VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 4324

Cape · 441 pages · 139 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_4324_0079 view scan ↗

English

at Batavia dated 20 October 1786, delivered to the undersigned, together with some plans and profiles relative thereto. Insofar as it has been possible for me to comply with the venerated orders of Her Noble High Mightinesses, the Lords Directors at the Assembly of Seventeen, to assess some projects for the improvement of the aforementioned fortification works and contained in the missive enclosed herewith, I shall refer to them, and merely observe here in that regard that I have in no way been able to approve the ideas that were sent to me concerning this. Nothing else remained for me, therefore, in order to be of any use therein, than to form anew some projects for the reinforcement of the aforementioned strongholds, as far as my circumstances have permitted, according to my best judgment, and as far as it is possible to obtain knowledge of the locality from the plans sent to me. I then have the honor to submit herewith the various projects, namely for the Fortress of Gale marked No 1, No II, and No III, together with a construction plan for the project No II marked No III, and for Fort Oostenburg a project under No 1. E, and for Fort Trinconomale the projects No 1. A, No 1. B, No III C, and No II. D. In order to develop these ideas of mine for a better understanding, so that it may be assessed more closely on site to what extent they meet the desired objective, and which of my aforementioned projects will be the best, or the most suitable according to the terrain, and the most appropriate with regard to the costs to be expended thereon, I shall, in the first place, describe here the project for Gale, sub No 1. In forming the projects for Gale, I have principally restricted myself to the main front of attack against the land side, and in this aforementioned project No 1, I have endeavored, as far as was possible for me, to preserve the line of the old masonry works of the bastions de Ster, de Maan, and Son, together with the adjacent curtains against the north, east, and west sides, whereby certainly many costs would be avoided. Yet I have not been able to avoid having to suppress some buildings, either entirely or partially. The defective bastion de Maan must be completely removed. I have divided the entire front from d to t into two polygons, and in place of the first-mentioned bastion, laid a flat bastion, both faces of which are defended by fairly spacious circular flanks perpendicular to and directed at them. This new flat bastion de Maan, forming virtually a re-entrant on this front, and whose faces on the land side lie completely out of enfilade, will certainly present no point of attack for the enemy in this construction. On this bastion de Maan, I have added two retired flanks; both shoulders of this bastion, as well as some pieces of cannon which can be placed next to both orillons on the aforementioned flanks, directly defend the crossing of the ditch in front of both faces of Son and Sterre. From the said orillons, as well as from the cannon placed on the flank near them, one even has some reverse shots into the presumed breach of the opposing faces, and the cannon on those flanks, placed near the brisures, has a direct defense upon the head of the gallery or passage whenever an enemy should attempt to cross the ditch in front of the faces of Son and Sterre. In front of each of these polygons, I have been able to place a reasonably spacious ravelin, whereby the capital faces and curtains are properly covered. Flanks have been given to these ravelins, whereby likewise the capital faces, the flanks, and a part of the covered way are properly defended. The direction of the lines of fire upon the forward-lying terrain or front of attack of these ravelins, combined with the direction of the lines of fire of the capital faces, will leave virtually no place on the front of attack that is not swept with perpendicular crossing fires. Between both the aforementioned ravelins and in front of the bastion de Maan, a lunette is projected, both to augment thereby the defense of the covered way and glacis, and to be able to serve as a retreat when the covered way will no longer be defensible. Furthermore, I have laid in front of it a covered way, with a glacis, which is likewise reinforced by two places d'armes. Against that which the enemy might undertake at the aforementioned point of attack, as well as for the defense of the right face of Son, and of the left face of Ster, two royal flanks have been formed through the forming of a bastion on Aeolus, and the forming of a ditto bastion on the high and low front on the east side, whereby against a hostile attack...

Dutch transcription

te Batavia in dato 20. Octbr: 1786. aan den Ondergesz: benevens eenige Plansen Profillen, daartoe relatief gedaan toe komen. In hoe verre het men mogelijk is geweest aan de gevenereerde Ordres van Haar Edele Groot Achtbaarheden, Heeren Bewindheb„ beren ter Vergaderinge van 17n te voldoen, om te beoordeelen eenige Projecten ter Verbetering der Fortificatie werken voorn. & in de hiernevens gevoegde Missive vervat zynde, zal ik my daaraan refereeren; en alhier deswegens alleen aanmerken, dat ik in geenen deele heb konnen appro¬ beeren de Idees, dewelke aan my des„ wegens toegezonden zyn: — dus schoot my niets anders over, om van eenig nut daarin te konnen zyn, dan zo veel myne omstandigheyd heeft toe gelaaten, na myn beste inzien, en zo ver het Om deeze myne Idees dan, tot beter verstand te developpeeren, ten eynde, in Loco nader te konnen beoordeelt worden, in hoe verre, dezelve aan t gewenscht oogmerk beantwoorden, en welke van voorsz. myne Projecten het best, of En voor het Fort Oostenburg een Project onder N=o 1. E. hiernevens over te leggen. Voor het Fort Trinconomale de Pro„ jeetenr No 4. A. N„o 4. B. No. 111 C. en No. 11. D. mogelyk is kennisse van het Locaal uit de aan my toegezonden Plans te kun¬ nen verkregen, op nieuw eenige Projecten ter Versterkinge der meergem. sterktens te formeeren: Ik heb dan d' Eere die onderscheyden Projecten, als voor de Vestinge Gale gequot: No 1. No. 11. en No. 111. benevens een Constructie-Plan voor het Project No. 41. gegust: No. 141. mogelyk na 70 na de siluatie meest geschikt, en met de daar toe te impendeeren Kosten het convenabelste zullen zyn— zal ik, in de Eerste Plaatze, alhier beschryven, het Project op Gale, sub No 1. By het formeeren der Projecten op Gale, heb ik my principaal bepaald, tot het voorname Front van Attacque tegens de Land zyde en in dit voorn. Poojeet No 1. getracht, zo veel my immers mooglyk geweest is, om het beloop der oude Muur„ werken van de Bastions, de Ster, de Maan, en son, benevens de aangelegene Courtines, tegen de Noord, en Oost en Westzyde, te conserveeren, waardoor zekerlyk veele kosten zouden worden ontgaan — dan ik heb niet konnen vermeijden, om eenige Gebouwen, of geheel, of gedeeltelyk, te moeten supprimeeren — Het defectueuse Bastion de Maan zal geheel dienen g'amoveerd te werden — Het geheele Tront van do tot t o heb ik in twee Polygonen verdeelt, en in plaats van het eerst gem: Bastion, een plat Bastion ge„ legd, waarvan de beide Faces door vry voyale en daarop gerichte perpendiculaire circulaire Flancquen verdedigt zyn Dit nieuwe plat Bastion de Maan, als genoegzaam een Rentrant op dit Tront formeerende, en waarvan de Faces van de Landzyde, geheel buyten Enfilade leggen, zal zekerlyk in deeze constructie geen point van attacque voor den vyand op leveren. — Aan dit Bastion de Maan, heb ik twee geretireerde Flancquen gebragt de beide Schouders van dit Bastion, als ook eenige stukken Canon, dewelke naast de beide Orillons op de voorsz. Flancquen kunnen geplaatst worden, verdedigen het passeeren der Gragt voor de beide Faces der son en sterre directelyk.. — Uit de gezegde Ovillons, als ook Polygonen in't 71 uit het Canon op de Flancq naby de„ zelve geplaatst, heeft men zelfs eenige Revers-Schooten in de veronderstelde Bres der tegenovergelegene Faces. — en het Canon op die Flancquen, naby de Brisures geplaatst, heeft eene directe defensie op het hoofd der Galere of Passage wanneer een vyand de Gragt voor de Faces de Son en Sterre, zou trachten over te komen„ Voor ieder dezer Polygonen, heb ik een redelyk spatieus Ravelyn kunnen plaatzen, waardoor de capitale Faces en Courtines naar behooren gedekt worden. Aan die Ravelyns zyn Flancquen gegeven, waardoor insgelyks de capitale Faces, de Flancquen, en een gedeelte der be„ dekte weg naar behooren verdedigd werden. De directie der Vuurlynen op de voor gelegene Situatie of Front van attacque dezer Ravelyns gecombineerd met de Directie der Vuurlynen van de capitale Faces, zullen op 't Front der Attacque genoegzaam geen plaats overlaaten Iegens het geen de vyand aan voorsz. point van Attague zoude konnen onderneemen, als ook ter verdediging van de rechter Face de Son, en van de linker Face dester door het for„ meeren van een Bastion op Acolus, en het formeeren van een dito Bastion op het hooge en lage Front aan de Oostzyde zyn twee Royale flancquen geformeerd, waardoor tegen een vyandlyke Wyders heb ik daarvoor gelegd een bedekte weg, met een Glacis, dewelke insgelyks door twee Places d'Armes versterkt is. — die niet met perpendiculaire geeroiseerde vuuren beschoten wordt. — Tusschen beide de voorsz. Ravelyns en voor 't Bastion de Maan is een en Lunette geprojecteerd, zo om de verdediging van de bedekte weg en Glaus daar door te augmenteeren, als om tot eene Retraite, wanneer de bedikte weg niet meer te verdedigen wezen zal, te konnen dienen. — die onder„

NL-HaNA_1.04.02_4324_0082 view scan ↗

English

undertaking from this side, a vigorous defense can be made. I believed it necessary to enclose the Aeolus and the low work within the enceinte of the fortress, in order thereby to be able to make a vigorous and better defense with these parts. The construction can easily be gathered from these plans, and I think that the further assessment of this plan can also be sufficiently made from what I have already said and from the plan itself. The project on this same front, attached hereto under No. II, the capital thereof and the advanced ravelins and the lunette between them are identical to the preceding one, but I have placed a couvre-face before each of the faces of the bastions de Ster and de Zon, in order thereby better to cover both aforementioned faces against the enemy batteries, as well as to strengthen further both the aforementioned points of attack. One will observe in these projects that the disadvantageous heights BBB. & CC. do not enfilade any parts of the capital and very few of the outworks, as one will also observe from the plan under No. I, that from the flank of Aeolus, from the brisures of the curtain near the left flank of de Ster, from the flanked angle of this same bastion, from the left face and flank of the demi-lune or ravelin before the polygon on the west side, as well as from several branches of the covered way, the very disadvantageous rocky height marked AA. was fired upon by all these fires. The more advantageous position of the last-mentioned plan under No. II can also be easily gathered from an examination thereof. Furthermore, I proceed to the description of the third project on the front of Galle, which likewise consists of two polygons, but whereof the middle bastion forms a salient angle; and however true it may be that an attack on this bastion, especially on the left face, could be mounted by an enemy with greater effect than on the flat bastion of the preceding plan, one must nevertheless not lose sight of the fact that the approaches on the prolongation of the capital of that bulwark cannot take place except through the inundation of the forward-lying terrain, which bastion is defended perpendicularly from the capital by very spacious flanks, that by the direction of the same flanks the passage of the ditch is likewise directly defended, and the breach is swept from the flank by a reverse fire: when one imagines the perpendicular and grazing fires, both of the faces and of the demi-lunes in the plain, one will see that the entire front of attack is thereby likewise defended with grazing fires. By the position given to this polygon, one has on both sides at the points of attack a capital front which is directed straight toward both sides of the watercourse that is located there between the mountains. What advantages are found in the covered way, and in what an advantageous manner both flanks or sides of that glacis are defended from both faces of the newly projected bastions de Ster and de Zon, everyone will be able to see therefrom at a glance; As also, what a spacious and direct defense is obtained by this construction from the newly projected bastions, instead of the Aeolus and the low work, both for the defense of the right and left faces of de Zon and de Ster, and on both sides of the front of attack, on the bays on the east and west sides, and on the disadvantageous rocky height marked AA., can immediately likewise be gathered from the plan; wherefore I think that what has been said thereof will be sufficient. From the old construction lines on this plan, one sees that virtually nothing of the old masonry works on the front can be preserved, and whereby the costs naturally must come out considerably higher than those of the preceding project. Because both faces of the middle bastion are exposed to the enfilades of both disadvantageous heights BBB. & CC., I have proposed a blind or traverse therein, as I have also done in both collateral bastions, in order to cover them against the enfilades of the ships that might likewise wish to harass or attack those works from the seaward side, under which blinds either lodgings for the men or various small magazines can be constructed. But to what extent one will judge these traverses necessary can only be decided by a careful examination of the site itself. I have not dared to determine any further fortifications along the west, south, and east sides, because I feared either encroaching upon the buildings or at times projecting too far toward the seaward side, whereby those ideas might become either far too costly or completely impossible; just as I have not dared to propose anything as to what could most adequately be done regarding the Waterpas and the Black Fort, for which a complete knowledge of the site is absolutely required. But I venture to flatter myself that if the gentlemen engineers judge this proposed method of fortification good and arranged according to the rules, they will very easily be able to apply the same with regard to the bastions Neptune, Triton, the Salient, the Vlaggeklip, the redans Utrecht, Aurora, and Akkersloot, and be able to give far better, greater or lesser strength to those respective parts, according as the adjacent situation of the sea, relative to the banks, rocks, and places where one can approach and attack the fortress with ships, shall require it.

Dutch transcription

onderneeming dezer zede, een vigoureuse verdediging gedaan worden kan. Ik heb gemeend de Acolus en 't lage werk in de Enceinte der Vestinge te moeten insluiten, om daar door een vigou„ reusen en betere verdediging met deze deelen te konnen doen. De constructie kan ligtelyk uit die Plans opgenomen worden, en de verdere beoordeeling van dit Plan, vermeene ik, dat ook genoegzaam uit 't geene ik reeds gezegd heb, en uit het Planzelve, kan worden gedaan. Het Project op dit zelve Front, hier„ nevens gevoegd sub No. 11. daarvan is het Capitaal, en de voorleggende Ravelyns de Lanet, tusschen dezelve, gelyk aan t voorgaande - doch ik heb voor ieder der Faces van de Bastions dester en de son, eene Couvreface gelegt, om daar door de beide voorn. Faces tegens de vyandlyke Battery en beter te dekken als ook om de beide voorn. Pointen van attacque meerder te versterken. Men zal in deeze Projecten observeeren dat de nadeelige hoogtens 181. & C C. geene deelen van 't Capitaal en zeer weinige van de buiten werken daardoor g'em„ fileerd worden - zo als men ook uit het Plan sub No. 1 observeeren zal, dat uit de Flancq van Acolus, uit de brisures der Courtine by de linker Flancq van dester, uit den beschoten hoek van dit zelve Bastion, uit de Linker Faee en Flancq van de Demi-Lune of Ravelyn, voor 't Poligone aan de W. zyde, als ook uit eenige branches van den bedekten weg, de zeer nadeelige rotzige hoogte geguot. AA. door alle deeze vuuren be„ schoten werd. De meerder voordelige Positie van 't laatstgen. Plan sub No 11. zal ook ligtelyk uit de beschouwinge van het zelve opgenomen kunnen worden Voorts gaa ik over tot de beschreving van 't derde Project op 't Front van Gale, het welk insgelyks bestaat uit Twee van Polygonen . bolygonen; dan waarvan 't middelste Bastion een uitspringenden hoek for„ meerd, en hoe zeer daardoor, wel is waar, eene attaque op dit Bastion, met meer vrugt, dan op 't platte Bastion van het voorgaande Plan, door een Vyand, voor al op de linker Face, aangevoerd worden kan, zal men doch ook niet uit het oog moeten verliezen, dat de approches op „t verlengde van 't Capitaal van dat Bol„ werk niet dan door de innundatie van „'t voorgelegene Terrein geschieden kan, welk Bastion door zeer royale Flancquen van 't Capitaal per pendiculaire verdedigd word, dat door de rigtinge derzelver Flancquen, de Passage der Gracht ins„ gelyks direct verdedigd, en door een ruur de Revers in de Bres. uit de Flancq word beschoten: wanneer men de perpen„ diculaire en geersiseerde Vuuren, zo van de Faces, als van de Demi-Lunes in de Plaine zich voorsteld, zal men zien, dat het gansche Front van Attague daardoor insgelyks met geerviseerde vuuren verdedigd wordt. Door de persitie, aan deze Polygone Wat voordeelen in den bedekten weg gevonden, en op welk een voordeelige wyze de beide Flancquen of zyden dier Glaus, uit de beide Facen der nieuw geprojecteerde Bastions de ster en de Son, verdedigd worden, zal een ieder met een opslag van „t oog, daaruit konnen zien — Als ook, wat eene voyale en directe verdediging uit de nieuw geprojecteerde Bastions, in plaatze van de Acolus, en „t lage werk, ze tot verdediging der rechter en linker Faces van de Son en dester, als ook op de beide zyden van „t Front der Astague, op de Baayen aan de O. en W. e zyde, als ook op de nadelige rotzige hoogte, gequot: AA. door deeze Constructie verkreegen word, kan dadelyk uit 't Plan insgelyks opgenomen worden — weshalven ik vermeine, dat 't geen daarvan gezegd is, voldoende gegeven, heeft men aan weder zyden op de Pointen van Attacque een Capitaal Front, 't welk directelyk aan beide zyden van de Waterloop, dewelke zich tusschen 't gebergte aldaar bevindt, ge„ richt is. gegeven weesen 741 weezen zal. Uit de oude Constractie Lynen, op dit Plan, ziet men, dat 'er van de oude Muur¬ werken in 't Front genoegzaam mits be„ houden worden kan, en waardoor dus de Kosten aanmerklyk hoger, dan van het voorgaande Project, natuur lyker wyze moeten komen. Terwyl beide de Faces van 't middelste Bastion aan de Enfilades der beide nadeelige hoogtens BBB3. & C C. g'exponeerd zyn, heb ik daarin een blinde of travers voorgesteld — zo als ik ook hebbe gedaan in de beide collaterale Bastions, om tegens de Enfiladee der scheepen, dewelke van de zyde der Zee, insgelyks die werken zouden willen benaauwen of attacqueeren, daar tegens te dekken — onder welke Blindes het ze logementen voor het volk, of differente Magazyntjes kunnen worden aangelegd Dan in hoe verre men deze Traversen nodig oordeelen zal, kan niet dan door eene naauw keurige beschouwinge van 't Locaal zelve ge„ decideert worden. Ik hebbe geene verdere versterkingen langs de W=t, Z. d, en O=st, zyden, durven bepaalen om dat ik, of vreesde in de Gebouwen in, ofte somwylen te veel naar de zyde der zee uit te springen, waardoor die Idees, of al te kostbaar, of volstrekt onmooglyk zouden konnen worden; zo als ik ook niets heb durven voorstellen, wat omtrent t Waterpas, en 't zwarte Fort meest voldoende zou kunnen worden gedaan, waartoe eene volleedige situatie- Kunde volstrekt ver„ eischt wordt. — Dan ik durf my flatteeren, dat indien de Heeren Ingenieurs deze voorgestelde manier van fortificeeren goed en naar de regels ingericht, oordeelen, dezelve daarvan, omtrent de Bastions. Neptunus, de Triton, het Saillant, de vlagge Klip, de Redants Utrecht, Aurora, en Akkersloot, zeer gemaaklyk applicatie zullen kunnen maken, en ongelyk beter, min of meerder sterkte aan die onderscheyde deelen kunnen geven, nadat de aangelegene Sitnatie der zee, relatief tot de banken, klip„ pen en plaatzen, alwaar men met scheepen, die vesting naderen en attacqueeren kan, zulks vorderen zal. langs Dat 75

NL-HaNA_1.04.02_4324_0085 view scan ↗

English

That one ought to preserve the inundation before the low front on the east side, and even that one must seek to make it difficult and dangerous for the enemy to attempt a diversion thereof, I cannot commend enough; and what one will be able to do in that regard at the end of the road on the east side by means of one or more redoubts, or similar kinds of works, I must likewise leave to the judgment of the engineers on the spot. Just as I also cannot determine to what extent it may be possible to have the heights on the west side partially removed, if feasible, and by laying a line or some redoubts on this side, to make the approach of an enemy all the more difficult. I must also leave to the expertise of others in what manner communication, both from the countryside with the fortress as well as with the outworks, will best be obtained; as also in what manner the closing of the moats by batardeaux can best, and with the greatest security, be achieved. Lack of time, as well as an insufficient knowledge of the locality, have caused me to resolve not to add any profiles alongside the said projects. What gradation I believe ought best to be observed, according to my best knowledge, with respect to the capital, the demi-lunes, and the covered way, can be gathered from the ideas I have already previously sent over for the fortification of Colombo; and the determination of the height of the capital depends for the most part on the situation lying before it. On the last-mentioned project plan No. III, it is only indicated in what manner a convenient communication can be obtained from the curtains of the east side by means of wooden bridges. To this plan sub No. III a, I add a construction plan from which the same can be followed very distinctly. Furthermore, I add herewith four different ideas for the improvement of the fortress Trinconomale marked sub Letters I. A, II. B, III. C, and IV. D. From the first project one will see that I have observed therein, as much as ever possible, not only to preserve the old masonry, but likewise also not to cut into the moats already made, since forming moats in such rocky terrain certainly causes an important amount of trouble and expense. I have thus attempted, while preserving the aforesaid advantages with respect to the costs, to introduce therein, as much as possible, a sufficient defense. And because the description of the works lying before it, the direction of the flanks, and lines of fire of the capital, have a sufficient correspondence with what I have said regarding the front of Gale, and can thus be applied to the works of this front, I believe I may refer thereto. On the project plan No. II. B, the capital front has a different construction, and in order to obtain a low fire for the defense of the moat, as also thereby to reduce the excavation of a moat in a rocky terrain, a tenaille has been projected before the curtain. Furthermore, this front is covered by an envelope, in which I flatter myself that a good defense will be found. The construction of the capital and tenaille on plan No. III. C is similar to the preceding one, but instead of a contiguous envelope, this front has been reinforced with a demi-lune with retired flanks and two couvre-faces, and before that a covered way and glacis have been laid. The project No. IV. D has an entirely different construction, and indisputably a much greater strength, the works in themselves also being much more spacious, but through which the costs will also turn out to be considerably greater. The demi-lune or ravelin is very spacious, and by means thereof with the two adjacent lunettes, I dare flatter myself that a very good defense will be obtained. Both bastions are cut off from the capital by a moat, whereby, one of them being overpowered by the enemy, a further defense can still always be made, or at least a more secure capitulation can thereby be made, and greater advantage stipulated. To wish to describe here piece by piece the purpose of these works and every part thereof, to mount an attack thereon and to deduce therefrom what could be done for defense by each of the particular works, would present too extensive a subject, and run too far beyond my scope in this matter. It has been impossible for me to dare determine what can further be done with the most benefit in this rocky and singular terrain for the reinforcement of the remaining parts of that promontory, without studying that situation on the spot, as I am certain that one would fall into all too gross errors, and often into impossibility itself; just as I must likewise leave what can and ought to be done regarding the making inaccessible of some parts of the surrounding rocks, which is so very necessary. Wherefore I believe I may leave such to the judgment of experts, as also to make a choice, either wholly or partially, from the aforesaid four distinct projects according to the circumstance, or indeed to make such alterations thereto as shall be judged best by the same. Finally, I add herewith yet another project, showing in what manner, in my view,

