VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 4321

Cape · 665 pages · 180 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_4321_0140 view scan ↗

English

and not needlessly occupy the precious attention of your Noble Valiant and Right Honourable Lordships, referring ourselves regarding maritime affairs to the logbooks kept thereof, the first undersigned cannot however refrain from setting down here that, in 8 to 10 voyages he has made around the south of Madagascar, he has always observed a change of water and many birds at the latitude of 27 to 28 degrees. From this he concludes that there must be some shallow thereabouts that has not been discovered until now, and that one must therefore use all possible caution in sailing. Saturday the 3rd ditto, at sunrise, we saw a heavy piece of wood floating shortly past the buoy, presumed it to be a ship's beam that must have drifted at sea for a long time since it was overgrown all around with green growth; nothing further noteworthy occurred before Saturday the 10th ditto, when the so often wished-for south wind came through, under the favour of which, on Monday the 19th ditto, we sighted land, and on Tuesday the 20th ditto at 10 o'clock in the morning came to anchor on the outer roadstead of Foulpointe. And on the inner roadstead we found lying the French private ship Le Bon Succès, commanded by Captain Jean Gilbert, and the French schooner La Petite Union, Captain Niel, both arrived here from Mauritius. We saluted the roadstead with eleven cannon shots. After performing the necessary ship's work, the signal for a council of war was made, whereupon Captain at Sea Huibert den Breem came on board and made known how almost his entire crew, after our departure from Saint Augustine's Bay, had been attacked by a severe sickness, and that he presently still found himself burdened with 32 invalids and destitute of everything that could provide any relief in this sad circumstance. Furthermore, he declared that the hard bread that remained as a leftover on board the vessel under his command upon his arrival at the Cape of Good Hope, although then found good and edible and as such included under the new provisions, had for a considerable time become crumbly and decayed to such an extent that he did not dare have it distributed to the ship's company, to whom he made good the lack of that food with flour and barley. Because of this, as well as the few provisions received at the Cape of Good Hope, such a scarcity of provisions had arisen that he had no more than 57 buckets of flour, barley, as well as peas and beans on board. And thus it was his urgent desire that means be devised and put into effect whereby the disasters threatening his crew could be averted. Whereupon it was deemed best to take the advice regarding the sick from the chief surgeons of both ships, and that of the surgeon who might be found at Foulpointe, and if they judged that the land air could be favorable to them, then to enter into negotiations with the French administrators about it. Hereupon we went ashore and were kindly received by Monsieur de la Serve, Commander of this place, to whom the first undersigned made known the cause of his arrival in a private conference. But Monsieur de la Serve assured him that, however gladly he would lend him a helping hand to obtain a cargo of rice for the ship De Meermin, it was nevertheless beyond his power, as one would encounter insurmountable obstacles therein. Firstly, the rice harvest had turned out very poorly due to the multitude of locusts, which had destroyed that grain not only here locally, but across the greatest part of the island, even before it had come to maturity. Secondly, some misunderstanding had so embittered the minds of the natives against the French administrators that they lived completely estranged, and far from bringing slaves, rice, or anything else for sale as usual, they were busy here defying the weak garrison of about twenty men that His Most Christian Majesty maintains here; who also by no means consider themselves safe, and out of fear of great danger had persuaded the said Captain Gilbert to remain lying on the inner roadstead, in order to be able to lend them assistance in case of need or to favor their departure. Finally, he assured him that, even if matters should change appearance and the Malagasies brought their wares to market as usual, he would then have to preserve the rice carefully for the King's account, for the benefit of the island of Mauritius, from where he was expecting two ships to collect it. The aforesaid Monsieur de la Serve assured us of lending a helping hand in everything else we might need, and promised us to send the surgeons on board De Meermin the following day.

Dutch transcription

1076 „den en de precieuse attentie van uwel Edel gestr: en Ed:e Achtb. niet nodeloos te occu „peeren, ons omtrend de zeezaken aan de daar van gehoudene dagregisters gedragen, kan egter den eerstonderteekende niet af„ laten alhier ter neder te stellen, dat in 8 a 10 reisen die hij om de zuijd van Ma= dagascar heeft gedaan, hy altoos op de breedte van 27 a 28 graden verandering van water en veele vogels heeft ontwaard. waar uit hij opmaakt dat daaromtrend eenige anrdiepte moet zyn, die tot nu toe niet is ontdekt geworden, en men dus in't zylen alle mogelijke voorzigtigheijd moet gebruiken. — Zaturdag den 3 dito zagen met Zons opgang een zwaar stuk hout kort voorbij de Boey drijven presumeerden het een scheeps balk te zijn, die lang in zee moet hebben gedreeven dewijl rondons met groen wal begroeit, - verders niet aantekenings waardig voorgevallen voor Zaturdag den 10 dito, wanneer de zo vaak gewenschten Luijdenwind door kwam onder welken begunste Maandag den 19 dito. Land ontwaarden en op dingsdag den 20 dito, 'S morgens ten 10 uuren op de buiten rheede van Tourpoint ten anker kwamen, en op de binnen rheede vonden leggen het fransch par ticulier schip Le bon succes, gecommandeert door Capitain Jean Gilbers en de fransche schoenjes La peteten Union, Cap:n Niellij„ „ging wij beid van Mauritius alhier gearriveerd. sa„ lueerden de rheeden met Elf Canon schotens na verrigting van het nodigen scheepswerk wierd sein gedaan van pitsjaren, waarop den Capitain ter Zee Huiberd den Breem aan Boord kwam, en te kennen gaf hoe bijna zyn gantschen Equipagie na ons vertrek van Baaij I= augustijn was aangevallen ge= worden van eenen zware ziekten, en dat hij zig tegenswoordig nog belast vond met 32 Jm= patenten en ontbloot van alles wat in deese droevigen omstandigheyd eenig Soulaas heeft kunnen bijbrengen. — verders verklaarde hij dat het hard brood dat aan boord van zyne onderhebbende Bodem bij zyn komst aan de Caab de goede Hoop restant is gebleeven, schoon toen goed en eetbaar bevonden, en als zodanig onder de nieuwen victualij begreepen, Linte een geruimen tijd dermaten vermulmt is ge„ worden, dat hij het aan 't scheepsvolk niet heeft durven laten uitrecken: aan wien hij het gemis van dat voedzel door meel, gortoe heeft te goede gedaan; waar door zo wel„ als door den weinige Levensmiddelen aan kaap de goede Hoop ontfangen, zodanigen schaarsheid van Levensmiddelen is ontstaan, dat hij met meerder als 57. Emmers, zo Heel, gort als Erwten en Bonen aan boord had, en dus zin instandigen begeerten was beede dat 1077. dat men middelen beraamde en werkstellig maakten waar door de rampen die zijn Equi pagie dreigden konden worden afgekeerd waarop best geoordeeld wierd, omtrend de zieken het advijs inteneemen der opperchi „rurgijns van beide scheepen, en dat van de Chirurgijn die zig te Toulpoint zouden zouden komen te bevinden, en zo deesen oor deelden dat de Landlucht hen favorabel zou kunnen weesen, als dan met de fransche Administrateurs daar over in onderhandeling te treeden. Hier op begaven wij ons naar de wal en wierden vriendelyk ontfangen van de Heer de la Cerve, Commandant dee„ zer plaatze, aan wien den Eerstonderteekende de oorzaak van zijnen komst in eene par„ ticuliere onderhandeling te kennen gaf. - dan de Heer de la Serve betuijgde hem dat, hoe gaarne hij hem ook de behulpsame hand zou willen bieden ter verkrijging van een Lading rijst voor het schip 'P Meeuwej zulx egter buijten zijn vermogen was, dewijl men daar in onoverwinnelijke hinderpalen zou vinden, Eerstelijk was de rijstoogst zeer slegt uitgevallen door de menigvuldigen sprinkhanen, die dat graan niet alleen hier ter plaatsen, maar wel op 't grootste ge„ deelten van 't Eijland, nog voor dat het tot rijpheid was gekomen hadden vernield Een Tweeden, had eenig mit verstand de Gemoederen der Inlanders zo danig tegens de fransche administra„ teurs verbittent dat zij geheel verwijdert leefden, en welverre van Slaven Ryst, of iets anders ter verkoop naar gewoonte aan te brengen, hier bezigheid maakken om de zwakke bezetting van circa Twintig Man die zyn allerchristelykste Majesteit alhier onderhoud te trotseeren: welken zich ook geenzints zeeker achten, en zut vrees voor grooten gevaar gem: Capat:n Gilbert hadden be„ woogen op de binnerhede te blijven leggen, om hen ingevalle van nood assistentie te kunnen toebrengen of hun vertrek te begunstigen. Einde„ lyk verzeekerde hij hem dat zo de zaaken van aanschyn mogten verenderen en de Madagascaren naar gewoonte hunnen waaren ter markt brachten hij alsdan de Ryst zorgvuldig voor Reekening des konings moest bewaaren, ten behoeven van het Eiland Mauritius vanwaar hij twee Scheepen was le verwachten om die aftehaalen Voorsz: Heer de la serve verzeekerde ons in alles wat men verders benodigt zou„ moogen weezen de behulpzame hand te zullen bieden, en beloofde ons 's anderdaags de Chirurgyns aan boord van S Meeuwte te was zenden

NL-HaNA_1.04.02_4321_0142 view scan ↗

English

send, and in the event that the illness prevailing there was not found to be contagious, and country air was required for the recovery of the invalids, then to provide us with a suitable place to lodge them. Having returned on board, the first undersigned informed Captain den Breem and the second undersigned of the outcome of his efforts and the situation of affairs, which, however little satisfactory to the intention of your Honourable Right Worshipfuls and to our well-meaning desire, nevertheless could not be altered; then, considering that the ship 'T Meeuwtje, with the provisions on board, could not possibly undertake the return voyage, it was resolved to present its condition the following day to the broad Ships' Council, which then convened on Wednesday 21 September after the signal of flag-hoisting was made. To the same, it was reported both by both ship surgeons and by the Surgeon Major of Foulpoint and the one from the French ship Le Bon Succès, that after having conducted an examination of the sick on board 'T Meeuwtje, they had found the illness not to be contagious, and merely arising from the multiple changes of climate that the crew had been obliged to undergo, which very often causes rheumatic fevers on board, and which on that vessel had increased considerably due to the bad bread that had served the crew as sustenance for some time. All the surgeons were unanimously of the opinion that the sick should be treated on board, and only the convalescents sent ashore for one or two hours a day under good supervision; because it is generally accepted that the sea air is much more beneficial for the sick than the country air, at a place whose marshy soils give off bad exhalations. And pursuant to this report it was resolved to leave the invalids on board and to provide them with whatever might be useful to them and obtainable here, even if this might somewhat burden the expense account of that ship; in the confidence that your Honourable Right Worshipfuls, in accordance with your so frequently shown humanity, will be pleased to approve a course of conduct to which necessity has given rise. Subsequently, Captain den Breem displayed a sample of the hard bread on board, which he, along with the officers, affirmed to have taken directly from the bread room. The same was found to be entirely stale and mouldy and unfit to be consumed by the crew; for which reasons that bread was condemned, and it was resolved that nothing should be left unattempted to induce the French administrators to relinquish ten thousand lb of paddy rice for the benefit of 'T Meeuwtje, and to have it delivered both in place of the spoiled bread and as provisions for the return voyage of that ship to the Cape of Good Hope. After the broad Ships' Council was concluded, the undersigned and Captain den Breem went ashore, and the first undersigned made known to Mr de la Serve the shortage in which the aforementioned ship found itself, and that he hoped that, if one could not succeed in finding a cargo of rice, His Honour would at least consent to sell the required provision rice, or grant permission to buy or barter it from the natives, even if it were by small measure. Whereupon the aforementioned Commandant resolved to relinquish the requested ten thousand lb of rice, though not for less than Two Spanish Reales per cento, declaring that this was the price for which he purchased it for the account of his King, and he further gave orders so that one would be able to obtain the required meat as well as poultry and white rice for the sick from day to day at reasonable prices. Thursday 22 September. The first undersigned had a conversation with Captain Jean Gilbert, from whom he understood that his ship Le Bon Succès, for the account of Messrs Ourrij at Mauritius, was destined for Mozambique to trade a cargo of slaves; that the aforementioned gentlemen, aware of the scarcity of rice at Foulpoint, and for the maintenance of the slaves to be traded, had loaded on that ship over one hundred thousand lb of Batavian rice, and given orders, if against all expectation he should be able to purchase a cargo of rice here, to then trade it at Mozambique; but that, although he had no prospect here of executing his commission, the delicate circumstance in which the French found themselves due to King Javie obliged him not to leave Madagascar, and he therefore intended to abandon his planned voyage to Mozambique: through which reversal he could well spare the rice, and would be willing to proceed to relinquish it at a reasonable price; but he affirmed at the same time that the same had cost his owners 25 livres or 2½ Spanish Reales per cento, and that he therefore could not sell it for less than 3 Spanish Reales. Inspecting this rice, the first undersigned found it, though not of the first quality, nevertheless of good quality, and further considering how necessary it was to ensure that 'T Meeuwtje was not sent back entirely empty, the more so since at present the disastrous

Dutch transcription

1078. zenden en ingevalle de zekte die doar heerscht niet aansteeklyk wierd bevon„ den, en tot herstelling der Impotenten de Landlucnt wierd vereischt ons als dan een bekwame plaats te zullen bezorgen om dezelven te lageeren. — Aan boord teruggekomen berichte den Eerstonderteekenden de Capt=n den Breem en de Tweede onderteekende van den uitslag zyner pogingen en de situatie der zaaken die hoe weinig voldoenden ook aan het oogmerk van uwel Edele Testr en Edelen Achtb en aan onze welmeenende begeerte echter met verandert konden worden dan aangezien 't Schip T Meeuwtje met de aan boord zijnde Provisien onmoge„ lyk de terugreize kon onderneemen be„ sloot men dies toestand 's anderdaags aan de breeden Scheepsraad voor te draagen die den ook op Doensdag den 21 September na gedaanen Lein van pibojaa„ ren vergaderden, aan dezelve wiend zo door beide scheepschirurgyns als door den Chirurgin majoor van Coulpoint en de van het fransch schip le bon succes gerapporteerd dat na gedaane risi„ tatie der zieken aan boord van 'T Meeuwtje zij bevonden hadden de ziekte niet aansteekelyk te zyn en sleehts te ontstaan door de menigvuldige veranderingen van Cumaten die de Schepelingen hadden moeten onderdan 't welk zeer dikwils rhuma„ ticque koorstsen aan boord veroorzaakt, en welken op dien Bodem aanmerkelyk waaren vermeerdert door 't slechte brood dat de Equipagie eenige tyd tot Voedzel hadmoeten verstrekken. Allen de Chirurgijns waaren eenparig van gevoelen dat men de zieken aan boord dienden te behandelen, en Slechts de Convalescenten een of twee uuren daags onder een goed opzicht naar de wal zenden; dewyl generaal is aangenoomen dat de zeelucht veel dienstiger is voor zieken als de Land, lucht, op eene plaats wier moerassige Gronden Slegte uitwaalemingen ver spreiden: En wierd ingevolge dz bericht beslooten de Impotenten aan boord te laaten en hen van 't geene te ver„ zorgen wat hen nuttig en alhier te bekomen kon zijn Schoon zulks de Onkostreken ning van dat schip eenigzints mogt beswaaren; in dat vertrouwen dat uwel Edele Gestr: en Edelen Achtb: naar derzelver zo vaak betoonde Menschenliefde een gedrag zullen gelieven t' approbeeren daar de nood aanleiding toe heeft gegeeven. Vervolgens vertoonde den Capitain den Breem een monster van 't aan boord zinde Hardbrood, 't welk hij beneevens de officieren beteugde voor de hand uit de Broodkamer te hebben genoomen. Het zelve wierd geheel nuf en beschimmeld bevonden en on¬ bekwaam om door 't scheepsvolk te kunnen werden genuttigt: om welken reedenen dat brood afkeurde, en beslooten dat men niets onbezocht zou laaten om de franschen ad„ ministrateurs te beweegen Zien de duyzend le 1079. duyzend lb Padyryst ten behoeve van T Meeuwtje af te staan, en die te doen verstrekken zo in Stede van het bedurven Brood, als tot Provisie voor de terugreize van dat schip naar Caab de goede Loap Na dat den breeden Scheepsraad geschieden was, begaven zich de onderteekendens en den Cantain den Breem naar de wal, en gaf de Eerstonderteekenden aan den Heer de la Eerve te kennen 't gebrek waarin meerm: schip zich bevond, en dat hy hoopte dat zo men in 't vinden van een Carga„ soen Rist niet konde slaagen zyn Ed: ten minste zou bewilligen om de benodigde Proviesierijst te verkoopen, of verlof te geeven om die alwaare 't bij de kleine maat van de Inlanders te koopen of te ruilen. Waarop gem: Commandant besloot de verzochte Tig duyzend lb Ryst af te staan, doch niet minder als tegen Twee Spaan„ sche Reaalen 't Cento betuigen¬ de dat zulks de prys was waar¬ voor hij die voor Rekening van zyn koning in„ kogt, en stelden verder orders dat mie't benodigde vleesch mitsgd:s laenders en witte Rijst voor de zeeken van dag tot dag tot modicque prijzen zou kunnen bekoomen, Donderdag den 22 Septb: Had den Eerst onderget een gesprek met den Capn Jean Gil bert, van wien hij verstond dat zijn schip le bon succes voor Reekening van de Heeren Ourrij te Mauritius ge„ destineerd was naar Mosambicque om een lading slaven te handelen dat gem: Heeren bewust van de Schaarsheid van rijst te Foulpoint, en dat schip tot onderhoud van de inte handelene slaven handel hadde afgeladen ruijm Hondert duijzend lb: bataviase Rijst, en last ge„ geeven zo hij tegens alle verwagting alhier een lading Rijst zou kunnen koopen die als dan te mosambicque te verhandelen; dog dat, schoon hij alhier geen voor uijtzigt had van zijn Commis„ sie ten uijtvoer te brengen, de netelige omstandigheid waar in de Fransen zig door de Durst door Koning Javie, bevonden hem noodzaakten Madagascar niet te ver„ laten, en dus van meening was van zijne geprojecteerde reize naar Mosambicque af te zien: door welke ommekeer hij de rijst wel zou kunnen ontbeeren, en willen overgaan om die tot een billijke„ prijs af te staan; dog betuijgde teffens dat dezelve aan zijnen theeders had ge¬ kost L: 25=e of 2½ spaanse reaal Cento en dat hij die dus wel niet min„ „der als tot 3 spaanse reaalen konde Verkoopen Deeze rijst bezigtigende bevond den Eerstondergeteekende die schoon niet van de eerste nochtans van een goede qua„ „liteijt, en nog overweegende hoe noodza„ „kelijk het was dat men moest zorgen T Meeuwtje niet geheel ledig te rug te zenden te meer daar men thans be rampzalige Donderdag

NL-HaNA_1.04.02_4321_0144 view scan ↗

English

1080. disastrous confirmation of the wrecking of the ship Zeeduijn, and that the Government of your Right Honorable and Right Worshipful must be entirely destitute of rice, he decided to offer the said Captain Gilbort 2½ Spanish reals per cento, but he immediately rejected that offer, saying that he could not possibly bring himself to sell his owners' goods at cost price. Friday the 23rd of September. The undersigned, together with Captain Den Breem, went ashore and presented themselves to a Commandant De la Corvé, who related to them how he had spent the entire past night in the greatest danger owing to the hostile demonstrations that King Javie and his people had made against all their establishments, coming at every moment not only before, but even armed to within the palisades of the French, whose garrison, being too weak to confront such a formidable enemy without taking any revenge, had been forced to submit to the insults of those heathens. The entire morning was spent in negotiations during which nothing substantial or good was achieved, and the said Commandant assured us that if he could not put matters on a better footing within a few days, he would depart with the entire garrison, and thus could do no more for us than the promised 10,000 lb. Sunday the 25th ditto. The first-undersigned repeated to Mr. De la Corve his previous request concerning a cargo of rice for 'T Meeuwtje, and as much as our vessel might require for the slave trade and provisions. This arrangement spread joy everywhere, and that kind of liveliness in all transactions that discord cannot provide. That same day, rice and various other goods were seen being brought in from the surrounding villages, and Mr. De la Cheuve fostered the hope, so comforting to us, of giving us better proof of his goodwill and desire to favor our trade. Saturday the 24th of September. The undersigned went ashore again, where finally peace was concluded between the French administrator and King Javie, whereby the latter undertook to give his subjects the freedom once more to sell their goods to the French, who agreed to the compensation demanded by Javie of two hundred Spanish reals, which were counted out to him at once. To deliver rice as provisions for 't Meeuwtje. Rice for 1081. for the crew. But his Honor replied that he would never dare presume, in the scarcity in which the country found itself, to sell anything from the rice that he might purchase for the King's account; but that out of respect for him, he would be inclined to sell the rice that he had bought for his own account, provided that the other administrators would follow his example and charter the small vessel La Petite Union to collect it. They all allowed themselves to be persuaded by Mr. De la Chervé and sold their rice to the first-undersigned, fixing the quantity at about one hundred and twenty thousand pounds, which would be fetched from Mahambae by the said vessel in two voyages, and would have to be paid for free on board, all expenses included, at 2 Spanish reals per cento; of which price, although twice as high as the rice here Monday the 26th of September. The French royal flute ship Le Necessaire, commanded by the Knight De Curvelle, sent hither from Mauritius to load 400,000 rice for the account of His Most Christian Majesty, bringing for that purpose 4,000 empty sacks ashore to fill them, having heard that no rice was available for the account of the King, the said Mr. De Curville showed no little displeasure and indicated quite clearly to the first-undersigned that he suspected some foul play on his part. The French administrators informed him of the state of affairs and assured him that they had sold no other rice to the first-undersigned than that which belonged to them in full ownership. All this availed them nothing, and Mr. Carville insisted that because here no rice for the King's account usually is sold, there was no deducting anything, and the first-undersigned was thus obliged to pay for it, intending from the said quantity to load 70,000 lb into the Meermin, both for the slaves to be traded and as provisions for the crew, and to load the remainder of 50,000 lb into 't Meeuwtje, and if no larger quantity could be procured for that ship, to have it head towards the Cape with that amount. In the evening, the small vessel La Petite Union departed and arrived at usually 1881

