Inventory 4324
Cape · 441 pages · 139 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Boatswain. Meanwhile, a farmer named Marthinus Marais had arrived there on the beach, who told them that two of their crew had arrived at his farm, and that this man had further made a fire for them on the beach; after which the next day the aforementioned Marais had collected them with his wagon and brought them to his house. The appearer had then lain there without being able to walk because his legs were very severely injured from being battered, while the people where he found himself in the house had in the meantime been very helpful and friendly. That when a certain Jacob van Reenen had been there at the place and in the house, the appearer had not been in the house, and therefore had not heard that Van Reenen had supposedly said that all the goods that had washed ashore from the stranded vessel were prize for those who came to salvage them; but Mate Schultz had told the appearer that Van Reenen had said such, and had therefore also told the appearer that he, the appearer, must try to salvage what he could get, the appearer having subsequently asked Jens Olsen as well as the Boatswain and Quartermaster Johan Kermis about that statement of Van Reenen, who had assured the appearer that the aforementioned Van Reenen had indeed said such. The appearer testifying that when he left the beach the first time, a multitude of goods that had washed ashore had been lying on the beach, but that when he, the appearer, subsequently returned to the beach, almost everything was gone, without the appearer knowing how it had disappeared. Declaring nothing further, the appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, and therefore spoke, in confirmation of the truth thereof, the solemn words: So help me God Almighty. Agrees. H M Kiet sworn Clerk Thus done, reviewed, and sworn at the Cape of Good Hope on 7 August 1783 before the Honorable Gerrit Hendrik Cruywagen and Hendrik Le Sueur, Members of the Honorable Council of Justice aforementioned, who duly signed the minute hereof along with the appearer and me, sworn Clerk. As I witness, was signed: A. L. Bletterman, sworn Clerk. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the sailor Johannes Koningsfeld, aged sixteen years, who was assigned to the Danish Asiatic Company ship Nicobar stranded near the Soetendaals Valley, who, at the requisition of the Junior Merchant and Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Sr. Daniel van Ryneveld, declared how, when the appearer suffered shipwreck with his aforementioned vessel at the so-called Soetendaals Valley on 10 July last, having drifted toward the beach on the spars of the wreck together with and alongside the Captain of that vessel named Andreas Christi, the cooper, and a certain Jens Christensen; the Captain and cooper, however, were knocked off the aforementioned spars by the high-running seas at that time, but were later washed ashore on the beach with the appearer; the appearer subsequently set out together with the aforementioned Jens Christensen in order to search for a place of shelter for themselves; that night, however, nothing was discovered by them. That the aforementioned Jens Christensen left the appearer the following morning, as he had remained lying at that place due to great exhaustion; and the appearer, having resumed his journey after lingering there a little while, had finally, after wandering back and forth for three days, met a small Hottentot who showed the appearer a house, where he received a little food and drink. That the appearer subsequently rode that night with that man to the beach where the wrecked vessel lay, and having arrived there the following morning, the aforementioned man, unknown to him, had retrieved some cases with gin and brandy from the beach and hidden them behind the bushes standing there. That when the field cornet, who had the necessary oversight there, became aware of such, he had taken it back, saying that it had to remain lying before or on the beach until further orders; furthermore, there was also taken from a Hottentot by the aforementioned field cornet a flask of gold dust and a pair of copper buckles, which were delivered by him to Mate Schultz. That the appearer, after having lingered for a short time, departed from there with a certain Marthinus Marais to his farm, the appearer upon his arrival there having met the remaining recovered crew of the aforementioned wreck. The appearer testifying lastly that since the burgher Van Reenen arrived at the beach, the farmers have taken the goods that washed ashore there for themselves. Declaring nothing further, the appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, and testifies the same to be the pure truth. M Vriel sworn Clerk Agrees. Thus done and reviewed at the Cape of Good Hope on 7 August 1783 before the Honorable Gerrit Hendrik Cruywagen and Hendrik Le Sueur, Members of the Honorable Council of Justice aforementioned, who duly signed the minute hereof along with the appearer and me, sworn Clerk. As I witness, was signed: J. L. Bletterman, sworn Clerk.
Dutch transcription
270 Bootsman intusschen aldaar aan strand was gekoomen een Landbou¬ wer in naame Marthinus Marais dewelke hun verhaalde dat by hem op zyn plaats twee van hun volk waaren aangekoomen, hebbende dien man voor hun aan strand. voorts vuur aangemaakt, waarna den volgenden dag voorsz: Marais hun met zyn wagen afgehaald en na zyn huys gebragt had, toen had den Comp„t aldaar geleegen zonder te hebben kunnen gaan ter zaake zy¬ ner beenen zeer gequetst waeren door het stooten, zynde het volk onder„ tusschen daar hy zig in huys be¬ vonden had zeer behulp saam en vriendelyk geweest. dat wanneer eenen Jacob van reenen aldaar ter plaatse en in huys geweest was, den Comp„t zig niet in het huys bevonden had, en dus niet te hebben gehoord dat van reenen zoude hebben gesegt dat alle de goederen die opgespoeld waaren van den gestranden Bodem prys waar¬ ren, voor de geene die deselve kwamer te bergen, dog stuurman schultz had aan den Comp„ verhaald, dat van reenen sulx had gesegd, en had daarom tot den Comp„ ook gesegt, dat hy Comp„s moest zien te beegen wat hy krygen konde, hebbende den Comp vervolgens van Jens olsen mitsga¬ ders den Bootsman en quartier, meester Johan Kermis na dat zeg¬ gen van van reenen gevraagt, de„ welke den Comp„t verseekert hadden, dat gem: van Reenen sulx in der daad had gesegd; Betuygende den Comp„s dat wanneer het eerste maal het strand verlaaten had, op strand een menigte goederen had geleegen dat opgespoeld was, dog dat wanneer Accordeert. HM Kiet gem Cleren Aldus gepasseerd gerecolleerd en Beedigt aan Cabo de goede Hoop den 7 Augustus 1783 voor d'EE Gerrit Hendrik Cruywagen en Hendrik Lefueur Heeden uyt den E agtb: raad van Justitie voormeld die de minute deeses beneevens den Comp„t ende my gesw: Clercq, meede behoorlyk hebben onderteekend /:lager:/ T welk ik getuijge /:was geteekend:/ A: L: Blet„ terman gesw: Clercq. — hy Comp„t vervolgens weder aan strand was gekoomen byna alles weg geweest was, zonder dat den Compt weet hoe het weg geraakt is. Niets meer verklaarende geeft den Comp„t voor reedenen van wetenschap als in den Text en sprak dierhalven ter bevestiging der waarheijd van dien de solemneele woorden zoo waar¬ lyk help my god almagtig. /:onderstond:/ hy 271 Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitt„s uijt den E: Agtb: Raad van Iustitie deezes gouvernements den of het omtrend de Poetendaals vallei gestrande deensch asiatisch Comp„e schip Nicobas beschyden geweest zynde mattroos Johannes Koningsfeld oud sesthien Jaaren, dewelke ter requisitie van den onderkoopman en Land-drost van Stellenbosch en drakensteijn Sr. daniel van Ryneveld verklaarde hoe dat de Comp:te wanneer op den 10. Julij Iongstleeden met zijn voorm: Bodem aan de sogenaamde soetendaals valleij schip„ „breuk geleeden had, met ende beneevens den Capitain dier Bodem in naame Andreas Christi, den kuijper en zekere Jens Christense op de rondhouten van het wrak na strand gedreeven zynde, den Capitain en kuijper. egter door de ter dier tijd hoogstaande zeen van voorsz: rondhouten afgeslaagen dog naderhand met den Comp„e aan 't strand opgespoeld waren, den Comp=t zig vervolgens met voorsz: Sens Christense te zamen op weg begeeven, ten eynde voor hun een berg„ „plaats te zoeken, dien nagt egter niets door hun ontdekt was. dat voorsz: Pens Christense den Comp:ts die vermits groote vermoeijdheijd aldaar ter plaatse was blyven leggen den volgen morgen verlaaten en den Comp„s na een wijnig aldaar vertoefd, zyne reijse weder aangenomen hebbende, had, eyndelijk na drie dagen gins en weder, gesworven te hebben, een kleyne hottentot ontmoet die den 5 waar is. — - 272 den Comp„s een huijs wees alwaar een wijnig eeten en drinken had bekoomen. - dat den Comp„t vervolgens die nagt met dien man naar het strand alwaar het verongelukte wzak lag, gereeden en aldaar den volgenden morgen aangekomen zynde had de voorsz: hem onbekende man eenige kelders met geneever en Brandewyn van strand gehaalt en agter de aldaar staande bosjes verstooken. —. dat wanneer den veldwagtmeester dewelke aldaar de nodige toezigt had, zulx gewaar geworden was, het zelve te rug genoomen hadde, onder het zeggen dat het voor of strand moeste blyven leggen tot nadere ordre, zynde voorts door gem: veldwagtmeester, meede van een hottentot afgenoomen Een flesxe goud staff en een paar kopere gespen, dewelke door hem aan den stuurman schultz is afgegeeven geworden. dat den Compts. na een wynig tyds vertoefd te hebben van daar met zekere Marthinus Marais na desselvs plaats vertrocken zynde den Comp„e bij zyne komst aldaar de overige te regt gekoomene manschappen van het voorsz: wzak had aangetraffen. Betuygende den Comp„s laatstelyk dat zeedert den Burger van reenen aan strand gekoomen was, de boezen de aldaar op ge„ „spoelde goederen hebben na zig genomen. Niets meer verklarende geeft den Comp:ts voor reedenen van wetenschap als in den text, en betuijgende het zelve de zuijvere waarheyd te zyn. M Vriel gem Cleren Accordeert. — /:onderstond//. Aldus gepasseerd en Gerecolleerd aan Cabo de Goede Hoop den 7 augustus 1783. voor d' E E: Gerrit Hendrik Cruywage en Hendrik Lesieur Leeden uyt den E: Agtb: Raad van Justitie voorm: die de minute dezes benevens den Comp=t ende my gesw Clercq meede behoorlyk hebben onderteekend. — /: lager:/ 'T welk R getuijgen /:was getekend:/ I: L: Bletterman geswClercq. — /:onderstond:/ - V
English
273 Interrogatories submitted to the honorable commissioner members of the honorable Court of Justice of this government, by and on behalf of the junior merchant and landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Daniel van Ryneveld, in order that the field cornet Jacobus Fourie be heard and questioned upon the same at his requisition, his answers to be given thereto being properly set in the margin beside the same. 1. His, the deponent's, name, age, and place of birth, as well as what capacity he holds. Declares Jacobus Fourie, 43 years of age, born at the Cape of Good Hope, the field cornet along the seashore at the Wijle Kraal. 2. Whether he, in his capacity as field cornet, did not hold command over certain burghers on the beach around the Soetendaals Valley near the wreck and washed-up goods of the Danish ship Nicobar stranded there. Declares yes. 3. How much time elapsed between the stranding of the vessel and his, the deponent's, arrival there. Declares on the 5th day after the ship had stranded. Appeared before us, the undersigned commissioners from the honorable Court of Justice of this government, the field cornet Jacobus Fourie, who gave such answers to the beside-standing points of inquiry as stand noted down beside each of them. 274 4. Whom he found upon his arrival on the beach, naming the same. Declares to have met on the way to the beach Matthijs Lourens and Hendrik Jacobus Lourens, who were returning from there. 5. Whether at that time, or upon his arrival on the beach, any of the washed-up goods had already been removed by anyone, by whom, and what kind of goods. Declares that he had made both of the aforementioned persons turn back with him to the beach, and upon his, the deponent's, arrival at the beach he encountered the chief mate, who had given some clothes to those two persons on their horses, and furthermore upon his arrival on the beach to have encountered no one except two Hottentots and a basterd Adam, from which last-mentioned he, the deponent, took a pouch of gold dust and handed the same over to the said chief mate. 6. Whether it was not his, the deponent's, duty to take all of the same into safe keeping, as well as the wagons, horses, or cattle of the persons. Declares to have found no one then on the beach except the two aforementioned persons. 7. Whether he, the deponent, did not receive an autograph letter from the Officer of Justice containing orders as to how he was to act with the people and goods on shore. Declares yes, but not before the Commander of the Invalids at Swellendam, Jacob van Reenen, had arrived on the beach, who had told all the persons present to take those goods from the beach for his account, but to keep them in safe keeping until inquiry was made concerning them. Declares further that it was said by Jacob van Reenen: it is free for the gathering, because it was a foreign ship. 8. Whether he, the deponent, did not himself permit such to the people who came there, or connivingly allow it. Declares no. 9. If not, who gave cause for the removal and carrying off of the washed-up goods. Declares van Reenen, as previously no goods had been taken away, and all the persons present had told him, the deponent, that they had received orders from the aforementioned van Reenen to carry off the goods until such time as inquiry might be made after them. 10. If he says to have done so, who then was the first to violate his orders and take away the washed-up goods. Declares that while he, the deponent, had gone from the beach to look after his horse, Jacob van Reenen having arrived at the beach in the meantime, he, the deponent, returning to the beach, found the persons present, to the number of one hundred and eight, who are made known on this annexed list handed over to the undersigned commissioners, busy gathering the stranded goods, and he, the deponent, had then not been able to stop them all. 11. Why he, the deponent, did not establish strict orders to prevent all improper conduct. Declares that until the arrival of the aforementioned van Reenen he, the deponent, had maintained good order and taken care, but after the arrival of the same he had not been able to prevent goods from being carried off.
Dutch transcription
273 zegt den 5„e dag na dat het Interrogatorien overgegeeven Compareerde voor ons aan d EEs gecommitten Leeden onderget: gecommitt„ uit den E. uijt den E: achtb raad van achtb. raad van Iustitie deeser Justitie deeses gouvernements gouvernements den veld. door ende van wegens den wagtmeester Jacobus Fourie dewelke op de nevens ondercoopman en Landdrost Staande vraagpoincten van Stellenbosch en draken zodanige antwoorden gegeeve Steijn Daniel van Reijne heeft als bezeijden een ijder veld, omme daarop ter derzelve aangeteekend staat. zyner requisitie gehoord en ondervraagd te worden den veldwagtmeester Jacobus Gourie, zullende zijne daarop te geevene antwoorden bezeijden derzelve in margine behoore te worden gesteld. AC. zijn ged„e naam ouderdom en geboorte plaats mitsg:s wat 43. Jaren van Cabo de goede hoop geboortig denzelven in qualiteijd is d' veldwagtmeester langs het Zeeskant by den wijle kraal zegt, Iacobus fourie oud off hy geve niet in zyn qualiteijd van veldwagtmeester het Commanda over eenige burgers aan Strand omtrend de Soetendaals valleij bij 't wrak en opgespoelde goed van't deensch aldaar gestrande schip Nicobar heeft gevoerd!. Hoe veel tyd er tusschen het Strande van de bodem en zyn ged, komst aldaar verloopen geweest zijn. Schip was gestrand. zegt Ja. 2. 274 zegt op weg aanstrand ontmoet wie hy by zyn komst aanstrand te hebben, Matthijs Lourens gevonden heeft dezelve te noemen en Hendrik Jacobus Lourens dewelke vandaar te rug zegt dat hy de beijde voorsz off toenmaals of by zyn komst perzoonen weder meede aan strand ook reeds door te rug had doenkeeren Iemand eenige der opgespoelden en by zyn ged, komst aan goederen zijn vervoerd geworden zegt dat teruy hy gede, van het strand den opper„ door wien en wat voor goederen Stuurman aangetroffen te hebben, dewelke eenige kleederen, der die beijde perzoonen op hunne paarden hadden aan dezelve had gegeeven, en voorts op het strand bij zijn komst niemand als twee holtentotten, en een basterd adam aangetroffen te hebben, van welke laatstgem: hy gede, een teessen stof goud afgenoomen, en hetzelve aan gemelde opperstuurman had ter handen gesteld. zegt niemand als toen aan op het zyn ged, pligt niet is geweest Mrand gevonden te hebben alle dezelve te neemen in bewaarden hand, zoo wel als de wagens als de beijde voorsz: paarden, of beesten der perzoonen zeet Jas, waar niet eerder off hij ged=e niet heeft ontfangen als na dat den Command=r eene eygenhandige brief van der Envalides tot swellen den R. O. regt behelsende ordre aan Jacob van reenen hoedanig met de aan land zynde op Strand was gekoomen menschen en goederen moeste die aan alle de aanwee handelen sende perzoonen gezegt had, die goederen van Strand te neemen voor zyn reekening dog de zeeve in bewaa „ring te houden tot dat er navraag omtrend gedaan wierd. zegt nader, dat door Jacob van reenen gezegt was, het is vrij rapen, want het een vreemd schip was. - zegt neem! zoo neen, wie aan oorzaak zegt van Reenen alzoo bevoorens tot het wegneemen en ver geene goederen waren weggenoomen, en allen voeren der opgespoelde de aanweesende per goederen gegeeve heeft! zoonen aan hem ged„eh gezegd hadden, dat zy Last van voorsz: van Beenen gehad hadden, tot het vervoeren der goederen tot tijd en mijlen 'er navraag naa mogte gedaan worden off hij ged=e niet zelfs zulx aan de aldaar gekoomene menschen gepermitteerd, dan wel oog duijkend toegelaten heeft. zoo hij 't zelve zegt gedaan te hebben, wie dan de eerste is strand na zyn paard was gaan zien, Jacob geweest die zyne ordres over„ van Beenen aan't treeden en de opgespoelde Strand intussche gekoomen goederen weggenoomen heeft 1. zijnde, hij geden naar het strand te rug keerende de aanweesende perzoonen ten getalle van Een hondert rgt dewelke op deeze g'annexeerde Leyst aan de onderget: gecommitt„s overhan rigt bekend gesteld zijn aan't rappen der gestrande goederen bezig waaren, hij ged=e dezelve alle als toen o niet had kunnen stuijten N 8 zegt dat hij gede, tot dekomst waarom hij geden geene strikte ordres van voorsz: van reenen heeft gesteld om alle onbehoorlijke goede ordre had gehoudn heeden te weeren t en zorge gedragen te hebben, dog na de komst van denzelven niet te hebben kunnen beletten dat er goederen weggereeden waren quamen. AC G perzoonen. 10 11.
English
275 No. 12. tar, sailcloth, planks, and the like. Why the defendant did not immediately, through the men under his command, cause to be arrested those who gave cause to the disorders committed; states that with the rolling off of the said goods, the ones he, the defendant, had taken with him had departed again the next day, and having subsequently returned, had, by order of the aforementioned van Reenen, as previously stated, taken goods away, and that it was impossible for him, the defendant, to stop all those people alone. 13. Wherein the same goods specifically consisted. states as to article 9, states in casks of brandy, empty casks, casks of tar. 14. To name which persons it was who took away the aforesaid goods with violence and against his, the defendant's, order. 15. Whether he, the defendant, did not also appropriate various of these goods for himself, which those were, and in what manner transported: states three casks of tar, of which one not full, two hogsheads of brandy, of which also one not full, and furthermore a quantity of planks, together one load. 16. Whether, upon the arrival of Sieur de Wet and the Substitute of Stellenbosch at the farm of Matthijs Tesselaar, a wagon of his own with washed-up goods was not detained, and wherein that load consisted: states a load of planks that was detained at the farm of the aforesaid Tesselaar. 17. Whether he, the defendant, before the arrival of Sieur de Wet and the Substitute, had not already removed a wagon with goods for himself from the beach, and if so, in what goods the load consisted: states no. 18. Whether he, the defendant, did not demand a letter or authorization from Sieur de Wet: states no. 19. Whether he, the defendant, upon the showing thereof, did not throw the goods from the wagon onto the ground, so that a hogshead of brandy burst: states as to article 15; a wagon of Christoffel Groenewald Christoffelszoon, as he believes, a small cask larger than an anker had burst into pieces. 20. If not, by whom that was done: states not to know that well. 21. Whether at the same time more wagons coming from the beach with goods were not detained, and to whom those belonged: states, from the field corporal Coenraad Johannes Groenewald a wagon on which a trunk, two hogsheads of brandy, and a barrel of beer, which the aforementioned Groenewald later brought back to the beach; furthermore a wagon of Louis Fourie with planks; from Christoffel Groenewald Christoffelszoon also a wagon with a quantity of planks and some ironwork; from the widow Wessel Wessels also a wagon with a quantity of staves and an empty leaguer; and then also a wagon of Burgert van Dyk with some planks and two small casks of brandy; which goods the same persons bought back again. 276 22. Why the defendant, as soon as the aforesaid irregularities began to take place, did not prevent that by his authority, but rather reported it to the plaintiff on the stranding of the ship; states that he did not know that, but did report to the plaintiff. 23. Why the defendant did not place before the eyes of the residents inclined to irregularities and strand robbery the impropriety and punishability of the aforesaid conduct: states to know that well, states to have stopped everything until the arrival of the aforesaid van Reenen; states to have placed that before their eyes, and to have kept everything in order until the arrival of van Reenen, who told the people that the goods were free, because it was a foreign ship; and he, the defendant, for that reason, also took away some goods at that time. 24. Who the ones were who stripped the shipwrecked and dead people of the clothes they had on and thus left them lying naked on the beach: states that he, the defendant, indeed found the dead lying stark naked on the beach, but does not know who undressed them. 25. Who are those who not only brutally met the mate of the wrecked vessel who safely came ashore, but also even beat him; whether that did not happen on account of that mate wanting to keep some of his clothes or goods, which were nevertheless taken from him: states not to know that. 26. Who took the trunk of the aforementioned mate: states as to article 25. 27. Who took and carried off the money that was in that trunk: states to know nothing thereof. 28. Whether he, the defendant, is not convinced in his conscience that all such plundering and inhuman conduct is in the highest degree contrary to the laws and placarts so beneficially issued concerning the stranding and shipwreck of ships: states to know well that it is not good, that he, the defendant, snatched along with the others, but that all of this arose solely through the aforesaid van Reenen, and that if he had stayed away, that would not have happened. 29. Whether he, the defendant, is not also convinced that he, having held the command there, ought to have stopped and utterly prevented such conduct: 30. What he, the defendant, in that respect, knows to bring forward for his excuse: states that he, the defendant, knows of no placarts or orders; furthermore, that which is stated above. 31. Whether he, the defendant, is not convinced in his conscience that such strand robbery and thefts are in the highest degree punishable: states to know that well. 32. Lucas Marthinus Marais. Correct as above.
Dutch transcription
275 N= 12. teer, zeijllagen, planken en des meer. dat met afrollen vande gedaan 't Waarom den ged=e den geenen zegt dat de geenen die hy ged=e met zig heeft genoomen die tot de gepleegde disordres 's andere daags wederom aanleijding gegeeven heeft vertrocken waren, en niet terstond, door die van vervolgens te rug gekomen zijn onderhebbende manschappen zijnde, op ordre van heeft doen neemen in arrest. gem: van Beenen gelyk bevoorens gezegd, goederen weg genoomen hadden, en het onmogelijk was voor hem ged: alle die menschen alleen zegt als op art: 9. zeyt in vaten met brandewijn waarin dezelve goederen voor Leedige vaten, vaten met namentlik bestaan hebben. 14. welke perzoonen het zijn geweest die voorsz: goederen met geweld en tegens zyn ged, ordre hebben weggenoomen, die te noemen zeyt drie vaten teer waarvan ten off hij ged=e zig ook niet diverse niet vol, twee oxhoofden deeser goederen heeft toegeEygend brandemijn, waarvan welke die zyn geweest en op wat almeede de een niet vol wijze vervoerd: en voorts een parthij planken te zamen een vragt. 16. op bij dekomst van S„r de wet v zegt een vragt planken die en Substituut van Stellenbosch op de plaats van voorsz: op de plaats van m. s, Tesselaar tesselaar was aan niet een wagen van hem zelfd gehouden met opgespoelde goederen is aangehouden en waarin die Lading heeft bestaan wagen van Christoffel groenewald Christz: zoo hij meend een vatje groter als een halfaam was instucken gesprongen off hij ged=e op vertooning daar van de goederen van de wagen niet heeft op de aarde ge„ Smeeten invoegen een oxhoofd brandemijn is geborsten 21. zeyt zulx niet wel te weeten dogn zoo neen door wie zulx aan is in opf hij ged„e aan S„r de met niet heeft afgevraagd een brief of qualificatie off hij gede, voorde komst van drn de wet en Substituut niet reeds een wagen met goederen voor hem van Strand had weggehaald 7. zoo Ia in wat voor goederen de lading heeft bestaan zegt neen. zegt neen. zegt als op art: 15: zegt van den veld Corporaal soen off terzelver teyd niet meer wagens raad Jokd groenewald een met goederen vant Strand afkoo„ wagen waarop een koffer mende zyn aangehouden en twee oxhoofde brandewijn wie die toebehoorende zyn geweest: en een vat bier dewelke gem: groenemald nader hand aan 't strandgerogt heeft voorts een wagen van Louis fourie met planken van Christoffel groenewald Christi meede een wagen met een parthij planken en wat eijserwerk vande wed=e wessel wessels almeede een wagen met een parthij duijgen e en een ledige legger en dan nog een wagen van burgert der vandijk met wat planken en twee kleine vatjes brande en mijn welke goederen dezelve perzoonen wederingekogt hebben No 17 te stuijten 8 15. J.B. 18. in A 17. „ te 20. 276 Ao 22. AC: 26. maar wel rapport aan zegt zulx wel te vreeten als zegt alles te hebben gestuyt tot op de komst van waarom de gede, aan de tot ingenee zegt zulx hun voor oagen te geltheeden en Strandroos hebben gesteld en alles in ordre te hebben gehouden geneegene Ingeseetenen de onbetaamlykheyd en Straf tot de komst van van reenen die de menschen waardigheijd van voorsz: gezegt hadden het vrij gedoente niet voor oogen raaden te zijn want het een vreemd schip was gesteld heeft. en hy ged=e ook om die reede als toen eenige goederen heeft weggenoomen: zegt dat hij ged=e wel de doode wie de geene geweest zijn die de nakend en ontkleed op het verongelukte en doode mensche Strand had vinden leggen van hunne aangehad hebbend dog niet te weeten wie kleederen beroofd en dus dezelve uijtgekleed hadden naakt op 't Strand hebben laten leggen zegt zulx wel te weeten dat off hij ged=e niet in zyn gemoed het niet goed is, dat hij overtuijgd is, dat zulx alles zyn roovende en ontmenschte ge„ ged=e met de andere meede geraapt heeft doentens ten hoogsten strijdig dog zulx alles alleen door tegens de op het Strande en voordz, van Beenen te verongelukken van scheepen zijn ontstaan, en zoo zoo heijlzaam g'Emaneerde die weg gebleeven was zulx niet te zullen zyn wetten en placcaaten geschied zegt dat hij ged=e van geene placcaten of ordres off hij ged=e ook niet overtuijgd is dat hy als aldaar het Commando voorsz: van Reenen gevoerd hebbende zulx gedoente had moeten Stuyten, en ten eenemaal beletten. wat hij ged=e ten dien opzigte tot zyn verschoning weet in te brengen. Off hij ged=e, niet in gemoed niet overtuijgd is, dat zulke strand roof en dievereyen ten hoog sten Strafwaardig is zeyt daarvan niets te weeten, mie het in die kist zig bevonden hebbende geld na zig genomen en weggevoerd heeft? op art: 25. Zeyl Lucas Marthinus Marais. Regt: als vooren zegt zulx niet te weeten Wie die geenen zijn die den behouden aan land gekoomene stuurman van den verongelukten bodem niet alleen brutaal ontmoet maar ook zelfs geslagen hebben off zulx niet is geschied overend„ ter zaake dat dien stuurman het een en ander zijner Cleederen of goederen willende bewaren en hem echter ontnoomen zijn 28. wie de kist van gem: stuurma na zig heeft genoomen. ongereegeld heeden een begin quamen den reqtn te hebben gegeenen te neemen zulx door zyne van het Strande van autoriteit niet geweerden daarover opstands aan den E. O. reqt. door eene expresse kennis gegeeven heeft zeyt zulx niet te hebben geweeten Waarom hy gede, zoo ras de voorsz Ny. het Schip. 23. 24. 25. weeten voorts 't geen 32. 31. 30. 29 27. 1
English
277 Interrogatories submitted to the honorable commissioner members from the Honorable Court of Justice of this government, by and on behalf of the Junior Merchant and Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Sieur Daniel van Reijneveld, upon which the burgher Louis Fourie is to be heard and questioned at his requisition, his answers to be given thereto needing to be set alongside the same in the margin. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the aforementioned Louis Fourie, who answered the adjacent questions as is recorded beside each one. Question 1: His, the deponent's, name, age, and place of birth, as well as his capacity. Answer: States Louis Fourie, aged 38 years, a native burgher residing under the Stellenbosch district of the Cape of Good Hope. Question 2: Whether, at the stranding of the Danish ship Nicobar at the Botte River, he did not also go to the beach there. Answer: States yes. Question 3: Whether he was ordered to do so, or what moved him to that end. Answer: States that on the ninth day after the stranding of the ship, the deponent, as many people from his neighborhood had ridden thither, also went to the beach. 278 Question 4: How much time had elapsed between the stranding of that vessel and his, the deponent's, arrival there. Answer: States as before. Question 5: Whom he found on the beach upon his arrival, to name them. Answer: States the Field-Sergeant Jacobus Fourie, the Field-Corporal Coenraad Johannes Groenewald, Lurrie Ruman, and furthermore a certain crowd of more burghers whom he, the deponent, cannot now all recall. Question 6: Whether at that time or upon his arrival on the beach any of the washed-up goods had already been transported by someone, by whom, and what kind of goods. Answer: States that as he, the deponent, had arrived there on the beach on the ninth day, most of the goods had already been carried away without knowing by whom. Question 7: What goods he, the deponent, before the arrival of Sieur de Wet and the substitute from Stellenbosch, transported from the beach. Answer: A barrel of tar, two small barrels of which one held brandy and one salt water, 14 bottles of wine, 2 empty ditto, and furthermore 2 planks. Question 8: Whether, upon the arrival of Sieur de Wet and the substitute of Stellenbosch at the farm of Monsieur Tesselaar, among others, a wagon of his, the deponent, loaded with washed-up goods was not also detained, and of what that cargo consisted. Answer: States yes, and that cargo consisted of planks. Question 9: Whether he, the deponent, upon the showing thereof, did not cast the goods from the wagon onto the ground in a violent manner, whereby a hogshead of brandy burst. Answer: States no, since his wagon was loaded with planks. Question 10: Which was a hogshead of brandy. Answer: States a hogshead of brandy. Question 11: Whether he, the deponent, did not demand a letter of credence or authorization from Sieur de Wet. Answer: States yes. Question 12: What kind of wagons were detained at the same time along with his, and to whom they belonged. Answer: States one wagon of his, the deponent, one of the Field-Sergeant, of Christoffel Groenewald the Younger, one of Mattheus Guillaumen, and one of Burgert van Dijk. Question 13: Who gave the first cause for the stealing and transporting of those goods. Answer: States to have heard on the beach from the people that the Swellendam Commandant of the Invalids had been there and wished that the washed-up goods should not be picked up, but that he, van Reenen, had ordered such. Question 14: Whether the Field-Sergeant did not prevent and oppose the stealing and looting of those stranded goods, and if so, why he, the deponent, did not act strictly according to the orders of the said sergeant. Answer: Lapses, stating to have heard from the people that the Field-Sergeant had prevented the people from picking up the washed-up goods, but states that the ninth day after, he already brought near van Reenen, and therefore did not know that it was such a great evil. Thus questioned and answered, and the same having been read back to the deponent, he attested to persist therein. At the Cape of Good Hope, the 20th of November 1783, before the Honorable Olof Godlieb de Wet and Hendrik Le Sueur, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof together with the interrogated party and me, the sworn clerk. Which I witness, signed, H. L. Bletterman, Sworn Clerk. Agrees, M. Kies.
Dutch transcription
277 Compareerde voor ons ondergek: zegt dat de Negenden dag na hij reeds omtrend van Reenen heeft bygebragt en daarom niet te hebben geweeten dat 2 zoo een groot quaad was— /:onderstond:/ Aldus gevraagd en beantwoord mitsgs den ged=e wederom voorgeleesen zijnde heeft den zelven betuygd daarby te blyven persis teeren Aan Cabo de goede hoopden 20 Novbr: 1783. voord' Eh. s olof godlieb de wet en Hendrik Lesueur Leeden uijt den E. achtb. raad van Iustitie voorm: die de minute deezes beneevens den ginter rogeerden ende mij gezie: Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend. /:lager/ 't welk ik getuijgen /:geteekend:/ H. L. Bletterman gezid. Clercq gem Cleren geboortie burger onder woonagtig. zegt Ias het Stellenbosh district van Cabo de goede hoop op hy daartoe was gecommandeerd dan wel wat hun tot dat het stranden van het eynde heeft bewoogen t schip hij ged=e terwijlen veele menschen uyt zyn buurt derwaards gereeden waren zig ook na het strand had begeeven — off hy geve met het Stranden van het deensch schip Nicobas aan de tatel rivier zig niet meede heeft vervoegd aan't Strand aldaar segt Louisfourie oud 38. jaren zin ged: naam, ouderdom en geboorte plaats mitsg„s wat denzelven in qualiteijt is. M Interrogatorien overgegeenen gecommitt„s uijt den E: Achtb. raad aan de dEE:s gecommitt Leede van Iustitie deeses gouverne, uijt den E: achtb. raad van ments voorsz Louis Fouri Justitie deeses gouvernements dewelke op de nevensstaande door ende van wegens den vraagpoincten zodanig gf ant ondercoopman en Landdrost woord heeft als beseyden een van Stellenboschen drakensteijn, S„t Daniel van Reijneveld, omme daarop ter zyner requisitie gehoord en ondervraagd te worden den burger Louis Fourie zullende zyne daarop te geevene antwoorden bezeijden dezelve in marginen behooren te worden gesteld ieder aangeteekend staat. 5 Lr L: N1: 1 Accordeert M Kies 2. 278 zegt als vooren zegt een oxhoofd brandemynr zegt ja. en die lading in planken bestaan te hebben zeit aan het strand van de zegt neen terwijl zin wagen met planten beladen ge„ zegt de veldwagtmeester Iacobus wie hy by zyn komst aanstrand fourie de veld Corporaal gevonden heeft dezelve te noemen Coenraad Joh,s Groenewald Lurrie Ruman en voorts eenige menigte burgeren meer die hy gede zig nu alle niet te binnen kan brengen. zegt terwijl hy gede, den negenden off toenmaals of by zyn komst dag aldaar aanstrand was aanstrand ook reeds door gekoomen de meeste goederen Iemand eenige der opgespoeld reeds weggereeden waren goederen zijn vervoerd geworden zonder te weeten door door wien en wat voorgoederen welke goederen hy geven voorde komst van S=r de wet en een vat theer twee substituut van strand gereeden kleijne vatjes waarvan de een volbrandewijn heeft en een vol soutwater 14. boddels mijn 2. leedige d=o en voorts 2. planken off by dekomst van S=r de wet en substituut van stellenbosh op de plaats van monsieur Tesselaar onder anderen ook niet een wagen van hem gevl, met opgespoelde goederen is aange houden en waarin die lading heeft bestaan . off hij geve, op vertooning daar van in een brutveile manier de goederen van de wagen niet heeft op de aarde geworpen waardoor een oxhoofd bran demijn is geborsten off hij geve, van P„r, de wet niet heeft gevordert een geloofsbrief of qualificatie wat voor wagens terzelver zeyt van hem ged=e een wagen len van de verdwagtmees tijd met de zijne zyn aange houden, en wie dezelven ter, van Christoffel hebben toebehoord. groenewald de Jonge Een van mattheus guil laumen en een van burgert vandijk wie de eerste oorzaak tot wensche te hebbe gehoord het steeten en vervoeren zegt aan het strand van de dier goederen gegeeven heeft dat de swellendamse Commandant der Inva Lides aldaar geweest was niet geraapt te zijn dog dat hij van reenen zulx had gelast. Eervalt zegge dat de veldwagt„ meester de menwhe belet heeft gehad de opgespoelde goederen te rapen niet heeft belet en tegengegaan. off de veldwagtmeester het steelen menschen te hebben hooren en rove dien gestrande goederen en zoo Ja: waarom hij ged„e aan niet stiptelijk na d' ordres van gem: wagtmeester heeft gehandeld. hoe veel tyd en tusschen het stranden van dien bodem en zijn ged, komst aldaar ver loopen geweest zijn N 4 5 p zegt Ia. weest is. 14 13 12: 10 At 9 wien 8
English
279 to gather them up, as he had believed that those people had abandoned the goods. says he never knew that. says no. Lapses. says yes. Lapses. 15. If not, by whom was this done? says from Christoffel Groenewald the Younger. 16. says no, that he does not know this. Whether the respondent does not know who stripped the dead people and left those bodies lying so naked on the beach. Whether the respondent must not in conscience admit that these predatory practices are entirely inhuman and impermissible from a foreign ship, and in the highest degree contrary to the laws and edicts so wholesomely issued regarding the stranding and wrecking of ships. Whether the respondent does not know who struck the mate of that wrecked ship. Whether this did not happen because and on account of the fact that this mate wished to preserve some of his clothes or goods, and they were nevertheless taken from him. 20. says he does not know who took the chest of the aforementioned mate for himself. Thus interrogated and answered, and the same having been read back to the respondent, he affirmed that he persists therein, at the Cape of Good Hope, the 20th of November 1783, before the honorable Olof Godlieb de Wet and Hendrik Le Sueur, members of the Honorable Council of Justice aforementioned, who have duly signed the minute hereof along with the respondent and me, the sworn clerk. Below which I testify: signed H. L. Bletterman, sworn clerk. 24. says he did so out of ignorance. What the respondent can bring forward in this regard for his excuse. Whether the respondent is not also convinced in his conscience that this is robbery and punishable in the highest degree. says that he was ignorant concerning that matter, and if he had known as well then as he does now that this was wrong, the respondent would not have done it. Whether the respondent is not fully aware that he was by no means permitted to appropriate goods that did not belong to him. 21. Who took for himself and carried off the money that was found in the chest? 21 18. 19 Agrees. M Kies, sworn clerk. 23. 22 280. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, Field Corporal Coenraad Johannes Groenewald, who answered the adjacent question points as is noted beside each of them. Interrogatories submitted by the honorable commissioner members from the Honorable Council of Justice of this government, by and on behalf of the Junior Merchant and Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Daniel van Ryneveld, upon which, at his requisition, Field Corporal Coenraad Johannes Groenewald is to be heard and examined, with the answers to be given by him thereon to be placed beside the same in the margin. 1. says Coenraad Johannes Groenewald, aged 28 years, from the Cape of Good Hope, as Field Corporal stationed at the beach under the Field Cornet Jacobus Fourie. His name, age, and birthplace, as well as what capacity he holds. says yes. How much time had elapsed between the stranding of that vessel and his arrival there. Whether the respondent, in his aforementioned capacity alongside the Field Cornet, did not hold the command over some burghers on the beach near Soetendaalsvallei by the wreck and washed-up goods of the Danish ship Nicobar stranded there. says the fifth or sixth day. 1 3. 2.
Dutch transcription
279 te raapen alzoo hij gemeend had dat die menschen de goederen te hebben, dat het zegt zulx nooijt geweeten verlaten hadden zegt neen. vervald. zegt Ia. Vervalt. M 15. zoo neen door wie zulx dan is „zeyd van Christoffel groene gedaan wald de Jonge 16. zeyt neen zulx niet te weeten off hij geve niet weet, wie de doode mensche enskleed en die lighaamen zoo naakt op het Strand hebben laten leggen. off hy geve, niet in gemoeden moet bekennen dat deese niet gepermitteerd was roofzugtige handelwyzen van een veemd schip allezints ontmenscht en onge permitteerd is, ten hoogsten strijdig met de op het Strande en verongelukken van Scheepen zoo heijlzaam g Emaneerde wetten en placcaaten. op hy geve niet weet wie de Stuurman van dat veronge lukte schip heeft geslagen Off het niet is geschied over ende ter zaake dat dien Stuurman het een en ander zyner kleederen of goederen willende bewaren, en hem echter ontnomen zijn 20. zeyt zulx niet te weeten! wie de kist van gem: stuur man na zig genoomen heeft. Aldus gevraagd en beantwoord mitsg„s den gene, wederom voorgeleezen zynde heeft denzelven betuijgd daarbij te blijven per sisteeren aan Cabo de goede hoop den 20 novbe: 1783. voord' Eh s olof godlieb die wet en Hendrik Lesueur Leede uyt de E. achtb. raad van Justitie voorm: die de minute deezes beneevens de gene ende mij gesw: Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend. /. lager 't welk ik getuygen /:geteekend:/ H. L. Bletterman gezid. Clercq 24. zegt zulx door en kende gedaan wat hij gene, ten dien opzigte tot zyn verschoning weet in te hebben te brengen. Of hy geve, aan ook niet in zijn zeyt dat hy omtrend die gemoed overtuijgd is dat zulx zaake enkundig was nievereij en ten hoogsten en zoo hij het zoo wet geweeten had als nu dat strafbaar is zulx quaad was zou hij gene, zulx niet gedaan hebben. off hy gene, niet ten vollen bewust is dat hy goederen die hem niet toequaame geenzints mogte Eygenen AC 21. wie het in de kist zig bevonden hebbende geld na zig genomen en weggevoerd heeft d. 21 18. 19 Accordeert MKies gem Clercq 23. 22 280. Compareerde voor ons onderges: Interrogatorien overgegeeven, gecommitt„s uit den E: achtb: raad van Ed, gecommitt„s Leeden uijt van Justitie deeses gouvernement den E: achtb. raad van Iustitie de veld wasporaal Coenraad deeses gouvernements door ende Joh, groenewald dewelke op van weegens den ondercoopman en Landdrost van Hellenbosch de nevensstaande vraag poincten zodanig g'antwoord en drakensteijn Daniel van heeft als beseiden een ieder Reijneveld, omme daarop ter derselve aangeteekend staat. zyner requisitie gehoorde ondervraagd te worden den veldCorporaal Coenraad Joh, groenewald zullende zyne daaron te geevene antwoorden beseijden denzelven in margine behooren te worden gesteld. H I: zeyt Coenraad Jok, groenewald zijn ges naam, ouderdom en geboorte plaats mitsijs wat oud 28. jaaren van Cabo de goede hoop als veld denzelven in qualiteyd is Corporaal bescheijden aan het strand onder den veldwagtmeester Jacobus fourie zegt Ia. hoe veel tyd ter tusschen het stranden van dien bodem en zyn ged komst aldaar verloopen geweest zijn. off hy geve, niet in zyn voors qualiteyd nevens den veldwagt meester het Commando over eenige burgers aanstrand omtrend de Soetendaals valleij bij 't wrak en opgespoelde goed van't deensch aldaar gestrand Schip Nicobar heeft gevoerd zeyt den vijfden of sesden dag. L: L: N 1/2 1 3. 2.
English
281 H 9. says yes, but that then already the greatest part of the goods had been gathered after the aforesaid Van Reenen had said such, that the people started scavenging. Who, upon his arrival at the beach, the veldwachtmeester was, before his arrival at the beach, says he found the same to be and was met by him, along with Philip Fourie, Piet Swart, Jan Swart, Daniel Swart, Elias Matthee, who had been requested by the veldwachtmeester to ride along with him. Says only according to hearsay that by Marthinus Marais the chest of the chief mate had been carted away, and that upon his arrival at the beach he saw the chests found there lying forced open. Whether at that time or upon his arrival at the beach some of the washed-up goods had already been transported by anyone, by whom and what kind of goods. Says not to know such, as he had received no regulations in that regard. Whether it was not his duty, as well as that of a veldwachtmeester, to take all of them into custody, as well as the wagons, horses, and cattle of those persons. Whether he has not learned that a handwritten letter from the Honorable Magistrate containing orders as to how to act with the people and goods ashore had been received by the veldwachtmeester. Why he set no strict orders to prevent all improprieties from being kept on the beach. Says yes, and that the same consisted of three casks of tar, two casks of brandy, one cask of beer, and... Whether he also did not appropriate various of those goods, which ones they were, and in what manner transported. Says first the people who were here carted those goods home, but that afterward the Commandant of the Swellendam militia, Jacob van Reenen, had ordered the people afterward that those goods were free to be gathered, since it was a foreign ship and therefore free. Says casks of liquor and tar, empty leagers, timber, and specifically sails from the ship. Consisting of the following: a piece of Flemish linen and some cable yarn, and furthermore two full casks of brandy and an anker of the same, and a quantity of planks, and additionally to have bought two empty hogsheads at the auction. Which persons it were who took away the aforesaid goods by force, to name them. Says not to know that the goods were taken away by force, but that almost all who were present had scavenged, and that he and the veldwachtmeester had registered the people who were there on the beach, and the same are those who are made known on the list signed by the veldwachtmeester shown to him, the undersigned. If not, who gave cause to the taking away and transporting of the washed-up goods. Says that the aforesaid Van Reenen said to him, the interrogated, himself that a placard had come from Holland that when a foreign ship runs aground, scavenging is free. Says no. Whether he himself did not permit such to the people who came there, or connivingly tolerated it. If he had done such as said, who then was the first of all the people present who violated his or the wachtmeester's orders and took away washed-up goods. 282 Whether at the arrival of Sr. De Wet and the Substitute of Stellenbosch at the place of Monsr. Tesselaar a wagon belonging to himself with washed-up goods was not detained, and what that load consisted of. Says yes: from the veldwachtmeester Jacobus Fourie, Louis Fourie, Burgert van Dyk, Christoffel Groenewald the younger, from the widow Wessel Wessels, and Mattheus Guillaume, and furthermore by the Cornet of the Cape Burgher Cavalry Jacobus Tesselaar five loads, all detained at the place of the said Tesselaar. Whether at the same time no more wagons coming from the beach with goods were detained, and to whom those belonged. Says no, he, the interrogated, did not, but rather by Johannes Urbanus Smal. Whether he did not demand a letter or authorization from Sr. De Wet. Says not to know such. If not, who did so. Whether he, upon the presentation thereof, did not throw the goods from the wagon onto the earth, so that a hogshead of brandy burst. Says no. Says not to know who the ones were who not only insolently met the mate of the wrecked vessel who came safely ashore, but even struck him. Who the ones were who robbed the wrecked and dead people of the clothes they had on, and thus left them lying naked on the beach. Says not to have known that it was contrary to the placards, and to have awaited the order from the Drost or the Magistrate, but before that order arrived, free scavenging was ordered by Van Reenen, and therefore he could not prevent such, also having all those goods at his place. Whether he is not in conscience convinced that all such plundering and undesired actions are in the highest degree contrary to the laws and placards enacted so wholesomely regarding the stranding and wrecking of ships. Says that such must have happened before his arrival, and thus does not know such! Why the interrogated did not present to the inhabitants inclined to irregularities and beach plundering the impropriety and punishability of the aforesaid action. Says that he and the veldwachtmeester kept everything in order until the aforesaid Van Reenen arrived, who gave the people the order to scavenge freely.
Dutch transcription
281 H 9. zeyt ja. maar dat doen reeds het grootste gedeelte der goederen waren zeeft nadat voorsz van reene zulx gesegt had, de aan aan het raapen gegaan wie by zyne komst aanstrand zegt de veldwagtmeester voor zyn ged, komst aan't strand gevonden heeft dezelve te noemen te zyn geweest en door hem aangetroffen neevens Philip fourie, niet Swart, Jan Swart, daniel Swart, Elias Mattheé, die door de veld wagtmeester versogt ware met hem meede te reijden zeyt alleen volgens hooren zeggen off toenmaals of by zijn komst door marthinus Marais aanstrand ook reeds door demand de kist vanden opperstuurmen eenige der opgespoelde goederen te zyn weggereeden en bij zyn vervoerd geworden, door zijn komst aan het strand de aldaar gevondene kisten opengebroken te hebben zien leggen wien en wat voor goederen. zegt zulx niet te weeten alzoo off het zyn ged: pligt niet zoo wel als van een veldwagt hy gene, daaromtrend meester is geweest alle deselven te neemen in bewaarder hand zoo wel als de wagens paarden en beesten dier perzoonen off hy geve, niet heeft vernomen dat een eijgenhandige brief vanden E0. reg„t behelzende ordre hoedanig met de aan Land zijnde menschen en goederen te handelen door de veldwagtmeester was waarom hij gene, geene stricte aanstrand waren te ordres heeft gesteld om alle nog gehouden te hebben onbehoorlijkheeden te weezen. dog dat naderhand den zeyt ja en deselve bestaan te hebben off hy geve, zig ook niet diverse Commandant der swellendamsche Jnvoeider Jacob van reenen in drie vaten theer, twee deeder goederen heeft toegeei de wenschen naderhand gelast had die goederen waar vrij te vaten brandemijn, hen vat, gent welke die zijn geweest raapen terwijl het een vreemd schip was en daarom waar zeyt eerst de menschen die hier zeyt vaten met drank en theer, leedigen waarin deselve goederen voor leggers, houtwerk en namentlijk bestaan hebben Zyllagen van't Schip. welke perzoonen het geweest zegt niet te weten dat de goederen zijn die de voorsz: goederen met geweld zyn wegge„ met geweld hebben weggen noomen maar meest alle die ter tegenswoor„ noomen die te noemen dig waren geraakt hadden en dat hy gene ende veldwagtmeester de wensche die aldaar aan strand waaren opgeteekend hadden, en dezelve zijn die op de aan hem onderget: vertoonde door de veldwagtmeester geteekende leijst zyn bekend gesteld. zoo neen wie aan oorzaak zegt dat voorsz van reenen aan hem ged=e, zelfs heeft tot het wegneemen en ver gezegt dat er een plac, voeren der opgespoelde caat uyt holland ge„ goederen gegeeve heeft koomen was dat als en een vreemd schip strand„ aan is 't vrij roapen. zegt neem. off hij geven niet zelfs zulx aan ve aldaar gekoomene menschen gepermitteerd dan welk oogluijkende toegelaten heeft. te hebben, wie dan de eerste is weesende menschen alle geweest, die zyne of des wagt meesters ordres overtreeden ende opgespoelde goederen weg genoomen heeft. zoo hy hetzelve gesegt gedaan bier en A 4. 5 5 ƒ waren 8 10. 11. 12. 13. 14 ontfangen die goederen nan huijs te reijden opgeraapt. geen reglement heeft 282 en op wat wijze vervoerd bestaan in als volgt. Lap vlaamsch Linnen en wat Cabelgaarn en voorts twee volle vaten brandewijn en een anker d, en een parthy planken en aan nog twee leedige oxhoofden op de vendutie gekogt te hebben. bier een lap zeijl en een zegt ja: vande veldwagtmeesten off ter zelver tijd geen meer Jacobus fourie, Louis wagens met goedere van't tourie Burgert van Strand afkoomende zyn aan dijk Christoffel gehouden en wie die toebehoo„ groenewald de jonge rende zyn geweest t vande wede. wessel wessels, en mattheus guillaumé en voorts door den Cornet der Caabsche burger Cavallereij Jacobus tesselaar vijf vragten alle op de plaats van gem: tesselaar aangehoudn zeyt neen, hij geve, niet maar off hij geven aan St„ dewet niet wel door Johannes heeft afgevraagd een brief of urbanus smalle qualificatie heeft zulx niet te weeten. zoo neen nie wie zulx aanis gedaan. off hij gene, op vertoning daarvan de goederen vande magen niet heeft op de aarde ge„ smeeten invoegen een oxhoofd brandemijn is geborsten zegt zulx niet te weeten wie de geenen geweest zijn die den behouden aan land gekoomene Stuurman van ren verongelukten bodem niet alleen brutaal ontmoet maar ook zelfs geslage hebben zeyt niet te hebben geweeten dat k off hij gene niet in gemoede strijvin was met de overtuijgd is, dat zulx alles zyn placcaten en afgewagt roovende en ontwenschte ge te hebben de ordre van den droot ofte den regt, doentens ten hoogsten Strijdig tegens de op het dog een die ordre ge„ stranden en verongelukken koomen was door van reenen het vry rapen van scheepen zoo heijlsaamen te zyn gelast en als g'Emaneerde wetten en toe zulx niet te placcaaten hebben kunnen beletten, ook alle die goederen, op zijn ges, plaats te hebben. zeyt dat zulx voor zyn gev, komst wie de geene geweest zijn die de„ moet zyn geschied en ans verongelukte en doode menschen zulx niet te weeten! van hunne aangehad hebbende Rleederen beroofd en dus nrakt op 't strand hebben Laten leggen zegt dat hy gene, ende veldwagt waarom de geve, aan de tot ongeregeldheeden en strandroof meester alles in ordre geneegene ingeseetenen de heeft gehouden tot dat voorsz van reenen inbetaamlycheijd en straf gekoome was, die de waardigheijd van voorsz menschen last gegeene gedoente niet voor ogen had om vrij te rapen gesteld heeft t. A 20. AC: 15. zegt ja en die goederen te hebben 't by de komst van s=r de wet en Substitunt van Stellenbosh op de plaats van mons: Tesselaar niet een wagen van hem zelfs met opgespoelde goederen is aangehouden en waarin die lading heeft bestaan. 16. 18. te zijn zegt steen. 23. 22. 21
English
283 Lapses. even present was, he, the interrogate, obeyed him. Answers as to article 5. Says he does not know this. Whether he, the interrogate, is not convinced in his conscience that such beach robbery and thefts are punishable in the highest degree, and thus not undeserving of punishment. Says that he did not steal the said goods, but rather bought them. Says that he was ignorant concerning this, and, upon what the mentioned Van Beenen said, since it was gathered up by the others, he had also gathered it up. What he, the interrogate, has to put forward in his defense. Thus asked and answered, and the same having been read out again to him, he testified that he persisted therewith at Cape of Good Hope, the 20th of November 1783, before Olof Godlieb de Wet and Hendrik Le Sueur, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who, together with the interrogate and me, the sworn Clerk, have duly signed the original hereof. Lower: Which I witness. Signed: H. L. Blesterman, Sworn Clerk. Says that while the field-sergeant was present, whether he, the interrogate, is also not convinced that he, as Corporal, was likewise obligated to halt and wholly prevent such doing. 28. Who took and carried off the money that was in the chest. Who took the chest of the said Mate. Whether this did not happen because that mate, wishing to salvage various items of his clothes or goods, had them nonetheless taken from him. Agrees. 284 Interrogatories submitted to the Honorable commissioners, members of the Honorable Court of Justice of this government, by and on behalf of the Junior Merchant and Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Daniel van Ryneveld, in order that the burgher Burgert van Dijk may be heard and questioned thereon at his requisition, the answers to be given by him thereto to be duly placed in the margin beside the same: Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government aforesaid, the burgher Burgert van Dijk, who has answered the adjacent question points in such manner as is noted beside each one. 1. His name, age, and birthplace, as well as what he is in capacity. Says Burgert van Dijk, aged 25 years, native of Cape of Good Hope, burgher under the Stellenbosch district. 2. Whether he, the interrogate, did not also go to the beach there upon the stranding of the Danish ship Nicobar at the Ratel River. Says yes, the eleventh day after the stranding of the ship. 3. Whether he was commanded thereto, or what moved him to that end. Says because all the people had ridden thither, his mother, under whom he still stands, had told him also to ride thither to see if there was anything to be had. 4. How much time had elapsed between the stranding of that vessel and his arrival there. As to article 2. 285 5. Whom he found on the beach upon his arrival, to name the same. Says the field-sergeant Fourie, the field-corporal Groenewald, Jan Smalle, Johannes Brits, and a multitude of others whom he cannot name at present. 6. Whether at that time, or upon his arrival on the beach, any of the washed-up goods had already been carried away by someone, by whom, and what kind of goods. Says that before his arrival many goods had already been carried away from the beach, as he, the interrogate, had not encountered much there on the beach. 7. Which goods he, the interrogate, hauled away from the beach before the arrival of Senior De Wet and the Substitute. Says nothing. 8. Whether upon the arrival of Senior De Wet and the Substitute of Stellenbosch at the farm of Monsieur Tesselaar, among others, a wagon belonging to him, the interrogate, loaded with washed-up goods, was not also seized, and what that load consisted of. Says this was the only wagon that he loaded, and also by order of Senior De Wet he willingly unloaded it immediately, and that the goods consisted of some old woodwork, cable yarn, and two small casks of brandy, and further a case with some empty and full bottles, he, the interrogate, having afterwards bought the two small casks at public auction. 9. Whether the field-sergeant did not prevent and oppose the stealing and looting of those stranded goods. Says he was not there at the time, but heard of it afterwards. 10. If so, why he, the interrogate, did not act strictly according to the orders of the said sergeant. Answers as to 5. 11. If not, by whom was it then done. Says he does not know this. 12. Whether he, the interrogate, does not know who stripped the dead persons and left those corpses so naked on the beach. Says he does not know this. 13. Lapses. 14. What kind of wagons were seized at the same time as his, and to whom they belonged. Says one belonging to Jacobus Louw, one belonging to Johannes Groenewald, one belonging to the widow Wessel Wessels, one belonging to Louis Fourie, and one belonging to Matthias Guillaume. 15. Who gave the first cause to the hauling away and stealing of those goods. Lapses. 16. Whether he, the interrogate, did not demand from Senior De Wet a letter of credence or qualification. Says no. 17. Whether he, the interrogate, upon the showing thereof, did not cast the goods from the wagon onto the ground in an insolent manner, whereby a hogshead of brandy burst open. Lapses.
Dutch transcription
283 Vervalt. zelfs prievent was hy geve„ van denselve heeft gehoorzaamd — zegt als op arl: 5. zegt zulx niet te weeten off hy geve, niet in gemoede over zeyt dat hy ged„e niet gestoolen maar wel gekogt heeft tuijgd is dat zulk strandroof en dus niet strafwaardig en dievereijen ten hoogsten strafbaar zijn zeyd dat hy onweetend daar wat hy geve, tot zijn verschoning omtrend geweest is, en op in te brengen heeft!. het zeggen van gem: van Beenen door de andere geraapt zijnde had hy meede geraapt Aldus gevraagd en beantwoord mitsg de gene wederom voorgeleezen weezende heeft denselve betuygd daarby te blyven persisteere aan Cabo de goede hoop den 20. Novbr: 1783. voord' 22, olof godlieb den zeyt dat terwyl de veldwagtmeesten off hij gene, ook niet overtuigd is, dat hy als Corporaal al„ meede verpligt was zulx gedoente te moeten stuyten en ten eenemaal beletten. 28. wie het in de kist zig bevonden hebbende geld na zig genoomen en vervoerd heeft & wie de kist van gem: Stuurman na zig genoomen heeft off zulx niet is geschied over ende ter zaaken dat dien stuurman het een en ander zyner kleederen of goederen willende bergen en hem echter ontroomen zijn. wet en Hendrik Lesueur leeden uyt aen E. achtb raad van Justitie voorm: die de minute deese beneevens de geve, ende mij geswd: Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend— /:lager:/ 't wel ik getuijgen /:geteekend:/ H. L. Blesterman gezw. Clercq. Kiel Accordeert wet te zyn V 26. 25. 27. 29 1 H gem N 24 284 Interrogatorien overgegeeven Compareerde voor ons onderget: aan EE: gecommitt,„s leeden uyt den gecommitt„s uijt den E. achtb: raad E. achtb: raad van Iustitie deeses van Justitie deezes gouverne gouvernements door ende van ments voorsz burgertvas wegens den ondercoopman dijk dewelke op de nevens en Landdrost van Stellenbosh en drakensteijn Daniel van staande vraagpoincten zodanig g'antwoord heeft Reijneveld omme daarop ter als beseiden een ijder aange zyner requisitie gehoorden teekend staat ondervraagd te worden de burger Burgert van dijk zullende zine daarop te geevene antwoorde beseyden derzelve in margine be„ hoorlijk moeten worden gesteld: zin ged, naam, ouderdom en zegt burgert van dyjk oud 25 Iaaren van Cabo de goed geboorte plaats mitsg„s wat hoop geboortig burger den zelven in qualiteijd is onder het stellenbossche district. ƒ off hy geven met het Strande zegt Ja de Elfde dag na het Strande van het van het deensch Schip Nicobas aande ratel rivier zig niet meede heeft vervoegd aan t Strand aldaar zegt omdat alle de wenschen daar off hy daartoe was gecomman natoe ware gereede, deert van wel wat hem tot had zyn moeder onder dat eijnde heeft bewogen. wier hy als nog staat hem gezegd meede ver waards te reijden om te zien of er wat te krijgen was: als op art: 2. 4. hoe veel tijd 'er tusschen het stran den van dien bodem en zyn ged„ komst aldaar zyn verlopen geweest No„ 3. Schip. 3. 2. AC 285 zegt een van Jacobus Een van zegt aeveldwagtmeester fourie wie hy bij zyn komst aanstrand de veldCorporaal groene, gevonden heeft dezelve te noem wald, Jansmalle, joh„s Brits, en een menigte andere die hij thans niet weet te noemen. off toenmaals of bij zyn komst zegt voor zijne komst reeds aanstrand ook reeds door veele goederen van strand te zyn vervoerd Iemand eenige der opgespoelde alzoo hij gede, aldaar goederen, zijn vervoerd geworden aanstrand niet veel door wien en wat voor aangetroffen had zeijt niets. off by de komst van Sr, dewet zeyt deeze de eenigste wagen en Substituut van Stellenbosch geweest te zijn die hij op de plaats van mons: opgeladen heeft en ook ter ordre van s„r de wet Tesselaar ender anderen ook bereijdwillig direct afge niet een wagen van hem laden te hebben en dien goederen bestaan te hebben gene, met opgespoelde goeder in wat oud houtwerk is aangehoude en waarin die Cabelgaarn en twee vatjes lading heeft bestaan. brandemijn en voorts een kas met eenige Leedigen en volle boddels hebbende hij geven de twee vatjes daarna op vendutie gekogt. zeyt als toen 'er niet geweest off de veldwagtmeester het steelen en rooren dien gestrand te zijn maar zulx goederen niet heeft belet en naderhand gehoord tegengegaan t te hebben welke goederen hij geven voorde komst van P=r de wet en Substitunt van Strandge„ reeden heeft! zegt neen. Vervalt! zegt zulx niet te weeten. zegt zulx niet te weeten. zoo neen door wie zulx dan is gedaan off hy geve, niet meet wie de doode mensche ontkleeden die Lighaamen zoo naakt op het strand hebben laten Leggen. 25. off hy geve, op vertooning daarvan de goederen vanden wagen net op een brutaale manier heeft op de aarden geworpen waardoor een oxhoofd brandemijn is ge„ borsten. off hij geve van S=t de wet niet heeft gevordert een geloofsbrief of qualificatie wat voor wagens ter zelver tijd met de zijne zijn aange Icht groenewald een vande mede wessel houden en wie dezelve wessels, een van Louis hebben toebehoord tourien en een van wie de eerste oorzaak tot het vervoeren en steelen vier goederen gegeeven heeft. A 10. zoo ja:! waarom hy geve, aan niet stiptelijk na de ordres van gem: wagtmeester heeft gehandeld. A 5. 10 goederen. E. matthias guillaumé 14. 12. vervalt.
English
286 No. 17. States that it being a foreign ship, he did not know such. Lapses. States yes. States yes. States not to have known such, as the respondent heard from people that it was permitted to scavenge. 18. Whether the respondent does not in his conscience have to admit that this plundering manner of acting is in every respect undesirable and impermissible, and in the highest degree contrary to the laws and placats so salutarily issued regarding the stranding and wrecking of ships. 19. Whether the respondent does not know who beat the first mate of that wrecked ship, and whether it did not happen on account of and because that first mate wished to keep certain of his clothes or goods, which were nevertheless taken from him. 20. Who took the chest of the said first mate for himself. 21. Who took and carried off the money that was found inside the chest. 22. Whether the respondent is not fully aware that he could in no way appropriate goods that did not belong to him. 23. Whether the respondent is then not also in his conscience convinced that such is theft and in the highest degree punishable. States not to have seen the first mate at all. States not to know such. States not to know such. States to have done such through ignorance, and while it had already been done before him by a multitude of others, and that he was heartily sorry that he had allowed himself to be carried away through ignorance and had done such. Thus questioned and answered, and the same having been read out again to the respondent, he declared to persist therein, at the Cape of Good Hope, the 20th of November 1783, before the Honorable Oloff Godlieb de Wet and Hendrik Le Sueur, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the respondent and me, the sworn clerk. Lower stood: Which I witness. Signed: H. L. Bletterman, sworn clerk. No. 24. What the respondent knows to bring forward in his excuse in that respect. Agrees. 287 States Mattheus Francois Guillaume, 33 years of age, burgher under Stellenbosch. States yes, two days before an auction was held there. States not to be able to determine such. States to fetch some planks. Interrogatories submitted to you, committee members from the Honorable Court of Justice of this government, by and on behalf of the Junior Merchant and Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Daniel van Ryneveld, formally to hear and interrogate at his requisition the burgher Mattheus Guillaume, his answers to be given thereto to be set in the margin beside the same. 1. His name, age, and place of birth, as well as what capacity he holds. 2. Whether the respondent, at the stranding of the Danish ship Nicobar at the Ratel River, also went to the beach there. 3. How much time had elapsed between the stranding of that vessel and the respondent's arrival there. 4. Whether he was commanded thereto, or what moved him to that end. Appeared before us, the undersigned committee members from the Honorable Court of Justice of this government, the burgher Mattheus Guillaume, who has answered the adjoining questions as is noted beside the same. No. 11. 288 States the Veldwagtmeester Jacobus Fourie, Coenraad Groenewald, Veldcorporaal Jan Smalle, Hans Brits, and also a multitude of others whom the respondent did not know. States not to know such. States a lot of planks and some woodwork. States for the respondent himself nothing in the world, and regarding others, lapses. States not to know such. States that the respondent's wagon was detained by the substitute with the aforesaid planks, some cordage, some empty bottles, some paper, an hourglass, and some playing cards. States not to know such, as the respondent is simple-minded in that regard, and in case he had not heard that Van Reenen had said one was allowed to gather freely, the respondent would not have proceeded to do so. States to know well that those goods did not belong to him, but not to have known that he was not allowed to take them, and to have taken the same because he had heard from the people present there that Van Reenen had said it was free to gather. Lapses. States not to his knowledge. States to know nothing. 5. Whom he found upon his arrival at the beach, naming the same. 10. Whether before his arrival at the beach any of the washed-up goods had already been carried off, by whom, and what kind of goods. 11. Which goods the respondent carted from the beach for himself before the arrival of Pieter de Wet and the substitute. 12. Whether the respondent, as well as the other persons who were there on the beach, upon the rumors of the arrival of Sieur de Wet and the substitute the night before, did not carry off all or the principal goods from the beach and hide them in the dunes; what those goods consisted of, and which persons it was. 13. Whether upon the arrival of Sieur de Wet and the substitute of Stellenbosch a wagon of the respondent with washed-up goods was not also detained, and what that load consisted of. 14. Whether he is then not convinced in his conscience that such thievery is theft and in the highest degree punishable. 15. Whether the respondent is not fully aware that those goods did not belong to him and that he therefore was in no way allowed to appropriate the same. Whether the veldwagtmeester did not prevent and oppose the stealing and plundering of those goods, and if so, why the respondent did not act strictly according to the orders of the said wagtmeester. Whether the respondent does not know that beach plundering is strictly forbidden by the laws and placats.
Dutch transcription
286 A 17 vreemd schip was zij zegt zulx niet te weeten Vervalt- zegt Za. zeyt Za. dat terwijl het een zegt zulx niet te hebben geweeten 'ts hij gene, in gemoede met alzoo hy geve, vande moet bekennen dat deeze roof menschen gehoord heeft zugtige handelwyze allesents ontwenscht en ongepermitteerd is, ten hoogsten Strijving met de op het Stranden en verongelukken van scheepe zoo heijlzaam g'emaneerde wetten en placcaten zegt aen stuurman in't geheel, off hij geve, niet weet miede niet gezien te hebben stuurman van dat veronge Lukte Schip heeft geslagen. off het niet is geschied over ende ter zaake dat dien Stuurman het een en ander zyner kleederen of goederen willende bewaaren en hem echter ontnoomen zin. 20. wie de kist van gem: stuurman na zig genoomen heeft! wie het in de kist zig bevonden hebbende geld na zig genomen en weggevoerd heeft off hij gene, niet ten vollen bewust is, dat hij goederen die hem niet toequaamen geenzints mogt eijgenen. of hij geve, dan ook niet in zeyt zulx niet te weeten Aldus gevraagd en beantwoord mitsgs aengeven wederom voorgeleesen weezende heeft denzelve betuijgd daarbij te blijven persisteeren aan Cabio de goede roop den 20. Novbr: 1783. voord' Ehs, oloff godlieb de wet en Hendrik Lesueur Leeden uijt den E. achtb. raad van Iustitie voorm: die de minute deezes beneevens de geve, ende mij gezwd. Clercq meede be hoorlyk hebben onderteekend — /:lagers/ 't welk ik getuijgen /:geteekend:/ H L. Bletterman gezwd. Clercq. HM eel gem: Cleren N= 24. zeyt zulx door onkunde te hebben wat hyj gene, ten dien opzigte gedaan en terwijl het tot zijn verschooning weet reeds voor hem door in te brengen. een menigte andere was gedaan, en dat het hem van herten leed was dat hij door onkunde zig heeft laten vervoeren en zulx gedaan had. zyn gemoed overtuygd is dat zulx dieveren en ten hoogsten Strafwaardig is. zijn wel mogte rapel 18. 19. 21. 22. 23. 1 Accordeert 287 Zeijt mattheus francois Compareerde voor ons onderges: interrogatorien overgegeeven gecommitt„s uijt den E. achtb: aan UE. gecommitt„s leeden raad van Iustitie deeses uyt den E. achtb. raad van gouvernements de burger Justitie deeses gouverne Mattheus Guillaumés „ments door ende van wegens dewelke op de nevensstaande aen ondercoopman en vragen zodanig gantwoord Landdrost van Stellenbonh heeft als bezeijden dezelve en drakensteijn Daniel aangeteekend Staat. van Reijneveld amme ter zyner requisitie gehoord en ondervraagd te worden den burger Mattheus Guil laumé, zullende zijne daarop te geevene antwoorden bezeijden derzelve in margine te worden gesteld. zegt Ja twee ragen voor dat off hy gene, met het Strande er vendutie gehouden van het deensch schip Nicobaas aan de ratel rivier zig met wierd meede heeft vervoegd aan't Strand aldaar. zegt om wat planken te haalen. zegt zulx niet te kunnen bepaalen hoe veel tyd en tusschen het Strande van die bodem en zin ged: komst aldaar zijn verloopen geweest t. off hy daartoe was gecomman deerd, dan wel wat hem tot dat eijnde heeft bewoge. Af 1. zyn ges: naam, ouderdom en guillaume oud 33. jaren geboorte plaats. mitsg„s wat burger onder Stellenborh denselve in qualiteyd is No 11. 2. 3. 4. 288 zegt zulx niet te weeten zegt een parthy planken en wat houtwerk. — zegt voor hem ged=e, niets ter meereld en van anderen vervald. zegt door den substitunt zijn ged,„e wagen te zyn aange wie hy by zyn komst aanstrand zegt den veldwagtmeester Iacobus gevonden heeft dezelve te noemen. fourie Coenraad Groene wald veld Corporaal, Jan smalle, hans brits, en nog een menigte andere die hy gede niet kendn: off bevoorens zijn komst aan Strand reeds eenige der opge spoelde goederen waren vervoerd, door wie en wat voor goederen. welke goederen hy gene, voor dekomst van P=r de wet en Substituut voor zig zelve zegt zulx niet te weeten. van strand gereeden heeft off hy geve, niet zoo wel als de andere perzoonen die aldaar aan strand waren op de gerugten van de komst van S„r: de wet en substitunt die nagt te vooren alle of wel de voor naamste goederen van't Strand vervoerden in de duijnen verborgen heeft waarin die goederen bestaan en welke perzoonen het zy geweest off by de komst van S=t de wet en substituat van stellenbosch ook niet een wagen van hem geve, met opgespoelde goederen is aangehouden en waarin houden met de voorsz planken; wat touw werk, eenige ledige off hij dan in zyn gemoed niet zeyt zulx niet te weeten alsoo is overtuijgd dat diergelyke hij ged=e, daaromtrend onozel is en ingeval koofzuit is dievereijen ten hij niet gewoord had hoogsten strafwaardig dat van Reenen gezegt had vri te mogen rapen hij gene, daartoe niet zou zyn overgegaan off hem geve, niet ten vollen zeyt wel te weeten dat die goederen bewust is dat die goederen hem niet toeqeamen dog niet te weeten dat hem niet toequaamen en dat hij dezelve daarom ook hij dezelve niet mogte neemen en deselve geensints mogt eijgenen genoomen te hebben om dat hij vande aldaar aanweesende menschen had gehoord dat van Reenen gezegd had het vrij raken te zijn— Vervalt. A 11. off de veldwagtmeester het zegt met zyn ged, weten niet steelen en roove dier goederen niet heeft belet en tegengegaan zoo ja waarom hij geve, dan niet Stiptelijk nade ordres van gem: wagtmeester heeft gehandeld. of hy gene, niet weet dat Strand root bij de wetten en placcaaten scherpelyk verbooden is. boddels wat papier die lading heeft bestaan. een zandloper en eenige spullen kaarten. boddels „ niets te weeten 10. 15. 14. 13 12. Al 5
English
289 Lapsed. To 16. Says he does not know this either. Lapsed. Says as to article 15. Says he does not know this. Lapsed. Says he knows nothing about it. Whether the respondent does not know who stripped the dead persons and left them lying naked on the beach. Whether the respondent does not know who struck the mate of that ship. Whether it did not happen because the mate wished to preserve some of his clothes, which were nevertheless taken from him. Who, upon the display thereof, threw the goods from the wagon in a insolent manner, whereby a hogshead of brandy burst. Who demanded a letter of credence or qualification from Sergeant de Wet. Who was the first cause of the stealing and carrying off of those goods. Why he, the respondent, then exposed himself to that evil and punishment. Says that the respondent, on account of his ignorance and simple-mindedness, begs to be excused, bringing forward what he knows in his defense. Thus questioned and answered, having been read out again to the respondent, he confirmed that he persisted therein. At Cape of Good Hope, the 19th of December 1785. Before the honorable gentlemen Salomon van Echten and Andries van Sittert, members of the Honorable Worshipful Court of Justice aforesaid, who have properly signed the original minute of this together with the respondent and me, the sworn clerk. Lower: Which I testify. Signed: H. L. Bletterman, Sworn Clerk. 9. 18. 20. 21. 22. Agrees. No. 23. 290 Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Court of Justice of this government, Christoffel Groenewald, who answered the adjacent questions as recorded beside each. Interrogatories submitted to the honorable commissioners, members of the Honorable Worshipful Court of Justice of this government, through and on behalf of the Junior Merchant and Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Daniel van Beijneveld, in order that the burgher Christoffel Groenewald, C.'s son, be heard and questioned thereon at his requisition, his answers to be given thereto being placed beside them in the margin. Says Christoffel Groenewald, C.'s son, born at the Cape, burgher under Stellenbosch, aged 27 years. His name, age, and place of birth, as well as what he is in capacity. Says yes. Whether he was commanded thereto, or what moved him to that end. Says because all other people had gone there. Whether the respondent, with the stranding of the Danish ship Nicobar at the Ratel River, did not also betake himself to the beach there. To 4. La L. No. 5. To 7. 2. 291 Says nine days. How much time elapsed between the stranding of the vessel and the respondent's arrival there. Says he concealed no goods in the dunes and knows nothing of others having done so. Whom he found on the beach upon his arrival, to name them. Says that there were so many people that the respondent could not distinguish them. Whether prior to his arrival on the beach some washed-up goods had also already been removed, by whom, and what kind of goods. Says he does not know. What goods the respondent, before the arrival of Sergeant de Wet and the Substitute, drove from the beach for himself. Says one tar barrel, an empty half leaguer, and furthermore four pieces of sailcloth which the respondent had cut from a main course that lay on the beach. Whether the respondent, just as well as the other persons who were there on the beach, upon the rumors of the arrival of Sergeant de Wet and the Substitute the night before, removed all or the principal goods from the beach and concealed them in the dunes. Says no. What those goods consisted of and which persons it was. Says he does not know. What other wagons besides his were detained and to whom they belonged. Says he does not know to whom the other wagons belonged. Who demanded a letter of credence or qualification from Sergeant de Wet. Who gave the first cause for the stealing and removing of those goods. Says that being ignorant in that matter, seeing that others took the goods away, the respondent also took the aforesaid goods for himself, and learned there that this was done because Jacob van Reenen had given permission for it. Lapsed. Whether that field cornet did not prevent and oppose the stealing and looting of those goods. Says no, because the respondent only arrived there when it was over. If so, why the respondent did not strictly act according to the orders of the said field cornet. Says yes, and that loaded on that wagon was a small cask of brandy, a lot of planks, a lot of empty chests, and furthermore an empty barrel and some ironwork. Whether upon the arrival of Sergeant de Wet and the Substitute of Stellenbosch at the farm of Monsieur Sesse, among others, a wagon of the respondent with washed-up goods was also detained, and what that load consisted of.
Dutch transcription
289 Vervalt. At 16. zegt zulx meede niet te weeten Vervalt. zegt als op art: 15. zegt zulx niet te weeten vervalt. zegt daarniets van teweeten. off hy geve, niet weet miede doode menschen ontkleed en naakt op het Strand hebben Laten leggen off hij geve, niet weet wie de stuurman van dat Schip heeft geslagen of het niet is geschied over ende ter zaake dat den stuurman het een en ander zyner kleeder willende bewaaren en hem echter ontnoomen zijn. wie op vertooning daarvan de goederen in eene brutaale manier van de wagen heeft geworpen waardoor een oxhoofd brandewijn is geborsten wie S„k, dewet heeft afgevraagd een geloofsbrief of qualificatie wie de Eerste oorzaak tot het Steelen en vervoeren dier goederen gegeene heeft 't waarom hy zey dan aandat quaad en straffe heeft bloot gesteld zeyt dat hy ged„e, om zijn ontunen wat hy gene, bot zyn verschoning en onnoselheijd ver„ weet in te brengen. soekt g'excuseerd te zijn Aldus gevraagd en beantwoordende geven wederom voorgeleesen zijnde, heeft denselve betuijgd daarbij te blijven persisteeren aan Cabo de goede hoop den 19 decbr: 1785. voor d E h s Salomon van Echten en Andries van Sittert Leeden uyt den E. Achtb: raad van Iustitie voorm: die de minute deezes beneevens de geve, ende mij gezin. Clercq meede behoorlyk hebbe onderteekend /:Lager:/ 't welk ik getuijge /:geteekend./ H. L. Bletterman gezud. Clercq. 9 18. 20. 21. 22. H Heel gemcleren Accordeert N 23 290 Compareerde voor ons Interrogatorien overgegeeven 6onderget: gecommitt uyt den E. aande EE gecommitts leeden achtb: raad van Iustitie deeses uijt den E. achtb raad van gouvernements Christoffel Iustitie deezes gouverne groenewald dewelke op de nevensstaande vraagpoincten ments door ende van zodanig gf'antwoord heeft wegens den ondercoopman als beseijden een ijder aange en Landdrost van stellen bosch en drakenstein teekend staat. Daniel van Beijneveld omme daarop ten zyner requisitie gehoorden onder vraagd te worden den burger Christoffel groene wald C. Z. zullende zijne daarop te geevene antwoorden bezeijden derzelve in marginen behooren te worden gesteld. zegt Christoffel groenewald zijn gen naam, ouderdom en C. Z. van de Caab geboortig geboorte plaats mitsg: wat burger onder stellenbont denzelven in qualiteijd is. oud 27. Jaren. zegt Ia. off hy daartoe was gecomman zeyt om dat alle andere menschen deert aan wel wat hem zig daarnatoe hadde tot dat eijnde heeft bewogen begeeven 7 off hy geve, met het Strande van't deensch schip Nicobar aan de ratel rivier zig niet meede heeft vervoegd aan 2 strand aldaar. A 4 La L. No 5 A: 7. 2. 291 zegt negen dagen. zegt geene goederen in de duijnen te hebben geborgen en zulx ook wie hy by zyn komst aan zegt dat 'er zoo veele menschen strand gevonden heeft dezelve waren dat hij gene„ te noemen dezelve niet heeft hun nen onderscheyden zegt zulx niet te weeten. welke goederen hy gene, voor zegt eentheer vat een leedige de komst van In, de wet halve legger en voorts en Substituut voor zig van vier lappen zeijldoek die hij geve, van een Strand gereeden heeft markzeijl die op het Strand lag had afgesneeden zegt neen. off hy gene, niet zoo wel als de andere perzoonen die aldaar aan't Strand waren op de gerugten van de komst van S„t de wet en substituut die nagt te vooren alle of wel de voor¬ naamste goederen van't strand vervoerd en in de duijnen verborgen heeft waarin die goederen hebben bestaan en welke perzoonen het niet van anderen te weten zyn geweest zegt zulx niet te weeten! wat voór wagens met de zijne zegt niet te weeten mie de andere wagen heeft zijn aangehouden en wie dien hebben toebehoord! wie S„t, dewet heeft afgevraagd een geloofsbrief of qualifica wie de eerste oorzaak tot zeyt dat hy onkundig in die zaak zijnde hy gede, het steelen en vervoeren dier terwijl gezien had dat goederen gegeeven heeft! andere de goederen weg nam, ook de voorsz goederen voor zig te hebben genoomen en aldaar vernomen te hebben dat zulx was geschied om dat Jacob van reenen daartoe permissie had verleend. Vervalt de 9„e, dog 'er te zyn steeten en rogre dier goederen niet heeft beletten tegengegaan zeyt neen want hij gene, eerst off die veldwagtmeester het zoo ja waarom hij geve, aan niet steptelijk nade ordres van gem: wagtmeester heeft gehandeld. off by gekomst van 1„m de met en Substituit van Stellenbanh geladen geweest, een op de plaats van mons: Sesse„ vatje brandewijs Een parthij planken, een, laar onder anderen ook niet parthy leedige kisten en voorts een ledig vat een wagen van hem geve met opgespoelde goederen, is aangehouden en waarin die lading heeft bestaan en wat eijserwerk; van den bodem en zyn geve, komt aldaar zijn verloopen geweer Hoe veel tyd er tusschen het strande zegt Ja en op die wagen te zin off bevoorens zyn komst aan Strand ook reeds eenige opge„ spoelde goederen waren vervoerd door wie en wat voor goederen „tie.— Nl 4. gekoomen. 82. 13. M 86 toebehoord! d. 1 M 40.
English
Cancelled. 292 No. 22 Cancelled. States that he did not see the mate at all. States that he knows nothing about it. Whether the respondent is not fully aware that those goods belonged to other and different persons and also did not belong to him, and that he therefore had no right to appropriate them. States yes, but because he had heard from the wishes of others and also on account of the aforementioned van Heenen that the goods from the English ship Colebrooke had been carted away from the beach with the intention of returning them to the owners thereof. States that he does not know, as he is ignorant. Whether he is not convinced in his conscience that such looting is theft and punishable in the highest degree. States that he does not know. Whether the respondent does not know who stripped the dead people and left them lying naked on the beach. 20. Why he then exposed himself to this evil punishment. Thus done and answered, and the same having been read out again to the respondent, he affirmed that he persists therein, at the Cape of Good Hope, the 19th of December 1783, before the Honorable Salomon van Echten and Andries van Sittert, members of the Honorable Council of Justice aforementioned, who duly signed the minute hereof together with the respondent and me, the sworn clerk. Lower down: What the respondent can bring forward in his defense in such matters. 25. Who took for himself and carried away the money that was found in that chest. 24. Who took the chest of the aforementioned mate for himself. 23. Whether it did not happen on account of and because this mate wished to keep some of his clothes and they were nevertheless taken from him. Whether the respondent does not know who struck the mate of that ship. States that he does not know. Cancelled. Whether the respondent does not know that beach robbery is strictly forbidden by the laws and edicts. Whether the respondent, upon being shown it, did not throw the goods from his wagon onto the ground in an insolent manner, whereby a hogshead of brandy burst. 22. No. 16. 17. 18. Cancelled. to have. is ignorant. 26. 21. by the aforementioned clerk. Which I witness, signed A. L. Bletsenberg, sworn clerk. Agrees, H. 293 Interrogatories submitted to the Honorable Commissioners, members of the Honorable Council of Justice of this government, by and on behalf of the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Daniel van Reijneveld, in order to hear and interrogate at his requisition the burgher Lucas Marthinus Marais, his answers to be given thereto to be placed alongside the same in the margin. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the burgher Lucas Marthinus Marais, who answered the adjacent questions as recorded alongside them. The respondent's name, age, and place of birth, as well as his capacity. States Lucas Marthinus Marais, native of the Cape of Good Hope, burgher under the Stellenbosch district. Whether the respondent, at the stranding of the Danish ship Nicobar at the Ratel River, did not also proceed to the beach there. States yes. Whether he was commanded to do so, or what moved him to that end. States that two people from the ship having come to him during the night, he out of compassion for those people subsequently proceeded to the beach. How much time elapsed between the stranding of that vessel and the respondent's arrival. States that those people having stranded on the 11th, he proceeded thither on the 12th with those two people, while he had no doubt whether they were passers-by or people from that same ship. No. 1. P. L. No. 2. 4.
Dutch transcription
Vervalt. 292 N 22 Vervalt. zegt dat hij geden geheel en al zeyt de stuurman niet gedie zeyt daar van niets te weten off hem geve niet ten vollen zegt za, dog om dat hij gede„ bewust is, dat die goederen van andere en onderen wenschen en zoo meede hem niet toequaamen en dat ook wegens gem: van hij dezelve daarom geensints Heenen gehoord had mogt eijgenen. dat men van het Engelsch schip Colbroeke het goed hadde weg van Strand gereeden met intentie om dezelve aande Eyge„ naars daarvan wederom te geeven zeyt zulx niet te weeten alzoo off hy aan in zyn gemoed niet is voertuijgd dat dergelyke noot zugt is dieveren en ten hoogsten Strafwaardig. hij onkundig is. zegt zulx niet te weeten off hij gene niet weet wie de dode menschen ontkleed en naakt op 't strand hebben laten leggen. 20. waarom hij zig dan aan dit quaaden strafte heeft bloot gesteld. Aldus gedaan en beantwoord mitsg:, de geve, wederom voorgeleesen zynde heeft denzelve betuygd daarby te blyven persisteeren aan Cabo de goede hoop den 19 decbr: 1783. voord' Eh„s Salomon van Echten en andries van Sittert Leede uijt den E. achtb: raad van Iustitie voorm: die de minute deezes beneevens de de gevraagde ende mij geswore Clercq meede behoorlyk hebben onderteekend /:lager/ wat hy genen tot zijn verschoning in diergelijke zaare weet bij te brengen. 25 wie het in die kist zig bevonden hebbende geld na zig genomen en weggevoerd heeft. 24 wie de kist van gem: Stuurman na zig genoome heeft. 23 off het niet is geschied overende ter zaake dat dien stuurmen het een en ander zijner kleederen willende bewaaren en hem echter ontnomen zyn off hy geve, niet weet wie den Stuurman van dat Schip heeft geslagen zegt zulx niet te weeten Vervalt. off hy geve, niet weet dat Strandroot by de wetten en placcaten scherpelijk verbooden is off hy geven op vertooning daar van de goederen van zijn wagen op een brutaale manier niet heeft geworpen op de aarden waardoor een oxhoofd brandemijn is geborsten 22 A 16. 17. 18. vervalt. te hebben onkandig is. 26: 21. van gesin: Clercq.— 't welk ik getuijgen /:geteekend:/ A: L. Bletsen Kiet gem Cleren Accordeert H 293 Compareerde voor ons onderget: nterrogatorien overgegeeven gecommitt, uijt den E. achtb: raad vand EE„s gecommitt:s leeden van Iustitie deeses gouverne uijt de E achtb. raad van Justitie ments de burger Lucus mar deezes gouvernements door ende thinus marais dewelke op van wegens de Landdrost. de nevensstaande vraagen van Stellenbosch endraken zodanig g'antwoord heeft als bedeyden dezelve aange„ Steijn Daniel van Reijne teekend staat! veld omme ter zynen requi citie gehoord en ondervraagd te worden den burger Lucas marthinus Marais zullende zyne daarop te geevene antwoorden bezeyde dezelve in margine behooren te worden gesteld des ged: naam, ouderdomen Zegt Lucas Barthinus Marais geboorte plaats mitsg:s wat van Cabo de goede hoop geboortig burger onder denzelven in qualiteyd is het stellenbossche district. zegt Ia. zeyt dat er twee menschen kan het off hij daartoe was gecomman schip bij hem des nagts reert dan wel wat hem tot gekoomen zynde hy uyt dat eijnde heeft bewoogen. medeleiden met die mensche zig vervolgens na het strand heeft begeeren. zeyt dat die menschen den 11. daaraan Hoe veel tijd 'er tusschen het stranden gestrand hij den 12, zig net van dien bodem en zyn gev: komst die beijde wenschen derwaards zijn verloopen geweest! begeeven had, terwijl hij gene„ twijstelden of het arossers aan wel menschen van het selve schip waren. off hij geve met het Strande van het deensch schip Nicobar aande ratel rivier zig niet meede heeft vervoegd aan het Strand aldaar AC 1. P L. N:E: 4.
English
294 to have. says he does not know. says stone. Lapses. MC says the chief mate of the ship whom he found upon his arrival on the beach to name the same. going on the way to the beach met with whether before his arrival there on the beach already some goods had been transported by whom and what kind of goods Whether he the prisoner did not as well as the other persons who were there on the beach upon the rumors of the arrival of Monsieur de Wet and Substitute transport all or indeed the principal goods from the beach and hide them in the dunes! in what those goods consisted and which persons they were. says that he the third day after the stranding of the ship for those people of the beach had taken their clothes back home and subsequently also some remnants of woollen flag cloth which the latter had given to him the defendant and on which remnants he had loaded the boatswain of the ship who could not walk onto his wagon. which goods he the prisoner has driven from the beach for himself says when the field sergeant arrived on the beach, he did not depart elsewhere until later when Jacob van Reenen whether the field sergeant did not prevent and oppose the stealing and looting of those goods says that he the defendant is not punishable on that account because he had fetched those goods on the advice of the aforementioned people which those people of the ship themselves had explicitly fetched for him the defendant. whether he the prisoner is not also convinced in his conscience that such thefts are punishable in the highest degree whether he the prisoner is not fully aware that those goods did not belong to him and that he therefore was in no way permitted to appropriate them or transport them! says yes only and on the advice of the mate to have taken them away while the other goods had already for the most part been fetched by others and he the defendant had done so much trouble for them Number 11. if so why he the defendant did not act strictly according to the orders of the aforementioned sergeant etc. Lapses. had come to his house, and in the presence of the chief mate had said to him the prisoner in an inquiring manner, why do you not gather, the defendant had answered not to dare do such a thing whereupon van Reenen had said, gather away whatever comes of it I take upon myself whereupon the mate had said since those people take everything away anyway you just take also, whereafter he the defendant on horseback with those people of the ship went thither the following day, and subsequently had two casks or hogsheads of brandy transported from there to his house, the aforementioned van Reenen having said to the mate why do you allow that man or the defendant to fetch the goods from the beach, the same having answered thereto, I have already told him but he does not want to do it. they 6. done 13. 12. 295 Number 14 he has never heard of such placcates says after the aforementioned van Reenen had said at his the defendant's dwelling house that they could freely gather, such also happened then for others. whether he the prisoner does not know that such beach thefts are forbidden by the laws and placcates of this country says not to know such since who gave the first cause to the stealing and transporting of those goods says yes and also of the boatswain's mate whether he the prisoner among other things did not have transported to his house the chest of the mate says not to know such because the chest of the mate was found open and the sailors of the ship had worn the clothes from that same chest but the chest of the boatswain's mate was locked. where the money which was in that chest has gone says to have heard nothing thereof, and therefore also not to know such except only upon his previous arrival at the Cape to have heard from the mate that he having laid his coat there on the beach to dry, one of the people present there had wanted to take away those coats, and when the mate had said the same to be his that person reportedly struck him whether he the prisoner does not know who struck the mate of the ship. 16. what he the prisoner knows to bring forward for his excuse. says not to know that he has done anything evil because he only on the permission of the mate afterwards had helped to fetch the goods from the beach with the help of the same's ship's crew. 21. whether he the prisoner does not know who stripped the dead people and left them lying naked on the beach. Number 20. Thus interrogated and answered and the answers being read aloud again to him the same declared to persist therein at the Cape of Good Hope the 14th of December 1783 before the Honorable Salomon van Echten and Andries van Sittert members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof together with the prisoner and me the designated clerk. Lower: which I witness signed: A. L. Blewerman designated Clerk. M Kiet aforementioned Clerk says to know nothing thereof! why such has happened lapses. 18. 17. 45 Agrees
Dutch transcription
294 hebben. zegt met zyn ged, weten niet. zegt steen. Venvalt. MC zeyt den opperstuurma vantschip wie hy by zin komst aanstrand gevonden heeft dezelve te noemen. op weg naar het strand gaande aangetroften te of bevoorens zin komst aldaar aan 't Strand reeds eenige goederen waaren vervoerd door wie en wat voor goederen Off hij geven niet zoo wel als de andere perzoonen die aldaar aan strand waren op de gerugten van de komst van S=r dewet en Substitunt alle of wel den voornaamste goederen van het strand vervoerd en in deduijnen verborgen heeft! waarin die goederen hebben bestaan en welke perzoonen het zijn geweest. zeyt dat hy den derde dag na het welke goederen hij gene, voor zig van Strand gereeden heeft Stranden van het schip voor die menschen van het Strand hunne kleederen weeder na huijs genoomen had en vervolgens zoo meede eenige lappen, zaaijen vlagen doek welke laastgem: die huyden aan hem gede, gegeene had en op welke lappen hij den bootsman van het schip die niet gaan konde, op zyn wagen had geladen. zeyt wanneer develdwagtmeester op de veldwagtmeester het op strand gekoomen is, hij steelen en rooven dier goederen niet eerder verwaards had niet heeft belet en tegen begeeven als naderhand gegaan wanneer Jacob van reenen zeyt dat hy ged, niet dieswegens off hy geve, aan ook in zyn strafwaardig is alzoo gemoed niet is overtuijgd dat zulke dievereien ten hy die goederen op 't hoogsten Strafwaardig is aanraden van het voorB volk had afge„ hoald het welk die wenschen van't schip zelve voor hem gede uijtreklikken had gehaald. off hij gev=e niet ten vollen zegt za alleenlijk en op het aan bewnst is dat die goederen raaden vanden stuurman het weggehaald te hebben hem niet toekwamen en dat terwyl ve andere goederen hy dezelve daarom ook reeds meesterdeels door geensints mogt eygenen of andere waren afgehaald en hy gede, zoo veel moeiten voor hun had vervoeren! N 11. zoo ja waarom hij ged„e aan niet chiptelijk va de ordres van gem: wagtmeester heeft gehandeld & Vervalt. stuurman aan hem geve, vragender wyze gezegd had, waarom raapt gy niet, de gede, g'antwoord had zulx niet te dunnen doen waarop van reenen gezegd had, naaptwaar alwat er van komt neem ik voor mij waarop de stuurman gezeyd had terwijl tog die wensche alles wegneemen neemt gy maar ook, als wanneer hij gede, te paard met die menschen van't schip 's' andere naags zig derwaards begeeven, en vervolgens twee vaten of oxhoofde brandewijn van derwaards haddre na zijn huijs brengen, hebbende gem: van reenen aanden stuurman gezegd waarom staat gij die man of de gede de goederen van Strand haalen, dezelve daarop gfantwoord had, ik het het hem reeds gezegd maar hij wil het niet by hem aanhuijs gekoomen was, en ter presentie van den opper„ doen zij 6. gedaan 13. 12. 295 H 14 nooijt gehoord heeft zegt nadat voorsz: van Reenen hij van diergelijke placcate Strand dievereijen bij de wetten en placcaten deezer Lande zijn verbooden Legt zulx niet te weeten terwijl oft hij ged„e niet weet dat aergelijke wie de eerste oorzaak tot het aan zyn ged, woonhuis Steeten en vervoeren, dien goederen had gezegd vrij te kunnen gegeeven heeft rapen, zulx ook voor andere als toen te zyn geschied. bootsmansmaat zegt ja en zoo meede van de zegt zulx niet te weeten alzo waar het in die kist zig bevondende de kist van de stuurman hebbende geld is gebleeven open bevonden is enden moren van't Schip den kleederen van uyt dezelve kist aangehad te hebben dog de kist van de bootsmansmaat gesloten te zyn geweest. zegt daarvan niets gehoord te off hij geve, niet weet, wie de hebben, en zulx das ook stuurman van't Schip heeft niet te weeten als geslagen. alleenlijk by zyn voo¬ rige komst aan de Caab. vande stuurman gehoord te hebben dat hy zyn nak daaraan 't strand te drogen gelegd hebbende, een der aldaar aanweezende menschen die rokken hadden willen wegneemen, en wanneer de stuurman had gezegd dezelve zijne te zijn hem die perzoon zou geslagen hebben 16. off hij geve, onder andere niet na zijn huijs heeft doen voeren de kist van de stuurman wat hy geve, tot zyn verschoning zegt niet te weten dat hy iets, quaads gedaan heeft weet in te brengen. ^alzoo hij alleenlijk op den permissie vande stuurman naderhand het goed met behulp van desselvs Scheepsvolk had doen helpen van strand halen. 21. off hij gene, niet weet wie de doode menschen ontkleed en naakt op het Strand hebben Laten leggen. M 20. Aldus gevraagd en beantwoord mitsg„s de gezo, wederom voorgeleesen zijnde heeft denzelven betuygd daarbij te blyven perzis „teeren aan Cabo de goede Hoop den 14. decbr 1783. voord'het Salomon van Echten en Andries van Sittert Leeden uijt den E. achtb. raad van Iustitie voorm:, die de minute deeser beneevens de geve, ende mij geand. Clercq meede behoorlyk hebben onderteekend. /: Lager:/ 't welk ik getuijgen /:geteekend:/ A. L. Blewerman gedid: Clercq. M Kiet gem Clerq zegt daarniets van te weeten! waarom zulx is geschied „ d vervalt. 18. 17. 45 Accordeert
English
296 Cape of Good Hope Appeared before the undersigned delegates from the Honorable Council of Justice of the Castle of Good Hope, Margaretha Radijn, widow of the late citizen Wessel Wessels, who gave to the juxtaposed points of interrogation such answers as are recorded alongside each of the same. Interrogatories submitted to the honorable delegate members from the Honorable Council of Justice of this government by and on behalf of the junior merchant and Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Daniel van Ryneveld, in order that at his requisition Margaretha Radijn, widow of the late citizen Wessel Wessels, may be heard and interrogated, with her answers thereto to be entered in the margin beside the same. 1. Her given name, age, and place of birth. Says Margaretha Radijn, widow of Wessel Wessels, native of [illegible], aged 56 years. 2. Whether the respondent, upon the stranding of the Danish ship Nicobar at the Ratel River, sent a wagon belonging to the respondent thither, and who had oversight of it; of Wessel Wessels, from bastard Hottentots, to have entrusted oversight thereof. Says yes, a Hottentot and a [illegible]. 3. For what reasons did the respondent send the same wagon to the beach? Says because everyone had sent wagons there, and previously at the stranding of Danish ships in Mossel Bay the people had continually removed the goods from the surroundings without there ever having been any inquiry made about it, for if the respondent had known that such was forbidden, she would not have concerned herself so much with it. 297 4. Whether any more wagons of the respondent have been there. Says not more than one wagon. 5. What goods the respondent, before the arrival of Monsieur de Wet and the deputy, received at home from the beach. Says two tar barrels and two broken barrels. 6. Whether, upon the arrival of Monsieur de Wet and the deputy, among others a wagon of the respondent with washed-up goods was also seized, and what this cargo consisted of. Says as before. 7. Says yes, that the same wagon for the second journey had taken on a lot of iron and an empty leaguer, so the respondent has learned, as the respondent herself was not present there. 8. Whether the respondent does not know that beach robbery is strictly prohibited by the laws and placards. Says never to have heard or known such, and to be able to assure such in truth. 9. Whether the respondent was not fully aware that those goods did not belong to her, and that she therefore was by no means allowed to appropriate nor transport the same. Says not to be conscious that the goods out there from the beaches were not permitted to be carried away, for the respondent would not have occupied herself with it at all. 10. Whether the respondent in her conscience is not convinced that such rapacity is thievery and highly punishable, and why she then has also exposed herself to this evil and punishment. Says that the respondent does not wish to be recorded as a thief or for thievery, and that previously so many ships have been stranded, such as even the Colebrooke, without the respondent knowing that anyone was punished on that account, also never having known that such was forbidden, and that Jacob van Reenen was at her place of residence and had assured her in person that goods from stranded foreign ships could be taken freely when no one was with them. 11. What the respondent knows to advance in her defense. Says that the respondent was entirely ignorant regarding this. Thus interrogated and answered, and the same having been read out again to the respondent, she declared that she persists therewith. At the Cape of Good Hope, the 15th of January 1784. Before the Honorable L. C. Warneck and R. Lesueur, members from the Honorable Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minutes hereof together with the interrogatee and me, the sworn clerk. Below: Which I witness. Signed: H. L. Bletterman, sworn clerk. 298 Letter L: No. 8. Sales roll of all such goods as have today been publicly sold on the beach situated near the Ratel River at the Soetendaals Valley and purchased by the undermentioned persons on account of the insurers or those interested in the Danish Asiatic Company ship Nicobar, wrecked there, by Monsieur Hendrik Justinus de Wet: 2 hogsheads of brandy: Lucas Marthinus Maré: Rds 2:—: 1 vat of beer: Coenraad Johannes Groenewald: Rds 2:—: 1 ditto: Monsieur Johannes Tesselaar: Rds 1:—: 2 ankers of brandy: Burgert van Dijk: Rds —: 4: 1 ditto: Monsieur Tesselaar: Rds 1: 4: 1 lot of planks: Jan Smal: Rds 1:—: Ditto ditto: Monsieur Tesselaar: Rds 2:—: Ditto ditto: Lucas Marthinus Maré: Rds —: 6: Two empty vats: Andries Michiel Nieman: Rds —: 4: Four ditto ditto and loose planks: Pieter Swart the elder: Rds 1:—: One lot of planks: Johannes Blom: Rds —: 4: One anker of brandy: Coenraad Johannes Groenewald: Rds 1:—: One empty leaguer and some cordage: Philip Fourie: Rds 1:—: One half aam of brandy and some planks: Jan Smal: Rds —: 6: One empty half leaguer: Philip Fourie: Rds —: 3: One empty vat and a lot of planks: Lucas Marthinus Maré: Rds —: 2: A lot of hoops: Marthinus Willemse de Jong: Rds 1:—: Carried forward: Rds 17: 1:
Dutch transcription
296 Cabo de goede hoop Compareerde voor de onderges: Interrogatorien overgegeeven gecommitt„s uijt den E. achtb. raade aan dEh„s gecommitteerde Leeden van Iustitie des Casteels de goede uyt den E. achtb. raade van hoop Margaretha radijn wede wijlen den burger wessel wessels Iustitie deeses gouvernements door ende van wegens den dewelke op de nevensstaande vraagpoincten zodanige ant„ ondercoopman en Landdrost woorden gegeeven heeft als van Stellenbosshendraken beseyde een yzer derzelve Steijn Daniel van Reijne aangeteekend Staat. „veld omme ter zijner requi sitie gehoord en ondervraagd te worden, Margaretha Radijn mede, wijlen den burger wessel wessels zullende haar daarop te geevene antwoorden bezeyden derzelve in margine behooren te worden gesteld. wessel wessels van off zij geve, met het strande basterd kotten tot de van't deensch schip Nicobar opzigt daarvan te aande tatel rivier met een hebben toebetrouwd: wagen van haar geve „ der waards gezonde en wie daar over 't opzigt heeft gehad zegt ja een hottentot en een om welke reedenen zij geve„ zegt om dat alle menschen daarna toegezonden hadden en be„ dezelve wagen na 't strand voorens bij 't strande van heeft gezonden! deensche Scheepen inde mossee baaij altoos de menschen daaromshreep de goederen hadden weggehaald zonder dat 'er ooyt eenig navraag om geweest was, want als zy geve, geweeten had, dat zulx verboden was, zij haar daar zoo veel niet zou hebben aan geleegen laten zeggen. A 1 zeet margaretha radijn wede, Haar ges, naam ouderdom en geboorte plaats geboortig oud 56. Jaren L„a L: No: 7: 2. 297 zegt niet meer als maar zegt als vooren. stukkende vaten. zegt twee teer vaten en twee zegt jas dezelve wagen voor de tweede Reyze een parthij euijgen en een Ledige legger opgehad te hebben, zoo zy gene„ heeft vernoomen gehad alzoo zy genen zelfs niet daarbij tegens woordig is geweest. off zy geve, niet weet vat stran„ zegt zulx nooyt gehoord roof bij de wetten en placcate of geweeten te hebben en zulx in waarheijd Scherpelijk is verbooden. te kunnen verzeekeren. off haar geve, niet ten vollen zeyt niet bewust te zyn dat de goederen aldaar bewust was, dat die goederen buijten vande Stranden haar niet toequaamen en niet mogten worden dat zij dezelve daarom ook weggehaald want zy gene, haar daarin't geenzints mogt eygeven geheel niet zou hebben nog vervoeren aan geleegen laten leggen off zij geve, aan in haar gemoed zegt dat zy gene, voor geen hove of nievereij te boekstaan niet is overtuygd dat dergelyke en dat 'er bevoorens zoo roofzucht is nievereij en ten veele scheepen gestrand hoogsten Strafwaardig. zyn als zelfs Colebroken zonder dat zy geve, weet dat 'er iemand dieswegens is gestraft daarook nooyt van geweeten te hebben dat zulx off niet meer wagens van haar geve, aldaar zyn geweest welke goederen zy geve, voorde komst van s=t de wet en substi tuut van strand heeft te huys gekreegen. off bij de komst van S„r, de wet en substituut onder anderen ook niet een wagen, van haar geven met opgespoelde goederen zyn aangehouden en waarin deeze Lading heeft bestaan zeyt dat zij geneel daaromtrend wat zij geve, tot haar verschoning onweetend is geweest weet in te brengen. Aldus gevraagd en beantwoord mitsg„s de geve, wederom voorgeleesen zynde heeft dezelve betuijgd daarbij te bliven persisteeren aan Cabo de goede hoop den 15 Januarij 1784. voor d Eh,s L. C. warneck en R. Lesueur Leeden uijt den E. achtb= raad van Iustitie voormeld nie de minute deezer beneevens de g'interrogeerde ende mij gezw. Clercq meede behoorlik hebben onderteekend /: Lager:/ 't welk ik getuygen /:geteekend:/ H. L. Bletterman gezid. Clercq. — gem Cleren waarom zy zich dan ook dit quaad en straffe heeft blood N 10 verbooden was, en dat Iacob van reenen by haar op haar woon plaats is geweest en haar inperzoon verzeekerd had, dat van gestrande vreemde scheepen vrijde goederen mogten worden weg„ genoomen, wanneer er niemand bij was. Accordeert ver een wagen „ Ap: 4. 8. gesteld Hooet M Kies La, L. No. 8. 2. Oxhoofden brandemijn 1 vat bier 2 ankers brandewijn. . . Burgert van dijk. - . „ —: 4: mons: Sesselaar „ 1:4: 1. parthy planken Jan Smal _o _o . mons: Tesselaar. . „ 2:—: twee Ledige vaten. and„s michiel Nieman „ —: 4: vier d:o d, en losse planken Pieter Swart d'oude. „ 1:—: Een parthy planken Een anker brandewijn. Coenraad Johs groenewald. „ 1:—: Een Ledige leggeren wat touwwerk philip Fodie. . . „ 1: —: Een haif aam brandewijn en wat planken Ian Smal . . „ —: 6: „ Een leedige half Legger . Philip Forie . „ —: 3: Een ledig vat en een parthij Lucas mart: maré. . „ —: 2: planken. Een parthij hoepels .mart: willemse dejong. „ 1:—: Transporteere ra 17: 1: mons: Tesselaar. „ 1:—: Loh, Blom. - . . „ —: 4: 2 _o - 1. _o : .Lucasmarth: mare. . Ra: 2:—: Coenraad Joh„s groenewald. „ 2:— mons, Joh„s tesselaar „ 1:—: bende rolle van alle zodanige goederen als 'er op heeden publicq zyn verkogt op het Strand geleegen by de ratel rivier aan de Soetendaals valleij en door de naten: perzoonen ingemeijnd geworden voor Reekening van de assuradeurs ofte de g'interesseerdens van het aldaar verongelukte Deenschasiatisch Comp„s schip Nicobar door Sr Hendrik Justinus de wet als. 1 Een _ _o . . . - —— „ 1: —: „ —: 6: _ _ - 298
English
Wynand Wessels. rixdollars —: 3: Dirk Cornelis Uijs. „ —: 4: Pieter Swart the elder „ 2: —: Pieter Gildenhuijs - „ —: 4: Klaas Swart - . „ —: 2: Pieter Kemp. . . „ —: 4: David Beijer. . . „ —: 2: A piece of round timber - . . Hans Jacob Brits. . . „ —: 4: A parcel of empty casks - Pieter Kemp - . „ 2:—: A heap of woodwork - - Lucas Saljart . . „ —: 3: Dirk Cornelis Uijs. . . „ —: 4: Jac.s Joh.s Swart . „ —: 4: Daniel During „ —: 4: An empty leaguer Burgert van Dijk „ —: 5: A parcel of odds and ends - - Monsieur Joh.s Tesselaar „ —: 4: A half cask of beer Coenraad Joh.s Groenewald. „ 1: 2: A parcel of boat oars. ditto „ 3: —: A half cask of dirty butter. Monsieur Joh.s Tesselaar : „ —: 7: A scrap of sail cloth. Philip Morkel. . „ 1: 3: Sieur Pieter Gerard Wium. „ 1: 2: Monsieur Joh.s Tesselaar. . „ —: 2: A parcel of pine planks. Monsieur Joh.s Tesselaar. „ 1: 2: ditto „ 2: 2: An empty chest Three ditto casks The wreck with the masts, timbers, and all that of the cargo may wash ashore.. „ 290: —: Total rixdollars 329: 5: Agrees. [illegible] sworn Clerk A ditto A parcel of planks A parcel of odds and ends Three small casks of brandy A parcel of ropes A heap of planks A ditto A ditto A ditto A ditto A ditto ditto „ —: 4: Joachim van Plettenberg, ruler of this Cape Government etc., together with the Council, make known: That some time ago, and indeed as far as has been able to be ascertained, in the month of July of this year, on the beaches at and around the Soetendaals Valleij, there were found washed ashore various round timbers and other items, from which it could clearly be perceived that they had not drifted long in the sea, but on the contrary must have belonged to a ship to which at that time around the coasts there some misfortune must have occurred, and that we in this regard have with the greatest displeasure had to learn that the inhabitants living around the aforesaid Soetendaals Valleij did not hesitate to transport some of the aforesaid round timbers washed ashore to their farms without, in consideration of their bounden duty, giving proper notice thereof either directly to the well-mentioned Lord Ruler, or to the Landdrost of their district; so it is that we, in order to prevent such improper conduct, hereby to all and each of the inhabitants of this country, and particularly those whose places are situated on and around any sea beaches, or who are accustomed to visit the same, most strictly order and command that whenever they shall find washed ashore on the aforementioned beaches any materials belonging either to the equipment or cargo of ships, or other goods, they may indeed, as far as it shall be in their power, bring such goods onto the land and salvage them, yet they must also at the earliest opportunity and without the least delay of time, namely, those who belong under the Cape district directly to the Lord Governor or Ruler, and those of the outer districts to the respective Landdrosts under whom they fall, make this known, so that in this regard in good time the necessary orders may be issued on our part; on pain that those who shall remain in default in this regard, as beach thieves and willful violators of our commands, according to the tenets of the proclamations as well as the exigency of the case, shall be punished in the most rigorous manner. And so that no one may pretend any ignorance hereof, we will and desire that this, having been published at the customary place, shall be posted everywhere. Underneath stood: Thus done and resolved in the Castle of Good Hope on the 21st of September 1773, and published and posted on the 23rd ditto following. Was paraphed: Joachim van Plettenberg. In the margin stood: The seal of the Honorable Company impressed in red wax. And underneath: By order of the Honorable Lord Ruler and the Council. Was signed: Olof Marthini Bergh, Councillor and Secretary. Underneath stood: Agrees. Signed: J. M. Horak, sworn Clerk. Agrees. [illegible] sworn Clerk Letter N. Notice of such papers relating to the proceedings against Jacob van Reenen and companions on account of the beach robbery committed at the Danish ship Nicobar. Memorial of the Landdrost Daniel van Ryneveld also to the Council of Justice. Proclamation regarding goods found washed ashore from wrecked ships. List of such persons as were at the stranded ship Nicobar. Claim of the Landdrost aforesaid against the person of D. van Eecken. Report of the Orphan Master A. J. de Wet. Ditto of the Substitute Rudolphi. Ditto of the Chief Mate of the above-mentioned ship Nicobar, Schulte. Statement of the Boatswain C. Pietersen. Ditto of the Boatswain's Mate Jens Olsen. Ditto of the Quartermaster Jan Kermis. Ditto of the Sailor Jens Crissense. Ditto of ditto Joh.s Koningsfeld. Answered interrogatory of the aforesaid Van Reenen. Answer of Daniel Verwey, as attorney for the aforesaid Van Reenen. Sentence of the Council of Justice pronounced against the repeatedly mentioned Van Reenen. Letter N. Criminal claim by the Landdrost aforesaid against the persons of: Jacobus Fourie, Louis Fourie, Coenraad Joh.s Groenewald, Burgert van Dyk, Mattheus Guillaume, Christoffel Groenewald, Lucas Marth.s Marais, and Margaretha Radyn, widow of Wessel Wessels. Answered interrogatory of: Jacobus Fourie, ditto Louis Fourie, ditto Coenraad Joh.s Groenewald, Burgert van Dijk, Mattheus Guillaume, Christoffel Groenewald, Lucas Marth.s Marais, and widow of Wessel Wessels. Sentence of the Council of Justice passed against the above-mentioned persons. Vendue roll of the goods washed ashore on the beach there and publicly sold. Inventory of the documents relating to the said proceeding. 16
Dutch transcription
Wynand wessels. r —: 3: dirk Cornelis Uijs. „ —: 4: Pieter Swart d'ourde „ 2: —: Pieter gildenhuijs - „ —: 4: :Klaas Swart - . „ —: 2: Pieter Kemp. . . „ —: 4: david beijer. . . „ —: 2: Een stuk rond hout - . . hans Jacob Brits. . . „ —: 4: Een parthij Ledige vaten - pieter Kemp - . „ 2:—: Een hoop houtwerk - - Lucas Sailjart . . „ —: 3. dirk Cornelis Uijs. . . „ —: 4: Jacs, Joh„s Swart . „ —: 4: Daniel during „ —: 4: Een Ledige legger Burgert van dijk „ —: 5: . Een parthij rommeling - - mons Jow„ tesselaar „ —: 4: Een half vat bier Coenraad johs groenewald. „ 1:2: Een parthi schuytsriemen. _ _o _. „ 3: —: Een half vat vuijl boter. mons: Joh„s tesselaar : „ —: 7: Een lap zeijl. .philip morkel. . „ 1: 3: S=r Pieter gerard wium. „ 1: 2: - - mons: Joh„s tesselaar. . „ —: 2: Een parthij greene pbanken. mons: Joh„s, tesselaar. „ 1: 2: _ _ „ 2: 2. Een ledige koffer drie d„o vaten Het frak met de mast houten en al het geen van de Lading mogt koomen op te spoelen.. „ 290: —: Somma Rijxd„s 329:5: Accordeert A iet gem Clerq le _ een _ _o Een parthy planken Een _ rommeling drie vatjes brandemijn Een parthij tounen Een hoop planken Een _ _ len __ len _ _o len _ _o - - . . . Een _ _o - _: o „ —: 4: Joachim van Plettenberg gezaghebber deeses Caabsche gouvernements &ba, beneevens den raad doen te weeten Toe dat eenige tijd geleeden en wel voor zoo veel men heeft kunnen nagaan, in de maand Iulij deezes Iaars, aan de stranden aan een omtrend de Soetendaals valleij, zijn aangespoeld gevonden, diverde rondhouten en andere zaken, waaraan duydelijk heeft kunnen werden bespeurd dat dezelve niet lange in zee hebben gedreeven, maar integendeel zullen hebben behoord aan een schip, waaraan op dien tyd omtrend de kusten aldaar eenig ongeluk zal zyn overgekoomen, en dat my ten deese belangen met het grootste ongenoegen hebben hebben moeten ondervinden, dat de omtrend de voorsz. Soetendaals valleij woonende Ingeseetenen zig niet hebben ontsien, om eenige der voorsz, aangespoelde rondhouten naar hunne plaatzen te vervoeren sonder in betragting van hunnen Schuldigen pligt, daarvan 't zij direct aan welgem: Heer gezaghebber, dan wel aan den Landdroot hunnes districts behoorlijk kennis te geeven; soo is 't, dat mij, om tegens diergelijk onbehoor lijk gedoente te voorzien, bij deesen aan alle en een Iegelijk der Ingeseetenen deezes Lands, en wel voornaamentlijk de zoodanige, wier plaatze aan en omtrend M 299 300 eenige zeestranden geleegen zin, of die gewoon zin dezelve te bezoeken, op het ernstigst ordonneren en beveelen, dat wanneer zijt: op meergemelde Stranden, eenige materiaalen 't zy tot de toerus ting ofte lading van Scheepen behoorende dan wel andere goederen zullen aangespoeld vinden zijt alzulke goederen voor zoo veel zulx in haar vermoogen zal zijn, wel zullen vermogen op 't land te haalen en te bergen, dog sulx teffens ten spoedigsten en zonder het minste tyd verzuijm te weeten, de geene die onder het Caabsche district behooren t direct aan den heer gouverneur of gezaghebben en die der buijten districten aan de resp„e Landdrosten onder dewelke zy sorteeren, moeten bekend maaken, op dat hieromtrend in tijds de nodige ordres onzent weegen, zullen kunnen werden gesteld; op pawe dat de geene die hier omtrend in gebreeke zullen blijven als Strand dienen en moed willige overtreeders onzer beveelen, naar Luijd der placcaaten mitsg„s Exigentie van zaaken op 't rigourenste zullen worden En op dat niemand hier van eenige Ignonanten zoude mogen praetendeeren, soo willen en begeeven mij, dat deeze ter gewoone plaatze gepubliceerd zijnde alomme zal worden g'affigeerd. /:onderstond. Aldus gedaan ende g'arresteerd En't Casteel de goede hoop den 21. Septbr: 1773. mitsgs gepubliceert en g'affigeert den 23 d„o daaraanvolgende /:was geparagrapheerd Cloachim van plettenberg /ter zeyde stond:/ des E. Comp. Cachet in rooden Lacque gedrukt /en daar onder:/ ter ordre van den E achtb. heer gezaghebber en den raad /:was geteekend) olof marthini Bergh raad en Secretaris /:onderstond:/ Accordeert /:geteekend:/ I. M. Horak E. g. Clercq Accordeert gestrafd. G et gem Cleren L: N. Nolitie van zodanige papieren betrekkelyk tot de procedures jegens Iacob van leenen C:S: wegens de gepleegde strandroos bij het Deensch Schip Nicobas Versoog van den Landarast Daniel van Ryneveld alin aan den Raad van Justitie Placcaat nopens de van verongelukte scheepen aanstrand gevonden werdende goederen Lipt van zodanige Perzonen als bij het gestaande schip Nicobar zijn geweest Eysch van den Landdrost voorm=de tegen den persoon van D: van Eeeken Rolaas van den weesmeester A. I: de Wet _:o „ „ Substiteut Rudolphi opperstuurman van 't opgem schip _o Nicobaa, Schulte verklaring van den Bootsman C. Pietersen _o „ „ bootsmansmant Jens Olsen „ quartiermeester Jan Kermis _o „ „ Mattroos JensCrissense - _o „ „ _. Joh. s Koningsfeld Beanswoorde Interrogatorie van opgan van reenen Antwoord van Daniel Verwey, als gemagtigt van opgem: van heenen Vonnis van den Raad van Iustitie tegen meerm: van Zeenen geveld 301 Vert - 302 L:a N. Crimineelen Eysch door den Landdrost voorm„d tegende personen van Jacobus Fouree Louis Fourie Coenraad Johs Groenewald 6 Burgerd van Dyk Mattheus Guilliaume Christoffel Groenewald Lucas Marths. Maraix en Margaretha Radyn wed. Wesselwerfer Beantwoorde Interrogatorie van Jacobus Foterie _. Louis Fourel _. Coenraad Joh. s Groenewald Burgerd van Dijk Mateheus Guillaume — Christoffel Groenewald Laas Marths Maraisen —: wed. Wessel wesseltz vonnis van den Raad van Justitie tegens opgem personen geslagen 7 vendu rolle van de aan 't Strand aldaar op gespoelde en publicq verkogte Goederen Inventaris der stuchten tot Gem: Procedure betrekkelyk ƒ i6 „ 302 t.
English
Shows with the deepest respect the undersigned junior merchant and landdrost of Stellenbosch and Drakensteijn, Daniel van Reijneveld. That notwithstanding it is expressly forbidden by the respective placats of this land in case of the stranding of ships, without distinction, that anyone should proceed to the seashores, much less steal any washed-up goods there, under penalty of being punished as public thieves, it has nevertheless, on the occasion of the stranding of the Danish ship Nicobar at the Ratel River near the Zoetendaals Vallei, not lacked certain self-interested and undesirable inhabitants who have attempted, in the most improper manner and in a barbaric way that is an indelible stain upon this place, to derive unauthorized benefits from the unfortunate stranding of the aforesaid ship there recently. To the Right Honorable Sir Pieter Dbacker, President, together with the Honorable Council of Justice of this government. Right Honorable Sir and Honorable Gentlemen. That the petitioner has not only been informed by the Orphan Master, Mr. Hendrik Justinus de Wet, who had been duly authorized by the Right Honorable Governor to salvage and administer the repeatedly mentioned washed-up goods, etc., as far as possible to the benefit of the interested parties of the aforesaid ship Nicobar, but also by the substitute Christiaan Godhelp Rudolphi and order-rider Johannes Cremer, who had been dispatched from here for the necessary supervision against all irregularities; principally that they themselves, upon their arrival there, had encountered five wagons laden with hogsheads of brandy, barrels of beer, empty leaguers, barrels, planks, cordage, etc., which belonged to the burghers Jacobus Fourie, Louis Fourie, Coenraad Johannes Groenewald, and Burgert van Dijk, all of which appears more fully from the annexed inquests marked from letter A to M inclusive. The petitioner thus sees himself brought, by virtue of his office, to the unavoidable necessity of instituting the proper legal proceedings against them in order to curb such conduct which opposes the well-established order of this government, to the end that their well-deserved punishments may be inflicted upon them according to the laws and aforesaid placats. Thus, the petitioner takes the liberty to address Your Honors, most respectfully requesting that he may be granted the requisite authorization to have the aforementioned burghers Jacobus Fourie, Louis Fourie, Coenraad Johannes Groenewald, and Burgert van Dijk summoned to appear in person before Your Honors' tribunal and to hear such demand and conclusion, as well as request or requests, as the petitioner shall come to make and take against them, and further to proceed as the nature of the matters shall require. Was signed: D: van Ryneveld. Agrees. Thursday, the 11th of March 1784. Extract from the Criminal Court Roll held at Cabo de Goede Hoop. The junior merchant and landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Daniel van Rijneveld, official prosecutor in this criminal case, on the one side, Against The burghers and agriculturalists here, Jacobus Fourie, Louis Fourie, Coenraad Johannes Groenewald, Burgert van Dijk, Matthijs Guillaume, Christoffel Groenewald Christoffelszoon, Lucas Marthinus Marais, and the widow Wessel Wessels, all defendants in person in the aforesaid case, on the other side. The messenger, entering, reports that Matthijs Guillaume and Coenraad Johannes Groenewald had not appeared. The official prosecutor exhibits a written demand and concludes therewith as at the end thereof, there being attached nineteen annexes, all according to the inventory delivered therewith, and states that the said Coenraad Johannes Groenewald, on account of indisposition according to the proof sent to the prosecutor, had not been able to appear; therefore requests, if this Honorable Council deems it fit, a further summons with respect to these two absentees, upon penalty of bodily apprehension, or as this Council shall deem best. All the present defendants, having heard the demand and conclusion read, request that this demand might not take place; that they would never have done it if Van Reenen had not incited them to it and told them that it was no harm; and that they might therefore be granted a copy in order to reply thereto in six weeks' time, as well as that they might place the matter into someone's hands, since they lived far away. The official prosecutor advances that he maintains no copy can be granted to the defendants, since the case has been brought extraordinarily; persists with his demand and conclusion, and requests justice. The defendants persist with their request, saying that they are honest burghers and are innocent in this matter.
Dutch transcription
302 Het het diepst respect vertoond den onder geteekend ondercoopman en landdrost van Stellenbosch en drakensteijn, Daniel van Reijneveld. — Dat niet tegenstaande bij de respe, placcaaten deeser Lande; in Cas van Stranding van scheepen zonder onderscheijd wel expresselijk is verboden, dat zig niemand op de Zeestranden mogen begeeven, veel min aldaar eenige opgespoelden goederen, steele, op peene, dat dezelve als publicque dieven, zoude worden gestraft het egter bij geleegentheijd van't Stranden van 't diensst schip, Niebban aan de ratel rivier omtrend de Poetendaals valleij niet heeft gemanqueert aan eenige baatzugtige en ontwenschte ingeseetenen, die getragt hebbe van de ongeluckige Stranding onlangs van't voorsz: Schip aldaar, aller onbetaam Lijkst en op een barbaarse wijze dat een onuijtwisbaare blaam voor deeze plaats WelEdele Achtbaare Heer en E. Heeren. Aan den welEdelen achtb. Heer Pieter Dbacker praesident beneevens den E. Achtb. raad van Iustitie deezes gouvernements.— L: N. 303 ongepermitteerde voordeelen te trekken ƒ dat de vert: niet alleen door den weesmeester S=r Hendrik Zustinus de wet die tot het bergen en administreeren der meerm: opgespoelen goederen &, zoo veel mogelijk ten voordeele van de g'interesseerdens van voorm: schip Nicobar van den welE: gestr: heer gouverneur behoorlijk was gequalificeerd; maar ook van den tot nodig opzigt, tegens alle engereegeldheeden van hier afgesonden geweest zijnde substitun„ Christiaan godhelp Rudolphi en ordonnan ruijter Johannes Cremer, voornamentlijk g'Informeerd geworden zijnde, dat zy zelfs bij hun arrivement, aldaar hadden ontmoet vijf wagens belaaden met oxhoofden brandewijn, vaten Bier, Ledige Leggers, vaten, planken, touwwerk, &, en toebehoorende waren aande burgers, Iacobus Fourie Louis Fourie, Coenraad Iohannes groenewald, en Burgert van Dijk alles nader consteerende, uijt de hier nevens leggende Enquesten gequoteerd van La„ A. tot M: inclusive De vert: zig dus amptshalven in de onvermeijdelijke noodsaakelijkheijd gebragt ziet, omme tot stuiting van diergelijken, tegens de welgestelde ordre deeser regeering, aankantend gedrag de behoorlijke proceduuren tegens dezelve te Entameeren, ten eijnde hunne welverdiende Straffen, volgens de wetten, en placcaten voorm: te doen infligeeren zoo neemd de vert: de vrijheijd zig te keeren tot uw E. achtb. Eerbiedigst versoe„ „kende, dat aan hem moge worden verleend Kier de vereyschte qualificatie, ten eynde de bovengenoemde burgers Jacobus Fouries Louis Fourie, Coenraad Iohannes groenewald en Burgert van Dijk te laten dagvaarde omme in perzoon voor uw wel E: achtb. vierschaar te Compareeren en aantehooren zodanige Eysch ende Conclusie mitsgs verzoek ofte verzoeken als den vert: tegens hun zal koomen te doen en te neemen, voorts procedeeren als den aerd der zaaken vereijsschen. /:was geteekend/ D: van Ryneveld. Accordeert. gem Clere„ 304 den boode binnen treedende Den onderkoopman en Land„ rapporteerd, dat Matthijs Guillau„ „mé en Coenraad Johannes Groe„ drost van Stellenbosch en Dra„ „newald niet waaren verscheenen; kenstein S„r Daniel van den Ratione offici Eipscher &„ Rijneveld Ratione Officie lij„ „hibeert een schriftelijken Eisch en „scher in cas Crimineel ter „concludeert daar bij ut in fine lenre op ende jeegens van denselven; sijnde daar ne„ „vens gevoegt Neegenthien bijlaa„ „gen, alles volgens den daar bij over de burgeren en Landbouwe„ „geleeverde Jnventaris, en segt dat „ren alhier Jacobus Tourie, den ged„e Coenraad Johannes groeneuald overmits in dispo Louis Fourie, Coenraad Jo„ „sitie, volgens ' aan den Eijsscher „ hannes groenewald, Bur gesondene bewijs niet had kunnen „ gerf van Dijk, Matthijs compareeren, verzoekt dierhalven, guillaume, Christoffel deesen E achtb: Rade zulx goed vin„ „dende, ten obzigte dier twee abzen groenewald Christoffelzoon, „te nadere dagvaarding, op poene Lucas Marthinus Mar„ van apprehensie corporeel, of soo rais, en de weduwe wes„ als 't deesen Raade best oordeelen „sel wessels, alle gedaag„ „dens in perzoon in 't voorschreeven Alle de presente gedaagdens Cas ter andere zijde. — den Eipch en conclusie hebbende hooren leesen verzoeken, dat dien Erpch niet mogt geschieden dat zijlieden 't nimmer zouden hebben gedaan, soo van reenen henlieden niet daartoe aangezet en gesegt had, dat het geen quaad was, en dat henlieden daarom copia mogt worden verleend, om over ses weeken daarop te antwoorden, als meede dat zyl: die zaak in iemands handen mogten overgegeeven, dewijl sij verre van de hand woonden. — den Ratione Officie Eijscher, advanceert dat hij sustineerd, aan de ge„ „daagdens geene Copia te kunnen werden toegestaan vermits de saak Extra ordinair is aangelegt, blijft bij zijn Eijsch en conclusie per„ „sisteeren en verzoekt Regt. — de gedaagdens blyven bij hun verzoek persisteeren, seggende dat sij eerlyke burger Lieden en in die saak onnozel zijn. — Donderdag den 11„e Maart 1784. — Extract uit de Crimineele Regts Rolle gehouden aan ca„ „bo de Goede Hoop Haan ƒ zouden. — op
English
Their Honours, taking into consideration the state of the act committed by the defendants, as can be seen from the tenor of the inquiries, either through ignorance or bad advice and instigation, and furthermore paying regard to everything that occurred during previous strandings and remained without complaint, as well as on what basis the defendants and the accused, as they allege, imagined they were permitted to take for themselves the stranded goods, which were of little value anyway, have therefore judged it most advisable, since all the defendants have been properly heard before commissioners and have fully confessed their conduct, to settle this case in full assembly. The Council, having heard the parties and considered everything that deserved consideration in this case, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemns the first defendant Jacobus Peurie to be put on water and bread for the period of 14 days, as well as to a fine of One Hundred Ducatons, and further the remaining defendants Louis Fourie, Coenraad Johannes Groenewald, Burgert van Dijk, Mattheus Guilleaumé, Christoffel Groenewald, and Margaretha Radijn, widow of Wessel Wessels, each to a fine of One Hundred Rijxdaalders, as well as Lucas Marthinus Marais to a fine of fifty Rijxdaalders, all for the benefit of the prosecutor ratione officii, and condemnation of all the defendants in all the costs incurred in this matter, dismissing the remainder of the officer's claim. Below stood: At the Cape of Good Hope, day and year as above. Lower: In my presence, was signed: C: L: Neethling Secretary. Agrees, [illegible] sworn Clerk. Appeared before the Honourable Council of Justice of this government the junior merchant and Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein Daniel van Ryneveld, prosecutor ratione officii on the one side, Against the Commandant of the Swellendam Invalids Jacob van Reenen, defendant on the other side. Article 1. And caused to say 2 that on 17 June of the past year, the prosecutor ratione officii having been informed 3 that at the Ratel River near the Soetendaals Valley within the territory of this government had run aground the Danish Asiatic Company ship Nicobar; 4 the prosecutor ratione officii immediately upon the same information 5 had dispatched to the Field Cornet Jacobus Fourie, living nearest thereabouts, such written order 6 as he deemed necessary regarding the shipwreck suffered 7 and serving the interests of those concerned in the said ship; 8 that the prosecutor ratione officii subsequently, to assist the Orphan Master Hendrik Justinus de Wet, 9 who was provided by the Honourable Governor with a written authorization 10 for the salvage and administration of the washed ashore goods found on the beaches in that vicinity, 11 had sent along his substitute Christiaan Godhelp Rudolphi 12 and the orderly horseman J: Cremer; 13 from the aforementioned Mr. de Wet as well as the substitute, upon their return, 14 he had to learn to his utter surprise 15 that they, not only upon going thither
Dutch transcription
Haar E Achtbaarens aanmerkende den Staat, van het feijt door de gedaagdens soo, men uijt den teneur der Enquesten sien kan, of door onkunde of quade raadgeevinge en aanspoorin„ „ge gepleegt, en verders reguard neemende, op alles wat bij voorige strandingen voorgevallen en ongeklagt gebleeven is, mitsgaders op welken voet, de gedaagdens en de beschuldigdens, soo sij allegueeren; sig hebben verbeeld de Strandgoederen die tog van weinig valeur geweest zijn, te mo„ „gen na hun neemen, hebben mitsdien raad„ „saamst geoordeelt, om vermits alle de gedaag„ „dens behoorlijk voor gecommitt s zijn gehoord„ en hun bedrijf volmondig beleeden hebben, deese zaak de pleno af te doen. — Den Raad parthijen gehoord en overwoo„ „gen hebbende, alles wat in cas Subject consi„ „deratie meriteerde Regt doende, uijt naam ende van weegens de Hoogmoogende Hee„ „ren Staaten generaal der vereenigde Nederlanden; Condemneert den Eersten ge„ „daagde Jacobus Peurie omme den tijd van 14 daagen te waater en Brood geset te werden, mitsgaders in eene boete van Een Hondert Ducatons, en voorts de verdere gedaagdens Louis Fourie, Coenraad Johannes Groenewald, Bur„ „gert van Dijk, Mattheus Guilleaumé, Chris„ „toffel Groenewald en Margaretha Radijn weeduwe Wessel Wessels ieder in eene boete van Een Hondert Rijxdaalders mitsgaders Lucas Marthinus Marais, in eene boete van vijftig Rijxdaalders alles ten behoeve van den Ratione officie Eipscher en condemnatie van alle de ge„ „daagdens in alle de in deesen gevallene kosten, met ontsegging van den verderen gedaanen Eysch van den officier. — /:onderstond:/ Aan Abo de goede Hoop, Die et anno Utsupra /:laager:/ Mij present /:was geteek:d/ C: L: Neethling Secret:s Accordeert Bet gem Clercq den Commandant der sweller damse Invalides Jacob van Reenen ged„te ter andere zyde 1 Art:/ En deede zeggen 2 dat op den 17 Iuny des gepasseerden Jaars de R: O: Eysscher zynde g'informeert geworden 3 dat aan de ratel rivier omtrend de soe„ tendeals valleij in het Territoir van dit gouvernement was gestrand het diensch asiatisch Comp: schip nicobar 4 de r: O: Eysscher direct op deselve infor„ matien 5 aan den naast daaromtrend woonende veldwagtmeester Jacobus Fourie heeft afgesonden gehad zodanige schrij telyke ordre als oordeelde omtrend de schip breuk geleeden nodig 0 en voor de g'interesseerdens van het zelve schip dienstig te zyn 8 dat de r: O: Eysscher vervolgens ter ad„ sistentie van den weesmeester Sr. Hendrik Justinus de wet „g denwelken van den wel Edelen getr Heere gouverneur, met eene schrifte lyke qualificatie te tot het bergen en administreeren der af„ gespoelde en aan de stranden daar omstreex bevindende goederen was voor sien zyn substituut Christiaan god„ help Rudolphi „ 12 en den ordonn: Ruyter J: Cremer hebbende meede gegevven 13 van gem: Sr. de wet zo wel als den substituut by hun te rug komst „14 tot zyn uytterste surprace heeft moe„ ten verneemen 4 „15 dat zylieden niet alleen in het derwaard Raad van Justitie deeses gouvernements den onder koopman en Landdrost van stellenbosch en dra¬ Kensteyn Daniel van Ryneveld r: O: Eysscher ter Compareerde voor den E Agtb: zyden genze. : 6 Contra 305
English
306 riding on the way had met several wagons loaded with various goods washed ashore from the aforementioned ship Nicobar, belonging to the just-mentioned veldwagtmeester Jacobus Fourie, Louis Fourie, Coenraad Johannes Groenewald, Burgert van Dyk, Mattheus Guillaume, Christoffel Groenewald, Lucas Marthinus Marais, and Margaretha Redyn, widow of Wessel Wessels; but also, upon their arrival at the beach, had found fully thirty wagons loaded with the very same aforementioned goods; and learned that the greatest part of the washed-ashore goods had already been transported from there; so that the often-mentioned Sr. de Wet, having asked the collective persons to whom the wagons loaded with the washed-ashore goods belonged who had given them the right to act so arbitrarily with the said goods and to take them for themselves, they answered unanimously and as if from one mouth, Jacob van Reenen, the defendant in this matter; that the Prosecutor ex officio thereupon having initiated the necessary proceedings against the above-mentioned persons, both from the same and from the inquests previously obtained for that purpose, with humble deference, it appeared that the robbing, stealing, and transporting of the washed-ashore goods from the aforementioned ship Nicobar ought to be attributed to the defendant in this matter, and that he, the defendant, had given the first inducement thereto; the Prosecutor ex officio therefore considered it to be his indispensable duty also to request of Your Honorable Worships, as the Prosecutor ex officio then did request on 13 January and obtained from Your Honorable Worships, a personal summons, to the end of hearing such claim and conclusion, or request or requests, as the Prosecutor ex officio on the appointed day should come to make and take, to answer thereto, and further to proceed according to law; that the defendant subsequently, having been condemned by interlocutory judgment of Your Honorable Worships to answer to such articles as should be presented to him on behalf of the Prosecutor ex officio, at his appearance before the Gentlemen Commissioners for that purpose, declared to the same under manifold worthless exceptions and arrogant pretensions that he would not answer to the articles; that the Prosecutor ex officio, by the declaration made by the defendant, found himself obliged to request of Your Honorable Worships that in this matter such provision might be made as Your Honorable Worships should deem proper for the execution of the said disposition; that the further disposition of Your Honors was finally of that effect, that the defendant found himself persuaded to answer to the articles presented to him on behalf of the Prosecutor ex officio; so that he, the defendant, in his given responses, continually sought to verify his innocence with a certain legal opinion in the lawsuit of the Independent Fiscal Mr. Willem Cornelis Boers, who has since repatriated from here, and the burgher Jan Smit, given by the advocates Ploos van Amstel, Luzac, and Le Peune; yet that he nonetheless deemed himself authorized, by virtue of the same legal opinion, in the presence of the persons then present there on the beach, to declare to the veldwagtmeester that it was not the business of a burgher to watch over strangers' goods, but rather to bury the dead; that the Prosecutor ex officio nonetheless, with humble correction, considered the defendant's confession not to be sufficient enough to be able to make an extraordinary claim against the defendant; having requested at the first meeting that the defendant might be received
Dutch transcription
306 ryden op weg ontmoet hadden eenige wa„ gens belaaden met differente van het voorsz: Art: 16 schip Nicobar opgespoelde goederen toe behoorende aan de evengem: veldwagt¬ meester Jacobus Fourie, Louis Fourie, Coenraad Johannes Groenen wald, Burgert van dyk, Mattheus guillaume, Christoffel groenewald, Lucas Marthinus Marais en Mar¬ garetha Redyn wedwe Wessel wessels 8 maar ook by hun arrivement aan het strand wel dertig wagens belaeden met deselve voorsz: goederen hadden aangetroffen. 19 en vernoomen dat het grootste gedeelte der opgespoelde goederen reeds van daar was vervoerd zo dat meerm: S„r de wet aan de gesamentlyke persoonen, aan dewelke de op wagens met de opgespoelde goederen belaaden toequamen 21. gevraagd hebbende wie hun regt gegeeven had, zo willekeurig met deselve goede„ ren te handelen en na hun te neemen 22 zylieden eenparig en als uyt eenen monde g'antwoord Jacob van reenen den ged„te in desen 123 dat door den R: O: Eysscher daarop tegen de bovengem: Persoonen, de nadtige proce„ dures zynde g'Entameerd „ ƒ „ 24 zo uijt deselve, als uijt de bevoorens tot dat eynde ingewonnene Enquesten on„ der Eerbiedige verbeeteeringe is toegescheenen „ 25 het rooven steelen, en vervoeren der op„ gespoelde goederen van het voorsz: schip Nicobar. 26 aan den ged„e in deesen te moeten attribueeren 27 en hy ged=te de eerste aanleydinge daartoe te hebben gegeeven „28 de r: O: Eysscher dus van zyn indispensabelen pligt heeft gemeend te zyn 29 almeede van uwel Ed: agtb: te moeten versoeken „30 gelyk den r: O: Eysscher, dan ook op den 13 Jann: heeft versogt en g'obtineerd van UwelEd: agtb: dagvaardinge in persoon / ten eynde te aanhoren zodanige Eysch en Conclusie dan wel versoek ofte versoeken „ 32 als de r: O: Eysscher ten dage dienen de zou komen te doen en te neemen. 33 daarop te antwoorden en voorts te procedeeren als na regten. dat den ged„te vervolgens by inter locutoire vonnis van Uwel Edele agtb: gecondemneerd zynde te antwoorden op sodanige articulen als hem van wegens de R: O: Eysscher zouden worden voorgehou„ den. Art: 34 by zyn Comparitie voor Heeren gecommitt„s ten dien eynde, aan denselven onder veelvuldi„ ge nietswaardige exceptien en arrogante pretenten heeft gedeclareerd. „ 35 van niet te zullen antwoorden op articulen „ 36 dat de r: O: Eyss„r door de gedaane declaratie van den ged„te zig heeft genoodsaakt gevon„ den van uwel Edele agtb: te versoeken, dat in deesen zodanige voorsieninge mogten worden genoomen 37 als uwelEd: agtb: ter executie van deselve dispositie zouden oordeelen te behooren „ 38 dat de nadere dispositie van uwel Ed: dan eyndelyk van dat Effect is geweest. - 39 dat den ged„te zig al gepersuadeert heeft gevonden te antwoorden op de hem van wegens den 7: O: Eysscher voorgehoudene articulen. zo dan dat hy ged„te by zyne gegeevene respon siven by Continuatie zyn inschuld heeft getragt te verifieeren. „ter met zeekere advys in het proces van den zeedert van hier gerepatrieerden Heer Jn dependent Fiscaal M„r Willem Corne¬ lis Boers en den Burger Jan Smit „42 door de advocaaten Ploos van Am¬ stel Lusac an Le Peune gegeeven „43 dog dat hy egter niet te min, zig bevoegd heeft gereekend, omme uyt kragte van het zelve advys „44 ter prasentie van de zig aldaar aan strand bevindende persoonen te declareeren aan den veldwagtmeester. „45 dat Nk het niet de zaak van een burger quam te zyn 46 op vreemde mans goederen te passen maa wel de dooden te begraaven „47 dat de R:O: Eysscher niet te min onder Eerbiedige Correctie heeft gemeend a des ged„e Confessie niet voldoende genoeg te zyn, omme tegen den ged„te Extra ordinair Eysch te kunen doen ƒ „lig by de eerste vergadering heeft versogt „50 dat den ged„e mogte worden ontfangen l
English
in an ordinary proceeding art 50. as the defendant was also admitted thereto 52 that however much the plaintiff ex officio cannot well, by virtue of the defendant's confession alone, accede strictly to the conclusion regarding evil counsel given, which advice and inducement to the deed was also effectively the cause. 53 he nevertheless, based on the proofs annexed hereto 54 as well as the defendant's confession, finds it necessary 55 to occupy the attention of your Honors for a little while with a clear demonstration of the crimes of which the defendant has made himself guilty 56 and with the examination of the punishment which the said defendant has merited 57 And since the crimes of the defendant are of a different nature. 58 And first of all that he, as a burgher officer, instead of encouraging his subordinates to obedience to the orders given to them, has sought to lead them away from their equitable and no less legitimate obedience. and secondly, having urged his subordinates by way of advice that they were authorized to violate their commanded orders established by the government 60 And then finally, thirdly, in counseling that, under the quasi pretext of provisional salvage, all washed-up and stranded goods might be appropriated, and in order to have his advice immediately executed, the said defendant wished to take upon himself whatever might come of it 61 the plaintiff ex officio also considers himself obliged to deal with these different crimes in such manner 62 And as the defendant in the first place himself states at the first article of his interrogation 63 to be Commandant of the Swellendam Invalids 64 he will neither be able nor willing to deny 65 that pursuant to his oath and duty, and as a man who, according to almost all his articulative answers in his interrogation, seems to pretend a particularly great knowledge and understanding of the right that belongs to a burgher in a colony such as this. art: 66 the defendant strictly ought to know 67 that no society, much less a country, can exist without laws 68 and that everyone ought and must conduct himself according to the same laws 69 and that the violators thereof in general 69½ and that those in particular to whom a higher degree of observance of these laws is entrusted 70 ought also to be punished more severely 71 without anyone being authorized 72 to pass judgment upon the equity or iniquity of the laws 73 since this latter is entrusted solely to the rulers of the land 74 and that the defendant, therefore, both by virtue of his capacity and the trust of the common people and his superior knowledge, could be assured 75 that very soon upon his specious representation 76 and the influence he could awaken in the hearts of the listeners by his assurance of wishing to take everything upon himself 77 his advice would be followed 78 and of which the consequences have also yielded the most undeniable proof 79 so that the defendant, by virtue of the intentional, willful, and no less malicious misuse of his capacity and the oath and duty attached thereto 80 does not merit continuing therein for a single moment longer 81 And in order not to give an ignorant public further occasion to expose itself to such wicked advice 82 moreover to be deprived of all prerogatives, benefits, and rights of a common burgher 83 it is furthermore beyond all contest 84 that from the misinterpretation and misplacing
Dutch transcription
in een ordinair proces art50. gelyk den ged„e dan ook daartoe is g'admitteerd „ 52 dat hoe zeer ook de r: O: Eysscher niet wel uyt kragte van des ged„e Confessie, alleen tot de Conclusie bepaald, op eenen quaaden raad gegeeven welkers raadgeeving en aanleyding tot de daad ook Effectueelyk, oorsaak is ge„ weest kan toetreeden. „ 53 hy egter zo op fundament der by deesen g'annexeerde bewysen „sk als des ged„e Confessie nodig vind „ 55 de attentie van uwel Ed: agtb: een wynig te occupeeren met een Liquide verdoog be„ toog van de misdaaden waaraan den ged=te zig heeft schuldig gemaakt „56 en met het ondersoek der straffe wel„ ke hy get„e heeft gemeriteerd gehad „ 57 En daar de misdaaden van den ged„te zyn van eenen differenten aard. „ 58 En wel eerstelyk dat hy als eenen burger officier in steede van zyne mindere aan te zetten tot obedientie van de ordres hun gegeeven, deselve heeft getragt al te lyden van derselver billyke en niet minder regtmaatige gehoorsaam„ heyd. en tweedens deselve zyne mindere door een advys aangemaand bevoegd te zyn tot het verbreeken van derselver aan„ bevoolene en door de regeeringe bepaal„ de ordres 60 En dan eyndelyk derdens in het Consu„ leeren van quasi onder pretext van provisioneele berging alle opgespoel„ de en gestrande goederen, nadigte mogen neemen en om zynen raad da„ delyk te doen eecuteeren, hy gete al„ les op zig wilde neemen water van b1 de r: O: Eysscher deselve differente mis„ deaden dan ook diesdanig zig verpligt oordeeld af te handelen 62 Engelyk den ged„e dan in de eerste plaats zelve by het eerste articul van zyn verhoor zegd „ 63 Commandant der Sweltendamse In„ velides te zyn „64 zal hy wel niet kunnen nog willen ontkennen 65 dat ingevolge zyn Eed en pligt en als quam 307 een man die volgens byna alle zyne articu„ lativen antwoorden zi van zyn verhoor een bysondere groote kennis en wetenschap schynt te willen praetendeeren van het regt het welk een burger in een Colonie als deesen toekomt. art: 66 hy gedte pr pt. behoort te weeten 67 dat geene sotretyt veel minder een land zonder wetten bestaan kan 68 en dat een yder zig dient en behoort te gedraa„ gen na deselve wetten 69 in dat de overtreeders van deselve in het generaal 69½ en dat de geene die in 't particulier een meer„ deze graad der observantie van deselve wetten aanbetrouwd zynde „7O ook swaarder behoord gestraft te worden „ 71 zonder dat ymand bevoegd zy „72 over de Aquiteyt of de maquiteyt der wet„ ten te mogen Judiceeren „73 alsoo dit laatste alleenlyk aan de re„ genten van den lande is aanbetrouwd 74 en dat den ged„te zig dus zo uyt hoofde van zyn qualitteyt als het vertrouwen van het gemeen en zyn meerdere kunde zig verseekerd konde houden „75 dat zeer ras op zyn waarschynelyk voor„ dragt 76 en den invloed die hy by zyn verseekering van alles op hem te willen neemen in de harten der aanhoorende kon ver„ wekken 77 zyne raadgeeving zoude volgen „7e en waarvan de gevolgen aan ook het on„ weder spreekelykst bewys hebben opgelee„ verd 79 zo dat den ged„te uyt hoofde van het opsette„ lyk moedwillig en niet minder quaad„ vaardig gebruyk van zyn qualiteyt en daar aan verknogten Eed en pligt „ 80 geen ogenblik langer monteerd daarin te Continueeren 8 En om een enkundig gemeen niet verder geleegendheyd te doen aangeeven van zig aan diergelyke boose raadgevingen t' Exineeren 82 bovensdien van alle prerogativen benefi„ cien en regten van een gemeen burger te worden verstooken „83 het is wyders buyten alle Contest „8k dat uyt het verkeerd uytleggen en een plaatsen
English
308 quoting by the defendant of a legal opinion which pertains to a private lawsuit. Article 85 most strongly demonstrates what diligence he applied entirely to nullify the laws and orders of his government 87 for he, the defendant, was not content with letting his malicious intention show, as evidenced by the answer to Article 10 of his interrogation, 88 with the understanding and presumptuous knowledge that he believes to have of the frequently mentioned legal opinion, 89 in order to reveal the same only to the field watchmaster. 90 No, Honorable Gentlemen, he goes to the widow Wessel Wessels and assures her that, which is to be well noted, the goods from stranded and foreign ships could freely be taken away when¬ ever no one was present with them. 91 And did not the defendant, by distorting that which he understood from the legal opinions, 92 sufficiently confess this himself on Article 25 of his interrogation? 93 What else does the defendant intend to say by that, than: the laws that our lawful authority has given, 94 and which we, all residents of this colony, have so solemnly sworn to obey, 95 we disapprove, notwithstanding our oath and duty, 96 and have thus seen fit no longer to obey them, 97 but a private legal opinion, which by the thousandth consequence cannot be accepted as anything, 98 we all must follow according to the erroneous understanding of mine. 99 And has not the defendant thus, by his entire conduct in this matter, shown that he persuaded his inferiors 100 to violate all the established orders and laws of his authority? 101 And does not the deed prove that he, the defendant, according to the strictest sense of the law, deserves immediately to be banished as an evil and harmful subject? Article 102. And did he, the defendant, then finally in the third place not apply the utmost effort to put his wicked advice into execution, 103 with the assurance of wanting to take upon himself everything that might come of it? 104 Could anything stronger indeed be devised to persuade the persons present on the beach, 105 and to cause them to proceed to robbing and stealing the washed-up and stranded goods, 106 than that a person who held the highest quality among all those present, 107 and from whom they all consequently justly expected a superior knowledge, 108 gave the assurance that the transporting and taking away of the stranded and washed-up goods 109 was an entirely permissible deed? 110 For this can be deduced as clear as noonday from the previously cited confession out of his own mouth; 111 whereas the field watchmaster himself, by watching over the goods that were washed up there, made known to him what orders he had received, 112 and against which orders he, the defendant, immediately opposed himself, with an assurance to the same field watchmaster that it is not the business of a citizen to watch over a strange man's goods. 113 The Officer as Plaintiff also trusts that from an accurate summary of the sworn accounts and the further documents, 114 over and above the other testimonies, it is evident 115 that the defendant did not give his advice according to the legal opinions stated by him, 116 but on the contrary, by natural conclusion, must conclude 117 that not even the pretended good intention, 118 but an arrogant, usurped authority was the driving force of his advice, 119 in order, were it possible, entirely to trample underfoot the laws given by his lawful authority, 120 and to mislead an ignorant common populace. Article Article:
Dutch transcription
308 plaatsen van den ged„te van een advis dewelke tot een particulier proces haar betrekking heeft. art: 85 ten sterkster manifesteerd welken vlyfd hy aangewend heeft op de wetten en ordres van zyn regeering geheel te vernietigen 87 want hy ged„te zig niet vergenoegd heeft zyne malitieuse intentie blykens het ant„ woord op act: 10 van zyn verhoor te laeten doorstraalen „ 88 met het begrip en vermeetele kennis die hy van het meerm: advys meend te hebben 89, omme deselve alleen aan den veldwagten meester te openbaaren „90 heen agtb: heeren, hy gaat by de wedue Wessel wessels en verseekerd haar dat quod benevenotandum van gestrande en vreemde scheepen vry de goederen mogten worden weggenoomen wan¬ neer er niemand by was 91 en heeft den gede met de verdraaginge van het geen hy uyt de advysen heeft begreepen 92 dit niet genoegsaam zelve op art: 25 van zyn verhoor geconfesseerd 93 wat wil den ged„te daarmeede anders zeg„ gen, als de wetten die onse wettige overig„ heid heeft gegeeven ga en die wry alle Ingeseetenen deser Colonie zo duur beswooren hebben te zul„ Een gehoorsamen „ 95 dis approbeeren wy niet tegenstaande onsen Eed en pligt 96 en hebben dus goedgevonden deselve niet langer te obedieeren 97 maar een particulier advys het welk by de duysendste Consequentie voor geen niet ken worden aangenoemen „98 moeten wy alle na het verkeerde begrip van my opvolgen „99 en heeft den ged„e dus door zyn geheel gedrag in deesen niet betoond zyne mindere te persuadeeren „ 100 tot het verbreeken van alle de bepaalde ordres en wetten van zyn overigheyd „101 en bewyst niet de daad, dat hy ged„te na den striksten zin van de wet verdiend dadelyk als een quaad en schadelyk subject verbannen te worden art: 102. En heeft hy ged„te dan eyndelyk in de derde plaats niet het uytterste aangewend omme zyne boote raad ter uijtvoer te doen brengen „ 103 met de verseekering van alles op zig te willen neemen wat er van quam 104 was er wel iets sterker uyt te vinden om„ me aan strand aanweesende persoonen te persuadeeren. 165 en tot het rooven en steelen der opgespoelde en gestrande goederen over te doen gaan „10als dat een persoon die de hoogste qualitit onder alle de aanweesende bekleedde „ 107 en van denwelke zy alle dus gevolgelyk een meerdere kunde billyk verwagt en „108 de verseekering gef het vervoeren en weg„ neemen der gestrande en opgespoelde goe¬ deren „1og eene allesints gepermitteerde daad te zijn „ 110 want dit is middagklaar uyt de voor„ aangehaalde eygen mondige Confessie VE te deduceeren. WW terwyl de veldwagtmeester aan hem zelve door het oppassen op de goederen die aldaar opgespoeld waaren te kennen, heeft gegeeven welke ordres hi ontfangen hadde 112 en tegens welke wares hy get zig dade¬ lyk heeft aangekant, met verseekering aan deselve veldwagtmeester het niet de zaak van een burger man te zyn om op vreemde mans goederen te passen „ 113 de r: O: Eysscher vertrouwd teffens dat uijt eene accurate resumptie de b'Eedigde relaasen en de verdere documenten 114 boven en behalven de andere getuygenissen niet Consteerd 115 dat den gedte zynen raad na het door hem opgegeevene advysen heeft gegeeven „ 116 integendeel by natuurlyke gevol gtrek„ king moeten besluiten „117 dat zelfs niet de gepretesteerde goede intentie „118 maar eene arrogante aangematigde auctoriteyt de dryfveer van zynen raad ly geweest ƒ g omme waare het mogelyk de wetten door zyn wettige overigheid gegeeven „1zo ten eenemaale met voeten te treeden „121 En een onkundig gemeen te mislyden art. art:
English
309 art: 122. in order to oppose good order 123 and banish all obedience 124 the Plaintiff ex officio with respectful deference having presented the crimes of the defendant and wherein the same actually consisted, according to his humble understanding, with their true and essential circumstances 125. and concerning which he, for the rest, refers to the evidence from which the same have been deduced by him, 126 considers himself now able to find all the more easily 127 which punishments are determined by law for the said crimes 128 and which of those punishments the defendant shall have merited 129 if one then considers the real and essential intention 130 which seems to have resided in the advice of the defendant 131 then it would cause little difficulty 132 to prove clearly from the conduct of the defendant, 133 to whom not the least authority or direction is entrusted in such cases as the stranding of ships &c., 134 to be able to prove 135 that he, the defendant, by virtue of the assumed influence which he had on the minds of an ignorant populace, 136 has sought, were it possible, with his agreeable exhortations 31 to draw them away from their oath and duty, 138 to make them disobey the laws of their lawful authorities, 139 and thus consequently to disturb the public peace and quiet, 140 and thereby to endanger the common weal; 141 and which punishment is fixed by the laws for such crimes 42 could very easily be adduced; 143 but since the laws require that the advisor shall be corrected with no other punishment than is imposed upon the perpetrators, 145 so the Plaintiff ex officio also believes he must limit himself solely 150 how then would the second be innocent, 151 since this one is not merely passive as the former, but even somewhat active. 152 And it is, according to the opinion of most jurists, true 153 that an advisor to a villainy bears more guilt 154 than one who merely does not prevent a villainy about to be committed, 155 especially if the execution or the advice was followed. 156 And this applies fully to the defendant. 157. Do not all the proofs dictate that good order was kept until the arrival of the defendant, 158 and that immediately upon the advice of the defendant a beginning was made with the transport of the goods, 159 and that they even preferred the advice of the defendant so far above the orders of their government, 160 that they even wished to oppose 161 those who were individually provided with a qualification from the Right Honorable and Valiant Lord Governor? 162 The Plaintiff ex officio, without supplying his particular reflections on the evil consequences that could have existed in other cases from such advice as that of the defendant, art: 146. to the punishments that are imposed on those who, upon the advice, carried the evil into execution. 147. And who does not understand then that it is not as bad not to prevent an evildoer in his malice where one can, 148 as to move and incite him thereto even by advice. 149. And the laws do not hold the first innocent; art art art 163 maintains in the present case, with respectful correction, in examining and determining the punishment 164 which the defendant has incurred, 165 not to act wrongly when he chiefly takes for his rule Art: 175 of the Criminal Constitutio Criminalis of Emperor Carel the V, 166. which was decreed after many disputes of the Roman and contemporary jurists who commented on this subject, 167 as his precept, thus: if anyone knowingly and with evil intent helps an offender in the execution of any crime with any aid, assistance, or advice, or whatever name such may have, he shall be punished corporally for it, though according to the distinction of the cases. 168 And how far this is now to be applied to the crime of the defendant, 169 can be clearly inferred from what was just cited; 178 of the good order that existed there on the beach until the arrival of the defendant. 171. And in which regard that which most present-day jurists establish merits no less reflection: 172 that when the advice is of such a nature that one persuades someone to carry out any delict or offense, 173 and when, moreover, this persuasion consists in the use of pleasant and flattering words, 174 of this sort of advice, Mr. Carpzov says that it is unlawful and criminal. For which and other reasons, if necessary to be further alleged, the Plaintiff ex officio making his demand concluded that the defendant mentioned in the heading hereof shall by definitive sentence of Your Honorable Worships be dismissed from his present office and thereby declared unworthy and incapable of ever again holding any civic honorary offices, and furthermore art 175. he wishes to hold such an instigator rather as a principal than as an instigator, 176 as the same Mr. Carpzov, pars 11 quaest 87. no 6, adduces this. 177. Consequently, the defendant ought also to be punished corporally. 178 But whereas the sentence of Your Honorable Worships has imposed a lesser and slighter punishment on the perpetrators of the crime itself, 175 the Plaintiff ex officio also firmly assumes, and it is in that certain expectation, 180 that however much the principal cause of the whole case, 181 or foundation of the partly sworn and as yet partly unsworn relations and declarations, 182 is to be attributed to the defendant, 183 the Plaintiff ex officio cannot well conclude to a corporal or heavier punishment than was imposed on the perpetrators. art condemned 310
Dutch transcription
309 art: 122. omme de goede ordres tegens te gaan „ 123 en alle gehoorsaamheyd te verbannen „ 124 de r: O: Eysscher /:onder Eerbiedige reverentie:/ de misdaader van den ged„te en waarin desel„ ve eygentlyk hebben bestaan (:na zyn ge¬ ring begrip met desselfs waare en wesent„ lyke omstandigheiden hebben voorgen„ draagen 125. en waaromtrend hy zig voor het overige heb„ tot de bewysen waaruyt deselve door hem zyn gededuceerd zig refereerende „126 vermeend als nu des te facielaer te zullen kunnen vinden 127 welke straffen op deselve misdaaden zyn bepaald 128 en welke dier straffen aan den ged=te zal heb„ ben gemeriteerd „129 wanneer men dan de reele en Essentieelen intentie wil gade slaan 130 die er schynt geresideert te hebben in de raadgeeving van den ged„te „131 dan zou het wynig moeyte veroorsaaken „ 132 om klaarblykelyk uyt het gedrag van den ged=te „133 aan dewelke geen de minste autoriteyt of directie in diergelyke gevallen als by stran„ den van scheepen & is aanbetrouwt „ 134 te kunnen bewysen „ 135 dat hy ged„te uyt kragte van den g'arro„ g'eerden invloed die hy op de gemoederen van een onkundig gemeen hadde. 136 dat hy hheeft gestragt /: waare het moge„ lyk: met zyne aanneemelyke export dien „31 van hun Eed en pligt al te trekken „ 138 de wetten van hunne wettige overigheyd te doen disobedieeren „139 en dus gevolgelyk de gemeene rust en vreede te Hooren „140 en daardoor het gemeene best in gevaar te stellen „141 en welke straffe op diergelyke misdaaden naar de wetten bepaald is 42 zou zeer ligt te zyn by te brengen „143 dan daar de wetten willen dat den raad„ geever met geene andere straffe zal werden gecorrigeerd. „vak als de daaders zyn opgelegd „145 zo meend den R: O: Eysscher zig ook al„ leenlyk te moeten bepaalen. „ 150 hoe zoude dan de tweede onschuldig zyn. „ 151 daar deeze niet enkeld lydelyk als die maar zelvs eenigzints dadelyk is. „ 152 en't is volgens 't gevoelen der meeste regts„ „leeraren waaragtig. „ 153 dat een raadgeever tot een schelmstuk meer schuld heeft. 154 dan die slegts een te pleegen schelmstuk niet verhinderd. „155 voornamentlyk zoo de uytvoering of de raad gevolgd zij. 156 en dit is ten vollen of den ged=e te appliceeren. „ 157. dicteeren niet alle de bewijzen dat er goeden ordre is gehouden tot de komst van den get. „ 158 en dat men daadelyk op de raadgeeving van den ged=e met 't vervoeren der goederen een begin heeft gemaakt. „159 en zelvs de raadgeeving van den ged=e zoo verre boven de ordres van zyne overigheyd heeft geprefereert. „ 160 dat men zelvs zig heeft willen aankanten, „161 teegens die geene die nog afzonderlyk met een qualificatie van den weled: gestrenge heere gouverneur was voorsien 162 de R: O: Eyss:r zonder op de quaade gevolgen die er uyt diergelijke raadgeevingen als die van den ged„e in andere gevallen, zouden hebben kunnen Exteeren, zyne particuliere reflegien te suppediteeren. art: 146. tot de straffen deweke aan die geenen zyn ofgelegt, die op de raadgeeving 't quaad hebben, en ter uijtvoer gebragt. 147. En wie begrypt dan niet, dat 't niet zoo erg is een boosdoender in zyne boosheid, daar men kan, niet te verhinderen. 148 als hem zelvs door raad daar toe te bewee „gen en aan te zetten. „ 149. en houden de regten den eersten niet onschul„ art art „dig art 163 sustineerd int tegenswoordige geval /:onder eerbiedige correctie in't nagaan en bepalen der straffe. „ 164 die den ged:n heeft geincurreerd „ 165 niet qualijk te handelen wanneer hij voorna„ „mentlijk 't 175 Art: van de Cremineele hals ordonnatie van kyzer Carel de V. 166. 't welk na veele dispuuten der Romeinsche en toen ter tyd aanweezende regtsgeleerden. die over dit suyct hebben recommentari„ „eerd, is gestatueerd „167 tot zijn voorschrift neemt aldus indien „iemand eenen misdaadiger tot de uijt„ „voeringe van eenig misdaad weetentlijk „ en met een quaad ofzet met eenig hulf „ bystand, off raad of wat naam zulx mag „hebben, helft, zal daar over aan den „lijve gestraft worden dog na onderscheid „der gevallen. „ 168 En hoe verre dit nu op de misdaad van den ged„e te appliceeren zij. „ 169 kan men klaar op maken uijt 't even aan„ „gehaalde; 178 van de goede ordre die er aldaar aan't strand heeft geExsisteerd tot de komst van den ged„e „171. en waar omtrend gene mindere reflevie meriteerd het geen de meeste heeden daag„ „se regtsgeleerden vast stellen 172 dat, wanneer de raadgeeving is, van die aart, dat men iemand overreeden, dat hij eenig delict of misbedrijf uijtvoeze „ 173 en wanneer weederom deeze overheeding bestaat, in't gebruyk van aangename en vlyende woorden. „174 van deze zoort van raadgeeving: zegt de heer Carpzov: dat ze is onwettig en mis„ „daadig. Mits welke en andere reedenen is 't nood nader te alle„ „queeren, de R: O: Eyss:r Eysch doende concludeerde, dat den in den hoovde dezes gem: ged=e bij diffinitive vonnisse van uwEd: achtb: zal worden gedeporteerd. van zynen teegenswoordige qualiteit en mits dien verklaard onwaardig, en in habiel om ooyt weeder„ „om eenige burger Een amb„ „ten te bekleeden, en voorts art 175. hij wil zoo een aanraader meer voor een hebpen als wel voor een aanraader gehouden hebben. — „ 176 zoo als denzelven heer Carpzov: pars 11 laast 87. n=o 6. dit bybrengt. 177. dienvolgens den ged„e ook aan den Lijve zou behoren gestraft te worden. 178 dan terwijl de sententie van Uw Ed: Achtb: de daders van de misdaad zelve mindere en geringere straffe heeft opgelegd. 175 steld de R: O: Eyss„r ook vast en het is in die zeekere verwagting. „ 180 dat hoe zeer ook de principaalste oorsaak: van het geheel geval. „ 181: of fundament van de gedeeltelijk beEedigde en als nog gedeeltelijk onbesedigde relazen en verklaringen. „ 182 aan den ged„e toeteschreeven is „ 183 de B: O: Eyss:r niet wel tot een Lijff off zwaar„ „deze straffe als de daaders zyn ofgelegd kan Concludeeren. art geondemneerd 310
English
condemned to a fine of five hundred Ryxdaalders to the profit of the Right Honorable Prosecutor, with further condemnation in the costs and expenses of Justice, or to such other punishment as your Honors in accordance with their usual prudence shall find to be proper. was signed: D: V: Rineveld: in the margin: Exhibitum in Judicio the 22 April 1784. Agrees. HD Riets 311 Account given before the Honorable Commissioners from the Honorable Council of Justice of this government and at the requisition of the junior merchant and Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein the Honorable Daniel van Ryneveld by and on behalf of the Orphan Master here, the Honorable Hendrik Justinus de Wet, reading as follows. That, after the relator on Friday the 18 July 1783, being provided with a written authorization from the Honorable Valiant Governor in Loco, had departed from here, in order to act with the goods of the wrecked Danish Asiatic Company ship Nicobar, on which Captain Andries Kristi commanded, according to his, the relator's, discretion, which vessel was stranded on the 11th of this month near the Karsrivier, situated at the Soetendaals Valley. That the relator on Monday late in the afternoon, having come near the farm of the Burgher Cornet Monsieur Jacobus Johannes Tesselaar named the Groote Hagelkraal, there was met coming driving toward the relator a wagon of a Groenewald, which was driven by a Bastard Hottentot, and which wagon was loaded with two hogsheads of brandy, along with some 312 planks and ropes etc., the relator having immediately made that wagon turn back to the above-mentioned farm of the aforesaid Monsieur Tesselaar and unloaded there, while the relator himself happened to proceed directly along the road toward the above-mentioned farm. That upon the relator's arrival there, the aforesaid Monsieur Tesselaar having communicated to the relator that he had already written a letter to the relator, and thereby had given notice that he would salvage the washed-up goods and await the further order of the relator, and since the mentioned Tesselaar had seen that the goods were being taken away by the farmers being present there on the beach, he had provisionally also already had a quantity of goods brought from the beach to his farm to hand them over to the relator, as also occurred upon the relator's arrival there, and which goods consisted of A quantity of pine planks Eight boat oars Half a barrel of butter Empty chest Three empty barrels One hogshead of brandy and One barrel of beer. That after staying a short time at the several times mentioned farm, there arrived four wagons loaded with planks, boat oars, one barrel of brandy, two ankers of the same, further some empty small barrels, cases, and chests, along with a portion of ironwork, the same wagons being driven by the owners, and as the road went across the yard of the mentioned farm of the aforesaid Tesselaar, the relator made the same wagons halt and to the people who were on them, consisting of eight to ten persons, the relator showed the aforesaid deed of authorization, by virtue of which the relator judged that these wagons had to be unloaded immediately, that the relator's arguments found little acceptance, as the same persons had thought the carting away of the same goods to be completely permitted, while they substantially testified that it was said to them by the Burgher Jacob van Reenen that it was a foreign ship and thus everyone was free to scavenge, whereto they then, alongside the others, had proceeded. That, however, through much back-and-forth argument, the same persons finally resolved, though in a brutal manner, to throw the goods from the wagons, whereby not only the barrel of brandy fell to the ground in pieces and ran empty, but at the same time the other goods also became scattered here and there on the ground. However, since there was no storage for the goods there and besides the aforesaid two ankers of brandy no goods of value were found among them, the relator had the same carted there on the spot by the substitute of Stellenbosch, who had proceeded thither with the relator, and specifically in the presence of the above-mentioned persons, furthermore in the evening Field-Corporal Fourie also having arrived there on horseback, to whom the relator having asked how it came about that no better order was kept regarding the stranded and washed-up goods, the same had substantially answered the relator: that by him absolutely to all who and
Dutch transcription
gecondemneerd in een boete van vijf hondert Ryxdaalders ten profite van den R: O: Eyss„r met verdere Condem¬ „natie in de kosten en misen van Justitie, ofte tot al zulke andere straffe als uwelEd: agtb: volgens derzelver gewone prudentie zullen bevinden te behoren. /: was getekent:/ D: V: Rineveld: /:in margine:/ Exhibitum in Judicio den 22 april Accordeert. HD Riets geintlerig Dat, na dat den rect op vrydag den 18 July 1783 voorsien zynde met eene schriftelyke qualificatie van den wel Edele gestre: Heere gouverneur in Loco van hier vertrocken was, ten eynde met de goederen van het verongelukte deens asiatisch Comp: schip Nicobar, waarop gecon¬ mandeerd heeft Capitain Andries kristi te handelen na zyn relt„e. goed„ dunken, welke Bodem op den 11 deeser by de latelrivier, geleegen aan de soeten¬ daals valleij was gestrand. — dat den ret„t op maandag laat in den na de middag na by de plaats„ van den Burger Cornet Mons„r Jacobus Johannes Pesselaar genaamt de groote hagelCraal gekoomen gekomen zynde, den relt aldaar te gemoed was komen ryden een wegen van eene groenewald die door een Bastaart Stottentot wierd voortgereeden, en welke wa¬ gen belaaden was met twee oxhoof¬ den Brandewyn, beneevens eenige Relaas gegeeven ten overstaan van EE ge¬ committeerdens uit den E agtb: raad van sus„ titie deeses gouverne„ ments ende ter requi„ sitie van den onderkoop„ man en Landdrost van stellenbosch en draken„ stein d' E daniel van Ryneveld door ende van wegens den wees¬ meester alhier Lr Hendrik Justinus de wet Luydende als volgt. Planken 1784. 311 312 planken en Touwerk &, hebbende den relt dien wagen terstond doen te rug keeren, naar de bovengem: plaats van voorsz: Monsr. Tesselaar en aldaar ontlaaden, terwyl den Eelt zelve Juyst op de weg en na de bovengemelde plaats zig quam te begeeven. dat by des relt„s aankomst aldaar voorsz: Monsr. Tesselaar aan den relt. hebbende gecommuniteerd, dat hy reeds een brief aan den ret„t geschreeven, en daarby kennisse had gegeeven de opge„ spoelde goederen te bergen, en de verdere ordre van den relt. te blyven afwag¬ ten, en terwil gem: Tesselaer gesien had, dat de goederen door de aldaar aanstrand zig bevindende boeren weg genoomen wierd, had hy by voor¬ raad ook reeds een parthy goen deren laaten van strand naar zyn plaats opzyden om deselve aan den te werhandigen, gelyk sulx ook geschied is by des relts komst aldaar, en welke goederen bestaan hebben in Een parthy greene planken Deboots riemen „half vat booter Leedige Koffer drie Leedige vaaten Een oxhoofd Brandewyn en Een vat bier. dat na een wynige tyds vertoeven op meergem: plaats aldaar aangekoo¬ men zynde vier wagens belaaden met planken, bootsreemen, Een vat Brandewin, Twee ankers dito voorts eenige Leedige vaatjes kas¬ ses en kisten, beneevens een gedeelte iserwerk, werdende deselve wagens door d' Eygenaars voortgedreeven, ter„ wyl de weg over de werf van gem: plaats van voorsz: Tesselaar Thenen ging, had den rett. deselve wagens door stil houden en aan de Lieden die op deselve waaren, bestaande uijt agt à tien persoonen, des den relt voorsz: acte van qualificatie vertoond uyt welkers kragt den Eet„ oordeelden dat deese wagens direct moesten werden ontlaeden, dat des relts reeden wynig ingang gevonden heb¬ bende, alsoo deselve persoonen had„ den gemeynd het opreyden van deselve goederen volkomen gepermitteerd te zyn, terwyl zyl: substantieelyk be„ Huygden dat door den Burger Jacob van Reenen aan hun was gesegt, dat het een vreemd schip was en dus een yder vrystond om te raapen waartoe zy dan neevens de andere waaren overgegaan. dat egter door veele over ende we„ der reedenen deselve persoonen eyn¬ delyk beslooten hadden, dog op een brutale manier de goederen van de wagens te smyten, waardoor niet alleen het vate Bandewyn in stucken ter aarden viel en ledig liep, maar 'teffens ook de andere goederen hier en daar op de aarde verspreyd raakte.— dan terwyl aldaar geen berging voor de goederen was en buijten de voorsz: twee ankers Brandewyn ook geene goede¬ ren van waarde zig onder quam te bevinden, hadden rel. deselve al„ daar ter plaatse door den substituut van stellenbosch die zig met den rect. derwaards had bevonden begeeven doen opryden, en wel in het byweesen van de voorgeme: persoonen zynde vervolgens des avonds almeede te paard aldaar aangekomen den veld¬ wagtmeester Fourie aan denwelken den rett. gevraagt hebbende hoe het quam dat omtrend de gestrande en opgespoelde goederen geen beetere ordre was gehouden, denselven den rett substantieelyk geantwoord had: dat door hem volstrekt aan alle die ende