VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 4329

Cape · 582 pages · 352 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_4329_0291 view scan ↗

English

had sat states that those persons, when they were gathered together, states that all four of them were present at the same time. states that Willem had said, we must aim well to hit them! states that they were captured by the Commando. states as before. went to their own horses. when the prisoner saw them returning together to the horses, whether the prisoner and the aforesaid Hottentots did not then shoot at the said Janssen. fired, and with what the guns were loaded, states Spogter and Willem shot, and that their guns were loaded with bullets. if so, to specify distinctly by whom those shots were which two Hottentots went missing during the journey! 32 states that he was asleep and thus does not know such things. at what place, and in what manner they escaped. whether this did not take place with the intention of depriving these two persons of their lives. 33 states that Willem bears the blame for all of the above, otherwise he would not have done such a thing. whether the prisoner does not understand having committed a great evil and therefore deserving punishment. whether at that time the aforesaid Janssen was not actually hit by a bullet! 25 how many shots were fired by them on that occasion! 24 and whether the gang did not thereupon proceed to the Renoster Fontein and stay there upon a mountain. whether the entire gang was not captured a few days thereafter at that place, and whether during that capture any of them resisted the Commando! 28 which two Hottentots were shot dead during their capture? States Bosjesman and Flamink. States yes. states only one each. states not to know such. states as before. Thus questioned and answered at Cabo de Goede Hoop on 25 June 1787 in the presence of the gentlemen William F: v: Reede van Oudtshoorn and C: G: Maasdorp, members of the Honorable Council of Justice of this Government, who duly signed the minute hereof along with the prisoner and me, the Sworn Clerk. Below stood: Which I witnessed, signed R: F: v: d: Riet, Sworn Clerk. Review Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, the aforementioned Hottentot Kees, to whom these his preceding interrogatory articles were clearly and distinctly read out word for word, who declared to abide by and persist in them, desiring that nothing more or less shall be made of it, saying that all of the above is the pure truth. Thus reviewed at Cabo de Goede Hoop on 26 June 1787. Was signed: and around it described this mark the prisoner made with his own hand. Lower, In my presence, signed R: F: v: d: Riet, Sworn Clerk. In the margin, signed as Commissioners, W: F: v: Reede van Oudtshoorn and Joh:s Smuts. what he knows to bring forward in his defense. 30 whether he, the prisoner, was not sent hither with three other Hottentots of the aforesaid gang. states to have done nothing more. whether any murder, robbery, theft, or other great evil was also committed by that gang. 29 states yes. shots! shot. no one. 21 22 23 26 and so forth 34 31 3 states yes! states yes, that Willem had said to go along, and that Willem, threatening to strike him with the butt of a gun on the prisoner's head, had said, you must go along! whether the prisoner did not run away from there in the month of November or December of the preceding year, if so, for what reasons. states not to know the number. states Willem, Bosjesmans, had a gun, as well as a quantity of powder and lead. Interrogatories drawn up, made, and handed over to the gentlemen Commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, to examine thereon, at the requisition of the Sworn Clerk at the Judicial Secretariat, qualified in office to attend to the affairs of the Landdrost of the colony of Graaff-Reinet, Mr. Herman Mourits Otto Woeke, the Hottentot Dragonder, whose responses to be given shall be duly recorded in the margin hereof. states yes, but not alone. The prisoner's name, birthplace, and age. states yes, and that Willem had 2 With whom the prisoner last lived in the district of Graaff-Reinet. Dragonder, a Hottentot, aged by estimate 20 years, born there. states with Piet Venter. whether these Hottentot men and Hottentot women not only also lived and were themselves brought up at the place of the burgher Pieter Venter. whether the prisoner also knows the Hottentot Kees with the Hottentot woman Sanna and her two children, the Hottentot woman Jacomijn with two children, along with Rosina, her suckling child, Flora with seven children, as well as Catrijn, Tobie, Roselijn with her child, Aurora, Spogter, and Vlamink. whether the same Hottentots did not provide themselves with guns, powder, and lead upon their departure, and whether the prisoner himself also obtained a gun from his master's house. Kees and he, the prisoner, each had which Hottentot men and Hottentot women were in their service at the time when the prisoner ran away from his aforesaid master, and how many of them, along with the prisoner, took to flight! states Spogter, Willem, Vlamink, Kees, and several others whose names are unknown to him. 4 5

Dutch transcription

hebben geseeten zegt dat die persoonen wanneer der te zamen gerotten hotten tot ten zegt dat zij alle vieren te gelijk geeweest zijn. zegt dat willem gesegt had wij moeten mooij aanleggen om hun te raken! zegt dat sij door de Commando zijn gevangen genoomen. zegt als vooren. zelver paarden hebben begeeven. hij gev„e hun zag alle bij de te paar zijn terug gekomen zig naar der off de gev„e en voorsz: hotten kotten toen niet op gem: Ianssen heb ben geschoten. — gedaan en waar meede de snap zegt spogter in willem haanen geladen geweest zyn hebben geschoten en dat hunne zo Ia dan distinct op te gee geweeren met kogels gelaaden ven door wie die schoten welke twee hottentotten op de rijse absend geraakt! 32 zegt dat hij geslapen, heeft en dus waar ter plaatse, en op wat wijze of dit niet is Geschied met zulx niet te weeten deselve zijn ontkomen ookmerk om deese twee per 33 soonen van 't leeven te beroven zigt dat willem van al 't vooren, of hij gev:e niet begrijpt groot kwaar staande de schuld anders zoude. gedaan en dierhalven straffe hij zulx niet gedaan hebben, verdiend te hebben of als toen voorsz: Ianssen niet werkelijk met een kogel getroffen is! 25 hoe veel schooten er bij die ge leegen d rijds door hun gedaan zijn! 24 & of 't Complot zig hier op niet heeft begeeven naar de renos het Pontijn en zig aldaar op een berg op gehouden of de geheele bende niet eenige daagen, daar na op die plaats is gevangen genoomen en of zig bij die gevangen neeming ook eenige teekens de Comman 80 hebben te weer gesteld! 28 welke twee hottentotten en bij hun gevangen neming zyn dood Zegt Bosjesman en Flamink Legt Ia. zegt. maar een ieder. zegt zulx niet te weeten zegt als voren. Aldus Gevraagt en beantwoord aan Cabo de Goede Hoop den 25 Junij 1787 ten over¬ staan van de heeren william F: v: Reede van oudtshoorn en C: G: Maas dorp. leeden uit den E Agtb: Raad van Justitie deeser Gouvernements die de minute deeser benee vens de Eev„e en mij Gesw, Clercq meede be hoorlijk hebben onderteekend /onderstond T welk ik Getuige was geteekend R: F: v: D: Riet gesw„e Clercq. — Recollement Compareerde voor ons onderget: Gecomm: uijt den E:e Agtb: Raad van Justitie deeses Gjouver wat hij tot zijn verschoning weet in te brengen 30 of hij get„ niet met drie andere hollentotten van voorsz: Complos herwaards opgesonden zigt niets meer gedaan te hebben op door die bende ook Eenige moord roof diafte of andere Groote quaam gepleegd is 29 zegt Sa Schooten! geschoten neman 21 22 23 26 & p 34 31 3 zegt Ja! nements voorm: hottentot kees dewelke deese zijne voorenstaande vraag articulen van woor zegt Ja dat willem gesegt had de tot woorde klaaren duidelijk voorgeleesen off hij gev„e niet in de maand weesende verclaarde daar bij te blijven per om meede te Gaan, en dat willem November of december des voorl sisteeren, begeerende dat er niets meer bi op hem onder teserlaan de kolf van een Iaars van daar is opgedrost van gedaan werden zal zeggende al 't vooren geweer op zijn gev„e hooft gezegt zo Ja om welke reedenen staande de Zuivere waarhijd is had gij moet meede Gaan! Aldus Gerecolleerd aan Cabo de Goede Hoop den 26 Iunij 1787. was geteekend/ en daar omschreeven dit kruis heeft de gev„e eijgenhandig gesteld. lager mij Praesent zegt 't getal niet te weeten geteekend R: I: v: D: Bret Gedw:e Clercq in margine als Gecomm: Geteekend W: F v: Reede van oudtshoorn en Ioh:s Smuts zegt willem Bossesmans een opiveer gehad, als meede Interrogatoria gedaan, maken een Partij kruid en Lood. en aan heeren gecomm„s uit den E agtb: Raade van Iustitie deeses Gouvernements over gegeeven omme daar op ter requisitie van den geswe. Clercq ter Iustitieele Secretarije als in officio gequalificeerd ter waarneemenje der sa ken van den Landdrost de Collonie Graatfe Beinet de heer Herman Mourits otto woeke daar op gehoord; te worden den hotten tot Dra gonder zullende desselvs te geevene resp„e in margine zegt Ia maar niet alleen deeser behoorlijk worden be kend Gesteld en ouderdom. zegt sa en dat willem een 2 bij wien hij gev„e in t district Dragonder een hottenhot oud des Ga„e naam geboorde plaats 2 na gissing 20 Iaaren. zegt bij Pietventer daar geboren te zijn off deese hottentotten en hotten tot tinne niet alleen meede hebben gewoond en zelve zijn grootge„ worden ter platse van den burger Pieter venter off hij gev„t ook kend de hotten off hij gev„e ook kend de Potten tot kees met de hottentottinne sanna en haar twee kinders de hotten tottinne Iacomun met twee kinders midsgds Rasina hare Luigend kind Flora met seeven kinderen als meede Catrijn Tobie Roselijn met haar kind Aurora Spogter en vlamink off dezelve Botten totten zig bij kruid en lood hebben voorsien en of hij Gev„e zelve ook met een snaphaan uit 't huis van zijn baas is magtig geworden kees en hij gev„e hebben ieder, hun vertrek niet van geweeren hem de naam onbekent te zijn zijn voorsz: baas is weggeloopen kees en meer andere waar van ten tijde wanneer hij gev„e van bij derzelve in dienst zijn geweest zegt spogter willem vlamink welke hottentotten en hottentottine En hoe veel van dezelve zig neevens de Gev„, meede op de vlugthebben begeeven! van Graatse Reinet 't laatst gewoond heeft Jaar tot F F 7 - 4 5 A„

NL-HaNA_1.04.02_4329_0293 view scan ↗

English

says yes with a Hottentot at says yes. says always to have been together and to have sustained himself by shooting with the gun says yes. says for nothing else than to shoot wild game, Willem having said, we will shoot Christian people dead if they want to catch us. says as before says yes. on foot says that the others shot, this one went to dwell at the place of the brother of the aforesaid Venter, lived with Venter for a year until Willem, if yes, when whether this Hottentot did not incite the prisoner and the other Hottentots to leave their master, however he, the prisoner, did not! whether he, the prisoner, did not find himself with their plot during the desertion of the aforesaid Hottentots, in what region they found themselves during that time, and how they made their living! whether the same plot was not provided with the necessary powder and lead, for what reasons they provided themselves with those weapons! whether it was not to raid the places of the inhabitants there, and to be able to offer them resistance, 15 whether he, the prisoner, did not find himself in the month of December together with the aforesaid plot at the so-called Paardevallij close by the abandoned place of the burgher Jan Viljoen. to have. says yes. they had to shoot the two Christian people dead. says as before, and that there were bullets in the guns says that he, the prisoner, these persons says that those two persons aimed their guns at him, the prisoner, and his comrades, when the other Hottentot had shot at them, what these persons did at the sight of the prisoner and his comrades, and what was done by the prisoner and the aforesaid plot, did not immediately turn back toward their horses at the sight of the plot! saw on horseback, and not whether the mentioned Janssen and Viljoen whether the aforesaid Hottentots at that time, along with the prisoner, did not discharge their guns at him, Janssen, and Viljoen, did not, but that Willem shot first, and so on the others if yes, to state accurately then by whom those shots were fired, and with what their muskets were loaded! intention to deprive those two persons of their lives! says that Willem had said whether this was not done with the not notably struck by a bullet 23 whether the same plot did not subsequently proceed to the Renoster Fontein, says no, did not see such, and whether two persons did not come toward them there, and 10 11 12 13 14 19 20 21 22 18 16 says yes. says Bossiesman and Wamink were shot dead says no. sleeping says yes. and stayed there on a mountain whether the plot was not taken prisoner at that place a few days after that, which two Hottentots were shot dead during their capture. whether by the plot or by the prisoner or the other Hottentots belonging to that gang any other murder and robbery or great evil was committed. whether he, the prisoner, was not sent hither with three other Hottentots of the aforesaid gang, 28 which two Hottentots went missing on the journey hither, at what place and in what manner this happened. 30 whether he, the prisoner, does not understand to have committed great evil, and therefore to have deserved punishment, what he, the prisoner, knows to put forward in his excuse says that Willem is the cause of everything. Thus questioned and answered at Cape of Good Hope, the 26th of June 1787. 31 says at night while they were says Spogter and Willem says yes, he the prisoner, Spogter, Willem, and Kees. Thus verified at Cape of Good Hope the 26th of June 1787, was signed and there described this mark the prisoner made with his own hand, lower, in my presence, signed R: J: v: d: Riet, sworn clerk, in the margin signed as commissioners W: F: v: Reede van Oudtshoorn and Joh:s Smuts. Verification. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Court of Justice of this Government, the aforementioned Hottentot Dragonder, who, having had these his preceding interrogatories read aloud clearly and distinctly word for word, declared to abide by them, persisting, desiring that nothing more shall be added to or taken from them, before the Gentlemen W: F: v: Reede van Oudtshoorn and C: G: Maasdorp, members of the Honorable Worshipful Court of Justice aforesaid, who have duly signed the minute of this together with the prisoner and me, the sworn clerk, underneath stood: Which I testify, was signed R: J: v: d: Riet, sworn clerk. J. van Herssen [illegible] 24 25 Agrees

Dutch transcription

zogt Ia met een hottertot bij zogt Sa. zegt altoos te samen te zijn geweest en zig met de ut te schieten geerneert te hebben zegt Ia. zegt niets anders als om wied te schoeten hebbende willem gesegd wij zullen Christen men schen als zij ons willen vangen doodschieten. — zegt als voren zegt La. te voet zegt dat de andere geschooten deese zig met er woon begeeven op de Plaats van de broeder van voorsz: venter Iaar bij venter gewoond heeft tot Uillem zo Ia wanneer off deese hotten tot hun geve„ en de overige hottentotten derzelver baas te vertrekken niet heeft aangeset om van hooten egter hij gev„e, niet! off hij beve zig niet geduurende 't op drossen van voorsz: hotten „totten bij hun Complot heeft bevonden waar omstree zij zig bij aldien tijd hebben bevonden en hoedanig zij aan de kost gekomen zijn! of het zelve Complot niet is voor zien Geweest en 't benodigde kruid en Lood om welke reedenen zij zig van die wapenen hebben voorzien! of 't niet is Geweest om de plaatse der ingeseetenen aldaar afteloo pen, en dezelve tegenstand te kunnen ieden 15 f hij ge„,e zig niet in de E maand deCbr: beneevenst voorsz: Comp lot heeft bevonden. aan de Iogenaamde Paarde vallij dig bij de verlatene Plaats van den burger Jan Vilsoen. hebben. zegt so. zij moet de twee Christe menschen dood schieten. zogt alvooren en dat er ko „gels op de geweeren geweest zijn zegt dat hij gev„e die persoonen zegt dat die twee persoonen met hunne geweeren op hen gev„e wat deese persoonen op 't en zijne meede=makkers hebben gesigt van de gev„e en zijne mees aangelegt wanneer de andere de makkers hebben Gedaan holtentot op hun hadde geso en wat door den gev„e en t voorsz: Complot is verrigt zig niet terstond op 't gesigt van 't Complot te rug waarts naar der zelvs paarden hebben begeeven! te paard heeft gesien, en niet off gem: Janssen en viljoen off de voorsz: hottentotten op op hem Janssen en viljoen hebben Losgebrand heeft maar dat willem 't eerst dat tijdstip niet nevens de geschooten heeft en zo vervol gev e met hunne geweezen zo za als dan nauwkeurig op te geeven door wie die schooten gedaan zijn en waar meede hunne snaphanen zijn gelaaden geweest! oogmerk om die bij de per soonen van 't leeven te bero zegt dat willem gesegt had, of dit niet is geschied met sen niet merkelijk door een kogel is getroffen 23 of 't zelve Complot zig vervol gens niet heeft begeeven naar de Renoster Fontijn zegt Neen zulx niet gesiente off als toen de voorsz: Jan off hun aldaar, niet zijn te gemoed gekomen 2 persoonen, en 10 1 12 13 14 gens de andere 19 20 2 1 22 ven! 18 16 ken „ zegt za. Legt Bossesman en wa„ mink zijn dood geschoten zegt Neen. Slaepen zegt Ja. aa#En zig aldaar op een berg op gehouden of 't Complot niet eenige daa gen daar na op die plaats gevangen genoomen welke twee holtentotten bij hun gevangen neeming zijn doodgeschooten. off door 't Complot dan wel door de geve of de overige hot tenstotten, tot die bende behoo„ rende eenige andere moord en Roos diefte ofte groot quaad gedaan is. off hij gev„e niet met drie an dere Dottentotten van voorsz: bende herwaards is opgeson den 28 welke twee hottentotten op de rijze Na herwaards zijn absent geraakt waar ter Plaatse en op wat wijze zulx is Geschied. 30 off hij gew. hiet begrijpt groot quaad, en dierhalven straff verdiend te hebben wat hij geven tot zijn verscho zegt dat willem de oorzaak ning weet in tebrengen van alles is. Aldus Gevraagd en beantwoord aan Cabo de Goede Hoop den 26 Iunij 1787 31 zegt des Nagts terwijl zij zegt Spogter en willem zegt Ia hij gev„e spogter willem en kees. — Aldus Gerecolleerd aan Cabo de Goe„ de Hoop den 26 Junij 1787 was getee kend 't en daar omschreeven dit merk heeft de Gev e eigenhandig gesteld lager mij Praesent geteekend R: I: v: D: Riet gesw: Clercq in margine als gecomm: geteekend W: F v: Reede van oudtshoorn en Joh„s, Smuts Recollement. Compareerde voor ons onderget gecomm: uijt den E: Agtb Raad van Iustitie deeses Gou vernements voorm: Slottentot Dragon der dewelke deese Sijne voorenstaande interrogatoria, van woorde tot woorde klaar en duidelijk voorgeleesen verclaar „de daar bij te blijven, persisteeren be geerende dat er niets meer bij of van gedaan werden zal voor de Heeren W: F: v: Reede van oudts. hoorn en C: G: Maasdorp leeden, uit den E: Agtb: Raad van Justitie voorm: die de minute deeser beneevens de gev„ en mij gesw:e Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend onderstond: 'T welk ik Getui „ge was geteekend R I: v: D: Biet gedus„ Clercq. J Van Herssen Iseerjs 24 25 2 - „: — Accordeert

NL-HaNA_1.04.02_4329_0295 view scan ↗

English

Appeared before the Honorable, Respected Lord President and Council of Justice of the Castle of Good Hope, the Fiscal pro interim g'Exter, ex officio, plaintiff in criminal cases, on the one hand, and Louis Hernandez, soldier on the Spanish ship La nieve, prisoner and defendant in the aforesaid case, on the other hand. And did state that the prisoner and defendant, lying at anchor with his aforesaid vessel in the roads of False Bay, came ashore on various occasions with the consent of his commanding officer; and such having also occurred on the afternoon of the 27th of the past month of May, the prisoner and defendant first went to the soldiers' quarters to smoke a pipe, whereupon he went to the tavern situated in False Bay; and having met there his mate Gabriel with other Spaniards and several Dutch sailors, he engaged in negotiations over a watch with the quartermaster of the Honorable Company, Jan Blijaart, Jan Henkevoort, and three sailors who had come to the said inn; that the prisoner and defendant reached an agreement with the said Blijart on the purchase, but having no more than three Spanish mats with him, he requested the buyer, with the offer of a Spanish mat for his security, to go with him in order to fetch and receive the missing money; that the frequently mentioned Blijart consented to this, but followed the prisoner and defendant no further than outside the door and went back to his comrades; the prisoner and defendant also came back into the room, and having stood for a short while with his hand behind his back, he drew a knife from there, and with the same inflicted a violent stab into the body of the shoemaker's mate, wherewith the prisoner and defendant indeed fled out of the house.

