to the examinee, and who is also soon to arrive here himself with a ship with which he is going to Isle de France. In the capacity of cook, having however been hired as an ordinary seaman. Came ashore in the night between 14 and 15 August. Question: On what ship, in what capacity, and when did the examinee arrive here? Article 3. States: to have been manned with 12 men consisting of: the Captain M. La Borse, the second huholahan, the Mate Boij, the Boatswain Maillart, the Boatswain's Mate Bernart, the Carpenter Francies Ros, with the examinee, four sailors and the boy. Sailed, to his recollection, from Bordeaux in the beginning of May, as they had a voyage of 12 weeks. Question: With how many crew the said ship was manned, and when and from where it sailed? 326. Article 4. States: that after they had been at sea for 3 to 4 weeks, the Italian Etienne Palpasco had refused to work, and being ordered by the chief mate and the boatswain to compel him thereto with blows, as he did not wish to perform such, the chief mate gave the said Etienne a slap with the hand, whereupon Etienne answered by picking up a trough from which the chickens had eaten and striking at the chief mate with it. That furthermore, 2 weeks before their arrival here, the Englishman Thoma having gotten into a dispute with the boatswain, the said boatswain struck him with an eating trough, against which the Englishman having defended himself, the mate rushed up, and further the Captain with the drawn sword; that further, when it was quiet again, two pistols and some guns were loaded by the Captain, with the statement that he would shoot dead the first who was not quiet; says he himself had no quarrel with anyone; subsequently that the boatswain came to blows with the Captain and that the Captain also had words with the Lieutenant. Question: Whether during the voyage any disputes and unpleasantnesses occurred, and whether he himself had the like? Article 5. States: that no one was in irons except the aforesaid Italian Etienne Palpasco, who for reasons mentioned in article 4 was locked in irons by the carpenter on orders of the Captain, and was released again the following day in the evening by the same carpenter on the aforesaid orders. Question: Whether one or more of them were put in irons, who, and by whom set free again? Article 6. States: yes, and that this was carried out in a very short time; that he, the examinee, had also been forced to participate because he had been threatened by the Italian that he would also be beaten to death if he were unwilling to do so. States upon re-examination that he was not threatened at that very moment. Question: Whether they did not execute this on the same evening with the murder of the Captain, Second, and Mate, two petty officers, and a boy? Article 7. States: that nothing of this had been said to him, the examinee, until two o'clock at night, while the boatswain had the watch and the Captain, who had handed over the watch to the boatswain, along with the chief mate had gone to sleep. When he, the examinee, was called out of his bunk by both Italians and told that they intended to beat the Captain and the mate to death, whereupon he answered that this would not end well, and that he, the examinee, lay down again; that further the two Italians came to the examinee a second time, provided with axes, and told him that they wanted to carry out the aforesaid, and that he, the examinee, must kill the chief mate with the carpenter. Question: Whether the examinee did not agree with several persons of the crew to run away with the ship and make themselves masters thereof? Article 8. States: on Saturday afternoon, being the twelfth of August, to have doubted whether they saw land, but that the next day, namely Sunday, they had the shore fully in view; that on that occasion the Captain ordered a dram to be given to the crew, which was refused by the two Italians and the Frenchman named Lionois, as well as by the Lieutenant Boij, but that this was accepted by the rest of the crew. Question: On what day and time did they get the Cape shore in sight?

