VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 4323

Cape · 471 pages · 299 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_4323_0325 view scan ↗

English

Article 16 to remain standing until the beams had been carried away, Pieter Meijer having been relieved from sentry duty in order to help carry away those beams. The Corporal says no, and was 3 Meijer says yes: that the Corporal had said that the wood had indeed been handed over to him, but not how much, that the Corporal had come to tell him, the deponent who had stood on sentry duty at the cooper's shop, that he had to go along to help carry away the wood, adding: I take everything upon myself that comes of it. 4 Otterman says to have stood on sentry duty then, but that when he was relieved from the post, there had still been one beam lying there which he had carried away. 5 Borst says to know nothing of it. 6 Maan says to know nothing of it, having stood on sentry duty before the guard, and the Corporal had said, when leaving with Ekkert, that he wanted to go to the patrol guard to see what the Corporal was doing there. Article 14 Whether the same beams were not brought by them to the carpenter of the Yard Jan Willem ten Las. The Corporal says yes, but that man was not at home, but the door was open, and the beams were just laid down there. 2 Ekkert says not to know that. 3 Meijer says yes. 4 Otterman says to know nothing of what the carpenter is named, living on the Strand. 5 Lapses regarding Borst. 6 Lapses regarding Maan. Whether he, the deponent, or which of them contrived and suggested this opportunity. The Corporal says that the carpenter was his countryman, and he had indeed been with him in his room, the deponent and the aforesaid soldier having mutually agreed to bring that wood over there. 2 Ekkert says the Corporal is the cause of all. 3 Meijer says the Corporal, but that he had not seen the carpenter himself, that the Corporal had spoken above with someone whom he had presumed to be the carpenter. 4 Otterman says the Corporal. 5 Lapses regarding Borst. 6 Lapses regarding Maan. What, and by whom, was answered thereto, and what time it was then. Lapses regarding the Corporal, though it was indeed two hours into the night. 2 Lapses as far as Ekkert is concerned. 3 Lapses concerning Meijer. 4 Lapses concerning Otterman. 5 Lapses with respect to Borst. 6 Lapses concerning Maan. How long they were occupied therewith, and with how many men they were absent from the guard. The Corporal says fully half an hour, and that he had carried away that wood with four men. 2 Ekkert says from 1 to 2 hours, and does not know with how many men, being only of Pieter Meijer. 3 Meijer says, a short hour, that the three of them had to do with the wood, and that they had carried it away, being the Corporal, Otterman, and he, the deponent. 4 Otterman says one hour, the wood being carried by the Corporal, he, the deponent, and Meijer. 5 Lapses as far as Borst is concerned. 6 Lapses also concerning Maan. Whether they were not stopped by the de Meuron sentries and asked what was going on. The Corporal says no. 2 Ekkert says not to know that. 3 Meijer says no. 4 Otterman says no. 5 Borst says to know nothing of it. 6 Maan says not to have been present there. Whether that carpenter was actually an accessory thereto, or only took over the wood. The Corporal says not to have been at home. 2 Ekkert says not to know that. 3 Meijer says not to know such rightly. 4 Otterman says that the carpenter had accepted the wood. 5 Lapses also concerning Borst. 6 Lapses also concerning Maan. Article 22 How many of the guard still remained behind, and whether these did not know of their deed, or noticed their absence. The Corporal says that the four men stood on sentry duty while the others were in the guardhouse, but that those men had known of nothing. 2 Ekkert says not to know that, but that they had known of nothing. 3 Meijer says another five without the sergeant; the deponent presumed that they knew of nothing. 4 Otterman says the sergeant with five men, and as far as he, the deponent, knows, they did not know of it. 5 Lapses also concerning Borst. 6 Maan says sergeant with five men who slept. Article 21 Whether he, the prisoner, received the money for the wood from the carpenter, and how much. The Corporal says that no money was received for it, and it was also not sold, since they intended to bring the wood back again, but that they had then been arrested. 2 Lapses regarding Ekkert. 3 Meijer says no money was received for it. 4 Otterman says no, but whether the Corporal received anything he does not know. 5 Lapses concerning Borst. 6 Lapses concerning Maan. Whether it was not known to him, the deponent, that the timber of the Honorable Company is handed over to the guard, and must be accounted for by the same. The Corporal says yes. 2 Ekkert says that the Corporal had said that the wood had indeed been handed over to him, but not how much, that he took everything upon himself. 3 Meijer says yes. 4 Otterman says yes. 5 Borst says yes. 6 Maan says yes. Article 20 To what they employed the received money, whether the soldiers Thiel and Wend also received part of it, whether the whole guard complement shared in it, and how much each received. The Corporal says that the money for the beans had been divided among them, having also known well in the evening that they would do that deed, that the sergeant had also known of it, and also had received a rixdollar of the money on Sunday evening from the deponent, as well as the other five of his mates, except Gemer, Haan, and van den Brink, who did not know of it. 2 Ekkert says that he had received 2 rixdollars from the Corporal, Meijer and Otterman also 2 rixdollars each, knowing nothing of the rest. 3 Meijer says, as on Article 11, that 3 1/2 had been given to him of it. 4 Otterman says to have received 2 1/2 of it, knowing nothing of the others. 5 Borst says to have received 1/2 rixdollar of it. 6 Maan says to have received 1 rixdollar of the money of the beans.

Dutch transcription

te blijven staan tot dat de balken weggedragen waren zijnde Pieter de Corporaal zegt neen, en was Art: 16 3 Meijer zegt Ia: dat de Corporaal had gezegd, dat hem het hout wel maar niet hoe veel was overgegeven, dat de Corporaal tot hem ged: die op schildwagt bij de kuipers winkel had gestaan was komen zeggen, dat mede gaan moest om het hout te helpen wegdragen, met bijvoeging ik neem alles op mij water van komt 4 Otterman zegt toen op schildwagt te hebben gestaan, dog dat wanneer van de post afgelost was, er nog een balk had gelegen die hij had weggedragen K Borst zegt daar niet van te weeten. 6 Maanzegt, daar niets van te weeten, hebbende voor 't geweer op Schildwagt gestaan, en had de Corporaal gezegd, wanneer met Ekkert wegging te willen gaan na de patrouille wagt om te zien wat de Corporaal daar deed. wegdragen. Meijer van Schildwagt afgelost geworden, oms die bakken te helpen Art: 14 den Corporaal zegt Ia: dog Of dezelve balken van henl: die man was niet te huis, maar niet zijn gebragt geworden bij de deur was open, en zijn de de timmerman van de Werf Jan balken daar maar redergelegd 2: Ekkert zegt dat niet te weeten 3: Meijer zegt Ia. . 4: Atterman zegt niets te weeten hoe de Timmerman genoemd is woonende aan Strand. h: Vervald ten belange van Borst. 6: Vervald, ten belange van maan! Willem ten Las. Of hij ged: of wien van hunl: de Corporaal zegt dat de timmerman zijn landsman deze gelegentheid heeft uitvin was, en hij wel bij hem in zijn ding gemaakt en aangegeven! kamer geweest was, hebbende den gee: en de voorsz: soldaat Onderling afgesproken gehad, dat hout daar heer te brengen. 2 Ekkert zegt de Corporaal is oorzaak van alle 3 Meijer zegt de Corporaal, dog dat hij de timmerman zelvs niet had gezien, dat de Corporaal boden met iemand had gesproken die hij had vermeend de timmerman te zijn. 4 Otterman zegd de Corporaal 5 Vervalt, ten belange van Borst Vervalt ten belange van de Wat, en van wien daarop is Corporaal, doog dat het wel geantwoord geworden, en had. twee uuren in de nagt geweest is laat het toen geweest is 2: Vervaelt voor zo verre Ekkert aangaat 3 Vervalt wegens meijer 4 Vervalt wegens Otterman 5 Vervalt ten opzigte van Borst 6 Vervalt nopens Ataan de Corporaal zegt wel een half uur en dat hij met vier mannen dat hout had weggedragen. 2 Ekkert zegt van Een tot 2 uuren, en weet niet met hoe veel manschappen weesende alleen van Pieter Meijer 3: Meijer zegt, een klein aar, dat met hun drie het hout hoe lange zijl: daar mede hebben te doen gehad, en met hoe veel manschappen zij van de wagt zijn absent geweest! de Corporaal zegt Neen Of zyl: niet door de meuronse 2 Ekkert zegt dat niet te weeten schildwagten aangehouden en 3 Meijer Zegt Neen! doen was. 4 Otterman zegt Veen 5 Borst zegt daar niets van te weeten 6 Maan zegt daar niet bij geweest te zijn. gedraagd geworden wat er te 3. Meijer zegt zulx niet regt te weeten 5 vervald mede wegens Borst 6 Vervald ook wegens Haan. 2: Ekkert zegt dat niet te weten o/ 4 Otterman zegt, dat de tim merman het hout heeft aan niet te huis. daar bij dadig is geweest, of het hout alleenig heeft overge of die timmerman welzelve 6 Vervalt mede wegens maan. aat 16 hadde genomen nomen 37. 19. . 15. — de Corperaal zegt, dat zij het Art: 22 hadde weggedragen, als de Corporaal, Otterman en hij ged=e 4 Otterman zegt Een vier zinde het hout gedragen, door de E vervald, voor zo verre Borst betreft 6 vervald mede nopens Maan. Corporaal hij ged: en Meijer Hoe veel van de wagt nog zijn De Corporaal zegt dat de te rug gebleeven, en of deze van Vier mannen op Schildwagt hebben gestaan, terwis de hun bedrijf niet hebben ge andere in de wagt zin geweest weeten, ofte hunne absentie dog dat die manschappen zijn gewaar geworden. van niets geweeten hadden 2 Ekkert zegt dat niet te weeten, dog dat die van niets hadden geweeten. 3 Meijer zegt nog vijf zonder de sergeant, vermeende de ged: dat die van niets geweesen hebben. 4 Otterman zegt de Sergeant met vijf mannen en voor zo verre hij ged. weet, hebbende die daar van niet geweeten 5 Vervald mede wegens Dorst 6 Maan zegt Sergeant met vijf mannen die geslapen de Corporaal zegt, dat of hij gev: het geld voor het ter geen geld voor ontvan hout van de timmerman „gen is, en ook niet is ver kogt, dewijl van Zintswaa „ren om het hout weder terug te brengen dog dat toen in arrest waren geraakt. 2. Vervalt ten belange van Ekkert 3 Meijer zegt daar van geen geld was ontvangen heeft weet hij niet. 5. Vervalt wegens Borst. 6. Vervalt wegens Maan. veel 4. Otterman zegtneen, dog of de Corporaal ontvangen ontvangen heeft, en hoe 21. de Corporaal zegt Ia of hem ged: niet bekend is 2: Ekkertzegt, dat de Cor„ geweest, dat het houtwerk van poraal had gezegd dat d' E: Comp aan de wagt over ge hem het hout wel was over geven is, en van dezelve moet gegeven maar niet hoe veel verantwoord werden 3 dat hij alles op zig nam 3 Meyer Zegt La 4 Otterman Zegt Ja 6 Borstzegt Sa 6 Aaar Zegt Ja Waartoe zij het ontvangen geld g'employeerd hebben of of het geheele wagtvolk veel een ijder heeft getregen. de soldaaten Thiel en wend daarvam heeft genooten en hoe geld voor de boonen onder ling hadden verdeelt, dat er ook van bekomen hadden hebbende ook 's avonds wel geweeten, dat zijt: die daad doen zoude, dat de sergeant er ook mede van geweeten, en ook een Ex van 't geld op zondag avond van de ged had bekomen zoo wel als de andere vijf zijne maats, behalven gemer, haan en van den Brink die er niet van geweeten hebben. 2. Ekkers zegt dat hij van de Corporaal had ontvangen 2 rixd Meyer en Otterman ook ieder 2 ryp weetende ook van 't overige piet. 3 Meijer zegt als op art: 11 aan hem 3 ½ daar van te zijn ge gegeven 4 Otterman zegt daarvan 2½ bekomen te hebben weetende van de andere niet h Borst zigt daarvan 's rijxd te hebben bekomen 6Maanzegt van 't geld van de Boonen D rx bekomen Art: 20. Nto: 22. Aentw: 24 hebben te hebben

NL-HaNA_1.04.02_4323_0327 view scan ↗

English

Article 24. How he, the defendant, could have got it into his head, contrary to his instructions and according to the Articles of War, to commit such deeds and to seduce others thereto. The Corporal says that this was caused by his drunkenness, he, the defendant, not knowing who the first proposer thereof was. 2 Ekkert says the Corporal seduced the men thereto, the Corporal also having sent for two bottles of wine and treated him, the defendant, Otterman, and Meijer to it. 3 Meijer says it happened thus, that he first became somewhat intoxicated through the Corporal treating him with wine and the Corporal had taken everything upon himself, saying that he was Corporal of the guard. 4 Otterman says that this was the Corporal's fault, and furthermore as Ekkert and Meijer say above. 5 Borst says, with respect to the beans, that he thought that the Corporal of the guard was Corporal, and must know his duty. C: M: says that this happened through drunkenness, and that the Corporal had urged him to it. Whether he, the defendant, has any other knowledge and what he will still enter in his defense. The Corporal says that this happened through drink and that he repents it enough, thus begging for mercy. 2. Ekkert says Yes. 3 Meijer says Yes. 4 Otterman says Yes. 5 Borst says Yes, but that he was intoxicated. 2 Ekkert says that the Corporal had taken everything upon himself. 3 Meyer says that the Corporal is to blame for everything, and had seduced him thereto, having taken everything upon himself. 4 Otterman says as Meijer above. 5 Borst says he thought that whatever the Corporal did was right, and that he was drunk. 6 Haan says that the Corporal is to blame for everything, and made him drunk, and thus seduced him thereto. The Corporal says that he did commit a most abominable deed, and made himself doubly worthy of punishment. The Corporal says Yes, whether he must not confess. 2 Ekkert says Yes. 3 Meijer says Yes. 4 Otterman says Yes. 5 Borst says Yes. 6 Haan says Yes. Confirmation of Statements Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Court of Justice of this government the above-named persons, who, the foregoing interrogatories and answers having been read to them, declared that they persisted thereby, desiring that nothing further should be added or taken away. Below stood: Thus confirmed at Cape of Good Hope the 4th of April Anno 1786. Was signed: Ian Kniest. Signed: A cross, and circumscribed: this mark is made by the own hand of Gerrit Ekkert. Signed: A cross, and circumscribed: this mark is made by Johan Pieter Meijer. Signed: A cross, and circumscribed: this mark is made by the own hand of I: M: W: Otterman. Signed: A cross, and circumscribed: A. I: Borst, and Adam Haan. Thus questioned and answered at Cape of Good Hope the 20th of March 1786, before the Honorable Salomon van Echten and Johannes Marthinus Horak, members from the Honorable Worshipful Court of Justice aforesaid, who have duly co-signed the original minute hereof together with the interrogated persons and me, Secretary. Lower: Which I witness. Was signed: C: L: Neethling, Secretary. Below stood: Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Court of Justice of this Government, Corporal Jan Kneest, who has answered to the adjacent questions as is noted down. Further articles drawn up and delivered to the gentlemen commissioners from the Honorable Worshipful Court of Justice of the Castle of Good Hope, to be heard thereon at the requisition of the ad interim Fiscal G: Exter, Corporal Jan Kneest of Doesburg, now prisoner of the authorities, the responses to be given being duly recorded in the margin hereof. Commissioners: Was signed: G: A: Cruywagen and Johs Smits. Lower: Present to me, was signed: C: van Derssen, Secretary. Article 1. For what purpose he, the defendant, had several bottles of wine brought to the guard, and especially treated the co-defendants Meyer, Ekkert, and Otterman thereto, without having any further design therewith, each of them having drunk thereof. Says he had those bottles of wine brought to drink with his soldiers, and that the aforesaid others also drank along. Whether it did not take place solely to persuade them that they should help him remove the mentioned beans. He says that it did not happen with the intention to persuade them to the taking of the beans. Whether he, in that regard, did not add to them that the beans had not been handed over, and they wanted to take them away before someone else might get away with them. Says that he did not speak to them in that manner. Appeared the soldier Ekkert, who said to his face that he spoke to them in the stated manner. The interrogated says that it could be that he had spoken those words, but that he does not know it. Soldiers Meyer and Otterman say to his face that he said so. Article 4. Whether he, the defendant, did not thereupon fetch the key to the barrier from the guard, opened the same, and took out the beans himself. Says that the small gate was not locked, but pushed closed, that he opened the same, and that he with Meijer took out the first bags. The soldiers Ekkert and Meijer say to his face that he fetched the key from the guard and opened the barrier. The defendant says not to know it. Article 7. Whether he had said that he took the matters upon himself, and everything that came of it would be for his account. Says not to know that he said so. Appeared Ekkert, Meijer, and Otterman, and say to his face that he said that whatever came of it was for his account, that he was Corporal of the guard. The defendant says likewise not to know this. Whether he, the interrogated, sold these beans to the servant of the cook, or not much rather to his master himself. Says that he sold them to the servant.

Dutch transcription

Art: 24. Hoe hij ged: dan tegens zijne Instructie naar de Krijgpar zijne dronkenschap veroor zaakt te zijn, weetende hij „ticulen heeft in zijn gedagte ged: niet wie den eersten voor kunnen krijgen diergelijke stelder daar van is geweest feijten te begaan en andere 2 Ekkert zegt de Corporaal daartoe te verleijden. heeft de manschap daar toe verleid, hebbende den Corpo„ raal ook laten halen twee flessen wijn en hem ged: Otterman en ... Meijer daar op getracteerd. 3 Meijer zegt zulx te zijn geschied, dat hy eerst door het trac „teeren van de Corporaal met wijn wat beschonken geraekt en de Corporaal alles op zig had genomen, zeggende dat hij Corporaal van de wagt was; 4 otterman zegt dat zulx de Schuld van de Corporaal was, en voorts zoo als Ekkert en Meijer, hier boven zeggen 5 Borst zegt ten opzigte der Roonen te hebben gedagt dat de Corporaal van de wagt Corporaal was, en zijn pligt weeten moest. C: M. aanzegt zulx door beschonkenheid te zijn geschied; en dat de Corporaal hem daar toe aangeset had de Corporaal zegjt, zulx door 2. Erkect zegt Ia 3 Meijer Zegt Ia 4 Otterman zegd Ja 5 Borstzegt Ia: dog dat beschonken is geweest of hij ge: nog eenige andere wetenschap heeft en wat hy tot door de drank is geschied en dat hem genoeg berouwd zijne verschoning nog zal inbres verzoekt dus grotie gen 2 Ekkert zegt dat de Corpe ƒ raal alles op zig genomen had. de Corporaeel zegt: dat zulx een aller afschuwelykste daad te hebben bestaan, en zig dubbeld straf waardig te hebben gemaakt de Corporaal regt van Ia O' hij niet bekennen moet Recollement Compareerde voor de ondergetekende ge„ committ: uit den E: Achtb: raade van Justitie dezes gouvernement de bovengem Perzoonen dewelke de voorenstaande vraagarticulen en antwoorden zijnde voorgelezen, betuigde daarbij te blijven persisteeren, begeerende dat daar verders niet bij af af zoude gedaan worden. /:onderstond:/ aldus gerecolleerd aan Cabo de goede hoop den 4 april Ao786 /:was getekend:/ Ian Kniest /:geteekend:/ Een kruijs /: en daaromschreven:/ dit merk steld eygenhandig gerrit Ekkert; /:getekend Een kruijs /:en daaromschreven./ dit werk steld Johan Pieter Meijer /:getekend:/ Een Kruijs / en daar Omschreven:/ dit merk steld eygenhandig I: M: W: Otterman /getekend:/ Een Kruijs / en daar omschreven A. I: Borst, en adam Haan Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede Hoop den 20 Maart 1786: voor d' ECs Salomon van Echten en Iohannes Marthinus Horak leeden uit den E: Achtb: raad van Jus „titie voormeld, die de minute dezes benevens de gevraagdens ende my Secretaris mede behoorlyk hebben ondertekend, /:lager:/ 'T welk ik getuige /:was getekend:/ C: L: Neetkling Secretaris /:Oonderstond:/ 3 Meyer zegt dat de Corporaal aan alles schuldes, en hem daar toe verleid had hebbende alles opzig genoomen 4 Otterman zegt zo als Meijer hier boven E Borst zegt te hebben gedagt, dat wat de Corporaal deed E Maanzeyt dat de Corporaal van alles schuld is, en hem beschonken gemaakt, mitsg:s dus daar toe verleid had. wel was, en dat dronken geweest was 6 Maan zegt Ja 26 25. E Compareerde voor ons onder getekende gecommitt: uit den E: Achtb: raade van Justitie dezes Gouvernements den Corpo raal Jan Kneest, dewelke op de nevenstaande vragen zodanig geantwoord heeft aangetekend Staat. zegt die vlessen wijn heeft hij laaten halen om met zijne Soldaaten te drinken ten die voorm: ook andere mede gedronken. hij zegd dat het niet is ge Schied met intentie om hun te persuadeeren tot het wegname der boonen zegt: dat hij niet das ge of hij ten dien opzigte hunl: of t niet alleenig daarom is geschied, om hunt: te persuader „ren, dat zij met hun de gemen tioneerde boonen zouden helpen wegnemen. uit wat doelwit hij ged: verschei„ dene vlessen wijn op de wagt heeft laaten halen, en voornamentlyk zonder daar verder oogmerk de mede ged: Meyer Ekkert en mede te hebben, hebbende brie Otterman daar op getracteert: Aerk 1 vadere Articulen ge„ daan maken en aan heeren gecommitt uit den E: Achtb: „raade van Iustitie des Cas teels de goede hoop overgegeven Omme ter requisitie van den op gehoord te worden den Corporaal Jan Kneest van Doesburg thans 's heeren ged: zullende des te gevene responsiven in margine dezer behoorlijk worden bekend gesteld. als belijden een ieder derzelver ad interum fiscaal G: Exter daar Johs Smits /:lager:/ mij praesent /:was: getekend:/ C: van derssen. Secretaris /:in margine:/ als gecom mitt: /:was getekend:/ G: A: Cruiwager en de gevr: zegd dat het zijn kon dat hij die woorden had gesprooken, dog dat het niet weet Soldaaten Meyer en Otterman Zeggen hem in facie, dat hij zulx gezegd heeft. zegt dat de kleine Poort niet geslooten was, maar aan geslooten, dat hij dezelve ge opend heeft, en dat hy er met Meijer de eerste zakken uitgehaald heeft de soldaaten Ekkert en Meijer zeggen hem in facce dat hij de„ sleutel uit de wagt gehaald en de Barriere geopend heeft de ga: zegt het niet te weeten: bijvoegende dat hi de zaaken zegt niet te weeten dat hij zulx gezegd heeft. op zig nam, en alles wat daar Compareerde Ekkert, Moijer van kwam, voor zijn rekening en otterman, en zeggen den zoude zijn in facie dat hy gezegd heeft dat. wat er van kwam voor zijn reecq: was, dat hij Corporaal van de wagt was De ga: zegt zulx mede niet te weeten. zegt, dat hij ze aan de knegt verkogt heeft. — of hij gev: deze boonen aan de knegt van den kok wanner heeft verkogt, ofte niet veel meer aan zijn baas zelve! of hy gu daarop niet de Sleutel van 't Barriere int de wagt gehaald, het zelve geopend en de boonen zelvs uitgezet heeft! Art: 4. net heeft toegevoegd, dat de boonen Compareerde der soldaat niet overgegeven waren, en zyl: dezelve Ekkert, dewelke hem in facie wegnemen wilden, eer een ander Zeide dat hij op de aangevinge daarmede mogte weggaan wijze tegens hunl: gesproken heeft sproken heeft sproken niet Art: 7. do 2. O 6

