VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 4321

Cape · 665 pages · 180 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_4321_0192 view scan ↗

English

1123. 4 Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the Burgher Lieutenant Sr. Johannes Gijsbertus van Reenen of competent age, who, at the requisition of the pro interim Fiscal here, Sr. Gabriel Exter, declared it to be true: That when the appearer had arrived at the Cape from the country on last Tuesday evening, or the 28th of the past month of March, the appearer's wife had informed him, the appearer, that the sea captain the Hon. Duminie had sent to ask for the money that the said Captain Duminie still had to claim from the appearer. That the appearer, having on the following Thursday morning had a sum of One Thousand Rixdollars counted out by the assistant Van Cruijsselbergen, the appearer kept with him that packet of 1000 Rixdollars, which had remained unsealed, together with another packet which he had received sealed the evening before from the sea captain the Hon. Zierveld, having awaited that the bookkeeper George Frederik Goetz, according to his promise, would come to collect that money and bring it to the said Captain Duminie; but since the said Goetz had not come and the appearer had to go out that evening, and the appearer's wife had also not been at home, the appearer, because he, the appearer, did not have the key to his desk, had handed over the two packets to his No 11 Letter E. 1124 to his brother-in-law, the assistant Honoratus Maynier, in order to keep them safe, as the appearer happened to be in his house, so that he had also accepted them and kept them with him that night. That the appearer, having sent for the abovementioned Mr. Goetz the following morning, he, the appearer, had sent to ask for and also received the aforesaid two packets of paper money from his just mentioned brother-in-law Maynier; having laid those two packets of money, when he received them, next to him on the table and, upon the arrival of the said Mr. Goetz, handed them over without counting them, in order to bring that money to the abovementioned Hon. Duminie, who had also done so; that the often mentioned Goetz, having returned to the appearer's house in the afternoon, had called the appearer alone into a room and said to him that counterfeit money had been found in the loose packet. That the said Cruysselbergen, having inspected the money thereupon, had substantially said that some, as it appeared to him, were counterfeit, but that he could not say so of the others, having at the same time said to the abovementioned Goetz: there is still money lying upstairs, and if it should not be enough, I will give you silver money; having replied to the appearer's question from whom he had received that money: from no one other than from the Burgher Firemaster Sandenberg, Examination. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the aforesaid Burgher Lieutenant Sr. Johannes Gijsbertus van Reenen, who, this his preceding declaration having been read out clearly and distinctly word for word, declared that he remained persisting therein, Loots, and Van Wieling, so that the appearer had said to the often mentioned Cruysselberg that he must immediately go to those people and inquire about it. Declaring nothing further, except only that the said Cruysselberg, in passing, when he went to fetch other money, had said to the appearer's brother Sebastiaan van Reenen: there I get a fine blow; the appearer gives as reasons of knowledge as in the text, offering always to confirm the same with a solemn oath. Thus done at the Cape of Good Hope, the 1st of April 1786, before the Honorables Salomon van Echten and Johannes Smits as commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the appearer and me, the secretary. Underneath stood: Which I witness; was signed: C: van Aerssen, secretary. with the desire that nothing more shall be added or removed, except only that he, the appearer, when handing over the money to Goetz, had offered to count it, but that Goetz had refused this and said he had no time, that he would do it at home; spoke in confirmation of the truth in the presence of the said Cruysselberg the solemn words: So help me God Almighty. Thus examined and sworn in the Castle of Good Hope, the 19th of April 1786; was signed: J: G: van Reenen; lower down: In my presence; signed: C: van Aerssen, secretary; and in the margin: as commissioners; signed: G: H: Cruijwagen, Smuts. Underneath stood: Sworn Clerk Agrees W Diemel No 11 1325. 5. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the bookkeeper of the Honorable Company George Fredrik Goetz, of competent age, who, at the requisition of the pro interim Fiscal Sr. Gabriel Exter, declared it to be true: That the appearer, having been called yesterday morning, or on Friday the last day of the just past month of March, in the morning, to the house of the Burgher Lieutenant Mr. Johannes Gijsbertus van Reenen to collect some money from there for the benefit of the sea captain the Hon. Duminie, so that the appearer had proceeded thither. That the appearer, having arrived at the house of the said Van Reenen, had found him sitting in the gallery together with the assistant Kruiselbergen, having two packets of paper currency, as the appearer presumes, lying on the table next to them, and the often mentioned Van Reenen had requested the appearer to take that money, amounting together to two thousand Rixdollars, whereof Letter F

Dutch transcription

1123. 4 Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitteerdens uijt den E agtb: Raad van Justitie dezes gouvernements den Burger Lieut: St. Johannes Gijsbertus van Reenen van Competenten. ouder¬ dom dewelke ter requisitie van den pro interim Fiscaal alhier Sr. gabriel Exter verklaarde hoe waar is. Dat wanneer den Compt. op laatstl:dinge „dag ofte den 28 der afgewekene maand maart des avonds van buyten aan de Caab ge komen was des Compts. huysvrouw hem Compt verwittigd had dat den Captn. ter Zee d' E duminie hadde laten vragen om het geld dat gem C duminie van den Comp=t nog had te pretendeeren. Dat den Compt. des aanvolgende donderdags morgens door den adsistend van Cruijssel¬ „bergen hebbende laten aftellen eene somma van Een duijzend Ryxds. den Compt. dat pakje van 1000 Ryxd=s. het welk on¬ verzegeld gebleeven was met nog een an¬ der pakje het geen s' avonds bevorens van den Capitain ter zee d' E Zierveld verzegeld bekomen had bij zig hadde gehouden afge„ wagt hebbende dat den boekhouder george Frederik Goetz volgens zijne belof te komen dat geld afhalen en gem: Cduminie bren¬ „gen zoude, dan vermits denzelven goets niet gekomen was en den Compt dien avond uijt gaan moest, ook des Compts. huysvrouw niet was te huijs geweest, had, den Compt. dewyl hij Compt de sleutel van zijn lessenaar niet hadde, de twee pakjes overhandigt aan deszelfs No 11 Lita E. 1124 Desselfs Swager den adsistend Honoratus maynier omme het zelve te bewaaren, als in wiens huis den Compt. zig Juist bevond invoegen denselven zulx ook g'accepteerd en dien nagt bij zig gehouden had. Dat den Compt. 's volgenden morgens om boven gem: monsr goetz gezonden hebbende hij Compt. de voorsz: twee pakjes papiere geld van evengemelde zijn swager maynier had laten afvragen en ook bekomen: hebbende die twee pakjes geld wanneer ze ontfangen had nevens zig op de Tafel neder gelegd en dezelve bij de komst van gem: monsr goetz zonder die na te tellen overhandigt ten eijnde dat geld aan boven gem: Eduminie te brengen die zulx ook had gedaan dat meerm: goetz s' namiddags wederom ten huyze van den Compt. gekomen zynde den Compt. alleen in een Camer geroepen en tot hem gezegd had dat er valsch geld in 't losse pakje gevonden was. — Dat gemelde Cruysselbergen daar op het geld bezigtig hebbende substantieelijk had gezegd dat er sommige Zo als het hem toescheen valsch waaren dog dat hij zulx van d'andere niet zeggen konde teffens tot bovengem: goetz gezegt hebbende daar legt nog geld boven, en zo het niet genoeg zyn mogte zal ik u zilver geld geven, hebbende op des Compts. vrage van wien hij dat geld ontvangen had had geantwoord: van niemand anders als van den Burger Brandmeester Sandenberg, Recollement. Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitt=s uyt den E: agtb: Raad van Justitie dezes gouvernements voormelde burger Luitenant Sr. Johannes gysbertus van Reenen dewelke dese zijne voorenstaande verclaaring klaar en duijdelijk woorde¬ lyk voorgeleeden wesende verclaarde denselven daarbij te bliven presisteeren Loots en van wieling invoegen den Comp=t tot meergem: Cruysselberg had gezegd dat opstonden naar die menschen gaan en daar van infor¬ meeren moest Niets meer verklaarende als alleen dat gem: Cruysselberg in 't voorbij gaan wanneer hij ander geld ging halen aan des Compts. Broeder Sebastiaan van Reenen gezegd had daar krijg ik een Mooije klap geeft den Compt voor redenen van Weetenschap als in den text presenterende het selve altoos met Solemnee¬ le Eede te Staven.— Dat aldus passeerde aan Cabo de goede hoop den 1 april 1786 voor d' EE Salomon van Echten en Johannes Smits als gecomitt=s uijt den E. agtb: Raad van Justitie voorm: die de minute dezes beneevens den Compt en mij secre¬ taris meede behoorlijk hebben ondertee¬ „kend. — /:onderstond:/ Twelk ik getuijge /:was geteekend:/ C: van Aerssen secret=s. Loots, met met begeerte dat er niets meer bygevoegt ofte van gedaan werden zal, als alleen dat hij Compt. bij het overgeeven van het geld aan goetz gepresenteerd heeft het zelve na te tellen dog dat goetz zulx gewijgerd had en gezegd geen tijd te hebben dat hij het wel te huijs zoude doen sprak ter bevestiging van de waarheid in pre„ sentie van gem: Cruysselberg de Solem¬ neele woorden zoo waarlijk help mij God almagtig. Aldus gerecolleerd en Beedigt In't Casteel De goede hoop den 19 April 1786 /: was ge¬ „teekend:/ J: G: van Reenen /: lager /: mij praesent /:getekend:/ C: van Aerssen secret=s /:en margin :/ als gecommitt=s /:getekendd:/ G: H: Cruijwagen :/ Smuts /:onderstond:/ gezwe. Clercq Accordeert W Diemel N11 1325. 5. Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitteerdens uijt den E Agtb: Raad van Justitie deeses gouvernements den Fredrik boekhouder der E Comp„e George ^ Goetz van Competenten Ouderdom, dewelke ter requisitie van den Prointerim fiscaal Sr. Gabriel Exter verklaarde hoe waar Dat den Comp„t. gisteren morgen ofte op vrydag den laatsten der eeven afgeweekene Maand Maart s' morgens geroepen zynde ten huyze van den burger Lieutenant monsr. Jo¬ hannes Gysbertus van Reenen om eenig geld van daar af te haalen ten behoe¬ ven van den Capitain ter Zee d' E Dumi¬ „nie invoegen den Comp„s zig denwaards begeeven had Dat den Compt. ten huise van gem. van Reenen gekoomen zijnde, denselven in de gaandery, met ende beneevens den adsistent Kruiselbergen had vinden zillende hebben „de twee pakjes met papiere munt zo den Compt. vermynt op de tafel neevens hun leggen, en had meergem: van Reenen den Compt. versogt om dat geld te zaamen uytmaakende twee duyzend Ryxds. waar van Lt: F is

NL-HaNA_1.04.02_4321_0196 view scan ↗

English

1126. to take one package, sealed and addressed to Jan Casper Loos, while the other package was found to be open, to the above-mentioned E Dumini, and to recount the open package upon delivery, which, according to the statement of the frequently-mentioned van Reenen, had been counted out by the above-mentioned Kruiselberg. That the Appearer, having arrived at the house of the said E. Dieminie in order to comply with the request of the above-mentioned van Reenen, recounted the loose package and then, among the small money, found alternately a heavy piece of money, and that to the number of six pieces, together yielding a sum of two hundred and seventy Ryxds., all of parchment. That the Appearer, having therefore returned with the package containing the counterfeit Money to the house of the frequently-mentioned van Reenen, the Appearer, it being then in the late afternoon, found the frequently-mentioned van Reenen sitting in the gallery alongside his wife, the often-mentioned Kruiselberg, one van onder de Wyngaard, and Bos; the said van Reenen having asked the Appearer whether he had brought the money to Duminie, to which the Appearer, having said: Yes, but one Ryxds. is missing, as there were only 999 rds in the loose Package, to which the frequently-mentioned Cruiselberg had answered: I will give you that. That the Appearer then, having called the frequently-mentioned van Reenen into the room alone, had then said in substance: that upon recounting the loose package he had found counterfeit money within it, and since the Appearer had brought the package of money back with him as aforesaid, the Appearer had opened the packet and laid the counterfeit money down on the window sill. That the frequently-mentioned Van Reenen, having answered thereto: I did not count it, but Kruiselberg counted it, the said van Reenen had called the above-mentioned Kruiselberg; but since the same Kruiselberg, according to the wife of the frequently-mentioned van Reenen, had meanwhile gone upstairs to his room with and alongside the aforesaid Bos, he had been called from there by the above-mentioned van onderdewyngaard. 1127. That the said Krusselberg, having come downstairs and entered the room after an interval of 5 to 6 minutes, the said van Reenen had then said to him: look there, sir, this is counterfeit money; whereupon the said Kruiselberg, after having inspected it for a moment, finally counted that money and said: three times sixty is one hundred and eighty and two times forty is eighty, that together is two hundred and sixty. Whereupon the Appearer had said: here is another one of ten, that belongs to it as well, and thus together two hundred and seventy Rixds., being the yield of those six pieces of the above-mentioned denomination. The Appearer testifying that the aforesaid Kruiselberg had been calm and unperturbed during that occurrence; having put the counterfeit pieces of money into his waistcoat pocket, saying: Sir, I will give you other money, even if it were silver money; whereupon the said Kruiselberg also stood up, went out of the room, and having returned, had brought in a hat silver and paper money, of which paper money he had counted out to the Appearer 54 pieces, each of 5 Rixds. That the Appearer having then said to the said Kruiselberg that he had been to the Honorable and Respected Lord Secunde, but that he, without having seen the counterfeit money, had said: that he had to return at three o'clock; but that since he, Kruiselberg, now had that money, he could therefore go himself with it to the Most Noble and Respected Lord Hacker; to which statement the often-mentioned Kruiselberg had replied that he would first go to the aforesaid Loots and van Wieling and inquire about it, and would thereafter present himself to the said Lord Hacker. When the Appearer came to say to him that this was nevertheless a great loss for him and he therefore ought to consider from whom he had received money, the frequently-mentioned Kruyselberg had answered thereto in substance: that he had received no money from anyone except from van Wieling, Loots, and Zandenberg, adding: I would be glad if it comes out, but I know damned nothing about it. Declaring nothing more, the Appearer gives as reasons of knowledge, as in the text, offering to confirm the same with solemn oaths.

Dutch transcription

1126. van een pakje versegeld en beschreeven was Jan Casper Loos terwijl 't andere pakje zig open bevond te willen brengen by bovengem: E Dumini en 't open pakje¬ 't gunt door bovengem. Kruiselberg vol¬ „gens het zeggen van meergem van Reenen af geteld was by de overgaave te willen na tellen. Dat den Compt ten huijze van gem. E. Diemi¬ nie gekoomen zynde om aan 't versoek van bovengem: van Reenen te voldoen het losse pakje nageteld en als doen tusschen het klyne geld in, by beurte een zwaar stuk geld bevonden had en zulx ten getalle van zes p„s te zaamen rendeerende eene somma van twee hondert en zeeventig Ryxds. alle van percamenten Dat den Comp„t zig overzulx met het pakje waar in het valsche Geld was weederom begie¬ ven hebbende ten huize van meergem van Reenen den Compt., zynde het toen in den nademiddag geweest, meerm: van Reemen neevens zyne huisvrouw, dikwils gem: Kruiselberg, eene van onder de Wyngaand en Bos in de gaandery had vinden Zitten; hebbende gem: van Reenen aan den Comp„e gevraagd: of hy het geld by Dumi„ Dat den Comp„t vervolgens meergem: van Reenen in de kamer alleen geroepen heb¬ bende als doen tot e substantieelijk had ge¬ segd: dat hy by het natellen van het los¬ „se pakje valsch geld onder het zelve ge¬ „vonden had, en vermits den Comp„t het pakje geld zoo als voorsz weederom had meede gebragt had den Comp„ts het stakje opengemaakt en het valsch gelo op het vonster needer gelegd. Dat meergem: Van Reenen daar op geant¬ „woord hebbende Ik heb het niet geteld. waar Kruiselberg heeft het geteld had gem: van Reenen boovengem Kruiselberg geroe¬ pen: dan vermits denselven kruiselberg inmiddens volgens het zeggen der huisvrouw van meergem. van Reenen zig booven na zyn kaamer begeeren hadde met ende bene¬ vens voorsz Bos was denzelven door boven¬ gem: van onderdewyngaard van daar geroe¬ „pen geworden nie had gebragt op het welk den Compt¬ gesegt hebbende: Ia: maar daar magueert Een Ryxds. aan als zynde in het losse Pak je maar geweest 999 rd„s waar op meergem Cruiselberg geantwoord had: die zal ik u geeven.— „nee Dat 1127. Dat gem: Krusselberg na verloop van 5a 6 minuten na beneeden en in de kamer binnen gekoomen zynde, gem. van Reenen als doen tot denselven gesegd hadde: zie daar myn Heer. dit is valsch geld; als wanneer gem Kruiselberg, na het zelve een poosje bezigtigt te hebben, dat geld eindelyk geteld en gezegd had drie maal zestig is honderdt tachtig en twee maal veertig is tachtig, dat is te zaamen twee hondert Zestig. Waar op den Compt. had gesegt: hier is nog een van thien, dat hoord er ook by en dus te zaamen twee honderd zeeventig Rixd„s. zijnde het rendement van die zes stukken van boven¬ „gem Caliber. betuijgende den Comptn. dat voorsz kruisee¬ „berg by dat voorval tracquiel en onaangedaan geweest was; hebbende de Valsche stukken gelds in zyn Camisoolszak gestooken onder Het zeggen Mynheer ik zal u ander geld al was het zilver geld geeven; gelyk dan gem: kruiselberg ook opstond uyt de kamer gegaan was, en weeder gekoomen zynde in een hoed zilver en papiere geld gebracht had, van welk papieren geld denselven aan den Compt had toegeteld 54 Stukken ieder van 5 Rixds; hebbende Niets meer verklaarende geeft de Compt. voor reevenen van weetenschap, als in text praesen¬ teerende t zelve met solemneelen Eeden Dat den Compt. als toen teegen gem: Kruiselberg gezegd hebbende dat hy by den E Agtb: Heer secunde was geweest, dog dat denselven zonder het valsche geld gezien te hebben had gezegd: dat hy om drie Uuren weeder komen moest; dog dat dewyl hy krui¬ selberg als nu dat geld hadde hy overzulx daar mede zelfs na den weled: Agtb heere Hacker gaan konde; op welk zeggen dik¬ wils gem: kruiselberg had hervat eerst¬ by voorsz Loots en van wieling gaan en daar na verneemen zoude zullende zig daar na by welgem: Heere Hacker ver¬ voegen. gem: kruyselberg wanneer den Compt„ tot hem was koomen te zeggen: dat zulx egter een groot verlies voor hem was en hy dier halven moest bedenken van wien hy geld ont¬ fangen had; meerm: kruiselberg daar op Substantieelijk had geantwoord: van niemand eenig geld ontfangen te hebben, als van van Wieling, Loots en Zandenberg, met byvoeging: ik mach wel lyden dat 't uyt„ „komt, maar ik weet er verdoemd niets van. gem: ve

NL-HaNA_1.04.02_4321_0198 view scan ↗

English

1127. That the mentioned Krusselberg, after the lapse of 5 to 6 minutes, came downstairs and into the room, the mentioned van Reenen having then said to him: Look there, sir, this is counterfeit money; whereupon the mentioned Kruiselberg, after having examined the same for a while, finally counted that money and said: three times sixty is one hundred eighty and two times forty is eighty, that is together two hundred sixty. Whereupon the deponent said: here is another one of ten, that belongs to it as well and thus together two hundred seventy Rixdollars being the proceeds of those six pieces of the mentioned caliber. The deponent testifying that the aforesaid Kruiselberg at that occurrence had been tranquil and undisturbed; having put the counterfeit pieces of money into his waistcoat pocket while saying: Sir, I will give good money even if it were silver money; just as the mentioned Kruiselberg then also stood up, went out of the room, and having returned, had brought silver and paper money in a hat, of which paper money he had counted out pieces to the deponent, each of 5 Rixdollars; having Declaring nothing more, the deponent gives as reasons for his knowledge as in the text, offering to confirm the same with solemn oaths. That the deponent having then said to the mentioned Kruiselberg that he had been to the Honorable Second, but that the same, without having seen the counterfeit money, had said that he had to return at three o'clock; but that because he, Kruiselberg, now had that money, he could therefore go with it himself to the Honorable Mr. Hacker; upon which saying the often-mentioned Kruiselberg had repeated that he would first go to the aforesaid Loots and van Wieling and inquire there, and would thereafter present himself to the well-mentioned Mr. Hacker. The mentioned Kruyselberg, when the deponent came to say to him: that such was nevertheless a great loss for him and he therefore had to consider from whom he had received money; the often-mentioned Kruiselberg had substantially answered thereto: to have received no money from anyone other than from van Wieling, Loots, and Zandenberg, adding: I would certainly like it to come to light, but I know damned well nothing of it. The mentioned turn over 1128. to confirm underneath stood That this was thus transacted at Cape of Good Hope, the 1st of April 1786, before the Honorable Salomon van Echten and Johannes Smuts, members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute of this together with the deponent and me, secretary. Lower: Which I testify. Was signed: C. van Aersen, secretary. Re-examination Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the bookkeeper of the Honorable Company, Mr. George Fredrik Goetz, who, having this his preceding declaration clearly and distinctly read out to him word for word, declared to persist therein, wishing that nothing more be added to or taken from it, except only that Cruiselberge also said: I am a poor devil, this having occurred when the deponent said to van Cruiselberge that this was a great loss for him, and he therefore spoke in the presence of the mentioned Crusselberge the solemn words: So truly help me God Almighty. Underneath stood: Thus re-examined and sworn at Cape of Good Hope the 1st of May 1786. Was signed: G. F. Goetz. Lower: In my presence, and signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. In margin: As commissioners, and there undersigned: S. Van Echten, A. van Sittert. Agrees. G. F. Siemssen, sworn clerk. Thus N11 1129. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the burgher fire master Mr. Arend van Wielig, of competent age, who, at the requisition of the interim Fiscal, Licentiate Gabriel Exter, declared it to be true: That on the 25th of the recently passed month of March, the Assistant Cruijpelbergen having come to the deponent in order to receive for the account of the Burgher Lieutenant, Sir Johannes Gijsbertus van Reenen, a sum of 1600 Rixdollars, the deponent had paid him off in the following species, to wit: 5 pieces at 60 Rixdollars — 300 Rixdollars 1 piece at 30 Rixdollars — 30 Rixdollars 13 pieces at 20 Rixdollars — 260 Rixdollars 51 pieces at 10 Rixdollars — 510 Rixdollars 6 pieces at 5 Rixdollars — 30 Rixdollars 29 pieces at 4 Rixdollars — 116 Rixdollars 28 pieces at 3 Rixdollars — 84 Rixdollars 35 pieces at 2 Rixdollars — 70 Rixdollars thus 1400 Rixdollars, as appears from this little list handed over to him at the same time and now annexed hereto, as well as in silver coin a sum of 200 Rixdollars, among which money, to the best of the deponent's knowledge, there were no counterfeit pieces, nor any piece of 40 Rixdollars, as appears from the aforesaid little list; the aforesaid Cruijselberg having, of the received paper coin in the presence of Letter G.

