Inventory 4324
Cape · 441 pages · 139 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
having had to purchase a private ship to obtain the necessary masts, spars, etc., for the ship de Paarl. shipped had to be thrown into the sea: Section 84. That in order to put the ship itself back into condition to take in and transport the remaining cargo again, and given the lack of heavy spars for masts, which were impossible to obtain, the officers had judged it to be the best means in the interest of the company to purchase a ship of private shipowners named the David, which had run aground there locally, complete with sail and rigging, in order to take out of it the masts with the rigging and everything further that would be required for the repair and restoration of the ship de Paarl, and afterwards to resell the hull: Section 85. As had indeed happened, and the said ship the David had been purchased for a sum of 90000 French livres: from which ship, after the masts, spars, rigging, and everything further that could serve for the repair of the ship de Paarl had been taken out of it, the hull or wreck, which lay sunken, when the said ship de Paarl departed again from Mauritius and endured new disasters was sold again for 12000 livres: Section 86. That subsequently, with the assistance of carpenters and other crew, both on behalf of the French government at Mauritius and from the national ship the Princes Louisa also lying there at the time, the repairs to the ship de Paarl were continued with all possible speed, and that vessel having been put into condition to take in the remaining cargo again, a beginning was made therewith on the 2nd of April, and the ship had departed on the 15th thereafter from the roadstead of Port Louis and had turned its bow toward this corner, but that, after having had to endure some heavy weather now and then, the ship was finally overtaken on the 15th of May by a heavy storm from the west, which continuing to persist daily from NNW to SW, the main and upper seams of the ship had worked open again due to the heavy straining, and thus caused leakage in the hold, which however had been provided against as much as possible. Section 87. That on the 22nd of the said month of May, in a heavy storm squall accompanied by lightning and fierce claps of thunder, the thunder had struck into the ship along the mainmast up to two times, however without any other dangerous effect than that one of the bands of the mainmast was knocked off, the mast itself as well as the top of the main topgallant mast were somewhat damaged, and they had been obliged to douse everywhere with water between decks because of the lingering foul-smelling vapor and smoke. Section 88. That the stormy weather with high-running seas still continuing, whereby the ship worked so dreadfully that the entire side as it were shifted to and fro together, and the decks rose and sank down again, so that the fore-chainplates seemed to go back and forth, and the stern being quite weak, and the leakage increasing more and more daily, to such an extent that besides three pumps that were kept going constantly, the royal pump also had to be put to work, for which reason one had to fear new disasters not without reason, since the crew moreover was stricken with scurvy and completely exhausted by working day and night, the officers therefore for all those reasons had first resolved, in case they were not yet below Mossel Bay, to then put into that same bay. whereby it was forced to put into the bay of Rio de la Goa Section 89. But that this had not been possible, and they having already come below Mossel Bay, as the ship because of its weakness could no longer lie to against the high seas, and there was little prospect of fetching it up to False Bay, and that also the provisions of water, victuals, and rations through the so unfortunate and adverse voyage were consumed except for a small remainder, and that the condition of the sky and the weather indicated nothing other than the most certain signs of storms from the WNW, whereby one was thus placed in uncertainty as to how long one might still struggle along at sea with a weak and leaky ship and a crew worn out by endured disasters, before one could obtain an opportunity to reach some safe harbor under where having been repaired again from the damages sustained, it departed hither on 12 October. Commission appointed to examine the journals kept on that ship the Company's jurisdiction; the officers therefore, for all these cited reasons for the preservation of ship, cargo, and souls, had taken the decision on the 8th of June to bear away for Rio de la Goa, in order to be able to caulk the ship there as much as possible and to provide themselves with the necessary and lacking provisions: Section 90. That in consequence thereof, having steered onward to the Bay of Rio de la Goa, anchor was dropped there in the river on the 30th of June, and they thereupon made a beginning with caulking and repairing the ship outside and inside, as well as providing themselves with the necessary provisions, water, and firewood, whereupon the officers departed from there again on the 12th of October. Section 91. Upon which received report, the provisional Master of Equipage Jan Arnold Voltelen, along with the sea captains present here, Christiaan van Veerden and Francois du Minij, as well as the commander Daniel de Haas, having been expressly commissioned: firstly, to examine the journals kept by the officers
Dutch transcription
150 hebbende tot het bekomen van de benodigde masten rondhouten etc voor het schip de Paarl, een schip van particulieren moeten werden ingekogt. ingescheept in zee had moeten werden geworpen: §84. Dat om het schip zelve we„ derom in staat te kunnen stellen d'overgebleevene lading wederom inteneemen en te transporteeren, en mits het gebrek aan Swaare rondhouten tot masten, die met geen mogelijkheid te bekomen waren nbeke. zij overheeden als het middel voor het belang der maatschappijen hadden geoordeeld, om een daar verplaatse op strand geraakt schip van particuliere Rheeders de David genaamt met zeil entreil intekopen, ten einde de masten met het Tuig, en al het geene verder tot reparatie en herstel van het schip de Pcierl benodigd zoude weezen, uit het „selve te neemen, en naderhand de Romp wederom te verkopen: §85. Gelyk dan ook was geschied en men het ged schip de David voor een Somma van 90000 franse Livres ingekogt had: van welk schip na dat de Masten Rondhouten, het tuig en al wat verder tot reparatie van het schip de Paarl konde dienen; uit hetselve genomen waren, het hol of wrak, hetwelk gezonken de ley 151 wanneer het ged: schip de Paarl wederom van Mauritius vertrokken en de rampen op nieuuw uitgestaan lag, wederom voor 12000 livres was verkogt geworden: Dat vervolgens met adsis„ 586. tentie van Timmerlieden en ander volk, so van wegens 't Fransch gouvernement te Mauritius als van het der tyds aldaar mede leggend lands schip de Princes Louisa, de Reparatien aan het Schip de Paarl met allen mogelijken spoed voortgezet geworden en dien bodem in staat gebragt zijnde de overgebleevene Lading wederom inteneemen, op den 2:e april daarmeede een begin gemaakt en het schip den 15 daaraan van de Rheede van Dort Louis was vertrokken en de steeven na deezen uithoek had gewend, dog dat, na dat men nu en dan eenig zwaar weer had moeten uitstaan, het schip eindelijk op den 15 Maij door een Swaren storm uit het westen was over„ „vallen geworden, dewelke dage„ „lijx van het N: N: W: tot Z: W: blijvende aanhouden, de Lijf en zet naden van't schip door 't zwaar arbieden zig wederom hadden opengewerkt, en dus leccagie in het ruim veroorzaakt, het geen egter zo veel mogelijk de voorzien is. 152 voorzien geworden was. — §87. Dat op den 22 der ged: maand Maij en een zware Stormbuij van weerlicht en felle donderslagen verzeld, tot twee malen toe, de donder langs de groote mast in het schip was geslagen, egter zonder eenig ander gevaarlijk Effect, dan dat een der bander van de grote mast afgeslagen, demast zelve zo wel als de op van de grote bramsting eenigzints waren beschaaigd geworden, en men genoodzaakt was geweest, om de nagebleevende Stinkende damp en Rook tusschen dekes, overal met water te begieten 588. Dat het Stormagtig weer met hooglopende zien nog al blyvende Continueeren, waardoor het schip zo vreeslijk werkte, dat de geheele zijde als het ware gelijk over ende weder ging, en de dikken reezen en weder neder zakten, zo dat de Foekeruest sthreen agter en vooruit te gaan, en 't agterschip vrij zwak zijnde, en de leccagie dagelijx meer en meer toenee= „mende, zodanig, dat behalven drie pompen die gestadig aan de gang wierden gehouden de Roijale pomp meede moesten werden te werk gesteld, waaromme men niet zonder over reden 153. waardoor genoodzaakt. geworden is de baaij van Riodela goa te moeten inlepen reeden voor nieuwe rampen bevreesd moeste zijn, daar d' Equipagie bovendien door het Scorbus aangetast; en door het dag en nagt arbeiden, ten eenemaal afgemat wierd, zij overheeden dier „halven om alle die reedenen eerst hadden geresolveert, om bij aldien nog niet beneden de Mosselbaaij waren, als dan deselve baaij inselopen. — Dan dat zulks niet mogelijk 589. geweest, en men bereids beneeden de Mosselbaaij geraakt zijnde, alzo het schip door zyne zwakheid tegen de hooge zeen niet meer konde bijleggen, en er wijnig apparentie was, om het na de baaij Tals optehalen, dat ook de provisie van water, mondbehoeften en randsoenen door de zo ongelukkige en tegenspoedige reijze tot op nog een weinig na, waren geconsumeerd, en dat de gesteldheid van de lugt en het weder niets anders aan de zeekerste kenteekens van Stormen uit den W:t N:d W:ts aanduiden, waardoor men dus in het onzeekeren was gesteld, hoe lange men misschien nog met een zwak en lek schip, en eene door uitgestane rampen afgesloofde Equipagie, op zee konde zukkelen, al eer men geleegendheid zoude kunnen bekomen, een of andere vijlige haven onder de SCinp 154 alwaar wederom van de bekomene schaden gerepa„ „reerd zijnde aen 42 f=r na herwaards vertrokken is. gestelde Commissie tot 't Examineeren van de Jour= „nalen op dat schip gehouden 's Comp:s ressort te bezeilen; zij over= „heeden dierhalven om alle deeze aangehaalde reedenen tot behoud van schip, lading en zielen, op den 8 Iunij het besluit hadden genomen om naar Rio dela Goa aftehouden, ten einde het schip aldaar zo veel mogelijk te kunnen werden Gecalfaar„ en zig van de nodige in ontbreekende provisien te voorzien: 590. Dat ingevolge van dien naar de Baaij van Riobe la Goa voortgesteevend zijnde op den 30:' Iunij aldaar in de rivier het anker was geworpen, en men daarop een begin had gemaakt om het schip buiten en binnen boord te Calfaten en te repareeren, mitsgad=s zig van de benodigde levensmiddelen, water en brandhout te voorzien, waarop zij overheeden den 12 Octobr: wederom van daar vertrokken waren. — Op welk bekomen Rapport 591. den pro Interim Equipagiemeester Ian Arnold Voltelen, benevens de hier aanweezende Capitains ter Zee Christiaan van veerden ro en Francois du Minij, mitsgad=s den gezaghebber Daniel de Haas Expres gecommitteerd geworden zijnd Eerstelijk, om 't Examineeren de Journalen gehouden by d'over= buiten „heedens
English
remaining cargo, as well as inspection of the ship itself, officers of the said ship De Paarl, in order to examine and discover therefrom for what reasons and causes the same officers, on the voyage hither from Ceilon, first called at the Island Mauritius and afterwards, departing from there, put into the Bay of Rio de la Goa, as well as whether the causes and circumstances which the said officers would put forward for this had inevitably pressed and forced them to do so; and furthermore to conduct a careful inspection of the cargo of the said ship, and to examine in what condition that cargo was found to be and whether any damage or decay had been caused to it by leakage or otherwise; and lastly, with the assistance of the Master Shipwright of the Honorable Company's yard here, Mijndert van Eijck, as well as such other shipwrights as might be required for that purpose, to take an exact survey of the condition of the aforementioned ship De Paarl itself, what repairs had been done to it according to the statement of its officers at Mauritius aforesaid, what damages that vessel had subsequently incurred again, whether the same were of such a nature and importance that, in order to make the necessary repairs to it, the cargo would have to be unloaded here, or in what manner the defects to be found thereon could best be repaired, and whether that vessel could thereby be put in a state to put to sea again with readiness. While in the meantime it was taken into consideration to employ, in case of necessity, the chartered ship De Vreede for the transport of the cargo of De Paarl. While furthermore it was taken into consideration by us that, if the condition of the said ship De Paarl should be found to be such that the Honorable Company's cargo could not be transported further with it to the fatherland, but that another vessel would have to be employed for that purpose, and that the chartered private ship De Vreede, which having been laden almost entirely for this government, was then unloaded and lay in readiness to continue the voyage further to Batavia with the little that still remained in it pursuant to the charter party, was the only opportunity of which one could make use in the aforesaid case to have the Honorable Company's important cargo conveyed to the destined place, so that, if that vessel should depart from here, another occasion could very easily no longer present itself for that purpose, but that cargo, to the great detriment of the Honorable Company, would still have to remain behind here for a long time without one also having a suitable and competent space at hand for the storage of the same; for that reason the master of the said ship De Vreede was ordered to remain waiting here until, after examination of the aforementioned ship De Paarl had been made, one should have learned whether use would have to be made of the said vessel De Vreede under his command for taking in and conveying the cargo of the repeatedly mentioned ship De Paarl. The examination and inspection of the said ship De Paarl and its lading having then taken place in the manner cited hereinbefore, it was thereupon reported by the aforementioned commission: That upon examination of the journals of the ship's officers of that vessel it was found that the hurricane which that vessel encountered in the southern latitude between 17 and 18 degrees and longitude of 61 degrees, the defects to the ship that arose on that occasion, and the loss of rigging, had inevitably forced the said officers to choose the nearest harbor, which at that time was Port Louis on the Island Mauritius; That notwithstanding the carpentry work and repairs carried out there and specified in that report, after having left the same harbor again, both the heavy leakage of the ship that was discovered anew and the continuous storms and contrary winds on the reef of Anguilla in the worst season of the year, the scurvy that broke out among the crew, the shortage of provisions, and the discouragement of the crew to be feared therefrom, had been concurrent reasons and circumstances by which the said officers had found themselves once again compelled to put into the Bay of Rio de la Goa; That upon inspection of the cargo, so far as could be done from above, several bales of cinnamon, etc., having been found heavily damaged, it was not possible for the committee members, without discharging the cargo, to give any report of its true condition, damage, or decay; That with respect to the defects which had revealed themselves on the ship since the carpentry work at Port Louis, on the one hand the information from the ship's officers that the ship, rolling, worked 4 to 5 inches out of its framing, the stern deviated with pitching, and also the ends of the wales in some places deviated by 5 inches with working, as well as that the ship then deviated by an inch on both sides from its stems, that the sheer strake was out of its fastenings and almost all the knees were loose, that it had also been discovered while lying at Rio de la Goa that under the sheathing, at the curve of the bow, two planks were completely loose, that when rolling, the bolts along the entire starboard and port side drew half an inch
Dutch transcription
155 overgebleevene lading, mits„ „gaders visitatie van het schip zelve „heeden van het ged: schip de Baarl, ten einde daaruit na te gaan en t' ont„ „waren om welke reedenen en verzaken dezelve overheeden in de herwaards reijze van Ceilon eerst 't Eiland Man. „ritius hebben aangedaan en naderland van daar vertrekkende de Baaij van Rio dela Goa binnen gelopen zijn/ mitsg=rs of de oorzaken en om Aan„ „digheeden dewelke gem: overheeden hiertoe bijbrengen zouden hun onvermijdelijk daartoe hebben ge„ „drongen en genoodzaakt gehad, en zo meede tot inspectiede, voorts om nauwkeurige inspectie te neemen van de lading van het gem: schip, en't onderzoeken in welke toestand die lading, zig kwam te bevinden en of aan deselve eenige schade of bederf door leccagie als anderzints was veroorzaakt geworden: en ander lijk om met adsistentie van den Baas der Scheepstimmerlieden van 's Comp:s werf alhier Mijndert van Eijck, mitsg=rs nog zodanige andere scheepstimmerlieden als daartoe mogten werden ver= „eischt, excact op te neemen den toestand van't meergem:e schip de Paarl. zelve, welke reparatien aan het zelve na de opgave van dies overheeden te Mauritius voorm=e waren Terwijl en tusschen in beraad genomen is, om bij noodza: „kelijkheid 1 part schip de vreede t'emploijeeren tot transport der Lading van de Paare. waren gedaan, welke schaden dien Bodem zedert wederom had bekomen of dezelve waren van dien aart en dat belang, dat om de nodige reparatien daaraan te doen, de Lading alhier zoude moeten werden ontlost, dan wel op hoedanige wijze, de daaraan te bevindene ge„ „breeken best zouden kunnen werden Gerepareerd, en of dien Bodem daar door in Staat zoude kunnen werden gebragt, om met gereesheid wederom zee te bouwen. — Terwijl verders bij ons in §92. overweging genomen zijnde, dat wanneer den toestand van het ged:t schip de Paarl zodanig mogt werden bevonden, dat Comp:s lading, met hetzelve niet verder naar het va„ „derland zoude kunnen werden getransporteerd, maar dat daartoe een anderen Bodem zoude moeten werden g'emploijeert, en dat het inge= „huurd particulier schip de vreede het welk genoegzaam geheel voor dit gouvernement beladen geweest zijnde, toen ontlost en in gereedheid lag, om met het wijnige dat daarin nog overgebleeven was, ingevolge de Cherte parthij de reize verder naar Batavia voort te zetten, d' eenigste geleegentheid was, schip van 156 157 en derhalven den schipper van ged: bodem de vreede aangezegd, om zo lange, hier te vertoeven, tot dat de visitatie van de Paarl zoude weesen geschied. berigt van voorsz: Commissie nopens den toesand van dien bodem, in zo verre zulx voor als nog konde geschieden van welke men zoude kunnen gebruik maken, om in het voorsz: geval 's Comp: importante Lading, na de gedestineerde plaatze te doen over= „brengen, zo dat, wanneer dien badem van hier kwam te vertrekken, zig daartoe zeer ligtelijk geene andere occagie meer zoude kunnen opdoen, maar die Lading, tot groot nadeel der E Comp„e alhier nog lange zouden moeten overblijven, zonder dat men ook tot berging derzelve eene geshik „te en bekwame ruimte aan handen hadde, is dierhalven om die reeden den schipper van't Ged: schip de vreede aangezegd geworden, alhier nog te Dat bij Examinatie der moeten blijven vertoeven tot dat na gedane Examinatie van 't voorm: schip de Paarl, men in ervaringe zoude gekomen zijn, of van ged:e zijn onderhebbenden bodem de vreede tot het inneemen en overbrengen der Lading van het meermelde schip de Paarl zoude moeten werden gebruik gemaakt. — De Examinatie en visitatie 593. van 't ged:t schip de Paarl en dies inlading, dan invoegen als hier voren aangehaald geschied zynde, is daarop door de Voorm: Commissien gerapporteerd: moeten Soure 158 Journalen van de scheeps overheeden dier Bodem bevonden was, dat het orcaan welke dien bodem op de zuider breedte tusschen de 17 & 18 graden, en lengte van ol graden heeft ontmoet, de bij die geleegentheid onstane gebreeken aan het schip en het verlies van tuig, gem: over= „heeden onvermydelijk hadden genoodzaakt, de naaste haven te kiesen, ter dier tijd Port Louis op 't Eiland Mauritius geweest zynde: §94: Dat niettegenstaande de aldaar gedane en bij dat rapport opgegevene werdende vertimmeringen en in reparatiën, na dezelve haven weder te hebben verlaten, zo wel de zig op nieuw ontdekt hebbende zware leccagie van het Schip als de aanhoudende Stormen en tegen„ winden op het rif van Anguilla in het slegtste Iaarsaisoen, 't bijgekomen Scorbut onder d' Equi= „pagie, minheid van provisie en daaruit te dugtene moedeloo Reid van't volk, te zamenlopende reedenen en omstandigheeden waren geweest, door welke ged„e overheeden zig andermaal ge „drongen hadden gevonden de Baaij van Reodela Goa binnen repa belopen 159 §95. Dat bij inspectie der Lading voor zo verre zulks van boven heeft kunnen geschieden, verscheiden balen Canneel &a zwaar beschadigd zynde bevonden, het hun gecommitteerdens niet mogelijk was zonder ontlossing der Lading van derzelver waren toestand schade of bederf eenig berigt te geven. — §96. Dat ten opzigte der gebreeken welke zedert de vertimmering te Zort Louis zig aan het schip hebben ontdekt, aan de eene zijde de informatien van de Scheeps„ overheeden, dat 't schip Slingerende telopen. — 4 a 5 duimen uit zijn verband werkte, het agterschip met stampen afweek, en ook de Enden der Berg. „houten op zommige plaatsen met werken 5 auim afweeken, mitsd=s dat het schip als dan een duam aan weerzijden van zijne steevens week, dat de breegang uit zijn „spannings, en meest alle de haken los waren, dat men ook te Rio delagoa leggende, ontdekt hadde, onder de spijkerhuid in het breeken van de boeg twee planken geheel los te zijn, dat Slingerende de bouten langs de geheele Stuur= en bakboord zijde een halve diem
English
