VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 4329

Cape · 582 pages · 352 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_4329_0186 view scan ↗

English

remain 2299 shoot then; immediately took to flight. says that he, prisoner, has heard say undersigned commissioners from wished to give, and whether he, through receiving a second blow with the butt, was hindered therein. Article 28. Whether he, prisoner, or his companion did not remain lying on the spot by receiving the blows on his head. persons a blow with the kerrie of the prisoner, the other person 29. he, prisoner, with the help of both those persons was captured and brought into custody to Swellendam. 31. 96: wished to give not captured and whether he was out of his own accord or whether he was incited thereto. he saw the persons on a States that he, prisoner, as soon as says not to have wanted to stab nor strike. 34 says that he was afraid whether he, prisoner, does not know to be punishable in the highest degree for deserting and for the stabbing, what he can give for his excuse. States if his master wants to sell him, prisoner, that they can sell him, but he knows to urge. 35. then just sell. undersigned: Thus Questioned and Answered at Cape prisoner does not understand that the willful stabbing with the knife and the striking with the kerrie sword and the blows answered the questions as noted next to each. Agat. Articles caused to be made and submitted to the gentleman commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice, July of Boegies, and on behalf of the sworn clerk at the Secretariat of Justice, Ryno Johannes van der Riet, qualified in this case to attend to the affairs of the Landdrost of Swellendam, the Honorable Constant van Nuld Onkruyd, to be heard thereon at his requisition, the slave Julij of Boegies, belonging to the inhabitants of this government, by whom, on the adjoining questions, has answered as noted beside each. Thus Done and Resolved, at Cape of Good Hope, the 28th of December 1786. Was signed: and therefore wrote the mark was set by his own hand. Lower: for the translation. Was signed: J Gordr Matttyssen Lower: present. Was signed: J. F. P. V. d. Riet, sworn clerk. In the margin: As commissioner, was signed: C. J. Neethling, J. M. Bletterman. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the slave November, who, having had his foregoing interrogatories read out to him word for word clearly and plainly, declared he persisted thereby, not desiring that anything more shall be added thereto or taken therefrom. Verification. Messrs. Johannes Martinus Horak and Andries van Sittert, members from the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who properly signed the minute hereof along with the prisoner and me, the sworn clerk. Lower: which I witness. Was signed: J. V. D. Riet, sworn clerk. the Good Hope, the 20th of November 1786, before the same. States, yes, that Julij was there. Says, no one. Says, yes. had fled. to know. Why he 32. 33. and has attacked the persons undersigned: by estimate 50 years. States that he with a slave of Jacobus Rijn deserted, whether he was alone or whether there were boys with him. says as before. says to have had something in his hands, but had no intention to do harm. that for a month, and because he, prisoner, received little food, therefore deserted, and also whether he prisoner did not in the past month of October, around the so-called Kluytjes Kraal, meet two persons. Whether he, prisoner, with his companion, with a knife in one hand and a kerrie in the other, did not await those two persons, and that those persons had said to him, prisoner, and the other to go to them, which he, prisoner, and the other did, however, to do harm to those persons as well. If yes, to specify the same. Whether he, prisoner, deserted from his master alone, or if there were boys with him. where he stayed most during his desertion. says to have gone thither. he, prisoner, was made known of his master: in the margin hereof properly to give his responses. was. have says yes. to have. 13. says no, that they, prisoners, directly whether those persons thereupon did not ask, where are your horses then. said we are runaways, and we deserted from our master because we did not get enough food, and he, prisoner, had also said, rather shoot us dead than bring us to our master. says as before. Says no. says as before. Says no. 14. whether he, prisoner, did not answer, our horses have run wild and scattered. 15. whether those persons did not order him and his companion then to put away their knives and go along to show where their masters lived. 16. Whether he, prisoner, and his companion were not unwilling thereto. whether those persons, upon that displayed unwillingness, did not whether thereupon by them was not answered, we our masters not where he lives across the Breede River, and we look after horses. says no, not answered 11. whether those two persons did not ask him, prisoner, and his companion whose slaves they were. If yes, what he, prisoner, then intended to do with them. that he, prisoner, shortly thereafter unexpectedly received a shot, whereby he, prisoner, was wounded in his body. says to have had no intention to give. States: Julij of Boegies, age, the prisoner's name, age, and birthplace. Says: the Company of Swellendam, to whom he belongs as property. asked if he was so chastised by his master. deserted. When and for what reasons. Article 3. 4. wished to desert. States: Yes. States: No.

Dutch transcription

blyven 2299 vr schiet maar; direct op de „zegt, dat hij gev: op hooren zeggen loop gezet was. onderget: gecommitt:s uit heeft willen geeven, en of hij pret door een tweede slag met de holf te ontvangen daarin is verterdenk geworden. Art: 28. Off niet hy gee: of zijn makker op de plaats is blyven leggen. door het ontfangen van de sla„ „gen of zyn oofd persoonen een slag met de herry sie van de gev: de andere per„ 29. hij ged met behalf van alle beijde die personen is gevangen genomen en na swellendam in hegtenis. gebragt. „- 31. „ 96: heeft willen geeven niet gevangen en af zal is geweest uyt zyn eygen dan of hij door zulx vaar toe is aangesch hij de persoonen zag op een Legt dat hy gee zoo dra als zegt niet te hebben willen steeken nog slaag. 344 zegt, dat hij bevreest is geweest Of hij gees niet weet daar „sen daarom gedrost te zin door, ten hoogsten strafwaar„ en van de steeken niet te „dig te zyn wat by geven tot zyne verschoning Legt indien zin baas hem gevs verkoopen wel dat zy ham weett in te drenge „ 35. dan maar verkoppen wil. :onderstond: Aldus Gevraagd en Beantwoord aan Cabo gec: niet begrypt dat het willig steeken met het mes en het slaag met de kinrij compareerden voor ons zwaad en den slaa „den vraagen zodanig geant„ „woord) heeft als bezyden een yder aangetekend Agat. Articulen godaan maaken en aan heeren gecommitt:s leyt den E: achtb Raad van Cus, den 8: achtb. Raad van Iustitie July van boegies ende van weegens den gesuflerox ter secretarijen van Iustitie Ryno in aieid gequalificeerd ter waarneeminge der zaaken van den Sand-drost van Swel„ „lendam de Heer Constant van Nuld onkruyd omme daarop ter zyner equisitie geloord te worden den slaaf Julij van boegies toebehoorende den „titien deeses gouvernements deses gouvernements door dewelke op de nevenstaan„ Joh:s van der Riet gewyskerp als laden van Swellendam, zullen den Aldus Gedaan en Geresolleerd, aan Cabo de goede Poop den 28 december: 1786. /:was geteekend: e daar om schreeven t merk heeft te pot eygenhandig gesteld /: laager: voor de vertolling /:was getekend:/ J GordrMatttyssen laagers sikij praesant (e geteekend: JF: P: V: d: Piet gesufClereqk in margine Als ge„ Commett /:geteekend C J: Neeleling ten I: M Blettosman. Compareerde voor ons onderget: gecommitts uijt den 6: Achtb: Rrad van Iustitie deezes gou „vernement den Mtarf November dewelke zyne voorenstaande Jnterrogatoria van woorde tot woorde klaar en duydelyk voorgeleeken wezenden, betuigde daarby te blyven porsisteeren niet begeerende dat iets meer by ofte van gedaan worden zal Recollement Heeren Johannes Martinus Dozak en Andries van Pittert Leeden uyt den E: Achtb: Raad van Justitie voormeld, dit de minute deezes benevens den geve en mij geswclerge meede behoorlik hebben onderteekend:/ daager: twelk ik getuigen = was. geteekend:/ a I: V: D: Biekges: Clercqt de goede Hoof, den 20 November 1786, voor de desselvs Legt, In, dat Julij daar is Zegt. Niemand Zegt Ia vlugt gegaan was. L weeten. - Waarom hi „ 32. 33 en a „soonen heeft geattacqueer t ƒ /onderstond: 6 de nagissing 50 Jaaren. Legt. dat hij met een slaaf zegt. als vooren. zegt, wel iets in handen gehad maar geen intentig gehad gen dat swel voor een Maand, en om zegt voor nu korte tijd en dat zij gevegeer Eate kreeg, daarom te zyn of „gedrost en ook off hij gev: niet in de gepasseer„ „de Maand october omtrend de zoogenaamde kluytjes kraal twee personen heeft ontmoet. off hij get: niet met zijn makker met een mes in de„ eene en een henry Ende andere hand, die, twee per„ en dat die persoonen tegens soonen hebben afgewagt hem geven ende den andere . gezegt hadde van naar hun te gaan, 't geen hij get: en de andere gedaan hebben, egter te hebben om kwaad te doen gedn die persoonen ook zoo Ia, dezelve op te geeven. O hy ged: alleen dan off er van Jacobus Rijn is opgedrost mett Jongens bij hem geno geweest zijn. opdrossen heeft opgehouden! zegt na derwaards te hebben waar hij ziah miest in zyn hy ged: van zyn afseer is op„ in margine deeser behoorlik worden bekend gesteld : desselus te gevene responsiven was. hebben zegt Ia. te hebben. „13 zegt Neen dat zij get: dizect off die persoonen daarop gezegt hebben wij zijn drossers niet gevraagd hebben, waar en wij zyn van onsen baas zin dan uwe paarden. gedrost om dat wij geeneeten genoeg treegen & had hij ged: nog gezegt schiet ons leever dood, als bij onse baas te zig te brengen. zegt. als vooren. Zegtt Neen. zegt. als vooren. Zegt Neen. „ 14. off hij gev: niet geantwoord heeft onse paarden zyn ont wild verstrooijd. „ 15. of die persoonen hem en zyn maken toen niet hebben ge„ „last om hunne messen weg te doen en meede te gaan om aan weyzing te doen waar hunne Lyfheere woonden. „16 Off hy ged: en zyne maker niets onwillig daar toe zyn geweest off die perzoonen of die be„ „toonde onwilligheid niet den 2 off daarop niet door hun O baasen niet waar hy woond over de breede te vier en wij passen paarden op. zegt Neen zit niet geantwoord is geantwoord wij hunne om en 11 off die twee perzoonen niet aan hem gev: en zyn maker gevraagd hebben /wiers slaven zij waren. G zoo Ja wat hy geven dan van sints was daar meede te doen. dat hij gev: kort daarop op 't onverwagts een schoot had ont„ „fangen waar door hij gev: in zyn lighaam gequest geworden. zogt geen intentie gehad te geven Legt. Iulij van Boegies oud. des geven Naam ouderdor en Zegt: de Goode van Swillendam Wiens, Lyfeygen hy is toebehooren. gevr: van zyn Lyffeer zo gekastijd wierd „ gedrost Wanneer en om welke deeden „ geboorte plaats Art: S „ 4. k3. 6 1 kend 4 dat 0 1 . — 1 ƒ willen opdrossen. 1 Lot. Ja 1 Legt. Neem

NL-HaNA_1.04.02_4329_0188 view scan ↗

English

Article 18. Whether he, the interrogatee, or his companion did not pursue those persons when they saw that those persons were retreating. Says as before. 20. Whether those persons did not then order him, the interrogatee, and his companion to surrender or else they would shoot at them. Says, yes, but that he, the interrogatee, said: just shoot. 21. Whether he, the interrogatee, did not understand that wishing to stab with the knife and striking with the kerrie is evil. Says that he did no evil, for he had just said to those two persons: shoot me dead rather than take me prisoner, shoot me rather than bring me to my master. 22. Why he, the interrogatee, did not want to surrender. Says that he was captured and thus could not surrender himself. 23. Whether, after the shot was fired, he did not still vigorously pursue those persons together with the aforesaid persons; if so, for what reasons, and what their intention was. Says no, because he had already fallen to the ground from the shot he received. 24. Whether those persons did not shortly thereafter fire a second shot and hit one of them in the right arm. Says no. 25. Whether, despite the wounds received, he, the interrogatee, nevertheless ran at those persons with a drawn knife. Says no, because he was in no state to do so, since he had already fallen to the ground. 26. Whether, when he, the interrogatee, intended to inflict a stab upon one of those persons, that person struck him on the head with the butt of the musket, so that he fell to the ground. Says that those persons only shot and struck without cause, or without their having any intention to stab or strike them. Article 27. Whether he, the interrogatee, upon standing up, did not want to give one of those persons a blow with the kerrie, and whether he was not prevented from doing so by receiving a second blow with the butt. Says that he, the interrogatee, said this: the interrogatee was indeed shot, but fell to the ground, not because those persons had struck him on the head. 28. Whether he, the interrogatee, or his companion did not remain lying on the spot from receiving the blows on his head. Says that those persons fired two shots, one with a ball and the other with birdshot. 30. And whether that boy, with the help of both of them, was captured by those persons, and if he had been made prisoner. Says that the other boy was taken prisoner by that person, while he, the interrogatee, remained on the spot because he was severely wounded. 32. Which of the two attacked the other person. Says: Nobody. 33. And whether this was of his own accord or whether he was incited thereto by Domingo. And whether it was not answered thereto. Says: No. Says that he had no intention of the world to do so.

Dutch transcription

had schiet mij maar dood niet om dat de gro, die per zegt van geen intertien ter wee„ „zeld geweest te zijn. dat de geven of zyn maken op 't lyf was niet door die„ zegt, dat hij geve zulx gezegt. geven wel geschooten maar 2 Legt. dat die perzoonen hem soonen zoude vervolgd hebben. gevallen was ter aarde. zegt, dat die persoonen twee schooten gedaan hadde den eene met een kogel en de anderen met Vagel. off niet tegenstaande de toen geen staat was geweest ontfangene wvonden hy geven tog of die persoonen met het ontblooten mes is toegeloopen. zegt Neen want dat hij daar vermits hy geal screet ter zegt: die perzoonen hebben maar off wanneer bij geven, een steek geschooten en geslaagen zonder aan een dier perzoonen dag ten „ 24. off die persoonen niet kort. daarna een tweede schoot hebben gedaan en een van hun in de regter arm gegaehte Legt Neen. Legt geen kwaad gedaan te Off hy geven niet begrypt dat hebben want dat hij nog ge„ t wille steeken wet het mes en't slaan met de kerry „zegt had aan die twee per„ zoonen schiet myn liever kuraad is. dood eer als my gevangen Waarom hij geve zig niet zegt, dat hij gevangen was dus zig niet gevangen heeft gevangen heeft willen geeven kunnen geeven. Zegt. Niemand. „ 22. gedaan was niet de gem: „ 30. En of die Jongen met behalf persoonen nog sterk hebben Legt. dat de andere Jonge van alle byden die perzoonen gerangen genoomen is door is gevangen genoomen en na die perzoon terwijl hij geve Swellendam in regtenis ge„ daar ter plaatsen verbleeven zoo Ja. om welke redenen en is door die hij sterk gequetste bracht. wat zij dan van meening waren was. zegt. neen want dat hij Chreet off hij geven wanneer die. Salort „ 23. vervolgd. off die perzoonen toen niet op hem geven en zyne maker „ 20 of hy geven en zyne makken wanneer zil: / zagen dat die perzoonen (hun detireerden hun niet hebben vervolgd Voor wie zulx is beantwoord om hun gevange te geeven of anders op hun te zullen schieten. geven in zyn makker gelast hebben zegt als vooren- steeken of te slaan. zigt dat hij gevesChreet gevallen was en den ontfangene schoot wie van de gaae de anderen perzoon heeft geattacqueert „ 28. Off niet hy geve of zyn makken op de plaats is blyven leggen door 't ontvangen van de Hagen of zyn hoofd Ort. 27. Of niet hy grot wanneer opgestaan was een dier perzoo„ „nen een slag met de kinry . heeft willen geeven en of hij niet door een tweede sag met de holf te ontfangen daar in is verzindert geworden. geweer op 't hoofd is geslagen dat zy ter aarde gevallen was van intentie ware om hun te persoon met de kolf van't dat zij reeden gehad, of zonder toetebrengen vermits die perzoon En of zulx is geweest uyt zyn eygen dan of hy door domingo daartoe is aangezet„ dat toetebrengen zogt, Ia, maar dat hij geve gezegd '& niet daarop is geantwoord Lieven als na myn baas te brengen. heeft. Zegt. Neem. „ schiet maar. Art: 18. „ 21. hebben geschooten. te doen. „ 25 „ 26. . aarden gevallen was. 2 3 32. „ 33

NL-HaNA_1.04.02_4329_0189 view scan ↗

English

to take and bring to my master. Article 34. Whether the prisoner does not know that thereby he is in the highest degree punishable. States that he has done no one harm. Article 35. What he can bring forward for his excuse. As before. Below stood: Thus questioned and answered at the Cape of Good Hope on 28 November 1786 before the gentlemen Johannes Martinus Horak and Andries van Sittert, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the minute of these alongside the prisoner and me, the sworn clerk. Lower: Which I testify. Was signed: B. J. V. d. Riet, sworn clerk. Relation given before Commissioners from the Honorable Court of Justice of this government by and on behalf of the burgher Fredrik Jansz van Rensburg, at the requisition of the Landdrost of Swellendam, Mr. Constant van Nuld Onkruydt, reading the same as follows: That when the relator in the month of October last was outspanned with the wagons of his father, the burgher Johannes Fredrik Jansz van Rensburg, on the other side of the Breede River near the so-called Kluytjes Kraal, it was then told to them by a certain Hottentot of the burgher Tobias Louw that he had seen, not far from the wagons, a boy whom he believed to be a runaway, whereupon the relator's father having said to him and to the burgher Petrus Laars to go after that boy, the relator had thereupon also gone with the said Laars to the place that had been described and pointed out to him by the said Hottentot. That the relator and the said Laars having thereupon come to a kloof and then separated from one another, that same boy, belonging to the burgher at Swellendam Jacobus Steyn, together with another slave named Domingo belonging to the messenger at Swellendam, was discovered by the said Laars; whereupon the relator, at the shouting of the said Laars, went thither, and having then seen that each of those boys had a knife and a stick in their hands, immediately took over the gun with which the said Laars had gone out; whereupon the relator having asked the said slaves to whom they belonged, and receiving as an answer from them that they did not know their master, but that he lived near the Breede River and they were tending the horses, the relator further asked where the horses they were tending were located; but the relator having received as an answer from them that the horses were scattered in the veld, the relator, from the insolent attitude of those slaves, became very suspicious and ordered them to put away their knives and surrender themselves as prisoners, or else go with him to the place of their alleged master; to which they showing themselves unwilling, however, the relator had therefore threatened them that if they would not surrender themselves he would shoot at them; that thereupon the said slaves, boldly answering "shoot away," came somewhat closer to the relator; the relator, seeing therefore in the whole conduct of those boys nothing but the greatest danger, had retired, the said slaves having thereupon pursued the relator and the aforementioned Laars for a distance with their knives in their hands, without their however being able to overtake the relator or the said Laars. That the relator had subsequently agreed with the said Laars to go again to the same runaways and fire a blank shot in order to see whether fear could not thereby be instilled in them; in which the said Laars having agreed, the relator had gone again with the said Laars toward the same slaves, whereupon the relator having first asked them whether they would still not surrender themselves, upon their insolent refusal, fired a blank shot.

Dutch transcription

te neemen en na myn baas te brengen. Art: 34. off hij geven niet weet daar door ten hoogsten strafwaar„ 6 „dig te zyn zegt niemand kwaad ge„ „daan te hebben. als vooren onderstond Aldus Gevraagd en Beantwoord aan abo de goede Hoop den 28 November 1786 voor de heeren Johannes Martinus Jozak en Andries van Pittert leeden uyt den E: Agtb: Raad van Justitie voorm die de minute de Zes benevens de geven en mij geswcarog meede behoorlik hebben onderteekend /Haager: Twelk ik getuijgen /:was getekend :/ B: J: V: d: Riet gesw= Clercq. Helaas gegeeven ten overstaan van Heeren gecommitt„s uyt den E: Achtb: Raad van Justitie dezes gouvernements door ende van weegens den burger Fredrik Jansz van Rensburg ter requi¬ „sitie van den Land-dross van Zwellendam de Heer Consland van Nuld onkruydt Luydende Dal wanneer de relt in de maand october laatst met de wagens van zyne vader den burger Johannes Fredrik Jansz van Densburg aan de overlijden van de breede bevier bij de Logen: kluyfjes kraal uytgespannen was ge„ „weest, als toen door zekeren hottertot van den burger Tobias benade, bij hun was vertaald dat hij niet verre van de waagens een Jongen die hij meende een drosser te zyn zoude gezien, hebben, zulx den vader van den zel„ve aan hem in den burger petrus laars gezegd hebbende om of dien Jongen af te gaven, den zel„k zig dan ook met denselven Laars begeeven, had naar de plaats die door gem: hottentot aan hem 35 Wat off hy tot zyn verschoning kan bybrengen. was bedred en aangeweesen. dat de relt en gem: Iaars daarop by een kloof gekomen en toen van den anderen gegaan zijnde denselven Jongen zynde van den mrand te Zwel„ „lendam Jacobus Stein, met en benevens een an„ „deren slaar gen„t domingo toebehoorende den boo„ „de, te Zwellendam door gem, Iaars was ontdekt, zulx den Comp t op het geroep van hem saars zig derwaards bogeeven en als toen gezien hebbende dat ieder dier Jongens een mes en een herrij in de handen had het gemeer met welk geme. Laars was uitgegaan terstond had overgenomen als wanneer den zelk aan dezelve Naaren gevraagd hebbende wieg zij toebehoorden en door dezelve te andwoord begeeven zynde dat zij hun baas niet houde maar dat die et de breede rivier woonachtig was en zij de baarden, oppasten, den Comp„t alverder / gevraagd hadden waar hunnen opgepast wordende paar„ „den zig dan bevonden dan dat den zelk door hun ten andwoord bekomen hebbende dat de paarden in't veld verstrooijd waaren, had de tel„t op de brutalen houding van die slaven te veel achterdogt gekreggen en hun gelast hunne messen weg te doen en zig gevangen te geeven of wel met hem naar de plaats van hunne voorgegeeven lyseer te gaan, waar toe zij zig egter onwillig toonende den Compt hun derhalven gedrygd had om wanneer zij hun dan niet wilde gevangen geeven of Chun te zullen schietig, dat daarop deselve slaaven onder het stoutmoedig antwoorden schiet maar wat nader bij den Comp„t gekomen zynde de Comp„te derhalven in't heele gedrag van die Jongens niet als de grootste onveele te gemoed ziende zig had geretireerd hebbende deselve slaaven als toen den Comp„t en voorm: Iaars een andweegs met hunne messen in de handen vervolgd zonder dat zij egter den Comp„t of gem: Laars hadde kunnen agtertalen. dat de Comp„e vervolgens met gem: Iaars had afgesprooken om wederom naar dezelve drossers te gaan en een losse schoot te doen ten einde te zien of hun daar door geen vrees kon worden aangezaagd, waar in dan gem: Laars toegestemd hebbende den zel„v al wederom met hem Iaars naar dezelve slaaven was toegestaan als wanneer de Compten hun eerst gevraagd hebbende of zij hun nog niet wilden gevangen geeven of hen brutaal weijgeren, een loosen 'te zelve als voolgt. 1 was

NL-HaNA_1.04.02_4329_0190 view scan ↗

English

Verification. had fired a blank shot, but that the aforesaid deserters, instead of becoming frightened by this, on the contrary came toward the deponent, and the deponent had then once again quickly turned back, and having immediately loaded his gun, went toward them for the third time with the aforementioned Laars; whereupon those same boys had immediately advanced upon the deponent and the aforementioned Laars with their bare knives, so that the deponent directly fired upon one of them, being the aforesaid Domingo, but that notwithstanding he was also struck in his right arm by that shot, he nevertheless came directly at the deponent, and the other boy advanced upon the aforementioned Laars; so that the deponent struck the aforementioned Domingo, who tried to inflict a stab wound upon the deponent with the knife he was holding in his hands, a blow to the head with his gun, from which he fell to the ground, yet immediately tried to recover himself again in order to defend himself with his kirri; but that he, by a second blow from the deponent, fell to the ground a second time and remained lying there; whereupon the deponent, since he believed that the aforementioned Domingo, who pretended to be dead, was so, left him there; and the other slave, who had gone after the aforesaid Laars and had been overpowered by him notwithstanding his murderous intention and the offered resistance, was bound and taken into custody to Swellendam. The deponent further declared that when the messenger from Antwerpen had sent his cart to have the aforementioned Domingo collected, the same Domingo had in the meantime gone away from the place where he had been lying; they nevertheless found him not far from there behind a bush, took him prisoner, and likewise delivered him into custody at Swellendam. Declaring nothing more, the deponent gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being prepared to confirm the same further. Thus related at Cabo de Goede Hoop, the 17 November 1786, before the Messieurs Johannes Marthinus Horak and Andries van Sittert, members of the Honorable Council of Justice of this government, who, along with the deponent and myself, the sworn clerk, have duly signed the minutes hereof as witnesses. That the deponent, in the beginning of the past month of October, without however having remembered the precise day, having ridden to the Cape with the wagons of the burgher Johannes Fredrik Jansz van Rensburg, when the same wagons were outspanned on the road on the other side of the Breede River, was requested by the aforementioned van Rensburg, since a certain Hottentot had told at the wagons that he had seen a boy on the road whom he suspected to be a deserter, to go together with his son, the burgher, in order, if that boy happened to be a deserter, to capture him; the deponent having then taken his gun and proceeded with the aforementioned van Rensburg to the place that had been pointed out and shown to them by that Hottentot; that when the deponent and van Rensburg, near a ravine, in order the more easily to capture those deserters, Account given in the presence of the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government and at the requisition of the Landdrost of Swellendam, the Honorable Constant van Nult Onkruijt, by and on behalf of the burgher Petrus Laars, of competent age, reading as follows: Thus done and related at Cabo de Goede Hoop, the 18 November 1786; was signed: Fredrik Jansz van Rensburg, P. Laars; In my presence, signed: H. O. V. d. Riet, sworn clerk. In the margin: As commissioners, signed: J. M. Horak and A. v. Sittert. Members of the Honorable Council of Justice of this government, to the burgher Fredrik Janse van Rensburg, who, his preceding account having been read clearly and distinctly word for word to him, testified that he persisted by it, not desiring that anything more should be added thereto or taken therefrom. Appeared before the undersigned commissioners Recollement C.