Dutch transcription

1127. Dat gem. Krusselberg na verloop van 5 6 minuten na beneeden en in de kamer bi gekoomen zinde, gem. van Reenen als. tot denselven gezegd hadde: Zie daar myn Heer. dit is valsch geld; als wanneer g Kruiselberg, na het zelve een poosje bezigtigt te hebben, dat geld eindelijk get en gezegd had drie maal zestig is honderd tachtig en twee maal veertig is tachtig, dat is te zaamen twee hondert Zestig. op den Compt. had gesegt: hier is nog een van thien, dat hoord er ook by en dus t zaamen twee honderd zeeventig Rixd„s 2i het rendement van die zes stukken van d „gem Caliber. betuijgende den Compt. dat voorsz kn „berg by dat voorval tracquiel en onaange geweest was; hebbende de Valsche stuk„ gelds in zyn Camisoolszak gestooken onder Het zeggen Mynheer ik zal wan¬ geld al was het zilver geld geeven; gely dan gem: kruiselberg ook opstond de kamer gegaan was, en weeder gekoor zynde in een hoed zilver en papiere ge gebracht had, van welk papieren get denselven aan den Compt had toegeteld stukken ieder van 5 Ryxds; hebbende Niets meer verklaarende geeft de Compt„. voor reedenen van weetenschap, als in text praesen¬ teerende t zelve met solemneelen Eeden Dat den Compt. als toen teegen gem: Kruiselberg gezeijd hebbende dat hy by den E Agtb: Heer secunde was geweest, dog dat denselven zonder het Valsche geld gezien te hebben had gezegd: dat hy om drie Uuren weeder komen moest; dog dat dewyl hy krui¬ selberg als nu dat geld hadde hy overzulx daar mede zelfs na den welEd: Agtb heere Hacker gaan konde; op welk zeggen dik¬ „wils gem: kruiselberg had herrat eerst by voorsz Loots en van wieling gaan en daar na verneemen zoude zullende zig daar na by welgem: Heere Hacker ver¬ voegen. gem: kruyselberg wanneer den Compt. tot hem was koomen te zeggen: dat zulx egter een groot verlies voor hem was en hy dier halven moest bedenken van wien hy geld ont¬ fangen had; meerm: kruiselberg daar op Substantieelijk had geantwoord: van niemand eenig geld ontfangen te hebben, als van van Wieling, Loots en Zandenberg, met byvoeging: ik mach wel lyden dat 't uyt„ „komt, maar ik weet er verdoemd niets van. gem: verte 1128 te Staaven onderstond Dat Aldus passeerde van Cabo de goede Hoop den 1 April 1786 voor d' E E. Salomon van Echten en Johannes Smuts Leeden uit den E Agtb: raad van Justitie voorm: die de minute deeses benevens den Compt. en mi secret„s meede behoorlijk hebben onder¬ teekend /:lager:/ T welk ik getuijgen /: was geteekend:/ C: van Aersen secret„s. Recollement Compareerde voor ons ondergeteekende gecommit¬ „teerdens uyt den E Agtb: raad van Justitie deeses gouvernements den boekhouder der E Comp„e mons„r George Fredrik Goetz dewelke deese zyne voorenstaande verklaaren van woorde tot woorde klaar en duydelyk voor¬ geleezen weesende verklaarde daar bij te blijven persisteeren met begeerte dat er niets meer by of van gedaan werde als alleenlyk dat Cruiselberge nog gesegt heeft ik ben een arme Duyvel, zynde zulx voorgevallen toen den Compt. gesegt heeft teegens van Cruiselberge dat zulx een groot verliest voor hem was en sprak dierhalven ter praesentie van gem: Crusselberge de solemneele woorden soo waerlyk help my God Almagtig /:onderstond:/ Aldus gerecolleerd en B'Eedigt. aan Cabo de goede Hoop den 1 may 1786 /:was getee „kend:/ G: P: Goetz /:Lager:/ my praesent /: en geteekend:/ R: J: van der Riet gem: Clercq /:in magine:/ als Gecommitteerdens /: en daar ondergeteekende:/ S. Van Echter, A: van Sittert. — Accordeert. Grsiemel gezwe. Clercq Aldus N11 1129. Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitteerdens uijt den E. agtb: raad van Justitie deeses gouvernements den burger brandmeester mons. r Arend van Wielig van Competenten ouderdom dewelke ter requisitie van den pro Jnterim Fiscaal L.: r Gabriel Exter verklaarde hoe waar is Dat op den 25„' der Jongstgepasseerde maand Maart bij den Comparant zynde gekomen den Adsistent Cruijpelbergen om voor reecq: van den Burger Lieutenant S„r Iohannes Gijsbertus van Reenen te ontfangen een somma van rd. s 1600. den Comp„s hem die had afbetaald in de volgende specien, te weeten: 5 p. s a rd. s 60 — rd:s 300. 30. „ „ „ 30 — 13 „ „ „ 20 — „ 264: 510. 51„ „ „ 10 —„ 30. 6 „ „ „ 6„ 4. — „ 116. 29„ „1 3 — „ 184. 28„ „1 35„ „ 2 — „ 70. dus rd s 1400. blykens dit ter zelver tijd aan hem overgegeevene en thans hier bij gevoegde lijsje mitsgaders nog aan zilvere munt eene somma van rd:s 200. — onder welk geld volgens des Comps beste weeten geene valsche stukken zijn geweest, nog ook geen stuk van rd:s 40: blijkens voorsz: lijxje, hebbende voorsz: Cruijselberg de ontfangene papiere munt ter preesentie van Lit: G.

NL-HaNA_1.04.02_4321_0201 view scan ↗

English

1130. checked and rolled by the Appearer on the small list shown upon passing this document. That on last Friday, the bookkeeper George Fredrik Goetez came to the Appearer, who requested that, because the aforementioned van Reenen was not at home, he would take into safekeeping a small parcel of paper currency; that, the aforementioned parcel being open, the aforementioned Goets unwound the paper wrapped around it and then showed to the Appearer three pieces of parchment currency each of 60 rixdollars, two each of 40, and one of 10. Which parcel of money the aforementioned Goetz stated he had received from the above-mentioned van Reenen, and because the wrapper of that money had been the same which the aforementioned Cruijselbergen, upon receiving the aforementioned money at the house of the Appearer, had wrapped around it, and upon which were specifically written the denominations of the currency just as the same had been received by the Appearer from the burgher councillor, the Honorable Jan Coenraad Gie; the Appearer had thought proper to keep that very paper with him. Declaring nothing more, the Appearer gives as reasons for his knowledge as in the text, offering, if it should be required, to confirm the same with a solemn oath. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Court of Justice of this government, the aforementioned Arend van Wieligh, who, this his preceding declaration having been read to him clearly, distinctly, and verbatim, declared to persist therein, wishing that nothing more shall be added to or taken from it; and in confirmation of the truth, in the presence of Cruijselberg, spoke the solemn words: So help me God Almighty. Underneath stood: Thus recollected and sworn at the Castle of Good Hope on 19 April 1786. Was signed: A v Wieligh. Lower: In my presence. And signed: C. v. Aerssen, Secretary. In the margin: As commissioners. And signed beneath: G. H. Cruijwagen, Joh:s Smits. Recollection. Underneath stood: This thus passed at the Cape of Good Hope on 3 April 1786, before the Honorable Gerhardus Hendrik Cruijwagen and Johannes Smits, members of the Honorable Worshipful Court of Justice aforementioned, who duly signed the minute of this together with the Appearer and me, the Secretary. Lower: Which I testify. Was signed: C van Aerssen, Secretary. Agrees. W Siemel, sworn clerk. N11 1131. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Court of Justice of this government, the Honorable Jan Jacob Swanevelder, of competent age, who at the requisition of the Fiscal pro interim, Sr. Gabriel Exter, declared it to be true: That in the month of January last, the assistant of the Honorable Company, Marinus Simon van Cruijsselbergen, having sent to the Appearer a sealed parcel in which, according to the note annexed hereto, was contained 1668 rixdollars and 2 schellings, which moneys the aforementioned Cruijsselberg, as co-authorized agent together with the Appearer, Vermaak, and Willem Versfeld, had received from the repatriating attorney van der Gents for his aforementioned principal; the Appearer had left the aforementioned parcel lying sealed with him until after the lapse of about three days, when the aforementioned Cruijsselberg having come in person to the Appearer, the Appearer had opened the aforementioned sealed parcel in the presence of him, Cruijsselberg, recounted the pieces of paper money, and found them in conformity with the accompanying note, without at that time paying further heed to whether the said pieces were counterfeit or genuine. That the Appearer furthermore, without yet having the idea that among these moneys counted out to him, the Appearer, by Cruijsselberg there were counterfeit pieces, having taken from the aforementioned parcel from time to time some moneys for various expenses to the amount of 1507 rixdollars and 2 schellings, on last Monday, being 3 April, had the remainder of these moneys, amounting, as appears from the Appearer's note added beside the note of Cruijsselberg, to the sum of 1261 rixdollars, examined by the Cashier of the Honorable Company, the Honorable Gerhardus Hendrik Cruijwagen, who recognized among them as counterfeit 9 pieces on parchment and 5 on paper, amounting together to the sum of 165 rixdollars, whereupon the Appearer immediately placed the aforementioned counterfeit pieces into the hands of the Honorable Fiscal pro interim. Declaring nothing more, the Appearer gives as reasons for his knowledge as in the text, offering, whenever it is required, always to confirm the same with a solemn oath. Underneath stood: This thus passed at the Cape of Good Hope on 4 April 1786, before the Honorable Gerhardus Hendrik... Remains 1668 rixdollars 2 schellings. With which I have the honor to remain with high esteem, Underneath stood: Honorable Sir, Your Honor's Servant. Was signed: M. S. van Cruijsselbergen. Postscript: Your Honor, please do not take it amiss of me that I have remained in arrears so long with those moneys, but such is the fault of Mr. Loos. The address was: The Honorable Mr. Swanevelder, residing at the Cape. Deducted: 1 rixdollar for the secretarial copy 60 rixdollars receiving fee of Mr. Vermaak, Versfeld, and mine. I have the honor to enclose and send to Your Honor 1668 rixdollars, as: 1600 rixdollars being the principal 128 rixdollars being the 8 per cent 1 rixdollar 2 schellings assignation 1729 rixdollars 2 schellings. Honorable Sir! W Siemel, sworn clerk. Agrees. 1132.

Dutch transcription

1130. van den Comp:s nagesien en gerolt in het bij te passeeren deeser vertoonde Leijstjen Dat op laatstleeden vrydag bij den Comparant gekomen zijnde den boekhouder George Fredrik Goetez, dewelke versogte dat vermits voorm: van Reeven niet te huijs was, in bewaaring wilde neemen een pakje papiere munt, dat het voorsz: pakje open geweest zynde, gem: goets het daar om ge„ slagene papier ontwonden en toen aan den Comp„s geweesen had, drie p:s pergamente munt ieder van rd:s 60. twee ieder van 40. en met geld een van 10. welk pakjen ^ meerm: goetz: gesegd hebbende van bovengem: van Reenen te hebben ontfangen, en vermits den omslag van dat geld deselfde was geweest die voordz: Cruijselbergen bij 't ontfangen van voorm. geld ten huijze van den Comp. t daar om ge= worden had, en waarop specifice stonden de species der munt zo als deselve door den Comp„e van den burgerraad d' E. Jan Coenraad Gie had ontfangen; had den Comp=s goed gevonden dat zelve papier bij zig te houden. Niets meer verklarende geeft den Comparant voor redenen van wetenschap als in den text praesenteerende zulx, indien 't gerequireerd mogte worden met solemneelen Elde te staven. Compareerde voor ons ondergeteek: gecommis. „teerdens uijt den E. agtb: raad van Suptitie deeses gouvernements voorm: Arend van wieligh dewelke deese zijne vorenstaande verklaring klaar en duydelyk woordelijk voorgeleesen weesende verklaarde daar bij te blijven persisteeren, met begeerten dat 'er niets meer bij ofte van gedaan werden zal; en sprak ter bevestiging der waarheijd in pree= sentie van Cruijselberg de solemneele woorden: soo waarlyk helft mij god Almagtig. /:onderstond:/ Aldus gerecolleerd en beeedigd in 't Casteel de goede Hoop den 19 april 1786. /:was ge„ „teekend:/ A v Wieligh /:lager/ mij present. /:en geteek:/ C. v: Aerssen sccret: /:in margine:/ als gecommitt. s /: en daar ondergeteek:/ G. H. Cruijwagen, Joh:s Smits. - Recollement. /:onderstond:/ Dat aldus passeerde den Cabo de goede Hoop den 3 April 1786. voor d' EE: Ger„ hardus Hendrik Cruijwagen en Johannes smits Leeden uijt den E: agtb: raad van Justitie voorm: die de minute deeser benevens den Comp=t enden mij secretaris meede behoorlijk hebben onderteekend /:Lager:/ 'T welk ik getuijgen /:was geteek:/ C van Aerssen Sicret.:s vt Accordeert. Siemen gezne. Clercq N11 1131. Compareerde voor ons ondergets: gecomm: uijt den E agtb: raad van Justitie deezes gou„ „vernements d'E Jan Jacob Swanevelder van competenten Ouderdom, dewelke ter requi¬ „sitie van den pro Jnterim fiscaal s:r Gabriel Exter verklaarde hoe waar is. de adsistent der E Compe Marinus Simon van Cruijsselbergen aan den Compt: hebben¬ de toegezonden een versegeld pakje waar in volgens hier geannexeerde notitie zig bevon¬ den Rds 1668: en 2 schell: welke penn: gem: Cruijsselberg als mede gemagtigde benevens den Compt: vermaak en wie„ lem Versfeld van de repaticeerende pro¬ cureur van der Gents had ontfangen voor gem: zijn principaal de Compt: gem: pakje¬ verseegeld bij zig had laten leggen tot na verloop van een dag of drie wanneer voorm: Cruijsselberg in persoon bij den Compt: geko¬ men zijnde de Compt: gem: versegeld pakje in praesentie van hem Cruijsselberg had gea¬ pend, de stukken papiere geld nageteld en Conform bevonden met de bijgaande note¬ tie zonder toen ter tijd verders agt te slaan of gen: stukken valsch dan wel egt waren dat de Compt: voorts zonder nog in 't denkbeeld dat in de maand Jannuarij Jongstl te L„a te zijn, dat sig onder deeze door Cruijsselberg aan hem Compt: aangetelde penn: valsche stukken zouden bevinden uijt gem: pakje van tijd tot tijd eenige penn: hebbende geno¬ men tot deeze en geene uijtgaven ter mon¬ „tant van rd:s 1507: en 2 schell:s op laatstl: maandag zijnde den 3 april het overschot deezer penn: belopende, blijkens des Compts: naast de notitie van Cruijsselberg gevoeg¬ „de aanteekening de som van 1261 rijxd:s door de Cassier der E Comp:e d' E Gerhardus Hendrik Cruijwagen had laten exami¬ neeren, dewelke daar onder voor valsch erkende 9 stucken op pergament en 5 op papier, bedragende te samen de Somma van 165 rijxd:s waarop de Comp: voorm: valsche stukken ook terstond in handen van den heer pro interim fiscaal gesteld heeft. — Niets meer verklarende geeft den Compt: voor redenen van wetenschap als in den text praesenteerende wanneer 't gerequi¬ reerd word zulx altoos met solemneelen Eede te Staven. — /:onderstond:/ Dat aldus passeerde aan Cabo de goede hoop¬ den 4 april 1786. voor d' EE: Gerhardus Hendrik resteert Rd:s 1668: 2: Waarmede de Eerhebbe met hoogagting te zijn. — /:onderstond:/ Wel Edele heer. UwelEdw: Dienaar. /:was geteekend:/ M: S: van bruijsselbergen. P:S: UwelEd: gelieve mij niet qualijk te nee„ men, dat zo lang met die penn: agtergebleven ben, maar zulx is de heer Loos zijn schult. /:d'addres was / Wel Edele Heer de Heer Swanevelder resideerende á Cabo. waar af „ 1: —: — voor de secretarieele copije „„ 60: —: — ontfang loon van de heer vermaak, versfeld en mijn. Ik heb de Eer van UwelEd: hier inne gesloten te doen toekomen Rd:s: 1668: als. Rd:s 1600: —:— zijnde 't Capitaal „ 128:—:— zijnde de 8 prC: 1: 2: — assignatie rd:s 1729: 2: — Wel Edele Heer! W Siemel vte Accordeerd. gezwe. Clercq 1132

NL-HaNA_1.04.02_4321_0205 view scan ↗

English

1133. Cruijwagen and Johannes Smits, members of the Honourable Council aforesaid, who have also duly signed the minute hereof, together with the appearer and me, the secretary. Below: Which I witness. - Was signed: C: van Aerssen, secretary. Re-examination. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honourable Council of Justice of this aforesaid government, Jan Jacob Swanevelder, who, having had this his given statement read out clearly and distinctly word for word, declared that he persisted therein, desiring that nothing more should be added thereto or taken therefrom, except only to add that it had slipped the appearer's mind whether it was the following day after having received the above-mentioned sum, or indeed 2 to 3 days thereafter, that Cruijsselberg had been with him, the appearer; and in confirmation, in the presence of Cruijsselberg, he spoke the solemn words: So truly help me God Almighty. Underneath: Thus re-examined and sworn in the Castle of Good Hope, the 19 April 1786. - Was signed: J:J: Swanevelder, Below: In my presence, signed: C: van Aerssen, secretary. In the margin: As commissioners, and signed: G: H: Cruijwagen, Joh:s Smits. - Agrees. - Gv Dimel, sworn clerk. - 1134. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honourable Council of Justice of this government, the burgher Evert Loleug, of competent age, who, at the requisition of the Fiscal pro interim, Gabriel Exter, declared it to be true: That about three to four months ago, without being able to determine the exact day or date, the assistant Cruijselbergen having come to the house of the appearer, the same had paid his, the appearer's, wife for some purchased trade goods with several pieces of paper money of different values; which his aforesaid wife having handed over to him, the appearer found among them a piece of 10 Rds to be counterfeit, which he immediately returned to the aforesaid Cruijselbergen, and also received other, good money back from the same in its place; the appearer testifying finally to have heard several times from various persons that counterfeit money had come from the house of Mr. Sierveld, where the aforesaid Cruijselbergen resided. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as in the text. No. 11 Lit. I. 1135. text, offering, if required, to confirm this at all times by solemn oath. - Underneath: This happened thus at Cabo de Goede Hoop, the 3 April 1786, before the Honourable Gerhardus Hendrik Cruijwagen and Johannes Smuts, members of the Honourable Council of Justice aforesaid, who have also duly signed the minute hereof, together with the appearer and me, the secretary. Below: Which I witness. Was signed: C: van Aertsen, secretary. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honourable Council of Justice of this aforesaid government, Evert Huig, who, having had this his preceding statement read out clearly and distinctly word for word, declared that he persisted therein, desiring that nothing more should be added thereto or taken therefrom, and thus, in confirmation of the truth, in the presence of the aforesaid Cruijselbergen, spoke the solemn words: So truly help me God Almighty. Underneath: Thus re-examined and sworn in the Castle of Good Hope, the 19 April 1786. Was signed: E. Heugh. Below: In my presence. Was signed: C. van Aerssen, secretary. In the margin: As commissioners, and signed thereunder: G. H. Cruijwagen, Joh:s Smuts. Agrees. Gv Dimel, sworn clerk. No. 11 1136. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honourable Council of Justice of this government, Susanna Redelinghuijs, wife of the burgher Evert Heug, of competent age, who, at the requisition of the Fiscal pro interim, Mr Gabriel Exter, declared it to be true: That 3 or 4 months ago, the assistant of the Honourable Company, Marinus Simon van Cruijsselbergen, having come to the house of the appearer to buy some trade goods from her, the appearer, the aforesaid Cruijsselberg paid her, the appearer, in paper currency, which the appearer, when the aforesaid Cruijsselberg had departed from her, had laid down near her; that the appearer's husband was not at home at that time, but having returned to her shortly thereafter, the appearer said to her aforesaid husband: "Look, there I have received money, please put it away." Her aforesaid husband, having inspected the said paper money, said to the appearer: "There is a counterfeit piece of 10 Rds among it; from whom did you receive that?" Whereupon the appearer, having given as answer: "I got it from Cruijsselberg," the appearer's husband immediately No. 11 1136. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honourable Council of Justice of this government, Susanna Redelinghuijs, wife of the burgher Evert Heug, of competent age, who, at the requisition of the Fiscal pro interim, Mr Gabriel Exter, declared it to be true: That 3 or 4 months ago, the assistant of the Honourable Company, Marinus Simon van Cruijsselbergen, having come to the house of the appearer to buy some trade goods from her, the appearer, the aforesaid Cruijsselberg paid her, the appearer, in paper currency, which the appearer, when the aforesaid Cruijsselberg had departed from her, had laid down near her; that the appearer's husband was not at home at that time, but having returned to her shortly thereafter, the appearer said to her aforesaid husband: "Look, there I have received money, please put it away." Her aforesaid husband, having inspected the said paper money, said to the appearer: "There is a counterfeit piece of 10 Rds among it; from whom did you receive that?" Whereupon the appearer, having given as answer: "I got it from Cruijsselberg," the appearer's husband immediately

Dutch transcription

1133. Cruijwagen en Johannes Smits Leeden uijt den Eagtb: rade voorm: die de minute deezes, beneevens den Comp:t: en mij secretaris mede behoorlijk hebben onderteekend. /:lager:/ T welk ik getuijge. - /:was get:/ C: van Aerssen secret=s Recollement. Compareerde voor ons ondergeteek: gecomm: uijt den E agtb: raad van Justitie deezes gouvernements voorm: Jan Jacob Swane¬ „velder, dewelke deeze zijne gegeevene verclaring klaar en duijdelijk woordelijks voorgeleezen weezende verklaarde daar bij te blijven persisteeren, met begeerte dat er niets meer bij ofte van gedaan werden zal, als alleen bij te voegen, dat het den Compt: ontschoten is of het den vol¬ genden dag na de bovengem: som ontfan¬ gen te hebben dan wel 2: à 3. dagen daar na is geweest dat Cruijsselberg bij hem Compt: geweest is, en sprak ter beves¬ tiging in praesentie van Cruijsselberg de solemneele woorden, Soo waarlijk helpe helpe mij god almagtig. /:onderstond:/ Aldus gerecolleert en beeedigt in 't Casteel de goede hoop, den 19 april 1786. — /: was geteekend:/. J:J: Swanevelder, /:lager:/ mij praesent /:geteekend:/ C: van Aerssen secret:s /:in margine:/ als ge„ „comm: /: en geteekend:/ G: h: Cruijwagen Joh:s Smits. — Accordeert. - Gv Dimel gezwe. Clercq - 1134. Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitteerdens uijt den E: Agtb: raade van Justitie deeses Gouvernemente den burger Evert Loleug van Competenten ouderdom, dewelke ter requisitie van den pri Jnterim Fiscaal St Gabriel Exter verklaarde hoe waar is Dat voor na drie a vier maanden geleeden, sonder denpositiven dag of datum te kunnen bepalen ten Lauijse van den Comp:e zijnde gekomen, den adsistent Cruijselbergen, had denselven voor eenige gekogte Ne= gatie goederen aan zin Comp„s huijsvrouwe betaald, verscheijde stukken papiere geld, van differente waarde, dewelke gem: zijne huijsvrouw aan hem hebbende overgegee¬ „ven had den Comp=t onder deselve een stuk van Rd=s 10, valsch bevonden, die hij opstonds aan gem: Cruijselbergen had te rug gegeeven, en van denselven ook weder„ „om andere goede in de plaats ontfangen betuijgende den Comp:e laatstelijk verscheij„ de malen van deesen en geenen te hebben verstaan, dat uijt het Huijs van de Hen Sierveld, al waar gem: Cruijsel bergen is woonagtig geweest volsch geld is gekomen— Niets meer verklarende geeft den Compt: voor redenen van Wetenschap als in den text N 11 Lit: I. 1135. text, praesenteerende zulx, indien 't gerequi= reerd worde, altoos met solemneelen Eede ten willen staven. — /:onderstond:/ Dat aldus prsseerde aan Cabo de goede Hoop den 3: April 1786. voor d' EE:s Ger„ hardus Hendrik Cruijwagen en Johan„ nes smuts Leeden uijt den E. agtb: raad van Iustitie voorm: die de minute deeses bene„ vens den Comp„t ende mij secretaris meede behoorlijk hebben onderteekend /:Lager:/ T welk ik getuijgen /:was geteekend:/ C: van Aertsen secaet:s Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitteerdens uijt den E. agtb: raad van Justitie deeses gouvernements voorm: Evert Huig dewelke deese zyne vorenstaan„ de verklaring klaar ende duydelyk woorde „lijks voorgeleesen weesende verklaarden daarbij te blijven persisteeren met begelrte dat er niets meer bij ofte van gedaan, werden zal, en sprak dus ter bevestiging der waarheijd in presentie van gem: Cruij„ selbergen de solemneele woorden: zoo waarlijk helpe mij God Almagtig. /:onderstond:/ Aldus gerecolleerd en beeedigt Recollement in 't Casteel de goede Hoop den 19 April 1786. /:was geteekend:/ E. Heugh /:Lager./ mij present /:was geteekend:/ C. van Aerssen secret:s /:in morgine:/ als gecommitteerdens /:en daar onder geteekend:/ G. H. Cruijwagen Joh:s Smuts siemel gezwe. Clercq Accordeert en N11 1136. Compareerde voor ons onderget: gecomm: uijt den E agtb: raad van Justitie deezes gou„ „vernements. Susanna Redelinghuijs huijsvrouw van den burger Evert Heug van competenten Ouderdom, dewelke ter requisitie van den pro interim fiscaal Sr: Gabriel Exter verklaarde, hoe waar is. - Dat 3 of 1 maanden geleeden de adsi¬ stent der E Compe Marinus Simon van bruijsselbergen ten huijze van de Compte: geko¬ men zijnde om enige negotie goederen van haar Compte. te komen, gem: Cruijsselberg haar Compte: in papiere munt betaald heb¬ bende, dewelke de Compte, wanneer gem: Cruijsselberg van haar was gegaan bij zig hadde nedergelegt, dat der Compte: man toen ter tijd niet t' huijs zijnde, dog even daarna, weder bij haar gekomen zijnde de Compte: tegen voorm: haren man gesegt had zie, daar heb ik geld ontfangen, wilt het¬ zelve bergen gem: haar man 't zelve papie¬ „re geld besigtigd hebbende tegen de Compte had gezegd daar is een valsche steek van 10 Rd:s bij, van wien hebt gij dat ontfangen waarop de Compte: ten antwoord gegeeven hebbende ik heb 't van bruijsselberg, de Compte: man terstond Va R N11 1136. Compareerde voor ons onderget: gecomm: uijt den E agtb: raad van Justitie deezes goe„ vernements. Susanna Redelinghuijs huijsvrouw van den burger Evert Heug van competenten Ouderdom, dewelke ter requisitie van den pro interim fiscaal Sr: Gabriel Exter verklaarde, hoe waar is. - Dat 3 of 1 maanden geleeden de adsi¬ stent der E Compe Marinus Simon van bruijsselbergen ten huijze van de Compte: geko¬ men zijnde om enige negotie goederen van haar Compte: te komen, gem: Cruijsselberg haar Compte: in papiere munt betaald heb¬ bende, dewelke de Compte, wanneer gem: Cruijsselberg van haar was gegaan bij zig hadde nedergelegt, dat der Compte: man toen ter tijd niet t' huijs zijnde, dog even daarna, weder bij haar gekomen zijnde de Compte: tegen voorm: haren man gesegt had tie, daar heb ik geld ontfangen, wilt het¬ zelve bergen gem: haar man 't zelve papie¬ „re geld besigtigd hebbende tegen de Comp te had gezegd daar is een valsche steek van 10 Rd:s bij, van wien hebt gij dat ontfangen waarop de Compte: ten antwoord gegeeven hebbende ik heb 't van bruijsselberg, de Compte: man terstond a R

