Inventory 4321
Cape · 665 pages · 180 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
1335 reckoning 2½ to 3 miles off the nearest shore, transferring the position onto the round chart, from which position we sailed under God's blessing, placed our anchors on the gunwale and paid out the cables, closed the hawseholes and loaded our cannon with shot. At the changing of the dogwatch steered South. May the 20th. At sunrise the Lion's Head and Table Mountain bore in one another East by South, by reckoning ... miles, the wind North North West, moderate to fresh topgallant breeze, clear and hazy skies, took down the fore topgallant mast, had a high West and Southwester sea causing the ship to labor heavily, rigged preventers and side tackles on the masts, forestays on the bowsprit as well as the preventer stay on the foremast. Dogwatch: the wind increasing strongly from the North West to a stiff reefed topsail and lower sail breeze with squalls of wind and rain, took in all the reefs in the topsails and the reef in the mainsail, the wind suddenly shifting from the North West to South West with rain. 21st. At sunrise saw nothing during the daywatch, struck the main topgallant mast, the wind South West and South South West, reefed topsail and lower sail breeze, thick squally skies with rain, took lashings back and forth through the ports around the cowhouse and board. The main topsail came to tear at the 3rd reef, unbent it, repaired it and bent it again, still had a high Southwesterly sea, causing the ship to labor heavily, still steered South, bent the main staysail and storm staysail. Dogwatch: the wind increasing strongly under squalls and backing westerly again, and the sea becoming enraged, causing the ship to labor heavily and take in much water, resolved to heave to, secured both topsails and brailed up the reefed mainsail, immediately thereafter received a heavy squall accompanied by wind, hail and heavy lightning, let the ship run before the wind with the foresail during this squall, at 6 o'clock rounded to while pouring oil before the single reefed mizzen with the head to the North, found that the pouring of the oil had great effect in breaking the sea, the wind increasing more strongly with flying squalls constantly shifting from the South West to the North West accompanied by hail and rain and the sky as if on fire with lightning and thickly overcast, the leechlines of the foresail and mainsail happened to break, blowing them to tatters, the sea came crashing from the West and North West, becoming enraged, causing the ship 1336 to labor heavily, sent and kept the men on the yards with difficulty due to the fierce cold, as they could not secure the sails, the wind now and then becoming faint for an instant between the squalls, causing the ship to roll and scoop water from gunwale to gunwale, set our main staysail, spanker, and storm staysail to steady the ship's rigging, took in much water and had to pump steadily with 2 pumps, found 26 inches of water at the well, had dogged down all our hatches and the deadlights in the cabin. The furled main topsail blew loose from the yard, causing it to be torn to shreds, with the flying squalls lay with the lee side to the water. Dogwatch: The weather rising up most frightfully with flying storm squalls from the North West to South, the sea crashing against itself from all quarters and rising sky-high, causing the ship to labor frightfully and take in much water, had 36 inches of water at the well, pumped continually with 2 pumps, could not well use the forward pump due to the abundant water in the waist, the sky thick and as one lightning from all quarters, the fore topsail blew loose from the yard and was blown to shreds, as well as the jib and main topmast staysail, of which we salvaged some pieces that remained hanging here and there in the shrouds, the main staysail also tore because of this, and the spanker and storm staysail blew squarely out of the bolt-ropes, salvaged as much of them as possible, had the rolling hitches on the mizzen and a preventer backstay on the yard, could set no more sail then than the mizzen, as all our sails were blown loose and to shreds, causing the ship to labor miserably between the seas, hung tarpaulins and old pieces of canvas in the mizzen rigging and two bolts of new sailcloth in the main rigging to keep the ship to the wind and give support to the ship and rigging, took in many heavy crashing seas, which smashed the waist cloths and railings in the waist to splinters, and through the abundant water taken aboard almost all our livestock came to drown and perished from hardships, had holes...
Dutch transcription
1335 gissing 2½ a 3. mylen uit de naatste wal brengen het bestek over in de ronde kaart, van welkeis bestek wy onder sods zeeger afvaarden, zetten onse ankers op het bond en steeken de touwen uit maken de klug„ sen dixt en laden ons geschat met scherp met het afgaan der hondewagt stuuxde Zuyden May den 20 Metsons opgang peilder de Leeuven Kop en Tafelberg in malkander O/z L na gissing dag mylen de wind N H WenN gemeene tot ffussche bramzeils Coelte klaare en deynsige lugt neemen de voor„ bramsteng af hadden een hooge wen zwter zee waar door het schip swaar werk te zetten zeg gins en zijtakels op de masten boegstagen op de boegspriet als meede het Hampstag op de fokke mast Platviet (de wind sterk aanneemende uit 't NW. tot styve gereefde maiszeels en onderzeils Coelte met buyen van wind en reegen neemen al de reeven ende marszeils en t rif in 't groot zeil de wind subict uit schietende van 't Nw tot Z W met reegen „ 27 Met sons opgang niets ontwaard in de dagwagt neemen de grote bramsteng af de wind Zw en LZW gereefdt marszeils en onderseils Ceelte dikke buijeje lugt met reegen neemen sJonings over en weer door de porrten om de koebing en bort kwam het groot manzeil by het 3de ref te scheuren, slaan het af verstelden het en slaan het weeder aan hadden nog een hooge Zw=te zee, waardon het schip swaar werkte, stuurde nog 20 aan slaan het groot stag Zeel en storm bok onder /:Platvoet / de wind onder buyer sterk aanneemende en weder wes„ telyker opkrimpende en de zee vervolgen de werdende waar door het schip swaar werk„ te en veel water over nam, resolveerden om by te draagen maakten beide de marszeels vast en geyden 't gereefd groot zeil kreegen daarop subst een sware buy verseld van wind en hagel en sware weerligt lieten het geduurende deese buy met de fok voor de wind loopen, om 6 uuren naaij„ de by onder het storten van oli voor de Enkelde gebolde bezaan met de kop om de Nond, ondervonden dat de storting deroly veel effect deed tot breeking der zee de wind sterker aanneemende met vleegende buien gestodig uit„ schietende van 't Zw=t naar 't NW=t verzeld met hagel en reegen en de liet als in een vuur van weerligt en dik betrokken kesamen de gordings van de Fok en geortzeil te breeken waarden deselve aan flaider sloeg de zee uit den 2wenNWt. verbolgende werdende waar door het het schip 1336 schip swaar werkte zenden en mogelijk het volk op de reys houden door de felle athd als konder de zeelen niet vast krygen tusschen de bregen nu en dan flaauw wer„ dende voor een oopenblik waar danr 't schip van bond to boord overhaalde en schepte zetten ons groot stax zeil aap en storm fok by tot steur voor 't schepen tuyg kregen veel water over er moesten gestadig pompen met 2 pompen bevonden 26 d=m water by de pomp hadden alle onse byken geschalmd en de blinden in de Caput kwam het vast gemaakte groot marszeil van de raalss te waaijen waar door het zelve aan sleuters sloep met de vliegende buyen leyde met 't lyboord aan het water /:sondewagt:/ Het weer zig alles vreeselykst verhef„ sende met vliegende storm buijer van 't Nw tot Z werde zee als uit alle hoeken teegens elkander aanstorten den en zig Hleemels kort verheffende waar door het schip vreeslyk werk te en veel water overnam hadden 36 d=m water by de pomp, pompte Continueel met 2 pompen konden door 't meenig vuldige water in de kuyl de voorpomp niet wel gebruyken de lust dik en als een weerligt met alle hoeken kwam 't voormarszeel van de rhaalss te waagen en aan sleerder te slaan als meede de kluyver en groot stenge stagz: waar van wij eenige lappen die hier en daarin 't wand bleeven hangen borgen kesam meede daars door te scheuren het groot stagzeil en de aapen storm fok vier kant uit de lyken te waagen bergen zoo veel als doenlyk van deselve hadden de sukgt servings op de bezaan en een borg perdoen op de roe konde doen geen zeil meer by zetten dan de bezaan als zoo ons alles los en tot sleuters gewaaijd was, waar door het schip tusschen de zee ebendig werkte hingen presenningen en ouden lappen doek in 't bezaans wand en twee rallen nieuw zeeldoek in 't groot wand om 't schip by te houden en steur aan 't schip en tuyg te geeven kreegen veel stort zeer over waar door de schans kleeden en leunings in de kuel aan spaanders sloeg en door het menig vul„ dige water dat men overkreeg by naal ons vee is komen te verdunken en van on„ gemakken gecreveerd hadden gasten gaten niet in
English
133 1337 bored into the waterway and bulwark to discharge the water. Due to the heavy labouring and rolling of the ship amid the raging seas between the squalls, several shrouds of the fore rigging broke, as did the lanyards and seizings of the lower rigging, both aft and forward, and the edge of the main chainwale broke, causing the masts to whip back and forth in the most dreadful manner; the rolling tackles of the topsail yards broke, as well as the lifts of the lower yards, whereby they hung peaked with the tattered sails attached to them, and the ship repeatedly rolled gunwale-under from side to side amid a most dreadful cracking of rigging and ship. The sheer-lines of the lower rigging also snapped. We took hawser cables to pass the lower rigging back and forth through the gun ports so that, in case the masts should fall together over one side or the other, or if one were forced, should the weather and sea continue longer, to cut them away, we might then better be able to clear the wreckage; we already had the axes ready by the masts, as there was no longer any thought of being able to save them. With great effort and danger to life, we got hawser cables around the masts, which we tautened back and forth through the gun ports using the capstan. Due to the heavy labouring of the ship, the bulkheads of the provisions locker on the between-decks were also smashed to pieces, and the ration casks lying therein were dislodged from their tier and smashed to pieces against the hull from side to side, so that little was left of them. We threw our ration fish hanging between decks, as well as whatever could be laid hands on, between them in order to prevent the barrels from slamming back and forth as much as possible. The steering tiller rope on the port side also snapped due to a heavy blow of the sea against the rudder. We immediately threw bedding and whatever was at hand into the helm port and rudder coat, set the relieving and tiller tackles taut, and reeved a new line. We had much water between 1330 1338 decks and much work to keep the scuppers open, as debris continually blocked them. On account of the raging sea, we steadily poured oil and tar, which we had mixed with water, pouring it overboard on the forecastle on the starboard side, and found great benefit in this. We had great difficulty keeping the crew on deck and at work, as they became faint-hearted and had already lost courage, and a large portion of them lay hidden here and there in corners and holes. We were then so caught between the seas, amid the dreadful whipping of the masts, the cracking and breaking of the rigging, and the great volume of water taken aboard, that to human eyes there was little hope of salvation left for us. May Thursday 22: At daybreak the weather calmed, though the sky was thick with drizzle. We sounded, but the lead line broke, whereby we lost a lead of 50 and a lead of 25 lb. At 8 o'clock, seeing the land through a break in the weather to the NNW to North, recognized the same as Cape Agulhas, estimated to be 2 miles off. The wind was then West to South West, so that with our head lying to the North West we were very rapidly approaching the land. We dragged the crew out of all corners and holes, put courage into them, and showed them the dangers in which we found ourselves at this moment, and that there was no salvation left unless everyone did their duty and obeyed commands in everything with courage. Thereby I placed our deliverance before their eyes and brought them to their duty. Set the fore topmast staysail and hauled home the sheet of the half-remaining foresail, after we had lowered the yard with the preventer brace, brailed up the mizzen, and wore before the wind toward the East while pouring oil, which, under God's help and blessing, we succeeded in doing, though the ship fell off very slowly so that we drew very close to the shore. We also hung tarpaulins in the weather fore rigging and took them away from the main and mizzen rigging to get the ship to fall off more quickly. Braced the yards to the wind with the remnants hanging from them and then let the ship scud before the wind to the East by South under this wretched rig. We took in much water.
Dutch transcription
133 1337 in de schregt en bort geboord tot ontlossing van het water, kwam door het sware werker en slingeren van 't schip tusschen, de verbolgene zeen tusschen de buien verscheide hoofd„ touwen van 't fokke wand te breeken als meede de taalreepen en bendzents van het onderwand zoo agter als voor te spein¬ gen, de rand van de grote rust te breeken waar door de masten op een aller vreeselyk ste wyse over en weedersloegen de stoot talies des marseel rhaas te breeken, de 't oppenander der onderrhaas waar door deselve met de daar aan zynde flarder zeylen in een piek hingen en 't schep tel„ kens van boord tot boord te water haalde onder een aller eischelijkst gekraak van tuig en schip sprongen meede de scheerlynen van 't onder wand, neemen kabel touwen om 't onderwand over en weer door de schut porten om by aldien de masten kesamen te vallen over de een of de andere zyden dan wel dat men genoodsaakt was als het weer en zee langer aan hield deselve te koppen om dan de vleet beeter te kon„ nen kuyt zaaken hadden de bylen reeds by de mosten klaar alzoo men geen ge dagten meer had deselve te kunnen behouden kreegen met veel moeijte en leevens gevaar Cabel touwen om de masten welke wij door de schut „poorten over en weeder met het spil stijf worden kwam meede door het swaar werken van het schip het provisie hok tusschen deks desselfs schotten tot Gruijs te breeken en de daar in leggende randsoen vaaten uijt zijn laag te raaken en tot gruijs te slaan tegens het boord over en weeder zoo dat er wijnig van overbleef goeijde onse randsoen visch die tusschen dek hing als mede het geen men bij de hand konde krij„ „gen tusschen het zelve om zoo veel mogelijk het over en weeder slaan der vaten te beletten kwam mede de stuur reep aan bakboord te breeken door een swaare slag der zee teegens het Roor, goeijde terstond Kooij goed en't geen men by de hand had in het henne gat en broeking zettende Nood en grond talies stijf en scheeren een nieuwe in hadden veel water tusschen behouden Deks 1330 1338 reks en veel werk om de spij gaa„ „ten op in te houden wijl daar tel„ „kens Vuijlnis voor kwam storten door de vervolgene Zee gestadig Olij en teer 't welk wij met water vermengt hadden storten het zelve op de bak aan stuurboord zijde buijten boord, bevonden daar veel Ef„ „fect bij hadden veel moeijte om het volk op het dek en aan het werk te houden alzoo dezelve flaauw hertig wordende en de moed reeds verlooren gaven en een groot gedeete van hun zich hier en daar in hoe„ ken in gaten verborgen lagen als doen zodanig tusschen de Zeen in het vreeslijk overslaan der mas„ „ten in het kraken in het breeken van het tuijg in het meenig vuldige wa„ ter dat men overkreeg dat er naar menschelijke oogenschijn weinig hoop van redding voor ons over Meij do 22: Met het aanbreeken van den dag het weer bedaarende dog de lugt dik met mot reegen Looden dog de Loodlijn quam te breeken waar door wij een lood van 50 en een Lood van 25 lb: verlooren, om 8 uuren met een blink het land ziende in 't N: N: W: tot N=de Verkende het zelve voor Caab Anguilhas giste 2 mijl daar af te zijn de wind doen aan 't W.:t Z:d w=t zoo dat wij met de kop om de Noord W=t leggende en zeer sterk het land naderde soegen het volk uijt alle hoeken en gaten spraken hun moed in 't lijf en toonde hunde gevaaren waar in wij op dit oogenblik ons bevonden en geen reeding over was dan dat een ijder zijn pligt betragten en met manmoedig„ „heid het Commando in alles te opseree„ „ren waar door ik hunlieden onse redding voor oogen stelde en tot hun pligt kreeg tuschen het voorstenge Hag, zeijl en haalde de schoot van de half overgeblee„ vene Cok bij, na dat wij de Rhaa met de loose bras neer gekaaijd hadden, geij„ „de de bezaan op en halsde voor de wind onder 't storten van Olij om de Oost, het welk ons onder godshulp en zeegen Ge„ lukte dat het schip veel dog hetzel„ „ve viel zeer langzaam zoo dat wij de wal zeer naderde, hingen mede presenningen in het loef Cokke wand en neemen die uijt het groot en bezaans wand weg om het schip te spoediger tot vallen te krijgen braste de rhaas na de wind met de daar aan zijnde Clarde en lieten het als doen om de O=t ten 7=d voor dit ranpzalig tuijg heen lensen krijgen veel water, over haalden met was.
English
our lower shrouds aft and forward as much as possible, as well as the side guys and side tackles, took cable ropes around the masts, backstays around the stays and everything that was possible to secure and support the masts; still had 36 d=m of water at the pump, pumped continuously. At 2 o'clock secured the masts, then took down the fore-topsail and hoisted a readied one into the top; could not bend it on because of the wind and the working of the ship and night was at hand, and the crew being dead tired and chilled through, bent on a mizzen for a large main-stay-sail, set the same to support the ship, also bent on the other jibs, and lay to with the readied spanker on sea to the S.S.E., the wind at S.W. to W.S.W., the weather gradually moderating and the sky clearing, and the sea diminishing; had found the head of the foremast cracked; saw 3 ships that were lying to to the S. under a single reefed mizzen; secured our foresail and mainsail, cut the rags of the mainsail and main-topsail from the yards, and secured the remainder that was left; repaired, repaired during the night the fore-topmast stay-sail and the spanker, which was torn again; with the 6 glasses of the dogwatch bent the readied spanker on again and set the same. May the 23rd. Still a stiff reefed topsails unsettled breeze with squalls, clouding over and passing sky with wind and rain to a clearing sky, dry weather, the wind W. and W.N.W., still had a high sea which caused the ship to work heavily, still had 26 d=m of water at the pump, steered thus for the ease of the ship; the preventer-ties of the fore-yard happened to break, whereby the same crashed down from above; unbent the foresail and the remainder of the mainsail, as well as of the main-topsail; inspected the rigging as much as possible, as the standing rigging and stays were mostly damaged and broken to pieces; fitted bolts everywhere; found the foremast damaged in 5 places, the mainmast a small crosswise crack; repaired the same as much as was feasible; were busy day and night with repairing the sails; set up the fore-yard; were obliged to lay her to the S., because being stripped of sail and the ship lay thus most easily on the sea; resolved in the ship's council to put in at False Bay, as appears according to resolution; set up the fore-shrouds again; bent the fore-topsail underneath and set the same with 3 reefs, as also the fore-topmast stay-sail; had still 20 to 24 d=m of water at the pump; pumped continuously; dogwatch: hauled around to the North. May the 24th. At daybreak saw 3 ships that lay to the south, two of which were recognized as Company's ships and one showed a French flag; the wind W. and W. by N., from a stiff reefed topsails breeze to light and calm; bent on the foresail and main-topsail; set the foresail, as well as the topsail with 2 reefs; set up the topmast shrouds and backstays aft and forward; unbent the mizzen to repair it, as well as as much as feasible of other sails; still had a high W. swell and a gentle breeze, which caused the ship to roll heavily; at sunset still saw the aforementioned ships; found our entire battery wet and loaded the same afresh; dogwatch: calm, let her run off before the S.W. swell for the ease of the ship and rigging. May the 25th. At daybreak saw 2 ships in the S.W.; light and ordinary topsails breeze; cloudy sky, good weather, the wind N.E. and E.N.E.; steered therewith northward; shook the 2nd reef out of the topsails; bent on the repaired mizzen; unbent the mizzen-topsail, repaired the same and bent it on again; repaired the storm-foresail; rebuilt a bulkhead of the steerage compartment in piecemeal fashion to prevent the crew access to the gunner's room and rations; cleaned between decks; found it to look miserable there; threw the spoiled provisions overboard; took the deadlights out of the coach; at sunset saw 3 ships. First watch: depth 48 fathoms, stony sandy ground; steered with the high S. swell S.S.W. to get deeper water; dogwatch: depth 50 to 54 fathoms, coarse reddish sand with small stones and shells. May the 26th. At daybreak saw 2 ships to the S.; light and calm, foggy to clearing sky, the wind veering from E.N.E. to S.W., south to East; bent on the storm-foresail and main-stay-sail; depth 70 fathoms, clean lead; the lead-line happened to break; lost a lead of 50 lb; bent the cables to the anchors; caulked the sides; afternoon: depth 45 fathoms, coarse-grained
Dutch transcription
1339 ons onder wand agter en voor zoo veel mogelijk door als meede de zij geij„ ens en zijtakels neemen Cabeltouwen om de masten perdoens om de steugen en alles wat mogelijk was om de masten vast en stuin te geeven hadden nog 36 d=m water bij de pomp, pompte nog gestadig om 2 uuren kreegen de masten vast, slaan doen het voor marzeijl af en heesschen een klaargemaakte in de mars, konde het zelve niet onder slaan door de wind en het schip en de nagt voor handen was werken van 't in het volk dood af en verkleumd zijn„ de slaan een bezaan voor een groote Aenge,stag zeijl aan, zetten het zelve bij tot steun van het schip slaan mede de andere kluijvers aan, en en de klaar gemaakte aapleij„ den het voor dezelve op zee om de Z: Z: O:t de wind aan het Z:d W=t in W: Z: w: het weer gaande weg bedarende en de lugt opklaarende en de zee afneemende hadde de top van de fokke mast gekraakt bevonden zien 3 scheepen die voor Een inkelde gebolde betaan om de Z:e bij laagen maakten onse Cok en groot zeijl vast sneeden de lappen van 't groot zijl en groot marseil van de rhaas, en maak„ „ten 't resteerende dat overig was vast verstel„ de JS Nagts verstelde 't voorstenge stag zeil en de aap die weederom gescheurd was met de 6 plaasen der hondewagtslaar de klaargemaakte aap weeder aan en zetter de zelve by— May den 23 Nogstyve gereefde marszeels ongesladige Coelte met buijen ophalende en overdryven„ de lugt met wind en reegen tot opklarende lugt droog weerde wind Wt en Wt NW had„ der nog een hooge zee waar don 't schip swaar werkte hadden nog 26 d=m water by de penp stuurden zo tot gemak van 't schep kesam de borgen Cardeel van de fikke rhaa te breeken waar door deselve van boven nederkel slaande fok en 't resteerende van 't groot zeel af als meede van 't grootmarszeil visiteeren het tuig zoo veel mogelyk alsoo het staande wand en slagers meest stuk„ kend veramponeerd was, zetten over al bou„ ten op bevonden de fokk -mast op 5 plaatsen beschadigt de grote mast een kleyne dwarsscheur versien het zelve zoo veel doenlyk was, waren dag en nagt bezig met 't verstellen der zeelen, zetten de fokke rhaa op, waren genordzaakt om het om de 2=d te leggen door dien wy van zeil ontbloot zynde en 't schip zoo 't ge„ makkelykste op zee lag, Resolveerden in den scheepsraad de baayfals aan te doen als blykt volgens resolutie zette het ook ke ward weeder aan slaan 't voorman zeil onder en zetten 't zelve van 3 zeeven by als de mede mede het voorstenge stag zeil hadden, nog 20 a 24 d=m water by de pomp, pompter gestadig /:Hondewagt/ halsden om de Noord. May den 24 Met den dag zien 3 scheepen die om de zuyd lagen, waar van twee voor Comp: scheepen verkende en een een franschen vlagtoonde, de Wind WenWten N van styve gereefde marszeils Coelte tot labber en stel slaan de fok er greot Mars„ zeil aan zetter de fok by, als meede het marsz: van 2 reeven, zetter stenge wand en pardiens aan agter en voor slaande bezaan af om te verstellen als meede zoo veel doenlyk was aan andere zeylen hadden nog een hoge wt deyning en flaauwe Coelte waardoor het schip swaar slengerde met sons ondergang zier nog de voorn: scheepen bevonden onse gantsche batterije nat en laden deselve weeder op nieuw Hondewagt stil leeten het voor de Z w=te deyning afloopen tot gemak van 't schip en tuyg. — May den 25 Met den dag zien 2 scheepen in 't ZW labber en gemeene hamzeils Coelte bewolkte lieft, goedweer de wind No=ts en O. No Htuurder daar meede Nwaar steeken het 2 rif uit de marszeils 1360 slaan de verstelde bezaan onder slaan het Cruys zeil of, verstelden het zelve en slaar het weeder onder verstelden de storm fik, zetten een schot van het agter hok by stukken en brokken weeder op om het volk den ingang der Constapels„ kamer en randsoenen te beletten, maak, ten tusschen deks schoon bevonden 't aldaavelendig uit te zien, gooiden de bedorvene provisie over bind, neemen de blendens uit de Caput, met sous ondergang zien 3 scheepen. Eerste wagt diep 48 v=m steen agtige Zandgrond Htuurder met de hoge Za deyning ZZ W om deeper water te krygen: Hondewagt diep 50 tot 54 v=m grof rosaftig zand met steentjes en schulpen. May den 26 Met den dog zien 2 scheepen en 't L=d labber en stel mistige tot op klaren„ de luyt de wind om lopende van 't O No to Zw zuyde tot Oost slaan de storm fok en groot stag zeel onder deep 70 v=m schoonlood, kwam de lost lyn te breeken verliesen een lost van 50 lb, stecken de touwer in de ankers Calfaten de bort, Agtermiddog deep 45 v=m Grof„ slaan agtig
English
May the 27th At daybreak saw a ship to the NNW as also the land to the NNW; sounded depth 70 fathoms to 75 fathoms from clean lead to green sticky bottom, steered NW; the wind shifting from the E to SW: light and calm to moderate topgallant breeze, thick hazy sky, made a yoke of the remnants of the main sails and the remainder of the old foresail; saw another ship to the NNW. Afternoon depth 82 fathoms clayish sticky bottom, drifted in the calm toward the North; sunset took bearing of the easternmost land N 20 and the westernmost that could be seen NNW, estimated to be 8 to 9 miles off; depth 82 fathoms bottom as above. First watch drifted in calm. Dogwatch: the breeze S steered WNW sounded 90 fathoms clean lead. May the 28th. At daybreak still had 2 ships with us, could obtain no bearing of the land due to the hazy sky; the wind SSW to ESE, unsteady breeze, hazy and clearing sky, sounded no bottom, sandy with red specks. Dogwatch 46 fathoms bottom as above. First watch 48 fathoms coarse shelly sand. Dogwatch 50 fathoms bottom as above; bent the repaired foresail for a mainsail, recognized the aforementioned as 2 Company ships. At noon took bearing Cape Agulhas N by E, the point of Rio de la Goa N by W, depth 73 fathoms green sticky bottom, the wind to the W by WNW brisk breeze; at 2 bells took 2 reefs in the topsails; sunset took bearing of the point of Rio de la Goa N, estimated to be 9 to 10 miles off. First watch the wind SSW, tacked and steered NW by W. Dogwatch let the 2nd reef out of the main topsail. May the 29th. At daybreak seeing the 2 aforementioned ships as well as the land, could get no bearing of the same due to the thick sky; set the main topsail, the wind S and SE, brisk topgallant breeze, cloudy sky. At noon took bearing Rio de la Goa ENE, could recognize no further land due to the hazy sky; steered N by W toward the shore. Afternoon, the wind strongly increasing from the SE, took the reef in the main topsail; cleared the daily bower anchor, hauled 2 long bights of each onto the deck, bent the sheet cable, again found 8 pieces of artillery wet, loaded the same anew; sunset took bearing of the Hangklip N 1/2 E, the West point of the bay NW 1/2 W; cleared our sheet anchor and hauled 2 long bights onto the deck. June d[it]o. After sunset the wind increasing more strongly to reefed topsails and courses breeze with flying squalls from the E and ESE; secured the topsails and mizzen topsail, furled the courses, and let her run into the bay under the clewed-up foresail and jib toward the NW by W and NNW with the lead in hand; passed the depth of 45, 40, 30, to 27 fathoms gray coarse sand to clean bottom; took bearing of the Hangklip ESE 1/2 E, thereupon becoming suddenly calm; made sail again; at 11 o'clock becoming calm and the breeze from the NW, were obliged to anchor for our daily anchorage at the last mentioned depth; saw the aforementioned 2 ships also lying at anchor, heard 3 shots, took bearing then of the West point of the bay SSW, the Hangklip or East point S 20 to S; at night calm. May the 30th. At daybreak the wind NNW, light and calm and shifting; cleared the ship and put everything in order; recognized the 2 aforementioned ships, the ship Beverwijck Captain Aland, Vreedenburg Captain A. Kikkert; 2 English ships departed from the bay; at night the wind NNE to NW, stiff unsteady breeze with rain; veered to 3/4 cable; put all our sails on stop-yarns. — 31st. At daybreak the wind N, stiff unsteady breeze with rain; saw a Company ship beating into the bay, which came to an anchor close by us toward 11 o'clock; afternoon the wind shifting amidst squalls with rain to the S and SW with moderate topgallant breeze; weighed anchor and got under sail toward 4 o'clock, shaped course for the roadstead; now and then encountered downdrafts under the shore; passed the depth of 27, 25 to 21 fathoms clean sand bottom, at which depth we came to an anchor for the day at 6 o'clock due to calm as well as thick squally weather and contrary wind; at night the wind NE, moderate breeze with drizzle. 1st. At daybreak took bearing of the Hangklip SE by E to E: the Rock the Ark WNW: the Roman Rock NW: the wind through the 24-hour period E by E and NNW, stiff unsteady breeze with squalls of wind and rain; veered to 3/4 cable; at night weather and wind as before. Agrees C. Remel Sworn Clerk No. 4. 2 1343 The undersigned, fellow Member of this Assembly, has the honor respectfully to bring to the notice of Your Right Honorable Sir and Honorable Worships, that he, having entered into the Office of the Fiscal pursuant to the granted qualifications from Your Right Honorable Sir and Honorable Worships, in order to conduct an inquiry into a certain chest of Mexican silver coins belonging to the Honorable Company missing from the ordinary Money Room at this Castle, after a painstaking investigation, therein very much delayed by various circumstances, has come to discover that two soldiers serving at this fortress, both through exchange and through a lavish disposal of that coin in this Country, at that time very rare, had made themselves not a little suspect of having in one way or another lent a hand in the theft of that chest, to which subsequently a third and fourth were added: That upon a further meticulous investigation into this altogether heinous... Right Honorable Sir! Honorable Worships! To the Right Honorable Sir Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of the Cape of Good Hope and the jurisdiction thereof etc. etc. etc., together with the Honorable Worshipful Council of Policy Copy.