Dutch transcription

Recollement. loosen schoot had gedaan dan dat dezzelve dros „sers in steede hier door vreesagtig te worden in teegendeel of de relk zyn afgekomen en was de zel„t toen al wederom schillyk gekeerd „ en ten eersten zyn geweer geladen hebbende met gem: Laars voor de derde keer naar hun toege„ „gaan, als wanneer deselve Jongens met hunne blooten messen terstond op den rel„ en voorm , Laars waren afgekomen zulx den relk direct of eene van hun zynde voorsz: dominge had losgebrand dan dat niet tegenstaande hij ook door die Bloot in zyn rechter arm was getroffen agter regelregt op den Compt en de andere Jongen of gem Laars was ingekoomen sulx den Comp„t gem: domingo die den Comp„t met zijn in handen hebbend met een steek voogde tot te brengen, met zijn geweer een slag op 't hoofd gegeeven had, waar van hij ter aarden gevallen zynde. egter zig ten eersten weer voogde te herstellen om zig met zyn kerrij te verweeen dan dat hi door den rC„t een tweede slag andermaal se de aarde gevallen en aldaar blyven leggen. hebbende den Comp„t als toen vermits hij meerde dat gem domingo die zig hield of hij dood was hem aldaar gelaaten en de andere slaaf die op voorsz: laars was afgegaan en door hem niet teegenstaande zyne noordadigen intentie en gebooden tegenweer was overmetsterd had gebonden en naar Zwellendam is hegtenis ge„ „bracht. - verklaarde de relt voorts dat wanneer den boode van antwerpen zyn kar gesonden had om gem: Oomingo te lagten haalen denselven dominge intusschen van de plaats alwaar bij ge„ leegen had was weggegaan hebbende zij lem egter als toen niet verren van daar agter een bosch gevonden gevangen genomen en ins gelyks waar Swellendam in regtens overgalie z„ Niets meer verklaarende geeft de relt voor redenen van weetenschap als in den text bereid zynde zulx nader gestard te doen „ Aldus Verelateerd aan Cabo de goede soof den 17 November 1786, voor de Heeren Iohannes Marthinus Hozalk en Andries van sitterd Leeden uijt den E: Agtb: Raad van Justitie deeses gouver„ nements die de minsten dezes beneevens den relt ende mij gesoflerog meede behoorlyk hebben tenehenede elke getuigen wa Dat de rel„t in het begin van de gepasseerde maand october zonder agter den praeciesen dag ont„ „houden te hebben, met de wagens van den burger Johannes Fredrik Jansz van Bensburg naar de Caal gereeden zynde, wanneer den zelven wagens of weg aan de oversyden van de breede Riveer uitgespannen waren door gem: van Rensburg ver„ „sogt geworden was om vermits sekere Pottentot bi de wagens verhaald had, dat hij een Jongen ie, hy vermaande een drosser te zyn of weg zoude gesien hebben, met zijne zoon den burger ten gunden wanneer di Jonge eendrosser quam te zijn, hem gevangen te nemen, Hebbende den p„r als toen zyn geweer genomen, en zig met gemelde van Benslurg begeeven naar de plaats die door dien Pottertot aan hun was beduijd en aan geweesen. dat wanneer den zelk m van Rensbuk by een kloof om dien drossers des te gemakelijker belaas gegeeven ten overstaan van de ondergeteekende gecommitt„s uit den E: Agtb: Raade van Pus„ „titie dezes gouvernements en ter requisitie van den Land, drost van Swellendam, de Heer Constand van Nult onkruijt door ende van weegens den burger petrus Iaars van Competenten ouderdom Luydende het zelve als volgd. Aldus gedaan en gerelateerd aan Cabo de goede Voop den 18 November 1786 :was getekend: redrik Jans van gensburg laagers My prae„ „sent / geteekend: N: D: V: d: Riek geswlleregk in marging sge Committ /:geteekend: S: M:s Ho„ „zal en A: v: Settelt Leeden uyt den E: Agtb: Raad van Justitie deeses gouvernements ten burger Fredrik Janse van Rensburg dewelke tit zyne voorenstaande, relaas van woorde tot woorden klaar en duydelyk voor„ „geleesen zynde betuigden daar bij te blyven persistee„ niet begeerengte dat er iels meer bijgevoegt „re ofte van gedaan werden zal. Compareerden voor de ondergeteekende gecommitt„ ƒ /:onderstond: Recollement C. /:onderstond:

NL-HaNA_1.04.02_4329_0191 view scan ↗

English

had immediately discovered two boys, one belonging to the Heemraad in Zwellendam the Honorable Jacobus Steyn and the other belonging to the messenger there and named Domingo; whereupon the narrator, having called to the aforementioned van Rensburg, upon the arrival of the said van Rensburg handed over his gun to him at his request; whereupon the aforementioned van Rensburg, having asked those boys whose slaves they were and having been answered by them that they were herding horses and that these were scattered in the veld, and also that their master lived across the Breede River, had wished to offer them a reward to show them the place of their master or else to show a pass; but that the same slaves, persisting in a very insolent manner, each having taken their knives into their hands in addition to a sufficient kerrie, upon the threat of being shot at had answered with a firm voice, Shoot then; wherefore the narrator and the said van Rensburg, since they had only one gun with them, in order to prevent mischief which they expected from the demeanor of those slaves, resolved to return to the wagons, being nevertheless pursued a distance along the way by the same boys. That the narrator and aforementioned van Rensburg, having reconsidered, subsequently agreed to go after those boys once again and to see whether they could inspire some fear in them by firing a blank shot; which then having been done by the aforementioned van Rensburg, was of precisely the opposite effect, since as soon as the said van Rensburg had fired that shot, the same slaves immediately advanced upon the narrator and him, van Rensburg, with the result that the said van Rensburg, who had retreated with the narrator, had quickly reloaded his gun and, having waited until the aforementioned Domingo, who had advanced upon him, van Rensburg, had approached him to a certain distance, discharged the shot at the same Domingo; but that however severely he, Domingo, was also struck thereby in his right arm, he nevertheless advanced with his bare knife toward the said van Rensburg, while likewise that other slave of the aforementioned Heemraad Steyn, having come furiously at the narrator with a kerrie in the one hand and a bare knife in the other hand, the narrator being so slightly separated from the other to be able to perceive as well as he was able had defended himself with stones and his fists, in such a manner that the narrator, notwithstanding that this slave made every attempt both with his knife and kerrie, overpowered him and then, with the help of the aforementioned van Rensburg who had already felled the more-mentioned Domingo, bound him, and having thus conveyed them under arrest to Zwellendam, that slave of Steyn, upon the questions why he had dared to defend himself in such a murderous manner, answered that Domingo had always said that he must not give himself up as a prisoner, but must fight as long as he had a drop of blood in his body, while if he surrendered willingly, he, Domingo, would then stab him to death. Relating nothing more, the narrator gives as reasons of knowledge as in the text, being prepared to confirm this further. Thus done and related at Cape of Good Hope the 17 November 1786, before the Gentlemen Johannes Martinus Horak and Andries van Sittert, members of the Honorable Council of Justice of this government, who have duly signed the original of this together with the narrator and me, the sworn clerk; which I testify. Was signed: R: J: v: d: Riet, sworn clerk. Re-examination. Appeared before the undersigned commissioner members of the Honorable Council of Justice of this government, the aforementioned burgher Petrus Laas, who, this his preceding deposition having been clearly and distinctly read to him word for word, declares to abide and persist thereby, desiring that nothing more shall be added to or taken from it. Thus done and re-examined at Cape of Good Hope the 18 November 1786. Was signed: Petrus Laas. Lower: In my presence. Signed: R: J: v: d: Riet, sworn clerk. In the margin: As commissioners. Signed: J: M: Horak and A: v: Sittert.

Dutch transcription

hadden, den rel„e terstond twee jongens een van den Heemraad te Zwellendam d' E: Jacobus Syn en den anderen van der bode aldaar en daminge genaamd had ontsekt, zulx den zelk, naar opgem: van Rensburg geroepen hebbende bij de komst van gem: van Hensburg zyn geweer of verzoek van denselven aan hem had overgegeeven, als wan „neer voorsz: van Rensburg aan die Jongen ge„ vraagd hebbende, wiens slaven zij waren en door hun daarop ten antwoord oegeeven zijnde dat zij paarden hoedden en dat die in het veld verstrooijd waren mitsg„s dat hun Lyfteer over de breeden twien woonden hun had willen vergoe om han de plaats van hun baas aan te wijses of wel een pad briefje te verlonen, dan dat deselve slaven dwars in een veer brutale hou„ „ding yder, behalven een suffisanten herry hunne messen in de handen genomen hebbende op het diygement van op hun te zullen schietnen met een forst item hadden geantwoord schiet maar weshalven den telf en gem: van Densburg vermits zij maar een geweert bij hun hadden ter voorkoming van onheelen die zij uyt de Con„ tenance dier slaven te gemoet zengeen te raade waren geworden om naar de wagens te te keeren, werdende zij egter door den selven Jon„ g „gens als toen een end weegs agtervolgd. dat de zelf en voorsz: van Rinsburg zig nader bedagt hebbende, vervolgens waren overeengekoo„ „mer, om andermaal of die Jongens af te gaan, en te zeen, of zij hun niet door het doen van een loose schoats eenige vrees zou konden aanzagen het geen dan voor gemelde van Persburg geschied zynde, Juijst van eene teegengestelde uytwerking geweest (was, zynde zo ras als gem: van Rensburg dien schoot gedaan had, deselve slaven terstond op den zelf en hem van Rensburg afgekomen, met dat gevolg dat gem: van Bensburg die met den reb„ was te rug geweeken, zyn geweer andermaal scheelijk had geladen en afgewagt hebbende, tot dat voor A: domingo, die of hem van Bensburg toe„ „gegaan hem of zekere distantie genadert was de Bloot op deselve domingo had losgetrocken dan dat toe zeer hy domingo ook daar door in zyn regter anm was getreffen, denselven agter met zijn bloot mes naar gem: van Bensburg was toegegaan, terwil insgelyx dien andere gelaat van voorszz: Heemraad Stein met een herrij in de eenen en een bloot mes in de anderen hand ver „woed op den zelf afgekomen zynde den relk zo lig van den anderen geschyden te kunnen ontwaaren Aldus Gedaan en Rerecolleerd aan Cabo de goede Hoof den 18 November 1786. /:was geteekend:/ Petrus Laas /: lager:/ Myphiesente/: ge„ „teekend:/ a S: V: O: Ciet geswfdreg/: in margine Als gescommitts /:geteekend:/ I: M: Horak en A: V: Sit„ A Compareerden voor de onderget: gecommitt:s Reeden uyt den E. Achtb: Raad van Justitie deeses gouvernements de voorm. burger petrus Laas, dewelke deeze zynen voorenstaande de „positie klaar en duigelyk woordelyk voorgeleesen zynde zo betuygd dezelve daarbij te blyven per„ „sisteeren niet begeerte dat er niets meer bij„ „gevoegt afte van gedaan werden zal /:onderstond: Aldus Gezelateerd aan Cabo de goede Hoop den 17 November 1786. voor den Heeren B„ Iannes Martinus Horak en Andries van Sittert Leeden uyt den E: Achtb: Raad van Justitie dezes gouvernements die de minute deses beneeven den zel„ ende mij gesto Clercq meede behoorlyk hebben onderteekend: Tweel ik getuyge kwas ge„ „teekend:/ R: I: V: d: Piet geswClerq Recollement. :onderstond: goed hem doenlijk was geweest zig met steenen en zyne vuysten had verweerd, zodanig dat den relk dien slaaf niet tegenstaande hy zo met zyn mis als kinnij alle vogingen deed, had overmeesterd en toen met behulp van voorsz: van Bensburg die meerged„te domingo reids had, ten neergeveld vast gemaakt, en zo naar swellenzam in hegtenis overgebracht hebbende, dien slaaf van Sin of de vragen waarom hij op een diergelyke moor„ „dadige wyse had durven verweeren, geantwoord dat domingo altoos zouden gesegd hebben dat hij sig niet moest gevangen geven, maar regten moest zo lang hij aen droppel bloed in het lyfhad, terwyl wanneer hij hem goedwillig gevangen gaf hy domingo hem dan zoude dood steeten. Niets meer relateerende geeft den zelf voor te „denes van weetenschap als in den text, bereyd zynde zulx nader gestand te doen. Alsoo .

NL-HaNA_1.04.02_4329_0192 view scan ↗

English

Seeing that November van Batavia, aged about 20 years, slave of the Heemraad of Swellendam, Sr. Jacobus Sijn, presently the prisoner of the authorities, has voluntarily confessed, and it has further appeared to the Honorable Court of Justice of this government from the documents produced in the trial: That the prisoner, together with another slave named Julij van Bougies, belonging to the Messenger at Swellendam, who in the meantime, while the proceedings instituted against him by the officer were pending, died in custody, absconded from their aforementioned master about three months ago; and at the end of the month of October of the year just past, on the other side of the Breede Rivier near the so-called Kluytjes Kraal, being encountered by a patrol of the burghers Fredrik Ianse van Rensburg and Petrus Laats, who were riding with their wagons towards the Cape; upon the call of those persons that they had to stop and surrender themselves as prisoners, instead of obeying that, at first took flight, but afterwards stopped, each with a knife and kerrie in their hands, and to the questioning of the said persons as to whose boys they were, answered that they did not know their master, but that he resided across the Breede Rivier, and that they were looking after the horses there; That the aforementioned persons, having further asked the prisoner and his aforesaid companion where the horses looked after by them were located, were given the answer by them that those horses were scattered in the field; That, however, the frequently mentioned persons became suspicious of the insolent attitude of these slaves, and having ordered them to put away their knives and surrender themselves as prisoners, or else go with them to the place of their master, they were unwilling to do so; That the just-mentioned persons thereupon threatened the prisoner that, if they did not surrender voluntarily, they would fire upon them, to which it was insolently answered by [illegible], just shoot; That furthermore the same persons, having resolved to fire a blank shot at those slaves in order to see whether fear might not be instilled in them by this, which was also put into effect, but instead of achieving the intended purpose made them even bolder, so that the prisoner, after a stubborn resistance offered, during which the aforementioned July was struck by a shot and further severely wounded by several blows received, so that he remained lying there on the spot, while the prisoner in this case was taken captive and subsequently handed over into the hands of Justice; And whereas such willful desertion, paired with extreme insolence and opposition offered by a vile slave against European persons, in a country where law and justice are properly maintained, cannot in any way be tolerated, but on the contrary ought to be punished as a deterrent to other insolent runaways; So it is that the Honorable Court of Justice aforesaid, serving on this day, having read and reviewed with all possible attention the documents and records submitted ex officio by the Landdrost of Swellendam, Mr. Constant van Nult Onkruydt, against and concerning the prisoner, and having paid attention to all that was relevant to the matter and could move their Honors, administering Justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States-General of the United Netherlands, have condemned the prisoner November van Batavia, as their Honors condemn him hereby, to be taken to the place where criminal sentences are customarily executed here, to be handed over to the executioner there, and being tied to a post, to be severely scourged with rods on his bare back; furthermore, having been riveted in chains for the period of three consecutive years, to be sent home to his master in that manner, with condemnation in all the costs and expenses of Justice. Underneath was written: Thus done and sentenced at the Cape on the

Dutch transcription

Also November van Batavia oud Na giss„ 20 Jaaren, slaaf van den Heemraad, van Swellen „dam S„r Jacobus Sijn, thans 's heeren gev: vrij llig beleeden heef 17 en den E Agtb: raade van Justitie deeses gouvernements uijt de ten processe gefourneerde stukken widen is gebleeken. Dat de geven benevens nog een slaaf in naame Julij van Bougies toebehoorende den Bode tot Ewellendam, dog dewelke inmiddels hangende de tegens hem door den officier g'entameerde procedures, in hegtenis is komen te overliden voor nu cizca drie maanden van zynen voorm: Lyfheer opgedrost, en in het laatst der maand october van het even afgewekene Jaar, aan de oversyden van de breeder Beier bij de Togenaam „de kluytjes raal door een sotteplot van de burgeren Fredrik Ianse van Bensburg en petrui Laats, dewelke met hunnen wagens Saabwaards reeden aangetrafen zijnde, op het geroep van die persoonen dat zyl: moesten blyven staan en zig gevangen geeven in steede van daar aan te gehoorsamen in het eerst de vlugt hebben geno „men, edoch naderhand, zyn blyven staan, ieder met een mes en herrij in de landen, en op de- afvrage van gemelde persoonen, wiens jongen zi waaren, geantwoord hebben hunnen baas„ niet te kennen, dog dat deselve over de breede livier woonagtig was, en zy de paarden aldaar oppasten Dat voorn. persoonen al verder aan den gev: en zynen voorsz: makker gevraagd hebbende waar zig de door hem opgepast wordende paarden dan bevonden door hun L: ten antwoord is gegeeven dat die paarden in het veld ver„ astrooijd waaren. . dat egter dukgemelde personen op de brutalen houding diet slaven agterdogtgekreegen, en hund: bevalen hebbende hunne messen weg te doen, en zig gevangen te geeven, of wel met hun naar de plaats van hunnen Lyfheer meest te gaan zyl: daar toe onwillig zin geweest. „dat evengem: persoonen de gee„ daarop be drygd hebbende om, wanneer goedwillig overgaven op hun „ Pullen vell hierop door Mina Houtmoedig geantwoord is, schiet maar, dat voorts deselve persoonen beslooten hebbende om of die slaven een losse, school te doen; ten eijnde te zien of hun hier door geene vrees zoude konnen worden aangezaagd sil ook werkstellig is gemaakt, dog in steede van aan het verwagt oogmerk te voldoen hun L: nog stoutmoortiger heeft gemaakt zo dat zyl gee: na eene hardnekkigen gebooden tegenweer waarbij de voorn: July door een schoot ge„ „troffen en voorts nog door eenige bekomene Hagen zwaar gewond is, zo dat deselve daar ter plaatsen is blyven leggen, terwyl de gee„ in deese gevonden genomen; en vervolgens in handen van Justitie is overgeleeverd geworden Aan nademaal diergelyke moedwilligen ausfu „gie gepaard met verregaande brutali teijt en tegenhantig door een vile slaaf tegens Europeesele persoonen gebooden, in een Land alwaar regt en geregtigheyd behoorlyk worden gelandhaafd, geensints kan worden geduld maar integendeel te afschrek van anderen in „solente drossers behoord te worden gestraft. Zo is 't dat de E: Agtb: raad van Justitie voormi ten dage dienende met alle mogelyken attantien geleesen, en geresumeerd hebbende, de stukken en munimenten wegens den Landdrost van Swellendam den Heer Constant van Nult on„ „kruyk namine officie op ende vogens den geo: in gedeerd mitsg„s gelet of al het gunt ter materien was dienende, en hun EE: Agtb: honder doen moveeren, Reght doende uyt naam ende van weegens de Hoogmoogende Heeren Staaten generaal der vereenigde Nederlanden, den gens November van batavia hebben gecondem„ „neerd, gelyk hun E. E: agtb: denselve Condem¬ „neeren mits deeses omme gebragt te worden ter plaatsen daar men alhier gewoon is Cremi„ „neelen gewysdens ter uijtvoer te brengen, aldaar den scharpregter overgeleverd, en aan een paal ge„ „bonden zynde met roeden op de blooten zuggen strengelyk gegeeseld te worden, voorts voor den lijd van drie agtereenvolgende Jaaren in de ketting geklonken zynde, zodanig aan zynen Lyfteer te worden te huijs gesonden met Condem„ natie in alle de kosten en misen van Justitie /:onderstond: Aldus Gedaan & gesertentieerd aan Caabo den