Dutch transcription

1080. rampzalige verzekering had van 't ver„ ongelucken van het schip Zeeduijn, en dat het Gouvernement van uwEd: Gestr: en E. agtb: geheel ontblood moest weezen van rijst besloot hij aan gem: Capitain gilbort 2½ spaanse reaal voor het Cento te bieden, dog die dat bot di„ rect van de hand wees; zeggende dat hij onmogelijk zou duwen besluiten, om de goederen zijner rheeden voor Jnkoops prijs te verkoopen Vrijdag den 23 September Begaven de ondergeteekende beneevens den Capitijn den Breem zig naar de wal en vervoegde zig bij Een Commandant de la Corvé, die hen verhaalde, hoe hij de gantsche voorleedene nacht in het grootst gevaar had door gebragt door de vijandelijke schijn die Koning Javie en te zijnen aan allen kunnen bedrijven hadden ge„ „geeven, komende ieder oogenblik niet alleen voor maar zelfs gewapend tot binnen de Talisaden van de Franssen, welker bezetting te zwak om het hoofd aan zulk een gedugten vijand te bieden zonder eenige wraak te neemen zig van die Heijdenen had moeten laten hoonen in deeze geheele voormiddag doorge„ bragt in onderhandelingen waar bij niets weezentlijks of goede was genoemen en verzeekerde ons gem: Commandar dat zo hij binnen wijnige dagen de zaken op geen buter voet, kon bren„ „gen hij met de geheele bezetting zou vertrekken, en dus niet meerder voor ons kon doen als de beloofde 10000 lb: Zondag den 25 d=o Herhaalde de Eerstonder „teekende zijn gedaan verzoek aan den Heer de la Corve, omtrend een Lading rijst voor 'T Meeúwtje en zoo veel als ons Onderhebbend schip benodigt mogt weezen voor de slaven handel en provisie deese schikking verspreijde overal een vreugd, en dat zoort van levendigheid in alle handelingen dat de Tweedragt niet kan vulden nog dienzelfden dag zag men uijt de Omliggende dorpen Rijst en diversse andere zaaken aanbrengen, en voede de Heer de la Cheuve de voor ons, zoo stree„ lende Hoop om ons beeter blijken te geeven van zijne welmeinentheijd en zugt om onze handel te begunti„ „gen- Zaturdag den 24 Septb: Begaven de ondergeteek: zig wederom naar de wal alwaar eindelijk de vreede tusschen de fransse administrateur en Koning Javie wierd getroffen waarbij laatstgem: zig verbond aan zijnen onderdanen wederom de vrij„ heid te geeven van hunnen waaren aan de franssen te verkoopen, welken bewilligende in de door Javie geeischte te goed doening van Twee Hondert spaan„ „se reaalen die hem opstond wierden ge teld rijst tot Provisie voor 't Meeuwtje te leeveren rijst voor 1081. voor de Equipagie, dan zijn Ed. gaf tot antwoord dat hij zig nimmer zou durven onder„ „staan om in de schaarsheid waar„ in het Land zig bevond van de Rijst die hij voor Konings reekenings Reekening mogt koopen iets te verkoopen, dog dat hij uijt achting voor hem wel zou in„ clineeren om de rijst die hij voor eigene rekening had gekogt te verkoopen, mits dat de anderen administrateurs zijn voobeeld wilde volgen, en ter afha„ „ling van dien het scheepje la petite union bevragten, allen lieten zij zig door den Heer de la Chervé overhaalen en verkogten aan den eerst ondergeteekenden hun Rijst, waar van zij de quantiteijt be„ „paalden op Circa honderd en twintig duijzend ponden, die in twee reijzen door gem: scheepje van Mahambae zou werden afgehaald, en met alle onkosten vrij aan Boord betaald zou moeten worden à 2 spaar „se reaalen 't Cento; van welkers peijs schoon eens zoo hoog als de rijst hier Maandag den 26 september Het frans: Konings fluitschep le Necessaire gecomman deert door den Ridder de Curvelle, van mauritius herwaards gezonden om voor reekening van zyn aller Christelykste Majesteit 400000 ryst te laaden, bren gende tot dat eende 4000 leedige zakken aan de wal om die te vallen te van gehout hebbende dat er geen n ryst voor reekening des Konings veerhan den was, leet gem: Heer de Curville niet weynig ingenoegen blyken en gaf niet enduidelyk aan den eerst onder teekende te kennen dat eenig kwaad vermeeden by hem plaats had. de fransche administrateurs onderrigten hem van de toestand der zaaken en verzeekerden hem aan den eerst ondertee kende geene andere rist te hebben verkogt, als die hen in vollen eygendom was toebehorrende dit alles hen niets baten en ensisteerde den Hen Carville dat dewyl alhier geen ryst voor 's konings reekering meestal word verkogt niets was afteden gen, en den eerst onderteekende dus genoodzaakt die daar voor te betaalen van meening van gemelde gaantiheyt 70000 lb in de meermen te scheepen zoo voor de in te handelene slaaven als 't A pro vesie voor de Equipage en het restant van 50000 lb en 't Meeuwtje te laaden en zoo men dat schip geen grooter gaan titeit kon bezorgen het zelve daar meede Caabwaards te doen steevenen 's avonds vertrek het scheepje lapetite umon en arriveerde op meestal 1881

NL-HaNA_1.04.02_4321_0146 view scan ↗

English

was on hand, at least one-third of that which the administrators held for their own account would be relinquished to him for the benefit of the hospitals of Mauritius; that consequently, out of the 120,000 lb of rice sold to the first undersigned, 40,000 lb would be sold to him, and delivered upon the first return of the small vessel La Petite Union; to this the French administrators had to consent, and thus the quantity of rice to be delivered to us was fixed at 80,000 lb, of which, by this arrangement, no more could be delivered to the ship 't Meeuwtje by the first undersigned than 10,000 lb, since he required the remainder as provisions both for the ship's crew and for the slaves to be traded: presuming, not without reason, that the voyage to Mozambique will not be able to be completed quickly, and it is uncertain whether the slave trade will be able to make rapid progress. Monday 27 September, walking on shore, we met Captain Jean Gilbert, and the first undersigned concluded the purchase with him for the one hundred thousand lb of Batavian rice that was on board his ship the Bon Succes, at two and a half Spanish reals per hundredweight, a purchase to which he would never have proceeded had he not been certain that the government of Your Right Honorable and Honorable Lordships must find itself entirely destitute of rice, and the return of 't Meeuwtje without bringing any of it would not at all fulfill the expectations of Your Right Honorable and Honorable Lordships. Wednesday the 28th September: the hold was put in order to take in the expected rice, and this also having been taken care of on board 't Meeuwtje, we began. Thursday the 29th: to receive the 100,000 lb of Batavian rice with the boats of both ships and to load it on board 't Meeuwtje. At noon the small vessel La Petite Union arrived, and anchored beside our ship in order to be able to discharge its cargo all the more easily, but received immediate orders from Monsieur de Surville to anchor beside him, desiring to unload 40,000 lb of rice, which being unloaded, we could have the remainder fetched with the boats. Friday the 30th: they continued with the loading of the Batavian rice, which. Saturday the first of October: was entirely on board the ship 't Meeuwtje as provisions for its crew, for whom we sent 10,000 lb of Madagascar rice on board from the vessel La Petite Union on the 2nd ditto, and the remaining 10,000 lb on board our own vessel. Monday the 3rd ditto: the first undersigned, together with Captain den Breem, was in negotiations with the French administrators concerning the supply of the necessary firewood, but they could not undertake to procure this because the natives, for a considerable time due to the disputes that had arisen, had not brought any wood even for the palisades; because of this, the ship's commanders would have found themselves compelled to have this chopped by the ship's crew from the surrounding forests (which work, due to the unhealthy air and burning heat, could not be performed without the greatest danger by men who, having arrived here from a difficult voyage, must undertake a much more strenuous one), had not King Sake engaged himself for the delivery of 25 fathoms of firewood, of which half for our voyage had to be paid with 100 biscuits, and the half for 't Meeuwtje with 28 Spanish reals. Tuesday the 4th of October: the Commander of Foulpointe Monsieur de la Cerve, together with the Knight de Surville and three of his officers, came to have the midday meal on board this vessel, and upon their arrival and departure were saluted with eleven cannon shots. Wednesday the 5th: the private French frigate ship La Chanceliere de Brabant arrived here, commanded by Captain Beaulieu from Mauritius, to fetch a cargo of cattle. Thursday the 6th: the French King's ship Le Necessaire, Captain de Surville, departed from here, having been unable to obtain any rice, had loaded 120 oxen for the King's account. Friday the 7th: the departure of the ship 't Meeuwtje was fixed for the 10th of this month, provided that tomorrow, according to the promise of King Save, they could begin to load the necessary firewood, of which, however, we found nothing ready on. Saturday the 8th ditto: Save, instead of placing a sufficient number of people in the forests, having sent only two men there. Sunday the 9th: the first undersigned took all pains to persuade King Save.

Dutch transcription

1082. voor handen was, ten minsten een derde van het geene de administrateurs voor eige reekening hadden, aan hem zoude werden afgestaan ten behoeve der hospetaalen van Maurstries, dat dus uit de aan den eerst onderteekende verkogte 1209r0 lb ryst aan hem zoude worden verkogt 40000 lb en die by de eerste terugkomst van het scheepje lapetite Union geleeverd; hier in moest door de fransche administra teurs worden bewilligt en dus de quantiteit van de aan ons te leeveren ryst bepaald op 80000 lb, waarvan door deese schikking aan het schip 't Meeuwtje door den eerst onderteekenden niet meerder binde werden afgegeeven als 10000 lb dewyl hy het restant benoodigd was tot provisie zoo voor het scheepsvolk als voor de rate handelene slaaven: presumeerende Donderdag den 29 — met de borts van beide de niet zonder reedenen dat de scheepen de 100000 lb bataviase ryst te ontfangen en aan bond van 't Meeuw¬ reise naar Mosambicque, niet spoe„ tje te laaden dig zal kunnen werden velbragt Op de middag arriveerde het scheepje en het onzeekeris of de handeling van Lapetste Union, en ankerde naast ons bond om desselfs lading des te gemak„ slaaven een spiedige voortgang kelyker te kunnen uitleeveren zal kunnen hebben dog kreeg immediaat bevel van den Heer de Cicville om naast hem te ankeren ende begeerde 40000 lb rijst te lossen welke gelost zynde wy het restantje met de borts konden laten afhaalen Vrydag den 30 _ Continueerde men met het laaden der Bataviase ryst, welke Maandag 27 Sept ontmoeter wy aan de wal wan delende den Capitain Jean Tilbert en sloot den eerst onderteekenden met hem de koop weegens de hondert duisend lb bataviase rist die zig aan bond van zyn schip de Woensdag den 28. Sept: wierd het ruim en ordre ge bragt om de verwagt wordende ryst in te neemen, en aan bond van T Meeuw¬ tje zulks meede verzigt zynde, begon nen wy. bon succes bevonden, a twee en een halve spaarse reaal t Cento een koop waartoe hy nimmen had overgaan zoo niet verzeekerd dat het souvernement van Uwel Edele Gestr: en Edele Achtb: zig geheel ontbloot moest venden van rest, ende te rug komst van 't Meeuwtje zonder iets van dat naar aan te brengen aan de verwagting van uwel Edele Pestr: en Ed: Achtb: in 't geheel niet zoude hen ren voldoen -. bon . 1083 Zondag Vrydag Woensdag den 5 Zaturdag primo October zig geheel aan bond bevond van het schip 'T Meeuwtje tot pro, visie voor welkers Equipage wij op den 2 dito 10000 lb Madagascarle ryst uit het schep la petite Anion naar boord zonden, en het restant van 10000 lb aan bond van onse onderhebbende bordem Maandag den 3 dsto had den eeest onderteekende beneevens den Capitaen den Breem in onderhandeling met de fransche ad„ ministrateurs over de leeverantie van het benodigde brandhout, dog deese konden zig niet verbinden zulks te bezorgen om dat de Inlanders zints een geruimen tyd door de ontstaane dispunten geen hout voor de pal„ leslaaden zelfs hadden aange¬ bracht, hier door zouden de scheeps opperhoofden zig genoodzaakt heb¬ ben gezien om zulks door het scheepsvolk uit de omleggende bos„ schen te laaten kappen (welk werk door de ongezonde lucht en brandende hitte niet zonder het grootste ge vaar kon worden verrigt door man„ schen dien van eeren moeyelyke leise alhier g'arriveerd nog veel penibler moeten onderneemen/ had Koningsake zig niet verbonden ter leetering van 25 Vademen Brand, hoit, waarvan de helft voor onse den 7 Wierd het vertrek van het schip 't Meeuwtje bepaald teegens den 10 deeser, mits dat men morgen volgens belofte van Koning save konde begin nen om het noodige brandhout te laaden, waar van wy echter op Saturdag den 8 dito niets in gereedheid vor„ den, hebbende Javee in steede van een genoegzaam getal volk in de bosschen te stellen daar slegts twee man gezonden Zondag den 9 — reed den eerst onderte kende alle moeite om Koning Javie Donderdag den 6 — Vertrok van hier het fransch Kenings schip le Necessare Capitain de surville die geen ryst hebbende kunnen bekoomen voor Conings ree„ kening 120 ossen had gelaaden. =Arrieveerde alhier het par„ ticulier fransch fregat schip La Char celiere de Braband gecommandeerd door Capitain Beaulieu van Mauretius om een lading vunderen te haalen: Dingsdag den 4 October kwam, den Commandant van Feule pointe den Heer de la Cerve benee vens den rdder de surville en drie zynen officieren het middagmaal aan bonrd van deese bodem houden en wierden bij hun komst en vertrek met elf Canon schorten gesalueerd reise betaald moest worden met 100 buskuit ende helft vonr 't Meeuwtje met 28 spaanse reaalen reise over

NL-HaNA_1.04.02_4321_0148 view scan ↗

English

1084. to persuade him to fulfill the agreement made concerning the necessary firewood, and he promised to send thirty men into the forests tomorrow in order to make all possible speed. Monday the 10th of October: the small ship la petite Union arrived, from which we unloaded with the boats 60000 lb of Madagascan rice and loaded it on board this vessel, which quantity, added to the rice received on the 8th of this month, amounts in total to 70000 lb; however, because this rice, which the French call Ris Samelle, consists mostly of paddy or unhusked rice, which loses 20 percent through peeling, the pure quantity thereof can only be determined at 56000 lb. On shore we learned from Savie that nothing had yet been done regarding the firewood, which is why we decided to hire laborers ourselves; however, the natives persistently refusing to do so despite the most advantageous promises, nothing remained but to have the wood cut by the ship's crew. Necessity alone made us proceed to that decision, as it would have been irresponsible to expose the Honourable Company's vessels to a longer travel delay on the promise of someone who deserves so little trust as Savie. Captain den Breem was of the same opinion, and thus sent Tuesday the 11th of October: at four o'clock in the morning, an officer and 10 sailors were sent ashore with the boat, providing them with everything necessary, who returned in the evening and reported that they, as well as the crew of the Meeuwtje, had cut a sufficient quantity of wood, but that the forest in which they had done so was situated more than an hour's walk from the beach, and thus carrying the wood would be the most difficult part of the entire work. Wednesday the 12th of the same month: early in the morning sent two officers and 25 sailors to carry the cut firewood, of which we received a boatload on board that evening. On shore, the first undersigned paid the French administrators 1410 Spanish reals for the delivered 70000 lb of rice, which, in accordance with this payment, was entered into the trade books of this vessel. Thursday the 13th: they continued having the cut wood brought down, which nevertheless progressed slowly, because without exposing the crew and thereby the ship and cargo to extreme danger, the sailors could only be allowed to perform this work in the cool of the day. 1085. Friday the 14th of the same month: paid for the fresh meat provided to the crew for refreshment and some chickens for the sick. In the forenoon, the French ship le bon succes, Captain Jean Pilbert, departed for Mauritius, in whose place the ship la Chanceliere de Brabant would remain lying. In the afternoon, Captain den Breem came on board this vessel and was informed that we expected the last firewood this evening, and found ourselves ready to depart with the first good opportunity; however, the said Captain indicated that his crew consisted mostly of convalescents, and although for some days the number of sick on his ship had been reduced to eight persons, this had risen again to seventeen, so he had not been able to employ enough men to carry the firewood, but that he also thought to obtain the last load tomorrow, and would thus likewise find himself in readiness to undertake the voyage to the Cape of Good Hope. Furthermore, it was decided to address a copy of this daily journal up to today to Your Right Honourable and Worshipful Sirs tomorrow, and to hand it over to Captain den Breem, who, wind and weather permitting, and awaiting God's blessing, will set sail together with us, and will most dutifully report to Your Right Honourable and Worshipful Sirs on whatever might occur as long as both ships still remain together, while we hope to proceed on our journey, praying for Jehovah's ever merciful protection, to Mozambique in order to carry out the orders with which Your Right Honourable and Worshipful Sirs have been pleased to honour us. Saturday the 15th of October: the last water for the voyages was fetched with the boat, and subsequently everything was made ready to sail. Toward evening, Captain den Breem informed us that he had the necessary firewood on board and his ship was thus found completely ready to sail. Sunday the 16th: at sunrise Captain den Breem came on board, where a copy of this daily journal was given to him to read, which he acknowledged as being completely in accordance with that which had occurred on the voyage and had come to his knowledge; the said copy was subsequently signed by us and the said Captain and handed over to him sealed, along with a missive which we had taken the liberty to address to Your Right Honourable and Worshipful Sirs. After mutually wishing God's blessing and a safe voyage, the Captain of the Meeuwtjen departed, and began to weigh anchor, as

Dutch transcription

1084. Dingsdag den 11 Octob: 'smorgens ten vier uuren over te haalen ter nakooming van het met de bort een officier en 10 matroosen gemaakt accoord omtrent het benodigde naar de wal, hen van al het nodige brandhout, en beloofde hy op morgen verzorgende, welke s' avonds te rug dertig man in de bosschen te zenden kwaamen en rapporteerden dat zi om dus alle mogelyke spoed te maken. zoo wel als het volk van het Meeuwtje Maandag den 10 Octob: arriveerde het scheepje lle een genoegzaame quantiteit hout petite Union waar uit met de borts hadden gekapt, dog dat het bosch losten 60000 lb madagascaise rijst en waarin zy zulks hadden verrigt aan bond van deesen bordem laaden ruim een uur gaans van het strand welke quantiteit gevoegt by de op den geleegen was, en dus het draagen van & deeser ontfangere ryst te samen het hout de moeyelykste staat van uitmaakt 70000 lb dog dewyl deese 't geheele werk Zoude zyn ryst die de franschen Ris Samelle noemen meest uit padij of ongedopte rijst bestaat, die door het pellen 20 prct verliest, kan de zuivere quantiteit daar van slegts bepaald worden op 56000 lb Aan de wal vernaamen wy van Jave dat er nog niets omtrend het brandhout was verrigt, waarom beslooten zelfs volk te huuren, dog de inlanders niet teegenstaande de voordeeligste belofte zulks by aanhoudenheid wei gerende, bleef er niets overig als het hout door de scheepelingen te laaten hakken de nood alleen deed ons tot dat besluet overgaan dewyl het on verantwoordelyk zoude zyn geweest S E: Comp=s bordems op de belofte van iemand die zoo weinig geleef verdient als savie aan een langer reisvertraging bloot te stellen den Capitain der Breem was van deselve geveelens en zonder dus Woensdag den 12 dito zonder 's morgens vroeg twee officieren en 25 matroosen om het ge kopte brandhout aan te draagen waar van dien avond een bortstlading aan bond kreegen aan de wal betaalde der eerst onder teekende aan de fransche administra¬ teurs 1410 spaanse reaalen voor de ge leeverde 70000 lb ryst, die Conform deese betaaling by de negotie boeken deeser bordem weerden ingenoomen Donderdag den 13 — Continueerde men met het gekapte hout te laten aandraagen 't welk egter traag vonrtging, door dien men buiten de Equipagie en daar door schip en lading aan 't ui¬ terste gevaar bloot te stellen de matroosen dit werk niet als in de Coelte konde laten verrigten. gl verte 1085. Vrydag den 14 dito betaalden het aan de Equipagie tot verversing verstrekte versch vlees en eenige hoenders von de Zieken. Vormiddags vertrok het fransche schip le bon succes Capitain Jean Pilbert naar Mauritius, in welks plaats het schip la Chanceliere de Braband zou blyven leggen. 's namiddags kwam den Capitain den Breem aan boord van deesen bordem en wierd hem berigt dat wy het laatste brandhout heeden avond te vervagten waaren, en ons gereed bevonden om met de eerste goede geleegendheid te vertrekken, dan gem: Capitain gaf te kennen dat zin Equipaxe meest uit Convalescenten bestaande en Schoon von eenige daagen het getal den zeeker van zyn onderhebbend schip tot op acht persoonen was vermindert ge„ weest, dit weederen tot zeeventien was gesteegen, hy dus niet genoeg volk had kunnen beezigen ter aan draagen van brandhout, dog dat hy morgen het laatste kast meede dagt te bekoomen, en zig dus meede en gereedheid zoude vinden om de rees naar Caab de Goede slop te onderneemen Verders wierd beslooten Copie van d A dagregister tot heeden toe op mergen van Uwel Edele Gest: en Edele Achtb: te addresseeren, en aan den Capitain den Breem te behandigen, die weg en wind veerenden onder afwagting van Godszeegen met ons gelik onder zyl zal gaan, en Uwel Edele Testr: en Ed: Achtb. pligt schuldigst berigt zal doen van het geene mogt koomen voor te vallen zo lang beide scheepen nog by elkendig blyven onderwyl wy onse deese onder af. smeeking van Jehavas, altoos genaderyke bescherming hoopen te vervorderen naar Mosambiquen om de ardres waar mede Uwel Ed: Pestr: en Ed: Achtb: ons hebben gelieven te vereeren ten uitvoer te brengen. Zaturdag den 16 Oct: Wierd met de bost het laatste water gehaald von de reisen en vervolgens alles in gereedheid gebragt om te zylen Teegers den avond bergte ons den Capitain de Breem dat hy 't benoodigde Brand„ hout aan boord had en zyn onderhebbend schip zig dus geheel zeylve bevend. Zendag den 16= kwam met Zensopgang der C pitainden Breem aan bond, alwaar hem ter leezing wierd overgegeeven Copie van dit dagregister 't welk hy volkoomen overeenkomstig bekend met dat geene op de reise gebeurt ten zyne kennisse was gekoomen gem Copee wierd vervelgens door ons en vort Capitain geteekend en aan hem verzee„ geld ter hand gesteld beneevens eene missive dierde vryheid hadden je noomen aan Uwel Edele sest en Ed Acht: 't' addresseeren Naas weeder zyds, Gods zeegen en behoude vaaren toegewenscht te heb¬ ben vertrekden Capitain van F Meeuw¬ tjen, en begon het anker te ligten Seds zulks

NL-HaNA_1.04.02_4321_0150 view scan ↗

English

This having also been performed on board these vessels, we got under sail at 12 o'clock with a south-southeast wind, saluting the roads with 11 cannon shots; the departure latitude was 170 39', longitude east of Paris 470 12', when our dead reckoning begins. At half past one o'clock, having cleared the harbor, we were saluted by 't Meeuwtje with 9 cannon shots, replied with the same, and hauled down the standard. Monday 17 Oct: Passed the island of St. Maria. Tuesday 18: The bay of Antongil and Wednesday 19: The East Cape, whereby Madagascar was lost from sight; the southeast winds remaining with us, we found ourselves on Sunday 23 ditto at the latitude of the island Glorieuse. In the dog watch we tacked to the south, and at five o'clock in the morning made full sail again. Before noon saw the aforesaid island, being a small elevation surrounded by many breakers, which is known on few charts. Monday 24: We sighted the islands of Mayotte and Anjouan, both consisting of heavy chains of moderate mountains, which through the industry of the Arab inhabitants of these islands have all been transformed into fertile fields, presenting a most magnificent view to travelers. Thursday 27 Oct: Sighted the island of Comoro, likewise consisting of mountains, but of an endless height, whose summits are almost always covered by clouds; it is related that a volcano burns there, but we noticed nothing of it during the three days that we sailed in sight of it in reasonably good weather. Sunday 30: Had passed the island of Comoro, but the calm that generally prevails at this latitude prevented discovering the mainland until Wednesday 2 November when we sighted the coast of Africa. Thursday 3: Discovered the Table Mountain of Mozambique and approached the shore, helped by the strong current. Having come in sight of the Castle, signals were made for the pilots, who immediately came on board and had us anchor in the outer roads in the evening at half past five o'clock in 7 fathoms on clean sandy ground; saluted the roads with 13 cannon shots and were thanked with 9 from the Castle. Friday 4: In the morning the pilots came on board again; at half past nine o'clock weighed anchor and sailed to the inner roads, where we came to anchor at half past eleven o'clock. Immediately the ship was moored and the further required ship's work performed. In the afternoon the Minister, the Secretary of the Government, and some customs officials came on board, together with a military Lieutenant, a sergeant, and four soldiers. After the Minister had taken the necessary information, His Honour departed, being saluted upon his arrival and departure with eleven cannon shots; the soldiers remained on board as usual to keep watch that no contraband was shipped and all goods that had to be unloaded were properly delivered to Customs. Towards evening we, the undersigned, went ashore and presented ourselves to the Lieutenant Colonel, by whom we were received with very great politeness; however, His Honour gave us to understand that not all members of the Government were very well-disposed towards us and that one might sometimes encounter obstacles in trade, but that His Honour would do everything to remove them and was prepared to lend us a helping hand in everything. Saturday 5 November: Presenting ourselves to the Lieutenant Colonel, we understood from His Honour that Captain Manuel de Souza, who had arrived in the month of January at the Government of Your Right Honourable and Worshipful with the Portuguese ship the Neptunus and had obtained permission there to sell his cargo of slaves, upon his return here had been brought to court by the clergy, who, together with his shipowners, had wished to punish him according to the rigor of the laws because he had sold slaves to heretics; that through the mediation of the government the matter had been brought so far to the advantage of the shipowners and Captain that the former were sentenced to a fine of 7000 Cruzados and the latter to several months of imprisonment; that the bishop, who besides him... We subsequently rented the house of Mr. Joaquin Rozario Monteiro and took up our residence there.