Dutch transcription
May: den 27 Met den dag zien een schep en 't N NW als meede het land in 't NNW loden diep 70 v=m t A 75 V=m van schoon lood tot groen Stekgrond, stuurder NW=t de Wind omloopend van 't O tot Zw: labber en stil tot gemeene bramzeels Coelte dokke wistige lugt maakten een Jok van de loppen van de maiszeils en 't resteerende der oude fok zier nog een schip in 't N H W. Agtermiddag dies 82Vm kley„ aftege stekgrond, dreeven met stelle om de Noord, sons ondergang pulden het Oostelijkste land N 20 en het westelykste dat men zien konden NNW gester 8 a 9 mylen daar af te zyn diep 82 v=m grond als booven. - Eerste wagt in stelte gedreeven. /:Honde wagt / het lagtje 20 stuude WNNW looden 90 V=m schoon lost. Mey der 28 Met den dag hadden nog 2 scheepen by ons konden door de westige lust geen pey„ ling van 't land bekoomen, de wend ZZ W tot Ozo ongestadige Coelte westige en opklarende legt, looden geen grond agtig zand met rede stepjes Platvoet 46 r=m grond als boven- Eerste wagt 48 v=m grof schulpagtig sand Hondewaet ƒ50 V=m grond als boven slaan de verstelde fok aan voor een groot zeel, verkende voorn: voor 2 Comp: Scheepen op den middag pulden Caab anguelhas Noten Ode L van Rioddee Nt W diep 73 vaam groenstek grond de wind aan 't Wey WWW fussche Coelte werden om de 2: steeken 2 reeven in de marszeels sons ondergang peldent van Rio delee N: gesten 9 a 10 mylen daar af te zyn, Eerste wagt de wsend ZZw wenden en stuurder Nw ten W Hondewagt het 2=de rif uit 't grert marszeil May den 29 Met der dag ziende 2 voorn: scheepen als meede het land konden 't zelve door de dikke ligt geer peeling krygen 't opten het groot manszeel de wind aan 't 2 en 20 fussen bramz: Coelte bewolkte lugt, op de middag pulden Rio dele ONB konden don den deynsigen lugt geen meer land kennen, stuurden Nt W inde wal, Agtermiddag (de wind sterk aanneemende uit 't 20 steeken 't ref in't groot marsz: zette het daagsen tuy anker af haalden 2 lange bogten van yder op 't dek steeken het plegs touw in be„ vorder weeder 8 stukken nat laaden de zelve op nieuw sons Ondergang peelden de hanglep N ½ O de west L van de baay N W½ W zetten ons plegt anker af en haalden 2 lange bogten op 't dek slaan naar 1347 „ 1342 Junij d=o naar sons ondergang de wind sterker aannee„ mende tot gereefde Marsz en onderzeels Cielte met vliegende zengen uit 4 Oen 028 maakten de marszeelen en kruisz: vast boven de by zeylen en liet en het voor de gegeyde fok en kluiver de baay in loopen om de Awten Hr en NNW met het lood ende hand passeerden de diepte van 45, 40, 30, tot 27 vm graauw grofzand tot schoone grond peelden de hang lip O20½ O als doen subst stil worden de, maakten weeder zeil, om 11 uuren het stel wordende en het leeftje uit den NW waaren genoodzaakt op de laatst gem: diepten voor ons daags te ankeren, zien voorn: 2 scheepen meede ten anker leggen, hoorden 3 schorten, pelden als doen de west van de-baay Z ZW de hanglip of oist 1. 20 ten 8 snagts stel. May den 30 Met den dag de wind N NWlabber en stil en om loopend, maakten schern schip en redden alles op verkende 2 voorn. scheepen het schip Beeverwyk Captn. Aland Vreedenburg Capit: A: Kikkert vertrok ten uit de baay 2 Engesche scheepen 's nets de wind N No tot NW Styve ongestade„ gecoelte met reegen, steeken tot ¾ touw zetter onse zeelen altemaal op stoot garens — 31 Met den dag de wind N stijve ongestadigen boedte met reegen zien een Soll=s schip de baaij in laveeren welke tegens 11 uuren kort bij ons ten anker ging na de middag de wind onder buij„ „em met reegen om lopende naar 't 2 d Z=d w=t met gemeene bran zeijls boelte ligten anker en raakten tegens 4 uuren onder zeijl boegde Cours na de rheede kreegen nu en aan onder de wal val winden passeerde de diepte van 27. 25 tot 21 vaam schoone Zandgrond op welke diep„ te wij om 6 uuren door sulte als ook door dik buiig weer en Con„ „trarie wind voor 't daags ten anker kwaamen /:snagts:) de wend N. o gemeene Coelte met mot reegen— ste Met den dag peijlde de hangzix Ze O=t ten O=tenm O: de klip de ark w=t N=o W=t de romans klip N W de wind door 't Etmaal & ten O=t. & N: N: W:t Stijve onge¬ stadige boelse met buijen van wind en reegen steeken tot op ¾ Touw /snagts/ weer en wind als voren Coelte Accordeerd C„ Remel gerrt Cler No. 4. 2 1343 Het ondergeteekend meede Lid dezer Vergadering, heeft de Eere Uwe welEdele gestr: enE Agtb: reverentelijk ter kennisse te brengen, dat hij, ingevolge de geherde qualificatien van UwE gesth: enE Achtb: getreden zijnde in het Officie fiscaal ten einde onderzoek te doen na zeker vand' EComp„e uit het gewone Geldhok ten deezen Casteele vermiste kist met Mepikanen, na eene penibele naarvorschinge, daar verscheijde omstandigheeden zeer gedilaijeerd, heeft ko= „men te ontdekken, dat twee ten deezen fortresse dienst doende soldaten zig zo door uitwisseling, als eene splendide behandeling van die specie hier te Lande, ter dier tijde zeer raar, niet wijnig hadden suspect gemaakt, op de eene of andere wijze de hand aan de ontvreemding van die kist te hebben geleend, waarbij naderhand nog een derde en vierde is gekomen: Dat bij een nader nauwkeurig onderzoek in deeze allezints exineuse Wel Edele Gestr: Heer Edele Achtb: Heeren! Aan den WelEdelen Gestr: Heer Cornelis Iacob van de Graaff, Gouverneur en Directeur van Cabo de Goede Hoop en den rescorte van dien &„ & & benevens den Edelen Achtbaren rade van Politie en Copie.
English
in an obscure matter, yet so many vehement, pregnant, and probable indications have manifested themselves against three of them that, whereas they, notwithstanding all those strong proofs, could not be brought to any voluntary confession, but sought to save themselves with all sought-after and futile evasions, the undersigned believed on legal grounds that he might proceed against them to a sharper examination: which claim the Council of Justice has adjudicated to such an extent that they were brought to a certain degree of the torture: but these delinquents persisting in the obstinate perseverance of their denial, and the full execution of that claim, pursuant to the further disposition of the said Council, having been suspended until further indications should have been obtained, the undersigned, in default of others that had appeared to him sufficiently qualified to put him to torture, found himself compelled—since this matter appeared to him to be so constituted that in time discoveries might arise that could place it in full daylight—to apply to the said Council by representation, with the request that the aforesaid three tortured persons, for the purpose aforesaid, might remain confined on Robben Island: while the fourth, by resolution of the aforementioned Council, has been sent to Batavia. - Who has the honor to let this serve as a humble report /:was signed/ J: J: Lesueur /:in the margin:/ delivered in council July 1742 Agrees. sworn clerk E Dremel N 1344. Copy Copy No. 5 Claim for torture made and delivered to the Honorable, Worshipful gentlemen Pieter Hacker, outgoing, Johannes Isaac Rhenius, incoming Presidents, together with the Honorable, Worshipful Council of Justice of this Government, by and on behalf of the Senior Merchant and Member of the Honorable, Worshipful Council of Policy, Mr. Jacobus Johannes Lesueur, as specifically qualified ad hoc by the Right Honorable, Valiant Lord Governor and the well-aforementioned Council of Policy to exercise the office of Fiscal, plaintiff ex officio, against the soldiers serving here, Bernard Christiaanse and Bernard Koningswinter, defendants and accused in a criminal case. Honorable, Worshipful Gentlemen! From the extract of the resolution taken in the Council of Policy on the 8th of the recently passed month of January, accompanying this under Letter A, Your Worships will perceive that it has pleased the Right Honorable, Valiant Lord Governor and the well-aforementioned Council of Policy, on the occasion of a certain Company chest of money going missing, which belonged to a number of 26 identical chests brought ashore for safekeeping from the ship den Arend, which had arrived here and has since departed, to qualify the plaintiff to discharge the office of Fiscal in this matter, and to observe in that regard everything that corresponds to the duties of that office, in order either to recover the missing chest and money, or to cause the Honorable Company to be indemnified, as well as in all cases to take action according to their deserts against those who might have made themselves guilty thereof through intent, neglect, or carelessness. — Upon that warrant, the plaintiff ex officio then sought without delay to obtain such inquiries as might enlighten him in this altogether singular case, and enable him to institute his action as intended at that time, and by all possible activity to satisfy a principal requisite of the order given by this government, namely, to determine this matter with all possible speed. — Yet, although since this investigation circumstances of an entirely different nature have intervened, circumstances that have not only greatly delayed the course of these proceedings, but have even caused their form to change, the plaintiff nevertheless believes that those documents, though having had to serve as warrants for an entirely different action, will be of little use in these new proceedings, and he will therefore take the liberty of preliminarily bringing to Your Worships' attention from them: — that upon the appearance in this roadstead of the aforementioned ship den Arend, which was on the 7th of the month of December of the recently passed year, upon the report of the Master of Equippage that 26 chests of money were on board the said vessel, in accordance with the respected and since strictly observed Order of the sovereign Lords Masters regarding the collection and safekeeping of such money,
Dutch transcription
in duistere zaak, egter zig zo veele vehemente, preguant en probabile Indicien tegens drie derselven hebben komen te manifesteeren, dat, daar dezelven, niettegen „staande alle die sterke preuves tot geene vrijwillige Con= „fessie te brengen waren, maar zig met alle gezogte en in„ „fulile uitvlugten sogten te sauveeren, de ondergeteek„te op gronden van regten meende tegens dezelven tot scherper examen te mogen procedeeren: welken Eijsch den raad van Justitie in zo verre heeft geadjudicieert, dat de„ zelven tot eene zeekere graad der Plije zijn gebragt: Dan deeze Delinqaanten bij de hardneckige persevereering harer ontkennisse zijnde gebleeven ende volkomen uit= „voering van dien Eijsch, ingevolge de nadere dispositie van welgem. Raade zijnde gesurcheerd geworden tot dat nadere Indicien zouden zijn ingewonnen geworden heeft de ondergeteek bij ontstenisse van anderen, als die hem genoegsaam gequalificeerd waren voorgekomen om hijnh ad Forturam te doen zig genoodzaakt gevonden, om daar deeze zaak hem zo geconstitueerd scheen te zijn, dat zig door den tyd ontdekkingen zouden kunnen op doen die deselven in volkomenen dagligt zouden kunnen stellen zig bij vertoog bij gem: Raad te vervoegen, met verzoek dat voorsz, drie gefortureer dens, ten fine voorsz ten Robben hilande mogten blijven geconfineerd: Terwijl de vierde bij besluit van meerged. Raad na Batavia is verzonden. - Wij heeft deEer deeze te doen dienen voor nedrig ruppor /:was geteekend/ I: I: Lesiieur /:In Margine:/ in rade overgege July 1742 Accordeert. gezwe. Clrcq E Dremel N 1344. Copia Copia No. 5 Eijsch ad torturam gedaan maken overgegee¬ „ven aan d' E. Agtb: heeren Pieter Hacker afgaande, Johannes Isaac Rhenius aankomende Praesidenten, benevens den E. Agtb: raad van Justitie deeses Gou¬ vernements, door ende van wegens den opper¬ „koopman en Lid in den E. Agtb: raad van politie Mr. Jacobus Johannes Lesueur, als door den WelEdelen Gestr: heere Gouverneur en wel opgem: politiequen raade ad hoc actum expres gequalifi¬ ceerd om het ampt van Fiscaal waar te neemen, amptshalven Eijsscher, de alhier dienst doende soldaaten Bernard Christiaanse en Bernard Koningswinter ged. e. en gec: in cas crimineel. EE. Agtb: Heeren! Uit het deesen sub Lit: A: versel„ „lend Extract resolutie genomen in Contra rade 1326 raade van politie, op den 8. e der jongst afgeweekene maand Iann:, sullen U.E. Agtb: ontwaaren, dat het den WelEdele Gestr: heere Gouverneur en welopgem: politicquen rade heeft gelieven te behagen, om bij geleegend„ heid van het vermist raaken van zeeker Comp. kist met Geld, gehoord hebbende tot een getal van 26. ge¬ „lijke kisten, uit het hier aange„ weest zijnde en te zedert vertrok¬ ken schip den Arend, ter berging aan de Wal gebragt, den Eijsscher te qualificeeren, om in deesen het offi„ „cie Fiscaal te defungeeren, en daar„ omtrend alles te betragten, 't geen met de pligten van dat ampt over een komt, ten einde, of de vermiste kist en geld weder te agterhalen, of d' E. Compe. te doen schadeloos stellen, mitsg:s in allen gevallen de geenen die zig door opset, ver¬ suijm ofte achteloosheid daaraan mogte hebben schuldig gemaakt, deswegens na morites te actio¬ „neeren. — Op dat muniment, heeft den r: O: Eijsscher dan ook zonder uitstel getragt, zodanige En„ „questen in te winnen, die hem in deesen allesints singuliere zaak, soude kunnen voorligten, en in staat stellen, om zijne des tijds vermeende Actie te institu„ „eeren, en door alle mogelijke activi„ teijt aan een voornaam requisiet van't geverd bevel deeser regeeren„ „ge, namentlijk, om deese zaak met alle mogelijke spoed te de¬ „termineeren, te voldoen. — Dan, afschoon 't zedert dit onder¬ „soek, omstandigheeden van een gantsch anderen aard zijn tusschen beide gekoomen, omstandigheeden die den loop deeser proceduuren niet alleen zeer hebben vertraagd, maar zelfs van gedaan te doen veranderen, ver¬ meind de Eijsscher egter, dat die stukken, schoon tot mienimenten voor eene gantsch andere actie, zullende hebben moeten dienen van gering emploij in deese nieuwe proceduuren zullen zijn, en zal deselve daarom de vrijheid neemen UE. Agtb: daaruit voorlo„ „pig onder het oog te brengen: — dat bij verschijninge ter deeser rheede van't voorwaardsgem: schip den Arend, dat geweest is op den 7e. der maand Decbr: van't jongst afgeweekene Jaar, op het rapport van den Equipagie meester, dat zig op gem: bodem 26: kisten met geld kwamen te bevinden, inge„ volge de g'Eerbiedigde en het zee¬ dert alhier stept g'observeerde Ordre der hoog gebiedende heeren meesteren met betreckinge tot den afhaal en berging van sodanige des geld
English
1346 money chests, one of the ordinary Commissioners, who was the Bookkeeper Hendrik Oostwald Eksteen, immediately went on board the said ship to properly provide those chests with buoys and to escort them to shore in one of the Country's boats. that these money chests, in that condition and in the said number of 26 pieces, were not only transferred into that vessel in the presence of the said commissioner, but upon arrival at the Zeehoofd were also delivered there to him by the quartermaster of the said vessel in that exact same number, in the presence of the Boatswain's Mate of the Equipment Wharf, whose duty it is to be present at the Zeehoofd at all unloadings of the Honourable Company's goods; subsequently placed on two handcarts suitable for the purpose, escorted by two European mandoors over the slaves, transported by the said Eksteen into the Castle, and there properly cared for and stored in the so-called money pen, the customary storage place for money chests coming from on board. that, when the aforementioned vessel had been mustered, and thus prepared for departure, one of the fellow ordinary Commissioners, the Bookkeeper David Kuuhl, having been requested by the aforesaid Eksteen to bring the aforesaid money chests back on board in his stead, went on the 7th of the aforementioned month of January for the aforesaid purpose to the Castle and into the aforementioned money pen, assisted by the two aforesaid mandoors, ordered there to have those money chests conveyed from there in the customary manner with the handcarts to the Zeehoofd: That the said Kuuhl, being ignorant of the exact number of the frequently mentioned money chests, after having first verified the number of those chests with all accuracy, both by himself and by the said two mandoors, and having compared the same with the note placed upon one of those chests by the frequently mentioned Eksteen according to their custom in order not to make an error and to be able to distinguish the chests, which are often stored there from several ships at the same time, containing the number of money chests received by him on board the ship den Arend and stored there, to his great astonishment, 1347. astonishment, instead of the number of 26 pieces of money chests noted thereon, found no more than 25 pieces, thus lacking one chest from the same, which, upon comparison with the invoice here annexed in copy under Letter B, No. 41, contained a sum of Nine thousand, forty-five Carolus Guilders, 11 stuivers and 8 pennies. That the frequently mentioned Kuuhl, after having first informed his aforementioned colleague Eksteen of the missing of one of the money chests by means of a slave, provisionally had those 25 money chests placed upon the handcarts and conveyed to the Zeehoofd, and subsequently, upon further insistence of the frequently mentioned Eksteen, who in the meantime had joined him, Kuuhl, at the Zeehoofd and believed that an incorrect number might erroneously have been put on his note placed on the chests, which could be verified from his receipt for the delivery of the money chests issued on board, proceeded with those 25 money chests, properly provided with buoys, to the aforementioned ship den Arend, and upon his arrival there, having asked for and inspected the receipt left there by the said Eksteen, found the same to correspond with the note placed by him, Eksteen, on the money chests in the money pen, and to contain the number of 26 pieces of money chests, as will appear to your Honours from the depositions, both of the Captain Lieutenant of the frequently mentioned ship den Arend, the quartermaster of the Country's boat who brought those chests to land, the Boatswain's mate who usually stands guard at the Zeehoofd and assisted at the unloading of those money chests, of the two mandoors over the slaves of the Honourable Company who further transported the frequently mentioned money chests from the Zeehoofd with the handcarts into the Castle and into the money pen, and also later helped remove the same from that storage place and subsequently have them conveyed in the customary manner to the Zeehoofd for further shipment, as well as from the interrogatories put to the frequently mentioned Eksteen, and also from the Declarations of the already mentioned ordinary commissioner Kuuhl, who, as noted above, at the request of his frequently mentioned Colleague, had taken upon himself
Dutch transcription
1346 geldkisten, zig een der ordinaire Gecom„ „mitteerdens, die geweest is den Boek„ houder Hendrik Oostwald Eksteen, op stonds na boord van gem: schip heeft begeeven, om die kisten behoor„ „lijk von boeijen te voorsien, met een der Lands boots na de wal te bege¬ „leijden. dat die geldkisten dan ook in dien staat en in het gem: getal van 26 p s in presentie van dien gecommitteerden niet alleen in dat vaartuig zijn overgelaaden, maar ook bij de komst aan't Zeehoofd door den quartier meester van ged. e vaartuig aan den„ selven, in dat zelfde getal, aldaar zijn uitgeleeverd geworden, in tegens„ „woordigheid van den Bootsmans„ „maat der Equipagie werf, wiens post het is, om bij alle ontschee¬ „pingen van's E. Comp:s goederen op het Zeehoofd present te zijn, vervolgens op twee molwagens, daartoe geschikt geplaatst, bege„ leijd door twee Europeesche man„ doors over de slaven door gede. Eksteen tot binnen 't Casteel ge¬ transporteerd, en aldaar in't soge¬ naamde geldhok de gewoone berg¬ „plaats voor de van boord komen„ „de geldkisten, behoorlijk besorgd en geborgen geworden. — dat, wanneer evengem: bodem was gemonsterd geworden, en dus tot vertrek in gereedheid gebragt een der mede ordinaire Gecommitteer„ „dens, den Boekhouder David Kuuhl, door voorsz: Eksteen verzogt gewor¬ „den zijnde, om voorsz: geldkisten in zijn plaats weder na boord te rug te brengen, zig op den 7 e der evengem: maand Iann:, ten fine voorsz. na het Casteel en in het voorgeciteerde geldhok heeft be„ geeven, geadsisteerd door de twee so evengem: mandoors, daar gelast, om die geldkisten van daar op de gewoone wijse met de molwagens na het zeehoofd te doen vervoe¬ ren: Dat gem: Kuuhl als van het nette getal der meerm: geld„ „kisten ignorant zijnde, na vooraf„ zo door zig zelfs, als gem: twee mandoors, het getal dier kisten met alle nauwkeurigheid te heb= ben nagegaan en het selve hebben¬ de geconfronteerd met het door meerm: Eksteen, ingevolge hunl: gewoonte, ten einde zig niet te abuseeren; en de kisten, die dik¬ „wils van verscheiden scheepen gelijk tijdig daar worden geborgen, te kunnen onderschijden, op een dier kisten geplaatst briefje, in„ houdende het getal der door hem aan boord van't schip den Arend ontfangen, en aldaar geborgen geldkisten, tot zijne grote ver„ tot wondering 1347. „wondering, in steede van't daarop genoteerde getal van 26 ps. geldkis¬ „ten, niet meer heeft gevonden dan 25 p. , manqueerende dus aan hetselve eene kist, weesende bij confrontatie met de factuur desen sub L a B: in copia bijgevoegd No. 41. , inhoudende eene somma van Neegen duijzend, vijf en veertig Carolij Guldens, 11 stuiv:s en 8 penn: Dat meerm: Kuuhl, na voor¬ af voorn: zijn confrater Eksteen van't missen van een der geldkis„ „ten, door een slaaf te hebben verstendigt, provisioneel die 25. geldkisten heeft doen op de molwagens plaatsen, en na het zeehoofd voeren, en vervolgens op nadere aandrang van dikwerf gem: Eksteen, die intusschen bij hem kuuhl bij het Zeehoofd gekomen vermeende, dat in zij„ „ne op de kisten geplaatst briefje abusivelijk een verkeerd getal zoude zijn gesteld, het geen uit zijne aan boord afgegevene quitantie, wegens den ontvangst der geldkisten, soude kunnen consteeren, zig met die 25. geld¬ „kisten behoorlijk van boeijen voorsien na voorwaardsgem: schip den Arend begeeven, en bij zijne komst aldaar, het door gem: Eksteen daar gelaten quitan¬ „tie afgevraagd en bezien hebbende, deselve heeft bevonden te confron„ teeren, met het door hem Eksteen op de geldkisten in het geldhok geplaatst briefje, en in te houden het getal van 26 p. geldkisten, zo als uwE. Agtb: dit een en anders zal komen te blijken, uit de de¬ positien, soo van den Capitain Lieutenant van dikwilsgem: schip den Arend, den quartiermeester der Landsboot, die die kisten heeft na land gevoerd, den Boots„ mansmaat die gewoonelijk de wagt heeft op het Zeehoofd en bij den ontscheep dier geldkis„ ten heeft geadsisteerd, van de twee mandoors bij de slaven der Ed. Comp. e , die meerm: geldkisten verder van het zeehoofd met de molwagens hebben getransporteerd, tot in 't Casteel, en in't geld hok en deselve ook naderhand uit die bergplaats helpen uithalen, en vervolgens op de gewoone wij¬ „se na het zeehoofd doen voeren ten verderen afscheep, als uit de vraag articulen meerm: Ek„ „steen voorgehouden, als mede uit de Verklaringen van reeds gem: ordinair gecommitteerde kuuhl„ die gelijk hiervoor is genoteerd, ten versoeke van dikwilsgem: zijnen Confrater, op zig had genomen tie