NL-HaNA_1.04.02_4329_0193 view scan ↗

English

Announced in the Castle of Good Hope on the third year, the following month of February, and executed on the same day. Signed: I: P: Rhenius, P: O: Basten, Colt Smuts, P: M: Torak, C: G: Maasdorp, G: P: C: Die, C: Matthiessen, A: Meier, CL: Neeltang, I: L:, B: P: de Wete, P: M: Bletterman. Lower down: In my presence, signed: C: van Aersen, Secretary. In the margin: Fiat Execution. Was signed: C: P: van de Graaff. Of Good Hope, 25 January 1787. Also agreed. Whereas Ian Michiel Engel of Straatsburg, carpenter; Iohan Godlieb Houwer of Quedlenburg, Georg Huupman of Maren, house carpenters; Iohan Albregt Oosterhold of Oldenburg, Ioseph Hansen of Carelshan, Carel Thorenberg of Carels Croon, assistant carpenters; Carel Haub of Manheim, ship's corporal; Carel Gunter of Hesser Cassel, mason; Iacob Hanssen of Christiania, Iohan Andries Harderslebon, sailmakers; Iohannes Osteijn of Tourhout, smith; Ian Andries Muller of Parken, blacksmith; Harmen Albregt, fortification maker; Ian Francois van den Broek of Hestenberg, quarryman; Michaël Roussel of Parijs, Andries Francis Raas of Meerelbag, Ignathus Lodewicus Derteling of Enge, Iohan Pieter Oosterman of Bronswyk Hartwijk, Herman Voss of Blauwe, Iohannes Litsel of Nijstad, Ian Eenewald of Upsal, Iean Chevallier of Nantes, Iacobus Pieterse of Cabo, Matthias Lochwits of Vinlo, Pierre le Blang of Defru, Ian Fredrik Pareij of Spandan, Jan Fredrik Hoffman of Saxen, Iohan Iacob Schuller of Meeringsteede, Andreas Hozert of Weysenberg, Frans Antonij Heinlin of Pakelberg, Ian Mulder of Keulen, Jan George Krieger of Aderits, François Loisouw of P-t Martijn, Iohan Ioseph Danaron of Namur, Iohan Fredrik Grofman of Altenburg, Pierre Laurent of Lavenbourg, Reynhard Harms of Zutphen, Christoffel Draijer of Koningsberg, Matthijs Kochem of Lugthelm, soldiers; Lodewijk Kram of Breda, Hendrik Piel of Straalsond, Iohan Christiaan Baats of Polish Pomerania; Paulus Pieter Macker, outgoing, and Iohannes Isaak Rhenius, incoming President, together with the Court of Justice of the Castle of Good Hope, make known: That the Fiscal pro interim, Monsr. Gabriel Exter, has orally made known to us: J Van Nerssen 0 Hannes van Raat, Iohannes Sneijders of Delden, Fredrik Archilles of Bolshagen, Willem Michiel Pirchen of Bergen in Noorwegen, Nils Augreen of Carelsheoen, Jan Fiet of Christiaan Zand, Laurens Ianse Diepen of Wagenuim, Christoffel Macken of Linge Eiland, Arij Engelke of Breemen, Hendrik Totkens of Harlingen, Ian Mellon of Bourdeau, Joh: Beters Mellert of Munster, Ionas Biel of Coppanhagen, Iohan Hendrik Oostmalet of Breemen, James Griem of Amerika, Enne Hendriks of Malquen, Piet Iessen of Danish Holstein, Ian de Nies of Amsterdam, Thomas Sasche of Battheme, Oele Iurjans of Helmstad, Emanuel Leeuwenhape of Carels Croon, Carel Gustaaf Fenerus of Finland, Marten Iansz of Bornholm, Joseph Milt of Brest, Iohan Christoffel Vilgers of Worms, Iohan Hendrik Ionkman of Obo, Iohan Fredrik Tassemaker of Munsters, Laurens Hensen from Norway, Laurens Janssen of Gottenburg, Harmen Iacobs of Reval, Erik Pieterse of Helsingfort, Laars Nielsen of Christiania, Pieter Jonas of Coppenhagen, Ionas Boman of Stokholm, Ian Simon of Baarte, Christiaan Endros of Christiaansand, Jochem Best of Hamburg, Cornelis Janssen of Stokholm, Hendrik Olstrum of Calmer, Johan Fredrik Tiedelen, Allexe Coijale of Venice, Andries Pieterse of Coppenhage, Pieter Ioseph Bouche of Iperen, Laurens Erasmussen of Tursen, Cornelis Laurense of Coppenhage, Machiel Christiaan of Bloem, Louis Lambeleyn of Ryssel, Ian Willems of Dronthem, Ian Coenraad of Stade, Ioseph Piet of Brussel, sailors; Arie de Bruijn of Rekenes, mason; Dirk Schouten of Amsterdam, Marthinus Fhomasse of Cabo, Hendrik Coopman of Oldenburg, Manus Riettem of Kessel, Itse Iansen of Anjum, junior sailors; Carel Hendrik Meijer of Plo Minze, Dirk Harmsz: of Ettemerziel, deckhands; all falling under this government in the aforesaid capacities, have not hesitated during the past year successively and willfully to desert their assigned posts and the service of the Honorable Company, and to make themselves fugitives, such that, notwithstanding all efforts made, they have not been able to be discovered; Wherefore the said Fiscal pro interim requests that the above-mentioned fugitive persons may be peremptorily summoned in person by public tolling of the bell and edictal citation, in order to appear before us or commissioners from our College within a certain determined day, to the end of answering for willful desertion and abandonment of service, or on pain that, upon failure to appear, proceedings will be instituted against them in contumacy as according to law. Thus it is that the Court, having considered the request of the frequently-mentioned Fiscal Pro Interim in compliance with the well-known circular order of Their High Excellencies the Lords of the High Indian Government, for the maintenance of justice, has thought fit to cause the above-mentioned fugitive persons to be summoned by public edict and the tolling of the bell, as we do summon and cite them hereby, to appear peremptorily in person before us within the period of the first coming four weeks, in order to come and purge and defend themselves before our Court of Justice, or commissioners therefrom, concerning their above-mentioned willful desertion and abandonment of service, on pain that, in case of neglect thereof, proceedings will be conducted against the same in contumacy.

Dutch transcription

„nuntieerd In 't Casteel de goede Hoop den 3. Jaar aan volgende maand Februarij en g'executeerd ten selven dagen was geteekend:/ I: P Rlenius, P: O: basten, Colt Smuts. P: M: Torak, C: G: Maasdorp, G. P: C Die C: Matthiessen A: Meier, CL Neeltang.I L B: P: de Wete, P: M: Bletterman /:laager:/ My praesent geteekend:/ C: van Aersen Secretaris /:in margine:/ Diat Exagulie /:was geteekend:/ C: P: van de Graaff. de goede Hoop den 25 January 1787. mitsgs Accordeert. Tant dat Ian Michiel Engel van Straatsburg Tim„ „merman, Iohan Godlieb Houwer van quedlen„ „burg, Georg Huupman van Maren, huistimmer „lieden, Iohan Albregt Oosterhold van Oldenburg, Ioseph Hansen, van Carelshan Carel Thorenberg van Carels Croon, ondertimmerlieden. Carel Haub van manheim scheepscorporaal, Carel gunter van HesserCassel, Metselaar, Iacob Hanssen van Christiania Iohan andries Harderslebon Zylemaakers, Iohannes Osteijn van Tourhout, Smit, Ian Andries Muller van parken grof Smit Harmen Albregt, fortificatimaker, Ian Francois van den Broek van Hestenberg, klippenbreeker Michaël Roussel van parijs, Andries Francis Raas van Mee¬ „relbag, Ignathus Lodewicus derteling, van Enge Iohan Pieter Oosterman, van Bronswyk Hartwijk Herman voss, van Blauwe, Iohannes Litsel, van Nijstad, Ian Eenewald van Upsal, Iean Chevallier van Nantes, Iacobus Pieterse van Cabo, Matthias Lochwits van vinlo, pierre le Blang van defru Ian fredrik pareij van Spandan, Jan fredrik Hoffman van Saxen, Iohan Iacob Schuller van Meeringsteede„ Andreas Hozert van Weysenberg, Frans Antonij Heinlin, van pakelberg, Ian Mulder van keulen, Jan george krieger van Aderits, François Loisouw van P=t Martijn, Iohan Ioseph danaron van Namur„ Iohan Fredrik Grofman van Altenburg, pierre Laurent van Lavenbourg, Reynhard Harms van Zutphen, Christoffel draijer van koningsberg, Matthijs kochem, van Lugthelm, soldaaten, Lodewijk kram van Breda, Hendrik piel, van Straalsond, Iohan Christiaan Baats van pools pommeren. Paulus Pieter Macker afgaand en Iohannes Isaak Rhenius aankomend praesident benevens den Raad van Iustitie des Casteels de goede Hoop; doen te weeten. Dat den prointerim Fiscaal S„r Gabriel Exter aan ons bij monde heeft te kennen gegeeven. J Van Nerssen 0 Hannes van Raat, Iohannes Sneijders van delden, Fredrik Archilles, van Bolshagen, Willem Michiel Pir„ „chen, van Bergen in Noorwegen, Nils Augreen, van Carelsheoen, Jan Fiet van Christiaan Zand, Laurens Ianse Diepen van Wagenuim. Christoffel Macken, van Linge Eiland Arij Engelke van Breemen, Hendrik Totkens van Harlingen. Ian mellon van Bourdeau Joh: Beters Mellert van Munster Ionas Biel van Coppanhagen. Iohan Hendrik oostmalet van Breemen James Griem van Amerika Enne Hendriks van malquen Piet Iessen. van deensch Polstein. Ian de Nies van amsterdam Thomas Sasche van Battheme oele Iurjans van Helmstad, Emanuel Leeuwenhape van Carels Croon. Carel Gustaaf Fenerus van Finland Marten Iansz van Bornholm. Joseph milt van Brest. Iohan Christoffel Vilgers van Worms. Iohan Hendrik Ionkman van Obo. Iohan Fredrik Tas„ „semaker van Munsters. Laurens Hensen uit vorwegen. Laurens Janssen van Gottenburg Harmen Iacobs van Reval. Erik Pieterse van Helsing „fort. Laars Nielsen van Christiania Pieter Jonas van Coppenhagen. Ionas Boman van Stok„ „holm, Ian Simon van Baarte, Christiaan Endros van Christiaansan d. Jochem Best van Hamburg, Cornelis Janssen van Stokholm. Hendrik olstrum van Calmer. Johan Fredrik Tiedelen Allexe Coij¬ „ale van venetien Andries pieterse van Coppenhage, Pieter Ioseph Bouche van Iperen, Laurens Erasmus„ „sen van Tursen. Cornelis Laurense van Coppenhage: Machiel Christiaan van Bloem. Louis Lambeleyn van Ryssel, Ian Willems van dronthem. Ian Coenraad van Stade, Ioseph piet van Brussel mat„ „troozen, arie de Bruijn van Rekenes metzelaar dirk Schouten van Amsterdam Marthinus Fho„ „masse van Cabo. Hendrik Coopman van olden„ „burg. Manus Riettem van kessel Itse Iansen van anjum Iong mattrooze: Carel Hendrik Meijer van p„lo minze. dirk Harmsz: van Ettemerziel Soo is 't dat den Raad gelet hebbende op 't verzoek van meergem: Pro Interim Fiscaal in opvolging der bezaamde Circulaire ordre van Haar Hoog Edelens de Heeren der Hooge Indiasche Regeering, tot handhaving der Iustitie goedgevonden heeft, de bovengem: vlugtige perzoonen, bij openbaare Edicte en kloke geslag te doen dagvaarden gelik wij hunlieden dagvaarden en indagen bij deezen omme binnen den tijd van de vier Eerst komende weeken peremptoir in perzoon voor ons te Compareeren omme hun wegens hunne bovengemelde moed„ „willige desertie en dienstverlating voor onsen Regtbank, dan wel gecommitteerdens uit denzelven te koomen pargeeren en verantwoor„ „den of pene. dat bij nalatigheijd van dien, tegens dezelve bij Contrimacie zal werden hooplopers. alle in voormelde qualiteijten onder dit gouvernement sorteerende, hun niet hebben ontzien geduarende het voorledene Iaar Succes„ „sivelyk hunne bescheedene posten ende den dienst der E: Comp„e moedwillig te verlaaten, en hun zelven fugatief te stellen, zodanig dat, niet tegenstaande alle aangewende moeyte, niet hebben kunnen werden ontdekt. verzoekende gem: pro interim fiscaal, dieswegens dat bovengemelde vlugtige perzoonen, bij open„ „baare klokke geslag en Edictule Citatie peremptoir in perzoon mogen werden ingedaagd, omme binnen zekeren bepaalden dage, voor ons ofte gecommitt„s uit ons Collegie te Compareeren, ten einde hun wegens moedwillige desertie en dienstverlating te komen verantwoorden, of pare dat bij non Comparitie tegens dezelve bij Contuniacie zal werden geproce„ „deert als naar rechten.

NL-HaNA_1.04.02_4329_0195 view scan ↗

English

was written below Thus Done and Granted at the Cape of Good Hope on the 11th of January 1787. was signed P: Hacker in the margin stood the Judicial Seal impressed on red sealing wax lower By order of the Honorable and Esteemed President and the Honorable and Esteemed Council of Justice was signed C: van Aerssen Secretary. — proceeded according to law. — 1: And these say, 2 that the prisoner and defendant aforesaid, having been stationed as a soldier under the Battalion garrisoning here and having done duty, 3. did not hesitate, about 10 to 11 months ago, to desert his service and make himself a fugitive. 4 that the said prisoner and defendant went directly inland, and at first stayed with the Sailor Christiaan Janse, stationed at the Honorable Company's post 't Paradijs and keeping his residence at Kerssenbosch. 5 Unto which sailor he, the prisoner and defendant, claimed 6. to be a slaughterer, and to have come from the place of Folke Hendriks where he had slaughtered a pig. 7. that the prisoner and defendant, having then observed in the room of the aforesaid Sailor a silver watch with shoe and knee buckles, and other items of clothing, 8. and having judged the same in his circumstances to be of good use to his intention, 9. in order to make himself less conspicuous with a part of them, and to be able to use the other part in time of need or distress, 10. watched and waited for the time when the often-mentioned Sailor went to the master of his post. 11. Whereupon the prisoner and defendant immediately got ready, and having taken off his uniform and put on other clothes, took the remaining goods together. Appeared before the Honorable and Esteemed President and Council of Justice of the Castle of Good Hope the Pro Interim Fiscal Gabriel Exter, Prosecutor in a Criminal Case on the one side, Against Johs Litsel of Neustadt an der Haardt, prisoner and defendant in the aforesaid Case on the other side. Agrees J Van Aerssen secretary No 1. 12. And went away therewith, leaving behind his uniform 13 these goods consisting of: the aforesaid silver watch a pair of shoe and knee buckles a pair of ditto sleeve buttons a large close-fitting coat two blue cloth waistcoats a black silk neckerchief a cocked hat a pair of pepper and salt stockings a pair of black velvet trousers two shirts and a pair of shoes. 14 that the prisoner and defendant, having proceeded further into the country, as he says, sought his food in the fields and received it from cattle herders 15 and the clothes being worn out with his long wandering about 16 he, upon his return on this side of the Salt River, only sold the watch and buckles to a countryman, 17. and returned again to the Cape 18. where he, the prisoner and defendant, towards the evening was arrested on the beach and handed over to Justice. 19. All of which shall further appear to Your Honors from the annexed declaration and the prisoner and defendant's voluntary Confession, made before Commissioners from this Honorable Council 20. the Prosecutor by office for the rest takes the liberty to refer thereto 21. that the Prosecutor by office believes he can gather and determine from this and all other circumstances, 22. that the prisoner and defendant with purpose and premeditation, by abandoning his service, made himself guilty of willful desertion, and no less by stealing the goods of the often-mentioned Sailor of a shameful theft, 23. and thus subject to the lawful punishment thereof. 24. that the prisoner and defendant indeed says that he had been drunk, and stayed away out of fear of punishment. 25. However, this excuse from a soldier of 9 or 10 years will be very ill-founded, 26. because their discipline is not so rigorous that one is accustomed to severely punish drunkenness off duty, 27. which otherwise would often have to happen to a great multitude and daily give cause for punishment. 28. More to the excuse of the prisoner and defendant would contribute that he allegedly returned to the Cape to report and turn himself in, 29. if this had actually been done by him, and he had thereby shown his remorse, 30 and this claim were not completely deprived of all foundation 31 by the fact that upon his return to the Cape shortly before, he sold the watch and buckles, 32. which he certainly would not have done to lessen his punishment, but would have surrendered them to be returned to the Owner, 33. so that it is more to be presumed that the prisoner and defendant only returned to get away on foreign ships. 33½ that as little can the prisoner and defendant be excused concerning his desertion, 34 just as little can anything regarding the theft committed by him be taken into consideration for his excuse, 35. for even if it merited some consideration that the prisoner and defendant had primarily committed the same 36. in order to make himself less conspicuous by different clothing, 37. he should not have robbed the poor Sailor of the remainder of the goods, which constituted his entire wealth and for which he had long had to work, 38. which he carried out with deliberation and shameful deceit, after having gained his trust. No.

Dutch transcription

/:onderstond:/ Aldus Gedaan Verleend aan Cabo de Goede Hoop den 11 Ianuarij 1787. /:was getekend:/ P: Hacker /:in marginen :/ stont het Justitieel Caschet in zoode laken gedrukt /:lager:/ Ter ordonnantie van den E: Achtb: Heere Praesidenten en den E: Achtb: Raad van Justitie /:was getekent C: vanAerssen Socretaris. — geprocedeert als naar rechten. — 1: En deeze seggen, 2 dat den geb: en ged: voorm:, als zoldaat onder 't alhier guarnisoen houdende Bataillon beschijden 6. geweest en dienst gedaan hebbende, 3. zig niet ontzien heeft, vóór nu omtrend 10. â 11 Maanden zijn dienst te verlaaten, en zig Pagatif te stellen. t dat sig denzelven geve en ged„ directelijk na buyten heeft begeeven, en in de eersten Instant zig Cop„ „gehouden, bij den Mattroos Christiaan Ianse, op 's E Comp:es port 't paravijs beschyden, en zyn verblijf aan kersen bosch houdende. 5 „ Aan welke mattroos hij gev: en ged„e heeft voorge„ 2 „geeven, 6. Een slagter te zyn, en van de plaatz van Fotke Hen„ „driks aftekoomen alwaar hij een varken had geslagt. 7. dat den gev en geds dan in de kamer van voorsz: Mattroozen een zilvere Horologie met schoe en knie gespen, en andere kleedings stukken waargenoomen hebbende, 8. En dezelve in zyne omstandigheeders en tot zyn voorneemen van goeden dienst te zullen zyn geoordeeld. 9. om zig met een gedeelte minder penbaar te maaken, en't andere in tid van Nood of gebrek te kunnen gebruijken, 10. La. lang gewagt en de tyd in agt heeft genoomen, daar den meergem: Mattroos naar de baas van zin post is gegaan. 11/ Als wanneer den geve en geden zig dadelyk heeft opgemaakt, en naar zyn khonteering uyt en andere kleederen aangetrokken te hebben t'overige goe„ „deren te zamen genomen. Compareerde voor den wel Edelen Agtbaaren Heeren praesidenten en Raade van Iustitie des Casteels de goede Hoof den prointerin Fiscaal gabriel Exter R: O: Eysscher in Cas Contra. Ioh„s Litsel van Neustad aan de Haard geve en gede in voorsz: Cas ter andere „ Crimineel ter eenre Accordeert J Van Herssen seinch N„o 1. zyde. 12. En daar meede met te rug laating van zyne Mon„ „teering weg is gegaan 13 zynde deeze goederen bestaan. in voorm: zilvere horologie „ een paar schoe en knie gespen „ een paar d. o mouw knoopen „ een groote sluijtjas Twee blauwe Lakene Camisoolen een zwarte zijde Htalsdoek een opgetoomde Boed een paar peeper en Loud kousen „ een zwart fluweele Broek „ twee hemden en „ Een paar schoenen. 14 dat den gev: en ged„e naar zig voorts verder in't Land te hebben begeeven, zoo hij zegt, zyn kost in't veld heeft gezogt en van deewagters ontvangen 15 On Le kleederen met zyn Lang herom zwerven versleeten zynde 16 hebbende hij alleen de horologie en gespen bij zijne „Rrugkomst aan deeze zyde van't zoute revier aan Een buiteman verkogt, 17. weederom na de Caab is gekeerd 18. Alwaar hij ged; en ged:e teegens den avond aan de strand geacreteerd en aan de Justitie is overgelee„ „vert geworden. 19. Waarvan 't Een en 't andere aan uwed: Agtbaare uyt d' annexe verklaring en des geve en geden tuygene Confessie, voor Heeren gecommitt uijt dezen E: Agtbaaren Raade gedaan, nader zullende komen te blijken 20. debr R: O: Eysscher voor 't overige de vrijheyd neemt zig daaraan te refereeren 21:' dat den R: O: Eisscher daaruijt en alle overige om„ „standigheedens vermeend te kunnen opmaaken, en vaststellen, 22: dat de gev=e en ged: met opzet en voorbedagten Raade dood de verlaating van zyn dienst zig, aan moedwillige desertig, en niet minder 2/ door het booven der goederen van meergem: Mattroos aan een schandelyke diefstal heeft schuldig. 23: en dus aan derzelver wettige straffaonder heeft gemaakt. 24. dat den gev: en ged„e wel zegt, dat hij dronken was geweest, en uijt vreeze voor de bestraffing zy weg„ 1 „gebleeven. 25: Egter deeze Excuse van Een 9 of 10 Jaarige zoldaat zeer slegt geplaats zal zyn. 26. om dat derzelven Disceplen even niet zoo regoreus is, dat men buijten den dienst bedronkene pleegt grootelijks aftestraffen 't geen anders een groote Menigte dikwils zoude overkoomen moeten en dagelyks tot bestraffing ingen geleegendheid geeven. 28. Meer zoude tot verschon g des gev, en ged„e by x „dragen, dat hij na de Caab wederom gekeerd wil zyn, om zig te melden en aan te geeven. 29. Indien 't weezentlijk van denzelven was gedaan, geworden, en hij zyn berouwn daar door getoond had. 30 Voorts dit voorgeeven niet van allen grond daar„ „door beroofd wierd. 31 dat hij bij zijn te rug komst aan de Caab kort van te vooren de Horologie en gespen heeft verkogt, 32. dat hij zeekerlijk om zyne straffe te minderen niet zoude gedaan, maar zulke overgegeeven hebben, om weederom aan de Eygenaar toetesteld te worden 33: zo dat meer te presumeeren is, dat den gev„e en ged„e alleenig geretourneerd is, om met vreemde scheepen weg te koomen 33½ dat Iowynig den gev, en ged: omtrend zyne desarten kan geexcuseerd worden. 34 Eeven zo min iets weegens t van denzelven gepleegde diefstal tot deszelfs verschoning zal kunnen in Aanmarking komer. 35. want indien ook eenige Consideratie meriteerden, dat den gev: en gads voornamentlijk denzelven had gepleegd. 36. om zig door andere kleeding minder penbaar te maaken, 37. zo had hij dan niet den armen Mattroozen van den overrest der goederen, die zyn geheel vermogen uytmaakten, en waar voor hy ling had moeten werken zullen berooven 2 38. dat hy, nog met overleg en schandelyke bedrog, naar vertrouwen bij denzelven verwekt te hebben heeft gemaakt uytgevoerd No.

