Inventory 4323
Cape · 471 pages · 299 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Appeared before the Right Honorable President and Council of Justice of the Castle of Good Hope, the pro interim Fiscal Gabriel Exter, ex officio plaintiff in a criminal case on the one side, and Apol of Bengal, slave of the local minister, the Reverend Mr. Serrurier, prisoner and defendant in the aforesaid Castle on the other side. And made say that the abovementioned Apol of Bengal, slave of the Reverend Mr. Serrurier, together with his fellow slave Alexander of the Cape, having gone on the morning of Thursday, 20 April last, to carry two garbage tubs to the beach; further, the last-mentioned Alexander, having cleaned the one tub, having gone to fill it with sand, and the prisoner and defendant, on the contrary, having left the other lying there and betaken himself into one of the other tents standing there, it occurred that this tub went missing. Whereupon they returned home with one tub, and being asked by their master where they had stayed so long, the prisoner and defendant answered: they have stolen the tub. Whereupon the master, replying that this was proof that they had watched it poorly, the prisoner and defendant on the contrary said: Alexander did not watch it. Then the master, asking again whether he was not obliged to do so just as well as Alexander, and he, the prisoner and defendant, in an insolent manner again replying: Alexander should have watched it, his aforementioned master raised his hand to give him a slap, which he, the prisoner and defendant, however, avoided by pulling back his head. That he, the prisoner and defendant, then still continuing to mutter under his breath, and his master raising his hand a second time to strike him, he no less warded off that blow in a threatening manner with a raised arm, holding a small knife in his hand. Wherefore his aforementioned master held himself obliged to hand him over into the hands of Justice. All of which, coming to be confirmed completely and even more clearly from the two declarations passed before commissioners and the prisoner and defendant's own and unconstrained confession, it will only remain for the ex officio plaintiff to determine what punishment the defendant will have merited through his crime. That in this regard the Statutes of India, which must primarily be taken into consideration here, teach in the article on slaves that if any male or female slaves should go so far astray as to lay their hands on their masters or mistresses, even if without a weapon, they shall be punished with death for it without mercy. And from that it would appear that the prisoner and defendant had made himself all the more subject to this punishment, because he used a knife, which is placed under weapons. However, the ex officio plaintiff thinks (under correction) that this law may not be completely applicable in the case at hand, as it expressly says: whoever comes to lay hands on his master etc., with or without a weapon, which has not happened in this case, the prisoner and defendant having only kept himself in a threatening posture with a knife in hand, without actually laying his hand on his master. And although from the circumstances it could positively be gathered that the prisoner and defendant nevertheless was of the intention to lay his hand on his master and make use of his weapon, and here the will should stand for the deed, the specified punishment still cannot take place, because this intention is not completely confirmed, and the defendant only confesses to have indeed threatened by pointing with the knife, but not to have intended to defend himself or to injure his master. The crime of the defendant being, however, qualified in such a way that the ex officio plaintiff thinks to be able to state (under Your Honors' better judgment) that the same is different from the one described in the law only in a very slight degree, and thus should be punished proportionately by the judge. By reason of which and other reasons and means in due time [illegible].
Dutch transcription
1. En deede zeggen 2. dat boven gem:e cpol van bengalen lijfeygen van den Eern: heer Serrurier met deszelvs mede slaav Alexander van de Caab op donderdag den 20 april Iongstl: 's morgens gegaan zijnde Om twee vuilnis balies naar de strand te brengen voorts den laatstgem: alexander naar d'eene balij te hebben schoon gemaakt gegaan zijnde om dezelve met zand te vallen, en den ged: en gede daar tegen de andere leggen latende en zig in een van de andere aldaar staande tenten begeven hebbende 6 g'arriveert is dat deze balij is abzent geraakt dat zijl: daarop met een balij thuis gekomen en van hun lijfheer gevraagd geworden zijnde waar zij zo lange ware gebleeven van den ged:e en gede is geantwoord geworden zij 8 hebben de baly gestoolen waarop den lijfheer replicerende, dat dit een be wijs was dat zij l: er slegt opgepast hadden So waar den ged: en gede daartegen zeggende, alexan „der heeft niet daarop gepast Apol van Bengalen lijfeijgen van den Predikant alhier d' Eerwaarde heer Jerrurier ged: en gede in 't voorsz: Caster andere zijde Compareerde voor den wel Edelen Achtb: heer Praesidenten raade van Iustitie des Casteels de goede hoop den Pro onterim fiscaal Gabriel Exter R: O: Eys in Cas Crimineel ter eenre 67 dan den lijfheir weder vragende; osf hij niet zo wel als alexander daartoe verpligt was en hij ged: en gede op eene inzolen te wijze wederom ten antwoord geevende, Alexander moest daarop gepast hebben gem: zijn lijfheer de hand heeft opgeligt om hem een klap te geeven dewelke hij ge: en gede egter met te rugtrekken van zijn hoofd ontweek dat hij ged: en ged=e toen nog Continueerende binnen monden te Baten en zijn lyfhier ten andermaal de hand op heffen „de om hem te slagen hij niet minder dien slag met een opgeheven arm een klein mes in de hand houdende, op een dreigende, wijze heeft afgehouden Waardoor meer gem: zijn lijfhier zig verpligt heeft gehouden denzelven in handen der Iustitie over televeren 't welk uit de beide voor heeren gecommitt ge passeerde verklaringen en de ged: en gede eigene en ongedwongene Confessie komende volkomen en nog duidelijker te consteeren. den E: O: Eijssr alleenig zal overblijven omme na te gaan welke strafje den ged door zijne misdaad zal hebben gemeriteerd dat hier omtrend de Indiasche Statuten dewelke hier voornaamenlijk in aanmerking moeten komen in 't articul van lijfeijgenen leeren dat zo eenige slaaven ofte slavinnen haar zoo verre kwam te vergrijpen dat haare handen aan haare lijfkeeren ofte lijfvrouwen kwamen te slaan Schoon ook zonder geweer zij daar over zonder genade ter dood gepunieerd worden zullen en 6 daaruit zoude blijken dat den ged: en ged zig aan deze Strafse dees te meer had onder hevig gemaakt Mits welke en andere redenen en middelen in tijd en wijlen is Om dat hij zig van een mes dat onder het geweer gesteld word heeft bediend. egter den E: O: Eyssr /: onder Correctie / vermeend dat deze wet in cozu Substracta niet volkomen applicabel zijn mag Leggende dezelve uitdrukkelijk, wie komt de handen te slaan aan zijn lijfheer &c met of zonder geweer dat in dit geval niet is geschied, hebbende den gev: en ged: zig alleenig in een dreigende Postouwo met een mes in de hand gehouden zonder zijne hand dadelijk aan zijn lijfheer te slaan en hoe wel uit de omstandigheedens Positive zoude kunnen opgemaakt worden dat den ged: en ged„e dog van intentie geweest is zine hand te slaan aan zijn lijfheer en gebruik van zijn geweer te maken en hier de wil voor de daad moest geldende zijn Zo zal de bepaalde straffe dog niet kunnen Plaats hebben om dat deze intentie niet volkoomen Consteerd en den ged: alleenig advoueerd wel met het mes te wyzen gedreigd te hebben maar niet van zints geweest te zijn zig te weeren of zijn lijfheir te quetzen Eijnde echter de misdaad des ged: zodanig gequa lificeerd dat den r: O: Eijss:r (onder UwE: Agtb beter oordeel vermend te kunnen vaststellen dat dezelve alleenig in een zeer geringe graad van de in de wet beschrevene verschillende is Een dus eevenredig van den rechter zal behooren gestrafd te worden 't 11
English
if need be, to deduce further The Honorable Officer, Plaintiff, making his demand, concluded that the accused and prisoner Apol of Bengal, by definitive sentence of your Honors, shall be condemned to be brought to the place where one is accustomed to execute criminal sentences, and being there handed over to the executioner, to be fastened to the gallows with a rope around his neck, and to be severely whipped on his bare back with rods and to be branded; that he, the prisoner and accused, shall furthermore be confined for life on Robben Island, there to labor at the public works, being riveted in irons, with condemnation to the costs and expenses of justice, or to such other punishments and penalties as your Honors shall deem fit. was signed: G: Exter in the margin: Exhibited in court the 15th of June 1786. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, Alexander of the Cape, slave of the Reverend Mr. Serrurier, who, at the requisition of the Pro Interim Fiscal Gabriel Exter, declared it to be true that on Thursday the 20th of April of this year, having been on the beach with his fellow slave Apol of Bengal, Thus done at the Cape of Good Hope, the 12th of June 1786, before the Honorable Johannes Marthinus Horak and Johannes Matthias Bletterman, members of the aforementioned Honorable Council of Justice, who, along with the deponent and me, the sworn clerk, have also duly signed the original of this. Below: to which I testify. Was signed: R: J: v: d: Riet, sworn clerk. Re-examination Appeared before us, the undersigned commissioners, been with two tubs, he, the deponent, having rinsed out one of the tubs in the sea and being busy filling a bucket with sand, the aforementioned Apol, instead of looking after the other tub which he had brought with him, left it lying in the sea and in the meantime had gone to drink in one of the tents standing on the beach, during which time the aforementioned tub, having drifted away with the current, he, the deponent, returned with the aforementioned Apol with only one tub; that furthermore, his, the deponent's master, the Reverend Mr. Serrurier, having asked the deponent and Apol where the other tub had gone, Apol answered that it had been stolen; whereupon his master, having wished to reprimand him, Apol, raising his hand to strike him, the aforementioned Apol threatened to stab his aforementioned master with a knife; against which, being asked by his master, "how dare you threaten me with a knife?", he, Apol, answered in an insolent tone, "I will"; and that his master thereupon immediately had him, Apol, tied up and taken away. Declaring nothing more, the deponent gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being prepared, if need be, to confirm the same further. Below: from Says twelve years and carried wood to the Reverend Mr. Serrurier. from the Honorable Council of Justice of this government, the slave Alexander of the Cape, who, this his declaration on the reverse having been read clearly and distinctly to him, declared that he persisted in it, not desiring that anything more be added to or taken from it, testifying the foregoing to be the pure truth. Below: to be Thus re-examined at the Cape of Good Hope, the 14th of June 1786. Was signed: a cross and written around it: this mark was made by the deponent's own hand. Below: In my presence, signed: H: J: v: d: Riet, sworn clerk. In the margin: as commissioners, signed: J: M: Horak and C: G: Maasdorp. Appeared before us Articles drawn up and delivered to the gentlemen commissioners from the Honorable Council of Justice of the Castle of Good Hope, in order to examine thereon, at the requisition of the Pro Interim Fiscal Gabr: Exter, Apol of Bengal, slave of the minister here, the Reverend Mr. Serrurier, currently the Company's prisoner, his responses to be given being duly noted in the margin of this. The accused's name, birthplace, age, and whose slave he is. About 20 years of age, slave of the Says Apol of Bengal. undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, Apol of Bengal, who to the adjoining interrogatory articles answered as is noted alongside each of them. Says yes. Whether it was not answered by him, the accused, "they have stolen the tub"? Whether he, the accused, returning home with his companion with one tub, was not asked by their master where they had stayed so long? Whether he, the accused, instead of putting away the other tub, did not go into a tent, having left it lying on the beach and letting it wash away into the sea? Says yes, and that he had told Alexander to watch the tub while he, the prisoner, had gone to one of the tents, and that it was neglected by that boy. Says yes. How long he, the accused, has been in the service of his aforementioned master, and what his daily duties have been? Whether he, the accused, did not, on Thursday the 20th of April last, help his fellow slave Alexander carry two garbage tubs to the beach? Whether the aforementioned Alexander, after having cleaned one tub, did not go to fill it with sand? [illegible] Says yes. 3. Article 2. Says yes. Article 5. 1
Dutch transcription
't nood nader te deduceeren den E: O: Eijssr Eysch doende Con „cludeerde dat den ged: en gede apol van bengalen by definitive vonnis van uw E: Achtb: zal worden ge „condemneert, om gebragt te worden ter Plaatze alwaar men gewoon is Crimineelisen ventien te Executeeren en aldaar den Scherpregter overgegeven zijnde met de koorde om de hals aan de golgvastgemaakt en met roede op de bloote rugge strengelyk gegeesseld en ge brandmerkt te worden, dat hij get: en gede voorts ad dus vike ten robben Eijlande zal worden geconfineerd om aldaar in de ijzers geklonken zijnde aan de gemeene werken te onbeiden met Condemnatie in de kosten en wesen van Iustitie of te tot alzulke andere poeren en Straffen als UwE: Achtb: zullen oordeelen te behooren /:was getekend:/ G: Exter /:in margine:/ Exhibl: in Iudicie den 15 Iuni 1786 Compareerde voor ons ondergetekende ge committ uit den E: Achtb: raad van Iustitie deezes gouvernements Alexander van de Caab lifeijgen van den Eere heer errurier de welke ter requisitie van den Prointerin, fis caal gabriel Exter verklaarde hoe waar is dat hij Comp:t op donderdag den 20 April deezes Jaars met zijne medi slaav Apol„ van bengalen aan Strand zijnde geweest Aldus gepasseerd aan Cabo de goede Hoop den 12 Iunij 1786 voor d' EE Iohannes Marthinus Aorak en Johannes Matthias Bletterman leeden uit den E: Achtb. Raade van Justitie voorm: die de minute dezer benevens den Comp en mij gesw: Clercq mede behoorlijk hebben on dertekend /:lager:/ 't welk ik getuijge /:was gete kend:/ R: I: W: d: Riet gesw: Clercq Recollement Compareerde voor ons onderget: gecommitt geweest met twee balies hij Compt de eene der balies in Zee uitgespoeld hebbende, en bezig zijnde en bezig zijnde een Emmer met zand te vallen gem: Apol de andere balie welke hij mede had genomen, in steede van daar op te passen, liet liggen, in Zee en middelerwijl in een der aanstrand staande tenten was gaan drinken, en welke tusschen tijd voorm: balie door de stroom weggedreeven zynde, hij Comps met Apol voorm: met maar een balie is terug gekoomen dat voorts zijn Comp:s lijfheer de Eerw: heer Serrurier aan den Comp en Apol hebbende gevraagd waar de andere balie gebleeven was, Aposten uit woord gegeeven heeft, dat dezelve gestoolen was, waarop meerm: zijn lijfheer hem Apolte reede hebbende willen stellen, de hand opligtende om hem een slag te geeven gem: apol zijnen voorm: lijfheer gedreigd heeft om hem met een meste steeken waar tegen door gem zijne lijfheir gezegd zijnde hoe durft gij mij met Een meste dreigen hij apol op een brutaale toon heeft geantwoord; Zal dat wijders zijn lijfheer hem apol terstond heeft laaten vastbinden en wegbrengen. Niets meer verklaarende geeft den Comp voor reedenen van wetenschap als in den text bereid zijnde 't zelve des noods nader gestand te doen onderstond uit Legt twaalf Jaaren en hout gedragen te Eern: heer Derrurier uit den E: Achtb: raad van Justitie dezes gouvernements de Slaaf Alexander van de Caab, dewelke deze zijne ommestaande verklaring, klaar en duijdelijk voorgeleezen wezende verklaarde daarbij te blijven Per sisteeren niet begeerende dat er iets meer bygevoegd ofte van gedaan werden zal, betuij gende 't voorenstaande de zuivere waarheid /:onderstond:/ te zijn Aldus gerecolleerd aan Cabo de goede hoop den 14 Iunij 1786 /:was getekend:/ kruis /en daarom beschreeven:/ dit teeken heeft eigenhandig den Comps gesteld /:lager:/ mij Praesent /:getekend:/ H: J: V: O: Riet gesw Clercq /in margine:/ als gecomm: /:getekend:/ J: M: Horak en C: G. Maasdorp Compareerde voor ons Articulen gedaan maken en aan heere gecommitt: uit den E: Achtb: raad van Justitie des Casteels de goede hoop overgegeven omme ter requisitie van den Pro Interim fiscaal gabr: Exter daarop gehoord te worden Apol van bengalen lifeijgen van den predikant alhier de Eerw: heer Perrurier thans 's Heeren gu zullende deszelvs te geevene responsi „ven in margine dezer behoor lijk genoteerd worden. des ged' naam, geboorte plaats ouderdom en wiers lijfeijgen hij is. oud na gissing R Zegt Apol van Bengalen Jaaren lijffeijgen van den Onderget: gecomm: uit den E: Achtb: Raad van Justitie dezes Gouvernements Apol van Bengalen denwelken op de nevens staande vraag articulen zodanig geantwoord heeft als bezijden een ieder derzelver aangetekend staat Zegt Ja. Of niet van hem ged: daarop is geantwoord geworden zij hebben de balij gestoolen. of hij ged: met zijn maat voorts met een balij thuijs koomende zijl: niet van hun lijfheir is gevraagd geworden waarzijl: zo lang waaren geble „ven. of hij ged: in Plaats van de zegt Ia: en dat hij aan andere balij te bergen niet in alexander gezegd had een tent is gegaan hebbende om op de balyte passen terwijl hij gev: na een der zulke aan strand laaten leggen en door de zee weg spoelen. tenten gegaan was, en zulx door dien Iongen verzeumd te zijn zegt Ja. hoe lang hij ged: in dienst van gem: zyn lyfheer is, en wat zijn daagelijkse verrig ting geweest zijn! Of hij ge niet op Donderdag den 20 april Iongstl: niet zijne meede slaaf Alexander twee vuilnis balies naa strand heeft helpen dragen. of gem: Alexander na d'eene balij te hebben Schoon gemaakt niet is gegaan dezelve metzand te vallen Ho vrte hebben Zigt Ja: 3. Art: 2. Zegt Ja Art: S. 1
English
Says yes. Says yes. Article 13 Says yes. Says yes. Says a knife, which he usually carried with him, and that he later threw it into the woodshed. Says because he, the defendant, had become angry because his master wanted to strike him, the defendant. Whether he, the defendant, upon his master remarking that they must have watched over it poorly, did not say in an assured and insolent manner that Alexander should have looked after it. Article 8 Whether he, the defendant, did not seek to avoid a slap with the open hand, which his master intended to give him, by pulling back his head, and did also actually avoid it; and whether he, the defendant, further muttering to himself, awaited the second blow with a raised arm, holding a knife in the hand. What kind of knife it was that he, the defendant, had in his hand, and where it ended up. Whether he, the defendant, was then actually of the intention to injure his master. Says no, not having been of the intention to use such a knife against his master or to offer resistance, but to have done so solely to show the knife to frighten his master. Says to request a merciful punishment. Thus questioned and answered at the Cape of Good Hope on 12 June 1786 before the Honorable Johannes Marthinus Horak and Johannes Matthias Bletterman, members from the Honorable Council of Justice aforementioned, who have duly signed the minute hereof together with the defendant and me, the sworn clerk. Below: Which I witness. Was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. Review Appeared before us, the undersigned commissioners: Whether he, the defendant, will be able to bring forward anything further for his excuse. Whether he must not confess to having made himself highly guilty and punishable by his deed. What could have moved him, the defendant, to this so reckless act. Says yes, to know that. Whether he, the defendant, upon his master noticing the knife and asking him do you dare to threaten me with a knife, did not answer well, yes. 10 11 12. 16 15 14. government, the slave Apol of Bengal, to whom these his surrounding interrogatories, being read clearly and distinctly word for word, declared to persist thereby, not desiring that anything more be added to or taken from it; for the rest, he testified all the foregoing to be the pure truth, persisting thereby. Underneath: Thus reviewed at the Cape of Good Hope on 14 June 1786. Was signed: Cross, and around it written: this mark the appearer placed with his own hand. Was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. In the margin: As commissioners, signed: J. M. Horak and C. G. Maasdorp. Whereas Apol of Bengal, personal slave of the minister here, the Reverend Mr. Serrurier, aged approximately 25 years, currently the Lord's prisoner, has voluntarily confessed, and it has appeared evident to the Honorable Council of Justice of this Government: That the defendant on Thursday, 20 April last, in the morning having brought two rubbish tubs to the beach with his fellow slave Alexander of the Cape, the aforementioned Alexander, after having cleaned one tub, having gone to fill the same with sand, the prisoner on the other hand left the other tub lying and went into one of the tents standing there, and that tub meanwhile went missing; that both of them thereupon came home with only one tub instead of two, and being asked by their master why they had stayed away so long, it was answered by the defendant: they stole the tub; upon which their master remarked to them that this was proof that they had watched over it poorly, whereupon the defendant replied: Alexander did not watch over it; that the defendant's master having asked him, the prisoner, again whether he was not just as well as Alexander obligated to do so, the prisoner insolently answered: Alexander should have watched over it; wherefore his aforementioned master raised his hand to give him, the defendant, a slap, which he, the defendant, however avoided by pulling back his head. That the defendant then still continuing to mutter to himself, his master again raising his hand to strike him, the defendant awaited that blow with a raised arm, holding a small knife in the hand, in a threatening manner. That thereupon his master having asked him, the defendant: do you dare to threaten me with a knife? he, the prisoner, answered him in a malicious and harsh tone: yes; whereby the prisoner's master was forced to surrender the prisoner into the hands of Justice. Now whereas such vile enterprises and dangerous threats, in a land where Justice is maintained, can by no means be left unpunished, but on the contrary must be punished to the deterrence and example of other such villains; so it is that the Honorable Council of Justice aforementioned, having read