Dutch transcription

1086. zulks aan boord van deese borden meede verrigt zynde gingen wy om 12 uuren met een 2zo wind onderzeel de rheede met 11 Caron schoten solueerende de afgevaare znederbiedte was 170 3 9 Lengte beersten parys 47012' wanneer ons bestek zyn aanvang neemt, om half twee uuren waaren buiten wierden van 't Meeuwtje gesalueerd met 9 Caron schote, bedankten met gelijk en en haalden de Handaard needen. Maandag den 17 Oct: Passeerden 't eyland st Maria Dingsdag „ 18 _„ de baay Antongilles en Woensdag „ 19 —„ de - Oistkaap, waar meede Madagascan uit het gerigt verloven de zo te winden ons byblyvende bevonden wy ons op Zondag de 23 dito op de breedte van 't eiland Plo„ rieuse. In de slondewagt wierd om de Zuid bygedraact en 's morgens ten vijf uuren weederom kragt van zeijl bygemaakt. Voormiddags zagen voorsz. Eilandje zynde een kleine stylte omringd van veele brandings die in weenige kaartien is bekend. Maandag den 24 — Ontwaarden wy de Eilande Majetta en Anjaare beede bestaande uit swaare keeters van middelmatige gebergtens, die door de nyverheid den arrbieren bewimers deesen eelanden alle en vrugtbaare velden zyn verkeerd en aan de reizegers het allerheerlykst gezegt opleeveren. Donderdag den 3 _ ontdekten de tafelberg van Mosambicque en naderde de wae vontgeholpen door de sterke Stroon in 't gezigt van 't Casteel gekoomen windsen gedaan voor de lootsen - die te stind aan boord kwaamen en ons op de buiten rheede savonds ten half zes uuren op t Vademen schoone zand grond lieten ankeren, salveerde schooten de rheede met 13 Canon en wierden met g van het Casteel be dankt. Vrydag den 4 _' Smorgens kwamen de Cotsen weederom aan boord ten half tien uure ligten het anker en zeelde na de binnen rheede alwaar wy ten half twaalf uuren ten anker keva men. Opstond wierd het schip Donderdag den 27 Oct: intwaarden wy het eelandje Pemorcha bestaande meede uit bergen dog van een ineindigee horgte, en wiens kunnen meest altoos door de welke zyn bedekt men verhaalt dat een vier bergen zoude branden dog wy hebben Waar van niets vernoomen en drie daagen dat met reedelyk goed weeden in 't gezigt van deselve zeijlde Zondag den 30 — Waaren het biland Tomercha gepasseerd, dan de stelte die door gaans op deese hoogte heerscht, belette om het vaste land te ontdekken tot Woensdag den 2 November dat de kust van Afnca ontwaarde Nl ven op. 1087. vertreed en het verdere vereischte scheepswerk verrigt. 's namiddags kwam den Heer Minister den secretaris der regeering en eenige Dienaaren van den Tol aan boord, benee„ vens een Lieutenant Militair, een sergeant en vier soldaaten, na dat de minister de nodige Informatien had genoomen, vertrok zyn Ed: werden„ de by deszelfs komst en vertrek met elf Canin schorten gesalueerd; de Mi¬ airen bleeven naar gewoonte aan bind om wagt te houden dat geene Contrabande wierden afgescheept en alle de goederen die gelost moesten worden behoorlyk aan de Tol wierden afgegeeven. Teegens den avond be gaaven wy Onderteekendens ons naar de wal en vervoegden ons by den Lieut Collonel van wien wy met zeer veel beleefdheid wierden ontfangen; Egter gaf zyn Ed: te kennen dat alle de leeden de Regeering ons niet te zeer ge neegen waaren en men som. tyds wel hinderpaalen in den han del zoude kunnen vinden, dog dat zyn Ed alles zoude doen om de uit de weg te ruimen en bereid was om ons in alles den be: hulpzaame hand te bieden. Saturda 9 5 November ons by den Leeut: Coll: ven voegende verstonden wy van zyn Ed: als dat den Capitain Kanzel de Soura die in de Maand January ten Gouvernemente van Uwel Ed. Gest: en Ed: Achtb: met het Porta geesch schip de Nephtunus was g'arriveert en aldaar verlof had verkreegen zyn en hebbend Cargasoen slaaven te verkoopen, bij zin terug„ komst alhier door de geestelyken in regten was betrekken, die hem beneevens zyne Rheeders naar requem der wetten hadden willen straffen om dat hy slaaven aan ketters had verkogt dat door bemiddeling der regeering de zaak zoo verre ten voordeele der Rheeders en Capitain was gebragt dat eerstgem: verweezen zyn in een boete van - 7000 Crusados en de laatste tot eenige maanden ge vangenis, dat den bisschop die beneevens Wy huurder vervolgens het huis van den Heer Joacquin Rozario Monteno en namen aldaar onse entrek Wy hem

NL-HaNA_1.04.02_4321_0152 view scan ↗

English

him and the Minister had administered the government since the death of the General, completely indignant over the passing of such a mild sentence in a case which he, out of blind zeal, considered heresy and thus a capital crime, had left this place and gone to Goa; that the aforementioned Captain Ransel, released from custody two days before our arrival, had not failed to call the punishment he had suffered unjust and to add thereto that if he had not been permitted to sell his cargo at the Cape, it was very poorly done to give permission to the first undersigned to trade slaves here in order to transport them to the government of Your Noblenesses, Most Respectable and Honorable; that he, Ransel, subsequently upon our arrival here, had declared not only to the lowest but also to the head of the church and the entire order of the clergy that we were Hollanders, and the ship and cargo belonged to the Honorable Dutch East India Company, and he wished for nothing more ardently than to be permitted to confirm this with holy oaths; this having been rejected, and the government, whose example was followed by the clergy, desiring no elucidation concerning a matter the discovery of which could only be prejudicial and shameful to them, the aforementioned Ransel declared that he would give notice to the court of Portugal how the government and clergy here not only granted hospitality and permission to trade to heretics, but had even granted the Portuguese flag to our keel to cover their misdeeds, whereas they, solely because he had sold slaves at Cape of Good Hope, had condemned him, who had a right to the trade by virtue of birth and station, to pecuniary and arbitrary punishment and kept the goods he had brought confiscated, in order to initiate new lawsuits upon the arrival of the expected General. Subsequently, the oft-mentioned Ranzel had declared to the Lieutenant Colonel that the first undersigned had charged three thousand Spanish reals to the Honorable Company's account for obtaining a Portuguese passport, over which His Honor showed himself not a little sensitive. Regarding this last article, we assured His Honor that the accusation was entirely false and devoid of all truth, and offered, if His Honor desired it, to prove this most clearly from the kept accounts. Regarding the first accusation, there was little to say, yet we assured His Honor once more, as he already held himself fully convinced that the first undersigned was born in France, that it had furthermore not been his intention to transport the slaves purchased here to Cape of Good Hope, but that adverse circumstances had forced him thereto; that our destination on this voyage was again not to Cape of Good Hope, but indeed to Mauritius and from there to America. His Honor was willing to give credence to all this, but at the same time feared that upon the General's arrival the aspect of the matter might change, adding thereto that the granted Portuguese passport could only remain valid until 12 December, and should the General arrive in the meantime, we would have to expect all favors from him, and His Honor might thereby be rendered unable to give us tokens of his goodwill. Considering all this, we found ourselves somewhat fearful that this matter would have a bad outcome, since it seemed impossible to us to purchase the required number of slaves before 12 December, and if this were prevented upon the arrival of the General, it would result in the greatest disadvantage to the Honorable Company. Hereupon we resolved to propose to His Honor that if he, together with the Minister, would assure us of lending a helping hand in our intended trade, and upon the arrival of the expected Governor use their influence and power to instill in him some favorable dispositions toward us, we would show ourselves very grateful in that regard. This assurance was given, and five hundred Spanish reals were sent by us to the aforementioned Lieutenant Colonel and Minister, which were accepted with many tokens of gratitude and repeated promises to assist us in everything. This veil indeed covered everything that one did not wish to become public, and the Vicar General, head of the clergy, who received his share of the money sent, being less inspired by delusions than his predecessor the Bishop, resolved, together with the two other heads of the government, to have Captain Randsel notified to keep quiet.

Dutch transcription

1088. hem en den Minister Zints het over¬ lyden des Generaals het bewind had gevoerd, over het vellen van zulk een zagt vonnis in een zaak die hy uit blinde sel orfsyver voor kettery en dus voor een hoofdmisdaad reekende geheel verentwaardigt, deese plaats had ver„ laaten en zig naar Poa begeeven dat gem: Capitain ransel twee daagen voor onse komst uit legtenis ontslagen niet had nagelaaten de door hem ondergaan straffe onregtvaardig te noemen en daar by te voegen dat zo hy zyne lading aan de Caab niet had mogen verkoopen men zeer kar lyk had gedaan om aan den eusten. derteekenden verlof te geeven alhier slaaven te handelen, om die ter sou„ vernemente van Uwel Ed: Pestr: en Edele Agtb: te vervoeren dat hy vansel vervolgens by onse komst alhier niet alleen aan Ed:en de minste maar ook aan het hoofd der kerke ende geheele traen der seestelyken had verklaart dat wy Hollanders waaren, en schip en lading aan de Edele Neederlandsche O:I:maat schappyje was toebehoorende, en hy niets vuur per wenschte als zulks wet heelige Leden te mogen staven; Zulks afge slagen zynde en de regeering wier voorbeel d door de geestelyken wierd gevolgt geen elvei, datie begeerende over een zaak waar van de ontdekking hen niet als praejudiciabel en schandelyk ken zyn, verklaarde gem ransel dat hy kennis zoude geeten aan het hof van Portagal hoe de re geering en geestelyken alhier niet alleen aan ketters hospitaliteiten en verlof tot den handel verleenden, maar zelfs tot dekking hunner euvel daaden aan onse kiel de portie„ geese vlag hadden vergunt, daar zy hem die uit hoofde van geboorte en staat regt tot den handel had alleen om dat hij slaaven aan Caab de Poede sloop had verkogt tot pecunieele en arbitraire strafte hadden gedoemt en zyn aangebragte goederen gecon„ fisqueerd hielden, om by aankomst van den verwagt wordende Generaal op nieuw processen te entameeren, Vervolgens had meerm: ranzel aan den Lieut: Coll. verklaart dat den eerst onderteekende aan de Edele Comp=tie drie duisend spaanse reaalen in reekening had gebragt tot het verkrygen van een portie, geesch paspoort, en waarover zyn Ed zig niet weinig gevoelig tonde Ontrent dit laatste articul verzeeterden wy zynid dat de betichting geheel vals en van alle waarheid geeestelyken ontbloot ontbloot was, en presenteerden indien - zyn Ed: het begeerde zulks uit de ge houdere reekeningen ten klaarsten aan te tomen. Betreffende de eerste accusatie was wer neg op te zeggen, dog verzeekerden zyn Ed: nogmaals, zoo als hy zig ak ten vollen overtuigt hield dat den eerst onderteekenden in Frankryk was geborren, dat het verders niet zyn voorneemen was geweest de alhier ingehandelde slaaven naar Caob de soede slop te vervoeren maar dat de teegenwerden hem daar toe had de genoodzaakt, dat onse destinatie deese reise weederom met naar Caab de Goede slop was, maar wel naar Mauritius en van daar naar America zyn Ed: was bereidwillig aan d it alles geliff te slaan, dog vreesde teffens dat by aankomst van den Generaal de zaake van aansien mogten ver„ anderen, daar bij voegende dat het vergunde portugeese paspoort slegts tot den 12 December kinde stand houden en de Generaal middelerwyl aankoomende wy alle ganst bewysen van die zouden moeten verwagten en zyn Ed: daar door buiten staat zoude kunnen werden gesteld om ons blyken van deszelfs toegeneegendheid te geeven dit alles overweegende bevonden 1089 wij Ons eenigzints bevreesd dat deeze zaak een slegt uijtslag zou hebben dewijl het ons onmogelijk scheen om voor den 12 decemb: het vereischte getal slaven te koopen en zoo ons dit bij den aankomst van den gene„ „raal wierd belet zulx ten grootste nadeele voor d' E: Comp=ie zou strekken Hier op beslooten wij aan zijn E: voor te slaan dat indien hij beneevens den minister ons wilde verzeekeren de behulpzame hand in onze te drijvene Handel te bieden; en bij aankomst van den verwagt werdende gouverneur hun invloed en vermogen bezigen om hem eenige goede dispositien ten onzen op zigte in te boezemen wij ons daaromtrend zeer dankbaar zoude toonen. deeze verzeekering wierd gegeeven en door ons aan gem: Lieutenant Collonel en minister toegezonden vijf Hondert spaanse reaalen die met veele blijken van dankbaarheid en herhaalde be„ losten van ons in alles te assisteeren wierden aangenoomen. deeze sluijer bedekte in der daat alles wat men niet gaarne rugtbaar wilde hebben en de vicires Generaal, hoofd der geis„ telijke die zijn aandeel trok van de gezondene penningen min door horsenschimmer bezield als zijn voorzaad, de Bisschop be„ „sloot om neevens de twee anderen hoofden der Regeering, den Capitain Rand„ zel te laten aanzeggen zig stil te wy houder

NL-HaNA_1.04.02_4321_0154 view scan ↗

English

1090. to behave and to utter no harmful reports against us on pain of being put back in prison. That very same day we obtained permission to bring ashore the goods and money on board destined by Your Highly Esteemed and Right Worshipful for the slave trade. From on board we received report that the sailor Hendrik Sartorius of Godland had died, and we gave orders to commit the body to the earth on Klein Capuceeren. Sunday the 6th of November, Mr. Mosonier, supercargo of the Portuguese ship the Minerva, came to visit us and informed us that the cargo of that vessel being complete, he was of the intention of departing from here tomorrow for America, but that he unavoidably had to call at the Cape of Good Hope and thus offered us his service to carry any reports thither if we had any to give; whereupon we requested him to take with him a letter for delivery to Your Highly Esteemed and Right Worshipful, which was then immediately drafted and in which we took the liberty dutifully to give Your Highly Esteemed and Right Worshipful report of the well-founded hope we were in of succeeding happily in the trade to be conducted by us. Monday the 7th of November, the Portuguese ship the Minerva departed from here. In the morning the second undersigned went on board to fetch the money chests, which also arrived properly ashore, and subsequently unloaded some invoice goods. Tuesday the 8th ditto and found all the goods destined for trade by Your Highly Esteemed and Right Worshipful to be in good order. Continued herewith Wednesday the 9th ditto on shore; when we opened all the crates, bundles, etc. and found everything in proper order, except for the crate with 1000 pieces of assorted drinking glasses which had come apart due to the heavy working of the ship and in which 203 pieces of glasses were broken. From on board we received report that Jacob Trip Jansz. of Elburg had died, appointed provost by the ship's council subject to the gracious approval of Your Highly Esteemed and Right Worshipful. 1091. Thursday the 10th ditto we presented ourselves to the heads of the Portuguese government and informed Their Honours that all the goods destined for trade were ashore, and paid the import duties of ƒ 6800:-:- at 4½ percent with 454 cruzados amounting to 113½ Spanish reals. At the same time we requested permission to trade, which was favorably granted to us and in which we have no doubt of succeeding happily and profitably; we do not have the same prospect regarding the bartering of goods, as this place is abundantly supplied with all European wares by three ships that arrived here from Portugal in the month of August; the few inhabitants of this and the surrounding Portuguese colonies, added to the narrow limits placed on inland trade and the dissolution of the elephant tooth trading societies, have completely choked off the market, and we consider it very fortunate for the interests of the Noble Company that the goods shipped for barter amount only to a mediocre sum. Friday the 11th of November, we paid 25 Spanish reals to the black pilots for piloting inwards and 6¼ Spanish reals for freight of the delivered goods to the colony. Made a beginning with the slave trade and, according to the accompanying specification list, bought four head of bondservants, numbered 1 to 4, whom we sent directly on board. Saturday the 12th ditto bought three bondservants, numbered 5 to 7, according to the specification list. Sunday the 13th three head, numbered 8 to 10. Monday the 14th ditto five head, numbered 11 to 15, and Tuesday the 15th ditto two head, numbered 16 and 17, all according to the annexed specification list. Wednesday the 16th ditto we understood from Mr. Duart Orcellie, merchant here, how there would be no chance to dispose of a considerable cargo, as the miserly inhabitants of this land love nothing but hard cash, and rather forgo all comforts and pleasures than part with their imagined riches.

Dutch transcription

1090. houden en geene schadelijke be„ rigten Jegens ons te debiteeren op Faene van weederom in gevangenis te worden gezet nog deeze zelfde dag verkreegen wij verlof de aan boord zijnde goederen en gelden door uwE: Gestr: en E: agtb: tot den slaven handel gedestineerd aan de wal te mogen brengen. van boord bekwaamen berigt dat den Mattroos Hendrik Sar„ torius van Godland was overleeden en gaven ordre het lijk op Klein Capuceeren ter aarde te bestellen- Zondag den 6 November kwam den Heer Mo„ schip, de Minava ons bezoeken en berigte ons dat de lading van dien bodem voltallig zijnde, hij van meening hy van was morgen van hier te ver„ trekken naar America dog dat hij van meening was morgen van hier te vertrecken naar america dog dat hij Onvermeijdelijk Caab de goede Hoop moest aan doen en ons dus zijn dienst aanbood in dien wij eenige berigten derwaards te geeven hadden die te vervoeren waarop wij hem ver„ zogten een brief ter bestelling aan Woensdag den 9 d=o aan de wal; wanneer alle de Cassen, Pakken &: openden en alles in behoorlijke ordre vonden uijt„ „gezondert de Cas met 1000 p:s ge„ sorteerde drinkglazen die door het swaar werken van het schip uijt elkan¬ „deren was geweeken en waar in 203 p=s glaazen gebrooken waaren van boord kreegen berigt dat over„ leeden was Jacob Trip Jansz: van uwEd: en bevonden en E: agtb: tot den handel bestemde goederen op. sonier Supercarga van het kortugee Dingsdag den 8 d=o en bevonden zig alle door Maandag den 7 Novemb: vertrok van hier het portugees schip de Minerva 's morgens begaf zig de tweede onder„ geteek: aan boord om de geld kisten af te haalen, die ook behoorlijk aan de wal kwaamen in losten vervolgens eenige Factuur goederen Hier mede Continueerde Uw E. Gestr: en E: Agtb: meede te nee„ „men die dan ook terstond ontworpen en waarbij de vrijheid naamen uwel Ed: gestr: en Ed. Agtb: pligtschuldigst berigt te geeven van de gegronde hoop waar in wij waaren in onze te drijvene handel gelukkig te sla„ gen- Uwt Elburg „ 1091. Kogten 4e slaven kogt 3 Hlaas no. 5a kogten 3 slaven no. 8 a 10. kogten 5 slaven No. 11 a 15 Donderdag den 10 d=o vervoegden wij ons bij de hoofden der portugeesen regeering en gaven hun Ed: berigt dat alle de tot den handel bestemde goederen aan de wal waaren, en betaalde de inkomende regten van ƒ 6800:„—: a 4½ pt met 454 Cussader bedragende 113½ sp: reaalen Teffens verzogten wij verlof tot den handel die ons gunstig wierd verleend en waarin wij geensints twijffelen geluekig en voor„ deelig te slaagen, wij hebben niet het zelfde voor uijtzigt omtrend het Uijt„ „ruijlen der goederen dewijl deeze plaats overvloedig is voorzien met alle Europise waaren door drie schee¬ „pen in de Maand Augustus alhier van portugal aangeland de wijnige inwooners deezer en der omliggende portugeese Colonien, ge„ voegt bij de nauwe limites aan de inlandsche handel gestelden de vernitiging van de Commerciesociteiten der oli„ bants tanden hebben het debiet geheel ge„ „stramd, en agten wij het voor de belangen der Edele Maatschappij zeer geluckig dat de ter ruijling in geschipte goederen slegts eene medioere somma beloopen Vrijdag den 11 8ber; betaalden wij 25 spaansche reaalen aan de Loeken voor het binnenlootsen en 6¼ Spaansche reaalen voor vragt van de aan„ gebrachte Goederen naar de Col. Maakten een begin met de Sla„ verhandel en kogten volgens nevens gaande Specieficatielist Vier stuks Lyfeigens, die direct naar boord zonden. — Zaturdag den 12 d:o kogten volgens specieficatielist drie Ciffigenen zondag den 13 drie Stuks Maandag den 14 do vyf stuks en Dingsdag den 15d Twee stuks, allen volgens kogtens slaas g'annexeerde Specieficatielijxt n=o 16 en 17. Woensdag den 16 do verstonden mij van den Heer duart Orcellie, koopman alhier hoe de dewyl er geen kans zou weezen om een aanzienlyk Cargazoen aan den Man te brengen, bemin„ dende de vrekkige Inwooners van dit Land niets als Speciën, en ontbeeren liever alle gemakken en geneugtens, als zich van hun nen gewaanden Rykdommen te ontdoen Elsburg, Onder goedgunstige ap„ probatie van uweld: en E: agtb: door den scheepsraad tot provoost aangesteld - dewijl selt n=o 1 a 4.