NL-HaNA_1.04.02_4329_0197 view scan ↗

English

Executed. 39 circumstances, whereby the crimes of the prisoner and defendant are aggravated 40 and he having fully known the penalties established thereon in the articles of war, 41 make the Officer Prosecutor, under correction, judge 42 that this punishment ought also reasonably to be inflicted upon the prisoner and defendant. For which and other reasons and means to be further reduced in due time if necessary, the Officer Prosecutor, making demand, concluded that by definitive sentence of Your Honorable Worships, the prisoner and defendant shall be condemned to be brought to the place where criminal sentences are customarily executed, and there having been handed over to the executioner, fastened with a rope to a post, severely scourged on the bare back, and thereafter branded; that the prisoner and defendant shall furthermore for the period of ten consecutive years be confined on Robben Island, in order there, having been riveted in irons, to labor on the public works without wages, and after that time, with forfeiture of wages and bounty, to remain banished for all eternity from this Colony; with condemnation of the same prisoner and defendant in the costs and expenses of Justice, or to such other punishments and penalties as Your Honorable Worships shall find and judge proper. Was signed: G: Exter. In the margin: Exhibited in Court, the 22nd of March 1787. sleeve buttons large clasp knife two blue cloth waistcoats, one with and the other without sleeves a black silk neckerchief cocked hat pair of pepper and salt stockings black velvet breeches two shirts and besides various other knee a pair of silver shoe buckles Today, the 9th of February 1787, appeared before me, Ryno Johannes van der Riet, sworn clerk at the Secretariat of Justice of the Castle of Good Hope, present the hereinafter named witnesses, Christiaan Jansen, sailor in the service of the Honorable Company, of competent age, who, at the requisition of the Independent Fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, declared to be true: That about 10 months ago now, without the appearer knowing to specify the precise time, when the appearer was still stationed as a salt harvester at the so-called Kersenbosch and had his lodging there in a room or quarters, on a certain day there arrived at the Kersenbosch a certain soldier commonly called Squinting Dissel, requesting the appearer, as he was very fatigued from the journey he had made on foot from the Cape, that he might accordingly rest in the appearer's bunk; that the appearer, having first asked him who he was and where he was going, and having been given as an answer by him that he was a butcher and had to go to the place of Fokke Hendriks in order to slaughter a pig there, granted him his request; and that soldier had then also laid himself down upon the cot of the appearer to sleep; but that the appearer, having gone just outside his room to the house of the master of the post, when he returned to his room shortly thereafter, then discovered that the aforesaid soldier had gone out of the room and had left his uniform behind there, so that the appearer, being brought by this into no small suspicion that this man might well have taken something with him, then also directly inspected his goods, whereupon a silver watch with a steel chain. 7.— goods No. 2. 6 1 1

Dutch transcription

Uijtgevoerd. 39 omstandigheedens, waar door bij de brimen des geor, en ged:s verswaard worden 40 en denzelven de in de krijgs articulen daarop gestatueerde straffen volkoomen geweeten hebbende, 41. den R: O: Eyss„r //:onder Correctie :/ doen oordeelen 42. dat des gev: in ged: ook deeze straffe billijk zal behooren g'infligeerd te worden. Mits welken en anderen Reden en Middelen in tijd en wijle /: is 't nood/ nader te reduceeren, den R: O: Eysscher Eysch doende concludeerde, dat bij definitive vonnis van Uwed agtbaarens de gev, en ged: zal worden gecon„ „demneerd, omme gebragt te wor„ „den ter plaatze alwaar men gewoon is, Crimineele sententien te executeeren, en aldaar aan den scherpregter overgeleevert zijnde, met de koorde aan een baal vast gemaakt, op de bloote dug„ „ge strengelyk gegeeselt, en daar „na gebrandmerkt te worden, dat den gev: en ged: voorts voor den tijd van Rien agter een vol„ „gende Jaaren zal worden gecon„ „fineerd ten Robbe Eyland, om aldaar in d' yzers geklonken zynde, zonder loos aan de gemeene werken te arbeiden, en naar dien Tijd met verlies„ van gagien ten premie tot eeuwigen daagen uyt deezen Colonie geban„ „nen te blijven, met Condemnatien desselves gev: en ged: in de kosten en wiesen van Iustitie ofte tot al zulken anderen straffes en panen als uwEd: Agtbaaren zullen vinden en oordeelen te belooven. /:was geteekend:/ G: Exter /:in marginen:/ A hibitan in Judicio, den 22 Maart 1787. „ _ „ _„ mouws knopen „ groote sluijtsas twee blauw Lakense kamesoole eene met en 't ander zonder Mauwen een zwarte zyde halsdoek „ opgetoomde hoed „paar peeper en zoud kousen zwart fluweele broek twee hembde en behalve nog verschyde andere _„ _ „ knee een paar zilvere schoe gespen Huijden den 9 Februarij 1787 Compareerde voor mij Ryno Joh. s van der Riet gesw: Clercq ter secretarije van Justitie des Casteels de goe„ „de hoop praesent de nagenoemde getuijgen Christiaan Jansen mattroos in dienst der E: Comp„e van Compe„ „tenten ouderdom dewelke ter requisitie van den prointeren fiscaal alhier d' E: gabriel Exter ver„ „klaarde hoe waar is. — dat voor nu wel 10 maanden geleeden zonder dat de Comp„e de pracisen tijd weet te bepaalen, wanneer de Compt nog als zoud kapper beschijden was aan het zogenaamde kersenbosch en aldaar in een kamer of vertrek zyn logies had, op zee„ „kere dag aldaar aan't kerserbosch gekomen is, seekeren soldaat in de wandeling scheele dissel genaamt den Comp„t verzoekende om terwyl hy van de zeele die hy te voed van de Caab gedaan had, zeer vermoeijd was, mits dies of des Compts kooij te moogen uijtrusten, dat de Comp„e hem eerst gevraagd hebbende, wie hij was, en waar hij na „toe ging, en door hem ter antwoord gegeeven zynde dat hij was een slagter en naar de plaats van Fokke Hendriks moest, om aldaar een ferke te slagten, hem zyn verzoek heeft toegestaan, en had die soldaat zig dan ook op de Cadel van de Comp=t om te slaapen needer gelegd dan dat de Comp„te zij even uijt zyne kamer naar het huys van de blaas van de post begeeven hebbende wanneer hy kort daar na in zyn kamer was te zug gekoomen, als toen had ontwaart dat voorsz: soldaat uyt de kamer gegaan was, en zyne monteering aldaar agter gelaaten had zulx de Comp„te hier door in geen gering nadenken dat die man wel iets zon, meede genoomen hebbe gebracht zynde dan ook direct. zyne goederen heeft nagezien als wanneer een zilvere horologie met Een Haalen ketting. 7.— goederen N„o 2. 6 1 1

NL-HaNA_1.04.02_4329_0198 view scan ↗

English

goods which were lost to the Company, a pair of new shoes was also missed by the appearer, The appearer subsequently brought the aforesaid uniform to the Cape and handed it over to the Adjutant in the Castle. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, declaring that he will always confirm the foregoing with an oath. Review of Testimony Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the sailor of the Honorable Company Christiaan Jansen, to whom his foregoing statement having been read out clearly and distinctly word for word, declared to persist by it, desiring that nothing more shall be added to or taken from it, and spoke therefore in confirmation of the truth thereof the solemn words: So help me God Almighty. Thus reviewed and sworn at the Cape of Good Hope, the 14th of February 1787. Was signed: Christiaan Jansen. In my presence, undersigned as commissioners, secretary, and signed: C: Matthiessen and G: H: Meijer. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the soldier Johannes Littel, who, in response to the alongside question articles, has given such responsive answers as are noted beside each, which articles were drawn up and submitted at the request of the provisional fiscal here, G: Exter, to hear the soldier Littel from Nieuwstad aan de Haart, whose responses to be given shall be duly noted in the margin hereof. Thus done at the aforesaid secretariat in the presence of the clerks Willem Stephanus van Ryneveld and Nicolaas van Es as witnesses, who have duly signed the original minute hereof together with the appearer and myself, sworn clerk. Which I witness, was signed: R: J: V: d: Riet, sworn clerk. No 8 Art: 1. His name, place of birth, and age. Says: Johannes Littel of Nieuwstad aan de Haart, aged approximately 35 years. 2. What capacity the prisoner held. Says: soldier in this Castle. 3. Whether the prisoner was not a soldier in the service of the Honorable Company and as such served in this Castle. Says: Yes. 4. When he, being questioned, deserted his service and made himself a fugitive. Says: has forgotten how long ago this was, but thinks that by estimation it must be 16 to 17 months ago now. 5. Whither he went and how he earned his living. Says that he went directly inland until he was near the Kaffir land and sought his food in the field as well as sometimes received it from cattle herders. 6. Where and with whom he predominantly stayed. Says: stayed with no one. 7. Whether the prisoner did not also take his uniform with him and where he left it. Says that he, having been at the Honorable Company's post de Witte Zand, left his uniform there and took the clothes of one of those people. Art: 8. And when the prisoner was at the Kerssenbosch. Says: was behind 't Paradijs, as mentioned before, without knowing if it is called Kerssenbosch. 9. Whether the prisoner also knows the sailor Christiaan Janssen. Says: does not know that man by name. 10. Whether the prisoner, coming to the Kerssenbosch, did not go into the room of the aforesaid Janssen. Says that the deponent lodged with that man for 2 to 3 days at Kerssenbosch without knowing if that man is named Jansen. 11. Whether the said Jansen did not ask the deponent who he was and where he was going. Says: Yes. 12. If so, what the deponent answered thereto. Says: Yes, that he told that man that he came from Fokke Hendriks and further as the question dictates. 13. Whether the deponent did not pretend to the aforesaid Jansen that, being a butcher, he had to go to the place of Fokke Hendriks to slaughter a pig. Says: Yes. 14. Whether the deponent did not request the aforesaid Jansen to rest a little on his bunk. Says: Yes. 15. Whether Janssen did not allow him this. Says: Yes. 16. Whether the deponent then, in the room of the aforesaid Janssen, did not see his silver watch, shoe and knee buckles, buttons, and so forth lying there. Says: No. Art: 17. Whether, shortly after the deponent had laid himself down to sleep, the aforesaid Janssen did not leave his room. Says: Janssen had gone out. 18. And that the deponent took advantage of that opportunity. Lapses. 19. Whether, when the prisoner saw that the aforesaid Janssen left his room, the deponent also did not immediately depart from there. Says: departed shortly after Janssen had gone out. Art: 20. Whether and for what reason the deponent left his uniform behind there. Says: so as not to be recognizable. 21. Whether the prisoner did not take with him from the room of the aforesaid Janssen: A pair of silver shoe buckles A pair of silver knee buckles A pair of silver sleeve buttons A large overcoat Two blue cloth waistcoats, one with and the other without sleeves A black silk neckerchief A cocked hat A pair of pepper-and-salt stockings A pair of black velvet trousers Two shirts, and A pair of new shoes. Says: has stolen from that man: A pair of silver shoe buckles A pair of silver knee buckles 1 pair of sleeve buttons A large overcoat Two blue cloth waistcoats A black silk neckerchief A cocked hat A pair of pepper-and-salt stockings A pair of black velvet trousers Two shirts A pair of shoes, and A silver watch, which he stole from there. 22. What the deponent, besides these goods, also took away from the room of the aforesaid Janssen. Says: nothing besides what is mentioned above. art 23 Which goods the deponent on that occasion took with him from the aforesaid Janssen. Says: as to art: 19. 24. Says: that Janssen asked the prisoner nothing. Says: No.

Dutch transcription

goederen die de Comp„e ontgaan zyn nog een p„r nieuwe schoenen door den Comp:t zyn ver„ „mist, Hebbende de Comp„te vervolgens de voorsz: montee„ „ring aan de Caab gebracht en aan den Adjudant in't Casteel overgegeeven. Niets meer verklaarende geeft den Comp„t voor redenen van wetenschap als in den text bezeid Leyde voorenstaande altoos met Eede te staaten Recollement Compareerde voor de onderget: gecommitt:s uit den E: agtb: Raad van Justitie deezes gouverne„ „ments den matroos der E: Comp„e Christiaan „4. ƒ Jansen, dewelke of zyne voorenstaande verkla„ Legt, vergeeten te zyn hoe lang zulx wanneer hy gevr: zynen dienst „ting van woorde tot woorde klaar en duydelyk voorgeleesen weezende verklaarde daar by geleeden is, egter te derken dat verlaaten en zig fugatief gesteld te blyven persisteeren met begeerte dat daar ot nu na gissing 16 â 11 maanden heeft. zal geleeden zyn. niets meer by of van gedaan werden zal, en Haak dierhalven ten bevestiging der waarheid helpen mi god Almachtig. van dien de solemneele woorden zoo waarlyk zegt dat hij zich derect na buijten werwaards hij zig begeeven, heeft heeft begeeven tot dat hy omtrend en hoedanig hij aan de kost ge„ 't Caffer land genadert was en „koomen is. zyn kost zo int veld gezogt als Aldus gerecolleerd en B' Eedigt aan Cabo de zomtijds van vee wagters ontvangen te hebben. goede Hoop, den 14 februarij 1787. /: was getee„ „kend:/ Christiaan Jansen /:Cargor: my present marginen als gecommittes, secretaris : en :geteekend:/ C: Mat„ „thiessen en G: H: Meijer. Compareerde voor ons onderget: Articulen gedaan maaken, in aan heeren gecommitt. s uyt den gecommitt„s uijt den E: Acttb: /:onderstond: zegd: bij niemand zig opgehouden waar en bij wien hij zigh voornaa„ „mertlijk heeft overgehouden. te hebben. zegt, dat hij op 's E: Comp:s post de off hij get: zyne monteering ook. witte zoome een suut duagt meede genoomen en waar hy die geweest zijnde, zyn monteering gelaaten heeft. Legt Ia. welke qualiteijt hij gev: ghad zegt. soldaat ten deesen Casteelen heeft off hij gev: niet is geweest soldaat in dienst der E Comp„e en als zo„ „danig ten deezen Casteele heeft dienst gedaan. Art: 1. Dat Aldus passeerde, ter secretarijen voorm:t des geen naam geboorte plaats Legt Jol:s Littel van Nieuwstad aan ten byweezen der Clercquen Willem Stephanus van en ouderdom de haart oud na gissing 35 aaren Ryneveld en Nicolaas van Es als getuygen die de minute dezer benevens de Comp„t en mij gesur„ Clercq meede behoorlyk hebben onderteekend C:laa„ „get: / 'T welk ik getuijge /:was geteekend:/ R: J: V: d: Riet gesw Clercq. „de vraag articulen zodanige Tol s Littel van Nieuwstad aan des Haart, zullende deszelvs te geevene desponsive in margine dezer behoorlyk worden bekend antwoorden gegeeven heeft als prointerin fiscaal alhier 9: Exter bezyde een yder staan aange gehoord te woorden den soldaat Littel dewelke op de nevenstaan, daarop ter requisitie van den „nements den soldaat Johannes gouvernements overgegeeven omme „Raad van Justitie deezes gouver„: E: Achtb: raade van Justitie deezes Raad E Achtb daat /:onderstond: „tekend. gesteld. 1 6 3 3 . N„o 8 daar heeft gelaaten en van een dier mensche de kleedere genomen of die kersen bosch heet. Legt, met naame die man niet te kennen. zegt, dat hij get: bij die man 2a 3. of die man Janse heef„ Zegt: Neen zegt. Ia, dat hij aan dien man gezegt heeft dat hy van Fokke Hendriks afkwam en voorts zoo als de vraag dicteerd. Zegt. Neen gezegd heeft. zegt, Ia. zegt dat Ianssen was uijtgegaan zegt agter 't paradijs gelijk voorm: 't en wanneer hij gev: aan het geweest te zijn, zonder te weeten kerssen bosch geweest is Art: 8. off hy ged: ook kenk den Mattroos Crristiaan Janssen 't hy gev: aant kersenbosch koo„ dagen is gelogeert geweest aan „ mende niet is gegaan in de ka„ kersenbosch zonder te weeten „ met van voorsz Janssen. „ 10. „ 11. off gem: Jansen aan de gee, niet heeft gevraagt, wie hij was en waar hij na toe moest! „ 12. zo Ja, wat hij get: daarop heeft geantwoordt off hij get: aan voorsz: Jansen niet heeft voorgegeeven dat hi een slagter zynde naar de plaats van Foske Hendriks moest om een Parke te slagten. „ 13. „ 14. off hij get. aan voorsz: Jansen niek heeft versogt om of zyn kooy een wynig uyt te zuster. off Ianssen hen zulx niet heeft toegestaan. 16 off hij gee: toen niet in de kamer van voorsz: Iarssen deszelvs zilver horologie, schoe, knie„ gespen zegt niets als hier vooren is knoopjes en wes meer heeft zeen gemeld Leggen. - zogd: dat Ianssn hem gev, niets segt: als op art: 19 off en om wat reeden hy get; zyne zigh op niet kenbaar te zyn monteering aldaar heeft agter„ „ 20. 27. off hy gev: uyt de kamer van voorsz Panissen niet heeft meede genoomen Een paar zilvere selve gespen „ „ _„ krie„ „ „ „ — —„ knoopen „ groote sluyt Ias Twee blauw Laakensen kamisoolen ¶ een met, en kander zonder mouwen. Een zwart zyde halsdoek „ opgetoomde hoed „ paar peeper en zoud kousen „ zwart fluweelen broek Twee hembden en Een paar nieuwe schoenen 22. Wat hij get. behalven die goederen nog uyt de kamer van voorsz: Jansch heeft weggenoomen Welke goederen hij get. by die ge„ „leegendheid van voorsz: Jaasse heeft meede genoomen =s toen de gev, gezien heeft dat voorsz: Carssen uyt zyn kamer gegaan is, hij get, terstond ook niet van daar vertroken is. voorsz: Janssen niet uyt zyn kamer gegaan is. en dat hy ged: die geleegentheid te slaapen had needer gelegt had waargenoomen. zegt. kort na dat Ianssen is uijtge„ „gaan ook weggegaan te zijg. Een paar zilvere schoegespen „ _ „ hnie _„ 1 „ mouws knoopen _„o „ groote sluyt sas Twee blauwe Lakense Camisale Een swart zyde halsdoek „ opgeloomde hoed „ p„k peeper en zoud kousen „ zwart fluweele broek Twee hembde Een paar schoene en Een zilvere horologie van die man gestoolen te hebben. die hij daar van daar gestoolen heeft. Art: 17. art 23 Vervalt. 1 1 6 2 „ : Of, kort na dat de geen zig om Art: 17. „gelaaten.

NL-HaNA_1.04.02_4329_0200 view scan ↗

English

late. underneath: to have sold to a countryman, upon his arrival towards the Cape on this side of the Salt River. says that that very day when he arrived at the Cape, he stayed away out of fear of punishment. says the clothes are worn out, and the silver buckles and watch were left. 24. How long he, the defendant, had been here at the Cape before his arrest, and with whom he stayed. He came expressly to the Cape to turn himself in. He was taken prisoner, and says yes, that he is punishable and requests a merciful punishment. underneath: Thus questioned and answered at Cape of Good Hope, the 15th of March 1787, before the gentlemen Salomon van Echten and Jan Coenraad Gie, members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minutes hereof together with the questioned party and me, sworn clerk. Lower: which I witness. Was signed: C. J. v. d. Riet, sworn clerk. Review. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the soldier Johannes Littel, who, having had this his foregoing interrogation clearly and distinctly read to him verbatim, declared that he persisted and continues to persist therein, desiring that nothing more be added to or taken from it. 25. Whether he, the deponent, must not confess to having made himself punishable in the highest degree according to the contents of the articles of war, both by willfully abandoning his post and by stealing the aforementioned goods. What he, the deponent, can bring forward in his excuse. says that he had been drunk and was then afraid. Where he, the deponent, left the same goods. Article 23. Thus done and reviewed, at Cape of Good Hope, the 21st of March 1787. Was signed, and written around it: this cross was made by the prisoner's own hand. Lower: In the presence of me, signed: C. J. v. d. Riet, sworn clerk. In the margin: as commissioners, signed: S. v. Echten and J. C. Gie. Agrees. Jan Hartsfen, Secretary. late f 1. Regina of Bengal, widow of Hendrik Plooij The Hottentots: 2. Willem Beerwerd 3. Claas Coert 4. Piet Piekeur 5. Heijntje de Plooij 6. Daniel Paul 7. Thijs Albregt the younger 8. Thijs Albregt the elder 9. Willem Albregt 10. The Hottentot woman Sara, and 11. Marta Maria of Nimwegen, widow of Hendrik Plooij, prisoners and defendants in the aforesaid case, on the other side. 1. And the Officer, the Plaintiff, briefly declared in conformity with the truth: 2. That in the beginning of this year, by an Adriaan Jonker residing in the district of Swellendam, 3. The 5th prisoner and defendant having been taken prisoner, 4. It was very simply conceded by him upon the questioning of that man, 5. That he had received the money found on him, from the stolen goods at the place of the burgher Sebastiaan Rotman, 6. For his share as wages from the 1st prisoner and defendant. Appeared before the Honorable President and Council of Justice of the Castle of Good Hope, the sworn clerk Ryno Johannes van der Riet, as qualified ex officio by the high authorities of this country to attend to the affairs of the Landdrost of the Colony of Swellendam, Constant van Niele Onkruydt, Officer, the Plaintiff in a criminal case, on the one side. 7 No. 1

Dutch transcription

zal. /:onderstond/ aan een buyten man, bij zyn komst Caabwaards aan deese zyde van 't Zoute zevier verkogt te hebben. zegt, dat hij dien eygenste dag toen hij aan de Cacab is gekoomen, voor straf daarom weg geblee„ „ven te zyn. sagt de kleederen versleeten, te zyn. gelaaten en de zilvere gespen en horologie 24 Toelang hy ged. voor zyn gevange neeming alhier aan de Caab is geweest en bij wien zig heeft op gehou„ Hi expres is aan de Caab gehoo„„den „men om zig aan te geeven. is gevange genoomen, en dat Legt Ia: scrafwaardig te zyn en genadige straffe te versoeken /:onderstond Aldus gevraagd en Beantwoord aan Cabo de goede Hoop den 15 Maart 1787. voor de heeren Salomos van Eelten en Jan Coenraad gie Leeden uijt den E: Achtb: Raade van Justitie voorm: die de me„ „nuten dezer benevens den gevr: en My geswClerge meede behoorlyk hebben onderteekend (:langer: t welk ik getuijge /:was geteekend:/ C: J: V: d: Riet gesw Clerq. g. — Recollement. Compareerde voor ons onderget: gecommitt:s wijl den E: Agtb: Raad van Justitie deezes gouvernements den soldaat Iohannes Littel dewelke deeze zyne voorenstaande Interrogatorie klaar en duyde„ „lijk woordelijks voorgelgesen weesende, verklaar„ „ze daarby te blyven persisteeren met begeerte dat er niets meer by ofte van gedaan worden „ 25 of hij get niet moet bekennen zo door het moetwillig verlaaten van zyn post als het steelen van de voorgemelde goederen naar inhoud der kreygs articulen zig ten hoogsten strafwaardig te hebben gemaakte Wat hij get, tot zin verschoning weet in te brengen. zegt. dat hij dronken is geweest en toen bevreest te zyn geweest Waar hij get: dezelve goederen heeft Art: 23. Aldus gedaan en gerecolleerd, aan Cabo de goede Hoop den 21 Maart 1787. /:was getetend:/ en daar om schreeven:/ dit kruijs heeft den gevist veygenhandig gesteld /:laager:/ Agpresent /: getee„ Hend:/a C: H R: d: Riet gesw Clex q q. /: in margine:/. als gecommitt.s /:geteekend:/ S: W: Petten en J:n C S C gle. — Accordeert. Jan Hersfen Seret zal ƒ 11 Regina van Bengalen weed=e Hendrik Plooij de hottentotten 2 Willem Beerwerd 3 Claas Coert 4 Piet Piekeur 5/ Heijntje de Plooij 6 Daniel Paul 71 Thijs albregt de Ionge of Thijs albregt de oude gt Willem albregt 10/ de hottentottinne Sara en 1 1 marta maria van Nimevelgen weed=e Hendrik plooij ged: en ged=e in 't voorsz: Cas ter andere zeide 1 Ende deede de r: o: Eijss:r kortelijx Conform de waarhijd zeggen 2 dat in 't begin deeses Iaars door een adriaan Ionker in 't district Swellendam woonagtig 3 den 5 gev: en ged=e gevangen genoomen zijnde 4 door hem op de afvrage van dien man zeer een vou „dig is geconcesseerd 5 dat hij 't bij zig gevonden geld uijt de gestolene goe „deren ter plaatze van den burger Sebastiaan Rot„ man 6 voor zijn aan deel tot loon ontfangen had van den 1e: gev=e en ged=e Compareerde voor den wel Ede „len Agtbaaren Heere Praesident en Rade van Justitie des Casteels „de goede Hoop den gesw=e Clercq Rij no Joh=s van der Riet als door de hooge overigheid deeser land e officio gequalificeerd ter waarneer minge der zaaken van den Land „trost der Collonie swellendam Constand van Niele onkruidt r: d: Eijssr in Cas Crimineel ter een 7 N=o 1 „re