Dutch transcription
Legt Ja. Legt Sa Art: 13 Zegt Ja zegt Ja zegt een mes, die hij gewoon lijk bij zig droeg, en dat hy het met naderhand in zegt om dat hij ged: quaad was geworden dewijl zijn lijfhei Of hij ged: op het toevoegen van zijn lijfhier dat zijst er slegt op moesten gepast hebben niet op eene assurante en brutaale wijze heeft gezegd alexander moest daarop hebben. Art:8 Of hij ged: niet een klap met de vlakke hand, dewelke zijn lijfheer hem wilde toebrengen met 't te rug trekken van zijn hoofd heeft zoeken te ontwij ken en ook wezendlijk ontwe en of hij ged: voorts nog bin „nenmonts pratende de tweede Slag met een opgehe ven arm een mes in de hand houdende heeft afgewagt. wat het voor een mes geweest is dat hij ged: in de hand heeft gehad, en waar't belandis of hij ged: dan wezendlijk zegt neen, niet van mee„ van intentie is geweest ning te zijn geweest om zijn lijfheir te gretzen zodanig mes tegen zijn lijf heer te gebruiken of tegen weer maar zulx eenelyk gedaan te hebben om 't te doen. mes te wyzen zijn lijf heer bevreesd te maken. de houthok heeft geworpen straffe te verzoeken zigt een genadige Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede Hoop den 12 Junij 1786 voor d' EE Johs marthinus Horak en Johs matthias Bletterman leeden uit den E: Achtb: Raad van Justitie voormeld die de minute dezer benevens de ged en mij Geza: Clercq mede behoorlijk hebben on „dertekend /:lager:/ 't welk ik getuijge /:was getekend :/ R: J: V: D: Riet gesw: Clercq G Recollement Compareerde voor ons ondergetekende of hij gee nog iets meer tot zijne verschooning zal bijbrengen kunnen Of hij niet bekennen moet zig door zijne daad hoogst Schuldig en Strafwaardig te hebben gemaakt! wat hem ged:e tot dit zoo vermetele bestaan heeft kunnen, bewegen hem gee wilde Slaan Legt Sa; zulx te Of hij ged: zijn lijfheer 't mes„ gewaar wordende en hem vragende durf 't gij mij met een mes dreijgde, niet heeft geantwoord wel Ja gecomm: ken is. 10 11 12. E weeten 16 15 14. gouvernement den slaaf Apol van bengalen dewelke deeze zyn omme staande interrogat klaar en duydelyk woordelyx voorgeleeden weezende verklaarde daarbij te blijven persisteeren niet begeerende dat er iets meer bij of van gedaan worden zal, voor 't overige betuygde hij al 't voorenstaande als de zuijvere waarheid zijnde daarby te blijven Persisteeren /:onderstond:/ aldus gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop den 14 Juny 1786 /:was getekend:/ Kruijs (en daarom beschreeven dit teeken heeft de Comp. eygenhandig gesteld /:was getekend/ R: J: V: O: Riet gesa: Clercq /: in margine:/ als gecomm: /:getekend:/ S: M: Horak en C: g: Maasdorp. Aangezien Apol van Ben„ „gaalen Lyftigen van den Predicant alhier de Eerw„e Heer Serrurier, oud na gissing 25 Jaaren, thans 's Heeren gevan „gen vrywillig heeft beleeden, en den E: Achtb: Raade van Justitie deezes Gouver „nements evident gebleeken is. — Dat de ged: op donderdag den 20 April Jongst „leeden, des morgens met zynen mede slaaf Alexander van de Caab twee vuilnis balies naar strand gebragt hebbende de evengem: Alexander na de eene balij te hebben schoon gemaakt, gegaan zynde om dezelve met Land te vullen de gev: daar en tegen den anderen heeft laten leggen en zich in een der aldaar staande tenten begeeven heb„ „benden, die balij inmiddels absent geraakt is, dat zij beiden daarop slegts met eenen balij in steede van twee 't huis gekoomen, en door hun„ „nen Lyfheer gevraagd geworden zijnde waarom zij zo lange uitgebleeven waaren, door den ged: is geangwoord geworden zy hebben de balij gestolen op 't week hun Leever, Lyfheer hun toegevoegd hebbende: dat dit een bewijs was, dat zij er slegt opgepast hadden de ged: daarop dat des ged: Lyfheer hem gevs weder gevraagd hebbende, of hij niet zo wel als Alexander daar toe verplicht was de gev: op eene insolente wyze ten andwoord heeft gegeven Alexander moest daarop gepasst. hebben, wes halven gem: zijnen Lyfhoer de hand heeft opgelegt om hem Et: een klap ten geeven, de„ „welken hij ged: eghter met het te zug trek„ „ken van zijn hoofd heeft ontweeken. dat de gzo: toen noch Continueerende om bin„ „nen monds te praten zijn Lyfheers ander„ „maal de hand opheffende om hem ten slaac de ged: dien slag met een opgeheeven arm, een klein mes in den hand houdende, op een dreigende wijze heeft afgewacht Dat daar op zyn Lyfheer aan hem ged: ge„ „vraagd hebbende durft gij mij met een mes dreegen. zulks hem gew: op een kwaad„ „aartigen en forssen toon is beandwoord ge„ „worden met Ja waar door aan des gev:s Lyfheer is genoodzaakt geworden den gev: din handen van Justitie overteleveren Dan nademaal Diergelyke snode onder„ „nemingen, en gevaarlike bedreigingen, in een Land alwaar den Justitie gehandhaafd word, geenzints ongestraft kan worden gelaaten, maar in tegendeel ten afschrik en voorbeeld van anderen zoortgelyke boos wichten gepuni„ eerd wolden moeten zoo is 't dat den E: Achtb: Raad van Justitie voorm: geleezen „gepass. d gerepliceerd heeft: Alexander heeft er niet op„
English
and having considered the written claim and conclusion made and taken ex officio by the pro-interim Fiscal, the Honorable Gabriel Exter, on and against the prisoner, together with having paid attention to everything that served the matter and could move Their Right Worships, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, have condemned the defendant Apol of Bengal, as Their Right Worships hereby condemn him, to be brought to the place where criminal sentences are customarily executed here, there delivered to the executioner and, having been tied to a post, severely scourged on the bare back with rods, branded thereupon, and further, having been riveted in chains, to be banished to Robben Island, in order to labor there on the Honorable Company's public works for the duration of his life without wages, with condemnation of the prisoner in the costs of justice, and dismissal of the further claim made and taken by the officer. Beneath was written: Thus done and sentenced at Cabo de Goede Hoop on 15 June 1786. As well as pronounced in the Castle of Good Hope on the 24th of the same month, and executed on the same day. Was signed: P: Hacker, J: Smijts, S: V: Detten, A: V: Sittert, J: M: Horak, J: M: Bletterman, W: F: V: R: V: Oudtshoorn, C: G: Maasdorp, C: L. Neethling, G: H: Meyer, P: De Wet. Lower: In my presence, signed: C: L. Neethling, Secretary. In the margin: Let execution be done. Signed: C: J: van de Graaff. Agrees. 1. And the Officer, the Plaintiff, did state 2. that the declarations attached hereto and answered interrogatories dictate nothing further 3. that the first prisoner and defendant, Cupido, having deserted about 12 years ago from his mistress's farm situated at the Tygerbergen 4. and after having wandered to and fro, finally betook himself to the Hangklip 5. subsequently, there had come to him the second, third, 4th, 5th, 6th, and 7th prisoners, named October, Mentor, Rampy, Felix, Fortuyn, and November. Cupido of Ternate, slave of the late burgher Thomas Dreyer, October of Madagascar, slave of the burgher Simon van Blerck, Mentor of Madagascar, slave of the burgher Jan Frank, Rampy of Mandahaar, female slave of the burgher Pieter Weydeman, Felix of Timor, slave of the burgher Jan Laurens Cade, Fortuyn and November, slaves of the burgher Jan Bierman, Pieter, slave of the Burgher Councilor Mr. Johannes Carnspek, Anthony and Jan of Bengal, slaves of the burgher fire-master Mr. Arend van Wielig, and Maij of Mozambique, slave of the burgher Jan Krijgo, presently prisoners and defendants in the aforementioned case, on the other side. Appeared before the Honorable, Right Worshipful Mr. President Pieter Hacker and all the members of the Honorable Right Worshipful Council of Justice of this Government, the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletterman, in his official capacity, Plaintiff in criminal matters, on the one side, against
Dutch transcription
en overwogen hebbende den schriftelijken Eesch en Conclusie door den pro- interim Fis„ „caal den E: gabriel Eter nomine officie op en Jeegens den gevf gedaan en genoomen, mids„ over gelet op alles wat ter materie dienende was, en hun EE Achtb: konden doen Moveeren Regt doende uit Naam en van wegens hunne hoog mogende de Heeren staaten gene„ „taal der vereenigde Nederlanden den ged/ Apol van bengalen hebben geconzemneerd gelijk hun EE: Achb: derzelven Condemneeren midsdeelen, om gebragt te worden der plaatse daars men alhier gewoon is Crimineele gewijs„ „dens te executeeren aldaar den scheeprechter overgeleverd en aan een paal gebonden zynde met roeden op de blooten tug strangelijk geges„ seld, daarop gebrand merkt, en voorts En de ketting geklonken zynde op het Robben Eeland gebannen te worden, om aldaar den tyd zijn 's levens zonder loop aan 's E Comp:s gemeenen werken te arbeiden, met Condemnatie van den gev„e in de kosten van Justitie en ont„ Legging van de verderen Eisch bij den offi„ „dien gedaan en genomen. /:onderstond:/ Aldus gedaan en gesententieerd aan Cabo de goede Hoop den 15 Junij 1786. midsgaders gepronuntieerd in 't Cas„ „teel de goede Hoop den 24 derzelver maand, & geexecuteerd ten zelve dage /was getekend:/ P: Hacker, J: Smijts, S: V: Detten, A: V: Sittert, J: M: Horak, J: M: Bletterman, W: f: V: R: V: Oudts„ „hoorn, C: g: Maasdorp, C: L. Neeteling G: H: Meyer, P: Dewet, /:lager mij prae„ „sent /:getekend:/ C: V: Aetssen. Secretaris /:in margine:/ Fiat executie /:getekend: C: I: van de graaff. Accordeert 1. Endeede de r: O. Eysscher zeggen 2. dat de neevens deese gevoegde verclaringen en beant„ „woorde Jnterrog, niet meerdere dicteeren 3. dat den Eerste gev: en ged. Cupido voor omtrend 12 Jare van Zyne Lijfvrouwe Plaatze aan de tygerbergen geleegen opgedrost zijnde 4: en eindelijk gints en herwaards gesworven, eyndelijk na de hanglyx zig heeft begeeven 5. vervolgens by hem waaren gekoomen, de tweede, derde 4. 5: 6. en 7. Gevi met name, October, mentor, rampij phelie, fortuijn en november Cupido van Ternaten Lijf Eygen van den burger wylen Thomas Dreyer October van madagascar Lijfeijgen van den burger Simon van Blerck Mentor van Madagas Car Lijfeygen van den burger Jan frank Rampy van Mandahaar slavinne van den burger Pieter Weydeman Phelix van Timon slaaf van den Burger Jan Lavo Cade Fortuynen November Vifeygenen van den Burger Jan Bierman Pieter Slaaf van den Burgerraad d' heer Johannes Carnspek Anthony en Jan van Bengalen slaven van den burger brandmeester Sr. Arend van Wielig en Maij van Mosambicque slaaf van den burger Jan krigo thans gev„e en ged„e in 't voorsz: Cas, ter andere zeijde Compareerde voor den Edelen E Agtb. heer Praesident Pieter Hacker en alle de Leeden van den E. Agtb: raad van Justitie deeses Gouvernements den Landdrost van stellenboschen Drakensteijn Hendrik Lodewijk Bletterman Rat. Off. biss. r in Cas Crimineel ter benre H Kier - — gem Eery Contra
English
6: that he, the first prisoner, along with the two slaves who are still absent, namely Job belonging to the widow Ekhard and Carolus belonging to the burgher Jacobus Louw, having gone to the farm of the burgher Jan Otto, fetched two horses out of the stable 7: having been pursued the following morning by the aforesaid Otto and the burgher Jan Wilkens 8: that the aforesaid Otto then having struck the said Job with a shot of chopped bullets 9: they nevertheless transported both horses to their place of residence 18: without any of them being captured or the aforesaid Job dying from the wounds he received 11: that subsequently the 7th and 8th prisoners, November and Pieter, having gone to the farm of the former Heemraad Willem Morkel 12: having broken open the millhouse there, stole from it two saws, one hatchet, two drawknives, one wood axe, one brace and bit, one compass, one folding rule, two garden shears, one copper cooking kettle, two school skins, two scissors 13: which aforesaid goods, however, all a short time thereafter 14: were found again by a commando of burghers 15: and were handed over to the aforesaid Morkel 16: that after this committed theft, the 3rd, 6th, and 7th prisoners, Mentor, Fortuyn, and November, having returned to their respective masters 17: were very severely punished in front of the prison, and the 3rd and 7th prisoners were put in irons 18: that subsequently the 1st, 2nd, 5th, and 8th prisoners, Cupido, October, Philip, and Pieter, alongside the still absent Jacob and alias, proceeded to the farm of the widow Cornelis van Nieuwkerken 19: had stolen six oxen there, but wishing to transport the same to their place of residence at the Hanglip 20: on the way one of them fell into the sea and another escaped from them 21: that the aforesaid 1st, 2nd, 5th, and 8th prisoners, alongside the aforementioned still absent Jacob and alias, thereupon went to the Kno Cloofs Kraal 22: and having seen the wagon of the burgher Arnoldus Sclook unhitched there, had stolen 7: there with great caution broke out the staple upon which the hasp of the padlock closes, lock and all 28: and after having stolen one schepel of flour in two sacks 29: had driven the same staple back in such a way 30: that no person at that place knew or noticed anything of that theft or burglary 31: until the prisoners were captured and both sacks, marked with the name of the aforesaid Meyburg, were found with them 32: that the 1st and 2nd prisoners, some time thereafter wishing to proceed hither, met the 9th and 10th prisoners, Jan and Anthoni, in the front dunes 33: they proceeded together to the farm of the burgher Jan Krige, where having fetched the 11th prisoner named May and together stolen some garden fruit, subsequently returned again to the Hanglip 35: finally proceeded to the farm of the aforesaid Cornelis van Nieuwkerken 36: where, according to the unanimous confession of the same prisoners, they having seen a wagon standing in front of the dwelling house 37: and finding two Hottentots lying asleep under it 38: the 1st and 10th prisoners, Cupido and Jan, nevertheless had the audacity 39: to lift the rear chest from the wagon 40: and to bring the same to the 2nd and 11th prisoners, October, Anthony, and May 41: who in the meantime had gone to look for fruit and vegetables in the slave garden 42: that the chest then having been broken open by the 1st, 2nd, and 10th aforementioned, Cupido, October, and Jan, there was found in it 23: at night when that man had fallen asleep 24: broken open the rear wagon chest, had stolen from it three pieces of paper currency, six pieces of silver money, three loaves of bread, and some powder and lead, and further also from the wagon a steenbok and a sack of pickled herring 25: after which the prisoners became separated from one another, so that both the first prisoners remained alone 26: that the 1st and 2nd prisoners some time thereafter having gone to the farm of the former Heemraad Johannes Albertus Meyburg
Dutch transcription
6: dat hij Eerste gev: met de beijde nog absent zynde slaven, in name Job van de weede. Ekhard en Carolus van den burger Jacobus Louw gegaan zinde na de plaats van den burger Jan Otto uyt de stal gehaald hebbende twee paarden 7: des anderen daags morgens agtervolge waren door voorsz. Otto en den burger Jan wilkens. 8. dat voorsz: Otto als toen gem: Job met een schoot ge„ „kapte kogels hebbende getroffen 9: egter de beyde paarden na hun verblyf plaats hadden getransporteerd. - 18. Zonder dat een hunner gevangen genomen nog dat voorsz. Job. aan zyne bekomene worden was komen te sterven 11: dat vervolgens de 7 en 8. gev: Novbr: en Pieter gegaan zynde na de plaats van den Oud Leemraad Willem Morkel 12. Aldaar 't molenhuijs opengebroken hebbende, dieuruijt Twee Zagen, Een hand bijl, twee snymessen Een houtbyl Een Omslag boor, een passer, Een duijmstok, twee thuinscha Een koopere kookkitel, twee schoolsvellen, twee schaaren 13. welke voorsz. goederen echter alle weynige tyd daarna 14 door een Commando burgeren wederom gevonden, 15. en aan voorsz. morkel zijn ter handen gesteld geworden 16. dat na deeze geplugde diefte den, 3, 6en 7. gev: Mentor, fortuyn en Novbr: te rug na hunne resp„, Lyfheeren gekeert zynde. 17. Zeer strengelijk voor 't Gevangenhuys afgestraft en den 3 en 7. gev. in de bysers geklonken waren 18. dat vervolgens 1:2. 5e, 8: gett Cupido, October en phelip e Pieter nevens de noy absente Jacob en alias zig heb„ bende begeeven na de plaats van d' weed. Corn, van Nieuwkerken 19: aldaar ses Offengestoolen hadden, dog dezelve na hun ver„ „blyf plaats aan de hanglip willende transporteeren 20. Op weg een van dezelve in Zee gestort en een ander hun ontloopen was. 21: dat de voorsz. 1. 2. 5 en 8. gevz neevens evengem nog absent zynde Jacob en Alias daar op zijnde gegaan na de knio Clooks Craal 22. en aldaar hebbende zien uijtspannen den wagen van den burger Arnoldus SClock gestolen hadden 7. aldaar met veel omzigtigheyd de kram waar 't overwerp van 't hangslot opsluyt met slot en al uytgebrooken 28 en nadat in twee zakken Een schepel meel gestoolen 29. dezelve Cram dusdanig wederom ingeslagen hadden 30. dat aldaar ter plaatse geen minsch van die diefte of brake iets geweeten of vernomen heeft 31. als tot dat de gev: gevangen genomen ende beijde zakken met de naam van voorsz: Meyburg gem t, by hun was gevonden 32. dat den 1 „ 2. ge. eenigen tyd daarna, zig na herwaards willende begeeven in de voorduijne ontmoet hadden ten 9: en 10. gev: Jan en Anthoni 33: zyl. zig gezamentlijk hadden begeeven na de plaats van den burger Jan krigo alwaar den 11: gen. met name may afgehaald en te zamen eenige thuyn vrugten gestolen hebbende vervolgens wederom na de hanglip waren gekeert 35: zig eyndelyk hadden begeeven na de plaats van voorsz. Cornelis van Nieuwkerken 36. alwaar volgens d' eenparige Confessie van dezelve gevs zijl een wagen voor 't woonhuijs hebbende zien staan 37. en twee hottentotten daar onder slapende vinde leggen 38. d' Eerste en 10. gev: Cupido e Jan, des niet teegenstaande de stontheyd hebben gehad. — 39. van de wagen 't agterste kisje te ligten 2o. en 't zelve te brengen by den 2: G: en 11 gev. Octb. Anthonyen May 41. de welke in tusschen in den slaven thuijn, vrugtens en groen, „tens waren gaan zoeken — h2: dat als toen door de 1. 2 en 10. gem supido, October en Jan 't kiotje open gebrooken zynde, daar in bevonden was 23. des nagts wanneer die man in slaap was geraakt 24. 't agterste wagen kisje opengebroken, daar uyt gestoolen hadden drie stuks papiere geldmunt, ses stuks zilver geld drie brooden en wat kruijd en Loot en voorts nog van den wagen Een steenbok en ben sak„ met pekelharing. — 25. waar na de get. verdeelten van den anderen zijn geraakt zoo dat de beijde Eerste gev. alleen gebleeven zyn 26. dat de Eerste en 2. gev. eenige tyd daarna, na de plaats van den oud Leemraad Joh„s Albertus Meyburg zynde Een ƒ gegaan
English
A silver woman's clasp purse, a pair of ditto shoe buckles, a pair of gold earrings, a black silk gown and apron, a yellow chintz jacket and skirt, a white ditto ditto, a ditto chintz skirt, a ditto ditto with a border, three women's shirts, three men's ditto, six white cloths, a hat, a black pair of trousers, a ditto waistcoat, two knitted caps, two razors, and a little clean linen, while they, all the prisoners, declare they did not find any paper money in it, which paper money the prisoners nevertheless presume was in a packet which they, having regarded it as letters, tore up and, together with a large part of the aforesaid women's clothing, hid away in the bushes and rocks, without it being possible for the same to be pointed out or found again by the 10th prisoner, while the first and 2nd prisoner Cupido and October took a small part, and the 10th prisoner Jan took a large part of the aforesaid goods for themselves, whereas on the contrary the 9th and 11th prisoners Anthonij and May received nothing of the same; that the prisoners having thereupon proceeded to the Palmiet River, the 9th prisoner Anthonij got lost from the rest and, having subsequently gone to the place of the aforesaid Krigo, was discovered there by the slave Sephta of the aforesaid Krigo and, with the help of two Bastard Hottentots present at the aforesaid place, was taken prisoner; that the prisoners Cupido, October, Jan, and the aforesaid May, having missed their fellow prisoner Anthonij, had proceeded to the place of the aforesaid Krego in order, as some of the prisoners claim, to go look for their fellow prisoner Anthony, but as most state, to fetch the other slaves of the just-mentioned Krigo; the prisoner May, having entered the kitchen through the back door of the dwelling house and called out there to the slave Adam who usually slept there, where at that time a Hottentot Jan was stationed, and receiving no answer, had gone to the slave house with the 1st, 2nd, and 10th prisoners Cupido, October, and Jan, who were standing before the kitchen door; that in the meantime the aforesaid Hottentot Jan had gone around the outside to the front door of the dwelling house, and upon his knocking the house door having been opened, it was made known by him, the Hottentot, to the wife of the aforesaid Krigo that the runaway slaves were there, whereupon the wife of the aforesaid Krigo had ordered him once again to go to her son-in-law, the burgher Daniel Joubert, living very nearby, and to bring this to his knowledge; that the Hottentot, in the supposition that the aforesaid prisoners were at that time in the slave house, intending to proceed behind the same toward the mentioned Joubert, had discovered the two prisoners Cupido and Jan; that according to the statement made by the same Hottentot Jan, which for the largest part agrees with the answered interrogatories of the last-mentioned prisoners, he, the Hottentot, upon sighting the just-mentioned two prisoners Cupido and Jan, went to lie on his belly on the ground, in the hope of not being discovered by the two aforesaid prisoners; the two same prisoners however had come up to him, whereupon, he having stood up, the first prisoner Cupido had threatened him that he would run him through with the assegai, but upon the advice of the prisoners October and May who had joined them in the meantime, who were posted by the road to see if anyone might come along, and on the pretext of him, the Hottentot, that he was himself a runaway, had wanted to steal [illegible], became frightened, and had left his own jacket behind in his flight, did not do so, but had accepted him, the Hottentot, as a fellow companion; that the prisoners Cupido, October, Jan, and Maij, taking him, the Hottentot, along, had proceeded from the place of the mentioned Krigo to that of the burgher Naude in order to steal a sheep there, which failed them because daybreak broke through; that the prisoners, having walked on through the entire night and consequently having been very tired, had collectively proceeded toward the side of the dunes on a certain elevation into a forest and had laid down to sleep there, while the Hottentot, under the pretext that if he remained lying with them and Europeans might come, the same would then capture them all as runaways, but if they would permit him, the Hottentot, to go some distance away