NL-HaNA_1.04.02_4321_0156 view scan ↗

English

1092. No 22 to 24 No 25 and 26 No 27 to 29 No 30 and 31 No 32 to 38 No 18 to 21 Thursday the 17th November we sent on board a regulation according to which the officers would have to conduct themselves regarding the treatment of the slaves, and bought three slaves. Mr. Mossonnier, supercargo of the Portuguese ship the Minervas, to whom we on the 6th of this month had handed a letter addressed to Your Right Honorable and Honorable Sirs, that same evening declared to his honor that he had indeed accepted that letter, but by no means to deliver it to Your Right Honorable and Honorable Sirs, but rather to throw it into the sea; intending upon his arrival at the Cape of Good Hope to report that it was reported here that the ship the Meermin had been wrecked on the Mozambique coast, in order by this unheard-of means to obtain all the better permission to sell his cargo of slaves there. We consider ourselves obliged to make this his abominable intention known to Your Right Honorable and Honorable Sirs, although everyone from whom humanity has not been entirely banished must doubt whether he will put this into effect. Friday the 18th ditto we again bought two slaves. Sent two boatloads of wood on board for ship's use, which had been bought here for 16 1/4 Spanish reals, as well as a boatload for 6 1/4 Spanish reals for our use during our stay here. Saturday the 19th ditto bought three slaves, according to the annexed specification list. Sunday the 20th bought two slaves. Today the Minister and Lieutenant Colonel crossed the roads, and the first undersigned gave orders to salute them from on board with 15 cannon shots. Monday the 21st ditto bought seven slaves. Tuesday the 22nd ditto two. No 39, 40. Wednesday the 23rd ditto four. No 41 to 44. Today bought four slaves according to specification list. Thursday the 24th ditto three, and No 45 to 47. 1093. Friday the 25th ditto two slaves, according to the accompanying specification list, and sent all of them, along with the previous ones, from day to day immediately after purchase on board. Saturday the 26th ditto there presented themselves three American sailors, named David Rapinson, James Douheyer, and Edward Kennerlee, who made known to us that they had departed on the 27th October 1784 from Baltimore on the ship The Intrepide, commanded by Captain Davids, bound for the west of Madagascar, having on board Colonel Beniowski with his wife, 5 other women, and a crew of 55 men; that upon their arrival there they were received in the most cruel manner by the Malagasy, who miserably massacred the aforesaid Colonel, women, and 31 men of the crew; that they sailed with the remainder of the crew to Querimba, arriving there on the 20th of August last and remaining nearly two months, whereupon Captain Davids sold the ship to the French and discharged his crew from service; pleading to be allowed to transfer to the Honorable Company's vessel and be transported to the Cape of Good Hope. Which was granted to them by the first undersigned, seeing that two men of the crew had already been lost whose places they could fill, but on the condition of not being able to earn wages; to which they agreed and went on board. Sunday the 27th November the sailor Harmen Lucas of Koningsbergen died, leaving nothing, and was buried on Little Expuceeren. Bought three slaves according to specification list, No 55 to 57. Monday the 28th ditto, bought 4 slaves, No 58 to 61. Tuesday the 29th ditto three, No 62 to 64, and today bought five slaves according to specification list, No 50 to 54. 1094. Wednesday the last ditto six slaves, No 65 to 70, all according to the annexed specification list. Thursday primo December again bought four slaves, No 71 to 74, which we sent on board in the evening. Friday the 2nd ditto sent two slaves on board, No 75 and 76, which had been bought today. Saturday the 3rd ditto, a Portuguese sloop arrived here. Bought three slaves and sent them on board, No 77 to 79. Sunday the 4th ditto, a Portuguese brig from Mauritius arrived here. Bought three slaves according to the accompanying specification list, No 80 to 82. Monday the 5th ditto again bought two slaves, No 83 and 84, which were sent on board. Tuesday the 6th ditto, a slave girl died on board, Deceased No 56. Sent three slaves on board, No 85 to 87, which had been bought according to specification list. Wednesday the 7th December bought two slaves, No 88 and 89. Thursday the 8th ditto four, No 90 to 92. Friday the 9th ditto three, No 94 to 96, and Saturday the 10th ditto five slaves, No 97 to 101, all according to specification list. Sunday the 11th ditto, we received a report that a sturdy boy had died on board, Deceased No 50. Sent five slaves on board, bought today, No 102 to 106. Monday the 12th ditto, bought according to the mentioned list three slaves, No 107 to 109. Tuesday the 13th ditto, it was reported from on board that a slave woman had died, Deceased No 70. Bought two slaves, No 110 and 111. Wednesday the 14th ditto, we entered into negotiations with the government of this place concerning the exchange of the trade goods provided by Your Right Honorable and Honorable Sirs, after having offered them in vain for exchange to all merchants. The delegates immediately pointed out to us that the government would only proceed with this to give us proof of their goodwill, as the Queen's warehouses were crammed full of all

Dutch transcription

1092. no 22 à 24 n=o 25 en 26 N=o 27 „ 29 n=o 30 en 31 n=o 32 à 38. n=o 18 à 21. Donderdag den 17: November zonder wij Heer Mossonnier, Supercarga van 't Portugeesch Schip de Minervas naar boord een Reglement aan wien wy op den 6 deezer maand waarna de officieren zich eene Missive aan Uwel Edele Gestr zouden hebben te gedragen en Edelen Achtb: geaddresseert omtrent de behandeling der hadden ter handgesteld dien zelfde slaven en kogten drie Stuks avond aan zin Ed: had verklaart Lyf eigenen die brief wel aangenoomen te hebben Vrijdag den 18 do kogten wij wederom Twee Lyf, doch geenzints om die aan Uwel eigenen. Zonden twee Bootsladinge Edele Gestr en Edele Achtb: te be„ Hout aan boord tot Scheepsgebruik handigen, maar wel om die in die alhier hadden gekogt voor zee te werpen; van meening zynde 16¼ Spaansche Reaal, beneevens bij zin aankompst aan koop de een Bootslading voor 6¼ Spaansche Goede Loop te rapporteeren dat men reaal tot ons gebruik geduuren¬ alhier dat men alhier bericht de ons verblyf alhier had van 't verongelukken van Saturdag den 19 d:o kogten drie stuks Lyfeigenen, het schip de Meermin op de Mosambiegse, Cust, om door dit volgens g'annexeerde Speciefica„ sielyst ongehoord middel des te beeter Zondag den 20 Kogten Twee stuks Lyfeigenen velof te verkrygen zyn Cargasoen slaaven aldaar te verkoopen, Heden passeerden de Minister en Lieutenant Collonel de Wij achten ons verpligt uwel Rheede en gaf den Eerston„ Edele Gestr: en Edelen Achtb: derteekenden bevel hen van boord dit zyn verfoeilyk voornemen met 15 Canonschooten te salveeren bekend te maaken Schoon ieder een Maandag den 21 d:o kogten zeeven stuks Lyfeigenen uit wien de menschelykheid met te Dingsdag den 22 deo Twee stuks eenemaale is verbannen moet n=o 39 , 40 1 twijffels of hij zulks werkstellig zal maaken. woensdag den 23 d:o vier stuks n=o 41. a 44. Kogten heden Vier stuks Lydeigene volg:s specificatelijst. Donderdag den 24 d:o drie stuks en n=o 45 a 47: Dorderdag rijdag 1093. Vrydag den 25 dito Twee Stuks Lyfeigenen, volgens bijgaande Specieficatielijxt, en die allen nevens de vorigen van dog tot dag terstond na den inkoop naar boord zonden. — Zaturdag den 26 d„o Presenteerden zich drie amerikaansen Mattroozen, in naamen David Rapinson, James Douheyer en Edward Kennerlee die aan ons te kennen gaven hoe zij met het schip The Intre„ Dide gecommandeert door Captn Davids den 27 8ber: 1784 van 6 Boltimore waaren vertrokken naar de West van Madagascar, aan boord hebbende de Collonel Beniotskij met deszelvs huisvrouw 5 andere vrouwen en 55 Man Equipagie; hoe zij bij hun aankomst aldaar op de allerwreedste wyze door de Madagascaren waaren ontfangen de voorsz: Collonel vrouwen en 31 Man van de Equipagie Jam¬ merlyk hebben omtzeeld; hoe zij met 't overschot van 't volk naar querimbo zyn gezyld, aldaar den dingsdag den 29 dito drie stux en N:o 62 a 64. N:o 550 à 14 kogten heeden vyf stux lyffeijgenen vol„ gens specificatse lyst Zondag den 27 novemb: overleed den mattroos Harmen Lucas van koningsbergen niets naalaatende, en wierd op kleyn Expuceeren begraaven. N=o 55 à 57 kogten drie lijfeijgenen volgens Specificatie lyst maandag den 28 dito, kogten 4 stux Lyfeijgenen N:o 58 à 61. 20 Augustus Iongsleeden g'arriveerd en bijna twee maanden waaren blyven leg„ gen, wanneer den Capitain davids het schip aan de franschen heeft verkogt, en zyn volk uyt dienst ontslaagen: smee„ kende om op 's EComp:s bodem te moogen overgaan en naar kaap de goede Hoop te werden vervoerd 'T welk hun door den Eerst onderteekenden wierd vergunt, aan gezien reeds twee man van de Equipagie hadden verlooren, wier plaatsen zij kon„ den vervullen, dog onder voorwaarden van geen gagie te kunnen verdienen; waar in zij bewilligden en naar boord gingen. 20. woensdag ste 1094. N:o 88 en 89 N:o 90 à 92 Woensdag ultimo dito zes slux, allen volgens ge„ Specificatie Lijst N:o 65 â lb annexeerde lyst Zondag den 11 dito, Bekwaamen wij rapport donderdag primo december kogten wederom vier N:o 102 @ 14 dat aan boord was overleeden en kloeke N:o 71. â 14 lijfeijgenen die 's avonds naar boord zonden overl: N:o 50 Iongen zonden vyf slaaven naar boord vrijdag dn 2 dito zouder twee lyfeijgenen naar heeden ingekogt N:o 875 a 16. boord die heeden hadden ingekogt maandag den 12 dito, kogten volgens, gem: Eijst drie Zaturdag den 3 dito, arriveerde alhier een portu„ N:o 77 à 79 geesche sloep kogten drie slaaven en N:o 107 â 109: lyfeygenen zonden die naar boord dingsdag den 13 dito, wierd van boord bezigt dat Zondag den 4 dito, arriveerde alhier een portu„ No 710 en 111. een slaave meyd was overleeden. Kog„ N:o 80 á 82. geesche Brik van Mauritius Kogten overl: N:o 70 ten twee Lyfeijgenen drie lyfeygenen volgens bygaande Speci¬ ficatie lijst Maandag den 5 dito kogten wederom twee lyfeygen N:o 83 à 84. nen die naar boord zouden dingsdag den 6 dito, Overleed aan boord een slaave„ N:o 85 â 87. meisje, zonder drie lijfeijgenen naar boord, Overl: N: 56 die volgens specificatie Lijst hadden gekogt Woensdag den 7 december kogten twee Lyfeygenen donderdag den 8 dito vier, Vrijdag den 9 dito drie en N:o 94 a 96 Zaturdag den 10 dito vyf lyfeijgenen, allen volgens woensdag den 14 dito, Traden wij in onderhanden ling met de regeering deeser plaatse omtrend de ruyling der door uw Wel Edelens gestrengen en Edelen agtb: tot den thandels moede gegeevene goederen, na die vrugteloos aan allen kooplieden, ter ruijling gepresenteerd te hebben de gecom„ mitteerdens deeden ons direct opmerken dat de regeering alleen hier toe zou over„ gaan om ons blyken van hunne toegenoe„ gentheyd te geeven, dewijl de Pakhuisen der koninginne opgepropt waaren met Speci aller 6 N:o 97 a 101 V

NL-HaNA_1.04.02_4321_0159 view scan ↗

English

1095. with all kinds of provisions and goods, brought in both for the account of Her Majesty upon the requisitions of two years at once, and through the purchase made by their Honors of three Portuguese cargoes, and indeed at lower prices than those of the European markets. From these preambles we could clearly understand that we would not succeed well in the barter, but after presenting our invoice we noticed that the prices of the goods brought here must have been raised, since they found those on our invoice very moderate. After having made the report of their commission to the members of the government, the deputies returned and presented to us, in the name of the government, for all such goods as remained according to the invoice to the amount of ƒ 7122:16:— for the account of the Queen, to barter against 80 pieces of assorted serfs. To this we could not agree, because on that basis the slaves in barter would come to stand at a higher price than those who had been bought for cash up to now, and we insisted that for the barter of the aforementioned goods 95 serfs should be given, but despite all our efforts we could not bring it further than to 90 pieces, with which the government thought to give us a great token of their affection. We agreed to this barter, because it was the only way to dispose of the Honorable Company's invoice goods, and this barter, even if it brought about nothing else than a prompt progress in the trade we are to conduct, may always be called advantageous, and we delivered to the deputies: 1551 lb copper 300 sheets double tinplate 200 single ditto 4000 lb iron 50 pewter platters 100 pewter plates 200 files. carried over 1096. 18 50 axes 100 carpenter's adzes 100 spades 4 pike hooks 4 iron balances 1033 lb sheet lead 50 iron pots 400 porcelain plates 400 porcelain bowls 797 assorted drinking glasses 200 lb iron nails 200 lb sail twine 87 pieces salempores broad blue Coast 130 whole leaguer hoops 200 half leaguer hoops 300 whole aam hoops 500 half aam hoops 582 jugs of ordinary Cape wine in one half leaguer and 1½ aams. 2 half aams muscatel wine 5 pontac wine 2 half aams arrack 2 barrels beer 2000 rivets 3613 lb Cape butter in 7 whole and 7 half aams 1700 lb powdered sugar, and 550 lb gunpowder. all against a proper receipt from the government, whereby they bound themselves to deliver the aforementioned 90 pieces of assorted serfs before the end of this current month of December, and we received 20 on the Queen's account, numbers 112 to 131, which with 2 others bought today, numbers 132 and 133, we sent on board. Thursday the 15th of December: We sent on board an aam of butter, 2 aams of wine, 5 half aams of arrack, and 300 lb of powdered sugar, which we had withheld from the goods destined for trade, seeing that the provisions and drinks received at the government of Your Honor, Right Honorable and Worshipful, were only calculated up to the 20th of January next, in which time it was impossible to make the return voyage, and one could not well withhold the customary rations from the crew, who for three months had had no other food than rice, which provisions we, both through short weight and leakage arising from the long stay on board, as well as through a most necessary extra provision to the sick, could also impossibly make last until the 20th of January. Today the American frigate ship the Intreside, Captain Davids, arrived here under a French flag. We understood from this captain that the vessel under his command belonged to the commercial house of Zollicoffre in Baltimore, and had been hired by their Honors to the notorious Count Beniowski, to transport him together with his family and some other persons to Madagascar; 1097. that he had departed on the 27th of October 1784 from Baltimore, and had arrived in the month of July of this current year at Infandrika on the west coast of Madagascar, where the aforementioned Count, along with his family and retinue, had gone ashore, intending to settle there and make himself master of that region under the title of Emperor of Madagascar, which he had already assumed upon his departure from America; that the supercargo of the said ship, who according to the orders of the owners was to hold the supreme command of that vessel and whose orders were to be observed in everything, not seeing the boat that had carried Count Beniowski to the shore return, and hearing heavy artillery and small arms firing throughout the entire following night, suspected that all those who had gone ashore had been killed by the natives; and upon that idle suspicion, the next morning ordered Captain Davids to weigh anchor and steer for Anjouan, from where they departed for Ohibo. In said Ohibo, the ship the Intreside was sold to some French merchants, who had dispatched it again to Madagascar to purchase a cargo of rice, which he had not been able to obtain there and therefore returned to Ohibo, from where he was carried away by the strong current and forced to enter this port. Numbers 134 to 136. Today we bought three serfs according to the accompanying specification list. Friday the 16th of December: Received word from on board that an able young man had died (deceased number 89), and bought six serfs, numbers 137 to 142, according to the frequently mentioned specification list. Saturday the 17th ditto: was the birthday of the Queen of Portugal, which was solemnly celebrated here. After the firing of the artillery on shore, 21 cannon shots were fired from on board in the morning, at noon, and in the evening respectively. Sunday the 18th ditto: bought three pieces of serfs, numbers 143 to 145. Monday: bought four pieces of serfs, numbers 146 to 149, which with ten received for the account of the Queen, numbers 150 to 159, were sent on board.

Dutch transcription

1095. met allerhande zoorten van provisien en goederen, zoo voor reekening van haar majesteijt op de Eysschen van twee Iaaren te gelyk aangebragt, als door den inkoop door hun Ed gedaan van drie portugeesche Cargasoenen, en wel tot minder prysen als die der Europische markten. Uyt deese preambulas konden wij duijdelyk begrypen in de ruyling niet gelukkig te slaagen, „dog na vertooning van ons factuur bemerk„ ten wij dat de prysen der alhier aange„ bragte goederen verhoogt moeten zyn ge„ weest, dewyl zij die van ons factuur zeer moderaat vonden Na rapport van hunne Commissie aan de Leeden der regeering gedaan te hebben, quamen de gecommitteerdens te rug en presenteerden ons uyt naam van de regeering voor alle zodanige goederen als zig volgens factuur restant bevonden ten bedraagen van ƒ 7122:16:— voor reecq: van de koninginne tegens 80 stuks gesorteerde lifeigenen te zuijlen Hier toe konden wij niet overgaan, dewijl opdien voet de slaven in ruijling hoger in prijs zouden komen te staan als de geenen die tot nu toe voor Contanten hadden gekogt en insis¬ teerden dat inruijling van voorsz: Goe„ deren zou gegeeven worden 95 lijf¬ Eijgenen, dog konden niet teegenstaan¬ de alle onzen pogingen 't niet verder brengen als op 90 stuks, en waarmede de Regeering ons een grote blijk van hunne toegeneegendheijd meende te geeven. In deeze ruijling bewil„ ligden wij, door dien dezelve de eenig¬ „ste weg was om zig 's E: Compagnies Factuur goederen te ontdoen en deeze ruijling al bragt hij niets anders te wegen als een prompte voortgang in onze te drij¬ vene handel altoos voordeelig mag worden genoemt, en leverden aan de gecommit¬ teerdens af 1551 lb koper 300 bladen dubbeld blik 200 „ enkeld d=o 4000 lb ijzer 50 tinne schotels 100 „ borden 200 vijlen. overgaan 1096. 18 50 bijlen 100 timmermans dessels 100 graven 4 speerhaken 4 ijzere balansen 1033 lb platloot 50 ijsere potten 400 porcelaine borden kommen 400 „ 797 gezort: drinkglazen 200 lb ijsere spijkers 200 „ Zijlgaaren 87 p:s salempoeris br: bl: Cust 130 heele leggerbanden 200 halve— 300 heele aams _ 500 halve 582 kannen ordin: Kaapse wijn in een halve legger en Waams. 2 halve aams muscadelwijn 5 pontocq wijn 2. 9 2 vaten bier 2000 klinknagels 3613 lb kaapse boter in 7 heele en 7 halve aams 1700 „ poederzuijker, en _ aracq 550 „ Buskruijt. Heden arriveerde alhier 't americaanh fregat schip the Jntreside, Cap:n davids onder een Fransche vlag. Wij verstonden van deeze Capitain dat zijnen onderhebbenden bodem was toebehorende aan 't commencie huijs alles tegens behoorlijke quitantie van de regee¬ „ring waar bij lij zig verbonden voorsz: 90 stuks gesort: lijf Eijgenen voor 't eijnde van deze lopen¬ de maand deC: te leeveren en ontfingen 20op:t: n:o 112: â 131: 182: reecq: die met 2 anderen heden ingekogt naar en 133. boord zonden. donderdag den 15 deC: Zonden wij naar boord een aam boter, 2 aams wijn, 5 half aams aracq, en 300 lb poeder zuijker die wij van de tot den handel bestem¬ de goederen hadden uijtgehouden aangezien de provisien en dranken ten gouvernemente van Uwel Edele gestr: en Ed: agtb: ontfangen slegts waren berekend tot den 20 Jann: aanstaande, in welke tijd men onmogelijk de te rug reijze kon doen en men de Scheepelingen die geduurende drie maan¬ den geen ander voedsel als rijst hadden gehad, niet wel de gewone randsoenen zou kunnen onthouden welken wij ook zo door de onderwigten en leccagie uijt 't lang verblijf binnen boord ontstaande als door eene allernoodzakelijkste meerdere verstrek¬ king aan de Impotenten ommogelijk tot den 20 Jann kunnen doen strekken. alles van 5 1097. n:o 134. á 136. Vrijdag overl: n:o: 89. N=o 137. á 142. Zaturdag n:o 143, â 156. Zondag no 157. à 159 van sollicoffre te Boltimore en door hun Ed: was verhuurd aan den berugten Graaf Biniots¬ kij om hem beneevens zijn famille en eenige andere persoonen naar Madagascar te vervoeren, dat hij den 27 october 1784 van Boltimore was vertrokken en in de maand Julij van dit lopende Jaar te Infandrika aan de west Cust van Madagascar gearriveerd alwaar voorsz: Graaf benevens zijne famille en gevolg zig naar de wal hadden begeeven van meening zig aldaar ter neder te zetten en zig meester te maken van dat gewest on¬ „der de tijtel van Keijzer van Madagascar die hij bij zijn vertrek van america reeds had aan¬ „genomen, dat de supercarga van gem: schip die volgens beveelen van de rheeders 't oppergezag van die bodem moest voeren en wiens orders in alles geobserveert moesten worden het vaar¬ „tuijg, dat de graaf Biniotskij naar de wal had gevoerd niet te rug ziende koomen en de gantsche volgende nagt uijt geschiet en hand geweer horende schieten, vermoed had dat allen de geenen die naar land waren gegaan door de Inlanders waren ontzield; en op dat los vermoeden 's anderdaags 's morgens den Capn: davids bevolen 't anker te ligten en naar anjua¬ ne te stevanen van waar zij naar Ohibo waaren den 18 do: kogten drie stuks lijfEijgenen. kogten vier stuks lijf Eijgenen die met tien voor reecq: van de Koninginne ontfangen naar boord zonden. vertrokken in gem: schip the Intreside aan eenigen franschen kooplieden verkogt die 't wederom naar Madagascar hadden af¬ gevaardigt tot het inkoopen van een lading rijst, welke hij aldaar niet had kunnen bekomen en dies naar Ohibo te rug gekeerd van waar hij door de sterke stroom was afgevoerd en genoodzaakt geworden deeser Haven binnen te lopen. kogten heden drie lijf Eijgenen volgens bij gaande specificatie lijst. den 16 dec: bekwamen berigt van boord dat er een klocke jongen was overleeden en kogten zes lijf Eijgenen volgens meerm: spe¬ „cificatie lijst. den 17 dito was de verjaarsdag van de Koninginne van Portegal, die alhier plegtig wierd gevierd. na 't lossen van het geschiet aan de wal wierd van boord 's morgens, 's middags en 's avonds telkens 21 Canonschooten gedaan. vertrocken maandag