Dutch transcription

325. L„a C: 15 Compareerde voor ons onderget. Articulen gedaan maken en aan heere gecommitt: s uijt den E. Agtb: raad gecommitt„s uijt de E. Agtb: raad, van Iustitie deeses gouvernements van Iustitie deses goevernements gem: augustinus Scheir van Savelox overgegeeven, omme daarop ten ne„ dewelke op de neevens staande „quisitie van den pointerim Fiscaal vraagen zoodaanig ge antwoord alhier gabriel Egter gehoord en onder„ heeft als besijden eene yder aange„ „vraagd te worden Augustinus Scheir „tekend staat, van Savelon gev„e alhier zullende des„ „selfs te gevene responsive en margine behoorlijk moeten worden bekend gesteld. Legt Augustinus Schein van Savelon des gevr: naam ouderdom en geboor„ „te plaats. Oud 1t Jaar Met wat schip en in wat qualiteijd zegt met het fransh particulier scheepje la Rosette toebehoorende en wanneer hij gevr: alhier is aange„ een Coopman te boerdeaux wiens naam „ land? den gevr: onbekent is, en dewelke ook binnen korten hier zelve met een schip staat te koomen waarmede hij na Isle de france gaat. In qualitijd als kok, zynde egter aan„ „genoomen als Iong Mattroos. Aan de wal gekoomen in de nagt tusschen den 14 en 15. Augustus. — Zegt. bemand geweest te zijn met Met hoe veel volk gemelde schip is bemand geweest en wanneer uijtgesijld 12 man bestaande uijt. en van waar! de Capitain M. La Borse de seconden huholahan. de Stuurman Boij de Bootsman Maillart de Bootsmansmaat Bernart de Timmerman Francies Ros Met de geve Vier Mattroosen en den Ionge Uytgesijld na zijn gedagten Art: 1 2. in 326. Art: 6. van Bourdeaux. in't begin, van Maij alzoo zij een reijse van 12 Weeke hebben gehaal zegt dat nadat zij 3. â 4 weeke Of niet geduurende de reyse eenige in zee ware geweest de Italiaane geschillen en onaangenaamheedens Pailpasco Etienne & het werken ge„ zijn voorgevallen en of hij selve niet „weigerd had en door de opperstuur„ diergelijke gehad heefdt: „man en den bootsman geordon„ „neert zijnde om hem hem met slagen daartoe te porceeren/ dezelve zulx niet willende presteeren den opperstuurman gem: Chienne dz Pailjas een klap gegeven had, met de hant waar op btienne zul beant„ Jaclasco „woord had met een bak daar de hoenders uijt gegeete hadden op„ „teneemen en met deselve na de opperstuurman te slaan. — dat wyders 2 weeke voor hun arrivement hier den Engelsman Thoma met den Bootsman geschil hebbende gekreegen, gem: bootsman den zelve met een Etens bak had geslagen, waarteegen den Engelsch man zig te weer hebbende gesteld, de stuurman toege„ schooten is, en Voorts de Capitain met de Bloote deegen, dat