VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 4324

Cape · 441 pages · 139 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_4324_0336 view scan ↗

English

and everyone who had appeared around the stranded ship had been forbidden from picking up the goods, which had also been properly observed, and he had also prevented this with his watch, indeed everything had remained in reasonably good order until the arrival of the burgher Jacob van Reenen, who had given everyone the freedom to take away everything they could, since he, van Reenen, had said he would take everything upon himself that might come of it, whereupon everyone had managed to take possession of the washed-up goods, which it had then been impossible for him, the field cornet, to prevent. That on Tuesday the 22nd, the deponent having set out very early in the morning for the place of Marthinus Marais in order to speak to the chief mate of the wrecked ship, who was lodging with the said Marais, the deponent had noticed that many wagons had passed across the road, which the deponent presumes had come from the beach that past night, while one person of the unloaded wagons had ridden back to the beach by the aforesaid Monsieur Tesselaar, whom the deponent had also encountered upon his arrival at the beach, and whom the deponent believes to be named one Fourie. That the deponent subsequently, upon his arrival at the place of the said Marais, having learned that the aforesaid chief mate together with the other persons of the wrecked ship had already departed for the Cape, the wife of the aforesaid Marais had shown the deponent some pieces of red baize, red bunting, as well as two hogsheads of brandy, a cask of beer, two cases of gin, and furthermore a wagon with planks and ropes, which she said had been driven from the beach by her husband. That the deponent subsequently having proceeded to the beach, there the aforesaid Marais had presented for housing, food, and drink given by him to the ship's crew all the aforesaid goods indicated by his wife, except the two casks of brandy, after which he, having read aloud his act of qualification to the persons present who had gathered together, had declared to them that his intention was to auction publicly to the highest bidder the few goods that lay there on the beach as well as were found on the wagons, together with the one hogshead of brandy and one cask of beer driven by the aforesaid Monsieur Tesselaar himself to his house, as well as the two ankers of brandy brought to the aforesaid place by the burgher Burgert van Dyk, as the deponent had then also carried out; and at the conclusion of which sale it was also clearly evident that they had agreed not to give more for the goods than that for which each would put in his share that he had picked up, since the aforesaid Burgert van Dyk had on that occasion also bought in the two ankers of brandy, which the deponent presumes to have been brought by them to the place of the aforesaid Monsieur Tesselaar. That before the public sale had commenced, the deponent, having asked all the persons present who had given them the right to act so arbitrarily with the same goods and to take them for themselves, they had answered unanimously as if with one mouth: Jacob van Reenen, since the same had said to them that they had full freedom to take for themselves whatever they could get, as it was a foreign ship, and whatever came of it he would take upon himself; and notwithstanding that the deponent pointed out to them the groundlessness of the statements of the aforesaid van Reenen, this nevertheless found little acceptance among the insolent and reckless among them, whereas the deponent had nevertheless succeeded in bringing the greater part to a standstill. Declaring nothing more, the deponent gives as reasons for knowledge as in the text, being prepared, if required, to confirm the same with oaths. Below was written: Thus related and reviewed at the Cape of Good Hope on the 7th of August 1783 before the Honorable Gerrit Hendrik Cruywagen and Hendrik Le Sueur, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof together with the deponent and me, the sworn clerk. Lower: Which I witness. Was signed: A. L. Bletterman, sworn clerk. Review: Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice aforesaid, the Junior Hendrik Justinus de Wet, who, this his preceding report having been read aloud clearly and distinctly word for word, declared that he persisted therewith, wishing that nothing more shall be added or removed, and therefore spoke, in confirmation of the truth thereof, in the presence of the burgher Daniel Verwey, as the authorized agent of Monsieur Jacob van Reenen, the solemn words: So truly help me God Almighty. Agrees. H. Reel Thus reviewed and sworn at the Cape of Good Hope on the 16th of June 1784. Was signed: H. J. de Wet. Lower: signed in my presence: M. C. Bletterman, sworn clerk. In the margin: as commissioners, and signed: G. H. Cruywagen and J. Karnspeck. Below was written: Commissioners Sworn Clerk

Dutch transcription

313 ende een ygelijk, die zig omtrend het gestrande schip vertoond had verbooden geworden het opraapen der goederen Iulx ook behoorlyk was g'observeerd, en hy ook met zin wagt sulx had tegengegaan, Ja alles in een tamelyke goede ordre was gebleeven tot de komst van den Burger Pa„ cob van Eeenen die aan een yder de vryheyd haa gegeeven van weg te nee¬ men alles wat zy konden, also hy van reenen gesegt had alles op zig te willen neemen, wat daarvan quam, waarop zig dan ook een yder van de opgespoelde goederen had weeten meester te maaken, het welk hem veldwagtmeester als toen onmoogelyk geweest was te kunnen beletten. - dat op dingsdag den 22 den rel„t des morgens zeer vroegtydig zig na de plaats van Marthinus Marais begeeven hebbende, om den opperstuur„ man van het verongelukte schip die by gem: Marais Logeerde te spreeken, den rec„t had intacht, dat er veele wagens dwars over de weg waaren gepasseert, denwelke den rect. praesumeerd dien gepasseerden nagt van Strand te zyn gekoomen, terwyl een persoon van de afge„ laadene wagens by voorsz: mons. Gesselaar te rug naar het strand was gereeden, denwelken den redt. by zyne komst aan het strand ook aangetroffen had, en die den rect„ meend eene Fourie te zin ge„ naamd. — dat den rec„e. vervolgens by zyne komst ter plaatse van gemelde marais vernoomen hebbende, dat den voorsz: opperstuurman nevens de overige persoonen van het ver„ ongelukte schip reeds naar de Caab¬ vertrocken waaren had de Cruys¬ vrouw van voorsz: marais aan den rec„t aangeweesen eenige lappen roode baay roode vlagge doek als meede twee oxhoofden Brandewyn, een vat Bier, twee kelders genever en voorts een wagen met planken en touwen die zy zeyde door haaren man van Strand te zyn gereeden. dat den rect. vervolgens zig na het strand begeeven hebbende, al„ daar voorsz: Marais voor huyse vesting eeten en drinken aan het scheepsvolk door hem gegeeven alle de voorsz: door zyne huysvrouw aange¬ geevene goederen praesent had gedaan except de twee vaten Brandewyn, waarna den zele vervolgens aan de aanweesende persoonen die by elkanderen gekoomen waaren zyne acte van qualificatie hebbende voor„ geleesen hun gedeclareerd had, zi¬ ne intentie te zyn van de weynige goederen die aldaar zo op het strand lagen als op de wagens zig bevonden, nevens de door voorsz: monsr. Tesselaar zelve na zyn huys geree¬ dene Een oxhoofd Bprandewyn en een vatschier, mitsgaders de twee op de voorsz: plaats door den Bur¬ ger Burgert van dyk aangebragte anker Brandewyn, aan de meest, biedende publicquelyk te willen opvylen, zo als den rect. sulx dan ook had verrigt, en by het uijt eynde van welke verkooping het dan ook klaar bleek, dat zylieden het over„ een gekomen waaren, voor de goen deren niet meerder te geeven, als waarvoor een yder zyn portie die hy opgeraapt had instellen zoude, alsoo voorsz: Burgert van dyk ook de twee ankers Brandewyn by die geleegendheyd heeft ingekogt, denwelken den rect. presumeerd, door hun op de plaats van voorsz: den Monsr 314 Monsr. Tesselaar te zyn aangebragt. dat de rel„t alvoorens de publicque ver„ kooping een aanvang had genomen hy rett aan alle de aanweesende persoonen ge¬ vraagd hebbende, wie hun regt gegeeven had met deselve goederen zo willeken„ rig te handelen en na hun te neemen, zylieden als uyt eenen mond een pa„ rig geantwoord hadden Jacob van zeanen alsoo denselven aan hun gesegd had, dat zy volkomen vryheyd hadden na hun te neemen wat zy krygen konden, terwyl het een vreemd schip was, en wat er van quam hy op zig wilde neemen, en niet tegenstaande den relt. hun de ongegrondheyd van de gesegdens van de voorsz: van reenen voor oogen stelde, vond sulx egter wynig ingang by een brutaale en en besonnene van hun, daaren tegen het egter den rel„t„ had gelukt de grootste party tot Stilsland te krygen. — Niets meer verklaarende geeft den relt voor reedenen van wetenschap als in den Text bereyd zynde het zelve des gerequireerd werdende met Eeden te bevestigen. - /:onderstond: Aldus gerelateerd en gerecolleerd aan Cabo de Goede Hoof den 7 au„ gustus 1783 voor d' E E Gerrit Hen„ drik Cruywegen en Hendrik Cesueur Leeden uit den E agtb: raad van Justitie voormeld die de minute deeses beneevens den rec„t ende my gesw: Clercq mee„ de behoorlyk hebben onderteekend. /:lager:/ 'T welk ik getuijge /: was geteekend:/ A: L: Bletterman gew: Clercq. Recollement. - Compareerde voor ons ondergeteekende Accordeert. H: Reel Aldus gerecolleerd en B'Eedigt aan Cabo de goede Hoop den 16 Juny 1784 /:was geteekend:/ H: J: de Wet /:lager:/ my geteekend present /:geteekend:/ M: C: Bletterman gesw: Clercq /: in margine:/ als gecommitteerdens /:en geteekend:/ G: H: Cruywagen en J: Kamsper. gecommitt„s uyt den E agtb: raad van Justitie voormeld J„r Hendrik Justinus de Wet, dewelke deese lyne voorenstaande relaas van woorde tot woorde klaar en duyde¬ lyk voorgeleesen weesende, verklaarde daar by te blyven persisteeren, met begeerte dat er niets meer bygevoegt ofte van gedaan werden zal, en prak deserhalven ter bevestiging der waarheid van dien ter praesentie van den Burger Daniel Verweij, als gemagtigde van Monsr. Jacob van reenen de solemneele woorden zo waarlyk help my god almagtig. /:onderstond:/ gecommitt„s gem Clercq

NL-HaNA_1.04.02_4324_0338 view scan ↗

English

Report given before the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government and at the requisition of the Junior Merchant and Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Sieur Daniel van Ryneveld, by and on behalf of the substitute of the Stellenbosch drostdy, Christiaan Godhelf Rudolphi, of competent age, reading as follows: That the deponent, on the 18th of the past month of July, obtained a written order from the requisitionist, shown at the passing of this document, to proceed, for the assistance of the Orphan Master, Sieur Hendrik Justinus de Wet, who acts as correspondent here in this country for the affairs of the Danish Asiatic Company, to the so-called Soetendaals Valley situated beyond the Hottentots Holland mountains, and there to make and devise such arrangements and measures as would be required and judged best for the preservation and salvage of such goods as might have washed ashore from the Danish ship stranded there a few days previously, which, as the deponent was afterwards informed, had been named Nicobar; also to prevent all irregularities that might occur in that regard. That the deponent thereupon, the following day or on Saturday the 19th of the said month, departed from Stellenbosch with and alongside the aforesaid Sieur de Wet, and on Monday the 21st of that month arrived at the farm of the burgher officer Johannes Jacobus Tesselaar, named De Hagelkraal, situated about three hours from the place where the aforesaid Danish ship was stranded; at which farm of the mentioned Tesselaar, just as they had arrived there, five wagons came driving from the beach, belonging to Jacobus Fourie, the Field Cornet Louis Fourie, Coenraad Johannes Groenewald, being Field Corporal, and Burgert van Dyk, which were laden with brandy, beer, and planks, spars, and some empty leaguers; which wagons the deponent immediately detained, so that the goods laden on those wagons were unloaded, while the wagons subsequently departed from there, and the unloaded stranded goods were de facto sold by auction by the aforesaid Sieur de Wet to the highest bidder. That at the aforesaid farm De Hagelkraal there was also present the Field Cornet Jacobus Fourie, who had held the command on the beach over the burghers commanded there, in order to prevent all irregularities and beach theft or robberies; the deponent had asked that man why, pursuant to his duty, he had not kept better order on the beach and had not prevented the taking away and transport of the stranded goods; to which that man had substantially replied: that he had kept good order on the beach, but that subsequently the burgher Jacob van Reenen the younger had arrived there on the beach and had said to the gathered crowd that it was free for the taking, that everyone was free to cart away the goods washed ashore there from the ship on his responsibility, and that whatever might come of it would be for his account and responsibility; upon which statement made by Jacob van Reenen, he, the Field Cornet, had no longer been able to maintain order, considering that nobody would listen to him anymore, but everyone had done and taken whatever they could get hold of. That the deponent, riding the following day, or on Tuesday the 22nd of July, with the aforesaid Sieur de Wet to the beach at the place where the wreck of the ship lay, they had beforehand on their ride stopped at the farm of the farmer Marthinus Marais, and had found lying there a quantity of stranded goods consisting of brandy, gin, approximately twelve pieces of red and other bunting, as well as eight pieces of red baize; and since the said Marais had housed and accommodated the people saved from the stranded ship, the aforesaid Sieur de Wet presented that man with the bunting and red baize, while the brandy and gin were also sold at the public auction held on the beach; that when they arrived on the beach on that same day, they had found there thirty wagons and many people, all of which wagons were laden [illegible]

Dutch transcription

315 Dat den rect. op den 18 der Jongstl: maand July door den reqt een schrif„ telyke ordre by het verleeden deeser ver„ toond, bekomen hebbende, om zig ter ad„ sistentie van den weesmeester Cr Hendrik Justinus de wet die als Correspondent de affaire hier te lande van de deensche asiati„ sche Comp: komt waar te neemen te begeeven, na de Cogenaamde soeten¬ daals valley geleegen over het hot„ Een tots Hollands gebergte en aldaar zodanige schickingen en maatregu„ len te neemen en beramen als ver„ eyscht werden zoude, en het best zoude worden g'oordeeld ter Conservatie en berging zodaniger goederen, als van het voor wynige dagen bevoorens aldaar gestrande deens schip, het welk zo den Compt daarna versten¬ digt wierd, Nicobar genoemd geweest was, opgespoelld zin zoude teffens om alle ongeregeltheeden die dienaangaande voorvallen konden Relaas gegeeven ten overstaan van de onder¬ geteekende gecommitt„s uit den E agtb: raad van Jus„ titie deeses gouverne„ ments en ter requisitie van den onderkoopman en Landarost van stel¬ Eenbosch en drakensteyn S„r daniel van Ryneveld door ende van wegens den substituut der stellen bosche drost dye Chris¬ tiaan godhelf Ru„ dolphi van Competenten ouderdom, luydende als volgt dat voor te komen. — 316 dat den Comp„t daarop des volgenden daags ofte op Saturdag den 1e 9 der gemelde maand met ende beneevens voorsz: Cr. de Wet van Stellenbosch vertrocken, en op maandag den 27 dier maand gekomen waaren op de plaats van den Burger officier Johannes Jacobus Tesselaar genaamd de hagel craal geleegen Cerca drie uuren van de plaats alwaar het voorsz: deens schip gestrand was op welke plaats van gerepte Tes¬ selaar, zo als aldaar waaren g'ar¬ riveerd van het strand waaren komen reyden vyf wagens toebe¬ hoorende aan Jacobus Fourie, den veldwagtmeester Louis Fourie Coenraad Johannes Groenewald, zynde vela Corporaal en Burgert van dyk belaaden geweest zynde met Brandewyn Bier en Planken, rondhouten en eenige Ledige leggers welke wagens den ret. opstonds hadde gearresteerd, invoegen de op die wagens gelaaden geweest zynde goederen waaren afgelaaden, terwyl de wagens vervolgens daarvan daan vertrocken en de afgelaadene strand goederen defacto door voorsz: C:r de wet by opveyling zyn verkogt geworden, aan de meest biedende. dat op voorsz: plaats de hagelpraat meede present geweest zynde den veld¬ wagtmeester Jacobus Fourie die het Commando aan het strand over de al¬ daar gecommandeert geweest zynde Burgerem gehad hadde, ten eynde alle en gezeegeld heeden en strand dief of roveryen te beletten den Compt. aan dien man had gevraagd waarom hy ingevolge van zyne pligt geene beetere ordre aan strand gehouden en het wegneemen en ver¬ voeren der strand goederen niet be„ let had? dien man daarop substan¬ tieelyk had gesegd: dat hy goede ordre aan strand had gehouden, dog dat vervolgens den Burger Jacob van reenen de Jonge aldaar aan strand was gekomen en tot het te zamen gevloeyde volk had gesegt, dat het vri raapen was, dat elk het al¬ daar van het schip opgespoelde goed op zyne verantwoordinge vry weg ryden mogte, en dat het geen daarvan komen mogte sulx voor zyne reekening en verantwoording was, op welk door Jacob van Ree¬ nen gedaane zeggen hy veldwagt, meester geene ordre meer had kun„ nen houden, gemerkt niemand meer na hem had willen luysteren, maar elk gedaan en genomen had wat maar had kunnen magtig worden. dat den Comp„t met voorsz: J: de wet 't volgenden daags, of op dings¬ dag den 22 July naar het strand ter plaatse alwaar het wrak van van het schip lag rydende, zy in het ryden bevoorens hadden aan¬ geweest op de plaats van den Landbouwer Marthinus Marais zyl: aldaar hadaen vinden leggen een party strand goederen, bestaan hebbende in Brandewyn, geneever Circa Twaalf stukken rood en Curt vlaggedoek mitsgaders agt stucken roode baay, en dewyl gem: Marais de van het gestrande schip gesalveerde menschen gehuijsen vert hadden gehad voorsz: sr: de wet aan die man. vlagge doek en roode baay present gedaan, Terwyl de Brandewijn en geneever op de aan Strand gehoudene vendutie meede verkogt geworden is, dat zy als toen ten zelven dage nog aan strand ge¬ koomen zynde aldaar hadden ge„ irck vonden dertig wagens en veele men, schen alle welke wagens belanden aan waars —„