and that, although without a complete unloading of that ship its actual condition could not be judged, it could be sufficiently concluded from all circumstances that the repairs thereof could not well take place here; worked in and out, and that at sea in bad weather with three ordinary ship pumps and the royal pump they had barely been able to keep the ship afloat, and that even in good weather two pumps had always had to be used, just as at present, lying here in the roadstead, 18 to 19 inches of water was pumped out of the ship fifteen to sixteen times in twenty-four hours; and on the other hand, although they, the commissioners, were not able, without complete unloading of the ship, to report with respect to all the defects likely still to be found thereon, nor on the manner in which the same could best be put into condition to sail the seas again with complete safety, it nevertheless had to be concluded by them with the greatest probability, from the context of the above-mentioned information obtained, that even if there were a possibility for these repairs in Saldanha Bay, and that vessel could thus be made fit for the conveyance of a cargo, the same repairs would nevertheless surpass the present estimable value of the ship; besides that the required timbers were not on hand for such a repair, and would then first have to be requisitioned from the Fatherland; and that even if such timbers were also found here, nevertheless, with the small number of shipwrights, even though all other work were to stand still—which would have to be neglected in case of defects to the return ships expected—such a long time would be required for it that the Honourable Company would meanwhile be deprived of the benefits of the cargo for a long time; besides the fear expressed by the commissioners that, when the upper hull might thereafter be ready, the lower hull might in the meantime be half eaten through by the worm prevalent here. Concerning this condition of the aforementioned vessel De Paarl, we thereupon deliberated, and further considered whether it would not in this case be best and easiest, as had already been envisioned as the most suitable means thereto due to the lack of adequate storage space here on land, as has already been cited above, to have the cargo of the aforementioned ship De Paarl transferred into the chartered private ship De Vreede present, in order not only to effect the unloading of that vessel more expeditiously, but also, as the condition of the said ship De Paarl should then require, either to reload the same cargo into that vessel, or, if this could not take place, to let it remain in the said ship De Vreede, and in such case to let the last-mentioned vessel return with it to the Fatherland, in order thereby, if necessity should come to demand the latter, not only to save for the Company many costs which would have to be incurred both for bringing the cargo ashore and reloading it and for renting the warehouses of private individuals, but also in the same latter case to prevent the packages and bales, which had already suffered much hardship during the unloading at Port Louis, from being further damaged and made unfit for further shipment by frequent handling and transporting here on land, nor that any damage, spoilage, or loss should arise to the linens and other laden goods. However, since the skipper of the aforementioned chartered private ship De Vreede, Thijs Keetel, having already been informed of this plan concerning his vessel, had given to understand that he would never be able nor permitted to tolerate that his aforementioned vessel under his command should be used in such a manner as a warehouse for the aforementioned cargo, since not only this, but also otherwise it would run contrary to the charter party of that ship and to the disadvantage of its owners, his principals; that by so doing he was kept in uncertainty whether that ship would have to continue its further voyage to Batavia, or whether this government, to whose orders he was obliged to submit, would see fit to make use of the same for the further conveyance of the aforementioned cargo to the Fatherland; so we found ourselves brought under the necessity to take a further final resolution in this matter. And thereupon it was taken into consideration on the one hand that the frequently mentioned ship De Paarl, according to the statement made in the aforesaid report of the commission based on the information that the officers of the same had given, was in such a condition that, even if upon the unloading of the goods the possibility were discovered to repair that vessel, the time that would have to elapse with that would nevertheless involve too much conflict with the interest of the Company for it to be advisable to detain that cargo here for so long, since one had no certainty whether another suitable opportunity for its dispatch would present itself for a long time, and that it must also tend to the detriment of the cargo if, in addition to what had happened to it at Port Louis, it were once again first brought ashore and afterwards had to be handled again for shipment; as well as on the other hand
Dutch transcription
160 en dat ofschoon zonder eene volkomene ontlossing van dat schip over dies wezent „lijken staat niet konden werden geoordeeld. uit alle omstandigheeden genoegzaam konde werden besloten dat de reparatien daarvan alhier niet wel zoude kunnen geschieden in en uit werkten, en dat zij op zee met slegt weer met drie ordinaire scheeps pompen, en de royale pomp het schip nauwlijx hadden kunnen leus houden, dat ook met goed weer- altoos Twee pompen gebruikt hadde moeten werden, gelijk meede thans hier ter rheede leggende in het Etmaal vijffthien a sesthien malen 18 a 19 duim water uit het schip wierd gepompd. en aan de andere zyde ofschoon 597. zij gecommitteerdens niet instaat waren, zonder Volkomene Ontlossing van't schip ten opzigte van alle de nog waarschijnlijk daaraan te vindene gebreeken berigt te doen, nog ook de wijze op welke dezelven het best zoude kunnen werden in Staat gebragt, om wederom met volkomen gerustheid zeetebouwen, uit den zamenhang der bovengem: bekomene informatiën, met de grootste waarscheinlijkheid bij hun egter moest werden besloten, dat zo'er tot deeze reparatien al in de Saldanhabaaij mogelijkheid was, en dien Bodem dus tot den over„ „voer van een lading konde worden bekwaam gemaakt, dezelve repa= „ratien egter de tegenswoordig be„ „dragen kunnende waarde van vindene het — 161 met dereedenen hiertoe des nader geraadpleegd is om het part schip de vreede voor eerst te ge„ „bruecken om de lading van de Paarl daarin over te scheepen. het schip, zouden Surpasseeren, be„ „halven dat tot eene zodanige ver„ „timmering de vereischte houtwerken niet aan handen waren, en dan nog eerst uit het Patria zouden moeten werden geischt, en dat afschoon dus= „danige houtwerken zig ook alhier bevonden, nogthans met het min getal van Scheepstimmerlieden, alhoewel al het anderwerk stil stond, het geene aan de te verwagten staande retourscheepen in Cas van gebreeken, zoude moeten werden verzuimd, daartoe eene zodanige langdurige tijd nodig zoude zyn dat d' EComp:e intusschen lang van de voordeelen der lading zoude kunnen Jouisseeren, behalven de bij hun gecommitteerdens opgegeven wer= dende dugtiging dat wanneer het bovenschip daarna gereed zoude mogen weezen, 't onderschip door de alhier grasseerende worm intus= „schen half doorkraagd konde zijn. - Over deezen toestand van §98. voorm. Bodem de Paarl hebben wij daarop geraadpleegd, en wel nader inbedenking genomen of niet in dit geval best en verligst zoude zijn, om gelik men zulks uit hoofde van gebrek aan bekwame bereplaats hier aan land, zo als hier voren voordeelen bereids 162 bereids is aangehaald, als het be„ „kwaamste middel daartoe reeds op het vog hadde gehad, de lading van't voorm: schip de Paarl te doen overbrengen, in het aanweezend ingehuurd part schip de vreede, ten einde niet alleen Spoediger, de ontlossing van dien Bodem te kunnen effectuëeren, maar ook na dat den toestand van het ged„ schip de Paarl, zulks als dan zoude meedebrengen, het zij dezelve lading weder in dien bodem te doen inscheepen, dan wel dit niet kunnende geschieden, in het ged:t schip de vreede telaten verblijven, en laastgem: bodem in zulken gevalle daarmeede na het Patria te laten retourneeren om dies bij aldien de noodzake„ „lijkheid het laatste zoude komen te vorderen daarmeede niet alleen veele kosten, welke men zo tot het aan land brengen en weder inscheepen der Lading als tot het inhuuren der Pakhuijzen van Particulieren aante wvenden had, voor de Comp:e te besparen maar ook in hetzelve laatste geval voortekomen, dat de Pakken en Balen, welke bij het lossente Port Louis reeds veel moeiten geleedlen hebben, door het menig„ vuldig 163 doen waartee en den schipper Thijs keedel inpositie ge„ „komenis. „vuldig, verwerken en transporteeren hier aan land niet meer beschadigd en tot de verdere inscheeping onbekwaam gemaakt wierden; nog ook aan de Lijwaten en verdere ingeladene goe „deren geene schade, bederf ofte verlies kwam te ontstaan: §99. Dan dewijl den Schipper van't voorm: ingehuurd particulier schip de vreede, Thijs keetel, van dit plan omtrent zijn bodem reeds geinformeerd geworden zijnde, te verstaan gegeven had, nummer te zullen kunnen nog mogen gedogen, dat gem: zijn onderhebbenden bodem, in diervoegen als tot een Pakhuis voor de gem:e lading wierd gebruikt, dewijl niet alleen dit, maar ook anderzints tegens de Cherte parthije van dat schip en tot nadeel van dies Rheeders zijne principalen verstrekken zoude, dat hij dus doende in't on„ „zeekere weerd gehouden of dat schip de verdere reize na Batavia zoude moeten voortzetten, dan wel of dit gouvernement aan wel „kers ordres hij genoodzaakt was zig te onderwerpen, goedvinden zoude, van hetzelve tot verdere overbrenging van gem: lading naar 't Patria gebruik te maken, Pakhui 164 wat hier op nog al verder in consideratie is gekomen met de reedenen voor het be„ „lang der Maakschappij, dat de lading van het schip de Paarl hoe eer hoe liever na „ Patria wierd verzonden. zo vonden wij ons in de noodzakelijk. „heid gebragt, om ten deezen nader finaal te besluiten: § 100. En is daarop aan d'ene zijden in Consideratie genomen dat het meergem: schip de Paarl, na de opgave bij het voorsz: rapport der Commissie, volgens de informatien die de Overheeden van hetzelve ge„ „geven hadden, gedaan, zig in zodanigen toestand bevond, dat, alwaar het ook dat bij de ontlossing der goederen de mogelijkheid ontdekt wierd om dien bodem te vertimme= „ren, den tyd egter die daarmeede zoude moeten verlopen, te veel strijdigheid met het belang der Maatschappij meede bragt, dan dat het raadzaam zoude zijn die lading hier zo lange aan te houden, nadien men geen zeekere „heid had of nog wel in lange een andere bekwame geleegentheid tot dies verzending voorkomen zoude, en dat daarbij ook ten nadeele der Lading verstrekken moest, wanneer men dezelve boven het geene daaraan te Port Louis is geschied, andermaal eerst aan land bragt, en naderhand ter inscheeping wederom moest ver„ „werken, mitsg=rs aan de andere Strydelsz zyde
English
and which difficulties were also raised by the aforementioned skipper, Captain Keetel. We have destined the repeatedly mentioned ship De Vreede for the transport of the repeatedly mentioned cargo of the, he having nevertheless declared his obligation to obey our orders, stating that although the charter party of the said ship De Vreede did not expressly stipulate that this vessel could be laden on return from here, wherefore in respect of the freight charges in such case also no stipulation was made, and the skipper Thijs Keetel had declared that he, by his principals, the owners of that ship, likewise did not find himself qualified to break the charter party and to enter into a further convention concerning the freight charges for the return voyage from here, but that it was only deemed by him to be his obligation to obey the orders of this Government in so far as use should have to be made of his vessel for a return cargo in the service of the Honorable Company as charterers thereof, and the determination of the freight charges would then be left to a further agreement between the Company and his said principals themselves. § 101. Whereupon, this and that having been further judged that, whatever further convention between the Company and the owners regarding the freight charges might succeed, in any case no further claim could be made on that account than for the entire voyage out and home to and from Batavia, and that it would also then accord even more with the Company's interest to see that cargo at home a year earlier than to remain deprived of the same for so much longer, and meanwhile to have to fear or expect manifold damage and decay thereto; § 102. Thus we have judged it best to destine the repeatedly mentioned chartered private ship De Vreede, as being of sufficient size for this purpose, to take in the entire cargo of the above-mentioned ship De Paarl, and to have the same return therewith for the Presidial Chamber of Amsterdam, whither that cargo is destined according to the invoice. § 103. In consequence whereof, the repeatedly mentioned cargo brought here by the often-mentioned ship De Paarl, still consisting of 198399 lb Pepper 16650 lb Sappanwood 147837 lb Cowries 418 packs diverse Linens 67 bales Cotton yarn 1600 lb Cinnamon 76 lb Cardamom 1 small chest with 12 lb Cinnamon oil, besides 27 packs of Linens which were found wet, damaged, and rotten, and had to be detained here until further disposition, was unloaded from that vessel and transshipped into the aforementioned private ship De Vreede, to which was also added the quantity of 654 bales of coffee beans, which, according to what was already advised in our aforementioned humble letter of 2 November last, were purchased for the Honorable Company from the French ship Auguste. § 104. While furthermore, of the best and different sorts of wines that are currently at hand in the Company's wine cellar, as much will conveniently be able to be dispatched with the said ship De Vreede per invoice to the Fatherland as will serve to fill up the space remaining in that vessel. § 105. But whereas by the skipper of the repeatedly mentioned ship De Vreede, Thijs Keetel, in respect of our aforesaid disposition to cause his vessel to return from here again with the cargo of the ship De Paarl for the Presidial Chamber, a written notarial protest has been delivered here against the said arrangement and his determined return, as well as against all damages, costs, and otherwise, which he, his owners, or all other interested parties might come to suffer thereby, with all that further follows thereon; yet, having found ourselves in the unavoidable necessity of such an arrangement through lack of any other suitable shipping opportunity, we could make no change therein, wherefore we have also had to persevere therein, and we merely take the liberty dutifully to give notice hereby to Your Right Honorable Excellencies of the aforementioned formality observed by the skipper Keetel, transmitting a copy of the act of protest. § 106. Having thus respectfully brought to the knowledge of Your Right Honorable Excellencies all the measures taken by us up to this point, in the hope that all our measures taken may obtain the entire approval of Your Right Honorable Excellencies.
Dutch transcription
165 en welke swarigheeden door voorm: schipper Cap„n keetel nog al zijn gedpperd. Hebben wij 't meerm: schip de vreede gedestineerd tot transport der meerm: ladting van de haare egter gedeclareerd hebbende zijne verpligting om aan onze ordres te bbedieeren zijde dat hoewel de Cherte Parthijen van het ged:e schip de vreede niet expresselijk meedebragt, dat dien Bodem in retour van hier zoude kunnen werden beladen, waarom ten opzigte der vragtpenningen in zulken gevalle ook geene Stipu: „latie is gemaakt, en den schipper Thijs keetel gedeclareerd had, dat hij zig door zijne Principaled de Rheeders van dat schip meede niet gequalificeerd vond om de Eherte parthij te breeken en om„ „trent de vragtpenningen voor de terug reise van hier een nadere Conventie aantegaan, maar bij hem alleen geagt wierd zijne ver„ pligting meede te brengen om aan de ordres van dit Gouvernement te obedieeren, in zo verre van zijn bodem tot een retourlading, ten dienste der E Comp:e als bevragters daarvan, zoude moeten werden gebruik gemaakt, en de bepaling der vragtpenn:, als dan aan een nader accoort tusschen de Comp:e en gem: zijne Principalen zelve wierd overgelaten. §101. Mits welk een en ander dan verder geoordeeld zijnde, dat hoedanig ook een nadere Conventie tusschen de Comp:e en de hem Rheeder 160 bestaan. Rheeders omtrent de vragtpenningen zoude mogen Succedeeren in allen gevalle deswegens egter geene verdere pretensie konde werden gemaakt, als voor de gante „stie uit en't huis reise na en van Batavia, en dat het ook als dan nog meer met 's Comp:s Intrest strocken zoude, die lading een Iaar vroeger t' huis te zien, dan van dezelve zo veel langer ont„ stoken te blijven, en daaraan onder= tusschen veelerlee schade en bederf te moeten vreezen of verwagten; - Zo hebben wij best geoor= §S 102. deeld het meergem: ingehuurd Part: § 103. Ingevolge het welke dan ook waaren deselovekoms de de meerm: hier aangebragte Lading van het dikwils gem schip de Paarl nog bestaan hebbende in 198399 lb Peeper 16650 „ Sappanhout 147837 „ Caures. schip de vreede als hiertoe van genoegzame grote zynde, te desti„ „neeren tot het inneemen der gantsche „lading van het bovengem: schip de Paarl, en dezelve daarmeede voor de Presidiale kamer Am= sterdam, werwaards die lading volgens de Factuur bestemd is, telaten retourneeren. — Schiph 167 benevens gem: quantiteit bourburwe Coffijbeonen alhier ingezogt. schip de vreede, tegens onze voorsz: dispositie over zijnen onderhebbenden „bende zoorten van Caabie wijnen 418 pakken diverse Lijwaten 67 balen Cattoene gaarn 1600 _. o Caneel 76 _. Cardamon 1 kasje met 12. lb Caneel olij behalven 27 pakken Lijwaten, dewelke nat, aangeslagen en verrot bevonden, en alhier tot nadere dispositie hebben moeten werden aangehouden uit dien Bodem gelost en in het voorm: particulier Schip de vreede zynde daarbij nog gevoegd, zijn overgescheept geworden en waar bij nog is gevoegd de quantiteit van 654 baalen Coffijbonen, dewelke volgens het bereids g'adviseerde bij onze hiervoren gem:te onderdanige van § 104. Terwijl nog van de beste en diffe„ in eenige beste en differente rente soorten van wijnen die men in's Comp:s wijnkelder thans aan de hand heeft met het ged:e schip de vreede p=l factuur na 't Patria zal werden afgezonden, zo veel als tot opvulling der in dien bodem overgebleevene ruimte bekwaamlijk zal kunnen geschieden §105. — Dan nadien door den schipper Den schipper van het meerm: van het meerm:e schip de vreede bodem geprotesteerd heb: Thijs Keetel, ten opzigte onzer voorsz: dispositie om zijn onderhebben 2 Noobr:) pass:o van 't fransch schip 2 auguste voor d' EComp=e zijn inge„ kogt: bodewz 162 werd Copia dier acte nevens deezen overgezenden 5106. in hope dat alle onse gehoudene maatregulen uwer wel Edele hoog agtb:s geherde goedkeu „rige zullen mogen erlangen bodem, met de lading van't Schip de Paarl weder van hier voor de Presidiale Camer te doen te rug keeren alhier overgeleeverd geworden is een schriftelijke notarieele protest tegens de gemelde schikkinge en zijn bepaald retour, mitsg=rs tegens alle schade, kosten als ander= „zints, dewelke hij zijne rheeders ofte alle andere ginteresteerdens daar door mogten komen te lijden, met het geene daarverder op volgd: dog men zig tot eene zodanige schikkinge in de onvermijdelijke noodzakelijkheid gevonden hebbende door manquement aan eenige Aan Uwe wel Edele Hoog Achtb=rens dus Eerbiedig ter kennisse gebragt hebbende alle de maatregulin bij ons tot hier toe genomen met opzigf andere bekwame scheeps geleegentheid daarin geen veranderinge konde maken, mits welke ook daarby hebben moeten blijven Persevereeren, neemen wij eenelijk de vrijheid Uwe welEdele Hoog Achtb=rens van de voorm. door den schipper keetel geobserveerde formaliteit, onder overzending van Copia der acte van Protest pligtschuldig kennisse te geven, bij deezen.. anderen tot
English
and after the receipt of the report regarding the condition of the ship de Paarl, a further account will be rendered to the same, and forwarded to the presiding Chamber; the account of the officers and all further papers submitted by them here regarding the aforementioned ship de Paarl and its remaining cargo, we therefore hope that the same may carry your Right Honorable High Mightinesses' esteemed approval, and we shall furthermore not fail, as soon as the further report of the delegated master and ship-carpenters regarding the condition of the aforementioned ship de Paarl itself has been received, which will now take place after the unloading of that vessel, likewise to give your Right Honorable High Mightinesses a further and dutiful account thereof: and also, upon the dispatch of that cargo with the ship de Vreede, to supply to the presiding Chamber in original all the papers relative to the aforementioned ship de Paarl, delivered here by the officers of that vessel for their accounting, as well as the account given by them and afterwards reviewed and sworn under oath of all that occurred since their departure from Ceylon up to now, both in relation to the ship itself and the cargo, besides the arrival of the Ceylon return ship de Draak, which vessel was likewise overtaken by a heavy hurricane, together with the journal kept on that vessel. - Section 107. On the 5th of December last having also appeared here in the roadstead the Ceylon return ship de Draak, which departed on the 21st of February of the past year from the Bay of Punto Gale and, according to our previous advices, likewise arrived at the island of Mauritius, and also departed from there again on the 22nd of October, the officers of that vessel have provisionally given the following verbal report regarding that voyage and what they encountered therein: Section 108. That after their departure from Punto Gale, on the 25th of March thereafter, at the estimated South latitude of 22 degrees and 22 minutes and longitude of 84 degrees 48 minutes, they were overtaken by a sudden gale and violent hurricane, with a terribly high sea, whereby the ship worked heavily and had taken on much water: Section 109. That the storm and hurricane increased more and more in the most dreadful manner, and the sky and sea appearing as if mixed together, with discharges of fearful flashes of lightning and thunderclaps and a multitude of electrical fires that hovered all around the ship, which had caused a ghastly sight, the sails which nevertheless at the first onset of the storm were already very well secured under the yards, were suddenly torn away by the wind, just as if the same had been cut from the yards: and while the ship, due to the terrible still-increasing winds, continually lay with the leeboard in the water, the decision had then to be taken to throw overboard 9 pieces of cannon with all the shot that lay beside them on that side, while a piece of cannon to windward was knocked away by the heavy rolling of the ship. Section 110. That the weather still steadily increased more and more in this most furious hurricane and the winds running from the South and South-Southwest, accompanied by terrible thunder and lightning, the ship was finally blown under water with the leeboard and half-deck up to the main hatch, and seemed destined to suffocate under the fearful seas, so much so that the bow was already submerged without it being able to rise again, and whereby a considerable amount of water was taken over. Section 111. That then, in this most extreme distress, for the preservation of ship and souls, the decision had to be taken to cut away the mainmast, in consequence of which, after two shrouds to windward and the main rigging to leeward had been cut with great difficulty, immediately thereupon all three masts with all their rigging fell overboard, and from time to time, though with very great difficulty, the ship rose again: Section 112. That meanwhile every effort had been made to get rid of the wreckage and to get the water that stood three feet high between decks out of the ship, while all the pumps had become clogged by the washed-out pepper, so that there was very great difficulty clearing them each time: That also, by a heavy breaking sea which heavily damaged the starboard gallery and the stern, the shutters and glass windows in the cabin, and also the tiller with the rudder chains and the rudder coat were smashed to pieces and three pintles knocked loose from the rudder, so that the ship lay entirely exposed from behind to the sea, rolling continually from side to side under water so that everything was washed overboard from the poop and the half-deck, as well as from the waist, which continually stood full of water, and thus every moment it was feared that, due to the abundance of water, the ship would capsize between the high, opposing seas: Section 113. That having remained in this most ghastly condition until the 27th of the mentioned month of March, when this raging hurricane began somewhat to subside, every possible effort was then made to keep the pumps going, which continually became foul, and to get entirely rid of the remaining wreckage of the masts, and to cut holes between decks
Dutch transcription