voorts wanneer het weder in stilte was, door de Capitain Twee pistoolen en eenige geweeren zijn gelade geworden, onder het zegge van den Eersten die niet stil was, dood te zullen schieten, zegt zelve geen rusie met iemant te hebben gehad, vervolgens dat de bootsman met de Capitain handgemeen is geweest en dat de Capitain ook met de Luytenant woorde heefd gehad. — Art: 5 zegt dat niemant in de boeije of niet een of meer van hunt zijn geboeijd geworden wie en door wie is geweest als voorn: Htaliaan weederom bevreijt. „hilgasco btienne as dewelke om reedenen in ark: 4 vermeld door de Timmerman op ordre van de Capitain in de boeijen was geslote en den anderen dag 's avonds door dezelve Timmerman op ordre voorm: wederom was Losgelaten. Zegt Ia. en dat zulx in szijl: zulx niet op de zelve avond zeer korten teijd geschied uijtgevoert hebben met het vermoore was, dat hij getr: mede van den Capitain, Seconde en Stuur„ had moeten doen, om dat „man, twee onder offecieren en een hij door de Italiaan was Jonge! bedrijgd geworden ook te sullen dood geslaagen worde in dien hij daar toe onwillig was. Zeg bij recollement dat hij niet is gedrijgd geworden op dat ogenblik. zegt dat hem gevn: daar niets of hij gevr: niet met meerderen van gezegt was geworden tot persoonen van het volk zijn eens ge„ 's nagts om twee uuren terwijl „ worden, om het schip af te loopen de bootsman de wagt haden en zig meester daarvan te maa„ de Capitain die de wagt aan „ken de boodtsman had overgegee„ „ven, beneevens de opperstuurman zig te slaapen hadden gelegd. — Wanneer hij gevz: door de beyde Ihaliaane uijt zijn kooij was geroe„ „pen, en aangezegt „ dat zij van sints waaren, om de Capitain en de stuurman doot te slaan, waar op hij g'antwoord had, dat zulx niet wel zoude afloopen, en dat hij gevr: zig weder had neder gelegt, dat voorts de tweede Italiaane andermaal met bijle voorsien bij de gevr: waaren gekoomen, en hem gesegt. dat zij het voorsz: wilde ter uijtvoeg brengen, en dat hij geor: met den timmerman den opperstuurman dood slaar Zegt Saturdags sagtermiddags Op wat dag en tijd tijt de Caabsche of den twaalfde August getwijffeld wal in het gezigt hebben gekreegen! te hebben of sij land zagen, dog zij des anderen daags naamentlijk zondags de wal volkoomen in't gezigt hadden, dat bij die gelegendhijd de Capitain g'ordonneert had om het volk een soopje te geeven het geen door de twee Italiane en den fransman genaamt Lionois was geweijgerd geworden, beneevens door den Lieutenant Boij dog dat zulx door het overige volk was g'accepteerd geworden. Legt. Art: 4 5 7. 8:

NL-HaNA_1.04.02_4319_0355 view scan ↗

English

327. Article 9. What instrument or weapon he, the interrogate, employed for that purpose, and upon whom he laid hands. Answers that he received a hammer from the stall, but that he nevertheless made no use of it, because the Captain, being pursued by the Italians, came running toward him and grabbed him, the interrogate, by the head; the Captain, however, was beaten to death on the quarterdeck by the aforementioned Italians, while the first mate had been beaten to death in his bunk by the Carpenter; the other Italian, named Anthoine Tagliasco, with the help of Lionois, had beaten the boatswain to death; the boatswain's mate having been murdered together with the Captain on the quarterdeck by the brother Etienne Tagliasco, and the perpetrators were equipped with axes and adzes; declaring further that the Boy, having been called up on deck, he, the interrogate, was ordered by the Italians to beat the said Boy to death, but Lieutenant Boy had rushed forward with an axe, saying that he himself wished to murder the Boy, which he also executed with several blows; that finally, in the afternoon, Lionois, having seen that Lieutenant Boy had concealed some letters and papers, seized him by the breast; furthermore, the Englishman having been called over, they attempted to throw him overboard, but unable to succeed properly with that, the Italian Etienne Tagliasco seized him by the feet and thus threw him overboard, whereupon the Lieutenant, having grabbed hold of a rope of the ship, the aforementioned Italian struck him another blow to the head, after which they still saw him swimming as long as they could keep him in sight. Article 10. Which of them gave cause to this and with how many persons they executed this. Answers that the Italians Etienne and Anthoine Tagliasco had first spoken of it, and that was for the reasons that the one, as mentioned above, had been put in irons, and furthermore because they did not receive enough rations, he, the interrogate, having had to distribute the rations and never having dared to give enough; says further that he indeed had a hammer, but that he murdered no one, having nevertheless been obliged to assist the others, because otherwise his own life was not safe, just as they had also wanted to murder him, the interrogate, and the carpenter; he declaring further that they had intended to do away with the Englishman as well, who for that reason was not called to the murdering, but nevertheless remained alive, as the deponent presumes, because he joined in with the others. Article 11. Whether they did not furthermore throw the dead bodies overboard and who assisted therein. Answers that in the early morning they threw the corpses overboard, wherein they were all helpful to one another, such that they tied all the corpses together, except for the Lieutenant, to an anchor, and furthermore cast the anchor with these corpses into the sea. Article 12. Whether he, the interrogate, then did not open any chests and take away the money and other valuables found therein. Answers that he cannot say who opened anything, because he, the interrogate, constantly stood at the helm, but that he had heard that the chests of the Captain and the first mate had been opened, from which they had taken some clothes and goods, which they had all put into a sack, and afterward, coming ashore, divided among themselves, and hid a part thereof in the woods near the stranded ship; the deponent declaring at the same time that from the place where he stood at the helm he saw that two chests of the first mate were opened in the hold, the one packed with firearms and silk stockings, from which they cast the firearms aside, but on the other hand packed the silk stockings into sacks and took them along, which they in like manner secured on the beach; that in the largest chest were found gold watches with chains and other gold ornaments; they took a portion of the gold and silverware, as well as the money, along and dealt with the remainder as aforementioned; he, the interrogate, testifying to have received nothing else for his share than a