NL-HaNA_1.04.02_4324_0340 view scan ↗

English

were with goods from the stranded ship, to which people present there both the relator and the said Pieter de Wet asked how they dared presume to take the aforesaid goods away and load them onto their wagons in order to transport them from there, whereupon those people appealed to the abovementioned statement of the aforesaid Jacob van Reenen, so that the relator as well as the said Pieter de Wet placed before the eyes of those people their unlawful and unfair conduct, but that it had cost much effort to convince them of their improper conduct, there having even been among those people some who asked Mr. de Wet if he had credentials from the government, whereupon the said Mr. de Wet said to them in turn, you ask me for credentials, but why did you not also ask van Reenen whether he had credentials, and there had been among those people some who rejoined thereto, Yes, that is also true, we might as well have done that, whereupon the aforesaid goods, as they were loaded onto the wagons, were put up for auction and sold; that they fetched such a low price at the vendue came from the fact that the country people had mutually agreed and determined that none of them should presume to bid on the goods loaded onto someone else's wagon, without the aforesaid Pieter de Wet or the relator being able to prevent this, since no one made a bid on those goods except the one on whose wagon the goods being auctioned were located. Review There appeared before us, the undersigned commissioners from the Honourable Council of Justice of this government, the aforementioned Christiaan Godhelp Rudolphi, who, having this his foregoing report read out to him clearly and distinctly word for word, declared that he persisted therein, desiring that nothing more be added thereto or taken away. The relator testified that the aforesaid de Wet had offered to the country people, as he the relator best remembers, fifty rixdollars if they would bring the two hogsheads of brandy to the Cape, but that they had refused to do so; the relator lastly stating that the aforesaid Pieter de Wet had his deed of qualification or credentials, obtained from the Right Honourable Governor and kept with him, read out on the beach to the country people present. Relating nothing more, the relator gives for reasons of knowledge as in the text, being prepared to substantiate the same with oaths. Below was written: Thus related at Cabo de Goede Hoop on 7 August 1783, before the Honourable Gerrit Hendrik Cruywagen and Hendrik Le Sueur, members of the Honourable Council of Justice aforementioned, who have properly signed the minute hereof along with the relator and me, the sworn clerk. Lower was written: Which I witness, signed H. J. Bletterman, sworn clerk. And he therefore, in confirmation of the truth thereof, in the presence of the burgher Daniel Verwey as authorized agent of Mr. Jacob van Reenen, spoke the solemn words: So truly help me God Almighty. Thus reviewed and sworn to at Cabo de Goede Hoop on 24 June 1784. Was signed: C. G. Rudolphi. Lower was written: In my presence, signed H. L. Bletterman, sworn clerk. In the margin: As commissioners, and signed G. H. Cruywagen and J. Karnspeck. Agrees, H. M. Riet, sworn clerk. Articles drafted and submitted to the gentleman commissioners from the Honourable Council of Justice of this government by and on behalf of Daniel van Ryneveld, Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, in order that the Commandant of the Invalids at Swellendam, Jacob van Reenen, may be heard and interrogated thereon at his requisition, his responses to be given having to be duly noted in the margin. There appeared before us, the undersigned commissioners from the Honourable Council of Justice of this government, Mr. Jacob van Reenen, who answered to the following questions as recorded beside each of them. Article 1. To give his name, age, and place of birth, as well as his capacity. Says: Jacob van Reenen, born at Cabo de Goede Hoop, aged 29 years, Commandant of the Swellendam Invalids. Article 2. Whether he, the person interrogated, was not present on the beach there at the time of the Danish ship Nicobar, recently wrecked near the Soetendaals Valley. Says: Yes. Article 3. What business he had there, or to what end his presence was required there. Says: Because I was riding to my farms to attend to my affairs, and having met a man at the Houwhoek who was bringing a report to the Cape that the Danish ship

Dutch transcription

waaren met goederen van het ge¬ strande schip, aan welke daarby zynde menschen zo wel den ret„t als ge„ melde P„r de wet gewraagd hebben„ de hoe zijlieden zig hadden durven onderstaan de voorsz: goederen weg te neemen op hunne wagens te laa¬ den om deselve van daar te vervoeren als wanneer die menschen hun beroe¬ pen hadden op het bovengemelde zeg¬ gen van voorsz: Jacob van Reenan invoegen den Eelt„ zo wel als gem: „r de wet die menschen voor oogen¬ gesteld hadden hun onwettig en enbillyk gedoente, dog dat het veel moeyte gekost hadde, om deselve van hun en betamelyk bedryf te overtuygen hebbende onder die menschen zelfs geweest die aan Sr. de Wet hadden gevraagd of hy een geloofs briefje van de regeering hadde, dog waar¬ op gem: S„r de wet aan hen L: we„ der had gesegd gylieden vraagt my om een geloop brief, maar waarom hebt gij van Reenen, ook niet gevraagt, of hy een geloofs brief hadde er onder dies menschen geweest waaren, die daar„ op hadden hervat, Ja: dat is ook waar dat hadden wi ook wel mogen doen, zynde vervolgens de voorsz: goederen zo als deselve op de wagens gelaaden waaren opgeveylt en verkogt geworden dan dat deselve zo een lage prys by de vendutie gehaald hebben, was daarvan daan gekoomen, dat de buyten lie¬ den onderling hadden afgesprooken en bestemd, dat zig niemand hunner zoude mogen onderstaan om op de goe¬ deren op imands anderen wagen ge¬ laaden te mogen bieden, zonder dat voorsz: J:r de wet op den rest het zelve beletten konde, overmits niemand op die goederen bod gedaen hadden, als den geenen op wiens wagen de opgeveylt werdende goederen zig bevonden. Recollement Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitt„s uyt den E agtb: raad van Justitie deeses gouvernements, voor„ melde Christiaan godhelp Rudolphi dewelke deesen zyne voorenstaande Relaas van woorde tot woorde klaar en duydelyk voorgeleesen weesende verklaarde daarby te blyven persis¬ teeren met begeerte datser niets meer G 317 ƒ Getuygende den rett. dat voorsz: de wet aan de buyten liezen had gepresenteerd, zo hem rest het best geheugd vyftig Rexdaalde zo wanneer de twee of hoofden bran„ dewyn naar de Caab wilde brengen dog dat deselve sulx geweijgert had¬ den, zeggende den relt laatstelyk dat voorsz: Cr. de wet zyne van den wel Edelen gestrengen Heere gouverneur verkreegene, en by zig gehad hebbende acte van qualificatie of geloofs brief aan het strand aan de aanweesende Landlieden is voorgeleesen gewor¬ Niets meer relateerende geeft den ret„t voor reedenen van weten„ schap als in den Text bereyd zynde het zelve met leden te staven. — /:onderstond:/ Aldus gerelateerd aan Cabo de goede p Hoop den 7 augustus 1783. voor d'EE Gerrit Hendrik Cruywagen en Hendrik Le Jucur, Leeden uijt den E agtb: raad van Justitie voormeld die de minute deeses beneevens den relt ende my gesw: Clercq meede behoorlyk hebben onderteekend. — /lager :/ T welk ik getuijge /:was / geteekend:/ H: J: Bletter„ mans gesw: Clerca. — den. betuijgende bygevoegt bygevoegt ofte van gedaan werden zal En sprak dierhalven ter bevestiging der waarheid van dien ter praesentie van den Burger Daniel Verwey als gemagtigde van Monsr. Jacob van reenen de solemneele woorden so waarlyk help my God almagtig. Aldus gerecilleerd en B' Eedigt aan Cabo, de goede Hoop den 24 Juny 1784. /:was geteekend: /. G: Rudolphi. /:lager:/ mi praesent /:geteekend:/ H: L: Bletterman gesw: Clercq. /: in margine:/ als gecom„ mitteerdens /:en geteekend// G: H: Cruywagen en J: Kamsper gem Clerc„ Accordeert. — HM Riet /:onderstond:/ 8 318 Compareerde voor ons Articulen gedaan maken 6 ondergeteekende gecommitt„ en aan Heeren gecommitt„ uijt den E agtb: raad van uyt den E agtb: raad Justitie deeses gouver„ van Justitie deeses gou„ nements Mons„r Jacob vernements overgegeeven van Reenen dewelke door ende van wegens Da¬ op de onderstaande wa¬ gen zodanig heeft g'ant„ niel van Ryneveld woord als besyden een Landarost van Stellen¬ yder derselver aangetee„ bosch en Arakenstein kend staan. omme daarop ter zyner requisitie gehoord en on„ dervaagd te worden den Commandant der Invalides aan Swellendam Jacob van Reenen zullende des¬ selfs te geevene responsiven in margine behoorlyk moe„ ten werden bekend gesteld zyn geve naam ouderdom Legt Jacob van Reenen van Cabo de goede houp en geboorte plaats, mits„ gebeertig oud 29 Jaaren gaders wat denselven in Commandant der Zwel„ qualiteit is lendamse Invalides zegt Sa „ 3 zegt om dat ik na myn wat hy daar te verrigten plaatsen reed om myn had, dan wel tot wat eynde affaires te verrigten en zyn praesentie aldaar nodig op de houwhoek een was. man ontmoet hebbende die naar de Caab rapport bragt, dat het deensch= of hy gevr: ten tyde van het onlangs omtrent de soetendaals valley veron„ geleekte deensche schip Ni„ cobar, niet aldaar op het Strand is praesent ge¬ weest. Schip 1 Art: 1. 1 2

NL-HaNA_1.04.02_4324_0343 view scan ↗

English

as to Article 3. says to have heard nothing thereof says no more than once says when I arrived at the beach ship was said to have been stranded, with which his named father had arrived, and because those people had done his named father much pleasure, he, the questioned, had ridden thither to do those people some services if it were possible, and toward evening at about four o'clock arrived at Marais at the farm, situated four hours from the beach, and having met there five Danes from the stranded ship, to have learned from them that it was not the same ship with which his questioned father had arrived, but indeed another, whereupon he, the questioned, wanted to ride back again, but that the Danish mate had asked and requested him to ride along to the beach to see how the ship had been dashed into gravel on the rocks; he, the mentioned, having therefore given his own riding horse to that mate and himself having taken his boy's horse, he had ridden thither with him, and arriving on the beach, he, the witness, had found the field guard with two or three others and to have learned from the mate that Marais had done them all and had even bandaged their wounds. Article 4 whom he found upon his arrival at the beach there. whether he, the questioned, did not learn that some orders were given and put into effect concerning the people who came ashore and the goods washed ashore. How many times he went to the beach and how long he stayed there. come, I have during half an hour since nine days has. says to know nothing thereof, but indeed to have seen whether he, the questioned, also knows whether any mistreatment was done to the crew members of that wrecked ship who came ashore and by whom such was done! whether and in his presence goods were snatched away and carried off. says nothing but that which the Danes took whether he, the questioned, himself or anyone else did not try to prevent this, as he, the questioned, will be well aware that all the dead who already lay there Says to have found a whole lot of chests lying on the Beach, of which the bottom ends were already smashed out, that the questioned, having thereupon asked the field guard who had done such, had received as an answer the Danes, and at Marais's he, the questioned, had himself seen a whole lot of goods and three chests with goods, and to have heard from the Danish mate that they themselves had fetched the goods from the beach, just as he, the questioned, had also met three Danes with bundles of goods on the way to the beach, and that the citizen Koch had said to him, the mentioned, I believe that the first mate has got the ape by the tail, for he had wanted to lift one of the chests at Marais's house, but could not lift it. says further to have heard from the Boatswain that the first mate had given a note to Marais, and that he, the Boatswain, had heard that they would now want to search him, the mentioned, but that he should try to get the note, and would then discover that the first mate is a bad man. whether upon his, the mentioned's, arrival at the Beach goods were abundantly washed ashore there! assistance and help rendered to of found the 5 6 had lain there 40 319

Dutch transcription

als op art: 3. zegt daarvan niets vernoomen te hebben zegt niet meer als eens zegt toen ik op strand schip zou zyn gestrand, waar zyn gen: vader meede en van de stuurman te gekoomen was, en om dat die menschen zyn genoemde hebben vernomen dat vader veel plaisier gedaan hadden, was hi gevr: marais hun alle derwaards gereeden, om die menschen eenige diensten te doen als het moogelyk was, en tegens den avond en zelfs hunne wonden omtrend vier uuren by marais op de plaats, vier verbonden hadden. — uuren van het strand geleegen gekoomen, en vyf deenen van het gestrande schip, aldaar ontmoet hebbende, van deselve te hebben vernoomen, dat het niet het zelve schip was, waarmeede zyn gevr: vader gekoomen was, w maar wel een ander, waarop hij ge¬ vraagde weder te rug heeft willen ryden, maar dat de deensche stuurman hem gevraagd en versogt had, om meede naar het strand te ryden, om te zien hoe in„ gruysen het schip op de klippen geslaagen was, hy gewaagde daarom zyn eygen rydpaard aan dien stuur¬ men gegeeven en zelfs zyn jongens paard genomen hebbende, was hy meede derwaards gereeven, en op het strand koomende had hy get: den veldwagt¬ meester met nog twee à drie aangetroffen Art: 4 het strand aldaar ge„ vonden heeft. of hy gevr: niet heeft ver„ noomen, dat eenige ordres omtrend de aan Land gekomen en menschen en opgespoelde goederen waa¬ ren gegeeven en in het werk gesteld. Hoe dikwylen hy zig naar lang zig daar opgehouden gekoomen ben, heb ik geduurende een half uur strand begeeven en hoe zedert negen dagen heeft. zegt daarvan niets te weeten of hy gevr: ook weet of eeni„ maar wel gesien te hebben, ge mishandelingen aan de of en zijn tegenswoordig; goederen zyn weggeraapt en vervoerd geworden. zegt niets als het geen de s deenen genoomen hebben heyd niet meest alle die of hy getr: zelfs dan wel ymand anders dit niet gaan, also hem gevr: wel bewust zal weesen, dat alle de dooden, die reetsheeft zoeken, tegen te Zegt een geheel parthy of bij zyn gew: komst aan kisten op het Strand te Strand rykelyk goederen hebben vinden leggen aldaar opgespoeld waaren! waarvan de onderste Bo„ dens reets uytgeslaagen waaren, dat den gev: daarop den veldwagtmeester gevraagd hebbende wie sulx gedaan had, tot ant„ woord had bekoomen de deenen, en by marais hy gevr: zelfs een geheel party goed, en drie kisten met goed gesien had, en van de deensche stuurman gehoord te hebben, dat zy zelve het goed van strand gehaald hadden, zo als hy gevr: ook drie deenen met Bundels met goed op weg naar strand ontmoet had en dat den Burger Koch aan hem gew: gesegd had, ik geloof dat den opperstuurman den aap beet heeft, want wie hy by zyn komstaan hy een van de kisten by marais aan huys had wil„ len ligten, dog niet heeft kunnen lugten. — zegt nader van den Bootsman gehoord te hebben, dat den opperstuurman, aan Marais een briefje gegeeven had, en dat hy Bootsman gehoord had, dat men nu hem gewaagde zou willen zoeken, dog dat hy moeste zien het briefje te krygen, als dan ontdekken zou dat de opperstuurman een slegt man is. - Art: 8. van dat verongelukte schip aan Land gekoomene Schee¬ pelingen is geschied en hulp en bystand gedaan t door wie sulx is gedaan! van gevonden het 5 6 daar geleegen hadden „ 40 319

NL-HaNA_1.04.02_4324_0344 view scan ↗

English

stranded on the Cape Coast says not so, but rather as in art: 10 says as in art: 3. when Marais and Kok had ridden with him says no. that taking away the found goods, and goods on the beach, is entirely evil and forbidden by the laws. found, and asked the veldwagtmeester and the servants at that time why they did not bury those corpses, and that it is the greatest evil to let such people be destroyed by wild beasts, whereas he, the wagtmeester on the beach, and four or five servants who were at Marais's house could easily do so; that the wagtmeester had answered that he could not do so, whereupon he, the interrogated party, asked what he was doing there then; the same had answered that he was guarding the goods, whereupon he, the witness, again had said that he had to bury the dead, and that his business as a Citizen was not to guard another man's property, and that he, the interrogated party, had read the opinions of the advocates Ploos van Amstel, Lusac, and Le Jeune, that if a foreign ship stranded, and the owner abandoned the ship, the inhabitants of the surrounding district could take it home, and if an inquiry followed, they had to report and would then be paid for their trouble. - says as in art: 10. says that such is not true, but that he indeed asked the first mate how they could be so foolish as to abandon the ship, while they were fresh and healthy, and told him that an English ship had stranded here on the Cape Coast, and that all the goods had been taken from it, and why he, the first mate, had not also ridden all his goods to Marais, to which the same answered, the best that I could get I have brought here, asking at the same time the interrogated party whether everything was not prize now on the beach there, to which the interrogated party answered what he had found in the aforementioned opinions of the aforementioned advocates. if not, why he, the interrogated party, then said to one Marais at his place, in the presence of the first mate Schultz, the boatswain Cornelis Pieterse, the boatswain's mate Jens Velsen, and the quartermaster Jan Kermis: you can take what you can get of the goods of the ship. Also whether he, the interrogated party, himself, whether by turning a blind eye or by words or deeds, gave cause for this. whether he did not there, in the presence of the said persons, say to the inhabitants who were found on the beach: take what has washed ashore, it is good prize, and the account that is to be given of it, or that comes from it, I take upon myself. says it is not at all so, but that he did not utter: It is an English ship that in the entire world a whether he, the interrogated party, also there whether he, the witness, on a certain day from the place of Marais, both with him, Marais, as well as one Kock and the said mate, did not ride to the Beach. „ 14 Art: 13 whether he, the interrogated party, in England or elsewhere where he has been in Europe, has seen a ship or ships strand. that is stranded, but what belongs to the crew, that you must give to them, but all the remaining goods are good prize. was that custom 8 Art: 11 „1. 2 - is as in art: 12. 16: 13 320 1 1 321 Art: 20. did not say that says as before says no would have taken into safekeeping. then by him, the interrogated party, in all the goods as Art: 17. says since he spoke is convinced that such evil, he cannot be clamor is punishable in all deserving of punishment, countries! and if the people had done what he, the interrogated party, said, they would have done well. - whether he, the interrogated party, in his conscience says not to the people, whether some of the country folk but indeed to the on the Beach had not complained veldwagtmeester as said to him, the interrogated party, that in art: 10. — the Veldwagtmeester did not says further not to know want them to take away well whether the other any of those goods, and whether he people present there did not answer thereto that it was had heard anything of not the business of the Veldwagtmeester the opinions of which he, to prevent such. the interrogated party, spoke. whether he, the interrogated party, did not continue by saying: the veldwagtmeester's business is to bury the dead who have washed ashore and to inform the Landdrost, says never to have thought such, much less to have said it, but indeed that he, the interrogated party, and his family would write to Europe. but not to forbid the people from taking anything away: whether he, the interrogated party, did not subsequently add thereto: And in any case, can one neither dare nor whether he, the interrogated party, did not answer at that time: I did not say it that way, and even had I said it, then they should not have done what I said. says no, but that his, the interrogated party's, brother had called him, the interrogated party, to him in the presence of the mate, and where he, the witness, satisfied the Mate concerning what he was supposed to have said of the interrogated party as contradicting what he, the interrogated party, had said on the beach, as is set down hereabove. — whether he, the witness, on his return to the Cape, was not in company at the house of his brother Johannes van Reenen, where the said mate had recounted his misfortune. says Yes. whether he, the interrogated party, also did not further utter: if I only had my wagon here, I would like to see who would want or dare to prevent me from transporting or taking away those goods! Art: 21 whether he, the witness, on that same evening, in the presence of the persons already named above, did not resume his speech with the addition: I wish I lived here, then I would know what I had to do. says Yes, to have said: custom that when a foreign ship Strands the goods are prize. with further insistence: I have been in England and have seen a Dutch ship strand there, with which they dealt as I have said, and moreover stripped the clothes off the rescued crew! write „ 18 9 „ 24 „ 23 „ 22