NL-HaNA_1.04.02_4321_0211 view scan ↗

English

immediately summoned the aforementioned Creusselberg to him, and having shown him that 10 rdr piece, the aforementioned Creusselberg had taken it back again, and having immediately given him that same sum in other paper currency in its place, had said, I may well have received that from someone else, I will pass it on as valid money. That some time thereafter the above-mentioned Cruisselberg, having come again to the house of the appearer, after having bought some goods, had handed over in payment thereof a piece of paper currency of 10 rdrs, which, having been inspected by her said husband, was recognized by him as counterfeit; upon which, her said husband having said this to the aforementioned Cruisselberg, the latter had taken the aforementioned piece of money back again and given her said husband other money in its place. That furthermore, on last Friday evening, being the 31st of the past month of March, one Bos having come to the house of the appearer, the appearer had requested the said Bos to stay for dinner with her; which the aforementioned Bos having accepted, the conversation at the table had turned, among other things, to the appointment of the Honorable Duming as Equipagemeester, who had given 70000 Gls to the Noble Lord Governor for it, and that if this had been known, the Honorable Siereveld would certainly have been willing to pay one hundred thousand for it; that the appearer had thereupon asked, well, is that then such a lucrative post? The said Bos had answered that the Honorable Siereveld could easily recover that in one year, that he, Bos, would then trade solely for his own account, that for that purpose he had one hundred thousand guilders cash lying ready; to which the appearer had answered nothing. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons of knowledge as in the text, offering, whenever it should be required, always to confirm the same by solemn oath. Below: Thus done at the Cape of Good Hope, the 3 April 1786, before the Honorable Gerrit Hendrik Cruiwagen and Johannes Smuts, members of the aforementioned Honorable Worshipful Council of Justice, who duly signed the minute hereof together with the appearer and me, the Secretary. Lower down: To which I testify. Was signed: C: van Aarssen, Secretary. Review Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the aforementioned Suzanna Redelinghuis, wife of the burgher Evert Feug, who, having had this, her preceding declaration, read aloud to her clearly and distinctly word for word, declared that she persists and abides by it, with the desire that nothing more shall be added thereto or taken therefrom; and thus, in confirmation of the truth, spoke the solemn words: So help me God Almighty. Below: Thus reviewed and sworn in the Castle of Good Hope, the 19. April 1788. Was signed: Suzanna Redelinghuis. Lower down: In my presence. Signed: C: van Aarssen, Secretary. In the margin: As commissioners, and signed: C: H: Cruiwagen, Joh:s Smuts. Agrees. Sworn Clerk was E: Diemel N 11 Litt: L: Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, the former burgher fire-master, Mons: Hercules Sandenberg, of competent age, who, at the requisition of the Independent Fiscal here, Gabriel Pieter, declared it to be true: That on the 27 February of this year, by the appearer and his wife, to the assistant Cruyselberg, for the account of the burgher Lieutenant Johannes Gysbertus van Rheenen, who was upcountry and for whom the said Cruyselberg conducted the affairs here, had been counted out a sum of rds 2695 in good paper currency, which the appearer testifies to know very well were good, because he, the appearer, can very well distinguish the counterfeit from the good ones. That on the 30 March last, the said Cruyselberg had come again to the house of him, the appearer, and shown to him, the appearer, and his wife a piece of parchment currency of rds 60, and had asked whether he, the appearer, could not remember having given that piece of money to him, Cruyselberg; which was answered by the appearer: that piece I have never had in my house, much less spent; whereupon the said Cruijselberg replied with tears in his eyes, then I am a

Dutch transcription

1137. terstond gem: Creusselberg by hem had„ ontboden, en hem dat stuk van 10 rd„r getoond hebbende, voorm: Creusselbergt zelve wederom had genomen, en ten eersten die zelve Som in andere papiere mernt daarvoor in de plaats gegeeven hebbende, gezegd had, ik kan dat wel van een ander ontfangen hebben ik zal er wanden geld voorgeeven Dat eenigen tyd daarna bovengem: Cruisselberg wederom ten huize van de Compte gekoomen zynde, denzelven na eeni„ ge goederen gekogt te hebben, in dies beta„ linge een stuk papiere munt van 10 rd„rs had overhandigt 't welk gem: haaren man bezigtigd zynde, wierd hetzelve door hem voor valscherkent, uit welk gem: haare man aan voorm: Cruisselberg gezegd hebbende, had dezelve het voorm: Stick geld wederom genomen en aan haaren gem: man anders geld in de plaatsgegeeven. — Dat voortz op laatstl: Vrydag avond zynde den 31„e der afgelopene maand maart, ten huize der Comp„e gekomen zynde, eene Bos, de Comp„e gem: Bos verzogt had by haar te blijven eeten, het gunt voorm: Bos geaccepteerd hebbende, was onder anderen aan Tafel het gesprek gevallen op de aan„ stelling van de E: Duming tot Equipa„ giemeester daar voor 70000 Gls: aan den Edelen heer Gouverneurs had ge„ geeven, en als men dat hadde gewee„ ten, dat dan de E: Siereveld daar wel hondert duizend voor zoude hebben willen betalen; dat daarop de Comp„e gevraagd had, wel is dat dan eene zoo voordeelige bediening. gem: Bos geantwoord had, dat de E: Siereveld er dat in een Jaar wel uitkonde halen, dat hij Bos dan alleen voor zyn reek: zoude negotieeren, dat hy daartoe hondert duizend guldens Contant klaar had leggen waarop de Comp„e niets geantwoord had. — Niets meer verklarende, geeft de Comp„e voor reedenen van weetenschap als in den text, presenteerende zulx, wanneer 't gere„ quireerd word, altoos met solemneele Eede te staven /:onderstond:/ Dat aldus passeerde aan Cabo de goede zynde hoop 1138. hoop den 3 April 1786, voor de E E Gerrit Hendrik Cruiwagen en Johannes Smuts, Leeden uit den E: Agtb: raad van Justitie voorm:, die de minute deezes, beneevens de Comp„e ende my Secretaris meede behoorlyk hebben onderteekend. — /:lagers:/ T welk ik getuige /:was geteek:/ C: van Aarssen Secret„s. — Recollement Compareerde voor ons onderget: gecomm: uit den E Agtb: raad van Justitie deezes gouverne„ ments, voorn: Suzanna Redelinghuis huisvrouw van den burger Evert Feug dewelke deeze hare voorenstaande ver„ klaring klaar en duidelyk woordelyks voorgeleezen weezende verklaarde daar„ by te blyven persisteeren met begeerte dat 'er niets meer by ofte van gedaan werden zal; en sprak dusters bevesti„ ging der waarheid de solemneele woor„ den zo waarlyk help my Godalmagtig. /:onderstond:/ Aldus gerecolleerd en beeedigt in 't Casteel de goede Hoop den 19. April 1788. /:was geteekend:/ Suzanna Redelinghuis /:lager:/ mij present /:geteekend:/ C: van Aarssen Secret„s /:in margien:/ als gecommitt„s /:en geteek:/ C: H: Cruowa„ gen, Joh„s Smuts. — Accordeert. — gezwe. Clercq was En Diemel N11 1139. Litt: L: Compareerde voor ons onderget: se Conn. s uet den E: agtb: Raad van Justitie dee„ ses Gouvernements der oud burger brand meester Mons: Hercules Sandenberg van Competenten ouderdom, dewelke ter requisitie van den proiuteur Fiscaal alhier S: Pabriel Eiter verklaarde hoe waar is. Dat op den 27 February deeses Iaars door den Compt en zyne huisvrouw aan den adsistent Cneyselbeeg voor reecq: van de burger Lieut: Iohannes Gysbertus van Rheenen, die naar buijten was, en voor wien gem: Cruyselberg de affaires alhier waarnam, was toegeteld geworden eenen Somma van rd:s 2695 in goede papieren munt die den Comp=t betuygd zeer wel te weeten, dat ze goed zyn geweest, deeyl hy Compt hael wel de valschen van de goede onderscheiden kan. Dat op den 30 Maart laastl: gem: Cruysel berg weeder ten huyse van hem Compt. gekoomen was en aan hem Compt. e zijne huisvrouw vertoond een stuk per gemeste munt van rd=s 60 mitsg. s ge vraagd had of hy Comp=te zig niett hen inneren konde dat stuk geld, aan hen Cruyselberg gegeeven te hebben door den Comp=t beantwoord was dat stuk heb ik noot in myn huys gehad veel min uitgegeeven waar op gem: Cruijselberg repliceerde met traanen in de oogen, dan ben ik en

NL-HaNA_1.04.02_4321_0215 view scan ↗

English

1140 and unfortunate, and at the same time reaching into his pocket took from it several pieces of counterfeit parchment money of 60, 40, and 10 rd:s amounting together to a sum of rd:s 270, with the further addition, "I am a ruined man, and then I must have received it from Caspar Loos or from Arend van Welligh, and it will be best that I go to the Honorable Secunde to report this," the aforementioned Cruyselberg having subsequently also said in substance to the deponent and his wife, "I have been to Casper Loos, and he told me that he knew counterfeit paper money very well, and yet I know no better than that I received it from him," whereupon the deponent's wife had answered in substance, "How can Caspar Loos say that he knows paper money? The other day I had a Frenchman with me who had some paper money with him to pay me for delivered goods, and which, according to that Frenchman, was received by him from the said Loos; I found among that currency three counterfeit paper pieces amounting together to 11 rd:s; he also accepted it and sent me others in their place." Declaring nothing more, the deponent gives as reasons for his knowledge as in the text, offering to substantiate this at all times with solemn oaths if required. At the foot: Thus passed at Cabo de Goede Hoop, the 19 April 1786 before the Honorable Gerrit Hendrik Crywagen and Johannes Smuts, members of the Honorable Council of Justice aforementioned, who have duly signed the minute of this together with the deponent and me, the secretary. Lower: Which I witness, was signed, C: van Aerssen Secret:s. Verification Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, the aforementioned Mons:r Hercules Sandenberg, to whom this his preceding declaration having been read aloud word for word clearly and distinctly, declared to persist therein, with the desire that nothing more shall be added to or taken from it, and therefore, in confirmation of the truth, in the presence of Cruyselberg aforementioned, spoke the solemn words: So help me God Almighty. At the foot: Thus verified and sworn in the Castle of Good Hope the 19 April 1786. Was signed: H:s Sandenberg. Lower: In my presence, signed: van Aerssen Secret:s. In the margin: As commissioners, signed: P: H: Cruywager, Joh: Smuts. Turn over. Agreed. Sworn Clerk, E. Diemel 1141. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, the Burgher Fire Master Mons:r Jan Casper Loots, of competent age, who at the requisition of the pro interim Fiscal S:r Gabriel Exter declared it to be true: That in the month of January last, the deponent having paid to the Assistant of the Honorable Company Marinus Simon van Cruijselbergen a sum of Sixteen Hundred Rixdollars, the aforementioned Cruijselbergen came to the deponent last Friday, the 31 March, and asked him, the deponent, whether he did not recall having given him, Cruijselbergen, a sum of sixteen hundred Rixdollars some time ago; to which the deponent having answered yes, the said Cruijselbergen took a piece of paper money of rd:s 60 from his pocket and asked whether he, the deponent, knew that piece, and whether he, Cruijselbergen, had not received the same from the deponent; whereupon the deponent, having taken the said piece of money into his hands and examined the same, had said that that piece of money was counterfeit, and he, the deponent, had not given the same to him, Cruijselbergen; whereupon, being asked by the said Cruijselbergen, "Do you know No. 1 Letter M. 1142 counterfeit money well?" the deponent had given him as an answer that he spent and received much money, but to his knowledge had never given such a piece of money to him, the deponent; that one must be crazy not to be able to see that this money was counterfeit; the aforementioned Cruijselbergen had replied, "I wish that someone would just tell me that he gave it to me," whereupon the deponent had answered, "One would be quite foolish if one told you that one had given you that money"; the aforementioned Cruijselbergen had further said thereupon, "I have received money from no one but from you, from Sandenberg, or from Wielingen," further adding thereto: "I would gladly forgo that money, if someone would just tell me that he gave it to me." Declaring nothing more, the deponent gives as reasons for his knowledge as in the text, offering to substantiate this at all times with a solemn oath when it is required. At the foot: Thus passed at Cabo de Goede Hoop the 3 April 1786 before the Honorable Gerrit Hendrik Cruijwagen and Johannes Smuts, members of the Honorable Council of Justice aforementioned, who have duly signed the minute of this together with the deponent and me, the secretary. Lower: Which I witness, was signed: C: van Aerssen, Secretary. Agreed. E. Diemel, Sworn Clerk. Verification. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, the aforementioned Jan Casper Loots, to whom this his preceding declaration having been read aloud clearly, distinctly, and verbatim, declared to persist therein, with the desire that nothing more shall be added to or taken from it, and thus, in confirmation of the truth thereof, in the presence of the aforementioned Cruijselbergen, spoke the solemn words: So help me God Almighty. At the foot: Thus verified and sworn in the Castle of Good Hope the 19 April 1786. Was signed: J. C. Loos. Lower: In my presence, and signed: C. van Aerssen. In the margin: As commissioners, thereunder signed: G. H. Cruijwagen, Joh:s Smuts.

Dutch transcription

1140 en ongelukkig aan, en met een in zyn zal tastende daar uit haalde verscheyden stukken valsche pergamente munt van 60, 40 en 10 rd=s te samen bedraagende een mentant van rd.:s 270 met verdere byvoeging e„ ben een geruineert man, en dan moet ik 't ontfangen hebben van Caspar Locs of van Arend van Welligh en 't zal best weesen dat ik na den E: agtb Heer secunde ga, om zulks aan te feeven„ hebbende gem: Cruyselberg vervolgens nog tot den Compt en zyne huisvrouw sub¬ stantieelyk gezegt, ik ben by Casper Loos geweest, en die heeft wy gesegt dat hy heel wel valsche papiere mant kende en ik weet dog niet bester of ik hebt van hem ontfangen, don des Compts huis vrouw daar op was g'antwoord in substantie hoe kan Caspar Loos zeggen, dat hy papiere munt kend, ik heb wy onderdaags een franschman by my gehad, die eenig papiere munt by zig had, om my voor geleeverde goederen te betalen en die volgess zeggen van die franschman door hem van gem Loos ontfangen wezen ik heb onder die munt specie drie val sche papiere stukken te samen bedra¬ gende 11 rd:s gevonden hy heeft 't ook aangenoomen, en wy anderen in plaats gesonden Niets meer verklaarende geeft den Compt von reedenen van weetenschap als in den Text, praesenteerende zulks des gerequi reerd wordende / ten allen tyde met solem neele Eeden te staven /:onderstond:/ Dat aldus Passeerde aan Cabo de Goede Hoop, den 19 april 1786 voor d' EE. Perrit Hendrik Crywager en Johannes smuts leeden uit den E: agtb: Raad van Justitie voorm: die de minute deeses beneevens den Compt ende my secretaris meede behoorlyk hebben onderteekent //:lager:/ T welk ik Getuige (:was get:) C: van Aerssen Secret:s Recollement Compareerde voor ons onderget: Pecomm=s uit den E: agtb: Raad van Iustitie deeses Gouvernements, voorm: Mons: Hercules Pan denberg, dewelke deese zyne voorenstaande verklaaring van woorde tot wonde klaaren duydelyk voorgeleesen, weesende verklaarde daar by te blyven persitteeren met begeerte dat er niets meer by ofte van gedaan worden zal, en sprak derhalven ter bevestigen der waarheid in praesentie van Cruyselberg vonm: de solemneele zoo waarlijk helpe my Podt Almachtig /:onderstond./ Aldus Gerecolleerden Bebedigt in 't Casteel den Goede Hoop den 19 april1786 /:was get:/ H=s Sandenberg /:lager:/ my praesent / get: van Aerssen Secret:s /:in magite/ als Gecon /:get:/ P: H: Cruywager, Ich: Smits verte Accordeert. gezwe. Clercq En Diemel 1141. Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitteerdens uijt den E: Agtb: raad van Iustitie deeses Gouvernements den Burger Brandmeester mons=r Jan Casper Loots van Competenten ouderdom, dewelke ter re= quisitie van den pra Jnterim Fiscaal Sr Ga= briel Exter verklaarde hoe waar is Dat in de maand Ianuarij Laatstleeden den Comp„t aan den Adsistent der EComp=e Marinus Simon van Cruijselbergen betaald hebbende eene somma van Sesthien Hondert Ryxdaalders, gem: Cruijselbergen voorleden vrijdag den 31. maart bij den Comp=s gekomen was, en hem Comp=s gedraagd had, of hem niet voorstond voor eenigen tijd een som van sesthien Hondert Rijx„ daalders aan hem Cruijselbergen te hebben gegeeven: waar op den Comp„e geantwoord heb= „bende Ja: gem: Cruijselbergen een stuk papie„ „re munt van rd:s 60. uijt zijn zak gehaald en gevraagd had, of hij Comp:t dat stuk kende, en of hij Cruijselbergen 't selven niet van den Comp:e ontfangen had, waarop den Comp=s gem: stuk geld in zyne handen ge= „nomen, en tzelve besigtigd hebbende ge= zigd had, dat dat stuk geld valsch was, en hij Comp=te 't zelven niet aan hem Cruij= telbergen gegeeven had, hierop door gem: Cruijselbergen gevraagd zijnde, kind gij wel N1i Lit: M. 1142 wel valsch geld=en den Comp:s hen ten antwoord gegeeven had: dat hij veel geld uitgaf en ontfing, dog met zijn weeten nooijt zodanig, een stuk geld aan hem Compt gegeeven had, dat men wel oruizel moest weesen om niet te kunnen zien dat dit geld volsch was, gem: Cruijselbergen gerepliceerd had, ik wensche dat mij maar iemand wilde zeggen dat hij het mij gegeeven had, waar op den Comp:e ten ant„ woord gegeeven had, men zoude wel dwaas zyn, als men u zeijde dat men u dat geld ge= geeven had, gem Cruijselbergen daar op verder gezegd had, ik heb van niemand geld ont„ fangen als van U, van Sandenberg of van wielingen, daar wijders bijvoegende: ik zoude dat geld wel willen missen, als mij maar iemand wilde zeggen dat hij het wij gegeeven Niets meer. verklarende geeft den Comp: voor redenen van Wetenschap als in den Text prae„ senteerende zulx, wanneer 't gerequireerd word altoos met Solemneelen Eede te willen /:onderstond:/ Dat aldus passeerde aan Cabo de goede Hoop den 3: April 1786 voor d' EE: Gerrit Hendrik Cruijwagen en Johannes Smuts Leeden uijt den E. agtb: raad van Justitie Staven had. — Aldus gerecolleerd en beeedigd in 't Casteel de goede Hoop den 19: April 1786: /:was geteekend:/ I. C. Loos /:Lager:/ mij praesent /:en geteekend:/ C. van Aerssen /:in margine:/ Ales gecomm: /: daar onder geteek:/ G. I Cruijwagen „ Ioh:s Smuts Compareerde voor ons ondergeteek: gecom: mitteerdens uijt den E. agtb: raad van Justitie deeses gouvernements voorsz: Ian Casper Loots dewelke deese zijne voorenstaande verklaring klaar ende duij„ delijk woordelijk voorgeleesen weesende ver„ „klaarden daar bij ten persisteeren niet begeerte dak'er niets meer bij ofte van gedaan werden zal, in sprak dus ter bevestiging der waar„ praesentie van gem: Campiibe hijd van dien ^ de solemneele woorden soo waar„ lijk help mij God Almachtig /:onderstond:/ Recollement. - voorm: die de minute deeser benevens den Comp„e ende mij secretaris meede behoorlijk hebben onderteekend. /: Lager:/ 'T welk ik getuijgen /:was geteekend:/ C: van Aerssen secret:s. Accordeert. voorm: d Dimel gezwi Clercq ƒ

NL-HaNA_1.04.02_4321_0218 view scan ↗

English

No. 11 1143. L A: No. Before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice of the Castle of Good Hope, appeared the quartermaster of the Honorable Company's equipment yard, Willem ten Bengevoort, of competent age, who, at the requisition of the interim Fiscal here, Sr. Gabriel Exter, declared it to be true: That this morning, around half past seven o'clock, there were handed to the appearer by the Master of Equipment, Sustinus van Gennep, 3 pieces of 40 and three of 10 rixdollars in paper money made of parchment, with orders to hand over to the assistant Monsr. Cruyselbergen those pieces—which His Honor also said he had received from the said assistant Monsr. Cruyselbergen—together with a small note that had been signed by the aforementioned Honorable van Gennep, the Honorable Dammy, and the bookkeeper Pieter; that the appearer then also proceeded to the said Cruyselbergen, and having met him right in front of the door of the Burgher Lieutenant Sr. Johannes van Rheenen, the appearer, pursuant to his orders, handed the aforesaid note to the repeatedly mentioned Kruyselbergen. That after the aforesaid Kruyselbergen had read the note handed to him, the appearer then handed over the aforesaid pieces of money to him, Cruiselbergen, whereupon he, Cruiselbergen, 1144 after having looked at the money and put it into his pocket, substantially answered the appearer: "It is well, I shall give you other money in its place." Just as the repeatedly mentioned Kruyselbergen then also returned with the appearer to the house of the aforementioned van Rheenen, went there down to the cellar, and an instant later handed over the same sum in other paper currency to the appearer, adding: "If the gentlemen find any more counterfeit money, please have them report it to the Lord Fiscal." Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, offering to confirm the same at all times with solemn oath. Below was written: Thus done at the Cape of Good Hope, the 1st of April 1786, before the Honorable Salomon van Echten and Johannes Smuts, members of the Honorable Council of Justice of this Government, who duly signed the minute hereof along with the appearer and me, the Secretary. Lower: Which I witness. Was signed: C: van Aersen, Secretary. Re-examination Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, the aforementioned quartermaster Willem ten Bengevoort, who, this Below was written: Thus re-examined and sworn in the Castle of Good Hope, the 19th of April 1786. Was signed: Wm T Bengevoort Lower: In my presence, signed: C: van Aersen, Secretary In the margin: As Commissioners, signed: P: H: Cruywagen, Joh: Smuts. his aforementioned declaration having been read aloud to him word for word, clearly and distinctly, declared that he persisted therein, desiring that nothing more be added to or taken from it, and thus spoke, in confirmation of the truth in the presence of the aforementioned Cruyselbergen, the solemn words: So truly help me God Almighty. Agrees, P. Diemel Sworn Clerk 1145. Lit. O No. 11 Articles drawn up and delivered to the gentlemen Commissioners from the Honorable Council of Justice of the Castle of Good Hope, in order to hear, at the requisition of the interim Fiscal Gabriel Exter, the assistant of the Honorable Company, M: S: van Cruijsselbergen, the responses to be given by him to be duly recorded in the margin hereof. Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, the assistant of the Honorable Company Cruijsselbergen, who answered the questions below as is noted beside each of them. Art: 1. The prisoner's name, birthplace, age, and status. Says Marinus Simon van Cruijsselbergen of Vlissingen, aged 24 years, assistant at the political secretariat. Art. 2. To what the prisoner has applied himself and what his occupation has further been. Says he was a notary and attorney in the fatherland, specifically in Vlissingen. Art. 3. With what ship, in what capacity, and in what year he arrived here, and how long he has been assigned to the aforesaid post? Says that with the Slot ter Hoge in the capacity of young sailor, to the best of his recollection in mid-April 1785, arrived here, and was promoted to assistant of the Honorable Company in July or August.