Dutch transcription

327. Art: 9. zegt een hamer van de stald„ Wat instrument of geweer hij gevr: „aane te hebben gekreegen daar toe heefd g'emploijeerd en aan wie dat hij egter van dezelve geen hij zijn hand gelegt heeft. gebruikt heeft gemaakt alzoo den Capitain door de Haliaazen vervolgt hem te gemoet koomende hem gevr: bij het hoofd heefd vastgehouden zynde de Capitain egter door de gem: Italiaane op het halve dek dood geslagen ge„ „worden, terwijl den opperstuurman door de Timmerman in de kooij was dood geslagen, hebbende de andere Italiaan met naame Saildasco Anthoine Kllax, met behulp van Lionois de boodtsman doodge„ Tailjadro „slagen, zijnde de bootsmansmaat door de broeder Etienne lan benevens den Capitain op het halve dek vermoort en de daaders voorsien geweest met bijle en dissels - declareerende verders dat de Jonge na booven geroepen zijnde hij gevr: door de Staliane g'ordonneert was, om gem: Ionge dood te slaan, egter de Luijtenant Boij bygeschoten was met een bijl onder het zegge dat hij zelve de Jonge wilde vermooren, het geene hij ook door eenige slagen heeft werkstellig gemaakt, dat eyndelijk sagter„ „middaags Lionois gezien hebbende, dat de Luitenant Boij enige brieve & papiere geborgen had, denselve bij de borst had genome voorts de Engelschman daarbij geroepen zijnde zij getragt hadde hem buyte boord te gooijen, edag daarmeede niet te recht hebbende kunnen koomen, de Italiaan Hienne Tailjasco zas hem bij de voete had gevat en zoodanig over boord geworpen, wanneer hij Luijtenant na een touw van 't schip hebbende gegreepen gem: Italiaan hem nog een kap in 't hoofd heeft gegeeven waarop zij hem nog hebbe zien zwem„ „me zoo lang als zij aan konnen zien zegt dat de Italiaanders Wie van hunt: hier toe aantijding Sailjaoco btienne en anthoine Kas heeft gegeegen en met hoeveel het eerste daarvan gesprooke persoonen zij dit verrigt hebben: hadden, en dat om reedene dat de een als boven gem: in de boeijen was geslooten geworden, en voorts om dat zij geen randzoen genoeg kreegen hebbende hij gevn het randsoen moeten uytgeven, en nooijt genoeg durven zegt dat hij niet zeggen kan wie Off hij gevr: dan niet eenige kisten iets g'opend heeft, terwijl hij gev„e heefd g'opend en't daar in bevindelijk gestadig aan 't roer heeft gestaan gelden andere kostbaarheedens wegge„ maar dat hij gehoord had, dat de „noomen kisten van de Capitain en opperstuur„ „man waaren g'opend geworden, waar uijt zij eenige Cleederen en goe„ „deren hadden genoomen, dewelke zij alle in een zak gedaan, hadden en naderhand aan de wal koomende, onder elkanderen gedeeld, en een ge„ „deelte daarvan in de Bossche bij 't gestrand schip verstooken, de Claare„ „rende hij ged„e teffens van de plaats daar hij aan't roer gestaan heefd gezien te hebben dat er in't ruijm 2 kisten van de opperstuurman zijn g'opend de eene gepakt met geweere en zeijde kouzen, waar van zij de geweeren op zeyde gegooijt daarenteegen de zeide Rousen in zakker gepakt en meede genoomen hebben, die zij op gelijke wijze aan strand geborgen hebben, dat in de grootste kist is gevonden geworden goude horologies met kettingen en andere goude Cieraden, hebbende zyt, een gedeelten van 't goud en silver werk beneevens het geld meede genoomen en met het overige gehandelt als boven gem: betuijgende hij gevr: niets anders voor zijn aandeel gekreegen te hebben, als Art: 12. Art: 11. zegt in den vroegen morgenstond off zyt: niet voorts de doode Lichaamen de leiken overboord geworpen te over boord hebbe gegooyd en wie daar„ hebben waar in zij elkanderen alle „ bij behulpzaam is geweest„ behulpzaam zijn geweest zoo dat zij de lijken alle te zaamen, behalven de Luijtenant aan een anker hebben vast gebonden, en voorts het anker met deeze lyken, in zee geworpen hebben. geeven, zegt wyders dat hij wel een hamer heeft gehad, dog dat hij nie„ „mand heeft vermoord, hebbende heij egter de andere wel moeten helpen, om dat hij anders zijn eijge Leeven niet zeeker was, gelijk zij hem gev„en en de timmerman ook hadden willen vermoonde decla„ „reerende hij verders dat men van zints was geweest om de Engelsman ook van kant te helpen, die daarom niet tot het vermoorden ge„ „roepen was, egter leeven bleef gelijk de ged„e presumeerd om dat hij nee„ „vens de anderen meede heefd gedaan. gee„ Een

