Inventory 4323
Cape · 471 pages · 299 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Continued. States, towards the evening, and that they had wanted to remain sleeping in the field, but that Andries said, if you do not want to, then I shall go there alone. At what time in the afternoon they arrived at the place of Rothman? Article 52. States that the servant had asked for it. And on the report that he, the questioned, brought the other prisoners, did not her husband not being at home they ask them for a pass? 53. Answers, yes, to the servant. Whether the wife of Rothman, because her husband was not at home, did not ask them for a pass? 54. States, after the meal, without knowing what time it was. Whether, after they had shown that pass, the woman did not lodge them and provide them with proper food and drink? 55. Answers, yes. At what time in the evening they went to sleep? States that he, the questioned, had given two stabs to that tailor. Whether they did not, instead of going to sleep, keep watch to seize their opportunity when the entire household would have fallen asleep? 58. Whether there was not a European servant in that household? 59. Who wounded that European? It was immediately decided to go to the place. Which of their fellow prisoners stabbed all those people, to specify the same distinctly, and in what manner they set all this to work and carried it out? 60. Article 60. States that he, the questioned, besides the servant, also stabbed two maidservants, without knowing whether he, the questioned, struck both of them or only one. That Saripa stabbed the boy who was sleeping in the kitchen, as August and Saripa told him, the questioned, and after Welkom had chopped open with a chopper the room door in which the woman was, Saripa and Welkom went inside, and Saripa beat the said woman and the child with a knobkerrie for so long until he thought that those two had given up the ghost, while Andries and Jonas went to the window to watch that no one should escape, just as those two also beat with a knobkerrie those who had wanted to escape from there, without knowing whom they actually beat. That August, as far as he knows, killed no one, as he was placed as a guard at the door with a knife in his hand so that no one should escape. That Jonas stabbed a maidservant who lay under the bedstead, without knowing whether it was fatal. States further that Welkom also said that he stabbed the tailor with a knife, so that it did not remain in the body, and that he also stabbed a maidservant. Welkom, stepping inside, says to the face of the questioned that he gave the maidservant six stabs and said while stabbing, Goddammit, how long the maidservant lives, cannot I get her dead. The questioned abides by his statements. Answers, a woman, two children, a boy, a servant, and according to his estimate three maidservants. How many persons, with the children and slaves included, were in the house? Article 61. Answers, Welkom. Who killed the slave Hector, and in what manner, and how many wounds? Article 62. Answers, Saripa. Who chopped open the room in which the wife of the above-mentioned Rothman was with her children, and with what? 63. Answers, as before, Saripa. Who killed the wife of the same Rothman, and in what manner? 64. States that Saripa struck a child that was in the room, and thereafter another large one, that the woman held in her arms. States further not to know whether that second child was also struck by Saripa. Who murdered the three children of Jan Rothman? 65. States that Jonas wounded her. Who wounded the maidservant Martha? 66. Answers that he, the questioned, does not know who might have done that. Whether the questioned, with the others, did not find the maidservant hiding under the bedstead with two children of Rothman? States that Welkom broke and chopped open everything, and that they all stole together. Whether he, the questioned, with the others, after committing the abominable murders, did not break open all the chests and cupboards that were in the house, and rob and steal whatever they could carry away? Article 67. Answers, three watches, without knowing whether they were gold or silver, seven coats, nine rolls of satin, and further a quantity of clothing and cash. What all they robbed? 68. States as before. What reasons they had to leave five rixdollars in cash, as well as a black coat, waistcoat, trousers, and crepe, also a shirt for the woman and one for the man? 69. States as before. Who did or proposed this? States, until around midnight. Until what time in the night or morning they remained at the place? Article 70. States, to have betaken themselves on the way hither. Whither they then betook themselves? 71. States, as before. Whether they went further inland or back towards the Cape? Answers that Andries and August were the first and that they all had consented and took pleasure in it. Which of them incited the others the most, or whether they were all of one mind and carried out that murder with pleasure? 72. States that Andries had said, if we can get wagons or places again, we should just commit more murders, but that he, the questioned, and the others had said, one sin is not yet past and you want to begin another, such must not happen, whereupon the matter rested. Whether they were not minded to raid more places? Whether they did not pursue several wagons to plunder them as well?
Dutch transcription
Vervald zegd, teegens den Avond, en dat zij in 't veld hodden willen blyven slaapen, maar dat Andries gezegthed, als gijl: niet wit dan zal ik er, zegt dat de knegt zulks gevraagd had. — Legt Ja aan de Knegt zegt, na den Eeten zonder te weeten, hoe laat zulks ende zegt dat hij gevz: aan dien snyden Twee steeken gegeeven had Of na dat zijl dat pad briefje hoe laat in de Agtermiddag zyl: andere gev=s gebragt heeft niet En op t rapport dat hij gevr: de ter plaatze van Rothman ge„ haar man niet te huys wal hun L: met na een pad briefje heeft gevraagd of de Vrouw van Rothman vermits vertoond hebben niet de vrouw hun heeft geherbergd, en van behoorlijk Eeten Pendrinken heeft verzorgd= hoe laat 'S' avonds zyl: zijn gaan slaapen of zyl: niet in steede van te gaan slaopen, hebben gewaakt om hun tyt waar te neemen wanneer het geheele Huys gesn zoude in slaap geraakt zijn! of niet in dat Huysgezin Een Europeesche knegt, zig bevond! ƒ 59 Wie die Europeesch, gewond heeft! Legd Ja is gegaan. direct is beslooten na de plaats Wie van hun ger=s alle die men„ zegt dat hij getz: buijten de „schen gestooken hebben, dezelve knegt nog gestooken heeft distmct op te geeven, en op wat net twee Meyden, zonder manier zij dit alles hebben in't te weeten of hij gevz: alle werk gestelt, en ter uytvoer byde dan wel een geraakt gebragt. heeft. — Dat Saripa de Jonge die in de Combnijs te sloopen weederlog gestooken heeft zoo als August en Saripa aan hem gevroegde verhaald heb„ ben, en nadat welkom met een Capmes, de kaamer deur daar de vrouw zig in bevond had open gehakt, zoo is Saripa en welkom naar binnen gegaan, en heeft Saripa met een Kirrij de gemelde vrouw en 't kind zoo lange geslaogen, tot dat hij meende, dat die twee de- geest gegeeven hadden, terwyl Andries en Jonas, bij 't vengster zijn gegaan, om op te passen dat er niemand uytvlugten zouden, gelijk die twee dan ook die daar uijt hadden willen vlugten, met een kirrij ge„ „slaage zonder te weeten: wie zijl: eygentlyk zoude geslaagen hebben Dat August voor zoo verre hij weet niemand gedood heeft als zynde hij tot een wagt, bij de deur gestelt, dat er niemand uytvlugten zoude met een wes in den hand dat Jonas een meyd die onder 't Leedikant Lag gestoo„ heeft zonder te weeten of zulks, doodelijk is geweest. zegt nog dat welkom nog gezegd heeft, dat hij met een mee de snyder gestooken heeft, dat 't niet in 't Lichaam gebleeven is, en dat hij nog een meyd ge„ stooken heefd Welkom binnen treedende, zegd de gevraagde in facie dat hij de meyd ses steeken gegeeven heeft, en gezegt onder t steeken Goddomi, wat leefd de meydlang kamik haar niet doot krijgen de gevr: blyft bij zijne gezegdens Een Jongen, Een knegt en na zijn gissing drie meijden Legd Een vrouw Twee Kinderen hoe veel Persoonen met de kinderen en slaaven meede gereekent, wel in huijs waarl. V art ƒ alleen na toe gaan— koomen zijn 2 — 53 Art 52 8 54 55 2 58 geweest is — Legd Ja 6 art: 6„ Art: 60 Legd als vooren Caripa Legd Welkom Leyd Saripa zegt naar herwaards op weg Legd, dat hij ged: daar van niet en weet wie zulx zoude te weeten of het goude of zilvere heeft om 't leeven gebragt dat de vrouw ouden aem rond ging Saripa is geslaage zegt dat Jonas haar zegd dat Suripa een kind gewond heeft — zegd als vooren Leyd dat Andries en August Wie van hun wel t meeste de de eerste geweest zijn andere hebben aangezet en dat zyl: alle hadden dan of zij alle eene gezond toegestemmt en genoege waaren, en dien moord niet genoegen hebben volbragt = genoome ƒ 68 brooken, en opengehokt heeft, en dat zyl: alle te saamen gestoolen hebben ƒ na 't pleege der afschuuwelyke moorden, alle de kisten en kasten die in huys wouren hebben open gebrooken, en geroofd en gestoolen weet zijl maar mede konde voeren. zeyd dat welkom alles ge„ of hij gevr: met de andere niet of met de meijd zig onder het Ledikant heeft verstooken met twee kindere van Rotman! wie de drie kinderen van han Rothman hebben vermoord! 66 Wie de Haarin Martha gewond heeft had, en daar na nog een groote dat in de Camer zegd nader niet te weeten, of dat Tweede kind meede door Wie de huysvrouw van hem Rothman heeft om't Leeven gebragt, en op wat manier! wie de Camer daar de huysvrouw van boovengem: Rotman met haare kindere in waaren open gehakt heeft en waar meede. Wie de slaaf Hector heeft om t leeren gebragt, en op wat Manier, en hoe veel worden. Legt drie horologies zonder, geweest zijn, zeven Iassen, negen Satijne rollen, en voorts een partij klederen en contanten Wat redenen zy ged gehad hebben om vijf rijx aan Contanten, als mede een zwarte rok, Camisool, broek en Lampher ook een hembd voor de vrouw en Een voor de man te laaten! wie zulx gedaan of geproponeert heeft tot hoe laat in den nagt af morgen zijl: op de plaats verble ven zijn. waarzil: als toen zig naar toe hebben begeeven! of zij l: verder landwaards in zijn gegaan dan wel te rug Caap waarde! of zijl: niet van meening zijn zegd dat Andries gezegd had als wyns weder wegens kun geweest meerdere plaatsen nen krijgen of plaatsen af te loopen„ moesten wij maar meer moor „den begernen, dog dat hij ged: en de andere gezegd hadden de Eene zonda is niet voorbij en wilt gij weder een beginnen zulx moet niet geschieden, waar bij zulx dan ook berussende gebleeven is zegd als vooren zegt als vooren hun begeeven te hebben zegt, tot omtrend med dernagt Vervals wat zij al geroofd hebben. of zijl: niet verscheide wagen zijn nagegaan om dezelve mede art 70 respolieeren. 2 ƒ 64 - 65 _ 63 art 62 gedaan hebben 71 Art: 70 76 69
English
also says as mentioned above. says, but only to steal and to rob they murdered wanted to consent, and August had, by order of the Captain of the Hottentots, whether they could not send another one to says that the five of them went at night to the place of the burgher Hendrik Hop to steal sheep, while Jonas remained with the goods, and that Saripa then strayed away from him, and as the defendant learned afterwards, he went the following day to the aforementioned place, where he was also arrested says yes, that he told the defendant whether or not, when they saw themselves betrayed, a decision was unanimously taken among them to rather defend themselves to the last man than to surrender voluntarily. that it was time to offer resistance, in which the others did not Says that the two krisses belonged to the defendant, says that they were taken prisoner by the Captain of the Hottentots, Adam Prins, Says Yes. the defendant says no whether they also had any acquaintances in the house of the said Rofman. says no, the defendant did not whether they did not intend to come here to the Cape in order to sell the stolen goods. by whom and whereabouts they were taken prisoner. Lapses says that there were only six of them. to show the defendant the murder weapons and to ask what belonged to the defendant belonged to him and who used the others. of which the defendant gave one to Jonas, that the chopping knife belonged to Welkom, and that the other boys each had a knife. says no, that this is the first time. Lapses. Says No. to have sworn, therefore having done so could murder says because they had encouraged one another if not, how they then could in cold blood have looked upon that house Whether they took the lives of more persons and in particular of families. If yes, to name them. whether the defendant before his escape made himself guilty of more murders 91. whether any more belonged to their plot If yes, to name them. 93 whether they, upon deserting from here, intended to murder 80 Who that was, and whether that did not happen to spy out the situation at the aforementioned place What hindered them in this whether their committed murder was caused out of a desire for revenge or only to steal and to rob Article 86 Article and betrayed by him. Lapses. 3 and his men . . 1 82 81 9 th 84 90 9 th 88 86 Article 85 Article 78 been Lapses Lapses among them to remain faithful to each other, to have done so, although he later says Yes. says as to the article that while a conspiracy was to have done so says to know to have done evil and to have deserved death, and not If yes: who else here knew of their intention. article 94 whether they did not tell this to anyone. does not understand to have done evil says yes because the agreement whether the defendant now in retrospect and that one may murder nobody without making oneself guilty of death whether the defendant is not aware of being through this deed punishable to the utmost and having deserved death. What then moved the defendant to begin such a gruesome and ungodly inhuman murder. If so what the defendant further will be able to bring forward in his excuse below was written: Thus asked and answered at Cape of Good Hope the 9 November 1786 to bring forward. — to be in his excuse Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the slave Saupa, who to the adjacent questions has answered in such manner as is noted next to each Articles made and delivered to the gentlemen commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, to, at the requisition of the sworn clerk Rijno Johannes van der Riet qualified in office to observe the affairs of the landdrost of Swellendam Constant van Nult Onkruydt Thus re-examined at Cape of Good Hope the 17 November 1786 was signed: Cross and written around it, this mark the defendant has made with his own hand in the margin: as commissioners was signed: J. M. Horak and A: van Sittert lower: in my presence was signed: R: J: v: d: Riet sworn Clerk. Re-examination. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice here, the slave Damon, who, his given answers as well as the interrogatories having been read verbatim, declared to persist therein as being the complete truth below was written: before the Gentlemen Johannes Marthinus Horak and Andries van Sittert, members from the Honorable Court of Justice aforesaid, who the minute hereof together with the defendant and me, the sworn Clerk, have also duly signed lower: Which I witness was signed: R: J: v: d: Riet sworn Clerk before heard regrets it Says Yes 8 95
Dutch transcription
zegt mede als bovengemeld is. zegd, maar alleen om te steelen en te rooven hebben gemoord den willen toestemmen en had Au gust hun op ordre van de Capi of zyl: niet nog een uit kan het zegd dat zijl: met hun vijven Snagts na de plaats van ben gezonden na de plaats van Hendrik hop gegaan zijn, om den burger Hendrik Bop schapen te steelen, terwijl Lonas bij 't goed verbleeven is en dat als toen Saripa van hem op afgedwaald, en zo de ged:e na derhand vernomen heeft, zo is hij 't anderen daags na de gem: Plaats gegaan, alwaar hij ook is gearresteert geworden zegd Ia dat hij gd: gezegd of niet toen zijl: zig veraden heeft dat het os tyd was Zagen een besluit onder hun een Om tegenweer te bieders waar parig genoomen is om zig tot de dat de andere daar in niet had laatstee man liever te verdedigen dan zig goedwillig over te geven. Zegd dat de twee krissen hem tein der Bottentotten geolengeld zegd dat zyl gevangen genoo men zijn door den Capitein der hottentotten Adam Prins Zegd Ja. zegd hij ged: niet of zijl ook eenige kennis in't huis van gem: Rofman hebben zegd neen hij ged: niet gehad. of zijl: niet van merning zijn ge„ weest om alhier na de Caob te koomen ten einde de geroofde goederen te verkoopen. door wien en waar omtrend zijl gevangen genoomen zijn! Vervald zegt dat zijl: maar met hun Zessen geweest zijn. den ged: de moord geweeren te vertoonen en te vragen, wat hem ged: hebben toebehoord ged: heeft toebehoord en wie de waarvan hij ged: een aan Ionas heeft gegeven, dat het andere gebruijkt hebben. Dakmes welkom heeft toe behoord en dat de andere Son gens ieder een mes hebben gehad. zegd neen, dat dit de eerste rers is. Vervald. Zegd Neen. te hebben gezworen daarom zulx gedaan nen vermoorden zegd om dat zijl: malkonde zo neen, hoe zijl: dan in koelen ren hadde aangezeten trouw moede dat huis gezien hebben kun Of zijl: niet meer Perzoonen en 't byzonder of huis gezinnen zib ben om 't leven gebragt. Zo Ia dezelve op te geeven! of den ged: voor zijn prioe zig meerder aan moorden heeft schuldig gemaakt 91. of er nog meer tot hun Complot behoord hebben Zo Ia dezelve op te geeven! 93 of zil: bij hun opdrossen van hier van meening zijn geweest te moorden 80 Wie die geweest is, en of zulx niet is geschied om de gelegentheid op gem:e plaats aftezien Wat hun daar in is hinderlijk of hun gepleegde moord uit een wraaklust is veroorzaakt dan maar alleen om te steelen en te rooven Art: 86 Art: en door hem verradens. Vervald: 3 en zijne manschappen . . 1 82 81 9 e 84 90 9 V 88 86 Art: 85 Art: 78 geweest Vervald Vervald onder hun was om ilkanderen getrouw te blyven, zulx ged aan te hebben, hoewel zulx hem van zegd Ja. zegd als op art: dat terwijl een Samenzweering was zulx gedaan te hebben- zegd te weeten kwaad ge „daan te hebben en de dood verdiend te hebben, en niet Zo Ia: wie alhier nog zijn ge weest die hun voorneemen hebben art: 94 geweeten. of zijl: zulx dan aan niemand hebben verhaald! niet begrippt kwaad gedaan te hebben zegt Ia om dat de afspraak of den ged: nu van agteren beschouw en dat men niemand verwoorden mag zonder zigzelvs de good schuldig te marken of hij get: niet bewust is door deze daad ten uijtersten Straf„ waardig te zijn en de dood ver diend te hebben. Wat hem ged: dan gemoveert heeft om zo eene gruwelijke en ons menschte moord te beginnen. Soo wat hij ged: verder tot zijn verschooning zal kunnen bij brengen /:onderstond:/ Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede Hoop den 9 november 1786 bij te brengen. — tot zijn verschoning te weesen Compareerde voor ons onder getekende gecommitt:s uit den E: Achtb: raad van Justitie dezes gouvernement, den slaas Saupa, dwelke op de nevenstaande vragen zodanig heeft geantwoord als bezydin een ieder aangetekend staat Articulen gedaan maken en aan heeren gecommitt:s uit den E: achtb: raad van Justitie dezes gouvernement, overgegeven, om ter requisitie van den gezed Clercq Rijno Johannes van der Riet in officio gequalificeert ter waarneeminge der zaaken van den landmost van Swellendam Constant van Nult onkruys Aldus gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop den 17 November 1786 /:was getekend:/ Kruijs en daaromschreven, dit merk heeft den ged: eigenhandig gesteld /:in margine:/ als gecomwertt: /:was getekend:/ J. M. Horak en A: van Siktert /:lager:/ mij praesent /:was getekend /: R: S: V: d: Riet geze: Clercq. Recollement. Compareerde voor ons onderget: gecommitt: uit den E: Achtb: raad van Justitie alhier de Slaar damon, dewelke zijne gegevene antwoorden, zo wel als de Vraagarticulen woordslijx voorgelee zen zijnde, heeft betuigd daar bij te blijven per sisteeren als zijnde zulx volkomen waarheid /:onderstond:/ voor de Heeren Johannes Marthinus Borak en Andries van Settert lieden uit den E: Achtb: raade van Iustitie voorm: die de minute dezer benevens den ged: en mij gezed: Clercq mede be hoorlijk hebben ondertekend /:lager:/ 'T welk ik getuige /:was getekend:/ R: I: V: d: Riet gezee: Clercq voor gehoord agteren leed doet Legd Ja 8 95
English
Article 1 The defendant's name, birthplace, age, and whose slave he is. The answers to be given in the margin hereof are to be duly recorded. He states his name to be Suripa from Mandhar, says he is estimated to be 30 years old, a slave of the burgher Ian Buurman. Article 2 When the defendant ran away from here. Says now about one month ago. Article 3 To state how many and who those East Indian runaways were with him at that time. Says with the six of them, of which he the defendant is one: 1. Welkom of the widow Daniel Beets, who also ran away 2. August of the burgher David Benjamin d'Aillij 3. Andries of Christiaan Velbron 4. Damon of Jochem Dancke 5. Jonas of Willem van Reenen Article 4 Who was the first who spoke of running away. Says August and Andries spoke first of running away. Article 5 Whether, when the defendant agreed with his other comrades to run away, it was not proposed by one or more to take along a forged pass. Says August and Andries proposed this. Article 6 Whether the defendant does not also know who wrote the passes. Says that he heard from August on the way that it was written by a child who lives here with the retired Captain Paulsen. Article 7 Whether this was not written by a person who lives in the house of the military captain Paulsen, who recently arrived here from Batavia, named Dot. Says as before. Article 8 Who requested those passes from the child. Says August and Damon requested those passes, as he the defendant heard. Article 9 Whether that youth wrote this on his own accord, or whether it was dictated by one of the defendant's accomplices, and by whom. Says he does not know. Article 10 Whether the defendant did not himself ask that youth for that pass. Says as before. Article 11 Who received that money for it. Says he does not know. Article 12 How much was paid for that pass, and by whom. Says the child said that two rixdollars were paid for it. Article 13 Whether that youth was not taken out of school by his mother for that purpose. Says that since he the defendant was not present there, he cannot say. Article 14 And whether that youth was not incited thereto by his mother, who also lives with the said Paulsen. Says he does not know, as he the defendant was not present. Article 15 To show the defendant the passes and to ask if these are not the passes that were taken along by them. States that he saw them for the first time on the occasion when they met four wagons on the way, and that he recognized them as the very same. Article 16 Whether the person who received that money was also the one who transcribed it. Falls away. Article 17 What the intention was. Says no. Article 18 Whether their intention upon running away from here was to commit murder. Says no. Article 19 Whether the defendant or, as far as he knows, another of the plot made that intention known to this or that of their good friends here. If so, who they are, and to specify them distinctly. Says no. Article 20 Whether the defendant or one of them did not tarry for a while in the tavern at the Salt River. Says no. Article 21 Whether they also stayed there at night. Says no. Article 22 Where the appointment was of the defendant with the others to meet one another. Says that they had agreed with each other to meet at the water reservoir. Article 23 Whether the defendant or which of them had acquaintance with the Mohammedan priest Norman. Says he has heard nothing of that. Article 24 Whether the priest also knew of their intention. Says no. Article 25 To show the defendant the amulet and to ask who provided them with that and also procured it. Says that he the defendant saw the amulet in the hands of Jonas. Article 26 Whether they were also given any assurance of the power of that spell, and by whom. Says that he does not know of the spell, but does know that Jonas sometimes smoked something. Article 27 Whether all the defendants believed in the power of the execution of that paper. Says no. Article 28 Whether the defendant does not know the substance and contents of the inscription. Says no. Article 29 Whether the defendant also knows what that amulet was actually supposed to serve for. Says that it is actually so that he would undertake no evil, and if he undertook evil, much evil would befall him. Article 30 From whom they received the powders. Says from Damon, as Jonas said. Article 31 Whether the defendant also knows who of them took the powders along. Says that Jonas and Damon had something with them of the powders; what it actually was, he does not know. Article 32 Whether there did not belong to the defendant a powder in a paper that was written upon with an Arabic letter. Says that he indeed had some of that powder, but that he found it at the Danube River. Damon, entering, says that the paper in which the powder of Zaripa was actually dictates that one can go wherever one wants and can be hindered by no one, and that he himself wrote the talisman and gave it to him, Zaripa, but that the powders were not found by him at the Danube River. States never otherwise to have seen such an amulet. Says no.