English
1348 to bring the aforementioned money chests back to their assigned vessel, and the Boatswain of the Equipment Yard, who, due to the indisposition of the Boatswain's Mate, kept watch at the Pier during the shipping of those chests, all annexed hereto under Lit. C, D, C, F, G, H, S, K; from which narrated account, as it appears to the Prosecuting Officer, it will be sufficiently evident to Your Honours that the 26 items of money chests were not only properly shipped in that number in the aforementioned boat, and unloaded from the same onto the waiting mule-wagons, but were also further transported in that same number to the Castle, and properly placed in the money vault designed for that purpose; but it will at the same time be no less evident to Your Honours that, upon the shipping out of those money chests, it was found that one was missing from the aforementioned number of 26; and since the principal aim of the qualification extraordinarily demanded of the Plaintiff is to indemnify and hold harmless the Honourable Company for so substantial a loss as the contents of that missing chest comprise, the principal matter will now be to inquire to whom the loss of the frequently mentioned money chest is to be attributed, or who have made themselves guilty of its theft. In the initial investigation of this thoroughly obscure matter, only three ways occurred to the Plaintiff along which that chest could have gone missing: either that the same was stolen during the transport from the ship to the pier, and from there to the Castle; or stolen out of the money vault itself; or else that the same, through the omission or negligence of one of the ordinary Commissioners during the shipping of other money chests to their respective vessels, got mixed in amongst them and was thus erroneously shipped away. For the first proposition, the Plaintiff believed that not the slightest appearance or shadow of proof was to be found, unless one would wish or be able, with any foundation, to suspect the depositions of those who were able to give the best grounds of knowledge in this matter, not only of bad faith, but even of having been implicated in this theft, as certainly would have been the case if that missing chest had been lost during that 1349 intervening time. And what corroborates this presumptive impossibility even more is that everything conveyed across the pier must pass a military guard stationed there; that these money chests were transported in broad daylight, along a road that is never without passersby, and were constantly under the eye of military guards. Just as little ground appeared to the Prosecuting Plaintiff, at the inception of this investigation, to exist for the second supposition, namely that the money chest was stolen out of the money vault, which certainly must have occurred through the forcing or skillful opening of the doors and locks of the room in which those money chests are customarily stored, or that someone had made himself master of the keys to that vault, and thus entered the same undisturbed and conveyed that chest away from there. Several circumstances seemed to make that notion almost impossible: from the documents produced herewith under Lit. L and M, Your Honours will see that not only were the door and locks found upon careful inspection to be intact and undamaged, without any sign of forcing, but also that the regular keys are kept in too secure a manner for one to fear that improper use had been made of them. Furthermore, it came into consideration that the place where the money chests of the Honourable Company are placed is guarded both by day and night by sentries. Thus it seemed to the Plaintiff that only the last proposition had to come into consideration, namely that the money chest in question, through the omission or negligence of one of the ordinary Commissioners during the shipping of other money chests, must have gotten mixed in amongst them, and thus was erroneously shipped away. And in this, at first glance, only one of the ordinary Commissioners, the bookkeeper Hendrik Oostwald Eksteen cited repeatedly herebefore, could in the view of the Plaintiff come into consideration; as he had not only unloaded the money chests from the ship den Arend, but also, up to the moment that it was discovered that one of the same was missing, had sole access to the usual storage place of such money chests, which during the presence of the passing
Dutch transcription
1348 de meerm: geldkisten weer na ha„ „ren beschijden bodem te rug te brengen en den Bootsman der Equi¬ pagie werf, die, vermits indispo„ sitie van den Bootsmansmaat, bij den afscheep dier kisten de wagt op 't Zeehoofd waarnam, deesen allen sub Lit: C: D: C: F: G: H: S: K: geannexeerde, uit welk genarreerde, so den rat: Off. voor¬ komt, UE. Agtb: genoegsaam zal consteeren, dat de 26 p. geld¬ kisten niet alleen behoorlijk in dat getal, in voorsz: boot zijn afgescheept, en uit deselve op de gereedstaande molwagens gestreeken, maar ook in dat zelfde getal, verder na't Cas„ teel getransporteerd, en in het daartoe geprojecteerd geldhok behoorlijk geplaatst geworden maar zal het UE. Agtb: teffens niet minder evident zijn, dat bij den afscheep dier geldkisten bevonden is, dat een aan voor„ gem: getal van 26. heeft komen te manqueeren; en het voornaam but der op den Eijsscher extra ordinair gedemandeerde qualifi¬ catie zijnde, om d' E. Compe voor zo aansienlijk verlies, als de inhoud van die vermiste kist komt in te houden, te indemnee¬ ren en schadeloos stellen, zal het tans de voornaame zaak zijn om te inquireeren, aan wien het gemis der dik„ wilsgem: geldkist te wijten zij, of wie zig aan dies diefte hebben schul„ „dig gemaakt. In het eerste ondersoek deeser al„ lesints duijstere zaak, kwamen den Eijsscher alleen drie wegens te voren, langs welken die kist zoude hebben kunnen vermist raaken: of dat de¬ selve bij het transport van 't schip na het zeehoofd, en van daar na het Casteel was verdonkerd, of uit het geldhok zelf gestoolen, dan wel dat deselve bij versuim of nagtsaamheid van een der ordinaireij Gecommitteerdens bij den afscheep van andere geldkisten na hunne 5 resp=re bodems daaronder geraakt dus abusive was afgescheept geworden, voor de eerste stellinge vermeende de Eijsscher, dat geen de minste schijn of zwllm van bewijs te vinden was, ten zij men met eenigen grond de depositiën der geenen, die de beste redenen van weetenschap in deese zaak hebben kunnen geeven, zoude willen of kunnen verdenken, niet alleen van kwaade trouwe, maar zelfs in deese diefte te hebben getrempeerd, zo als zeekerlijk het casus soude zijn geweest, indien die vermiste kist in het dien 1349 dien tusschen tijd was weggeraakt; En het geen deese presumptive onmogelijkheid nog meer corrobo„ reerd, is, dat al 't geen over het zeehoofd word gevoert, eene daar gestelde militaire wagt moet pas„ seeren, dat deese geldkisten op den klaaren middag zijn vervoerd, lang eene weg, die nooit zonder voorlij gangers is, en geduurig onder het oog van militaire wagten zijn geweest: Even wijnig grond schee# der R: O: Eijsscher bij het intamee¬ ren van dit ondersoek, voor de tweede suppositie te zijn, nament¬ lijk, dat die geldkist uit het geldhok soude zijn gestolen geworden, het geen zeekerlijk soude moeten geschied zijn, door het forceeren of behendig open maken der deuren en slooten van't vertrek, waarin die geld„ kisten plegen te worden geborgen of dat ijmand zig van de Cleu¬ tels van dat hok soude hebben meester gemaakt, en zig dus on „gestoord in't selve begeeven, en die kist van daar vervoerd: Ver¬ schijden omstandigheeden scheenen die gedagten bijna onmogelijk te maken: uit de hierneevens sub Lit. L: & M: geproduceerde stukken sullen UE. Agtb: zien, dat niemand alleen de deur en slooten bij nauwkeurige visitatie gaaf en ongeschonden, sonder eenige blijk van forceering, zijn bevonden, en dat de gewoone sleutels op eene al te secuure wijse worden bewaart dan men soude kunnen vreesen, dat daarvan een kwaad gebruik soude zijn gemaakt geweest: daarbij nog in aanmerking kwam, dat de plaats waar de geldkisten der E. Comp . wor„ den geplaatst, zo wel bij dag als nagt door schildwagten word be„ waakt: dus scheen den Eijsscher al¬ „leen, de laatste stelling te moeten in aanmerkinge komen, te weeten, dat die questieuse geldkist door ver¬ suijm of onagtzaamheid van een der ordinaire Gecommitteerdens bij den afscheep van andere geldkisten daar onder moeste zijn geraakt, en dus abusive afgescheept geworden; En daarin den eersten opslag een der ordin. Gecommitteerdens den hier voren te meermalen gecit. boek¬ houder Hendrik Oostwald Eksteen, volgens het gevoelen van den Eijs„ scher, alleen in aspect konde koo¬ men; als die niet alleen de geld¬ kisten uit het schip den Arend had geligt, maar ook tot op het tijdstip dat men ontwaar is ge¬ worden, dat een derselver ver„ „mist wierd, alleen toegang heeft gehad tot de gewoone bergplaats van zodanige geldkisten, die ge¬ duurende het aanweesen der voor bij
English
1350 the ships destined for the Indies are stored on land until the time of the departure of those vessels, and also at that moment retrieved only the money chests for the departing ships from there and brought them back to their respective vessels; indeed, moreover, by his responses to the interrogatories put to him, he had given no small occasion even for that supposition, as someone from whom some explanation of knowledge could be demanded, and who thus, in the absence of other proofs, could at that time alone be deemed liable, the Officer Plaintiff had proceeded so far that he was about to have instituted his alleged action upon and against the aforesaid Eksteen before Your Honorable Illustrious court. But during that activity, it came to the Plaintiff's ears that some piastres had been offered for exchange, and indeed had been exchanged, by a certain tavern keeper in a petty pub here; and since that coin species is currently in such great scarcity among the general public in this Colony that it can seldom and only for a heavy premium be exchanged, he believed he had found no small matter for investigation, just as it also appeared to him that a certain soldier, serving as a military man at this Castle, had on three different occasions brought an amount of one hundred and thirty-five piastres to that tavern keeper to be exchanged; which accordingly changed the course of these proceedings to the extent that the Officer Plaintiff deemed it necessary to follow this new lead, which exhibited so much more certain characteristics, for a better discovery of that missing chest of money; the Plaintiff having then also succeeded, after a lengthy investigation, in tracking down and taking into civil custody the person who had exchanged some mexicans with the aforesaid pub keeper, though he was known to the latter only by sight. And in order to have a guiding thread along which one might arrive at further discovery, the Plaintiff caused the said soldier, who is named Bernard Christiaanse, or the first defendant in this matter, to relate before Commissioners from Your Honorable assembly where he had obtained the Piastres exchanged by him; according to the contents of which the said Bernard Christiaanse, by estimate, two to three months before the time of his given account, on a certain early morning when he had the main guard, at the opening of the gates, went to the 1351. privy beside the patrol guard to, if it may be said with permission, relieve himself; while searching for a piece of paper, he discovered a powder bag, and upon closer examination found it to be filled with so-called Spanish pieces of eight; that while he, Christiaanse, was busy inspecting his found treasure, one of his fellow soldiers also having guard duty at that time, by name Koningswinter, had come upon him there in the privy; seeing him busy with that purse, he had asked, what do you have, or what are you doing there; whereupon he, Christiaanse, having added to him, quiet now, I have found something, and in order to satisfy him and keep him silent, since he feared that more people might come, had given him a handful of those found Spanish pieces of eight, without having known at the time how much he had given him in that grasp, although he subsequently understood from his said comrade that he had enjoyed well over fifty Spanish pieces of eight for his share; that he, Christiaanse, put the remaining portion of the found money into his neckerchief, and subsequently stored it in his grenade pouch, while putting his live cartridges that he carried with him into his coat pocket, and threw away the little bag in which the money had been into the aforesaid privy, subsequently returned again to his appointed post, and upon his return there, having obtained permission from the Corporal of the guard to go to his appointed station, stored that bundle of money there in his chest, without any of his fellow soldiers in that barracks having noticed anything of this, as they were still asleep; that, having been relieved from the guard, he went in the afternoon out of the Castle into a ditch located behind it, opened and counted the aforesaid bundle, and found therein a sum of approximately one hundred and seventy Spanish pieces of eight or mexicans, which he stored in his chest upon his return to the Castle, and a short time thereafter exchanged with a certain tapster in a small tavern or taphouse where the portrait of the King of Prussia hangs out, on three different occasions, namely the first two times 40, and the third or last time 50 of those found Piastres, on all of which he had enjoyed a premium of 3 and 2 stuivers for each piastre, while with the remainder of his found loot he provided himself with some necessities; and since the aforesaid Christiaanse, upon his arrest, on a provisional interrogation by the Plaintiff, had named the second defendant as the one to whom, of his found treasure
Dutch transcription
1350 de Indiën gedestineerde scheepen, tot den tijd van 't depart dier kielen, aan land worden geborgen, en ook op dat oogenblik alleen de geldkisten voor de te vertrekkene scheepen heeft van daar gehaald, en na hunne resp=re bodems te rug gebragt, ja, maar ook door zijne responsiven op de hem voorgehoudene vroog¬ poincten, tot dat denkbeeld zelfs geen geringe aanleiding had komen te geven, wien men eenige reeden van weetenschap konde afvorderen, en die dus bij ontstentenisse van andere bewijsen, voor als toen al¬ leen aansprakelijk konde werden geoordeeld, was de r. O. Eijsscher so verre gevorderd, dat deselve zijne vermeende Actie op ende jeegens voorm: Eksteen reeds voor UE: Agtb: illustre vierschaar sou de hebben g'institueerd; Dan kwar geduurende die bee¬ den Eijsscher zigheid, ter ooren, dat door zeker „ren Tapper in eene geringe kroeg alhier, eenige piasters ter verwis„ seling aangebooden, en ook in der daad waren verwisseld geworden, en die munt pecie thans in deese Colonie in soo grote schaarsheid onder 't algemeen zijnde, dat selden en niet dan voor zwaar opgeld kan worden ingewisseld, meende desel¬ „ve geen geringe materie tot on„ dersoek te hebben gevonden, so als derselven dan ook is gebleeken, dat door seeker soldaat, ten deesen Casteele mi¬ „liteerende, op drie differente tijdens, een montant van Een hondert, vijf en der= „tig piasters bij dien Herbergier ter wisseling zijn gebragt geworden het geen dan ook de loop deeser pro¬ ceduures in zo verre heeft veran„ „dert, dat de v: O. Eijsscher vermeen„ de deese nieuwe source, die zoo veel seekerder kenmerken vertoonde, te moeten volgen, tot beetere ontdek„ „keng van die vermiste kist met geld, zijnde het den Eijsscher dan ook gelukt, om den persoon, die eenige mexcicanen bij voorsz: kroeghouder had verwisseld, dog bij denselven alleen van aansien bekend was, na een geruijmen tijd onder¬ „soek op te speuren, en in civiele verseekering te neemen: En om een lijdraad te hebben; langs welk ter verdere ontdekkinge soude kun¬ nen geraken, heeft den Eijsscher van ged:e soldaat, die genaamt is Bernard Christiaanse, ofte den Eerste ged=e in deesen voor Ge„ „committeerdens uit UE: Agtb: ver„ „gadering doen relateeren, waar hij aan de door hem verwisselde Piasters was gekomen, volgens welkers inhoude gem: Bernard Christiaanse, na gissing, twee à drie maanden voor den tijd van zijn gegeeven relaas, op zeekeren vroegen morgen, wanneer de hoofdwagt had, bij het openen der poorten, na denselven het 1351. het gemakhuisje bezijden de patrouille wagt gegaan zijnde om /: het zij met verlof gesegd :/ zijn gevoeg te doen, onder het zoeken naar een stukje papier, ontdekt heeft een poederzak, en bij nader ondersoek, het selve bevonden met sogenaamde Spaanse matten gevult te zijn: dat terwijl hij Christiaanse met het nazien van zijn gevonden schat beezig was, aldaar op het gemak¬ huisje bij hem gekomen was, een zijner des tijds ook de wagt heb¬ bende mede soldaaten in name Koningswinter, die hem met die beurs beezig ziende had gevraagd, wat hebt gij, of wat doet gij daar. waarop hij Christiaanse hem hebbende toegevoegd, stil maar, ik heb wat gevonden, en om densel„ „ven te vreede te stellen en tot zwij„ „gen te houden, dewijl vreesde, dat er meer menschen mogte komen, aan hem een hand vol van die gevondene spaanse matten had gegeeven, sonder des tijds te hebben geweeten, hoe veel hij denselven bij die greep had gegeven, hoe wel hij naderhand van gem: zijn makker had verstaan, dat deselve ruim vijftig spaanse matten voor zijn aandeel had genooten dat hij Christiaanse het overige gedeelte van't gevonden geld in zijn neusdoek gedaan, en vervolgens in zijn granaat zak hebbende terwijl hij zijne bij zig geborgen, voerende scherpe patroonen in zijn rock¬ zak gestooken, en het zakje, daar 't geld in was geweest, in't voorsz: gemakhuisje had weg gesmeeten, zig vervolgens weer na zijn beschijden post heeft begeeven, en bij zijne te rug komst daar, permissie van den Corporaal van den wagt hebben¬ „de bekoomen, om na zijn beschijden punt te gaan, aldaar dat bundeltje geld in zijn kist heeft geborgen, zonder dat ijmand zijner mede soldaaten in die Ca„ „serne hiervan iets hebben gemerkt, als nog hebbende geslopen: dat hij van de wagt afgelost zijnde, zig in den na„ de middag uit het Casteel in een agter hetselve zijnde sloot begeeven, 't voorsz: bundeltje geopend en nageteld hebben¬ de, daarin bevonden heeft een sommetje van circa Een hondert en seventig spaanse matten of mevicanen, welke hij bij zijne te rug komst in't Casteel in zijne kist heeft geborgen, en korten tijd daarna aan zelkeren Tapper in een klijne kroeg of Saphuis, waar het beeld des konings van pruijssen uithangt, heeft verwisseld, op drie differente tijden, en wel de twee eerste maalen 40. en de derde of laatste rijse 50. van die gevonden Piasters, waarvan allen een opgeld van 3 en 2 stuiv s ijder piaster had genoten, terwijl hij voor het resteerende van zijn gevonden buijt¬ zig van eenige benoodigtheeden heeft voorsien; En daar evengem: Christiaanse bij zijne in hegtenis neeming, op eene provisioneele ondervraging van den Eijsscher den tweede ged=te had genoemd, als aan welken hij van zijn gevonden voerende Schat
English
1352 treasure had shared some Spanish dollars, as has been shown to Your Honours here above, the Plaintiff did therefore, on the same day, cause the Defendant to be heard before the Gentlemen Commissioners. If one then consults his statements, there immediately appear therein not only a great difference, but even two or three complete contradictions, running directly counter to what we perceived in the account of the frequently mentioned Christiaanse, or the first Defendant. For whereas the latter says that, while after finding that bag he was busy inspecting it, in the meantime the second Defendant had come to him and asked him the question stipulated therein, the second Defendant on the contrary relates that, having come to the aforementioned privy, at that moment the first Defendant found a powder bag beside a tub standing there, and in substance said to him: what the devil, here is money, keep quiet about it and tell no one. Whereas the first Defendant further says that upon the appearance of the second Defendant at that secret place, in order to compel him to silence, he gave him a handful from that bag without knowing at the time how much, as he only learned this later from the second Defendant himself, the latter on the contrary relates that, having had to stand guard on sentry duty from six to eight o'clock, after the end thereof he went together with the first prisoner and Defendant to their barracks, where the first Defendant gave him, the second Defendant, a handful of Spanish dollars, substantially adding thereto: there you have fifty Spanish dollars, without however any of their fellow soldiers having noticed anything of it. Finally, whereas the first Defendant alleges that after he had given the second Defendant some of those Spanish dollars, he tied the remaining portion thereof in a handkerchief and kept it in his grenade pouch, and threw down the empty leather purse into that privy, the second Defendant says that Christiaanse put the purse with money into his coat pocket, and when they had come together to their barracks, and Christiaanse had given him the fifty Spanish dollars, he had placed that purse in his chest; as will be most clearly evident to Your Honours upon confronting both of those depositions, annexed hereto under Letters N and O. All this the second Defendant does indeed attempt to retract in the confirmation of his given account, in which, what certainly deserves notice, he has so twisted and altered his statements that they come to correspond fully with what was related by his comrade, the often-mentioned Christiaanse, which is without doubt only to be attributed 1353 to a correspondence most detrimental to Justice, which must have taken place, and could also take place, between the Defendants, as appeared very probable to the Plaintiff upon examining the prisons, a matter therefore well meriting the serious attention of Your Honours, as it could have the most detrimental consequences for Justice. In which suspicion the Plaintiff was all the more strengthened, because the second Defendant, surely informed through that same channel that a greater number of Mexicans than he had stated in his given account to have received from Christiaanse or the first Defendant had already been traced as having been exchanged and spent by him, came to fabricate yet a new discovery of piastres in that same confirmation, saying therein that about a quarter of an hour after he and Christiaanse had returned from the privy, driven by curiosity, he went once more to that place to search again, and thereupon climbed onto the flat roof of the privy and of the patrol guard standing next to it, and finding nothing, returned again, but was then in a corner beside that privy, where an overturned tub stood, aware of a handkerchief through which some money shone, which having picked up, he had once again climbed onto the mentioned flat roof and counted the money found, finding it to consist of an amount of one hundred nineteen Spanish dollars, which he subsequently put into his pocket, and went with them to the guard, and furthermore brought directly to the bastion to which he was assigned, and placed in his chest, without again any of the other soldiers having noticed anything of it. All the more will both this change and this pretext be conspicuous, indeed become a complete untruth, conceived solely, if it were possible, to divert the judge's eye from the true source, if one takes into consideration that the Defendant on the morning on which he was taken into custody, upon a preliminary interrogation put to him by the Plaintiff at the house and in the presence of the Colonel and head of the Company's Troops here, the gentleman Robbert Jacob Gordon, related the alleged event regarding some found piastres almost verbatim as he related it after an interval of two times twenty-four hours before Commissioners from Your Honours' court, without then making even the slightest mention of the finding of any Spanish dollars by himself, as Your Honours will be able to see from the Certificate of the well-mentioned Mr Gordon accompanying this under Letter L, and of which answers