169 zullende na ingekomen berigt nopens de gesteldheid van't schip de Paarl aan hoogst deselve nader verslag gegeven. en aan de praesidiale Camer overgezonden werden; het „relaas der overheeden en alle verdere papieren door dezelve alhier overgegeven tot het voorm: Schip de Paarl en dies overgebleven Lading, hopen wij dierhalven dat deselve Uwer wel Edele Hoog Agtb:e g'Eerde goed. „keuring sullen mogen wegdragen, en zullen wij voorts niet in gebre „ken blijven, zo dra zal weezen ingekomen het nader berigt van gecommitteerde zeer en scheeps= Timmerlieden nopens de gesteldierd van het meerm: schip de Paarl zelve, het welk als nu na d' ont„ „lossing van dien Bodem zal komen te geschieden, uwe wel Edelen hoog Achtb=ren als dan daarvan insgelijx nader en verschuldigd verslag te geeven: en so meede om bij de afzending dier lading met het schip de Vreede, ook aan de praesidiale Camer in Origi„ „nali te suppediteeren, alle de papieren betrekkelijk tot het opgem: schip de Paarl, door d' overheeden van dien Bodem ter hunner verantwoordinge al„ „hier afgegeven, en zo meede het door hun gegeven en naderhand gerecolleerd en b'Edigd Relaal van al het geene sedert hun E:a vertrek van Ceilon tot hiertoe soo met relatie tot het schip zelve als de Lading is voorgevallen „ verslog behalven 170 arrivement van 't Ceilons retourschip de Bradck welken bodem insgelijx door een swaren orcaan belopen geworden zijnde benevens het Journaal op dien bodem gehouden. - §107. Op den 5:e December Iongstl: mede hier ter Rheede verscheenen zijnde het Ceilons Retourschip de Draak, het welk den 21:' Febr=ij des voorl: Iaars uit de Baaij van Punto gale vertrocken en volgens onze vorige advisen insgelijks aan 't Eiland Mauritius terhouwgekomen, mitsg=s den 22:e Octobr: wederom van daar vertrocken is, hebben d' overheeden van dien Bodem nopens die voijage en het geene hun daarinne is ontmoet, provisioneel gegeven het volgend mondeling berigt: § 108. Dat na hun vertrek van Panto Gale den 25 maart daar aan, op de gegiste Z: b=re van 22 gr: en 22 mins: en lengte van 8 4:o 48=' door een vliegende storm en hevige orcaan was overvallen geworden, met een verschikkelijke hooge zee, waar door het schip Swaar werkte en veel water had overgekreegen: § 109. Dat den Storm en Orcaan zig op een alle rverschrikkelijkste wijze al meer en meer verheffende, en de lugt en zee zig als in een vermeudd 171 vermengd vertonende, met uitschie- „tingen van vreeslijke blikzem- straalen en donderslagen en een menigte ### electricke vuuren, die als rondson het schip Sworven, het welk een akelig gezigt veroorzaakt had, de zeilen dewelke egter bij het eerst opkomen van den Storm bereyds onder de Rhaas zeer wel vast gemaakt waren, eens= „klaps door de wind wierden weggerukt, even of deselve van de Rhaas waren afgesneeden geworden: en dewijl het schip door de verschrikkelijke nog aan neemende winden gedurig met het leijboord te water bleef leggen, men als toen 't besluit had moeten neemen 9 stucken Canon met al het scherp dat bij het zelve aan die zijde lag, over boord te werpen, terwijl een p=s canon te loefwaard, door het sterk slingeren van het schip was weggeslagen. § 110. Dat het weer zig nog gestadig meer en meer verhetfenden in deezen allerverwoeden ste„ orcaan en de winden van het Z=e en Z: Z:d W=te lopende, met ver„ schrikkelijke donder en Blixem verzeld, het schip eindelijk met neemende het 173 het lijboord en halfdek tot aan't groote luijk onder water was ge= „waaijd, en onder de vreeslijke zien scheen te zullen blijven Smooren, zodanig dat het voorschip al bereyds onderlag, sonder dat hetzelve weder konde rijzen, en waardoor Considerabel veel water over= „kreegen. §111. Dat als toen in deezen aller. uittersten nood tot behoud van schip en zielen het besluit had moeten werden genomen, om de groote mast te kappen, ingevolgen van hetwelke dan met veel moeiten twee hoofdtouwen de loeswaard, en te lijwaard het grote wand gekapt geworden zijnde, daarop subict alle drie de masten met al hun tuig waren overboord gevallen, en het schip var tijd tot tijd, egter met zeer veel moeite wederom gereesen was: §112. Dat men intusschen alle moeijte aangewend had, om de vlees kwijt te raken, en het water dat drie voeten hoog tusschen deses stond uit 't schip te krijgen, terwijl alle de pompen door de los gespoelde Peeper verstopt geraakt waren, dus men zeer veel moeijte had dezelve telkens inp 173 te klaaren: Dat ook door een swaare Stort zee die de Stuurboords gallerije en de agterspiegel Swaar bescha digden de blindens en glaze ramen in de Capuit en zo meede de roerpen met de Roerkettings en de broe: king wierden in stuk en drie „haaks van't roer los geslagen, zo dat het Schip van agteren voor de zee ten eenemaal bloot lag, Slingerende het zelve Continueel van boord tot boord onder water zo dat alles van de Compange uni't halfdek, mitsg:s uit dekuil, die gedurig vol water stond, over boord spoelde, en men dus alle ogenblikken bedugt was, dat door de veelheid van't water, het schip tusschen de tegen elkanderen aan staande hooge zien zoude omkenteren: § 113. Dat men in deezen aller ake„ „ligsten toestand gebleven zijnde, tot den 27:e der ged.:e maand Maart, wanneer dees woedende Orcaan eenigzints begon te bedaren, als toen alle mogelijke moeite was aangewend om de pompen die telkens onklaar raakten aan de gang te houden en de nog overgebleevene vleet van de masten in 't geheel quijt te geraken, en gaten tusschen diks te kappen, over comp
English
damages was also forced to call at the island of Mauritius in order to make the water run to the pumps. Paragraph 114: That, the weather having calmed down more and more, opportunity had thereby been obtained to examine and see what damage the ship and cargo, as far as one could trace such, had suffered, when it was found that, besides many and considerable damages to the ship itself, the powder magazine and all the powder barrels therein were underwater, and the bulkheads of the pens and the sail locker smashed to pieces, the rations and other goods completely wet, as also upon inspection in the hold the cargo had settled much and had shifted to the starboard side, everything one could see of it having become wet. Whereupon all the powder, which was thoroughly wet and completely ruined, and thus served only as too heavy a burden for the ship, had been thrown overboard. That in those circumstances, because of the damages suffered therein, the broad ship's council having been convened, it was then resolved to call at the island of Mauritius, being the nearest port, in order to repair the suffered damage there. Thus, a makeshift rig having been set up and everything being provided for as much as was feasible, the prow was turned thither. In what state the cargo was found there upon inspection, and how it was dealt with. Paragraph 116: That they meanwhile on 31 March had met the English ship The Valentine, coming from China and intending to go to Europe, from which they had obtained assistance of a few provisions, as well as a fore-topmast and topsail yard against the issue of a bill of exchange of 375 Spanish dollars on the Noble Directors at the Amsterdam Chamber, wherewith the voyage was continued until 12 April, when they arrived safely at anchor at the said island. Paragraph 117: That immediately thereafter, all necessary preparations having been made for the unloading of the cargo, for which a warehouse was rented, as well as for the repair of the ship, it was found upon inspection of the cargo that all the saltpetre had melted, the coffee beans and a large quantity of the pepper wet and ruined and rotted by fermentation from the hold, a parcel of bales of cinnamon and all the rice for provisions likewise altogether wet and ruined. Because the necessary masts, round timber, and materials for the repair of the ship could not be obtained in any other way, an entire ship also had to be purchased. So that all this ruined material, not being able to be reloaded, was thrown into the sea outside the harbor in the presence and oversight of a commission, after an inspection of it had been made by that commission on behalf of the Royal Court of Justice at Mauritius, while the packages of linen found wet were washed out, bleached, and dried ashore. Paragraph 118: That since there was no opportunity at that place to obtain the necessary spars, masts, and rigging in order to repair the ship and put it back in condition to navigate the sea, the officers had for that reason been forced to resolve to purchase a ship from private shipowners for a sum of 70,000 French livres, out of which the masts, rigging, and other necessities having been taken for the repair and equipping of the ship De Draak, the hull of that purchased ship was sold again by public auction for the sum of 8,700 livres. The ship De Draak, according to the statement of the officers, through the repairs made at Mauritius, being now fully capable of continuing the voyage to the Netherlands. However, a commission of seamen has been appointed to examine and inspect the ship and cargo. Paragraph 119: That after all this had proceeded with all possible dispatch with the restoration of the damage suffered to the ship, and to take in the remaining cargo again, as well as to provide themselves with the necessary provisions, the officers finally departed again on 22 October from the aforementioned island of Mauritius and steered hither. Paragraph 120: The said officers having also stated that their aforementioned vessel under their command, De Draak, after the repairs done to it at Mauritius, is currently in such a state that without any further repairs of importance it will be able to proceed with confidence on the voyage to the fatherland. Paragraph 121: We have nevertheless deemed it necessary, in the same manner as was done regarding the aforementioned ship De Paarl, to appoint a commission of sea and ship carpenters to inspect the said vessel De Draak and its cargo still on board, as much as can be investigated, as well as to examine the logbooks kept on that ship, in order to trace from them the reasons and causes why the said officers were forced
Dutch transcription
174 schaden mede genoodsaakt geweest is 't Eiland Mau„ zitiis te moeten aandoen § 115. om alzo het water bij de Pompen te doen lopen: §114: Dat het weer meer en meer bedaard zijnde, men daar door ge „leegendheid had bekomen omme te onderzoeken en tezien welke schade schip en lading so verre men sulks konde nagaan hadde ge„ „leeden, wanneer bevonden was dat behalven veele en Considerable schaden aan't schip zelve, het kruijt. „gat en alle de daarin zijnde kruijt= „vaten onder water stonden, en de stotten der hokken en het zeijlkooij instuk geslagen de Randsoenen en andere goederen geheel nat, Dat in die omstandigheeden Door de daarin geleeden, den breeden scheepsraad belegd ge„ „worden zijnde, men als toen had geresolveerd om 't Eiland Mau= „ritius al de naaste haven zynde aante doen, om aldaar de geledene als meede bij visitatie in't ruijm de Lading, veel gezakt en na stuur„ „boords zijde overgeschoten was: zijnde al wat men daarvan konde zien, nat geworden. waarop men al het kruit welk door en door nat en geheel bedorven was, en dus maar tot een te swaare last voor 't schip strekte over boord geworpen had. ald Schade 175 in wat toestand de lading aldaar bij visitatie bevonden en hoedanig daarmeede gehandeld is schade te Repareeren, des een wrak tuijg opgezet en alles zo veel doenlijk was, voorzien geworden zijnde, den steeven daarheen was gewend: § 116: Dat zijlieden intusschen op den 31 Maart hadden ontmoet het En„ „gelsk schip the valentine van China komende en de wil hebbende na Europa, van het welke zij adsistentien van eenige wijnige provisien, mits. dro „gad=n een voorsteng en marsz: rhaa tegens d' afgave eener wisselbrief van 375 Spaanse matten op de Edele heeren Bewindhebberen ter Camer Amsterdam hadden bekomen: waarmeede de reijze was voortgezet tot den 12 april wanneer behouden aan 't ged: Eiland ten anker kwamen: Dat immediaat daarop alle §117. nodige preparatien tot ontscheeping der Lading /:waartoe een Pakhuijs was ingehuurd :/ zo wel als tot re= „paratie van 't schip gemaakt zynde, bij de visitatie van de lading bevonden was, al de salpeeter gesmolten, de Coffij bonen en een grote quantiteit der peeper nat en door de broeijeng ui't ruim bedorven en verrot een parthij balen Caneel en al de Rijst voor Provisie meede ten eenemale nat en bedorven: Soo dat al dit bedorvene niet weder tot hebbende 176 hebbende vermits op geen andere wijze de benedigde masten, rindhouten en tot reparatie van't schip konde werden bekomen; meede een geheel schip moeten werden ingekogt. hebbende kunnen werden ingeladen, na dat daarvan door een Commissie van wegens 't koninglijk gerechtshoff te Mauritius inspectie was genomen ten overstaan en in presentie van die Commissie buiten de haven in zee was geworpen geworden; terwijl de nat bevonden lijwaat packen aan land uitgewassen, gebleekt en gedroogd waren: Dat vermits daar ter § 118. plaatze geene geleegentheid was, om de benodigde Rondhouten, masten en tuijg te kunnen bekomen, ten einde 't schip te Repareeren en wederom in Staat te stellen om zee te bouwen, zij overheeden om die reeden hadden moeten Resolveeren van particuliere Rheeders een schip te moeten inkopen voor een Somma van 70000 fransse livres uit het welk de matten, tuijg en andere benodigtheeden tot Re„ „paratie en toetuigen van't schip de Draal genomen zijnde, het hol van dat ingekogte schip weder P:r Publicque vendutie voor de Somma van 8700 livr=s verkogt geworden was. — Dat na dit alles met „ 5119. allen mogelijken spoed voorts gevaren 177 Het schip de Draak volgens opgave der overheeden door de reparatien te Mauretie geaaan, thans volkomen in staat zijnde om den reijze naar Nederland voort te zetten. is egter een Commissie van zelieden gesteld tot Exami„ „natie en visitatie van't schip om belading § 121. gevaren Sijnde, met het herstel der geleedene Schade aan 't schip, en om d' overgebleevene lading roe„ „derom inte neemen, mitsgad=s zig van de benodigde provisien de voorzien, zij overheeden eindelijk op den 22 October wederom van't voorm: Eiland Mauritius ver= „trokken en dit heen gesteevend waren Hebbende ged„e overheeden § 120. ook nog opgegeven dat hun E: voorsz: onderhebbenden Bodem de Draak na de reparatie aan dezelve te Mauritius gedaan zig Jegenwoordig in sodanige Staat bevind, dat Wij hebben egter nodig geoordeeld, inselvervoegen als omtrent het hier vorengem: schip de Paarl geschied is, een Commissie van Zee=en scheepstim= „merlieden aan te stellen n op gemelde bodem de Draak en desselfs nog inhebbende lading, zo veel kan werden nagegaan te visiteeren, als meede te Examineeren de Journalen op dat schip gehouden, ten einde uit deselven nategaan, de reden en oorzaken waarom deselve overheeden zijn genoodzaakt zonder eenige verdere reparatie van belang met gerustheid de Reijze na het vaderland zal kunnen vervorderen: sonder geweest
English
178 Section 122. of which the report, along with the statement of the officers and all other papers handed over by them here, will likewise be supplied to the Presidial Chamber, as a dutiful notification regarding the purchase made from Mr. Schuler of the nearby mentioned quantity of gunpowder. Arrival here at the Roads of the state ship the Princes Louisa. to have had to call at the Island of Mauritius, and at the same time to investigate what repairs were done to the ship there according to the declaration of those officers, and then to provide a written report thereof: which report, as well as the statement that will be given and sworn by the aforementioned officers, together with all the papers and documents handed over here for their justification, will likewise be supplied at the dispatch of the frequently mentioned vessel the Draak from here to the Presidial Chamber for which that cargo is projected. Section 124. And we furthermore take the liberty dutifully to bring to Your Right Honorable Excellencies' knowledge; that Mr. Schuler, as the shipowner of the French ship l'Auguste, and the same from whom the previously 179 mentioned Bourbon coffee beans shipped in the ship De Vreede were recently purchased, having subsequently also offered for sale to us a quantity of 8000 pounds of gunpowder at 12 stivers the pound, after the undersigned Secunde and Head Administrator Johannes Isaac Rhenius was authorized, if upon examination the mentioned quantity was found to be of good quality, with the exception however of anything thereof that might be spoiled, to purchase it on behalf of the Company; a quantity of 7900 pounds of the said gunpowder, 100 lb of that powder having been found unfit and unusable, was purchased from the said Mr. Schuler for the Honorable Company, subject to Your Right Honorable Excellencies' esteemed approval, at the aforementioned price of 12 stivers the pound, amounting to 1975 rixdollars, paid to him in common specie here from the treasury: to the end that, in case Your Right Honorable Excellencies should understand that this ought not to have been entered into, or that subsequently a copious and sufficient supply shall permit such, 180 and report regarding the grain harvest in the neighboring outer districts. While grain cultivation is being continued with greater vigor. if only one is provided in time with the necessary vessels for transport, to then be able to sell the aforementioned gunpowder again in moderate portions and still with a good profit for the Honorable Company to the inhabitants of the countryside, to serve for the relief of the embarrassment prevailing among them in that regard. Section 125. Regarding now the grain crop, we can impart the glad tidings to Your Right Honorable Excellencies in that respect, that through the favorable disposition of good Providence one may at present be assured of an unusually blessed grain harvest, Section 126. Just as grain cultivation in the region of Mossel Bay, according to the information obtained thereof, is also being continued with greater vigor, through the precautions taken for the delivery, receipt, and storage of the grains there, and provided that we, through Your Right Honorable Excellencies' favorable arrangements, may be provided in time with the requested necessary vessels, and that we hope, through the necessary means and measures already put into effect, to be able to provide the Indies with the required grain: 181 from there likewise a considerable quantity of wheat can be obtained. so that the scarcity here will cease, appointment of a provisional overseer over the delivered grains at Mossel Bay, and one will be able to store a year's supply. vessels for the transport of those grains hither, without which it will otherwise be and remain an impossibility to bring the products already delivered and yet to be received hither, a considerable quantity of wheat can in this year likewise be obtained from there: Section 127. And we can thus from all this hope and expect that the scarcity and dearness of provisions, which has prevailed for some time to the oppression of the inhabitants as well as to the great distress of the Honorable Company, will finally come to an end: Section 128. Whereby one will then also strive to achieve the objective of storing a year's supply in reserve for the Honorable Company in its warehouses: Section 129. And as we had the honor, in our humble express missive of April 25 of the past year, among other things also to advise Your Right Honorable Excellencies that the Dispenser Tobias Christiaan Rönnenkamp was authorized by us to look out for a person who, over the receipt and shipping
Dutch transcription
178 §122. waarvan 't berigt nevens 't Relaas der Overheeden en alle andere papieren door deselve alhier over gegeven, insgelijx aan de presidiale Camer zal, werden Gesuppediteerd pligtschuldige kennisge ving, nopens den gedanen inkoop van nevensgem quantiteit brisse kruit van de heer Schuler arrivement alhier ter Rheede van 's Lands schip de princes Louisa geweest 't Eiland Mauritius te moeten aandoen, teffens mede te onderzoeken welke Reparatien volgens d' opgave dier over= „heeden aldaar aan het schip zijn gedaan, en als dan daarvan te diene van schriftelijk berigt: welk berigt zo wel als het Relaas dat door voorm: overheeden zal werden ge geven en beEedigd, benevens alle de papieren en Documenten tot hunt, verantwoordinge alhier overgegeven, bij d' afzending van meermelde bodem de Draak van hier insgelijks aan de Pia. „sidiale Camer waar voor die inlading geprojecteerd is, zal. werden gesuppediteerd. — §124. En neemen voorts de vrijheid Uwe wel Edele hoog Agtb=rens nog d pligtschuldig ter kennisse te brengen; dat de heer Schuler als Rheeder van 't fransch schip l' Auguste, en denselven van wien de hiervoren. §123. Zijnde wijders op den 2: der meerm maand December insgelijks hier ter Caabsche Rheede gearriveerd 's lands schip van oorloge de Princes Louisa gecommandeert door den wel Edelen Gestr. Heer Capitain Grave van Rechteren het welk den 24 October 't laatst van't Eiland Boarbon dit heen ge„ „steevend is: zijnde geve 179 gem: int schip devreede afgescheepte Bourbonse Coffijbonen laatst inge„ „kogt geworden is, naderhand aan ons meede te koop aangeboden hebbende een quantiteit van 8000 ponden bussekruit tegens 12 stvr:s het pond, na dat den ondergeteekende secunde in hoofdadministrateur Johanna Isaac Rhenius was gequalificeerd om de gem: quantiteit als bij Exami. „natie van goede hoedanigheid be „vonden weezende, met uijtzondering nogthans van het geene daarvan bedorven zijn mogte, Comp: wegen inte kopen; onder Uwer wel Edele Hoog Agtb=re g'Eerde goed keuringe van het ged: bussekruijt een quan „titeit van 7900 ponden, als zynde 100 lb van dat poeder niet bekwaan en onbruijkbaar bevonden van ged. heer schiler voor d' EComp:e in= „gekogt geworden is, tegens de voorsz: prijs van 12 Stver: het pond, bedragende Rx 1975: — in gemeene specie alhier uit de Cassa aan hem betaald: ten einde zo wanneer Uwe welEdele hoog Agtb. verstaan mogten, dat hierinne niet hadde behoren te werden getreeden, ofte dat naderhand eenen ruijmen en genoegsamen voorraad zulx zal komen te permitteeren, van het 180 enberigt betreffende den graanvoget in de nabij geleegene buiten dist ueten Terwijl den graanbouwom met meerder magt voort „gezet zijnde wanneer men maar in tijds van de nodige vaartuigen tot transport werde voorzien het voorsz: buisekruijt als dan en matige ponsien nog met goed voor„ „deel voor d' EComp:e weeder te kunnen afzetten aand: Ingezeetenen den platten lande, om te dienen tot ver= „vulling van de verleegentheid welke er daaromtrent bij dezelve heer scht. § 125. Betreffende nu het graan geweesch, kunnen wij uwe wel Edele hoog Agtb. dienaangaande de blijde tijdinge meede deelen, dat men door de gunstige beschikkinge der goede voorzienigheid zig thans van een buiten gewoon gezeegende graan oogst kan verzekerd houden § 126. Gelijk ook den graanbouw om„ Steke de Mosselbaaij ook; Streeks de Mosselbaaij na de infor„ „matien welke men daarvan bekomen heeft, met meerder magt voortgezet zijnde, door de genomene voorzorgen tot de leverantie, ontfangst en berging der granen aldaar, en bij aldien wij door Uwe wel Edelen hoog Agtb=re gunstige bestellingen intijds mogen werden voorzien, van de verzogte benodigde vaar„ en dat wij hoppen door de bereyds in het werk gestelde nodige middelen en maatregulen, Indien van het benodigd graan te zullen kunnen voorzien: tuigen 181 van daar insgelijks een aanzienlyke quantiteit Tarwe zal kunnen werden erlangd. heid alhier ophouden aanstelling van een pro: visioneele op zigter over de geleverde granen in der kosfelbaar en men in staat zijn zal om een Iaar voorraad op teleggen „tuigen tot transport dier granen na herwaards, zonder dewelke het anderzints eene onmogelijkheid zal zijn en blijven om de bereijds gelee „verde en nog te ontfangene pro„ „ducten na herwaards op de brengen, in dit Iaar van daar insgelijks een aanzienlijke quantiteit Sarwe„ sal kunnen werden erlangd: §127: En kunnen wij dus uit dit „ waardoor als dan de shaar een en ander hoppen en verwagten dat de schaarsheid en duurte der Levensmiddelen welke eenigen tijd lang, zo wel tot drukking der Ingezeetenen als tot groot beswaar van d' EComp:e heeft geheer skt, eijn §129. — Engelijk wij d' Eere hebben gehad bij onze onderdanige axparsen Missive van den 25 April des voort: Iaars, Uwe wel Edele hoog Agtb„e onder anderen meede t' adviseeren dat den Dispencier Tobias Christiaan Rönnenkamp door dus was gequalificeerd geworden omme te zien na een persoon die over den ontfangst en afscheep „delijk eens zal komen &p tehouden: §128: waardoor men dan ook zal tragten te bereeken, het oogmerk om een Iaar in voorraad voor d'EComp=e in haare Magazijnen op te leggen: „delyk 8
English