Dutch transcription
Een Zilvere vrouwe beugeltas, Een paar dito schoengespen Een paar goude Oorknabben, Een zwarte, zeijde Gon en tabelj„ Een geele Chitze Jakkie en rok Een witte d: d„o P: „ ben d:o Chitze rok Een d o d:o met een rand: drie vrouwe hembden, drie mans d o ses witte doeken, ben hoed, bin swarte broek, bend. hembdrok twee gebreyde muteen, twee scheermessen, en een wynig schoon Linnen goed terwijl zyl alle gev:leggen, geen papieren geld daar in bevonden te hebben 43. welke papiere geld de gev: egter praesumeeren in een pacquet 't welk zijl voor brieven aangesien hebbende verscheurd R4. en neevens een groot gedeelte van de voorsz: vrouwe kleederen in de bosschen en klippen wiggestoken hebbende 25: zonder dat '3 dezelve door hem 10. gev: hebben kunnen worden aangeweesen of weederom gevonden worden 46 terwijl de Eerste en 2. get. Cupido en October een gering in de 10. gev. Jan een groot gedeelte van de voorsz goederen na zig ge„ „nomen hebben 27. daaren teegen de 9: en 11. gev. Anthonij en may niets van dezelve bekoomen hebben 28: dat den gev. zig daar op na de palmete rivier begeeven hebbende 49. de 9. gev. Anthonij van d'overige verdwaald en vervolgens na de plaats van voorsz. krigo gegaan zynde, aldaar door de slaaf Sephta van voorsz. krigo ontdekt en met behulp van twee ter voorse= plaatze zrg bevindende bestaart hot ten lot „ten gevangen genoomen is 50. dat de get:. Cupido, October, Jan en Maij voorst. medegeo„ Anthonij hebbende vermist. 51. na de plaats van voorsz. krego zig vervoegd hadden om ge„ „lijk eenige der gev. voorgeven na hun meede gev. Anthony te gaan zoeken 52. dog gelyk de meeste Leggen 53. om de overige slaven van evengem krigo afte halen 54: den gen: may door de agterdeur van 't woonhuijs zig inde Combuijs begeeven, en aldaar toegeroepen hebbende, den gewoonlyk aldaar slapende slaaf Adam 55 alwaar als toen een hottentot Jan was geplaatst 56: en geen antwoord bekoomende zig met de voor de Combuijs deur staande 1e 2en 10. gen Cupido October en Jaen, nu 't slave, „huijs had begeeven, 57. dat in tusschen de voorm. Potten tot Jan buyten om na de voordeur van 't woonhuys gegaan en op zijn aankloppen de huys deur gf opend zynde 58 door hem hotten tot aan de huijsvrouw van voorsz: krigo be„ „kend was gemaakt, dat de drossende slave aldaar waren 59. wanneer de vrouw van voorm. krigo hem andermaal had gelast na haren zeer nabij woonende, schoon zoon den burgen Daniel Joubert te gaan en zulx denselven ten kennisse te brengen 60: dat den hotten tot in suppositie dat den voorsz. gev: als toen in't sta„ „venhuijs waren 61. agter hetzelve om zig na gem: Joubert willende begeeven, de beyde gev. Cupido en Jan had, ontdekt 62. dat volgens de gedane opgaaf van denzelven hotten tot Jan, 't welk Voor 't grootste Gedeelte met de beantwoorde Jnters „rogatorien der laatstgem gevangen guadreert 63. hy hotten tot op 't geeigt der evengem. beyde gev. Cuprdoen Jan op zyn buyk op de aarde zynde gaan leggen 64. Jn koop van door dezelve beyde voorsz: gev: niet te zullen worden ontdekt 65: dezelve beyde geen echter by hem waren gekoomen O. 6. als wanneer hy opgestaan zynde, de eerste ge. Cupido hem had bedreygd met de assegaaij overhoop te zullen steeken 67. dog op 't aanraden van de intusschen by gekoomenen Gwv. October en May 68 dewelke by den weg geposteerd waren, om te zien of er ook iemand aanquam 69. en op 't voorgeeven van hem hotten tot als dat hy zelve een drosser zynde, chrryven hebbende willen steelen, verzaagd en zyn batje zelve inde vlugt agtergelaaten had 5 70. zulx niet Gedaan, maar hem hollen tot als een meede makker aangenomen had. 71. dat degev/ Cuprdo, October, Jan en Maij hem hottentot meede neemende 72. van de plaats van gem. krigo na die van den burger naade zig hadde, begeeven om aldaar een schaap te steelen 73. het geen hun vermits de dageraat door brak was mislukt 74. dat de gein den geheelen nagt doorgeloopen hebbende en gevolge„ „lyk zeer vermoeyd geweest zynde 75 gezamentlyk na de Cant vande duynen op zeekeren hoogte in een bosch begeeven en aldaar te slapen hadden gelegd 76. terwyl den hotten tot ondervoorwendeel dat wanneer hij by hun blafleggen, en er Europeese koomen mogten. — 77. dezelve hun alle als dan als drossers zoude gevangen neemen 78. dog wanneer zyl. hem hotten tot wilde permitteeren een endweeg
English
and some distance away from them to go and lie alone in a nearby forest. 79. That he, Hottentot, in case Europeans might come, would then be able to pretend 80. that he had been sent by his master with these prisoners, whom he would then say had laid down there, to go and search for oxen, 81. and the said Europeans would then not take them prisoner, 82. he having managed to go and sleep alone in a forest located closer to the road; 83. that the said Hottentot Jan, noticing that the aforementioned prisoners Cupido, October, Jan, and Maij had fallen asleep, 84. he, Hottentot, having advanced along the path, crawling, some distance away from them, 85. then hurried, 86. and within a short time came to this side of the so-called Saxenburgse Kloof, 87. and then to around the place of the aforementioned Krige; 88. whereupon he, Hottentot, noticing from afar on the road to Stellenbosch the frequently mentioned burgher Daniel Joubert with some burghers, 89. called out so long until they, turning around and noticing him, Hottentot Jan, returned to the place of the said Krige and waited until he, Hottentot, had reached them; 90. whereupon the said Joubert with the aforementioned burghers and two bastard Hottentots, having been informed by the said Hottentot where the aforementioned four prisoners Cupido, October, Jan, and Maij were situated, 91. immediately proceeded thither with the Hottentot Jan, 92. and upon their arrival found the aforementioned prisoners Cupido, October, Jan, and Maij sleeping, 93. and thus also, after some slight resistance shown by the aforementioned prisoner Jan, 94. nevertheless had taken them all prisoner. 95. The Prosecutor, believing he has detailed all the crimes of the prisoners and defendants extensively enough, 96. and now, to avoid all useless recapitulation, only remarks beforehand 97. that the slave Job of Malabar, who already some years ago had made himself guilty of theft and burglary, 98. and had been punished for this, 99. subsequently made himself a fugitive, 100. and now, for about a full year, has furthermore again made himself an accomplice 101. to the housebreaking and theft committed at Monsieur de Bonnaire's, 102. and, no less than the slaves Alias and Carolus, could not be captured despite all efforts made; 103. and that with relation to the 3rd, 4th, 6th, and 7th prisoners, Mentor, Rampij, Fortuyn, and November, 104. they have not made themselves guilty of any burglary or theft, 105. except for the last-mentioned November, who with the eighth prisoner Pieter broke open the window of the mill house at the aforementioned Morkel's 106. and stole the aforementioned goods therefrom, 107. which goods, however, were all taken back from them by a commando of burghers, 108. they all having gone directly thereafter to their respective masters; 109. whereupon they, having been punished very severely here before the prison, 110. all except the sixth prisoner Fortuyn, 111. were riveted in heavy irons, 112. which punishment the Prosecutor, with respectful deference, believed to be proportionate enough to their crimes, 113. having proposed to the Honorable Commissioners of the Honorable Court who attended the interrogation held with the prisoners, subject to the approval of Your Honors, 114. to be allowed to release the said Mentor, Rampij, Fortuyn, and November, 115. in which their Honors had no hesitation, 116. and they were accordingly released the following day, 117. under express recommendation and condition to their masters 118. not to release them from their irons without prior notice to the Honorable President of this assembly; 119. and the Prosecutor will now proceed to investigate 120. what punishment the remaining prisoners, Cupido, October, Pieter, Philip, Anthonij, Jan, and May have incurred, and which of the same ought to be inflicted on each of the prisoners. 121. The Prosecutor therefore believes that here principally must come into consideration the 1st and 2nd prisoners and defendants, Cupido of Ternate and October of Madagascar, 122. who appear to have been the principal instigators in all the committed
Dutch transcription
en dweegs van hun in een aldaar na bij zig bevindende bosch alleen te gaan leggen. . 79: hy hotten tot ingeval er Europeeschen mogte komen al dan zou kunnen voorgeeven 80. dat hy door zyn baas met hun gev„s dewelke hy dan zegge zoude zig aldaar te hebben nedergelegd, gezonden was om ossen te gaan zoeken 81. dezelve Europeese hun als dan niet gevangen zoude neemen 82. zig alleen in een nadere aan den weg zig bevindende bosch had vermogen te gaan slapen Leggen 83: dat dezelve hotten tot Jan bespeurende, dat de evengem. gens Cupido October, Jan en Maij in slaap waare geraakt 84. hy bottentot al langs de aan de kruypendike, bndweegs verre van dezelve gevordert zijnde 85. vervolgens zeg gespoed 86. en binnen kosten tyd, dusdanig gekoomen, tot deze zeyde van de Jogen„, Saxenburgse Cloof 87: en Zio vervolgens tot Omtrend de plaats van voorsz: krigo 88: wanneer hij bottentot van verre op den weg na stellenbosch den meergjem: burger Daniel Joubert met eenige burgeren ontwaar geworden zynde 89: zoo lange had geroepen tot dat dezelve om keerende en hem hotten tot Jangewaar wordende na de plaats van gem. krigo te rug gekeert en zoo lange vertoefd hadden, tot dat hy hotten tot by hun was gekoomen 90. als wanneer gem soubert met de voorsz. burgeren en twee bastaard hottentotte van dezelve hotten tot G'informeerd geworden zynde, waar ter plaatze de voorm vier gev Cupidr, October, Jan en maij zig quamen te bevinden 91: terstond met den hottentot Jan zig derwaards begeeven 92: en bij hun komst voorsz: gev: Cupido, October, Jan en man slapende gevonden betoonde tegenkanting 9h. egter alle gevangen genomen hadden 95 de R. O: E: alle de misdaden der gev„ en ged:e vermeenende breedvoerig genoeg te hebben gedetailleerd 96. & al nu ter vermeyding van alle nutteloose recapitulatie alleenlijk nog maar voor af remarqueeren 97. dat de slaaf Job van mahusa die zig reeds voor eenige Jaren van verdiefte en brake schuldig gemaakt 93:' duselanig ook na eene min of meer door voorsz. get Jan 98: en dusweegens afgestraft zynde 99: Zig vervolgens fugatuf gesteld R O. O.: voor nu omtrend een groot Jaar voorts wederom, meede schul„ „dig heeft gemaakt. 19 t: aan de bij monsr de Bonnaire gepleegde huijsbraak en diefte I. C: L: zoo min als den slaaf Alias en Carolus, niet teegenstaande alle aangewende moeyte heeft kunnen gevangen worden, 103: in dat met relatie tot de 3„ 4. 6 in 7. ger. Mentor, Rampij. Cortuynen November 104. dezelve alle zig aangeen brake of diefte hebbende schuldig gemaakt. - 105: Behalven de laatstgem. November, die met de agtste gee„ Pieter 't vengaten van't molenhuijs by voorsz morkel opengebrooken 106. en 't bovengem. goed daar uijt gestoolen hebbende 107. welke goederen alle door een Commando burgeren hun egter wederom ontnomen Eynde 108 zyt alle direct daar op na hunne resp Lyfheeren zynde gegaan 10 8. als wanneer zyl. seer streng alhier voor't gevangen huys afge„ „straft zijnde 116. alle behalven de sesde gev. fortuijn 121 in sware eysers waren geklonken 112. welke straffe den Z. O. bysf„r /:onder Eerbiedige reverentee. / ver„ „meinde evenreedig genoeg met derselver misdaden te zyn 113. aan S. I. Gecommitt, rugt den E. Agtb. raade dewelke 't met den gev. gehoudene verhoor gevaceert hebben, onder appro¬ „batie van Uw E. Agtb. heeft voorgedragen 114. dezelve gen mentor, Rampij, fortuijnen november te mogen telaxeeren 115 waar in hun E. E Agtb: geen bedenken hebben gedragen 116. dezelve dan ook daags daaraan zyn ontslagen geworden 117. onder expresse recommandatie en Conditie aan hunne lyfheeren 118. van dezelve niet uyt hunne eyssers zonder voor kennisse van den E. Agtb. heer praesident deeser vergadering te ontslaan 11op en zal den 7. O. Eyss„r nu overgaan te onderzoeken 1LO. welke straffe de overige gev: Cupida, October, Pieter, philip anthonij, Jan en May hebbeng'incurreert, in welke der„ „zelve aan ider der gev: behoord te worden g'inflegeerd 121. de r. O. b. p C.„to vermeend dan alhier principaal in aanmerking te moeten koomen, de te 2 gevr enged:e Cepido van Ternaten en October van Madagas Car 122: dewelke de voornaams te schijnen geweest te zijn bij alle de gepleegde ƒ
English
thefts and housebreakings committed, except in the stealing of the horses, where the first prisoner seems to have gone along solely for assistance; that however from whatever perspective one would also wish to consider the thefts and housebreakings thus committed by the first and second prisoners, the same cannot be said to fall under the terms of riotous and violent aggravated housebreakings and thefts for which the death penalty is enacted; which under correction seems sufficiently clear to the Officer of Justice from the circumstances which they both, the two prisoners, had when they, together with the still absent prisoners Job and Alias, burgled the wagon of the burgher Arnoldus Clock; besides that all the committed housebreakings and thefts were carried out on no dwelling houses, but only on such buildings, in such places, where neither murder nor manslaughter were to be feared; that consequently the necessary requisites which make thefts committed with the cords punishable, according to the teachings of Carpzovius in Practica Nova Imperialis Saxonica Rerum Criminalium part 1 question 19 number 3 et sequentes, being absent, both of the first prisoners should likewise not be punished in such a manner; and here stepping away from both the first prisoner and defendant Cupido and October, the Officer of Justice, regarding the remaining Pieter, Philip, Anthony, Jan and May, will still have the honour briefly to say: that they have made themselves guilty of a lesser part of the crimes than both of the first prisoners; as the aforesaid prisoners Pieter and Philip were indeed present at the stealing of the oxen and the wagon of the aforesaid Clock and seem to have lent a hand thereto, yet, in contrast, had no part in the last committed theft, of which principally the prisoners Anthonij, Jan and May have made themselves guilty; regarding which, if one examines with some attention their responses to the interrogation articles put before them, and confronts the same regarding their committed theft at the place of the aforesaid Nieuwkerken with the responses of both the first prisoners, one will immediately discover that the theft committed by them occurred more by casualty than with an absolute intention; and that it should also be taken into consideration that both prisoners Anthonij and May not only did not break open the small chest from the wagon, For which and other reasons and grounds to be further deduced in due course and time, if necessary, the Officer of Justice making his claim concluded that the 1st, 2nd, 5th, 8th, 9th, 10th and 11th prisoners shall be condemned to be brought to the place where one is accustomed to execute criminal sentences, and there the 1st, 2nd, 5th, 8th, 9th and 10th prisoners being handed over to the executioner, the first and 2nd prisoners, by name Cupido and October, being exposed to public view under the gallows with the rope around their neck, further alongside the 5th, 8th and 10th prisoners Pieter, Felix and Jan severely scourged on the bare back with rods, the first and 2nd defendants thereupon to be branded, and after they all shall have been riveted into irons, the first and 2nd prisoners for the term of their life and the 5th, 8th and 10th prisoners for the term of three years shall be confined to Robben Island; and further the 9th and 11th prisoners Anthonij and May to witness this execution, and thereafter likewise being tied to a post, properly scourged by the Caffers, further riveted to the chain, and then returned to their masters in order to labour for one year in irons alongside the discharged 3rd, 4th, 6th and 7th prisoners Mentor, Rampy, Fortuyn and November, with condemnation in the costs and expenses of justice, or to such other pains and penalties but even took nor received nothing whatsoever of the stolen goods; Consequently their punishment can also never be equally heavy, but needs to be reduced proportionally; about which Carpzovius in Practica Nova Imperialis Saxonica Rerum Criminalium part 2 question 87 § 38 et sequentes has commented extensively; besides that according to the general principles of law customary in such cases, the determination of the punishment must always be considered to have been left to the discretion of the Judge, just as
Dutch transcription
gepleegde dieverijen en brake except bij 't steelen der paarden 123. alwaar d' eerste gev. alleenlijk tot adsistentie schynt meede ge„ gaan te zyn 124. dat egter van welke zeyde men dezelve alzoo door de eerste en tweede gev. gepleegde die fstallen en braken ook zoude willen beschouwen 125. dezelve niet kunnen worden gezegd te vallen, in de termen van oproerige en vielente gequalificeerden braken en diefstallen op welke de straffe der doods is gestatueerd 126. het geen de R. O. b. onder Correctie. / genoegsaam schynt te Consteeren uijt de geleegentheijd 127. dewelke zy beyde ten 2 gev. hebben gehad wanneer zyl nevens den nog absente gev: Job en Alias de wagen van den burger Arnoldus Clock hebben bestoolen 128 behalven dat alle de gepleegde braken en diefstallen zyn verrigt aan geen woonhuizen 129 maar alleen aan de zodanige gebouwen, op de zodanige plaat„ „sen, waar door nog maard nog dood slag te dugten waaren 136. dat gevolgelyk de nodige requsiten, welke door de get. gepleegde diefstallen, met de hoorde strafbaar maken 131. volgens de Leere van den heere Carpa in pract. Cuim. pa L. quart. 19. n„o 3. et segge ontbrekende 132. de beide ee. ook niet dusdanig behoorde te worden gestraft 133. en hier meede van de beyde eerste gei: en ged: Cupido: Octbr: afstappende 134. zal de R. O. E. ten belange van de overige Pieter, Philip Anthony Jan en maij nog d' Eere hebben kortelijk te zeggen. 135 dat dezelve zig aan een geringere gedeelte van mis daden als de beyde tigevs hebben schuldig gemaakt 136: alzo de voorsz: get:s, Pieter en Phelip wel bij 't steelen der ossen en den wagen van voorsz. pClock praesent geweest en de hand daar toe schynt geleend te hebben 137: egter daartegen, aan de laatstgepleegde dief te geen, dal hebben gehad 138. waar aan zig principaal de gev. Anthonij, Jan en man hebben schuldig gemaakt 139 waaromtrend men met eenige attentie derselver responsive, op de aan hun voorgehoudene vraag artifulen nagaande 1:20. en dezelve ten belange hunner gepleegde diefte op de plaats van voorsz nieuwkerken met de resp„n van de beyde eerste gev. Confronteerende 141. terstond zal ontdekken 142. dat dezelve door hun gepleegde diefte meer by Casualiteyt als met een absolut opset is geschied 143: en dat almeede in aanmerking diend te koomen 146. dat de beyde gev. Anthonij en may niet alleen 't kistje van den wagen Mits welke en andere reedenen en middelen in tijd en wijlen /: is 't nood. / nader te de die„ „ceeren de R: O: E: Eijsch doende Concludeerde dat de 1: 2:, 5: 8, 9„ 10 en 11: gev„s zullen worden gecondemneerd, omme gebragt te worden ter plaatze, alwaar men gewoon is, Crimineele sententien ter Executie te leggen, en aldaar de 1: 2: 5: 8:„ 9: en 10 gev: aan den scherpregter overgeleeverd zynde de eerste en 2. get. met namen Cupido en October met de strop om den hals onder de galg ten pronk gesteld voorts neevens den 5. 8en 10. gev. Pieter, febix en Jan met roeden op de bloote rugge strengelijk gegeesseld, de eerste en 2. ged„s daar op gebrandmerkt te werden, en dat na dezelve alle in de Eyssers zullen geklonken zijn, de eerste en 2. gev„ den tijd hunnes leven en de 5: 8 en 10. gev„s voor den tijd van drie Jaren ten robben Eylande zullen worden gecon¬ „fineerd en wyders de 9e 11 geo, Anthonij& may om deeze Executie te aanschouwen en daarna insgelyx aan een paal gebonden wesende, door de Caffersdapper gelaarst voorts aan de ketting geklonken, en dan aan hunne Lyfheeren te rug werden gegeeven omme een Jaar in de Eijssers nevens de ontslagene 3; h:, O en 7. gev:s mentor, rampy forthuyn en november te arbeyden met Con„ „demnatie in de kosten en misen van Justitie ofte tot alzulken andere panen en straffen niet opengebroken hebben maar zelfs niets hoegenaamd van de gestolene goederen hebben genomen nog bekomen 145. Gevolgelyk alle derzelder straffe ook nooyt eeven gelyk swaar kan 146 maar na eveniedigheyd diend vermindert te worden 147: waar over den heer Carps. in pract: Crim. p: 2. guast: 87. § 38 At segeg: breedvoerig heeft geconmentarieerd— 148. behalven dat volgens de algemeene gronden van regten in der „gelijke gevallen gebruijkelijk de bepaling der straffe alloos aan 't oordeel van den Regten moet gerekend worden overgelaten te zyn net als