Dutch transcription

N 11 1143. L A: N voor ons Ondergeteekende Compareerde Pe Comms uit den E: Agtb: Raad van Justsie des Casteels de soede sloop, den quartier„ meester van 's E: Comp=s Equipage werf Willem ten Bengevoort van Competenten ouderdom, dewelke ter requisitie van den pro interim Fiscaal alhier S: Fabriel Exter verklaarde hoe waar is Dat aan den Compt heeden morgen de klokke omtrent half agt uuren door den Heer Equipagemeester Sustinus van Sennep inhandigt zijnde 3 stukken van 40: en drie van 10 rds van pergament gemaakt papiere geld met ordre omme die stuk ken die zyn Ed: teffens zeyde van den adsistent Mons: Kruyselbergen ontfangen te hebben neevens een klyn brieffje dat door vonm: E: van Sennep d' E: Damiry en den boekhouder Piuter geteekend was aan gem: Kruyselbergen overtegeeven den Comp=t zig dan ook naar gem: Krux selbergen begeeven en denselven Juist voor de deur van den burger Lieutenant S. r Johannes van Rheenen ontmoet heb„ bende, had den Comp=t 't voorsz: briefje ingevolge zyn last aan meeim Kreysel bergen ter handen gesteld. Dat, na dat voos: Chuesesberger 't aan hem inhandigde brieffje geleesen had, den Comp=t als toen de voorsz: stukken gelds aan hem Cruiselbergen hadde overgegeeven, op 't welke hy Cuiselbergen Nt 1144 na 't geld bekeeken en in zyn zak gestoken te hebben, aan den Comp=t substantieelyk g'antwoord had, 't is wel ik zal u ander geld en de plaats geeven: gelyk meerm: Kruyselbergen dan ook met den Comp=t naar 't huys van voorm: van Rheenen te rug gekeerd zog aldaar naar den selder begeeven, en den Compt een orgenblek Waar na deselfde somme aan ander pa„ piere munt overgegeeven hadde, met byvoeging, indien de Heeren nog meer valsch geld vinden gelieven zy 't zelven den Heer Fiscaal, aan te geeven. Nietr meer verklaarende, geeft den Comp=t voor reedenen van weetenschap als in den Text, praesenteerende 't zelve altoos met solemneelen eeden te staaven /:onderstond:/ Dat aldus Passeerde aan Cabo de Goede Hoop, den 1 april 1786 voor d' E E:s Pa„ lomon van Echter en Iohannes Smits Leeden uit den E: agtb: Raad van Justitie deeses Gouvernements, die de minute deeser beneevens den Comp=t ende my secretaris meede behoorlyk hebben onder teekend. /:lager / T welk ik Getuigen /:was geteekend:/ C: Van Hersen Secrets Recollement Compareerde voor ons onderget: Gecomm= uit den E: agtb: Raad van Justitie de„ ses Gouvernements voorm: quartiermeester Willem ten Bengevonrt, dewelke deese /:onderstend./ Aldus Gerecoleerd en beeedigt in 't Casteel de Goede sloop den 19 April 1286 /:was geteekend./ Wm B Bengevoort /:lager/ my pree„ sent /:get:t/ C: van Aersen Secret=s /:in margine:/ als Gecommitteerdens /geteekend:/ P: H: Cruywapen Ioh: Smuts. zynen voorenstaande verklaaring van woorde tot woorde klaar en duydelyk voorgeleesen weezende, verklaarde daar by te blyven persisteeren met be geerte dat er niets meer bygevoegt ofte van gedaan werden zal, en sprak dus ter bevestiging der waarheid in pree„ sentie van voorm: Cruyselbergen de so„ lemneele woorden zoo waarlyk help my Godt almagtig Accordeerd n Diemel gezwe. Clercq zyne - LitO Zegd Marinus Simon Compareerde voor ons onderget: gecomm: uijt den Eagtb: raad van Justi„ „tie deezes gouvernements den adsistend der E Comp:e Cruijsselbergen dewelke op de onderstaande vrage zodanig geantwoord heeft als bezijden een ijder derselver aangeteekend staat. — van Vlissingen oud 24 Jaren adsistend ter politicque secretarije. van Cruijssebbergen Zegd in 't vaderland Notaris en procureur te zijn geweest en wel te Vlissingen. zegd met 't slot ter hoge in qua„ „liteijd als Iong mattroos na zijn best onthouden medid april 1785. alhier aangelanden in Julij of aug:s tot adsistent der E Comp:e bevorderd. met wat schip en in wat qualiteijt en jaar hij alhier is aangeland en hoe lang hij in voorsz: post bescheijden is? Waar toe de gev: zig g'appli„ ceerd heeft en wat zijn bedrijf voorts is geweest. — des gev: naam, geboorte plaats ouderdom en qualiteijd. — Articulen gedaan ma¬ ken en dan Heeren gecomme: uijt den E agtb: raad van Jus„ „titie des Casteels de goede hoop overgegeeven omme ter requisi¬ „tie van den ad Jnterim fiscaal Gabriel Exter gehoord te worden den adsistend der E Compe M: S: van Cruijsselber¬ gen zullende desselfs te geevene responsiven in mer¬ gine deezer behoorlijk wor¬ „den bekend gesteld. — artik N 11 art: 1. „ 2. „ 3. „ 1145.

NL-HaNA_1.04.02_4321_0221 view scan ↗

English

1148: Article 5. Question: With whom he, the prisoner, lives, and whether he does not, outside his service, also undertake any private commissions. Answer: Says with the burgher lieutenant Johannes Gijsbertus van Reenen, and to administer the affairs of the aforementioned van Reenen. Article 6. Question: Whether he, the prisoner, has not thus also received and paid out money on behalf of the lieutenant of the burghery, Mr. Jan van Reenen. Answer: Says yes, among others from Mr. Sandenberg and from Wielighen. Article 7. Question: Whether he, the witness/prisoner, did not on Thursday the 30th of the past month of March count out 1000 rds. of money received from his aforementioned van Reenen and hand it over into his hands. Answer: Says yes. Article 8. Question: Whether this was not money that was to be collected by the bookkeeper of the Honorable Company, Mr. Goetz, and paid to the equipage master, the Honorable Duminij. Answer: Says yes, which he also subsequently effected. Article 9. Question: Whether the aforementioned bookkeeper Goetz, after having received the money without inspecting it, did not return in the afternoon to give the same back to van Reenen, as counterfeit money had been found among it. Answer: Says yes, and indeed the amount of two hundred seventy rds. on parchment. Article 10. Question: Whether he had not received such counterfeit money, and that since he still had money in the cashbox, he would go fetch other money in exchange for it. Answer: Says yes. Article 11. Question: Whether he, the prisoner, did not answer thereto, taking the money in his hand and looking at it, that there were indeed some counterfeit pieces, but the others were difficult to recognize. Answer: Says no, because he maintains to have stated that he could not see whether the same were counterfeit. Article 12. Question: Whether the aforementioned van Reenen did not thereupon have him, the prisoner, appear before him, asking him and saying that there was counterfeit money among the aforesaid money counted out to Duminij, asking where that came from. Answer: Says yes, whereupon the deponent answered that he had received no monies except from Mr. Sandenberg, Arend van Willingh, and some time before from Casper Loos. 1147. Article 13. Question: Amounting to the sum of 270 rds., consisting of three pieces of 60, 2 of 40, and 1 of 10 rds., and whether he, the prisoner, did not give other money in exchange for it. Answer: Says yes. Article 14. Question: Whether this money was not the same that he, the prisoner, yesterday evening handed over into the hands of the pro interim fiscal. Answer: Says yes. Article 15. Question: Where or from whom he, the prisoner, received this money, and having received money from multiple persons, from which persons and how much he obtained from each. Answer: Says to have received monies from no one other than the three persons just mentioned, namely twenty-six hundred rds. from Mr. Sandenberg, sixteen hundred from Mr. van Wieligh, among which two hundred in silver money, and seventeen hundred and twenty or thereabouts from Casper Loos. Article 16. Question: Whether he, the prisoner, besides these two hundred seventy rds., has not passed even more counterfeit money, or to date still has any in his custody. Answer: Says that of over the two thousand rds. counted in cash to Mr. Duminij, three pieces of forty and three of 10 were found to be counterfeit, which was handed over to him this morning by the orderly of the Honorable Company's equipage wharf, accompanied by a certificate from the retired gentleman equipage master van Gennep, the newly arrived Honorable Duminij, and the bookkeeper Prieter, signed to prove that the same pieces were counterfeit, as before. Article 17. Question: If not, whether he, the prisoner, did not then receive back today from the former equipage master, the Honorable van Gennep, by the orderly of the wharf, 150 rds. which were likewise counterfeit and had been counted out some time ago by him, the prisoner, to the bookkeeper Goetz, and by the latter counted out to the aforementioned equipage master. Answer: Says yes. Article 18. Question: Whether he, the prisoner, did not say to the orderly: "It is well, I have found more counterfeit money among my money, I shall give you other money in exchange for it," which he, the prisoner, immediately did. Answer: Says yes, with the request that in case the gentlemen should discover more counterfeit money, to then hand the same over to the pro interim fiscal for the purpose of examination. Article 19. Question: Whether he, the prisoner, has also been to one or the other of the persons from whom he received money to report it. Answer: Says yes, that he immediately went to the aforementioned Casper Loos, from whom he [illegible].

Dutch transcription

1148: art: 61. zegt bij de burger lieuten:t Johannes gijsbertus van reenen en de saken van van reenen voorm: te ad¬ „ministreeren. - Zegt sa. onder anderen van de heer Sandenberg en van wielighen Legt Ta zegt Ja. zegt Ja en wel 't montant van twee hondert seventig rds: op pergament. zegt Ja. g'effectueerd heeft. zegt neen want betuijgd te hebben dat niet kon zien of dezelve valsch zegt Ja waar op de ged: g'ant„ „woord heeft geene penn. ontfangen te hebben als van de heer Sandenberg Arend van Willingh en eenige tijd te voren van bij wien hij gev: woond en of hij niet buijten zijn dienst nog eenige part: Commissiën waarneemd. Of hij gev: dusdanig niet voor de Lieutent der burgerije m. r Jan van Reenen ook geld ontfangen en wederom uijt be¬ „taald heeft. - of hij get: op donderdag den 30 voorl: maand maart niet 1000 rd:s van zijn voorgem: van reenen ontfangen geld afgeteld en in desselfs handen heeft overge¬ „geeven. — Of dit niet is geld geweest dat door den boekhouder der E Comp:e m:r Goetz soude afge¬ „haald en aan den Equipagiem:r zegt sa 't geen hij ook vervolgens d' E duminij betaald worden of gem: boekhouder goetz na 't geld zonder nagezien te of zulk valsch geld niet heeft en dat vermits nog geld in Cassa had zoude gaan ander geld daar voor halen. Of hij gev: daarop niet heeft g'antwoord het geld in de hand nemende en beziende dat er wel eenige valsche steecken waren dog de andere swaarlijk te kennen waren. Casper Loos. of gem: van rheenen hem gev: daarop niet heeft laten voor zig komen hem vragender wijze zeggende, dat er valsch geld onder 't voorsz: aan die minij afgetelde geld was, waar dat van daan kwam. hebben ontfangen 's agter middags niet is wederom ge„ komen om aan van thenen 't zelve wederom te geeven als zijnde valsch geld daar onder bevonden. hebben be„ „ 5. „ 6: „ 7. „ 8. waren. „ 10. „ 11. „ 12. art: 9. 1147. zegt Ja zegt van niemand penn: ont„ „fangen te hebben als van evengem: drie personen en wel ses en twintig hondert rds: van de heer Sandenberg, sesthien hondert van de heer van wieligh waar onder twee hondert aan zilver geld en seventhien zegt ja met versoek om in gevallen de heeren meer valsch geld mogten ontdekken als dan 't zelve aan den pro jnterim fiscaal ten fine van Examinatie als voren ter hand gesteld. bedragen de somma van 270 rd: bestaande in drie Stecken van 60:, 2 van 40:, en 1 van 10:, rd:s, en of hij gev: niet ander geld heeft daar voor gegeeven! Of dit geld niet 't zelve was dat hij gev: gisteren avond in handen van den pro inte¬ „rim fiscaal heeft overgegeeven. Waar of van wien hij gev: dit geld heeft ontfangen en van meerdere personen geld ont¬ fangen hebbende (van welke personen en hoe veel hij van ijder heeft gekreegen. hondert en twintig of daar omtrend van Casper Loos. zegd over de twee duijzend rd:s aan de heer duminij in Cassa geteld zig drie steecken van veertig, drie van 10 valsch heb„ „ben bevonden 't geen hem heden morgen door de rapportganger van d' E Comp:ie Equipagie warf ten geleijde van een certifi„ „caat van de afgegaane heer Equipagie meester van genre„ of hij gev: buijten deeze twee hondert seeventig rds: niet nog meer valsch geld uijtgegeeven of dato nog onder zijn berusting heeft. „ 15. of hij gev: de rapportganger niet heeft toegevoegd 't is goed ik heb nog meer valsch geld, onder mijn geld gevonden ik zal uw ander geld daar voor gea¬ ven, 't welk hij gev: dadelijk ge¬ „daan heeft. of hij gev: ook bij de een of an¬ der personen van dewelke hij geld ontfangen heeft geweest Zegt Ja zig illieo te hebben begeeven bij voorm Casper Loos, van wien zegt Ia dewelke mede volsch en van hem gev: voor enige tijd toege¬ teld aan den boekhouder Goetz en door deeze aan gem. Equipagiemeester zijn toege¬ „teld geworden. zoo neen of hij gev: dan niet van den Oud Equipagie meester d' E van Gennep door de rapport¬ ganger van de werf heden 150 rd:s heeft te rug ontfangen de nieuw aangekomene E duminij en den boekhouder Prieter/ onderteekend, ten bewijze dat dezelve stucken valsch waren is t art: 16. de is art: 13. 14. „ aan te geeven. hij „ 19. „ 18. „. 17.

NL-HaNA_1.04.02_4321_0223 view scan ↗

English

1148 to have received, to compensate him, and what the consequence thereof was. That the prisoner was answered thereto that the aforementioned Loos was not at home, but would be home at half past three o'clock, whereupon the prisoner, having betaken himself again to the appointed time and place, was admitted by the said Casper Loos into the shop room and asked him whether he did not recall having delivered a quantity of paper money some time ago, which having been answered with yes, was subsequently asked whether he could not recall that some counterfeit money had been among it, which was answered by the said Loos with no, a piece of paper parchment money of the size of sixty Rds: was taken out of the pocket by the prisoner and shown to him, Loos, adding whether he could not recall having given this money to him, the prisoner, which was also answered with no by the said Loos, for that his wife had the administration of the cash and could distinguish the counterfeit money from the genuine all too well, with the further addition that as long as the paper money had been in circulation, he had received only two pieces, each of 10 Rds:, from the farmer Krieger, and after having had the same in hands for some time, found that they were counterfeit, and had subsequently torn the same to pieces, which his wife, also present at that time, acknowledged; the prisoner subsequently said with tears in his eyes: I have received from no one else than from you, the Mr. Sandenberg, and from Wielingen money, and if I knew who had given it to me, I would gladly bear the loss of the money, but if you have given it to me, please do say so, then I will gladly bear the damage myself; whereupon the said Loos replied: I did not give it to you, but no one would be so foolish, even if he had given it, to admit such a thing when it has been so long ago; the prisoner further declares that upon the statement of the bookkeeper Goetz, that the said van Wielingen had not delivered any parchment money to the prisoner, he also acquiesced in that; having subsequently betaken himself to Mr. Sandenberg, asked the same and his wife, also being present, whether they could not recall that among the paper money counted out to him, the prisoner, some time ago, there had also been some counterfeit money, which being answered by Mr. Sandenberg with: I do not know that; subsequently, a piece of paper money that had been returned to him by the bookkeeper Goetz was shown by him, the prisoner, to the said Sandenberg and asked whether this was also money that he, the deponent, had received from him, Sandenberg; the same piece was carefully inspected by him and his wife and answered: no, this money we have not given; whereupon the prisoner subsequently threw six pieces of counterfeit money on parchment onto the table, with the expression: my God, Madam, that is all counterfeit money that I have received and must keep for my account, for I can the Mr. 1149 I have received money from you, the Mr. Sandenberg, from Wieligs, and from Loos alone; Goetz says that van Wielig has declared to him that he did not give me a note of forty Rijnds:, which also agrees with the note in which the money was tallied, on which no pieces of Rds: 60 were noted; Loos, where I just came from, also declares that he did not give it to me, for he knows the counterfeit money from the genuine all too well; and you also say that I did not receive it from you; thus I alone stand for the loss, which is all too considerable for me; whereupon it was subsequently replied by the said Sandenberg and his wife: we also know the counterfeit money very well from the good, and if you are set upon it, we will gladly clear ourselves under oath; let van Wielingen and Loos do that as well, if the last-mentioned can do so, for it appears that he does not well know the counterfeit from the genuine money, since recently we, from him, in a sealed packet that we opened in the presence of a French gentleman (whose name was also mentioned to him, the prisoner, but which he cannot now recall), discovered two pieces of counterfeit money therein and subsequently sent it home to him; after which answer received, he, the prisoner, subsequently departed and, having come home, communicated his experience to the said van Reenen and his wife and asked them for advice, adding: could I not require Loos upon an oath that he has not given the counterfeit money shown to him by me, since I can swear that I have received it from no one else, except for some trifles of 10 to 20 Rijxds:, than from the three above-mentioned persons, and I would not gladly suffer such a considerable blow; do you not think it well that I go and speak to the Mr. Fiscal about that, with the request to favor me in this matter with his honor's advice? That thereupon the said van Reenen said: Yes, I would do that, but first hear what my Mr. Hacker, who after all has been informed of the matter by Goetz, advises you in that regard; the prisoner carried this out immediately; the Mr. Secunde not being at home at that time, the prisoner was told by his honor's daughters, who were standing in the front hall: father is not at home, but he will come home in half an hour; subsequently, having presented himself again to his honor at the fixed time, the matter and its circumstances having been presented by the prisoner, was answered by his honor: I can give you no advice in that, you must settle that among yourselves; by the prisoner was submitted to his honor whether he would do wrong to speak to the Mr. Fiscal pro interim about it, and from Casper Loos, from whom he must presume, on account of having [received] some large pieces of parchment from him, could van Rheenen not demand that he bear that damage?

Dutch transcription

1148 ontfangen te hebben, is om hem te doen schadeloos wielingen geld Ontfangen, en indien ik west wie mij hij praesumeert 't zelve 't zelve had gegeeven ik zoude gaarne 't geld wilde quijt houden en wat daar van 't dat de gev: daarop is geant„ zijn, dog so UE: 't mij heeft gegeeven gelieft zulx dog te gevolg is geweest= woord, dat voorsz: Loos niet te huijs was maar zeggen, dan wil ik gaame zelfs de schade dragen, ten ½ vier uueren te huijs zoude weezen, waar op de gev: zig andermaal ter bestemden waarop gem: Loos repliceerde, ik heb 't uw niet gegeeven tijd en plaatse hebbende begeeven door gem: Casper Loos in de winkelkamer had gelaaten aan uren gevraagd heeft of maar niemand zal zo dwaas weezen al had hij 't gegeeven hem niet voorstond, eenige tijd geleeden een quantiteijt pa, om zulx te adviceeren, als het zo lang geleeden is, declaree¬ piere munt te hebben afgegeeven, 't welk met Ja beant„„rende verder de gev: dat op 't gezegde van den boekhouder Goetz dat gem: van Wielingen geene pergament munt „woord sijnde, vervolgens is gevraagd of zig niet konde aan de gev: had afgegeeven daarin ook heeft berust rappelleeren daar eenig valtch geld onder te zijn ge¬ weest door gem: Loos met neen beantwoord is door de zig vervolgens bij de heer Sandenberg begeeven hebben, gev: een stuk papiere munt pergament ter grote van „de, aan denzelven en zijn mede praesent zijnde huijs sestig rd:s is uijt de sak gehaald en aan hem Loos ver vrouw heeft gevraagd of zig niet konde te binnen brengen onder de aan hem gev: eenige tijd afgetelde papiere „toond met bijvoeging of zig niet konde te binnen bren¬ munt ook eenig valsch geld zig te hebben bevonden, gen dit geld aan hem gev: te hebben gegeeven door gem: 't welk door de heer Sandenberg beantwoord zijnde Loos mede met neen beantwoord wierd, want dat zijn vrouw de administratie van de Cas had en al te wel 't met dat weet ik niet vervolgens door hem gev: een valsche geld uijt 't egte kon onderschijden met verde stuk papiere munt dat aan hem door den boekhou¬ „re bijvoeging zo lang als 't papiere geld in swang had „der goetz te rug gegeeven was aan gem: Sandenberg is vertoond en gevraagd of dit ook geld was dat hij get: gegaan alleen twee stucken ijder van 10 Rds: van den van hem Sandenberg had ontfangen, hetzelve stuk door Landbouwer Krieger te hebben ontfangen en nade¬ hem en zijn vrouw nouwkeurig wierd besigtigd en g'ant¬ zelve eenige tijd in handen gehad te hebben bevond „woord neen dit geld hebben wij niet gegeeven door de gev: dat ze valsch waren dezelve vervolgens heeft aan stucken gescheurd, 't welk zijn vrouw daar toen mede vervolgens ses stucken valsch geld op pergament op de tegenswoordig agnosseerde de gev: vervolgens met tra tafel gegooijd heeft met uijtdrukking mijn god Juffrouw nen in de oogen gesegd heeft, ik heb van niemand dat is altemaal valsch geld, dat ik ontfangen heb, en anders dan van uw de heer Sandenberg, en van voor mijn reecq: moet houden, want ik kan de heer wielingen van 1149 ik heb van UE de heer vandenberg van wieligs en van „ging zoude ik Loos niet op een Eed kunnen vorgen dat hij het aan hem door mij vertoonde valsch geld niet Loos alleen geld ontfangen, goetz segt dat van heeft gegeeven, dewijl ik zweeren kan dat het van nie„ wielig aan hem gedeclareerd heeft, mij geen briefje van veertig rijnds: te hebben gegeeven 't welk ook overmand anders uijtgezondert eenige bagatellen van 10. â 20. rijxd:s, als van de drie bovengem: persoonen eenkomt met 't briefje waar in het geld is afgepast ge¬ hebbe ontfangen en ik niet gaarne een zo importante „weest, waar op geen stucken van rd:s 610: bekend ston„ „den, Loos daar ik zo even van daan kom declareerd ook dat slag hebbe kan, vind UE niet goed dat ik de heer fiscaal daar over eens gaa spreeken, met versoek om mij in hij het mij niet gegeeven heeft want dat hij al te wel deeze saak met zijn E advies te bedienen dat daarop het valsche geld uijt 't ware kan en UE zeggen ook dat gem: van reenen heeft gezegd, Ja dat zoude ik doen dat ik het van UE niet ontfangen heb, dues staa ik alleen maar hoort eerst wat mijn Heer Hacker die dog voor de Schade, 't welk voor mij al te important is, van de Zaak door Goetz verwittigd is uw daar¬ door gem: Sandenberg en zijn vrouw vervolgens wierd omtrend raad, de gev: zulx terstond ten uijtvoer gerepliceerd wij kennen ook het valsche geld zeer wel heeft gebragt aan de heer secunde als toen niet uijt het goede, en als uE er opgesteld is willen wij te huijs zijnde de gev: door zijn E dogters die in 't voor ons gaarne onderlede purgeeren, laat van wielin¬ huijs stonden wierd gezegd, vader is niet te huijs maar gen en Loos dat ook doen, zo de laatstgem: dat kan hij zal over een half uur t' huijs komen, vervolgens doen, want 't blijkt dat hij niet wel het valsche uijt ter gefixeerde tijd zig wederom bij zijn E: hebbende het ware geld kent dewijl wij onlangs nog van hem laten vinden door de gev: de zaak en desselfs toedragt in een verseguld pakje dat wij in praesentie van een voorgedragen zijnde door zijn E wierd g'antwoord. fransche heer (wiens naam hem gev: mede genoemd is Ik kan uw daar geen raad ingeven, dat moet gij dog welke hij zig thans niet kan recolleeren:/ heb¬ onder elkanderen schikken door de gev: aan zijn E ben g'opend daar in twee stucken valsch geld hebben is voorgehouden, of wel kwalijk zoude doen de heer ontdekt en hem vervolgens t' huijs gezonden na welk pro interim fiscaal daar over te spreeken en Casper bekomen antwoord hij gev: vervolgens is vertrocken Loos van wien hij gem moest praesumeeren uijt en te huijs gekomen zijnde aan gem: van reenen hoofde dat van hem van eenige grote stukken en desselfs vrouw zijn wedervaren gecommuniceerd van rheenen niet vergen, dat hy die schade draagd, hebbende aan dezelve raad heeft gevraagd met bijvoe¬ hebbende pergamen