Dutch transcription

Dat men de Inundatie voor 't lage Front aan d' O. zyde, behoort te con„ serveeren, en zelfs dat men het den vyand moet zoeken moeyelyk en ge„ vaarlyk te maken, om eene afleiding daarvan te tenteeren, kan ik niet genoeg aanpryzen, en wat men aan t. eynde van den weg aan d' Oostzyde, deswegens door een, of meerder Redouten, of der„ gelyke soorten van werken zal kunnen doen, moet ik insgelyks aan 't oordeel der Heeren Ingenieurs in loco over„ laten. — zo als ik ook niet kan bepaalen, in hoe verre 't mogelyk zij, om de hoogtens aan de W. zyde, zo moog„ lyk, gedeeltelyk te doen amoveeren, en door 't leggen van eene Linie, of eenige Redouten dezer zyds, de aannaderinge van een vyand des te difficieler te maken. Ook moet ik nog aan de kundigheyd van anderen overlaaten, op welk eene wyze de communicatie zo wel uit 't Land met de Vesting Gebrek aan Tyd, als ook geene gewoeg¬ zame kundigheyd van 't locaal, hebben my doen besluiten, om geene Profillen nevens de gen. Projecten te voegen wat gradatie ik vermeine, dat best, ten opzigte van 't Capitaal, de Demi- Lunes en den bedekten weg, naar myn beste kundigheid, dient te worden g'observeerd, zal men uit myne reeds te vooren overgezondene Idees, ter versterkinge van Colombo, kunnen op„ neemen - en de bepaalinge der hoogte Op het laatstgem. Project-Plan- No. I11. is alleen aangeweesen, op welk eene wyze uit de Courtines van de Oost= zyde, door middel van houte bruggen, eene gevoeglyke communicatie bekomen worden kan. als ook met de buiten Werken, best zal worden bekomen; zo als ook op wat wyze de sluitinge der Gragter door Beeren, of Battaras d'heaux, best, en met de meeste zekerheyd, verkreegen worden kan. als van van 't Capitaal, hangt meerendeels van de voorgelegene Situatie af. Ik voege tot dit Plan sub No. 111. a er by, een Plan tot de Constructie, waaruit dezelve zeer distinctelyk naar gegaan worden kan. Wyders voege ik hiernevens Vier differente Idees tot Verbeteringe van de sterkte Trinconomale geqq: sub Lett: L. A. H. BS., MII. C, en WV. D;- Uit het eerste Project zal men zien, dat ik daarby, zo veel immers mogelyk geobserveerd hebbe, om niet alleen de oude Muurwerken te conserveeren, maar insgelyks ook, om niet in de reeds gemaakte Gragten te springen, terwyl het formeeren van Gragten in zo een rotzig Terrein, zekerlyk important veel moeite en kosten veroorzaakt. Ik hebbe dus getracht; behoudens de voorsz: voordeelen ten opzigte der Kosten, daarin, zo veel mogelyk, eene voldoende Defensie te brengen. — En door dien de beschryving der voorge„ legene Werken, de Directie der Flancquen De Constructie van 't Capitaal en Tenaille op 't Plan No. MI. C, is gelyk aan het voorgaande, dog in plaats van eene En„ veloppe contiqué, is voor dit Front eene Demi-Lune met geretireerde Flancquen en Twee Couvre-faces en daarvoor een bedekten weg, en Glaus gelegd, ver„ sterkt geworden. — en Vuurlynen van 't Capitaal, een genoeg¬ zame overeenkomst heeft, met het geene ik omtrent 't Front van Gale ge„ zegd hebbe, en op de Werken van dit Tront, dus g'appliceerd worden kan, ver„ meine ik my daaraan te mogen refereeren. Op 't Project Plan No. 11. B. heeft het Capitale Front, een andere Constructie, en, om een laag vuur ter Verdediging van de Gragt, te bekomen, als ook om daardoor de excavatie van een Gracht, in een rotzig Terrein te verminderen, is voor de Courtine, eene Tenaille geprojecteerd. Wyders is dit Front door een En„ veloppe gedekt, waarin ik my flatteere, dat een goede defensie gevonden worden Het zal. en 741 Het Project N. W D. heeft een geheel andere Constructie, en ontegen ziglyk een veel grooter sterkte: zynde de werken op zich zelven ook veel voyaler, maar waardoor de Kosten dan ook aanmerklyk groter zullen vallen— De demi- Lune, of Ravelyn is zeer spatieus, en door het= zelve met de beide aangelegene Lunettes, durve ik my flatteeren, dat eene zeer goede defensie bekomen word. De beide Bastions zyn door eene Gragt van 't Capitaal afgesneeden, waar„ door één derzelven van den vyand over„ meesterd zynde, nog altoos een nadere Defensie gedaan, ten minsten kan daar„ door een zekerder Capitulatie gemaakt, en meerder voordeel bedongen worden. Om stuk voor stuk, het oogmerk dezer werken en yder deel derzelven, om daarop eene attacque aan te voeren en daaruit af te leyden, wat ter ver„ dediging door ieder der byzondere werken, zoude kunnen worden gedaan, alhier te willen beschryven, zoude een al te uitgebreide stof opleveren, en te verre in deeze buiten myn Bestek loopen; Eindelyk voeg ik hiernevens nog een Project, op wat wyze, naar myn Het is my onmooglyk geweest, om 't gunt verder in dit ootzagtig en singulier Terrein ter Versterking van de overige „deelen van dat Promontoire, met de meeste vrugt kan worden gedaan, zonder die situatie in Loco te bestu„ deeren, te durven bepaalen- daar ik verzekerd ben, dat men in al te grove Fauten, en dikwyls in de onmooglykheid zelve vervallen zou; — zo als ik ook insgelyks moet overlaaten, wat omtrent het zo zeer nodig in accessibel maken van zommige gedeeltens der omgelegene Rotzen zal kunnen en behooren te worden gedaan. Weshalven ik vermeine, zulks aan 't oordeel van des kundigen te mogen over„ laaten, als ook om naar gelang der om„ standigheyd, het ze geheel ofte gedeelte„ lyk uit de voorsz. vier onderscheyden Projecten eene keuze te doen, ofte wel daaraan zodanige veranderingen te maken, als door dezelven best g'oordeelt worden zal. Wesen inzien

NL-HaNA_1.04.02_4324_0088 view scan ↗

English

view, how the principal front of Fort Oostenburgh might be reinforced. But I readily acknowledge that I have not completely satisfied myself in this regard, and that it has appeared impossible to me to form adequate projects for such a peculiar front without knowing the local conditions and having studied them carefully in loco. The front on the ridge of the mountain has so little space that I could not project any extensive works upon it; and to what extent one might permit oneself to step aside into the slope of the mountain and construct works in the steepness of the same, no one can determine with any foundation without being upon the site itself. Consequently, I have had to content myself with merely adding a Project No. 1, Folio, alongside these documents. In it, I have observed the principle of preserving, as much as possible, the old walls and moats, formed as they are out of the rock. Time was also lacking for me to venture any further projects upon it. I must also leave open everything further that ought to be done for the closure and reinforcement of the south, west, and northeast sides in order to put this fort into a state of defense, as well as what ought to be done I have also, to the best of my judgment, projected some works on the east side for the defense of the approach there; however, for the reasons mentioned above, it is likewise impossible in such rocky terrain to produce adequate ideas other than on the site itself. This entire work then consists only of an elevated battery, in which, however, some defense considered in itself is found, with a forward-placed kind of redan, by means of which a low fire is obtained for the defense of the moat in front of the elevated battery. to the low battery on the west point, called the Waterpas, for the construction of a formidable battery to defend the entrance of the Inner Bay. Regarding the necessity and the recommendation to have casemated underground quarters built under some of the works, or in other suitable locations for that purpose, especially in the strongholds of Trinconomale and Oostenburg, I must likewise leave the proposals concerning that to those who are completely familiar with the layout of these places, as well as regarding the placement of the required gunpowder magazines. Concerning this last point, I shall only remark that one ought to bear in mind not to have spacious powder magazines built to serve in times of war; reason itself teaches that the powder ought to be stored in several small magazines, in which more or less 12 to 15000 lb. of powder can be secured, placed in the required, most convenient, and safest locations; just as in such narrowly confined strongholds the necessary underground quarters ought certainly to be found for the safe lodging of the troops. Executed at the Cape of Good Hope, 21 July 1787. Being unable to carry this assigned matter of mine any further, nothing remains for me but the hope of having, to the best of my ability, somewhat fulfilled the intentions of my Lords and Masters, and that this work of mine may still be of some use. P: J: Vanden Graaff To the Right Honorable Sir, Governor and Director of the Island of Ceilon at Colombo Right Honorable Sir! I hope that Your Right Honorable will have duly received in time, via the ship the Leviathan, Captain Visser, my previous letter, dated at the Cape of Good Hope the 14th of May of this year 1787, together with the plans containing my ideas according to which the fortification works of the fortress of Colombo might be improved. A few months ago, I was honored by the High Indian Government with an extract missive addressed to me and the Council of this place, dated 20 October 1786, containing: Regarding the fortifications, we shall send to Governor van de Graaff a copied set of the plans received from Malacca for the reinforcement of N: J: van de Graaff To the Right Honorable Sir the

Dutch transcription

inzien, 't voornaame Front van 't Fort Oostenburgh, zoude kunnen versterkt worden - Dan ik wil gaarne bekennen, dat ik mij hierin ganschlyk nog niet hebbe voldaan en dat het my als on¬ mogelyk toegescheenen heeft, om op zulk een singulier Front, zonder de situatie te kennen, en dezelve in loco naauwkeurig bestadeert te hebben, daarop voldoende Projecten te kunnen formeeren. Het Front op den rug van den berg heeft zo weinig ruimte, dat ik daar geen roeale werken, op heb kunnen projecteeren; en in hoe verre men zig permitteeren kon, om ter zyde in de schuinte van den berg te springen, en in de steilte van dezelve, werken aan te leggen, kan niemand met grond, zonder op de Situatie zelve te zyn, bepalen; Derhalven heb ik my moeten vergenoegen, met neffens deze stukken, alleenlyk een Project N=o 1. F=o, te voegen; Ik heb daarin g'observeerd, om de oude Muuren en Gragten, als uit een rots geformeerd De Tyd heeft my ook ontbrooken, om daarop nog eenige verdere Projecten te hazardeeren — ook moet ik open„ laten al het geen verder tot sluitinge en versterkinge van de Zd, de W=t en de N=o zyden, om dit Fort in staat van defensie te brengen, zal behoren te worden gedaan. — Als ook wat gedaan te Ook heb ik, naar myn beste inzien, aan de H. zyde, ter verdediging van 't acces aldaar, eenige Werken geprojecteerd- dan waar omtrent om de hierevengen. redenen, het ook al mede onmooglyk is, in zulk een rolzig Terrein, dan op de situatie zelve, voldoende Idees te produceeren. zynde, zo veel immers mooglyk te conserveeren Dit geheele Werk bestaat dan ook alleen maar uit een verhevene Bastery, waarin echter noch eenige Defensie, op zich zelve genomen, gevonden word, met een voorgelegene soort van Redant, door dewelke een laag vuur ter verdediging der Gragt voor de verhevene Battery bekomen werdt. zynde aan 80 aan de lage Battere, op de W=t punt, gen=d „t Waterpas, tot aanleggen van eene formidabele Batteri ter verdediging van den ingang der Binnenbaar zal behoren gegeven te werden. — Omtrent de noodzaaklykheyd, en de aanprezinge, om vooral in de sterktens Trinconomale en Oostenburg, gecasimat„ teerde Souterreins, onder eenige der Werken, of daar toe andere geschikte plaatzen te doen bouwen, moet ik daarvan de voorstellen insgelyks aan de geene, die de situatie dezer plaatze volkomen ken„ nelyk is, overlaten — als ook omtrent de plaatzinge der vereischt wordende Palver-Magazynen— Alleenlyk zal ik omtrent dit laatste point remar„ queeren, dat men in 't oog behoord te houden, om geene spatieuse Pulver Magazynen in Tyden van Oorlogen te dienen te doen maken: maar dat de reden zelve leevt, dat het Pulver in verscheidene kleine Magazynen waarin min of meer 12. à 15000. lb. Pulver geborgen worden kan, op de daartoe vereischte, gevoeglykste en zekerste Plaat„ Actum aan de Caab de goede Hoop d. 21. July 1737 Deezen mynen opgelegden saak dan niet verder kunnende brengen, schiet my niets over, als de hoope, om aan de Intentie van myne Heeren en Meesters naar vermogen, eenigzins te zullen hebben voldaan, en dat deeze myne arbeid nog van eenig nuts zal mogen zyn zen, behooren aangelegd te worden: zo als zeker ook in zulke naauw beperkte sterktens de nodige souterreins tot veilige Logeeringe der Troupes, behoren gevonden te worden. P: J: Vanden Graaff: zen Eilands Ceilon Gouverneur en Directeur des te Colombo WelEdele Gestrenge Heer! Mynen voorgaanden Brief, gedagtekend aan de Caab de goede Hoop den 14. May dezes Jaars 1787. , benevens de Plans, houdende myne Idees, waarnaar de Fortificatie-Werken van de Vestinge Colombo, zouden kunnen verbeterd worden, hoop ik, dat UWel Ed Gestr. op zyn tyd, pr. 't Schip de Leviathan, Capt: Visser, wel ontvangen hebben zal — Voor eenige weinige Maanden, heb ik my door de Hoge Indische Regeering ver„ eerd gevonden, door een Extract- Missive aan my, en den Raad dezer plaatze ge„ addresseerd, dato 20. 8=br 1786, houdende „ Belangende de Fortificatien, zúllen „ wy aan den Gouverneur van de Graaff „ een gecopieerd stel van de van Malacca „ ontvangene Plans tot versterking van N: J: van de Graaff Aan den WelEd. Gestr. Heere „het

NL-HaNA_1.04.02_4324_0091 view scan ↗

English

the Castle, and of Fort Frankera, with the plans and profiles improved thereupon by Captain-Engineer Carel Fredrik Reymer, together with the reports pertaining thereto, as well as of the Ceylon fortification works, to be forwarded in order to act therewith in accordance with the qualification and approval of the Lords Majors, etc. To which was further added an extract from the general missive written by the Most Noble Lords Seventeen to Their High Mightinesses at Batavia, dated Middelburg, 5 November 1785, containing among other things: that, in case the High Government at Batavia, after examination of the projects sent to Them for the improvement of the fortifications of the various governments or places of the Honorable East India Company of the United Netherlands, should deem Themselves unable to rely sufficiently upon the proposals and reports submitted to the said High Government concerning the construction or improvement of those fortifications, they might have the same forwarded to the Governor of the Cape, with orders, after having examined and considered those documents, to transmit them to the Lords Majors, adding thereto such remarks as he, the Governor, should deem necessary, etc. Regarding Malacca and Fort Frankera, I have received no papers, and I have only received some, indeed not very satisfactory, plans and profiles—from which to properly form projects—of the fortress of Gale, of the fortresses of Trinconomale and Oostenburg, together with the memoranda pertaining thereto; which plans, sealed in wax cloth, were certainly placed during transport in a damp place on board the ship, whereby they were so decayed and half-rotted that, moreover, I could scarcely make the requisite use of them. After I had then examined and considered the projects for the improvement of those fortifications to the best of my ability, I found that they were of so singular and extraordinary a construction that I could not have reported on them otherwise than that they appeared inadequate to me. By thus transmitting such a report to our Lords, Most Respected Masters, I would certainly have rendered very little usefulness or service thereby. And wishing gladly to employ all my abilities to be of service to my Fatherland and my Masters, and moreover as your Good and Gallant Sir requested me in your previous missives to also communicate my ideas in this regard directly to your Good and Gallant Sir, so that your Good and Gallant Sir might thereby be enabled with greater confidence to adopt such improvements as the Government of Ceylon should consider itself authorized to put its hand to and execute without delay— For these alleged reasons, then, and also because it was utterly impossible for me to have duplicates prepared of those plans onto which my projects for the improvement of the aforementioned fortifications had been drawn— I have therefore thought I could do no better than to send all these documents directly to your Good and Gallant Sir, in order that such use may be made thereof as the Governor and Council of Ceylon shall deem to be of service—further leaving it to your Good and Gallant Sir and the other members of the Government to do further in this matter, in accordance with the orders of the Most Sovereign Lords and Masters, what your aforementioned Government shall deem proper. Herewith I then have the honor to transmit to your Good and Gallant Sir, sealed in a tin canister, nine different plans onto which the projects for the improvement of the fortifications for Gale, for Trinconomale, and for Fort Oostenburgh have been drawn, as well as a memorandum serving for the further elucidation of the aforementioned projected works, in the flattering hope that by this labor of mine—which I have certainly had to prepare with the neglect of the multitude of work assigned to me here in this establishment, and also in great haste, which therefore with good reason promises me an excuse for any deficiencies that may be found therein— Cabo de Goede Hoop, the 24th of July 1787. On this occasion I cannot fail, in the uncertainty of whether you will have already received notice thereof before the receipt of this, to inform your Good and Gallant Sir that, upon the request of the Lords Directors at the Meeting of the Seventeen, it was requested of the High and Mighty Lords and also finally resolved thereupon that several capable engineers and other skilled military officers should be appointed and dispatched in order to survey the state of the defense and military affairs at all their various governments and posts in the East Indies, to form the necessary plans for improvement, and to submit an exact and detailed report of their findings, etc. Which may also serve for your Good and Gallant Sir's information regarding the taking of such measures as your Good and Gallant Sir shall decide upon. I shall not fail at the first suitable opportunity to respectfully notify Their Right Honorable High Worships the Lords Directors at the Meeting of the Seventeen of what I have done regarding Their aforementioned orders. Right Noble and Gallant Sir, Furthermore, I have the honor to commend your Good and Gallant Sir to God's gracious protection, and to remain with all high esteem, Your Good and Gallant Sir's Most humble servant, C: J: Vanden Graaff 84

Dutch transcription

het Casteel, en van het Fort Frankera „met de door den Capitain Ingenieur Carel „ Fredrik Reymer daarop verbeterde „ Plans en Profillen, nevens de daartoe „behorende Berigten als mede van „ de Ceylonse Fortificatie - Werken toe- „zenden, ten einde daarmede te hande¬ „len, over éénkomstig de Qualificatie en „ het goedvinden der Heeren Majores &:a Waarby verder gevoegd was, een Extract uit de generaale Missive, geschreeven door de Hoog Edele Heeren 17. n aan Hun Hoog Ed te Batavia, gedagtekend Middelburg 5. Nov. 1785. houdende onder anderen: „ dat, ingeval de Hoge Regeeringe te „ Batavia, na examinatie van de aan „ Hoogst dezelven toegezondene Pro„ „jeiten, ter Verbetering der Vesting= „ werken der onderscheide Gouverne„ „ menten, of Plaatze der Ed. Oost- Ind„ „ Maatschappy der Vereenigde Neder„ Landen, Hoogst dezelven zouden „ vermeenen, zich niet genoeg te „ kúnnen verlaaten op de Voorstellen „ en Berigten, die welgem. Hoge Re„ „geering, wegens het aanleggen of „ „ verbeteren dier Vesting-Werken wier„ „den overgelegd, dezelve aan den Gou¬ verneur van de Caab zouden konnen „ doen toezenden, met last, om, na „ die stukken te hebben onderzogt, „en overwogen, dezelve aan de Heeren „ Majores toe te zenden, met byvoeg„ „inge van zodanige aanmerkingen, „als hy Gouverneur noodzaaklyk „oordeelen zoude &a — Omtrent Malacca, en 't Fort Frankera, heb ik geene Papieren bekomen, - en alleen lyk heb ik eenige, zelfs niet zeer voldoen„ de, Plans en Profillen, omme daarop naar behoren Projecten te konnen formeeren, van de Vestinge Gale, van de Fortressen Trinionomale en Oostenburg, benevens de daar toe behorende Memorien, ontvangen. en welke Plans, die in Wasdoek verzegeld waren, zekerlyk by het Transport op eene vogtige Plaatze aan scheepsboord gelegd zyn geworden, waardoor dezelve zo vergaan en half verrot waren, dat ik er bovendien naauwlyks het vereischte gebruik van maken kon „ verbeteren Na dat Na dat ik dan de Projecten ter verbe„ teringe dier Vesting-Werken, naar vermogen onderzogt, en overwogen hadde, bevond ik, dat dezelve waren van zo eene singuliere en buitengewoone Constructie, dat ik daarop anders niet zoude hebben konnen berigten, dan dat my dezelve envoldoende voor kwamen Met dus zulk een Berigt over te zenden aan onde Heeren, zeer geëerbiedigde Meesters, zoude ik daar mede zekerlyk zeer weinig nut of dienst hebben gedaan en gaerne alle myne vermogens willende aan¬ wenden, om myn Vaderland, en myne Meesters van nu't te zyn, en bovendien terwyl zlve WelEd Gestr. my by deszelfs vorige Missiven verzogt, om aan UWelEd. Gestr. ook directe„ lyk myne Idus ten dien opzichte te com„ municeeren, ten einde UWelEd Gestr. daar„ door met meer gerustheid in staat zoud worden gesteld, om daaruit te kunnen opneemen, zodanige Verbeteringen, als het Gouvernement van Ceylon zich be„ voegd zoude rekenen, om, zonder tyd ver„ zuim, de hand aan dat werk te mogen slaan, en te doen executeeren — Om deeze g'allegueerde redenen dan, en ook om dat het my volstrekt onmooglyk geweest is, omme dubbelde van die Plans, waarop myne Projecten, tot verbetering der meergem. Fortificatie= Werken gebragt waren, in gereedheid te kunnen doen brengen — Hebbe ik derhalven gemeend, niet beter te kunnen doen, dan alle die stuk¬ ken directelyk aan UWelEd Gestr. toe te zenden, om daarvan in zo verre gebruik te konnen maken, als den Gouverneur en Raden van Ceylon, zullen oordeelen van dienst te zyn — en aan UWelEd Gestr. en verdere Leden des Gouvernements voorts overlatende, omme in gevolge de Ordres der Hooggebieden de Heeren en Meesters daarin verder te doen, dat Uwe welgem. Regeeringe zal vermeenen te behoren. Hiernevens heb ik dan de Eere, in een blikke Bus verzegeld, aan Uwel Ed. Gestr. te doen toekomen Negen onder„ scheide Plans waarop de Projecten tot Verbetering der Fortificatie=Werken voor Gale, voor Trinconomale, en voor it Fort Oostenburgh gebragt zijn als ook eene Memorie, dienende tot nadere Elucidatie der voorn. geprojec„ teerde Werken, in die vleyende hoope, onmooglyk dat ik Cabo de goede Hoop den 24. July 1787. dat ik door deezen mynen arbeid, die ik zekerlyk, met veragtering van het menig„ vuldig Werk, dat my hier in dit Etablisse¬ ment is opgelegd, en ook met veel ver„ haasting heb moeten in gereedheid bren„ gen; het welk aan my dus ook eene verschooninge omtrent het gebrekkige dat daarin gevonden worden zal, met grond van reeden beloofd — Ter dezer gelegenheid kan ik ook niet voorby, om in de onzekerheid, of daarvan voor den ontfangst dezer, reeds berigt bekomen hebben zal, UWelEd. Gestr. kennisse te geven, dat, op verzoek der Heeren Bewindhebberen, ter Vergadering van 17=. van H. H. M. verzogt, en daar„ op ook finaal geresolveerd is, dat eenige bekwame Ingenieurs, en andere kundige Militairen zouden benoemd, en afgezonden werden, ten einde den staat van het Defensie en Militaire Weezen op alle derzelver onderscheiden Gouvernementen en Posten, in de Oost-Indien, op te neemen — De nodige Plans tot ver„ betering te formeeren en van derzelven bevindinge een exact, en uitvoerig Rapport te doen &a Het welk WelEdele Gestrenge Heer Voorts heb ik de Eer UWelEd Gestr. in Gods genadige bescherming aan te beveelen, en met alle hoogagting te &verblyven mede tot UWelEdG. naricht omtrent het neemen van zodanige Maatregelen, als Uwe WelEd Gestr. te rade worden zal, dienen kan¬ Ik zal ter eerste bekwame gelegen„ heyd niet in gebreeken blyven, om aan Hun Ed. Hoog Achtb. e de Heeren Bewind„ hebberen ter vergadering van 17=m eerbie„ dig kennisse te geven, wat ik omtrent hoogst derzelver hier boven gen. Ordres hebbe gedaan — U Wel Ed. Gestrengens zeer onderd: Dienaar C: J: Vanden Graaff mede 84