NL-HaNA_1.04.02_4319_0356 view scan ↗

English

388 Article 13. What the interrogated person received for himself, and what the others took for themselves. A gold watch, a pair of silver buckles, and seven Spanish dollars, while the others each received a gold watch with chain and ornaments, and to his best recollection each 15 Spanish dollars in money, Lionois having moreover quietly taken a gold watch and a ditto snuffbox. Article 14. Whether, having done this, they lowered the boat and went ashore in it. States as before. States that the two Italians did not launch the boat with the Englishman, and that while the Frenchman stood at the helm and he, the interrogated, was forward in the hold with the carpenter to cut a hole in the ship, he attests that the two Italians themselves were of the intention to leave the carpenter in the ship, the interrogated having therefore remained with him in order to watch out for that. Article 15. At what time and in what place they came ashore. States that they came ashore during the night at around 10 to 11 o'clock next to the Table Mountain against a corner on a sandy spot. Article 16. Whether they stayed together or separated immediately. States that they stayed together until the next morning, having moved only a little further from the beach to await the day, when they separated three by three, namely he, the interrogated, with the Frenchman and the Englishman, the carpenter having gone with the two Italians. Article 17. What could have moved him, the interrogated, to such an inhuman enterprise and terrible counsel. States that he had no reason for it, but that he had to do so in order to save his own life, having been unable to stop it, nor having had time to warn the captain. Thus questioned and answered at the Cape of Good Hope on 31 August 1786. Before the gentlemen William Ferdinand van Rheede van Oudshoorn and Johannis Smuts, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who duly signed the minutes of this together with the interrogated and me, the Secretary. Below: Which I witness. Was signed: C: van Aersen, Secretary. Appeared before the undersigned delegates from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government the above-mentioned Augustinus Scheir, to whom these preceding points of interrogation, with his responses given thereto, were read out clearly and distinctly word for word, attesting that he persists therein, in so far as he did not declare otherwise in his further interrogation. To be re-examined. 329. Letter C: 16 Further articles prepared and delivered to the gentlemen delegates from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, in order to be heard thereon at the requisition of the pro interim Fiscal G: Exter: Augustinus Schier of Ghent, prisoner here. His responses to be given shall be duly recorded in the margin hereof. Appeared before us, the undersigned delegates from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, Augustinus Schijer, who answered the adjacent questions as noted alongside each of them. Thus done and re-examined at the Cape of Good Hope on 27 September 1786. Was signed: Augustinus Scheir. Below: In my presence, C: van Aersen, Secretary. In the margin: As delegates was signed: W: F: V: Reede van Oudshooren and Joh:s Smuts. Article 1: With whom he, the interrogated, first arrived, when and where at the Cape, and how long they stayed there. States that after he, the interrogated, left the beach with the Englishman and the Frenchman, they arrived in the mountains at a small house where they ate and drank a little, subsequently having left there, since they told that man that they wanted to go to the Cape, that man pointed out to them where the right way was, as they according to that man's statement were on a wrong way, after that they came from there hither, the second day or on Wednesday at the house of a certain French sergeant, where they stayed until that evening, subsequently that evening they were transported from there into custody. Article 2: What goods he, the witness, took with him, and whether and which he left behind on the beach. States a gold watch, a pair of large silver shoe buckles, and seven Spanish dollars, the Frenchman having had the custody of the above-mentioned watch along with four others as well as a gold snuffbox and some other small items, of which the Frenchman upon their separation gave to the Englishman three watches, among which one belonging to the interrogated is included. Article 3: States to have left behind on the beach one of those sacks which the carpenter had prepared and distributed for them, there having been in the sack of the interrogated some long trousers, shirts, silk and linen stockings. H Keel, First Clerk. Agrees.