Dutch transcription

1Ende deede zeggen 2 dat den gev„, en ged:e met zijn voorsz: Bodem ter Rede van de baaij fals g'ankert leggende 3/ tot verscheide Bijze met Consent van dies Commandee „rende officier aan wal is gekomen 4/ En zulx ook 's agtermiddags van den 27 der gepas seerde maand mij geschied zijnde 5 den gev: en ged:e zig eerst in't quartier der soldaaten heeft begeeven om een pijp te rooken 6, waar op naar de in de baaij fals bevindelijke schagije rije is gegaan en aldaar zijn maat Gabriel met andere spanjaaren en meerdere hollandsche mattroosen ontmoet hebbende 8 zig met den quartiermeester der E Comp„e Ian Blijaart Jan Henkevoort en drie mattrosen naar gem: Herberg was gekomen. 9 over een Horologie in onderhandeling 10 heeft ingelaaten 11 dat den gw, en ged„e met gem: Blijart over den koop eenig geworden zijn 12 dog niet meer als drie sp: matt: bij zig hebbende 18 den koper, met offerte van een spaanse mat tot des„ „selvs securiteid heeft versogt 14 om met hem te gaan ten eijnde 't manqueeren de geld. te haalen en te ontfangen is dat meerm: Blijart hier in gewilligd egter de gev„e en ged„e niet verder als buijten de deur na gevolgd en wee der bij zijne Cameraden gegaan zijnde 16 den gev„e en ged„e ook wederom in de kamer- is gekoomen 17 En naar een pootje met dehand op de rug gestaan zynde 18 van daar een mes heeft getrokken, 19 En met 't zelve den schoemansmaat een violen te steek in 't lijf toegebragt z0 waarmeede de gev: en ged„: wel 't huijs uijtgevlugt Compareerde voor den E: agtb: Heere Praesident en Raade van Ju stitie des Casteels de goede hoop den pro. interim Fiscaal g'Exter R:O Eijss=r in Cas Crimineel ter eenre= „ Louis Hernandez soldaat op 't Spaan „che schip La nieve gev, en ged„te in voorsz: Cas ter andere zijde aagter

NL-HaNA_1.04.02_4329_0296 view scan ↗

English

however immediately taken prisoner and to the Officer the inquest in the presence of the Gentlemen Commissioners from this Honorable Worshipful Council was promptly provided. And thereby it became apparent regarding the corpus delicti to be a stab wound on the right side directly beneath the third short rib, externally two duimen wide and passing through the fat beneath the liver, injuring several blood vessels of the arteria epigastrica, and 5 duim deep, with a very large effusion of blood into the abdominal cavity. Which wound was declared by the chief surgeon to be absolutely fatal, as indeed the aforesaid boatswain's mate died about ten hours after receiving it. And that the deed, according to the statement obtained therein, was perpetrated in the aforementioned manner. That this was also fully acknowledged by the prisoner and defendant according to his answers given thereto, namely that while playing a game he had a dispute, was attacked by several persons, and had received some 8 cane strikes from the boatswain's mate, whereupon he, the prisoner and defendant, looked around for a knife, and this having first been refused him by a slave boy, snatched such an object from the hand of a sailor, and with it stabbed the boatswain's mate, as the first person before him, in the torso, as Your Honorable Worships will further ascertain from the aforementioned annexed documents. That the Officer Plaintiff, referring himself chiefly thereto, subject to correction believes he may assert from them that the prisoner and defendant has essentially committed a homicide, and that this homicide with a deadly instrument was perpetrated with deliberation and premeditation, which according to all laws, in accordance with the Criminal Ordinance of Emperor Charles the Fifth, entails the death penalty. That the Officer Plaintiff, being obliged by his office to plead as well for the guilty as against the innocent, therefore cannot leave unremarked what the prisoner and defendant produces as his excuse, consisting principally in this, that he was forced to the deed by being beaten over the game, which however does not appear to be grounded in any way. For it is unanimously attested by all witnesses that not the slightest dispute or quarrel had occurred, who were expressly asked about this point and to state the truth faithfully, and who can derive not the least harm or benefit from the contrary, and thus provide full proof. And from the disharmony and contradictions of the circumstances it can much rather be concluded that the prisoner and defendant regarded and advanced the said circumstances as a means to lessen his punishment or, if possible, to free himself therefrom; just as the said prisoner and defendant also regarding the bloody knife being taken from him by his comrade as he fled and thrown away, and he indeed explicitly admitted in his 30th answer that he believed it was permissible to defend himself in such a manner. But assuming that the excuse with the circumstances alleged by the prisoner and defendant himself were also accepted as a presumption, very little could result therefrom in favor of the prisoner and defendant, since they do not remove the animus delinquendi and dolus, which according to the laws always entail the ordinary punishment; and in casu substrato where the prisoner and defendant, praelucente intellectu et decernente voluntate, considered on the one side as well as the other, must have acted, it can very clearly be observed that according to the declarations taken, the circumstances will aggravate the fact and the guilt, because not the slightest reason therefor appears and it is very unnatural for a sensible person to destroy and kill his fellow man in such a manner, which could only be effected by the most atrocious vengeance and bloodlust, and thus ought to be punished in the highest degree. That however well grounded this reflection may also be by the evidence at hand, the Officer Plaintiff nevertheless, subject to superior correction, believes that, as is observed in all cases, the prisoner and defendant, because of the particular circumstances at hand, ought to be punished by the judge not so much according to the severity of the law as according to equity, yet in a proportionate manner. For which and other reasons and means to be further deduced in due time and place if necessary, the Officer Plaintiff, making demand, concludes that by definitive sentence of Your Honorable Worships, the prisoner and defendant mentioned in the heading of this document

Dutch transcription

egter directelijk gevangen genoomen 21 en aan den 7: O: vertoonder 't logale ondersoek ten overstaan van Heeren gecomm: uijt deesen E: agtb: raade ten eersten — 22 besorgt geworden is 23 Een daar bij is komen te blijken 24 omtrent den Corpus delicti te zijn een gestoken wonde aan de regter zijde vlak onder de derde korte ribbe groot uijt wendie twee duimen en doorgaande door 't vet onder de leever met kwetsing van verscheide Bloedvaaten van de arte „ria Engastrica en diep 5 duim waar bij een seer groote uijtstorting van bloed was in de onderlijfs hol te 25 welke wonde door den oppermeester gedeclareerd wierd voor volstrek doodelijk 26 gelijk dan ook der meerm: schiemansmaat omtrend: Tien uuren naar ontfangst derselve reeds was komen te overlijden En dat 't fijt volgens de daar in gewoonnene verklaring op de voorallegeerde wijze is perpetreert 28 dat van den gev„e en ged„e naar desselvs daar op gegeevene resp„e, ook volkomen wierd g'advoueerd 29/ als dat hij onder 't speelen verschil gekreegen hebbende van meerdere persoonen overvallen en van Den scheemansmaat een stuk 8 Rottings slagen had ontfangen 30 waar op hij gw„, en ged„e zig naar een mes had omgesien, en hem zulx eerst door een slaven Jongen geweigerd zijnde een diergelijk een mattroos uijt de hand gerukt 31 en daar meede de schiemansmaat als de eerste voor hem in 't lijf geword 32 gelijk uw E agtb 't een en ander uijt de gem: geannexeerde stukken nader zullen komen te Consteeren 33 dat den 7: O: Eijss=r zig daar aan voornamentlijk refe„ reerende /onder Correctie vermeend naar dezelve te kunnen stellen 34 dat den gw„e en ged„e wesentlijk een manslag heeft gedaan. 35 En dat dien mansag met een dodelijk instrument met overleg en voorbedagt geperpetreerd 36 't geen na alle regten overeenstemde met de Crim: ordon: van kijser Carel de vijfde de doodstraffe na zig trekt 37 dat den 7: o: Eijss=r naar zijn post verpligt zijnde 38 dat den E zo wel voor de schuldigen als tegens de onschuldigen te blijten i9 dus voornamentlijk niet kan onaangemerkt laaten 't geen den gev„e en ged: tot zijn Excus voortbrengt 40 bestaand voornamentlijk daar in dat hij tot de daad door 't slaan om 't speelen was geforceerd geworden 41 't geen egter op generlij wijze scheind gegrond te zin. 42 Terwijl van alle getuijgen eenparig geattesteerd word dat er niet de geringste dispuut ofte rusie was voorgevallen 43 welke over dit nog Expresselijk over dit poinct en om de waarhijd getrouw aan te geeven zijn gevraagd geworden en niet de minste schaaden of voordeel van 't tegendeel kun nen trekken en dus een volleedig bewijs geeven 44 en zal uijt de disharmonie en Contradictien der omstandig heidens veel meer kunnen opgemaakt werden 45 dat den gev,e en ged: gem: omstandigheedens als een mid del heeft aangesien en voorgegeeven om zijne straffe te mindeeren ofte /was 't mogelijk zig daar van te bevrijden 4E gelijk denselven gev„, en ged„e ook omtrent dat 't bloedige mes door zijn Cammeraad hem vlugtende was afgenoomen en weg gegooijd geworden 47 en hij wel uitdrukkelijk in zijn 30 antwoord bekend te vermee „nen geoorlofd te zijn zig dusdanig te verheedigen 48 maar verondersteld dat de verschoning met de van den gev„e en ged„e zelve g'allegeerde omstandigheedens ook als een praesumtie wierd aangenoomen 49 zo zoude dog zeer wijnig tot faveur van den yev,„e en ged„e daar uit kunnen resulteeren. 50 terwijl zij zij animum delinquendi en Dolum nog niet wegneemen 51 dewelke naar de wetten altoos de ordinaire stratfe doen volgen 52 En in Casu substrato waar /: den gev„e en ged„e Praeluente Intellectie. et decernente voluntate, zo wel op de eene als op de andere zijde geconsidereerde moet g'ageert hebben zeer dui delijk kan waargenoomen worden 53 dat egter na de verclaringen genoomen de omstandig hee dinst feijt ende schuld zullen agraveeren 54 om dat niet de geringste reden daart toe blijken en 't zeer on natuurlijk van een vernuftig persoon is 55 op een zulke wijze zijn eevenmensch te verdelgen en om het leven te brengen. 56 't welk alleen door de gruwelijkst wraak en moord Lust zoude kunnen g'efectueerd 5 en dus in den hoogsten graat moeten gestraft worden 58 dat zo zeer deese reflectie ook door de voorliggende be wijzen gegrond is 59 den 7: o: Eyss=r evenwel /onderhoge verbeetering vermeend 60 dat gelijk zulke in alle gevalle geobserveerd word 61 de gev, en ged,„e wegens de bijzondere voorliggende omstandigheedens niet zo zeer naar de strafhijd der wet dan wel naar billijkhijd egter op een evenree dige wijze van den regter zal behooren gestraft te worden mits, welk een en andere reedenen en middelen in tijd en wijlen is 't nood na „der te deduceeren den 7: 0 Aps=r Eijsch doende Concludeerende dat bij de finitive sententien van uw E: agtb: de gev„ en ged,„e in den hoofde deeser en gemeld

NL-HaNA_1.04.02_4329_0297 view scan ↗

English

States as before. Article 6. States gore, 25 years old, and a soldier on the ship La Nieve, who on the 17th of the past month of May in the mentioned, shall be condemned to be taken to the place where criminal sentences are customary to be executed, there to be handed over to the executioner, blindfolded, and kneeling upon a sand-heap, to be beheaded; furthermore, the dead body shall be dragged to the outside place of execution and buried beneath the gallows, with condemnation in the costs and expenses of justice, or to such pains and penalties as your Honorable Worships shall deem proper. Signed, G. Exter, in margin. Exhibited the 27th of June 1787. Articles drawn up and submitted to the Gentlemen Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice, presented by the Acting Fiscal, the Honorable Gabriel Eeker, to hear and interrogate the person of Louis Hernandez, his responses to be given to be duly noted in the margin of this document. The prisoner’s name, birthplace, age, and status, and on what ship the prisoner was assigned. States Louis Hernandel of the, states as before. On what date the prisoner's vessel arrived in False Bay, and whither the same is destined. States to have arrived in False Bay, and destined for Cadiz. When the prisoner, after the arrival of his ship in that bay, went ashore, and from whom he received permission to do so. States that he has been ashore several times, and indeed the last time on Sunday the 27th of May with permission from his second captain. How long he remained ashore, and with whom he stayed then. States that on the aforementioned Sunday he first went to the soldiers' quarters to smoke a pipe of tobacco, and from there to the tavern HC 1. Whether the prisoner on the afternoon of Sunday the 27th of the past month of May was in the tavern or the eating-house of the burgher Jan van Bam. States as before. Who was also present there at that time. States his comrade named Gabriel, together with two sailors from another Spanish ship whose names he does not know. Whether the prisoner also knows the Dutch quartermaster named Jan Blijart and boatswain's mate Jan Henkvoort. States not knowing the names, but knowing him by sight, Jan Blyart. Whether these two persons were not also present in the aforementioned tavern. States that the aforementioned Blyart was there and is the one who gave rise to the dispute. Whether the aforementioned quartermaster Blijart did not have a watch with him, which the prisoner wanted to buy from him. States that the mentioned Bliart took a watch out of his pocket and having asked him, the prisoner, whether he wanted to buy it, and demanded ten Spanish dollars for it, he, the prisoner, offered him eight for it, for which price the mentioned Blijart would not sell it. How much the mentioned quartermaster demanded for the same watch, and in what manner the agreement was then struck by the prisoner and the aforementioned quartermaster. States as before. Whether they did not agree on the purchase for 8 Spanish dollars. States as before. Whether the defendant had cash on hand at the conclusion of the purchase. States that he had three Spanish dollars. Whether he had three Spanish dollars on hand, while the mentioned Blijart was to keep the watch in the meantime, and he had the seven Spanish dollars with him, and then Spanish dollars with him. States that he wanted to give three Spanish dollars on hand while the mentioned Blijart would keep the watch until then, and he was to go fetch the seven Spanish dollars. Whether the boatswain's mate Jan Henkvoort was not present at the negotiations between the prisoner and the aforementioned quartermaster concerning the mentioned watch. States as before. Whether the aforementioned Henkvoort, having refused the request to go along with the defendant, did not then speak with the mentioned Blijart. States: Yes. Whether the prisoner also knows what they discussed with each other. States not understanding Dutch. Whether the prisoner at that moment was not standing with his hands behind his back. States: Yes. Why the defendant positioned himself in such a posture, and what he held in his hands at that time. States: No. Whether the prisoner at that moment did not inflict a violent stab with a knife in his right side upon the aforementioned Henkvoort. States that he snatched a knife from the hands of a Dutchman, with which he dealt the boatswain's mate a stab in the side. For what reason the prisoner gave the aforementioned Henkvoort that stab. States because that Henkvoort was the first to give him, the interrogated, some eight blows with a cane, and that he, the prisoner, then took the aforementioned knife from the Dutchman's hand and inflicted it. Whether the mentioned Henkvoort did not fall to the ground immediately upon receiving his wound, crying out, "O Lord Jesus Christ!" States not knowing this, because he took to flight immediately. Whether the prisoner did not immediately take to flight, and who hindered him in his flight. States that as he could not go through one door because the same was forcibly held shut, he fled through the other. Whether the prisoner remained in the tavern after wounding the aforementioned Henkvoort, or went elsewhere then. States as before. Whether a certain Spanish gunner, Gabriel Consalis, did not encounter the defendant in his flight. States that he first saw him when he was already arrested. Whether the aforementioned Consalis did not wrest the bloody knife from the prisoner and throw it away. Lapses. Where the knife with which the defendant stabbed the aforementioned Henkvoort ended up. States that he threw the knife away after inflicting the stab. In what manner the defendant subsequently fell into the hands of justice. States that when he wanted to flee on board with the longboat, he was arrested by a corporal with his men.

Dutch transcription

zegt als vooren art 6 Stat gore oud 25 Iaaren en sol daat op 't schip La Nieve zogt den 17 der gepasseerde maand meij in gemeld zal werden gecondemneerd omme gebragt te worden ter plaatse waar men gewoon is Crimineelen sententien te Executeuren aldaar den scherpregter overgeleeverd zijne oogen geblind en op een Land koop neder ge„ „knield zijnde ontfooft te werden zullende voorts 't doode lighaam naar 't buijten geregt gesleept te werden en onder den galg begraven te worden met Condemnatie in de kosten en mi sen van Iustitie ofte tot alzulke Pijnen en Straffen, als uwe E: agtb: zullen oordeelen te behooren /was geteekend / G: Exter in margine Exhibitim den 27 Junij 1787. — Articulen gedaan maken en aan Heeren gecomm: uijt den E agtb: raad van Iustitie, overgegeeven Pro interim Fiscaal d'E gabriel Eeker heeft gegeeven gehoord en ondervraagd te worden de Persoon van Louis Hernandez zullende desselvs te gevene respe in margine deeser behoorlik wor den bekend gesteld ouderdom en qualiteid op wat schip de gev e bescheiden is ge weest zegt Louis Hernandel van de des gev„e naam geboorte Plaats op wat datum des zev„e bodem de baaij Cals te zijn gearriveerd en gedesti in de baaij fals aangekoomen en werwaard deselve gedestineerd is zegt dat hij verscheide rijze aan de wanneer hij gev„e na de komst van zijn schip wal geweest is en wel de laatst Rijs in die baan is naar de wal gegaan op Zondag den 27 meij met permis of van wien hij daar toe gekregen sie van zijn tweede Capitain heeft permissie zigt dat hij op voorm: zondag eerst Hoe lang hij wel aan de wal is ver is gegaan naar 't quartier der sol bleeven en bij wien hij zig toen heeft daaten om een Pijp tobak te rooken op gehouden. zegt alsvoren. zegt dat hij drie sp math zogt als vooren. zigt dat gem: Bliart een of gem: quartiermeester Blij horologie uijt zijn zak ge„ haald en hem gev„e hebbende art niet bij zig heeft gehad gevraagd, of hij 't zelve heeften horologie 't welk de gev willen verkoopen, en daar van denzelven heeft willen af voor tien sp=: M: geeischt „koopen hebbende hij gev„e hem daar voor agt geboden hebbende voor welk prijs gem: Blij art het zelve niet had, willen verkopen hoe veel gem: kuartier meester voor 't zelve horologie Eischt en op wat wijze 't accoord door de gev, en voorsz: quartier meester als toen getroffen is off zij tot de koop niet zijn eens geworden van 8 sp: matt: off hij ged„e bij 't aangaan zegt dat voorm: Blyart daar is geweest en die geene is off deese twee persoonen zig niet omme daar op ter Requisitie van den die aanleiding tot 't dispuut meede hebben, bevonden in 't voorsz: taphuis zegt de naame niet te ken off hij gev„, ook kend de holland nen maar op 't gesigt van sche quartiermeester in name Ian Blyart hem te kennen Ian Blijart En Schiemans maat Jan Henkvoort. name gabriel beneevens nog wie op dien tijd aldaar mee twee mattroosen van een an de Praesent zijn geweest der spaansch schip dewelke zegt zijn Cammeraad in of hij gev„e zig niet op sondag den 27 der gepasseerde Maand meij 's agtermiddags bevonden heeft in 't taphuis of de schag „gerije van den burger, Ian van zegt als vooren neerd na Cadix en van daar naar de schagerije HC 1 hij niet bij name kend. - 1 12 : Bam zegt als voren. zegt: Ia. Legt Ia. staan zegt Neen. zegt dat hij uit de handen van een hollander een mes d den schiemandmart een stek ter zeide heeft toegebragt. zegt dat hij drie sp: matt: van de koop Contanten heeft matt: op hand had willen gee ven terwijl gem: Blijart 't horologie zo lange zoude bewaren, en hij de seeven Sp: matt. bij zig had, en als toen sp: bij zig gehad zegt geen hollandschte ver off hij gev„, op dat ogen blik niet heeft gestaan met de handen op de rugge waarom hij gede. zig in zulk een Pestuur gesteld en wat hij als toen in zijn handen heeft gehad: of hij gev, op dat tijdstik voorst 28 zegt dat wanneer hij met de bar Hoedanig hij ged„e vervolgens Benkvoor't niet een geweldige „cas na boord had willen vlug in handen van Justitie geraakt is gerukt had, waarmeede hij steek met een mex in zijn reg ter hij door een Corp„l met u zegt als vooren. zegt dat hij hem eerst gesien heeft toen hij eerst gearres teerd was. of zegt dat hij 't mes na 't toebren waar 't mes met welke hij ged„e 4. e der steek heeft weggeworpen voorsz: henkvoort gestoken heeft gebleeven is. off zeeker Spaanse Bosschie „ter Gabriel Consalis hem ged„, in zijn vlugt niet is te gemoed gekomen of voorsz Consalis 't bebloede „mes niet van den gev, heeft ontweldigt en weggesmeeten of hij gev„e na het blesseeren, van voorsz: Henkvoort in 't taphuis is gebleeven of zig toen elders begeeven heeft zegt alsvooren. of dat verzoek door den quar zegt sulx niet te weeten wijl of gem: stenk voort niet ter tiermeester is ingewilligd hij zig direct op de vlugt stond op 't onfangen zijner wonde ter aarde is gevallen en geroepen heeft d Heere Jesus Christus begeeven heeft ƒ of hij de onderhandeling van den gev„e met voorsz: quartiermeester over 't ged„e horologie niet is tegenwoor die geweest de gem: Schieman maat Ian Henkvoort! off voorsz: henkvoort 't zegt dat wijl hij door de eene off hij gev: niet ogenbliklijk versoek om met den ged„e deur niet konde vermits de op een lopen geset en wie hem meede te gaan gewygert zelve met geweld toegehou in zijn vlugt verhindert „den, wierd hij door de andere heeft hebbende toen niet met ge „nd„e Blijart heeft gesproken gevlugt was off hij gev„e ook weet waar van zij tegen Ekanderen hebben, besproken! zegd om dat die Hlenkvoort om wat Reeden hij gev„e voorsz: slenkvoort dien de eerste is geweest die hem gevr: een stuk of agt rotting srteek gegeeven heeft. slagen gegeeven had en dat hij gev„e alstoen 't voorsz: mes uit de hollander zijn hand man is gearresteerd geworden, is! zoude gaan halen 14 15 18 19 20 en had toegebragt! 2 vervalt! 26 25 24 23 22 21