182 received private reports that a most severe hurricane is said to have raged on the Coast of Chormandel and the Island of Ceilon. Therefore, some wheat shall be shipped thither from here with the afore- mentioned private ships. and that besides other damage, the rice crop on the said Island is said to have been destroyed by the inundation of the sea. might keep supervision over the wheat in the Mosselbaaij; we have since provisionally appointed thereto the Sailor Nicolaas Iacob Doman, and that however without an increase in his wages. §130. While discussing this matter of products, we also cannot fail to bring further to the knowledge of Your Right Honourable Noble Worships how we have been informed here by private reports that a heavy and most severe hurricane is said to have raged along the Coast of Chormandel and on the Island of Ceilon, whereby, besides other significant damages that have been caused by the inundation of the sea, and which cannot yet be stated with certainty, the rice crop on Ceilon especially is said to have been entirely destroyed; which news, although requiring further confirmation, we nevertheless considered to be of so much importance that it has caused us to resolve to ship at once to Ceilen, with the aforementioned four private ships which shall serve for the transport of the Meuron Troops, as much wheat, against the requisition expected from there, as we can in any way spare from our presently small stock in the Company's warehouses, and as can conveniently be stowed in those ships. 183 transmitted requisition for cement for the masonry work on the fortification and concerning the beside-mentioned English ship from Helenabaaij departure of the English convoy under command of the Lord Commander Philip from here to the Indies §131. A quantity of 100 barrels of cement being required for the service and use of the masonry work on the fortifications here, we take the liberty to present the requisition drawn up for it to Your Right Honourable Noble Worships herewith, with the humble request that it may be fulfilled at the earliest opportunity. §132. The English convoy that arrived here in the roads from Europe on the 13th of October of the past year, concerning which notice was given in our last humble dispatch of 2 November, mentioned several times hereinbefore, having sailed onward from here to the Indies on 12 November, we shall furthermore dutifully note herewith: that the English ship which, according to our respectful advice of 11 September of the past year, had appeared in S.t Helenabaaij, has since that time lingered on and off the aforesaid bay, and as it is 184 another ship of that nation having subsequently arrived again in the same bay presumed, has occupied itself with whaling; having once attempted to send some men ashore with a small vessel, this was however prevented by our military detachment, and the same finally, according to the report received from the officer of that detachment, Lieutenant Frans Schumacher, having left the repeatedly mentioned bay on the 8th of the aforesaid month of November, after having remained in sight of the same for several more days, put out to sea from there and departed. §133. Whereupon, according to a further report received from the said officer, on the 6th of December thereafter, yet another ship carrying the English flag appeared in the aforesaid S.t Helenabaaij; from which, on the following day, the Captain and two sailors armed with muskets came ashore, and presented themselves directly to the aforementioned officer of our detachment, who upon inquiring after the intention of their arrival, the Captain had stated that he had only come to buy up some refreshments; which ship, named the Ternepek and equipped with 40 hands for whaling, was commanded by Captain Jok. And the repeatedly mentioned officer Schumacher communicated to the said English Captain our orders that he could obtain no refreshments nor water there, and in case he wished to provide himself with either, he, the Captain, was then to put into Tafelbaay or Baaij Fals; whereupon that Captain had professed not to have known that it was not permitted for foreign nations to touch at S:t Helena baaij, and to be allowed to come ashore there, and that he, the Captain, never having been there before, would directly 185 which was however likewise forbidden to provide itself with water and provisions there without however having received further report up to now whether that ship has since departed, or is still lingering thereabouts. return on board and depart from there with the first suitable opportunity. But that the said Captain had made little haste with this, as the said ship was still lying there at the dispatch of this report, and since no further report concerning this has since been received, it must therefore be assumed that the aforementioned English ship will for the present still be lingering on and off the repeatedly mentioned bay. §134. By the Captain Lieutenant Military at this Castle
Dutch transcription
182 ontfangene particuliere berigten dat op de Cust van Chormandel en het Eiland Ceilon een aller- „heeviget orcaan zoude hebben gewoed. des met de nevens gem: par„ „ticuliere scheepen eenige Tarwe van hier naar der„ waards zal werden afge „scheeps. en dat behalven andere schaden het rijstgewasch op 't evengemeld Eiland door d'inundatie der zee zoude weesen verneeld. der Tarwe in de Mosselbaaij toezigt zoude kunnen houden; hebben wij seedert daartoe provisioneel aan. gesteld den Mattroos Nicolaas Iacob Doman, ende sulx egter zonder verhoging zijner gagie. — §130. kunnende wij ook niet voorbij onder het verhandelen deeser materie van producten uwe wel Edele hoog agtb: nog ter kennisse te brengen hoe dat men door Particuliere berigten alhier is g'informeerd geworden, dat langs de Cust van Chormandel en op 't Eiland Ceilon een swaar en allerheevigste Orcaan zoude hebben gewoed, waar door, behalven andere importante schadens, die door de inondatie der zee is veroorzaakt geworden, en welke men egter niet zeker weet op te geeven, voornamentlijk het rijstgewas op Ceilon ten eene. „maal zoude weezen vermeld; welke tijdinge of schoon wel nadere Confirmatie verEijschende, wij egter 1 van zo veel importantie hebben geconsidereerd, dat hetzelve ons heeft doen besluiten, om ten eersten met de hiervoren gem: vier partic: scheepen, dewelke zullen dienen tot Transport der Meuronse Troupes, zo veel Tarwe naar Ceilen door op 183 overgaanden Eijsch van cement tot het metzel„ werk aande fortificatie en van het bezyden gemeld Engelsch schip uitsale Helenabaaij vertrek van 't Engelsch Convoij onder bevel van de heer Commandeur Philip van heer naar d' Indien op de van daar verwagt werdende Eysch aftescheepen, als wij van onzen tegenwoordig geringen voorraad uit 'sComp Maguazijnen eenig zint missen kunnen, en met gevoeglijkheid in die scheepen zal kunnen werden geborgen. — § 131. Ten dienste en gebruik van het Metzelwerk aan de Fortificatiën alhier een quantiteit van 100 vaten Cement benodigd zijnde / neemen „de daarvan geformeerde Eijsch C wij de vrijheid Uuwe Wel Edele hoog Achtb: in deezen aantebieden, met onderdaneg verzoek dat aan deselve met d'eerste geleegentheid moge werden voldaan. - § 132. Het op den 13 October des voort. Iaars uit Europa hier ter rheeden gearriveerd Engelsch Convooy waarvan bij onze hier voren te meermalen gerepte laatsten onderdanige van 2 Novembr advis gegeven is, den 12 Novbr van hier verder naar d Indien voortgesteevend weezende, sullen wij hier bij nog pligtschuldig no„ „seeren: dat het Engelsch schip hetwelke volgens ons Eerbiedig advis van den 11 Septbr: A:o pass:o in de S„t Helenabaan was verscheenen, zig zedert dien tijd af en aan de voorsz: baaij, en zo Het men 184 zijnde naderhand wederom een ander schip dier Natie in deselve baaij aangekomen men praesumeerd met de walveshwangs opgehouden heeft: wel eens getragt hebbende met klein vaartuig eenige manschappen aan land te zenden, is zulx egter door ons Militair Com„ „mando belet geworden, en heeft hetzelve eyndelijk volgens bekomen Rapport van den officier van dat Commando den Lieutenant Frans Schumacher Novbr op den 8:' der voorsz: maand Februarij de meerm: baaij verlaten zijnde, na nog eenige dagen in't gezigt derselve te hebben gebleeven, van daar in zee gestoken en vertrocken. — §133. Waarna volgens ingekomen nader berigt van ged: officier op den 6 Decbr: daaraan wederom een ander schip meede d' Engelsse vlag voerende in de voorsz: S„t Helenabaaij verscheenen is; van het welke daags daaraan den Capitain en twee mattroosen met geweeren gewapend aan land gekomen zijn, en zig direct hebben vervoegd bij voorm:e Officier van Ons Commando op welkers afvrage na d'intentie van hunt: aankomste den Cap:n hadde opgegeven alleen gekomen te zijn om eenige vervenes„ „singen op te koopen: welk schip de Ternepek genaamd en met 40 Coppen tot den walvish vangst g'Equipeerd was, gecommandeerd daaraan door 2. 185 aan het welk egter meede belt geworden is, zig van water en provisien al. „daar de voorsien zonder dat men egter tot nog toe nader berigt - heeft ontfangen of dat schip zedert vertrocken is, dan wel zig daaromtrent nog ophoud. door den Cap=n Jok: En heeft meerm: Officieren Schumacher aan Ged: Engelschen Capitain gecommuni= „ceerd onze ordres, dat aldaar geene ververssingen nog water konde bekomen, en bij aldien zig van 't een en ander wilde voorzien, hij Cap:n als dan de Tafelbaay ofte Baaij Fals hadde binnen te loppen: waarop dien Capitain betuigd had niet geweeten te hebben dat het aan vreemde Naken ongepermitteerd was de S:t Helena baaij aante doen, en aldaar aan land te mogen komen, in dat hy Cap:n: nimmer bevorens aldaar geweest zynde, zig direct §134. Door den Capitain Lieutenant Militair ten deezen Casteele wederom na boord begeven en met d' eerste bekwame geleegendheid van daar vertrekken zoude. dan dat ged: Capitain daarmeede weinig spoed had gemaakt, alzoo het gem: schip bij de afsending van dit Rapport aldaar nog was leggende, en nadien men sedert geen nader berigt dienaangaande be„ „komen heeft, moet men dus vast stellen dat 't voorm: Engelsch schip zig voor als nog af en aan de meorm. baaij zal ophouden. — wederom Ber
English
Captain Lieutenant van Balen having requested of us by petition permission to depart for the fatherland in order to attend to his affairs, namely to care for his minor children residing in the fatherland and other pressing family matters, and that he might be favored on our part with letters of recommendation to Your Right Honorable Lordships, so that after having conducted his affairs, if he is inclined to return to this region, he might obtain from Your Right Honorable Lordships the favor of doing so under his aforementioned rank in the service of the Honorable Company; we have therefore permitted the said Captain Lieutenant van Balen to sail over to the Netherlands with suspension of salary for the aforementioned purpose on the bearer of this, the private ship de Jonge Iacob, provided he behaves according to the charter party entered into by the Company with the owners of that vessel. 135. And since the said van Balen has always been of good conduct, and in his respective services which he has performed for about 12 years in the garrison here has continually given complete satisfaction, we take the liberty very respectfully to request Your Right Honorable Lordships to take favorable regard of the aforementioned petition made by him for a return hither in his same rank. 136. Furthermore, to fill the adjutant post in the corps of the undersigned Colonel Gordon, in place of the aforementioned Captain Lieutenant van Balen, Sergeant Jacob Thieleman has been appointed as ensign and adjutant, subject to the honored further approval of Your Right Honorable Lordships. 137. Whereas by our humble letter of 23 December of the year 1785 Your Right Honorable Lordships were among other things dutifully notified of the appointment of the private clerk Johannes Fredrik Kirsten to pay transferer, we subsequently, under date of the first of July of the year 1786, very respectfully submitted to Your Lordships that, since the rank of junior merchant had been attached without interruption to the said office of pay transferer for a great many years, we therefore thought we might trust that Your Right Honorable Lordships would deign to take favorable regard of the respectful request already made on his behalf to that end upon his appointment as private clerk for the aforementioned rank of junior merchant, about which, however, some hesitation had arisen among Your Lordships at the time, and that consequently it was not deemed necessary to dispatch a new petition on his behalf for that purpose. 138. The aforementioned pay transferer Kirsten having since requested of us by petition that he might be granted permission to transmit a further petition to Your Right Honorable Lordships under the Company papers to obtain the rank and salary of junior merchant, we thought we could not refuse this to him, and consequently granted him the transmission of that further petition to Your Right Honorable Lordships, with the respectful request that favorable regard may be taken thereof. 139. We further find ourselves obliged to bring to the notice of Your Right Honorable Lordships that, in view of the aforementioned increasing uncertainty in which one currently finds oneself regarding the durability of the peace, and because of the concerning misgivings that have repeatedly arisen previously about the disadvantageous use that could be made by the enemy of the convicts on Robben Island and the situation itself of that island, for so long as no greater security shall be taken against it, we have therefore thought it best, after the necessary preparations shall have been arranged beforehand to properly guard and isolate the said convicts here, to have all of them transferred hither, together with the guard placed over them on the aforementioned island. 140. The officers of the aforementioned ship de Paarl having also delivered here four packets addressed to Your Right Honorable Lordships and received by them at Ceylon, we take accordingly
Dutch transcription
186 den Capn Lieut:n van Balen om tot het verrigten zijne te vertrecken. werdende Uwel Edele hoven agtb: erbiedig st versogt denselven daartoe genegen zijnde wederom in zijn qualiteit na herwaards telaten retourneeren verleende permissie aan Bernardus Cornelis van Balen, affaires naar vaderland aan ons bij request verzoek gedaan zijnde, om ter verzorging zijner zig in't vaderland bevindende onmondige kinderen en andere dringende familie zaken na der= „waards te mogen vertrecken, en dat hij van onsentwegen met voor„ schrijvens aan uwe welEdele hoog Achtb=ren mogte werden begunstigd, ten einde na het verrigten zijner affaires geneegen zijnde, na dit gewest weder te keeren, zulx onder zijne voorm: qualiteit in dienst der E Comp:e van uwe wel Edele hoog Agtb:s zoude mogen obtineeren, hebben wij oversulx aan ged: Cop.n Lieutenant van Balen gepermit„ „teerd om met stilstand van gagie ten fine voorsz: met brenger deeses het Particulier schip de Jonge Iacob naar Nederland over te vaaren, mits zig gedragende na de Cherte parthij door de Comp„e met de Rheeders van dien Bodem aangegaan. — §135. En nadien denselven van Balen altoos is geweest van een goed Com. „portement, mitsg=rs in zijne resp:e diensten dewelke omtrent 12 jaar „ren ui't Guarnisoen alhier heeft gepreesteerd, steeds volkomen hebben genoegen 187 zynde in desselfs plaats tot adjudant bij heda „taillon en als vaandrig, aangesteld, den sergeant Jacob Thieleman den geheijmschrijver kinsten nader versoek hebbende gedaan ter obtenue van de qualiteit en gagie van onderCoopman §137 genoegen heeft gegeven; zo nemen wij de vrijheid uwe wel Edele hoog agtb:e zeer Eerbiedig te verzoeken, op het voorm. door hem gedaan suplicq tot te rugkomst na her „waards in zijn zelfde qualiteit favorable Reguard te willen nemen: zijnde verders tot vervulling § 136. van de aajudants plaats, bij het Corps van de ondergeteek„t Collonie Gordon, in steede van opgem: Ceapit=n Liutenant van Balen ter g'Eerde nadere approbatie Uwer wel Edele Hoog Achtb=ren aangesteld tot vaandrig en adjudant den Sergeant Jacob Thieleman. - By onze onderdanige Letteren van den 23 Decbr: des Jaars 1785. uwe welEdele Hoog Achtb=ren onder anderen meede pligtschuldig kennisse gegeven zijnde, d'aan= „stelling van den geheijm schrijver Johannes Fredrik Kirsten tot zoldij overdrager, hebben wij naderhand sub dato p=mo Julij des Iaars 1786. hoogst deselve Eerbiedigst voorgedragen; dat nadien aan 't ged: ampt van zoldij overdrager, geduurende een menigte van Iaaren herwaards onafgebroken was geattacheerd geweest de qualiteit van onder Bij Coopman 188 en daarop aan hem glac„ cordeert zijnde, des wegens request aan uwe welEdele hoog agtb: te mogen over senden versoeken wij hoogst de„ zelve Eerbiedigst, favona= bel requard op dat ver„ soek te willen slaan Coopman, wij dues uit dien hoofde meenden te mogen vertrouwen dat uwe wel Edele Hoog Achtb=rens op het voor hem ten dien eijnde bij d' aanstellinge als geheijm= schrijver reeds gedaan Eerbiedig verzoek, om de voorsz: qualiteit van onderkoopman, dog waar„ omtrent bij hoog Htdezelve der tijds eenige bedenkelijkheid was ontstaan, wel gunstig reguard souden gelieven teneemen, en dat dierhalven niet nodig was geacht. geworden van zijnent weegen daartoe op nieuw een Supplicq te laten afgaan: § 138. Door voorm: zoldij overdrager kinsten, zedert aan ons bij request verzoek gedaan zijnde, dat aan hem mogte werden geaccordeert een nader verzoekschrift ter obtenue van de qualiteit en gagie van onder Coopman aan Uwe wel Edele hoog Achtb=re onder 's Comp:s papieren te mogen overzenden, hebben wij gemeend sulx aan denzelven niet te kunnen wijgeren, en derhalven d' overzending van dat nader Request aan Uwe ren wel Edele Hoog Agtb=re aan hem geaccordeerd, met Eerbiedig dat verzoek daarop favorabel Door Reguard 189 de Barmelingen op 't Robbenhiland, zo wel als de bezetting aldaar, sullen om de nevensgem: reedenen na herwaards overgevoerd werden § 140. overgaande Pacquetten met 't schip de Paare aangebragt. Regard mag werden geslagen. — §739. — Wij vinden ons voorts nog verpligt ter kennisse van uwe wel Edele hoog agtb: te moeten brengen, dat uit hoofde van de voorm: meer en meer toenee„ „mende onzeekerheid, waarin men thans ten aanzien van de duurzaam „heid der Vreede verseert, en om de voorheen te meermalen opgekomene zorgelijke bedenkingen over het na= „deelig gebruik dat door den vijand van de Bandisen op het Robben ƒ Eiland en de Tituatie zelve van dat Eiland zoude kunnen werden ge: „maakt, voor zo lange geene meerdere Door d' overheeden van het voorwaards gem: schip de Paarl alhier mede afgegeven zijnde vier pacquetten aan uwe Wel Edele hoog Achtb=re gesuperscribeerd en door hun te Ceilon ontfangen, nemen wij over sulks verzeekering daartegen genomen zal zijn, wij oversulx best gedagt hebben, na dat vooraf de nodige preparatien zullen zijn verzorgt, om de gemelde Bannelingen alhier wel te kunnen gade slaan en afzonderen alle deselve nevens de over hun ten voorsz: Eilande gestelde wagt, na herwaards te doen overvoeren. — ver s de den
English
of which the largest had been opened by the authorities, but was resealed here. Arrival here of Mr. de Souillac, former Governor-General of Mauritius, and of two ambassadors of the Sultan Tippu Sahib with their retinue. the liberty to send over these same packets enclosed alongside this in a separate small box; one of those packets, specifically the largest, having been opened on the voyage by the said authorities for reasons, as they reported, and out of fear that the enclosed papers would be eaten through and destroyed by the cockroaches that had already nested within them in great numbers; which packet was resealed here in the presence of the captain of the aforementioned ship de Paarl, Cornelis in 't Anker, with a new envelope, and alongside the Company's seal, was also sealed by the said captain himself with his own. Section 141. We also have the honor to inform Your Right Honorable Worships that on the 2nd and 3rd of this month, there successively appeared here in the roadstead the French royal ships La Précieuse and L'Aurore, on the former of which Mr. de Souillac, former Governor-General of Mauritius and the further French establishments in the Indies, is returning to France; and on the other, two ambassadors of Sultan Tippu Sahib to the Court of France, having with them a large retinue; who, with that distinction corresponding to their high offices, were received here. Section 142. Arrival of the outbound ship Dordwijk. And whereas the said de Souillac, after having been received ashore here in the usual manner with honors befitting His Honor's character, insisted that, because of the good effect which His Honor believed lay in the said embassy for the Dutch Company as well as for the French nation, the aforesaid persons might be received here with such distinction as corresponded with their high office, just as had also been done at Isle de France, we thought we ought not to fail herein. Wherefore the same persons were yesterday likewise fetched and received with all the honor and solemnities that we could provide to express high esteem for their sovereign; which we hope may be regarded by Your Right Honorable Worships as well done. After this had already been written off thus far, yesterday in the afternoon the ship Dorswijk, equipped by the Chamber Rotterdam, arrived safely here with 3 deceased and 0 disabled. Wherewith concluding this, we commend Your Right Honorable Worships' precious persons, as well as Your Company's weighty interests, to the protection of the Almighty, remaining with dutiful and respectful devotion, Right Honorable, Respected, Highly Esteemed, Highly Wise, Provident, Very Generous and High Governing Lords, In the Castle of Good Hope, the 5th of January 1788. Your Right Honorable Worships' very humble, faithful and obedient servants, C. J. van de Graaff Chenius R. J. Gordon P. V. Suuur G. Gover Postscript: The outbound chartered ship de Geertruyda having come to anchor under Dassen Island on the 30th of December last, today the 3rd of January aforesaid in the afternoon, the junior merchant Oosterzee assigned to that vessel crossed over from there hither with the ship's boat, reporting that the said ship had departed from the Fatherland on the 8th of August last and had suffered sixty-seven deaths en route, that 74 men were still lying sick in their hammocks, and the rest of the crew was in a very weak and miserable condition, which state was principally attributed to the bad water; whereupon a shore boat with 35 able seamen, as well as provided with water and refreshments, was immediately dispatched to the said ship to assist it in reaching this roadstead, from which we hope to experience a good effect upon the rise of a favorable northwesterly wind. Furthermore, upon the closing of this, yesterday the 6th of January, the Company's outbound vessel de Schelde arrived safely here with 4 deaths and 57 sick. Per the Dutch private ship Jonge Jacob to the Fatherland. To the Honorable Lords Directors of the Presidial Chamber of the East India Company in Amsterdam. Number 1. Right Honorable, Respected, Highly Esteemed, Highly Wise, Provident, and Very Generous Lords, Governing Lords! With the Dutch private ship den Onzekeren, returned from Batavia and sailed onward from here to the Netherlands on the 10th of November last, we had the honor to write last to Your Right Honorable Worships under date of the 2nd of the same month prior, whereby, among other things, the arrival of the ships de Vrouw Sara Hindrina and de Zeevaart having been advised, and that the first-named, having already departed for Batavia, was soon to be followed by de Goede Verwachting and de Zeevaart, we can now further report to Your Lordships that the said two ships successively continued their voyage on the 6th and 24th of the aforementioned month of November; subsequently, on the dates alongside mentioned, the following ships, also dispatched by Your Right Honorable Worships, arrived here in the roadstead, namely: 6 November, 1 private ship 't Drietal Handelaars; 24 ditto, Stavenisse with 38 dead, 124 sick; 27 ditto, de Phoeniciër, 22 dead, 33 sick, which lay from the 18th to the 26th of August for refreshment at the island of São Tiago; 7 December, Leiden with 11 dead, 75 sick; of which vessels the private ship 't Drietal Handelaars has already sailed onward from here to Batavia on the 16th of December, the other three ships having remained in the roadstead.