NL-HaNA_1.04.02_4324_0094 view scan ↗

English

4. Authentic copy of a letter from the Right Honorable the gentlemen of the High Indian Government at Batavia concerning the affair of Captain Hendrik Swart on his outward voyage with the ship 'T Zeepaard, to which is also added a report from the pro interim advocate fiscal at Batavia about that affair, a narrative of the aforementioned Captain Swart given at Batavia. A. Z. R. A. C. 3. Original missives to the Noble gentlemen Directors of the private chambers indicated in the margin. No 1. Original missive consigned by the Noble Governor and Council of this place to the highly esteemed Illustrious College. 2. Duplicates and annexes under dates 2 and 7 November last, departed with the private ship Den Onseekeren. Register of the letters and papers which under today's date are dispatched from here to the Right Honorable the Gentlemen Commissioned Directors and Plenipotentiaries of the Illustrious Assembly of Seventeen, as well as to the Noble Gentlemen Directors of the respective private chambers named therein, per the Dutch private ship De Jonge Jacob, namely: N. A. 85 them No 5. Authentic copy of documents relating to the proceedings against Jacob van Reenen and associates on account of the strand robbery committed at the Danish ship Nicobar, according to the separate note enclosed therewith. 6. Authentic copy of a memorial presented by the dispense-master Tobias Christiaan Ronnenkamp upon taking his leave from the political council. 7. Authentic copy of a letter from the junior merchant and shopkeeper Egbertus Bergh to the Noble Governor, wherein he has declared his sentiments on the matter of the 8. Original request of the aforementioned junior merchant Bergh, requesting the title of merchant next to the youngest member of justice. 9. Authentic copy of a report from the commissioned sea and ship carpenters regarding the examination of the journals kept on the Ceylon return ship De Paarl, etc. No 9½. Authentic copy of an act of protest by the skipper of the present warehouse. 14. Original long invoices of the lading at Galle of the aforementioned ship De Paarl, and those of the fellow Ceylon return ship De Draak. 15. One original and two copies of short invoices of the goods loaded at Batavia and Ceylon both by the bearer of this, the private ship De Jonge Jacob, and in the aforementioned ships De Paarl and De Draak. 13. Report narrative of the officers of the aforementioned ship De Paarl concerning the events that befell that vessel on the voyage hither, first from Ceylon and subsequently from Mauritius to this place. 2. Four packets addressed to the High Noble gentlemen Seventeen and delivered here by the officers of the return ship De Paarl. Request of the pay transferrer Johannes Fredrik Kirsten, wherein he makes further request to obtain the capacity and salary of junior merchant. No 10. Original extraordinary demand for cement for the use of the masonry work for the fortifications here. A declaration of the chief surgeon on the aforementioned ship 't Zeepaard, J: Engelbert. A ditto from the junior merchant A: W: C: van Taderinga, who arrived on that vessel. private ship De Vreede ship's kettle delivered here. Part det A. A. A. A. Rrengie N. A. Z. 11. Zalhuis. 86 delivered by De Paarl Lakhuis received received forwarded ten received being duplicate No 16. Bill of lading invoice of the wines laden in the said ship De Jonge Jacob. 17. Authentic copy of report of the commissioners who tasted the said wines and found them in good condition. 18. Authentic copies of reports of the equipage master and associates regarding the disabled persons on the ships Belvliet and 't Zeepaard. 19. Two Galle packets brought hither by the aforementioned ship De Paarl. Addressed to N Z Dib M Dd. Five the Right Honorable Gentlemen Directors of the private chambers indicated in the margin. 21. Authentic copy of declaration granted to the officers of the ship Oud Haarlem regarding the cleaning and keeping clean of that vessel. 22. A small chest with addresses to the Noble Gentlemen Directors at the Presidial Chamber of Amsterdam wherein some private letters with the Being furthermore in the small chest, in which are enclosed the Company's currently departing papers and numbered 24, also placed fourteen various packets of private letters from the well-mentioned Noble Governor van de Graaff. In the Castle of Good Hope, the 5th of January 1733. No 23. A small chest addressed to the High Noble Gentlemen Seventeen, wherein are three secret packets to the said Noble and High Worships, alongside a closed missive dispatched by the Noble Governor van de Graaff to the Advocate Nederburgh. the Jonge Jacob, as in the aforementioned ships De Paarl and De Draak. Egllereg Melorak Ship A. A. A. A. forwarded A. 87 ƒ 88 Fatherland. S. 1. The duplicates of our last dispatched letters accompany this. commissioned to the Illustrious Assembly of Seventeen, representing the General Netherlands Chartered East India Company at the Presidial Chamber of Amsterdam. To Right Noble, Respected, High Honorable, Most Wise, Provident, and Very Generous Gentlemen. High Commanding Gentlemen. Under date of 2nd November of the year just departed, we had the honor to write last to your Right Noble High Worships, per the Dutch private ship De Jonge Jacob.

Dutch transcription

4. Copia authenticq Brief van haar welEdele Groot agtb de heeren der hooge Indiasche Regeering tot Batavia betreffende de affaire van den Cap=n Hendrik Swart op desselfs uitreijze met het schip 'T Zeepaard, waarbij nog gevoegd Een berigt van den pro Interim advocaat Fiscaal te Batavia over die affaire Een Relaas van opgem Capn Swart te Batavia gegeven A. Z. R. A. C. „ 3. Origineele Missives aan de Edele heeren Bewindhebberen der in mar„ „gine betekende part: kameren. N„o 1. Origineele Missive door den Edelen Heer gouverneur en Raad deezer plaatse aan hoogstexd: Illustre Collegie geconsigneerd. „ 2. Duplicaten en Bijlagen sub datis 2 en 7: Novbr: laatstl: met het particulier schip den onseekeren afgegaan. Register der Brieven en Papieren dewelke onder huidigen datum van hier werden afgezonden aan haar wel Edele Hoog Agtb=ren de heeren gecommitteerde Bewind= hebberen en gevolmagtigdens van Illustre vergadering van zeventhienen als aan de wel Edele heeren Bewinde „hebberen der daarbij benoemde resp: particuliere kameren, p:r 'thollandsch part: schip de jonge Iacob, namentlijk N. A. - 85 hen N=o 5. Copia authenticque stucken betrekkelijk tot de procedures Jegen Iacob van reenen C: S: wegens N. de gepleegde strandroef bij het deenh schip Nicobar volgens daarbij leggende aparte Notitie 6. Copia Authenticq Memorie door den heer Dispencier Tobias Christiaan Ronnenkamp bij desselfs afscheijd neeenen uit deen politicquen raad, overgegeven „ 7. Copia authenticq Brief van den onderCoopman en winkelier Egbertus Bergh, aan den Edelen heer Gouverneu A. waarbij denselven heeft gedeclareerd zyne gevoelens op 't stuk van de „ 8. Origineele Reques:t van evengem: ondercoopman Bergh, waarbij verstekt den Titul van Koopman naast het Jongste Ledt van Justellen A. „ 9 Copia Authenticq Berigt van gecommitt. zeer en scheeps timmerlieden nopens de Examinatien der Journale gehouden op 't Ceilon Reterrschip de Paarl etc. NZ:„ 9½ Copia authenticq acte van protes Idem door den schipper van't aanweesend Pakhuis 14. Origineele lange Facturen der inladinge te gale van het voorm. schip de Paarl, en die van 't meede Ceilons retourschip ded haar „ 15. Een Origineele en Twee Copiees, korte Factuuren van't geladene tot Batavia en Ceilen zo inbrenger deeses het part schip „ 13. BEdigt Relaas vand' Overheeden van 't evengem: schip de saaal betref „ende derdingen dien bodem op de herwaards reyze eerst van Ceilon en naderhand van Mauri„ tius na herwaards overgekomen. „zajde 2. Vier Pacquetten aan de hoog Edele heere seventhienen geaddresseerd en door de overheeden van't retourschip de Paarl alhier overgegeven _. o Request van den Zoldij overdrager Iohannes Fred„k kirsten, waarbij nader versoek doet tot obtenu van de qualiteit en gagie van onderCoopman N=o 10 Origineele Extra Ordinaire Eijsch van Cement tot gebruik van't metselwerk voor de for „tifictien alhier Een verklaring van den opperchirurgijn op 't voorm: schip 't Zeepaard B. J: Engelbert. Een dito van den met dien bodem uit A„ gekomenen ondercoopman A W: C. van TadeRinga pant schip de Vreede shipkeetel alhier overgeleeverd. Part det A. A. A. A. Rrengie N. A. Z. „ 11. Zalhuis. 86 de Paarl aangebragt Lakhuis ontfan ontfangen bezorgt ten ontfangen zynde Duplicat N:o 16. Cognoscement Factuur der inge„ „ladene wijnen in't ged. e schip de Jonge Iacob. „17. Copia authenticq Rapport van Gecommitt. s die deselve wynen geproefd en wel geconditioneerd bevonden hebben „ 18: Copias Authenticque Berigten van den Equipagiemeester C: S: nopens de Impotenten op de scheepen Belvliet in 't Zeepaand „19: Twee Gaalse pacquetten met hier vorengem: schip de Paarl alhier aangebragt Geaddresseerd aan N Z Dib M Dd. Vyff de welEdele heerenBewindhebberen der in margine betekende partic: kameren „ 21. Copia Authenticq verklaring der Overheeden van't schip oud Haarlem, nopens het rijnigen en schoonhouder dier Bodem verleend. — 22. Een Casje met addressen aan d' Edele Heeren Bewindheb„ beren ter Praesidiale Camer Amsterdam waar in eenige particuliere brieven met het Zijnde voorts nog in het Casje, waar in beslooten zijn 's Comp:s Rhans af„ „gaande papieren en genommert 24. ook gelegd veerthien diverse pacquet„ „ten particuliere brieven van wetgem Edelen Heer Gouverneur van de Graaff„ In't Casteel de Goede hoop den 5:' Jan: 1733: N:o 23. Een Casje g'addresseert aan de Hoog Edele Heeren Zeeven„ thienen, waar in drie Secree¬ „te pacquetten aan staan Edele Hoog agtbarens, beneevens een gesloten mis„ „sive door den Edelen Heer gouverneur van de Graag afgezonden werdende aan den heer advocaat Ne„ „derburg- de Ionge Iacob, als in de voorm=de scheepen de Paarlende Draak Egllereg Melorak Schip A. A. A. A. bezorgt _o A. 87 ƒ 88 Patria. - S. 1. de Duplicaten onzer laatste afgezondene brieven gaan nevens deezen over. gecommitteerd ter Illustre vergadering van zeven„ Dochroierde Oost Indijsh Cmp:s ter presicdiale Camer Aan de wel Edele Hoog eAgtb:rs heeren Bewindhebberen „thienen, representeerende de generale Nederlandsche Amsterdam. - Tot Wel Edele Erntfeste, Hoog Agtb:r Hoog wijze, voorzienige, en zeer Genereuse Heeren. Hoog Gebiedende Heeren. Sub dato 2:e November des even afgeweeken Iaars, hadden wij d' Eer 't laatst aan uwe wel Edele Hoog J„s. bes hol patsSship de Sonde Jacob. Agtbr v

NL-HaNA_1.04.02_4324_0099 view scan ↗

English

89 Section 2. Respectful reply to your Right Honorable esteemed letter of 28 December 1786. Section 3. For which reasons it was impossible to give sufficient reports regarding the murder and mutiny on the return ships Java and Slot ter Hoge. to write to your Right Honorable with the chartered private Batavia return ship Den Onseekeren, with which on the 7th of that month a further advisory note was also dispatched regarding the arrival here in the roads of the private ship 'T Drietal Handelaars, also chartered by the Honorable Company, and duplicate copies of both our dispatches are now transmitted herewith. Having acknowledged receipt of your Right Honorable esteemed letter dated 28 December 1786 in our submissive letter of 23 August last, and stating that the reply to it had to be postponed until a further shipping opportunity, we now take the liberty in all respect to reply thereto: That the Lords of the High Government of the Indies, in their respected letter of 5 October 1785, with the appended remarks concerning the investigation found to be insufficient into the causes of the atrocious murder committed by the Chinese on the ship Java, and likewise of what gave rise to the mutiny among the slaves on 't Slot ter Hooge, demanded further report from us, and this having been repeated in Their High Excellencies' later dispatch of 25 October 1785, we thereupon made every effort at that time to send sufficient reports to Their High Excellencies regarding this matter; but, since the late Independent Fiscal Serrurier, who already at the arrival of the aforementioned two ships in the year 1784 filled that office pro interim, was prevented by continuous illnesses from submitting the required written declaration or indicating what hindered fulfilling that requisition, and that this consequently remained entirely unperformed due to the death of the aforementioned Independent Fiscal, we found ourselves unable to report anything further to Their High Excellencies regarding this matter, the more so because both captains of the said ships have since remained in the fatherland; therefore, only this testimony could be rendered to Their High Excellencies. We therefore hope that your Right Honorable will kindly take favorable regard of the aforementioned incidents which prevented the proper investigation of the causes of the above-mentioned cases, and may overlook the neglect caused thereby; the more so as we may flatter ourselves that regard will be had to the fact that the repatriated, noble, most worshipful Lord Director General Hendrik Breton commanded the return fleet to which the aforementioned two ships then belonged, and also, as Commissioner over this government during the presence of the said ships here, held the supreme direction in hands; by virtue of both these capacities, it was primarily his Right Honorable's duty to pay attention that an investigation was carried out in a proper manner regarding two cases that occurred specifically on ships belonging under his Honor's flag. Section 4. We shall nevertheless constantly keep in mind the remarks made by your Right Honorable regarding the aforementioned cases, in order to gather information upon the arrival of the ships concerning the conduct of the ship authorities, and to have punished according to their deserts those who have violated their duty therein. Section 5. Our adopted measures with respect to Captain Hendrik Swart on the ship 't Zeepaard approved by your Right Honorable, but some remarks having been made by the same regarding the statement of Lieutenant van den Bogaard and the failure to bring said Captain Swart to trial. Your Right Honorable having furthermore pleased to express your approval of the treatment carried out regarding the disorderly conduct of Captain Hendrik Swart, who commanded the ship 'T Zeepaard, insofar as concerns the measures taken to maintain good order and peace on that vessel, having the placed commander Stuur obeyed thereon, and sending the acquired documents to the High Government of the Indies; while your Right Honorable would have wished to have also received the statement of Lieutenant van den Bogaard and other officers of that ship given in favor of the said Captain Swart, with the addition that it also did not escape your Right Honorable's observation that said Captain Swart, according to his letter, had spent forty days here without trial, and that you trusted that both said Lieutenant van den Bogaard and the boatswain and boatswain's mate of the said vessel would since have been brought to trial here, with added remarks about the utterly punishable conduct of the two last-named: Section 6. We take the liberty to serve your Right Honorable with the neighboring view thereon. We must take the liberty to report to your Right Honorable hereupon as in duty bound, that no such statement as referred to above was given here by the aforementioned Lieutenant van den Bogaard, but that he might easily have imagined that the statement which the petty officers and some common sailors granted in favor of said Captain Swart, a copy of which has already been sent to your Right Honorable with our dispatch of 23 August 1785, was also signed by him; Section 7. While we must further add hereto that

Dutch transcription

89 §2. Eerbiedige rescriptie op uwer wel Edele Hoog Agtb: geag„ aanschrijvens van den 28 De„ „cember 1736: 53. om welke reedenen men in de onmogelijkheid is geweest, vol„ „doende berigten te kunnen geven, nopens de moord en opstand op de retourscheepen Iava en hat sot ter Hoge agtb: te schrijven met het ingehuurd particulier Batavia's Retourschip den onseekeren; waarmeede onder den 7:e dier maand ook is afgegaan een nader advijs briefje nopens het arrivement hier ter Rheede van het meede bij d' E. Comp. e ingehuurd particulier schip 'T drietal han= „delaars, en van welke beide onze missives de duplicaten thans in deezen overgaan. - Den ontfangst van uwer wel Edele Hoog Agtb:e g'Eerde aan„ „schrijvens de dato 28„e X=rie 1786. bij onze onderdanige van 23 aug. s Laatstl: g'adviseerd zijnde, en dat de beantwoording op hetzelve tot nadere scheepsgeleegentheid hadde, moeten werden uitgesteld, nemen wij thans de vrijheid in allen Eerbied daarop te rescribeeren: Dat de Heeren der Hoge Indiasche Regeering, bij derzelver gerespecteerde Letteren van 5: October 1785. onder de bijgevoegde aanmerkinge omtrent het om „voldoend bevonden onderzoek na de oorzaken van het op het schip Iava door de Chineesen gepleegde gruwelijke moord en zo meede van het geene tot den Laastl: opstand 90 opstand onder de slaven op 't slot ter Hooge aanleijdinge gegeven heeft, van ons nader berigt gevorderd hebbende, ende zulks bij Haar Hoog Edelens latere missive van den 25 October 1785 herhaald geworden zijnde, wij daarop als toen wel nader alle devoiren hebben aangeevend om Dienaan= „gaande aan haar Hoog Edelens voldoende berigten te doen toekomen maar, nadien wijlen den Inde„ „pendent Fiscaal Serrurier, die reeds bij aankomst van voorm: twee scheepen in't Iaar 1784. dat ampt pro Interim waarnam, door Continueele krankheeden is belet geworden het deswegens gevorderde Schriftelijk declaratoir intebrengen ofte aantewijsen waar door verhinderd wierd aan dat requisit te voldoen, en dat sulks vervolgens door het overlijden van voorm: Independent Fiscaal geheel agtergebleeven zijnde, men zig buiten de mogelijkheid bevond om haar Hoog Edelens dienaan„ „gaande iets naders te berigten, te meer, dewijl ook de beide Capitain der gem: scheepen zig zedert in't vaderland zijn blijven onthouden, heeft dierhalven alleen deeze betui= door ginge 91 die wij hopen dat bij uwe welEdele hoog agtb: in gunstig reguard zullen werden genomen. „lijke gevallen alle attentie werden gebruikt „ging aan haar Hoog Edelens kunnen werden afgelegd: wij hopen dus, dat uwe wel Edele Hoog agtb=ren op de voorm: Incidenten, welke het be„ „hoorlijk onderzoeken der oorzaken van de bovengem: gevallen hebben verhinderd, wel goedgunstig reguaerd zullen gelieven te neemen, en het daar door toegekomen verzuim passeeren mogen: te meer, daar wij ons vleijen mogen aanschouw te zullen werden genomen, dat den gerepatrieerden Edelen groot acht= „baren Heer Directeur Generaal Hendrik Breton, de retourvloot onder welke de voorm: twee scheepen zullende egter in soortge: § 4. Zullende wij egter steeds in het oog houden de aanmer= dies tijds sorteerden gecomman„ „deert en ook als Commissaris over dit gouvernement, bij het aanweezen Ore„ dezelve scheepen alhier, het hoofd= „bestier in handen gehad hebbende het uit hoofde van deeze beide qualiteiten, voornamentlijk van zijn wel Edele groot agtb:s gehou„ „denis is geweest, attentie te slaan, dat op eene behoorlijke wijze onder„ „zoek wierde gedaan omtrent twee gevallen bijzonder gebeurd zijnde op scheepen dewelke onder zijn Ed: vlagge behoorden: dit „kingen 55. onze gehoudene maatregulen met opzigte tot den Capitain op 't schip 't Zeepaard Hena:k swart, door uwe wel Edele hoog agtb: goedgekeurd. dog bij hoogst dezelve nopens de verklaring van den Lieut t van den Bogaard, en het niet te regt stellen van ged: Capitain swart, eenige opmerdlinge gemaakt zijnde „kingen door uwe wel Edele Hoog, agtb ten belange van de voorm:e gevallen gemaakt, ten einde bij aankomst der scheepen van het gedrag der scheeps overheeden onderrigt te neemen, en de zulke, welke daarin hun pligt hebben overbtreeden, naar verdienste te doen Straffen. -. Uwe wel Edele Hoog Agtb=re verders behaagd hebbende hoogst„ „derzelver goedkeuringe te kennen te geeven over de gehoudene behan= „delinge omtrent het ongereegeld gedrag van den Capitain Hendrik Swart gecommandeerd hebbende 'T schip 'T Zeepaard, in zo verre betreft de genomene maatregulen tot behoudenis van de goede ordre en rust op dien bodem, het doen gehoorzamen van den daarop geplaasten gezaghebber Stuur, en het overzenden der ingewonne stukken aan de Hooge Indiasche Regeering, terwijl uwe wel Edele Hoog Agtb:e wel hadden gewenscht meede te hebben mogen ontfangen de verklaring van den Lieutenant van den Bogaard in andere Offi„ „cieren van dat schip ten voordeele van gem: Cap=n swart gegeeven, met bijvoeging dat het ook niet 't schip buiten 82 93 86: neemen wij de vrijheid daarop te dienen van't nevens gem: dezigt. buiten uwer wel Edele Hoog Agtb opmerkinge was, dat ged:t Cap:n Swart volgens zijn brief, zonder te regt stelling alhier veertig dagen hadde toegebragt en dat hoogst dezelve vertrouwden, dat zo wel ged: Lieute= „nant van den Bogaard als den Bootsman en Schieman van meeroem Bodem zedert alhier zouden weezen te regt gesteld, met bijgevoegde aanmerkinge over 't ten uittersten strafwaardig gedrag van de twee laatstgemelden: moeten wij de vrijheid neemen uwe wel Edele Hoog Agtb hierop naar verschuldigdheid te berigten, §7. Terwel hierbij nog moeten dat door voorm: Lieutenant van den Bogaard alhier geene zoda= „nige verklaringe als hier boven bedoeld werd, gegeven is, maar dat denselven zig ligtelijk kan hebben verbeeld, dat de verklaring dewelke de onderofficieren en eenige gemeenen ten voordeele van ged: Capitain Swart hebben verleend, en waarvan bereijds Copia nevens onze missive van 23 august=s 1785. aan Uwe wel Edele Hoog, agtb=s is afgezonden, door hem meede geteekend ge. „worden s:— dat voegen

NL-HaNA_1.04.02_4324_0104 view scan ↗

English

add that, on the one hand, the manner in which one had been informed that this deposition had been obtained by the repeatedly mentioned Captain Swart, and particularly the conduct of the aforementioned Lieutenant van den Bogaard and the signatories of the deposition, together with the obstinate partiality of the said boatswain Gerrit van Os and boatswain's mate Hendrik Goggel, and on the other hand the strong conviction that the said Captain Swart had exceeded his bounds entirely contrary to that deposition in the punishment carried out, at least in the manner thereof, caused little trust to be placed in the virtue thereof. §8. And since the repeatedly mentioned vessel Zeepaard was at that time lying in False Bay, from where the officers could not be summoned to the Cape to hold the necessary judicial inquiries without the ship's service thereby being neglected and the ship being detained, the accurate judicial investigation of that matter and the trial of Captain Swart during his presence of 40 days here was not only hindered by this, but even more so because the aforementioned Fiscal Serrurier passed away two days before the arrival of the said vessel, so that the adjunct then acting in the fiscal office could not proceed to False Bay for that purpose, as his presence was required here at the very same time. §9. While concerning the aforementioned Lieutenant van den Bogaard, as well as the boatswain Gerrit van Os and the boatswain's mate Hendrik Goggel, since they found themselves implicated in the case of Captain Swart, and after everything had been restored to the necessary order and quiet on the ship 't Zeepaard, Lieutenant van den Bogaard was released from arrest, and boatswain van Os and boatswain's mate Goggel were released from the irons in which they were kept on the ship 'T Huis te Spijk, the first and the last mentioned subsequently continued their voyage to Batavia in their respective capacities, but the boatswain van Os out of service, where they, as well as the repeatedly mentioned Captain Swart, were brought to trial. §10. Having learned with regret from the letters of the Gentlemen of the High Indian Government dated 5 May 1786, that their Excellencies, far from approving our conduct in the case of the repeatedly mentioned Captain Swart, considered it to have been handled entirely improperly, with such further orders and commands as those letters contain, authentic copies of which, together with the accompanying report, are transmitted herewith for your Right Honourable worships' further clarification. §11. Regarding the clarification which your Right Honourable worships desire in § 12, both regarding the conduct of naval Captain Francois du Minij, from which arose the assumption as if Foulpointe were the only place on the Island of Madagascar where suitable slaves could be traded for the Company, as well as regarding the authority which the head of the French Nation at the said place appears to have had to prevent that trade, and also further regarding that which appears in the following § 13, 14, 15, 16 & 17, which must serve for your Right Honourable worships' clarification with respect to the slave trade on Madagascar and Mozambique, as well as with respect to sailing under the Portuguese flag and passport, a detailed report has been demanded from the said Captain du Minij, who was employed in that trade and possesses the greatest knowledge and experience thereof, together with the considerations which he will find capable of serving the matter. §12. And having also requested the undersigned Chief Administrator Johannes Isaac Rhenius to have such an account drawn up, arranged in a merchant-like manner, as must serve not only to demonstrate how much the slaves traded at Mozambique cost the Company, but also to make a comparison of the costs which the Company bore, calculated in a similar manner, for the importation of slaves from Madagascar, in order to be able to answer, after those reports have come in and with the addition of our considerations, the points proposed by your Right Honourable worships in the said paragraphs 12 to 20. §13. We shall not fail to provide these to your Right Honourable worships as soon as these reports have come in, with the addition of the remarks which may still be useful in that regard. §14. Just as, with regard to the difference in the prices of the slaves who were purchased from the French ship Le Telemaque and the Portuguese ship L'Estrella d'Africque, we must most humbly report that, although in the sort of slaves of which both of these two cargoes consisted no preferential distinction was to be found, the said difference was caused as well because