English
Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the burgher Daniel Johannes Morkel of competent age, who, at the requisition of the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, the Honorable Hendrik Lodewijk Bletterman, declared it to be true: That about six to seven months ago, without the deponent knowing the exact day or date, or wishing to be bound to it, having discovered on a certain morning that on the farm of his father, the former heemraad of Stellenbosch, Monsieur Willem Morkel, situated in Hottentots Holland, where the deponent still resides, a theft had allegedly occurred in the mill, the deponent upon careful investigation indeed found the window of the mill broken open, and that the following had been stolen from it, namely: A wood axe, a hand axe, two cutting knives, two pairs of scissors, a chisel, and two saws; as well as on the same morning, that a standing window in one of the cellars was broken, without anyone being able to enter it because there were burglar bars in it. That about a month thereafter, on the occasion that the wagon of the burgher David Malang was unyoked at the farm of the deponent's father, that night three draft oxen belonging to the said Malang were also stolen from the kraal, without the deponent, notwithstanding all efforts made, having been able to discover the perpetrators thereof. Declaring nothing further, the deponent gives as reasons for his knowledge as stated in the text, offering, whenever required, always to confirm the same under solemn oath. Below stood: That this was thus passed in the Castle of Good Hope on the 4th of April 1786, before the Honorable Gerrit Hendrik Cruywagen and Johannes Smuts, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the deponent and me, the secretary. Lower stood: Which I witness. Was signed: C. van Aerssen, Secretary. Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, the Burgher Johannes Otto of competent age, who, at the requisition of the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, the Honorable Hendrik Lodewyk Bletterman, declared it to be true: That in the month of June or July of the past year 1785, on a certain night, without the deponent knowing the exact day or date to specify, at the farm of the deponent situated over the Hottentots Holland Kloof, at or around the Knofflooks Kraal, two horses of the deponent were stolen from the stable; the deponent having then made further inquiry regarding this, also discovered that the cellar was broken open, without the deponent rightly knowing to say what might have been stolen from it. The deponent testifying that the padlock of the cellar door was forcibly broken open, and presumably with a crowbar, which had lain on the ground not far from there, without knowing who the perpetrator thereof was. Declaring nothing further, the deponent gives as reasons for knowledge as stated in the text, offering, whenever required, always to confirm the same under solemn oath. That this was thus passed at the Cape of Good Hope on the 4th of April 1786, before the Honorable Gerrit Hendrik Cruywagen and Johannes Smuts, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the deponent and me, the secretary. Below stood: Which I witness. Was signed: C. van Aerssen, Secretary. Re-examination Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, the aforesaid Daniel Johannes Morkel, who, this his preceding declaration having been read out to him clearly and distinctly word for word, declared that he persists by it, wishing that nothing more or less shall be made of it. Below stood: Thus done and re-examined at the Cape of Good Hope on the 23rd of August 1786. Was signed: D. Morkel. Lower: In my presence. Signed: C. van Aerssen, Secretary. In the margin: As commissioners. Signed: C. L. Neethling and G. S. Meyer. as by Your Honorable Worships, after finding of the matters, shall be deemed proper. Which doing etc. Signed: H. L. Bletterman. In the margin: Handed over in the Council of Justice on the 15th of June 1786. Re-examination Re-examination.
Dutch transcription
Compareerde voor ons ondergeteekende Gecommitt uyt den E. Agtb. raad van Justitie deezes gouvernements de burgen Daniel Johs Morkel van Competenten ouderdom, dewelke ter requisitie van den Landdrost van stellenbosch en Draken stein d' E. Hendrik Lodewijk Bletterman verclaarde hoe waar is Dat voor nu omtrend ses a 7. maanden geleeden zonder dat den Comp„s den regten dag of datum weet te noemen, of daarin be„ „paald wil zijn op een zerkeren morgen ontdekt hebbende, dat er op de plaats van zijn Vader den oud heemraad tot stellenbosch Mons:r Willem morkel geleegen in hotten tot holland, alwaar den Compt, als nog woonagtig is in de molen zoude gestolen zijn, den Compts dan ook by nauw keurig in den zoek bevonden heeft 't vengster van de molen open gebroken en daar uijt gestolen ware 't volgende te weten Een houtbyl; Een handbijl, twee snymessen; twee scharen Een bytel en twee saagen als meede nog den zelven morgen, dat er in eene der kelder„ „staande vengster gebrooken was, zonder dat men daar in heeft kunnen koomen vermits er dief bijsoos in waaren Dat omtrend een maand daar na bij geleegentheid dat de wagen van den burger David malang ter plaatze van des Comps vader uytgespannen zig bevonden, die nagt meede uijt de Craal gestolen waaren, drie p„s trekossen gemelde malang toebe„ „hoorende, / zonder dat den Comp s niet teegenstaande alle aan „gewende moeijte de daders daarvan heeft kunnen ontdekken niets meer verclarende geeft den Compt, voor reedenen van weten „schap als in den text, presenteerende hetzelve, wanneer het gerequireerd word altoos met solemneele Eede te staven /:onderstond:/ dat aldus passeerde Jn't Casteel de goede hoop den 4. April 1786. voor d' E. E. Gerrit Hend„k Cruywagen en Joh„s Smuts Leeden uyt den E. Agtb. raad van Justitie voor m: die de minute deezes beneevens de Compte. ende mi secretaris meede behoor¬ „lijk hebben onderteekend /lager/ 'T welk ik Getuyge /was geteekend:/ C Van Berssen, Secretaris Compareerde voor ons onderget: Gecommitt„s uijt den 6. Agtb. raad van Justitie deezes Gouvernements den Burger Joh„s Otto van Competenten Ouderdom dewelke ter requisitie van den Landdrost van Stellenbosch en Drakensteyn d' E. Hend„k Lodewyk Blelterman verclaarde hoe waar is Dat in de maand Junij of Julij des gepasseerde Jaars 1785 op een zeekeren nagt zonder dat den Compt de Juyste dag of datum weet te bepalen ter plaatze van den Comp„s geleegen over de bottentots hollands Cloof, by ofte omtrend de knof„ „looksCraal, twee paarden van den Comp„e uijt de stal gesto„ „len waren, den Comp„s als toen verder, onderzoek des wegens ge„ „daan hebbende, nog ontdekt hadden, dat de kelder openge„ „broken was, zonder dat den Comp„, ten regten weet te zeggen, waar daar uijt gestoolen zoude zin — Betuijgende den Comp„s dat de hangslot der kelder deur met geweld opengebroken was, en praesumptievelyk met een koevoet, die daar met verre vandaan op de grond geleegen had, zonder te weiten wie daar de dader van geweest is.— niets meer verclarende geeft den Comp„, voor reeden van weten „schap als in den text praesenteerende zulx, wanneer 't gerequi„ „reerd word altoos met solemneele bede te staven Dat aldus passeerde aan Cabo de goede hoop den 4. April 1786 voor d' E. E: Gerrit Hend„k Cruywagen en Joh„s Smuts, Leeden uyt den E. Agtb: Raad van Justitie voorm, die de minute deezes, be„ „neevens den Comp„, ende my secretaris meede behoorlyk hebben onderteekend /:onderstond./ T welk ik getuige pious geteekend:/ C: van Herssen Secretaris Recollement Compareerde voor ons Onderget: Gecommitt„s uyt den E. Agtb: raad van Justitie deezes Gouvernements voorsz: Daniel Joh=s morkel, dewelke deeze zijne voorenstaande verclaring klaar en duijdelijk woordelijks voorgeleesen weesende, ver„ „claarde daar by te blijven persisteeren, met begeerte daar niets meet ofte van gedaan worden zal, /:onderstond:/ Aldus Gedaan en gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop den 23. Aug„s 1786. /:was geteekend:/ D: Morkel/:lager:/ mij praesent /.geteekend:/ C. van Aerssen secretaris /:in margine/ als Gecommitt. s /.geteekend:/ C. L. Neethling en G. S. Meyer als door UWE: Agtb: na bevinding van zaken zal g'oordeeld worden te behooren kondersli T welk doende &a /. geteekend:) I. L. Bletter man /iin margine overgegeeven in raade van Justitie den 15: Juny 1786: Recollement Recollement.
English
Re-examination Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice, the aforesaid Johannes Otto, who, this his preceding declaration having been read to him clearly and distinctly word for word, declared that he persisted by it, desiring that nothing more be added to or taken from it. Below stood: Thus done and re-examined at the Cape of Good Hope, the 23 August 1786. Was signed: Johannes Otto Lower: In my presence Signed: C. van Aerssen, Secretary In the margin: As commissioners, signed: C. L. Neethling and G. H. Meijer Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the burgher Cornelis van Nieuwkerken of competent age, who, at the requisition of the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, the Honorable Hendrik Lodewijk Bletterman, declared it to be true: That several months ago now, without the appearer being able to name the exact day or date due to the long time that has passed or wanting to be bound to it, during the night there were stolen from the appearer six draft oxen, which were out grazing in the open field at or near the appearer's farm situated on this side of the Hottentots Holland Kloof. That subsequently, about 14 days later, also during the night, two turkeys were stolen from the appearer's farm. That finally, in the beginning of the month of March of this year, on the occasion that the burgher Coenraad Herhold from over the mountains was at the place of the appearer with his wagon, also on a certain night there was stolen from the aforesaid wagon a small chest, wherein, according to the statement of the said Herhold and his wife, there was supposed to have been the following, to wit: A silver woman's clasp bag, a pair of shoe buckles, a pair of gold earrings, about one hundred rixdollars in cash, a black silk gown and apron, a yellow chintz jacket and skirt, a white ditto, a white chintz skirt, a ditto ditto with a border, three women's shirts, three men's ditto, six white cloths, a hat, a black pair of trousers, a ditto waistcoat, two knitted caps, two razors, and furthermore a small amount of clean linen, without the appearer, notwithstanding all the effort made, being able to discover the perpetrators thereof. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as in the text, offering to substantiate the same with a solemn oath when required. That this was thus passed at the Cape of Good Hope on 4 April 1786, before the Honorable Gerrit Hendrik Cruywagen and Johannes Smits, members from the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute of this together with the appearer and me, the Secretary. Below stood: Which I witness. Was signed: C. van Aerssen, Secretary. Re-examination Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice, the aforementioned Cornelis van Nieuwkerken, who, this his preceding declaration having been read to him clearly and distinctly word for word, declared that he persisted by it, not desiring that anything more be added to or taken from it. Below stood: Thus re-examined at the Cape of Good Hope, the 31 August 1786. Was signed: C. van Nieuwkerken Lower: In my presence Signed: C. van Aerssen, Secretary In the margin: As commissioners, signed: W. F. van Reede van Oudtshoorn, Johannes Smits. Articles drawn up and submitted to the Honorable Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, by and on behalf of the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Hendrik Lodewyk Bletterman, in order to hear and interrogate the slave Cupido belonging to the late burgher Thomas Dreyer at his requisition, whose responses to be given shall be properly noted in the margin hereof. Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the slave Cupido of Ternaten, who answered to the questions standing opposite as noted beside the same: Article 1. The prisoner's name, age, and place of birth? Says: Cupido, born of Ternaten. Whose bondsman he is? Of the widow of Thomas Dreyer. When and for what reasons he, the prisoner, absconded? Says: since 18 years, because the foreman had mistreated him so. Whether also more slaves absconded with him, or whether during his absence other prisoners came to him? Says: to have absconded alone, with different ones having come to him from time to time and also having left him again.
Dutch transcription
Recollement Compareerde voor ons Onderget: Gecomm„e uyt den E: Agtb: raad van Justitie voorm Joh„s Otto dewelke deeze zyne vooren: staande verclaring, klaar en duydelijk woordelyks voorgeleesen weesende verclaarde daarbij te blyven persisteeren, met begeerte dat er niets meer by ofte van gedaan worden zal. /:onderstond:/ Aldus Gedaan en gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop den 23. Aug„s 1786. /:was geteekend:/ Joh„s Otto /lager/ mi praesent /:geteekend/ C: van Aerssen secretaris /: in man„ „gene / als gecommitts /: geteekend./ C. L. Neethling en G. 3. Meijer Compareerde voor ons onderget: Gecommt uyt den E: Agtb: raad van Justitie deezes gouvernements, den burger Cornelis van Nieuwkerken van Competenten ouderdom, dewelke ter requisitie van den Landdrost van stellenbosch en Drakenstei„ d' E. Hendrik Lodewijk & Bletterman verclaarde hoe waar is Dat voor nu eenige maanden geleeden, zonder dat de Comp door de Lange tusschen tyd de regten dag of datum wiet te noe„ „men of daar in bepaald wil zyn, by nagtelijken tyd vanden Compe. is gestoolen geworden, ses p„s. trekossen dewelke by ofte omtrend des Comp:s plaats geleegen aan deese zeyde der hot„ tentots hollandsCloof ter weyde in 't veldarg bevonden hadden Dat vervolgens omtrend 14. dagen daarna meede in de nagt nog van des Comp„s plaats gestoolen waren twee p. s Calhoenen Dat eyndelijk in't begin van de maand maart deezes Jaars by geleegentheid dat den burger Coenraad Herhold van over de bergen ter plaatze van den Comp„s met zyn wagen zig bevond als doen meede op een zeekeren nagt van de voorm wagen was afgestolen geworden een klyn kistje alwaar volgens zeggen van gem. herhold en zyne huijsvrouw daar in zoude geweest zin het volgende te weeten. Een zilvere vrouwe beugeltas, Een paard. schoengespen ben p„r goude oorkrabben omtrend Een honderd rijxd„, aan Contanten zegt Cupido gebooren van ternaten Een swarte zeydegon en tabelje, Een geel Chitse Jakker en rok bend„s witte d:o, Een witte Chitee rok, ben d„o d o met een rand drie vrouwe hembden, drie mans d, sesuitte doeken Een hoed„ Een swarte booek, ben d, d„o hembdrok, twee gebreyde mutzen, twee zegt zedert 18 Jaren om dat den knegt scheermessen, en voorts nog een wynig schoongoed, zonder dat den Comp:s niet teegenstaande alle aangewende moeyte de daders daar van niet heeft kunnen ontdekken Niets meer verclaarende geeft den Compt voor reedenen van Regt van de weed, Thomas Dreyen hem zo mishandeld had. des gevt naam, ouderdom en geboorte plaats wiens Lyfeijgen hij is wanneer en om welke reedenen hy gev. is opgedrost. ƒ zegt alleen op gedrost te zyn, zynde van tijd Offer ook meerdere slaven met hem ger. op gedra tot tyd differente by hem gekomen en of geduurende zijn opdrossen by hem gev gekomen zyn Articulen Gedaan maken bij aan heere Compareerde voor ons Onderget: gecommitt:s uyt den E. Agtb: raad van Gecommitt„s uyt den EE. Agtb: raad van Justitie deezes gouvernements Justitie deezes Gouvernements overgegee„ den slaaf Cupido van ternaten, den „ven, door ende van weegens den Land drost „welken op de nevenstaande vragen van stellenbosch en Drakenstein, Hendrik zodanig g'antwoord heeft, als besyden Lodewyk Bletterman, omme daar op ter zyner requisitie te worden gehoorden ondervraagd den slaaf Cupido toebehooren „de wylen den burger Thomas Dreyen zullende desselfs te geevene responsiven in margine deezer behoorlyk worden bekend gesteld wetenschap als in den text, praesenteerende zulx wanneer 't gerequireerd word met solemneele Eede te staven, Dat Aldus passeerde aan Cabo de Goede Hoop den 4. April 1786 voor d' E. E. Gerrit Hend„k Cruywagen & Joh„s Smits, Leeden uyt den E. Agtb. raad van Justitie voorm. die de mi„ nute deezes, beneevens de Compt. ende my secretaris meede behoorlik hebben onderteekend /:onderstond:/ T welk ik getuijge /:was geteekend:/ C: van Berssen secretaris Recollement Compareerde voor ons Onderget: Gecomm:s uyt den E. Agtb. raad van Justitie voormelde Cornelis van Nieuwkerken dewelke deeze Zyne voorenstaande verclaring klaar en duijde „lijk, woordelijks voorgeleesen weesende, verclaarde daarbij te blyven persioteeren, niet begeerende dat er iets meer by ofte van gedaan worden Zal /:onderstond:/ Aldus Gerecolleerd aan Cabo de goede hoop den 31. Aug. s 1786. /was geteekend:/ C: van nieuwkerken /:lager:/ mij praesent /:geteekend:/ C: van Aerssen secretaris /:in margine:/ als gecommitt s /:geteekend:/ W. f. V. reede van Oudshoorn Joh:s Smits„ wetenschap A o 5 dezelve aangeteekend staan 8 Art 1. ook weder van hem afgegaan
English
says Yes. in the end one fell into the sea, four were eaten by them, and one was let go, and what he did with them. says that he with some of his companions stayed along the Palmiet River says Yes. says to know nothing about it. Cl: kast, October of van Blerck, Anthonij and Jan of the firemaster S:t Arend van Wielig, Maij van den bergen, Jan Bugo Jacob, Fortuijn and November of the burgher Jan Buurman, Pieter of the burgher councillor Carnspek, Carolus of Cobus Louw, October of Gerrit Louw, Hampie female slave of Pieter Wydeman, Menton of Jan Franke, ship of Jan Lavo Cade, slaves, namely with Job of the widow, stayed as runaways. says that he had been there with his gang, but that the horses were taken from the stable by Job of the widow, Ekkert, and Carolus of Jacobus Louw. Whether he, the interrogated party, now about one year ago, or else in the month of June or July of the past year, on a certain night at the farm of the burgher Jan Otto, stole two horses from the stable, and who assisted him, the prisoner, therein. says that he himself was not hit, but Job was hit. said that they ate it together. been, while the other prisoners were at Morkel's, but that they States to know nothing about that! Whether he, the prisoner, about six to seven months ago, furthermore on a certain night, went to the farm of the former heemraad Willem Morkel the elder, and there broke open the window of the millhouse, and subsequently stole from the same: two saws, two drawknives, a hand axe, a wood axe, a brace bit, a pair of compasses, a foot rule, two garden shears, a copper cooking kettle, two chisels, two scissors. Whether he, the prisoner, on various occasions there at the 10. Where he, the prisoner, and his companions left the horses. Whether he, the interrogated party, subsequently the same night broke off the padlock of the cellar, and what he, the interrogated party, stole from the cellar. says Yes, all together. Whether he, the interrogated party, along with his companions, was pursued the next day by the mentioned Jan Otto and the burgher Jan Wilkens, and whether they fired upon him and his companions! says Yes. Whether he, the interrogated party, or who of his companions was hit. says Yes. Whether he, the interrogated party, in the evening along with his aforementioned companions, saw unyoking taking place there. Whether he, the prisoner, and his companions, during the night from the wagon belonging to the burgher Arnoldus p flock, while that man had fallen asleep, broke open the wagon chest and stole from it: three pieces of paper money, six silver ridder coins, three brooches, and some powder and lead; and from the wagon, a steenbok, and a bag with pickled herring; a wagon. to have stolen bags, the October of Van Blerck alone accompanied him, while the others were very dispersed. went to the farm of the former heemraad Johannes Albertus Meijburg and there broke open the hasp with the padlock of the millhouse, subsequently stole two bags with some flour, and who carried this out with him. says Yes, but to have stolen a schepel of flour in two bags, Whether he, the prisoner, subsequently on a certain night 14. Whether he, the prisoner, and his aforementioned companions were thereupon chased away by a commando of burghers! 15. Whether he, the prisoner, a short time thereafter, went to the Schapenkraal, and who accompanied him, the prisoner, thither! says to have driven them along the beach, Where he, the prisoner, brought the aforementioned six oxen. farm of the mentioned Morkel stole some poultry, and on a certain night three draft oxen from the kraal! Number 12. Whether he, the interrogated party, a short time thereafter, at the farm belonging to the burgher Cornelis van Nieuwkerken, namely from the same during the night from the kraal stole six oxen, and about fourteen days thereafter stole two turkeys from the farm, and who carried out the theft with him! says at Hanglip, with a portion of the other At which place he, the interrogated party, during and consumed the same together. eaten. 6½ 6 Number 5. 8 says Yes. 18. 17. 16. 13.
