VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 4323

Cape · 471 pages · 299 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_4323_0154 view scan ↗

English

together with the deponent and me, the Secretary, having duly signed, lower, which I witness, was signed, C: Van Aerssen, Secretary. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, Rachel van de Crab, who, at the requisition of the Pro Interim Fiscal, related to be true: that yesterday, the 31st of May of this year, in the afternoon, having gone to Berange for her mistress, she was addressed on the street by Nicolaas Schlender, former assistant master at the Schuur, and asked when she, the deponent, would come to his, Schlender's, place, the said Schlender having furthermore kept company with the deponent for eleven years and fathered two children with her; that she, the deponent, answered: I have no time today, but will come tomorrow; that the said Schlender thereupon grabbed her by the neck, whereupon the deponent said: Fie, Schlender, leave that be on the street, what will people think; that he immediately thereupon gave her a stab from behind in the lower part of her back, without the deponent being able to see with what knife or instrument he did such, or where the same came from; furthermore, the deponent relates that the said Schlender beat her last Friday, and that she has not been with him since that time. Relating nothing further, the deponent gives as reasons for her knowledge as stated in the text, presenting herself to confirm the same further if required. Underneath: Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice aforesaid, Rachel, who, the foregoing report having been read aloud to her word for word in the presence of Schlender, declared that she persisted by it, wishing that nothing be added to or taken from it. Underneath: Thus reconfirmed at Cape of Good Hope, the 11th of July 1786. Lower: a cross, and there circumscribed: Rachel puts this mark with her own hand. Still lower: in my presence, and signed, C: van Aerssen, Secretary. In the margin: as commissioners, and signed, W: F: V: Reede van Oudtshoorn and C: G: Haasdorp. Reconfirmation. Which thus transpired at Cape of Good Hope, the 1st of June 1786, before the Honorable Johannes Marthinus Horak and Johannes Matthias Bletterman, members from the Honorable Court of Justice aforesaid, who duly signed the minute of this together with the deponent and me, the Secretary. Lower: Which I witness, was signed, C: van Aerssen, Secretary. Articles drawn up and handed over to the Gentlemen Commissioners from the Honorable Court of Justice, in order that the assistant master at the Schuur, on reduced wages, Nicolaas Schlender of Mentz, currently the Honorable Court's defendant, be heard thereupon at the requisition of the Pro Interim Fiscal Gabriel Exter; his responses to be given shall be duly recorded in the margin of this document. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, Nicolaas Schlender, who answered the adjacent questions as noted beside each of them. Article 1: The defendant's name, birthplace, age, and capacity. Says: Jan Nicolaas Schlender of Mentz, age 49 years, capacity: to be assistant master at the Schuur on reduced wages. Article 2: Whether he, the defendant, on Wednesday the 31st of May last, in the afternoon, followed the slave woman of Mr. Olof Marthini Bergh, named Rachel, who was going from her master's house to the square, and caught up with her there? Says: Yes. Article 3: Whether he, the defendant, addressing the said slave woman, did not desire of her that she should come with him? Says: Yes. Article 4: Whether the aforesaid slave woman did not answer him, the defendant, that there was no time today, but that she would come tomorrow? Says: such is true. Article 5: Whether he, the defendant, did not thereupon grab her around the neck and, upon her saying, "Fie, Schlender, leave that be on the street, what will the people say," gave her a stab from behind in the back? Says: he does not know, because he was drunk. Article 6: Whether he, the defendant, will not confess to have wanted to do away with the aforesaid slave woman in such a treacherous and murderous manner? Says: No! Article 7: And that he, the defendant, conceived the intention thereto beforehand, and to that end watched for the slave woman and followed her? Says: never to have had such in his thoughts. Article 8: Whether he did not do this with a piece of a blade expressly prepared by him for that purpose and wrapped with his handkerchief and secured in the grip or hilt? Says: that this blade was not expressly prepared by him for that purpose and wrapped with the handkerchief, that this was taken along by him in haste, and had been standing in the pantry at Mr. Cahman's in a bottle.

Dutch transcription

benevens den ged: en mij Secretaris mede„ behoorlijk hebben ondertekend /:lager:/ t welk ik getuijge /:was getekend:/ C: Van Aerssen Secret. Compareerde voor ons ondergetekende gecom uit den E: Achtb: raad van Justitie deezes gouvernements Rachel van de Crab, dewelke ter requisitie van den Pro Interim fis „caal relateerde hoe waar is. dat zij op gisteren den 31 Meij deezes Jaars in den agtermiddag voor haare lijfvrouw zijnde gegaan na Berange op de straat aangesproken is door Nicolaas schlender geweezen onderbaas aan de Schuur en gevraagd wanneer zij relte bij hem schlen „der zoude komen, hebbende gem schlender ver voorts zederd Elf Jaaren na de relt „keert en twee kinderen bij haar verwekt (dat zij relt heeft geantwoord: Ik hebbe van daag geen tijd, maar zal morgen koomen dat gem: schlender haar toe bij de raes heeft gevat, waarop de recten gezegd heeft/ Foeij schlender, laat dat op straat staan wat zullen de menschen dat hij haar„ daarop terstond een steek van agteren onder in haar rug heeft gegeeven zonder dat de rec:t heeft kunnen zien met wat mes, of instrument hij zulx gedaan heeft of waar het zelve van d'aan gekomen is voorts relateerd de relt nog dat gew schlerder, haar laatstl: vrydag geslagen heeft, en dat zij zederd dien tijd niet bij hem is geweest. Niets meer relateerende geeft de Compareerde voor ons Articulen gedaan maken Compareerde voor ons onderget: gecomm:d uit den E: Achtb: Raade van Justitie voorm. Rachel; dewelke het voorenst aande relaas in praesentie van schleuder, van woord tot woord zijnde voorgeleezen, verklaarde daar bij te blijven persisteeren, met begeerte dat er niets van of bij gedaan worde zoude /:onderstond:/ aldus gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop den 11 Julij 1786 /:lager:/ een kruijs /:en daar omschreven:/ dit merk steld Rachel eigenhandig /:nog lager:/ mij praesent /en getekend/ C: van Aerssen Secret: /: in mai „gine:/ als gecomm:s /: en getekend:/ W: F: V: Reede van Oudtshoorn en C: G: Haasdorp Recollement. dat aldus passeerde aan Cabo de goede 9„ Hoop den 1 Iunij 1786 voor d' E E Iohs Marthinus Torak en Johs Matthias Bletter. „man leeden uit den E: Achtb: raad van Iustitie voorm: die de minute dezer benevens de relte en mij Secretaris mede behoorlijk hebben ondertekend /:lager:/ 'T welk ik getuige /:was getekend /: C: van Aerssen Secret„s rel voor redenen van wetenschap als in den text praesenteerende het zelve des gerequi „reerd wordende, nader gestand te doen /:Onderstond:/ relt en ƒ onder get: Zegt Jan Nicolaas Schlender van Mentz Oud 49 Iaar, qualiteijt onder afgesz: gagie onder baas te zijn aan de Schuur Legt Ja„ zegt zulx te zijn ger Legt zulx nooijt in zijne gedagten gehad te hebben Legt daarvan niets onderget: gecommitt. uit den E: Achtb: raad van Justitie dezes gou ernements Nicolaas schlender dewelke op de nevenstaande vragen zo„ „danig geantwoord heeft als bezijden een reder der zelver aangetekend staat Zegt Ja of hij ge: op Woensdag den 31 meij Jongstl: 's agtermiddags de slavin van St olof Marthini Bergh in naame Rachel van haar lijfheerens huis na de plei gaande na gevolgd is, en aldaar ingehaald heeft! of hij ged: gem: slavin aan spreekende niet van haar heeft begeerd, dat zij met hem zoude koomen of voorsz: slavin hem ged Legd Neen! of hij get: das niet beken nen z als voorm: Slavin op zodanige bedriegelijke en moor „dadige wijze te hebben willen van kant helpen! en dat hij ged: 't voornemen daartoe van te vooren heeft opgevat en tot dien eijnde de Slavin heeft opgepast en nagevolgd of hij dit niet heeft gedaan met een stuk kling expresse „lijk daartoe van hem ingerigt en met zijn neusdoek Omwonden en in 't greep of hegt vastge maakt zegt dat deze kling door hem daar toe niet ex Presselijk is gereed ge maakt en met de neusdoek Omwonden geworden, dat dit door hem in een haas „tigheid is medegenoomen en gestaan heeft in de dispens bij de heer Cahman Art: des ged: Naam geboorte plaat ouderdom en qualiteijt en aan Heeren gecomm: uit den E: achtb: Raade van Iustitie overgegeven, Omme ter requisitie van den Pro interim fiscaal gabriel Exter daarop gehoord te worden den onderafgesz: gage staande onderbaas aan de Schuur Nicolaas Schlender van Mentz, thans 's heeren ged: zullende deszelvs te ge vene responsive in margine dezer behoorlijk worden be kend gesteld. of hij ged: haar niet daarop te weeten, wijl hij beschon om de hals gevat, en op 't zeggen, Foeij Slender laat dat op straat staan, wat zal len de menschen zeggen een steek van agteren in de rug heeft gegeven Art: 5 niet daarop heeft geantwoord dag er van dag geen tijd was maar dat zij morgen zoude koomen! niet ken was in een fles. „geeten

NL-HaNA_1.04.02_4323_0156 view scan ↗

English

Article 9 Was written: Says no, not to have known that she was wounded. Says as before, not to have had that intention. Says as before, says that it came over him as previously mentioned, and the Honorable Court can deal with him as it sees fit. Says not to have known such before he saw the wound, and thereupon gave himself up as a prisoner. Whether this was not done by him because he, the defendant, believed he had given the female slave an actual mortal stab, and to free himself from the deserved punishment? What could have moved him, the defendant, to this murderous intention and the deliberate execution of this double crime? How he, the defendant, can excuse himself with drunkenness and rage, the crime not being perpetrated by accident, but after he, the defendant, had prepared himself for it with will and intent? Whether he, the defendant, has anything else to put forward for his defense? Whether the defendant, after having wounded the female slave in the aforementioned manner, did not himself inflict a fatal stab into his own lower body? Confirmation of testimony. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this Government, the abovementioned Schlender, to whom the preceding interrogatories and answers having been read aloud word for word, clearly and distinctly, declared to persist therein, desiring that nothing be added or taken away. Was written: Thus confirmed, at Cabo de goede Hoop, the 11 July 1786. Was signed: J. N. Schlender. Below: In my presence, was signed: C. van Aerssen, Secretary. In the margin: As commissioners, and signed: W. F. V. Reede van Oudtshoorn and C. G. Maasdorp. Thus questioned and answered at Cabo de goede Hoop, the 5 July 1786, before the Gentlemen William Ferdinand van Reede van Oudtshoorn and Christiaan George Maasdorp, members from the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the original of this, together with the defendant and me, the Secretary. Below: Which I witness, was signed: C. van Aerssen, Secretary. 10 11 I, the undersigned, declare at the request of the ad interim Fiscal, Mr. G. Ekster, to have visited and bandaged today the person Jan N. Schlender of Mainz, finding that he had been inflicted with a wound stabbed with a pointed instrument below the breastbone, penetrating through the outer coverings, being out of danger. Was written: Cabo de goede Hoop, the 1 Junij 1786. Was signed: J. Leuwer. I, the undersigned, declare at the request of the ad interim Fiscal, Mr. G. Ekster, to have visited and bandaged yesterday, at the house of the Honorable Bergh, a female slave belonging to His Honor, finding that she had been inflicted with a wound stabbed with a pointed instrument on the back, penetrating upwards along the side of the ribs to the depth of one and a half inches, being, however, of no danger. Was written: Cabo de goede Hoop, the 2 Junij 1786. Was signed: J. Leuwer. Whereas Jan Nicolaas Schlender of Mentz, aged 49 years, an under-boss at the barn under discontinued pay, presently the Lord's prisoner, has voluntarily confessed, and it has clearly appeared to the Honorable Court of Justice: That the prisoner, on Wednesday, being the 31 May last, in the afternoon, having seen the female slave of the bookkeeper and sworn clerk S:r Olof Martini Bergh, named Rachel van de Caab, going from her master's house toward the burgher square, followed her, and having caught up with her on the said square, addressed her, and requested of her that she should go with him, and thus come to him. That the aforementioned female slave having answered the prisoner thereupon that there was no time then, but that she would come the next day, he, the prisoner, seized her by the neck, and upon her saying: shame Schlender, what will the people say, he gave her a stab from behind in the back with a piece of blade inserted and fixed in a handle, without her having been able to see with what knife or instrument this occurred, or whence the said stab came. That he, the prisoner, thereupon inflicted a wound upon his own lower body, and was thus taken prisoner and handed over into the hands of Justice. However, since such injuries in a country where law and justice are maintained cannot in any way be tolerated, but must be punished to serve as an example and deterrent to other murderous scoundrels. So it is that the Honorable Court of Justice aforesaid, serving on this day, having emphatically read and considered the written criminal claim and conclusion made and taken by the pro-interim Fiscal the Honorable Gabriel Exter in the name of his office on and against the prisoner, and having noted everything that pertained to the case and could in any way move Their Honors: Doing justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States-General of the United Netherlands, have condemned the prisoner Jan Nicolaas Schlender, as Their Honors condemn him by these presents, to be brought to the place where it is customary here.

Dutch transcription

Art: 9 /:Onderstond:/ Legt Neen, niet te heb ben geweeten dat hij Legt als vooren daar toe niet van voornemen te zijn geweest Regt: als vooren zegt dat het hem over„ gekoomen is, als hier vooren vermeld, en den Legt zulx niet te hebben geweeten voor en aleer dat hij de wond heeft heeft gevangen gegeven of zulx niet is daarom van hem gedaan, om dat hij ged: vermeend heeft de slaain een wezentlijke doode „lijk steek gegeven te hebben en zig van de verdiende Straffe te bevrijden wat hem ged. tot dit moor„ „dadige voorneemen en de opzettelijke uitvoer, van deze dubbelde misdaad heeft kunnen moveeren! Hoo hij ged: zig met dron kenschap en rasernij excu seeren kan, zijnde de misdaal niet bij geval geperpetreerd maar naar tot hij ged: zig daartoe had gereed gemaak met wil en opzet! ƒ of hij ged: nog iets anders tot zyne verschoning zal hebben by te brengen. E: Achtb: Raad met hem kan handelen als dezelve zal goed vinden. Ik ondergetekende Verklaare ter requisitie Recollement. Compareerde voor ons onderget: gecomm: uit den E: Achtb: Raad van Justitie dezes Gouvernements den bovengem: schlender, dewelke voorenstaande interrogatoria en antwoorden van woord tot woord klaar en Ouidelijk voorgeleezen zijnde, verklaarde daar bij te blyven Persisteeren, met begeerte dat daar niets van of bij gedaan worden zoude /:Onderstond:/ aldus gerecolleerd, aan Cabo de goede Hoop den 11 July 1786 /:was getekend:/ I. N: schhender /:lager:) Mij Praesent /:was getekend C: van Aerssen Secret: /:in margine:/ als ge. „comm: /: en getekend:/ W: F: V: Reede van Oudtshoorn en C: G: Maasdorp Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede Hoop den 5 Julij 1786 voor de Heeren William Ferdinand van Reede van Oudtshoorn en Christiaan George Maasdorp lieden uit den E: Achtb: Raade van Justitie voorm: die de minute dezer benevens den ged en mi Secretaris mede behoorlijk hebben ondertekend /:lager:/ 'T welk ik getuige /:was getekend:/ C: van Aerssen Secrets: Mij ged: na de Slavin op de voorsz: wijze gewond te hebben zig niet zelve een lijf heeft toegebragt. gezien, en zig daarop zelve doodelijke steek in 't onder van gewond was. 10 11 van den ad interim Fiscaal den Heer M g: Ekster op heeden gevisiteerd en verbonden te hebben den perzoon Jan N: Schlender van Mijnts bevonde denzelve te zijn toege„ bragd een met een Duntig instrument gestokene wonde onder het borstbeen penetrerende door de uiterlijke bekleedse „len zijnde buijten gevaar /:onderstond:/ Cabo de goede Hoop den 1 Junij 1786 /:was getekend:/ J Seuwer Ik ondergetekende verklaare ter requisitie van den ad interim Fiscaal den Heer m 9: Ekster op gisteren gevisiteerd en verbonden te hebben ten huize van den E: Berg; Een zijn E: toebehoorende Slavin, bevonde den zelve te zijn toegebragd een met een Puntig instrument gestokene wonde op de rug pene treerende langs de kant der reglleenderen opwaards ter diepte van anderhalve duim zijnde echter van geen gevaar /:Onderstond:/ Cabo de goede Hoop den 2 Iunij 1786 /:was J Leuwer getekend:/ Alzoo Jan Nicolaas Schlender van Mentz oud 49 Jaaren, onder afgeschreevene gage staan„ „de onderbaas aan de schuur thans 's Heeren gevangene vrywillig beleeden heeft, en aen E A: Raade van Justitie wedent gebleeken Dat de gev: op woensdag, zynde geweest den 31 maij laatstleden 's achtermiddags de slavin van de boekhouder en gezwe Clercq S:r Olof Martini Bergh, met naame Kachel van de Caab, van haar lyfheeren huijs na het burger plein hebbende zien gaan, haar nagevolgt is, en dezelve op gem. pleijn ingehaald hebbende, aangesprooken, en van haar begeerd heeft dat zij met Een gaan, en dus bij hem komen zoude. — Dat voorn: slavin hem gev: daar op ten ant„ woord hebbende gegeeven, dat er als toen geen tijd was, maar dat zij den anderen dag zoude komen, hi gev: haar om den hals gevat, en op gezegde: foei schlender wat zullen de men„ „schen zeggen: haar met een stuk kling in een hegt gestooken en vast gemaakt een Heek van agteren in de rug gegeeven heeft, zonder dat zy heeft kunnen zien, met wat mes of in„ strument zulks is geschied, of waar van daan gem: Heek gekomen is. Dat hij gev: Leob zelve daarop eene wonden in het onderlijf heeft toegebragt, en dusaa„ „nig gevangen genomen, en in handen van Jus„ titie overgeleverd geworden is Dan, nademaal dergelike quetzingen in een Land, alwaar recht en gerechtigheid gehandhaaft word, geenzints ge„ „guld maar ten spiegel en afschrik van andere moordzuchtigen fielten gestrafd worden moeten. zoo is 't dat den E: A Raad van Justitie voorm: ten dage dienende, met nadruk geleezen en overwoogen hebbende, aen schriftelijken Crimineelen Eysch en Conclusie door den pro„ „interim Fiscaal d' E: Gabriel Exter nomine officie op ende Jeegens den gev: gedaan en genomene mitsgaders gelet op al het gunt ter zaake, was dienende, en Hun Ed: Achtb„e enigzints konde doen moveeren: Recht doende uit naame ende van weegens de Hoogmogende Heeren staaten generaal der vereenigde Nederlan„ „den den gev: Jan Nicolaas Schlender hebben gecondemneerd, gelijk hun EE: Achtb denzelven Condemneere mits deezen, om gebracht te worden ter plaatze daar men alhier gewoon Dat is is.