Dutch transcription

34 voegen dat aan de eene zijde de wijze op welke men g'informeerd geworden was, dat die verklaring bij meerm: Capit=n Swart was verkreegen, en in het bijzonder de Conduiten van voorm: Licutent„ van den Bogaard en de teekenaren der Verklaring, nevens de Obstinate partijdigheid van gem:e bootsman Gerrit van Os en Schieman Hen: „drik Goggel, en aan de andere zyde de sterke overtuiging dat gem: Cap=n Swart geheel strijdig met die verklaring in de gehoudene Strafoeffeninge, ten minsten in de wijze van dien, zig had te buiten gegaan, veroorzaakt hebben, dat wijnig vertrouwen aan de deugdzaamheid van dezelve konde werden geslagen. — 58. En dewijl meerm: bodem 5 zeepaard dies tijds in de baaij fals geleegen heeft, van waar de officieren niet na de Caab konden werden gerequireerd om de nodige Iustitieele Enquesten te beleggen zonder dat den scheepsdienst daar door verzuimd en het schip opgehouden zoude zijn geworden, zo is het Judicieel nauwkeurig onderzoek van die zaak ende te regtstelling van Cap=n Swart gebuk 95 gedurende zijn aanweezen van 40 dagen alhier, niet alleen hier door maar ook daarenboven nog meer verhinderd geworden, aangezien voorm: Fiscaal Serrurier twee dagen voor de aankomst van ged: Bodem overleeden zijnde, den toen het Fiscaals ampt waarneemende adjunct zig ten dien fine niet na de Baaij Tals begeven konde; alzo zijn Perzoon terzelver tijd alhier wierd verEijscht. - §9. Terwijl belangende voormelde Lieutrn van den Bogaard, mitsg=rs den Bootsman Gerrit van Os en den schieman Hendrik Poggel vermits dezelve zig g'impliqueert vonden in de zaak van den Cap„n Swart, en na dat op het schip 't Zeepaard alles weder in de noodzakelijke ordre en rust was hersteld, den Lieutenant van den Bogaard uit het arrest mitsgad=rs den Bootsman van os en Schieman Goggel uit de Boeijen waarin zij zig op het schip 'T Huis te spijk bevonden, ontslagen waren geworden, ver„ „volgens den eersten en laatsten in hunne respective qualiteiten dog den Bootsman van Os buiten dienst verder naar Batavia vermits de 96 zijnde onze gehouden gedrag in die zaak egter bij de heeren der hooge Indiasche regeering als geheel qualijk gehandeld blsrouwd 511. van den Cap„n ter zee du Minij, berigt gevorderd zijnde, ten opzigte van de slavenhandel, op Madagascaren Mosambicquen de reijze vervorderd hebben, alwaar dezelve zo wel als meerm: Capitain swart zig hebben gevonden te regt gesteld: Hebbende wij met leedweezen 810. uit de aanschrijvens der Heeren van de Hoge Indiasche Regeering sub 5 maij 1786. moeten verneemen, dat hoog st dezelve onze gehoudene behandeling in de zaak van meergem: Cap=n Swart, wel verre van dezelve te approbeeren, als geheel kwalijk behandeld hebben beschouwd, met zodanige verdere Last en ordres als dezelve aan„ „schrijvens komt te behelsen, waar„ Ten belange van de opheldering welke uwe wel Edele Hoog Agtb=ren bij § 12 komen te begeeren, zo wel nopens het gedrag van den Cap„n ter Zee Francois du minij, uit welke de veronderstelling /als of Fouille Pointe de eenige plaats op het Eiland Madagascar was, alwaar bekwame slaven voor de Comp:e in de handelen zoude zijn./ van, mitsgad=rs van het daarbij gehorend berigt Conias authentiey tot uwer wel Edele Hoog Agtb=e nadere Elucidatie neevens deezen werden overgezonden: van 97 is aan den ondergeteek:de Hoofd reformeeren een reekening nopens de kosten der ingehandelde slaven op Mosambicque tegens die op Madagascar. is voortgevloeit, als ten aanzien van de bevoegdheid welke het hoofd der Fransche Natie op de gemelde plaats scheijnt te hebben gehaid, om dien handel te belettene, mitsg: s ook verders op het geene bij de volgende § 13, 14, 15, 16 & 17 blijkt, dat ten opzigte van den Slaven handel op Madagascar en Mosambicque, als meede ten aan= „zien van de vaart onder de vlag en het Paspoort der Portugeeschen, uwe welEdele Hoog, Agtb=re tot elucidatie verstrekken moet, van ged. Cap=n die Minij, denwelken tot dien handel is g'Emploieert geweest, en daarvan de meeste kennisse en ervarendheid bezit, gevordert zijnde een uitvoerig„ berigt met de Consideratien, welke denselven bevinden zal ter zake te kunnen dienen: §12. En ook aan den ondergeteek.:d administrateur gedemandeerd Hoofdadministrateur Iohannes Isaac Rhenius gedemandeerd hebbende het doen formeeren van zodanige reekening, koop= mans wijze ingerigt, als dienen moet, niet alleen om aantetonen hoeveel deop Mosambicque ingehandelde slaven de Comp:e te staan komen, maar ook om geweest eene welke berigten ingekomen zijnde, aan Uwe welEdele hoog agtb:s zullen werden gesuppediteerd. gedetailleerd verslag nopens de reedenen van't verchll en de prijzen der ingekogte slaven van de scheepen Le Felemacque en L'Estrella d' Africque. eene vergelijking te maken van de kosten, welke de Comp:e op gelijke wijze bereekend, gedragen heeft bij den aanvoer der Slaven van Madagascar, ten einde na die ingekomene berigten, met bij voe= „ging van onse Consideratien te kunnen beantwoorden de poincten door Uwe Wel Edele Hoog Agtb=r bij de gem: paragraphen 12 tot 20 voorgesteld. §13. zullen wij niet in gebreeken blijven zo dra deeze beregten ingekomen zullen zijn, met bijvoeging van de aanmerkingen, welke daaromtrent nog dienstig Gelijk ten reguarde van 514. het verschil in de Prijzen der slaven dewelke van het Fransch Schip le Telemaque en't Portugeesch schip L' Estrella d' Africque zijn ingekogt, onderdanigst moeten berigten, dat wel in de zoort van slaven dat dewelke de eene en andere van die twee Carguasoenen hebben bestaan, geen geprefereert onderscheid te vinden is geweest, maar dat het gemelde verschil is veroor= „zaakt geworden, zo wel om dat mogten, uwe wel Edele Hoog Agtb:r te doen toekomen. - vanden de 933

NL-HaNA_1.04.02_4324_0109 view scan ↗

English

the slaves of the Télémaque were mostly sick and had lost their outward appearance, and consequently it was not judged advisable to purchase the entire cargo, nor even the greatest part thereof; for which there was furthermore all the more reason, considering that shortly before the cargo of L'Estrella d'Afrique had been purchased and again disposed of, the sale of a new multitude of slaves in such a short space of time could very easily cause their price to fall to such an extent that one would have been left with a part of them, who, as generally happens with the newly brought slaves before they have become accustomed to this climate, are very subject to mortality. Wherefore also from that cargo only the healthy, young, robust, and most respectable having been selected, which the Captain would not part with for any lesser price than that of 120 Spanish matts each, one has, for the aforementioned reasons, found such a price entirely reasonable, as among these selected slaves not a single one was found on whom no profit was anticipated, while the Captain, having to retain the remainder, had much loss to expect, just as of the remaining ones daily have since died here and very few have been left. It having further afforded us much honor, the satisfaction which Your Right Honorable Worships have been pleased to take in the measures taken here, both to obtain information with all haste of everything that might occur along the eastern coast, as well as for the garrisoning of the four bays extending thither which had been entirely devoid of guards. Just as the undersigned Governor also counts it no less an honor, the trust which it has pleased Your Right Honorable Worships to place in him regarding the care of what belongs to the defense system of this place, in the hope and expectation that by the memorandum concerning the said defense system, which he has the honor to transmit to Your Right Honorable Worships, it will be demonstrated in a satisfactory manner of what importance Robben Island ought to be considered, both in the unexpected event of an attack on the Cape, as well as in the defense of the same. Since we are most clearly imbued and convinced of the growing burdens of this government on the one hand, and the necessity on the other hand that the financial capacity ought to be united therewith, we also let no means be lacking, nor let any opportunity pass by, along which some relief in those burdens can be brought to the Company, as we hope that Your Right Honorable Worships will have obtained the proofs thereof, both in the profitable slave trade that was conducted, and in the advantages put into effect through the sale of the ground of the old Hospital and other house plots. Yet, since these temporary profits can by no means be sufficient for that purpose, but one feels the urgent necessity that the Company ought in the long run to be assisted in bearing those burdens through equitable ways, of which Your Right Honorable Worships please be assured that one, while being mindful of the means that must ever serve for that purpose, also employs all diligence finally to reach that tranquil and happy juncture in which those means, of which we have taken the liberty to propose some to Your Right Honorable Worships in our humble separate letter of the 19th of April of the preceding year, can successively be introduced and made effective. Paragraph 18. It being furthermore entrusted to the aforementioned Chief Administrator Rhenius, together with the also undersigned Cellar Master Mr. Jacobus Johannes Le Sueur and the Dispenser Tobias Christiaan Ronnenkamp, to examine with all possible accuracy and to collect the documents, as well as to investigate what is further necessary to elucidate Your Right Honorable Worships on the requisites appearing in paragraphs 34 and 35, as well as in the memoranda belonging thereto, to the end that the same may find themselves provided as closely as possible with what appears therefrom to be still lacking for the settlement of the account that remains outstanding between the crown of France and the Company; of which the result will therefore also follow upon a further occasion. Paragraph 19. It having been found extremely agreeable, the approval which Your Right Honorable Worships were pleased to grant in paragraph 36 regarding the gratitude shown to the Knight de Peinier, the remark made by the same will ever be kept in view, so that in the future, in doing so, no equitable reason for dissatisfaction may be given to people of similar merits who have not been treated on the same footing, although one here in respect of the said Mr. de Peinier has

Dutch transcription

de slaven van be Pelemaque mees= „tendeels ziek waren en hun uit- „terlijk aanzien verloren hadden, en mitsdien niet raadzaam wierd geoordeeld het gantsche Carguasoen, nog ook de grootste parthij daar van intekopen; tot hetwelke men daarenboven zo veel te meer reden had, gemerkt kort bevorens het Carguasoen van L' Estrella d' A. frigue ingekogt en weder afgezet geworden zijnde, de verkoop van een nieuwe menigte slaven in zulk een kort bestek van tijd zeer ligtelijk de prijs derzelve zodanig konde doen dalen, dat men met een deel derzelve zoude hebben moeten blijven zitten, welke gelijk doorgaans met de aange„ „bragt werdende slaven, al een zij zig aan dit Climaat gewend hebben, toegaat, zeer aan de sterffelijkheid onderkevig zijn. 2 waarom ook van dat Carquas oen alleen de gezonde, Jonge, robuste en aanzienlijkste uitgezogt zijnde, welke den Cap=n tegens geen minderen prijs als die van 120 Sx: matt: ijder, heeft willen afstaan, men om de gem reedenen, een zodanige prijs, allezints billijk heeft bevonden, een daar 100 515. het genoegen door uwe wel Edele Hoog Agtb: genomen in de maatregulen tot het bezetten der afgeleegene baaijen. en zo meede het vertrouwen welke hoogst deselve stellen in den ondergeteek„de gouverneur rakende het defensie tweezen alhier is ons allen tot zeer veel eere geweest. 516. daar onder deeze gesorteerde slaven, zig niet een eenige bevond, op welke geen profijt wierde te gemoed gezien, terwijl den Cap=tn met de overige te moeten aanhouden veel verlies te verwagten had, gelijk van de resteerende zedert ook da „gelijks alhier overleeden en zeer wijnige overgebleven zijn. — Hebbende het ons wijders tot veel eere verstrekt het genoegen welke uwe wel Edele Hoog, agtb: hebben gelieven te neemen in de alhier genomene maatregulen, zo wel om van al het geene 'er langs de oostelijke Cust voorvallen mogt met allen spoed onderrigt te verkrijgen, als tot het bezetten der vier daarheen Strekkende geheel van wagten ontbloot ge„ „weest zijnde baaijen. — Soo als ook den onderget=e Gouverneur zig niet minder tot eere reekend het vertrouwen welke het uwe welEdele Hoog Agtb: behaagd in hem te stellen ter behartiging van het geene tot het defensie weezen deezer plaatse behoord, in die hoope en verwagting, dat bij de memorie rakende het gem: defensie weezen lange dewelke 101 877. zullende geene geleegentheid laten voorbij gaan, om de Maatschappije eenige verlig: „tinge in de dragende lasten toetebrengen. dewelke hij de Eere heeft aan Uwe wel Edele hoog Agtb=ren over te zenden, op eene voldoende wijze zal zijn aangetoond van wat aanbelang het Robben Eiland, zo bij het onverhoopt attacqueeren van de Caab, als het verdeedigen van dezelve behoord te werden ge= „considereerd. Daar wij ten duidelijksten ge. „penetreerd en overtuigd zijn van de aangroeijende lasten deezes gouvernements, aan de eene en de noodzakelijkheid aan de andere zijde dat het finantieel vermogen daarmeede behoord te werden vereenigd, laten wij ook geene middelen ontbreeken, nog ook geen geleegendheid voorby gaan, langs welke aan de Maat= „schappij eenige verligting in die lasten kan werden toegebragt, gelijk wij hopen dat Uwe wel Edele Hoog Agtb=rens daarvan de preuven zullen hebben erlangd, zo wel bij den gedanen Profij„ „telijken slavenhandel, als bij de te werk gestelde avantagenDe verkoping van den grond van het oude Hospitaal en andere huis Erven: vermogen daer 102 agtb: zig gelieven verzeekerd te houden. en is aan de nevens gem: Per: zonen opgedragen, omme te verzamelen alle de stucken relatief tot de scheepen in den laatsten oorlog aan de frans. sen afgestaan Dan aangezien deeze temporeele winsten daartoe in verre na niet toerijkende kunne zijn maar men de dringende noodzakelijkheid gevoeld dat de aatschappij op den duur langs billijke weegen in het dragen van die lasten be= hoord te werden te gemoed gekomen, waarvan uwe wel Edele hoog, gelieven uwe wel Edele Hoog Agtb zig verzeekerd te houden, dat men, met bedagt te zijn op de middelen die daartoe steeds verstrekken. moeten, ook alle zorgvuldigheid aanwend, om eindelijk eens tot dat zustig, en gelukkig tijdstip te mogen geraken, in welke die §18. Zijnde verders aan voorm„de Hoofdadministrateur Rhenius nevens de meede ondergeteekende keldermeester M„r Iacobus Iohannes Le Suieur en den Dis= „pencier Tobias Christiaan Ronnenkamp opgedragen, om met alle mogelijke accuratesse nategaan middelen, waarvan wij de vryheid genomen hebben, eenige bij onze onderdanige aparte letteren van den 19 april des voort. Iaars aan uwe wel Edele Hoog Agtb=ren voortedragen, Successivelijk kunnen werden ingevoerd en werkzaam gemaakt: middelen an 103 de goedkeuringe omtrent het betoonde aan den Heer Ridde„ de Luinier ons zeer aange„ „naamgeweest zijnde zal egter d' aanmerking door Uwe wel Edele hoog Agtb=ren op dat sujes gemaakt in't vervolg steeds in't oog werden gehouden. en te verzamelen de stukken, mitsgfs ook te onderzoeken het geene verders nodig is, om uwe wel Edele Hoog Aghtb te Elucideeren, op de requisiten bij de paragraphen 34 en 35. mitsgaders ook bij de daarnevens gehorende me= „morien voorkomende, ten einde hoogpt„ dezelve zig zo na immers mogelijk, voorzien zullen mogen vinden van het geene daaruit blijkt nog te ont„ „breeken, tot het vereffenen der reek. die er tusschen de kroon van Frankrijk en de Comp: is openstaande: waarvan het resultaat dierhalven meede bij eene nadere geleegentheid staat te volgen. — § 19. Ten uittersten aangenaam gevonden zijnde, de goedkeuringe welke Uwe wel Edele Hoog Agtb=ren bij § 36. hebben gelieven te verleenen omtrent de aan den Heer Ridder de Peinier betoonde erkentenisse zal steeds in het oog werden gehouden de door Hoogst dezelve gemaakte aanmerkinge, ten einde in het ver„ „volg met zulks te doen, geen bil= „lijke reden van ongenoegen werde gegeven aan Luijden van gelijk zoor: „tige verdiensten, dewelke niet op denzelfden voet zijn behandeld geworden, of schoon men alhier ten opzigte van gem: heer de Leinier Tann heeft

NL-HaNA_1.04.02_4324_0114 view scan ↗

English

104 Section 20. The undersigned chief administrator having been instructed to pay attention to the dispatching of the expense accounts of the naval vessels. Section 21. Respectful expression of thanks for the provision of the received cardboard etc. considered that he could not suitably dispense with it, since his Honour's presence at this place did not serve as an expense to the Company, just as was observed during the stay of General de Suffren here, and the token of appreciation conveyed to the aforementioned Monsieur de Rignier also by no means amounted to such expenses for the Honourable Company. And the frequently mentioned Chief Administrator has been instructed to pay attention that compliance is always given to the order issued by your Right Honourable Honours in the 38th paragraph for the transmission of accurate accounts, both regarding the supplies to naval vessels and regarding what shall be received for their sick. Your Right Honourable Honours are very respectfully thanked for your highest disposition, by which this place has already been provided, on behalf of the presiding Chamber of Amsterdam, with a required quantity of fine cardboard, as well as ink and stamps. 105 Regarding the sale of the extraordinary merchandise, report having already been given to your Right Honourable Honours. Section 22. While we hope that your Right Honourable Honours, since the dispatch of your aforementioned letter of 28 December 1786, may already have received our very humble letters of 1 July 1786 and 24 April of the past year 1788, and that you, in reply to the further report required in the 40th section concerning the means employed for an advantageous sale of the merchandise sent hither, will be pleased to find satisfaction in the measures which, in the 27th, 28th, and 29th paragraphs of the first and Section 45 of the last of our respectful letters, with transmission of the returns concerning what has already been sold, were reported to have been applied by us here and continue to be applied to dispose of the aforementioned goods sent for sale, in such manner as may serve to the greatest profit and least disadvantage of the Honourable Company. 106 The suppliers of the Constantia wines having already been informed of your Right Honourable Honours' letter concerning those wines. We take the liberty to refer to that which regarding this point has already been presented to your Right Honourable Honours. Section 23. Regarding what your Right Honourable Honours have been pleased to write to us concerning the treatment of the Constantia wines, both as to the dispatch and the sale thereof, an extract, along with copies of the reports received concerning this, having been delivered to the aforementioned Senior Merchant Lesueur as cellar master, in order to provide the necessary information regarding this to the owners of the estates at Constantia. Section 24. Furthermore, pursuant to the recommendation of your Right Honourable Honours to further reflect upon this important matter and to have everything possible put into effect in order to let the Company enjoy the greatest and best fruits of this branch of its trade, we have also deliberated thereon with attention, as well as taken into further consideration the objections that were previously raised regarding this, alongside the method that was then judged best to secure that branch of the Company's trade for itself, as we took the liberty to present in our respectful letters under date 1 July 1786, sent from Section 14 to 19 inclusive to your Right Honourable Honours; but still finding that no other or better means can be taken in hand regarding this, may it please your Right Honourable Honours to permit that we continue most respectfully to refer to the same representation. 107 Section 25. For what reasons the report of the outcome of the proceedings against those guilty of committing beach robbery at the Danish ship Nicobar was neglected. Your Right Honourable Honours, furthermore, in Section 44 and 45 regarding the proceedings held against those guilty of the committed beach robbery near the Danish ship Nicobar, being pleased to indicate that one ought not to have neglected to report what the outcome of the same proceedings had been, we most respectfully request pardon for the neglect committed therein, as it was caused by the fact that one has hitherto remained unable to add thereto a dutiful notice concerning the consequences that the appeal, lodged by Jacob van Reenen, who was also involved in that case, against the sentence passed against him by the Council of Justice here, has had.