NL-HaNA_1.04.02_4323_0329 view scan ↗

English

Article 13 Says yes. Says yes, with Meijer and Ekkert. Says yes, in presence of the servant. Says yes. Says yes. Says no! Whether the servant did not then have the beans taken by four boys to the Cape to the house of the aforesaid Wanner. Whether he, defendant, did not also follow there, in order to receive the money for them. Says yes. And whether this money was not counted out to him by Wanner himself and handed over to him. Whether he, prisoner, did not give from this money 3 rx to Meijer, 2 to Ekkert, 2 to Otterman, 2 to Maan, and 1 to Borst. How much he, defendant, gave to the soldiers Thiel and Wend. Says to have given 1 rx to Thiel and 4B to Wend; says further that this happened because Wend knew of it, and the others said that something must also be given to Thiel. Says that he was at the point to fetch the money, but that he, defendant, was not at home. Whether also the Beuronese soldier, who, when they had carried away the beans, stood as sentry at the head, did not come to him to fetch his share. Says: the beams in the attic. Whether he must not confess. Says: to have indeed said that the number of the beams was not handed over, but that he does not know to have said the rest, because he was drunk. Whether he, defendant, did not say to the said soldier that the number of the beams was not handed over, and whatever came of it was on his account, and that he was Corporal of the watch. Whether he, defendant, further, with the soldier Meijer standing sentry at the cooperage, had him relieved by Ekkert, and with the same and the soldier Otterman, who had also been sentry there, carried away the said beams. Whether, when he left with Ekkert to execute this, he did not say to the soldier Maan standing on sentry duty that they were going to the patrol watch to see what the Corporal is doing! Whether the soldiers Borst and Maan also had knowledge thereof, that he, defendant, with Meijer and Otterman, had stolen the beams. Article 14. Article 15. Article 16. Article 23. Article 23. Says to have spoken to no one, also to have seen no one. Requests that he, for this time, may be pardoned. To have brought, but that the carpenter was not at home. Meijer tells him to his face that he heard him speaking. Otterman says that he saw the carpenter. The defendant finally confesses that the carpenter was present. Says no, that they only had knowledge of the theft of the beans, but not of the wood. Whether the Sergeant also knew of both thefts and gave his consent thereto. Says that he did not know of the wood, but did of the beans, and that he went to sleep after that. Says yes, that the Sergeant answered nothing to that. Says that they did it together, but that he did not entice the others to it. There appeared the soldiers Ekkert and Otterman, and said to his face that he spoke of it first. The prisoner says that it may well be so, but that he was intoxicated. Whether he, defendant, will not confess to being the chief cause of the committed crimes, and to having enticed the others thereto. Whether he, defendant, then spoke with him about it himself, and what he answered to that. Whether the soldiers Thiel and Wend had knowledge of both the one and the other theft. If not, with whom and what he, defendant, then spoke, while Meijer stood below and indeed heard such. That the carpenter, to whose house they brought the beams, was at home, and took delivery of the beams himself. Article 18. Says: that he innocently came to it. Says to have come to it through misfortune, that he regrets it enough, that he gave occasion for that act. [Below was written:] Thus questioned and answered at Cabo de Goede Hoop on 29 March 1786 before the Honorable Salomon van Echten and Johannes Matthias Bletterman, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the minutes of this together with the defendant and me, Secretary. [Lower:] To which I bear witness, [was signed:] C: van Aerssen, Secretary. Recollement. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government the abovementioned Corporal, to whom the preceding question articles and answers having been read, declared that he adhered and persisted therein, desiring that nothing further should be added to or taken from them. Says to know nothing, but. Whether he, defendant, has anything further to state for his excuse! How he may excuse himself with drunkenness, since the same is already a crime, and such is strictly forbidden on the watch and punished. Whether he must not confess himself to have employed all diligence and to have abused his authority in the most shameful manner. Article 23. Was. 19. Came to it. 24. 25. 22. Has. Thus recollected at Cabo de Goede Hoop on 4 April 1786. [Was signed:] Jan Kniest. [Lower:] In my presence, [was signed:] C: van Aerssen, Secretary. [In the margin:] as commissioners, [and signed:] G: H: Cruywagen and Johs Smits. In court. Agrees. Four. M Keel. [Below was written:]

Dutch transcription

Art 13 Zeg Ja Zegt Jas. met Meijer en Ekkert. Legt Ja: in praesentie van de knegt zegt Ja: Zegt Ja: Logt Neen! of dan deen knegt de boonen niet door vier Jongens naar de Caab in 't huis van voorsz Wanner heeft laaten brengen. Of hij ged: niet mede daar na toe is nagevolgd, om 't geld Legt Ia: daar voor te ontvangen en of hem dit geld niet van wanner zelve is toegeteld en aan hem afgegeven geworden Of hij gev: van dit geld niet 3 rx aan Meijer 2 aan Ekkort 2 aan Otterman, 2 aan Maan en '1 aan Borst gegeven heeft. hoe veel hij ged: aan de sol„ zegt aan Thiel 1 rx aan „daaten Thiel en Werd heeft Wend 4B gegeven te gegeven hebben, zegt voorts dat dit is geschied, om dat Wend er van wist, en de andere ge„ zegd hebben, dat aan Thiel ook iets geven maast. zegt dat hij op de punt is geweest om 't geld te ha„ „len, dog dat hij ged: niet te huis is geweest. of niet ook den Beuronse soldaat, dewelke toen zijlieden de bomen weggebragt hadden, als Schildwagt op 't hoofd is gestaan, is bij hem gekoomen om zijne portie afte halen! zegt: de balken opzolder of hij niet bekennen moet Legt: wel te hebben gezegd Of hij ged: niet aan gemelde sol daat en heeft gezegd, dat het getal dat het getal van de van de balken niet overgegeven balken niet overgegeven en wat er daar van kaam, voor was, dog dat hij niet weet zijne reecq:t was, en dat hij t overigd gezegd te hebben Corporaal van de wagt was. wijl hij bedronken was. t7 hij ged: voorts met de aan de Kusperswinkel op Schildwagt staande soldaat Meyer, door Ekkert heeft doen aflossen en met denzelven en de aldaar mede Op Schildwagt geweest zijnde Soldaat Otterman gez: Balken weggedragen Of niet toen hij met Ekkert is weggegaan om zulx te verreg„ „ten tegens de opschildwagt staande Soldaat Maan heeft gezegd, dat zij naar de Patrouelle wagt zoude gaan, om te zien wat de Corporaal doet! Of de soldaaten Borst en maan, ook kennis daar van gehad hebben, dat hy ged: met Meijer en Otterman de balken heeft gestoolen Art Art: 23. te dat 14 15 16. Art 23 zegt niemand te hebben ge sprooken, ook niemand gezien. verzoekt dat hij voor deze te hebben gebragt, dog dat de timmerman niet te huis Meijer zegd hem in facie dat hij hem heeft horen Spreeken. - Otterman zegt dat hij de timmerman gezien heeft de ged: bekend eindelijk dat de timmerman Praesent is geweest. Zigt Neen datze alleen van de diefte van de boo „nen hebben kennis gehad, dog van het hort niet 0 of den Sergeant ook van bij de zegt dat hij van het hout diefstallen heeft geweeten en niet heeft geweeten, dog daartoe zijn inwilliging heft wel van de boonen, en dat hij gegeven. daarop was gaan slapen. zegt Sa: dat de sergeant daarop niets geantwoord zegt dat zij te zamen gedaan hebben, maar dat hij de andere er niet toe verleed heeft Compareerde de Soldaaten Ekkert en Otterman, en zeide hem in facie dat hij 't eerst er van gesproken heeft de gev: zegt dat het wel zijn kan, maar dat hij beschonken geweest is.- Of hij ged: niet bekennen zal de hoofd oorzaak van de geplaegde misdaaden te zijn, en de andere daartoe verleid te hebben of hij ged: dan zelve met hem daar van heeft gesproken en wat hij daarop heeft geantwoord: 1 Of de Soldaaten Thiel en Wend Zo wel van de eene, als andere diefte hebben kennis gehad. zo neen, met ween en wat hij ged: dan gesprooken heeft, geduu„ rende Meijer onder is gestaan en zulx wel heeft gehoord dat den timmerman naar diens. huis zijl: de balken gebragt hebben, te huis is geweest, en de balken zelve heeft in ont vangst genoomen Art: 18 Legt: dat hij onnozel daar zegt door ongeluk daar toe gekomen te zijn, dat het hem leed genoeg doet, dat die daad aanleiding te hebben gegeven. /:onderstond:/ reijze verschoond mag worden Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede hooft den 29 maart 1786 voor d' EE Salomon van Echten en Johannes Matthias Bletterman leeden uit den E: Achtb: raad van Justitie voorn: die de minute dezer benevens de ged: en mij Secretaris mede behoorlijk hebben ondertekend /:lager:/ 't welk ik getuige /:was getekend:/ C: van Aerssen Secretaris.— ecollement Compareerde voor de ondergetekende gecommitt uit den E: Achtb: raade van Justitie dezes gouvernement de bovengem: Corporaal dewelke de voorenstaande vroag articulen en antwoorden verschoning waet aan te geeven! zegt niets te weeten, maar Of hij ge: iets mar tot zijne Hoe hijzig met dronkenschap Excuseeren moge, daar dezelve al een misdaad is, en zulke op de wagt scherpelijk verbooden is en bestraft word. t hij niet zelve bekennen moet alle studie te hebben geEmployeert en zijn gezag op de Schandelykste wijze gemisbruikt te hebben Art 23. zijnde is geweeest. 9 toe gekoomen is 24 25. 22: heeft. zynde voorgeleezen, betuigde daar bij te blijven persisteeren, begeerende dat daar wijders niets bij of afgedaan zoude werden Aldus gerecolleerd aan Cabo de goede hoop den 4 april 1786 /:was getekend:/ Jan Kniest /:lager:/ mij praesent /:was gete kend C: van Aerssen Secretaris /:in morgine als gecommitt /:en getekend:/ G: H: Cruiwva „gen en Johs Smits - geinclery Accordeert Vier M Keel /:Onderstond:/

NL-HaNA_1.04.02_4323_0332 view scan ↗

English

Appeared before the Honorable Worshipful Council of Justice of the Castle of Good Hope, the interim Fiscal Gabriel Exter, ex officio Prosecutor in a criminal case on the one side; And The soldier Salomon Heinrich of Schornendorff and the sailor Ian Willem ten Pas, prisoners and defendants in the aforementioned case on the other side. And caused to be stated: That on the night of the 11th to the 12th of the past month of March, the corporal on guard, together with five soldiers on the jetty, took away 14 bags of beans belonging to a French ship, and buried them behind the fortifications in the sand on the beach; furthermore, having addressed the first prisoner and defendant, Salomon Heinrion, being a servant in the galley of the battalion cook Wanner, in order to sell the same to him, this person not only showed himself willing to do so, but, having immediately bought the beans for 16 rixdollars, had the same dug up from the sand towards evening by some slaves in the presence of the above-mentioned corporal and soldiers, and carried to the house of his aforementioned master, and thus took them into receipt; that furthermore, by the mentioned corporal and three of the same soldiers, in the same night, 8 pine beams belonging to the Honorable Company were also stolen, and having been brought by them to the residence of the second prisoner and defendant, Ian Willem ten Pas, the same was no less ready to receive the same immediately and to store them in his house; as both matters will further appear from the responses given by the prisoners and defendants before Gentlemen Commissioners from this Worshipful Council, and from further documents concerning this theft; that both prisoners thus actually made themselves guilty as receivers of the committed thefts, and the ex officio Prosecutor, referring to this for the sake of brevity, will only further examine what punishment the prisoners and defendants have merited through their crimes; wherein the ex officio Prosecutor, subject to correction, believes he must observe that notwithstanding that the characteristics and circumstances regarding these committed thefts, which greatly aggravate the actual deed itself, should also incriminate the prisoners and defendants in like manner, because the receiver is as bad as the thief, also often giving solely the opportunity to steal, yet according to the nature of the case and circumstances, a distinction ought to be made; that it is thus so certain that the defendants knew that it was stolen property, the first prisoner and defendant, even if the corporal had not told him this, absolutely must have inferred this from the fact that the beans were buried in the sand on the beach, and this is no place to store goods and thus to take them into receipt, just as the second prisoner and defendant must of himself have understood that between 1 and 2 o'clock at night is no time at which one carries away beams, and that such can be done by soldiers, who, even if they had been found in the sand, ought to have reported and declared this; that consequently both prisoners and defendants committed the crime willingly and intentionally; yet it will also have to be considered that it did not happen to enrich themselves, the first defendant having bought the beans solely for the use of his master, without enjoying anything thereof, and the second prisoner and defendant appears to have stored the wood more out of friendship than to draw a large profit; so that the ex officio Prosecutor, subject to Your Worships' judgment, believes that the prisoners and defendants should not be punished so much strictly according to the law, but rather according to the circumstances of the case with an arbitrary punishment from the Judge. For which and other reasons and arguments, in due time, if necessary, to be further deduced, the ex officio Prosecutor, making his demand, concluded that by definitive sentence of Your Worships, the prisoners and defendants mentioned at the head shall be condemned to be brought to the place where one is accustomed to execute criminal sentences, and there

Dutch transcription

en dede zeggen 2, dat in den nacht van den 11 tot 12 der gepasseer de maand Maart, den wagt hebbende Corporaal met vijf soldaaten op 't hoofd 14. Zakjes met booven op een fransch schip behoorende weg genoomen. 3 „ en agter de werken aan den Strand in de zand begraven voorts zig aan den eerstgev: en gede Salomon Heinrion, als knegt in de Combuijs van den bataillons kok Wanner zijnde, geaddresseert hebbende, om dezelve van hen te kopen. dezen zig niet alleenig daartoe geneegen heeft laten vinden. maar de boonen dadelijk voor rx 16 gekogt hebbende dezelve door eenige slaven in praesentie van bovengem. Corporaal en Soldaaten tegens avond uit de zand heeft doen uithaalen en naar 't woonhuis van voorm: zijn baas dragen, en dusdanig in ontvangst genoomen dat voorts van gem: Corporaal en drie derzelver Soldaaten in dezelve nacht nog 8 greene balken van d' E: Comps gestolen de soldaaten Salomon Heinrich van Schornendorff en den Mattroo Ian Willem ten pas gev en gede in voorsz: cas ter andere zijde. — Compareerde voor den Wel Ed. Achtb: Raade van Iustitie des Casteels de goede Hoop den pro. interim fiscaal Gabriel Exter R. O: Eisscher in cas Crimineel ter eenre En „ E a a so, en van henl: na de woning van den tweede ged: en gede Ian Willem ten Pas gebragt zijnde 11, denzelven niet minder gereed s geweest 12, dezelve directelyk te ontvangen en in zijn huis te bergen gelijk 't eene en ander uit de van de ged' en ged 13 voor Heeren gecommitteerdens uit dezen achtb: raade gegevene responsiven, en verdere stuk „ken dien diefstal apecteerende nader zal Consteeren dat beide ge zig das wezendlijk als heters 14 van de begarne dieffens, hebben schuldig ge maakt en den R: O: Eisscher zig kortsheid halve daaraan 5 5 refereerende, alleenig nog zal nagaan, welke straffe zij gee en gede door hunne mis daaden hebben gemeriteert waar dan den R: O: Eisscher /:onder Correctie:/ vermeend te moeten aanmerken Dat niet tegenstaande, dat de eijgenschappen en omstandigheeden omtrend deze gepleegde dief „tens dewelke de eijgentlijke daad zelve zeer ag graveeren Ook de gev en gede op gelijke wijze zoude moeten bezwaaren Om dat den heeler zo goed is als den steeler geevende dezelve ook dikwijls alleenig gelegent heid tot 't steelen dog na bescheidenheid van de zaak en om standigheden, een onderscheid zal behooren gemaakt te worden dat dus zo zekert is, dat de gede en ged: heb ben geweeten, dat 't gestoolen goed was, hebbende den Eerstgev: en ged=te indien den Corpo „raal hem dit niet had gezegd, zulx absolute daar uit moeten afneemen dat de boonen in de Land aan de strand begraven waaren 20 en dit geen plaats is, om goederen te bewaaren en dusdanig in ontvangst te namen gelijk, den tweede ged: en ged:e van zelve heeft begrijpen moeten dat tusschen 1en 2 uuren nagts geen tijd is. — waar men balken weg draagd, en zulx van Soldaaten kan geschieden, dewelke ook indien zij in zand gevonden waren, zulx hadden moeten rappor „teeren en aangeeven dat diervolgens bijde gede en gede met goeden wille en opzettelijk de misdaad begaan, hebben 28 dog zal moeten mede geconsidereerd worden, dat 't niet is geschied, om zig te verrijken 29 hebbende den eerstged: de boonen alleenig tot gebruik van zijn baas gekogt, zonder iets daarvan te genieten en schijnd den tweede ged:e en ged=n 't hout meer 30 wegens Vriendschap geborgen te hebben, als om een groote profijt te trekken 1 zoo dat den R: O: Eisscher /:onder Uw E: achtb: oordeel /vermeend 32 dat de ged: en gede niet zo zeer a la rigueur dan wel naar de gesteldheid der zaake met een arbitraire Straffe van den Rechter zullen behoren gestraft te worden Mits welken en andere redenen en middelen in tijd en wijlen /: is 't nood :/ nader te dedaceeren den R: O: Eisscher Eijsch doende Concludeerde dat bij definitivee Vonnis van Uw E: Achtb de gev en gedt in 't hoofde gem: zullen worden gecondemneerd Omme gebragt te worden ter Plaatze alwaar men gewoon is Crimineele Sententien te Executeeren, en aldaar En aan 6

NL-HaNA_1.04.02_4323_0334 view scan ↗

English

delivered to the executioner, and with a rope around the neck, being tied to the gallows, to be severely flogged with rods on the bare back; that both prisoners shall further be confined for the term of eight consecutive years on Robben Island, to labor there in irons, without wages, on the public works, and upon the expiration thereof, to remain banished forever from this Colony and its jurisdictions, with the condemnation of the prisoners in the costs and expenses of justice; or to such other penalties and punishments as Your Honorable Worships shall deem fitting. Signed: G. Exter. To the Right Honorable Pieter Hacker, President, and the Council of Justice of the Castle of Good Hope. Shows with due respect the undersigned, Gabriel Exter, Fiscal ad interim: That on the night of Saturday the 11th of this month, a detachment of the soldiers from the battalion garrisoned here, who were on guard at the Jetty, committed the theft of four bags of beans from the French King's Corvette lying in the local roadstead, and eight pine beams belonging to the Honorable Company; that the beans were sold and delivered to the servant of the battalion cook Wanner, by the soldier Salomon Heinrich; while the stolen wood was transported to the ship's carpenter Jan Willem ten Pas and received by him; so that both of these persons have made themselves guilty as receivers of the said stolen goods, as clearly appears from the inquests obtained before the Commissioners from this Honorable Council. Wherefore the Official Prosecutor considers himself duty-bound in his official capacity to institute the necessary proceedings against them; but seeing that the nature and punishment of that crime require the apprehension of the aforesaid persons, and this cannot legally take place without Your Honorable Worships' authorization; so the Official Prosecutor turns to the same with the humble request that it may please Your Honorable Worships to authorize him by your decree to have the aforementioned persons, Salomon Heinrich and Jan Willem ten Pas, apprehended. Doing which, etc. Signed: G. Exter. In the margin: Exhibited in Court on 24 March 1786. Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, the soldier Salomon Heinrich, who, upon the adjacent articles drawn up and delivered to the Commissioners from the Honorable Council of Justice of the Castle of Good Hope to be heard thereon at the requisition of the Fiscal ad interim Gabriel Exter: To be heard: Salomon Heinrich, of Schöndorf, soldier in the battalion garrisoned here, currently the Honorable Court's prisoner, whose answers to be given shall be properly recorded in the margin hereof. Article 1. The prisoner's name, birthplace, age, and capacity. States: Salomon Heinrich, native of Schöndorf, aged 23 years, capacity: soldier. Article 2. On what ship the deponent came out, and how long he has been stationed here in the Honorable Company's service and under the battalion. Says: with the ship Triton, has been here 3 years. Article 3. Whether the prisoner also performs any service as a servant in the galley of the battalion cook Wanner. States: Yes. Article 4. Whether it did not happen on the 12th of this month that the Corporal of the battalion, Jan Kniest, came to him, the prisoner, to offer him some bags of beans. Says: that it was not Corporal Kniest, but Corporal Rautenbach, though Kniest also came at 11 o'clock and asked him if he also wanted the beans; that he answered yes, that he would have them fetched. Article 5. Whether the prisoner was not told by the same that he had taken these beans belonging to a French ship, together with some soldiers from the Jetty, and that they were buried behind the fortifications on the beach in the sand. Says: he heard nothing of that, but bought them standing on the Imhoff; says he knows nothing of that. Corporal Kniest appeared, who told him to his face that he told him that the beans were hidden in the sand inside the fortifications. The prisoner persists as above, that those beans had stood on the Imhoff. Article 6. Whether the prisoner did not buy such beans from the said Corporal for 16 rixdollars. Says: Yes. Article 7. Whether the Corporal sold the beans alone, or if someone else helped conclude the purchase with him. Says: that no one was present except the aforementioned report-bearer Meijer. Article 8. Whether the prisoner concluded that purchase directly, or gave prior notice thereof to his master. Says: he bought those beans for himself without having spoken to anyone, except asking the report-bearer Meijer how much a muid of beans cost. Article 9. Whether the prisoner did not further have the beans fetched at the beach by 2 boys, which he gave to the Corporal, who went 3 times to fetch those beans and had them carried by four boys to his master's house at the Cape, in the evening after 5 o'clock, having them in 14 small bags. Says: that he gave 2 boys to the Corporal, who went twice to fetch those beans, and had them carried by four boys to the house of his master at the Cape in the evening after 5 o'clock, having them in 14 small bags. The deponent gave such answers to the question articles as are noted beside the same.

