VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 4327

Cape · 477 pages · 168 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_4327_0344 view scan ↗

English

Batavia To the Right Honorable, Strict Sir, Master Willem Arnold Alting, Governor-General, and the Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies. Per the Dutch private flute ship De Vrouwe Sara Hendrina. Stellenbosch. Right Honorable, Valiant, Highly Respected, Brave, Very Wise, Foresighted, Most Generous Sir and Honorable Lords. Our last respectful letters, dated the 13th and 15th of this month, consigned to Your Right Honorable Highly Respected, having departed with the national frigate of war De Oranjezaal, which on the 16th following set sail from this roadstead for Batavia; we take the liberty, via the Dutch private flute ship De Vrouwe Sara Hendrina, which is currently also ready to sail, to send to Your Right Honorable Highly Respected under cover of this the duplicates of our above-mentioned missives, referring whereto we have the honor to remain with deep respect, beneath stood: Right Honorable, Valiant, Highly Respected, To the titular Merchant and Landdrost, Hendrik Lodewijk Bletterman. It having been represented to me by Commissioners from the Council of Justice, that the burghers Hermanus Dempers and Dirk Coetsee, both for themselves and in the name of all the burgher woodcutters, had complained about the grievances brought by the former Heemraad of Stellenbosch, Johannes Albertus Meyburg, regarding the pasturage of the cattle of the above-mentioned Dempers, bringing forward to the contrary that from the earliest times the woodcutters here at the Cape have had free stationing places and pasture for their oxen in the surrounding area over which Meyburg has now Good Friend. Brave, Very Wise, Foresighted, Most Generous Sir and Honorable Lords. Signed: C. J. van de Graaff, J. J. Rhenius, R. J. Gordon, J. P. Le Sueur, and C. de Wet. In the margin: In the Castle of Good Hope, the 23 October 1787. Signed. complained, Batavia. To the Right Honorable, Strict Sir, Master Willem Arnold Alting, Governor-General, and the Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies. Per the Dutch private flute ship De Vrouwe Sara Hendrina. complained, without the same ever previously having been hindered or obstructed therein by anyone, and that, given the already too well- known scarcity and lack of firewood for the Cape inhabitants, in the event that they, the woodcutters, were forbidden and prevented from being allowed to keep cattle kraals and to chop wood at that place and in its vicinity, they would thereby be rendered unable to supply our inhabitants here with the so necessary and indispensable firewood, and that the woodcutters collectively intended to submit their interests hereupon further in writing; I have therefore, considering the short interim between today and the 27th of this upcoming month, on which day and time the aforementioned burgher Hermanus Dempers, pursuant to your instruction, would have to break up his kraal, and the Heemraad Meyburg has been authorized by you to bring the oxen found in the pasture on the other side of the Kuils River to Stellenbosch into the pound, thought it best to instruct you hereby After the closing and dispatch of our submissive Right Honorable, Valiant, Highly Respected, Brave, Very Wise, Foresighted, Most Generous Sir and Honorable Lords! Remaining meanwhile after greetings, beneath stood: Your Good Friend. Lower: By order of the Honorable Lord Governor. Signed: J. M. Tsanak, First Clerk. In the margin: In the Castle of Good Hope, the 24 October 1787. to suspend all of this, until the woodcutters collectively have submitted their interests and you shall have sent me the necessary information concerning this matter, in order then to be able to dispose in that regard in such a manner as I shall judge to be proper according to the nature and circumstances of the case. of yesterday's date to the skipper of the bearer of this, the Dutch private flute ship De Vrouwe Sara Hendrina, there has arrived here in the roadstead today the flute ship Josephus de Tweede, likewise chartered by the Honorable Company, one of the transport ships of the Württemberg Regiment, having departed on the 1st of July past from the Middelburg roadstead in company of two others, De Drie Gebroeders and Het Fortuyn, but on that same date separated from one another again. On which vessel Josephus de Tweede there are found to be one hundred and ten men of the aforesaid Württemberg Regiment, consisting of three Captains, 2 Lieutenants, and 105 non-commissioned officers and privates; while likewise there has crossed over hither Mr. P. F. de Meuron, Lieutenant-Colonel and Commander of the Swiss Regiment of that name stationed here, having with him another three cadets, one secretary, and eight privates of that corps; and it has further been reported to us by the officers of the aforementioned flute ship Josephus de Tweede that on the 1st of September Right Honorable, Valiant, Highly Respected, Brave, Very Wise, Foresighted, Most Generous Sir, and Honorable Lords, Your Right Honorable Highly Respected's most submissive and obedient servants, signed: C. J. van de Graaff, J. J. Rhenius, R. J. Gordon, J. J. Le Sueur. In the margin: In the Castle of Good Hope, the 25 October 1787. Of which duty-bound notifying Your Right Honorable Highly Respected, we have hereby the honor to remain with due respect, beneath stood: last, at 28 degrees latitude and 4 degrees 9 minutes longitude, they had encountered a Company return ship, which is thus presumed to have been none other than the ship De Paarl that departed from Mauritius, and that furthermore the Batavia return ship De Diamant had arrived safely in Zeeland on the 27th of June past.

Dutch transcription

Batavia Aan den wel Edele gestrenge Heer M:r Willem Arnold Alting gouverneur generaal en de d Edele„ Heeren Raaden van Nederl=s India 1 P=s het holl parkc=rs fluijtschip de vrouwe Sara Hendrina Stellenbosch Wel Edele Erntfeste, groot agtb: Manhafte, wel wijze voorziendge zeer genereuse Heer en Edele Heeren. Onse laatste Eerbiedige lesteren onder den 13e 15 deeser maand aan Uwe Wel Edele groot agtb geconsigneerd afgegaan zynde met s' lands freguat van oorloge d' orange zaal dat op den 16 daaraan van deese bheede naar Batavia is voortgesteevend; neemen wij de vryheijd, Uwe wel Edele groot agtb: met het thans meede zeyl thee leggend Holl parkc=s fluytschip de vrouwe Sara Hendrina onder geleijde deeses te doen toekomen de duplicaten van bovengem onse missives waar aan ons refereerende heb„ wij de Eer met diep bespect te blyven /:onderstond:/ Wel Edele Erntfeste, groot agtb: Aan den koopman titulair en Landdrost Hendrik Lodewijk Bletterman Door Commisarissen uyjt den Raad van Pustitie aan mij voorgedraagen zynde, dat de burgers Hermanus Aempers en dirk Coetsee zo voor zig als uijt naam van alle de burger houtcarweijers zig hadden beswaard over de ingebragte klagten van den oud Heembaad aan Stillenbosch Iohannes Albertus Meijburg nopens de weijde van het vee van opgem dempers daar teegens inbrengende, dat van de vroegste brijden af aan, de houtCarweijers alhier aan de Caab de vrije legplaatsen en uytweyde voor hunne ossen hebben gehad, in den om„ streak waar over Menburg thans zig heeft Goede Vriend. Manhafte, wel wijze, voorzienige zeer Genereuse Heer en Edele Heeren /:was geteekend:/ C: I: van de Graaff I: J: Rhani„ „ne B: I: Gordon, I: P: Les Sceur & G: den Wet /:in margine:/ In 't Casteel de goede Hoop den 23 october 787. — get. beklaagd Batavia Aan den wel Edele gestr: Heer M=r Willem Arnold Alting gouverneur generaal ende d' Edele Haaren raade van Nederts Indisc. — A hat holl=s partiC:s lugt schip de Hr: Sara Bendrina beklaagd, zonder dat deselve ommers bevoorens door ijmand daarinne zin verhinderd ofte be„ lemmerd geworden, en dat mits de beeds te wel bekende schaarsheijd en het gebrek aan brandhout voor de Caabse Ingezeetenen, zij hout Carweijers ingevalle hun wierde verboden ende belek„ daar ter plaatse en in den omtrek van dien„ kralen te mogen hebben, en hout te boeijen, zo als dan buyten staat zoude werden gesteld onse Im„ gezeetenen alhier met het zo nodig en on„ ontbeerlijk brandhout te kunnen gezieven, en dat de gezamentlijke hout Carweijers hun belangen hier op nader in geschrifte stonden in te brengen — heb ik dierhalven, inziende den korten tusschen tijd van heeden af tot den 27: deeser aan„ staande op welken dag en tijd den voorm: bur„ ger Hermanus dempers ingevolge UE: aanschrijvens met zine kraal zoude moe„ ten opbreeken, en den heem raad Meyburg door UE. gequalificeerd geworden is, de ossen in de weyde aan de andere zijde van de kuyls bievier aangetroffen werdende naar stellenbosch in de schuijt te breva„ gen best gedagt, UE. bij deesen aan te schrijven Na het sluijten en de algave onser onderdanige Wel Edele Erntfeste groot agtb: Manaafte, wel wijze, voorzienige, zeer genereuse Heer e Edele Heeren! Blyvende intusschen na groete /onderstond./ UE: goede Vriend. /:lager:/ Ter ordonn: van den Edelen Heer gouverneur /:was geteekend:/ J: M: Isanak E: g: Clercq /:in margine:/ In 't Cassteel de goede Hoop den 24 8ber: 1787. — met dit een en ander te surcheeren, tot dat de gesamentlijke hout Carweijers: derselve r belangen ingebragt en UE: mij de nodige informatie rakende dit sujt zal hebben doen toekomen ten eynde als dan daar omtrend zodanig te kunnen beschikken als ik na den aard en om„ standigheeden van zaaken oordeelen zal te behooren. — met van van gisterigen datum aan den schipper van brenger deeses het holl s parkc=r sluyt schip de VE: Sara Hendrina is op heeden hier ter Rheede g'arriveerd, het meede bij de E: Comp ingehuurd fluytschip Iosephus de Tweede eene der transport scheepen van het wier„ tembergsch begiment zynde den 1t Julij p=o in Comp: van nog twee andere de drie gebroeders en het fortuyjn van de Middelburgse rheede vertrocken dog op dien zelfden datum wederom van elkanderen afgeraakt Op welken bodem Josephus de Tweede hondert en zig komt te bevinden thien man van 't voorsz: Wurtembergse regiment bestaande in drie Capit:n 2 Lieuv:t en 105 onder officiers en gemeenen Terwijl daar meede insgelijk herwaard overgekomen is de Heer P: F de Meuron Lieukt Collonel en Commandant van 't alhier zynde Switsersch begiment van dien naam bij zig hebbende nog drie Leduk een secrets en agt gemeenen van dat Corps: en is ons wijders door de overheeden van het opged: fluytschip Iosephus de tweede nog gerapporteerd dat hun den 1=ste 7er: Wel-Edele, Erntfeste, groot agtb: Manhafte, wel wize, voorzienige, zeer genereuse Heer, en Edele Heeren Uwer Wel Edele groot agtb: zeer onderdan nige en gehoorzaame dienaren /:was getek:d/ C: P: van de Graaff, I: S: Rhenus Bs: Gordon, I: V:s Le Sueur /: in margine./ In 't Casteel de goeder Hoop den 25 october 1787. Waar van Uwe Wel Edele groot agtb: pligt schuldig kennis geevende bij deesen d' Eere hebben met schuldige Eerbied te blyven /:onderstond:/ Iongstl: op den 28 b: van 4 9 /6: en Comp:s betouk„ schipp was bejeegend het welk men dus presu„ meerd geen ander dan het van Mauritius vertrockene schip de Paarl te zullen zyn geweest en dat wyders het Batavias betour„ schip de diamant op den 27:' Iunij par o behouden in Zieland was g'arriveerd. — Jongstl:

NL-HaNA_1.04.02_4327_0347 view scan ↗

English

Patria To the Honorable Directors of the General Dutch Chartered East India Company at the Presidial Chamber in Amsterdam. Honorable, Steadfast, Highly Respected, Most Wise, Prudent, and Most Generous Gentlemen. Ruling Gentlemen. The Dutch private ships de Vrouwe Wijnanda Luberta and de Dapperheijd, carrying our humble letters of 19 September last, having left this roadstead on 4 October thereafter, the following two ships hired and sent out by your Honorable Lordships have on the contrary successively arrived there again on the dates below, namely: On 2 October, de Vrouwe Sara Hendrina. De Zeevaart, with 32 dead and 60 sick. And the first-named of these having already sailed on the 27th of the past month for Batavia, de Zeevaart will likewise be dispatched thither as soon as the considerable number of its disabled crew has been restored to health. Meanwhile, the flute ship de Goede Verwagting has also been made ready and cleared from here today, which, pursuant to the advice given in our above-mentioned humble letters, being laden with wheat, wines, and other goods, is to depart therewith for the main settlement of the Indies at the first convenient opportunity. Herewith recommending your Honorable Lordships' highly esteemed persons and the weighty affairs of the Honorable Company to God's protection, we remain with due respect, Underneath was written: Honorable, Steadfast, Highly Respected, Most Wise, Prudent, Most Generous, and Ruling Gentlemen, Your Honorable Lordships' most humble and obedient servants. Was signed: C. I. van de Graaff, P. I. Rhenius, R. J. Gordon, P. I. Le Sueur, O. G. de Wet. In the margin: In the Castle of Good Hope, 2 November 1787. Patria To the Honorable Directors of the General Dutch Chartered East India Company at the Chamber of Middelburg, per the Dutch private ship den Onzekeren. Honorable, Steadfast, Highly Respected, Most Wise, Prudent, Most Generous Gentlemen. Ruling Gentlemen. With the Dutch private return ship de Jonge Frank, with which we had the honor to consign our last humble letters of the 15th of the recently passed month of September to your Honorable Lordships, having sailed from here for the Netherlands on the 21st of that month, and the ship Laurens, which came out for your Honorable Lordships' Chamber, having sailed on the aforementioned date of 24 September out of Table Bay for Batavia, there has since safely arrived at this roadstead on the 25th of the recently departed month of October the ship Josephus de Tweede, hired by your Honorable Lordships, having on board a detachment belonging to the first battalion of the Württemberg Regiment, a number of 4 common soldiers of those troops having passed away during the voyage hither. The said vessel Josephus de Tweede having come to our hands, being your Honorable Lordships' respected writings dated 23 and 25 June of this year with several annexes relating thereto, as we also previously, by the Dutch private ship de Vrouwe Sara Hendrina which arrived here on the 2nd of the said month of October having sailed for the Presidial Chamber of Amsterdam, were able to receive your highly respected letters of 29 March previous accompanied by a missive for the government of the island of Ceylon; we shall not fail in every respect dutifully and with the utmost accuracy to observe and comply with all that your Honorable Lordships have been pleased to write and order us in the aforesaid various letters, both with regard to the above-mentioned Württemberg Corps and the Regiment of Meuron currently projected for Ceylon, and especially with regard to your arrangements concerning several officers of the last-named regiment; while our various actions, and all that should further be brought to the knowledge of your Honorable Lordships in this matter, will subsequently be respectfully advised. On the 19th of the above-mentioned month of September there arrived here from Batavia the Dutch private ship den Onzekeren, returning for your Honorable Lordships' Chamber, which departed from that main settlement on the date of 30 June previous, and thereafter left the Sunda Strait on 17 July; which vessel now coming to lie ready to sail for the continuation of its further voyage, we have the honor to present these our humble letters to your Honorable Lordships therewith and to let the same be accompanied by the original short invoice of its cargo, brought here from the aforesaid main settlement of the Indies. And since both the skipper and first mate who were appointed to the said vessel den Onzekeren passed away on the voyage hither, and that the person of Francois Heamonet, who upon arrival here commanded the same as master, as well as Hendrik Tillemans, who at that time performed the duty of first mate, according to the own declaration of the said Heamonet, had neither passed a maritime examination before your Honorable Lordships nor taken the oath to the Honorable Company; it was taken into consideration by us that, although the charter party of the said ship only states that the skipper and mates must be to the satisfaction of the charterers and conform to their instructions

Dutch transcription

Patria oost Indische Comp: ter presidictie Camer P: het holl partic schip den Onzeekeren Aan de wel Edele Heeren Bewindhebberen van de generale Nederlandsche g'octroijeerde Tot Amsterdam Wel Edele, Erntfaste, groot agtb, wel wize, voorzienige Den zeer genereuse Heeren. Gebiedende Heeren De holl=e parkiC:r scheepen de Vrouwe Wijnanda Luberta en de dapperheijd, met onse ootmoedige litteren van den 19:' September pass=o, op den 4 october daar aan deese Rheede verlaten heb„ bende zyn in teegendeel aldaar weederom succes„ sivelijk op de onderstaande datums g'arriveerd den volgende twee scheepen bij Uwe Wel Edele groot agtb: ingehuurd en uijtgezonden te weeten den 2 october de vrouwe Sara Hendrina de zeevaart met 32 dooden b0: zieken En van dewelke de Eerstgem: reeds op den 27 de r overgem maand naar Batavia voortge„ steevend: weesende, zal de zeevaart insgelyx, zo Eas het Considerabel aantal van desselfs impotenten tot herstel gebragt zal weesen, der„ waards werden g' Expedieert.- Zynde in middels ook in gezeadheyd gebragt en op heeden van hier gedimiteerd het fluytschip de goede verwagting, dat ingevolge het geproe„ adviseerde bij onse hier boven gementonneerde nedrige letteren, met Tarwe, wynen en andere goederen belaaden weesende, daar meede p=r de Eerste dienstige geleegendheijd naar Indi„ asch hoofdplaatse staat te vertrecken 1Hier meede Uwe Wel Edele groot agtb: zeer: g'Eerde persoonen, en den gewigtige ommeslag der E: Comp=e Godes bescherming aanbe„ veelende blijven wij met verschuldigt bespect /:onderstond:/ Wel Edele, Erntfaste, groot agtb: wel wize, voorzienige, zeer genereuse en gebiedende Heeren. Uwer Wel Edele groot agtb: zeer onderdanige en gehoord dienaren /:was geteek:d/ C: I: van de Graaff P I Rhenius B: J: Gordon, P: I: Le Sueur, O: G: de Wet /:in margine: In 't Casteel de goede Hoop den 2 9ber 1787. — Steevand _o 10 Patria eerde vast Ind: Comp: ter Camer A=s het Hollo parkc=r schip den onzerkeren Aan de Wel Edele Heere Bewindhebberen van de generale Nederlandsche g'octroij„ Wel Edele Erntfeste groot agtb: wel wyze, voorzienid, „zeer genereuse Heeren Aebiedende Heeren. Met holl partic=a betourschip de Ionge Frank waar meede wij de Eere hebben gehad onse laatste ootmoedige Letteren van den 15' der Iongst ge„ passeerde maand September aan Uwe wel Edele groot agtb: te Consigneeren, op den 21 derselve maand, van hier naar Neder„ land, en het voor Uwe Wel Edele groot agtb: Camer uijtgekome schip P Laurens en dato 24 September voorm:d uiyt de baartral naar Batavia voortgesteevend weesende, is zee„ ders op den 25 der even afgeweekene maand october behouden ter deeser Rheede aangekomen het bij U ue Wel Edele groot agtb: ingehuurd Middelburg Schip: daphus de Tweede op hebbende een de„ tachement gehorende tot het Eerste bataillon van het wartembergs, begiment zynde van die manschappen gedurende de herwaards beyse een aantal van 4 gemee¬ ne soldaten komen te overleijden. het gem: bodem Josephus de Tweede ons te veezen aan handen gekomen zynde Uwe Wel Edele groot agtb: gerespecteerd schrivens de aatis 23 en 25e Iunij deeses Iaars met eenige bijlagen daar toe spectie„ rende, zo als wij ook reeds bevorens p=r het op den 2 der evengem: maand October alhier g'arriveerde voor de presidiale Camer Amsterdam uijtgevarene holl partic=r Schip de vrouwe Sara Hendrina hebben mogen ontfangen hoogst der selver veelgeagte letteren van den 29 maart bevorens verzeld van eene missive voor de begeeringe der Eylands Ceylon; zullen wij niet in gebreeke blyven in allen opzigte pligtschuldig en met de uytterste accurateefe te obser„ veeren en na te komen, al het geen Uwe Schip Wel 69 Wel Edele groot agtb: ons bij voorsz: onderscheij dene brieven, zo wel met betrecking tot het hier voren gem: Wattembergse Corps, als het thans naar Ceylon geprojecteerde begiment van Meuren, en inzonderheijd ten opzigte van hoogst derselver schikkin„ gen omtrend eenige officieren van laakst„ gem: begiment hebben gelieven aan te schrijven en te ordonneeren; Terwyl ons onderscheijdene verrigtingen, en al het geene verder in deesen ter kennisse van Uwe Wel Edele groot agtb: diend te werden gebragt, bij vervolg Eerbiediglyk zal werden g'adviseerd Op den 19 der bovengem: maand Sepl= is alhier van Batavia g'arriveerd het voor Uwe Wel Edele groot agtb: Camer betour naa„ rend: holl:s partic:s schip den Onzekeren het welk in dato 30 Iunij bevorens van die hoofdplaatse is vertrocken, en daar na op den 17e' Iulij de straat Sunda verlaaten heeft; welken bodem thans ter vervordering „del der vordering der verdere beyse zeylvaar„ dig komende te leggen, hebben wij d' Eere Uwe Wel Edele groot agtb: deese onse ndlige litteren daar meede aan te bieden en dezelfde te laten verzeld gaan van den origineele korte factuur, van dies ixlan„ ding, zynde van voorsz: Indiasche hoofd plaatse alhier aangebragt. — En nadien, zo wel den schipper als op perstuurman die zig op gezegden bodem den onzeekeren bescheiden hebben bevonden, op de herwaards beyse zyn komen te over„ leijden, en dat den persoon van Francois Heamonent, die bij arrivement alhier op het zelve als gezaghebber Commandee„ rende zo min als de ter dier tyd den dienst van opperstuurman waar geno„ men hebbende Hendrik Tillemans, volgens de eijgene de clatatie van denselven Heamonet, een zee Examen voor Uwe Wel Edele groot agtb: afgelegd, nogte den Eed aan d' E: Comp: gedaan hadden; zo is bij ons in Consideratie genomen dat, hoe wel bij de Cherte partije van gem: schip alleen werd gezegd dat de schipper en Stuurlieden ten genoegen van de Heeren bevragters zullen moeten zyn en zig aan dewelver nedrige Instructien

NL-HaNA_1.04.02_4327_0350 view scan ↗

English

subject to instructions, with respect to the aforementioned deceased skipper and chief mate however, further according to the testimony of the said commander Heamonet, in such manner as has been observed regarding such officers of others with the Honorable Company and the taking of the oath to the same; and that consequently it was extremely necessary that, in order to be able to entrust the cargo which on behalf of the Company is aboard the aforementioned ship den Onzeekeren to those who in place of the deceased skipper and chief mate were to take command thereof, they were also obliged to possess the qualifications on condition of which the Honorable Company has previously deferred that trust to such officers, wherefore we have seen fit to cause the aforementioned Francois Heamonet and Hendrik Tillemans to undergo a seamanship examination before specially appointed commissioners, in order that, if they were then found to possess the required knowledge and competence for command on the aforementioned vessel, to allow them to continue therein, and to have them thereupon also take the oath to the Honorable Company. However, the examination having been carried out and reported to us by the aforementioned commissioners that they have found the aforementioned commander Heamonet to possess in all respects the qualifications which were required to be able to entrust to him with peace of mind the aforementioned command, but that on the contrary the person of Hendrik Tillemans was found capable of no more than the service of second mate, without him being able to be declared qualified with peace of mind by the commissioners for the post of chief mate, we immediately resolved to be satisfied with the aforementioned commander Hamonet and consequently, after he had taken the oath of loyalty to the Honorable Company, to allow him to continue in that post, but at the same time instructed him, on behalf of his owners or freighters, to present someone else competent thereto instead of the aforementioned Tillemans for the service of chief mate, with which, in accordance with the charter party, satisfaction could also be taken. And since the aforementioned commander Neamonet subsequently gave notice by petition that, notwithstanding the inquiries made thereto, no person had presented himself competent to perform the aforementioned service as chief mate other than Lieutenant Jan David Sluyter, stationed here on the permanent frigate ship de Meermin, who also happened to be inclined thereto, with the accompanying request therefore that, in view of the predicament in which he, commander Hermonet, found himself, that person might be discharged from the aforementioned service for his assistance to the aforementioned end; we have, in order to enable the aforementioned vessel den Onzeekeren to continue the voyage, consented to that request, and accordingly granted the said Lieutenant Sluijter permission, with the closing of his accounts on the aforementioned frigate ship de Meermin, to enter into the service of the owners of the ship den Onzeekeren for this homeward voyage. Just as we have also, upon the further instance made by the aforementioned commander Heamonet for his service, discharged three common seafarers from the service of the Honorable Company, of which he had a shortage due to mortality; on the condition however that they as well as the aforementioned Lieutenant Sluijter shall have to be paid such wages as each of them had earned with the Honorable Company, and moreover, for those who might be in arrears on their pay accounts, to settle that arrears into the Company's coffers here. While we have taken the liberty to grant to such of the aforementioned persons who will have already served out their contracted time the customary premiums for the homeward voyage, as well as to leave the granting or withholding of that premium regarding those whose contract has not yet expired to Your Right Honorable Excellencies. Hoping that all our aforementioned arrangements and dealings may carry the esteemed approval of Your Right Honorable Excellencies. After this had been written thus far, notice having been given by the abovementioned Hermonet that, since the surgeon of the vessel under his command, den Onzeekeren, found himself unable due to illness to undertake the further voyage, and thus having to remain behind here, he came to need another surgeon for the crew with whom he requested to be assisted; we have also found ourselves obliged to that end to permit the chief surgeon of the frigate de Meermin, Jeremias Ligvoet, who was found inclined thereto, with the closing of his accounts on the same ship de Meermin, to perform his service on the aforementioned vessel den Onzeekeren under an equal wage of ƒ36 per month to be received from the owners, though without promise of any douceur or premium on behalf of the Honorable Company, to repatriate with the said vessel den Onzeekeren. And concluding herewith, we commend the most respected persons of Your Right Honorable Excellencies, together with the weighty trade of the Honorable Company, to God's protection, and remain with due respect, Right Honorable, Stern, Highly Respected, Valiant, Most Wise, Prudent, Most Generous and Commanding Lords, Your Right Honorable Excellencies' most humble and obedient servants, was signed: J: van de Graaff, P: F: Rhenius, B: I: Gordon, P:s Le Sueur, O G: de Wit in the margin: In the Castle of Good Hope, the 2nd of November 1787. underneath: ƒ vte 703 ƒ