Dutch transcription

104 § 20. zijnde aan den ondergeteekende hoofdadministrateur geble „mandeerd attentie te slaan op 't verzenden der onkost reek: van 's Landsscheepen. § 21. Eerbiedige dankbetuiging voor de bezorging van 't ontfangen CCarton erd. heeft geconsidereerd gehad, zig daar= van met geen gevoeglijkheid te kunnen dispenceeren, daar zijn Edelens aanweezen ter deezer Plaatze niet tot Lasten der Maatschappij verstrek hebbende, gelijk zulks bij het verblijf van den Heer Generaal de Sutfrin alhier is geobserveerd geworden, de aan welgem: Heer de Reinier toe gebragte erkentenisse ook in verre na tot zodanige kosten van d'EComp: niet heeft verstrekt gehad. — En is aan meermelde Hoofd= administrateur gedemandeerd attentie te slaan dat steedes voldeaan Werden den de uwe wel Edele Hoog agtb= zeer eerbiediglijk bedankt voor Hoogstderzelver dispositie door welke men alhier van wegens de presidiale Camer Amsterdam bereijds van een benodig de quanti= „teit fijn Carton, benevens de Inkt werde aan de door Uwe wel Edele Hoog agtb.: bij de 38 paragraaph gestelde ordre tot het overzenden van nauwkeurige reekeningen zo rt wel aangaande de verstrekkinge aan 's Lands scheepen als van 't geene voor de zieken derzelve zal werden genoten. - werden 105 nopens den verkoop der Extraordinaire koopman. schappen bereijds aan uwe WelEdele hoog Agtb„s berigt gegeven zynde. in de maatregulen daarbij ge. noegen zullen hebben ge „nomen. en Stempels voorzien geworden is. - § 22. Teruyl wyj hoopen, dat bij uwe wel Edele Hoog agtb=ren zedert het afgaan van hoogstderzelver vorengemelde aanschrijvens van den 28 decbr 1786. bereeds zullen mogen zijn ontfangen onze zeer onderdanige Letteren van den 1:e Iulij 1786. en 24 april des voorl: Iaars 1788. en dat hoogst dezelve ter beantwoordinge bij d' 40. gevordert nader berigt, be= „langende de in het werk gestelde middelen tot een voordeeligen ver „koop der herwaards gezondene koopmanschappen &: genoegen §23. Van het geene Uwe wel- nopen wij dat hoogst deselve zullen gelieven te neemen, in de maatregulen dewelke bij de 27, 28 en 29 paragraphen van de eerste en §45 van de laaste derzelve onzen eerbiedige letteren, met overzending der rendementen wegens 't geene reeds verkogt geworden is, zijn berigt, dat wij alhier aangewend hebben en nog steeds blijven aan= „wenden om de gem: ten verkoop „gezondene goederen van de hand tezetten, zodanig als zulks ben= meesten Profijte en minsten nadeele der E Comp: zal mogen verstrekken. — zullen Ellek 106 de leveranciers der Con„ „stantia wijnen bereids g'informeerd geworden hoog agtb: aanschrijven nopens die wijnen. neemen wij de vrijheid om te refereeren aan het geene dit point betreffende be„ „reijds aan uwe wel Edele Hoog Agtb: is voorgedragen Edele Hoog Agtb=ren nopens de behan= zijnde, van uwerwelEdele „ delinge der Constantia wijnen, zo tot overzendinge als verkopinge derzelve, ons hebben gelieven aan te schrijven, extract, benevens Copijen der dienaangaande ontfangene berigten afgegeven geworden zynde, aan voorm:e opperkoopman Lesieeur als keldermeester, ten einde de be= „zitters der plaatsen op Constantia deswegens de nodige informatien te doen enlangen: §24 Is wijders op de aanbeveeling uwer wel Edele Hoog Agtb:s om over deeze aangeleegene zaak de gedagten nader te laten gaan en al wat moge „lijk is in't werk te doen stellen, ten einde de Maatschappije van deezen Tak van haren handel de meeste en beste vrugten te doen ge= „nieten bij ons daarover meede met aandagt gedelibereerd, mitsg=rs in nadere overweging genomen, de bedenkingen, dewelke deezen aan „gaande te voren bereijds daarop zin gevallen, nevens de wijze, die als toen best is geoordeeld om dien Tak van 's Comp:s handel voor haar te verzeekeren, zo als wij de vryheid hebben genomen zulks bij onze eerbiedige Letteren sub dato 1 July 1786. afgegaan van § 14 tot 19 lijk aan 107 §25. om welke reedenen versuimd geworden is, het berigt van Iegens de schuldige aan het plegen van Strandroof bij „ deensch schipe Sicobar aan Uwe wel Edele Hoog Agtb:e voor„ te dragen, dog als nog bevindende dat dienaangaande geen ander of beter middel kan werden bij der hand genomen, gelieve Uwe welEdele Hoog Agtb=ren te permitteeren, dat wy ons aan dezelve voordragt Eerbiedigst blijven refereeren we wel Edele Hoog, Agtb=ren den Uitslag der procedures, wijders bij § 44 & 45. ten belange van de gehoudene Procedures tegens de schuldige aan den gepleegden Strandroof omtrent het Deensch schip Nicobar, gelievende te kennen te geven, dat men niet had behoren te verzuimen berigt te geven, hoedanig den uitslag van dezelve procedures was geweest, verzoeken wij wegens het daarinne begaan verzuim eerbiedigst om verschoninge, als veroorzaakt wee= „zende door dien men voor als nog buiten staat is gebleeven om daar nevens te voegen een schuldige kennis geving, betreffende de ge„ „volgen, die het, door den in dien zaak meede betrokkene Iacob van Reenen, van, het tegens hem bij den Raad van Iustitie alhier gevallen vonnis, geinterjecteerd appel, heeft gehad: had zynde

NL-HaNA_1.04.02_4324_0118 view scan ↗

English

108 concerning the judicial papers, which are now sent over with this. 827. Your Right Noble and High Mightinesses expecting to be further elucidated by us concerning the appointments of a Surgeon Major and a third Surgeon, etc., to serve you reverently in this matter with the aforementioned. § 26. There having consequently been drawn from the Judicial Secretariat copies of the proceedings and the documents belonging thereto, as well as the sentences passed both against the said Jacob van Reenen and the other accomplices in the aforementioned case, which are now being transmitted. And seeing that Your Right Noble and High Mightinesses were expecting a more specific indication of the reasons which, according to our opinion, served to demonstrate that neither in the appointment of a third practitioner for the Hospital, nor in that of a Surgeon Major together with two under-surgeons for the garrison, any expenses had been caused to the Company that, without essentially prejudicing it in other respects, could have been spared, as appears more fully from the 53rd, 54th, and 55th paragraphs of Your Right Noble and High Mightinesses' aforementioned revered letter, we find ourselves obliged to report to you reverently and state the reasons that gave rise thereto: that, since upon the appointment of the third Surgeon at the Hospital, the increase of the Company's ordinary troops had not yet been foreseen, 109 the necessity of which was encountered shortly thereafter; and indeed, for a better treatment of the sick, who (as until now no other means for accommodating them is at hand) must be attended to in two separate buildings located far apart from one another, a third Surgeon for the Hospital was appointed; yet a few months later, when this third Surgeon had passed away, and the undersigned Head of the Militia, Gordon, had demonstrated the necessity thereof, it was resolved to separate the sick of the garrison henceforth from those brought in by the ships: to which end, as well as for the attendance of the garrisons in the widely distant eastern bays, which had given occasion to the aforementioned increase of the aforesaid Company's ordinary troops undertaken here subject to approval, the appointment of a Surgeon Major and two under-surgeons took place, since which time, however, the post of third Practitioner 110 and which we hope will be considered satisfactory. § 29. The undersigned Colonel and Chief Gordon having been asked whether the service of a Surgeon Major was necessarily required. in the Hospital has been left vacant; which cited reasons we also hope may be considered by Your Right Noble and High Mightinesses as satisfactory to dispel the presumption that has arisen among your high selves, from which the demand for the aforementioned explanation originated, as if, along with a Surgeon Major, a third practitioner in the Hospital had also been retained at the same time. § 28. But since Your Right Noble and High Mightinesses also seem to desire the aforementioned explanation with regard to the appointment of the said Surgeon Major, in so far as thereby likewise no expenses have been caused to the Company that could have been spared without the aforementioned prejudice: a further statement and explanation of the reasons has been demanded from the said Colonel and Chief Gordon as to why the said Surgeon Major should necessarily be continued in the service of the garrison, and whether any other means 111 to the Honourable Company might be found without difficulty. Through the obtained discharge of the First Chief Surgeon in the Hospital, Pieter Domus, might be found to prevent the burden caused thereby to the Honourable Company, without this, however, tending to the detriment of the arrangement by which the sick of the Garrison have been separated from those of the ships: which arrangement has enjoyed the approval of Your Right Noble and High Mightinesses. § 30. These points regarding the appointment of the Surgeon Major to the Garrison and that of a third Surgeon in the Company's Hospital, in so far as this serves in answer to the elucidations demanded by Your Right Noble and High Mightinesses, having thus been dealt with, we find ourselves further obliged to report to your high selves concerning the same: that since the First Chief Surgeon in the Company's Hospital, Pieter Domus, has made known by request that, due to his advancing high years, he found himself unable to carry out his aforementioned post in the Hospital any longer properly and in such a manner as he would wish, adding thereto

Dutch transcription

108 gaande de Justitieele pa„ than nevens deezen over 827. uwe wel Edele hoog agtb=r verwagtende door ons nader g'elucideerd te werden, no„ „pens de aamstellingen van een Chirurgijn Major, en een derde Chirurgijn, etc. „dezelve hierop reverentelijk te dienen van het nevensgem toe aanleyding gegeven hebben. Zinde dierhalven van de Ius= § 26. „pieren daartoe betrekkelijk, titieele Secretarije geligt Copijen der procedures en daarbij gehorende stukken, mitsgad:s de vonnissen zo wel tegens ged: Iacob van Reenen als de verdere meede schuldige in de Voorsz: zaak gevallen, en dewelke thans werden overgezonden. En ten aansien uwe wel Edele Hoog agtb:e verwagtende waren eene meer bepaalde aanwijzinge van de reedenen, welke er na onze gedaeten ten beloging Dienden, dat nog in de aanstellinge van een derde practizijn voor het Hospitaal, nog in die van een Chirurgijn Major, benevens twee onder Chirurgijns. voor het guarnisoen, aan die Naat= „schappij eenige kosten veroorzaakt waren, die zonder haar in andere op zigten wezentlijk te benadeelen, zouden hebben kunnen worden ge „spaard, gelijk dit breeder bij de 53, 54 „ 55 paragraphen van uwe wel Edele Hoog Agtb:r voorsz: gevenereerde Letteren voorkomt, vinden wij ons verpligt hoogt„ vinden wij ons dierhalven verpligt berigt, en de reeden die daar daarop reverentelijk te dienen, dat, dewijl bij de aanstelling van den derden Chirurgijn bij het Hospitaal nog niet te gemoed was gezieve 109 gezien die vermeerdering van Comp:s ordinaire troupen, tot welke men kort daarna de noodzakelijkheyd heeft ontmoet; en men wel tot eene betere behandelinge der zieken, die /:gelijk 'er tot nog toe geen ander middel ter plaatzing van dezelve aan handen is / in twee onderscheidene verre van elkanderen gesepareerde gebouwen, moeten werden bediend, een derde Chirurgijn voor het Hos„ pitaal heeft aangesteld, wijnige maanden later nogthans, wanneer deezen derden Chirurgijn overleden was, en het ondergeteek=d Hoofd der Militie Iordon, de noodza„ „kelijkheid daartoe aangetoond had, men besloten heeft de zieken uit het guarnisoen voortaan te doen afzonderen van de geene die met de scheepen werden aangebragt: ten welken einde, gelijk meede ter bedie= „ning van de bezettingen in de wijd afgeleegene vostelijke Baaijen, die tot de voorsz: op approbatie hier ondernomene vermeerdering van voorm: 's Comp=s ordinaire trou „pes, aanleiding gegeven hadden, de aanstellinge van een Chirurgijn Majoor en twee onder Chirurgijns is geschied, zedert welke tijd egter de Post van derde Practizijn „kelijk 110 en die wij hopen dat als voldoende zullen werden geconsidereerd. §29„ zijnde van den onderget„e collonelen chef Gordon ge„ of den dienst van een Chirur zijn major noodzakelyk werd verrijschd. en't Hospitaal onvervuld gelaten is; welke aangehaalde reedenen wij dan ook hopen dat bij uwe wel Edele Hoog Agtb:s als Voldoe „nend zullen mogen werden gecon„ „sidereert, tot ontruiming van de bij hoogst dezelve opgekomene ver„ „ onderstelling, uit welke de vorde= „ring der voorsz: aanwijzinge is ontstaan, als of met een Chirurgijn vorderd een nadere opefauire Majoor ook nog gelijktijdig nog een derde practizijn in het Hospitaal was aangehouden geworden. — § 28. Dan dewijl uwe wel Edele Hoog agtb„rs meede ten opzigte der aan= Is van ged Collonel en Cheff gordon gevorderd eene nadere opgave en aanwijzinge van de reedenen om welke gem: Chirurgijn Majoor ten dienste van het quar= „nisoen noodzakelijk zoude behoren te werden gecontinueerd, en off 'er ook eenig ander middel zoude stellinge van gem. Chirurgijn Majoor de voorsz aanwijzinge schijnen te verlangen, in zo verre ook daarmeede aan de Maatschappen geene kosten veroorzaakt zijn, dewelke zonder de vorengem bena: „deeling zouden hebben kunnen werden bespaard: stellinge mogen is1 der E Comp: geen ander middel te vinden zoude zijn. zijnde door het geobtineerd ontslag van den Eersten opperchirurgijn in't hos. „pitaal Pieter Domus mogen te vinden zijn tot voorkoming van het daar door aan d' EComp=e en of daarop buiten beswaar veroorzaakt bezwaar; zonder dat zulks nogthans verstrekke tot benadeeling van de schikkinge door welke de zieken uit het Guar= „nisoen van die der scheepen zijn gesepareerd geworden: als welke schikkingen de goedkeuringe uwer wel Edele Hoog, agtb:s heeft mogen wegdragen. - § 30. Deese poincten met rela„ „tie tot d'aanstellinge van den Chi„ „rurgijn Majoor bij 't Guarnisoen en die van een derde Chirurgijn in 's Comp: Hospitaal, inzo verre zulx diend ter beantwoordinge op de door uwe wel Edele Hoog, agtb:e gevorderde Elucidatien, dus afge= „handeld zijnde, vinden wij ons wijders verpligt, hoogst deselve dien aan= „gaande nog te moeten berigten: dat zedert door den Eersten opper= Chirurgijn in 's Comp:s Hospitaal Pieter Domus bij request te kennen gegeven zijnde, dat hij zig door zijne toeneemende hooge Iaaren buiten staat bevond, om desselfs voorsz: post in het Hospitaal langer na behoren en in diervoegen waartenemen als hij zulks wel wenschte: met sulx bygevoegd

NL-HaNA_1.04.02_4324_0122 view scan ↗

English

172 and the appointment of Surgeon Major Le Sueur to that post. added request; that he, as well for that reason as through an expressed desire on his part to spend the remaining time of his life in retirement and in peace, might be discharged from the aforementioned office of Chief Surgeon, and likewise from the service of the Honorable Company. § 31. We thereupon granted the aforementioned Domus his requested discharge, and likewise upon the further request made by him in that petition, and in consideration that he, during a series of years, had satisfactorily performed the service in the aforesaid hospital in the respective capacities of First and Second Chief Surgeon; granted him rank alongside the former Burgher Councilors as former members of the Council of Justice. By § 32. And subject to Your Honorable Grand Esteemed Lordships' further approval, there has been appointed again in place of the aforementioned Domus as First Chief Surgeon in the hospital here, the Surgeon Major and Doctor of Medicine Hendrik Le Sueur, at his earning wage and under current contract. The aforesaid post of Surgeon Major having become vacant and as yet left unfilled. § 33. Through which appointment of the aforementioned Surgeon Major Le Sueur to First Chief Surgeon in the Company's hospital here, the aforesaid post of Surgeon Major has consequently fallen vacant again and has also been left unfilled. § 34. The appointment of the Secretary of the Orphan Chamber Ronnenkamp as Purveyor and Member of our Council, and that of the Secretary Neethling as Member of Justice, having been disapproved by Your Honorable Grand Esteemed Lordships. From repeatedly mentioned Your Honorable Grand Esteemed Lordships' respected letters it having among other things also become apparent that Your Lordships' approval could by no means be obtained for the appointment of the former Secretary of the Orphan Chamber Tobias Christiaan Rönnenkamp as Purveyor with the granting of a seat in our Council, as well as that of the present Secretary of the Orphan Chamber Christiaan Ludolph Neethling as Member of the Council of Justice, as these appointments were deemed to conflict with Your Lordships' express written orders, without Your Honorable Grand Esteemed Lordships having been able to consider as sufficient the reasons brought forward by us to justify that taken step; § 34. Thus we immediately after the receipt to 113 thereupon dismissed again as Member of the Council, but left in the purveyorship with the rank of former Member of the Council for the adjacent mentioned reasons. The aforementioned Ronnenkamp was, upon receipt of this most respected letter of instruction, in our meeting of 14 July of the past year, after the aforesaid Purveyor Ronnenkamp had withdrawn from the same and this matter had been deliberated upon, in dutiful obedience to the most venerated order of Your Honorable Grand Esteemed Lordships, dismissed as Member of our Council. § 36. But taking into consideration at the same time the painful grief which the said Rönnenkamp, in view of his long-standing and faithful services rendered to the Honorable Company, would suffer thereby, and which would be so much more aggravated if that dismissal would also have had to be accompanied by his dismissal as Purveyor, and the loss of the rank which he had already enjoyed as Member of the Council, under a most humiliating stepping down to his former post as Secretary of the Orphan Chamber, which could not be understood to be the will and intention of Your Honorable Grand Esteemed Lordships, since from Your Lordships' aforementioned letter of instruction it was understood that the true and principal aim was solely to keep secluded from the Council of Policy as well as from that of Justice persons not being of the Reformed Religion. there 115 for which we respectfully request Your Honorable Grand Esteemed Lordships' approval. authentic copy of a memorial handed over to us by said Ronnenkamp. § 37. We thereupon provisionally allowed the repeatedly mentioned Rönnenkamp to continue in his administration of the purveyorship, as well as in the rank of former Member of our Council, which we most submissively request that Your Honorable Grand Esteemed Lordships, in consideration of the zeal and faithfulness with which the said Rönnenkamp has unceasingly attended to the service of the Company for a series of years in succession, may be most graciously pleased to approve. While we at the same time take the liberty to present to Your Lordships herewith an authentic copy of such memorial as was submitted by the repeatedly mentioned Ronnenkamp upon taking his leave from our meeting, in case it might still please Your Honorable Grand Esteemed Lordships to cast some favorable regard upon it, since we have judged the request appearing in that memorial, that the same might be entered into the resolution Ronnen

Dutch transcription

172 en d' aanstelling van den Chirus. gijns Major Le Sueuren die bediening. bijgevoegd verzoek; dat hij, zo uit dien hoofde, als door een bij hem te kennen gegeven verlangen, om den overigen tijd zijns levens, afgetrokken en in rust te mogen Slijten, van het gem: opperChirurgijn. ampt, en zo meede uit den dienst der E Comp:e mogt werden ontslagen §31. Wij hierop aangemelde Domus zijne gem: verzogte de„ „missie hebben geaccordeerd, en zo meede op zijn bij dat Request verder gedaan verzoek, en ter Consideratie dat denzelven ge„ „durende een reeks van Iaaren, den dienst in het voorsz: Hospitaal §32. En is onder uwer wel Edele ^ nadere hoog agtb: geEerde ^ approbatie in steede van gem: Domus wederom tot eersten opperchirurgijn in het Hospitaal alhier aangesteld, den Chirurgijn Majoor en medecinae Doctor Hendrik Le Siceur onder zyn winnende gagie en lopend verband. in de respective qualiteiten van eerste en tweede opperchirurgijn tot genoegen waargenomen heeft; aan hem toegevoegd den rang nevens de oud Burgerraden als oud Leeden des Raads van Justitie. — door De voorsz Post van Chirurgijs Major opengevallen en als nog onvervuld gelaten §3/4. d'aanstellinge van den se. „cretaris der weeskamer Ronnenkamp, tot Dis= „pencier en Lid in onzen Raad. en die van den Secretaris Neeskling tot Lidt van Justitie door uwe wel Edele hoog Agtb:s gedisapprobeerd zinde § 33. Door welke aanstellinge van voorm. Chirurgijn Majoor Le siceur tot eerste opperchirurgijn in's Comp:s Hospitaal alhier, over= „sulx de voorsz: Pest van Chirurgijn ƒ Majoor wederom opengevallen en meede onvervueld gelaten is— Uit meerm: uwer wel Edele hoog agtb:se gerespecteerde Letteren onder anderen meede zijnde komen te blijken dat hoogstderselver approbatie geenzints hadde mogen wegdragen de aanstelling van den geweezen Secretaris der wees= „kamer Cobias Christia romenkerijg tot Dispencier met verleening van sessie in onzen Raad, mitsgs die van den jegenwoordigen Secre„ taris der weeskamer Christiaan Ludolph Neethling tot Lidt in den raad van Iustitie, als welke aanstellinge zijn aangemerkt geworden te strijden met hoogste „derzelver aangeschreevene uit„ „drukkelijke ordres, zonder dat uwe wel Edele hoog Agtb„e voor voldoende hebben kunnen houden de door ons bij gebragte reedenen om dien gedanen stap te wettigen; § 34 Zo hebben wij dadelijk na den tot ontfang 113 1ne daarop als lidt des raads wederom ontslagen dog denselven om de nevens gem: reedenen gelaten en oud Lidt van den raad. is voorm: Ronnenkamp ontfangst deezer zeer g' Eerbiedigde aanschrijvens inze vergadering van den 14:e Julij des voort, Iaars nadat voorsz: Dispencier Ronnen „kamp uit dezelve getreeden, en hierover gebesoigneerd geworden was, ter schuldige obedientie aan de zeer gevenereerde ordre van Uwe wel Edele Hoog, Agtb:, ged: Ronnen. „kamp als Lidt van onzen Rade ontslagen: § 36: Dog daarbij teffens in Conside dispens met den rang als, ratie genomen weezende de gevoelige Smerte, die denzelven Rönnenkamp mits desselfs aan d' EComp:e betoonde lang jarige en trouwe diensten, daar door kwam te ondergaan en dewelke zig zo veel te meer zoude verswaard vinden, zo wanneer met dat ontslag meede zoude hebben moeten verzeld weezen desselfs demissie als Dispencier, en het gemis van den rang die den= „zelven als Lidt van den Raad reeds genoten had, onder eene zeer humiliante te rug treeding tot desselfs vorige post als Secretaris der weeskamer, hoedanig niet heeft kunnen werden opgenomen de wil en meening van uwe wel Edele Hoog Agtb: te zijn, daaruit hoogste dezelve voormte aanschrijvens be„ daar Gaeaper 115 waarop uwer wel Edele hoog agtb: approbatie Eerbiedig verzoeken. authenticq eener memorie door Geld: Ronnenkamp aan ons overgegeven „greepen was, het ware en voorname vogmerk alleen meede te brengen omme uit den Raad van Politie zo wel als uit die van de Iustitie gesecludeert te doen blijven, Perzonen niet zijnde van de gereformeerde Godsdienst: § 37. Hebben wij daarop meerm:d Rönnenkamp provisioneel laten Continueeren in desselfs adminis„ „tratie van het dispens, mitsg=rs in den rang als oud Lidt van onzen Raad, het geen onderdanigst Verzoeken, dat uwe wel Edele hoog agtb: uit aanmerking, van dezelve en trouwe met welke denzelven Rönnenkamp den dienst der Maatschappije een reeks van Iaren agter een, onophoudelijk heeft be= „hartigd, goedgunstigst gelieven te approbeeren: Terwijl wij teffens onder voerzending van Copia (de Vrijheid neemen hoogst dezelve nevens deezen aantebieden, Copia authenticq van zodanige memorie als door meergem: Ronnenkamp, afscheid uit onze vergadering nee„ „mende wierd overgelegd, of het Uwe „wel Edele hoog, agtb=re nog mogte behagen daarop eenig gunstig reguard te slaan, daarwij geoordeeld hebben het bij die memorie voorkomend verzoek dat deselve bij de resolutie Rounen mogte

NL-HaNA_1.04.02_4324_0126 view scan ↗

English

116 Paragraph 38. The pay accountant Matthiesen and Burgher Councilor Bletterman, on account of their religious denomination, likewise not being able to retain a seat on the Court of Justice might be inserted and supplied to Your Right Honorable Excellencies, could not be rejected. And whereas Your Right Honorable Excellencies, by the disapproval of the appointment of the aforementioned Secretary of the Orphan Chamber Neethling as Member of the Court of Justice, have also pleased further to manifest your absolute will and intention concerning the religious denominations to which alone the persons forming that Court must belong, and that it naturally followed therefrom that the pay accountant Clement Matthiesen Junior and the Burgher Councilor Johannes Matthias Bletterman could also no longer retain a seat on the said Court of Justice, as both are incorporated into the Lutheran church congregation, and who, pursuant to what was already advised in our humble letter of the 3rd of March last, were also appointed as Members of the said Court on the 19th of September and 27th of December of the past year for the reasons then stated; Paragraph 39. We have therefore, in compliance with the same, as well as the aforementioned Neethling, were dismissed therefrom with the rank of former members. 117 Paragraph 40. Which persons came into consideration to fill the vacancies thereby occurring on the Court of Justice, but for what reasons they had to be excused therefrom. this very revered intention and objective of Your Right Honorable Excellencies, also dismissed the aforementioned Neethling, Matthiesen, and Bletterman from their further sitting on the aforementioned Court of Justice, and this subject to the favorable approval of Your Right Honorable Excellencies, likewise retaining their rank as former members of the aforesaid Court; after which, having taken into consideration the necessity that the seats of the aforementioned three members, especially on account of the numerous proceedings currently being handled by the Court of Justice, should be filled by other competent persons as soon as possible: Paragraph 41. For which, since the Merchants Titular and Junior Merchants serving outside the Cape could in no way assist on that Court, and that the present Junior Merchants Pieter Diderik Boonacker and Oloff Marthinus Bergh belonged to the Lutheran church congregation, the Junior Merchants Casparus van Eerten and Egbertus Bergh could otherwise still have come into consideration, but regarding which interest it had been most urgently requested by the aforementioned van Eerten, 102 both of the undersigned Governor and the Secunde, the latter in his capacity as President of the Court of Justice, first orally and afterwards in writing, to be excused therefrom, professing that having applied himself with all diligence solely to his service at the Trade Office, the unceasing business which this service afforded him had also not permitted him to apply himself to any knowledge of the law, and that he, consequently finding himself destitute of the knowledge to be able conscientiously to hold the office of judge, had already advanced so far in years that it would be fruitless for him to undertake an application thereto now, and for which, moreover, his continuous official occupations would leave no time; whilst with respect to the aforementioned Egbertus Bergh, the undersigned Governor having inquired, before being able to propose him, into the religion to which he might adhere, whereupon by the said Bergh, after having made an oral declaration to that effect, 119 The regulation that had to be observed in that respect having caused no small impediments. it was further declared by a missive which accompanies this in copy, that his sentiments on the matter of religion are to such an extent in conformity with the Augsburg Confession that, were he pressed to make an immediate confession of faith, he would not hesitate for a moment to embrace the Lutheran doctrine. So that the regulation which one now had to observe caused no small impediment in the election of competent Members to the aforementioned Court of Justice, whereas on the other hand one found the savings for the Honorable Company so earnestly recommended by Your Right Honorable Excellencies, and the promotion of Members to the said Court from persons not possessing the status of Junior Merchant would entail a new encumbrance, on the grounds that such persons would not fail to aspire to the aforesaid status of Junior Merchant with the rank of Merchant, as has been attached by Your Right Honorable Excellencies to the Members of the Court of Justice, since it would be very improper to employ anyone under a lesser rank,