Dutch transcription

aan den Schirprechter overg„ leverd, en met de koorde om de hals, aan de galg vastgemaakt Zijnde met roede op de bloote rug strengelijk gegeeteld te worden, dat beide geden ged voorts voor den tijd van Bag ter een volgende Jaaren ten robben Eylande zullen worden geconfineerd, om aldaar in de ijzers geklonken zijnde, zonder loon aan de gemeene werken te arbeiden, en naar verloop van dien, uit deze Colonie en des. zelvs ressorten tot eerwigen da „ge gebannen te blijven, met Condemnatie der gev en ged in de Kosten, en nusen van Justitie: ofte tot alzulken anderen Doeren en Straffen, als Uw E: Achtb zullen oordee len te behooren /:was getekend:) G: Exter Aan den WelEd: Achtb: Heer Pieter Hacker, Praesident en raade van Justitie de Casteels de goede Hoop Vertoond met Schuldigen Eerbied den onder„ getekende Pro interem Fiscaal gab: Exter dat op Saturdag den 11 dezer 'snagts door een gedeelte der op 't Zeehoofd de wagt Compareerde voor ons onderget: gecommitt uiet den E: achtb: raad van Justitie dezes gouverne ments den Soldaat Salomon Heinrich denwelken op de nevenstaan Articulen gedaan maken en aan heeren gecommitt uit den E: achtb: raad van Justitie des Casteels de goede hoop overgegeven om ter requisitie van den adinterim fiscaal gabriel Exter daarop gehad hebbende militairen van't alhier guarni soen houdende bataillon, zig schuldig gemaakt heeft, aan de diefte van vier zakken boonen, van de ter hierigen rheede leggende franse Konings Corvette en agt greene balken, d' E: Compe toebehoorende, dat de boonen verkogt en geleverd, zijn geworden, aan den kregt van den bataillons kok wanner door den soldaat Salomon Heinrich, zijnde 't ontstolene hout bij den Scheepstimmerman Ian Willem ten Las getranspor „teert en van denzelven in ontvangst genoomen gewor „den zo dat beide deze Perzoonen, zig als helen van gemelde diefstallen schuldig gemaakt hebben gelijk zulx uit de voor Heeren gecommitteerdens uit dezen E: achtb: raade ingewonnene enquesten lar „ge komt te consteeren: waar door dus den R: O: vertoon „der zig amptshalven verpligt hoad, tegens dezelve de nodige proceduures te entameeren dan gemerkt de aard en bestraffing dier misdaad de apprehensie van voorsz: perzoonen vereisschen en deze in forma niet kan geschieden zonder Uw: E: achtb: qualifier „tie; zo is den R:O: vertoonder zig keerende tot wel dezelven met eerbiedig verzoek, dat 't Uw: E: Achtb: behagen moge, hem door welderzelver decreet te au „thoriseeren; om de meergem: Perzoonen van Salomon Heinrich en Jan Willem ten Pas te doen apprehen „deeren 'T welk doende etc: /:was getekend:/ g:' Exter /:in margine:/ Exhibiteer in Judicie dan 24 maart 1786 gehad de gehoord Legt Salomon Heinrich geboortig van Schokrendorf Ond 23 Jaaren qualiteijt de Vraag articulen zo danige antwoorden gege ven heeft als bezijden de Jaaren hier geweest Zegt: met 't Schip Triton Legt: Ja off het niet op den 12 deezer regt: dat het net de Corpo¬ gebeurd is, dat de Corporaal raal kniest maar de Cor van 't bataillon Jan Kneest Paraal Rautenbach ge weest is, dog dat kriest om bij hem ged: is gekoomen, om 11 uuren ook is gekoomen en hem eenige zakken booven te hem gevraagd heeft of hij de offereeren. boenen ook wil de hebben dat hij geantwoord heeft Ia dat hij ze zoolaaten halen. Zegt daarvan niet gehoord of hem ged: van denzelven niet zegt daarvan niets te zegd: dat hij 2: Iongens of hij ged: voorts niet de boonen aan de strand heeft afhaalen aan de Corporaal ge geeven heeft, die en met vier Iongens naar 't maal gegaan zijn, om huijs van zijn baas aan de die booven af te haalen Caab dragen laaten! 'S avonds na 5 Urren hebbende dezelve in 14 kliine 0 af de Corporaal de boonen al „leenig heeft verkogt of nog ie„ „mand met hem de koop heeft helpen regtig maaken. of hij ged: dien koop directelyk zegd die boonen voor hem heeft afgeslooten of aan zijn zelvs gekogt te hebben baas bevoorens kennis daar zonder met iemand gesproken als aan de rapport gangen van heeft gegeeven! Meijer gevraagd te hebben, hoe veel een med booven koste. zegd dat niemand pra sent is geweest als geme: rapport ganger Meijer zigt Ia. heeft Compareerd de Corporaal kniest dewelke hem in facie Zeide dat hij hem heeft ge zegd dat de boonen op in de werken in 't zand verborgen waren. de gedr persisteert als booven dat die boonen op Imhoff gestaan hadden. Art: 6. Of hy ged: zulke boonen niet van gem. Corporaal gekogt heeft voor 16 rxs met eenige soldaten van 't zeehoofd had weggenoomen, en dat zij agter de werken aan de Strand in de Zant begraven waren. op Imhoff staande gekogt nen op een fransch schip behorende te hebben, dat hij dezelve is gezegd geworden, dat hij deze bos gehoord te werden Salomon Hein rich van Schoinendorf soldaat onder het alhier guarnisoen houdende bataillon thans 's heeren ged: zullende deszelvs te gevene responsiven in margine dezer behoorlyk worden bekend gesteld. des gev naam, geboorte plaats Ouderdom en qualiteijt Met wat Schip hy get: is uitgeko men, en hoe lang hij in 's E: Comp en onder 't bataillon alhier be scheiden is. of hij ged. ook nog in de Com„ buijs van de bataillons kok wanner als knegt eenige dienst praesteerd! Art. 1. nets zakken zelve aangetekend staat soldaat 9. 3 4 is ete -

NL-HaNA_1.04.02_4323_0336 view scan ↗

English

Interrogatory to be administered to the ship's carpenter stationed here, Jan Willem ten Pas, currently the lord's prisoner, whose answers to be given shall be properly recorded in the margin hereof. Article 1 The questioned party's name, birthplace, age, and status. Says Jan Willem ten Pas, that his status is that of a sailor serving in the equipment shipyard, aged about 26 to his mind, native of Doesburg. Article 2 How long he has been in the service of the Honorable Company and separated here, whether he lives alone or with anyone else, and in whose house, and how long he has lived there. Says that he has been in the service of the Honorable Company in the 6th year, here circa 5 years, lives with a ship's carpenter named Kees the Rotterdammer in the house of Christiaan Kroet, for the past four months. Article 3 Whether he, the questioned party, also knows the corporal of the battalion garrisoned here, Jan Kniest, and has sometimes associated with him. Says to have known the same already in the fatherland and has not further associated with him, than once having spoken with him in the aforementioned house. Article 4 Whether this Jan Kniest did not agree with him, the questioned party, that he would deliver him some wood. Says no. Article 5 Whether the same did not, in the night between the 11th and the 12th of this month between 1 and 2 o'clock, with several soldiers, bring such wood to his, the questioned party's, house. Says that he was on the beach and not at home when the wood was brought there the first time, but was indeed at home the second time. Article 6 Whether he, the questioned party, did not immediately open the door and, after having spoken some words with the aforementioned corporal, take that wood inside and into receipt. Says that he did not open the door, that it was already open, and also that he had not spoken with the corporal, nor taken the wood into receipt. There appeared Corporal Kniest along with Meijer, who told him to his face that he had been present, and had asked the corporal how he came by it, to which the corporal replied that it had lain in the sand. The questioned party persists in the negative. Article 7 What the corporal asked for such beams or what he, the questioned party, promised him for them. Says nothing; that he on the contrary told the corporal that he did not want those beams, but that he had to take them back. Article 8 Why, when the first beams were brought, he had said that they were nothing, and whether he, the questioned party, did not subsequently watch at his house until the green beams were brought. Says first that he did not keep watch, but later that he must have been present since the corporal and Meijer say so. Says because the corporal told him that it had lain in the sand. Article 9 What it was that the corporal spoke with him and whether he, the questioned party, did not thereby know that the beams were stolen from the Honorable Company. Says that he asked the corporal, when he brought the last wood, how he came by it; that the corporal answered that it had lain in the sand for two days. Says that he did not know it was stolen property. Article 10 The corporal appeared and says that the beans consisted of bags, which he, the questioned party, had caused to be put together into four bags. Says not to have known that. Article 11 Whether this was not done in the presence of the corporal and the 4 soldiers Meijer, Eckhardt, Otterman, and Haan. Corporal Kniest appeared with the soldiers mentioned alongside here and said regarding the aforesaid article that he was also present on the beach to receive the beans. The questioned party persists in the negative. Article 12 Whether the same persons also followed him to the house of his master, or if the corporal went along alone. Says that the corporal also went along, but whether someone else was with him, or if they followed him, he cannot say. Article 13 Who received the money for the beans and whether this was not handed over by his aforementioned master to the corporal. Says the corporal received the money from his hands. The corporal appeared and said to his face that he, the questioned party, handed over the money to him. The questioned party persists in what he said. Article 14 How he, the questioned party, could proceed to accept and buy stolen property, and why he did not inquire further of the corporal about it. Says as before. Article 15 Whether he must not confess to have thereby made himself guilty as a receiver of that theft and as such punishable. Says that he did not know the beans were stolen. Article 16 What he knows to submit in his defense. Says that he is innocent and did not know that they were stolen. Thus questioned and answered at Cape of Good Hope on the 29th of March 1786 before the Honorable Salomon van Echten and Johannes Matthias Bletterman, members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who, together with the questioned party and me, the secretary, have also duly signed the minute hereof. Which I certify, C. van Aerssen, Secretary. Re-examination Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government the above-mentioned person, who, the foregoing interrogatories and answers having been read aloud to him, declared to persist therein, desiring that nothing further be added to or taken from it. Thus re-examined at Cape of Good Hope, the 4th of April 1786. Salomon Henrick van Echten Joh. Matthias Bletterman Present, C. van Aerssen, Secretary As commissioners: G. H. Cruijwagen and Joh. Smuts

Dutch transcription

zegt, zulx niet te weeten Compareerd de Corporaal fangen zegt niet te hebben geweeten dat het gestoolen goed zakken bestaan, dewelke hy ged: in vier zakken heeft laaten te Zamen doen. Of zulx niet geschied is in Praesentie van de Corporaal en de 4 Soldaaten Meijer, Exhart kneest met de Soldaaten hier neevens gemeld en zeide op voorsz: articulen dat hij mede aan Strand is Pree sent geweest, om de boonen te ont art: 11 Otterman en Haan! de gev: blijft bij de negative zegt dat de Corporaal mede of dezelve Perzoonen ook me geweeest is, maar of er zog de na 't huis van zijn baas zijn nagevolgt ofte den Cor„ een ander bij geweest is, poraal alleen is mede gegaan kan hij niet zeggen Wie het geld voor de boonen heeft Ligd: de Corporaal heeft het geld ontvangen uit han Ontvangen en of zulx van zijn ged: baas niet aan de Corporaal den van hem gesx. Compareerde de Corporaal de zelve is ingehandigd geworden! welk hem in facie zegd dat wanneer hem het geld overhan digd heeft de gevr: Persisteert bij zijn gezegde hoe hij ga: daartoe heeft kun nen overgaan om gestoolen goed aan te neemen en te kopen was ook den Corporaal daar niet nagevraagd heeft Legt als Vooren. Of hij niet bekennen moet zig daardoor als herler van die diefstal zelve te hebben schuldig en dusdanig strafwaardig ge maakt. rticulen gedaan maken Compareerde voor ons Onder get: gecomm: uit den en aan heeren gecommitteerdens E: achtb. raade dezes gouder uis den E: Achtb: raade van nements den scheepstim Justitie des Casteels de goe Merman Jan Willem de hoop overgegeven, om daarop ten Pas, denwelken op de ter requisitie van den Pro in nevenstaande droag Ar: terim Fiscaal 9: Exter ge ticulen zodanige antwoor Compareerde voor de onderget: gecommitt: uit den E: achtb: raade van Justitie dezes gouden nements de bovengem: Perzoon, dewelke de voorenstaande oraagarticulen en antwoorden voorgelezen zijnde, betuijgde daarbij te blijven Persisteeren, begeerende dat daar verders niets bij of van gedaan werden zal /:onderstond:/ aldus gerecolleerd aan Cabo de goede hoop den 4 april 1786 /:was getekend:/ Salomon Henrick (:lager mij Preesent /:en getekend:/ C: van Aerssen Decret: /:in margine:/ als gecommitt: /:was getekend:/ G: H: Cruijwagen en Joh Smerk Art: 16 Wat hij tot zijne verschooning zegd: dat onschuldig is weet in te brengen. en niet geweeten heeft dat Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de „ goede hoop den 29 Maart 1786 voor d' EE Salomon van Echten en Iohannes Matthias Bletterman leeden uit den E: Achtb: raad van Justitie voorn: die de minute dezer benevens de„ ged: en mij Secretaris mede behoorlijk hebben ondertekend /:lager :/ 't welk Ik getuige /:was getekend:/ C: van Aerssen Secretaris. Recollement die boven gestoolen waren /:onderstond:/ vte den Noord 12 3 9 14 15 G den gegeeven heeft als be zijden dezelve aangete zegt Ian Willem ten Sas Daar zijn qualiteijt te zijn mat troos dienst te doen op de Equipago derf oud na zijne gedagte 26 geboortig van Doesburg Legt: in dienst der E: Comp in 't hoe lang hij en den dienst der E: Comp en alhier gescheiden is 6=de Iaar te zijn, alhier Cir of hij alleenig of met imand ca 5 Jaar woond met een anders woord, en wiens huis Scheepstimmerman gen Kees den rotterdammer in 't huis van Christiaan Kroet, zederd en hoe lang hij aldaar woond! zegt: denzelven reeds in 't vaderland te hebben gekend en verder niet met hem ver huis met hem te hebben gesprooken. Zegt Neen! of denzelven niet in de Nagt van zegt dat hij aan Strand en niet te huis is geweest den 11 tot den 12 dezer tusschen toen het hout de eerstemaal 1 en 2 uuren met verscheidene maal wel te huis geweest bij hen, ged. aan 't huis gebragt daargebragt, dog de tweede soldaaten zodanig hout heeft Legd: om dat de Corporaal of deze Jan Kniest niet met hem ged heeft afgespro „ken dat denzelven hem eenig hout zoude leeveren. of hij ged: ook den Corporaal van b alhier guarnisoen hou de bataillon Jan Kriest verkeerd heefft. kend, dan eens in 't voorm. kind, en zomtyd, met denzelven zegd: niets dat hij in tegen deel aan den Corporaal gezegd heeft, dat hij die balken niet hebben wilde maar dat hij ze Heerom moest neemen! ƒ Waarom hij toen de eerste balken aangebragt wierden gezegd had, dat het Wat den Corporaal voor zoda „nige balken gevraagd of hij ged hem daar voor beloofd heeft. of hij get: voorts niet zo lang past heeft, dog nader Aen zijne huize heeft opgepast tot dat er 't groene balken aange braegt waren zegd: Eerst dat hij niet opge dat hij wel moet praesent geweest zijn wijl de Corpo raal en Meijer zulx zeggen zegd dat hij de Corporaal Wat dit is geweest dat den Corpo heeft gevraagd, toen hij het raal met hem heeft gesproken en of laatste hout heeft gebragt hij get dus niet heeft geweeten hoe hij daar aan kwan, dat de dat de balken van d'E: Comp Corporaal heeft geantwoord gestoolen waaren?. dat het zelve twee dagen in 't zand heeft gelegen geopend, dat deselve geopend geweest was, ook niet met den Corporaal gesprooken te hebben, nog het hout in ont vangst genoomen het in 't zand heeft geleegen Compareerde de Corporaal Kniest benevens Meijer dewelke hem in faci zeide dat hij praesent is geweest, de gu: Persisteert bij de negative hij daar aan kwam, dat de Corporaal geantwoord heeft dat en den Corporaal gevraagd hoe of hij ged: niet aanstonds de deur heeft geopend en dat hout naar eenige woorden, met Een gem Corporaal gesprooken te hebben binnen en in ontvangst genoo men art: 6: ouderdom en qualiteijt des gevr:naam, geboorte plaet zegd de deur niet te hebben Art:1 hoord te worden den alhier beschee denen Scheepstimmerman Jan Willem ten Pas, thans 's heeren ga: zullende deszelvs te gevene responsive en margine dezer behoorlyk worden bekend gesteld niets dezelve kind staat de maan Meij 4 6. 8.

NL-HaNA_1.04.02_4323_0338 view scan ↗

English

fetched. they could not have stolen them, but that he allowed himself to be seduced by smooth talk. he was, because he had fetched them out of the sand, did not immediately send them back, and thereby prevented them from bringing more, whether the next day the same person did not come to him, in order to treat further with him about it. whether he the defendant will not confess to having made himself guilty of that theft, in such a manner as receiving stolen goods. States, that it is certain that if he had not hidden them, they could not have Says: as before, that he allowed himself to be persuaded by the corporal's fine talk. Wherewith he the defendant can excuse this his crime, and what he will bring forward further for his exoneration. below was written: Thus questioned and answered at Cape of Good Hope the 29 March 1786 before the Honorable Salomon van Echten and Johannes Mathias Bletterman, members from the Honorable Court of Justice aforesaid, who have also properly signed the minute hereof along with the defendant and me, Secretary. lower: To which I testify. was signed: C. van Aerssen, Secretary. Re-examination. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the above-mentioned person, to whom the above-standing interrogatories and answers having been read, declared to persist therein, desiring that nothing further might be added to or removed from it. Below was written: Thus re-examined at Cape of Good Hope the 2 April 1786. was signed: this mark represents I: W: Ten pas. lower: in my presence, C: van Aerssen, Secretary. in the margin, as commissioners was signed: G: H: Cruiwagen and Johs Smits. Agrees no Clergy and standing Art: 10 and declared that the aforesaid prisoner and defendant Jan Christoffel Frans Ralenbek, as Sergeant, having been commanded with a Corporal and ten soldiers on Saturday the 11th of the past month of March to keep the watch on the jetty, in the night following thereon, 14 small bags of beans were stolen from the said jetty and 6 pine beams from the square in front of the timber warehouse, of which the beans belonged to the French King's ship Laprerogana and the timber to the Honorable Company, that upon the investigations made it appeared that the one as well as the other theft was committed by the watchmen themselves, it has come to be established in the further and closer inquiries that these thefts were actually perpetrated Jan Christoffel Frans Ralenbeek of Bremen, Sergeant, Helwich Thiel of Eisenach, and Johannes Marthinus Went of Groningen, soldiers of the battalion garrisoned here, prisoners and defendants in the aforesaid case, on the other side. Appeared before the Right Honorable Lord President and Court of Justice of the Castle of Good Hope, the Fiscal pro interim Gabriel Exter, in a criminal case on the one side, petrated by the Corporal and two soldiers of the watch, the defendants and prisoners mentioned in the heading having only participated insofar as that the first-mentioned defendant and prisoner allowed the Corporal to have several bottles of wine fetched, in order to make the necessary men more suitable for his purpose and to persuade them, and he the defendant and prisoner being informed by the Corporal that the same intended to take away the beans, instead of preventing such, and attending to his post with so much the more care, laid down without suspicion to sleep, and remained lying undisturbed from 11 o'clock until the next morning, furthermore, without any inquiry as to the proceeds of the beans, the next day received a ducatoon from the Corporal, of which both the other defendants and prisoners Thiel and Went have also made themselves guilty, the first having received an Ex and the other four schellingen for their share, for the reason of not blabbing the matter, both of them however, at the time in which the theft was committed, were lying on the guard-bed to sleep, that the one and the other appears more amply and better from the past documents before the gentlemen commissioners from this Honorable Court and the answers given by the prisoners and defendants, the Officer of Justice with Your Honors' permission shall refer himself thereto and to the broader history of the facts regarding the other co-prisoners and defendants, and observe further, that notwithstanding that the defendants and prisoners did not make themselves guilty directly of the crime of theft, nor gave the slightest assistance therein, they having much rather laid themselves down at that time to sleep, so that they at least could have noticed nothing of the taking away of the timber, just as they also, according to the testimony of all accomplices, did not have the slightest knowledge thereof, they however, with respect to the stealing of the beans, cannot be held free of guilt, which in particular shall apply regarding the first-mentioned defendant and prisoner, to whom, according to his own confession, it was said by the Corporal that he wanted to take away the beans, and yet was not restrained in the act, that the same having not replied thereto, but having gone to sleep thereupon, he considered he had the freedom to be able to do what seemed good to him, so that he the defendant and prisoner has thus tacitly consented thereto, which is completely confirmed by the acceptance of the Ex presented to him thereupon by the Corporal. It is true, what he the first-mentioned defendant and prisoner to his excuse