Dutch transcription
190 van dewelke het grootste door d'overheeden geopend geweest, dog alhier weder aankomst alhier van den heer de Souillac geweesen gouverneur generaal te Mauritius. van den sielvan seboe zaib met hun gevolg. de vrijheid dezelve pacquetten in een apart Casje besloten nevens deezen overtezenden: zijnde eene dier Pac= „quetten, en wel het grootste door gem Overheeden op de Reijze geopend ge„ gesloten geworden is. worden, om reedenen, gelijk dezelve hebben opgegeven, en met vreeze dat de ingeslotene papieren door de kakker. „lakken, die zig in groote menigte be„ „reids daarin genesteld hadden, zouden werden doorvreeten en vernield; welk pacquet alhier in praesentie van den Cap:n van het opgem:e schip de Paarl, Cornelis in't Anker, met een nieuw enveloppe wederom gesloten, en nevens's Comp:s Cachet, met dat van § 141. Wij hebben nog d'Eer Uwe wel Edele Hoog, Achtb=ren te berigten, dat op den 2 en 3 deezer, successivelijk hier ter rheede zijn verscheenen de Fransche konings scheepen la Preticuasen en L'etuirore, op welk eerste na Frank „rijk retourneerd den Heer de Souil„ lac, geweesen Gouverneur Generaal van Mauritius en de verdere Transche Etablissementen in Indiën; en op het andere twee ambassadeurs van en van Twee Ambassadeurs den Sultan Tiboezaib, na het Hof van Frankrijk, bij zig hebbende ged: Capitain door hem zelve meede verzegeld geworden is. — geden een 191 dewelke met die distinc= „tie met hune hoge Charges overeenkomende, alhier gerecipieerd zijn § 142. arrivement van't Uitkomend schip Dordwijk een groot gevolg; En dewijl gem: de Souillac na op de gewone wijze met honneur aan zijn Ed: Caracter voegende hier aan land te zijn ontfangen insteerden, dat om het goed Effect welke zijn Ed meende dat voor de Hollandsche Maatschappij zo wel als voor de Ambassade fransche Natie in de gemelde gelegen was, de voorsz: Perzonen, even als te Isle de France mede was geschied, met die distinctie alhier mogten werden gerecepieerd, als met hunne hooge Charge overeen. „kwam, hebben wij gemeend hier inne niet te mogen manqueeren, Zijnde na dat deezen tot dus „verre bereijds was afgeschreeven gisteren in den namiddag be „houden alhier aangeland het bij de Camer Rotterdam g'E. „quipeerd schip Dorswijk Weshalven ook dezelve Perzonen gisteren insgelyx met al het honneur ende solemniteiten zijn afgehaald en ontfangen geworden, die wij hebben kunnen toebrengen om hoog achting voor hunnen vorst uit te drukken: het welk wij hopen dat bij Uwe welEdele hoog Achtb=rens als wel „gedaan mag werden beschouwd.. - Nes met - 192 met 3 overleeden en D impotenten. Waarmeede deezen fineerende be„ „veelen wij uwer wel Edele hoog Agtb: dierbare Perzonen, zo wel als UE. Comp: gewigtige belangens in de bescherminge des Alderhoogsten blijvende met schuldig en Eerbied. Wel Edele Erntfeste, Hoog Agtb: Hoog Wijze, voorzienige, zeer Genereuse en Hoog Gebiedende Heeren In 't Casteel de Goede Hoop den 5. Jannuarij 1788. Uwer wel Edele Hoog Agtb=ren zeer ootmoedige, getrouwe en Gehoorz, Dienaren P: S: Het uitkomend ingehuurd schip de Geertruyda op den 6 Nimol Graaff: 30: december laatstl: onder het dassen Eiland ten anker gekomen zijnde, is heeden den 3: Janu=s voormeld in den namidde „Chenius den op dien bodem bescheijdenen t onderkoopman Oosterzee met de scheeps boot van daar herwaards R: I: Gordon overgekomen, berigt geevende, dat het gem: schip den 8: aug=o pass=o uit het Patria was vertrokken, en onderweeg zeven en sestig doden bekomen had, dat nog 74. man ziek in de kooij lagen, en P: V: Suuur de overige Equipagie, zeer zwak en mise„ „rabel gesteld was, welken toestand voor„ „namentlijk wierd toegeschreeven aan het slegte water: zijnde daar op dadelijk Guwer een landsboot met 35 bekwaame zeeanende, mitsg„s van water en ververssingen voorzien na het gem: schip afgezonden, om hetzelve tot het bereiken deezer rheede behulpzaam te zijn, waar van wij hopen bij het opkomen eener gunstige N: W. Wind het goed Effect te zullen mogen ondervinden. — zijnde voorts onder het sluijten deeser op gisteren den 6 Jann=i behouden alhier aangeland 's Comp:s uit= „konenden bodem de schelde met 4 doden 57 zieken Uwerz 193 Pr. het Holt. part Patria- Aan de WelEdele Heeren Bewindhebberin Oost Indische Compagnie presidiate Wel Edele, Erntfeste Groot agtb: wel wijze; schip A: Jonge Jacob- voorzienige en zeer genereuse Heeren! Gebiedende heeren! Met het hollandsch portic schip den onzeekeren van Batavia geretourneerd en den 10„e Nov: laatstl van hier naar Nederland voortge„ stevend, hebben wij d'Eer gehad Amsterdam No 1. ^ laaste 194 't laatst aan uwe welEdele groot agtb. te schrijven, onder den 2 dito bevorens, waar bij onder anderen g'adviseerd geworden zijnde, het arrivement der scheepen de vrouw 6. Nov . 1 Partschip 't Drie tal handelaars 24. d o Stavenisse met: 38 dooden 124. zieken Sara Hindrina, in de Zeevaard, 27. d. o de Phanicier „ 22 _ 33. _o en dat het eerstgeme: bereijds naar dat van den 18 tot den 26e aug:s Batavia vertrokken zijnde, binnen ter ververssing aan 't Eyland korten door de goede verwagting en P Jago. gelegen heeft. de zeevaard stond te werden gevolgd, 7. deo: Leijden met 11 dooden 75 zieken kunnen wij hoogst dezelve thans nader berigten, dat ged:en twee schepen van welke Kielen het particulier successive den 6. e en 24. der opgem: schip het drie talhandelaars maand Nov: hunne Reijze voort¬ bereids den 16e dec: van hier naar gezet hebbende, naderhand op de Batavia voortgesteevend weerende hebbende andere drie scheepen bezijden gem: datums hier ten Rheede gearriveerd zijn, de vol„ „gende bij uwe wel Edele groot agtb:r mede afgevaardigde scheepen Namentlijk Rheede Stavinessen
English
Stavenisse, the Phenix and Leyden, having yesterday received their dispatches, and thus also lie ready to sail to undertake with the first favorable opportunity their further voyage to the capital of the Indies. Just as likewise successively on the 25 Nov., 3, 8, and 20th Dec. past have arrived safely at this government the chartered private ships Josephus the Second, the Vrouwe Johanna, the Drie Gebroeders, and 't Fortuyn, with which the troops dispatched from the Wurttemberg Regiment were brought over here, all necessary preparations are now being made, in accordance with the received orders, to put those ships in a state to take in as many men from the garrisoned Regiment van Heuron stationed here as can properly be accommodated on them, in order to be transported to Ceylon. Furthermore, on the 12th of the aforementioned month Nov., very unexpectedly, off Robben Island and from there arriving here in the roadstead, appeared the Ceylon return ship the Paarl, which vessel was designated for your Right Honorable Chamber. According to the report and the account given thereof by its officers, having departed Ceylon on the 25 Novr. of the year 1786, it was overtaken on the 26th Dec. following, at the South Latitude of 17 degrees and Longitude of 93 degrees, by a violent hurricane, in which the main and mizzenmasts went overboard and were lost, and the ship was also rendered considerably leaky and brought into such a helpless condition that its officers were obliged to resolve to put in at the island of Mauritius. Where, upon inspection of the cargo, all the saltpeter was found melted, the coffee beans and a large part of the pepper completely rotten and spoiled due to the leakage, shipped seawater, and fermentation in the ship, which therefore had to be thrown into the sea, the linen bales wet and mildewed, which were however immediately washed out in fresh water, bleached, and dried. That, because at Mauritius aforesaid there was no possibility of obtaining the masts, spars, rigging, etc., needed for the repair of the ship the Paarl, the officers were therefore compelled to purchase an entire ship from private shipowners. Whereafter, the said ship the Paarl having been repaired as much as possible from the suffered damages and the remaining cargo having been reloaded, that vessel departed on the 15 April from the roadstead of Port Louis and turned its bow toward this Cape. But on the 15th May, being overtaken by a severe gale from the west, the side seams were worked open again by heavy laboring and the ship became considerably leaky, such that besides three pumps kept steadily going, the royal pump also had to be put to work. And since the stormy weather continued with contrary winds, whereby they were placed in uncertainty as to how long they might have to struggle at sea with a weak and leaky ship and a crew worn out by new calamities before they could obtain an opportunity to sail to some safe harbor under the Company's jurisdiction, its officers, for all these cited reasons, resolved on the 8th of June, for the preservation of ship, cargo, and souls, to bear away for Delagoa Bay in order to have the ship caulked there as much as possible and to provide for the missing provisions. That, pursuant to that resolution, having arrived at Delagoa Bay on the 30th of June and the ship having been caulked and repaired inside and outboard, they departed from there again on the 12th of Oct. All of which your Right Honorable will be able to observe in more detail from the account given and sworn here by the officers of the aforementioned ship the Paarl, of which we have the honor to transmit herewith an original copy to your Right Honorable. Upon the aforesaid received report of the officers, a committee of maritime and ship carpenters was immediately appointed by us, not only to examine the logs kept on the said ship the Paarl, but also, as far as could be determined at the time, to survey and investigate the condition of that vessel and the cargo it carried. And from the report made on that matter, it having appeared, among other things, that although the defects and the condition of the aforementioned ship the Paarl could not be stated precisely without a complete unloading of the ship, it was nevertheless very likely that that vessel could not be repaired here again. We have therefore judged it best for the interests of the Company, and accordingly resolved, to make use of the private ship the Vreede, chartered by the Chamber of Zeeland and currently still present here, to transport the remaining cargo of the ship the Paarl to the Netherlands. Pursuant to which that cargo, still consisting of 198399 lb. pepper 16650 lb. sappanwood 147837 lb. cowries 418 packs linens 67 bales cotton yarn 1600 bundles cinnamon 76 bundles cardamom 1 small box with 12 lb. cinnamon oil 654 bales coffee beans, which, according to what has already been reported to the Most Honorable Lords Seventeen by letter of the 2nd of Nov. past, were from the French ship L'Auguste, except 27 packs of linens that were found wet, mildewed, and rotten, and had to be detained here until further disposition, was unloaded from that vessel and transshipped into the aforementioned private ship the Vreede, to which was also added the quantity of
Dutch transcription
195 stavenisse, de Phanicier en Leijden, op gisteren derzelver depechis ontfangen, en leggen dus meede zeijerhee om met de eerste dienstige gelegendheijd derzelver verdere rheijze naar Jndias hoofdplaatse aan te neemen Gelijk meede successiven op den 25 nov. 3, 8, en 20e Dec: pass=o behouden aan dit gouver„ „nement verscheenen zijn, de inge„ huurde part: scheepen Josephus de Tweede, de Vrouwe Johanna, de driegebroeders en 't fortuijn„ met dewelke alhier overgebragt zijnde, datgezondene manschappen zijnde voorts op den 12e: der voorm. maand Nov: zeer onverwagt onder het Robben Eijland en van daar hier ter van va het Wurtenbergse Regi¬ „ment werden thans in opvolginge der ontfangen ordres, alle nodige preparatiën gemaakt, om dien scheepen in staat te stellen tot het inneemen van zoo viel manschap¬ „pen van het alhier guarnisoen houdend regiment van Heuron„ als bequaamlijk op dezelve zullen kunnen werden geplaatst, ten einde naar Ceijlon te werden overgevoerd. — van Rheede 196 Rheede verscheenen het Ceijlons Retourschip de Paarl, welke bodem voor uwe wel Edele groot Agtb:r kanier geprojecteerd, volgens rapport en het daarvan gegeeven Relaas door dies overheeden den 25 novr des Jaars 1786, van Ceijlon vertrok ken zijnde, den 26e: dec: daaraan op de Zde B„te van 17 gr: en Lengte van 93 gr: door een fellen orcaan is beloopen geworden, waar in de groote en bezaansmasten over. boord, en verlooren geraakt, mitsg:s het schip considerabel lek en in zodanigen reddeloos toestand gebragt was, dat zij overheeden hadden moeten resolveeren het Eijland Mauritius te moeten aandoen alwaar bij visitatie derlading was bevonden al de salpeter gesmolten, de Cosfijbonen en een groot gedeelte der Peeper door de liccagie en het overge„ „kreegen ziewater en broeijing in het Schip ten eenemaal verrot en bedorven, dewelke dus in zee hadden moeten werden geworpen, de lijwaat pakken nat en aan¬ „geslagen, dewelke egter terstond in verswater wederom uytge„ wassen, gebleekt en gedroogd ge„ worden waaren — hadden dat 197 dat vermits op Mauritius voorm. n. geene mogelijkheijd was om tot reparatie van het schip de Paarl de daartoe benodigde masten Rondhouten, tuijg etc: te bekoomen d'overheeden overzux genoodzaakt waaren geweest & prer een geheel schip van particuliere rheeders te moeten inkoopen. — waarna het ged. e schip de Paarl van de geleedene schaden zo veel mogelijk hersteld, en de overgebleevene lading wederom ingescheept zijnde, dien bodem op den 15 april van de Rheede van Portlouis was vertrokken en den steven na deezen uijt hoek had gewend: dog dat op den 15. maij door een swaren storm uijt het westen overvallen geworden de Zijt in zet naaden door swaar arbeiden wederom opengewerkt en het schip Considerabel lek geworden zijnde zodanig dat behalven drie Pompen die ge„ „stadig aan de gang- gehouden wierden, de roijale pomp meede te werk moeste werden gelegd; en vermits het stormagtig weer met Contrarie winden bleef continueeren, waar door men dus inde onzeekerheijd was ge„ en steld 198 „steld, hoe lange men misschien met een swak en lik schip en eene door nieuwe rampen afgesloofde equipagie op zeekonde sukkelen, al eer meer gelegendheijd zoude kunnen bekomen d'een of andere veijlige haven onder s: Comp e ressorte te bezeijlen, zij overheden derhalven om alle deeze aange„ „haalde redenen tot behoud van schip, lading en zielen, op den 8 Junij het besluijt hadden genomen, om naar Rio delagoa afte houden, ten einde het schip aldaar zo veel. mogelijk kunnen te werden gecalfaat en zig van dat ingevolge van dat be„ „sluijt op den 30: Junij te Rio= Aclagoa gearriveerd en het schip binnen en buijten boord gecalvaat en gerepareerd geworden zijnde, men den 12 oct: wederom van daar was vertrocken. — Gelijk uwe welEdele groot agtb: het een en ander omstandiger zullen kunnen beoogen, uijt het Relaas door de overheeden van het voorm. schip de Paarl alhier g'passeerd en beeedigd, en waarvan wij de ontbreekende provisien te voorzien de de 199 de Eere hebben uwe welEdele groot agtb=ren origineel afschrift neevens deezen te laaten toekomen. Op het voorsz: bekomen Rapport der Overheeden door ons terstond eene Commissie van Zee- en Scheepstimmer¬ lieden gesteld zijnde, om niet alleen t' Examineeren de Jour„ nalen op het gede schip de Paarl gehouden, maar ook zo veel men als toen konde nagaan, op te neemen en te onderzoeken den toestand van dien bodem en deszelfs inhebbende lading, en uijt het hebben wij derhalven. voor de belangen vande maat„ schappij best geoordeeld en diens„ om volgens besloten zan het thans hier nog aanweezend bij de desweegens gedaan berigt onder anderen gebleeken zijnde, dat of schoon zonder eene volkomene ontlossing van het Schip niet exact konde werden opgegeven, de gebreeken en den toestand van het meermr: Schip de Jaare egter als zeer waarscheynlijk was, dat dien bodem alhier niet wederom zoude kunnen werden gerepareerd. des. Camer 200 kamer Zeeland ingehuurd part: schip de vreede gebruijk te maken om de overgebleevene Lading van het schip de Paarl naar Nederland over te brengen. - Ingevolge het welke dan ook die lading, nog bestaan„ „de in 198399: lb. peeper 16650 „ Sappanhout 147837. „ Canois 418 Pakken Lijwaaten 67. baalen Cattoene garen 1600 _o Canue 76 _o Cardamon 1. kasje met 12 i5. Caneel Olij 654. Ralen Coffij Bonen, dewelke volgens het bereids g'advi„ „seerde aan de hoog Edele Teeren Zeeventienen bij breef van den 2 . nov passo van 't fransch schip l'auguste behalven 27 Pakken lijwaaten, dewelke nat, aangeslagen en verrot bevonden, en alhier tot nadere dispositie hebben moeten werden aangehouden uijt dien bodem gelost en in het voorme. particulier schip de vreede zijn overgescheept geworden, en waarbij nog is gevoegd de quantiteit van behalven voor
English
were purchased for the Honorable Company. While furthermore, of the best and different sorts of wines that are currently on hand in the Company's wine cellar, as much as can suitably serve to fill up the remaining space in that vessel will be dispatched by invoice to the Fatherland with the aforementioned ship De Vrede. And we shall not fail, upon the dispatch of the aforementioned ship De Vrede with the cargo of De Paarl, to then also provide Your Right Honorable Worships with all the papers which were delivered to us by the officers of the aforesaid vessel for their accounting, and at the same time, upon receipt of further report on the condition of the said ship De Paarl, to transmit the same as well. On the 3rd of the recently ended month of December, there likewise appeared here in the roadstead the Ceylon return ship De Draak, also laden for Your Right Honorable Chamber; which, having departed from the Bay of Puntogale on 21 February of the past year, according to the report of the officers, likewise having suffered many disasters in a violent storm and severe hurricane, which overtook it on 25 March at the latitude of 22 degrees 22 minutes and longitude of 84 degrees 48 minutes, with the loss of all its masts; was forced to put into the aforementioned island of Mauritius; where upon inspection of the cargo it was found that all the saltpeter was melted, the coffee beans and a large quantity of the pepper wet and completely ruined and rotten due to heating, a quantity of bales of cinnamon and all the rice for provisions likewise completely ruined, so that all this spoiled cargo, not having been able to be reshipped after inspection was made thereof by a commission on behalf of the Royal Court of Justice at Mauritius, was thrown into the sea outside the harbor in the presence and oversight of that commission, while the linens found wet were washed on land in fresh water, bleached, and dried. That their officers, for the same reasons as those of the ship De Paarl, had been forced, in order to put their vessel De Draak back in condition to put to sea, likewise to buy a private ship and take the masts, spars, etc. from it for the repair of the ship De Draak, through which repairs that vessel, according to what the officers have stated thereof, was in condition to continue the voyage to the Netherlands. We have nevertheless deemed it necessary, in just the same manner as was done regarding the ship De Paarl, to appoint a commission of naval and ship carpenters for the examination and inspection of the said ship De Draak and the cargo contained therein, so far as can be determined. Report of which having been received, we shall not fail likewise to transmit the same to Your Right Honorable Worships, with the statement that will be passed and sworn by the officers of the frequently mentioned ship De Draak, to which will also be added all such papers as have been delivered here by them for their accounting. We have meanwhile the honor to offer Your Right Honorable Worships herewith the Galle long and copy short invoices of the aforementioned vessels De Paarl and De Draak, alongside which also goes the original short invoice of the cargo of the bearer of this, the chartered private ship De Jonge Jacob, which also returns from Batavia for Your Right Honorable Chamber, and in which vessel there were laden here at this place 10 leagers of ordinary Cape wine according to the bill of lading invoice made thereof and sealed with this, to which are further enclosed, besides two copy reports concerning the investigation made into the disabled on the outgoing ships Belvlied and Zeevaard, two Ceylon packets addressed to Your Right Honorable Worships and delivered here by the officers of the ship De Paarl. And herewith concluding this, we commend Your Right Honorable Worships' esteemed persons and the weighty interests of the Honorable Company to the protection of the Almighty, remaining with due respect, Right Honorable, Valiant, Grandly Venerable, Most Wise, Prudent, Very Generous, and Commanding Lords, Your Right Honorable Worships' very humble and obedient servants, C. J. van de Graaff J. S. van der Suur R. S. Gordon Thenius In the Castle of Good Hope, 5 January 1788. P.S. The outgoing chartered ship De Geertruijda having come to anchor under Dassen Island on 30 December last, today, 5 January aforesaid, in the afternoon, Junior Merchant Oosterzee, assigned to that vessel, came over hither from there with the ship's boat, reporting that the said ship had departed from the Fatherland on 8 August past and had suffered 67 dead on the way; that 74 men still lay sick in their hammocks, and the remaining crew were very weak and in a miserable condition; which state was principally attributed to the bad water; whereupon immediately a government boat with 35 able seamen, as well as provided with water and refreshments, was dispatched to the said ship in order to assist it in reaching this roadstead, from which we hope to experience the good effect upon the rising of a favorable northwest wind. Furthermore, upon the closing of this, yesterday 6 January, there arrived safely here Your Right Honorable Chamber's ship De Schelde with 41 dead and 51 sick.