Dutch transcription

op de Caabse Cust gestrand zegt niet zo maar wel als op art: 10 zegt als op art: 3. wan„ meer Marais en Kok met hem gereeden waaren zegt neen. het weg neemen der ge¬ gevonden, en aan den strande goederen allesints veldwagtmeester en quaad en by de wetten ver¬ deenen als toen gevaagd booden is. waarom dat zy die ly„ ken niet begroeven, en dat het het grootste quaad is, zulke menschen van het wildgedierte te laaten vernielen, daar hy wagtmeester aan het Strand en vier a vyf deenen, die by Marais aan huys waaren zulx ligt doen konde, die wagtmeester g'antwoord had, zulx niet te kunnen doen, waarop hy gew: gevraagd had wat op hy daar dan deede, denselven g'antwoord had, dat hy op het goed paste, waarop hy get: wee¬ der gesegd had, dat hy de dooden moest begraven, en zyn zaak niet was als een Burger om op vreemde mans goed te passen, en dat hy gevr: en de advysen van de advocaaten Ploos van Amstel Lusac en Le jeune geleesen had, dat als er een vreemd schip Strande, en de eygenaar het schip verliet, de Jngeseetenen omstreep het naar huijs konde tyden en als er nawaag na kwam zig moesten melden en dan voor hunne moeyte zoude betaald worden. - zegt als op art: 10. zegt sulx niet waar te zoneen waarom hy gevr: dan zyn, maar wel den op„ aan eene Marais op zyn perstuurman gevraagd plaats in praesentie van te hebben, hoe zyl: zoo den opperstuurman Schultz dwaas konde zyn heen de Bootsman Cornelis schip te verlaaten, ter¬ Pieterse den Bootsmans, wyl zy fris en gesont maat Jens Velsen en den waaren, en aan hem quartiermeester Jan gesegt, dat hier op de kermis heeft gesegt Caabse Kust een Engelsch gy kunt neemen wat schip gestrand was en dat daarvan al gy krygen kunt, van de het goed weggenomen goederen van het schip Aan wel of hy gew: zelfs niet, het zij oog luykende of door woorden of daaden daartoe aanlyding heeft ge„ geeven. of hy aldaar niet in pree¬ sentie van gem: persoonen aan de aan het Strand, zig bevonden hebbende n„ geseetenen heeft gesegd. neemd wat er opgespoeld is het is goede pris en de verantwoording die van te doen is, of die er van komt neem ik op my te zyn, maar wel van niet heeft g'uyt Het is een Engelsch schip die in de geheele weereld een zegt in het geheel zo niet of hy gew: zig aldaar ook of hy get: op zekeren dag van de plaats van Marais, zo met hem Marais als eene kock en den gem: stuurman niet is geree„ den naar Strand. „ 14 Art: 13 of hy gerr: in Engeland of elders daar hy in Europa is geweest schip of Schee„ pen heeft zien stranden. dat gestrand is, maar wat was, en waarom hij op„ het volk behoord dat moet perstuurman al zyn gy hun geeven dog alle goed ook maar niet na Marais heeft gereeden de overige goederen zyn waarop denselven heeft goede prys. geantwoord, het beste wat ik heb kunnen krygen heb ik hier na toe gebragt, vraagenden teffens aan den gevraagden of aldaar niet aan het strand nu alles prys te was, waarop den gev: geantwoord had, het geen hy in de voorsz: advysen van de voorm: advocaaten had gevonden. was dat gebruyk 8 Art: 11 „1. 2 - is als op art: 12. 16: 13 320 1 1 321 Art: 20. niet gesegt heeft dat zegt als vooren zegt neen bewaaring te zullen hebben genoomen. dan by hem gevr: in ben al het goed als Art: 17. zegt terwyl hy gewaagde of hy gev: niet in zyn gemoed is vertuygd, dat dierge¬ kwaad is hy niet lyke geroente in alle lan¬ strafwaardig zyn kan den strafbaar is! en zo de menschen ge„ daan hadden het geen hi gew: gesegt heeft wel gedaan te zullen hebben. - zegt aan de menschen of niet eenige der op Strand niet maar wel aan zynde Landlieden aan hem den veldwagtmeester gewr: geklaagd hadden, dat als op art: 10 gesegt de Veldwagtmeester niet te hebben. — wilde hebben, dat zy zegt nader niet wel te eenige dier goederen zou¬ s weeten of de andere de wegneemen, en of hy aldaar aanweesende daarop niet heeft t g'ant„ menschen van d' ad„ woord dat het de zaak vysen daar hy gew: van den Veldwagtmeer¬ van gesprooken heeft ter niet was sulx te beletten. iets gehoord te hebben of hij gev: niet heeft ver„ volgt met te zeggen de veldwagtmeester zyn zaak is de opgespoelde zegt sulx nooyd gedagt dooden te begraven en de Landdrost kennis te geeven maar niet om de menschen te verbieden iets weg te neemen: veel minder gesegt te hebben, maar wel dat hy getr: en de zyne naar Europa zoude of hy gew: niet nog ver¬ volgens daar heeft by„ gevoegt En in allen geval„ len, durft nog kan men op hy gev: als toen niet heeft geantwoord, zo heb ik het niet gesegd en al had ik het gesegd, dan moesten zy niet doen wat ik zeyde zegt neen maar dat zyn of hy getr: by zyn te rug gew: broeder hem gew: komst aan de Caab niet in praesentie van den is geweest in geselschap stuurman had laaten by zyn broeder Johannes roepen en alwaar hy get: van Reenen alwaar gem: den Stuurman te reede stuurman, zyn ongeval heeft gesteld over het had verhaald. geen hy van den gev: zouw hebben gesegd als Contrarieerende het geen hy gewr: aan het strand gesegt had, zo als hier voren is ter needer gesteld. — zegt Ia of hy gew: ook niet verder heeft g'uijt stad ik myn wagen maar hier ik zou eens zien wie my het vervoeren of wegnee¬ men dier goederen wil of durfde beletten. ! Art: 21 of hy get: niet op dien zelf„ den avond in tegenswoor„ digheyd van de boven reets genoemde persoonen zynen reeden heeft vervat met byvoeging in wenschte wel hier te woonen dan zou ik weeten wat ik te doen had zegt Ja gesegt te heb¬ gebruyk, dat wanneer een vreemd schip Strand de goederen prys zyn. met verder aandrang ik ben in Engeland geweest en heb daar een Hollandsch schip zien stranden, waar meede men gelyk in gesegd heb heeft gehandelt, en bovendien het geborgene volk de kleederen uytge„ trokken! schryven „ 18 9 „ 24 „ 23 „ 22

NL-HaNA_1.04.02_4324_0346 view scan ↗

English

322 write how he the mate had behaved here, I may give 25 Ryxds. Article 25. Whether the interrogated person also was not at the place of the widow Wessel wessels, and said to her that one may freely take the goods from stranded foreign ships. Says no, but that he did say regarding the reports that he had seen nothing taken there, except that which the Danes themselves had given away. That would be all, and then I would still know what my father would write to Europe! Article 26. Whether the interrogated person also did not say to her that a placard had arrived from Holland, by which the salvaging of a foreign ship was permitted. Says he spoke nothing evil to her. Article 27. Whether the interrogated person is not convinced in his conscience that this rapacity and inhuman conduct committed at the stranding of the Danish ship Nicobar is punishable in the highest degree. Article 28. And that the same punishment also applies to those who gave counsel or cause thereto. Says he did not, and is convinced in his conscience of having done no evil, as he did not even lay a hand or finger on a single piece. Article 29. What the interrogated person knows and has to bring forward for his defense. Says that he said nothing with the intent to give them cause to loot or enrich themselves with the goods, and that he even gave the destitute Danes five ducatoons out of his own pocket. Thus questioned and answered, and having been read out again to the interrogated person, the same confirmed and persisted therein, at the Cape of Good Hope, the 13 Febr: 1784, before the Honorable Olof godlieb de wet and Johannes Karnspek, Members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof together with the interrogated person and me, the sworn Clerk. Lower down: Which I testify, was signed: H: L: Bletterman, sworn Clerk. Agrees. W D D Riek, sworn clerk. 323 Answer drafted and submitted to the Honorable President and the Honorable Court of this Government, by and on behalf of the undersigned Daniel Verwei, as general attorney of the Commandant of the Swellendam Invalids, Pieter Jacob van reenen, defendant on the one side, Against the Landdrost of Stellenbosch and drakensteyn, Pieter daniel van Ryneveld, prosecutor ex officio, plaintiff on the other side. Honorable Gentlemen of the Court. Since the case which the defendant in his capacity has to conclude today is nothing but very difficult, he has resolved, in defending the same, to proceed in such a manner that he, on the one hand, will try to avoid all reasonable grounds of personal insults which the prosecutor ex officio has employed, and at the same time, on the other hand, advance the means of defense with arguments based on grounds and laws, as befits a resolute man who has taken the case upon himself and handles the same according to honor and duty, yet however much the defendant in his capacity does not intend to occupy Your Honors with these and similar useless and odious expressions which do not belong to be brought forward in this suit.

Dutch transcription

322 schryven hoe hy stuurman my diesweegens niets doen hy gew: uyt de voorsz: advysen had gesegt te hebben. zegt neen maar wel van de advisen ge„ zegt. daar niets gesien te hebben, dat gehoofd is, als het geene de deenen zelfs wegge¬ zegt niets kwaads ge„ hebben gegeeven. — dat zoude het al zyn, en dan zoude ik nog el weeten wat myn vader naar Europa zoude schry„ ven! alhier zig gedraagen had ik mag 25 Ryxd„s geeven Art: 25. weest op de plaats van de wedwe Wessel wessels en aan haar gesegd dat men van gestrande vreemde scheepen de goe¬ deren vry mag wegneemen. zegt aan haar het geene of hy gew: ook niet is ge„ op hy gev: almeede niet heeft gesegd, dat er een placcaat uyt Holland. gekoomen was, waarby het raapen van een vreemd schip gepermitteerd of hy gew: niet in zyn ge¬ moed is vertuygd, dat die roofsugt en ontmenschte handel wyze by het Stran„ den van het deens schip Nicobar gepleegt ten hoogsten strafwaardig „ 28 En dat deselve Straffe ook plaats vind in die geene die daartoe raad of aanleyding heeft ge„ geeven. segt te hebben en in gemoede overtuygd te zyn geen kwaad gedaan te hebben, want zelfs geen hand of vinger aan een stuk gelegt te hebben. sprooken te hebben Aldus gevraagd en beantwoord mits„ gaders den gevraagden wederom voorgeleesen zynde, heeft denselven betuygd, daarby te blyven persistee¬ ren, aan Caab de goede Hoop den 13 Febr: 1784 voor d' EE Olof godlieb de wet en Johannes Karnspek, Leeden uyt den E agtb: raad van Justitie voormeld, die de minute deezes benee„ vens den gevraagde ende my getw: Clercq meede behoorlyk hebben onder„ teekend. — /:lager:/ 'T welk ik getuyge /:was geteekend:/ H: L: Bletterman gesw: Clercq. — Accordeert. WDDRiek gemncleren /:onderstond:/ Art: 29 zegt dat hy niets gesegt wat hy gew: tot zyn ver„ heeft met opset om schooning weet en te bren¬ hun aanleyding te geen gen. ven tot het rooven of verryken der goederen, en zelfs aan de noodleydende deenen vyf ducatonnen uyt zyn gevr: zak te art: „ 26 2 27 word. is. noomen ebben. 323 Antwoord gedaan maken en overgegeeven aan de Edele agtb: Heer Praesi„ dent en Edele agtbaare geregte deeses Goever„ nements, door ende van wegens den ondergetee„ kende Daniel Verwei als generaale gemagtigde van den Commandant der Swellendamse Invalides P„r Jacob van reenen verweerder ter eenre Contra den Landdrost van Stel¬ Een bosch en drakensteyn P„r daniel van Ryneveld r: O: Eysscher ter andere zyde Edele Achtbaare Heeren van het geregte Daar de saak die de qq ged„te heeden af te doen staat niet dan zeer moeylyk is, heeft hy zig voorgenomen in het diffendeeren derselve zo te werk te gaan dat hy aan de eene zyde alle billyke reeden van personeele beleedingen waarvan zig den r: O: Eysscher be„ diend heeft, zal tragten te vermey„ den, en teffens aan de andere zyde de middelen ter verweeringe aanvoe„ ren met betoogingen op gronden en wetten, zo als een Cordaat man die de zaak op zig heeft genoomen en de„ selve na eer en pligt behandelt past dan hoe zeer de qq gedaagde niet niet voorneemens is om UE Agtb: te occupeeren met deese en diergelyke onnutte en odicuse expressies welke tot dit geding niet behooren aangevoerd te worden. — zal F

NL-HaNA_1.04.02_4324_0349 view scan ↗

English

the representative will have the honor to say that whereas the Officer Plaintiff alleges in his accusation that the principal defendant has wrongly and unjustly been sued by the Officer Plaintiff, since he was not operating within the terms of the law or ordinance of our government, nor had he sinned against it by giving evil counsel regarding beaching, theft, and robberies. And for that reason it must be taken into consideration in this matter that the Officer Plaintiff is acting to decree the demanded fine and the forfeiture of the defendant's office, as well as to be declared disqualified in the matter of provision for the benefit of the Officer Plaintiff, wherein by law it is required and established for certain that the evidence must be so clear and distinct that not the slightest doubt may be found therein; since this is so certain by law, the defendant in his defense will not take upon himself to prove the contrary of what the Officer Plaintiff is legally bound to do on his part, and which deficiency alone can suffice for the dismissal of the initiated action. Particularly imploring Your Right Honorable's attention to all of which, the representative of the defendant will proceed to demonstrate that the request made by the Officer Plaintiff, tending toward the decree of a fine of five hundred Rijksdaalders for his benefit, as well as Your Right Honorable's declaration regarding the forfeiture of the defendant's office with a declaration of disqualification insofar as he, the defendant, still holds it, ought to be dismissed with condemnation in the costs, and to absolve the principal defendant from all actions. Thus the defendant, in defending the same, will follow the Officer Plaintiff closely and consequently maintain the order as observed in the demand of the Officer Plaintiff. Consequently, the representative of the defendant must naturally limit himself to these two principal points, namely: firstly, from the law under which the Officer Plaintiff acts, and secondly, to the accusation formulated by the Officer Plaintiff. Regarding the law, the Officer Plaintiff says in the premise of his claim that an advisor to a villainous act is more guilty than one who merely fails to prevent a villainous act from being committed, especially if the execution followed upon the advice. Citing therewith as an argument the 175th article of the Criminal Code of Emperor Charles the Fifth, which, after many disputes of the Roman and contemporary jurists who commented on that subject, has for its provisions that if anyone essentially and with a wicked, obstinate intent helps a criminal in the execution of a crime with any assistance or advice, or whatever name it may have, he shall be corporally punished for it, though according to the distinction of the cases, insofar as such crimes are applicable to the principal defendant; from this verbatim recital, containing the premise of the Officer Plaintiff's claim, it will have been directly apparent to Your Right Honorable that the framer of the claim saw fit to present the law somewhat mutilated, for which reason, toward a better understanding of that law, it will be well worth the effort to investigate it and to limit it to those who have actually committed crimes and have given advice and deed to it with force, where no crime had yet been committed, and a good order as follows

Dutch transcription

324 zal de qq de Eer hebben te zeggen dat al¬ waar de R: O: Eysscher in zyn accussatie voorgeeft, dat de p„lo gedaagde in de termen van de wet of ordre van onse overigheyd niet verseerende of daar tegens hebbende geson¬ digt met kwaade aenrading van Strand, hoof en dieveryen door den R: O: Eysscher kwalyk en ten onregte is g'actioneert. En daarvoor de ten deesen in Conside¬ ratie moet komen dat den r: O: Eysscher ageert tot decretement van de g'eyschte boete en verbeurte van des ged„e quali„ teyt, mitsgaders voor inkabiel verklaard te worden in materie van provisie ten profijte van den R: O: Eysscher waarin na regten vereyscht word en zeeker staat dat de bewysen zo klaar en duydelyk moe„ ten zyn dat daarin geen de allermin„ ste twijffel vermag gevonden te worden daar dit aan na regten zo zeker is zal den q9 ged:te in het diffendeeren zyne zaak niet op zig neemen ter Contrarie te bewysen van het geen den r: O: Eysscher na regten gehouden is zyner zyds te moeten doen, en welke gebrek alleenlyk tot ontsegging der g'entameerde actie genoeg kan zyn. - Op al het welke uwelEd agtb: attentie bysonderlyk Imploreerende, zal den 99 ged:te overgaan, om te vertoonen dat het versoek van den R: O: Eysscher gedaan en tendeerende dat decretement van een boete van vyf Honderd Ryxd„s ten profite van hem als meede uwel Ed: Agtb: declaratoir nopens de verbeurte van 's ged„e qualiteijt met inhabiel ver„ claaringe voor zo verre hy E„l ged„te nog besittende behoord te werden ontsegt met Condemnatie in de kosten en de Pte ged te absolveeren van alle actien. - ƒ dus zal de verweerder in het diffendee„ ren derselve den r: O: Eysscher op de voet volgen en mitsdien de ordre houden als by Eijsch van den 7: O: Eijsscher is g'observeert. wiensvolgende den qq verweerder zig dan natuurlyker wyse moet bepaalen tot deese twee voornaame poincten als ten eersten, uyt de wet waaruyt de r: O: Eijsscher ageert en ten tweeden. tot de beschuldiging door den r: O: Eysscher geformeert. Omtrend de wet zegt de r: O: Eysscher by de permissie van zynen Eysch dat een raadgeever tot een schelmstuk meer schuld heeft dan die slegts een te pleegen Schelmstuek niet verhindert voornamentlyk zo de uytvoering op de raad gevolgd is. — daarby aanhaalende he tot argament het 175 articul van de Crimineele hals ordonnan„ tie van Keyser Carel de vyfde, het welk na veele dispuuten der romeijnschen en doen ter tyd aanweesende Regts geleerden die over dat Sijet hebben gecommenta„ rieerd tot zyn voorschriften, indien ymand een misdaadiger tot de uitvoering van een misdaed wesendlyk en met een kwaad op stenaat opset eenig by stand of raad of wat naam sulx mag hebben, helpen zal daarover aan den Lyve gestraft worden, dog na onderscheyd der gevallen in zo verre, dat zodanige middaaden op den pl ged„te te appliceeren zy uyt deesen voordragt woordelyx, vervattende de Per„ missie van 's r: O: Eysschers Eysch, zal het aan UwelEd: agtb: al direct ge„ bleeken zyn, dat het den insteller van den Eysch heeft goed gedagt, de wet eenig„ sints verminkt voor te stellen, waarom dan tot beter verstand van die wet wel de moeyte waardig zal zyn te ondersoe„ ken en die te bepaalen op zodanige die dedelyk mitdaaden begaan hebben en daaraan met geweld raaden daad ge¬ geeven heeft daar nog geen misdaad gepleegd was, en een goede ordre /:zo volgen als ƒ