NL-HaNA_1.04.02_4321_0162 view scan ↗

English

1098. Monday the 19th of December: two individuals. No. 160 to 161. Tuesday the 20th ditto: three individuals, and No. 162 to 164. Wednesday the 21st ditto: five individuals, all according to the frequently mentioned specification list. No. 165 to 169. Thursday the 22nd ditto: bought again four individuals of bondservants. No. 170 to 173. Friday the 23rd ditto: five individuals, and No. 174 to 178. Saturday the 24th ditto: six individuals, which were all sent daily on board. No. 179 to 184. Sunday the 25th ditto: received in reduction of the exchange made for the account of the Queen twenty individuals of bondservants, who, along with two purchased today, were sent on board, from where we received report that one slave had died. No. 185 to 206. No. 212 to 255. Deceased: No. 24. Monday the 26th ditto: bought three bondservants according to the specification list. No. 207 to 209. Today there arrived here a small Portuguese vessel, on board of which was Mr. Portugal, Governor of Chibo. Tuesday the 27th of December: received report from on board that a slave boy had died. Bought two individuals of bondservants according to the accompanying specification list. Deceased: No. 127. 210 to 211. On the 28th ditto: it was reported from on board that the drinking water fetched up to now from small capacaire has been found for two days to be entirely undrinkable, being brackish and, due to the drying up of the wells, mixed with all kinds of filth. Whereupon it was decided to buy rainwater here, which was found to be very good, and could be drunk by the crew and slaves with peace of mind. Received for the account of the Queen the last forty slaves that were still due to us according to the exchange made, and sent them on board with four others purchased today. Thursday the 29th ditto: we bought three individuals of bondservants, and No. 256 to 258. Friday the 30th ditto: four individuals, all according to the specification list. No. 259 to 262. Saturday the 31st ditto: we received report from on board that one of the male slaves had not shrunk from saying that they should murder the Christians and return to their country. Immediately we went on board and found three male slaves to be guilty of that detestable plan. All of them were severely flogged and locked in irons on the forecastle in order to cut off all communication with the rest. Bought today three individuals of bondservants according to the specification list. No. 263 to 265. 1099. Sunday the first of January 1786: At sunrise, 21 cannon shots were fired from on board. This day was spent here in church ceremonies, processions, etc. At sunset the firearms were discharged and 21 shots were fired again from on board. Bought one slave according to the accompanying specification list. No. 266. Monday the 2nd ditto: bought two bondservants. No. 267 to 268. Tuesday the 3rd ditto: three, and No. 269 to 271. Wednesday the 4th ditto: five, all according to the frequently mentioned specification list. No. 272 to 276. Thursday the 5th ditto: it was reported from on board that a slave girl and a slave boy had died. Bought one slave. Deceased: No. 277. Friday the 6th of January: an adult male slave died on board. Bought three individuals of bondservants. Deceased: No. 133. No. 278 to 280. Saturday the 7th ditto: sent two bondservants on board purchased today, and a male slave died. No. 281 and 282. Deceased: No. 256. Sunday the 8th ditto: received report that a male slave had died. Bought three bondservants according to the specification list. Deceased: No. 162. No. 283 to 285. Monday the 9th ditto: a female slave died on board. Bought three bondservants. Deceased: No. 79. No. 286 to 288. Tuesday the 10th ditto: bought one slave. 289. Wednesday the 11th ditto: four, and No. 290 to 293. Thursday the 12th ditto: three, all according to the specification list. A male slave died on board. No. 294 to 296. Deceased: No. 172. Friday the 13th ditto: a Portuguese private frigate arrived here from Lisbon. Bought today two male slaves. No. 297 and 298. Saturday the 14th ditto: two. No. 299 and 300. Sunday the 15th ditto: three. No. 301 to 303. Monday the 16th ditto: four, and No. 304 to 307. Tuesday

Dutch transcription

1098. maandag den 19 deC: twee stuks. n:o 160. á 161. dingsdag den 20 d:o drie stuks, en n. o 162. â 164. woensdag den 21 d:o vijf stuks allen volgens dikwils gem: Woensdag n:o 165. â 169 specificatielijst. donderdag den 22 d:o kogten wederom vier stuks lijflijgenen n:o 170. â 173. n:o 174. â 178. Zaturdag den 24 do. zes stuks die allen dagelijks naar boord no 179. á 184. Londen. Zondag den 25 d=o, ontfingen in afkorting der gedane n:o 185. â 206. ruijling voor reecq: der koninginne Twintig no 212. â 255. stuks Lijf Eijgenen die nevens twee op heden varl: n:o 24. ingekogt naar boord zonden van waar be„ „rigt ontfingen, dat een slaven was over¬ „leeden. — Maandag den 26 dito, kogten drie lijfEijgenen n. o 207. â 209. volgens specificatie lijst. — Heden arriveerde alhier een kleijn Portugeesch vaartuijg aan Boord, van welk zig bevond den Heer Portugal, Gouverneur van Chibo. — Zaturdag den 31 do. bekwamen wij rapport van boord dat een der mansslaven zig niet had ontzien te zeggen, dat zij de Kristenen moesten Vrijdag den 30 d„o vier stuks allen volgens specifica„ n:o 259. â 262. „tielijst. donderdag n:o 256: á 258. „nen, en den 28 d=o wierd van boord gerapporteerd, dat het drinkwater tot nu toe van kleijn capacaire gehaald, zints twee dagen geheel ondrink¬ baar wierd bevonden, zijnde brak en door het drogen der putten met allerhande vuijlig¬ heijd vermengt. Waarop beslooten alhier regenwater te koopen, 't welk zeer goed wierd bevonden, en door de Equipagie en slaven met gerustheijd kon worden gedronken. Ontfingen voor reekening der ko¬ „ninginne de laaste veertig slaven die ons volgens gedane ruijling nog waren competeerende en met vier anderen heden ingekogt naar boord zonden. den 29 d=o kogten wij drie stuks lijfhijge„ den 27 deC. kreegen berigt van boord dat een slave jongetje was overleeden. Kogten twee stuks LijfEijgenen volgens bijgaande specifi¬ „catielijst. dingsdag overl: n:o 127: 210: à 211. Vrijdag den 23 d: vijf stuks, en vermoorden 1099. n:o 263. à 265. n:o: 266. n:o 267. â 268. dingsdag No 269. „ 271 woensdag n:o 272. â 276. No. 203. à 150. overl: n:o 277. vermoorden en naar hun land te rug keeren Opstond begaven wij ons aan boord, en bevon¬ „den drie mansslaven aan dat verfoeilijk voorneemen schuldig te zijn. Allen wier¬ den zij strengelijk gegeesselt en op de bak in de boeijens geslooten, ten eijnde alle communicatie met de overige af te snij¬ Kogten heden drie stuks LijfEijgenen volgens specificatielijst. - Zondag Primo Jann: 1786. Wierd met zons opgang van boord 21 Canonschooten gedaan. deeze dag wierd alhier doorgebragt in kerkelijke plegtigheeden processien &a: Met zons ondergang wierd het geschiet gelost en van boord wederom 21 Schooten gedaan. kogten een slaaf volgens bijgaande specifica¬ „tie lijst. Maandag den 2 d:o kogten twee lijf Eijgenen. den 3 do, drie, en den 4 d:o, vijf, allen volgens meerm: specifica¬ „tielijst. donderdag den 5do, wierd van boord gerapporteerd dat een slave meijsje en een slaven jongetje waren overlee¬ „den, Kogten een slaaf. — Zaturdag den 14 dito Twee N. o 299 en 300 Zondag den 15 dito drie N:o 301 à 303 Maandag den 16 dito vier, en N:o 304 à 307. Zaturdag den 7 dito, zonden twee lyfeijgenen naar N:o 281 en 282 boord heden ingekogt, en Overl: n:o 256 Overleed een mansslaaf Zondag den 8 dito, kreegen rapport dat een mans„ P overl: n:o 162 slaaf was overleeden N:o 283 â 285 kogten drie offeijgenen volgens Specificatie lyst maandag den 9 dito, overleed aan boord een slavin Overl: N:o. 79 N:o 286. â 288. kogten drie lyfeijgenen dingsdag den 10 dito kogten een slaaf 289 woensdag den 11 dito, vier, en N:o 290 à 293 donderdag den 12 dito, drie, allen volgens Specificatie N:o 294 â 296. lyst. Overl: N:o 172 Overleed aan boord een mansslaaf Vrydag den 13 dito, arriveerde alhier een portugeesch particulier fregat van Lissabon. N. o 297. en 295: Kagten heeden twee mansslaaven N:o Vrydag den 6 Ianuarij, Overleed aan boord een vol„ Overl: N:o 133 wassen mansslaaf, N:o 278 à 280 Piogten drie stux lyffeijgenen dingsdag „den. -

NL-HaNA_1.04.02_4321_0164 view scan ↗

English

1100. No 309 to 314 No 325 to 331. Tuesday the 17th ditto, and all according to the specification list. No 308. Deceased: No 41 Today a male slave died on board Wednesday the 18th ditto bought six head of slaves Thursday the 19th ditto, the sails were bent on board according to the orders given and everything was made ready for our approaching departure. These preparations caused the inhabitants of Mosambicque to offer various slaves to us for sale, of which we bought six according to the specification list and sent to the ship No 315 to 320 Deceased: No 109, 250 On board died a male slave and a slave girl Friday the 20th ditto, sent a large boatload of firewood to the ship, purchased here for 23¾ Spanish real, together with four slaves according to the specification list No 321 to 324. Deceased: No 176 and 37 Received a report from on board that a sturdy boy and a slave girl had died Saturday the 21st ditto, sent seven slaves to the ship, purchased today, together with a boatload of firewood of 15 Spanish reals Deceased: No 238. Died on board a slave girl Sunday the 22 January bought again four slaves No. 332 to 335 presented ourselves today to the Lord Lieutenant Colonel to whom we reported that we intended to conclude our trade tomorrow and requested that the commissioners of the customs be sent on board the day after tomorrow to count the slaves, in order to be able to pay their export duties and that which would be due to His Honour and the minister for the permission to trade. We took this opportunity to bring to His Honour's attention that we flattered ourselves that His Honour would drop something from the fixed price of 5 Spanish reals for the permission to trade for each slave, both in view of the considerable number of slaves traded by us, and out of consideration for the substantial gift of 500 Spanish reals sent to His Honour upon our arrival here, the more so because the greatest motives for making that gift had certainly occurred for the said reasons and no difficulties had been made in that respect. His Honour, however, believed that he as well as the minister had well earned such on the other hand, both by lending us a helping hand in our trade, even delivering a parcel of slaves at mediocre prices, and by having favoured us in the exchange made for the account of the Queen, but that this matter should cause no reason for dissatisfaction between us, and His Honour was inclined to drop something from the permission to trade, provided that the minister also consented thereto. The minister made the same objections as the Lieutenant Colonel and refused to listen to anything that might persuade him to drop anything from the stipulated 5 Spanish reals; adding thereto that this would set a bad example in all trade to be carried on hereafter and would deprive the government of a right that, although devised and maintained by itself, he considers the most lawful income. After many exchanges of words on both sides, the Lieutenant Colonel made it apparent that he would consent to all arrangements that we made with the minister, and we succeeded in persuading the last-mentioned to deduct from the whole sum that would be due to His Honour and the repeatedly-mentioned Lieutenant Colonel for the permission to trade, calculated at 5 Spanish reals each slave, the 500 Spanish reals sent upon our arrival. We did not fail to praise this arrangement as a great proof of their unselfishness, and thanked them for this as well as for all other proofs enjoyed of their goodwill. Monday the 23 January we paid all that was owed here for expenses of the trade, such as water, firewood, various municipal and ecclesiastical dues, house rent, etc., all treated at large in the trade journal and to which we take the liberty to refer in this matter. Bought today ten slaves whom we sent to the ship, and wherewith we concluded our trade. No 336 to 345 We subsequently sent all the galley and other goods that were here on shore to the ship. In the evening we presented ourselves again to the Lieutenant Colonel and paid to His Honour the permission of trade for 345 head of slaves amounting at 5 Spanish reals each to 1725 Spanish reals, after deduction of 500 Spanish reals, with 1225 pieces of that coin, taking our leave of His Honour and the other members of the government. The sailor Jan Frederik Lenkholt of Wiemar died. Tuesday the 24th we sent everything that was still on shore to the ship and left Mosambicque in the afternoon.

Dutch transcription

1100. N. o 309 à 314 N:o 325 â 331. ove dingsdag den 17 dito, Een allen volgens specificatie N. o 308. lyst. Overl: w:o 41 Heeden overleed aan boord een mansslaaf woensdag den 18 dito kogten ses stux lyfeijgenen donderdag den 19 dito, wierden aan boord ingevolge de gegeevene orders de zeylen aangeslaagen en alles in gereedheyd gebragt tot ons na„ derend vertrek. deese preparatien deeden de Inwooners van Mosambicque ons ver„ Scheijdene lijfeijgenen te koop presenteeren, N. o 315 â 320 waar van ses volgens Specificatie Lyst kogten en naar boord zouden Overl: N:o 109, Aan boord overleed een mansslaaf en een 250 slaave meysje Vrydag den 20 dito, zonder een groote bootslading brandhout naar boord, alhier gekogt voor 23¾ Spaansche reaal, benevens vier lyf r. N. o 321 à 324. eijgenen volgens Specificatie lijst Overl: N:o 176 en 37 Bekwaamen rapport van boord dat er een kloeke Jongen, en een slaave mysje waa¬ ren overleeden Zaturdag den 21 dito, zonder zeeven lyfeijgenen naar boord heeden ingekogt beneevens een bootslaading brandhout van 15 spaansche reaalen Overl: n:o 238. Overleed aan boord een slaave meys„ zondag den 22 Iannuarij kogten weederom vier No. 332 â 335 Lyfeygenen vervoegden ons heeden bij den Heer Lieu„ tenant Collonel aan wien wij berigtten van meening te weesen onzen handel morgen te besluyten en verzogten de gecommitt:s van de Tol overmorgen naar boord te zenden om de Liffeijgenen te tellen, ten eynde dies uijtgaande regten te kunnen betaalen en 't geen zyn Ed: en de ministre zou zynn Competeerende voor de permissie van den handel wij naamen deese geleegendheyd waar om zyn Ed: onder 't oog te brengen dat wij ons vleyden dat zyn Ed: van den bepacildeer prys van 5 Spaansche reaalen voor de par„ missie tot den handel, van ieder slaaf iets zen laaten vallen, zo ten aanzien van 't aanzienlyk getal lyfeygenen door ons ge„ handelt, als uijt Consideratie van 't aan„ zienlik geschenk van 500 Sp: reaalen bij on„ zen aankomst alhier aan zyn Ed: Coegezonden te meer daar de grooste beweegreedenen tot het doen van dat geschenk zeekerlijk om gezegde redenen was geschied en daar omtrent geene zwaarigheijt had g'exeert, zijn Ed: egter ver„ meende dat hij zo wel als de ministre zulke aan eenen andere zyde wel hadden gemeriteerd, zo door ons in onzen handel de behulpzaame zon ƒ hand 2 N:o no je 1303. N:o 336 à 345 hand te bieden, zelfs tot mediocre prijzen een partij liffeijgenen te leeveren, als door ons in de gedaane ruijling voor reecq: der konin„ ginne te hebben gefavoriseerd, dog dat deeze zaak geene reedenen tot misnoegen tusschen ons zou verwekken, en zyn Ed: geneijd was iets van de permissie tot den handel te laa„ ten vallen, mits dat de ministre meede daar in bewilligde. de ministre maakte de„ zelve tegenwerpingen als de Lieutenant Collonel en weijgerde te hooren naar alles hebben dat hem zou kunnen overhaalen van de bedongenen 5 spaansche reaalen iets te laa„ ten vallen; daar bij voegende dat zulx in allen na deesen te drijvene handels een slegt voorbeeld zou geeven en de regeering zou verkorten in een regt dat, schoon door haar zelfs uijtgevonden, en onderhouden, hij als het wettigste inkoomen beschouwt. Na veele woordewisselingen van wader¬ zyde, deed den Lieutenant Collonel blyken dat hij in alle schikkingen die wij met den minis„ tre maakten zou bewilligen, en gelukten 't ons laatstgem: over te haalen om van de geheele Somma die zijn Ed: en meerm: Lieutenant- Col„ lonel zou weezen Competeerende voor de per„ missie van den handel, bereekend à 5 sp: reaalen ieder slaaf aftrekkende bij onzen komst. gezondene 500 sp: reaalen. deeze schikking lieten wij niet na als een groote blyk van hunne on„ baatzugtigheyd te roemen, en bedankten hen voor deeze zo wel als voor alle andgeen genoo„ tene bewyzen van hunne toegenegendheyd Maandag den 23 Iannuarij betaalden wij al 't geene alhier schuldig waaren aan onkosten van den handel als water, brandhout, diverse stads en kerkelijke geregtigheeden huyshuur &:a, alles bij 't negotie Iournaal breedvoerig verhandelt en waar aan wij de vrijheid nee„ men ons hier omtrent te gedraagen Kogten heden tien lyfiijgenen die naar boord zonden, en waarmeede onzen handel beslooten zouden vervolgens alle de hier aan wal zynde Combuys, en andere goederen naar boord 'S avonds vervoegden ons weederom bij den Lieutenant Cottonel en betaalden aan zyn Ed: de permissie des handels van 345 stux lifeijgenen bedraagende a 5 Spaansche Raalen ieder 1725 sp: reaalen, na aftrek van 500 Sp: reaalen, met 1225 stux van die munt, van zyn Ed: en de andere Leeden der regeering afscheyd neemende Overleed den mattroos Jan Frederik Lenkholt van Wiemar. donderdag den 24 zonden wij alles wat zig nog aan de wal bevond naar boord en verlieten 's na„ middags mosambicque. gezon

NL-HaNA_1.04.02_4321_0166 view scan ↗

English

1102. Upon our arrival on board we found everything ready to sail, dispatched the barge to fetch the toll commissioners to count the slaves, but received word that they could not come before tomorrow morning. Today a slave girl died, branded No. 306. Wednesday the 25th ditto, in the morning the toll commissioners came on board, counted the slaves, and found three hundred and twenty-five head of bondspersons, of which: 194 adult male slaves 44 female slaves 23 big boys 14 maidens 24 little slave boys, and 26 little slave girls To which number being added the twenty who died on board during the trade, makes together 345 head of bondspersons that have been purchased from the 11th of November last until today. Upon the departure of the commissioners, saluted them with eleven gun salutes, and the first undersigned went ashore, paid there the export duties for 325 head of bondspersons at 2 Spanish reals each, being 650 Spanish reals, and returned on board. 2 loads of water were fetched with the boat, from which the sailor Johan Frederik Janssen of Danzig absented himself. At night at half past eleven o'clock, the main grating hatch under which the male slaves lodge was suddenly lifted with such force that it, together with the ladder resting upon it, was thrown against the ship's side. Immediately the sentry called for help, but could not prevent seven male slaves from leaping out of the hatch and throwing themselves into the sea. At the cries of the sentries, everyone went to the cabin to arm themselves, and through the prompt assistance of the entire crew, we succeeded in making the ascending slaves go down again and in closing the gratings; subsequently fired three musket shots overboard to bring the blacks to a halt and to give notice of alarm to the shore. Had the fugitives pursued by the barge, which after the lapse of a quarter of an hour brought back three; whereupon the gunner reported that another, exhausted from swimming, had gone to the rudder chain, from where he had attempted to pull him inside through the ports, but he had taken to the water once again. Sent the barge out again, which overtook him close under the shore and carried him on board, after having crossed the entire roadstead in vain to trace the three others. On board 1103. Runaways No. 273 and 297. having crossed the entire roadstead to trace the three others. Having arrived on board, all four fugitive slaves declared the reasons for their flight to be: that a certain male slave on board, who had been to Mauritius, had made them believe that we had bought them in order to cut off their genitals during the voyage and at the Cape of Good Hope, subsequently open them up, fill their belly and intestines with rice and manioc, and serve this up as a delicacy. After having interrogated them, they were locked in irons two by two and placed in custody on the forecastle. During the performance of all the foregoing, we dispatched two lieutenants with some sailors to make the rounds overboard and in the boat, who reported having noticed nothing overboard, but found that one of the slaves must have jumped into the boat with almost incredible force, as the thwart was broken in two and smeared with blood, from which we deduced that this one must certainly have broken one of his limbs, had nevertheless taken to the water, and had drowned. Subsequently opened the gratings, had the slaves told to keep quiet, and stood watch with the watch quarter. Thursday the 26th of January. In the morning at daybreak, counted the slaves as usual and found three male slaves absent. Sent report of what had occurred to Mozambique, from where Senhor Juan de Souza e Britto sent back one of the runaway slaves to us in the afternoon, and reported that one had been found dead on the other side of the roadstead, but that whatever trouble he, alongside many others, had taken to discover the third, nothing had been heard of him. In the forenoon, the slave identified by the runaways was severely corporally punished, and it was resolved to leave him in irons on the forecastle for the entire voyage, the more so because the slave brought in today confirmed the statements of the others. In the afternoon the pilot came on board and we made everything ready to sail, but had to abandon it on account of the hard northerly wind and current. Wednesday the 27th of January. We weighed the small bower and kedge anchor as much as possible in order to get under sail at two o'clock in the afternoon; which, however, the pilot dared not venture on account of the north-east wind. Lowered the boat and sent the barge ashore to fetch drinking water. At night at half past eleven o'clock, we noticed that all the male slaves...