Dutch transcription
1352 schat eenige Spaanse matten had mede gedeeld, zo als u E. Agtb: hier voren is aangetoond, heeft den Eijsscher dan ook, ten zelven dage, den ged=te voor heeren Gecommitteerdens doen hooren: dan raad„ pleegd men desselfs gesegdens, aanstonds openbaaren zig daarin, niet alleen een groot verschil, maar zelfs twee a drie volslagen Contradictiën, regtstreex aanlopende tegens het geen wij in 't relaas van evengem: Christiaanse ofte den eersten ged=te hebben ontwaard: want daar deesen zegt, dat, terwijl hij na het vinden van die zak beezig was met deselve na te zien, in dien tusschen tijd de tweede gedte bij hem was ge¬ „komen, en hem de daarbij gestipuleerde vrage had gedaan, verhaald de twede gevte in teegendeel, dat hij op voor„ „waards geciteerde huisje gekomen zijn, de, op dat oogenblik de eerste gedte„ bezijden eene daarstaande Balij, een poeder zak had gevonden, en in sub¬ stantie tegens hem gesegd, wat duij¬ „vel hier is geld, zwijgd het stil en zegt het niemand, daar de eerste gedte verder zegd, aan den twede ged=te bij zij¬ „ne verschijning op die geheime plaats, om hem tot zuijgen te noodsaken, eene greep uit die zak te hebben ge¬ geeven, sonder des tijds te weeten hoe veel, als zijnde sulx nader¬ hand eerst van den twede gedte selfs te weeten gekomen, relateerd deese in teegendeel, dat hij van ses tot agt uuren op schildwagt hebbende moeten staan, na dies eindiging te gelijk met den eersten gev: en ged=te na hunne Caserne zijn gegaan, alwaar de eerste gedte hem twede ged=te een hand„ greep met Spaanse matten heeft gegee¬ „ven, substantieelijk daarbij voegende daar hebt gij vijftig spaanse matten, zonder dat evenwel ook ijmand hun¬ ner mede soldaaten daarvan iets had¬ „den vernomen: Eindelijk daar de eerste gedte voorgeeft, na dat hij den twede ged=te eenige van die spaanse matten had gegeeven, het overige gedeelte daar¬ van in eene neusdoek gekopt en in zijn granaat zak bewaart, en de lee„ dige ledere buijdel daarin dat gemak¬ „huisje neder gesmeeten te hebben, zegd de twede gedte, dat Christiaanse de buidel met geld in zijne roksak heeft gestooken, en wanneer zij t' za¬ „men in hunne Caserne waren gekoo„ „men, en Christiaanse hem de vijftig spaanse matten had gegeven, hij die buijdel in zijne kist had gelegd; soo als Ud. Agtb: dit een en ander bij confronteering dier bijde Enques¬ ten, deesen sub Lit:a N: en O: bijgevoegd, ten duijdelijksten sal consteeren. — Dit alles tragt de twede ged=te wel weder te retracteeren, in 't recolle¬ „ment van zijn gegeeven relaas, waar in 't geen zekerlijk remarques verdiend, zijne gesegdens sodanig heeft verdraaijd en veranderd, dat volkoomen met het gerelateerde van zijn Confrater dikwilsgemelde Christiaanse komt te quadreeren, het geen sonder twijffel alleen te attribee¬ gelijk eenen 1353 eeren is, aan eene voor de Justitie aller¬ nadeeligste correspondentie, die er tusschen de gedte moet hebben plaats gehad, en ook plaats kunnen hebben, zo als het den Eijsscher bij het examineeren der gevangen huijsen seer probabiel i voorgekomen, eene zaak dus de serie# „se aandagt uwer E. Agtb: wel meritee„ rende, als van de nadeeligste gevolge voor de Justitie konnende zijn: In welk vermoede de Eijsscher nog te meer is gesterkt geworden, om dat de twede gedte seekerlijk door dat selfs Canaal onderrigt, dat men reeds een grooter getal van mexicaanen, dan hij in zijn gegeven relaas had opge¬ geenen, van Christiaanse ofte den eerste gedte te hebben ontfangen, ha opgespeurd, als door hem verwisseld en uitgegeeven, in dat zelfde recol ment nog een nieuwe vinding van piasters heeft komen te fabriceere zeggende daarin, dat hij omtrend ee quartier uurs, na dat hij en Christi aanse uit het gemak huisje waren te rug gekeerd, door nieuwsgierig heid gedreeven, zig ander maal na die plaats heeft begeeven, om nog eens nasoek te doen, en vervolgen op het plat van't gemakhuisje, en van de daar naast aan staande p trouille wagt, en niets vindende, wed om te rug gekeerd, dog was deselve als toen in een hoek besijden dat ge „makhuisje, daar een balij omgekee stond; eene neusdoek ontwaard, da eenig geld doorblonk, 't welk opge¬ men hebbende, was hij anderma op geciteerde plat geklommen, en h dat gevonden geld nageteld, bevindende hetselve te bestaan in een montant van Een hondert negentien Spaanse matten, welken hij vervolgens in zijn zak had gestooken, en daarmede na de wagt gegaan, en voorts direct na de punt, waar hij beschijden is, gebragt, en in zijn kist gelegd, son¬ der dat al weder ijmand der ande¬ re soldaaten daarvan iets hadden gemerkt: Te meer zal nog so die ver¬ „andering, als dit voorwendsel in't oog lopen, ja, eene volslagene on¬ „waarheid worden, allen maar be„ „dagt, om, waare 't mogelijk, 's reg„ „ters oog van de waare source te diverteeren, indien men in aanmer„ kinge neemt, dat de ged=te op den mor„ „gen, op welke in verseekering wierd genomen, op eene voorlopige ondervraging door den Eijsscher aan denselven gedaan, ten huise en in de tegenwoordigheid van den Collonel en hoofd van 's Comp. s Troupes al„ hier den heere Robbert Jacob Gordon, het voorgewend gebeurde omtrend eenige gevonden piasters bijna verbotenus heeft verhaald, so als deselve na een tusschen tijd van twee maal vier en twintig uuren, voor Gecomms. uit UE. Agtb: vierschaar heeft gerelateerd, sonder als toen ook eenige de minste mentie te maken van het vinden van eenige spaan¬ se matten door hem zelf, so als uE. Agtb: zullen kunnen beoogen uit het deesen sub L. a L: versellend Certificaat van welgem: heere Gordon, en van welke antwoorden
English
1354 answers of the second defendant, a record was kept at that very moment: thus he, the second defendant, had enough time to reflect upon his statements, and if, due to the initial distress at his taking into custody, he might have been mistaken, to redress this in that account; and consequently there is not the slightest ground to give any credence to this retraction of his in the re-examination, and the feigned pretext fabricated therein concerning the finding of Spanish dollars, no less than to his answers given to the questions put to him on that matter; and the aforementioned Plaintiff therefore also considers that it will have been abundantly clear to Your Honors from this extensive narrative, drawn from the annexed documents, that the prisoners and defendants, through sinister pretenses and fabricated lies, have attempted to give the matter an entirely different appearance, solely, if it were possible, to plead themselves free of their committed theft, so that almost not the slightest reason for doubt remains that they have made themselves guilty of the theft of the missing money chest and the cash that was inside it: in support of which claim of the Plaintiff, although already sufficiently corroborated by the preceding, the following observations also come to militate: — That the alleged finding, according to the vague statement of the first defendant, must have occurred around the time that the money chest could have been stolen, which proposition gains all the more certainty when one consults the submitted inquiries, which make mention both of the exchange and the spending of money done by the prisoners, all of which coincides with that time, which will be further urged hereafter. — That both of them, when they allege to have found those piasters, were precisely on guard duty. — That the defendants differ significantly in the principal circumstances of their allegation, indeed completely contradict each other, as has been sufficiently demonstrated herebefore in the assessment of the contradictions in both their accounts. — That the trade or exchange of those Spanish dollars took place in a singular and clandestine manner, such as under another person's name, as appears from the deposition of that tavern keeper with whom the first prisoner exchanged his specie; marked Lit. 2. through a second and third party, indeed even through slaves. — That the second prisoner and defendant also varies in this, as he repeatedly answers to art: 19 & 24 that he gave the slave of the citizen Hartman only 13 piasters for exchange, whereas however it appears from the statements of that slave under Lit. R that the same exchanged a considerably larger number of mexicans for the second prisoner and defendant, which account is confirmed by the depositions of those people themselves who exchanged that coin from the said slave, these being added under Lits. S: F: & V: as he also, on art: 9, to the question whether he had also caused any piasters to be exchanged by anyone else, answers that he had paid 8 piasters to a certain soldier named Kuijpers for a debt, and to the question in art: 26 and 27, in which it was specifically put to him whether and how many Spanish dollars he had exchanged from the aforementioned soldier Kuijpers, he clearly states, and does not contradict in the re-examination, to have exchanged a number of 17 p.s of that coin, whereas from the statement of that soldier, this being added under Lit. W, it appears that the same had exchanged 27 of that specie from the second defendant. — That the second prisoner and defendant furthermore, on art: 87, pretends to have lost a purse with a silver clasp on it, in which he was accustomed to keep his money, while walking to the Castle, without having allowed himself the time to look for it, as being afraid of arriving too late for the roll call; that the purse was empty, as having had at that time, being in the evening before his detention, nothing more left of all his quasi-found treasure than 9 schellingen, so that he also, according to the tenor of the following questions on art: 88, had not been in the possibility of counting any money at that time: whereas however regarding the former he gives himself the lie in the re-examination of the interrogatories put to him, wherein when the said purse, and that filled with mexicans as the same had been found by the deponents under Lit. R in one of the privies in the Castle, was unexpectedly held before him by the Plaintiff—which seemed not a little to disconcert him, the second defendant—after having initially stubbornly denied that the purse belonged to him, however finally overly convicted, his conscience possibly also being somewhat awakened, he not only confessed that the purse was his, but that he had thrown the same, so filled with Spanish dollars, out of fear of getting into trouble, into the privy opposite his barracks; and regarding his negative on art. 88, 89 and 90, the deponents declare under Lits. YJ: & Z: that on the evening before he was taken into prison, walking in front of the house of the Secunde, they had seen the second prisoner busily engaged in counting money; and indeed so clearly that they several times saw him pick up some of those pieces that had fallen from his hand and put them in his pocket, which account is sufficiently verified by the second defendant himself, who does not deny having been at that very time and place, although he has tried to give another appearance to his activity. — That furthermore, however one might try to varnish this pretended finding by both the defendants
Dutch transcription
1354 antwoorden van den twede ged=te op dat eigen„ oogenblik aanteekening is gehouden: dus hij tweede ged=te tijds genoeg heeft gehad zijne gezegdens te herdenken, en al voor de eerste onsteltenis bij zijne in verseeke¬ ring neeming, zig mogte hebben vergist, zulx bij dat relaas te redresseeren; En ge¬ „volgelijk geen de minste grond is, om eenig geloof te geven aan dit zijn gere„ tracteerde, in 't recollement, en het daarin gefingeerd voorwende wegens 't vinden van Spaanse matten, so min als van zij„ ne antwoorden in de hem voorgehoudene vraagen op die materie gedaan; En ver¬ „meend de v. O. Eijsscher dan ook dat het UE. Agtb: uit dit wijdloopig narré, getrok¬ ken uit de geadjungeerde stucken over¬ boodig zal hebben gebleeken, dat de gev: en gedte, door sinisterlijk voorgeeven en gefabriceerde Leugenen, de zaak eene gantsch andere gedaante hebben willen tragten te geeven, alleen, om ware het mogelijk, zig van hunne gepleegde diverij vrij te plijten, dus bijna geen de minste reeden van twijffeling overblijf of zij hebben zig schuldig gemaakt aan dieverij van de vermiste geldkist en daarin geweest zijnde Contanten: voor welke sustencie van den Eijsscher schoo¬ door het voorgaande reeds genoeg ge „corroboreerd, nog deese aanmerkingen komen te militeeren: — Dat het voorgegeeven vinden, volgens de onbepaalde opgave van den eersten ged=te moet gebeurd zijn, omtrend dien tijd, da de geldkist heeft kunnen gestoolen wor den, welke stelling nog te meer zeeker „heid verkrijgt, wanneer men raadpleegd de overgeleeverde Enquesten, die melding ma„ ken, zo van 't verwisselen als uitgave van geld, door de gev. gedaan, al 't welk op dien tijd uitkomt, het gene hierna nog nader zal worden aangedrongen. — dat zij beiden, wanneer voorgeeven die piasters te hebben gevonden, juist de wagt hebben gehad. — dat de ged=te merkelijk verschillen in de voornaamste omstandig heeden van hun voorgeeven, ja den anderen volstrekt teegen„ spreeken, so als hier voren genoegsaam is gedemonstreerd, in de beoordeeling der strij„ „digheeden in beider relaas. — dat de verruijling of verwisselen dier spaanse matten is geschied op eene Cin„ „guliere en clandestine wijse, als uit eens anders naam, so als blijkt uit de depositie van dien kroeghouder, aan wien de eerst gev: zijn specie heeft verwisseld; gequot. Lita. 2. door een twede en derde, ja zelfs door slaven. — dat de twede gev. en ged=te ook hierin varieerd, daar hij herhaaldelijk op art: 19 & 24. antwoord, dat hij den slaaf van den burger Hartman, maar 13 piasters ter verwisseling heeft gegeeven, daar eg¬ ter uit de verklaringen van dien slaaf sub Lita. R. blijkt, dat deselve een vrij groter getal mexicaanen voor den twede gev: en ged=te heeft verwisseld, welk ver¬ „haal word bevestigd door de depositien van die menschen zelfs dewelke die munt van gesegde slaaf hebben, ingewesseld, deesen sub Lit:s S: F: & V: bijgevoegd: soo als ook op art: 9. op de vrage, of ook nog door iemand anders eenige piasters heid had 1355 had laten verwisselen, komt te antwoor„ den, aan sekeren soldaat, kuijpers ge¬ naamd, te hebben betaald. 8 piasters voor schuld, en op de vrage in art: 26 en 27., waarin hem bepaaldelijk wierd voorgehou¬ den, of en hoe veele spaanse matten hij van evengem: soldaat kuijpers had verwesseld, duidelijk zegt, en in 't recol¬ lement niet tegenspreekt, een getal van 17 p. s van die munt te hebben verwis„ seld, daar uit de verklaring van dien soldaat, deesen sub Lit. a W: bijgevoegd, dat denselven van den twede gedte 27. van die secie heeft gewesseld gehad. — dat de twede gev: en gedte verders op art: 87. voorgeeft een beursje met een zilvere knip beugel daaraan, waarin gewoon was zijn geld te bewaren, in het gaan na't Casteel, verloren te heb¬ ben, sonder dat zig den tijd had gegund om daarna te zoeken, als bevreest zijnde te laat bij het rolleesen, te sullen komen, dat het beursje lee¬ dig was, als hebbende des tijds zijnde geweest in den avond voor zijne deten tie, van al zijn quasi gevonden schat¬ niets meer over had, dan 9 schellingen dus hij ook volgens den teneur der volgende vraager op art: 88. niet in de mogelijkheid was geweest, om op dien tijd eenig geld te tellen: daar„ egter omtrend het eerste zig selfs leu¬ genstraft in't recollement der hem voorgehouden vraagpoincten, waaris toen hem door den Eijsscher het gede beursje, en wel gevuld met mexican so als hetselve door de deposanten sub Lita. R: in een der secreeten in het Casteel was gevonden op het onverwagts wierd voorgehouden 't geen hem twee¬ scheen te decon¬ „de ged=te niet wijnig „tenanceeren, na in't eerste halstarrig te hebben genegeerd, dat het beursje hem toebehoorde, egter eindelijk te sterk overtuigd, mogelijk het ge„ moed ook eenigsints wakker wor¬ dende, niet alleen heeft beleeden, dat het beursje het zijne was, maar dat hij hetselve so gevuld met spaanse matten, uit vreese van in ongeleegendheid te sullen komen, had weg geworpen in't secreet teegen over zijne Caserne; En belangende zijne negative, op art. 88, 89 en 90. declareeren de deposanten, onder Lits. YJ: & Z: , dat zij den twede gev: den avond voor dat in gevangenis wierd genomen, wandelende voor 't huis van den heer Secunde, druck bee¬ zig hadde gesien met het tellen van geld; en wel zo duidelijk, dat zij verschijden reisen hem eenigen van die stukken, die hem uit de hand gevallen waren, zagen opneemen, en in zijn zak steeken, welk verhaal genoegsaam word geverifieert door den twede ged=te zelfs, die niet ontkend, op dien eigen tijd en plaatse te zijn geweest, hoe wel eenen anderen schijn aan zijne verrigting heeft willen geeven. — dat verders hoe men ook dit ge„ pretendeerd vinden van beiden de ged=tens soude willen tragten te vernis¬ sub
English
one will nevertheless be forced to confess that this pretense is far-fetched and devoid of all appearance of truth; for if the statement, especially made by the second defendant, were true, which must then have taken place already some time before the missing of the money chest in question, is it then reasonably conceivable, the possibility once granted, that someone could lose any money in such an inconvenient place? Or, assuming the case that one or another thief of that money chest, or accomplices to that act, upon the report of its going missing and when a thorough investigation was made, out of fear and in order to conceal their theft, tried to get rid of this money and threw it away at the stated place, which certainly must have happened at the very first discovery, it will appear just as incomprehensible that that money remained lying for so long without a finder, in places that are visited at almost every moment of the day, and that one did not discover or find any similar money in several other places; for it has appeared before Your Honor that the contents of that chest amounted to a sum of more than nine thousand guilders, from which it can not improbably be deduced that the remainder, however much the prisoners and defendants claim to know nothing of it, still lies hidden here or there, or else has been divided among several other accomplices. That if one wished to give credence for just a moment to that fictitious finding, one will find with regard to the second defendant, from his own statement, that what he, according to his own avowal, either spent himself or had exchanged by others far exceeds what he claims to have found himself, even added to the number of fifty piasters that he says he received from the first defendant; see also the depositions marked C: C:, D: D:, E: E:, F: F:, G: G:, H: H:, I: S:, and L: L:. That both the prisoners and defendants persist in their statements, in the verifications of the interrogatories presented to them under Lit. A: A: and B: B:, that upon their return to the Castle, coming into the barracks, they had stowed their found treasure into their chests without any of their fellow soldiers having noticed or seen it, because they were still asleep; which pretense is a manifest lie, the Plaintiff having informed himself that at the first reveille, and thus before the opening of the gates of the Castle, the corporals in the different barracks from which the soldiers are to mount the guards that day, must awaken all who are assigned to those turns, and everyone must prepare for the parade, so that it must be judged almost completely impossible that none of them, since the cots and chests of the soldiers stand so close to one another, would have noticed anything of it; which becomes all the more palpable and will be more obvious if one examines the story of the second defendant in his given account, where he says that he, together with the first defendant, upon the relief of the guard, this taking place, as is known, after eight o'clock, having arrived at the point, the first defendant, after having handed over the fifty piasters to him, the second defendant, had stowed the pouch with the remainder of that money in his chest, and thus at a time and hour when everything in those military quarters is full of life. Indeed, even if it were finally granted that their pretext were true, it would nevertheless militate most strongly against the prisoners and defendants that they, as soldiers of the guard, concerning matters that happened, as it were, under the sight and reach of the guards and thus fell under them, did not immediately, upon the pretended finding of that money, give proper notice thereof to their commanding officer, the more so since they, according to their own confession, were not unaware that money of the Honorable Company, and specifically from the treasury before which they had apparently often stood sentry, was missing and an investigation was being made into it, and they thus from all circumstances, as well from the coin itself as from the singular manner and place where they say they found the money, should and could sufficiently have deduced that those Spanish dollars had to come from that missing chest. In order not to weary Your Honor's attention any longer with an accumulation of other motives that could still be brought against the prisoners and defendants, those already alleged will, according to the humble judgment of the Plaintiff, sufficiently characterize them as perpetrators of the theft of the missing chest with Mexican dollars, and nothing but great obstinacy and possibly an imagined certainty that their roguery is too hidden to be brought to light holds back their confession thereof and the manner in which they carried it out. And although the raised grievances seem to press most heavily on the second prisoner and defendant, the Officer Plaintiff nevertheless believes, submitting his opinions however to the more enlightened judgment of Your Honor, that, the nullity of the exception proposed by the prisoners and defendants of having found the Mexican dollars exchanged and traded by them being established, and by all the attendant