Dutch transcription

gehaald. nen steelen, dog dat hij zig was wijl hij ze uit 't zand had dezelve niet terstond heeft weerom gezonden, en daar door verhinderd datze meer zouden aanbrengen of 's anderen daags denzelven niet bij hem ge is gekoomen, om nader met hem daar ooor te han delen of hij ged niet bekennen zal zo„ soanig als heelen aan dien duf stal, zig mede te hebben schuldig gemaakt Legt, dat 't Zeeker is, dat indien hijze niet geborgen had, zyze niet hadden kon door mooij praaten heeft laaten verleeden. zegt: als vooren, dat hij zig door 's Corporaals schoon Praaten heeft laten overha Waarmede hij ged: deze zijne misdaad ontschuldigen kan en wat hij vader tot zijne ver schooning zal voorbrengen. /:onderstond:/ Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede hoop den 29 Maart 1786 voor d' EE Salomon van Echten en Johannes Mathias Bletterman leeden uit den E: Achtb: raade van Justitie voorm: die de minute dezer benevens den ged: en mij Secretaris mede behoorlyk hebben ondertekend /:lager:/ 'T welk ik getuijge /:was getekend:) C. van Aerssen Secretaris Recollement. Compareerde voor de onderget: gecommitt uit den E: achtb: raade van Justitie dezes gouver nements, de boven gem:e perzoon, dewelke de voor Legt Neen. „enstaande vraag articulen en antwoorden voorgeleezen zijnde, betuigde daarbij te blij ven persisteeren, begeerende dat daar wyders niets bij of van gedaan mogte werden /:Onderstond:/ aldus gerecolleert aan Cabo de goede Hoop den 2 april 1786 /was getekend:/ dit merk versteld I: W: Ten pas /:lager:/ mij praesent C: van Aerssen Secretaris /:in margine /als gecommitt: /:was getekend:/ G: H: Cruiwagen en Johs Smits Accordeert nier geen Clery ƒ en staande Art: 10 len en deede zeggen dat den voorm: gee: en ged Jan Christoffel frans Ralenbek, als Sergeant, met Een Corporaal en tien soldaaten op Saturdag den 11 ' der gepasseer de maand maart, zijnde gecommandeert geweest 3/ op 't zeehoofd de wagt te houden in de daar op gevolgde nagt 14 sakjes met boonen van gem Zeehoofd en 6 greine balken van de plein voor 't hout magazijn zijn ontstolen gevorden Waar van de boonen 't fransch konings schip Laprerogana en 't hout d'E: Comp: toebehoor 6. / dat op de gedaane recherchen gebleeken zijnde /:/ dat zoo wel de Eene als de andere diefte door 't wagthebbende volk zelve is gepleegd geworden bij de verdere en nadere onderzoekingen is komen te Consteeren dat deze diefstallen dadelijk zijn geper „den Ian Christoffel Frans Ralen beek van Breemen Sergeant Helwich Thiel van Eysenach en Iohannes Marthinus Went van groningen, soldaaten van 't alhier guarnisoen houdende Bataillon, gev en gede in voorsz: Cas ter anderen zyde Compareerde voor den well Achtb: Heer preesident en raade van Iustitie des Casteels de goede Hoop den pro interim Fiscaal Gabriel Exter in Cas Crimineel ter eenre Getreerd 4. a petreerd geworden, door den Corporaal en t soldaaten van de wagt hebbende de in 't hoofde gem:t ged: en ged' al 10. „leenig in zoo verre geparticipeerd 11. / dat den eerstged: en ged' heeft toegelaaten, dat de Corporaal meerdere flessen wijn heeft doen halen Om de noodige manschappen tot zijn doelwit bekwamer te maken en over te halen en hij ged: en ged' door den Corporaal verwit tigd zynde, dat denzelven van zints was, de boonen weg te neemen 14. / in steede van zulx te beletten, en zijn post met dies te meer zorge waarteneemen 15 zig zonder erg heeft nedergelegd om te slaapen, en ons van 11 uuren tot 's anderen daags morgens ongestoord is liggen gebleven voorts zonder eenige navrage van de 16 provenue der boonen's anderen daags Een z van den Corporaal ontvangen heeft waar aan zig de beide andere gedte en ged Thiel en went mede hebben schuldig gemaakt hebbende den eerstens Ex en den anderen vier schellingen voor hunne portie gekregen uit hoofde om de zaake niet te verklik 20 zijnde zij beide egter ter tijd, in welke den deefstal is begaan geworden, op de prits om te slaapen geleegen dat 't eene en 't andere uit de voor Heeren 21 gecommitt uit dezen E: Achtb: raade hinc in de gepasseerde stukken en der ga: en ged gegevene responsiven ampiter en beter komende te blyken 22. den R: O: Eisscher met Uw E: Achtb: Per„ 18 9 missie zig daar aan en de breedere historiam facti nopens de overige mede ga en ged' zal refereeren en nader bemerken dat niet tegenstaande, dat de ged, en ged zig niet directe aan de misdaad des diefstals hebben schuldig gemaakt nog de geringste bij hulpe daar bij gedaan 224 25 hebbende zijl: zig veel meer ten dien tijd neder gelegd gehad, om te slapen 26 Zoo dat zij ten minsten van 't wegnemen, des kouts, niets hebben konnen gewaar worden gelijk zij ook naar 't getuigens, van alle dadigo niet de geringste kennis daarvan gehad hebben 28 Zijlieden egter ten opzigte van 't steelen der boonen niet buiten schuld zullen mogen gesteld worden 't geen inzonderheid omtrend den eerstged: 29 en ged' plaats zal vinden 30 aan welken naar zijn eigen bekentenis door den Corporaal is gezegd, dat hij de boonen wilde weg neemen 1 en nog in factum tegengehouden geworden. dat denzelven niet daarop geantwoord hebbende, maar daarop slapen gegaan zijnde, hij geoordeeld had, vrijheid te hebben van te kunnen doen wat hem goed dagt 32 zoo dat hij ged: en ged:e dis stilzwijgende daarin geconsenteert heeft 33 't geen door de acceptatie van den van den Corporaal daarop aan hem geprce senteerde Ex volkomen bekragtigd word. 34 wel is waar, wat hij eerstged: en ged tot missee zijne ken 23

NL-HaNA_1.04.02_4323_0342 view scan ↗

English

wishes to offer his excuse 5. that the Corporal and the soldiers themselves, as well as the sergeant, must attend to the duty and are thereby accountable, and one must be able to rely on everyone, since the Commander cannot oversee everything 6. and observe all that occurs. For which reason he is obliged to rely upon the reports of others and especially of non-commissioned officers, 38. which can certainly be the case if the remaining circumstances harmonize therewith, which is not the case here. 39. On the contrary, it naturally follows that the Corporal with several men having drunk all too much, and he, the first-mentioned defendant, not having prevented this, 40. it had been his business to have all the more oversight and care that no disorder might arise. Just as he also ought to have had the key of the barrier 41. under his custody as Commander, so as not to be used without his foreknowledge, which carelessness and negligence, paired 42. with the previously alleged circumstances, must cause him to be regarded as a moral cause of both the one and the other theft, 43. which, considered according to all characteristics and circumstances, see the Claim and Conclusion against the remaining co-prisoners, shall merit a rigorous punishment. 44. Which will also chiefly be that which will make the two last prisoners and defendants Thiel and Vaendt punishable; for although they contributed neither directly nor indirectly anything to the commission of the crime itself, they nevertheless appear not to have been without knowledge thereof, and to have willingly enjoyed the benefits thereof. Just as is expressly said of the co-defendant and prisoner Kneest and to their faces, that he had given them the money so as not to be betrayed. And of the last-mentioned and defendant Went himself it is affirmed that he had also wanted to help, thus also had knowledge thereof, but upon his advice went to sleep. It being moreover self-evident that without this reason they would have had no share, and they, in the event of ignorance as to where this money came from, would at least have asked from what or why such was given to them. Whereby then the prisoners and defendants also, not unfairly, must be regarded at least as accessories, who, according to the highly necessary stricter military discipline, can in no way remain unpunished, 53. and consequently the Officer of the Court, Prosecutor, under Your Honorable Worships' better judgment, deems 54. that both the one and the other defendant and prisoner ought reasonably to be punished in a proportionate manner, ad arbitrium Indias. Says: Jan Christoffel Frans Ralenbeek, born says, arrived here in the sixth year with the ship De Morgenster, sergeant since Says: Yes. Wherefore, and for other reasons and arguments to be further deduced in due time and place if necessary, the Officer of the Court, Prosecutor, making his claim, concluded that by definitive sentence of Your Honorable Worships, the defendants and prisoners mentioned in the heading shall be condemned: the first-mentioned defendant and prisoner to be taken to the place where criminal sentences are customary to be executed, and there delivered to the executioner, and having been secured to the gallows with a rope around the neck, to be severely scourged with rods on the bare back, and furthermore to remain banished from these lands for the duration of his life; the two other defendants and prisoners shall be no less severely caned by the sailors of the Honorable Company's equipment yard, and sent to the Indies with the first departing ships from here, with condemnation of all prisoners and defendants in the costs and misen of Justice; or to such other penalties and punishments as by Your Honorable Worships shall be deemed proper. Signed: G. Exter. Whether he did not have the guard on the pier from the 11th to the 12th of this month; and commanded the same as sergeant, the same consisting, besides him, of one Corporal and six privates? How long he, defendant, has been stationed here in the Honorable Company's service, with what ship he arrived, and when promoted to Sergeant? Art: 1 The prisoner's Name, birthplace, age, and rank. Native of Bremen, aged 21 years, rank Sergeant. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the Sergeant Jan Christoffel Frans Ralenbeek, stationed here at the Castle, now the Lord's defendant, who to the adjoining questions answered in such manner as is noted beside each of the same. Articles drawn up and delivered to the gentlemen commissioners from the Honorable Court of Justice of the Castle of Good Hope, in order to be heard thereon at the requisition of the ad interim Fiscal Gabriel Exter, Sergeant Jan Christoffel Frans Ralenbeek of Bremen, stationed under the battalion garrisoned here, now the Lord's defendant, the responses to be given by him to be duly recorded in the margin hereof. Art: 4 months.

Dutch transcription

zijne verschoning wil voorbrengen 5 /: dat den Corporaal en de Soldaaten zelve, zo wel als den sergeant op den dienst moeten pas sen, en daar door aansprekelyk zijn, en ons op een ijder moet kunnen staat gemaakt worden. kunnende den Commandant niet op alles zien 6. en wat er voor gaat gade slaan. — Waarom hij verpligt is, op de rapporten van ande„ „den en bijzonders van onder Officieren te ver 38/ 't geen zekerlijk kan plaats hebben, indien de overige omstandigheedens daar mede harmo „nieeren, dat het geval hier niet is. 39 ter Contrarie volgt natuurlijk, dat den Corpo „raal met eenige manschappen alzee te veel gedron „ken, en hij eerstged: en gede zulx niet belet het bende, 40 / 't zijn zaake was geweest, dier te meer opzigt en zorge te hebben, dat er geen disordre ontstaan mogt. gelijk hij ook de sleutel van 't barriere 41 onder zijn berusting als Commandant had behooren te hebben, om zonder zijne voorkennis niet gebruikt te worden welke zorgeloos en nalatigheid, gepaard 42. met de voor geallegeerde omstandigheedens hem moeten doen aanmerken, als eene Causem. moralem, zo wel van de een als andere diefstal 43/ dewelke naar alle eigenschappen en omstandig heeden geconsidereerd, Jvede Eisch en Conclusie tegens de overige mede gev'/ een rigoureuse Straffe zal meriteeren. 44. / 't. geen ook voornamentlijk zal zijn, dat de byde laatste gev: en ged Thiel en vaendt zal Strafbaar maken, trouwen want hoewel zijl: nog directe nog indirecte iets tot 't pleegen der misdaad zelve bijgedra „gen hebben geby zo schynen zy dog niet zonder henres 46 daarvan geweest te zijn, en willig daarvan ge nooten te hebben. gelijk uitdrukkelijk van den mede ged: en ged' kneest en in hunl: facien gezegd word dat hij aan hunl: 't geld gegeven had, om niet verklikt te worden. en van den laatstged: en ged' Went zelve ver 48. zekerd, dat hij mede had willen helpen, dus ook kennis daarvan gehad, dog op zijn aanna den, was slapen gegaan. zijnde 't bovendien van zelve begrijpelijk dat zonder deze reden zij geen portie zouden gehad hebben en zijl: bij onwetenheid, waar dit geld van daan komt, ten minsten zouden gevraagd hebben, van wat, of waarom hun zulx gege ven word. waar door dan de gev: en gede mede niet on billijk voor keelers ten minste als zoda nige Perzoonen zullen moeten aangemerkt worden. dewelke naar de hoogstnodig scherpere 52 disciplin der militairen, op geenderleijwijze ongestraft kunnen blijven 53. en in diergevolge den R: O: Eisscher /onder uwelEd: achtb: beter oordeel vermeend 54 dat zo wel de eene als de andere ged: en ged: op eene eevenredige wijze, ad abitarum Indias billijk zullen behooren gestraft 50. 45 te 45. 53 te worden. Zegt. Jan Christoffel Frans Ralenbeek geboor zegd, in 't zesde Iaar hier te zijn aangeland met het schip de morgen Legt: Ja. Mits welken en en dere redenen en middelen in tijd en wijle / is 't nood (nader te deduceeren den R: O: Eisscher Eisch doende Concludeerde dat bij definitive vonnis van UwelEd: Achtb: de ged: en gede in 't hoofde gem: zullen werden gecondemneerd. den eerstged: en gede omme ge„ bragt te worden ter plaatze alwaar men gewoon is crimineele Sententien ter uitvoer te brengen en aldaar aan den Scherpregter overgeleverd, en met de koorde om de hals aan de galg vastge„ „maakt zijnde, met roede op de bloote rugge strengelijk gegeeveld te worden, en voorts voor den tijd zijnes levens, uit deze lan„ „den gebannen te blijven; zullende de beide andere gede en gede door de matroosen van 'S E: Comps Equipage werf, niet minder„ strengelijk gelaatst, en met eerst van hier vertrekkende Scheepen naar Indien verzon den worden, met Condemnatie„ aller geve en ged in de kosten en 1 missen der Iustitie; ofte tot alzulke andere poenen en stroffen als van Uw: E: Achtb: zal bevonden worden te behoren /:was getekend:) G: Exter. „ster, sergeant zedert of hij niet van den 11 tot den 12 dezer op 't zeehoofd de wagt heeft gehad; en dezelve als sergeant heeft gecommandeerd, bestaande de zelve buiten hem uit één Corporaal en so gemeenen! Hoelang hij ged:s in 's E: Comps dienst alhier bescheiden is, met wat schip hij is aangeland en wanneer tot Sergeant bevor derd. Art:1 des gev: Naam, geboorte plaats ouderdom en qualiteijt „tig van Breemen, oud 21 Iaaren, qualiteijt Sergeant. Compareerde voor ons ondergetekende ge „committ: uit den E: Achtb: raade van Iustitie dezes gou vernements den ten Casteele al hier bescheidenen Sergeant Ian Christoffel Frans Ralenbeek thans 's Heeren ged: dewelke Op de nevenstaande vraagen zodanig geantwoord heeft als beziden een ijder derzelve aangetekend staat Articulen gedaan maken en aan heeren gecommitt: uijt den E: achtb: raade van Justitie des Casteels de goede Hoop overgegeven, omme ter requisitie van den ad interum fiscaal Ga briel Exter, daarop gehoord en te worden den onder 't alhier guarnisoen houdende bataillon bescheidenen Sergeent Jan Christoffel Frans Ralenbeek van Breemen thans 's Heeren ged: zullende deszelvs te gevene responsive in margine dezer behoorlijk worden bekend gesteld. Art: 4 maanden. ƒ

NL-HaNA_1.04.02_4323_0344 view scan ↗

English

Article 4 Whether he, the defendant, did not see that the Corporal of the guard, Ian Kniest, had several bottles of wine brought and treated some of the guard personnel. States: that he saw that the Corporal had a bottle of wine fetched in the morning and one in the afternoon, and heard that in the evening even more wine was fetched, which, however, was drunk without his knowledge. Article 4½ Whether this did not take place with his, the defendant's, own prior knowledge, and whether he also drank along. States: that the two aforementioned bottles were fetched with his knowledge, and that he, as well as the rest of the guard personnel, drank from them. Article 5 Whether one or the other also became intoxicated thereby, and what time he, the defendant, went to sleep. States: to his knowledge no one, but who became intoxicated during the night he does not know, and that he went to sleep at 11 or 11½ o'clock. Article 6 Whether he, the prisoner, then did not see that the Corporal took the key from the guardhouse to open the barrier and take away 14 small bags of beans. States: not to have seen such. Article 7 Whether it was not then said to him, the defendant, by the Corporal, that he would take those beans away. Appeared the Corporal, who said to him in his face that he had indicated to the Sergeant that he wanted to do it, that the latter had answered him nothing thereto, whether he could do it or leave it. The interrogated says such is true. Article 7½ Whether he also knew of this, that the said Corporal with some soldiers, besides the beans, would also steal wood from the Honorable Company, and that they actually did so. States: No. Article 8 Whether he, the defendant, then did not notice that personnel, with the Corporal, were absent from the guard for a long time. Says: No. Article 9 How he, the defendant, could sleep through the night, since it is incumbent upon him as Commander of the guard to look after the posts and see that everything is in order. States: that everything was still in order when the officer making the rounds came to his guard, and that in this manner this could happen to the most innocent. Article 10 Whether he, the defendant, was not therefore and deliberately so negligent in order to give the Corporal with his comrades more freedom. States: that he went to sleep because it was already late, and that it would not have occurred if he had stayed awake, and that he had previously told the Corporal not to do it. Appeared the Corporal, who said to him in his face that the Sergeant had said nothing to him, and he had concluded therefrom to be able to do what seemed good to him. The defendant persists in his statement that he told the Corporal to leave it alone. Article 11 Whether he, the defendant, on that account, did not receive and accept a rixdollar from the Corporal the following day. States: to have received the rixdollar without knowing what for, that the Corporal had been drinking when he gave the rixdollar, and says that it sometimes happens that one gives the other money for safekeeping. Article 12 Whether he, the defendant, must not confess to have greatly neglected his duties and acted contrary to the same, and thus to be an accomplice to the above-mentioned crimes, and as Commander of the guard, to have thus made himself all the more punishable. Says: Yes. Says: that this is natural if it had occurred with his knowledge, that he must rely on his sentries, since he himself cannot stand sentry. Article 13 What he, the defendant, will know to offer in his defense. States: to acknowledge as his only fault that in the morning he did not ask where the beans had gone, that he had to be able to rely on his Corporal and sentries, who had made no report thereof to him. Underneath stood: Thus questioned and answered at Cabo de Goede Hoop the 29 March 1786 before the Honorable Salomon van Echten and Iohannes Matthias Bletterman, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who duly signed the minute hereof together with the prisoner and me, the Secretary. Lower: Which I witness. Was signed: C: van Herssen, Secretary.

Dutch transcription

Legt: dat hij heeft gezien Art: 4 Regt: Neen Art: ½ was, toen de officier die dat den Corporaal des morgens een vles wijn en een des agter middags heeft laaten halen, en gehoord heeft dat er 's avonds nog meer wijn gehaald is, welke egter buiten zijn weeten gedron getracteerd. zegt: dat de twee Vlessen voorm: met zijn weeten gehaald zijn, en dat hij en zo wel als 't overige wagtsvolk van heeft gedronken. Legt: bij zijn weeten niemand, dog wie er s nagts is beschonken geraakt niet te weeten dat hij ten 11 uuren of 212 is gaan Slaopen. Legt: zulx niet te hebben gezien. of hij gev: dan niet heeft gezien dat den Corpo raal de sleutel uit de wagt heeft genoomen om t Barriere te openen en 14 Zakjes niet bonen weg te neemen! de ronde, deed aan zijn wagt kwam en dat dit op deze wijze de onschuldig te kon overkomen. Legt: Neen! Zegt Neen. of hij ook daarvan heeft geweeten, dat gem: Corporaal met eenige Soldaaten buiten de boonen nog hout van d' E: Comps steelen zouden, en zyl: zulx wezendlijk gedaan hebben. of hij ged: dan niet is gewaar geworden, dat er volk, met den Corporaal langen tijd van de wagt absent is geweest 10. kecnnen doorslapen, daar 't hem als Commandant van de wagt opligt om naar de pos ten te zien en dat alles in ordre is. Legt: dat alles nog in ordre hoe hij ged: de nagt heeft Of ook de een of de andere daar door beschonken is geraakt, en hoe laat hij ged: is slaapen gegaan. of zulx niet zelve met zijn 's ged: voorkennis is geschied, en hij ook heeft mede gedronken. Of hij ged: niet heeft gezien dat den Corporaal van de wagt Ian Kniest heeft verscheidene vlessen wijn laaten haalen en eenige van 't wagtsvolk heeft of aan hem ged:s dan niet door den Corporaal is gezegd „raal, dewelke hem in facie geworden, dat hij die boonen Zeede, dat hij aan den „zoude weg neemen! Sergeant had te kennen ge geeven dat hij het doen wilde, dat die hem niets daarop geantwoord had, of het doen of laaten kon. de geor: zegt zulx waar te zijn. Compareerde de Corpo Art. 7½ ken is. 8 9 20 Art. 11. zegt Ja. Zegt dat dit natuurlyk of hij ged: niet daarom en Legt dat hij is gaan opzet zoo nalaatig is slaapen om dat het geweest, om aan den Corpo„ reets laat was, en dat het niet zoude zijn voorge„ „raal met zijne maats „vallen indien hij wakker meer Vrijheid te geeven! was gebleeven en dat hij te vooren aan de Corpo„ „raal gezegt had, om het niet Compareerde, den Corporaal die hem en facie zeide, dat de Sergeant hem niets had gezegd, en hi daaruijt beslooten had, te kunnen doen wat hem goeddagt. den ged:e persisteert bij zijn gezegde, dat hi den Corporaal heeft gezegd, om het te laaten staan of hij ged: van den Corporaal Legt: den Rixd: ontvan„ uit dien hoofde des anderen „gen te hebben, zonder te daags niet een ryxd: heeft weeten waarvoor, dat de Corporaal gedronken heeft ontvangen en aangenoomen: toen hij den rijx gaf en ont het zomtyds gebeurd dat den een den ander geld in bewaaring geeft. of hij ged: niet bekennen moet zijne pligten zeer verzuijmd en teegens dezelve gehandeld te hebben En zig dus aan de boven gem: misdaden mede schul is, als 't met zijn wee„ „ten was voorgevallen dig, en als Commandant van dat hij op zijn Schild de wagt, dus te Strafwaar wagten vertrouwen moet diger te hebben gemaakt. de wijl hij zelvs op schild wagt niet kan staan. wat hij ged: tot verschooning Legt voor zin eenige sout te erkennen, dat van hem zal weeten aante hij 's morgens niet heeft geeven gevraagd, waar de boonen gebleeven waaren, dat hy op zin Corporaal en schildwagten moest kunnen staat maken, die er hem geen rapport van hadde gedaan /:onderstond:/ Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede Hoop den 29 Maart 1786 voor d' E E Salomon van Echten en Iohannes Matthias Bletterman leeden uit den E: Achtb: Raade van Justitie voorm:, die de minute dezer benevens den gev: ende mi Secretaris mede behoorlijk hebben ondertekend /:lager:/ 'T welk ik getuige /:was ge„ „tekend:/ C: van Herssen Secretaris Art: 15 is gem: vrte te doen. 2

NL-HaNA_1.04.02_4323_0346 view scan ↗

English

Verification have given words as is noted beside the same. 1 Helwich Thiel, born of SaxenKeysenach, aged 23 years, quality soldier. 1. been here ten months, arrived with the ship 't Zeepaard. 2. Johannes Marthinus Went of Groningen, aged 26 years, quality soldier. 2. been here ten months, arrived with the ship 't Zeepaard. Appeared before the undersigned delegates from the Honorable Council of Justice of this government, the abovementioned Sergeant, who, the prescribed interrogatories and answers having been read out, declared that he persisted therein, desiring that nothing further should be added or subtracted. was signed below: At Cape of Good Hope, the 4th of April 1786. was signed: Ralenbeek. lower down: in my presence, signed: C: van Aerssen, Secretary. in the margin: as delegates, was signed: G: H: Cruywagen and Joh Smits. Articles drawn up and handed over to the Gentleman Delegates from the Honorable Council of Justice of the Castle of Good Hope, in order to examine the soldiers Helwich Thiel and Johannes Marthinus Went upon them at the requisition of the ad interim fiscal G: Exter, which persons gave the adjoining interrogatories such answers as are noted beside them. Persons: Helwich Thiel of Saxen Heijsenach and Johannes Marthinus Went of Groningen, both soldiers of the Jäger Corps stationed in garrison here, currently the Honorable Court's prisoners, their responses to be given shall be properly recorded in the margin of this document. Article 1 The prisoner's name, birthplace, age, and capacity. 1. Helwich Thiel born of Saxen Heijsenach, aged 23 years, capacity soldier. 2. Johannes Marthinus Went of Groningen, aged 26 years, capacity soldier. Article 2 How long the prisoner has been in the Honorable Company's service and stationed here, and with what ship he arrived. 1. been here ten months, arrived with the ship 't Zeepaard. 2. been here ten months, arrived with the ship 't Zeepaard. Article 3 Whether he, the witness, did not stand guard on the pier from the 11th to the 12th of this month. 1. says Yes. 2. says Yes. Article 4 Whether 14 small bags of beans were not set down on the pier by a Frenchman and left there. 1. says not to have seen this. 2. says to have seen some small bags standing there in the evening, but not to know how many. Article 5 Whether he, the prisoner, did not see in the morning that the beans were gone. 1. says No, and did not know that they had been there. 2. says to have seen in the morning that they were gone. Article 6 Whether he also saw or heard in what manner the beans were taken away. 1. says No. 2. says to know nothing about it, as he was lying asleep on the wooden bunk. Article 7 Whether he, the prisoner, did not also point out that the beans were carried off by the Corporal with some soldiers. 1. says No. 2. says No. Article 8 And that they also stole wood from the Honorable Company. 1. says No. 2. says No. Article 9 In what manner he became aware of this, and whether he gave notice thereof to the Sergeant as Commander of the guard. Lapses. Article 10 Whether he did not receive money from the Corporal, and how much it was. 1. says to have received a Rijksdaalder from the Corporal, in the belief that it was a present given to the guard. 2. says to have received four schellingen, which he had earned for washing and other work. Appeared the Corporal, who said to his face that he had indeed known about it, but that he had later gone to sleep on his advice, and that he had also given him the four schellingen to keep quiet. The prisoner persists in the negative, and says that the Corporal can say a lot, which nevertheless does not have to be true. Article 11 What further knowledge he, the prisoner, has regarding this. 1. says to have no knowledge of this at all. 2. says to know nothing about this, that he earned the four schellingen that he received. Article 12 Whether he, the prisoner, knows to state anything further for his excuse. 1. says No, that he accepted the rijksdaalder for the reasons mentioned above, because the English admiral went on board. 2. says to be innocent, and to have no part in the entire matter. Article 13 Whether he must not confess to have neglected his duty, and thus to be deserving of punishment. To the 2nd: as above.