Dutch transcription

116 538. den zoldijboekhouder Mat„ „thiessen en Burgerraad Blet. „terman uit hoofde hunner gezindheid meede geen sessie in den raad van selstitie heb. „bende kunnen blijven be= houden mogt werden geinsereerd, en aan uwe wel Edele Hoog Agtb:s gesuppe. „diteerd, niet te kunnen van de hand wijzen. - En nadien uwe wel Edele hoog Agtb: met de desapprobatie der aan„ stellinge van den hiervoren gerepten Secretaris der weeskamer Neeseling tot Lidt des Raads van Iustitie, ook hoogst derselver volstrekte wil in meeninge, belangende de gezinten, tot dewelke alleen de Personen dien Raad formeerende, behoren moeten, nader aan den dag hebben gelieven te leggen, en dat daaruit van zelve volgde, dat bij gem: raad van Justitie meede langer geen zitting konden blijven behouden, den zoldij boek„ „houder Clement Matthiesen Junior, en den Burgerraad Io= „hannes Matthias Bletterman, als buide de Lutherse kerkgemeente ingelijfd weezende, en dewelke inge„ „volge het bereids geadviseerde bij onze ootmoedige Letteren van den 3:e Maart Laastleden, op den 19:e Septbr: en 27 Decbr: des gepas„ „seerden Iaars, om de toen opgegee= „vene reedenen meede als Leeden des gem: raads zijn aangesteld geworden; §39. Zo hebben wij derhalven ter meede beant: 117 zijn dezelve zo wel als voorm: Neethling, met den rang als oud Leeden daar §40. welke Perzonen ter verviel. „ling van de daardoor open gevallene plaatsen bij den raad van Justitie in aspect gekomen zijn dog om welke reedenen de zelve daarvan heb ben moe „sen werden g'excuseert. beantwoordinge aan deeze uwer van ontslagen geworden. wel Edele hoog agtb=ren zeer gevene= „reerde intentie en oogmerk, voormde Aeethling, Matthiesen en Bletterman, van derzelven verdere sessie bij meerm: raad van Iustitie mede ontslagen, ende sulx onder uwer wel Edele hoog Agtb=e gunstige approbatie, insgelijks behoudens derselver rang als oud leeden van ovengem: raad: na hetwelke in agting genomen hebbende de noodzakelijkheid, dat de plaatsen van voorm: drie leeden, vooral uit hoofde der thans bij den raad van Iustitie onder handen zijnde menigvuldige procedures, door andere bekwame perzonen ten spoedigsten wierden vervuld: § 41. Tot hetwelke, vermits de buiten de Caab in functie zijnde Cooplieden Titulair en onder Cooplieden, geen: „zints bij dien raad konden ad sis„ „teeren, en dat de aanweezige onder- „kooplieden Pieter Diderik Boonacker en Oloff Marthinus Bergh, tot de Lutherse kerkge„ „meente behoorden, overigens nog in aspect zouden hebben kunnen komen, de onder Cooplieden Casparus van Eerten en Egbertus Bergh, dog ten welken belange door evengemte zijnde Vaar 102 van Eerten, zo bij den ondergeteekd Gouverneur als Secunde, den laatsten als in qualiteit als President des Raads van Iustitie, eerst monde. „ling, en naderhand bij geschrifte op het instantigst was verzogt geworden om daarvan te mogen blijven g'Exccu„ „seert, onder betuiging, dat hij zig alleen met allen vlijt beijverd heb= „bende tot zijnen dienst op het Negotie Comptoir, de onophoudelijke bezigheden dewelke hem deezen dienst verschafte, ook niet hadden toegelaten, om zig op eenige kennisse des regts toe te leggen, en dat hij zig derhalven ont„ „bloot vindende van de kundigheeden om gemoedelijk het ampt van regter te kunnen bekleeden, zijne Iaren reeds zo hoog geklommen waren; dat het vrugteloos voor hem zoude zijn, nu een applicatie daartoe te willen onderneemens, en tot welke ook bovensdien zijne Continueele ampts occupatien geen tijd zouden overlaten: terwijl ten aanzien voorm. Egbertus Bergh, bij den ondergeteekende gouverneur, al„ „vorens denzelven te kunnen pro„ „poneeren, onderzogt weezende de religie, welke denselven zouden mogen weezen toegedaan, wanneer door ged: Bergh na ten dien or belang 119 des de bepalinge die men daaromtrent te betragten hadde, geene geringe belem: „meringen hebbende veroor„ „zaaks. belange eene mondelinge declaratie te hebben gedaan bij eene missive dewelke deezen in Copia is verzellende nader verklaard weezende, desselfs gevoelens op het stuk van Relegie in zo verre Conform te zijn, met de Augsburgse Confessie, dat hij gedron- „gen werdende immediaat belijdenissen te doen, geen ogenblik zoude hesiteeren. de Lutherse leere te omhelsen. — invoegen de bepaling die men nu te betragten had, geene geringe belemmeringe veroorzaakte in de verkiezinge van bekwame Leeden in voorm: raad van Iustitie, daar„ men aan de andere zijde de besparing § 42. voor d' EComp=e, door uwe wel Edele Hoog, agtb=ren zo ernstig aanbevolen vond, en de Promotie van Leeden bij gem: raad uit Perzonen, niet hebbende de qualiteit van onder „koopman een nieuwe beswaar zoude meede brengen, uit hoofde dat zodanige Perzonen niet zouden nalaten t' aspireeren na de voorsz: qualiteit van onderkoopman met den rang van koopman, gelijk door Uwe welEdele Hoog Agtb=ren aan de Leeden van den raad van Iustitie is toegevoegd geworden, dewijl het zeer oneijgen zijn zoude ymand onder eenen minderen rang, Noot geop

NL-HaNA_1.04.02_4324_0130 view scan ↗

English

The private secretary Mapa has been appointed a Member of the Court of Justice. §43. Then, taking into consideration that regarding the private secretary of the undersigned Governor, Carel Mappa, upon his request submitted to Your Right Honorable Excellencies under our respectful yet favorable recommendation, a favorable disposition toward his promotion to junior merchant was indeed hoped for and expected, and from the proofs of ability in the service hitherto given by him it was to be expected that he might be a useful member in the said Court of Justice; §44. We have likewise, subject to Your Right Honorable Excellencies' favorable approval, appointed the said private secretary Mappa for the present as a Member of the Court of Justice, with the rank belonging thereto. §45. A seat of the Honorable Company's servants in the aforementioned Council having thereby still provisionally remained vacant, the seat of the abovementioned retired Burgher Councilor Bletterman was also provisionally left unfilled, until, having considered this matter more closely and maturely, some possibility shall have been found to replace both of them; as was also insisted upon in this regard by the undersigned Secunde Rhenius as President of the Court of Justice, because frequently some members, having to remain absent from the meeting due to illness or due to attending to one or another commission, the Council found itself, with the appointment of the said one member against three who had been discharged from the same, too weak to judge upon the pending cases. Request of the junior merchant Egbertus Bergh to be allowed to hold the title of Merchant, with the rank next to the present junior Member of the Court of Justice, §46. At the same time having further taken into consideration the request made by the said junior merchant and storekeeper Egbertus Bergh in his aforesaid letter, tending, on account of the reasons adduced by him and in view of the fact that no seat in the Court of Justice could be granted to him, to be permitted to obtain the title of Merchant with the rank next to the one who currently holds a seat in the said Council as the junior Member among the Company's servants, we have indeed understood thereupon that if this request were granted, and similar requests were also to be made by the other senior junior merchants who likewise on account of the aforesaid cited impediments could not be elected as Members of the said judicial College, such could then not be refused by us to them, and also in the future to others in similar cases, with any semblance of fairness, and that thereby would be removed that degree of distinction which Your Right Honorable Excellencies for wise reasons have specially attached to the Members of the aforesaid Council; which however could not be acceded to for the reasons cited beside. §47. on which account that request could not be acceded to by us, however gladly one would otherwise be persuaded of the fairness of the reasons adduced by the said Bergh, being convinced that to servants who have always shown themselves dedicated to the interests of the Company and strive to give all satisfaction to their superiors, as we also take the liberty to testify regarding the said storekeeper Bergh, it must not fail to be painful, merely because of differences in religion—which do not prevent the adherents on either side from calling each other brothers in public—to have to see entirely cut off for themselves those prospects which would otherwise be capable of awakening such emulation among the servants as truly cannot fail to benefit the Honorable Company. This has therefore been left entirely to Your Right Honorable Excellencies' absolute disposition, and the aforementioned Bergh has consequently been permitted to transmit a petition regarding this among the Company's papers. §48. Yet having at the same time considered that such a favor depends solely on the disposition of Your Right Honorable Excellencies, should it please Your Excellencies to take into consideration the grounds upon which the said Bergh bases his request, and also that he has already served for a considerable time as a commissioner for the mustering of the ships—a commission which previously was always attended to by Members from the Court of Justice—we thought we should permit the repeatedly mentioned storekeeper Bergh to transmit his petition for that purpose to Your Right Honorable Excellencies among the Company's papers, as is now done, and upon which request we likewise very humbly ask that it

Dutch transcription

120 is den geheijm schrijver Mapa tot Lid van Justitie aangesteld. en twee plaatsen in gem raad als de andere leeden bezitten, de plaat in dien raad telaten bekleeden: §43. Dan in aanschouw genomen weezende, dat omtrent den geheim= schrijver van den ondergeteekende gouverneur, Carel Mappa, op zijn onder ons eerbiedig dog favorabel voorschrijvens aan Uwe welEdele Hoog Agtb:s gedaan verzoek, wel eene gunstige dispositie ter zijner bevordering tot onderkoopman wierd gehoopt en verwagt, en uit de tot hiertoe door hem gegeevene preuven van bekwaamheeden in den dienst, te verwagten was, dat denzelven zoude mogen zijn, een §45. Zijnde, dewijl hiermeede nog provisioneel onvervild gelaten een plaats van 's EComp=s Dienaren in meerm: raad vacant bleef, ook provisioneel onvervuld gelaten de stoel van den hierbovengem: afgetreedenen Burgerraad Blet: „terman, tot dat men nader en rijper hierover gedagt hebbende, § 44. Hebben wij insgelijks onder uwer wel Edele Hoog Agtb„s gunstige approbatie ged: geheemschrijver Mappa voor eerst als Lidt van Justitie met den rang daartoe staande, aangesteld: nuttig Lidt in gem: raad van Iustitie. — nuettig eeniger 121 verzoek van den onderCoop„ man Egpertus Bergh, om te mogen hebben den Titul van Coopman, met den rangnaart, het Jegenswoordige Jongste Leds van Suolitie eenige mogelijkheid zal hebben ge= „vonden om beide dezelve te doen remplaceeren: gelijk hierop ook door den ondergeteek=de Secunde Rhenius als President des raads van Justitie wierd geinsteerd, om dat veel tijds eenige Leeden door ziekte ofte door het vaceeren tot de eene of andere Commissie uit de vergaderinge moetende absent blijven, den raad zig met de aan= „stellinge van het gem: eene Lidt tegens drie dewelke uit dezelve ontslagen waren, te zwak vond om over de voorkomende zaken te Judicieeren. — §46. Ter zelver tijd bij ons verdere in overweging genomen zijnde, het verzoek door gem: onderkoop- „man en winkelier Egbertus Bergh, bij zijn voorsz: brief gedaan, tendeerende om uit hoofde der door hem bijgebragte reedenen, en ten aanzien aan denselven geen sessie in den raad van Justitie konde werden verleend, te mogen erlangen den Titul van Koopman met den rang naast de geene die thans als Iongste Lidt onder sComps Dienaren in gem: Raad zitting heeft, hebben wij daarop wel begreepen dat wanneer aan sen dat 122 waarin egter om de nevense geallegueerde reedenen niet hebbende kunnen werden ge treeden. dit verzoek wierd voldaan, en ook diergelijke verzoeken kwamen te geschieden, door de andere oudere onderkooplieden dewelke meede terzaake van de voorsz: gealle „gueerde hindernissen tot geene Leeden van het gem: regts Collegie hebben kunnen worden verkoren, zulx aan deselve en ook in't vervolg aan andere bij zoort gelijke gevallen, als dan met geen scheijn van billijk. „heid door ons zoude kunnen worden geweijgerd, en dat daarmede zoude zijn weggenomen, dien graad van distinctie welke uwe welEdele„ Hoog Agtb: om wijze reedenen aan de Leeden van voorsz: raad bij= „zonderlijk hebben toegevoegd: § 47. uit welken hoofde dan ook door ons in dat verzoek niet heeft kunnen werden getreeden, hoe gaarna men zig anderzints wel gepersua„ „deert wil houden van de billijkheid der reedenen door ged. Bergh bijge„ „bragt, als overtuigd weesende, dat het aan Dienaren die zig steeds aan de belangen der Maatschappij verbonden hebben getoond, en alle genoegen aan hunne gebieders tragten toetebrengen, gelijk wij ook de vrije „heid neemen van gem: winkelier Bergh te betuigen niet aan smertelijk aan Vallen 123 is zulx gelaten alleen aan uwe welEdele hoog Agtb=ren geherde dispositie en derhalven aan voorm Bergh gepermitteerd ge worden, deswegens een request onder 's Comp=s Papieren overtesenden. vallen moet, alleen om &e verschillen in den Godsdienst die de belijdens aan de eene en andere zijde niet beletten elkanderen in het openbaar broeders te noemen, voor zig geheel afgesneeden te moeten zien die vooruitzigten welke anderzints in staat zouden zijn, zodanige emulatie onder de Dienaren te verwekken als d'EComp: waarlijk tot niet verstrekken kan: § 48. Dan tevens gemeend hebbende dat een zodanig faveur alleen is afhangende van de Dispositie uwer wel Edele Hoog Agtb: wanneer het Hoogst deselve zouden gelieven aanschouw te neemen op de gronden waarop ged.:t Bergh zijn verzoek is fundeerende, en zo meede dat denselven al een geruimen tijd heeft gefungeerd als gecommitteerde tot de monstering der scheepen, eene Commissie welke bevorens altoos door Leeden uit den raad van Iustitie is waargenomen ge„ worden, hebben wij gedagt aan meermelde winkelier Bergh te moeten permitteeren zijn supplicq daartoe aan Uwe wel Edele Hoog agtb: onder 's Comp:s papieren te mogen overzenden/ gelijk thans geschied, en op welk verzoek wij alzo zeer nedrig verzoeken, dat waaro het

NL-HaNA_1.04.02_4324_0134 view scan ↗

English

124 Paragraph 49. Your Right Noble High Mightinesses not having been pleased likewise to approve the appointment made of the equipage master, with orders meanwhile to make the necessary provision for the administration of that post, the alongside-mentioned Captain Voltelen has therefore been qualified to serve in that office provisionally. May it please Your Right Noble High Mightinesses to look upon this with favorable regard. And whereas the aforementioned honored dispatch from Your Right Noble High Mightinesses also conveys a disapproval concerning the appointment of Captain at Sea Francois du Minij as Equipage Master in this government, adding that Your Right Noble High Mightinesses had resolved to appoint another person to that post, and to do so on a further occasion; with orders that meanwhile the necessary provision should be made for the proper administration of that post; therefore, in dutiful obedience thereto, the said Captain at Sea du Minij has been dismissed from the office of Equipage Master, and until such time as the person who shall be nominated and appointed for this purpose by Your Right Noble High Mightinesses shall have arrived at this place, meanwhile, in order to perform the said office pro interim, Captain at Sea Jan Arnoudt Voltelen, who arrived from Batavia and remained here, has been commissioned and qualified. 125 Concerning the navigation of the North Americans, the orders received thereof having been delivered to the fiscal office in order to be vigilant against it. We request Your Right Noble High Mightinesses to be pleased to take favorable regard of the motives which compelled us to enter into the known agreement with one of those nations. Paragraph 50. An extract from the above-mentioned dispatch of Your Right Noble High Mightinesses concerning the navigation of the North Americans having been handed over to the Pro Interim Fiscal Gabriel Exter, together with the report given by the same to Their High Mightinesses on that subject, so that the Fiscal office may be vigilant in every respect that, upon the appearance of ships of that nation at this corner, nothing be done contrary to the purpose of Your Right Noble High Mightinesses which is clearly evident from the aforesaid report. Paragraph 51. We furthermore take the liberty most humbly to request Your High Mightinesses to be pleased to take favorable regard of the circumstances which compelled us to take refuge in such means as might be able to save this colony from that extreme distress which was so close at hand that no time remained to hope for or expect any relief from the fatherland; and that, although the agreement entered into with the North American was not followed by success, 126 and the distressing circumstances in which one found oneself at that time. Experience from earlier times as well as now having taught the uncertainty of expecting speedy relief from the fatherland in times of scarcity, wherefore we were obliged to take those measures of which notice has already been given. Fortunately, however, some assistance was still obtained in time from the island of Mauritius and likewise from Batavia, without which the most lamentable consequences from the bread shortage in this colony and especially among the garrison would certainly have arisen; whereby, before the arrival here of the Two Hundred Lasts of wheat sent by the favorable and fatherly care of Your Right Noble High Mightinesses—which care is acknowledged by us once again with the most heartfelt expressions of gratitude—a harvest of the new grain crop had already long since occurred, and the scarcity had disappeared: so that experience, as in earlier times, has now taught again that the time which must elapse before news of the scarcity is conveyed to the fatherland and from there any relief can then be expected, is too long for timely relief to be expected from there: which consideration then also caused us to take such measures, subject to the approval of Your Right Noble High Mightinesses, as we had the honor previously 127 Paragraph 52. Pursuant to the order of Your Right Noble High Mightinesses, no Company servant being permitted passage from here to the Netherlands on the country's ships; and it having come to our consideration whether this ought also to take place with respect to qualified persons from the burgher class. most humbly to report, and by which measures we for the present continue to prevent the export of grain until that intended supply in the Company's magazines shall first have been reached, by which the colony, in the event of an unexpected crop failure, can be kept out of danger of a shortage of the most necessary means of subsistence. It further having been deemed necessary by Your Right Noble High Mightinesses to establish that no Company servants shall be permitted to proceed to the fatherland as passengers out of service on the country's ships or frigates of war, which order must always be strictly observed, it has however come to our notice in this regard that the very same reasons which moved Your Right Noble High Mightinesses to establish the said order with respect to the servants, also apply to burgher inhabitants, who also find themselves limited in baggage according to the rank they have held.

Dutch transcription

124 §49. Uwe wel Edele hoog Agtb.: de gedane aanseltinge van „meester insgelijx niet heb„ „bende gelieven te approbeeren met ordre om intusschen de nodige voorzieninge tot waarneeminge van dien „poot te doen. is dierhalven den nevensgem Capn voltelen gequalificeerd om dat ampt provisioneel waarteneemen. het uwe wel Edele Hoog Agtb:s moge behagen favorabel reguard te slaan. En nadien voorm uwer wel Edele Cap:n dueMinij tot Equipagie Hoog agtb: g'Eerde aanschrijvens ook is meede brengende eene afkeu„ „ring, omtrent de aanstelling van den Capitain ter Zee Francois die Minij tot Equipagiemeester ten deezen gouvernemente, met bijvoe= ging dat uwe wel Edele Hoog Agtb„r besloten hadden een ander persoon tot die post aante stellen, en de sulx bij een nadere geleegentheid te doen; met ordre dat intusschen tot de be. „hoorlijke waarneeminge van dien post de nodige voorzieninge zoude moeten geschieden; is dierhalven ter schuldige obedientie daaraan„ ged: Chapitain der Zee du Minij van het Equipagiemeesters ampt ontslagen en ter tijd toe, dat den geenen die hier toe door Uwe wel Edele Hoog agtb: zal weesen benoemd en aangesteld, ter deezer plaatse zal zijn aangekomen, ondertusschen, om het gem: ampt pro interim waarteneemen, gecom„ „mitteerd en gequalificeerd geworden, den van Batavia overgekomen en alhier verbleeven Capitain ter zee Ian Arnoudt voltelen. - Pott aan 125 betreffende de vaart der Noordamerikanen, aan 't officie fiscaal de daarvan ontfangen ordres afgegeven zijnde om daartegen waak, zaam te zijn. — verzoeken wij uwe wel Edele hoog agtb. gunstig reguard te willen slaan, op de Motiven die ons genoodzaakt hebben tot het aangaan van het bewuste accoord met een dier Natien. Aan den pro Interim Fiscaal Gabriel Exter inhandigd zijnde Extract uit bovengem: uwe wel= Edele Hoog Agtb:e aanschrijven&, betreffende de vaart der Noord Ame= „rikanen, met bijvoeging van het door Hoogst dezelve aan Haar Hoog Mogende over dat Siget gegeven berigt, ten einde het officie Fiscaal allezints waakzaam moge zijn, dat bij de verschijninge der scheepen van die Natie aan deezen uithoek, niets werde gedaan, strij„ =dig met het uit het voorsz: berigt duidelijk blijkend oogmerk uwer wel Edele Hoog Achtbaren D: §50. §57. Neemen wij voorts de vrijheid hoogst dezelve onderdanigst te verzoeken, goedgunstig reguard te willen slaan op de omstandig. „heeden welke ons genoodzaakt hebben gehad toevlugt te neemen. tot een zodanig middel als in staat konde zijn deeze Colonie te redden uit dien uittersten nood welke zo kort aan de deure was, dat 'er geen tijd overig bleef om nog eenig ontzet uit het vaderland te kunnen hopen of verwagten en dat, hoewel het met den Noord Americaan aangegaan accoort van geen Succes is agtervolgd geworden Neemeny gelukkig en 126 en de kommerlijke omstan„ digheeden waarin men zig als doen heeft bevenden. hebbende de ondervinding zo van vroeger tijden als ook nugeleerd, d' inzeekerheid om in tijden van gebrek een spoedig secours uit het vaderland te verwagten. des wij verpligt zijn geweest die maatregulen te moeten neemen van dewelke reds bereijds kennisse gegeven is. gelukkig evenwel nog bij tijds van 't Eiland Mauritius en zo meede van Batavia eenigen bijstand is erlangd, zonder welke zekerlijk de Jammerlijkste gevolgen uit het brood gebrek in deeze Colonie en voor al onder het guarnisoen zouden weesen ontstaan; waarbij voor de aankomst alhier van de door uwe wel Edele hoog Agtb:s gunstigen en vaderlijke mitsg=s bij ons nog„ „maals met de hartelijkste dank= betuiging erkend werdende zorge gezondene Twee Honderd Lasten Tarwe, reeds lange weder eene inzamelinge van het nieuwe graan gewask gesried, en de schaarsheid verdweenen was: zo dat de onder„ „vinding gelijk in vroeger tijden ook nu weder geleerd heeft, dat de tijd die 'er verlopen moet, aleer de tijding van het gebrek naar 't Patria overgebragt en van daar als dan nog eenig ontzet verwagt werden kan, te lang dan dat men van derwaards een tijdig secours verwagten konde: welke overweging ons dan ook zodanige maatregulen onder uwer wel Edele hoog Agtb: rams goedkeuring hebben doen neemen, als wij d' Eer hebben gehad bevorens gewaart onder 127 §32 ingevolge Uwer welEdele hoog Agtb=r ordre aan geen Comp Dienaar passagie met 's Lands scheepen van hier naar Nederland mo: „gende werden veroorloofd. en bij ons in opmerkinge gekomen zinde of dit ook behoorde plaats te hebben omtrent gequalificeerdens uit den burgerstand. onderdanigst te berigten, en door welke maatregulen voor als nog werd gecontinueerd in het tegengaan van den uitvoer der granen tot dat men eerst tot dien bedoelden voorraad in 's Comp:s Magazijnen zal zijn gekomen, door welke de Colonie bij onverhoopte misgewas buiten gevaar van gebrek aan het allernoodzakelijkst levens= „middel kan werden gehouden. Door uwe wel Edele hoog Agtb„r verders nodig geacht zijnde vast te stellen, dat aan geene Comp=s Dienaren zal mogen werden veroorloofd om zig met 's Lands Scheepen of Fregatten van oorlog als passagiers buiten dienst na het Patria te begeven, welke ordre steeds nauwkeurig zal moeten werden betragt, is egter ten deezen aanzien bij ons in op„ „merkinge gekomen, dat even die zelfde reedenen welke Uwe wel Edele hoog Agtb:s bewogen hebben, om de gem: ordre ten opzigte der Dienaren te stellen ook plaats heeft omtrent burger Ingezeetenen, dewelke meede in debagagien na den rang die deselve bekleed hebben, zig bepaald veroorn vindenden —