Dutch transcription
201 voor d' E Comp:e zijn ingekogt Terwijl nog van de beste en differente soorten van wijnin die men in 's Comp:s wijnkelde thans aan de hand heeft met het ged:e schip de vreede pr factuur na 't Patria zal werden afgezonden, zo veel als tot op„ „vulling der in dien bodem over„ gebleevene ruijmte bequaamlijk zal kunnen geschieden- En zullen wij niet ingebreeken blijven, bij de af„ zending van het voorengem. schip de Vreede met de lading van de Paarl als dan aan Op den 3:e der Jongst afgeweekene maand december is insgelijks hier ter Rheede verscheenen het Ceijlons Retour¬ schip de Draak meede voor uwe welEdele Groot agtb:r. kamer Uwe wel Edele groot agtb:r mede te suppediteeren, alle de papieren, dewelke door de overheeden van evengem: Bodem ter hunnen verantwoordinge aan ons over„ „gegeeven geworden zijn, en teffens na ingekomen nader berigt van den toestand van het gede schip de Paarl, hetzelve mede overtezenden Uwe beladen 202 belaaden, het welk den 21 febr: des voorl: Jaars uijt de Baaij van punco gale vertrocken zijnde, volgens rapport der Overheeden insgelijks door het uijtstaan van veele ram¬ „pen in een vliegende storm- en fellen oriaan, waarvan den 25e. maart op de rt: B„t van 22 gr. 22 mu: en lengte van 84 gr. 48 mint be„ „loopen geworden, met verlies van alle zijne Masten; genoodzaakt is geweest het voormelde Eijland Mauritius aan te doen; alwaar bij visitatie der lading is bevonden al de salpeter gesmolten, de Coffijboonen en een groote quantiteit der peeper nat en door de broeijing ten eenemaal bedorven en verrot, een parthij balen Caneel en al de Rijst voor provisie insgelijks ten eenemaal bedorven, zoo dat al dit bedoevene der lading niet weder hebbende kunnen werden ingescheept nadat daar van door eene Commissie van wegens het Koninglijke geregtshof te Mauritius inspectie was genome¬ ten overstaan en inpresentie van die Commissie buijten de haren in zee was geworpen geworden, terwijl de nas bevondene lijwaten quan aan 203 aan land in vers water uijtge¬ wassen gebleekt en gedroogd waren dat zij overheeden om die zelfde reeden als dien van het schip de Paarl, genoodzaakt waren geweest ten einde hunt: onder hebbenden bodem de draak wederom in staat te kunnen stellen om zee te bouwen, ins„ gelijks een schip van particulieren inte koopen en de masten, rond„ houten &a uijt hetzelve genomen, tot reparatie van het schip de Zraak door welke reparatien dien bodem volgens het geene d' Overheeden daarvan hebben opgegeeven in wij hebben egter nodig geoordeeld, even en inzelver voegen als omtrend het Schip de Paarl geschied is, eene Commissie van zee en Scheepstimmerlieden te stellen tot Examinatie en visitatie van het gedte Schip de Draak en dies in hebbende lading zoo veel zal kunnen werden nagegaan. waar van berigt ingekomen zijnde, zullen wij niet afzijn, hetzelve insgelijks aan Uwe welEdele groot Agtb: over te zenden, met het Relaas dat door d' Overheeden staat was om de Reijze naar Neder„ land voort te zetten staat van 204 van het meerm: schip de Draak zal werden gepasseerd ende beeedigt en waar bij ook nog zullen werden gevoegd, alle zodanige papieren als door dezelve ter hunner ver¬ antwoording alhier afgegeeven geworden zijn. — wij hebben intusschen d' Eere Uwe welEdele groot agtb: thans neevens deezen aan te bieden de gaalse lange ende Copia korte factuuren van opgemelde Bodems de Paarl in de Draak waarneevens ook nog overgaat d'Origineele korte factuur der Lading van brenger deezes het waar bij nog zijn gesloten behalven twee Copia berigten no„ „pens het gedaan onderzoek na de impotenten op de uijt„ „komende scheepen Belvlied, ende zeevaard, twee Ceijlonse pacquetten aan uwe welEdele hold:n Partic: schip de Jonge Jacob, het welk meede voor uwe welEdele groot agtb: kamer van Batavia retourneerd en in welken bodem hier ter plaatse zijn afgeladen 10. leggers ordin: Caabsche wijn volgens de daarvan gemaakte en deezen verzillende Cognosce, ment factuur hold. groot ƒ 205 groot agtb. g'addresseerd en door de overheeden van het schip de Paarl alhier afge„ geeven- En hier meede deezen besluij- „tende, beveelen wij uwer welEdele Groot agtb: geagte Perzoonen en de gewigtige belangen der E: Comp: in de protec„ „tie des alderhoogsten blijvende met verschuldigd: Respect Wel Edele Erntfeste groot Agtb:e, wel wijze voorzienige, zeer genereurs en Gebiedende Heeren P: S Het uitkomend ingehuurd schip de Geertruijda, op den 30 december Laatstl:, onder het Dassendeland ten anker gekomen zijnde, is heden den 5 Ianuary voorm:t in de namiddag, den op dien bodem bescheidene onder„ Coopman Oosterzee, met de scheepsbood vandaar herwaards overgekomen, berigt gevende, dat het gem: schip den 8 Aug. s pass=to uit het Patria was vertrokken en onder weeg 67. doden bekomen had. dat nog 74 man ziek in de kooi lagen, en de overige Equipagie zeer zwaken miserabel gesteld; welken toestand voornamentlijk wierd, toegeschreeven aan het slegte water: zynde daarop dadelijk een Landsbood met 35 bekuame zeevarende, mitss van water en ververschingen voorzien, na het gem: schip afgezonden, om het„ zelve tot het bereiken deeser rheede behulpsaam te zijn, waarvan wij hopen bij 't opkomen eenen gunstige N: W: wind het goed Effect te zullen mogen ondervinden zynde voorts onder het sluijten van deesen op gisteren den 6: Ianu= behouden alhier aangeland, uwer wel Edele groot agtb:r kamer schip de schelde met 41 doden Ofbervet J: S: Ve Suuir R: S: Gordon Thenius Uwer wel Edele groot agtb:r zeer onderdanige en gehoort Dienaar C: J: Vander Graaff: den 5. Jann: 1788. — Int Casteel de goede hoop Uwer 51 Zieken -
English
No 3 206 Cape of Good Hope To the Honorable Cornelis Jacob van de Graaff Governor and Director Together with The Council Honorable, Valiant, Most Discrete Sirs Following that which was mentioned in our letter to you dated 25 October last, taking this opportunity to bring to your attention the result of the investigation conducted by the Advocate Fiscal pro interim, Mr. Gerlach Cornelis Johannes van Massau, regarding the accusations brought before your honors against Captain Hendrik Swart, who was taken off the outward-bound ship Het Zeepaard by your honors and subsequently sent here under arrest on the ship De Paarl, whereof a written report was submitted to us by the said Advocate Fiscal under submission of 207 of various documents at our meeting of 18 April last, we have deliberated thereon, and taken into consideration, as so many points of particular reflection, that, as far as concerns the merits of the aforementioned accusations, and in particular the harsh treatment of the crew and the excess in punishing imputed to the said Swart, the truth of these accusations is by no means satisfactorily established from the depositions taken by your honors and the investigation here, as your honors attempted to argue in your resolution of the 13th and letter of the 19 July last; for aside from the punishment of the sailor Marten Axel and the soldier Johan Frederik Roodthardt, no one of the entire crew, both those who were heard and questioned by your honors as well as subsequently here, has given any specific statement of the severe execution of punishment or ill-treatment; and even by the commander of the soldiers of the aforementioned vessel, Johan Jacob Willem Baksman, although appearing as the principal accuser in his judicial statement given under date of 21 June 1785 at your government, it is only stated in general terms that Captain Swart was of a surly, morose, and insolent nature, and that he had inflicted the severest punishments beyond measure for minor and slight offenses, whereof subsequently the case regarding the sailor Marten Axel is cited as proof. And since it has thus been far from the case that those accusations could be satisfactorily established from the inquiries conducted there, it has likewise appeared to us in every way strange and questionable that, besides the aforementioned commander of the soldiers Baksman, the soldier Roodthardt, the chief surgeon Engelbert, the corporals Oberteijner and Cramp, the soldiers Friedrich Slot and Hauck, alongside the ship's under-carpenter Sonderzieke, no one of the entire crew, neither officers and ordinary seamen nor the other military personnel, was judicially heard, 208 heard, but merely a private statement was provided by the land surveyor I: G: J: van Hasselt and the junior merchant van Iddekinge, inasmuch as the aggravating and punishable aspects of the points of accusation appearing in those testimonies are contradicted in a fully plausible manner by the unanimous testimony of almost all the senior and petty officers, as well as a number of seamen and military personnel, both in the statement granted privately by them on 17 July 1785 in False Bay, and in the questioning conducted here with most of them; since it is generally certified therein that the said Captain Swart had in every respect done his duty as befits a good captain to do, as well as that his treatment of the ship's company had been no different than that which takes place on Company ships. Furthermore, we have been able to understand even less why, when it appeared to your honors from the incoming inquiry, as it necessarily must have appeared, that the Fiscal pro interim Gabriel Exter had heard no one other than the aforementioned persons, and had neglected to do so with respect to both the officers and the other seamen, the same was not then still ordered to him, since sufficient time was indeed available for that, as those depositions were already taken on 20 and 21 June, and the ship did not depart until approximately a month thereafter. For from a proceeding such as that which has now taken place, your honors could not have reasonably expected that it would be regarded as your honors explain in your aforementioned letter of 19 July, namely: that the necessary information and the required depositions had been gathered concerning this, and that therefrom the truth of the brought-forward
Dutch transcription
No 3 206 Cabo de goede Hoop Aan den Heer Cornelis Jacob van de Graag gouverneur en Directeur Nevens Den Raad Erentfeste, Manhafte voor sinege Disnat Na het gepread verteerde bij onze brief aan uwe in dato 25 October pass=o deeze geleegenheid waarneemende, om uwe onder het oog te bren„ „gen, den uitslag van het gedaan onderzoek door den pro Interim Advocaat Fiscaal M:r Gerlach Cornelis Iohannes van Massau, nopens de bij UE ingebragte beschuldigingen, ten laste van den daar op, door UwE: van 't uitkomend schip het Zeepaard geligten en vervolgens met het schip de Paarl in arrest herwaards gezonden Capitain Hen drik Swart, waar van ons door gemel„ den advocaat Fiscaal onder overlegging van 207 van verscheijden stukken, ter onzer vergade„ „ring van den 18 April I: L: gediend is een schriftelijk berigt zo hebben wy daar over ge„ delibereerd, en als zo veele poincen van by„ „zondere reflexien, in aanmerking genoomen dat, wat aan belangd de gegrondheid der voorm: beschuldigingen, en wel in't bijzonder van de, den gemelden swart ten laste gelegen de harde behandeling der Equipage en het wees in het straffen uit de bij uwE beleegd verklaringen, en het onderzoek alhier geen zints, gelyk uwE: bij derzelver resolutie van den 13 en missive van den 10 Iuli passo zulx tragten te betogen, van de waarheid dezer accusatien op eene voldoende wy „ze consteerd, want buiten het aftraffen van den Mattroos Marten Axel en den soldaat Johan Frederik Roodt„ hardt, niemand der gantsche Equipage zo wel die daar van bij uwE: als naderhand hier zijn gehoord en ondervraagd, eenige speciale opgave van de strenge strafoef„ „fening of mishandeling heeft gedaan, en zelfs door den commandeur der sol„ „daten van voornoemden bodem Johan Iacob willem Baksman, schoon als de voornaamste aanklaager te vooren komende bij zijne onder dato 21 Junij 1785 ten uwe gouvernemente Iustieel gedaan relaas, alleen in generaale bewoordinge word opgegeven, dat Capitain Swart, nors, Stuurs en brutaal van aard was, mitsga„ „ders dat bij geringe en ligte fouten ten strengsten en buijten maaten had doen straffen, waar van vervolgens het geval omtrend den mattroos Marten Axel ten bewyze word aangehaald: En vermits het er dus wel verre af is geweest dat van die beschuldiginge uit de a Costi belegde Enquisten voldoende heeft kunnen consteeren, zo heeft ons ook alle zins vreend en bedenkelijk moeten voorkomen, dat buiten den voormelden Commandeur der soldaten Baksman, de soldaat rood„ hardt, de oppermeester Engelbert, de Cor„ poraals Oberteijner en Cramp de solda„ „ten Friedrich slot en Hauck nevens den scheeps ondertimmerman Sonder„ zieke, niemand van de geheele Equipage zo min officieren en gemeene Zeelieden als de verdere militairen Justieel is als gehoord 208 gehoord, enkel door den Landmeeter I: G: J: van Hasselt, en den onderkoopman van Iddekinge, een onderhands relaas is verleend, nadien het aggraveerende in straf, schuldige van de bij die getuig schriften te voren komende poincten van accusatien, op eene vrije aannemelij„ ke wijze word wedersproken, door het een parig getuijgenis van genoegsaam„ alle de opper en deks officieren, item een aantal zeevarende en Militaire zo wel bij de verklaring door hun op den 17 Julij 1785 in de baaij fals, onderhand= verleend, als bij de ondervraging alhier aan de meeste derzelve gedaan alzo daar bij in 't generaal word g'attesteerd dat gem: Capitain swart in allen dele zijn pligt had gedaan als een braaf Capitain toekomt te doen zo meede dat de behandeling van denzelven omtrend het scheepsvolk geen an„ „der is geweest dan diewelke op Com„ „pagnies scheepen plaats heeft Dan wij hebben buiten des nog te minder kunnen begrijpen, waron toen uwE: uit de ingekomene Enqueste bleek zo als dit noodwendig heeft moeten consteeren dat den prointerum Fiscaal Gabriel Exter, niemand anders dan de voormelde perzonen had, gehoord, en zulks, zo wel ten opzigte van de offic„ cieren, als de verdere zeelieden had nagelaaten, het zelve toen niet als nog aan denzelven is g'ordonneerd, wijl daar toe dog genoegzaame tijd voor handen is geweest, alzo die verkla„ ringen bereeds den 20 en 21 Iunij zijn belegd, en het schip eerst circa een maand daar na is vertrokken Want van eene behandeling gelijk die, welke nu heeft plaats gehad, heb„ ben uwE: met geen grond kunnen ver„ wagten dat dezelve zoude worden be„ schouuwd, gelijk uwE: zig bij voorschre„ „ven missive van den 19 July Expli ceeren: namentlyk: dat de nodige Informatiën en de vereischte verkla„ „ringen deswegen waren ingewonnen, en dat daar uit de waarheid der inge„ toen bragte
English
brought accusations appeared. It also merits reflection that we have not found upon what foundation it could have been stated in your aforementioned resolution of 13 July that various re-examined and sworn documents were submitted by the said interim Fiscal, since nothing else appears from those documents than that they were drawn up and sworn on one and the same day, so that no re-examination after a proper lapse of time could have taken place, although it is nevertheless set forth under some of those depositions as if such had occurred. This informal procedure is all the more prejudicial to the pretended probability of those inquiries, because not only did the swearing of the same take place outside the presence of the accused, Captain Swart, but he was not examined at all, neither judicially nor politically; nor was the least opportunity given to him for his defense, and you thus, upon the aforesaid completely incomplete and informal statements of only a few of the crew members, proceeded to the decision to remove him from the command of the ship 't Zeepaard entrusted to him by the Gentlemen Masters, and to confer this command upon Lieutenant Christiaan Steur, passing over the Captain Lieutenant Derk Muller appointed to this vessel, without any reasons having been given why an officer from another ship and of lower rank than the said Captain Lieutenant was preferred, which we therefore found to be of all the more speculation, because it is not evident that there was anything to be said against the capacity and conduct of the said Captain Lieutenant. Far therefore from our having, in accordance with the expectation expressed by you in the letter of 19 July, found those arrangements to our liking, we on the contrary have in no way encountered in the transmitted documents those motives which made such arrangements necessary, since your fear of faint-heartedness or rebelliousness among the crew, as well as that good order and peace on board that vessel would be in danger if the said Captain Swart remained in command of the same, was completely and entirely without foundation, as is most convincingly evident from the statement submitted to the commissioners in False Bay by the petty officers and sailors, as well as several soldiers, wherein they jointly request that the said Captain Swart, as a faithful and skilled seaman, might be left in command of his vessel, so that you also could have been convinced of the groundlessness of the aforementioned apprehension, if you had caused both the superior officers, as well as those of the deck and the common sailors, to be heard and questioned concerning the conduct and treatment of the said Swart, and you had not also contented yourselves with the private statements of the Land Surveyor van Hasselt and Junior Merchant van Iddekinge; for upon a judicial examination it would at least have appeared regarding the latter that the accusations brought by him were, contrary to his intention and solely at the instigation of the said van Hasselt, inserted into his statement, and that this van Hasselt, having been utterly ill-disposed toward the said Swart, therefore most strongly urged him, Iddekinge, to present that paper in this manner. Since we therefore have well-founded reasons to disapprove of your imprudent conduct in this matter, we have likewise found no further foundation for your decision to later place the said Captain Swart—concerning whom it had first been ordered that he should cross over out of service on the ship de Paarl—into close military arrest and to keep him therein until the departure of the said vessel; for the accusation that he was supposedly disobedient to your orders and had supposedly incited the crew of his vessel to mutiny is by no means to be proven from the allegation made by you that he, Swart, had seen fit to be present at the installation into command of his vessel of Commander Christiaan Steur, and had in substance called out to the crew there: "Men! Have I ever mistreated you, have I not given you everything that is due to you, and do you also further know anything to hold against me?"—since he was not ordered by the commissioners who executed that commission to keep himself retired, but it was left to his choice whether he wished to do so, yea or nay, and these, upon his declaration that he would be present thereat, did not oppose this, as they could have done by a positive declaration, and also in calling out to his subordinate crew members whether they had anything to his charge, it cannot be posited that anything resides that resembles incitement to mutiny, and wherein all the less any grievance lies to the charge of the said Swart, because, however much you try to assert the contrary in the letter of 19 July, by the deprivation of his command, the removal from his
Dutch transcription
209 „bragte beschuldiginge bleek Het meriteerd daar bij ook zijne reflexie dat wij niet hebben gevonden op welk fundament bij voormelde uwE resolutie van den 13 Iulij heeft kunnen worden gezegd, dat door gem prointerum Fiscaal waren overgege„ ven diversse gerecolleerde en beEedigde stukken, nadien dog uit die stukken niet anders blijkt, dan dat die op eene en dezelfde dag belegd en beeedigd zijn, invoegen er geen recollement, na behoorlijk tyds verloop kan hebben plaats gehad hoewel het nog thans onder eenige dier attesten dusda„ „nig is bekend gesteld, als of zulx wa„ „re geschied: Deeze informeele behandeling, is nog des te meerder prejudiciabel aan de gepretendeerde Probaliteijt dier en „questen, om dat niet alleen de behe„ „diging derzelve is geschied buiten presentie van den beschuldigden Capitain Swart, maar dat hij in het geheel zo min Justitieel als poli„ „ticq was verhoord; of aan hem de min„ „ste geleegenheid ter zijner verdeediging is gegeeven, en uwe dus op de voorschree„ ven allezints onvolledige en Informee„ le verklaringen van slegts eenige weijnige der scheepelingen tot het besluijt zin getreeden, om hem te ont„ „zetten van het Commando op het schip 't Zeepaard door den Heeren meesters aan den zelven toevertrouwd, en dit Com„ mando op te dragen aan den Lieute„ nant Christiaan Steur, met voorbij„ „gang, van den op deesen bodem bescheiden Capitain Lieutenant Derk Muller zonder dat er eenige redenen zijn gegeven, waar om een officier van een ander schip en van minder „qualiteit dan gem: Capitain Lieu„ tenant is voorgetrokken, en hetgeen wy derhalven van des te meerder speculatie hebben gevonden, om dat niet Consteerd, dat er op de Capa „citeijt en Conduite van gem: Capitain het Lieutenant 210 Lieutenant iets te zeggen viel. - wel verre derhalven dat wij, ingevol„ „ge de door uwe bij Missive van den 19 Iulij te kennen gegeven verwagting die schikkingen ons zouden hebben wij ter Contrarie in de overgesondene stukken geensints die motiven ont„ moet, welke zodanige schikkingen hebben noodzakelijk gemaakt, alzo uwE bedugting voor kleinmoedig of weerbarstigheid onder het volk zo meede dat de goede ordre en rust aan boord van dien bodem in gevaar zoude zijn, indien gemelde Capitain Swart op dezelve in Commando bleef geheel en alzonder grond is geweest, gelijk op het overtuijgentst consteerd uit de verklaring door de Deksoffi„ cieren, en zeevarende benevens ver„ scheidene militairen in de baaij fals aan de gecommitteerde overgege„ ven, alzo zij gezamentlijk daarbij verzoeken, dat gemelde Capitain Swart, als een getrouwen kundig Zeeman, op zyn bodem in Commando mogt worden gelaten, invoegen uwE ook van de ongegrondheyd der voorm. bedagti„ „ging, zouden hebben kunnen worden overtuigd, indien uwE: zo wel de opper officieren, als die van het dek en de ge„ mene zeevarende, nopens het gedrag en behandeling van gemelden swart, hadden doen hooren en ondervragen en uwE: zig meede niet hadden gecon„ tenteert, met de onderhandsche verkla„ „ringen van den Landmeeter van Hlas„ selt en onderkoopman van Iddekinge want bij een Iustieel verhoor zoude ten minsten omtrend den laatstge„ noemden gebleeken zyn, dat de door hem ingebragte beschuldigingen, tegen zijn intentie en alleen op instigatie van den gemelden van Hasselt, bij zijne verklaring zyn in gevloed, en dat deze van Hasselt gemelden Swart ten ee„ nemaal ongeneegen geweest zijnde daar om hem Iddekinge ten sterksten heeft aangezet, om dat Papier aldus Zeeman te 214 te presenteeren. — Daar wij dus gegronde redenen hebben om uwE onvoorzigtig gedrag ten deezen aftekeuren, zo hebben wij ook geen meerdere fundament ge„ vonden voor uwE besluijt om ge„ melden Capitain swart, nopens wel„ „ke eerst gedisponeerd was, dat den zelven met het schip de Paarl, bui„ „ten dienst zoude overgaan, naderhand te doen neemen in nauw militaire arrest en daar in te doen verblijven tot op het vertrek van gem: bodem want de beschuldiging, als of denzelven aan de orders van UE ongehoorzaam zoude zyn geweest, en de schepelin„ gen van zijn bodem tot mnuijterij zoude hebben opgehitst, is geenzints. te bewijzen uit het g'allegeerde door UE, dat hij swart had goed gevonden present te zyn bij het in Commando stellen op zijn bodem van den ge„ „zaghebber Christiaan Stuur, en het volk aldaar in substantie had toegeroepen =mannen! heb ik u lieden ooit mis„ handelt heb ik u niet alles gegeven dat u toekomt, en weet giplieden ook verders iets op mij te leggen. - nadien hem door de gecommitteerdens welke die Commissie uitvoerden, niet was gelast zig gerelireerd te moeten houden, maar aan zijne keuse gela„ „ten, of hij zulx wilde doen, Ja dan neen en dese, op zijnen te kennen gage, dat hij daar by zoude present zijn zig daar tegen niet hebben verset, gelijk zij door eene stellinge verklaring hadden kunnen doen en er ook in 't toeroepen aan zijne ondergestelde schepelingen of zij iets ten zijnen lasten hadden, niet gesteld kan worden, iets te resideeren, dat na oplutsing tot muiterij gelijkt en waar in des te minder eenig beswaar tot lasten van gem: swart geleegen is om dat hij hoezeer ook UE bij brief van den 19:' Julij het Contrarie tragten te beweeren, door het ontneemen van zijn Commando het verwijderen van Man zijn