NL-HaNA_1.04.02_4329_0299 view scan ↗

English

Tuesday the 29th of May 1787 Article 29 says he knows this well, but whether he, the prisoner, knows that taking the life of his fellow human being makes him subject to the death penalty, that that is the lawmakers' will. Thus questioned and answered at Cape of Good Hope the 5th of June 1787 before the gentlemen W: F: v: Reede van Oudtshoorn and J: Smuts, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have also duly signed the minute of this along with the prisoner and me, the Secretary. Below stood: Which I attest, was signed C: van Aerssen, Secretary. Confirmation Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice aforesaid, Louis Hernandez, who declared, upon these his preceding interrogatories being clearly and distinctly read out to him word for word, that he abides by and persists with them, desiring that nothing more shall be added to or taken from them. Thus done and confirmed at Cape of Good Hope the 7th of June 1787. Was signed x, and inscribed around it: this mark was made by the prisoner with his own hand. Lower stood: In my presence, signed C: van Aerssen, Secretary. In the margin signed as commissioners: W: F: v: Reede van Oudtshoorn and Joh:s Smuts. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the quartermaster Jan Blyart, serving on the private outbound ship Broederslust lying at anchor here in the roads, who at the requisition of the interim Fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, declared it to be true and truthful: Done in False Bay, date as above. Below stood: Quod Attestor, was signed C: van Aerssen, Secretary. This afternoon, an autopsy having been conducted by the gentlemen William Ferdinand van Reede van Oudtshoorn and Joh:s Matthias Bletterman, members of the Honorable Court of Justice of this government, at the requisition of and together with the interim Fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, assisted by the Secretary of this Court, in the hospital in False Bay, upon the boatswain's mate of the ship named Broeders Lust, Jan Benkvoort, there was demonstrated by the chief surgeon of that hospital, Jan Godlieb Mader, according to his given declaration, a stab wound on the right side directly under the third rib, measuring externally two inches long and penetrating through the omentum close to the liver with injury to several blood vessels, to the epigastric artery, and 5 inches deep, accompanied by a very great effusion of blood into the abdominal cavity, and thus that wound was declared by him, the surgeon, to be absolutely fatal. That on last Sunday the 27th of this month, in the afternoon, the appearer, accompanied by the boatswain's mate of the aforesaid vessel and some other Dutch sailors, having gone to the tavern and there ordered a bottle of wine, it then happened that a certain Spaniard, who was also present there, asked the appearer whether he wanted to sell a watch that the appearer took out of his pocket; that the appearer, having answered Yes, asked nine Spanish dollars for the said watch, whereupon that Spaniard offered the appearer 8 Spanish dollars, and they agreed upon that sale; but that the same Spaniard, having no money on him, asked the appearer to go with him to his captain to obtain his payment; however, having been hailed on the way by some Spanish officers and the appearer being requested to see that watch, which the appearer agreed to, the aforesaid officers fell to talking with that Spaniard, which beginning to vex the appearer, he returned back again to the tavern, and there, being asked by another Spaniard whether he wanted to sell him that watch, this was refused by the appearer. And the appearer further speaking with the aforesaid boatswain's mate, named Jan Denkvoord, that Spaniard, who had at first stood with his hands behind his back, pulled them from there and dealt the just-mentioned boatswain's mate a stab and then took to his heels, the appearer testifying that he had never seen this last-mentioned Spaniard before, nor is the appearer able to determine with what instrument this stab was dealt. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being prepared to confirm the same under oath. Thus done and passed at Simon's Bay the 29th of May 1787 before the gentlemen William Ferdinand van Reede van Oudtshoorn and Joh:s Matth:s Bletterman, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have also duly signed the minute of this along with the appearer and me, the Secretary. Below stood: Which I attest, was signed C: van Aerssen, Secretary. Confirmation Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the quartermaster Jan Blyart, who

Dutch transcription

Dingsdag den 29 Meij 1787 art 29 zegt zulx wel te weeten dog off hij geve. weet dat hij zijn eeven mensch om 't leeven, brengende zig zelve de doodstraffe onderheevig maakt dat dat de wetgevers wille Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede Hoop den 5 Junij 1787 voor de Heeren W: F: v: Reede van oudtshoorn en I: Smuts leeden uit den E: Agtb: Raad van Iustitie voorm: die de minute deeser, beneevens de Gom„e en mij secre=ts meede behoorlijk hebben onderteekend onderstond 'T welk ik Ge tuige was geteekend C: van Aertsen crets Recollement Compareerde voor ons onderget gecomm: uit den E: Agtb: Raad van Justitie voorn Louis Hernandez dewelke deeze sijne voorenstaande interogatoria van woorde tot woorde klaar en duidelijk voor gelee„ sen verclaarde daar bij te blijven persis teeren begeerende dat er niets meer bij of van gedaan werden zal Aldus gedaan en gerecolleerd aan Cabo de boede Hoop den 7 Junij 1787 was geteekend x en daar omschreeven dit merk heeft de gev, Eigenhandig gesteld lager mij Praesent geteekend C: van Aerssen Secret:s in margine als gecomm: geteekend W: F: v: Bee de van oudtshoorn en Joh„s Smuts Compareerde voor ons onderget: ge comm: uit den E: Agtb Raad van Iustitie dee„ ses Gouvernements den op 't alhier ter Ree de g'ankert leggend uitkomend Particulier, Actum in baaij Tals datum ut Supra onderstond Quod Attestor was geteekend C: van Aerssen Secret.: s heeden nademiddag door de Heeren William ferdinand van Reede van oudtshoornen Joh:s Matthias Bletterman leeden uit den Ed: agtb: Raad van Iustitie deeses gouverne ments ter requisitie van en nevens den pro in „terim Fiscaal alhier dE Gabriel Exter g'adsisteerd door den secret=s deeses Raads in 't hospitaal In braij fals schouwing gedaan zijnde van den schiemansmaat van 't schip Broe ders Lust gen„d, Ian Benkvoort zijnde door den oppermeester dies Hospitaal Ian godliel Mader volgens zijn gegeeven declaratoir aangetoond een gestoken won „de aan de Regter zijde vlak onder de derde Ribbe groot uitwendig twee duijmen lang en doorgaande door het net digt aande leever met quetzing van verscheide bloed vaten, van de arteria Epigastrica en diep 5 duimen waar bij een zeer groote uijt storting van bloed was, in de onderleifs holte en dus door hem chirurgijn zede clareerd die wonde volstrek dodelijk te Schip 3 is zijn schip Broederslust bescheidene quartier meester van Blyart dewelke ter Requisitie van den pro interim fiscaal alhier, d'E Gabriel Exter verclaarde waar en waarag tig te zijn. — Dat op gepasseerde sondag den 27 dee ser des agtermiddags de Comp=t verseld van den schiemansmaat van voorm: bodem en eenige andere Hollandsche mattrosen, zig hebbende begeeven, na de schaggerije en aldaar een bottel wijn geeischt 't als toen gebeurd is dat zeekere zig aldaar, meede be vindende Spanjaard, hem Comp„t had af gevraagd of hij een horoligie t geen de Comp=t uit zijn sak haal de wilde verkopen, dat de Comp=t daar op gantwoord hebbende van Pa: voor gem: horologie neegen sp: matt: had geeischt waar op die spanjaard hem Comp=t geboden hebbende 8 sp: M: zyl: voor die koop eens geworden zijnde dog dat dezelve geen geld bij zig hebbende den Comp=s had gelader versogt om met hem naar zijn Capitain te gaan ter erlanging van zin betaaling edog onderwege door eenige sp: officieren, zijnde aangeroepen, en aan den Comp„t versogt om dat horologie te zien 't welk door hem Comp=t in gewilligd zijnde was voorsz: officieren met die Spaanjaard aan 't praaten geraakt 't welk den Comp„t beginnende te verdrieten, dezelve weederna de schaggerije weder was te rug gekeerd en aldaar door eenen anderen Spanjaaren afgevraagd zijnde of hij hem dat horoligie wilde verkopen door hem Comp=t geweigert: zijnde. — En door hem Comp=s wijdersge sprooken zijnde met den voorm: schie mansmaat in name Ian Denkvoord D Recollement Compareerde voor ons onderget: ge comm: uit den E: Agtb: Raad van Iustitie deeses gouvernements den quartiermeester Ian Blyart dewel Aldus gedaan en gepasseerd aan Simons Baaij den 29 meij 1787 voor de Heeren William Ferdinand van Reede van oudtshoorn en Ioh„s Matth. s Blet terman leeden uit den E: Agtb: raad van Iustitie voorm: die de minute dee ser beneevens de Comp=t en mij decact, s meede behoorlijk hebben ondertekend /:onderstond:/ 'T welk ik Getuige was geteekend/ C: van Aerss en Secret:s Niets meer verclarende geeft den Compt voor Reedenen van weetenschap als in den text berijd zijnde 't zelve met eede te staven, had die spaanjaard die eerst met zijn handen op de rug gestaan had, dezelve van daar afgetrokken en eevengem: schiemansmaat een steek toegebragt en voorts op een lopen geset betuigende de Comp=t dat hij deese Laatst gem: Spanjaard nimmer te vor ren gesien heeft weetende hij Compt ook niet te bepalen met welk instrument deese steek toegebragt is. had ke

NL-HaNA_1.04.02_4329_0301 view scan ↗

English

...declaring that, having been read clearly and distinctly word for word, he declared to persist therein, desiring that nothing more shall be added to or taken from it, and therefore spoke in confirmation of the truth thereof the solemn words: So truly help me God Almighty. Thus re-examined at Cape of Good Hope on the 5th of June 1787. Was signed with an x and around it written: this mark was placed by the appearer's own hand. Below, in my presence, signed C. van Aerssen, Secretary. In the margin signed as commissioners: W. F. v. Reede van Oudtshoorn and Joh.s Smuts. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the sailor Moses Jacob, stationed on the ship Broeder Lust, of competent age, who, at the requisition of the Pro Interim Fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, declared it to be true and truthful: That on last Sunday, being the 27th of this month, the appearer, having been in the tavern together with the boatswain and quartermaster named Jan Blijart and Jan Henkvoort and some other Dutch sailors, the aforementioned Blijart entered into negotiations with a Spaniard who was also present there concerning the purchase of a watch; which Spaniard had previously stood with his hand behind his back, and then, as the appearer presumes and suspects, wishing to stab at the aforementioned Blijart with a large knife, inflicted a severe wound upon the boatswain's mate Henkvoort, who was also standing nearby. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being ready to confirm the same by oath. Thus done and passed in Simons Bay on the 29th of May 1787, before the gentlemen W. F. v. Reede van Oudtshoorn and Joh.s Smuts, members of the aforementioned Honorable Court of Justice, who, together with the appearer and me, the secretary, duly signed the minute hereof. Below stood: Which I witness. Signed C. van Aerssen, Secretary. Re-examination Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the aforementioned Moses Jacob, who, having had this his preceding declaration read to him clearly and distinctly word for word, declared to persist therein, with the desire that nothing more shall be added to or taken from it, and therefore spoke in confirmation of the truth thereof the solemn words: So truly help me God Almighty. Thus re-examined at Cape of Good Hope on the 5th of June 1787. Was signed with an x and around it written: this cross was placed by the witness's own hand. Below, in my presence, signed C. van Aerssen, Secretary. In the margin signed as commissioners: W. F. v. Reede van Oudtshoorn and Joh.s Smuts. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the sailor Stephanus Buijk, stationed on the ship De Goede Intentie, of competent age, who, at the requisition of the Pro Interim Fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, declared it to be true: That on past Sunday, the 27th of this month, the appearer, having been in the tavern together with the quartermaster and boatswain's mate of the ship Broeders Lust, named Jan Blijart and Jan Henkvoort, the aforementioned Blijart, having entered into negotiations with a Spaniard who was also there concerning the sale of a watch, after having spoken with one another for some time, the aforementioned Spaniard inflicted a stab wound upon the nearby-standing Henkvoort, without the appearer being able to determine with what instrument, only that it was a long, sharp tool, and thereupon took to his heels; the appearer further declaring that the index finger of that Spaniard was completely covered in blood. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being ready to confirm the preceding by oath. Thus done and passed in Simons Bay on the 29th of May 1787, before the gentlemen W. F. van Reede van Oudtshoorn and Joh.s Smuts, members of the aforementioned Honorable Court of Justice, who, together with the appearer and me, the secretary, duly signed the minute hereof. Below stood: Which I witness. Signed C. van Aerssen, Secretary. Re-examination Appeared before us, the undersigned commissioners...

Dutch transcription

ke verclarende vant woorde tot woorde tot woorde tot woorde klaar en duidelijk voorgeleesen verclaarde daar bij ter blij ven persisteeren begeerende dat er niets meer bij of van gedaan werden zal. en sprak dierhalven ter bevestiging der waarhijd van dien de solemneele woorden zo waarlijk help mij god Almagtig Aldus gerecolleerd aan Cabo de Goede Hoop den 5:' Junij 1787. — was geteekend x en daar„ omschreeven dit merk heeft de Comp=t eigenhan dig gesteld lager mij Praesent geteekend C van Aerssen Secret:s in margine als gecomm=s geteekend W: F: v: Reede van oudtshoorn en Johs Smuts Compareerde voor ons onderget: gecomm: uit den E: Agtb: Raad van Iustitie deeses Gouvernements de op 't Schip Broe¬ der Lust bescheidene mattroos Moses Jacob van Competenten ouderdam des welke ter req:r van den Pra interim Te„ Scaal alhier d' E Gabriel Exter ver claarde waar en waaragtig te zijn Dat de Compt. op voorleeden Jon¬ dag zijnde geweest den 27:e deeser zig bevonden hebbende in de schagyerije beneevens den Schieman en quartier meester in naame Jan Blyart en Ian Henkvoort en eenige an Recollement Compareerde voor ons onderget: gecomm: uit den E: agtb: Raad van Iustitie dee ses gouvernements voorm: Moses Ja cob dewelke deese zijne voorenstaande verclaring van woorde klaar, en dui delijk voorgeleesen weesende verclaar Aldus gedaan, en gepasseerd in Simons baaij den 29 meij 1787. - voor de heeren w: F: V: Reede van oudtshoorn en Joh s Smuts leeden uit den E: agtb: Raad van Iustitie voorm: die de mi nute deeser beneevens de Comp=t en mij secre=ts meede behoorlijk hebben onder „teekend. onderstond 'T welk ik Getui „ge was geteekend C: van Aerssen Secrit= iets meer verclaarende geeft de Compt voor Reedenen van wetenschap als in den text berijd zijnde 't zelve met eede te staven. dere hollandsche matroosen voorm: Blij art met aldaar meede praesent zijnde spantjaard in onderhandeling was ge treeden, over koop van een horologie die spanjaard te voren met zijn hand op de rug had gestaan, als toen zo als de Comp:t vermeend vermoedt met een groote mes naar gem: Blijart hebben de willen steeken, den meede daar bij Staande Schiemans maat Tenkvoort een zwaare wond had toegebragt dere de - daar bij te blyven persisteeren met be geerte dat er niets meer bij of van gedaan werden zal en sprak dierhalven ter bevestiging der waarhijd van dien de solemneele woorde zo waarlijk help mij gods Almagtig Aldus gerecolleerd aan Cabo de Goede Doop den 5 Iunij 1787 was geteekend x en daar omschreeven dit Kruis heeft de gev: eigenhandig Gesteld lager mij Praesent geteekend C: van Aerssen, secret:s in margine als gecomm: ge teekend W: F V: Reede van oudts hoorn en Ioh„s Smuts. Compareerde voor ons onder get gecomp: uit den E: Agtb: Raad van Justitie deeses gouvernements den op 't schip de goede intentie bescheide matroosste phanus Buijk van Competenten ou derdom dewelke ter reg:d van den Pro interim Spiscaal alhier d' E Gabri dl Exter verclaarde hoe waar is. dat de Comp=t op gepasseerde sondag den 27 deeser zig beneevens den quartier meester en schiemans maat van 't schip Broeders Lust in name Jan Blij art en Ian Henkvoort in de Schaggerije hebbende bevonden gem: Blijart met een meede aldaar zijnde Spaan Jaard Recollement Compareerde voor ons onderget: ge Aldus gedaan en Gepasseerd in Simons Baaij den 29 meij 1787 voor de heeren W: F van Reede van oudtshoorn en Ioh:s Smuts leeden uit den Ed: Agtb: Raad van In stitie voorm: die de minute deeser beneevens de Comp=t en mij sec:s meede behoorlijk hebben ondertekend. onderstond 'T welk ik Getuige was geteekend C: van Aerss en Secret=s Niets meer verclarende geeft de Compt voor Reedenen van wetenschap als in den text berijd zijnde 't vooren staande met eede te Staven, in onderhandeling getreeden zijnde over 't verkopen van een horologie na eenige tijd met elkanderen gesprooken, te heb ben gem: Spanjaard aan den daar bij staande Benkvoort een steek heeft toegebragt zonder dat de Comp=t weet te bepaalen, met welk instrument alleen dat 't een lang scherp tuig was en 't voorts een lopen geset heeft ver claarende de Comp:t voorts dat de voorste vinger van dien Span Jaars geeheel bebloed was in n coms - -

NL-HaNA_1.04.02_4329_0303 view scan ↗

English

Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, the aforementioned Stephanus Buijk, who, having had this his preceding declaration read out to him clearly and distinctly word for word, declared that he persisted in adhering to it, desiring that nothing more be added to or taken from it, and therefore, in confirmation of the truth thereof, pronounced the solemn words: So help me God Almighty. Thus re-examined at Cabo de Goede Hoop on 5 Iunij 1787. Was signed Steffanis Buijk. Below, in my presence, signed C: van Kerssen Secret:s. In the margin, signed as commissioners: W: F v: Rede van oudts Hoorn and Joh:s Smuts, members from the aforementioned Honorable Worshipful Council of Justice. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, the sailor Fredrik Bartolt, of competent age, stationed on the private ship de Goede intentie, who, upon the requisition of the Pro interim Fiscal, the Honorable Gabriel Exter, declared it to be true: That he, the appearer, on past Sunday, being the 27 meij, having found himself together with the quartermaster and boatswain's mate named Ian Blijart and Ian Henkvoort in the tavern, where the aforementioned Blijart, having agreed with a certain Spaniard to sell him a watch, had gone along with the aforementioned Spaniard to receive payment for it, but shortly thereafter returned with the same watch in his pocket, having been approached by another Spaniard to sell that watch to him. While this was being discussed among them, and the appearer had stepped just outside the door, upon hearing Henkvoort cry out, "Ah people, now I cannot help myself anymore," having come back inside, he had then seen that the aforementioned Henkvoort was severely wounded, while that last-mentioned Spaniard held in his hand a large knife that was completely covered in blood, and further, after he had made attempts to go to the back of the house and had found the door locked there, he had taken flight toward the mountains. Declaring nothing further, the appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being prepared to confirm the same under oath. Thus done and passed in Simons Baaij on 29 meij 1787 before the gentlemen W: F: v: Reede van oudtshoorn and J: M: Bletterman, members from the aforementioned Honorable Worshipful Council of Justice, who, together with the appearer and me, the secretary, have also duly signed the minute hereof. Below was written: Which I witness, was signed C: van Kerssen Secret:s. Re-examination. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, the aforementioned sailor Bartold, who, having had this preceding declaration read out to him clearly and distinctly word for word, declared that he persisted in adhering to it, desiring that nothing more be added to or taken from it, and therefore, in confirmation of the truth thereof, pronounced the solemn words: So help me God Almighty. Thus re-examined and sworn at Cabo de goede hoop on 5 Junij 1787. Was signed as described therein; this mark was made by the appearer's own hand. Below, in my presence, signed C: van Kerssen Secret:s. In the margin, signed as commissioners: W: F van Reede van oudtshoorn and Joh:s Smuts. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, the Spanish gunner Gabriel, of competent age, who, upon the requisition of the pro interim Fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, declared it to be true: That he, the appearer, having found himself in the tavern on past Sunday, the 27 of this month, and having left from there upon hearing the reply foutre, had a short while afterward encountered the Spanish soldier Louis Fernandez with a large bloody knife, which knife he, the appearer, took from him and threw away in order to prevent him from committing murder with it, the appearer testifying that he did not know that a dispute had occurred in the tavern. Declaring nothing further, the appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being prepared to confirm the same under oath. Thus done and passed at Cabo de Goede Hoop on 29 meij 1787 before the gentlemen W: F: V: Reede van oudtshoorn and I: M: Bletterman, members from the Honorable Worshipful Council of Justice, who, together with the appearer and me, the secretary, have also duly signed the minute hereof. Below was written:

Dutch transcription

comm:s uit den E: agtb: raad van Iustitie deeses Gouvernements voorm: Stepha nus Buijk dewelke deese sijne voo renstaande verclaring van woorde tot woorde klaar, en duidelijk voor gelee sen verclaarde daar bij te blijven per sisteeren begeerende dat er niets meer bij of van gedaan werden sal en sprak dierhalven ter bevestigeng der waar hijd van dien de solemneele woor de so waarlijk help mij God almag „tig Aldus gerecolleerd aan Cabo de Goede Hoop den 5 Iunij 1787. was geteekend Steffanis Buijk lager mij praesent geteekend C: van Kerssen Secret:s in margine als gecom geteekend/ W: F v: Rede van oudts Hoorn en Joh:s Smuts leeden uit den E Agtb Raad van Iustitie voorm: Compareerde voor de onderget: gecom„ uit den E: agtb Raad van Iustitie deeses gouvernements de op 't particu„ „lier schip de Goede intentie bescheidene mattroos Fredrik Bartolt van Compe „tenten ouderdom dewelke ter requisitie van den Pro interim Fiscaal d' E Gabriel Exter verclaarde hoe waar is Dat hij Compt. op voort Sondag Niets meer verclarende geeft de Comp=t voor Reedenen van weetenschap als in den text berijd zynde 't zelve met eede te Staven Aldus gedaan en Gepasseerd in Simons Baaij den 29 meij 1787. zijnde geweest den 27 meij zig bevonden heb bende beneevens de quartiermeester, en schiemansmaat in name Ian Blij art en Ian Henkvoort in de Schaygerije alwaar gem: Blijart met seekere span Jaart overeengekomen zijnde om hem een horologie te verkopen, met gem: Span Jaare overeengekoomen zijnde om hem een horologie te verkoopen met gem: spanjaars meede was gegaan om dies voldoening te ontfangen ed og kort daar op met 't zelve horologie in zijn zak is te rug gekoomen door een ander Spanjaard aangesogt zijnde om dat horologe aan hem te verkoopen terwijl daar over onder henl: gesproken wierd ende Compt. eeven buijten de deur gegaan was op 't hooren roepen van Henkvoort ag menschen nu kan ik mij niet meer helpen wederom binnen gekoomen zijnde als toen had gesegd, dat gem: Tenkvoort zwaar gequetzeerd was terwijl die laatot gem: spanjaard een groote mes in zijn hand die ge heel bebloed was had en voorts na dat hijpogingen had in 't werk gesteld om naar 't agterhuis te gaan en aldaar de deur gesloten had gevonden na 't gebergte op een lopen geset had. inde zijn voor in Simons Baaij 1787 voor de heeren W: F: v: Reede van oudtshoorn en J: M: Bletterman leeden uijt den E: Agtb: Raad van Iustitie voorm: die de minute deeser beneevens de Comp:t en mij sepret:s meede behoor lijk hebben onderteekend. — onder stond 'T welk ik Getuijge was ge teekend C: van Kerssen Secret„s Recollement. Compareerde voor ons onder get: ge comm: uit den E: Agtb: Raad van Iu stitie deeses voorm: matroos Bartold dewelke deese voorenstaande verkla ring van woorde tot woorde klaar en duidelijk voorgeleesen verclaarde daar bij te blijven persisteeren begee rende dat er niets meer bij of van gedaan werden zal en sprak dier halven ter bevestiging der waarhijd van dien de solemneele woorde so waarlijk help mij god Almagtig Aldus Gerecolleerd en beedigd aan Cabo de goede hoop den 5 Junij 17077 was geteekend, 't en daar omschreeven dit merk heeft de Comp=s eigenhandig gesteld lager mij Praesent geteekend C: van Aerssen Secret.:s in margine als gecomp:t geteekend W: F van Ree de van oudtshoorn en Ioh„s Smuts Aldus gedaan en gepasseerd aan Cabo de Goede Hoop den 29 meij 1787 voor de heeren W: F: V: Reede van oudtohoorn en I: M: Blelterman leeden uijt den E: agtb Raad van Justitie die de minute deeser beneevens de Comp=t en mij secret:s meede behoor lijk hebben ondertekend. — onder Niets meer verclarende geeft de Comp:t voor reedenen van wetenschap oks in den teext berijd zijnde 't zelve met eede te staven. Dat hij Compt. zig op voorleeden s'on dag den 27 deeser bevonden hebbende in de schagyerije en van daar op 't hooren Leggen van 't antwoord foutre geabsenteerd een poosje naderhand den sp: soldaat Louis Fernandez met een groot bebloed mes was te gemoed gekomen, welk met hij Comp=t hem heeft ontnoomen en weg geworpen om te verhoeden, dat hij daar meede mogte moorden betuigende de de Comp:e niet te weeten dat er dis puut in de schaggerije was voor ge vallen Compareerde voor ons onder get: gecom„ uit den E Agtb: Raad van Iustitie de ses gouvernements de spaansche boschieter Gabriel van Competenten ouderdom dewel ke ter requisitie van den prointerim Fescraa alhier d' E Gabriel Exter verklaarde hoe waar is — -

NL-HaNA_1.04.02_4329_0305 view scan ↗

English

Re-examination Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the aforementioned Bos, who, having had this his preceding statement clearly and distinctly read out to him word for word, declared that he persisted therein, desiring that nothing more be added to or taken from it, and spoke therefore, in confirmation of the truth thereof, the solemn words: So help me God Almighty. Thus re-examined and sworn at the Cape of Good Hope, the 31st of May 178[illegible]. Signed: Joh:s Coenraad Bos. Below, "In my presence," signed: R: J: V: D: Riet, Sworn Clerk. In the margin, as commissioners, signed: Matthiesen and C: G: Maasdorp. Whereas Louis Fernandez, a native of the city of Gore, 45 years of age, a soldier on the Spanish Company ship La Nieve which recently departed from here, presently the Lord's prisoner, has voluntarily confessed, and it has evidently appeared to the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government: That when the prisoner lay anchored with his aforementioned vessel in the roads of False Bay, having come ashore on different occasions with the permission of his commanding officer, it then, and namely on the 27th of the past month of May, happened that the prisoner first went to the soldiers' quarters to smoke a pipe, from where he subsequently went to the tavern situated in the quarters at the aforementioned Bay; and having there met his comrade Gabriel Gonzales, along with several other Spanish and Dutch seamen, entered into negotiations concerning a silver watch with the quartermaster of the Honorable Company, Jan Blijart, who was also there in the company of the boatswain's mate Jan Henkvoort and three Dutch sailors; That the prisoner, having come to an agreement with the said Blijart concerning that purchase, but having no more than three Spanish reals with him toward the payment, asked the seller, offering a Spanish real as a pledge, to go with him in order to fetch and receive the money that was still lacking; That the aforementioned Blijart initially consented to this, but afterward, as it seems, having changed his mind, followed the prisoner no further than outside the door, immediately turned back thereupon, and rejoined his companions; That the prisoner, upon this, also stepped back into the house, but after having stood for a while with his hand behind his back, fetched a knife from there, and with it unexpectedly dealt the boatswain's mate Jan Henkvoort, who was standing near him, a violent thrust into the body, which upon surgical inspection proved to have been a wound on the right side, just beneath the third short rib, measuring two inches externally and penetrating through the omentum close under the liver, with injury to several blood vessels of the epigastric artery, and five inches deep, causing a very great effusion of blood in the abdominal cavity, and thus was deemed by the surgeon to be absolutely mortal, as indeed the said boatswain's mate came to die about ten hours after receiving this wound; That the prisoner indeed, immediately after perpetrating this act, took to flight out of the house, but was shortly thereafter overtaken, taken prisoner, and delivered into the hands of Justice. Now, whereas such a willful murder cannot in any way be tolerated in a country where law and justice are properly maintained, but on the contrary must be severely punished as an example and deterrent to other such evildoers: So it is that the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, sitting on this day, having read and considered with emphasis the written criminal demand and conclusion made and taken by and on behalf of the pro interim Fiscal, the Honorable Gabriel Exter, in the name of his office, against the prisoner, and furthermore having attended to everything relevant to the matter and that could move their Honorable Worships, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, has condemned the prisoner Louis Fernandez, as their Honorable Worships condemn the same by these presents, to be brought to the place where criminal sentences are customary to be executed here, and there, being delivered to the executioner, to be punished at the gallows with the rope around the neck until death follows; furthermore, his dead body to be dragged to the outside place of execution and there hanged again. Thus done and sentenced at the Cape of Good Hope on the 28th of July 1787, and pronounced in the Castle of Good Hope on the 4th of the following month of August, and executed on the same day. Signed: J: P: Rhenius S: V: Echten J: Smuts J: M: Horak C: G: Maasdorp W: F: v: Reede van Oudtshoorn H: J: de Meijer C: Matthiessen J: C: Gie J: I: De Wet Below, "In my presence," signed: R: J: V: D: Riet, Sworn Clerk. In the margin: "Fiat Executio," signed: C: J: van de Graaff A: Goedee J: Jansen J: Bank

Dutch transcription

Recollement Compareerde voor ons onder get: gecomm. s uit den E Agtb: Raad van Justitie deeses gouvernements voorm: Bos dewelke deese zijne voorenstaande verclaring van woorde tot woorde klaar en duidelyk voorgeleesen verclaarde daar bij te blijven persisteeren begeeren de dat er niets meer bij of van gedaan werden zal en sprak dierhalven ter bevestiging der waarhijd van dien de solemneele woorde zo waarlijk help mij god almagtig Aldus Gerecolleerd en Beedigd, Aan Cabo dem Goede Hoop den 31: Meij 178. was geteekend/ Joh:s Coenraad Bos lager mij Praesent geteekend R J: V: D: Riet gesw:, Clercq in margine als gecom, geteekend Matthiesen en C: G Maasdorp Alsoo Louis Fernandez ge boortig van de Stad gore oud 45 Jaaren soldaat op 't onlangs van hier vertrokkene Sp: Compe Dat wanneer de gev,e met zijn voorsz bodem ter Rheede van Baay Fals g'an kert lagen differente rijsen met permis sie van zijn Commandeerende officier aan de wal gekomen was 't als toen en wel op den 27 der Jongst verloopene maand mei gebeurd is dat de gev„e zig eerst in 't quartier der soldaaten, heeft begeeven om een pijp te rocken en van waar hij vervolgens gegaan is naar de quarer in voorsz: Baaij staande schaggerije en aldaar zijn maat Gabriel gonzales beneevens meer andere spaansche en Holland sche scheepelingen aangetroffen heb bende met den quartiermeester der E Comp,„e Ian Blyart die zig daar mede in geselschap, van den schie mansmaat Jan henkvoort en drie hollandsche mattroosen, bevond, over een zelver Lak horologie in de onderhandeling getreeden zinde dat de gev, 't met gem: Bliart over dien koop eens eens Geworden zijnde edog tot de voldoeninge niet meer als drie sj: matt: bij zig hebbende den verkoper onder aanbieding van een sp: matt: tot onder„ pand heeft versogt om met hem te gaan ten einde ten einde 't nog te kortschie „tende geldt te gaan halen en ontfangen schip La Nieve thans 's Heeren gev„e vrijwillig beleeden heeft en 't den E Agtb: Raad van Justitie deeses Gou vernements evident gebleeken is. — schip„ dat dat voorsz: Blijart eerst hier in bewil ligd hebbende ddog naderhand zo 't schant van voorneemen veranderd zijnde Veran derd zijnde den gev:e niet verder als tot buijten de deur nagevolgd en terstond daar op te rug gekeerd is en zig weder bij zij ne makkers vervoegd hebben dat de gev„e hier op ook weeder in 't huis getreeden zinde maa een wijl tijds met zijn hand op de rug te hebben gestaan, van daar een mes gehaald en met 't zelve op 't onverwagts aan den bij hem staande Schiemansmaat Jan henkvoort een geweldige steek in 't lijf toegebragt dewelke bij Chirucale schouwing is gebleeken te zijn geweest een wond aan de regter zijde vlak onder de derde kort rib groot uijt wendig twee duimen en doorgaande door 't net digt onder de leever met quetzinge, van verscheide bloedvaten van de arteria exi „gastrica en diep, vijf duimen waar door een zeer groote uijtstorting van bloed veroorsaakt is in de onderlijfs hol te en dus door den Chirurgijn volstrekt doodelijk is geweest gelijk dan ook gent Schiemansmaat omtrend tien uuren naar 't bekomen deeser wonde is komen te overlijden dat de gev„e wel terstond, naar 't per petreeren van dit Fijt zig uijt 't huis op de vlugt begeeven heeft dog kort daar op agterhaald gevangen genoomen en in handen der Iustitie overgeleeverd geworden Dan nademaal diergelijke moet wil Aldus Gedaan en gesententi eerd aan Cabo de Goede Hoop den 28 Julij 1787 mitsgd s gepro nuntieerd In 't Casteel de Goede zo is 't dat den E: Agtb: Raad van Ju stitie voorm: ten dage dienende met na druk geleesen en overwage hebbende den schriftelijke Crimineele Eisch en Conclusie door ende van wegens den pro interim fiscaal d'E Gabriel Exter nomine officie op ende Ieegens den gu„„ gedaan ende genoomen mitsgad„s gelet op al 't Gunt ter materie was dienende en hun EE Agtb„s konde doen moveeren Regt doende uijt Naamende van wee gens de hoog mogende heeren Staten generaal der verenigde Nederlanden den gev„ Louis Hernandez heeft gecondem neert gelijk uun welE: Agtb: den zelven Condemneeren mits deesen omme gebragt te worden ter Plaatse daar men alhier gewoon is Crimineele Cententien te executee ren en aldaar den scherpregter overge geleeverd zijnde met de koorde om de hals aan de galg gestraft te worden dat er de dood na volgt voorts desselvs doode Lighaam na 't buijten geregt ge sleept te worden en aldaar weder opge hangen willige moord in een Land alwaar Regt en de Geregtighijd behoorlyk gehad haaft worden geensints kan werden geduld maar integend hi deel ten spiegel en afschrikt van andere soortgelijke boosdoenders te worden gestraft lige Soop Hoop den 4 daar aan volgende maand augustus en geexecuteerd ten zelven dage was geteekend: I: P Rheni „us S V Echten I: Smuts I M. Horak C: G Maas dorp U: F v: Reede van oudtshoorn 19: 3 Meijer C Mapa J C: gie § I De wet lager mij Preesent O geteekend B I V D Riet gesw: Clercq in margine Fiat Excutie geteekend :J: van de Graaff A:gordeest J Jan erssen JBank

NL-HaNA_1.04.02_4329_0308 view scan ↗

English

And caused to be said: Appeared before the Right Honorable Honorable Presidents and Honorable Council of Justice of the Castle of Good Hope, present the Independent Fiscal, the Honorable G. Exter, ex officio Prosecutor in a case of extreme violence committed against the burgher Hendrik Smit, on the one side, contra the burgher Johannes Joachimus Theron and his wife Alida Mosterd, assisted by her said husband, defendants in the aforesaid case, on the other side. 1. That Jan Hendrik Christoffel Smid, burgher of this place, having proceeded on the 17th of the past month of January to the garden or the residence of the defendant, in order to collect from him such sum of 11 rixdollars and 7 schellingen as the said defendant had already for a long time owed to the said Smit for the labor wages of a slave boy; 2. The aforesaid Smit, upon his arrival at the dwelling of the defendant, finding no one at home at that time except the female defendant in this matter, made known to her the reasons for his coming and asked her for payment; 3. But that the female defendant, instead of stating to him, Smit, in a modest manner that she believed she owed him nothing, or to have enough patience until her husband had come home and had been spoken to by the said Smit, on the contrary immediately retorted to him, Smit: "I owe you nothing"; 4. And thereafter, upon the saying of him, Smith, that this money nevertheless lawfully belonged to him, and that this debt had long stood recorded in his book, said in substance: "I shit in your book," adding: "Make haste that you get out of my house" (the said Smit understanding her to point to the door); 5. That the said Smit, having sought hereupon to bring the female defendant to reason by making known to her that he had not come into her house to await brutalities, but indeed to obtain payment from her husband; 8. This, however, had no other result 9. than that the female defendant, instead of coming to any reflection, on the contrary allowed herself to be carried away by her maliciousness to such an extent, 10. That she, having calmly answered the said Smid: "Wait, I will help you," 11. Immediately called some of her boys and ordered them to saw the said Smit from her place; 12. Which slaves then indeed quite unconcernedly seized him, Smit, by the arms and, notwithstanding his struggling, threw him out of the house and up to the steps of the stoop; 13. While then furthermore one of those boys, upon the express order of his mistress, having violently forced the walking stick of the aforesaid Smit out of his hands and thrown it under the stoop, 14. At that moment a French soldier, 15. who was working in a quarry not far from the house of the defendant in their service, 16. had been called over there by order of the defendant, 17. came up with an iron punch or rock drill in his hands, 18. and being expressly ordered by the defendant to beat the aforesaid Smit away from her house, 19. indeed repeatedly threatened him, Smit, with the iron he had in his hands, and even struck him in the chest; 20. That hereupon two soldiers of the Battalion here, named Matthijs Partorij and Johan Condes, standing on the stoop of the house of Frans Hapelberg, 21. from where, as it is situated nearby and opposite the garden of the defendant, one can clearly see everything that happened on the stoop of the defendant, 22. had stood, and thus distinctly saw 23. that at the house of the defendant a person

Dutch transcription

En deeder zeggen 1 Dat Jan Hendrik Christoffel Smid burger deezer plaatze zig op den 17 der gepasseerde Maand Januarij begeeven hebbende naar de Thuijn ofte het woonhuijs van den gede Ten einde van dezelve te innen zoodani¬ „ge Somma van 11. rijxd=s en 7 schell: als hij ged=e al zeedert langen Tijd o„ „ver arbeids loon van een slave Jonge aan gem. Smit was schuldig geweest voorsz: Smit bij zyn komst aan de wooning van den ged=e als toen nie„ „mand als de ged=sse in deesen te huijs gevonden, haar de reedenen van zijnen komst te kennen gegeeven, en tot de betaaling aangesproken heeft zy dan dat de ged=nse in steede van hem Compareerde voor den WelEde achtb: Heeren Presidenten en Eachtb: raade van Iustitie des Casteels de Goede Hoop praesent den Prointe rimsicaal d' E G: Exter R: O: Eijsscher in Cas van vergaan „de geweldenarijen gepleegd aan den Burger Hendk Smit ter Eenre C=n den Burger Joh=s Joachms Theron en desselvs huijsvrouw Alida Mosterd geadsisteerd door gem: haaren Man gedte in voorsz: Cas ter andere zijde. Snit ƒ 28 Smit op eene bescheyden wijze te leggen dat zij hem vermeende niets schuldig te zijn, of wel soo veel gedult te hebben tot dat haar man te huijs gekoomen en door gem: smit aangesprooken was; ter Contrarie hem smit terstond te gemoed gevoerd had, ik ben uw Niets schuldig en daar na nog op 't zeggen van hem Smith dat evenwel dit geld hem wettig toe quam, en deeze Schuld hem lange op zijn boek aangeteekend gestaan had, in substantie, ik schijd wat in Jouws boek, met bijvoeging, maakschielijk dat gij uijt mijn Huijz komt Chem Smit verstond de deur aan wijzende:/ dat gem: smit de ged=ese hier op hebben „de zoeken tot reeden te brengen door haar te kennen te geeven dat hij niet om brutaliteijden af te wagten maar wel om van haaren man betaaling te erlangen in haar huijs was gekoomen 8 Dit egter van geen ander gevolg geweest is g' als dat de ged=te in steede tot eenig nadenken te koomen in teegendeel zig door haare boos„ „aartigheid in zoo verre heeft laaten vervoe„ „ren. 10 Dat zij aan gem: smid tranquil geant„ „woord hebbende: wagt ik zal u wel helpen 11 Terstond eenige haarer Iongens geroepen en die gelast heeft gem. Smit van haar plaatz te zaagen. 12/ welke slaaven hem smit hem Smit dan ook vrij onbekommert bij de armen gegree„ pen en niet teegenstaande zijne teegen„ „worsteling uijt het huijs en tot aan de trappen van de stoep geworpen hebben 3 terwijl toen nog eene dier Jongens op uijtdruk„ „kelijke ordre van zijne Lijfverouw de Rotting van voorsz: Smit geweldadig uijt zijne Handen gedwongen en onder den sloep geworpen hebbende. 14/ op dat ogenblik een Fransche Soldaat 13/ die in een klipkuijl niet verre van 't Huijs van de ged=e in desselvs dienst arbeide 16, per ordre van den ged=te daar bij geroepen was 17 met een ijzere priem of klippe boor in 1 zijne handen is toegekoomen en door de ged=te uijtdrukkelijk gelast zijn„ de om voorsz: Smit van haar huijste Kloppen g' Htem Smit dan ook met zijn in handen heb„ „bende ijzer dikwerf gedrijgd en zelvs voor de Borst gestooten heeft Dat hier op twee soldaten van 't Bat„ 8 „taillon alhier in naamen Matthijs Parto„ „rij en Johan Condes op de stoep van 't huijs van Frans Hapelberg. zi van waar men als zijnde nabij en teegen over de Thuijn van de ged=e geleegen al't geen op de stoep van de ged=e gebeurte duijdelijk verkennen kan. — 22 gestaan, en dus onderscheiden gesien hebben de 23 dat aan 't huijs van den ged=e een per„ 1Z „soon

NL-HaNA_1.04.02_4329_0310 view scan ↗

English

was soon attacked by several slaves and pulled down the stairs, decided to go thither, in order to investigate what might be the cause of this, and to rescue from their hands the same person, whom they clearly recognized as a European, or at least not a slave, being thus mistreated by those slaves without reason. That the said soldiers, having arrived at the house of the defendant, also immediately attempted to save the aforesaid Smit from the hands of the several slaves and to take him with them. And however much they, on asking the female defendant who stood by the stoop and gave orders to her slaves how she could let an old man be mistreated in such a manner by slaves, received in response in an impetuous manner, besides several other abusive words, substantially: You scurvy rascals, what are you doing here, they nevertheless took the aforesaid smith under the arm to escort him Cape-ward. Then, that the defendant himself having arrived home upon this, immediately called for his cane and, while uttering several abusive words, went toward the aforesaid Smit and the several soldiers. And notwithstanding that both Smit had told the defendant in calmness that he had only come to his house to demand his old debt of 11½ and 7 schellingen, and the aforesaid soldiers had wanted to make known to him the reasons for their arrival, he, the defendant, nevertheless proceeding with cursing and raging, had added to the aforesaid Smit: You old villain, if you come on my yard again I will beat your arms and legs to pieces. While he, the defendant, having then obtained his sufficient cane, while saying I shall beat you so that you are damned, wanted to make use of it against Smit and the aforesaid soldiers. Whereupon Sergeant Adam Frank and Corporal Pierre du Cros, who upon these commotions had also arrived there at the house of the defendant, warned the defendant to be careful, not to strike the soldiers nor to curse anymore. Because, if they had committed violence or done anything, they, the sergeant and corporal, would provide satisfaction to him, the defendant. While they further went to the female defendant and having asked her what the soldiers had done and whether they had also committed any insolence, received as an answer through the female defendant: that although they had done no harm, she nevertheless did not want to have such scurvy people on her yard. Then, that the defendant nevertheless continued with cursing and raging until the aforesaid smith, who was led on by both soldiers, had advanced to the edge of his yard, or the defendant's own territory. Where he, the defendant, had still run after the soldiers and asked how they had dared to presume to come onto his yard. To which the two soldiers having answered: Sir, you listen to no reason, we thought that man was being murdered on the property, as we saw him surrounded by boys and someone held an iron to his chest, the defendant had retorted to them: even if he were murdered, you still had no right to come onto my yard. As Your Honorable Worships can agree with all of this in more detail from the appended narrative of the several-times-mentioned Smit and the further attached depositions, to the contents of which the Plaintiff ex officio takes the liberty to refer for the sake of brevity. That as the aforesaid smith also came to complain to the Plaintiff ex officio about this mistreatment by the defendant, the Plaintiff ex officio consequently had the defendant summoned to him in order to investigate the matter carefully and thereafter be able to proceed all the better as the circumstances required. Then, that he, the defendant, to the simple question of the Plaintiff ex officio what might have occurred on his property between him and the citizen Smit, having answered the Plaintiff ex officio in a very insolent manner: On account of that old fellow does Sir have me called; if I had known it I would not have come, and I request that in the future you no longer have me summoned to you for such matters. Thereupon, and at the request of the Plaintiff ex officio that he would therefore bring the matter before the Honorable Worshipful Court of Justice, he immediately departed from the Plaintiff ex officio. That as complaints have been brought to the Plaintiff ex officio several times concerning the rash conduct of the defendant in similar cases, and this conduct of the defendant in this matter is entirely contrary to the good order and relations of this colony and inhabitants, the Plaintiff ex officio has therefore considered it his indispensable duty to summon the defendant to court before this Honorable Worshipful Council for this scandalous deed, in order to let him experience his well-deserved punishment for this, and to put an end to such imperiousness and extreme malice; as otherwise, when someone goes in good faith to the house of the defendant to obtain his debt, one would be exposed here to such extreme mistreatment, as being overpowered by slaves, dragged out of the house, and in addition complimented with the most infamous abusive words and even threats, if such were left unpunished and regarded with indifferent eyes.