Dutch transcription
zegd oud naar gissing 30 ger Ian Buurman: Jaaren lifeigen van den bur Zegd Andries en august heb„ Legt dat hij zulx voor 't Eerst gezien heeft bij gelegenheid dat zij koomen waren, en dat hy dezelve vier wagens op weg te gemoet ge zegd terwijl hij ged: daar niet bij geweest is zulx niet te zegd August en dan on heb ben die briefjes gevraagd zoo zegd dat hij van August verno zegd nu omtrend Een maand hoe veel, en wie dezelve Oostind zegd met hun Lessen waarvan op te geeven met hem als toen hij ged: een is. D welkom van de wed daniel beets zijn mede gedrost August van den burger david Benjamin d' Aillij Andries van Christiaan Velbron 5 d'amon van Jochem Dancke 6 Ionas van Willem van Reenen ben 't eerst van drossen Zegd August en Andries hebben zulx geproponeert voor de eygenste erkend. Legd dat hij gehoord heeft de ged: de briefjes te vertoo„ dat 'er twee lyxd voor betaald ne en te vragen als dit niet de briefjes zijn die door hen zip zegd het Kind mede genoomen. of wanneer hij ged: met zijn overige makkers afgesproken had, om te drossen niet door zegd zulx mede niet te weeten een dan wel meer is geprops„ „neerd, om een vals briefje met te neemen. wie de Eerste & die van drosse heeft gesprooken. wanneer hij ged: van hier is opgedaan Art: des ge: naam, geboorte plaats ouderdom en wiens lyfeigen hij de te gevene responsiven in margine dezer behoorlyk werden bekend van mandhaar zullende dezelv gehoord te worden Suripa geschreven zijn door een kind die hier bij den remoreerende Capi „tein Paulsen woond Legd als vooren kunnen zeggen. als hij ged: gehoord heeft. zegd als vooren zegd zulx niet te weeten En of die Iongeling niet door zijn moeder die mede bij gem: Paulsen woond, daartoe is: aangezet geworden. of die Zongeling tot dat einde door zijne moeder niet is uit School gehaald. hoe veel voor dat briefje is betaald, en door wien wie dat geld daarvoor heeft ontvangen of hij ged: dien Iongeling om dat briefje niet zelvs heeft verzogt of die Iongeling zulx geschreven heeft uit zijn eijgen dan wel door„ een van des ged: Complatie voor gezegd en door wien. wig die briefjes aan de Iongeling heeft verzogt of zulx niet is geschreven door een perzoon die ten huijze van den onlangs alhier van batavia aangekomene Capitein militair, Paulsen woond in naam Dot of hij ge: ook niet weet wie de men heeft op weg dat het zoude briefjes geschreven heeft Art: 7. Art: Art: 16 gesteld. — - Sac Fabritua! 10 12 3 H 6 is 2 en ook bezorgd 8 gesprooken. te hebben. Zegd Neen! Zegd Neen Vervalt. Zegd Nem zegd dat zij met elkan kanderen te komen Zegd steen. zegt: dat hij niet weet van de bezweering maar wel dat zegd. dat hij ged.: 't lootje zegd daar van niets gehoord of die geene, die dat geld ontvangen afgeschreeven ook geweesen heeft wat 't dessein is geweest. of hun voorneemen bij opdrossen van hier is geweest om te moor den. of hij ged: dan wel voor zo verre hij gee: meet een ander van't Com plot dat voorneeme aan deze of geene van hun goede vrienden Zegds een. alhier ook hebben bekend gemaakt Zo Ia, wie die zijn, en dezelve distinct op te geeven. Of hij get: dan wel een van hun in de schaggerij aan de zoute rivier niet een poosje hebben vertoeod! waar de afspraak was, van deren hadden afgesproken hem ged: met de anderen om om aan de water bak bij el bij elk anderen te komen 22. zijn gelogert geweest Of hij ged: dan wel wie van Lun Kennis met de mahometaanse priester Norman hebben gehad Of de Priester van hun voorneemen ook geweeten heeft Zegd Neen wat daarmede zoude nigge zegd dat het eijgentlijk is dat hij geen kwaad zoude voerd worden! onderneemen, en zo wanneer hij ut kwaads ondernam, van zou hem veelkwaad over zegt: van damon zo als van wie zyde Boeyers gekregen hebben. Jonas zomtyds iets gerookt hebben geloofd. heeft zegt dat Jonas en damon iets Of hij ged: ook weet wie van hun bij hun gehad hebben van de de poerjers heeft mede genoomen Poeyers, wat 't eygentlyk ge weest is zulx niet te weezen 0 of hem ged: dan niet heeft toe zegt dat hij wel iets gehad heeft van die poeijer maar behoord een poeyer in een pa dat hij zulx gevonden heeft piertje dat met een arabische aan de Donaurivier. letter beschreeven is. d'amon binnen treedende zegd dat 't briefje door de poeder van of zijl: des nagt ook aldaar Zaupa in geweest is eijgentlijk dicteert dat men gaan kan waar men wil en door niemand hinder kan gedaan werden, en dat hij Zak zelvs geschreeven heeft en aan hem Zaripa gegeven maar dat de poeyers niet door hem aan de Donanrwoer Legt Nooyt anders zoo een lootje gezien te hebben Zegt: Neen. in handen van Jonas of hun ook eenige verzekering is gegeven van de kragt van die bezweering, en door wien. of den ged: ook weet waartoe eijgentlijk dat lootje dienen zoude. of hij get niet den zakelyk en inhoud van de Superscriptie of alle de ged: aan de kragt der uitvoering van dat briefje weet. den ged: het loosje te vertoonen en te vragen wan hun dat heeft bezorgd. art: 25 Art: 16 18 9 9 gezien heeft - 26 - Art: 25 30 31 6 gevonden zijn. — voorm. . komen. - Zegdeen L 93
English
Article 34. Whether, after they had assembled at the Salt River, their direct agreement was not to desert across the Hottentot mountains to the Caffres. States yes. Article 35. Whether they did not in the dunes strike off the iron rings which their fellow-prisoner Jonas had around his legs. States yes, all together having cut them open with a chopping knife. Article 36. Whether there was not a conspiracy to remain faithful to one another, and who among them was the leader or captain. States that Jonas was indeed the guide, but that for the rest they all together had an equal say. Article 37. Whether Jonas did not act as a guide. States yes. Article 38. Whether they did not, in their desertion, stay at several places, where and with whom. States that he cannot name them because he was not acquainted with those people. Article 39. Whether they also had the intention to murder at one of those places. States no. Article 40. What prevented them from doing so. States because they still had food. Article 41. Whether, after they had taken all the means for their intention to succeed happily, each of them was not provided with lethal weapons. Lapsed. Article 42. Who then was the instigator of such. Lapsed. Article 43. Article 43½. States that he, the defendant, had nothing other than a knife, but that the others were each provided with something else. Article 44. Whether they did not finally, on the 21st of the just departed month of October, come to the farm De Honingklip belonging to the burgher Sebastiaan Rotman. States yes. Article 45. Whether they then did not also show that pass. States that Andries showed those passes to the tailor who was there in the house. Article 46. Whether on that occasion it was not already decided among them to murder and plunder if time and opportunity allowed them to do so. States no. Article 47. Whether they also had any hatred or grudge against the household of the aforementioned Rotman. States no. Article 48. Whether the other defendants then stayed far from the farm. States that when they arrived at the farm, Andries asked the houseboy, "Who is here in the house, and can we get something to eat, for we are faint with hunger?" Article 49. Whether he, the defendant, did not spy on that household, and upon the report that he, the defendant, brought to the other defendants, they did not directly decide to go to the farm. Lapsed. Article 50. Whether this was agreed to by all the defendants. Lapsed. Article 51. Who among them first proposed to kill everyone there. States further, when they wanted to go to sleep, August and Andries first, and afterwards Damon and Welkom, said, "Come, let us murder everyone here on the farm," to which they all willingly agreed. Article 52. What time in the afternoon they arrived at the place of Rotman. States towards the evening, namely with sunset. Article 53. Whether the wife of Rotman, because her husband was not at home, did not ask them for a pass. States that the tailor asked for it, and talked with the woman. Article 54. Whether, after they showed that pass, the woman did not shelter them and provide them with proper food and drink. States yes. Article 55. What time in the evening they went to sleep. States according to his guess around eight o'clock. Article 56. Whether they did not, instead of going to sleep, prepare to seize their moment when the entire household would have fallen asleep. States yes. Article 57. Lapsed. Article 58. Whether there was not a European servant in that household. States yes. Article 59. Who murdered that European. States Damon. Article 60. How many persons, including the children and slaves, were in the house. States a woman, a tailor, three or four children—which he does not know exactly—three slave maids, and a boy. Article 61. Who among them stabbed all those people, to specify them distinctly, and in what manner. States that he, the prisoner, stabbed the slave boy with two wounds, that he, the defendant, to wit, and that he, the defendant, and the other whom Damon killed— Article 62. Who killed the slave Hector, and in what manner and with how many wounds. States Welkom and he, the defendant, with a chopping knife. Article 63. Who chopped open the room in which the wife of the above-mentioned Rotman was with her children, and with what. States that Andries incited them, and he, the prisoner, made it open with a chopping knife. Article 64. Who murdered the three children of him, Rotman. States of which two children— Article 65. Who killed the wife of him, Rotman, and in what manner. States he, the prisoner, after she had first received a blow with a knobkerrie from Andries—who was standing outside the window to keep watch since the woman had tried to flee through the window—so that she fell inside, he, the defendant, had also beaten the woman with the child with a knobkerrie for so long that she gave up the ghost. Damon stabbed two maids who were sleeping in the front room, as well as the tailor, and also one of the children. Jonas stabbed the maid who was lying under the bedstead. Welkom, he, the defendant, did not see him stab anyone, but he had heard from Welkom himself that he had stabbed another maid, so that the excrement, saving your presence, came out of the belly, and also the tailor, and that the knife remained in the belly of the tailor. Andries struck the woman who tried to flee through the window, so that she fell inside. August stabbed no one, as far as he, the defendant, knows, but only went to seek out the tailor. The slave Damon, entering, states that another child who was running around in the room was struck, but does not know who did it. States further that he, the defendant, only has it by hearsay that Damon killed a child. Article 66. Lapsed.
Dutch transcription
Art: 43½ heeft gehad als een met maar dat de andere ieder zegt dat hij ged: niet anders van iets anders is voorzien zegd dat Ionas wel de wegwij Der is geweest maar dat zij. voor 't overige alle te zamen even veel te zeggen hebben gehad zegd Ja. Legt Sa Zegt Ia alle te samen met een Kapmes zulx te hebben open zegd zulx niet te kunnen noemen door dien hij geen kennis heeft gehad aan die menschen. zegd om dat zijl: rog gew zegd dat Andrie die briefjes vertoond heeft aan de Snij 36 en wie van hun de opperste of Capitein is geweest 36 Ofer geen Samen zweering is geweest om malkanderen getrou te blijven of na dat zijl: aan de zoute rivier bij malkanderen gekomen waren niet direct hun afspraa was, om over 't hottentot gebergt na de Caffers te drossen! of zijl: niet in de duijnen de ringen die hun mede get: Jonas slagen. om de beenen had, hebben afgezegd dat toenzijl: op de plaats 38. of Jonas niet als wegwoyker gedoed heeft! 40 zijn geweest in hun opdrossen. waar en bij wien al Of zij ook intentie hebben gehad om te moorden op een dierplaatsen 43 wat hem daar in heeft belet 42 Vervald. Legd Seen! wie van hun het Eerst geproponeerd gekomen zyn had Andries ge heeft om aldaar alles om 't leven „vraagd aan de Iongen van te brengen. 't huijs, me is hier in 't huis en kunnen wij wel ick te eeten krijgen want wij zijn flaauw van de Jonger of zijl: niet op verscheide plaatsen zegd nader toen zij hebben willen gaan slaapen heeft Eerst Auc„ gast en Andries en naderhand Samen en welkom gezegd komt laaten wij hier op de plaats alles vermoorden en waar in zij alle gewillig hebben toegeskemd. 49 of zulx door alle de ged: is toege semd geworden. 50 of hi ged. dat huijshouden niet heeft verspied„ . 61 of de overige ged: zig verre vande Plaats als toen hebben opgehouden 47 of zijl: ook eenigen haat of nijd op het huijshouden van eeven gem: Rotman hebben gehad. of bij die gelegenheid onder hen niet alrad beslooten was, om Indien hun de tijd en gelegenheid zulx toe liet als dan te woorden en te plen deren. 45 of zijl: toen niet dat briefje ook hebben vertoond of zijl: niet eijndelijk op den 21 der even afgewekene maand October Op de plaats de Coningklip den burger Sebastiaan Rotman toe behorende zijn gekoomen! wie de aanraaders dan in zoo een geweest zijn. Zegd Zal der die daar in huijs was. Zegd Neen. Zegd Neen Of na dat zij alle ingedienten Vervald. tot hun voorneemen om daar in gelukkig te slaagen mede hadde genomen niet ijder van hun van moordgeweeren i voor gebrek aan Eeten hadden. Art: 43½ Art: 52. geweest 8 - zien geworden. Art: 34 99 E . Zegd Ja. 48 46 ƒ 44 : gemaakt. Zegd. Ja. zegd Ja. zegd Neen Vervald. zegd: omtrend tegen den avond en wel met het ondergaan zegd dat de snijder zulx ge vraagd heeft, en met de vrouw zigd na zijn gissing omtrend Agt uuren. zegd d'amon. zegd Een vrouw, Een Snyder drie a vier kinderen het geen hij niet regt en weet, drie te weeten, en die hij ged en de Andere die &amon omt zegd waar van 2 Kinderen zegd hij gev: na dat zij alvoo van Andries ontvangen had Zegd Welkom en hij ga: met een kapmes en op 't rapport dat hij ged: de an„ „dere ged: gebragt heeft niet direct en beslooten naar de plaats te gaan. hoe laat in den agtermiddag zijl ter plaatse van Rotman gekomen zijn 53 54 Of de Vrouw van Rotman ver mids haar man niet te huis was henl: niet na een pad briefje heeft gevraagd of na dat zijl: dat padbriefje vertoond hebben niet de vrouw hun heeft geherbergd en van behoorlyk Eeten en drinken heeft bezorgd! hoelaat in den avond zijl: gaan slaapen zijn. of zijl: niet in stede van te gaan slapen hebben gemaakt om hun tijd waarteneemen wanneer het geheele misgelen zoude in slaap geraakt zijn. 50 of niet in dat huis gezin een En ropeesche knegt zich bevond wie die Europes geword heeeft 60 hoe veel perzoonen en met de Rin deren en slaven mede gerekend wel in huis woren. wie van hun alle die menschen Iongen heeft gestooken gestooken hebben, dezelve met 2 worden, dat hij ged: distinct op te geeven, en op wat zegd, dat hij gov: de slaven Meeden, Een Iongen zegd dat Andries hen opgewekt zegd hij get: 64 Wie de huisvrouw van hem Rot en op wat manier! wie de drie kinderen van hem Rotman hebben vermoord rens Een slag met de kirrij man heeft om 't leeven gebragt wie de kamer daar de huisvrouw van bovengem Rotman met haare kinderen in waaren open gehakt, en waar mede. Art 62 Wle de Slaaf Dector heeft om bleeven gebragt, en op wat na nier en hoe veel worden. nog de Vrouw met het Iongste kind, na dat die alvoorens van Andries die buiten het vengster stond op te passen vermits die vrouw uit het vengster had willen vlugten, een slag met een kirrij heeft gekregen, dat zij na binnen is gevallen, had hij ged: de vrouw met het kind zo lange met een kirrij mede geslagen dat zij de geest gegeeven had d'amon heeft 2 meeden gestooken die in 't voorhuis sliepen als mede de snijder, ook een van de kinderen — Jonas de Meid die onder de kadel geleegen heeft. welkom heeft hij ged: niet gezien, dat iemand gestooken heeft maar had hij zelvs van welkom vernomen dat hij nog een meed zoude gestooken hebben, dat haar de drek /S: V: (uit de buyk gekomen is, ook de snyder en dat het mes nog in de buijk van de Snijder gebleeven is. Andries heeft de vrouw die uit het vengster wilde vlugten geslagen dat zij na binnen gevallen is August heeft niemand gestooken voor zo verre hij ged: weet, als alleen heeft hij de snijder gaan opzoeken de Slaas d'amon binnen treedende zegd dat er nog een kind dat in de kamer rond liep is geslagen maar niet te weeten wie zulx gedaan heeft zegd nader dat hij ged maar van horen zeggen heeft dat damon een kind zoude dood geslagen hebben ƒ nog manier. laven heeft gebragt. Art: 66 derzon. zegd Ja. had. Zegd Da 6 ƒ 55 6 Art. 52 63
English
States that he indeed saw the maid, although Jonas says that they all went together. States yes, that Welkom broke open all the chests and cupboards and furthermore all stole as much as they could carry. Three watches, five rolls of satin, two lining chintzes. States six or seven coats. States that he, the interrogated, does not know such, but that Welkom was last in the house. States no. Have now, it is time to fight, let us leave nothing over. Whether or not the maid hid under the bedstead with two children of Rotman, but not the 2 children. Article 68. Which of them incited the others the most, or whether they were all of one mind, Damon and Welkom first, and carried out that murder with pleasure. What all they robbed. A pair of silver shoe and knee buckles, and furthermore an amount of five rixdollars in cash. What reason they, the interrogated, had to leave also a black coat, camisole, and trousers, and lampar, also a shirt for the woman and one for the man. Who did or attempted such. Until how late in the night or morning they remained at the place. Where they then betook themselves. States to the mountains in the woods. To be. States until around midnight. States yes, as he heard, Damon said. Captain at the place. States by the Hottentot of the aforementioned Hoppe. By whom and whereabouts they were taken prisoner. Article 82. Whether or not, when they saw themselves betrayed, a decision was unanimously taken among them to defend themselves to the last man rather than surrender willingly. Who that was, and whether such did not happen to spy out the situation of the aforementioned place. Lapses. States that he, the interrogated, went with another three of his comrades on a certain night to the place of Hendrik Box to the Kaaimans River to steal sheep, while Jonas remained with the goods, and that he, the interrogated, having then strayed from his other comrades, was thus forced to go back to that place, where he was then also taken prisoner. Whether they did not send one of their number to the place of the burgher Hendrik Hott. What hindered them in this. Whether they did not follow several wagons in order to pillage them as well. States yes, that Andries indeed spoke of following and pillaging the wagons, and that they answered thereto, the one would not be over and would you begin the other again. Whether he, the interrogated, with the others, after committing the abominable murders, did not break open all the chests and cupboards that were in that house and robbed and stole whatever they could carry off. States as before. Who wounded the slave Marthia. Article 66. States Jonas did. Whether they did not intend to raid more places. Whether they went further inland, or rather back Cape-wards. Article 71. Article 83. States towards the Cape. Article 75. Article 76. Article 77. Article 80. Article 81. Lapses. Clothes and cash. States yes. States that Jonas knew that house and said it is a smouse, and that Andries wanted to go there by force, while the others wanted to sleep in the field. States that he was forced to participate, because otherwise they would have killed him. States being unable to give any reason for that. States no. Hout Bay, there he. States not having done it to his excuse. States yes, knowing well that he stabbed a boy, and that this boy died. Whether they also had any acquaintance in the house of the aforementioned Rotman. States nothing other than in the. States that the billhook belonged to Damon, and the other to Jonas. States no. Whether the prisoner for his personal part made himself guilty of more words. Article 90. Whether the interrogated hid the murder weapons. Whom belonged to, and who used the other Welkom and one of the krisses, and to ask what they, the interrogated. Whether any more belonged to their plot. Article 99. States because the others did such, therefore thinking to know. What motivated them to begin such a gruesome and inhumane murder. What he, the interrogated, will further be able to put forward for his excuse. Thus interrogated and answered at the Cape of Good Hope, the 11th of November 1786, before Messrs. Johannes Marthinus Horak and Andries van Sittert, members. Whether he, the interrogated, is not aware of being utterly punishable by this deed and having deserved death. And that one may murder nobody without making oneself guilty of death. Whether the prisoner, looking back now, does not understand having done evil. Did they then tell such to no one. Article 95. If yes, who else were here who knew their intention. Whether they, upon their desertion from here, intended to murder. If yes, to name them. States no. Lapses. Done evil. States yes. States yes. Whether they did not kill more persons in particular or families. Article 88. If yes, to name them. Article 86. If no, how they then could murder that family in cold blood. Whether their committed murder was caused out of vengefulness or happened solely to steal and to rob. States no. Out of. Article 83. Article 84. Article 85. Whether they did not intend to come here to the Cape in order to sell the stolen goods. Whether they are not. Lapses. Article 91. Article 92. Article 93. Article 94. Article 96. Article 97. Article 98. Article 100. Belonged. Lapses.