Dutch transcription

388 Een goud horologie, een paar zilver gespen en seeven spaanse Matten, verwijl de andere ieder een goud horologie met ketting en Cieraden hebben genooten, en na zijn best onthouden yder 15 spaanse matte aan geld, hebbende Lionois nog buijten dien in stilte, een goud horologie en Zegt als vooren. zegt dat de beijde Italiaane Off zyt, dit gedaan hebbend de schuyt met de Engelsman de schuijt niet uytgezet hebben, en daarmeede hebben uijtgezet terwijl de na de wal gevaaren zijn. Fransman aan 't roer stond en hij gesz: bij de timmerman voor uijt in 't ruijm was om een gaf in 't schip te kappen, betuijgende hij dat de twee Italiaanen zelve van meening waaren om den timmerman in 't schip te laaten, zijnde hij gev„e daarom bij hem gebleeven, om des weegens opte passen. zegt in den nagt omtrent Hoe laat en in wat plaatze zyt. aan 10â 11 uuren aan de wal te Land zijn gekomen. zijn gekoomen naast de ta„ velberg teegens een hoek op een Legt te zaamen g'bleeven te Opfzyl. te zaamen zijn gebleeven zijn tot s' anderen daagsmon„ ofte zig dadelijk gesepareerd hebben! „gens, hebbende zij maar een weynig verder van strand zig begeeve omdendag aftewagten, wanneer zij drie aan drie van Elkaar zijn gegaan, namentlijk hij gevr: met de franschman en de Engelschman zijnde de timmerman gegaan met de twee Italiaanders. — Art: 13. Wat hij gevr: voor zijn persoon heeft genooten en wat de overige na zig hebben getrokken. Art: 17. zegt daar toe geen reeden te wat hem gevr. tot een zoo onmenscha„ hebben gehad, maar dat hij zulx „lijk bestaan en gruwelijke raad heeft moeten doen, om zijn eijgen heeft kunnen beweegen„ Leeven te behouden, hebbende hij het zelve niet kunnen teegen houden, ook geen tijd te hebben gehad om den Capitain te waarschouwen. — Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de Goede Hoop den 31 Augustus 1706. — voor de heeren William ferdinand van rheede van Oudshoorn en Iohannis Smuts leeden uijt den E: Agtb: raad van Iustitie voorm: die de minuten deeses beneevens de gevr: ende mij Secretaris meede behoorlijk hebben onderteekend. — /Laager / 'T welk ik getuijgen /was geteekend/ C: van Aersen Secretaris Compareerde voor de onderget: gecommitteerdens uit den E. Achtb: Raade van Justitie deeses goev„ boven gem: Augustinus Scheir, dewelken deezen voorenstaande vraagpoincten, met zijne daar op gegeevene responsiva van woorde tot woorden klaar en duidelijk zijnde voorgelezen, betuigende daar bij te blijven persisteeren, in zo verre hij bij zijn nader verhoor niet anders heeft gediclareerd. Recollemer. /onderstond Art. 17. /onderstond/ een d„s Snuysdoos genoomen 14. 15. 16 Sandige plek. 329. L„a C: 16 /onderstond/ Compareerde voor ons ondergetee¬ Nadere Articulen gedaan maaken kende gecomitt:s uyt den E Agtb Raad en aan Heeren gecommitt=s uijt den Aldus gedaan en gerecolleerd aan Cabo de Goede van Justitie deezes gouvernements, E Agtb: raade van Justitie deezes gou„ Hoop den 27. September 1786. was getekend Augustinus Augustinus Schijer dewelke op de vernements overgegeeven omme ter Scheir /Laager / mij present C: van Aersen secretaris nevenstaande vragen zodanig geant requisitie van den prointerim Fiscaal /:in margine:/ als gecomm„s /was getekend/ W: F: V: Reede woord, heeft als bezijden een ieder G: Exter daar op gehoord te worden Au„ van Oudshooren en Joh„s Smuts. „gustinus schier van gent gev=e alhier. derselver aangeteekend staat. zullende desselvs te geevene responsive in margine deeser behoorlyk worden bekend gesteld Art 1: zegt na dat hij gev: van strand is gegaan by wien hij ged: eerst is aangekoomen, met den Engelschman ende fransman wanneer en waar aan de Caap en hoe lang aangekoomen te zijn in 't gebergte aan zijl: hun verblijf aldaar gehad hebben een klijn huijsje alwaar zyl: een wynig gegeeten en gedronken hebben, vervolgens daar van daan gegaan zijnde, vermits zijl: aan die man gezegt hadden dat zyl: na de Caab wilde door dien man henl: is aangeweezen waar de regte weg was, dewyl zyt vol„ gens zeggen van dien man op een verkeerde weg waaren, daar na zijn zylieden van daar na herwaards gekoomen, de tweede dag ofte op woensdag ten huijse van zee„ keren fransche sergant, alwaar zijl tot dien avond verbleeven zyn, vervolgens zijn zijl: van daar in hegtenis dien avond getransporteerd geworden zegt Een goude horologie Een paar groote Wat hy get: voor goederen meede zig genoo¬ silvere schoe gespen en seeven spaansche men en of en welke hij aan strand gelaaten matten hebbende den fransman, de boven„ gem: horologie met nog vier andere in be heeft waaring gehad als meede een goude snuijf doos en eenige andere klijnigheeden waar van de Transman bij hunne separatie aan den Engelsman drie horologies waar onder een van den gev begreepen is heeft afgegeeven zegt aan Strand gelaaten te hebben Een van die sakken die den timmerman voor hun „lieden klaar gemaakt, en afgedeelt hadden, zynde in de Zak van de geve geweest eenige langebroeken Hembden zijde en linne kousen. H Keel gen Clereq Accordeert Art3 Art 2

← previousnext →