Dutch transcription

1102. Bij onzen komst aan boord vonden wij alles zijlklaar, depecheerde de schuijt af om de gecommitt:s van de Tol tot 't tellen van de slaaven af te haalen, dog kreegen berigt dat dezelve niet voor morgen ochtend konden koomen 6 op heden overleed een Slaaven meysje bb: N:o 306 woensdag den 25 dito, 's morgens kwaamen de ge„ committ:s van de Tol, aan boord telden de slaaven en bevonden drie hondert vyf en twintig stux lyfeygenen van waar van 194 volwassen mansslaaven 44 slaavinne 23 klacke Iongens 14 meij den 24 Slaave Iongetjes en 26 Slaave meysjes Bij welk getal de Twintig gevoegd die ge„ duurende den handel binnen boord zyn overleeden, te zaamen uytmaaken 345 stux lyfeijgenen, die van den 11 november laatst leeden tot heeden hebben ingehandelt. Bij vertrek der gecommitt:s salueerden hen met Elf languschooten, en begaf, zig der Eerst onderteekenden aan de wal, betaalden aldaar de uytgaande regten van 325 stux liffeygenen a 2 sp: reaalen ieder met 650 sp: reaalen en quam te rug naar boord. wierden 2 vragten water gehaald met den boot, van welke zig absenteerde de mattroos Johan Frederik Janssen van Aantziche 's nagts om half twaalf uuren wierd het groot roosterluyk waar onder de mansslaven logeeren, eens klaps met zulk eene forcie opgeligt, dat het zelve beneevens de daar opleggende Trap teegens boord Hoof. Terstond riep de schiltwagt om hulp dog kon niet beletten dat zeeven mansslaaven het Luyk uijtsprongen en zig in zee wierpen Op het geschreeuw der schiltwagten begaf, zig ieder een in 't Cajuijt om zig te waapenen en gelukten 't ons door de spoedige assisten„ tie van de geheele Equipagie de opkoomender slaaven weederom neerwaards te doen gaan en de roosters te sluyten, dieden vervolgens drie Snaphaan Schooten buyten boord om de zwarten tot stilstand te brengen en kennis van onraad aan de wal te geeven Lieten de vlugtelingen nazetten door de Schuit die naar verloop van een quartier uurs drie te rug bragt; wanneer den Constapel rappor„ teerde dat nog eenen vermoeijd van Zwem„ men zig op de roerketting had begeeven, van waar hij had gepoogt hem door de poorten binnen te trekken, dog zig nogmaals in 't water had begeeven. zonden de schuijt wee„ derom af die hem digt onder de wal opzoeide en naar boord voerde, naar vrugteloos de boot geheele 3 1103. Gedrokt N=o 273 en 297. geheele rheeden overgevaaren te hebben, om de drie andere op te speuren Aan boord g'arri„ veerd verklaarden alle vier gefugeerden slaaven de reedenen van hunne vlugten te zyn: dat zeekeren zig aan boord bevinde mansslaaf, die te mauritius was geweest hen had deets gemaakt hoe wij hen hadden gekogt om geduurende de reyzen en aan kaap de goe„ de hooft de teelleden af te Snyden, vervolgens te openen, de buyk en darmen met ryst en magnoe op te vullen en dit als een lekkernis op te disschen, na hen verhoord te hebben wier„ den zij twee aan twee in de boejens geslooten en op de bak in verzeekering gebragt Onder verrigting van al 't voorgaande depecheerden wij twee Luitenants met eenige matroosen af om de Eondebuyten boord en in de boot te doen, die rapporteerde niets buijten boord ontwaart te hebben, dog bevon„ den dat een der slaaven, met bijna eene on„ gelooflijke forcie in de boot moet zyn gespron„ gen, dewyl de zitbank midden door was ge„ brooken en met bloed beklad waaruit wij opmaakten dat deeze zeekerlijk een zyner leeden zal hebben gebrooken, zig niettemen in 't waa„ ter begeeven en verdronken was. Vervolgens opende de roosters lieten de slaaven aanzeggen zig stil te houden, en gingen wagt met quartiers volk donderdag den 26 Iann: S: morgens met den dag telden naar gewoonte de slaa„ ven en bevonden drie mansslaven absent. Gaven berigt, van het voorgevallene naar Mosambieque vanwaar den Heer Juan de Souza e britto ons nademiddag een der gedroste slaaven terug zond en berichtte dat een aan de overzyde van de Rheede was dood gevonden, doch dat wat moeite hij beneevens veele andere zich hadden gegeeven om de derde te ontdekken men daarvan niets hadde vernomen In de voormiddag wierd den door de drossers bekenten slaaf Strengen lyk aan de Lyve gestraft en beslooten hem voor de geheele reize op de bak in de boeyens te laten, te meer wijl de op heden aangebrachte slaaf. de gezegdens der andere bevestigde 'S namiddags kwam de Loots aan boord en maakten men alle klarigheid om te zeylen, doch moer„ ten door de harde noordelyke Wind en Stroom daar van afzien Woensdag den 27 Iannuarij Legten men 't Smanker en werp en zovell mogelyk was op om 's namiddags en twee uuren onder zel te gaan; het welk echte de Loots om de n:O: wind niet dorstte waagen. Zetten de Boot in en zonder de Schuit naar de wal om drinkwater te haalen Inachts om half twaalf uuren ontwaarden men dat allen de Mans„ slavs vaar

NL-HaNA_1.04.02_4321_0168 view scan ↗

English

1104. Deceased: number 191 Saturday the 28th ditto in the morning at half past five we got the pilot on board and set sail, saluting the roadstead with 15 cannon shots, and were thanked with 7 from the castle. The reverend minister came to make the customary departure visit and on his departure was saluted with 13 cannon shots. The officer and soldiers disembarked and we found ourselves at half past eight outside. At noon the observed latitude according to the chart of Mr. d'Apres de Mannevillette was 15 degrees 10 minutes, the longitude east of Paris 38 degrees 10, corresponding to 57 degrees 10 east of the Peak of Tenerife, from where our reckoning, awaiting God's grace and assistance, was begun. The slaves again went under the main hatch; the grating lying upon it was again thrown over, and one of the slaves succeeded in getting up top, but as he came up he was struck by the standing sentry sailor as well as a Portuguese soldier. This nevertheless did not prevent him from jumping overboard, but he could not outswim the swift pursuit of the boat and after a few minutes was brought back on board and locked in irons. The shouting of the sentries had caused everyone to take up arms, and we succeeded in closing the gratings directly, leaving nothing undone against trouble, which we subsequently, for lack of staples, had secured with props under the orlop deck, as a general commotion among the slaves was perceived. Sunday the 29 January: Deceased two male slaves, numbers 74 and 153. Fumigated and sprinkled with incense and vinegar between decks. In the evening at the setting of the watch, gave each watch officer a pair of pistols and each sailor a saber, at the same time doubling the lookouts and sentries at the hatches. Monday the 30 ditto: Deceased the sailor Hendrik Koster of Tegezak, whom we subsequently [illegible] Tuesday the last of January: Deceased a male slave, number 185. Continued fumigating and sprinkling between decks. Wednesday the 1st of February: Deceased a male slave, deceased: number 270. Thursday the 2 ditto: Saw the surf of the Baixos da Judia to the southwest, by estimation 4 miles from us. Deceased a male slave, number 287. Friday the 3 ditto: Had passed the Baixos da Judia. Saturday the 4 ditto: Deceased a male slave, deceased: number 138. Continued daily with fumigating and sprinkling between decks. Sunday the 5 ditto: Deceased an adult male slave, deceased: number 204. 1105. Monday the 6 ditto: In the afternoon at six o'clock saw land to the west and west-southwest of us, which was recognized as Cape Correntes. Today deceased a male slave. Tuesday the 7 ditto: The reckoning was corrected and found that we, since our departure from Mozambique, were 32 miles further west than we had estimated. Wednesday the 8 ditto: Deceased a slave girl. Thursday the 9 ditto: Had heavy continuous seas from the south-southwest and northeast, which, along with the current, ran so against each other that the ship violently rolled and pitched. Deceased: numbers 214 and 316, two male slaves. Friday the 10 ditto: Nothing noteworthy occurred. Continued fumigating and sprinkling between decks. Saturday the 11 ditto: The small arms were unloaded and reloaded. Deceased two male slaves. Sunday the 12 ditto: At sunset saw a ship to the west-southwest of us, but could not recognize it because of the thick, foggy air. Monday the 13 ditto: Had a fresh breeze from the southwest which forced us to leave the slaves below outside the usual time, for fear that the sudden change of climate might be to their detriment. Tuesday the 14 ditto: Deceased two male slaves, deceased: numbers 13, 208. Wednesday the 15 ditto: Saw land from the northwest to west-northwest, according to which the reckoning was corrected. Thursday the 16 ditto: Saw a ship that was recognized as a Dutch hooker. Friday the 17 ditto: Nothing noteworthy occurred. Saturday the 18 ditto: Saw Cape d'Assera. Deceased [illegible] Sunday the 19 ditto: At sunrise perceived a ship that was hailed in the afternoon; understood the same to be the hooker De Vrouwe Johanna Jacoba, commanded by Skipper van der Linde, coming from Batavia and bound for the Cape. Monday the 20 ditto: Deceased a male slave, deceased number 60. In the afternoon a fresh breeze gradually arose, which turned into a violent storm at night, and continued until Tuesday the 21 ditto, at seven o'clock in the evening, whereby we were prevented from letting the slaves on deck during the day as usual.

Dutch transcription

1104. Overl: n=o 191 slaven zich wederom onder het groot afvaaren met 13 Canonschoten gesa„ lueerd scheepte de officir e soldaa„ Luik begaaven; de daarop leggende ten af en bevonden ons ten half ach Rooster wierd wederom onverge uuren biiten op de middag was de worpen, en gelukten 't een der bevonden zonder breedse volgens de staven boeven te koomen doch wierd koort van de heer d'Apreg de Maneu„ zo door den Schildwachtstaander vilette 15 graden 10 Minuiten, de lengte beooste Parijs 38=o 10 overeenkomstig Mattroos als portugeeschen Soldaat met 57=de 10 beoosten de Piet van Tenerisse in 't opkome gegoest dit nogtans vanwaar ons bestek onder afwachting aan belette hem niet over boord te godes genade bystad wierd begonnen. springen dan de spoedige: naga„ Zondag den 29 Iann: Overleeden Twee Manslaven, ging van de Schuil kon hij met Rooksen en sprengden met wierook en azyn tusschen deks 's avonds bij ontzwemmen en wierd naar ver¬ 't opzetten van de wacht gaven aan loop van weinige Menuten weeder ieder wachthoudend officier een paar binnen boords gebracht en in de Pistoolen en aan ieder mattroos een boerjens gesloten. Hee geschreeuw Sabel, verdubbelende teffens de uytkyken der Schildwachten had ieder een de en schildwachten bij de Luiken. wapenen doen opvatten en gelukten Maandag den 30 dito Overleed den Mattroos Hendrik kosten van tegesak niets nalaatende 't ons de roostens direct te sluiten die wi vervolgens by gebrek Dingsdag ult:o Iann:ij Overleeden Manslaaf Continueerden ovembr No. 185 met rooken en sprengen tusschen deks aan Beugels, met Stutten onder primo Februarij Overleed een Manslaaf Woensdag de koebrug lieten verzeekeren, overl: n=o 270 dewyl men een algemeene Donderdag den 2 d=o Lagen de Branding van de No 287 Bapos de budie in 't ZW: naar gissing 4 Mylen opschudding onder de Slaven van ons overleed een Manslaaf ontwaarden Vrydag den 3 dito waaren de Bapos deIndie gepasseert Zaturdag den 28 dito 's morgens ten half Les uuren Zaturdag den 4 dito overleed een Mans„ kreegen de Loos aan boord en gingen onderzal, salreerende de Rheede met slaaf Continueerden dagelyks 15 Canonsehosen wierden met 7 van 't Casteel bedankt met rooken en sprengen tus„ de seer Minister kwam de gewonen schen deks vertrekvisite doen en wierd bij zijn Zondag den 5 dito Overleed een volwassen Mansslaaf in n=o 74 en 153. afvors Overl overl: n=o 138. Maandag 1105. overl: n:o 204. Vrydag Maandag den 6 dito zagen 's namiddags om zes uuren land in 't W:t en WZW: van ons dat verkend wierd voor Caap des Courants Heeden overleed een Hanslaaf Dingsdag den 7 dito wierd 't bestelkt ver„ beeterd en bevonden dat mij on zedert ons vertrek van Monsam, bicque 32 mijlen westelijke bevond als gegist hadden Woensdag den 2: dito overleed een slaave Meiscr Donderdag den 9 dito Hadden zwaaren vervolgen zeen uit aen Z:d ZW: en verk: N:o 214 316 twee mansslaaven no: die beneevens de Stroom dermaaken teegens elkander inliep en dat 't schip geweldig slingerde en stampte O e den 10 dito niets merkswaardigs voor„ gevallen Continueerden met rooken en Sprengen tusschen deks Zondag den 12 dito zagen met zons ondergang aan schip in 't WZW van ons, doch konde t door de dikke mistige Lacht niet verkonnen le Zaturdag den 11 dito wierden de Land„ E geweeren afgehaald en weeder herlaaden Overleeden twee Mans, slaaven dingsdag den 21 dito, 'savonds ten zeven uuren continueerden, waar door wij belet wierden de slaaven bij dag naar gewoonte op het dek maandag den 20 dito, Overleed een mansslaaf & na„ middags verhief zig langzaarder hand een frisse koelte, die 'S nagts in een heerige storm veranderden, en tot Maandag den 13 dito, hadden een frisse koelte uyt den ZW die ons noodzaakten de slaaven buyten de bet tyd onder te laaten; uyt vrees dat de subite verandering van Climaat hen tot nadeel mogt strekken dingsdag den 14 dito, overleeden twee mansslaaven Overs: N:o 13„ 208. woensdag den 15 dito zagen Land van 't nuw, tot WnW, waarnaar 't bestik wierd verboederd donderdag den 16 dito, zagen een schip dat voor een hol„ landsche hoeker verkenden vrydag den 17 dito, Ter niets aantrekenswaardig voorgevallen Zaturdag den 18 dito zagen kaap d' Assera, overleeden Zondag den 19 dito, ontwaarden men met zons op„ gang een Schip dat 's namiddags praai„ den; verstonden 't zelve te zyn de Hoeker de vrouwe Johanna Jacoba, gevoerd door Schipper van der Linde komende van Ba¬ tavia en gedestineerd naar de kaap Maandag te overl no. 60. den a1

NL-HaNA_1.04.02_4321_0170 view scan ↗

English

to leave them, which is very much to their detriment, especially the sick, who, deprived of the fresh air that is so beneficial to them, are not only obstructed in their breathing, but, continually thrown from one side to the other, fall upon one another and give up the ghost. continued: deceased two male slaves and one slave girl, numbers 33, 293, and 319. Wednesday the 22nd ditto, deceased two male slaves, numbers 12 and 118. Thursday the 23rd ditto, saw Vleesbaaij, and Friday the 24th ditto, Cape Agulhas. Deceased two male slaves and one slave girl, numbers 44, 103, and 246. Saturday the 25th ditto, we sailed in sight of the coast, and Sunday the 26th ditto, in the evening at ten o'clock, came to anchor on the Sandplaat beneath the Lion's Head. Monday the 27th of February, at daybreak, we weighed anchor, setting course for Table Bay, which we could not reach due to the rising wind, and resolved therefore to turn our prow toward Robben Island, where we came to anchor at 8 o'clock. The Postholder coming on board, we received 6 sheep for the refreshment of the crew and 6 for the slaves. Subsequently, three ships of the Honorable Company passed us, of which the ship Zoutman hailed us. When the Master of the Equippage came on board, we reported to His Honor that we had on board for the account of the Noble Company: 168 adult male slaves 44 ditto female slaves 22 able-bodied boys 14 girls 24 ditto small slave boys and 23 ditto small slave girls, thus together a total of two hundred ninety-five serfs; of whom, pursuant to the highly respected orders of Your Right Honorable and Worshipful Honors, we delivered a portion today, and the remainder on Wednesday the first of March, all being found in accordance with the statement provided. Tuesday the last day of the month, deceased two male slaves, numbers 96 and 100. Deceased two male slaves and one able-bodied boy, numbers 92, 113, and 232. In the morning at 9 o'clock, the wind turning WSW, we weighed anchor and set sail for the Cape Roads, where, God be thanked for His merciful assistance, we came to anchor at two o'clock in the afternoon. Herewith, Right Honorable and Worshipful Sirs, this expedition and commission entrusted to us having been brought to an end, we attach hereto the trade journals kept on board this vessel by us. We dare to flatter ourselves that it will appear to Your Right Honorable and Worshipful Honors from the same that we have looked after the interests of the Noble Company like men whose sole pride is placed in being permitted to serve it and to contribute as much as lies in their weak power to its welfare. We also hope, Right Honorable and Worshipful Sirs, that in carrying out the highly esteemed orders of Your Right Honorable and Worshipful Honors we may have met expectations; the observance of our duty has been the sole aim of our efforts, assured that under the just administration of Your Right Honorable and Worshipful Honors nothing else is able to make us worthy of the continuance of their favor and trust. Right Honorable and Worshipful Sirs, we commend Your Right Honorable and Worshipful Honors, together with their highly distinguished families, to the protection of the Almighty, and take the liberty, after having recommended ourselves once again to the powerful protection of Your Right Honorable and Worshipful Honors, to sign ourselves with all due submissiveness and true respect, Right Honorable and Worshipful Sirs, Your Right Honorable and Worshipful Honors' most obedient and humble servants, was signed: the Knight Duminij and G. F. Goetz. in the margin: On the frigate ship De Meermin, anchored in the Roads of the Cape of Good Hope, the first of March 1786. Minutes of what occurred in the broad ship's council of the Honorable Company's ships De Meermin and Het Meeuwtje, assembled on board the first-named ship, lying anchored in the bay of Fort Dauphin, on the Island of Madagascar, the 16th of August 1785. The Council having convened at two bells of the forenoon watch, it was submitted by its president how he, with the common consent of all the members who compose the same, had dispatched on the 29th of the past month of July the Lieutenant of De Meermin, Nathanaël Melser, and the Commander of the soldiers of Het Meeuwtje, Gysbertus van Veen, in order to inquire at St. Augustine's Bay whether any of the missing ships Zeeduyn, Overduyn, and De Harmonie might happen to be there, giving them as escort the Third Surgeon Johan Fredrik Bode, the Corporal Peter Joseph Schenk, and the Sailor Jan Claassen, as well as three captains and twelve soldiers of King Ramaas. Agrees. G. v. Diemer, Sworn Clerk.

Dutch transcription

1106. te laaten, het welk hen zeer tot nadeel ver„ strekt, voornamentlijk de Impotenten, die verstooken van de voor hen zo dienstige frisse plugt, niet alleen belemmerd worden in 't adem haalen, maar van d' Ene kant geduurig naar den anderen geschokt, op elkander vallen en de geest geeven voort: N: 33, 293 Overleeden twee mansslaaven om een slaave meysje en 319 woensdag den 22 dito, overleeden twee mansslaavens 4 verl: N. o 12. „ 118 donderdag den 23 dito, zager de vleesbaaij en Vrijdag den 24 dito, Cop Anguilhas Overleeden Overl: Wo 44, 103 twee mansslaaven en een slaave meysje en 246 Zaturdag den 25 dito, zijlden wij in 't gezigt van de wal en quaamen Zondag den 26 dito, 's avonds ten tien uuren op de Zandplaat onder de Leeuwe kop ten anker maandag den 27 Februarij ligten men met aanbreeken van den dag het an¬ ker koers zettende naar de Tafel baaij die wij door de opkoomende 20 wind niet konden bezijlen, en resolveerden dus de Steeven naar het robben eijland te wenden al d' Heer Equipagiemeester aan boord komende, berigten wij zijn Ed: voor reecq: der Edele Compagnie aan boord te hebben 168 Stux volwassen mansslaaven 44 dito Slavinnen S morgens ten 9 uuren de wind WZW loopende ligten het anker en gingen onderzeijl naar de kaapse Rheede, alwaar wij Gode zij dank voor zyne genadigen byjstand 's middags om twee uuren ten Anker quaamen dingsdag Ultimo dito, overleeden twee mans„ overleden Slaaven N. o 96 en 100 alwaar wij ten 8 uuren ten anker quaamen de Posthouder aan boord koomende ontfingen wij 6: schaapen tot verversing van de Equipagie en 6 voor de slaaven vervolgens pas„ seerden ons drie scheepen der E Comp: waar van 't schip Zoutman ons praaijde Overleden Overleeden twee mansslaaven en N. o 92. 113 een kloeke Iongen waar en 232 22 1107. 22 Stux kloeke Iongens 14 meij den 24 dito slaaven Iongetjes en Meysjes d.o dus te zamen een aantal van twee hondert vyf en neegentig Stux lyffeijgenen; waarvan wij ingevolge de hoog g'Eerde orders van U wel Edele Gestr: en Edelen Agtb: op heeden een gedeelte afleeverden, en het restant woensdag primo maart, werdende alles aan de gedaane opgaave Conform bevonden Hier meede wel Edele Gestr: Heeren en Edelen Agtbaaren Heeren! deeze aan ons toevertrouwde Expeditie en Commissie ten eynde gebragt zinde vregen wij hier bij de ne¬ gotieboeken aan boord van deeze bodem door ons gehouden Wij durven ons vleyen dat U. Wel Edele gestrenge en Edelen agtbaare uyt dezelve zal blijken dat wij de belangen der Edele maatschappij hebben behartigd als Lieden die al hun roem /:onderstond:/ Wel Edele Gestrenge Heere Wij beveelen Uwel Edele gestr: en Ede„ „len agtb: beneevens derselver hoog aan„ „zienlijke Familles in de bescherming des allerhoogsten en neemen de vrijheijd na ons nogmaals in Uwel Edele gestr: en Edelen agtb: veel vermogende protectie te hebben aanbevoolen ons met alle ver¬ schuldigde onderdanigheijd en waare Eerbied te onderschrijven. stellen in haar te mogen dienen en zoo veel als in hun ezwak vermogen is tot haar welzijn mede te werken. Wij hopen ook, wel Edele Gestr: Heere en Edelen agtb: Heeren, dat wij in 't uijtvoeren van Uwel Edele gestr: en Edelen agtb: hoog geEerde ordres aan de verwagting mogen beant¬ woord hebben, het betragten van onzen plagt is alleen het doelwit onzer pogingen geweest verzeekerd dat onder uw wel Edele gestr: en Edelen agtb: regtvaar¬ „dig bestien niets anders in staat is ons de voortgang van derselver gunst en ver¬ „trouwen waardig te maken. — stellen en 23 1108. en Edelen agtbaaren Heeren, Uw wel Edele gestrengens en Edelen agtba„ rens gehoorsaamsten en onderdanigsten Dienaaren /:was geteekend:/ de Ridder Duminij en G: f: Goetz. /:in margine:/ In 't fregatschip de Meermin, geankerd ter Rheede van Kaap de goede hoop primo maart 1786. — De Raad met twee glazen der voormiddagwacht by een gekomen sijnde, wierd door dies praesident voorgedragen, hoe hy met gemeene toestemming, van alle de Leeden die dezelve uytmaken op den 29=e der afgelopene Maand Julij had geexpedieert, den Leeutenant van de Heermin Nathanaël Melser, en den Commandeur der soldaten van het Meeuwtje Gysbertus Van Veen, ten eynde na baay st au gustyn te verneemen of sig aldaar geen der vermiste scheepen Zeeduyn overduyn en de Harmonie kwam te bevinden, hen tot bygeleide mede geven de de derdemeester Iohan Fredrik Bode, den Corporaal Peter Ioseph schenk en den Mattroos Jan Claassen benevens drie Capitains en twaalf soldaate van Koning Ramaas Aanteekening van het voorgevallene in de breede scheepsraad van s' Comp=s scheepen de Meermin en het Meeuwtje, vergaderd aan boord van Eerstgem. schip, geankerd leggen„ de in de baay van fort Dauphin, op het Eyland Madagascar, den 16 augustus 1785. Accordeert. Gv Diemer gezwe. Clercq. ken .