Dutch transcription

Recollement woorden gegeeven hebben als bezyde dezelve aange „tekend staat. 1 Helwich Thiel geboren 1. / tien maanden alhier geweest Compareerde voor de ondergetekende gecommitteerdens uit den E: Achtb Raade van Justitie dezes gouver nement, de bovengemelde Sergeant dewelke de voorschreeven vraagcertieu „len en antwoorden zijnde voorgeleezen betuigde daarbij te blyven persisteeren begeerende dat daar verders niets bij of af zoude gedaan worden. /:onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop den 4. april 1786 /:was getekend:/ Ralenbeek /:lager:/ mij Praesent /:getekend:/ C: van Aerssen Secretaris /:in margine:/ als gecommitt:s /:was getekend:/ G: H: Cruwwagen en Joh Smits: 1. zegt Ia Articulen gedaan maken 2. /. zegt Ja. Compareerde voor ons en aan Heeren gecommitt ondergetekende gecommitt uit den E: Achtb: Raade uit den E: Achtb: raad van Justitie des Casteels van Iustitie dezes gou„ 1.:/ zegt: zulx niet te hebben de goede Hoop, overge„ „vernements, de soldaa geven, omme ter requisitie „ten Helwich Thiel en 2. / zegk: wel eenige zakjes van den ad interim fis Johannas Marthinus 's avonds te hebben caal G: Exter daarop ge Went dewelke op de zien staan dog niet hoord te worden de te weeten hoe veel. nevenstaande vraag articulen zodanige ant„ gezien. Of niet van een franschman 14 zakjes met boonen op 't hoofd nedergezet en aldaar zijn gelaaten geworden! of hy get: niet van den 11 tot den 12 dezer de wagt op 't zeehoofd heeft gehad. hoe lange hij ged: in 's E: Comp: dienst en alhier be met 't schip 't Zee scheiden, en met wat Schip paard aangeland 2 tien maanden alhier geweest hij aangeland is! met 't schip: 't Zeepaard aangeland. der gevn naam, geboorte plaats van SaxenKeysenach oud ouderdom, en qualiteijt. 23 Jaaren, qualiteit soldaat 2. Iohannes Marthinus Went van Groningen, Oud 26 jaar, qualiteit soldaat: Perzoonen van Helwich Thiel van Saxen Heijsenach, en Iohannes Marthinus Went van Groningen beide soldaten. van 't alhier guarnisoen houdende JagerCorps thans 's Heeren ged: zullende deszelvs te gevene res ponsiven in margine dezer be hoorlyk worden bekend gesteld. „woorden Perzoonen Art: 5 Art:1 2. Zegt niets er van te weeten wijl hij op de brits heeft 1. zegt: Neen 2. Zegt Neen! 1: zegt Neen! 2. Zegt Neen Vervalt. 7: zegt: Een Ryxdaalder 2. zegt: 'S morgens te hebben gezien datze weg waaren 1Zegt: Neen! leggen slaapen te hebben, dat ze, daar Art: 5 of hij gev: niet 's morgens ge zien heeft, dat de boonen weg waaren. Of hij ook wel heeft gezien of gehoord op hoedanige wijze de booven zijn weggeraakt. of hij ged: niet mede heeft geweezen dat de boonen door den Corporaal met eenige soldaa ten zijn weggebragt geworden. En dat zijl: ook hout van d' E. Comp=es ontstoolen hebben 2 8. Op hoedanige wijze hij zulx is gewaar geworden, en of hij den Sergeant als Comman dant van de wagt daarvan heeft kennis gegeven! Of hij niet van den Corpo Traal geld heeft ontvangen van den Corporaal te hebben ontvangen in hoe veel 't geweest is. de gedagten dat het een preesent was aan de magt gegeeven Ten 2: als Vooren. of hij niet bekennen moet 1: zegt: Neen dat hij de zynen pligt verzuijmd te heb rijx: heeft aangenomen om reedenen boven vermeld ben, en dus strafwaardig te om dat de Engelsche admi zijn! raal aan boord is gegaan 2: zegt: onschuldig te zijn, en aan 't geheele geval geen deel te hebben „ I:zegt: hier in 't geheel te hebben. 2: zegt: hier niets van te weeten dat hij de vier. Schellingen, die hij heeft ontvangen verdiend heeft. wat hij ged:e meer voor we„ geen wetenschap van tensch op hier omtrend heeft Art: 11 2: zegt: vier schellingen te hebben ontvangen die hij voor wassen en ander werk verdiend had, Compareerde de Corporaal dewelke hem in facie zeide dat hy er wel van geweeten had, dog dat hij naderhand Op zijn aanraden was gaan slaapen, en dat hij hem ook de vier schellingen had gegeven om stil te zwygen de gev: persisteerd bij de negotive, en zegd dat de Corporaal veel kan zeggen, wat egter niet waar behoeft te zijn. — Of hij ged: iets meer tot zijne verschooning weet aan te geeven!. 1. Zogt: neen, en niet geweeten geweest waaren. 10. 13. 12.

NL-HaNA_1.04.02_4323_0348 view scan ↗

English

Below was written: Thus questioned and answered at Cabo de Goede Hoop on 29 March 1786 before the Honorable Salomon van Echten and Johannes Matthias Bletterman, members from the Honorable Council of Justice aforesaid, who, together with the prisoner and me, the Secretary, have properly signed the minute of this. Lower: Which I witness. Was signed: C. van Aerssen, Secretary. There appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government the above-mentioned persons, to whom the preceding interrogation articles and answers having been read, affirmed that they adhere and persist thereto, desiring that nothing further be added to or taken away from it. Below was written: At Cabo de Goede Hoop on 4 April 1786. Was signed: Helwich Thiel and this mark made by Joh. Marth. Went. Lower: in my presence, and signed: C. van Aerssen, Secretary. In the margin: as commissioners, was signed: G. M. Cruywagen and Joh.s Smits. Reconfirmation. Whereas Jan Kniest of Doesburg, aged 26 years, Corporal; Gerrit Ekhard of Aken, aged 21 years; Johan Pieter Meyer of Harburg, aged 22 years; Jan Maurits Willem Otterman of Hanover, aged 28 years, soldiers of the battalion garrisoned here; Jan Christoffel Frans Ralenbeek of Bremen, aged 21 years, Sergeant; Hendrik Philip Borst of Bacharach, aged 21 years; Salomon Heinrich of Schorndorf, aged 23 years, soldiers of the aforesaid battalion; and the sailor Jan Willem ten Pas of Doesburg, aged 26 years, currently prisoners of the Lord, have voluntarily confessed, and it has evidently appeared to the Honorable Council of Justice of this Government: That the first prisoner Jan Kniest, as Corporal under the 5th prisoner, Jan Christoffel Frans Ralenbeek as Sergeant, having been commanded with ten men common soldiers on Saturday the 11th of the month of March last past to keep the watch on the jetty, when in the evening 14 small bags of beans were brought there by a non-commissioned officer of the French Royal Corvette La Prévoyance which had departed from this roadstead, and because it was already late, were left on the jetty, the 1st prisoner Kniest took it into his head to steal the said beans, and in order to better achieve his aim, had some bottles of wine fetched, with which he treated the watchmen, but especially those whom he wished to employ to assist him in his intention, who consequently having become somewhat affected by it, the second, 3rd, 4th, and 6th prisoners Ekhard, Meyer, Otterman, and Borst, together with the soldier Adam Maas, who happened to pass away during these proceedings, by

Dutch transcription

/:Onderstond:/ Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede hoop den 29 Maart 1786 voor d' Ed Salomon van Echten en Iohannes Matthias Bletterman leeden uit den E: Achtb: raade van Iustitie voorm:t die de minute dezer benevens de ged: en mij Secretaris mede behoorlijk hebben ondertekend /:lager:/ 'T welk ik getuige /:was getekend:/ C: van Aerssen Secretaris Compareerde voor de ondergetekende gecom„ mitteerdens uit den E: Achtb: Raade van Justitie dezes Gouvernements de bovenge melde perzoonen, dewelke de voorenstaan „de vraag-Articulen en antwoorden voorge „leezen zijnde betuigde daar bij te blijven Persis „teeren begeerende dat daar wijders niets bij of af zoude gedaan worden /:onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop den 4 april 1786. /:was getekend:/ Helwich Thiel en dit merk Steld Joh: Marth: Went /:lager:/ mij preesent /:en getekend:/ C: van Aerssen Secretaris /:in margine:/ als gecom „mitteerdens /:was getekend:/ G: M: Cruima „gen en Johs Smits. Recollement. Vademaal Ian Kniest van does„ „burg, oud 26 Iaaren Corporaal, gerrit Ek„ „hard van Aken oud 21 Jaare Iohan Pieter Meyer van Harburg, oud 22 Iaren Ian Mau„ „rits Willem otterman, van Hanover oud 28. Jaaren, soldaaten van 't allier guarnisoen houdend Bataillon, Ian Christoffel Trans Ralenbeek van breemen oud 21 Jaaren Sergeant Hendrik Philip Borst van Bachanach, oud 21 Jaaren, Salomon Heinrich van Schor„ „rendorff, oud 23 Jaaren soldaten, van voorm: Bataillon en den Mattroos Jan Willem ten Pas van doesburg, oud 26 Iaaren, thans 's Heeren geve) vrywillig beleeden hebben, en den E. A. Raad van Iustitie deeses gouvernements Evident gebleeken is. — Dat den Eersten geve Jan Kniest als Coporaal onder den 5 geve, Ian Christoffel Frans Ralen„ „beek als sergeant met Thien mannen gemeene soldaaten op Zaturdag den 11 der Maand Maart Laatstleeden zynde gecommandeert geweest om op het zeehoofd de wacht te houden, als avonds aldaar door een onder officier van de van deese Rheede vertrockene Fransche konings Corvette 24 Prerogance. 14 sakjes met boonen aange„ „bragt en om dat het reeds Laat was, op het hoofd gelaten geworden zynde/ de 1=en gev„e kniest zig heeft laaten int zen koomen gemelde boonen te ontsteelen en om deste beefer tot zijn oog„ „merk te geraaken, eenige flessen wijn heeft laaten haale daarmede het wagtsvolk, doch wel voor„ „naamentlijk die geene welke hij wilde Emploij¬ „eeren, om hem in zijn voornemen behulpzaam te zijn, heeft getracteerd, dewelken gevolglijk eenig sints daar door bevangen geworden zijnde de tweede 3: 1 en 6 gev„e Ekhard, Meijer, Osterman, en Borst beneevens de soldaat Adam Maas /: dewelke hangende deese proceduures is koomen te overlyden, door 2 5

NL-HaNA_1.04.02_4323_0349 view scan ↗

English

were requested by the 1st prisoner Kniest to help him take away the aforementioned beans, with the addition that he wished to do so before someone else might come to take them away, as they had not been handed over to the guard. That they having consented to this, the 1st prisoner Kniest, pursuant to all this, around eleven o'clock at night took the key to the barriers from the guardroom, opened the small door of the same, and placed a bean bag outside the barrier; furthermore spoke with the sentries of the Regiment of Neuron who stood near the sea pier, and having promised the same a gratuity so that they would not be disadvantageous or obstructive to them in the execution of their plan, they, the 1st, 2nd, 3rd, and 4th prisoners, picked up the bags with beans, brought them behind the works to the beach, and buried them there in the ground, while the 6th prisoner Borst remained as sentry on the pier. That after perpetrating this theft, the first prisoner Kniest dared further to venture, between 1 and 2 o'clock in that same night, to take the 2nd prisoner Ekhard with him to the cooper's shop, in order to relieve the 3rd prisoner Meijer standing on sentry duty there, to steal with him beams of the Honorable Company lying on the square in front of the timber warehouse and handed over to the guard; from which they then also took 4 pieces, and brought them to the house of Christiaan Knoet, where the 8th prisoner Ten Pas was then residing, they having been assisted therein by the 4th prisoner Otterman, who stood as sentry near the timber, upon prior assurance of the 1st prisoner to his accomplices that he took the matter upon himself and whatever came of it was on his account, as he was Corporal of the guard, while the said Ten Pas was no less ready to receive them directly and to store them at his house. That the following day, the stolen beans having been sold by the 1st prisoner Kniest to the servant of the Battalion Cook Wanner, namely the 7th prisoner Heinrich, for 16 rix-dollars, he, the 7th prisoner, after the beans had been dug out from under the ground by the 1st, 2nd, 3rd, and 4th prisoners and put together in 11 bags, had them fetched by 4 boys of the 1st prisoner, received them, and had them carried to the house of the aforesaid Wanner, while the first prisoner also went thither and received the money agreed upon for them, having divided the same in such manner that the 3rd prisoner Meijer received 3 rix-dollars, the 2nd and 4th prisoners Ekhard and Otterman, as well as the above-mentioned deceased Maan, each 2 rix-dollars, and the 6th prisoner Borst one rix-dollar, he having in addition given to the sergeant or 5th prisoner one rix-dollar, an equal sum to the soldier Plies, and four schellingen to the soldier Went (which two last-mentioned have also been condemned according to their deserts), while the stolen timber remained as yet unsold, and nothing was received for it. That the 5th prisoner Jan Christoffel Frans Kalenbeek participated in this theft to such extent that he permitted the 1st prisoner to have several bottles of wine fetched, in order to make the necessary men all the more pliant to his purpose and to persuade them the sooner; and having been informed by the 1st prisoner that the same intended to steal the beans, instead of preventing such (and observing his post with all the more care), gave no answer thereto, but on the contrary carelessly went to lie down to sleep; and although he, the 5th prisoner, pretends to have advised the 1st prisoner against it, nevertheless only got up the next morning. That

Dutch transcription

door den P„le gev; kniest zijn aangezogt geworden hem de voorm: boonen te helpen wegneemen, met byvoeging zulx te willen doen eer een ander mogt koomens om die weg ten nemen, dewil dezelve aan de wacht niet waaren overgegeeven,— Dat zyl: hier in bewilligd hebbende de P„r gev„ kniest ingevolge, van alen, om streeks Elf uuren des nagts de sleutel van de barnieren uyt de wacht gehaald de kleijne deur van deselve go„ „pend en ren boone buyten de barriere gezet voorts met de schildwaahts van 't Regement van Neuron die bij het zeehoofd stond, gesprooken, en den zelven een douceur beloofd hebbende, om hunlie„ „den in 't effectueeren van hun voorneemen niet nadeelig of hinderlijk te zyn, zi 1e 2e, 37 en 4e, ged„e de zakjes met bonen hebben opgenoomen, achter de werken aan het strand gebracht en aldaar in't Land begraaven terwil de 6„e geo„„ Borst als schildwacht op het hoofd gebleeven is. Dat na het perpetreeren van deese diefttal den eersten gev„e kniest zig nog heeft durven verstouten, tusschen 1 en 2 uuren in die zelvde nacht den 2„de gev„e Ekhard met zich na de kuijpers win„ „kel te neemen, ten eynde de 3: en gev„e Meijer al„ „daar op schildwaart staande aftelossen om met den zelven balken van de E: Comp:e op het pleijn voor 't hout magazijn liggende, en aan de wagt overgegeeven, te steelen waarvan zij dan ook t stuks weggenoomen, en bij den, int huijs van Christiaan knoet, als toen woonende &a gev„e Ten Pas, gebracht hebben zijnde zyl: door den 4„en gev„e otterman, dewelke bij het hout of schildwagt stond, meede daarin geholpen ge„ „worden, op voorafgegaane verzeekering van den s„ten gev„e aan zine meede plichtigen, dat hij de zaak op zig nam en wat er van kwam, voor zijn reekening was, alzoo hij Corporaal van de wagt was, terwijl gem: Ten Pas niet minder gereed is geweest, dezelve directelijk te ontfan„ „gen, en ten zynen huijze te bergen. — Dat des anderen daags de ontslootene boonen door de Ste gev„e kneest aan den knegt van den Batuillons Kok wanner off de 7„den gev„e Heinrich voor 16 ryxdaalders zynde verkogt geworden hij 7„den gev„e ook dezelve boonen, na dat die door den P„lr 2:en 3„en en 4e gev„ van onder het Land uijtgehaald en te zaamen in uzakken gedaan. waren; door 4 Jongens van de P„te geve heeft la„ „ten haalen, in ontfangst genoomen, en na't huijs van voorsz: wanner Laaten draagen, terwijl den Eerste geve„ meede derwaards is gegaan ent daarvoor g'accordeerde geld ontfangen heeft hebbende het zelve in deezervoegen verdeeld dat den 3en Gede Meijer 3 Rixdaalders heeft genooten, de 2„den en 4„den gev„l Ekhard Otterman, als meede de boovengem: Overleeden Maan yder 2 Ryxdaalders, en de P„te gev„e Borst een Rixdaalder hebbende hij daar en boven aan den sergeant of 5 geve een Rixdaalder eene gelyke somma aan den soldant Plies en vier schellingen aan den soldaat went gegeeven /:welke twee Laatstgem: meede na verdienste gecondemneerd zijn: / terwijl het gestoolen hout noch onverkogt gebleeven, en niets daarop ontvangen is. — Dat den 5„den Geolt Jan Christoffel Frans Ralenbeek in deese diefstat in zoo verre heeft geparticipeerd, dat hij heeft toegelaaten, gev„e meer flessen wijn heeft dat den 1 laaten haalen, om de nodige manschappen tot zijn doelwit des te bekumer te maaken, en te eer over te haalen en door den s„ten gev„e ver„ „wittigd zynde, dat dezelve van zints was, de boonen te steelen, in steede van zulks te beletten:/ en zijn post met dies te meer zorge waarteneemen, daarop niets heeft g'antwoord, maar in teegendeel onbezorgd is gaan leg„ „gen slaaper en of schoon h:j 5 d gev„e voor„ „geeft de S„te geot zulx ontraaden te hebben, echter des anderen daags morgens eerst is Dat opgestaan

NL-HaNA_1.04.02_4323_0350 view scan ↗

English

stored, and furthermore without making any inquiry as to where the beans might have gone, received a Rixdaalder from the first-mentioned prisoner. That the following day, the perpetrated theft of both the beans and the wood being discovered, the prisoners were therefore arrested and subsequently delivered into the hands of Justice. But whereas such willful theft in a Country where Law and justice are maintained cannot by any means remain unpunished, but must be punished according to the findings of the case as an example and warning to others. Thus it is that the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, serving on this day, having read and considered with emphasis the written Criminal Claim and Conclusion made and taken by the Fiscal pro interim the Honorable Gabriel Exter in his official capacity upon and against the prisoners, together with having noted everything that served the matter and could move Their Worships, administering Justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, have condemned the prisoners as Their Worships condemn the same by these presents, to be brought to the place where it is customary here to execute criminal sentences, there the 1st, 2nd, 3rd, 4th and 5th prisoners being delivered to the executioner, the 1st prisoner Jan Kniest, his eyes being blindfolded and kneeling down before a heap of sand, to be struck over the head with a bare sword, and furthermore to be banished to Robben Island, to labor there for the term of his life without wages on the Honorable Company's public works; the 2nd, 3rd and 4th prisoners, Gerrit Ekhard, Johan Pieter Meijer, and Jan Maurits Herman Otterman, being tied to a post, severely flogged with rods on the bare back, and furthermore to be banished likewise to Robben Island for the term of five consecutive years, in order to labor there for nothing on the Honorable Company's public works, and after expiration of those 5 years to be banished forever from these Lands and the jurisdictions thereof; the 5th prisoner Jan Christoffel Frans Ralenbeek, being degraded from his rank, likewise tied to a post, severely flogged with rods on the bare back, and further to be banished forever from these Lands and the jurisdiction thereof; and the 6th prisoner Hendrik Philip Borst to behold the actual execution of the aforesaid condemnation and thereafter to be caned by the Caffers in the presence of Commissioners from this Honorable Worshipful Council, and furthermore to be banished forever from these Lands and the jurisdictions thereof; the 7th and 8th prisoners Salomon Heinrich and Jan Willem ten Pas to also behold the aforementioned actual execution, and subsequently to be sent to the Indies; with condemnation of all the prisoners in the costs and expenses of Justice, and forfeiture of the wages due to the six first-mentioned prisoners from the Honorable Company since the day of their arrest, which was 13 March 1786; dismissing the further or other claim made and taken by the Fiscal pro interim in his official capacity, for reasons. Thus done and sentenced at the Cape of Good Hope on 16 June 1786, and pronounced in the Castle of Good Hope on the 24th of the same month, and executed on the same day. Signed: P: Hacker, J: Smuts, S: V: Echten, A V: Sittert, J: M: Horak, J: M: Bletterman, W: F V: R: V: Oudtshoorn, C: G: Maasdorp, C: L: Neethling, G: H: Meijer, P. De Wet, lower: In my presence, signed: C: V: Aerssen, Secretary. In the margin: Fiat Executio, signed: E: J: van de Graaff. Agrees. B. Weer First Clerk Court Roll Of the Castle of Good Hope Anno 1786 by the Presidial Chamber Criminal No 53 14. la Amsterdam Thursday, 12 January 1786. In the morning. Present the Honorable Worshipful Pieter Hacker, President, and all the Members, with the exception of Colonel Robbert Jacob Gordon and Oloff Godlieb de Wet, as well as the Honorable Lodewijk Christoph Warneck, with the inclusion of the three Burgher Councillors the Honorable Johannes Smuts, Andries van Sittert, and Joh Matthias Bletterman. The burgher Willem Versveld, claimant, against the Fiscal pro interim the Honorable Gabriel Exter, summoned ex officio, to serve with rejoinder to his submitted written replication. The claimant serves with rejoinder as in the writings. The summoned party ex officio says, in order to avoid further prolixity, that he renounces further production, but requests for his consideration a copy of the submitted rejoinder. The claimant, after first having requested a copy of that renunciation, says however immediately thereupon that he likewise renounces further production. The Council keeps this matter under advisement for general review until such time as the submitted depositions shall have been re-examined and sworn to, and read together with the documents. The burgher Reijnier Bapson, claimant, against the Fiscal pro interim the Honorable Gabriel Exter, summoned in his official capacity, to serve with proof upon his claim submitted in his official capacity. The claimant serves with a document signed by several Country People in his favor. The summoned party in his official capacity leaves the matter to the judgment of the Council, renouncing further productions, which the defendant also did. The Council, having considered the matter, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, dismisses