Dutch transcription
zegd dat hij wel de meid gezien hebben, hoe wel Jonas da zegd dat zij alle te samen gedaan nen zijn gegaan. zegd Ja: dat welk om alle de kisten en kasten heeft Opengebroken en dat voort alle zo veel gestoolen hebben drie Porologies vijf Satijne rollen twee voering Chitzen Zegd zes a zeven Iassen zegt dat hy ged: zulx niet en weet maar dat welkom t laatst in huis geweest is Zegt Nien hebben nu is't tijd om te vegten laaten wij als iet overge of niet de meed onder het ledi heeft maar niet de 2 kinderen kant zig heeft verstooken met twee kinderen van Rotman. 68 wie van hun wel het meeste de andere hebben aangezet dan of „mon en welkom 't eerst naben zij alle eens gezind waren en die moord met genoegen hebben volbrag als zij maar dragen konden wat zijl: al geroofd hebben Een paar zilvere Schoe en broeks geopen en voorts een Party Wat reden zij ged: gehad hebben om vijf rp aan Contanten. als mede een zwarte rok, Camisool en broek en Lampper ook een hemd voor de vrouw en een voor de man te laaten! wis zulx ged aan of gepropeert tot hoe laat in de nogt of nor gen zijl op de plaats verbleven waar zil: als toen zig naar zegt na het gebergte in de toe hebben begeeven. zijn. zegd tot omtrend mid derwagt zegd Ia zo als hij gehoord heeft, zoude damon gezegd Captein op de Plaats zegd door de Pottentot van eevengem Hoppe door wien en waar omtrend zijt: gevangen genoomen zijn. 82 of niet toen zijl: zig verraden zagen een besluit onder hun een parig genoomen is om zig tot de laatste man lieven te verdedigen dan zig goedwillig overtegeven wie die geweest is en of zulx niet is geschied om de gelegen had van de gem: plaats aftezien Vervald. zegd dat hij ga: met nog ande of zijl: niet nog een van hun te veer van zijne makkers hebben gezonden na de plaats van den burger Hendrik Hot op een zekeren nagt gegaan zijn na de plaats van Hendrik Box na de karmelks rivier op schap en te steelen, terwijl Sonas bij de goederen is verbleeven en dat hij ged: toen van zijn andere makkers verdwaald zijnde, dus genoodzaakt was geweest na die plaats te rugte gaan toen dog wierd alwaar hij dan ook gevangen genoomen is geworden. wat hun daarin is hinderlyk geweest Of zijl niet verscheidene wagen zigt Ia dat Andries daar wel van gesprooken heelft zijn nagegaan om dezelve mede om de wagens nategaan en te tespolieeren spolieeren, en dat zil daarop geantwoord hadden, de eene zoude is niet voorbij en wilk gij weder de ander beginnen Ohij ged:t met de andere niet na tpleegen der afschuwelijke moorden zegd als vooren. alle de kisten en kasten die in dat huis waren hebben opengebro ken en geroofd en gestoolen wat zijt: maar mede konde voeren! Wie de Slaven marthia gewond Art: 66 o7 zijl: niet van meening zijn ge weest meerdere plaatzen aftelopen of zijl verder landwaards in zijn gegaan, dan wel terug Caapwaards Art: J=r Art: 83 Zegd Jonas heeft e g v zogt na de Caap Art: 75 96 77 80 81 „ven - heeft - bosschen Vervalt klederen en Contanten - zegd Ja: zegd dat Jonas dat huijs heeft het is een smous en dat Andries met geweld daar na toe heeft willen gaan, terwyl de Legd dat hij genoodzaakt is geweest om mede te doen zegd geen reden daar van to kunnen geeven zegde Neen houtbaay daar heeft hij zegt niet tot zijn verscho„ „de gedaag te hebben. Legt: sa wel te weeten dat hij of zijl: ook eenige kennis in 't huis van gem: Rotman hebben gehad. houden gekend heeft en gezegd andere in't voeld hebben willen slaapen want anders zoude zijl hem hebben om 't leven gebragt. dat die Jonge gestorven is zegt niet anders als in de zegt dat het Dakmes aan diemon, ende andere aan Jonas toebehoord hebben Zegd Neew of de gev: voor zijn prive zig meer aan woorden heeft schul een Iongen gestooken zouder dig gemaakt 90. „de ged: de woord geweeren te ver heeft toebehoord en wie de andere gebruykt hebben: Welkom en een van de krissen, soonen en te vragen. wat har ged=d of er nog neer tot hun Couplot 99 zegt om dat de andere zulx wat hun georn gemoveerd gedaan heeft daarom me„ om zo een gruwelyke en ont„ „menschte moord te beginnen. Wat hij getr: verders tot zijn verschoning zal kunnen „ning te weeten. — bybrengen. Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede Hoop den 11 November 1786 voor de Heeren Johannes Marthinus Horak en Andries van Sittert leeden off hij geen: niet bewust is door deese daad ten uyter„ „sten strafwaardig te zin en de dood verdiend te hebben. En dat men niemand ver„ „moorden mag zonder zig selvs de dood schuldig te maaken. off de gevr: nu van agteren beschouwd niet becrypt kwaar gedaan te hebben. l:zulx dan aan nie„ OD „mand hebben verhaald. 95. zoo Ia wie alhier nog zin geweest die hun voorneemen hebben geweeten. off Lijst bij hun opdrossen van hier van meening zin geweest te moorden. zoo Ja deselve op te geeven? zegd Neen. vervald. kwaad gedaan heeft. zegt: Ja. zegt Ja. of zyl: niet meerder perzoonen in 't bijzonder of huijs gezinnen hebben om 't leeven gebragt. 88 Zo Ia dezelve op te geeven! 86 zo neen hoe zijl dan in koelen moede dat huis gezin hebben kunnen vermoorden. of hun gepleegde moord uit een Legtr: Nees. Wraaklust is veroorzaakt dan„ maar alleen is geschild om te steelen en te rooven weest om alhier na de Caab te„ komen ten einde de geroofde goe deren te verkoopen. of zil niet van meening zijn ge uit Aert: 83 84. 8B Vervald. Arts 92 — 93 = 94. 96. 97. = 98. - = 100. — behoord hebben. Vervald
English
from the Honorable Council of Justice aforesaid, who, together with the examined person and me, the sworn clerk, have also duly signed the original of this. Below stood: In witness whereof I have testified. Was signed: R. J. v. d. Riet, sworn clerk. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the slave Saripa, who, having had these preceding interrogation articles with the answers given thereto read aloud to him clearly and distinctly from word to word, declared that he persisted by them, not desiring that anything more shall be added or done, testifying all the foregoing to be the pure truth. Below stood: Thus reviewed at the Cape of Good Hope, the 17th of November 1786. Was signed, and described around it: this mark was set by the examined person with his own hand. Lower: for the translation, was signed: Hendrik Matthijssen. In the margin: as commissioners, was signed: J. M. Horak and A. van Sittert. Still lower: in my presence, was signed: R. J. v. d. Riet, sworn clerk. Says the 28th of the month of September last. When he, the examined person, ran away from here. Says: besides him, the examined person, Andries of Christiaan Velbron, August of the citizen David Benjamin d'Ailly, Damon of Jochem Janneke, Jonas of Willem van Reenen, Saripa of Jan Buurman also deserted. How many and distinctly specify the same who deserted together with him at that time. Says: Andries and August both first spoke of deserting. Who was the first who spoke of deserting. Article 2. Says: Welkom of Ternate, aged by estimation 27 years, and slave to the widow Daniel Beets. The examined person's name, birthplace, age, and whose slave he is. 5. Says: that when Andries and August had asked him, the examined person, to desert, they said to him, the examined person: you need not be afraid, we will see that we get passes along with us. Whether when he, the examined person, with his other companions had agreed to desert, it was not proposed by one or more of them to take another pass along. Articles caused to be drawn up and handed over to the commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, to show the passes upon the requisition of the sworn clerk Ryno Johannes van der Riet, in his capacity for the conduct of the affairs of the Landdrost of Swellendam, Constant van Nuelt Onkruyt, to be heard. 1. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the slave Welkom of Ternate, slave of the widow Daniel Beets, the answers to be given by him to be duly noted in the margin of this. Review. The passes to be shown to the examined person and to ask whether these are not the passes that were taken along by them. Says: Yes, these are the same passes, and that Andries, named as the first in those passes, also carried them in his bag. Whether he, the examined person, also knows who wrote those passes. Says that he, the examined person, heard that he was with Valentijn of Tampoen to get another pass, as according to their words they had previously had one from him, but that because they could not come to an agreement with him again, they got those passes from a youth who lives in the house of Captain Paulsen, residing here. Says that Andries had asked for it, and indeed that he heard from Andries himself that he had misled that youth. Whether that youth wrote this on his own, or if it was dictated by one of the examined complot, and by whom. Says that it was not written by a person who lives at the house of the military Captain Paulsen, recently arrived here from Batavia, named Johannes Jacobus Fabritius, but that it is as stated before. Who requested those passes from that youth. 10. Whether he, the examined person, did not himself ask that youth for that pass. Says: No. 12. And whether that youth was not urged thereto by his mother, who also lives with the said Paulsen. Says not to know this, because he was not present. 13. Whether that youth was not taken out of school by his mother for that purpose. Lapses. 8. Who received the money for it. Says as before, to that youth. How much was paid for that pass and by whom. Says: that Andries paid two rixdollars for it, according to his own statements. 14. Whether the one who received that money or wrote also knew what the intention was or what was to be carried out. Says: nothing other than that Andries said that he and his companions were butchers' boys. 15. Whether their intention upon deserting from here was also to murder. Says: Yes, that the two Africans constantly spoke of murdering and robbing, but that the opportunity was lacking to them. 16. Whether he, the examined person, or so far as he, the examined person, knows, another of the complot also made that intention known to this or that one of their good friends here. Says: No. 17. If so, who they are, and to specify the same distinctly. Lapses. 18. Where the agreement of him, the examined person, with the others was to meet each other. Says: in the ruins. 19. Whether he, the examined person, or one of them did not linger for a while in the tavern at the Salt River. Says: that Andries waited a whole day at the Salt River in the tavern. 20. Whether they also spent the night there. Lapses.
Dutch transcription
uijt den E: Achtb: Raad van Iustitie voorm: die de minute deses benevens de gevr: ende mij geswclercq mede behoorlijk hebben on„ „derteekend / onderstond/ 't weez doende ik getuigen /was geteekend/ R: J: V: d: Riet gesoclerog Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitt„s uyt den E: Achtb: Raad van Justitie deses gouvernements de staaf zegt den 28 der maand septem„ vanneer hij gevr: van hier is op gearopt. „ber laatsleeden Saripa dewelke dese voorenstaande vraag articulen met de daar op gegeevene ante „woorden van woorde tot woorden klaar zegt: buiten hem gevr: zyn nog hoe veel en wil deselve distrnct en duidelyk voorgeleesen zynde verklaar„ gedrost Andries van Clres„ op te geeven met hem als toen „de daar bij te blyven persisteeren niet be„ „tiaan velbron August van zyn mede gedrost. „geerende dat er iets meer bygevoegd ofte den burger David Benjamin gedaan werden zal betuygende al 't vooren D' Ailli Damon van Jochem „staande de zuyvere waarheid te zyn /on„ Ianneke Ionas van Willem van Reenen Saripa van Ian „derstond/ aldus gerecolleerd aan Cabo de Buurman. goede Hoop den 17 November 1786 /:was getekend/ en daar om beschreeven dit smerk heeft den gevr: eygenhandig gesteld zegd: andries en August heb wie de eerste is geweest die „beijt eerst van arossen van 't drossen gesprooken heeft /Lager:/ voor de vertolking /was getekend gesprooken. Hend„k Matthijssen /:in margine:/ als ge„ „Committ„s /was getekend:/ I: M: Hosak en A: van Sitteet /nog lager mij prasent /:was getekend B: J. V: d: Riet geswClezcq 2. art s. zegd Welkom van Ternaten des geor: Naam geboorte oud na gissing 27 Jaaren plaats ouderdom en wiens Lyf„ Eygen hij is. en Lyfeygen aan de weede¬ Daniel Beets. 5. zegd: dat wanneer Andries Off wanneer hij gevr: met zijn en august hem gevn: hadde overige makers afgesprooken aangesogt om te rrossen zoo had om te drossen niet door een hebben zy teegen hem gevr: dan wel meer is geproponeerd gesegd gij behoefd niet om weeder een als briefje bevreest te zijn wij zullen maaken dat wij briefjes med mede te neemen! krygen. Articulen gedaan maken ondergeteekende gecommitt s en aan heeren gecommitt„s uyt den E: Agtb: Raed van uit den E: Acttb: Raade van Justitie dezes gouvernements Justitie deses gouverne„ den slaas Welkom dewelke „ ments overgegeeven om ter op de nevenstaande vaan requisitie aan den geswclercq de gevr: de briefjes te vertoo„ „gen zoodanige antwoorden Legt: Ja dat zijn deselve gegeeven heeft als beleeden Rind Joh:s van der Riet in „nen en te vragen of dit niet briefjes en dat &naries een ieder derzelver staat Hco. gequalificeerd ter waar de briefjes zijn die door hun zulx als de Eerste in dien zijn mede genomen. nemingen der zaaken van briefjes genoemd ook in den Lnddrost van Swellen„ zijn zal gedragen heeft. dam Constant van Nuet Compareerde voor ons onkruyt gehoord te worden zagt dat hij getr. gehoord 1. off hij gevr: ook weets wie die den Slaas Welkam van Ter„ naten Leyfeygen van de weede Daniel Beets sullende deszelve te geevene responsiven in mar„ gine deser behoorlijk worden bekend gesteld! Recollement. heeft. briefjes aangetekent. den 6 ƒ — 4. - 0. 88 6. - heeft dat hij bij valentijn van briefjes geschreeven heeft. Legd. dat andries zulx had gevraagd en wel dat hij van andries zelfs vernomen zegd: zulx niet te weeten vermits hy daar niet Vervald. Vervald. zegd Jadat de Twee africaan„ „ben van moorden en zooven maar dat 't hun aan de ge„ „legendheyd ontbrooken heefft. Tampoen geweest zij om weeder een briefje te krygen, gelyk zegt volgens hun gezegde te vooren van hem een gehad hadden maar dat terwijl zyl: bij hem niet weeder konde klaar raaken zoo hebben zyl: die briefjes van een Jongeling die in 't huis van de hier remoreerende Captain paulsen woond gekreegen. zegd. t den naam niet te weeten 't zulx niet is geschreeven door een persoon die ten huise van aen maar wel dat zoo als vooren. Onlangs alhier van batavia aan„ „gekomene Capitain militair Paulsen woond in naame Johan„ „nes Jacobus Fabritius. wie die briefjes aan dien Jongeling heeft versogt. 8 heeft dat hij die Jongeling zoud misleyd hebben. off dien Jongeling zulx geschree„ „ven heeft uyt zyn eygen, dan wel door een van de gevn. Complot is voorgezegd en door wien. —. 10. off hij geor: dien Jongeling om dat briefje niet selve heeft Versogt 12. en of dien Jongeling niet door zijn moeder die meede bij gem: Paulsen woond daar toe is aangeset geworden. off dien Jongeling tot dat eyn„ „de door zyn moeder niet is uit —: 13. dag aan het zoute devier in zegt. dat andries een geheele 186 zogd: in de ruijnen. Vervald. Legt: Neen. —. 17. Off hun voornemen bij op „ders geduurig gesprooken heb„ drossing van hier ook geweest is om te moorden. Off hij gevr: dan wel voor zo verre hy getr: weet een ander van 't Complot dat voorneemen aan deese of geene van hun goede vrienden alhier ook hebbe bekend gemaakt 19. zoo Ia wie die zijn en deselve distinct op te geeven. waar de afspraak was van hem gevn: met de andere om bij Telkanderen te komen. 20. —: 21. Off hij geor: dan wel een van hun in de schaggerij aan de zoute revier de schaggerij gewagt heeft niet een poosje hebben vertoefd. . 22. off zijl des nachts ook aldaar 18. Off die geene die dat geld Legd. niet anders als dat andries gesegd heeft dat hij ontvangen of geschreeven ook en zijn makers Mlagters Jon„ geweezen heeft wat het resseij„ is geweest of wat ers zoude uijt„ „gevoerd worden. „gens waaren.— zegd als vooren aan deen „gens zijn eygen gesegdens twee rykst:s heeft betaald. zegd: dat andries daar voor vol„ Art: 8. Wie dat geld daar voor heeft ontvangen. hoe veel voor dat briefje is betaald en door wien zegd: zulx niet te weeten. zijn Iongeling. — = 16. „ 15. Art: 14. — 11. - bij is geweest. — school gehaald. art t Legd. Nees.
English
Article 23. Whether he, the prisoner, or who among them, had acquaintance with the Mohammedan priest Norman. Answers: That Jonas had such, but where he got it, he does not know. Article 24. Whether that priest also knew of their intention. Answers: That Jonas well knew of it, but further, nothing. Article 25. The talisman being shown to the prisoner, and asked who procured that for them. Answers: Does not know such, but that Laripa did sometimes burn and drink something. Article 26. Whether they were also given any assurance of the power of the incantation, and by whom. Answers: To have heard that talismans served for security. Article 27. Whether the said prisoner also knows what purpose such talismans were properly meant to serve. Answers: Says now to know nothing of that. Article 28. Whether he, the prisoner, did not know the substantive contents of the superscriptions. Answers: No. Article 29. Whether all the prisoners believed in the power of the execution of that note. Answers: Says not to know such. Article 30. Whether he, the prisoner, also knows who took the powders along. Answers: Laripa, Damon, and Jonas had powders. Article 31. From whom they received those powders. Answers: No. Article 32. What was to be carried out therewith. Answers: Yes. Article 33. Whether after they had taken all ingredients along to their enterprise in order to succeed happily therein, each of them was not provided with murder weapons. Answers: Yes, a chopping knife, an ordinary knife, and an English sword that he, the prisoner, took from home. Article 34. Whether after they had come together at the Sout Rivier, it was not immediately their agreement to desert over the Hottentots Holland mountains to the Caffres. Answers: Yes, all of them together. Article 35. Whether they did not in the dunes strike off the rings that their fellow prisoner Jonas had around his legs. Answers: Taken off the rings. Article 36. Whether Jonas did not serve as guide. Answers: Yes. Article 37. And who among them was the leader or captain. Answers: That August and Andries were the heads of the plot and Jonas the guide. Article 38. Whether there was not a conspiracy to remain faithful to one another. Answers: No. Damon entering says to the prisoner to his face the truth thereof, that they continually swore the oath of fidelity whenever they had wine, never to leave one another and to die together. The prisoner now says that they indeed said, we shall remain faithful to one another. Article 39. Whether they were not at various places in their desertion. Answers: Yes. Article 40. Where and with whom they were accommodated. Answers: Says not to be able to name all the places properly, but at last they were at the place of Sebastiaan Rotman at the Honingklip. Article 41. Whether they also had the intention to murder at one of those places. Answers: No. Article 42. What prevented them therein. Answers: Says because they were still provided with food, they were thus prevented by that. Article 43. Who the instigators were in such a case. Answers: Says the one as well as the other thereof, and that they had spoken together about it and that it was agreed to by all of them. Article 44. Whether they did not finally on the 20th of the recently past month of October come to the place the Honingklip belonging to the burgher Sebastiaan Rotman. Answers: Says yes, all of them together. Article 45. Whether on that occasion it was not decided among them there that if time and opportunity permitted them, they would then murder and plunder. Answers: That Andries and August were the first who spoke of murdering, and indeed that August said on the occasion that they wanted to send him inside, saying here it is now the time, now you can begin it, for here we are still human beings. Article 46. Whether they did not then also show that note. Answers: Says yes, that Andries showed those notes to the tailor. Article 47. Whether the wife of Rotman, seeing that her husband was not at home, did not ask them for a pass. Answers: Says no, the tailor asked such. Article 48. Whether after they showed that pass, the woman did not shelter them and provide them with proper food and drink. Answers: Says yes. Article 49. Whether he, the prisoner, did not spy on that household. Answers: Says among other things that he, the prisoner, had stolen money on the road in one of the Hottentot kraals and Damon the clothes, and that the Hottentots pursued them, being thereafter taken prisoner, and when they gave back the stolen goods, they were then released again. Article 50. Whether the remaining prisoners kept themselves far from the place at that time. Answers: Says no, to know no reason. Article 51. And upon the report that he, the prisoner, brought to the other prisoners, it was not immediately decided to go to the place. Lapsed. Article 52. How late in the afternoon they came to the place of Rotman. Answers: Says around toward evening. Article 53. Who among them first proposed to kill everyone there. Answers: That August and Andries spoke of that first. Article 54. Whether such was agreed to by all the prisoners. Answers: Yes. Article 55. Whether they had any hatred or envy toward the household of the aforementioned Rotman. Answers: No.
Dutch transcription
art 33 Legd. La: zegd Neen hebben poeyers gehad. „zegd zulx niet te weeten maar dat Laripa wel somtyds iets gebrand en gedronken heeft. zegd sa Een kapmess een ordi„ zegd Ia alle te samen hebben „ 24. 't die priester van hun voor „neemen ook geweeten heeft. zegd: dat Jonas zulx gehad heeft Aen gevr: 't Lootje te vertoonen maar waar hij t gekreegen en te vragen wil hun dat heeft heeft niet te weeten.. bezorgd. „ 25. = 26. off hun ook eenige versekering is zegd! dat Jonas zulx wel geweeten gegeeven van de kragt van de heeft maar verders niet. — besweering en door wien! — 27. off den gesz: ook weet waar toe eij¬ zegd. gehoord te hebben dat rier„ „gelyke Lootjes tot zeekerhyd „gentlyk dat Lootje dienen zouden. diende.—. Legd. Thans niets daar van te weeten Legd: Neen. — Legd: sulx niet te weeten. — Legd: Laripa Daman en Jonas _ 32. wat daar mede zoude uytge¬ „voert worden. Legd Ia. van wien zy die poeyers gekregen hebben. 30. van hun off hij geoz: ook weet wie de poeij zegd Ia. „ers heeft mede genomen. —: 28 off hij geer niet den zaakelyken inhoud van de super schriften wees —. 29. of alle de geez: van de kragte der uijtvoeringe van dat briefje heb„ „ben geloofd. de kinges afgehaald. zegd Ia. Legd dat August en Andries En wie van hun de opperste of de hoofden zyn geweest van Capitain is geweest 't Complot en Jonas de weg„ „wijser. zegd Neen. Off er geen samen sweering Damon binnen treedende is geweest om malkanderen zegd den geor: in facie de trouw te blyven. waarheijd daar van aan dat zy gedeeurig hebben ge„ swooren den Eed van trouw als zi maar wijn hadden van malkanderen nimmer te verlaaten en te saamen te sterven. de geor: zegd thans dat zijt: wel gesegd hebben wij zullen malkan„ „deren getrouw blyven off na dat zyl: aan de sout„ terevier bij malkanderen gekoomen waaren niet direct heen afspraak was om over t hottentots hollands gebergt na de Caffers te arossen. off zil: niet in de duijnen de ringen die hun mede gev„ Jonas om de beenen had, hebben afgeslaagen. of Janas niet als wegwysen gediend heeft 39. off zijl: niet op verschijde plaatsen zyn geweest in hun op drossen — 40. Waar en bij wien als 38. = 36. „ 34. tot hun voorneemen om daar „den genomen niet ieder van hun van moord geweeren is voorzien geweest deegen die hij gevn van huis in gelukkig te slagen mede had„ of na dat zij alle ingredienten mede genomen heeft. zijn gelogeert geweest. Art 23. off hij gevz: dan wel wie van hun kennis met den mahometaar„ „schen priester Norman hebben gehad. zegd. alle de plaatsen niet „nairen mes en Een engelsche - = 35. = 37. — . ten art —. 31. Legd Neen. „ 22 ten regten te kunnen noemen maar ten Laatsten zyn zyl: „ning klip. — geweest op de plaats van sebastiaan Rotman aan de Hteu„ zegd om dat zy t: nog van kost voorsien waaren ge„ te saamen gesprooken te zegd Ja dat Andries die briefjes aan de snijder vertoont heeft. — zegd Neen de snyder heeft zulx gevraagd. — hebben en dat daar in door om leeven te brengen. „ten. zegd Neew geen reden te wee„ zegd sonder anderen dat hij gevr: op de weg in een der Hof„ „tentots Craalen geld gestoolen had„ en damon de kleederen en dat de Hottentots hun vervolgd, zynde daar na gevan= „gen genomen, en wanneer zyl: 't gestolen weder gegeeven hadden als toen weder gelargeert hun alle was toegestemd zegd Ia alle te samen. —. 42. Wat hun daar in heeft belet „weest dus daar door belet te zijn.— Wie de aanraaders dan in andere daar van en dus zoo een geval zyn geweest. 44. off zyl: niet eyndelyk op den 20 der even afgeweekene maand October op de plaats de Honing klip den burger Sebastiaan Rotman toe behoo„ zegd omtrend tegens den „rende zijn gekoomen. zegd de Een zoo wel als te Logd dat Andries en August off bij die geleegentheid onder hun niet aldeers beslooten de Eerste geweest zijn die was om in dien hun de tijd en ge„ van moorden gesprooken hebben en wel dat august„ legentheid zald toeliet als gesegd heeft bij geleegent dan te moorden en te plunde„ „hijd dat zil: hem hebben „ten! willen na binnen zenden, met te zeggen hier is 't nu den tijd nu kend zij 't beginnen, want hier zijn wy nog menschen. — 46. of zyl toen niet dat briefjes ook hebben vertoond. = 45. 43. art 41. Off zij ook intentie hebben gehad om te moorden op een dier plaatsen. zegd: Ia. Legd Neen. Vervald. Vervald. zegd Ja. Off de vrouw van Rotman Vermias haar man niet te huis was, hun lieden niet na een paxbriefje heeft ge„ „vraagd. Off na dat zijlieden dat padbriefje vertoond hebben, niet de vrouws hun heeft ge„ herbergd en van behoorlijk eeten en drinken heeft versorgt. hoe laat in den agtermiddag zijl: ter plaatse van Bate„ „man gekomen zyn. en op t rapport, dat hij geors¬ de ander gevr„ gebragt heeft niet direct is beslooten na de plaats te gaan. 52 „ 53. Off de overige gev„s zig verre van de plaats als toen hebben opgehouden. Off hij gevr: dat huijs houden niet heeft verspad. — 50. „ 49 Off zulx door alle de gevre: was toegestemd geworden. zegd dat August en Andries Wie van hun 't Eerste gepropo daar 't eerst van gesprooken weerd heeft om aldaar alles = 48. ½ huishouden van evengem: Rotman hebben gehad. Off zil: ook eenige haat of nijd art - — - - hebben. zegd Ia. Avond. — 54. — 55. Art - 51 - art: 47.
English
and subsequently, when he, the interrogated person, had opened the door, waited until everyone should have fallen asleep. says by estimation at eight o'clock. how late in the evening they, whether they, instead of going to sleep, did not stay awake to bide their time when the entire household should have fallen asleep. says yes, stayed awake and did not go to sleep, and that his fellow conspirators had gone to sleep. whether or not an European servant was present in this household. says yes. Who wounded this European. says Damon wounded the tailor with two stabs, and that he, the servant, still called out, O God almighty, and that he, the interrogated person, did not stab as the others say, but that he only alleged such because he feared that it would be made a reproach against him. how many persons, including the children and slaves, were in the house. says a woman, two children, three maids, two boys, of whom one slept in the sheep kraal. Who of them, the prisoners, stabbed all the people, to specify the same distinctly, and in what manner they set about and executed all this. Laripa declares. says Damon stabbed the tailor with two stabs, and that Damon also stabbed two maids, the one with one stab and the other with six stabs, and that Damon also said, because he had to give two stabs, God damn, what a long maid she is, can I not get her, and subsequently also a child inside the room, which he, the interrogated person, saw himself. Jonas says. Laripa wounded the boy Hector with two stabs. where they have ended up, not knowing about the others. says that Laripa murdered one and Damon murdered one child, but who murdered the three children of him, Rotman. Who wounded the female slave Martha. says Damon with two wounds. Who took the life of the wife of him, Rotman, and in what manner. says he, the interrogated person, with Laripa with a chopping knife; then the said Laripa also struck the woman and the youngest child with a kierie for so long that he believed they were dead; and that Jonas wounded a maid under the bedstead without knowing whether such was fatal; and while Andries and Jonas were on guard outside by the window so that no one should escape, Andries gave the woman who wanted to escape from there, as the door was opened, a blow with a kierie until she fell inwards; and that he, the deponent, committed no murders, but said such simply to satisfy his mates; but that he, the interrogated person, opened all the chests, violently plundered and stole whatever he could get, and as far as he knows August committed no murders. Thanes declares further that if the servant should have three stabs, it might well be that he gave one stab. Who chopped open the room where the wife of the above-mentioned Rotman was with her children, and with what. says Saripa with two wounds. Who took the life of the slave Hector, and in what manner, and how many wounds. whether the maid did not hide under the bedstead with two children of Rotman. says of the maid, yes, but of the children, does not know. Who of them incited the others the most, or whether they were all of one mind and accomplished that murder with pleasure. says that they all agreed to it together and also executed everything unanimously. whether they did not intend to raid more farms. says no. says further that Jonas also went to the farm of a certain Smith to spy, in order to plunder and murder there as well, because according to Jonas a man lives there alone; however, upon his return Jonas had said that there was no one and the farm was abandoned, whereupon he, the interrogated person, went there with Andries just to have a look at that farm. Whether he, the deponent, with the others after committing the dreadful murders did not break open all the chests and cupboards that were in that house, plundered and stole whatever they could carry along. says seven coats as far as he, the deponent, knows, six satin rolls, three watches, a silver clasp purse, a pair of silver shoe and breeches buckles, two pieces of lining chintz, and what they all plundered, furthermore a lot of clothes and cash as well as a gold ring and a pair of gold buttons. what reasons they, the interrogated persons, had to leave five rixdollars in cash as well as a black coat, waistcoat and breeches and crepe, also a shirt for the woman and one for the man. says, knows nothing of that. who did or proposed such. Lapsed. until how late in the night or in the morning they remained on the farm. says around midnight. says as before. Whether they did not send one of their number to the farm of the burgher Hendrik Hop. says that he, the deponent, with two more of his mates went to the farm of Hop in the night to steal sheep, while Jonas remained with the goods, and that Laripa, when he got lost that night due to the darkness. What hindered them in this. says that Andries proposed, while they saw a wagon, to go there to plunder it, but that it was unanimously said by them, one debt is not over yet and do you now want to start another again. whether they did not pursue several wagons to plunder the same as well. says that they set out again on the way towards here, with the intention to sell all the goods here at the Cape, and then, whenever all the goods might be sold, to set out on the road again with a forged pass. where they went further inland or back towards the Cape.
Dutch transcription
en nog vervolgens wanneer hij gevr: de deur geopend had gewagt tot alles zoude in slaap geraakt zyn 5 — steeken en had dien snij„ „den gaan slaap en zyn v. zegt ds a gissing agt uuren. — hoe laat in den avond Zylie„ off zylieden niet in steede van „waakt, om hun tijd waar te nemen, wanneer het geheele huis gesin zoude in slaap ge„ zegd Ja waker gebleeven en te gaan slaapen hebben ge„ „raakt zijn. — — 58. off niet in dit huijsgesin een Europeese knegt zig be„ Wie dien Europees gewond heeft niet gestooken heeft zoo als de andere zeggen, maar dat hij geor: zulx alleen heeft voorgeevend, om dat hij be„ hoe veele persoonen en met de kinderen en slaven mede „deren drie myden twee gerekend wel in huys waaren Iongens waar van een in de schaapen Craal geslaapen heeft. — „rreest was dat het hem tot verwyd zoude streken. — zegd een vrouw, Twee kin„ —. 60. „der nog geroepen O. god al„ „magtig en dat hij de knegt zegd Damon heeft de snijn Wie van hun gev„s alle de Legd Laripa. menschen gestooken hebben „der gestooken met twee 8 steeken en dat Samon nog deselve distinct op te geeven twee mydes gestooken heeft en op wat manier zij dit alles de Eene met eer steek en de hebben in't werk gestelt en andere met ses steeken, en dat Damon nog gesegd heeft ter uytvoer gebragt. om dat hy twee eteek en geven moest god dome, wat heefd de Mijd Lank, kan ik haar niet 6 krijgen en vervolgens nog een kind binnen in de Camer het geen hij gevr: zelfs gesien heeft.— Zegd Jonas. Laripa heeft de Jonge Hector met twee steeken gewond — 61. waar die beland zyn van de anderen niet te weeten zegt dat Larepa Een en Damon wie de drie kinderen van een kind gemoord hebben maar hem Rotman hebben vermoord, Wie de Slavin Martha ge„ = 66. 64. Wie den huis vrouw van hem Rotman heeft om 't leeven gebragt en op wat manier die de Camer daar de huijs„ „vrouw van bovengem: rok„ man met haar kinderen opengehakt heeft en waar meede. zegd hij gebr: met Laripa. art: 62. Wie den slaaf Hector heeft Legd Saripa met twee won„ om 't leeven gebragt en op wat manier en hoe veel wonden met een kapmes, zoo had gemelde Saripa nog de vrouw en 't Jongste kind met een kirnij zoo lang geslaagen, dat hij meede dat zy lieden dood waren en dat Jonas een meyd onder 't Ledekant gewond heeft, zonder te weeten of zulks doodelijk is geweest en terwijl andries en Jonas buyten bijt vengster de wagt habden dat er niemand uyt vlug„ ten soude, zoo heeft Andries de vrouw die daar uyt vlugten wou, vermids de deur geopend wierd een slag met een kirrij gegeeven, tot dat sy na binnen gevallen is, en dat hy getz: geen moorden gepleegd heeft, maar zulx simpel gezegd te hebben, om zyne makers te vreede te stellen, maar dat hij gevn: alle de kisten geopend heeft met geweld gerofd en gestoolen had wat hij maar keygen kan en voor zo verre hij weet heeft August geene woorden gepleegd. — Legt thanes nader dat zoo indien de knegt drie steeken mogte hebben het dan wel weesen kon dat hij een steek gegeeven heeft. „wond heeft art zegd Ia. zegd Damon met twee „vind 59. ƒ 1 „den. — - 65. — 63. en — 57. Art: 56. zegd In de meyd wel maar van de kinderen niet te zegd dat zyl alle te samen daar in hebben gestemd en ook een Jaarn alles hebben uitgevoerd. — „ke hij gedr: weet ses sattij„ „de ring en Een paars goude knoopen. — zogd. daar van niet te wee„ Ledikant zig heeft verstoo„ „ken met twee kinderen van Rotman. off niet de meijd onder het Wie van hun t meest de ande¬ „ke hebben aangeset dan of zy alle eens gesind waaren en die moord met genoegen hebben volbragt. 68: off zil: niet van meening zijn, Logt Neen geweest meer der plaatse aff te zegt nader dat Jonas nog loopen. Off hij getz: met de anderen na de plaats van eene Smith niet na 't pleegen der afschuur is gegaan om te spioneeren „lyke moorden alle de kisten ten eynde daar meede te hooren en te moorden om dat vol„ en Casten die in dat huis wa„ „gens zeggen van Jonas daar een man alleen woond ddog „ten hebben open gebrooken had Jonas bij te rug komst gesegd dat er niemand en de geroofd en gestoolen wat zyl plaats verlaaten was, wanneer hij gevr: met andries daar maar meede konde voeren. na toe waaren gegaan om maar naar die plaats te zien. = 69. „ 75. 1 „ne rollen, drie horologies Een zilvere beugeltas, Een paar zilvere schoe en broek gespen, twee p„s voering Chitsen en zegd zeven Iassen voor zo ver„ wat zyl: al geroofd hebben. voorts Een party kleeren en Contanten als meede Een gou„ — 70. wat heeden zij gevr: gehad heb„ „ben om vyf rykst„s aan Contante als meede een swarte Rok Camisool en broek en Lampher ook een hemd voor de vrouw en een voor de man te laaten. = 72. wie sulx gedaan ofte gepropo„ „neerd heeft. tot hoe laat in de nagt of 's morgens zyl: op de plaats ver„ „bleeven zijn. —: 73. Zegt. omtrent middernagt. 11. zegd als vooren. 78. Off zylieden niet nog een uijt zegd: dat hij get: met nog twee van zyne makers na hun hebben gesonden na de de plaats van Hop gegaan plaats van den burger Hen„ is des nagts om schaapen „drik Hop te steelen terwijl Ionas bij de goederen verbleeven is en dat Laripa wanneer hij die nagt door den donker verdwaald Wat hun daar in is hinderlijk geweest. „„ 77. zegd dat andries gepropo„ off zyl: niet verschyden wagens „neert heeft terwijl zyl een zijn nagegaan om deselve mede te wagen zagen om daar na spolieeren. toe te gaan om die te spoli„ eeren maar dat door hun een paarig is gezegd de eene schuld is niet voorbij en wild gij nu weder de andere beginnen. zegd dat zyl: naar herwaarts waar zyl: verder land waar des weder op weg zyn gegaan in zyn gegaan dan wel te rug met intentie om al de goe„ Caabwaards. „deren alhier aan de Caab te verkoopen, en dan, om zoo wanneer alle de goederen verkogt mogte zijn, als dan weder op weg te gaan, met een Tals briefje. Art 74. art roeder weeten. zogd Ia: „ten. Vervald. Art: 67. 76.
English
Answers No. Says that Damon said, "No, we must not let ourselves be taken prisoner willingly, but rather fight; now is the time to defend ourselves." Answers No. Says he went back to the place out of no bad heart and was also captured there. Article 79. Who that was, and whether this was not done to inspect the situation at the aforementioned place, or whether, when they saw themselves betrayed, a unanimous decision was made among them to rather defend themselves to the last man than to surrender willingly. Says the cutlass belongs to him, and the two krises, Damon having used one of them, where Jonas had the other knives. Article 80. Says captured by Adam Prins and his men near the Carmelks River. Whether their committed murder was caused by a desire for revenge, or only done to steal and rob, having been forced by hunger, and thus could only have stolen. Falls away. Article 85. If not, how then in cold blood did they take the lives of that household? Says he cannot give a reason for that. Says Yes. Falls away. Whether they also had any acquaintance in the house of the aforementioned Retman. Article 83. Article 82. Whether they were not intending to come here to the Cape in order to sell the stolen goods. Falls away. Says No. Says No. By whom and whereabouts they were taken prisoner. By a Hottentot Captain. Says No. Falls away. To show the interrogated the murder weapons and to ask to whom they belonged, which one each used, and who used the other. Article 90. Whether there were any more belonging to their plot; if so, to name them. Article 92. Whether they, upon their desertion from here, intended to murder; if so, who else here knew of their intention. Article 94. Whether they had told this to anyone then. Whether he, now looking back, does not realize he has done wrong. Article 95. Article 93. Article 91. Whether the interrogated for his own part has been guilty of more murders, or whether they have taken the lives of more persons in particular or households; if so, to name them. Falls away. Taken to the last man. Says Yes. To steal. Article 84. Article 81. Article 89. Article 88. Article 87. Article 86. Says Yes, that he was under the plot. Says to accomplish the conspiracy. Article 97. Whether the interrogated is not aware that through this deed he is punishable to the utmost and has also earned death. Says he is convinced, because one may not murder anyone without incurring death oneself. What moved the interrogated to begin such a gruesome and inhuman murder. Article 99. What the interrogated will further be able to bring forward for his excuse. Says Nothing, not knowing anything for his excuse. Article 96. Thus questioned and answered at Cabo de Goede Hoop on 10 November 1786 before the Gentlemen Johannes Marthinus Horak and Andries van Sittert, members of the Honourable Court of Justice aforementioned, who duly signed the minute of this together with the interrogated and me, the sworn clerk. Underneath stood: Which I witness. Was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. Review. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honourable Court of Justice of this Government, the aforementioned slave Welkom, who, having had these preceding interrogation articles with the answers given thereto clearly and distinctly read out from word to word, testified to persist by them, desiring that nothing more shall be added or taken away, testifying all the preceding to be the pure truth. Underneath stood: Thus reviewed at Cabo de Goede Hoop on 17 November 1786. Was signed: X, and written around it: This mark was made by the interrogated with his own hand. In the margin, as commissioners: Signed: J. M. Horak and A. van Sittert. Lower: In my presence, was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. Appeared before the undersigned commissioners from the Honourable Court of Justice of this Government, the Hottentot Captain Adam Prins, of competent age, who, at the requisition of the merchant and Landdrost at Swellendam, Mr. Constant van Nult Onkruydt, declared to be the truth: That the deponent, who lives with three other Hottentots named Piet Kaalkop, Adam Prins, and Piet Prins on the farm of the burgher Jan Hoppe situated at the Carmelks River, about twelve or thirteen days ago now, without however wishing to be tied down to the precise time, having been commanded by the Heemraden Pieter Ferraire and Piet Pienaar to go out against a plot of slaves who had committed a terrible murder on the farm of the burgher Sebastiaan Rotman, and to overtake the same murderers if possible and deliver them into the hands of Justice, since they, Ferraire and Pienaar, had received information that the aforementioned plot had gone no further inland from the farm of Rotman, but had turned back, and might possibly visit the aforementioned farm of Hop, which lies along the road; wherefore the deponent had prepared himself with the aforementioned three Hottentots and a certain one of that nation named Jan Paarl, who had just come to visit at the farm of the aforementioned Hoppe, to go out the following day, as early as possible. Article 98.
Dutch transcription
Zegd Neen. zegd dat Damon gesegd heeft „nen, wy moeten ons niet goedwillig gevangen gee„ „ven maar liever vegten nu is 't tijd om ons te wee„ zogd Neen. zegd uijt geen kwaad hart weder na de plaats is gegaan en ook aldaar gevangen Art: 79. Wie die geweest is en of zulx niet is geschied om de gelegen hijd op de gem: plaats of te sien off niet toen zyl: zig verraden zagen een besluijt onder hun Een paarig genoomen s om zig tot de laatste man lieven zegd de Capmes hem toe te te verdedigen dan zig goed wil„ behooren, en de twee kris„ „lig over te geeven. hebbende de overige messen„ ben. gehad. — —: 80. zegd. gevangen genomen. Adam prins en zyne manschappen omtrent de Carmelks revien. off hun gepleegde Moord uijt een wlaaklust is veroorsaakt vervald. te zijn om de honger en dus kan maar alleen, is geschied alleenlijk zulx gedaan te om te steelen en te looven! maar genoodsaakt geweest — 85. zoo Neen, hoe zijt dan in Legd: daar geen heden van te koelen moede dat huis gezin kunnen geeven. hebben om 't leeven gebragt zegd Ja. Vervald. off zyl: ook eenige kennis in't huis van gem: Retman hebben gehad. . 83. — 82. off zylt. niet van meening zijn Vervald. geweest om alhier na de Caab te komen ten eynde de garoofde goederen te tverkoopen. Legd Neen. Zegd. Neen. door wien en waar omtrent door Een hottentots Capitain zyl:t gevangen genoomen zijn. Zegd. Neev. vervald. den gesr: de moord geweeren te Vertoonen en te vragen wat „sen damen waar Jonas hem gevr: heeft toebehoorden een van gebruikt heeft wie de andere gebruikt heb„ -. 90. Off er nog meer tot hun Com„ „plot behoord te hebben. zo Ia deselve op te geeven. 92. off zijl: bij hun opdrossen van hier, van meening zijn ge„ 1 „weest te moorden zoo Ia wie alhier nog zyn geweest die hun voornomen hebben geweeten. 94. Off zyl: zulx dan aan nie„ „mand hebben verhaald! off hij geen nu van agteren beschouwd, niet begrypt kwaad gedaan te hebben. = 95. — 93. - 91. Off de gemr: voor zijn prive zig meer aan moorden heeft Schul„ „dig gemaakt off zyl niet meerder persoonen in 't bijsonder of huijs gesinnen hebben om 't leeven gebragt zo Ia deselve op te geeven. art art 4 Vervald. genomen. tot de laatste man. Legd. Ja. hebben, om te steelen. 84. — 81. 8 —. 89. — 88. 87. art 86. Legd Ia hij onder het Complot sor„ te hebben. zegt. om de samen sweering te volbrengen. 97. of hij geon: niet bewust is door dese daad ten uytersten straf„ „teert mede de dood verdiend waardig te zyn, en de dood ver„ „diend te hebben. zegd overtuijgd te zijn om dat Wat hem gevr: gemoveert heeft om zo een gruwelijke en ont„ „menschte moord te beginnen. 99. Wat hij getz: verder tot zyn Legt. Neer niet te weeten verschoning zal kunnen bij„ tot zyn verschoning. „brengen: Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede Hoop den 10 November 1786 voor de Heeren Iohannes Marthinus Hozak en Andries van Sittert leeden uyt den E. Achtb: raad van Justitie voorm. die de minute deser nevens den gevr: en mij geswClercq mede behoor„ „lijk hebben onderteekend /:ondetstond:/ 't welk ik getuijgen /was getekend/ R: J: V: d: Riet geswclercq. Compareerde voor ons ondergeteekende ge„ Commits uyt den E: Achtb: raad van Justitie deses Gouvernements den voorsz: slaad Welkom de „welke dese voorenstaande vraag articulen met de daar op gegevenen antworden van woorde tot woorde klaar en duidelijk voor geleesen zynde betuijgde daar bij te blyven persisteeren met begeerte dat en niet meer bygevoegd ofte van gedaan werden zal betuygende alle het voorenstaande Recollement. art: 96. En dat men niemand vermoor„ „den mag zonder zig zelvs de dood schuldig te maaken. voorenstaande de zuyvere waarhid is. /onder„ „stond / aldus gerecolleert aan Cabo de goede Hoop den 17 November 1786 /was getekendX en daar om beschreven dit merk heeft de geor„ eygenhandig gesteld /in margine als gecom„ „mitteerds /getekend/ I: M: Dozak en A van sittert /lager/ mij present was getekend/ R. J. V: d: Riek gesw Clercq. — Compareerde voor de ondergetekendens ge„ „Committ„s uyt den E: Achtb: raad van Justitie de„ „ses gouvernements den Nottentois Capitain Adam prins van Competenten ouderdom dewel„ „ke ter requisitie van den koopman en Land„ „drost te Swellendam de Heer Constant van Nult onkruid verclaarde hoe waar is. — Dat den Comp„t die met drie anderen Hot„ - „tentotten in Fraame piet Kaalkop Adam prins en piet prins op de plaats van den burger Jan Hoppe aan de Carmelks revier gelegen woonagtig is voor nu twaalf of dertien dagen geleden zonder egter in den praesisen tijd te willen bepaald zin door de Heemraden Pieter Fairaire en piet pienaar gecommandeert zynde geworden om op een Com„ „plot slaaven die op den plaats van den burger Sebastiaan Rotman een verschrikkelyke moord gepleegd hadden uyt te gaan en deselve moor„ denaars des doenelik te achter haalen en in handen der Justitie te leveren alzoo zij Per„ „raire en pienaar kennisse hadde bekomen dat het voorsz: Complok van de plaats van Rotman niet verder landwaards is gegaan, maar te hug gekeerd was, en mogelyk wel de gem: plaats van Hof, die aan de weg Leijd, zoude aandoen. zulx den Comp„t zig met de voorsz: drie Pottentotten en seekere van die natie in naamen Jan paarl die Juyst op de plaats van gem: Hoppe was komen kuyeren had gereed gemaakt om 's anderen daags, zoo vroeg soenelijk 98.
English
possible to search for the aforesaid conspiracy of slaves. That the following day, very early in the morning, one of the conspirators named Saripa, having arrived at the farm of the said Hoppe, had replied to the farmhand of the aforesaid farm, named Leendert Franke, upon being asked whose slave he was and where he came from, that he was a butcher's boy and had lost his travel pass; but that the deponent, having immediately become suspicious, immediately had that slave bound, notwithstanding that he pretended to know nothing of the plot. That the deponent, having then discovered near the sheep kraal that runaway slaves had been inside the kraal that same night (as had happened before at that place), had immediately thereupon decided to follow, with the said four Hottentots, the tracks that could clearly be seen near the sheep kraal. Just as the deponent, when he had followed the said tracks for barely half an hour, had arrived near the river, where having discovered five slave boys in a bush there, he had gone with his four other Hottentots to the said bush; whereupon the deponent, seeing that one of them, being a small, yellow boy, had two knives in his breast, from which he immediately pulled one out and held it in his hand, first asked them whether they wanted to come out of the bush and surrender voluntarily; but that the deponent, discovering in their posture quite the contrary, had fired his gun at them, whereby one of those slaves being struck in the legs, the deponent had heard the aforementioned small yellow boy say in the Malay language to the others: "Now is our time, we must just do away with them too!" Whereupon the deponent, having immediately reloaded his gun, had fired at them once again, without that shot, however, being able to hit them on account of the thick undergrowth. Review of Testimony There appeared before us, the undersigned commissioners for the Honorable, Worshipful Council of Justice of this government, the Hottentot Captain, the Valiant Adam Prins, who, having had this his preceding statement clearly and distinctly read to him, declared to persist in remaining by it, desiring that nothing more shall be added thereto or taken therefrom, stating the preceding to be the pure truth. Below stood: Thus reviewed at the Cape of Good Hope, the 11th of November 1786. Was signed: X and around it was written: this mark. Thus done at the Cape of Good Hope, the 12th of November 1786, before the Gentlemen Johannes Marthinus Horak and Andries van Sittert, Members of the Honorable, Worshipful Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the deponent and me, the sworn clerk. Below stood: Which I witness. Was signed: R. J. van der Riet, Sworn Clerk. That the deponent, having nevertheless continuously thrown stones at them with his other people, had finally, by means of threats as well as otherwise, brought it so far that they nevertheless came out of the bush and surrendered to the deponent; the deponent having then made them walk in front of him, and after advancing for a quarter of an hour, he met Captain Kees with the people he had with him; whereupon the deponent had then bound the arms of the same five slaves, and, along with the slave who had remained on the farm, had personally brought them into custody in Swellendam. Declaring nothing more, the deponent gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being ready to confirm the same further. That mark
Dutch transcription
doenelijk voorsz: Complot slaaven op te soeken dat 's daags daar aan zeer vroeg in den mor„ „gen stont een van 't Complot in name Saripa op de plaats van gem: Hoppe gekomen zynde, aan de knegt van voorsz: plaats Leendert Franke genaamd, op de vrage wiens slaaf hij was en waar hij van daan kwam, geantwoord had, dat hij een slagters Jongen was en zyn padbriefje kwyt geraakt was, dan dat de Compte ten eers„ ten agter dogt gekreegen hebbende dien slaaf tegenstaande hij zig hield als of hij van't Complot niets wiste terstont heeft doen vast binden. — Dat den Comp„t als toen bij de schaape Craal ontdekt hebbende, dat denselven nagt (gelyk op die plaats wel meer is gebeurd /drossers in de kraal waaren geweest, terstont daar op beslooten had, om met de gem: vier hotten„ „totten, de spooren die bij de schaape Craal duijdelijk konde gesien worden te volgen, gelyk den Compt dan ook wanneer hij desel¬ „ve spooren naauwlyks een halv ur had nagegaan was gekomen bij de revier al„ waar hij dan in een bosch aldaar ont„ „dekt hebbende vijf slaave Iongens, zig met zijn bij zig hebbende vier andere hottentot„ „ten naar het selve bosch begeven had, als wanneer de Comp„e ziende dat een van hun„ zynde een klyne geel jongen, twee messen in zijn borst had, waar van hij terstonk een uyt haalde en in zyn hand hield, hun eerst gevraagd had, of zij uyt het bosch komen en zig goed willig overgeeven wilden dan dat den Comp„t in hunne houding Juijst het tegendeel ontdekkende zyn geweer op hun had los geschooten waar door een van die slaaven in de beenen getroffen zynde had den Comp„s de voorm: klyne geele Jonge in de Maleijtsche taal tegen den anderen hooren zeggen, nu is onsen tyt wij moeten die ook maar kant helpen! zullx den Comp„e zijn geweer terstond weer geladen hebbende, an„ „dermaal op hun had Losgebrand, zonder dat dien schoot egter ten aansien van de dikke zuygte hun had kunnen treffen. Recollement compareerde voor ons ondergeteekende gecommitts voor den E. Achtb: Raad van Jaste„ „tie deeses gouvernements den hottentot Ca„ „pitain de Manhafte Adam prins, dewelke dese zyne voorenstaande verklaring klaar en duidelyk voorgeleesen weesende verklaar¬ „de daar bij te blyven persisteeren met be„ „geerte dat er niets meer bij ofte van ge„ daan werden zal zeggende alst voorenstaan¬ „de de zuivere waarheid te zijn. — /:onderstond/ aldus gerecolleert aan Cabo de goede Hoop den 11 November 1786. (was, getekend /X en daar om beschreeven dit Aldus gepasseerd aan Cabo de goede Hoop den 12. november 1786. voor de Heeren Iohannes Marthinus Hozak en Andries van Sit„ „tert Leeven uyt den E: Achtb: raade van Justitie voorm: die de minute deser benevens den Comp„te en mij geswClercq meede behoor„ „lyk hebben onderteekend 9onderstond:/ 't welk ik getuyge /was getekend/ R: J: V: D Riet Gesie Clercq. Dat den Comp„t met zyn ander volk hun„ egter geduurig met steenen gesmeeten heb„ „bende het aan eyndelijk zoodoor dry gemen„ „ten als andersints zoo verre hadde gebragt dat zij toeh uijt 't bos zyn gekomen en hun aan den Comp„t hebben overgegeeven, hebben„ „de den Comp„s hun als toen voor zig uijt doen gaan en na een quartieruurs te zijn geavanceert hij ontmoeten de Capitain kees met zin by hebbende volk als wanneer den Comp„t deselve vijf slaven toen had ge„ „vleugeld, en hun nevens de op de plaats ver„ „blevene slaaff in eygen persoon te swellendam in Higtenis gebragt. Niets meer verclarende geeft den Comp„te voor redenen van wetenschap als in den text beryd zynde zulx nader gestand te doen. Dat merk - -
English
mark was set by the Appearer with his own hand. In the margin: as commissioners, and was signed: J: M: Horak, and A: V: Sittert. Lower: in my presence, was signed: R: J: V: D: Riet, sworn Clerk. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, Piet Prins, Jonge Adam Prins, and Piet Kaalkop, Hottentots, all of competent age, who, at the requisition of the Merchant and Landdrost at Swellendam, the gentleman Constant van Nuelt, sincerely declared it to be true: That the Appearers, by order of the Captain named Adam Prins, who lives alongside the Appearers on the farm of the burgher Jan Hoppe, having gone out with the said Captain and another certain Hottentot named Jan Paarl, now about thirteen or fourteen days ago without knowing the exact time, after a gang of slaves who had committed murder on the farm of the burgher Sebastiaan Rothman; that they had discovered the same slaves, consisting of five individuals, half an hour from home near the so-called Carmelks River in a forest; that the aforesaid Captain first ordered them to surrender willingly, and this being refused by them, he subsequently fired at the same slaves; whereupon one of them, being a yellow boy who had two knives, one of which he held in his hand, having spoken to the others in the Malay language, the said Captain fired his gun at him once again, while the Appearers alongside the said Hottentot Jan Paarl, with large stones in their hands, had surrounded the same slaves around the forest; whereupon they finally, at the repeated demand of the Captain that they must surrender, came out of the forest, just as the Captain then first made them go ahead of him, and thereafter, upon the arrival of Captain Kees with his people, had them tied up and brought over to the farm of the said Hoppe; the said Captain and the Appearers having brought the same five boys, together with another slave who belonged to the gang and had already been captured on the farm in the morning, into custody to Swellendam. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the Hottentot Jan Paarl, of competent age, who, at the requisition of the Merchant and Landdrost at Swellendam, the gentleman Constant van Nuelt, sincerely declared it to be true: That when the Appearer, now about thirteen or fourteen days ago, without however [illegible] Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the Hottentots Piet Prins, Jonge Adam Prins, and Piet Kaalkop, who, having had this preceding declaration read out to them clearly and distinctly, word for word, declared that they abide by and persist in it, desiring that nothing more shall be added to or taken from it, saying that all the foregoing is the pure truth. Below stood: Thus done and verified at the Cape of Good Hope, the 11th of November 1786. Was signed: three crosses, and around each it was described that the marks were set by the own hands of Piet Prins, Adam Prins, and Piet Kaalkop. In the margin: as commissioners, was signed: J: M: Horak, and A: van Sittert. Lower: in my presence, was signed: R: J: v: d: Riet, sworn Clerk. Verification. Declaring nothing more, the Appearers give as reasons for their knowledge as in the text, being ready to confirm the same further. Thus passed at the Cape of Good Hope on the 10th of November 1786, before the gentlemen Johannes Marthinus Horak and Andries van Sittert, Members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have properly signed the original minute hereof together with the Appearers and me, sworn Clerk. Below stood: Which I witness. Was signed: R: J: v. der Riet, sworn Clerk.
Dutch transcription
merk heeft den Comp„s eygenhandig gestelt /in margine / als gecommitt„s & was gete„ „kent/ J: M: Holak, en A: V: Sittert /Lager/ mij praesent /was getekend/ R: J: V: D: Riet. geswClercq.— H Compareerde voor de ondergeteekende gecom¬ „mitt„s uijt den E: Achtb: Raad van Justitie deses gouvernements, Piet prins, Ionge Adam prins en piet kaalkop, Hottentotten alle van Compe¬ „tenten ouderdom dewelke ter requisitie van den Coopman en Landdrost te Swellendam de Heer Constant van Nuet onkruid verklaarde hoe waar is. Dat de Compten op ordre van den Capitain in name Adam Prins, die nevens de Compten. op de plaats van den burger Jan Hoppe woond, met gem: Capitain en nog zeekere hottentie in naame Jan paarl voor nu wel dertien of veertien dagen geleden zonder den regten tijd te weeten, op een Complot slaaven die op de plaats van den burger Sebastiaan Rot„ „man gemoord hadden, uytgegaan zynde, deselve slaaven bestaande in vyf stuks Een half uur van huis bij de zeegenaamde Carmelks tevier in een bosch hadden ont„ „waard, zulx voorsz: Capitain hun eerst gelast hebbende zig goedwillig over te geeven en dit door hun gewijgerd zynde vervolgens of deselve slaaven geschoten had, als wanneer een van hun zynde een geele Iongen die twee messen waar van hij een in zyne hand hield, bizig had, tegen de andere in de Aa„ „leijtsche taale gesprooken hebbende gem: Capitain zijn geweer andermaal op hem had los geschooten, terwijl de Comparanten nevens gem Hottentot / Ian Paarl met groo„ „te steenen in de handen deselve slaaven. rondom het bosch hadden beset, als wan„ neer zij Eyndelyk op het herhaald zeggen van den Capitain dat zij zig over moette geven uit het bosch zijn gegaan gelijk den Capitain hun als toen eerst voor zig heeft doen uijtgaan en daar na bij de komst van Capitain kees met zyn volk heeft doen vast binden, en naar de plaats van gem: Hoppe over brengen hebbende gem: Capitain en de Compten deselve vyf Jongens beneevens Een andere slaaf die by d Com„ plot behoorde en 's morgens reeds op de Compareerde voor de ondergeteekende gecom„ „mitt„s uijt den E Achtb: raad van Justitie deses e Gouvernements de Hottentot Ian Paarl van Competenten ouderdom, dewelke ter requisitie van den koopman en Landdrost te Swellen„ „dam de Heer Constant van Nult onkruijd verklaarde Hoe waar is. Dat wanneer de Compt. voor nu wel dertien of veertien daagen geleeden zonder egter Compareerde voor ons ondergeteekende ge„ Committ„s uijt den E: Achtb: raad van Justitie deses gouvernements de Hottentotten piet prins, Ionge Adam prins en piet Kaalkop, dewelke dese hunne voorenstaande de Clara„ „toir klaar en duidelijk woordelyks voorgelee„ sen weesende, verclaarde daar by te blyven persisteeren met begeerte dat er niets meer bij ofte van gedaan werden sal, zeggende dat al 't voorenstaande de Zuyvere waarheid is. /onderstont/ aldus gedaan en gerecolleert Aan Cabo de goede Hoop den 11 November 1786. /was getekend/ drie kruisen en daaromme een yder beschreeven dat de merken waarena gesteld eygenhandig door piet prins, Adam prins en piet kaalkop /in margine / als ge„ „committ„s /:was getekend/ I: M: Hozak, en A: van Sittert Lager mij praesent / was getekent/ R: J: N: D: Riet gesw Clercq.— Recollement. plaats was gevangen genomen, naar swellen„ „dam in Hegten is overgebragt Niets meer verklaarende geeft den Compten voor revenen van wetenschap als in den text beryd zynde deselve nader gestand te doen. Aldus gepasseerd aan Cabo de goede Hoop den 10 November 1786 voor de Heeren Johannes Marthinus Hotak en Andries van Sittert Leeven uijt den E: Achtb: raad van Justitie voorm de de minute deser benevens de Comparanten ende mij geswClerq mede behoorlik hebben onderteekend /onder„ stond / 't welk ik getuijge /was getekend/ B: J: V: Der Riet geswllerg. plaats den
English
having forgotten the exact time, had gone for a stroll to the farm of the burgher Jan Hoppe situated at the Karremelks River, he, the deponent, on that occasion was ordered by Captain Adam Prins, who was residing at that place, to go with him and three other Hottentots likewise living at the same place after a gang of slaves who had committed murder at the burgher Sebastiaan Botman. That the deponent then also the next morning, having followed the tracks of the said slaves with the aforesaid Captain (which slaves had been in the sheep kraal that night), after half an hour discovered five of them in a forest near the Karremelks River, who at first were not willing to surrender, but later, when the said Captain Prins fired two shots at them and subsequently threatened them, came out of the forest, the said Captain Prins and the other Hottentots with the deponent having then driven them before them toward the farm, and having progressed for a quarter of an hour, met Captain Kees with his people, whereupon the aforesaid Prins with his men tied up the same five slaves, had them go to the farm, and brought them, together with another slave who, having come to the farm in the morning before their departure, had been captured and remained there, to Swellendam, and delivered them into the hands of Justice. Declaring nothing more, the deponent gives as reasons of knowledge as in the text, being prepared to confirm this further. Thus done at the Cape of Good Hope the 10 Nov: 1786. Before the Gentlemen Johannes Martinus Horak and Andries van Sittert, members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof together with the deponent and me, the sworn clerk. Beneath stood: which I witness. Was signed: R: J: V: d: Riet, sworn Clerk. Re-examination 71 Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice aforesaid, the Hottentot Ian Paarl, who, this his preceding declaration having been read to him word for word, declared that he persisted and continued thereby, with the desire that nothing more shall be added to or taken from it, testifying all the foregoing to be the pure truth. Beneath stood: Thus done and re-examined at the Cape of Good Hope the 1 November 1786. Was signed: cross and written around it: this mark was set by the deponent with his own hand. In the margin as commissioners was signed: I. M. Horak, A: V: Sittert. Lower: In my presence. Was signed: R: J: V: d: Riet, sworn Clerk. List of the following stolen or missing goods: One gold Spanish Dollar Three Kremnitz ducats One Louis d'Or Four pagodas One silver Spanish Dollar One half Ducaton and eight stuivers One gold watch with its chain One ditto with ditto One pinchbeck ditto without chain One silver clasp One set of silver buckles One gold thimble One copper ditto One silver preserve fork One pair of silver shirt buttons One pair of small gold buttons One roll of black satin One ditto ditto One ditto ditto One ditto ditto One ditto ditto One piece of satin One piece of lustring goes off to the Cape One chintz lining One ditto goes off to the Cape One night cabai One grogram woman's skirt One new blue cloth coat with a ditto pair of trousers Three brown overcoats Two ditto blue overcoats Two grey coats Two brown waistcoats One blue ditto One patterned ditto One white baize jacket A quantity of linen consisting of tablecloths, shirts, stockings, and a stomacher 2 One piece of Dutch print One piece of Chinese linen Two silk shawls Two pairs of women's gloves One chopping knife One pair of shoes with pewter buckles One child's hat A lot of sundries consisting of fire steels, chopping knives, and some trifles Two razors 8 Two bundles of yarn I, the undersigned, acknowledge having received from the hands of the substitute Johannes Matthijs Ebersohn the above-mentioned goods, for the benefit of my son-in-law Sebastiaan Rothman. Was signed: cross and written around it: this is the mark of me, Johan Christoffel Rog. Lower: In my presence. Signed: Claas Cruijt 1786. In the margin: Done Swellendam 30 October 1786. Besides the aforesaid, there was also found on the land a gold object with one of them, likewise handed over to the substitute. That the slaves August and accomplices, who, after having formed a conspiracy in the countryside, had committed a most cruel murder accompanied by plunder at the farm of the Burgher Sebastiaan Rotman, both at their capture and in answering the articles before the gentlemen commissioners, having claimed that a certain exile residing here, being a so-called Mohammedan Priest and entirely Norma, had handed to one of the prisoners named Jonas of Batavia a certain piece of lead upon which he had written some lines with a pin in the Arabic language, under assurance, according to the statement of the slave Damon belonging to the Burgher Jochem Ienneke, that the same, being an incantation or absolution granted by him as a holy man, could protect them against wild animals as well as capture and even against all adversities in their flight; that the aforementioned petitioner had soon conceived the idea that, however ridiculous and however trifling To the Honorable Pieter Hacker and Joh=s Isaac Rhenius, Presidents, together with the further Honorable Members of the Council of Justice of this Government. Honorable Sirs, Shows with due respect the sworn Clerk of this Council, qualified in office for the Landdrost of Swellendam, the same
Dutch transcription
den precisen tid onthouden te hebben, zig om te kuijeren begeeven had, naar de plaats, van den burgen Jan Hoppe aan de Carremelks revier ge„ „legen hij Comp„ts bij die gelegentheid door den op die plaats verblijf houdende Capitain Adam prins was gelast om denselven nog drie ins gelijks op deselve plaats woonen¬ „de stottentotten op een Complot slaaven die bi den burger Sebastaan Botman gemoord hadden af te gaan. Dat den Compt dan ook 's anderen daage 'smorgens, met voorsz: Capitain de spooren van gem: slaaven /die op dien nagt in de schaapen kraal geweest waaren nagegaan zynde na een half uur vijf stuks bij de Arre¬ „melks revier in een bosch had ontdekt die eerst zig niet hebbende willen gevangen geeven, edog naderhand, wanneer gem: Capita¬ Prins op hun twee schooten gedaan en hun vervolgens gedreijgd, uit het bosch zyn gekomen, hebbende gem: Capitain prins en de andere stottentotten met den Comp„t hun als toen voor zig uijt naar de plaats gezaagd, en na een quartier uurs gevorderd te zijn, den Capitain kees met zin volk ontmoet als wanneer voorsz: prins met zyn manschap de„ „selve vijf slaaven heeft vastgebonven naar de plaats doen gaan en nevens een ander slaaf die des morgens voor hun vertrek op de plaats komende gevangen en aldaar verbleeven was naar swellendan gebragt, en in handen van Justitie overgelevert.- Niets meer verklarende geeft den Compt voor redenen van weetenschap als in den text bereyd zynde zulx nader gestand te doen. Aldus gepasseerd aan Cabo de goede hoop den 10 Nov: 1786. voor de Heeren Johan„ nes Martinus Hdzak en Andries van Sit„ „tert leeden uit den E: Achtb: raad van Justitie voorm: die de minute deses benevens den Comp„te ende mij geswclerog meede behoorlik hebben onderteekend / onderstond/ 't welk ik getuige /was getekend/ R: J: V:d: Riet gesw: Clercq - Recollement 71 Compareerde voor ons ondergeteekende Leijst van de volgende gestoolen of vermiste goederen Een goude spaanse Mat Drie Crimnitse ducaaten Een Louis d' Ok. Vier pagooren Een silvere spaanse Mat Een Halve Ducaton en Agt stuivers Een goud Horolagie met zijn ketting Een Dito met Dito Een Pinsbekke Dito zonder ketting Een silver beugel Een guarnituur silvere gespens Een goude Vingerhoed. Een Copere Dito Een zilvere Confituur Vorkje Een paar zilvere Hemosknoopen Een paar klyne goude knoopjes Een Rol swart Sattijn Een D„o. Dito Een D„o Dito Een D„o Dito Een D„o Dito Een stuk Sattijn. Een stuk Lusring Gecommitt„s uyt den E: Achtb: raad van Justitie voorm. de Hottentot Ian paarl dewelke dese zyne voorenstaande verklaaring van woor¬ „de tot woorde voorgeleesen wesende verklaar„ „den daar bij te bleven persisteeren, met begeer„ „te, dat daar niets meer bij of van gedaen werden zal betuijgende allt voorenstaande de zuivere waarheid te zyn. /onderstond/ aldus gedaan en gerecolleerd dan Cabo de goede Hoop den 1 November 1786. /was getekend/ kruis en daar omme beschreeven dit merk heeft den Comp=t eygenhandig gesteld / in mar„ „gine als gecommitt„s /was getekend /: I. M. Soraken A: V:, Sittert /Lager/ mij praesent /was getekend/ B: J: V: d. Riet gesw Clercq. gecommitts daat of naar Cabo Een Voerchits Een Dito gaat af naar & Caal Een Nagt Cabuaij Een gryne Vrouwe Bok ƒ Een nieuwe Blauwe Lakense Rok met een Dito broek Drie bruyne Sassen Twee Dito blauwe Jassen Twee gryse Rokjes Twee bruine Camisoolen Een blauwe Dito Een bonte Dito Een witte baaye Baaytje Een party Linne goed bestaande Tafel laaken hemden Cousen en Een Borst dakje 2 Een stuk vaderlands bont Een stuk Chinas Linnen Twee Zyde Isalies Twee paar vrouwe hantschoenen Een Capmes Een paar schoenen met tinne Gespens Een kinder hoed Een partij romling bestaande in Vuur slagen, Capmessen en eenige kleinigheeden. — Twee scheermessen 8 Twee pakjes gaarens Jk ondergeteekende bekenne Ontvangen te hebben uyt handen van den substituit Iohannes Matthijs Ebersohn de bovenstaande goederen, ten behoeve van myn schoon soon Sebastiaan Rothman /was getekend/ kruis en daar om beschreeven, dit is 't merk van mijn Iohan Christoffel Rog /Lager mij praesent /getekent/ Claas Cruijt 1736 /in margine/ Actum Swellendam 30 October 1786. sonder 't voorsz: stont aan den land nog een goude ding bij eene gevonden mede aan de substi„ „tust overgegeeven. Dat de slaven August: C: S: dewelke na zig in een Complot ten platten Lande te hebben begeeven op de plaats van den Burger Sebastiaan Rotman een aller wreedste moord en spolie verseld hadden gepleegd zoo wel bij hun gevangenneeming als de Voor heeren gecommittte beantwoorde articulen hebbende voorgegeeven dat zeekere alhier remo„ „reerende banneling zijnde een zoogenaamde mahometaansch Priester en geheelen Norma„ een der gev: in Naame Ionas van Batavia zeeker Lootje waarop hij in de arabische taale met een speld eenige regels geschreeven had, zoude hebben ter hande gesteld onder verseekering volgens seggen van den Plaaf damon toebehooren„ „de den Burger Jochem Ienneke / dat hetzelve als zijnde een beswering of absolutie door hem als een hijlige verleend hun voor't gedierte als 't op„ „vangen en zelfs voor alle tegenheeden in hunne vlugt zoude kunnen beveijligen dat de v: O: vert: al spoedig zijnde gevallen in 't begrip dat hoe bespottelijk en hoe beuselagtig Aan de WelEdele Agtbaare Heeren Pieter Hacker en Joh=s Isaac Rhenius praesi„ „denten beneevens de Verdere E: Agtb: Raade van Iustitie deeses gouvernements WelEdele agtbaare Heeren Vertoond met Schuldigen Eerbied de geswoore Clercq deeses raads voor den Landrost van Swellendam in officio gequalificeerd dezelve
English
the same manner of thinking, or so-called point of religion, must be considered by every Christian, this sort of superstition, however, seems in general to have caused no small influence upon the greatest multitude of slaves, while furthermore in particular it had no lesser effect upon the foolish notions and prejudice of the same criminals, so much so that, having placed complete faith in the power thereof, they not only took it upon themselves to run away, but even arrived at that abominable degree of cruelty of rendering themselves guilty of such a premeditated and terrible murder as that of which the greatest brute could never refrain from manifesting a sensible horror in all respects, and that thus the same so-called Priest Norman should absolutely be considered as the immediate cause, or at least to have given very much occasion thereto. That the petitioner has had the same Norman, who on the report of the aforementioned was already apprehended as a precaution, questioned upon such articles as were drawn up for that purpose by the petitioner and handed over by the commissioners; but that the same, in his given responses, not only declared that he knew nothing of the lead token that was shown to him by the commissioners and thus that he had never delivered the same to those criminals, but even in the face of all of them kept himself steadfastly and with the greatest tranquility, as if he had never seen nor spoken to the slave Jonas, to whom he was said to have given that lead token, nay, that he knew nothing of either one or the other; and that whatever effort was employed in the said interrogation, it could nevertheless not be brought about that through any of his answers the same accusations against him were made legally sufficient. That however much it is on the one hand beyond all contradiction that the crime with which the prisoner has been charged is of such a nature that, being proven, it would beyond doubt merit a very severe punishment, and that all circumstances being thus situated one would also not need to hesitate to constrain the accused to a confession by means of severe examination; but that on the other hand, according to the understanding of the honorable petitioner, it ought nevertheless to be no less certain that one must always make use of the so dreadful means of torture with the greatest circumspection, and not employ the same lightly unless the proofs that must exist against the accused are so clear and so decisive that one would have little difficulty, on the basis thereof, to make the demand against the prisoner without the least confession. That the petitioner's same understanding being embraced by your honors, and subsequently the proofs being examined which against the same Norman
Dutch transcription
dezelve manier van denken, of zoogenaam„ „de poinct van godsdients bij ieder Christen moet worden geconsidereert deeze zoort van bijgeloovigheid egter in 't generaal geene geringe influtien op de Grootste meenigte van Slaven Schijne te hebben veroorsaakt terwijl het voorts in 't bij¬ zonder ook op de dwaase begrippen en 't vooroor„ „deel van dezelve misdadigers geene mindere uijtwerking gehad heeft zodanig dat zij aan de kragt daar van, volkoome geloof geslagen hee„ „bende niet alleen hun tot het drossen begreepen maar ook zelfs tot die verfoeijlijke mate van wereed„ „heijd zyn gekoomen van zig zelfs schuldig te ma„ „ken aan een zodanig gepraemediteerd en verschrikkelijke moord als waarvan de grootste woreedaard zig nimmer zoude kunnen ont„ „houden in alle opzigte en gevoelig afgrijzen te manifesteeren en dat dus dezelve zoogenaamde Preester Norman absoluut voor de ommiddelijke oorzaak ten minsten van daar toe zeer veel aanlijding te hebben begeeven zoude behooren te worden geconside¬ „reert. — Dat de vert: denzelve Norman die reeds op 't gerigt van 't vooreng'allegueerde in 't praecautie was g'apprehendeert, heeft doen hooren op zodanige articulen, als bij den vert: ten dien eijnde waare geformeerd en van heere gecommitt: overgegeeven dan dat dezelve bij zijne gegeevene responsive niet alleen verclaart heeft van 't Lootze dat hem door heeren gecommitteerdens is vertoond niets te Weeten en dus dezelve nimmer aan die misdadigers te hebben ter hand gesteld maar zelfs in facie van alle dezelve geve zig standvastig en met de grootste tranquiliteijd heeft gehouden als of hij den slaaf Jonas aan wie hij dat Lootze zoude gegeeven hebben, (nooijt had gezien nog gesprooken Ja dat hij nog van 't een nog'tander iets wist, en dat welke moeijte. men ook bij 't zelve verhoor heeft aangewend, het egter daartoe niet heeft kunnen worden gebragt om door zijne ggene antwoorden in 't een of ander dezelve beschuldigin„ „gen tegens hemde regten voldoende te doen suffici„ jeeren Dat hoe zeer het nu aan den Eenen kant wel is buijten alle tegenspraak gesteld dat de misdaad waar„ „meede den gev: is beschuldigt geworden is van dien aard dat dezelve beweezen zijnde buijten twijffel een zeer strenge straffe zoude meriteeren en dat mits dien allen omstandigheijd daarna gesitueerd zijnde men ook niet zou behoeven te dralen om door middel van scherpe exame den ged=e tot een Confes„ „sie te Constringeeren, dan dat het aan den anderen kant, volgens het begrip van den E: O: vert: egter niet minder zeker behoord te zijn dat men van 't zoo Lagge„ „lijk middel van torture altoos met de grootste voor„ „zagtigheijd behoord gebruijk te maken, en het zelve niet Ligt te emploijeeren of de bewijzen wel„ „ke aan den Ged=e moeten zijn zoo klaar en zoo decisiep dat men niet veel zwaarigheijd zou be„ „hoeven te maken om op fundament daavan zonder de minste Confessie tegens den gev=e Eijsch te= doen Dut hetzelve begrip van den vert: bij uwE agtb: werdende g'emplecteerd en vervolgens g'examineerd de bewijzen welken teegens denzelven Norman mi„
English
...litate, the first-mentioned petitioner reasonably trusts that Your Honours will soon be persuaded that the said evidence falls quite short of the mentioned legality and that, therefore, without the special authorisation of the Judge, it would be quite reckless on the part of the petitioner to resort in the present case to the aforementioned remedy of torture, in consideration that the testimonies brought against the prisoner consist solely of the accusations of persons who themselves have already been convicted and persuaded of the most enormous and atrocious crimes, and that however much these might present a vehement suspicion against the prisoner, both could nevertheless hardly amount to anything more than half-proof; in consideration whereof, because of the weak evidence and various other reflections, it has appeared to the honourable first petitioner that on account of the prisoner's constant denial, one could by no means proceed to making an extraordinary demand against the prisoner; the honourable first petitioner, however, with respectful deference of opinion, considers that beyond the presumptions which result from the confluence of the case to the disadvantage of the prisoner, etc., no small difficulty would arise in setting the prisoner at liberty again. Wherefore the petitioner has deemed it most advisable to bring all of this before the penetrating judgement of Your Honours, with a respectful request that Your Honours, regarding the same Norman, either through a special order to the petitioner to make against him, Norman, a demand for torture, or by a resolution to banish him to Robben Island until such time as one might possibly obtain further evidence, or else in another manner make such disposition as Your Honours shall find fit to eliminate all well-founded fear of mischief... Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honourable Council of Justice of this government, the youth Johannes Jacobus Fabritius of Samarang, who to the following points of interrogation has given such answers as are noted down beside each of them. Articles drawn up and presented to the Gentlemen Commissioners from the Honourable Council of Justice of the Castle of Good Hope by one on behalf of Rijno Johannes van der Riet, sworn clerk at the aforementioned Secretariat, qualified in office to attend to the affairs of the Landdrost of Swellendam, Constant van Nuld Onkruijd, in order that thereupon be heard and interrogated the youth Johannes Jacobus Fabritius of Samarang, his answers to be given being duly recorded: The petitioner furthermore takes the liberty humbly to request Your Honours that, since the person Johannes Jacobus Fabritius, accused by the aforementioned criminals of having made himself guilty of writing false butchers' permits in the name of Jonas Albertus van der Poel, has during his interrogation before the Gentlemen Commissioners from this Honourable Council of Justice completely confessed and admitted the truth thereof, Your Honours may therefore also be pleased to grant him, the petitioner, a warrant of apprehension against the person of the mentioned Johannes Jacobus Fabritius. Which doing, etc. Signed: R. J. van der Riet. In the margin: Exhibited in Court the 16 November 1786. 1. The said prisoner's name, age, and place of birth? Says: Johannes Jacobus Fabritius, aged over 12 years, native of Samarang. 2. Where the prisoner lives? Says: with Captain Paul Paulsen residing here, who is his uncle. 3. Whether the prisoner also knows the slaves August, Jonas, and Andries? Says: Yes. 4. Whether he also had knowledge of those boys previously? Says: No. 5. Whether this was not in the month of September last? Says: Yes. 6. When they were with him, the prisoner? Says: on a Friday afternoon late in the month of September, this being the very afternoon when one of the Caffres had been executed the Monday before. 7. Whether those boys did not come to him, the prisoner, while he was in school? Says: Yes. 8. Who came to fetch him out of the school? Says: the slaves Leentje and Patjan, who the first time had said, "You must come home, there is a letter to write," and for the second time those maidservants had said, "You must come home, there is a letter from your uncle." 9. What those who fetched him out of the school pretended in order to get the said prisoner home? Says: as before. 10. Whether, when he went home, the prisoner did not find the three boys at home? Says: Yes. 11. Whether they did not ask for a butcher's pass? Says: Yes. 12. If yes, what they pretended? Says: that they said, "Write us a letter, for we have lost our letter," and the prisoner had thereupon answered, "Why do you not ask your master?" to which they answered, "We are afraid to do so." 13. If yes, what they directly gave? Says: as before. 14. Whether the prisoner's mother did not advise him, the prisoner, to write such a note? Says: that a certain female slave, also in the house of the mentioned Paulsen, named Maswaar, had told and advised the prisoner to write the note.
Dutch transcription
„liteeren, de V: O: vert: billijk vertrouwd dat UweE agtb: spoedig zullen worden vvertuijgd: daet aan dezelve bewijzen al vrij waet van de gem: Legaliteijd ontbreken en dat men dus sonder speciale authorisatie van den Regter al vry wat onvoor„ „sigtig van den kant van den vert: tot het voorsz: remedie van tortuur in 't voor handen zijnde geval zijn toevlugt zou neemen in Consideratie dat de getuijgenissen tegens den geve ingebragt en„ „kel bestaan, en beschuldiging van persoonen dewel„ „ke zelve reeds van de enormste en grauwelykste mis„ „daden zijn geconvinceerd in overtuijgd en dat hoe zeer dezelve wel een wehemente Suspicie tegens den gev=e uijtleeverd 't een en ander egter voor niets anders als nauwelijks voor een halve preuve zou kunnen koomen in Consideratie weshalven het den E: O: vert: om 't Swakke bewys en verschijde andere reflexien meer zynde voorgekoomen dan men uijt hoofde van des gev=e Constante ontkentenis met geen mogelijkheijd tegen„ den gev=e tot het doen van een extra ordinaire Eijsch zoude kunnen overgaan de r: O: vert: egter en den eerbiedige reverentie van begrip is dat buijten prae„ sumptien welke uijt de Samenloop der zaake ten na¬ „deele van den gev=e resulteeren, ens, geene geringe zwa„ „righeijd zig zoude opdoen, om den gev=e wederom te stellen op vrije voeten. — Waaromme den vert: raadzaamst heeft g'oordeelt dit een en ander te brengen onder het penetrant oordeel van uwe Agtb: met eerbiedig verzoek dat Uwe omtrend dezelven Norman 't zij door een speciale ordre aan den vert: omme tegens hem norman Eysch ad tor„ „turam te doen, of door een besluijt om hem tot tijd en wijlen men mogelijk het een of ander nade„ Compareerde voor ons onder„ Articulen gedaan maaken „geteekende Gecommitteerdens en aan Heeren Gecommitt:t uijt uijt den E: agtb: raade van den E: agtb: raad van Justitie Justitie deezes gouvernements des Casteels de Goede Hoop overgegee„ den Jongeling Joh=s Jac=s ven door een van weegens Rijno Fabritius van Samarang Johannes van der Riet gesw: dewelke op de nevenstaande Clerq ter voorm: Secretarije in o„ kraagpoincten zodanige ant„ficio gequalificeerd ter waarneemin „woorden gegeeven heeft als „ge der zaaken van den Landrost beseijden een ijder derzelve van Swellendam Constant van staat aangeteekend.— Nuld Onkruijd omme daarop ge„ De vert: neemd al verder de vrijheid UwE ootmoedig te verzoeken dat vermits de door voorn misdadigers beschuldigde de perzoon Iohannes Jacobus Fabritius, dat dezelve zig aan 't schrij„ „ven van valsche Plagters Briefjes op de naam van Jonas Albertus van der Poel zoude hebben schuldig gemaakt bij zijne voor Heeren gecom„ „mitt: uijt deeze E: agtb: raade van Justitie beant„ „woorden Interr: de Waarheid daar van Compleet heeft bekend en belieden uwE agtb derhalven ook aan hem vert: gelieve te verleenen decreet van ap„ „prehensie op den perzoon van gem: Iohannes Ia„ „cobus Fabrietius /:onderstond: /: 't welk doende &C: C: geteekend /: R: J: V:s d Riet /: in margine: /: Exhi„ „bitum in Judicio den 16 Novemb=r 1786. re bewijzen mogten aan handen krijgen, naar robben eijland te relegeeren, dan wel op eene an„ „dere wijze zodanige dispositie te neemen, als UE agtb: tot het amputeeren van alle regelmati„ „ge vrees voor onheilen zullen vinden te bekoo„ „ren V. geboortig. zogt als vooren. zegt Jh=s Jac=t Fabritius oud des ged: naam, ouderdom en ge„ ruijm s2 Jaaren, van Samaran „ boorteplaats zigt bij de hier remoreerende waar hij gev=e woont ? Capitain Paul Paulsen dewelke zijn oom is. zegt Ja. zegt op een vrijdag agtermid„ wanneer dezelve bij hem gev=e „dag in 't laatst der maand geweest zijn! Septb: zijnde zulx geweest die eijgenste middag zoo als een der Caffers Smaandags te vooren g'executeerd geworden was zegt Ja„ zigt de slaven Leentje en wie hem uijt de School is komen patjan dewelke voor de Eerste rijze gezegt hadden halen gij moet 't huys koomen daar is een brief te schrijven en of die Jongens niet bij hem gev=e gekoomen zijn terwijl hij zig in de school bevond= off zulx niet is geweest in de maand Septb=r laastleeden S hij gev=e, ook kend de slaven August, Jonas, en andries zegt Jan. zegt dat zij gezegd hebben zoo Ia. wat zij direct hebben Schrijft ons een brief want geregt! onze brief hebben wij ver„ „booren, en had hij gev=e daarop g'antwoord waarom vraagt gij u baas niet de gev=e, daarop g'antwoord hadden wij zijn bevreesd om zulx te doen. zegt Ja. zegt als Vooren zegt dat zeekere slavin off zijn gev=e moeder niet hem meede in 't huijs van gem: gev=e heeft aangeraden om zulx te Paulsen in naame maschrijven „waar den gev=e gesegd en aangeraaden had omdat off zij niet om een slagters Pad: briefje hebben gevraagd! zoo Ja: wat zij hebben voorge„ „wend „ 13 IZ. off hij gete toen hij na huijs ging de drie Jongens niet heeft aan„ „getroffen aan huijs wat die geene die hem uijt den school haalde hebben voorgewend om hem gen=e te huijs te krijgen. off hij ook, kennis aan die Jongen te vooren gehad heeft" voor de tweedemaal hadden die meijden gezegd gij moet 't huijs koomen daar is een brief van U oom: zegt neen. zegt als vooren. hoord en ondervraagt te worden den Jongeling Iohannes Iacobus Fabritius van Samarang zullen desselvs te gevene responsive be„ „hoorlijk wordende bekend gesteld briefje te schrijven H 9 2 . : . 9 S4 11 . :: - -
English
Articles drawn up and submitted to the commissioners from the Honorable Court of Justice of the Castle of Good Hope by and on behalf of Rijno Johannes van de Riet, sworn clerk at the Secretariat of Justice, officially qualified to attend to the affairs of the Landdrost of Swellendam, Constant van Nuld Onkruyd, in order to hear and interrogate the convict Norman relegated here, whose answers to be given shall be properly recorded in the margin hereof. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this Government, the convict Norman, who answered the alongside questions as noted beside each of them. Article 1. The prisoner's name, age, and place of birth. Says Norman, aged about 69 years, native of Macassar. 2. Where he has been residing? Says he lives in the milk shed. 3. In what year the prisoner was sent from Batavia to here, and for what reason? Says for a long time now, without knowing how long or for what reason. 4. Whether the prisoner has not exercised the Mahometan religion as a priest here since that time? Says No. 5. Whether the prisoner did not make a special impression among his people and is thus believed to be a soothsayer? Says No. 6. Whether persons did not come daily to the prisoner's house to consult with the prisoner about this or that matter? Says No. 7. And whether the prisoner was not assured that those persons, being simple-minded, believed in his superior knowledge? Says No. 8. Whether he did not then support those persons with his advice, and for greater certainty or as proof, to set their minds at ease, give them something to take along? Lapsed. 9. What it was, then, that he gave them to take along? Says he knows nothing about it. 10. Whether the prisoner, with what he distributed to such people, did not pronounce an incantation for greater validation? Says he knows nothing about it. 11. Whether that could protect them from misfortunes and also from detection? Says No. 12. Whether the prisoner also knows the slave Jonas of Batavia, bondservant of Willem van Reenen, formerly having belonged to one Voberg, or commonly called boatswain Elias? Jonas, entering, the prisoner said that he currently knew him on the island. 13. Whether the prisoner did not also sometimes give that slave Jonas something as an assurance and incantation against all misfortunes? Says No. Jonas, entering, says that the prisoner gave him a lead token or incantation; the prisoner persists in the negative. 14. Whether Jonas did not receive such from him at the time of his running away? Says I know nothing about it. 15. To show the prisoner the lead token and ask whether the prisoner does not know it? Says he does not know that lead token. 16. Against what misfortunes the prisoner then gave it? Says he does not know. To what that is used? Says he does not know. 17. What pretext those slaves used? Says that those boys had pretended to be slaves of Lieutenant Jonas Albertus van der Poel, and that they had lost their passes, and that those boys remained at the prisoner's house until toward evening. 18. Whether the prisoner also knew to whom those boys belonged? Says No. 19. Whether those slaves also said that they intended to run away? Says no, and if he, the prisoner, had known that those boys were runaways, that he, the prisoner, would not have done so. 20. To show the prisoner the passes and ask whether these are not the same passes that were written by him? Says Yes. 21. What he received as a reward for it? Says two skillings in paper currency. 22. Whether he does not know that he has greatly transgressed thereby? Says that, while he is still young, he did not know such. 23. And whether he is not the cause of those boys having committed such a gruesome murder? Says he did not think that those boys would go so far. 24. Whether he did not then set to writing those passes? Says Yes. 25. Whether the prisoner did not immediately show himself willing to do so? Says Yes. 26. And whether he does not now understand in hindsight that if he had not written that pass, they would not have come to that step? Says he did not think that far, and says because he, the prisoner, thought that those boys were not runaways, he wrote it for that reason. 27. Whether he does not confess to having done wrong and to having deserved punishment? Says he did not know that he would transgress thereby. 28. What the prisoner can bring forward for his excuse? Says that he did not know that he would transgress therein. Thus questioned and answered at the Cape of Good Hope on 13 November 1786 before Messrs. Johannes Martinus Horak and Hendrik de Wet, members of the aforementioned Honorable Court of Justice, who, along with the prisoner and me, the sworn clerk, have properly signed the minute hereof. Below: to which I testify, signed: R: J: v d Riet, sworn clerk.
Dutch transcription
Zegt Ja. zegt Ja. H zegt dat die Jongens hadde wat voorwendsel die slaven ge„ voorgeroend slaaven van bruykten de Luijtenant Jonas Al„ „bertus van der Poel te zijn en dat zil: hun briefjes waaren quijtgeraakt en dat die Jongens tot tegens den avond aan„ 't huijs van den gev=e gebleeven zijn 17 zegt neen en als hij gev=e Off die slaven ook hebben gezegd, geweeten had dat die Jongens dat zij van mening waaren te drossers waaren, dat hij gev=e drossen zulx niet gedaan zoude hebben zegt Neen. zegt twee Ed=s aan papiere wat hij tot belooning daarvoor heeft genoten? 21 zegt dat terwijl hij nog= off hij niet weet weet dat hij daar Jonk is zulx niet geweeten te door grootelijks misdaan heeft 22 23 zegt zo verre niet gedagt te hebben, en of hij niet de oorzaak is dat de off hij toen niet aan 't schrijven dier briefjes gegaan is 20 Den gev=e de briefjes te vertoonen en te vragen of dit niet deselfde briefjes zijn die door hem zij geschreeven. S9 IS off hij gev=e ook Wist wie die Jongens toebehoorde Aldus gevraagt en beantwoord aan Cabo de Goede Hoop den 13 Novembr 1786 voor de Heeren Johannes Martinus Floraken H endrik de, Wet Leeden uijt den E Achtb: raad van Justitie voorm: die de minute deeses beneevens den gev=e en mij gesidn Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend /:Lager /: 't welk ik getuijge /:geteekend:/ R: J: V d Riet gesw: Clercq Compareerde voor de ondergeteeken„ Articulen Gedaan maaken „de gecommitt:s uijt den E Achtb: raad van en aan heeren gecommitt:s uijt Justitie deeses Gouvernements den den E Achtb: Raad van Justitie des bandiet Norman dewelke op de Casteels de Goede Hoop overgegeeven nevenstaande vraagpoincten zoda„ door en van weegens Rijno Iohan„ „nig g'antwoord heeft als beseijden een „nes van de Riet gesw: Clercq ter Pe„ ijder derzelve aangeteekend staat „cretarije van Justitie in officio ge„ qualificeerd ter waarneeming der zaaken van den Landrost van Sel„ „lendam Constant van Nuld on„ /:onderstond /. zeijt om dat hij gev=e gemeend off hij niet bekend kwaad gedaan had dat die Jongens geen dros„ en straf verdient te hebben"! „sers waaren zulx daarom ge„ „schreeven te hebben t Legt niet geweeten te hebben wat hij gev=e tot zijn verschoo„ dat hij daaraan zoude mis„ „ning kan inbrengen en of hij nu niet van agteren begrijpt dat indien hij dat brief „je niet geschreeven had zijl: niet tot die stap zoude gekoomen zijn. " Jongens een dusdanig gruwelyk moord hebben gedaan! zegt niet te hebben gedagt gaan. dat die Jongens zoo verre zoude of hij gev=e zig niet direct daar toe goedwillig heeft betoond. „kruid omme daarop gehoord en H 15 „doen. 26 25 AC: 24 zegt Ja. munt hebben geboortig! Ligt Neen. zegt Neen Legt Nteen Jonas binnen treedende zoo zeijt Norman oud naa gis„ des gev=e naam ouderdom en ge„ - „sing 69 Jaaren van masantie „ boorte plaats. " Al: 1 zegt in 't melkhok te wonen Waar dezelve woonagtig is geweest zeg zeedert nu een Lange 3 In wast jaar hij gev=e van batavia tijd zonder te weeten hoe lang naa herwaarts is gezonden gewor„ en om wat reeden„ „den, en om wat reede. off hy geve niet als priester de mahometaanse religie Zeedert dien tijd alhier heeft g'exerceert? of hij gev=e niet onder de zijne en bijzondere opgang heeft gemaakt en dus geloofd word als een waarsegger off het niet daagelijks bij hem gev=e aan huijs perzoonen gekoo„ „men zijn, die met hem gev=en raad„ „pleeg:den, over deeze of geene zaake. of hij dan niet die perzoonen met zijn raad ondersteende en tot meer„ „dere zeekerheid of tot bewijs, om hun gerust te stellen niet iets meede gaf. wat zulx dan was dat hij dan heeft meede gegeeven! zegt ik weet Nergens van off Ionas zulx niet van hem ge„ „fangen gekreegen heeft bij zijn op„ zegt dat lootje niet te ken„ tegens welke onheilen hij gev=e dan zulx gegeeven heeft? 15 den gev=e het lootje te vertoonen en te vragen of hij gev=e dat niet en kend. . 16 zigt zulx niet te weeten!. waar toe zulx gebruikt word Of hij gev=e ook kend den slaaf Jonas van Batavia lijfeijgen van hem thans heefd gekend op Willem van Reenen, voormaals be„ „hoord hebbende aan eenen voberg of in de Wandeling genaamt boots„ „man Elias Ligt Neen of hij gev=e dien slaaf Jonas meede Jonds binnen treedende zegt niet somtijds iets heeft gegeeven tot dat den gev=e hem een lodje of versaekeering en besweering tegens alle bezweeringe gegeeven heeft ! onheijlen den gev=e blijft bij de regative 7 vervald. Zegt Neen heeft den gev=e gezegd dat hij 't eijland Ligt Neen. en of hij gev=e dan niet verseekert was dat die persoonen als onnozel„ zijnde aan zijn meerdere kunde ge„ „loof zloegen.. is dezulke uijtdeelde niet tot meerdere bekragtiging een bezweering zigt ik weel Nergens van of hij geve, bij dat geene wat hij aan of hun dat bewaaren kon voor on„ „heijlen ook voor naspeseringe! ondervraagt te worden, den alhier gerelegeerde Norman zullende desselvs te geevene responsive in mar„ „gine deesen behoorlijk worden be„ „kend gesteld. — Zegt Neen. Legt Neen 2 Legt nergens van te weeten. A No: 9 so voegd. 12 14 drossing „nen! -
English
Also says he knows nothing about that, and whether that note was not intended to be preserved for detection. AC: 18 Falls away. Says, I do not know. Says no. Says he knows nothing about that. 24 Whether there are any other persons here, besides him, the prisoner, who perform such incantations, and to name them. Whether he, the prisoner, does not realize that by giving such notes or papers he has seduced many innocent persons. Understood: Thus questioned and answered at Cabo de Goede Hoop on the 12th of November 1786 before the Messrs. Johannes Martinus Florack and Christiaan Georg Maasdorp, members of the Honorable Council of Justice aforementioned, who have properly signed the minute of this along with the appearer and me, the sworn clerk. Below lay: Which I witness: signed: R: J: v D Riet sworn clerk. 23 What other persons have received such notes or papers from him, the prisoner, and to declare them. 19 Whether one who possesses that note, according to his opinion, can also be caught. Whether he, the prisoner, also believes in the power of that incantation. Whether he, the prisoner, has thus given an assurance to someone else and likewise to Jonas regarding the power of the same. 22 What the substantive content of the superscription is. 21 Whereas August of the Cape, bondsman of the burgher David Benjamin d'Cully, aged about 26 years; Andries of Kalkuta, slave of the dragoon Christiaan Velbron, aged about 25 years; Jonas of Batavia, bondsman of the burgher Willem van Reenen, aged about 30 years; Samon of Boegies, slave of the burgher Jochem Daneke, aged about 28 years; Saripa of Mandahar, bondsman of the burgher Jan Bierman, aged about 30 years; Welkom of Ternate, slave of the Widow Daniel Beets, aged about 27 years; now prisoners of the sovereign, have voluntarily confessed, and it has clearly appeared to the Honorable Council of Justice from the documents produced in the trial: That the 1st prisoner August, together with the 3rd prisoner Jonas and a certain slave boy named Maij belonging to the burgher Johannes Engel, having run away from their masters for the first time about a year ago, had then, for the greater security of their flight, requested a certain free black commonly called Valentijn of d'apoer to write a pass or butcher's certificate for them, so that by that means, according to their prepared plan, they might reach the Caffres far inland, they having then also agreed with the said Valentijn that he would deliver such a certificate to them, on this condition, that they would reveal it to no one, and that note was also written by that Valentijn in the name of the burgher lieutenant Jonas Albertus van der Poel, without, however, according to the confession of the 1st and 3rd prisoners, the said Valentijn knowing what they intended to do, while the same Valentijn received from them for it a brass watch; That after they were provided with that note, they, the 1st and 3rd prisoners, along with the aforementioned Maij, set out on their way and advanced beyond the Gamtoos River, when that note was lost in crossing the river, and some time thereafter, namely in the month of March of this year, they were captured by one Pieter le Roux and brought here in custody, the aforementioned Maij having then been sold by his above-mentioned master to one of the people far inland; That all six prisoners subsequently, in the month of September last, having agreed among themselves to run away again, and instead of one, to provide themselves with 2 certificates, so that in case one might be lost, they could avail themselves of the other. Falls away. Falls away. 2 2. 0 To know. Agrees.
Dutch transcription
zegt meede niets daarvan te we, en of dat lootje niet en diende om bewaart te blijven voor naspeuring AC: 18 Vervald: Segt ik Weet Niet. Legt Neen zegt daar van niets te 24 of nog meer perzoonen, buijten hem gev=e alhier zijn, die diergelijke be„ „sweeringe doen de zelve op te neemen of hij gev=e niet begrijpt dat hij door 't geeve van diergelijke Lootjes of pa„ „piertjes veele onnosele perzoonen ver„ /onderstond:/ Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de Goede Hoop den 12 novemb=r 1786 voor de de Heeren Jo„ „hannes Martinus Florack en Christiaan georg Maasdorp leeden uijt den E Achtb raad van Justite voorm: die de minute deeses beneevens de Comp=t en mij gesw: Clercq meede behoorlijk hebb= onderteekend /: lagen: 't welk ik getuijge : geteekend / r: Jv D Riet gesw: Clercq „leijt te hebben 3 23. wat pezoonen meer diergelijke lootjes of papiertjes van hem gev=e hebben gekreegen en de zelve op te geeven 19 of soo een die dat Lootje heeft volgens zijn sentiment ook agterhaald kan worden of hij gev=e ook geloofd aan de kragt van dier besweering of hij gev=e dus aan een ander en Zoo meede aan Jonas ook verzeeke„ „ring heeft gegeeven van de kragt dezelver 22 wat den zakelijke inhoud der super „sciptie is 21 also August van de Caab lyfeijgen van den burger david Benja min d'Cully oud na gissing 26 Jaren Andries van Kalkuta slaaf van den dragonder Christiaan Velbron, oud na gissing 2 5 Iaaren Ionas van batavia lyferigjen van den barger Willem van Reenen oud na gissing 30 Iaaren Samon van Bongasslaar van den burger Jochem Daneke and na gissing 28 Iaren Saripa van mandaharlijfeijgen van den burger Ian Bierman oud na gissing 3o Jaren welken van Ternate Slaad van de Wed: Daniel Beeks oud na gissing 27 Iaaren thans 's heeren ged: vrijwillig beleden hebben enden E: achtb: rade van Iustitie uit de oerdees ten processe gefourneerde stukken wident gebleekens dat den 1 ged: August benevens den . ged:e Ioras en Zekere Slaven Iongen in naame maij toebehoorende den burger Iohan =nel Engel voor nu omtrend een Iaar van hunne lyfheiren voor de eerste reijze opgedrogt zijnde geweest als doen ter meerdere zekerheid hunner acrfugie van zekeren vrijzwart in de Wandeling genaamd Valentijn van d'apoer, hebben verzogt om een geleij of slagters briefje voor hen te willen maken ten einde door dien weg volgens hun gemaakt project verre landwaards in bij de Cassen te geraken, zijnde zijl: met gem: valentijn dan ook overeengekomen dat hij zodanig een briefje aan hun E: zoude bezorgen, onder deze Condi tie dat zij t: zulx aan niemand zouden openbaren, gelijk dan dat briefje ook door die Valentijn is geschreven op den naam van den burger luytenant Jonas Albertus van der Poel zonder dat egter volgens bekentenis van hem 1 en 3 ged: gem: Valentijn zoode ge weeten hebben, wat zijl: van weening waren te doen terwijl dezelve valentijn daarvoor van hen ontvangen heeft een koper horologie dat na dat zijl: van dat briefje waarvoorzien, zijl: 1 en 3 gel met eevingen: meij han op wey hebben begeeven ent gevorderd zijn tot over de gantouws rivier, wanneer dat briefje in 't overgaan der ricier was weggeraakt gelyk zyl: dan ook eenige tijd daarna en wil in de maand maart dezes Iaars door eenen Pieter le Roup gevangen genoomen en in hegtens alhier zijn overgebragt gevorden, zijnde als toen de voorm: meij door zijnen bovengem lijfheer aan een der lieden verre landwaarts in verkogt geworden dat alle zesde gev: vervolgens in de maand Septbr: jongstl: onder elkander afgesprooken hebbende, om wederom op te drossen en in stede met een met 2 briefjes te voorzien ten eijnde ingevalle er een mogte verlooren gaan zig van 't andere te kunnen voorzien „ten. Vervald Vervald. 2 2. 0 weeten Accordeert ten
English
the 1st, 2nd, and 3rd defendants, August, Andries, and Joras, took upon themselves the procurement of the false passes, for which purpose they again went to the frequently mentioned Valentijn van Dapoer, who on that occasion refused to serve them again as before; that the first three defendants, seeing themselves frustrated in this intention of theirs, betook themselves to the house of the military Captain Paul Paulsen residing here, in order to seek out the youth living there by the name of Johannes Jacobus Fabritius, to write and prepare for them a similar note in the name of the just-mentioned Jonas Albertus van der Poel; but since the mentioned Fabritius was not at home but at school, and he was called from school on two different occasions by a maid of the aforementioned Paulsen named Lena, he finally came home; and after the request made by the first three defendants, he at first strictly refused to write such a note; yet, upon the repeated assurance of the defendants that they were the slaves of Van der Poel, had lost their notes, and dared not go to their masters to ask for others, as well as upon the repeated persuasion of the aforementioned slaves, the said youth finally let himself be persuaded to write the notes, the contents of which the 1st defendant, since he did not know what to write, dictated to him, while the 2nd defendant, with the consent of the 1st and 3rd defendants, paid him for it two rijksdaalders in paper currency, without—according to the confession of all the defendants—the mentioned Fabritius or anyone from the household having known anything of their forged plan; however, this Fabritius, who certainly on account of his youthful innocence could not foresee the dangerous consequences thereof, has been released from his detention by resolution of the Honorable Court of Justice, and the person under whose supervision he is has been notified to send him away from here at the first forthcoming opportunity; that the defendants, having thus achieved their objective in this matter, were then only mindful of the means for immediate desertion, just as the 1st, 2nd, and 3rd defendants, after receiving those notes, also went to the other defendants and declared to them in joyful terms that they were now provided with duplicate passes and were thus ready; that furthermore the third defendant also took along a small square piece of lead upon which some letters appearing to be Malay were written with a pin, and which the third defendant, according to his own confession, was provided by the priest named Norman, exiled hither from Batavia in the year 1770, without the 3rd defendant wishing to admit that this was an incantation by which they could be preserved from misfortunes and detection, but only saying that he received that piece of lead from Norman when he, the 3rd defendant, was still living with the burgher Elias Voberg, and that such a piece of lead is actually an incantation not to be torn apart by wild beasts and otherwise; while the 4th defendant says that this is an incantation to protect the body and that, according to what others say, such a piece of lead preserves a person from all misfortunes, also from capture upon desertion; that the 3rd defendant having shown this piece of lead on the way to the 4th defendant, the 4th defendant, upon the assurance that the 3rd defendant had thereof, also put faith in it; but after the mentioned Norman, when he was interrogated before commissioned members of the Honorable Court of Justice, continued to deny all the foregoing, and there was not sufficient proof to convict him, the well-mentioned Court thought fit and resolved provisionally to exile the same priest Norman to Robben Island until such time as further evidence concerning this shall have come to hand, while the aforementioned Valentijn, for writing the false note, was also duly punished and furthermore confined to Robben Island; that further the 3rd, 4th, 5th, and 6th defendants were all provided with a special kind of powders, without them however wishing to confess truly to what end these served, one saying that this was a kind of incense to cense the above-mentioned piece of lead on Fridays in order to keep the incantation in force, another to have taken it along for his health, a third again that this is only useful to preserve them from all evil, without however wishing to know anything in the least either of the power of the powder or of the purpose why it was taken along by them; while nonetheless the 5th defendant, Saripa, also had added to the powders a kind of incantation written on a piece of paper with Malay characters, and which he, the 5th prisoner, confessed to have received from the 4th defendant, Damen, which was also acknowledged by the mentioned 4th prisoner; that the defendants, when they were thus provided with everything that appeared to them to be conducive to their cursed undertaking, even down to murderous weapons, finally also mutually bound themselves among one another never to leave one another, but to die with one another, which alliance concluded here among them was furthermore confirmed by them with the oath of brotherhood as often as they could obtain wine along the road; that the defendants, having set out on their journey from here on the 28th of September last, then designated the place of their meeting at the Salt River, or as most defendants say, behind the Castle; that the 2nd and 6th defendants, having departed from here half a day earlier and having betaken themselves a little towards the dunes or the so-called plain, and thus the 1st, 3rd, 4th, and 5th defendants not having found the 2nd and 6th defendants at the designated place, the defendants, instead of proceeding further on their route, were forced to search for one another until the second day, when they encountered one another again in the vicinity of the Salt River; that thereupon
Dutch transcription
de 12, en 3 ged:e August andries en Ioras, de bezorging der valsche passen op zig genoomen hebben ten welke five zij zich wederom na dik„ wijls gem valentijn van dapoer hebben begeven dewelke als toen heeft geweigerd hun wederom als voorheen te gereeven dat de drie eerste ged: zig en dit hun voornemen gefrustreerd ziende hun begeeven hebben ten huijze van den alhier remoreerende Capitein militair Paul Paulsen om de aldaar woonende jongeling in naame Iohannes Iacobus fabrities aantezoeken om een dergelijk briefje op de naam van evengem: Jonas Albertas vander poel voor hun te schrijven en in gereedheid te brengen, dan dewijl gem: fabrikues niet te huis maar in 't School was, en dezelve door een meid van voorsz: paulsen in marme lena tot twee differente reizen van uit het School was geroepen dezelve eindelijk thuis gekoomen was, en na gedaane nazoek der drie eerste ged: in 't eerst volstrekt geweigert had, dasdanig een briefje te schrijven dog op de herhaalde verzekering der gee: dat zij ge: Ma„ „ven van van der poel waren, hunne briefjes verlooren hadden en bij hunne lijfheeren niet dorsten komen, om andere te vragen, mitsg op de herhaalde persuasie van voorsz slaven, zo had gen Son geling zig eindelijk laten overhalen, om de briefjes te schryven, welkers inhoad de s. ged: hem vermits hij niet wist wat hij schrijven moest heeft voorgezegd terwijl de 2 gu: met genoegen der 1 gee: en 'T gad han daarvoor heeft betaald twee rijxd:s aan papiere munt zonder dat vol gens de Confessie van alle de ged: gem:e fabritius off iemand van 't huis gezin van hun gev gesmeed profect iets hebben geweezen. zijnde deze Fabritius egter die zekerlijk uit hoofde zijner Sorgen onnozel heid de gevaarlijke gevolgen daarvan niet heeft kunnen inzien, volgens besluit van den E: Achtb: raad van Justitie uit zijne detentie ontslagen ende geene onder waens opzigte hij hun staat aangezegd denzelven bij eerstkomende gelegenheid van hier te verzenden. — dat zij ged:e dies hun oogmerk hierin bereikt hebbende als toen maar op„ middelen bedagt geweest zijn tot de dadelijke opdrossing, gelijk zij 1„ 2, en 3 ged:s na 't ontvangen dier briefjes den ook zijn gegaan bij de overige ged: en in verheugde termen aan heeft gedecleireerd dat zij nu van dubbelde Passen voorzien en dus klaar waren. dat voorts de derde Ged: mede genoomen heeft een klein vier kant lootje waarop met een speld eenige letteren schijnende maleyks te zijn geschreven waren, en dat hen derde ged: volgens zijne eigene bekentenis door den in den Iaare 1770: van Batavia na herwaards gerelegeerden matoret aansen Preester in naame Norman es bezorgd geworden, zonder dat hij 3e ga: heeft willen weeten dat zulx eene bezweering zoude zijn waardoor zij l: bewaard konden blijven voor onheilen en naspeuring maar alleen zegt dat hij dat lootje van Norman gekregen heeft toen hij de 3e ge: nog bij den burger Elias Voberg woonde, en dat dier gelijk lootje eijgentlijk eene bezweering is om niet van't wild gedieste verscheurd te worden en anderzints terwijl de 4' gee: zegt dat dit bezweering is om het ligchaam te bevaaren en dat volgens zeggen van andere, zodanig een lootje den wensch voor alle onkeylen bewaard, ook voor't gevangen neeming bij Opdrossing. dat des ged: dit laatje op weg van den 4 ged: vertoond hebbende hij 4e ga„ op de verzekering die de 3 ged: daarvan had, mede daaraan heeft geloof„ geslagen, dan na dat gem: Horman wanneer hij voor gecommitt: leden uit den E: Achtb: raad van Justitie is verhoord geworden, dit voorenstaande alles is blyven negeeren en er geene genoegzame preuces waren om denzelven te kunnen overtuigen, zo heeft welgem: raade goed gevonden en verstaan denzelven priester Norman provisioneel te religeeren op 't robben Eij„ „land tot tijd en wijlen hier omtrend nadere bewijsen zullen zijn aan han den gekomen terwijl voorm: Valentijn over het schrijven van het Valsche briefje al mede na behooren gepanieerd en voorts ten robben Eylande geconfineerd geworden is. dat Wijders de 3, 4, 5, en 6 ged: alle van een bijzonder soort van Doeders zijn voorzien geweest, zonder dat zijl: egter regt hebben willen bekennen tot wat einde dezelve diende, als zeggende, de een dat zulx is geweest een Soort van Wierook om het bovengem: lootje der Vrijdags te berooken ten einde de bezweering van kragt te doen blijven, een ander zulx mede te hebben genoomen voor zijne gezondheid, een derde wederom dat zalx alleen dienstig is, om hun voor alle kward te behoeden, zonder egter in 't minstt iets te willen weeten zo van de kragt van de Boeder als van 't oogmerk waarom dezelve door zijn mede genoomen, terwijl des niet tegenstaande de 5 Gu: Saripa nog bij de poeders een soort van bezwering gevoegt heeft gehad; Op een stuk papier net maleitsche Characters beschreeven en dat hij 5 gev: van de 4 ga: damen bekend te hebben gekregen, het gent ook door gem:e 4. gev:s is geadvoneerd geworden. — dat de ged: wanneer zijl dus van alles 't geen hun toeschien tot hun vloekwaardig voorneemen bevondelijk te zullen zijn voorzien waarin tot zelvs van moord geweeren zig eindelijk nog order den anderen Onderling hebben verbonden, om elk ander nimmer te zullen verlaten maar met den anderen te zullen sterven welke verbind tenis alhier onder hun gesloten nog nader met den Eed van broende door hun is be „vestigd geworden, zo dikwerf zij maar wijn op den weg konden bekomen dat zij Ged: op den 28 Septbr: Iongstl: van herwaards op rees zijnde gegaan, als toen de plaats hunner byeenkomst hebben betaald aan de Zouterivier of zo als de meeste ged:zeggen agter 't Casteel. — dat de 2 en 6 ged: een halve dog te vooren van hier gegaan zijnde en zich een weinig na de duijnen of zogenaamde vlakte begeeven heb„ bende, en dus de 1, 3, 4 en 5 ged:s de 2d en 6 ge op de bestemde plaats niet hebbende aangetrogen zij gud: in stede van hunne zoute verder te neemen, genoodzaakt geweest zijn, om naa elkanderen te zoeken tot op den tweeden dag, wanneer zij malkanderen weder omstreep de Zoute rivier hebben aangetroffen. — dat daaro
English
that they, the defendants, having gone further from there, went to the Moddergat near the former Heemraad of Stellenbosch Iacobus Conterman, having after a brief stay there and having bought bread and wine, continued their journey to past the Kloofmaker below Hottentots Holland Kloof, where they also stayed a little while and subsequently passed over that kloof and arrived at a certain Christoffel Kok residing at the Botrivier, from there to a certain Willem Wilkens at the WolveCraal, where the third prisoner says that the 2nd defendant had allegedly sold two blue jackets, belonging to the 6th defendant, for the sum of 23 each, and for which they, the defendants, again bought two large loaves of bread and two bottles of wine. that they, the defendants, having proceeded to a certain Barend Gildenhuys, there also bought, from the remaining 6 of their money, 2 loaves of bread and 1 bottle of wine, while they, the defendants, went from there to a Christiaan Koen, residing at the Zwarte Rivier, further to the widow of Jan Jurgen Linde, where they, the defendants, slept one night, from there to the Storms Vallei near a Gerrit Kamp, where they bought 2 bottles of brandy and half a loaf of bread, from where they, the defendants, took their route further through the Nieuwe Kloof until they arrived at a Hottentot kraal and stayed there 2 days and 2 nights, some money having been stolen from those Hottentots by the 1st defendant and some clothes by the 4th defendant, whereupon the aforementioned Hottentots pursued and captured the defendants when they had departed about a day from them, but upon the return of the stolen goods, since they, the defendants, were provided with travel passes, released them again and sent them on their way. that the defendants went further to a Widow van Eeden near lower Breede River, subsequently through the Kannemelks River to the place of a certain Jan van Reenen, from there, having crossed the river the Bontebok, to the place of a Pieter Dupree situated around the Kafferskuils River, while the 2nd prisoner further confessed, which was also affirmed by the 3rd and 6th defendants, that the 3rd defendant, in passing by the place of a smith who lived on that route to sell wagonmaker's work, living in a small house situated along the road, had proposed, since that man lived there alone with a few slaves and was provided with some money, to murder him and rob him of everything, and thus the 2nd, 3rd, and 6th defendants also went to that place with the intention to murder and to rob; however, when they arrived at the place of that smith and found no one there since that place was abandoned, they returned from there to their remaining comrades with nothing accomplished. that the prisoners, finally upon the report of the 3rd prisoner Jonas, namely that the burgher Sebastiaan Rothman was a merchant and had many goods and cash, having directed their route to the place of the aforementioned Rothman and having approached the same on 21 October last, mutually agreed to remain close to that place that night, in order to then carry out their planned murder and robbery there. that however, upon the frequent and persistent remonstrance of the defendant Andries not to remain out in the veld but rather to take up lodging inside the house that same evening, they, the defendants, finally decided among themselves to go to the place, as they, the defendants, then also arrived there towards nightfall, and upon being questioned by the servant who was at the place, named Kramer, showed their travel passes or permits; that the wife of the aforementioned Rothman, while her husband was not at home, under the assumption that the defendants, pursuant to their passes, were truly boys of the butcher van der Poel and fearing no evil, provided the defendants with proper food and drink, as well as arranged a good sleeping place for them; the 2nd defendant Andries already then asked the boy of the house, named Hector of the Cape, how many European slaves and Hottentots were in the house, and upon receiving the report went outside with the 6th prisoner Welkom, apparently in order to consult about one thing and another. that the aforesaid 2nd and 1st defendants, upon their return into the house, having further agreed with the remaining defendants to send the 1st defendant inside, since they, the defendants, were lodged in the kitchen, in order to spy out the layout of the house, this was refused by him, the defendant, adding, there are few people here, it is time if we want to begin something; that subsequently, having further deliberated among themselves, the defendants, instead of going to sleep, to remain awake until the entire household should have fallen asleep, which was also done by them until they, the defendants, around the hour of 10 to 11 o'clock, got up to carry out their gruesome intention, the second to last defendant saying that they were incited thereto by the first 2 defendants with the words, now is the time; that thereupon the defendants, having risen together, each took a separate post, namely the 1st prisoner at the back door to watch so that no one should escape, and the 2nd defendant at the front door and the window of the room in which the woman was, in order to prevent her from going out; that subsequently the 4th defendant first went to the servant's or tailor's room and, having stabbed him with 2 wounds in the belly, went to the maidservants who lay sleeping in the gallery, and after having killed one with a stab, wounded the 2nd with several cuts, and according to the statement of the 6th defendant, when that maid did not die immediately, went to sit upon her, and while continuing to stab her still used these blasphemous terms: goddamn, how long does that maid live, can I not get her dead; that the 2nd defendant, who was armed with a kerrie and a knife, the woman, when she, upon hearing the noise, [illegible] to flee out of the window with one of her children
Dutch transcription
dat zij ge: wijders van daar zijnde gegaan, na 't moddergat bij den oud Heemraad tot Stellenbosch Iacobus Conterman, na aldaar van weinig vertoevd en brood en wijn gekogt te hebben, hunne togt hebben vervolgd tot na den Cloofmaker onderhotten tot hollands Cloof alwaar zy zig meede een weinig vertoefd en vervolgens gepasseert zijn over die sloofen aangekomen bij zekeren Christoffel Kok woonende aan de bothrivier van daarbij eenen willem wilkens aan de WolveCraal alwaar de derde gev: zegt dat de 2' ged:e zoude verkogt hebben twee blaauwe baatjes, den 6 gad: toebe hoorende voor de somma van 23 ijder, en waarvoor zij ged: weder ge kogt hebben twee groote brooden en twee flessen wijn. dat zij ged:e voortgegaan zijnde tot bij zekeren Barend gilden, huis aldaar mede nog van 6 restant hunner penn: gekogt hebben '2 brooden en 1 vles wijn, terwijl zij ga: van daar zijn gegaan, na eene Christiaan Koen, woonende aan de kwarte rivier, wijders na de wed: Jans Jurgen linde, daar zij ged: een nagt geslapen hebben, van daar na de Storm Valleij bij eene Gerrit Kamp alwaar zijl: 2 boddels brande wijn en een half brood gekogt hebben, waarvan zij ge: hunne route verder genoomen hebben door de nieuwe Cloof tot dat zijl bij een hot„ tentots Craal zijn gekoomen en daar 2 dagen en 2 nogten vertoefd. hebben zijnde als toen door den E ged: eenig geld en door den 4 ge: eenige klederen van die hottentotten gestoolen geworden, waarop gem:e hottentotten, de ged:e wanneer dezelve omtrend een dog van hun vertrokken waren, agtervolgd en gevangen genoomen, dog op de terug gave, van't gestolene vermits zij ged: van Pad briefjes voorzien waren, wederom losgelaaten en hunnes weegs hebben doen gaan. — dat de ged:zigtben al wijder hebben begeeven bij eene wed e van Eeden bij onder de reveer brede, vervolgens door de kannewelks rivier na de plaats van zekeren Ian van Reenen van daarde revier de bonau gepas ceert zijnde na de plaats van eenen Pieter dupreek gelegen om „trend de katfers kuijl rivier terwijl de 2 gev: nog bekend heeft het geen door de 3 en 6 ges: mede zijn geadvoneerd dat de 3 ged: in 't voorbijgaan na de plaats van zeker op die roete gewoond hebben de Smit om wagermakers werk te verkopen in een klein huijsje aan den weg geleegen erneerd had, heeft geproponeerd vermits dien man daar alleen met een paar slaven woonde, en van eenig geld voorzien was te vermoorden, en van alles te berooven, gelijk dan ook de 2, 3, en 6 ged: hun na die plaats hebben begeeven, met intentie om te moorden en te roden; edog wanneer zijl ter Plaatze van die smit gekomen waren, en daar niemand vermits die plaats verlaaten gevonden hadden, zij zig van daar onverrigter zaake na hunne overige makkers terug gekeerd. — dat de gev: eindelijk op 't rapport van den 3 gev: Jonas nament lijk dat de burger Sebastiaan Rathman een negotiant was, en veele goederen en Contanten hadde, hunne roate na de plaats van eevengem: Rothman hebbende ingerigt en dezelve op den 21 octbr: Jongstl genadert zijnde onderling afspraak genoomen zijnde om die nagt digt by die plaats te blyven, ten einde als dan hun geprojecteerde moord en root aldaar ter uitvoer te brengen. — dat egter op de menigvuldige en aanhoudende remonstratie van den Ged: Andries, om niet in 't veld te blijven maar liever denzelven avond daarin huis kun intrek te neemen zy gad dan eyndelijk onder hunl beslooten hebben om daar ter plaatze te gaan, gelijk zij ga: daardan ook tegens het vallen van den avond gekomen zijn, en op de afvrage van den kregt die zig daarter plaatze bevond in naame kramer, hunre geleij briefjes of passen hebben vertoond gehad dat de Vrouw van eeven gem„t Rothman terwijl haar man niet te huis was in die suppositie dat ile ged: ingevolge hunne briefjes werkelijk Songens van den slagter van der poel waren en geenes kwaads bedugt de gee: van behoorlijke spijs en drank voorzien mitsgs aan hun een goede Slaapplaats bezorgd hebbende de 2de Ged: Andries toen reeds aan de Ionge van 't huis in naam Dector van de Caab gevraagd heeft hoe veele Europeesche slaven en hottentotten zich wel daaren huis bevonden, en op 't bekome berigt met den 6 gev: welkom nabui ten is gegaan ten einde apparentelijk om over't een en ander te raadpleegen.— dat voorsz de 2 en E ga: bij hunne terugkomst in huis met de overige ged:e verder hebbende afgesproken om de 1e ge: vermits hij ged: in de Combaes gelogeert waren na binnen te zenden, ten einde de gelegenheid van 't huis te verspieden, zulx door hem ged: is geweegen geworden met bijvoeging hier zijn weenig menschen het is na tijd als wij iets willen beginnen dat vervolgens onder hun ged: verder beraadslaagd zijnde om in steve van te gaan slapen, wakker te blijven, tot dat 't geheele huisgezin zoude in slaap geraakt zijn, zulx ook door hun gedaan is tot dat zy ged: omtrend de klokke 10 a 11 uuren Opgestaan zijn om hun gruwvelijk voornemen ter uitdoer te brengen zeggende de voor laatste ged:t dat zij daartoe door de 2 Eerste ged: zijn aangezet ^geworden met te zeggen nu is 't tijd Dat daarop de ged gezamentlijk opgestaan zynde een ieder hunner een afzou„ „derlijke post heeft gevat en wel de 't gev: aan de Agterdeur om op te Passen daar niemand zoode uitvlugten en de 2 ga: aan de Voorders en't Vergster vande kamer daarde vrouw zig in bevond, ten einde dezelve het uitgaan te beletten Dat vervolgens de 4 ga: zog eerst na des knegts of snyders kamer begeven en denzel ven met 2 worden in de buik gestoken hebbende gegaan is na des heyd en die in de gaanderij ter slapen lagen, en na de eene met een steek om 't leven te hebben gebragt, de 2 met Verscheide streeken gewond heeft en volgens het zegge van en 6 ged: wanneer die meid niet terstond stierf op haar was gaan liten en onder het geduuregesteeken nog deze Godslaasterlyke termen gebruykt heeft goddame wat leeft dier meidlang kan ik haar briet dood krijgen dat de 2 ge:s die met een kirrij en een wes gewapend was, de Vrouw wanneer de op 't gehoorde gerugt zig met eene van haare kinderen uit het vengster met de vlugt ha
English
that wishing to save her, he dealt such a blow with the kirri that she, who had already climbed onto the window sill, fell off it and onto the ground. That the 3rd defendant, when the door of the room in which the woman was present had been pulled open by the 1st and 6th defendants and he had stepped inside at the direction of the 4th defendant, that there was a maid who had meanwhile seized the suckling child and another small girl and was lying under the bedstead with those 2 children, went to that maid and inflicted several stabs upon her with a kris which he had received from the 4th defendant. That because that maid screamed only once and then kept quiet, he, the 3rd defendant, was under the impression that she was dead, whereas she had only been wounded in the leg, the girl escaped with a light wound to the head, and the suckling child remained completely unharmed. That furthermore the 1st defendant, having forced open the door of the room where the deceased wife of his master had been taken, as well as the room where the deceased was located, together with all the defendants, forced open all cupboards and chests by means of a chopper that he had taken with him upon his desertion, and took away as many goods with all the defendants as they could obtain, the defendants not being able to state properly in court what was actually stolen by them. That the other defendants have furthermore unanimously accused the 6th defendant that, although they did not see it, nevertheless the 6th defendant, when they had accomplished the aforementioned abominable murders and had departed from that place, and while they were still recounting their committed atrocities to one another as a sort of heroic feat, told him that he, the 6th defendant, had also given the farmhand Kramer a stab, that the knife had remained stuck in the belly, and moreover had wounded one of the maids in the belly in such a manner that, with all due respect, the feces came out of the belly; which, however, was denied by him, the 1st defendant, under the pretext that he had said such a thing solely to avoid being disgraced before his comrades and so that he would not be accused of cowardice by them; adding nevertheless with respect to the farmhand Kramer that in case that farmhand had three wounds, he might very well easily have received one from the 6th defendant. That the 5th defendant, when he had provided himself with a sheep and initially wished to proceed on the way to their hiding place, having strayed from his comrades due to the darkness, was forced when day broke, because he was still close to the place of the aforementioned Hoo, to go to the aforementioned place, where he, the 5th defendant, notwithstanding he pretended to be a butcher's boy and to have strayed from his comrades, was taken prisoner. That furthermore the Hottentots Captain Adam Prin, who was present at that place and had already received orders to go out after the defendants, also went on commando that day with his subordinate men, and upon passing the sheep kraal of the said Hoo, having discovered through the wet muddiness that strange people had been there that night, followed those tracks until, after having been occupied therewith for about half an hour, he discovered the defendants in the thicket around the Karremelk River, who, as soon as they perceived the Hottentots, immediately placed themselves in a posture of resistance, with one of them saying, it is now time, now we must defend ourselves; nevertheless, the defendants were finally apprehended, subsequently transferred to Swellendam, and thereafter delivered here into the hands of Justice. That whereas such desertion accompanied by atrocious murders and violent thefts in a country where law and justice are properly maintained cannot by any means remain unpunished, but on the contrary, as an example and deterrent to other such murderous scoundrels, as well as for the protection and security of the good inhabitants living so widely scattered in the remote districts and of their possessions, ought to be punished most severely. So it is that the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, in session on this day, having read and considered with all due attention the written Criminal Claim and Conclusion made and taken on behalf of the Landdrost of the colony of Swellendam, Mr. Constant van Nielonkruit, in his official capacity, against the defendants, and having also considered the voluntary confession of the defendants, as well as everything that was relevant to the matter and could move Their Honors, doing justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, have condemned all the defendants, as Their Honors do condemn the same by these presents, to be taken to the place where it is customary here to execute criminal sentences, to be delivered there to the executioner, each being stripped naked and bound upon a cross, to have pieces of flesh pinched out from the fleshiest parts of their bodies with glowing tongs at eight different places, furthermore to be broken alive on the wheel from the bottom up without the stroke of mercy, and to remain lying thus until they shall have given up the ghost; further, the dead bodies to be dragged to the outside place of execution, placed there upon wheels and heads set upon stakes, so to remain until they shall be consumed by the air and the birds of the heavens; with condemnation of all the defendants in the costs and expenses of Justice, and dismissal of the further or otherwise made claim.
Dutch transcription
d willen sarveeren met de kireij zodanig en slag heeft toegebragt dat zy die reede op de Vengsterbank was geklomene daar van af en op de grond gevallen is. dat de 3 ga: wanneer de deur van de kamer daor de vrouw zig in bevond door de E en 6 ga= opengetokt en hij na binnen geteeden was op de aanvijzing van de 4 ged: dat en een werd, dewelke zig intasschen meester had gemaakt van 't zuygend kind en nog een klein meijsje met die 2 kinderen onder Pledikant lagenaar die werd toe gegaan is, en dezelve met een kris die hij vian de 4 gel: gekregen had eenige steken had toegebragt Dat vermits die waid maareens geschreeuwd en vervolgens zig stil gehooden had hij 3 ged: in de sappositie geweest is, dat zij dood was beweyl die men maar Vm. en kild inkeld in de bee wis getaetst geweest, het mesje met een ligte vande van het hoofd vrygeraakt en het zuygend kind gantsch onbeschadigt is gebleeven. — dat alwijders de E ged:e gelijk voorm declair van de kumer waar sing van zijne lijfvrouw had mede genoomen opengebrolen hebbende met alle de ga zoo veele goederen mede genoomen heeft als zij maar konde kragen hebbende de gednet te regten kunnen Opgeeven wat eijgentlyk door hun gestoolen is dat de overigd gee: nog eenparig den 6 ged: hebben beschuldigt dat hoewelzijl zulx et gezien hebben egter door den 6 ged wanneer zyl: de voorn: afgryselyke moorden hadden volbragt en van die plaatze vertrokken waren, op wel hunne gepleegde graweldaden nog als een zoort van hebden stuk onder elk anderen verhauelden, aan hem Verhaalt heeft dat hy 6 ged: de knegt Kramer mede eersteek gegeeven heeft, dat het mesten in de brik was blyven zitten en daarenboeen eer der meijd en zodanig in de bruik gewond heeft, dat haar S:V:/ de drek uit den bunk gekoomen is /('t geen egter door hemE ged: is ontkend onder voorwendzel dat hij zulx eenig lijk gezegt heeft om daardoor niet beschaard te staan voor zijn makkers en oordat hij niet van lefheid door hun nogte beschuldigd worden; voegende nogtans ten opzigte van den kregt kaamer daar nog bij dat ingevalle die kregt drie worden mogt hebben hij als dan wel ligtelyk een van den 6 gud konde bekoomen hebben dat de 5 gee wanneer hij van een schoop voorzien was en zig eerst op weg naar hun schuylhoek begeven wilde door de donkere van zijne makkers af gedwoold zijnde toen de dag aanbrak genoodzaakt is geweest wijl hij zig nog digt by de plaats van eevengem: hoo bevond na voorm: plaats te gaan alwaar hij i ged dan ook niet tegenstaande hij voorgaf een slogters Iongen en van zijne makkers verdwaald te zijn gevangen ge„ nomen is.— dat voorts de Bottentots Capitein Adam prin, die zig daar ter plaatze bevond, en reede ordre bekoomen had ons op de ga: uittegaan, dien dag dan ook net zijne onderhorige manschappen Op Commando is gegaan en bij 't passeeren der schoapesraal van duk Gent: Dor door de naten mod derigheid ontdekt hebbende dat er dien nagt vreemd volk aldaar geweest was, die spooren nagevolgd is tot dat hij ongeeer een half war daar mede bezig. Geweest zijnde als toen in de ruijgte omstreepde karremelk rivier de ged ontdekt heeft dewelke zo dre zijl de kottentotten ontwaarde terssone zig in Postour van tegenwoor stelden, onder het zeggen van een hunner 't is nu tyjd nu moeten wy ons vededigen zijnde egter des niet tegenstaande de ged: zig de Oloae bevond, benevens deB ges opengetrakt hebbende; voorts alle kasten en kisten door middel van een hakwes dat hij bij zijne opdros eyndelijk geapprehendeert, vervolgens na swellendan overge bragt en daarna alhier in handen van Iustitie overgelevert geworden. dan rademaal diergelijke aufugie gepaard niet gouwelijke woorden en gewildadige diefstallen in een land alle aan Regt en geregtigheid behoorlijk gehand haafd word geenzents Onge Strafd kunnen blijven maar integendeel ten Spiegel en afschrik van andere zoortgelike moordzugtige fietken mitsgs ter levei leging en zekerheid dier in de verafgelegene districten zo ver Breed. woonende goede ingezetenen en derzelver bezittingen in goevrerselijk behooren te worden geshraft. zo is 't dat den E: Achtb: raad van Justitie voorm=de ten dage doenende met alle oplettenheid gelezen en overno gen hebbende den schriftelijken Crimineelen Eisch en Con deze wegens den landdecst der folon millendam de heer Constant van Niet onkruit nomine off: Ab ende jegens de ged: gedaan en genoome mitsg:s gelet op der ged vrywillige Confessie voorts op als gent ter Materie was dienende en hun Ed Achtb: konde doen moveeren Regt doende uit naam ende van wegens die hoogmogende heeren Staaten generaal der Verle zigde Nederlanden alle de ged: hebben gecondam neerd gelijk hun EE Achtb: dezelve Condemneeren met dezen, omme gebragt te worden ter plaatze al waar men alhier gewoon is Crimineele Sententien te Executeeren aldaar den Scherpregter overgeleverd ieder rakend uijtgekled en op een Kruip gebonden zijnde niet gloeijende naptangen op agt differente plaatzen uit de Vleesagtigste gedeeltens van hunne ligchaa men stukken vleesch uyttenijpen voorts van onderen Op levendig gelede braakt te worden zonder slag van grotie en zodanig te blijven leggen tot dat den geest zullen gegeven hebben wijders de dooda ligchaame naart buyten gerecht geslekt aldaar opraderen ende heeeften op pennen gesteld zynde duste ver blyven tot dat door de hegt en vogelende Demels zullen zijn verteeed met Condemnite van alle de ged in de kosten en wesen van Iustitie en ont zegging van den verderen of anders gedanen Eijsch eijndelyk G
English
Article Thus done and sentenced at the Cape of Good Hope on the 20th of the month of November 1786, as well as pronounced in the Castle of Good Hope on the 12th of the following month December, as well as executed on the same day. Signed: J. Backer, B. Rhenius, J. V. Echten, Joh. Smit, J. M. Horak, A. V. Sittert, W. F. V. Reede van Oudtshoorn, J. M. Bletterman, C. L. Neethling, C. G. Maarworp, C. Mattheessen, G. P. Meijer, P. de Wet. Lower: In my presence. Signed: C. Van Aerssen, Secretary. In the margin: For the execution. Signed: C. B. van de Graaff, Governor. 1 And he made statement, as in fact is the truth, that the defendant and accused has made himself guilty of the crime of forgery, by giving along to the said August and Jonas at the end of the past year 1785 a false butcher's note in the name of the burgher lieutenant Jonas Albertus van der Poel, further appearing from the interrogatories answered and recollected by the defendant and accused hereunto annexed before commissioners from this Honorable Court, as well as detailed by the official plaintiff in the demand delivered by him upon and against the aforesaid August and associates today in your Honors' said tribunal, and to the contents of which the official plaintiff, for the sake of brevity, takes the liberty to refer, only noting here that when the defendant and accused was heard upon the aforesaid interrogatories, as well as at the confrontation with the said accused August and Jonas, it was further confessed by the defendant and accused: Appeared before the Honorable Council of Justice of this government the sworn clerk at the Secretariat of Justice here, as qualified in office to attend to the affairs of the landdrost of Swellendam Constant van Nielt Onkruydt, official plaintiff in criminal matters, of the one part, upon and against the free black Valentijn of Papoep, defendant and accused in the aforesaid case, of the other part. Conclusion taken by the officer. Underneath: Agrees. Insert. Article 12: that he, the accused, wrote that note for the said accused in the evening, and indeed around ten o'clock, and that he, the accused, further said to the other accused when they left him, in substance, "do not make sure that you are caught here at the Cape," from which it appears that the defendant and accused knew that those boys were runaway slaves, which must considerably suffice to the disadvantage of the accused. The official plaintiff therefore believes that the act committed by the defendant and accused is fully proven, and nothing more is required to make him undergo that punishment which is established for the crime of forgery, it being however always left to the judgment of the judge to apply the punishment according to the measure of the aggravating or mitigating circumstances, which is appropriate to the committed crime. Regarding which the official plaintiff shall take the liberty only to submit into consideration that, although according to the known disposition of the law it is quite certain that a judge, in inflicting punishment, ought always to choose the milder rather than the harsher side, yet on the other hand, through an overly mild administration of criminal justice, no occasion ought to be given for the frivolous violation of the laws; and that consequently in a country like this, and under the circumstances in which one finds oneself, wherein one is compelled in the countryside to place faith in such notes if the inhabitants wish to carry on the cattle trade, upon the good faith and credit of which the interests of this colony would be exposed to perilous outcomes, a rigorous punishment therefore ought to be inflicted upon the defendant and accused. And whereas to the crime of forgery belong these three principal points, namely: 1. An evil intention, 2. An alteration of the value, and 3. A design to deceive another; thus it appears as clear as the sun from the one and the other that the defendant and accused has erred and sinned against all three of these principal points, since a qualified forgery, which is properly called common falsity, is a crime according to the teachings of Simon van Leeuwen in his Roman-Dutch Law, book 4, page 33, number 13, in which the public has a great interest, and for the most part according to the definition of Carpzovius in his second volume, chapter 85, paragraph 153, must be punished according to the circumstances, indeed even with death. And if, Honorable Gentlemen, it were enough for the official plaintiff to present all the aggravating circumstances to your Honors, and prefigured to be able to suffice with the allegation of the same to demand a rigorous punishment, one could very easily, on the part of the official plaintiff, after a presentation regarding the aggravating circumstances, have contented oneself with having the act perpetrated by the defendant and accused considered as a crime of forgery in the absolute sense, and consequently also punishable according to the strict content of the respective laws enacted against it; yet the official plaintiff, with the impartiality that ought to accompany the execution of his office, as well as to satisfy the punishment that against such undertaking
Dutch transcription
Art Aldus gedaan en gesententieerd aan Cabo de goede hoor den 20 der maand November 1786 mitsgs Gepronuntieert In't Casteel de goede Koop„ den 12 der daaraanvolgende maand decenteer mitsg geExecuteerd ten zelve dage /:getekend:/ J: Backer B. Rhenius, J: V: Eghter Ioh Smit, I: M: Borok A: V: Sittert. W: f: V: Reede van Oudtshoorn I:M: Bletterman C: L: Neethling, C: G: Maaworp, C: Mattheessen, G: P: Meijer P: de wet /:lager:/ mij Draante /:getekend:/ C: Van Aerssen Secretaris /:in mar gine /: Fer't Executie / getekend / C B: vande groef gemcleryn 1 Ende deede zeggen, zo als in facto de waarheid is dat de ged: en ged: zig heeft schuldig gemaakt Aan 't Crimen falsi met aan de ged August en Ionas in 't laast van den gepasseerden Iaare 1785 4 Een Volsch Slagters briefje mede te geeven op den „naam van den burger luijtenant Ionas Albertas van der poel. 5 breder blykende, bij de ged en ged hier nevens gevoegde voor heeren gecommitteerdens uit dezen Edele Achtb: Rade beantwoorde en gerecolleerde Vraagarticulen mitsgaders omstandig door den Rat: off: Eiss:rs bij den eisch, door hem op ende jegens voorsz: Au gast C: S: op heden in uwel E: Achtb: gedagte vier schaar overgelevert, geExpresseert En aan welkers inhoude den rat: off Eissr kort Reids halve de vryheid neemd zig te refereeren alleenlijk nog maar alhier zal aanmerken dat wanneer de ged: en ged' op de voorm: vraag articulen is gehoord so bij de Confrontatie der gem:e ged. August en Ionas 11 door de ged. en ged nog is gecenfesseerd Compareerde voor den Wel Edelen Achtb. Rade van Justitie dezes gouvernements den geza. Clercq ter Secretarije van Iustitie alhier als in officie gequalificeerd ter waarneeminge der zaken van den land drost van Swellendam Constaant van Nielt Onkruit rat: off: Eissr in Cas Crimineel ter Eenre op ende Teegen den Vrijzwart Valentijn van Papoer ged: en ged' in 't voorsz: Caster ande re zyde genomen Conclusie van daer officier /:Onderstond:/ Accordeert BVD inser Ort: 12 2 6 8 9 Art: 12 dat hij ged: dat briefje voor de gem: ged: geschreven heeft des avonds en wel om tien uuren en dat hy ged: nog gezegt heeft aan de andere ged 13 wanneer zijl: van hem gegaan zijn 14 in substantie maakt niet dat gijt alhier aan de Caab opgevangen word 15 waar uyt blykt dat de ged: en ged: geweeten heeft, dat die Iongens, drossende slaven waaren 16 't geen merkelijk tot nadeel van den ged. moet sulfi cieeren den rat: off: dus vermeent dat 't feijt door den ged: en ged: bedreeven volkoomen is beweezen, en er niets meer nodig is, om 8 hem te doen ondergaan die straffe, die op 't Crimen falsi is gestatueert egter altoos aan 't oordeel van den regter is overgelaen 20 omme na maate der aggraveerende of verligtere om standigheeden, de Iorasse te appliceeren 21 welke de gepaste op de gepleegde misdaad zij 22 waaromtrend den rat: off: Eiss„r de vrijheid neemen zal, alleenlik in Consideratie te geeven 23 dat hoe zeer 6 volgens de bekende dispositie van 't regt Vryzeker is 24 dat een regter en 't infligeeren der Straffe, altyd mer de zagste als de strafste partij behoord te verkiezen egter aan den anderen kant, door eene alte zogte 25 handhaving der Crimineele Iustitie geene occagie tot ligtvaardige overtredinge der wetten behoord gegeeven te worden C en dat mitsdien in een land als dit, en in de omstan digheden, in welke men zig bevind waarin men genoodzaakt is ten perlatten lande geloof aan diergelijke briefjes te staan 28 willen de ingezetenen den Vee handeldrijven 29 van welkers goede trouw, en Credit de belangens dezer Colonie, aan gevaarlike uijt einden zoude geExponeerd worden dus eene regoareuse straffe aan de ged en ged' diend te worden geinfligeerd En vermits tot 't Crimen falsi behooren deze drie voornaame hoofdpoincten als 1 Een kwaad voorneemen 33 2 Een verandering aan de waardij en 34 3 Een opzet om een ander te bedreegen 35 zo blykt uit 't een en ander zonne klaar dat de ged: en ged: teegens alle drie deze voornaame hoofdpoinc ten heeft misgaan, ende gezondigd wijl een gequalificeerd falsui dat men eijgentlijk gemeene Valsheid noemd Eene mesdaad is volgens de leere van Simon van Leeuwen in zijn Rooms Hollandsch regt lib: 4: P: 33 Num: 13 waar aan 't gemeen veel gelegen is en meesterdeels volgens de diffinitie van Carp zovius in zijn 2: deel Cap: 85 3153: naar maate der omstandigheden moeten werden gestraft Ja zelvs met de dood„ en indien Edele Achtb: Heeren 't genoeg was dat 9 den rat: off: Eisscher, alle de verzwaarende om „standigheeden aan uwelEdele Achtb: voortedragen en praefigureerde te kunnen volstaan met de alle 40 „gatie van dezelve 41 Eene rigoareuse straffe af te vorderen 42 zou men zig aan de zijde van den rat: off: Cesc:s na eene voordragt wegens de verzwaarende om „standigheden zeer gemakkelyk hebben kunnen Contenteeren 43 met 't door die ged: en ged geperpetreerde feijt te doen Considereeren als een Crimen falsi en de volstrekte zin. 44 en gevolglijk ook prnissabel na den strikten inhoud der resp wetten daar tegens geEmaneerd 45 dan de rat: off: Eiss=r met de onzydigheid wel ke met de waarnerming zijner officie behoord gepaard te gaan als te voldoen aan de straffe die tegen diergelyke 36 38 Art: 30 ondernevenge Art 30 31 32 1