Dutch transcription

„soon door verscheide slaven aangetast, en van de trappen getrokken wierd 24 beslooten hebben om zig derwaards te begeeven 25;: Ten einde te ondersoeken wat hier van tog de oorsaaken zijn mogt. 26 en dezelve persoon / die zij voor een Euro„ „pees ten minsten voor geen slaaf zeer wel ver„ „kenden door die slaven sonder reedenen dus „danig Mishandelt werdende uijt hunne handen te ontzetten. 7Dat dezelve soldaten dan ook aan 't huijs van den ged=e gekoomen zijnde voorz: Smit dan ook uijt de handen van meerm: slaven terstond hebben poogen te redden en met hun meede te neemen. — 28, en hoe zeer zij ook van de ged=te die bij de Stoep stond, en haare slaven ordre gaf op de vrage hoe zij tog een oud Aan dusda„ „nig door slaven konde laaten mishandelen in eene impetuerse Houding behalve ver„ „scheide andere scheldwoorden substan„ „tieelijk ter antwoord hadden bekoomen: Touw Schurfte Rakkers wat doet gij hier zij voorsz: smid evenwel hebben onder den arm genoomen om hem Caab„ „waarts te beglijten. — 30, Dan dat de ged=e hierop zelvs te huijs ge„ „koomen zijnde, terstond om zijn rotting geroepen en onder 't uijten van verscheide scheldwoorden zig naar voorsz: Smit en meerm: soldaten begeeven heeft. en niet teegenstaande zo wel smit den ged=e in bedaartheid gezegd had, dat hij alleen aan zijn huijs gekoomen was om zijn oude schuld van 11½ en Jschelb: Verlangen 32 als de voorsz: soldaaten hem de reedenen van hun„ „nen komst hadden willen te ken geeven 33 Hij ged=e evenwel met schelden en raasen voor„ „varende voorsz: smit had toegevoegd „ Touw oude schurk zoo je weer op mij werf komt zal ik Je armen en beenen in stukken slaan 34 Terwijl hij ged=e als toen zij suffisante rotting bekomen hebbende onder 't zeggen ik zal ge stlaan dat je P: V: verdomd word, daar van teegens Smit en de voorsz: soldaaten gebruijk heeft wee„ „len maaken 35 als wanneer den Sergeant Adam Frank en den Corporaal Pierre du Cros §6 die op deeze beweegingen meede aldaar aan 't huijs van den ged=e waaren aangekoomen 37 den ged=e hebben aangezegd van voorsigtig te zijn den soldaaten niet te slaan nog meer te schelden. — 38, want dat wanneer zij molest gepleegd oe iets gedaan hadden zij sergeant en Corpo„ „taal, hem ged=e satisfactie zoude besorgen 39 Terwijl zij hen voorts naar de ged=te begeeven en haar afgevraagd hebbende wan de soldaaten gedaan en of zij ook eenige brutaliteeden gepleegd hadden, door de ged=te hebben ten andwoord bekoomen, dat hoewel zij geen quaad gedaan had„ „den zij egter sulx schurft volk op haar werf niet hebben wilde - dan dat den ged=e des niet te min met schelden en haasen zoo lange heeft geconti„ „nueerd tot dat voorsz smid die door beijde soldaaten voortgeleid wierd, aan 't uijterste van zijn werf of des ged=mn zygen: territoir gevordert waaren 0 hy 8 A e 41, alwaar hij ged=te de soldaaten nog nageloopen en afgevraagd had hoe zij zig tog hadden durven onderstaan om op zijn werf te koomen. 42 op 't welke de beijde soldaaten geantwoord: heb„ „bende, Mijn Heer gij verstaat geen reeden„ dien man meenden wij dat op plaats ver„ „moord wierd, alzo wij hem zagen door Jon„ „gens omragd en iemand hem een ijzer op de borst hield had den ged=e hunl: daarop ge te gemoed gevoerd, al wierd hij ook vermoord: dan vermogd gij nog op mijn werf niet te koomen 43 Gelijk UwelEd: achtb: met een en ander met meerderen kan Consenteeren uijt het deezen geadjungeerd Celaas van meerm: Smit en de verdere bijgevoegde verklaringen aan welkers inhouden de R: O: Eijscher kortelijds halven die vrijheid neemt zig te refereeren. — §14 Dat daar voorm: smit zig ook over deeze mis„ „handeling van den ged:te, bij den R: O: Eyscher is komen te beklagen 45„:e de R: O: Eijsher hem ged=te mits dien bij zig heeft doen onbieden ten eijnde de zaake naukeu„ „rig te ondersoeken en daar na des te beeter na vereisch der omstandigheeden te kunnen te werk gaan 46, dan dat hij ged=e op de eenvoudige vraag van den 7: O: Eyscher wat op zijn plaats tusschen hem en den burger Smit tot mogte zijn voorgevallen 47 onder een zeer brutale houdeng aan den R: d Eijscher geantwoord hebbende weegens die oude vent laat mijn Heer mijn roepen als ik 't geweeten had zoude ik niet gekoomen 51. ten eijnde hem daar voor, en tot sluijting van diergelijke Heerschzuyt en verregaande quaad aartighijd hun wel verdiende straffe te doen weedervaren 52/ daar andersints, wanneer Imand zig ter verkrij „ging van zijne schuld ter goeder trouw begeeft in 't huijs van den ged=e. — 53, alhier zou blood gesteld zijn aan zoodanige verregaande mishandelingen. — 54, van door slaven overrompeld het huijs uijt„ „gesleept en daar en boven nog met de infaar„ „ste, scheldwoorden en zelvs drijgementen te worden gecomplimenteerd zulx straffeloos wierde gelaaten en met on„ „verschillige oogen aangezien zijn, en ik versoek dat je mij in 't vervolg om diergelijke zaaken niet meer bij Je laat roepen. 47 daarop en op 't versoek van den R: O: Eijscher terwijl hij de saak das voor den E achtb: Raade van Justitie zoude brengen direct van den R: O: Eijscher is vertrokken. 48, Dat gelijk ver de onbezorne Handeling van den ged=e in diergelijke gevallen bij den R: d Eijscher te meer maalen klagten zijn ingebragt zig En deeze Conduiten van den ged=e in deesen is al „leensints strijdende met de goede ordre en relatien deezer Colonie en ingeseeten 9 de R: O: Eijsscher dierhalven van zijn indespen„ „sablen pligt heeft geagt de ged=e over dit schan„ „delijk bedrijft voor deezen E: achtb: raade in reg=s „ten te moeten betrekke Sijn

NL-HaNA_1.04.02_4329_0312 view scan ↗

English

56, This would very soon result in the total ruin of the entire Colony and its inhabitants. 57, But since the crimes of the defendant belong to those sorts of acts 58, for which no specific punishment is defined by the legislative power, to whose strict execution one ought to bind oneself, 59, nor could it be defined because of the varying circumstances of time, matters, and persons, 60, but rather they are left to the discretion of the judge 61, in order to adjust the punishment to be inflicted according to the nature of the matters and the political interests of the country and the inhabitants, 62, the Officer Prosecutor therefore respectfully considers that the correction of the defendants in this matter ought to be determined according to that analogy, for which and other reasons and means to be further decreed in due time if necessary, the Officer Prosecutor, entering his claim, concludes: That the defendants Johannis Joachims Theron and his wife Alida Mosterd shall be severely reprimanded in this Honorable Court in the presence of the said Hendrik Smit, and further condemned to a fine of One Thousand Guilders Indian Valuation for the benefit of the Officer Prosecutor, with condemnation in the costs, or to such other end as Your Honors, according to the nature of the matters, shall find appropriate. That when the deponent on last Wednesday, being the 17th of this month of January, on the occasion that the Right Honorable Lord Commissioner Boesses had arrived here, had gone to the house of the burgher Frans Stabelbergh, in order to appoint certain soldiers who lived there into the Castle while the said Lord Boesses was to be received that same day, the deponent had then seen from the house of Frans Stabelbergh that at the residence of the burgher Jan Theron large disturbances were being made by several slaves against some soldiers, wherefore the deponent, wishing to investigate this, had gone thither. That the deponent, having arrived at the house there, had seen that the burgher Hendrik Smit was standing surrounded by several slaves at the steps of the stoop, while a person was on the steps with an iron rock-drill and the wife Today, the 22nd of January 1787, appeared before me, Ryno Johannes van der Riet, sworn Clerk at the Secretariat of Justice of the Castle of Good Hope, present the after-named witnesses, Corporal Pierre du Cros, stationed here with the battalion, of competent age, who, at the requisition of the Fiscal pro interim Gabriel Exter, declared to be true and proper. Signed: Gabriel Exter in the margin. Exhibited in Court the 22nd of February 1787. of Theron, who did not cease raving and shouting abuse both at the aforesaid Smit and at the soldiers who wished to bring the said Smit to the Cape, was standing on the stoop, wherefore the deponent had asked the wife of the aforesaid Theron whether she had been insulted by the said soldiers, as in that case he would secure satisfaction for her, but that, notwithstanding she had answered that the soldiers had done no harm, she nevertheless substantially continued: "I will not have those mangy soldiers on my property," adding, "that old rascal," denoting the aforesaid Smit, "comes here to cause violence and then those mangy soldiers come onto my property," wherefore when the deponent attempted to explain to the said woman that the Battalion tolerated no mangy people and that she must refrain from further abusing the soldiers, the aforesaid Johannes Theron himself, having come home right then, directly called out, "What is to be done? What are those mangy people doing here? What are the soldiers doing on my property?" and had asked for his thick stick. That in the meantime the wife of him, Theron, having called out to her husband, "that old rascal, that usurer comes here for money when you owe him nothing, and those mangy people the soldiers come here to cause violence," the same Theron, with several insults, had also said to the aforesaid Smit, "you old scoundrel, if you come onto my property again I will break your arms and legs to pieces," while he, Theron, having then obtained his weighted stick, saying, "I will beat you so that you are damned," had gone toward the same soldiers, upon which Sergeant Adam Franke, who had also come there then, warned the aforesaid Theron that he should be careful not to strike the said soldiers, for if the soldiers had insulted him, he, the sergeant, would secure him satisfaction, but that the aforesaid Theron, continuing with raving and abusing, even said to that sergeant, "I will not have those mangy people on my property," the two aforesaid soldiers, who had already gone a ways arm in arm with the aforesaid Smit, as well as the deponent and the said sergeant, having then departed from there. Declaring nothing more, the deponent gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being prepared to confirm the foregoing at all times with an oath. Thus passed at the Secretariat of Justice, in the presence of the clerks Willem Stephanus van Rijneveld and Johannes Henricus Fischer as witnesses, who have duly signed the minute hereof together with the deponent and me, the sworn Clerk. Underneath stood: Which I testify. Signed: R: J: van der Riet, sworn Clerk.

Dutch transcription

56, Dit al zeer spoedig de totale ruine van de gehee„ Colonie en desselvs ingeseetenen zou ten gevolge hebben. — 57 dan daar de misdaden van de ged=e behoren tot die soorten van bedrijven. — 38/ waar op bij de wet geevende magt geene bepaac „de straff, dan welkers stricte uijtoeffening men zig zou behooren te binden is bepaald. 5g, nog om de verschillende omstandigheeden van tijd zaaken en persoonen bepaald heeft kunnen worden Co, maar aan 't arbitrium van den regter zijn gelaaten 6„ omme naar den aard der zaaken en de politice„ „que belangens van het land en de ingeseete„ „nen de te infligeerende straffe in te rigten 62 de R: O: Eijsscher mits dien onder Eerbiedige reveren„ „tie vermeend dat de Correctie van de ged=e in deesen dan ook na die analogie behoord bepaald te worden mits welke en andere reedenen en middelen in tyden wijlen is 't nood nader te decerneeren de R: O: Eijsscher Eijsch doende, concludeert De dat de ged=e Johannis Joachims theron, en zijn huijsvrouw Alida Mosterd in deesen uwel Ede. Achtb: ged=e Vierschare ten overstaan van meerm Hendrik Smit Scherpelijk zullen werden gerepremendeert, en voorts gecont„ „demneerd in een ppecunieele Amende van Een duijzend guldens Inds Vale ten behoeve van den R: O: Eijscher met Condemnatie in de kosten ofte tot zodanige anderen Fine als U„ welEdelen Achtbaren na den aart der zaaken zullen vinden te Dat wanneer de Comp=te op laastleeden woensdag zijnde den 17 deezer maand Januarij bij gelegent „heed dat den wel Ede Gestr. Heere Commissaris Boesses alhier was gearriveerd zignaar 't huis van den burger Frans Stabelbergh begeeven had, om terwijl wel gem: Heere Boesses den zelve dag zoude werden gerecipieerd zommige sol„ „daate, die aldaar woonden in Casteel te appoinc„ „teeren, hij Comp=t als toen van 't huijs van Frans Habelberg gezien had dat aan de wooning van den burger Jan Fheron door verscheide slaaven teegen eenige solda„ „ten groote beweegingen wierden ge„ maakt waromme de Compt dit willende ondersoeken derwaarts was gegaan. Dat de Compte. daar aan 't huis gekoomen zijn¬ „de gesien had dat den burger hendrik Smit door verscheidene slaven slaven omringd aan de trappen van de stoep stond terwijl een pers oan zig met een ijzere klippeboor op de trappen bevond en de huijsvrouw Huijden den 22 Januarij 178 Compareerde voor mij Ryno Johannes van der riet gesw Clercq ter secretarije van Justitie des Cas„ „teels de goede Hoop praesent de naten: getuij„ „gen den onder 't battaillon alhier bescheidenen Corporaal pierre du Cros van Competenten ou„ „derdom dewelke ter requisitie van den pro interim Fiscaal gabriel Exter verclaarde En waar is te behoore. /:was geteekend/ gabriel Exter in mar„ „gene / Exhibitum in Judicio den 22 Feb=i 1787 behooren van e van theron die niet ophield met rasen en schelden soo op voorm: Smit als op de solda„ „ten dewelke gemelde smit wilde naade Caab brengen / op de Htoep stond weshalven de Comp aan de Huijsvrouw van voorsz: Theron gevruagt had of zij ook door dezelve soldaaten was belee„ „digd geworden terwijl hij haar in dien gevalle satisfactie zoude bezorgen dan dat niet teegen„ „staande zij daarop had geantwoord dat de soldaaten geen quaad hadden gedaan zij daarop Egter substan„ „tieelijk had vervolgd ik wil die schurfde soldaaten niet op mijn werf hebben met bijvoeging die oude schelm denoteerende meerm: smit / komt hier ge„ „weld maaken en dan koomen die schurf te sol„ „daaten op mijn werf, zulx wanneer de Comp=t dezelve vrouw poogde voor te stellen, dat het Battaillon geen schurfd volk dulde en dat zij zig om verder op de soldaaten te schelden wag„ „ten moest als toen voorm: Johannes Theron zelve te huis gekoomen zijnde direct onder & roepen wat is er te doen wat maakt dat schurfd volk hier! wat door de solda„ „ten Op mijn werf na zijn dikke stok gevraag„ had Dat in dien tusschen tijd de vrouw van hem theron haaren man toegeroepen hebbende die oude schelm die smous komt hier om geld daar gij hem niets schuldig zijts en dat schurfd volk de soldaaten koomen hier gee„ „weld Maaken, had denzelven theren voorsz: Smit nog onder verscheide scheldwoorden toegevoegd fou oude schurk zo gij weer op mijn werf komt sal ik je armen en beenen in stukken slaan terwijl hij Theron als toen zijn subfisarte lotting bekoomen hebbende onder 't seg „gen ik zal geslaan dat je verdomd word na dezelve soldaaten was toegegaan als wanneer den Sergeant Adam Franke die toen meede aldaar was gekoomen voorsz: Theron gewaar„ „schuuwd dat hij voorszigtig zijn zou van de„ zelve Soldaaten niet te slaan want dat wanneer de soldaaten hem hadden beleedigt hij sergeant hem satisfactie bezorgen zou dan dat voorsz theron met Rasen en schelden voortvarende dien sergeant zelvs nog heeft toe„ „gevoegd ik wil dat schurfd volk op mijn werf niet hebben, zijnde de twee voorm: soldaa„ „ten die reeds met meerm: smit onder de ar„ „men een end weegs waaren gegaan, zoo wel als de Comp=e en meergem: sergeant toen van daar vertrokken. Niets meer verklarende geeft den Comp=t voor reedenen van weetenschap als in den „text bereid zijnde 't voorenstaande altoos met Eede te staaven. Dat Aldus passeerde ter secreta„ „lije van Justitie ten bijweesen der Clercquen Willem Dhephanus van Rijneveld en Johs. Henrikus Fisscher als getuijgen die de minute deeses beneevens de Compt en mij gesw: Clerq meede behoorlijk hebbe onderteekend /:onderstond:/ 'T welk ik getuijgen /:was geteekend/ R: J: v: der Reer gesw: Clercq

NL-HaNA_1.04.02_4329_0314 view scan ↗

English

Confirmation Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of the Castle of Good Hope, Corporal Pierre du Cros, stationed here under the battalion, who, this preceding declaration of his having been read out clearly and distinctly word for word, declared that he persisted and continues to persist therein, wishing that nothing more be added to or removed from it, and spoke in confirmation of the truth thereof the solemn words, so truly help me God Almighty. Thus confirmed and sworn at the Cape of Good Hope on 14 February 1787. Was signed Pierre du Cros Junior. Lower, in my presence, was signed C. van Harssen, Secretary. In the margin, as commissioners, and signed, E. Matthiessen and G. H. Mijer. Today, 23 January 1787. Appeared before me, Rijno Johannes van der Riet, sworn clerk at the Secretariat of Justice at the Cape of Good Hope, present the hereinafter named witnesses, Sergeant Adam Franke, stationed here under the battalion, of competent age, who, at the requisition of the interim Fiscal Gabriel Exter, declared it to be true: That when on last Wednesday, being 17 of this month of January, the Honorable Commissioner Adriaan Boesses was to be received here, and the appearer had gone to the house of Frans Habelberg to inform the soldiers living there to make their appearance in the Castle for the aforementioned purpose, he, the appearer, had then seen from the house of the aforementioned Habelberg that at the residence of the burgher Jan Theron large commotions were being made by several slaves against some soldiers, wherefore the appearer, wishing to inquire into this, had gone thither. That the appearer, immediately upon his arrival there, having seen that the burgher Hendrik Smit was surrounded by several slaves at the steps of the stoop, and a person being a stone breaker and having an iron drill in his hands was standing on the steps, while furthermore the wife of the aforementioned Theron, from the stoop against the same Smit and two soldiers who were busy taking the aforementioned Smit by the arms and escorting him from the place, continued with scolding and raving, he, the appearer, immediately upon the saying of the woman that the soldiers were scabby fellows, had asked whether she had also been insulted by the same soldiers; to which the same housewife of the frequently mentioned Theron, notwithstanding that she also answered that the soldiers had committed no molestation nor insulted her, nevertheless continued with scolding and calling them scabby folk; while at the same moment the aforementioned Theron himself had come home, and immediately also, amidst vehement raving and scolding, having asked for his cane in order, as he shouted out loud, to help beat that scabby folk and that old rogue from the place so that they be damned, the appearer had gone to the aforementioned Theron and told him to be careful and not to beat the soldiers, because if they had insulted him or anyone else, he, the appearer, would then procure satisfaction for everyone; that he, Theron, constantly continuing with cursing and scolding, further addressed the appearer, saying, I do not want that scabby folk in my yard, he, Theron, among other things having further uttered substantially against the aforementioned Smit in the presence of the appearer, You old rogue, if you come into my yard again I will beat your arms and legs to pieces; so he, the appearer, to prevent further unpleasantness, had ordered the aforementioned soldiers to go toward the Cape, at the same time telling him, Theron, that he, the appearer, in order to obtain the required satisfaction, would go to complain to his lawful superiors about his insolence and insults. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being ready at all times to confirm the foregoing with a solemn oath. Thus passed at the aforementioned Secretariat in the presence of the clerks Willem Stephanus van Rijneveld and Nicolaas van Es as witnesses, who have duly signed the minute hereof together with the appearer and me, the sworn clerk. Lower: To which I testify. Was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. Confirmation Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, present the aforementioned Adam Franke, who, this and the preceding declaration having been read out clearly and distinctly word for word, declared that he persisted and continues to persist therein, wishing that nothing more be added to or removed from it.