NL-HaNA_1.04.02_4324_0138 view scan ↗

English

we respectfully request to be informed of Your Honorable High Mightinesses' intention and purpose on this matter. from the undersigned Chief, in order to be supplied to Your Honorable High Mightinesses. regular troops here could be placed on finding, when they might cross over to the fatherland as passengers with the country's warships or frigates, likewise could make an abuse for the conveyance of prohibited goods, and therefore deemed it necessary respectfully to request of Your Honorable High Mightinesses that their highest intention and purpose likewise may be further learned whether the same order will likewise have to extend to the burghers. There also being from the aforementioned Chief of the Company's Militia here, with the submission of the capitulation concluded regarding the Wurttemberg Regiment, requested a statement of his considerations on the question proposed by Your Honorable High Mightinesses in §65 whether the Company's regular troops in this government also will be able to be placed on the footing of a regiment, and whether for that purpose the organization of that of Wurttemberg could be followed, or whether another footing ought to take place in that regard, in order thereby to obtain the necessary elucidation here, by which Your Honorable High Mightinesses will be able to be answered as duty requires regarding the said proposed question concerning this subject. And which we therefore, after the said considerations shall have come in, will not fail dutifully to fulfill. §54. What was further written by Your Honorable High Mightinesses in §66 to pay regard according to circumstances to the requests made by the various persons named therein, in order to be permitted to remit their funds here into the Company's treasury by bill of exchange to the fatherland, we shall likewise obediently observe. Then, since Your Honorable High Mightinesses, regarding the latter, have been pleased to take into consideration that it ought not to serve as too great a burden for the Company's treasury in the Netherlands, their highest willingness to accommodate as much as possible the persons who found themselves in such cases as those in which the said petitioners seemed to be: §56. That therefore further, in proportion to the large size of the capitals that were offered for deposit into the treasury, it was all the more equitable that the terms for the payment and disbursement in the fatherland of the moneys accepted into the treasury should be prolonged as much as possible, and that under the benefit of such prolongation such capitals, with good management, could serve in more than one respect for the benefit and substantial relief of the Company: as well as it being furthermore understood by Your Honorable High Mightinesses that the fulfillment of the demand for cash funds for this Government could for the present still remain postponed without our inconvenience: We have understood from the combination of the same intention and disposition of Your Honorable High Mightinesses, on the one hand, that they are indeed confident that from the capitals that are received into the Company's treasury here by bill of exchange, a relief could also be found for the Company at this place with good management, and on the other hand, that from such moneys paid into the treasury there can be remedied the inconvenience into which one might fall through the demand for cash remaining unfulfilled: We therefore take the liberty respectfully to report to Your Honorable High Mightinesses hereon that the moneys received into the Company's treasury on bills of exchange to the fatherland consist solely of the paper currencies introduced during the war and still circulating; and that, this money being of no value outside the country, the advantage therefrom would therefore have to be sought here in this country: §59. That the only means by which such an advantage is to be found would consist in this, that a considerable capital thereof were lent out among the inhabitants at the interest of six percent per year customary at this place: §60. That one has indeed repeatedly given thought to this, especially when in these moneyless circumstances of the times various inhabitants have come to request money at interest from the Honorable Company. Then that it having come into consideration how, by means of putting out a large sum of the paper money at interest, its value, at which it has thus far been maintained, would finally have to be lost, because, since that would open a wide door through which luxury could be fed at the expense of the Society, the great levity that already prevails among most inhabitants to make debts would increase even more, and would also bring about that the Society would ultimately only come to end up with an accumulation of debt bonds charged to the inhabitants; while providing a means by which annually considerable capitals go

Dutch transcription

128 versoeken wij Eerbiedig„ hierop uwerwel Edele hoog Agtb: intentie en ooermerk te mogen vernoomen. — van den ondergeteek„d Chet ten einde aan uwe welEdele hoog Achtb: te werden ge„ suppediteerd. gewone troupes alhier zouden kunnen werden gebragt vp„ vindende, wanneer zij met 's Lands oorlog scheepen of Fregatten als Passagiers naar het vaderland mogten overvaren, insgelijks een misbruik zouden kunnen maken tot den overvoer van verbodene goederen, en dierhalven nodig ge= „oordeeld van uwe wel Edele hoog Agtb:s eerbiedig te versoeken dat hoogstderselver intentie en oog= „merk insgelijx nader mag werden vernomen of dezelve ordre zig ins: „gelyx tot de burgers zal moeten uitstrekken Zijnde ook van den hier= vorengem: Chef van 's Comp Militie §53. op het voorstel of 's Comp„s alhier, onder afgave van het om„ den voet van een Regiment. trend het wurtembergse Regiment geslotene Capitulatie gevorderd eene opgave van desselfs Conside„ „ratien op de door uwe wel Edele Hoog agtb: bij §65. voorgestelde vraag of 's Comp.s gewoone troupes ten deezen gouvernemente meede zullen kunnen werden gebragt op den voet van een Regiment, en of daartoe de inrigting van dat is gevordert de Consideratien, van wurtemberg zoude kunnen werden gevolgd, dan wel of daar= omtrent eene andere voet zoude behoren plaats te hebben ten einde hier door de nodige elucidatie alhier 129 en zal het aangeschreevene nopens het verzoek van differente perzonen tot het incestellen hunner penn: gehoorzaamlijk werden betragd. op de verdere aanmerkinge ten dien belange gemaakt in aan ore en overweging gegeven. — §55: Elucidatie te erlangen, door welke uwe wel Edele hoog agtb„re op gemelde voorgestelde vraage belangende dit onderwerp, na verschuldigdheid zal kunnen werden beantwoord. En waaraan wij dierhalven na dat de gem: Consideratien zullen ingekomen zijn, niet in gebreeken blijven zullen schuldpligtig te voldoen:— §54. Het door uwe Wel Edel Hoog Agtb: verders aangeschreevene bij 866 om na omstandigheeden reguard te slaan op de door de differente daarbij benoemde personen gedane Dan vermits uw welEdele voor uwe welEdele hovogn att: Hoog achtb=ren en belange van het laaste in overweging hebben gelieven te neemen, dat niet tot een al te groot beswaar voor's Compt: kas in Nederland behoorde te verstrekken, Hoogst derzelver bereidwilligheid om zo veel mo„ gelyk te gemoed te komen de Perzonen die zig in zodanige verzoeken, ten einde derzelver penningen alhier in 's Comp kas per assignatie na het Patria te mogen vvermaken, zullen wij insgelijks gehoorzaamlijk be= „tracten. verzoeken gevallen 130 §57. hoogst der zelver intentie begreepen zijnde, waartoe de in Cas geteld werdende penn: tot soulaas den EComp zouden kunnen streeken gevallen bevonden als waarin de gem: Requestranten: Scheenen te verseeren: § 56. Dat dierhalven wijders na mate dat de Capitalen groot waren welke ter in Castelling wierden aangeboden, het des te billijker was, dat de termijnen voor de betalinge en uitkeeringe in het vaderland van de incas gfaccep: „teerde penningen zo veel mogelijk wierde geprolongeert, en dat onder beneficie van zodanige prolongatie dusdanige Capitalen bij een goed overleg tot nut en weezentlijk Soulaas van de Comp in meer dan een opzigt konde dienen: mitsgad=rs al verders bij Uwe wel Edele Hoog Agtb=ren begreepen zijnde, dat de voldoeninge van den Eisch van Contante penningen voor dit Gouvernement buiten ons ongerief, voor als nog zoude kunnen blijven uitgesteld: Hebben wij uit de zamen= „voeging van dezelve uwer wel Edele Hoog Agtb: intentie en dis= „positie begreepen aan d' eene zijde dat Hoogst dezelve wel zijn vertrouwende dat van de Capitalen welke in's Comps kas 0 alhier 131 §58. „neemen wij dierhalven de vrijheid onze Consideratien daarop te suppediteeren. met aanwijzing van het middel, waaruit alleen een zodanig voordeel te vinden zoude zijde alhier P:r assignatie werden ont= fangen ook aan deeze plaatze bij een goed overled, een Soulaas. voor de Comp:e te vinden zoude kunnen zijn, en aan de andere zijde dat uit zodanige in kas geteld werdende penningen te remedieeren is, 't ongerief waarin men door het onvoldaan blijven van den Eijsch der Contanten, zoude kunnen geraken: Wij neemen dierhalven de vrijheid uwe wel Edele Hoog Agtb. hierop eerbiedig te berigten, dat de penningen die in's Comp: kas op assignatie na het vaderland werden ontfangen, alleen bestaan in de bij den oorlog ingevoerde en nog rouleerende Papiere munten; en dat dit geld van geen waarde buiten 'i Lands zijnde dierhalven het voordeel daaruit, hier telande zoude moeten werden gezogt: 559. Dat het eenigste middel waaruit een zodanig voordeel te vinden zij, hierin zoude bestaan dat daarvan een aanzienlijk Capitaal tegens den ter deezer plaatze gebruikelijken Interest van ses ten honderd in't Iaar, onder de Ingezeetenen wierd werden uitgezel 132 560. dog teffens meede de beden- „kingen daartegen uitgezet: Dat men hierop ook wel te meermalen de gedagten heeft laten gaan, vooral, wanneer in deeze geldelooze tijds omstan= „digheeden, onderscheidene Inge„ „zeetenen om geld op Interest van d'E Comp: zijn komen te verzoeken. Dan dat inbedenking ge komen zijnde hoe door middel eener groote Somma van het papiere geld op Interest uit te zetten, haare waarde op welke zij tot nog toe is gehouden geworden eindelijk zoude moeten verloren gaan, om dat, daar zulks een weijde deur zoude openen door welke de weelde ten kosten der Maatschappij konde werden gevoed, de groote ligtvaardigheid die 'er onder de meeste Jngezee„ „tenen bereeds heerscht om schulden te maken, nog meer toeneemen en ook te weeg brengen zoude dat de Maatschappij ten laatsten alleen zoude komen te geraken tot een opstappeling van schuld= „brieven ten lasten der Ingezee„ „tenen; onder het toebrengen van een middel door welke Iaarlijks aanzienlijke Capitalen gaan

NL-HaNA_1.04.02_4324_0143 view scan ↗

English

could in the long run be remitted into the Company's treasury by draft to the fatherland; and that, however much it might appear as if only paper currency had been disbursed for the aforementioned bonds, the settlements that would then follow upon the drafts would nevertheless cause those same bonds to exist against nothing other than real, paid-out cash moneys. Section 61. That, in addition, the vigilance to which we always find ourselves obligated in order to preserve the prosperity of the inhabitants would for the most part restrain us from employing executions against defaulting debtors, while such contracted debts could easily create among the debtors a lack of interest and an indifference regarding the continued possession of this establishment for the Company. Section 62. By which and other reflections and dangerous prospects, one has therefore always been held back from making use of the aforementioned means to generate a profit with the paper currency, indeed even if it were with other funds. We have therefore considered it our duty to lay these considerations of ours before Your Right Nobly Honorable, adding however that we still persist in that happy prospect that, for as long as peace may endure—now that greater peace of mind can be brought about among the inhabitants against counterfeiting through the stamped cardboard shortly to be introduced for the exchange of the circulating paper currencies—this government will also be able to manage very well with the paper money, provided only that a certain sum in payment may be added to it yearly; and that the possibility continues thereby to make use of the same paper currency for payment into the Company's treasury by draft. Section 64. We cannot, however, pass over placing very respectfully before the eyes of Your Right Nobly Honorable how, in the event of an unexpected, emerging rupture, when no possibility might be found to provide this government with cash moneys, very much trouble and difficulty could arise in preserving the circulating paper currencies at their value, or at least in adding new ones to them; and that such a prospect alone makes it of the utmost necessity to have a supply of cash moneys at hand here against all such unexpected circumstances. Section 65. And although the size of such a necessary supply cannot well be determined, but were the sum set for it at One Million Dutch guilders, the idle lying of such a capital without interest would certainly create a new grievance; but that, in order to find a suitable compensation for this, an equal sum in paper currencies could indeed again be placed out among the inhabitants at the aforementioned interest of 6 per cent; and which sum then, not being subsequently increased, also could not yet bring about the disadvantageous consequences that, as said before, make one avoid the investing of paper funds; because the circulating capital among the inhabitants is not large enough to cause the general embarrassment to cease in circulation and daily transactions: provided that in investing the capital that close care is observed which the money-managing boards and capitalists employ, namely to require sufficient mortgages and sureties who are housed and well-propertied here, for the security of the capital and the interests. Section 66. Which aforementioned considerations of ours we have deemed necessary to lay open to Your Right Nobly Honorable, in case it should please Your Honors to make use of them, or should Your Right Nobly Honorable submit the one and the other for further deliberation and disposition.

Dutch transcription

op assignatie na het vaderland in 's Comp: s kas op den duur zouden kunnen werden geremitteerd; en dat hoe zeer het dan ook schijnen zoude als of voor de gem: schuld- brieven alleen papiere munten waren uitgeschoten geworden, de voldoeningen die'er dan op de assignatien kwamen te volgen, dezelve schuldbrieven egter niet anders zoude doen bestaan dan tegens recil uitbetaalde Contante penningen: — §61. Dat daar bij delexlettendheid tot welke wij ons steeds verpligt vinden om de welvaart der Ingezeetenen te Conserveeren, ons meestentijds zoude weder= houden om executien aanse= „wenden, tegens in gebreeke blij= vende debiteuren, terwijl zodanige gemaakte Schulden bij de Debi„ „teuren ligtelijk zouden kunnen doen ontstaan eene belangeloos„ „heid en onverschilligheid in de voortduiring der possessie van dit Etablissement voor de Maatschappij §62. Door welke en andere beden„ „kingen en gevaarlijke vooruit. „zigten, men dan ook nog altoos te rug gehouden geworden is, Inge omrr 134 §63. in dat gelukkig vooruit; „zicht egter dat bij de duur= zaamheid der vreede men zig ook zeer wel met het papiere geld zal kunnen hedden. wanneer maar een zekere somma van paijement Iaarlijx daarbij wierde gevleegd om zig van het voorsz: middel tot het maken van voordeel met de papiere munten, sa al was het ook met andere gelden te bedienen: Wij hebben dierhalven plig„ telijk geacht Uwe welEdele Hoog Agtb: deeze onze bedenkingen openteleggen, met bijvoeging nogthans dat wij nog blijven voorsvaren in dat gelukkig voor„ „uitzigt, van zo lang de vreede duurzaam weezen mag /: nu 'er door het eerstdaags ter afwisse. „ling van de rouleerende papiere munten in te voerene Gestempeld §64. Konnende wij egter niet voorbij Carton tegens haare vervalgching eene meerdere gerustheid onder„ de Ingezeetenen zal kunnen werden te weeg gebragt /: dit Gou= „vernement zig ook zeer wel met het papiere geld zal kunnen redden, mits er Iaarlijks maar een zeekere Somma aan paije„ „ment mag werden bijgevoegd; en dat daarbij de mogelijkheid blijft aanhouden om van de„ „zelve papiere munten tot detelling in't Compagnies kas op assignatie te kunnen gebruik maken. — Carton uwer 135 hoopte rupture veel moeite en swarigheid zoude kunnen ontstaan om de rouleeren „de papiere munten in hare waarde te Conserveeren in zoude men derhalven een voorraad van Contante penn: meede aan de hand behoorlijk te hebben § 65. waartoe een somma van een Millioen guldens be„ „paald werdende dog dat egter bij een orveren Uwe wel Edele Hoog Agtb=ren zeer eerbiedig onder het oog tebrengen hoe 'er welligt bij eene onverhoopste opkomende rupture, wanneer er geen mogelijkheid zoude kunnen ƒ gevonden worden om dit gouver= „nement van Contante Penningen te voorzien, zeer veel moeite en zwarigheid zouden kunnen ont= „staan om de rouleerende Papieren munten in haar waarde te Cou„ „serveeren of ten minsten nieuwe daarbij te voegen, en dat alleen een zodanig vooruitzicht, het van de uitterste noodzakelijkheid doet zijn, om tegens alzulke onver- hoopte omstandigheeden een voorraad van Contante Penn: alhier aan de hand te hebben. — En hoewel de groote van een diergelijke noodwendige voor. raad niet wel kan werden bepaald dog daartoe wierde gesteld de Somma van Een Millioen zguld=s hollands, het renteloos leggen van een zodanig Capitaal dan zekerlijk wel op nieuw een beswaar zoude doen onstaan: maar dat om hiertoe eene be„ „kwame schadeloosstelling te vinden, wel weder eene gelijke Somma aan papiere munten hoopten onder 136 zoude om dat Capitaal niet renteloos te laten blijven een gelyke somma aan papeere munten op Intrest kunnen werden belegd. quen en borge telangen. §66: het een in ander ter nadere overweging en dispositie van uwe wel Edele hoog Agtb: voorstellende, onder de Ingezeetenen tegens to gem. Interest van 6 p„r C„to zouden kunnen werden uitgezet; en welke somma dan, naderhand niet vermeerderd werdende, ook nog de nadeelige gevolgen niet zoude kunnen te weeg, brengen die gelijk voren is gezegd, het beleggen der Papiere gelden doet vermyden; dewijl het zou= „leerend Capitaal onder de In„ „gezeetenen niet groot genoeg is om in de Circulatie en dagelijksche handelingen de algemeene ver„ „leegendheid te doen ophouden: mits 'er bij het beleggen der Welke onse voorsz: Consi„ „deratiën wij hebben gemeend aan uwe welEdele hoog Agtb=re te moeten openleggen of het waren dat hoogst dezelve hier van zouden gelieven gebruik te ma= „ken, ofte wel dat uwe wel Edele onder sufficante Hippotheeen Capitalen, die nauwe zorgvul= „digheid werd betragt, van welke de geld bestierende Collegien en Capitalisten zig bedienen, om namentlijk tot zeekerheid van het Capitaal en de Interesten te doen stellen Suffiçante Hij„ „potheecq en alhier gehuisde en wel g'Erfde bergen: Capitalen Hoogh

NL-HaNA_1.04.02_4324_0147 view scan ↗

English

Paragraph 67. From which the disapproval has appeared regarding the appointment of a Grand Major, Major, and Town Major, as well as of a Commissary. These were dismissed. We shall also direct our thoughts toward the prolongation of the terms of payment of the drafts. Paragraph 68. Receipt of your Right Honorable and Most Respected Letter dated June of the past year. Your Right Honors may take such dispositions and issue such orders regarding all these matters as shall be found to be best and most advisable; whilst we, subject to favorable interpretation, shall further direct our thoughts to the manner in which, most suitably and in accordance with your Right Honorable and Most Respected intentions and objective, proceedings can be conducted concerning the prolongation of the terms for the payment and disbursement in the Fatherland of the moneys that are paid here into the Company's treasury on draft. Your Right Honorable and Most Highly Respected Letter dated 20 June of the past year having been received by the ship Leijden, whose arrival is to be noted further below, and it having appeared therefrom that your Honors have been pleased to disapprove the appointment of Captain von Bonstetten as Grand Major, Captain de Lille as Major, and Captain-Lieutenant or currently Captain Bleumer as Town Major, as well as and we have therefore caused those offices to cease again. Paragraph 69. What was made known in this regard by the undersigned Governor in our meeting of 11 December last, with the reasons for the necessity of the aforesaid posts in the present critical circumstances in which one currently finds oneself in the Netherlands. as well as that of Hendrik Willem Rutz as Commissary of the Magazines; we have therefore, in dutiful compliance therewith, caused the said offices and the emoluments thereby enjoyed as such by the three first-named persons, as well as the monthly salary of 50 rixdollars allotted to the last-named as Commissary of the Magazines, to cease again. Furthermore, in this regard it was made known by the undersigned Governor in our meeting of the 11th of December last that His Honor was too sensible of his solemn obligation of obedience to the will and orders of your Right Honors for him to have been able to hesitate for a moment to observe this duty also with respect to the aforesaid disapproved appointments, so that, however much His Honor as well as the cosigning Head of the Military remained fully convinced in their own minds of the necessity of the aforesaid posts for a regular garrison service, while also the lack of a Commissary of the Magazines could cause nothing other than the greatest confusion in the Artillery department, as had previously taken place, no further objections would nevertheless have arisen in His Honor's mind to take a single step that could have the least semblance of conflicting with the aforesaid duty; but that, since partly through an irregularity in the garrison service and partly through confusion in the Artillery and munitions of war, at a precarious juncture which makes it entirely uncertain whether a sudden rupture—with which, through the movements of the foreign Powers in Europe according to the latest news, our Republic seems to be threatened within a few days—might not cause an enemy force to attack these places, His Honor had to conclude in his own mind that he would never be able to answer before your Right Honors for having failed in a duty, and to care for the defense of this place, why His Honor would also endeavor to persuade the aforesaid officers to continue for the time being in those respective services without any extraordinary salary. a duty which weighed upon His Honor's conscience with no less gravity than that of obedience, namely this one: in such precarious circumstances that have arisen after the date of your Right Honors' letter, which your Honors then very easily could not have expected or foreseen, to watch with all possible care over the defense of this place; and that, since nothing could serve more to render the defense system here powerless than disorders in the military service and confusion in the Artillery and munitions of war, which however would rapidly follow if the aforesaid functions were now once again suddenly to cease, His Honor had therefore judged it most advisable to endeavor to persuade the aforesaid three officers, von Bonstetten, Bleumer, and Rusz, in addition to the ordinary service which they respectively had to perform in the garrison, as well as Lieutenant of the Artillery, to also continue to perform the same for the time being, the first as Grand Major, the second as Sub-Major, and