Dutch transcription

opgeslaan, en voorts zonder eenige navraag te doen, waar de boonen moghten gebleeven zijn, van den P„r gec„e een Rixdaalder ont„ „fangen heeft. — Dat des volgenden daags de geperpetieerde diefstal zoo van de boonen als het hout ontrekt zijnde, de gevs overzulks g'arresteerd en vervolgens in handen van Iustitie zin overgeleverd geworden. Maar nademaal diergelijke moed„ „willige diefstal in een Land, alwaar Reeht en gerechtigheijd gelandhaaft wordt, geenzints ongestraff kan blyven, maar ten spiegel en voorbeelde van anderen, na bevinding van zaaken moet worden gepunieerd. — Zoo is 't dat den E Achtb Raad van Jus„ „titie voormeld ten daage dienende met na„ „druk geleesen en overwoogen hebbende, den schriftelijken Crimineelen Eisch en Conclusie door den Pro interim Fiscaal d: E: Gabriel Exter nomini officie op en Jeegens de gev„e, gedaan en genoomen mitsg„s gelet op al het gunt, ter materien was dienende, en hun EE„ Achtb: konde doen moveeren, Recht doende uijt naamen en van weegens de Hoogmogende Heeren Saaten generaal der vereenigde Nederlanden de gev„t hebben gecondemneerd gelijk hun EEE AAchtb„s dezelve Condemneeren mits deezen omme gebragt te worden ter plaatze daar men alhier gewoon is / Cri„ „mineele sententien te Executeeren aldaar den 1s„ten 2e 3„en 4:e en 5 gev„e den scherpregter over„ „gelevert, den 1„en gev„e Ian Kniest zijn oogen geblind, en voor een hoop zand neder gevernield zynde met een bloot zwaard over het hoofd geslagen en voorts ten Robben Eylande geban„ „nen te worden, om aldaar den tijd zijns leevens zonder loon aan 's E Comp„s gemeene werken te arbeyden, de 2„den 3„d en 4e gevl, gerrit Ekhard, Johan Pieter Meijer, en Jan Maurits Herman otterman, aan paal gebonden zijnde Aldus gedaan en gesententieerd aan Cabo des goede Hoop den 16 Junij 1786. mitsgaders gepronuntieerd In 't Casteel de goede Hoop den 24: der zelver maand, en geexecuteerd ten zelve dagen. /was getekend:/ P: Hacker, met roeden op de bloote rugge strengelijk ge„ „geesseld, en voorts voor den tijd van Vijf agter een volgende Iaaren meede ten hebben Eylanden gebannen te worden, ten Eynde aldaar aan 's E Comp„e gemeene werken voor niet te arbeyden en na Expinatie van die 5 Jaren ten leeuwi„ „gen daagen uijt deeze Landen met den zes„ „corten van dien, den 5„en gev: Ian Christoffel Frans Ralenbeek, zijnde van zijn qualiteijt gedegraxeert, insgelijk aan een paal gebon„ „den, met hoeden op de blooten zuggen stren„ gelijk gegeseld, en widers ten eeurigen dagen uyt deese Landen en den ressorte van dien gebannen te worden, mitsg„s den 6:e geven Hen„ „drik philip Borst om den raadelike Executie der voorsz: Condemnatie te aanschouwen en daar na door de Caffers ten overstaan van Heeren gecommitteerdens uyt deese E: Achtb: Raade gelaarsd, en voorts ten Eeuwigen daagen uijt deesen landen en den Ressorten van dien gedannen te worden, den 7„e en 8:e geoe„ Salomon Heinrich en Jan W:m ten pas omme al meede de voormelden dadelyke Executie ten aanschouwen, en vervolgens na Indien ver„ „sonden te worden, met Condemnatie van alle de gevangens in de kosten en misen van Justitie, en afschryving der van de ses Eerstgem: gev„ bij de E Comp„e te goed hebben„ „de gagie zeedert den dag hunner actentie zynde geweest den 13 Maart 1786. ontseggend den Raad de ververen of anderen Eisch bij den pro Interim Fiscaal Ratione offecie gedaan en genoomen, om Redenen. /:onderstond: met Col„s 1 I: Smuts, S: V: Eetten, A V: Sittert, I: M: Ho„ „rak, I: M: Bletterman, W: F V: R: V: Ouats„ „hoorn, C: g: Maasdorp, C: L: Neethling, g: H: Meijert P. Dewet, (lager:) Mij praesents /:getekend:/ C: V: Aerssen, Secretaris /:in mar„ „genen :/ Fat Executie /:getekend:/ E: I: Van de 924aff. Accordeert. BWeer Mer gem Clere Richts Rolle Des Casteels de Goeder Hoop Anno 1786 door de Presidiaale Kamer oremineele No 53 14. la Amsterdam Donderdag den 12' Ianuarij 1786. ' voordemiddags Praesent den E: Agtb: Heer Pieter Hacker Praesident en alle de Leeden demptis de Heeren Collonel Robbert Jacob Gordon en Oloff godlieb de Wet, mitsg„s d' E: Ledewijk Christoph Warneck, assumptis de drie Burger raaden d' EE Johannes Smits, Andries van Sittert en Joh Matthias Bletterman den reqt dient van duplicq Den burger Willem Versveld ut in Scriptis. regt„ den Ex officie gerequireerden xContra 3 segt ter voorkominge van verdere wydloopigheden te renuntieeren, en pro Interim fiscaal St Gabriel Exter gerequireerde van verdere productie, dog tot sijne Speculatie Copia van omme op desselfs ingeleverd de overgeleverde duplicq schriftuur van Replicq te te verzoeken. den reqt. na alvorens Copia Tien dienen van dupdicq van die renunciatie verzogt te heb 6 „ben; Segt egter op stonds daarop mede van verdere productie te renuntieeren. Den raad houd deeze zaak ter rondleesinge in advijs tot tijd en wijlen de overgeleverde verklaringen gerecolleerd en beeedigt, en be nevens de stucken geleesen zijn zullen den reqt. dient van een product Den burger Reijnier Bapson van verscheide Landlieden ten zijnen faveure geteekend. Regt„ Contra. den rat: Officie steld de en pro Interim fiscaal „ zaak aan 's raads oordeel„ T Gabriel Exter ger:g=d omme renuntieerende van verdere op desselfs rat: off: ingeleverde productien 't geen den ged: Eysch te zien dienen van bewijs. ook kwam te doen. Den raad na overweging van zaaken regt doende uijt naame ende van wegens de Hoog mogende Heeren Staaten ge „neraal der verEenigde Nederlanden ont Sigt

NL-HaNA_1.04.02_4323_0354 view scan ↗

English

denies the plaintiff ex officio his claim and conclusion made on and against the defendant, insofar as the monetary fine is concerned; but condemns the defendant to the costs of the lawsuit, with the proviso that the slave boy Fortuijn of Bougies shall nonetheless be judicially sold for the benefit of the defendant, under the express condition that he may never ever come again under the power of the defendant or of his family, with the recommendation to deal more cautiously with his slaves henceforth. The plaintiff exhibits various declarations that attest in favor of the petitioner and the good conduct that he maintains toward his people. The burger Albertus Wijnand Louw, petitioner, against the Fiscal pro interim, Monsr. Gabriel Exter, defendant, summoned to provide evidence in response to his claim submitted ex officio. The plaintiff ex officio submits the case to the judgment of the Council, thus renouncing further productions. The Council, having taken regard of the contents of the submitted declarations, administering justice after deliberation of the matter in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, denies the plaintiff ex officio his claim and conclusion made on and against the defendant; orders that the slave boy Januarij of Bengal shall be returned to the defendant, but condemns the defendant to the costs of this lawsuit. Present as before. Lastly, there was exhibited in Council by Monsr. Gabriel Exter, acting pro interim in the Fiscal office, a pertinent list of all such persons as have faithlessly deserted the service of the Honorable Company in the past year and have absented themselves by flight; requesting that the same might be summoned, pursuant to the prevailing order of the Lords of the High Indian Government, by public tolling of the bell through a peremptory edict; and this on penalty that in case of non-appearance they shall be proceeded against according to law; which request being considered, those persons are accordingly, for the maintenance of justice, summoned in the manner aforesaid to appear in person before us within the time of the forthcoming four weeks, and to come purge and answer for their malicious desertion before this court or its delegates, on penalty that upon failure thereof they shall be proceeded against according to law. Underneath stood: Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence, was signed: C: L. Neethling, Secretary. Thursday the 26 January 1786, before noon. Present the Honorable Pieter Hacker, President, and all the members except the Colonel Robbert Jacob Gordon and the military Captain the Honorable Lodewijk Christoph Warneck, with the three burger councillors assumed. Van Leeuwen serves rejoinder as in writing, furnished with three appendices. The burger Jacobus van Leeuwen as general proxy of the burger David Keyser, plaintiff, against the Landdrost of Swellendam, Monsr. Constant van Nult Onkruijt, defendant, summoned to see service of rejoinder to his reply submitted ex officio. The said Clerk of this Council, required for the ex officio party, says he renounces further productions and requests judgment, which the petitioner also came to do. The Council holds this case under advisement until such time as the submitted declarations shall have been re-examined and, insofar as possible, sworn under oath. Underneath stood: Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence, was signed: C: L. Neethling, Secretary. Thursday the 9 February 1786, before noon. Present the Honorable Pieter Hacker, President, and all the members, except the Colonel Robbert Gordon, together with the Honorable Lodewijk Christoph Warneck and Johannes Marthinus Horak, with the three burger councillors assumed. To the Honorable Pieter Hacker, President, together with the Honorable Council of Justice of this Government. On behalf of the Landdrost of Swellendam, Constant van Nult Onkruijt, the following petition was presented: Honorable Sir, Honorable Sirs, With the greatest respect and in all humility, the undersigned, qualified to manage the affairs of the Landdrost of the Colony of Swellendam, Monsr. Constant van Nult Onkruijt, shows: How the undersigned's principal took the liberty at the beginning of the year 1784

Dutch transcription

productien. segt den ratione Officie Eyjss zijnen op ende Jegens den ged„t gedaanen Eisch en genomene Con ceusie, voor zo verre de geld boete betreft; dog condemneert den ged in de kosten van den processe zullende nogthans den slaven Iongen Fortuijn van bougies, ten voordeele van den ged„e gerechtelijk werden verkogt, onder Expresse Conditie, omme nooijt ofte ooijt weder onder de magt van den gede ofte die zyner famille te mogen komen met recom mandatie om voortaan met zyne slaven voor zigtigen te handelen. den regt„ Exhibeert ver„ scheide verklaringen die tenfa en burger Albertus Wijnand „veure des Reqts en de goede handel Souw reg„t Contra. : wijze die denzelven omtrent zyn den pro Interim fiscaal S„r - gabriel Exter gereg=d omme den ratione officii Eijssr steld de saak aan 's raads oordeel op zijne ratione Officii ingelever renuntieerende dus van verdere de Eysch te zien dienen van bewijs volk houd, attesteeren De Raad reguard genomen hebbende op den Innehouden der Overgeleverde verklaringen, naa overweeging van Saaken Regt doende uit Naame ende van wegens de Hoogmogende Heeren Staaten Generaal der VerEenigde Nederlanden, ontzegt den Rat: Officii Eijsscher zijnen op ende Jeegens den ged„e gedaanen Eijsch en genomene Conclusie; ordonneert dat den slaven Iongen Januarij van Bengalen aan den ged=e zal werden te rug gegeeven, dog Condemneert den ged„e in de kosten van deesen processe Praesent als vooren Laatstelijk wierd door den het fiscaals Ampt Amptpro Interim waarnemenden S„t Gabriel Exter in Raade g'Exhibeert eene Pertinente Lijst van alle soodanige Perzoonen als in den voorleeden Jaare 'SE: Comp„s dienst trouwelooselijk verlaaten, en bij aufugie hun geabzenteerd hebben; verzoekende dat dezelve ingevolge, de vi geerende ordre der Heeren van de Hooge Indiasche Regeering bij openbaaren klokken geslag door een mandament van Edicte Pe „remptoir mogten werden ingedaagd; ende zulx op Poene, dat bij non Comparitie tegens dezelve zal werden geprocedeert als na rechten: op welk verzoek gelet sijnde, die Perzoonen mitsdien tot handhaving van Justitie invoegen voorsz: zijn ingedaagd, omme binnen den tid van de Eerst aankoomende vier weeken, in perzoon voor ons te Compareeren, en hun weegens hunne malitieuse desertie voor deeze Regtbank dan wel gecom „mitteerdens uit dezelve te komen purgee„ „ven en verantwoorden op poene dat bij faute van dien tegens hun zal werden geprocedeert, als naa Rechten /onderstond:/ Cabo de goede Hoop die et Anno ut Supra /:lager:/ Mij Praesent /:was getekend:/ C: L. Neethling Secretaris - Van Leeuwen Dient van Donderdag den 26 January 1786 voordemiddags praesent den E: Achtbaren Heer Pieter Hacker, Praesidenten alle de Leeden demptis den Heer Collonel Robbert Jacob Gordon en den Capitein mi „litair d' E: Lodewijk Christoph Warneck assumptis de drie burgerraaden. — Den burger Jacobus van duplicq prout in scrip Leeuwen als generaalen gemachtig tis gemunieert met drie de van den Burger David Keyser Regt. Contra den gesz: Clercq deezes raads voor de vat: off gerequireerd den Landdrost van Swellen zegt van verdere productien „ dan S'r Constant van Nult renuntieerende en Regt ver Onkruijt gereqt om op sijne zoekt rat: off: ingeleverde Replicq het geen den reqt ook quam te zien dienen van duplicq. — Den Raad houd deeze Saak in advijs tot tijd en wijlen de overgeleverde verklaringen zullen zijn gerecolleerd en voor zo veel doenlijk beeedigt. /:Onderstond:/ Cabo de goede Hoop die et Anno ut supra /:lager:/ My praesent /:was geteekend:/ :L: Neethling Secretaris. bylagen. Wierd wegens den Landdrost van Swellendam Constant van Niet onkruijt het onderstaan de Request gepraesenteerd WelEdele Achtb: Heer E: Achtb: Heeren Vertoond met den meesten Eerbied, en in alle onderdanigheid, den ondergetekende gequalificeert ter waarneeminge, der saa ke van den Landdrost der Colonie Swellendam Sr Constant van Nult onkruyt. Hoe des ondergetekendens Principaal in 't begin van den Jaare 1784 de vrijheid genomen Aan den WelEdelen Achtb: Heere Pieter Hacker Prae „sident benevens den E: Achtb: Raad van Justitie deezes gouvernements. onderdag den 9 Februarij 1786. 's voordemiddags Praesent den E: Achtb: Heeren Pieter Hacker Praesident en alle de eeden, demptis, den Collonel de Heer Robbert Gordon mitsg„s d' Ed' Lodewijk Christoph Warneck en Johannes Marthhinus Horack, assump „tis de drie Burgerraaden heeft 4 te doen. 9

NL-HaNA_1.04.02_4323_0356 view scan ↗

English

has addressed Your Honorable Worships by petition, to which several appendices were annexed, humbly requesting therein that it might please Your Honorable Worships' good pleasure to maintain the undersigned's principal, to whom very atrocious insults have on various occasions been inflicted by the then Commandant of the Swellendam Invalids, though since deported from that post by Your Honorable Worships on account of misconduct, the burger Jacob van Reenen, and consequently to dispose thereof as Your Honorable Worships in good and upright justice should deem proper. That it was then the good pleasure of Your Honorable Worships to place the aforesaid petition together with its appendices into the hands of the late Independent Fiscal Mr Jan Jacob Serrurier, in order to act and proceed in that regard as should be deemed proper. Since, meanwhile, the said late Mr Serrurier was afflicted with a lingering illness, and thereupon died suddenly, this disposition was thus rendered without effect. Whereas, because the said van Reenen still persistently continues with the atrocious insults elaborately set forth in the aforementioned petition, and such utterly improper and disobedient conduct is strictly contrary to good order and to the duty that everyone in a civilized society owes to those placed over them; the undersigned in the above-stated capacity therefore finds himself in the unavoidable necessity, in fulfilment of his duty, to turn once again to Your Honorable Worships, with the humble request that it may please Your Honorable Worships to place anew into his hands the aforesaid petition and appendices, which the presently acting fiscal interim, Sieur Gabriel Exter, still holds, in order to enjoin him to make all possible inquiries in that regard, and to prosecute the said Jacob van Reenen before Your Honorable Worships' formidable court of justice, in such manner and form as his Honor shall find proper; so that by this means all arisen disputes, of which he, van Reenen, is the principal cause and instigator, may be removed out of the way, and the undersigned's principal may enjoy a quiet and peaceful possession of that office to which he has been appointed by the supreme government of this land for the maintenance of good order in the country districts. Below stood: Which doing etcetera. Was signed: R. I. v. d. Riet in capacity. In the margin: Exhibited in Court at Cape of Good Hope the 9th of February 1786. The contents thereof having been deliberated upon, the following resolution was passed thereupon: The Council, having read this petition, places the matter mentioned therein into the hands of Sieur Gabriel Exter, presently performing the duties of the Fiscal's office, for such purpose as the resolution taken under date of 27 May 1784 dictates. Present as before, except the burger councillors. The Messenger enters and reports that none of the defendants have appeared. Wherefore the Plaintiff in his capacity requested, for default, that all the defendants jointly might by definitive sentence of Your Honorable Worships be condemned in contumacy to remain banished forever from this government and its jurisdiction, on pain that if at any time they should happen to fall into the hands of Justice here, they shall be punished according to their deserts. A Pro Interim Fiscal Sieur Gabriel Exter, Plaintiff ex officio in a criminal case, of the one part, against Christiaan Stroodbeek of Muurtenberg, Assistant Master Cornelis Cornelisse of Holtsbag, carpenter Carel Joseph Roosen of Leeuwen, house carpenter Willem Jan Green of Gottenburg Jaare Pietersen of Holmstrand Ike Mengels of Gmlden, under-carpenters Hendrik Barends of Groningen Thomas Koelemar of Haarlem, Quartermasters Claas Tergauw of Wadenor, ship's Corporal Juogen Albregt Ernst of Heydelberg Daniel Ballouw of Dantzig Pieter Langeseld of Hemelrode Carel Leonard of the same, masons Johan Nicolaas Elders of Hamburg Pietre Joseph Turba of the same, Sailmakers Fredrik Eduard Broman of Stokholm, Cannoneer Andries Pietersen of Stokholm Michiel Eistroom of the same Judocus de Bakker of Cortayls Jonas Daalboom of Stokholm Hans Pasholm of Getland Laurens Pieterse of Stavanger Jochem Hendrik Bacn of Hamburg Jacob Schouw of Daalen Jan Pieter Carelsen of Engelholm Jonas Anderson of Daalen Pieter Fleskens of Leeuwen Hendrik Poulin of Abo Daniel Engeleko of Bremen Jacob Bernard of Bremen Pieter Hanssen of Moland Christiaan Skarder of Dantzig Please turn over

Dutch transcription

heeft zig bij request, waarbij eenige bijlaagen zijn annex geweest, aan uwel Ed: achtbarens te addressseeren, en daar bij ootmoedig te verzoe ken dat 't van Uwel Ed: achtbarens goeden ge lief te zijn mogte, om des ondergetekendens prin „cipaal denwelken door den toenmaligen Comma „dant der swellendamse Invalider, edog Zee„ „dert over wanbedrijf door UwelEd achtb: van dien Post gedeporteerden burger Jacob van Reenen bij verschillende gelegenheden zeer attroce Injurien zijn toegevoegt geworden, te moen „tineeren, en mitsdien daar over te disponee „ren zo als uwel Ed: Achtb: in goede en oprechte Justitie zouden oordeelen te behooren. dat het als doen van uwel Ed Achtbarens goede geliefte is geweest, 't voorsz: Request benevens dies bijlagen te stellen in houden van wijlen den heer Independent Fiscaal A„ Jan Jacob Serrurier, ten fine daar omtrent te doen en handelen, als oordeelen zouden te behooren. — Aan dewijl, wijlen gemelden Heer Perrurier intusschen met een sleepende ziekte is bezogt, en daar op Subiet is koomen te overlijden, dus die dispositie is gesteld geworden buijten effect Waar overmits gemelde van Reenen met de bij 't boven gemelde Request breedsprakig ter nedergestelde atroce Injiriien, nog gestadig blyft voorwaaren, en dus danige gantsch on betaamelyke, en desobediente handelwijze, volstrekt strijdig is, met de goede ordre en met de pligt die een ieder in een gecivili seerde societeijt aan de geene die over hun gesteld zijn verschuldigd is; zoo vind den ondergetekende nomine qua supra zig dier halven in de onvermijdelijke noodzaakelykheid, om ter voldoening aan zijnen pligt, al weder, tot uwel Edele Achtb. te wenden, met ootmoedig verzoek dat 't van uwelEd: Achtb: welbehagen zijn mogen, 't voorsz: Request en bijlagen, die den thans als fungeerenden pro interim fiscaal Sr Gabriel Exter nog in handen heeft, opnieuw in zijne handen te stellen, ten fine denzelven te Injungieren daaromtrent alle mogelijken Per quisitien te doen, en gem: Jacob van Reenen voor uwelEd: Achtb: gedugte Vierschaar te ac „tiooneeren, zodanig, en in diervoegen als zijn E. zal vinden te behooren; op dat door dien weg alle onstane geschillen, waarvan hij van Reenen de voornaamste oorzaak en stoker is, mogen werden uijt den weg geruijmt, en des ondergeteekendens Prinipaal, een rusti „ge en vredige possissie mag genieten van dat ampt, waar in hij door de hooge Oveerig heid deezer Landen, tot maentien der goede ordre ten platten Lande is gesteld geworden. /: onderstond:/ T welk doende &c /:was getekend:/ R: I: V: O: Riet qq /:in margine:/ Exhibiteur in Judicio aan Cabo de goede Hoop den 9 Februarij 1786. Over wiens Innehouden gedelibereert geworden zijnde is daarop het volgende dispositief gevallen. — den Raad dit Request geleezen hebbende steld de daerbij gemelde zaake in handen ondergetekende van straffen van den het Fiscaals ampt thans waarneemende, S:r Gabriel Exter, ten zodaanigen fine als het sub dato 27. Meij 1784. genoomene besluyt komt te dicteeren Praesent als vooren Een Pro Interim fiscaal behalven de burgerraaden Sr Gabriel Exter Rat: off: de Bode treed binnen Euss„rs in Cas Cromineel ter en rapporteerd, dat geene de gedaagdens gecompa eenre reerd zijn. — op ende Jeegens des den Rat: officie Eysscher Christiaan Stroodbeek van verzogt, voor Intendit, dat Muurtenberg Ondermeester de gezamentlijke gedaagdens by definitiven vonnis van Cornelis Cornelisse van uw el E: Achtb: bij Contumatie Holtsbag timmerman mogten werden gecondemneert omme ten eeuwigen dage uijt Carel Joseph Roosen van dit gouvernement, en den Leeuwen huystimmerman ressorte van dien gebannen te blijven, op peene dat Willem Jan Green van gottenburg. wanneer te eeniger tijd alhier in handen van Justi Jaare Pietersen van tie mogte komen te geraken Holmstrand. als den naa verdienste te Ike Mengels van Gmlden ondertimmerlieden Hendrik Barends van Groningen Thomas Koelemar van Haarlem Quartiermeesters Claas Tergauw van Wadenor scheeps Corporaal Juogen Albregt Ernst van Heydelberg daniel Ballouw van dantzig. Pieter Langeseld van Hemel rode. Carel Leonard van dito metzelaars Johan Nicolaas Elders van Hamburg Pietre Joseph Turba van do Zeijlmaakers Fredrik Eduard Broman van Stokholm Canonnier Andries Pietersen van Stok holm. — 6 0„ Michiel eistroom van d Judocus de Bakker van cortayls Jonas daalboom van Stokholm Hans Pasholm van Getland. Laurens Pieterse van Sta vanger Jochem Hendrik Bacn van Hamburg. Jacob Schouw van Daalen Jan Pieter Carelsen van Engelholm Jonas anderson van daalen Pieter Fleskens van Leeuwen Hendrik Poulin van Abo. Daniel Engeleko van Bremen Jacob Bernard van bremen Pieter Hanssen van Moland Christiaan Skarder van dantzig. verte 8