NL-HaNA_1.04.02_4321_0225 view scan ↗

English

parchment had received, to demand under oath, to which His Honour replied, I cannot advise you in this, he who does not open his eyes must open his purse, whereupon he, the prisoner, went to the Honourable Acting Fiscal to make the matter known to His Honour and to hand over the aforementioned counterfeit currency because he, the prisoner, did not wish to be a distributor, and to the Fiscal's question, from whom he had received it, answered that he did not know precisely, but would come to speak to the Fiscal further about it, the prisoner further declaring himself willing to state under solemn oath that during the distribution of the aforementioned counterfeit currency he was unaware that it was truly counterfeit; says further on article 19 that he, the prisoner, made an error regarding the money that Sandenberg supposedly received from Casper Loos in the presence of the Frenchman, referring to the statement given by the said Sandenberg. Beneath was written: Thus asked and answered at the Cape of Good Hope, the 1st of April 1786, before the Honourable Salomon van Echten and Johannes Smuts, members of the Honourable Court of Justice aforementioned, who the original of this, along with the prisoner and myself, the Secretary, have also duly signed. Below: E: Diemel, sworn clerk. Agrees. Beneath was written: Thus reviewed in the Castle of Good Hope the 19th of April 1786. Was signed: M: S: van Cruijsselbergen. Lower: in my presence, signed: E: van Aerssen, Secretary. In the margin: as commissioners, and signed: G: H: Cruijwagen and Joh:s Smuts. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honourable Court of Justice of this government aforementioned, Marinus Simon van Cruijsselbergen, to whom this preceding interrogation of his, having been read out clearly and distinctly word for word, declared that he persisted by it, wishing that nothing more be added to or taken from it. Review. To which I witness. Was signed: E: van Aerssen, Secretary. No 11 Further Articles drawn up and delivered to the gentlemen commissioners from the Honourable Court of Justice of the Castle of Good Hope, to hear upon the requisition of the Acting Fiscal Gabriel Exter the assistant Marinus Simon van Cruijselbergen on the same, the given responses to be duly recorded in the margin of this document. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honourable Court of Justice of this government, the assistant Marinus Simon van Cruijsselbergen, who, having been examined on the adjacent questions, gave such answers as are recorded alongside each of them: Article 1. Whether he, the named person, in the past month of January did not also pay a sum of money of Rds 1668 to Mr. Swanevelder? Says: Yes, but he does not know the exact sum. Article 2. Whether this was not done with the addition of a note on which the sum was calculated and the money contained in a sealed packet was specified, with the signature of his, the named person's, name? Says: Yes. Article 3. Having counted it out beforehand. Article 4. Whether he, the named person, had this money in his custody for a long time, and from whom he received it? Says: the largest part from Casper Loos, namely Rds 1600 the day before, while he, the named person, received the remainder the following day in the morning at half past eleven, and sent it that evening to Mr. Swanevelder. Article 5. Whether it was not known to him, the named person, that there was counterfeit money among it, namely one piece of Rds 40, 12 of 10, and 1 of 5, amounting together to the sum of Rds 165, which were found in that packet? Says: namely, that he cannot distinguish the counterfeit money from the genuine, but that he was never addressed about it by Mr. Swanevelder, although he, the witness, inquired with His Honour the next day whether he had received the money properly. Article 6. If not, how he can deny having had knowledge of it, since the aforementioned pieces were expressly distributed piece by piece among the good money in order to make them less noticeable, and yet the same was counted out by him? Says: that he did not do so with any design. Article 7. Whether this did not happen up to two times in succession at the house of the burgher Evert Heug? Says no: but that while he took over the said clerk's duties at the Political Secretariat for some time due to the absence of Mr. Horak, he at that time received a piece of 10 Rds at the office for a marriage license and other fees, and since he, the named person, had to buy something at Heug's that afternoon, he paid with that piece, which he just happened to have in his pocket, which was also returned by Heug because he maintained that it was not a good piece, and which piece he, the named person, brought back to the office again the next day and asked the other assistants whether they recognized that piece as counterfeit or good, it was unanimously approved by them as good, except by Diemel, who discovered some alteration in the name of Mr. Le Sueur; the named person, since he had received that money for the account of Mr. Horak, had also delivered it to His Honour upon his return, and the said Mr. Horak also sent that piece that very day to the Cashier, who accepted it. Article 8. Whether he, the named person, had not before that time already received some pieces of counterfeit money, issued them, and received them back again? Says he never received any pieces back, thus not believing he ever issued any pieces.

Dutch transcription

1350. pergament had ontfangen op een Eed te vergen door zijn Ewierd geantwoord, ik kan uier niet in raden die zijn agen niet open doet moet zijn zak open doen waar op hij ged: na de heer pro jnterim fiscaal is gegaan om sijn E: zeele bekend te maken en de voorm: falsche munt te overhandigen om dat hij gev: geen distribu„ „teur wilde zijn en op des fiscaals vrage, van wien hij sulx ontfangen had g'antwoord, zulx niet positief te weeten maar de heer Fiscaal daar nader over te zullen komen spreeken, declareerende de gev: wijders onder Solemneelen Eede te willen verklaaren, dat bij de distributie van voorsz: valsche munt onbe„ „west is geweest, dat deselve waarlijk valsch was- — zegt nader op art: 19 dat hij gev: zig misgust heeft omtrend het geld, dat Sandenberg in praesentie van de Fransman van Casper Loos ontfangen zoude hebben refereerende zich aan de gegeevene verklaaring van gem: Sandenberg. /:onderstond:/ Aldus Gevraagd en Beant„ „woord aan Cabo de goede hoop, der 1 april 1786. voor d' E S: Salomon van Echten en Johannes smuts Leeden uijt den E agtb: raad van Justitie voorm:, die de minute /:onderstond:/ Aldus gerecolleert in 't Casteel de goede hoop den 19 april 1786. /:was get:/ M: S: van Cruijsselbergen /:lager/ mij praesent /:geteek:/ E: van Aerssen secret:s /:in margine: / als gecomm: /:en get:d/ G: h: Cruijwagen/ en Ioh:s Smuts. — Compareerde voor ons onderget: gecomm: uijt den E agtb: raad van Justitie deezes gouver„ nements voorm: Marinus Simon van Cruijsselbergen, dewelke deeze zijne voren¬ staande Interrogatorie van woorde tot wonde klaar en duijdelijk voorgeleezen weezende verklaarde daarbij te blijven persisteeren met begeerte dat er niets meer bij ofte van gedaan werden zal. Recollement. - welk ik Getuijge. /:was geteekend/ E: Van Aerssen secret:s deezes, benevens de gev: ende mij secre¬ taris mede behoorlijk hebben onderteekend /:lager:/ En Diemel gedwe. Clercq Accordeert. deezes N 11 1151. Compareerde Nadere Articulen zegd Ia: maar egter voor ons ondergeteekende gedaan maaken en aan Heeren gecommittuyt den E agtb: gecommitt:s uyt den E agtb radi raad van Justitie deeses gouvernements der adsis„t van Justitie der Chrteele de goede Hoop overgegeeven om tent Marinus Simon ij van Cruijselbergen d me ter requisitie van den pro Interim Fricaal Gabriel ken op de neevenstaande Exter daar op gehoord te voor„ vraag perneten zodanige antwoorden geeven heeft den den adsistent Marinus als bezyden een yder derzel„ Simon van Cruyselberg, ver staan aangeteekend zullende desselfs de gegeevene responsiven in margine deeser behoorlyk worden be„ kend gesteld de Juiste somma niet te warten E of zulx niet is geschied met byvoeging van eene note, waar op de Somma bereekend en 't in een verzegeld pakje ont¬ Cor houdende geld gespecificeerd was, met onderteekening van zyn des gen: naam A. o 1 of hij gem: in den gepasseerden maand Januarij niet ook een Somma gelds van Eds: 1668. aan de Heer Swanevelder betaald heeft Arti: 3. Lit A 6 Dogd Ian. 1152. voor de hand afge„ teld te hebben. zegd: 't grooste gebeelte of hij gen dit geld lange onder van Casper Loos en zyne berusting heeft gehad en zulx daags te vooren van wie hij zulx ontfangen rd:s 1600: terwyl hij gem: 't resteerende dan an„ deren dag 's morgens om half twaalf ontfangen heeft en zulx s avonds na de Heer Swarevelder gesonden te hebben heeft zegd naem: 't valsch geld of hem gen: niet bekend is ge„ uit, 't waare niet weest, dat er valsch geld daar te kunnen onderschrij„ onder was, namentlijk een stuk den dog dat nimmer„ rd:s 40. 12 van 10 en 1 van 5 to meer door de Heer zaamen de Somma van rd:s 165 Swanevelder daar over is aangesproo„ die in dat pakje zyn bevonden ken of schoon hij get: geworden: de6 anderen daags bij zijn Ed. zig g'informeerd heeft of de penn: wel had ontfangen zegd: zulx met geen zo neen, hoe hij ontkennen kan dessein gedaan en daar van weetenschap gehad te hebben daar de voorm: stuk„ ken expresselyk stuk voor stuk onder 't goed geld ver„ deeld waaren, om zulke min„ der gewaar te worden en 't zel„ ven dog van hem is afgeteld geworden Legd neen: maar dat ver„ of zulx niet tot twee reyzen wijl hij eenige tijd op 't naar malkanderen gebeurt ecretarije van Politie is ten huyze van den burger. 't geb: Clergs ampt waar„ Evert Heug genoomen heeft vermits absentie van d' Heer Horak als toen op Comptoir voor een trouw ordonnantie en an„ deren ongelden een stuk van 10 rd. s gekreegen te hebben „ en dewijl hij gem: dien middag iets bij Heug koopen moest, dat stuk het welk hij juijst in zak had, daar voor betaald heeft, dat door Heng ook is te rug gegeeven vermits hij sustineerde dat het geene que„ de stuk was en welk welk stuk hij gem: weederom dien anderen dag op 't Comptoir had te rug gebragt en aan de andere adsistenten gevraagd: of zyl: dat stuk voor valsch of goed erkendern door hun een„ e E paarig voor goed is gekeurd geworden except door diemel die eenige verandering in de naam van de Heer Le Sueur ontdekte, de gen: dewijl dat geld voor reecq: van den Heer Horak ontfangen had zulx ook aan zyn E bij zyn te rug komst had afgegeeven gem: Heer Horak dat stuk ook dien ergengten dag aan de Heer Cassier gesonden die zulx g'accepteerd had Legd nimmer eenige stuk„ of hij gem: niet voor dien tyd ken te rug te hebben ontfangen dus niet te gelooven immer eenige munte heeft uytgegeeven stukken uytgegeeven te en weeder te rug gekreegen hebben al eenige stukken valbeke Ao. 6 dus Al F 4. 5 6

NL-HaNA_1.04.02_4321_0228 view scan ↗

English

1153. to have sold states: as in Article 7: states no: and further as in Article 7. ƒ states: through carelessness states as before thus not suspecting that such could be counterfeit, and on another occasion having sent to Heug rd:s 160, which were also received by him, the said Heug had thereupon sent back rd:s 2 which were found to be in excess, without any other message, and that he the witness now to his surprise suspects that there may have been a counterfeit piece among it. states: no, never bought anything from the woman, but indeed several goods to her whether he the said person did not purchase some merchandise there, and having paid the wife of said Heug, a piece of ten Rds found among it was afterwards returned by her husband and whether he the said person did not give other money in its place, saying it may be that I received it from someone else whether he the said person, paying money for the second time to the said Heug himself, was rejected with another 10 rds piece states: if he the said person had given counterfeit money to Mr. Zwanevelder, it only reinforces his assurance that he received the same from Casper whether it does not fully appear that such counterfeit coin could not come from the citizens Van Wieligh and Landenberg, because he the said person had already paid it out 13. states to maintain that such must serve for his exculpation, since the quantity does not constitute suspicion: which, moreover, are not a few, but make up a sum of rd:s 620 for had he been the maker of it, he would not have signed his name under the envelope, all the more because he the said person knew that it was destined for the Cash Office of the Honorable Company not to have known had on him and that among the counterfeit money that came from the hands of the said person, most pieces are very discernible and immediately strike the eye as such! how he the said person can thus still pretend to have had no knowledge or awareness of the counterfeit money, since the aforementioned cases have occurred to him, which in the most natural way would make anyone cautious and attentive Article 8 as 1 10. „ 14. Article 11. falls away 1154 Loos alone: because most of the money counted to Mr. Zwanevelder came from said Loos, and at that time he had not yet received any penny from Mr. Landenberg and from Van Wieligh as well to Mr. Zwanevelder as Evert Heug, before he had received money from the said persons N:o 15 states to have partially counted out to Mr. H. Swanevelder the money that he received from Loos, since he the said person, upon his arrival at the house of Mr. Sierveld where he was lodging at that time, had thrown that money among his other money, and had first recounted it whether he the said person must not confess to having paid out to Mr. Swanevelder the money received from Casper Loos in the month of January, and thus not to have received from said Loos the counterfeit pieces received back from the Reverend Minister states, not to think that he received such from Mr. Van Wieligh, and because he found the paper of Mr. Van Wieligh lying at hand, had wrapped such around a packet whether the paper in which the last thousand Rds were loosely placed, and which originates from the firewarden Van Wieligh, does not prove that the said person also received such money from this Van Wieligh is to pass counterfeit money, that one can indeed do so to an innkeeper, but not to and especially Casper Loos, who some time ago also sent 10,000 rd:s to Mr. Sierveld without states: if one intends 21 20. stated not to know whether those people have paid out good paper currency to others how it would be possible to understand that he the said person would have received so much counterfeit money from the aforesaid persons or from Loos alone, whereas they then paid out money to so many other people whether such was not done by him the said person in order to make these counterfeit pieces pass for good more easily states no states: it may well be that it was placed that way, but such may have happened to make up one hundred Rds that he the said person did this in such a manner that alternately a heavy piece always came to lie between various others of lesser value and that he the said person, the denominations of money which the counterfeit pieces amount to not being all known thereon, has mixed similar ones among them N:o 17. Article 17. that had received 16 18

Dutch transcription

1153. verkogt te hebben zegd: als op A:o 7: zegd neem: en voorts als op ao. 7. ƒ zegd: door sloffigheyd zegd als vooren dus niet te vermeenen dat zulx valsch kan zijn en bij eene andere gelegentheyd aan Heug rd:s 160 gezonden te heb„ ben, die door hem ook zyn ontfangen, gem: Heng daar op nog ro. s 2 had te rug gesonden die er te veel bevonden zijn, zonder eenig ander boodschap en das hij get: thans tot zyne bevreemding vermeend dat er valsch stuk onder geweest zouden zyn. zegd: neen van de vrouw nooyt iets gekogt maar wel verscheyde goederen aan haar of hem gem. niet aldaar eenige E negotie gekogt, en aan de huysvrouw van gem: Heng betaald hebbende naderhand van haar man een stuk van thien Eds: daar onder bevonden is te rug gegee¬ ven geworden en of hij gen: niet ander geld daar voor in de plaats heeft gegeeven, met te zeggen 't kan zijn dat ik 't van een ander heb gekreegen of hem gen: voor 't tweede maal aan gem Heugzelve geld be„ taulende, met een ander 10 ros stuk is uitgeschooten geworden zegd: zo hij gem: valsch of niet volkoomen blykt, dat geld aan d' Heer Swa zulke valsche munte niet van nevelder gegeeven had de burgeren van wieligh en hem het te maer ver¬ Landenberg kan koomen om dat sterkt in zyn verzee„ bij gem er al heeft uytgegreven kering 't zelve van Casper 13. zegd te sustineeren dat welke bovendien niet eenige zulx tot zyne gen:t ver„ ontschuldiging dienen weinige zijn, maar eene som„ moet, vermits de meerig„ man van rd:s 620 uytmaaken te geene suspicie uytmaakt: want was hij er de maaker van zo zoude hij zyn naam onder 't bouvert niet geteekend hebben te meer dewyl hij gen wirst dat zulx voor den Cas der E Comp: getesti„ neert was niet te hebben gewee„ bij zig had en onder uyt des gen: handen gekoomen valsche geld de meeste ten of hij valsche geld stukken zeer kenbaar zijn en directelyk als zodanig in de oogen vallen! hoe hij gem: dus nog kan voor„ werden geen kennis of wee„ tenschap van 't valsche geld te hebben gehad daar hem voorm: gevallen zijn overge„ koomen die op de natuurlyk„ ste wyze een ieder zullen om„ zigtig en oplettend maaken Art: 8 als 1 10. „ 14. A. o. 11. vervald 1154 Loos alleen te hebben ont„ als aan d' Heer Zwanevelder fangen: dewyl het mees„ en Evert Heug, bevorens hij van te geld aan de Heer gem: persoonen heeft geld ontfan„ Dwanevelder geteld van gem: Loos quam gen gehad en toen nog geen penn: van den Heer Zandenberg en van wieligh ontfan„ Nl 15 zegd gedeeltelyk uytgeteld of hij gen: niet bekennen moet te hebben aan de Heer H van Casper Loos in de maand Swanevelder 't geld dat Ianuarij ontfangene geld aan hij van Loos ontfange den Heer Swanevelder uyt heeft vermits hij gem: betaald en dus de van de E bij zyn komt ten huyse dumini te rug gekreegene van den Heer Sierveld alwaar hij toen ter tje valsche stukken niet van gem: Loos ontfangen te hebben logeerde dat geld onder zyn ander geld gewor„ pen had en zulx eerst nageteld te hebben zogd, niet te denken dat of niet 't papier waar in de hij zulk van d' Heer laatste duijzend Ed:s los inge„ van wieligh ontfangen legd waaren en van den brand„ heeft en om dat hij 't meester van wieligh afkom„ papiertje van d' Heer stig is bewyst dat de gen: van wieligh voor de zulk geld ook van deesen hand had vinden leggen van wieligh ontfangen heeft zulx waarom een paquetje had omgewoeld is valsch geld uijt te geeven dat men dan dewelke voor eenige tyd nog aan de Heer Pierveld 10, 000 rd. s heeft toegezonden zonder zegd: als men voorneemens en bijzonders Casper Loos wel aan baaren doen kan, maar niet aan 21 20. zagde niet te weeten of die Hoe het zoude mogelyk zyn menschen aan andere te begrypen dat hij gem: van goede papiere munt voorsz: perzoonen ofte van uijt betaalt hebben „ alleenig zo deel vals geld zoude ontfangen hebben waar ten denzelven dan zo veele andere menschen geld uyt„ betaald hebben of zulx niet door hem gew: daarom is geschied om deese valsche verstukken ligter voor goed te doen passeeren zegd neer Legd: dat kan wel weesen dat hij gen: dusdanig heeft ge„ dat 't zo gelegd is ge„ daan, dat er beurt wije al„ worden maar zulx toos een zwaar stuk onder kan geschied zijn om de hondert Ed:s uyt te verscheydene andere van ge„ ringere waardij tussen in is koomen te leggen maaken en dat hij gem de Soorten van geld, als de valsche stukken bedraagen daar op niet alle bekend staande diergelyke heeft daar onder gemengd N:o 17. Ao 17. dat gen had 16 18

NL-HaNA_1.04.02_4321_0230 view scan ↗

English

to people who have knowledge of that, and that counterfeit money was found among it, and who daily spend and receive money, like Mr. Sierveld, says no, but that he received it from others. Whether the named person must not therefore confess that this questioned money came solely from his hands. Says: Goets told me that it was unfortunate for society that so much counterfeit money was circulating, to which he answered: it is certainly unfortunate, but I know nothing of it; I shall immediately go to Loos, Zandenbergen, and van Wieligh, from whom I received money, and ask them whether they might have given me counterfeit coin species, as the named person also did. What reasons the named person would then have had to say to the bookkeeper Goets: I certainly wish that it comes out, but I know and swear nothing of it. 24. Says no; but indeed, when Casper Loos said that he had not given the money, that such was a heavy blow for the named person, but that he would gladly still suffer the damage if the one who had given it to him would only concede such; in order, if it were possible, to bring him to confession, and to the burgher Casper Loos, that the named person would gladly miss the money and suffer the damage if there were anyone who solely said that he had given the counterfeit money to the named person, 28. Says no; but indeed to have made a present of 89 rixdollars to the same, because the named person declared that he had to pay his house rent, and having no money for that. Whether the named person did not also purchase some goods from Master Onder de wijngaard, who passed through here, and paid with 69 rixdollars, Says no, that if he had spent it, that would have had to come out besides that. and the named person thereby wanted to avoid being addressed further and acknowledging himself guilty. Says no; because never to his knowledge has he spent any counterfeit money, so he needed not be afraid of any discovery, but solely for the reasons mentioned in Article 25. Whether such was not also done because the named person was convinced within himself that he had spent more of such coin, which would now certainly be discovered, 26. and thus to discover his damage. Says: because the named person had already reported such himself, and intended, after he came out of the Castle, to make such further known to the Fiscal, had he not been prevented herein by a civil arrest on order of the Honorable Governor in the main guardhouse. On what grounds the named person said to the report-bearer of the wharf that if the gentlemen find more counterfeit money, they should report such to the interim Fiscal. Number 25. Anno 22. come. received. 23. Number 34. Says: not to know such, since the named person had immediately spent the money that had been given to him. Whether the named person did not also give among it a piece of counterfeit parchment coin of 40 rixdollars. Says no; not knowing to have had more than that with which he was suspected that the named person would have spent; and in case he himself were the author of it, he would have rested in the answer of the Honorable President Hacker and would not have sought to press it further to make such known to the Fiscal, but would have sought to save himself by flight. Whether the named person must not therefore confess to have prepared a great quantity thereof, and himself to be the author of this counterfeit coin. Says neither to have a share in it alone, nor to know who would have a share in it. Whether the named person is it alone, or if others also participated in it or had knowledge thereof, and who. 32. Says and testifies never to have had it in his thoughts, much less to have prepared or had prepared any instruments for it. In what manner such was done by the named person, and what instruments he employed for that purpose. 39. Where and from whom the named person obtained such instruments. Lapses. Thus interrogated and answered at Cape of Good Hope, the 14th of April 1786. Before the Honorable Gerhardus Hendrik Cruywagen and Johannes Smuts, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the deponent and me, the sworn clerk. lower: which I witness, was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. Review. Appeared before us, the undersigned commissioners underneath: 36. Says no; where there is no guilt, no excuse needs to take place; requesting on that ground to be released quickly under oath of caution, or otherwise as the Honorable Worshipful Council of Justice shall deem necessary. Whether the named person also knows to bring forward anything for his excuse. Says no; because it has never been in his thought to draw such things. Whether not a large portion of the coin was drawn or painted solely by the named person. Says to have made that small design on board, and that the difference regarding the parchment is very remarkable, not being of the same parchment that was used for the counterfeit coin. Whether this drawing, on being shown to the accused, was made by the named person, and whether this parchment is remarkably different. 30. Number 29. 35. 31. from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, the aforementioned Cruijsenberg, to whom, this being read aloud again word for word clearly and plainly, and the interrogatory answered by him, declared to persist therein, with the desire that nothing more shall be added to or taken from it. Thus reviewed in the Castle of Good Hope, the 19th of April 1786. was signed: Mr. S. van Cruijselbergen; lower: present before me and signed: C. van Herssen, Secretary; in the margin: as commissioners, and signed beneath: G. H. Cruywagen, Joh.s Smits. Agrees. Sworn Clerk, W. Dumel. underneath:

Dutch transcription

1155. aan menschen, die daar dat er valsch geld daar bij is kennis van hebben en gevonden geworden die daagelyx geld uyt„ geeven en ontfangen gelijk cr d' Heer Sierveld zegd neen maar wel dat hij of hij gen: dus niet bekennen het van anderen heeft moet dat dit quast: geld allee„ nig uyt zyne handen gekomen is. Zegd: Goets heeft teegen mij wat hy gen: dan voor reedenen gezegt, dat het ongeluk„ zoude gehad hebben tegens den „kig voor de zamenlee„ ving was dat er zo veel boefhouder Goets te zeggen ik valsch geld roulleerde, wensch wel dat 't uitkomt daar hij op g'antwoord maar ik weet en verdoemd heeft: 't is zeeker onge„ niets van lukkig maar daar west ik niets van ik zal op„ ^ Loos, Zandenbergen stonds naar ^ van wieligh toegaan, daar ik geld van ontfangen heb en vraagen het hun af of zyl: mij misschier geen valsche munt Specien gegeeven hebben, gelyk hij gem: ook gedaan heeft 24. zegd neem: maar wel en tegens den burger Casper Loos toen Casper Loos zij, dat hij gem: gaarn 't geld mis„ de mist geld nit gegeesen in de schaaden lyden zouden ven te hebben, dat zulx indien ymand was die alleenig een zwaare slag voor zyde dat hij aan hem gen: hem gen: was maar dat het valsche geld had gegeeven hij gaarne nog de schaade eoverlyden indien die geen die t hem gegeeven had zulx maar wilde Concesseeren; om hem waare het mogelyk maar tot Confessie te doen 28 zegd neem: maar wel 89 rd:s aan deselve praesent hij gem: niet ook eenige goe¬ gedaan te hebben door dezen van den alhier gepas¬ dien aan den gen: de„ Seerden M:r Onder de wijngaard clareerde zyn huishuur heeft gekogt en met fed:s 69 te moeten betaalen en betaald zogd neen, dat als hij uyt„ en hij gem: daar door wilden gegeeven had dat zulx vermyden meer aangesproo„ buyten dien had moeten ken te worden en zig schul„ dig te geeven. uytkoomen of zulx niet meede daarom zegd neem: dewyl nimmer geschied is omdat hij get bij met zin weeten eenig zig overtuigd was, meer dier„ valsch geld heeft uyt„ gelyke munte uytgegeeven te gegeeven der voor geene ontdekking hebben die thans zeekerlyk behoefde bevreesd te zijn, zoude ontdekt worden maar alleen om leeden in a:o 25 gemeld 26 komen en zo doende zyne schaade te decoucree„ zegd: om dat hij gene zulx Uyt wat hoofde hij gen teegens zelfs reeds had aan¬ den rapportganger van de gegeeven en voorneem werf geseyd heeft dat Indien mens was na dat de Heeren nog meer valsch uyt het Casteel kwam geld vinden zyl: zulx bij den den Fiscaal zulx na„ der bekend te maaken pro Interim Fiscaal moesten waare hij hier in niets aangeeven verhindert geworden door een Ceviel arrest op ordre van den Edele Heer gouverneur in de hoofd wagt No: 25 Ao. 22 koomen ontfangen 23. ren 1356. daar toe geen geld te hebben No. 34 zeyd: zulx niet te wee of hij gem niet meede daar ten vermits hij gem: onder een stuk van Ed„s 40 val„ het geld dat aan hem sche pergamente munte heeft gegeeven had voor de gegeeven hand had weggener zegd nien: niet te weeten Of hij gent. dus niet bekennen meer gehad te hebben moet eene groote neenigte als waar meede hij ver daar van te hebben gereed ge„ dagt werd dat hij gem: had, en zelve den autheur uijtgegeeven zwyde heb„ van deese valsche munte ben en ingeval hij zelfs te zyn. de Autheur van was be„ rust zoude hebben in antwoord van den Heer praesident Hacker en 't niet verder zoude getragt hebben te prrsseeren om zulx de fiscaal bekend te maaken, maar zig wel met de vlugt zouden getragt hebben te salveeren of hij gen: het alleenig is ofte zegd nog alleen daar deel nog anderen daar aan geparti„ aan te hebben nog ook cupeerd ofte kennis daar van te weeten wie daar aan gehad (hebben, en wier deel zoude hebben 32 zegd betuygd nimmer in op hoedanige wyze zulx door zin gedagten gehad hem gem: is gedaan geworden te hebben veel min daar eenige instrumenten en welke Instrumenten bij toe vervaardigt of la daar toe heeft g'employeerd ten vervaardigen waar en van wien hij gew: zoda„ 39 nige Instrumenten heeft ver„ Aldus Gedraagd en beantwoord aan Caba de goede Hoop den 14 april 1786. - voor d' E E:s Gerhardus Hendrik Cruywaa„ gen „ Iohannes Smuts Leeden uit den E: agtb: raad van Iustitie voorm: die de mi„ mute deeses beneevens de get: en mij gese: Cleriq meede behoorlyk hebben onderteekend /:lager:/ 't welk ik getuijge /:was geteekend:/ RE: I: V: D: Riet gesw: Clercq Recollement. Compareerde voor ons ondergeteekende gecvemm. s /:onderstond:/ 36 zegd neen daar geen schuld of hij gen: ook iets tot zijn is heeft geen verschoo„ verschooning weet bij te ning plaats te hebben: brengen verzoekende uyt dien hoofde spoedig ontslagen te werden onder Cautie Iuratoir of wel anderzints als den E agtb: raad van Iustitie noodig oordeelen zegd neem: want dat nim„ of dies niet een groot gedeelte mer in zijn gedagte van de munte alleenig door gehad heeft zulke hem gen: is geteekend of ge„ „dingen te teekenen schildert geworden zegd dat desseyntje aan boord gemaakt te hebben of deese teekening onder vertoo„ en dat 't different om ning van den ged:/ van hem pergament niet van 't zelve is, die tot de valsche mun„ te geadhibeerd is geworden trent 't aergament zeer gen: gemaakt is en of dit uyt men 30 N:o 29 merkelyk is. — 35 zal 31. kreegen vervald uyt den E agtb: Raad van Iustitie deeses gouver„ nements voorm: Cruijsenberg dewelke bij deese hem weeder van woorde tot woorde klaar en duijdelyk voorgeleesen weesende en door hem beantwoorde Interrogatorie verclaarde te blyven persisteeren met begeerte dat er niets meer bij ofte van gedaan worden zal Aldus Gerecolleerd in 't Casteel de goede Hoop den 19 april 1786. – /was geteekend:/ Mr: S: van Cruijselbergen /lager:/ mij praesent en geteekend:/ C: van Herssen Secretaris /:/in margine:/ als gecommitts /: en daar onder geteekend/ G: H: Cruywaagen, Ioh:s Smits. — Accordeert. — gezwe. Clercq W Dumel /onderstond:/

NL-HaNA_1.04.02_4321_0233 view scan ↗

English

Number 11 1157. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the sailor Philippus Bos, who, in response to the adjacent question points, gave such answers as are recorded beside each of them. Articles formulated and handed over to the gentlemen commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of the Castle of Good Hope, in order to hear thereupon, at the requisition of the Fiscal pro interim G. Ester, the sailor Philippus Bos, detailed to the line; his given responses shall be properly noted down in the margin of this document. Article 1. His name, birthplace, age, and rank. Says Philippus du Bos, born in 's-Hertogenbosch, rank young sailor. Article 2. With what ship and in what year he arrived here, and what his occupations have been until now. Says, with the Slot ter Hooge, Captain Sierveld, arrived in the year 1785; and to have looked after the shop at the house of Mr. Sierveld. Article 3. How and for what reason he currently finds himself here under arrest. Says to have been placed under arrest by the adjutant, Mr. van Baalen, and to have been at the house of Preselius, without knowing the reasons why. Article 4. Whether he did not lodge together and in one room with the assistant van Cruyselberg at the house of the naval captain, Mr. Sierveld. Says yes. Article 5. How long they lived together in such a manner. Says since their arrival here until about four months ago they lived together. Article 6. Whether van Cruyselberg did not leave his lodgings some time ago and stay at the house of the burgher lieutenant, Mr. Jan van Rheenen. Says yes, in such a manner that he took some belongings and left others there. Article 7. How long ago this was, and whether he does not still associate daily with said van Cruyselberg, and for what reason. Says since four months ago, and that Cruyselberg previously sometimes stayed overnight at the house of van Rheenen, and that he associated with him daily for reasons of good acquaintance. Article 8. Whether he did not thus see that van Cruyselberg had a large sum of counterfeit parchment money in his possession. Says no. Article 9. Whether he was not present on Friday, the last of the past month, in the afternoon at the house of the aforementioned van Rheenen, when the bookkeeper Mr. Goets arrived there. Says yes, in the afternoon around half past one. Article 10. Whether he did not hear said Goets say that a sum of money received from a certain van Rheenen was one ducat short. Says no. Article 11. Whether van Cruijselberg did not immediately answer to that: I will give it. Says not to know such. Article 12. Whether the prisoner furthermore did not go with van Cruyselberg to his room, and to what end. Says yes, but was called downstairs again immediately, and went along without any intention other than just for company. Article 13. Whether after a short time van Cruyselberg was not called downstairs and did not also return shortly thereafter with 6 pieces of counterfeit coin. Says to have come down with him, and Cruyselberg went downstairs immediately, leaving when he was called down. Article 14. Whether van Cruyselberg did not take as much other money to give in its place, and what was spoken between the two of them during this. Says as before, to know nothing thereof. Article 15. Where van Cruyselbergen placed this money, and whether there was more such coin there. Says as before. Article 16. Whether he does not know if more counterfeit money was distributed by the aforementioned van Cruyselberg, and whether he did not distribute such himself. Says not to know whether van Cruyselberg distributed more counterfeit money; that he, to the best of his recollection, received one piece of paper and one of parchment, subsequently spent it, and received it back as counterfeit, which two pieces of counterfeit money must still be lying at the house of Mr. Sierveld; that he thereby became so cautious that the other day he received from Casper Loos and Company on account of Mr. Sierveld 10,000 rixdollars, but refused to accept the same unless said Loos sealed them, as well as a lesser sum from the now deceased messenger of the orphan chamber, Walpot. Article 17. In what manner they obtained it, and whether they are not themselves the authors thereof. Says not to know how Cruijselberg obtained it, nor to know how he himself obtained the above-mentioned two pieces; furthermore to be unaware whether Cruijselberg would be the author of the said counterfeit coin, and knows himself to be entirely free of it. Article 18. Whether he did not say himself to have 100,000 guilders ready to be able to trade on his own account. Says to have been at the house of Evert Heus, who not being at home, the witness got into a conversation with the wife of the aforementioned. Article 19. By what means he then came by the large sum of cash which he is said to possess. Says to have brought many goods, among others much gold and silverware, worth indeed seven hundred ducats, with him from the fatherland, and that he ought to have more money than he actually has, having spent a lot.

Dutch transcription

N 11 1157. Compareerde Articulen gedaan maaken voor ons ondergetekende en aan Heere gecommitts gecommitt:s uyt den Ed uit den E agtb: Raad van Ius„ agtb: raad van Iustitie titie des Casteels de goeder Hoop deeses gouvernements de Mattroos philippus overgegeeven omme ter requi„ Bos denwelke op de nee„ sitie van den pro Interim venstaande vraag poincten Fiscaal GEster daar op ge„ zodanige antwoorden ge„ hoord te worden den op de gegeeven heeft als bezyten Linie bescheydene matroos een ieder derselver aange„ Philippus Bos zullende teekend Staan desselfs de gegeeve responsi„ ven in margini deeser behoorlyk worden bekend gesteld Art l 1. Zegd philippus du Bos des gen: naam, geboorte plaats„ gebooren van Pher„ ouderdom en qualiteyt togenbosch qualiteyd Iong mattroos e zegd, met 't slot ter hooge met wat schip en in wat Cap:tn Sierveld, aangeland Iaar hij gen: alhier is aan„ in 't Jaar 1785: en in gekoomen en wat zyne ver„ de winkel bij de Heer Sierveld opgepast te hebben /:= rigtingen tot hier toe zyn geweest zegd door den adjudant hoe en uyt wat rheede wij gem: de Heer van Baalen in zig thans hier bevind Arrest gebragt te zyn en te zin geweest aan het huys van Preselius zonder te weeten de reedenen waaron Art:l 4. Lit 3. 1158 zegd Ia des agtermiddags omtrend half twee duren trend een maand of vier zamen te hebben gewoond zigd zeedert hunne aan„ komst alhier tot voor om„ „zegd Ia, zodanig dat hij of van Cruiselberg niet zoe„ eenig goed maaken de dert eenigen tyd zyn logies noomen en ander verlaaten en zig ten huyze daar gelaaten heeft. van den burger Lieutenant Sr Jan van Beenen heeft opgehouden zeyd zedert vier maanden hoe lang zulx os geleeden en en dat Chuyselberg of hij gem: niet nog dagelyx te vooren wel zomtyds met gen: van Cruyselberg is snagts ten huyse van van theene gebleeven is omgegaan en om wat reeden en dagelyx met hem om„ gegaan te hebben om reedenen van goede bekendschap. Legd neen. of hij gen: dus niet heeft gesien dat van Cruyselberg een groote Somma valsche pergamente munte onder handen heeft gehad. of naar een poosje tyd van zegd: Ian, met hem te zyn Cruyselberg niet is naar afgekoomen en terstond zegd Ia dog terstond 12 weeder te zijn afgeroepen of hij gev: voorts niet met en viel met eenlgbag„ van Cruyselberg naar desselfs merk te zyn meedegegaan kamer is gegaan, en tot wat als alleen om 't gezeln eynde schap zegd: zulx niet te weeten of van Chuijselberg niet dade„ lyk daar op heeft g'antwoord. die zal ik te geeven. # of hij gem: Goets niet heeft hooren zeggen, dat aan een van zeekere van Rheenen ontfan„ gene Somma gelds een Eds te min was of hij gen dan op vrydag den laatsten des gepasseerden maand maar 's agtermid„ dags ten huijze van voorm: van theenen niet is praesent geweest, toen den boekhouder Monsr Goets aldaar is gekoo„ ment. of hij gen: niet met den adsis„ tent van Cruyselberg ten huis van den Capitain ter zee d' heer Sierveld te zamen en op een kamer gelogeerd heeft. Art:l 4. hoe lang zil: zodanig te zaa„ men gewoond hebben. bene zegd. Ia. zegd neen 10 Artt: 9 13 8 1159 Cruyselberg is beneeden gekoomen zegd als vooren daar van niets te weeten zegd als vooren vertrokken toen beneeden geroepen geworden en denselven ook niet lange daer nan met 6 stukken valsche munte weederom is te rug gekoomen! of van Cruyselberg niet zo veel ander geld heeft genoomen om in de plaats te geeven en wat tusschen hun beyde daar bij is gesprooken gewor„ den waar van Cruyselbergen dit geld heeft geplaast en of er nog meer diergelyke munte aldaar is geweest of hij gen: niet weet, of er door zegd niet te weeten of van Cruyselberg meer meergem: van Cruyselberg valsch geld heeft niet meer valsch geld is ge¬ uitgegeeven, dat hij debiteerd geworden en of gem: na zyn best ont„ hij gem: niet zelve dierge¬ houden een stuk papier en een pergament heeft lyke heeft uytgegeeven ontfangen, vervolgens uytgegeeven en wederom als valsch te rug gekreegen, welke twee stukken valsch geld nog bij d' Heer Sierveld aan huis moeten leggen; dat hij gen: daar door zoo voorzigtig is geworden dat hij onderdaags van Casper Loos en Comp. voor egd Ia te zyn geweest ten of hij gen: niet zelve gezeyd huyze van Evert Heus heeft ƒ 100000: - klaar legger dewelke niet te huijs te hebben om voor zyne reecq: zynde is hij get: in ge¬ te kunnen negotieeren sprek geraakt met de huijsvrouw van gem: Eeyd veele goederen, onder door wat middelen hij gen: anderen veel goud en dan aan de groote Somma van zilverwerk, wel ter waar„ Contanten is gekoomen de wel„ dije van zeeven hondert ke hij zal bezitten Ed:s uyt het vaderland te hebben meede ge„ bragt, en dat nog wel meer geld moest hebben als hij weesendlyk heeft, hebbende hij veel verteerd. egd: niet te weeten hoe op hoedanige wyze zijl: daar aa„ Cruijselberg er aan is zin gekoomen en of zij niet gekoomen ook niet te zelve de Autheuren zijn daar weeten hoe hij zelve aan van zyn bovengem: twee stukken is gekoomen voorts onbe„ wust te zijn of Cruijselberg de autheur der gezegde val„ sche munt zoude zijn, en zig zelve daar geheel van vrij te kennen Art:t 14. reecq: van de Heer Sierveld heeft ontfangen rd:s 10, 000:— dog dezelve niet heeft willen accepteeren ten zij gem: Loos die verzegelde, gelyk meede een minder som van de nu overlleedene boode van de weescamer Walpot. Art:l 17 teecq: heug E 25 „

NL-HaNA_1.04.02_4321_0236 view scan ↗

English

1159 come Cruyselberg is downstairs states as before to know nothing of it states as before departed when called downstairs, the same also not long thereafter came back again with 6 pieces of counterfeit coin whether he did not take as much other money from Cruyselberg to give in its place, and what was spoken between them both on that occasion where Cruyselbergen placed that money, and whether there was any more of such coin there whether he, the named, does not know whether more counterfeit money was uttered by the aforementioned van Cruyselbergen, and whether he himself did not utter such states not to know whether Cruyselberg uttered more counterfeit money, that he, the named, according to his best recollection received a piece of paper and a parchment, subsequently uttered them and received them back again as counterfeit, which two pieces of money must still lie at the house of Mr. Sierveld, that he, the named, became so cautious because of this that recently, on account of Casper Loos and Comp. for the account of Mr. Sierveld, he received rds 10000, but would not accept the same unless the aforementioned Loos sealed them, as well as a lesser sum from the now deceased messenger of the Orphan Chamber, Walpot. whether he, the named, did not say himself that he had f 100000 ready to be able to negotiate for his account states yes, to have been at the house of Evert Heus, who not being at home, he, the witness, entered into conversation with the wife of the aforementioned by what means he, the named, then came by the large sum of cash which he is said to possess states to have brought many goods, among others much gold and silverware, indeed to the value of seven hundred Eds from the fatherland, and that he ought to have even more money than he actually has, having spent much. in what manner they came by it and whether they are not themselves the authors thereof states not to know how Cruijselberg came by it, also not to know how he himself came by the above-mentioned two pieces, furthermore to be unaware whether Cruijselberg would be the author of the said counterfeit coin, and acknowledges himself to be entirely free thereof Article 14. 25 6 1160 Heugh, who expressed herself to the named that she would have regretted it if Mr. Sierveld had become Equipagiemeester, because he would have forced the trade here, to which the interrogated answered, I would have forced the trade and have f 10000 in readiness for it; the named testifying to have said this in jest, and that one sometimes says something more than one really means, that he had become angry that Mrs. Heugh said such of Mr. Sierveld, because he hoped to be helped himself by this promotion of Mr. Sierveld Article 20 And that he regretted that Dumini had become Equipagiemeester, who had paid f 70000 to the Right Honorable and Noble Lord Governor, and that if it had been known, Sierveld would indeed have given 100000 states to have said that he had heard that the Honorable Dumini would have paid 3000 rds to the Right Honorable and Noble Lord Governor for the office of Equipagiemeester, and that if it had been known that it would be sold, Mr. Sierveld would then indeed have given f 100000 Article 21. whether the named does not confess to having spoken ill in this manner of the Right Honorable and Noble Lord Governor, and what he can bring forward in his excuse states not to have said such because of getting it back again in a year Article 22. states to confess guilt therein, that it was an indiscretion of him that he said it of the Governor and of Diemel, and requests forgiveness in that regard. Confirmation Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the aforementioned Philippus du Bos, who, this his preceding interrogation having been read out clearly and distinctly word for word, declares to abide and persist therein, desiring that nothing more shall be added to or taken from it. Agrees. Sworn Clerk Thus interrogated and answered In the Castle of Good Hope on 12 April 1786 before the Honorable Gerrit Hendrik Cruywaagens and Johannes Smuts, members of the Honorable Court of Justice aforementioned, who have duly signed the minute hereof together with the prisoner and me, the Secretary. Lower was written: Which I testify. Was signed: C:s Van Aerssen, Secretary. No. 11 1161. Letter R. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of the Castle of Good Hope, the residing here and on his departure to Batavia standing Mr. Petrus Victor onder de Wijngaard, of competent age, who at the requisition of the Fiscal pro interim here, Sr. Gabriel Pieter, declared it to be true: That he, the appearer, having received on the evening of 19 March last a sum of sixty-nine rix-dollars from the assistant of the Honorable Company, Marinus Simon van Cruijselbergen, had found that among the aforementioned sum counted out to him, the appearer, in paper currency was a piece of 40 rix-dollars on parchment; that he, the appearer, having given that piece among other money in payment to the Burgher Councillor, the Honorable Johannes Matthias Bletterman, the aforementioned Bletterman having spoken to the appearer on the street last Saturday, the 1st of this month, had made known to him, the appearer, that one piece, namely of 40 rix-dollars, among the sum paid to him by the appearer was counterfeit; that the appearer the aforementioned piece of 40 rix-dollars again

Dutch transcription

1159 gekoomen Cruyselberg is beneeden zegd als vooren daar van niets te weeten zegd als vooren vertrokken toen beneeden geroepen geworden denselven ook niet lange A na met 6 stukken valsch munte weederom is te rug gekoomen of van Cruyselberg niet zo veel ander geld heeft genoomen om in de plaats te geeven en wat tusschen hun beyde daar bij is gesprooken gewo den waar van Cruyselbergen de geld heeft geplaast en of er nog meer diergelyke man aldaar is geweest of hij gen: niet waet, of er„ zegd niet te weeten of van Cruyselbergmeer meergem: van Cruyselbe valsch geld heeft niet meer valseh geld is op uytgegeeven, dat hij debiteerd geworden en or gen: na zyn best ont„ hij gem: niet zelve dierg houden een stuk papier en een pergament heeft lyke heeft uytgegevven ontfangen, vervolgens uytgegeeven en wederom als valsch te rug gekreegen, welke twee stukken van geld nog bij d' Heer Sierveld aan huis moeten leggen dat hij gen: daar door zoo voorzigtig is geworden dat hij onderdaags van Casper Loos en Comp. voo„ zegd Ia te zyn geweest ten of hij gen: niet zelve gezeid huyze van Evert Heus heeft ƒ 100000: - klaar leggen dewelke niet te huijs te hebben om voor zyne reecq: zynde is hij get: in ge¬ te kunnen negotieeren sprek geraakt met de huijsvrouw van gem: zegd veele goederen, onder door wat middelen hij gen: anderen veel goud en dan aan de groote somma van zilverwerk, wel ter waar„ Contanten is gekoomen de wel„ dije van zeeven hondert ke hij zal bezitten Ed:s uyt het vaderland te hebben meede ge„ bragt, en dat nog wel meer geld moest hebben als hij weesendlyk heeft, hebbende hij veel verteerd. zegd: niet te weeten hoe op hoedanige wyze zijl: daar aa„ Cruijselberg er aan is zin gekoomen en of zij niet zelve de Autheuren zijn daar gekoomen ook niet te weeten hoe hij zelve aan van zyn bovengem: twee stukken is gekoomen voorts onbe„ „wust te zijn of Cruijselberg de autheur der gezegde val„ sche munt zoude zijn, en zig zelve daar geheel van vrij te kennen Art:t 14. reecq: van de Heer Sierveld heeft ontfangen rd:s 10, 000: dog dezelve niet heeft willen accepteeren ten zij gem: Loos die verzegelde, gelyk meede een minder som van de nu overleedene boode van de weescamer Walpot. Artl teed heug E 25 6 1160 heug, dewelke zich aan de gen: heeft uytgelaaten dat het haar zoude gespeeten hebben als de Heer Sierveld Equi„ pagiemeester was geworden door dien die de negotie ^ waar op de gevraagde g'antwoord heeft haere ik zoude dexregitie gedwongen hebben alhier zoude gedwongen hebben en hebbe daar ƒ 10, 000 toe in gereedheyd; betuijgende de gen: zulx uyt korts„ wijl te hebben gezegd en dat men zomtids, wel iets meer zegd als men wel meend, dat hij quaad geworden was dat Iuffw Houg zulx van d' Heer Sierveld zeyde, om dat hij hoopte door deeze bevordering van d' Her Ser„ veld zelve geholpen te zullen worden Art: 20 zegd te hebben gesegd: dat En dat het hem speet dat hij had gehoord dat de Duming was Equipagiemeer¬ E dumini aan den wel ter geworden die ƒ70, 000: aan Edele gestr: Heer Gou„ verneur ƒ 3000r voor de wel Edele Gestr Heer gou„ het ampt van Equipa verneur had betaald en dat giemeester zoude be„ Indien men zulx had gewee„ taald hebben en dat ten seerveld wel 100000: — indien men had gewee zoude gegeeven hebben ten dat het verkogt zon„ de worden d' Her Sier„ veld dan wil ƒ 100000: zoude gegeeven hebben zegd zulx niet te hebben zegd daar in Schuld te of de gen: niet bekend op deeze wyjze quaad gesprooken te hebben om dat het zodanig in een Iaar weederom uijt te haalen ecollement Compareerde voor ons onder get: gecommitt:s uyt den E agtb: raad van Justitie deeses gou¬ vernements voorm: Philippus du Bos de„ welke deeze zyne voorenstaande Interroga„ torie klaar en duydelyk woordelyx voorge„ leesen weesende verclaard daar bij te blyven persisteeren met begeerte dat er niets meer bij ofte van gedaan worden zal. — Acordeert. gezwe Clencq Aldus Gevraagd en beantwoord In't Casteel de goede Hoop den 12 april 1786 voor de EE: Gerrit Hendrik Cruywaagens en Iohannes Smuts Leedent uijt den E agtb: raad van Iustitie voorm: de de minute deeses, benevens den gev: meede be ende mi Secretaris meede behoorlyk hebben ondertee„ Lager kend /:vnderstond:/ 'T welk ik getuijge :/ was geteekend:/ C:s Van Aerssen Secrett:s /:Onderstond:/ onvoorzigtigheijd van van den Wel Edele gestr: Heer Gou„ verneur en wat hij tot zyn veront„ daar omtrent verschoo„ schuldiging kan inbrengen hem is geweest dat hij van En Diemel ning verzoekt 21. 22. was. bekennen dat het eene gezegd N 11 1161. Lit. R. Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitteerdens uijt den E. Agtb: raade van Justitie des Casteels de goedesloop, den alhier remoreerende en op zyn vertrek na Batavia staanden M=r Petrus Victor onder dewijngaard, van Competenten ouderdom, dewelke ter requisitie van den pro Jnterim Fiscaal alhier S. r Gabriel Peeter verklaarde hoe waar is des avonds eene somma van Neegen en Sestig Ryxdaalders ontfangen hebbende, van den adsistent der EComp:e Marinus Simon van Cruijselbergen, bevonden had dat 'er onder gem: somma in papiere munt aan hem Comp„t toegeteld een stuk van 40 Rijxdaalders op pergament was, dat hij Comp=nr dat stuk onder ander geld en betaling hebbende gegeeven aan den Burgerraad d' E. Johannas Matthias Bletterman, gem: Bletterman laatstl: Zaturdag den 1. deeser maand den Comp„r op Straat aan= gesproken hebbende, hem Comp„e te kennen had gegeeven, dat er een stuk namentlijk van 40. rijxdaalders onderde door den Comp=s aan hem betaalde Somma valoch was, dat den Comp=s gem: stuk van dv: rijxd=s Dat hij Compt op den 19 maart Jenss. wederom