NL-HaNA_1.04.02_4323_0158 view scan ↗

English

where criminal sentences are customarily executed, to be delivered there to the executioner with the rope around his neck, exposed under the gallows, furthermore tied to a post and severely flogged on his bare back with rods, then branded, and subsequently to be confined to Robben Island, in order to labor there for the term of his life without wages on the Honorable Company's public works, with condemnation of the prisoner in the costs and expenses of Justice. Thus done and sentenced at the Cape of Good Hope on 27 July 1786, as well as pronounced in the Castle of Good Hope on the 2nd day of the month of September and executed on the same day. Signed: P: Hacker, G: H: Cruywagen, Joh.s Smuts, S: V: Echten, A: V: Sitters, I: M: Horak, I: M: Bletterman, W: F: V: R: V: Oudtshoorn, C: G: Maasdorp, C: L: Neethling, G: H: Meijser, H: Dewet. Lower down: In my presence, signed: C: L: Neethling, Secretary. In the margin: Fiat Execution, signed: C: J: van de Graaff. Agrees, H Kiet Sworn Clerk Below stood: 8 Article 1. In support of which Criminal Demand, the Prosecutor ex officio states, in conformity with the truth: 2. That the Prosecutor ex officio, by a letter from the Captain of the aforementioned vessel the Neptunus from False Bay dated 17 August last, was informed: 3. That the prisoner and defendant, 4. Who in the past year 1785 remained here from the ship Ridderkerk due to illness, 5. And was afterwards placed in the aforementioned capacity on the ship Neptunus, 6. Did not hesitate, 7. After having stolen a silver pocket watch from a certain Danish second mate, 8. And, as the same Captain further expresses himself in the letter, 9. Having committed many other thefts, 10. To desert from False Bay and willfully abandon his assigned vessel. 11. The Prosecutor ex officio, immediately upon receipt of the said letter, gave orders to maintain a strict watch at this capital and to gather information, in order if possible to apprehend the prisoner and defendant in time, and to bring him to justice before this Honorable Court for his crime according to the laws and placards of this country. 12. That the prisoner and defendant, however, after a short stay at this capital, went into the outer districts around the Paarl and Drakenstein, 13. And after having wandered about there and elsewhere for some time, returned here again. 14. Whereupon the prisoner and defendant, having learned 15. That a certain Imperial ship named Good Intent, which had previously been captured from the English, Jan Frederik Ferteler of Dantzig, having been assigned as Sub-Lieutenant on the Honorable East India Company's ship the Neptunus, currently the Lord's prisoner and defendant in the aforementioned case, on the other side. Appeared before the Honorable Court of Justice of this government, the Fiscal pro interim here, Gabriel Exter, ex officio in a criminal case, on the one side, laden, upon and against

Dutch transcription

is Crimineelen sententien te executeuren, aldaar de scherpregter overgeleverd met de koorde om den hals, onder de galg ten pronk gesteld, voorts aan een paal gebonken met hoeden op de blooten recg strengelijk gegeeseld, daarop gebrand merkbe en vervolgens ten Robben eylande geconfineerd zen worden, om aldaar den tyd zyn leevens zonder loon aan 's E. Comps gemeenen werken ten arbeiden met Condemnatie van de gev. in de kosten en mesen van Justitie. Aldus gedaan en gesentieerd Aan Cabo den goede Hoop den 27 Julij 1786. midsgaders gepronuntieerd in 't Casteel de goeder Hoop den 2 dag der maand september en g'excu„ „teerd ten zelve dagen /:was getekend:/ P: Hac„ „ker, G: H: Cruywagen, Joh„s Smuts, S: V: Eeb„ „ten, A: V: Sitters, I: M: Horak, I: M: Blet„ „terman, W: F: V: R: V: Oudtshoorn, C: G: Maas„ „dorp, C: L: Neechling, G: H: Meijser, H: De„ „wet, /:lager:/ Mi Present /:was getekend:/ C: V: Aetssen secrettaris /: in margine:/ Tidt Executie /:getekend:/ C: J: van de Graaff. — Accordeert H Kiet gem Clercq /:onderstond:/ 8 Art: 1/ Tot adstructie van welken Crimineelen Eysch den R: O: Eysscher Conform de waarheid deese zegge„ 2 dat de R: O: Eyscher door eene missive van den Capitain van voorm: bodem de Neptunis uit de daar Fals in dato 17 Augustus lb zynde geinfor„ „meerd geworden. 3/ dat den gev„e en ged„e 4 die in den voorl: Iaare 1785 van 't schip Ridder„ „kerk door ziekte alhier verbleeven, „ 5/ en naderhand in voorsz: qualiteit op 't schip Nep„ „tunis geplaatst was. „ 6 zig niet zoude hebben ontzien 7/ om, na van zeekeren deensche onderstuurman een zilver Lak horologie gestoolen. „ 8/ en /:zo als denselven Capitain zig verrer in de missive uitdrukt: „9 nog veele andere diefstallen gepleegd te hebben 10/ van uit de baaij fals te deeserteeren en zijn beschij„ „den bodem moetwillig te verlaaten. „ 11/. de r: O: Eyscher terstond: op den ontfangst van deselve missive heeft ordre gesteld om aan deese hoofdplaats nauwkeurig toedigt te houden en infor„ „maties te doen ten einde waare het mogelyk den gev: en ged„e nog bij tijds te kunnen Achterhaalen en weegens zijn misdrijv volgens de wetten en placca„ „ten van dit Land voor deesen Edelen Achtb: raade te recht te stellen. 12/ dat de ged: en ged: zig egter na een kort verblijv aan deese hoofd plaatse heeft begeeven in de buiten destrectie omstreep de paarl en drakensteen„ „ 13/: en na eenige tijd aldaar en elders rondgeswor„ „ven te hebben alwederom na herwaards is gerever„ „teerd. 14 als wanneer den ged: en ged: vernomen hebbende „ 1/5/ dat zeeker kezerlijk schip gen„t Godintent t weleg voorteecq van den Engelschen was ge„ Jan Frederik Ferteler van dantzig als sous Lieutenant op 't E: Oost ind: Comp„ts schip de naptunus bescheijde geweest, thans 's Heeren. gev:s en gep: in voorsz: Cas ter andere zeijde. Compareerde voor den WelEdelen Achtbaren Raade van Iustitie deezes gouvernements de prointe„ „rim Fiscaal, alhier gabriel Exter Ratione officie in Cas Crimineel ter eenre „laaden op ende Jeegens e .

NL-HaNA_1.04.02_4323_0160 view scan ↗

English

laden, which lay here, first sailed to the ship Jagtrust and thereafter, in a very clever manner, managed to get on board the said Imperial ship, with the intention of serving there as mate and in that manner escaping from here; that, report thereof having been received, the prisoner and defendant, barely 24 hours after his arrival there, by order of the Noble and Stern Lord Governor, was taken off board and brought into custody here; while subsequently the Officer as Prosecutor interrogated the defendant on such articles as were submitted by him on the appointed day to the Lord Commissioners from this Noble and Honorable Council, and were put to the defendant; that the prisoner and defendant during the said interrogation was indeed willing to admit that during the night when the said watch was missed by the Danish second mate, he slept in the cabin and even in the berth of that second mate; that he showed two watches to the Captain Lieutenant and the Sous-Lieutenant; indeed, on article 11 of his interrogation, that the watch which he, the prisoner, exchanged with the gunner was the very same one that had been missed and searched for by that mate; yet thereto, on article 8, he declared that he had purchased the one watch from a sailor for 6 guilders and the other from a master carpenter for 30 guilders, with assurances that he never made himself guilty of that theft. That, although on the one hand one might well conclude that from the conduct maintained by the prisoner and defendant, since he immediately upon the said accusation took to flight, joined with the continuous answers given, no small suspicion militates against him that the prisoner and defendant is truly guilty of that theft; the Officer as Prosecutor, however, on the other hand, with humble reverence, is of the opinion that, since the fact is not admitted by the prisoner and defendant, and the speedy departure of the said ship Neptune from False Bay has made it utterly impossible to obtain full proof regarding the corpus delicti, as well as to obtain such account and declaration upon which the prisoner and defendant could be sufficiently convicted and persuaded of the theft; the said accusations, therefore, could and ought to be regarded as nothing other than a bare indication and a very slight aggravation of his further crime, which consequently shall consist in this: that he, the prisoner and defendant, far from acting in conformity with the oath so solemnly taken upon entering his office, namely, that he would not leave the service of the Honorable Company before he had properly returned with his vessel, and that he would faithfully serve and perform all offices and duties that might be imposed upon him by the Honorable Company's ministers in the Indies; on the contrary, saw fit not only willfully to abandon his assigned vessel, but also even to enter into the service of a foreign power. Wherefore the Officer as Prosecutor must now also request what punishment the prisoner and defendant shall have deserved for this. Concerning which, it primarily comes into consideration that, however much one also finds a specific punishment established for this crime without exception by the edict issued by this government on the date of 19 October 1745, the same dictating in clear words that those of these possessions and other servants of the Honorable Company, both stationed here on shore and on the ships and vessels, nobody excepted, who with premeditation and willfulness shall come to flee with the ships of whatever nation arriving at this government, shall, if they are overtaken, without connivance, at the place of justice here, by the executioner, be...

Dutch transcription

„laaden, alhier zilvee lag Arts6 eerst is gevaaren naar het schip Iagtrust „ 17/ en daarna op een zeer behendige wijze, heeft weeten te geraaken aan boord van het zelve Keyzerlik schip 18/ met intentie om aldaar voor stuurman dienst te doen en op die wijze van hier te Exhappeeren : 19/. dan dat daarvan bericht ingekomen zynde den ged: en ged: nauwlijks 24 Uuren na zyn komst aldaar ter ordre, van den Edelen gestr: Heere gouverneur van boord gehaald en alhier in verzeekering gebrachti „ 20/ terwijl vervolgens de R:O: Eischer den ged: heeft doen hooren op zodaanige articulen, 21. als door hem ten daage dienende aan heeren ge„ „committ„s uit deesen Edelen Achtb: raade zyn overge„ geeven en aan den get: voorgehouden geworden 22: dat den ged: en ged: bij het zelve verhoor wel heeft willen afoneeren „ 23/ dat hij in de nacht wanneer het zelver horolo„ gie door den densche onderstuurman is vermist heeft geslapen in de kamer en zeefs in de kooij van dien onderstuurman, „ 24. dat hij twee horologies aan den Capitain Lieute„ nant ten sous Lieut: heeft vertoond. 25/. Ja op art: 11. van zijn verhoor; dat het horologie het welk hij gev: aan den Constapel heeft verruil het zelfde is geweest dat door dien stuurman is ver„ „mist en opgezogt geworden. 26/edog daarbij op art: 8 heeft verklaard dat hij het eene horollogie van een Mattroos voor 6 l en 't ande„ „re van een oppertimmerman voor 30 tb zoude hebben ingekogt 27 met verzeekeringe van zig nimmer aan die dief „stal te hebben schuldig gemaakt. — 28/. Dat hoe zeer men nu aan den eenen kant wel zoude kunnen besluiten. 29/. dat uit het gehouden gedrag van den ged: en ged: vermits hij terstond op dezelve beschuldiging zig op de vlugt heeft begeeven. 30/. gevoegd bij de Contenue gegeevene antwoorde 31/ geene geringe suspicie dat den gev: en ged: aan die diefte werkelijk schuldig zij teegens hem mili „teerd. 32/ de R: O: Eijscher egter aan den anderen kant /:onder eerbiedig reverentie:/ van begrip is 33 / dat vermits het feit bij den gev: en ged: niet is in Confesso. „ 34/ en dk spoedig vertrek van 't gem: schip de Nepthun uit de baaij fals volstrekt ondoenlijk heeft gemaakt. 35/ om zo wel een volleedig bewijs aangaande het Corpus delecte te kunnen de hande krygen 36/ als te bekoomen zodanige relaas en verklaa„ „ringe als waarop den gev: en ged: den hechten voldoende konde worden geconvinceerd en over„ „teugd. 37/. deselve beschuldigingen derhalven voor niets. anders zou kunnen en behooren te worden aan„ „gemerkt als voor een bloote indicium „ 38/ en één zeer gering bezwaar van zijn verder misdrijf 30/ 't geen gevolglijk hier in zal bestaan 40. / dat hij get: en ged: wel verre van in Conformiteit van den Eed bij het aanvaarden zyner bediening zo plegtig gedaan 41 / dat hi namentlijk niet uit den dienst der E Comp„ zoude gaan voor en al eer hij met zijn bodem be„ „hoorlijk zou zijn geretourneerd „ 42/ en dat hij alle ampten en verrichtingen die hem door 's E: Comp„s ministers in Indien mogte worden opgelegt getrouwelijk zoude bedienen en waarneemen. 43/ ter Contrairie heeft kunnen goedvinden 44/ niet alleen zijn bescheyden bodem moedwillig te verlaaten 45/ maar zig ook zelfs in dienst van een vreemde„ mogendheid te begeeven. 46/ Weshalven de R: O: Eis„r als nu ook zal dienen te onverzoeken welke staffe den ged: en ged: hier over zal hebben gemeriteerd 47. Waar omtrend dan voornamentlijk in Conside„ „ratie komt. „ 48/ dat hoe zeer men ook bij het placcaat door deze regeering in dato 19 8ber: 1745 geemaneerd. „ 49 op deese misdaad zonder uitzondering eene be„ „paalde straffe gestatueerd vind 50./ dicteerende het selve met duidelijke woorden dat de geene deeser besittingen en andere 'sE Comp„s dienaaren zo hier aan de wal als op de scheepen en vaartuijgen beschyden niemand uit¬ „gezondert dewelke met voorbedochten raad en moedwilligheid met de aandit gouvernement, aankomende scheepen van wat natie die zoude weezen zullen komen te fugeeren dezelve, als ze worden agterhaald zonder Conniventie op de Justitie plaats alhier door den scherprechter op 1 8.

NL-HaNA_1.04.02_4323_0161 view scan ↗

English

shall be severely flogged on the bare back, branded, and further clapped into chains, in order to labor therein for the term of ten years without wages on the Honorable Company's public works, with forfeiture of their accrued wages for the benefit of the Honorable Company. Article 51. And one would thus in that case also directly, without distinction, have to conclude for the same punishment. 52. However, it appears from the resolution by the High Indian Government dated 8 July 1746, 53. wherein their High Excellencies, after having first taken into consideration and manifested that sometimes, through despondency, youth, or other causes, someone having turned to desertion, by receiving such a branding and thereby losing all his ambition and respect, such persons might be made into the most miserable objects in the world, 54. thereupon literally decreed: thus it is understood to recommend to the Council of Justice, as well as the ministers and officers of the respective outer offices, to spare the chaining for runaways and other petty offenses among Europeans and others as much as possible according to the merits of the case, and instead thereof to condemn them to labor at the ropewalk on the island of Eidam for board and clothing during such time as shall be found proper. 55. That, says the Officer Prosecutor, it nevertheless appears from that same resolution that the punishment determined hereupon by the aforementioned placard must be held to have been left to the judgment and discretion of the judge; 56. and the Officer Prosecutor can also gladly conform therewith, for the reasons and motives on which the High Government at Batavia arrived at this decision, whenever no aggravating circumstances to the contrary seem to demand otherwise; 57. the more so since the desertion of the common folk certainly occurs quite generally and mostly out of mere wantonness, 58. but the same, although happening very rarely among officers or persons of distinction, 59. seems ought to be attributed much more to despondency, youth, than to any other circumstance, or to not having sufficient knowledge of the severe punishment appointed therefor; 60. but that, however gracious the intention of the same resolution of their High Excellencies may be, 61. the Officer Prosecutor nevertheless believes 62. that the same, because of the combination of the matter and the aggravating circumstances militating against the prisoner and defendant, can be of little consequence or application to him, 63. and that it is therefore placed beyond dispute 64. that the said person ought to be rigorously punished as an example to such vile and unfaithful subjects, 65. as well as that the prisoner and defendant can never ever again be granted the slightest character of any name in the service of the Honorable Company. Right Honorable Sir. I have here a sub-lieutenant on board. For which and other reasons and means, if necessary, to be further deduced, the Officer Prosecutor, making demand, concluded that the prisoner and defendant, by definitive sentence of your Honors, shall be condemned to be soundly whipped at the wharf, and further, having been degraded to common sailor, to do ship's service for food as an idle and pernicious subject, and thus to be sent to Europe with forfeiture of his accrued monthly wages for the benefit of the Honorable Company, and condemnation in the costs and expenses of justice, or to such other penalties and punishments as your Honors in good justice shall find proper. Was signed: G. Exter. In the margin: Exhibited in court on 16 November 1786.