NL-HaNA_1.04.02_4323_0358 view scan ↗

English

François Castel from Marseille Jacob Fikke from Elsvliet Pierre Lachaasse from Maanate Pierre Magnasso from Antibis Joseph Piet from brussel Johannes Alexander de Latte from brugge Gunner's Mates 7 Van Siegenberg from Sotsdam Jacques Rave from St german Guillaume La Tou from Leeuwen Dominique de Lor from Duquenbaque Louis de Lorne from geneven Adam di Forgue from Vuursulxken Secretary from Neuchatel Johannes Auris from Lateren Claas Rijnders from Zutphen Hendrik de Vries from Oudbeijen Pietre De Roux from Lion Cle Lewijn from Breslau Johan Christiaan Swart from Gonderblin Johan Werth from Herdel Andries Nicolaas Holst from Oldenburg Jacobus August from Brussel Fredrik Christiaan Sieger from Sweres Willem Dirkse Mans from Saardam Johan Christiaan Ses from Stoltenou Frans Walraven from oordangen Johan Christiaan Mindeler from Rensburg Jan Lodewijk Smit from lebeik Johan Hendrik Muller from Hifort Nicolaas Sangulier from Maastrigt Daniel Christiaan Holtman from Bremerlee Matthijs Kochim from Seijseling Soldiers Lerinus Asse from Katwyk Jan Warnike from Hamburg Jan Claassen from Altona Stephanus Speneti from Binnesonne Carel Londholm from Lond Jan Janssen from Stokholm Hendrik Pieterse from Carels Kroon Elderik Braaw from Carelskroon Nicolaas Jacob Daniels from Hamburg Gustaaf Lagband from Hobie Pieter Arenberg from Stokholm Pieter Joseph de Bas from dornet Matthijs Hocker from frijburg Jan Gonsale from haeze de gracen François Hendrikse from St. Nicolaas Andries Glaser from Koningsbergen turn over Godfried 70 13 Godfried Pruijs from dantzig Pieter Grumberg from Stokholm Barend Holstrum from Westerhousen Johan Fredrik Vlato from Hollio Benjamin Brutal from dantzig Raphael Frank from Livorno Marten Brauw from Aalsted Andries Holman from Justenb Johan Hamiel from Coppenhagen Michiel Carius from Coppenhagen Joseph Sufre from Wester Cappel Anton Mesille from Genira Jan Voorberg from Gottenburg Johannes van Zon from 'S bosch Jan Bender from altona Pieter Siegder from Antwerpen Jan Andre doran from Marseillen Judocus Jouan de Brouwer from Cortrijk Christiaan Hunssen from Christiaan Land Jacob Hendriks from Coppenhogen Fredrik Beorkland from Napouw Mans Seeholm from Straalen Andries Craal from Coppenhagen Jonas Sils from Stokholm Pieter Josephus de Bree from dondermond Hans Poel from Coppenhogen Pieter Arnoud from Vlissingen Matthij Zelm from dornik Johan Jacob Visser from hamburg Jan Kielstroom from Noord Copping Pieter Westerberg from Stokholm Johan Erik Sporrim from Hokholm Andries Pieterse Lond from dromme Hendrik Hamberg from lonessen Jan Laarsen from Ulstad Hendrik Hameester from Rostoek Van Hendrik Blom from Gouda Albert Smit from Amsterdam Casper Andries Daal from Berge Laurens Nielsen from Ulstad Nicolaas Lilla from Carelstroom François Lenard from Thiel August Portman from Gottenbr Jan Janssen from Stokholm Hartin Willem Koning from Westerblate Jacob Hendriks from Coppenhagen Evert Jonas Andries from Lagesond Andries Bergstad from Nieuwland Claas Everts from Olsla Thomas Seurense from Beanhagen Albert Marien from bernhagen Samuel Noordbreing from Olstad Willem Philip Juriaan ondaatje from Colombo Pieter Josephus Rudolphus from Waterland Laurens Lindaal from Noord Copping Rudolph Christiaan Rhijn from Laarwijk Christoph Ernst from Hanouw Jan Schuurman from Grans Pieter Rots from Stokholm turn over 15 Jan Peters from Gottenburg Guillielmus Haskij from Gusting deswagen Roeloff Gerrits from Christen Zand Jan Andries Derien from Memel Jan Carel from OostEnde Andries Blancko from MelPeille Claas Barthels from [illegible] Linte de Boer from Dombaij David Biorkman from Noord C: Christiaan Maronnier from Rotterdam Daniel Cornelisse from Amstm Jan fredrik Scherff from Coppenhagen Philip Jakson from lievensvol James das from drosbuy 8 Frans Gouaij from Amsterdam Pieter Raatjes from Embden Andries Dirkse from [illegible] Jan Koster from Niegerak Daniel Maas from dantzig Jan Willems from Dronthijm Sailors Claas Foldover from Ekelcaer Jacob Andriessen from Christiania Jan Alstrum from Stokholm Thore Bergreen from Colmer Claas Warnaar from Christiania Pieter Hendrik Baleman from Oldenburg Bernardus van Oosterbuij from brugge Sailors and the Council having seen the summons issued, heard the proclamation of the court messenger, and also taken note of the default of the defendants, furthermore of everything that pertained to the case and could move their Honorable Worships, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, banishes all the defendants in default from this government and the jurisdiction thereof, on pain that whenever at any time they might happen to fall into the hands of Justice, they shall then be punished according to their deserts, with condemnation of all defendants to pay the costs. was written below: At Cabo de goede Hoop, date and year as above lower down: in my presence was signed: C: L: Neemling Secretary. Jurriaan Pieter Carel from Carel Strom Hod Carrier Hendrik Rupke from Helsdon Jan Duurborg from Heerden Jacobus Johannes Kamer from Middelburgen Jan Duurberg from Maardaal Ordinary Seamen all having served under this government in the aforementioned capacities, peremptorily summoned in person to clear their default and, in case of desertion or abandonment of service, to hear the demand of the Honorable Court.

Dutch transcription

François Castel van Marseille Jacob Fikke van Elsvliet Pierre Lachaasse van Maa nate Pierre Magnasso van An„ tibis Joseph Piet van brussel Johannes Alexander de Latte van brugge Bosenschieters 7 Van Siegenberg van Sotsdam Jacques Rave van St german Guillaume La Tou van Leeuwen Dominique de Lor van Du „ quen baque Louis de Lorne, van geneven Adam di Forgue van Vuur sulxken Secreet van Neu „chatel Johannes Auris van Lateren Claas Rijnders van Zutphen Hendrik de Vries van Oudbeijen Pietre De Roux van Lion Cle Lewijn van Breslau Johan Christiaan Swart van Gonderblin Johan Werth van Herdel Andries Nicolaas Holst van Oldenburg. Jacobus August van Brus „sel. Fredrik Christi aan Sieger van Sweres Willem Dirkse Mans van Saardam Johan Christiaan Ses van Stoltenou Frans Walraven van oordangen Johan Christiaan Mindeler van Rensburg Jan Lodewijk Smit van lebeik Johan Hendrik Muller van Hifort Nicolaas Sangulier van Maastrigt Daniel Christiaan Holtman van Bremerlee. Matthijs Kochim van Seij seling Soldaaten. Lerinus Asse van Katwyk Jan Warnike van Hamburg Jan Claassen van Altona Stephanus Speneti van Binnesonne Carel Londholm van Lond. Jan Janssen van Stokholm Hendrik Pieterse van Carels Kroon. Elderik Braaw van Carelskroon Nicolaas Jacob Daniels van Hamburg. Gustaaf Lagband van Hobie Pieter Arenberg van Stokholm Pieter Joseph de Bas van dornet. ƒ Matthijs Hocker van frijburg Jan Gonsale van haeze de gracen François Hendrikse van St. Nicolaas Andries Glaser van Konings „bergen verte. Godfried 70 13 Godfried Pruijs van dantzig Pieter Grumberg van Stokholm Barend Holstrum van Westerhousen Johan Fredrik Vlato van Hollio Benjamin Brutal van dantzig Raphael Frank van Livorno Marten Brauw van Aalsted Andries Holman van Justenb Johan Hamiel van Coppenhagen Michiel Carius van Coppenhagen Joseph Sufre van Wester Cappel Anton Mesille van Genira Jan Voorberg van Gottenburg Johannes van Zon van 'S bosch Jan Bender van altona Pieter Siegder van Antwerpen Jan Andre doran van Marseillen Judocus Jouan de Brouwer van Cortrijk Christiaan Hunssen van Christiaan Land Jacob Hendriks van Coppenhogen Fredrik Beorkland van Napouw Mans Seeholm van Straalen Andries Craal van Coppenhagen Jonas Sils van Stokholm Pieter Josephus de Bree van dondermond Hans Poel van Coppenhogen Pieter Arnoud van Vlissingen Matthij Zelm van dornik Johan Jacob Visser van ham burg. Jan Kielstroom van Noord Copping. Pieter Westerberg van Stokholm„ Johan Erik. Sporrim van Hokholm Andries Pieterse Lond van dromme Hendrik Hamberg van lonessen Jan Laarsen van Ulstad, Hendrik Hameester van Rostoek Van Hendrik Blom van Gouda Albert Smit van Amsterdam Casper Andries Daal van Berge Laurens Nielsen van Ulstad Nicolaas Lilla van Carelstroom François Lenard van Thiel August Portman van Gottenb„r Jan Janssen van Stokholm Hartin Willem Koning van Westerblate. Jacob Hendriks van Coppenhagen Evert Jonas Andries van Lage sond Andries Bergstad van Nieuw „land. Claas Everts van Olsla Thomas Seurense van Bean hagen Albert Marien van bernhagen Samuel Noord breing van Olstad Willem Philip Juriaan on daatje van Colombo Pieter Josephus Rudolphus van Waterland Laurens Lindaal van Noord Copping. Rudolph Christiaan Rhijn van Laarwijk. Christoph Ernst van Hanouw Jan Schuurman van Grans Pieter Rots van Stok„ vrte te „holm 15 Jan Peters van Gottenburg Guillielmus Haskij van Gus „ting deswagen. Roeloff Gerrits van Christen Zand Jan Andries Derien van Memel. Jan Carel van OostEnde, Andries Blancko van MelPeille Claas Barthels van - Linte de Boer van Dombaij David Biorkman van Noord C: Christiaan Maronnier van Rotterdam. Daniel Cornelisse van Amstm. Jan fredrik Scherff van Coppen „hagen. Philip Jakson van lievensvol James das van drosbuy 8 Frans Gouaij van Amsterdam Pieter Raatjes van Embden Andries Dirkse van Jan Koster van Niegerak Daniel Maas van dantzig Jan Willems van Dronthijm Mattroosen Claas Foldover van Ekelcaer Jacob Andriessen van Christiania Jan Alstrum van Stokholm Thore Bergreen van Colmer Claas Warnaar van Christiania Pieter Hendrik Baleman van Oldenburg Bernardus van Oosterbuij van brugge s mattroosen. en Raad hebbende gesien de gedaane d'agvaarding, gehoord de uijtroeping van den geregtsbode, mitsgaders gelet op de Contunacie van de gedaagdens, voorts op alle 't geene ter zaake dienende was, en hun E: achtb„s konde doen moveeren, Regt doende uijt naame ende van wegens de Hoogmogende Heeren Staten generaal der verEenigde nederlanden band alle de gedaagdens bij Contrmacie uijt dit gouvernement en den ressorte van dien, oppoe„ „ne dat zo wanneer te eeniger tijd in handen van Justitie mogten komen te geraaken, als dan na verdienste te zullen werden gestraft, met Con demnatie van alle de gedaagdens in de kosten. /:onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop die et anno ut Supra /:lager:) mij preesent /:was getekend:/ C: L: Neemling Secretaris. Jurriaan Pieter Carel van Carel Strom opperman. Hendrik Rupke van Helsdon Jan Duurborg van Heerden Jacobus Johannes Kamer van Middelburgen Jan Duurberg van Maardaal Hooploopers. alle in voormelde qualiteijten onder dit gouvernement gesor„ „teerd hebbende peremptoir gedaagdens in Persoon, omme hun default te purgeeren en in Cas van desertie of dienst verlating Eysch te aanhooren. de E

NL-HaNA_1.04.02_4323_0361 view scan ↗

English

Thursday 23 February 1786. In the forenoon, present the Honorable Worshipful Pieter Hacker, President, and all the Members, with the exception of Colonel Robbert Jacob Gordon, Lodewijk Christoph Warneck, as well as the junior merchant Gerrit Hendrik Craijwagen, with the addition of the three Burgher Councilors. The plaintiff by virtue of office, the interim Fiscal Gabriel Exter, plaintiff by virtue of office, on the one part, against the burgher and wine merchant Pieter Zeeman, defendant, to hear the claim and conclusion made in case of contravention, to answer thereto, and further to proceed as by law, with costs. The plaintiff by virtue of office submits his written claim and conclusion, accompanied by a note. The defendant, answering, says that he did not sell the wine, but only made a gift of it to the Captain Lieutenant of the ship Trompenburg on account of demonstrated friendships, as they were old wines, arguing thus not to have transgressed against the placard; producing in support of his defense a private declaration granted by the said Captain Lieutenant and Lieutenant. He says further never to have read the placard, nor to have known anything of it. The plaintiff by virtue of office persists in his claim and conclusion, and the defendant for rejoinder in his statement, renouncing further productions. The Council, after consideration of the matter, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, denies the plaintiff by virtue of office his claim and conclusion made against the defendant, but condemns the defendant in the costs incurred in this matter, provided that the defendant Pieter Zeeman come to declare and confirm by solemn oath that the shipped wines were old wines which he sent as a gift to the Captain Lieutenant and Lieutenant of the ship Trompenburg, and thus conducted no trade therewith; but in the absence of said oath, the Council condemns the defendant Pieter Zeeman to the fine of f 1000 enacted by placard, to be distributed according to custom, with costs. Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence. Was signed: C.L. Neethling, Secretary. Thursday 23 March 1786. In the forenoon, present the Honorable Worshipful Pieter Hacker, President, and all the members of the newly formed Council of Justice. The interim Fiscal of this government, Sr. Gabriel Exter, plaintiff by virtue of office in a criminal case, on the one part, against Ceres of Madagascar and April of Ceylon, both bondservants of the burgher Oltman Alers, prisoners and defendants in the aforementioned case, on the other part. The plaintiff by virtue of office submits a written claim and conclusion, and concludes as at the end thereof. The defendants persist in their confession. The Council, after reading and reviewing the written criminal claim and documents, as well as considering everything that was relevant to the matter and could move Their Honorable Worships, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemns both the prisoners Ceres of Madagascar and April of Ceylon to be taken to the place where criminal sentences are customary to be executed here, and there delivered to the executioner, the first prisoner Ceres to be bound to a cross, broken on the wheel from the bottom up with a stroke of grace, and subsequently his dead body dragged to the outer execution ground as well as the body placed there on a wheel; furthermore the second prisoner April of Ceylon to be exposed with a rope around the neck under the gallows, thereafter bound to a post, severely whipped with rods on his bare back and then branded, subsequently to be riveted into chains in order to labor therein on the public works on Robben Island for the period of five consecutive years, and after expiration thereof to be sent home to his master, with condemnation of both prisoners in the costs and expenses of justice. Whereafter by the said interim Fiscal was exhibited a memorial, accompanied by the interrogatories. The Council keeps this matter under advisement for circular reading. The plaintiff by virtue of office, the interim Fiscal of this government, Jr. Gabriel Exter, plaintiff by virtue of office in a criminal case, on the one part, against Achilles of Ternate, bondservant of the burgher Marthinus van der Spuij, prisoner and defendant in the aforementioned case, on the other part. The plaintiff by virtue of office exhibits a written criminal claim and documents, concluding further as at the end of the same claim. The defendant, having been heard, persists in his confession.

Dutch transcription

17 Donderdag den 23 Februarij 1786. voordemiddags praesent den E: Achtb: Heere Pieter Hacker Preesident en alle de Leeden, demptis de Heeren Robbert Jacob Gordon Collonel, Lodewijk Christoph Warneck, mitsgs den onderkoopman d E: Gerrit Hendrik Craij „wagen, assumptis de drie Burgerraaden. 61 den Ratoone Officii Eijss„r den pro Interim Fiscaals leevert over zijnen schriftelij„ Gabriel Exter ratione Off: Eyspr„ „ken Eysch en Conclusie genuu ter eenre „nieert met een briefje op ende Jeegens den gedaagde antwoordende segt dat hij den wijn niet heeft den burger en wijnkooper verkogt, maar alleen uijt Pieter Zeeman ged„t omme in hoofde van bewesene vriend„ Cas van contraventie te hooren „schappen aan den Capitein Eijsschen en Concludeeren daar Luijtenant van 't Schip op te antwoorden en voorts te Trompenburg praesent ge„ „daan, als zijnde geweest procedeeren als na rechten oude wijnen, sustineerende cum Expensis. dus niet tegen 't placcaat gepecceert te hebben; produ„ „ceerende ter staaving zijner defensie eene onderhandschen verklaring verleend door gem: Captn Lieutenant en Lieutenant Segt verders het Placcaat nimmer geleezen, nog daarvan iets geweeten te hebben— den Ratione officie Eissr persisteerd bij zijn Eysch en conclusie en den gedaagde voor daplicq bij zijn gezegde, renuntieerende voorts van verdere pro„ ductien Den Raad na overweeging van Saa„ „ken Regt doende uijt Naame ende van Cabo de Goede Hoop die et Anno ut Cupia /:lager:/ Mij Praesent /was getekend:/ C:L: Neethling Secretaris. van weegens de Hoogmogende Hee„ „ren Slaaten generaal der Vereenigde Nederlanden ontzegt den ratione officii Eijssrs zijnen op ende Jeegens den gedaagden gedaanen Eijsch en genoomene conclusie, dog condemneert den gede in de kosten ten deezen gevallen niets dat dat den gedaagde Pieter Zeeman met solemneele Eede koome te verklaaren en bevestigen, dat de afge„ „scheepte wijnen zijn geweest oude wijnen die hij aan den Capitein Lieutenant en luytenant van 't Schip Trompenburg tot een praesent gezonden, en dus daar meede geen handel gedreeven heeft; dog bij ontstentenisse van dien eed Condemneert den Raad den ged Pieter Zeeman, in de bij Placcaat gestatueerde boete van ƒ 1000, te verdeelen a usu, met de kosten. /:Onderstond:/ van G 19. den Ratione Officie Eysscher leevert over een schriftelijken Eijsch en Conclusie, en conclu denzelven. de gede persisteeren bij den gevaagde daarop ge Confessie persisteeren. Donderdag den 23 Maart 1786. voordemiddags praesent den E: Achtb: Heere Pieter Hacker Praesident, en alle de leeden des nieuw geformeerden Raads van Justitie. Een pro Interim Fiscaal deezes gouvernement Sr gabriel Exter ratione Officii Eijss„r in Cas crimineel ter eenre op ende Jeegens Jeres van Madagascas Een Apriel van Ceylon beyde Lijfeijgenen van den burger „ oltman Alers gev en ged in 't voorez: Clas ter andere zijde deert daarbij ut in fine van Den Raad na Lecture en resumptie van den schrifteliken Crimineelen Eijsch en stukken mitsgaders overweeging van alles wat ter materie dienende was, en hun E: Achtb: konde doen moveeren, Regt doende uijt naame ende van wegens de Hoogmo„ „gende Heeren Staaten Generaal der VerEe„ „nigde Nederlanden, Condemneert beijde de gevt Ceres van Madagascar en April van Ceijlon, omme gebragt te werden ter Plaatze alwaar men alhier gewoon is Crimineele Sententien te Executeeren, en aldaar den Scherpregter overgelevert zijnde, den Eersten gevangene Ceres op een Kruijs gebonden, van onder op met een slag van gratie geledebraakt, en vervolgens Waarna door gem: pro Interim Fiscaal wierd g'Exhibeert een vertoog, gemunieert met de In Den Raad houd deeze zaak ter rond lee Zinge in advijs. desselvs doode lignaam na 't buijten geregt gesleept mitsg„s t' ligchaam aldaar op een had gelegt, te werden; voorts den tweeden gett April van Ceijlon, omme met een Strop om den hals onder de golg te pronk gesteld, daar na aan een paal gebonden met roeden op den blooten rugge strengelijk gegeesselt en daarop gebrandmerkt sijnde, vervolgens in de ketting geklonken te werden ten einde daar in den tijd van vijf agter eenvolgende Jaaren op 't Robben Eijland aan de gemeene werken te arbeijden, en na Expiratie van dien aan zijn lijfheer te huijs gezonden te werden, met condemnatie van beide de gev:s in de kosten en misen van Justitie. den Epofficio Eijsscher: den pro Interim Fiscaal Exhibeert een schriftelyken deezes gouvernements J„r crimineelen Eijson en stukken, gabriel Exter ratione officii Concludeerende wijders So als in fine van denselven Eijsscher in Cas Crimineel ter eenre Op ende Jeegens Achilles van Ternaten, hoord zijnde blijft bij zijne Lijfeygen van den burger mar thinus van der Spuij gev en ged:t in 't voorsz: cas ter andere zijde desselvs Terroga. 18 S hunne Confessie. Eijsch.