Dutch transcription

Instructien onderwerpen, ten opzigte van gem: overleedene schipper en opperstuurman egter, meeder volgens het getuygenis van ged: gezaghebber Heamonet, in dier voegen als zulx omtrend dusdanige officieren van andere bij d' E: Comp:e en het doen van de Eed aan deselve g'observeerd geworden is; en dat overzult ten uytterste noodzakelyk was dat, om de lading welke zig Comp=s weegen in het voorm: schip den Onzeekeken bevind, te kunnen toevertrouwen aan de geene, die in de plaats van den overleeden schipper en opperstuurman het Com„ mando daar op voeren zouden dezelve ook verpligt waren te bezitten de vereijsch„ tens mits welke d' E. Comp: dat vertrouwen aan zodanige officieren heeft me defereert gehad weshalven wij goedgedagt hebben voorsz. Francois Heamonek en Hendrik Tillemans voor Expresse gecommitt:s een zee Excama„ te doen afleggen, om bij aldien als dan bevonden wierden de vereyschte kunde en bequaamheijd tot het Commando op meerm: bodem te bezitten, dezelve daar in te laaten Conkinueeren, en hanlie den daar op ook den Eed aan d' E: Comp: te Tresteeten. - dan de Examen verrigt en door voorsz: gecommitts aan ons gerapporteerd ge„ worden zijnde dat zij den gem: gezaghebber Heamonet hebben bevonden in alle deelen de bequaamheeden te bezitten, de welke vereyscht wierden, om aan denselve met gerustheijd het voorsz: Commanda te kunnen toevertrouwen, dog dat daar en teegens den persoon van Hendrik Tillemans niet verder in staat bevonden is, dan tot den dienst van tweeden Stuurman, zonder door hun gecommitts gerustelijk tot de post van oppershuuir„ man te kunnen werden bequaam verklaard, hebben wij terstond beslooten om met voorsz: gezaghebber Hamo„ net genoegen te neemen en denselven dienvolgens na dat den Eed van trouwe aan d'E Comp: had afgelegd, in dien post te laten Continueeren, dog denselven teffens gelast, om van weegens desselfs in Reeders bheeders of bevragters in steede van opgem: Tillemani=t tot den dienst van opperstuur„ man iemand anders daar toe bequaam zyn„ de te presteeren, in welke overeenkomstig de Chirte partije meede genoegen zoude kunnen werden genomen. - En nadien opgem: gezaghebber Neamo„ het vervolgens bij request te kennen gegeeven heeft, dat nietteegenstaande de daar toe gedaane becharchet, zig geen per„ soon had opgedaan bequaam om de voorsz dienst als opperstuurman waar te nee„ men, dan de op het alhier permanent fregat schiepje de Meermin bescheydene Lieut=t Ian david Sluyter, de welke daar toe ook wel quam te inclineeren, met bygevoegd verzoek dierhalven dat uyt hoofde der vergendheijd waar in hij gezag„ hebbe vt Hermonek zig bevond, dien per„ soon ter ziner adsistentie tot voorsz: eynde uyt evengem: dienst magt ver„ de gelargeert; hebben wij, ten einde meer„ melde bodem den onzeekeren tot het ver„ vorderen der Rhyze in staat te stellen, in dat verzoek bewilligd, en over zulks aan ged: Lieuk=t Sluijter toegestaan, om met afsluijting zyner beedq: in het gem freguat schip de Meermin zig voor deese thuijs beyse te begeeven in dienst der Reeders van het schip den Onzeekeren Gelyk wij al meede op de verdere door voorsz: gezaghebber : Ieamonet gedaane instantie ten zynen dienste uyt die de r. E: Comp:s ontslaagen hebben drie gemee„ N ne zeevarende, waar van door Sterfte gebrak quam te hebben; onder die mits egter dat aan hun zo wel als aan voorsz: Lieut Sluijter zullen moeten werden betaald zodanige gagien als een ieder hunner bij d' E: Comp:e zeelt gewonnen, en bovensdien, voor dien geenen, welke op hunne zoldij beecq=nen mogten ten agteren zijn, dat agterweesen in 's Comp=s Cassen alhier te voldoen. Terwijl wij de vryheijd hebben genomen aan zooda„ nige der gem: persoonen welke hun verbonden tijd beeds zullen hebben uytgediend, de gewoone premien in voor 701 voor te thuijs bhyse toe te leggen, als mede omtrend de zodanige welkers verband nog niet is g'Expireert te tal of niet accordeeren dier premie aan Uw Wel Edele groot agtb: gedefeteert te laaten. — o Hoppende dat alle onse voorsz schik„ kingen en behandelingen de g'Eerde goed„ keuring Uwer Wel Edele groot agtb: zullen mogen wegddaagen. - na dat deese tot dus verre geschreeven was, door bovengem: Hermonet te kennen gegeeven zynde, dat vermits den Chirurgijn van zyn onder hebbende bo„ dem den onzeekeren zig door ziekte bui„ ten staat bevond, om de verdere beijse te onderneemen, en denselve dus alhier zullende moeten agterblijven hij een and Chirurgijn voor de Equipagie quam te benodigen met welke denselve versogt te mogen werden g'adsisteerd; hebben wij ons meede verpligt bevonden, ten dien eynde aan den opperchirurgijn van het freguat de Meermin Jeremias Lig„ voet welke zig daar toe geneegen vond Wel Edele, Erntfeste, groot agtb: Manhafte, wel wijze, voorzienige zeer genereuse en gebiedende Heeren Uwer Wel Edelen groot agtb: zeer onderdanige en gehoort dienaren /:was geteekend:/ J: van de Graaff P: F: Rhenius, B: I: Gordon P:s Le Sueur, O G: de Wit /: in margine:/ In 't Casteel den goe de Hoogd den 2 9ber: 1787: — te permitteeren, om met het sluyten zyner beecq: in het zelve schip de Meermin tot het prestieren van zinen dienst op voorm: bodem den onzeekeren ondereen gelijke w gagie van ƒ36 p=s maand van de Rheeden te genieten, dog zonder toezegging van eenig douceur ofte premie van weegens d' E: Comp: met denselve bodem den onzeer„ keren te mogen bepatrieeren En hier meede besluijtende beveelen wij Uwe Wel Edele groot agtb: zaer gereepee„ teelde persoonen, beneevens de gewigtige handel de r E: maatschappij in godes roede en blyven met verschuldigte Eerbied /:onderstond:/ ƒ vte 703 ƒ

NL-HaNA_1.04.02_4327_0353 view scan ↗

English

To the Noble Gentlemen Directors of the General Dutch Chartered East India Company at the Chamber of Batavia. Per the Dutch private vessel the Onzekeren. To the Chamber of Delft. Per the Dutch private ship the Onzekeren. Noble, honorable, highly esteemed, very wise, prudent, and most generous Gentlemen, Commanding Gentlemen. On the 11th of September last, via the Dutch private ship the Jonge Frank, which departed from here for the Netherlands on the 21st of the same month, we had the honor of dispatching our latest humble letter to Your Noble High Mightinesses; and respectfully referring to the contents thereof, we now let this serve solely to dutifully inform you that Your Noble High Mightinesses' Chamber ship Constantia departed from here for Batavia on the 12th of the past month of October. To the Noble Gentlemen Directors of the General Dutch Chartered East India Company at the Chamber of Rotterdam. Noble, honorable, highly esteemed, very wise, prudent, and most generous Gentlemen, Commanding Gentlemen. Humbly referring ourselves to the contents of our previous letter dated the 11th of September past, which went out to Your Noble High Mightinesses with the Dutch private ship the Jonge Frank that departed from these roads on the 21st of the same month, this serves to dutifully advise Your Noble High Mightinesses that your Chamber ship 't Slot Capelle likewise pursued its voyage from here to Batavia on the aforementioned 21st of September. We furthermore have the honor to remain with the utmost respect, Noble, honorable, highly esteemed, very wise, prudent, most generous, and commanding Gentlemen, Your Noble High Mightinesses' most humble and obedient servants, was signed: C. J. van de Graaff, J. J. Rhenius, R. J. Gordon, J. A. Le Sueur, O. G. de Wet. In the margin: In the Castle of Good Hope, the 2nd of November 1787. To the Noble Gentlemen Directors of the General Dutch Chartered East India Company at the Chamber of Enkhuizen. Per the Dutch private ship the Onzekeren. Commanding Gentlemen, Noble, honorable, highly esteemed, very wise, prudent, and most generous Gentlemen. Since the dispatch of our last respectful letter of the 23rd of August of this year with the Dutch private ship Berkshoven, which departed from here for Europe on the 29th of the said month, the two vessels sent out by Your Noble High Mightinesses, to be mentioned below, have successively arrived in these roads, namely: On the 7th of October, the Company ship Belvliet, with 37 dead and 90 sick; Ditto, the hired ship Meezenberg, with 10 dead and 24 sick. Among the number of deceased on the aforementioned vessel Meezenberg is also Willem de Wijn, who was the Sea Captain aboard her. The numerous invalids of the aforementioned vessel Belvliet having now recovered to such an extent that this keel will soon be able to undertake the voyage to Batavia, we shall accordingly dispatch the same thither in the next few days; and we shall likewise observe the same without delay with respect to the flute Meezenberg, as soon as it is in a condition to do so. Having had the honor to receive with the aforementioned vessel Your Noble High Mightinesses' most respected letters of the 9th of September 1784 and the 2nd of June of this year, of which letters the first mentioned requires no excerpt under Your Noble High Mightinesses' honored approval, we shall, in dutiful compliance with the contents of the latter, not only ensure that the 15 barrels of doits brought here per the ship Belvliet for Ceylon, as well as the received missive for the government there, are forwarded thither at the first suitable opportunity, but also forward per the said vessel Belvliet to Batavia, to the Gentlemen of the High Indian Government, the heavy cordage contained therein for the State's warship the Beschermer, of whose arrival here no notice has as yet been received; just as we have likewise forwarded to the address of the said High Government the letter received from Your Noble High Mightinesses for Captain J. A. Frijkenius. Herewith commending Your Noble High Mightinesses' highly respected persons and the Company's weighty commerce to God's safe protection, we remain with dutiful respect, Noble, honorable, highly esteemed, very wise, prudent, most generous, and commanding Gentlemen, Your Noble High Mightinesses' most humble and obedient servants, was signed: C. J. van de Graaff, J. J. Rhenius, R. J. Gordon, J. A. Le Sueur, O. G. de Wet. In the margin: In the Castle of Good Hope, the 2nd of November 1787.

Dutch transcription

Aan de Wel Edele Heeren Bewindhebberen van de generale nederl: g'octroijerde oost Indische Compagnie ter Camer 1. P:s het holl:s partic schrijft den onzeekeren Batia P=r het holl. partic:s schip„ den onzeekren Delft Wel Edele Erntfeste groot agtb: wel wize voorzienige en zeer Genereuse Heeren Gebiedende Heeren Wij hebben in dato 11 September laatsts het op den 21 dietzelve maand van hier naak Ne„ derland vertrockene holl:s patkc:s schip de Ionge Frank d' Eer gehad onse jongste on„ derdanige letteren aan Uwe wel Edele groot agtb te ligten en aan welkers inhoude oa Eerbiediglyk befereerende, laten wij deesen thans eenelyk dienen ter pligtschuldige konne geeving dat Uwe wel Edele groot agtb: Camer schip Constantian op den 12: de beven afgeloopene maand october van hier naar Batavia is vertrocken Aan de Wel Edele Heeren Bewindhebberen van de generale nederlandsche g'octroijeerde oost Indische Comp: ter Camer Wel Edele, Erntfeste, groot agtb: wel wyze voorzieni ge„ en zeer genereuse Heeren Gebiedende Heeren Ons in allen ootmoed gedragende aan den Rotterdam Wel Edele Erntfeste, groot agtb: wel wijze, voorzienige, zeer gene„ reuse en gebiedende Heeren. Uwer Wel Edele groot agtb: zeer onderdanige en gehoorzaame dienaren /:was geteekend:/ C: V: van de Graaff, I: P: Rhenius B: I: Gor dan P: P: Le: Pueur O: G: den Wet /:in margine/ In 't Casteel de goede Hoop den 2 Nov:r 1787 Terwijl d' Edle hebben met verschuldigt respect te zyn /onderstond/ Terwijl Inhoud Tatria 765 Aan de Wel Edele Heeren Bewindhebber en van de generale Nederlandsche g'octroij„ eerden oork Indische Comp: ter Cormerl P=r hot holl:s patkp:r schip den Onzeekeren inhoud van ons voorgaand: schrijvens de dato 11:' September: pas=o dat met het op den 21 dito daar aan van deese Reede vertrockene holl:ts parkC:s schip de Ionge Frank aan Uwe Wel Edele groot agtb: is afgegaan diend deesen om Uwe Wel Ede„ le groot agtb: naar verschuldigtheijd te adviseeren, dat derselver Camer schip 't slot Capelle desselfs beijze naar Ba„ tavia op bovengem: 21 September mee„ de van hier heeft vervordert. Wij hebben voorts d' Eere met de uijtter„ ste Eerbied te zijn /:onderstond:/. Wel Edele, Erntfeste, groot agtb: wel wijze, voorzienige, zeer gene„ reuse en gebiedende Heeren Uwer Wel Edele groot agtb: zeer onderdanige en gehoorzaame dienaren /:was geteek:d/ C: I: van de Graaff, I: I: Rhenius, B: I: Gordon, J: A Le Sueur, O: G: de Wet /. in margine:/ In 't Casteel de goede Hoop den 2:' November 1787. — den 7: October Belvlies Comp:s schip mak37 doden 90 zieken _o Meezenberg ingehuurd schip „ 10 _o 24: _o onder het getal welker overleedene zoedert het afgaan van ons laatst Eerbie„ dig schryvens van den 23 aug:s deeses Iaars met het holls partic: schip Berks, hoven, het welk op den 29 der ged: maand van hier naar Eucoppa vertrocken is; zyn successivelijk ter deese r Rheejde verscheenen de twee onder te meldene bij Uwe Wel Edele groot agtb: uijtgezondene bodems, als. — Gebiedende Heeren Wel Edele Erntfeste groot agtb: wel wijze voorzienige en zeer genereuse Heeren. Enchuijsen te van Patria - 15 van voorz: badem Meazenberg zig ook be„ vind, den daar op geweest zinde Cappit=n te r Zee Willem de Wijn. - de menigvuldige Impotenten van gem: bodem Belvliet thans in zo verre tot her stel geraakt zynde, dat dien kiel wel haast de Reijse naar Batavia zal kunnen aan„ noemen, zullen wij deselve dan ook Eerst daags derwaards dimiteeren; en het zelve al meede ten opzigte van de fluijt Meerem„ berg, zo dra daar toe in staat zal zyn zonder tijd verzuijm deserveeren — hebbende wij de Eeze gehad met voorz bodem te mogen ontfangen Uwer Wel Edele groot agtb: zeel g' Eerbiedigden liste ren van den 9: September 1784 en 2 Iunij dees Iaars, van welke blieven de ee is't gem onder Uwe Wel Edele groot agtb: g'Eerde Welduis„ ding, geene Exscriptie komende te vor„ deren, zullen wij in pligtschuldige be„ dientie aan den inhoud der laatste niet alleen zorgen, dat den p=r het schip Bel„ vliet voor Ceilon alhier aangebragte 15: vaten met duijten, zo wel als de ontfange missive voor k gouvernement aldaar p=leets te bequame gelegendheijd derwaards werden voortgesonden, maar ook p:r ged: bodem Belvliet naar Batavia aan de Heeren der hooge Indiasche begeering voortzenden, het zig daar in bevindend zwaare touw vooreslands oorlog schip de Beschermer; van welkers te bugkomst alhier voor als nog gden bezigt is ingekoomen, gelijk wij in gelijkx aan 't aldres van wel opgen hooge begee„ ring hebben voortgesonden, de van Uwe Wel Edele groot agtb: ontfangene brief voor den Heer Capitn S: A: Frijkenius — Uwe Wel Edele groot agtb: zeer g'agt pero„ Toonen in ts Comps gewigtigen handel, hier meede Godes veylige roede aanbevelen den blijven wij met verschuldigt En peck — /:onderstond:/ Wel Edele, Erntfeste, groot agtb: welwijze, voorziendge, zeer genereuse en gebieden de Heeren. Uwer Wel Edele groot agtb: Zee onderdanige en gehoorzaame dienaren /:was getek:d/: C: P: van den Graaff, I: I: Rhenin, B: S: Gordon, P: P: Le Siteur, O: G: de Wet /: in margine/ In 't Castel de goede Hoop den 2 November 1787 r the - 709

NL-HaNA_1.04.02_4327_0356 view scan ↗

English

Batavia To the Right Honorable, Valiant, Noble, Wise, Prudent, and Highly Respected Governor-General Mr. Willem Arnold Alting, and the Honorable Councillors of the Netherlands Indies Per the Dutch private vessel De Goede Verwagting. Right Honorable, Resolute, Highly Respected, Valiant, Wise, Prudent, and Most Generous Lord and Honorable Lords! With the private packet flute ship De Vrouwe Sara Hendrina, which set sail from here on the 27th of the recently passed month of October, we had the honor to provide Your Right Honorable Respected with our latest humble letters of the 23rd and 25th preceding, of which the duplicates are now dispatched with the chartered private flute ship De Goede Verwagting, which vessel, pursuant to the notice in our humble letter of 18 September last, has been dispatched today to Your Right Honorable Respected Capital Place, laden with: 143.57 lasts of wheat, in partial satisfaction of the requisition received; 150 leagers of ordinary white Cape wine; 4776 lbs of Cape butter; both articles on account of the requisition still expected. There has furthermore been shipped on the said flute ship De Goede Verwagting, in replenishment of such cordage and canvas as was taken for the service of this government from the Company's cargoes of the ships Berkhout and Broeders Lust: 18 assorted heavy ropes; 12 white hawsers; and 8 rolls of white broad sailcloth; all more fully specified in the separate Bill of Lading and Invoice drawn up for that purpose, whereto is annexed the Charter Party of the aforementioned flute ship De Goede Verwagting. Taking the liberty to refer ourselves to all of these, we further find ourselves obliged to bring to Your Right Honorable Respected's knowledge: that after it was learned that an opportunity would exist to purchase from the French ship L'Auguste, present here, a quantity of 6 to 700 bales of Bourbon coffee beans, but that Mr. Schuler, as owner of that vessel and its cargo, would not part with the same coffee beans for any lower price than seven stuyvers per lb to be paid in Spanish dollars; and in the Extract Requisition for return goods from the Indies, received from the Fatherland this year with the ship De Leviathan, freedom was granted to this government to spend the aforementioned price for that purpose, provided that in the Ceylon return ship De Draak, expected from Mauritius, or other return ships, there will presumably be found as much space as is needed to be able to send the aforementioned coffee beans to the Fatherland, we have therefore authorized the undersigned Head Administrator Johannes Isaack Rhenius to purchase from the aforementioned Mr. Schuler the aforementioned coffee beans, or as much more as might otherwise be obtained, at the aforementioned price of seven stuyvers the pound, to be paid in Spanish dollars; pursuant to which the purchase of 614 bales, amounting together net to 64422 pounds of Bourbon coffee beans at 7 stuyvers, has been effected, and knowledge thereof having already been given to the Gentlemen Masters in our letter of today departing with the private return ship Den Onzekeren, we therefore hope that this may likewise be approved by Your Right Honorable Respected. And herewith commending Your Right Honorable Respected's most distinguished persons and the Company's weighty trade to the protection of God, we remain with due respect, Right Honorable, Resolute, Highly Respected, Valiant, Wise, Prudent, and Most Generous Lord and Honorable Lords, Your Right Honorable Respected's most humble and obedient servants. Was signed: C. P. van de Graaff, J. J. Rhenius, R. J. Gordon, J. P. Le Sueur, R. J. de Wet. In the margin: In the Castle of Good Hope, the 2nd November 1787. To the Titular Merchant and Landdrost Maurits Herman Otto Woeke. Good Friend. It was no small wonder to me to learn from your letter of the 16th of July last that from the returns of the inhabitants of the district of Graaff-Reinet, no more than an income of 3000 guilders was brought to the colony there, whereas one surely ought to have expected that, with the main revenue of the Stellenbosch and Swellendam colonies from livestock having been transferred to the colony of Graaff-Reinet, and having now more than ever the opportunity to assess everyone in his possessions very closely, the awareness of this would also have spurred those who had previously shown too much reticence to a higher return, which ought to have yielded a far larger income to the colony. This expectation having in the meantime been disappointed, one will subsequently have to proceed to that which was customary with the other outer magistracies: that whenever one is fully convinced that the return of this or that person does not match or is not proportionate to that of others who display more honesty, in such cases, with the concurrence of the commissioners present at the returns, and in order to avoid the extreme measures established by the edict, to augment the number of cattle as fairness dictates and as is necessary to bring about the proportion in which they ought to stand equally with others. I hope, therefore, that this will be observed in the future.

Dutch transcription

Batavia Aan den Wel Edele gestr: Heer M=r Willem Arnold Alting gouverneur Generaal en de 4Edele Heeren baader van Nederlands India P=r het holl: paritc=rs schip de goede verwagting Wel Edele Erntfeste, groot agtb: Manhafte, wel wijze, voorzienige zeer genetelse Heer Edele Heeren! Met het soll packs fluijt schip de Vrouwe Sara Hendrina Jes Wll den 27 dez even afgeweekene maand October van hier is te zeijl gegaan, hebben wij d' Eere geled aan Uwe Wel Edele groot agtb: te suppediteeren onse laatste ootmoedige letteren van den 23 en 25 dito bevorens en van welke de duplicaten thans werden afgezonden, met het meede in gehuurd pakte C=rs fluijt schip de goede verwagting welken bodem ingevolge het gepraadviseerde bij onse onderdanige van den 18 Sep=r p=s op heeden naar Uwe Wel Edele groot agtb: Hoofdplaatse is afgevaaldigt beladen met - 14357: Lasten Tarwen tor gedeeltelijk voldoeninge van den ontfangen Eijsch 150 leggers ordinaire witte Caalse wijn 4776 lb Caalsen bgter beijde articules in mindering op den nog verwagt wer dan den Eyssch Zynde bovensdien in 't ged sluytschip de goede de verwagting ook wogter weeder suppleeting van zodanig touwwerk en boerdal als uyt 's lands Cargassenen van de scherften Berkhoret en broeders lust ten diensten deeses gouvernements zyn geligt geworden afgescheept p:s geort: swaate touwen 12 „ Wiettrossen en 8: „ bollen wit breed Everdoek alles breeder gespecificeerd op de daar van gemaakte appart overgaande Cognossement Factuur, Terwijl deesen bijgevoegd is den Cherte parthij van 't opgem: fluijtschip de goede derwagting aan welk een en ander der vriheyd neemende, ons te befeleeren, vinden wij ons wyders verpligt Uwe Wel Edele groot agtb: ter kennise te moe„ ten brengen te dak 11 dat nadien men in ervaringe gekomen was dat er geleegendheijd zoude zijn, om van het hier aanweesend frans schip l'auguste een quantiteijt van 6 a 700 baalen, bourbonse Corfij boonen te kunnen inkoopen, dog dat de Heer Schulter, als Eygenaar van dien bodem en dies inlading, deselve Coffij gens geen minderen prijs afs zeven boonen te kopeen actpen, zog dat de Heer schaber stuijv=s p:r lo om in spaansche matten betaald te werden; wilde afstaan: en bij den deesen Iaare met het schip de Leviathan uyt het Patria ontfangen Extract Eijsch van betouten uit Indien aan dit gouvernement vryhid is gegeeven om de gem prijs daar voor te moogen besteeden, mitsg:s dat in 't van maurits verwagt werdend Ceylons betourschip de Araak, ofte andere beteur scheepen vermoedelyk wel zo veel buymte zal te vinden zijn als nodig als nodig is, om de voorm: Coffijboonen na het vader land te kunnen afsenden. - wij den ondergeteek: hoofd administra„ teur Iohannes Isaack Bhenius der halven hebben gequalifficeerd, om de meerm: Coffij boonen, ofte zo veel ex anderzints meer te bekomen mogte zyn, tegens gem: prijs van seven St=s het pond, om in spaanse matten betaald te werden, van gem: Heer Schuler in te kooppen ingevolge welk dan ook den inkoop van 614 baalen te zamen uytmakende netto 64422. ponden bourbonse Coffij boo„ nen tegens V: S=t geschied en daar van meede bereyds aan de Heeren Majores bij ons brief van heeden met het partic te tourschip den onseekeren afgaande, kennis gegeeven zynde, willen wij dus hoopen dat zulx door Uwe wel Edele groot agtb: insgelijx zal mogen werden g'ap„ probeerd. En hier meede Uwe Wel Edele groot agtb: zeer aanzienlyke persoonen en 'sComp=s gewigtigen handel, in de hoede Godes aan„ beveelende blijven wij met verschuldige reispect /onderstond:/ Wel Edele Erntfeste groot agtb: Man„ hafte, wel wijze voorzienige zeer genereuse Heer en Edele Heeren halven JAwer 1 Uwer Wel Edele groot agtb: zeer onderdanige Graaffe Rgnet en gehoorzaame dienaren /:was geteekend:/ C: P: van de Graaff, I: I: Rhonius, B: I: Gor„ don, I: P: Le Sueur RGG: de Wet /:in margine/ In 't Casteel de goade Hoop den 2 9ber 1727. Aan den koopman titulair en Landdrost Maurits Herman Otto Woeke Goede Vriend. Het heeft mij niet weinig tot verwonde„ ring verstrekt, uyt U8. brief van den 16 Iulij laatstl: te verneemen, dat uyt de opgave der Ingezeetenen, onder het district van Graaffe Rynet, niet mee re als een inkomen van ƒ 3000 aan de Colonie aldaar werd toegebragt, daar men zeeker hat moeten verwagten; dat aan de Colonie Graaffe Rynet overgebragt zynde, de voornaam„ te inkomsten deze stellenbosche en Swillendamsche Colonier uyt het bees„ tiaal, en men nu meer dan ooyt geleegend„ heyd hebbende, om een ieder in zyne be„ zittinge, zeer nabyj te kunnen schatten de bewintheijd hier van ook de zodanige welken voorheen te veel agterhoudendheijd hebben gebruykt gehad, tot eene meer dere opgave zoude hebben aangespoord, het geen een vrij groter inkomen aan de Colonie had moeten toebrengen In deese verwagting ondertusschen te leur gesteld zynde, zal men bij vervolg dienen over te gaan, tot het geene bij de andere buyten magis„ trature wel gebruykelyk is geweest om wanneer men ten vollen overtuygd is, dat de opgave van deese of geene niet gelyk gaat, ofte g'evenbesdigt is, aan die van anderen, welke meer Eedelykheid betoonen, in zulken gevalle met instem„ ming der bij de opgave present zynde gecomm=s, ten eijnde de bij het placcaat gestatueerde uitterste middelen te ver„ myder, het getal van vee zodanig te augmenteeren als de billykheijd nader bijkomt, en de proportie te weegbrengen moet, waar in zij neevens anderen behoren gelijk te staan: Ik hoope dierhalven dat zulx in het toekomende betragt wer„ de dende 115.

NL-HaNA_1.04.02_4327_0359 view scan ↗

English

thereby may be brought about a considerable increase of that principal branch of the Colony's revenues, while I am not yet sufficiently informed of the grounds upon which, to the prejudice of the Stellenbosch and Swellendam Colonies, one could wish to cause a reduction of the duties that Graaffe Reynet must contribute to the same. Indeed, the last-mentioned Colony having previously been so limited in its revenues that it fell more and more into arrears from year to year, and that of Stellenbosch in financial matters also having had to suffer a notable disadvantage, so that its resources in the future will have to be managed with frugality, in order not to come into a similar situation as that of Swellendam, it will always be difficult, if not impossible, to take from the former first and let it serve for the improvement of the resources of Graaffe Reynet. Necessity demands, therefore, that an extremely economical expenditure regarding the resources of the Colony Graaffe Reynet be observed, and that one also regulate oneself accordingly in the erection of buildings, so that those buildings may subsequently be maintained or improved and expanded as one will find in the future that those revenues shall permit such. Very gladly will I always contribute what little I can to improve the revenues of the Colony, but apart from the difficulties that are obvious even to you in making the points proposed by you serve to that end, it should constantly be kept in mind that the Lords Masters, in view of the present condition of the Honorable Company and the more and more increasing burdens for the necessary fortifications of this Establishment, are mindful of the means by which every one of the Inhabitants, in a least oppressive manner, may be brought to help bear those burdens and support the company; so that if once the taxes that could conceivably be devised were imposed in favor of the Colony upon the Inhabitants, there will subsequently be no means to find the necessary funds for the Honorable Company. It will therefore be expedient to supersede most of the points proposed by you, until one shall be more certainly informed as to where the objective of the Lords Masters is tending. Only the proposal concerning the barter with the Caffers seems to possess some reasonableness, because from the same, besides a replenishment which—owing to the prevailing great scarcity, whereby the farmers around here are prevented from properly continuing agriculture and delivering their products—was very much to be desired, also the Colony's Revenues would be improved, and at the same time some relief would be brought to the Honorable Company in the considerable expenditure that must be made annually on its part for the purchase of draft oxen. It will only depend on whether a firm and certain footing can be devised in that regard, whereby could be achieved the main objective for which the barter, especially with the Caffers, has hitherto always been opposed and prevented, namely the violence and the harassment committed against these natives on such occasions, and the dreadful consequences that must then arise therefrom. And insofar as you, upon further consideration in that regard, can devise and suggest a sufficiently secure means, you should submit the same separately; whilst then the Board of Landdrost and Heemraden should also further propose that point in favor of the Company and the Colony, and thus proceed therein in a legal manner, in order to bring about a decision in that regard from the Body of government. Wherewith, after friendly greetings, we remain, was undersigned Your good Friend lower By order of the Honorable Lord Governor was signed O: G: de Wet Member and Secretary in the margin: In the Castle of Good Hope, the 4th of November 1787. To the titular merchant and Landdrost Hendrik Lodewijk Bletterman, together with the Council of War there. Stellenbosch This letter was dispatched mutatis mutandis to the Landdrost and Council of War at Swellendam. Good Friends, Since the public newspapers which were brought these days with the packet boat Ranger that departed from England on the 9th of August last mention various events which make it entirely uncertain whether the interest which foreign Powers seem to take in the lamentable divisions that have prevailed for some time in the fatherland might not subsequently have a disadvantageous influence upon the public peace; and the far distance of this place from the fatherland has shown how it is possible that in a sudden rupture, without any prior news, one can unexpectedly be completely surprised here; wherefore prudence also presently requires to be constantly vigilant and well on guard against all hostile attacks; we have therefore, in consideration thereof, deemed it necessary to write to you hereby, to have all the signal posts within your district serving for the general summons accurately inspected and examined, as well as properly to have supplied whatever might be lacking there.

Dutch transcription

dende, daar door zal mogene werden te weege gebragt eene vad vermeedering van dien voor„ namen tak der Colonies inkomsten te myck dewijl nog niet genoegzaam g'informeerd ben van de gronden op welke in pejuditie van de Stellenbosche en Swillendamse Colo„ wien zoude kunnen willen tevoorzaals eene vermindering van de torene die van Glaasse bijnet aan deselve adhibeeten moet Im„ mets de laatstgem Colonie bevorens beek zodanig bekrom van geweest zinde, in haare inkomsten, dat zij van hete lijs meer en meet is agteren terzaakt, en die van Sillenbosch in raad mancierle weeren, meede een merkelijk nadeel heb„ bende moeten ondergaan, zo dat haare mis„ delen in het vervolg met spaarzaamheijd zullen moeten werden bestield, om niet in een gelijk geval met die van Swel„ lendam te komen zal het altoos beswaar„ lyk zo niet onmogelyk vallen, om ierst van het Larige tootneemen, et tot vak„ boetering dere middelen van Graaffe Eij„ net te laten verstrecken de noodzakelykheijd vordert, alzo dat er een ten uyterste Spaare„ zaame uytgave omtrend de mlddelen van de Colonie Graaffe Bijnet werde betragt, en dat men ook in het opregten der gebouwen zig daar na beguleeren, zodanig dat die gebouwen naderhand kunnen werden on„ derhouden of verbeeterd en uytgezet dat men in het vervolg, ondervinden zal, dat die inkomsten zulx zullen toelaten. — Leer gaarne wil ik altoos, het weynige Contribueeren, om de inkomsten det Colonie te verbeeteren, maar behalven de zwarig„ heeden, die bij UE: zelfs in het oog loopen, om de pointen die door UE daar toe zyn voorgedraagen, te kunnen doen dienen„ behoord steeds in het oog te werden gehou den, dat de Heeren meesteren, uijt hoofde van den teegenswoordigen toestand de E Comp:, en de meeren meer toenee„ mende lasten tot de nodige verster„ kingen van dit Etablissement, bedagt zijn, op de middelen, langs welke een ieder der Ingezeetenen, op eene minst drukkende wyze, tot het meede draagen van die lasten, vorder en en het ondersteunen de r maatschappij te brengen zal zin; zo dat wanneer eens in faveure van de Colonie der Ingezeetenig wierde opgelegd, de belastingen welke im mers uyt te denken waaren, er naderhand geen middel weesen zal, om voor d' E: Comp de nodige sondsen te vinden: het zal dier„ halven dienstig zijn, met de meeste der door UE: voorgedraagene pointen te sup„ percedeeren, tot dat men in het zeekere na„ der zal weesen g'informeerd, waar heem het oogmerk der Heeren Meesteren is Streckende. - Alleen Schijnt de voordragt, omtrend de verruyling met de Caffers eenige Eee„ delykheyd te bezitten, om dat uyt deselve behalven eene vervulling, welke om de heerschende groote schaarsheijd, waar door de Landlieden hier omstreek ver„ hindert werden, den landbouw behoorlyk voort te zetten, en hunne producten op te brengen: zeer te wenschen was, ook de Colonies Inkomsten verbeeterd, en zullen aan d' E: Comp:, te gelyk eenig Soulaas toebrengen zoude in de Conside„ zabel uijtgave, die Iaarlijx van haren weegen tot het inkopen van Iok ossen, moeten werden gedaan. — Hit zalerj maar alleen op aankomen of dien aangaande eenen vasten en zeekeren voet kan werden beraamd, waar door te berijken zoude zijn het hoofd oog„ merk, om welke de verruijling voorna„ mentlijk met de Caffers, nog altooe is tegen„ gegaan en belet geworden, namentlijk het geweld, en den overlast bij zodanige ge„ legendheyd, aan deese naturellen gepleegd werdende, en de schromelijke gevolgen welke dan daar uijt moeten ontstaan, en in zo verre Uth: bij nadere overwee„ ging daar omtrend een genoegzaam verzeekert middel kan Uytdenken en aan de hand geeven zoude Ub het zelve afzonderlijk behoren op te geeven; terwijl als dan het Collegie van Land„ drost en Heembaaden, tevens dat poinct ten faveure van de Comp: en de Colonie Nulaar meede Seltenbarch dieese brief is min„ tatis matandie aan den Landdrost en krijperaad tot Swellendam afgegaan meede nader diende voor te draagen en dus op eene legale wijze daarinne te wert te gaan, om dien aangaande bij het Lighaam der begeeringe, een besluit te doen uijtkomen Waar meede na vriendelijk groete verblyven /:onderstond:/ UE: goede Vriend /:lager:/ Ter ordonn: van den Edelen Heer gouverneur /:was ge„ teekend.:/ O: G: de Wet E:d en Z:C C=:s in margine: In 't Casteel de goede Hoop den 4 9ber: 1787: Aan den koopman titulair en Landdrost Hendrik Lodewijk Bletterman benevens den krygsbaad aldaar Goede Vrienden Aangezien de publiccque nieuw pa„ pieren, de welke deeser daage met het op den 9 aug=s laatstl: uyt Engeland ver„ trocken pacquet bootbanger zijn aan„ gebragt, verscheijdene gebeurtenissen vermelden, de welke geheel onzeeker maken, of niet het belang, welke uytheemsche Mogendheeden schijnen te niemen, in de Tam„ merlijke verdeeldheeden welke zeedert vSnen eenigen tijd in het vaderland hebben geheerscht, bij vervolg eenen naderligen in vloed op de publiecque vreede zoude kunnen hebben, en de verre afgeleegendheijd deeser plaatse van het vaderland, heeft doen ondervinden, hoe het mogelyk is, dat men bij eene schielijke bupture, zonder eenige voorgaande tijdinge zee pligtelijk geheel onvoorziens alhier kan wel den overvallen, waarom de voorzigheijd ook thans vordert, tegens alle vijande lijke aanvallen steeds waakzaam, en wel op hoede te zijn, zo hebben wij uijt „verweeging van diens, nodig g'oore deelt, UE: bij deesen aan te schryven, om alle de zeijnposten onder UEd: district tot het generaal opontbot dienende, nauwkeurig te doen opneemen en visitee„ ren, mitsg:s het geen daar aan ontbreeken mogt, behoorlijk te laten suppleeren vermelden de 721

NL-HaNA_1.04.02_4327_0362 view scan ↗

English

Stellenbosch or mediate, it must also be recommended to the signalmen to be constantly vigilant in observing the signals that might occur, in order that each of them accurately answers in his own turn, in accordance with the established order. With which, after greetings, we remain, Underneath stood: Your Good Friends Lower: By order of the Noble Lord Governor and the Council. Was signed: O: G: de Wet, Member of the Council and Secretary. In the margin: Transacted at the political assembly, in the Castle of Good Hope, 6 November 1787. To the titular Merchant and Landdrost Hendrik Lodewijk Bletterman. Good Friend. Since it appears to me that the manner in which the inhabitants were notified, during the sale of the farm of the Burgher Lieutenant Johannes Gysbert van Reenen situated in the Hantam, of the extent to which the freedom of grazing on the Hantamsberg is permitted to them, does not, however, deprive them of the right, if they should consider themselves entitled to claim greater freedom regarding this matter, to also be able and allowed to pursue their claim further through the course of justice, I therefore also fully approve the arrangement made by you and proposed in your letter of the day before yesterday, to cause the aforesaid inhabitants to receive notice hereof for their further information. Underneath stood: Your good friend. Lower: By order of the Noble Lord Governor. Was signed: O: G: de Wet, Member of the Council and Secretary. In the margin: In the Castle of Good Hope, 7 November 1787. Batavia Ship Belvliet To the Right Honourable, Valiant Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, and the Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies. Right Honourable, Valiant, Most Highly Esteemed, Valiant, Most Wise, Prudent, Most Generous Lord, Noble Lords. As the ship Belvliet, equipped by the Chamber of Enkhuizen, is now also lying ready to sail for further dispatch to Batavia, we take the liberty of presenting to Your Right Honourable Honours, under cover of this, the duplicate of our last humble letter of the 2nd of this month of November, sent via the hired ship De Goede Verwachting. The said vessel having commenced the voyage from here to the capital of the Indies on the 6th following, there arrived shortly thereafter in this roadstead the ship also hired by the Honourable Company named Het Drietal Handelaars, Skipper Cornelis de Vries, which, having sailed from Texel on 4 July and being bound for Batavia, brought the welcome intelligence that the Company's return ships De Schelde and IJzerpaal, which alongside the Diamant departed from here for the Netherlands on 13 March of this year under the flag of the Lord Admiral Boesjes, safely arrived in port on 28 June. And the ships Stavenisse and De Phoenicie having already sailed from that same port towards here at the end of that month, the private ships De Geertruida and Eijk and Linde were lying ready upon the departure of the aforesaid vessel Het Drietal Handelaars, and were due to follow soonest. With the aforementioned ship Het Drietal Handelaars having been brought here from the Homeland four packets of letters, of which two are addressed to Your Right Honourable Honours and the other two to His Most Noble Honour, the Lord Governor-General Alting privately, as well as a packet containing the invoice and bill of lading of the cargo of the ship De Geertruida expected here, together with a sealed box of private letters addressed to the General Secretariat at Batavia, we take the liberty of offering to Your Right Honourable Honours all the aforesaid five packets enclosed herein, while the box with private letters has also been delivered to the Captain of the bearer of this, the ship Belvliet, Jan Montangne, for delivery. Being further informed by the Noble Lords Directors of the Chamber of Enkhuizen by a postscript to a missive of 2 June, received with the said ship Belvliet, that the Noble and Mighty College of the Admiralty in West Friesland and the Northern Quarter had shipped on that vessel a heavy cable for the national warship De Beschermer, commanded by Captain F: H: Friskenius, with orders from the aforesaid Lords Directors that in case the said warship was present here or was expected within a short time, to have that cable discharged from the ship Belvliet, and to deliver the letter enclosed with the aforesaid missive to the commander thereof; but if the aforementioned national ship De Beschermer was not as yet expected at this government, then to forward the letter with the cable to Your Right Honourable Honours, as Your Honours will graciously see from the extract of the missive of the aforesaid Directors attached hereto. We have therefore, on the assumption that the abovementioned national ship

Dutch transcription

SVellenbosch of bemedieeren zullende de Zegulie den teevens moeten werden aanbevoolen, om steeds waakzaam te zijn, in het obserweeren „der zeynen die er zoude mogen geschieden ten eijnde deselve ieder in het zeijnige over„ eenkomstig de gestelde ordre nauwkenrig te beantwoorden waat meede na groote blyve /onderstond./ UE goede Vrienden /:lager / Teb ordonn/ van den Edelen Heer gouverneur en den Raad / wor geteek:d/ O: G: de Wet E:d en Secret=s /:in margine/ Actum ter politicque vergadering /:In 't Casteel de goede Hoop den 6 9ber 1787 Aan den koopman titulaer en Landdrost Hendrik Lodewijk Bletterman Dewijl het mij voorkomt, dat de wyze, op welke bij den verkoop der plaats van den burge & Lieut Iohannes Gysbert van & Beenen, in den Hantam geleegen, aan Goede Vriend. /:onderstond:/ UE goede vriend /:lager:/ Ter ordon van den Edelen Heer gouverneur /:was geteekend:/ O: G: de Wet:/ Raad /in margine:/ In 't Cre„ en Secret teel de goede Hoop den 7 No„ vember 1787. de Ingezeetenen kennisse werd gegeeven in hoe verre hun de vryheid van de wyde op den Hantamsberg gepermitteerd is, aan deselve egter niet afsnijd het beqt om, zo zil vermynen mogten dien aan„ gaande meerdere vryheijd te kunnen pretendeeren, hunne pretentie door den weg van Iustitie ook nader te kunnen en mogen vervolgen zo appprobeere ik ook volkomen de schikkinge door UE ge„ maakte en bij desselfs letteren van eer„ gisteren voorgedraagen, om aan de voorsz: Ingedeekenen hier van tot derselver nadigt kennisse te doen geworden — tte 123 Batavia schip Ditvloek Aan den Wel Edele gestr: Heer M:r Willem Arnold Alti gouverneur genelaal en de de Edele Heeren Raaden van Nederl:s Inden Wel Edele Erntfeste groot agtb: Aanhafte wel wijze, voorzienige zeer genereuse Heer Edele Heeren Thans meede zeyl vaardig leggende hit bij de Cap„ me 6 Enehuijsen g Equipeer d' schip Belvliet ter verdere bei vordelinge naar Batavia, neemen wij de vryheijd daar meede onder geleyde deeses Uwe Wel Edele groot agtb aan te bieden het dueplicdat onserlaas„ tte onderdanige van den 2 deeser maand 96eb: p=s het holl parkx:s schip den goede der wagtag afgegaan welke even gem: bo„ den op den 6 daar aan de beyse van hier naar India Hoofdplaatse aan„ genomen hebbende, is daar daar aan ter deeser breede g'arriveerd het meede bij d' E: Comp: ingehuurd schip tot drie tal handelaars genaamd schipper Corne„ lis de Vries ter welke den 4 Iulij uit Toel„ el geleijld en naar batavia gedesti heerd zynde heeft men met het zelve het aangenaame bezigt erlangd, dat 'S Comp t ourscheepen de schelde en vzerpaald, dewelke neevens de dia„ mant onder de vlagge van de Heere admibaal Boesjes den 13 maart deeses Paars van hier naar Neederland zyn verkroeken op den 28 Iunij behouden eert binnen gekomen waaren En met de scheepen Stavenissen en de Rhoenecier bereijds in 't laatst dier maand uyt diezelfde haven na herwaards gezeijld zijnde de park Culigre Scheepen de geertruijda en Eijk en zinde bij vertrek van voorm bidem 't drie tal handelaars gereed lagen en 't' eerst stonden te vol„ Met het evengem: schip het drietal handelaars alhier uyt 't Patria aan„ gebragt zinde vier brief paquetten van de welke twee aan Uwe Wel Edele groot gem: al agtb: agtb: en den twee andere aan zyn hoog EdelhEdeen Heden gouverneur generaal Alt Darkjulier g'addresseerd zin„ als meede nog en pacquet met de fac„ tuur en Cognoisement der lading van thier voorenge verwagt werdend Schip de geersluyden beneevens een verziegelde door met particulieren brie„ aan de generaale Secre„ ven beschreeve tarije te Batvia, nedmen wij de vrij„ heijd Uwe Wel Edele groot agtb alle den voorm Vyf plequasten in deesen ge„ slooten aan te bieden, terwijl de door met parkc:n brieven aan den Capitn„ van brenger deeses het schip Bel„ vlies Ian Montangne meede ter bestellinge is afgegoeven benans wijders door de Edele Hieren Bewindhebberen ter Cameo Enchuysen bij pak Scriptum een Missive van 2 Iuni met het ged: schip Belvliek ontfangen, aange„ schreeven, dat het Edele mog: Colle„ gie ter admiraliteijt in Westvriesland en 't noorder qualtier, in dien bodem had in„ gescheept een Swaat touw voor slands schip van oorloge der Bescher met ge„ Commandeert bij den Captn F: H: Friskenius met ordte van weegens Heeren Be wind hebberen voorm„t omme bij aldien gem schip van Oorlog zig alhier bevond, te binnen korten verwagt wierd, als dan dat Touw uit het schip Bel„ vlies te doen ligten, en met de bij voorsz: missive ingeslooten geweest zynde brief aan den Commandant van het zelve te bezorgen, Edog het voorm: lands schip der Beschermer voor eerst nog niet dan dit gouverne ment verwagt werdende als dan de brief met het Touw aan Uwer Wel Edele groot agtb: voort te zenden zo als hoogst deselve dit bij geliehte zullen zien het deesen bygevoegd Extract der missive van deezen Bewindhebberen voormd wij hebben dierhalven in die ver onderstellinge dat het bovengem Lands 729

NL-HaNA_1.04.02_4327_0365 view scan ↗

English

The country ship the Beschermer could not yet be expected here shortly, the fore-rope for that vessel being unloaded from the ship Belvliet; leaving it therein, while the accompanying letter to the 3rd Captain Flijkenius has already been forwarded from here alongside our humble letter of advice of 7 October last, with the ship Constanta addressed to Your Right Honorable. The Noble Lords Directors of the Chamber Middelburg, in a letter of 23 June likewise accompanying this in copy, received with the previously arrived private ship Josephus the Second, having informed us that because no Company crew was placed on that vessel, and consequently no chief surgeon, who was nevertheless most urgently required for the illnesses that might occur along the way among the Württemberg military men, they had been compelled on that account to place on that vessel on behalf of the Company as chief surgeon Jan Caspar Lesser of Broekroode: and that if, upon arrival at this government, said chief surgeon was no longer deemed necessary on the said ship Josephus the Second, he should be employed wherever needed and could serve out his contract with the Honorable Company. Said chief surgeon Lesser has, at his request, been placed on this ship Belvliet, now lying ready to sail, in place of the deceased chief surgeon of that vessel, Christiaan Jacob Eveling, in order to sail over with it to Batavia. From which aforementioned ship Belvliet, on the other hand, pursuant to the esteemed qualification of the Noble Lords Majores, fifteen common soldiers with their firearms and weapons have been drafted for the garrison here, the said drafted men having been properly entered and noted in the muster roll of this vessel Belvliet. On the 7th of this month, there also having appeared here in the roadstead an English Company packet ship named the Ranger, commanded by Captain John Buchanan, which departed from Falmouth on 9 August past and is destined as an express to the English establishments in Bengal and to Madras, there were brought with it some public newspapers, in which various events appear from which it is not difficult to deduce the interest that some foreign powers seem prepared to take in the lamentable divisions that have prevailed in the fatherland for a considerable time. We have therefore, for the interest that the Company itself may also have therein, judged it not unserviceable to communicate to Your Right Honorable what has come to our knowledge thereof, to which end we have the honor to offer Your Right Honorable enclosed herein the extracts from the aforesaid English newspapers. The private ship the Onzekeren having begun its voyage from here to the Netherlands the day before yesterday, the 10th of this month, the incoming chartered ships the Zeevaart and Meerenberg are to be dispatched from here to Batavia on the 15th upcoming; Your Right Honorable being further able to gather, if you please, from the following specification, the number of crewmen with which this ship Belvliet, now lying ready to sail, sailed from the fatherland, how many deceased and invalids were brought here, as well as how many of the place names here must remain in the hospital, namely: Sailed from the Netherlands: 264 heads. Landed at the Cape: 37 dead and sick. Departed from the Cape: 96. Left behind at the Cape: 216. Ship Belvliet, False Bay. To the merchant and resident there. Wherewith concluding this, we commend Your Right Honorable's highly respected persons in the weighty interests of the Honorable Company to God's holy keeping and remain with due respect, Right Honorable, Stern, Highly Respected, Valiant, Right Wise, Prudent, and Very Generous Lord, Noble Lords, Your Right Honorable's very humble and obedient servants, Was signed: C: I: van de Graaff, J: Rhenius, B: Gordon, J: I: Le Sueur, O: G: de Wet. In the margin: In the Castle of Good Hope, the 12 November 1787. P.S. While signing this, the English convoy under the command of Commander Philips departed from this roadstead for the Indies, and in the meantime a Dutch Company ship has come to anchor off Robben Island, which is presumed to be the aforementioned ship Stavinisse. Enclosed Your Honor receives the bill of lading and invoice of such provisions as have been offloaded at this place into the frigate ship the Meermin, in order to be transported to your residency and which shall have to be properly delivered to Your Honor by the master of that vessel. Wherewith, after greetings, I remain, Good friend, Your Honor's good friend, Lower down: By order of the Noble Lord Governor, Was signed: C: G: de Wet, Secretary. In the margin: In the Castle of Good Hope, the 12 November 1787.

Dutch transcription

Lands schip de Beschermer binne korten alhier nog niet konde werden verwagt, het voorm touw voor dien bodem in brenge z de vas het schip Balvliet afgescherpt; daar inne laten verblyven, terwijl de daar bij behorende brief aan den 3 Heer Capnt Flijkenius bereyds neevens on onderdanig advus brief van 7. october Iongsts, met hett schip Constanta onder addresse van Uwe Wil Edele groot agtb van hier is voortgeson„ den geworden. d' Edele Heeren Bewindhebberen ter Camer Middelburg bij eene brief van 23 Iunij deesen insgelyx in Copia versellende, met het bevorens g'arri„ veerd: parkc:s schip Josephus di Tweede ontfangen, ons hebbende aan geschreeven, dat vermits op dien biodem geen Comp=s Equipagie geplaatst was, en gevolglijk geen oppermens„ ter, welke er egter allernoodzakelykst vereyscht wierd, voor de ziektens dewelke onder weg bij de wurtembergse Militairen konden plaats vinden, men om die beeden genoodzaakt was geweest Comps weegen op dien bodem te plaatsen als oppermeester Ian Caspe & Lesser van Brodrode: en dat wanneer bij aan„ komst ten deesen gouvernemente dien opper chirurgijn op het ged: schip Josephus de Tweede niet verder nodig wierde g'oordeelt, denselven als aan zouden moeten worden g' Emploijeert alwaar nodig zin, en zijn verband bij d. E: Comp: zoude kunnen uyt dienen Is ged: opperchirurgijn Lesser op zijn versoek geplaatst geworden op dit thans zeijlvaardig leggend schip Belvliet in steede van den alhier overleeden opperchirurgijn van dien bodem Christiaan Iacob Eveling om daar meede naar Batavia over„ te varen. — van welk even gem: schip Belvliet daar em teegen ingevolge de g'Eerde qualificatie de E Heeren Majores voor 't guarnisoen alhier vijfthien Militairen gemeene Militairen met derselve r geweezen en wapens zyn geligt geworden zynde die geligte manschappen bij de monister„ bolle van deesen bodem Delvliet behoor„ lijk opgebragt en aangeteeken Op den 7=te deeser maand obk hier ter bheede verscheenen zynde een bye Pacquet gelsch: Comp:s schip the langer gen=d gecommandeert door Capit=n Pohn Bucheman, het welk den 9' aug=s pas=o van Salmouth vertrocken en als eene eipresse naar d' Engelsche Etublissemer ten in Bengalen en naar maders geda„ tineerd is, zyn met het zelve aangebragt eenige publicque nieuw papieren, waar in verscheyde gebeurtenissen voorkomen, uyt de welke niet onduij„ delyk op te maken is, het bylang wel„ ke eenige uytheemse mogendheeden bereyd schynen te neemen in de Tammerlyke verdeeltheeden welke al zeedert een geruymen tijd in 't vaderland hebben geheerscht Wij hebben t dierhalven voor 't belang dat de maatschappij voor zig dadr b inne meede kan hebben, niet on„ dienstig g'oordeelt Uwe wel Edele groot agtb: meede te deelen, het geen ons daar van is ter kennisse gekomen, en ten welken eijnde wij de Eeze hebben hoogst deselve d' Extracten uyt de voorsz Engelse nieuws papieren in deesen geslooten aan te bieden Het partic=s schip den Onzeekeren desselfs voyagie eergesteren den 10 deeser van hier naar Neederland aangenomen hebbende, staan de uytkomende inge„ hunrde scheepen de Zeevaarde Mee renberg op den 15 aanstaande, van hier naar Batavia te werden g' Ez zullende Uwe wel Edele groot agtb: wijders uyt de ondervolgende spe„ cificatie des geliefende, kunnen bevo„ gen, het getal der manschappen, waar meede dit thans zeijlvaaldig leggend schip Belvliet uyt het vadeeland is gezeylt, hoe veel overleedenen pedieer. — belang en 133 J: Delvliet Baaij Fals en impotenten alhier aangebragt mitsg=s hoe veel de plaatstgem: hiers ten hospitaale moeten overblyven te weeten uyt Nederl: aan de Caab aan de Caap vertrokt gezeild aangeland door Eeen te mer als andere mits mt Coppen doden en zieken get: en verbl: Copietere 2 264: 37: 00. „ 96. 216. Aan den koopman en besident aldaar waar meede deesen fineerende, beveelen wij uwe Wel Edele groot agtb: zeel geres„ pecteerde persoonen in de gewigtige belangen de E E: Comp: in godes ver lige roede en blyven met verschul„ E dig den Eerbied wel Edele, Erntfeste, groot agtb: manhafte, wel wijze, voorzienige zeer genereuse Heer Edele Heren Uwer Wel Edele groot agtb: zeer onderd en gehoorz: dienaren /:was getek:d/ C: I: van de Graaff J: Rhenius B: Gordon J: I„ Le Pueu r, OG: de Wet /: in matgine:/ In't Casteel den goede Hoop den 12 9ber: 1787:— P: S: onder het teekenen deeser is het Engels Convrij /:onderstond/ Ingeslooten bekomt UE. Cognoscement factuur van zodanige provisien, als ter deeser plaatse zin afgeladen in freguat schip de Meermin, ten eynde na Uwe residentie te werden overgebragt en dewelke door den gezaghebber dier bodem behoorlyk aan UE: zullen moeten werden uytgeleeverd.- waar meede na groete blyve /onderstond./ UE: goede vriend /:lager:/ Ter ordonn van den Edelen Heer gouverneur /:was geteekd/ C: G: de Wet P: en Sack ien mar„ gine/ Int Casteel den goede Hoofp den 12 9br 1787 Goede Vriend onder bevel van den Commandeur Philips van deese Rheede naar Indien vertrocken en is intusschen onder het hobben Eyland ten anker gekomen een Holl:s Comp=s schip he t welk men presumeert het hier. voren gem schip Stavinisse te zullen zijn onder te

NL-HaNA_1.04.02_4327_0368 view scan ↗

English

Stellenbosch Swellendam To the titular merchant and Landdrost Hendrik Lodewyk Bletterman Enclosed herewith are sent to you twelve notices regarding the returns that the inhabitants will have to make to the trade office of the grain which they are to deliver to the Honorable Company, so that through your good care the same may be posted everywhere in your district. Wherewith, after greetings, we remain was signed: Your good friend lower: By order of the Noble Lord Governor was signed: O. G. de Wet, First Clerk and Secretary in margin: In the Castle of Good Hope, the 13th of November 1787 To the titular merchant and Landdrost Constant van Nuld Onkruyt Good Friend. Being sent herewith to you six notices regarding the returns that the inhabitants who are to deliver their grain at Mossel Bay will have to make to the overseer there, so that the same may be posted in the most suitable places in your districts. You will also have to ensure that the enclosed letter to the overseer at the said bay is forwarded to him as quickly as possible, to which letter are also added another six such notices that will have to be posted by the overseer in the most suitable places around the said bay. Wherewith, after greetings, we remain was signed: Your good friend lower: By order of the Noble Lord Governor was signed: O. G. de Wet, First Clerk and Secretary in margin: In the Castle of Good Hope, the 13th of November 1787 Mossel Bay To the Military Ensign Jans Muie, commanding the military garrison there Good Friend The six enclosed notices concerning the return that the inhabitants have to make to you of the grain they have to deliver at Mossel Bay shall be posted by you in the most suitable places, so that each of the inhabitants can obtain knowledge of their contents, six such notices having also been sent to the Landdrost of Swellendam, which are also to be posted from that side. Wherewith, after greetings, we remain was signed: Your good friend lower: By order of the Noble Lord Governor was signed: O. G. de Wet, First Clerk and Secretary in margin: In the Castle of Good Hope, the 13th of November anno 1787 Batavia Per the Dutch private ships the Zeevaard and Meerenberg Noble, Honorable, Highly Esteemed, Valiant, Most Wise, Prudent, Most Generous, Honorable Sirs. To the Right Honorable Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, and the Noble Lords of the Council of the Dutch Indies. Besides the said Dutch private ships the Zeevaart and Meerenberg, pursuant to the advice in our respectful letter of the 12th of this month last forwarded to Your Right Honorable Excellencies with the ship Belvliet, being likewise dispatched from here today, we thus take the liberty to let this serve as an escort for those vessels, offering to the same herewith by the ship the Zeevaard the duplicate of our aforesaid last missive, while the said ship Belvliet, since its dispatch, has for the present been prevented from continuing its voyage by the persistent strong south-east winds. Your Right Honorable Excellencies will furthermore, if it pleases you, be able to see from the following specification with how many of the Company's men, the bearers of this, the aforementioned private ships the Zeevaart and Meerenberg sailed from the Netherlands, as well as the dead and sick reported from them, likewise how many of the latter must remain in the hospital here, and finally the strength of their crews with which they are now to depart from here, namely: Sailed from the Netherlands with heads / Arrived at the Cape with dead and sick / Left at the Cape due to sickness and otherwise / Departs with heads the Zeevaard: 353 / 32, 66 / 117 / 238 Meerenberg: 247 / 29 / 214, 10, 24, 26 The Extraordinary Fireworker Jacob van Hasselt, who arrived here in the year 1786 as a surveyor on the ship 't Zeepaard, and was at that time retained at his request and placed in the aforesaid capacity as a fireworker in the artillery under this government, having since requested by petition that, because he saw little fortune or advancement here in the military, he might be permitted to depart again in his former capacity of surveyor to Batavia, whither he had also been destined as such; we have thought, under Your Right Honorable Excellencies' honored approval, not to refuse the said request of him, Van Hasselt, and consequently granted him his discharge as an Extraordinary Fireworker to travel onward to Batavia in his former capacity as surveyor, pursuant to which he, with the private ship the Zeevaart now lying ready to sail, departs from here to the said Indies.

Dutch transcription

Sellenbosch Swellendam Aan den koopman titulair en Landdrost Hendrik Lodewyk Bletterman In deesen geslooten werden UE. toegesonden Twaalf stux billietten, nopens de opgave„ die de Ingeseetenen ten negotien Comp„ toire zullen moeten doen, van de graan welke deselve aan d E: Comp: te Leeveren hebben, ten eijnde door UE: goede zorge„ deselve alomme in UE: district mogen werden g'affigeert- Waar meede na groete blyven /onderstond:/ UE: goede vriend /:lager:/ Ter ordonn: van den Edelen Heer gouverneur (:was geteek:t/ O: G: de Wet E=d en SeC=s /: in margine:/ In 't Casteel de goede Hoop den 13 9ber 1787 Aan den koopman titulair en Landdrost Constant van Nuld Onkruys Goede Vriend. UE: hier neevens toegesonden werdende UE goede vriend /:lager ter ordonn van den Edele Heer gouverneur /:was. geteek:d/ O: G: de Wet E: en Se C:s /: in margine:/ In 't Casteel de goe den Hoop den 13 9br: 2787:— Waar meede na groete blijven /:onderstond:/ Ses stux billietten nopens de opgoever die de Ingezeetenen welke hunne gra„ nen en de mosselbaaij staan te Lee„ veren, aan den opzigter aldaar zul„ len moeten doen ten eijnde deselve op de bequaamste plaatsen in UE districten moeten werden g'affigeerd. zal UE: teevens moeten zorgen dat de meede ingeslootene brief aan den opzigter en den gem: baaij ten geksten aan deselve werde voortgesonden, bij welke blief meede gevoegd zyn, nog ses diergelijke billietten die door den opzigter op de geschikste plaatsen omstreek meer gem: baaij zullen moeten werden aangeplakt Goede Vriend. vrte 737. Masselbaaij Batavia P=r de holl:n partcre scheeppen Aan den vaandrig Militai r Jans Muie Commandeerende de militaire bezettinge aldaar Goede Vriend De nevens ingeslootene ses billietten weegens den opgaaf die de Ingezeetenen bij UE hebben te doen van de graanen, die zij in de mosselbaaij te leeveren hebben, zullen door UE: op de bequaam„ ste vyn plaatsen moeten werden aan geplakt, zo dat een ieder der Ingelee„ tenen van den inhoude derselve kem„ nisse erlangen kunnen, zynde ook ses diergelyke billietten aan den land„ drost van Swellendam afgesonden, welke ook van die zijde staan te werden g'affigeerd.- waar meede na groete blyven /:onderstond: UE: goede Vriend /:lager / te r ordonmen van den Edelen Heer gouverneur /:was get:/ O: G: der Wet E: en S: C:s: in marc„ gine In 't Casteel de goede Hoop den 3 9ber a: 1787. — 8. bezijden gem: holl=e partic=re Schieppsen de Zeevaart en Meerenberg ingevolge het geadviseerde bij onse Eerbiedige lette ren van den 12 deeser maand met het schip Belvliet laatst aan Uwe wel Edele groot agtb: gesuppediteerd, op heeden insgelijk van hie r afgevaaldigt werdende, neemen wij dus de vryheyd deesen te laten dienen tot geleyde dier kielen, hoogst deselve daar bij met het schip de zeevaard aanbieden de het duplicaat van voorsz: onse laat„ ste missive, terwijl het opgem: schip Belvliet zeedert deselfs depeche door Wel Edele Erntfeste groot agt Manhaffte wel wijze, voorzienige zeer genereuse de Eervaarden Meirenberg„ Heer e Edele Heeren. Aan den wel Edele gertre Heere M=r Willem Arnold Alting gouverneur Genelaat ende d' Edelen Heeren baade van Neders India der de Zeevaard Meerenberg de aanhoudende sterke &O=te winden, het voortzetten der beyse voor als nog derhin dert Wetd. zullende Uwe Wel Edele groot agtb: voorts uyt de ondervolgende Specificatie des behagende kunnen beoogen, met hoe veel van Comp=s manschappen brengers deeser, de hier vorengens partic scheepen de Zeevaart en Meerenberg, uyt nader land zijn gezeyld, als meede daar van aangebragte doden en zieken item hoe veel der laatstgem: ten hospitaale alhier moeten verblyven, en eyndelyk de sterkte hunner Equipagien, waar meede thans van hier staan te ver„ trecken namentlijk uyt Nederl: aan de Caab aan de Caab vertrect gezeyld aangeland door ziehte mets met met als anderz: Coppen „doden en zieken gel: en ver6: Coppen 353 247 32. bb 117. 29 214 10 24 26 Door den Extra ordinaire Vuurwerker Jacob van Haxsselt, die in den Iaare 1786 als Landmeeter met het schip T Zeeppadrd alhier aangeland, en dies tijds op zyn versoek aangehouden, en in voorsz: qualiteijt als vuur werkere bij den avthil„ litie ten deesen gouvernemente is geplaakst geworden, zeederk bij bequest verzoek gedaan zijnde, om vermits hij wijnig fortuijn ofte advancement: alhier in 't militaire te gemoedzag, weeder in zin vorige qualiteijt van landmeeter na Batavia te mogen vertrecken, waar heen hij ook als zoo danig is gedectineerd geweest, hebben wij onder Uwer Wel Edele groot agtb: g'Eerde approbatie gemeend het ged: versoek van hem van Hasselt Kiek te kunnen afslaan, en aan denselven mitsdien, zyne demissie als Extra ordinaire vuntwerker verleend, om in zin vorigen qualiteijt van land„ meeter na Batavia voort te vaaren, ongevolge welke denselven, met het thans zeylvaardig leggend partic:t schip de Zeevaart van hier naa't ged„ als Indiasche

NL-HaNA_1.04.02_4327_0371 view scan ↗

English

Indian headquarters is about to depart. Pursuant to the instructions of the high commanding Lords Majors, fifteen and from Meetenberg three military men, the latter having been relieved for the garrison here with their former arms, the enlisted men on the muster rolls of both these ships have been made known according to order. Your Right Honourable Worships having sent in the year 172 to this government some printed copies of the logbook, which the officers of the Company's ships destined for Batavia must, pursuant to Your Right Honourable Worships' order, draw up immediately after their departure from this Cape latitude and continue until their arrival before or in the Sunda Strait, which copies have since successively been delivered to the skippers and captains on aforementioned Company vessels, and finding therefore no more in stock on hand, we take the liberty respectfully to request Your Right Honourable Worships to be pleased to send us again a batch of those printed copies at the first opportunity. In the chartered fluyt ship Meerenberg, currently lying ready to sail, there being transferred among other goods from the cargo of the Company's vessel Meerenberg at Crookhaven also 25 pieces of spars, which however, for lack of the necessary space, had to be stowed outboard on the sides of the fluyt ship, whereby the same would not only remain exposed to decay, but also greatly tend to the hindrance of the ship itself in sailing as well as otherwise; said spars have, at the request of the skipper of the just-mentioned fluyt ship Meerenberg, Claas End, been unloaded from the same and transshipped into the vessel de Vreede, likewise present, in order to be transported with that vessel to Your Right Honourable Worships' headquarters. From the same, as well as from the unloaded casks from both ships Meerenberg and the Zeevaart currently lying ready to sail, the usual exceptions have been drawn up and added hereto, alongside which also go over the invoices, by which the military weapons relieved here from the first-mentioned vessel Meerenberg as well as from the ship Belvliet have been credited to Your Right Honourable Worships' headquarters. The aforementioned ship Belvliet having, during the writing of this, accelerated the voyage from here to Batavia, certain news has meanwhile been received that the ship lying off Robben Island, and of which mention was made in the postscript of our missive sent with the aforementioned vessel Belvliet, happens to be the Ceylon return ship de Paarl, which, according to the statement of the captain commanding thereon, Cornelis in 't Ankel, sailed hither from the island of Mauritius on 15 April past and from Rio de la Goa on 18 October last; while said captain further adds in his report that that vessel was said to be very leaky and completely worked loose, without however having given any further and more detailed account of the condition of the cargo, nor for what reasons and when it was forced to call at the bay of Rio de la Goa and tarry there for so long. Thus, upon the arrival of the said ship de Paarl here in the roadstead, we shall not fail to demand a fuller report in that regard from those officers, and thereupon to give dutiful further notice thereof to Your Right Honourable Worships. And concluding herewith, after having commended Your Right Honourable Worships' highly esteemed persons, together with the important trade of the Company, to God's protection, we remain with due respect, Underneath stood: Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed, Brave, Prudent, Provident, Very Generous Lord and Noble Lords, Your Right Honourable Worships' very humble and obedient servants. Was signed: C: I: van de Graaff, : I: Rhenius, R: I: Gordon, P: Le Sueur, C: G: de Wet In the margin: In the Castle of Good Hope, the 16th of November 1787. To the Titular Merchant and Landdrost Constant van Nuld Onkruyd at Swellendam. Good friend, The burgher Johannes Rawi having had recorded at the Secretariat on the date of 26 May 1787 a farm situated in the outermost kloof at the Rooiberg named Palmiet Schaap over the Heer Rivier, in order that he may subsequently graze the same farm by permit, while the granting of that farm to him, Rawi, is only delayed by the failure of a certificate to be granted to him by you, whether the granting of the said farm can take place without detriment to the adjoining neighbours; you are hereby ordered, on the request made to me by the said Rawi for that purpose, immediately to make inquiry in the surest and most legal manner whether the above-mentioned farm can be granted to him there on permit; and to provide the same with a proper certificate concerning this. Wherewith, after greetings, I remain, Underneath stood: Your good friend Lower: By order of the Noble Lord Governor Was signed: C: G: de Wet, First Sworn Clerk In the margin: In the Castle of Good Hope, the 16th of November 1787.

Dutch transcription

Indiasche hoofdplaats staat te vertrecken Ingevolge het aanschrijvens der hoog gebiedende Heeren Majores vijfthien en van Meetenberg drie militaire de laatste met derselver geweezen en wapens voor het guarnisoe alhier geligt geworden zijnde, staande manschappen op de bollen dier beyde: scheepen na d'ordre bekend gesteld. - Uwe Wel Edele groot agtb in den Ialer 172 aan dit gouvernement toegezonden hebbende, eenige gedrukte Exemplaaten van het Eelaas, het geen de overheeden van 's Comps Scheeijpen na Batavia gedestineerd, ingevolge Uwer Wel Edele groot agtb ordre ten eersten na hun vertrek van deese Caabse breed moeten opmaken, en tot hun komst voor of in de straat zunde vervolgen, welke ex„ emplaaten zeedert Successive aan de schippers en Capit=ns op voorm: Comp:s bodems afgegeeven geworden zyn, en daar van dus geen meer in voorraad aan handen bevindende, neemen wij de vryheyd Uwe Wel Edele groot agtb: eerbiedigste ver„ zoeken, ons bij eerste geleegendheijd, weede„ rom een parthij van die gedrukte Exxemplaaren willen laten toekoomen In het thans zeylvaardig leggend ingehuur d: flayt schip Meerenberg onder meer andere goederen uijt de lading van 's Comp=s bodem Meerenberg te Crookhaven meede overgenomen zynde 25. p:s spieren dewelke egter mits gebrek aan de nodige ruym te ter weetzijken buyten boord van het fluijtschip hebben moeten werden geborgen, waar door deselve niet alleen aan bederf zouden blyven g'Eliponeerd, maar ook grotelyjk tot belemmering van het schip zelve in de Seilagie als anderzints komen te strecken, zijen geds spieren op ver„ zoek van den schipper van het evengend sluys schip Meerenberg Claas End, uyt deselve geligt, en in het meede aan„ weesend schip de vreede overgescheeft geworden, om met dien bodem naar Uwe Uwer 743 Uwe r del Edele groot agtb: hoofdplaats ge„ transporteerd te werden: zynde van de„ selve zo wel als van het geligte vaatwerk uyt beide hans zeijlvaardig leggende scheepen Meerenberg en de Zeevaart geformeer de gewoone Excepsissen dee„ ten bygevoegd, waar neevens ook nog overgaan de Factuuren, waar bij de uyt eerstgem bodem Meerenberg zo wel als uyt het schip Belvliet alhier geligte militaire wapens Uwer wel Edele groot agtb: hoofdplaatse zyn ten goede gebragt. — I't voorwaards gem schip Bel„ vliet, onder het schryven deeses de Eespe van hier naar Batavia hebbende ver„ vordert, heeft men intusschen zeekere tidinge bekomen, dat het schip, onder te hobben Eijland leggende, en waar van bij post Schiptun onser missive met opgem: bolden Belvliek afgegaan mentie gemaakt is, komt te weesen het Ceylons betourschip de Paarl„ het welk volgens opgave van den En hier meede besluijtende zullen wij naar Uwe Wel Edele groot agtb: zeer g'Eerde persoonen neevens de gewigtige daar op Commandeeren den Capp:n Cornelis in t Ankel den 15 april pas=o van 't Eyland Mautitius en den 18 october Iongstl van bio de la Goa herwaards is gesteevend: ter„ wijl ged: Capit=n in zyn rapport nog daar bijvoegd, dat dien bodem seer leken geheel uyt malkanderen zoude zijn gewerkt zonder egter eenig verder en omstandiger berigt te hebben gegeeven, van den toe„ stand de rlading, nog ook om welke bee„ denen en wanneer genoodsaakt is ge„ weest de baaij van Eea de la Goa te moe„ ten aandoen, en aldaar zolange te ver toeven des wij niet in gebreeke zullen blyven bij arrivement van hetzelve schip de Paarl hier ter bheede van die overheeden, ampeler berigt dien aangaan de te vorderen, en als dan daar van aan Uwe wel Edele groot agtb: nadere pligtschuldig kennisse te geeven. — daar handel 745 Swellendam handel de te maatschappj in godes bewaringe te hebben bevoolen met verschuldigde Eerbied blijven. /:Ondertstond./ WelEdele: Erntfaste, groot agtb: Man„ hafte, wel wejze voorzienige zee r genereuse Heer en Edele Heeren Uwer Wel Edelen groot agtb: zeer onder„ danige en gehoorl: dienaren /:was geteek C: I: van de Graaff, : I: Rhenins, B I: Gordon P: Le sieur O: G: de Wat /:in margine:/ In 't Casteel de goede Hoop den 16 November 1787 Aan de koopman titulair en Landdraek Constant van Nuld Onkruijd Den burge r Iohannes Bawi ter Secrata„ rije in dato 26 maij: 1787 hebbende doen aanteekenen een plaats geleegen in den buijtenste Cloof aan de koosberg gen=d Goede vriend: Waar meede na groete blyve /onderstond:/ UE goede Vriend /:lager:/ Ter ordonn: van den Edelen Heer Gouverneur /:was get:d/ C: G: de Wet E=C: Sic=s /:in margine:/ In 't Casteel de goede Hoop den 16 9ber: 1787. — Pai mijns Chaal over de heer bievier ten eyjnde dezelve plaats vervolgens bij ordonn: te mogen gaan bewijden, terwijl de uijtga„ ve van die plaats aan hem Eawi alleen kaineerd door het manquement van een bewis door UE: aan hem te verleenen of de uijtgave van gem plaats zonder benadeeling der daar aan g'rensende buuren geschieden kan, zo weld UE vermits daar toe door gem Cawi bij mij gedaan versoek door deesen gelast, ten eersten op de zeekerste en legaalste wyze onderzoek te doen, op de neergem plaats aan hem baar op ordonn: kan werden verleend; en denselven dee„ weegens met een behoorlyjk bewys mandeeren. — Sac 747 stte 2

NL-HaNA_1.04.02_4327_0374 view scan ↗

English

Swellendam To the titular merchant and Landdrost Constant van Nuld Onkruijt. Having received your letter today, dated 29 October last, I have perceived from it with surprise, not only that you declare to have found yourself informed that the piece of land named by you, which the burgher Philip Koen has taken as a farm and is called De Kromme Draai, is situated too close to the farm De Bietrivier of the fellow burgher Volkert Schoemaker; but also that you address the last-mentioned person to me, to state his own reasons, and to have the farm of the said Koen revoked, with what further follows concerning this matter. A course of action which clearly demonstrates that this matter was by no means handled by you with the required accuracy, Good Friend, as on the one hand it appears not only at the Political Secretariat that Philip Koen, instead of a farm De Kromme Draai, possessed in loan a farm, as well as that of Schoemaker, also named De Bietrivier, but that this farm, having been abandoned by him in the year 1785, was again taken on ordinance by Pieter Booyens Barendsz; but also on the other hand, it should have been very well understood by you that the simple presentation of the reasons of a complaining party without accompanying evidence cannot be sufficient for me to proceed on that basis to the revocation of a farm; but that it was your duty as Landdrost to investigate both the grievances of the one and the interests of the other party, and then duly report to me your findings, with the addition of the reasons and evidence, in order that the necessary order in the matter may be established accordingly. I could therefore not fail hereby to direct you to make further close investigation into what the facts of the matter are, as well as to look into how it happened that the farm which the said Koen had on ordinance, and is now possessed by Booyens, as well as the aforementioned Schoemaker who currently still possesses in loan, both bear the name of De Bietrivier, whereas they nevertheless clearly appear as two distinct farms; as well as whether the frequently mentioned Koen still inhabits this farm, notwithstanding that the same, as has been said, was already abandoned by him in the year 1785. For this, you would be able to draw the necessary light from the register which I trust is sent to you of the farms lying under your district; but insofar as anything might be lacking concerning this, the attached memorandum extracted from the notes at the Political Secretariat may serve you as a guide. Graaff-Reinet To the titular merchant and Landdrost Maurits Herman Otto Woeke. Good Friend. In accordance with the reports attached to your letter of the 14th of the past month of October, I have had traced at the Political Secretariat the farms which the burghers Ignatius Delport and Louis Coetzee have taken on ordinance to the detriment of the neighboring inhabitants bordering thereon, but under the name of Johannes Slabber [illegible] no Secretariat note being found concerning the farm Nooitgedacht, formerly possessed in loan by Petrus van den Bergh, but afterwards revoked on 8 January 1786 upon complaint of Johannes Matthijs de Beer, there being known however in the ordinance books only one Johannes Gideon Andries Slabber, having a farm called De Buffelsfontein situated at the corner of the Zwarte Ruggens, taken on ordinance on 3 June 1782, you shall therefore have to inform yourself further and with certainty whether this may be the same person given by you as Johannes Slabber Gideon, who perhaps requested in loan the aforesaid farm Nooitgedacht under another denomination of De Buffelsfontein. It having furthermore appeared upon investigation that Johannes Scheepers only holds in loan three farms, namely: De Lust, situated on the Zondagsrivier, Boshontein over the same, Klipfontein above the same, all three known as new farms; and that for Burgert van der Westhuizen on 22 February 1786 a farm was noted, named Nooitgedacht, situated between the Zwarte Waters and Visriviers mountains behind the second poort, in order to be taken by him on ordinance after six months, without that however having taken place as of yet, which note has also been struck out. Likewise, for the reasons presented by you, the grant of the farm of the fellow burgher Hendrik Meintjes van den Bergh called De Kleine Fontein shall be revoked as soon as the arrears still attached thereon to the debit of the said Meintjes van den Bergh shall have been paid by the Heemraad Joshua Joubert, and with which arrangement I have been pleased. Wherewith, after greetings, I remain, below was written: Your good friend, lower: By order of the Honorable Lord Governor, was signed: O. G. de Wet, First Sworn Clerk and Secretary, in the margin: In the Castle of Good Hope, the 16th of October 1787.

Dutch transcription

Swellendam Aan den koopman titulair en Landd ross= Constant van Nuld Onkluijt.— Bij mij heeden ontfangen zynde UE brief van dato 29 8ber laatstl heb ik daar uit met bevreemding ontwaard, niet alleen dat UE: betuijdd zig g'informeelden bevon„ den te hebben, dat de bi UE: genaamde perlek welke den burger Philip Seven tot een plaats genoomen heeft en de kromme draaig geheeten is, te na zouden leggen aan de plaats de biet bievier van den meede burge r volkert schoemaker; maar dat UE: laatstgem: persoon ook aan mij al„ dresseerd, om zyne beedenen zelver te verstaan, en de plaats van gem: Koen te doen intrekken, met het geene dien aangaande daar verder opvolgt Eene handelwyze, welke duydelyk aantoond, dat deese zaak bij UE geen„ zints met de vereijschte accurateese Goede Vliend a behandelt geworden, daar aan den eene zijde niet alleen ter Secretarije van politie blijkt, dat Philips Roen, in steeden van een plaats de Cromme draaij, in leening reeft bezeeten, een plaats zo wel als dier van Schoemaker, meede de biek bievivr gen, dog dat deese plaats, door hem in 't Iaars 1785 verlaten zynde wedere op ordonn is genomen, door Pieter Doogjens Barendz: maar ook aan de andere zyde, bij UE: zeer wel hadde behoren te werden ingezien dat het Zimpel voordraagen der beedenen van een klagende parthije zonder bykomende bewysen, niet voldoende voor mij kunnen zijn, om daar op tot de intrecking van een plaats over te gaan; maar dat het van U8: pligt als Landdrost was geweest zo wel de beswaaren van d' eene als de belangen van de andere zylde parthijen te onder zoeken, en als dan van UE: bevinding met byvoeging van de reedenen en bewysen, aan mij behoorlyjk berigt te doen 2:1 2 749 doen, ten eijnde daar op overeenkomstig de„ selve in de zaak, de nodige ordre te kunnen stellen. - Ik heb dierhalven niet mogen nalaten UE: bij deesen te gelasten, nader nau wier„ rig onderzoek te doen, water van de zaak zij, als meede om na te gaan, hoe het toege„ komen d, dat de plaats die gem koen op ordonn heeft gehad, en nu bij Boyens bezeeten werdende, zo wel als de voorm: Schoemaker thans nog in leenig bezit„ beijde de naam van de biek bievier voeten, daar deselve egter duydelik als twee onderscheijdene plaatsen voorkoomen: gelyk ook nog op meergem: koen deese plaats bewoond, nietteegenstaande de„ selve gelijk gezegd beeds in 't Iaar 1785 door hem is verlaten geworden. - Niet toe zoude UE het nodige ligt kunnen trecken uyt het begister welke vertrouwe dat bij UE: van de plaatsen, onder desselfs district leggende gezon„ den werd: dan in zo verre daar omtrend iets ontbreeken mogt, zal Ud: tot een Graaffe Rynet Aan den koopman titulair en Landdrost Maurits Herman Otto Woeke.- Overeenkomstig de bij UE brief van den 14 der Iongst gepasseerde maand october gevoegde rapporten heb ik ter secretarije van Politie doen boreeren de plaatsen welke de burgers Ignatius delport en Louis Roetzee in benaadeling van de daar aan grenzende buuren op ordonn Goede Vriend. waar meede na groete verblyven /:onderstond/ UE goede Vriend /:lager:/ Ter ordonn van den Edelen Heer gouverneur /:was geteek:d/ O: G: de Wet, E=d en SeC=s /: in margine:/ I t Casteel de goede Hoop den 16 8ber 1787 lydraat kunnen verstrecken, de hier nevens gevoegde uyt de aanteekeningen ter politicque Secretarijen getrockene mamo„ rie lydraat genomen 751 genomen hebben dan op de naam van Schan„ nes Slabbet: gede oms: te te geen Sacltarije ant gevonden werdende de plaats nooyt gedagt bevorens door Pettus van den Bergh in leening bezeeten, dog naderhand op den 8 Iann: 176 op klagte van Joh: Matthijs de Beer ingetrocken, egter bij de ordenn boeken alleen bekend staande eenen Iohannes Gideon Andries Slabber heb„ bende een plaats gen:d die buffels Fonteijn gel: aan de hoek van de Swatte buggens den 3 Iunij 1782 op vroouw: genomen zal UE: zig derhalven nader en in 't seekere moeten informeeren of deese mogelijk deselfde persoon is door UE: voor Iohan„ nes Slabber gediont opgegeeven die misschien de voorsz: plaats nooijt ge„ dags onder eene andere toenaming van de buffels Fonteijns kag hebben in leening versogt. Zynde voorts ook nog bij ondersoek gebleeken dat Iohannes Scheepers eenelijk in leening heeft drie plaatsen alk de lustget: aan de Zondags bievier 60sConteijn ovek„ _o _:o klip bonteijn boven „ _o alle drie als nieuwe plaatsen bekend en dat voor Burgert van deE Westhuis„ 49 sen op den 22 Febr 1786 is aangeteekend geworden, een plaats nouto genaamd geli tusschen de swarte waterse in disch biviers bergen agter de tweede poort omme na ses maanden door hem op ordonis te werden genoomen zon„ dat dat zulx egter voor als nog is geschied, de s=' die aanteekening meede is geroyeert geworden. - zullende om de reedenen door UE: bygebragt insgelijk werden ingetrokken de uijtgifte de replaats van den meede burger Hendrik Meintjes van den Bergh gen:d de kleijne Fonteijn, zo dra door den Heemlaad Iasua Soubert betaald zullen zijn, den daar op ten lasten van gem: Maijntjes van den Bergh nog gehegt weesende, agterstal, En welke schikkinge door mij genoegen de genomen 713

NL-HaNA_1.04.02_4327_0377 view scan ↗

English

Cape of Good Hope has been taken so that the disputes which have arisen between the mentioned persons concerning this place may be cleared away from the world in a fair manner, provided that the aforementioned Soubert, as he has undertaken, shall not only restore to the aforementioned van den Bergh all the recognition monies paid by him on account of the said place, but also the expenses which he may have incurred for its buildings, according to the valuation of the heemraden, on which terms it will then also have to be notified to the frequently mentioned van den Bergh to vacate the said place, so that it may be grazed by the aforementioned Soubert with his cattle. Wherewith, after greetings, I remain, underneath was written, Your good friend, lower, By order of the Noble Lord Governor, was signed, P. G. de Wet, Secretary, in the margin, In the Castle of Good Hope, the 20th of November 1787. To the Lord President and the further members of the Burgher Council of War. Johannes Jacobus Voges as corporal in the Free Corps, Hermanus Keeve as corporal in the Second Company of Cavalry. Having been approved today in our assembly to place both the Surgeon Majors of the Burgher Infantry and Cavalry here at the Cape, Josephus Anthonius Bekker and Claas Vreedenburg, in the rank of Ensign alongside the Secretaries of the Burgher Militia, we have furthermore, after resumption of your minutes of 10 October last and the 1st of this month of November, approved the appointment of Jochem Daniel Tiebner and Hendrik Christiaan Herold as Sergeants, as also Good Friends, False Bay as well as of Johannes Mosterd Jansz and Jan Fredrik Dreyer as Field Veldwachtmeesters, the first-mentioned here at the Cape and the latter at the Tygerberg. Wherewith, after greetings, we remain, underneath was written, Your good friends, lower, By order of the Noble Lord Governor and the Council, was signed, P. G. de Wet, Secretary, in the margin, Done at the political meeting In the Castle of Good Hope, the 20th of November 1787. To the Titular Merchant and Landdrost Hendrik Lodewijk Bletterman, Willemborch. To the Titular Merchant and Resident Christoffel Brand. Good Friend. For your information, it serves to state that the 20 pieces of cannon of 18-pound balls, as well as their carriages, cannonballs, loading tools, and further accessories, for transport hither, will have to be loaded into the ship Meermin presently lying there. Wherewith, after greetings, we remain, underneath was written, Your good friend, lower, By order of the Noble Lord Governor, was signed, P. G. de Wet, Secretary, in the margin, In the Castle of Good Hope, the 25th of November 1787. Good Friend. To the Landdrosts of Swellendam and Graaff-Reinet. It having been taken into consideration by us that, notwithstanding that the country people who are in arrears with the payment of the loan monies on their places have the freedom to settle that arrear by the delivery of oxen to the Honorable Company, they nevertheless remain negligent herein, because, as has been experienced, most of them are not in a position to bring the oxen which they have to deliver up to the Cape, or to deliver them at the Company's outposts; and that the Company thus remaining deprived thereof, one has for some time already been obliged, in order to keep the necessary labor going, repeatedly to purchase these indispensable beasts of burden at unusual prices, which has also brought it about that private individuals, to the great prejudice and decline of agriculture, have likewise found themselves forced to pay excessively higher prices for the same. Thus we have thought proper to write to you, as well as to the fellow landdrosts of the other outer districts by circular, to furnish us with your considerations as to whether it might not serve as a fit means to facilitate for the country people the delivery of oxen for the settlement of the arrears, if those deliveries were to take place at the respective drostdys, and in what manner in such a case, at the least expense for the Company, such oxen could be driven hither with sufficient security. Wherewith, after greetings, we remain, underneath was written, Your good friend, lower, By order of the Noble Lord Governor, was signed, P. G. de Wet, Secretary, in the margin, In the Castle of Good Hope, the 26th of November 1787. To the Titular Merchant and Landdrost Constant van Nuld Onkruyd together with the heemraden there, Swellendam. Good Friends. It having appeared, among other things, from a dispatch of the Landdrost and Heemraden of Graaff-Reinet, dated 8 May of this year, which we have taken into consideration today, that with

Dutch transcription

Cabo de goede Hoofd genomen is ten eynde alza op eenen billijken. Aan den Heer President en de wijze uijt de waereld: moge werden geruijmd, verderen leeden van den burger krijgsbaad:— de quastien welke door deese plaats tusschen de ged: persoonen zijn ontstaan geweest, mets voorm: Soubert gelijk aangenomen heeft, niet alleen aan meet gem van den Bergh te bestitueeren alle de becogn penn die door hem weegens de gem: plaatstieds zijn betaald, maar ook te onkosten die denselven, tot dies opstallen mogt hebben aangewend, ter taxatie van hee mbaaden op welken voet aan ditwils gem: van den Bergh dan ook zal moeten warden aangezegt om de ged: plaats te onk„ zuymen, ten eynde door voorm: Sou„ bert met zyn die werde bewijd Waar meede na groete blijve /:onderstond:/ UE: goede vriend /:lager:/ ter ordonn van den Edelen Heer gouverneur /:was get:/ A: G: de WetEten Pec=s /:in margine:/ In 't Casteel de goede Hoop den 20 9ber 1787. Johannes Jacobus Voges tot Corpa„ „baals onder het vrij Corps Hermanus Keeve tot Corporaal bij de tweede Comp: Cavallerie. — Op heeden in onse vergaderinge goed gevonden zynde, de beyde Chirurgyne Major bij de burger Infanterie en Calfal„ letie alhier aan Cabo Iosephus Antho„ nius Bekker en Claas Vreedenburg te stellen in den bang van vaandrig neevens de Secteturissen der burgerijn„ hebben wij voorts na resumptie van Uet notul van 10 oct=r Iongstle en t deeeser maand 9ber: geapprobeerd de aan„ stellinge van Jochem daniel Tiebner en Hendrik Christiaan Aerold tot Sergeant mitsg=s Goede Vrienden. als 75 755 Baaij Fale als meede van Iohannes Mosterd Iansz en Jan Fredrik dreijer tot Veldwagtmees„ ters de eerstgem hier aan de Caab en de laatste aan den tijgerbergen waar meede na groete blyven. /:onderstond:/ UL: goede Vrienden /:lager ter ordond van den Edelen Heer gouverneur pe den baad /:was getekd/ C: G: de Wetb: SC:s Willenborch /:in margine:/ actum ter politicque van den koopman titulair en Landdros Hendrik Lodewijk lesterman. vergadering In 't Casteel de goede Hoop 0 den 20 9ber: 1787:— Aan den koopman tetulair en besident Christoffel Brand.- Tot UE: narigt diend dat de 20 p=s Canon a 18 lb bals, zo wel als derzelver affuyten, kogels, laadgereedschappen en verdere toebehoren, tot Transport herwaards Goede Vriend. deese brief is wata dis mutin deekafges op deer Goede Vriend. aan de landdrossten van swillen der in graaffe bi net Bij ons in overweeging genomen zijnde dat niet teegenstaande de landlieden welke met de betaaling de vleenings penningen op hunne plaatsen ten agte ten staan vriheijd hebben om dien agterstal met het leeveren van assen aan d' E: Comp: te verEffenen, de„ zelve evenwel hier inne nalatig blyven, dewijl zo als men inervaring zullen moeten werden gelaaden in het zig thans aldaar bevindende ste quat schip: waar meede na groete blyven /:onderstond::/ UE: goede vriend /:lager /Ter ordonwa van den Edelen Heer: Gouverneur /:was get:d/ P: G: de Wet E=d en PeC=s /:in margine:/ In't Casteel de goede Hoop den 25 9ber: 1787:— de Meetmin zullen gekomen gekomen is, de mieste hunner noet in de gelegendheijd zin om de Assan die zij te Leeveren hebben, na de Caab op te brengen, of op 'sComp=s buijten posten te lieveren, en dat de Comp:e dus daar van ontstoken blyvende, men al zeedert eenigen tijd verpligt is geweest, om den noodzake„ lyken arbeijd gaande te houden, deese onontbeerlyke last diezen telkens tegens ongewoone prysen in te koopen, tet geen dan ook te weeg gebragt heeft, dat parti„ oulieren tot groot nadeel en vedagte„ bing van de landbouw, zig meede ge„ noodsaakt hebben gevonden excessive van den koopman titulaer en Landdaat Constant van Nuld Ontzuyd hooger prijsen voor deselve te betalen. so hebben wij goedgevonden UE: zo wel geneevens zeembraden aldaar als de meede landdroeten der andere buijten districten circulair aan te schrijf„ ven, om ons te dienen van derselver Consideratien, of niet tot een bequaam middel om het Leeveren van ossen tot verEffening van den agtersstal voor de Landlieden te faciliteeren zoude kunnen verstrecken wanneer Sweltendam Goede Vrienden. Uyt eene missive van Landdrost en Heembaaden van Graaffe Ryner in dato 8 maij deeses Iaars, welke op reeden in overweeging genomen hebben onder anderen gebleeken zynde dat bij die leveranten quamen te geschieden bij de Eesp=te drostdijen, en op hoedanige wyze in zulken gevalle tot de minste kosten voor de Comp:s zodanige ossen, met genoegzame zeekerheijd na hetwaalds zoude kun„ nen werden opgedreeven waar meede na groete blijven /:onderstond:/ UE: goede vriend /:lager:/ Tevordonn van den Edele Heer gouverneur /:was geteekd/ O: G: de Wek P=r en Pec:s /:in marginen In 't Casteel den goede Hoop den 26 ober: 1787. die de 75 59

NL-HaNA_1.04.02_4327_0380 view scan ↗

English

that on the list sent by you to them of the persons who formerly belonged to the Swellendam district but have now been transferred to that of Graaff-Reinet, there are found such who have not yet had themselves registered under the last-mentioned magistracy; and that there have also been entered by you on the said list the pontoon monies which the said persons now belonging under Graaff-Reinet usually paid to your colony; furthermore, that since both amounted to a sum of 699¼ rixdollars, and all the revenues of the colony of Graaff-Reinet, according to a recent calculation, will amount to a sum of only 1000 rixdollars, it is utterly impossible for the last-mentioned colony to pay the said amount to you, and in addition to make good the expenses which it has to bear especially now at the first operation of the magistracy: We have thereupon considered that, since in the transmission of the above-mentioned list sent by you in accordance with the resolution taken at our meeting of 14 July of last year, persons may well mistakenly have been placed who were considered to have passed under Graaff-Reinet, but who on the contrary have remained under the Swellendam district, or are not resident in either of the said districts at all; and that since the objective in that respect is to have reimbursed by the colony of Graaff-Reinet to you that which it took over from the revenues of your colony upon the establishment of the magistracy there, it would thus be very unfair that payment should be made by it of that which that colony is beyond the possibility of receiving; and that with respect to the pontoon monies, as being nothing of which anything was transferred by the Swellendam colony to that of Graaff-Reinet, but on the contrary has still remained attached to you for the maintenance of the pontoon belonging under the Swellendam district at the Breede River; these last-mentioned revenues can thus also not be considered to belong under the terms of the aforesaid resolution of 19 April of the past year. Concerning both matters, it has been judged and resolved best by us for the said reasons that the colony of Graaff-Reinet shall for the present be due no further payment to you than in so far as concerns the persons known on the aforementioned list who thus far in the specific returns have been found to have indeed fallen from your district under that of Graaff-Reinet, and who have also had themselves registered there, until upon mutual closer investigation it shall have been further discovered how matters actually stand concerning the remaining persons specified on the same list who have not yet had themselves registered. And that with relation to the pontoon monies, since the same must very necessarily be raised for your colony for the maintenance of the pontoon, the Landdrost and Heemraden of Graaff-Reinet shall have to demand and receive from the inhabitants belonging under the same district and known on the transmitted list what each of them owes to contribute toward the maintenance of the said pontoon, in order subsequently to deliver to the colony what shall have been received and collected therefrom. Which must likewise be observed in the annual lists sent by you to Graaff-Reinet of persons who must contribute to the pontoon and belong under the Graaff-Reinet district, until one shall be in the opportunity to make together a closer and more convenient arrangement in that regard. All of which we have found necessary to notify in writing, both to you and to those of Graaff-Reinet, for mutual information. Wherewith, after greetings, we remain, Underneath stood: Your good friends Lower: By order of the Noble Lord Governor and the Council Was signed: A. G. de Wet, Secretary In the margin: Done at the political meeting in the Castle of Good Hope, the 20th of November 1787. To the Titular Merchant and Landdrost Maurits Herman Otto Woeke. Having today deliberated in our meeting on the points that were presented in your letter of 1 May of this year, it has appeared to us therefrom that on the list sent to you by the Landdrost and Heemraden of Swellendam of the persons who formerly belonged under the Swellendam colony and are now transferred to that of Graaff-Reinet, there are found such who have not yet had themselves registered under your district; and that there was also entered on the said list by the Swellendam magistracy the pontoon monies which the said persons now belonging under Graaff-Reinet usually paid to the Swellendam colony; furthermore, that since both amounted to a sum of 699¼ rixdollars, and all the revenues of the colony of Graaff-Reinet, according to a recent calculation, will amount to a sum of only 1000 rixdollars, it is utterly impossible for the last-mentioned colony to pay the said amount to that of Swellendam, and in addition to make good the expenses which it has to bear especially now at the first operation of the magistracy. We have thereupon considered that, since in the transmission of the above-mentioned list from Swellendam in accordance with the resolution taken at our meeting of 19 July of last year...