NL-HaNA_1.04.02_4321_0239 view scan ↗

English

having taken again, the said Bletterman had in the evening sent two other pieces of paper money each of 20 rixdaalders, which the appearer received from Johannes Gijsbertus van Reenen. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for knowledge as in the text, offering, whenever it shall be required, always to confirm the same by solemn oath. Below was written: Thus done at the Cape of Good Hope on the 4th of April 1786, before the Honorable Gerrit Hendrik Cruijwagen and Johannes Smits, members of the Honorable Worshipful Court of Justice aforesaid, who have duly signed the original minute hereof together with the appearer and me, the secretary. Lower: To which I testify. Was signed: C. van Aerssen, Secretary. Agrees. W. Diemel, Sworn Clerk. No. 11 Copy 1162 We the undersigned hereby certify that upon inspection of a packet in which two thousand rixdollars were sealed and signed Cruisselbergen, the following pieces on parchment were found in our presence to be counterfeit, namely: 3 pieces of forty rixdollars: 120 rixdollars 3 pieces of ten rixdollars: 30 rixdollars Total: 150 rixdollars Below was written: Cape of Good Hope, the 31st of March 1786. Was signed: J. van Gennep, Chevalier Duminij, P. C. Treurniet. Agrees. E. Diemel, Sworn Clerk. No. 11 1163 My detention preventing me from coming to present this enclosed petition in person, I take the liberty to convey this enclosed to Your Honorable Worship, with the request to be pleased to bring it to the table of the Honorable Worshipful Court of Justice at the first session and to resolve thereon, while requesting a favorable apostille upon the same, he who has the honor to call himself with respect, Below was written: Right Honorable Worshipful Sir. Lower: Your Honorable Worship's humble servant. Was signed: M. S. van Cruisselbergen. In the margin: In the Bacon Room in the Castle of Good Hope, the 18th of April 1786. The address was: The Right Honorable Worshipful Sir, the Right Honorable Worshipful Sir P. Hacker, Senior Merchant, Secunde of this Government, Chief Administrator, and President of the Honorable Worshipful Court. Copy. Right Honorable Worshipful Sir. No. 11 1164 Copy Thursday the 4th of May 1786, in the forenoon. Present: the Honorable Worshipful Sir Pieter Hacker, President, and all the members, except the Gentlemen Neethling and van Sittert, both on business. Lastly were brought to the table the representations delivered by the Pro Interim Fiscal, with the documents annexed thereto, against the detained assistant of the Honorable Company, Marinus Simon van Cruysselbergen. Having deliberated thereon, the Council deemed this matter of too great importance to be able to take any decision regarding it, since neither his guilt nor his innocence has thus far appeared, and he nonetheless still remains under the same vehement suspicion resting upon him, which since his detention has neither diminished nor aggravated, and whereby in the event of an all too hasty release it would be to be feared that the most detrimental consequences for this Colony could arise therefrom; on the other hand, the Council also lacking sufficient foundation to declare him guilty, it was proposed by the Honorable Worshipful President whether it would not be best to address the Right Honorable Gallant Governor and the Right Honorable Worshipful Council of Policy by representation, and, submitting the presented representations and the inquests obtained by the Pro Interim Fiscal, to request that His Right Honorable Gallant and Their Right Honorable Worships be pleased to dispose with respect to the person of Cruysselberg as they shall find proper according to the gravity and nature of the matter; to which all the members unanimously agreed. Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence. Signed: J. van Aerssen, Secretary. Agrees. W. Diemel, Sworn Clerk. Below was written: 1165 Register of the documents pertaining to the case of the assistant of the Honorable Company, Marinus Simon van Cruysselbergen. Letter A. Representation of the Pro Interim Fiscal dated 6 April 1786. B. Minutes of the aforesaid 6 April. C. Representation of the Pro Interim Fiscal of the 10th of April 1786. D. Ditto of the 20th of April. E. Declaration of Johannes Gijsbertus van Reenen. F. Ditto of George Fredrik Goets. G. Ditto of Arend van Weeling with an annexed list. H. Ditto of Jan Jacob Swanevelder with a note annexed thereto. I. Ditto of Evert Heug. K. Ditto of the wife of the aforesaid Heug. Letter L. Declaration of Hercules Sandenberg. M. Ditto of Casper Loos. N. Ditto of Willem ten Bengevoort. O. Interrogatories with their responses of Cruytselbergen. P. Further interrogatories with their answers of the same. Q. Interrogatories with their answers of Philippus Bos. R. Declaration of van der Wyngaard, which on account of his speedy departure could not be recollected. S. Certificate of the Gentlemen van Gennep, Duminij, and Treurniet. T. Letter from Cruysselberg to the Honorable Worshipful President, in which was enclosed a petition to His Right Honorable Worship and the other members of the Honorable Worshipful Court of Justice. W. Minutes of the 4th of May 1786. Agrees. G. Diemel, Sworn Clerk.

Dutch transcription

wederom genomen hebbende, gem: Bletterma des avonds twee andere stukken papiere geli ieder van 20 rixdaalders gesonden had, de„ welke den Comp=e van Johannes Gijsbertus van Reenen ontfangen heeft. — Niets meer verklarende geeft den Compt voor redenen van wetenschap als in den Text praesenteerende zulx, wanneer 't gerequireerd word, altoos met solemneelen Eede te staven /:onderstond:/ Dat aldus passeerde aan Cabo de goede Hoop den 41. April 1786. voor d' EE: Gerrit Hendrik Cruijwagen „ Joh„s Smits Leeden uijt den E. agtb: raad van Justitie voorw: die de minute deeses benevens den Comp=s ende mij secretaris meede behoorlyk hebben onderteekend /: Lager:/ 'T Welk ik getuijge /:was geteekend:/ C: van Aerssen secret:s — Accordeert. n Siemel gerrt: Clercq N 11 Copia 1162 Wy ondergeteekendens certificeeren by deezen, dat by naziening van een pak waarin Twee duizend ryxd„s verzeegelt, en geteekend Cruisselbergen, ter onzer presentie is bevonden valsch te zyn de volgende stukken op pergament, na„ 3 p„s van veertig ryxd„s. . . . . . . . rd„s 120:— 30:— rd„ 150:— mentlijk 3 „ „ tien „ - - /:onderstond:/ Cabo de goede hoop den 31„e Maart 1786 /:was geteekend:/ J: v: Pennep, de ridder Duming, P: C: Treeter. — Accordeert. EenDiemel gedw: Clercq 2 N 11 1163. Myne detensie my verhinderende dit inleggend request in persoon te komen aanbieden neeme ik de vryheid deezer geënelosseerd aan uwelEd: Achtb: te doen geworden, met verzoek 't zelve by de Eerste sessie ter tafel van den E: A: raad van Custitie te willen brengen, en daar op te resolveeren. - Terwijl eene gunstige Apostille op dezelve is verzoekende die geene de eer heeft zig met Eerbied /:onderstond:/ Wel Edele Achtb Heer: /:lager:/ uwelEd: Achtb: ootm: dien=s /:was geteekend:/ M: S: van Cruisselbergen /: in marginig op de Spekkamer In't Casteel de goede Hoop den 18 April 1786. — /:t adres was:/ Wel Edelen Achtbaren Heere, den Wel Edelen Achtb: heere P: hacker Opperkoopman, Secunde deezes Gou„ vernements, hoofd Administrateurs en presidendent van den E: A: Wel Edele Achtbare Heer. raad Copici/ te noemen. — No. 11 3164. Copia Laatstelyk wierden ter Tafel gebragt de door den pro Jnterim Fescaal overgen leverde vertogen, met de daar by g'annex„ eerde stucken tegens den gedetineerden adsistent der E Comp: Marinus Simon van Cruysselbergen, waarover gebesoig neerd zynde, heeft de Raad, dese zaak van te veel gewigt geoordeelt om daarom„ trend eenige decisie te kunnen nemen, daar zo min zyne en schuld als zyne Schuld tot dus verre gebleeken is, en hy des niet te min als nog blijft onder deselve vehemente op hem leggende suspicie de welke sedert zyne detentie niet gedimi„ nueerd of g'aggraveerd is, en waardoor by eene kal te zeer gepracipiteerde clargatie het te dugten zoude zyn, dat hieruyt de alles nadeeligste gevolgen voor dese Colonie zoude kunnen geboren worden; aan de andere kant de Raad ook geen genoegsaam fundament hebbende om hem schuldig te erkennen, zo wierd door den E actb: Heer praesident geproponeerd of het niet best ware, zig by vertoog aan den wel Edelen gestr Heer gouverneur Donderdag den 4 May 1786 's voormiddags praesent den E agtb: Heer Pieter Hacker praesident, en alle de Leden, demptis de Heeren Neethling en van Sittert beyde bij occupatie Litt u ƒ 3 en WelE: agtb: Rade van politie te addresseeren, en onder overlegging der ingediende vertogen en ingewonne En¬ questen van den pro Interim Fissaal te versoeken dat zyn WEd: Gestr. en hun WEd: Agtb: ten opsigte van den persoon van Cruysselberg zodanig gelieven te disponeeren als na het gewigt en den aart der zake zullen vinden te behooren; waarin door alle de Le¬ den uinanim is toegestemd. Sabo de goede hoop die et anno ut supra /:lager:/ mij praesent /: geteekend:/ J. van aerssen secret: gerwe Clercq Accordeerd. W: Hemel /:onderstond:/ 1765. „ B. - . Notule van voorm: 6 april 6. . . . vertoog van den pro Jnterim Fiscaal van den 10 april 1786 D. „ 20 april E. . . verklaring van Iohannes gys„ bertus van Reenen George Fredrik goets Arend van Weeling met een bygevoegd leist e Jan Jacob Swanevel¬ der met een daarby ge¬ voegd notitie Evert Heug Huysvrouw van F. .. G. . „ _o _ F. „ H: L. a A. . . . Vertoog van den pro Jnterim Fissaal de dato 6 april 1786 ken specteerende tot de zaak van den ad¬ sistent der E Comp Marinus Simon van Cruysselbergen. Register der stuk¬ voorsz: Hug „ _o _ _o e R L„a L. Verclaring van Hercules Sandenberg 3 „ Casper Loos _o „ Willem ten Bengevoort O: Interr: met derselver responsiva van Cruytselbergen P: nadere Interr: met derselver antwoorden van Philippus Bos R: verclaring van onder denwyngaard dewelke wegens zyn spoedig vertrek niet heeft kun„ nen werden gerecolleerd I - Certificaat van de Heeren van Genne p duminij en Prieter „ I. - - Brief van Cruysselberg aan den Eagtb: Heer President waarin gesloten een request aan zyn wel Edele agtb en verdere Leden van den E agtb: Raad van Justitie. — W. Notule van den 4 maij 1786. — Accordeerd gezie Clercq Gr Diemer M. .. N... „ C „

NL-HaNA_1.04.02_4321_0247 view scan ↗

English

Since no stamp is available, please accept this as exempt. To the Right Honorable, Highly Esteemed Mr. Pieter Hacker, President, along with the Honorable, Highly Esteemed Court of Justice of Cape of Good Hope. Respectfully shows Marinus Simon van Cruijselbergen, assistant in the service of the Honorable East India Company, stationed at the Political Secretariat here, but currently detained in the Castle. That he, the petitioner, on March 31 of this year, went to the pro interim Fiscal of this government, named Gabriel Exter; that he, the petitioner, handed over to the same six pieces of parchment coin which had been delivered to him, the petitioner, on that same day by the bookkeeper Goets, with the addition that he had received the same from him, the petitioner, and that the said coin was found to be counterfeit. That he, the petitioner, thereupon requested the said pro interim Fiscal to conduct the necessary investigations regarding this matter, and was asked by the same whether he did not know from whom he had received the same. That he, the petitioner, replied to this that he could not yet state this positively, but indeed had a strong suspicion, yet that one must be cautious in such an accusation, but at the same time had deemed it necessary to stop that circulation at the outset, and now that he had heard that they were counterfeit, he did not wish to deceive other people with them, as he had been deceived, but that he, the petitioner, would come to speak with the said Fiscal the following day. That he, the petitioner, thereupon left, and on the morning following, the 1st of April of this year, having been summoned by the political messenger Claassen to the Honorable Governor, he directly obeyed the said order, and upon his arrival there was commanded by His Right Honorable to place himself in arrest in the main guardhouse under the custody of the officer Mulder, who was then present, until further orders. That he, the petitioner, that same afternoon, in the presence of the commissioner gentlemen from Your Right Honorable Assembly, was questioned on some articles by the Secretary of Justice, Mr. van Derssen, at the requisition and in the presence of the said pro interim Fiscal G: Exter, and that he, the petitioner, after the examination was conducted, remained imprisoned until Thursday evening the 6th of April. That he, the petitioner, to his astonishment being detained there so long, had to experience with the utmost amazement and to his greatest indignation that he, the petitioner, although conscious of no wrongdoing himself, was collected like a criminal by a sergeant, corporal, and eight soldiers provided with loaded weapons, and transported to the Lord's stone or jail, and searched by the provost marshal Matthiysen to see if any sharp object was to be found on him. That he, the petitioner, was thereafter placed in a room without any access, and thus criminally, since in such a case not only was everything usually withheld from him, the petitioner, but what is more, he had to resign himself to going to sleep without food; that he, the petitioner, had to spend a most unpleasant time in that prison so humiliating for a respectable man, whereby his health certainly could have suffered greatly, and such would surely also have been the consequence, had he not, on the Monday following, unexpectedly been brought over again to the so-called Bacon Chamber in the Castle of Good Hope by an escort of two non-commissioned officers and eight soldiers. That he, the petitioner, has thought maturely to himself about this incident, and this manner of treatment has seemed most strange to him, the petitioner, being slightly knowledgeable in the law, as he respectfully trusts, as being contrary to all justice, equity, and manner of proceeding. That he, the petitioner, must himself assume that this was also perceived as such by Your Right Honorable, since he, the petitioner, through the transport from the aforementioned place to his present arrest, although without access and thus in this case criminally, seems in other respects, such as through the allowance of light, pen, paper, and ink, to be detained civilly once again. That he, the petitioner, by this granted concession sees himself placed in the possibility of being able to bring his innocence to the attention of the Right Honorable, Highly Esteemed President and Honorable, Highly Esteemed Gentlemen by petition. That he, the petitioner, knows himself to be completely clear of the crime wrongly imputed to him by the office of the Fiscal, and is thus assured to have done not the least thing for which he rightly, be it said with respect, should or could longer be deprived of his freedom, and his good name remain stained by this. That he, the petitioner, being therefore also convinced of the equity and fairness of an enlightened bench of justice, firmly trusts that the petitioner, to whom his honor, good name, and reputation are dearer than all of life, and is thus completely stained by this course of action, will soon be freed from his detention, which is contrary to all laws, by a discharge. Wherefore the petitioner turns to Your Right Honorable, Highly Esteemed President and Honorable, Highly Esteemed Gentlemen, humbly requesting, and in no way doubting, that Your Right Honorable will see fit and provide, in case Your Right Honorable, after mature examination, find him, the petitioner, as he fairly trusts, innocent, to have it directed so that he, the petitioner, reserving all other action, be brought home again in just as triumphant a manner as he, the petitioner, was brought hither into the arrest that was grievous and injurious to him. Which doing, etc. Was signed: M: P: van Cruijselbergen Sworn Clerk, Cs Diemel Agrees

Dutch transcription

N11 1166. vermits geen zegel bij de hand te houden: heb gelieve men deese voor Exempt Aan den Wel Edelen Agtb: Heer Pieter Hacker Praesident, benevens den Edelen Agtb: Raad van Iustitie van Cabo de goede Hoop. Geeft reverentelyk te kennen Marinus Simon van Cruijselbergen, adsistent, in dienst der §0 Indische Comp:e, ter Politicquen Secretar„ rije alhier bescheijden, dog thans gedetineert in het Casteel. — dat hij supp:t zig op den 31 maart deses Iaars heeft vervoegt bij den pro Interim Fiscaal deeses gouernements met naame Gabriel Exter; dat hij supp:t: aan densel„ ven heeft overgegeeven ses stukken per„ chamente munt welke door den boekhou„ der Goets dienselfden dag aan hem supp:t waren ter hand gesteld, met bijvoeging, dezelve van hem supp:t te hebben ontfan„ gen, en dat gem: munt was bevonden valsch te zijn, dat hij supp:t gem: pro Interim Fiscaal daar op heeft verzogt de nodige recherches hier omtrent te doen, en door denselven is gevraagd, of niet wist van wien dezelve te hebben ontfangen. dat Eex Careere 1167. dat hij supp:t hier op heeft g'antwoord, zulk nog niet positie te kunnen zeggen, dog wel vehemente suspicie te hebben, dat men egter in zodanige beschuldiging voorzigtig zyn moest, maar teffens nodig had g'oordeelt, in den beginne dien loop te moeten stuyten en nu hij gehoord had, dat dezelve vulsch waaren, geen andere luyden daar meede wilde bedriegen, zo als hij bedroogen was, dog dat hij supp:t des anderen daags gem: fiscaal zoude koomen spreeken dat hij supp:t daar op is weg gegaan, en den morgen daar aan den 1ste april deezes Iaars door den boode van Politie Claassen bij den Edelen Heer Gouverneur ontbooden zynde, direct aan gem: ordre heeft g'obedieert, en bij zine kinst aldaar door zijn wel Edele gestr: wierd geordonneerd zig onder gelegen van den toen tegenwoordig zynde officier Mulder tot nadere ordre in de hoofdwagt in arrest te begeeven. dat hij suppt: dienselfden nademid¬ dag ten overstaan van Heeren gecommitt uyt Uwe wel Edele agtb: vergadering, door den secretaris van Iustitie der Heer van derssen ter requisitie en in't bijweesen van gem: pro Intirim Fiscaal G: Ester op eeni„ ge articulen is ondervraagd, en dat hij supp„t na gedaane verhoor tot donderdag avond dat hij supp:t daar na op eene hamer is gebragt buyten eenig acces en dus cri„ minatiter dewijl hem supp:t alles in zoo een geval gewoonlyk niet alleen is onthou„ den, maar wat meer is zig heeft moeten ge„ troosten zonder Eeden te gaan 't slaapen; dat hij supp:t in die van een fatsoenlyk man zoo statrissante gevangenis eene aller onaangenaamsten tyd heeft moeten door„ „brengen, waar door zeeker zyne gesondheid veel zoude hebben kunnen lyden, en zulx gewis ook het gevolg zoude zijn geweest, indien des maandags daar aan volgende niet weederom op het onverwagts door eene Excorte van twee onder officieren en agt den 6 april heeft gevangen gezeeten. dat hij supp:t tot zijne bevreemding aldaar zo lange gedetineert zinde, met de uyterste verbaastheijd en tot zyne grooste veront„ waardiging heeft moeten /ondervinden, dat hij supp:t hoe wel zig zelfs geen quaad bewust, als een Crimineel doer een sergean„ Corporaal en agt soldaaten met scherpgen laaden geweezen voorzien is afgehaald, en gestransporteerd na 's Heeren steen of tronk en door 's Heeren geweldiger Matthiysen gevisiteerd of ook eenig scherp bij hem was te vinden Lol den V 1168. soldaaten na de zogenaamde Spek=kamer in 't Casteel de goede Hoop was overgebragt geworden. dat hij supp:t over dit voorgevallene rijpelyk bij zig zelven heeft gedagt en hem supp:t (: als der regten zo hij eerbiedig ver„ trouwt een weijnig kundig deese manier van behandeling aller vreemst is voorge¬ koomen, als strydig teegen alle regt, bil„ lykheid en manier van procedeeren. Dat hij supp:t zelve moet veronderstallen E zulx ook als zodanig bij UEd: agtb: te zin op„ genoomen, dewil hij supp:t door 't transpor„ teeren van voorm: plaats na zijn teegen„ woordig arrest, hoewel buyten acces en dus in dit geval criminaliter, in andere gevalle egter als door het toestaan van ligt, per papier en inkt wederom cirrliter schijnt te werden gedetineert. - dat hij supp:t door dit g'accordeerde zig in de mogelykheid ziel gesteld zijn on„ schuld by requeste onder het oog van den wel Edele agtb: Heer en Edele agtb: Heeren te kunnen brengen; Dat hij supp:t van den misdaad door het officie Fiscaal hem ten onregten g'im„ preteerd, zig volkomen zuijver kend en dus verzeekert is niets het minste gedaan te hebben waar voor hij met regt /: het zij met Eerbied gezegd/ van zyne vrijheyd /:onderstond:/ 'T welk doende &a /:was geteekend:/ M: P: van Cruijselbergen gezw: Clercq Cs Diemel digt hij supp:t darom ook van de aquiteijt en billijkheijd van eenen verligte vierschaar overtuijgd zynde, vastelyk vertrouwd, dat de supp:t wien zijn Een, goede naam en faam dierbaarder is als al het Leeven, en dus door deese handelwijs gantsch bevlekt is, uyt zyne teegen alle regten strijdende retensie wel ras door eene largatie zal werden bevrijd Weshalven den supp:t zig keerd tot Uwe wel Edele Agtb: Heer e Edele Agtb: Heeren. oot„ moediglijk verzoekende, en hier aan geen„ zints twijffelende, dat uw welEdele agtb„re zul„ len goedvinden en voorzien, ingevalle UEd= agtb: na rijp Examen hem supp:t, /: zoo als hij billyk vertrouwd:/ onschuldig vinden, het daar hoen te laaten dirigeeren, dat hij supp„t gere„ serveert alle andere Actie, in even zodanige triumphante manier wederom werde na huijs gebragt, als hij suppt in 't voor hem grievend en laes of arrest herwaards is overgevoerd langer zoude moeten of kunnen verstooken zyn en zyne goede naam hier door bevlekt blyven. - langer Accordeert E

NL-HaNA_1.04.02_4321_0251 view scan ↗

English

No 11 1169 Thursday the 6th of April 1786 In the forenoon, present the Honorable President Pieter Hacker and all the members. There was submitted in Judicio by Gabriel Exter, acting as Fiscal pro interim, a memorial concerning the person of an assistant, Marinus Simon van Ruijselbergen, and the soldier Philipus Bosch, both held in civil detention at the Castle, who, according to the contents of that memorial and the inquests annexed thereto, are under great suspicion of being the authors of such counterfeit parchment and paper currencies as are currently circulating among the inhabitants here, said memorial reading as follows. Which memorial and documents having been discussed and examined, the following resolution was passed thereon: The Council, having read the memorial and documents submitted by the ex officio memorialist, grants, by virtue of the continuation of the same, the requested search, further allowing the said Cruijselbergen provisionally to remain in civil detention, provided that no one shall have access to him, keeping the request and advice regarding Philipus Bosch in abeyance until such time as further instructions in that regard shall have been received. At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Below: in my presence, signed, Van Aerssen, Secretary. Below stood: Agrees. E. Diemel, sworn clerk. No 11 1170. Pursuant to the order of the Honorable President, the undersigned has canvassed the respective members of the Honorable Council of Justice here as to when their Honors would choose to have the assistant Marinus Simon van Cruijsselbergen brought back from the hostage rooms to the military main guard, for which the Right Honorable Governor would provide a guard, in order subsequently to have him transferred from there again by a corporal to the bacon rooms. Which was left by all the members, except for the burgher councillor Mr. van Sittert, who was not found at home by the undersigned, at the disposal of the Right Honorable Governor. At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Was signed: C. van Aerssen, Secretary. Below stood: Today, the 10th of April 1786. Agrees. E. Diemel, sworn clerk. No 11 Monday the 10th of April 1786. In the forenoon, extraordinary meeting, present the Honorable Pieter Hacker, President, and all the members except the burgher councillor, the Honorable Andries van Sittert. After the President had informed the Council how his Honor, having discovered with the utmost surprise that Gabriel Exter, acting as Fiscal pro interim, had seen fit not only on his own authority but even directly contrary to the resolution decreed by the said Council in the meeting held on the 6th of this current month upon the memorial submitted by the ex officio memorialist, to have the suspected assistant Marinus Simon van Cruisselbergen transferred from the military main guard, where he was under civil arrest, to the hostage room (which is considered here as a prison for criminal offenders), his Honor had summoned the aforesaid Gabriel Exter to his presence in order to demand an account from him for this reckless action, and 1171 1172. further, at the request of the said Exter, had convened this meeting; a memorial was submitted in Judicio by the said acting Fiscal, reading as follows. Which having been discussed and deliberated upon, the following resolution was passed on the same: The Council, before deciding upon the memorial submitted by the officer, reprimands him for the step he has taken in deviation from the decree of this Council, and orders him, the ex officio memorialist, provisionally to restore the assistant Cruisselbergen to such civil detention as the decree of this Council dictates, furthermore imposing upon the ex officio memorialist on that account a fine of one hundred ducatons, to be paid within twice 24 hours, for the benefit of the diaconate poor of the Reformed Church of this place. Furthermore, having reflected upon the request of Cruisselbergen inserted into the aforementioned memorial, namely to be provided with some necessary essentials, it was decreed in this manner: The Council permits giving to the detainee light, paper, pens, ink, a knife, and a fork for his use. After this resolution was read to the said acting Fiscal, he requested time for reflection in order to present his interests. Which request having been taken into consideration by the said Council, and having considered that if it were granted to the ex officio memorialist, the aforementioned transfer of Cruesselbergen would thereby be delayed, it was therefore decided as follows: The Council rejects the request of the officer to have time for reflection for the further presentation of his interests. Below stood: At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: in my presence, was signed: C. van Aerssen, Secretary. Agrees. E. Diemel, sworn clerk. 1173. No 11 Thursday the 20th of April 1786. In the forenoon, present the Honorable Pieter Hacker, President, and all the members. Whereupon the following memorial was submitted by the acting Fiscal Gabriel Exter: The contents of which having been deliberated upon, the Council holds this matter under advisement until the documents have been circulated and read, and the still unsworn statement has been re-examined and sworn to. Furthermore, the Honorable President made known that the previous evening a letter addressed to his Honor had been handed to his Honor on behalf of the detained Van Cruijselbergen, following the reading of which, reading as follows, his Honor found therein a petition from the said Van Cruiselbergen to this Honorable Council, which was of the following content: Whereupon it was resolved to attach this petition to the above-cited memorial and