Dutch transcription

op de bloote rugge strengelijk zullen gegeesseld gebrand merkt en voorts in de ketting geklonken worden om daar in den tijd van tien Iaaren zonder loon aan 's E: Comp„e gemeene werken te arbeijden met verbeurte van haare te goed hebbende gagie ter voordeele der E: Comp„e Art51. / en men dus in dier gevalle ook derecte zonder onderscheid tot dezelve straffe zoude moeten Concludeeren „ 52/ het egter uit de resolutie bij de Hooge India„ „sche regeering in dato 8 Julij 1746. 53 / alwaar hun hoog Ed„s na eerst te hebben in aan„ „merking genoomen en gemanifesteerd dat zom„ „tijds door mismoedig Ionkheid of andere oorza„ „ken iemand tot desertie zynde overgegaan, door het ontfangen van eene diergelijke ftetrissure zijn geheele ambitie en agting verliesende, dezul„ „ke mogelijk tot de aller ongelukkigste voorwerpen des werelds gemaakt worden. „ 54/ daar op woordelijk statueeren, zo is verstaan den raad van Iustitie mitsg:s de ministers en be„ „dienders van de respen buyten Comptoiren te recom„ „mandeeren om de ketting slag voor Arossers en andere ligte delieten onder europeesen en andere na bevinding van zaaken zo veel mogtlyk te menagoeren en in steede van dien dezelve te Condemneeren tot de arbeid van de Lynbaan„ ten Eilande Eidam voor kost en kleederen geduu„ „rende zodanigen tijd als bevonden zal worden te behooren. „ 55/ dat zegd de R:O: Eisscher het egter uit deselve re„ solutie Consteerd, dat de straff hier op bij voorsz: placcaat bepaald moet worden gehouden aan het oordeel en arbitreum van den rechter ge„ „laaten te zijn, — 56/ en den R: O: Eyscher zig ook om de reedenen en motiven op welke de Hooge regeering te batavia tot dit besluit zij gekoomen wanneer geene ag„ „graveerende omstandighee van het teegendeel schij„ „nen te vorderen lieft daar meede kan Confor„ „meeren. „ 57 /. te meer daar zeekerlijk het overloopen van het gemeene volk wel vrij generaal en meest uit bloote balaadigheid komt te geschieden „ 58/ maar 't zelve: hoe wel zeer zeldzaam onder ovicieeren ofte geristinqueerden gebeurende „ 53/. veel meer uit mesmoedigheid Jonkheid dan Wel Edele Heer. Ik heb alhier Eene sous lieutenant aan Mits welke en andere reedenen en middelen / is 't nood / nader te de„ „duceeren den R:O: Ess„r Eysch doen„ de Concludeerde dat den gev: en ged: bij definitife vonnisses van hieder Achtb: zal worden gecondemneerd om op de werf dapper gelaatst en voorts tot gemeen matroos ge„ argradeert zynde als een onnut en schadelijk Subjeck voor de kost scheeps dienst te doen en zo naar europa verzonden te worden met verbeurt verklaring zijner te goed hebbende maand„ „gelden ten behoeve der E: Comp„e en Condemnatie in de kosten en misen van Justitie ofte tot zodanige andere penn en straffe¬ als uwe Ed: Achtb: in goede Iustitie zullen vinden te behooren /: was getekent g: Exter /:in mar„ „„gene:/ Exhetitum in Judicio den 16 November 1786. — wel eenige andere omstandigheid of geen genoeg„ „zaame wetenschap van de strenge daarop gestelde straffe schijnt een oorzaak te moeten worden toege„ schreeven 60, dan dat hoe gratieus het oogmerk van deselve resolutie van haar hoog Ed„s ook zijn mooge 61 de R: O: Eyscher egter vermeend. 62 dat het zelve op de ged: en ged: om de zamencoop der zaake en de verzwarende omstandigheeden teegen hem militeerende, van wynig Consequentie of appli„ „catie kan worden gemaakt 63/ en dat het dus buiten teegenspraak is gesteld 64/ dat den gem: tot een exempal voor diergelijke laage en ontrouwe Sabjacten regoureus behoord te worden gestraft. 65/ zo wel als dat aan den ged: en ged: immer of ooijt weederom 't geringste Caracter hoe ook genaamt in den dienst der E: Comp:en kan worde toegekend. boord

NL-HaNA_1.04.02_4323_0162 view scan ↗

English

received on board, who had remained behind from the ship Ridderkerk. This man, three days ago, made himself guilty of stealing a lacquer watch from the second mate on the Danish ship lying here in the roads. I have become convinced of the truth of the fact while he was ashore, besides many other thefts committed by him. Whether he now got wind of it, or whatever the cause may be, he has not come back on board. I have had his goods packed together and his chests sealed. His name is Jan Fredrik Gerteler of Dantsik, who sailed out with the ship Ridderkerk Anno 1785 as sous-lieutenant. I considered it necessary to inform your Honor of this, and have the honor to call myself, underneath was written, Honorable Sir, lower down, your Honor's servant, was signed, E. Pindorp, in the margin, on the ship Neptunis the 17th of August 1786, the address was, The Right Honorable Sir, the Fiscal ad interim at Cabo de Goede Hoop. Articles drawn up and presented to the Honorable Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of the Castle of Good Hope, over Sous Lieutenant J. F. Gerteler, to be heard thereupon at the requisition of the Fiscal pro interim; the Sous Lieutenant J. F. Gerteler of Dantzig, assigned to the Honorable Company's ship Napthunis, currently the Lord's prisoner, whose responses to be given shall be properly placed in the margin of this document opposite each of them. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, who answered the adjacent questioning articles in such a manner as stands noted beside each of them. Article 1. The prisoner's name, birthplace, age, and rank. Says: Jan Fredrik Gertler of Dantzig, aged 23 years, having been assigned as sous-lieutenant on the ship Ridderkerk, but subsequently placed on the ship the Napthuna. Article 2. In what year, rank, and with what ship he, the prisoner, arrived here. Says: in the year 1785 with the ship Ridderkerk to have arrived here. Article 3. For what reason he, the defendant, left the said vessel and where he was assigned thereafter. Says: due to illness to have remained here from the ship Ridderkerk, and subsequently, as aforementioned, placed on the ship the Neptunis. Article 4. Whether he, the prisoner, as sous-lieutenant on the Honorable Company's ship the Nepthunis, lying anchored in the Baaij Fals, was not on the 9th of August last commanded with some men to help rig the Danish ship that had returned to the same roads. Says: Yes. Article 5. Whether he, the examined, did not sleep the following night in the cabin and the bunk of the second mate of the said vessel. Says: Yes. Article 6. Whether he, the examined, did not hear that this second mate missed his watch the next day, and whether he, the prisoner, was not himself questioned about it in the roads. Says: no, never to have heard before that a watch of the mate was missed, and also not to have been directly addressed by them, but indeed afterwards. Article 7. Whether he, the prisoner, did not then show two watches in the presence of Captain-Lieutenant Anthoniss and the Sous-Lieutenants Hander and Kikert. Says: Yes. Article 8. In what manner he, the prisoner, came by both watches, whereas he previously had not had such. Says: to have bought both watches, one from a sailor for 6 rixdollars and the other from a chief carpenter for 30 rixdollars. Whether he, the examined, did not trade one of the same from the gunner in rail for another.

Dutch transcription

dantzig oud 23 Jaaren als sout zegt Jan Fredrik gertler van Horologie van de Stuurman Zegt. Ja. Ridderkork alhier aangeland te zijn. — boord gekreegen, die van het schip Ridderkerk was nagebleven deese man heeft zig 3 dagen ge „leeden schuldig gemaakt aan het steelen va„ Een Lak horologie van den onderstuurman op 't alhier ter rheede leggende deensche schi¬ ik ben van de waarheid van het feijt over„ tuigd geworden, terwijl hij aan de wal was benevens nog veele andere door hem gepleeg tiefstallen of hij er nu de Lugt van weg gekreegen heeft 4 dan wat ook de oorzaak zyn mooge hij is niet Ueder aanboord gekoomen, ik heb zyne goederen bij Elkanderen doen pakken en zyne kisten verzegeld zijn naam is Jan fre „drik gerteler van Dantsik uijtgevaren met het Schip Ridderkerk A=o 1785. als souslieutenant ik heb het noodzakelijk geacht uwel Ed hier van kennis te geven en heb de Eer mij te noe„ „men /:onderstond:/ welEd Heer /:lager:/ uwel Edel „Dienaar /:was getekent: E: pindorp. /: in maj „gine:/ in 't schip Neptunis den 17 Aug:s 1786 /:de adresse was:/ WelEdelen Heer de Heer. . Ex Legt: Ja. „ter Fiscaal adinterem a Cabo de goede Hoop. Compareerde voor ons on„ Articulen gedaan maaken „dergetekende gecommitt„s uit en aan Heeren gecommitt„s wy den E: Agtb: Raade van Justi„ den E Agtb: Raade van Justitie Legt: neen te vooren nooijt ge„ des Casteels de goede Hoop over¬ „tie deezes gouvernements aen „gegeeven omme ter requisitie Saus Lieutenant J: F Gerteler van aen prointerin Fiscaal 9: dewelke op de nevenstaande vraag articulen zodanig heeft vder daar over gehoord te worde de op s' E Comp„s schip Napthani geantwoord als beziden een bescheyden sous luytenant J: F: gerteler van Dantzig thans 's Heeren gev. zullende desselvs te Legt: Za. geevene Responsiven in Margine deezer behoorlijk worden bekend gesteld. ider derselver bekend staan. Des gev: Naam geboorte plaats ouderdom en qualiteijt. Lieutenant op 't schip ridderkerk beschijden geweest dog nader hand geplaats op 't schip de Napthuna „ 2. In wat Jaar qualiteijt en met Legt in de Jaar 1785 met 't schip Art . 1. „timmerman voor rd s 30. — zegt: de bijde Horologies gekogt off welke wijze hij gev: aan bij re„ heeft gehad. te hebben van Een Mataors voor Horologies is gekoomen teruijl hij 6 rd„s ende andere van een opper van te vooren zulke niet off hij get: niet d'eene derzelven van den Constapel in Reyling voor een hij gev. dan niet twee Horolagies heeft vertoond tet praesentie van den Capn: Lieute¬ nant Anthoniss en den sous Luijtenant Hander en Kikert hun derect te zijn aangesproo¬ vermits wierd en ook niet door „ken maar wel naderhand. „ 6. Off hij get: niet gehoord heeft dat dies onderstuurman zijne Horologie 's anderen dags heeft vermits en of hij gev. niet zelve daar over ter Rheede is gesteld geworden „hoord te hebben dat er een Off hij get: niet de volgende nagt in de kamer en de kooij van de onderstuurman des gem. bodem heeft geslaapen. Off hij gevr: als sous Lieutenant op 't d E Comp„s schip de Nepthunis in de baaij fals geankert leggende niet op de 9 August laatstl: met eenige manschappen is gecommandeert ge„ „weest omme 't op dezelve Rheeden terug gekomene Deense schip te helpen vertuijgen. Uijt wat heeden hij ged: van gem. zegt door ziekte alhier verbleeven zijn bodem afgegaan is en waar te zijn van 't schip Ridderkerk hij daarna is bescheyden geweest en naderhand zo als voorm. Akt 3. op 't schip de Nepthunes geplaast „land 2 wat schip hij get: alhier is aange„ Redder wat andere geworden. .. „5. 4. „ 7. „ 8. d

NL-HaNA_1.04.02_4323_0163 view scan ↗

English

has gotten another. Says not to have seen it after that. States: No. Not yet 24 hours, and specifically from the evening until the next day in the morning. Article 10. Whether this watch sold to the gunner was not marked on the inside Adam Kempe No. 195. States: Yes. Article 11. Whether the same watch was not the one that was missed by the second mate and searched for. States: Yes. Article 12. Whether he, witness, did not take the said watch at night out of the room. States: Yes. Article 13. What he, examinee, had to perform on board the English ship. States to have had nothing to perform there, but only to have gone there to see if he could come to an agreement with the captain, as the captain of the English ship needed a mate. Article 14. Why he, examinee, then did not return on board his assigned vessel and why he let his ship sail away and took refuge on board the English ship. States that the captain had made him go on board and had threatened to write to the governor that he, examinee, should be deported, whereupon the accused went to the Cape; further says that the captain went the next day to the Honorable Lord Governor to ask for him while he, examinee, was in custody, but that he, witness, does not know what answer he received from the Honorable Lord Governor. Article 15. Whether he, examinee, did not do such because his conduct, being already known, made him fear being brought to account for it. States to have sailed away because he, witness, noticed that they were searching for him here. Article 16. Whether he, examinee, did not do this because he was afraid he would lose his rank as an officer. States to have done so because he was afraid to lose his rank as an officer. Article 17. Where and with whom he, accused, has stayed since that time and for whom and what he represented himself. States to have lodged here at the Cape with a Carel Sheeplig and subsequently to have gone to the countryside with a Jan van Dyk, where he, accused, had lodged for about fourteen days with a Horak; says further not specifically to have lodged with Horak, but with certain country folk, specifically with a Jacob Coetzer. Article 18. In what manner and on what occasion he, witness, came aboard the ship Jagtrust. With the boat of Jagtrust. Article 19. Whether he, accused, had not previously also been aboard the Honorable Company's ship Jagtrust and crossed over with its boat to the Imperial ship. States: Yes. Article 20. How long he, examinee, has been intending to leave from here on the Imperial ship, while the same was ready and waiting only for wind. States that while he, examinee, was coming from the countryside and had stayed here a little while, he, examinee, was intending to leave with the said Imperial ship, the ship Good Intent, which in the past month departed from this roadstead, not having known whether the ship lay ready to sail. Article 21. Whether he, examinee, will not thus confess to have made himself guilty and punishable through both the one and the other deed. States: Yes, indeed somewhat punishable, but requests a merciful sentence. Article 22. What he, examinee, will be able to offer for his excuse. States, once more to request a merciful sentence. Thus questioned and answered at Cabo de Goede Hoop, the 4th of November 1786. Before the gentlemen Johannes Marthinus Horak and Andries van Sittert, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the accused and me, sworn clerk. Re-examination. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the aforementioned person of Jan Fredrik Gerteler, who, having had this preceding interrogatory with his answers given thereto clearly and distinctly read out word for word, testified to persist therein, not desiring that anything more be added to or taken from it. Thus done and re-examined at Cabo de Goede Hoop, the 15th of November 1786. Was signed: Jan Fredrik Gerteler Below: In my presence Signed: C. van Aersch, Secretary In the margin: As commissioners: signed: J. M. Horak and A. van Sittert. Below: Which I testify: was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. Agrees. Inventory of Documents caused to be made and submitted to the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government by the sworn clerk at the Secretariat of Justice here, Rijno Johannes van der Riet, as qualified in office, for the observation of the case of the Landdrost of Swellendam, Mr. Constant van Nuld Onkruit, in capacity of his office prosecutor in a criminal case on the one side, Upon and against August of the Cape, bondservant of the burgher David Benjamin d'Ailly, Andries of Calcutta, slave of the dragoon Christiaan Velbron, Jonas of Batavia, bondservant of the burgher Willem van Reenen, Damon of Bugis, slave of the burgher Jochem Jenneks, Laripa of Mandhar, bondservant of the burgher Jan Buurman, Welkom of Ternata, slave of the widow Daniel Beets, all six the lord's prisoners and defendants in the aforementioned case.

Dutch transcription

andere heeft gekreegen. zegt daar na niet gezien te Legt: Neev: Nog geen 24 Uuren en wel van 's avonds tot 'T anderen Art: 10. off deese aan den Constapel verzieijl „de Horologie niet van binnen is gemerkt geweest Adam Kempe„ N:o 195. off dezelve Horologie niet de ge „ne is geweest die van den onde„ „stuurman is vermist en nagezog geworden. „ 11 „ 12. off hij get: gem: Horologie in de nagt niet uit de kamer „men. Wat hij gevr: Bodem heeft te verrigten gehad„ te hebben, maar eenelijk daar gegaan te zyn om te zien of hij met de Capt„n konde overeenkomen wijl den Capt„n van 't Engelsch Waarom hij gevr: dan niet weder schip een stuurman nodig had. boord had doen gaan en bedrijgd om na boord van zyn beschyden zogt verder dat de Cap„n nog des anderen daags na den Ed Heer had van de gouverneur te Bodem terug gekoerd en waarom goud gegaan is om voor hen te vraagen derwyl hy gev: vast zullen schreven dat hij gev: zou, hij zijn schip heeft laaten zeylen zat maar dat hij get. niet weet wat antwoord hij van den „de gedeporteerd worden waar op den ged: na den Caab is ge„ boord van 't Engelsch schip gevaaren om dat hy get bespeurae heeft weg - en meere zig genoo Niets aldaar te verrigten gehad Logt. dat de Captn. hem van Ed: Heer gouverneur heeft ontfangen. — dat men alhier na hem zogt. off hij gev: zulke niet daarom zulx gedaan te hebben om dat hij bevreest was zijn reeds bekend geweest zynde hij Caracter als officier te vreesde daar over ter Reeden gesteld te worden. heeft gedaan om dat zijn bedrijf Ja wel eenigzints straffwaar„ „14. zullen verliesen. — Legt, alhier aan de Caab gelogeerd waar en bij wien hij ged: zig te hebben bij een Carel sheeplig van dien tijd af heeft opgehouden en vervolgens met een Jan en voor wien en wat hij zig heeft van dyk na byten gegaan te zin was hij ged omtrend uytgegeeven 1 veerthien dragen gebogeert geweest bij eene Horak zegt nader niet bepaaldelyk by horak gelogeerd geweest te zijn maar by zommige buyten lieden en wel by een Jacob Coetzer. Legt, nogmaals genadigsenten wat hi gen: tot zijne verschooning zal kunnen bybrengen. Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede Hoop den 4 November 1786. voor de Heeren Johannes Marthinus Horak en Andries van Sittert leeden uit den E. Agtb: Raade van Justitie voorm: die de minute dezer benevens den ged: en mij geswe Clercq mede behoorlijk hebben ondertekend. „ 20 „ 18 op hoedanige wijze en met wat Met de Bood van Sagtzust. geleegentheid hij get: op 't schip Jagtrust is gekoomen Legt. Ia. den maand van deese Rheede ver„ „trokken is geweest is R schip God Cintent dat inde verlee„ Off hij ged: niet van te vooren ook op 't E Comp„s schip Jagt rust is geweest en met deszelvs schuijt naar 't keyzerlijk schip is over„ gegaan. Hoe lang hi gev: op 't keyserlijke kwam niett geweeten de heb„ schip van hier wegte gaan ter„ t schip Zeijl Rhee „wijl 't zelve zilklar was en alleenig op wind wagte „ 21. Off hij gev: dus niet bekennen zal zo wel door 't eene als door 't andere bedryf zig schuldig en „dig te zijn dog verzoek gena„ strafwaardig te hebben gemaakt. „gaan en na hier een weynig verbleeven te zijn was hij gev: na Ligt terwijl hij gev: van buyten zeweest met 't gem keiserlyke ben of lag. — Art 16. /:lager:/ zogt: Ia. — hebben — Legt. Ia. - ƒ „ 13. „ 15. „tie te versoeken. — „dig sententie. — /:onderstond:/ „ 22. d' een en andere Art: 16. daags morgens. Riet. / geswe Clercq. Compareerde voor ons onderget: gecommitt„s uit den E: Achtb: Raade van Iustitie deezes gouverne„ „ments de voorn. perzoon van Fredrik Gerteles, dewelke deeze voorenstaande Interrogatorie me zine daarop gegevene responsive, van woorde tot woorde klaat en duidelijk voorgeleezen zynde be„ „tuigde daar bij te blijven persisteren, niet begee„ rende dat er iets meer bij ofte van gedaan wer¬ „den zal. — Aldus gedaan en gerecolleerd aan Cabo de Goede Hoop: den 15 Nov: 1786. /:was getekend: Jan Fredrik gerteler /:lager:/ Mij prasentie /:getekent:/ C. van Aersch Secretaris /: in Mar„ „gine:/ als gecommitt: /: getekent:/ J:s M:r Horak en a„o van Sittert. /:onderstond Recollement. /:lager:/'t welk ik getuijge /:was getekent R: J: V: der Accordeert. Mriem gem Clercq Inventaris van Stukken gedaan maaken en aan den WelEdelen Achtbaeren Rade van Justitie deezes Gouverne„ „nients overgegeeven door den gezwooren Clercq, ter secretarije van Justitie alhier Rijno Johannes van der Riet, als in fficio gequali„ „ficeert, ter waarneeming der Zaake van den Landdrost van Swellendam de Heer Constant van Nuld On¬ Kruit ratione Officie Eij„ „scher in Cas Crimineel ter Eenre Opende jeegens August van de Caab Lifeigen van den burger David Benjamin d'aillij Andries van Kalkutta slaaf van den dragonded Christiaan Velbron. Jonas van Batavia Lijf„ eigen van den burger Willem van Reenen Damon van Boegies Slaaf van den burger Jochem Jenneks van Mandlaar Laripa Lyfeigen van den burger Jan Buurman Welkom van Ternata; Slaef van de weduwe Daniel Beets, alle ses 's heeren gevangens en gedaagdens in't voor¬ schreew

NL-HaNA_1.04.02_4323_0166 view scan ↗

English

case on the other side Inventory quoted with Letter A: Criminal Claim and Conclusion drawn up by the ratione officii Plaintiff against the prisoners and defendants mentioned in the heading hereof, quoted with B: 1: Authentic copy of a letter written by the citizen Sebastiaan Rotman to the substitute Landdrost in Swellendam 2: Notarial declaration given and passed by the citizen Joseph Kramer in place of the aforementioned Rotman on account of his dangerously received wound, upon requisition of the ratione officii Plaintiff, before the Secretary of the Colony Swellendam, Menso Blanckenstijn 3: Notarial declaration given upon requisition of the ratione officii Plaintiff before the Secretary of the Honorable Council of Justice by the valiant Honorable Equipage Master François Duminy, the Junior Merchant and commissioner for the military equipment the Honorable Egbertus Berg, and the valiant citizen Lieutenant Johannes Gijsbertus van Reenen, because their Honors were at the place where the deed was committed by the prisoners, subsequently re-examined and sworn before the Gentlemen Commissioners from this Honorable Council, serving as proof of the corpus delicti 4: Counterfeit or false travel pass taken along from here by the prisoners, and dated 28 September 1786 up to the Sondags River 5: False pass dated 28 September 1786 up to the Groote Vis River 6: A certain slip of paper inscribed with Arabic lettering, in which some powders were contained 7: Interrogatories answered before the Gentlemen Commissioners from the Honorable Council of Justice by the first prisoner, August 8: Interrogatories answered by the second prisoner, Andries 9: Interrogatories answered before the Gentlemen Commissioners by the third prisoner, Jonas 10: Interrogatories answered by the fourth prisoner, Damon 11: Interrogatories answered by the fifth prisoner, Saripa 12: Interrogatories answered by the sixth prisoner, Welkom; all six interrogatories having been duly re-examined 13: Declaration passed before the Gentlemen Commissioners from this Council upon requisition of the ratione officii Plaintiff and re-examined by the Hottentot Captain Adam Prins 14: Declaration passed and re-examined by the Hottentots Piet Prins, young Adam Prins, and Piet Kaalkop 15: Declaration passed and re-examined by the Hottentot Jan Paarl 16: Inventory of the goods found with the prisoners and defendants upon their apprehension and handed over to the father-in-law of him, Rotman, named Christoffel Rog, and quoted with the Letter C: Numbers 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, and 16. Serving No. 1 as justification of Articles 2 to 14; No. 2 and 3 of Articles 28 to 45; No. 4, 5, and 6 of Articles 85 to 116; No. 7, 8, 9, 10, 11, and 12 as proof of Articles 64 to 375; No. 13, 14, and 15 of Articles 357 to 360; and finally No. 16 of Articles 39 to 322 of the aforementioned Claim and Conclusion, and consequently relating to the acts committed by the prisoners and defendants and charged to the prisoners by the ratione officii Plaintiff in the same criminal claim; the remaining articles of the mentioned claim are introductory, notoriously known, or confessed, and therefore need no special proof. Statement of law to be drafted if necessary and then to be quoted with the Letter E. Signed: R: J: v: d: Riet, sworn Clerk. In the margin: Exhibited in Court on 23 November 1786. Appeared before the Honorable Council of Justice of this government the sworn Clerk at the judicial secretariat here, Rijn Johannes van der Riet, as officially qualified to attend to the affairs of the Landdrost of Swellendam, Constant van Nult Onkruijt, ratione officii Plaintiff in a criminal case on the one side, against August of the Cape, bondservant of the citizen David Benjamin Waelly; Andries of Calcutta, slave of the Dragoon Christiaan Velbron; Jonas of Batavia, bondservant

Dutch transcription

„schreeve Cas ter andere zijde Jnventaris gequoteerd met L„a A: Crimineelen Eischende Conclusie door den Rat: off: Eischer op ende jeege de gev: en ged: in den hoofde deezes gemeld, geformeerden gequoteerd met 7:/ Copia Authenticq Missive door den Burger Sebastiaan Kotman aan den substituut Landdrost te Swellendam geschreeven 2:/ Secretarieele Verklaaring door den bueger Joseph Kramer ter plaatse van evengem: Rot„ „man vermits desself gevaarlijk bekoomen wonde, ter requi¬ „sitie van den rat: Off: Eischer gegeeven en gepasseerd voor den Secretaris der Colonie Swellen¬ t„dam Menso Blanckenstijn 3: / Secretarieele verklaaring door den manhaften E. Equipagie Meester François Dumini den Ondercoopman en gecommit„ teerde tot de Monteriug d'E. Egbertees Berg, en den manhaften burger Liutenant Johannes Gijs¬ „bertus van Keenen, vermits hun Ed. op de Plaats daar 't feet door de gev. zijn gepleegd ter re¬ „quisitie van den rab: off: bisczer voor den Secretaris van den E. Achtb: Raad van Justitie gegeeven vervolgens voor Heeren Gecom„ „mitteerdens uit deezen Edelen Achtb: Raade gerecolleerden B' Eedigt, streckende tot bewij van 't Corpus delicti „ B: 4: Felij of valsche Padbriefje door de gev: van hier meede ge„ „nomen, en gedateerd, 28. Septbr: 1786: tot na de sondags rivier gedateerd, 28. Septbr 1786: tot na de groote Vis Rierier 6: zeeker papiertje met een Ar„ „ravische Letter beschreeven waarin eenige poeders geweest 7. Interrogatorien voor Heeren Gecommitteerdens uit den E. Achtb: Raad van Justitie door den Eerste gev: August beantwoord. ƒ en door den tweeden gev: Andries beantwoord. Jnterrogatorien door den 3. gev: Jonas voor heeren Gecommitt: beantwoord. 10 door den 4. gev: Damonbe„ antwoord 11 door den 5. gev: Saripa beantwoord door den E: gev: Welkom beantwoord, zijnde alle ses de Interr. behoorlijk gerecolleerd 3: Verklaaring voor Heeren Gecommitt: uit deezen raede 5: zijn 8: en 7 verte. raade ter requisitie van den rat: Off: Eischer gepasseerd en gerecolleerd door den Hol„ „tentols Captijn Adam prins door de Hottentotten Piet Prins, Jonge Adam Prins en Piet Kaalkop 15: door den Htottentot Jan Paarl. 16: Jnventaris der Goederen bij de Gevangens en Gedaag„ „dens bij hun gevangen nee„ „ming ontdekt en aan den schoonvader van hem Hotman in Naame Christoffel Rog overgegeeven en gequoteerd met de Letter Dienende N„o 1: tot Justifica„ „tie van art: 2: tot 14: N„o 2: en 3: van Art:s 28: tot 45: N:o 4: 5: en 6: van Art:t 85: tot 116: N: 7: 8:9: 10: 11: en 12: tot bewoijs van Art: 64: tot 375: N:o 13: 14 en 15: van Art: 357. tot 360 en Eindelijk No: 16: van Art: 39 tot 322: van den voorm: Eisch ende Conclusie en mitsdien betrekkelijk tot de faiten C. N„o 1: 2: 3: 4:5: 6:7: 8:9: r0: 11:12:13: 14: 15: en 16:- August van de Caab lyjfeygen van den burger David Ben jamin W'aelly Andries van Kalkutta Slaaf van den Oragonder Chris tiaan Velbron Jonas van Batavia lijfeijgen Compareerde voor den wel Edelen Achtb Raade van Iustitie dezes gouvernements den gezw: Clercq ter Justitieele Secretarije alhier Rijn Iohannes van der Riet als in affi cio gequalificeert ter waarneminge der zaaken van den land drost van Zwellendam Constant van Nult onkruijt ratione officii Eijsscher in Cas Crimineel ter eenre op ende jeegens den rat: aff: eisch bij denzelven Cruni neelen eisch de gu ten lasten gelegd de overige articulen van den gementioneerden eisch zijn intro„ durtien notoir jares off in Confesso en hebben mitsdien geen speciaal der bewijs nodig. Memorie van regten /:is 't nood:/ te formeeren en als dan te quoteeren E met de letter /:was getekend:/ R: I: V: d: Riet gezw: Clercq /:in margine:/ Exhi bitem in Indicio den 23 Novem ber 1786. door de ged en ged: gepleegd, en door do Nots. 14: 7 n

NL-HaNA_1.04.02_4323_0168 view scan ↗

English

To substantiate which criminal demand and conclusion, the Rat. Off. Prosecutor briefly stated in accordance with the truth that the Rat. Off. Prosecutor had received knowledge by letter on the 27th of the just-ended month of October of this year from the burgher and farmer Sebastiaan Rotman that in the night between the 21st and 22nd prior thereto, six slave boys, who had arrived at the house in the evening while he, Rotman, was not at home, and had pretended to be butchers' boys who were traveling inland to purchase slaughter cattle for their master, and were therefore accommodated at his house accordingly, and were also provided by his wife with proper food and drink, had not hesitated to murder the wife, two children, a servant, three maids, and a boy of his, Rotman, in a most inhuman manner, although according to his report some of them were still alive at that time, yet, because of the perilous nature of the wounds, he rightly doubted the recovery of a portion of them. Saripa of Mandhaar, bondsman of the burgher Jan Buurman; Welkom of Ternate, slave of the widow Daniel Beets, all currently the Company's prisoners and defendants in the aforementioned Castle on the other side; Samon of Boegies, slave of the burgher Willem van Ree; the burgher Jochem Jansz. Article 10. That those boys, after committing those atrocities, had also made themselves guilty 11. Of willful housebreaking and theft, 12. and that they had taken along whatever could possibly be transported by them, 13. so that he, Rotman, was completely ruined and stripped of everything. 14. As Your Honorable Worships will be able to inspect all this further from the letter annexed hereto, sent by the said Rotman to the Substitute of the Rat. Off. Prosecutor. 15. That the Rat. Off. Prosecutor, after obtaining that information, 16. immediately issued orders, not only 17. to properly guard all the roads far inland, but also all the roads toward here, 18. which had to be passed by the perpetrators of that atrocious act, 19. [illegible] 20. in order properly to apprehend those vagabonds and scoundrels, 21. and to deliver them alive, if possible, into the hands of Justice. 22. That this finally had the desired effect, 23. that all the perpetrators, being the six prisoners and defendants mentioned in the heading of this document, 24. were captured alive by the Hottentot Captain Adam Prins and his subordinate men. 25. Whereupon the Rat. Off. Prosecutor, also after holding an extrajudicial interrogation, 26. had the prisoners and defendants duly transported toward here, 27. and thus delivered them into the hands of Justice here. 28. That the Rat. Off. Prosecutor also as soon as possible, 29. since upon the arrival of those terrible tidings his Secretary and Messenger were not at home, 30. upon the return of the said Secretary, turn over Article 1 4 5 No. 8

Dutch transcription

Tot adstructie van welken crimineelen eijsch, ende conclusie, den R: off: eisscher kortelijk conform de waarheid deede zeggen dat den Rat: Off: Eisscher op den 27 der eeven afge weekene maand October deezes Iaars, van den burger en landbouwer Sebasti aan Rotman per mos sive kennisse bekoomen hadde dat er in den nagt tusschen den 21: en 22 daar bevoorens door zes slaaven Iongens dewelke des avonds, daar ten huize gekoomen waaren, terwijl hij Rotman zig niet thuis bevond en hadden uitgegeven voorslagters Iongens die na 't veld op reis waren, om voor hunneer lijf heer slagtvee in te koopen dus ook indiervoegen ten zijnen kirijze zijn gelo geert, mitsgaders door zyne huisvrouw van be „hoorlijke smigs en drank voorzien geworden hun niet hadden ontzien, om de huisvrouw twee kinderen, Een knegt, drie meeden een Iongen van hem Rotman op een aller ontmenschte wijze te ver moorden hoe wel er volgen zijn berigt toen ter tijd nog ee nige van in leeven waaren egter om de gevaarlykheid der wonde, aan de opkomst van een gedeelte hunner, door hem met recht getwyffeld wierd Saripa van Handhaar lijfeijgen van den burger Ian buurman Welkom van Ternate Slaar van de weduwe Daniel Beets alle thans 's heeren gee en ged in 't voorsz: Casten andere zyde „nen Samon van Boegies Slaaf van van den burger willem van Ree den burger Jochem Iane Art: 10. dat die Iorgens nog na 't pleegen dier en veldeeden hin hadden schuldig gemaakt 11 Aan moedwillige huisbraak en diefte 12 en dat zijl: hadden mede genoomen, 't geen door hen maar konde werden vervoerd 13 zo dat hij Rotman ten eenemaal geruineert en van alles ontbloot geworden was. 14 gelijk uwel Edele Achtb: dit alles nader zullen kunnen beoogen, uit de ten dezen geannexeerde missive door gem Kotman aan den Substituut van den Rat: off: Eisscher gezenden 15 dat den Rat: off: Eissaher na 't bekoomen van die in formatie 16 terstond heeft ordre gesteld niet all een 17 om alle de weegen verre landwaards in, maar ook alle de weegen naa herwaards 18 die door de daaders van dat grewelstik moesten werden gepasseert 19 behoorlijk te bewaaken 20 ten einde die vagabondeerende Eengnieten na behooren 21 te apprehendeeren, en en handen der Iustitie levendig /des doenlijk:/ te kunnen werden overgegeven 22 dat dit eijndelijk van dat gewenscht, effect geweest is 23 dat alle de daaders zijnde de zes ge en ged in den hoofde dezes gemeld 24 levendig zijn opgevangen geworden door den hottentos's Captijn adam Prins en zijne ouderhorige manschappen 25 gelijk dan den Rat: off: Eisscher ook na eene gehoer den Extra Iudicieel verhoor 26 de gev. en ged behoorlijk heeft doen transportee ren naar herwaards 27 en dus in handen der Iustitie alhier heegt overge leederd 28. dat den Rat: off: Eisscher almeede zo ras doenelijk 29 Vermits bij de aankomst dier verschrikkelijke tijding, deszelvs Secretaris en Boode hun niet 't hiis bevonden 90 bij retour van gem: Secretaris verte Art: 1: „ 4: 5: Ne.8

NL-HaNA_1.04.02_4323_0169 view scan ↗

English

had sent a commission to the place where that terrible murder scene had been carried out by the defendant and defendant, in order to conduct a proper inspection of the condition of the lifeless bodies, as well as to gather the necessary statements from the persons still alive, for the justification of the corpus delicti. However, because the deceased persons had already been buried and had decomposed due to the long interval of time, no proper inspection could be performed by that secretary. Section 6. A declaration was submitted to us only by the servant Kramer, who is still alive, while the others, one child, two maidservants, and one boy, had already passed away, and the other child lay continuously in bed in convulsions. That the Ratione Officii Prosecutor here was therefore compelled to demand a declaration from the Gentlemen Diemeni Berg and Van Ranen, who, having been commissioned by the High Authorities of this country to carry out a commission to the Mossel and Plettenberg Bay, arrived at the place on their return two days after the murder at the aforesaid Rotman had happened, and thus well knew the condition of that household in all respects, with which the Ratione Officii Prosecutor could prove that the corpus delicti was established, upon which the claim had to be founded. The Ratione Officii Prosecutor, not without great difficulty, finally succeeded in bringing matters so far that the gentlemen amicably proceeded to give a declaration, to which they at first believed themselves not to be obliged, as the Ratione Officii Prosecutor has the honor to present the one and the other to Your Honorable Worships. That furthermore, from all the circumstances that accompanied the case, as well as from the manner in which the defendant and defendant were apprehended, without, however, paying the slightest regard to their conduct when they were transported toward the Cape, it is sufficiently established not only that the defendant and defendant took full part in the aforementioned heinous murders, but also that they accomplished that atrocious deed with a kind of pleasure. And that, according to the humble opinion of the Ratione Officii Prosecutor, incurs the heaviest punishment that can ever be executed upon a delinquent, because it is a murder of which perhaps no example has ever existed as long as this Colony has subsisted. That subsequently the Ratione Officii Prosecutor here, as officially qualified by the High Authorities of this country to attend to the affairs of the respective officers in the countryside, having interrogated the defendant and defendant as soon as practicable upon such interrogatories as were framed by him to that end, and submitted them to the Gentlemen Commissioners from this Noble and Honorable Court, in order to deduce the guilt of the defendant and defendant by arguments from the evidence gathered by him, the Ratione Officii Prosecutor, Section 9. The Ratione Officii Prosecutor will now also take the liberty to occupy the attention of this Noble and Honorable Court a little longer with a clear demonstration of the truth of the crimes that the defendant and defendant have executed, and with an examination of the nature of the punishment that each of the defendant and defendant have deserved. Wherefore the Ratione Officii Prosecutor will first proceed to those interrogatories answered by the defendant and defendant during the interrogation. Other Article 63 Article 31 32

Dutch transcription

ter plaatze alwaar dat ysselijk moordtoneel door de ged: en ged: uitgevoerd geworden was eene Commissie gezonden had, ten einde behoorlijke schouwing te doen van den toestand der ontzielde lijken, zo wel, als van de nog in leeven zijnde perzoonen de nodige relaazen in te winnen, ter Iustificatie van 't Corpa delicte egter door dien Secretaris vermits de gestorvene perzoone, reeds begraven waaren en tot bederf over „gegaan, door den langen tusschen tijd geene behoorlyke schouwing heeft kunnen werden 5 gedaan §6 Ons alleenlijk maar van de nog in leeven zijnde knegt kramer, eene verklaring heeft ingedoonge terwijl de ordra, Een kind, twee merden, en Een Ion „gen, reeds waaren overleeden, en 't andere kind geduc „rig in stuijptrekkinge te bedde lag dat dus den R: O: Eisscher alhier genoodzaakt geworden is, om van de heere diemini Berg en van Ranen die door de Hooge overigheid dezer landen gecomnitteer 38 geweest zinde, om naa de Hossel en Plettenberge Baay eene Commissie te doen bij hun retour twee dagen na dat de moord bij gem: 39 Rotman gebeurd was, daar ter plaats gekoomen zijn, en den toestand van dat 40 huisgezin, dus in allen deelen wel beweest 41 afte vorderen eene verklaring waar mede den Rat: off Eess konde aantoonen dat er Corpues delicti Consteerde 42 Waarop den eisch gefandeerd moest zijn 43 de Rat: off: lisss dan ook niet zonder groote moeijte 44 b eyndelyk zo verre heeft gekregen 45 dat de Heeren in der minne zijn overgegaan tot het geeven eener verklaring waartoe zil in 't eerst vermeenden ongehouden te zijn- 46 gelyk den Rat: off: Eiss:r de Eere heeft het een en 34 ander aan UwelEd: achtb: te suppediteeren 47 Dat voorts uit alle omstandigheden, welke het geval hebben verzeld gehad 48 zo wel als uit de manier waarop de ged: en ged zijn geapprehendeerd geworden 49' zonder egter de minste reflexie te slaan, op hun gehouden gedrag; wanneer zijl: Caobwaard zijn getransporteerd geworden 50 genoegzaam consteerd dat zij gu en ged' alle deel hebben gehad, aan de voorm: afschuwelijke moorden niet alleen. 51 maar ook dat zil: die gruweldaad, met een soort van verge noegen hebben volbragt 52 En die volgens het gering begrip van den Rat: off: Eess 53 encurreert de zwaarste Straffe, die immer aan een delinquent kan werden geExecuteert 54 Om dat hetzelve is eene moord, waarvan misschien nooyt eenig voorbeeld heeft geepteerd, zo lange deze Colonie Subsisteerd dat vervolgens den R: O: Ciss:r alhier als door de 55 hooge overigheid dezer lande in off: gequalificeerd ter waarneeminge der zaake van de resp: officieren ten platten landen 56 zo ras doenlik de gu: en ged hebbende verhoord op zodanige vraagarticulen als door hem tot dat einde waaren geformeerd. — En aan Heeren gecommitt: uit dezen Edelen Achtb: 7 57 Harde overgegeven 58 Om bij argumentatien uit de bewijzen bij hem R:O: Eijffr ingevonnen, de schuld van de ged: en ged te deduceeren §9 den R:O: Ciss als nu ook de vrijheid nemen zal de attentie van deezen Edelen Achtb: raade nog een weinig te occupeeren met een liquide betoog van de waarheid der misda 60 den welke de ged: en ged'e hebben uitgevoerd En met een onderzoek van de qualiteijt der Straffe 61 welke ijder den ged: en gede hebben gemercheerd 62 Weshalven den R: O: Eess eerst zal overgaan, tot die door hen gev' en ged' by 't verhoor beantwoorde vraag articulen. Ander Art: 63 drt 31 32