Dutch transcription

de door UE: aan hunt overgezondene lyst der persoonen de welke eertijds onder het Swillendamsche district gesorteerd hebben dog thans tot die van Graaffe Bijne zyn overgebragt, zig bevinden de zodanig welke zig onder de laatstgem: mage„ trature tot nog toe niet hebben laten, in„ schryven; en dat ook door UE: op de gem: lyst zin gebragt de Ponton penningen welke de gem: nu onder Graaffe Rijnet sorteerende persoonen, gewoonlijk aan UE: Colonie hebben betaald gehad: voorts dat dewijl het een en ander uijtmaakte een montant van byxd: 699¼ en alle de inkomsten der Colonie van Graaffe: Eij„ het na eene buuwe Calculatie Regte eene somma van Eijxd=s 1000 impor„ teeren zullen, het de laatstgem Colonie volstreckt onmogelijk is, het gem man tant aan UE: te betaalen, en daar bij goed te maken, de onkosten die deselve voor al nu bij de Eerste Execcitie der mar„ gistrature te draagen hreft= hebben wij daar op geconsideteert dat vermits bij het oversonden der bovengem door Ud: Conform het geresolveerde ter vnse l vergaderinge van den 14 Julij des voorleeden Iaars overgezondenen lyjst wiel abusivelijk kunnen geplaatst zijn persoonen, de welke men heeft aangemerkt gehad onder Graajpen Ryne te zyn overgegaan dog te zig ter Contrarie of nog onder het swellen damschen hebben blijven onthouden, ofte wel in 't geheel onder beyde deselve districten niet woonagtig zijn, en dat daar het vog„ merk ten dien opzigte strekt, om door de Colonie Graaffe Bynek aan UE. te daan rembourseeren, het geen zij met de opreg„ ting der magistrature aldaar van de inkomsten Uwer Colonie overgenomen heeft, het alzo zeer mneijgen zoude zyne dat door deselve uytkeering wierde gedaan van het geen die Colonie buijten de moge lijkheijd is om te kunnen ontfangen; mitsg=s dat ten opzigte der Ponton penn: als geen bevende zijnde, van welke ints door den Swellendamsche Colonie aan dier van Graaffe Rynet werd overgedaan vermits maar maar te r: Contratie nog aan UE tot het on derhouden der onder dep swillendamse district gehoorende Ponton in de breed be„ viele g'accrocheert gebleeven is; deese laatst getud inkomsten alzo ook niet kan werden g'agte te behooren onder de termen van het voorsz besluyt van den 19 april a:o p=o Omtrend het een en andere, is door ons om de gem: beldenen best g'oordeelt en verstaan, dat de Colonie van Graaffe Bij„ nets voor eerst aan H E geene verdere uijtkeeringe verschuldigt zal zijn, als voor zo verre betrift de Persoonen bij de meergem: lyst bekend staande, welke men tot nog toe bij de besp=me opgaven bevonden heeft dat Uyt UE: destrict in der daad onder dat van Graaffe Rinet zijn gevallen, en die zig aldaar ook hebben doen inschrijven, tot dat men bij weder„ zydsch nauwbeurig onderzoek nader zal hebben ontdekt, hoe het eijgentlijk omtrend de overige bij deselve ryst uyt„ gedrukte persoonen die zig nog niet hebben laten inschreijven geleegen is. — En dat met belatien tot den ponton penn, dewijl deselve zeer noodzakelijk aan UE Colonien tot hek in stand houden der Ponton moet werden opgebragt Landdrost en Heem baden van Graaffen Bijnet van den Ingezeetenen onder deselve district sorteerende, in op de overgezondene lyst bekend staande zullen moeten afvorderen en ontfangen het geen ieder derselve verschuldigt is tot onderhoud der ged: Ponton op te bren„ gen, om het geene daar van ingekomen en ontfangen zal zijn, vervolgens aan de Colonie over te Leeveren. — Het geene gven alzo op de Iaarlukt van UE: aan Graaffe Rinet overdtezen dene lysten van persoonen die tot de Con ton Contribueeren moeten, en onder het Graaffe Rynets district Sorteeren, zal moeten werden g'observeerd, tot dat men in de gelegentheijd zal zyn dienaan„ gaande een nader en Convenabele r schip kinge te bezaamen van al 't welke wij nodig gevonden hebben, zo wel aan UE: als aan die van Graaffe Rynet, tot waderelydsch narigt aan 763 Graaffe Bynet neevens reembaaden aldaar. aanschryving te doen. — waar meede na groete blyve /:onderstond:/ UE: goede Vrienden /:lager:/ er ordouw van den Edelen Heer gouverneur en den Raad /:was geteek:td/ A: G: de Wat E: en PeC=s /: in margine:/ actum ter politicque vergadering In 't Casteel die goede Hoof den 20 9ber: 1787. — Aan den koopman Titulair en Landdrost Maurit Herma Otte Woeke Op heeden in onse vergaderinge gedalibereert hebbende over de princten, de welke bij H missive van den 1 maij deeses Iaars wer den voorgedraagen, is ons daar uyt geblee„ ken, dat bij den door Landdrost en t hembaar„ den van Swillendam aan UE: overgeson„ dene Lyst der persoonen, de welke ieke tijds: onder de swillendamschen Colonier gesorteerd hebben den thans tot dien van Goede Vrienden Wij hebben daarop geconsidereert dat vermits bij 't overzenden der bo„ von gem: lyst van Swellendam Conform het geresolveerde ter onser vergaderinge van den 19 Iulij des voorleeden Iaars, Graaffe Rijnt zyn overgebragt, zig bevinden den zodanige welke zig onder Ud dastrict tot nog toe niet hebben laten inschryven, en dat ook door de swellendamsche ma„ gistrature op de gem lyst was gebragt de Ponton penn: welke de gem: nu onder Graaffe Rynet Sorteerende persoonen gewoonlijk aan de Swillendamsche Colonie hebben betaald gehad, voorts dat, dewyl het een en ander uitmaakte een montant van Eyxd:s 699¼ en alle de inkomsten der Colonie van Graaffe Rynet na eene buuwe Calculatie slegts eene Somma van Ed=s 1000 importeeren zullen, het de laatstgem: Colonie volstreckt onmogelyk is het gem montant aan die van 'Pwillendam te betaalen, en daar bij goed te maaken de onkosten die dezelve voor al nu by de eerste exercitie der magastrature te draagen heeft: Graaiffen wel „

NL-HaNA_1.04.02_4327_0383 view scan ↗

English

may indeed mistakenly have been placed persons who were regarded as having transferred under Graaff-Reinet, but who on the contrary either have remained under Swellendam, or are not resident in the least under either of them; and that the purpose in this regard is to cause the Colony of Graaff-Reinet to reimburse that of Swellendam for what it took over from the revenues of the Swellendam Colony upon the establishment of the magistracy there, so that it would be very improper for a payout to be made by you of that which it is impossible for the Colony to receive; whereas, with respect to the pontoon money, as this is no revenue that has transferred from the Swellendam Colony to that of Graaff-Reinet, but on the contrary has remained attached to the first-mentioned for the maintenance of the pontoon belonging under its district in the Breede River, this last-mentioned revenue likewise cannot be considered to fall under the terms of the aforementioned resolution of 19 April a:o p=o. Regarding these matters, it is judged and understood by us for the reasons mentioned to be best that the Colony of Graaff-Reinet shall for the present owe no further payout to that of Swellendam than in so far as it concerns the persons known on the frequently mentioned list, who hitherto have been found by the reported statements to have indeed fallen from the Swellendam district under that of Graaff-Reinet, and who have also had themselves registered there, until upon mutual careful investigation it shall further have been discovered how the matter actually stands concerning the remaining persons expressed on the same list who have not yet had themselves registered. And that, in relation to the pontoon money, since the same must very necessarily be raised and attached to the Swellendam Colony for the maintenance of the pontoon, you shall have to demand and receive from the inhabitants resorting under your district and known on the transmitted list what each of them owes to contribute toward the maintenance of the said pontoon, in order subsequently to hand over to the Swellendam Colony that which shall have come in and been received from it. The same shall likewise have to be observed upon the lists to be sent annually from Swellendam to you of persons who must contribute to the pontoon and resort under your district, until one shall be in a position to make a further and more convenient arrangement regarding this together. Whereas, upon your proposal to grant some erven in the vicinity of the drostdy, it being taken into consideration that such may serve as an additional means to answer the objective of the Honorable Lords Masters in the Fatherland to counteract and prevent the further dispersion of the inhabitants from this main place; as on such erven many useful handicrafts or trades may be taken in hand by many inhabitants for the service and convenience of others as a means of their livelihood: we have also seen fit to authorize you to grant provisionally, from the Colony's land around the drostdy, the erven to such and such persons who shall come to request them, according to the division proposed in the remainder; under the condition that the petitioner shall then find himself obligated, upon submitting proper proof regarding the concession obtained from you, to make a further request to us for the ownership of such an erf, and that he shall also have to pay to the Colony that at which you shall have appraised it, which appraisal must also be expressed in the said proof to be submitted. And since we have furthermore gathered from your letter the persistent strong desire of the inhabitants in the said Colony for an opportunity for public religious worship, and that although it is not possible to make a calculation of how much the construction of a church as well as a minister's and reader's dwellings will cost, a capital of ƒ 9650 has nevertheless already been subscribed for this, and a sum of ƒ 388:—13 has been collected at the private religious service. Furthermore also, that in so far as this amount will not be sufficient for the erection of the buildings, just as has been practiced in the other outer district churches, a capital sum may be negotiated for the shortfall, besides which it is also to be expected that the churches both at the Cape and those in the outer districts that find themselves capable of doing so will not be disinclined to grant all possible help and assistance to that beneficial work: we have thus understood and resolved to report this to the high-commanding Lords Majors, with a further very respectful request that, for the urgent reasons previously shown to their High Mightinesses, the congregation there may be provided with a competent teacher; it being nevertheless approved to write to you not to make a beginning with the construction of a church and the other dwellings until the further intention and pleasure of the highest-mentioned Lords Masters regarding this shall have been heard, and what is necessary regarding this shall have been written to you. It being furthermore deemed equitable that the baptized and other bastard Hottentots who carry on any citizen's trade and are resident in the said Colony shall be enrolled on a separate list to be formed of them and brought under the obligation to be

Dutch transcription

wel abusivelijk kunnen geplaatst zyn persoo„ nen de welke men aangemerkt heeft gehad onder Graooffe Eynet te zijn overgegaan dog die zig ter Contratie of nog onder het swellendam sche hebben blyven onthouden, of wel in 't geheel onder beijde deselve datzic ten nist niet woonagtig zijn, en dat het oogmerk ten dien opzigte streckt om door de Colonie Graaffe Synet aan die van Twillen dam te doen bembouwseeren, het geen elij met de opzigting der magikature aldaar van de inkomsten de r swellendamische Colonie overgenomen heeft, zo dat het zeet oneijgen zoude zyn dat door UE: uytkeering wierd gedaan, van het geene de Colonie buyten de mogelykheijd is te kunnen ontfangen, met g' das te opzigte der ponton penn: als geen levenae zyn de, welke van de Swillendamsche Colo„ nie aan die van Graaffe Rijnet te overgegaan, maar die ter Contrarie nog aan de eerstgem: tot het onder„ houden der onder haar district ge„ horende ponton in der breede bievier g'accroehiert gebleeven is deese laakstgew: inkomst alzo ook niet kan werden g'agt te behoren onder de termen van het voorsz besluijt van 19 april a:o p=o Omtrend dit een en ander à door ons om de gem: reedenen best g'oordeelt en verstaan dat de Colonie van Graaffe Rijnst voor eerst aan die van swel„ tendam geene verdere uyjtkeeringe ver schuldig zal zijn, als voor zo verre betreft de persoonen bij de meergem lat bekend staande, welke men tot nog toe bij de rap=dte opgaven bevonden heeft, dat uyt het swillendamsche district en der daad onder dat van Graaffe Rinet zyn gevallen, om die zig aldaar ook hebben doen inschrijven tot dat men bij wederzyds nauwken„ zig onderzoek nader zal hebben ontdekt hoe het eygentlijk omtrend de overige bij deselve lyxt uytgedrukte persoonen die zig nog niet hebben laten inschrijven geleegen is.- en dat met Eelatie tot de ponton penn: dewijl deselve zeer noodzakelyk g'accrocheert aan aan de Swellendamche Colonie tot het stand houden der Ponton moet wirden opgebragt Ub: van de Ingedetenen onder deselfs district sotteerende en op de overgeson„ dene lijst bekend staande, zullen moeten afvorderen en ontfangen het geen ieder derselve verschuldigt is tot onderhoud van ged: Ponton op te brengen, om het geene daarvan ingekomen en ontfan„ gen zal zijn; vervolgens aan de Swillendamsche Colonie over te beevaren Het geen even alzo op de Iaarlyx van Swellendam aan Utd vvel te Sem„ dene lijsten van persoonen die tot de Lonton Contribueeren moeten, en onder UE: district sorteeren, zal moeten werden geobserveerd tot dat men in de geleegendheid zyn zal, dienaangaande een nader en Convenabelet schikkinge te bezaamen. — Terwijl op UE propositie om eenige Erven, in de nabiheijd der drostdije uit te geeven, in aanmelkinge genomen zynde, dat zulk verstrecken kan tot een bijkomend middel ter beantwoording aan het oogmerk de E Heeren Meeste ren in het Pather om 't verder elsigneeten der Ingezeetenen van deese Hoofdplaats tegen te gaan en te belesten: alzo op dus„ danige Erven door veele Ingezeetenen ten dienste en gelieven van anderen, eenigen nuttige handwerken of ambagten tot een middel van hun bestaan kunnen werden bij deze hand genomen: hebben wij ook goedgevonden UE: te qualificee„ ren om van het Colonies land omtrend „de drostdije aan deese en geene die daar om zullen komen te verzoeken, vol„ gens de verdeeling bij het overige zouden an voorgesteld; provisioneel de Erven uijt te geeven, ondere Conditie dat dan verzoeker zig verpligt zal vinden onder het overleggen van behoorlijk bewijs wegens de van HE: verkleegen Contisie om den eijgendom van zodanig Elkei ons nader verzoek te doen; en dat hij ook aan de Colonie zal hebben te betalen het geene waar op Ud dat bi zullen hebben getaxteerd getaxeerd gehad, welke taxatie bij het gem overte leggene bewijs meede zal moeten werden uijtgedrukt En nadien men verders uyt UE schrij ven, heeft ontwaard, het aanhoidend sterk verlangen der Ingezaetenen in de gem Colonie na eene geleegendheid tot den opper bare godsdienst oeffeninge en dat schoon het niet mogelijk zij eene Calculatie te maken hoe veel den opbouw van een kerk mitsg.s Predikant en voorleesers wonin gen zullen te staan komen, daar toe egter reeds ien Capitaal van ƒ 9650: ingeschree„ ven mitsg=s bij den byzonderen godedienst eene Somma van ƒ388:—13 gecollec„ teld is. — voorts meede dat voor zo verre dit montant tot het stigten der gebouwen niet voldoende zal zijn, even als men zulx bij de andere buyten diet wieter kerken heeft gepractseerd gehad, tot het ontbree„ kende een Capitaal zal kunnen werden genegotieerd, behalven het welke ook te verwagten is, dat de kerken zo aan des Caab als die zig in de buiten districten daar toe in staat bevinden, niet ongeneegen zijn zullen, om tot dat heijlzaam werk alle mo„ gelijke hulpe en adsistentie te verleenen: zo hebben wij verstaan en beslooten hier van aan de hoog gebiedende Heeren Majoris verslag te doen, met nader zeer Eerbiedig verzoek dat, om de voorheen aan hoogst deselve vertoonde dringende reedenen, de gemiente aldaar van een bequaam zeeraal mag werde voorzien, zynde niet te min goedgevonden, UE aan te schrijven, om met den opbouw van een kerk en de andere woningen geen begin te maken, tot dat men hier omtrend de nadere intentie en het goed„ vinden van hoogst ged: Heeren mastru zal. hebben vernomen; en UE het nodige die naargaande zal zijn aangeschreeven zynde wyders billyk g'agt dat de gedoopte ten andere bastaarde Hottentokten de welke eenige burger neering dryven en in de gem: Colonie woonagtig zijn, bij een van hun te formeerene aparte lijst geën„ zolleerd en onder de verpligting gebragt als werden —

NL-HaNA_1.04.02_4327_0386 view scan ↗

English

This letter has been dispatched in identical terms to the Landdrost of Swellendam. to pay those same taxes to the Colony as is done by other inhabitants there; and you are also thereby authorized, by posting notices, to warn such Bastard Hottentots, under the same penalties as are established in such cases against burgher inhabitants, that they must comply with this registration and the declaration of their assets, in order to be assessed in the usual manner for the payment of burgher taxes, just as we, on account of the distant location of your magistracy and the impossibility that one of the Heemraden could come Cape-wards every time for one or another necessity for the Colony, permit that an authorized representative be appointed here to attend to such matters as you will need to entrust to such a person, and for which we have approved the nominated former firemaster of Stellenbosch, Fredrik Arnold Syneman. Stellenbosch To the titular merchant and Landdrost Hendrik Lodewijk Bletterman. An interdict having been published here today against the lighting of fires near wagons coming in from the country, which are usually unyoked at night between this Castle and the lime kiln of the burgher Jacobus Johannes Vos, copies of which publication are sent to you herewith; you shall therefore have to ensure that the same is also posted for the information and observance of everyone. Good Friend. Wherewith after greetings I remain, underneath stood: Your good friends, lower: By order of the Noble Lord Governor and the Council, was signed: O. G. de Wet, Bookkeeper and Secretary, in the margin: In the Castle of Good Hope, the 20th of November 1787. Batavia To the Right Honorable, Valiant, Noble, Wise, Prudent, Most Discreet Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, and the Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies. Right Honorable, Stern, Highly Respected, Valiant, Wise, Prudent, Most Discreet Lord and Noble Lords. Per the ship the Hollandsche Pallas. With the ships the Zeevaart and Meetenberg, we had the honor to write to Your Right Honorable High Respected Sirs for the last time under date of the 16th of the recently elapsed month of November; and which two vessels, having continued their voyage to Batavia on the 24th of that month, safely arrived here, both on the same day and later on the 27th of that month, the outward-bound ships Stavenisse with 37 dead and 124 sick, and the Phenecier with 22 deceased and 33 disabled, which two vessels sailed together from Texel on the 29th of June last. The Phenecier lay at the island of St. Jago for refreshments from the 18th to the 26th of August, and found there the hired packet ship the Fortuijn, one of the transport ships of the Württemberg Corps of troops, of which report was given in our humble letter of 25 October last; with which vessel the said ship the Phenecier departed from St. Jago at the same time on the aforesaid 26th of August, but became separated from it the very next day. In our aforementioned last respectful letter of 16 November, Your Right Honorable High Respected Sirs were among other things informed of the unexpected appearance off Robben Island of the Ceylon return ship De Paarl, which vessel subsequently having entered the Cape roads from there on the 18th of that month, report was made here by the commanding Captain Cornelis Valkenburg: that the said ship De Paarl, having suffered serious damage both to the ship and rigging and to the cargo in a heavy storm on the voyage hither from Ceylon, such that it had to be unloaded at Mauritius and repaired of the damage sustained; since the departure from there on the 15th of April of this year, the heavy leakage of the ship had forced them once again to make for Rio de la Goa, and also to remain there from the 25th of June until the 18th of October last, while the ship currently still finds itself in a very weak condition. Upon which report the pro-interim Master of the Equipage Jan Arnoud Volsteedt, together with the sea captains present here, Christiaan van Veerden and Francois Duminy, along with the Commander Daniel de Haal, were expressly commissioned: first, to examine the journals kept by the officers of the said ship De Paarl, in order to ascertain and discover from them for what reasons and causes the said officers first called at the island of Mauritius on the voyage hither from Ceylon, and subsequently departing from there, ran into the Bay of Rio de la Goa, as well as whether the causes and circumstances which the said officers present for this inevitably compelled and necessitated them to do so; further, to make a thorough inspection of the cargo of the said ship, and to investigate in what condition that cargo is found to be, and whether any damage or decay has been caused to it by leakage or otherwise; and finally, with the assistance of the master of the shipwrights of the Company's yard here, Meijndert van Eijk, along with such other shipwrights as might be required for the purpose, to accurately inspect the condition of the aforementioned ship De Paarl itself. Which

Dutch transcription

dersen brief js inselver voegen aan de Zanddrost van Swellendam afgegaan werden, om een die zelfde lasten aan de Coli„ nie op te brengen, als door andere Ingezee„ tonen aldaar geschied; en werden UE: alzo meede gequalificeerd om bij fussie van bil„ litten dersaanige Bastaard Hottentotten, op gelyke verbeurte als teegens de burger Ingezeetenen in zulken gevalle is gestatur„ eerd, te adverteeren, dat zij deese inschrijf Stellenbosch ving en de opgave van hunne Effecten Aan den koopman titulair en Landdrost zullen hebben te betragten, om op den gewou„ Hendrik Lodewijk Bletterman. - nen voet tot het opbrengen der burgerlyke lasten te werden getaxxeerd, zo als wij ook om de verre afgeleegendheijd van UE: man„ gistrature en de onmogelijkheijd, dat tel„ kens tot deese ofte geene noodwendighee„ den voor de Colonie, een dier Heembaaden zoude kunnen Caabwaalds komen, toestaan dat een gemagtigde alhier werde aan„ gesteld, tot het waarneemen van zadar„ nige verrigtingen als UE nodig hebben zullen, aan een zodanig persoon op te draagen, en tot het welke wij genoegen genomen hebben in den voorgedraagene oud brandmeester van Stellenbosch Op heeden alhier gepubliceerd zijnde, eene Interdictie teegens het aansteelen van vuuren bij de wagens, de welke van buiten opkomen de gewoonlijk des nagts tusschen dit Cous„ teel om de kalle branderije van den burger Jacobus Iohannes Vos, welden uijtgespan„ nemen van welke publicatie stux af„ scheiften Ub: in deesen werden toegesonden; zal Ud: derhalve moeten zurgen dat deselve alsmme te re narigt en observantie van Goede Vriend. Fredrik Arnold Syneman Waar mierde na groete blyve /:onderstond:/ UE: goede vrienden /:lager:/ Ter ordonw van de Edelen Heer gouverneur en den hadd /:was gez:/ O G: de Wetb:s en Sec:s /in margine:/ In 't Casteel de goede Hoop den 20 9ber: 1787,— Ar2„ een Batavia Mr Willem Anold Alting gouverneur generaal en de d' Edele Heren Raden van Nedert India Aan den Wel Edele gestre Heere schip P. het holl path het driefal handelaars een yjder werden g'affigeert Blijvende ik nagtoe te /.onderstond./ en UE: goede vriend /:lager te vordorn van Edelen Heer Gouverneur /:was geteek V G: den Het E=d en SeC=s in margine/: In 't Casteel der goede Hoop den 9ber: 1787 Wel Edele Erntfaste groot act Manhafte wel wijze, voorzienige zeer depereese Heer e Edele Heeren. Met de schepen de Zeevaart, en Meetenberg hebben wij de laatste maal d' Eere gehad aan Uwe Wel Edele groot agtb te schryven onder den 16 dez even afgeweekene maan dgber: en welke twee kilen den 24 dito daar aan de reyse naar Batavia hebbende voort„ gelet, zyn zo ten zelven dage als nader hand op den 27 dier maand behouden. alhier aangeland, de uijtkomende Schiepen Stavenise mit 37 doden 124 zieken en de Prancciec met 22 overl: en 33 im potenten, welke twee kielen te zamen op den 29 Iunij p=o uyt Texel zyn gezeyld, heb„ benden der Phanecier van den 18 tot den 26 aag=s ter ververinge aan t' Eijland At Iaga geleegen, en aldaar aangetroffen het in gehuurd pathips schip het Foctuijn eene der Transport Scheepen van het Wurtembergse Corpa trouper, waar van bij onse onderdanige van 25 october: p:o advis gegeeven is, met welken bodem, het ged: schip den Phanecier op voorz 26 aug=s te gelyjk van St: Iago vertrocken, dog bereyds 's anderen daags van denselven is afgeraakt. - Bij onse vorengem laatste Eerbiedige letteren van 16 9ber Uwe wel Edele groot agt onder anderen meeste ter kennisse gebragt zynde d'onverwagte verscheininge onder het Bobben Eyland van het Ceyjlont betour schip de Paarl, welken bodem vervolgens den 18 die r maand van daar ter Caabse rheede opgekomen wessende, is door den daar op. Commandeerende Capit=n Cornelis alhier 115 In In't Anker nadet rapport gedaan dat ht ged: schip de Paart op de reyse van Ceylon her waarde in een Swaren Storm importanti schaden zo aan het schip, en tuyg als de la„ ding bekomen hebbende, zo dat het zelve te Maaritius had moeten werden ontlost en van den geleedene schade hersteld, zoedert het vertrek van daar op den 15 april deeses Iaars, de sware lccagie aan het schip nog andermaal genoodzaakt hadden met deselve op Rio de la goa aan te gaan, en ook aldaar van den 25 Iunij tot den 18 october laatstl te vertoeven Terwijl het schip zig thans nog in een zeer zwak„ ken toestand bevind Op welk rapport den pro Interim Equipagiemeester Ian Arnoud Volte„ lin benevens de hier aanweesende Capit ter zee Christiaan van Veerden en Fran„ cuis du Minij mets g' den gezaghebber Daniel de Htaal Expres gecommitteerd geworden zyn, aerstelijk om t' exbami„ nieren der Iournalen gehouden bij den over„ heeken van het ged: schip de Paarl, ten eynde daar uyt na te gaan en t'ontwas waren om welke reedene n en oorzaaken der„ selve overheeden in de herwaards reyse van Ceilon eerst het Eyland Muntitius heb„ ben aangedaan, en naderhand van daar vertreckende, de Baaij van Tio de la gra binnen gelopen zijn, mitsg=s of de oorzaken en, omstandigheeden de welke gem overheeden hier toe bij brengen, zullen hun onvermijdelijk daar toe hebben gedrongen, en genoodsaakt gehad, voorts om nauwheudige inspectiek neemen van de lading van het gem Schit, en te onderzoeken en welke toestand die lading zig komt te bevinden, en of aan deselve eenige schade of bederf door leccagie als anderzints is veroor zaakt geworden en eijndelyk om met adsistentie van den baar der schiep Timmerlieden van 's Comp:s weeb alhier Meijndert van Eijk, mitsg=s nog zodanige andere Schips Timmerlieden als daar toe mogten werden vereyscht exact op te neemen den toestand van het meergem schip de Paart zelve Een welke

NL-HaNA_1.04.02_4327_0389 view scan ↗

English

what repairs were done to it according to the statement of its officers at the aforementioned Mauritius, what damage that vessel has sustained again since, whether the same are of such a nature and importance that in order to make the necessary repairs to it, the cargo here will have to be unloaded, or in what manner the defects found thereon can best be repaired, and whether that vessel can thereby be put in a condition to put to sea again with peace of mind. While further having taken into consideration by us that, if the condition of the said ship de Paarl should be found to be such that the Company's cargo could not be transported further to the homeland with it, but that another vessel would have to be employed for that purpose, and that the chartered ship de Vreede, which, having been almost entirely laden for this government, was now unloaded and lay ready to continue its voyage further to Batavia with the little that still remained therein pursuant to the charter party, was the only opportunity that could be made use of to have the Company's important cargo conveyed to the destined place in the aforesaid case; so that if that vessel were to depart from here, very likely no other opportunities would present themselves for that purpose, but that cargo, to the great disadvantage of the Honorable Company, would have to remain here for a long time yet, without also having a suitable and fit space at hand for the storage thereof, for that reason the master of the said ship de Vreede was ordered to remain here longer until, after the examination of the aforementioned ship de Paarl had taken place, it should be learned whether use would have to be made of his vessel de Vreede under his command for the taking in and conveying of the cargo of the aforementioned ship de Paarl. The examination and inspection of the said ship de Paarl and its cargo having then taken place in the manner cited hereinbefore, it was thereupon reported by the aforementioned commission that upon the examination of the journals of the ship's officers of that vessel it was found that the hurricane which that vessel encountered at the south latitude between 17 and 18 degrees and longitude of 92 degrees, the defects arising on that occasion to the ship and the loss of rigging, had inevitably forced the said officers to choose the nearest harbor, which at that time was Port Louis on the island of Mauritius; that notwithstanding the refittings and repairs carried out there, as stated in that report, after having left the same harbor again, the heavy leakage discovered anew on the ship, as well as the continuous storms and headwinds on the reef of Agulhas in the bad season of the year, the added scurvy among the crew, scarcity of provisions, and the despondency of the men to be feared therefrom, had been concurring reasons and circumstances by which the said officers had found themselves forced once more to put into the Bay of Rio de la Goa. That upon inspection of the cargo, so far as this could be done from above, several bales of cinnamon were found to be heavily damaged, it being not possible for them, the commissioners, without unloading the cargo, to give any report of the true condition, damage or state thereof. That with respect to the defects which have been discovered on the ship since the refitting at Port Louis, on the one hand the information from the ship's officers [states] that the ship, rolling, worked 4 to 5 inches out of its frame, the stern worked loose with pitching, and also the ends of the wales in some places parted by 3/4 inch with working, as well as that the ship then parted one inch from both sides of its stems; that the waterway was out of its tension and almost all the seams were open; that they had also discovered while lying at Rio de la Goa, under the sheathing in the breaking of the bridge, that two planks were completely loose; that when rolling, the bolts along the entire starboard and port side worked half an inch in and out; and that at sea in bad weather, with three ordinary ship's pumps and the royal pump, they had barely been able to keep the ship dry, and that in good weather at least two pumps had to be used, indeed even now while lying here in the roadstead, 18 to 19 inches of water were pumped out of the ship fifteen to sixteen times in twenty-four hours. And on the other hand, although they, the commissioners, were not in a position, without complete unloading of the ship, to report with respect to all the defects likely still to be found thereon, nor the manner in which the same could best be repaired, nor whether that vessel could thereby be put in a condition to put to sea again with complete peace of mind; from the coherence of the aforementioned obtained information, it had to be concluded by them with the greatest probability that even if there were a possibility for these repairs in the Saldanha Bay, and if that vessel could thus be made fit for the conveyance of a cargo, the same repairs would nevertheless exceed the present value that the ship could amount to, apart from the fact that for such a refitting the required timbers were not at hand, and would then first have to be obtained from the Patria.