Dutch transcription
1356 sen, men egter genoodsaakt zijn zal te moeten bekennen, dat dit voorgeeven gezogt en van allen schijn van Waar¬ heid ontbloot is; want dog is de op¬ gaaf, voor al door den twede gedte ge¬ „daan, waar, 't geen dan soude moe¬ „ten geweest zijn, reeds eenige tijd voor 't vermist raken van die gelo„ kist in questie, is het dan met eeni¬ „gen grond te begrijpen /:de moge„ lijkheid eens toegestaan zijnde: dat ijmand, op so ongeleegene plaatse, eenig geld soude kunnen verliesen. of steld men het geval, dat d' een of andere dief dier geldkist, of mede plegtigen aan dat feijt, bij de bekend„ „woordinge van't vermist raken der„ selve, en dat men nauwkeurig onder„ „zoek deede, uit vreese en om zijne diefstal te verbergen, getragt heb„ „bé zig dit geld kwijt te maken, en ter opgegeeven plaatse weg geworpen, het geen dan zeekerlijk als bij de eerste ontdekking zal zijn geschied, even on„ begrijpelijk sal het moeten voorkoo¬ men, dat dat geld so lange sonder vinder is blijven leggen; op plaatsen die bijna op elk oogenblik van den dag worden besogt, en dat men dan niet op meer andere plaatsen eenig soort gelijk geld ontdekt of gevon„ den heeft: want UE. Agtb: is hier voor gebleeken, dat den inhoud van die kist heeft bedragen een montant van ruim negen duijzend guldens waaruit dan niet onwaarschijnelij op te maken is, dat het overige gedee „te, hoe zeer de gev: en ged=te nergens van willen weeten, nog hier of daar verborgen legt, dan wel onder meer andere mede pligtigen verdeeld. — dat so men als voor een ogenblik sou¬ „de willen geloof gunnen aan die ge„ „fingeerde vinding, men met betrek„ „king tot den twede ged=te, uit zijn eigen opgaaf, sal bevinden, dat, het geen hij, volgens zijn eigen aven¬ of zelf heeft uitgegeeven, dan wel door anderen heeft laten verwisselen, verre excedeert, het geen hij voorgeeft selfs te hebben gevonden, ja selfs gevoegd bij het getal van vijftig piasters, die hij zegd van den eersten ged=te te hebben ontvangen: zie ook de depositien gequot: C: C:, D: D:, E: E:, F: F:, G: G: H: H: I: S:, & L: L: — dat beiden de gev: en ged=tens blijven per„ sisteeren bij hunne gezegdens, in de re„ „collementen der hun voorgehoudene Vraag poincten sub Lit. A: A: & B: B: dat zij bij hunne te rug komst in't Casteel, hun gevonden schat in de Caserne komende in hunne kisten hadden geborgen, sonder dat ijmand hunner mede soldaaten sulx hadden gemerkt of gesien, dewijl deselven nog hadden geslapen: welk voorgee¬ „ven eene manifesten leugen is, heb„ bende den Eijsscher zig laten onder„ rigten, dat bij de eerste revellie, en dus nog voor 't openen der poorten van't Casteel, de Corporaals in de differente Casernen, waaruit de sol= „daaten dien dag de wagten staan te betrecken 1357. betrekken, allen tot die beurten geschik moet opwekken, en een ijder zig tot de parade gereed maken, so als het bijna volstrekt onmogelijk moet geoordeelt worden, dat niemand hunner, daar kadels en kisten der sol¬ daaten so na bij den anderen staan¬ daarvan iets soude hebben bespeurd 't geen nog te palpabelder word, en meer in't oog sal lopen, so men het Ver haal van den twede gedte in zijn geg ven relaas nagaat, alwaar zegd dat hij, benevens den eersten ged=ten het aftrekken van de wagt, geschie dende sulx, so als bekend is, na agt uuren, op de punt gekomen zijnde den eersten ged=te, naar hem tweede gedte de vijftig piasters te hebben overhandigt, de buijdel met het res¬ teerende van dat geld in zijn kist had geborgen, en dus op een tijd en uur, dat het in die vertrekken der m litairen alles vol leeven is. — Ja zelfs eindelijk al eens toegestad zijnde, dat hun voorwendsel waar was, soude egter tegens de gev: en ged ten sterksten militeeren, dat zij, als soldaaten van de wagt, van zaken die als onder 't oog en bereik der wagten, gebeurd, en dus daar onder behorende, niet aanstonds, bij het gepretendeert vinden van dat geld daarvan behoorlijke kennis heb ben gegeeven, aan hunnen comma¬ deerenden Officier, te meer nog, daar zij, volgens hun eigen bekentenis niet onbewust zijn geweest, dat er gel van d' E. Comp. e , en wel uit het geldhok¬ waarvoor apparent menigmaal schild¬ „wagt hebben gehouden vermist, en er ondersoek naar wierd gedaan, en zij dus uit alle omstandigheeden, so uit de specie zelfs, als uit de singuliere wijse en plaatse, waar zij zeggen het geld gevonden te hebben, genoeg¬ „saam hadden moeten en kunnen opmaken, dat die Spaanse matten uit die vermiste kist moesten zijn. Om dan de attentie van UE. Agtb: met geen opstapeling van meer andere motives, die nog tegens de gev: en ged. s zoude kunnen werden aangevoerd langer te vermoeijelijken, sullen de reeds g'allegueerde, volgens het nee„ „drig oordeel van den Eijsscher, hen genoegsaam kenmerken, als pleegers der diefte van de vermiste kist met mepicaanen, en niets als eene grote halstarrigheid en mogelijk een vermeinde zeekerheid, dat hun schelmstuk te verholen is om aan den dag gebragt te kunnen worden, het belijden derselve en de wijse hoe die hebben volvoerd, tegenhou„ „den. En ofschoon de geopperde grava„ mina, den tweden gev: en ged=t wel het meest schijnen te drucken, so vermeend egter den r: O: Eijsscher, on„ „der submissie egter, zijne gevoelens aan 't verligter oordeel van uE. Agtb: dat (: de nulliteit der door de gev:en ged=te geproponeerde exceptie, van de door hun verwisselde en verhandelde mexicanen, te hebben gevonden geconstateerd en door alle de bij komen¬ van de
English
the circumstances reasoned above at length being sufficiently corroborated, those same arguments also apply against the first prisoner and defendant; it being attributable solely to a greater cunning in wickedness that he did not show off with those Spanish dollars in such a splendid manner as the second defendant, it being very remarkable in itself that at the inspection of his chest nothing noteworthy was found beyond that which a soldier usually possesses. And since the commission of such theft by soldiers on guard deserves a double investigation, as it might otherwise lead to the most pernicious consequences, the Officer Plaintiff finds himself compelled to proceed to sharper procedures, for which he considers both the points above and the pregnant presumptions flowing from them to provide sufficient substance and foundation. For that vacillating and contradictory confessions, accompanied by arguments that flow from the nature of things as if by themselves, provide strong indicia ad torturam is taught by all Doctors who comment on the subject of sharper examination, an aid of the greatest necessity in the administration of justice. For although it is a general rule that an accused person may not be judged unless he has committed the crime and has been convicted thereof, he must nevertheless not be immediately acquitted merely because he denies the deed or cannot be fully convicted; but since the public has an interest in crimes being punished and society being purged of such plagues, according to the opinion to be found in L. 5 § 2 ad L. Aquil. L. 4 § 2 eod. de noxal. action., the judge must employ all means to obtain the truth, which can best be done through torture. For, as the consular orator Cicero also says in Partit. Oratoriae: since many crimes can occur so secretly and in hiding that one cannot always obtain eyewitnesses, it is an ancestral custom to attempt to extract the truth through torment. Although it is also of strictissimi juris that one may not proceed to those harsher means except upon sufficient evidence, the Plaintiff judges that the indicia presented above do not lack those requirements, being not only likely but even very probable. Indeed, if one considers the state and condition of the prisoners and defendants as military men who, however thrifty in their way of living and however industrious in their actions, are nevertheless rarely provided with such an abundance of cash, one clearly sees that they must have obtained those Spanish dollars solely through theft, since they can produce no justus titulus—the Plaintiff considers the nullity of the exception to have been sufficiently demonstrated—the lack of which, against one accused of theft, provides a strong indicium ad torturam, according to the opinion of Farinacius part. III quaest. CCXXI num. 39. To this is added the coin specie itself, which is presently so scarce here in the country that it is sought after at a high agio and has almost become a treasured coin, a circumstance by which the prisoners and defendants are not a little aggravated. And it is considered by the doctors of law as a very vehement indicium when an accused person is proven to have spent a coin of the same form and appearance as that which was stolen; see the same cited in Carpzov in loc. cit. and Mascardus de probat. vol. II concl. 832 No. 5. This proposition, added to the peculiar manner in which and the places where they claim to have found those Mexicans, the clandestine exchange, and the contradictory answers of the prisoners and defendants, certainly provide indubitable indicia, lacking nothing for their condemnation other than their oral confession, according to the opinion of the aforementioned Carpzov in part. III quaest. CXVII No. 12 and 13 et seqq., where that jurist, reasoning about certain and probable indicia, further teaches that to proceed to torture there are not required probationes certae, clarae et indicia luce meridiana clariora, since such proofs would be fully sufficient for condemnation, but only indicia clara et certa, namely those which, although not fully proven, nevertheless carry so many probable likelihoods with them and persuade so completely that nothing is lacking other than the confession of the accused, argum. L. 5 § 1 ff. ad L. Aquil., which opinion is extensively reasoned and urged by Farinacius in lib. I tit. V quaest. XXXI. And in which respect the great Huber confirms the same, stating in his Hedendaegsche Rechtsgeleertheyt Cap. 22 No. 7 that torture must be used in cases where the accused is indeed not fully convicted, but is pressed by so many powerful presumptions that no doubt is left to the judge whether he is guilty, argum. L. 1 § ff. de quaest. L. 8 Cod. eod. tit. Antonius Matthaeus, in his tractate De criminibus L. 48 tit. 16 Cap. 3 num. 11, applicable to the second defendant, teaches that whenever an accused person subsequently alters what he previously stated, this, joined with other adminicula, provides sufficient indicia ad torturam; vide etiam van Leeuwen Censura forensis part. II L. VII C. VIII N. 13.
Dutch transcription
1358 „de omstandigheeden hier voren in't breede beredeneerd, genoegsaam gecorroboreerd zijn¬ „de :/ die selfde argumenten ook tegens den eersten gev: en gedte vigeeren; als moetende het alleen aan een groter gesleepenheid in't kwaade worden g'attribueerd, dat niet op 20o eene splendide wijse met die spaanse matten heeft gebrilleerd, dan wel den twede gedte zijnde het zelf seer remarquabel, dat men bij de visitatie van desselfs kist niets naamwaardigs (heeft gevonden, boven het geen een soldaat gewoonelijk pleegt te besitten. — En daar het pleegen van sodanige dieverij, door wagt hebbende soldaten, eene dubbelde naspeuring verdient, als kunnende andersints van de perni¬ cieuste gevolgen zijn, zoo vind zig den r: O: Eijsscher genoodsaakt, tot scher¬ per procedures over te gaan, waartoe he zo vermeend so wel de bovenstaande poincten, als de daaruit voortvloeij de praegnante praesumptien genoeg saame stoffe en fundament opleeveren Want dat vacilleerende, en malkande ren contrarieerende belijdenissen ver„ geseld van argumenten, die uit de natuur der zaken, als van zelfs proflueeren, sterke Indiciën ad torturam opleeveren, leeren alle Doctooren, die over de materie van scherper examen commentarieeren een hulpmiddel van de grootste noodsakelijkheid in de administratie d Justitie: want ofschoon het een alge¬ meene regel is, dat eene beklaagde niet mag werden beoordeelt, ten zij hij de mis„ „daad bekleeden heeft, en daarvan overtuigd is geworden, moet hij evenwel niet aanstonds worden vrijgesproken, om dat hij het feijt ontkend, of niet ten vollen kan worden overtuigd, maar na¬ „demaal het algemeen er belang bij heeft dat de misclaaden worden gestraft, en de societeit van sulke pesten gezuiverd; volgens het gevoelen te vinden in de L V. S 2 ad L: Aquil L: 4 S 2. bod. de noctal action. moet den regter alle mid¬ „delen in't werk stellen om de waarheid te bekomen, 't geen best kan geschieden door de Fortuur: want zegt ook de burgermeesterlijke redenaar Cicero in part: oratoria: Dewijl veele misdaden so geheim en in't verborgen kunnen geschieden; dat men altoos geen oog¬ getuigen kan bekomen, is het al een voorouderlijk gebruik dat men de waarheid door peijnigen tragt uit te halen; daar het egter ook strictissimi juris is, dat men tot die strengere middelen, niet mag komen, dan op voldoende blijkbaarheeden, oordeelt den Eijsscher, dat de indicien hier voren opgegeven die vereischtens niet komen te ontbreeken, als die niet alleen waarschijnlijk, maar zelfs zeer probabiel zijn: neemt men dog in overweeginge den staat en toestand van de gev: en gedte, als militairen die hoe zuijnig in hunne leevens wijsen, hoe nijvrig in hun doen, egter zeldsaam in zo eene ruim¬ „te van Contanten voorsien zijn, so ziet meene en 1359 men klaar, dat die spaanse matten al¬ leen door dief te moeten hebben bekomen aangesien geen justus titulus /: de Eijs„ scher vermeend dog de nulliteit der exceptie genoegsam te hebben gede¬ „monstreerd :/ kunnen produceeren, welkers gemis tegens eenen over die verij aangeklaagden, eene sterke indicie ad torturam opleeverd, volgen het gevoelen van Tarinatius part. 111. quest. CCXXI nam 39. daarbij nog komt de munt specie zelfs, thans hier te lande so vaar, dat met veel opgeld word gezogt, en bij na een potpenning is geworden, iets waardoor de gev: en ged niet wijnig worden g'aggraveerd en het bij de regtsdoctooren, als eene seer vehemente indicie, word gecons dereert, so wanneer eene aangeklaa „de beweesen word een munt te he ben uitgegeeven van deselve form en gedaante, als die dewelke gestol len is geweest, zie deselven g'al gueerd bij Carpson: in loc. cit. & Ma „cardus de probat vol. 11. concl. 832 N. o 5. welke stelling gevoegd bij de cinguliere wijse, op welke, en de plaatsen waar zij voorwenden die mexicaanen te hebben gevonden, clandestene uitwisseling, en zig con „trorieerende antwoorden van de gev: ged=tens seekerlijk ontwijffelbaare indiciën opleeveren, waaraan dus om hen te condemneeren, niets ande ontbreekt dan de mondelijke confe sie, volgens het gevoelen van eve gem: Carpsovius in part. 111: quls CFX No. 12 & 13 & segg:, alwaar die Ictus, redeneerende over de zekere en waarschijnelijke indicien, verder leerd, dat, om ter tortuur te procedeeren, niet vereijscht worden probationes certae, clarce et indicia luce meri„ „diana clariora, dewijl sodanige preuven ter condemnatie ten pple„ genoegdoende zouden zijn, maar alleen indicia clara et certa, zulken na„ „mentlijk, die, ofschoon niet ten vollen beweesen, egter zo veele pro„ babile waarschijnlijkheeden met zig voeren, en so volkoomen persuadeeren, dat er niets aan ontbreekt, dan de eigen confessie van den beklaagden argum. L. 5. I ff. ad L: Aquil. welk ge„ voelen wijdloopig word beredeneerd en aangedrongen door Tarinatius in lib: 1: tit. V. quaest. XXXI. En ten welken opzigten de grote Huber 't selve be¬ kragtigd, zeggende in zijne hedendaag „sche Regtsgeleerdheid Cap. 22. N. o 7. dat de Fortuur moet werden gebruikt in zaken, waarin de g'accuseerde wel niet ten vollen overtuigd is, maar met so veele geweldige prasumptien word gedrukt, dat den regter geen twijf¬ fel word overgelaten, of hij is schul¬ „dig Argum. L. I. f. de quaest. Z. 8. Cod. eod. tit: Leerende Anthonius Mattheus in zijn Tractaat de criminibus L: 48. tit. 16. Cap. 3. num. 11. toepasselijk op den tweden ged=te, dat zo wanneer eene aangeklaagde het geen bevorens heeft gesegd, naderhand verandert, sulx gevoegd bij anderen adminiculen, genoegsaame indicie ad torturam opleeveren; vide etiam van Leeuwen Censura forensis part: H. L. VII. C. VIII. N. 13. waarschip wel
English
It is true that in the subject case it cannot be denied that the Mexicans missing from the Honorable Company, strictly speaking, cannot be recognized as the same, and thus a major requisite, namely the Corpus delicti, seems to be lacking; yet the Plaintiff believes per evidentiam facti from what was remarked here above, both because of the great scarcity of that coin denomination which one can thus presumptively not expect in the possession of a common soldier, as well as the contradictions, lying pretenses of the accused, and the singular manner how, and the places where they claim to have found those Mexicans, to have sufficiently demonstrated and proven the same, and all this upon the authority of the best criminalists, who all teach that in concealed crimes, such as murder, adultery, theft, and the like, which are mostly committed in secret, and by the nature of the matter are difficult to investigate, since they often leave no tracks, and thus cannot be established otherwise than through conjectures and probable indications, the judge may without doubt proceed to Torture, just as Farinacius, Carpzovius, and others purposely and prolixly demonstrate this point. On which grounds the Plaintiff ex officio then also maintains that he may proceed to the following Conclusion, concluding that the prisoners and accused named in the heading of this document, by interlocutory Sentence of Your Honours, may be condemned to be brought to and subjected to the full Torture, as the same is customary here in this country, and Your Honours shall find proper. was signed: J: J. Lesieur in the margin: delivered in council the 5 April 1787. underneath stood: Agrees and signed: R. J. V. d. Riet sworn Clerk. N 5 Copy Demand for sharper Examination drafted, Delivered to the Honorable Isaac Johannes Rhenius, president, together with the Honorable Council of Justice of this government, by and on behalf of the senior merchant and Member in the Honorable Council of Policy, Mr. Jacobus Johannes le Sueur, as expressly qualified by the Honorable Governor and Honorable aforesaid Council of Policy to perform the fiscal duties in this matter, and thus ex Officio Plaintiff, against the Soldier Johannes Kuijpers in the Case of vehement Suspicion of having also made himself guilty Of Honorable Lord and Gentlemen From the written Claim and Conclusion recently produced by the undersigned Plaintiff before the tribunal of Your Honours upon and against the former soldiers Johannes Christiaansen and Johannes Koningswinter, still sitting under the judgment of Your Honours, and the documents and muniments submitted therewith, Your Honours will long have seen the historia facti of a certain missing chest with Mexicans from the Honorable Company's treasury in this Castle, the usual repository of the cash brought ashore from the outbound ships during their stay, and also noticed how various persons, by handling, exchanging, and spending a coin denomination that at the time of that investigation was very rare here in this place, have made themselves very suspect of having lent a hand in one way or another to that theft. And as one could only proceed very slowly on this dark trail, the prisoner and accused mentioned in the heading hereof has also finally come into no small suspicion; for it has already appeared to Your Honours from the aforementioned Claim that he was also among those whom the detainee Koningswinter has had and used to put his Spanish dollars into circulation unnoticed, and it will be no less evident from these accompanying inquiries that the prisoner and accused not only exchanged an amount of Twenty-Seven Spanish dollars from the said Koningswinter, as he alleges, but even dealt a greater number of that coin than he says in his declaration given in the case of this detainee, appended hereto in Copy under Letter A, to have received from him; having subsequently bought some leather from the Citizen Surgeon Henning, and paid with the said coin, and at the same time exchanged a number of 6 pieces of that same denomination with him; that the prisoner and accused, moreover, around the same time exchanged two pieces with a certain Innkeeper Papendorp, and Sixteen pieces with Two coopers posted at the Honorable Company's Shop, namely Johan Andreas Evenze and Lodewijk Lindeman, as will undeniably appear to Your Honours from the depositions given by these people and annexed hereto under Letters B and C, although the prisoner and accused omitted to mention this occurrence regarding the exchanging of the Spanish dollars in his declaration, just alleged, notwithstanding that he was clearly asked whether his deposition was in all respects in Conformity with the truth, and if he did not know of any more Spanish dollars than stated by him to have been exchanged from the aforesaid Koningswinter.