NL-HaNA_1.04.02_4329_0202 view scan ↗

English

7 that the mentioned Jonker, having sent the said Hottentot to Swellendam in custody on the basis of that confession, 8 and from there having sent him hitherward, 9 he was interrogated by the prosecutor as soon as practicable upon such articles as had been drawn up by him for that purpose and presented before commissioner gentlemen from this Honorable Worshipful Council; 10 that this Hottentot, in his rendered responses, having stated the case with all its circumstances very plausibly, 11 the remaining prisoners and defendants were subsequently, with the prior knowledge of Your Honorable Worships and upon repeated representations submitted by the prosecutor, successively brought here into criminal imprisonment, 12 and also immediately heard before commissioner gentlemen from this Honorable Worshipful Council upon questioning articles, upon which occasion the committed atrocities were fully confessed by a part of them upon confrontation with the confessors, 13 while the 4th, 6th, and 8th prisoners, together with and alongside the already deceased Hendrik de Plooij, unanimously and stubbornly persisted in the negative, 14 so that the prosecutor was compelled on 31 May of this year to make a demand against them for torture, 15 which was then also completely granted to the prosecutor by an interlocutory disposition; 16 that the torture having been applied in part to two of them, they all confessed in accordance with the truth and, on the following day, out of pain and bonds or the least threat thereof, persisted therein; 17 and to the contents of which the prosecutor takes the liberty, in order to avoid all prolixity, to refer; 18 that the prosecutor, having directly at an extraordinary meeting implored Your Honorable Worships' highly wise advice 19 to please inform him whether one could proceed to formulate the demand for death upon the complete confession and a pair of buckles as a part of the corpus delicti, 20 or whether one ought to have a further corpus delicti, 21 and it having pleased Your Honorable Worships at that time to adopt the view that the prosecutor should supersede the producing of his demand until such time as one had more goods in hand, 22 which a commission of the Landdrost and Heemraden of Swellendam, appointed for that purpose, would track down; 23 that last Saturday it was made known to Your Honorable Worships by representation of the prosecutor 24 concerning the difficulty that the execution of such a commission entailed in this season, 25 and that if one had to wait for the outcome of that commission, 26 it was reasonably to be feared that, due to the poor accommodation in the prison house as well as from the cold, the greatest part of the prisoners and defendants 27 might lose both their health and life thereby, 28 whereby the execution that ought to be applied to their committed heinous deeds would be made illusory; 29 and it having then pleased Your Honorable Worships, after ripe deliberation and serious consideration, 30 after having first seen the plausibility that resided in the presentation of the prosecutor, 31 to enjoin the prosecutor to make the demand in writing on the principal matter; 32 thus the prosecutor has been moved to deliver his demand today, on an extraordinary occasion, in Your Honorable Worships' illustrious assembly, as briefly as practicable, 33 without quoting the species facti, as this can be seen from the documents annexed hereto and which are abundantly known to Your Honorable Worships upon the reading of the demand for torture along with the documents; 34 thus nothing else remains but solely to state briefly what was done by each of the prisoners in particular, 35 and the determination of the penalty upon their committed deeds, 36 and then finally what could be brought forward for their excuse; 37 in the first place, then, it is indisputable, yea, it admits not the least contestation, 38 that the first prisoner, the widow Plooij, and her deceased son Hendrik Plooij, are the principal cause of the execrable murders committed at the place of Rotman on 21 October 1786, 39 by harboring the six butcher boys (who already in the month of December of the past year 1786, upon the demand of the prosecutor, 40 were condemned to death by Your Honorable Worships and also executed with such punishments as they had justly merited in accordance with their crimes) 41 in her, the prisoner and defendant's house for several days, 42 assisting the same in word and deed, 43 giving them directions where they could best succeed, 44 providing them with assistance with some Hottentots for the transportation of the goods to be stolen, and giving food, 45 and after the committing of the murders, receiving the goods with satisfaction and giving orders for their concealment; 46 of which latter point of accusation she, the 1st defendant, does not wish to know, yet this is most strongly confirmed by the confessions of the other accomplices, 47 as well as what she, the 1st prisoner, during her interrogation in the torture chamber, did verbally confess to having said to the six boys, in substance: 48 "You must raid the place of Sebastiaan Rotman," 49 which statement having been made by her, upon recollection, when she, the 1st prisoner, was asked whether she indeed understood the force of the word "raid" and what explanation was given by her to that word, 50 it was stated by her, the 1st prisoner, by twisting the words, that by "raid" she meant running from one place to another, without having meant what the force of that word actually entails; 51 yet it admits not the least contestation that, whatever meaning is given by her, the 1st prisoner, to the expression, 52 the execution of the heinous murders committed by those six butcher boys clearly demonstrates 53 that by "raid" nothing else was understood by them

Dutch transcription

7 dat gem: Ionker denselven slotten tot op grond dier bekentenis naar Swellendam in hegtenis 8 en van daar naar herwaards opgesonden hebbende g door den 7: d Eijss:r zo ras doenlijk op zodanige articuler is gehoord als ten dien einde door hem waaren ge „moveerd en voor heeren gecomm: uijt deesen E: agtb Raade zijn voorgehouden 10 dat dien hotten tot bij zijn gegeeven resps 't geval met alle desselvs omstandigheeden zeer waarschijnlijk hebbende opgegeeven 11 de overige gev=e en ged=e vervolgens successief met voor „kennisse van uwel E: agtb: en op de door den r: O: Eyssr bij herhaling ingeleeverde vertoogen, in Cri „mineel gevangenis alhier zijn opgebragt geworden, 12 en meede terstond voor heeren gecomm: uijt deezen E: agtb: raade gehoord zijnde op vraag articulen als toen door een gedeelte van hun bij Confrontatie der beleijders de gepleegde Eerweldaaden volmondg zijn geconfesseerd 13 terwijl de „, 6 en 8 ges: met ende beneevens de reed overleedene Hendrik de plooij eenparig en halst „rig bij de negative zijn blijven persisteeren 14 zo dat de r: o Eijss=r genoodsaakt is geworden te gens hun op de 31 meij deeses Jaars Eisch ad tortie ram te doen. 15 gelijk zulx dan bij een interlocutoire, dispositie ook aan den 7: O: Eyssr Compleetelijk is geaccord 16 dat de tortuur voor een gedeelte aan twee van hun geapliceerd zijnde zijl alle Conform de waar hijd hebben beleeden en des anderen daags buijten pijn en banden ofte de minste bedreiging van dien daar bij zijn blijven persisteren 17 en aan welkers inhoud de r: d: Eijss=r de vryhijd neemd om alle prolixiteiten te menageeren zig te refereeren 18 dat den 7: o: Eijss:r direct bij eene Extra ordinaire ver „gadering uwer welE agtb: hooggewijs advijs g'inploaard hebbende 19 hem te willen imformeeren of men tot 't formeeren van den Eischad mortem konde overgaan op de Com pleete Confessie en een paar gespen als een gedeelte van 't Corpus delicte 2o dan wel of men een nader Corpus delicte diende te hebben e 21 't als toen uwel E: agtb: behaagd heeft te vallen in 't begrip dat den 7: O Eyss=r met 't produceeren van zijn Eisch zoude supersedeeren tot tijd en wijlen men 2 meer goederen aan handen had 22 die een Commissie van Landtrost en heemraaden van Swellendam tot dat einde benoemd zoude ko„ men optespeuren 23 dat opll: Saturdag door den 7: O: Eijss=r bij vertoog aan uwel E: agtb: is te kennen gegeeven 24 de moeijelijkheid die in dit saisoen, de Executie van een diergelijke Commissie in zig behelsden, 25 en dat zo men na de uijtslag dier Commissie moeste wagten 26 met bellikheid te dugten stond dat door 't sleg„ te Logement in 't gevangen huis zoo wel als door kou „de 't grooste gedeelte der gev=e en ged=e 27 zo hun gesondhijd als leeven daar bij zoude kunnen, inschieten 28 waar door dan de Executie die op hunne bedreeve ne gruwelijke feijten diende te werden g'appli„ „ceerd Illusoir zoude werden gemaakt 29 't als doen na rijpe deliberatie en Serieuse over weging uwel E agtb: behaagd heeft 30 na alvoorens in gesien te hebben de waarschei„ nelijkhijd die er in 't voordagt van den r: O Eijsc= resideerde 31 de r: d: Eijss:r tef injungeeren Eijsch ten pp=l inschip„ 18 tio - tis te doen 32 dus den 7: o: Eijss=r gepermoveert is geworden zi „nen Eisch op heeden bij een Extra ordinaire gelee„ „gendhijd in uwer welE: agtb: illustre vergadering in te leeveren zo kort doenlijk 33. zonder aanhaaling van de species facti als kun„ nende uijt de deesen bygevoegde stukken werden gesien en die door uwE agtb: bij 't leesen van den Eisch adtorturam met de stukken overvloedig bekend zijn 34 dus niets anders overblijft als alleenlijk korte lijk aantehaalen wat door ieder der gev:s in 't bijzonder is gedaan 35 ende bepaling der staatse op hun bedreeven seij ten 36 en dan eijndelijk wat tot hunne verschoning zou de kunnen werden bij gebragt 37 in de eerste plaatse dan is 't onwederspreekelijk Ja leid geene de minste Contestatie 38 dat de eerste gev. weed=e plooij overleedene zoon Hendrik Plooij zijn de voornaamste oorzaak van de ter plaatze van Rotman op den 21octo„ „ber 1786 gepleegde exocrable moorden 39 met de ses slagters Iongens /: die reeds in de maand december des voorl: Jaars 1786 op den Eisch van den r:O 40 door uwE agtb: ter dood zijn gecondemneerd en ook g'executeerd met sodanige straffe als overeenkomstig hunne misdaaden billijk hadden gemeriteerd 41 in haar gev: en ged:e huijs eenige dagen op te houden 42 dezelve met raad en daad te adsisteeren 43 hun aanwijzing te doen waar zijl: best zouden kunnen klaar raken hun van hulp te voorzien met eenige hottentotten ter transporteering der te steelene goederen met ete geeven 45 en na 't pleegen der moorden de goederen met ver „genoeging te ontfangen en last te geeven ter verberging 46 van welkers laatste poinct van beswaar zij 1 ged: wel niet weten wil zo word zulx egter ten sterk „ten bevestigd door de Confessien der andere me„ de Complices 47 en zo meed=e 't geen zij 1=e gev=e bij haar verhoor in de in de pijnkamer wel woordelijx heeft gecon fesseert aan de ses Jongens gezogt te hebben in Substantie 48 gij moet de plaats van Sebastiaan Rotman aflo„ „pen 49 welke gezegde door haar bij Recollement wanneer zij 1:e gev=e wierd gevraagd of zij de kragt van 't woord afloopen wel verstond en welke Expli„ catie door haar aan dat woord werd gegeeven 50 door haar 1=e gev: met verdraaging der woorden is gezegt door aflopen te verstaan van de eene plaats na de andere te loopen zonder te hebben gemeend wat eigentlijk de kragt van dat woord= meede brengt 51 zo leid 't dog geene de minste Contestatie dat wat zin door haar 1:e gev: ook aan de uitdruk kinge gegeeven word 52 de uitvoering der door die ses slagters Jon gens gepleegde gruwelijke moorden ter klaar„ „ten aantoond 53 dat door hun door afloopen niets anders is 43 verstaan 44

NL-HaNA_1.04.02_4329_0204 view scan ↗

English

understood to mean to murder and despoil everything 54 thus completely fulfilled their commission, and that those boys acted in accordance with their instructions; 55 and finally that the 1st defendant, according to the declaration of Rotman annexed hereto, lived in enmity with his murdered wife. 56. Coming further to the charge against the 2nd, 3rd, 4th, 5th, 6th, and 7th prisoners and defendants: 57. 1. That they went armed from the place of the 1st defendant to that of Rotman; 58. 2. That they knew the reason why they had to go, although this was to some extent disguised by them; 59 yet it is evident from the circumstances stated by them, 60 wherein they with plain words, each in particular upon the articles of interrogation put to them, 61 say that they remained in a kloof close to the house of Rotman, 62 while the six butcher boys went to the house of Rotman, 63 and that they remained there until they were called by the boys when the time came; 64 from which it is established that they knew that their commission must have dangerous consequences; 65. 3. That the prisoners saw those murders accomplished in part, whereas it was in their power to prevent those murders, to retire from there, and to bring this to the knowledge of the judge; 66 on the contrary, during the despoiling they saw the murdered and dying corpses without this awakening any repentance or pity in them; 67. 4. That the prisoners, each in particular, took post outside the house, so that none of the persons found inside the house should escape or elude their dangerous intentions; 68. 5. That they, or at least a part of them, helped to transport those goods, and the 2nd defendant moreover, in a mocking manner, laid out some mourning clothes for the man, so that whenever he might come home he would find ready everything required for him as afflicted mourning attire; 69 while the remaining prisoners are not accomplices, they are nevertheless punishable in a certain sense; 70 because, after the completion of those gruesome murders and robbery, they were duly informed of everything; 71 indeed, even the 8th prisoner assisted at the burial; and that not a single means was employed by them to deliver the stolen goods to the rightful owner or thereby to give the necessary notice to the judge; 72 thus it is even to be supposed that when the distribution of those stolen goods was to take place, they would also be principal participants, 73 and in that case can be considered as resetters. 74 This then having been dealt with, the Officer Plaintiff finds himself in the second place compelled, for the determination of the punishment that ought to be applied to such a crime, briefly to cite that, according to the opinions of the renowned Carpzovius in his treatise on capital crimes under the 22nd chapter on highway robbery, which constitutes this crime, it is indeed expressly said in § 16 that highway robbery is not committed solely by him who slays his fellow man with his own hand, but also by him who stands as a sentinel and in that manner affords help and assistance to the highway robbery, and also by such a person who gives his consent to the commission of that crime, approves it, and shares in the booty; for such a one is just as much a highway robber and renders himself subject to the punishment for highway robbery as if he had performed and committed the manslaughter and robbery with his own hands; 75. 1. Because he who intentionally and after prior deliberation provides help and assistance makes himself guilty of the ordinary punishment of the crime, and it is moreover incontrovertible that the help having been rendered with the prior knowledge and consent of the helper himself, the helper can in no way evade the ordinary punishment; 76. 2. He renders himself subject to the punishment for highway robbery if he was able to capture a highway robber, yet, knowing to do so, did not seek to do so, and so much the more does such a person who gives his consent to the commission of highway robbery, and in the execution thereof does not shrink from offering help, become subject to that same punishment; 77. 3. Because in manslaughter committed intentionally and after prior deliberation, all are subject to the ordinary punishment, it being all the same whether all of them or one alone killed, and consequently for highway robbery as well, all such persons are accountable who involved themselves with that crime, approved it, and shared in that booty, even though they had not all lent a hand thereto; 78. 4. It is well to be noted that highway robbery is described as a manslaughter committed for the purpose of robbery or gain; 79 and from § 21 it appears here that it is all the same how much the highway robbers obtained or shared from the booty, for must not the robber of the very least matters no less undergo the punishment of the wheel than he who, by virtue of the committed highway robbery, was greatly advantaged and enjoyed profit; 80 and subsequently § 33, the atrocity of this crime has now and then advised the use of the ordinary punishment of the wheel, which, however harsh it may appear, is nevertheless very well reconcilable with the principles of law; 81 that jurist agreeing in that regard with all those who have commented upon the subject of highway robbery and its punishment; 82 thus the Officer Plaintiff, in order to avoid all prolixity, has judged that he may suffice with this. 83

Dutch transcription

verstaan als alles te vermoorden en te spolice „ren 54 dus Compleetelijk aan hunne last hebben voldaan en door die Iongens zijn gehandeldt overeenkom stig hunne instructie 55 en eindelijk dat zij 1=e ged: volgens de verclaring van Rotman hier annex in vijandschap met zijne vermoorde vrouw geleeft heeft 56. koomende voorts ten lasten van den 2: 3, 4, 5, 6, en 7, gev=e en ged„e 37. 1. dat zij met gewapender hand zijn gegaan van de plaats de 1=e ged: na die van Rotman 58. 2. / dat zyl: geweeten hebben de reeden waarom zyg gaan moeste hoe wel zulx door hun wel eenig„ zints werden verdequiseerd 59 zo blijkt 't dog aan de door hun opgegeevene omstandigheeden 60 daar zijl met ronde woorden een ieder in 't bijzon der op de hun voorgehoudene vraag articulen 1 zeggen dat zijl in een Cloof digt bij 't huis van Rotman zijn verbleeven 62 terwijl de ses slagters Iongens na 't huijs zijn toegegaan van Rotman 63 en dat zyl: daar verbleeven zijn tot dat door de Iongens toen zulx tijd was geroepen zijn ge„ worden 64 waar uijt Consteert dat zij geweeten hebben dat hunne Commissien van dangereuse gevol „gen moeste weesen 65. 3. / dat zij gev:s voor een gedeelte die moorden hebben zien volbrengen, daar 't in hun magt is geweest die moorden tegen te gaan daar van daan zig te retireeren en den regter zulx ter kennisse te brengen 66 inteegendeel zij zien bij 't spolieeren de vermoor„ de en zieltoogende lijken zonder dat zulx een be rouw of medelijden in haar verwekte rden 4. / dat zij gev=s een ijder in 't bijzonder buijten 't huijs hebben post gevat dat er geen van de binnen „se in 't huijs bevindende persoonen Echappeeren straat of te hunne gevaarlijke voorneemens ontkomen zijn 68. 5. / dat zijl: of ten minste een gedeelte van hun eird die goederen hebben helpen vervoeren en de 2o 98, 1/1 nog daar en boven dat hij eenige rouw kleederen spots gewijs en voor de man klaar heeft gelegd om zo wanneer hij te huijs mogte koomen alles gereed te vinden dat tot 't bedrukte rouw gewaat voor hem benoodigt was terwijl de overige gev=s met geene Complices zijn egter in een zeker, zin strafbaar en — om dat zij na 't volbrengen dier gruwelijke moore e den en roof van alles behoorlijk zijn onderregt Ja zelvs den 8 gev„e, meede heeft geadsisteerd, bij de begraving dat door hun enig geen eenig middel is in 't werk gesteld om de geroofde goederen aan den regten eigenaar te besorgen of daar door de nodige kennis aan den regter te geeven 72 dus selvs te supponeeren is dat zijl: wanneer de verdeeling dier gestolene goederen geschieden zoude meede hoofd participanten zoude zijn ie 73 en in dat geval als meede heelders kunnen werden geconsidereerd. — 74 dit dan afgehandeld zijnde zo vind den 7: O. Eijss=r in de tweede plaats zig genoodsaakt 71 zulx tot 69 „ 70 - En tot de bepaling der stratfe die op een diergelij„ ke Crimen diende te werden g'appliceerd korte lijks aan te haalen dat volgens de gevoelens van den berigten Carpzovius in zijn verhandeling van de lijfstraffelijke misdaaden onder t 22 hoofd stuk van Straatschen derij welke dits Crimen uijtmaakt wel uitdrukkelijk gezegt word door in § 16 sb seg dat straatschenderij niet slagt gepleegd word door hem die zijn eevenmensch eijgenhandig doot maar ook door de geene die op schildwagt staat en op die wijze de straatschen „derij hulp en bijstand doen ook door den soda „nigen die tot het pleegen dier misdaad zijn toe stemming geeft goedkeurd en van de buitdeel want zulx een is zo wel een straatschenderij en maakt zig de Straffe van Straatschenderij onderheevig als of hij den doodslag en roofeij„ „genhandig gedaan en gepleegt hadden 75. 1: / om dat hij die opzettelijke en na voorgaande overleg hulp en bijstand toebrengt zig aan de gewoone straffe der misdaad schuldig maakt en 't boven dien onwraakbaar is dat de hulp met voorkennis en toestemming van den helper zelve toegebragt zijnde de helper geensints de gewoone Straffe ontduiken kan 76 21 hij maakt zig onderheevig aan de Straffe van Straatschenderij en een Straatschen der heeft kunnen vangen dog zulx wet te doen niet gesogt heeft £18 1/t de receptat: zo veel te meer den zodanigen die tot 't pleegen der straatschenderij zijne toestemming geeft en ter uitvoering van dien, zig niet ontziet hulp te bieden, aan diezelvde straffe onderheevig worden 77. 3. / om dat in de met opzet en na voorafgaande overleg gepleegde doodslag alle der gewoone straffe zijnde om 't eeven of zyl alle dan wel een alleen, gedood hebben en mits dien zulven ook voorstraat schenderij alle de sulke verantwoordelijk zijn die zig met die misdaad bemoeijd goed gekeurd en van dien buijt gedeeld hebben alschoon zij niet alle daar toe de hand geleend hadden. 78. 4. / 't is wel aan te merken dat straatschen de zig„ beschreeven word te zijn een opkoop van Roof of gewin gepleegde doodslag 79 en op §21 hier uijt blijkt dat 't om 't eeven is hoe veel de straatschenderij uijt de buijt bekomen of gedeeld hebben want moet den rover der aller minste zaaken niet min de straffe des rads ondergaan, dan hij die uijt kragte van gepleeg de straatschenderij grotelijks is bevoordeeld ge worden, en winst genooten heeft 80 en vervolgens §33 en heeft de gruuwzaamhijd deeser misdaad nu en dan aangeraaden van„ de gewoone straffe des rads gebruik te maken, 't welk hoe zeer ook hard voorkomende egter met reeden des regts zeer wel is over een te brengen 81 stemmende dien regtsleeraar daar omtrend over een met alle die geene die over de materie van Straatschenderij en haare straffe hebben gecommentarieerd 82 dus den r: O: Eijss=r om alle wijdloopigheeden te menageeren g'oordeeld heeft hier meede te kunnen volstaan, der 83

NL-HaNA_1.04.02_4329_0206 view scan ↗

English

83. it is enough that it is incontrovertibly evident that some of them cannot avoid the death penalty 84. although in their defense there could be brought forward in the third place 85. on the one hand their oppressive poverty, 86. and on the other hand their prolonged detention which has now already lasted six months for some, their reasonable fear of having those deserting vagabonds on the premises may also have persuaded them 87. to assign the six boys another place where they could manage better, 88. yet it remains a truth that for the sake of public safety, upon which much depends, the prisoners and defendants must be punished in an extraordinary manner 89. in order thereby to prevent unfortunate households from being exposed again to similar atrocious deeds. Wherefore, and for other reasons and means to be deduced in due time if necessary, the said Officer, demanding in his suit, concluded that all the prisoners and defendants named in the heading of this document shall be brought to the place where it is customary here to execute criminal sentences, and there being handed over to the executioner, the first prisoner Regina of Bengal, widow of Hendrik de Plooij, tied to a post, is to be strangled until death ensues; and for the 2nd, 3rd, 4th, 5th, and 6th prisoners Willem Bierwerd, Claas Coert, Piet Piekeur, Heijntje de Plooij, and Daniel Paul, to be punished with the rope at the gallows until death ensues; after which the dead bodies of the six prisoners are to be dragged to the outer execution ground and there hanged again on the gallows, thus to remain until they are consumed by the air and the birds of heaven; furthermore the 7th, 8th, and 9th prisoners Thijs Albregt the younger, Thijs Albregt the elder, and Willem Albregt, each tied to a post, to be severely scourged with rods on their bare backs, and on the first occurring opportunity to be deported from here, in order to remain banished forever from this government and its jurisdiction; and finally the two remaining prisoners, after having witnessed justice, each to remain banished for the term of ten years in the Honorable Company's slave lodge, and after the expiration of which time to be banished from that district where they have lived, with condemnation in the costs and expenses of justice, or to such other punishment as your Honors shall judge necessary according to the nature of the cases. Signed R. I. v. d. Riet In the margin: Exhibited in Court the 1st of August 1787. To the Right Honorable Gentlemen Peter Hacker, outgoing, and Johannes Isaak Rheenius, incoming Presidents, together with the Honorable Council of Justice. Right Honorable Gentlemen, Shows with due respect the undersigned, qualified to represent the affairs of the Landdrost of Swellendam, residing there: That a certain Hottentot named Heijntje du Plooij, having some time ago been taken prisoner by one Adriaan Jonker residing in the district of Swellendam, because upon the questioning of that man the truth was very simply confessed by him, that he had enjoyed for his share the money found upon him from the stolen goods of the burgher Sebastiaan Rotman, and that he had received that reward from the widow of Hendrik de Plooij living on the other side of the Gourits River in the old Nigiealand; That the said Jonker subsequently brought the same Hottentot into custody to Swellendam, and from there having been sent hither by the Landdrost, was examined as soon as practicable by the petitioner on such articles as were drafted for that purpose by him and presented before the Commissioner Gentlemen from this Honorable Council; That the said Hottentot in his given response stated the case with all its circumstances very plausibly, to the contents of which the petitioner, for the sake of brevity, takes the liberty of referring, as this is annexed; the petitioner could also on the grounds thereof very easily have requested a personal summons against the aforementioned widow de Plooij, but whereas the corpus delicti as a principal requisite is lacking, and the petitioner maintains that the aforementioned widow, being guilty, will not appear on a simple summons, whereas in any case a personal summons to her, as being a free woman, is far too honorable, and the distinction residing between one burgher and another is so great that the personal summons in the subject case, besides what was mentioned, further brings into consideration the deed committed by her; thus a physical arrest, whenever a corpus delicti is evident, will yield no small advantage in this case.

Dutch transcription

83. genoeg is't dat onwederspreekelijk blijkt dat een gedeelte van hun de doodstraffe wel niet kunnen ontwijken 84 of schoon ter hunner verschoning in de derde plaats zou kunnen werden bijgebragt 85. Eens deels hunne drukkende armoede, 86 en ten andere hunne langduurige detentie die na reeds ses maanden, van sommige zijn daar nu ook hunne billikke vreese om die drossende vagabonden van de plaats te hebben hun daan „toe wel hebben kunnen permoeseren, 87 om de ses Iongens een andere plaats aan te wijzen waar zijl: beter zoude kunnen klaar „raken 88 zoo is en blijft dit tog een waarhijd dat om de publike veijligheid waar veel aan geleegen legt de gev„e en ged=e op eene Extra ordinaire wij ze werden gepunieerd 89 ten einde daar door te praecaveeren, dat ongeluk kige huis gesinnen niet weder werden bloot gestd aan zoortgelijke gruweldaden Mits welke en andere reedenen en middelen in tijd en wijlen /: is 't nood: nader te deduceeren den z: O: Eijss:r Eijsch doende Concludeerde dat alle de geo„ en ged=e in den hoofden deeses gem: zullen werden gebragt ter plaatse alwaar men alhier gewoon is Crimineele Tenten tien te Executeeren, aldaar den scherpregter overgeleevert zijnde de eerste gev„e Regina van Bengalen weed:e Hendrik de Plooij aan een paal gebonden, gewurgt te worden dat er de dood volgt en voor de 2, 3, 4, 5, en 6 gev=e willem bierwerd, Claas Coert Piet piekeur Heijntje de Plooij en daniel Paul zodanig met de koorde aan de galg te werden gestraft dat er de dood na volgt daar na de doode lighaamen der ses gev. e na 't buiten geregt gesloopt en aldaar wederom aan de galg opgehangen zijnde dus te ver blijven tot dat door de lugt en vogel en des heemels zullen zijn verteerd wijders de 7, 8. en 9 geve Thijs albrogt de Ionge thijs albregt de oude en willem albregg ieder aan een paal gebonden met roeden op de blote ruyge aftran„ gelijk gegeeseld zinde met eerst voorkomende occage van hier versonden te werden, om me ten eeuwige dagen uijt dit gouver„ „nement en den Ressorte van dien gebannen te blijven, en eijndelijk de twee overige guv=s omme na de Justitie aanschouwd te hebben ieder voor den tijd van tien Jaaren in 's E Comp=s slaven Loge gebannen te blijven en na Expiratie van welke tijd gebannen te werden, uijt dat district waar zijl hebben gewoond met Condem van natie No. 2 natie in de kosten en misen van Justitie ofte tot sodanige andere Stratfe als uwel E: agtb: overeenkomstig den aard der zaken nodig oordelen zullen was geteekend R: I: V: D: Riet in margine Exhibitim in Ju dicio den 1 augustus 1787. Aan de wel Edele agtbaare Heeren Peter Hacker afgaande en Iohannes Isaak Rheenius aankomende Presidenten, be neevens den E: Agtb: Raat van Justitie Wel Edele Agtbaare Heeren Vertoond met pligtschuldigen Eerbied den ondergeteekende gequalificeerd ter waarne minge der zaake van den Landdrost van Swee„ lendam woonagtig Dat seekeren Hottentot genaamd Heijntje Du plooij voor nu eenigen tijd door eenen Adri aan Jonker in 't district Swellendam woonag¬ tig gevangen genoomen zijnde vermits door hem op de afvrage van dien man zeer eenvoudig de waarheid wierd geconfesseerd dat hij 't bij zig gevonden geld voor zijn aandeel genooten had uijt de gestolene goederen van den burger se„ „bastiaan Rotman en dat hij dat loon ontfan Dat dien hotten tot bij zijn gegeevene responsioe„ 't geval met alle desselvs omstandigheeden, zeer waarscheijnlijk hebbende op gegeeven en aan welkers inhoude den 7:o vert: kortijds halve, de vrijheid neemd zig te refereeren, als zijnde deese geannexeerd den 7: 1: vert: ook op grond van dezelve zeer facil zoude hebben kunnen verzoeken dagvaarding en persoon op eevengem: weed=e de Plooij dan dewijl 't Corpus delicti als een voornaam requiset komt te manqueeren, en den 7: o: vert: sustineerd dat eevengem: weed=e schuldig zijnde op een simpel dagvaarding niet Compareeren zal daar ook in alle gevalle een dagvaarding in persoon aan haar, als een vrij mijd zijnde veels te honorable is en 't onderscheid die er resideert tusschen een burger en burger, zo groot is dat de Personeele dagvaarding in Cas subject buijten 't gementionee de nog in aanmerking brengt 't fijt door haar bedreeven dus een Corporeele apprehensie zo wan neer er een Corpus delicti consteert van geene geringe voordeel en dit geval zal komen uijt „gen had van de weed=e Hendrik De Plooij woonende aan de overzijde van de gous rivier in 't oud Nigiea„ Land Dat gem: Ionker, dezelve hotten tot vervolgens in hogten is na Swellendam en van daar door den Landdrost na herwaards opgesonden sinde door den vertoonden zo ras doenlijk op zodanige arte culen is gehoord als ten dien einde door hem waaren geformeert en voor Heeren gecomm: uijt deezen Edelen agtbaare Raade zijn voorgehou den gen te leeveren

NL-HaNA_1.04.02_4329_0208 view scan ↗

English

to deliver and clear away many unnecessary searches, which is the reason that the petitioner, with respectful well-meaning, has deemed it best to turn to Your Noble Worships, humbly requesting that it may please the same to qualify the Landdrost and Heemraden of Swellendam, in order to proceed, together with and alongside the secretary of that colony in the presence of the burgher Sebastiaan Rotman, to the farm of the widow de Plooij, and there on the spot to carry out a proper inspection and search whether any goods belonging to the mentioned Rotman are discovered, and if goods are found which Rotman recognizes as his own, immediately to place all the goods found there on the spot under a proper inventory; furthermore, to take into apprehension the mentioned widow, her sons, and all the Hottentots who are found there on the spot, subsequently to send them to the Cape at the earliest opportunity; and that notification of the decision to be taken hereupon by Your Noble Worships might be made through the secretary on behalf of the Council to the Landdrost and Heemraden there, to the end that the execution of the resolution to be taken not be made illusory through delay. And whereas in the meantime a reasonable amount of time may elapse which, through the lengthy duration of close confinement, could expose the Hottentots who are currently prisoners to illness and discomfort, and upon whose preservation—since the relation of the simple truth is of great importance—much depends, to take such a decision concerning him and to place him in such a manner that not only is his health preserved, but also proper care can be taken that he does not escape justice, so that he may at all times be confronted with those who shall still fall into the hands of justice. Below was written: Which doing, was signed, R: S: v: d: Riet, in official capacity. Noble Honorable Sirs, Represents with all respect the Landdrost of Swellendam, Constant van Nuld Onkruidt: That Your Noble Worships, upon the representation exhibited by and on behalf of the undersigned in the month of January of this year, having been pleased to enjoin the undersigned to convene a commission of Heemraden at the mentioned drostdy, and to proceed in the presence of the burgher Sebastiaan Rotman to the farm of a certain free girl To the Noble Honorable Sirs Pieter Hacker and Johannes Isaak Rhenius, Presidents, together with the further Gentlemen Members of the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government. Regina van de Caab, widow of the late burgher, and there to conduct a search for goods which, according to the confession of her nephew the bastard Hottentot Heijntje de Plooij, were said to be found there on the spot, and which were carried off and brought thither by her son and some Hottentots during the commission of the execrable murders by the already executed slaves August and accomplices at the farm of the just-mentioned Rotman; and furthermore, in case goods might be discovered which Rotman recognized as his own, then to take the just-mentioned Regina and relatives into apprehension; without the petitioner having been able to do so, because he maintained that those goods recognized by Rotman as his own did not at all fully constitute proof of the corpus delicti, but also because those who assisted the commission contradicted the goods which were recognized by Rotman as his, by saying: this or that the widow de Plooij bought from me; whereby the commission judged itself not to be in a position to execute Your Noble Worships' decision with respect to that widow, as Your Noble Worships will be able to perceive this among other things from the accompanying report signed by the commissioned Heemraden. That in the meantime, having been brought towards the Cape: the Hottentot Piet Piekeur and his wife Sara, having lived with the mentioned widow de Plooij, and a certain Thijs Albregt, grandson of the mentioned widow de Plooij, who were immediately interrogated on articles by the petitioner before commissioner gentlemen from this Council, and thereby have confessed fully that the goods stolen during the murder, robbed at the farm of the just-mentioned Rotman, are as yet to be found at the farm of the mentioned widow, and lie buried there in a ravine with a robbed bag of cash; not only that, but that the aforementioned widow is the principal cause of the murders and robbery committed, and specifically that she is said to have said in substance to the slaves August and accomplices, already sentenced and executed by Your Noble Worships: "You just go to the farm of Rotman, there you will find many goods, see to robbing and murdering there, I shall send Hottentots along so that I may get a share of it." And whereas it is as clear as day from what has been deduced hereinbefore that the just-mentioned widow de Plooij and her children must not only be regarded as the principal cause of what occurred at the farm of Rotman, but must also in any case be considered as receivers of the robbed goods, thus on the basis of the same a complete proof was brought out.

Dutch transcription

te leeveren en veele onnodige perquisitien uijt de weg ruijmen dat de reeden is dat den vert: onder eerbiedig welbeduiding best geoordeelt heeft zig te wenden, tot uwel Edele agtb: ootmoe„ dig verzoekende dat 't van derzelver welbeha gen zijn mooge Landdtrost en Heemraden van swellendam te qualificeeren omme met ende beneevens den secretaris dier Collonie ten over staan van den burger Sebastiaan Rotman, naar de plaats van de weed=e de Plooij hun te begeeven en aldaar ter plaatse te doen behoor lijke schouwing en nazoek of er goederen ont „dekt worden gem: Rotman toe behoorende en zo er goederen worden gevonden die Rotman erkent voor de sijne direct alle de goederen daar ter plaatse gevonden wordende onder behoorlijke Inventaris te neemen, voorts gem: weed=e haare zoonen en hottentotten al„ le die daar ter plaatse gevonden werden, te neemen in apprehensie vervolgens ten eersten Crapwaards te zenden, en dat de van uw E: agtb: 't hier op teneemene besluit door den secretaris 'S Raads weegen mogte aanschrij„ „ving geschieden aan Landdrost en Hoem „raden aldaar ten einde de Executie der te neeme„ „ne resolutie niet door versuim werde gemaak„ Husoir en vermits er intusschen een redelig„ ke tijd verloopen kan die de tans gev„s, zijn de hotten tot door de langduurigheid in beslooten hegtenis aan ziekte en ongemak konde Expo„ „neeren, en aan welkers behoud vermits 't ver„ WelEdele Achtbaare Heeren Vertoond met alle Eerbied den Landdrost van swellendam Constand van Nuld on„ kruidt dat 't UwelE: Agtb: op 't door ende van wee „gens den onderget: g'exhibeerd vertoog in de maand Ianuarij deeses Iaars hebbende ne„ lieven te behaagen, den onderget: te injungie „ren om een Commissie van Heemraden, ten gem: drosdij te beleggen, en te begeeven ten overstaan van den burger Sebastiaan Rotman na de plaats van zeekere vrij mijd Aan den wel Edele Agtbaare Heeren Pieter Hlacker, en Ia„ hannes Isaak Rhenius Praesidenten beneevens de ver„ dere Heeren Leeden van den Ed agtb: Raad van Iustitie Eee ses gouvernements.— „haal der eenvoudige waarhijd veel geleegen is over hem zodanige besluijt te neemen en te plaatze zodanig dat zijn gesondhijd niet alleen geconferfeerd maar ook behoorlijke zorg gedra „gen werden, kan dat dezelve de Justitie niet Echa poert om ten allen tijde te kunnen werden op„ confronteert met de geene die nog in handen van Justitie zullen geraaken onderstond 'T welk doende was geteekend/ R: S: V: D: Riet qq haal 2½ Regina van de Caab weed=e wijl en den burcijer en aldaar na zoek te doen na goederen, die daar ter plaatse volgens confessie van haaren neef den bastaard Hottentot Heijntje de Blooij zoud:e bevinden en die door haaren zoon en eenige hottentotten bij 't pleegen der Execrable moorden door de reeds geexecuteerde slaaven august C: S: op: de plaats van eeven „gem: Botman zijn vervoerd en derwaards gebragt geworden en voorts om ingeval er goederen mogte worden ontdekt die totman voor de sijne erkende als dan eeven gem: Ralje „na en aanhoorige te neemen in apprehensie zonder dat zulx door de vert. heeft kunnen werden gedaan vermits hij sustineerde dat die goederen door Botman voor de Sijneer„ „kend niet allen volkomen daar uijt Con„ steerde geene probatie van 't Corpus delicte maar ook om dat die geene die bij de Commis„ sie g'adsisteerd hebben die goederen, dewelke door Rotman voor zijne erkend wierd Contra„ diceerde met te zeggen dit of dat heeft de weed=e de Plooij bij mijn gekogt waar door de Com„ „missie oordeelden niet in staat te zijn uwerwel E: agtb: besluit ten opzigte dier weed=e te brengen ter Executie gelijk uwelE: agtb: dit een ander zullen kunnen beoogen uijt de deese neevensgaande Relaas door gecommitteerde Heemraden onderteekend dat intusschen Caabwaards zijnde ge bragt geworden; de Hotten tot Piet Piekeur en zijn wijf Sara bij gem: weed=e de Plooij ge woord hebbende en seekeren Thijs albregt klijn zoon van gem: weed=e de Plooij dewelke door den vert: terstond op articulen voor heeren gecomm: uijt deesen Raade zijn verhoord en daar bij volmondien hebben geconfesseerd dat de gestoolene goederen bij de moord ter plaatse van eevengem: Rotman geroofd voor als nog ter plaatse van gem: weed=e bevindende en aldaar in een Cloof met een geroofden zak Contanten begraaven leggen niet alleen mater dat voorm: weed=e de voornaamste oorzaak is van de ge„ „pleegde moorden en roof en wel dat zij aan„ de reeds door uwel E: agtb: gesententieerde en geexecuteerde slaven augus C:s: in Substan „tie zoude gezegt hebben, gaat gijl: maar na de Plaats van Rotman daar zult gij veel goederen vinden ziet daar te rooven en te moorden ik zal hotten tots meede senden op dat ik daar een part van krijgen kan en vermits zonne klaar uijt 't hier vooren gededuceerde consteerd dat eeven gem: weed de plooij en haar kinderen niet alleen als de voornaamste oorsaak van 't voorgeval leve ter plaatse van Rotman moeten worden aangemerkt maar ook in allen gevalle als heelders van de geroofden goederen moeten werden geconsidereerd dus op grond van dezelve een volkoom en preuve uijtzee bragt verd 5

NL-HaNA_1.04.02_4329_0210 view scan ↗

English

ordered to take all accomplices into apprehension without dispute, but since the difficulty arises, owing to the great distance of their dwelling place, of securing their persons in a suitable manner, the petitioner finds himself once again obliged to turn to your Honorable Worships, humbly requesting that it may please your Honorable Worships to grant the petitioner physical apprehension of the undermentioned persons, and thereby to enjoin the petitioner and the heemraden of Swellen Dam to appoint a commission once more and to betake themselves to the place of the aforesaid widow, in order, being well-armed, to take into apprehension the said widow de Plooij together with her children, grandchildren, and further persons found there at the place, and subsequently to conduct an investigation as to where the goods and the money are concealed and buried, and after a complete investigation to deliver the aforesaid widow and dependents here to the Cape in closed custody. Underneath stood, Doing which, etc. Was signed, C. v. Nuld Onkruidt. Number 3 Appeared before the Honorable Worshipful Council of Justice of this place, for and on behalf of the government, the sworn clerk at the Secretariat of Justice, Rijno Joh.s van der Riet, as ex officio qualified by the high government of this country to attend to the affairs of the landdrost of Swellendam, the gentleman Constant van Nuld Onkruidt, plaintiff in his official capacity, Against Regina van Bengalen, widow of the late Hendrik de Plooij, Hendrik Willem Plooij, Willem Albrecht the elder, and the Hottentot Daniel Paul, prisoners and defendants. Article 1. And the plaintiff in his official capacity did say: 2. That the prisoners and defendants mentioned in the heading of this document, according to the interrogatory articles presented to them before commissioners from this Honorable Worshipful Council and answered by them, as well as recollected, 3. have stubbornly continued to deny the misdeeds testified to them to their faces 4. by the Hottentots Heijntje de Plooij and Piet Piekeur, as well as the grandson of the first prisoner, Thijs Albrecht the younger, 5. which are further corroborated in the strongest terms by the confessions of the person of Willem Albrecht, the Hottentot women Sara, Catrijn, and Jacomijn, 6. as well as the confession made yesterday upon recollection in the presence of the prisoners by the Hottentots Willem Bierwerd and Claas Coert, 7. and to whose contents, as well as those of the prisoners and defendants, the plaintiff in his official capacity takes the liberty of referring, 8. from which the contradiction of their negative stance appears as clear as the sun, 9. the prisoners and defendants seeking to manage by denying everything 10. and, notwithstanding that they maintained their accusations to their faces, declaring their accusers to be liars, 11. the plaintiff in his official capacity appealing to the gentlemen commissioners of this Honorable Worshipful Council who attended the interrogation, regarding the bearing maintained by the prisoners and defendants as well as by their accusers. 12. Thus the plaintiff in his official capacity shall only still attempt to demonstrate how, in the event that no further evidence is at hand, torture comes to be of no small application toward the elucidation of a committed crime. 13. One finds in the Dutch legal dictionary, in the first volume, this singular passage 14. of the attorney general, Mr. W. Hoheling, plaintiff in his official capacity, against Moses Bendix, in a case of theft and housebreaking, removed pursuant to the accusation of two accomplices in crime, 15. to be found under the heading of reproach of witnesses, 16. which case bears very much resemblance with regard to this matter. 17. Thus the plaintiff in his official capacity has also been obliged, weighing both the pro and contra, to proceed to the conclusion to be taken at the end of this document. 18. And whereas an accomplice in crime deserves belief against an accomplice, principally according to the doctrine of all doctors, in cases where the following circumstances concur, as is evident in the present case: 19. namely, 1, that when the accomplice has confessed all the circumstances of the deed, at what place, time, and manner he was aided by his accomplice with his assistance or presence; 20. 2, that between him and the one whom he says is his accomplice, there has been no enmity; 21. 3, that the one whom the guilty person names as his accomplice is burdened with such suspicion that it is probable that he committed the offense with the guilty person; 22. 4, and that the guilty person persists in naming that accomplice even unto death; 23. which requisites are fully to be found in this case. 24. Thus, very easily and without the slightest hesitation, one may proceed to the otherwise very precarious means of torture; 25. and since the means of torture 26. is now, in our enlightened century, only 27. applied in the case of concealed crimes 28. rather than to such where one can prove the matter sufficiently with witnesses, 29. according to the doctrine of the renowned Carpzovius, 30. and with which all famous criminalists agree, who here, to avoid prolixity...

