VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 4329

Cape · 582 pages · 352 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_4329_0392 view scan ↗

English

from the Honorable Council of Justice of this government, the aforementioned Maria Hoets, to whom this her preceding declaration having been read aloud clearly and distinctly word for word, declared that she persevered and persisted therein, wishing that nothing more shall be added to or taken from it, and therefore spoke, in confirmation of the truth thereof, the solemn words, So truly help me God Almighty. Underneath stood: Thus reviewed and sworn at Cabo de Goede Hoop, the 27th of November 1787. Was signed: Maria Hoets. Lower down: In my presence, signed: R. J. v. d. Riet, sworn Clerk. In the margin: As commissioners, and signed: C. Mappa and Joh.s Smuts. Whereas Tirman of Batavia, aged approximately 35 years, bondservant of the repatriated Steward of the Right Honorable Lord Governor, Sieur Ian Hoetz, currently the Lord's prisoner, has voluntarily confessed, and it has appeared evident to the Honorable Council of Justice of this government: That the prisoner, having had disputes from time to time with his fellow slave Lena of Batavia, as he alleges, because he, having sometimes had carnal conversation with her, did not always provide her with money whenever she wished, and he having been beaten several times over these quarrels, finally resolved to kill the said female slave. That the prisoner, in execution of this damnable intent, on Thursday the 15th of the past month of November, having come from the backyard into the kitchen, where the aforementioned maid was busy playing with the child of her mistress, did not shrink from inflicting three violent stabs with a knife upon the said Lena in the presence of her mistress, one of which in the right side between the fifth and sixth ribs, penetrating upwards into the lung with injury to its blood vessels, was found upon surgical inspection to be absolutely fatal; and that the said Lena, after having run a few more paces across the street, finally fell down dead upon the ground. That the prisoner, having been seized hereupon by his mistress, was immediately handed over into the hands of Justice by assistance that rushed to help. Since, however, such deliberate and premeditated murder cannot in any way be tolerated in a country where law and justice are properly maintained, but on the contrary ought to be punished as an example and deterrent to other murderous villains: So it is that the Honorable Council of Justice aforementioned, having on the day in session attentively read and considered the written Criminal claim and conclusion made and taken by and on behalf of the Fiscal pro interim here, the Honorable Gabriel Exter, in his official capacity, upon and against the prisoner; as well as having attended to all that was relevant to the matter and could move Their Honors; doing Justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States-General of the United Netherlands, has condemned the prisoner Tirman of Batavia, as Their Honors condemn him hereby, to be taken to the place where criminal sentences are customary to be executed here, to be delivered there to the executioner, tied to a cross, his right hand severed and struck with it in his face, further to be broken alive on the wheel from the bottom up with the blow of mercy; furthermore, his dead body to be dragged to the outside place of execution and there laid upon a wheel, thus to remain until consumed by the air and birds of the heavens; with condemnation to the costs and expenses of Justice, and dismissal of the further or other claim made and conclusion taken by the officer. Underneath stood: Thus done and sentenced at Cabo de Goede Hoop, the 29th of November 1787; as well as pronounced in the Castle of Good Hope on the 3rd of the following month, December, and executed on the same day. Was signed: J. S. Rhenius, S. V. Echten, Joh.s Smuts, J. M. Horak, C. G. Maasdorp, W. F. V. Reede van Oudtshoorn, G. H. Meijers, C. Mappa, P. C. Gie, H. J. de Wet. Lower down: In my presence, signed: C. van Aerssen, Secretary. In the margin: Fiat execution, and signed: C. J. van de Graaff. Agrees. J. van Aerssen, Secretary. Inventory of documents drawn up and handed over to the Honorable Council of Justice of this government by and on behalf of the Fiscal pro interim here, Gabriel Exter, in his official capacity, Prosecutor in a Criminal Case, Upon and against: 1. Sob of Madagascar, bondservant of the widow Jan Hendrik Eckhart 2. Mozes of Boegies, slave of the honorable Jacobus Kesselaar 3. Francies of Mozambique, belonging to the burgher Simon van Blerk 4. Iek of Madagascar, bondservant of the burgher Adjutant Francois de Nikker 5. Portuijn of Madagascar, slave of the burgher Petrus Huebner 6. Caesar of Madagascar, belonging to the former merchant of the Honorable Company residing here, the gentleman Johan van Echten 7. Brein of Ambon, manumitted bondservant all defendants in the aforementioned case, on the one part. Other sides: Inventory marked L. A. Criminal Claim and Conclusion framed by the Honorable Prosecutor upon and against the prisoners and defendants, and marked on the back with No. 1. 3.

Dutch transcription

uit den E: Achtb: raade van Justitie dezes gouver„ „nements, voorm: Maria Hoets, dewelke dez haare voorenstaande verklaring van woorde tot woorde klaar en duidelijk voorgeleezen wezende, betuigde daar by te blyven persisteeren met begeerte dat en niets meer bij of van gedaan werden zal, en sprak dierhalve ter bevestiging der waarheid van dien de solemneele woorden, soo waarlijk zelf mij god Almagtig. /:onderstond:/ Aldus Gerecolleerd en B'Eedigt aan Cabo de goede Hoop, den 27. Novbr: 1787. /:was getekend:/ Maria Hoets /:lager:/ mij praesent /:getekend/ R: J: v: d: Riet gesw Clercq /:in margine:/ als gecommitt. s /:en getekend:/ C: Mappa en Jol. s Smuts. Naardien Tirman van Batavia oud naar gissing 35 Jaaren Lijfeijgen van den gerepatrieerden Hofmeester van den Wel Edelen gestr: Heere gouverneur S„r Ian Hoetz tans 's Heeren gev: vrijwillig beleeden heeft, en het den E: Achtb: raad van Justitie deezes gouvernements evident gebleeken is. — Dat de gev: van tijd tot tijd verschil heb„ bende gehad met zyne meede slavin Lena van Batavia gelijk hij voorgeeft, om dat hij som„ „wijlen vleeschelijk met haar geconverseerd hebbende, haar niet altoos, wanneer zy wilde van geld voorsag, en hij verscheijden maalen over die twisten zynde geslaagen geworden. eyndelijk geresolveerd is geworden de gemelde slavin om het leven te brengen. dat hij gev: ter uytvoering van dit vloekwaardig voornoemen, of donderdag den 15 der voorleezen maand November van de achterplaats in de Combuijs gekomen zijnde, alwaar voorsz: meijd met het kind van haare lijfvrouws besig was te speelen, zig niet heeft ontsien gerepte Lena in de tegenswoordigheijd van laaze lyfvrouw met een mes drie geweldige steeken toe te brengen, waar van de eene in de regter zeijde tusschen de vijfde en sesde ribbe opwaards penetreerende tot in de long met kwetsing van derselver bloedvaaten, bij Chi„ „zurgiaale schouwing bevonden is volvertrekt dodelijk te zin, dat gemelde Lena na nog eenige treeven over de straat te zyn voort„ „geloopen, eijndelijk dood ter aarde is ne„ „dergevallen. dat de gec: hier of door zine Lyfvrouw zynde vast gehouden, terstond door toegeschooten halpe in landen van van Iustitie is overgele„ verd geworden. dan nadien diergelijke opsettelijk en voor„ „bedagten moord in een land alwaar Rechte gerechtigheijd behoorlijk worden gehandhaaft geensints kan worden gedeeld, maar in tegen„ „deel ten spiegel en afschrik van andere moord„ „zuchtige Fhetten behoord te worden gestraft. Zoo is 't, dat den E. Achtbaare, Raad van Justitie voormeld ten dage dienende met aandagt geleesen, en overwoogen hebbende, den schriftelijken Crimineelen eijsch ende Con„ „clusie door ende van weegens den prointerem fiscaal alhier d' E: Gabriel Ester nomine officie op ende Jeegens den gec: gedaan en ge„ „noomen, mitsg: gelet of al het gunt ter materie was dienende en hun EE: Achtbaarens konde doen moveeren, Recht doende uijt naam ende van weegens de hoog mogende Heeren Staaten Generaal der Vereenigde Neederlande, den gei: Sirman van Batavia heeft gecondemneert, gelijk hun EE: Achtbaaren e ƒ ƒ E ƒ F denselven Condemneeren bij deesen, omme gebragt te worden ter plaatse, daar men alhier gewoon is Crimineele sententien t' Executeeren aldaar den scherpregter overgeleverd, op een kruijs ge„ „bonden, de regterhand afgekapt en daarmeede in het aangesigt geslaagen zijnde voorts van onderen op levendig geleeden braakt te worden met de slag van gratie. wijders des¬ „selvs doode Lichaam naar het buyten geregt gesleept en aldaar of een rad gelegt zynde dusdanig te verblyven tot dat door de lugt en vogelen des hemels zal verteerd zyn met Condemnatie in de kosten en misen van Justitie en ontsegging van den verderen of anders gezaanen eijsch en genoomene Con¬ „clusie van den offcier. /:onderstond:/ Aldus Gedaan en Gesententieerd aan Cabo de goede Hoop den 29 November 1787: mitsg:s gepronuntieerd In't Casteel de goede Hoof dens der daar aan volgende maand, december en g'executeerd ten zelven dage /:was (:getekend: I: S: Rhenius, S: V: Echten, Ioh„ Smats, I: M: Horak, C: G: Maasdorp, W: F: V: Reede van Oudtstoorn, G: H: Meijers, C: Mappa P: C: Gie, H: J: de Wet, /:lager:/ Mij praesent. /:getekend:/ C: van Aerssen. Secret:s /: in mar„ „gine:/ Fiat Executie /:en getekend:/ C: I: van de Traaff: Accordeert. JVan Herssen Secrets. - Inventaris van stukken ge„ „daan maken, en aan den Edelen Achtb: Raade van Iustitie dezes gouvernements overgegeeven door ende van weegens de pro Interem fiscaal alhier gabriel Exter nat: off: Eyss„r in Cas Crimineel Op ende Jeegens. 1 Sob van Madagakcar lyfeijgen van de wede. Jan Hendrik Ekhart 27. Mozes van boegies slaaf van den manh: Jacobus Kesselaar 3/. Francies van Mosambique toebe„ „hoorende den burger Simon van Blerk 4. / Iek van Maragassar lyfeijgen„ van den burger axjurant Francois de Nikker 5 Portuijn van Maxagassar slaaf van den burgerpe„ „drus Hrebner Casar van Madagassar toe„ „behoorende, den alhier he„ „moreerende oud koopman der E: Comp:e de heer Johan van Echten„ Brein van Ambon vrij gegeven F Lyseygen „ Geelden ged:t in voorsz: Caster andele Lyden. Inventaris gequoteerd L. A. Crimineele Eysch en Conclusie door den H: O: Eysscher op ende jeegens de get: en ged: gefor„ „meerd en in dorso gequoteerd met „ 3. 6 No: 1 ter eenze: 7

NL-HaNA_1.04.02_4329_0395 view scan ↗

English

3 4 2 Whereupon the 5th prisoner Fortuin was heard, with his responses given thereto. In the manner aforesaid, answered before the delegate commissioners by the 6th prisoner Caesar. As before, of the 7th prisoner Brein of Ambon, serving to justify the facts charged against the witness and defendant in the aforesaid criminal demand by the Officer Plaintiff, and therefore to verify Articles 1 to 58 inclusive. Quoted: L: C: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. The remaining articles of the said demand are introductory, notorious in law, or admitted, and therefore require no special proof. A legal brief: if necessary: to be drawn up and then marked with the letter B. signed: G. Exter. In the margin: Exhibited in Sworn statement of the citizen Petrus Johannes Huebner. Articles answered by the first defendant Job. Of the 2nd prisoner Mozes, with the responses. Whereupon the 3rd prisoner Francies was heard, with his answers given thereto. With the responses of the 4th prisoner Tek of Madagascar. No. 1 5 6 Madagascar. Session of 14 December 1786. Appeared before the Honorable Worshipful Lords Presidents, together with the further Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the Fiscal pro interim here, Gabriel Exter, Officer Plaintiff in a criminal case on the one side. Upon and against Job of Madagascar, bondservant of the widow Jan Hendrik Eckhart; Mozes of Bugis, slave of Mr. Jacobus Esselaar; Francies of Mozambique, belonging to the citizen Simon van Blerk; Tek of Madagascar, bondservant of the citizen Adjutant Francois de Nikker; Fortuin of Madagascar, slave of the citizen Pieter Huebner; Caesar, likewise of Madagascar, belonging to the former Senior Merchant of the Honorable Company residing here, Mr. Johannes van Posten; and Brein of Ambon, a freed bondservant, currently the Lord's prisoners and defendants in the aforesaid case on the other side. Article 1: And did say: That the 1st prisoner and defendant Job, more than two years ago, once joined a certain gang, among whom were some belonging to the aforementioned Mr. van Echten, such as Saart and Daniel, who on account of their misdeeds have already been executed pursuant to a sentence of this Council at the beginning of the past year 1785; having joined with the intention of stealing sheep in the garden of the repatriated Honorable Worshipful Mr. Adriaan van Schoor, yet upon the barking of the dogs had to take flight from there again; that thereupon the 1st prisoner and defendant, as he says, out of fear that this would be discovered, remained a fugitive, and then went with his fellow slaves Jacob and the 5th prisoner and defendant Fortuin to Table Mountain; that thereupon two more slaves of Simon van Blerk, named October and Sephta, likewise joined him, the 1st prisoner and defendant, whereupon the five of them went to and around Stellenbosch, where the aforesaid Jacob, Fortuin, and Sephta were captured shortly thereafter, at which time the first prisoner and defendant returned with the aforementioned October to Table Mountain; that subsequently the slaves Mentor and Salomon, belonging to the aforementioned van Blerk, and David, slave of one Franke, came to the 1st prisoner and defendant, and he, the 1st prisoner and defendant, then decided to go with them and the aforesaid October to Hangklip; that he, the first prisoner and defendant, encountered several other runaway slaves there at Hangklip, and for some time sustained himself by shellfishing and on what was brought by some of them to the hiding place or their place of stay; and on a certain day went with some of that gang, together with a certain slave of one Louw named Carolus, to the farm of the citizen Jan Otto; that they took two horses with them from the horse stable there, and Article 11. Article 12. notwithstanding that they were pursued by the aforesaid Otto, accompanied by one Wilkens, and the 1st prisoner and defendant was hit by a shot of chopped hail, they nevertheless brought the said horses to their place of stay and ate them there; that the first prisoner and defendant, having become fearful from that shot to remain there any longer, removed himself from the said gang together with the aforementioned David, Mentor, and Carolus, and after having wandered around elsewhere with them, returned again to Table Mountain; while, after having stayed there for some time, the said David, Mentor, and Carolus departed from him, at which time, besides several other runaway slaves who continuously came and went, the 2nd, 3rd, and 4th prisoners and defendants Mozes, Francies, and Tek, together with the slaves Pedro of van Blerk and April of the dragoon Velbron, also came to him, the first prisoner and defendant; 6 that the gang stayed on Table Mountain ever since, and the 1st prisoner and defendant was provided with provisions mostly in the garden of the aforesaid Mr. van Echten, and principally by the 6th and 7th prisoners and defendants; while he, the 1st prisoner and defendant, in the meantime having gone back and forth to his gang, which during the day, as aforesaid, stayed on Table Mountain and at night roamed around to seek food in the gardens around Rondebosch and Roodebloem, could never obtain as much food as would have been sufficient for them all; that therefore the aforesaid Pedro and April once drove a cow belonging to the citizen Willem Versfeld from the so-called Platteklip up to the mountain, which was Article 3. 5 8. 9 10. 16 15 14 13

Dutch transcription

„ 3 „ 4 „2 Waarop den 5 gev: Por„ „tuin is gehoord met zyne daarop gegevene responsioen _o in voegen voorsz: door den 6 gev: Casar voor heeren gecommitt: beantwoord als vooren van den 7 Geos Brein van Ambos ge„ dienende tot Iustificatie van de faiten aan de get: en ged: bij den voorsz: Crimineelen Eisch door den 7: O: Eysscher ten lasten gelegd en mitsdien tot verificatie van Art: 1 tot 58 inclusive. „quoteerd. . . . . L: C: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. r=s De overige articulen van den„ „zelven Eyssch zijn introducties notoir Juris of in Coonfesso en hebben mits dien geen speciaalden bewijs no„ „dig Memorie van rechten: is 't nood:/ te formeeren en als dan te, equoteeren met de Letter; B. — /:getekend :/ G: Exter /:in margine:/ E hibitum in beeedigde Verklaring van den burger Petrus Ioh„s Htiebner Articulen door den Eerste ged. Iob beantwoord. _ van den 2 Geo: Moles met de tesponsiven _o waarop den 3 gev: fran„ „cies is gehoord met zyne daar op gegevene antwoorden _o met de responsiven van den 4 geos Iek van Mada„ N„o 1 - „ 5 „ 6 „gasaar Suxicio des 14 december 1786. — Compareerde voor de Wel Edele Achtbare Heeren Praesi„ „denten benevens den verderen Edelen Achtbaren Raade van Justitie deezes gouvernements de pro interim Fiscaal alhier gabriel Exter zat: off: Eyss„r in Cas Crimineel ter eenre. op ende Jeegens Iob van madagascar byfeygen van de wed„e„ Jan hendrik Ekhart. Mozes van boegies slaaf van den manh: Iacobus Esselaar Francies van Mosambique toe behorende den burger Simon van Blerk Tek van Madagasaar lyfeygen van den burger adjurant francois de Nikker. Fortuin van Madagasoar slaaf van den burger Pieter hiebner Casar mede van Malagas„ „car toebehorende den alhier remozeerende Oud koopman der E: Comp: de heer Iohannes van Posten. en Breen van Amboy vrij ge geeven lyfeigen thans s heeren gev: en ged: in voorsz: Cas ter andere zyde ArtC: 1: Ende deede Leggen. dat den 1 ged: en ged:e Sob voor ruim twee Iaaren geleeden, zig eens bij zeeker Complot Haalen, waar onder Zommige van voorm: heere, van Echten als Sact en daniel die ter zaake hunner wanbedryven reeds ingevolgen sententie van deezen Raade in't begin van't gepasseerde Jaar 1785. zijn geExecuteerd geExecuteerd, vervoegd hebbende met intentie om in den tuin van den gerepa„ „trieer den E: Achtb: heere Adriaan van Schoor schapen te steelen. op het blatsen van de honden van daar eg„ „ter wederom heeft moeten de vlugt neemen dat hij 1e geos en ged: daarop /zo hyj zigd / uit vreeze dat zulx zoude worden ontdekt, zig voort vlug „tig hebbende gehouden. als toen met zyn mede slaven Iacob en den 5 gev: en ged: fortuin gegaan is naar den tafelbergh. dat daarop nog twee slaven van Simon van Blerk in naamen October en Sephta Leg insgelijks bij hem '/ gev: en ged: vervoegd hebbende, zij toen ten getaale van vyf stuks zyn gegaan naar en omstreev stellenbosch alwaar voorsz: Iacob, fortuin en Sephta kort daarop zyn gevangen genomen, als wan¬ „neer hij eerste gev: en ged:e met meerm: October wederom naar aen Tafelberg is te„ „rug gekeerd. dat vervolgens bij den 1„e gev: en ged: gekoomen zynde de slaven Mentor, en Salomon toebe„ „hoorende voorm: van Blerk en david Slaaf van eenen franke, hij 1e. gev: en ged: als toen beslooten 't heeft om met deselven en voorsz: October naar de hanglip te gaan. dat hij eerste gev: en ged aldaar aan de hanglik nog verscheidene andere drossende schhaven aangetroffen en zig eenigen tyd Lo met schelp visschen als 't geen door som„ „mige van hun in den schuilhoek of der„ „zelver verblyf plaats gebragt wierd, er„ „neerd hebbende. zig op zekeren dag met eenige van dat Com„ „plot benevens zekeren slaaf van eenen Louw, Carolus genaamd begeeven heeft naar de plaats van den burger Jan Otto dat zij aldaar uit de paarde stal mede genoomen hebben twee paarden, en „ 11. Artl: 12 niet tegenslaande zy door voorsz: Otto ver„ „zeld van eenen wilkens waaren vervolgd en den 1e. gev: en ged: nog door een school met gekapte hagel getroffen, was geworden, dezelve paarden egter naar hun verblyf plaats gebragt en aldaar opgegeeten hebben. dat hij eerste gev: en ged: egter door dien schoot bevreesd geworden zijnde om langer aldaar te verblyven zig neevens voormt David, Men„ „tor, en Carolus van het zelve Complot heeft verwijaerd en na met hun elders zond ge„ „zworven te hebben, wederom naar den tafelberg is terug gekeerd. terwyl na zig nog eenigen tijd aldaar te hebben opgehouden dezelve david, Mentor en Carolus van hem zyn afgegaan, zynde als toen, behal„ „ve verscheide andere drossende slaaven, die altoos af en toe zyn gegaan, ook nog de 2. 3. en 4. Gevs en gedp: Mozes, francois en Lek beneevens de slaven pedro van van Blerk en april van den dragonder Velbron bij hem eerste gev: en ged=e gekoomen. — 6 dat het Complot zig zedert altoos aan de ta„ „felberg opgehouden heeft, en den 1e gev: en ged:e meesterdeels in den tuin van voorsz: heere van Echten en wel voornamentlijk door den 6. en 1 gav: en ged: van mondbehoefte is voor„ „zien terwijl hij 1e gev: en ged: intusschen naar zyn Complot dat zig overdag, gelyk voorm: aan den tafelberg ophield en des nachtsom eeten te zoeken in de tuinen omstreekst ronde bosje en hoode bloem rondzworf af en toe gegaan zynde egter nooyt zo veel eeten als voor hun allen genoeg„ „zaam geweest was, had kunnen op doen, dat dierhalven voorsz: pearo, en april eens een koebeest van den burger Willem Versfeld van de Logenaamde platte klif naar de berg geareeven hebbende, het zelve niet door Art. 3. 5 d 8. „ 9 „ 10. 16 15. 14 13

NL-HaNA_1.04.02_4329_0398 view scan ↗

English

Article 17 slaughtered by the 1st prisoner and defendant and subsequently consumed with the remaining 2nd, 3rd, and 4th prisoners and defendants. Whereafter the 1st prisoner and defendant, also with the assistance of the 3rd and 4th prisoners and defendants Francies and Jack, stole a bull from the manhaaft Servaas van Breda and transported it to their hideout for their sustenance. The 3rd prisoner and defendant Francies, together with the aforesaid Pedro, having subsequently stolen three sheep from the aforementioned van Blerk and likewise three sheep from the former Burgher Councillor, Mr. Jacobus van Reenen, and brought them, together with various vegetables and garden fruits, to the conspiracy. 18. That the 6th prisoner and defendant, who formerly belonged to the mistress of the 1st prisoner and defendant and thus had always been acquainted with him, frequently received him, the 1st prisoner, at night in the garden of his master and provided him with food. 19. While he, the 5th prisoner and defendant, subsequently having once told both the first two prisoners and defendants, Job and Mozes, that two sacks of flour were standing in the front room of the house of his master, the first four prisoners and defendants then deliberated with one another to take that flour away from the house of the mentioned Hiebner. 20. To which end the first prisoners and defendants, after making an agreement, went into the garden of the aforesaid Hiebner during the night between the 18th and 19th of August last. 21. That the 3rd and 4th prisoners and defendants then remained by the gate of the garden, and the first two prisoners and defendants, having gone to the house, returned again after having spoken for a moment with the 5th prisoner and defendant, to tell the 3rd and 4th prisoners and defendants who had stayed behind that they now saw an opportunity to enter the room. 22. Just as the first four prisoners and defendants then also together went to the house and to the front room window of the same Hiebner, and according to their statement having found the wooden shutter open, or only slightly pushed to, pulled the same open and then pushed up the sash window. 23. While thereafter the 1st and 2nd prisoners and defendants, Job and Mozes, climbed inside, the 5th prisoner Portuyn, after he had given directions to the 1st and 2nd prisoners and defendants, having gone to the back to see whether the other slaves of his master were all properly at rest. Article 24. That after the 1st and 2nd prisoners and defendants the two sacks of flour by help of the 3rd and 4th prisoners and defendants, Job then broke open with a garden hoe the desk standing in that room and took from it, besides some silverware, also the money, both silver and paper, found therein. 25. Whereafter they also took away various other goods which were found in that room, and of which the defendants have given no specific details. 26. There being however, the following morning, by the aforesaid Hiebner, as appears from the sworn statement annexed under 2a, missing from his desk: Fifty rixdollars in paper money, Twenty-six rixdollars in gulden pieces, Thirty rixdollars in old silver money, A double silver chatelaine hook with six trinkets, Nine silver spoons, A sugar box, A cooling vessel with four spoons and 5 forks, 27. While from the room where the same desk stood: two mudden of flour and a copper tea caddy, 28. and from the back room in which the laundry was usually kept: A blue handkerchief, An empty canvas sack. 29.

Dutch transcription

Artl: 17 door den eerste gev: en ged: geslagt en vervol„ „gens met de overige 2. 3. en 4. e gev: en ged ge„ „Consumeerd is. Waarna den 1e gec: en ged: ook nog met behulp van den 3 en 4: gers en ged: Francies en sek van den manh: Servaas van Breda een bul ge„ „stoolen en tot hun onderhoud naar hun schuil„ „hoek vervoerd heeft. hebbende den 3 gev: en ged: francies benevens voorsz pedro vervolgens bij meerm: van blerk drie en bij den oud Burgerraad de heer Jacobus van Reenen insgelyks drie schapen gestoo¬ „len en die beneevens diverse groente en tuin vrugten bij 't Complot gebragt. dat den 6 gev: en ged: die wel eer toebehoord heeft aan de lyfvrouw van den 19eo: en geds en dus met den zelven altoos in kennis ge„ weest is, hem eerste gev: dikwerf des nachts in de tuin zijns lyfheers heeft gerecipieerd en van eeten voorzien. terwyl hij 5 gev: en ged: vervolgens eens aan de beide Eerste geoten ged: sab en Mozes gezegd, hebbende dat in de voorkamer van het huis van zynen lyfheer twee zaken met meel stonden, de vier eerste gev: en ged:s als toen met elkanderen hebben overleid om dat meel van uit het huis van gerept hiebnen weg te haalen. tenwelken einde zij te eerste gev: en ged:e dan na genomene afspraak zig in den nacht tus„ „schen den 18 en 9 Augustus laatstl: in de tuijn van voorsz: Hiebner hebben begeeven dat de 3 en 4 gev: en ged: toen bij het hekken van den tuijn gebleeven ende twee eerste gev: en ged: naar het huis gegaan zijnde, na met den 5 gebs en ged: een oogenblik gesproo„ „ken te hebben wederom zyn te rug gekeerd, om de agteruyt gebleevene 3 en 4 gev: en ged te leggen, dat men nu kans zag om in de kamer te komen. gelyk de vier eerste grosen ged: toen ook gezamet„ dat na den 1 e en 2 geb: en ged: de twee Laken met meel door behulp van den 3 en 4„e gev: en ged: sob als toen met een tuinhaak de in die kamer staande bureau opengebroken en uit dezelven behalven eenig zilver werk ook nog het zig daar in bevindende zo zilver als papiere geld gehaald heeft. Waarna zy nog verscheide andere goederen de„ „welke zig in die kamer bevonden, en waar van de ged: en ged: niets specefice opgege„ „ven hebben. hebben weg genoomen. zynde egter 's volgende morgens door voorsz: heebnen blijkens de onder 2a (: geannexeerde beEedigde verklaring, uit zyn bureau ver„ „mist. Vijftig ryxd„s aan papiere geld Zes en twintig ryxd„s aan guldens stukken dertig rept aan oud zilver geld Een dubbelde zilvere kripbeugel met zes potstuk „jes. Negen zilvere Lepels Een „ Luy hertrommel „ koelbakse met vier lepels en 5 vorken Een terwijl uit de kamer daar de zelve bureau ge„ „staan heeft. twee mudden meel en een kopere thee kisje en uijt de agter kamer waarin het wasch goed gewoonlyk geborgen wierd Een blauwe neusdoek Een ledige zeildoekse Lak „lijk zig naar het huijs en bij 't voorkamer vengs„ „ter van denzelven Hiebner begeeven en /volgens hun zeggen/ het houte vengster open, of slegts even aangestooten gevonden hebbende, het zelve opengetrokken en als toen de schuijfraam op gescho„ „ven hebben terwijl daarna den 1:e en 2:e gev: en ged: Job, en Mo„ „zes zyn naar binnen geklommen, zynde den 5 geof Portuijn, nadat hy den 1:e en 2:e geosen ged: aanwyzing gedaan had, naar agteren gegaan om te zien of de andere slaven van zynen lyfheer wel alle in behoorlyke rust waren „lyk Een 18. e 19 20 21: 22. 23. 29 28 27. 26 25 Art: 24.

NL-HaNA_1.04.02_4329_0399 view scan ↗

English

Article 30 Article 36 A woman's skirt A tablecloth A man's shirt Two women's nightcaps, and A canvas bag, according to the aforesaid statement, went missing that same night. Which stolen goods were brought by the prisoners and defendants directly to their hiding place that same night. However, the burgher Lieutenant Pieter van Breda and the burgher Willem Versveld having pursued the prisoners and defendants the following day, on that occasion found several of the same goods, such as: The two mudden of flour Nine silver spoons A sugar box A cooling basin with four spoons and forks A woman's skirt A tablecloth A man's shirt Two women's nightcaps A small canvas bag, and Some sewing thread in a cave, and returned them to the aforesaid Liebregt. The first four prisoners and defendants stating that when they heard the approach of Breda, they took to flight, leaving behind all the stolen goods except the money with which they had bought food at the Cape, and that upon their return they found their nest or dwelling burned down. That meanwhile the fifth prisoner and defendant Fortuin, having pretended to his master that he wanted to seek out Cupido and his gang and deliver them into the hands of his master, thereupon left home, joined the gang of Cupido, and roved about with the same. While he, furthermore, after having stayed with the same gang for a month, as well as having stolen fruit and vegetables from gardens here and there, returned again to his master, pretending that he had been bound by Cupido and his mates and detained all that time. That the first four prisoners and defendants, shortly before they were taken prisoner, having wanted to depart once again for Hangklip along with the aforesaid Pedro and April, became separated from one another in the dunes, after which the first and third prisoners and defendants returned to Table Mountain, while not long thereafter the second, third, and fourth prisoners and defendants were taken prisoner. And the first prisoner and defendant Cupido, after much futile effort, was however finally surprised in a casual manner by certain government officers in the chicken coop standing next to the house of the frequently mentioned Mr. van Echten, and after being hit by a shot in his legs, was finally also taken prisoner and handed over into the hands of Justice. That the Honorable Prosecutor has therefore also considered it an indispensable duty, since one could not but conclude from all the circumstances that the first prisoner and defendant absolutely must have been hidden and harbored somewhere, while, notwithstanding all efforts made, one could only get hold of him by chance, to investigate thoroughly by whom he was supported in his flight and provided with food and other necessities, in order to let such persons by no means escape their doubly well-deserved punishment. That the first prisoner and defendant, regarding this, also confessed and maintained before the delegate commissioners from this Honorable Court that he had always, at least whenever he stayed on Table Mountain, had free access to the garden and to the slaves of Mr. van Echten, and that he had never needed to be at a loss for food, because the sixth and seventh prisoners and defendants had given it.

Dutch transcription

Art: 30 Art: 36 Een vrouwe rok Een tafel laken een kmans hembd twee frouwen Nagt mutzen en een zeeldoekse zak, volgens voorsz: verklaring dien nagt meede absent zyn gezaakt. welke geroofde goederen door de gen: en ged: dien „zelven nacht diract naar hun schuilplaats zyn overgebracht. dan dat den manhs burger Lieutenant Pieter van Breda en den burger Willem fersveld Panae„ ten daags de get: en ged: hebbende agtervolgd bij die geleegendheid verscheiden van dezelve goe „deren. als de twee mudden meel negen zilvere Lepels „ Luyker trommel een „ koelbakje met vier lepels en vorken een een vrouwe rok een tafel laken een mans hembd twee vrouwe nagt mutzen een klein zeeldoekse Lak en wat naaij gaarn in een kaipgat gevongen en aan voorsz: hiebnen hebben te rug ge„ Leggende de vier Eerste gev: en ged: dat wan¬ 30 „neer zij de komst van Breda vernaa„ „men „ zij zig met agterlaating van al het geroofde, except het geld. waar voor zy aan¬ de kaap eeten hadden gekogt, op de vlugt hadden begeeven en dat zy bij te rug komst hun nest of verblyf pllaats uitgebrand hadden 1 gevonden. Dat intusschen den 5 gev: en ged: fortuin aan zynen lyfhier voorgegeeven hebbende van Sob en zyn Complot te willen opzoeken en in handen van zyne lyfheer overleeveren zig als toen van huis bege „ven bij 't Complot van Lot gevoegd en met het zelve rondgezworven heeft. terwijl hij voorts na een maand lang bij 't zelve Complot gebleeven te zijn, mitsg„s heer en daar vrugte en groente uit de tuinen gestoolen te 35. 34 hebben, weederom naar zyn lyfheet is te rug gekeerd: voorwendende dat hij door Cop en zyne makens zoude zyn gevleugeld, en al dien tijd opgehouden geworden. Dat de vier eerste ged: en ged: kortsvoor dat zi zyn gevangen genoomens, met en beneevens voorsz: Pedro en April alweederom naar de hanglik hebbende willen vertreken, daar op v in de duine van elkanderer zyn geraakt zynde vervol„ „gens den 1e en 3 gev: en ged: wederom naar den tafelberg te Lug gekeerd, terwyl niet lange daar na de 2:e 3:e en 4„de goot en ged: zyn gevange genoomen. en den 1e gev: en ged: Top, na veele vrugteloos aan„ „gewende moeijte egter eindelijk sop een Casueele wijze door zekere 'slands officiers in't naast het huijs van meerm: heere van Ehten staande hoenderhok verrast en na met een schoot in zyne beenen getroffen, te zyn eindelijk meede gevangen genoomen en in handen, van Justitie overgeleeverd geworden is „ zynen Dat de E: O: Eiss„r dan ook van Indispensable„ pligt heeft geagt, omme, daar men uit alle omstandigheeden niet anders heeft moeten besluiten als dat den 19ev„e en ged: ab„ „solute ergens moest zyn verborgen en opgehouden. terwijl men niet tegenstaande alle aangewende moeyte hem niet dan toevalligen wyze heeft kunnen magtig worden. 1 nauwkeurig te onderzoeken door wie hi in zyne vlugt is gesouteneerd en van eeten en ver„ „dere noodwendigheeden voorzien geworden. ten einde de zodanige hun dubbeld wel verdiende straffe geenzints te doen ontwijken. dat hij 1e gev: en ged: dan ook dien aangaande voor heeren gecommitt:s uit deesen Edeelen Achtb: radre heeft geavoueerd en staande gehouden dat hij altoos, ten minsten wanneer hij zig in dan tafelberg had opgehouden in de tuin en tot de Hlaaven van den Heere van Echten de vryen toegang had gehad au dat hij voor zig nimmer om eeten had behoeven verleegen te zyn: want dat den 6 en 7: gev:en hebben get: 31 32. geeven. 39 40. 41 42 43. 38 37

NL-HaNA_1.04.02_4329_0400 view scan ↗

English

defendants had always richly provided him with it. That he had often slept in the house of the aforementioned Mr. van Echten, especially when he learned that people had gone out to search for and capture him. And finally, that he, the 1st prisoner and defendant, was once kept hidden there for 2 full days in the chicken coop, at which time the 6th prisoner and defendant was said to have told him that a commando of Hottentots had gone out after him. And that they furthermore had kept him concealed there repeatedly in such manner for fully 2 years. As Your Honorable Worships will be able to ascertain in more detail from the interrogatories answered by him, the 1st prisoner and defendant, specifically articles 26, 29, 31, 32, 38, 44, 45, 50, 51, and 52, corroborated by the answered articles of the 2nd, 3rd, and 4th prisoners and defendants. The first prisoner and defendant also having had in his possession a gun that was taken by the 5th prisoner and defendant from the garden house of his former mistress, the aforementioned widow Ekhart, and given to him, the 1st prisoner and defendant. 50. Without the intention, however, to harm anyone with it (as he says), 51. but merely to employ the same for shooting rock hyraxes and other game. 52. That thus the particular crimes of the prisoners and defendants consist of this: 53. That the 1st prisoner and defendant stole two horses from Otto and a bull from Breda; that he pulled open the window of the house of Hiebner, entered the room, and there broke open the desks with a rake, as well as, with the help of the other prisoners and defendants, stole the aforementioned goods. 54. That the 2nd prisoner and defendant, Mozes, should likewise be regarded as the principal thief, and that especially at Hiebner's, since he, alongside the 1st prisoner Hop, was in the room, helped break open the desks, and handed over the stolen goods to the 3rd and 4th prisoners and defendants. Article 55. That the 3rd and 4th prisoners and defendants proceeded equally, as the 3rd prisoner stole 3 sheep from the aforementioned van Blerk and likewise three sheep from the former Burgher Councillor, Mr. Jacobus van Reenen, and the 4th prisoner, with the 1st prisoner and defendant, took away the bull from Breda, 56. while they were also present at the theft at the house of Hiebner, received the goods, and transported them to their dwelling place. 57. That furthermore the 5th prisoner and defendant gave the 1st and 2nd prisoners and defendants the opportunity for this theft; that he thus assisted them with advice prior to that theft, and supported them with deeds during the perpetration thereof, by pointing everything out and, in order to prevent that theft from being discovered or hindered, going to see whether his fellow slaves were all in proper rest. 59. That the 6th and 7th prisoners and defendants always provided the aforementioned Hop, or the 1st prisoner and defendant, with maintenance, thus affording him as much convenience as possible during his flight, and willingly and knowingly concealed and kept him hidden whenever he was sought by the authority of Justice. 60. The further investigation therefore will only have to concern what punishment should be imposed upon the prisoners and defendants. 61. That the Officer Prosecutor, regarding the determination of the punishment that the first 4 prisoners and defendants might have deserved, believes he must note that, first of all, cattle theft, which it is true according to the strictest rules of the law deserves a death penalty, nevertheless

Dutch transcription

ged: hem daar van altoos rykelijk hadden voor„ „zien. dat hij dikwerf in het huis van meerm: heere van Echten geslaapen had vooral wanneer hij vernam dat men om hem op te zoeken en te vangen, was uitgegaan. a eindelijk dat hij 1e gev: en ged:e eens 2 volle daagen in't hoenderhok aldaar was verbor„ „gen gehouden als wanneer den 6 gev: en ged: gezegd zoude hebben dat er een Commando van Hottenlotten op hem was afgegaan. en dat men hem voorts wel 2 Jaaren lang telkens in diervoegen aldaar had Cache gehouden gelyk uwe Ed: Achtb: uit de door hem 1e. get: en ged: beantwoorde Interrogatorien en wel art: 26, 29, 31, 32, 38, U4, 4%, 50, 51, en 52, gecorroboreerd door de beantwoorde articulen van de 2, 3, en 4 ge en ged:n met meerdere zal kunnen Consteeren. hebbende de eerste geot en ged: ook nog een geweer, dat door den 5 gen: en ged: uit het tuinhuis van zyn vorige Lyfvrouws voorm. wede Ekhart, weg„ „genoomen, en aan hem 1e gev: en ged: gegeeven is, bij zig gehad. 50 zonder oogmerk nogtans om daar meede /:zo hij zegd:/ iemand leed te doen 51 maar om het zelve slegts tot schieten van dasjes en ander wild te emploijeeren. 52 Dat dus de particuliere misdaden van de gev: en ged: hier in bestaan de. dat den 1e gev: en ged: heeft gestoolen twee paar„ 53 „den van Otto en een bul van breda, dat hij het vengster van het huijs van hiebner heeft opengetroken, in de kamer is gegaan en aldaar met een hark de beraux openge„ „brooken, mitsg„s met behulp van de andere ged: en gedade vooren aangehaalde goederen gestoolen heeft. dat den 2 Jeor en ged: Mozes. almeede als den principaalsten dief behoord te worden aange„ merkt en wel voornamentlijk bij Hiebner daar hij neevens den 1:e Jen: Hop is in de 54 48 kamer geweest de bureaux heeft helpen open„ „breeken en't gestoolene aan de 3 en 4 gev: en Ged: ter hand stellen. Dat de 3e. en 4e: get: en ged: equaal hebben gepro¬ ceerd, als hebbende den 3 gev: van voorsz: van Blerk 3 en van de oud Burgerraad de heer Jacobus van Reenen insgelijks drie schaapen gestoolen, en den 4. e gev: met den 1:e gev: en Ged: de bul van Breda weggenoomen terwijl zy noch bij de diefte aan het huis van Hibbner meede zyn praesent geweest, de goeden„ „nen hebben aangenoomen en na hun verblijf plaats vervoerd. — dat voorts den 5 geos en ged: den 1:e en 2 gev: en ged: de geleegendheid tot deezen diefstal heeft aan de hand gegeeven - dat hij hun dus voor dien diefstal met raad heeft bygestaan, en bij het pleegen daar van met er raad heeft ondersteund, door alles aan te wijzen en ter voorkominge dat die diefte niet zoude worden ontdekt nog verhindert, te gaan zien of zyn meede slaaven wel alle in behoor¬ „lyke zust waaren. dat den 6: en 7. gev: en ged: voorsz: Sop of den1„e gev: en ged: altoos van onderhoud hebben, voorzien - hem dus in zyne vlugt zo veel Comoditeit als mogelyk was hebben toegebracht en denzelven willens en weetens wanneer hij door het gezag der Iustitie is opgesogt, hebben verbergen en Cache gehouden. het verder onderzoek mitsdien nog maar alleen zal moeten gaan, welke straffe aan de gev: en geds zoude dienen te worden op„ „gelegd. dat de r: O: Eyss„r omtrend de bepaling der straffe welke de 4 eerste geos en ged: zou hebben ge„ „moriteerd vermeerd te moeten aanmerken dat voor eerst de vee diefte, die wel is waar volgens de slrietste zegulen van het recht eene dood stratte meziteerd, dezelve egter kamer om 45 46. 47. 49 Art: 55 56 37. 59 60. 61

NL-HaNA_1.04.02_4329_0401 view scan ↗

English

Art: 62 Art: 69 because of the situation of this country and the constant practice, it has never been, nor can it be observed. and with respect to the theft accompanied by burglary committed at the house of Hiebnet, the same can likewise not be classified under those violent and forceful burglaries and thefts, or those which according to the interpretation of the law warrant a death penalty; but that the opportunity which was procured for the first and second prisoner and defendant by the 6th prisoner, and the loose fastening of the said window, as they were able to open it from the outside very easily and with little force, places the same much rather among those types of thefts whose punishments are for the most part left to the discretion of the judge, in order to punish such persons proportionally according to the nature of the act committed, 64. but that it nevertheless tends to no small aggravation of the 1st prisoner and defendant that the punishment which he, the first prisoner and defendant, already underwent in the year 1778 by sentence of this court, likewise on account of theft, seems to have made little impression on his conscience and his further conduct. 65. and that he therefore, on this account, pursuant to the respective edicts of the country's high authorities of 16 December 1595 and 19 March 1674, wherein it is clearly stipulated that a simple thief is whipped for the first time, whipped, branded, and banished for the second time, and finally hanged for the third time, will also, in this regard, have subjected himself alone to a differentiated punishment above the second prisoner and defendant, who, except for some circumstances, has offended equally with him. 68. 63. just as this distinction, in the understanding of the Officer Prosecutor /subject to correction/, ought likewise to be taken into consideration between the crime of the 2nd and that of the 3rd and 4th prisoner and defendant. 66. Considering that they, the 3rd and 4th prisoner and defendant, were only helpful to the first prisoners and defendants in committing the theft, 67. furthermore concealed the theft and transported and carried the stolen goods to their dwelling place. as can be seen very amply regarding both the one and the other in the work of Mr. Carpzov: Practica Criminalis Part 2, Question 87, Paragraph 38 et seq. and in all who have ever commented on this subject. 71. And departing herewith from the first four prisoners and defendants, the Officer Prosecutor will briefly remark concerning the 5th prisoner and defendant: 73. that he, the 5th prisoner and defendant, cannot be considered so much to have made himself guilty of theft, 74. as rather that he has acted faithlessly toward his master. 72. 75. because a theft is never held to be a complete theft when the thief did not intend any gain or advantage thereby, nor comes to enrich himself with the stolen property. 76. and he, after having shown the opportunity to the first four prisoners, went to the galley to see if everything was properly quiet. 77. Without it appearing anywhere that he, the prisoner and defendant, appropriated one thing or another for himself. 78. he, the 5th prisoner and defendant, nevertheless having effectively supported the thieves and given them the opportunity to commit that theft, and that at the house of his own master. 19. 79. for which crime of the 5th prisoner and defendant, therefore, not a death penalty, but an arbitrary corporal punishment according to the exigency of the matter is judged to be appropriate. 80. And as far as concerns further the 6th and 7th prisoner and defendant

Dutch transcription

Art: 62 Art: 69 om de situatie van dit land en de Constante prac „tycq nimmer is, nog kan worden in obser„ „tantie genoomen. en met betreking tot de aan het huijs van Hieb „net gepleegde diefte met braake verzeld, de„ zelve almeede niet kan worden gerangeerd onder die violente en geweldadige braake en diefstallen, of dewelke volgens de interprae„ „tatie van de wet eene dood scraffe gestatte„ maar dat de geleegendheid die den eerste en twee de gev: en ged: door den 6 gev: daar toe is geprocureert en de dissolubele sluijting van 't gerep„t vengster, als hebbende zy het zelve van buiten zeer gemakelyk en met wijnig forte kunnen opentreken dezelve veel eer plaatsen onder die soorten van dief„ stallen als welkers straffen meestendeels Aan het arbitrium van den rechter gelaaten zyn, omme de zodanigen naar den aart van het gepleegde evenzeedig te punieeren, 64. dan dat evenwel tot geen geringe verzea„ „ring van den 18 gev: en ged: is strekende dat de stratt die hi eerste gev: en ged: heedes 65 in 't Jaar 1778 bij sententie van deezen haare insgelyks weegens diefte, heeft ondergaan, weynig indruk op zyn, gemoed en zyn verder gedrag schijnt gemaakt te hebben. ,en dat hij dus uit dien hoofde Conform, de resp„ placcaaten van 's lands hooge overigheid van den 16 december 1595 en 19 Maart 1674. alwaar dui„ „delyk bepaald word dat een enkele dief voor de eerste deese gegeeseld, voor de tweede maal gegeeseld gebrandmerkt en gebannen en eindelyk voor de derde heeze gehangen word. zig ook alleen, ten deesen aanzien aan eene ge„ distingueerde straffe boven den tweeden gev: en ged:, die behalven eenige omstandigheeden met hem equaal heeft gepeceerd, zal hebben onderreevig gemaakt. gelyk dit onderschijd dan ook naar het begrif van den 4: O: Eisscher /onder verbeetering even 68 63 also tusschen de misdaad van den 2 en die van den 3 en 4: gev: en ged: behoort in Consideratie te koomen. Gemerkt Ly 3: en 4 gev: en ged: de by de eerste gev: en ged. bij het pleegen van den diefstal al„ „leen maar zyn behulpzaam geweest. den diefstal voorts verzweegen en het gestoolene naar hun verblijf plaats hebben getranspor„ „teerd en overgebracht. zo als zulx zo wel omtrend het een als omtrend het ander zeer ampel kan worden, gezien bij den Heere Carp Loo: pract: Crem: P 2 quast 87 § 38 et segg en bij alle die immer over dit suyct hebben gecommentarieerd. — En hier meede van de vier eerste gev: en ged: af„ „stappende, zal de r: O: Eysscher nopens den 5 gen: en ged: kortelijk demarqueeren. 73 dat hy 5 gev: en ged: niet zo zeer kan worden, geconsidereerd zig aan diefstal te hebben, schuldig gemaakt. 74 als wel dat hy trouwloos omtrend zyn, meester heeft gehandeld. terwil een diefstal nooyt voor een volmaakten diefstal gehouden word wanneer den dief daarby geen gewin of voordeel heeft bedoeld gehad, nog zig met het gestoolene komt te verrijken. en hij na de vier eerste gev, de geleegendheid te hebben aangeweesen, zig naar de Combuis heeft begeeven om te zien of alles wel behoor„ „lyk in rust was. 77. Zonder dat het ergens blykt dat hij get. en geds zig het een of anders zou hebben toegeeijgend. hebbende hy zegev: en ged: egter des niet tee„ „genstaande de dieven met er daad onder„ „steund en hun tot het pleegen van dien diefstal de geleegendheid en wel bij zyn eigen brood heer, aan de hand gegeeven. op welke misdaad van den 5 gev: en ged: dan ook geene doot, maar naar exegentie van zaaken eene willekeurige Lyfdrukkende straffe word geoordeelt te behooren. En wat nu verders den 6: en 7 gev: en ged: betreft 72. 75 alzo die „eerd is. — 66 67. 78 19. 80 76 71

NL-HaNA_1.04.02_4329_0402 view scan ↗

English

Article 81 Article 89 who did not hesitate, according to the dictum of the own confession of the 6th prisoner and the interrogation of the first prisoner and defendant, to provide him, the first prisoner, with food and maintenance for two years already, and to afford him every facility during his wandering. And whenever he, on account of his long abscondence, was tracked down with all vigor, to hide him now in the house of their master, then in the chicken coop and elsewhere, and to provide him with food, yes, also sometimes with clothes and other necessities, the Officer-Plaintiff solely implores Your Honorable's usual prudence regarding the grievous consequences that are constantly to be feared from such unlawful assembly of slaves. Especially when they are supported therein in such a manner as experience has brought to light in this case. While all efforts made to gain control of the 1st prisoner and defendant, who was known as a notorious evildoer and vagabond, were hereby rendered illusory and fruitless. And he, the first prisoner and defendant, if he had not been caught entirely by chance in the hiding place always prepared for him according to his own statement by the 6th and 7th prisoners, namely the chicken coop of their master, might have been able to escape the hands of justice until this very moment, and thus for years to come. The Officer-Plaintiff is also, under respectful reverence, of the opinion that the crime of the aforementioned prisoners, in consideration of the ruinous consequences thereof and the necessity that such acts, in a land situated as this one is, must be countered with all possible circumspection, ought to be punished with a very rigorous sentence suited to the nature of the case and the interests of this Colony. However, that the specific act of the 6th and 7th prisoners and defendants also belongs among those types of crimes for which no specific punishment has been established, or could have been established, by the laws. And whose correction is therefore also left to the judgment of the judge. But whereas, finally, with regard to the 7th prisoner and defendant, it comes into consideration that, notwithstanding he, the 7th prisoner and defendant, stubbornly and obstinately continues to persist in the negative, the truth of the charges brought against him can nevertheless be inferred quite evidently from all the circumstances. While this appears strongly presumptive both from the statements of the 6th prisoner and defendant, and most notably from those of the 1st prisoner and defendant. And the 1st prisoner and defendant repeatedly maintained the same with a remarkable countenance and even with the description of some small particularities before certain delegates from this Council and to the face of him, the 7th prisoner and defendant. The Officer-Plaintiff, however, by the stubborn and affected denial of him, the 7th prisoner and defendant, as well as by the defect of evidence residing in the person of his accuser, is rendered unable to determine a corporal punishment against him, the 7th prisoner and defendant, on account of the charges brought against him. Nevertheless, this suspicion, under wiser judgment, prevails over his denial to such an extent that the Officer-Plaintiff could not arrive at a conclusion to consider him entirely innocent and unpunished, or to release him from further judicial prosecution. For which and other reasons Colony and 82 83 84 85 86 87 88 98 97 96 95 94 93 92 91 90

Dutch transcription

Art: 81 Art: 89 die zig niet hebben ontzien, om, naar dictamen van de eigene Confessie van den 6 gev: en d' In„ „tern: van den eerste gev: en ged: hem eerste geo„ al zeedert twee Jaaren van kost en onderhoud te voorzien, hem in zyne omzwerving alle fari„ „liteit toe te brengen. en hem telkens, wanneer hy vermits zyne lange aufugie, met alle vigeur is opgespoord, aan in't huis van hunnen Lyfheer, dan in't hoen„ „derhok en elders te verbergen en van eeten Ja ook Lomtijas van kleederen en andere be„ „nodigtheeden te voorzien imploteerd de k: O: Eiss„r alleen uwEd: Achtb: ge„ „wone prudentie op de droevige gevolgen, die telkens uit diergelijke tsamen rotting van slaven te dugten zyn. voor al, wanneer zij daar in zodanig worden gesouteneerd als de ondervinding in deesen heeft aan den dag gelegd. terwyl alle aangewende pogingen, omme den 1:e gev: en ged: die voor een befaam den quaad„ „doender en landloopen te boek stond magtig te worden hier door is illusoir en vrugteloos gemaakt. en hij eerste gev: en ged: wanneer men hem niet gantsch toevallig, in de volgens zyn eigen„ opgaaf door den 6 en 7. get: altoos voor hem beschikte schuilplaats, namentlijk het hoenderhek van der zelven Lyfheer, had geat¬ „trappeerd, misschien tot op dit oogenblik en zo nog wel Iaaren lang de handen der Justitie hadde kunnen ontsnappen de RO: Eisschen dan ook /:onder Eerbiedige reverentie :/ van begrip is, dat de misdaad van de benJgesten, get.:. uit aanmerking van de ruineuse gevolgen, daar van en de noodzakelykheid dat diergelijke bedrijven in een land gesitueerd als dit, met alle moogelijke omsigtigheid werde teegen ge„ „gaan met een zeer rigoureuse straffe geschikt naar den aart der zaake en de belangens van deese Colonie behoord te worden gepunieerd dan, dat egter het gespecceerde van den 6: en / geb: en ged: almeede behoord onder die soorten van misdaden waar teegen bij de wet¬ „ten geen bepaalde straffe is gestatueerd ofte gestatueerd heeft kunnen worden. en welkers Correctie dus ook aan het oordeel van den hechter overgelaaten blijft. Maar vermits eindelijk nog met betrekking tot den 7:e gev: en ged: in Consideratie komt. dat niet teegenstaande hij '7 gev: en ged: hals„ „tarrig en met slijve zaaken bij de negoti„ „ve blyft persisteeren de waarheid van het aan hem ten lasten gelegde egter uijt alle omstandigheeren vri evident is op te maaken. terwyl zulx zo uit de gezegdens van den 6 gev: en ged: als wel voornamentlijk uyt die van den 1e. gev: en ged: zeer praesumptie voorkomt en den 1e. gev: en ged: het zelve met eene bylon„ „dere Contenunce en zelfs met omschrijving van eenige kleine particulariteiten voorzee„ „ren gecommitt: uit deezen Raade en in facie van hem 7 gev: en ged: iterativelik heeft staan„ „de gehouden. de R:O Eisscher egter door de hartnekige en geaffecteerde ontkentenis van hem Jgev: en ged:, gelyk ook door het defect van be„ „wijs 't welk in den persoon van zyn beschul„ „diger resideerd, buyten staat gesteld word om teegens hem 7e gev: en ged: weegens het aan hem ten lasten gelegde eene lyfdrukkende straffe te kunnen bepaalen. zo pravaleerd nogtans dezelve suspicie /:onder„ „wyzer ofordeel:/ boven zijne ontkentenis zoda„ „nig. — dat de R:O: Eisscher niet heeft kunnen vallen in een begript, om hem als geheel onschul„ „dig en straffeloos aantemerken of van de verdere rechterlijke poursuites te bevryden Mits welke en andere deevenen Colonie en 82 83 84 85 86. 87 88. 98. 97. 96 95 94 93 92 9. 90.

NL-HaNA_1.04.02_4329_0403 view scan ↗

English

in due course, if necessary, to be further deduced, the officer making the demand and concluding that the first six prisoners and defendants shall be condemned to be taken to the place where it is customary here to execute criminal sentences, and there the first, second, third, fourth, and fifth prisoners and defendants, Sop, Mozes, Francies, Tek, and Fortuin, shall be handed over to the executioner, and the first prisoner and defendant, Sop, shall be exposed to public view under the gallows with a rope around his neck; the first, second, third, fourth, and fifth prisoners and defendants each to be tied to a post, while their bare backs are severely flogged with rods, and, after the first prisoners and defendants Sop and Mozes have been branded thereon, they shall be riveted in chains, in which the first prisoner Sop for the term of his natural life, the second prisoner Mozes for 13 years, the third and fourth prisoners and defendants Francies and Tek each for five years, and the fifth prisoner Fortuin for 3 years, shall labor at the Honorable Company's public works on Robben Island; that furthermore the sixth prisoner and defendant Cesar, after having witnessed the execution and being soundly boot-thrashed by the cafre officers, shall likewise be sent back to his master riveted in chains for 3 years; and that Your Honorable Worships please dispose concerning the seventh prisoner and defendant Brein of Ambon in such manner as Your Honorable Worships, according to the exigency of the matter, shall deem proper, with the condemnation of all the prisoners and defendants in the costs and expenses of justice, or to such other end as Your Honorable Worships in good justice shall find proper. Was signed: G. Exter. In the margin: Exhibited in court on 14 December 1786. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government the burgher Petrus Johannes Hiebner, of competent age, who, upon the requisition of the pro interim fiscal here, Sieur Gabriel Exter, declared it to be true: That the deponent, having risen on the morning of 9 August last and gone into his front room, immediately found the window open and the sash pushed up, as well as his bureau standing in that room broken open, whereupon there was missed by the deponent from his bureau 50 rds in paper money, 26 rds in gulden pieces, and 30 rds in old money; furthermore, a double silver purse clasp with six pocket pieces, 9 silver spoons, one ditto sugar box, one ditto cooler bowl with four spoons and 5 forks, while likewise a copper tea caddy and 2 sacks of flour that had been standing in the same room were also taken, just as from a certain back room where the laundry was usually kept, a blue handkerchief, an empty canvas bag, a woman's skirt, a man's shirt, a tablecloth, 2 woman's nightcaps, and a small canvas bag had gone missing on that night. That the deponent, having been summoned the next day to the burgher lieutenant, the man Pieter van Breda, learned from him that he had been in the mountain and had found there some goods, among which were some of the deponent's, whereupon the deponent also received back from the said man Breda: 2 muids of flour 9 silver spoons 1 ditto sugar box 1 ditto cooler bowl with 4 spoons and forks 1 woman's skirt 1 tablecloth 1 man's shirt 2 woman's nightcaps 1 small canvas bag, and some sewing thread; the deponent declaring that when a certain slave of the widow Ekkhard named Sop was captured and brought to the garden of Johannes Rauch, the said Sop then related to the deponent that he had asked the slave of the deponent named Fortuin of Madagascar for food, and had received as an answer from him that he had no food, but that in the front room of the deponent's house there happened to be two muids of flour; that Sop had therefore, with some of his confederates, pulled open the window of that room from the outside and thus entered the room, while the bureau was then allegedly broken open by Mozes, being a slave of Tesselaar. Declaring nothing more, the deponent gives as reasons for knowledge as in the text, being prepared, if required, to substantiate the same at all times with a solemn oath. Below stood: Thus done at the Cape of Good Hope on 5 December 1786, before the gentlemen Willem Ferdinand van Reede van Oudtshoorn and Johannes Matthias Bletterman, as commissioners, who have duly signed the original minute hereof together with the deponent and me, the secretary. Lower: Which I attest. Was signed: C. v. Aerssen, secretary. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the slave Sob of Madagascar, who to the adjoining interrogatory points has given such answers as are noted beside the same. Articles drawn up and delivered to the gentlemen commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of the Castle of Good Hope, in order that Job of Madagascar, bondsman of [illegible], be heard upon the requisition of the pro interim fiscal G. Exter. Thus reviewed and sworn to at the Cape of Good Hope on 8 December 1786. Was signed: P.s J.s Hiebner. Lower: In my presence. Signed: C. van Aelssen, secretary. In the margin: As commissioners, signed: W. F. Reede van Oudtshoorn and J. M. Bletterman. Below stood: Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the burgher Petrus Johannes Hiebner, who, this his preceding declaration having been read aloud to him clearly and distinctly, declared that he persisted by it, desiring that nothing more shall be added to or taken from it, and therefore spoke, in confirmation of the truth thereof, the solemn words: So truly help me God Almighty. Review.

Dutch transcription

in tyd en wijlen /: is 'z nood:/ na„ „der te deduceeren de r: O: Eesst Eisch doende Concludeerende dat de zes eerste gev: en ged:e zullen worden gecondemneerd omme gebracht te worden ter plaatse daar men alhier gewoon is Crimineele gewijsdens te execu¬ „teeren en aldaar den 1„e 2„e 3„e 4:e en 5„e Gev: en ged: Sop, Mozes, fran¬ „cies, Tek, en fortuin aan den scherpzechter overgeleeverd en den 1:e gev: en ged: Top met een strof om de hals onder de galg te pronk gesteld, zynde zij 1:e: 2e 3e: 4„e en 5„e gev: en get: ieder aan een paal zullen gebonden wor„ „den, terwyl zy na met toe de op de bloote zugge strengelijk gegeesseld ende by de eerste gev: en ged: Sop en Mozes daar op Gebrandmerkt te zyn in de ketting zullen geklonken worden omme daar in den 1e gev: Sof den tyd zyns leevens den 2 gev: Moles voor 13 Jaaren de 3„e en 4en gev: en ged: francies en Jek ieder voor vijf en den 5 gec: forttien voor 3 Jaaren ten lobben Eilande aan 's E: Comp„s gemeene werke te arbyden, dat voorts den 6: geeen ged: Casar. na de executie te hebben aanschouwd en door de kaffers dapper ge„ laarst te zyn insgelijks voor 3 Jaaren in de ketting geklom„ „ken aan zynen lijfheen te rug gezonden zal worden, en dat uwelEd:e Achtb„s omtrend de 7 e gev: en ged: brein van am„ Compareerde voor de ondergeteekende ge„ Committ uit den E: Agtb: Raad van Justitie deeses gouvernements den burger petrus Johannes Hiebner van Competenten ouderdom, dewelke ter requisitie van den prointerim fis„ caal alhier S„r gabriel Exter verklaarde hoe waar is. Dat den Comp„t den 9 Augustus laatstl: 's morgens ofgestaan en in zyn voorkamer gegaan zynde aldaar ten eersten 't vengster op en en de schuyfraam opgeschooven mitsg„s zyn in die kamer staande bureaux open gebrooken gevonden had als wanneer door den Comp„e uit zyn bureaux was vermisd 50 rd„s aan papiere geld 26 rd. s aan guldens stuken en 30 rd:s aan oud geld voorts een dubbelde silvere knip beugel meet ses potstukjes 9 silvere leepels een d„o zuyker trommel een d:o koelbakje met vier leepels en 5 vorken terwijl insgelijks een koper thee kisje en 2churren meel die in deselve kamer gestaan hebben, mede waren genomen gelyk ook uit zekere agter kamer daar 't was goed gewoonlijk in geborgen wierd sblau¬ „we neusdoek een leerige zeildoekse Lak een vrouwe rok een mans hembd een tafel laken 2. vouwe nagt mussen en een kleyn, zeil„ „boo zodanig gelieven te dispo„ „neeren als UwE EEd: Achtb: naar exigentie van zaaken zullen oor„ „keelen te behooren, met Conxem„ natie van alle de gev: en ged„s in de kosten en misen van Justitie ofte tot zodanigen an„ „dere fine als uwelEd: Achtb„s in goede Justitie zullen vinden, te behooren /:was getekent:/ G: Exter /:in margine:/ Exhé„ „betum in Iudicio den 14 de„ „cember 1786. — „bon doekse „doekse zak op die nagt absent waren geraakt dat de Comp„e 's anderen daags bij den burger lieutenant de manh pieter van Breda geroe„ pen zynde van deselve vernomen had dat hij in de bergh was geweest en aldaar eenige goede„ „hen, waar onder van den Comp„s zommige wa„ „zen gevonden had, als wanneer den Compt dan ook van denzelven manh Breda 2 Muidem Meel 9 zilvere Leepels 5 d„o zuyker trommel 1 d o koelbakje met 4 leepels en vorken 1 vrouwe Rok 1 tafel laken 1 mans hembd 2 vrouwe Nagt mussen 1 kleine Zeildoekse Lak en wat naaij gaarn had te rug bekoomen verklaarende de Comp„te dat wanneer zeeke¬ „ze Slaaf van de Weede. Ekharts sopgenaamt gevangen en in de thuin van St. Johannes Kuuche gebragt is den zelven Lop als toen aan den Comp„t heeft verhaald dat hij aan den slaaf van den Comp„s in naame forttien van Madagasaar om eeten gevraagd en door denzelven ten antwoord bekoomen, hebbende dat hij geen eeten had maar dat in de voorkamer van 't huis van den Comp„te zig twee midden meel quamen te bevin„ „den he sop derhalven met eenige van zyn Complot 't vergster van die kamer van buiten had op engetrokken en zo in de kamers ge„ „koomen, wat terwijl als toen de bureaux door Mozes zijnde een slaaf van tesselaar zou zyn opengebrooken. N iets meer verklarende geeft de Compte voor reedenen van weetenschap als in den text bereid zynde zulx des gerequreerd wordende ten allen tijde met solemneele Eede te staven /:onderstond:/ Aldus gepasseerd aan Cabo de goede„ Hoop den 5 december 1786. - voor de heeren Wil„ „lem ferdinand van Reede van Oudtshoorn Compareerde voor ons onder Erticulen gedaan maa„ „geteekende gecommitt: uyt den ken en aan heeren gecommitt: E: Achtb: Raade van Justitie Uijt den E: Achtb: Raade van dezes gouvernements den Justitie des Casteels de goede Slaaf Sob van madagassar Hoof overgegeeven omme ten dewelke op de nevenstaande requisitie van den prointezin vraag poincten zodanige ant„ Fiscaal 9: Exter daarop ge„ „woorden gegeeven heeft, als hoord te worden Job van bezyde dezelve aangeteekend madagasaar Lyfeygen van Aldus gerecolleerd en Beedigt aan Cabo de Goede Hoop den 8 december 1786. /(was getekent:/ P:s P:s Hiebner /lager:/ Mi prae„ „sent /:getekent./ C: van Aelssen secret: /in Margine:/ als gecommitt:s /:getekent:/ W V„n f: Reede Van Ouatshoorn en I: M: Blet „tterman. — /:onderstond:/ Compareerde voor ons onderget: gecommitts uit den E. Agtb: Raad van Justitie deeses gou„ „vernements dden burger petrus Iohannes Hieb„ „net dewelke deeze zyne voorenstaande verklaa¬ „zing klan, en duydelyk voorgeleesen weesende verklaarde daar by te blyven persisteeren begeerende dat er niets meer bij gevoegd of van gedaan werden zal. en sprak dier¬ „halven ter bevestiging der waarheijd van dier de solemneele woorden Soo waarlyk helf mij god Almachtig. Recollement. en Ioh:s Matthoas Bletterman als gecommitt: die de minute dezes benevens de Comp„te en mij secretaris meede behoorlijk hebbe, onder„ „teekend. /:lager:/ t welk ik getuijge /: was ge„ „tekent:/ C: V: Aerssen secretaris. staan de 6 187

NL-HaNA_1.04.02_4329_0405 view scan ↗

English

Article 1. To stand interrogated, the respondent being the widow Ekkart, currently the Company's slave; his responses to be given shall be properly recorded in the margin hereof. The interrogate's name, place of birth, age, and whose bondsman he is. Answers: Sob of Madagascar, estimated age 30 years, bondsman of the widow Jan Hendrik Ekkert. Article 2. How long ago it is that he absconded, and why. Answers: About 2 years ago, because he had wanted to steal sheep with his fellow slave Jacob and 2 boys of the Heer van Echten, Daniel and Fortuin, in the kraal of the Heer van Schoor, but upon the barking of a dog had taken flight, and that he absconded out of fear that this would be discovered. Article 3. Where and when he, having absconded, proceeded to, and who else was with him. Answers: First to have absconded to the Table Mountain with his fellow slaves Jacob and Vortuin, and that afterwards two more boys of Simon van Blerk named October joined him. Article 4. Whether the interrogate did not immediately or shortly thereafter proceed to the Hanglip, and with how many runaways they were there. Answers: That the 6 of them aforementioned proceeded around Stellenbosch, and that Jacob, Fortuin, and Sephta being captured shortly thereafter, the interrogate returned to the Table Mountain with October alone; that thereupon a boy of van Blerk named David and 2 boys of Franke named Mentor and Salomon joined them, and from there the 3 of them went to the Hanglip. Article 5. Whether the interrogate did not commit even more and other thefts as long as he stayed around the Hanglip. Answers: That when they stayed around Stellenbosch, they stole nothing else at that time but some garden fruits; and that at the Hanglip they sustained themselves with fish. Article 6. Whether he, the interrogate, does not know who stole six oxen and shortly thereafter 2 turkeys from Cornelis van Nieuwkerke. Answers: That at that time he was already on the Table Mountain, but that he had heard from the freeman Brein that a Commando had been sent out to search for those thieves. Article 7. Whether the interrogate with some of his companions was not also at the farm of Otto and there stole 2 horses, which they ate together. Answers: Answers as before on Art. 15. Article 8. Whether they were not pursued on this occasion, and the interrogate was shot and quite severely wounded. Answers: Answers yes. Article 9. Whether he was not also present when at Willem Borkel's the window of the mill was broken open and all kinds of tools and goods were stolen therefrom. Answers: Answers that after he had received that gunshot, he returned to the Table Mountain with David and Mentor along with another boy of Louw Carolus named [illegible], and thus was not present at this theft. Article 10. Whether the interrogate did not also help plunder the wagon of Arnoldus Flok, and from the first broken-open small chest took various silver and paper money and some other items. Answers: Answers not to have been present there, but that the boy of van Blerk, Pedro, had told the interrogate that he had stolen from a wagon, and taken from it a calabash with powder, a knapsack, and a chisel. Article 11. Whether he did not also break in at the Bay, specifically into the Company's slaughterhouse, and steal a sum of silver and paper money along with some articles of clothing from the chest. Answers: Answers never yet to have been at the Bay. Article 12. Whether the interrogate for that purpose did not make a hole in the roof through which he crawled inside and lowered himself down. Lapsed. Article 13. Whether the interrogate did not receive a sum of twenty Rixdollars for his portion. Lapsed. Article 14. How long ago it is that he was wounded, and who tended his wound. Answers: Further says that they thought it would be better that they were captured here near his own garden rather than out in the country. Article 15. Whether the interrogate furthermore did not enter through the window accompanied by Daniel, broke open a desk, and took all kinds of goods out of it. Answers: Says that they wanted to shift all the blame onto him because he had absconded, as they themselves told him. Article 16. Whether this did not happen shortly after he broke into the house of Debonnaire and stole. Answers: Says not to have been present there himself, but that two boys of the Heer van Echten, namely Said and Daniel, who had committed this theft, told the interrogate so. Article 17. Whether the interrogate had not arranged beforehand with the said boys that they would go steal at Debonnaire's. Answers: Says no. Article 18. Whether the interrogate did not do this with Said and Daniel, the boys of the Heer Johannes van Echten. Lapsed. Article 19. Whether these goods were not tied together in a bundle by the interrogate and then handed out through the window and received by Said. Lapsed. Article 20. To whom and by whom the same goods were carried away, and what the interrogate and his companions enjoyed thereof. Lapsed. Article 21. Whether the interrogate did not open the window with a chisel that the interrogate had with him. Lapsed. Article 22. Whether he furthermore did not come at night with a lamp into the slave house of the said Heer van Echten in order to wake up and fetch the aforesaid slaves. Answers: Says no.

Dutch transcription

staan Na gissing 30 Jaar lyfeygen zegt N een. — Des gevr: Naam Geboorte plaats Vervalt. Zegt. Sob van maragasear oud Ouderdom en wiens Leyfeygen hij van de weede. Jan hendrik Ekkert. Hoelang 't is geleeden, dat hij Off hij gevz: voorts niet door zegt. omtrend 2 Jaaren, om dat hij zegt. dat zij al de schuld op hem schaapen had willen steelen, met van zyne overleezen Lyfhoor daniel verzeld door 't verster Geor: hebben willen schuiven is opgedrost en waarom. naar binnen gekomen syn den zyne meede slaaf Jacob en 2 Jon„ „gens van de Heer van Eehten da„ een Comptoir opengestooken en „niel en fortuin in de kraal van de heer van schoor, doch op 't allerlei goederen daar uyt hebben. blaffen van een hond de vlugt hadden genomen, en dat hij uit genoomen heeft vrees dat zulx ontrekt zoude worden, is gearost. om dat hij weg gedrost was, gelyk zy hem zelvs verhaald Vervalt. Off het niet kort daarna is ge¬ Legt. daar zelve niet bij te zyn geweest doch dat schied Toen hij in 't huijs van de„ twee Jongens van de Heer „bonnaire heeft ingebrooken en van Echten in name said en daniel, dien deezen diefte ge„ „pleegd hadden, hem gever: zulx gestoolen. Zegt. Neen. Off hij gevr: niet van te vooren waar en toen hij gevr: voorts met gem: Jongens heefd afge„ zegt. eerst te zyn opgedrost na opgearost zynde zig heeft be„ „sprooken dat zij bij rebonaire de tafelberg met zyn meede „geeven, en wie nog met hem zoude gaan steelen. Slaaven Jacob en Vortuin en is geweest. dat zig naderhand nog twee off hy voorts niet in de nagt Jongens van Simon van Blerk El hij gevr: zulx niet heeft Vervalt. gedaan met said en daniel bi de Jongens van de Heer Joh. s van Eehten! Art 1. „de wed:e Ekkart Thans 's heeren gevr: zullende deszelvs te geevene Responsiver in Margine dezes be„ „hoorlyk worden bekend gesteld. of deeze goederen niet van hem gevr: te zamen in een bondel gebonden en dan door 't venster uitgegeeven en van Laijd in Ontvangst zyn genomen geworden. ij wien en door wien dezelve gocderen zijn weggebracht ge„ „worden, en wat hij gevn: en zyne makkers daarvan genooten hebben. Et hij gevr: niet 't verster met een bytel, die hij gevr: bij zig heeft gehad heeft opengemaakt. Art 7. met een slons in't slaven huis van gem: Heer van Echten is ge„ „koomen, om voorsz: slaven op tewekken en aftehaalen. met is „ 2. 3. „ 4. verhaald hebben. Vervalt. — „9. „ 10. „ 11. „ 8. bij hem hebben gevoegd in naame October. Legt: Sa. off hij gevr: niet directelijk ofte Legt: dat zij met hun 6 voorm: zich hebben begeeven omstreeks kost daar na zig naar de van stellenbosch, en dat als hanglip heeft begeeven en met toen Jacob, Portuir en Sephta hoe veel drossers zi zig aldaar bevonden hebben. kort daar of gevangen zynde hij gev: met october alleen wederom na de Tafelberg is gegaan dat daarop een Jonge van van Blerk gent. david en 2 Con„ „gens van Franke in Noame Menton en Salomon bij hun gegaan. zyn gekomen, en van daar met hun 3. na de hanglik zyn zegt: dat hij nadat hij die off hij niet ook meede Vervalt. schoot had bekomen met daar bij is geweest wanneer david en Mentor beneevens bij Willem Borkel 't verster van nog een Jonge van Louws Caro de moolen is opengebrooken en allerley instrumente en „lus genaamt wederom na goederen daar uijt zyn ge„ de tafelbergh is gegaan en dus bij deeze diete niet stoolen geworden. te zyn geweest. zegt wyders dat hun dagt doe het beeter waare dat hij hier na bij zijn eegen tuin als buiten gevangen wierden. — „ 22. off hij gemr: niet ook ses ossen Legt. dat hy die teyt al in de en kort daar na 2 kalkoenen Legt als vooren op art: 15. — Hoe lang 't is geleeden dat tafelberg was dog dat hij „ 14. Vervalt. off zil: niet bij dezen gelegend„ „heijd vervolgd, en hij gevraagte is geschoten en wel sterk gebles„ „seert geworden. „ 13. Of hij geves niet met eenige van zyn makers ook op de plaats van Otto is geweest en aldaar 2 peraarden heeft gestolen die zy t'zamen hebben opgegeeten. Of hij gevr: niet mede heefd helpe zegt daar niet bij te zyn ge„ „weest maar dat de Jonge van plondere de wagen van Arnol„ „dus flok, en uyt 't eerste open„ van Blerk, pedro hem gevr: gebrooken kistje verschyden zilver had verhaald, dat hij een wa„ en papieren geld en eenige an„ „gen bestolen had, en daar uit „ deze zaaken weggenoomen gehaald een kallebas met kan beytel. — Art: 17. kreuid een knapzak en een Legt. nog Nooit in de baai f als te zyn geweest. 18. hij niet ook in de Baaij 3 als in de Comp„s slagthuis heeft ingebrooken ean een som¬ „ma Silver en papiere geld beneevens eenige kleedings stukken uijt de kist gestollen. Off hij geoz: niet tot dien„ Eynde een gat in 't dak heeft gemaakt waar door hij is ingekroopen en zeg heijd afgelaaten „ 20. Off hij gevr: niet nog een somma van twintig Rijxdaal„ ders voor zyn portie heeft ge¬ 1 zegt dat toen zij zig omstreeks off hij gevr: niet nog meer stellenbosch hebben opgehou„ en vanderen dieften heeft be„ „den, zij als toen niets anders gaan zo lang hij zig omtrend als eenige tuin vrugten hebben de hanglip heeft opgehouden gestoolen En dat zy zig aan de hanglip met schipp: iussen vrijman Brein, dat er een helpen steelen! Commande gezonden was, om die dieven op te zoeken. had hooren verhaalen van den van Cornelis van Nieuwkerke heeft Ast: 12. had van - - zegt Ia: „ 15. hebben erneert „had. 8 1 19. — hij 1

NL-HaNA_1.04.02_4329_0407 view scan ↗

English

Art. 23. Whether the examinee, from the time he arrived at Table Mountain, always stayed there, or has also been to other places. Says that after he was shot, he always stayed on Table Mountain. Art. 24. Who his first companions were who joined him, and how they parted from him; whether no more runaways joined him, and of how many persons his gang consisted. Says that those three boys, Carolus, Jephta, and Mentor, went home again from him; that afterwards a boy of Calmijer named Coridon came to him, along with some runaways who came successively from time to time; but that his last gang consisted of the examinee, Mozes of Jacobus Pesselaar, Fortuin of Pieter Hiebner, Francois and Pedro of Simon van Blerk, Jek of Frans de Nekker, and April of the dragoon Peldbron, as well as Madig of Doctor Le Sueur. Art. 25. Whether the examinee did not often come into the garden of Mr. Joh:s van Echten, and what the examinee did there. Says that he stayed daily in the garden of Mr. van Echten, except for the time when he was at Hangklip and around Stellenbosch. Art. 26. Whether the examinee did not obtain more food from the vegetables of the late Mr. van Echten and several others, while they stole vegetables, sheep, and cattle. Says that because he always obtained his food from the garden of Mr. van Echten from his slaves, he did not need to steal, but as this was not sufficient for all of them, the others stole. Art. 27. Whether the examinee did not, besides the bull of Breda and a cow of Versveld, steal still more. Says that Pedro and April drove the cow of Versveld to the mountain, which they slaughtered together, as well as a beast of Mr. van Echten; that he, the examinee, Jek, and April stole the bull of Breda, and that he was not present at the other thefts of sheep, but nevertheless ate of the meat, further saying that he knew nothing of the beast of Mr. van Echten. Art. 28. Whether the examinee, besides the sheep of Van Rheenen, Van Blerk, Loubsen, and Elser, did not help steal still others. Says as before. Art. 29. From whom and at what places the examinee mainly fetched vegetables. Says that he personally was always in the garden of his mistress and Mr. van Echten to seek sustenance. Art. 30. Whether the examinee, during his stay, did not have contact with [illegible] or other boys at the Cape, and received something or other from them. Says that the slave of Mr. Matthiessen named Cesar now and then brought the examinee some food, and that he further had no contact with any boys of the Cape. Art. 31. With whom he was mainly acquainted and who knew of his presence there. Says with Bren and Cesar, who always provided him with food and tobacco, and even brought him into the gallery while the boys of Mr. van Echten were making music, so that he was there. Art. 32. Whether the examinee, from the time he went away from there, where to and with whom. Says as before.

Dutch transcription

zegt, na dat hij geschooten is zig altoost op de tafelberg te hebben gehouden. — zij toe te zamen geslagt heb„„len een Beest van de Heer van off niet meerdere Drossers Carolus, Jephta en Mentor van zig bij hem gevr: gezeld hebben, hem weder na huis zijn ge„ en uijt hoeveel perzoonen syn „gaan, dat naderhand bij bende is bestaan. hem zyn gekomen, een Jongen van Calmijer gen:t Coridon beneevens eenige drossers die successivelijk af en toe zyn gekomen, dog dat zyn laatste Complot heeft bestaan uit hem gevr: Mozes van Jacobus Pesselaar, Fortuin van pie„ „ter Hiebner, Francois, en pechro van Simon van Blerk, Jek van Frans de Nekker, en april van de dragonder Peldbron, beneevens madig van doctor Le Sueur. zegt als vooren. — „ 26. tt zil:t niet tot meerdeze kost bekomen heeft uit den wijlen groentens. schapen, en beesten gestoolen hebben. Legt, dat wijl hij altoos zin tuin van d' Heer van Echten niet heeft behoeven te steelen, doch alzo dit niet voor hun allen genoegzaam was, hebben de andere gestoolen. — zegd: dat pedro en April off hij geer niet buyten den de koe van versfeld na de Bul van Breda en een koeij berg hebben gedreven, die van versveld nog heefd gestoo„ wie zyne eerste makers zyn geweest, dien bij hem gebr: gekomen, en hoe zij van hem afgeraakt zyn „ 25. zegt dat hij dagelijks zig Off hij geor: niet dikwils heeft opgehouwen in den in den thuijs van den Heer tuin van den Heer van Ectten Joh:s van Echten is gekomen behalvens dien tijd dat hij Een wat hij gevr: aldaar „aan de hanglie en omstreeks verrigt heeft stellenbosch is geweest. „ 32. Legt met bren, en Cesat de Met weer hij voornamentlijk „welke hem altoos van kosten kennis geweest is en wie van zijn praesentie aldaar en tobak hebben voorzien en heeft geweeten. hem zelvs in de galderij hebben gebracht terwijl de Jongens van de heer van Uhten musicieerden dat hij daar Legt. dat de slaaf van de Heer Of hij gevr: niet geduurende Matthiessen gen„t Cesar hem zijn verblijf met Houdt of Gevr: nu en dan wat eeten andere Jongens aan de Caab gebragt heeft, en dat hij heeft gemeenschap gehouwen, verder met geene Jongens en 't een of andere van hunt„ van d' Caab gemeenschap ontfangen. heeft gehouden. — „ 29. van ween en aan wat plaatsen zegt, dat hij voor zijn per„ Gesz: voornamentlijk heefd „soon altoos is geweest in de tuin van zyne Lyffrouws groente gehaald en de Heer van Echten omme levens onderhoud te zoeken Legt. als vooren. — heeft gestolen, dat hy beyde April de bul van breda „ben dat hy gtor Jek en Echten en meerdere anderen „ter mede van het vleesch gegeten heeft, wijders zeggen„ andere diefstallen van schapen niet bij is geweest, dog eg„ „de dat hij van het beest van de Heer van Achter niets wist. — of hij gevr: niet behalven de schapen van van Rheenen, van Blerk, Loubsen en Elser, niet nog andere heeft helpen steelen. Art. 28. Art: 23. waar hij aan den tafelberg is gekomen, zig altoos aldaar heeft ofgehouden, ofte nog aan, anderen plaatzen geweest is. off hij gevr: van den tijd af hij geor: van daar is weggegaan, waar na toe en met wien. zij „len dikwijls 1 Legt. dat die drie Jongens „ 24: „ e 30. „ 31. „ 27. van desselvs slaaven, hij dus

NL-HaNA_1.04.02_4329_0408 view scan ↗

English

often slept at night, eaten and drank with them in the evening in the bushes, that so much was stolen, and that all this was put to his account, and he, the interrogated, was with the young Fortuijn in the garden of Piet Hubner, who also provided him with food from time to time, and had acted together with the said slave Fortuijn. Article 33. Whether he, the interrogated, had not also often gone with this Fortuijn to help steal some linen that was broken at Hubner's, and meal from the room of his master's house. Answers that he sometimes went there, but was not present at the theft, as he went to fetch the carriage of the Heer van Echten. Moses says to his face that he broke open the desk with a garden rake. The interrogated persists and says that he did not go into the room, though he did go down with the conspiracy. 34. In what manner and with whose further help they carried this out. Answers as before, and that Moses and Fortuin must know this. 35. Whether he did not break open the chest and take papers and silver money, as well as some other silverware, out of it. Answers as before, and that he only first saw the money when they came back to them, while before he had only heard Fortuin speak of meal that they were going to fetch, because Fortuin was to join him. 37. Where he, the interrogated, brought these goods, and where they spent the money. Answers that they hid the meal that evening and brought it away from there the next day, and that they used the money to buy food whenever one of them went to the Cape. Says further that when he often intended to return to his master, the aforementioned Bren and Cesar held him back by saying that they would not dare to do it, the boys. Article 38. Whether he, the interrogated, was not the leader of the said gang or had any authority over it. Whether he did not dispose of the stolen goods and determine who could remain with the gang or not. Answers that none of them was the leader, but that each had to fend for himself as he, the interrogated, had done, because he only went to the garden of van Echten to fetch food. 39. Whether he, the interrogated, had not also on various occasions wounded and shot people dead. Answers no, that he had indeed made himself guilty of theft, but never of murder. 40. Whether he, the interrogated, did not have a firearm with powder and lead, and from whom he got it. Answers yes, and that he got that firelock from Fortuin along with a little powder and a horn, and that he made shot out of old pewter dishes. 41. For what use he, the interrogated, always carried it with him. Answers no, that he took it with him to shoot game, that it was never his intention to do harm to people with it, that he left it on the mountain most of the time when he came down. 42. Article 44. Whether he would have offered resistance, and in the garden of Hubner immediately shot at his servant. Answers as before. 45. Whether he did not do the like long before his desertion and before the theft at Debonnaire. Answers that when he still lived with Ekent, he did indeed steal vegetables and lemons. 46. Whether he, the interrogated, did not also carry out one thing or another alone, or was always accompanied by four men. Answers that they came upon the stealing of those horses because he did not care, and that the others did it. 47. Where he, the interrogated, then obtained clothes during this entire time, and a pot or kettle in which he cooked in the mountains. Answers that now and then he also received an old piece of clothing from Bren and Cesar, and that he took the kettle and the pot with him when he deserted. 48. Whether he, the interrogated, did not think he could stay there in peace, as it was not the first time he had hidden himself there, but had already done so for two years. Answers that he was very fearful of being discovered and caught there. 49. For what reason he, the interrogated, came back to this mountain, and whether he went straight back to Table Mountain alone or in a larger number. Answers yes, that he went as far as the ruins and got lost there and separated from the men, when he, the interrogated, and Pran got separated from the others, and he had food. Article 50. Whether he, the interrogated, since his return, had not kept and hidden himself for the most part here in the gardens. Answers that he was mostly alone at the Cape and in the garden of the Heer van Echten. 51. In what manner he, the interrogated, was able to hide himself on the estate of the Heer van Echten in the Hoeverhoek, and how long he was there. Answers that he was hidden for two days in the henhouse, because he had heard from Cesar that a commando of Hottentots was after them. 52. Whether he, besides the aforementioned thefts, had not committed any others. Answers no, that he had been nowhere else than in the garden of the Heer van Echten. 53. Whether he, the interrogated, will not confess to having made himself guilty in every way and very deserving of punishment. Answers yes, to being guilty and deserving of punishment. 54. Whether he, the interrogated, can still advance anything for his exculpation. Answers that he does not know what punishment he has deserved for deserting and stealing, but that he never made himself guilty of murder. Thus questioned and answered at the Cape of Good Hope, the 18th of November 1786, before the Gentlemen Johannes Marthinus Dozak and Andries van der Oorst. Was signed:

Dutch transcription

dikwijls snagts geslapen gegeeten en gedronken heeft met Aoond in de Bosjes hebben reekening wierd gesteld, en hij gevr: daar om soude, ge„ is geweest bij de Jonge Fortuijn in de thuijn van piet Hubner die hem van tyd tot tijd ook is geweest en met dezelve sla„ van Eeten heeft voorzien. — „ven Fortuijn te zamen heeft ge„ „daan. Art. 33. zegt, dat hij zomtijds daar ot hij g'oord„ niet mede dikwils Off hij gevr: niet met dies Fortuijn Helpen eenige Laken dat bij thiebner heeft gebrooken meele uyt de kamer van zyn lyfheeren Huijs heefd gestoolen. gegaan doch bij den diefte niet praesent te zyne ge„ „weest, terwijl hij na retuig van de Heer van Echten is gegaan. Moles zegt hem in faci dat hij met een tuinhark het Comp„ „toir heeft opengebrooken. De gevr: persisteert en zegt niet in de kamer te zyn ge„ wel mede na beneden is zegt, dat hij met dat Complot „ 34. zegt. als voren en dat Mozes wiens hulpe meer zij zulx verrigt hebben. Op hoedanige wijze en met Logt: dat hij die snaphaan en fortuin zulx moeten „ 3 Legt als vooren en dat hij het Off hij geen niet de kas heefd geld eerst heeft gestien toen opengebrooken en papieren, en zij weezom bij hun gew: zilvergeld beneevens eenig an¬ waren gekomen terwijl hij „ der zilver goed daar uit van te vooren alleen vaen heefd genomen. fortuin van meel heeft horen spreeken dat zyt zouden komen halen, wijl hij fortuin zig bij hem dogh te vervoegen t. „37. zegt, dat zij het meel dien waar hij geen, deeze goederen zegt Neen, dat hij zich wel off hy gevr: niet ook bi dan dieft maar nooit verschydene geleegentsteeden aan moord heeft schul„ Menschen verwond en dood „dig gemaakt geschooten. zegt. Neen, dat hij zulx niet off hij dan daar mede niet 42. Tot wat gebruik hij gevr: het heeft mede genomen, om zelve altoos heeft met zig wilt te schieten, dat het gedragen. nooit zyn voorneemen is geweest, om er menschen mede kwaad te doen, dat hij dezelve meesten tijds heeft boven gelaaten op de berg wanneer hy benede kwam.— „ 41. „ 40. zogt: sa, en dat hij 't zelve van Off hij geon: niet een geweer fortuen heeft bekomen bene„ heeft gehad met kruyd en „vens een weinig kruid en Lood, van wien hij zulx heefd een hoorn en dat hy hagel gekreegen heeft gemaakt aan oude tinne schotels. — Legt als vooren. — Legt! dat niemand van hun aanvoerder is geweest, maar dat ieder voor zich zoo als hy geors gedaan heeft. want dat hij maar na den tuin van van Echten ging om zelve heeft moeten zorgen gevoerd zij het geld hebben geimployeerd Cesat hem hier in t hebben tegengehouden, met te leggen om kost te koopen, wanneer en iemand van hun na de kaap verstooken en 'sanderen daags beland zyn. heeft gebracht en waar zi Art: 38. Off hij geen, niet aanvoerder van dezelve Bende is geweest ofte eenig gedag daar bij heeft Off hij dan niet over de ge¬ „stolene zaaken heeft dispo„ „neerd en wien bij de bende kost blyven ofte niet om zich weder na zyn Lyffdouw te begeeven, gem: Bren en zegt. wijders dat wanneer hij dikwijls van zints was geweest van daar afgehaald en dat Avond heeft dorst zoude de Jongens. — 8 dat er zoo veel gestolen wierd en dat dit alles op zijn geor„ „hangens af gerabraakt. „weest. — weeten. „ 35. 1 kost te haalen. — 1 ging. „ 39. Legt. dat hij meestentijds alleen aan de Caall en in den tuin van Ee H„ van Echten is geweest. zegt: dat zij gekomen zijn bij 't steelen van die paar„ andere heeft gedaan. „ 45. „den wijl hij de onbezorgte tb hij diesgelijke niet heeft zegt. dat toen hij nog bij gedaan lange voor zyn Ekent gewoont heeft, wel bij debonnaire. Drossen en voor den diefsta gerust meende te kunnen groentens en lamoene ge„ „stoolen te hebben zogt. dat hij nu en dan ook waar hij gevz: dan geduu„ een stuk oude kleeveren, „ zende dies geheele tijd van brein en Cesar heeft Aan kleederen en aan pot gekreegen en dat hij de ke„ of ketel is gekomen waar „tel en de pot bij zijn opdros„ in hij in 't gebergte gekookt straf verdiend te hebben „sen heeft medegenoomen heefd. Legt. Ia, „49. uijt wat hoofde hij gevr: tot in te ruinen en aldaar wederom aan dit geberft verdwaald en van deman is gekomen en of hij alle en Off hij geon niet eenigen tijd voor zyne gevangen neeming zyn verblijf plaats heefd veranderen en met zyn Bende weder naar de hang¬ „lip gaan willen. „ 48. zegt. dat hy aldaar heel Off hij gevz: dan niet be„ „vreest is geweest, ontdekt vertoeven, wyl 't niet den en gevangen te worden. eersten maal was, dat hij zich daar verborgen had, maar zulx al zedert twee Jaaren had gedaan — zegt: Ia schuldig te zyn en Legd: niet te weeten welke straf Off hij gevi: nog iets tot zyne hij over drossen en stelen vers Rooning zal kunnen by„ verdiend heefd, maar dat „ brengen. „den heeft schuldig gemaakt. hij zich nimmer aan moor„ Aldus bevraagd en beandwoord aan Cabo de goede Hoop den 18 Novbr: 1786. voor de Heeren Johannes Marthinus Dozak en /:onderstond: „53 off hij gevr: niet bekennen zal zig op alle wyze schul„ „dig en Leer strafwaardig te hebben gemaakt. Op hoedanige wyze hij gevz: zig op de plaats van de Heer van Echten in de Hoe„ „weest om dat hij gehoord „ verhoek heefd verbergen had van Casatdat er een kunnen, en hoe lang hij al„ Commando hottentotten of „daar geweest is. hun of waaren. zegtit een, dat hij nergens off hij buijten de vooraange Logh twee dagen in 't hoender anders is geweest als „haalde diefstallen niet nog „hok verborgen te zyn, ge„ Off hij gevr: niet ook 't een „gevoerd; ofte altoos van 4man is verzeld geweest. ofte andere alleen heeft uijt van de Heer van Echten. Legt. als vooren in de twin „berg is gegaan. „cies wederom na den tafel„ „deren afgeraakt zijn, wan„ off in meerder getal terug „neer hy geen: met Pran is gegaan. Ot. hy gevr: zedert zyn te heed komst niet de meeste tijd zig alhier in de thuijnen heefd op en verborgen gehou„ „den. Art: 50. zoude Tegenweer gedaan hebben en in aen thuijn van Hubner dadelyk naar desselvs kregt heeft geschooten. Art: 44. „deren Andries Oorst te doen. — „ 46. „ 47. . 2 2 kost had. — - - „ 51. „ 52. „ 54.

NL-HaNA_1.04.02_4329_0410 view scan ↗

English

Andries van Settert, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the bottom of this together with the interrogated person and me, the Secretary. Lower down: To which I bear witness, was signed: C. J. van Aerssen Beyerdus. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the slave Job of Madagascar, who, this his preceding interrogation and answers having been read out clearly word for word, declared that he persisted therein, desiring that nothing shall be added to or subtracted from it, except only that he also made himself guilty of breaking open the office at Hiebner's and stealing the flour there, as he also confessed at the examination of the slave Fortuin. Thus done and reviewed at the Cape of Good Hope, the 3rd of December 1736. Was signed: cross, and written around it: this mark was made by his own hand by Job of Madagascar. Lower down: In my presence, signed: C. van Aerssen, Secretary. In the margin: as commissioners, signed: W. J. V. Reede van Oudtshoorn and J. M. Bletterman. Articles drawn up and submitted to the Gentlemen Commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, in order to examine the slave Mozes of Bougies upon them at the request of the interim Fiscal G. Ester, the said Mozes of Bougies, now the prisoner questioned, having given the following answers to the side-standing interrogatories, his responses being duly marked in the margin hereof. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government. Underneath stood: Review. Article 1. The prisoner's name, birthplace, age, and whose slave he is. Says: Mozes of Bougies, aged about 40 years, slave of Jacobus Tesselaar. 2. What the prisoner's ordinary duties have been in the service of his said master. Says he worked in the garden. 3. Whether the prisoner did not run away from his master a long time ago and how long ago that was. Says he ran away 4 days after he was bought by his last master at the auction of Ekkert, namely on a Sunday when the prisoner had obtained permission to go out, it having then, according to his statement, become too late to return home. 4. For what reason the prisoner absented himself and where he went. Says as before, and that it was to Table Mountain. 5. Whether the prisoner did not join the runaways Job and Pedro and others. Says he found Francies after he had been on the mountain for one day, as well as another Madagascan boy whose name he does not know, and April, slave of the dragoon Veltbron, together with Jek of Frans de Niker, as well as Pedro. 6. Whether the prisoner knew where the said runaways were staying or looked for them. Says that he sought Job in the mountains. 7. How strong the gang was when the prisoner joined them. Says as at article 5. 8. Whether the prisoner did not speak with one or another of them while they approached the gardens and came into them. Says he was banished outside for some time by his previous mistress, was subsequently taken back into her house here, and further sold to Tesselaar, who locked him up every evening, so that he had no opportunity to speak to them. 9. Whether they were not together in greater numbers, and whether any of them departed again. Says that there were no more than the prisoner, Job, Francies, Pedro, April, Jek, and that later there also came to them Madi, slave of Doctor Le Sueur, together with Fortuin, slave of Hiebner, while furthermore from time to time some raw slaves came to them, who were later captured. 10. Whether the prisoner did not deliver or give anything to them for their maintenance. Says as before. 11. Whether they were always together, or divided into parties. Says that during the day they were always hidden here and there, but came together again at night. 12. Where they mainly had their stay, and whether they did not also stay at other places. Says they always changed their place of stay, one week here and the other there, and that they recently intended to go further into the country, and that on the advice of Job, but that they always kept together. 13. In what manner they were able to obtain food there. Says they stole vegetables in the gardens, furthermore here and there some sheep and cattle, whatever they could get. 14. Whether they did not maintain themselves by the robbery of vegetables, sheep, and cattle. [Illegible] 15. Where and from whom they stole such things. Says first to have stolen a cow from Versveld, which was walking near the so-called Platteklip, and which was driven a ways up the mountain toward them by Pedro and April, further slaughtered by Job, and further carried by all of them to their cave. Says further that on the farm of Servaas Breda a bull was stolen by Jek, Job, and Francies. At Simon van Blerk's sheep were stolen twice, once by Francies, and later one each by Francies and Pedro. On the farm of the former Burgher Councilor Mr. Jacobus van Reenen, 3 sheep were stolen once by April and Pedro, and another one by three raw slaves who were part of the gang. At the kraal of...

Dutch transcription

Andries van Settert leeven uyt den E: Agtb: Raa„ „de van Justitie voorm: die de minste deser benevens de geon: en mij Secretaris mede be„ „hoorlyk hebbe onderteekend. /:lager :/ 't welk ik getuijge /:was getekend:/ C: I van Aerssen Beretdus Compareerde voor ons ondergeteekende ge„ „Committ:s uijt den E: Agtb: Raade van Justitie dee„ „ses gouvernements den slaat Sob van maxagas„ „ca, dewelke deeze zyne voorenstaande interroga„ en duidelyk voorgeleeden zynde verklaarde daar bij te blyven persisteeren met begeerte dat daar niets van of bij gedaan werden zal, als alleen, dat hij zich meede schuldig heeft gemaakt Aan 't openbreeken van 't Comptoir bij Hiebner en 't steelen van 't meel aldaar, gelyk hij bij het verhoor van den slaat Fortuin mede bekend heeft. Aldus gedaan en gerecolleerd aan Cabo„ de goede Hoof den 3 december 1736. /:was zegt, als vooren en wel na re uijt wat Reeden hij geor: zig getekend :/ kruijs /:en daar om schreeven:/ dit geabsenteerd heeft en waar tafelberg. — merk stelt eygenhandig Job van Madagassar na toe hij zig heeft begeeven. /:lager:/ Mij present /:getekent: / C: vvan Aers„ gen secretaris /:in margine:/ als gecommitt„ss /:getekent:/ W: J: V: Reede van Ouatshoorn en J: M: Bletterman. Articulen gedaan maken Compareerde voor ons on„ „dergeteekende gecommitt„s en aan Heeren, gecommitt:s uijt uit den E: agtb: Raade van den E: Agtb: Raad van Justitie Justitie Alles gouvernements overgegeeven om ter requsitie /:onderstond:/ Recollement. lyfheer zin des gevr: Ordinaire verrigtingen zijn geweest. „toria en antwoorden van woorden tot woorde Haar Legt in den tuin te hebben ge„wat in den dienst van gem: zyn 3. off hij getr: niet voor langen zegt. te zyn gedrost 4e dagen na tyd van zyn lyfheen weg en opge„ dat hy door zijne laatsten lyfheer op de fendutie van „drosts is, hoe lang zulx is Ekkert was gekogt en wel op geleeden. een zondag wanneer hij gevr: permissie had bekomen om uit te gaan, zynde het toen, naar zyn zeggen, te laat geworden zegt: stben Francies te hebben Off hij gevr: zig niet deze aff gevonden, na dat hij eenen „ telyk heefd gevoegd bij den dag op den berg was geweest, drossers Job, en pedre & a als meede nog een madagas„ „scharse Jonge, dewelke hij bij name niet weet op te geeven, en April slaaf van den dra„ „gonder veltbzon, beneevens Jek van Frans de Niker, als mede pedro. zegt: dat hij sob in het gebergte off hij gev: aan heeft geweeten Arb: 1. lles gevr: Naam, geboorte plaats gissing 40 Jaar, lyleygen van ouderdom, en wiens Lyfeijgen Zegt. Mozes, van bougies oud na Jacobus Tesselaar. den slaaf Mozes van Bougies van den prointerim Fiscaal 9: dewelke op de nevenstaande Exter daarop gehoord te worden als bezyden dezelve aange„geevene Responsiven in Margine deezes behoorlijk worden bekend vraag poincter zodanigen Mozes van Bougies, thans Thee„ Antwoorden gegeeven heeft „ zen gevr, zullende deszelvs te den van heeft waar „tekend staan. — gesteld. hij is. 2. „ 4. „ 5. ƒ 1 om t' huis te komen. „werkt. — heeft opgezogt. Legt: als op art: 5. — Legt. door zyne vorige lyfvrouw off hij geor niet met d' een en andere derzelven heefd gesproo„ eenigen tijd buiten te zyn gebannen, vervolgents, we„ „ken Terwijl zij zig de thuijnen genadert en in dezelve geko„ „derom bij haar hier in huis genomen, en voorts aan Tesse„ „men zyn. „laat te zyn verkogt, dewelke hem alle avonden opsloot, dus den gelegentheid gehad om haar te spreeken:— zegt, dat er niet meer zin ot zijlt niet in meerderen getal zyn te zamen geweest, geweest, als hij gevr: Job, en of niet eenige wederom Francies, padro; April, Jek„ van hun zin afgegaan. en naderhand nog by nun te zijn gekomen Madi slaaff van den doctor Le sueur, benevens Fortuin, Lijfeigen van Hiebner, zynde er nog wijders van tijd tot tijd eenige baarsche slaaven bij hun gekomen, die dan naderhands opgevangen zyn. zegt: dat zij zich bij dag altoos off zylieden altoos te zaamen hier en daar hebben ver, zyn geweest, ofte in parthijen „stooken gehad, dog in den zig verdeeld hebben. nagt weder bij den anderen gekomen zijn. „houd heeft geleevert ofte afgegeeven. B Off hij gevr: aan hunt niet Lointy as iets tot hunl: onder zegt als vooren. Hoe sterk de bende geweest is, toen hi gevr: bij deselve is gekoo¬ „men. zegt: eerst van versveld een waar en aan wien zyt, hoe te hebben gestoolen, diergelijken gestoolen hebben die aan de Logenaamde platte klip, ten weede Liep en die door peazo en April een end weg de berg op naar hun toegedreven is voorts door Cob geslagt en wyders door hun alle naar hun hol gedraagen. - zegt verders dat op de plaats van servaas Breda een bul is gestoolen door Jek, Job, en Francies – Bi Simon van Blerk twee maal schapen gestoolen te zijn, als eens door Tran„ „cis en naderhand door Francies en pedro ieder een op de plaats van de oud Burgerraad d' Heer Jacobus van Reenen eens 3 schapen gestolen te zyn, door April en pedro, en nog een door drie baarschen slaaven„ die onder het Complot zijn geweest, Aan de kraal van „ 15. Off zyl: zig niet met Roo„ „ver van groentens, schaapen en beester onderhouden „ 14. Op hoedanige wijze zylt zegt. in de tuinen groentens aldaar hebben kunnen te hebben gestoolen, voorts aan de kost koomen. hier en daar eenige scha„ „pen en beesten, wat zij maar hebben kunnen krijgen. Art: 12. te zyn verwisseld de eene hun verblijf hebben gehad, en werk hier en de anderen of zy zig niet ook nog aan daar, dat zi op 't laatst anderen plaatzen hebben opge„ van voornoemen zyn ge„ „houden. „weest om verder na buiten te gaan, en zulks wel op 't aanraden van Job, dog altoos van den anderen te zyn waar gem: drossers zig ophielden Legh: altoos van verblijf plaats waar zijl: voornamentlijk gezaakt. Ant 12 Elser Bervalt. _ „ 8. „ 9 „ 11. „ — „ 13. Art: 7.

NL-HaNA_1.04.02_4329_0412 view scan ↗

English

Whether they had not maintained intercourse with several boys from the gardens and from the Cape. Answers: No. States that Job always had his comrade Fortuin in the garden of Hiebner and frequently went there at night; states further that he, the examined, also went there once, but that Job was most often at night in the garden of the merchant Mr. Johannes van Echten, from where he then always brought with him bread, rice, tobacco, and other things, which he said he had obtained from a certain free man named Bren, residing with Mr. van Echten, and from the slaves of Mr. van Echten, especially one named Cesar; states further that Job frequently related to his comrades when he came at night from the garden of the said Mr. van Echten, to have eaten together with Cesar in the kitchen. Answers: to their dwelling place, where they had left these goods. Whether they also did not break into the house of Hiebner and steal money and silverware along with some bags of flour from there. Answers: Yes, once on an expedition with their party, namely he, the examined, with Job, Jox, Francis, and April, that Job first had a gun with him, that he said he had obtained from Fortuin with some gunpowder and lead, that he, the examined, furthermore saw that Pedro, slave of Van Blerk, also brought gunpowder, bullets, and shot to Job, which he said he had stolen from farmers' wagons. Whether they did not have one or more guns with them, and whether they had not received sustenance from Hout and other boys. That Job first went inside and said to his comrades that they had to wait in the garden until he should call them; that after Job had spoken with Fortuin, slave of Hiebner, he had come to call his comrades, saying, come now, it is all ready; that they, having gone up to the house, also opened one of the wooden windows, and having pushed open the sliding sash, stole 2 bags of flour from the room. That he, the examined, thereupon went inside through the window, and at that time Job broke open the cabinet with a garden fork, and took from it some paper and silver coin, and that Fortuin took some silver spoons and forks as well as a ditto cooler, and subsequently went along with them. Answers: as above. Article 19: In what manner they accomplished this and who assisted therein. Answers: as above. Article 20: Who among them was the leader and what each did in particular. Answers: that Job was the leader, and that the aforesaid party stole and looted according to their own will wherever they found opportunity. Article 21: [illegible] Article 22: [illegible] outside by the Salt River having already tied up the sheep in order to carry them away, but being discovered at that time. Article 23: To what end they had such with them and by whom they were provided with it. Answers: as above, and that Job shot rock hyraxes with that gun, without the examined knowing that any further evil was carried out with it. Article 24: Whether he, the examined, did not carry out anything else solely for himself. States: Nothing other than what he has stated here before, and that he was never out alone for anything. Article 25: Whether he, the examined, had not already committed multiple thefts prior to his desertion. States: No. Article 26: Whether he, the examined, does not thus acknowledge through his actions to have made himself very guilty and deserving of punishment. States: Yes, being convinced that he has done evil and therefore has earned punishment. Article 27: What he will adduce in his excuse. States: that he begs for forgiveness. Thus interrogated and answered at the Cape of Good Hope on 17 November 1788 before Messrs. Johannes Marthinus Horak and Andries van Sittert, members of the Honorable Court of Justice aforesaid. Underneath stood: Articles drafted and submitted to the Messrs. Commissioners from the Honorable Court of Justice. The original of this, together with the examined and myself the Secretary, having duly signed. Lower: Which I witness. Was signed: C: van Aerssen, Secretary. Re-examination Thus done and re-examined at the Cape of Good Hope on 8 December 1786. Was signed: cross, and around it written: this mark is made by the own hand of Mozes van Boegies. Lower: In my presence, signed: C: van Aerssen, Secretary. In the margin: as commissioners, signed: W: F: v: Reede van Oudtshoorn, and M:s Bletterman. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, Moses van Bougies, to whom these his preceding interrogatories, with the responses given thereto, having been read aloud clearly and distinctly word for word, declared to abide and persist thereby, requesting that nothing more be added thereto or subtracted therefrom.

Dutch transcription

buiten open hadden, gevonden, waar op zij 't ander vengsten Elser by de zoute rivier de schaapen reeds te hebben gee Legt: Neer Off Zytr: niet met meerdere Legt, dat sob altoos in den tuin Jongens uyt de Thuijnen en van Hiebner tot zijn maker Fortuin heeft gehad de Caab hebben gemeenschap„ en daar dikwijls des nagts gehouden. na toe te zijn gegaan, zegt voorts dat hi Geor: ook eens daar is geweest doch dat Job meest des naats is geweest in de tuin van den koopman d' Heer Joh„s van Echten van waar hij dan altoos met zich heeft gebracht brood, rijst„ Bren genaamd en bij de heer van Echten woonachtig, En van de slaven van de H„t van detten: voornamentlijk een, gen„t Cesar te hebben gekregen, zegt voorts dat Job„ rikwijls aan zyne makkers verhaald heeft als hij des nagts is den tuig van gem: H„r van Echten kwam, met Cesar te zamen tobak en anderen zaaken, die hij Leide van zeekeren vryman Legt: na hun verblijf plaats waar zyl deeze goederen in de Combuis te hebben gegeeten. — Legt: Ja, eens op een vragt Off zijl: niet ook in't huis met hun E te weeten hij van Hiebner gebrooken en gevr: met Job, Jok, Fran„ geld en zilver goed met ee„ „cis en april dat Job, eerst „zegt, dat Job, een geweer Off zyl, niet een of meerde„ „nigen zaken Meel daar uijt bij zich heeft gehad, dat na binnen is gegaan en „ze geweezen hebben gehad gestoolen. hij heeft gezegd van met de tuin bij de Jongens en eenige kruid fortuin te met kruijd en Lood aan zyne makers heeft gezegt, hebben gekreegen met eenige dat zij zoo lang moesten wagten in de tuin tot dat hij kruid en Lood, dat hij geve„ hij hun zou roepen, dat na dat Cob, met Por„ voorts gezien heeft, dat pedro, slaat van van Blerk entuin slaaf van Hiebner had gesprooken, hij zyne makers was komen hoepen, met te zeggen, kom nu aan Job, ook heeft gebracht kruid, kogels, en hagels, dat hij zeide van boeren wagens te hebben gestoolen. maar 't is alles klaar, dat zy hien op gegaan zijnde na 't huis met een d houten vengsters van Off Zyl:t niet ook van Houdt en andere Jongens onderhoud heb„ „ben gekreegen. ook open gemaakt, en de schuifzaamen opengeschoren hebbende 2 zaken met meel gestolen hebben uit de kamer. dat hy gevr: daar na door t oensten is, binnen gegaan, en als toen Job met een tuinkark 't Cabinel heeft opengebrooken, en daar uit eenige papier en zilve„ „ne munt- specie genomen en dat fortuin eenige zilve„ „re leepels en vorken beneevens een d:o koelbakije heeft meede genomen, en vervolgens met hunt is meede gegaan. Legt. als vooren 20. hebben gelaten. megenomen. Wie onder hunt d' aan¬ Legt. dat Job, de aanvoer„ „der is geweest, en dat „voerder is geweest en voorsz: jaer na zyn ee„ wat ijder bezonders ge„ „gen wil gestoolen en ge„„daan heeft. hoofd hebben, waar zij maar gelegenthijd vonden. „ 22. Art: 19: Op hoedanige wijze zijl: zulx verrigt hebben en wie daar bij behulpzaam is ge„ buiten art 23 „bonaen om ze weg te brengen doch als toen ontdekk te zyn. — Art. 16. 17. 1 — „weest. — — „ 21. 18. 0 8 Art: 23. Tot wat Eynde zi zulx heb¬ Leg:t als vooren en dat sob„ met dat geweer dasjes„ ben bij zig gehad en door heeft geschoten, zonder dat wier zij daar meede zyn de gevrs weet dat daar voorzien geworden. verder eenig kwaad mede is uitgevoerd geworden: „ 24. zegt Niets als 't geen hij hier Et hij geor: niet een ander voren heeft gezegd en dat voor zig alleenig heeft uitgevoert. hij nooit alerig om biets uit is geweest. zegt: Neen - Of hij getz: dus niet zul¬ zegt: Ja: te zijn overtuigd bekennen door zyn bedryf dat hy kwaad heeft zig zeer schuldig en straf gedaan en dier halven straf te hebben verriend„ waardig te hebben gemaak „ 26. zegt. dat hij vergiffenis Aldus gevraagd en beandwoord aan Cabo de goede Hoop den 17 Novbr 1788. voor de Heeren Johannes Marthinus Hozak en Andries van Sittert Leeven lut den E: Achtb: Raad van Justitie voorm: de /:onderstond: „ 27. Wat hij tot zyne verscho„ „ning zal bijbrengen. „ 25. Off hij gevr: niet voor zyn drossen al meervere dieffens heeft gepleegd. Aldus gedaan en gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop den 8 december 1786. /:was getekend:/ kruijs /: en daar om schreeven :/ dit merk stelt eigenhandig Mo„ „zes van Boegies /:lager:/ Mij praesent /:geteekend:/ C: van Aerssen. secret: /: in marginen :/ als gecommitt: /: geteekend:/ W: f: V: Reede van Oudtshoorn, en sol„ M:s Bletterman. Compareerde voor ons Articulen gedaan maken onderget: gecommitt: uit en aan Heeren gecommitt: uijt den E: Agtb: Raade van den E: Agtb: Rhaade van Sus„ /:onderstond:/ Compareerde voor ons onderget: gecomm: uit den E: agtb: Raad van Iustitie deezes gouvernements Moses van Bougies dewel„ „ke deeze zyne voorenstaande Interrogatoria met de daar op gegeevene responsiven klaat en duijdelyk woordelijx voorgeleesen weesen, „der verklaarde daar by te blyven per¬ „sisteeren met begeerte dat er niets meer bij ofte van gedaag werden sal: Recollement de minute dezer benevens den gevr: en Mij Secretaris meede behoorlik hebbe ondertee„ kend /: laager :/ 't welk ik getuijgen /:was geteekend:/ C: van Aerssen secretaris de Justitie „titie - ƒ 1 - d verzoekt 4 2

NL-HaNA_1.04.02_4329_0414 view scan ↗

English

Justice of this government has handed over the slave Francies of Mozambique, who directly joined the runaways Job and Pedro, to be heard upon the requisition of the Fiscal pro interim, Gabriel Exter, on the interrogatories set forth beside this, who has given such answers as are duly noted down in the margin hereof. Article 1. The prisoner's name, birthplace, age, and whose slave he is. Says Francies of Mozambique, age estimated at 20 years, slave of the burgher Simon van Blerk. Article 2. What were his ordinary duties in the service of his aforementioned master. States that he sold grapes during the grape season, and otherwise worked in the garden. Article 3. Whether the prisoner had deserted from his master a long time ago, and how long ago this was. States: during the last grape season. Article 4. For what reason the prisoner absented himself, and where he went. States because his master had beaten him, thinking that some grape money was missing, and that he therefore fled to Table Mountain. Article 5. Whether he did not directly join the runaways. States: Yes. Article 6. Whether the prisoner then knew where the aforementioned runaways were staying. States: No, that he had not known where the runaways were staying, but that after he had been in the mountains for one day, he met Job alone, and later Pedro belonging to his master, and April belonging to the dragoon Velbron. Article 7. How strong the gang was when the prisoner joined them. Says that there were eight boys with Cob at that time, namely before Cob, Pedro, and April; furthermore Moses, Jack belonging to Tesselaar, currently De Nicker, and two others whose names he does not know, who were later captured. Article 8. Whether they were not together in greater numbers, and whether some of them did not leave them again. Says: as before. Article 9. Whether the prisoner did not deliver or give anything to them for their maintenance. States: No. Article 10. Whether the prisoner did not speak with one or another of them while they approached the gardens and entered the same. States: No. Article 11. Whether they always remained together or divided themselves into parties. States: No, they did not always stay together, but sometimes divided into three to steal vegetables and food. Article 12. Where they mainly kept their residence, and whether they did not also stay in other places. Says: here in the mountains and also towards Rondebosch mountain, where they joined together. Article 13. In what manner they were able to get food there, and what they lived on. States: by stealing from the gardens at night, and stealing wherever they could get it. Article 14. Whether they did not maintain themselves by robbing vegetables, sheep, and cattle. States: Yes, and indeed sheep, and also a cow from Versveld, and also a bull from one Breda; and that the cow from Versveld was stolen by the said Job, Moses, Pedro, and April; when the bull was stolen from Breda, Jack, Job, and April were there. Article 15. Where and from whom they stole such animals. Says: as before, and that they stole sheep from Van Reenen, and also once from his master; at Van Reenen's, the sheep were stolen by April and Pedro; at his master's, the prisoner and Pedro stole; and that they also stole 3 sheep at the mill, and also at a small house close to the mill, where the prisoner, Pedro, and April stole for the first time. Article 16. How many boys were there? Says: the prisoner, Jack, and April waited to carry them away, and the other two boys, Job and Moses, were inside. Article 17. Whether they did not also receive maintenance from wood-cutters and other boys. Says that Job often went to Van Echten's and brought bread, and that Cob had said that he got it from Caesar, belonging to Van Echten, and also a freeman. Article 18. Whether they did not have intercourse with other boys from the gardens and the Cape. Says that Job had a comrade who always knew when he would come, by the name of Fortuin, belonging to the burgher Hiebner. Article 19. Whether they did not also break into the house of Hiebner and steal money and silverware, along with some bags of flour, from there. States that the prisoner with the other boys remained outside the gate, but that Cob and Moses went inside to speak with Fortuin; and which goods were later brought out to the road by them, at which time the prisoner and the other boys carried the goods away. Article 19 1/2. In what manner they accomplished this, and who assisted therein. Says: as before. Article 20. Where they left these goods. All the goods were taken along.

Dutch transcription

Justitie dezes gouverne„ „sers Job, en padro. lijk heeft gevoegd bij de dros„ Jaaren, Lyfeygen van den Legt. dat hij gevr: druijven „titien & overgegeeven om ter „ments den slaaff vrancies requisitie van den prointe„ van Mosambique dewelke „him, Fiscaal Gabriel Exter op de nevenstaande vraag daarop gehoord te worden pointen zodanige antwoor„ Francis van Molambique „den gegeeven heeft, als lyfeigen van den burger Si„ „mon van Blerk thans 'Thee„ bezyden deselve aange„ „ten gevrs zullende desselvs te gevene Responsiven in Mar„ „gine dezes behoorlyk werden bekend gesteld. „tekend staan. — Zegt. Neeg. Wat in den dienst van gem: zyn byheer zyn des georsor„ heeft verkogt in de „denaire verzigtinge zyn, ge„ druijven tijd en anders in de tuijn gewerkt te hebben. „weest Legt: in de laatsten druijven „ 4. uijt wat reeden hij gevrnzig Legd om dat zyn lijfheer geabsenteerd heeft en waar na toe hij sig heeft begeeven hem gevr: geslaagen had terwijl hij dagt dat er areven geld manceerden daarom na 't tafelgebergten gevlugt te zyn. „5. off hij geen zig niet directe¬ Legt: Ia. — zegt: dat en agt Jongens met stoe sterk de bonde geweest hen Cob, als toen geweest is toen hij gevrs bij dezelven zijn en wel bevooren Cob, is gekoomen. Off hij getr: voor lange tijd van zyn lyfheer wegen opgedrost pedro en apzil, voorts Moses, is dhoe lang zulx is geleezen van tesselaan Jek van thans de Nicker en nog twee daar hij de naame niet van en weet, en doen Na„ „derhand opgevangen zijn: — zegt. als vooren. Off zylieden niet in meerde„ „zen getaal zyn te zaamen, geweest en off niet eenigen wederom van hun zyn afge„ „gaan. Off hij gevr: aan hunl: niet Lontijas iets tot hunt onder„ „houd heefd geleverd, ofte af„ „gegeeven. Off hij gevr: niet met d' een en anderen derzelven heeft gesprooken Terwijl zij zig de thuijnen genadert en in de„ „zelve gekomen sijn. Legt Nees. — Ant: 6. Legt. Neem dat hij gev: niet Off hij gevr: dan heefd geweeten geweeten had waar de dros, waar gem: Drossers zig -ophiel„ „sers zig ophielde maar dat den „bergte geweest was Job, alleen te hebben ontrekt en nader„ „hand poaro van zyn Lyfheer en April van de dragonder na dat hij een dag in't ge„ Akk: 1. Des geez. Naam geboorte plaatz Ouderdom en wiens by eygen hij is. „bique oud Na gissing 2o„ burger Simon van Blerk. Zegt Francies van Mosam„ 860 „ 2. „lyk. Art: 11. tijd. — 6 „ 3. 6 Velbron. —. d „ 10: „7. Legt: Neen „ tuyne te steelen hun te Art: 11. elkanderen gehouden hebben, geweest, ofte in partijen zig ver„ maar wel zomtijds en wel „deelt hebben „deelt om groentens en Eeten te steelen. — Legt, dat zijt: zig altoos met Off zijl:t altoos te zaamen zijn in drien hun te hebben ver„ zegt. hier in 't gebergte en Waar zyl: voornametlijk hun ook na rondebosje geberg verblijf hebben gehald, en of zij zig niet ook nog aan anderen plaatsen hebben opge„ „houden. „te waar zijl aan gesloo„ hebben geErneert. 9: Legt:r met 's nagts uijt de gestoolen te hebben waar zijl maar krijge konde den ook bij versveld een koeij en ook een bul bij eenen breda en dat bij versveld de koeij gestoolen heeft hij gen„e sob, Mozes, en pedro en April. - bij Breda doen de bul gestoolen is. Jek, Job, en April geweest Legt. Ia: en wel schaapen waar en van wien zijl: diet zegt. als vooren, en dat zij „gelyke gestoolen hebben! schaapen gestoolen hebben bij van Reenen, en ook eens zegt: hij gein: Jak en April hoe veel jongens daar ge„ bij zyn lyfleet bij van Reenen heeft de schaafen gestolen April en pedro: bij hebben gewagt om weg te „weest zyn? zyn lyfheer heeft hij gev: en pedro gestoolen dat zyl draagen en den andere twee nog aan de moolen gestoolen hebben 3 schaapen, en Jongens Job, en Mozes, zyn binnen geweest. nog aan een klijn huijsje digt bij de Moolen, hebbende hij get: pedro, ten Apaats daar gestoolen voor den Eersten Rhijs „ 19½. „ 15. off zyl: zig niet met Rooven van groentens schaapen, en Beesten onderhouden. „ 14. Op hoedanige wijze zyl. aldaar hebben kunnen aan de kost Off: Zyl. niet met meerdere zegt, dat sob, een maaker Jongens uyt de thuijnen en de heeft gehad die altoos wist Caab, hebben gemeenschap ge„ wanneer hij koome Louwe in Naame Fortuin van den „ houden burger Hiebner zegt dat Job, dikwils bij van Echter geweest was en brood meede bragt en dat Cob, gezegt had dat hy van Cecar, van van Echten zulx gekreegen had en dan nog een vrijman. — Off zyl niet ook in't huis Legt. dat hij get: met de van Hiebner hebben gebroo„ overigen Jongens buijten 't heek gebleeven zin maar „ken en geld en zilver goed dat Cob, en mozes, na binnen met eenigen zaken Mheel daar zyn gegaan om met fortuijn uijt gestoolen. te spreeken en waar dien goederen, naderhand door hun in de weg gebragt als wanneer de gev: met de overige Jongens de goederen hebben weg gedraagen. zegt als vooren. — waar zyt deele goederen, hebben sent alle de goederen meede „ 20. Op hoedanigen wyze zyl: zulks verrigt hebben, en wie daar bij is behoepzaam geweest art: 16. Op Lyt: niet ook van hout en andere Jongens onderhoud heb„ „ben gekreegen. Art: 16 genomen gelaaten „len komen. „ 13. „ 12. . „ 19. - „ 18. „ 17. te zyn. —

NL-HaNA_1.04.02_4329_0416 view scan ↗

English

left. having taken, after their will. States: to know nothing, and says that there was no leader, Who among them was the leader, but that each one did what he and what each did in liked. particular. 22. States: Yes, that Job had a Whether they did not have one or gun, powder, and lead, and more guns with powder that they shot rock hyraxes and lead. with it. 23. Says: that Fortuijn had given To what end they had such with it to Job, because Job had them, and by whom they had said that he had discovered been provided with it. so much game, and that Fortuijn had said to him, Job, I have a new master now; if he is too harsh, I will also join the plot. 24. Whether the prisoner did not Says: nothing other than what he carry out something or other has said here before, having solely for himself. never carried out anything alone. States: No. 25. Whether the prisoner, before his Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the slave Francies of Mozambique, who, having had these his preceding interrogatories clearly and plainly read out to him word for word, declared that he stood by them, persisting. Review. Thus questioned and answered at the Cape of Good Hope on 17 November 1786, before the Gentlemen Johannes Marthinus Horak and Andries van Sittert, members of the aforementioned Honorable Council of Justice, who, together with the prisoner and me, the secretary, duly signed the minute hereof. Lower: Which I witness. Was signed: C. van Aerssen, Secretary. Underneath stood: what he will bring forward for his as the great lords please. defense. Article 21. and that they always hid the silver goods beside their by some Europeans the goods were taken away while they prisoner a distance away from there and upon their States: Yes. return they, the prisoners, found all the goods gone and the cave dwelling place in the mountains, burned out. Whether the prisoner will not thus confess that by his actions he has made himself very guilty and punishable. Article 26. deserted on multiple occasions. committed. deserting with wild. 2 1 27. whose bondservant he is. with the desire that nothing more shall be added to or taken from it, except only that Iek was also present at the taking of the flour from Heebnen. Thus done and reviewed at the Cape of Good Hope on 8 December 1786. Was signed: cross, and inscribed there: this mark is set by Francies of Mozambique with his own hand. Lower: Present to me. Signed: C. van Aerssen, Secretary. In the margin as commissioners, signed: W. P. v. B. van Baatshoorn and J. M. Bletterman. For what reasons the prisoner Says that the mandoor of absented himself, and where Articles drawn up, made his master charged the prisoner he went. Appeared before us, the undersigned with everything that was committed commissioners from the wrongfully on his master's estate, Honorable Council of Justice of and out of fear of punishment this government, the slave he deserted to Table Mountain. Job of Madagascar, who, to these his adjoining questioning articles, gave such answers as appear alongside them, which responses to be given by him will be duly set down in the margin hereof. 4. known to them. Article 1. The prisoner's name, birthplace, age, and whose Says: Iek of Madagascar, aged by estimate 22 years, whether the prisoner did not directly Says that on that same day join the deserters, he met a party of woodcutters, Job and Pedro. and asked them whether they did not know where Job was staying; that he was answered by them: just go up the mountain, there you will find him, and just whistle, that he then went up and indeed found Job, having with him Francois and Pedro, both slaves of Simon van Blerk. Says: since the month of States: to have driven the horse wagon and worked in the garden. What the prisoner's ordinary duties were in the service of his aforementioned master. Whether the prisoner has not deserted for a long time on account of his master. How this happened. Article 82. 808 Adjutant Francois de Nikker. bondservant of the burgher Underneath stood: bondservant bondservant Ht Mozes July. 2. 5.

Dutch transcription

gelaaten. genoomen te hebben, na hun „ven zullen. Legt: niets te weeten en Loo zegt dat er geen hoofd ge„ Wien onder hunt d'aanvoerder „weest is, maar dat ieder is geweest, en wat ijder bezon¬ een gedaan heeft wat hij „ders gedaan heeft. „ 22. Legt: Ja dat Sob, een geweer, Off zyl: niet een of meerdere kruyd en Lood gehad heeft geweezen hebben gehad met en dat zij daar meere kruijd en Lood dasjes geschooten hebben. — „ 23. zegt: dat Portuijn aan Cob Tot wat einde zyl: Lulx hebben bij zig gehad en door wien dat gegeeven had, om dat Job, gezegd had, dat zij daarmeede zyn voorzien hij zo veel wild had ont„ geworden „dekt en dat fortuiz aan hem Cob gezegd had, ik heb nu een nieuwe baas als die te kwaad is zal ik mij ook bij 't Complot begeeven. „24. Off hij gevrs niet 't een en ander zegt. niets als 't geen hij hier vooren heeft gezegt, voor zig alleenig heeft uijt„ „gevoerd alleen nooijt iets uytge„ „voerd te hebben. Legt: Neen. — „ 25. Of hij gevr: niet voor zyn Compareerde voor ons onderget: gecommitt s uijt den E: Agtb: Raad van Iustitie deezes gouvernements den slaaf Francies van Mosambique dewelke deele zyne vooren„ „staande Interrogatarien klaar en duide„ lijk woordelijks voorgeleesen weezende verklaarde, daar bij te blijven, persisteeren Recollement. Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede Hoop den 17 November 1736, voor de Heeren Johannes Marthinus Hozak en Andries van Sittert Leeren uit den E: Achtb: Raade van Iustitie voorm die de minute deezer benevens de geors en Mij secretaris mede behoorlyk hebben onder, „teekend. /:lager :/ 't welk ik getuijge /:was geteekend:/ C: van Aersser Secretaris. - /:onderstond: wat hij tot zyn verschooning als den groote heere belie„ zal by brengen. Art: 21. en dat zyl 't zilver goed altoos geborgen hebben bezyds hun, door eenige Europeese de goederen zin weg gehaalt terwijl zij geor: een ond weegen hiem van daar bevonden en bi thun te Legt: Sa rug komst hebben zij gevz: alle de goederen verwist en 't hol verblyfplaats in't gebergte, uijtgebrand gevonden. — Of hij gevs dus niet zal be„ „ kennen door zijn becrijf zig zeer schuldig en strafwaar„ „dig hebben gemaakt. Art: 26. drossen al meerderen dreftens. heeft gepleegd. drossen met wilden. 2 - 1 27. Lijfeijgen hij is. met begeerte dat en niets meer bij ofte van gedaan worden zal. als alleen dat Iek bijt uithaalen van 't meel bij Hzebnen mede is geweest. Aldus gedaan en gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop den 8 December 1786. /:was getekent:/ kruis /:en daar omschreeven dit werk stelt eigenhandig Francies van Mosumbigue /:lager:/ Mij praesent /:getekent C: van aterssen Socretaris /: in margine als gecommitt:s /:getekent:/ W:s P: V: B: van buatshoorn. en J.:s M:s Bletterman. — Uijt wat heeven hij gev: sig zegt, dat de mandoor van geabsenteerd heeft, en waar Articulen Gedaan, maaken zynen Lyfheer hem gev: niet Compareerde voor ons onder„ na toe hy zig heeft begeeren en aan heeren gecommitt„s uijt alles belast wat er op zijn „gek: gecommitt„s uijt den den E: Agtb: Raade van Justitie Lyfheers plaats, misdreven E: Agtb: Raade van Justitie overgegeven om ter Requisitien wierd, en uijt vreesen van deeses gouvernements den straf te zyn opgedrost na de taffelberg. van den prointerim Fiscaal Slaaf. Jok, van Madagas„ G: Exter daar op gehoord „can dewelke deeze zyne te worden Jek van Madagsc„ nevenstaande vaadg articu„ „len zodaanige antwoorden „ can slaaf van den burger gegeeven heeft als belijden adjurant Francois de Nik „ker thans 's Heeren geven zul„ „lende deszelve te gevene Res„ „ponsiven in Margine deeser behoorlijk worden bekend ge„ „ 4. derzelven bekend staan „steld. Arb: 1. Des gev:s Naam, geboorte plaats ouderdom en wiens zegt. Jek van Maxagasaar oud Na gissing 22 Jaar off hij get: zig niet dierektelijk zegh dat hij dezelfden dag Heel heeft gevoegd bij de drossers een parti Houtkappers ont„ „maat, en dezelve gevraagd Sob, en pedro heeft, of zy niet wisten waar fob, zig op heeld dat daar of door hun was veandwoord gaa maar de bezo of, daar zult ge hem wel vinden, en fluit dan maat, dat hij daar op na boven is gegaan en Cob„ ook werkelyk heeft gevonden, bij zig hebbende Pran„ „cois en pedro, beijde slaaver van Simon van Blerk Zegt. zedert de maand Logt de paarde waagen te hebben gereeden, en in den tuin gewerkt.. Wat in den dienst van gem: zyn lijfheer zijn des gev„s or„ „dinairen verrigtingen zyn geweest Off hij gev: niet voor lang: en tyd van zyn lijfhoet wegen opgearrost is Hoe zulx is gelee„ Art: 82. 808 adjudant Francois de Hikker. Lyfeygen van den buryer /:onderstond: Lyfeijgen Lyfeygen Ht Mozes — Julij.. „den. „ 2. 5.

NL-HaNA_1.04.02_4329_0418 view scan ↗

English

have stolen, and further knows nothing of the remaining thefts. Article 16. Whether they did not hold communication with several boys from the gardens and the Cape. States: No. States that Job was always in the garden of Mr. Johannes van Echten at night, and that he brought from there tobacco, rice, and that which he said he had obtained from his father, named Biron, living there, and from the boy Caesar. Article 18. Whether they did not also receive maintenance from Hiebner and other boys. States: No. Art: 19. Whether they did not break into the house of Hiebner, stealing money and silverware with several pieces of linen, and flour from there. States: Yes, and indeed with the 5 of them: himself, the prisoner, with Job, Mozes, Francies, and April. That Job and Mozes went away from them and had told them beforehand, while they remained standing behind the underbrush, that they had to stay there until they should be called; that subsequently Mozes came back and said "the flour is now ready," and that they then found the same in the lane, whereupon Mozes said to them that they should just carry the flour away, and did not need to wait, upon which the 3 of them carried the flour up the mountain; without him, the prisoner, knowing anything of the stolen money and silverware. Article 20. In what manner they accomplished this, and who was helpful therein. States: As before. Article 21. Where they left these goods. States: As before, to their staying place up on the mountain; but that the flour was fetched from there by Versfeld and Breda. Article 22. Who among them was the leader, and what each did in particular. States that Job was the leader, and that they only stole together amongst each other when they had no food. Article 23. Whether they did not have one or more firelocks with powder and lead. States that Job had a firelock, and a powder horn with powder, bullets, and shot. Article 24. To what end they had such with them, and by whom they were provided with it. States that Job had it with him and shot rock hyraxes, and that Fortuin had provided him with powder and lead. That Job and Mozes, accompanied by Fortuin, slave of Hiebner, came to them the following day. Article 25. Whether he, the prisoner, did not carry out one thing and another for himself. States: No, being too afraid when he is alone. Article 26. Whether he, the prisoner, did not already commit several thefts before his flight. States: No. Article 27. Whether he, the prisoner, will not thus confess to have made himself very guilty and punishable by his conduct. States: Yes. What he has to advance in his excuse. Says nothing, having stated everything truthfully. Thus interrogated and answered at Cabo de Goede Hoop, the 17th of November 1787, before Messrs. Johannes Marthinus Horak and Andries van Sittert, members of the Honorable Court of Justice aforementioned, who duly signed the minute hereof along with the prisoner and me, the secretary. Below: Which I witness. Was signed: C. van Aerssen, Secretary. Articles drawn up and delivered to the commissioners from the Honorable Court of Justice of the Castle de Goede Hoop, in order to be heard thereon, at the requisition of the pro interim Fiscal J. G. Exter: Fortuin of Madagascar, slave of the burgher Piet Huebner, currently the Lord's prisoner; his responses to be given shall be duly noted in the margin hereof. Re-examination. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the said Jek of Mozambique, the which... Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the slave Fortuin of Madagascar, who to the above question points has given such answers as stand noted alongside the same. The aforementioned interrogatories with the responses given thereto having been read aloud to him clearly and distinctly word for word, he declared to persist therein, wishing that nothing more or less shall be done thereto, except only that he helped lift the flour out of the window at Hiebner's. Thus done and re-examined at Cabo de Goede Hoop, the 8th of December 1786. Was signed: cross, and written around it: this mark was placed by his own hand by Jek of Madagascar. Below: Present with me. Signed: C. van Aerssen, Secretary. In the margin: As commissioners, signed: W. J. v. Reede van Oudtshoorn and J. M. Bletterman.

Dutch transcription

hebben gestoolen en verders van de overige diefstallen niet Legt. Neen. — Hiebner des anderen daags bij hun zijn gekoomen Off zyt, niet met meerderen Legt„s dat Job, des nagts altoos Jongens uijt de thuijnen en de is geweest in den tuin van Caab hebben gemeenschap de Heer Johannes van lchten gehouden. in dat hy van daar meede bragt, tabak, rijst, en 't Geen hy Leiden van zyn vader de aldaar woonende Bren, en van de Jongen Cesat te hebben gekreegen Off Zyl: niet in't Huis van Legt: Ia en wel met hun 5 als hij get: Met Job, Mo„ Hiebner hebben gebrooken „zes, Francies en April. - geld en zilver goed met dat Job en Mozes van eenigen Laken Meel daar hun afgegaan zijn en uit gestoolen. aan kunts gezegd. hadden terwijl zij agter de kreu„ „pelbosschen bleeven staan dat zy daar moesten blyven tot dat zij geroepen zouden worden, dat vervolgens Mozes wederom is gekoomen en gezegd heeft 't meel is nu klaar, en dat zi toen 't zelve hebben Legt dat sob, daar meegen gevonden, in de laan, als wanneer Mozes tot hun gezegd heeft dat zy 't meel maar moesten wegdraa¬ „gen, en niet behoefden te wagten, waar op ze met hun 3't meel na booven op de berg hebben gedragen dat Job, en Moles verzeld van Fortuin slaaf van „ 24. Legt Neen te bang te zyn als Oft hy ged: niet 't een, en ander voor zig heeft uijt„ hij alleen is. — „ 83. Tot wat einden zyd zulx hebben bij zig gehad en dasjes heeft geschoten, en dat fortuin hem met door wien zi daar mede kruijd en Lood versorgt had. - zijn voorsien geworden. „ 22. Off zyt niet een of meerderen Logt„ dat Job, een snap„ geweezen hebben gehad met „haam heeft gehad en kruid en lood een kruid hoorn met kruid kogels en hagel. Legt dat Pob, de aanvoerder Wie onder hunt de aan„ is geweest in dat zyt maan„voerder is geweest en onder elkander te zaamen wat ijders bezonders ge„ hebben gestoolen wanneer „daan heeft zy geen kost hadden. — waar lyt deeze goederen hebben Legt. als vooren, na hun verblijf plaats boven op gelaaten den berg dog dat 't meel van daar is gehaald door versfeld en Breda. „ 20. Op hoedanige wijzen zyl, zulx verrigt hebbben en wie daar bij is behulpzaam geweest. Art: 19. zonder dat hij gev: iets week van 't gestoolen geld en zilver goedt. —. als vooren. Art. 16. Off: Zyl: Niet ook van en andere Jongens onderhoud hebben gekreegen. Heebner „gevoert weeten. — „ 18. 9 - „ 21: Zegt: Neen. Legt: Ia. zegt: niets dat hij alles na waarheid heeft overgegeeven, zal by brengen. gevoert. Art: 25. Otf: hij get: niet voor zyn vrose al meerdere dieffens heeft gepleegd. off hij gev: dus niet zal bekennen door zyn bedrijf zig zeer schuldig en strafwaardig te hebben gemaakt. „ 26. 27 Wat hij tot zyn verschoning /:onderstond:/ Aldus Gevraagd. en beantwoord aan Cabo de Goede Hoop den 17 November 1787. voor de Heeren Iohannes Marthinus Ho„ „zak en Andries van Sittert leeven uijt den E: Agtb: Raade van Justitie voorm: die de minute deeser beneevens den gev: en mij secretaris meede behoorlyk hebbe onderteekend. /:lager:/ Twelk ik Getuijgen /:was getekent/ C van Aerssen Secretaris. Compareerde voor ons ondergeh: gecommitt„s uijt den E: Agtb: Raad van Justitie deezes gou„ „vernements gem: Sek van Mosambique, de„ Recollement. Compareerde voor ons onderget: gecommitt. s uijt den E: Agtb: Raade van Justitie dezes gouverne„ „ments den slaaf Portuin „den deselve aangetekend staan. „den gegeeven heeft als bezij„ „gascar, lyfeijgen van den Articulen gedaan maken en aan Heeren gecommitt:s uijt den E: Agtb: Raade van Justitie des Casteels de goede Hoof over„ „gegeeven omme ter Requisitie Burger Piet Huebner thans s' Heeren gev„e zullen deszelvs te gevene Responsiven in Mar„ „gine dezes behoorlijk worden van Madagascan dewelke van den prointerim Fiscaal op de boovenstaande vraag„ 9'e Exter, daar op gehoord te „poincten zodanigen antwoor„ worden Fortuin van Maxa„ Aldus gedaan en gerecolleerd aan Cabo de goede Hoof den 8 december 1786. /:was getekend:/ kruijs /: en daar om schree„ „ven :/ dit merk stelt eygenhandig Jek van Madagascar /:lager:/ Bij present /. getekent C: ban Nerssen. Secretaris. /:in margine:/ als gecommitt:s /:getekent:/ W: J: V: Reede van Oudtshoorn en I: M: Blletterman. /:onderstond:/ „welke deese zyne voorenstaande Interrogatoria met de daar op gegeevene responsiven klaar en duydelyk woordelyks voorgeleesen wesende verklaarde daar bij te blyven persisteeren, met begeerte dat er niets meer bij ofte van gedaan worden zal; als allees dat hij het meel bij Hiebner uijt het vengster heeft helpen ligten. — „welke bekend

NL-HaNA_1.04.02_4329_0420 view scan ↗

English

Article 1. The prisoner's name, birthplace, age, and whose bondsman he is. Identified. Fortuin of Madagascar states that he is approximately 25 years old, a bondsman of the burgher Petrus Hiebner. 2. What the prisoner's ordinary duties have been, and whose bondsman he was previously. States that he used to be a cowherd previously, having belonged to the burgher Jan Hendrik Ekkert. 3. Whether he was thus not acquainted with the slaves Mozes and Job, and kept company with them during their absence. States that he knows Mozes and Job well because they were houseboys with him, and that he was a runaway with Job for a year at the time that the sheep were stolen from the kraal of Heer van Schoor. 4. In what manner the prisoner assisted with this. States he did not assist in it. 5. Whether the prisoner did not give his companion Job a gun with gunpowder, bullets, and buckshot, and to what end. States that Job took that gun from the prisoner. Appeared Job, who states to the prisoner's face that the prisoner gave them the gun, namely the day before the auction was held. The prisoner persists in his denial. Article 6. Whether the prisoner did not warn his mentioned companions to come at night and share flour from his master. States: No. Appeared Mozes, who, having been questioned, states to his face that the prisoner warned them to come steal flour. Job maintains the same to them. The prisoner states further that he told Mozes that there were two sacks of flour. 7. Whether on this occasion the wardrobe in the room was not also broken open, and money and other goods taken from it. States he knows nothing of this. Mozes says to the prisoner's face that when Job went inside, and they followed after, they had found the window standing open, and that Fortuin and Job brought the silver goods and money to the mountain the following day. 8. Whether he has not, on several occasions, supplied food and other things to them. States: No. Job says to the prisoner's face that after he was away with Fortuin on his first runaway, and after Fortuin was captured, he stayed with the prisoner almost daily and received food from him. The prisoner persists as before. Appeared Job, and now states that he, along with Mozes, Jek, and Francies, took flour from the room, and also that he and Mozes opened the wardrobe, took some money from it, and took the silver goods that stood on a small cabinet next to it, adding that Fortuin gave him and the others directions, the same Fortuin having then gone to the back to keep watch in case any of the house slaves woke up or might stand up. Article 9. Whether the prisoner did not also steal the silver spoons and forks with the said other goods and hand them over to his companions. States: Yes. 10. Whether the prisoner did not himself follow with Ab the next day and join the gang. States: Yes. 11. Whether the prisoner had not promised his master to search for Job and his companions and deliver them into his hands. States: Yes. 12. Whether the prisoner did not do so to free himself from the suspicion of his master. Lapses. Article 13. And upon his return pretended to have been bound by the runaways and detained. States: Yes. 14. Whether, since the prisoner's return, he did not attempt to rob his master on several occasions. States: No. 15. Whether the prisoner had not run away previously and on several occasions, and committed thefts on those occasions. States, as before, to have run away only once previously with Job, and to have stolen sheep. 16. How long he stayed with them, and whether during that time he also helped commit other thefts, or had done the like previously. States one month and not to have helped steal. States further that he stole some garden produce. States to have lied about that. 17. Whether the prisoner will not confess to having made himself exceedingly guilty and deserving of punishment. [illegible]

Dutch transcription

bekend gesteld. Legt Portuin van Maxagascar oud na gissing. 25 Jaar lyfeijgen van den burger Petrus Hiebner. Legt: koe zien te zyn geweest Wat zijn des gev: ordinairen verrigtingen zyn geweest, van te vooren, te hebben toebehoorende aan den bur„ en wiens Lijfeijgen hij van „ger L„r Jan Hendrik Ekkert te vooren is geweest. Legb: Neem: Compareerde Mozes dewelke hem gevr: in Pacio Legt dat hij Gevr: hun heeft gewaarschouwd om meel Lyfheer te deelen. te komen steelen. Off hij dus niet de slaven Moles Legt dat hij Mozes en Job, wel kent wijl dezelve huisjongens en Iob, heefd gekend en gexuu„ Job, houdt hun 't zelve staande, de gevz: zigt nader dat hij aan Mozes, heeft gezegd, dat met hem zijn geweest, en dat „zende derzelven absentie ge„ er 2 Laken met meel waaren. — hij een Jaar lang met Job„ „ meenschap met hunlieren is opgedrost geweest„ ter heeft gehouden. tijde dat de schapen uit zegt daar niet bij behiep„ of hoedanige wijze hij gevr: de kraal van de Heer van Schoor zyn gestolen geworden. hier bij is behulpzaam „saam te zyn, geweest. — geweest. Off hij gev: aan zijn maker zegt dat Job, dat geweer van 706, niet een geweer met zin gevr: genomen heeft. kruijd kogels en Hagel heeft Compareerde Job, dewelke den gegeeven en tot wat einze. gevr: in facie zegt dat hij gevr: hun het geweer gegeeven heeft en wel de dag voor de gehoudene vendutie, des gev„e blijft bij de Negative. Zegt. Neen. — „5. Off hij gevr: aan Job, en Mozes Legt. daar van Niets te weeten. — binnen was gegaan, en zyls daar uit genomen gewor„ daarna gevolgd waaren, „ den zijl: het vengster hadden vinden openstaan, en dat fortuin en Job, 't zilver goed en geld des anderen daags na den berg hebben gebracht. dat wanneer Job. na en geld en andere goederen Off bij deeze gelegenthijd niet ook de kast in de Mozes zegt de gev„e in facie kamer is opongebrooken Art: 6: off hij gesr: dan niet gem: zyne makers heeft gewaar„ „schouwd, om in den Nagt te komen en meel van zijn Job, zegt den geor in facie aan niet kost, en andere Dingen, tot meerdere Rijzen heeft dat na dat hy by zyn eerste opdrossing met fortuin toegevoegd. weg is geweest, en na dat fortuen gevangen, hij zich meest dagelijks met hem gevr: heeft opgehouden en kost van hem ontvangen. - de gevr: persisteerd als vooren. — Art: 1. Des gev„s Naam geboorte plaats ouderdom, en wiens Lyfeygen hij is. 1 fob. niet Compareerde 6 „2. „ 3. „ 4. 9 — „ 7. „ 8. te bevrijden. Vervalt. Legt: Ia. Legt: In Legt. Sa. eens te vooren met Cob Legt een Maand en niet zegt: zulks gelogen te hebben.. Compareerde Job, en Legt thans dat hij beneevens Mozes, Jek en francies k meel uit de kamer gehaald heeft, als meede dat hij en Mozes de kast geopend heeft, en eenig geld daar uit gehaald en het zilver goed dat op een klein kasje daar naast, aan stond afgenomen, met bijvoeging dat fortuin, hem van 't hem en ander aanwyzing heeft gedaan, zynde dezelve fortuen voorts, naar achter gegaan, om op te passen of er ook iemand der huis slaaven waken wierd en of mogt staan. — Art: 9. Off hij gevz: niet meede de zilvere Leepels en vorken met dito ander goed heeft gestoolen en aan zyn Maats overgegeeven. Off hi gevrs niet 's anderen daags zelve met Ab, is na „gekomen en zig bij de bende gevoegd heeft Off hy geors niet aan zyn lyfheer beloofd gehad sob„ en zijne Maats op te zoeken en in deszelvs handen te Leeveren. „ 11. Off hij gevn, zulks niet gedaan heeft, om zig van de suspiere van zyn Lyfleet Ligt Ia. Legh. Neez. Legt, als vooren nog maar te zijn gedrost geweest, „ 15. Off hij gevr: niet van te vooren en tot verschydene Rijzen is gedrost geweest, en als toen meede schapen en bij de gelegendheijd dief„ te hebben gestolen.— stallen heeft begaan. Off zeaert zijn des gevr: te Rugkomst hy niet heeft getragt, zyn lyfheer tot verschydene Ryze te besteelen off hij gevr. niet bekennen zal zig ten sterksten schuldig en strafwaardig te hebben Hoe lang hy by dezelve zig heefd opgehouden en of hij geduurende dien heeft helpen pleegen ofte diergelijke van te vooren heeft gezaam. tuin vrugte heeft gestoolen tijd ook nog andere dieftens te hebben helpen steelen zegts Nader dat hy eenige Art: 13. En bij zijne te rug komst voorgegeeven van de dros„ „sers gevleegeld te zyn geweest en op gehouden worden. te gemaakt „ 10. „ 12. „ 17. „ 16. „ 14.

NL-HaNA_1.04.02_4329_0422 view scan ↗

English

Articles drafted, and handed over to the Gentlemen Commissioners from the Honorable Council of Justice of the Castle of Cape of Good Hope, to hear thereupon at the requisition of the Fiscal pro interim P. Exter the slave Caesar of Madagascar, a bondsman of the former Merchant Mr. Johannes van Echten, whose responses to be given shall be properly recorded in the margin hereof. Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, the slave Caesar of Madagascar, who has answered to the adjacent questions as noted alongside. Article 1. The questioned party's name, birthplace, age, and whose bondsman he is. States: Caesar of Madagascar, bondsman of Mr. van Echten, aged approximately 40 years. Article 2. How long the questioned party has been in the service of his said master and what his ordinary duties have been. States: 5 years in the service of his master, and his ordinary duty was to sell vegetables. Article 3. Whether the questioned party has not for a long time known Job, the bondsman of the widow Ekkert. States: to have known him ever since he was a child. Article 4. On what occasion and in what manner the questioned party became acquainted with the same. States: at the time when the questioned party lived with Ackerman and Job with Ekkert, having already played with each other as children. Article 5. Whether that Job was not also good friends with other slaves of the questioned party's master, and with whom in particular. States: that Job was acquainted with the free black Bryn and the slaves Fortuin, Philip, and Joemat. Article 6. Whether the same Job, besides the questioned party, was not particularly friendly with the slave Daniel, Fortuin, and the free lad Bryn. States: that Daniel is on the Island, and that Job was also good friends with him, and particularly with Bryn, and further as in the preceding article. Article 7. Whether the questioned party did not introduce the aforesaid Job to the aforementioned lads. States: that Job was as well acquainted with the other lads of Mr. van Echten as with the questioned party. Article 8. Whether Job did not abscond from his master on the occasion when he wanted to steal sheep, being afraid of being apprehended. States: not to know that he absconded for that reason. Article 9. How long ago that was, and whether Job has not resided on Table Mountain for most of the time since. States: by his estimate 2 years, and not to know where he stayed. Article 10. Whether Job did not take up his residence there because he could be better provided with the necessary sustenance. States: not to know this. Article 11. Whether the same did not often and almost daily come to the questioned party's master's garden and inside the house. Job appeared, who states to the face of the questioned party that he saw the questioned party there almost every day. The questioned party now states that he saw Job there and spoke with him. Article 12. Whether that Job did not always find his food there. States: yes, from all, and indeed mostly from the questioned party, and with the aforementioned Daniel and Fortuin and Bryn. Article 18. What he will say in his excuse. States: never to have done any wrong to his master before, and to have come to this course through seduction. Thus questioned and answered at Cape of Good Hope, the 20 November 1786, before the Gentlemen Johannes Martinus Horak and Andries van Sittert, Members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who have duly signed the original minute hereof together with the interrogated person and me, the secretary. Below stood: Which I witness. Was signed: C. van Aerssen, Secretary. Re-examination. Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, the slave Fortuin of Madagascar, to whom the preceding interrogatories and answers, having been read aloud clearly and distinctly word for word, declared that he persistently abides by them, desiring that nothing shall be added to or subtracted from them. Thus done and re-examined at Cape of Good Hope, the 8 December 1786. Was signed and there described: This mark was made by the own hand of Fortuin of Madagascar. Below: In my presence, signed: C. van Aerssen, Secretary. In the margin: As commissioners, signed: W. F. v. Reede van Oudtshoorn and J. M. Bletterman.

Dutch transcription

Legt van te vooren nooit eenig kwaad bij zyne Lyfheer te hebben gepleegd oud Na gissing 40 Jaar Art: 18. wat hy tot zyn verschoning zal zeggen. en door verlyding, tot deze raad te zyn gekomen. — /:onderstond:/ Articulen gedaan maken, Aldus Gevraagd en B'andwoord Compareerde voor ons onderget: gecommitt:s aan Cabo de goede Hoop, den 20 November en aan Heeren gecommitt„s uijt uijt den E: Achtb: Raad 1786. voor de Heeren Johannes Martinus den E: Achtb: Raad van Justitie van Justitie dezes gouver„ des Casteels van Cabo. de goede Horak en Ardries van Sittert. Leeden uijt „nements den slaat Casar Hoof overgegeeven, om me ter den E: Agtb: Raade van Justitie voorm: die van Madagasaar dewelke Requisitie van den prointerin de minute dezer benevens de gevz; en op de nevenstaande vragen mij secretaris mede behoorlijk hebben, Fiscaal 9: Exter daarop zodanig geantwoord heeft onderteekend. /:lager :/ 't welk ik getuijge gehoord te worden Casar /:was getekend:/ C: van Aerssen. Secretaris. als besyden een yaer van Madagasaar Lijfeijgen aangetekend staan. t van den Oud koopman de Heer Joh„s van Echten zullen de. deszelvs te gevene Responsive„ in Margine dezes behoorlijk worden bekend gesteld. Art: 1. Des gevr: Naam geboorte plaats, ouderdom en wiens Lyfeygen hij is. Lyfeygen van de Heer van Legt Clesar van Madagasaar Echten. Hoelang hij gevr: in gem: zyns Legt 5 Jaar, in dienst van zyn lyfheer te zyn geweest, lyfheeren Dienst is en wat Recollement. Compareerde voor ons onderget: gecom„ „mitt„s uit den E: Achtb: Raad van Justitie dezes gouvernements den slaaf Fortuijn van Madagasaar dewelke de voorenstaande interrogatoria en antwoorde van woord tot woord Claar en duijdelijk voorgelezen zynde verklaarde daar by te blyven persisteeren met begeerte dat daar niets van of bij gedaan worden, zal. /:onderstond:/ Aldus gedaan en gerecolleerd aan gemaakt Cabo de goede Hoop den 8 december 1786. /:was getekend &/: en daar omschreeven :/ dit merk stelt eegenhandig Portuin van waar„ „gasaar /:lager:/ Mij present /:getekend :/ C: van Aerssen Secretaris /:in margine:/ als gecommitt. s /:getekent:/ W: f: V: Beede van Oudtshoorn en J: M: Bletterman. Cabo zyn. 1 Art: 8. en zijn ordinairen verrig„ zijn ordinairen verrigtinge „tiing om groente te verkoo„ geweest zijn. „pen. Legt: hem al van een kind af te hebben gekent. Lagt: ten tijden toen hij gevr: bij Ackerman, en Jol, bij met elkanderen als kinderen zegt, dat Iob; in kennis is hem gesr: Art: 3. Off hij gevr: niet zedert Langen tijd Job, den Lyjfeijger van de weduwe Ekkert Rent. Bij wat gelegenthijd en op wat wyze hij getr: met den Ekkert. hebben gewoond, reeds zelven in kennis is geraakt te hebben gespeeld. Off dien Job, niet ook met geweest met den vrijswart anderen slaven van zijn des Brin, en de Slaaven gev„e Lyfheer goedvriend is Legt. zulks niet te weeten. — Fortuin philip en Joemat. – geweest, en met wien voorna„ „mentlijk. Of denzelven Job, niet buyten zegt dat daniel op 't Eiland is, hem geor: inzonderheyd heeft en dat Job, daar mede ook goed vriend is geweest, verkeerd met den stat dani„ en voornamentlijk met „el, Fortuin en den vrijjongen Bryn en verders als op Bren.. Hoorige art: Of hij gevr: meer gem: Job, niet zegt. dat sob met de met voorsz: Jongens heefd andere Jongens van den bekend gemaakt. H:k van Echten zoo wel be„ „kend is geweest, als met om die reeden is opgedrost. Legt: niet te weeten dat hi zegt na zyn gissing 2 Jaar Hoe lang zulks is geleeden en of Job, niet zedert den meester en niet te weeten waar tijd aan den tafelberg zig heeft hij zich heeft opgehouden. ovgehouden. „ 10. off Job niet daarom aldaar zyn verblijf heeft genomen om dat hy met de Nodige onderhoud beeter kost voor„ „zien worden. of denzelven niet dikwils Legt: zulks niet te weeten. en byna alle dagen in zyn des Compareerde Job, dewelke den gevr: Lyfseeren Thuijn en wel gevr: in facie Legt dat hij alle dagen aldaar den int huis is gekoomen! gevr: gezien heeft. De gevr: Legt thans dat hij sob, daar gezien heeft en gesprooken. Legt sa van alle en wel het off dien Job, niet altoos zyn kost aldaar heeft gevonden. Meest van hem gevr: en Of niet Job. bij gelegendhijd dat met voorm: Daniel en Fortuin schaapen heeft willen steelen en bevreest zynde van geappre¬ hendeert te worden van zyn lijfheer weg en opgedrost is. hem Bryn en 5 — „ 4. „ 6. „ 7. — „ 11. „ 12. 9.

NL-HaNA_1.04.02_4329_0424 view scan ↗

English

and by whom. Answers: Yes. Answers: Yes. Said that he, the questioned, did not give Job such freedom, or whether the same was not usually supplied by the free boy Bryn with something of rice, tobacco, bread, or biscuit upon his departure. Answers: As before. 14. Whether this was not also done by him, the questioned, and whether he did not also give old clothes to Job. Answers: Yes. Whether, moreover, Job did not have the freedom to take garden fruits with him, as much as he thought fit. 15. Whether he, the questioned, did not often converse with the same Answers: To know nothing of that. about what was being said about him, Job, and that people were searching for him. Job says to the face of the questioned that it was spoken of in his presence, and indeed by him, the questioned himself. Answers: As before. The questioned persists as before. 17. Whether the said Job was therefore not hidden for several days by him, the questioned. Says: Yes, that Bryn had told him, Job, that the Hottentots were searching for him, and that Bryn and Fortuyn had then shown him that coop. Says: Yes, that he did give it, but indeed Bryn did. Yes, but to have done such out of old acquaintance. Whether he, the questioned, will not confess to being very guilty and punishable through the harboring and concealing of that runaway. What he will bring forward for his excuse. underneath stood: 22. Thus questioned and answered at Cabo de Goede Hoop, the 5 December 1786, before Says that Job told him such. 20. By what means he, the questioned, knew where the gun was hidden. Whether he, the questioned, did not ask Job for his gun, that he should bring the same along. Article 18. Whether this did not also happen when the Hottentots went on commando and Job stayed for several days in the chicken coop of Bryn: the Bryn. 16. had. 21. Article 13. the Messrs. W: P: van Reede van Oudtshoorn and Johannes Mattheus Bletterman, members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof together with the questioned and me, the secretary. lower: Which I witness. was signed: C: van Aerssen, Secretary. Review Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the above-mentioned slave Cesar of Madagascar, who, having had these his preceding interrogatories and answers read aloud word for word clearly and distinctly, declared to abide and persist thereby, wishing that nothing be added to or subtracted from them. Thus done and reviewed at Cabo de Goede Hoop, the 8 December 1786. was signed: and written around it: This mark was placed by his own hand by Cesar of Madagascar. lower: In my presence, signed: C: van Aerssen, Secretary. in the margin: as commissioners signed: W: P: v: Reede van Oudtshoorn; and J: M: Bletterman. underneath stood: In what capacity he, the mentioned, stayed with Mr. van Echten. How long he has been here, and what the duties of him, the questioned, were. Answers: To have come from Batavia as a free person with Mr. van Echten, and to have worked a little here and there in the garden. Answers: No. Says: Brein of Ambon, aged by estimate over 50 years. Article 1. The questioned's name, birthplace, and age. 3. Whether he, the questioned, is not the bondsman Articles drawn up and submitted to the Messrs. Commissioners from the Honorable Council of Justice of the Castle of Good Hope, in order to examine the slave Brein of Ambon upon the requisition of the pro interim Fiscal Pieter Pieterse van Exter, and that his responses to be given are duly noted down in the margin hereof. is noted beside each of the same. Being now the honorable prisoner, appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government the slave Brein of Ambon, who to the adjacent interrogatories has given such answers as in the margin: Appeared of 2.

Dutch transcription

en bij wien. Logt: Ia— Legt Ja. zogt dat hij gevr: hun Job„ zo zeer de vryheyd niet off derzelven niet bij zin weg„ „gaan door de vryjongen Bzyn ordinair met 't een zegt. als vooren. of ander van Rijst Tobak brood, of beschuijt is verzorgt geworden. „ 14. off dit niet ook van hem Legt. Ia. — gevr: geschied is en of hij aan Job, niet ook oude klee„ „deren heeft afgegeeven. Off bovendien sob, niet vrij„ „hijd heeft gehad Tuynvrugten mede te neemen, zo veel hem goed dogh. „ 15. Off hij gevz: denzelven niet Legt: daar van niet te weeten. dikwils onderhouden heeft Job, zegh den gevz, in facie dat van 't geen over hem Job, gesproo„ er in zyn praesentie daar „ken word, en dat men opzogt Legt: als vooren. — van is gesprooken gewor„ „den, en wel van hem gevr: zelve De gevr: persisteerd als vooren. „ 17. off gem: Job, daarom niet meer„ Zegt Ja: dak Bryn hem Job gezegd had dat de Hotten„ „dere dagen door hem gevraage heeft gegeeven, maar wel Bryn. — zogd. sa, dog zulx uijt Oude ken„ „nis te hebben gedaan. — Off hij geez: niet zal bekennen zig door het heelen en ver„ „bergen van dien Drosser, zeer schuldig en strafbaar te zijn. wat hy tot zyne verschoning zal bybrengen. /:onderstond:/ „ 22. Aldus gevraagd en B'andwoord aan Cabo de goede Doop, den 5 december 1786. voor zegt: dat sol, hem, zulx gesegd „ 20. Door wat middel hij geors heeft geweeten, waar 't geweet is geborgen geweest. Off hij gevr: niet Job, om zyn geweer heeft gevraagdt dat 't zelve zoude mede brengen. Art: 18. off dit niet ook is geschied toen de Sottentotten of Commando zyn gegaan en Job verschijdene dagen in de Hoenerhok van Bryn zig heeft opgehouden: „totten hem zogten, en dat den is verborgen geworden. Brijn, en Fortuijn hem toen dat hok hadden aangeweezen. totten „den de Brijn. — - - „ 16. had. — „ 21. Art: 13. de Heeren W: P: van Reede van Oudtshoorn en Johannes Mattheas Bletterman leeden uyt den E: Achtb: Raade van Justitie voorm: die de minute dezer benevens de gevr: en Mij secretaris mede behoorlik hebbe onder„ „teekend /:lager:/ 'T welk ik Getuijge /: was geteekend :/ C: van Aerssen Secret:s Recollement Compareerde voor ons ondergeteekende ge„ „Committ:s uijt den E: Achtb: Raade van Jus„ „titie dezes gouvernements den boven gem: slaaf Casar, van Madagascar dewelke deeze zyne voorenstaande. Interrogatoria en ant„ „woorden van woord tot woord klaar en duijdelijk voorgeleezen zynde verklaarde daar bij te blyven parsisteeren met begeerte dat daar niets van of bij gedaan worden zal. Aldus gedaan en gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop den 8 december 1786 /:was getekent:/ /:en daar om schreeven:/ dit merk steld eigenhandig Casar, van Madagascar /:lager:/ Hij praesent /:gete„ „kerd:/ C: van Aerssen, Secretaris. /: in mar„ /:onderstond:/ In wat qualiteid hij gem: zig Legt. als vrypersoon met bij den Heer van Echten heeft den Heer van Echten van batavia te zyn gekomen, opgehouden - Hoe lang hij en hier en daar in den hier is en wat zin des gev: tuin iets te hebben gewerkt verrigting geweest zijn. Legt: Neen. — Zegh. Brein van Ambon oud na gissing ruim 50 Jaar. Art: 1 des geos naam geboorte plaats en ouderdom. 3. Off hij gev: niet den lyfeijgen Articulen gedaan maaken en aan Heeren gecommitt„s Uijt den E: Achtb: Raade van Justitie des Casteels de goede Hoop overgegeeven omme ter Requisitie van den prointerin Fiscaals Exter, daar op gehoord te worden den Slaaff Brein van Ambon deszelvs te gevene Respon„ „siven in margine deeses behoorlijk worden bekend gesteld. — „selver staat aangeteekend. — Thans 's Heeren gev„e zullende compareerde voor de onderget: gecommitt„s reijt den E: Agtb: Raade van Justitie deeses gou„ „vernements den staad Brein van Ambon dewelke op de neevenstaande vraag poincten sodanige ant„ „woorden gegeeven heeft als belyden een ieder der „gine:/ als gecommitt„s /:getekend :/ W: P: V: Reede van Oudtshoorn; en J: M: Bletter„ „man. — „gine: Compareerde van „2.

NL-HaNA_1.04.02_4329_0426 view scan ↗

English

given. The prisoner to his face says that he knows Job. knows him very well, that he through Casar became acquainted with them and since then has always by him, prisoner, been treated like a father. The prisoner persists in the negative. Appeared Job, the slave of the widow Ekkert, in the name of Article 4. How long ago it is that seen except when he was captured, he, prisoner, became acquainted with him, and now, because he does not associate with slaves. and on what occasion. Job persists in his previous statement, the prisoner likewise persists. States never to have, How long ago it is that States never to have he, prisoner, became acquainted with him, seen him except when he was captured, and on what occasion. and now, because he does not associate with slaves. Job persists in his previous statement. The prisoner likewise persists. Whether said Job has not been with him, prisoner, when he ran away from his Job states that he, witness, also had a knife with him, The prisoner persists as before. he would do such a thing master, and told him, prisoner, that States: No. Job states to his face, says as before, Whether he, witness, did not also know about that, that said as before. Whether the same Job did not always States: Never to have seen Job have his board there at all, and therefore also did and upon his leaving not give him anything. was provided by him, prisoner, with bread Whether the same did not frequently, and nearly every evening, come to his master's garden and indeed into the house. States not to know such. Whether Job, since his Job says to his face desertion, has not stayed at the Table Mountain that not a day or night the majority of the time. passed that he was not downstairs with the prisoner, who always asked him the reason whenever he had stayed away longer than usual. The prisoner persists as before. Article 7. Whether he, witness, then did not say to the same and offer to make sausages. that he, prisoner, knew very well about it, