Inventory 4323
Cape · 471 pages · 299 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
undertakings have been instituted which require an officer to investigate innocence as well as guilt, considers himself most strictly obliged to furnish to Your Honourable Court everything that, in his humble opinion, could with any possibility be brought forward to excuse the defendant, has therefore considered himself obliged to submit as an excuse for the defendant that the defendant's advanced years, which in any and all cases must be counted among those of senility, as multiple examples have shown us, that persons who have reached the age of 75 years or even thereabouts, have fallen into dotage, foolishness, and vacancy of mind, although, Honourable Gentlemen, this is no fixed rule, it ought nevertheless to be of no small consideration in this matter; added to this, most legal scholars unanimously state that when in the commission of the crime of forgery no third party is harmed, then a mitigation of punishment takes place, as comes into consideration in this case: First, that the defendant claims not to have known that those boys belonged to any other master than Jonas van der Poel, nor that they were deserting slaves, and finally, thirdly, that those boys did not use that note, but lost it when crossing one of the rivers, and thus could not have harmed any third party through it; it is for this reason that the officer, the prosecutor, in consideration thereof and the lawful arguments that might be derived therefrom, has been moved to embrace the view that the ordinary punishment which has been instituted against such a crime and cited above, could not be executed upon the defendant without notable hardship, but that in his respect an extraordinary punishment, suited to the nature of the case and in accordance with the political interests of this Colony, ought to be inflicted at the discretion of the Judge. For which and other reasons and arguments, to be further deduced in due time if necessary, the officer, the prosecutor, making his demand, concludes that the defendant mentioned in the heading of this document shall be brought to the place where criminal sentences are customarily executed here, there delivered to the executioner, exposed with a rope around his neck under the gallows, with a paper pinned to his chest on which the word forger must be written, and thereafter to remain confined on Robben Island for the period of ten consecutive years, with condemnation in the costs and expenses of justice, or to such other punishment as Your Honours shall find appropriate to the perpetrated act. Article 63. Signed: R. J. van der Riet; in the margin: Exhibited in Court, November 1786. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honourable Council of Justice of this government, Valentijn van Dapoer, who has answered the adjoining question points in such manner as is noted beside each of them. Articles caused to be made and submitted to the Honourable Council of Justice of the Castle of Good Hope by and on behalf of Ryno Johannes van der Riet, sworn clerk in office, qualified to attend to the affairs of the landdrost of Swellendam, Constant van Nult Onkruyd, in order to hear and interrogate the free black Valentijn van Dapoer upon them, his responses to be properly noted in the margin of this document. Article 1. The defendant's name, age, and place of birth. Answers: Valentijn van Dapoer, aged 75 years, a native of this Cape. Article 2. Whose bondservant the defendant formerly was. Answers: of the Honourable Company. Article 3. Since how long the defendant has been set at liberty. Answers: since the year 1758 has been in freedom. Article 4. How the prisoner makes his living here. Answers: that he makes his living as an undertaker for the freedmen here. Article 5. Whether the defendant also knows the slave August of the Cape. Answers: No. The slave August entering says that he knows the defendant and that he had been there at 10 o'clock in the evening to have the note written. The defendant maintains the negative, yet says he now knows him. Article 6. As well as Jonas of Batavia, whose bondservant he is. Answers: says had not known better than that he was a boy belonging to van der Poel. Jonas entering says the same as the defendant August has said on the previous article. The defendant says he now knows him. Article 7. Whether those two boys were not with the prisoner in the month of November or December of the year 1785. Answers: says Yes. Article 8. At what time and when they were with the defendant. Answers: says in the afternoon around half past three o'clock. Jonas and August entering say to his face that they came to the defendant in the evening around nine o'clock, and that they were there until 10 o'clock. Article 9. Whether the defendant does not know that the owners of those slaves were the citizens David Benjamin d'Ailly and Willem van Reenen, and that they thus belong to no one else. Answers: says that he did not know better than that they were slaves of the burgher lieutenant Jonas Albertus van der Poel. Answers: says as on the previous article. Answers: No.
Dutch transcription
ondernemingen zin gestatueerd welke zo wel van een officier afvorderd 't onder 47 zoek der onschuld als der schuld 48 zig ten sterksten verpligt reekend omme aan uwel Edele Achtb„r te suppediteeren 49 alles wat maar, naar zijne geringe gedagte, met eenige mogelykheid ter verschooning van den ged: en ged: zoude kunnen werden bygebragt heeft zig dus verpligt geagt tot Excusatie 50 van den gee: en gede te moeten voordragen dat des ged: hoog gaande Iaaren, dewelke bij 51 en in allen gevallen, onder die van de zindheid moeten werden gerekend 52 't geen de menigvuldige voorbeelden ons hebben gelard dat perzoonen die den ouderdom van 75 Iaren 53 ook wel daar bereeden hebben bereijkt, tot kinds heid, saf en wezenloosheid zijn geraakt hoe wel t E: Achtb: Heeren geen vast stelregue 54 is, egter in deze van geene geringd Consideratie dient te zijn 55 daarbij komt nog dat de meeste regtsdoctoren eenparig zeggen 56 dat zo wanneer bij 't plegen van 't Crimen falsi een derde niet mede werd benadeeld, als dan verligting plaats heeft. 57 gelyk in dit geval in aanmerking komt. 58 Eerstelijk dat de ged: en ged: voorgeeft niet gewee „ten te hebben, dat die Iongens een ander heer dan Jonas van der Poel toebehoorde 59 ook niet dat zij droosende slaven waren en eindelijk ten derden, dat die Iongens dat 60 briefje niet gebruikt maar in 't overgaan van een der redeeren verlooren hebben 61 dus daar door geen derde hebben kunnen be nadeelen 62 't is dan, dat den rot: off: Eesscher ter Considera tie van dien 67 en de wettige argumentatien welke men daar uijt zoude kunnen afleiden. gepermoveerd is geworden te vallen in 't begrip dat de ordinaire straffe welke tegen een dierge lyk misdrijf is gestatueerd geworden en hier voren aangehaald niet zonder notabele hardigheid aan den ged: en ged zoude kunnen werden geexecuteerd maar dat ten zijnen opzigte een Extra ordinaire stratfe geschikt naar den aard der zaake En overeenkomstig de Pelitique belangens van deze Colonie, noor 't arbitriem van den Regter be hoord te werden geinfligeerd Mits welke en andere redenen en middelen in tijd en wijle (is't nood (nader te dedaceeren den zat: off: Eisscher, Eijsch doende Conclu deerd, dat den ged: en ged: in den hoofde dezes gemeld zal werden gebragt ter plaatse alwaar men hier gewoon is Crimineele Sententien ter Executie te brengen aldaar den Scherpregter over gelevert, met een strop om den hals onder de galg, met een Papier voor de borst gespeld, waarop 't woord folsaris geschreeven zal moeten staan, te pronk gesteld zijnde, daar na voor den tijd van thien agter een volgende Iaren ten robben Eylande geconfineerd te blijven met Condemnatie in de kosten en misen van Iustitie ofte tot zodanige ander Strafje als uwel Edele Achtb: over eenkomstig 't geperpetreerde art 63 feijt Art: 63. 64 6 66 8 68 Compareerde voor on Onderget: gecommitt uit den dezes gouvernement gem: Na Zegt Valentijn van dapoer oud 75 Iaren, van dezen ui't hoek geboortig zegt van de E: Comp: zegt zedert 't Jaar 1758 zegt als op 't voorig artc: Op de nevenstaande vraagpoin ten zodanig geantwoord heeft als bezijden een ijder derze lve Centijn van Dapoer, dewelke aangetekend staat Articulen gedaan maken den E: achtb: raade van Ins titie des Casteels de goede Doop overgegeven door en van wegens Rijno Iohannes van der Riet gezw: Clercq in officie ge qualificeert ter waarneeminge der zaken vanden landcost van Zwellendam Constant van Nult Onkruid om daarop gehoord en ondervraagd te worden den vrijzwart Valentijn van dapoer zullende deszelvs te ge vene desponsive in margine dezer behoorlyk worden be kend gesteld. E: achtb: raad van Iustitie en aan Heeren gecommitt: uit Art: 1 des ged: naam ouderdom en geboorte plaats. van wie hij ged: te vooren een lyfeigen is geweest. zegt in den agtermiddag om zederd hoe lange hij ged: in vrij streep holf vier uuren! dom is gesteld 4 dende, zeggen de gev' in facie dat zijl: bij hem ged: gekomen zijn waarmede hij gev: zig hier des avonds omtrend negen uuren, en dat zijl: tot 10 nuren daar erneert. Donas en August binnen tre„ zegt Ja. en dat zij dus niemand anders toebehooren. of die twee Iongens niet bij hem gev: in de maand novbr: of de Cbr: des Jaars 1785 ge„ weest zijn. hoe laat en wanneer zij ga: bij hem geweest zijn. zegt dat hij niet beter ge of de gee: niet weet dat de weeten heeft of het zijn sla lifheeren dier slaven zijn ven van de burger luijtenant geweest de burgers dooid Jonas albertus van der Poel. Benjamen d'aillij en Willem van Reenen! als mede Ionas van Batavia zegt neen. Jonas binnen tredende zegt mede als de ged: August op 't voorig artf: heeft gezegt de ged zegt thans hem te kennen zegt niet beter geweeten te hebben of dat het een Iongen van van der Poel is geweest weers lijfeygen denzelven is Art: 5 of hy ged: ook kend de slaaf August van de Caab de slaaf august binnen tredende zegt dat hij de ged Kent en dat hij 's avonds om 10 waren nog geweest is om 't briefje te laten schrijven de ger blyft bij de negotive dog zegt thans hem te kennen feijt zullen bevinden te behoo„ Riet /:in morgene:/ Exhibitum in „ren /:was getekend/ R. I: V: D: zegt als aanspreker der Vrygegevene alhier zig te in vrijdom geweest te zijn Art: 5 waren Iudicio den November 1786. Zegt Neen! . 1 1 erneeren.
English
Says that they asked the defendant to write a note. Says that the deponent initially refused, but afterwards agreed to it. Says in the name of the butcher Jonas Albertus van der Poel. Says that he wrote a pass for three boys to the Piketberg. Says: Yes. Says: Yes. Says: A brass watch. had remained and that the defendant also said, while August was standing outside and 10 o'clock had struck, come inside otherwise the rattle-watch will catch you, and also when they received that note from him, see to it that you are not caught at the shop. The defendant stands by the negative. The defendant now says that such is the truth. What they came to do at his house. Because they had lost their note at the Salt River. If so, in whose name it happened. Whether the necessary content thereof was dictated to him, the prisoner, or whether he wrote it of his own accord. Whether they also requested to draw it up in the name of Jonas Albertus van der Poel. If so, whether he did not also draw it up accordingly. Whether the defendant did not consent to that. Whether they did not request a pass note from the defendant. Says no. Says no. The slave Jonas entering, he says to the defendant's face that he was at the defendant's house, but that such was refused by him. The prisoner says it may well be, but it slipped my mind. Now says that his wife once said, a boy was here who asked for a butcher's note, but that he told his wife, you must turn the boys away if they come again. 9 The defendant now states that those boys came to the defendant a second time and requested a note. Says no, to have refused such. Says that he refused them because he was afraid to do so for the second time, and that he therefore had turned them away. L 25 Whether the defendant did not then already understand that he had done wrong. Says yes, with the papers it may be, but otherwise not. If not, why the defendant refused such. Whether he did so. Whether those boys did not, about a few months ago, ask the defendant again for a similar note. Whether the defendant did not know what the project of those boys was when they asked for the note. Whether the defendant did not receive a watch from Jonas for it. What the defendant received as a reward for it. The slave Jonas. Says as before. Article 19. Article 26. Says yes. 14 15 16 1 1 1V 8 not. 24 23 22 2 20 Article 19. Article 12. Says yes. States: Yes. Says: Yes. Says yes, but requests a merciful punishment. Says to ask for pardon and never to have done such before. 29 And whether the defendant does not understand that making those forged passes is punishable. What the defendant can put forward for his excuse. 1 230. Thus interrogated and answered at Cape of Good Hope the 13 November 1786 before the gentlemen Johannes Marthinus Horak and Christiaan Georg Maasdorp, members of the Honorable Council of Justice aforementioned, who duly signed the original minute of this together with the appearer and me, the sworn clerk. Lower: Which I testify. Was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. Re-examination. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the free black Valentijn van Dapoer, who, having had his aforementioned answered interrogatory articles with the answers given thereto read out clearly and distinctly, word for word, testified to persist therein, not desiring that anything more be added thereto or taken away, saying that the foregoing is the pure truth. Underneath: 2 And that he thus violated the good faith among the inhabitants. 28 And that he could have been the cause of many disasters. Article 26: Whether the defendant does not know that one may not provide a false signature. Thus re-examined at Cape of Good Hope the 17 November 1783. Was signed: V. V. Dapoer. Lower: In my presence. Was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. In the margin: As commissioners. And signed: J. M. Horak and A. V. Sittert. Inventory of documents made and delivered to the Honorable Council of Justice by the sworn clerk at the Secretariat of Justice, Rijno Johannes van der Riet, as qualified in office for attending to the case of the landdrost of Swellendam, Constant van Nult Onkruijt, ex officio prosecutor in a criminal case on the one side, against The free black Valentijn van Dapoer, prisoner and defendant in the aforementioned case, on the other side. Inventory marked with letter A. Criminal claim and conclusion by
Dutch transcription
zegt dat zij hem ged: gevraagd hebben om een briefje te schrij zegt dat hij get: in't eerst geweigert heeft dog nader hand daarin te hebbeen toegestemd zegt op de naam van den Slagter Jonas albertas van der Poel zegt dat hij geschreven heeft een pas voor drie Jongens tot na de Pignet bergen Zegt: Ja/ zegt Sa. zegt Een koper Horologie van waren gebleven en dat de ged: nog gezegt heeft terwijl hy August buiten stond en t: 10 uuren geslagen was, komt binnen anders zal de ratelw agts uw opvangen en nog wanneer zil: dat briefjes van hem gee: ontvangen hebben, maakt niet dat de ged: blijft bij de negotive. de ged: zegt thans dat zulx de waarheid is gij aan de koop opgevangen word Wat zijl: bij hem zijn komen doen. van wijl zijl: heen briefje verloren hadden aan de zoute rivier Zo Sa:l op wiens naam 't is geschied of hem gev: de noordelijken inhoud daarvan is voorge zegd dan wel of hij zulx uyt zijn eijgen geschreven heeft of zijl: ook hebben verzogt om zulx op de naam van Jonas albertus van der Poel te stellen zo Ia: of hij zulx dan ook niet dusdanig heeft gesteld. of hij ged: daar niet heeft en toegestemd. zijl: niet aan hem ged heb„ „ben verzogt om een pad briefje zegt neen. Zegt Neen. de slaaf en dries binnen trederi„ de zegt de ged. in face dat hy bij de ged: is geweest maar dat zulx door hem is geweygert de gev zegt het kan wel wezen maar't is mij ontschooten zegt thans dat zijn vrouw eens gezegt heeft daar is een Ionge hier geweest, die gevraagd heeft om een slagtersbriefje dog dat door hem aan zijn vrouw was gezegt, gij moet de jongent afwy zen als zij wederkomen 9 de ged. Legt thans dat die Iongens ten tweede maale bij hem ged geweest zijn, en om een briefje hebben verzogt zegt neen zulx te hebben geweigert zegt dat hij hun gerefaseert heeft om dat hij bevreesd was, zulx voor de tweede reis te doen, en dat hij daarom hun had afgeweezen L 25 Of hij ged: toen niet reeds zegt Ia: met de papieren kan 't weezen maar anders heeft begreepen dat hij qualyk gedaan heeft.! zoo neen waarom hij ged: zulx gerefuseerd heeft! of hij zulx heeft gedaan of die Iongens niet voor enu een paars maanden hen ged. weder hebben verzogt om een diergelik briefje. of hij ged: ook niet wat 't project is geweest van die Jongens toen zij om 't briefje hebben gevraagd of Jonas hem ged: niet een horologie daarvoor heeft gekregen wat hy ged: tot belooning daar voor heeft gekregen de Slaaf Jonas zegt als vooren Arvo: 19 Art: 26 zegt Ia. 14 15 16 1 1 1V 8 niet. 24 23 22. 2 20 Art 19 art: 12. Zegt Ja. Legt: Ja. Zegt: Ja. zegt Ia: maar een barm hartige Straffe te verzoeken. zegt Pardon te verzoeken en zulx nimmer te vooren ge„ daan te hebben 29 En of hij ged: niet begrippt dat die walsche passen maken strafwaardig zijn. wat hy ged: tot zijn verschoning weet in te brengen 1 230. Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede Hoop den 13 Novbr: 1716 voor de heeren Iohannes Marthinus Borak en Christiaan georg Maasdorp leeden uit den E: Achtb: raad van Iustitie voorm: die de mi nute dezes benevens de Comp ende mij gesw: Clercq mede behoorlijk hebben ondertekend /lager:/ 't welk Ik getuijge /:was getekend:/ R: I: V: D. Riet gesw: Clrcq. Recollement. Compareerde voor ons ondergetekende ge„ committ: uit den E: Achtb: Raad van Iustebe dezes gouvernement den vrijzaart valentijn van Dapoer dewelke deze zijne vooren Haar„ /:onderstond:/ 2 en dat hij dus de goede trouw onder de ingezeten geschonden heeft. 28 en dat hij oorzaak had kunnen zijn van veele onheelen. Art: 26: of hy ged: niet weet dat men geene valsche handteekening mag verleenen. de beantwoorde vraagarticulen met de daarop gegevene antwoorden van woorde tot woorde klaar en duidelijk voorgeleezen zynde betuijgde daar bij te blijven persisteeren, niet begeerende dat er iets meer bijgevoegt ofte van gedaan werden zal zeggende dat 't voorenstaande de zoidere waarheid is /:onderstond:/ Aldus gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop den 17 Novbr: 1783. /:was getekent:/ V: V: da „poer (:lager:) mij present /:was getekend:/ R I: V: d: Riet gesw: Clercq /:in margine:/ als gecommitt:s / en getekend:/ S: M: Horak en A: V: Littert: Inventaris van stukken gedaan maken, en aan den wel Edelen Achtb: Raade van Dus titie overgegeven door den gesw: Clercq ter Secretarije van Iusti tie Rijno Iohannes van der Riet als in officie gequalificeert ter waarneeming der zaake van den land arost van Zwellen „dam Constant van Nult onkruijt rat: Off: Eijssr in Cas crimineel ter eenre op ende Ieegens Den Vryzwart Valentijn van dapoer ged: en ged' in 't voorsz: Cas ter andere zide Inventaris gequoteerd met Lettra A Crimineelen Eisch en Conclusie de door
English
by the Officer of Justice, Claimant, formed against the Defendant mentioned in the heading hereof, and marked with the letter Interrogatories upon which the Defendant was questioned before the delegated Commissioners from this Noble Honorable Council, with his responses given thereto, marked with the letter No. 1. Serving as justification of the facts charged against the Defendant in the aforesaid claim by the Officer of Justice, Claimant, and consequently as verification of articles 2 to 16 of the aforesaid claim and conclusion of the Officer of Justice, Claimant. The remaining articles of the said claim are introductory, notorious in law, or admitted, and consequently require no further proof. Memorial of law, if necessary, to be drawn up and then marked with the letter signed R: I: V: d: Riet Humbly shows the pro interim Fiscal Gabriel Exter That the Right Honorable, Valiant Lord Governor and Honorable Council of Policy, having been pleased to resolve by decision of the 1st of this month of November to place into the hands of the petitioner such persons who, although not fully convicted, nevertheless lie under strong suspicion of having taken part in the conspiracy of certain eleven criminals who, on account of an intended undertaking to make themselves masters of that vessel and its cargo by killing the authorities and other crew members of the Honorable Company's chartered private ship d' Jonge Frank, which is lying here again on its departure, were executed immediately by the same authorities and brought over here; meanwhile, upon investigation, it has appeared to the Officer of Justice, the petitioner, both from certain circumstances and from the depositions submitted here, that the commander of the soldiers assigned to that vessel, Right Honorable Sirs To the Right Honorable Sirs Presidents together with the other Honorable Council of Justice of the Castle of Good Hope Agrees Casimir Lempe, not only seems by his conduct to have given very much cause and occasion to the revolt committed on the aforesaid vessel, or rather the brazen demanding of rations in excess of the Instructions as otherwise, but that he, Lempe, also had prior knowledge of the audacious undertaking that followed thereupon, without having made the slightest disclosures thereof to the captain, nor having followed his indispensable duty to check and oppose the beginnings thereof among his soldiers; the Officer of Justice, petitioner, therefore sees himself brought under the unavoidable necessity of having to act ex officio against the said commander Lempe. However, in order to institute the necessary proceedings in a criminal case, qualification from this Honorable Council being required, the Officer of Justice, petitioner, has deemed it most advisable to turn to Your Honors with the humble request that it may please Your Honors to grant the petitioner their decree, whereby he is qualified to hear the person of the said Casimir Lempe before delegated Commissioners on such articles as shall be presented to him by the Officer of Justice, petitioner, with authorization to the said delegated Commissioners to have the said Lempe taken into apprehension according to the findings of the case; or that Your Honors may be pleased to make such other disposition as Your Honors shall judge proper. Below stood: Which doing. Was signed: G. Exter. In the margin stood: Exhibited in Court the 20th of November 1786. Right Honorable Sirs! Humbly shows the undersigned pro interim Fiscal Gabriel Exter: That the petitioner, having been qualified by resolution of Your Honors dated 30 November last to hear the person of Casemier Lempe, former commander of the soldiers on the private ship de Jonge Franke chartered by the Honorable Company, before delegated Commissioners from this Noble Honorable Council on such articles as the Officer of Justice, petitioner, should deem necessary to supply to the delegated Commissioners on the day of the hearing, and this primarily on account of the fact that the said Lempe To the Right Honorable Sirs Pieter Hacker and Johannes Isaak Rhenius, Presidents, together with the other Noble Honorable Council of Justice of this government.
Dutch transcription
„ door den r: O Eissr op ende jeegens de ge: en gede in den hoofde dezes gem: geformeerd en gequoteerd met de letter- Interrogatorien, waarop de ged: en ged: voor heeren gecommitt: uijt dezen Edelen Achtb: Raade e onder vraagd geworden, met deszelvs daarop gegevene responsiven gequoteerd met de letter- - CN. 1. Dienende tot Justificatie van de facten aan den ged: en ged: bij de voorsz: Eysch door den C: O: Eijsscher ten lasten gelegd en mitsdien tot verificatie van art: 2 tot 16: van des 8: O: Eijssr voorm: Eisch ende Conclusie De overige articulen van den zelven Eijsch zijn Introductied notoir Suris, of in Confesso en hebben mitsdien geen Beei „aler bewijs nodig Memorie van regten /:is 't nood:/ te formeeren en als dan te quoteeren met de letter- - /:getekend :/ R: I: V: d: Riet Vertoond met verschuldigde Eerbied den pro„ interim fiscaal Gabriel Exter Dat den weledele gestr: Heer Gouverneur en E agtbaare Raade van Politie bij besluijt van „den 1 deser maand November hebbende gelieven goed te vinden, in handen van den vertoonden te stellen zodanige perzoonen; als dewelke schoon niet volkoomen overtuijgd, egter onder sterke sus„ picie liggen, van aan de conspiratie van zeekere Elf misdadigers, die ter zaake eener getendeerde on„ „derneeming, om door 't ombrengen der overheedens ende verdere scheepelingen van 't alhier wederom op zijn vertrek leggend 's EComp. s ingehuurd par„ „ticulier schip d' Jonge Frank, zig van dien bodem en de inhebbende lading meester te maaken, door dezelve overheedens en ilico zijn geexecuteerd, te hebben deel gehad en alhier zijn overgebragt 't in„ „tussen bij ondersoek, zowel uijt zommigen omstan„ digheedens als de dezen overgelegde verklaarings aan dan R: O: vertoonder gebleeken is, dat den op dien bodem meede bescheijdene commandeur WelEdele Agtbaare Heeren Aan dewelEdele Agtbaare Heeren Presidenten benevens den verderen E agtbaaren raade van Iustitie des casteels de goede Hoop Accordeert Kies gemcleren den B. der soldaaten Casimir Lempe niet alleen tot de op voorsz: bodem gepleegde revolte, of wel 't brutale afvorderen van de Instructies meerder rantsoene als andersints door zijn gehouden gedrag zeer veel voet en aanleijding schijnt gegeeven te hebben; maar dat hij Lempe ook van de daarop gevolgde stoute onderneeming bevoorens eenige wetenschap gehad heeft, zonder daar van aan den capitein de geringste ouvertures gedaan te hebben, nog opvolging van zijn indispensabele pligt de begin„ „len daarvan onder zijne soldaaten te hebben ge„ stuijt on tegengegaan; de R: O: vertoonder derhalven zig in de onvermyd „lijke noodzakelijkheijd gebragt ziet, om tegens den zel „ven commandeur Lempe exofficio te moeten ageere Dan, om de noodige procedures in cas criminee te institueeren; vereijscht wordende qualificatie van dezen E Agtb: raade; heeft den E:O vertoonder 't raad„ „saamst geoordeelt zig te keeren tot UwE Agtb: met eerbiedig verzoek; dat van UwE Agtb: welbehagen zy moge, aan den vertoonder te verleenen welderselve de Creet, waar door denzelven word: gequalificeerd, om de perzoon van gem: Casimin Lempe voor Heeren gecommitt,„s te moogen hooren op zodanig articulen, als hem door den vertoonder R: O: zullen worden voorgehouden, met authorisatie van wel„ gem: Heere gecommitteerdens, om na bevinding van zaaken denzelven Lempe te doen neemen WelEdele Achtbare Heeren! Vertoond met vorschuldigde Eerbied de Ondergeteekende prointerim fiscaal Gabriel Exter„ Dat de vertoonder bij besluijt van Uw Ed Agtb: de dato 30 November lb: zijnde gequalificeerd gewor„ „den, omme de persoon van Casemier Lepe gewezene commandeur der soldaaten op het bij d' E Comp„e in„ gehuurd particulier schip de Jonge Franke, voor Heeren gecommitt. s uijt desen Edelen achtb: raade te moogen hooren op zodanige articulen als den r: O vertoonder ten dage dienende zoude vermijnen aan Heeren Gecommitt:s te moeten suppediteeren en zulks wel voornamentlijk ter zaake, dat denzelve Aan de welEdele Achtbare Heeren Pieter Hacker en Johannes Isaak Rhenius presidenten be„ „neevens den verderen Edelen Acht„ „baren Raade van Justitie deezes gouvernements in apprehensie; ofte dat UwE: Agtb:= zodanige andere dispositie gelieve te neemen; als UwEd Achtb: zullen oordeelen te behooren. /:onderstond:/ T welk doende /:was geteekend:/ GExter /:in margine stond:/ Exhibitum in Judicio den 20 9ber: 1786. in Lempe
English
Lempe, by his maintained conduct on that vessel, would not only have made himself suspect of having somewhat favored the attempted undertaking—on the same ship de Jonge Frank on 16 July of this year by several soldiers who were under his jurisdiction and command and some sailors—to run off with their vessel and overpower it with violence, or else of having been negligent in keeping the soldiers in that proper discipline to which the accurate fulfillment of his indispensable duty should necessarily have urged him: The prosecutor, the petitioner, in execution of the same order, also had the said commander Lempe questioned on such articles as had been formulated by him for that purpose, which he now takes the liberty to present respectfully herewith to your Honors: Yet that it appeared abundantly to the prosecutor, the petitioner, during the same interrogation that all accusations—of which most are never judged free of partiality—brought against the said Lempe are by no means so convincing that they, notwithstanding his satisfactory answers given with the greatest tranquility before the gentleman commissioners, in which he very clearly manifested that by him in all respects, and especially at the time of the tumult, everything and as much was put into effect with the required vigilance as the critical circumstances and the confused moment in which he found himself allowed, could provide the slightest basis against him, Lempe, to remain subject to the further investigation of the fiscal office. That for the petitioner with respect to the said Lempe there has thus not remained the slightest semblance of grounds from which the petitioner could ever deduce any further slightest presumptions against the said Lempe, and by which the petitioner would be able to prosecute his legal proceedings against him, Lempe; the petitioner is therefore, with respectful reverence, of the opinion that he ought to desist and abandon the further investigation altogether. For which and other reasons and means to be further deduced in due course, the petitioner, making a declaration, declared that he could find no basis whatsoever in the world for an action against the aforementioned Lempe concerning the aforementioned matter, to abandon it completely herewith, and consequently to request that it may please your Honors favorably to discharge the said commander Casimir Lempe from all further judicial prosecutions concerning this. Below stood: Which doing. Was signed: G: Exter. In the margin stood: Exhibited in court the 28 December 1786. Extract from the criminal court roll held at the Cape of Good Hope, Thursday the 30 November 1786. After this, the following report having been served by the interim fiscal, the Honorable Gabriel Exter: Which having been read and its contents deliberated upon, the Council authorizes the prosecutor, the petitioner, to hear the commander Casimir Lempe in the presence of the gentlemen commissioners, members of this court, on such questions as shall be presented to him by the same prosecutor, the petitioner, while the Council, with respect to the further requested apprehension, provisionally denied the prosecutor, the petitioner's request until such time as the guilt of the aforementioned Casimir Lempe shall have further appeared to the Council. Below stood: Agrees. Was signed: C: van Aerssen, secretary. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government the valiant captain of the outgoing private Company ship de Jonge Frank, Jacob Veer, who, at the requisition of the interim fiscal, the Honorable Gabriel Exter, declared to be true and truthful: That he, the appearer, with respect to the revolt that occurred on board his Company vessel, refers to those reports that he has submitted concerning this to the government here, and specifically to that which he, the appearer, yesterday to the honorable, severe Lord Governor
Dutch transcription
Lempe zig door zyn gehuudne conduiten op dien bo„ „dem niet alleen zou hebben verdagt gemaakt van de Op het zelve schip de Jonge Frank op den 16: July deezes jaars door verscheijdene onder zijn ressort en bestier gestaan hebbende soldaaten en eenige ma„ „troosen getendeerde onderneeming om hunnen. bodem af te loopen en met geweld te overmeesteren, eenigermaaten te hebben begunstigd, dan wel nalatig te zijn geweest, om de saldaaten te houden in die geschikte discipline, als waartoe de accurate opvol= „ging. van zijnen indispensable, pligt hem nood„ „wendig zoude hebben behooren aan te zetten: De r: O: vertoonder denzelven commandeur Pempe dan ook in opvolging van dezelve dispositie heeft doen horen op zodanige articulen als ten dien einde door hem waaren geformeerd en hij tans de vrijheijd neemt nevens deesen aan dwelle Achtb„s reverentelijk aan te beeden: Dan dat aan den R: O: vertoonder bij het zelve verhoor overvloedig gebleeken zijnde, dat alle beschul„ „digingen /: waar van de meeste nimmer van par„ „sialiteit worden vrijgekent:/ teegens denzelve Lem„ „pe ingebragt; geenzints zijn zo convaincant, dat deselve, niet tegenstaande zijne voor Heeren gecom„ „mits met de grootste tranquiliteit gegeven voldoen„ de antwoorden, waar bij hij wel zeer duijdelijk Mits welke en andere redenen en Middelen en tijd en wylen nader te deduceeren de vertoonden doende declaratoir verklaarde geen fundament ter wereld tot eene actie teegens den meerge„ Lempe ter zaake voorsz: te heeft gemanifesteerd, dat door hem in allen opzigte en wel voornamentlijk ten tijde van het tamult met de vereijschte vigilantie alles en zo veel is in het werk gesteld, als de critique omstandigheeden en het confuse. tigdstip, waar in hij zig bevonden heeft, hebben toegelaaten, nog teegens hem Lempe zou„ kunnen opleeveren het geringste fundament om aan de verdere perquisitie van het officie fiscaal te moeten onderheevig blijven. Dat bij den ver„ „toonder ten opzigte van den zelve Lempe dan over„ „zulx geene de minste scheijn van gronde zinde overgebleeven uit dewelke de vertoonder maar immer eenige de geringste verdere presumtien ten laste van dezelve Lempe zoude kunnen aflyden en waar door de vertoonder in staat zou zijn, zijne procedures teegens hem Lempe te kunnen prosequeeren, de vertoonder dierhalven onder eerbiedige reverentie van begrip is; dat hij van de verdere perquisitie ten eenemaal zoude behooren te disisteeren en af te zien kunnen heeft . . kunnen vinden, daarvan bij dee „sen geheel en al af te zien en ge„ volglijk te versoeken dat het uwele Achtb: goedgunstig behagens mooge deselven commandeur Casimin„ Lempe van alle verdere rechter lijke poursuiten dien aangaande te ontheffen. /:onderstond:/T welk doende /: was geteekend./ 9: Exter /:in margine stond:/ Ex„ hibitum in Iudicio den 28 december 1786. xtract uit de crimineele Regts Rolle gehouden aan Cabo de goede Hoop Donderdag den 30 Novembr: 1736. Zijnde hier na door den prointerim fiscaal DE Gabriel Exter gediend van 't volgende vertrog 8 F: S: 't welk geleezen en over dies inhoude gedelibereerd op Compareerde voor de ondergetekende gecommitt„s uijt den E Achtb: Raad van Justitie dezes gouvernement de manhafte capitein van 't uijtkoomend parti„ „culier d'sComp„s schip de Jonge Frank Jacob veer dewelke ter requisitie van den prointe„ „rim fiscaal d' E Gabriel Exter verklaarde waar en warachtig te zijn. Dat hij Comp„t ten opzichte der revolte dewelke aan boord van zijn Comp:s Bodemis voorgevallen zich refereert aan die relaasen, dewelke hij des aangaande aan het gouvernement alhier heeft overgegeeven en specialijk aan dat geene, dat hij Comp„t op gisteren aan den welEd: gestr: Heer zynde, qualificeert de Raad den R: Overtoonder, omme den Commandeur Casimir Lempe, ten overstaan van Heeren gecommitt„s Leden dezer vierschaar te horen op zodanige vraagpoincten, als hem door denzelven R: O: vert: zullen worden voorgehouden terwijl de Raad, ten opzichte der wyders verzocht apprehensie, provisioneel des R: O: verts verzoek ontzogt, tot tijd en wijle de schuld: van voorn: casimir Lempe den Raade nader zal zijn gebleeken. /:onderstond:/ Accordeert /:was geteek=d) C: van Aerssen secret: — zinde gouverneur
English
governor of this government has handed over, after which, regarding the Commander of the soldiers on his vessel, Casimier Lempe, declaring that on Sunday morning, the 16 Julij, before the rebels came above to demand from the appearer his instructions and whatever else they further claimed at that time, he had spoken below with their members and came up at the same time with them, at which time he said to the chief mate Pieter Pieters that in case the appearer did not give them what they demanded, they would then take it by force, just as he further, after the appearer had granted the rebels what they had demanded, shook hands with their chief in name Gravier de Valbonne, and asked whether he, Valbonne, also had anything against him; to which Valbonne had answered their Commander Lempe in the French language: No, Sir, against you I have nothing. The appearer further declaring that when, just before the revolt, the said Lempe was among them under pretext of doing the rounds, the French Corporal La Droite had attempted to pull him, Lempe, aside and speak to him, with the intention of revealing to him what was about to happen, he, Lempe, at that time constantly sought to evade this La Droite, and told him that if he had something to say, he should then come above. While the appearer further declares that at the moment of the attack the rebels shouted, where is the commander? Also, that whenever the appearer spoke to the said Lempe about this matter and gave him to know that he, the appearer, feared a revolt, he, Lempe, always answered: I would just give them their demand, then it will perhaps be settled. The appearer further testifying that from this he had to conclude that he would be able to have little assistance from this Lempe; as later became apparent, for one of the rebels having come above while he, Lempe, stood with sword in hand, he could easily have run him through, but instead of that, he did him no harm, but only wrestled with him a little as it were. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being prepared, if required, to confirm the same at all times with a solemn oath. Thus done and passed at Cabo de Goede Hoop the 2 Novbr 1786, before the gentlemen convinced that the people on the Jonge Frank were treated no worse than on other ships, and as far as he was aware nobody lacked anything, had answered that here precisely the opposite was the case, for the appearer, having already sailed on 19 ships, had never seen things managed more orderly with the crew, and according to circumstances more generously with the distribution of rations, and further that when the appearer got back the ship's instructions which he had lent to the mate Pieterse, he would further convince the said Lempe of this. That further, Lempe having daily pressed the appearer for the same instructions, had on a certain day intentionally come to the appearer and essentially asked: do you not have the instructions back yet? And upon the appearer saying that the mate had not yet returned them, the said Lempe continued: well, they do not need them anymore either, the boatswain's mate of the Ganges, who has been several times to the East Indies and is familiar with everything, has now told them what is due to the people, and they have it in writing; to which the appearer had then further answered: well, then the people will also see that they are treated well. That subsequently, when they had nearly approached the Line, the people had once again shown themselves very dissatisfied with the food, namely that it was prepared with half salt and half fresh water, and having argued among themselves about it, the said Lempe immediately came to the appearer and asked whether on other ships it was also customary to use half salt and fresh water in the food for the crew; to which the appearer answered that when necessity required it, the same measures were observed on other ships in just the same way; the said Lempe not being well satisfied with this, went directly to the mate, who gave him as an answer to the same question in the presence of the appearer that they had not yet passed the Line, that they still had a long journey ahead of them, and that it was therefore better that they now lived a little sparingly than that they should suffer complete shortage in the future; then subsequently the Captain, having received report of this, went in person to the deck, tasted the food, and then asked the people what was wrong with the food? Whereupon not a single mortal answered him. That all of this having preceded the tumult committed on board thereafter, the said commander Lempe, on the 16 Julij just before the people ran above to demand from the captain the instructions and increased rations, approached and was found among them.
Dutch transcription
gouverneur dezes gouvernement heeft inhandigt waarna, hij ten belange van den Commandeur der soldaaten van zinen bodamt Casimier Lempo„ verklaarende, dat dezelve des zondags morgens den 16 Julij voor dat de rebellen boven zijn gekoomen om hem Comp:ts zijne instructie en het geene zij als toen verder geeijscht hebben af te vorderen, met hu „leeden beneden gesprooken, en te gelijk met hem boven gekomen is, wanneer hij aan den opper „stuurman Pieter Pieters gezegd heeft, dat bij aldien de Comp:s hun niet gaf, het geene zij eischten, zijl: het als dan met geweld zouden neemen gelijk hij wijders, na dat de Comp=t de retellen had toegestaan dat geene, dat zij geeischt haddent aan 't opperhoofd van hun in naame gravier de valbonne, de hand gegeeven, en gevraagd heeft, of hij valbonne ook iets tegen hem had; waar op valbonne hun Commandeur Lempe ten andwoord had gegee„ „ven in de fransche taal; Neen Mijn Heer tegens U heb ik niets. verklaarende de Comp„t voorts, dat wanneer even voor de revolte gem: Lempe zich tusschen ders had bevonden, onder pretext van de ronde te doen de fransche Corporaal La droite hem Pempe had„ „de pogen ter zijde te trekken, en te spreeken, met oogmerk om hem 't geen er stond te gebeuren, te openbaaren, hij Limpe als toen dien La kroite /:onderstond:/ Aldus gedaan en gepasseerd aan Cabo de Goede Hoop den 2 Novbr 1786, voor de gedurig, heeft zoeken te ontwijken, en hem gezegd, dat als hij iets te zeggen had hij als dan boven moest koomen. terwijl de Compt al wyders verklaard dat op het ogenblik van den aanval de rebellen hebben ge„ roepen waar is de commandeur dat ook wan „neer de Comp:s gem: Lempe over dit geval, onder hield en denzelven te kennen gaf, dat hij Comp„t vreesde voor een rebolte hij Lempe altoos ten and„ „woord: gaf: Ik zoud ze hunnen Eisch maar geeven„ dan zal het mogelijk wel schikken. Betuijgende de Comp„ verders dat hij hier uitmoest besluijten, dat hij weinig assistentie van deezen Lempe, zoude kunnen hebben; gelijk naderhand gebleken is want éen der rebellen bovengekomen zijnde, terwijl hij Lempe met den deegen in de hand stond, had hij denzelven gemakkelijk konnen doorsteeke, dog insteede daar van, heeft hij denzelven geen„leed gedaan maar alleen een weijnig met hem guasi geworsteld Niets meer verklaarende geeft den Comp„ voor reedenen van wetenschap als in den text bereid zijnde 't zelve des gerequireerd wordende, ten allen tijde met solemneele Eede gestand te doen. gedurig Heeren overtuijgd dat men het volk op de Jonge Frank niet minder dan op andere scheepen behandelde en voor zoo verre hem bewust was niemand iets ontbrak daarop g'antwoord had dat hier juijst het tegendeel plaats had, want dat de Comp.:s reets op 19 scheepen gevaren hebbende, nimmer ordentelijker met het volk en na mate van de omstandigheeden met de uijtgaan der randsoenen ruimer hadde zien te werk gaan, vo„ en voorts dat wanneer de Comp„t de scheeps instru„ „tie die hij aan de stuurman Pieterse geleend had te rug kreeg hij dezelve Lempe dan hier van na „der zoude overtuigen. Dat voort Lempe daarop dagelijks bij den Compt om dezelve instructie aangehouden hebbende op zeekeren dag opzettelijk bij den Comp„t was ge„ „koomen en substantieelijk gevraagd had: hebt gij de instructies nu nog niet te rug en had denzelven Lempe op 't zeggen van den Comp. ts dat de stuurman ze nog niet had te rug gegeeven vervolg, wel ze hebben ze nu ook niet meer nodig de bootmansmaat van de ganges, die verscheijde reijze in oostjndien ge„ weest en alles bekend is, heeft hun nu gezegt wat het volk toekomt en zij hebben het op schrift„ op 't welk den Comp:t dan nog had geantwoord: nu dan sal het volk ook zien dat het wel behandelt, word: Dat vervolgens wanneer men even de Linie „genadert was het volk al wederom over het eeten dat het zelve, namentlijk met half zout en half zoet water was klaar gemaakt zig zeer te onvreeden getoond en onder elkanderen daarover geword hebbende, gem: Pempe terstond was naar de Comp„t gekoomen en gevraagd had of 't op andere scheepen ook een manier van „doen was, dat men in de kost van 't volk half zout en zoet water gebruijkte op 't welk den Compt g'antwoord hebbende dat wanneer de noodzakelijkheid zulx vorderde dezelve menagementen op andere schee„ „pen eeven zo wierden in agt genoomen zulx gem: Lempe hier over niet wel voldaan zijnde zig direct begeeven had na de stuurman die hem op dezelve vrage in tegenwoordigheid van den Comp„ ten antwoord gaf, dat men de Sinie nog niet was„ gepasseerd, dat men nog een lange reijs voor han„ „den had, en dat het dus beter ware, dat men nu een weijnig Spaarsaam leefde, als dat men in 't vervolg geheel quam gebrek te lijden dan dat ver volgens de Capitein hier van berigt bekoomen hebbende zelve in perzoon was naar het dek gegaan het eeten geproefd en toen aan t volk gevraagd had wat 'en aan 't eeten manqueerde? als wanneer door geen. sterveling daarop is g':antwoord geworden, Dat dit alles het daarna aan boord gepleegd tumult voorafgegaan zijnde, denzelven comman„ „deur Pempe zig nog op den 16 Julij eeven voor dat het volk is naar booven geloopen en aan de capiteijn de Jnstructies en meerder randsoenen af te Eijsschen genadert bevonden,
English
had found himself in the waist on the port side, whereupon a few minutes after he had spoken there with the soldiers, the crew had immediately come above deck in the most insolent manner for the aforementioned purpose, the revolt also having been carried into execution on that same night. The appearer further declares that when the crew, on the same day of the revolt when the captain had already been forced into surrendering the instructions, more wine, tamarind, etc., spoke among each other to also demand more gin and the appearer had come on deck, the aforementioned Lempe had then said to the appearer, "Do you see now that the boatswain's mate of the Ganges was indeed informed of the instructions," adding, "I assure you, if the gin is not given to them all at once, they will immediately come above deck again," to which the appearer having answered, "Were I in your place, I would rather address the crew and advise not using the gin all at once, but daily, while they have now already had enough wine, and one could well anticipate mischief if they become drunk," the same Lempe had essentially replied thereto, "Goddammit, no, my soldiers shall have it all at once; it is better with them than with the steward, because then that old raven will not sell it at Batavia." Finally, the appearer declares that after the tumult had ended and the mutineers were seized, a certain soldier named Prinsenraadt had also, in full council of war and in the face of the aforementioned Commander Lempe, testified and maintained that three days before the revolt was to begin, he had made the betrayal known to him, Lempe, without the appearer nevertheless knowing what he, Lempe, had answered, and much less whether he had also notified the captain or anyone else thereof. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as in the text, being prepared to maintain the same further if necessary. Thus done at the Cape of Good Hope, the 27th of November 1786, before the Messrs. Johannes Martinus Horak and Andries van Sittert, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the appearer and me, sworn clerk. Lower: Which I witness. Was signed: R. H. van der Riet, sworn clerk. Review of Testimony. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the aforementioned Coenraad van den Busch, who, this preceding declaration of his having been read aloud clearly, distinctly, and word for word, declared that he continues to persist therein, desiring that nothing more be added thereto or removed therefrom, except only that when the appearer had learned from the commander about the soldiers' demanding gin, he, the appearer, made this known directly to the captain of his vessel, and therefore spoke, in confirmation of the truth thereof, the solemn words: "So truly help me God Almighty." Thus done at the Cape of Good Hope, the 28th of November 1786. Was signed: C. v. d. Busch. Lower: In my presence. Signed: B. J. v. d. Riet, sworn clerk. In the margin stood: As commissioners. Was signed: J. M. Horak and A. v. Sittert. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, Johan Pamper, soldier on the ship De Jonge Frank, of competent age, who, at the requisition of the pro interim fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, declared it to be true: That he, the appearer, saw that Commander Lempe had spoken long with the French on the aforementioned ship, and that the aforementioned French thereupon followed shortly behind him, the commander, to force the captain into giving a larger ration. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as in the text, being prepared to maintain the same by oath at all times if required. Thus done at the Cape of Good Hope, the 22nd of November 1786, before the Messrs. Johannes Martinus Horak and Johannes Mattias Bletterman, members of the Honorable Court aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the appearer and me, secretary. Lower: Which I witness. Was signed: C. van Aerssen, Secretary. Review of Testimony. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the soldier Johan Pamper, who, this preceding declaration of his having been read aloud clearly and distinctly from word to word, testified that he continues to persist therein, with the desire that nothing be added or removed.
Dutch transcription
bevonden had in de kuijl aan bakboord zeijde als wanneer eenige minuten na dat hij aldaar met de soldaten ge„ sprooken had: het volk op een allerbrutaalste wijze da „delijk ten eijnde voorsz: was naar boven gekoomen zijnde op die zelve nagt dan ook de revalte ter executie gebracht. verclaarende de Comp:t, voorts dat wanneer het volk denzelven dag van de revolte toen de capitein reeds tot de overgave van de Jnstructies meerder „wijn, tamarende &c:a, was, geforceerd, onder elkanderen sprak om ook meerder genever te Eyschen ende comp:s op 't dek gekoomen was gem: Lempe als toen aan den Comp:t gezegt had, ziet gij nu dat de bootsmansmaat van de ganges wel van de instruc„ ties is g'informeert geweest e met bijvoeging: ik ver„ „seker uw. zoo hun de geneven niet in eenemaal te gelijk gegeeven word dat ze dan direct weer naar booven koomen op 't welk de Comp: g'ant„ „woord hebbende ik zoude in uw plaats zijnde het volk Liever toespreeken en raaden om de genever niet in eens maar dagelijks te gebruiken terwijl zij nu reeds genoeg wijn hebben gehad en men, wanneer ze bedronken raaken, wel onheijlen kon„ „de te gemoed zien, had denzelve Pempe daarop substantielijk geregereerd: goddome. neen, myne soldaten zullen het op eenmaal hebben het is, beter bij hun dan bij de bottelier want dan zal het dien Recollement. Compareerde voor ons onderget: gecommitt. s Uijt den E achtb: raad van Justitie deeses gouvernement Ouden raaf te batavia niet verkoopen: Eindelijk verclaard den Comp:s dat na dat het kmult g'eijndigt was en de muijtelinge gegreepen waaren, ook nog zekeren zoldaat Prinsenraadt genaamd in volle krijgsvergadering en in facie vant gem: Commandeur Lempe had betuijgd en staande gehou„ „den dat hij drie dagen voor dat de revolte zoude be„ „ginnen hem Lempe het verraad had te kennen gegeeven zonder dat hij comp: nogthans weet wat hij Lempe zoude hebben g'antwoord, en nog veer minder of denzelven daarvan den Capitain of Iemand anders ook heeft verwittigd. Niets meer verclaarende geeft den Comp:t voor reedenen, van wetenschap als in den text bereijd zijnde het zelve des noods nader gestand te zullen Aldus gepasseerd aan Cabo de Goede Hoop den 27. Novbr:s 1786. voor de heeren Joh:s Martinus Horak en Andries van Sittert leeden Uijt den E Achtb: raad van Justitie voorm: die de minute deeses beneevens de Comp„ ende mij ge„ „swore Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend. /: lager:/ 'T welk ik getuijge /:was geteekend:/ R:Hs: D: Riet gesw Clercq doen. ouden gem: 5 gem: coenraad van den Busch dewelke deeze zijne voorenstaande verclaring klaar en duydelijk woordelijks voorgeleezen wesende verclaarde daarbij te blyven persisteeren met begeerte dat er niet meer bij ofte van gedaan werden zal, als alleenlijk dat wanneer den Comp„s nopens 't Eijschen van geneven der soldaten, van den Commandeur zulx vernoomen had, hij Comp„t zulx direct aan den captijn van zyn bodem heeft bekent gemaakt en spak dierhalven ter bevestiging der waarheijd van dien de solemnee„ „le woorden soo waarlik help mij god Almag„ tig Aldus gepasseerd aan Cabo de goede Hoop den 28 November 1786. /:was geteekend:/ C: V: D: Busch. /:laager:/ Mij present /:geteekend:/ B: JV: D Biet GerC /:in margine stond: Als gecommitteerdens /:was geteekend :/ J M: Horak en A: V: settert. Compareerde voor de ondergeteekende gecommitt„s uit den E achtb: Raade van Justitie deeses gou„ „vernements Johan Pamper soldaat op 't schip de Jonge Frank van Competenten ouderdom de„ welke ter requisitie van den prointerim fiscaal alhier d' E Gabriel Exter verklaarde hoe waar is. Dat hij Compt gezien heeft, dat de Commandeu„ Recollement Compareerde voor ons ondergetekende gecommitt:s Uyt den E achtb: Raad van Justitie deezes gouvernement den soldaat Johan Pamper dewelke deeze zijne voorenstaande verklaaring van woorde tot woorde klaar en duijdelijk voorgeleevens wezende, betuijgden daar bij te blijven persisteeren, met begeerte dat /:onderstond:/ Lempe lang met de franschen op gem: schip had aangesprooken, en dat gem: franschen hem. Commandeur daarop kort achter na zijn gevolgd om den Capitain te forceeren tot het geeven van meer„ „der randsoen. Niets meer verklarende geeft de Comp„t voor reedenen van wetenschap als in den text bereid zijnde 't zelve des gerequireerd wordende ten allen tijde met Aldus gepasseerd aan Cabo de goede Hoop den 22 November 1786. voor de Heeren Johannes Martinus Horak en Johannes Mattias Blet¬ „terman Leeden uit den E Achtb: Raade voorm: die de minute deezer beneevens den Comp: en mij Secretaris meede behoorlijk hebben onderteekend /:laager:/ 'T welk ik getuijge /: was geteekend/ C: van Aerssen Secretaris Eede gestand te doen. Pemper /:onderstond:/ er
English
nothing more shall be added to or taken from it, except only that when he, the deponent, was standing sentry on a certain day with fellow soldier Hartman, he, the deponent, had said to Hartman: Commander Lempe was always down below with the French and spoke with them, without he, the deponent, knowing what he, Lempe, might have spoken with them; that if the Commander had known of the revolt and this was known to the gentleman here, things would end badly for him; adding further that this Commander treated the soldiers poorly on board, and that he had said to Hartman that he would report this here; and therefore, in confirmation of the truth thereof, spoke the solemn words: So truly help me God Almighty. Thus re-examined and sworn at Cabo de Goede Hoop, the 20 November 1786. Was signed: A cross, and written around it: this cross was made by the deponent with his own hand. Lower: In my presence, was signed: C: van Aerssen, Secretary. In the margin stood: As commissioners, was signed: S: M: Horak and A: van Sittert. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, Hendrik Hartman, soldier on the ship de Jonge Frank of competent age, who, at the requisition of the pro interim fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, declared to be true and truthful: That he, the deponent, approximately four weeks after the revolt had occurred on the said vessel, having stood sentry with the soldier Johan Lamper, the same Lamper had said to him, the deponent: that when he, Lamper, arrived at the Cape, he would then report that Commander Pempe went between decks among the crew, mostly of the French nation, and told them that they should go aft to the Captain and demand what was due to them, and that if the Captain was not willing to do so, they should then enforce it with violence; as well as that the said Commander Lempe had permitted the non-commissioned officers to mistreat the soldiers severely. Declaring nothing more, the deponent gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being prepared at all times, if required, to confirm the same with a solemn oath. Thus passed at Cabo de Goede Hoop, the 22 November 1786, before the gentlemen Johannes Martinus Horak and Johannes Matthias Bletterman, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who duly signed the minute hereof together with the deponent and me, the secretary. Lower: To which I testify, was signed: C: van Aerssen, Secretary. Re-examination Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the soldier Hendrik Hartman, who, having had this his preceding declaration read out to him clearly and distinctly, word for word, testified that he persisted therein, desiring that nothing more shall be added to or taken from it, except only that he, the deponent, to the best of his knowledge has spoken the truth, and therefore spoke the solemn words: So truly help me God Almighty. Thus re-examined and sworn at Caba de goede Hoop, the 28 November 1786. Was signed: A cross, and written around it: this cross was made by the deponent with his own hand. Lower: In my presence, was signed: C:s van Aerssen, Secretary. In the margin stood: As commissioners, was signed: I: M: Horak and A: V: sittert. I, the undersigned Johan Mathias Sekter, native of Manubach in the Electorate of the Palatinate, aged 28 years, soldier in the service of the Honorable East India Company of the United Netherlands, hereby make known under oath before the ship's council held on board the private ship de Jonge Frank all my knowledge concerning the revolt and riot which occurred this past night between the 16 and 17 July in the year 1786. On Sunday, yesterday evening at six o'clock, when the water had been distributed, which the person of Weijke, who was killed in the revolt, had demanded from the Captain against all rules, I, after having stored my share on a chest at my mess, sat in deep reflection about such a matter. Having sat for a short time in these contemplations, I took my pipe and lit it at the lamp in the lantern which was placed near the hatchway between decks at the stairs.
Dutch transcription
er niets meer bij ofte van gedaan worden zal als alleenlijk dat wanneer hij Compt op een zekeren dag met de meede soldaat Hartman op Schildwagt gestaan hebbende, hij Comp„s tot Hartman had ge „zegt, de Commandeur Lempe is altoos onder bij de franschen geweest en heeft met hun gesprooken, zon„ „der dat hij Comp„s wist, wat hij Lempe met hun zoude gesprooken hebben; dat wanneer den Com„ „mandeur, van de revolte geweeten en den heere alhier zulx bekend was, als dan met hem slegt zoude afloopen, voegende nog daar bij dat die Commandeur slegt met de soldaaten aan boord geleeft, en dat hij geregt zoude hebben aan Hart„ „man, zulx alhier te zullen aangeeven, en sprak dierhalven ter bevestiging der waarheid van dien de solemneele woorden soo waarlyk help mij god Almagtig. Aldus Gerecolleerd en Beedigt aan Cabo de Goede Hoop den 20 November 1786. /:was getee„ „kend:/ Een kruijs en daarom schreeven, dit kruijt heeft den Comp:t eijgenhandig. gesteld /:lager :/ Mij present /:was geteekend:/ C: van Aerssen Secret /:in margine stond:/: Als gecommitteerdens /:was geteekend:/ S: M: Horak en A: van Sittert Compareerde voor de ondergeteekende gecommitt„ uijt den E achtb raad van Justitie deeses gouver „nements Hendrik Hartman soldaat op 't schip de Jonge Frank van Competenten ouderdom, dewelke ter requisitie van den pro„ interim fiscaal alhier d' E Gabriel Exter ver„ klaarde waar en warachtig te zijn: Dat hij Comp:s na gissing vier weeken na dat de revolte op gem: bodem was voorgevallen met den soldaat Johan Lamper op Schildwagt hebbende gestaan deselve Lamper aan hem Comp: gezegt had: dat wanneer hij Lamper aan de kaapzou„ „de gekoomen zijn als dan zoude aangeeven dat den Commandeur Pempe tusschen deks onder het volk meest van de fransche natie is gegaan en teegen hunl: gezegd heeft dat zij agter op moes„ ten gaan bij den Capiteijn en vraagen het geen hun toequam en dat wanneer den Capiteijn zulx niet gewillig doen wilde zij zulx dan met geweld moesten senteeren als meede nog dat gem: Comman„ „deur Lempe had toegelaaten dat de onder officieren de soldaaten zeer mishandelden. Niets meer verclarende geeft de Comp„e voor rede„ „nen van wetenschap als in den text bereid zijnde het zelve ten allen tijde des gerequireerd wordende met solemneele Eede gestand. te doen: /:onderstond/ /:onderstond:/ Aldus Aldus Gepasseerd aan Cabo de Goede Hoop„ den 22 November 1786. voor de Heeren Jo„ „hannes Martinus Horak en Johannes Matthias Bletterman Leeden uit den E: Achtb:r Raade van Justitie voorm: die de minute deezer beneevens den Comp„t en mij secretaris meede be hoorlijk hebben onderteekend. /:laager:/ 'T welk ik getuijge /:was geteekend:/. C: van Aerssen Secrt Recollement Compareerde voor ons ondergetekende gecommit Uijt den E achtb Raad van Justitie deezes gou vernements den soldaat Hendrik Hartman dewelke deeze zijne voorenstaande verklaaring van woorde tot woorde klaar en duydelyk voor „geleezen wezende, betuijgde daar bij te blijven per„ sisteeren met begeerte, dat er niets meer bij ofte van gedaan worden zal, als alleenlijk dat hij Compt voor zo verre hij weet de waarheijd gesprooken heeft en sprak dierhalven de solemneele woor„ den soo waarlijk help mij god Almagtig Aldus gerecolleerden B'Eedigt aan Caba de goede Hoop den 28 November 1786. /: was, geteekend. /. Een kruijs, /en daarom schreeven:/ dit kruijs heeft den Comp:s eijgenhandig gesteld. Ik ondergeteekende Johan Mathias sekter geboortig van manubach in 't keurvor sterdom Palt, oud 28 Jaar soldaat in dienst van d' E d7 Compagnie der vereenigde Nederlanden geeve hier door voor den scheepsraad gehouden aan boord van 't Particulier schip de Jonge Frank onder Eede alle mijne wetenschappen te kennen wegens de Revolte en oprier, dewelke voorgevallen de ge„ „passeerde nagt tusschen den 16 en 17 Julij in 't Op Zondag den gisterigen dag des. avonds ten Zes uuren toen het water uitgegeeven was, welks den Persoon van Weijke die in de Revolte gesneuveld is, tegens alle Regten van den Cap:n gevordert heeft, zal ik, na dat mijn deel geborgen hadde op een kist aan mijn Bak in een diepe nadenking over Eene zulke zaak. Eene korte tijd in deeze overden„ „kingen gezeeten te hebben, naam ik mijn Pijp en staak ze aan de Lamp in de Lantaarn op, die bij het Luik tusschen deks aan de Trap geplaats Jaar 1786.. /:laager:/ Mij present /:was geteekend:/ C:s van Aerssen Secret. /:in margine stond:/ Als ge„ „committ„s /:was geteekend:/ I: M: Horak en A: V: sittert Wert /onderstonds:/ en
English
and was burning, and went up onto the deck to let my heavy thoughts disappear a little in the rain that was falling there. I found two of my best comrades there, named Blomforth and Henig. Friends, I addressed them, what do you think of the demanding of water that was done this evening? Pay heed, it is truly our misfortune, for in the first place we are not yet where we need to be, and in the second place we will all be held and declared to be rebels when, with God, we arrive at the Cape. Yes, that is indeed true, Sector, said the so-named Blomforts. And still the French do not have enough; early tomorrow morning, they are going to rise up against the Captain anew. What are they after now, said I; do they not have everything they wanted, and on the contrary more than is due to them? The French have indeed certainly been to blame on all ships where a misfortune has occurred, and with us it is before our very eyes here. What do you think, I repeated again, of this matter? If the French begin to show themselves as open rebels against the Captain, then our ruin is at hand. What reason do they have for it? Come, let us do something about this; there are still so many brave Germans here on board, we will rise up against them, even if it should cost my life; rather to die as a brave soldier and honest man than to be declared an dishonest man on land, and before the French shall play the master here, as on other ships. Let everyone seek to obtain brave comrades and set before their eyes the danger that hangs threatening over our heads, and then we will show these customers, if they start anything, that we are loyal Germans who fight for right and justice; then we will stand before God and the world. Just be of good cheer, I continued, God will surely help us. Upon such a resolution, the Commander, Mr. Lempe, came from the half-deck to the waist to make his rounds, for there were already many who were drunk; and just in passing, he tapped me on the shoulder and asked, what news is there, Sector? Sir, news enough, but not much good, I replied, and I related to him what Blomforth had told me: that the French wanted to attack the Captain in the morning of the coming day, and that we had therefore held a consultation among one another to prevent and forestall such a thing. I myself believe, the Commander gave in answer thereto, that these fellows are not so good, or they are out to cause mischief again; but if they should start any evil, do not fight for me, but for your life and honor. Or if the French have aimed at my death, then here I stand before their eyes; throw me overboard then, if I have done wrong. At such words, which I will never forget, my spirit was deeply moved, and I said, Sir, I am already prepared to live or to die, and therefore, God willing, they shall not yet achieve their aim! And Sir, I want to go between decks among the French, to get to the bottom of the matter better, and if I hear anything, I will warn you immediately. That is good, you are indeed still brave Germans, said the Commander, and went forward; and I with my mates went below, sitting together at my mess, where I saw that the person Lion Abraham was in our company. I then asked the aforesaid Blomforth what he had heard from the French. He gave me the answer that de Valbonne had a piece of firewood in his hand that evening, and said, that is a charming saber for the Captain tomorrow morning in the daybreak watch. Whereupon I said to them, it is truly probable that they are seeking to carry something out, and that the four of us were not capable of offering them resistance; for we saw no chance of it, since as far as we could see at the messes, Germans and French were sitting drinking together, and were already half drunk, so that we believed they were all of one mind. Upon this we wanted to go above together, but I saw that Corporal Namtal was sitting alone on his chest at their mess. I asked him if he had not yet heard anything about how the French wanted to do something evil? He answered no. And what is to be done in this matter, I asked further, so that the French will not always play the master's role here? Whereupon he gave me the answer that we were strong enough to set ourselves against them. We parted from one another, he went above, and I went to light my pipe at the aforesaid lantern and wanted to join my other three mates above again; but as I wanted to go up the stairs, I heard myself called by name, and I saw that they were two corporals who sat together drinking genever. Coming to them, I also drank some of it. But the one corporal, named Jansen, left us and went away, so that the two of us were still alone. I saw that Corporal Noman, for that was his name, had already drunk more than too much genever; I therefore wanted to advise him for his own good that he should drink no more and go to his berth; for if the Commander saw him when he came to make his rounds and found him indiscreet, it would not be good for him. But how terrified I was at the answer I received from him: what do you say, he went, the whole night I must booze. I then believed nothing other than that this one was also part of the conspiracy; in short, I saw that those in whom I trusted, but that
Dutch transcription
en brandende was en gong na boven op 't dek om mijne zwaare gedagten door de Regen die 'er viel, wat te laaten verdwijnen W vond aldaar twee van mijne beste Cameraaden, genaamt Blomforth en Henig: vrienden spraak ik haar aan, wat dunkt uwe van het waater eipschen dat deze avond gedaan is? geeft Agt, het is waaragtig, ons ongelukt want voor 't eerste bennen wij nog niet waar wij weesen moeten, en voor 't Tweede zullen wij alle voor Rebellen gehouden en verklaard worden als wij met god aan de kaap koomen Ja dat is wel waar sekter; zeide de zoogenaemde Blomforts. en nog hebben de Franschen niet ge„ „noeg: morgen Ogtend vroeg, gaan ze weder op 't Neu„ „we tegens den Captn op: wat begeeven ze dan nu zeide ik; hebben zij niet alles wat zij hebben wilden; en contraire meer als haar toekomt de fransen ben„ „nen dog vast op allen scheepen daar een ongeluk voorgevallen, schuld daar aan geweest, en bij ons is 't hier voor oogen, wat dunkt uwe herhaalde ik weder, van deze zaak beginnen zich de fran„ „schen als openbaare Rebellen tegens den Captn te toonen, zoo is als ons ondergang daar, wat voor Reeden hebben ze daar toe 2 komt, laat ons hier toe doen het bennen zoo veel braave duijt „schers nog hier aan boord wij willen tegen haar opkoomen, al zoude het ook mijn leeven kosten, liever als den braaf soldaat en eerlijk man te sterven als aan 't land voor een oneerlijk man zoude gedeclareerd worden en eer de Franschen hier, gelijk op andern scheepen zullen Baas speelen. Een ijder zoeke brave Cameraads te bekoomen en stelle haar de gevaar voor oogen, dewelke over onze hoofden hangd te bloeijen en als dan zullen wij„ deezen Clanten toonen zoo ze iets beginnen; dat wij getrouwe duijtschers zijn die voor Regt en gereg„ „tigheijd strijden; dan zullen wij voor god en de waareld bestaan - weest maar getroost, vervolgde ik god zal ons wel helpen. over eene zulke Resolveering „kwam de Heer Commandeur Lempe van 't Halfdek: na de kuijl om Ronde te doen, want het waaren er al veele die dronken waaren, en inst voorbi gaan, klopte dezelve mij op de Schouder en vraagde wat geeft het voor nieuws sekter, mijn Heer, nieuw genoeg, maar niet veel goeds, repliceerde ik, en ik verhaalde hem het geen, dat Blomforth mijn gezeid„ hadde, dat de franschen in de Ogtendstond van den aanstaanden dag den Cap„n attagueeren wilden en dat wij daarom eene beraadslaging onder mal„ „kander genoomen hadden om een zulks te beletten en voor te koomen. w geloofe zelfs gaf de Com„ „mandeur daarop ten antwoord, dat deze keerls niet zo goed zijn, ofte ze bennen weder, om iets quaads aan te regten: maar zoo ze iets quaads beginnen zouden zoo stridt niet voor min, maar voor u. Leeven en Eer- of hebben de Franschen het op mijn sterven gemunt gemunt, zoo staa ik hier voor bezer oogen, werpt mij dan over boord als ik misdaan, heb. op zulke woorde die ik nooijt vergeeten zal, was mijn gemoet heer ontvoert en zeide, mijn Heer, ik ben al gereed te leeven of te sterven, en daarom zullen ze god beefd: nog naar oogmerk niet berijken! en mijn Heer, ik wil tusschen deks gaan bij de Fransen, om beeter agter de zaak te koomen, en zoo ik iets hoor, zal ik uw ten Eerste waarschouwen, dat is wel, gij bent dog nog brave duijtschers zeide de commandeur en gong na vooren toe„ en ik met mijne maats tusschen deze, zettende ons bij malkander aan mijn bak, alwaar ik zag, dat den Perzoon Lion Abraham in ons gezelschap was. Jk vraagde toen aan den voorsz: Blomforth, wat hij dan van den Fransen gehoord hadde? dezelve mijn ten antwoord gaf, dat de valbonne aan de avond een stuk Brandhout in zijn hand gehad hebbe, en zeggende, dat is een charmante Sabel voor den Cap„n morgen vroeg in de Dagwagt, waarop ik tegens haar zeide; het is waaragtig en waarschijnlijk, dat deze iets zoeken ten uitvoer te brengen, en dat wij met ons viere niet vermogend waaren haar wederstand te doen; want wij zagen er geen kantz daar toe, dan zoo verre wij aan den Bakken zien ponden, zoo zaten Duytschers en fransen onder malkander te drinken, en waaren al half dronken, dat wij geloofden ze waaren alle Eens. wij wilden hierop gezamentlijk na boven gaan, maar ik zag dat de Corporaal Namtal alleenig op zin kist aan haar Bak zat: ik vraagde hem, of hij nog niets gehoord hadde, hoe, dat de franschen iets quaads doen wilde 2: hij antwoorde van Neen, En wat staat hier bij deeze zaak te doen vraagde ik wijders, dat de Franschen niet altoos meester- Rol„ „len hier speelen zullen: waarop hij mij ten ant„ woord gaf, dat wij sterk genoeg waaren om ons tegens haar te stellen, wij gongen van malkander„ hij na boven toe en ik mijn Pijp opsteeken aan de voorn: Lantaarn en wilde weder na boven bij myne andere drie maats mij vervoegen; maar zoo ik de Trappe opgaan wilde hoorde ik myn bij naam roepen, en ik zag, dat het twee Corppraals waaren die bij malkander zaten om genever te drinken- ik bij haar koomende, dronk ook iets daar van. maar de eene Corporaal genaamt Jansen verliet ons en gong weg, zoo dat wij Twee nog alleen, waaren Jk zag, dat de Corporaal Noman zoo was zijn naam„ almeer als te veel genever gedronken hadde, wilde daarom denzelven tot zijn best raaden, dat hij niet meer en drinken zoud en in zijn kooijtgaan; want zoo hem de Commandeur zag als hij Ronde quam doen en onbescheyden vond niet goed voor hem zoude zyn. maar hoe verschrekte ik over de bekoome ant„ woord van hem wat zegt gij kwam hy, de geheele nagt moet ik suijpen w. geloofde toen niet anders als dat deeze ook van het Complot was, kort 't zeg„ gen, ik zag, dat die genen, daar ik op vertrouwde maar dat .
English
that they would be on our side, otherwise they might become minded differently. Meanwhile Faij arrived, one of the rebels who is currently imprisoned, and sat down next to us and also drank along, and at once he spoke to another who sat next to him named Friedrich Hanneman, saying in German and raising his hand in the air, Sacrament! Tomorrow, after tomorrow, it will finally give some news! At that very moment, when I heard the words, I thought: how nicely you come to me, are you also one of the birds that pipe like that, just go on; but he, seeing that I was paying attention to him, stopped talking and fell silent. I said to them that I wanted to go upstairs to smoke another pipe and went away: but as I came to the stairs, I saw that it was completely full of people by my mess, of whom I knew Valbonne, Watjer, Janin, Van Weyke, and Bergman, but the others I no longer know how to name who they were. In order now to enter their company, I pretended to be completely drunk and spoke: come, let me get to my chest, I still have gin in it too, which I want to take out of there and go upstairs with it. I want to drink myself right properly drunk tonight, so that I will not become sober again for 4 days; do you believe that you alone can drink gin? I presented this in such a way that they had to laugh about it. Drink with us, Van Weijke then said to me. I said, yes come on, do you have any? But they wanted to have my water to make punch; I pretended not to have more than 1½ cups of water and that I wanted to give one full cup to them, so that when I was thirsty I would also have something left. Well, well, spoke the so-called Van Weijke, if we have no more water, then we will get some again, I know enough water. Upon such a discourse, I saw that someone lay down against the ship's side on a chest close to me as if he wanted to sleep, and pulled by the waistcoat, and I saw that it was the Corporal Namtal, who signaled to me with his eyes that I should go away from them and come upstairs. This gathering being engaged in godless deliberations, such that they did not see the said corporal. Van Weijne said anew to me: today we have read the instructions, but tomorrow we will read them again. These words were enough to assure me that they were already prepared to undertake an act of evil, as also became apparent 3 to 4 hours afterward. In order now to get away from them again, I pretended to drink another dram with the aforementioned Faij, who was waiting for me, so as not to become suspected by them if they could see that my drunkenness was not as great as I was pretending. Thus I went away from them to the deck and came onto the quarterdeck to the second mate Coen and to the commander Lempe and asked what their orders were. You are an honest man, they said, you must stay here with us tonight, and if I do not do my best when the rebels begin, the mate continued to me, then turn around and shoot me through. I immediately took a sabre and replaced the sentry, who was a Frenchman and stood on the port side at the entrance of the landing on the quarterdeck by orders of the officers, to let no one to the rear. Being at that time seven o'clock in the dogwatch, I remained at my post until 11 o'clock in the first watch, until the rebellion began. I took a firearm, having then to live or die in defense of the ship, officers, and entire crew, and my own honor. Signed this in truth in the ship's council on board the aforementioned vessel on the 17th of July in the year 1786. /:was signed:/ Johan Mathias Sekver. Re-examination. Appeared before us, the undersigned commissioners, members from the Honorable Court of Justice of this government, the aforesaid Johan Mathias Sekler, to whom this his preceding declaration having been read out clearly and distinctly word for word, declared that he persisted therein, desiring that nothing more be added or taken away from it, except only that with respect to the commander he must still say that he behaved like an honest man, and therefore spoke in confirmation of the truth thereof the solemn words: So help me God Almighty. /:below was written:/ Thus passed, re-examined, and sworn at the Cape of Good Hope on the 11th of December 1786. /:was signed:/ Joh: Math:s Sekler /:lower:/ In my presence /:signed:/ R: W: D: Bier, Sworn Clerk /:in the margin was written:/ as Commissioners /:was signed:/ W: J: V: Reede van Oudtshoorn, J: M: Bletterman.
Dutch transcription
dat ze op onse zijde zouden sijn anders gesint mog„ „ten worden. Ondertusschen kwam Faij een van de Rebellen die heede gevangen zit en zette zich nevens ons en droat ook meede, en met een spraak hij tegens een an„ „dern die nevens hem zat genaamt Friedrich Hanneman, zeide op zijn duijtsch en met de hand in de hoogte vaarende, Sacrament: morgen, na morgen zat het eenmaal wat Nieuws geeven! ik dagte op 't zelfde moment toen ik de woorde noorde„ hoe mooij komt gij bij mij, bent gij ook van de vogels, die zoo pypen, gaa maar verder, maar hy ziende, dat ik op hem oplettend was houde met re„ deneeve in een zweegstelle. — W. zeide tegens haar, dat ik na boven gaan wilde om nog een Pijpje te rooken en gong weg: maar zoo ik aan de trap kwam, zoo zag ik, dat het aan mijn Bak„ heel vol van menschen was, waarvan ik kende den valbonne, watjer, Janin, van weyke en Bergman, maar de andere weet ik niet meer te noemen wie ze waaren, om nu in haare ge„ „selschap te koomen, stelde ik mijn heel bedronken aan en spraak, komt, laat mij over mijn kist„ ik heb er ook nog genever in, die wil ik daar„ Uijt hebben en daarmeede naar boven gaan. ik wil mij de nagt eenmaal regt dronken drinken, dat ik in geen 4 dagen meer nugteren werden zal, gelooft gij, dat gij alleenig geneverdrinken kunt; zulx bragt ik zoo voor de dag, dat zij daarover laggen moesten drinkt met ons zeide daarop van weijke tot min: ik zeide, Ja kom aan, heeft gij wat: maar zij wilden mijn waater hebben om Ponch te maaken, ik gaf voor, niet meer als 1½ beeker waater te hebben en dat ik een beeker vol aan haar geeven wilde, om dat wanneer mij dorste ook nog wat hadde. na na, spraak de zoo gen: van weijke, hebben wij geen waater meer„ dan kregen wij weeder, ik weet water genoeg, over eene zulke Reede voering, zag ik, dat 'er iemand zich teegens boord op een kist naast bij mijn legde als wan hij slaapen wilde, en trok by het cami„ „sool, en ik zag, dat het de Corporaal Namtal was, die mij met de oogen te verstaan gaf, dat ik van haar weg zoude gaan en boven heen komen„ Deeze vergadering in godeloose Raadslagingen zijn„ „de, zoo dat ze den gezeiden Corporaal niet en za„ „gen. 8 van weijne zeide op 't nieuwe tegen mij heede, hebben wij de Jnstructies geleezen, maar morgen zullen wij ze weder lezen. Deeze woorden waren genoeg mij te verseekern, dat zij al gereed waaren om een stuk van quaad te onderneemen, gelijk het 3 a 4 Uure daarna ook gebleeken is. om nu weeder van haar van daan te koomen, zoo gaf ik voor nog een soopje met den voorgem: faij te drinken, die op mij zette te wagten, om niet bij haar in verdagt te koomen, indien zi kunt zien zien konden dat mijne dronkenschap zoo groot niet en was, gelijk ik mij wel aanstelde zoo gong ik van haar weg na het dek en kwam op 't Halfdeerdek bij de Tweede stuurman Coen en bij den Comman„ „deur Lempe en vraagde wat van haar ordres was: gij bent een braaf man zeiden ze gij moet deeze nagt hier blijven bij ons, en zoo ik mijn best niet en doe als de Rebellen beginnen vervolgde de stuurman tegens mijn zoo wend u om en door„ „schiet mij Naam terstond een sabel en ver„ „vangde de schildwagt welks een Fransman was en aan Bakboordzijde aan de opgang van 't Bor„ „des op 't Halfverdek stond op ordres van de ossi„ „ciers, niemand agter op te laaten. zynde als toen zeven uuren in de Platvoet, bleef op mijn Post tot 11 uuren in de Eerstewagt, tot dat de Rebelleer bezonten- ik naam een schiet geweer moeste toen leeven of sterven tot devensie van schip, officiers en gantscher Equipagie en mijn eijgen Eer Onderteekene een zulx tot waarheid in den scheeps„ „raad aan Boord van voornoemden Bodem den 17„e Julij in 't Jaar 1786. /:was geteekend:/ Johan Mathias Sekver. Recollement. Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitt: Ik ondergeteekende Lodewijk Namtal geboortig van Saxen weimar Oud 28 Jaar. Dienende als corporaal de Edele Oostjndische Compagnie der ver„ eenigde Nederlanden. an Boord van het schip de Jonge Frank verklaard onder Eede in den krijge„ „raad gehouden an Boord van voornoemd schip Leden Uijt den E Achtb: Raad van Justitie deeses gouvernements, de voorschreeve Johan Mathias Sekler dewelke deeze zijne voorenstaande verkla„ „ring van woorde: tot woorde klaar en duidelyk voorgeleezen zynde verklaarde dezelve daarbij te blyven persisteeren met begeerte dat er iets meer bygevoegt ofte van gedaan werden zal, als alleen¬ „lijk dat hij ten opzigte van den Commandeur nog zeggen moet, dat hij zig als een braaf man gedraagen heeft en sprak dierhalven ter bevestiging der waarheyd van dien de solemneele woordens soo waarlijk help mij god Almachtig /:onderstond:/ Aldus gepasseerd gerecolleerd en B'Ee„ „digt aan Cabo de goede Hoop den 11 Decembr. 1786. /:was geteekend:/ Joh: Math„s Sekler /:laager:/ Mij present /:geteekend:/ R W: D Bier Gesw Clercq /:in margine stond:/ als Gecommits„ /:was geteekend:/ W: J: V: Reede van Oudtshoorn J: M: Bletterman. — Leden den
English
The 17th of July 1786: the following regarding the mutiny that occurred on the 16th of this month has come to my knowledge. On the 16th, being Sunday, towards seven o'clock in the evening after the distribution of the gin and the additionally requested water, sitting at my mess between decks, the soldier Mathias Sekler said to me, "Corporal, the French have something in mind again. They want to go aft again tomorrow, but we Germans must not allow this and let them be the master." I asked, "What do they have in mind and what do they want to have?" The aforementioned replied again, "I do not know what they have in mind." Whereupon I said, "If they want to play master, we are strong enough to prevent that." Sekler leaving me with these words to see if he could discover anything, and I for the same reason went on deck and subsequently to report to the Commander. After the lapse of a few minutes I was called by the Corporal Gommerling, saying softly to me, "Come aft onto the quarterdeck." Coming there, I found the Commander and the ship's officers and understood that a plot was formed. The Commander ordered me to send aft some Germans whom I knew to be faithful and to watch at once if I could discover anything. I went into the waist and sent to the quarterdeck the Vice-Corporal Rouff and Herman and the soldiers Mathias Sekler, Abraham, and some others in whom I firmly trusted. These, coming above, were placed at the entrances to the quarterdeck with sidearms, having orders to let no stranger pass. At eight o'clock I made the rounds, ordering the burning lights to be put out, which was done by all except one mess of the Luxemburgers. Many of those who did not have the watch went to their hammocks, there being few people on deck. At nine o'clock, seeing some people sitting on the forecastle, I went above, pretending that I wanted to relieve myself, going for that purpose to stand in the foreshrouds on the starboard side. Whereupon the soldier Van Weijne, sitting with De Valbonne on the anchor, said to me, "Do you want to be thrown overboard?" I answered, "I hope not." He again, "Not yet, but you must sit here," taking me by the hand and pulling me down beside him, subsequently saying, "We, I and this my comrade," meaning De Valbonne, "have now asked for everything that is due to us, but we shall have to hang at the yardarm for it." I answered, "If you have asked for no more than what is due to you, then you have nothing to fear, and that will all be forgotten before we arrive at the Cape." Whereupon Van Weijne said, "No, no, we do not want to go to the Cape; we shall make ourselves masters of the ship and go to St. Vincent." During this saying, De Valbonne nudged Van Weijne frequently, saying, "You are a chatterbox and do not know what you are saying." De Valbonne saying to me, "You must not believe him; he does not know what he is saying and is drunk." Van Weijne, interrupting here, said, "I am not drunk and know well what I am saying." I sought once more to dissuade them from their godless intention, presenting to them that in no place, nay, even among the Turks, would they be safe. But Van Weijne said, "We know well what we are doing, and if you were not a non-commissioned officer, you would say otherwise." I pretended as if I were called. Jumping down from the forecastle into the waist, I saw a party of French-speaking people standing together in front of the galley near the windlass. I went forward under the forecastle to the cabin cook and had the light that was burning on the boatswain's side removed by the boatswain's little son. I then went across, thinking to hear something, but could understand nothing. Coming again into the waist, I heard the soldier Anton Feij say aloud, "They have aft nearly fifty muskets and sabers, but I do not care about that," he saying this in French, but I do not know to whom, not daring to go so close. I went to the cabin and reported what was heard to the Captain and Commander, and subsequently went onto the quarterdeck. After the lapse of some time I heard a musket shot fired, but could not properly distinguish where this happened. I placed myself at the entrance, and seeing people coming above, called to those standing around me that the muskets were lying ready under the awning. The aforementioned Van Weijne wanted to come onto the quarterdeck, but I held him back. He asked, "What is that shot?" I answered, "It is a shot that went off by accident." He again, "No, that is a signal for us," making a motion to go aft. Whereupon I said to him, "If you do not go back, you will be fired upon." He then shouted, "Where is the Commander?" The latter coming, asked, "What do you want? Go back or I will order fire to be given." It appeared as if he wanted to shrink back, but at once a shouting arose with the words "Hurrah, avançons!" A crowd came into the waist and onto the small landing, whereupon the Commander, after having said beforehand in Dutch and French nothing
Dutch transcription
den 17=den Julij 1786: het volgende betreffende den Opvoer voorgevallen den 16„den deezer maand mijn is te weeten gekoomen Den 16=den zijnde sondag teegens zeeven uuren des avonds na de Uijtgaaf van de genever, en het meergevraagde waater, zittende an mijn Bak tus„ „schen deks. zeijde den soldaat mathias Sekler teegens mijn Corporaal de Franschen hebben wede„ „rom iets in zin ze willen morgen weeder agter op gaan, maar wij Duitschers moeten zulks niet toelaten en haar leeden den Baas speelen. N vraagde wat hebben ze in zin en wat willen ze hebben, den bovengenoemde wederom ik weet. niet wat in zin hebben. waarop ik zeide als zij willen meester speelen wij bennen sterk genoeg om zulks te beletten, gaande sekler met deeze woorden van mijn af te zien, of iets konde ont„ dekken, en ik om dezelve Reeden op dek en vervol„ „gens aan den Heer Commandeur te rapporteeren. na verloop van eenige minuten wierd ik geroepe door den Corporaal gommerling. zeggende zoet„ „jes teegens mij kom agter op op 't halfdek koomen vond aldaar den Commandeur in de scheeps offi„ „cieren en verstond dat een Complot geformeerd w Den Commandeur mij belastende eenige Duijt„ „schen die voor getrouw kende in stelte agterop te stuuren en met eens toezien of niet konde ontdeken Jk ging in de kuijl zond op 't halfden de vice corp„l Rouff en Herman en de soldaten mathias Sekler Abraham en nog eenige waar op vast vertrouwde wordende dezelven booven koomende an de op„ gangen van 't halfdek met sijdgeweer geplaatst. hebbende ordres geen onbekende Passeeren te laaten om agt uuren deede Ronde belastende de branden „de ligten Uijt te doen. 't welk van alle behalven een baksvolk van de Luxenburgers gedaan wierd, gaande veele van die de wagt niet hadden na kooij zijnde weinig volk op Dek. om negen uuren ziende eenig volk op de Bak zitten ging na boven doende als mijn waater lossen wilde gaande tot dien einde in het Fotke wand stuurboord zijde staan warop den soldat van weijne zittende met de valbon„ „ne op het anker teegens mijn zeide wild gij over boord geworpen zijn ik andwoorde ik hoop van neens hij wederom nog niet maar gij moet hier gaan zitten vattende myn by de hand en trok mijn bij hem needer, zeggende vervolgens wij ik en deeze mijn Cameraad: meenende de valbonne, hebben nu alles gevraagt wat ons toe„ „komt maar wij zullen daar voor an de laap moe„ „ten hangen, ik andwoorde als gij niet meer gevraagd hebt als uw toekomd dan heb gij niet te vreezen en te en dat is alles vergeeten eerder dat wy an de Caap kommen: warop van welke zeijde neen neen wi willen niet na de Caap. wij zullen ons van het schip„ meester maaken en na S„t vincent gaan. stootende de valbonne onder dit zeggen dikmaals an weijne an zeggende gij bent een veelpraaten en weet niet wat gij zegd zeggende de valbonne tegens mijn gij moet hem niet gelooven: hij weet niet wat ny zegt en is beschonken van weijne hier op inval„ „lende zeijde Jk ben niet dronken en weet well wat ik zegge. W: zogt haar nogmaals van naar godloos voorneemen af te raden. naar voorstellende dat op geen Plaats ja zelfs bij de Turken niet zeeker waaren dog van weine zeijde wij weeten wel wat wij doen en zoo gij geen onderoficier waard zoud gij wel anders zeggen, ik deede als of geroepen wierde. springende van de Bak af in de kuijl zag een Party volk Frans spreekende bij malkanderen staan voor de Combuijs bi het braadspill. d ging voor onder de Bak bij de caiuijt kok en liet het ligt dat op de zijde van de Boosman brande door des Bootsmans soontje weghaalen ging vervolgens over dagte iets te hooren, dog konde niets verstaan quam wederom in de kuijt noorde den soldaat an„ „ton Feij hard op zeggen. zij hebben agter op bij de vijftig geweeren en Sabels dog ik geeve daarom niets zeggende hij zulks in 't Fransch. dog weet niet tegens wien vertrouwde niet zoo digt bij te gaan. ging na de cajuijt en rapporteerde het gehoorde an den Hr. Capiteijn en commandeur en vervolgens op 't Halfdek na verloop van eenige tijd hoorde een„ geweer schot vallen dog konde niet eijgentlijk niet onderscheyden waar zulks geschiede. W. plaatste mij an den opgang en ziende volk na booven koo„ men riep an de om mij staande dat de geweeren. leggende klaar onder de sonne Tend. den meerge„ noemde van weijne wilde het halfdek op, dog hield hem teegen: hij vroeg wat is dat voor een schot: W. antwoorde het is een schot die, bij geval geschiet hij wederom neen dat is een Teeken voor ons makende mine agter op te willen warop teegens hem zeide als gij niet te rug gaat word vuur gegeeven. hij riep vervolgens waar is den Commandeur denzelven koomende vraagde wat moet gij hebben gaat te rug of ik laat vuur gee„ „ven, het liet zig anzien als of trug wilde ge deijnzen. edog met eenen verhief zig een geschreeuw met de woorden Houra avancons in de kuijl koomende een meenigte het Bordesje op, warop den Comman„ deur na van te vooren in 't hollands en Francch. niets gezegd
English
having said that all honest people should retire, he gave the order to fire, while at the same time I was hit in the face with a thrown fish spear, the spear remaining stuck in my face after the shaft broke; due to the heavy bleeding I could offer no further resistance, laid down my musket, and went to the cabin, where the iron was cut out by the doctor and my wound dressed. In witness of the truth, I have caused these articles to be drawn up and have signed them with my own hand on the seventeenth of July 1786. Was signed: Lodewyk Namtas. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the person of Lempe, who answered the adjacent questions as noted alongside them, these articles having been delivered to the Honorable Commissioners from the Honorable Court of Justice of this government to hear and interrogate, at the requisition of the pro interim Fiscal here, Gabriel Exter, the person of Casemir Lempe, former Commander of the soldiers on the ship De Jonge Frank, his answers to be recorded in the margin opposite each of them. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the aforementioned Lodewijk Wamtal, to whom this his given deposition, having been read aloud word for word clearly and plainly, declared he persists therein, wishing that nothing more or less be added thereto, except only that when he, the deponent, wanted to go aft to speak with Commander Lempe, the said Commander had already been informed of the godless plot by Sekler; and to confirm the truth thereof he spoke the solemn words: So truly help me God Almighty. Confirmation of deposition. Thus confirmed and sworn at the Cape of Good Hope on 22 November 1786. Was signed: Lodewijk Namtal. Lower: In my presence, C: van Aerssen, Secretary. In the margin was written: J: M: Horak and J: M: Bletterman. Article 1. State your name, age, and birthplace. Answer: Casimir Lempe, of 's-Hertogenbosch, age 32 years. Article 2. Whether he, the respondent, was not assigned to the private ship De Jonge Frank chartered by the Honorable Company. Answer: Says yes. Article 3. What capacity he, the respondent, held there. Answer: Says as Commander of the soldiers. Article 4. When the ship put to sea from the port of Vlissingen. Answer: Says by estimation four months ago. Article 5. Whether on the said ship there were not placed certain recruits of the Luxembourg Regiment to be transported to the Indies. Answer: Says yes. Article 6. How many soldiers in the service of the Honorable Company were on that vessel. Answer: Says 80 men of the Honorable Company and 21 men of Luxembourg. Article 7. Whether he, the respondent, did not know very especially on board a certain De Valbonne, and what rank the latter held there. Answer: Says yes, and that the said Valbonne had also been transported to Rammekens on account of mutiny and desertion. Article 8. What persons they were who, on 16 July last, made bold to come on deck, insolently seized the Captain by the chest, and demanded of him the instructions and larger rations. Answer: Says that it was practically all the ship's people who came aft; however, a soldier of Luxembourg seized the Captain by the chest. Article 9. Whether it was not the soldiers Van Wijk and the aforesaid Valbonne, followed by several other soldiers and sailors. Answer: Says all together, as was his duty. Article 10. Whether he, the respondent, does not know that he as Commander was principally obligated to supervise the conduct of the soldiers and to prevent and oppose all irregularities among them. Answer: Says yes, and to have done so, as was his duty. Article 11. Whether he, the respondent, accordingly acted on board in accordance with this obligation. Answer: Says yes, as far as he was instructed to act. Article 12. Whether he, the respondent, did not already know at the beginning of the voyage that this Valbonne had once been imprisoned in Vlissingen on account of mutiny. Answer: Says yes, and that this Valbonne had also been transported to Rammekens on account of mutiny and desertion.