Dutch transcription
1360 Wel is waar, dat in cas subject niet kan werden genegeerd, dat de van d' E. Comp. e vermis te mexicanen, eigentlijk gesegd niet kunnen worden gekend voor de zelfden, en dus een groot requisiet, het Corpus delicti namentlijk, schijnt te ontbreeken, dan vermeent den Eijsschen egter per evidentiam facti uit het hier voren geremarqueerde, so weegens de grote schaarsheid van die muntspecie die men dus niet praesumptive bij een gemeen soldaat kan verwagten, als de tegenstrijdig heeden leugenagtige voor wendsels van de gede en de singuliere wijse hoe, en de plaatsen daar zij voor geeven die mexicanent te hebben ge¬ vonden, hetselve genoegsaam te he# ben aangetoond ende beweesen, en sul¬ alles op auctoriteit der besten Crim nalisten, die allen leeren, dat in ve „borgene misdaaden, als moord, ove spel, dieverij en diergelijken, die mee in 't verborgen worden gepleegd, en do de natuur der zake van moeijelijk ondersoek zijn, dewijl dikwils gen voetstappen nalaten, en dus niet „ders dan door conjecturen en prob „bile indiciën kunnen worden daar gesteld, den regter zonder twijffel tot de Fortuur kan overgaan, so als Tarinatius, Carpsovius en anderen dit stuk met opset en prolixe k „men te demonstreeren. — Op welke gronden de rat: off: Eijssch dan ook sustineerd te mogen treeden tot de volgende Conclusie, zo als Concludeerd, dat de gev: Cordiemel gezw:. Seveq Accordeert en ged s in den hoofde deses gemeld, bij interlocutoire Vonnisse van UE. Agtb:, mo¬ „ge werden gecondemneerd, omme gebragt te worden tot en aan de volle Fortuur, zo als deselve hier te lan„ „de gebrruikelijk is, en UE. Agtb: sullen vinden te behooren. /:was geteekend:/ I: I. Lesieur /: in margine:/ in rade overgegeeven den 5 April 1787. /:onderstond:/ Accordeert /:en geteekend:/. R. I. V. d. Riet gezw. Clercq. — N 5 1361 Copia Copij Eijsch ter scherper Examen gedaan maken, Overgeeven aan den E Agtb: heer Isaak Johannes Rhenius proe¬ „sident, beneevens den E Agtb: Raad van Justitie deezes gouvernements, door ende van weegens den oppercoop„ „man, en Lid in den E Agtb: Raad van Politie M=r Ia„ „cobus Johannes le Sueur als door den WelEGestr: heer Gouverneur en Wel¬ „ opgem:e Politiequen Rade expres gequalificeerd; om in deezen het fiscaals ampt waar te neemen, en dus ex Officio Eijsscher a den Zoldaat Johannes kuijpers in Cas van ve„ „hemente Suspicie zig meede te hebben schuldig gemaakt Aan 1362 Achtbare Heer en Heeren Uit de door den ondergeteek: Eisscher onlangs ter vierschaar van UE Agtb geproduceerde schriftelijke Eisch ende Conclusie op ende Ieegens den onder het vonnis van uE agtb nog zittenden geweezen zoldaat Johannes Christiaansen en Iohannes Koningswinter en de daar bij overgelegde stukke ende munimenten zullen UE Agtb: lango hebben gezien, de historia facti van zeekere vermiste kist met mexicanen ut 's EComp=s geldhok, ten deese Casteele, de gewone bergplaats aan zeekere vermist. kist, met Mexicanen gev=e en ged=e. — der van de uitkomende scheepen gedu„ „rende derzelver verblijf, aan de wal gebragt werdende Contanten, en teffens ontwaard, hoe deeze en geene door het manieeren, verwisselen en Uit „geeven van eene munt specie die ten tijde van dat onderzoek, hier ter plaatze zeer naar was, zig zeer suspect hebben gemaakt, op de eene of andere wijze de hand aan die ontvreem „ding te hebben geleend. En daar men in dit duistere Spoor, alleen zeer langzaam heeft kunnen voortgaan, is ook eindelijk in geen gering adspect gekomen de gev=e en ged=e, in den hoofde deezes gemeld; Het is dog UE Agtb: uit gementioneerden Eisch reeds gebleeken, dat desel „ve meede onder die geene is geweest, welke den gedetineerden konings winter heeft gebruikt des gehad 1363 gehad, om zijne Spaanse matten ongemerkt onder den man te bren„ „gen, en zal het uit deeze verzel „lende Enquesten, niet minder evident zijn, dat de gev=e en ged=t van gem: koningswinter zoo hij voorgeeft niet alleen een montant van Seeven en Twintig Spaanse matten heeft ingewisseld, maar zelfs een groter getal van die munt heeft gehandeld, dan hij in zijne, in de zaak van deezen gedetineerde gegeeven verclaring deezen sub Litt A: in Copia bij „gevoegd, zegt, van dezelve te hebben ontvangen, als hebbende ver¬ „volgens bij den Burger Sur „gen Henning eenig leeder gekogt, en met gezegde munt betaald, en ter zelver tijd nog een getal van Ses ps van dieselve specie aan denzelven verwisseld dat de gev=e en ged=e, daar en boven omtrend gelijktijdig een tweetal Aan zeekeren Herbergier Papen„ aan Twee dorp, en Sesthien p=r ^ op 's EComp=s Winkel bescheiden kuipers in name Johan Andreas Evenze en Lodewijk Lindeman heeft verwesseld: zoo als UE Agtb dit een en ander Onteegenzeggelijk zal blijken uit de depositie door deeze luiden gegeeven, en deesen sub L=a BenE geannexeerd, schoon de gev=e en ged=e dit gebeurde met betrekking tot het wisselen der Spaanse matten in zijne vercla„ „ring, zo even geallegueerd, heeft komen te verswijgen, niet teegen„ „staande hem wel duidelijk is afge„ „vraagd geworden, of zijn gedeposeerde allezints Conform de waarheid was, en hij van geene meerdere spaanse matten dorste, als door hem oprgegeeven van voorsz: koningswinter te hebben ingewisseld— dat Het
English
1364 The prisoner and defendant attempts indeed to distort what occurred with the citizen Henning aforesaid, and to give it a different color, by placing this on the account of a certain soldier Dreverman, stating both in the declaration noted herebefore and upon Art. 6, 7, 8 of the interrogatories put to him, annexed hereto under Letter D, that he had gone along to the tanner Henning at the request of the aforementioned Dreverman, because he was known to him, and in order to select the leather for him, that having done this he had departed from there after the frequently mentioned Dreverman had paid for the purchased leather, without however knowing in which specie this had occurred; but on the contrary it is established from the declaration of the aforesaid Henning that the prisoner and defendant, on a certain day, together with a certain person unknown to him, the deponent, having come to him in order to buy some leather, also immediately selected and bought a quantity of it there, and paid for it with eight Spanish dollars; the same further testifying that, seeing some more of that coin in the hand of the prisoner and defendant, the same consisting of six pieces, he had exchanged them from him, with an agio of one schelling per piece Spanish dollar; which deponent, the frequently mentioned Henning, however much the defendant and prisoner attempted on the occasion of the verification to persuade him that he was mistaken, that not he, the prisoner, but the soldier Dreverman whom he had with him had been the buyer of the leather, and had also paid for it, and that he had only selected that leather for him, 1365 nevertheless persisted in maintaining, and even confirmed with a solemn oath in facie of the prisoner and defendant; and this was corroborated in the strongest manner by the mentioned Dreverman himself, who on the same day, to wit of the verification of the declaration of the frequently mentioned Henning, having been brought expressly before commissioners from Your Honorable, in the presence of the prisoner related almost verbatim as the frequently mentioned Henning has come to declare, see the same under Letter M; which then also, as the plaintiff believes, acquits the latter of all suspicion of falsehood, all the more so since there is no presumptive reason why the mentioned Henning should wish to burden the prisoner and defendant, who was known to him, who was accustomed to buy his required leather from him, to the advantage of an unknown person. — Equally deceitfully he attempts to make the exchange of some of those mexicans to the two coopers just mentioned appear as if they had not consisted of as large a number as they have come to state in their declaration; but, Honorable Sirs, no motives can be conceived either which could have induced these two people to give such a detrimental, such a deceitful deposition against the prisoner and defendant; and the prisoner and defendant subsequently, through his acts and conduct, added all credibility to the word of those two deponents; for when, after answering the interrogatories put to him, he was brought back by the detachment of soldiers who had escorted him from the provost, the then place of detention of the prisoner and defendant, to the Council Chamber, he did not hesitate to break out of their rank and to betake himself into the shop past which he had to pass and where the mentioned Coenraad stood working, in order, if it were possible, to persuade him to alter his given declaration to the extent that at a further interrogation he should declare that he, Coenraad, had received no more than three, and his colleague Lindeman only four of that specie from him, the prisoner, for exchange; as will appear to Your Honorable from what the said Coenraad has come to declare further in the verification of his declaration and confirmed with oath. 1366 From this short exposition the plaintiff therefore also believes that there is no doubt whether the same grounds and motives that have militated against the aforesaid Christiaansen and Koningswinter also come to aggravate the prisoner and defendant greatly; for what reasons could have persuaded the prisoner and defendant to be so reticent with the truth in the declaration demanded of him in a matter that so greatly concerned the interest of his Lords and Masters, in whose oath he stood? Why did he not only so deceitfully present and distort what happened at the house of the citizen Henning, but subsequently, when he was convicted of his lies by the most convincing proofs, nevertheless stubbornly continued to deny the same? Why, finally, in the case with the two coopers, did he attempt to make them falter and make themselves guilty of perjury, if his conscience did not know him to be guilty, and he sought to excuse himself through such subterfuges?
Dutch transcription
1364 Het voorgevallen bij den Burge Henning voorm: tragt den gev=e en ged=e wel te verdraaijen, en een and Coleur te geeven, met zulks op reek „ning van zeekere zoldaat Dreve „man te stellen, zeggende zo in de hier voren genoteerde verclarin als op Art 6, 7: 8 der hem voor gehoudene vraag articulen, de „zen Annex sub La D, dat hy ten verzoeke van gem: Dreverman na den looijer Henning was m „de gegaan, om dat bij denzelven bekend was, en het leeden voor den „zelven uit te zoeken, dat hij zulk verrigt hebbende van daar wa# gegaan, na dat meerm: Dreverm het gekogte leeder had betaald zonder evenwel te weeten, in welke specie zulks was geschied, dan Consteerd inteegendeel uit de vet „claring van voorm Henning dat de gev=e en ged=e op zeekere dag, beneevens zeekere bij hem dep=l onbekende perzoon, bij denzelven gekomen zijnde, ten einde eenig leeder te kopen, ook dadelijk daar e van een quantiteit heeft uitgezogt en gekogt, en hetzelve met agt Spaanse matten betaald, getuij„ „gende denzelven verder dat nog eenige van die munt in de hand van de gev=e en ged=e ziende, dezelve bestaande in ses stux van denselven had ingewisseld, met een opgeld van een schelling p=s spaanse maet, welke gedeposeerde, meerm: Henning hoe zeer de ged=e en ged=e bij geleegend „heid van 't recollement hem tragte te overreeden, dat zig vergiste, dat niet hij gev=e maar den meede bij zig gehad hebbende zoldaat Droverman de koper van het leeden was geweest, en hetzelve ook had betaald, en hij alleen dat leeder voor denzelven had uitgezogt egter E dag 1365 egter heeft blijven gestand doen, en zelfs met solemneele Eede in facie van den gev=e en ged=e bekragtigd, en werd dit ten sterksten gecorroboreerd, door Gemert: Dreverman Zelf, die op denzelfden dag, te weeten van 't recollement der verclaring van dikwilsgem: Henning expre voor gecommitt=s uit UwE Achtb gebragt zijnde, in bijweesen van den gev=e bijna Verbatinus heeft gerelateerd, zo als meerm. Hennin heeft komen te verclaren vrde dezelve sub L M: het geen deeze dan ook zo als den Eess=e vermeen van alle verdenking van valschheid vrijplijt, te meer nog, daar geen Presumptive reeden is, waarom gem Henning den gev=e en ged=e die bij hem bekend was, die gewoon was zijn benodigt leder bij hem te kopen zoude willen beswaren, ten voor„ „deele van een onbekende. — Even leugenagtig tragt dezelve de verwisseling van eenige dier mexicanen aan de Twee even gemelde kuijpers te doen voorkz: „men, als of die niet in zo groot een getal hadden bestaan, als zijl: in haare verclaring hebben komen op te geeven: dan E Agtb= Heeren, er zijn ook geene motives te bedenken, dewelke deeze Twee menschen hebben kunnen aan„ „zetten, om zo nadeelige, zo leu„ „genagtige depositie teegens de gev=e en ged=e te geeven, En heeft de get=e en ged=e nader„ hand, door zijn handel en ge¬ „drag alle geloofbaarheid aan het gezegde dier beide de „posanten bijgezet, want heeft dezelve wanneer na de beant„ woording der hem voorgehoudene vraagarticulen door het detache „ment militairen, hetwelk hem Eeven iee 1366. van de provoost de toenmalige detentie van den gev=e en ged:e na de Raadzaal had begeleid, weeder derwaards wierd te rug: gebragt, zig niet heeft ontzien uit het gelit derzelve uit te breeken, en zig in den winkel langs welke hij moeste passeeren en waar gemelde Evenze stond te werken te begee„ „ven, om ware het mogelijk te bevraten dat zijn gegeeven verclaring in zoo verre zoude altereeren, dat bij eene naderen verhoring zoude declareeren, dat hij Coenze hem gev=e niet meer dan drie en zijn Confrater Lindeman maar een Viertal van die specie ter Uitwisse „ling hadden Ontfangen, zo als UE zulks zal blijken uit het geen ged=e Edenze in 't recollement op zijn verclaring hader heeft komen te de cloc„ reenen en met Eede bevestigd: - Uit dit kort vertoog vermeend den Eiss=r dan ook, dat 'er geene beden„ „kingen Vald, of dezelfde gronden en motiven die teegens voormelde Christiaansen en koningswinter hebben gemiliteerd, Ook de gev=e en ged=e zeer kome te aggreveeren; welke reedenen dog hebben den gev=e en ged=e kunnen per„ „moveeren, om in de hem afgevorderde verclaring in een zaak die het Intrest zijner Heeren en Meesteren, in Wiens Eed stond, zoo zeer betrof, zoo agter„ „houdend in de waarheid te zijn 3 Waar„ „om het gebeurde ten huize van den burger Henning zoo leugenagtig voorgegeeven en verdraaijt niet alleen, maar naderhand toen door de Con„ visanste bewijzen van zijne leugens overtuigd wierd hetzelve egter halstarrig blijven negeeren Waarom eindelijk in 't geval met de Twee kuijpers getragt dezelve te doen trempeeren, en zig aan meinhed schuldig te maken zo zijn geweeten hem niet schuldig ken„ „den, en hij door diergelijke uitvlugten zig zogte te ontschuldigen. Christiaande Het
English
The defendant does attempt to verify the alibi of the Mexican dollars traded by him by saying that he had exchanged a number of twenty-seven from the detained Koningswinter for that which he had received from his monthly wages earned from and due to him by the Honorable Company, but here too he makes himself guilty of lies, and certainly not without reason; what he could place on the shoulders of the latter, he did not need to account for. However, the aforesaid detainee does acknowledge on Article 19 of his interrogatory to have paid to the defendant and prisoner for a debt a small sum of eight rix-dollars in Spanish reals, yet says on Articles 25, 26, and 27, accompanying this in extract under Litt. F, to have exchanged only a number of five to the same; and even if one admits his allegation of the manner in which he obtained another nine Spanish dollars, to wit, seven from a certain passenger sailor, and two of that coin from a sailor stationed on one of the country's boats, an amount of sixteen of that coin species will nevertheless remain, and if the statement of Koningswinter conforms to the truth, a ten more, of which he can show no proof where and how he came by the same. Even the exchanging of those Spanish dollars from the frequently mentioned detained Koningswinter must incriminate the defendant to the highest degree and make him suspect; by his own experience he could indeed have known that a common soldier seldom possesses such an abundance of ready cash, especially of a coin species at that time occurring very rarely here. The very manner in which the defendant Koningswinter had answered him to his question how he came by those Spanish dollars, his generosity in offering the same for exchange far below the exchange rate of the time and still now here in this country, must have raised suspicion in him that Koningswinter had not obtained the same in a lawful manner, and should have obligated him to give proper notice thereof, all the more so since it could not be unknown to him, however much he sinisterly attempts to deny this, that one of the money chests of the Honorable Company had gone missing from the Castle and that an investigation was conducted thereafter, an event that caused so much commotion. In order then not to burden the precious attention of Your Honorable Worships any longer, the prosecutor shall only present to your enlightened judgment those grounds which, according to his humble opinion, come to justify the claim stated at the head hereof. That a certain crime has been perpetrated is beyond any doubt; from the claim alleged hereinbefore it has been sufficiently demonstrated that the missing money chest of the Honorable Company could not possibly have been alienated in any other manner than by theft. The corpus delicti is no less certain, for although it cannot be denied that the Mexican dollars missing from the Honorable Company, properly speaking, cannot be recognized as the very same as those traded by the prisoner and defendant, so that this chief prerequisite seems to be lacking, the prosecutor nevertheless believes to be able sufficiently to prove the same through the own confession of the defendant and prisoner, as having obtained a large number of that coin, which is so rare, from someone who naturally had to appear suspect to him as not having come by it in precisely the most honest manner, and from a larger number of that very species alienated by him than he even says to have obtained from the frequently mentioned Koningswinter. It is true that he shows where he obtained a part thereof, but even if one were to grant any faith to that allegation, whereas he has nevertheless made himself very suspect through his distortions and stubborn lies, also having been shown not to have told the truth in everything, as has already appeared from the confession of the frequently mentioned detained Koningswinter, it nevertheless remains certain that he can show no iustus titulus, or right of ownership, for another part thereof. It is, after all, considered by legal scholars as a vehement presumption when someone accused of theft is proven to have sold or alienated any property that was stolen without a iustus titulus, and it yields a proof ad torturam according to the Criminal Ordinance of Charles V, as the same is cited by Carpzovius in Practica Criminalis, part 3, quaestio 122, numbers 39, 40, and 41, and even more applicable to the prisoner and defendant when an accused confesses to have spent a coin of that same kind and form as that which was stolen, especially when that presumption is strengthened by other probable proofs and conjectures, such as the frequently mentioned scarcity.
Dutch transcription
1367 Het alibi den door hem verhan„ „delden Mexicanen, tragt de ged=e wel te verifieeren, met te zeggen dat hij een getal van Seeven en Twintig van den gedelineerden koningswinter, voor het geene hij van zijne bij d' ECompe verdiende en te goed hebbende maandgelden had ontfangen had ingewisseld, dan ook hier maakt hij zig weer aan leugens schuldig, en zeekerlijk niet zonder reeden, 't geen hij deezen op de schoudenen konde leggen, behoefde hij niet te verantwoorden, dan voorsz: gedetineerde avoneerd wel op art 19 zijnen Interroga„ „torie, aan den ged=e en gev=e voor schuld te hebben betaald een Sommetje van Agt Rijxd=s in Spaanse Realen, dog zegt op Art 25, 26 & 27: deezen in Extract verzellende sub Litt=a F maar een getal van VE: aan denzelven te hebben uitgewisseld, en zo men al zijn voorgeeven van de wijze op welke hij nog Neegen spaanse matten heeft bekomen, te weeten van zeekere gepas„ „seerde scheepeling seeven, en van een op eene der landsboots bescheidene Mattroos twee van die munt, zal 'er evenwel een montant van sesthien dier munt specie overschieten, en is het gez: van koningswinter Conform de waarheid een tiental meer, waar van geen bewijs kan aantonen, waar en hoe aan dezelve is gekomen, zelfs het inwisselen van die Spaanse matten van meerm: gedetineerde koningswinter met den ged=e ten hoogsten beswaren en suspect maken, bij eigen ondervinding konde hij immers weeten, dat een gemeen zol en daat zeelden zo een overvloed van gereed geld bezit, vooral van een in specie 1368 specie, dies tijds hier zeer Zeldzaam= voorkomende, de wijze zelve op wele „ke ged=e koningswinter hem op zijn vrage had geantwoord aan die Sprank matten te zijn gekomen, de gulheid van hem dezelven ver beneeden de wisselcours des tijds en nu nog hier te landen ter verwisseling aan te bre„ „den, moeste bij hem in verdenkingen komen dat koningswinter de zelv op geene regtmatige wijze had verkreegen, en zulks hem hebben verpligt gehad, daar van be hoorlijke kennis te geeven, ten meer nog, daar hem niet kond onbekend zijn, hoe zeer zulks ook Sinisterlijk tragt te negeeren, d dat een den Geldkisten den EComp=e Uit het Casteel was vermist geworden en daar na onderzoek wierd Geda eene gebeurtenis die zo veel gerugts heeft gemaakt. — Om dan de Pretieuse Dat 'er eene zeekere misdaad is ge„ perpetreerd geworden, is buiten eenige bedenkinge; uit de hier voren gealle „gueerde Eisch is genoegzaam aange „toond, dat de vermiste geld kist der EComp=en onmogelijk op eene andere wijze, dan door liefte heeft kunnen werden vervreemd. Het Corpus delictie is niet minder zeeker, want ofschoon niet kan werden ontkend, dat de van d' EComp=ie vermiste mexicanen, eigentlijk gezegd, niet kunnen werden gekend voor dezelfde als door den gev=e en ged=e verhandeld, dus dit voornaam requisit schijnt te Ontbreeken, vermeend de attentie van UE Agtb: niet langer te ver„ „moeielijken zal den Eiss=r nog maar aan derzelver verligt Oordeel opgeeven die gronden, dewelke hem volgens zijn nedrig gevoelen, tot den in hoofde deezes gestelden Eisch komen te wettigen. — Allentie Eiskcher 1369 Eiss=r evenwel hetzelve genoegzaam te kunnen probeeren, door de eigen be „kentenis van den ged=e en ged=e, als die een groot getal van die munt die zo naar is heeft bekomen van iemand, die hem natuurlijk moeste suspect voorkomen, daar aan Juist niet op de eenlijkste wijze te zijn gekomen, en uit een Groter getal van die eigen specie door hem veralieneerd, als zelfs zegt van meerm: koningswinter te hebben opgedaan, wel is waar dat aantoond waar een gedeelt derzelve heeft bekomen, dan zo me al in het geheel aan dat voor„ „geeven zoude geloof gunnen, daar evenwel door zijne verdraaijingen en halstarrige leugens zig zeer suspect heeft gemaakt, ook huen in de waarheid in alles niet te hebben gezegd, gelijk reeds ge„ „bleeken is, uit het Aven van meerm: gedetineerde koningswinter, zoo blijft dog zeeker, dat geen Iustus Citalus, of regt van eigendom voor een ander gedeelte derzelve weet aan te Wijzen. Het word dog bij de regts de als een vehemente indicie geconsidereerd; wanneer een Over diverij aangeklaag „den beweezen word, eenig goed dat gestolen was te hebben verkogt, of veralieneerd, zonder eenen Iustus Citalus, en leeverd eene preuve adtor„ „turam op volgens de ord: Crimineel Caroli v: zo als dezelve aangehaald word bij Carpz: in pr: Crimin: p 3 quaest: lX X11, num: 39, 40 en 41 en nog meer betrekkelijk op den gev=e en ged=e, wanneer eene beschul„ „digde bekend, eene munt te heb „ben uitgegeeven van die zelve zoort in forme als die welke gestolen is, voor al Wanneer die indicie ge sterkt word door andere probabile bewijzen en Confecture als de Meerm: Schaarshaid
English
1370 scarcity of such coins, which one therefore cannot expect to find in such a quantity in the hands of someone like the prisoner and defendant, especially if he has no just title or cannot prove in what manner he obtained them, which evidence gives the judge liberty to proceed to closer examination, according to the opinion of the aforementioned Carpzovius, cited place, numbers 49 and 50, and Mascardus, De probationibus, volume 2, conclusion 832, number 9. That gross lies weigh very heavily against an accused when they are used to plead him free from the crime, and produce a heavy suspicion for torture, admits of no doubt; see Farinacius, question 52, number 8. What will especially come into consideration, and what in the opinion of the Plaintiff militates most strongly against the prisoner and defendant, and which he certainly would not have resorted to had he not been convinced of his own guilt, is that he sought to induce the repeatedly cited cooper Coenze, and as it were to compromise with him, to change his statement once given to such an extent, and thus to falsify it, so that his crime might thereby be obscured and he be cleared of his rightful punishment. This, among the doctors of law, is considered an indicium sufficiens atque idoneum ad torturam, an evidence that is sufficient and complete to warrant the judge in proceeding to closer examination, as is posited by Carpzovius and other commentators cited by him in part 3, question 121, numbers 56 and 57. With this set down, the Plaintiff believes he has presented all those probable likelihoods that the criminalists cited above and others require in proceedings for closer examination, and especially sufficient in crimes such as these, which mostly occur in secret and by the nature of the matter are difficult to investigate, since they often leave no tracks, as the aforementioned doctors deliberately demonstrate at length on this subject. And it is hereby also sufficiently shown that the prisoner and defendant, even if he did not make himself directly guilty of stealing the missing money chest, is nevertheless in one way or another an accomplice to it, or has knowledge thereof, and nothing but a great obstinacy holds him back from confessing the truth, which certainly would not free him from punishment. Since, according to what is found in Lex 15, paragraph 14, De quaestionibus, the necessity for the public welfare demands that crimes be punished, and it is here especially of the highest importance that the perpetrators of this deed be discovered in one way or another so that they receive their just deserts, the Plaintiff therefore believes, on the grounds set down hereinbefore, to be sufficiently justified to arrive at the following conclusion against the prisoner and defendant named in the heading of this document, and to proceed: Concluding that the prisoner and defendant Iohannes Kuijpers may be condemned by interlocutory sentence of Your Honors to be subjected to and placed under the full torture, as is customary here in this country, or as Your Honors according to your highly wise judgment and justice and equity shall find proper. Signed: J. J. le Sueur. In the margin: Exhibited in court, the last of May 1787. Below stood: Agrees. Signed: B. J. van den Niet, sworn clerk. Agrees: C. v. Diemel, sworn clerk. No. 5 Claim and Conclusion drawn up and submitted to the Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, together with the Honorable Council of Justice of this government, by and on behalf of Master Jacobus Johannes le Sueur, Senior Merchant and Member of the Honorable Council of Policy, as specially qualified in this matter by the Most Noble and Honorable Governor and the aforementioned Council of Policy to observe the Fiscal's office, and on that account Plaintiff ratione officii, against the soldier Hendrik Dreverman, defendant in a case of fencing suspect stolen money. Honorable President, Gentlemen, Your Honors having been pleased to allow the Plaintiff ratione officii Copy.