NL-HaNA_1.04.02_4323_0170 view scan ↗

English

Art: 63 just as they have also confessed their perpetrated misdeeds with the addition of these and other details in the following manner, to wit that the first prisoner and defendant August van de Caab, together with and alongside the third defendant and prisoner Ionas van batavia and a certain Meij belonging to the burgher Johannes Engel, 65 who in the meantime, upon his return here when he was taken prisoner, 66 was sold by his aforesaid master to one of the country people far inland, having run away for the first time about a year ago, and indeed according to their estimate in the month of December of the aforesaid year 1785, 68 they then, for the greater certainty of their escape, 70 requested from a certain Free Black commonly called Valentijn van dapourt 71 a safe-conduct or butcher's pass, 72 in order by that means, according to their planned project, to reach far inland among the Caffers; that they subsequently came to an agreement with the said Valentijn that he would procure that pass for them with this restriction, that they should reveal it to no one, 75 from which the animus delinquendi is most clearly apparent, 76 just as that pass was then also written by that Valentijn in the name of the burgher lieutenant Jonas Albertus van der Poel, 77 without, however, according to the confession of the first and third defendant, 78 the said Valentijn having known what they intended to do, the said Valentijn having received a watch for it, according to the statement of the first and third defendant; 80 that after they had been provided with that pass, 81 the first and third defendant with the aforementioned Meij set out on their way and, having succeeded in their intentions, went beyond the Gamtoos River, 82 at which time that pass got wet and was lost in crossing that river, 83 just as they then also, some time thereafter and indeed in the month of March of this year, 84 were taken prisoner by one Pieter Leroux and were brought over here in the custody of the court; 85 that they subsequently in the month of September last agreed for the second time 86 to renew their escape, and instead of one to provide themselves with two passes, 87 in order that, in case one might be lost, they could then manage with the second; 88 the five last-mentioned prisoners saying unanimously that this desertion 89 occurred solely at the frequent and persistent request of the first prisoner, 90 and that the first defendant also incited and persuaded the five other defendants thereto, 91 which the first defendant, however, continues to deny, 92 seeking thereby to incriminate the second and third defendant; 93 that further, when all the defendants consented to the planned desertion, 94 and the first, second, and third defendants August, Andries, and Jonas had engaged themselves for the second time 95 to ensure that they would again be provided with forged passes, 96 they proceeded for that purpose once again to the said Valentijn van dapour 98 to request such a forged travel pass for them, as he, Valentijn, had pleased to give them some months prior; which, however, was refused by the said Valentijn, according to the statement of the first prisoner, apparently because he subsequently reflected upon the consequences that were to be feared if he were to make himself guilty of that again; 100 that the first three defendants, seeing themselves frustrated in this intention, 101 betook themselves to the house of the military captain Paul Paulsen residing here, 102 and asked the youth living there with him, Paulsen, named Johannes Jacobus Fabritius, 103 to write and prepare for them such a pass in the name of the aforementioned Jonas Albertus van der Poel; 104 but because the said Fabritius was not at home, but was at school, 105 and was fetched from there on two different occasions by a maidservant of the aforementioned Paulsen named Lena, 106 this youth, upon his arrival home, on the assurance that was allegedly given to him by the defendants that the Art 107

Dutch transcription

Art: 63 gelyk dezelve dan ook hunne geperpetreerde forsten onder byvoeging van deze en geen particulariteijt en in dezer voegen hebben beleeden, te weeten dat den eersten gev: en ged:e august van de Caab, met ende benevens den derde ged: en gede Ionas van batavia en zekeren Meij toebehoorende den burger Johannes Engel 65 dewelke inmiddels bij zijn te rugkomst alhier wanneer gevangen genoomen is 66 door zijn voorm: lijfheer aan een der buiten lieden verre landwaards en is verkogt voor nu omtrend een Iaar en wel na hun gissing in de maand: december des voors. Iaars 1785 68 voor de Eerste reis opgedrost geweest zijnde 6 9 zijl: als toen ter meerder zekerheid hunner onfagie 70 van zekeren Vryzwart in de wandeling gen valentijn van dapourt 71 hebben verzogt gehad, om een geleij of slagters briefje 72 ten einde door dien weg volgens hun gemaakt project verro landwaards in bij de Caffers te geraaken dat zijl: vervolgens met gem: valentijn waren over een gekoomen dat hy dat briefje aan hun bezorgen zoude met deze 74 restrictie, dat zijl: zulx aan niemand zoude openbaren J5 waar uit het animas delinga endi ten klaarsten Consteerd 76 Gelijk dan dat briefje ook door dien Valenhyn is geschreven op naam van den barger luit: Ionas Albertus van der Poel 77 Zonder dat egter volgens bekentenis van den Eersten en 3 get 78 Gemelde Valentyjn zoude geweeten hebben, wat zij van meening waaren te doen hebbende hij Valentijn volgens zeggen van den 1 e en 3 ge daarvoor genooten een Porologie ƒ 80 dat na dat zijl: van dat briefje waaren voorzien 81. dens en 3 ged: met eevengem: Meij hun op weg hadden begeeven en in hun voorneemens geslaagd zynde, tot over de gamtveos riveer 82 wanneer dat briefje in 't overgaan dier rivier was nat en weggeraakt 83 gelyk zijl: dan ook eenigen tijd daarna en wel en de maand Maart dezes Jaars 84 door eenen Pieter Leroux gevangen genoomen en in Regtens alhier zijn overgebragt geworden 64 §5 dat zil: vervolgens in de maand Septemb: laatstl: voor de tweede reize hadden afgesprooken 8 6 Om hunne aufugie te vernieuwen en en Steede van een zig met 2 briefjes te voorzien 7 Om ingeval en een mogte verlooren raaken als dan met len L hun te kunnen behelpen 88. zeggende de 5 laatstgem:t gev eenparig dat deze op drossing dy alleen geschied is, op het menigvuldig en aanhoudend verzoek van den 1 gev ge en dat hijs ged. dan ook de vijf overige ged daartoe heeft aangezet en overgehaald g1 't geen hij eerste ged: egter blijft ontkennen 92 zoekende daar mede den 2 en 3e ged: te belasten 93 dat voorts wanneer zij ged: en ged' alle in de geprojecteer de opdrossing toegestemd. 94 En den 1, 2. en 3e ged: en ged. august Andries en Dours hun voor de tweede reize geengageert hadden 95 om te zullen maken van met valsepassen weder voorzien te worden. 96 hun tot dat einde andermaal na gem: Valentijn van dapour hebben begeeven 98 om een diergelijk vals pad briefje, voor hun te verzoeken gelyk hijbalentijn hun ged voor eenige maanden had geliefd gt zulx egter door gem: Valentijn volgens zeggen van den E welkom geweigerd geworden g Apparentelijk om dat hij van agteren Gerevoneert heb„ ben zal de gevolgen die daar uit te dugten waaren, indien hij zig daar weder aan schuldig maakte 400 dat de 3 eerste ged: en ged hun in dit voornemen ge sustreerd ziende 101 hem begeeven hadden ten huize van den hier remorie rende Capitein militair Paul paulsen. 102 en den aldaar bij hem Paulsen woonende Iongeling in naam Iohannes Iacobus Fabritius gevraagd 103 Om een diergelijk briefje op den naam van eevengem: Jonas albertus van der Poel voor hun te schrijven en en gereedheid te brengen 104 Van dewijl gem:e Fabritius, niet te huis, maar in School zig bevond 105 En dezelve door een meid van eevengem Paulsen en naame Lena tot 2 differente reisen daar uit was gehaald. 1o0 zoo heeft dien Iongeling bij zijn komst thuis op de verzekering die hem door de ged zoude gegeven zyn Aat t Art 107

NL-HaNA_1.04.02_4323_0171 view scan ↗

English

Article 107 that they, boys of van der Loel, had lost their notes, agreed thereto; that the defendant and defendant, since the youngster did not know what he should write, dictated the contents of both letters; 109 they, defendant and defendant, thus finally having brought it so far that their aim was completely achieved therein, and that nothing more was lacking for the actual desertion itself; 110 just as the 1st, 2nd, and 3rd defendant, upon receiving the notes, then also went to the remaining defendants and declared in joyful terms that they were now provided with duplicate passes and were ready; 111 while the 2nd defendant, to the satisfaction of the 1st and 3rd defendant, paid 2 rds in paper currency for the writing of those notes; 112 without the defendants, who otherwise confessed quite reasonably, 113 having wanted to acknowledge that the youngster or anyone in the household of the recently mentioned Paulsen had known anything of their intended design; 114 which youngster, Fabritius, on account of his young years, was discharged from his detention by Your Honorable Worships, 115 and his guardian instructed, since such dealings here are of dangerous prospects, 116 to send him, Fabritius, away from here at the first available opportunity; 117 that after the defendant and defendant were provided with those notes, 118 the 3rd defendant, Jonas, probably for greater security, not only to remain protected from misfortunes but also from detection, had taken along a kind of incantation, consisting of a small, square piece of lead, upon which some Arabic letters seem to be written with a pin; 119 and that it had been procured for the third defendant, according to his own confession at article 39, by the Mohammedan priest by the name of Norman, who was relegated here from Batavia in the year 1770; 120 without the 3rd defendant having wanted to acknowledge that such would be an incantation, 121 so that they could remain preserved from misfortunes and detection; Article 122 but merely says regarding the cited 39th article that he, the defendant, received that small piece of lead from Norman when he was still living with the burgher Elias Voberg; 123 and that such a small piece of lead properly serves as, and is, an incantation against wild beasts and nothing else; 124 while the 4th defendant, at the 25th article of his interrogation, says 125 that such is an incantation to preserve the body; 126 and at article 26 127 that according to what others say, such a small piece of lead preserves a person from all misfortunes, also from being captured during desertion; 128 and finally at the 29th article, 129 that Jonas, or the 3rd defendant, showed the same to the 4th defendant along the way, and that he, the 4th defendant, upon the assurance that Jonas had thereof, also believed therein; 130 if one now pleases to confront this with the confession of the 3rd defendant, namely that he, Jonas, received that small piece of lead from the priest Norman, then one shall find, Honorable Worshipful Sirs, that this is most strongly corroborated by the confession of the 4th defendant, 131 and thus must be considered as an immediate cause of the committed offence; 132 for, Honorable Worshipful Sirs, when one takes into consideration the faith that individual Mohammedans place in their priests, 133 from whom they expect nothing other than truth, 134 one can thus easily understand that the defendant and defendant, under that supposition, dared to undertake everything with peace of mind, 135 and in that confidence of not being able to be caught, dared to execute everything with an undaunted stubbornness; 136 the priest Norman having continued to deny everything upon his arrest, when he was interrogated before commissioners of this Honorable Worshipful Council, Article 122. Article 137.

Dutch transcription

Art 107 dat zij Iongens van van der Loel en hun briefjes ver lozen hadden, daar in toegestemd dat dens ged: en ged' vermids dien Dongeling met 108 wist wat hij schrijven zoude, den inhoud van disbeid brieven had voorgezegd 1og zij ga: en ged dus 't eindelijk ook zo verre hadden gekregen, dat hun doel ten eenemaal daarin bereik't was en er ook niets meer aan manqueerde aan de daads lijke opdrossing zelve 110 gelyk zyl , 2, en 3 ged: bij het ontvangen der briefjes dan ook zijn gegaan bij de overige ged en in verheugde termen gedeclareert, dat zij nu van dubbelde passen voorzien en klaar waren. 111 terwijl den 2=de ga: met genoegen van den 1 en 9 ga voor het schrijven dier briefjes betaald heeft 2 reppd aan papiere munt 112 zonder dat de ged als anders nog al redelyk Confesseerden 143 hebben willen waten dat dien Songeling oft en in 't huis gezin van eeven gem:e Paulsen van hun gewweest desse in iets zoude hebben geweeten 114 welke Iongeling fabritius uit hoofde van deszelvs Jonge Iaaren door UwelEd: achtb: uit zijne detentie is - ontslagen 115 en zynen voogd aangezegd, vermits diergelijke gedoenten alhier van gevaarlyke vooruitzigten zijn 116 hem fabritius bij de eerst voorkoomende occagie van hier te verzenden 118 dat na dat de ged: en ged:t van die briefjes voorzien waaren 118 en 3 ged: Ionas, waarschijnelijk tot meerder zeker hen om voor onheilen niet alleen maar ook voor naspenring beveijligt te blijven, hebbende mede genoomen een soort van bezweering, bestaande in een vierkant Klein lootje, waarop met een speld eenige arabische letteren Schijnen geschreven te zijn— 119 en dat hem derde ged: volgens zijn eigen Confessie ad„ drto 39 door den alhier in den Jarre 1770 van batavia gerelegeerd en Mahometansche priester in naame Norman is bezorgd geworden 420 zonder dat den 3„e gu: heeft willen weeten, dat zulx een bezweering zoude zijn 121 dat zijl. bewaard kunnen blijven voor onheilen en ne speuring Art: 122 maar alleen op 't geciteerde 39 art: zegd dat hij ged: dat lootje van Norman gekregen heeft, toen hij nog bij den burger Elias Voberg woonde, 123: en dat een diergelijk lootje eijgentlijk diend en een bezweering is voor 't wild gedierte en anders niet 124 terwijl den 4de ged: op 't 25 artl: van zijn verhoor zegd. 125 dat zulx een bezweering is om 't ligchaam te bewaren 126 en op art: 26 127 dat volgens zeggen van anderen een diergelijk lootje den mensch voor alle onheijlen bewaard, ook voor het gevangen neemen bij opdrossing 12. 8 En eijndelijk op 't 29 artC: 129 dat Jonas of den 3=e ged: hem 4de ged: het zelvede op weg geweezen, en dat hij 4=e ged: op de verzekering die Jonas daarvan had, mede daar aan heeft geloof geslagen 130 indien men dat nu bij de Confessie van de 3e ged: ge liefd te Confronteeren te weeten dat hij Jonas dat lootje van den Priester Norman ontvangen heeft Zoo zal men Edele Achtb: Heeren bevinden dat zulx door de bekentenisse van den 4de ged: ten serksten word gecrroboreerd 131 En dus als een onmiddelijk oorzaak van 't geperpe treerde feijl moeten werden geconsidereerd. 132 want Edele Achtb: Heeren als men in aanmerking neemd het geloof dat particuliere mahomet aanen aan hunne priesteren 133 van wien zijl: niet anders dan waarheid verwagten slaan 134 zo kan men ligtelijk begrijpen dat de ged: en ged in die suppositie alles gerustelijk hebben durven onderneemen 135 En in dat vertrouwen, van niet te kunnen werden agterhaald, alles met een onverzaagde halstar righeid durven ten uytdoer brengen 136 hebbende dien Priester Norman bij zijn gevan genneeming, wanneer hij voor heeren gecommitt in't dezen Edelen Achtb: raade is verhoord, alles bly „ven ontkennen, Art: 122. Art: 137.