Dutch transcription

N 11 1169 Donderdag den 6 april 1786 's voormiddags present den E: agtb: Heer president Pieter Hacker en alle de leeden Js door den het fiscalaat pro Jn„ „terim waarnemende s' Gabriel Exter in Judicio overgeleeverd een vertoog noopens den ten Casteele in Civiel arrest zittende perzoon van Een adsistend Marinus Simon van Ruijselbergen en den soldaat Philipus Bosch, dewelke volgens Een inhoud van dat vertoog en daar neevens gevoegde Enquesten onder groote suspicie leggen van te zijn autheuren van sodanig valsen pergamente en papiere munten als thans onder de Jngezetenen alhier rouleeren, luijdende dat vertoog als volgd Over welk vertoog en stukken gesprooken en Gebesoigneerd zijnde is daar op het volgende besluijt ge„ „vallen- Den Raad hebbende geleezen het door den exofficio vertoonder overgeleeverd vertoog en stukken, accordeert uijt hoofde van der„ Silver Copia F. „selver Continue de verzogte visi„ tatie latende gem: Cruijselbergen, voorts bij provisie blijven in Civiel arrest, mits dat niemand acces tot denzelven hebbe, houdende het ten opzigte van Philipus Bosch verzogte en advijs tot tijd en wijle dien aangaande nadere Jnstructien zullen zijn ingekomen - Aan Cabo de goede Hoop Vie et ano Utsupra /:lager:/ mij pre„ „sent /:geteekend:/ Van Aerssen Secretaris- /:Onderstond: Accordeert. En Diemel gerwe. Clercq N 11 1370. Deeftter ordonn: van den E: Agtb: heer president de onderget: by de resp: Leeden van den E: Agtb: raad van Justitie alhier in rondvraaggebragt, wanneer hun E: Agtb: zouden verkiezen dat den Adsistent Marinus Simon van Cruijsselbergen, uit de geiselkamers zouden worden te rug gebragt in de militaire hoofdwagt, waartoe de wel Ed: Gestr: heer gouverneur een wagt zoude geeven, ten einde den„ zelven vervolgens van daar weeder. door een Corporaal in de spekkamers te doen overbrengen Het welk door gezamentlyke leeden excepto den burgerraad den heer van Sittert dewelke door den ondergeteekende niet te huis gevonden is, „tere dispositie van den wel Ed: gestr: heer Gouverneur is gelaten geworden Aan Cabo de goede hoopdioet anno ut suyvra /:was get:/ C: van Aarssen Secret„s /:onderstond:/ Huyden den 10 April 1786. — Accordeert. J. v v En Diemet gezw breg N 11 Maandag den 10„en April 1786. 'S voormiddags Extra ordinaire vergadering present den E: Agtb: heer Pieter Hacker President en alle de Leeden dempto den burgerraad de E: Andries van Sittert. — Nadat de heer president den rade te kennen gegeeven hadt hoe zyn E: Agtb: met uiterste Surpriseontwaar zynde geworden, dat de het Fiscalaat pro interim waarmeede S„r Patriël Ex„ ter had kunnen goedvinden, om, niet alleen op zyn eigenauthoriteit maar zelfs regtstreeks: teegens het in de op den 6„e deezer maand laatstl: gehoudene vergadering op gem: des daar welgem: rade gedagreteerd besluijt der volgens poom: vertogg R:O: vertoonders ingediend vertoog ^ ge suspecteerde Adsistent Marinus Simon van Cruisselbergen, uit de militaire hoofdwagt, alwaar dezelve Ciriel gearres teerd was, in de geyselkamer (:dewelke alhier als eene gevangenis voor Crimineele misdadigers geconsidereerd word:/ te laten overbrengen, zyn E Agtb: de voorsz S„r Gabriel Enters by zig ontbooden had, ten eyde hem reekenschap van deeze termeraire demarche af te vorderen, en 1171 1172. en voorts op verzoek van gem: S„l Eeters deeze vergadering had doen beleggen; wierd door denzelven pro Interim fiscaal in Judicio overgegeeven een vertooglui„ dendeals volgt Waar over gesproken en gedelibereerd zynde is op hetzelve gevallen het vol„ gende besluit Den Raad alvoorens te disponeeren over het ingediend vertoog van den offi„ cier te reprimendeeren denzelven over de Stap, die by heeft gedaan, in afwey„ king van het decreet deezes raads en ordon„ neert hem r:O: vertoonden den Adsistent Cruisselbergen provisioneelijk te her„ stellen, in zodanig Ciriel Arrest als het decreet van deezen raade is dicteerende leggende den E: O: vertoonder desweegen daaronboven op om binnen tweemaal 24 Uuren te betalen, eene boete van Een hondert ducatons ten profyte der diacony armen van de gerefformeerde deezer plaatze. Voorts gereflecteerd zynde op het in bovengem: vertoog geinsereerd verzoek van Cruisselbergen om namentlijk F: J: om namentlyk van eenige noodwendige noodwendige behoeftigheeden voorzien te worden is daarop in deezen voegengede„ cerneert. — Den Raad permitteerd om aan den gearresteerden te geeven, Ligt, papier, penne„ Inkt, een mes en vork tot zyn gebruik. Na dat dit besluit den gem: pro Interim fiscaal was voorgeleezen, verzogt denzelven na den tyd van beden„ ken, om zyne belangens in te brengen. — Welk verzoek door welgeme Rade in aanmerking genoomen zynde en overwogen dat by aldien hetzelve den rO: vertoonden wierd toegestaan de voorm overbrenging van Cruesselbergen daar door zoude geretardeert worden, is derhalve daarop dus gedecideert. - Den raad wijs 't verzoek van den officier om tyd van bedenken te hebben tot nader voortbrengeng, zyner belangen van de hand. /:onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop die et annout supra /:lager:/ my present /: was get:/ C: van doessen secret„s Accordeert - ƒ van V Tiemer gezwe. Clercq 1173. N 11 Donderdag den 20: April 1786: 'S voordemiddags praesent den E. Achtb: Heer Pieter Hacker praesident en alle de Leeden Waar na door den pro Jnterim Fiscaal S:r Gabriel Exter het volgende vertoog wierd ingediend: Over welkers inhoud gedelibereerd zijnde houd de raad deese zaak in advijs, tot dat de stukken rond geleesen zullen zyn en de nog onbeEedigde verklaring gerecol„ „leerd en beeedigd. Wijders gaf de E. Achtb: Heer praesident te kennen, dat zyn E. Achtb: des avonds te voren uijt naam van den gearresteerden van Cruijselbergen inhandigt was een brief aan zijn E. Achtb: geaddresseert na welker lictuure dus luijdende: zijn E. Achtb: in deselve vond een re„ qreet van gem: van Cruiselbergen dan deesen E. Achtb: raade, 't welk van de volgende inhoud was G: S. Waarop is goedgevonden dit request ten voegen bij 't boven aangehaalde vertoog en F: S. F:S:

NL-HaNA_1.04.02_4321_0258 view scan ↗

English

and the further documents of the pro interim fiscal relative to this case was written below Cape of Good Hope day and year as above lower in my presence was signed C van Aerssen Secretary Agrees W Diemel sworn Clerk N 11 1174 Thursday the 4 May 1786 in the forenoon present the Honorable Pieter Hacker, president, and all the Members, with the exception of the gentlemen Neethling and van Sittert, both occupied. Lastly were brought to the table the statements submitted by the pro interim fiscal, with the documents annexed thereto, against the detained Assistant of the Honorable Company, Marinus Simon van Cruisselbergen; upon which having been deliberated, the council judged this matter to be of too much importance to be able to make any decision regarding it as yet, since neither his innocence nor his guilt has appeared thus far, and he nevertheless remains under the same vehement suspicion resting upon him, which since his detention has not diminished or increased, and whereby upon an all too precipitous release it would be feared that the most disadvantageous consequences for this Colony could arise, on the other hand the council also having no sufficient ground to Copy declare him guilty, so it was proposed by the Honorable president whether it would not be best to address by statement to the Right Honorable Governor and the Right Honorable Council of Policy, and, with submission of the submitted statements and obtained inquiries of the pro interim fiscal, to request that His Right Honor and their Honors please dispose in respect of the person of Cruisselbergen as they shall find appropriate according to the weight and nature of the matter, in which all Members unanimously was written below Cape of Good Hope day and year as above lower in my presence was signed E: van Aarssen Secretary Agrees sworn Clerk G v Diemel agreed. N 11 Provisions and other necessities that the Honorable High Government of the Indies are respectfully requested to be pleased to supply for the service of this Government for the Year 1787 Calculated requisition of New requisition of sawn timber, namely Consumption in A round Year, remainder under ultimo February 1786, for the Year 1787, 1st Year 1788 For the Timber Magazine 25, 50 pieces Teak gun-carriage cheeks of 10 inches, 14 to 15 feet 30, 4, 8 beams of 17 to 18 inches, 30 feet 5, 150 ditto of 12 to 14 inches, 25 feet 130, 90, 150 ditto of 10 to 12 inches, 20 feet 40, 80 ditto of 9 to 10 inches, 20 feet 120, 150 Djati beams 50, 100 round ditto 9, 25, 25 Teak Mill planks of 4 inches ditto of 3 inches 250, 100, 300, 200 ditto of 2 inches 400, 200, 400, 300 ditto of 1 1/2 inches 700, 400, 700, 500 ditto 350, 400, 400 ditto 2000, 1000, 2000, 2000 Planks 1 8000, 4400, 12000 7000, 1300, 9000 staves Requisition of such Merchandises 35, 70 ditto of 4 to 5 inches ditto of 7 to 8 inches Consumption in A round Year, remainders under Ultimo February 1786, Consumption in 5 Years, New Requisition For the pantry 250 lasts, 125 lasts, 20 lasts, 250 Lasts Rice 400 canas, 307430 lbs, 50000 lb powder sugar in half canas 1000 lbs, 4863 lbs, 2200 lbs, Candy Sugar 3000 lbs, 3753 lbs, 3300 lbs, 2000 lbs Pepper 2500 lbs, 2903 lbs, 1700 lbs, 1500 lbs Cotton Yarn 500 lbs, 6574 lbs, 360 lbs, 400 lbs Common Wax 2000 lbs, 3961 lbs, 2700 lbs, 2000 lbs Wax Candles 2000 bundles, 295 bundles, 2000 bundles, 1500 bundles Rattan 2 Mill axles of 24 and 26 inches, 30 to 36 feet 8000, 9400, 7000 floor tiles of 16 inches 7, 50 overleaf 1 12 1175

Dutch transcription

en de verdere stukken van den pro Jnterins fiscaal tot deese saak relatief /:onderstond:/ Cabo de goede sloop die et anno ut supra /:Lager:/ mij praesent /:was geteekend:/ Cvan Aerssen Secret: — Accordeert W Diemel gezwe.) Clercq N 11 1174. Donderdag den 4 May 1786.— 's voormiddags present den E: Agtb: Heer Pieter Hacker, president, en alle de Leeden demptis de heeren Neethling en van Sittert beide by occupatie. — Laatstelyk wierden ter tafel gebragt de door den pro interim fiscaal overgelee„ verde vertogen met de daarby geannexeerde stukken, teegens den gedetineerden Adsistent der E: Comp„e Marinus Simon van Cruisselbergen; waarover gebesoigneert zynde heeft den raad deeze zaak van te veel gewigt geoordeelt, om daaromtrent nog eenige decisie te kunnen neemen, daar zo min zyn onschuld, als zyn Schuld tot dus verre gebleeken is, en hy des niet te min als nog blyft onder de„ zelve rehemente op hem leggende Suspicie dewelke zedert zyne detensie niet gediminueerd of geaggroveerd is, en waardoor by eene al te zeer geprecipi„ teerde elargatie het te dugten zoude zyn, dat hier uit de allernadeeligste gevolgen voor deen Colonie zoude kunnen geboren worden, aan de andere kant de raad ook geen genoegzaam fundament hebbende om Copia om hem Schuldig te erkennen zoo wierd door den E: Achtb: heer presi„ dent geproneerd, of het niet best ware zich bij vertooge aan den Wel Ed: Gestr: Heer Gouverneur en den Wel Ed: Achtb: raade van Politie te addresseeren, en, onder overlegging der ingediende ver„ toogen en ingewonne enquesten van den prointerim fiscaal, te ver„ zoeken, dat zijn Wel Ed: Gestr: en hun E: Achtb: ten opzigte van den persoon van Cruisselbergen zodanig gelieven te disponeeren, als na het gewigt en den aard der zake zullen vinden te beko„ ren, waarin door alle Leeden Unanim /:onderstond:/ Cabo de Goede Loop die et annont supra /:lager:/ my present /: was geteekend:/ E: van Aarssen Secret„s Accurdeert. gezw. Clercq Gv Diemel is toegestemd. — N 11 Provisien en andere benodigtheeden als haar Edele Groot Achtbaare de Heeren der Hooge Indiasche Re„ Geering Eerbiedig verzogt werden voor den Jaare 1787 Vecalulerde ten dienste deezes Gouvernements te willen voldoen lisch van N=w lisch gezaagde Namentlyk Vertier restant voorden houtwerken in Een rond onder ult„o Iaare 1oost Jaar Voor 't Houtmagazyn Iaar febr 1786 1787 1788 25 — 50 — ps Iaty affuitswalpen van 10 d„m 14 a 15 d„t 30 4 — 8. — „ „ balken van 172 18 d„m 30 vt 5 — 150 — „ „ _o „ 12„ 14 „ 25 „ 130: 90 150 —„ „ _„ „ 10„ 12 „ 20 „ 40 — 80 — „ „ _o „ 9 „ 10„ 20 „ 120 — 150 — „ Iassemre balken 50 — 100 — „ Glondouze _o 9 — 25 25 Iaty Molen planken van 4 d„m _„o „ 3 „ 250: 100 300 200 „ „ _„ _ „ 2„ 400 200 400 300 „ _o „ 1½„ 700 400 700. 500 „ 350 — 400 400 „ „ 2000 1000 2000 2000 „ „ Planken -: 1 8000 4400 12000 —„ 7000 1300 9000 — „ „ duigen Eisch van zodanige Koopmanschappen 35 — 70 —„ „ _o „ 4„ 5 „ _o „ 728 „ Vertier in restanten Vertier Voor 't dispens Een rond onder Ult„o à 5 Nieuwe Iaar febr 1786 Iaaren Eisch 250 laat 125 lat 20 lart 250 Lasten Ryst poeder zuiker in halve Canas 400 oor 30t7430 door 50000lb Eandy Buiker 1000„ 4863 „ 2200„ — „ Peeper 3000„ 3753„ 3300„ 2000 „ Cattoene Gaaren 2500 „ 2903„ 1700„ 1500„ Gemeene Wasch 500„ 6574„ 360„ 400 „ 2000„ 3961„ 2700„ 2000 „ WaschCaarsen 2000 bos 295 bo 2000 bor 1500 bos Rottant, 2 — „ „ Molen assen van 24 en 26 d„m 30 a 36 voet 8000 9400 7000 — „ Estrikken van 16 d„m 7 50 — „ „ verte „ —„ — „ —„— _ —„ „ 1 „ _ „ 12 „ - 1175

NL-HaNA_1.04.02_4321_0262 view scan ↗

English

For the Wine Cellar August 1785, according to the received model Remainder under ultimo 6 Consumption in a full year Remainder under ultimo February 1786 New requisition 100 80 100 say one hundred leagers of arrack apy 2000 two thousand pieces good wide teak leager staves Requisition For the Company's Hospital 6000 lb coffee beans 1000 lb tea 2000 pieces shirts 2000 pieces trousers 200 pieces Surat spreads or chintzes 100 pieces Attoer sailcloth For the service of the Water Conduit Requisition 60 pieces bored lumbers, bored to 5½ inches diameter For the Equipage Warehouse 50 — 50 pieces teak side posts long 28 to 30 feet 12 to 14 inches, highly needed for repairing the pierhead 50 — 50 pieces ditto beams long 28 to 30 feet thick 5 inches pieces ditto beams long 28 to 30 feet 10 to 12 inches for rudder pintles for the Company's ships 30 24 30 pieces ditto handspikes 10 — 10 pieces teak anchor stocks 2000 2290 8000 pieces kajang mats, sorely needed for the service of the grain ships 800 400 pieces Nagapatnam cloth of 8 vees long 2¼ 10 17 10 pieces 1222 1542 3000 3000 pieces 33¼ 165 600 300 lb nutmegs For the Trade Warehouse In the requisition in the past book, in the next preceding year, for the year, calculated requisition for the year — 56 500 — pieces porcelain plates 390 90 202 100 — pieces ditto bowls large fine 67 — — 1000 — pieces ditto ditto coarse 843 396 1/1724 813 285 171 1000 — pieces ditto deep plates 284 172 1000 — pieces ditto flat plates Hoop 873 62 58 300 300 pieces bunting, red, long 28, wide 2¼ cobidos, 11 pieces ditto ditto 289 together in 6 packages of 100 pieces each 73 60 400 400 pieces bunting, white, long 28, wide 2½ cobidos 370 together in 8 packages of 100 pieces each 61 58 300 300 pieces bunting, blue, long 28, wide 2½ cobidos, 12 pieces ditto ditto 275 together in 8 packages of 100 pieces each Requisition from Surat Black broad whole caftas without dressing, 1035 pieces anno 1784 705 long 23 wide 1 7/16 ell, together in 120 packages with the Hoop of 50 pieces each 23 350 1000 1000 pieces white broad whole dressed baftas long 23 wide 1 7/16 ell, together in 25 packages of 80 pieces each —— 600 600 pieces large cotton blankets, long 3 7/16 183 wide 2¾ ells, together in 30 packages of 40 pieces each — 1000 1000 pieces Chorongre chintz long 12½ wide 1/8 ell together in 10 sacks of 200 pieces each — — 1000 600 pieces blue bayotas of 10 vees, long 24 wide 1 3/8 ells, together in 16 packages of 100 pieces each — 1000 600 pieces red bayotas of 10 vees, long 24 wide 1 3/8 ells, together in 16 packages of 100 pieces each 5/8 ell, together in 12 packages of 100 pieces each Fine chelas with blue checkers, long 400 400 pieces 24 wide 1 7/8 ell, together in 8 packages of 100 pieces each Cotton Lamby brawles without silk of 11 vees, long 24, wide 1 7/8 ell, to Year 5 years 1787 year 1788 — — 400 400 pieces gether in 8 packages of 100 pieces each 144 1/8 197 616 308 pieces Koulis — 1/8 130 640 320 lb cinnamon 307 an 1/8 156 600 300 lb cloves 713 received under ultimo 6½ lb anno 1781 407 with the Turn over Turn over Consumption in a full year Remainder under ultimo February 1786 New requisition Consumption Consumption February 1736 Remainder in the morning at 1

Dutch transcription

Voor de Wynkelder Augs. 1785, na het Ontfangene Model restant onder ult„o 6 in Een onder Ult=o Nieuwe rond Jaan febr 1786 Eisch Vertier restant 100 80 100 zegge Een hondert Leggers met Arak. apy 2000: „ Twee duizend p„rs goede breede Iaty Leggerduigen Eisch Voor 's Comp„s Hospitaal 6000 lb Coffyboonen 1000 „ Thee 2000: ps hembden 2000 „ Broeken 200 „ Souratse Spryen of Chitsen. 100 „ Attoers Everdoek Ten dienste der Waterlyding bisch 60 ps Geboorde Lomphouten, op 5½ d„m diameter Geboord Voor 't quipagie Pakhuis 50: — 50 ps Iaty Sypaalen lang 28 a 30 v„t 12214 d¾ hoogot benoodigt 't repareeren 50 — 50 „ „ Swalpen „ 28 „ 30 „ dik 5 „ van 't Beehoofd „ „ baeken l 28 a 30 v„t 10 a 12 d„m tot roerpennen voor's Comps scheepen 30 24 30 „ „ windboomen 10 — 10 „ Iatijf ankerstokken 2000 2290 8000 —. kaymatten, zeer benoodigt ten dienste dir koornscheepen —: —: 800: 400 „ Naginapaats van 8 weese langs 2¼ — - - - — 10 17 10 „ 1222. 1542 3000 3000 „ 33¼ 165 600 300 lb Nooten Muskaten - - - - - - - - - - - - Voor 't Negotie Pakhuis in het in de Eisch culeerde voorleedene naast voor 't Eisch Boek, voorgaande Iaar voor 't —: 56 500 — p„s porceline Assiekten - - - - - - - - - - 390 90: 202. 100 — „ _„o Kommen groote fyne - - - - 67 —: —: 1000 — „ _ _„o _o Groove - - - - - - - 843 396 1/1724 813 285: 171: 1000: — „ _„o borden diepe - - - - 284: 172„ 1000 — „ _o _ vlakke Hoop 873 62: 58: 300 300 „ Vlaggedoek, roode „ lang 28, breed 2¼ Cab„s 11 p„s d„o d„o 289 te zamen in 6 pakken a 100 p„s ider 73 60 400 400 „ Vlaggedoek, Witte, lang 28, breed 27l. Cob„s —. . . . . . . 370 te zamen in 8 pakken a 100 pcCh ider 61 5.8 300 300 „ vlaggedoek, blaauw lang 28, b„r 2½. Cob„s 12 p„r d=o do 275. te Bamen in 8 pakken a 100 p„s ider Cisch van Souratte Caflas Swarte breede heele zonder op beroiding 1035 pr A„o 1784 705 lang 23 b„s 1 7/16 El te zaamen i 120 pakken met de hoop a 50 p„s ider — 23 350 1000 1000 „ baftas witte breede hiele op bereide lang 23 b„r 17/16 El te zamen in 25 pakken a 80 p. s iders —— 600 600: „ deekens Gecattoeneerde Groote lang 3 7/16 —. . . . 183 b„d 2¾ Ellen te samen in 30 pakken a 40 p„s ides — 1000 1000 „ Chitsen Cherongre lang 12½ b„r 1/8 Ell —. — te zaamen en 10 sakken a 200 p„s ider — -- - —: 1000: 600 „ bajotas blaauwe van 10 Wiesa lang 24 — - - - — b„o 1 3/8 lb te Saamen in 16. pakken. a 100 p . ider — —. 1000 600 „ bajotass roode van 10 Wiera lang 24 — - - - — b„r„ 1 3/8 Eb te saamen in 16 pakken a 100 ps ider 5/8 El, te saamen in 12 pakken a 100 p„s ider Chelassen fyne met blaauwe ruiten lang 400. 400 „ 24 b„rd 1 7/8 El te samen in 8 pakken a 100 p„s ider - brouwles Lamby Cattoene zonder zyde van 11 wiesa, lang 24, b„r 1 7/8 Ell te Jaar 5 Jaaren 1787 Jaar 1788. —. —: 400 400 „ Samen in 8 pakken a 100 p„s ider 144 1/8 197 616: 308 „ Kouli - - - - - - - - - - - - - - - - — 1/8 130 640 320 „ Canneel - - - - - - - - - - - 307 an 1/8 156 600 300 „ Nagulen - - - - - - - - - - - - 713 Geaal„ onder ult„o 6½ pb a:o 1781. 407 met de Verte Verte Vertier in restant Een rond: Onder Ult=o Nieuwe„ Iaar febr: 1786 Eisch Vertier Vertier febr 1736 - Restant morgens ter . - - - . . . . — - : 1

← previousnext →