Dutch transcription
1370 schaarsheid van zodanige munten, die men dus in zoo eene quantiteit in handen van iemand als den ged=e en ged=e niet kan verwagten, voor al zo geen Iustus Citalis heeft of kan probeeren, op welke wijzo aan dezelve is gekomen, welke blijken den regter vrijheid geeft, om tot scher= „per eexamen te procedeeren, volgens het gevoelen van evengem: Carpzoirus Eital: Loso: num: 49 en 50 en massard de probat vol 11 Conclus 832 num P: Dat grove leugens eene beschul„ digden zeer beswaren, wanneer die gebeezigd worden, om hem van de misdaat vrij te plijten, en eene zware suspicie opleeverd ad tortunam, baand geen twijffel zien Farinac quaest 52 Num 8, vooral zal in aanmerking komen en't geen volgens het oordeel van den Eiss=r wel het sterksten teegens den gev=e en ged=e komt te militeeren, en waartoe zeekerlijk niet zoude zijn gekomen, zoo niet bij zig zelven overtuigd was van schuld, daar dezelve meer geciteerde kuijper Coenze, heeft zoeken te induceeren en als het ware met hem te tran„ „sigeeren, om zijne eens gegeeven verclaring in zo verre te ver„ anderen, en dus te vervalschen ofte daar door zijne misdaad konde worden verduisterd, en hij van zijne regtmatige Straffe vrijgeplijt, het welk onder de regts dd, werd ge reekend als een indicium Luf¬ ficiens asque idoncum ad torturam, eene blijkbaar„ heid die genoegzaam en volleedig is, om den regter te wettigen, tot scherper examen zo als zulks door Carpz: en andere bij hem gealle Cemmentateurs werd gesteld ind p 111 quast CXx 1 num 56 en 57:— Wiet dit vingeland dit ter needer gestelde vermeend den Eiss=r dan ook alle die probabile waar „scheinlijkheeden met zig te voeren, die de hier voor g'allegueerde Criminalisten, en andere komen te vereisschen in de procedures tot scherper Examen, en vooral vol„ „doende in misdaden als deezen, die meest al in het verborgen geschieden, en door de natuur der zake van moeijelijk Onderzoek zijn, dewijl veeltijds geen voetstappen nalaten, zo als de gem: d: d: dit stuk met opzet in prolixe komen te demonstreeren, En is hier door ook dan genoegzaam aangetoond, dat de gev=e en ged=e, zo als zig niet direct aan 't steelen der vermiste geld kist heeft schuldig gemaakt eg„ „ter op de eene of andere wijze daaraan meede pligtig is, of be„ „wistheid daar van draagd, en niets als eene grote halstarrig„ heid hem teegenhoud de waarheid te beleiden, het geen hem zeekerlijk nt Concludeert, dat de gev=e Den ged=e Iohannes Kuij= „pers bij interlocutoire vonnisse van uwE Agtb: mogen worden gecondem„ van Straffe zoude bevrijden. — Daar nu volgens het geen men vind in de L. V5: 14: de quast, de nood„ zakelijkheid voor het algemeen wel zijn vordert, dat de misdaden werden ge„ „straft, en het vooral hier ten hoog= „sten aan geleegen legt, de daders van ditfeit, op de een op andere wijze worde ontdekt, op dat loon na werken bekomen, vermeend den Eiss=r dan ook op het hier voren ter needer gestelde genoegzaam gefundeert te zijn, om ook teegens gev=e en ged=e in den hoofde deeses genoemd tot de volgende Conclu„ „sie te komen, en mogen treeden- zoo als Van neerd 2 „neerd omme gebragt te worden tot en aan de volle tortuur, zo als hier te lan de gebruikelijk is, of zoo als uwE Agtb naar derzelver hoogwijs oordeel en recht en bil„ „lijkheid zullen vinden te behoren. - /:was geteek=t: I: I: le Sueur /:in mar „ gine:/ Exhibitum in Zubi„ tio ult=o maij 1787:— /:Onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ B: I: Van den Niet gesw: Clercq Accordeert. Cv: Diemel gezweleven No. 5 Eisch ende Conclusie gedaan maken en overgegeven aan den E Agtb: Heer Iohannes Isaak Rhenius Praesident, benevens den E Achtb: Raad van Justitie deezes gorver. „nements door ende van wegens m:r Jacobus Iohannes te Sicier opperkoopman en Lidt in den E Achtb: raad van Politie als in deezen door den welEdelen Gestr: Heere Gouverneur en wel opgemelden Politicquen Raade ter waarneeming van tFiscaals Ampt expris gequalificeerd en uit dien hoofde Bat: Officie Eijsscher Den soldaat Hendrik Dre. „verman ged: en cas van heeling van suspect gestolen geld E: Agtb: Heer Heeren UEd: Agtb den Natione officie Eijsschen hebbende gelieven Copie. Contra
English
pleased to grant a summons in person against the defendant mentioned in the heading of this document, the same shall have the honor to submit herewith, in support of this demand, three inquests marked A, B, C, from which it will evidently appear to your honors that the defendant allowed himself to be used to exchange a species of coin that, since it was known to him without doubt that such coin had gone missing from the Honorable Company's treasury, must have been highly suspect as not having been acquired by the possessor with just title. It is apparent from the confession of the tortured soldier Iohannes Koningswinter, who is still detained under sentence of your honors, on Articles 16 and 48 of the interrogatories put to him, above mentioned as letter A, that he gave the defendant an amount of 23 pieces of Mexican reals for exchange, this being confirmed by the repatriated cooper of the Honorable Company, Iacob Roman, who exchanged those Spanish reals with the defendant, as can be seen from his deposition annexed hereto under letter B. From the declaration of the defendant given at the requisition of the plaintiff in the case of the aforementioned tortured prisoner, annexed hereto under letter C, your honors will see that the defendant concealed that exchange therein, however much the plaintiff, when he had obtained knowledge thereof in particular from the above-alleged declaration of the cooper Iacob Roman taken a few days later, presented it to him to pay homage to the truth. Afterward, the defendant indeed tried to remedy this upon the re-examination of his declaration, but under the weak pretext before the delegate commissioners of your honors that he had not dared make mention thereof in his said deposition because he had concealed it from his chief. But, honorable sirs, here too the defendant tried to obscure the truth and excuse himself by pretending that he had exchanged those Spanish reals for himself from the said detainee Koningwinter, whereas it is clear as day from the above-adduced interrogatory articles, which the repeatedly mentioned Koningswinter afterward maintained upon his re-examination, that he handed that coin to the defendant in order to exchange it for his benefit, as the defendant then also exchanged it at 10 schellingen a piece, bringing in its stead to the said Koning I: winter so-called old ducatoons. Indeed, 1374. the entire content of his declaration makes him suspect; he wants to make it appear as though he had no private acquaintance with the frequently mentioned Koningswinter, whereas from the whole context it can be sufficiently perceived that this familiarity was considerably greater than he wished to admit, as can be sufficiently gathered from Articles 11 and 12 of the interrogatories already cited. Indeed, that the defendant must have been completely convinced in his own mind that the forward-cited detainee did not come by those Spanish reals in the most honest manner is, as it appears to the plaintiff, indisputable from his own declaration, the defendant saying at the end thereof: "that he, together with his comrades, was often greatly amazed at how Koningswinter might have come by the money of which he was daily supplied in such large amounts." A clear proof that the defendant himself considered it a very singular phenomenon that a common soldier, who was known to him to practice no trade and who even had to perform night watches for others for a better subsistence, would have come by so much cash so suddenly in a lawful manner. Which amazement, and indeed even suspicion, should have been so much the greater in the defendant when he saw him dealing in a species of coin that at the time was so rare that it was seldom found with anyone in any noteworthy quantity, and had almost become a keepsake coin. All this should therefore have obliged the defendant, instead of lending a hand to dispose of such suspect money in a covert manner, to give notice thereof at the proper place, the more so since the loss of a chest of Mexican reals belonging to the Honorable Company had become notorious enough, and especially could not have been unknown to an inhabitant of the Castle. By these few words, the plaintiff ex officio considers to have sufficiently demonstrated to your honors that the defendant is guilty of the fencing of stolen money with which he is charged in the heading of this document, and since it is an axiom in law that the receiver is as bad as the thief, and a matter of this nature must be pursued and punished even in the smallest traces, he therefore considers himself sufficiently justified to proceed against the defendant to the following conclusion, as he concludes that the defendant mentioned in the heading of this document may be condemned by sentence of your honors, after first being severely scourged by the Caffirs, to be sent away from here on one of the first departing ships as a pernicious subject, with condemnation in the costs and expenses of justice, or to such other sentence as your honors shall find to be proper according to law and equity. Signed: I: I: Lesueur. In the margin: Exhibited in court, June 1787. Below stood: Agreed. Signed: R: I: V: D: Riet, sworn clerk. Served. E. v. Diemel court messenger
Dutch transcription
gelieven te verleenen Citatie in persoon op ende Jegens den ged: in dien hoofde deezes gemelde, zal deselve ter adstructie van deezen Eysch de eere hebben hier nevens overteleggen arie enquesten gequoteerd A: B. C. waaruit UE agtb: evidentelijk zal komen teblijken dat de ged zig heeft laten gebruiken tot 't verwisselen van eene specie die bij hem als zonder twijffel bewrst dat diergelijke munt uit 's EComp:s geldhok vermist was geworden zeer suspect moeste zyn dat door den bezitter niet Iusto titulo was verkreegen geworden 't Consteerd dog uit de bekentenis van den getontureerden en onder's vonnis van UE Achtb=ren nog zittende zoldaat Iohannes Konings winter op Art: 16 en 48. der hem voorgehoudene vraag= poincten hier bovengen: met L=a A. dat hij den ged een montant van 23 p:s mexicanen ter verwisseling heeft gegeven wordende dit bevestigd door den gerepatreeerden Cuiper der EComp: Iacob koman dewelke die sp:r matt van den ged heeft ingewisseld, zo als te zien is uit desselfs depositie deesen sub La B. bijge„ „voegd uit de verklaring van den grd. ter requisitie van den Eijss:r gegeven in de zaak van opgemelde gefortuxeerden deesen annex sub L=a C: zullen UE: agtb: zien dat den ged: die verwisseling daar in heeft komen te verswijgen hoe zeer door den Eijsscher wanneer dezelve uit de hier voor de geallegeerden verklaring van den Kuipser Iacob Roman eenige dagen laten genomen, daarvan kennisse had bekomen in't particulier is voorgehouden om dog der waarheid hulde te doen, Naderhand heeft den ged zulx wel tragten te remedieeren in't recollement zijner verklaring dog onder't flauw voorgeeven voor heeren gecommitt=s UE agtb: dat daarvan in gem: zijne despositie geene mentie had durven maken om dat zulx voor zijn Cheff had versweegen; maart agtb: heeren, ook hier in heeft den ged: de waarheid tragten te verduisteeren en zig zelfs te verontschuldigen met voorte geeven, dat hij die sp: matt: voorzig zelf van gem: gedetineerden koningwintle had ingewisseld daar evenwel uit de hiervoor bijgebragte vraag art: welken meerm: konings winter naderhand bij 't recollement op dezelven heeft blijven gestand doen, middag klaar blijkt, dat hij die specie aan den ged: heeft overhandigt, om deselve ten zijnen voordeele te gaan uitwisselen, gelijk de ged: dan ook dezelve heeft verwisseld tegens 10 strell: 't stuk, brengende in dies steede aan ged: Koning I: „winter zo gen„e oude Ducatonnen; trouwens 1374. de gantsche inhoud van zijn verklaring maakt denzelven suspect; Hij wel zig quasie doen voorkomen als of geene particuliere kennis aan dikwils gem: koningswinter hadde gehad, daaregter uit den gantschen zamen hang genoegzaam te bespeuren is, dat die familiariteit vrij groter is geweest als hij heeft willen weeten gelijk zulx genoegzaam op temaken is, uit den 11 en 12 art: der reeds geciteerden vraag poincten, Ia dat de ged bij zig zelfs volkomen moet overtuigd zijn geweest dat voorwaards geciteerde ge„ „detineerden, Iuist niet op de eenlijkste wijze aan die Sp:s matt: is gekomen, is, zo 't den Eijss: voorkomt integens zeggelijk uit zijn eigen verklaring zeggende de ged: in't slot derzelven „ dat hij dikwerff met zijne Cameraads „ grotelijx is verwindert geweest hoe konings„ „ winter aan't geld daar hij dagelijx in „ zo ruime maaten van voorzien was„ „: mogte gekomen zijn, Een duijdelijken blijken dat de ged. 't self als een zeer singuliere ver„ schijnzel heeft geconsidereerd dat een gemeen soldaat die bij hem bekend was geen Ambagt te exerceeren en zelf terbeetere subsistentie loowagte voor andere had moeten doen, op de regte wijze zo eensklaps aan zo veel Cou= „tanten zoude zijn gekomen, welke verwondering Ja zelfs suspicie bij den ged: nog zo veel te groter had moeten zijn, wanneer hij denselven eene specie had zien handelen die des tijds zo raar was, dat zelden bij iemand in eenige naame „waardige quantiteit wierd gevonden, en bij naar Een potpenning was geworden, en had dit een en ander dus den ged: verpligt gehad, om in steeden van de hand te leenen om zulk suspect geld op eene bedekte wijze aan den man te helpen daarvan ter behoorlijke plaatze kennis te geeven te meer nog daar 't vermist raken eener kist met mexicaanen der EComp„e rugtbaar genoeg was geworden en vooral aan een bewoonder van't Casteel niet onbekend kan zijn geweest. — Door dit wijnige oordeelt den Bativie officie Eijss:r UE: agtb: genoegzaam te hebben gedemore „streerd dat de ged:t zig aan 't hem in den hoofde deezes ten laste gelegd heelen van gestolene geld heeft schuldig gemaakt, en daar 't een anioma in regten is dat de heeler zo goed is als de steeder en eene zaak van deesen aard zeefs in de minste traces diend te worden agtervolgd ende gestraft, meendde deselve dan ook ge„ noegzaam gefundeert te zijn om tegens den op Ged. F Concludeert dat de ged: in den hoofde deeses gemeld, bij vonnisse van UE agtb: mag worden gecon „demneert, om, na alvorens door de Caffers strengelijk te zijn ge laast met een den eerst vertrek „kende scheepen als een schadelijk subject van hier te worden ver= „zonden met Condemnatie in de kossen en misen van Iustitie ofte tot zodanige andere en vine als UE agtb: na regt en billijkheid zullen vinden te behoren /:was geteekend:/ I: I. Lesueur /.In Margine:/ Exhibitum in Iudicio den Iunij 1787. /:onderstond:/ ged: tot de volgende Conclusie te mogen, treeden zo als Accordeert /:was geteekend/ R: I: V: D: Biet gem: Clercq. Geedadeert. EnDiemel gerakteeg
English
N 5 Copy 375 To the Honorable Johannes Isaack Rhenius, President, Together with the Honorable Council of Justice of this Government. Honorable Sir and Sirs, Your Honors, upon the written claim of the petitioner, acting in this matter in the office of Fiscal upon and against the criminal prisoners Johannes Christiaanse, Jo- hannes Koningswinter and Johannes Kuipers, were pleased to grant the torture demanded therein to a certain degree, and to suspend the further execution thereof until further indications should have been obtained by the petitioner, as appears from the adjoining extracts from the Criminal Rolls; thus the same has the honor reverently to submit to Your Honors that whatever trouble and whatever investigations have been employed, no other nor nor more urgent proofs and evidence have appeared or could be produced, other than those which the petitioner supplied to Your Honors in substantiation of his claim, and which, in his judgment as resting on grounds of law, appeared sufficiently qualified to arrive at his demand and conclusion made. Whereas, however, those submitted documents and muniments have furnished so many palpable indications and probable conjectures against the aforesaid prisoners, so that Your Honors themselves are most strongly convinced that nothing but an exceedingly great obstinacy and hardening could have prompted and strengthened them to deny everything, notwithstanding all these so strongly militating proofs, in order if possible thereby to remain exempt from all punishment; the undersigned considers that although one has been prevented by this from imposing upon them the otherwise well-deserved punishment, the matter is nevertheless of too great consequence to release these persons thus suspected and to set them at liberty entirely unpunished. Which stance of the petitioner rests upon the authority of the Doctors of Law, as teaching, among others, Bort in his treatise on Criminal Matters, Book 9, number 34, that when a delinquent endures the torture, and does not confess thereat, the proofs and indications lying to his charge not having been eliminated by the torture, as Your Honors are sufficiently persuaded has not happened through the prisoners, an extraordinary punishment must be imposed upon the tortured person; with which opinion J. van Leeuwen agrees in Censura Forensis, Chapter 9; Farinacius, question 40, numbers 11 and 12 et seqq.; Antonius Matthaeus, ad titulum de quaestionibus, Chapter 3, in fine. The more so because it appears to the petitioner that the matter is at the same time of such a nature that through time further discoveries might still appear, which could place the same in full daylight, and cause the prisoners to receive their well-deserved punishment. Wherefore the petitioner therefore also also considers himself entitled with grounded right to be able and obliged to turn to Your Honors' tribunal, with the request that the aforesaid prisoners may be confined on Robben Island for the purpose mentioned, or that Your Honors may be pleased to dispose herein in such manner as they shall find good according to their enlightened judgment. Signed: J. J. Le Sueur In the margin: Exhibited in Court, the June 1787. Below stood: Agrees. Signed: J. W. [illegible], Sworn Clerk Agrees. Sworn Clerk Agrees, in so far as the extracted portion is concerned, with the aforesaid legal roll. Signed: C. van Aerssen, Secretary. Lower: Agrees, and signed: R. J. van der Riet, Sworn Clerk Agrees. E. C. Duemel [illegible] It having further been deliberated whether one ought to proceed to the full torture, it was approved and resolved to suspend the further torture until such time as the Officer shall have obtained further indications. Below stood: Monday the 23rd of April 1787. Extract from the Criminal Court Roll held at the Cape of Good Hope. E. C. Duemel N 5 1378 Whereafter, by the Honorable Mr. Jacobus Johannes Le Sueur, qualified in this matter by resolution of the Political Council to perform the office of Fiscal, a personal summons was requested verbally against the soldier of this Castle, Hendrik Draverman; which request was granted to His Honor. Below stood: Agrees, in so far as the extracted portion is concerned. Signed: C. van Aerssen, Secretary. Below stood: Agrees, and signed: R. J. van der Riet, Sworn Clerk. Tuesday the 19th of June 1787. Extract from the Criminal Court Roll of the Castle of Good Hope, held. Agrees. C. Diemer, Sworn Clerk 73 N 5 While the Council with respect to this Kuipers has likewise approved to suspend the further torture until such time as the Officer shall have acquired further indications to substantiate this case. Below stood: Agrees, in so far as the extracted portion is concerned, with the Criminal Court Roll kept at the Secretariat of Justice here. Signed: R. J. van der Riet, Sworn Clerk. Lower: Agrees, and signed: R. J. van der Riet, Sworn Clerk. Thursday the 19th of June 1787. Extract from the Criminal Court Roll of the Cape of Good Hope, held. Agrees. E. C. Duemel, Sworn Clerk 1
Dutch transcription
N 5 Capia Copie, 375 Aan den E: Agtb: Heere Johannes Isaack Rhenius president. Beneevens den E: Agtb: Raad van Justitie deezes Gouvernements. E: Agtbr: Heer en Heeren UE: Agtb: op den schriftelijken Eysch van den vertoonder als in deezen 't ampt van Fiscaal waarneemende op ende Jeegens de Crimineele gedetineerdens Johannes Christiaanse, Jo„ hannes koningswinter en Johannes Kuipers de daarin geëischte tortuur tot een zeekre graad hebben gelieven te accordeeren en de verdere Executie daarvan te jurcheeren tot dat door de vertoonder nadere indiciën zoude zyn ingewonnen geworden: blykens nevens gen: Extracten uit de Crimineele rolle zo heeft dezelve de eere UE: Agtb: reverentelyk te vertoo„ nen dat wat moeite en welke recherges zyn aangewend geworden geene andere nog nog prequanter preuves en bewyzen zi hebben opgedaan of konnen werden gepro duceerd, als die den vertoonder ter adstruc tie van zynen eisch aan UE: Achtb: heeft gesupediteerd en hem volgens zyn oorde als op gronden van regten steunende, ge„ noegzaam gequalificeerd scheenen om to zijn gedane eisch en conclusie te treden. - Daar eevenwel die overgelegde steoken ken en munimenten, zo veele palpabele Indiciën en probabile Conjuncturen te gens voortz: gedetineerdens hebben opgel verd: dat UE: agtb: zelfs ten sterksten zyn geconfineerd dat niets dan een overgrote halstarrigheid en verharding us't kn de hun hebben konnen aanzetten, en gestyfd om niet teegenstaande alle deeze zo sterk militeerende preuives alles te Negeeren om ware 't mogelyk daar door van alle straffen Exempt te bly ven vermeend de ondegetk„e dat ofschoon men hier door is belet geworden, hun de andersints wel verdiende, straffe op leggen de zaak egter van al te grote aangeleegendheid is, om deezen zo de gesuspecteerden te largeeren en volko Straffeloos in vvriheid te stellen welke susteniee van den vertoonder rust op de auctoriteid des Regts D: D: als leerende onder ander Bort is zyn tract: van Crimi„ neele zaken 6: 9 num 34 dat wanneer een de„ linquant de torture doorstaat, en daar by niet confesseerd de bewyzen en indicien tot deszelfs lasten leggende door de tortuur niet weezende geElideert zo als UE: Agtb: genoegzaam gepersuad zyn dat door de gedetineerdens niet is geschied den getortureerden eene Extraordinaire straffe moet worden opgelegd met welke gevoelen overeenstemt I: van Leeuwen, en Cens: Forens Cap: 9 Farinacius quoest: 40 no 11 en 12 etsegq: ant: Matt: adtit of de quaestion Cap: 3 in fine. Te meer nog deaer 't den vertoonder voortkomt, de zaak teffens van die natuur te zyn, dat zig door den tyd nog nader ontdekingen zouden kunnen op doen, die dezelve in volkomen er dagtigt zouden kun„ nen stellen en de gedetineerdens hunne welverdiende straffe doen er„ langen. Weshalven den vertoonder dan ook straffe ook vermeend met gegrond regt zig tot UE: Agtb: vierschaar te mogen en moeten wenden met verzoek dat voorsz: gede„ tineerdens ten fine gem: ten robbenli„ lande mogen werden geconfineerd of dat UE: Agtb: hier inne zodanige gelieven te disponeeren als dezelve naar derzelver verligt aandeel zullen goedvinden. — /:was getk:/ IILesuieur /:in margine:/ Exhibitern in Judicio den Juny 1787. — /:onderstond Accordeert /:was getek:/ J w : iet Gezw Clercq Accordeert. gerre. Clecq Accordeert voor zo verre 't geëxtraheerde aangaat met voorsz: regtsrolle /:geteekend:/ C: van Aerssen, secret=s /:Lager/ Accordeert /:en geteekend/ R: I: V: D: Riet gesw Clercq Accordeert. En Dumel herrifiren Zijnde wijders gebesoigneerd of men behoorde voortegaan tot de volkomen tortuur; zo is goedgevonden en verstaan de verdere fortuur te surcheeren tot tijd en wijlen de heer Officier nadere indiciën zal hebben ingewonnen /:onderstond:/ Maandag den 23 April 1787. Extract uit de Crimineele Regts Rolle gehouden aan Cabo de Goede Hoop. En Duemel op N 5 1378 Waarna door den E: agtb: Heer Mr Jacobus Johannes Le Sueur als in deesen bij Potiticq Raadsbe„ „sluijt tot de defunctie van 't officiam Fiscil gequalificeerd bij monde wierd verzogt dagvaarding in perzoon, op den soldaat deeses Cas„ „teels Hendrik Draverman Welk verzoek aan zijn E: Agtb: is toegestaan /:onderstond./ Accordeert voor zoo verre het ge„ extraheerde aanbelangd /:was ge„ teekend:/ C: van Aerssen secret=s /:onderstond:/ Accordeert /: en geteekend:/ R: J: van der Riet gesw: Clercq: Dingsdag den 19 Junij 1787- Extract uijt de Crimi„ „neele regts Rolle des Casteels de goede Hoop gehouden Accordeert CDiemer geene Clrcq 73 N 5 Terwijl den raad ten opzigte van deezen kuipers meede heeft goedgevonden de verdere torture te surcheeren tot tijd en wijlen de heer Officier nader inducien tot adstructie van deeze zaak zal zijn magtig geworden /:onderstond: Accordeert voor zo verre geExetraheerde aangaat met de Crimineele regtsrolle ter secretarijen van Justitie alhier berustende /:was geteek:d R: J: V: D. Riet gesw Clercq /:Lager/ Accordeert /en geteekend/ R: I: V: D: Riet gesw: Clercq Donderdag den 19 Iunij 1787. Extract uit de Crimineele Regts rolle van Cabo de goedehoop gehouden Accordeert. Enziemel gezite flrey 1 op