Dutch transcription

„verd om alle meedigepligtige zonder tegenspraa te neemen in apprehensie dan daar de moeije„ „lijkhijd vermits de verre afgeleegendhijd hun ner woonplaatse zig op doed om op een gevoege „lijke wize van haar persoon zig te verseeke„ „ren zo vind zig den vert: andermaal ge „noodsaakt zig te keeren tot uwel Ed: agtb: ootmoedig verzoekende dat 't van uwel E: agtb: wel behaagen zijn moge aan den vert: te verleene apprehensie Corporeel op de ondertemeldene persoonen en mits dien de vert: en heemraaden van Swellen Dam te injungeeren weederom een Commissie te beleggen en hun te begeeven ter plaatse van eevengem: weed=e ten eijnde wel gewapend gem: weed=e de Plooij beneevens haare kinde ren kindskinderen en verdere daar ter plaat „se zig bevindende Persoonen te neemen in apprehensie en vervolgens ondersoek te doen waar de goederen en 't gelet ver scholen en begraaven zijn en na een Compleet ondersoek eeven gemelde wee„ duwe en aanhoorige alhier Caab waarde in beslootene Hegtenis over te Leeve„ „ren /:onderstond:/ 'T welk Doende &=a /was /:geteekend:/ C: v: Nuld on„ kruidt. Compareerde voor den E Agtb: Raade van Justitie deeses op ende Teegens Reginr van Bengalen weede wylen Hendrik de Plooij Hendrik Willem Plooij willem all reg„t de oude en den hottentot Daniel paul gev=e en ged=e Art 1, en deede den 7: O: Eyss=r zeggen 2 dat de gev„s en ged=e in den hoofde deeses gemeld vol„ „gens de hun voor heeren gecomm:e uijt deesen Ed: Agtb: Raad voorgehoudene en beantwoorde midsgd=s gerecolleerde vraag articulen 3 halstarrig zijnde blijven negeeren, de kun in facie op getijgde Ewveldaden 4 door de hottentotten Heijntje de plooij en Piet Piekeur, mitsgd=s de klyn zoon van den eersten gev=e Thijs Albregt de Jonge 5. dewelke nog ten sterksten gecorroboreerd wor den door de Confessien van den persoon van willem Albregt de hottentottinnen Sara, Catrijn en Jacomijn 6 als meede de bij recollement op gisteren gedaan Confessie in facie van de gev=e door de hottentotten gouvernements den gesw=e Clercq ter Secretarije van Justitie Rij„ no Joh=s van der Riet als door de hooge overigheid deeser Lan de oxofficio gequalificeerd ter waarneming der zaken van den landdrost van Swel„ lendam de heer Constant van Nuld onkruidt rat: off: Eijs„ scher zou N=o 3 willem Bierwerd en Claas Coert ll 7 en aan welkers innehouden zoo wel als die van de gev en ged:e de r: o Eyss:r de vrijheid neemd zig te refereeren 8/ waar uijt sonne klaart Contradictoir van hun„ „ne negotive Consteerd „ tragtende de gev:s en ged:e hun te behelpen met alles te negeeren 10 en hunne beschuldigers niet tegenstaande zyl: hunne beschuldigingen in facie staande hiel den, voor leugenaars te declareeren, „1 beroepende zig den 7: o: Eijss=r op heeren gecomm: deeser E: agtb: Rade die bij 't verhoor hebben gevaceert wegens de door de gev:s en ged=e zo wel als hunne beschuldigers gehoudene Contenance 12 dus den sat off Eiss:r alkeenlijk nog zal trag„ ten aantetoonen hoe dat in gevalle daar geene nadere bewijzen voor handen zijn de tortuur van geen geringe applicatie ter Elusidatie van een gepleegde Crimen, komt te zijn 13 men vind in 't Hollandsche regtsgeleerd woor den boek in 't eerste deel dese sonderlinge Passaga 14 van de procureur generaal, M=r w Hoheling 1:O Eijss„s C=a Moses Bendix in Cas van diefte en huijsbraak ingevolge beschuldiging van twee Socius Criminis removeert 15 te vinden onder den titul van reproche van getuigen 16 welk geval met betrokking tot deese zaak zeer veel overeenkomst heeft 17 dus den 7: d Eijss=r dan ook genoodsaakt is geworden met overweeging zo van 't pro als Contra tot 't in 't slot deeses te neemene Con clusie over te gaan 18 en daar een Socius Criminis tegens een Socius voornamentlijk geloof verdiend volgens de leere van alle d. d. ingevallen deese over na volgende zaaken concurreeren, gelijk in Cas subject Con„ steerd 19 als 1 dat wanneer de socius alle de omstan digheeden van 't feijt bekend heeft op welke plaats tijd en wijze hij door zijne socius met desselvs hulp of teegenswoordighijd is geholpen 20 /2/ dat tusschen hem ende geenen, die hij zegt zijn socius te zijn geen vijandschap is geweest 21. 3/ dat de geenen die de schuldige zijn Srcus noemd met sodanige suspicie is gegraveert dat 't waarscheinlijk zij dat hij 't delict met de schuldige heeft begaan; — 22/4. / en dat de schuldigen in 't noemen van die socius tot de dood toe blijft vol harden, 23 welke requisiten volkomen en dit geval te vin den zijn 24 ders zeer facil en zonder de minste Edsitatien tot 't anders seer haggelijke middel van tot „tuur kan worden overgaan 25 en vermits 't middel van tortuur. 26 alleenlijk tans in onze verligte Eeuw 27 g'appliceerde word ingevalle van verborgen misdaden 28 eerder, als tot de zulke alwaar men de saak Sufficant met getuigen kan bewijzen 29 volgens de leere van den berugten Carpzovius 30 en waarmeede alle vermaarde Criminatiten overeenstemmen die alhier op prolixiteijten Clusie te

NL-HaNA_1.04.02_4329_0212 view scan ↗

English

widow Hendrik de Plooij, old by estimation of age 50 Years to be spared were passed over. Appeared before us the undersigned Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the free woman Regina of the Cape, widow of the late burgher Hendrik de Plooij, who to the adjacent interrogatories has given such answers as are recorded alongside each of them. Articles made and delivered to the gentlemen Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government by the sworn Clerk of the well-mentioned Council Ryno Johannes van der Riet, qualified in office to observe the affairs of the Landdrost of Swellendam Constant van Nuld Onkruijt, in order that upon his requisition the free woman Regina of Bengal, widow of the late burgher Hendrik de Plooij, may be heard thereon, her answers to be given having to be duly noted in the margin hereof. 31 the more so because all the authors who have unanimously commented upon that matter say 32 that they cannot positively express the indications and necessary circumstances for torture 33 but that such, according to the distinction of the cases, is left delegated to the enlightened discernment of the judge. Wherefore, and for other reasons and means in due time, if necessary, to be further deduced, the Officer demanding, demands, concludes that the prisoner and defendant mentioned in the head hereof shall, one after the other, be brought to and upon the full torture, as is customary here, in order subsequently, out of pain and bonds, to confess the truth again, or for such other ends as your Honorable Worships, in accordance with the circumstances of the case, shall judge necessary and proper. Was signed R: I: v: D: Riet. In the margin: Exhibited in Court the 31 May 1787. The prisoner's name, birthplace, and where the prisoner has resided. Says Regina of Bengal. Says on her place named the Nietvallij situated across the Gourits River. Whether the prisoner also knew the six boys who were at the prisoner's place in the month of October last under the name of the butcher Jonas Albertus van der Poel. Says not to know the boys, nor to have seen them. The prisoners Piet Piqueur, Heijntje de Plooij, and Thijs Albregt tell the prisoner to her face that the boys were at her place. The prisoner persists in the negative. If yes, what they were named. Says no, knowing nothing of it. Whether the prisoner also knew those boys or one of them beforehand. Says no. Piet Piqueur, Andries, Santje, and Abraham. Whether the prisoner also knows the Hottentots Claas Coert, Daniel Paul, Jantje Boom, Willem Ruijter, Sakhals. Says to know all the Hottentots except Zakhals. The prisoners Piet Piqueur, Willem de Plooij, and Thijs Albregt tell the prisoner to her face that she knows Sakhals very well, since that Hottentot had often been there at the place, Piet Piqueur saying further that that Hottentot, on the evening before those boys went from the place, came to the prisoner and afterwards, after the completion of everything, went back again to the Brakke River. The prisoner says not to know that Hottentot. Whether those Hottentots, who do not live with the prisoner, were at her place precisely at that time when the six aforementioned boys were at the prisoner's place, or whether those boys were summoned to the prisoner. Says to know nothing of it, and that those Hottentots were not together with her at the place. Piet Piqueur, Heintje de Plooij, and Thijs Albregt say that the boys and Hottentots went together that evening from the place to the Heuningklip, the place of Rotman. The prisoner persists in the negative. For what reasons those Hottentots were summoned. Says to have had no Hottentots summoned. What the defendant agreed with the 6 aforementioned boys. Says to know of no boys and that the accusation is made up. When the 6 aforementioned boys departed from the prisoner's place. Says to have seen no boys. The prisoners Heijntje de Plooij and Thijs Albregt tell the prisoner to her face that the boys went from her place one afternoon to the place of Rotman. The prisoner persists in the negative. Whether the Hottentots aforementioned also went along, and on whose order. Says to know nothing of that and to have given no order thereto. Whether those boys were continuously with the prisoner in the house, or whether those boys hid themselves by day in the field and at night were with the prisoner in the house. The prisoner Heijntje de Plooij tells the prisoner to her face that four of the boys kept themselves hidden in the bushes by day while two of those yellow boys hid in the house by day, and at night they all came to the place. The prisoners Thijs Albregt and Piet Piqueur tell the prisoner to her face that the boys were all in the field by day to hide themselves, and at night were all at or in the house of Regina. The prisoner persists in the negative. How long those boys were there with the prisoner. Says not to have seen the boys, they were not at the place. The prisoners Heijntje de Plooij and Thijs Albregt tell the prisoner to her face that those boys were at her place. The prisoner persists in the negative. What those boys came to do at her place. Says the boys were not at her place. The prisoner Heijntje de Plooij tells the prisoner to her face that the boys came there to buy wethers. The prisoner persists in the negative.

Dutch transcription

weed„e Hendrik de Plooij oudna en ouderdom gissing 50 Jaaren te menageeren werden overgeslagen. Compareerde voor ons onder„ Articulen gedaan maken 31 te meer alzoo alle de auteuren; eenparig die get: gecomm: uijt den E: agtb: en overgegeeven aan heeren over die materie hebben gecommentarieerd zeg„ raad van Iustitie deeses gou gecomm: uijt den E: agtb: Raad vernements de vrij mijd Regi van Iustitie deeses gouverne na van de Caab weld=e wijlen 32 dat zij de Indicien en nodige Circumstantien tot den burger Hendrik de Plooij ments door den gesw=e Clercq de tortuur niet Positief kunnen uijtstrukken van wel op gem: Rade Bijno Ioh= dewelke op de neevenstaande 33 maar dat zulx na onderschijd der gevallen vraag poincten zodanige ant ^ van der Riet als in officio ge aan de verligte kunde des regters gedetereerd woorden gegeeven heeft als qualificeert ter waarnee gelaaten word bezijden een yjder derzelve minge der saken van den Lan„ staan aangeteekend./ drost van Swellendam Constand van Nuld onkruidt omme daar op ter zijner requisitie gehoord te worden de vrij myd Regina van Bengalen weed=e wijlen den burger Hendrik de Plooij zullende desselvs te geevene respe. in margine deeses be hoorlijk moeten worden be kend g'esteld. . zegt Regina van Bengalen des gev=e naam geboorte plaats zegt op haar plaats gen=t de waarzij gev: woonagtig is geweest Niet vallij geleegen aan de over zijde van gaurits Rivier off zij gev=s ook gekend heeft zegt de Iongens niet te kennen nog gesien te hebben de gev:s piet de ses Iongens die bij haar gev=e Piekeur Heijntje de Plooij en in de maand october ll: onder de thijs albregt zeggen de gev=s naam van de Slagter Ionas in facie aan dat de Iongens bij Albertus van der Poel geweest haar ter plaatse geweest zijn zijn Mits welke en andere reeden en middelen in tijden wijlen /is 't nood/ nader te deducee„ „ren den 7: d Eijss=r Eijsch doende„ Concludeert dat de gev=e en ged=e in den hoofden deeses gemeld den een na den anderen zullen werden gebragt tot en aan de volle tortuur, zo als alhier gebruikelijk is, om me ver volgens buiten pijn en ban den weeder de waarhijd te Con „fesseeren ofte tot zodanige andere fine als uwe E: agtb: overeenkomstig zaaks om standigheeden nodig oor dee „len zullen te behooren / was geteekend/ R: I: v: D: Bietz / in margine/ Exhibitim in Ju dicio den 31 Meij 1787 „gen N 4 4, de gev=e blijft bij de Negatiua ab 4 sakhals heel wel kend vermits Takhals zegt Neen van nergens te weeten piet Piekeur zo Ia hoe dezelve genaamd zyn geweest die Htottentot dikwils daar ter Andries Santje en plaatse geweest is zeggende pies, Abraham pietkeur nog dat die hotten tot 's avonds voor dat die Iongens van de plaats off zij geve, ook die Iongens ofte zijn gegaan bij haar gev„e gekoomen is en naderhand na 't volbrengen een hunner te vooren gekend heeft van alles weder te rug na de brakke rivier gegaan is de gev:e zegt die hotten tot niet te kennen zegt daar van niet te weeten, en off die hottentoten die bij haar geve„ dat die hottentotten niet bij haar niet te woonen Juijst ter dier tijd ter plaatse te samen geweest toen de ses voorm: Jongens bij haar geve, ter plaatse waren geweest piet Pikerer heintje de Plooij zijn dan of die Jongens bij haar en thijs albregt zeggen dat geve geroepen zijn! de Iongens en hottentotte te zamen die avond van de Plaats gegaan zijn na de heuning klip de plaats van Rotman de gev„e blijft bij de negative. om welke reedenen die hotten zegt geen hottentots te hebben „totten zijn geroepen Laaten roepen, zegt van geen Iongens te wee wat zij ged„e met de 6 voormel„ ten en dat de beschuldiging op de Iongens heeft afgesprooken gemaakt is; wanneer de 6 voorm: 6 Iongeno zegt geen Iongens gesien te van haar geve plaats zijn af„ hebben de gev„e Slijntje de Plooij en gegaan thijs albreeft zeggen de gev„e in facie aan dat de Iongens op een middag van haar plaats zijn gegaan na de plaats van Rotman. — de gev=e blijft bij de negotive zegt daar niets van te weeten off de hottentotten hier voorm: en geen ordre daar toe gegee zijn meede gpgaan en op wiens „ven te hebben Daniel Paul Jantje Boom Willem Ruijter zogt alle de hottentotten te ken of zij ge„s, ook kend de hot ten totten de gev„e piet piekeur willem de Claas Coert plooij en 'thijs albregt zeggen nen except Zakhals off die Iongens geduurig bij haar gev: in huis zijn geweest dan de gev„e Heijntje de Blooij zegt of die Iongens hun over dag in de geve, in facie aan dat vier van 't veld verschoolen hebben en de Iongens overdag in de bosjes s' nagts bij haar gev„e in huijs hun verscholen hielden terwijl twee van die geele Iongens over dag zig in huijs schuijl hielden, en snagts alle maal op de plaats de gev=e thijs albregt en Piet Piekeur zeggen de gev. e in facie van dat de Iongens overdag alle in t veld zijn geweest om hun te ver schuijlen en 's nagts alle bij of in 't huijs van Regina de geven blijft bij de negative zijn gekoomen! zegt de Iongens niet gesien te zogjt de Iongens zijn op de plaats hoe lange die Iongens daar bij de gev„e Heijntje de Plooij en thijs haar gev„s geweest zijn! albregt zeggen de gev. e in facie aan dat die Iongens bij haar ter ter plaatse geweest zijn; de gev, blijft bij de negative niet geweest zegt de Iongens bij haar ter Plaat wat die Iongens bij haar ter se niet geweest te zijn Plaatse zijn komen doen! de gu= Heijntje de Nooij zogt de gev=e in facie aan dat de Iongens daar gekoomen zijn om hamels te de gev=e blijft bij de Negative Sakhals Sakhals ordre zegt Neen kooper hebben „8 8 6 „ 5 zijn 9½ 12 de gev„e, in facie aan dat zij

NL-HaNA_1.04.02_4329_0214 view scan ↗

English

The prisoner Heijntje de Plooij says that he went with the other Hottentots on the orders of Regina, that Regina also gave him a rupee and a bottle to fetch brandy, and that he had to bring back two schellingen. The prisoner says she knows nothing of this. The Hottentot Piekeur says, also facing the prisoner, that since he was not at home that day when the boys left her place, upon his return home that day towards the evening he received orders from Regina to go after the aforementioned Hottentots and boys, and indeed with these substantial words: you must go, upon the refusal shown by him, Piekeur. The prisoner persists in the negative, says that she knows nothing of it and what orders those Hottentots had. The prisoner Heijntje de Plooij says as before that he received no other order than for the brandy. The prisoner Piet Piekeur says to the face of the prisoner that he received orders from her to bring goods and money from the place of Botman. The prisoner persists in the negative. Says: I cannot say that, I cannot say anything that I do not know. Where those Hottentots and boys had to go? The three prisoners aforementioned say in the face of the prisoner that the orders were to go to the place of Botman, as aforementioned, to fetch goods. The prisoner persists in the negative. Says she knows nothing about it. When her prisoner son Hendrik de Plooij with her prisoner grandson Thijs Albregt departed from her place, and with how many horses? The prisoner Thijs Albregt says that he, with Hendrik Plooij his uncle, went towards the evening with three horses to the place of Botman, and indeed that he was called by Hendrik when he was busy milking his father's cows, and was virtually forced to go along. Says she does not know such a thing. When those boys and Hottentots returned and what they brought with them? Says: I know nothing at all about it, I never saw the boys. The prisoner Heijntje de Plooij says that when he came home he carried nothing other than an empty bottle. Piet Piekeur appearing says that it was around daybreak when he came home with the Hottentots and that he carried a bag of money. Thijs Albregt says that he rode home on horseback with Hendrik Plooij, and that a bag of money lay on the packhorse, that it was around daybreak early in the morning, arriving with some bags on packhorses and the other Hottentots also carrying some goods, and Piet Piekeur with a bag of money. The three prisoners aforementioned say to the face of the prisoner the contents of their previous answer. The prisoner remains obstinately in the negative. Says: I do not know about the goods, I would surely have needed a place to hide them. Where those goods and that money ended up? The prisoner Thijs Albregt says that it was buried in a kloof below the house. The prisoner Piet Piekeur says that she hid the money in her chest, but where it ended up afterward is not known. The prisoner persists in the negative. Says she hid no goods. Whether she, the prisoner, did not hide that money and those goods? The prisoners aforementioned say to the face of the prisoner that it was buried in a kloof beside the house. The prisoner persists in the negative. Says as before. Says she answered according to the truth, and would sooner await her death than such an accusation. Whether she, the prisoner, answered according to the truth and whether she, the prisoner, is still aware of anything concerning this affair? The prisoners Heijntje de Plooij, Piet Piekeur, and Thijs Albregt say to the face of the prisoner that they spoke the truth, but that Regina lies obstinately. The prisoner says she spoke the truth. Whether she, the prisoner, does not know that she gave cause for the robbery and murder at the place of Botman? The prisoner Piet Piekeur says, as he said at article 25 of his interrogation, that Regina is the principal cause of the murder and robbery. The prisoner persists in her statements, and that she is as innocent as a child. Whether she, the prisoner, thus does not understand that by giving inducement to the robbery, she is the cause of it all and thus did evil and earned punishment; if so, to state where they lie buried? Says she knows well that if someone is guilty, but that she is not guilty. What she, the prisoner, can bring forward for her defense? Says to have no guilt. Says: No. Thus questioned and answered at Cape of Good Hope on the 15th of March 1787, before the Honorable Salomon van Echten and Jan Coenraad Gie, members of the Honorable Court of Justice aforementioned, who duly signed the minute of this along with the prisoner and me, the sworn clerk. Underneath stood: Which I witness. Was signed: R. J. v. d. Riet, sworn clerk. Appeared before me, the undersigned commissioner from the Honorable Court of Justice of this government, the aforesaid Regina, widow of Hendrik Plooij, who, having had her preceding question articles read out clearly and distinctly word for word, declared to persist by them, desiring that nothing more shall be added to or taken from them. Thus reviewed at Cape of Good Hope on the 26th of May 1787. Was signed & and described there: this cross was made by the prisoner's own hand. Lower: in my presence, signed: R. J. v. d. Riet, sworn clerk. In the margin, as commissioners, was signed.