English
his vessel and assigning it to another, had indeed been condemned equally without a hearing or defense, and this upon the complaint of only a few of his crewmen, while all the others gave the best testimony of him, without this having been able to bring about the slightest thing in his favor or any change in that disposition so detrimental to him; And as it must thus have been extremely hard both for the said Captain Swart and for the combined superior and petty officers, for the former that, in spite of so many testimonies in his favor, he nevertheless had to undergo such treatment, and for the others, that they had to lose him as Captain on account of accusations which they held to be untrue, and that more regard was thus given to those accusations than to their attestations; as well as that the Commander of the soldiers, who was placed under arrest by the ship's council, was admitted to make these accusations without first having been released from that arrest after a proper investigation; it has appeared to us that to this must chiefly be attributed the fact that the said officers did not remain within those bounds of respect and modesty that correspond with their duty, and thereby gave occasion for their demonstrated zeal for the cause of their Captain, whom they believed was being wronged, to be viewed by your Honor in such an unfavorable light that they were therefore sent hither out of service with another ship, partly under arrest and partly in irons. Yet although it is thereby most clearly evident that the accusations brought against the said Captain Swart are almost entirely devoid of foundation, or at least by far not of that weight and so fully proven as was strictly necessary to proceed thereupon to such a disposition as your Honor has taken with regard to him, and by which he has thus ostensibly been prejudiced and wronged; and that the punishment which was applied to the sailor Marten Axel can by no means be considered too rigorous, considering what detrimental consequences it might have had if his example had served others as a precedent to withdraw from ship's duty in case of need and danger, which is thus by no means to be considered a minor and light fault, as it was represented in the declaration or complaints of the Commander of the soldiers Baksman; notwithstanding that the demise of the said sailor, according to the declaration of the chief surgeon, is attributed to various subsequent complications; as also that the excess which the said Commander of the soldiers and the other accusers believed resided in the punishment of the soldier Johan Fredrik Roodhart must for the greatest part be attributed to the conduct of the said Commander of the soldiers, which was utterly contrary to proper subordination and highly punishable, to countermand the Captain in the midst of this punishment and to order the corporals to stop beating, although this excess could nevertheless have been of no importance, since it was expressly stated by the chief surgeon Engelberts in his declaration given under oath at your government that the said soldier Roodhart was found fit to present himself for his duty immediately after receiving the punishment: Yet we have nevertheless also understood that Captain Swart is not entirely excusable in this matter, in that he ordered the punishment of the aforementioned sailor Marten Axel without convening the ship's council, because this was in such a case highly necessary in order to determine a punishment that could serve as a sufficient example to others; and that he had the soldier Roodhart punished without previously investigating properly to what extent he, or rather the sailor Beekman, was guilty, since that punishment took place solely upon the report of the chief surgeon, namely that the soldier had struck a hole in the head of the said sailor, whereas from the declaration of the said chief surgeon given on that side it is evident that this had been reported to him by the under-surgeon, and it would in any case have been fair not to leave the frequently mentioned sailor entirely unpunished, since he had insulted the soldier by striking him in the face with a swab; and that thus Captain Swart cannot be considered entirely free of imprudence, and therefore might also have merited some correction, but by no means to such a degree as to place him and keep him out of service and command of his vessel for so long, as well as to expose him to the detrimental consequences that usually accompany such action. It is therefore on the foundation of all the aforementioned reasons and motives that we have by no means been able to approve the decision taken by your Honor to dismiss the said Captain Hendrik Swart from the command of the ship 't Zeepaard entrusted to him by the Lords Masters, on the accusations brought against him by a few of the crewmen, which were as insignificant as they were unproven, without a prior hearing of him and the other officers and lesser seamen, and, after a prior strict military arrest, to send him hither out of service with the ship De Paarl; wherefore we also most earnestly recommend your Honor, in
Dutch transcription
212 zijn bodem en het opdragen der„ zelve aan een anderen wel de gelijk veroordeelt was, zonder verhoor of de„ sfensie, en sulx op de aanklagte van slegts eenige wijnige zijner scheepe„ lingen terwijl de overige alle het beste getuijgenis van hem gaven, sonder dat dit iets het minste in zijn fa„ reur of eenige verandering in die voor hem zo nadeelige dispositie heeft kunnen te weege brengen: En dewijl het dus zoo wel voor gemelden Capitain Swart, als voor de gesamentlike opper en deks offi„ cieren ten uittersten hard heeft moe„ „ten vallen, voor den eersten dat hij in weerwil van zo veele getuijgenis, „zen in zijn voordeel, egter een dusdani„ „ge behandeling moest ondergaan en voor de andere, dat zij hem als Capitain moesten missen, uit hoofden van beschuldiginge, die zij hielden onwaar te weesen, en dat er dus op die accusatien meerder reguard wierd Commandeur der soldaten Baksman daar voor word opgegeeven; ongeagt dat het overlijden van gemelden matt=s vol„ „gens de verklaring van den oppermee„ „ter, aan verscheide bijgekoomen toevallen. word geattribueerd; zo meede dat het exces het welk gem: Commandeur der soldaten en de andere aan klaagers hebben ge„ meend in de afstraffing van den zold=t Johan Fredrik Boodhart te resideeren voor het grootste gedeelte moet worden toegeschreeven aan de met eene behoorlijken subordinatie, allesints strijdige en ten hoog„ „sten strafbaare de marche aangem: Comman„ deur der zold=ten, om te midden dezer straf„ oeffening Den Capt=n te Constramandeeren en aan de Corporaals te bevelen met 't slaan op te houden, hoewel mogthans dit exces van geen belang kan zin geweest also door den operchirugijn Engelberts bij zijne ten uwen gouverne„ „mente onder eede verleende verklaring, nel expresselijk werd gezegt, dat gem: sold=t roodhart direct na het ontfangen geslagen der 213 der straffe geordonneerd was gevonden, zyn dienst te presenteeren, zo hebben wij egter tevens ook begreepen, dat den Capit=n Swart met dit alhier in nog„ „thans niet te verontschuldigen is. dat hij het afstraffen van vooren ge„ waagden Matt. s Marten Axel bevolen heeft zonder het beleggen van den scheep raad, om dat dit in een zodanig geval ten hoogsten noodzakelijk was, tot het bepaalen van een straffe, die tot een genoegzaam voorbeeld voor anderen konde strekken, en dat hij den soldaat roodhart heeft doen straffen zonder voor af behoorlyk te ondersoeken, in hoe verre hy, of wel den matt beekman schuldig was nademaal die afstraf„ fing eenlijk is geschied, op het rapport van den oppermeester, dat nament„ lijk dien soldaat gemelden matt„s een gatt in het hoofd had geslagen. terwijl uit de â Costij gegevene ver„ klaring van den genoemden opper „meester Consteerd: dat zulx aan geslagen, dan op hunne attesten, so meede, dat den door den scheepsraad 6en in arrest gestelden Commandeur der soldaten, tot het doen deesen beschuldigingen wierd geadmitteerd zonder dat hij alvorens, na een behoorlijk onderzoek uit dat arrest was ontslagen; zo is het ons voorgeko„ men, dat ook hier aan voor namentlijk o„ moet worden geattribueerd, dat de gem officieren niet gebleeven zijn binnen die palen van eerbied en bescheijdend„ heid, welke niet hunnen pligt over een komstig zijn, en daar door gele„ gendheijd hebben gegeven dat hunne betoonde yver voor de zaak van hun „ne Capitain, die zij meenden dat verongelijkt wierd, door uE in zo een nadeelig ligt is beschouwd, dat zij daar„ om gedeeltelijk in arrest en gedeeltelijk in de boeijen, met een ander schip buiten dienst na herwaards ge„ sonden zijn. Dan of schoon het dusten klaar hem sten „sten Consteerd, dat de beschuldigingen tot laste van gem: Capitain Swart, ge„ noegzaam ten eenemaal van funda„ ment ontbloot, ten minsten op verre na niet van dat gewigt, en zo vol leedig bewesen zyn, als volstrekt no„ dig was geweest, om daarop te tree„ „den tot eene dusdanige dispositie als UE ten zijnen opzigten hebben geno„ men, en waar door hy dus aannee„ „melijk is geprejudiceert en veronge„ lijkt, en dat ook de straffe welke aan den matt:s Marten Axel is toegepast in geenen deelen, als te rigourues kan worden aangemerkt, bij overweeging van welke nadeelige gevolgen het had kunnen zijn, wanneer zijn voor„ beeld andere ten navolging had ge„ dient om zig incas van nood en gevaar, aan den scheepsdienst te ontrecken, en het welk dus geen, sints als een geringe en ligte fout te considereeren zij gelyk het bij de verklaring of aanklagten van den hem door den ondermeester was gerapporteerd en het in allen gevalle billijk ware geweest den meergem: mattroos niet ten eene maalen ongestraft te laten wyl hij den soldaat bele„ digd had door hem met een swabber in 't aangesigt te slaan en dat dus den Capitain Iurst niet ten eenemaale vrij te kunnen is van onvoorsigtigheijd, dient halven meede eenige Correctie zoude hebbe gemeriteerd, dog in genen deele in dien graad, om hem dus lange buiten dienst en Commando van zijn bodem te stellen en te laten blijven, mitsg=s te Expo„ neeren aan de nadelige gevolgen, die daar medegewoonlyk verzelt gaan. Het is dus op fondament van alle de voorsz: redenen en motiven, dat wij in genen dele hebben kunnen approbeeren, het door UE genomen besluijt, om gem: Cap=n Hendrik Swart, op de Jegens hem ingebragte, zo min gewigtige als bewezene beschuldiginge van eenige weijnige der scheepelingen, zon„ der voorgaand verhoor van hem en de ver„ dere officieren en mindere zeevarende te ont„ „setten van het door de Heeren meesters aan hem toevertrouwde Commando op het schip 'Tzeepaard, en hem naar een voorgaand Strict Militair arrest buiten dienst met het schip de Paarl herw te zenden waarom wij dan ook UE: ten ernstigsten recommandeeren, in Commandeurs Een
English
in the future not to proceed on such flimsy grounds and without proper investigation to such ever-prejudicial measures, and especially not to remove captains from the command of their vessels except for lawful and weighty reasons. Therewith ordering your honors to reproach the pro interim fiscal Gabriel Exter most severely on account of the nonchalant and partial performance of the said office in this matter, by holding inquiries entirely informal and of no legal validity whatsoever, for which we, by way of correction, have ordered him to reimburse the Company for the monthly wages of the said Captain Swart, Lieutenant van den Bogaart, Boatswain van Osch, and Boatswain's Mate Goggel, from the day they were removed by your honors from the ship 't Zeepaard until the 18th of April last, when we reinstated them, amounting together to f 1245: 10: 10 in pay, the collection of which must therefore be attended to by your honors, as that sum will be charged to the account of your government. Whereas we have acquitted the aforementioned Captain at Sea Hendrik Swart of the charges brought against him to this extent, and reinstated him in the command he held on the ship 't Zeepaard upon the return of that vessel from Banda, and allowed his wages to continue without interruption, yet under a serious admonition to punish such offenses in the future only after having recognized and convened the ship's council on the matter beforehand. In like manner, as has already been mentioned, we have also, as far as necessary, reinstated the Lieutenant at Sea Paulus van den Bogaard, the Boatswain Gerrit van Osch, and the Boatswain's Mate Hendrik Goggel, likewise with continuation of wages. Furthermore, we have, by way of correction, demoted the Commander of the Soldiers of the said ship 't Zeepaard, Johan Jacob Willem Baksman, to corporal, with a reduction of wages to soldiers' monthly pay, on account of his public countermanding of Captain Swart's orders during the execution of punishment upon the soldier Johan Fredrik Roodhart, and the bringing of a multitude of charges that were both unfounded and exaggerated. Likewise, we have expressed our displeasure to the Junior Merchant Anne Willem Carolonus van Iddekinge regarding his imprudent conduct in giving a statement that partly exceeded the truth and was partly drawn up with considerable exaggeration. And lastly, the decision regarding the conduct of the surveyor J: G: J: van Hasselt, who also departed from the Netherlands with that vessel but remained there for the time being, has been postponed until his arrival here and the further investigation to be conducted at that time. For the rest, transmitting to your honors alongside this a copy of the report and appendices submitted to us by the Advocate Fiscal, to serve for your honors' further instruction on how to handle similar cases in the future. With greetings, we remain herewith, Below stood, Your honors' good friends. Was signed: W: A: Alting, A: Moens, D: I: Smith, H: van Stokkem, A: Boeses, B: d: Pleuren. In the margin: Batavia, in the Castle, the 5th of May 1786. Agrees. It pleased Your Right Honorables, by your highly venerated resolution of the 26th of September of the past year, to have delivered to the undersigned extracts from the letters of the Cape Ministers of the 19th and 24th of July prior, concerning what was mentioned therein regarding the Captain of the ship 't Zeepaard, Hendrik Swart, sent hither by them on the ship De Baars, together with copies of all documents transmitted therewith to his charge, in order to examine the same and further to provide a report. The undersigned would have complied with that most respected order long ago. Right Honorable, Highly Esteemed Sir, Honorable, Valiant Sirs, together with The Honorable, Valiant Sirs Councilors of the Dutch Indies. To His Honor, the Right Honorable, Highly Esteemed Sir, Master Willem Arnold Altingh, Governor-General. Was [illegible] E: g: Clercq
Dutch transcription
215 den aanstaande opgeene so losse gronden en zonder behoorlijk onderzoek tot der gelij„ ke altoos nadelige dispositien overtegaan en voornamentlijk geene Capitainen van het Commando op hunne bodems te ontzetten, als om wettige en gewigtige redenen daar by UE gelastende den prointe „rum fiscaal Gabriel Exter ten ernstigsten te reproceeren, wegens de nonchalanten zo met partijdige waarneeming van gemeld ampt in deezen, door het be leggen van enquesten, ten eenemaal in formeel en in regten van geeve het minste niet waar over wij Hem bijwees gen van Correctie hebben verweezen in de vergoeding aan de Comp=te van de maand „gelden van gem: Capit=n Swart Lieutenan van den Bogaart, Bootsman van Oph en schieman Goggel zedert den dag de„ „zelve by UE van het schip 't zeepaard zijn geligt, tot den 18 april Iongstleden dat wij haar hersteld hebben te zamen bedragende ƒ 1245: 10: 10: soldij-geld, voor welken in Castelling door UE dus moet worden gesorgd, wijl die som UE gou„ vernementen bij aan rekening zal worden ten laste gebragt — Terwyl wij den meergem: Capit.:n ter zee Hendrik Swart, van der hem ten lasten gelegde beschuldiginge voor zo verre hebben vry gekend en wedergesteld in het gehad hebbend Commando op het schip 't zee „paard by te rug komst van dien bodem van banda, en zijne gage, zonder inter„ rripties laten Cours houden, egter onder eene ernstige recommandatie, om voortaan dergelyke delicten met aftestraffen, zonder alvorens daar over den scheepsraad te er„ kennen en te beleggen — Jnselvervoegen hebben wy zo als reeds gewaagd is, voor zo veel des noodsmeede her„ „steld den Lieutenant ter zee Paulus van den Bogaard, den bootsman Gerrit van Osch en den Schieman Hendrik Goggel insgelijks met Courshouding van gage voorts den Commandeur der Soldaten van het gemeld schip 't zeepaard Johan Jacob willem baksman, wegens het door hem gedaan opentlijk Contraman deeren der ordres van den Capt=n Swart bij gelegendheijd der gehoudene strafoef„ fening omtrend den soldaat Johan Fre „drik roodhart en het inbrengen van een menigte zo ongegronde, als gevagge„ reerde accusatien, bij weegen, van Con„ rectie gedegradeert tot Corporaal met teruig schryving van gague tot ƒstaten maand gelegden mits 216 mitsgaders den onderkoopman anne Willem Carolonus van Iddekinge, over zijn onvoorzigtig gedrag, in 't geeven van eene, ten deele de waarheid te bui„ ten gaande, en ten deele met merkelijke Exaggeratie ingerigte verklaaring ons ongenoegen betuigd En laastelijk de dispositie omtrend het gedrag van den meede met dien bodem uit nederland vertrocken dog voor eerst â Costij verbleeven Landmeeter J: G: J: van Hasselt uitgesteld tot desselfs overkomst en het als dan te doen nader ondersoek alhier Voor 't overige UE besijden deze la„ tende toe komen Copia van het berigt en bij lagen door den advocaat Fiscaal aan ons gedient om te strekken tot UE meerder on„ derrigting hoedanig soort gelijke gevallen „ in den aanstaande te behandelen - Blijven wij hier meede na groete /onderstond./ UE goede Vrienden /:was getekend:/ W: A Atting A: Moens D: I: Smith H: van Stokkem A Boe„ ses B: d: Pleuren /:in margine:/ Batavia In 't Casteel den 5 Maij 1786 Accordeert Het behaagde Uw Hoog Edelheedens bij hoogst„ derselven gevenereert besluit van den 26 Septemb: des afgeloopenen Iaars aan den ondergeteek: te laten afgeeven Extracten uit de brieven van den Caabsche Ministers van den 19 en 24 Iulij te voren weegens het daarbij vermelden omtrend den door deselve met het schip de Iaars her„ „waards opgezondenen Capitain van het schip D Zeepaard Hendrik Swart beneevens Copias van alle de daarbij overgekomen stukken ten synen laste, ten einde deselve t'Examineeren en voorts te dienen van berigt. —. De ondergeteek: zoude reeds lange aan die hoogst gerespecteerden ordre hebben voldaan Hoog Edele Groot Agtb: Heer Wel Edele Gestr: Heeren beneevens De wel Edele Gestr: Heeren Raden van Neederlands Indian Aan syn Edelheid den Hoog Edele groot Agtb Heer M„r Willem Arnold Altingh Gouverneur Generaal Was Mbrak EgClercq
English
had it not appeared to him upon reconsideration of those matters that the Cape Government not only gave notice of its observed conduct regarding the aforementioned Captain Swart, but also regarding Lieutenant Paules van den Bogaart, boatswain Gerrit van Osch, and boatswain's mate Gerrit Goggel, who were placed on the ship 'T Huys te Spijk and were to be sent over hither with the same shortly. And the undersigned was thereby brought to the opinion that these matters were so interconnected that the one could not well be settled without the other. However, the disastrous voyage of that vessel caused the aforementioned three persons, after having put to sea with it, to have to return again to Africa's corner, and to be able to cross over no sooner than with the Company ships that arrived here last. Their arrival has finally enabled the undersigned to be able to fulfill the charge entrusted to him, wherefore he now has the honor to bring to the attention of Your High Nobilities that it has appeared to him upon examination of the accusations charged against Captain Swart that they allegedly consisted of: 1. A harsh treatment of the crew, 2. An excess in punishing, and 3. A disobedience to the orders of the Cape Government and instigation of the ship's crew to mutiny. Yet, before taking on the points of accusation themselves, the undersigned finds himself obliged to inform Your High Nobilities regarding the form of the inquests conducted at the Cape. That in the letter dated 19 July 1785, it appears among other things: "We find ourselves obliged to bring to the notice of Your Right Honorable and Highly Esteemed that when upon the arrival here of the ship 't Zeepaard various complaints and accusations appeared against the captain commanding that vessel, Hendrik Swart, concerning his observed conduct and bad treatment of the common ship's crew, the necessary inquiries in that regard were immediately undertaken thereupon, and to that end the requisite depositions were obtained from some of the ship's crew, etc." That the undersigned has found that those necessary inquiries and requisite depositions consisted of nothing other than: An account given before two commissioners from the Council of Justice by the commander of the soldiers, Jacob Willem Baksman, who, upon reconsideration by the ship's council on 1 May, was placed under arrest for and on account of his offense against the law and disturbance of the public peace, thus to remain confined until the Cape, in order to—nota bene—present the matter to the honorable Council and Fiscal there and obtain justice. Furthermore, in a deposition of the soldier Johan Fredrik Roothart, who was once punished by order of the Captain, and on which occasion the Commander was placed under arrest. And then also in the depositions of the corporals Oberlijtnen and Kramp, the soldiers Fridrich Slot and Hauck, and the assistant carpenter Jacob Sonderike. Without the pro-interim Fiscal Eder having seen fit to hear any of the officers or seamen, who were of the utmost importance here, and who surely ought to have been examined in the first place; it being impossible for him to pretend on the slightest grounds that the time was insufficient for a complete investigation and preparation of the case at the Cape, as the ship anchored in Simon's Bay on 23 May 1785 and lay there for over two months, and about one and a half months elapsed between the held inquests regarding the military personnel and the departure of that vessel. It appearing furthermore from the mere inspection of those depositions that the aforementioned pro-interim Fiscal acted so informally that he immediately swore in those deponents as if they were properly recollected after a due lapse of time, and that even outside the presence of Captain Swart, depriving him, although present in loco, of the opportunity to hear those deponents on cross-examination. A mode of proceeding in every way contrary to the order and practice observed in all legal proceedings, and therefore unacceptable in anyone who holds the office of Fiscal. Indeed, without even properly interrogating the Captain, who appeared here as the accused party.