Dutch transcription
's Hertogenbos oud 32 boorte plaats 2: gezegd te hebben. dat alle Braave lieden zig zouden Retireeren vuur liet geeven, wordende ik ter zelfder tijd met een vis Elger in 't geeigt geworpen blijvende de Elger na dat de stoel gebrooken in 't gezigt hangen konde door het sterke Bloeden geen meerder weeder„ stand doen leyde het geweer weg en ging na de cajuijt wordende aldaar door den Doctor het Yzer Uytgesneeden en ik verbonden. Tot getuigenisse der waarheijd hebbe het deeze Articulen gedaan maken met myn hand onderteekend den Seeventienden Compareerde voor ons, on„ en aan Heeren gecommitt. s dergetek: gecommitt s uijt den Julij 1786. /:was geteekend :/ Lodewyk Namtas uijt den E Achtb: Raad van Jus„ E Achtb: raad van Justitie deeses gouvernement den titie, deezes gouvernement over persoon van Lempe dewel gegeeven omme daarop ter re„ „ke op de nevenstaande vragen quisitie van den prointerim zodanig g'antwoord heeft als fiscaal alhier gabriel Exter beseijden aangeteekend staat gehoord en ondervraagd te worden den perzoon van casemir Lem„ pe geweesen Commandeur der soldaten van het schip de Jonge Frank zullende desselvs. te geevene responsiven in mar„ „gine van yder derselver behoo„ „ren te worden bekend gesteld. Art: 1. zegt Casimir Lempe van des geve, naam ouderdom en ge„ Compareerde voor ons onderget. gecommitt:s uit den E achtb: Raade van Justitie deezes gouverne„ „ments de voorn: Lodewijk wamtal, den welken deeze zijne gegeevene depositie van woorde tot woorde klaar en duijdelijk voorgeleezen zijnde, betuig de daar bij te blyven persisteeren, met begeerte dat er niet meer bij ofte van gedaan worden zal, als alloen, dat wanneer hij Comp:s achter op wilde gaan, om den Commandeur Lempe te spree„ „ken, gem: Commandeur reeds van het godloos voorneemen door sekler was geinformeerd geworden, en sprak ter bevestiging der waar„ „heijd van dien de solemneele woorden, zoo Recollement waarlijk helpe mi God Almachtig. /:onderstond:/ Aldus gerecolleerd en beedigt aan Cabo de goede Hoop den 22. Novbr: 1786. /:was geteekend:/ Lodewijk Namtal /:laager:/ Mij present:/ C: van Aerssen secret. /:in margine stond:/ J: M: Horak en J: M: Bletterman. Art waarlijk Jaaren . Art: 8. Soldaten zegt als Commandeur van de zegt Ia. zegt Ja. en dat die valbonke in desertie zegt alle te zamen terwijl van off hij ged:, niet is bescheijden ge weest op 't bij d' E Comp:e ingehuurd particulier schip de Jonge Frank Art: 2 welke qualiteijd hij ged: aldaar heeft gehad: zegt na gissing vier maanden wanneer het schip van uyt de haven Vlissingen zee gekosen Off op het zelve schip niet zijn geplaatst geweest eenige vecruten. van 't regiment Luijemburg om na Jndien overgevierd te worden zegt 80 man van d' E Comp„e en Hoe veel soldaten in dienst der E Comp„e zig wel op dien brdem hebben bevonden: off hij ged:e aan boord niet zeer nog na rammetjes is getrans speciaal heeft gekend zeker de „porteerd geworden over oproer valbonne en welke qualiteid de„ „zelve aldaar gehad heeft geweest zijn zegt dat zulx genoegsaam al 't welke perzoonen het zijn ge„ scheepsvolk geweest is, die agter op gekomen zijn egter heeft weest die op den 16 Julij LL: een soldaat van Luxenburg zig hebben verstout op 't dek te de Capitain bij de borst gevat koomen, den Capitain brutaal bij de borst te grijpen en van denzelve de Jnstructies en meer„ dere randsoenen af te Eysschen. Off: het niet zijn geweest de Sol„ „bonne gevolgd door verscheyde andere soldaten en Mattroosen „wijk en valbonne de voorsz daten van wijn en voorsz: val„ zegt Ja: zoo verre hij onderrigt Off hij ged:e dan ook ingevolge deeze is te werk gegaan te zijn, na zijne verpligting aan boord is te werk gegaan Commandeur voornamentlijk verpligt was, om toezigt te houden op 't gedrag der soldaten en alle ongeregeldheeden onder dezelve te zegt Ja: en zulx gedaan te hebben off hij ged:e, niet weet dat hij als weeren en tegen te gaan Off hij ged:, niet reeds, in 't begin zegt Ja: en dat die talbonne nog der rheijse geweeten heeft dat deze na rammetjes is getranspor„ valbonne te vlissingen eens wegens „teerd geworden over opvoer en oproer heeft gevangen gezieten". desertie. zegt Ia . . - 3. 4. heeft ! ƒ 3. 6: 7 21 man van Lixenburg zijn pligt zoo als zijn pligt meede 9. . 10. 11 12.
English
Answered. Article 13. What reasons the crew had for it. He says, as he the defendant has heard, it was on account of food and drink, yet he does not know whether they had too little, and that he has never sailed with the Honourable Company, but indeed that the crew on that vessel received more than on the warships with which he had sailed for several years. Whether he the defendant has punished and opposed this unrestrained and insolent conduct. He says that he the defendant could do nothing in it, because he the defendant was with the captain that morning as well as that evening when the revolt began, and they saw they were overpowered. Article 14. He says yes. Whether he the defendant, not long before the same demanding of increased rations occurred, once asked the same Van de Busch for the instruction book, and for what reasons he the defendant had asked that of Busch. He says, no, that he never had dealings with Mr Busch, not only because he was a man who acknowledged no godhead, as his conversations frequently tended that way with everyone, yes, even with the soldiers who were keeping their post, so that they had to forbid the soldiers from speaking with that man, but also because he was no man for him and was found drunk most of the time, which he could demonstrate with valid evidence if necessary. He says that the soldiers were never shortened in their rations in his sight. What that man said to him upon that. He says that he the defendant knows nothing of it. Whether the crew did not meanwhile daily persist with the same Van den Busch to have the promised instruction. He says that he the defendant knows nothing of that. Whether the same did not further add that when he got back the ship's instruction, which he had lent to the mate Pieterse, he would further convince the defendant of it. He says, no, that he the defendant never heard such from the aforementioned Busch, but indeed that once in the cabin of the mate Pietersen it was spoken of on an occasion when that mate had a book before him in which he was reading. Whether he the defendant also knows the passenger of his ship named Van de Busch. Article 15. He says yes. Whether he Busch did not then put to the defendant that he, having already sailed on 19 ships, had never seen it done more orderly with the crew and, according to circumstances, more generously with the rations, as he the defendant had said before this that he had never seen the crew treated so well on other ships. Article 16. He says, no, that he the defendant never heard such from Busch, but indeed that he the defendant said such in response to the murmuring that some Frenchmen had made that the voyage was lasting so long, by saying such. Article 19. Article 20. Article 21. Answered. Lapses. Article 28. Article 22. Whether he the defendant, then on a certain day when he had purposely gone to Van de Busch and had asked, do you not yet have the instructions back, upon the answer that the mate still had them, the aforesaid Van de Busch did not add: well, then they no longer need them either; the boatswain's mate of the Ganges, who has been several times to the East Indies and is acquainted with everything, has now said what is due to the crew and they have it in writing. He says no. Whether that passenger Van de Busch did not answer to that: now, then the crew will also see that it is well treated. He says no, Mr Busch never complained. Whether these conversations were held by him the defendant with the mate. He says yes, and that the crew was then informed of the instruction by the boatswain's mate of the Ganges. Whether he the defendant did not then, having gone directly to the aforementioned Van de Busch and the mate, ask him whether it was also customary on other ships that they prepared the food with half fresh and half salt water. Article 23. He says, no, never to have asked such, but indeed that he the defendant was present while the crew came to complain about the salt and fresh water, and that the mate answered to that: it is done because they may still have a long voyage, whereupon he the defendant further said: on board the warships. Whether not some time thereafter the crew was once very displeased that the food was prepared with half salt and fresh water, and murmured among one another about it. Article 24. He says no. Article 25. Such special friends were not kept with him the defendant and Van de Busch when the ship had only just or about progressed to the Canary Islands, and thus long before the revolt on his ship occurred, as well as the aforementioned demanding of the instructions and increased rations was made to the captain, since Busch is a man who was not only daily drunk, but also continually said that there was no god, as he also daily held such conversations with the soldiers on guard, who if necessary would still give a declaration thereof. Article 26. He says he does not know.
Dutch transcription
g'antwoord. Ant: 13. zegt zoo hij ged, gehoord heeft zijn, wat voor reedenen 't volk daar toe „de om kost en drank geweest gehad heeft egter weet hij niet of zijl: te min hebben gehad en dat hij nooijt bij d' E. Comp„e gevaren heeft, maar wel dat het volk op dien bodem meerkregen als op de oorlog schee„ „pen daar hij verscheijde Jaren bij gevaren had. zegt dat hij ged, daar niets in doen off hij ged: dit toomeloos en bru„ konde vermits hij ged, met taal bestaan heeft gestraft en de Capitain dien morgen soo tegengegaan. als avonds de revolte begonnen zegt, neen dat hij nooijt met mijn Off hij ged:, niet lange voor bat heer busch omgang heeft ge„ dezelve afeijsching van meerdere randsoenen geschied is eens aan dezelve van de Busch heeft ge„ het geen man was die geen god„ „heijd erkende, gelijk menigmaal zijne discoursen daar heen strek „te met ieder een Ja zelfs met de soldaten die op hun post Houden zoo dat men de soldaten moeste verbieden, met die man te spreken houden vermits het geen man voor hem was en meesten tijds dronken zig bevond, 't geen hij des noods met vallabele bewij zegd dat de soldaten in derselven zigt nooit an de Instructie boek Om welke reedenen hij ged„ bij niet alleen, waarook om dat „sen zoude kunnen aantoonen randsoenen wierden verkort 2 wat die man daarop heeft. zegt dat hij ged: daar niet van off het volk niet intusschen van busch gevraagd te hebben, denzelven van den Eusch om de beloofde Jnstructie te mogen hebben daarop dagelijks heeft aangehouden. „zegt neen dat hij ged, zulx nooijt ff. denzelven niet nog heeft van gem: Eusch gehoord heeft vervolgd, dat wanneer hij de waar wel dat 'er eens in de hut scheeps instructie, die hij aan van de Stuurman Pietersen is den stuurman Pieterse geleand gesprooken geworden bij geleegen„ „heijd dat die stuurman een had, te rug kreeg hij den ged„ boek voor zig had daar hij in daar van nader zoude overtuigen leesde: Ost hij ged:, ook kend den pas„ sagier van zijn schip van de busch genaamd off hij Busch den ged, toen niet zegt neen dat hij ged: zule voorgehouden, dat hij reeds op 19 nooijt van Eusch heeft gehoord scheepen gevaren hebbende nooijt maar wel dat hij ged: zulx ge„ ordentelijker met het volken „zegt heeft op de murmureering dat sommige franschen ge„ na mate der omstandigheeden „daan hadden, dat de reijs zoo ruijmer met de randsoenen als hij gei, hier vooren heeft lange duurde met te zeggen zoo heeft zien te werk gaan gezegd dat hij het volk nooijt zo goed op andere scheepen heeft door „ is hun overmand zagen. Zegt Ja. - 15. 16. /14. zien behandelen. . 19 „ 20: . 21 weet g'antwoord Vervalt. Art: 28. zegt neen. zegt neen de heer busch in nooij klagen! zegt Ja. en dat het volk toen door den bootsmansmaat van de ganges van d'instructie is g'informeerd geworden Art: 22. off hij ged:, toen op seekeren dag wanneer hij opzettelijk na van de busch toegegaan was en gevraagd had: hebt gij de Instructies nu nog niet te rug op 't antwoord dat de Stuurman ze nog nad voorsz: van de busch niet heeft toegevoegd: wel zo hebben ze nu ook niet meer nodig de boot„ mansmaat van de ganges die verscheijde reize in de Oostjndien geweest en alles bekend is heeft nu gezegd: wat het volk toekomt en zij hebben het op schrift„ off die passagier van de Eusch niet daarop heeft g'antwoord, nu dan zal het volk ook zien dat 't wel behandelt word Off deese discoursen door hem Ged bij de stuurman zijn koomen Off hij ged: als toen niet direct zegt neen zulx nimmer gevraagd na voorm: van de busch en den te hebben maar wel dat hij ged, present is geweest terwijl stuurman gegaan zijnde hem het volk kwam klagtig vallen afgevraagd had? of het op andere over het sout en soet water scheepen ook gebruijkelijk was en dat de stuurman daarop dat men het eeten met half soet g'antwoord had't word gedaan om dat men nog een lange reijs en half sout water klaar maak hebben kan, waarop hij ged: nog te 2. gezegd heeft aan boord van de Off niet eenige tijd daarna het volk eens zeer te moede is ge„ weest dat het Eeten met half sout en zoes water was klaar gemaakt en onder elkanderen daar over heeft gemort= zulke speciaale vrienden met hem en van de busch niet zijn gehouden ged: geweest terwijl busch een man toen het schip nog: maar eeven of is die niet alleen dagelyks dron omstreex de canarische Eylanden „ken was maar ook telkens zeijde dat 'er geen god en was, gelijk hij gevordert was, en dus lange voor ook dagelijks zulke discoursen met dat de revolte op zijn schip heeft de wagt hebbende soldaten heeft g'exteerd mitsgr„s de vooren aan„ gehouden, die des noods daar van gehaalde afeijsching van de Instruc„ nog zoude verclaring geeven. „ties en meerdere randsoenen bij de capitain gedaan is weet. zegt neen. Zulken 24. 23. en Oorlogscheepen 26. Art: 25.
English
States as before. States Yes. States not to have heard that an answer was given to this. States no! States no. Lapses. On warships it is also customary when one has long voyages: Whether they did not answer thereto: that here necessity required this, because they had not yet passed the Line and anticipated a shortage of water. Art: 27. Whether the captain, having arrived earlier, did not taste the food himself and then asked the crew what was lacking in it. Whether an answer was also given to the captain, and why the said person did not bring forward his interests then. States no! Whether he, the defendant, some minutes before the crew came above to demand the Instructions from the captain, was not found below in the waist. Whether he, the defendant, not immediately after returning from below, met the chief mate Pieter Pietersen. States no, but that he did say to Pieterse, at the moment the crew came above, what do those people want, who said: that when the captain did not give the crew what was demanded, they would then take it by force. Whether he, the defendant, did not say to the chief mate that these people should all be struck down according to orders, yet that the mate answered thereto, we must now just treat everything quietly. Whether he, the defendant, did not then say to the soldiers that they should go aft to the captain and ask what was due to them, and that upon refusal by the captain they should compel him thereto. Whereupon he, the defendant, was in conversation with the soldiers there. Art: 34. 28. 29. 30. 31. 32. 33. 34. States as before. States not to know this. Lapses! and only concerned himself with the gin that he had with him. States Mr. Busch has not spoken about that. States Yes, at the moment that sugar and tamarind was given to them, they demanded more gin. Whether that same afternoon the crew, when they had already received more wine and tamarind, did not still speak among one another to also demand more gin. Whether the aforesaid passenger van den Busch was not on the deck then. Whether he, the defendant, did not then approach the said van den Busch, and what he, the defendant, spoke with him then. States no, that he, the defendant, had not been with the mate Pieterse, and that the said mate had not spoken to him, the defendant, about it. Whether he, the defendant, did not on that occasion say substantially to the said van den Busch: do you see that the boatswain's mate of the Ganges knew well of the Instruction, adding: I assure you that if the gin is not given to them all at once, they will immediately come above again. Art: 35. Whether the crew did not immediately run above after that. Whether the said van den Busch did not then advise the defendant to address the soldiers and to say that, since they had now received enough wine, they should rather leave that gin to be used daily, adding thereto that if the crew became drunk, great disasters were to be expected from it! States Mr. Busch never said: you must not give them any gin. Whether the said Busch did not then also advise against it. Art: 40. 35. 36. 37. 38. 39. 40. 41. States No! Lapses. States that he, the defendant, held this before the crew and advised against it, but what he answered thereto, states that the soldiers persisted in their demand, without knowing what would happen. Whether he, the defendant, then also advised the crew against this, not to drink any gin, whereupon the crew persisted in their demand. Whether he, the defendant, on the contrary, did not advance substantially against the said van den Busch: Goddamn no, my soldiers shall have it all at once, it is better with them than with the bottle-boss, for then the old raven will not sell it at Batavia: a man who knows no God. States no, Mr. Busch can say much, but one needs not give belief to a ladroete. Whether he, the defendant, when the aforesaid mutineers had demanded the Instructions from the captain, did not give the hand to the foremost of them, namely the aforesaid Valbonne, and said, you have nothing against me, do you? If yes: what answer he, the defendant, received thereto. States that he, the defendant, immediately called his corporals above and provided them with everything and posted them for the defense of the ship! Which means he, the defendant, did put into effect to prevent the consequences of the discovered conspiracy. Art: 42. States from Sekler first to have learned it! Who brought this to light and through whom he, the defendant, first obtained knowledge thereof! States Yes: around half past 3 o'clock learned it from the soldier Sekler. Whether one was not informed that same evening that the soldiers intended to carry into execution during the night the planned conspiracy to take the ship. Art: 47. States no, when Sekler discovered the conspiracy to him, he was as usual between decks to see to the fire and light. Whether the defendant, just before the revolt started, was not found between decks. Whether the corporal La Drate did not pull him, the defendant, aside then, saying: I want your... States to have revealed this directly to the chief mate Pieterse, who beforehand had already been notified thereof by a soldier. Whether he, the defendant, did not also at once, when he learned of the treason, reveal this to the captain! States Yes. 42. 43. 44. 45. 46. 47. 48. 49. 50. 51.
Dutch transcription
zegt als vooren. Zegt Ja. zegt niet gehoord te hebben dat daarop g'antwoord is zegt neen! zegt neen. Jvalt. Oorlogscheepen is het ook gebruijkelijk als men lange reijsen heeft: off zij daarop niet hebben g'ant„ woord: dat hier de noodsaakelijk „heijd zulx vorderde want dat men „de Linie nog niet was gepasseerd en men gebrek aan water te ge„ A: 27. „moed zag Off de capitain zulx te voren ge„ koomen zijnde niet zelve het ee„ „ten geproefd en toen aan 't volk gevraagd heeft wat daar aan manqueerde off daarop ook aan den Capi„ tain iets is g'antwoord gewor„ zegt neen! „den, en waarom hij gen: toen zijne belangens niet heeft ingebragt Off hij ged:, zig niet eenige Off hij ged„e niet terstond zegt neen, maar dat hij wel minuten voor dat het volk is tegens Pieterse geseijd heeft tegen den opperstuurman na boven gekoomen, om de in 't moment dat het volk boven quam wat willen die heeft gezegd: dat wanneer menschen off den ged, vant beneden te rug gekeerd zijnde niet heeft ontmoet den opperstuur„ man Pieter Pietersen. off hij ged„ als toen niet tegen de soldaten gezegd heeft dat zij agter op bij de Capitain moesten gaan, en vragen wat hun toequam en dat zij bij weijgering van den Capitain„ hem daar toe moesten dwin„ gen waarover hij ged: met de sol: „daten aldaar is in gesprek ge„ „weest 2: Art: 34 Capitain de Jnstructies af te Eijs„ „schen bevonden heeft onder in de Kuijl 2 capitain „de - 28. 29 30. 1 - 34 33. 32: - zigt als vooren ven wierd hebben zil: meer„ zegt zulx niet te weten. Vervalt! en heeft zig alleenig bemoeyd met de genever die hij bij zig zegt de Heer Eusch heeft de gev„ daarniet over gesprooken menschen hebben we moestende Capitain 't volk niet gaf „de altemaal na ordere slaan 't geen g'eijscht wierd, zij het dog dat die stuurman daarop g'antwoord heeft wij moeten dan met geweld zouden nee„ nu maar alles stil tracteeren „ men zuijker en tamarinde gegee„ zegt Ja. in 't moment dat hun Off dienselven agtermiddag het volk wanneer het reeds meerder wijn en tamarinde gekreegen had, niet nog onder elkanderen heeft gesproken om ook meer genever te Eijschen: off toen voorsz: passagier van de busch zig niet op het dik heeft bevonden off hij ged: daarop niet bij gem: van de Eusch is gekomen en wat hij ged, toen met den„ „selven gesproken heeft 2 had zegt neem dat hij ged, bij de Oss. hij ged, niet bij die Art: 35. off het volk niet daarop dade„ „lijk is na boven gelopen. gesegt gij moet hun geen genever den Eusch substantieelijk heeft ge„ „zegd; ziet gij wel dat de bootsmans„ „maat van de ganges van de Jnstructie wel geweeten heeft, met byvoeging: ik verseker uw zoo hun de genever in een maal niet te gelijk gegeeven word dat ze dan weer direct na boven Stuurman Pieterse nog geweest en geleegentheijd tegens denselven van off denselven van den busch de ged„e als toen niet geraden heeft om de soldaten toe te spree„ „ken en te zeggen, dat terwijl zij nu wijn genoeg gekreegen had„ „den zij die genever liever moe„ „ten laten om dageliks te gebruij„ hem ged„e daar over gesprooken daarbij heeft gevoegd dat wan„ „neer 't volk dronken wierd daar door groote onheijlen te wagten zoude zijn! zegt de Heer Eusch heeft nooijt met Off hij biesch toen niet nog „der Genever g'eijschd. : stuurman 39. geleegen„ 38. 37 36 7 geeven. komen: Art: 40. „ken: 41 Zegt Neen! Vervalt hebben, dat de soldaten, iets we Off hij ged, dan ook 't volk zulx heeft afgeraden, om geen gezeven heeft voór ogen gehouden en afge„ te drinken waar dat het volk bijraden dan wel wat hij daarop hunnen Eipch is blijven persisteeren heeft oer antwoord Off hij ged: in tegendeel denselven veel seggen maar men behoeft van den Eusch daarop niet substan geen geloof te slaan aan een tieel heeft te gemoed gevoerd: god= „doma neen mijne soldaten zul„ „ten het op een maal hebben het zegt aan de opperstuurman Pietere Off hij ged,e dan ook ten eersten is beter bij hun dan bij de botte„ zulx direct te hebben g'openbaard wanneer hij het verraad vernam die van te vooren reeds door eene „lier want dan zal 't den ouden zulx aan den Capitain heeft g'o„ ladroete daar van was verwit„ „tigd. zegt neen de Heer busch kan 500 raaf niet te batavia verkoopen: man die geen god en kent off hij ged, wanneer de voorsz: zegt dat hij ged, zijne Corporaals welke middelen hij ged, wel Muijtelingen de Instructies van direct heeft na boven geroepen heeft in 't werk gesteld om de de capitain g'eijscht hadden, de en hun van alles voorsien en gevolgen van de ontdekte Con„ geposteerd heeft tot defensie van voornaamste van hun en wel t: schip ! voorsz: valbonne niet de hand„ gegeeven en gezegd heeft, gij hebt „spiratie voor te koomen. 49. tog niets tegen mij 2 zoo Ja: wat hij ged, daarop ten antwoord heeft bekoomen: zegt Ja: omstreep half3 uuren van Oft men dienselven avond niet den soldaat sekler vernomen te is g'informeerd geworden dat zegt neen, toen sekter hem de off de ged, niet eeven voor dat conspiratie heeft ontdekt was de revolte begonnen is, zig heeft hij volgens gewoonte onder 't der bevonden tusschen deks om na 't vuur en ligt te zien. Off de corporaal La drate hem ged„, als toen niet heeft ten zeijde getrokken, onder 't zeggen: ik wil„ zegt van sekter zulx 't eerst eer, wie zulx heeft aan den dag gebracht en door wien hij ged: het eerste daarvan kennis bekoomen heeft! Art: 47 de soldaaten des nagts de voorge„ „der, van Sint waren zonder te nome Conspiratie om 't schip af te loopen zoude ter Executie bren„ „gen weten water soude voorvallen Art: 42: zegt dat hij ged„ het volk zulx . 1 44 45. 46 de zegt Ja 51 50. „penbaard! 48. „nomen te hebben! - 43. 1 hebben uw
English
Article 57. Says as before. Says yes, at the moment that the revolt began. to defend himself! to know on what occasion whether he, the defendant, also heard this, or what he, the defendant, had to say, he, the defendant, having said what he answered thereto, "What do you want to tell me?" and while he, the defendant, saw by the countenance of that man that he had something secret to tell him, the defendant, he, the defendant, made a sign to him to follow him to the cabin, this having been 53. Whether he, the defendant aforesaid, did not say to La Droite: "If you have something to say, then go upstairs," shortly before Sekler revealed the matter to him. Says while La Droite pulled him to one side in order to tell him, the defendant, something Whether the captain did not make it well known downstairs to the defendant that he was afraid of a revolt, says that it would be best to and what he, the defendant, answered thereto. 56. Says no, not having been able to speak with the captain so much. Whether he, the defendant, did not then say to the captain: "I would just give them their demand, then it might well turn out all right." Says yes, and that all the corporals and further persons who are still here can testify to this, for at the moment that the rebels came up with force, he, the defendant, said: "Open fire, and all men who are honest go to your hammocks." Whether he, the defendant, then also did his best to resist and overpower the rebels. Says as before. Says yes, that the rebels said: "Where is the Commander, we want him," and subsequently: "Hurrah, hurrah." Whether the rebels, when they came upstairs, said anything. Says on the quarterdeck on the starboard side, Where he, the defendant, was at that time. 60. Whether it did not happen at the moment that by accident a shot went off in the cabin, and that the mutineers then thought that this was a signal for them. when and on what occasion the revolt actually began. Says around 10 o'clock by estimate after the sun had gone down. Says yes, that a shot went off. speak with you of necessity. Whether they did not shout: "Where is the Commander," and further: "Hurrah, attack!" when or Article 52. 54. 1 55. has 59. 58. 61. 62. Article 63. soldier named Princenraad Says yes. stabbed! as before. says to have stabbed! Says no, that he wrestled with another before the shot went off, in order to Says to have captured the ringleaders in the morning! Says yes. to have acted according to duty. Whether the defendant on that occasion did not stand with a drawn sword in his hand? Says yes, that he, the defendant, then Whether, in the fiercest of the riot, one of the rebels did not come very close to the body of him, the defendant. Whether he, the defendant, did not then have the opportunity to finish off that villain with the sword he held in his hands. Says that Princenraad indeed said so, but afterwards retracted his words again. Whether the aforementioned Princenraad did not affirm and maintain this on board in full council of war and to the face of the defendant. If so, why he, the defendant, did not do so. Whether he, the defendant, did not merely make some movements and wrestle quasi-somewhat with him until that man finally got out of the hands of him, the defendant, and went downstairs again. How the riot was further quelled, and when the ringleaders were obtained into hands afterwards. Whether he, the defendant, also knows a certain Says not to know otherwise than that he Whether he, the defendant, is not convinced that he has greatly forgotten his duty and has not only known of treason and concealed the same, but has even given the soldiers very much ground and cause for it! Says no, on the contrary, that he acted according to his duty, Whether he, the defendant, must not confess 72. Says because he, the defendant, did not know that such would be done until shortly before. Why he, the defendant, did not immediately reveal this to the captain. Whether this Princenraad did not, three days before the revolt began, make the treason known to the defendant. Says no, that this Princenraad did say: "If the French were such strong and healthy people as the Germans, we would have nothing to fear," whereon he, the defendant, said: "They will just have to keep quiet, otherwise we will know what to do with them!" soldier there 1 66. 67. 68. 69. has 74. 73. 71. 1 Article 70. 64. 65. wanted. has observed his duty, Article 75. What he, the defendant, knows to bring forward for his excuse! insisting only that those persons who are still here can give testimony concerning that. Says to need no excuse at all, thereby to be in the highest degree punishable. Thus questioned and answered at the Cape of Good Hope on the 11th of December 1786, before the gentlemen William Ferdinand van Rheede van Oudshoorn and Johannes Matthias Bletterman, members from the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have duly signed the original minute hereof together with the defendant and me, sworn clerk. Which I certify, R. J. van der Riet, sworn clerk. Re-examination. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government aforesaid Casimir Lempe, to whom these preceding interrogatories, with his answers given thereto, having been read clearly and distinctly word for word, testified to persist therein, not desiring that anything more shall be added to or taken from it. Thus done and re-examined at the Cape of Good Hope on the 18th of December 1786. Casimir Lempe Present to me, R. J. van der Riet, sworn clerk. As commissioners, W. F. van Reede van Oudtshoorn and Johannes Matthias Bletterman Agrees. H. M. van der Riet, sworn clerk.
Dutch transcription
Art: 57. zegt als vooren. zegt Ja op 't moment dat de re„ „volte begonnen is. zig te verweeren! „der te weten bij wat gelegentheijd off hij ged: zulx ook heeft aange„ hoord, dan wel wat of hij ged„e zeggen had hij ged„ gesegd wat daarop heeft g'antwoord wilt gij mi zeggen en terwijl hij ged: zag aan de mines van die man, dat hij hem ged, iets geheijms te zeggen had, zoo heeft hij ged. e hem gewenkt om hem te volgen na de Cajuijt zijnde zulx geweest 53. off hij ged; voorsz, La droite niet toegevoegd heeft, als gij iets te zeg„ „gen hebt ga dan naa booven zeijde trok om hem ged„, iets kort voor dat sekler hem 't geval heeft g'openbaart. zegt terwijl La droite hem Ter Off de capitain den ged„e benee„ „rens niet wel heeft te kennen gegeeven dat hij voor een revolte bevreesd was zegt dat het best zoude zijn om wat hij ged„e daarop heeft g'ant„ woord 56. zegt neen zo veel met de capitain off hij ged, toen niet tegens de niet te hebben kunnen spreeken. Capitein heeft gezegd: ik zou ze hunnen Eisch maar geeven, dan zal het mogelijk wel schikken zegt Ja en dat zulx alle de Corpo„ Off hij ged, toen ook zijn best raals ende verdere personen heeft gedaan om de rebellen tegen die nog hier zijn zulx kunnen stand te doen en te Overmeesteren: getuijgen want dat hij Ged, op ogenblik dat de rebellen met ge weld boven quamen gezegt heeft geef vuur en alle mannen die braaf zijn gaan na de kooij zegt als vooren. zegt Ja: dat de rebellen gezegd heb, off de rebellen wanneer zij naa „ben waar is de Commandeur boven zijn gekoomen niets hebben wij willen hem hebben en ver„ gezegd. volgens hoera, hoera. zeijde. zegt op t halfder aanstuurboord waar hij ged, zig toen bevonden 60. off het niet is geschied op 't mo„ „ment dat p. r ongeluk in de cajuijt een schoot was los gegaan, en dat de revolteurs toen meenden dat dit een zeijn voor hun was „genheijd eijgenlijk de reerlte is begonnen. zegt omtrend 10 uiren na gissing zon, wanneer en bij welke gelee„ „gaan is. zegt Ja. dat 'er een schoot losge, uw noodsakelijk- spreeken. Off zij niet hebben geroepen waaris de Commandeur en voort hoera valt aan wanneer of Art: 52. 54. 1 55. heeft 59. 58. .. 61. 62. . Art: 63 soldaat Princen raad genaamd Zegt Ja. gestooken heeft! als vooren. zegt gestoken te hebben! zegt neen dat hij met een ander voor dat de schootlosging in naame zij heeft geworsteld om zegt in de morgenstond het oprier gevangen genoomen te hebben! zegt Ja„ pligt gehandelt te hebben. off de ged, bij die geleegentheijd niet weet Een bloote degen in de hand heeft gestaan? zegt Ja: dat hij ged, toen na hem off niet in 't nevigste van den op„ „voer een der rebellen hem ged, zeer na op 't lijf is gekoomen off hij ged, toen niet geleegentheijd zegt dat hij princen raad wel zulx off gem: princenraad zulx heeft gehad om dien booswigt met gezegd heeft echter naderhand niet aan boord in volle krijgs„ zijn in handen hebbende deegen zijn woorden weeder in getroc„ „raad en in facie van den ged„ af te maken. heeft betuijgd en staande gehou„ „ken. „den 2. zoo Ja: waarom hij ged:e zulx niet heeft gedaan. Olf hij ged, niet slegts eenige mouvementen gemaakt en met heeft tot dat hij eijndelijk Uijt de handen van den ged, geraakt is Hoedanig de oproer voort is ge„ gestelt kort daarna de bethamels „ stilt en wanneer men de belha„ „mels daarna heeft in handen ge„ kreegen off hij ged: ook kend zekere zegt niet beter te weten of hij off hij ged, niet is overtuijgd grotelijks zijn pligt vergeeten en niet alleen van zverraad geweeten en zulx versweegen te hebben, maar zelfs de soldaten, daartoe zeer veel voet en aanleyding te heb„ „ben gegeeven! dat die man weder na beneden denzelven quasi wat geworsteld zegt neen ter Contrarie na zijn off hij ged, niet moet bekennen 72. zegt om dat hij ged, niet geweeten waarom hij ged, zulx niet ten heeft dat zulx zoude gedaan eersten aan den Capitein heeft worden als kort te vooren. g'openbaard. Off deese princen raad niet drie zegt neen dat die prencenraad wel daagen voor dat de revolte begon„ gezegd heeft indien de franschen zulke sterke en frisse menschen, nen is het verraad aan de ged„ heeft te kennen gegeeven waren als de duijtschers zouden wij niet te vreezen hebben, waarop hij ged, gezegd heeft zij zullen zig wel moeten stil houden, anders zul„ „len wij wel weg met hun weeten! soldaat daar „ 1 66 67 68. 69 heeft 74 73. 71. 1 Art 70. 64 65: wilde. heeft zijn pligt betragt Art: 75. wat hij ged, tot zijne verschoning te hebben, insteerende alleen, weet in te brengen! „lijk dat die perzoonen die alhier nog zijn daaromtrend getuijgenis kunnen geeven /:onderstond:/ zegt niets geen verschoning nodig Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede Hoop den 11 decbr 1786. voor de Heeren William ferdinand van Rheede van oudshoorn en Joh„s matthias Blet„ „terman leeden uijt den E Achtb: raad van Justitie voormeld die de minute deeses be„ „neevens de ged: ende mij gewwclercq mede be„ hoorlijk hebben ondertekend. /:laager:/ T welk ik getuijge /:was geteekend:/ RL: J: V: D: Riet gesw Clercq Compareerde voor de ondergetekende gecomm: uit den E achtb: Raade van Justitie deezes gou„ vernements voorsz: Casimir Lempe den wel„ ken deeze voorenstaande vraagpoincten, met zine daarop gegevene antwoorden van woorde Recollement. daar door ten hoogsten Strafwaar„ „dig te zijn. Aldus Gedaan en gerecolleerd aan cabo de Goede Hoop den 18 December 1786. /:was getekend:/ Casimier Lempe /:laager:/ Mij present /:geteekend:/ R: J: V:D: Riet gesw Clercq. /:in margine stond:/ als gecommitteerdens /:was geteekend:/ W: J: V: Reede van Oudtshoorn en Johannes Matthias Bletterman Accordeert /:onderstond:/ tot woorde klaar en duydelijk voorgeleezen wezen „de, daarbij betuijgden te blijven persisteeren, niet begeerende dat er iets meer bij of van gedaan worden zal HMRiel tot gemClerq
English
Appeared before the Honorable and Esteemed Council of Justice of this government the pro interim fiscal here Gabriel Exter, ratione officii prosecutor in criminal cases on the one side, against Vincent Claas of Livorne, Christiaan Jansen of Craageloen, and Michiel Rood of Straatsburg, the first being a sailor and the two last-named being gunners stationed here, currently prisoners and defendants in the aforementioned case, on the other side. Article 1. And he did declare 2. that from the interrogations of the mutineers of the pirated French merchant vessel La Rozette, who were executed on 14 October last, it appeared to the prosecutor ratione officii 3. that three of them, named Etienne and Antoine Tailjasco, as well as the carpenter Francois Ros, 4. under the pretext that they were shipwrecked men and had saved their lives, and that they had on that occasion taken along out of the officers' chests the watches, boxes, and further jewelry they had with them, 5. were not only received into two taverns in this capital place and kept concealed, 6. but that they were even engaged and helped by the innkeepers in a clandestine manner 7. onto the private return ship Josephus de Tweede, which was at that time lying at anchor here in the roads. 8. That the prosecutor ratione officii, subsequently having been informed with certainty that it was the first two prisoners and defendants 9. who were guilty of concealing and harboring those criminals, 10. then also, upon obtaining the decree from Your Honorable and Esteemed Council, first caused the first two prisoners and defendants, 11. and afterwards the 3rd prisoner and defendant, to be taken into custody, 12. and caused them to answer such articles as were framed for that purpose by the prosecutor ratione officii and presented to them. 13. That from these and further documents annexed hereto, it became evident to the prosecutor ratione officii 14. that when the aforementioned brothers Etienne and Antoine Tailjasco, together with the carpenter Francois Ros, arrived at the Cape, 15. the first two named went on the 16th of the past month of August to the tavern De Vrolijke Tafel, 16. where the 1st defendant lived and ran a tavern business, 17. and the last, Francois Ros, on that same date went to the tavern or inn called De Prins, 18. where the 2nd defendant, Christiaan Jansen, had already lived for 2 years 19. and was then still acting as the servant of the citizen Christiaan Bam. 20. That the said Tailjasco and Ros, having claimed 21. that they were stranded with a French ship behind False Bay and had saved their lives, as well as the gold boxes, watches, and other jewelry they had with them, 24. which they had taken with them from the said ship, 22. of which the two Italians gave in safekeeping to the 1st defendant: 2 gold watches 2 ditto chains 4 ditto ear ornaments some trifles 26 Spanish dollars 23. and the said Francois Ros gave in safekeeping to the 2nd defendant: 3 gold earrings 8 ditto rings 1 ditto signet and some books; 25. asked the first 2 prisoners and defendants 26. whether they would please arrange some ship or other with which they could depart for Europe. 27. That thereupon the 3rd prisoner and defendant, 28. who, when he had nothing to do, stayed in the tavern of the 1st prisoner and defendant and then assisted him in his business, 29. upon the promise of receiving four Spanish dollars if he could procure a ship for those persons, 30. went to the 2nd prisoner to confer with him on how they might be able to make the same criminals depart from here secretly. 31. That the 2nd and 3rd prisoners and defendants, having sought an opportunity for this purpose, immediately went to the captain of the ship.
Dutch transcription
ArtC:1 Ende deede zeggen 2 dat bij de verhooren van de op den 14 october laatste geexecuteerde muitelingen van 't afeloopen fransce koopvan dij scheepje La Rozette. — aan den ratt: off Eisscher gebleeken zijnde dat drie van dezelve in naame Ehienne en An „toine Tailjasco mitsg=s den timmerman francois Ros onder voorwendsel dat zij schipbreukelingen waaren en hun leeven gered mitsg=s de bij zig hebbende horologies doosen en verdere kleinoden bij die occasie uit de kisten van de officiers meede genoomen hadden niet alleen aan deese hoofdplaatse in twee herbergen waaren ingenoomen en verborgen gehouden maar dat zij ook zelfs door de Herbergiers op beene Clandestine wijze waaren geengageerd en geholpen op 't de tids alhier ter reeden leggend particulier retour schip Josephus de tweede 8/ Dat de R: O: Eijsscher vervolgens in 't zeekere Compareerde voor den WelEde¬ len agtbaaren Raade van Iustitie deeses gouvernements den pro interim fiscaal alhier Gabriel Exter Ratione officii Eijsscher in Cas Crimineele ter eenre op ende Ieegens Vincent Claas van Livorne Christiaan Jansen van Craageloen en Michiel Rood van Straatsburg de eerste als matroos en de bf„ de laatstgem: als bosschieters al„ hier bescheijden thans 's heeren gev: en ged=e in voorsz: Caster andere zide zynde 5 79 zynde geinformeerd dat 't de twee eerste ged: en ged=t zijn geweest g die zig aan 't verbergen en huisvesten van die misdadigers zouden hebben schuldig gemaakt, 1 10 dan ook op 't verbergen decreet van UwelEd: Agtb=e eerst de twee eerste ged: en ged=e 111 en daar na den 3 ged: en gEd heeft doen neemen in arrest 12 en dezelve heeft doen antwoorden op zodani„ „ge articulen als door den r: O: Eysscher ten dien eynde waaren geformeerd en aan hun zijn voorgehouden.— dat dan uit dezelve en verdere ten deeze geannexeerde stukken aan den r: O Eysscher is koomen te Consteeren dat wanneer de voorsz: gebroeders Ettenne en Antoine Tailjasso beneevens den tim„ „merman francois Ros aan de kaapwaa ren gearriveerd 15 de twee eerstgem: op den 16 der gepasseerde maand augustus in de Herberg de vrolij tafel 16 alwaar den 1 ged: gewoond en tapneering drijft gekoomen zijn en de laatste François Ros zig op die zelf„ de datum begeeven heeft in 't taphuis of de Herberg de Prins genaamt alwaar den 2 ged: Christiaan Ian 18 „sen bereids 2 Iaaren heeft ge„ woond 19 en toen nog als knegt van den burger Chris „tiaan Bam ageerde 20 Dat dezelve Tailfasco en Ros hebbende 31 dat den 2 en 3 gev: en ged=e terstond na ge leegendhijd daar toe gezogt hebbende zig hebben begeeven naar den Capitain van 't 19 voorgegeeven 21 dat zij met een fransch schip agter de baaij fals waaren gestrand en hun leeven gesauweerd mitsgs de bij zig hebende goude doosen horo„ logies en verdere kleinoodien 22 van welke de bijde Italiaanen aan den 1 ged: 2 goude Horologies 2 d=o kettings 4 d=o oordieraaden eenige kleinigheeden 26 sp: matten 23 en gem: francois Ros aan den 2 ged 3 gouds orlietten 8 d=o ringen 1 do Signet en eenige berbocken hebben in bewaaring ge geeren 24 van het gem: schip meede genoomen had„ den 25 aan de 2 eerste ged: en ged=e hebben verzogt 26 om hun tog 't een of ander schip waar me de zij naar Europa zouden kunnen vertrek 6 „ken te willen beschikken dat daar op den 3 gev: en ged: 27 28 die als hij niets te doen had in t taphuis van den 1 gev: en ged: huisveste en hem dan in zin neering te hulp quam — op belofte van wanneer hij die Persoonen een schip konde bezorgen vier spaanse matten te zullen genieten 30 naar den 2 gev: is gegaan om met denzelfs te overleggen hoe men dezelve misdadigers en in stelte van hier zoude kunnen doen ver „trekken voorgegeeven Schip 13 29
English
ship Josephus the second 32 who, upon their proposal whether he would take along three people who had lost their ship, and upon the assurance that they were not Company servants, 33 accepted to convey the same Taibjascos and Ros with his ship to Europe, provided they would perform shipboard service in exchange for their board. 34 That thereupon the departure of the same concealed criminals being determined for the following day, 35 the 1st prisoner and defendant then bought from the same Italians 1 gold watch for 30 Spanish mats, 1 ditto ring and some earrings for 13 ditto Mexicans, and 1 silver watch thrown into the bargain, furthermore, in addition to their expenses which they paid in cash, received as a present for his wife a pair of gold earrings; 36 while likewise the 2nd defendant and prisoner, besides the payment for his lodging, exchanged a silver watch for a gold one with a chain from the aforesaid Francois Ros, 38 and having received as a gift a pair of earrings for his wife, the same Italians and Francois Ros 39 were the next day at the appointed time escorted by the 2nd and 3rd defendants to the sea pier, and so subsequently brought on board the ship Josephus the second, 40 for which the 3rd defendant and prisoner also received the four Spanish mats according to the promise, 41 as all of this can be seen in further detail from the interrogatories submitted alongside this and other documents furnished for this trial, all marked with the letters, 42 and to which the Officer Plaintiff takes the liberty to refer for the rest; 43 that thus the offenses of the 1st and 2nd defendants and prisoners consisting 1st, in sheltering and concealing persons who had made themselves guilty of the very heaviest and most heinous crimes; 2nd, in fencing and purchasing stolen goods; and 3rd, in providing the said criminals a means whereby they, escaping from here, could evade the equitable punishment of the judge; 44 and those of the 3rd defendant and prisoner in keeping silent about the harbouring and concealing of those criminals with their stolen goods, as well as the actual help and assistance rendered to make them likewise escape the hands of justice; 45 the Officer Plaintiff will now also attempt to investigate what punishment ought to be imposed on the prisoners and defendants for the one and the other; 46 that just as it is certain according to law 47 that one nowhere finds a specific punishment established regarding the harbourers and concealers of delinquents, any more than those who assist them in their flight and provide help, 48 but that the same being reckoned among the extraordinary crimes, as can be seen in Carpzovius, part 11, chapter 126, paragraph 49, 50 the punishment thereof seems to be left to the discretion of the judge, in order, according to the varying circumstances, 51 to banish such persons with flogging, banishment, etc., 52 as this can also be seen among others in Mr. Moorman under the title of Help and Assistance to Criminals, who, after having first treated the diversity of help and assistance, on folio 384 in conclusion very appropriately adds: but secondly, that someone who, after the crime has been executed, helps a criminal by harbouring him, concealing him, or preventing him from being captured, must be punished more leniently and with a discretionary punishment, etc.; 53 so it is likewise sufficiently known to the judge 54 that very rarely does the accomplice or helper of a thief come to undergo, 55 even though he be cognizant of it, ever an equal punishment as the thief comes to undergo, 56 but that in that regard diverse distinctions are also made; 57 for just as Mr. Carpzovius in Practica Criminalis, chapter 80, paragraphs 40 and 46, merely calls the harbouring of the thief as well as the fencing and purchasing of what was stolen an approval of the theft, 58 and one can never by far place the approval of a crime on an equal degree with the crime itself, 59 so it naturally follows from this that the punishment on account of it should likewise never be equal, but reduced proportionately, 60 on which the same Mr. Carpzovius, chapter 80 from number 41 having commented extensively, and in paragraph 47 very decisively lets follow that such persons are also subject to discretionary punishment; 61 and since the prisoners and defendants had no knowledge of the so dreadfully committed crime of those criminals, 62 but having regarded them only as unfortunate shipwrecked persons, therefore sought to afford them a quiet escape, 63 so the Officer Plaintiff also believes with reason that both in this regard, 64 as with respect to the fencing and purchasing of the stolen goods, and they also certainly knew nothing of the absolute death penalty which shipwrecked persons incur who steal something during the wrecking of their ship, 65 since the prisoners and defendants have in no way transgressed knowingly and willingly that the same goods were obtained in such a detestable manner.
Dutch transcription
schip Josephus de tweede 32 die op hun voorslag of hij drie menschen de welke hun schip verlooren hadde wilde meede neemen en op verseekering dat zij geen Comp=s dienaaren waaren 33 heeft aangenoomen dezelve Taibjascos en Ros, wanneer zij voor de kost scheepsdiens wilden doen met zijn schip naar Europa over te voeren 34 Dat daar op 't vertrek van dezelve verhoole misdadigers op 's anderen daags bepaald zijnde 35 de 1 gev: en ged: als toen van dezelve Italiaa„ nen 1 goude Horologie voor 30 sp: matten 1 d=o ring en eenige orlietten voor 13 d=o maxe„ ciaanen en 1 zilvere Horologie op de koop toe gekogt mitsg=s nog behalven t verteerde dat zij in Contanten hebben voldaan voor zijn vrouw een p=s goude oorringen praesent gekree„ gen heeft— 3.6 terwijl insgelijks den 2 ged: en ged: van voorsz: francois Ros behalven de betaaling voor zijn Logies een zilver horlogie voor een goude met een ketting verruild 38 en een p=r oorlietten voor zijn vrouw vereerd gekreegen hebbende dezelve Italiaanen en francois Ros 39 's anderen daags op de bestemde tijd door de 2 en 3 ged: naar 't zeehoofd begeleid en zo vervolgens aan boord van het schip Josephus de tweede gebragt zijn 40 waar voor dan ook den 3 ged: en ged=e de vier sp: matten volgens belofte bekoomen heeft 41 gelijk zulx alles breeder kan werden gezien uit de neevens deesen overgelegde Interoga„ torien en verdere ten deese processe gefour„ neerde stukken alle gequoteerd van Lit: 42 en waar aan de 2: O: Eijsscher de vrijheid neemt zig voor 't overige te refereeren 43 dat dus de misdraden van de 1 en 2 ged: en ged=e bestaande 1 in 't huisvesten en verbergen van per„ soonen die zig aan de alerzwaarste, en gruwelijkste delicten hadden schuldig gemaakt 2 in 't heelen en opkoopen van geroofde goederen en ten 3 in de gem: misdadigers een mid„ „del te verschatsen waar door zij van hier gerakende zig de billijke straffe van den regter konde ontdekken en die van 3 ged: en ged: in 't verzuijgen van 't inneemen en verbergen dier misdadigers met hunne geroofde goederen mitsg=s de met er daad betoonde hulpe en bijstand om dezelve insgelijks de handen der Iu stitie te doen ontstappen 45 de r: O: Eijsscher als nu ook zal tragten te on„ versoeken welke straffe aan de gee: en ged=e over 't een en ander zou behooren te worden opgelegt 46 dat gelijk 't nae regten zeeker is 47 dat men nergens omtrend innemers en verbergers van delinquenten zo min als die dezelve in hunne vlugt bijstaan 40 en 44 en hulpe verschaffen 48 eene bepaalde Straffe gestatueerd vind 43 maar dat dezelve onder de buitengewoo „ne misdaaden zo als bij Carpzoo: p: 11 Cap 126 3 49 te zien is gereekend werdende 50 de straff daar van aan 't arbitrium van den regter scheijnt gelaaten te zijn omme naar maate van de verschillende omstan„ digheeden 51 de zodaanige met geesseling banisement &a te banieeren 52 gelijk zulx onder meer anderen ook nog bij de Heer Moorman onder den titul van Hulpe en bijstand der misdadigers te zien is en die na eerst over de verscheij„ denhijd der hulpe en bijstand gehandeld te hebben, er op ƒ 384 tot besluit nog zeer gepast bygevoegd dog in 't ten tweeden dat iemand na dat de misdaad is uijt gevoerd een misdadiger helpt door hem in te neemen te verbergen of te beletten dat hij niet gevangen raakt die moet zagter en met een willekeurige Straffe gestraft worden &a 53 zo is 't dan ook insgelijks den regter genoeg kennelijk 54 dat zeer zeldzaam den meede stander of helper van een dief komt te ondergaan 55 of schoon hij deskundig zij ooijt eene eeven„ „gelijke straffe als den dief komt te onder„ gaan — 56 maar dat daaromtrend almeede diverse distinctien worden gemaakt 57 want gelijk de Heer Carpzoo: in prac: Crim Cap 80 § 40 en 46 't inneemen van den en zij ook zeekerlijk van de absolutie dood„ straff dewelke schipbreukelingen die bij het verongelukken van hun schip iets stee „len incurreeren niets geweeten hebben 65 vermits de zee en ged=e geenzints willens en weetens dat dezelve goederen op eene zo de testable wyze verkreegen waaren hebben gepecceerde 58 en men de goedkeuring van een mis„ daad nimmer op verre na in eenen gelijken graad met de misdaadzelve stellen kan 59 zo vloeijd daar uijt ook bij natuurlijke ge„ „volg dat de straffe desweegens almeede nooijt evengelijk maar na eevenreedigheid vermin„ dert dient te worden waar over denzelven Heere Carpzov: Cap 80 van N. o 41 breedvoerig geconmentarieerd hebbende en§ 47 zeer decisief op laat vol„ gen dat de zodaanigen meede aan wille„ „keurige straffe onderheevig zijn — En nadien nu de gev: en ged=e van 't zo ver „schrikkelijk gepleegde delict dier mitdaa„ digers geene weetenschap hebben gehad 62 maar dezelve alleen voor ongelukkige schipbreukelingen aangemerkt hebbende hun daarom een stil heenkoomen hebben zoeken te verschatsen 63 zo vermeend de r: o: Eysscher dan ook met reeden dat zo wel hier omtrend 64 als met betrekking tot 't heelen en opkoopen van de geroofde goederen dief mitsg=s 't heelen en opkoopen van 't gestolene slegts noemt een goudkeuring van den diefstal dief 67 60 61 66
English
the punishment to be inflicted upon them ought indeed, for that reason and according to the same circumstances, to be mitigated, yet since the defendants, notwithstanding the placat issued by this government dated 5 August 1785, whereby it is determined that anyone who accommodates foreign nations must report the persons or foreigners staying in their house to the officer of the main guard before nightfall, have nevertheless not hesitated not only to keep foreigners here for five days without making it known to the officer of the main guard as aforesaid, but that they furthermore secretly helped those foreigners, who, by their own admission, had not obtained in a permissible manner the goods with which they were accepted and taken into the house, to get away from here, in order to make them evade the hands of justice, as well as buying up some of the goods brought along in that manner and accepting them in trade, and since, as has already been alleged herebefore, the determination of the punishment for these crimes has been left to the discretion of the judge, so then the punishment ought to be proportioned to the aforementioned motives, For which and other reasons, to be further deduced if necessary, the Prosecutor, making his demand, concluded that the prisoners and defendants mentioned at the head hereof shall, by definitive sentence of your Worships, be condemned to be brought and who does not understand that in a country situated like this, which, because of the frequent seafaring, is exposed to various irregularities, one cannot be too carefully watchful of such persons who make their houses available for such practices, as well as of those who, even for as small a price as occurred in this case, promptly find themselves ready to keep hidden here persons whom they do not know, nay, who even claim to have made themselves guilty of wreck plundering, and to help them aboard the ships in a fraudulent manner; and that, however much it is on the one hand quite certain according to known provisions of law that a judge, in considering the punishment, ought always to choose the milder rather than the harsher side, nevertheless, on the other hand, through too mild an administration of criminal justice, no occasion ought to be given for the reckless violation of the laws, to be brought to the place where criminal sentences are customary to be executed here, where both the first prisoners and defendants Vincent Claas and Christiaan Jansen shall be delivered to the executioner and, each being bound to a post and severely flogged, shall subsequently be clapped in irons in order to labor therein for the term of ten consecutive years, either on Robben Island or at the Honorable Company's public works here without wages; and that furthermore the 3rd prisoner and defendant Michiel Rood, after having witnessed that execution, being smartly scourged indoors by the kaffirs, shall be banished from here, so that together with the first two prisoners and defendants, when their term of ten years shall have expired, they remain banished from this government and the jurisdiction thereof forever; with condemnation of the defendants in the costs and expenses of justice, or to such other end as your Worships in your customary prudence shall deem proper. At the foot: Which doing was signed: J. Exter. In the margin: Exhibited in court on 7 November 1786. There appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, Captain Christiaan Summack, of competent age, commanding the private Dutch ship Josephus the Second lying anchored here in the roads, who, at the requisition of the Fiscal pro interim, Gabriel Exter, declared to be true: That on the 21st of this current month of August, early in the morning when the appearer went from his lodgings to the jetty, he met a person there, short of stature, somewhat brownish, and with some smallpox marks on his face, who addressed the appearer in substance: Captain, would you not do me a favor; three poor sailors are lodging with me and they would very gladly go to the fatherland, would you not take them along? To which the appearer answered: if they are not servants of the Company but free men, it does not matter to me; however, they cannot earn anything but must work their passage for their board, because my ship is properly manned and I cannot take on any more. The said person replied thereto: I will go speak to those men about it. That person, having returned shortly thereafter while the appearer was still on the jetty, said to the appearer: it is good, those men are willing, and when can they go aboard? The appearer having told him: let them go aboard whenever they wish; whereupon those persons were indeed brought aboard the appearer's ship with the boat that same day. That the appearer, having sailed aboard the following Friday in order to attend to some affairs, the appearer, upon his arrival aboard, having interrogated those persons, and especially the one who speaks Dutch,
Dutch transcription
67 de aan hun te infligeerene straffe om die rea den en na dezelve omstandigheeden wel diend te worden gemitigeerd 68 dan daar de ged: en ged:s niet teegenstaande 't placcaat door deese regeering in dato 5 augustus 1785 geemaneert waar bij be „paald word dat een iegelijk die vreemde naties komen te logeeren voor 't vallen van den avond de persoonen of vreemdelingen bij hun in huis zullen verblijven aan den officier van de hoofdwagt moeten op geeven 69 egter zig niet hebben ontzien niet alleen vreemdelingen vijf daagen alhier op te hou„ den zonder als voorsz: aan den officier van de hoofd wagt bekend te maaken 70 maar dat zij ook daar en booven dezelve naem delingen 71 die de goederen met welke zij zijn geaccep„ teerd en in huis genoomen volgens hun eigen voorgeeven niet hadden 12 verkreegen op eene gepermitteerde wijze 73 in stilte van hier hebben zoeken te helpen om hun dus de handen der Iustitie te doe„ ontwijken 74 mitsg=s van de in diervoegen meede ge„ bragte goederen zommige op te koopen en in ruijling aan te neemen en men gelijk hier vooren reeds is geallegueerd de straffe op deese misdaaden te bepaalen aan het arbitrium van den regter over gelaa „ten heeft 76 zo zal dan ook dezelve Correctie van de voor aangehaalde motiven behooren te worden geëvenzeedigt en wie begrijpt dan niet dat men in een Land gesiteerd als dit 75 Mits welke en andere reedenen /: is 't nood / nader te deduceeren den 7: d' Eijsscher Eysch doende Concludeerde dat de gev: en ged=e in den hoofde deeses ge„ meld bij vonnisse defini tie van uwelEd: Agtb=s zullen worden gecondemneerd omme 't welk om de meenigvuldige zeevaart aan verscheydene ongezeegeldheeden is geexponeerd niet te soigneus kan verdagt zijn op de so„ daanigen 80 die hunne huisen tot dergelijke bedregven ten besten geeven 81 zo wel op de zulke die zelvs voor een zo geringe prijs als in deesen is geschied 82 hun ten eersten gereed vinden 83 om Persoonen die zij niet kennen Ja die zelfs voorgeeven zig aan Strandroor te hebben schuldig gemaakt 84 alhier Caché te houden 85 en op een bedriegelijke wyse aan boord van de scheepen te helpen 86 en dat hoe zeer 't ook aan der eenen kant volgens bekende dispositie van 't regt vrij zeeker is 87 dat een regter in 't overweegen der Straffe altijd meer de zagste als strengste partij behoord te kiesen 88 egter aan den anderen kant door eene alte zagte handhaving der Crimineele Justitie geene occasie tot het ligtvaardig overtree den der wetten behoort gegeeven te worden 78 gebragt 78 79 e gebragt te worden ter plaatsen daar men alhier gewoon is Crimineele Sententien te execu teeren aldaar de beijde eerste geu: en ged=e Vincent Claas en Chris „tiaan Iansen aan den Scherp„ regter overgeleevert en ijder aan een paal gebonden mitsg:s strengelijk gezeeseld zijnde vervolgens in de ketting ge„ „klonken zullen worden omme daar in den tijd van tien agter een volgende Jaaren 't zig ten robben eylande dan wel aan 's E Comp=s gemeene werken alhier zonder loon te arbei den en dat voorts den 3 yfv en ged: Michiel Rood na die Executie te hebben aanschouwd binnens kamers door de Catsers dapper gelaatst wee„ sende van hier vesonden zal worden om dus neevens de twee eerste gev: en gets. wanneer hun tijd van tien Jaaren zal Zijn geexpireerd ten eeuwige daage uit dit gouvernement en den resor te van dien gebannen te blyven met Condemnatie van de ged in de kosten en missen van Justitie ofte tot zodaanigen andere fine als Uwel Ed: Agtb=:r naar derzelver gewoone pru¬ den tie zullen vermeenen te behooren onderstond 'T welk doende was geteekend J: Exter in margine Exhibi „tim in Judicio den Novem ber 1786. — Compareerde voor ons onderget: gecommitt:s uijt den E: agtb: Raad van Justitie deeses gou vernements den op 't hier ter rheede geankert leggend Hollandsch Particulier schip Josephus de tweede Commandeerende Capitain Christiaan Summack van Competenten ouderdom dewelke ter requisitie van den pro Jnterim fiscaal d' E Gabriel Exter verclaarde Hoe waar is Dat op den 21 deeser Loopende maand aug=s des morgens vroeg wanneer den Compt uijt zijn logement na 't zeehoofd gegaan was aldaar had ontmoet een persoon kort van Statuur een wij nig bruin agtig en met eenige pokken puijlen in het aangezigt dewelke den Comp=s in substantie had aangesprooken Captijn zoud zij maj niet een plaisir willen doen daar zijn drie arme matroo sen bij mij gelogeert en die willen zeer gaarne na 't vaderland zoud gij die niet meede willen neemen den Compt daar op geantwoord had indien zijl: geen dienaaren van de Comp=e maar vrije luijden zijn kan mij zulx niet scheelen egter kunnen zil: niets winnen maar moeten voor de kost meede gaan want mijn Schip is behoorlyk bemand en meer kan ik niet aan neemen gem: Persoonen daar op gerepli¬ ceert had ik zal er die menschen over gaan spreeken dien persoon kort daar na terwijl den Compt: nog op 't zeehoofd was te rug gekoo¬ men zijnde en aan den Comp=t gezegt had 't 't is goed die menschen zijn daar toe bereid en wanneer kunnen zijl: na boord gaan den Comp=t aan hem als toe gesegt had laa ten zil: maar na boord gaan wanneer zyl: willen gelijk die persoonen dan ook die eijnen¬ sten dag nog met de bood na des Comp=es schip na Boord gebragt geworden zij. Dat den Compt. des vrijdaags daar aan aan boord gevaaren zynde ten eijnde eenige affai¬ res te verrigten den Compt dan ook bij zijn komst aanboord die persoonen en wel dee een die hollandsE spreekt hebbende onder Com„ vraagt
English
asked from what ship they had remained behind here, that person, though at first concealing somewhat the name of the captain and ship from which he was, nevertheless later, upon the repeated questions of the deponent, confessed that he, with his two aforementioned comrades, was from a French ship that had run aground behind Valsbaai, though requesting the deponent not to make him known. That the next morning early, that person came to the deponent again and requested the deponent by all means not to make this known, nor to write to shore, and if the deponent did so, that he together with the two others would make sure that they got out of the ship again; the deponent reassured that person and said that he together with the two others did not need to be afraid and that he, the deponent, would not make this known. That the deponent, having understood this from that man, directly and in a covert manner wrote a letter to the shore, whereby he, the deponent, made known the foregoing in the aforementioned manner, as a result of which those persons were subsequently taken off and handed over into the hands of Justice; the deponent testifying that he had not known, when he accepted those persons to sail along with his ship, that those persons were from that ship that had run aground behind Valsbaai, much less that they had run off with it, nor that any goods would presently be found on board his, the deponent's, ship. Declaring nothing further, the deponent gives as reasons of knowledge as in the text, being prepared to confirm this further. Review Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the aforementioned Captain Christiaan Zumak, who, having had this his foregoing declaration read out clearly and distinctly word for word, declared that he persisted and stood by it, not desiring anything more to be added or removed, and therefore, in confirmation of the truth thereof, spoke the solemn words: So help me God Almighty. Thus reviewed and sworn on board the said ship, lying on its departure at the roadstead of Cabo de Goede Hoop, the 29th of August 1786, before the Gentlemen Willem Ferdinand van Reede van Oudtshoorn and Johannes Smuts, members of the Honorable Council of Justice aforementioned, who duly signed the minute hereof along with the deponent and me, the sworn clerk. Below stood: Which I witness, was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. Thus passed on board the ship Josephus de Tweede, lying on its departure here at the roadstead at Cabo de Goede Hoop, the 29th of August 1786, before the Gentlemen Willem Ferdinand van Reede van Oudtshoorn and Johannes Smuts, members of the Honorable Council of Justice aforementioned, who duly signed the minute hereof along with the deponent and me, the sworn clerk. Below stood: Which I witness, was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the second mate Pieter Amptstein, of competent age, stationed on the Dutch private ship Josephus de Tweede lying here at the roadstead, who, at the requisition of the interim fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, declared it to be true: That on the 21st of this current month of August, the deponent, by order of his captain, had brought on board three persons together with a Dutch sailor, which latter-mentioned person had received leave from shore. That the three first-mentioned persons had told him, the deponent, that they were free men, without the deponent having known that they had remained behind here from a French ship, much less that they, according to the rumors circulating about it, had run off with a ship. Declaring nothing further, the deponent gives as reasons of knowledge as in the text, being prepared to confirm this further by oath. Thus passed on board the ship Joseph de Tweede, lying on its departure here at the roadstead at Cabo de Goede Hoop, the 29th of August 1786, before the Gentlemen Willem Ferdinand van Reede van Oudtshoorn and Johannes Smuts, members of the Honorable Council of Justice aforementioned, who duly signed the minute hereof along with the deponent and me, the sworn clerk. Below stood: Which I witness, was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice, the gunner Michiel Rood, of competent age, being in the service of the Honorable Company, who, at the requisition of the interim fiscal, the Honorable Gabriel Exter, declared it to be true: That the deponent, who sometimes, when he has nothing to do, in the tavern named... Thus reviewed and sworn on board the said ship, lying on its departure at the roadstead of Cabo de Goede Hoop, the 29th of August 1786, before the Gentlemen Willem Ferdinand van Rheede van Oudtshoorn and Johannes Smuts, members of the Honorable Council of Justice aforementioned, who duly signed the minute hereof along with the deponent and me, the sworn clerk. Below stood: Which I witness, was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. Review Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the aforementioned second mate Pieter Amptstein, who, having had this his foregoing declaration read out clearly and distinctly word for word, declared that he persisted and stood by it, not desiring anything more to be added or removed, and therefore, in confirmation of the truth thereof, spoke the solemn words: So help me God Almighty. Which I witness, was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk.
Dutch transcription
2 vraagt van wat schip zij alhier verbleeven waaren dien persoonen wel in 't eerst een wij nig den naam van den Capitain en schip waar van hij zoude zijn versweegen hebbende egter naderhand op de herhaalde vragen van den Compt: beleeden had dat hij met zijn twee voorm: Cameraats van een fransch schip die agter de Braijfals gestrand is zoude zijn egter den Comp: versogt van hem niet bekend te maa„ Dat die persoon des anderen daags morgens vroeg weder bij den Comp=t gekoomen zynde en aan hem Compt. verzogt had om dog zulx niet bekend te maaken nog ook niet aan den wal te schreijven en indien den Comp=t zulx deet dat hy beneevens de twee andere dan wel maaken zoude dat zijl weeder uijt 't schip ge raakte den Comp=s die persoon gerust gesteld en gezegd had dat hij beneevens de twee andere niet bevreesd hoefd te zijn en dat hij Comp=t zulx niet zoude bekent maaken. Dat den Comp=te zulx van dien man verstaan hebbende directelijk op eene bedekte wijze een brief na de wal geschreeven had waar bij hij Compt. 't voorenstaande invoegen voorn: had bekent gemaakt gelijk danr ook die persoonen vervolgens afgehaald en in handen der Justitie overgeleeverd geworden zijn betuygende den Comp: niet geweeten te hebben toen hij die persoonen aange„ noomen had om met zijn schip meede te vaaren dat die persoonen van dat schip waren die agter de baaij fals gestrand is veel min dat zyl zoude hebben afgeloopen als meede niet dat er zig thans eenige goederen binnen boord van zijn Compt. schip bevinden zouden Niets meer verclaarende geeft de Comp. voor reedenen van weetenschap als in den text bereyd zijnde zulx nader gestand te doen Recollement Compareerde voor ons onderget: gecommitd uijt den E: agtb: Raad van Justitie deeses gou„ vernements de voorm Capitain Christiaan Zumak dewelke deeze zyne voorenstaande verclaaring van woorde tot woorde klaar en duijdelijk voorgeleesen zijnde verclaarde daar bij te bleijven persisteeren niet begeeren de dat er iets meer bygevoegd ofte van gedaan werden zal en sprak dierhalven ter bevesti ging der waarhijd van dien de solemneele Aldus gerecolleerd en b'edigt aan boord van gem: schip leggend op zijn ver„ trek ter reede van Cabo de Goede Hoop den 29 aug=s 1786 voor de Heeren Willem ferdinand van reede van Oudtshoorn en Ioh=s Smuts leeden uijt den E: Agtb: Raad van Justitie voorm: die de minute deeser beneevens den Comp:t en mij gesw=e Clercq meede behoorlijk hebben ondertee„ kend onderstond: welk ik getuijge was geteekend B: I: V: d: Riet gesrt Clercq woorden zoo waarlijk helpe mij god almagr Aldus gepasseerd binnen boord van 't schip Joseph: de tweede leggend op zijn vertrek alhier ter reede aan Calo de goede Hoop den 29 aug=s 1786 voor de Heeren Willem ferdinand, van reede van Ouds hoon en Joh:s Smuts leeden uijt den E: agtb: raade van Justitie voorm: die de mi nute deeser (beneevens den Comp=e ende mij geswe Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend onderstond TWelk ƒ tuijge was geteekend R: J: V:d: Riet geswe Clercq. Aldus ken tig Compareerde voor de ondergeteek: gecommitt uijt den E: agtb: Raad van Justitie deeses gou„ vernements de op 't hier ter reede leggend Hollandsch particulier schip Josephus de tweede bescheyden tweede stuurman Pieter Amptstein van Competenten ouderdom dewelke ter requisitie van den pro interim fiscaal alhier d' E Gabriel Exter verclaar„ de hoe waar is.— Dat op den 21 deeser, loopende maand aug=s den Compt ter ordre van zijn Capitain aanboord hebbende gebragt drie persoonen met ende beneevens een hollandsch mattroos welk laatst gem: Permissie van Land ge„ Dat de drie eerstgem: persoonen aan hem Comp=t verhaald hadden vrije luijden te zijn zonder dat den Comp=t geweeten had, dat zijl: van een fransch schip alhier zoude verbleeven zijn veel minder dat zyl: een schip volgens de gerugten die er van gaan zoude hebben afgeloopen. Niets meer verclaarende geeft de Comp voor reedenen van weetenschap als in Een text bereid zynde zulx nader met Eeden gestand te doen kreegen had. — Aldus gepasseerd binnen boord van 't schip Joseph de tweede leggende op zijn vertrek alhier ter reede aan Cabs de goede Hoop den 29 aug=s 1786 voor de Heeren Willem ferdinand van rede van Oudtshoorn en Joh=s Smits leeden uijt den E: agtb: Raad van Iustitie voorm die de minute deeser beneevens den Compt ende mij gesw=e Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend onderstondT welk ik Compareerde voor ons onderget: gecom mits uit den E: agtb: Raad van Justitie den in 's E Comp:s dienst zinde bosschie ter Michiel Rood van Competenten ou derdom dewelke ter requisitie van den Pro interim fiscaal d' E gabriel Exter ver Claarde hoe waar is Dat den Compt die zomtyds als hij niets te doen heeft wel eens in 't taphuis genaamd Aldus gerecolleerd en beeëdigt aan boord van 't gem: schip leggend op zijn vertrek ter reede van Cabo de Goede Hoop den 29 augustus 1786 voor de heeren Wil lem ferdinand van Rheede van oudr „hoorn en Ioh=s Smuts leeden uijt den E: agtb: Raad van Iustitie voorm: die de minute deeser beneevens den Compt ende mij gesw:e Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend onderstond 'T welk ik getui„ ge was geteekend R I: V. D: Rieff gesw Clercq Recollement Compareerde voor ons onderget: gecommit uijt den E: Agtb: raad van Iustitie deeses gou vernements voorm: tweede Stuurman Pieter Amsteijn dewelke zijne voorenstaande ver„ „klaaring van woorde tot woorde klaar en duydelijk voorgeleesen zijnde verclaarde daar be te blijven persisteeren niet begeerende dat er niets meerbij ofte van gedaan werden zal en sprak dierhalven ter bevestiging der waar hijd van dien de solemneele woorde zoo waar lijk help mij god almagtig getuijge Was geteekend R: I: V: D: Riet geswore Clercq getuijge die
English
lodged at the cheerful table house and had helped the person running a tavern business there, commonly called Claas the Spaniard, with serving drinks, there on a certain evening, as he, the deponent, believes the 16th or 17th of the recently passed month of August, there entered certain two French sailors. That upon entering, those sailors had asked for a couple of bottles of wine, which were also given to them by the above-mentioned Claas. That around ten o'clock, the deponent still saw the above-mentioned sailors in that tavern, whereupon the deponent went to the above-mentioned Claas and said in substance, do you know that there are still two sailors in the house. That the mentioned Claas went forward and asked them in a language that the deponent does not understand, and after having spoken a little with them, the deponent had seen that one of those two sailors had shown to him, Claas, two gold watches, one of which, along with some other small items, was subsequently exchanged by the mentioned Claas with those sailors. That the next morning, the deponent, having gone to the inn The Prince, was seen there by the deponent with a person who likewise had such watches with him. That a few days thereafter, the mentioned Claas said to him, the deponent, in substance, you should go to Christiaan and ask him whether he would look for an opportunity to send the mentioned persons to Europe on one ship or another, for which the deponent was promised four Spanish dollars by the mentioned Claas. That the deponent went to the mentioned Christiaan and presented to him, Christiaan, the aforementioned proposal made to him, the deponent, by Claas, whereupon the mentioned Christiaan then went to a certain captain and asked that captain whether he would take along some persons who had lost their ship, to which that captain replied, if they are not servants of the Company but free people, it does not matter to me, whereafter those persons were then also brought to the beach the following day by the mentioned Christiaan, where he, the deponent, was also present, and those persons subsequently went on board. The deponent attesting that those persons went in and out of the mentioned Claas's place for several days, and the deponent was then also paid by the mentioned Claas four Spanish dollars for his above-mentioned trouble. Declaring nothing further, the deponent gives as reasons of knowledge as in the text, being prepared to confirm this under oath if necessary. Thus done in the Castle of Good Hope on 6 October 1708 before the Honorable Willem Ferdinand van Reede van Oudtshoorn, member of the Honorable Council of Justice aforementioned, who duly signed the original minute of this together with the deponent and me, sworn clerk. Below stood: Which I witness, signed R: I: V: D Riet, sworn clerk. Spanish Article 3 When did he, the defendant, arrive at the Cape with his brother, how long and with whom did he stay there? Says that the first evening they came ashore the night before, they arrived in the mountains at a small house, and after they had eaten and drunk a little there, because they did not trust those people, they went from there to a small woods where they slept that night, and subsequently came from there hither on the second day to a small house that the prisoner cannot properly describe, where, also after having eaten and drunk a little, they went to an inn where a Spaniard lives, where they then also remained for 4 days, this house having been pointed out to them by a boy who spoke Portuguese. Article 2 For what reason did the carpenter stay behind, and when did he return to him, the defendant? Says that on the third day after they came ashore, he says not to know the reason why the carpenter remained behind from them, as they had left that carpenter in the woods where they had slept, and that carpenter had come to them on the day after their arrival here, where he had found them in the attic and told the defendant and his brother not to be afraid, that he would surely procure a ship for them to get away from here. When did he, the prisoner, arrive at the Cape with his brother, and with whom did he stay? Says that that afternoon as he arrived on shore, that he first in the house where he ate and drank a little, Extract from the further interrogation before the gentlemen commissioners from the Honorable Council of Justice, answered by the sailor Antoine Taiejasco from St Remo on the date of 15 September 1786. In what manner and through whose help did he, the defendant, get on board the private ship Josephus the Second, and what did he, the defendant, pay for it? Says that the servant of the Spanish innkeeper had procured that ship for them, the defendant, and he, the defendant, had paid that man, as well as he, the witness, paid another sailor, four Spanish dollars each. The prisoner further saying that that sailor was called Simon by the wife of the innkeeper. Below stood: For a true extract, was signed C: van Aerssen, Secretary. As whom did he, the prisoner, present himself in this inn, and was he not asked where he, the prisoner, came from and in what manner he obtained the goods brought along? Says that he was not asked by that man who they were and where they came from, but indeed on the second day, when the defendant had also answered that they were from a French ship that had run aground behind False Bay, and that they had salvaged and taken along the goods from that ship. Extract from the further interrogations before the gentlemen commissioners from the Honorable Council of Justice, answered by the sailor Etienne Tailzakco from St Remo on the date of 25 September 1786. 3, etc.
Dutch transcription
de vroolijke tafel huis vest en den daar in tapneering drijvende Claas de SpanJaar in de wandeling genaamd geholpen hadd met drank te schenken aldaar op een zeekeren avord zo hy Comp=s vermeend den 16 of 17 der eeven afgeweekene maand aug=s daar binnen ge„ koomen was zeekere twee fransches mat troosen.— Dat die mattroosen bij hun inkoomen gevraagd hadden om een paar boddels wijn die door bovengem: Claas aan hun ook is ge„ „geeven geworden. dat omtrendt tien uuren den Compt in dat taphuis nog gezien hadden bovengem: mattroosen wanneer den Compt zig na bo„ „vengem: Claas begeeven en gezegd had in substantie weet gij wel dat er nog twee mattroosen in 't huis zijn Dat gem: Claas na vooren gegaan en aan hun gevraagd had in een taal die den Comp: niet verstaat en na met hun een winig gesprooken te hebben had den Comp=s gezie„ dat een dier twee mattroosen aan hem Claas vertoond had twee goude Porolagies waar van een met nog eenige kleinigheeden door gem: Claas met die mattroosen na„ derhand verruijld zijn Dat des anderen daags morgens den Compt zig na de herberg de prins be„ geeven hebbende aldaar door den Comp=s met een persoon was gezien die ins ge lijks zulke horologies bij zig had Dat eenige daagen daarna door gem: Claas aan hem Compt: was gezeegt in substantie gy moest eens na Christi „aan toegaan en vraagen hem of hij niet eens occasie wild opzoeken om de gem: Persoonen met 't een of ander schip na Europa te versenden waar voor den Compt door gem: Claas beloofd was vier Spaanse matten Dat den Compt zig na gem: Christiaan en 't voorm: door Claas hem Compt. gedaane propositie hem Christiaan voorgesteld hebbende gem: Christiaan als toen naar ze¬ kere Capitain gegaan was en aan dien Capitain gevraagd had, of hij eenige Per soonen wilde meede neemen die hun Schip verlooren hadden die Capitain daar op ge„ antwoord had indien 't geen dienaaren van de Compe maar vrije huiden zijn kan mij zulx niet scheelen gelijk dan ook die per soonen des anderen daags door gem Chris tiaan na Strand is gebragt alwaar hij Comp=e meede praesent was en waaren die persoonen vervolgens na boord gegaan Betuijgende den Compt dat die persoonen eenige daagen bij gem Claas uit en inge„ gaan zijn en was hem Comp=s dan ook door gem Claas betaalt voor zine boven gem: moeijte vier spaanse matten Niets meer verclaarende heeft den Compt. voor redenen van weetenschap als in den text bereid zijnde zulx des noods met eede gestant te doen Dat aldus passeerde In 't Cas„ teel de goede Hoop den 6 October 1708 voor de Heeren Willem Ferdinand van Reede van Oudtshoornleeden uit den E: agtb: Raad van Justitie voorm: die de minute deeser beneevens den Comp=t ende mij gesw=e Clercq mee„ de behoorlijk hebben onderteekend / on„ derstond 'T welk ik getuijgje was ge„ teekend R: I: V: D Riet gesw=e Clercq Spaanse zegt dat den eersten avond art 3 zegt den derden dag na zyl: aan de wal gekoo„ Wanneer hij ged: met zijn broe„ zij snagts te vooren aan land der is aan de Caap gekoomen kwaamen in 't gebergte hoe lang en bij wien hi zig aan een huisje aangekoomen aldaar heeft opgehouden. te zijn en nadat zijl al„ daar een winig gegeeten. en gedronken hadden van daar dewijl zijl: die menschen niet en vertrouwde gegaan zijn na een klein bosje alwaar zyl: dien nagt geslaapens hadden en vervolgens van daar na herwaards den twee den dag gekoomen te zijn in een huisje dat den gev: niet ten regten weet aan te duijden alwaar zijl meede na een wijnig gegeeten en gedronken te hebben zijn gegaan na een Herberg waar een Spanjaar in woond waar Zijl: dan ook 4 daagen ingebleeven zijn zijnde dit huis hun aangewee¬ zen door een Iongen die Portugeesch sprak Arts zogt dien middag zoo als Art 2 uyt wat hoofde den timmer zegt de reeden niet te weeten waarom den timmerman man agter uijt is gebleeven van hun gebleeven is als of en wanneer hij weederom bij hebbende zil: die timmer„ hem ged: gekoomen is! „man gelaaten in 't bosch alwaar zil: geslaapen had den en was dien timmer man des anderen daags na hun arrivement alhier bij hun gekoomen alwaar hij henl: op den solder gevonden hal en den ged: en zijn broeder gezegt niet bevreest te moeten zin dat hij hun wel een schip zoude bezor„ gen om van hier te kunnen koomen lt wanneer hij gev: met zijn „men zijn alhier aan de broeder aan de Caab en bij wien aangekoomen is hij een wijnig gegeeten en wal te zijn gearriveerd gedronken heeft dat hij eerstelijk in huis daar Extract uijt de nadere Interogatorie voor Heeren gecommitt=s uijt den E agtb: raad van Iustitie beantwoord door de mattroos Antoine taie Jasco van St Remo in dato 15 Septbr: 1786 zegt dat de knegt van den op wat wijse en door wiens spaanschen herbergeer hen ged: dat schip hadde hulpe hi ged: aan boord van 't particulier schip geprocureert en had Josephus de tweede is ge¬ hij ged: dien man zoo koomen en wat hij ged: daar wel als hij get: een an¬ voor betaald heeft der mattroos ieder betaald vier Spaanse matten zeggende den gev: verder dat die mattroos genaamd is geworden door de vrouw van den herbergier Simon /:onderstond/ Pro vero Extracto was geteekend C: van Aerssen Secretaris voor wien hij gev: zig in dee door die man niet was gevraagd geworden wie zil: ze herberg heeft uijtgeegeeven en of hy niet is gevraagd waaren en waar zijl: van daan kwaamen maar wel geworden van waar hij gev: den tweeden dag wanneer komt en op hoedaanige koijze de ge: ook g'antwoord had hij aan de meede gebragte goe van een fransch schip dat dezen is gekoomen agter de baay fals gestrand is te zijn en de goederen geborgen en meede genoomen te hebben van dat schip Extract uijt de nadere Jnterogatoria voor Heeren gecommitt:s uijt den E: agtb: Raad van Justitie beantwoord door den mattroos Elienne Tailzakco van St Remo in dato 25 Septb:r 1786 3 &a „ „
English
The defendant cannot properly indicate, and subsequently ended up in the house of a certain Spaniard, which had been pointed out to him by a black man who spoke Portuguese. Asked how long the defendant stayed there, and whether he had also sold, exchanged, or given into safekeeping any of the goods he brought with him, he says that since his arrival at the Cape, he had been at the house of that Spaniard from Wednesday until Monday, and that he, the defendant, had sometimes taken a walk around the Cape. He further says that he sold the goods he had brought along, consisting of a gold watch, a ditto ring, and some earrings, to the Spaniard, namely the watch for 30 Spanish mats, and the other items, both the ring and the earrings, for 130 ditto Mexicans, along with a silver watch into the bargain, he, the defendant, having paid to that Spaniard upon his departure, out of the aforesaid received moneys, whatever he owed him. Asked whether the defendant had not found again their carpenter who had lagged behind, he says that the carpenter had come into the Spaniard's house without the defendant knowing where he came from. Asked why the defendant kept himself hidden in the upper loft, and whether he then revealed to the innkeeper from what ship and in what manner he had arrived, or whom he purported to be, he says that he, the defendant, and his brother did not hide themselves, but stayed in the upper loft while they were lodging there, and with his brother he had amused himself there in the loft playing cards. That Spaniard had not asked the first day where they belonged, but did so the second day, to which the witness had answered that they were from a wrecked French ship, and that he had taken the gold watch and other goods along when he went ashore. Asked under what conditions they were taken on board, how long they remained on board, and to whom they gave their goods for safekeeping, he says that since the defendant cannot understand Dutch, he does not know under what conditions they went on board, because the carpenter spoke for them. The carpenter told the defendant nothing more than, "We are now going to Europe, and I have said that we are from the lost French ship." He says further that he gave to the second mate of that ship some ducats and imperial dollars, a silver watch, a pair of calf buckles, a ditto pair of neck buckles, and some pairs of silk stockings. The defendant had done so because the carpenter had advised him to do it, as it might otherwise be stolen, since he, the witness, and his brother had no place to keep it. Asked in what manner and through whose help he came on board the private ship Josephus the Second, and what the defendant promised or gave to that man for his trouble, he says that the servant of that Spaniard had sought that opportunity on the ship lying in the roadstead here for them, for which trouble he paid that man four Spanish mats. And that opportunity having been procured for them, that man had made them leave from there immediately; and after that man had also provided them with a hammock and some goods, the defendant had given that man a pair of earrings, and for tobacco that the man sold to them, he paid some Spanish mats.
Dutch transcription
ged: niet te regten weet aan te duijden en vervolgens in 't huis van een zeekeren spanjaard dat hem door een swar„ te die Portugeesch sprak is aangeweesen geworden zegt van zijn aankomst hoe lange hij gev: zig al„ aan de Caab zinde ge daar heeft opgehouden en weest van swoensdag, tot maandag ten huize of hij ook t een of ander van die Spanjaard van zin meede gebrag¬ geweest te zijn en te goederen verkogt ver„ had hij gev„e Zom„ ruijld ofte in bewaaring tyds een wandeling rond de Caap gedaan en heeft gegeeven vervolgens 't meede gebrag „te goed bestaande in een goud Horologie en d=o ring en eenige orlietten aan den spanjaar verkogt te weeten 't orologie voor 30 Spaare matten ende andere zoo ring als orlietten voor 130 d=o mepicaanen als nog een zilvere Horologie op de koop toe hebbende hij gev„e aan dien spanjaar bij zijn vertrek van de voorsz: ontfangene penn: betaald 't geen hi daar van betaald had. zegt dat den timmerman off hij gev„e niet de van hunl in 't huijs van den 'S agter uit gebleevene timmer spanjaar gekoomen man weederom gevonden was zonder dat hij gev„e heeft geweeten waar hij van daan. waarom hij geve zig op den zegd dat hij geve, en zijn broeder zig niet verbor boven zolder heeft verborgen gen maar hun op de gehouden en of hij dan den boovezolder opgehou Herbergier g'openbaard den te hebben terwijl heeft van wat schip en op zyl: daar Logeerde en hoedaanige wyze hij is aan zn broeder gekoomen of voor wien had hy get met ^ al daar op de solder met hij zig heeft uitgegeeven 't kaart speelen zig g'a zegt terwijl hij gev„e geen hol op wat Conditien zyl: zijn aan„ landsch verstaan kan genoomen geworden hoe lang weet hij ged: niet op wat zij aan boord gebleeven en aan Conditie zil. aan boord wien zij hunne goederen in be zijn gegaan vermits die waaring hebben gegeeven timmerman 't woord voor hun gedaan had hebben, de die timmerman hem geve, niet verders gezegd als wy gaan nu na Europa en ik heb gezegd dat wij van 't verlooren fransch schip zyn zegt verder aan de seconde van dat schip eenige pra ters en kijzersdaalders een zilvere horologie een paar kuijtgespen een d=o hals gespen en eenige paaren zeijde kousen gegeeven te hebben en had hij ged„e zulx gedaan, om dat den timmerman hem sulx geraad en had daar 't anders zoude kunnen werden gestoolen terwijl hij gete en zijn broeder geen plaats had om zils zegt dat de knegt van dien op welke wijze en door wiens Spanjaard die geleegend hulpe hij aan voor van 't lijd op 't schip dat hier Particulier schip Josephus ter reede legt voor hun de tweede is gekoomen en had gezogt voor welke wat hij ged: daar voor heeft taald heeft vier Spaan„ se matten en die gelee„ gendlijd hun geprocureerd zijnde had dien man hun directelijk van daar doen gaan en na dat die man hun nog een hangmat en eenige goederen bezorgd had had hy ged„e aan dien man een paar orlietten gegeeven en voor tabak die die man hun verkogte betaald eenige Spaanse matten moeyte bij die man de beloofd ofte gegeeven aC 5 verongelukt fransch schip en dat hij de goude Horo museerd hebbende dien Spanjaard den eersten dag niet gevraagd waar zyl bescheijden waaren, maar wel den twee hy zig van boord begaf logie en andere goederen meede genoomen had toen miseerd te den dag waarop hij get g'antwoord had te zin van een l 3 heeft en ter wat plaatze kwam