NL-HaNA_1.04.02_4323_0172 view scan ↗

English

Article 137 And since this accusation made by the defendant, although a corpus delicti was evident, does not amount to half a proof, it has pleased Your Honorable Worships, upon the representation submitted by the Officer of Justice as plaintiff, provisionally to banish the aforementioned priest to Robben Island until such time and manner as further evidence shall have come to hand. 138 Proceeding to the matter, the defendants have further confessed that the 1st, 4th, 5th, and 6th defendants were all provided with particular powders, as is evident from their answers. 139 140 However, to give a color to this, 141 one says that this was a kind of incense to fumigate the joints on Fridays in order to maintain the power of the incantation. 142 Another, that he took this with him for his health. 143 A third, that this was done solely to protect them from all evil, 144 without, however, wishing to know the least about the power of the powder or the purposes for which it appears to have been taken along, 145 while the 5th prisoner, Saripa, had furthermore added to the powder a kind of incantation 146 written on a piece of paper in Arabic, which he says he received from the 4th defendant, Damon, which was also admitted by the 4th defendant. 147 That when the defendants were thus provided with everything, and likewise with murderous weapons, which according to their belief could make them successful in their atrocious undertakings, 148 they had finally bound themselves never to abandon one another, but to die with each other, 149 which bond, concluded here among them, was furthermore confirmed with the Oath of Tronce 150 as often as they could obtain wine along the way. 151 That the defendants, on the 28th of September last, had absconded from here on their journey, 152 which, Honorable Worshipful Sirs, merits special reflection, precisely two days after the uttering of the atrocious words Article 153 by one of the Eastern Exiles who served here as a Caffre, 154 just as practically all the defendants have stated that they absconded at that time, 155 the 1st and 3rd defendants having furthermore added 156 to have seen that Caffre still being brought to the place of execution, 157 and which execution, to anyone who had any regard for punishment, would have had some influence; 158 but on the contrary, they carried out their project after hearing the execrable words and seeing the execution, 159 a clear proof that with them all fear of doing evil and of the punishment resulting from it was banished, 160 this being evident in the clearest manner when they were brought for interrogation before the gentlemen commissioners from this Honorable Worshipful Council, 161 having even then recounted their perpetrated deeds with a kind of pleasure. 162 That they, on the aforementioned date, departed from here on their journey; 163 that they took as their gathering place at that time the Salt River, or rather, as most defendants say, behind the Castle; 164 and since the 2nd and 6th defendants, who had left here half a day earlier, 165 had proceeded a little toward the dunes or the so-called plain, 166 and the 1st, 3rd, 4th, and 5th defendants did not find the 2nd and 6th defendants at the designated place, 167 they, the defendants, instead of proceeding further on their route, were forced to search for each other until the 2nd day, when they discovered each other again around the Salt River, 168 whereupon the defendants first proceeded again to the dunes, 169 and there, with the help of a file and subsequently with a chopping knife that had been taken along by the 1st defendant from his female partner, 170 struck off the irons that were around the legs of the 3rd defendant, so that this would not 171 hinder the 3rd defendant in walking. Article 173

Dutch transcription

Art: 137 En vermits deze beschuldiging door de ged ge daan, hoewel er een Corpis delicti consteerde geene halve preuve komt uit te leveren, zo heeft het UwelEd: achtb: behaagd, op 't vertoog door den rat: off: Eisscher ingeleverd, den gewelde Preester te relegeeren bij provisie ten robben eij„ lande tot tijd en wijse er nadere bewijzen zullen aan handen gekoomen zijn 138 Aanzaake treedende, zo hebben de ged: en ged nog geconfesseerd dat den Pl 4e 5e en 6e ged: alle van byzondere poeders zijn voorzien geweest gelijk uit hunne antwoorden Consteert 139 §40 Egter om deze een draag te geeven 141 zegd de eene dat zulx is geweest een Soort van we rook om 't leetjedes vrijdags te berooken, ten einde de bezweering van kragt te doen blijven 142 Een ander dat zulx mede genomen heeft voor zijn gezondheid 143 Een derde dat zulx eenelijk geschied is om hun voor alle kwaad te behreden 144 zonder egter iet het minste te willen weeten van de kragt zo wel van 't poeder all de oogmerken waarom zulx schijnd mede genomen te zijn 145 terwijl egter den 5e gev: Saripa nog bij 't poeder een soort van bezweering gevoegd had 146 Op een stuk papier in't arabisch geschreeven en die hij zegd van den 4=e ged: d'amon gekregen te hebben 't geen door den 4=de ged: ook is geavoneert. 14 dat wanneer de ged:e en ged:e dus van alles waaren voorzien, en zo mede van moord geweeren, 't geen hunne volgens hunne Sustencie gelukkig konde doen zijn in hunne gruwelijk onderneemingen ƒ 148 hem eindelyk nog hadden verbonden, om malkan der nimmer te verlaaten maar met elk ander te zullen sterven 149 welke verbintenis alhier geslooten onder hun nog met den Eed van tronce is bevestigd geworden 150 zo dikwijl zijl: maar wijn op weg konde bekomen 151 dat zij ged: en ged: op den 28 7ber laatstleeden van herwaards op resis waren gegaan, 152 't geen Edele achtb: Heeren byzonder reflexie me „riteert, Jnist twee dagen na het pleegen der grua lijke woorden. Art: 153 door een der Oostersche Bannelingen die als Casser alhier dienst deede 154. gelyk genoegzaam alle de ged: en ged hebben gezegd toen opgedrost te zijn 155 hebbende den 1 en 3 gu: nog daar bijgevoegd 156 dien Casser nog na de executie plaat te hebben zien brengen 157 En welke Executie bij iemand die maar voor straffe had, eenige influentie zoude gebaard hebben 15. 8 maar integendeel zij volvoeren hun project na 't horen der Execrabelen woorden en 't zien der Executie 159 ten klaaren blik, dat bij hun alle vreeze om boosheden te doen, ende straffe als de gevolge van dien verbannen 160 Consteerende zulx nog ten klaarsten wanneer zijl: ter verhoor voor heeren gecommitt uijt dezen Edelen Achtb. raade zijn gebragt 161 hunne geperpetreerde feijten met een zoort van ge noegen als toen nog hebben verhaald 162 dat zijl: op den eevengem: dateem van hier op rees zijn gegaan 16 dat zijl: hunne zamelplaak als toen hebben ge noomen aan de zoute rivier of eigentlijk zo als de meeste ged: zeggen agter 't Casteel 16¼ en vermits den 2=de en 6 ged: die een halve dog te vooren van hier gegaan zijn: 165 hun een weinig na de duinen of zo genaamde vlakte hadden begeeven de 166 en den 1, 3, 4. , en 5' ged: den 2=de en 6 ga: op de bestemde plaats niet hebben aangetroffen 167 zijn zij ged: en ged: in stede van hunne roete Verder te neemen, genoodzaakt geweest om na elkan deren te zoeken tot op den 2=de dag wanneer zijl: elkanderen weder omtrend de zoute rivier hebben ontdekt 168 als wanneer de ga:d en ged hun het eerst weder na de duijnen hebben begeeven 169 En aldaar met behulp van een vijl en vervolgens met een hakmes dat door den E=de ged: en gede van zijn lijfvrouw mede genomen was 170 de ijzers die om de beeren van den 3' ged:e zig bevonden afgeslagen op dat zulx den 3:e ger: in 't gaan niet 171 hinderlijk zoude zijn zijn Art: 173.

NL-HaNA_1.04.02_4323_0173 view scan ↗

English

Art: 172. That they, defendant and defendants, had gone from there to the Moddergat near the former heemraad Jacobus Conterman residing there, 173. And that they had tarried there a little while and bought bread and wine there; 174. They, defendant and defendants, went to the Kloofmaker residing at Hottentots Holland Kloof, 175. And after having refreshed themselves there a little as well, 176. They, defendant and defendants, subsequently crossed over the Kloof and arrived at a certain Christoffel Kok residing at the Botrivier; 177. From there to one Willem Wilkens at the Wolwekraal, 178. Where the 3rd defendant says that the 2nd defendant reportedly sold two blue jackets belonging to the First-named defendant for the sum of ten each, 179. And in place of which they, defendant and defendants, again bought two large loaves of bread and 2 bottles of wine; 180. That they, defendants, continued on to a certain Barend Gildenhuijzen, where they also, from the remainder of their money, bought 2 loaves of bread and one bottle of wine; 181. They, defendant and defendants, having gone from there to a certain Christiaan Koen residing at the Kwartelrivier; 182. Subsequently to the widow of Jan Jurgen Linde, where they, defendants, slept for a night; 183. From there to the Stormsvlei to one Gerrit Kemp, where they bought two bottles of brandy and a half loaf of bread; 184. They, defendant and defendants, having further taken their route through the Nieuwe Kloof, 185. Until they, defendant and defendants, arrived at a Hottentots kraal and stayed there for 2 days and 2 nights, 186. On which occasion some money was stolen from those Hottentots by the 6th defendant and some clothes by the 4th defendant; 187. And after the defendant and defendants had departed from the Hottentots for about a day, 188. They were pursued by them and taken prisoner; 189. However, when the stolen goods were returned by the defendant and defendants, 190. They were released by the said Hottentots, since the defendants were provided with passes, and sent on their way again; 191. The defendant and defendants having then betaken themselves to a widow Van Eeden down at the Breederivier, 192. And subsequently through the Karremelksrivier to the place of a certain Jan van Heeden; 193. From there, the defendants having crossed the river Duivenhoks, they arrived at the place 194. Of one Pieter du Preez, situated near the Kafferkuilsrivier, 195. And finally at the place of the burgher Sebastiaan Rothman, 196. Where the defendant and defendants committed the most abominable murders that have ever been heard of; 197. The 2nd defendant having further confessed, 198. Which was also confirmed by the 3rd defendant, 199. That the 3rd defendant, in passing by the place of a certain smith who lived along that route, 200. Who applied himself to accommodating passersby with smith's or wagon maker's work, and had a small house standing there, 201. Proposed, since that man lived there alone with a couple of slaves 202. And was still provided with some money, 203. To murder him and rob him of everything; 204. As then the 2nd, 3rd, and 6th defendants betook themselves to that place 205. With the intention to murder and rob, 206. But when they, defendant and defendants, arrived at the place of that smith 207. And found no one there, and the place deserted, 208. The defendants returned from there in vain to their remaining comrades; 209. So that the execution of this project failed not due to their lack of evil intent, but solely due to the fact that the place was deserted, 210. Just as Your Honorable Worships will most clearly be able to observe this and all the rest 211. From their voluntary reaffirmed confessions mentioned hereunto.

Dutch transcription

Art: 172. dat zij ged: en ged„te van daar waaren gegaan, na 't moddergat bij den daar woonende oud heemaard Jacobus Conterman 173 En dat zijl: een weijnig verhoefd en brood en wijn daar gekogt hadden 174 zijn zy ged: en gede gegaan na de Cloofmaker woonende onder Potten tot hollands sloof„ 175 en na zig aldaar mede een weinig ververscht te hebben 176 zijn zij gevr: en ged: vervolgens over de Cloof gepasseerd en aangekomen bij zekeren Christoffel Kok woonen de aan de bot rivier 7van daar bij eenen Willem wilkens aan de wolde craal 178 alwaar de 3=e ged: zegd dat de 2de ged: zoude verkogt hebben twee blaauwe baatjes den E gul toebehoorende voor de Somma van tien ieder En in welkers stede zij ged: en ged:t weder gekogt hebben twee groote brooden en 2 vlessen wijn 180 dat zij ged: voortgegaan zijn tot bij zekerer barend gildenhuijzen alwaar zyl: mede nog van't restant hunner penn: gekogt hadden 2 brooden en Een vles wijn 18.1 zijnde zil: ged: en gede van daar gegaan na zekeren Christiaan Koen woonende aande quartel ridier 182 vervolgens bij de wede Jan Jurgen linde daar zij ged een nogt geslapen hebben 183 van daar naar de storm valleij bij eenen gerrit Kemp, waarzijl: twee bottels brandewijn en Een half brood gekogt hebben 184 hebbende zij ged: en ged hunne roete verders genoomen door de nieuwe Kloof 18 /5 tot dat zij ged: en gede bij een Pottentots Craal zijn gekomen en daar 2. dagen en 2 Nachten vertoefd hadden AE zijnde bij die geleegenheid door den 6. ged: eeig geld en door den 4=e ged: eenige klederen van die Pottentotten gestoolen geworden En na dat de ged. en ged:e omtrend een dag van 187 de Kottertosten vertrokken waaren. 188. door hun agtervolgd en gevangen genoomen Egter wanneer door de ged: en ged: het gestolene te rug gegeven door de gem: hostentotten verwit de ged: van Pad briefjes voorzien waren, geblargeerd, en weder 'thuenhen weegs doen gaan 191 hebbende hun de ged: en ged:e als toen begeeven bij eene wede van Eeden onder aan de breede revier en vervolgens door de karremelks rivier na de plaats 9 van zekeren Ian van Heeren 193 van daar de ged. de rivier de donaa gepasseert zynde zijn gekomen op de plaats 194 van eenen Pieter du preez geleegen omtrend de Cassers Kuyls revier 195 en eindelyk op de plaat van den burger Lebastiaan Rotman alwaar de ged: en ged de aller afschuwelykste moorden 196 hebben bedreeven, die emmer gehoord zijn 197 hebbende de 2 ged: nog bekend 198 't geen door den 3 geb: mede is geavoneerd dat den 3 ged: in't voorbigaan van de Plaats van zekeren op die roate gewoond hebbende Smet Zoo die zeg met de gaande en komende man met Smit of wagenwerkenswerk te gerieven in den nog een klein huisje staande had 201 heeft geproponeerd vermits dien man daar alleen met een Paarl slaven woonde 202 En nog van eenig geld voorzien was 203 te vermoorden en van alles te berooven 204 gelyk dan den 2, 3, en 6 gen hun na die plaats hebben begeven 205 weet intentee om te worden en te rooven 206 dog wanneer zij ged: en ged' ter Plaatze van die Smith gekoomen waaren 2of En daar niemand, mitsgaders, de plaats verlaaten gevon den hadden 20t zijn de ged: van daar vrugteloos na hunne overige„ makkers te rug gekeerd 2o9 zo dat de uytvoering van dit project niet aan hunne kwaade intentie, maar alleen aan't gebrek dat de plaats verlosten, was, heeft gemankeerd 210 gelyk uw Ed Ed: achtb: dit een en ander ten klaarsten zullen kunnen beoogen 211 uit hunne hier nevens gem. vrijwillige gerecolleer 89 Ant: 213 Art: 189 gd. de Confessien -

NL-HaNA_1.04.02_4323_0174 view scan ↗

English

Article 242 as well as the murders committed by them at the house of the aforementioned Rotman, 213 which occurred in such a manner, 214 as the Officer Prosecutor shall have the honor to submit to Your Honorable Worships, namely, 214 that the defendants had gone there on the basis of the report that the third defendant, Jonas, had given to them, 215 to wit, that he was a trader, and that he had many goods and cash, 216 thus enabling them to accomplish their objective of obtaining their maintenance, 211 as the defendants then also directed their route accordingly. 21d And on the 21st of October last, having approached the place, 1g the defendants had mutually agreed to remain near the place for the night, 220 in order to carry out their planned murder and robbery at night; 221 however, upon the frequent and persistent sayings of the second defendant, Andries, 222 not to remain in the field, but rather to take up lodging and stay there in the house, 223 the defendants had then finally mutually agreed to go to that place, 224 as the defendants also went to that place, 226 and according to their confession arrived there towards nightfall. 227 That also pursuant to their own confession, when the defendants had arrived there at the place, 221 upon the questioning of the servant who was present there, named Kruier, they exhibited their passes or permits, 229 that the wife of the aforementioned Rotman, because her husband, as said before, was not at home, under that supposition that the defendants, pursuant to their permits, were effectively boys of the butcher Van der Poel, 291 and fearing no harm, provided the defendants with proper food and drink, 232 as well as having arranged a good sleeping place for them, 233 when it had already been ascertained secretly by the defendants, Article 234 and specifically by the second defendant, Andries, who had asked the boy of the house, named Hector van de Caab, 235 how many Europeans, slaves, and Hottentots were present here in the house, 236 and upon the received answer and report, [he] with the sixth defendant went outside, 237 in order apparently to deliberate on the matter, 238 without it being possible during this interrogation to penetrate any further into that matter. 239 That furthermore, upon their return, the second and [sixth] defendant had then further deliberated with the remaining defendants 240 to send the fifth defendant inside, in order to inquire about the situation inside the house 241 (since the defendants were lodged in the kitchen), 242 which, however, was refused by the first defendant, saying, "there are few people here, it is our time if we want to begin something," 243 subsequently having further deliberated among the defendants 244 to remain awake instead of going to sleep, 245 until the entire household should have fallen asleep. 246 Which having been done by them, 247 the defendants then, around ten or eleven o'clock—which cannot be stated with certainty by the defendants— 248 got up, in order to carry out their gruesome undertaking, 249 the last four defendants saying that they were awakened to this by the first two defendants, saying, "now is the time," 250 which, however, is denied by the first two defendants, 251 and that in facie of all the other defendants, 252 although it appears most clearly that the two first defendants in all respects acted as heads of the plot, 253 and were in any case the advisors and instigators to execute a crime. 254 Then proceeding to further investigation, 255 the defendants collectively, when they were all awakened, 256 went each to their designated posts. Article 234 Article 257

Dutch transcription

Art 242 zo wel als de door hun gepleegde moorden aan t huis van eevengem: Rotman 213 dewelke voorgevallen zijn en diervoegen 214 zo als den Rat: Off: liss=r de Eere hebben zal uwelEd: achtb: voor te dragen, als 214 dat de ged: en ged: daarna toe waaren gegaan op 6 rapport dat den 3 ga: Ionas daarvan, aan hun ge geeven had 215 te weeten dat het een negotrant was, en dat den zelven veele goederen en Contanten had 216 dus hun oogmerk om aan onderhoud te komen, daar mede konde volbrengen 211 gelyk zij gud: dan ook hunne route daarna hadden en gerigt 21d' En op den 21 October laatstl: de plaats geneederd zijnde 1g zoo hadden de ged: onderling goedgebonden, om den nogt digt by de plaat te blyven 220 ten eind S nogt hunne geprojecteerde moord en road ten uitvoer te brengen 221 egter dat op de menigvuldigde en aanhoudende gezeg dens van den 2 ged:e Andries 222 Om niet in 's veld te blijven, maar lieker daar in 't hiirs hun intrek te neemen en te gaen logeeren 223 zij ged: en ged dan eindelyk onderling hadden goedgevonden om daar ter plaatse te gaan 224 gelyk zij ged: en ged ook na die plaats gegaan 226 en volgens hunne Confessie tegens 't vallen van den avond daargekoomen zijn 227 Dat mede ingevolge hunne eygene bekentenis wanneer zij ged: en ged daar ter plaatze gearriveerd waaren. 221 op de afforage van de knegt die daar ter plaatz zig bevond, in naame kruier hunne gelij briefjes off passen hebben vertoond gehad dat de vrouw van eevengem: Rotman vermidslaar 229 man zo als hier vooren is gezegd, zig niet te huis bevond zo in die suppositie dat zij ged: wnged ingevolge hu ne briefjes, Effective Jongens van danslagter van der poel waaren 291 en geen kraad bedugt de ged: en ged van behoorlyke Spijs en drank voorzien 232 mitsgaders en goede Slaapplaat hun verzorgd pad 233 toen door de ged: en ged onder de hand reede vernomen was Art 234 en wel door den 2 gev: andries die aan den Iongen van 't huijs in naame Hector van de Caab gevraagd had 235 Doe veel Europeesen, slaaven en bottentosten zich hier wel in huis bevonden 236 en op 't bekoomen antwoord en berigt, met den 6e ged: welken na buiten is gegaan 237 ten einde over 't een en ander aparentelijk te raadplegen 2. 38 zonder dat men bij hier verhoor daar omtrend iets nader heeft kunnen penetreeren. 239 dat voorts bi terugkomst in hun van den 2=' en ged: zijl: met de overige ged: toen verder geraadpleegd hadden 240 om den s ged: na binnen te zenden, om na de gele genheid binnen in't huis 241 /Vermids zij ged: en ged=te in de Combuis gelogeerd waren /:te verneemen 242 't geen egter door den 1' ge: en gede gerefaseerd was, met te zeggen, hier zijn weinig menschen 't is onw tijd als wij wat willen beginnen 243 vervolgens onder hun ged:e verder hebben beraadslaagt 244 Omme in stede van te gaan slapen, maar wakende te blyven 245 tot dat 't geheele huisgezin, zoude in slaap geraakt zijn. 246 het geen door hun gedaan zijnde 247 Zyl ged:s als toen omstreeks tien a Elf uuren het geen door de gez: niet ten regten kan werden aangegeven 248 Opgestaan zijn, ten einde hunne gruwelyke onder neeming ter uitvoer te brengen 249 zeggende de 4 laatste gl: dat zijl: door de twee eerste ged: daar toe zijn op gewekt, niet te zeggen me is 't tijd 250 t geen regter door de twee eerste ged. werd geregeerd 251 en wel in facie van alle de overige ged:e 252 hoewel ten klaarsten Consteert, dat de2 eerste ged: in allen deelen hun als hoofden van't Comploo hebben aangesteld 253 en in allen gevallen, de aanrader en opstoken zijn geweest om een Crimen uit te voeren 254 dan ter verder onderzoek treedende 255 zo zijn de geel en ged gezamentlyk wanneer zijl:t alle waaren op gereekt ' 256 een ider na hunne beschiden posten gegaan Art: 234 Art: 257 ƒ