Dutch transcription

de gee Hoijntje de Blooij zegt dat hij met de andere hot van Botman gegaan is en wel geroepen te zijn door hendrik „tentosten is mede gegaan op ordre van Regina dat Regina toen hij met 't welken van zijn vaders koeijen bezig was en hem nog een roppij gegeeven had en een boddel om brandewijn genoegzaam tot 't meede gaan gedwongen te zijn te haalen en dat hij twee schellinge moest weeder brengen de gevs zegt nergens van te weeten de hottentot Piekeur zegt, de gev„e meede in facie aan dat vermits hij dien dag toen de Iongens van haar plaats zijn gegaan niet thuijs was bij zijn thuijs komst dien dag tegens den avond van Regina ordre gekreegen had om de voorm: hottentotten en Iongens agter aan te gaan, en wel met deese substantieele bewoordingen gij moet gaan dat 't omtrend dag is geweest op de weigering die door hem piekeur getoond wierd de geve, blijft bij de negotive AC 11 zogt dat zij nergens van en wat die hottentotten voor or dres hebben gehad de gev=e heijntje de Plooij zegt als vooren dat hij geen ander ordre gekreegen heeft als van de brandewijn de gev„e Piet Piekeur, zogt de gev„e infacie van de gev=e dat hij ordres van haar ontfangen heeft om goederen en geld van de plaats van Rotman meede te brengen, de gee, blijft bij de negotive zegt dat kan ik niet zeggen, off niet haar gev„e zoon hen ik kan niets zeggen dat ik „drik met thijs die anderen nieten weet waar na toe die hotten totten de drie gev=s voorm: zeggen in dag morgen heel vroeg zijn en Jongens gaan moesten de voorm: drie gev=s zeggen facie van den gev:s den inhoud gekoomen met eenige zakken d in facie van den gevs, dat den ordres waren om na de plaats van hun vorig antwoord op draagpaarden ende andere e van Botman te gaan gelijk voorm: om goederen te halen de gev=e blijft bij de negotive hottentotten meede eenige goe d de gev„e blijft bij de negative „deren dragende en piet Piekeur„ met een zak met geld! zigt daar niets van te weeten wanneer haar geve soon hen „drik de plooij met haar ges= zogt ik weet van 't goed niet waar die goederen en dat geld de gev. s thijs albregt zogt dat klijn soon Thijs albregt van ik zou dog een plaats moe gebleeven is hij met hendrik plooij zijn haar plaats zijn afgegran oom tegens den avond met „ten hebben om te bergen en met hoe veel paarden. de gev=e thijs albregt zegt dat 't in een Cloof beneeden 't huijs drie paarden na de plaats begraven is geworden de gev„e piet Piekeur zegt dat zij 't geld in haar kist gebor zegt zulx niet te weeten zogt daar weet ik niet met al wanneer die Jongens en hotten van ik heb de Jongens nooijt totten zijn te rug gekoomen en gesien wat zij hebben meede opbragt de gev=e heijntje de Plooij zogt toen hij is thuijs gekoomen en dat hij niets anders heeft ge dragen als een leedige bottel Piet piekeur Compareerende zegt dat 't omtrend dag is geweest toen hij met de hottentotten thuijs gekoomen en dat hij een zak met geld gedragen heeft thijs Albregt zegt dat hij te paard na huijs gesneeden, is met hen drik Plooij en dat er een zak met geld op 't hand paard geleegen heeft de ged: blijft halstarrig bij de negotive van gen weet ƒ de 2 n. de 1 8. - 16 15 18 ten „gen heeft maar waar zulx naderhand beland is niet te wee de oped=e blijft bij de negotive! zogt geen goederen verborgen off zij gev„e niet dat geld en die wat zij gev:e tot haar verscho„ zogt geen schuld te hebben. te hebben goederen heeft verborgen „ning weet bij te brengen, de gev=s voorm: zeggen in facie van de gev„e dat 't in een Cloof bezijden 't huijs begraven is de gev„e blijft bij de negative zegt als vooren zogt na waarhijd geantwoord off zij gev„e na waarhijd ge te hebben en eerder haar dood antwoord heeft en of haar te wagten te weesen als dier gev=e nog iets bewust is betrek gelijke beschuldiging „kelijk deese affaire de gev„e heijntje de Plooij piet pie keur en thijs albregt zeggen de gev=e in facie aan dat zijl: de waarheid hebben gesproken maar dat Regina balstarrig legt de gev„e zogt de waarhijd gesegt te hebben off zij gev:e niet weet dat zij de gev„ piet Piekeur zegt zoo oorsaak gegeeven heeft dat als hij op artl 25 van zijn ver ter plaatse van rotman ge hoor heeft geesegt dat Regina roofd en gemoord is de voornaamste oorsaak is van 9 de moord en roof de ge. e blijft bij haar gezegdens persisteeren en zo onschul dig te zijn als een kind „ zogt Ia wel te weeten dat off zij gev„e dus niet begrijpt de zo iemand schuldig is door tot de roof aanleijding 21 zoo Ja! dezelve op te geeven waar begraven leggen te geeven oorzaak te zijn van maar dat zij niet schuldig is 't alles en dus quaad gedaan en straf verdiend te hebben Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de Goede Hoop den 15 maart 1787. voor d'EE: Salomon van Echten en Ian Coenraad gie leeden uijt den E: agtb: Raad van Iustitie voorm. die de minute deeser beneevens de gev=e en mij gesw=e Clercq meede behoorlijk heb ben onderteekend /onderstond/ 'T welk ik ge tuige /was geteekend/ R I: V: D: Riet gesw=t Clercq Compareerde voor mij ondergeteekende gecomm: uijt den E: agtb: Raad van Justitie deeses gouvernements de voorsz: Regina weede Hendrik Plooij, dewelke haare voor„ enstaande vraag articulen van woord tot woord klaar en duidelijk voor gelee „sen verclaarde daar bij te blijven persis „teeren begeerende dat er niets meer bij of van gedaan werden zal. Aldus gerecolleerd aan Cabo de Goede Hoop den 26 Maij 1787 was geteekend & en daar omschreeven dit kruis heeft de gev=e eijgenhandig gesteld lager mij praesent geteekend B: I: v: D: Riet gesw=e Clercq in margine als gecommitteerdens was getee Recollement maar - te kend 22 „ 83 24 ƒ 3 „zogt Neen 25

NL-HaNA_1.04.02_4329_0216 view scan ↗

English

known to C: L: Neethling and J: M: Bletterman. Says that she will speak the truth and has never lied. Says that her son lives with her and that she saw no boys. Says she did not see the boys. Further articles drawn up and submitted to the honorable commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice to examine Regina of Bengal, widow of the late burgher Hendrik Willem Plooij, upon the requisition of the sworn clerk of the said Council, Rijno Johannes van der Riet, acting officially qualified to attend to the affairs of the Merchant and Landdrost of Swellendam, Mr. Constant van Nuld Onkruidt. The answers given by Regina of Bengal, widow of the late burgher Hendrik Willem Plooij, shall be noted in the margin hereof. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, Regina of Bengal, widow of the late burgher Hendrik Plooij, who gave to the adjoining interrogatory articles such answers as are set down alongside each of them. When or how much time before the cruel murder was committed at the place of Rotman, and how long they remained at her place, did the boys stay at the place of the widow Plooij, and indeed in her house? The prisoner persists in her denial. Heijntje de Plooij and Thijs Albregt, the younger, say in the face of the prisoner that the boys were at the house of the prisoner several days before. Says No! Or whether she is now inclined to confess the truth? Says No! Or whether the prisoner still continues to deny that she incited the aforementioned boys to go to Rotman, who was a trader and thus richly supplied with goods, so that she, the prisoner, might subsequently share in what was stolen? The prisoner persists in her denial. Piet Piekeur says in the face of the prisoner that the prisoner said to him, You must go along so that I may get a share of it. Heijntje de Plooij likewise testifies. Or whether she still persists in her obstinate denial? Whether she must not testify that in the month of October last, six boys, according to their statement belonging to the butcher Jonas van der Poel, were at her place? The prisoner persists in her denial. Piet Piekeur, stepping inside, declared in the face of the prisoner the truth thereof, that the boys had been there. Heijntje de Plooij and the younger Thijs Albregt also say the same as Piet Piekeur. Says No, saw no boys. Piet Piekeur, stepping inside, says that he lives with the prisoner, Claas Coert with her son Thijs Albregt, and the rest in the neighborhood. The prisoner persists in the denial. Whether the Hottentots Piet Piekeur, Claas Coert, Daniel, Paul, Jantje Boom, Willem Ruijter, Andries, Jantje, and Abraham reside at the aforementioned place, or whether they stay in the kraals? If not, whether she, the prisoner, did not learn that those slaves were staying in the house of her son Hendrik de Plooij? And whether she then absolutely dares to deny having seen or spoken to any boys? Article 2. Article 3. Article 5. Article 6. Lacks signature. Says about coffee water while Martha wanted to buy mutton. Says No. Says I do not know. Lapsed. Whether she, the prisoner, also knows the Hottentot Jakhals? Whether this Jakhals was not present at the place of the prisoner along with the aforementioned Hottentot, and precisely on that same evening when the wife of Rotman was murdered? Says that Hendrik gave his wife no more than a push. Says that Martha reviled them, without knowing what those abusive words consisted of. Says that is untrue. Jacomina, stepping inside, declared in the face of the prisoner the truth of the question and says that her grandmother was present there. For what reasons the aforementioned Hendrik de Plooij beat his wife then? Whether the wife of the aforementioned Plooij, during that quarrel, did not revile her husband and the prisoner? Or whether on that occasion she did not substantially say to her husband, You shall be flogged, branded, and banished in chains to the Island? And to the prisoner, You shall come into the lodge and carry baskets there? The prisoner persists in the denial, stating, I was not present; otherwise I would have asked why and for what reasons I should come into the lodge. How many Hottentots does she, the prisoner, have in hire or in her service, or residing voluntarily with or on her place? Which other Hottentots were also there at that time? When she, the prisoner, departed from her place on the last journey to come towards the Cape? Lapsed. Whether shortly or a day before her departure a dispute did not arise between the prisoner, her son Hendrik de Plooij, and his wife? Over what that quarrel arose? Willem Albregt and Jacomina, stepping inside, declared to the face of the prisoner that it is the truth. Says Hendrik gave his wife only a push. Whether for these aforementioned reasons Hendrik Plooij did not beat his said wife? Willem Albregt and Jacomina, stepping inside, say in the face of the prisoner that Hendrik beat his wife with a knobkerrie and that the latter separated them. The prisoner now says, It may well be; I was at the ditch. Says further, Hendrik had a quarrel with Martha and pushed his wife, and she knows nothing of the rest. The prisoner persists in the negative. Says in the month of March. Article 10. Article 12. Article 13. Article 14. Article 15. Article 16. Article 18. Article 19. Says No.

Dutch transcription

„kend C: L: Noethling en I: M: Bletterman zegt de waarhijd te zullen zeggen en nimmer geloogen te hebben zegt dat haar zoon bij haar woond en geen Iongens gesien te hebben zegt de Jongens niet gesien wanneer of hoe veel tijd voor Nadere articulen gedaan te hebben Compareerde voor ons onderg: dat de Cruele moord ter plaat„ maken en aan heeren gecomm: de Jonge zeggen in facie van de heijntje de Plooij en thijs albieg se van Rotman is gepleegd en gecomm: uijt den E: agtb: Raad uijt den E: agtb: Raad van su van Iustitie deeses gouverne hoe lange of zij op haar plaats ged: dat de Iongens eenige da stitie overgegeeven omme daar „ments Regina van bengalen gebleeven zijn „gen te vooren op de plaats van op ter requisitie van den gaav= weed=e wijlen burger Hendrik Clercq van welgem Rade Rijno huijs geweest zijn de weede de plooij en wel in haar plooij dewelke op de neevenstaan Johs van der Riet als in officio den gev„e blijft bij de negatieve de vraag articulen zodanige gequalificeerd ter waarnee antwoorden gegeeven heeft als „ming der saken van den Coop beleeden een ijder derzelve man en Landdrost van Swel„ lendam de heer Constand van Nuld onkruidt gehoord te worden Regina van Benga len weed=e wijlen den burger Hendrik Willem Blooij zul „lende desselvs gegeevene resp=e zegt Neen! in margine deeser worden bekend gesteld dan wel of zij tans geneegen is de waarhijd te beleijven zegt Neen! off zij gev=e ook nog blijft ont off zij ge=e nog blyft persisteeren de gev„e piet Piekeur zegt in sa „kennen, dat zij voorm: Jongens bij haar halsturrige ontkentenisie van de gev=e dat zij gev:e tegens heeft aangezet om bij Rotman hem gesegt heeft Jij moet me die een negotiant en dus Bij de gaan op dat ik er een part kelijk van goederen voorsien van krijn was, en haar gev„e vervolgens gelijk heijntje de Ploorx mede of zij niet moet betuijgen getuige van t gestoolen mede te deelen? dat in de maand october ll: de gev„e blijft bij de Negative Piet Piekeur binnen treedende op haar plaats zijn geweest zogt in facie van de gev=e de waar ses Jongens volgens hun voor hijd daar van aan dat de Jongens geeven den slagter Jonas van daar geweest zijn Heijntje de Cloorij en de Jonge, der Poel toebehoorende= zegt Neen geen Iongens gesien zogt Piet Piekeur bij haar gev„e off de Hottentotten piet Piekeur Claas Coert bij haar zoon thijs Claas Coert Daniel Paul Jantje Albregt en de overige in de boom Willem Ruijter Andries buurt te woonen zo Neen of zij gev„e dan niet ver noomen heeft dat die slaaven zig in 't huijs van haren soon Hendrik de Plooij hebben opge„ houden En of hij ged: dan volstrekt durf ontkennen geen Iongens gesien te hebben nog gesprooken. Thijs Albregt zeggen meede als piet piekeur den gev: blyft bij de negative Jantjje staat van geteekend. te hebben 2 arct:, „ 6. „ 5 art: 3 zogt over Coffij water terwijl mar ossij wilde koopen zogt Neen zogt ik weet niet vervald. Jantje en Abraham op de gee¬ plaats woonagtig zijn dan wel of zij zig in de Craalen ophou den zegt dat hendrik zijn vrouw om welke reedenen gem: Hen off zij geve, ook kend de hosten niet meer als een stoot gegee drik de Blooij zijn vrouw toen tot Jakhals heeft geslagen ven heeft off deesen Zakhals zig niet ne„ zegt dat martha gescholden heeft off de Huisvrouw van gem: plooij „vens voorsz: Hottentott en Juist zonder te weeten waar in die schet bij die rusie niet op haaren op die zelvde avond wanneer woorden bestaan. de vrouw van Rotman vermoord man en de gev: heeft gescholden is heeft bevonden ter plaatse van de gev„e zegt dat is onwaar of zij by die geleegend hijd niet Iacomina binnen treedende substantieelijk tegens haaren zegt den gev„s in facie de waar man heeft gesegd gij zuld hijd van de vraag aan en zegt gegeeseld gebrandmerkt en in dat haar groot moeder daar de ketting op 't Eijland geban bij praesent is geweest Hoe veel hottentotten zij gev:e wel de gev e blijft bij de Negative en wel nen worden in huur of in haar dienst dan ik ben daar niet bij geweest anders zou ik wel gevraagd hebben wel vrijwillig bij of op haar waarom en om welke reedenen zal ik in de logie komen plaats woonende wanneer zij ges„e de laatste vervalt. rijze om Caapwaarts op te komen van haar plaats vertrokken 12 off er niet kort of een dag voor haar vertrek verschil is gereesen tusschen de gev=e haar na binnen treedende zegde zoon Hendrik de Blooij en gev: in facie aan dat 't de waar zijn huisvrouw Willem albregt en Iacomi off om deese reedenen voorsz: zegt Hendrik heeft zijn vrouw Hendrik plooij zijn gem: huis maar een stoot gegeeven vrouw niet heeft geslagen Willem albregt en Jacomina binnen treedende zeggen de gev=e in frcie aan dat hendrik zijn vrouw met een kirrij ge de gev„e zogt tans 't kan wel weesen ik benaan de sloot geweest slagen heeft en dat laatst gem: haarl: gescheiden heeft zegt nader hendrik heeft Rusie gehad Met Marta en de gev„e blijft bij de negotive heeft zijn vrouw gestoten en van 't verdere niet te weten. — zogt in de maand maart welke andere hottentotten zig op dien tijd meede aldaar hebben bevonden waar over die rusie is ontstaan en tegens de geve gij zult in de logie komen en daar mandjes draagen 2 1 10 is 13 zegt Neen. heid is lb: tha geen Art: 14 15 16 18 19

NL-HaNA_1.04.02_4329_0218 view scan ↗

English

Thus questioned and answered on art. 20 States, what I once said, whether she, the prisoner, must not confess I still maintain, no wagons nor that in her previous answers she sought slaves came to me, and there were to conceal the truth, no slaves there. and whether she is not now convinced States, No, not at all. that she was the principal cause of the Piet Piekeur states that Regina and dreadful murder of the wife of Rotman, her son Hendrik were the principal cause her child, and slaves; of the murder, and that he carried a bag of money and gave it to her, the prisoner, upon his return; Heijntje de Plooij likewise states as before, and that he also received a pair of knee buckles and money from the old Regina. The prisoner states to all this that it is all lies; states she knows nothing of it! If the prisoner confesses this, to have her give an accurate account of how her orders toward the aforesaid six slaves were given, which goods were brought to her place, who went to the place of Rotman to fetch the plunder, and finally in what manner and among whom the stolen property was divided, and where those goods are at present. Thus re-examined at Cape of Good Hope, the 28th of May 1787. Was signed X and circumscribed there, this cross was made by the prisoner's own hand /below/ In my presence, signed R: I: v: D: Riet, sworn clerk. In the margin as commissioners /signed/ B: Matthiesen and C: G: Maasdorp. 19 Re-examination Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the aforesaid Regina, widow of the late Hendrik de Plooij, who, after these articles with her answers given thereto were clearly and distinctly read aloud to her word for word, declared that she perseveres and persists therein, desiring that nothing more shall be added or removed. Cape of Good Hope, the 26th of May 1787, before the gentlemen J: M: Bletterman, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the prisoner and me, the sworn clerk /below stood/ To which I testify, was signed R: I: v: D: Riet, sworn clerk. 21 22 0 States as before, not to know them. States Hendrik Willem Plooij, native of the Cape, aged by estimation 35 years. Gourits River at his mother's. Piet Piekeur. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the detained burgher Hendrik Willem Plooij, who to the adjoining question-articles has given answers as are noted down beside each of them. Articles drawn up and submitted to the gentlemen commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government by and on behalf of the sworn clerk at the Secretariat of Justice, qualified ex officio to attend to the case of the Landdrost of Swellendam, Constand van Nuldt Onkruydt, in order that the burgher Hendrik de Plooij may be heard and interrogated thereon according to law, his responses to be properly recorded in the margin. Whether he, the prisoner, also saw the butcher's note. States not to have seen the note and to know nothing of it. Whether he, the prisoner, also previously saw or knew those boys. States never to have seen the boys. What those boys came to do at the prisoner's place. States as before, never to have seen those boys. Heijntje de Plooij states to the face of the prisoner that the boys came to buy wethers; the prisoner states he knows nothing of it. Whether those boys were continuously with him, the prisoner, at his place, or whether they kept themselves hidden in the veld by day and came into the house again at night. States, I know nothing of that. States, at the Rietvallei, across the Gourits River. Where he resided. Heijntje de Plooij states the boys were hidden by day and came out at night, which Piet Piekeur and Thijs Albregt also maintained to the face of the prisoner. The prisoner persists in the negative. The widow Hendrik de Plooij the elder states, Yes, all those Hottentots well. Claas Coert, Daniel Paul. Whether she, the prisoner, also knows the Hottentots. How long those boys stayed with her. States, the boys were not at the place. The prisoner Heijntje de Plooij and Thijs Albregt state to the face of the prisoner that the boys were there at the place for several days. The prisoner's name, birthplace, and age. The prisoner persists in the negative. States not to know the boys, and that those boys were never with him, the prisoner, or his mother. Whether he, the prisoner, also knew the six boys who were with his, the prisoner's, mother in the month of October last under the name of the butcher J: A: van der Poel. The Hottentot Piet Piekeur, Heijntje de Plooij, and Thijs Albregt state to the prisoner's face that the boys were at the place. The prisoner persists in the negative. If so, how they were named. Art: 4 [illegible] Abraham and Jakhals, Andries, Jantje. Art: 1 recorded. No 6 Willem Ruiterbos, Jantje Boom.

Dutch transcription

Aldus Gevraagd en B'antwoord aan ott. 20 zegt wat ik eens heb gezogt of zij gev: niet moet bekennen zog ik nog bij mijn komen geen dat zij bij haar bevoren gegee wagens nog slaaven en daar vene antwoorden de waarhijd is geen slaven geweest heeft zoeken te verbergen, zegt Neen gantsch en gaar En off zij tans niet is overtuigd niet de voornaamste oorzaak te piet Prekeur, zigt dat Regina zijn van 't Eijsselijk vermoor en haar soon hendrik de voorden van de vrouw van Rotman naamste oorzaak van de moord haar kind en slaven zijn en dat hij nog een zak met geld gedraagen en aan haar gev„s gegeeven te hebben, bij zijn terug komst Heijntje de plooij zogt mede als vooren en dat hij nog een paar knie gespe en geld gekreegen heeft van de oude Regina de gev„e zogt op 't een en ander dat 't altemaal teugens zyn zegt nergens van te weeten! zo de gev„e 't een en ander bekend haar Ian Nauwkeurig te doen op geeven hoedanig haren last Jegens voorsz: ses slaven geweest zij welke goederen op haar plaats zijn gebragt wie zig na de plaats van rot„ man begeeven heeft om t geroofden af te haalen en eijndelijk op wat wijze en„ der onder wier t respolieer de verdeeld is en waar zig die goederen thans beven den Aldus gerecolleerd aan Cabo de goe de Hoop den 28 meij 1787 was geteekend x en daar omschreeven, dit kruijs heeft de gev„e eijgenhandig gesteldt /lager/ mij praesent geteekend R: I: v: D: Riet ges w=r Clercq in margine als gecomm: / geteekend/ b: Matthiesen en C: G: Maasdorp 19 Recollement Compareerde voor ons onder get: gecomm: uijt den E: agtb: Raad van Iustitie deeses gouvernements voorsz: Regina weed=e wijlen Hendrik de Plooij dewelke deese sijne articulen met sijne heer op opgeevene ant woorden van woorde tot woorde klaar en dui delijk voorgeleesen weesende verclaarde daar bij te blijven persisteeren begeerende dat er niets meer bij of van gedaan wer„ den zal Cabo de goede Hoop den 26 meij 1787 voor de heeren J: M: Bletterman leeden uijt den Ed: agtb: Raad van Iustitie voorm: die de minute deeser beneevens de geve, en mij geswe Clercq meede behoorlijk hebben on derteekend /onderstond:/ 'T welk ik getuige was geteekend R: I: v: D: Riet gesw=e Clercq„ 21 „22 0 zegt als vooren hun niet taken zegt Hendrik willem Plooij van de Caab geboortig oud nu gissing 35 Jaaren gaurits Rivier bij zijn moeder Piet Piekeur Compareerde voor ons onder Articulen gedaan maken get: gecomm: uijt den E agtb: en overgegeeven aan heeren Raad van Justitie deeses gou gecomm=e uijt den E agtb: raad vernements de gedetineerde van Justitie deeses gouverne burger Hendrik Willem of hij ged„e ook 't slagter briefje ments door ende van weegens zogt 't briefje niet gezien te Plooij dewelke op de neeven den gesw: Clercq ter hebbe en daar niets van te wee gezien heeft staande vraagarticulen secretarije van Justitie als gegeeven heeft als bezijden en officie gequalificeerd ter zogt de Jongens nooyt gesien of hij gev=e ook te vooren die een ijder derselve staan waarneeminge der sake van Jongens gesien of gekend heeft den landdrost van Swellen dam Constand van Nulelon zegt als vooren die Jongens wat die Jongens bij hem gev= nooijt gesien te hebbe- de hotten zijn komen doen kruid omme daar op ter zij tot Hijntje de Plooij zogt in „ner reg: gehoord en ondervraagd facie van de ged: dat de Jongens te worden de burger Hendrik geweest zijn om hamels te koopen, de plooij zullende desselvs de gev:n zegt nergens van te weeten. te geevene resp=e in margine behoorlijk worden bekend gesteld. " ten te hebbe zegt daar weet ik niets van off die Jongens geduurig bij hem zegt aan de Riet vallij over de waar dezelve gewoond heeft Hoijntje de Plooij zegt de Jon geve op zijn plaats geweest zijn „gens zijn overdag verschoolen ge dan of zijl: hun overdag int „weest en 's nagts kwaamen zij veld verscholen hielde en 's Nagts voor den dag zo als piet piekeur weeder in huijs gekoomen zijn en thijs albregt meede in fa„ de gev=e blijft bij de Negative de weede Hendrik de Plooij d'oude hielde zegt Ia al die hottentotte wal Claas Coert Daniel Paul of zij gev e ook kend de hotten tot te zegt de Jongens zijn op de hoe lang die Jongens bij haar plaats niet geweest ged: geweest zijn de gev: hijntje de Plooij en thijs Albregt zegge in facie van de gev„e dat de Jongens daar des gev=s Naam geboorte plaats ter plaatse eenige dagen geweest zijn en ouderdom de gev„e blijft bij de negotive agt zeijt de Jongens niet te kennen off hij gw=e ook gekend heeft cie van de gev:e zulx staande en dat die Jongens nooijt bij de ses Iongens die bij zijn gev= hem gev„e of zin moeder geweest moeder in de maand offbr: lb: onder de naam van de slag ter J: A: van der Poel zijn ge de hottentot Piet Piekeur weestr. heijntje de Rooij en thijs Albregt zeggen de gev: in facie aan dat de Jongens op de plaacs geweest zijn. de gev„e blijft bij de negotive zo Ja hoe dezelve genaamt zijn geweest. Art: 4 cort a Abraham en Jakhals Andries Jantje art: „1 aan geteekend N=o 6 „nen te kennen.. nWillem Ruiterbos Jantje Boom zijen

← previousnext →