NL-HaNA_1.04.02_4321_0173 view scan ↗

English

providing the necessary instructions and goods for obtaining provisions for two months, but how, instead of proceeding to the aforesaid bay, they had gone no further in seven days than maroevenaur, being about seven miles from fort daaphen, it being the principal town of king Kantombd, had remained there two days, and furthermore on the 7th of this current month had turned back toward Sloot daarphin, where they arrived on the 13th. Upon this, the said lieutenant Melser was ordered to produce the journal of this journey by way of a declaration so that it might hold true at all times, and by him was delivered the confused writing annexed to this, whereby he wished to prove that the reasons for their return were the war that had broken out between Rantombe and a neighboring prince through whose land they had to pass, the extortions that Hantomba had inflicted upon them, the hostile attacks of the captains and soldiers who accompanied them, and finally the refusal of the latter to march any further. These reasons appearing to all the undersigned as highly suspicious 1109 and fabricated, although they were also confirmed by the Commander van Veen, caused us to decide to go ashore immediately, and there, in the presence of the Lieutenant and Commander, to have King Ramaas interrogate his soldiers concerning the reasons why they had not wanted to march to the bay of St. augusty. The unanimous answer of the captains, soldiers, and people was that they had never spoken of returning, but that the whites, especially the two to whom the expedition had been entrusted, had refused to go any further, giving as reasons having neither bread nor strong liquor and all also complaining of soreness in the legs; that some of the soldiers thereupon had volunteered, if the whites wished to march to the bay of St. augustyn, to return to fort daufflin to fetch liquor and bring it back to them. This proposal having been rejected, and the repeatedly mentioned Lieutenant and Commander persisting in their determined resolution, saying they were afraid to go further, King Kantomba, far from committing hostilities against them, had, as a token of friendship, offered that if they were ashamed to go further, he would gladly send along an escort of two hundred soldiers for their protection. But all these proposals having been rejected, and Melser and van Veen wishing to return by force, Ramaas's people had completely refused to do so, telling them they were afraid of Ramaal, and also that if they returned with their mission unaccomplished, the Chevalier du Menij would refuse them the promised pay for making this journey; but Lieutenant Malser had told them that they would not lose this pay, and in assurance thereof gave each of them a note whereby he bound himself to cause them to receive the promised amount upon their return. Furthermore, all these people testified that it was by no means true that Rantomba was at war with one of his neighbors; this statement was confirmed by King Ramaas himself, who assured us all that Rantombo, whom he considers his vassal, is by no means capable of waging war without him; that his territory directly borders that of Ramaas, so that nothing can occur there of which he remains ignorant; that furthermore Rantombo is well convinced that if he dared to wage war without him, he would subdue him immediately. Two emissaries of Hantomba also said they knew of no war. Having arrived on board again, the reports of both parties were confronted, and the great discrepancy found therein was entirely due to the bad conduct that Melser and Van Veen had displayed on this expedition, especially the former, who, displeased at being chosen for it, undertook this journey solely out of obligation, but not with a sense of ambition, and thereby acquitted himself so basely in this matter. It is astonishing that he, who sought nothing but accusations against the people of Ramaar, made no mention in his declaration given before us and annexed hereto of the notes given to them, and only when the blacks produced them to his conviction and shame, gave to understand that they had extorted them from him, 1110 and that the reasons for the return of the whites were that they had not wanted to walk any longer. The hostilities that the soldiers were alleged to have committed were found to be equally groundless; the accusations themselves fell away from the Lieutenant and Commander in the presence of the blacks, and Ramaas desired nothing better than to have convincing proof thereof, in order immediately to condemn the guilty to slavery and send them bound on board.

Dutch transcription

ken van de nodige Instructiën en goederen ten verkryging van leven middelen voor twee Maanden voor ziende - dan hoe sy in stede van Sig na voorsz: baayj te begeeven in zeeven dagen niet verder syn gegaan als maroevenaur crci sien my len van fort daaphen, zynde de hoofdplaats van koning Kantom bd aldaar sig twee dagen opge¬ houden en verders den 7 deeser loopende Maand na Sloot daar phin gelegen te rug gekeerd, alwaar sy den 13 zyn g'arriveerd — Hier op wierd aan gem: lieutenant Melser gelast, het dagregister deezer tocht by wyze van verklaring om die ten allen tyde te doen stand¬ grypen te voorschyn brengen, en wierd door hem overhandigd het aan deeze g'annexeerd verward geschrift, waar mede hy heeft wil„ zn bewyzen, dat de redenen van hunne te rug komst zouden zyn den ontstanen oorlog tusschen Rantombe en een nabuure vorst, door wiens Land zy te trekken had¬ „den, de appersingen die hy Han tomba hen had aangedaan, de vyandlyke aanvallen der Capitains en soldaaten die hen vergezelden en Eyndlyk de weygering van laatstgem: om verder de trek„ ken deeze redenen aan alle de onder teekend, als ten hoogste verdogt 1109 en verzonnen voorkomende, schoon die ook door den Commandeur van Veen bevestigd wierden, deeden ons be„ sluyten, terstond naar de wal te gaan en aldaar in tegenwoordigheid van den Lieutenant en Commandeur door Koning Ramaas desselfs soldaten te laaten afvragen over de Redenen waarom zy niet naar baay 5 augusty hadden willen trekken Het Eenparig antwoord so van Capitains soldaten als Volk was, dat sy nimmer gesprooken hadden van te rug te kee„ ren, maar dat de blanken voorna mentlyk de twee aan wien de Expeditie was toebetrouwd, niet verder hadden wil„ len gaan, voor reden gevende geen brood nog sterken drank te hebben en ook alle klagende over zijn in de beenen dat eenige der Soldaten hierop zich vry willig hadden aangebooden om indien de blanken na baaij S=t augustyn wilden trekken, zy na fort daufflin zouden keeren om drank te haaen en hen die wederom aanbrengen: deeze voorslag afgekeurd synde en meerm Lieutenant en Commandeur by hun benomen besluyt persisteerende, zeg„ gende bevreesd te zijn om verder te gaan, had Koning Kantomba wel verre van vyandlykheeden te gens hen te pleegen, als ten blyk van vriendschap aangeboden zo zy be schoomd waaren verder te gaan hy gaarne een Escorte van twee hon derd soldaten ter hunner bescherming zou mede geeven. dan alle deeze voor voorslagen afgekeurd synde, en Melser en van Veen met geweld te rug willende keeren, had Ramaas volk sulx als nog voldtrekt gewei¬ gert, hen zeggende bevreesd te zyn voor Ramaal, als meede dat zo zy onverrichten, zaken te rug kwamen de Ridder du Menij hen het toegezegde loon tot het doen deezen Reijse zou weygeren: dan den Lieutenant Mal„ ser had hen gezegd, dat hen dit loon niet zou ontgaan, en ten verzekering daar van aan hen ieder een briefje gegeven, waar by hy zig verbond by hunne te rug komst hen het beloof¬ de te doen geworden Verder betuigden alle deeze Menschen geenzints waar te Zyn dat Rantomba met een syner nabuuren in oorlog was, dit gezegde wierd door Koning Ramaas zelfs bevestigd, die ons allen verzekerde dat Rantombo denwelke hij als zijn Pascal beschouwd, onmoge lyk in staat is om buyten hem oor„ log te voeren, dat syn gebied on„ middelyk aan dat van Ramaas grenzende, aldaar niets kan voor vallen waar van hij onkundig blyft dat verder Rantombo wel over tuygd is, zo hij sig onderstond oor„ log buiten hem te voeren hy hem direct sou te onder brengen. Twee afgezanten van Hantomba zeide ook van geen oorlog te weeten Wederom aan boord g'arri veerd, wierden de berichten van beyde Parthijen geconfronteerd, en het groot verschildat daar in is alle gevonden te bestaan in het kwaad gedrag dat Melser en Van Veen in deeze Expeditie hadden gehouden voornamentlyk de Eerstgem: die te onvreden daar toe uitgekoozen te worden, die tocht alleen perpligtshalven dog niet met gevoelen van Eerzicht heeft onderkoomen, en zig daar door in deze ook zolaag heeft gekweeten. Verwonderenswaordig is het dat hy die niets als beschuldigingen heeft gezogt tegen het Volk van Ramaar in zyne voor ons gegevene verklaring deezen annex geen gewag heeft gemaakt van de briefje aan hen gegeven, en slegts wanneer de swarten die ter zyner overtuiging en beschaming ver„ toont, te kennen gof, dat zy hem sulx hadd afgeperst — 1110. en de redenen van de te rug komst der blanken te syn, dat sy met lan„ ger hadden willen loopen — de vyandlykheeden die den soldaaten zouden hebben gesleegd wierden even yder bevonden, de beschuldigingen selfs vervielen by den Leulenant en Comman deur in tegenwoordigheid der swarten en Ramaas begeerden niets beeter als een overtuigend bewijs daar van te mogen hebben, ten eynde de schuldigen aanstonds tot Slaver nij te verwyzen en geboeyd naar boord te zenden — en do -

NL-HaNA_1.04.02_4321_0175 view scan ↗

English

1113. Yet although the conduct exhibited during this expedition by Lieutenant Nathanael Melser and the Commander Gysbertus van Veen is in the highest degree contrary to the sentiments of honor with which the officers in the service of the Honorable Company ought to be inspired, and has caused our sincere efforts in tracing the missing ships to be delayed, so that they cannot be viewed with anything other than indignation and deserve exemplary punishment, we have nevertheless, after mature deliberation, judged it best to leave the decision in this matter to the Right Honorable Valiant Lord Governor and the Honorable Esteemed Political Council of the Cape of Good Hope, to act therein as their Right Honorable Valiant and Honorable Esteemed Lordships shall in their high wisdom find proper. Furthermore considering that, in order not to destroy the trust that the inhabitants of this region place in the signatures of Europeans, one ought to honor the promissory notes given by Melser and provide the captains and soldiers of Ramaas with their promised pay, which, had they no proof thereof in hand, would have been denied them even by their king, it was therefore resolved and agreed to issue to the aforesaid captains and soldiers this day one hundred lb of gunpowder and twenty-five Spanish Reals, and to write off their amounts provisionally against the Office of the Cape of Good Hope according to the annexed account, leaving the further charge thereof to the highly revered decision of the Right Honorable Valiant Lord Governor and Honorable Esteemed Political Council, which we hope will be pleased to look with favor upon the arrangements made by us in this matter. Finally, it was taken into deliberation which means would be best suited, under the circumstances in which we find ourselves, to obtain prompt tidings from the Bay of St. Augustin as to whether any of the missing ships might be located there. Yet although an overland expedition conducted under proper order would significantly shorten our voyage to Foulpointe, one cannot be sufficiently assured of its successful outcome to expose the Company's ships to a new delay, and it was thus unanimously resolved to sail for the Bay of St. Augustin with the first favorable wind, awaiting God's blessing. Below stood: In the Company's frigate ship De Meermin, lying anchored in the bay of Fort Dauphin on the island of Madagascar, the 16th of August 1785. Was signed: The Knight du Minij, H: D: Breem, J: V: d:r Marckt, G: F Goetz, F: Lelij, Ludewich Haak Agreed, as clerk, C: Dimel 2nd No. 9 4 9 W 1112. To the Right Honorable Valiant Lord Cornelis Jacob van de Graaf, Governor and Director of Cabo de Goede Hoop and its dependencies, etc., etc., etc., and the Right Honorable Esteemed Council of Policy of this Government. Right Honorable Valiant Lord and Right Honorable Esteemed Lords. The undersigned members of the Council of Justice of this government very respectfully show: How on the 1st of April of this current year, civil arrest was provisionally ordered by the Right Honorable Valiant Lord Governor with the officer of the main guard against the person of the assistant of the Honorable Company, Marinus Simon van Cruijsselbergen, on account of the vehement suspicion resting upon him of being the author of a quantity of counterfeit paper and parchment currency received from his hands to a considerable sum, and 1113. at that time circulating among the inhabitants here, he, Cruijsselbergen, was consequently, at the requisition of the Fiscal pro interim, the Honorable Gabriel Exter, interrogated that very same day before delegated members from the Council of Justice; furthermore, various statements were successively gathered in this matter, and the aforesaid detainee was questioned further in the manner aforesaid, as appears from all the annexures which the memorialists have the honor to submit herewith to Your Right Honorable Valiant and Honorable Esteemed Lordships. That furthermore, on the 6th of the same month of April, the Fiscal pro interim, on the grounds of the aforementioned suspicion, requested by memorial under Letter A that bodily apprehension of the persons of the aforementioned Cruijsselberg and one Philippus de Bos be granted to him by this court, the latter of whom was likewise suspected by the Fiscal pro interim of being guilty of the aforesaid counterfeiting, but who, as appeared afterwards, expressed himself in an excessively disrespectful and slanderous manner concerning his high and lawful authorities, as can be seen from his response under Letter 2; and in which memorial the aforementioned Fiscal pro interim also requested that he might be authorized by decree of this court to conduct a judicial search in the houses of the Captain of the Honorable Company, the valiant Sierveld, and the Burgher Lieutenant, the valiant Johannes Gijsbertus van Reenen, where the aforementioned detainees had lodged by turns; to which first request the memorialists, maintaining that they did not have sufficient grounds for it, could not consent; the second request of the aforementioned Fiscal pro interim was, however, granted, and the person of Cruijsselberg was indeed kept in civil arrest, though without access, as appears further from the minutes kept on the aforementioned 6th of April, annexed hereto under Letter B. That subsequently this matter has remained in the same state without the guilt or innocence of the aforementioned Cruijsselbergen appearing any further herein, or without the suspicion pressing so heavily upon him being in any way cleared.

Dutch transcription

1113. dan of schoon het gedrag van de lieutenant Nathanael Melser en den Commandeur Gysbertus van Veen in deeze Expeditie gehou„ „den, in de hoogste graad strydig is met de gevoelens van Eer, waar mede de officieren in dienst der Edele Maatschapfy behoorden bezielt te sijn, en oorzaak is dat onze of„ regte pogingen in het oppeuren der ver„ miste scheeffen verdraagd syn geworden, en sy dus niet als met verontwaar„ diging kunnen werden beschouwd, en exemplaire correctien verdienen hebben wij egter na ripe overweeging best g'oordeeld deeze zaak ter desisie over te laaten aan den welEdelen Gestrenge Heer gouverneur en E agtb: politicque Raad van Kaap de goede hoop, om daar in te handelen zo als hun wel Edele gestrengen en E agtb: na derzelve hooge wysheid zullen vinden te behooren— Verders overweegende dat om het vertrouwen dat de inwooners van dit gewest stellen in de handteekeningen der Europeaanen niet te vernietigen, men aan de door Melser gegevene Land¬ schriften behoort te voldoen, en de Cappi¬ tains en soldaaten van Ramaas het toegezegde loon te doen geworden, dat hen zo zy daar van geen bewyzen in han„ den hadden door hunnen koning zelfs zou zyn ontzegd geworden dus wierd geresolveerd en verstaan aan voorsz Casi¬ taris en Soldaaten op heden af te geeven een honderd lb buskruyd en vyf en twintig sp: Reaalen, en dies bedragen volgens g'annexeerde Rekening pro¬ visioneel op het Comptoir de goede hoop of te schryven, en dies nadere belasting over te laaten, aan het hoog geEerd besluyt van den welEdele gestan: heer gouverneur en E agtb polilicquen Raad, welke wij hoof dat in deezen onze gemaakte schikkingen welbehagen zullen gelieven te neemen Eyndelyk wierd in deliberatie genoomen, welke middelen best geschikt zouden zyn, om in de om„ standigheden waar in my ons bevindig spoedig tyding van baan St augus¬ tijn te bekoomen, of zig aldaar geen der vermiste scheepen komt de be„ vinden - dan schoon een expeditie, over land en behoorlyke order gedaan onze Reys naar Foulepoint mer„ kelyk zou verkorten, kan men zich van dies goeden uitslag niet genoeg verzekerd houden om s' Comps scheepen aan een nieuw reland bloot te stellen, en dus met eenparigheid van stemms besloot, by eerste goede wind onder afwagting van Godszeg naar Baty 1t. augustyn te steven „/:onderstond:/ fregatschip de Meeimin In sComps geankerd leggende in de baay van fort dan phin, op het Eyland Mada„ gascar de 16 augustus 1785. /:was geteekent: de Ridder du Minij, H: D: Breem J: V: d:r Marckt, G: F Goetz, FLelij Ludewich Haak Accordeerd n Clercq aff Cr Dimel 2de No. 9 4 9 W 1112. Wel Edele Gestr: Heer en EEE: Agtb: Heeren. Vertoonen zeer reverentelijk de ondergeteekende Leeden van den raad van Justitie deezes goe„ „vernements. Hoe op den 1 april deezes lopenden Jaars door den Wel Edelen gestr: heere Gou„ „verneur provisioneel bij den officier der hoofdwagt civiel arrest aan den persoon van den adsistent der E Comp:e Marinus Simon van Cruijsselbergen zijnde geordonneerd, wegens de vehemente op hem leggende suspicie, van te zijn autheur van eene menigte valsche papiere en pergamen¬ „te munt specien tot eene aanzienelijke som„ ma uijt desselfs handen ontfangen, en Aan den wel Edelen gestr: Heere Cornelis Jacob van de Graaf, gouverneur en directeur van Cabo de goede hoop, en den ressorte van dien &: &: &:, mitsg:s den wel Edelen agtb: rade van Poli¬ „tie deezes gouvernements. — toen 1113. toen ter tijd onder de Ingeseetenen alhier rouleerende, hij Cruijsselbergen ge¬ „volglijk ter requisitie van den pro jnterim Fiscaal, d' E: Gabriel Exter, nog dien zelven dag, ten overstaan van gecommit¬ „teerde Leeden uijt den Raad van Justitie is geinterrogeerd, voorts in deeze zaak ver¬ scheijdene verklaaringen Successivelijk zijn ingewonnen, en gedet: nog nader in¬ voegen voorsz: is ondervraagd geworden blijkens alle de bijlagen welke de ver¬ toonders de eere hebben aan Uwel Edele gestr: en E: Agtb: hier bij over te leggen Dat wijders op den 6 derselver maand april de pro Jnterim Fiscaal uijt hoofde der vooraangehaalde suspicie bij vertoog /: sub Lit: A:/ versogt heeft, dat door deeze regtbank aan hem vert: mogt worden verleend apprehensie Corporeel op de personen van gem: Cruijselberg en eenen Philippus de Bos, welke laatste door den pro Jnterim Fiscaal mede wierd verdagt gehouden aan de voorsz: valsche munt making schuldig te wesen dog dewelke zo als van agteren gebleeken is, zig op eene verregaande desrespectueuse en Calumnieuse wijze over zijne hoge en Dat vervolgens deeze zaak in den Zelfden staat gebleeven zijnde zonder dat de schuld of onschuld van gem: Cruijsselber¬ gen in deezen nader is komen te blijken of dat de hem zo zeer drukkende suspicie wettige overigheijd heeft geuit /:gelijk men bij zijn responsiva sub L: 2. kan zien:/ en bij welk vertoog voorm: pro Interim fiscaal mede versogt heeft dat hij bij de¬ creet van deeze vierschaar mogt wer¬ „den gequalificeerd om te doen geregtelijk visitatie in de huijsen van den Capn. der E Compe de manhafte Sierveld en den burger Lieutenant de manhafte Iohannes Gijsbertus van Reenen, alwaar de gem: gedet: alter¬ native hadden gelogeert, in welk eerste versoek de vertoonders; wijl zij sustineerden daar geen genoegzame grond toe te hebben, niet hebben kunnen consenteeren, zijnde egter den voorn: pro Interim fiscaal zijn tweede versoek toegestaan, en den persoon van Cruijsselberg wel in Civiel arrest gehouden, dog buijten acces (: gelijk nader komt te blijken uijt de notulen op voorn: 6 april gehouden hier geannexeerd sub C:a B: wettige eenigermate

NL-HaNA_1.04.02_4321_0180 view scan ↗

English

1314. is in any way aggravated or diminished, the aforementioned pro Interim Fiscal on the 20th of April last by representation (to be seen under Lit. D) has made known to the representers that from the inquiries obtained he has no basis to institute any action against Cruijselbergen to proceed in an ordinary or extraordinary manner, therefore remitting this matter to the decision of the Council of Justice, which declaration, however, could not move the representers to release the said Cruijsselbergen from his detention and to acquit him of the suspected crime, as the same suspicion still rests upon him to an equally high degree as in the first moment of his arrest, wherefore the representers, having taken this matter into ripe consideration, and having attended to all that was in any way serving the subject and merited observation, have found it to be of such an important weight that in all cases it seemed likely to drag very pernicious consequences after it for the Honorable Company and this Colony, as it is indeed of the utmost importance that the credit of the currency introduced here out of necessity be maintained with all rigor, as through an unexpected cessation of it, it were to be feared that a most damaging distrust would inevitably arise among civil society, and on the one hand the ease with which the counterfeiting of the said currency has now already been undertaken so many times, without the author thereof having been able to be discovered each time or convicted in a legally sustainable manner, and on the other hand the éclat which the reasons of the suspicions that have arisen against the said Cruijsselbergen among the inhabitants have caused, could give very much occasion for those who might be further inclined to such nefarious undertakings to be made less timid to put the same into effect. But since the representers (under correction) understand that they cannot take the necessary measures in this regard by any judicial decree with respect to the aforementioned Cruijsselbergen, 1115. the representers for the reasons cited above have thought it necessary to bring this matter, under exhibit of all the documents and muniments relative thereto, before the eyes and to the cognition of Your Right Honorable and Honorable Sirs, and request that it may be Your Right Honorable and Honorable Sirs' pleasure to decide and dispose with respect to the same Cruijsselbergen as, according to your high wise judgment, the nature of the matter requires. Meanwhile, the undersigned remain with due high respect. Below stood: Right Honorable Sir and Honorable Sirs! Your Right Honorable and Honorable Sirs' humble and obedient servants. Was signed: P. Hacker, G. H. Cruijwagen, Joh.s Smuts, S. V. Echten, J. M. Horak, J. M. Bletterman, W. F. V. Reede van Oudtshoorn, In the margin: Cape of Good Hope, the 11th of May 1786. C. G. Maasdorp, G. H. Meijer, and H. I. de Wet. Agrees. Ge Diemel Sworn Clerk N 11 1116. To the Right Honorable Sir and Sirs, President and Council of Justice of the Castle of Good Hope. Shows with due respect the undersigned pro Interim Fiscal Gabriel Exter, That on last Friday from the Citizen Lieutenant Jan Gijsbert van Rheenen a sum of Rds 2000 having been paid to the Bookkeeper of the Honorable Company, Mr. Georgen Fredrik Goets, for the Equippage Master the Honorable Duminier, consisting of two packets of paper currency, each of 1000 Rixdollars, of which the one was sealed and the other was loose, among the pieces in the loose packet were found 270 Rds of counterfeit money newly manufactured or forged on parchment. That upon further inquiry, searches made, and before the Gentlemen Commissioners from this Honorable Council in... L A.