NL-HaNA_1.04.02_4323_0175 view scan ↗

English

namely the first defendant to the back door to watch that no one should escape from there. 258 The 2nd defendant to the front door and the room window, where the woman was inside, in order to guard the same. 259 Just as the 2nd defendant, who was posted at the window with a stick and knife, 260 when the woman with one of the children had wanted to save herself by fleeing out of the window, 261 according to the statement of the 3rd defendant, dealt her such a blow with a stick 262 that she, who had already climbed onto the window sill, 263 fell off from it and onto the ground, 264 without the 2nd defendant, according to his allegation, having known whom he might have hit. 265 That the 3rd defendant, when the room door where the woman was inside had been broken open and he had stepped inside, 266 upon the indication of the 4th defendant 267 that a maid was under the bedstead, 268 went to that maid and dealt her a stab with a kris which he had received from the 4th prisoner. 269 270 That since that maid only screamed once and subsequently kept quiet, 271 he, the defendant, had supposed that that maid was dead. 272 However, shortly thereafter, he perceived that that maid was not dead but alive, 273 and that she was merely wounded in the legs. 274 He, the defendant, however, according to his allegation, had not wished to wound her further, 275 since he, the defendant, took no pleasure in the committed murders. 276 Which, according to the contention of the officer of the court, is entirely beside the truth, as well as the allegation of the first 2 defendants that they did not make themselves guilty of any murders, 278 with the intention, according to what was argued on the side of the officer of the court, in order thereby, upon discovery and capture, 278 to escape their well-deserved punishment, Art: 257 Art. 279 by being able to say: we did not murder along or take pleasure in the execution of the committed execrable murders. Therefore these exceptions must be considered irrelevant and can be taken into not the least consideration, 281 all the more when one still takes into account 282 their gruesome designs, 283 conspiracy, 284 incitement to murder, 285 yea, having seen the committed murders executed with a sort of gratification, 286 by guarding, as watchmen, thus as heads of the plot, 287 the doors and windows, so that no one could escape their rage. 288 As all this is further evident from their answered interrogatories. 289 That subsequently the 4th defendant first went to the servant's or tailor's room, 290 and after having stabbed him in the belly with 2 wounds, 291 proceeded to the 2 maids who were lying asleep in the gallery, 292 and after having brought the one from life to death with a stab, 293 wounded the 2nd with various stabs; 294 the 6th defendant having related this murder with all these particulars: 295 that when the 4th defendant named had given the second maid various stabs 296 and the maid did not die immediately, 297 he had sat upon her and, while continually stabbing, had said: 298 God damn, what a long breath that maid has, can I not get her dead, 299 which indicates a sort of calmness in the midst of the committed rage, 300 and from which sayings one can most clearly deduce the bloodthirstiness that resided in him. 301 That according to the confession of the 1st and 3rd defendants, 302 the 4th defendant had also killed a child that was in the room with the mother, 280 art: 279 6 2 303 which, however, the 2nd defendant says he is ignorant of. G . 304

Dutch transcription

en wel den 't ged: na de agterdeur om op te passen dat daar niemand zoude uitvlugten 258 den 2e ged: na de voordeur ende kamer vengster, daar de vrouw zig in bevond, ten einde dezelve te bewaaken 259 gelyk dan ook den 2d geb: die met een Kieij en mes bij 6 vengster geposteert stond 260 de vrouw wanneer dezelve met een der kinderen haar uit 't Vengster met de vlugt had willen saaveeren 261 volgens zeggen van den 3 gen: met een kirrij zoda nog een slag had toegebragt 262 dat zij die reeds op de vengster bank geklommen 263 daar van af en op de aarde gevallen was 264 zonder dat den 2=de ged volgens zijn voorgeeven geweeten heeft, wie hij zoude geraakt hebben 265 dat den 3=de ged: wanneer de kamer deur daar de vrouw zig in bevond, opengebrakt en naar binnen getreden was 266 op de aanwijzing van den 4'e ged. 267 Dat er een meid zig onder't ledikant bevond 268 na die meid gegaan is en dezelve met een kris die hij van den 4'e gevangen gekregen had 269 Een steek heeft toegebragt 270 dat vermits die meid maar eens geschreeuwd en vervolgens zig stil gehouden 271. hij ga: gesispponeerd had. dat die metd dood was 273 egter vervolgens kort daarop ontwaard heeft dat die meid niet dood maar levendig zig bevond 273 en dat zij Simpel in de beenen zoude gekweetst zijn 274 hij ged: egter volgens zijn voorgeeven haar niet verder had willen kwetzen 275 Vermets hij ged: geen genoegen genoomen heeft in do gepleegde moorden 276 't geen volgens Sustenue van den rab: off: Cissr ten eenemaal bezyden de waarheid is, zo wel als 't voorgeven van de 2 Eerste ged dat zij hun aan geene moorden hebben schuldig gemaakt 278 met intentie volgens 't gedispponeerde aan de zijds van den rat: off: Cisss om daardoor om daardoor bij ontdekking en gevangen neming 278 hunne wel verdiende stratfje te ontdrijken Art: 257 Art. 279 met te kunnen zeggen, wij hebben niet mede ge„ moord of geen welbehagen geschept in de uet oof fening der gepleegde execrable moorden dus deze Exceptien als irrelevans en geen de minste Consideratie kan werden genomen 281. te meer als men nog in aanmerking neemd 282. hunne Gruwelyke desseinen 283 Zamenzweering 284 aanzetting tot moorden 285 Ia met een zoort van vergenoeging, de gepleegde moorden hebben zien Executeeren 286 met als wagters, dus als hoofden van 't Complot 287 de deuren en vengsters te bewaken, dat er niemand hunne woede konde ontkomen. 288 gelijk dit een en ander nader Consteert uit hunne beant woorde vraagarticulen 289 dat vervolgens den 4=e ged: zig Eerst na de kregt of Snijder kamer begeeven had 290 en na denzelven met 2 worden in de buik te hebben gestooken 294 voort zig begeeven had, na de 2 meeden die in de gaanderij te slapen lagen 292 en na de Eene met een steek van 't leeven ter dood te hebben gebragt 293 de2 met verschillende steeken geword heeft 294 hebbende den 6 gee welkom deze moord na al met „ deze byzonderheeden verhaald 95 dat wanneer den 4 ged: Oamen de tweede meid verschillende steeken gegeven had 2gt En de meid niet dadelyk sterven werde 97 Op haar was gaan zitten en onder het geduurig steeken gezegd had 298 God dome wat heeft die weid lang, kanrk haar net dood krijgen 't geen nog een zoort van bedaardheid midden onder de gepleegde woede dicteert 300 En uit welker gezegdens men ten duidelijkste kan afneemen, de moord zugt die bij den geresideerde 3o1 dat volgens bekentenisse van den ven Ede ged: 302 den 4 gul nog zoude om 't leven gebragt hebben een kind dat zeg in de kamer bij de moeder bevond 280 art: 279 6 2 3 a3 't geen egter de 2 ged zegt te ignoreeren G . Po4

NL-HaNA_1.04.02_4323_0176 view scan ↗

English

after the same had put to death the boy Dector van de Caap, who lay sleeping in the kitchen, with two stabs, and subsequently having gone inside, with the help of the 6th defendant had chopped open with an axe or cleaver the room door in which the woman was located, had entered the room, and with a kierie split in two the head of the child that was in the mother's arms, thereafter had likewise beaten the woman with a kierie in such a manner until he thought that she would likewise give up the ghost, that subsequently the 6th defendant, having chopped open the door of the room in which the woman was located, as aforesaid, according to his own confession with the help of the 5th defendant, furthermore with the help of a cleaver, which had been stolen by him, the 6th defendant, from here during his desertion from his mistress, chopped open all cupboards and chests and together with all the defendants took along as many goods as they were able to carry, and since the prosecutor and defendants were not able to specify precisely in court what was actually stolen by them, as they mostly contradicted one another, the Officer Prosecutor therefore took the liberty solely to refer to the inventory drawn up at Swellendam of all the goods found with the defendants upon their capture, and annexed hereto, all of which goods have already been handed over to the father-in-law of the often-mentioned Rotman, named Christoffel Rog at Swellendam, by the substitute of the Officer Prosecutor there, while the other defendants still unanimously accuse the 6th defendant that, although they did not see this, nevertheless by the 6th defendant, when they had accomplished the committed murders and were on their way hither, when their committed atrocities were still being recounted among one another as a sort of heroic deeds, that the 5th defendant Saripa, he, the 6th defendant, was said to have related to the other defendants that he had also given the servant Kramer a stab, that the knife had remained stuck in his belly, as well as having wounded one of the maids in the belly in such a manner that, with your permission, the filth came out of her belly, which, however, was denied by the 6th defendant, pretending to have said this solely so as not to be put to shame by his other companions, and so that he would not be accused of cowardice by them, adding thereto, however, with regard to the servant Kramer, that if the servant should have three wounds, that one might well be attributable to him, since the 4th defendant had only given him, Cramer, two wounds, that after they had accomplished the execrable murders and provided themselves with everything, around 12 or 1 o'clock at night, which the defendants cannot well determine, had set out from there on their way hither, and having postponed their formed plan to go to the Kafferland until they should have disposed of all the goods here, had decided to then undertake their journey thither again, that they, prosecutor and defendants, having then the next day caught sight of a wagon or two on the road, the 2nd defendant Andries had proposed again to attack and plunder that wagon, which, however, was said to have been opposed by the other defendants, saying, one sin is not yet past and you want to begin another, which was then also abandoned because of that, that finally the 1st, 2nd, 3rd, 4th, and 6th defendants had gone at night, this being some days after the committed murders, to the farm of one Hendrik Hop situated at the Karnemelksrivier, in order to steal some sheep from there, while the 5th defendant, as a guard over the goods stolen at the place of the aforementioned Rotman, because he had a sore leg, remained in their hiding place, that when the 5th defendant, provided with a sheep

Dutch transcription

305 na dat dezelve de Iongen Dector van de Caar 306 die in de Combuis te slapen lag 308 met twee steeken had ter dood gebragt 308 En vervolgens na binnen gegaan zynde met behulp van den 6„e ged: de kamerdeur daarde vrouw zog in bevond met een bijt of hakmes opengehakt had. 309 de kamer ingetreden was, en 't kind dat op den arm der moeder zig bevond 310 met een kerrij t hoofd in tweeen gekliefd 311 daarna de vrouw mede, met een kinry zodanig geslagen had §12 tot dat hij dagt dat zij ins gelijks den geest daarvan zoude goden 313 dat vervolgens den 6 ged 314 gelijk voorm: de deur van de kamer daar de Vrouw haar in bevond §15 volgen zijn eigen Confessie met behulp van den 5 deo ga oopengehakt hebbende 31 E voorts alle kasten en kisten met behulp van een hakmes 31 p dat door hem Ede ged: van hier by zijn op drossing van zijn lyfvrouw gestoolen is geworden - 318 Opengchakt en met alle de ged: zo veele goederen mede genoomen als zijl: maar mede hebben kunnen dragen 31 9 en vermits. de gee en ged' niet ten regten hebben weeten op te geeven. 320 wat eijgentlyk door hun gestoolens 321 als malk anderen meesterdeels Contrarieerende § 22 zo meende den R: O: Eyss:r de vrijheid zog eenelyk te refereeren 323 aan den Inventaris te Swellendam geformeerd van alle de goederen bij de ged: bij hun gevangenneeming gevondn §24 en dezen geanrexeerd §25 welke goederen alle reeds aan de Schoon vrder van Oikwils gem: Rotman in naame Christoffel Rog te Swellendam door den Substitut van den Rat: off: Eylf aldaar zijn overgegeven geworden 326. terwijl de overige ged: nog eenparig den 6 ged beschuldigen §27 dat hoewel zij zulx niet gezien hebben 328 egter door den 6 ged: wanneer zijl: de geplaegde moorden hadden volbragt en op weg naar herwaard zig bevonden § 29 Ten hunne gepleegde en veldaden §30 nog als een zoort van helden stukken onder elk anderen 304. dat den 5:' ged: Saripa verhalfven. Art 331 hy Ee ged aan de overigd ged zoude verhaald hebben 332 dat hij de knegt kramer mede Een steek gegeeven had 393 dat het mes hem in de buyk was blyven zitten 334 als ook een der meiden dus danig in de buijk gewond had 335 dat haar S: V:/ de drek uit de buik gekomen is 336 het geen egter door den 6 ged: 337 is ontkend, voorwendende zulx eenelyk gezegd te hebben 338 om daar door niet beschaamd te staan, door zyne overige makkers 339 en op dat hij niet met lasheid, door hun zoude beschuldigd worden 340 voegende egter ten opzigte van den kregt kramer daar nog bij 341 dat zo indien de knegt drie worden mogte hebben 342 zulx als dan wel een aan hem konde zijn 343 vermits den 4' ged: hem Cramer maar twee worden gegeven heeft 344 dat na dat zyl: de Execrable moorden volbragt en hun van alles voorzien hadden - 345 Omtrend 12 of tuur des nagts 't geen de ge: niet wel weeten te bepaalen 346 hun van daar op weg naar herwaards hadden begeeven 34 7 en hun gemaakt project om naar 't Catterland te gaan 348 uitgesteld hebbende tot dat zijt: alle de goederen alhier zouden hebben verdebiteert. 3. 49 te Raade waaren geworden om als dan weder naar derwaarts hunne reijze aanteneemen §50 dat zij ga: en ged als toen 's anderen daags op weg een wagen of twee in 't gezigt gekregen hebbende 341 de 2 ged Andries weder geproponeerd had 342 om dien wagen te atsagueeren en te spolieeren 342 het geen egter door de overige ged: zoude tegengesproken zijn met te zeggen 344 de Eene zonde is niet voorbij en welt gy weder een ander beginnen 345 het geen dan ook daardoor gesluijt geworden was 346 Vat eindelyk de 1, 2, 3, 4 en 6:' gee nog gegaan waren 's nagts 347 zijnde zulx geweest eenige dagen naar de gepleegde moorden 348 na de plark van eenen hendrik hop gelegen aande Carnewelks riveer ten eijnde van daar eenige schapen te vereelen terwijl den 3 ge: als wagter bij de ter plaatze van 349 gem:e Rotman gestolene goederen vermits denzelven een zeer been had, in hun Schuijt 350 nest verbleeven is §51 Dat wanneer den 5: ged: van een schaap voorzien Art 331 Art: 353

NL-HaNA_1.04.02_4323_0177 view scan ↗

English

Art: 352 And he first wished to set off on the way to their hiding place 353 was separated by the darkness from his other companions and had thus become separated 354 Nijss when day broke 355 was forced, since he was still close to the place, 356 to go to the aforementioned place of Doppe 357 where he, 5th defendant, nonetheless, although he pretended to be a butcher's boy and to have strayed from his companions, 358 was seized and taken prisoner 359 And since the Hottentots Captain Adam Prins, who was present at that place, 360 had already received orders to go out after the defendants, 361 he also went out on commando that day with his men 362 And when passing the sheep kraal of the just mentioned Kop, 363 having discovered through the wetness and muddiness 364 that strange people had been there that night, 365 followed those tracks until they had been engaged in this for about half an hour, 366 at which time they discovered some boys in the scrub near the Carnemelks River, 367 who, as soon as they caught sight of the Hottentots, immediately put themselves in a posture of defense, 368 and according to the statements given by the Hottentots, it was said by one of those boys, it is high time, now we must defend ourselves, 369 and which boy the defendants have unanimously stated to have been the 4th prisoner Damen, the defendants nevertheless finally being taken prisoner, 371 subsequently delivered to Swellendam and after that into the hands of Justice here, 372 just as the defendants jointly have fully confessed the previously recounted species facti, 373 as can most clearly be seen from the answers annexed hereto 374 to the articles of interrogation presented to them before the commissioner gentlemen, 375 and to the contents of which the Officer Prosecutor further takes the liberty to refer, 376 beforehand, even before he proceeds to the determination of the punishment, only noting regarding the offense 377 that it consists not only in the killing and murdering of several persons in general, 378 but that the defendants have, moreover, killed in a most abominable manner those who, instead of harm, showed them all kindness and hospitality, 379 and that the defendants have thus not only acted against the obligations of gratitude, 380 but have also most severely violated the good faith among the inhabitants; 381 for who, Honorable Worshipful Gentlemen, will now place any faith in pass letters, 382 which were formerly very much respected, if no provision is made in this regard by the high authority of this country, 383 the defendants having carried out this deed with premeditation and ripe deliberation, 384 such that they could beforehand already consider themselves assured of the effect, 385 and that all of this occurred at a place situated far out in the wilderness, 386 yea, what is more, a deed solely and exclusively out of sheer greed to enrich themselves, 387 perpetrated so atrociously and brought to execution in the most gruesome manner, 388 this having already been premeditated by them beforehand, 389 and committed, besides the other cases, 390 against the woman of the house herself with her children, 391 against whom the defendants, according to their own confession, 392 never had reason for displeasure, 393 declaring not to have known that household, except for the 3rd defendant, 394 and that, instead of harm, all good was shown to them there; 395 the course of the matter still requires that the Officer Prosecutor 396 dwell specifically upon that which each of the defendants committed in particular, 397 for which reason the Officer Prosecutor will further attempt to deduce 398 that which was perpetrated by the defendants personally, 399 and which concerning them, according to the understanding of the Officer Prosecutor, was principally 400 in order to be able to prove therefrom all the more easily in what manner each of them Art: 376 art: 401 Art:

Dutch transcription

Art: 352 En hem eerst op weg na hun Schuilhoek begeven wilde §53 door den donkeren van zijn overigd makkers verwijdert en dus absent geraakt was 354 Nijss als toen wanneer dag aanbrak 355 genoodzaakt is geweest, dewijl hij nog digt bij de „plaatt zig bevond. 35 6 na de gem: plaats van Doppe te gaan 357 alwaar hij 5„e ged: dan ook niet tegenstaande hij voorgaf, een slagters jongen en van zijne makkers verdwaald te zijn 358 gevat en gevangen genoomen is 359 En vermids den Kostentots Capitain Adam Prins die zig daar ter plaatze bevond 360. reeds ordre bekomen had, om op de ged uit te gaan 361 dien dag dan ook met zijne manschappen op Commandio is gegaan 362. En bij 't passeeren der schapen Craal van eeven gem: Kop 363. door den Nat en modderigheid ontdekt hebbende 364 dat er dien nagt vreemd volk aldaar geweest was 365 die sporen nagevolgd tot dat zyl omstreex Een half uur daar mede bezig geweest waaren 366 als toen in de ruygte omstreeks de Carnemelks rivier eenige Iongens ontdekt 367 die zo drie zijl de hottentotten in 't gezigt gekregen direct hun in pastuur van tegenweer gesteld hadden 668 En volgens de Verklaringen door de hottentosten gegeeven door een dier Jongens gezegd geworden was tis na tijd, nu moeten wij ons verdedigen 369 En welken Iongen de ged: en ged' eenparig hebben gezegd zo dat den 4e gev: damen is geweest zijnde de ged: egter eindelijk gevangen genooren 371 Vervolgens na Swellendam en daar na alhier in hadden der Iustitie overgeleverd geworden §72 gelyk de ged: en ged gezamentlijk het vooren verhaalde Species facti volmondig hebben beleeden 373 kunnende zulx ten klaarsten werden beoogd uit de. hier nevens gevoegde responsiven 374 Op de hun voor heeren gecommitteerdens voorgehoudene vraag articulen 375. En aan welkers inhoud den Rat: off: Ess:s verder de vrijheid neemd zig te refereeren 376 nog voor af al eer hij tot de bepaaling van de straffe overgaat, alleenlyk omtrend 't delict zullende aan merken §77 dat het zelve niet alleen bestaat in 's om 't leven brengen en verwoorden van eenige perzoonen in 't generaal §78 maar dat zij ged: en ged ook daar ens boven op een aller ontweuschte wyze hebben om 't leven gebragt, die geene die hun insteede van leed, alle vriendelykheid en her„ bergzaamheid beweezen hebben 379 En dat zij ged: en gedt dus niet alleen tegens d'opligten van dankbaarheid gehandeld ƒ 380 maar ook de goede brouw, onder de Ingezetenen ten sterksten hebben geschonden 381 want wie zal Ed: achtb: Heeren thans meer geloof slaan aan gelij briefjes 382 dat voor deze zeer wierd gerespecteerd, indien niet hier omtrend eene voorziening door de hooge overheid dezer lande gebruykt word §83 hebbende de yn: en gede deze daad uit gevoerd, met voor bedagten Raade en rip overleg §84 zodanig dat zijl. te vooren reeds van 't Effect zig konde verzekerd houden 385 En dat dit alles is geschied op een Plaats gelegen med den in't woeste veld 386 Ia dat meer is eene daad, enkel en alleen uit bloote gewenzagt, ons zig te verryken 387 zoo gruwelyk gepleegd en allerijsselykst ter Executie gebragt 388 zynde zulx reeds te vooren by hun gepremiditeert 389 En uitgeoeffend buiten de andere gevallen Tgo aan den vrouw van den huijze zelve met hare kinderen §91 Op wien de ged: en ga„ volgens hun eigene Confessie 392 Nimmer reden hebben gehad van misnoegen 39 Tazelos dat huis gezin buiten den 3 ged: niet te hebben gekend §94 En dat hun instede van leed, alles goed daar beweezen is 395 van den draad der zake vordert nog dat den d: O: Eiss D96 zig nog bepaaldelyk stille houd by 't geene ieder der ged: in 't byzonder heeft bedreeven 3 97 waaromme den R: O: Ewts:s nog zal tragten te deduceeren 398 't geen door de ged en gedte Personeel is gepleegd 399 En was omtrend hun volgens begrip van den aat: off. Eess wel voornamentlijk 400 om daar op de te gemakkelyker te kunnen be weezen op welke manier een lyder hunner Art: 376 arto: 401 Aerts

NL-HaNA_1.04.02_4323_0178 view scan ↗

English

Article 401 According to the measure of the extenuating and aggravating circumstances which accompanied their deeds, they ought to be punished. Concerning then the 1st defendant, August, it is evident, both from his own answers, 404 and from the confrontation and confession of the other defendants, 405 1/ that he, the defendant, must be held as the prime leader and instigator of the plot; 406 2/ that according to the confessions of the other defendants, he first invited them to desert and bound himself to provide the passes; 407 3/ that he, the defendant, was in any case the first who spoke of murder and robbery and thus fully forged the scheme; 408 4/ that he, the defendant, upon arriving at the place of Rotman, said, if you want to carry out something, now is the time; 409 5/ that he, the defendant, took pleasure in and directed everything in the execution of the terrible murders; 410 6/ that he, the defendant, kept watch, so that no one might get outside the house who could bring that terrible spectacle to light or escape; 411 7/ that he, the defendant, furthermore searched for the servant Cramer after he was found missing, and finally 412 8/ that he made himself guilty of robbery and despoilment in the most gruesome manner; 413 that furthermore the 2nd defendant, Andries, is no less punishable than the 1st defendant, having 414 1/ formed the plot with the 1st defendant, and acted alongside him as the two heads of the plot; 415 2/ that he, the 2nd defendant, alongside the first defendant, saw to it that they were provided with everything that could in any way favor their undertaking; 416 3/ that he, the defendant, co-conspired in the completed murder and incited the remaining defendants to carry it into execution; 417 4/ that he, the defendant, stationed himself by the window of the room in which the woman with the children were located; 418 5/ that he, the defendant, struck one of the children with a club while it was trying to escape through the window, in such a manner that it fell back inside; 419 6/ that he, the defendant, further made himself guilty of excessive robbery, and finally Article 420 7/ that he, when the aforementioned murders were already completed and they, the defendants, were on the way hither, upon the occasion that they caught sight of a wagon, said to the other defendants, come, let us also rob and despoil that one, which clearly and distinctly shows that his bloodthirstiness knew no bounds; 421 that further the 3rd defendant, Jonas, 422 made himself guilty of 423 1/ desertion and consenting to that dangerous undertaking; 424 2/ serving as a guide, and thus giving the remaining defendants the opportunity to commit their misdeeds; 425 3/ that he, the defendant, proposed to the other defendants to overrun the place of a smith and wagon-maker and murder and rob everything that would be found there, and to that end set off on the way thither to spy out the opportunity; 426 4/ that he, the defendant, also consented to the abominable conspiracy and the oath of loyalty which was repeatedly renewed; 427 5/ that he, the defendant, made himself guilty of the murder of one of the female slaves who had kept herself hidden under the bedstead, and finally 428 6/ indulged in the utmost rapacity by breaking and robbing whatever was to be found; 429 coming now to what is charged against the 4th defendant, 430 1/ that he, the defendant, after having consented to the aforementioned desertion, provided himself with murder weapons, namely 2 krisses besides the knives, which indicates his bloodthirstiness; 431 2/ that he, the defendant, took satisfaction in the murder carried out at the house of the said Rotman; 432 3/ that he, the defendant, stabbed the servant Cramer with 2 dangerous wounds, and indeed so that he believed at that moment that he, Cramer, was fatally wounded; 433 4/ and furthermore directly deprived of life with a stab the one maid who lay sleeping in the gallery; 434 5/ as well as wounded the other female slave with six stabs, and while wounding that female slave used these abominable words, as he, the defendant, had to give her so many stabs: God damn it, cannot I get her dead, what a long life she has; 435 6/ that he, the defendant, also robbed and stole whatever seemed best to him; 436 7/ that he, the defendant, when they were taken prisoner together by the Hottentots, 437 still said to his comrades: now is the time, now we must defend ourselves. Article 438

Dutch transcription

Art: 401 Naar maate der verligtende en aggraveerende omstandigt den dewelke hunne feyten hebben verzeld zoude behooren te worden gepunieerd betreffende dan den 1 ged: august zo is Revident, zo uit zijne eijgere antwoorden 404 als uit de Controntatie en bekentenisse van de ander ga en ged 40 p 1 dat hij ged: en ga voor de eerste aanvoerder en opma ker van 't Complot moet werden gehouden 406 2/ dat hij volgens bekentenisse der overigd ga: hun tot drossen eerst verzogt en voor 't bezorgen der briefjes heeft verbonden 40 Ø 3/ dat hij ge: in allen gevallen de eerste is geweest die van moorden en rooen gesproken heeft en das 't project volkoomen gesmeed 408 4 / dat hy ged op de Plaats van Rotman koomende gezegd heeft, als gyt: wat wils uitvoeren dan is 't tijd 5/ dat hij ged: een welgevallen genomen en alles gediroga 409 heeft in de uittvering van de verschrikkelijke moorden 410 dat hij ged: wagt gehouden heeft, dat er niemand buiten huis geraaken zoude, die dat verschrikkelyk Schouwspel aan den dag zoude brengen af ontvlugten 7/ dat hij gede nog gezegd heeft na de knegt Cramer naar 411 dien denzelven vermist wierd en Eyndelyk ten 412 8/ dat hij zig schuldig gemaakt heeft, aan Roof en SBoly op een aller gruwzaanste wijze 413 dat vervolgens den 2de ga: Andries niet minder traf waardig is als den 1 ged. e hebbende 414 1/ met den 1 ge: het Complot geworden, en nevens hem als twee oofden van 't Complot gefungeerd 415 2/ dat hij 2:de gee: nevens den P=r ged: gezorgd heeft, om van alles voorzien te worden het geen hunne onderneeming maar eenigzints konde begunstigen 416 3 / dat hij ged. de volbragte moord mede heeft geconspi „reerd, ende overige ga: aangezet, om dezelve ter uitvoer te brengen 41 „ 4 dat hy ged: zig geposteert heeft by het vengster der kamer daar de vrouw met de kinderen zig in bevonden 418 5/ dat hij ged: Een der Kinderen met een kinij terwijl Dezelve door 't vengster had willen vlugten, zodanig heeft geslagen, dat disselve na binnen gevallen is 419 6/ dat hij ged: zig nog heeft schuldig gemaakt aan 403 402. verregaande roof en Eyndelyk te Art: 420 77 dat hy de overige gel: wanneer de voorsz moorden reeds waren volbragt en zy ged: en ged op den weg na herwaarts waren bij gelegenheid, dat zyl een wagen in 't gezigt kre gen gezegd had, komt laten wij die mede berooven en spoliceren 't geen klaar en duidelyk aantoond dat zyne moord last geen Paal en Perk kende dat voort den 3 ged: Jonas zig ten 422 423. 1/ heeft schuldig gemaakt aan opdrossing en tuesten ming in die gevaarlyke onderneeming 424 2 Om als wegwyzen te dienen, en dus de overigd ged en ged gelegenheid te geven, tot de door hun gepleegde en veldaden 425 3 dat hij gu: de andere ged: heeft voorgeslagen om de plaats van eenen Smith en wogenwaker af te lopen en alles te ver moorden en te rooven dat daar gevonden zoude werden, tot dat einde zig op weg derwaarts te begeeven, om de gelegen heid te bespleden 42C 4/ dat hij ged: mede heeft toegestemd in de afschrikkelijke Con spiratie en de Eed van trouw die telken vernieuwd weerd 427 5/ dat hij ged: zig heeft schuldig gemaakt aan't worden van een der Slavinnen die zig onder 't ledekant had verborgen gehouden, en eindelyk ten 428 6 zig aan de uiterste roefzugt heeft te baiten gegaan met te breken en te roven wat maar te vinden was 429 Komende nu ten lasten van den 4 ged: en ged: in aanmerking 430 1/ dat hij ged: na toegestemd te hebben in de Voorm opdrossing zig van noordgeweeren en wet van 2 krissen buiten de messen heeft voorzien het geene zijne moordzugt aanduijd 431 2 dat hij ged. genoegen heeft genoomen in de uitgevoerde moord ten huize van gem: rotman 432 3/ dat hij ged: deknegt kramer met 2 gevaarlijke wonden gestroken heeft, en wel zo dat hy op dat oogenblik meende dat hij Cramer doodelyk gekaretst was 433 4/ En voorts de Eene meid die in de gaanderij te slapen lag, met een steck direct van 'b leven heeft berooffd 434. 5 mitsgaders de andere slaven met zes steeken heeft, Gewond, en onder het kwetzen dier slavin nog deze afschu welyke taal gevoerd, vermits hij ged haar zo veel steeken geven moest Goddome, kan ik haar niet dood krijgen, wat heeft zij lang 435 6 / dat hij ged: mede geroofd en gestoolen heeft het geen hem maar best dagte 436. 7/ dat hij ged: wanreer zijl: te zamen door de Pottentotten zijn gevangen genoomen 437 — nog aanzijnd makkers gelegt heeft, nu is 's tijd nu moeten wij ons verbedigen 421. Art 420 Art: 438.

NL-HaNA_1.04.02_4323_0179 view scan ↗

English

so that if the defense had depended solely on the defendants, he would have sacrificed those persons as well to his rage; that the 5th defendant Zaripa also made himself guilty of the conspiracy and desertion from here, and at the same time of the execution of the murder at Rotman's; 441 2. that he, the defendant, put to death the slave Hector of the Cape with two fatal wounds; 442 3. that he, the defendant, with the help of the 6th defendant, chopped open the door of the room where the woman and her children were inside; 443 4. that he, the defendant, notwithstanding the repeated groaning, as well as the begging and pleading of the aforementioned woman, struck her and the youngest child with a kierie in such a manner, and smashed their heads, until he, the defendant, thought that both she and her child had given up the ghost; 444 5. that he, the defendant, furthermore robbed together with the other defendants what he judged to be useful, and also; 445 6. that he, the defendant, according to his own confession, also made himself guilty, in the beginning of this year, of wounding a boy in the house of his master; now coming to the charges against the 6th defendant, finally in the matter of 446 Kureg; 447 1. that he, the defendant, also had knowledge of the aforementioned project; 448 2. that he, the defendant, furthermore did his utmost with raging and rampaging on the aforementioned place by chopping open all the doors, chests, and cupboards, etc., and stealing everything that he could carry with him, thus making himself guilty most of all and most severely of despoliation; although it is unanimously stated by the other defendants that he, the 6th defendant, to their knowledge, was not guilty of any murder, it was nevertheless afterward said by him, the 6th defendant, to them: 450. that he had given the tailor Cramer a stab in the belly, such that the knife remained stuck in it, 451. and subsequently another maidservant whom he—with all due respect—had stabbed in such a manner that the excrement came out of her belly; which he, the defendant, however, denies, saying: 453. that he, the defendant, merely pretended this himself, 454. in order not to stand ashamed before his other accomplices and be accused of cowardice, 455. saying however that if the farmhand should have three stab wounds, 456. that one of them could then be from him, the defendant; thus 457 3. he has made himself guilty of wounding that farmhand, as his own involved confession comes to dictate, as well as; 458 4. his shame before the other defendants for not having behaved manfully, 459 living as if an aversion to evil would make him ridiculous and contemptible before his fellow accomplices; and since through what has been cited herebefore it is most clearly established 560 who must be held as the authors and heads of that plot, 562 although the 1st defendant contradicts this by saying, "we did it all together, no one served as head," 563 it is nevertheless evident that he was the leader and supreme commander, together with and alongside the 2nd defendant; 564 yet all together guilty of one and the same punishment; 565 whereby the Prosecutor, having taken everything into close consideration, has formed the conviction 566 that all the defendants, as equal accomplices 567 in an accumulation of such high-ranking crimes, 568 which are so abominable in themselves 569 that one hardly dares believe 570 how the same can arise in the hearts of rational beings, 571 let alone actually be carried out, 572 are also liable to punishment in equal manner, except the last defendant, where some alteration can take place, 573 without any of the slightest consideration being able to be given regarding the defendants 574 to those grounds of law whereby the punishment ought to be softened due to mitigating circumstances;

Dutch transcription

dus zo de verdediging van hen ged: alleen had afgehangen die perzoonen mede aan zijne woede zoude op gaaf ferd hebben dat den 5 ga Zaripa zig mede aan de Conspiratie en opdrossing van hier, en teffens aan de uitvoering der moord by Rotman heeft schuldig gemaakt ƒ 441 21 dat hy ge: den Slaad Dector van de Caap met 2 gevaarlyk worden van 't leven, heeft ter dood gebragt 442 3 dat hij ged: met behulp van den 6 ged. de deur heeft opengehakt van de kamer daar de vrouw zig met haare kinderen in bevonden 443 4 dat hij ge: niet tegenstaande het menigvuldig gekerm, mitsgs bidden en Sweeken van evengan Vrouw haar met een kirrij benevens 't Iongste kind zoda nig geslagen, en 't hoofd vermakseld heeft, tot dat hij ged: dagt dat zij met haar kind beide den geest hadden gegeeven 444 /5 / dat hy ga: voorts met de overige ged:e geroofd„ heeft, dat hij oordeelde diensten te zijn en nog ten 445 6/ dat hij ged: Volgens zijn eige Confessie zig nog heeft schuldig gemaakt, in 't begin dezes Iaars aan 't kwekzen van een Iongen in 't huis van zijn lijfheer komende nu ten lasten van den 6 ged: eindelyk in kanmer 446 Kureg 44 7 1 dat hij get mede van 6 voorgenoemen Project heeft Kennis gehad 2/ dat hij ged: voorts zijn uiterste best heeft gedaan. 448 met 't woeden en te keer gaan, op voorw: plaats met alle de deuren, kisten en kasten &c open te hakken en alles te steelen, dat hij maar konde mede voeren dus zig 't allermeest en 't steckte aan spolie heeft schuldig gemaakt hoe wel door de oderige ged:e eenparig word gezegd dat hy 6 ged: volgens hun weeten, zig aan geen moord heeft schuldig gemaakt, egter door hem 6 ged: naderhand aan hun was gezegd 450. dat hij de Znyder Cramer Een Steek in de buik gegeven had, dat 't mes daar in was blyven steeken 1 149 Art: 451 En vervolgens nog een meid die hij /S: V:/ zodanig gesto ken had, dat haar de drek uit de baik kwam 't geen hij E ged. egter negeerd met te zeggen. 452 454 Om daar door niet voor zine andere Complice beschaamd te staan, en van laagheid te kunnen werden beschuldigd 455 zeggende egter dat indien de knegt3 steken hebben mogt 456 zulx als dan een van hem gd: konde zijn, dus 457 3 zig heeft schuldig gemaakt aan 't kwetzen van dien knegt, zoo als dezzelvs ingewikkelde belydenisse komt te dicteeren als mede ten 458 4 / zijne Schaamte voor de overige gev: van zig niet manmoedig gedragen te hebben 459 leven als of een weerzen in't kwaad hem belaggelijk en Veragtelyk zoude stellen voor zijne mede Complice„ En vermits door het hier vooren aangehaalde ten klaansten 560 consteerd wie voor de autheurs en hoofden van dat Complot moe 561 ten gehouden worden 562 hoo wel den P=r ga: zulx tegenspreekt met te zeggen wy hebben alle tezamen gedaan, niemand heeft als hoofd gediend 563 Zo is 't egter Evident dat hij de aanvoerden en opperste geweest is, met ende benevens den 2=e geb: 564 Egter alle te samen schuldig aan een en dezelve straffe 565 waar door dan den Rat: Off: Ciss„r alles in naauwe over weeging genoomen hebbende, is gevallen in't begrep 566 dat alle de ged: en ged. e als gelijke Complices 56 p eener accumelatie van zodanige hooggaande misdader § 68 deeze zeer in zig zelven afschuwelyk zijn 569 Dat men naauwlijx durft gelooven 570 Doe dezelve in harten van redelijke wezens kunnen opkomen 5 71 laatstaan met er daad uytgeoefend worden §72 Ons ook op gelyke wijze Strapschuldig zijn, Except den laatsten ged: daar eenigzints verandering kan plaats hebben 5 73 zonder dat omtrend de ged in eenige de minste aanmer king komen kan die gronden van regten, waar door de straffe, om 574 maligeerende omstandigheden zoude behooren verzogt 453 dat hij ged zalv alleen heeft voorgewend te Verzogt Art: 451 Art: 575 Art: 438 439 440

← previousnext →