Dutch transcription

137 §67. zullen wij ook onze ge„ „dagten laten gaan over „nen van betalinge der assignatien. waaruit gebleeken is de disi approbatie op d'aanstelling van een groot Mavoor Major en plaats majvor, mitsg„rs van een Commies deze kan „gelatzeinden §68. ontfangst van uwer wel Edele hoog Agtb=s geherd aanschrij„ vans de dato Junij a:o pass:o Hoog aghtbren omtrent het een en ander zodanige dispositien neemen, en al zulke ordres zouden mogen stellen als bevonden zullen werden best en raadsaamst te zijn; Terwijl wij onder Gunstige de prolongatie der termij: welduidinge onse gedagten nader zullen laten gaan over de wijze op welke bekwaamst overeenkomstig„ ren uwe welEdele Hoog Agtb=re insentie en oogmerk zal kunnen werden te werk gegaan omtrent het pac„ „longeeren der termijnen tot het betalen en uitkeeren in't Vaderland van de penningen die men alhier op assignatie in's Comp=s kas Met het schip Leijden, welkers arrivement hier onder nader staat te werden genoteerd ontfan= „gen zijnde uwer wel Edele hoogstegk g'Eerbiedigde aanschrijvens de dato 20 Iunij des voorl: Iaars en daaruit zijnde komen te blijken dat hoogst dezelve hebben gelieven aftekeuren de aanstellinge van den Capitain van Bonstetten tot groot Majoor, den Capilaur de Lille tot Majoor en den Cap=n Lieutenant of thans Capitain Bleumer tot plaats Majoor tellen zal. — tellen mitsg:s E 138 en hebben wij die ampten oversulx wederom doen Cesseeren. 569. wat ten dien belange door den ondergeteek=de gouverneu in onze vergaderinge van hier over te kennen gegeven is. met de reedenen van noodza„ kelijkheid der voorsz: posten, in de jegenwoordige zachelijke omstandigheden, waarin komt te bevinden. mitsg=rs die van Hendrik Willem Rutz tot Commis van de Magua= „zijnen; hebben wij deerhalven in schuldige opvolginge van dien, de gem: ampten en de daar door bij de drie eerstgem=de perzonen als zodanig genotene Emolumenten, mitsg=rs het aan de laatstgemelde als Commis van de Maguazijnen toegelegd maandelijx tractement van 50 rd=rs, wederom doen ces„ „seeren. Zijnde voorts ten deezen belange door den ondergeteek=tde Gouverneur in onze vergaderinge e van den 11 December Iongstl:n te kennen gegeven, dat zijn Ed: te veel gevoel had van desselfs duure verpligting tot gehoor„ „zaamheid aan de wille en ordres van uwe Wel Edele Hoog Agtb:e, dan dat hij een ogenblik zoude hebben kunnen balanceeren om deeze pligt ook ten opzigte der voorsz: gedisapprobeerde aanstellingen te betragten, zo dat, hoe zeer zijn Ed:n zo wel als men zigthans in Nederland het meede geteekend Hoofde van de Militie, als nog van de noodzakelijkheid der voorsz: Posten tot eene gereegelde Guar„ „nisoens dienst, bij hem zelfs te over 139 overtuigd bleeven, terwijl ook het manquement van een Commis van de Maguazijnen, niet anders als de grootste Confusie bij het Arthillerie weezen, zo als zulx bevorens had plaats gehad, ver„ „oorzaken konde, bij zijn Edele egter geene verdere bedenkingen zouden opgekomen weezen, om een enkelen Stap te doen, welke de minste sweem zoude kunnen hebben van met de Voorsz pligt te strijden: maar dat, nadien deels door eene ongereegeldheid in den guarnisoens dienst, en deels door Confusie bij de Arthillerie en ammunitie van Oorlog, in een haggelijk tijdstip, welke geheel onzeeker maakt of niet eene schielijke rupture, waarmeede door de beweeginge der uitheemse Mogendheeden in Europa vol= „gens de laatste nouvelles, ons Republicq scheijnt te werden ge. „dreijgd binnen eenige dagen, een vijandelijke magt op deeze plaaten zoude kunnen doen aanvallen, zijn Edele bij zig zelfs hadde moeten opmaken nimmer bij uwe welEdele hoog agtb: te zullen kunnen verantwoorden, van gemanqueert te hebben in eene e pligt 140 en om de zorgvuldigheid voor de defensie deeser plaatz officieren, dan ook zoude tragten te persuadeeren om zonder eenig Extra„ „ ordinair tractement voor als nog in die resp:e diensten tebliven Continueeren pligt, welke op zyn Ed=s gemoed met geen minder zwaarte woog als die van gehoorzaamheid, deeze nament „lijk van in zodanige, na dato ren van uwe welEdele hoog Agtb=ren schrijvens opgekomen haggelijke omstandigheeden welke Hoogst: dezelve als toen zeer ligtelijk zelve niet hebben kunnen verwagten of voorzien, met alle mogelijke zorgvuldigheid voor de defensie deezer plaatse te waken, en dat dewijl niets meerder dienen konde om het defensie weezen hier krag„ „teloos te doen worden als di„ ordres in den Militairen dienst en Confusie bij de Arthillerie en ammunitie van oorlog, het geen egter ras zoude moeten volgen, zo wanneer de Voorsz: functiën nu weder eensklaps kwamen op te houden, zijn Edele dier= waarom zijn Edele de voorm: halven raadzaamst geoordeeld had om de voormelde drie officieren von Bonstetten, Bleumer en Rusz bij den ordinairen dienst, welke zij onder het quar= „nisoen, mitsg=s als Lieutenant der Arthillerie respectivelijk te verrigten hadden, tevens meede, den Eersten als groot Majoor, den Tweeden als onder Majoor, en

NL-HaNA_1.04.02_4324_0151 view scan ↗

English

141 Section 70. and this for as long as the critical circumstances should last, or until any instructions regarding this might be received from Your Right Honourable Worships, and to allow the last-mentioned to continue to function as Clerk of the Warehouses, to which His Honour would try to persuade all three of them, without, however, allowing them to enjoy the emoluments formerly attached thereto for the first two mentioned, or the extraordinary salary of the last-mentioned. And this in this manner, but only for as long as no later tidings shall have arrived concerning the said critical circumstances, by which this provisional precaution for the continued maintenance of good order, alongside others which one has had to undertake due to the same circumstances for the security of this place, might come to lapse, in order then, or indeed if conflicting further instructions should be received from Your Right Honourable Worships in the meantime, to cause these functions to cease completely, in response to their highest intention. Not doubting that Your Right Honourable Worships would, 142 in confidence however, be pleased to consider that such has occurred solely out of a dutiful precaution on the part of His Honour in the present juncture, and would kindly view and accept such a dutiful precaution on the part of His Honour merely as having sprung from a fundamental principle entirely consistent with the confidence which they are pleased to place in His Honour with regard to the defense of this place. Furthermore, dutiful compliance will also be given to the instructions issued by Your Right Honourable Worships in the above-mentioned letter, both regarding the amount up to which one may go in drawing bills of exchange, in order to await a further explanation in that regard, and as to the acceptance into cash of the sum of 8000 guilders Holland currency to be paid on behalf of Johannes Augustus Bresler, as well as to render to the botanists of His Imperial Majesty residing here all such help and assistance as Your Right Honourable Worships have granted for the dispatch of the collections from the plant and animal kingdoms being made by them here. 143 An extract from the aforementioned letter, in so far as it concerns the request made to Their High Mightinesses by Daniel Verwey, has been delivered to the Council of Justice here, with the addition of copies of the petition of the said Verwey and its annexes, in order that what is required in that regard by the said Council of Justice may be complied with as soon as possible, and the report, alongside the other requested documents, may be transmitted by the first opportunity in accordance with the instructions of Your Right Honourable Worships. Section 73. The aforementioned Dutch private ship Den Onzekeren having continued its journey from here to the Netherlands on the 10th of September last, the following sailed on to Batavia at the times mentioned herewith, namely: on the 6th of November: De Goede Verwachting on the 16th ditto: Belvliet on the 24th ditto: De Zeevaart and 's-Heerenberg on the 16th of December: 't Drietal Handelaars Section 74. Whereas, on the other hand, there have arrived on this roadstead from the Fatherland on the side-noted dates: 144 on the 24th of November: Stavenisse, with 38 dead, 124 sick on the 27th ditto: De Phenicier, with 22 dead, 33 sick the last-mentioned vessel having lain at the island of São Tiago from the 18th to the 26th of August for refreshment; on the 2nd of December: Oud Haarlem, with 11 dead, 88 sick on the 3rd ditto: De Vrouwe Johanna, with 17 dead, 90 sick on the 7th ditto: Leiden, with 11 dead, 75 sick on the 8th ditto: De Drie Gebroeders, with 84 dead, 114 sick on the ditto ditto: De Verwachting, with 4 dead, 10 sick on the 20th ditto: 't Fortuin, with 7 dead, 14 sick Section 75. Of which vessels the ships Stavenisse, De Phenicier, Oud Haarlem, Leiden, and De Verwachting were dispatched again on the 1st of this month, and thus lie ready to sail to continue the voyage to Batavia. Section 76. While the necessary preparations are already being made to enable the above-mentioned chartered ships, Josephus de Tweede, De Vrouwe Johanna, De Drie Gebroeders, and Het Fortuin, with which a portion of the Württemberg Regiment taken into service by the Honourable Company has been brought here, in accordance with the orders received, to take on board within a few days as many men from the garrison here destined for Ceylon to transport the troops thither.

Dutch transcription

141 § 70. ende zulx zo lange de Cri„ „ticque omstandigheeden zouden duuren ofte dat van uwe welEdele Hoog agtb:s eenige daarmede mogt werden ontfangen en den Laasten als Commis van de Maguazijnen te laten blijven fungeeren, waartoe zyn Ed.: alle drie dezelve zoude tragten te persuadeeren zonder hun egter de daaraan gevoegd geweest zijnde emolumenten der beide eerstgenoemden of het extra ordinair Tractement van den Laatstgen=te telaten genieten: Ende zulx in deezer voegen maar alleen voor zo lange om „trent de gem: Criticque omstan„ „digheeden geene latere tijdingen zullen ingekomen zijn, door welke deese provisioneele voor „zorge tot het blijven onderhouden der goede ordre, nevens andere die men door deselve omstandig= „heeden tot de verzeekering deezes plaatze heeft moeten bij der hand neemen, mogten komen te vervallen, om als dan, ofte strijdende nadere aanschrijvens ook wel, wanneer intusschen eenige hiermeede Strijdige aan „schrijvens Uwer wel Edele hoog Agtb=ren mogten werden ontfangen. deeze functien, ter beantwoording aan hoogst der zelver intentie, nader geheel te doen ophouden. Niet twijffelende of Uwe §71. welEdele hoog Agtb:re zouden zerg eene 142 in vertrouwen egter dat hoogst deselve zullen ge„ lieven te Considereeren zulk eenelijk te zijn geschied uit een pligtmatig voor„ zorge van zijn Ed. in het tegenwoordig tijdsip 572. 't aangeschreevene omtrent het montant der te verleene teeren der penn: van J. A. Brester zo wel als om de hier zijnde keijzen. „lijke botaristen alle hulpe en adsistentie te bewijzen, pligtschuldig zullende werden nagekomen eene zodanige pligtmatige voor= „zorge van zijn Ed: wel goedgunstig alleen beschouwen en opneemen willen als voorts: sproten te zijn, uit een grond beginzel, allezints overeenstemmende met het vertrouwen, welke hoogst. dezelve met betrekking tot de defeusie deezer plaatze in zijn Ed: gelieven te stellen. - Verders meede schuldpligtig assignatien en het accep. zullende werden opgevolgd de door Uwe wel Edele hoog Agtb=re bij bovengem: Missive gedane aanschrijvens zo omtrent het montant tot welke men in het trekken der assignatien zal mogen gaan, ten einde ten dien opzigte eene nadere verklaringe af te wagten, en tot het incas aannee„ „men der van wegens Iohannes Augustus Bresler geteld werden zullende Somma van ƒ 8000: - hollands Courant, als om aan de zie hier bevindende Botanisten van zyne Keijzerlyke Majesteit alle zodanige hulp en adsistentie toetebrengen als ien uwe welEdele hoog Agtb=re tot 't verzenden der door hun alhier gemaakt werdende montant ver 143 zijn aan den raad van Ius„ „titie ter hand gesteld de papieren betrekkelijk tot Daniel verweij om daarop te dienen van berigt. vertrek van het schip den on- zeekeren naar Nederland en van vijff uitkomende bo„ dems na Batavia verzamelingen uit het rijk der Planten en der dieren hebben toe- „gestaan is aan den raad van Justitie alhier afgegeven Extract uit de voorm: brief voor zo verre betreft het aan Hun Hoog Molgende door Daniel Verweij gedaan ver „zoek, met bijvoeging van Copien der requeste van denzelven verwer en dies bijlagen, ten einde ten spoedigsten aan het gevorderde dienaangaande door gem: Raade van Iustitie voldaan, en't berigt nevens de verdere gerequireerde stukken met de eerste geleegende „heid Conform Uwe welEdele §73: Het hiervoren gem:te holl. part schip den onseekeren den 10. 9=be laatstl: de Reijze van hier naar Nederland vervorderd hebbende, sijn op de daarbij ver„ melde tijden naar Batavia voortgestevend; als den 6 Novbr: de goede verwagting „ 16:' d:o Belvliet „ 24: d. o de Zeevaarten Cheerenberg „ 16 R=ten 't drietal handelaar §74. Terwijl daartegen op de beseyjdengen hoog agtb=ren aanschrijvens over- „gezonden te kunnen werden. — hoog datums 144 het Patria van de nevensgen: agt scheepen do zijnde vijf van deselve bereids wederom gedepecheerd Terwijl de nodige preparatien Ceilon gedestineerde part. scheepen in staat te stellen troupes naderwaarde. mitsg:s weder aankouwt uit datums uit het Patria ter deezer Rheede zyn aangekomen als den 24 Novbr stavenisse met 38 doden 124 zieken „ 27 d=o de phienecier „ 22 d. o 33 _. o hebbende laatstgem e bodem van den 18 tot den 26 Aug:s ter verver: „sching aan 't Eiland 's Jago gelegen„ den 2 X=bre oud Haarlem met 11 doden 88 zieken „ 3 d„o de vr„e Johanna „ 17 d:o 90 _: „ 11 d=o 75 d:o „ 8 d„o de drie Gebroeders „ 84 d:o 114 _:o „ d:o do de verwagting „ 4 d:o 10 _:o „ 7 d:o 14 _„o „ 20 d:o 'T Fortuin §75. van welke kielen de scheepen Stavenisse, de Muenecier, oud Haarlem, Leijden en de verwagting „ 7 d:o Leijden Terwijl bereyds de nodige §76. werden gemaakt om de na preparatien werden gemaakt tot transport der Meironr om de opged:t ingehuurde scheepen Josephus de Tweede, de tz: Johanna de drie Gebroeders en het Fortuin met dewelke alhier is aangebrage„ een gedeelte van het bij d' EComp„e in dienst genomen wurtembergse Regiment, ingevolge d'ontfangene ordre in staat te stellen om binnen weinige dagen te kunnen inneemen zo veel Manschappen van't alhier op den 1 deeser wederom gedepe„ „cheerd zijn, en dus zeijlree leggen om de Reijze naar Bata„ „via voort te zetten: op guar

NL-HaNA_1.04.02_4324_0155 view scan ↗

English

arrival of the ship de Jonge Jacob from Batavia, now lying ready to sail. concerning the disasters that befell that vessel on the voyage from Ceylon. unexpected appearance of the Ceylon return ship de Paarl at this government. garrison-holding Regiment de Meuron, as can conveniently be placed on those ships in order to be transported to Ceylon. Section 77. Also on the 4th of the aforementioned month of December there arrived here from Batavia the bearer of this letter, the chartered private ship de Jonge Jacob, which had departed from the aforementioned Indian capital on the 6th of October prior, and now lies in the roadstead ready to sail for the continuation of its voyage to the Netherlands. Section 78. Furthermore, on the 12th of the aforementioned month of November, the Ceylon return ship de Paarl appeared very unexpectedly off Robben Island, and from there on the 18th following here in the roadstead; which vessel, according to the report and the account subsequently given by its officers, having departed from Ceylon on 25 November of the year 1786, was overtaken on 26 December following, at the south latitude of 17 degrees and longitude of 93 degrees, by a fierce hurricane, in which the main and mizzen masts were carried overboard and lost, and the ship became so leaky that, despite the continuous operation of three pumps, the water nevertheless continued to increase heavily, while the pumps were constantly disabled by the loose pepper and coffee beans washed free from the cargo inside. Section 79. It appears further from the account that, by the falling overboard of the masts and rigging, in addition to other damages sustained thereby, the ship had been torn open above water to such an extent that the body seams stood completely open in some places; and on the following day, in the continuing storm, the fore topmast had to be cut away for the preservation of the foresail mast, on which day, at the changing of the first watch, six feet of water were already found in the ship, and despite all the continuous pumping it steadily increased: Section 80. That when on the 28th following the storm became fiercer again, with hollow and high running seas, in addition to other significant damage; the tiller broke and the starboard gallery was completely carried away from below by the high seas, and very much water entered the ship through the seams of the counter, so that in the first watch 9 feet of water were already found at the aft pumps, whereupon it was resolved to throw the heavier goods from the run and the gunner's cabin overboard, the water being baled out of the powder magazine with tubs, which having been done, a heavy leakage was then discovered entering the run through all the bolt holes in the knees, and with the pitching of the ship, the entire run moved up and down: Section 81. That on the following day, or on the 29th, the weather calming somewhat, eleven feet of water was found in the ship, and that it also began to take in water over the port side, so that in this utmost distress and pressing danger for the rescue of a sinking ship and the preservation of the souls on board, the decision then had to be taken to throw the artillery on that side overboard, as well as some goods, including both Company and private order goods for this Cape government, whatever of them added any burden or weight, which then also had the desired effect: in what condition the ship and cargo were found upon arrival at Mauritius. Section 82. That the ship's crew, completely exhausted by continuous pumping day and night, after the ship, the storm having abated, was somewhat cleared and jury-rigged, the officers, in those dreadful circumstances, took the decision to sail for the island of Mauritius as lying closest downwind: That consequently, having borne away for that island and arrived there on 13 January, and an immediate start having been made with the inspection of the cargo, it was then found that the water had stood ten feet in the middle of the ship above the bilge, whereby all the saltpeter had melted, and the coffee beans that had become wet were completely blackened, scorched, and spoiled by the considerable fermentation in the ship: that approximately two hundred bales of cinnamon were found damaged, some more and others less, all the linen packages except for sixty-two, as well as forty-two bales of cotton yarn, were thoroughly wet, and various bales of cardamom, as well as a good quantity of the pepper, were found completely spoiled; while upon inspecting the pump wells it was discovered that they were filled to the top with pepper, which was likewise spoiled. with the treatment given Section 83. That the cargo subsequently having been unloaded and brought ashore, the linen packages that had become wet were washed out in fresh water without any delay, bleached, and dried again, but the coffee beans found spoiled, having consisted of a quantity of 100,000 lb, as well as a large part of the pepper, which was likewise completely rotten and could not be taken back in

Dutch transcription

145 arrivement van het thans „zeilvaardig leggend schep „ de Ionge Iacob van Batavia. nopens de rampen dien bodem op de reijze van Ceilon over. gekomen. onverwagte verschijning van het Chilons retourschip de Paarl aan dit gouvernement. guarnisoen houdend Regiment van Meuron, als bekwamelijk op die scheepen zullen kunnen wer„ den geplaatst ten einde naar Ceilon te werden overgevoerd. — §77. Ook is op den 4 der opgem: maand December van Batavia alhier aangekomen brenger deezes het ingehuurd part schip de Ionge Iacob het welk den 6:e Octobr: bevo= „rens van evengem: Indiase hoofdplaatse vertrocken synde thans ter verdere reijsvorderinge naar Nederland zeijlrhee legd. — §78. Zynde voorts op den 12:e der voorm=de maand Novbr:) zeer onverwagt onder 't Robben Eiland, en van daar op den 18„e daaraan hier ter Rheede ver= „scheenen het Ceilons Retourschip de Paerl; welken bodem volgens Rapport en het daarvan sedert gegeven Relaas door dies overheeden, den 25 Novbr: des Iaars 1786. van Ceilon/ ver„ en berigt van die verheeden: trocken zijnde, den 26 Decbr: daaraan op de Z: B:e van 17 Gp: en lengte van 93 gr: door een fellen orcaan is belopen geworden, waarin de groote= en bezaans synde masken 146 masten over boord en verloren ge„ „raakten, mitsg„s het schip zodanig lek geworden is, dat tegens het gestadig te werk stellen van drie pompen aan het water egter bij Continuatie sterk bleef toeneemen, terwijl de pompen gedurig door delos gespoelde peeper en Coffij„ „bonen van de inhebbende lading onklaar raakten. — §79. Blijkende uit het Relaas verders, dat het schip door het over boord vallen van de masten en het tuig, boven en behalven meer andere schaden daardoor bekomen sodanig boven water was opengehaald geworden, dat de Lijfnaaden op Sommige plaatsen geheel open stonden: en daags daaraan in den aan„ „houdende Storm tot behoud van de Foeke mast de voorsteng had moeten werden gekapt, op welken dag met het afgaan der eerste wagt men bereijds ses voeten water in het schip had bevonden, en dat tegen al het gestadig pompen aan zig steeds vermeerderde: §80: Dat wanneer op den 28:e daar aan den storm wederom feller wordende, met holle en hoog was aan aanschietende zien, boven en behalven meer andere importante schade; de Roerpen gebroken en ressuier„ „boords galderije van onderen door de hoogezien geheel wegge. slagen, en door de naden van het gewulf zeer veel water in het schip gekomen was, zo dat in d' eerste wagt bereids g voeten water bij de agter pompen wierd bevonden, waarop men als toen had geresolveerd om de goederen van eenige swaarte uit het scherpgat en in de Consta„ pels Camer over boord te werpsen werdende het water met balijx uit het kruitgat geschept, het geen geschied weezende, als toen was bevonden een swaare leccagien in het scherpgat door alle de boutgaten in de knien in te komen, en dat met stampen van het schip, het geheele scherp. gat op en neder Ging: §81. dat daags daaraan ofte op den 29, e 9=te het weer wat be„ aarende, Elff voeten water in het schip bevonden wierd, en dat hetzelve over bakboord zijde meede water begon te scheppen, zo dat in dien aller uittersten nood en dringend gevaar tot uot redding 147 148 in welken toestand het schip en de lading bij aankomst te Mauritius bevonden à. redding, van een zinkend schip en behoud van de daarop zynde zielen als toen het besluit had moeten werden genomen om het geschut aan die zijde, mitsg=s eenige goederen, waaronder zo wel Comp: als particuliere bestel= Goederen voor dit Caabse Gouvernement, wat van deselve maar eenigzints last of swaarte bijbragt over boord te werpen, het geen dan ook van het gewenscht Effect was geweest: §82. Dat het scheepsvolk door het gestadig Pompen bij dag, en nagt ten eenemaal afgemat, na dat het schip den Storm bedaard synde, wat opgeredderd in een wraktuig opgezet was, d'overheeden, in die akelige omstandigheeden, 't besluit hadden genomen, om het Eiland Mauritius als het naast onder Stroot leggende te bezeijlen: Dat ingevolge van dien na dat Eiland afgehouden en op den 13 Iann=r aldaar aangekomen, mitsg=rs ter stond een begin ge„ „maakt zijnde met de visitatie der lading, als toen was bevonden, dat het water, thien voeten in't midden van't schip boven de buijk delling had gestaan, waardoor het als daaromtrent al de salpeeter gesmolten, en de nat gewordene Coffijbonen door de Considerable broeijing in't schip ten eenemale swart, verbrand, en bedorven waren geraakt: dat men Circa twee honderd baalen Caneel, d'eene meer en d' andere minder, beschadigd, alle de Lij„ „waat pakken op twee en sestig na, als meede twee en veertig balen Cattoene gaaren door en door nat, mitsgad:s diversse balen ^ ook een met Cardamon, en ^ goede quanti„ „teit van de peeper ten eenemale bedorven bevonden had; terwijl bij het opneemen der vullings was ontwaard, dat deselve tot boven toe vol peeper zaten die insgelijks bedorven was. — met de gehoudene behandeling 83: Dat de lading vervolgens ontlost en aan land gebragt zynde, de nat gewordene lijwaat pakken sonder eenig verzuim in versch water uitgewassen, gebleekt en wederom gedroogd geworden was, dog de bedorven bevondene Cosfyjbonen in een quantiteit van 100'000 lb bestaan hebbende, als meede een groot gedeelte van de peeper die insgelijks geheel en al verzot„ en niet weder konde werden was ingen 149

← previousnext →