Dutch transcription

welke reparatien aan het zelve na de op gane van dies overheeden te Mauritine voorm zyn gedaan, welke schade diens bodem zeedert wederom heeft bekomen, of deselve zyn van die aart en dat be„ lang, dat om de nodige Preparatien daar aan te doen, de lading alhier zal, moeten werden ontlost dan wel op hoedane ge wyze de daar aan bevindende ge„ breeken best zullen kunnen werden gere„ pareert, en of dien bodem daar door en staat zal kunnen werden gebrag, om met gerustheijd wederom zee te bouwen Terwijl verders bij ons in overwee ging genomen zijnde, dat wanneer den toestand van het ged schip de Paarl zodanig mogt werden bevonden; dat Comp=s lading met hetzelve niet verder naar het vaderland zoude kunnen wero„ den getransporteerd, maar dat daar toe een anderen bodem zoude moeten werden g'emploijeert, en dat hit inge„ hunEd patkc:s schip de vraede het welk genoegzaam geheel voor dit gouvernement beladen geweest zynde thans ontlost en in gereedheijd lag om met het weynige, dat daar in nog over„ gebleeven is, ingevolge de Ckerk partij de reijse verder naar Batavia voort te zetten, de eenigste geleegendheyd was, van welke men zoude kunnen gebruijk maken om in het voorsz: geval s' Comps importante lading na de getestineere de plaatse te doen overbrengen, zo dat wanneer die bodem van zie r quam te vertrecken zig daar toe zeer ligte lyk geene andere ocagien meed zoude kunnen op doe, maar die lading, tot groot nadoel de r E: Comp: alhier nog lange zoude moeten overblyven, zonder dat men ook tot berging der„ zelve een geschikte en bequaame ruijm te aanhanden hadde is derhalven om die reeden den schipper van het ged: schip de vreede aangesegt geworden, alhier nog te moeten blyven vertoeven tot dat na gedane Examinatie van het voorm: schip de Paarl maer in ex„ varinge zoude gekomen zyn, of gan 2 van van ged: zyn onderhebbende bodem de vreede tot het inneemen en overbrengen de vla„ ding van het meerw: schip des Paarl zoude moeten werden gebruyk gemaakt de Examinatie en visitatie van het ged schip de Paarl, en dies inlading dan invoegen als hier voren aangehaald geschied zynde, is daar op door de voorm: Commissie gerapporteert dat bij de Examinatie der Journalen van de scheeps overheeden dier bodem bevoo den was, dat het olfaan welke dien bodem op de zuyderbreete tusschen de 17 en 18 graaden, en lengte van 92 graaden heeft ontmaat, de bij die gelee„ gendheid ontstaane gebreeken aan het schip in het verlies van Tuijg„ gem: ovrrheeden onvermydelyk hadden genoodsaakt, de naaste haven te kiesen, ter dier tijd Port Louis op het Eyland Mauriteic geweest zyn den dat nietteegenstaande de aldaar gedaane, te bij dat rappport opgegee„ ven werdende vertimmeringen te pra„ tatien, na deselve haven weeder te hebben verlaten, zo wel de zig op nieuw ontdekt hebbende zware Gecagie aan het schip, als de aanhoudende stormen en tegenwinden op het bif van Anguitha in het slegte Iaar Saisoen het bygeke„ men Sohorbut onder de Equipagie, min heijd van provisie, en daar uijt te dugtene moedeloosheid van het volk te zamen lopende reedenen en omstan„ digheeden waren geweest, door welke /:ged: overleeden zig andermaal gedron„ gen hadden gevonden, de Baaij van pio de lagoa binnen te lappen. — dat bij inspectie der lading voor zo verde zulx van boven heeft kunnen geschieden verscheyden balen Caneel van zwaar beschadigt zijnde bevonden, het hun gecomm=s niet mogelijk was, zonder onkossing der lading, van der selve te waren toestand, schaden of be„ de reeenig berigt te geeven dat ten opzigte der gebreeken welke zeedert de vertimmering de PortLouis zig aan het schip hebben ontdekt, aan de eene zyden de Informatien van de hebben Scheep scheeps overheden dat het schip Slingezonder 4 â 5 duymen Uijk zijn verband werkte, het agter schip met stampen afwerk; en ook direnden der berghouten opzommige plaat„ sen met werken & d=m afweeken, mitsgs dat het schip als dan een duime van weetzyden van zyn steevens week dat de breegang Uyt zin Spannings„ en meest alle de zaaken toe waaren, dat men ook te Ridde la goan leggende ontdekt hadden onder de spyjkerhout in het breeken van de breg Twee planken geheel los te zyn, dat Slingerende de bouten langs de geheelen stuur: en zake„ boord zijde een halve duym in en uyt werkten; en dat zij op zee met sligt weer met drie ordinaire scheeps pom pen, en de roiale pomp het schip nauw„ lyk hadden kunnen tens houden, en dak met goed weer althans t weer pompen gebruijkt hadden moeten worden Ia ook thans hier ter breeder leggende in het Etmaal vijfthien e Sesthien 1 malen 18 à 19 duym water uyt het schip wierd gepompt en aan de anderen zyde, of schoon zij gecomt wissten staat waren zonder volkomene ontlossing van het schip, ten opzigte van alle de nog waarschijnlijk daar aan te vinde na gebreeken berigt te doen, nog ook de wyze op welke deselve het beste zoude kunnen werden gerepareert, mitsgs meede niet of dien bodem, daar door in staat zoude kunnen werden gebragt, om wederom met volkomen gelustheijd zee te bouwen; Uijt dan zamenhang der bovengem: bekomene informatien, met de grootste waar schynlijkheyd bij hun egter moest wer „den beslooten dat zoer tot deese Expar„ tatien al in de saldanhabaaij mogelyk heijd zij, in dien bodem dus tot de over voer van een lading konde worden bequaam gemaakt dezelde reparatien egter de tegenswoordig bedraagen kunnen de waarde van het schip zon„ den surpasseeren behalven dat tot eene zodanige vertimmering de vereyschte houtwerken niet aan handen waren en dan nog eerst uyt het Patria zouden moeten 103

NL-HaNA_1.04.02_4327_0392 view scan ↗

English

had to be requisitioned, and that although such timbers were also to be found here, nevertheless, given the small number of shipwrights, even if all other work stood still, and irrespective of what would have to be neglected concerning the expected return ships in case of defects, such a prolonged time would be needed for it that the Honorable Company might meanwhile long be deprived of the benefits of the cargo; aside from the apprehension expressed by the committee that, when the upper hull might thereafter be ready, the lower hull could meanwhile have been half eaten through by the worm prevalent here. Regarding this condition of the aforementioned vessel de Paarl, we have deliberated thereon and taken further into consideration whether in this case it would not be easiest and safest, as one had in view because of the lack of suitable storage space here on shore, as has already been cited above as offering the most suitable means thereto, to have the cargo of the aforementioned ship de Paarl transferred into the present chartered private ship de Vreede, in order not only to be able to effect the unloading of that vessel more quickly, but also so that, as the condition of the said ship de Paarl should then entail, either to reload the same cargo into that vessel, or, if such cannot happen, to let it remain in the said ship de Vreede, and then let the last-mentioned vessel return with it to the Fatherland, and thus, if necessity should demand the latter, in such case not only to save many expenses for the Company which would have to be incurred both for bringing the cargo ashore and reloading it, as well as for the warehouses of private individuals, but also in that same latter case to prevent the packs and bales, which had already suffered much trouble during the unloading at Port Louis, from being further damaged and rendered unfit for further shipment through repeated handling and transporting here on shore, nor that any damage, decay, or loss should arise to the linens and other laden goods. Whereas the master of the aforementioned chartered private ship de Vreede, Rijn Keetel, having both been informed of this plan regarding his vessel, had given to understand that he would never be able nor permitted to endure that his aforementioned vessel under his command were used in such manner as a warehouse for the said cargo, since not only this, but also otherwise it would run contrary to the charter parties of that ship and to the detriment of those owners, his principals, that he in doing this was kept in uncertainty whether that ship would have to continue the further journey to Batavia, or whether this government, to whose orders he was obliged to submit, would think fit to make use of the same for the further conveyance of the said cargo to the Fatherland; necessity entailed making a final decision in this matter. And thereupon it was taken into consideration, on the one hand, that the frequently mentioned ship de Paarl, according to the statement in the aforesaid report of the aforesaid commission following the information provided by its officers, was in such a condition that even if upon unloading the goods the possibility were discovered to repair that vessel, the time that would have to elapse therewith conflicted too greatly with the interests of the Company for it to be advisable to detain that cargo here for so long, since one had no certainty whether another suitable opportunity for its dispatch would present itself for a long time; and that, moreover, it must also be to the detriment of the cargo if, beyond what happened to it at Port Louis, one were to bring it ashore yet again and subsequently have to move it again for embarkation; whereas, on the other hand, although the charter party of the said ship de Vreede did not expressly entail that this vessel could be laden here for a return voyage, wherefore no stipulation was made with respect to the freight charges in such case, and master Rijn Keetel had declared that he also did not find himself authorized by his principals, the owners of that ship, to break the charter party and to enter into a further convention regarding the freight charges for the return voyage from here, but that it was only considered by him to be his obligation to obey the orders of this government insofar as his vessel should have to be used for a return cargo in the service of the Honorable Company as charterers thereof, and the determination of the freight charges were then left to a further agreement between the Company and his said principals themselves; by all of which it being then further judged that, however a further convention between the Company and the owners regarding the freight charges might turn out, in any case no further claim could be made on that account than for the entire outward and homeward voyage to and from Batavia, and that it would then also accord much better with the Company's interest to see that cargo home a year earlier, rather than to remain deprived of the same for so much longer, and meanwhile have to fear or expect all kinds of damage and decay to it; we have judged it best to designate the frequently mentioned chartered private ship de Vreede, being of sufficient size for this purpose, to take in the entire return cargo

Dutch transcription

moeten werden g'Eyscht, en dat ofschoon dos„ danige houtwerken zig ook alhier bevonden nogthans met het min getal van scheeps timmerlieden, al hoewel al het andere werke stil stond, en ongeagt het geene aan den te verwagten staande betour scheepen in Cas van gebreeken zoude moe ten werden verzuijmd, daar toe eene zodanige bangdurige tijd nodig zoude zijn, dat de E: Comp: intusschen lang van de voordeelen der lading zoude kunnen sorcasseeren, behalven den bij hun gecommitts opgegeeven werdende dug„ tiging, dat wanneer het bovenschip daar na gereed zoude mogen weesen het onderschip door den alhier grassee„ rende worm intusschen half doore„ knaagt konde zynde. — Over deesen toestand van voorm: bodem de Paarl hebben wij daar op ge„ raadpleegt, en wel nader in bedenking genomen of niet in dit geval last en veijligste zouden zyn om gelyk men zulx uijt hoofden van gebrek aan bequame bacq„ plaats hier aan land, zaal hier voren bereijds is aangehaald, als het bequaam te middel daar toe biede op het oog hadde gehad, de lading van het voorm: schip de Baarl te doen overbrengen, in het aanwiesend ingehuurd partic:s schip de Vreede ten eynde niet alleen spoediger, de ontlos„ „sing van die bodem te kunnen effectueeren; maar ook dat den toestand van het ged: „schip de Paarl als dan zoude meede brengen, het zij deselve lading weeder in dien bodem te doen inscheepsen, dan wel zulx niet kunnen den geschieden, in het ged: schip: de vreede te laten ver„ blyven, en laatstgem: bodem als dan daar meede na 't Patria te laten betruk„ neeren en dus bij aldien de noodzaker„ likheijd het laatste zoude komen te vorderen, in zulken gevalle niet alleen veele kosten, welke men zo tot het aan land brengen en weder insscheeften der lading als tot het der Pakhuijsen van particulieren aan te wenden had, voor de Comp: te bespaaren, maar ook in het selve laatste geval voor te komen, dat der Pakken en balen, welke betand 785 — bi bij het lossen te PortLouis reeds veel moeij ten geleeden hebben, door het menigvuldig verwerken en Transporteeren hier aan land niet meer beschadigt en tot de verdere inscheeping onbequaam gemaakt wierden, nog ook aan de lywaten en ver deze ingeladene goederen geene schadden bederf ofte verlies quam te ontstaan Aan de wijl den schipper van het voorm: ingehuurd parkh schip de Vrorde Rijn Reetel van dit plan omtrend zijn bodem beide g'informeerd geworden zinde, te verstaan gegeeven had, nimmet te zul„ lin kunnen nog mogen gedagen dat gem: zijn onderhebbende bodem, in dier voegen als tot een pakhuys voor de gem: la„ ding wierd gebruikt, dewijl niet al„ leen dit, maar ook anderzints teegens de Cherte parthijen van dat schip en tot nadeel van die bheeden zyne principalen verstrecken zoude, dat hij dut doende in het onzeekere wierd gehouden, of dat schip de verdere beyde naar Batavia zoude moeten voorzetten, dan wel of dit gouvernement, aan welkers ordres hij genoodsaakt was, zig te onderwerpen, goedvinden zouden, van het zelve tot verdere overbrenging van gem: lading naar 't Patria gebruyk te maaken; bragt de noodzakelikheijd meede, ten deesen finaal te besluijten:— En is daar op aan d' Ene zyde in Consi„ detatie genomen dat het meergem: schip de Paarl, na de opgave bij het voorsz rapport der voorsz: Commissie vol„ gens de informatie, die de overheeden van het zelve gegeeven hebben, gedaan zig in zodanigen toestand bevond, dat al waar het ook dat bij de ontlossing der goederen de mogelykheyd ontdekt wierd om dien bodem te vertimmeren, den tid egter die daar meede zoude moe„ ten verlopen, te veel strijdigheijd met de belang der maatschapppij meede bragt, dan dat het baadzaam zoude zyn die lading hier zo lange aan te houden nadien men geen zeekerheijd had of nog wel in lange een andere bequame geleegendheijd tot dies verzending welkers voorkomen 78 voorkomen zoude, en dat daar bij ook ten nadeele de rlading verstrecken moest wanneer myn deselve boven het geene daar aan te Lort Louis is geschied, ander 6. maal eerst aan landbragt, en naderhand ter inscheeping wederom moest verwek„ ken, mitsg=s aan de andere zijde, dat hoe„ wel de Cherte parthije van het ged: schip de vreede niet epresselyk meede bragt, dat dien bodem in batour van hie r zoude kunnen werden beladen, warom ten opzigte der vragtpenningen en zulken gevalle ook geene stipulatie is gemaakt, en den schipper Rhip Reetel gedeclareerd had, dat hij zig door zyne principalen de Rheeders van dat schip meede niet gequalificeerd vond: om de Charta par„ tig te breeken, en omtrend de vragt pen„ voor de bugreyse van hier een nadere Conventie aan te gaan, maar bij hem alleen g'agt wierd zyne verpligting meede te brengen om aan de ordress van dit gouvernement te obedieeren in zo verre van zijn bodem tot een retour lading ten dienste de E E: Comp: als bevragters daar van zoude moeten wer„ den gebruyk gemaakt, en de bepaling der vragtpenn, als dan aan een nader ac„ coort tusschen de Comp: en gem: zijne principalen zelve wierd overgelaten mits welk een en ander dan verder g'oordeelt zynde, dat hoedanig ook een nadere Conventie tusschen de Comp: en de Rreeders omtrend de vragtpenn zoude mogen succedeeren, in allen ge„ valle desweegens egter geene verdere pretentie konde werden gemaakt, als voor de gantsche Uyt en thuys reyse na en van Batavia en dat het ook als dan nog meer met 's Comp=s Interest strooken zoude, die lading een Iaar vroeger t'huys te zien, dan van deselve zo veel langer ontstoken te blyven, en daar aan ondertusschen veele rleij schade en bederf te moeten vreesen of verwagten. — zo hebben wij best g'oordeelt hot meer gem: ingehuurd partics schip de vreede, als hier =„toe van genoegzame grote zynde te destineeren tot het inneemen de r gantsche betoure lading 789

NL-HaNA_1.04.02_4327_0395 view scan ↗

English

cargo of the aforementioned ship de Paarl, and to let the same return with it for the Chamber of Amsterdam, whither that cargo is destined according to the invoice, and to have loaded therewith into that vessel the Bourbon coffee beans purchased here from the French ship L'Auguste, concerning which report was given in our respectful letter of the 2nd of November last, pursuant to which a start has already been made to discharge the remaining cargo destined for Batavia from the frequently mentioned ship de Vreede, and to transfer into the same the cargo of the ship de Paarl, for which purpose special commissioners have been appointed in order to inspect in the most accurate manner the discharged packages of linens, bales of cinnamon, and further goods; to have reloaded into the aforementioned ship de Vrede all that which is found to be in good condition or undamaged, or to which no wetness has come, and which will thus be in a state to be transported to Europe in that manner, in such a way that said vessel, thus laden with this cargo, will be able to depart for the Fatherland without it being necessary to take the same out again or to re-handle it; furthermore, to bring ashore and care for here the packages, bales, and further goods which might be in bad condition, or so damaged or become wet that in that state they could not be reloaded for the further return voyage, in such a manner that they may likewise be reshipped again, or that such further measures may be taken with respect to them as may serve to the greatest benefit of the Honorable Company. Hoping therefore that these our conducted proceedings may obtain Your Right Honorable's esteemed approval, we take the liberty to present to Your Right Honorable herewith an authentic copy of the aforementioned report concerning the examination and inspection of the ship de Paarl, whereto also goes over a sealed small packet from the Honorable Company's administration at Punto Gale, addressed to Your Right Honorable and brought hither by that vessel. Furthermore, there has also appeared yesterday at this Cape latitude the country's warship the Princes Louisa, under the command of the Right Honorable Valiant Lord Count van Rechteren as Captain, which vessel sailed hither on the 7th of October last from Mauritius and on the 24th following from the Island of Bourbon, and was to be followed a few days later by the ship de Draak. The Company's outward-bound vessel Oud Haarlem, with 17 dead and 88 sick, which departed from before Vlissingen on the 25th of August last, and from where the day before had likewise sailed out the chartered private ship the Vrouwe Johanna, which is also destined for the transport of the troops of the Wurttemberg Regiment hitherward, and which vessel was subsequently spoken in good condition by the said ship Oud Haarlem on the 24th of September. The ship mentioned in the heading, the Drie Handelaars, now lying ready to prosecute its further voyage to Batavia, we have, with Your Right Honorable's esteemed approval, granted to the minister in the service of the Reformed churches in the Indies, Jan Addems, who arrived here from the Fatherland with that vessel, upon his request made in this regard by petition, permission to remain here for some time with cessation of salary on account of the sickly state of his wife accompanying him, who has only recently been delivered of a child on the voyage hitherward, in order to await a further opportunity to prosecute his voyage to the capital of the Indies. The appearance of an English ship in St. Helena Bay, and the sending of a military detachment thither for that reason, with the further issued orders concerning that, having been reported to Your Right Honorable by our humble letter of the 18th of September last, we cannot therefore refrain from bringing to Your High knowledge, likewise in accordance with duty, that the said English ship has since that time stayed on and off the aforementioned bay, and did once attempt to send some crew ashore with a small boat, but was prevented from doing so by our military detachment, and finally, according to the report received from the officer of the said detachment on the 8th of the last month, November, did indeed leave the frequently mentioned bay, but was subsequently still in sight there until the 13th of the same near the so-called Great Castle, situated about three hours from the bay. And herewith concluding this, we commend Your Right Honorable's most esteemed persons and the weighty interests of the Honorable Company to the protection of the Almighty, remaining with due respect. At the bottom stood: Right Honorable, Valiant, Most Worshipful, Brave, Prudent, Foreseeing, Most Generous Honorable Lords. Your Right Honorable's most humble and obedient servants, was signed: C. J. van de Graaff, J. J. Rhenius, R. S. Gordon, P. D. Le Sueur, A. G. de Wet. In the margin: In the Castle of Good Hope, the 3rd of December 1787. Postscript: After the signing of this, the aforementioned Ceylon return ship de Draak has also safely arrived here, which vessel, having departed from Punto Gale on the 2nd of February of this year, was overtaken on the 26th of March following at the latitude of the island of Mauritius by a violent hurricane, wherein it lost all the masts and the rigging, and likewise 10 pieces of cannon were thrown overboard, so that the officers were obliged to call at the island of Mauritius, where it lay from the 12th of April to the 22nd of October for the repair of the damages sustained; the ship and cargo, according to the statement of the said officers, currently being in such good condition that without any further repairs of importance it will be able to prosecute the voyage to the Fatherland.

Dutch transcription

lading van het bovengem: schip de Paarl, en deselve daar meede voor de Came r Am sterdam, werwaards die lading volgens de factuur bestamd is, te laten betourneeren en daar bij, de van het frans schip L'au„ guste alhier ingekogte bourbonse Coffij bonen, waar van by onse Eerbiedige van den 2 9ber Iongstl: berigt is gegeeven met eenen in dien bodem te doen laden ingevolge het welk men ook bereyds een aanvang heeft gemaakt, om het besteeren„ de de blading van het meerm: schip de vreede voor Batavia gedeskneert, Uyt dien bodem te ligten, en in deselve de lading van het schip de Paarl over te scheepen, waar toe expresse gecomm=s zyn gesteld ge worden, ten eynde de Vontscheepene Pakken lywaten, Balen Caneel en verdere goe deren, op 't naukeurigste na te zien, van het zelve al 't geene zig wel geconditionneert of onbeschadigt bevind of ook geene nattig„ heijd bijgekomen is, en dus in staat zal wee„ sen, om indier voegen naar Euripa te wer den getransporteerd, weeder te doen inladen in het opgem: schip de Vleeden zodanig dat dien bodem alzo met deese inlading zoo det dat het nodig zij deselve weeder daar uyt te neemen, ofte andermaal te verwer ken, naar 't Patria zal kunnen vertrecken voorts de pakken, balen en verdere goe„ deren, de welke Rlegt geconditionneerd, dan wel dermaten beschadigt ofte nat ge„ worden mogten zin, dat in dien staat tot de verdere betour beyse niet weddere zouden kunnen werden ingeladen, aan land en alhier zodanig te besorgen, dat deselve insgelyx weder zullen kunnen werden ingescheaft, dan wel dat men ten opzigte derselve nader al zulke maak„ regulen sal kunnen neemen, als ten meesten voordeele de E E: Comp: zullen mogen verstrecken. - in hoope dus, dat deese onse gehoude ne behandelingen Uwe Wel Edele groot agtb. g' Eerde goedkeuringe zullen mogen erlan „gen noemen wij de vrijheijd Uwe Wel Edele groot agtb, in deesen aan te bieden Copia authenticq van 't voorsz: berigt, nopens de Examinatie en visitatie van 't schip de 791 de Paarl, waar bij ook nog overgaat en ge sloten pacquetje van 's E: Comp:s minute re te Punto Gale, aan Uwer Wel Edele groot agtb: g'addresseert, en met dien bodem alhier aangebragt. - Synde wyders ook nog op gestelen hier ter Caabsche breede verscheenen 'sland schip van Oorloge de Princes Louisa, on der Commando van den wel Edele gestr Heere Graave van Rechtelen als Capitain welke bodem den 7 October laatstl: van Mauri tius en den 24 daar aan van het Eiland Bourbon dit heen gesteevende, en eenig ge daagen daar na door het schip de draak stond gevolgt te werden 's Comps uytkomende bodem oud Haarlem met 17 doben 88 zieken, het welke den 25 aug:s pas=o van voor Vlissingen vertrocken is, en van waar daags bevorens insgelyk was Uijtgezeijlt, het ingehuurd partiC Schip de Hr: Iohanna het welk meede tot Transport der troupes van het Wurtembergse begiment na herwaards gedestineerd is, en welken bodem na„ derhand op den 24 7ber: 400= het gede schijs oud Haarlem in een goede staat ge„ praayd geworden is. - Het in den hoofde gem: schip het dristal handelaars, thans ter verdere Eeys vor„ deringe naar Batavia geregd leggende, hebben wyj onder Uwer Wel Edele groot agtb: g'Eerde welduyding aan den met dien bodem uyt het vaderland riek aangelanden predikant ten diensterder gereformeerde kerken en Indien Jan addems op zijn des wegens bij request gedaan versoek toegestaan, om mit den ziekelyken staat waar in desselfs bij zig hebbende huysvrouw die eert onlangs op de herwaards reijse is ver„ lost, zig bevind eenigen tijd met stel„ stand van gagie hier ter plaatse te mogen overblyven, ten eynde eene na„ deze gelegendheyd ter vervordering zyner beyse naar Indias hoofdplaat„ ze af te wagten. De verscheyninge van een Engels schip in de P=r Helena Baaij, en de afzending van een militaire Com„ mando, om die reeden na derwaards oud met 743 met de verdere gestelde ordres dien aan gaande Uwe Wel Edele groot agtb: bij onse onderdanige letteren van den 18:' Septembe r p=o berigt geworden zynde, kunnen wij dier halven niet af zyn hoogst deselve meede volgens pligt ter kennisse te brengen dat het ged Engels schip zig zeedert aldien tijd af en aan de voorsz: baaij op„ gehouden, en wel eens getragt hebben de met kleen vaartuyg eenige manschap aan land te zenden dog waar in door ons militair Commando belet geworden is, eyndelyk volgens bekomen rapport van den officier van het ged Commando op dan 8 der Iongsts: maand dber de meerm baaij wel heeft verlaten, dog naderhand tot den 13 dito nog aldaar bij het zogenaamde groote Casteel, omtrend drie Uuren van de baaij geleegen in 't gezigt geweest is - En hier meede deese besluytende, bevee„ len wij Uwer Wel Edele groot agtb: zeer g'agte persoonen, en de gewigtige belangen de r E: Comp: in der protectie des alderhoogsten blijvende met verschuldigt bespeer.- /onderstond:/ Wel Edele Erntfeste, groot agtb: P: L: verder het teekenen deeses is alhier meede be„ houden aangeland het voorm Ceijlons betouren schip de Araak, welke bodem den 2 4ebr: deses Iaars van panko gale vertrocken zynde, op den 26 maart daar aan op de hoogte van het Eyland Mauritius door een hevigen saar is belofpen geworden; waar in alle de masten en het tuijg heeft var„ loran, metsg=s 10 stukken Canon over boord zyn geworpden, des de overheeden genoodsaakt zyn geweest het Eyland mauritius te moeten aan doen, alwaar van den 12 april tot den 22 october ter Eeparatie van de bekomene schade heeft geleegen zynde het schipp en de lading volgens opgave van ged: overheeden Iegenswoordig zodanig wel gesteld, dat sonder eenig verder reparatien van aanbelang, den zeij se naar 'tvaderland zal kunnen vervorderen Manhafte, wel wize, voorzienige, zeer genereuse Heer Edele Heeren. Uwer Wel Edele groot agtb: zeer onder da„ nigen en gehoorz: dienaaren /:was geteekd) C: I: van de Graaff, I: I: Bhenius, B: S: Gordon, P: D: Le Sueur, A: G: de Wet /:in margine:/ In 't Casteel de goede Hoop den 3 december 1787. verte gete 795

NL-HaNA_1.04.02_4327_0398 view scan ↗

English

Batavia Mr Willem Arnold Alting Governor General and the Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies Per the Dutch packet ship Het Drietal Handelaars Stellenbosch Right Honourable, Valiant, Most Respected, Chivalrous, Most Wise, Prudent, Most Generous Lord and Noble Lords. This afternoon there have safely appeared here in the roadstead the Dutch packet ship De Jonge Jacob dispatched by Your Right Honourables, and the chartered ship De Vrouwe Johanna mentioned in our humble dispatch of yesterday, which departed from off Vlissingen on the 5th of August, and with which the Captain, four Lieutenants, and 188 common soldiers of the Wuerttemberg Regiment were brought here; of which, to give Your Right Honourables dutiful notice, this being solely intended for that purpose, we have the honour to remain with deep respect. — Enclosed here with, you receive the extract of the resolution taken on the 27th of October last in the Political Council meeting, containing the decision on a certain request of the burgher Cornelius Johannes Albertus Laubscher and the burgher Adrianus Martinus Horak, with the copies both of the said request and of the annexes submitted therewith, to serve to all such ends as the aforesaid resolution dictates. Remaining herewith, after greetings, Your Good Friend, By order of the Noble Lord Governor, was signed: O. G. de Wet, First Sworn Clerk and Licentiate. In the Castle of Good Hope, the 5th of December 1787. Right Honourable, Valiant, Most Respected, Chivalrous, Most Wise, Prudent, Most Generous Lord and Noble Lords, Your Right Honourables' most humble and obedient servants, was signed: C. J. van de Graaff, J. I. Rhenius, R. J. Gordon, P. L. Le Sueur, O. G. de Wet. In the margin: In the Castle of Good Hope, the 4th of December 1787. — To the Titular Merchant and Landdrost Hendrik Lodewijk Bletterman. Overleaf. Resolution 7 Batavia To the Right Honourable, Valiant Lord Mr Willem Arnold Alting Governor General and the Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies Per the Dutch packet ship Het Drietal Handelaars 62 Good Friend. Right Honourable, Valiant, Most Respected, Chivalrous, Most Wise, Prudent, Most Generous Lord and Noble Lords. While the bearer of this, the packet ship 't Drietal Handelaars, is for the present still remaining here in the roadstead, there have both yesterday and today safely arrived here: the Company's outward-bound vessel Leyden, with 17 dead, 75 sick; ditto the hooker ship De Verwagting, with 4 dead, 10 sick; there also having chosen to put into port here on the 5th of this month a Spanish ship, the chartered fluyt ship De Drie Gebroeders, which sailed on the 31st of the said month of July from off Vlissingen, and with which has arrived at this place the Lord of Heugel, Colonel and Chief, with two more Captains, three Lieutenants, and 166 common soldiers of the Wuerttemberg Regiment; while it has been reported by the officers of the above-mentioned ship Leyden that the ships Duivenbode, and Rhoon, and the Geertruyda had set sail together with them, and the ship De Schelde was to follow; as well as that the return ships Stralen, Schoone Delden, and Texelstroom, which departed from here on the 2nd of May of this year, had safely arrived in the Netherlands on the 2nd of the aforesaid month of August, the first-mentioned having departed from the Texel on the 8th of August last, and the last-mentioned on the 14th of July prior; named L'Aigle Impérial, belonging to the newly established Philippine Company, and which, according to the report of the Captain commanding her, Le Chevalier de Minde, departed from Mauritius on the 17th of October last, and is destined for Cadiz. — Just as likewise yesterday, the 7th of this month, there appeared here in the roadstead the French King's corvette Le Papillon, Captain Du Trevou, which sailed from Brest on the 27th of September last, destined for Isle de France, and as must be assumed, charged with important dispatches for the government there, which are however for the present kept very secret, since the same corvette, having been dispatched directly from Brest to the French Islands, only put into this bay by chance, and thus is to resume its voyage again within three or four days. Giving Your Right Honourables notice of all this hereby, we have the honour with dutiful respect to be... one ditto small box addressed to the General Secretariat at Batavia from the said [illegible], which was taken off the aforesaid ship Leyden and placed on this ship 't Drietal Handelaars for speedy delivery. — P.S. Per this vessel Het Drietal Handelaars we take the liberty of sending to Your Right Honourables: A sealed packet No. 43 addressed to the same. Right Honourable, Valiant, Most Respected, Chivalrous, Most Wise, Prudent, Most Generous Lord and Noble Lords, Your Right Honourables' most humble and obedient servants, was signed: C. J. van de Graaff, J. I. Rhenius, R. J. Gordon, P. L. Le Sueur, O. G. de Wet. In the margin: In the Castle of Good Hope, the 8th of December 1787. One 801

Dutch transcription

Batavia M=r Willem Arnold Alting gouverneur generaal en de Aan den Wel Edele gestr: Heere d' Edele Heeren haaden van Nederl=s In den P ht holl Dark Schip het drie tal Handelaars Stellenbosch Wel Edele Erntfeste groot agtb: Makhafte, wel wijze voorzienige zeer generelse Heer en Edele Heeren. Heden nade middag zyn behouden alhier te rEher de verscheenen het bij Uwe Wel Edele groot agtb: afgevaardigt toll: patkc schip de Ionge Iacob in het bij onse onderdanige van gisteren vermelde ingehuurd schip de Vb Iohanna het welk den 5 augs van voor Vlissingen vertrocken is, en waar meede den Capitn Vier Lieut en 188 gemeen men militairen van het wuertembergse regiment hier aangebragt zijn van het welk Uwe Wel Edele groot agtb: pligtschuldig kennisse te geeven, deesen eenelyk gerigt zynde, hebben wij d' Eeze met diep respect te blyven. — Deeven g'incloseerd bekomt Ud: Extract resolutie op den 27 8ber Iongsts: in Bo„ liticque vergadering genomen, hou„ dende dispositie op zeeker bequest van den burger Cornel:s Iohannes Albertus Laubscher en den burger Adrianus Matthinus Horak met de Copias zo van het zelve bequest als de daar bij overgelegde bylagen, om te dienen tot al zulken fine als de voorszz Goede Vriend. Wel Edele Erntfeste, groot agtb: Manhafte, wel wijze, voorzienige, zeer genereuse Heer en Edele Heeren Uwer Wel Edele groot agtb: zeer onderdanige en gehoorz: dienaren /:was geteekend. / J: P: van de Graaff, J: I: Bhanius, B: J: Gor„ don, P: P: Le Sueur, O: G: de Wet /: in margine:/ In 't Casteel den goeder Hoop den 4 xber 1787. — Aan den koopman titulair en Landdra Hendrik Lodewijk Bletterman /:onderstond:/ verte Resolutie 7 Batavia Aan den Wel Edele gegtr: Heer Mr Willem Arnold Alting gouverneur generaal en de d Edele Mieten bade van Sedert India P:r het holl: partec schip het drietal handelaars 62 resolutie dicteerd Blyvende hier meede na groete /:onderstond: UE goede vriend /:lager:/ Ter ordonn: van den Edelen Heer gouverneur /:was geteek:/ O: G: de Wet E=d en Lic:s /:in margine:/ In 't Casteel der goede Hoop den 5 xber: 1737. Wel Edele Erntfeste groot agtb: Manhafte wel wijze, voorziendge, zeer genereus Heer en Edele Heeren. Brenger deeses t patkhs schip 't drietal handelaars, voor als nog hier ter rheede vertoevende zyn, zo op gisteren als heedens behouden alhier aangeland 's Comps uijtkomende bodem: Leijden met 17 doden 75 zieken _:o hoeker schip de verwagting „ 4 _o 10. _o zynde ook nog op den 5 deeser maand alhier komen haven kiesen en spaans schip Terwijl door de overheeden van het bovengem: schip Leyden is gerappor„ teerd dat de scheepenbijk en Linden en de geertruyda te gelyk met hun waren Uytgeseyld, en het schip de schelderveerst stond te volgen als meede dat de op den 2 maij deeses Iaars van hier vertroc„ kene betourscheepen, Stralen, Schoondealoe en Tekelstroom den 2: der voorm: maand aug=s behouden in Nederland waren g'ar„ riveerd zijnde eerstgem: den 8 augustus pass„o en laattgem: den 14 Julij bevorens ryt Texel vertrocken het ongehuurd fluytschip de drie gebroeders het welk den dat ged: maand suls van voor vlissingen gezijld, en waar meede hier ter plaatse g'arriveerd is de Heer van Heugel Collonel en Chif met nog twee Capitains drie Luuke en 166 gemeene militairen van het wattembergs en beigi„ ment Zynde Zaigla /onderstond./ baigle Imporial gen=d toebehorende aan de nieuw opgeregte Philippynsche Comp: en het welk volgens opgave van de daar op Commandeerenden Capit=n Le Charabier de minde den 17 8ber: passo van Mautitus vertrocken, en naar Cadix bestemd is. - gelyk meede op gisteren den 7 deeser hier ter breede is verscheenen, t frans konings Corvet Le Lapillon Capit=n die Treven dat den 27 Sepr paso uyt Brest is gezeyld, gedestineerd na Sle de France, en zo men moet vast stellen, met gewigtige depeches voor het gouver„ nement aldaar belast, die egter voor als nog zeer geheijm gehouden werden vermits het zelve Corvet uyt Breest di„ rect naar de Franssche Eijlanden g: Eer pe„ dieert geweest zynde, eenelyk bij toeval deesen Baaij heeft aangedaan, en dus binnen drie a vier dagen, zyne beyse waderom staat te vervolgen Uwe Wel Edele groot agtb: van dit een en ander kennis geevende bi deesen hebben win d' Eer met pligtschuldig Eerpect v Een _o Casje besz: aan de generale Secre„ tarije te Batavia bijde gem E: iB de welke van het vrrengens schip Leiden ge„ ligt en ter spoedige bestellinge op dit schip 't drie tal handelaar zijn geplaakt ge„ worden. — PSdeese bodem het drietal handelaars neemen wij de vryzeyd Uwe Wel Edele groot agtb toe te Sen„ ƒ dez Een versegeld pacquet N=o 43 aan hoogst deselve g'addresseerd Wel Edele Erntfeste, groot agtb: Manhafte, wel wijze, voorzienige zeez generreuse Heer en Edele Heeren Uwer Wel Edele groot agtb: zeer onder d: en gehoorz: dienaren /:was geteekend:/ C: S: van de Graaff, I I: Rhemn, R: I: Gordon, I: P: Le Sueur, O. G: de Wet in margine In 't Casteel de goede Hoop den 8 december 1787: zijn „ te zyn. Een ƒ 801

NL-HaNA_1.04.02_4327_0401 view scan ↗

English

Cape of Good Hope To the Reverend Church Council of the Reformed Congregation there Particularly good Friends. Having today reviewed in our meeting the nomination submitted by Your Reverences, we have thought fit to approve the further election made of Ian Coenraad Gie, and furthermore, from the double nomination of deacons, to elect in place of the outgoing Arend de Waal Arendz: and Daniel de Waal: Willem Stephanus van Ryneveld and Johannes Mattheus Hertzog who, after the two last-mentioned persons shall have been confirmed according to church custom, shall have to serve for the ordinary time. After greetings, we remain was written below: Your Reverences' good Friends lower: By order of the Noble Lord Governor and the Council was signed: O: G: de Wet E:s and Sec:ts in the margin: Done at the Political Council meeting in the Castle of Good Hope the 11 December 1787. Stellenbosch To the Reverend Church Council there Particularly good Friends. Your Reverences' submitted nomination having today been reviewed in our meeting, we have approved the election made of Willem Adolph Krige as elder to fill the vacancy of the retiring Jacobus Groenewald; and from the double nomination of deacons have elected: Johannes Victor, instead of the outgoing Willem Wium, in order, having been confirmed according to church custom, to serve for the ordinary time. And seeing that this year again no Political Commissioner is to be sent off to the outer districts, Your Reverences shall therefore have to ensure that the church account of its poor funds is made ready in time and sent to us, so that it can be forwarded to the fatherland according to custom. Meanwhile, after greetings, we remain was written below: Your Reverences' good Friends lower: By order of the Noble Lord Governor and the Council was signed: O: G: de Wet Ed and Secs in the margin: Done at the Political Council meeting in the Castle of Good Hope the 11 December 1787. Drakenstein To the Reverend Church Council there Particularly good Friends. We have today reviewed Your Reverences' submitted nomination in our meeting, and have approved the election made of Joh:s Pet:s Roux as elder in place of the retiring Abraham Josua Le Roux, as also from the double nomination of deacons, in place of the outgoing Gideon Joubert and Abraham de Villiers Jansz:, elected: Abraham de Villiers Abrahamsz and Isaack de Villiers J: Z: in order, being confirmed according to church custom, to serve during the ordinary time. And as this year again no Political Commissioner will depart for the outer districts, Your Reverences shall have to prepare the church account of the poor funds in good time, and deliver it to us, so that it can be sent to the fatherland according to custom. Relying upon which, we remain was written below: Your Reverences' good Friends lower: By order of the Noble Lord Governor and the Council was signed: O. G: de Wet E:ds and Sec:t in the margin: Done at the Political Council meeting in the Castle of Good Hope the 11 December 1787. Land van Waveren To the Reverend Church Council there Particularly good Friends. After reviewing Your Reverences' submitted nomination today in our meeting, we have thought fit to approve the election made by you of Jacobus de Wet the elder, as elder, in place of the outgoing Jacobus Hugo; and furthermore, from the double nomination, elected as deacon: Petrus Jacobus du Toit to fill the vacancy of the retiring Jan Theron Jacobusz:, which newly elected persons, being confirmed according to church custom, shall have to serve the ordinary time. And since this year again no Political Commissioner departs for the outer districts to audit the poor funds there, Your Reverences shall therefore have to ensure that the account of the same is prepared in good time, and delivered to us, so that it can be forwarded to the fatherland according to annual custom. Remaining, after greetings, was written below: Your Reverences' good Friends lower: By order of the Noble Lord Governor and the Council was signed: O G: de Wet d:o and Sec:s in the margin: Done at the Political Council meeting in the Castle of Good Hope the 11 December 1787. Swartland To the Reverend Church Council there Particularly good Friends. Your Reverences' sent nomination having today been reviewed in our meeting, and the election made of Andries Stephanus Gousch as elder in place of the retiring Johannes van Aarden the elder having been approved, we have furthermore from the double nomination [illegible]

Dutch transcription

Cabo de goede Hoop Aan t' Eerw Collegien van kerkenhade der hervormde gemeente aldaar Byjzondere goede Vrienden. Op heeden in onse vergadering geresumeerd zijnde, de door UEerw: overgeleverde nam minatie, hebben wij goedgevonden de nader gedane Electie van Ian Coenbaad Gie, te approbeeren, en voorts uyt het dubbelde ge nomineert getal diaconen in plaatse van de uytgediende Arend de Waal Arendz: en daniel de Waal Arendz: en daniel de waal wederom daar toe te verkiesen Willem Stephanus van Byneveld en Iohannes Mattheus Hertzog de welke, na dat de twee laatstgen persoa„ nen volgens kerkelyk gebruyk zullen weesen bevestigd voor de gewoonen tijd zullen moeten dienen wij blyven na groete /:onderstond:/ UEerw: goede Vrienden /:lager:/ Ter ordonn Aan 't Eerw: Collegie van hatkenraden, aldaar Stellenbosch Byzondere goede Vrienden UEerw: overgeleverde nominatie op heer den in onse vergadering geresumeerd zynde hebben wij de gedane Electie van Willem Adolph Sriege tot ouder„ derling ter plaatsvullinge van den afgaanden Iacobus Groenewald g'approbeerd; en Ust het dubbeld geno„ mineert getal diaconen verkozen Iohannes Victor, in steede van de uitgedienden Willem Wium, omme, naar kerkelyk gebruyk bevestigd zynde, voor den ordinailen tyd te dienen. — van den Edelen Heer gouverneur en den haad /:was geteek:d/ O: G: de Wet E:s en Sac=ts /:in margine:/ actum Ter politicque vergadering:/ In 't Casteel de goede Hoop den 11 dec=r 1787. van Ende 883 Ende ten aanzien deesen Iaare wederom geen Commissaris Politicq naar de briten dis„ tricten, staat te werden afgesonden zullen U Eerw: dus moeten zorgen om de kerkelyke reecq harer armepeng: in tyds geteed te maaken en aan ons over te zenden, op dat deselve volgens gebruyk naar 't vader„ land kan werden overgesonden Middelerwijl dat wij na gedete blyve /:onderstond./ UEerw: goede Vrienden /:lager:/ Fr ordonno van den Edelen Heer gouverneur en den baad /:was geteek:d/ O: G: de Wet Ed en SeCs /: in margine:/ actum Ter politicque ver„ gadering In 't Casteel de goede Hoop den 14 decr 1787 Byzondere goede Vrienden Wij hebben heeden UEe rw.: s over geleeverde no minatie, in onse vergaderinge geresumeerd, en de gedane Electie van Joh:s Pet=s Rous Drakensteijn Aan 'H Eerw: Collegie van kerkenrade aldaar Uberw: goede Vrienden /:lager:/ ter ordonx van den Edelen Heer gouverneur en den baad /:was get=d/ O. b: ter wel E=ds en Pec=t /:in margine:/ Actum te r politicque ver„ gadering In 't Casteel de goede Hoop d„n 11 Xber 1737 tot onderling in plaatse van den afte treedenen, Abraham Jasua Le Boust ons welgevallig laten zyn, als ook uyt het dubbeld genomineerd getal diaconen daat toe in steede van de uijtgediende Gideon Poubert en Abraham de Villiers Iansz: verkoren Abraham de Villiers Abrahamz en Isaack de Villiers I: Z: omme naar kerkelijke gebruik beves„ tigd zinde, gedutende den ordinaire tyd dienst te doen. - En alzo deesen Iaare weder geen Com„ missaris politicq, naar de buijten di„ ttieten zal afgaan, zullen UEerw:t de kerkelyke reecq: van dewselve arme pann byj tyds in gereedheyd moeten brengen, en aan ons over Leeveren, om volgens gebruyk, naar 't vaderland te kunnen werden versonden Waar op ons verlatende blyven wij /:onderstond:/ tot verte 805. S Land van Waveren Swartland Byzondere goede Vzienden Aan 't Eer w. Collegie van kerken baden aldaar Wij hebben na resumptie van UEerw overge leeverde nominatie reeden in onse ver„ gadering goedgevonden, de door Uden gedane verkiesing van Iacobus de Wet d'oude, tot ouderling, in steede van den uytgedienden Jacobus Hugo te approbeeren; en wyders tot diagon, uijt het dubbeld genomineerd getal, g' Eligeert Petrus Iacobus du Foit ter plaats„ vullinge van de af te treedenen Ian Pheron Jacobusz:, welke nieuw ver„ kotene persoonen, volgens kerkelijk gebruyk bevestigd zinde, den ordinai„ ten tijd zullen moeten dienen. - En dewijl dit Iaar wederom geen Commissaris politicq voor de buiten districten afgaat, ten eynde aldaar de armepenis op te neemen, zullen UEerw: dus hebben te zorgen dat de reecq: van deeselver tijdig in gereaheyd Aan t Eerw t Collegie van hetkenhade aldaar By zondere goede Vrienden UEer w:e overgesondene nominatie reeden in onse vergadering geresu„ meerd, en de gedane verkiesing Andries Stephanus Gousch tot ouderling, in steede van den af„ gaanden Iohannes van Aarden de ouder g'approbeerd zynde hebben wij voorts uijt het dubbeld genomi„ te brengen, en aan ons te doene overleeveren op dat deselve volgens Iaarlyk iasam„ tie, naar T vaderland kan werden versonden — Blyvende wij na groete /:onderstond:/ UEerw: goede vrienden /:lager:/ Eer ordonn: van den Edelen Heer gouver wout en den baad /:was getek:d/ O G: de Wet d=o en Sec=s /: in margine:/ ackuns ter politicque vergadering In 't Casteel de goede Hoop den 11 dec=r 1787. . te merk 1 807

← previousnext →