Dutch transcription

1314. eenigermate is geaggraveerd of gediminueerd, meergem: pro Jnterim fiscaal op den 20 april laatstl: bij vertooge /:te zien sub Lit: D:/ aan de vertoonders te kennen heeft gegeeven, dat hij uijt de ingewonnene enquesten geen fundament hebbende om teegen Cruijselber¬ „gen eenige actie te institueeren ordinaire of extra ordinaire te procedeeren, dierhalven deeze zaak ter decisie van den raad van Justitie overgav, welke declaratie de ver„ toonders egter niet konde beweegen om gem: Cruijsselbergen uijt zijne detentie te dar¬ geeren en van de gesuspecteerde misdaad vrij te spreeken, daar dezelfde suspicie nog in een even hogen graat op hem blijft leggen als het eerste ogenblik zijner in ar¬ „rest neming, weshalven de vertoonders deeze zaak in rijpe overweeging genoomen, en op al wat eenigsints ter materie dienende was, en opmerking meriteerde, gelet heb¬ bende, dezelve van een zo important ge¬ wigt hebben bevonden te zijn, dat ze in allen gevallen zeer pernicieuse gevolgen voor d' E Compte. en deeze Colonie Scheen na zig te kunnen sleepen, daar 't dog van 't uijterste aanbelang is, dat het Credit der alhier door nood ingevoerde munt, Dan daar de vertoonders /:onder correctie:/ begrijpen, ten deezen door geen regterlijk gewijsde met opzigt tot meergedagten Cruijs¬ selbergen de nodige mesures te kunnen met alle rigueur worde opgehouden, als door een onverhoopt cesseeren van het welk het te dugten ware, dat er een aller¬ schadelijkst wantrouwen onder de bur¬ gerlijke Zamenleving onvermijdelijk stond geboren te worden, en aan de eene zijde de gemakkelijkheijd waar mede de vervalsching der gem: munt nu al zo verscheijde maalen ondernoomen is ge¬ worden, zonder dat de autheur daar van telkens heeft kunnen worden ont¬ dekt of op eene in regten bestaanbare wijze overtuijgd, en aan de andere zijde het eelat het welk de reedenen der suspi„ „ciën, die teegens gem: Cruijsselbergen opgekoomen zijn onder de Ingezeetenen heeft verwekt zeer veel aanleiding zou¬ de kunnen geeven, dat de zodanige die tot diergelijke snoode onderneemingen verder geneegen mogten zijn, minder beschroomd zouden worden gemaakt dezelve te werk te stellen. met neemen 1115. neemen hebben zij vertoonders om de voor aangehaalde reedenen vermeend deeze saak onder exhibitie van alle de daar toe relative stukken en munimenten te moeten brengen onder 't oog en ter cognitie van UwelEd: gestrenge en E: Agtb: en versoeken dat het van UwelEd: gestr: en E agtb: welbehagen sijn moge, ten belangen van denzelven Cruijsselbergen zodanig te besluijten en disponeeren, als na derselver hoog wijs oordeel, den aart der zake is verEijs¬ „schende. Middelerwijl dat de onderget: met verschúldigde hoogagting blijven. /:onderstond: Wel Edele Gestrenge Heer en E E Agtbaare Heeren! Uwer wel Ed: gestr: en E agtb: onder¬ „danige en gehoorsame dienaren. — /:was. geteekend:/ P: Hacker, G: H: Cruijwagen, Ioh:s Smuts, S: V: Echten J: M: Horak, J: M: Bletter„ „man, W: F: V: Reede van Oudtshoorn, /:in margine:/ Cabo de goede hoop, den 11 Maij 1786. — C: G. Maasdorp, G: H: Meijer, en H: I: de Wet. — Accordeerd. Ge Diemel gezw: Clercq v=te - N 11 1116. Vertoond met den schuldigen Eerbied den ondergeteekende pro Jnterim Fiscaal Gabriel Exter, Dat op laatstgepasseerde vrijdag van den Burger Luytenant Jan Gijsbert van Rheenen eene somma van Rd=s 2000 — aan den Boekhouder der EComp:e m:r Georgen Fredrik Goets voor den Equipagiem=r d' E. Duminier zijnde uitbetaald geworden bestaande in twee papquetten papieren munte, eyder van Ryxdaalders 1000. waar van 't eene verzeguld en 't andere los is geweest, onder de stukken in 't lossen paquel is bevonden geworden rd:s 270. -. valsch geld op pergament nieuw gefabri- „ceerd of nagemaakt. - dat bij verdere navrage, gedaane re- cherghen en voor Heeren gecommitteer„ „dens uijt deesen E. agtbr: Raade in Wel E Agtbaare Heer en Heeren„ President en Raade van Justitie des Casteels de goede soop Aan den WelE: agtbr: Heer „gen L A.

NL-HaNA_1.04.02_4321_0183 view scan ↗

English

1157. inquests taken, it appears that not only the aforementioned 270 rixdollars in false parchment currency originated from the hands of the assistant at the political secretariat, Marinus Simon van Cruijselbergen, but that the same van Cruijselbergen, in addition to this, has paid out more false money, such as to the aforementioned Mr. Daminier among other money a further 150 rixdollars and to Mr. Swarevelder 165 rixdollars, alongside some minor sums to other persons; whereby no small suspicion arises that the mentioned van Cruijselbergen is the author of this false currency, which is greatly augmented by the fact that the same, with regard to the aforementioned large sum, cannot positively state anyone from whom he had received any false money, and has taken back such money issued by him and, without any further inquiry, has given other money in place thereof; and there furthermore being some strong presumptions that the aforesaid van Cruijselbergen has been assisted therein by the soldier Philippus Bos, stationed on the Line, and that the said Bos has also made himself guilty of this crime; thus the ex officio representer finds himself, by virtue of his office, in the indispensable necessity to proceed against the aforementioned persons in legal form, and in that regard to conduct all the investigations and to gather the evidence whereby greater certainty may be obtained, and to that end to secure their persons and, in the presence of the honorable commissioners from this Council, to search their lodgings as soon and as accurately as possible; seeing that for this Your Honorable Worships' authorization is required, the ex officio representer turns to the same with the humble request that it may please Your Honorable Worships to grant the ex officio representer their decree, whereby the ex officio representer is authorized to undertake the aforesaid search as soon as possible in the houses of the Burgher Lieutenant Jan Gijsbert van Rheenen, and the Sea Captain Sieur Sierveld, where the frequently mentioned van Cruijselbergen and Bos have been lodging, and furthermore to cause these aforesaid persons to be apprehended. Below stood: Which doing, was signed: R. O. G. Exter G. Exter. In the margin: Exhibited in Court, 6 April 1786. Agrees. G. v. Diemel, sworn clerk. No. 11 1118. Thursday, 6 April 1786, in the afternoon, present the Honorable Worshipful President Pieter Hacker, and all the members. There was submitted in Court by the acting Fiscal, Gabriel Exter, a representation regarding the detention at this Castle and civil arrest of the person of the assistant Marinus Simon van Cruijselbergen and the soldier Philippus Bos, who, according to the contents of that representation and the inquests annexed thereto, lie under great suspicion of being the authors of such false parchment and paper currency as currently circulates among the inhabitants here, the said representation reading as follows. Follows: Which representation and documents having been discussed and deliberated upon, the following resolution was passed thereon: The Council, having read the representation and documents submitted by the ex officio representer, agrees on the grounds of the contents thereof to the requested search, further leaving the mentioned Cruijselbergen provisionally in civil arrest provided that no one shall have access to him, keeping the request regarding Philippus Bos under advisement until such time as Letter B Copy 5 further instructions concerning this shall have been received. Below stood: At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Below lay: Present to me, was signed: C. van Herssen, Secretary. G. v. Diemel, sworn clerk. Agrees. No. 11 1119 Shows with due respect the acting Fiscal Gabriel Exter: That whereas, on the 6th of this month, by the undersigned ex officio representer concerning the persons of the assistant Marinus Simon van Cruijsselbergen and the sailor Philippus Bos, who according to the submitted representation and inquests annexed thereto come to lie under great suspicion of being the authors of a large quantity of false parchment currency currently circulating, Your Honorable Worships were also humbly requested, according to the nature and requirement of the matter, for the bodily apprehension of the mentioned persons, and their resolution having been passed thereon that the first-mentioned Marinus Simon van Cruijsselbergen shall provisionally remain in Right Honorable Worshipful Sir and Gentlemen! To the Right Honorable Worshipful President and Council of Justice of the Castle of Good Hope. Letter A 6 No. 11 1119 Shows with due respect the acting Fiscal Gabriel Exter: That whereas, on the 6th of this month, by the undersigned ex officio representer concerning the persons of the assistant Marinus Simon van Cruijsselbergen and the sailor Philippus Bos, who according to the submitted representation and inquests annexed thereto come to lie under great suspicion of being the authors of a large quantity of false parchment currency currently circulating, Your Honorable Worships were also humbly requested, according to the nature and requirement of the matter, for the bodily apprehension of the mentioned persons, and their resolution having been passed thereon that the first-mentioned Marinus Simon van Cruijsselbergen shall provisionally remain in Right Honorable Worshipful Sir and Gentlemen! To the Right Honorable Worshipful President and Council of Justice of the Castle of Good Hope. Letter A 6

Dutch transcription

1157. gewonnene Enquesten blykt, dat niet alleen de voorgem: rd„s 270. valsche pan„ gaments munten uijthanden van den adsistent ter politicque secretarijen Marinus Simon van Cruijpelberg komen, maar dat denselve van Cruijselberg bovens. dien, meer valsch geld als aan voorm: Heer Daminier onder ander geld nog rd=s 150. en aan de Heer Swarevelder rd. s 165. benevens eenige geringen sommen aan andere personen uijtbetaald heeft waar door eene niet geringen suspicie ontstaat, dat gem: van Cruijselbergen den autheur van deeze valcche munte is, dewelke grotelijks daar door word ver„ meerdert, dat denselve bj de voorm: grote somma niemand positive kan aangeeven, van dien hij eenig valsch geld had ont= „fangen, en diergelijke van hem uitge„ „geeven wederom tot zig genomen en zonder eenige verdere navragen ander geld daar voor in de plaats heeft gegeeven, dat en voorts ook eenige sterke presumptien zijnde, dat voorsz: van Cruijselberen door den op de Linie bescheidene soldaat Phi= lippus Bos daarbij geadsisteerd is geworden, en dien Bos zig aan deese misdaad meede schuldig gemaakt heeft, dus den R. O. vertoonder zig amptshalven in de indispensabelen noodsakelijkheijd bevind, tegens voorm: personen in ordine Juris te procedeeren, en ten dien opzigte alle de onderzoekingen te doen en de bewijsen in= tewinnen, waar door eene meerdere zeker= heijd kan verkreegen worden, en ten dien eijnde zig van derselver personen te doen verzeekeren en ten overstaan van s Heeren gecommitteerdens uijt deesen Raade hun„ „lieder Logies ten eersten op 't nauwkeu„ rigste visiteeren, gemerkt dan hier toe, verEijscht word, uw E: agtb: authorisatie, zo is den R O. vertoonder tot weldezalven zig keerende met eerbiedig versoek, dat 't uwel Ed:e agtbr: behagen mogen, aan den R. O. vertoonder ten verleenen, welder= zelver decreet, waardoor den R. O. . ver„ toonder gequalificeerd word, in de Huijsen van den Burger Luijtenant Jan Gijsbert van Rheenen, en den Capitain ter Zee s:r Sier„ „veld, waar meergem: van Cruijselberg en Bos zijn logeerende geweest, ten spoe„ digsten gesz: visitatie voorteneemen en voorts deese evengem: personen te doen apprehendeeren. /:onderstond:/ T welk doende /:was geteekend:/ R. O. G. Eeter G. Exter /:in margine:/ Exhebiteur in Judicio den 6. april 1786. Accordeert. Gv Diemel geznt. Clercq N 11 1118. Donderdag den 6 Aprl 1786 's vondemiddags praesent den E agtb: Heer Preesident Pieter Hacken alle de leeden. Is door den het fiscalaat pro interim waar„ neemenden P: Gabriel Exter in Iudicio overgeleevert een vertorg noopens de ten deesen Casteele en Caveel arrest hetten den persoon van den adsistend Marinus Simon van Cruisselbergen en den soldaat Philippus Bos, dewelke volgens den inhoud van dat veetorg en daar neevens gevoegde Enquesten onder groote ses„ picken leggen van te zyn ailtheuren van zodanige valsche pergementen en pa„ peeren munten als thas onder de en gereetenen alhier vorleezen luyden, de dat vertoog als volgt. F:g: ver welk vertoog en stukken gesproken en gebesorgneerd zijnde, is daar op het volgende besluit gevallen. p Den Raad hebbende geleesen het door den ex officie vertoonden overgeleevert ver„ toog en stukken, accordeert uit hoofde van derselven Contenue de versogte visitatie latende gen: Criselbergen voorts by provisie blyven en Circel arrest mets dat niemand acces tot derselven hebben houdende het ten opzegte van Philippus Bos Ver. zogte en advijs tot tyd en wyle dies Lit B Copie 5 : dien aangaande nadere instructie zullen zyn ingekoomen /: en derst en d:/ Aan Cabo de Poede Hoop die et anno ut Supra /:lage / my praesent / was, geteekend:/ C: van Herssen Secrets d Siemel gezwelling -. Aggerdeert. N11 1119 Vertoond met den schuldigen Eerbied den pro interim fiscaal Gabriel Exter. dat, wanneer onder den 6 dezer door den ondergeteek: vertoonder R:O: omtrend de persoonen van den adsistent Marinus Simon van Cruijssel„ „bergen, en den mattroos, Philip„ „pus Bos, dewelke volgens ingediendei vertogen daar nevens gevoegde enquesten onder grote suspicie komen te leggen van te sijn autheuren van een grote menigte valsche thans couleerende per¬ „gamente munte, aan UwE agtb: naar de natuur en vereijsch der sake mede eerbiedig zijnde versogt geworden appre¬ hensie Corporeel van gem: Personen, en daarop wel derselven besluijt gevallen zijnde dat den eerstgem: Marinus Simon van Cruijsselbergen bij provisie zal blijven Wel Ed: Agtb: Heer en Heeren! Aan den Wel Ed: agtb: heer President en Rade van Iustitie des Casteels de goede hoop. — in La 6 N11 1119 Vertoond met den schuldigen Eerbied den pro interim fiscaal Gabriel Exter. dat, wanneer onder den 6 dezer door den ondergeteeke: vertoonder R:O: omtrend de persoonen van den adsistent Marinus Simon van Cruijssel„ „bergen, en den mattroos, Philip„ „pus Bos, dewelke volgens ingediendei vertogen daar nevens gevoegde enquesten onder grote suspicie komen te leggen van te sijn autheuren van een grote menigte valsche thans couleerende per¬ „gamente munte, aan UwE agtb: naar de natuur en vereijsch der sake mede eerbiedig zijnde versogt geworden appre¬ hensie Corporeel van gem: Personen, en daarop wel derselven besluijt gevallen zijnde dat den eerstgem: Marinus Simon van Cruijsselbergen bij provisie zal blijven Wel Ed: Agtb: Heer en Heeren! Aan den Wel Ed: agtb: heer President en Rade van Iustitie des Casteels de goede hoop. — in La 6

NL-HaNA_1.04.02_4321_0189 view scan ↗

English

1120. in civil detention, provided that no one shall have access to him, the request regarding Bos having been kept under advisement. The relevant petitioner, in order to carry this highly esteemed resolution into execution so that the arrested person would stay at the Castle in the military prison with the Provost, addressed himself to the Honorable, Valiant Governor to request the necessary orders for this purpose; but, the relevant petitioner then considering that the prison is intended solely for military personnel in cases of minor offenses and is not suitable for keeping multiple persons separately and without access, and already being occupied by three persons, would not meet the intention and objective of the aforementioned venerated resolution, deemed it most advisable to have the arrested person brought to the ordinary prison. Which was also carried out by the relevant petitioner in such manner that, after having obtained permission for this purpose from the Honorable, Valiant Governor, and having had the said van Cruijsselbergen escorted by some soldiers to the aforementioned prison, he had him specifically placed in such a room where persons detained under civil arrest are customary kept. That the said van Cruijsselbergen, in addition to the bunk, table, chair, and books permitted to him by the relevant petitioner, having further requested to be allowed to have candles, ink, pens, and paper, and this not being permitted to be granted to him by the relevant petitioner as being contrary to order without Your Honors' resolution on this matter, the relevant petitioner has deemed it proper to submit both the one and the other to Your Honors with due respect, with the no less respectful request that it may please Your Honors to approve with high regard what has thus been effected by the relevant petitioner, and to order regarding the further request of the detainee van Cruijsselbergen whatever Your Honors shall find and judge to be proper. Which doing. Was signed: G: Exter. In the margin: Presented in court, the 10 April 1786. Agrees. Sworn Clerk G Diemel No. 1121. To the Honorable President and Council of Justice of the Castle of Good Hope. Honorable President and Gentlemen: Shows with due respect, the undersigned interim Fiscal Gab: Exter. That pursuant to the representation respectfully submitted by the relevant petitioner on the 6th of this month, with its inquiries, regarding the assistant stationed here, Marinus Simon van Cruijselbergen, and the young sailor Philippus Bos, as a result of which the said persons have come under great suspicion of being the authors of a quantity of counterfeit paper and parchment currency, and the request made concerning this, 1122. to Your Honors, according to whose resolution of the said date a search of their lodgings and goods was also granted, such a search was not only carried out immediately in the presence of the delegates from this Honorable Council, but the further information aimed at investigating this act has also been continued up to the present. That from this information it becomes evident that 1) the corpus delicti, the counterfeit currency, actually exists, to the amount of RdC: 620, that 2) this sum originates from the hands of the abovementioned van Cruijselbergen, and that 3) he, Cruijselbergen, cannot in any grounded manner state from whom he received this counterfeit money, as becomes further clearly apparent from the annexed documents and particularly from his given answers, which indications are certainly of the greatest weight and gravity; however, that these can be regarded as nothing other than remote indications, and the further evidence and indications being lacking, in that no witnesses testify directly against the accused and nothing was found during the search or otherwise that can prove that he is the author of the counterfeit currency, they are not of such a nature as to permit proceeding against him extraordinarily and passing to a rigorous examination in the absence of his own confession. That due to the lack of the said direct evidence and indications, the relevant petitioner subject to correction considers this case just as little qualified to be admitted to ordinary proceedings, and therefore has deemed it best respectfully to deliver herewith into the hands of Your Honors the gathered documents and inquiries, of which one statement by the Bookkeeper Goetz due to illness, and another by Mr. Onder de Wijngaard, who has meanwhile departed for Batavia, have remained unconfirmed, with the no less respectful request that it may please Your Honors to resolve and order concerning this, provisionally or otherwise, as Your Honors shall find to be proper. Which doing. Was signed: G: Exter. In the margin: Presented in court, the 20 April 1786. W Diemel

Dutch transcription

1120. in Civiel arrest, mits dat niemand acces tot denzelven hebbe, zijnde 't versogte ten opzigte van Bos, in advijs gehouden geworden. den R:O: vertoonder om dit zeer geEerde besluijt in executie te brengen sodanig dat den geacreteerd ten Casteele in de militaire gevangenis bij den Provoost zoude verblijven, zig heeft geaddresseerd aan den Wel Ed: gestr: heer gouverneur om de nodige ordres hier toe te versoeken; dog, dat den R: O: ver¬ toonder dan overweegende, dat de gevan¬ genis alleenig voor de militairen bij ge¬ „ringene fauten bestemd en niet geappro„ teerd om meerdere personen Separatim en sonder acces te bewaren en alzee met drie personen bezet zijnde aan d'in„ „tentie en 't doelwit van voorm: venerC. besluijt niet zoude voldoen, 't raadsaamst heeft gehouden, den gearreteerden te laa¬ „ten brengen naar 't ordinaire gevangen, „huijs. — T geen door R:O: vertoonder ook op de wijze ter uijtvoer is gebragt gewor¬ „den, dat hij naar met de hiertoe geobti„ neerde permissie van den Wel Ed: gestr: heer gouverneur gem: van Cruijsselbergen door eenige militairen naar voorsz: ge¬ vangen is te hebben laten convoijeeren denzelven bijzonders heeft doen plaatzen op zodanige kamer, waar civieliter gear¬ resteerde pleegen te blijven gedetineerd. Dat van dien van Cruijsselbergen buijten de door den R:O: vertoonder hem gepermitteerde kooij, tafel, stoel en boeken nog verder versogt sijnde om kaarsen, inkt, pennen en papier te mogen heb¬ ben, en zulks hem van den R:O: vertoon¬ der als tegens d'order Strijdende zonder uwEagtb: besluijt hier over, niet kun„ „nende toegestaan worden den R:O: ver¬ toonder heeft geoordeeld, zo wel 't eene als 't andere aan UwEagtb: met schuldi¬ gen Eerbied te zullen voordragen, met 't niet minder eerbiedig versoek dat 't UE agtb: behagen moge 't sodanig van den R: O: vertoonder geEffectueer, de hoog agting te approbeeren en nopens 't verdere versoek van den gedetineerde van Cruijsselbergen te ordonneeren, 't geen UwE agtb: zullen vinden en oordeelen te behoren. /:onderstond:/ 'T welk doende /:was get:/ G: Exter. /:in margine:/ exhibit: in ju„ „dicio, den 10 april 1786. - door Accordeerd. gezwldercq G Diemel Nio 1121. Van den WelEagtb: Heer President en Raade van Justitie des Casteels de Goede Hoop 61:5 WelEagtb: Heer en Heeren: Vertoond met den schuldigen Eerbied, den ondergeteekende pro interim Fiscaal Gab: Exter. Dat van den R:O: vertoonder ten opzigte van den alhier bescheijdenen adsistend Marinus Simon van Cruijselbergen en den Jong matroos Philippus Bos onder den 6 dezer eerbiedig ingediende vertoog met desselfs enquesten, ingevolge welken gem: perzoonen onder groote suspicie„ zyn komen te leggen van te zijn autheuren van een menig te palsche papiere en pergamente van Lit D munte en hier omtrend gedaane verzoek 1122. van UwEagtbr: blijkens wel derzelven besluijte van gem: dato zijnde meede geaccor¬ deert geworden, visitatie van derzelven logis¬ en goederen, zulke visitatie niet alleen ten overstaan van Heeren gecomitteerdens uij dezen Eagtb: Raade dadelijk ter uytvoer tot onderzook gebragt maar ook de verdere informatie van dit feit strekkende, tot hier toe zijn gecontinueerd geworden. Dat uijt deze informatien komt te Consteeren dat 1 't Corpus delicti, de valsche munte wezentlijk existeerd, ter somma van RdC: 620 dat 2) deze som¬ „ma uijt handen van den boven gem: van Cruijselbergen afkomstig is, en dat 3) hij Cruij¬ selbergen op geerderlij wijze met gronde kan aangeven van wien hij dit valsche geld ontfan¬ gen heeft, gelijk zulks nader uijt de gean¬ nexeerde documenten en bijzondere uijt des „selfs gegevene responsiven duijdelijk komt te blijken, welke indifia zekerlijk van 't groots„ te gewigt en graveerend zijn; dog dat dezelve niet anders, als indifia remonta kunnen aangezien worden en de nadere bewijzen en indicien ontbreekende, als dat er geen getuijgen directelijk, tegens den beschuldig„ den verklaaren en ook bij visitatie ofte an¬ „derzints niets is gevonden geworden dat be„ wyzen kan dat hij den autheur van de val¬ Accordeert. gezwe Clercq „sche munte is niet van dien aard zijn om bij gebrek van eijgene Confessie extra¬ ordinair tegen denselven te kunnen proce¬ deeren en tot een scherpen examen over te gaan Dat wegens gebrek van gesz: directen bewijzen en indicien, de R:O: vertoonder deze zake /onder correctie / even zo min vermeend gequalifi„ „ceerd te zijn, om in 't ordinaire process ont„ „vangen te worden, en dierhalven voor best heeft geoordeeld de ingewonne stukken en enquesten waar van eene verklaring van den Boekhouder goetz wegens ziekte, en een ander van den naar Batavia intusschen vertrokkenen Mr onder de wijngaard ongerecolleerd zyn gebleeven mits dezer Eerbiedig te leeveren in handen van UWEagtb: met niet min der Eerbiedig verzoek dat 't UWEagtb behagen moge hier omtrend zodanig bij by proviesie of anders te besluijten en te ordonneeren als UWEagtb: Zullen vinden te behooren /onderstond /:) welk doende /:was geteekend /: G: Exter /: in margine /: Exhibit: in Judicio den 20. april 1786. - W Diemel „sche

← previousnext →