Dutch transcription
zegt Ja. eynde er een in zee gestort, vier door hun en wat daarmeede gedaan heeft opgegeeten en een laten loopen „zagt dat hij met eenige van zyne makkers aande palmiet rivier zegt Sa: zegjt daar niets van te weeten Cl: kast, October van van Blerck, Anthonij en Jan van de brandmeester S:t Arend van Wielig, Maij van den bergen Jan Bugo Jacob, fortuijn en November van den burger Jan Buurman, Peder van den burgerraad Carnspek, Carolus van Cobus Louw, October van Gerrit Louw, Hampie slavin van Pieter wydeman, Menton van Jan franke schip van Jan Lavo Cade slaven namentlijk met Job van de weed: opdrossen zig heeft opgehouden zegt, dat hy met zyn bende daar geweest off hy get. nu omtrend Een Jaar, dan wal is dog dat de paarden vande stal in de maand Juni ofte Julij de ge„ zijn gehaalt door Job van de passeerden Jaars op zeekeren nagt op med, Ekkert en Carolus van de plaats van den burger Jan Otto twee paarden van de stal heeft gestolen en wie hem gev. daar in behulpsaam is geweest Jacobus Louw zegt zelfs niet maar Job getroffen 1 te zijn. zeijl die te zamen te hebben opge„ geweest is, terwyl de andere gev. by morkel zyn geweest, dog dat zij Legt daar niets van te weeten! Off hij gev. voor omtrend ses a seven maan„ „den voorts opzeekeren nagt, na de plaats van den oud heemraad Willem Morkel d'oude zig begeeven, en aldaar 't vengster van 't molenhuijs opengebroken in ver¬ „volgens uijt hetzelve gestoolen heeft Twee zagen, twee snymessen, ben hand byl een houtbijl, Een omslagboor, ben passer Een duymstok, twee thuin schaaren ben kopere kookketel, twee schootwellen twee schars Off hy gev: tot differen te reysen aldaar ten 10. Waar hy gev. en zyne makkers de paarde gelaten hebben. Off hy get. vervolgens dezelve nagt de hangslot van de kelder afgebroken en wat of hy get. uyt de kelder gestolen heeft zegt Ja alle te samen. Off. hy get. nevens zijne makkers des ande „rendaags door gem. Jan Otto en den burge Jan Wilkens agtervolgd en op hun en zegt Sa„ zyne makkers geschoten is! off hij get: of wie van zyne makkers ge „troffen is zegt Ja Off hy get. , des avonds nevens zyne voorsz. makkers aldaar heeft zien uytspannen Off hy geven zyne makkers des nagts van de wagen toebehoorende den burgen Arnoldus p flock, terwijl die man in slaapwis geraakt, 't wagenkistje opingebroken en daar uijtgestolen hebben drie stux papiere geldmunt, zes rijde d' zil „ver geld, drie boooden, en wat kruijd en doot. en van de wagen, een steenbok en een zak een wagen. met pekelharing - „zakken te hebben gestolen hebben, heeft begeeven na de plaats van den oudhem„ „de October van Van Blerck alleen „raad Johs Albertus Meijburg en aldaar de hem verseld, dewyl de andere zeer kram met 't hang slot van 't molenhuijs uytgebroken, vervolgens twee zakken met watmeel gestolen heeft en wie zulx met hem heeft verrigt zegl, Ja, maar een scheepelmeel in twee Off hy gee. vervolgens op zeekeren nagteig 1/4. Off. hij gev: en zijne voorsz: meede makkers daarop door een Commando burgeren, zijn verjaagd geworden! 15. Off hy gev: kooten tyd daarna, na de schraff „looks Craalks gegaan en wie hem gev: derwaards heeft vergeseld! zegt, die langs strand gedreeven te hebben, waar hij gee: de voorsz: sesossen gebragt plaatse van ged. morkel eenig pluijmvee en op zeekeren nagt drie trekossen uyt de Craal heeft gestoolen! A„o 12 Off hy get: korten tyd daarna by de plaats L aan den burger Cornelis van Nieuwkerken en wel van denzelven des nachts uyt de Craal zes ossen in omtrend Veerthien dagen, daar „na twee kalkoenen van de plaats heeft ge„ „stoolen, en wie met hem declief stal ter uijtvoer heeft gebragt! zegt aande hanglip met een gedeelte andere waar ter plaatse hyj get: geduurende en plaatse N„o 19 . - 't zelve zamen gebruijkt hebben „geeten 6½ 6 A„o 5. 8 zegt Sa. ƒ verstrooyd waren 18„ 17. 16. 13:
English
says Yes, helped by October says not he, the deponent, but rather Sob and a Michiel of van der Poel says that a man came to him, who asked them whose oxen those were, that they answered of says Yes. says Yes says a waistcoat and black trousers to kill him to him says to have buried in the ground Whether the same staple with the padlock in it was driven back into the frame of the mill-house by him, the prisoner, and whether this was done by one of his companions. Whether he, the deponent, about four or five months ago, at night, on the farm of the burgher Rudolph Cloete, drove a herd of oxen out of the kraal to under the Kloof, and who subsequently helped him, the prisoner. 27. how the entire herd of oxen was taken away again from him, the prisoner, and his people. Cloete, and thereupon having abandoned the oxen. L2 Whether he, the deponent, about two months ago, together with his fellow prisoners Anthony, Jan, October, and May, went to the farm of the burgher Cornelis van Nieuwkerken, and whether they saw a wagon standing there together and found two Hottentots lying sleeping under it. Whether he, the deponent, together with the aforementioned fellow prisoners October, Jan, Anthony, and May, lifted the rearmost chest from the same wagon, carried it to a certain distance from the dwelling house, and subsequently broke it open. Whether he, the prisoner, and his companions found in the same chest the following goods, namely: A silver lady's clasp purse, a pair of shoe buckles, a pair of gold earrings, a black silk gown and apron, a yellow chintz jacket petticoat, a ditto white ditto, a white chintz petticoat, a ditto ditto says to have threatened him to make him afraid. with a border, three women's shirts, three men's ditto, six white cloths, a hat, a black pair of trousers, a ditto waistcoat. Two knitted caps, two razors, and also a small change of clothes which goods he, the deponent, obtained from that as his share things the silver clasp purse and shoe buckles 25 says Yes. says as before. says Yes. says Yes. says not to have seen it, but to have heard such from the slave Adam. says that they wanted to have another Adam as their companion. says no. to fetch where he, the deponent, and his companions left the remaining goods. 28. went to the farm of the burgher Jan Krige and what they did there 29. Whether they made an agreement with one another to kill Krige and his wife If not, why they then went on repeated occasions to the same farm and even entered the kitchen of the dwelling house. Whether they subsequently heard of a commando there at the farm of the aforementioned Krige. 32. Whether May, on a certain night in the kitchen, did not call out, Adam, Adam. 33. Whether they, receiving no answer, went from there to the slave lodge. 34. Whether they, the night before their capture, when going from the kitchen to the slave lodge, discovered a Hottentot Whether he, the prisoner, having stopped the Hottentot from the front and Jan from behind, and whether they intended to kill the Hottentot. 36. Whether he, the deponent, took his assegai and intended to stab the Hottentot with it 37. Whether the mentioned Hottentot thereupon said, I have also deserted and wanted to steal grapes, says Yes, to fetch their companion Anthony. Whether he, the prisoner, went with his aforementioned companions thereafter Anno 27: along with the six and a quarter silver coin to be shown, and to ask him: Whether this is the same silver coin, clasp purse, as well as cash and buckles, which he, the prisoner, together with his companions, stole from the chest. along with then aforementioned. says Yes. 23. 24. says Yes. to make afraid. 30. says Yes 20. Anno 19.
Dutch transcription
zegt Ja geholpen door October zegt niet hy get: maar wel Sob en een Michiel van van der Poel ligt dat er een man by hem gekomen is, die hun gevraagd heeft van wie die ossen waren, dat zy g'antwoord hebben van zegt Ja. zegt: Ja legt een hembdrok en swarte booek om 't Leeven te brengen om hem zegt in de grond te hebben begraven Off dezelve Cram met het hang slot daar in weederom in de kozyn van 't molen„ „huijs door hem ge. is ingeslagen en door uren van zyne meede geen zulx is geschied. Off hy get. voor nu omtrend vier a Vyff maanden voorts, des nagts op de plaats van den burger Rudolph Cloete een troup ossen uyt de Craal tot onder de Cloos heeft gejaagd en wie hem gev: vervolgens heeft: geholpen! 27. hoedanig hem ged: en de zyne de geheele troupossen wederom ontnomen is! Clocte en vervolgens de ossen inde steek te hebben gelaten! L2 Off hy get. voor omtrend twee maanden nevens zyne meedegev. Anthonij, Jan, October en maij na de plaats van den burger Cornelis van nieuwkerken is gegaan en of zyl. te zamen aldaar een wagen helben zien staan en onder dezelve twee Rottentotten slapende „vinden leggen. Off. hy get. neevens de voorsz. meede gev: October Jan, anthonij en May van dezelve wagen heeft geligt het agterste kisze in hetzelve op zeekere distantie van 't woonhuijs gebragt en vervolgens het zelve opengebroken. Off hy gev: en zyne meede makkers in 't zelve kisze gevonden hebben de volgende goederen als. Een zilvere vrouwe beugeltas, Een p. d. schoengesp ben paar goude oorcrabben, ben zwar te seyde gen en tabelje, bengeel Chitze Jakkiee rok ben d„o witte d„o, Een witte Chitee rok, ben d. o d zegt: hem gedreijgd te hebben om hem met een rand, drie vrouwe hembden drie mans do, zes witte doeken, bin hoed, ben swarte broek, bend„ hembdrok. Twee ge „breyde mutsen, twee scheermessen en nog een wynig verschoning welke goederen hy get. daar van voor zyn aandeel heeft bekomen dingen de zilvere beugeltas en schoen gespe„ 25 zegt. Sa. zigt als vooren! zegt Ja. zeegt Ja. zegt niet gezien maar van de slaaf Adam zulx gehoord te hebben. zegt! dat zy nog eenen adam tot hunne makker wilde hebben! zegt ! neen. te halen waar of hy get. in zyne meede makkers de overige goederen heeft gelaaten! 28. gegaan is na de plaats van den burger Jan krigd en wat aldaar hebben verrigt 29. Off zyl. met malkanderen hebben afsprak genomen, om krigo en zijn vrouw om het Leeven te brengen Zoo neen waarom zyl. dan tot herhaalde reysen op de „zelve plaats geweest zyn en zelfs in de Com„ „buijs van 't woonhuijs zig begeeven! Off zijl vervolgens aldaar ter plaatze van ged„te krigo niet een Commando hebben vernomen! 32. Off maij op zekere nagt in de Combuijs niet heeft geroepen, Adam, Adam. 33 Off. zyl. geen antwoord bekomende van daar na 't slavenhuijs zijn gegaan. 34. Off Zyl. den nagt voor hunne gevangen nee„ „ming wanneer uijt het Combuijs naar 't slavenhuijs gingen ontdekt hebben een hotten tot Off hy gev. den hottentot van vooren, en Jan van agteren hebbende staande gehouden en off zyl. voorneemens waren den hotten¬ „tot om 't Leeven te brengen! 36. Off hy get. syn assegaaij genomen en den hotten tot daar meede heeft willen steeken 37. Off gem: hotten tot daar op gezegd heeft, ik ben ook gedrost en wilde druijven steelen, zegt Ja: om hun meede makker Anthony Off hij gev: met zijne evengem. makkers daar na A„o 2:7: beneevens de zes en een quart Ed„s zilvere munt te vertoonen, en hem af te vragen! Off: dit is dezelve zilvere munt, beugeltas mitsg„s Contanten en gespen, dewelke hy geen nevens zyne makkers uyt 't kestje gestoolen heeft! beneevens toen voormeld. zegt Sa. 23. 24. zegt sa. gevreesd te maken. 30. legt: va 20. A„o 19.
English
Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the slave October of Madagascar, belonging to the burgher Simon van Blerck, and this at the requisition of the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletterman, in order to make articles and to be heard and interrogated by commissioners from the Honorable Council of Justice, who to the adjacent questions answered in such manner as is properly noted in the margin hereof. Article 1: The prisoner's name, age, and place of birth! Answers: October of Madagascar. 2: Whose bondsman he is! Answers: Of the burgher Simon van Blerck. 3: When and for what reason he, prisoner, deserted! Answers: About 2 years ago, because he received bad food. 4: Whether also several slaves deserted with him, prisoner, or came to him during his desertion! Answers: To have deserted with his fellow slave Jephta of Mozambique. 5: In what place he, witness, stayed during his desertion! Answers: Most of the time at Hanglip. 38: Whether the said May then said: one must not kill him then, but let him come along as a comrade! Answers: Yes. 39: Whether they then went together to the farm of the burgher Naude and intended to steal a sheep there, but since day broke they abandoned their intention! Answers: Yes. 40: Whether they, having gone into a bush at a certain height, asked the Hottentot Jan if he could shoot well and if he could show the way to the Cafferland, and whether that Hottentot answered yes thereto! Answers: Yes. 41: Whether they thereupon promised the Hottentot to come to the Cape and being there to give him, the Hottentot, money to buy a musket! Answers: Yes. 42: Whether they then said to the Hottentot that when they were on the way with him, he would have to shoot dead whatever Europeans wanted to take them prisoner! Answers: Yes. 43: Whether they then went to sleep! Answers: Yes. 44: Whether the Hottentot Jan went a few paces from them into a bush standing there to keep watch, in case any men should arrive! Answers: Yes, but that he did it mostly for... then I was driven away and abandoned my jacket, and now I want to go along with you people. 45: Whether just after midday some men unexpectedly fell upon them and took them prisoner! Answers: Yes. 46: Whether he, witness, also made himself guilty of several thefts, housebreakings, or murder or manslaughter! Answers: No, that during this horse theft he stayed with some of the gang at the Palmiet River. 47: Whether he, during what is now about a year, or in the month of June or July of the past year, on a certain night, at the place... Answers: Says that all have said such. 68: Whether he, prisoner, knows that all thefts and break-ins are unlawful and punishable in the highest degree! Answers: Says, as before, to satisfy his hunger, and only requests to be punished. Whether he, prisoner, also knows anything to bring forward in his excuse! Answers: Says no. Thus interrogated and answered, as well as read out to the accused, who affirmed to persist therein, at the Cape of Good Hope, the 18th of April 1786, before the Honorable Salomon van Egten and Johannes Smuts, members of the aforementioned Honorable Council of Justice, who have duly signed the minute hereof along with the prisoner and me, the secretary. At the bottom stood: Which I witness. Was signed: C. van Aerssen, secretary.
Dutch transcription
zegt, dat zulx alle gezegd hebben zagt: Ja. zegt Jal. zegt. Ja: zegt: Ja. zegt Ja! „zeijt Ja. dog dat hi 't meest heeft gedaan om toen ben ik verjaagd en heb myn baatje in de steek gelaten en nu wil ik met puilluy meede gaan. Ao 38 Off den gen. may als toen gezegd heeft moet hem dan niet doden maar laat hy als Cameraad meedegaan! Off zijl: als toen te zamen gegaan zijn na de plaats van den burger Naude en aldaar voorneemens geweest zijn Een schaap te steelen, dog vermits de dageraad door brak van hun voorneemen hebben afgezien. Off zijle zig op zekere hoogte als toen in een bosch begeeven hebbende, aan den hot„ ten tot Jan hebben gevraagd of hij goed schieten en of hij den weg na 't Cafferland zou kunnen aanwijzen, en of dien kotten tot daar op of antwoord heeft van Ja. Compareerde voor Ons Ondergetde Articulen Gedaan maken en aan heeren gecommitt„s uijt den E. agtb: raad gecommitt„s uijt den E. Agtbr raad van Justitie gehoord en ondervraagd te van Justitie deezes Gouvernements worden, den slaaf October van madagas Cur den slaaf October van Madagascar toebehorende den burger Simon van dewelke op de nevenstaande vragen 4G Off. Zyl. daar op den Kotten tot beloofd hebben Blerck, ende zulx ter requisitie van den zodanig g'antwoord heeft, als be„ na de Caab te komen en aldaar zijnde hem Landtrost van stellenbosch en makenstein¬ hotten tot geld te zullen geeven, om een snap Hend„k Lodewijk Bletterman, zullende „haan te kopen! desselfs te geevene responsiven in margine„ 42. Off Zyl. als toen aan den hotten tot hebben ge„ deezer behoorlyk worden bekend gesteld „zegd dat zij als dan met hem op weg komen; A„o 1: „de, al wat van Europeeschen hun gevangen Zegt October van Madagas Car. des gev„s naam, Ouderdom en geboorte wilde neemen zou hebben dood te schieten! plaats! 43. off. zijlieden zrg als toen hebben te slapen Regts van den burger Simon van Blerck Wiens Lijfeijgen hij is! gelegt! 3. 44. wanneer en om welke reeden hij (gev. Regt voor omtrend 2 Jaren om dat hij slegte Off de hottentot Jan, zig eenige treeden spyze kreeg is opgedrost. van hun in een aldaar staande bosch heeft begeeven om de wagt te houden, zoodaar zegt met zijn meede slaaf Jephta van Offer ook meerdere slaven met hem gev. op„ eenige manschappen mogten aankomen mosambicque opgedrost te zijn „ gedrost of geduurende zijn opdrossen 45 by hem geen gekomen zyn A Off even na middag tyd eenige manschappen 5 onverwagt hun overvallen, in hun gevan„ Waar ter plaatse hy get. geduurende zyn Zegtmeesten tyds aan de hanglip „gen genomen hebben opdrossen zig heeft opgehouden 46. Off hy get. zig ook aan meerdere dieverijen zeijt Neen. dat hij zig geduurende deeze Of. hy geduurende nu wel een Jaar omtrend huysbraak dan wel moord of doodslag heeft paarden dieverije met eenige van de dan wel in de maand Junij of July des ge„ schuldig gemaakt bende aan de palmiete ruier heeft opge „passeerden Jaars, op zeekeren nagt, op de 47. „houden. Off hij gev. weet dat alle dieverijen en braake „zijden dezelve aangeteekend, staan zyn honger te stellen. Aldus Gevraagd en beantwoord mitsg„s den ged: voorgeleesen denwelken betuygde daar by te blyven persisteeren aan Cabo de Goede Hoop de 18. April 1786 voord' E. b. Salomon van Egte en Johs Smuts Leiden uyt den E. Agtb. Raad van Justitie voorn. die de minute deezes beneevens de gev. ende my secretaris mede behoorlik hebben onderteekend. /:onderstond:/ 'T welk ik getuyge /.was geteekend:/ C: van Aerssen secretaris - ongeoorloofd en ten hoogsten strafwaar„ „dig is! Ao 68 zegt, als voren om zijn honger te stillen off hy gev. ook iets tot zyn verschoning en versoekt maar afgestraft te worden weet by te brengen!. ongeoorloofd plaats - zegt Ja zegt Sa. Zegt neen. 5 . ƒ 40. 39.
English
No 7. Whether he, the deponent, about six to seven months ago, on a certain night went to the farm of the former heemraad Monsieur Morkel the elder, and there broke open the window of the millhouse and subsequently stole from there: Two saws, two drawknives, a hand axe, a wood axe, a brace drill, a pair of compasses, a folding rule, two garden shears, a copper cooking kettle, two aprons, two pairs of shears! Answers yes. 8. Whether he, the deponent, together with his companions, [illegible] from the farm of the burgher Jan Otto stole two horses from the stable, and who helped him, the prisoner, therein, and where he, the deponent, along with his companions left the horses. Answers that he went to search for wild greens, then came to the small chest and helped break it open. Says they were brought by the other prisoners to the kloof of the Palmiet River. Says he was not present there. 9. Whether he, the prisoner, shortly thereafter at the farm of the burgher Cornelis van Nieuwkerken stole at night from the kraal six oxen and about fourteen days thereafter stole two turkeys from the farm, and who helped him carry out that theft. Answers yes, that he stole the oxen there, but no turkeys. 10. Where he, the deponent, brought the aforesaid six oxen and what he did with them! Answers: toward Hangklip, one of the same having been pushed into the sea and one let loose. 11. Whether he, the deponent, along with his fellow companions, was thereupon driven off by a commando of burghers. Answers yes. 12. Whether he, the deponent, a short time thereafter went to the Knoflooks Kraal, and who accompanied him, the prisoner, thither! Answers yes. 13. Whether he, the deponent, along with his companions, saw a wagon outspanned there. Answers yes. 14. Whether he, the prisoner, and his companions at night broke open the wagon chest from the wagon belonging to the burgher Arnoldus Scholtz, while that man had fallen asleep in the wagon, and stole from it: three pieces of paper currency, six rixdollars in silver money, three loaves of bread, and some powder and lead, and from the wagon a steenbok and a sack of pickled herring! Answers yes, everything, but only two pieces of paper money instead of three. No 15. Whether he, the prisoner, about four to five months ago, drove at night on the farm of the burgher Rudolph Cloete a troop of oxen out of the kraal to below the kloof, and who helped him, the prisoner, therein. Says he knows nothing about that! 16. Whether he, the deponent, subsequently on a certain night went to the farm of the former heemraad Johannes Albertus Meyburg and there broke out the hasp with the padlock from the millhouse, and subsequently stole two bags with some flour, and who carried this out! Answers yes, that he and Cupido alone did this! 17. Whether the same hasp with the padlock therein was driven back into the frame of the millhouse by him, the deponent, or whether this was done by one of his fellow prisoners! Answers yes, that he drove it back in! 18. Whether he, the deponent, about two months ago, along with his fellow deponents Cupido, Jan, Anthonij and Maij went to the farm of Cornelis van Nieuwkerken, and whether they together saw a wagon standing there and found two Hottentots lying asleep under it! Answers yes. 19. Whether he, the deponent, together with the aforesaid fellow prisoners Cupido, Jan Maij and Anthonij, lifted the rearmost small chest from the same wagon, carried it to a certain distance from the dwelling house and then broke it open. Answers yes. 20. Whether he, the deponent, and his fellow companions found in the same small chest the following goods: a silver woman's purse clasp, a pair of shoe buckles, a pair of gold ear drops, a [illegible] Answers yes, but that instead of three women's shirts, 1, instead of three men's shirts, 2, and in place of 2 black embroidered caps, 1, and no ear drops.
Dutch transcription
palmiete rivier gebragt te zin zegt daar niet bij geweest te zijn zegt Ja, de ossen maar geen kalkoe„ „nen aldaar gestolen te hebben zeyt na de hanglip zynde een derzelve in zee gestoot en een Laten Loopen. zegt Ja zeijt sa. zegt Ja. zegt Ja. alles, maar alleen twee stuks drie. papieren geld in steede van zegt Ja. dog dat in steede van drie vrouwe hembden 1: in stede van drie zegt dat hij groente is gaan zoeken vervolgens bij 't kisje gekomen en het zelve heeft helpen open breeken Zegt daarvan niets te weeten! zegt Ja dat hij 'ter weer heeft ingeslagen! zegt Ja. hy en Cupido zulx alleen te hebben verrigt! plaats van den burger Jan Otto twee paarden van de stal heeft gestolen en wie hem gev. daar in behulpsaam is geweest de paarden gelaten hebben. Off hy get. voor nu omtrend ses a Zeven maan¬ „den geleeden, op zekere nagt na de plaats van den oud heemraad Monsr Morkel d'oude zig begeeven, en aldaar 't vengster van 't molenhuys opengebroken en ver„ „volgens daar uijt gestolen heeft Twee Zagen, twee snijmessen, ben handbijl¬ Een houtbijl, Een omslag boor, Een passer„ Een duymstok, twee thuin scharen, Een koopere kookketel, twee schootsvellen, twee Zagt door de andere gev. in de Cloofvande waar hy get: beneevens zyne makken schaaren! Off hy gev. kort daarna by de plaats van den burger Cornelis van Nieuwkerken des nagts uijt de Craal sesossen en omtrend vierthien dagen daarna twee kalkoenen van de plaats heeft gestoolen, en wie hem die dief stal heeft helpen ter uijtvoor brengen Waar heen hy get. de voorsz. ses ossen gebragt en wat daar meede gedaan heeft! Off hy get. beneevens zyne meede makken daar op door een Commando burgeren zyn verzaagd geworden 12. Off hy get. korten tyd daarna na de knof „looks snaal is gegaan, en wie hem gev. der„ „waards heeft verzeld! Off hy get: beneevens zyne makkers aldaar heeft zien uijtspannen een wagen. 14. Off hy gev. en zyne makkers des nagts van de wagen, toebehoorende den burger Arnd. „dus Sflok, terwyl die man in de wagen aan slaap was geraakt, 't wagen kisje zegt Ja. Off. hy get: nevens de voorsz. mede gev: Cupido Jan Maij en Anthonij van dezelve wagen heeft geligt 't agterste kisje in't zelve op zekere distantie van 't woonhuijs gebragt en als toen opengebroken 20. Off hy get. en zyne meede makkers in 't zelve kisje gevonden hebben de volgende goederen als mans hembden & en in plaats van 2. Een zilvere vrouwe beugeltees, Een paard, schoen„ gebraaijde mutzen t en geen oorkrabben „gespen, ben paar goude oorknabben, ben Off hy gev. voor nu omtrend Vier a Vyf maan„ „den voort, des nagts op de plaats van den burger Rudolph Cloete een troup ossen uyt de Craal tot onder de Cloof heeft ge„ „jaagd, en wie hem gen daar in heeft geholpen. Off hy get. voor omtrend twee maanden nevens zijne meede get: Cupido Jan, anthonij en maij na de plaats van Cornel van Nieuwkerken is gegaan, en of zyl: te zamen aldaar een wagen hebben dien staan en onder dezelve twee hottentotten slapen, „de vinden Leggen! Off dezelve Cram met het hangslot daarin wederom in 't kazijn van 't molenhuijs door hem get. is ingeslagen, of door een van zyne meede get. zulx is geschied! Off hy get. vervolgens op zeekeren nagtzig heeft begeeven na de plaats van den oud beemraad Johs Albertus Meyburg en aldaar de kram met het hang slot van 't molenhuijs uijtgebroken, en vervolgens twee zakken met wat meel gestoolen heeft, en wie zulx heeft verrigt! opingebroken en daar uijt gestolen hebben, drie stuk papiere geld munt, ses rijnd„s Zilvergeld, drie brooden, en wit kruijten Loot, en van de wagen Een steenbok en een Zak met Pekelharing! opengebroken Zwarte N„o 7. 9. 10: 13. 19. 18. 17: No 15
English
states a pair of cuffs, a woman's shirt, and a man's cap. states no, that it was found on his fellow prisoner Jan Txelie. the aforesaid Krigo had said to states no, that Adam had nevertheless told them such. states that Capido said, you must tell me the truth or I shall stab you with an assegai. states yes, that Jan promised such. threw into the bushes. states yes, to fetch Anthony, as well as two female slaves, all of states that the slaves Jephta, Adam, and Februarie if not, why they then went repeatedly to the same place, and even entered the kitchen of the dwelling house; whether they afterwards at night at the place of the said Krigo did not hear a commando; whether the named Maij on a certain night in the kitchen did not call out, Adam, Adam, look out; 29. whether, receiving no answer, they went from there to the slave quarters; 30. whether they, the night before their capture, when going from the kitchen to the slave quarters, discovered a Hottentot; states yes; whether his fellow prisoner Cupido held the Hottentot from the front and the prisoner Jan from behind; has. states yes; says yes; to have said; states as before. black silk gown and apron, a Bengal chintz jacket and skirt, a ditto white ditto, a white chintz skirt, a ditto ditto with a border, three women's shirts, three men's ditto, six white cloths, a hat, a pair of black trousers, a ditto shirt, skirt, two knitted caps, two razors, and a small change of clothes. Number 21. Which goods he, the witness, received for his share; states yes. 22. Whether the silver money shown to him was found on him, the prisoner, sewn left the remaining goods. 24. Whether he, the witness, and his companions went afterwards to the place of the burgher Jan Krigg, and what they did there. 25. Whether they made an agreement with one another to kill Krigo and his wife. between the buttonholes of his waistcoat; states not Maij, but he, the witness, such. states that Jan threw it behind the rocks and in the. Where he, the prisoner, and his fellow companions. Whether they, having gone to a certain height in a forest, asked the Hottentot Jan if he could shoot well, and if he could point out the way to Cafferland, and whether that Hottentot answered yes to this; Whether they thereupon promised the Hottentot that they would go to the Cape, and upon arriving there would give him, the Hottentot, money to buy a musket; 38. Whether they then told the Hottentot that he, coming on the way with them, would have to shoot dead any Europeans who wanted to take them prisoner; whether they then lay down to sleep; 20. Whether the Hottentot Jan went a few paces from them into a nearby bush to keep watch in case any men might arrive; Whether they then went together to the place of the burgher Haude, and intended to steal a sheep there, but because daybreak arrived, abandoned their intention. 33. Whether the said Hottentot said, I have also deserted and wanted to steal grapes, then I was chased away and left my belongings behind, and now I want to go along with you; 34. Whether the fellow prisoner Maij then said, do not kill him then, but let him go along as a comrade; held, and whether they intended to kill the Hottentot; Number 32. Whether the fellow prisoner Cupido took his assegai and wanted to stab the Hottentot with it; held. Number 21. 1. 23. 26. 28. to go with them. states yes. 2. states yes. 3. states yes. states no. 36. 35.
Dutch transcription
zegt een paar man Chette een vrouwe hembd en een mans muts zegt neen. by zyn meede gev: Jan 'txelie te zyn gevonden. voorsz. krigo gezegd hadden met zegt neen, dat Adam hun zulx egter had gezegd. zegt, dat Capido gezegd heeft, gy moet my de waarheid zeggen of ik zal uw met een Assegaaij Stecken zegt Ja: dat Jan sulx beloofd bosschen heeft geworpen. zegt Ja. om Anthony te haalen mitsg„s twee slavinne alle van zegt, dat de slaven, Jephta, Adam en febr: zoo neen! waarom, zyl. dan tot herhaalde reijsen op dezelve plaats geweest zyn, en zelfs in de Combuijs van't woonhuijs zig hebben begeeven off zyl. vervolgens des nagts aldaar ter plaatze van ged. krigo niet een Commando hebben vernomen! Off den gen. maij op zekere nagt in de Com„ „buijs niet geroepen heeft Adam, Adam zigt heen! 0 29. Off. zyl geen antwoord bekomende van daar na 't slavenhuijs is gegaan v. 30. Off. Zyl: den nagt voor hunne gevangen na Ligt. Ia „ming wanneer uyt de Combuijs na 't sla„ „venhuijs ginge ontdekt hebben een hotlentde zegt, Sa„ Off zyn meede gev: Crepidi de hottentot van voren en den gev. Jan van agteren hebbende staande heeft. — zegt Ja zeijt Sal gezegd te hebben! zegt als vooren zwarte zyde Gon en tabelje, bengeel Chitze zakkie en rok, ben d„o witte d„o Een witte Chitz: rok, ben d: d„o met een rand, drie vrouwe hembden, drie mans d„o ses witte doeken, Een hoed, Een swarte broek, ben d„o hembd, „rok, twee gebreyde mutzen, twee scheer„ „missen en een wijnig verschoning N„o 21. Welke goederen hy geet voor zijn aandeel zegt Ja heeft bekomen. 22. Off by hem gev. 't aan hem vertoonde zil¬ vergeld gevonden is ingenaayd te zin de overige goederen heeft gelaten 24. Off hy get. en zijne makkers daar nage„ „gaan is, na de plaats van den burger Jan krigg en wat aldaar hebben verrigt 25 Off. zyl. met elkanderen hebben afspraak genomen, om krigo en zyn vrouw om het Leeven te brengen. tusschen de knoopsgaten van zyn Camisool zegt niet may, maar hy get. zulx zegjt, dat Jan het agter de klippen en in de Waar of hij gev. en zyne meede makkers Off zyl zig op zeekere hoogte in een bosch be„ „geeven hebbende, aan den hotten tot Jan hadden gevraagd, of hy goed schiete konde, en of hy de weg nat Cafferland konde aan „wijsen, en of dien hotten tot daar op g'ant„ „woord heeft van Ja: Off. Zijl daar op de hottentot beloofd hebben na de Caab te zullen gaan, en aldaar ko„ „mende hem hotten tot geld te zullen gee„ „ven om een snaphaan te koopen! 38. Off. Zyl: als toen aan den hotten tot hebben gezegd, dat hij als dan met hun opweg komende al wat van Europeesen hun gevangen wilde neemen zou hebben dood te schiete, off zyl hun als toen te slapen hebben gelegd 20. Off den hetten tot Jan zig eenige treeden van hun in een daar by zynde bosch heeft begeeven, om de wagt te houden, zoo daar eeni„ „ge manschappen mogte aankoomen! Off. Zijle als toen te zamen gegaan zyn na de plaats van den burger Haude, en aldaar voorneemens geweest zyn, een schaap te steelen dog vermits den dageraad door brak, van hun voorneemen hebben afgezeen. 33 off gem. hotten tot gezegd heeft ik ben ook gedrost en wilde druijven steelen, toen ben ik verjaagt, en heb myn bietje inde steek gelaten en nu wil ik met zullen mede gaan 3: 4: Off den meedegev. Maij als toen gezegd heeft, moet hem dan niet dooden maar Laat hem als Cameraad meede gaan gehouden, en of zyl. voorneemens waren den hotten tot om 't Leeven te brengen! A„o 32. Off de meedegev Cupido zyn assegaan geno„ „men in den hotlentot daar meede heeft willen steeken! gehouden A„o 21 1 23: 26 28. hun meede te zullen gaan. zegt Sa. 2 zegt Ja 3 zegt Sa. Leg zegt neen. 36. 35
English
To have encountered Filis and after that Cupido. States that Sa did so to still his hunger. States as before. Was shot. Surprised them unexpectedly and took them prisoner. Whether the prisoner has also made himself guilty of more thefts, housebreaking, or murder or manslaughter. 43. Whether he, the prisoner, knows that all thefts and break-ins are unlawful and highly punishable. 44. Whether he also knows anything to put forward in his excuse. Thus questioned and answered at Cape of Good Hope on the 18th of April 1786, and read over to the prisoner, who testified to persist therein, before the honorable Salomon van Echten and Johannes Smuts, members from the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have properly signed the minute hereof along with the prisoner and me, the secretary. Lower: Which I witness. Was signed: C. van Aerssen, secretary. Underneath stood: States no, but to have heard and seen that. Whether just after midday some men. States to have gone to the Hanglip and there where the prisoner during his. Article 21. States as before and to have gone home at that time. 82. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, Mentor of Madagascar, who to the questions set alongside has given such answers as are properly noted in the margin hereof, upon the requisition of the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Hendrik Lodewyk Bletterman, the slave Mentor of Madagascar to be heard. Articles drawn up and delivered to the commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, in order that the slave Mentor of Madagascar be heard thereupon at the requisition of the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Hendrik Lodewyk Bletterman, his responses to be properly noted in the margin hereof. Article 1. The prisoner's name, age, and place of birth. States Mentor of Madagascar, aged about 20 years. 2. Whose bondsman he is. States of the burgher Jan Frank. 3. When and for what reason he absconded. States in the month of March 1785, because his master had beaten him. 4. Whether also more slaves absconded with him or came to him during his absconding. States nobody absconded with him, but on Table Mountain to have found Job of the widow Ekkert, October of Van Blerck, and the female slave Rampi. The prisoner's name, age, and place of birth. States Rampy of Mandhar, aged about 30 years. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, the female slave Rampie of Mandhar, who to the points of inquiry then put to her answered in such manner as is noted beside each of the same. Articles drawn up and delivered to the commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, in order to hear and interrogate the female slave Rampie of Mandhar at the requisition of the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Hendrik Lodewyk Bletterman, her responses to be given being properly noted in the margin hereof. Article 1. Whether he, the witness, or which of his companions was hit then. Underneath stood: Thus questioned and answered, and having been read over to the prisoner, the same testified to persist therein at Cape of Good Hope, the 18th of April 1786, before the honorable Gerhardus Hendrik Cruywagen and Johannes Smuts, members from the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have properly signed the minute hereof along with the prisoner and me, the secretary. Lower: Which I witness. Was signed: C. van Aerssen, secretary. 6. States not to have been present there. Stolen two horses and brought them to their hiding place. Whether he, the witness, about a year ago now, or in the month of July or June of the past year, on a certain night stole two horses from the farm of the burgher Jan Otto, and who was helping him, the prisoner, therein. Whether he, the witness, subsequently that same night broke off the padlock of the cellar door and what he stole from the cellar. Whether he, the witness, alongside his companions on the following day was pursued by the burghers Jan Otto and Jan Wilkens and that Job was shot at with chopped bullets, and shots were fired at him and his companions. States that Carolus, Job, October, and Cupido went thither. Where the prisoner stayed during his absconding. No. 5. Article 2. States Sa. States no. Are noted. 2. Are noted. Gone. 1. Article 5. 3.
Dutch transcription
aangetroffen te hebben filis en daar na Cupido zegt, Sa zulx te hebben gedaan om zyn honger te stillen. zegt als vooren. geschooten is. „pen onverwagt hun overvallen in hun gevangen genomen. Off de gev. zig ook aan meerdere dieverge huijsbraak, dan wel moord of doodslag heeft schuldig gemaakt. 43 Off. hy gev. wiet, dat alle die verien en brake ongeoorloofd en ten hoogsten Strafwaardig is: 44. Off. hy ook iets tot zin verschoning weet bij te brengen Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede hoop zegt neen, maar wel gehoord engezien te den 18: April 178. 6. mitsg„s degev: voorgeleesen, dewelke betuygde daar by te blyven persisteeren, voor d' EE. Salomon van Echten en Joh„s Smits Leeden uyt den E. Agtb: raad van Justitie voorm:t die de minute deezes beneevens degev. ende Legt als vooren en als toen na huijs te zyn my secretaris, meede behoorlyk hebben onderteekend /:lager / 'T welk ik Getuyge /:was geteekend:/ C: van /:onderstond:/ Off eeven na middag tyd eenige manschap zogt na de hanglip gegaan te zyn en aldaar waar ter plaatse hy gev: geduurende zijn A„o 21. Aerssen secretaris 82. Compareerde voor ons ondergete Articulen gedaan maken en aan gecommitt,„s uyt den E. Agtb: raad heeren gecommitt,„s uyt den E: Agtb: van Justitie deezes Gouvernements raad van Justitie deezes gereverne, mentor van madagassar, dewelke„ mints, omme daar op ten requisitie op de nevenstaande vragen, zodanige van den Landdrost van stellenbosch en Drakensteyn Hendrik Lodewyk antwoorden gegeeven heeft, als bezijden Bletterman gehoord te worden den slaafmentor van madagassar, zul„ „lende desselfs respensiven in margine gecommitt,„s uyt den E. Agtb: raad deezer behoorlijk worden bekend gesteld. Ao des gev: naam, ouderdom en geboorte wiens Lijfeygen hy is 3. Wanneer en om welke reeden hy get. is op gedrost. 4. zegt, niemand met hem te zijn opgedrost maar Offer ook meerdere slaven met hem opgedrost of ge„ van de weed. Ekkert, October van van blerck in de slavinne Rampi. aan de tafelberg te hebben gevonden Job. „duurende zyn opdrossen bij hem gekoomen zijn! Legt Stampy van Mandahar oud om, der gev. naam ouderdom en geboorte plaats plaats.! zegt minter van madagas, Car oud omtrend 20 Jaaren zeijt van den burger Jan frank zegt in de maand maart 1785 omdat zyn byfheer hem geslagen had. „trend 30 Jaaren gecommitt„s uijt den E. Agtb: raad van Justitie deezes Gouvernements overge„ den Landdrost van stellenbosch en Drakensteijn Hendrik Lodewyk Blet, „terman, gehoord en ondervraagd te worden de slavin Rampie van mandhar zullende haare te geevene respe, in margine deeser behoorlyk worden bekend gesteld A„o 1. Compareerde voor ons Onderget„e Articulen Gedaan maken en aan heeren den slavin Bampie van Mandhar „geeven, omme daar op ter requisitie van Off. hy get. of wie van zyne makkers als toen getroffen is /:onderstond:/ Aldus Gevraagd en beantwoord, mitsg„s dengev: voorge„ leesen zynde, betuygde denselven daar by te blijven per¬ „sisteeren aan Cabo de Goede hoop de 18. april 1786. voor d' E. E. Gerhardus Hendrik Cruywagen en Johs Smuts, leden uyt den E: Agtb: Raad van Justitie voorm:, die de minute dezes Secretaris meede behoorlijk heb„ beneevens den gee. ende ƒ „ben onderteekend /:lager:/ Twelk ik Getuijge /. was get/ C: van Aerssen secretaris. 6 van Justitie deezes Gouvernements vraag poincten zodanig g'antwoord dewelke op de dan haar voorgehoudene zegt, daar niet by geweest te zyn. verblijf plaats gebragt! twee paarden gestolen, en aan hun „passeerden Jaars, op zeekeren magt op de plaats van den burger Jan Otto twee paarden heeft gestoolen en wie hem gev. daar in be„ „hulpzaam is geweest! Off hij get: vervolgens den selven magt de hang „slot van de kelderdeur afgebroken en wat of hij uijt de kelder gestolen heeft! Off hy get. nevens zijne makkers des ande„ hebben, dat Job met gekapte kogels vren daags door de burgers Jan otto en Jan wilkens agtervolgd en op hem en zyne mak„ „kers geschooten is. Zegt, dat Carolus Job, October en Cupido Off hy get. voor nu omtrend een Jaar, dan denwaards zig hebben begeevende wel in de maand July ofte Juny des ge„ opdrossen zig heeft opgehouden! No. 5 A„o 2 zegt Sa. zegt neen. „ dezelve aangeteekend staan. eg 2 staan aangeteekend. — heeft, als bezeyden een yder derselve gegaan. 1 A„o 5. 3.
English
The prisoner's name, age, and place of birth. Says Phelip of Timor, aged by estimate 30 years. Whose bondservant he is. Says of the burgher Pieter Wydeman. Says of Jan Lavocade. When and for what reason he deserted. Says fully five years ago now, and because his fellow slave constantly quarreled with him. Says fully two years ago, because one of her fellow slaves solicited her. Whether any other slaves also deserted with him, or came to him during his desertion. Says to have deserted alone, but that Job of the widow Ekkert, October of Van Blerck, and Rampy of Pieter Wydeman had come to him around Hangklip. Says to have deserted with October and to have found Job and Mentor at Table Mountain, from where she went to Hangklip and found Cupido, Carolus, Alias, Filis, Pieter, and October of Jacobus Louw there. Whether he, together with his companions, was subsequently driven away from there by a commando of burghers. Says yes. Whether he, a short time thereafter, went to Knoflooks Kraal, and who accompanied him thither. Says nothing. Whether he knows that all theft and burglary [illegible] Says not he, the prisoner, but Cupido of the widow Dreyer, Pieter of Mr. Carnspek, and Alias of Mr. Eksteen. October, appearing, says that not the prisoner, but the aforementioned Cupido, Pieter, Alias, and additionally two boys of Bierman, named October and November, were present there. Cupido says that this one was not along, but Pieter was, and further as October has said. Whether he, about six or seven months ago, betook himself to the place of the former heemraad Willem Morkel the elder, and there broke open the millhouse window and stole therefrom: Two saws, two drawknives, a hand axe, a wood axe, a brace bit, a compass, a folding rule, two pairs of hedge shears, a copper cooking kettle, two aprons, two planes, and who assisted him in stealing the aforementioned goods. Says that the prisoner Cupido and October say that the prisoner cannot know about it, because he was not with them at that time. Whether he, at different times, stole some poultry from the aforementioned place of Morkel, and on a certain night stole three oxen from the kraal. Says that he knows nothing about it. Whether he, a short time thereafter, stole six oxen at night from the kraal at the place of the burgher Cornelis van Nieuwkerken, and about 14 days thereafter stole 2 turkeys from the place, and who helped him therein. Says not he, but indeed Cupido of the widow Dreyer, Pieter of Mr. Carnspek, and Alias of Mr. Eksteen. Where he took the six oxen and what he did with them. Says to Hangklip into their nest, and slaughtered and eaten by them together. Whether he, now about a year ago, or in the month of June or July of the past year, on a certain night stole two horses at the place of the burgher Jan Otto, and who assisted him therein. The slave October tells the prisoner to his face that he had been along to steal the horses with Job and Carolus, but not to have stolen the horses himself. The prisoner remains by the negative. The witness now says that he rebuked the other boys not to steal and had not stolen along. The prisoner now admits to have been along, but not to have stolen. Says no, because she always remained at one dwelling place. Thus questioned and answered, and read out to the prisoners, who declared to persist therein, at the Cape of Good Hope, the 18th of April 1782, before the Honorable Gerrit Hendrik Cruywagen and Johannes Smuts, members of the Honorable Council of Justice aforementioned, who have duly signed the minute hereof together with the prisoners and me, the Secretary. Below: Which I witness: was signed: C. van Aerssen, Secretary. Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, the slave Philip, who has answered the adjoining question points in such manner as is duly set down beside them. Articles drawn up and delivered to the gentlemen Commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, in order to examine thereon, at the requisition of the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Hendrik Lodewyk Bletterman, the slave Phelip, his answers to be duly noted in the margin hereof.
Dutch transcription
zegt van den burger Pieter Wydeman! Wiens Lyfeygen zy is Zegt daar niets van te weeten degev. Cupido en October zeggen, dat de 3 zegt voor ruijm twee Jaren, om dat een van Wanneer en om welke reeden hy get: is hare meede slaven haar heeft aangesogt opgedrost zegt, met October te zyn opgedrost en aande Offer ook meerdere slaven met haar opge„ tafelberg te hebben gevonden Joben drost of geduurende haar get. opdrossen mentor van waar zy na de hanglip by haar gekoomen zyn is gegaan en daar gevonden heeft, Cupido Carolus, Alias, filis, Pieter en October van Jacobus Louw Legt neen, dewijl zy zig altoos op heen off: zyger nu omtrend Een Jaar dan wel in de maand Junij ofte July des gepasseerden Jaars op zeekeren nagt op de plaats van den burger Jan Otto twee paarden heeft gestoolen, en wie haar gev. daarin is be„ hulpsaam geweest. verblijf plaats heeft opgehouden Aldus gevraagd en beantwoord mitsg=s de gev. voorgeleeven dewelke betuygde daar bij te blyven persisteeren, aan Cabo de goede hoop den 18. April 17826 voor d' E E: Gerrit Hendrik vervalt Cruigwagen en Johs Smits Lieden uyt den E. Agtb: raad van Justitie voorm. die de minute deezes, beneevens de gev: ende Rigt daar niet van te weeten my secretaris meede behoorlijk hebben onderteekend /: lager:/ T welk ik Getuyge /.was geteekend:/ C. van Aerssen Secretaris C zeyt Phelip van Timor oud na gissing wiens Lyf bygen hij is zeg Regt voor nu vijf Jaren en om dat zijn huijs Croomwaad Wanneer en waarom hy is op gedrost zegt alleen gedrost te zijn maar dat Job van d' weed. Offer ook meerdere slaven met hem gev. opgedroot Ekkert, Octb: van van blerck en Rampy van of geduurende zijn opdrossen by hem gekomen zyn Regt Ja Pieter wydeman by hem gekomen waren omtrend geduurig met hem twist had. de hanglij! des gev„s naam; Ouderdom en geboorte plaats! zegt van Jan Lavocade zegt daar niet van te weeten! 12. off hy get. beneevens zyne makkirs daar op door een Commando burger en zyn verjaagd geworden. 13. off hy get. korten tyd daar na na de knoflooks Craal is gegaan, en wie hem gev. derwaards heeft vergezeld! 14. Off. hy gevn weet dat alle dieverye en brake onge„ den slaaf October regt den gev: in facre dat hij meede was geweest, om de paarden te stelen den burger Jan Otto twee paarden heeft met Job en Carolus, egter niet de paardens gestolen en wie hem get.: . daar in is behulp de gev. blyft by de negotive meede geweest te zyn. zaam geweest berespt heeft van niet te steelen en niet de maand Juny ofte Julij des gepasseerden Jaars op zeekeren nagt op de plaats van meedegestolen te hebben. — de gev. kregt thans meede geweest te zyn egter niet gestolen te hebben. den get. zegt thans, dat hy de andere Jongens Off hy gev. nu omtrend Een Jaar dan wel in Off. hy get: voor nu omtrend Zesa Zeven maanden gelaeden nade plaats van den oud gev. daarvan niet kan weeten, om dat heemraad Willem Mirkel de oude zig bege„ „gebroken en daar uyt gestoolen heeft! Twee sagen, twee snymessen, Een handbyl Een houtbyl, ben omslag boor, Een passer, Een duijmstok, twee thuijnscharen, Een kope„ „re kookketel, twee schootsvellen, twee schaven, wie hem gen. by het steelen der voorsz goederen is behulpsaam geweest. Off. hy gev. tot differente wyse aldaar ter plaatse van gem: Morkel eenig pluymvee, en op zee„ „keren nagt drie Ossen uijt de Ctaal heeft gestolen 10. Off. hy get. korten tyd daarna by de plaats zegt hy gev: niet maar wel Cupido vande weed„ Compareerde voor ons ondergetege, Articalen gedaan maken en aan heere dreyer, Pieter van d' heer Carnspek en alias vanden burger Cornelis van Nieuwkerken. „Comm„s uijt den E. Agtb raad van Justi, gecommt uijt den E. Agtb: raad van Jast van Mr. Eksteen. des nagts uyt de Craalses Ossen, en omtrend Die deezes Gouvernements overgegeeven October Compareerende zegt dat niet de gev maar 14. dagen daarna 2. kalkoenen van de wel voorsz. Cupido, Pieter, Alias en dan nog om daar op ter requisitie van den Landd plaats heeft gestolen en wie hem gev. daarin twee Jongens van bierman in name October van stellenboschen Drakenstein hend heeft geholpen! in November daarby praesent geweest zyn Lodewyk Bletterman gehoord te worden Cispido zegt dat dezen niet meede geweest is maar wel Pieter en voorts als October gezegd heeft; den slaaf Phelip zullende desselfs te 11 zegt na de hanglip in hun nest en door han te waarheen hy get. de ses ossen gebragt en wat geevene resp. in margine deser behoor¬ zeemen geslagt engegeeten. daar meede gedaan heeft „lijk moeten worden bekend gesteld! hy toen ter tyd niet bij hun geweest was, ven en aldaar het molenhuys vengster open„ „tie deezes Gouvernements den slaaf philip dewelke op de nevenstaande vraagpoincten zodanig heeft gf ant„ „woord als bezyden dezen behoorlyk staan oorloofd A„o 2. 4. /onderstond:/ Ao 1. zigt Ja. 2 30 Jaaren. Z bekend gesteld! A„o 5
English
Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, the slave Fortuyn of Banda, belonging to the burgher Jan Bierman, upon articles drawn up and handed over to the gentlemen commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, in order to be heard and interrogated thereon at the requisition of the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Hendrik Lodewyk Bletterman, the respective answers given by him to be duly noted in the margin hereof. Article 1. The prisoner's name, age, and place of birth, and whose bondman he is. Answers: Fortuyn of Banda, about 40 years old. Answers: Of Jan Bierman. When and for what reason he deserted. Answers: About a full year ago, that he tended ashes and then deserted. Whether several other slaves deserted with him the prisoner, or joined him during his desertion. Answers: His fellow slave November deserted with him, and then he met Cupido, October, Pedro of the Honorable Carnspeck, Alius of M. Eksteen, Hampie, slaves of Pieter Wydeman, Carolus of Jacobus Louw. Where the witness stayed during his desertion. Answers: First in Hout Bay near his master's place, and then near Table Mountain, from there to Hangklip, Kogelbaai. Whether he, the witness, now about a year ago, or in the month of June or July of the past year, on a certain night went to the place of the burgher Jan Otto and stole two horses, and who assisted him, the prisoner, therein. Appeared the fellow-prisoner Cupido, who testified that the prisoner always, while his fellows were stealing, stayed in their shelter, which is permitted as from his master two [illegible] is given by law, allowed, and punishable in the highest degree. Article 15. Whether he, the witness, also knows anything to bring forward in his defense. Answers: Says he knows nothing in his defense; says that he [illegible] back to his master, asking only for pardon to be brought forward for this journey, because he has done nothing else. Thus done and answered at the Cape of Good Hope on 22 May 1786, before the Honorable Christiaan Ludolph Neethling and Johannes Matthias Bletterman, members from the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who duly signed the minute hereof along with the prisoner and me, the sworn clerk. Lower: Which I witness. Was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, the slave November of the Cape, who has answered to the adjacent questions as recorded next to each of them, upon articles drawn up and handed over to the gentlemen commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, in order to be heard thereon at the requisition of the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Hendrik Lodewyk Bletterman, the slave November of the Cape, his respective answers to be duly noted in the margin hereof. Article 1. The prisoner's name, age, and place of birth, and whose bondman he is. Answers: November of the Cape, aged about 24 years. Answers: Of Jan Bierman. When and for what reason he deserted. Answers: About eight months ago, for the reason that his master had beaten him because he had stayed out too late with the wagon. Article 4. Whether he, the witness, about six or seven months ago, on a certain night, went to the place of the former Heemraad Willem Morkel the elder, and there broke open the window of the mill house and subsequently stole therefrom: two saws, two drawknives, a hand axe, a wood axe, a brace bit, a compass, a folding rule, two garden shears, a copper cooking kettle, two aprons, two pairs of scissors. Article 8. Whether he, the witness, along with his fellows, was then driven off by a commando of burghers. Answers: Says no. Whether he, the witness, also knows anything to bring forward in his defense, having eaten stolen sheep. Answers: Says no. Thus questioned and answered, and also read back to the prisoner, who testified to persist therein, at the Cape of Good Hope on 18 April 1786, before the Honorable Gerrit Hendrik Cruywagen and Johannes Smits, members from the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who duly signed the minute hereof along with the prisoner and me, the secretary. Lower: Which I witness. Was signed: C. van Aerssen, secretary.
Dutch transcription
zegt niets tot zijn verschoning te weten; uit den E. Agtb: raad van Justitie deeses Gouvernements, den slaaf fortuyen van Banda, dewelke op de aan hem voorge¬ „woord heeft als bezyden ae yder der „houdene vraagpoincten zodanig g'ant¬ zyne makkers in't steelen waaren in hun verblyf heeft opgehouden. heeft als van zyn lyfheer twee ge„ is te rag: gegeeven! oorloofd en ten hoogsten strafwaardig is! A„o 15. Off hy get. ook iets tot zyn verschoning weet /:onderstond:/ Aldus Gedaan en beantwoord aan Cabo de goede Hoop den 22. May 1786. voor d' E E: Christiaan Ludolph naethling en Joh:s Matthias Bletterman, leeden uyt den E. Agtb: raad van Justitie voorm. , die de minute deeses beneevens de gev: ende mij gesw. Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend /:lager:/ 'T welk ik Getuyge /:was geteekend:/ R. J. V. d: Riet gemw: Clercq zegt dat hy zelfs weder na zijn lyfheer Compareerde voor ons onderget. gecommt Articulen gedaan maken en aan heeren gecomm„s uyt den E. Agtb: raad van Justitie daar op ter requisitie van den landdrost van Stellenb. en Drakenstein Hendrik Lodewyk Bletterman gehoord en ondervraagd te worden den slaaf fortuyn van banda toebehoorende den burger Jan bierman, zullende desselfs te geevene respe. in margine deeser moeten werden bekend gesteld: verzoekende alleen pardon voor deese reyse by te brengen deeses Gouvernements overgegeeven, omme Zegt nen, terwyl hy niet anders gedaan A„o 1. des gev. naam, Ouderdom en geboorte plaats Zegt fortuyn van banda omtrend 40 Jaren zeijt van Jan Bierman. uiens lijfbijgen hij is zegt zedert een groot Jaar dat hy Assen heeft wanneer en om welke reeden hy is opgedrost opgepast en toen gedroot is! „zeijt zyn meede slaaf novbn. met hem opge. Offer ook meerdere slaven met hem gev: opge„ „drost te zyn en toen geren Contreerd te drost of geduurende syn op drossen by hebben, Cupido, October, pedro van d' E. hem gekomen zyn Carnspek, Alius van m. Eksteen, Hampie slaven van Pieter wydeman, Carolus van Jacobus Louw zegt eerst inde houtbuar by eyndyfheers Waar ter plaatze hy get. geduurende zyn plaats en vervolgens by de tafelberg, opdrossen, zig heeft opgehouden. van daar na de hanglipe, kogelbaay Off hij get: nu omtrend Een Jaar, dan wel in Compareerde de meedegev. Cupido, dewelke de maand Juny ofte Julij des gepasseerd, betuygde, dat degu. zig altoos, terwyl jaars op zekeren nagt na de plaats van den burger Jan Otto twee paarden heeft gestoolen, en wie hem gev. daarin is be„ hulpzaam geweest Off hy get. voor nu omtrend sesa Leeven Zegt November van de Caal oud Circa 24 Jaren Legt van Jan Bierman aangeteekend staat — Articulen gedaan maken en aan heeren gecommitt„s uyt den E. Agtb: raad van Justitie deeses Gouvernements overgegeeven, omme november van de Caab dewelke op de daar op ter requisitie van den Landdroot nevenstaande vragen zodanig g'ant, van stellenbosch en Drakensteen hend:k „woord heeft, als beseyden een yder derzelve Lodewyk Bletterman gehoord te worden den slaaf November van de Caab zullende desselfs te geevene respe, in margine deser behoorlyk werden beleend gesteld. A„o 1. des gev. naam, ouderdom en geboorte plaats„ wiens dyfeygen hy is zegt omtrend voor Agt maanden wanneer en om welke reeden hy is opge¬ om reedenen zyn lijfheer hem had, drost geslagen dat hy te laat was uytgebleeven met den Wagen Compareerde voor ons Ondergetge „tie deeses Gouvernements den slaaf „Comm , uyt den E. Agtb Raad van gusti„ Aldus gevraagd en beantwoord mitsgs. de gev: wederom voórgeleesen, dewelke betuygde daar by te blyven persioteeren aan Cabo de goede hoop den 18. April 1786 voor d' E E„ Gerrit Hendrik Cruywagen en Johannes Smits, Leeden uit den E. Agtb: raad van Justitie voorm:, die de minute deeses, benee„ „vens de geen ende my secretaris meede behoorlijk hebben onder„ „teekend /:lager:/ 'T welk ik Getuyge /:was geteekend:/ C: van Aerssen secretaris Ao 8. Off by get. beneevens zyne meede makkers daar op door eene Commando burgeren zyn verjaagd geworden. Off hy get. ook iets tot syn verschoning weet in te brengen. „stolen: schapen gegeelen te hebben de plaats van den oud Geemraad Willem morkel d'oude zig begeeven, en aldaar 't vengster van 't molenhuys open gebroken en vervolgens daar uijtgestolen hebben. Twee zagen, twee snymessen, Een handbijl, Een houtbyl, Een omslag boor; Een passer, Een duymstok, twee thuijnscharen, Een koopere kookketel twee schoolsvellen, twee scharen. maanden geleedens, op zeekeren magt, na maanden A:o 4 „zelver staan aangeteekend. — Ligtneen. L Leg zegt neen.
English
Articles drawn up and handed over to the gentlemen commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, in order that, at the requisition of the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Hendrik Lodewyk Bletterman, the slave Pieter may be heard and interrogated upon them, his answers to be properly recorded in the margin hereof. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the slave young Pieter, who to the adjacent questions answered as is noted alongside each of them. Article 1. His name, age, and place of birth? Answers: Pieter of Manado, aged by estimate about 30 years. Article 2. Whose bondservant he is? Answers: slave of the former burgher councilor, the honorable Carnspek. Article 3. When and why he deserted? Answers: almost four months ago, and because he could not get enough food to his satisfaction, and for that reason had also requested his master to be sold. Article 4. Whether any other slaves deserted with him, or came to him during his desertion? Answers: to have deserted alone, and during his desertion five boys were alone with him, and that he had not wanted to join them, but that the boys of Bierman, by throwing klip stones, had forced him to go along with them, and that he, the deponent, had stayed with them for one day, and subsequently had left them. Answers: that he deserted with Fortuyn and met Pieter of the honorable Carnspek, who brought him to the Hanglip and there told a boy of M: Eksteen, Felix of Jan Lavo, Cade, Daniel Hugo to be where they found Cupido, October, Rampie, and Alias of M: Bastee. Article 5. At what place he, the deponent, stayed during his desertion? Answers: says at the Hanglip, says behind the Table Mountain. Article 6. Whether he, the deponent, about one year ago, or in the month of June or July of the past year, on a certain night, stole two horses from the place of the burgher Jan Otto, and who assisted him therein? Answers: says to have stolen nothing during his absence and also not to have been in that region. The prisoners Cupido and October say to him in facie that he was also around the Hanglip, however not at Otto's place. The prisoner says not to know the places, believing that everything was behind the Table Mountain. Article 7. Whether he, the deponent, about six to seven months ago, on a certain night, went to the place of the former heemraad Willem Morkel the elder, and there broke open the window of the mill house and stole out of it: two saws, two drawknives, a hand axe, a wood axe, a brace bit, a pair of compasses, a foot rule, two garden shears, a copper cooking kettle, two leather aprons, two pairs of scissors? Answers: says that the prisoner himself and Pieter broke open the mill there and alongside the said goods stole out of it. Article 8. Who assisted him, the deponent, in stealing the aforementioned goods? Answers: as before. Article 9. Whether he, the prisoner, on different occasions there at the place of the said Morkel stole some poultry, and on a certain night stole three draft oxen from the kraal? Answers: that Cupido Joben, Alias of M: Bastee, and October of van Blerck sawed the lock, stole from the kraal six oxen, and about 14 days thereafter three oxen, and that he, the deponent, wanted to prevent them. Article 10. Where he, the prisoner, brought the aforementioned six oxen and what he did with them? Answers: says that he went along the beach to the Hanglip with the oxen, but then immediately went home. Article 11. Whether he, the deponent, a short time thereafter, at the place of the burgher Cornelis van Nieuwkerken, stole two turkeys from the place at night, and who helped him carry out that theft? Answers: says no. Article 12. Whether he, the deponent, together with his accomplices, was thereupon hunted by a commando of burghers? Answers: says that he further nowhere else. Answers: says no. Article 13. Whether he, the deponent, a short time thereafter went to the Hanglip, and who accompanied him thither? Answers: says to know that very well and therefore to have wanted to prevent the others. Article 14. Whether he, the deponent, knows that all these thefts and break-ins are unlawful and highly punishable? Answers: says yes. Article 15. Whether he, the prisoner, also knows of anything to bring forward in his defense? Answers: says as before. Thus questioned and answered, as well as read out to the prisoner, who testified to persist therein, at the Cape of Good Hope, the 18th of April 1786, before the Honorable Gerrit Hendrik Cruywagen and Johannes Smuts, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the prisoner and me, the secretary. Below: Which I witness: was signed: C. van Aerssen, secretary.
Dutch transcription
zegt, dat zig gev. en Pieter de molen aldaar opengebrooken hebben en nevens gem goed daar uyt gestolen zegt als vooren zegt, dat Cupido Joben Alias van M: bastee en October van van Blerck de Sesosse, te hebben gezaagd. zegt dat hy voorts nergens meer Gecommitt„s uijt den E. Agtb: raad van Compareerde voor ons Ondergetde Justitie deeses Gouvernements den slaven A„o 4 Daniel hugo te Zyn, waar zyl hebben gevonden Cupide, October, Rampie en alias van Legt als vooren zegt met fortuyn te zijn opgedrost en te heb, Of er ook meerdere slaven met hem opgedrost zegt zalx wel te weten en het daarom de „bengeren Contreerd Pieter van d' E. Carnspek of Geduurende zyns gev:s opdrossen by hem andere te hebben willen beletten. dewelke hemgev: heeft gebragt bij de hang, gekomen zijn! Waar ter plaatze hy get. geduurende zyn op„ „drossen zig heeft opgehouden. Off hy get: nu omtrend Een Jaar, dan welinde maand Juny ofte Julij des gepasseerden Jaars op seekeren magt op de plaats van den burger Jan Otto twee paarden heeft gestolen en wie hem gav. daar in is behalpzaam geweest! Off hy get. voor nu omtrend ses a zeven maanden geleeden, op zekeren nagt na de plaats van den oud heemraad Willem Morkeld oude zig bega¬ „ven, en aldaar 't vergster van 't molenhuys opengebroken en daar uyt gestoolen heeft Twee sagen, twee snymessen, Een handbyl, ben houtbijl,; Een omslag boor, een passer, Een duymstok, Twee thuyn schuuren, ben koopere kookketel, twee schortsvellen, twee schaaren! Wie hem get: by het steelen der voorsz goederen is behulpzaam geweest. Off hy gev: tot differente reyzen aldaar ter plaatse nagt drie trek ossen uijt de Craal heeft gestolen. off hy get. korten tyd daar na by de plaats van den burger Cornelis van nieuwkerken des nagts twee Calhoene van de plaats heeft gestolen, en wie hem die diefstal heeft helpen ter uytvoer brengen! Legt agter de Tafelberg. wat daar meede gedaan heeft off hy get. beneevens zyne meede mackers daarop door een Commande burgeren zyn vorzaagd geworden 13. Off hyj get. kooten tijd daar na na de hanglip is gegaan, en wie hem gew. derwaards heeft vergeseld! hebben gestolen, en dat hy get zulx heeft uijt de Craal ses ossen, en omtrend 14. daege daarna zegt langs strand na de hang Liphydeossen waar heen hy gev. de voorsz. ses Ossen gebragt en „geweest is, maar zig voorts direct na huijs begeeven heeft A„o 1„ zegt Pieter van Manado oud nagissing disger naam, Ouderdom en geboorte plaats 2 30 Jaaren zegt slaaf van den oud burgerraad d heer Carnopete Wiens Lyf bygen hy is zegt bij na vier maanden en omdat hij niet na Wanneer en waarom hy is opgedrost! genoegen spyze kon bekoomen in om die reede ook zyn lyf heer versogt had verkogt te worden van ged. mookel eenig pluijm vee en op zeker zegt alleen opgedrost te zyn en geduurende Offer ook mardere slaiven met hem gev. op. Zynopdrossen vyf Jongens by hem alleen gedrost of Geduurende Zyn opdrossen „lyk geweest zijn, en dat hij zig by hun niet by hem gekoomen zyn! had willen vervoege, maar dat de Jongens van bierman, met het smyten van tilip steinen hem gen gedwongen had met hun mede te gaan, en dat hy get: een dag bij hun gebleeven was, en vervolgens zig van hun begeeven had '" Waar ter plaatse hij get. Geduurende zyn op„ zegt geduurende zyn absentie niets gestolen te hebben Off. hy gev: nu omtrend bin Jaar dan wel inde en ook in die Conterij niet geweest te zyn. maand Junij ofte Julij des gepasseerden Jaars op degev. Cupido en October zeggen de geen in facré Zeekeren nagt op de plaats van den burger Jan aan dat hij meede omtrend de hanglip geweest otto twee paarden heeft gestolen en wiehem ga= is egter niet op de plaats van Otto deger zegt de plaatsen niet te kennen vermeenende daar in is behulpsaam, Geweest! dat alles agter de tafelberg geweest is 7 Off hy get. voor nu omtrend ses a Zeven maand en gelieden, nade plaats van den oud heemraad 4. „drossen heeft opgehouden. Jonge Pieters, dewelke op de nevenstaande vragen zodanig g'antwoord heeft, als Off hij get. weet, dat alle die verie, en brake on„ „geoorloofd en ten hoogsten strafwaardig is Off hygen., ook iets tot zijn verschoning wert in te brengen! Aldus Gevraagd en beantwoord mitsg=s den gev. voorgeleesen, dewelke betuygde daar bij te blyven persisteeren aan Cabo de goede hoop den 18. April 1786 voor d' EE: Gerrit Hend„k. Cruywagen en Joh s Smiets Leeden uyt den E Agtbraad van Justitie voorm. die de minute deezes beneevens diger. ende my secretaris meede behoorlyk hebben onderteekend /:lager:/ T welk ik Getuijge /: was geteekend:/ C. van Aerssen secretaris. Articule gedaan maken en aan heeren gecommt uyt den E. Agtb: raad van Justitie deeses gouver„ „nements overgegeeven, omme daar op ter re„ „quisitie van den Landdrost van Stellenbosch en Drakenstein Hend„k Lodewyk Bletterman gehoord en ondervraagd te worden den slaaf Pieter zullende desselfs te geevene antwoorde in man„ gene deeser behoorlijk moeten worden bekend ge¬ A„o 14. N„o 14 Willem „lip en aldaar heeft gezegt een Jonge van m. Eksteen, felio van Jan Lavo Cade zegt aan de hanglip zegt neen. hebben! zegt neen. willen beletten. zegt Sa. Zeg - 12. - beseyden een yder aangeteekend staat! 7. „ Held.
English
Articles drawn up and submitted to the gentlemen commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, in order that upon these, at the requisition of the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Hendrik Lodewyk Bletterman, may be interrogated the slave Jan of Bengal; his respective answers to be given shall be properly recorded in the margin of this document. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the slave Jan of Bengal, who, to the adjacent questions presented to him, answered as is recorded beside each of the same. 1. The prisoner’s name, age, and place of birth. States Jan of Bengal, about 25 years old. 2. Whose bondservant he is. States of Arend van Wielig. 3. When and for what reason he, the prisoner, absconded. States about three months ago, because the overseer did not treat him and his fellow prisoner Anthony well. 4. Whether he, the prisoner, absconded alone or with other slaves. States with his fellow prisoner Anthony. 5. Where he, the prisoner, mostly stayed during his absconding. States to have stayed in the dunes and around the place of Krigo. 6. Whether and where he encountered the slaves October, Cupido, and May. States October and Cupido in the outer dunes, and May was fetched by his fellow prisoner Anthony. 7. Whether he, the prisoner, about two months ago, went with his aforesaid fellow prisoners to the farm of the burgher Willem Morkel, broke open the window of the mill house there, and stole from it: two saws, two drawknives, a hatchet, a wood axe, a brace and bit, a pair of compasses, a foot-rule, two garden shears, a copper cooking kettle, two leather aprons, and two pairs of scissors. States that October broke it open. 8. Who assisted him, the prisoner, in stealing the said goods. States yes, he and Cupido. 9. Whether he, the prisoner, on various occasions stole some poultry from the farm of the said Morkel, and on a certain night stole three draft oxen from the kraal. States no, never to have been on the farm of Morkel at the stealing of the oxen, and that during the two months, never to his knowledge was anything stolen by the boys or by their conspiracy, except that fourteen days thereafter two turkeys from the boys, Cupido, October, and himself... 10. Whether he, the prisoner, a short time thereafter, stole six oxen at night from the kraal on the farm of the burgher Cornelis van Nieuwkerken, and who helped him carry out that cattle theft. States yes, that he was also enticed and went along by the other boys, and right yes: two Hottentots were also with them. 11. Whither he, the prisoner, brought these oxen, and what he did with them. States that he now indeed went along, but had been left behind. 12. Whether he, the prisoner, together with his accomplices, was subsequently driven off by a commando of burghers. States no, and that after he, the prisoner, had been for two months with the boys Cupido, October, and some other boys, he was separated from them, and that he finally was captured in the vicinity of Table Mountain. 13. Whether he, the prisoner, a short time thereafter went to the farm the Knoflooks Kraal, and who accompanied him thither. States as before on article 3. 14. Whether he does not know that all thefts and housebreakings, and having stolen some vegetables here in the Cape gardens to satisfy his hunger, are completely unlawful and in the highest degree punishable. States to know that such is wrong, and only did so to satisfy his hunger. 15. What he, the prisoner, knows to bring forward in his excuse. States as before. Articles 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15: Whether a wagon was standing in front of the house and whether any people were lying on, near, or under the wagon. States no. Whether he, the prisoner, and his accomplices stole the rearmost chest from the same wagon and carried it some distance away. Lapses. Whether they together then broke open the chest. States no. Whether he, the prisoner, and his accomplices found therein the following goods, to wit: a silver woman’s clasp purse, a pair of ditto shoe buckles, a pair of gold ear drops, a black silk mantle, a yellow chintz jacket and skirt, a ditto white ditto. Lapses. Thus interrogated and answered, and upon being read over again to the prisoners, they declared to persist and abide by it, at the Cape of Good Hope, the 22nd of May 1786, before the gentlemen Christiaan Ludolph Neethling and Johannes Matthias Bletterman, members from the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have duly signed the original minute hereof together with the prisoner and me, the Secretary. Underneath stood: As witness: was signed: V. Arendse Crat.
Dutch transcription
geweest te zyn! de Jongens, Cupido, October en selve zeggen by 't steelen der Ossen door de andere Jongens! afgeraakt en dast Geduurende de twee maan„ „hier in de Caabsche tuijnen om zyn honger te stellen! zegt, als vooren op artl. 3. regt Ja: twee hottentotten onder Compareerde voor ons Ondergebde. Gecommitt„s uyt den E. Agtb: raad van Justitie deezes Gouvernements den Willem Morkel sig begeeven en aldaar 't vengster van't molenhuijs open gebrooken en daar uijt gestoolen heeft! Twee sagen, twee snymessen, Een handbyl Een houtbil, Een omslagboor, Een passer, ben duymstok, twee thuyn schaaren Een kopere kookketel, twee schootsvelle, twee schaaren. 6 Wie hem get: bij 't stelen der gemelde goederen is behulpzaam geweest! zegt neen, nooyt op de plaats van morkel Off. hy gev: tot differente reysen aldaar ter plaatse van gem: morkel eenig pluymvee en op ziekeren nagt drie trekossen uijt de Craal heeft gestoolen. Off hy geen kerten tyd daarna by de plaats degev, in facie aan dat hy meede is geweest van den burger Cornelis van Nieuwkerken des nagts uijt de Craal sesossen in omtrend toe verleyd en meede getrocken te zyn plaats heeft gestolen, en wre hem die duf. stael heeft helpen ter uijtvoer brengen! Waar heen hy gev: deses ossen gebragt en wat daar meede heeft gedaan zegt neen! en dat hy gev nadat hij twee maanden off hy get: beneevens zyne meedesmakkers by de Jongens Cupido, October en eenige daar op door een Commando burgeren „den nooyt door de Jongens ofte van hun Complot met zijn weten gestolen is geworden, 13. Off hij gev. korten tijd daar na na de plaats de knoflooks Craal is gegaan, en wie hem derwaards heeft vergeseld! 14. eenige gwentens gestoolen te hebben, al, ingeoorloofd en ten hoogsten strafwaardig is 15. Wat hij gev. tot zijn verschoning weet bij te bren Zegt dat October het opengebrooken andere Jongens geweest was van hun was zyn verjaagd geworden zegt thans wel meede gegaan maar daar 14. dagen daarna twee kalkoenen van de zegt met zyn makker Anthony en dat hy eyndelijk omstreep de tafelberg is gevangen genomen. — zegt te weeten dat zulx quaad is en alleenlyk off hij geen weet, dat alle dieveryen en brake zegt Ja hy en Cupido„ Aldus gevraagd en beantwoord mitsg„s de gev. weder voorgeleesen we„ Regt Sa. „sende en door hun betuygd daar by te blyven persisteeren aan Cabo de goedehoop den 22 May 1786 voor d' heeren Christiaan Ludolph neethling en Joh:s Malthras Retter„ „man Leden uijt den 6. Agtb raad van Justitie voorm, die de minute dezes benevens de gevind my secrets mede behoorlijk heb bej inder E„ /:lager/ T: welk ik getuijge /:was get:d/ V: Aero e sa Crat„ /:onderstond:/ „gen! zegt in de duynen zig opgehouden te hebben en omtrend de plaats van krigo! te zijn. dezelve te hebben geleegen. heeft Regt October en Cupide in de voorduynen en may door zyn mede gev. Anthony afgehaald zegt voor omtrend drie maanden om dat de knegt hem en zyne makker Anthony niet wel tracteerde zegt van Arend van Wielig! Zegt Jan van Bengalen omtrend 25 Jaaren oud. des Gev„s naam Ouderdom en geboorte plaats! wiens Lifeygen hy is Wanneer en om welke reeden hij get: is opgedrost. Off hy get: alleen of men andere slaven is opgedrost. Waar hy get: geduurende zin opdrossen zig het meest heeft opgehouden! Off en waar hij geen de slaven October, Cupido en may heeft aangetroffen. Off hy gee. voor nu omtrend twee maanden geleden zig met zyne voorsz: merdegev: heeft begeeven, na de plaats van den burger Cornelis van nieuwkerken 8. Off aldaar een wagen voor 't woonhuijs heeft gestaan en of daar ook eenige menschen op, by of onder den wagen hebben geleegen Off. hy get. en zyne mmeede makkers van de „zelve wagen 't agterste kistje gestoolen en vervolgens een bndweegs weggedragen hebben off zijl te zamen het kistje als toen open, „gebroken hebben! Off hy get. en zyne makkers daar in hebben ge„ „vonden, de volgende goederen, als Een zilvere vrouwe beugeltas, Een p„r d„o, schoengespe Een p„r goude oorcrabben, ben zwarte zyde gouanta„ „belje Een geel Chitze Jakkie en rok, Een d. witte d„o Orticulen Gedaan maken en aan Heeren gecommitt„s uyt den E. Agtb. raad van Justiti deezes gouvernements, omme daar op ten res„ „quisitie van den Landdrost van Stellenbosch en Drakenstein Hendrik Lodewyk Bletter„ „man gehoord te werden; den slaaf Jan van Bengalen, zullende desselvs te geevene respte. in margine deser behoorlyk werden bekend Articulen 3 Een zegt Neen. Vervalt. zegt neen. Vervald! Vervalt. 2 Ze Zeg : 1 1 zegt Sa„ 10. derzelve aangeteekend staat! g'antwoord heeft, als bezyden een yder op de nevenstaande vragen, zodanig Slaaf Jan van Bengalen, dewelke gesteld! N„o 1: 11.