Dutch transcription
217 was hem niet bij resumptie dier zaken voorgekomen dat het Caabsche Ministerie niet alleen kennis gaff van desselfs gezouden gedrag omtrend voorsz: Cap:n Swart maar ook omtrend den Lieut: Paules Van den Bogaart en bootsman Gerrit van Osch en Schieman Gerrit Goggel. welke op het schip 'T Huyste spijk ge„ „plaatst waren en met hetzelve binnen kort herwaards zouden worden overgezonden. — En de onderget: hier door in een gevoelen gebragt dat deze zaken zodanig aan malkan, „deren geënclaveert waren, dat de niet wiel zonder de andere zoude kunnen worden afgedaan Dan de rampspoedige reize van dien bodem heeft veroorzaakt dat de gem: arie perzonen na met denzelven in zee gestoken te zijn weederom na Africaas uithoek hebben, moeten retourneeren, en niet eerder dan met de laatsten alhier gearriveerde Comp: scheepen kennen overkomen. welker arrivement den onderget: eindelijk in staat gesteld heeft vande hem op gedragene last te kunnen volbrengen weshalven hij thans de Eer heeft onder het oog van Uwe Hoog Edelheeden te brengen dat het hem bij Examinatie der beschuldigingen ten lasten van Cap:n Swart is gebleeken dat die zouden hebben bestaan 1:/ in een harde behandeling vand' Equipagie 2% in een excces in't Straffen en 3 in eene nonobedientie aan de ordre van het Caabsche Gouvernement en ophitzing van de scheepelingen tot muiten Dan alvorens de poincten van accusatie zelve aante neemen vind den onderget: zig verpligt uwe Hoog Edelheedens, nopens de forme der aan Cabo belegde en questen ten moeten informeeren. - Dat bij de Missive in dato 19 Iulij 1785. onder anderen voorkomt. - „wij vinden ons verpligt uwe wel „Edele Groot Agtb: ter kennisse te moeten „brengen dat wanneer bij arrivement alhier „van't schip P Zeepaard waren voorgekomen „duerse klagten en beschuldigingen, teegens „den op dien bodem, Commandeerende Cap: „ Hendrik Zwans betreffende deselves gehouden „gedrag en kwade behandeling van het gemeene „scheeps volk, daarop direct zijn genomen de „nodige informatiën desweegens en ten dien „einde ingewonnen de vereischten verklaringen „van eenige der scheepelingen enz: ten Dat 218 Dat hij onderget: ondervonden heeft dat die nodige informatiën en vereischte verklarin„ „gen niet anders hebben bestaan, dan in Een relaas gegeeven ten overstaan van twee gecomm: uit den raad van Iustitie door den Commandeur der soldaten Iacob willem Baksman, welke bij resumptie van den scheeps raad op den 1 Maij in arrest was gezet over en ter zake sijner vergrijp teegens de wet en verstoring der gemeene rust om alzo te blijven zitten tot aan de baal ten einde NB aldaar aan den agtb Raad en fiscaal de zaak voor te dragen en recht te erlangen. — Voorts in eene verklaring van den zoldaat Iohan Fredrik Roothart, die eens op ordre van den Cap:n was afgestraft, en bij welke gelee„ „gendheid den Commandeur was in arrest geraakt, En dan nog in de verklaringen van den Copporaals oberlijtnen en Kramp de zoldaten Fridrich Slot en Hauck en den ondertimmer „man Iacob Sonderike zonder dat den pro interim Fiscaal Eder heeft kunnen goedvinden van iemand der officieren of zeeleeden op welke het hier vooral op aankwam te horen, welke immers inde eerste plaats hadden behoren g'examineert te worden konnende met geene de minste grond door hem werden voorgewend, dat de tijd tot een volleedig onderzoek en in staat van wijze brengen der zaak aan de Caab niet voldoende zoude ge„ „weest zijn alzo het schip op den 23 Maij 1785 inde Simonsbaaij geankert is en aldaar over de twee Maanden geleegen heeft en tus, schen de belegde Enquesten ten opzigte der Militairen en het vertrek vandien bodem Circa anderhalven Maand verlopen is: Blijkende wyders uit de bloten inspectie van die verklaringen, dat gem: pro interim Fiscaal zelfs zo informeel is tewerk gegaan. dat hij die attestanten even als of ze na een behoorlijk tijd verloop gerecolleerd waren direct beeedigt heeft, en dat zelfs buiten presentie van den Cap:n Swart en aan denselven schoon in loco teegenswoordig de geleegendheid benomen om die attestanten op Contra vragen te horen, Eene handelwijze allezints strijdende teegens de ordre en Practijk welke in alle procedures plaats vind, en dus in niemand welke het Ampt van fiscaal waarneemt niet wel te passeeren is, Ia zonder zelfs den Cap: die hier als de beschul „digde partij voorkwam ordentelijk te onder „vragen. Sa
English
Furthermore, it appeared remarkable to the undersigned that when the undersigned, immediately after the arrival of the soldier Iohan Fredrik Roothart, privately questioned him about certain matters in accordance with the authorizations obtained from Your High Excellencies, the same declared to the undersigned that he had taken no oath, and that when he appeared before the commissioners at the Caab, one of them had said, as far as he, not being well versed in the Dutch language, had been able to understand, that it was his own case and he thus could not take an oath, and that he had then also merely signed his name. And the undersigned nevertheless finds, under the declaration produced by him before commissioners from the Council of Justice at the Caab, recorded thus, and recollected and sworn, etc. Having herewith said enough concerning the form according to the opinion of the undersigned, he has the honor to submit to Your High Excellencies regarding the charges themselves: That as soon as the decision of Your High Excellencies came into his hands, he was not idle in making every possible inquiry into the true state of affairs, concerning which the documents sent over from the Caab appeared to him insufficient. Having for the aforementioned purpose summoned and questioned a large part of the crew of the Zeepaard, and in the first place those who had given declarations at Cabo, And particularly regarding the declarations given by them concerning the matters of the sailor Marten Exir over his absence during danger of sinking, who died a few days thereafter, And of the soldier Roothant, who was punished by order of the Captain on account of wounds inflicted upon the young sailor Porkman. Whereupon the Commander of the soldiers stated that his complaints concerning the sullen nature of the Captain were based on these almost negligible grounds: that the Captain had reportedly mocked him at the table, did not address him when making a report, and had once allegedly said that he was not worthy of entering the cabin. While concerning the punishing of the slightest matters with the severest penalties, he could produce no examples whatsoever other than that of the sailor Marten Abeir, who died a few days later, he himself saying that he did not know why the said sailor was punished, but that he had heard that the same had failed to appear for reefing during heavy weather. He further stated regarding the case of the soldier Roothart that he had not seen his fighting with the young sailor and that this was reported to him by Corporal Oberlijtnen; that when the said soldier, according to his counting, had received sixty-six blows, he had ordered the Corporal to cease striking; That, having subsequently been placed under arrest by order of the Captain, he received a report there that the aforementioned Roothant had allegedly received two hundred and forty-four blows, but that he knows this solely from reports. It furthermore emerged from the examination of the other declarants, namely Christ:n Oberlijtner, Ian Iacob Cramp, Iohan Erdman, Fredrik Albertus Slot, and Casper Haust: That they could produce no cases in which the men were beaten unreasonably, and confined themselves solely to the punishment of the sailor Assir and the soldier Roothart; concerning the further ill-treatment by cursing, etc., they said that the Captain had often hurled at the soldiers the insults of lazy good-for-nothings, sloths, and the like. While they all agree on this point, that in their opinion the sailor Assir died from the blows he received, although, not being of the medical profession, they could state no professional grounds for this, and the reason why he received punishment was unknown to them, only being able to remember that it occurred after a storm in which they were in extreme danger. While some of them had to admit never having received blows on that vessel. Corporal Oberlijtnen, who had struck the soldier Roothart himself, declared that he had not seen his fighting or wrestling with the sailor, but only had it by reports, and that the number of blows administered to the said Roodhart after the Commander had been placed under arrest was equally
Dutch transcription
219 zynde het bovens dien remanquabel aan den onderget: voorgekomen, dat als de onderget: den zoldaat Iohan Fredrik Roothart direct na desselfs arrivement ingevolgen de door Uwe Hoog Edelh: bekomene qualificatien omtrend eenige zaken particulier ondervragende denzelven hem onderget: declareerde geen Eed gedaan te hebben, en dat wanneer hij voor gecomm: aan de Caal Compareerden eene derzelven gezegt hadde, voor zo veel hij als de Hollandsche Taal niet wel magtig zijnde hadde konnen verstaan, dat het sijne eigen zaak was, en hij dus geen Eed doen konden en hij als toen ook blotelijk syn naam getee„ „kent heeft. En de onderget: nogthans onder de door hem van gecomm: uit den Raad van Iustitie aan de Caab gepasseerde verklaring vind, aldus gepasseert, en gerecolleerd en beeedigt enz: Hiermede omtrend de forme volgens des onderget: opinien genoeg gezegd hebbende heeft hij de Eer omtrend de beschuldigingen zelve aan Uwe Hoog Edelheedens te advanceeren. — Dat zo dra het besluit van uwe hoog Edel „heedens hem was ter hand gekomen, hij niet on„ „leedig geweest is, om alle mogelijk onderzoek ten doen naden ware toedragt der zaken waar„ „omtrend de van de Caal overgezondene stukken hem onvoldoende voorkwamen Hebbende ten voorsz: einde bij hem gerequireert en ondervraagd een groot gedeelte van de Scheepelingen van't zeepaard en wel in de eerste plaats de geenen welke de verkla„ „ringen aan Cabo hadden afgegeeven En wel principaal omtrend de door hun gegeevenen declaratoiren weegens de poincten van den Mattroos Marten Exir over sijne gemaakte absentien ingevaar van vergaan welke eenige dagen daarna is overleeden. En aan den zoldaat Roothant die weegens aan den jong Mattroos Porkman toegebragten wonden op ordre van den Cap:s was afgestraft. Wanneer den Commandeur der soldaten heeft opgegeeven dat syne klagten omtrend den norschen aart van den Cap: gesteund hebben op deze bijna niet noemenswaardige grond en dat den Cap: hem aan Tafel zoude hebben uitgelaggen hem bij het doen van Rapport niet toesprak, en eens zoude gezegd hebben, dat hij niet waard was dat in de Cajuet kwam Terwijl hij omtrend het straffen van den geringsten zaken met de Strengsten straffen doen geenen 220 geene voorbeelden hoegenaamd heeft weeten bij te brengen, dan dat van den Mattroos Marten Abeir welke eenige dagen daarna gestorven is, zeggende hij zelver niet te weeten waarom den gem Mattroos gecorrigeert was, maar dat hij had gehoord dat deselve bij zwaar weer absent van reeven gebleeven was. Geevende hij wijders nopens het geval vanden zoldaat Roothart, op dat het vegten van den zelven met den jongen Mattroos niet gezien en zulx hem door den Corporaal oberlijtnen gerapporteert was, dat hij wanneer de gem: soldaat volgens syne telling ses en sestig slagen hadde ontfangen aan de Corporaal hadde geordonneert Van met slaan op te houden Dat hij vervolgens op ordre van den Cap: in arrest gegaan zijnde aldaar rapport heeft bekomen dat meerw: roothant twee Hondert vier en veertig slagen zoude ontfangen hebben, maar dit ook anders niet weet dan van rapporten: zijnde wyjders bij Examinatie der anderen declaranten met name Christ:n Oberlijtner Ian Iacob Cramp, Iohan Erdman, Fredrik Albertus Slot en Casper Haust overge„ „komen Dat deselve geene gevallen weeten bij te brengen in welk het volk onreedelijk geslagen is, en zig alleen bepalen tot het straffen vanden mattroos Assir enden zoldaat Roothart zeggende deselve omtrend de verdere slegte behandeling van schelden enz, dat den Cap:n de soldaten veel eens de samen van Gondegoed slothouten en dierge„ „lijken had toegevoegd Terwijl zij hier in alle overeenkomen dat volgens hunne gedagten den mattroos Assir aan de door hem bekomen slagen zoude gestorven zijn, schoon zij als niet van de kunst zynde des„ weegens geene reedenen van weetenschap weeten op te geeven, en hun de reeden waarom dezelve straffe ontvangen heeft onbekend is, kunnende zij zig alleenlijk herinneren dat het voorgevallen /was na een Storm in welk zij in't uiterste gevaar„ waren Terwijl eenige derselven moesten bekennen nimmer op dien bodem slagen ontfangen te hebben, Declareerende Corporaal Oberlijtnen welken den Poldaat Roothart zelve had geslagen dat hij het vegten of worstelen van denselven met den Mattroos niet gezien, maar alleen bij Rapporten had, en dat het getal van slagen geappliceert aan gem: roodhart na dat den Commandeur in arrest was gegaan, egaal zoude
English
would amount to; that regarding that which he received when the same was present, he also with his own mate had brought the soldier down below after the receipt of the beating, but that the latter had been very well able to walk, all in accordance with the statement of the often-mentioned Roothart himself. After which examination the undersigned summoned before him and interrogated the greater part of both the senior and petty officers and some sailors of the said ship, and examined them regarding the accusations brought against him, the Captain. And in this inquiry learned unanimously from them: That on 6 February 1785 at the latitude of 46 degrees 47 minutes they had been forced to endure a heavy storm, which continued until the 8th, whereby the rigging was in danger and the upper works of the ship were shaken apart, while the water, through the heavy rolling of the vessel, poured as if continually through the seams, to such a degree that the chests between decks became adrift. That the soldiers, becoming weary of pumping, went into the hold and could not be gotten out of it, saying that they would have to drown. That meanwhile the distress was pressing, and everything had to be applied both for the preservation of the hull and that the same should not happen to fall into the Bay of France, to which end all hands were highly necessary, they moreover not being provided with many experienced seamen. That in this peril of life some among the crew hid themselves and were not to be found, and to such an extent that the senior and petty officers themselves had to help take in the sails. Yea, that when those sailors had been found with lanterns, and Lieutenant Bogaart and Boatswain van Osch, who stood up to their waists in the water between decks, wished to drive them up by force, they were very insolently treated by them. That after the storm abated on 8 February, the Captain, intending to punish those ill-disposed persons and among them Marten Axir, who died on the 15th thereafter, for their misconduct, had them brought aft, tied fast to a cannon, and given a sound thrashing, all in the presence of the officers who were on board and also of the chief surgeon, whose duty it was, in case he saw that these beatings exposed the sufferers to dangerous and fatal consequences, to warn the Captain about this, just as he also declares to have pulled the Captain by the coat when he thought that more strokes would do harm to the sufferer, who, after having had some more strokes given, ordered the beating to cease, as is to be seen from the annexed declaration sub Litera A; he having already declared at the Cape that the sailor Axir did not die of the beating, but through various complications occurring therewith, he being of a bad-humored constitution. In conformity with the statement of the assistant surgeon Pieter van Peer. The different journals examined by the undersigned concerning the substance of the case agree with the narrative previously given here and the Memorial of Captain Zwart annexed hereto sub Litera B. The misfortune for Captain Swart resides therefore in this, that he wished to settle this matter by a domestic correction, which certainly was rather rigorous, and the unfavorable bodily condition of Axir caused some complications, whereof he came to pass away. Then, Right Honorable Gentlemen, when one takes into consideration that, according to the unanimous testimony of the seafaring men whom the undersigned has heard, the animosity between soldiers and sailors... Then his conduct herein is not entirely to be acquitted of imprudence; he was obliged to dispose of a matter of that nature before a court martial in order to make a greater impression on the crew, and had that court martial not even punished the said Axir more heavily and he had nevertheless come to pass away, such would certainly not have stood the accusers of Zwart in good stead in their accusations. Yea, had he only remained alive, and had he, like the other punished sailors, been able to perform his work in the following days, they would never have dared to bring forward the punishing of those sailors as an example of the Captain's cruelty. The second principal point of accusation is the punishment of the soldier Johan Fredrik Roothart, regarding which the Commander and the soldiers enlarge so broadly in their declarations.
Dutch transcription
221 zoude uitkomen; met dat geene hetwelk hij ont„ „ving toen dezelve present was, dat hy ook met syn eigen maat den Zoldaat na het ontvangen van der Prassen na beneden gebragt hadde maar dat die zeer wel had kunnen gaan— Alles overeenkomstig het gedeclareerde van den dukgem: Roothart zelve Na welk Examen de onderget: bij zig ontboden en ondervraagt heeft het grootsten gedeelte zo der opper als onder officieren en eenige Mattroosen van het ged: Schip en dezelve onderhouden nopens de teegens hem Cap:n in „gebragten beschuldigingen En bij dit onderzoek uit dezelve eenparig vernomen dat op den 6 febr: 1785 op de b.:t van 46 graden 47 Min: een zwaren storm hadden moeten ondergaan, welke tot op den 8 voortdieurden waar door het Tuig en gevaar en het bovenschip uit elkanderen gemeeken was, terwijl het water door het sterk overhalen vanden bodem als met gereeld door de Liffnaden instroomde zodanig dat den kisten tusschen deks driftig wierden dat de zoldaten het pompen moede wordende zig in de Rooij begaven en uit deselve niet te krijgen waren, zeggende dat zij tot zoude dat na het bedaren vanden Storm op de 8 Febr: den Cap: die kwaadwilligers en onder dezelve Marten Aeir /:welke den 15 daar aan is overleeden:/ over derzelver wanbedrijf zullende straffen hun agter op heeft doen brengen op een stuk vast binden, en een deegelijk pak slagen laten geeven, alles ter presentien van de aan boord zijnde officieren en mede van den dat in dit Lyfs gevaar zommige onder dEquipagie zig verscholen en niet te vinden waren, en zo verre dat de opper en onder officieren zelve de zeilen moesten helpen bergen, Iadat wanneer men die Mattrosen met Lantaarns gevonden had, en den Lieut: Bogaart en boosman vanOsch welke tot tusschen deks tot aan haar middel in het water stonden dezelven met geweld wilde opjagen zeer brutaal door hun bejeegend wierden moeten verzuijpen dat de nood intusschen dringende was, en men alles zo tot behoud van de kiel, als dat dezelve niet in de bogt van Vrankrijk quam te vervallen moeste aanwenden, tot welken einde alle handen hoog noodzakelijk waren, zijnde men bovensdien niet voorzien van veel t bevaren volk moeten oppermeester 222 oppermeester wiens pligt het was, om ingeval hij zag dat die slagende Lijders voorgevaarlijken en dodelijke gevolgen blootstelden, den Cap:n hier over te waarschouwen - gelijk hij dan ook declareert, den Cap: wanneer hij dagt, dat meer slagen aan den Lider quaad zoude doen bij de rok getrokken te hebben, welke na nog eenige slagen te hebben doen geeven, heeft gelast met slaan op te houden, als te zien uit de hier by gevoegde verklaring sub La A: hebbende hij aan de Caab reeds verklaart dat den mattroos Axir niet is gestorven maar door verscheiden daarbij gekomene toevallen, zijnde hij van een quaad zappig gestel. Conform de opgave van den ondermeestern Pieter van Peer Komende de differenten Iournalen door den onderget: geexamineert omtrend het zakelij„ „ke van het geval over een met het hier bevorens gedaan Narre, en de Memorie van Cap: Zwart hierbij geannexeert sub L:a B Het ongelukkigen voor Cap:l swart resideert dus hierinne dat hij deze zaak door eene domes„ ticquen Correctien (: welke zeeker vrij rigoureus is geweest:/ heeft willen termineeren, en de ongun„ „stigen Lighaams gestalte van Nzir eenige toevallen Dan Hoog Edele Heeren wanneer men in Consideratie heemt dat volgens het eenparig getuigenis der zeevaarende welke de onderget gehoord heeft de Bannonie tusschen Soldaten Dan is het gedrag van denzelven hierin niet 't eenemaal van onvoorzegtigheid vrij te„ pleiten, hij was verpligt geweest, eene zaak van dien Aart bij een krijgsraad af te doen, om meer indrek aand'Equipagie te geeven, en had die krijgsraad den gem: Axir al niet zwaarden gepunieert en hij was nochtans komen 't overlyden zoude zulx zeeker de aanklagers van Zwart in hare beschuldigingen niet te stade zijn gekomen Ia was hij slechts in't leeven gebleeven en had hij gelijk de andere gestraften mattrosen inde volgende dagen syn werk kunnen verrigten zo zoude men nooijt het affstraffen die mattrosen als een voorbeeld van 's Cap=n Wreedheid hebben dunven bijbrengen. Het tweede principale poinct van accusatien is het afschraffen van den Zoldaat Iohan fredrik Roothart, waaromtrend den Commandeur en de zoldaten in hunne verklaringen zo breed uitbreeden gecauseert hebben, waaraan hij is komen te overlijden. gecauseert
English
and sailors, as often happens on ships, was not very large; that the former were supported by the Commander, the seamen even complaining of scornful treatment and impertinences inflicted upon them by the soldiers. Thus the conduct of the Captain, even if some awkwardness might have occurred, is currently in no way punishable in any higher degree. The soldier had had a dispute with the young sailor, they had come to blows, the under-surgeon, on orders from the officer of the watch, dressed the sailor's heavily bleeding head wound; he subsequently makes a report of the dressing of that wound, which, according to the injured man's statement, had been inflicted by the soldier Roothant. The Captain has the soldier brought up and punished by two Corporals with a piece of rope, and subsequently forces the Corporals—after the Commander, in the presence and against the will of the master of the vessel, had ordered them to stop, and had on that account been placed under arrest—to execute his orders by giving the said soldier some more lashes. Unless he wished—as he had expressed in his previously attached account—to acknowledge the Commander with all the soldiers as independent of him before all the crew, the more so because the number of soldiers (of whose goodwill the seafarers could not boast) almost equaled that of the seamen. Whether the preliminary investigation that took place—at least the officers declare that it did take place—was proper, the undersigned cannot determine on the basis of the sworn statements subsequently delivered at the Cape, and perhaps some precipitancy did take place. Yet this is certain, that the soldier was at fault by taking justice into his own hands instead of addressing the watch on the forecastle, and thus merited punishment, regarding the severity of which the undersigned nonetheless has no certain reports. The Commander sets that punishment at three hundred and ten lashes, of which he had counted sixty-six, having the remaining two hundred and forty by reports. The Corporal who acted here puts it at a large hundred. Roothart, in his statements made to the undersigned, gives a similar number, but says he does not know this for certain. The upper and petty officers speak of a moderate thrashing, and the Captain says a few lashes. But that this punishment was not of the heaviest appears from this, that the punished soldier, after having been punished between half past four and five o'clock, came to drink his ration at the rail on the quarterdeck at half past five, and still performed his duty that same evening, according to the statement of Captain-Lieutenant Muller, Lieutenant van den Bogaart, Second Lieutenant Niels, and Boatswain van Osch. Yet however severe it may have been, the Commander was never authorized, against the will and in the presence of the master of the vessel, to order the Corporals to cease beating, to the destruction of all subordination so necessary on board and the disparagement of the Captain's authority, and he was for this (subject to better judgment) rightly placed under arrest. Just as the following day it was with reason resolved by the ship's council to keep him under arrest until the Cape, since the same— The resolution taken in this regard having been handed over in person by the junior merchant Iddekinge to the Lord Governor of the Cape— having then entered and the ship's instructions having been presented to him, acted very brusquely and dared to say outright that he was master of the soldiers, had nothing to do with the Captain, and would certainly seek his justice at the Cape. So that it has greatly struck the undersigned how the said Commander, notwithstanding that in the Cape Dispatch of the 24th of July last it is stated: "that whereas the Commander of the soldiers Johan Jacob Willem Baksman, appointed to the aforementioned ship 't Zeepaard, is involved in the case of the said Captain Swart, and around him those same reasons as in relation to Captain Zwart have prevented determination here of that which militates against him, we have had to resolve to let that Commander cross over on the same vessel 't Zeepaard, though likewise out of service:" that, says the undersigned, he, Baksman, has nevertheless crossed over in service, as appears
Dutch transcription
223 en Mattrosen gelijk veel al op de scheepen gebeurd niet heel groot was, dat de eerste door den Comman„ „ deur gesteund wierden klagende de Zeelieden zelfs over schampere bejeegeningen en inpertinentien welke hem door de militairen wierden aangedaan. Zo is het gedrag van den Cap: zoes eenigen handigheid in mogt plaats vinden, nog thans in geene rogeren graad strafbaar. de soldaat had dispuut met den jong mattroos gehad, zij waren hand gemeen geraakt, de ondermeester verbind op ordre vanden wagthebbende officier de Mattroos met een sterk bloedende wond aan het Hoofd hij doet vervolgens Rapport van het verbinden dier wond welken aan den gequetsten volgens sijnen opgave door den Soldaat Roothant zouden zijn toegebragt den Cap: laat den soldaat ophalen en door Twee Corporaals met een Endje Touw afstraffen en noodzaakt vervolgens de Corporanen na dat de Commandeur dezelve in presentie en teegen wil van't hoofd des bodems geordonneert hadde om op te houden en hij desweegens in arrest gezet was, sijne ordres uit te voeren met aan ged: soldaat nog eenige slagen te geeven. wilde hij niet /:zo had dezelve zig bij syn hiervoren bijgevoegd relaas uitgedrukt voor al het Volk den Commandeur met al den Zoldaten voor onafhankelijk van hem en kennen Te meer om dat het getal der militairen /:over welkers goedwilligheid de zeevarende zig niet konden beroemen:/ dat der Zeelieden bijna equaliseerde Off het voorafgaande gedane onderzoek immers de Officieren verklaren dat hetzelven heeft plaats gehad behoorlijk geweest zij dienst den onderget: uit hoofde van de aan Cabo naderhand afgegeevene beEedigden verkla„ „ringen niet vast stellen En heeft 'er mogelijk wel eenige praecipitancen plaats gehad. Dan dit is zeeker dat de soldaat in Culpa verzeekerde door zig zelfs te rechten welke op de Bak de wagt had te addresseeren en meriteerde dus straffen. omtrend welkers zwarigheid de onder„ „gel: nochtans geene zeekere berigten heeft: Den Commandeur bepaald die straffen op Drie Hondert Thien slagen waarvan hij ses en sestig geteld had, als hebbende de overigen Twee Hondert Vier en veertig bij rapporten De Corporaal die hier geageert heeft brengd het op grote Hondert. voor Roothant 224 Roothart geeft bij sijne opgaves aan den onderen „get: gedaan een gelijk gehalop maar zegt zulx niet zeeker te weeten. de opper en onder officieren spreeken van een middelmatig pak. En den Cap: zegt eenige slagen Maar dat deeze sthaffe niet van de zwaarste geweest is, blijkt hieruit, dat den afgestraften soldaat natusschen halff vijf en vijf uuren gestraft te zijn, om halff ses uuren syn Loobse aan de balie op het halve dek heeft komen drinken, en nog dien zelfden avond sijn dienst heeft waargenomen, volgens de opgave van den Cap: Lieub: Muller Sieut: van den Bogaart Sous Lieut: Niels en den bootsman van Osch Dan dezelve moge nog zo zwaar ge „weest zijn, den Commandeur was nimmer bevoegd om teegens dank en in presentie van het hoofd des Bodems de Corporaals t' ordonneeren om met slaan op te houden tot distructien van alle aan boord zo nodige subordinatie en Vilipendie der authoriteit van den Cap:n en wierd hier over /:salvo meliore:/ te recht in arrest gezet Gelijk den volgende dag door den scheeps „raad met reeden geresolveert wierd om denselven in arrest te houden tot aan de Caab nadien deselven zo dat het den onderget: zeer gefrappeert 8 heeft, hoe dat den ged: Commandeur niet tee„ genstaande in de Caabsche Missive vanden 24 Iulij laatstl: gemeld word „dat aangezien den Commandeur den „soldaten Iohan Iacob willem Baksman „op het bovengem: schip 'T Zeepaard bescheeden „in de zaak van ged: Cap:n Swart is gecompor„ „teert en ook omtrend denselven die zelfde „reedenen als met relatie tot den Cap: Zwart „geimpedieert heeft determinatie alhier van het geene „teegens hem militeert wij hebben moeten besluiten „dien Commandeur op denzelven bodem 'T Zeepaard „ dog mede buiten dienst te laten overvaren: dat zegt den onderget: hij Baksman nochtans inguntien is overgekomen, blijkens Zijnde de hieromtrend genomene resolutie door den ondercoopman Iddekinge in per„ „zoon aan den Heere Gouverneur van Caab over gegeeven. als toen binnen gestaan en hem de scheeps in, structien voorgehouden zynde zig zeer brusg aanstelden en ronduit dorst zeggen dat hij meester van de Soldaten was, niets met den Cap: te doen had, en aan de Caab syn recht wel zoude zoeken als den