NL-HaNA_1.04.02_4324_0350 view scan ↗

English

as the Officer of Justice claims; dispatched to the Field Sergeant Jacobus Fourie residing there, notoriously no malicious counsel and deed could take place, from the principal defendant the contrary, one sees that there were no orders, neither from the government nor from the Officer of Justice, and even if they had existed, were they not submitted with valid proofs along with the claim. That when the principal defendant is alleged to have said to the aforementioned Field Sergeant, you may cart the goods away, and that indeed against the order of the government which the landdrost represents in the rural countryside, the frequently cited Field Commandant would certainly have presented his contrary orders from the Officer of Justice to the principal defendant. Ergo, it follows from these reasons that the accusation of the Officer of Justice is false, and is completely torn from its context, on the one hand by concealing the true circumstances, and on the other hand by violating the truth. In order to proceed to the examination of the law cited by the Officer of Justice. First, what the moving reasons were for the enactment of such laws and to which persons the same applied. Second, what was ordered or forbidden regarding those persons, or rather actually what the evil is that, according to the intention of the Roman legislator, had to be curbed and restrained thereby. The representative defendant especially considers that he must dwell upon these two main points, because only after the examination and determination of the same can it truly appear whether he, the defendant, falls within the terms of the said law and whether the principal defendant has in any respect made himself guilty of criminals or crimes of such villainous counsel against the intention of the government, and thus would have incurred the punishment enacted thereon. As for the motives or occasion for the making of the cited law of the Roman legislator and the persons to whom it was made applicable, it is generally known, as can be understood from the words of the law, where the law states: if anyone essentially and with malicious intent gives assistance or counsel and deed, etc., to a criminal for the execution of any crime, he shall be punished corporally, though according to the distinction of the cases. This deserves particular notice, that such a law is applied to the principal defendant, whereas there was no law or order, much less spoken to anyone else, except to the widow Wessel Wessels on her farm, who was about to ride thither to the beach, and asked her where is your journey heading, which she made known to the principal defendant, whereupon the defendant warned her that she could indeed freely load goods from the washed-ashore goods, but had to report it, does this now appear to be anything other than the true intention of our government, that the goods shall indeed be preserved for the care of those to whom they belong. Was the intention of the Burgher Cornet Johannes Jacobus Tesselaer then any different, who came riding onto the beach and asked the people what they were doing, to which it was answered, to cart away the washed-ashore goods according to the statement of the principal defendant that we may freely do so, whereupon the cited

Dutch transcription

325 als den r: O: Eysscher het voorgeeft:/ aan de aldaar zynde Veldwagtmeester Jacobus Fourie afgevaardigt konde notoir geen kwaade raad en daad plaats vinden, van den pp l ged:te het Contrarie, ziet men dat er geene ordres, nog van de regeering of den 7: O: Eijsscher geweest zyn, en zo¬ deselve al geweest was waaren deselve by den Eysch dan niet overgelegd met valabele bewysen. — dat doen den pl ged„te tegens de voorm: veldwagtmeester zoude gesegd heb„ ben, gy kunt de goederen wy woegryden en dat wel tegens de ordre van de regae¬ ring dewelke de drost ten perlatten lande praesenteert zo zoude gewisselyk de meer geciteerde veld Commandant zyne Contra„ rie ordres van den r: O: Eysscher de Plen gedte voorgelegd hebben. — Ergo zo vloeyd uyt de reedenen dat de ac„ cusatie van den R: O: Eysscher valsch is, en gantsch uyt zyn verband gerukt is, eens met verswyginge der waare omstandig heeden, dan wederom met verkragtiging der waarheid. - Omme tot ondersoek van de aangevende wet van den r: O: Eysscher toe te treeden. jstens welke de beweegende reedenen zyn geweest tot het doen vast stellen van zodanige wetten en op welke persoonen het zelve is betreckelyk geweest. 2„den wat omtrent die persoonen bevoolen of verbooden of wel ygentlyk het quaad zy dat na het oogmerk van den romam„ schen wetgeever den daardoor moeste betengeld ende geweest worden den qq ged:te oordeelt voor al dat hy by deese twee hoofdpoincten moet stil staan, om dat na het ondersoek en be¬ paalinge derselve dan eerst regt kan blyken, of hy verweerder zig bevind in de termen van deselve wet en op den p=le verweerder in eenige opsigten zig aan misdaaders of misdryven van zoda„ nige Schelmsche raadgewing tegens de ware van de overigheyd heeft schul„ dig gemaakt, en dus g'incurreert zou„ de hebben de Straffe daarop gesta¬ tueert. wat dan betreft de beweegreedenen of aanleyding tot het maaken der aan„ gevoerde wet van den rooschen wetgeever en de persoonen waarop deselve betreckelyk gemaakt, zo is al„ omme bekend, gelyk uyt de woorden van de wet vatbaar is, daar de wet spreekt, indien ymand een misdaadiger tot de uytvoering van eenig misdaad, weesentlyk en met een kwaad opset bystand of raad en raad enz: zal aan den Lyve ge¬ straft worden, dog na onderscheyd de zaaken. Dit verdiend zonderlinge opmerking dat zodanige wet g'appliceert werd op den pple ged„te daar 'er geen wet of ordre rias, nog veel minder tegen ymand anders gesprooken, als ten gen de wedwe Wessel wessels op haar plaats die derwaards stond na de Strand te reyden, en haar vraagde waar gaat uo reys zo natoe, dewelke zy den ple ged:te te kennen gaf en waarop den 48e verweerder haer waarschouwde dat ze wel vry goede ren konde oplaaden van de opgespoel¬ de goederen, maar moest het aan¬ geeven blykt dit nu anders te wee¬ sen als de waare intentie van onze overigheyd die wel tot sorgdraaginge van die geene die het toebehoord de goederen bewaard zullen werden Is de intentie van den Burger Cornet Johannes Jacobus Tessela er dan anders geweest, die op strand is komen reyden en gevraagd aan de Luyden watse maakten, waarop geantwoord wierd, de opgespoelde goederen weg te reyden vol¬ „gens gesegde van den pp=le ged„e dat wy het vry doenen mogen waarop de geciteerde „

NL-HaNA_1.04.02_4324_0351 view scan ↗

English

326 the cited Tesselaar replied, Yes, but you must report it, if the aforementioned Tesselaar also knew of the orders that the plaintiff sent so early to the Commandant to maintain good order, then he would be even more punishable than the defendant, since he actually carted away goods in order to salvage them. For which reason it is furthermore very noteworthy that, although the plaintiff is very well aware and knowledgeable of the motives of the Roman legislator, as appears from the presentation and introduction of his procedural documents, notwithstanding the explicit designation by the Roman legislator regarding on whom and what persons the same shall be enforced, one nevertheless in the claim omits that designation from the cited words of that legislator and thus, the defendant in his capacity believes, intentionally conceals it. The defendant in his capacity repeats intentionally concealed, because it appears that this was necessary on the part of the plaintiff in order to disguise the intention of the legislator, and to make it appear as if the Roman legislator at that time had in mind matters to which one now, in order to justify an unfounded action, wishes to take refuge with an erroneous application. Reasons, Noble Worshipful Gentlemen, that are not in the very least applicable to the conduct of the defendant, with the citation and intentional concealment of that law of Charles the Fifth, and it is difficult to determine to whom the Roman legislator applied this, since the Romans at that time were slaves and were deprived of their natural and original rights. The defendant in his capacity nevertheless believes that if one consults sound reason and fairness, one can give a definition to the crime of giving evil counsel leading to beach robbery and theft. Namely, if one takes the word counsel in a punishable sense, nothing else can be understood thereby than making persons ridiculous and contemptible by presenting their good counsel and honest actions in a ridiculous light, and thereby making those persons themselves contemptible, or by bearing with the same, or finally by untrue representations not only to defame the same, but to deprive them of honor and reputation and to slander them, and this with premeditation, in bad faith cum dolo, just as it is evident regarding all delicts according to common laws, that the same cannot be understood to take place sine dolo, that is to say, without an actual intention to transgress, as can be seen in: Institutes Book 4 Title 1 On Obligations Arising from Delict, Digest Book 47 Title 2 On Thefts Law 53, Digest Book 48 Title 8 On the Cornelian Law on Assassins and Poisoners. Wherefore Huber in his Contemporary Jurisprudence, second part, Book 1, Chapter 1, says: facts alone, however, without intent and evil purpose, do not constitute a crime. And according to Matthaeus On Crimes in his introduction, first section, 1:2: This applies especially to all crimes, among which notoriously belongs the crime that the plaintiff wrongly seeks to attribute to the principal defendant.

Dutch transcription

326 geciteerde Tesselaar repliceerde, Ja maar gy moet het aangeeven, heeft meer ge„ citeerde Pesselaar nu ook van de wvares geweeten welke den r: O: Eisscher zo vroegtydig afgevaardigt heeft aan den Commandant om een goede ordre te houden, dan zoude hy nog strafbaar„ der weesen als de ged„e terwyl hy aa¬ delyk goederen heeft weg gereeden tot berging derselve. — waarom het dan al verder zeer ap„ merksaam is, dat alhoewel den E: O: Eysscher van de motiven der roomsche wet geever zeer wel bewust en kundig is, als schynt door de aanvoeringe en Entameeringe zyner proces stuiken niet tegenstaande de uijtgedrukte benaaming van de roomsche wetgee¬ ver voortkomende op wien en wat persoonen deselve volbragt zal wor¬ den men nogtans by Eysch die be„ noeming uyt de aangehaalde woorden van dien wetgeever uitlaat en zo den 99 verweerder geloofd met ap„ set kerswygd. — den qq verweerder hersegt met opset verswygd, om dat het voorkomt dat men zulx aan de zeyde van den r: O: Eysscher nodig had, ten eynde om het oogmerk van de wetgeever te ver¬ bloemen, en het zo te doen voorkomen als of de roomsche wetgeever toen maals bedagt zy geweest op zaaken waartoe men thans om een ongegronde actie goed te maaken een toevlugt met een verkeerde apropos wilnemen. Reedenen Edele agtbaare Heeren die in het allerminste niet te appliceer ren zyn op het gedrag van den H gede met aanvoeringe en opsittelyke ver„ swyginge dier wet van Carel de vyfde, aan het is moeyelyken te bepaa ken op wien de roomsche wetgeever sulx bepaald heeft, daar de romeyner in dien tyd slaven waaren en van haare natuurlyke en oorspronkelyke regt ontstooken waaren. den qq verweerder geloofd nogtans dat als men met de gesondene reede„ nen en billykheyd raadpleegd men aan de misdaad van quaede raad gee¬ ving tot Strandroof en dievery eene bepaaling kan geeven. Namentlyk als men het woord raad in eene Strafbaare zin opneemd, zo zal daardoor niets anders kunnen ver„ staan, aan het bespottelyk en veragte¬ lyk maaken van persoonen door hun¬ ne goede raad en Eerlyke handelinge in een bespottelyk ligt voor te stellen en eene daardoor die persoonen zelve veregtelyk te maaken, op door deselve te verdraagen of eyndelyk door onwaar¬ agtige voorstellingen deselve te beklad¬ den niet alleen, maar van Eer en Faam te berooven en swart te maaken, en dit met voorbedagte raade, ter kwader trouwe Cum adlus gelik het omtrend alle de licten naar algemeene regten kennelyk is, dat deselve niet konnen worden begreepen plaatse te hebben fene dolo dat is zonder een dadelyk opset om te zondigen, zo als dit te zien is. I 8 instit de obigqiee ex de licto Lib 46 I7 ff de furtis Lb: 53 eCeod: en bysonder de Lut ad LigemCorneliam der fecarus. waarom Huber in zyn Hedendaags regtgeleerdheyd tweede deel 1 boek Capp: t zegt feyten nogtans alleen zonder opset en boos voorneemen maar ken geen misdaad En na mattheus over de misdaad in desselfs inleyding eerste afa: I: 2: — Dit heeft nu bysonder plaats over alle misdaaden waar onder notoir be„ hoord de misdaad die de E: O: Eysscher ten onregte den pp„=le ged„e zoekt aan haare te 1

NL-HaNA_1.04.02_4324_0352 view scan ↗

English

327 to rub in having committed concerning the matter in question. Regarding which one can consult Carpzovius in his treatise of Capital Crimes, chapters 8 and 9, § 2 and 3, and the laws cited by him there, as well as the just-mentioned Matthaeus on Crimes, book 47, title 4, chapter 1, § 7, boiling down to the fact that cunning, intent, and evil design constitute the essence of all evil, and that without these the crime is not committed. And truly, that the accusation used in the claim by the plaintiff ex officio regarding the laws of Emperor Charles can and may not be understood in any other sense than when such occurs with an evil intent through the actual execution of the crime with counsel and deed, which is why the Roman legislator then decreed such, for the legislator declares this because he wishes to stop such things. If that is so, then it must naturally follow from this that such a law cannot be applied to the principal defendant by virtue of the counsel and deed offered by the defendant, since there was no order on the beach near the stranded ship and stranded goods, or at least he has heard nothing of it, that driving the goods away freely, provided one declares them, is a crime, whereas the principal defendant first obtained such in the opinion of Ploos van Amstel and J. W. Dekker and found it from Monsieur Liesac and Master Le Seune. That the plaintiff ex officio has argued such regarding the two aforementioned opinions, that this by thousands of consequences cannot be held as law, the defendant in his capacity admits, since such has arisen from a lawsuit of provisional payment involving the former Independent Fiscal Boers and Jan Smit Jurriaansz, caused by way of agreement, transaction, composition, or redemption of such criminal actions and pursuits as the aforementioned Fiscal Boers maintained pertained to him as plaintiff ex officio against the aforementioned Smit, on account of the alleged crime charged against the cited Smit of beach robbery, public violence, as well as the abuse of an arrogated authority and the respect of Justice; that not only the cited gentlemen advocates have given advice there, but even the faculty of the city of Leiden, which matters most, to submit the conduct of the oft-mentioned Smit to the judgment of the entirely equitable public. If the defendant in his capacity admits to the opposing party that such is not acceptable by thousands of consequences of matters, then the plaintiff ex officio will also grant the defendant in his capacity that this is a determination, since the same lawsuit of the mentioned Fiscal Boers for provisional payment arose from beach robbery with which he also accused the oft-mentioned Smit, that the sound arguments inserted by the aforementioned gentlemen advocates into those same opinions will have demonstrated what beach robbery and public violence are, and what someone is obligated to do in such cases of shipwrecks, just as it was verbally stated by the principal defendant to the widow of Wessel Wessels, that those living on the beach were certainly allowed to salvage the goods, but they had to declare them. Which, after the principal defendant had said such, Johannes Jacobus Tesselaar likewise came to the beach and warned the people in that manner, and not only warned the people, indeed, what is more, caused several loads of the washed-ashore goods thereof [illegible] the beach

Dutch transcription

327 te wryven begaan te hebben over de zaak in questia. Waarover men zien kan Carpsorius in zyn verhandelinge der Lyfstraffen lyke mitdaaden hoofds: 8 en 9. 51: 2 en 3. en de wetten door hem aldaar aange„ haald, als meede de zo evengemelde, Mattheus over de mitdaaden Fib: 47 Tit 4 Cap: 't S 7. daarop nederkomende dat List opset en boos voorneemen de misraad van alle quaad uytmaaken, en dat buyten deselve de misdaad niet werd begaan. En waarlyk dat de accusatie by de Eysch door den r: O: Eysscher gebeesigt over de wetten van Keijser Carel in geen ande¬ re zin kunnen of mogen worden opge„ vat, dan wanneer sulx met een kwaade opset geschied door weesendlyke uitvoe„ ring der misdaad met raad en daad waarom de roomsche wetgeever sulx dan heeft gestatueerd, want dit ver„ claard de wetgeever uyt sulx te wil¬ Een Stuijten. Is dat zo dan zal daaruijt van zelfs moeten voortvloeyen dat, zodanige wet op den p„le ged„e niet kan g'appliceerd werden, door de raad en daad van de ged„e aan de hand gegeeven, terwyl er geen ordre op strand by het gestrand schip en gestrande goed was, ten minste ter niet van gehoord heeft, dat ryd de goe„ deren vry weg, maar geeft het aan eene misdaad zy terwyl de p=le ged„e sulx in het advys van Ploos van Amstel en J: W: dekker eerst ingewonnen en van Mons:r Liesac en M„r Le Seune gevonden heeft. — dat den r: O: Eysscher sulx aan heeft gevoert van wegens de twee voor gemen¬ tioneerde advysen, dat dit by duysend Consequenties voor geen wet kan gehou¬ den worden stemd den qq verweerder toe vermits sulx is voort gesprooten uyt een proces van namphissement met de geweese Heer Independent Fiscaal Boers en Jan Smit Jurriaansz veroorsaakt by wyse van accoord transfactie Compositie of redemptie van zodanige Crimi¬ neele actien en poursuites als de voorsz: Heer Fiscaal Boers sustineerde hem als r: O: Eysscher tegens smit voorm: te Compe„ teeren, ter zaake van geciteerde smit ten lasten gelegte praetense misdaad van Strandroof publicq geweld mitsgads misbruyk maken van eene g'arrogeerde auctoriteyt en het respect der Justitie, dat niet alleen voor geciteerde Heeren advocaaten daar g'adviseert heb¬ ben maar zelfs de faculteyt der stad Leyden daar het meest op aankomt om het gedrag van meerm: smit aan het oordeel van het geheel Equitable publicq te apponeeren. stemd den q9 verweerder aan de parthy het toe dat sulx by duysende Consequen¬ tien van zaaken niet aanneemelyk is dan zal den r: O: Eysscher den qq ver„ weerder ook toestaan dat dit een be¬ paalinge is terwyl het zelve proces van gemelde Heer Friscaal Boers tot namptissement voortgevloeyd is uyt Strandroof daar hy smit meerm:, meede betigt heeft dat de gegronde argument door de voorgem: Heeren advocaaten by denselven adviesen g'insereerd zullen hebben aangetoond wat Strandroop en publicq geweld is en wat ymand verpligt is by diergelyke gevallen van scheepen stranden te doen staet, zo als het woordelyk vervat geworden is van den p ged„e tegens de wedwe Wessel wessels, dat die geene op strand woonende de goederen wel mogte reg„ den maar zy moesten het aangeeven. het welk na dat den pple. ged„e zulx heeft gesegd is Johannes Jacobus Tesselaar insgelyx meede aan Strand gekoomen en de Luyden alsoo gewaarschouwd, en niet alleen de Luyden gewaarschouwd ja zelfs wat meer is eenige vragten van de aangespoelde goederen daar van de veroorsaakt Strand

NL-HaNA_1.04.02_4324_0353 view scan ↗

English

cart away from the beach and declared upon his arrival there to the Burgher Orphan Master Hendrik Justinus de Wet as Commissioner of the Danish nation, which was sold by the already mentioned de Wet to the said Tesselaar. What shall one say now, that the mentioned Tesselaar as well as the principal defendant is guilty, not only through evil counsel and act of crime in giving the criminals an occasion for execution as the previously cited Roman lawgiver brought forward by the Officer-Plaintiff implies, but would have even actively committed beach robbery? It would have been somewhat ill-considered of our high superiors in the fatherland if the intention of the Roman lawgiver were to be applied to this existing case, which by placards and laws has been declared contrary to the ordinance of the Roman lawgiver who introduced such placards, as the Officer-Plaintiff wants to knock the bottom out with a single blow. One sees regarding this in the Bataviasche Arcadia pages 296 and 97, which empirically teaches of the placard of the year 1574, and by that explicit placard this matter is fully provided for the inhabitants, as can be seen in the placard on flotsam added to the charters of Amsterdam, page mihi 192, containing that one shall accept and preserve the jetsam and flotsam for the benefit of the rightful owner for a reasonable salvage fee, without anyone else being allowed to touch them nor salvage them for their own use and apply them to self-interest, etc. In which manner the High Council of Holland in the year 1599 fully placed under the control of the Court the inhabitants of the island of Terschelling, who had brought the grain from a stranded ship to land and thereupon each into his house, no matter how much the skipper protested against it; and since according to the regulations which were issued regarding goods found on the beach they appeared openly punishable because they had stored the goods not in a public place, but in private places without witnesses, the Council ordered that the documents of the trial of the Fiscal should be presented, and that one should proceed criminally against those who had not observed the order, namely to salvage the washed-up flotsam for the benefit of the owner. What else does this imply, if the principal defendant advised those people to cart away the goods and declare them? Is this giving of advice then outside the true intention of the lawgiver? Has the principal defendant then by virtue of the frequently cited legal opinions given that advice to cart away the goods and declare them, while he knew of no other orders of the authorities, and first or by virtue of the cited placards of our lawful authorities affirmed in their placards? The defendant in his capacity does not believe that anyone will harbor such low notions that public persons, as the mentioned Gentlemen Advocates are, would not allege such laws and ordinances emanated from the States General in similar cases, as they have already done in the legal opinions, bringing them into the light of day without distortion of words. Meanwhile the defendant in his capacity cannot avoid having to make a reflection on the words of the Officer-Plaintiff, with the mark of NB, that the principal defendant said to the field commandant that it was no Burgher matter to keep watch over foreign ship goods. Secondly, that the Officer-Plaintiff poses so insultingly, with contempt, that the principal defendant believes he understands the Laws and Customs of the land. The defendant in his capacity will, with a single stroke in passing, and 328

Dutch transcription

strand laaten weg reyden en aan den Burger Weesmeester Hendrik Justinus de wet als Commissionaris der deensche natie by zyn aankomst aldaar aangegeeven dewelke door reeds gesegde de wet aan gemelde Pesselaar verkogt is. — wat zal men nu zeggen dat gem: Tes¬ selaar also wel als de ged„e schuldig is, niet alleen door kwaade raad en daad van misdaad om de misdaadigers tot een uytvoer aanleyding te geeven als de voor aangehaalde Roomschen wet„ geever door den R: O: Eysscher aangevoerd meede brengd, maar zelfs daadelyk strand roof zoude begaan hebben, het zoude wat onbedagt geweest zyn van onse hooge superioorieuren in het patria, wanneer de bedoeling van de roomschen wetgeen ver op dit exteerend geval te appliceeren waaren dat by placcaaten en wetten zulx tegens de ordonnantie van de room¬ sche wetgeever, die zodanige placcaaten in gevoerd hebben, hebben verclaard als de R: O: Eysscher met een klapde Bodem wil inslaan. men ziet dienaangaande Batavia sche arcadie pal. 296 en 97 proefkun¬ dig leeraard van het placcaat des jaars 1574 en is uyt dat uytdrukke lijk placcaat ten vollen in deese zaak voorsien, voor de inwoonderen gelyk te zien is, in het placcaat van de Zeedriften gevoegd in de handvesten van amster¬ dam pag: mithi 192 inhoudende dat min de zeevonden en zeedriften zal aanvaarden en bewaaren tot behoef„ te van den regten eygenaar voor een reedelyke bergloon zonder dat ymand anders die mag aantasten nog bergen tot zyn behoeven en verstrekken tot eigenbaat enz: Inwelker voegen den hogen raad van hol„ land en 't Jaar 1599 de inwoonders van 't Eyland ter Schelling die de graanen van een gestrand schipeert aan Land en daarop een yder in zyn huys had gebragt hoe zeer de schip„ per daertegen protesteerde heeft ten vollen onder het bestier van 't hof gecommandeert en nadien na de instellingen dewelke van goe„ deren aan strand gevonden uytgegeeven zyn, zy openbaar strafwaardig scheenen om dat ze de goederen niet op een publicque maar in bysondere plaatsen zonder getuygen had¬ den opgelegd, zo heeft den raad belast, dat de stukken van het proces van den Fus„ Caal zoude werden vertoond, en dat men Crimineel tegens de geenen zoude ageeren welke de ordre niet g'observeerd hadden, namentlyk de Zeedriften opgespoeld te bergen ten profite van den eygenaar. Wat wil dit aan anders leggen, als den p„r ged„e die luyden geraaden heeft, om de goederen weg te reyden en aan te geeven, is deese raad geeving dan buyten de waare intentie van den wetgeever heeft aen p„lo ged„e dan uyt kragte der meergeciteerde advisen die saad gegeeven, om de goederen weg te reyden en aan te geeven, terwyl hy van geene andere ordres der overigheyd en eerste ofte uyt kragte van de aange¬ voerde placcaaten van onse wettige ove„ righeyd in haar placcaaten g'affirmeerd den q9 verweerder, vermeend niet dat ymond dusdanige Laage denkbeel„ den voeden zal /: dat publicque persoo„ nen als gem: Heeren advocaaten zyn:/ zodanige wetten en ordonnantien van de generaale staaten g'Emaneerd, niet bby diergelyke gevallen allegueeren als ze reeas in de advysen gedaan hebben met verdraaying van woor„ den in het dagligt te brengen. — Intusschen kan den qq verweerder niet afsyn eene reflexie te moeten maaken op de woorden van den r: O: Eysscher, met het merkteeken van NB, dat de p=le ged„e aan den veldcommandant gesegd heeft, dat het geen Burger zaak was op vreemde scheeps goederen de wagt te houden. Sweedens dat den r: O: Eysscher zoo schim„ pig posseert met veragtinge dat de p=le ged„e vermeend 's Lanas Wetten en Costu¬ men te verstaan.— den 99 verweerder zal met een enkelde trek en passant en - 328

NL-HaNA_1.04.02_4324_0354 view scan ↗

English

as to touch with a finger and note these two ridiculous points, it seems as if the Officer Plaintiff in the first point attributes it to the principal defendant as a crime that it was no citizen's business to keep watch to look after stranded goods. No, says the qualified defendant, such watches are not citizens' affairs, much less undertaking expeditions, as long as it does not arise from their own motives; it would be the ridicule of the whole world for such institutions or for those who demand it, for that is what soldiers are for, who enjoy their pay from the high authority for their service. Just as the qualified defendant has seen the conduct on a certain occasion in Texel and on Den Helder regarding sixteen stranded ships by the schout and bailiff and the collecting of the goods by the inhabitants there, this conduct of the Officer Plaintiff, spoken with due reverence, is utterly contrary to the wholesome intention of our lawful government in the fatherland, which wills that the washed-up goods from sunken and stranded ships shall be collected and preserved for the benefit of the owners and not left as prey on the beach to the ensnaring of anyone who might lay hands on them, just as the true intention of the principal defendant was nothing other than to have the goods of the Danish nation led away and declared, as appears from the true circumstances otherwise, since this advice occurred not for self-interest but for the benefit of those to whom they belonged. Whereby it also comes into consideration that this advising regarding those goods could very well occur sine animo furandi, and the principal not being a vagabond or unknown scoundrel, but a good citizen here, domiciled and housed, standing in good name and fame, consequently no delict can be presumed here, much less so heavy a delict as the accusation of incitement to strand robbery and thefts, according to the well-known rule quod semper ea capiatur praesumptio quae delictum excludit, and therefore, as soon as doubt arises, it is absolutely presumed, which is why all the more in acts which can occur in good faith without delict, the delict is not presumed, as all this is taught with unanimous voice by the Doctors, especially appealing to the law E quo naufragium, de incendio ruina naufragio, which is a special application hereof, the words of the law in this regard being very notable: Id enim adiectum est dolo malo quia non omnis qui recepit statim delinquit sed qui dolo malo recepit, quid enim si servandi recepit aut quid si ob hoc recepit ut custodiret salvaque faceret ei qui amiserat certe non debet teneri; and the common law of the placards emanated by the States General and alleged hereinbefore from the Batavian statutes, and to be demonstrated still further. In the second point of accusation, corresponding when they express themselves in this manner, and although no one else is deemed to accept or conceal such goods or flotsam for his own self-interest and profit, it is to be foreseen that strand robbery requires not only that unmanaged or masterless goods have been taken or accepted, but that they have been taken by the incitement of the principal defendant for self-interest and profit; and that, just as is said in number 3524 ad Senatus Consultum Syllanianum, Liquere igitur debet voluisse interficere ut Senatus Consulto locus sit, which is also said in this case: Liquere debet animo furandi res fuisse receptas ut huic legi locus sit; and just as the incitement to theft cannot in itself be presumed, so it may all the less be presumed or said to have given incitement to strand robbery against a known citizen who stands in good name and fame, since it is also a well-known rule of law that good name and fame against the presumption quod the a

Dutch transcription

329 als met vinger aanroeren en deese twee be„ spottelike poincten remarqueeren het schynd of den r: O: Eysscher in het eerste poinct den ple ged„e het als een misdaad toeschryfd dat het geen Burger zaak was, om wagten te houden tot het oppassen van gestrande goe„ deren, neen zegt den q9 verweerder dat zyn geen Burger zaaken zodanige wagten te houden, veel minder Landtogten te doen zo lange het uyt haare eygene motiven niet voorkomt het zelve zoude tot spot van de geheele weezeld weesen van zoda¬ nige instellingen of van de geene die het kwilligen, daar zyn de soldaaten voor die hunne besolding van de hooge overig„ heyd genieten voor haare dienst. — So als den 99 verweerder het gedrag bij zekere geleegendheyd in Texel en op de helder van sesthien scheepen g stran„ den gesien heeft van de schout en bailluw en het insamelen der goederen van de Inwoonderen aldaar, dit gedrag van den R: O: Eysscher /:onder Reverentie gesegd:/ is gantsch stridig tegen het heylsaam oogmerk van onse wettige overigheyd in het patrie die wil dat de opgespoelde goederen van gesonken en gestrande schee„ den zal ingesameld en bewaard worden, ten pofyte der eygenaars en niet ten prooy gelaaten op het strand tot ver„ strikking van deese of geene die zig daar„ aan vergripen mogte, zo als de waare intentie niets anders geweest is van den p=lo ged„e als de goederen der deensche natie weg te doen leyden en aan te geeven blykt uyt de waare omstandigheeden anders, terwyl deese raadgeeving niet ten eygenbaat maar ten profyte van die geene die het toebehoorde geschied is. - Waarby dan nog in Consideratie komt dat dit aanrading van van die goederen zeer wel kon geschieden Sine anima furandi en den pple geen Landlooper of onbekende schooyer, maar een goed burger zynde hier gehoefd en ge¬ huysvest ter goeder naam en faam staande oversulx hier geen de liet gepresumeert kan„ worden, veel min zo een swaar de lict als. de accusatie tot aanrading tot Strandroof en dieveryen volgens de bekende regne quod semper ca Capiatur presumptio qua de Actum excluditier en mitsdien zo ras er vetwyffeling vald volstrekt gepraesumeert werd, waarom dan ook te meer in daden den welke ter goeder trouwe zonder de lit kunnen geschieden het de lict niet gepresumeert werd, gelyk dit alles met eenparige stem¬ men door de D: D: geleerd worden zig speciaal beroepende op de E quo naufragum de inden dio ruina naufr: die hiervan een bysondere applicatie is, zynde de woor„ den van de wet desweegens zeer natabel Lid enim adactum est aole walo qui a non ommis qui recepid statum diam= de linquit Led qui dolo malo recepid quid enim Li Legnaris recepit ant quid Liod hoe recipit ut Casté diret sal vaque facered ci qui amni Derat retique non debet tenen het gemeene regt der placcaaten door de generaale staaten, g'Emaneerd en ten deesen hier voren uyt de Bataviascha actadia g'allegeerd en nog nader betoogd te worden. In het tweede poinct van beschuldi¬ ginge, overeenkomstig wanneer deselve zig uytdrukken in deeser voegen en oewel niemand anders g'oordeeld is zulke goederen of zeedriften te aan¬ vaarden ende te verstreeken tot zyn zelfs eygen baat ende profyt vooruyt te zien is dat strandvoor niet alleen requireerd dat is genoomen of aanvaard zyn onbeheerde op meesterloose goederen maar dat die genomen zyn door aanraa„ sen van den p„le ged„e tot eigenbaat ende profijt en dat gelyk in 't N 3524 ad sed zullan gesegd word Liguere egitur debet voelere interentier ut Senatus- Consulto Locus Lat: die ook in de esen gesegd word. Liquere debet animo Juran„ dires susse receptes it huir Legé Locus sut en gelyk de aanleyding tot diefstal op zig zelven niet gepraesumeerd kan worden zo mag die te minder geprae„ sumeerd of gesegd worden, aanleyding tot Strandrogl gegeeven te hebben tegen eenen bekende burger die ter goeder naam en faam staat, vermits het meede een bekende regul van regten is, dat de goede naam en saam de praesumptie tegen quod het een

NL-HaNA_1.04.02_4324_0355 view scan ↗

English

making the assumption of the offense prevail, noting furthermore in this regard the advice given by the principal defendant, that even the suspicion of that crime cannot hold ground to have given cause to beach robbery, since this was openly said to the widow Wessel Wessels in the presence of the cook, ride the goods away and declare them, as were also the very words of the more-cited Pesselaar, that the principal defendant not being accused of having said it in a clandestine manner for his own benefit and profit, there is thus also not the slightest reason to stain the principal defendant in the act of giving such advice with malicious advice toward beach robbery and theft. All of which reasoned can also be applied to the imputation of public violence and committing abuse against the good orders that were alleged to have come from the Officer Demandant, regarding which imputation it should still be noted that the same is indeterminate; that such orders existed and were made known to the principal defendant being vague and general, running counter to the maxim quod non sit vagandum cum periculo alienae existimationis, and that from this vague imputation not a single specific act is named, or known in the claim, that the principal defendant was conscious of that order and acted against it. What concerns the second point, that the principal defendant was so presumptuous as though he thoroughly understood the laws and customs of the land, the qualified defendant observes further that it would be nothing more than natural, so far as the laws and orders have not been obscured, as can and may be said in this present case. A native-born citizen, so far as the laws and placarts are public, can and must know it, since he was born here and did not arrive here as a sailor or soldier, who absolutely cannot know the customs or usages of the laws, as appears with regard to the late honorable A: Horak, who as the then Landdrost at Swellendam, in the case of a certain stranded ship in Vleesch Bay or Vis Bay, had the washed-up beach goods hauled away for his own benefit and profit, as did the surrounding countrymen, which misdeeds this man committed during the administration of the late Right Honorable High Respected Lord Governor Ryk Tulbagh, while there were no public placarts and he could have had absolutely no knowledge of the secrets, since in earlier times he without doubt arrived here as a sailor or soldier, but stepping away from this until it is required to deduce such further with valid proofs. Thus the qualified defendant proceeds herewith to the second or last point of the general accusation, namely to that which is imputed to the principal defendant, that within the terms of the laws and orders of our lawful authority he is alleged to have violated the same, and for that, according to the previously cited Roman laws, ought to be physically punished and twelve florins. The qualified defendant asks since what time this advice to haul away washed-up goods and declare them has become a crime, while that advice was not for self-interest or profit; had a rapacity for self-interest prevailed with the principal defendant, it would have been proven by the Officer Demandant, of which there is no evidence yet, nor will there be, while it cannot be unknown to the Officer Demandant that the means would not have been lacking to the principal defendant if he, the principal defendant, had been self-seeking.

Dutch transcription

het veronderstellen van het delict doen praeva„ leeren kennende verders nog ten deesen de raadgeeving van den p=len ged„te in Consideratie koomen, dat zelfs de suspicie van die mis„ daad geen plaats mag grypen van aanley¬ ding te geeven tot strandroof terwyl dat sulx in het openbaar ten aansien van de Kok aan de wedwe Wessel wessels gesegt geworden is reyd de goederen weg en geeft het aan, als meede de eygene woorden van den meergeciteerde Pesselaar ook geweest is, dat de p„lo ged„e niet beschul¬ digt zynde van dat hij p„o ged„e het op een Clandestine wise zoude gesegd hebben, tot eygenbaats en profyt, dus ook geene de minste reedenen is om in het be„ drif van zodanige raad geeving, de pp„lo ged„e te bekladden met kwaade raadgewing tot Strandroof en dieverije. — Al het welk beregineerde ook van ap„ plicatie kan gemaakt worden, op de imper„ tatie van publicq geweld en misbruyks maa„ ken tegens de goede ordres die er van den r: O: Eysscher zoude geweest zyn, omtrend welke impertatie, nog te noteeren staat dat deselve is ongetermineerd; dat er zulx ke ordres was en denselven den plen ged„e bekend gemaakt vaque en generaal aanloopende tegens de morime quod non sit vagandam Cum perculo aliena ers tim ationis en dat van de vagie Im„ putatie geen een speciaal daad opge¬ noemd, of in den Eysch bekend is, dat de pp„l ged„e van die ordre bewust is ge„ weest en daartegens aangehandelt heeft. Wat aan het tweede poinct aanbetrefd van dat den p„le ged„e zig zo vermetel vond als of hy 's Lands wetten en Costiumen grondig verstaande remergueerd den qq vermeerder, dat het niet meer als natuur„ lyk zoude weesen, zo verre de wetten en ordres niet verduysterd geworden is, als by dit exteerend geval kan en mag gesegd worden. Eene geboore burger zo verre de wetten en placcaaten publicq is, kan en moet het weeten terwyl hy hier gebooren is, en niet voor mattroos of soldaat alhier 330 aangekoomen is, dewelke het volstrekt niet weeten kunnen, de Costumen ofte usantien der wetten als blijkt, ten op¬ sigte van wylen d' E A: Horak die als toenmaalige Landdrost aan swel„ Eendam, by zeeker gestrand schip, en de vleesch of vis beay, de zo wel als de omleggende Landlieden de opgespoelde strandtgoederen, heeft laaten wegreyden tot zin eijgen baat en profijt welke middaaden heeft deese aan /:onder de regeeringe van wilen den wel Edelen groot agt barren Heere gouverneur Ryk Tulbech: gepleegd, terwyl er geene publicque placcaaten waaren en hy van de gehemmen absolut geene kundigheyd konde gehad hebben, terwyl hy in vroegere tyd, zonder dubiet als mattroos of soldaat alhier aangeko„ men, dog hiervan afsteppende tot dat vereyscht word zulx nader te deducee¬ ren met valabele bewysen. — zo gaat den q9 verweerder hiermeede over„ tot het tweede of laatste poinct der ab„ gemeene beschuldiging namentlyk tot die welke men den op„le ged„e aanwryft, dat hy in de termenn der wetten en or¬ dres van onse wettige overigheyd deselve overtreeden zoude hebben, en daar over volgens de voor aangehaalde roomsche wetten aan den Lyve behoord te wor„ den gestreft en12ƒ — den q9 verweerder vraagt zedert welk een tid deese raadgeeving van opge¬ spoelde goederen weg te reyden en aan te geeven een misdaad geworden is, terwyl die raad niet tot eygenbaat of profijt is, heerschte by den p=le gede een roofzugt tot eygen 6aat, dan zoude het van den R: O: Eysscher beweesen zyn geworden, daar nog geen blyk van is, of komen zal, terwyl het hem r: O: Eysscher met Sanorant kan zyn, dat het aan de vermoogens van de pp„le ged„e niet ontbrooken zoude hebben om wanneer hy p„r ged„e baatsugtig aangekomen was d

NL-HaNA_1.04.02_4324_0356 view scan ↗

English

was to enrich himself with other people's goods, even to profit from the goods, he needed to give no other advice to profit against the laws and orders of the Officer Demandant. Under the general designation of authority (of which the Officer Demandant is a member, representing in the latter land, as far as their district constitutes) are our lawful sovereigns the High and Mighty States General of the Republic, under which all foreign colonies fall; these, by virtue of the sovereign power, have appointed others for their subsistence, in order to execute the laws and orders which they have made and given, and a good understanding, which assignments were made by the entire notable body for the protection of their interests, and on account of that voluntary assignment everyone is obliged to offer their homage and obedience to the laws which they make and give, so that it follows from this that everyone is bound by specific laws and orders; but it must be open and public, so that no one unwittingly comes to sin against them, as appears from the placaten, journals, and day-books, from which it is notoriously and evidently proven what the laws and orders dictate, as appears from the placaten issued regarding shipwrecks and stranded and washed-up goods: placaten of 4 November 1606 24. Mai 1613 25 april 1620 31 october 1626 4 February 1648 17 Maij 1651 2 december 1663 2 april 1674 24 February 1698 Ordonnantie van de Staaten generaal 7 Maart 1749 It is furthermore manifest from this that the principal defendant did not act against the placaten, orders, or laws (with his advice), since there were no orders, or at least it was kept concealed from the principal defendant; and if the contrary could be proven, such would indeed have been submitted with the claim via the orders dispatched to the veldwagtmeester, from which those notable proofs would appear, that the defendant trampled the orders of the authority underfoot, and there would have been no need to proceed over this unfounded accusation. As regards that whereon the Officer Demandant triumphs so, as if it were a heroic deed when one can help someone or another to the gallows, that the defendant is alleged to have come to a confession in the 25th article of his interrogatories, where he, the principal defendant, answered having told the widow Wessels such, which he had said based on the advices; so the question is whether this shall now be called a confession; what then is in the advices, nothing other than what is shown by a certain passage in the lawsuit of the Fiscal Boers and Smit, that collecting, loading, and transporting to his former place cannot be considered as committing beach theft, as appears particularly from the second advice of Mr. Lusac, and citing therewith placaten, ordinances enacted by the States General, as to how everyone is obliged to conduct himself near stranded ships and the collecting of washed-up goods. But no, the Officer Demandant prefers to persist in an outward continuation, as if he were persuaded to institute this action against the principal defendant, while yet not the least prejudice can be drawn from the answers of the principal defendant, which the Officer Demandant, regarding the matter aforesaid, sought to bring forward during the interrogatories, in order to keep them in reserve, and in which an implicit threat is said to be enclosed, designed to intimidate the principal defendant; but which, being put to work, would only show that the Officer Demandant would rather risk a reckless lawsuit than abandon an unfounded claim. And herewith now having been shown most clearly to Your Noble Honours in what wrong light, out of context, and against the express aim of the principal defendant, the Officer Demandant has drawn up his accusation, also against law and reason. Thus the qualified defendant says, in reversal of the Demandant's unfounded arguments, that the defendant is not in the terms of bad advice to beach theft and violation of the laws and locally given and established orders, for there was no malus dolus with him; the principal defendant had not yet heard local orders, or else the principal defendant was kept blinded, just as little as he knew the law from the commissioner of the Danish nation, Sr. Hendrik Sustinus, when the defendant came to the beach or by the stranded ship. That the qualified defendant has not submitted any declaration which would strongly counter the Demandant's unfounded accusation and his deponents and informants, has its particular reasons, and was kept back on purpose, in order to deduce the following documents further when advances are made on his side, as well as his deponents and informants. And since the conclusion taken on this side has thus been substantiated, it is well and rightly trusted that the same will be adjudicated with costs. Imploring hereupon for swift and proper justice. (was signed:) I: Verwey qq (in the margin:) Exhibitum in Judicio 3 Juny 1784. Namely, that the demand and conclusion of the Officer shall be dismissed with costs, and on the contrary the defendant shall be honorably and profitably discharged and released from this defamatory action, demanding on all things costs, &c. Agrees.

Dutch transcription

was, zig met andermans goederen te verres„ ken, zelfs van de goederen te profiteeren hy aan geen anderen raad tot profijt be„ hoefde te geeven tegens de wetten en or¬ ares van den r: O: Eysscher. — Onder de algemeene benaminge van overigheid /: waervan de r: O: Eysscher een Lid is praesenteerende ten letten Lande, zo verre als derselver district uytmaakt:) zyn onse wettige souve„ rainen de hoog mogende generaale staaten van het schepublicq, waaruyt alle uytheensche Colonien sorteeren, deese uyt kragte van het souveraine andere tot subsistentie van haar aange„ steld, om de wetten, en ordres die zy gemaakt en gegeeven hebben, en eene goede verstandhouding t' Exerceeren, welke opdragten zyn geschied, van het geheele natable Lighaam tot bescher¬ minge van haare belange, en uijt hoof„ de van die vrywillige opdragt is een yder verpligt aan te bieden haare hulde en gehoorsaamheyd der wetten die zy maken en geeven, zo dat daaruyt voortvloeyd, dat een yder aan bepaalde wetten en ordres verbonden is, maar het moet openbaar en publicq weesen, op dat niemand daaraan onweetende komt te zondigen, gelyk uyt de plac„ caaten Jaar en dag boeken komt te Con„ Heeren, waaruyt notoir en Evident beweesen word wat de wetten en ordres dicteeren blykens de placcaaten g'Ema„ neerd over stranden van scheepen en aangedreevene en opgespoelde goederen placcaaten van den 4 November 1606 24. Mai 1613 1620 25 april 31 october 1626 4 February 1648 „ 17 Maij 1651 2 december 1663 2 april 1674 „ 24 February 1698 Ordonnantie van de Staaten generaal 7 Maart 1749 zynde verder nog manifest daaruyt dat de p„r ged„e niet tegens de placcaaten ordres ofte wetten /:met derselver aanrading:/ heeft gehan„ delt, terwyl er geen ordres was ofte ten min¬ sten is het dan voor den p„l ged„te verhoolen gehouden, en zo het Contrarie konde beweesen worden, zoude sulx wel met de ordres aan den veldwagtmeester afgevaardigt by den Eysch overgelegt geworden zyn waaruyt die notabele bewysen zoude Constee„ ren, dat de H=l ged„e de ardres der overig¬ heyd met voeten vertreeden, en niet no„ dig gehad over deese ongegronde accusatie te procedeeren. — Wat aangaat daar den r: O: Eysscher zo tri„ rempheert, als of het een Codaatheyd is wanneer men den een of ander aan den galge helpen kan, dat den H„r ged„e zie tot Confessie zoude gekoomen zin het 25 ar„ theul van zyn vraag poincten, waar hy p=lo ged„e antwoorde, de wed„we wessels sulx gesegd te hebben, het geen hy uyt de aarysen gesegd had, zo is de kraag of dit nu een Confessie zal hieten, wat staat dan in de advysen, niets anders als by zeekere passagie in het Proces van de Fiscaal Boers en Smit aange„ toond word, dat het insamelen opladen en vervoeren naar zyn geweesene plaats niet voor strandroop gepleegd kan aan„ gemerkt worden, als bysonder blykt uyt het tweede advys van Mr. Lusac en daarby allegeerende placcaaten ordonnantien van de Staaten gene¬ raal gestatueert, hoedanig een yder verpligt is zig te gedraagen by de ge„ strande scheepen, en insardeling van opgespoelde goederen. Maerneen den R: O: Eysscher blyft lie¬ ver by een uytterlyke Rontinuatie persis„ teeren, als oof hy daartoe gepersuadeert was, om deese actie tegens den pl ged„e tinstitueeren, daar dog geene de minste praejudicie kan worden getrek„ ken uyt de antwoorden van den Ple ged„e welke de r: O: Eysscher ter zaake voorsz: by de Jnterrogatorien heeft zoeken 33. 1 zynde voor „ „ „ 332 voor te brengen, om die tot een reserve te houden, en in dewelke eene ingewikkelde bedreyging zegt opgeslooten te zagt geschaapen om de p=te ged„de te intimi„ deeren, dog die te werk gelegd zynde alleen zoude toonen, dat den r: O: Eysscher Liever een temeraire proces zoude wil„ len wagen, dan van een ongefundeerde salange af te zien. — En hiermeede nu aan uwel Ed: agtb: ten duydelykste zynde aangetoond in wat verkeerd dagligt, buyten het ver¬ band, en tegen het uytdrukkelyk oog„ merk van den pp„le ged„te den r: O: Eys„ scher zyne beschuldiging ook tegens regt en reedenen heelt opgemaakt. — zo zegd den q9 ged„e by omkeeringe van 's Heer Eysschers ongegronde argumenten dat de ged„e niet verseerd in de termen van kwaa de raad tot Strandroof en overtreedinge der wetten en plaatselyk gegeeven en ge¬ stelde ordres, want er lag geen malus dolus by hem, den pl ged„te had nog geen plaatselyke ordres gehoord of ten zy dat den op=le ged„te verblind is gehouden zoo min als hy van de Commissionair der deensche natie S„r Hendrik Sustinus de wet geweeten heeft doen den ged=e aan het strand of by het gestrande dat den q9 verweerder geene verclaarin„ ge heeft overgelegt, welke tegens 's Eysschers ingegronde accutatie en zin deposant en reletanten ten sterksten oosteeren zou„ de, heeft zyne bysondere reedenen, en is met opset te rrug gehouden, om de vol„ gende stukken nader te deduceeren wan¬ neer men ter zyner zeyde wanceert zo wel als zyne deposanten en relatanten. En dewyl dan daarmeede de Con¬ clusie deeser zeyds genoomen is g'adstrueerd zo word wel en te regt vertrouwd dat deselve met de kosten H Riet gemCleren Imploreerende hierop om kort en goed regt (was geteekend:/ I: Verwey qq /: in margine:/ Exhibitum in Judicio den 3 Juny 1784. — Namentlyk dat den Eysch en Conclusie van den Heer officier met de kosten zal werden ont¬ segt, en daarentegen den gedte honorabel en profitabel van deese diffameerende actie ont„ heft en ontslagen worden maakende op alles Eysch van kosten &a zal worden g'adjudicieert. Accordeert. zal schip quam. -

NL-HaNA_1.04.02_4324_0358 view scan ↗

English

Thursday the 24 March 1787. In the forenoon, Present the Honorable Worshipful Gentlemen Pieter Hacker, President, and all the Members except for the merchant, Mr. Olof M: Bergh, and having co-opted the three burgher councillors. The Secretary of this Council, Mr. Christiaan Ludolph Neethling, in his official capacity, plaintiff, against the junior merchant and Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Daniel van Rijneveld, of the one part, and the commandant of the Swellendam Invalides, Jacob van Reenen, the first-named having acted ex officio as plaintiff, and the last-named as defendant, being the parties required herein, in order to hear sentence pronounced upon and against their documents and muniments mutually exhibited in court. The Council, having read and seriously considered the documents and muniments exhibited herein by the parties on both sides, and having furthermore reflected upon everything that pertained to the case and could move their Honorable Worships, administering Justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, dismisses the defendant Jacob van Reenen from his capacity as Commandant of the Swellendam Invalides; and condemns the same in all the costs incurred in this trial; dismissing the further claim made by the Officer. It was subscribed: Thus done and sentenced at the Cape of Good Hope the 10 March 1785, as well as pronounced the twenty-fourth of the same month. Lower down: In my presence, was signed: C: L: Neethling, Secretary. In the margin stood: After the pronunciation of this sentence, the authorized burgher Pieter Hendrik van der Lith requested that the appeal against this sentence might be recorded, for the reason that his principal was not presently at the Cape, which was granted to him for those reasons. It was subscribed: Which I witness, was signed: C: L: Neethling, Secretary. Agrees. HM Kiel sworn clerk Patria Memorial, submitted to the meeting by the undersigned upon his dismissal from this Noble Worshipful Council on the 19 July 1787. Your Right Honorable Valiant and Honorable Worships, in succession and compliance with the orders issued by their Right Honorable High Worships, the Lords Major in the Fatherland, regarding the Lutherans, according to which they may henceforth no longer be granted any seat in the respective Colleges of Policy and Justice, having found yourselves under the unavoidable necessity to discharge me, as being of that persuasion, from this Council; I am consequently obliged to respect this order in all submission, and accordingly now to vacate the seat which I had the honor to occupy as a fellow member of this distinguished assembly. Yet before leaving the same, I cannot refrain from bitterly lamenting this disposition of the well-aforesaid Lords Masters, as unexpected as it is undeservedly harsh, whereby, as may easily be imagined, an unshakeable grief and no less sensible pain has been occasioned and brought upon me, considering that I had merited a more gracious treatment; in consideration Cheniuct

Dutch transcription

Donderdag den 24 Maart 1787.— 'S voordemiddags Present den E achtb: Heeren Pieter Hacker President, en alle de Leeden dempto den koopman, de Heer Olof M: Bergh assumptis de drie burger=raaden. Den Secretaris deezes Raads S„n Christiaan Ludolph Neeth„ „ling amptshalven reg„t den onderkoopman en Land= „drost van Stellenbosch en Dra„ „kenstein S„r Daniel van Rijneveld, ter eenre, en den commandant der Swellendam Jnvalides Jacob van Reenen de eerstgem: Ratt: officie als Ei„ „schen, en de laatstgem: als ver„ „weerder geageert hebbende, ten deesen gerequireerdens, omme op hunne over ende weeder in Judicio geexhibeerde stukken en munimenten vonnis te op ende jeegens Den Raad geleezen en serieuslyk over„ woogen hebbende, de door Parthijen hino inde geExhibeerde stukken en munimenten, en daarneevens hebbende genoomen reflexie op alles wat ter zaake dienende was, en hun EE achtb„ konde doen moveeren, Recht doen„ „de uijt naam ende van weegens de Hoogmoogende Heeren Staaten gene„ „raal der vereenige Nederlanden, Depor„ „teerd den gedaagde Jacob van Reenen, van syne qualiteijt als Commandant ter Swellendamse: Jnvalides; en condemneert denzelven in alle de in deezen processe gevallene hooren pronuntieeren. — 333 gevallene kosten; met ontsegging van den verder gedaanen Eisch van den Officier /:onderstond:/ Aldus gedaan en gevonnist aan Cabo de goede Hoop den 10 maart 1785. - mitsgaders gepronuntieerd den vier en Twintigsten der„ „selver maand. /:Laager:/ Mij present, /: was geteekend:/ C: L: Neethling Secret:s /:in mar„ „gine stond:/ Na de pronuntiatie van dit von„ „nis, wierd door den gemagtigden burger Pieter Hendrik van der Lith, versogt, dat het appel op dit vonnis mogt werden aangeteekent om reedenen dat sijn principaal thans aan de caal niet present was, 't gunt aan denselven om die reedenen geaccordeert is /: onderstond/ 'T welk ik getuijge /: was geteekend:/ C: L: Neehting Secret„s Accordeert. HM Kiel gem Cleren Patria Memorie, door den ondergeteeke bij deszelfs dimissie uijt deezen Edelen Agtb: Raade, ter vergaderinge overgelegd den 19. July- 1787. Uwe wel Edele Gestr: en E. Agtb. e in„ opvolginge en naarkoominge der door haar wel Edele hoog agtb: de heeren Majores in't Vaderland, ten belange van de Lutheranen gestelde ordres, volgens welke aan dezelve voortaan geen sessie meer in de Respn. Collegien van Politie en Justitie mag werden vergund, zig in de onvermijdelijke noodzakelijkheijd hebbende gevonden, om mij /: als van die ge„ zindheijd zijnde :/ uijt dezen Raade te Con¬ gedieeren; ben ik dienvolgens verpligt, dit bevel in alle onderdanigheijd te eerbiedigen en mitsdien den stoel, dewelke d'Eere het gehad, als, meede Lidt deezer aanzienelijke vergaderinge, te occupeeren, thans t' ontledigen Dan alvoorens dezelve te quiteeren kan ik niet omhein, mij over deeze zoo onver¬ „wagte, als onverdiende harde dispositie van wel opgem: Heeren Meesteren, waardoor mij zo als ligt te bevroeden is, een onverzettelijk hartzeer, en niet minder gevoelige Smerte, is g'occasioneerd en te wege gebragt, bitter te beklaagen, als vermeenende een gracieuser behandelinge te hebben gemeriteerd; ter Consideratie Cheniuct 334 352

NL-HaNA_1.04.02_4324_0361 view scan ↗

English

Patria [illegible] consideration, that having now served the Company for already more than three and thirty years, and that in various heavy and weighty offices, with untiring zeal and diligence, in accordance with my oath and duty; as will undoubtedly have appeared to their Right Worshipful Honours from the contents of the request which I had the honour to submit to the very same among the Hon. Company's papers in the preceding year; this then also caused me to hope and expect, from their Right Worshipful Honours' benevolence and as a consequence of Your Right Honourable and Worshipful favourable recommendation made to that end, a favourable approval. Yet not having been able to achieve my wish and purpose in that regard, it is however on the other hand very pleasing to me to hear and experience daily that I am heartily commiserated by the entire Cape world over this disapproval of mine, and that people were expecting nothing less than that in respect of me, who as an old, honest, and faithful servant am sufficiently renowned and known to everyone, as I have also, generally speaking, never heard that anything otherwise was thought of me, although on the contrary I know very well that I do not lack enemies who rejoice over it, but these I count as so many cowardly and base souls who, whether through envy and malice, or by reason of private designs and self-interest, are stirred up and prejudiced against me. This satisfaction indeed serves me in some measure as a comfort and softening of the pain which I also feel on that account, but it can by no means entirely remove the same, for how is it possible that a man who possesses honest sentiments, to which I dare safely lay claim, could be insensitive when he, for the sake of a religion which is so closely knit with the predominant one that they mutually call each other brethren, is persecuted and must see himself humiliated through slander or calumny! Moreover, this occurrence, disagreeable in all respects, falls upon me all the more unbearably, since I, during I certainly have, with regard to the aforementioned unfavourable decision of the Gentlemen Majores, that particular and, if I may call it so, great satisfaction for myself, that neither incompetence nor misconduct in the service, but on the contrary a religion whose confessors, as people are alas all too thoroughly informed, having been depicted in the most hateful colours to the Gentlemen of the Board by certain foul-natured and jealous minds without any equitable or sufficient reasons, these persons having hereby artfully made not only me, but also other, if not all of my fellow believers, appear and be regarded as suspicious, indeed perhaps, which would be even worse, as rebellious subjects, is the true and sole motive or cause thereof. 335 I ring 352

Dutch transcription

Patria theniust consideratie, dat de maatschappij nu bereids ruijm drie en dertig Jaaren, ende zulks in verscheijde zwaare en gewigtige ampten, met onvermoeijden ijver en vlijt, overeenkomstig met mijn Eed en pligt, hebbende gediend; ge„ lijk haar Edele hoog agtbr. uijt den Inhoude van 't Request, het welk de Eere heb gehad, in den voorl: Jaare aan hoogst dezelve onder s E Comp: papieren te suppediteeren; onge¬ „twijffeld zal zijn gebleeken; dit mij dan ook van haar wel Edele Hoog agtb:r benevolentie, ende als een gevolg van uwer welEdele Gestr. en E. agtb:e daar toe gedane favorabele voor„ „dragte, een gunstige approbatie heeft doen hopen en verwagten. — Dan mijn wensch en oogmerk daar omtrend niet hebbende mogen bereiken, is het mij egter aan den anderen kant zeer aange¬ naam, dagelijks te hooren en ondervinden dat door de gantsche Caatse wareld over deeze mijne disapprobatie, hartelijk word beklaagd, en men niet minder als dat is verwagtende geweest, in opzigte van mij, die als een oud eerlijk en getrouw Dienaar, genoegzaam bij een ijder gerenomeerd en bekend staat, gelijk dan ook /:over het algemeen gesproken:/ nooit het gehoord, dat 'er anders van mij is gedagt, Schoon daartegen overgesteld, zeer wel weet, dat het mij aan geen Vijanden, die zig daar over verheugen, ontbreekt, dog deeze reekene ik, als zoo veele lafhartine en lage zielen, dewelke, 't zij door nijd en afginst, ofte uijt hoofde van particuliere inzigten en eigen belangen, jeegens mij zijn opgezet en vooringenoomen- deeze satisfactie verstrekt mij in der daad eenigermaten tot troost en verzag¬ „tinge der smerte, die ook deswegen gevoele maar zij kan dezelve geenzints geheel en al wegneemen, want, hoe is 't mogelijk dat een man, die Eerlijke sentimenten bezit; /: waarop mij gerustelijk duerf benoe „men :/ ongevoelig zou kunnen zijn, wanneer hij, om de wille eener Religie, die zoo naauw met de predomineerende is verknogt, dat zij zig over en de weder Broeders noemen vervolgd, en zig, door laster of calumnie moet gehumilieerd zien! daar en boven valt mij deeze, in allen opzigten, onaangenaame gebeurtenisse, zoo veel te ondragelijker, overmits ik, geduu¬ Ik heb zeekerlijk, ten reguarde van het voorz: ongienstig besluijt der Heeren Majores die bisondere, en, zo als het noemen mag, grote Satisfactie voor mij, dat nog onbequaam„ „heijd nog wangedrag in den dienst, maar ter Contrarie een Godsdienst, welkers belijders /:gelijk men helaas maar alte grondig is onderregt:/ door zeekere vuilaardige en yver zugtige gemoederen, zonder eenige billijke of voldoende reedenen bij de Heeren van 't bewind, met de allerhaatelijkste Couleuren zinde afgeschilderd, dezelve hier door niet alleen mij, maar ook andere, zo niet alle mijne geloofsgenooten, als verdagte, Ia misschien wel, /:wat nog erger zoude zijn :/ als weder„ spannige Subjecten, kunstig hebbende doen voorkomen en in aspect gebragt, de waare en eenigste beweegreede of oorzake daar van is. 335 Ik rende 352

NL-HaNA_1.04.02_4324_0362 view scan ↗

English

during the aforementioned long lapse of time, of which for more than twenty-two consecutive years as First Sworn Clerk at the political secretariat (there being, with regard to those who previously held the same office, no comparable precedent to be found), without having had a substantial means of subsistence, I served not only in that post, but also in all those subsequently assigned and entrusted to me, with sincere ambition, as befits a faithful servant; in such manner that I also never, at any time, received the slightest reproaches, much less public affronts, from my respective superiors; and that, whenever a lucrative post became vacant (while I was still First Clerk), which generally happens little or seldom in this Government, on such occasions—because, having mastered the slavish chancery service, I could not be spared from the Secretariat due to the lack at that time of suitable material to fill my place, at least with such flattering declarations I was more than once brushed off, particularly by the former repatriated Noble Lord Governor van Plettenberg—I constantly had to take second place, and see the same bestowed upon persons over whom, to say nothing of merit, I ought to have been preferred solely on the grounds of seniority in the service; thus it was not until the year 1778 that it was granted to me to be relieved of the cited burdensome post, and to exchange the same for the Secretariat of the Orphan Chamber; while following upon that, in the past year, my appointment as Dispenser and fellow member in this Noble and Honorable Council having ensued, I cannot deny myself the pleasure of frankly confessing to having been exceedingly rejoiced and gratified that, after having pulled in the plow like a donkey for such a series of years, and having sacrificed my best mental faculties and strengths to the service of the Honorable Company, to the detriment and at the expense of my health, I was finally, at the age of about fifty-seven years, taken into consideration to occupy and fill the vacant seat in the well-mentioned Council, and that Your Right Noble Severe and Honorable Worships had deemed me capable and worthy to help promote, as a fellow regent, the essential and true interests of society in general, as well as the prosperity and welfare of this Colony in particular. I think and trust that, during the time I have had the honor of assisting in the deliberations of this Table, I have given sufficient proofs of my assiduous devotion to the service, to the satisfaction of the equitable expectations of Your Right Noble Severe and Honorable Worships, with the requisite decency, to the best of my ability; therefore I am fully assured and convinced that, for that reason, it cannot be at all pleasant to Your Right Noble Severe and Honorable Worships, but on the contrary grieves you very much, to have to dismiss an old and experienced servant from your Council; but the legislative power of our aforementioned Lords Masters, in whose view, Most Honorable Worships, the reasons and motives that moved Your Right Noble Severe and Honorable Worships to my appointment are insufficient.

Dutch transcription

Patria Theniss „rende voormelden langen laps des tijds waar van over de Twee & Twintig Jaaren consecutivelijk, als Eerste geswooren Clercq ter politieque secretarije (: zijnde met betrekking tot de geene, die bevoorens hetzelve ampt hebben bekleed, geen voorbield daarna gelijkende te vinden :/ zonder een wezentlijk middel van bestaan te hebben gehad, niet alleen in dien post, maar ook in alle de geene, die mij ver„ volgens opgedragen en toevertrouwd geworden zijn, met opregte ambitie, zoo als een ge„ „troúw Dienaar betaamd, heb gediend; in voegen dan ook van mijne Respre. Gebieders nooit ofte ooit eenige de minste reproches, veel minder openbaare affronten, heb onder„ gaan; en dat ik, als er al eens (:nog Eerste Clercq zijnde:/ een Lucrative bedieninge open viel, 't welk in dit Gouvernement doorgaans weinig of zelden gebeurd, bij dergelijke voorvallen, om dat den slaafsen Cancellarij dienst mij hebbende eigen gemaakt, door doen„ malig manquement aan stoffe ter mijner plaatsvullinge, van de Secretarije niet konde werden gemist; ten minsten ben ik met zulke flatteuse betuigingen, in zonderheijd van den voormaligen gerepatrieerden Edelen heer Gouver„ neur van Plettenberg, meer als eens afge„ scheept, telkens heb moeten agterstaan; en dezelve zien begeeven aan perzoonen, voor dewelke ik, om van geen verdienste te spreeken alleen uijt hoofde van anciënniteid in den dienst¬ had behoren te werden geprefereerd: dus heeft het mij niet eerder dan in ao. 1778 mogen gebeuren, van geciteerde lastige Post ontslagen te worden, en dezelve met het Secretariaat der weeskamer te verwisselen; Terwijl daar op in't gepasseerde Jaar, mijne aanstellinge tot Dispencier en mede Lidt in deezen Edelen agtbr Raade zijnde gevolgd; kan ik mij het Ik meen en vertrouwe, uwe wel Edele Gestr: en E. Agtb:r, geduurende den tijd, dat d'Eere heb gehad, bij de beraadslagingen dezer Tafel te adsisteeren, van mijne assidúé aankleevinge aan den dienst, ter voldoeninge aan uwer welEdele Gestr: en E. agtb: billijk verwagtinge, met de vereijschte decentie, naar beste vermogen, volstaanbaare preu¬ ves te hebben gegeeven; dus ben ik ten vollen verzeekerd en overtuijgd, dat het Uwe welEdele Gestr: en E: Agtb:r, ter dier oorzaake, gantsch„ niet aangenaam zijn kan, maar integen„ deel zeer leed doed, een Oied en ervaren Die„ naar, uit haren Rade te moeten dimitteren; dan de wetgevende magt onzer meerwelgem: Heeren Meesteren, ten aanzien haar Edele Hoog agtb:r de reedenen en motiven, welke uwe welEdele Gestr: en E: Agtb: ter mijnen aanstellinge hebben bewoogen, insufficient 336 genoegen niet onttrekken, om openhartig te be„ „kennen, ten uijttersten verhuugd en vergenoegd te zijn geweest, dat ik, naar zulk een reeks van Jaaren, als een Ezel inden Ploeg getrokken, en daar bij mijne beste zielsvermogens en kragten, ten nadeele en kosten mijner gezond„ heijd, aan den dienst der EComp:e opgeoffert te hebben, eindelijk eens, inden ouderdom van Circa zeven en vijftig Jaaren, ter beklee„ dinge en vervullinge der opengevallene plaats in welgem: Rade, in aanmerkinge gekomen, en uwe welEdele gestr: en E: agtb:e mij bequaam en waardig hadden g'oordeeld, de weezentlijke en waare belangens der maat„ „schappij in't algemeen, mitsg=s den bloeij en welvaard deezer Colonie in't bezonder, als mede Regent te helpen bevorderen genoem zijn 2 352

NL-HaNA_1.04.02_4324_0363 view scan ↗

English

Patria Thennis having been found, and this commanding it absolutely, one must therefore, however striking this humiliating circumstance that has befallen me may be, and which, in drafting this, has caused me here and there to let slip and use some expressions which, having proceeded from a mind overwhelmed with grief, I hope and humbly request may be interpreted in the best sense and by no means be attributed to improper self-praise or contemptible conceit, submit to it with resignation. Meanwhile, since it is fully known to Your Noble Right Honorable and Right Honorable Sirs that by far most families in this capital, not to mention those who have settled in the countryside or in the outer districts, among whom are so many prominent and well-to-do people, are descended or originating from Lutherans, Your Noble Right Honorable and Right Honorable Sirs will therefore easily understand that for those who have always readily had their children instructed and raised in the Reformed Religion, as well as becoming members of the same, until the time that they, through the favor and goodness of the Sovereign Lords Directors, obtained their own public church and free exercise of religion, it cannot be otherwise than very grievous and painful to see themselves now deprived of all such prerogatives as they have shared with the Reformed since the establishment of this Colony; and which mutual free enjoyment of these privileges, having resulted for more than a century in both of the aforementioned denominations uniting themselves through the bonds of marriage without the least hesitation or fear, and in that way becoming most closely allied and related to one another, one has thus in all that time scarcely been able to perceive that the Cape was inhabited by people of different religions; wherefore it would also be desirable that the Most Honorable Lords Masters, taking this into consideration, might graciously please to mitigate, as much as possible, the orders in force to the disadvantage of my co-religionists, in order that, by that means, the good harmony hitherto existing in the respective mixed households may be preserved without interruption. And this coming to pass, as is to be hoped for the alleged reasons, I then also believe I may flatter myself with being placed back, through a more favorable disposition of Their Noble High Mightinesses, ere long into the seat which I have now been ordered to vacate; for which I most respectfully implore Your Noble Right Honorable and Right Honorable Sirs' well-meaning cooperation and powerful recommendation to the frequently mentioned respective Directors. For the rest, I cannot omit testifying in all sincerity to Your Noble Right Honorable and Right Honorable Sirs my sensitive grief that the gentlemen of the administration, being highly displeased regarding my promotion to Member of this Council, understand it as if this had been done by Your Noble Right Honorable and Right Honorable Sirs without necessity. However, to demonstrate the contrary thereof to Their Noble High Mightinesses, I find that 7 352 . me

Dutch transcription

Patria Thennis zijn komen te bevinden, zulks volstrect gebie„ dende, moet men zig dierhalven, hoe treffend dit mijn overgekomen vernederent geval ook zij, en hetwelk mij, in't stellen dezer, hier en daar eenige uijtdrukkingen heeft doen ontglippen en bezigen, dewelke, uijt een van droefheijd overstelpt gemoed, zijnde voortgekomen, ik hoope en nedrig verzoeke, dat in den besten zin opgenomen, en geen„ „zints aan ongepasten eigen roem af verag¬ „tenswaardige verwaandheijd, zullen mogen werden toegeschreeven, met gelatendheijd daar onder bukken — Ondertusschen daar het Uwe welEdele Gestr: en E: Agtb:e ten vollen is bekend, dat verre de meeste familiën ter deezer hoofdplaatse /:omme niet te gewaagen van de geene die zig ten platten landen of in de buijten districten, hebben komen neder te zetten :/ waar onder zig zoo veele aanzie „nelijke en gegoede bevinden, van Lutheranen her - of afkomstig zijn, zullen uwe welEdele Gestr: en E: agtb: overzulks ligtelijk kunnen begrijpen, dat het hunl:, die derzelver kinderen in de Gereformeerde Religie altoos geridelijk hebben laaten onderwijzen en groot brengen, mitsg:s Ledematen derzelve worden, tot ex„ tijd toe, dat dezelve, door de gunst en goedheijd der Hooggebiedende Heeren Majoris, een eigen openbare kerk en vrije Godsdienst oeffeninge hebben komen te verkrijgen, niet anders als zeer greevend en smertelijk zijn kan, zig thans versteeken te moeten zien, van al zulke prerogativen, als dezelve, zedert de Erectie dezer Colonie, met de ge„ „reformeerden hebben gemeen gehad, en welk wederzijds vrij genot dezer voorregten, langer als een Eeuw, ten gevolge hebbende gehad, 337 dat beide de voorsz: gezintens zig, zonder de minste bedenkingen of schroom, door banden des huwelijks verëenigd, en, langs dien weg, ten naauwsten aan malkanderen geliëerd en vermaagdschapt geworden zijn, heeft men dus in al dien tijd schier niet kunnen bespeuren, dat de Caab door menschen van verschillende Godsdienst wierd bewoond; alwaaromme het dan ook te wenschen waare, dat het hoogstgede Heeren Meesteren dit in aanschouw neemende, gracieuse„ „lijk mogte behagen, de in disfaveur mijner geloofsgenooten vigeerende ordres, zo veel mogelijk, te mitigeeren, ten einde, door dat middel, de in de Resp:re gemengde huijsgezinnen tot nu toe subsisteerende goede harmonie, zonder interruptie, moge blijven geconserveerd. - en dit komende te gebeuren, gelijk om de geallegueerde redenen te hoopen is, vermeine ik dan ook mij te mogen flatteren, door een gunstiger dispositie van haar wel Edele Hoog agtbr: eerlange op den stoel die mij nu te ontruijmen is aangezegd, weder„ om geplaatst te worden; waartoe uwer welEdele Gestr: en E: Agtb:e welmeenende medewerking en kragtdadig voorschrijvens aan de veelmaals gem: resp:re Bewindsheeren, Eerbiedigst imploreere. kunnende voor 't overige niet voorbij, uwe welEdele Gestr: en E: agtb: in alle opregtheijd te betuijgen, mijn gevoelige smerte, dat de heeren van 't bewind, wegens mijne bevorderinge tot Lidt deezes Raads, hooglijks te onvreeden zijnde, begrijpen, als of zulks, door uwe wel Edele Gestr: en E: Agtb: buijten noodzakelijkheijd was geschied: Edog, om het tegendeel daar van aan haar Edele Hoog agtb: te doen blijken, vind ik dat „„ 7 352 . mij

NL-HaNA_1.04.02_4324_0364 view scan ↗

English

Patria I find myself necessitated and obliged to declare in that regard in full Council that, far from it, the Right Honourable and Valiant Lord Governor especially, not once, but repeatedly, gave me to understand and seriously declared that if among the qualified servants of the Reformed religion at that time anyone had been found who, with an equal right, whether on account of long and faithful services or superior abilities, could have laid claim to the seat on the Council to be filled, His Honour, dutifully complying with the venerated orders of the Lords Majores, would certainly and surely have preferred him over me; and since I am furthermore also aware that the other Honourable Council Members, who at that time composed the body of the government, were of the same sentiment, and that it was moreover taken into consideration that, by this step, the peace and unity in this land, upon which so much depended, especially under the present circumstances, would be very considerably promoted, it notoriously follows from this that Your Right Honourable and Valiant and Honourable Venerable Sirs did not have the least thought of departing from the aforesaid high command otherwise than for convincing reasons. Agreed. A: Klerck deputy clerk And herewith taking my departure from this Honourable Venerable Council, I again testify to Your Right Honourable and Valiant and Honourable Venerable Sirs my sincerest and most humble gratitude for the favourable consideration which Your Right Honourable and Valiant and Honourable Venerable Sirs, as rightfully as fairly, and without thereby disadvantaging or cutting short anyone, have been pleased to take regarding my person; with the most cordial and no less ardent wishes that it may please God the Supreme Ruler ever to remain beside Your Right Honourable and Valiant and Honourable Venerable Sirs with His illuminating grace, to the end that Your Right Honourable and Valiant and Honourable Venerable Sirs, through this divine support, may find themselves more and more enabled praiseworthily to direct and decide all the thorny and anxious matters that continually arise daily in this government, for the common good and the welfare of the country and church; at the same time humbly requesting that Your Right Honourable and Valiant and Honourable Venerable Sirs please have the goodness to have this Memorial inserted into today's Resolution and subsequently transmitted to the High-Commanding Lords Masters in the Fatherland, so that they may thereby be more particularly informed in my regard that I have always endeavoured to be found worthy of their Honourable and High Venerable Lordships' precious favours; and therefore shall spare no effort to discharge my further duties in all faithfulness. was signed I: C: Könnenkamer 338 2 352 Patria Thenuut 21 352 No 6. To the Right Honourable and Valiant Lord Governor and Director of the Cape of Good Hope and its dependencies, etc., etc. Cornelis Jacob van de Graaf Right Honourable and Valiant Lord, Having had the honour this afternoon of receiving a missive from Your Right Honourable and Valiant Honour, stating in substance: that whereas, pursuant to the orders of the Lords Majores, a promotion of new members to the Council of Justice will take place, and that my person would certainly have come into consideration for this, had it not appeared to Your Right Honourable and Valiant Honour from the verbal conference which you were pleased to hold with me on that subject that, although I have made no public confession of any religion, my views in this matter nevertheless aligned more with the Lutheran doctrine than with that of the predominant church, and I thus also fell under the terms such that the aforesaid orders of the Lords Masters applied to me, with the request that I should further declare my opinion and intention regarding this in writing to Your Right Honourable and Valiant Honour; after having most humbly expressed my dutiful thanks to Your Right Honourable and Valiant Honour for the honour enjoyed in this matter, I take the liberty to reply most submissively hereby: that, repeating what I have already told Your Right Honourable and Valiant Honour verbally, I must declare my sentiments on the subject of religion to conform to the Augsburg Confession to such an extent that, if forced to make an immediate confession, I would not hesitate a single moment to embrace the Lutheran doctrine. But since these principles, upon which I build my happiness in the hereafter, are so directly contrary Patria Theniuss 1

Dutch transcription

Patria Jhet mij genecessiteerd en verpligt, ten dien belange„ in vollen Raade te moeten verklaaren; dat verre daar van daan, den wel Edelen Gestr= Heere Gouverneur voornamentlijk, niet eens, maar irreterative malen, aan mij te verstaan gegeeven, en sericuselijk gedeclareerd heeft dat, bij aldien onder de gequalificeerde Dienavren vanden gereformeerden Godsdienst, ter dier tijd zig ijmand hadde bevonden, dewelke met een gelijk Regt, het zij uit hoofde van lange en getrouwe diensten, ofte superieure bequaam„ „heeden, op de te vervullene Raadsplaats, aan„ spraak hadde kunnen maken, zijn E: pligtschul„ dig ter voldoeninge aan de gevenereerde ordres „der Heeren Majores, denzelven aan mij zeeker en vast zoude hebben voorgetrokken; en dewijl mij bovensdien ook is bewust, dat de overige Heeren Raadsleeden, welke doenmaals het Lichaam der Regeeringe hebben komen uijt te maken, van het zelfde sentiment zijn geweest, en dat daar bij ook nog in Consideratie was gekomen, dat, door deezen stap, de Rust en eenigheijd in dit Land, waar aan, voor al in deeze tijds omstandigheeden, zoo veel gelegen lag, zeer aanmerkelijk zoude bevorderd worden, zoo vloeit hier uijt notoir voort, dat Uwe wel Edele Gestr: en E: agtb: de minste ge„ „dagten niet hebben gehad, van het voorsz: hoog bevel anders, dan door overtuijgende En hiermede mijn afscheijd uijt deezen E: agtb: Raade neemende, betuige ik Uwe weledele Gestr: en E: agtb: nog„ maals mijne sinceerste en Ootmoedigste Dankbaarheijd voor de gunstige reflexie, die uwe welEdele Gestr: en E: agtb:, zo regtmatig als billijk, en zonder daar door ijmand te be„ nadeelen of verkorten, op mijn perzoon hebben redenen, afte wijken. — Accordeerd. - AKlorak gelieven te neemen; met de allerhartelijkste en niet minder vuurigste toewenschingen dat het God den Hoogsten albestierder moge beha„ „gen, uwe welEdele Gestr: en E: agtb:r met deszelfs verligtende genade steeds bij te blijven ten einde Uwe weledele Gestr: en E: agtb: zig, door deeze goddelijke ondersteeninge, meer en meer in staat mogen gesteld vinden om alle de epineuse en zorgelijke zaken, die indit gouvernement, sonder ophouden, dagelijks voorkoomen, ten algemeenen beste ende tot welzijn van Land en kerke Roem¬ „waardig te derigeeren, en beslissen; teffens nedrig verzoekende, dat Uwe welEdele Gestr: & E: Agtbr: van de goedheijd gelieven te zijn, deeze Memorie bij de Resolutie van heeden te laten insereven en vervolgens aan de Hooggebiedende Heeren Meesteren in't Patria over te zenden, op dat hoogst dezelve daar door, ten mijnen opzigte, nader terkennin moge komen, dat mij altoos heb bevlij„ tigd haar Edele Hoog Agtb: dier bare guenste waardig bevonden te worden; des dan ook geen moeijte spaaren zal mijne verdere dienst, in alle Trouwe waar te neemen /was geteekend I: C: Könnenkamer - 338 gelieven bg Clercq 2 352 Pat ria Thenuut 21 352 No 6. gouverneur en directeur van Cabo de goede Hoop ende ressorte van dien 3n bn Cornelis Iacob van de Graaf Wel Edele Gestr: Heer. Deezen middag mij hebbende mogen vereerd vinden met een Missive van UwelEd: Gestr: houdende in substantie; dat dewijl 'er ingevolge d'ordres der Heeren Majores, een promotie van nieuwe Leeden in den Raad van Iustitie zal plaats hebben, en dat mijn Perzoon daarbij zeekerlijk in aanmerking zoude komen, ingevalle niet uit de mondelingen conferentie welke uwe Wel Edele gest: wel met mij overdat Sujct heeft willen houden aan dezelven was gebleeken, dat Schoon ik geen openbare belijdenisse van eenige godsdienst hebbe gedaan, mijne begrippen in deesen, egter meer waren strekende met de Luthersche Leere„ dan met die der praedomineerende kerke, en ik dus mede kwam te vallen inde termen dat ook de voorsz: ordres der Heeren Meesteren hare applicatie op mij hadden, met begeerte dat ik mijne meeninge en intentie hieromtrend nader„ in geschrifte aan uwe wel Edele Gestr: zoude hebben te declareeren; gebruik ik de vrelheid na uwe wel Edele Gestr: voor de in dezen genoten Eere mijn pligtschuldigen dank op het ootmoedigst betuigt te hebben, bij deesen aller onderdanigst te rescribeeren; dat herhalende het geen ik uwe wel„ Edele gesw: reeds bij monde hebbe gezegd, moet declareeren, mijne gevoelens op 't stuk van religie in zo verre Conform te zijn met d' Hugburgschen Confessie dat ik, gedrongen werdende, inmediaat„ belydenisse te doen, geenogenblik zoude Paesiteeren de Lutstersche Leere Homhelsen dan daar deze principes op welke ik mijn geluk hier namaals bouwe zo regtstreeks Strijdig Aan den wel Edelen Gestr: Heer Patria Theniuss 1

NL-HaNA_1.04.02_4324_0367 view scan ↗

English

Patria Thenis conflict with my temporal and worldly interest; that in the event that the aforesaid order of the Lords Masters is not interpreted in the most favorable manner for me by the Government in such a way that it will only apply with regard to the immediate acquisition of a seat in the respective Councils, I would have to abandon completely all hope of further advancing my fortune, since no zeal, no fidelity, nor attachment to the Master's service could, for the aforesaid reason, any longer be taken into consideration on my behalf, I therefore most humbly pray Your Right Honorable and Strict to kindly direct it in council, that, if the intention of the Lords Majores can tolerate this application, it may also be given thereto, and consequently, in the event that servants who follow me in seniority in the service should be promoted upon this current promotion to Members of Justice, there may also be conferred upon me the Title of Merchant with the Rank next to that Gentleman who currently has a seat as the junior Member among the Company's Servants in the aforesaid Council, so that I may thereby obtain the opportunity, according to the satisfaction I shall further give, also successively in my turn to be able to advance my promotion further. I base this request, Right Honorable and Strict Sir, upon the services rendered by my ancestors since the foundation of this Colony to the Company; having passed through the subordinate classes, they have helped govern this Colony as Members of the Government for more than a century, in a manner which, as authentic proofs thereof are at hand, has enjoyed the approval of their respective rulers. But especially upon those of my late Father; it is known that through the exercise of the duties of his weighty Office, he had almost no enjoyment in the truth of his life; the confusion in which his domestic affairs were found after his death and still remain, provides a striking proof that his entire lifetime was dedicated to the Company. Also upon my own, Right Honorable and Strict Sir. It is true that I have not served the Company for more than fourteen Years, and of those, because the circumstances of the times were most unfortunate for me, the first Twelve only as Clerk at the political secretariat; but I dare safely appeal to the testimony of the Government itself, and especially of those under whom I have been subordinate, that it has always been with as much zeal and application as I would be able to do now that, through the goodness of Your Right Honorable and Strict and the Council, I am placed in a position to follow the footsteps of my ancestors. When Your Right Honorable and Strict adds these arguments to the hardship that would reside therein for me in the event that, because of any difference in religious concepts with the prevailing church, I would have to be condemned to see myself repeatedly bypassed by all the younger servants, although presently in the capacity of commissioner for the Muster at these and similar vacancies, provided one has the necessary competence for the vacant Office, being the next entitled, Your Right Honorable and Strict, as I firmly trust, will very easily penetrate the fairness of my aforesaid request according to your enlightened judgment and, according to Your Right Honorable and Strict's known justice, emphatically support it; of this I am fully assured. Nevertheless, it might be that the abovementioned order of the Lords Masters susceptible to no interpretations, 340 Patria East India Company at the presiding Chamber, being susceptible, my petition could thus also find no admission with the Council. In this case, Right Honorable and Strict Sir, I most humbly request that it may not only be permitted to me, for the aforesaid purpose, to send a most humble petition to their Right Honorable and Highly Respected the Lords Directors commissioned to the assembly of Seventeen to the Netherlands among the Company's papers, but that that Request may then also be supported with a favorable recommendation from the Government here. Herewith, after having prayed for the Blessing of the Almighty upon Your Right Honorable and Strict's person and Government, I have the honor to call myself with due respect below was written Right Honorable and Strict Sir, Your Right Honorable and Strict's most humble and obedient Servant was signed E: Bergh in the margin Cape of Good Hope, 1 July 1787. Your Right Honorable and Highly Respected's most humble and faithful servant Egbertus Bergh, Junior Merchant and shopkeeper here at the Cape of Good Hope, hereby takes the liberty with the utmost respect. High and Mighty Lords: Right Honorable, Valiant, Highly Respected, Most Wise, Provident, and very Generous Lords. To the Right Honorable and Highly Respected Lords Directors Commissioned to the Illustrious assembly of Seventeen, Representing the General Dutch Chartered East India Company at the presiding Chamber In Amsterdam. Thenius Agrees ABBlorak and No. 7 Patria Thenius 341 52 Egllercq

Dutch transcription

Patria Thenis strijdig zijn, met mijn tijdelijk en waerelds belang„ dat ingevalle de voorsz: ordre der Heeren Meeste„ „ren, niet aller goedgunstigst in mijn faveur door de Regeering der wijze wierde geinterpreteert dat dezelve alleen van applicatie zal zijn met betrekking tot het dadelijk verkrijgen van sessie in de resp=ne Collegiën, ik alle hope tot het verder pousseeren van mijn fortuin ten eenemaal zoude moeten laten varen, dewijl geen iever, geen trouwe nog verknogtheid voor 's Meesters dienst om de voorsz: reeden ten mijnen opzigte in eenige aanmerking meer zoude kunnen nog mogen komen zo bidde ik uwelEd: Gestr: aller ootmoedigst het in rade daar heen te willen dirigeeren, dat, wanneer d'intentie der Heeren Majores deze applicatie kan gedogen, die daar aan dan ook moge gegeeven, en dienvolgens ingevalle bij deze voorhanden zijnde promotie tot Leeden Van Iustitie mogte bevordert worden, dienaren, die in ancienniteit na mij in den dienst volgen als dan ook aan mij moge toegevoegd worden den Titul van Coopman met Rang naast dien Heer welke thans als jongste Lidt onder de Comp: Dienaren in voorsz: Rade zitting heeft, op dat ik daar door geleegendheid moge verkrijgen, om na mate van het genoegen dat ik verder zal geeven, ook Successivelijk op mijn tourbeurt mijn avancement verder te kunnen pousseeren. Ik Candeere dit versoek wel Edele Gestr: Heer, op de diensten door mijne voorouderen zeedert d'Erectie deeser Colonie aan de Maatschappije beweesen zij hebben meer dan een groot Eeuw na de subalterne Classen te zijn doorgelopen, als Leeden der Regeering dees Colonie helpen bestieren op eene wijze die gelijk daarvan de authenticque blijken aan handen zijn de goedkeuring hunner resp:e gebiederen heeft mogen ruegdragen. dog vooral op die van wijlen mijn Vader het is bekend dat hij door de uitoeffening van de wanneer Uwe wel Edele Gestr: deeze argumenten nu voegd bij de Lardigheid die 'er voor mij in zoude resideeren ingevalle ik om, eenig verschil in begrippen van Godsdienst met de praedomineerende kerk, veroordeeld zouden moeten worden van mij telkens door alle de jongere dienaren te zien over het Hoofd Springen, Schoon thans in de qualiteit van gecommitteerde tot de Monstering bij deeze en zoortgelijke vacatures, mits tot het open gevallene Ampt de nodige bequaamheid hebben„ „de de naaste geregtigd zijnde zal uwe wel Edele Gesw: zo als ik vastelijk vertrouwe naar dessselfs verligt oordeel de billijkheid van mijn voorsz: versoek zeer ligtelijk penetreeren en na Uwe wel Edele gesw: bekende regtvaardigheid nadrukkelijk appuieeren hiervan ben ik vol„ komen verseekerd, des niet te min zoude het kunnen zijn dat de hier bovengem: ordre der Heeren Meesteren aan geen uitleggingen 340 van zijn gewigtig Ampt, schier geen genot ter wamheld van sijn leeven heeft gehad de Confusie waarin sijn Huiselijke zaken na sijn dood sijn gevonden en zig nog bevinden leeveren een spreekend blijk op dat sijn gantsche leef tijd aan de Comp: is gewijl geweest. Ook op mijn eigene wel Edele Gestr Heer 't is waar ik het de Mraatschappije niet langer dan veerthien Iaren en daarvan vermits de tijds omstandigheeden voor mij allerongelukkigst waren, de Twaalff eerste slegts als Clercq ter secretarije van politie gediend, dog ik durve mij gerustelijk beroepen op het getuigenis van de Regeering zelve, en voor al van hun aan wien ik ben ondergeschikt geweest, dat het altoos geweest is, met zo veel ijver en applicatie als ik in staat zouden zijn zulks thans daar ik door de goedheid van uwe wel Edele Gestr: en den Raad in't geval ben gesteld, om de voet, stappen, mijner voorouders te drukken te kunnen doen. pligten Susceptible. ƒ 1 Patria Oost Indische Compagnie ter praesidiale Kamer, susceptib te zijnde het supplicq van mij bij den Raad dus ook geen ingang zoude kunnen vinden. in dit Cas wel Edele Gestr: Heer verzoeke ik onderdanigst dat het aan mij niet alleen moge gepermitteert zijn ten fine voorsz: een ootmoedigst verzoekschrift aan haar wel Edele Hoog Agtb: de Heeren Be„ windhebberen ter vergadering van Leeven thienen gecommitteert onder 's Comp:s papieren naar Nee„ „derland te mogen overzenden, maar dat dat Request dan ook met een favorabel voorschrijven des Regeering van hier moge werden ondersteund. Hier mede hebbe ik na over uwe wel Edele Gesw: perzoon en Regeering den Zegen des alder hoogsten te hebben afgebeeden dEere mij met die schuldige respect te noemen ƒ /:onderstond:/ Wel Edele Gestr: Heer: Uwer wel Edele gestr. ootmoedigsten en onderdanigste Dienaar /:was geteekend:/ E: Bergh /:in margine:/ Cabo de goede hoop en 1 Julij 1787. Uwer wel Edele Hoog Agtb: ootmoedigste en trouwschuldigste dienaar Egbertus Bergh„ Ondercoopman en winkelier alhier aan Cabo de goede hoop neemd mits deesen de vrijheid met den uittersten Eerbied Hoog Hebiedende Heeren: Wel Edele, Erntfeste, Hoog Agtb: Hoog Wijze, Voorzienige en zeer Genereuse Heeren Aan de Wel Edele Hoog Agtb: Heeren Bewindhebberen Gecommitteert ter Illustre vergadering van Zeeventienen Repraesenteerende de Generale Neederlandse G'octroijeerde Tot Amsterdam. Thenius Accordeert ABBlorak en No. 7 Patria Thenius 341 52 Egllercq

← previousnext →