English
No. 5 1380 Letter A: Whereas yesterday morning, when the Company's money chests, being 26 in number, destined for India's capital per the ship den Arend, and having been brought ashore and stored here upon the arrival of that vessel in the customary manner under the supervision of the ordinary commissioners in accordance with the order established back in the year 1728 by the Noble High and Honorable Lords Seventeen, were again to be retrieved from the room destined for the storage of such money chests and brought on board prior to the departure of the said vessel, one of the same, being numbered 141, was found to be missing and embezzled; thus, since this matter requires an inquiry that is speedy and precise in every respect, for which the adjunct Gabriel Exter, acting in the office of Fiscal, finds himself prevented by illness, it has been approved and agreed to expressly qualify the senior merchant and member of this Council, Mr. Jacobus Johannes Le Sueur, to perform the Office of Fiscal in this matter and therein to observe everything that Monday the 8th of January 1787 Extract Resolution Taken in the Council of Policy in the Castle of Good Hope 1381 Letter A. corresponds with the duties of that Office, in order either to recover the missing chest and the money, or to cause the Honorable Company to be indemnified, as well as in any case to proceed according to their merits against those who might have made themselves guilty thereof through intent, neglect, or carelessness. Beneath stood: Agrees. Was signed: J. M. Horak, Sworn Clerk. Lower beneath stood, signed: R. J. van der Riet, Sworn Clerk. Agrees. E. v. Diemel, Sworn Clerk. Says to have had special acquaintance with no one, except only with a Dreverman, whom he came to know in his boarding house. What acquaintance he, the interrogatee, has had among his fellow soldiers, and to name them. Article 11 Says as above. Whether he also knows one by the name of Dreverman. Article 12 Extract from such interrogatories as upon requisition of the senior merchant and cellar master as well as member of the Honorable Council of Policy, the Honorable Mr. Jacobus Johannes Le Sueur, being expressly qualified by the Right Honorable Governor and aforementioned Honorable Council of Policy to discharge the office of Fiscal in this matter, were heard and questioned before commissioners from the Honorable Council of Justice: the soldier Bernard Koningswinter. Letter A 1382 Today, the 28th of February 1787. Appeared before me, Ryno Johannes van der Riet, sworn clerk at the Secretariat of Justice of the Castle of Good Hope, in the presence of the witnesses to be named hereafter, the soldier of the Honorable Company, Johannes Kuijpers, from the county of Wickrath situated near Jülich, of competent age, who, at the requisition of the Honorable Mr. Jacobus Johannes Le Sueur, discharging in this matter the office of fiscal according to the resolution of the Honorable Council of Policy here, declared it to be true: That the appearer, now about fourteen days or three weeks ago, the exact time having slipped his mind, exchanged with a certain fellow soldier named Koningswinter a sum of twenty-seven Spanish dollars at 9 schellingen each, which the said Koningswinter, upon the appearer's asking where he had obtained that money, had claimed to have received from a certain fellow soldier commonly called Christiaan; the appearer testifying Says that it was 23 Spanish dollars in total. How much this was. Article 16 Says yes, that he asked the said Dreverman whether he would exchange Spanish dollars for him, and the said Dreverman then exchanged for him 16 pieces of Spanish dollars for 10 schellingen and brought for them 12 ducatoons calculated at 13 schellingen, and afterwards once again 7 Spanish dollars for 10 schellingen with a certain Carel Volg, just as he, the interrogated, also exchanged 7 Spanish dollars to the said Volg that very same afternoon. Whether the same also now and then exchanged any Spanish dollars for him, the interrogatee. Article 18 Agrees in so far as the extract is concerned. Signed: R. J. van der Riet, Sworn Clerk. Agrees. E. v. Diemel, Sworn Clerk. Letter A. 1383 that the money he gave in payment to Koningswinter for the aforementioned Spanish dollars was saved from his wages that he earned and received from the Honorable Company; the appearer having used eleven of the aforementioned Spanish dollars for the purchase of a silver watch that he bought from a certain cooper, Jacob Koman, and reckoned 10 schellingen for each therefor, and also exchanged the remaining sixteen Spanish dollars with the said Koman for 10 schellingen. Lastly, the appearer declares that he, with a certain soldier Dreverman, about 14 days ago, was with the tanner Steuning to buy leather, and the said Dreverman also bought some leather from that Steuning, without the appearer being able to say with certainty in what coin species that leather was paid. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons of knowledge as in the text, being prepared to confirm the same further. Beneath stood: Thus occurred in the Castle of Good Hope, in the presence of the clerks Coenraad Nelson and Nicolaas van Es as witnesses, who duly signed the original minute hereof together with the appearer and me, sworn clerk. Lower: Which I witness. Was signed: R. J. van der Riet, Sworn Clerk. Re-examination: Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the said Johannes Kuijpers, who, this his preceding declaration having been read aloud clearly and plainly from word to word, declared to persist by it, not desiring that anything more shall be added to or taken from it, saying that all the foregoing is the pure truth. Beneath stood: Thus done and re-examined at the Cape of Good Hope, the 2nd of April 1787. Was signed: Johannes Kuijpers. Lower: In my presence, signed: R. J. van der Riet, Sworn Clerk. In the margin: As commissioners signed:
Dutch transcription
N 5 1380 Lit: A: Aangezien gisteren morgen wanneer 's Comp=s geld kisten, dewelke ten getale van 26 per het schip den Arend voor Indias Hoofd plaats gedestineerd, en by aankomst van die Bodem overeenkomstig de reeds en A=o 1728 gestelde ordre der Edele Hooge Agtb: Heeren seventhienen, op de gewone wijze onder het opzigt der ordinaire gecommitteerdens, al„ hier aan Land gebragt en geborgen zynde wederom tot het vertrek van ged=t Bodem uit het ter berging van zodanige geldkisten gedestineerd vertrek gehaald en na boord zou„ de werden gebragt een derzelve zijnde ge nummerd 141 vermist en verduisterd be„ „vonden geworden is, zoo is vermits deeze zaak een allezints spoedig en nauwkeurig onderzoek vorderd, tot het welke den Het Fees „baals ampt waarneemende adjunct Ga„ briel Exter door ziekte zig verhinderd vind goedgevonden en verstaan den oppercoopman en bid dezes raad de Heer mr Jacobus Iohan „nes Ledueur Expresselijk te qualificeers om in deezen het Officie Fiscaal waar te ree„ men en daar omtrend alles te betragten het Maandag den 8=e Jann: 1787 Extract Resolutie Genomen in Rad van Poli„ „tre Int Casteel de Goede Hoop Geen op 1381 Ir A. geen met de pligten vandat Ampt overeen„ komt ten einde, off de vermiste kist en het geld weder te agterhalen, off d' E Compe te doen schadeloos stellen mitsg=s in alle ge walle de geene die zig door opzet, vertuim opte agteloosheid daar aan mogt hebben schuldig gemaakt deswegens na merite te actioneeren /:onderstond:/ Accordeert /was geteekend:/ I: M: Horak EgClercq /:lager /onderstond /:geteekend:/ R P: v: d: Riet Getw Clercq Accordeert. EenDiemel gedw. Clercq „zegt met niemand speciale welke kennis hij ginterogj„ kennisse te hebben gehad heeft onder zin mede sol„ als alleen met een Drever, Aaten en die te noemen „man die hij heeft leeren ken„ nen in zijn kosthuis zegt als voren of hy ook een met name dre„ „verman kent Extract uijt sodanige, vraag articulen als waarop ter re„ „quisitie van den opperkoopman en kelder meester mitsga„ „ders lid in den E: Agtb: raad van Politie D: E Agtb heer Mr Jacobus Iohannes Le, „sueur als door den welEdele gestr: heer gouverneur en wel op gem: E Agtb: rade van Politie expres gequalificeerd om in deesen officie fis„ baal te defungeeren voor gecomm:s uijt den E: agtb: rade van Justitie gehoord en ondervraagt: den sol„ daat bernard konings„ „winter Arl: 11 art 16 „12 La 1382 Huijden den 28: Februarij Legt dat de 23 spaansemat, Hoe veel sulx is geweest: ten in alles is geweest Ar„t 16 Legt sa dat hij ged: aan drever, of dezelve ook nu en dan ee„ man gevraagd. heeft of hij voor nige spaansematten voor hem S: M: wilde uitwisselen en heeft gem dieverman als hem g'interog: heeft ver„ toen voor hem uitgewisseld wisseld: 16 p:s Sp: matten tegens 10 sch:s en daar voor gebragt 12 ducatons tegens 13 sch: gereekend en naderhand nog eens 7ssp=e tegens 10 sch: bij eene Carel volg gelijk hij ged= ook die eijgenste middag nog aan gem volg 7 sp=r matten heeft verwisseld „18 Accordeert voor zo verre¬ t geextraseerde aangaat a getekend/ R: I: V: d: riet gesw=m Clercq. Accordeerd EnDremel gedw Clereq Dat den Comp: voor nu omtrend veerthien dagen of drie weeken geleeden, als zijnde hem den Juisten tid ontschoten van zee, keren meede soldaat in naame Konings, winter gewisseld hebbende eene Somma van sevenentwintig Spaanse matten tegens 9: schell: ieder, die gem: koning winter op de afvrage van den Comp:s waarof hij aan dat geld quam voorge„ geeven had van zeekeren meede soldaat in de wandeling genaamd Christiaan ontfangen te hebben, betuijgende der 1787 Compareerde voor mij Rijno Iohannes van der Riet geswore Clercq ter secretarije van Iustitie des Casteels de goede Hoop praesent de natenoemene getuigen den soldaat der EComp: Iohannes Kuijpers uijt het graafschap Wiekerad bij gulik geleegen, van Competenten ouderdom, den„ welken ter requisitie van den E Agtb: Heeren M:r Iacobus Johannes Le Sueur als volgens besluijt van den E: Agtb: poli„ „ticquen Raade alhier 't officie fiscaal in deesen defungeerende verklaarde hoe waar is. Comp :4 Lo A. 1383. Comp:e dat hij dat geld dat hij in betaling aan Koningswinter voor de gem: spaanse matten gegeeven overgehouden, heeft van zijne gagie die hij bij d' EComp:e ver„ diend en genooten heeft, hebbende den Comp=ts Elf van de voorm: Spaanse mutten besteed tot den inkoop van een zilver horologie dat hij van zekeren kuijper Iacob Koman gekogt heeft en daar voor bereekend 10 schell: voor ieder en de res¬ teerende sesthien Spaanse matten meede verwisseld voor 10: schell: van gem: Koman. - Laatstelijk verklaard den Comp: dat hij met zeekeren soldaat Dreverman voor nu omtrent 14 dagen voorl. bij den Looijer Sterning geweest is om Leeden te kopen gem: Dreverman ook van die steu„ „ning eenig Leeder heeft ingekogt, zonder dat den Comp=s ten regten weet te zeggen in wat muntepecie dat Leeder betaald is.- Niets meer verklarende geeft den Compt voor reedenen van weetenschap als in den text bereid zynde zulx nader gestand te doen.— /:onderstond:/ Dat aldus passeerde In't Casteel voor Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitteerdens uijt den E: Agtb: raad van Iustitie deeses gouvernements gem: Iohannes Kuijpers dewelke deese zijne vorenstaande verklaring van woorde tot woorde klaar ende duijdelik voor„ geleesen weesende, verklaarden daarbij te blijven persisteeren, niet begeerende dat 'er iets meer bij ofte van gedaan werden zal, zeggende dat al het vorenstaande de zuyvere waarheijd is. /:onderstond:/ Aldus gedaan ende gerecolleerd aan„ Cobo de goede Hoop den 2 April 1787. /: was geteekend:/ Iohannes Kuijpers /:Lager:/ mij present /:geteekend:// R. J. van der Riet gesw: Clercq. /:in margine:/ als gecommitt:s Recollement meld ten bijweesen der Clercquen Coenraad Nelson en Nicolaas van Es als getuigen die de minute deeses beneevens de Comp: en mij gesw: Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend /: Lager :/ 't welk ik getuigen /:was geteekend:/ P J van der Riet gesr: Clercq— meld /:geteekend/
English
Signed: I. M. Horak and G. A. Meijer Beneath which: Agreed Signed: C. van Aerssen, Secretary Lower still: Agreed and signed underneath: R. J. v. d. Riet, Sworn Clerk. Agreed Euzremet, Sworn Clerk Today, the 5th of March 1787, appeared before me, Rijno Johannes van der Riet, Sworn Clerk at the Secretariat of Justice of the Castle of Good Hope, in the presence of the witnesses to be named below, the burgher Jurgen Henning, of competent age, who, at the requisition of the Honorable Mr. Jacobus Johannes Lesueur, qualified by the Honorable Political Council here to discharge the fiscal office in this matter, declared it to be true: That a good three weeks ago now, without the appearer being able to determine the precise time, there came to the house of the appearer the soldier of this Castle named Kuijper, accompanied by another soldier who is unknown to the appearer; that this Kuijper, having asked the appearer, who keeps a tannery, to purchase some dressed skins from him, then also handed over to the appearer, for several skins that he had selected to his liking, eight Spanish dollars, which were accepted by the appearer at 10 stx. apiece; that this Kuijper furthermore, when paying for the aforementioned purchased skins, having had another six Spanish dollars on his person or in his hands, the appearer had thereupon asked him to also exchange them for him at 10 stx., and Kuijpers had readily consented thereto, wherefore the appearer then also accepted those six Spanish dollars for the aforementioned price. Declaring nothing further, the appearer gives as reason of knowledge as in the text, being prepared at all times to confirm the foregoing with an oath. 1384. B Signed: I. M. Horak and G. A. Meijer Beneath which: Agreed Signed: C. van Aerssen, Secretary Lower still: Agreed and signed underneath: R. J. v. d. Riet, Sworn Clerk. Agreed Euziemel, Sworn Clerk 1384. Today, the 5th of March 1787, appeared before me, Rijno Johannes van der Riet, Sworn Clerk at the Secretariat of Justice of the Castle of Good Hope, in the presence of the witnesses to be named below, the burgher Jurgen Henning, of competent age, who, at the requisition of the Honorable Mr. Jacobus Johannes Lesueur, qualified by the Honorable Political Council here to discharge the fiscal office in this matter, declared it to be true: That a good three weeks ago now, without the appearer being able to determine the precise time, there came to the house of the appearer the soldier of this Castle named Kuijper, accompanied by another soldier who is unknown to the appearer; that this Kuijper, having asked the appearer, who keeps a tannery, to purchase some dressed skins from him, then also handed over to the appearer, for several skins that he had selected to his liking, eight Spanish dollars, which were accepted by the appearer at 10 stx. apiece; that this Kuijper furthermore, when paying for the aforementioned purchased skins, having had another six Spanish dollars on his person or in his hands, the appearer had thereupon asked him to also exchange them for him at 10 stx., and Kuijpers had readily consented thereto, wherefore the appearer then also accepted those six Spanish dollars for the aforementioned price. Declaring nothing further, the appearer gives as reason of knowledge as in the text, being prepared at all times to confirm the foregoing with an oath. B La B Signed: I. M. Horak and G. A. Meijer Beneath which: Agreed Signed: C. van Aerssen, Secretary Lower still: Agreed and signed underneath: R. J. v. d. Riet, Sworn Clerk. Agreed CuZiemel, Sworn Clerk 1384. Today, the 5th of March 1787, appeared before me, Rijno Johannes van der Riet, Sworn Clerk at the Secretariat of Justice of the Castle of Good Hope, in the presence of the witnesses to be named below, the burgher Jurgen Henning, of competent age, who, at the requisition of the Honorable Mr. Jacobus Johannes Lesueur, qualified by the Honorable Political Council here to discharge the fiscal office in this matter, declared it to be true: That a good three weeks ago now, without the appearer being able to determine the precise time, there came to the house of the appearer the soldier of this Castle named Kuijper, accompanied by another soldier who is unknown to the appearer; that this Kuijper, having asked the appearer, who keeps a tannery, to purchase some dressed skins from him, then also handed over to the appearer, for several skins that he had selected to his liking, eight Spanish dollars, which were accepted by the appearer at 10 stx. apiece; that this Kuijper furthermore, when paying for the aforementioned purchased skins, having had another six Spanish dollars on his person or in his hands, the appearer had thereupon asked him to also exchange them for him at 10 stx., and Kuijpers had readily consented thereto, wherefore the appearer then also accepted those six Spanish dollars for the aforementioned price. Declaring nothing further, the appearer gives as reason of knowledge as in the text, being prepared at all times to confirm the foregoing with an oath.
Dutch transcription
/:geteekend:/ I: M: Aorak en G. A. Meijer /:waar onder :/ Accordeert /: geteekend:/ C. van Aerssen Secretaris /:nog lager:/ Accordeert /:a daar ondergeteekend:/ R. J. V: d: Riet gesw: Clercq. — Accordeert Euzremet gezw. Seveq Huyden den 5e Maart 1787 Compareerde voor mij Rijno Iohannes van den Biet geswoore Clercq ter secretarije van Iustitie des„ Casteels de Goede Hoop present de natenoemene getuijgen den burger Iurgen Henning van Competente ouderdom dewelke ter Requisitie van den E Achtb Heere M=r Jacobus Johannes Lesueur als door den E Achtb: politiequin Raad alhier gequalificeerd het officie fiscaal in dee„ sen te defungeeren verclaarde hoe waar is Dat voor nu ruijm drie weeken geleeden zon der dat den comp=t den praecisen tijd bepalen kan ten huijze van den Comp=t gekomen is den sol„ daat deeses Casteels kuijper genaamd, verzeld van nog een soldaat, die den Comp=t onbekend is, dat hij kuijper aan den Comp=t die een Looij erij houd gevraagd hebbende om Eenige berijden vellen van hem in te koopen, dan ook voor verschydene vellen, die hy na zijn zin uitgeko„ „sen had den Comp=e heeft daar ter hand gesteld agt spaanse matten die door den Comp=t te„ gens 10 stx: 't stuk zyn aangenomen dat hij kuijper voorts by het afbetalen van voorsz: ingekogte vellen, nog ses spaan„ se matten bij zich off wel in zijne hande ge„ had hebbende, den Comp=t hem daar op gevraagd had, om hem die meede tegens 10 sth: te willen verwisselen, en had hij kuijpers daar in ten eersten bewilligd, mitsgaders den Comp=te dan ook die ses spaanse matten, voor gem: prijs aangenoomen — Niets meer verklaarende geeft den Compt voor reeden van weetenschap als in den text bereyd zynde het voorenstaande altoos met 1384. Eede B /:geteekend:/ I. M: Aorak en G. A. Meijer /:waar sonder :/ Accordeert /:geteekend:/ C: Aerssen Secretaris /:nog lager:/ Accord. /:a daar ondergeteekend:/ R. J. V: d: Rieto gesw: Clercq. — Accordeert— Euziemel gezw. Seveg 1384. Huyden den 5e Maart 1787 Compareerde voor mij Rijno Iohannes van der Riet geswoore Clercq ter Secretarije van Iustitie des„ Casteels de Goede Hoop present de natenoemene getuijgen den burger Iurgen Henning van Competente ouderdom dewelke ter Requisitie van den E Achtb Heere Mr. Jacobus Johannes Lesueur als door den E Achtb: politicquen Raad alhier gequalificeerd het officie fiscaal in dee„ sen te defungeeren verclaarde hoe waar is Dat voor nu ruijm drie weeken geleeden zon der dat den comp=t den praecesen tijd bepalen kan ten huijze van den Comp=t gekomen is den sol„ daat deeses Casteels kuijper genaamd, verzeld van nog een soldaat, die den Comp=t onbekend is, dat hij kuijper aan den Comp=t die een Looij erij houd gevraagd hebbende om Eenige berijden vellen van hem in te koopen, dan ook voor verschydene vellen, die hy na zijn zin uitgeko„ „sen had den Comp=e heeft doen ter hand gesteld agt spaanse matten die door den Comp=t te gens 10 stx: 't stuk zyn aangenomen dat hij kuijper voorts by het afbetalen van voorsz: ingekogte vellen, nog ses spaan„ se matten bij zich off wel in zijne hande ge„ had hebbende, den Comp=t hem daar op gevraagd had, om hem die meede tegens 10 stx: te willen verwisselen, en had hij kuijpers daar in ten eersten bewilligd, mitsgaders den Comp=te dan ook die ses spaanse matten, voor gem: prijs aangenoomen— Niets meer verklaarende geeft den Compt voor reeden van weetenschap als in den text bereyd zynde het voorenstaande altoos met bed B La B /:geteekend:/ I. M: Horak en G. A. Meijer /:waar onder:/ Accordeerd /:geteekend:/ Aerssen Secretaris /:nog lager/ Accor /:an daar ondergeteekend:/ R. J. V: d: Rie„ gesw: Clercq. — Accordeert CuZiemel gezw. Seveq 1384. Huyden den 5e Maart 1787 Compareerde voor mij Rijno Iohannes van der Biet geswoore Clercq ter Secretarije van Iustitie des„ Casteels de Goede Hoop present de natenoemene getuijgen den burger Iurgen Henning van Competente ouderdom dewelke ter Requisitie van den E Achtb Heere Mr. Jacobus Johannes Lesueur als door den E Achtb: politiequen Raad alhier gequalificeerd het officie fiscaal in dee„ sen te defungeeren verclaarde hoe waar is Dat voor nu ruijm drie weeken geleeden zon der dat den comp=t den praecisen tijd bepalen kan ten huijze van den Comp=t gekomen is den sol„ daat deeses Casteels kuijper genaamd, verzeld van nog een soldaat, die den Comp=t onbekend is, dat hij kuijper aan den Comp=t die een Looij erij houd gevraagd hebbende om Eenige berijden vellen van hem in te koopen, dan ook voor verschydene vellen, die hy na zijn zin uytgeko„ „sen had den Comp=e heeft doen ter hand gesteld agt spaanse matten die door den Comp=t te gens 10 stx: 't stuk zyn aangenomen dat hij kuijper voorts by het afbetalen van voorsz: ingekogte vellen, nog ses spaan„ se matten bij zich off wel in zijne hande ge„ had hebbende, den Comp=te hem daar op gevraagd had, om hem die meede tegens 10 stx: te willen verwisselen, en had hij kuijpers daar in ten eersten bewilligd, mitsgaders den Comp=te dan ook die ses spaanse matten, voor gem: prijs aangenoomen— Niets meer verklaarende geeft den Comp voor reeden van weetenschap als in den text bereyd zynde het voorenstaande altoos met Eede