Dutch transcription

Recollement Compareerde voor de ondergeteekende gecom„ „mitts uit den E achtb. Raad van Justitie des Casteels de goede Hoop den onder 't battaillon alhier bescheidene Corporaal Pierre du Cros dewelke deese zijne voorenstaande verklarin¬ „ge van woorde tot woorde klaar en deidelijk voorgeleesen wesende verclaarde daar bij te we blijven persisteeren met begeerte dat er niets meer bij of af gedaan werden zal en sprak ter bevestiging der waarheid van dien de so„ „lemneele woorden zoo waarlijk helpe mij Dd Almagtig Aldus Gerecolleerd en beedigd aan Cabo de Goede Hoop den 14 Febr. 1787 (was geteekend / Peer du Cros Junior / lager/ mij praesent /was geteekend C: van Harssen Jeere in margine:/ als gecommitt: / en geteekend/ E: Matthiessen en G H Mijer Huyden den 23 Januarij 1787. Compareerde voor mij Rijno Johannes van der Ries gesw: Clerq ter secretarije van Justitie aan Cabo de Goede Hoop, praesent de na„ „genoemde getuijgen den onder batsallon alhier beschydenen C sergeant adam Franke van Competenten ouderdom de„ „welke ter requisitie van den pro in„ „terim Fiscaal Gabriel Exter verclaarden hoe waar is. Dat wanneer op Laastleeden woensdag zijnde den 17 deezer maand Januarij den welEd=e gestr Heere Commissaris Adriaan Boesses alhier zou worden gere„ „cipieerd en den Comp=t zig naar 't huijs van Frans Habelberg om de soldaaten die aldaar woonden aan te zeggen van zig ten einde voorsz: in 't Casteel te laten vinden be„ „geeven had, hy Compt als toen van 't huijs van voorsz: Hafelberg gezien had dat aan de wooning van den burger Jan Theron door verscheijde slaven teegen ig eenige soldaaten groote beweegingen ge¬ „maakt wierden, waaromme de Comp=t zig hier na willende informeeren derwaards was „gegaan. — Dat den Comp=t terstond bij zijnen komst aldaar gezien hebbende, dat den Compt bur„ „ger Hendrik Smit door verscheijde slaven omringd aan de trappen van de stoep, en een persoon zijnde een klippe breeker en hebben, de „de een ijzer boor in de handen op de trappen stond, terwijl voorts de vrouw van gem: Theron, van de stoep teegen denselven Smit en twee soldaaten die bezig waaren gem: smit onder de armen te neemen en hem van de plaatste beglijten, met schelden en laasen voortvaren„ „de, hij Comp=t terstond op 't zeggen van de vrouw dat de soldaaten schurfde keerels wa„ verclaar C„ Een e „ren, gevraagd had of zij ook door dezelve soldaaten was beleedigt, op 't welke dezelve, huijsvrouw van meerm: Theron, niet teegenstaande zij ook antwoorden dat de soldaten geen Molest gepleegd nog haar beleedigt hadden, egter met schelden en hun schurfd volk noemende was voortvaarende terwijl op 't zelve ogenblik voorsz: Theron Zelve te huijs zijnde gekoomen; en terstond meede, on„ „der driftig raasen en schelden naar zijn rotting gevraagd hebbende om /zo Als hij overluijd uijtriep dat schurfdvolk en dien oude schurk van de plaats te helpen te slaan dat sij P: V: verdomd wierden /: had de Compte. zig naar voorsz: Theron begeeren en hem aangezegd van voorsigtig te zijn en de soldaaten niet te slaan, want dat zoo wanneer zij hem of iemand anders hadden beleedigt, hij Comp=t dan een iegelijk satisfactie zoude bezorgen, dat dat hij Theron, steeds met vloeken en schel„ „den voortvarende, hem Compt nog heeft te gemoed gevoegd ik wil dat schurfd wolk op mijn werf niet hebben, hebbende hij Theron onder anderen nog in teegenwoordig „heid van den Comp=t teegen voorsz: Smit sue„ „stantieelijk geuit Ton oude schurk zoo je weer op mijn werf komt zal ik je armen en beenen in stukken slaan, dus hij Compt Recollement.— Compareerde voor de ondergeteekende ge„ „committeerdens uijt den E: Achtb: raade van Justitie deeses gouvernements prae„ „sent voorm: Adam Franke dewelke deese en voorenstaande verclaring van woor„ „de tot woorde Claar en duijdelijk voorge„ leesen zijnde verclaarde daar bij te blij¬ „ven persisteeren met begeerte dat daar Dat Aldus passeerde ter secre„ tarije voorm: ten bijweezen der klercquen Willem Steph=s van Rijneveld en Nicolaa van Es als getuijgen, die de minute deeser beneevens den Comp=t en mij gemw: Clerq meede behoorlijk hebbe onderteekend /:lager /:TTelk Ik getuijge /:was geteekend /. R: J: V: D Rien gesw Clercq. Piets Meer verclaarende, geeft den Compt voor reedenen van weetenschap als in den text bereyd zijnde het voorenstaande altoosig met solemneele Eede te staven — om verdere onaangenaamheeden af te wagten de voorsz: soldaaten gelast had om Caabwaards te gaan, hem theron teevens aanzeggende, dat hij Comp=t ter verkrijging van de vereijschte satisfac„ „tie zig over zijn insolentie en scheldwoorden bij zijne wettige overigheid zou, gaan bekla„ „gen. — om (niet 6 —

NL-HaNA_1.04.02_4329_0316 view scan ↗

English

nothing shall be added or taken away, and in confirmation of the truth thereof spoke the solemn words: So help me God Almighty. Thus verified and sworn at Cabo de Goede Hoop on 14 February 1787. Below was signed: Franke. Lower: in my presence: C: van Aerssen, secretary. In the margin: as commissioners, and signed: C:s Matthiessen and G: H: Meijer. Today, 22 January 1787, appeared before me, Rijno Johannes van der Riet, sworn clerk at the Secretariat of Justice of the Castle of Good Hope, in the presence of the witnesses to be named hereafter: Matthijs Sirtorij of Luxemburg and Johan Daniel Goedvried Cordes of Hamburg, both soldiers stationed under the garrison here and of competent age, who, at the requisition of the Fiscal pro interim, the honorable Gabriel Exter, declared it to be true: That the deponents, being on Wednesday the 17th of this current month of January in the house of Frans Stapelberg situated at the top of the so-called Waalendorp, where the first deponent resides; and they, the deponents, being able from there to discern very clearly everyone on the stoep of the burgher Johannes Theron, who lives not far from there, had seen at the house of the said Theron, namely on the aforementioned stoep, that a person was surrounded by several slaves and thrown down the steps; wherefore they, the deponents, unable to conceive what the cause of this might be, resolved to go there to inquire, and if the said slaves had the boldness to lay hands on him, to rescue that person—whom they recognized as a European, or at least not a slave—from their hands. That the deponents, having arrived at the place or near the house of the aforementioned Theron, then saw that the person being dragged down the steps by the aforementioned slaves turned out to be the burgher Hendrik Smith; whereupon the deponents, out of compassion for him as an old man, attempted to release him from the said slaves and take him along. But when the deponents immediately asked the wife of the aforementioned Theron, who was standing right by the stoep and giving orders to the slaves for this, how she could let an old man be mistreated in such a way by black boys, the said wife of the often-mentioned Theron, in a furious manner, addressed the deponents essentially as follows: You louse, you scabby necks, you rascals, what are you doing here? Notwithstanding this, the deponents nevertheless took the same Hendrik Smit under the arms to escort him toward the Cape. While they had advanced not even two paces from the stoep with him, the aforementioned Jan Theron, who had been to the Cape, arrived on the scene himself, shouting: What is going on here? What is that? I will cane you until you are damned! Coming up to the deponents, upon the statement of the aforementioned Smit that he had come there to collect his money, he further said to the said Smit: Well, wait, you old scoundrel, I will give you money, I will cane you until, with your permission, you are damned! That the aforementioned Smit further related to the deponents that, having gone to the house of Theron to receive money that Theron owed him, he had, since the husband was not at home upon his arrival, addressed his wife for payment; but that instead of satisfying him, the said wife had immediately lashed out at him, called her boys, and had him dragged out of the house and thus down the steps. The deponents further declared that when they arrived at the place of the aforementioned Theron, a certain person stood on the steps of the stoep and repeatedly threatened the aforementioned Smit with a drill that he held in his hands. Declaring nothing further, the deponents give as reason for their knowledge as stated in the text, being always ready to confirm the foregoing by oath. Thus verified and sworn at Cabo de Goede Hoop on 14 February 1787. Below was signed, and underneath written: this mark was made by Matthijs Sartorij with his own hand; and signed: I: D: G: Cordes. Lower: in my presence, was signed: C: van Aerssen, secretary. In the margin: as commissioners, and signed: C: Matthiessen and G: H: Meijer. This was thus transacted at the Secretariat aforesaid in the presence of the clerks W: S: V: Rijneveld and N: V: Es as witnesses, who properly signed the minute hereof together with the deponents and me, the sworn clerk. Below: To which I testify, was signed: R: J: v: d: Riet, sworn clerk. Verification Appeared before the undersigned commissioners from the honorable Court of Justice of this government the aforementioned Matthijs Sartorij of Luxemburg and Johann Daniel Godfried Cordes of Hamburg, who, this preceding declaration having been read to them word for word clearly and distinctly, declared that they persist thereby, wishing that nothing shall be added or taken away, and in confirmation of the truth, each individually spoke the solemn words: So help me God Almighty.

Dutch transcription

niets bij of afgedaan zal werden en sprak ter bevestiging der waarheid van dien de Solem„ „neele woorden Zoo Waarlijk helpe mij God almachtig Aldus gerecolleerd en beedigd aan Cabo de Goede Hoop den 14 feb=r 1787 /:onderstond:/ was geteekend:/ Franke, /:lager /mij present:/ C: van Aerssen secret: /in mar„ „gene / als gecomm: / en geetenkd/ C:s Matthiessen en G: H: Meijer Huijden den 22 Januarij 1787 Compareerde voor mij Rijno Johannes van der Riet gesw: Clercq ter secretarije van Justitie des Casteels de goede Hoof preesent de natenoem: getuigen Matthijs Sirtorij van Luxemburg en Johan Da„ „niel Goedvried Cordes van Hamburg beij„ „dee soldaaten onder 't guarnisoen alhier be„ scheijden en van Competente ouderdom de„ „welke ter requisitie van den pro interim Fiscaal d'E Gabriel Exter verclaarde hoe waar is Dat den Comp=t zig op woensdag den 17 deeser loopende mand Januarij in 't huijs van frans Stapelberg booven aan 't zagenaam de waalendorp geleegen en daar den Eerste Compt woonagtig is bevonden hebbende zij Compten als kunnende van daar zeer duijdelijk een ieder op de stoep van den niet verre van daar woonende burger Johannes Theron verkennen kan aan 't huijs van van den zelven Theron en wel op de stoep voorm: gesien hadden dat een persoon door verscheijde slaven omringd en van de trap„ „pen geworpen wierd weshalven zij Compt als niet kunnende beseffen wat hier van de oorsaak zijn zou beslooten hadden der„ waards te gaan hun hier na te infor„ „meeren en zoo dezelve slaven de stoutheid hadden hun lijfheer te verrigten dien per„ „soon welken zij voor een Europees ten Minsten voor geen slaaf erkenden dan uit hunne handen t ontzetten. — dat de Compten op de plaats of bij 't huis van voorm. Theron gekoomen zijnde als toen hadden gesien dat den persoon die door voorm: slaven de trappen wierde afgetrokken quam te sijn, den burger Hendrik Smith zulx de Compten den„ „zelve als zijnde een oud man uit meede lijden van dezelve slaven hebben poogen te ledden en meede te Neemen dan dat de Compten dadelijk de vrouw van voorsz: Theron die eeven bij de stoep stond en de slaven hier toe ordre gaf ge„ „vraagd hadden hoe zij tog een oud mans dusdanig door zwarte Jongens kon laaten mishandelen had denzelven vrouw van meerm: Theron in een passieuse houding de Comp=t substantieelijk toegevoegd Touw Luijse Jouw schurfdnekken, Souw rak„ kers wat doet gij hier hebbende de Comp egter des niet teegenstaande denselven Johannes Smit Dat aldus passeerde ter secretarije Smit onder de armen genoomen om hem Caakwaarts te begeijgten terwijl toen zig met denselven nog geene twee treeden van de stoep gevordert waaren voorm: Jan Theron die aan de Caab geweest was zelve op de plaats en onder 't roepen wat is er te doen wat is dat ik zal je rottingen dat je verdomd worden zult bij de Compten. gekomen zynde, op 't zeggen wan voorsz: Smit dat hij om zijn geld te haaren daar gekoomen was teegens denselven smit al verder gezegd had; sa wagt oude schob„ „bejak ik zal je geld geeven ik zal je tot„ „tingen dat Je S: V: verdomt word. dat voorsz Smit wijders aan de Compt verhaald heeft dat hij naar 't huis van theron gegaan zijnde om geld dat Theron hem schuldig was te ontvangen hij bij zij¬ „ne komst vermits de man niet te huijs was geweest zijne vrouw om de beta„ „ling had aangesprooken, dan dat in steede van hem te voldoen dezelve vrouw direct teegen hem was uijtgevaaren haa„ „re Jongens geroepen en hem uijt 't huis en zoo de trappen had doen afsleepen Verclaarde de Compten. nog dat wanneer zij op de plaats van voorsz: Theronzijn gekoomen zeekere persoonen op de trap „pen van de stoep gestaan en voors smit telkens met een boor die hij in handen had gedrijgd. - Niets meer verclaarende geeft de Compt. voor reeden van weetenschap als in den text bereijd zijnd 't voorenstaan de altoos met Eede te bevestige. Aldus gerecolleerd en beedigd aan Cabo de Goede Hoop den 14 Febr 1787 /onderstond: (was geteekent en daar onder geschreeven dit merk heeft Eijgenhandig gesteld matthijs Sartorij /en geteekend I: D: G: Cordes /lager/ mij praesent /was geteekend C: van Aerssen se„ „cretaris /in margine / al gecomm:t / en getee„ „kend 6 Matthiessen en Gst Mijer voorm: ten bijweesen der Clercquen W: S: V: Rijneveld en N:V: Es als getuijgen die de mi„ „nute deeses beneevens den Compten en mij ge„ „swoore Clercq meede behoorlijk hebbe ondertee„ „kend /:onderstond:/ Twelk ik getuijge was ge„ „teekend / R IV DRien gesc: Clercq. Recollement Compareerde voor de ondergeteekende gecom„ mitt: uijt den E achtb: Raad van Jalitie deeser gouvernements voorsz: matthijs Tatorij van mg Luxemburg en Johann Daniel godfried Cordes van Hamburg dewelke deese zin voorenstaande vooren staande verclaaring van woorde tot woorde Claar en duidelijk voorgeleesen zijnde verclaarde daar bij te blijven persisteeren met begeerte dat daar niets bij of af gedaan werden sal en spra„ ken ter bevestiging der waarheid, een ieder en 't bijzonder De solemneele woorden zoo waarlijk helpe mij god almag„ Dat Aldus „tig 200

NL-HaNA_1.04.02_4329_0318 view scan ↗

English

Account given in the presence of the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, by the burgher Jan Hendrik Christoffel Smit, of competent age, and at the requisition of the pro interim Fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, reading as follows: That when the deponent went, about three weeks ago now, without being able to specify the exact day or date, to the garden of the burgher Jan Theron in order to demand from him the payment of 11 p=s and 7 schill. which Theron had owed him for several years for the wages of a boy and had failed to pay, the deponent, as Theron was not at home at that time, made the reasons for his visit known to the wife who was present then; but that the wife of the said Theron, having first answered the deponent: I owe you nothing, then further, upon the deponent's statement that it was nevertheless clearly recorded in his book, continued: I shit in your book, pointing the deponent directly to the door: make sure you get out of my house quickly. That although the deponent also tried to bring this wife of Theron to reason by saying that he had not come there to await insolence, but to obtain payment, the same wife of Theron nevertheless, saying wait, I will help you, immediately called 3 boys and ordered them to drive the deponent from the premises, which slaves then indeed took the deponent by the arms and dragged him from the stairs, with one of those boys, on the order of his mistress, then also violently snatching the deponent's cane from his hands and throwing it under the stoep, while the same wife of Theron also had one of the stonecutters working there called from a stone shed, and ordered this stonecutter, who happened to be a French soldier, to drive the deponent from the premises, just as that French soldier then also repeatedly threatened the narrator with a pointed iron that he had in his hands and pushed him in the chest. That upon this commotion, two Dutch soldiers who had been standing on the stoep of the burgher Frans Stapelberg having arrived there, the aforementioned wife of Theron had repeatedly cursed them as scabby soldiers, just as shortly thereafter Jan Theron himself, having come home, immediately amidst cursing and raging went out and asked for his cane in order, as he shouted, to beat the narrator and the same soldiers off his yard, with him, Theron, after the narrator had told him that he had come onto his yard to receive eleven rd=s 7 schetl that Theron still had to give him, further adding to the narrator: old scoundrel, make sure you get away quickly; if you come onto my yard again I will beat your arms and legs to pieces; while at the same time a sergeant and corporal, who had also arrived at this noise, still tried to calm the aforementioned Theron down [illegible]

Dutch transcription

Relaas gegeeven ten overstaan van de ondergeteekende gecommitt„t uijt den E achtb: raad van Justi„ „tie deeses gouvernements, door den burger Jan Hendrik Christoffel Smit van Competenten ouderdom en ter requisitie van den proin¬ „terim Fiscaal Alhier d' Egabri„ „el Exter luijdende het zelve als volgt.— dat wanneer den Comp=t Lig voor nu wel drie weeken geleeden, zonder den Juijste dag of datum te kennen bepaalen, begeeven Heeft naar de tuijn van den burger Jan Theron ten einde denselven tot de betaaling van 11 p=s en 7 schill. die Peron hem al zeedert eenige Jaaren over arbeids loon van een Jongen schuldig geweest en in gebree¬ ken gebleeven was te betaalen aan te spreeken hij Compt also Teron op dien tijd aldaar niet te huijs was, de vrouw toen teegenwoordig zijnde= de reedenen van zijnen komst heeft te kennen gegeeven, dan dat de vrouw van gem: teron ten Eersten aan den Comp=t geantwoord hebbende; ik ben sou niets schul„ „dig, daarna nog op 't zeggen van den Comp=t dat 't eeven„ wel op zijn boek duydelijk stond aan geteekend! heeft vervolgd ik schijt wat in Jou boek (de Comp=te met een de deur aanwijzende:) maakt schielijk dat je uijt mijn huis komt. Dat hoewel de Compt. deese vrouw van Jeron ook heeft poogen tot reeden te brengen met te zeg„ „gen dat hij niet om brutaliteiten afte wagten, maar wel om betaaling 't erlangen daar geko„ men was, dezelve vrouw van teron egter onder 't zeggen wagt ik zal je helpen, terstond 3 Jongen geroepen en dezelve gelast had om den Compt van de plaats te Jaagen welke slaven de Comp=e dan ook bij de armen genomen en hem van de trappen getrokken hebben, hebbende, toen nog eene dier Jongens op ordre van zijne lijfvrouw des Comp=s rotting geweldadig uijt de handen gerukt en onder de stoep geworpen, terwijl dezelve vrouw van Peron ook nog uijt een kliphuijs eene der aldaar arbeidende klippe Breeken hebbende laaten roepen deezen klippe breeken die een fransche soldaat quam te zijn gelast had om om den Compt van de plaats te saa„ „gen zo als dan ook die fransche soldaat den relatt. met een spits ijzer dat hij in de hanig „den had dikwerf gedrijgd en op de brost ge„ „stooten had Dat op dit gerugd twee hollandsche soldaaten die op de stoep van den burger Frans Stapelberg ge„ staan hadden aldaar gekoomen zijnde meerm: huijsvrouw van Feron hun verscheide rijsen voor schurfde soldaaten had uijtgescholden, ge„ „lijk dan ook kort daar na Jan Teron selve te huijs gekoomen zijnde, terstond onder 't schelden en raasen uijtse /en naar zijn rotting: ge„ „vraagd om zoo als hij uijtriep den relat=t en de„ „zelve soldaaten van zijn werf te kloppen hebbende hij Teron na dat de relt=t hem haid gezegd, dat hij op zijn werf gekoomen was om elf rd=s 7 schetl die Teron hem nog geeven moest 't onfangen hem relt daarop nog toege„ „voegd oude schurk maakt schielijk dat gij weg komt zoo je weer op mijn werf komt zal ik je armen en beenen in stuken slaan hebben„ „de teffens een sergeant en Corporaal die op dit leeven meede toegekoomen waaren voorsz: Teron nog poogen ter needer te zetten de rd E vander dan dat es 60

NL-HaNA_1.04.02_4329_0319 view scan ↗

English

but that notwithstanding this, he continued to abuse both the relator and the soldiers (who had taken the relator under the arms to lead him off the premises in this manner), calling them scurvy people, the said person had told him to be careful and not to abuse the soldiers, since if they had committed any molestation, he would give him satisfaction, adding that he would complain about the insolence of him, Peron, to the lawful authorities of the country, just as he, the relator, then also requested that person to be willing to bear witness to what had occurred, as he, the relator, would likewise apply to his competent judges concerning this for the required satisfaction. The relator further declared that when the soldiers had left the premises with the relator, the aforesaid Peron had still followed them and called after them how they had dared to presume to come onto his yard. To which the soldiers, having answered, Sir, you do not listen to reason, we thought that that man was being murdered on your premises, as we saw from afar that he was surrounded by boys, and someone was holding an iron to his chest, the aforementioned Peron had thereupon countered them that even if he were murdered, you still had no right to come onto my yard. Relating nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being prepared to confirm the same further. Thus done and related at the Cape of Good Hope on 14 February 1787, before the Gentlemen Clement Matthiessen and Gerrit Hendrik Meijer, members of the Honorable Court of Justice, who, along with the relator and me, the secretary, have also duly signed the minute hereof. Below stood: Which I witness. Was signed: C: van Nerssen, Secretary. Appeared before the Honorable President and members of the Honorable Court of Justice of this government, Johannes Joachimus Peron and his wife Alida Mostert, duly assisted by me for the purpose of acceptance, defendants concerning alleged or purported acts of violence committed against the burgher Hendrik Smit, in and against the interim Fiscal Gabriel Exter, ex officio plaintiff in the said case. Serving as an answer to the statement of claim submitted by the ex officio plaintiff before your Honors on 22 February, after having acknowledged to your Honors their dutiful thanks for the copy and extension favorably granted by your Honors, they stated that the burgher Hendrik Christoffel Smit, as he is described in the claim in the first article of the ex officio plaintiff's conclusion, was alleged to have been at the dwelling house of the defendants on 17 January last in order to demand a sum of eleven rixdollars which he claims to be owed by the defendant Peron. And although this is entirely beside the truth, and the said Smit has declared under solemn oath that the said debt is due to him from the defendant, the defendant must absolutely deny this, and testifies not to know of owing a single stiver to the said Smit; thus his declaration is entirely false and beside the truth. And then, according to the common saying, he who is a liar in one matter is a liar in all matters and merits no belief. That this is indeed so, Honorable Gentlemen, the defendant appeals to the person himself, whether he, Smit, was

Dutch transcription

dan dat hij des niet teegenstaande zoo wel teegen den relt=t met schelden en de soldaaten /:die de rel=t onder de armen genoomen hadden om hem dusdanig van de plaats te lijden:/ schurfd volk te noemen voortvarende, de segelent hem had gezegd van voorsigtig te zijn dat hij de solda„ ten niet schelden moest terwijl wanneer zij molest gepleegd hadden, hij hem satisfac„ tie geeven zou, met bijvoeging dat hij zig over de insolentie van hem Feron bij de wettige overigheid van de 't land zou beklagen, gelijk hij rel=t die persoon dan ook versogt heeft, om van dit voorgevallene getuigenis te wil„ „len vraagen, also hij tel=t hier over bij zij„ „ne Competente regters meede om de ver„ „eijschte satisfactie zoude insteeren wyders verclaarde de relat dat toen den soldaaten met den relt van de plaats ge„ „gaan waaren, voorsz: Peron hun nog agter„ volgd en nageroepen had hoe zij zig hadden durven onderstaan om op zijn werf te koomen op 't welk de soldaaten geantwoord hebbende mijn Heer gij verstaat geen reeden dien man meenden wij dat op a plaats vermoord wierd terwijl wij van verre zagen dat hij door Jongen om zingeld was, en iemand hem een ijzer voor de borst hield: had voorm: Teron hun daarop nog te gemoed gevoerd al wierd hij ook vermoord, dan vermogd gij nog niet op mijn werf te koomen — Niets meer relateerende geeft den Comp=t voor reedens van weetenschap als in den text bereijd zijnde hetzelve nader gestand te doen Aldus gedaan en gerelateerd aan Cabo de goede Hoop den 14 febr 1787 voor de Heeren clement Matthiessen en gerrit Hendrik Meijer leeden uijt den E achtb=r Raad van Jus„ „litie die de minute deeses beneevens den Eelk en mij secretaris meede behoorlijk hebbe onderteekend /onderstond / Twelk ik getuijge /:was geteekend:/ C: van Verssen Secretaris: Compareerde voor de WelEdele Achtbare Heere praegiden„ „ten en leeden uijt den Achtbare raade van Justitie deeses gouvernements Johannes Joachi„ „mus Peron en deszelvs Huijsvrouwe Alida Mostert ten acceptatie door mij behoorlijk geadsisteerd ged=nes over praetense of voorgegee„ ven gepleegde geweldenarijen aan den burger Hen„ „drik Smit op en Jeegens den pro interim Fiscaal Ga „briel Exter R: O: Eijscher in gem Cas. zullende dienen van antwoord op schrif„ „tuur van Eijsch door den R: O: Eijsscher voor uwel Ed achtbaare op den 22 Febrr ingediend naa UEd=e Achtb: hunne pligtschuldige dank erkend te hebben voor, door UEde Achtb: gun¬ „stige verleende Copia en atterminatie. - deede zeggen dat den burger Hendrik Christoffel Smit, zoo als hij bij Eijsch in 't eerste art: van des R: O Eijscher Conclusie word beschre„ „ven op den 17 Januarij I:L: zoude geweest zijn ten woonhuijse van de ged=ns ten einde in te vorderen een somma van Elf rxd=s die den„ „zelven zegd van den gede Peron te hebben te praetendeeren En of schoon zulx volstrekt beseijden de waarheid is en den gemelde smit met solemneele Ede heeft gedecla„ reert die gemelde schuld van den ged=e te Com„ „peteeren, zoo moet den ged=e zulx volstrek ontkennen, en betuijgd niet te weeten een enkelde stuijver aan den gem: smit schuldig te zijn dus deszelvs declara¬ „toir volstrekt vals en besijden de waar„ „heid is; en dan volgens de algemeene spreek„ „trant die in eene saak een Leugenaar is, is in alle zaaken een Leugenaar en me„ „riteerd geen geloof, dat nu zulx zoo is E„ „dele achtbe Heeren beroep de ged=e zig op de persoon zelve Of hij Smitwaar„ Ende G en

NL-HaNA_1.04.02_4329_0320 view scan ↗

English

capable of having brought forward such reasons against the defendant as stated in his declaration; this having been touched upon in passing, whereby the foundation of the plaintiff's claim is removed and its validity nullified. It will now only be necessary to present the true course of events to Your Honorable Worships, whereupon, as I trust, instead of the defendant being liable to be accused of committed acts of violence, the same was committed by the said smith; having come onto the defendant's premises and provided with some military men to make use of them, as appears from the annexed declaration, that some soldiers of the battalion had hidden behind the corner of the house. May it please Your Honorable Worships to be informed that said smith, on a certain morning in the month of Januarij last, having come to the defendant when the defendant was not at home, after first having asked the defendant after her husband, said I only come here to ask you whether you people intend to pay me that money that you people owe me. The defendant answered thereto I do not know that I owe you anything. Said smith, then becoming quite angry, added to the defendant no, if that is not so, then it is your mother who has already owed me for Eleven years. The defendant thereupon requested that he would go away and that he would be pleased to come when her husband was at home, and that if he, smith, was to have money from her husband's mother, she thought that she should then pay him. Thereupon said smith quite angrily gave in answer your husband knows about it and he has said that he will pay me, but your kind of people are bad payers. The defendant thereupon most kindly requested said smith to be so good as to come when her husband was at home; that if he had promised that, he, smith, might then ask him himself, as she knew nothing of it, and requested him not to shout so loudly and insolently. The said smith went on further then you people must pay me, then I shall not shout so. Whereupon the defendant said to said smith that she did not know about that debt and thus could not pay, and requested him to go away, as her affairs no longer permitted her to talk with him. Said smith thereupon said with a very fierce voice that he would not go out the door unless she first paid him. Thereupon, after having requested said smith several times to be so good as to go away, as it was not fitting to make such a scene, said smith thereupon added to the defendant that she had bypassed all decency and honesty. Thereupon the defendant took the said smith by the arms to lead him out the door. Said smith then assured the defendant that if she took it into her head to push him out the door, he would cane her with the rattan cane that he had in his hands so that she would be damned. The defendant, seeing that it became serious and becoming afraid, called two of her boys for assistance, who took said smith by the arm, adding my dear sir, do go

Dutch transcription

„lijk in staat is om diergelijke reeden als in zijn de Claratoir staat teegen den ged=te te hebben kon„ „nen voeren dit in het voorbijgaan aangeroerd hebbende :/ waarmeede het fundament van des R: d: Eijsscher Conclusie is weggenomen en de kragt vervald. zoo zal nu alleen maar nodig zijn om naa waarheid de toedragt der zaak UEd=e achtb=r voor te draagen wanneer zoo vertrouwe in plaats de ged=e beschuldigt te konnen wor„ den van gepleegde geweldenarijen hetzelve bij gemelde smit is gepleegd geworden; ten Eijnde op de gedaagdens plaats is gekoomen en met eenige militaire voorsien om zig daarvan te kunnen bedienen zoo als blijkt uijt de geannexeerde verklaringe, dat er eenige soldaaten van het battaillon agter de hoek„ van Thuis verschoolen hebben UEde Achtb: gelieve dan g'einformeert te zijn dat gem: Smit in de maand Januarij Jongst leeden op zeekeren morgen bij de gedesse:/ wanneer den ged=e niet te huis was:/ gekoomen zijnde na alvoorens aan den ged=ee naa haar Aan gevraagd te hebben, zijde ik koom maar hier om Couw te vraagen of Je luij van Sints ben om mij dat geld te betaalen dat je Luij mij schuldig e daar op antwoord ik weet bennen de ged=t niet u iets schuldig te zijn, — gemelde smit toen vrij driftig werdende de gedden toevoeg„ „de neen als dat dan niet zoo is dan is 't tog Touw moeder die mij al reeds van Elf Jaaren schuldig Zijl de ged=te daar „op versogt dat hij heen zou gaan en dat hij geliefde te koomen als haar man 't huijs was, en wanneer hij smit van haar mans moeder geld moest hebben dat sij meende die hem dan te moeten betaalen. daar op gem: smit vrij driftig ten antwoord gaff souman weet er af en hij heeft gezegd dat hij mij betaalen zal, maar son Luij zijn kwaade betaalders, de ged=te daar op gem smit op het vriendelijkste versogt te willen koomen als haar man 't huijs was wanneer hij dat beloofd hadde dat hij smit hem dan zelve mogt vraagen alzoo zij er niet af wist en versogt van zoo hart en brutaal niet te schreeuwen den gem: Smit verder voort voer dan mij Jaluij mij betaa„ „len dan zal ik zoo niet schreeuwen dan of de ged=e gem: smit zeijde van dien schald niet af te weeten en dus niet te betaa„ „len kon. - En hem versogt heen te gaan. — al„ zo haaren besigheeden niet langer toelaaten met hem te praaten gem: Smis daarop met een zeer forsche stem zeide de deur niet te sul„ „len uijtgaan of moeste hem eerst betaalen. daarop daar op na verscheijde maalen hem mit te hebben versogt te willen weg gaan zin alzoo het geen pas gaf zoo een leeven te houden gemelde smit daar op de ged=e toevoeg„ „de dat sij allen fatsoenlijkheid en eerlijkheid voor bij geloopen was daar op de ged=e gemeelde „de smit bij de armen genoomen om hem rd de deur uijt te lijden gemelde smit de ged=te toen verseekerde dat wanneer zij in de gedagte nam om hem de deur uijt te stooten hij haar met zijn rotting die hij in handen had„ „de rottingen dat zij zoude verdoemd worden de ged„te ziende dat het Ernst wierd. bevreest wierd Twee Jongens twee Jongens van haar tot adsistentie heeft geroepen die gem: smit bij den arm naamen met„ bijvoeging mijn lieve Lingeur gaat im„ meende „mers

NL-HaNA_1.04.02_4329_0321 view scan ↗

English

away, and come when the master is home; we, señor, will do no harm; we must do what the mistress tells us." The said Smit refused to go away, but attacked the said slave boys with his cane; whereupon the defendant, seeing that the said Smit would overpower the two boys, called a third boy, who then took his cane away from the said Smit and threw it outside, down from the steps. The defendant thereupon also came outside and saw two soldiers approaching. As they neared the steps, the defendant asked what they wanted. They said they came to see what the defendants were doing with that man, and that they wanted to see if she would treat them in the same way, by setting the boys upon them. The defendant retorted that they had not been called and that this was no public road or passage for them, but that they were on her land and property, and she would therefore brook no insolence from them, but that they must see to it that they got off her land, or that she would be forced, with the help of the soldiers in her service, to have them driven off. The said soldiers thereupon ran up the steps, and the defendant fled into the house, and saw four more military men approaching who, having also drawn near, said they were non-commissioned officers. Whereupon the defendants related what had happened to them and requested their assistance to make the said two soldiers leave her land. But as they made no move to do so, the defendant added to them that she wished her husband were home, that he would not make such a disturbance, but would make use of the right of being on his own land; that I was not pleased with such commissions from your soldiers. In the meantime, the defendant having arrived home, he found those non-commissioned officers with two soldiers there; the said Smit had already left by then. And the defendant, having been informed by his wife, the defendant, of the foregoing, the said non-commissioned officers and soldiers left, and the defendant gave notice thereof to the Captain Lieutenant, the honorable Van Baalen. Now considering this, Honorable Worshipful Gentlemen, can the defendants now be accused of having committed acts of violence, and is it not crystal clear to see that the said Hendrik Smit indeed committed violence? And assuming the said Smit truly had money to claim, he had no right to demand it in such a violent manner, but the way of the law is suited for that purpose, and he ought to have addressed himself to the judge. What person, being attacked in their own house in such a manner, would not defend themselves? Can that be called acts of violence? Can any credence be attached to the declaration exhibited by the Plaintiff ex officio, since it is entirely beside the truth? Can all those statements produced by the Plaintiff ex officio sufficiently prove anything to the judge? The circumstances of the case prove sufficiently that the deponents in the said statements were companions of the said Smit, and so it appears that Smit, with his companions, was aware that the defendant was not at home, and concocted a plan together to overpower the defendant in the absence of her husband and in such an unheard-of manner demand payment of that which she did not owe. The defendants will further leave the inequity of the conduct committed by the said Hendrik Smit and his companions to the judgment of your Honors, trusting that your Honors will make no difficulty in dismissing the claim made and taken by the Plaintiff ex officio against the defendant as irrelevant and unfounded, with costs. Was signed: J:s J=s Theron. In margin: Exhibited in court on 5 April 1777. Agrees. And stated: 2. that the defendant, being a tailor by trade, was ordered to cut and have made the uniform of the Battalion; 3. and having received for that purpose 13 pieces of kersey and accessories, 4. dared to undertake to alienate three pieces thereof and sell them to the burgher Theunis Mulder, 5. as more fully appears from his confession and declaration made before the Gentlemen Commissioners from this Honorable Council; 6. and from that it must absolutely be concluded 7. that the defendant, having alienated the aforementioned goods with premeditation and employed them for his own person, 8. will have made himself subject to the crime of theft and the punishments thereof; 9. it should, however, be taken into consideration 10. that the Captain ought never to have entrusted so much to the defendant, or, as is the custom, should have had an officer present to have the goods cut under supervision; 11. and that the defendant was seduced thereto by the opportunity provided by the aforesaid Mulder, 12. who himself came to the defendant and addressed him about buying kersey piece by piece from him. Appeared before the Honorable Worshipful Lord President and Council of Justice of the Castle of Good Hope, the interim Fiscal, Plaintiff ex officio, on the one side, and Corporal Jan Klipson, stationed at this Castle, Defendant, on the other side. J Van Nerssel.

Dutch transcription

„mers heen en komt als de baas 't huijs is wij divi„ „ven sinjeur geen kwaad doen. wij moeten doen wat nonje ons zegt gem: smit dag wij„ „gerde heen te gaan maar de gem: slaven Jon„ „gens met zijne rotting heeft toegebragt; wan„ „neer de ged=e ziende dat gem smit die twee Iongens zoude hebben overmeesterd Een derde Jongen heeft geroepen die toen gem: smit zijn rotting afhandig maakte en naa buij„ ten om laag van de stoepsmeet de ged= daar op meede buijten quam en twee soldaaten sag toekoomen de stoep naderde door de ged=t gevraagd wierd wat zij lieden hebben Moesten dezelve zeijden te koomen zien wat zij ged=tes met dien man deede dat zij eens wilde zien of zij hun ook zoo zoude behande„ „len om met de Jongens de deur rijs te „setten de ged=te hun heeft toegevoegd dat zij ne geroepen waaren en het daar geen weg of passagie voor hun was maar op haar grond en Erf waaren en dus geen brutaliteijd van hun verstond maar maaken moeste van haare land af te koomen of dat zij genoodzaakt zoude zijn, om met behulp van de soldaaaten in haar dienst zijnde daar van zoude laaten slaan gem: soldaaten daar op de stoep zijn op„ geloopen de ged=te in huijs de vlugt nam en nog vier militaire zag aankoomen die meede genadert zijnde zeijden onder officieren te zijn, waar op de ged=ens het voorgevallene van hun verhaalde, en haar adsistensie versogd om gem: Twee soldaaten van haar land te doen gaan dog daar toe geen aanstel maakte heeft de ged=de hun toegevoegd ten wensche dat haar man 't huis was, dat die zulk een geweld niet zoude maaken maar van 't regt van op zijn grond te zijn gebruijk zoude maaken — dat ik op zulken Commissien van hun soldaaten niet gesteld was. — intus„ schen den ged=e 'thuijs gekoomen is die onderop„ „ficieren, met twee soldaaten daar heeft ge„e „vonden gem smit toen reeds was weggegaan en de ged=e van zijn vrouw de ged=te van t voorgaande onderrigt zijnde de gemonder„ „officieren en soldaaten zijn weggegaan en de ged=e daar van kennis heeft gegeven aan de Capitain Lieutenand den manh: van baalen. — dit nu beschouwende Ed=e achtb=re Heeren zal open kunnen de ged=ens nu bescchuldigt worden van geweedenarijen te hebben gepleegd en is het nu niet zonne klaar te zien, dat de gem: Hend=k smit in derdaad geweld heefd gepleegd. — en genoomen de gem: smit hadde waarlijk toir geld te praetendeeren zoo had hij geen regt om op zo een geweldige wijse het in te vor„ deren maar de weg van regten is daar toe ge„ „schikt en hij hadde zig bij den regter behoofde ren te addresseeren wat mens zal zigin zijn rd Eijgen huijs op zodanige manier aange¬ „vallen zijnde niet verdedigen kan dat ge„ „weldenarijen genaamt worden. - kan na het declaratoir bij den R: O: Eijscher geExhi„ „biteerd eenig geloof mediteeren wijl het geheel en al beseijden de waarheid is konnen alle die verklaringen bij den R:O: Eijsscher overgelegd den regter genoeg bewij„ „sen; de toedragt der zaak bewijs omstandig Eed al E genaeg Twee genoeg dat de deposanten in gem: verklaringe, Compargnons zijn gewees van gem smit en soo het schijnt is smit met zijn Compagnom bewust geweest dat de ged=e niet 't huijs was en een overleg tzaamen gesmeld om de ged=es bij absentie van haar man te over„ „weldigen en op zoo een ongehoorde manier betaaling te vorderen van dat zij niet schul„ „dig was de ged=ens zullen de onbillikheid van het gedrag door gemelde hendrik Smit en zijn Compagnongs gepleegd verder over„ „laaten aan 't oordeel van uwel Ed=e achtb Vertrouwende dat uwel Ed=e achtb: geen swarigheid zullen maaken om den R: O: Eijsser Eijsch op en Jegens de ged gedaan en genoomen als praelevant en ongefundeert te ontzeggen Cum Expensio /:was geteekend:/ J:s J=s Theron /: in margine:/ Exhibitum en Jn„ p dicio den 5 april 1777 No Accordeert en deede zeggen 2, dat den ged=e als kleedermaker van zijn am„ „bagt gecommandeert geweest zijnde de monteering van 't Battaillon te snijden en doen maaken 3 en ten dien Eijnde 13 stukken Kersaaij en toebehooren ontfangen hebbende 4 heeft durven onderneemen, drie stukken daar van te vervreemden, en te verkoopen aan den beviger Theunis mulder 5, gelijk uijt desselvs voor Heeren gecommitt„s uit deesen agtb: raade gedaane Confessie en declaratoir breeder komt te blijken. 5 en daar uijt absoluto zal moeten opgemaakt worden 7 dat den ged=e met goede voorbedagt de voorm: goede„ „ren vervreemd en voor zijn persoon geemploijeerd hebbende 8, aan 't brimen furti en desselvs bestrafffingen zal on„ „derheevig gemaakt hebben 9, sullende egter daarbij in Consideratie komen 10/ dat den Capitein den ged„e nimmer zoo veel had moeten toevertrouwen, of gelijk het gebruijk is, een offi„ „cier moeten daar bij zijn laaten, om de goederen onder toezigt te laaten toesnijden 11, en dat de gede door de gegeevene geleegentheid van voorsz: mulder daartoe is verleijd geworden. — 12 dewelke zelve bij den ged=e is gekoomen en dezelve heeft aangesprooken om hem kersaaij stuks gewijs dat Compareerde voor den wel Ed=e Achtb: heer President en raade van Justitie des Casteels de Goede Hoop den pro interem Fiscaal 9 Exter R: O: Eijscher ter eenre b=en den ten deese Casteele bescheijdene Corporaal Jan Klipson ged=e ter andere sijde J Van Nerssel veerct nooijt E E

NL-HaNA_1.04.02_4329_0323 view scan ↗

English

The defendant says his name is Jan Klipson from The Hague, aged 30 years, and that he is a corporal in the battalion here. The interrogator asks what the defendant's name, birthplace, age, and capacity are. The defendant states as above. The interrogator asks whether the defendant was not also commanded to cut and further manufacture the uniform clothing of the battalion. The defendant says yes. The interrogator asks whether he, the defendant, was not handed over a number of pieces of kersey for that purpose, and how many. The defendant says yes, a number of thirteen pieces of kersey, but not the accoutrements belonging thereto, entirely received. The interrogator asks whether the defendant did not embezzle and sell from the one as well as from the other. The defendant says that he sold to a certain burgher Theunis Mulder three pieces of kersey and one piece of blue bafta. The interrogator asks what the defendant actually sold, and to whom. The defendant says that he sold to the aforementioned burgher Mulder three pieces of kersey and one piece of blue bafta. The interrogator asks what the defendant received for that. The defendant states that he received 15 1/2 rixdollars for each piece of kersey, and 5 rixdollars for the bafta. The interrogator asks whether the defendant enjoyed this money alone, or whether two parties shared in it. The defendant says that he kept the money for himself alone, and consumed that money with other persons. The interrogator asks in what manner the defendant met the aforementioned Mulder and became acquainted with him. The defendant says that he had not known that Mulder before, but that that man came to him in his room and said in substance to the defendant: If you have any kerseys left over piece by piece, you must sell them to me. The interrogator asks whether the defendant ever sold more to the same, and what. The defendant says no, never before. The interrogator asks whether the defendant sold the aforementioned pieces at one time, or piece by piece. The defendant states piece by piece, and indeed some time after one another, and that the second piece was delivered to that man some 3 to 4 weeks after the first. The interrogator asks what could have moved the defendant thus to embezzle these uniform goods and to sell them below value. The defendant says because he was in need of money and that he had intended to buy other kerseys in place of them. The interrogator asks whether the defendant must not confess that he has made himself punishable in the highest degree by this act. The defendant says that he believed that if he returned those goods he would not be punishable, and saw a chance to procure that made goods again. The interrogator asks what the defendant will further add by way of excuse. The defendant states as before. Thus asked and answered at the Cape of Good Hope on 12 September 1787 before the Honorable Johannes Martinus Horak and Jan Coenraad Gie, members of the Honorable Court of Justice aforementioned, who have duly signed the minutes of this together with the defendant and me, the sworn clerk. Underneath was written: Which I witness. Was signed: R W v d Riet, sworn clerk. Re-examination. There appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the aforementioned Corporal Jan Klipson, who, having these his foregoing interrogatory articles clearly and distinctly read to him from word to word, declared that he persisted and continues to persist by them, desiring that nothing more shall be added thereto or taken therefrom. Underneath was written: Thus re-examined at the Cape of Good Hope on 18 September 1787. Was signed: J Klijnsom. Below: In my presence, R: I: van der Riet, sworn clerk. In the margin, as commissioners, was signed: Johannes Martinus Horak and Jan Coenraad Gie. To the Right Honorable the President and Members of the Court of Justice of the Castle of Good Hope. Right Honorable Sirs, With due respect the undersigned Fiscal pro interim, G. Exter, shows: That, upon the sentence passed by your honors on the 20th of the past month of December against the Corporal Jan Klipson, the action being reserved to the official petitioner against the burgher Jan Theunis Mulder, who not only bought the three pieces of kersey and 1 piece of baftas obtained from the said Corporal, but according to the declaration of the Corporal annexed hereto, also instigated him thereto, and must thus be regarded as the receiver who cannot ever be excused for buying, and notwithstanding the said excuse to give them back again, which merits very little credit, as it is also not noted down for himself, and it is thus certain that the seller as well as the buyer remain very guilty in this case. The official petitioner nevertheless believes, under correction, that on account of the circumstances first cited, the defendant will have to be punished with no less rigor, by reason of which and other grounds and means, if necessary to be deduced more closely in due course, the official petitioner, making his claim, concluded that by definitive sentence of your honors, the defendant shall be condemned, being degraded, to run the gauntlet in the Battalion, and thus to be sent to the Indies; the buyer Theunis Mulder to be restituted in kind; with condemnation of the defendant in the costs and expenses of justice, or to such other ends as your honors shall find proper. Was signed: G Exter. In the margin: Exhibited in Court on 20 September 1787.

Dutch transcription

„ven Haage oud 30 Jaaren en „dom in qualiteijt Corporaal in 't battaillon alhier Zegt Jan zegt Ja een getal van derthien stuken spersaaij maar niet de toe behooren, volkoomen ontfangen teekende gecommitt=s uijt den E: „raal Ian Klipson de welke op nooijt kan overschieten te verkopen 13, en niet teegenstaande der ged=e verschooning; weederom te als beseijden een ijder derselver geeven, zeer wijnig geloop meriteeren, ook voor sig niet staan aangeteekend Excuseerd 14 en 't dus vast is dat zoo wel den verkoper als den koper in dit geval zeer schuldig blijven, 15 vermeend egter den 7: d: Eijsscher /onder Correctie dat weegens eerst aangehaalde omstandig heedens de ged„e nietz minder rigeur zal moeten gestrafd worden mits welke en andere reeden en middelen, in tijden wijlen) is 't nood nader te deduceeren den R: O: Eijsscher Eijsch doende Conclu„ „deerde, dat bij definitive fonnis „van uwel Ed=e agtb=r de ged=e zal worden gecondemneerd omme gedegradeerd zijnde, bij 't Battail„ „lon door de spits roede te loopen en dusdanig na Indie versonden te worden; zullende de Cooper Theunis mulder in natura gerestitueerd worden; met Condem„ „natie des ged=t in de kosten en missen van Justitie ofte tot al„ „zulken andere fine, als uwel Ed=e actb=s zullen vinden te behooren /was geteekend/G Exter /in margine/ Exhibitum en Judicio den 20 sep„ „tember 1787 en aan heeren gecommitteerdens achtb:r Raade van Justititie dee„ uijt den E achtb: raaden van Justi„ „ 1 zegt dat hij 't geld alleen voor of hij gev=n dit geld alleenig heefd „tie overgeeven te worden omme ter hem gehouden heeft en met ander„ genooten dan twie portie daar aan requisitie van de pro interim„ re persoonen dat geld verteerd te heb„ heeft gehad Fricaal g Exter daar op gehoord Compareerde voor de onderge„ Articulen gedaan maaken de neevenstaande vraag poincten Legt voor ieder stuk kersaaij Wat hij gen=t daar voor heeft ont„ 15. ½ rd=s en voor de bafta 5 rd=s tangen.! ontfangen te hebben. 3 zegt aan zeekere burrger Theu, wat en hoe veel hij gevr: eijgent„ „nis Mulder drie stuksen kor „lijk verkogt heefden aan wie „saaij en Een stuk blouwen bas„ „ta verkogt te hebben zegt Ian of hem gevr: ten die Eijnde niets een getal van stukken kersaaij is overgegee„ „ven geworden en hoe veel! of hij gevr: niet zoo wel van 't een als van de andere ontvreemd en verkogt heeft 2 off hij gev=n niet meede is gecomman„ „deert geweest om den monteering van battaiblon te snijden en voorts te maaken te worden den Corporaal Ian Klip„ „son van s' graaven haagen sullende desselvs te geevene responsive in margine deeser behoorlijk worden bekend gesteld articul 1 Legt Jan Klipson van Siral des gev=e naam geboorte plaats ouder„ te worden artb= 8 te zijn. te hebben. N als zoodanig geantwoord heeft „ses gouvernements voorm: Corpo„ „ben. „6 „ „ 4 „ 3 „ 2 Recollement te „baar te zijn, en kans te zien dat gemaakt E goed weeder te bezorgen! Legt als vooren. zegt dat hij die mulder niet te voo„ op hoedanige wijsen hij gev=n bij voorsz: „ren gekend had maar dat dien man mulder is gekoomen en in kennis bij hem in zijn kamer is gekoomen geraakt h en aan hem gevr in substantie ge„ zegd had zoo gij wat over houd van de kersaaijen stux gewijs moet gij dat aan mij verkoopen. zegt neen, nooijt te vooren! „ 10 off hij gev=e de gem: stukken op eene reijs dan wel stuk wijsen heeft verkogt Legt stux gewijs, en wel eenige tijd na den andere en 't weeden stuk wel 3 â 4 weeken na 't Eerste aan die man geleevert te hebben. zegt om dat hij verleegen was om wat hem gev=n heeft kunnen movec„ geld en dat hij vermeynd had weeder„ ren om deese monteerings goederen zo„ te verkoopen. andere kersaaije daar voor te kun„ „danig te ontvreemden en onder de waarden „ 12 zegt te vermeenen, als hij dat goed of hij gev=n niet moet bekennen zig door weeder te rug gaf dan niet straff, deeze daad te hoogsten te hebben strafbaar wat hij gevr: nog tot verschooning zal bijvoegen 13 Aldus gevraagden beantwoord aan Cabo de Goede Hoop den 12 september 1787 voor de„ Heeren Johannes Martinus Storak en Jan Coenraad gie leeden uijt den E achtb: raaden van Justi„ „tie voorm: die de minute deeses beneevens den gevr: en mij gesw: Clercq meede behoorlijk hebbe ondertee„ „kend /:onderstond:/ 't welk ik getuijgen / was geteekend RWVD Kieh gesw: Clercq of hij gev=n wel meer aan dezelve heeft verkogt en wat! articul 8 Compareerden voor ons ondergeteekende gecommitt=s uijt den E achtb=e Raade van Justitie deeses gouvernement voorm: Corporaal Ian Klipeon dewelke deese zijne voo„ „renstaandie vraag articule, van woorde tot woorden klaar en duijdelijk voorgeleesen weesende verklaarde daar bij te blijven persisteeren met begeerte dat daar niets meer bij of van gedaan werden zal /onderstond/ Aldus gerecolleerd aan Cabo de Goede Hoop den 18 Septemb=r 1787. — /was geteekend :S Klijnsom /lager/ mij present R: I: van der Riek gesw: Clercq / in margine als gecommitt„s /en geteekend Iohannes martinus Horak en: Ian Coen„ „raad Gie Wel Edele actbare Heer Heeren Vertoond met verschuldigen Eerbied & ondergetee„ „kende pro interim Fiscaal G dat bij 't van uwE achtb: op den 20 der gepasseerden maand xber teegens den Corporaal Jan Klipson geslaagene vonnis aan den r:O: vertoonder gereserveerd zijnde de actie teegens den burger Jan Theunis mulder, dewelke de van den Gem: Corporaal afhandig gemaakte drie stukken kersaaij en 1 stuk baftas niet alleen ge„ kogt, maar naa de declaratie van den Corporaal, deeser anex denzelven nog daartoe heeft aangeset, en dus voorden Heeler zal moeten aangemerkt worden die Aan den wel Edele Agtbare Heeren President en raade van Jus¬ „titie des Casteels de goede Hoop (niet minder „nen in koopen !. „ 11 en e

NL-HaNA_1.04.02_4329_0325 view scan ↗

English

nothing less, ought to be punished in a proportionate manner, the Officer Petitioner, subject to correction, believes that, in order to properly constitute this action and to be able to make a claim and conclusion with more precision and basis, it is necessary that the aforesaid Jan Theunis Mulder be further constituted and interrogated concerning this very fact on articles drafted for that purpose before gentlemen commissioners from this Honorable and Esteemed Council, and therefore to be allowed in person. Whereupon, the authorization of Your Honorable and Esteemed Council being required, the Officer Petitioner turns to the same with a respectful request that it may please Your Honorable and Esteemed Council to grant the Officer Petitioner their order, whereby he may be authorized to summon the aforesaid Jan Theunis Mulder in person, in order to hear such claim and conclusion, or request or requests, as the Officer Plaintiff shall see fit to take and make on the day of the hearing. Doing which, was signed G. Exter. In the margin: Exhibited in Court on 4 September 1787. Agrees: Van Herle, Clerk. Summoned. 1 And caused to be said: 2 That according to the 7th of the Articles of War dated 22 August 1780, it being established 3 That a deserter who, in time of peace, seeks to escape with foreign ships and is apprehended, shall be flogged by the executioner at the place of justice and branded, and shall be locked in irons for ten years, with forfeiture of wages and bonus, 4 The prisoner and defendant has made himself absolutely subject to this punishment. 5 While he, according to his responses given before the Gentlemen Commissioners, has voluntarily declared and confessed: 6 That he, the prisoner and defendant, having previously made the acquaintance of English sailors, on Sunday the 5th of the past month of August, with several of them whom he met on the street, 8 Went to the inn The Blue Anchor, 9 And having consumed a bottle of wine there, which was paid for by the prisoner and defendant, 10 The prisoner and defendant went with one of the sailors to the back yard, 11 In order to exchange his uniform for a sailor's garment and thus, less recognizable, escape to the English ship, 12 Which would also have succeeded, 13 Had the prisoner and defendant not been recognized and apprehended by the sergeant on guard at the main guardhouse while passing by. Appeared before the Honorable, Esteemed Gentlemen, the President and Council of Justice, the Interim Fiscal G. Exter, Plaintiff in a criminal case on the one side, against the soldier of the Castle Coenraad Renge, prisoner and defendant in the aforesaid case on the other side. 14 From which circumstances the Officer Plaintiff, subject to correction, believes 15 The prisoner and defendant must be regarded as nothing other than a willful and deliberate deserter, 16 And that the excuses brought forward by him, that he had a transport and had been a little intoxicated, 17 May all the less be taken into consideration, 18 Because the first provides no reason to desert, 19 And the second is aggravated at all times among the military according to the Articles of War. 20 So and thus the prisoner and defendant, according to the content of the law, ought justly to be punished. For which and other reasons and means to be further deduced in due time and place if necessary, the Officer Plaintiff, making his claim and concluding, requests that by final sentence of Your Honorable and Esteemed Council, the prisoner and defendant shall be condemned to be taken to the place where criminal sentences are customary to be executed, and there delivered to the executioner; The prisoner's name, birthplace, and age: Renge of Bremen, says he is in his 25th year; How long the defendant has been stationed here: Says for a year and a half, having arrived with the ship Beverwijk; In what manner the prisoner came into the company of English sailors last Sunday: Says that he had guard duty at the main guardhouse, had learned to know them then, and that they, having met him last Sunday, had asked him if he wanted to drink a bottle of wine with them; Articles caused to be drawn up and delivered to the Gentlemen Commissioners from the Honorable and Esteemed Council of Justice of this Government, in order to be heard and interrogated at the request of the Interim Fiscal, the Honorable Gabriel Exter, the soldier Coenraad Renge stationed at this Castle, his responses to be given to be duly noted in the margin of this; being bound to a post and severely flogged with rods on the bare back and branded; that the prisoner and defendant shall further be confined for the period of ten years on Robben Island, in order to work there on the Honorable Company's public works; after which he shall remain banished from this Colony forever, with forfeiture of wages and bonus, and condemnation in the costs and expenses of justice; or to such punishments and penalties as Your Honorable and Esteemed Council shall find and judge to be fitting. Was signed, G. Exter. In the margin: Exhibited in Court on the 6th of September 1787.

Dutch transcription

niets minder, op een eevenreedige wijsen behoord gestrafd te worden, den R: O vertoonder /onder Correctie / vermeend, om deese actie dan behoorlijk te constitueeren en met meer preciesheid en fondament te kunnen Eijschen en Con„ „cludeeren, nodig te zijn dat voorsz Ian Theunis Mulder omtrend ditfect zelve over articulen, ten dien eijnde geformeerd, voor Heeren gecommitteerdens uijt deese E achtb=r raade nader geconstitueerd en ondervraagd, dus ten dien Eijnde te mogen in persoon Waartoe dan verEijschd wordende qualificatie van uwel Ed=e achtb=e is den r: O: vertoonder, tot welde„ „zelven zig klerende met Eerbiedig versoek dat 't uwel Ed= achtb=e moge behaagen, aan den aan r: O: vertoonder te verleenen wel derselver de breet, waardoor denselven moge werden geau„ thoriseerd, om voorm: voorsz: Jan Theunis mulder in persoon te dagvaarden, ten Eijnde aan„ „tehooren zodanige Eijsch en Conclusie, dan wel ver„ „soek ofte versoeken als den r: O: Eijscher ten dage dienende te raade zal worden te neemen en te doen 'T welk doende /was geteekend 9 Exter / in margine Exhibitum in Judicio den 4 september 1787 Accordeert Van HerJe Seent gedagvaard. 1 En deede zeggen 2 dat naar t 7 der krijgs Articulen d: d: 22 aug:s 1780 gestatueerd zinde dat Een deserteur in tijd van vreemde met vreemde scheepen zoekende te ontvlugten en agter haald wordende, op de Iustitie plaats door den scherpregter gegeeseld en gebrand merkt en voor tien Iaar in d'isers geklonken worden zal met verlies van gagie en premie 4 den gev„, en Ged„e aan deese straffe absolut zig zal onderhevig gemaakt hebben. — terwijl denselven volgens zijne voor zee ren gecom„t gegeevene resp„e vrijwillig heeft gedeclareerde in geadvoueeren dat hij gev„e en ged„e naar alvoorent kennis met Engelsche mattroosen gemaakt te hebben op Sondag de 5. der gepasseerde maar d: augs„ met verscheide derzelven die denzelven op de straat ontmoet heeft. 8 naar de herberge de blauwe anker is Gegaan 9 en aldaar een bottel wijn geuischt hebbende welke door den gie, en gede betaald is geweest 10 den bijer, en Ged„e met een der mattroosen zig naar de agter Plaats heeft begeeven. — „ om zijne monteering met een mathrosen ha „bit te verruijlen en dusdanig minder ken baar naar 't Engelsche schip te echapeeren 12 'tegeen ook wel gereusseerd hebben zoude 13 indien den gev„e en Ged„e niet door den wagtheb bende sergeant op 't hoofd in 't passeeren herkent en aangehouden was geworden Compareerde voor Een welh: Agtb: Heeren Praesident en Raade van Iustitie den Pro interim Fiscaal g' Exter 7:o Eijss=r in Cas Crimineel ter eenre Ca d'en solitaat van t Casteel Coentaar Ringe gev„ en Ged, e in voorsz: Cas ter andere zijde 3 14 uijt welke omstandigheeden dan den 7: o: Eijss=r onder Correctie vermeend. — 15 den gev„e en ged„e niet anders als een moet willige en op zettelijkeheid deserteur te moe¬ ten aanmerken 16 en dat de van denselven bij gebragte ver schoning dat een transport had, en een wijnig beschonken was geweest „r dies te meer mogen in Consideratie komen 18 om dat de eerste geen reeden opleeverd om te drossen 19: en de tweede bij de militair ijder de tijt in gevolge krijgs articulen verswaard zo en dus den gev„,e en ged„e naar de inhoud der wet billijk zal behooren gestraft te worden Mits welke en andere Reeden en middelen in tijd en wijlen is 't nood nader te deduceeren den 7: O: Eyssh Eijsch doende Concludeerende dat bij de fenitive vonnis van uw E: agtb: den geven en ged„e zal worden gecondemneerd omme gebragt te werden ter plaatse alwaar men gewoon is Cr: Sententien te Executeeren en aldaar den scherpregter geleeverd des gee„: naam geloorte plaats Renge van Breemen zegt en ouderdom zijnde aan een paal gebon oud in zijn 2: 5 Iaar den en met Roede op de blo zegt voor ander half Iaar met zoe lang hij Ged: alhier be „te rugge strengelijk 't schip Beverwijk te zijn aangescheiden geweest is Gegeeseld en Gebrand merx land! te worden dat den geveen zegt dat hij de wagt op 't hoofd op Hoedanige wijze heeft ged„e voorts den tijd van gehad hebbende Thunl: als doen hij gev=e op voorleden sondag tien Iaaren ten Hobben had leeren kennen en Dat zyl: in geselschap van Engelsche Eijlande geconfineerd hem voorleeden sondag beee mattroosen is Geraakt! te werden om aldaar aan gend hebbende hem gevraagd hadden of hij een bottel wijn met 'S E Comp„s Gemeene wer hun wilde drinken ken te arbeiden waar na Articulen gedaan maken en overgegeeven aan Heeren gecom„t uit den E Agtb: Raad van Justitie deeses Gouver nements omme ter req: van den pro int: Fiscaal d'E Ga briel Exter gehoord en onder vraagd te worden, den ten dee Te Casteele bescheiden soldaat Coenraad Renge zullende des selvs te gevene desp„e in mar gine deeser behoorlijk wor den bekend gesteld ten eeuwigen dage uijt deese Colonie zal gebannen blijven met verlies van Gagie en Praemie en Condemnatie in de kosten en misen van Justitie ofte tot alzulke Poenen en straffen als uwE Agtb: zullen vinden en oordeelen te behoo ren was geteekend, G: Exter in margine Exhibitim in Judicio ## gee den 6 7ber 1787. ten 3

← previousnext →