NL-HaNA_1.04.02_4323_0363 view scan ↗

English

interrogations of several soldiers held in custody; from which it appears that the servant of the Castle's cook, by name Salomon Hennich, and the ship's carpenter Jan Willem ten Pas have made themselves guilty, the first-mentioned of buying beans stolen from the pier, and the last-mentioned of buying or receiving stolen cordage belonging to the Honourable Company, wherefore the pro interim memorialist requests the bodily arrest of the aforementioned persons, which memorial having been read and its contents considered, the requested bodily arrest was granted to the pro interim Fiscal. Was written below: Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence, was signed: C: L: Neethling, Secretary. Thursday the 6th of April 1786. In the forenoon, present the Honourable Respectable Gentleman Pieter Hacker, President, and all the Members. There has been delivered into Court by Sieur Gabriel Exter, acting pro interim in the Fiscal's office, a memorial regarding the persons of the assistant Maurinus Simon van Cruiselberg and the soldier Philippus Bos, currently held in civil custody at the Castle, who, according to the contents of that memorial and the inquests annexed thereto, are under great suspicion of being the authors of such counterfeit parchment and paper currency as is presently circulating among the inhabitants here; the said memorial reading as follows: To the Right Honourable and Respectable Lord President and Council of Justice of the Castle of Good Hope. Right Honourable and Respectable Gentlemen. Shows with due respect the undersigned pro interim Fiscal Gabriel Exter, that on last passed Friday, a sum of 2000 Rds. having been paid out by the burgher Lieutenant Jan Gijsbert van Rheenen to the bookkeeper of the Honourable Company, Master George Fredrik Goets, for the Equippage Master, the Honourable Duminier, consisting of two packets of paper currency, each of 1000 Rds., of which the one was sealed and the other was loose, there was found among the pieces in the loose packet 270 Rds. of counterfeit money newly manufactured or forged on parchment; that upon further inquiries, investigations made, and inquests obtained before commissioners from this Honourable and Respectable Council, it appears not only

Dutch transcription

21 terre gatorien van eenige in hegtenis zittende Militairen; waar uit consteerd dat den knegt van den Casteels Kok wanner in naame Salomon Hennich en den Scheepstimmerman Jan Willem ten Pas hun hebben schuldig gemaakt, de eerstgem: aan 't opkoopen van ok 't zee hoofd gestolene boonen, ende laatstgem: aan 't opkoopen dan wel heelen van 's E: Comps gestolen hentwerk, weshalven den Pre Interrn„ vertooner verzoekt approhensie Corporeel Op de voorsz: Perzoonen, welk vertoog ge „leezen en dies innehouden overwogen zijnde is de verzogte approhensie Corporeel aan den Pro Interin Fiscaal geaccordeert. /:Onderstond:/ Cabo de goede Hoop die et Anno ut Supra /:lager:/ mij praesent /:was getekend:/ C: L: Neethling Secretaris Donderdag den 6. April 1786. 'S voormiddags present den E Acht„ „baren Heere Pieter Hacker president en alle de Leeden„ Is door den het Fiscalaat pro interim waar„ „nemende S„r Gabriel Exter in Judicio overge„ „leevert, een vertoog, noopens de ten Casteele in civiel arrest zittende perzoon van den adsistend Maurinus Simon van Cruiselberg en den soldaat Philippus Bos, dewelke volgens den dat bij verdere navragen, gedaane recherchen en voor heeren gecommitteerdens uit deesen E Achtb: raade ingewonnene enquesten blijkt dat niet alleen Vertoond met den schuldigen eerbied den ondergetee„ „kende prointerim fiscaal gap: Exter„ dat op laatst gepasseerde vrijdag van den bur„ „ger Luitenant Jan Gijsbert van Rheenen eene somma van rd„s 2000 aan den boekhouder der E Comp„e M„r George Fredrik Goets voor den Equipagiemeester d' E Duminier zijnde Uijt„ „betaald geworden, bestaande in twee paqueten pa„ „pieren munte ijder van rd„s 1000:, waar van tt eene „ken in 't losse paquet is bevonden geworden rd„s 270 valsch geld op pergament nieuw gefabriceerd verzeegeld en it andere, los is geweest, onder de stuk of nagemaakt WelE agtbaare Heeren Heeren Aan den weledele Achtb: Heer president en raade van Justitie des Casteels de Goede Hoop inhoud van dat vertoog en daar nevens ge„ „voegde enquesten onder groote suspicie liggen van te zijn autheuren van zodanig valsche per„ „gamente en papiere munten als thans onder de Jngezetenen alhier rouleeren; Luidende dat vertoog, als volgd. — inhoud den 20 21 terre gatorien van eenige in hegtenis Militairen; waar uit consteerd dat den van den Casteels Kok wanner in na Salomon Hennich en den Scheepste Jan Willem ten Las hun hebben gemaakt, de eerstgem: aan 't opkooper 't zee hoofd gestolene boonen, ende laa aan 't opkoopen dan wel heelen van gestolen hentwerk, weshalven den vertooner verzoekt approhensie Cer Op de voorsz: Perzoonen, welk ve „leezen en dies innehouden overwag is de verzogte appraehensie Corporee¬ Pro Interin Fiscaal geaccord /:Onderstond:/ Cabo de goede Hoop die et Anno ukSo /:lager:/ mij Praesent /:was getekend Neethling Secretaris Donderdag den 6. ap 'S voormiddags present den „baren Heere Pieter Hacker en alle de Leeden„ De door den het Fiscalaat pro interim „nemende S„r Gabriel Exter in Judicio „leevert een vertoog, noopens de ten civiel arrest zittende perzoon van den Maurinus Simon van Cruiselberg soldaat Philippus Bos, dewelke volg Vertoond met den schuldigen eerbied den ondergetee„ „kende prointerim fiscaal gab: Exter„ dat op laatst gepasseerde vrijdag van den bur„ „ger Luitenant Jan Gijsbert van Rheenen eene somma van rd„s 2000 aan den boekhouder der E Comp„e M„r George Fredrik Goets voor den Equipagiemeester d' E Duminier zijnde Uijt„ „betaald geworden, bestaande in twee paqueten pa„ „pieren munte ijder van rd„s 1000:, waar van tt eene verzeegeld en it andere los is geweest, onder de stuk „ken in 't losse paquet is bevonden geworden rd„s 270 valsch geld op pergament nieuw gefabriceerd of nagemaakt dat bij verdere navragen, gedaane recherchen en voor heeren gecommitteerdens uit deesen E Achtb: raade ingewonnene enquesten blijkt dat niet alleen WelE agtbaare Heeren Heeren Aan den weledele Achtb: Heer president en raade van Justitie des Casteels de Goede Hoop inhoud van dat vertoog en daar nevens ge„ „voegde enquesten onder groote suspicie liggen van te zijn autheuren van zodanig valsche per„ „gamente en papiere munten als thans onder de Jngezetenen alhier rouleeren; Luidende dat vertoog als volgd. — den 20 „

NL-HaNA_1.04.02_4323_0365 view scan ↗

English

the aforementioned rd„s 270 in counterfeit parchment money originated from the hands of the assistant at the political secretariat Marinus Simon van Cruiselberg, but that the said van Cruiselberg had moreover paid out more counterfeit money, such as to the aforementioned Mr Duminier, among other money, another rd„s 150, and to Mr Swanevelder rd„s 165, as well as some small sums to other persons, whereby no small suspicion arises that the said van Cruiselberg is the author of this counterfeit money, which is greatly increased by the fact that, despite the aforementioned large sum, he cannot positively name anyone from whom he had received any counterfeit money, and has taken back similar money issued by him and, without any further inquiries, has given other money in its place; that furthermore there are also some strong presumptions that the aforesaid van Cruiselberg was assisted therein by the soldier Philippus Bos, stationed on the Pinie, and that the said Bos has also made himself guilty of this crime, so that the officer making this representation finds himself in his official capacity under the indispensable necessity to proceed against the aforementioned persons in accordance with the law and in that regard to conduct all investigations and gather evidence whereby greater certainty may be obtained, and to that end to secure their persons and, in the presence of commissioner gentlemen from this council, to search their lodgings as soon as possible and with the greatest accuracy, considering that your Honorable Worships authorization is required for this; wherefore the officer making this representation turns to the same with the respectful request that it may please your Honorable Worships to grant the officer making this representation their decree, whereby the officer making this representation is qualified to carry out the said search as soon as possible in the houses of the burgher lieutenant Jan Gysbert van Rheenen and the sea captain S„n Siereveld, where the repeatedly mentioned van Cruiselberg and Bos have been lodging, and furthermore to cause these aforementioned persons to be apprehended. Underneath was written: Doing which, was signed: G: Exter In the margin: Exhibited in Court, 6 April 1786. Which representation and documents having been discussed and examined, the following decision was made thereon: The Council, having read the representation and documents submitted by the officer making this representation ex officio, grants, by virtue of their contents, the requested search, leaving the said Cruiselberg furthermore provisionally in civil arrest, provided that no one may have access to him; holding the request regarding Philippus Bos in advice until further instructions in that matter shall have arrived. Underneath was written: Cape of Good Hope, day and year as above. Lower: In my presence, signed: C: van Aarsen. Monday, 10 April 1786. Morning, extraordinary meeting. Present the Honorable Worshipful Pieter Hacker, President, and all the members, except the burgher councillor the Honorable Andries van Sittert. After the Honorable President had informed the Council how His Honorable Worship, having learned with the utmost surprise that the acting Fiscal, S„r Gabriel Exter, had thought fit, not only on his own authority, but even directly contrary to the decree passed by the said Council in the meeting last held on the 6th of this month upon the representation submitted by the said officer, to have the assistant Maurinus Simon van Cruiselberg, suspected according to the aforementioned representation, transferred from the military main guardhouse, where he was held in civil arrest, to the detention chamber (which is considered here as a prison for criminal offenders), His Honorable Worship had summoned the aforesaid S„r Gabriel Exter to demand an account from him of this reckless step, and furthermore, at the request of the said S„r Exter, had convened this meeting; whereupon the said acting Fiscal submitted in Court a representation reading as follows: To the Right Honorable Worshipful Lord President and Council of Justice of the Castle of Good Hope. Right Honorable Worshipful Lords! Shows with due respect the acting Fiscal Gabriel Exter: That, when on the 6th of this month, by the undersigned officer making this representation, concerning the persons of the assistant Maurinus Simon van Cruiselberg and the sailor Philippus Bos, who, according to the submitted representation and the suspicions attached thereto, are alleged to be the authors of a large quantity of counterfeit parchment money presently circulating, the corporal apprehension of the said persons was also respectfully requested from Your Honorable Worships according to the nature and requirements of the matter, and their decision having been made thereon that the first-named Marinus Simon van Cruiselberg shall provisionally remain in civil arrest, provided that no one have access to him, while the request in respect of Philippus Bos was held in advice.

Dutch transcription

23 de voorm: rd„s 270. valsche pergamente munte uit handen van den adsistent ter politiquen secre„ Aarije Marinus Simon van Cruiselberg koomen, maar dat denzelven van Cruisel¬ „berg bovendien meer valsch geld als aan voorm: heer Duminier onder ander geld nog rd„s 150: en aan de Heer Swanevelder rd„s 165 beneevens eenige geringe sommen aan andere persoonen uijt betaald heeft, waar door eene niet geringe suspicie ontstaat, dat gem: van Cruiselberg den auteur van deese valsche munte is, de„ welke grootelijks daar door word vermeerdert dat denselven bij de voorm: groote somma niemand positive kan aangeeven, van dien hij eenig valsch geld had: ontfangen en dierge„ „lijke van hem uytgegeeven wederom tot zig genoomen, en zonder eenige verdere navraagen ander geld daar voor in de plaats gegeeven heeft; dat er voorts ook eenige sterke presump „tien zijnde dat voorsz: van Cruiselberg door den op de Pinie bescheidene soldaat Philip„ „pus Bos daar bij geadsisteerd is geworden en dien Bos zig aan deese misdaat meede schuldig gemaakt heeft, dus den r: a vertoonder zig ampto„ „halven in de indespensabele noodzakelijkheid be„ „vind, teegens voorm: persoonen in ordine juris te procedeeren en ten dien opzigte alle de onderzoekingen te doen en de bewijzen in te winnen waar door een meerdere zekerheid kan verkreegen worden en ten dien eynde zig van derzelven persoonen te doen verzeekeren en ten overstaan van heeren gecommitteerdens uit deesen raade hun lieden logis ten eersten op 't naauwkeurigste visiteeren, gemerkt dan hier toe vereijscht word uw E achtb: authorisatie; zoo is 't den r: O: vertoonder tot wel dezelve zig keerende met eerbiedig verzoek, dat 't uwelEd: achtb: behaagen mooge aan den r:O: vertoonder te verleenen welderzelver decreet, waar door den r: O: vertoonder gequalificeerd word, in de Huijzen van den bur„ „ger luijtenand Jan Gysbert van Rheenen en den Capiteijn ter zee S„n Siereveld, waar meergem: van Cruiselberg en Bos zijn logee„ „rende geweest, ten spoedigsten gesz: visitatie voor te neemen, en voorts deese evengemelde per„ soonen te doen apprehendeeren /:onderstond:/ 'T welk doende /:was geteekend:/ G: Exter /:in margine:/ Exhibitum in Judicio, den 6 April 1786:.— Over welk vertoog en stukken gesprooken en gebesoigneert zijnde, is daar op het volgende besluijt gevallen: den Raad hebbende geleesen het door den exofficio vertoonders overgeleverde vertoog en stukken, accordeert uit hoofde van derselver Con„ tenue de versogte visitatie, laatende gem: Crui„ „selberg voorts bij provisie blijven in Civil kan Arrest 22 25 arrest mits dat niemand acces tot denselven hebben; houdende het ten opzichte van Philippus Bos, verzoch„ „te in advijs tot tijd en wijlen dien aangaande na „dere instructien zullen, zijn ingekoomen /:onderstond:/ Capo de goedeHoop die et anno ut supra /:laager:/ Mij present. /:geteekend:/ C: van Aarsen Maandag den 10 April 1786. — 's voormiddags Extra ordinaire vergadering present de E Achtb: Heere Pieter Hac¬ „ker president en alle de Leeden, demp„ „to de burgerraad d' E. Andries van sittert. — Na dat de Heer president den raade te ken„ „nen gegeeven had, hoe zijn E Achtb: met de Uiterste surprice ontwaar zijnde geworden, dat de het Fiscalaat pro interim waarnemende S„r Gabriel Exter, had kunnen goedvinden, om, niet alleen op zijne eigene auctoriteit, maar zelfs regtstreeks tegen het, in de op den 6=den deezer maand laastgehoudene vergadering„ op gem: des r: O: vert„s ingediend vertoog, door wel„ gem: raade gedecreteerde besluijt, den volgens voorm: vertoog gesuspecteerde adsistend Maurinus Simon van Cruiselberg, uit de militaire Hoodwagt, al„ Vertoond met schuldigen eerbied den pro interim fiscaal gav: Exter dat, wanneer onder den 6 deezer, door den onderge„ „teekenden vertoonder r: O: omtrend de perzoonen van den, adsistent Maurinus Simon van Cruiselberg en den Mattroos Philippus Bos, dewelke volgens ingediende vertoog en daar nevens gevoegde suspicee„ koomen te leggen, van te zijn autheuren van een groote menigte valsche, thans rouleerende pergamen, „te munte aan UwE Agtb: naar de natuur en ver„ „eisch der zaake meede eerbiedig zijnde verzogt gewor„ „den apprehensie corporeel van gem: persoonen, en daarop welderzelven besluijt gevallen zijnde dat den eerstgem: Mar: Simon van Cruiselberg, bij provisie zal blijven in civiel arrest, mits dat niemand ac„ „ces tot denselven hebbe, zijnde het verzogte ten Wel E Achtbaare Heeren Heeren! Aan den wel E: Achtb: Heer president en Raade van Justitie des Casteels de goede Hoop waar dezelve civiel gearresteert was, in de Gyzelkamer /:dewelke alhier als eene gevangenis voor crimineele misdadigers geconsidereerd word:/ te laaten overbren„ „gen, zijn E Achtb: de voorsz: S„r gabriel Exter bij zich ontbooden had ten einde hem reekenschap van deeze temeraire demarche af te vorderen, en voorts op versoek van gem: Sr Exter deese vergadering had doen beleggen; wierd door denselven pro interim Fis„ „caal in Judicio overgegeeven een vertoog Luidende als volgts waar opzigte 24

NL-HaNA_1.04.02_4323_0367 view scan ↗

English

respect of Bos, had been held for advice. The said petitioner, in order to put this highly esteemed resolution into execution in such a manner that the arrested person would remain at the castle in the military prison with the provost, addressed the Honorable Governor to request the necessary orders for this purpose; but, the said petitioner then considering that the prison is intended only for the military for minor offenses, and not prepared to keep several persons separately and without access, and already being occupied by three persons, would not fulfill the intention and purpose of the aforementioned venerable resolution, deemed it most advisable to have the arrested person brought to the ordinary prison house. Which was also carried into execution by the said petitioner in such a manner that, after having obtained the permission of the Honorable Governor for this purpose, he had the aforementioned van Cruiselberg conveyed by some military men to the aforesaid prison, and had him specially placed in such a room where civilly arrested persons are usually kept detained. That, the said van Cruiselberg, besides the bed, table, chair, and books permitted to him by the said petitioner, having further requested to be allowed to have candles, ink, pens, and paper, and this not being able to be granted to him by the said petitioner as being contrary to orders without your Honors' resolution on this matter, the said petitioner has judged it proper to present both the one and the other to your Honors with due respect, with the no less respectful request that it may please your Honors to favorably approve what has thus been effected by the said petitioner, and to order regarding the further request of the detained van Cruiselberg whatever your Honors shall deem proper. Below stood: Which doing, was signed: G: Exter. In the margin: Exhibited in Court on 10 April 1786. Whereupon, having spoken and deliberated, the following resolution was passed on the same: The Council, before disposing of the submitted representation of the officer, reprimands him for the step he took in deviation from the decree of this Council, and orders him, the said petitioner, provisionally to restore the assistant Cruiselperg to such civil arrest as the decree of this Council dictates, furthermore imposing upon the said petitioner, in this regard, to pay within twice 24 hours a fine of One hundred ducatons, for the benefit of the diaconate poor of the Reformed congregation of this place. Furthermore, having reflected on the request of Cruiselberg inserted in the above-mentioned representation, namely to be provided with some necessary needs, it was decreed thereon in this manner: The Council permits giving to the arrested person light, paper, pens, ink, a knife, and fork, for his use. After this resolution was read to the aforementioned Fiscal pro interim, he requested further time for reflection to bring forward his interests. Which request having been taken into consideration by the said Council, and having considered that if the same were granted to the said petitioner, the aforementioned transfer of Cruiselberg would thereby be delayed, it was therefore decided thereon as follows: The Council denies the request of the officer to have time for reflection for the further presentation of his interests. Below stood: Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence. Was signed: C: van Harsen

Dutch transcription

opzigte van Bos, in advijs gehouden geworden. . den 7: O: vertoonder, om dit zeer g'eerde besluijt in executie te bren„ „gen zodanig dat den gearresteerden ten casteel in de mi„ „litaire gevangen is bij den provoost zoude verblyven, zig heeft geaddresseert, aan den wele gestr: Heer Gouverneur om de nodige ordres hier toe te verzoeken; dog, dat den 7: a: vertoonder dan overwegende, dat de gevangenis al„ „leen voor de militairen, bij geringere fauten bestemd en niet geappreteerd om meerdere persoonen separatim en zonder acces te bewaaren, en alree met drie perzoo„ „nen bezet zijnde aan de intensie en het doelwit van voorm: venerh: besluijt niet zoude voldoen, 't raadsaamst heeft gehouden den gearresteerden te laaten brengen naar 't ordinaire gevangen huijs. — 'T geen door R: O: vertoonder ook op de wijze ter uijt„ voer is gebragt geworden, dat hij naar met de hier toe geobtineerde permissie van den welE: Gestrengen Heer gouverneur, gem: van Cruiselberg door eenige militairen naar voorsz: gevangenis te hebben laten Convoijeeren denzelven bezonders heeft doen plaatsen op zodanige kaamer waar curliter gearresteerde pleegen te blijven gedetineerd. — dat van dien van Cruiselberg buijten de door den 7: O: vertoonder hem gepermitteerde kooij, tafel, stoel en boeken, nog verder verzocht zijnde, om kaarsen, inkt, pen„ „nen en papier te moogen hebben, en zulx hem van den 7: O: vertoonder als tegen de order strijdende zonder uwE Agtb: besluijt hier over niet kunnende toegestaan werden, den R: O: vertoonden heeft geoordeelt zo wel het eene als het andere aan UwE Achtb: met schuldigen eerbied te zullen voordragen, met het niet minder eerbiedig verzoek, dat het uwelEd: Achtb: behaagen mo„ „ge, 't zodanig van den R: O: vertoonder geeffectu„ „eerde hooggunstig te approbeeren en noopens het verdere verzoek van den gedetineerden van Crui„ „selberg te ordonneeren; 't geen UwEd: Achtb: zullen vinden te oordeelen te behooren. /:onderstond:/ welk doende /:was geteekend :/ G: Exter /:in margine:/ exhibitum in Judicio den 10 april 1786. — Waar over gesprooken, en gedelibereerd zynde is op het zelve gevallen het volgende besluijt De raad, alvoorens te disponeeren over 't inge„ „diend vertoog van den officier, reprimendeert denzelven over de stap, die hij heeft gedaan in afwijking van 't de„ „creet deeses raads, en ardonneert hem r:O: vertoonder, den adsistent Cruiselperg provisioneel te herstellen, in zo da„ „nig civiel arrest, als 't decreet van deesen raaden is dic„ „teerende, Leggende den 7: O: vertoonder deswegens daar en boven op, om binnen tweemaal 24 uuren te betaalen eene boete van Een hondert ducatons, ten profijte der diaconij=-armen van de gereformeerde gemeente dezer plaatze. voorts gereflecteerd zijnde op het in boven gem: vertoog geinsereerde verzoek van Cruiselberg, om nament„ „lijk van eenige noodwendige behoeftigheeden voorzien te wor„ „den; is daar op in deeser voegen gedecerneert: De raad permitteerd om aan den gearresteerde te geeven Ligt, Papier, Pennen, Jnkt, een Mes en vork, tot zijn gebruijk. — Na dat dit besluijt den voorm: Pro interim fis„ „caal was voorgeleezen versocht dezelve, nader tyd van beden„ „ken om zijne belangens in te brengen. — welk versoek door welgem: raade in aanmerking genoomen, zijnde, en overwoogen, dat bij aldien 't zelve den 7: O: vertoonden wierd toegestaan, de voorm: over tren„ „ging van Cruiselberg daar door zoude geretardeert wor„ „den, is derhalven, daar op dus gedecideert De raad wijst het versoek van den officier om tijd van bedenken te hebben tot nadere voortbren„ „ging. ziner belangens van de handt /:onderstond:/ Cabo de Goede Hoop die et anno Ut supra /:lager:/ Mij „present. /:was getekend:/ C: van Harsen vinden 26

← previousnext →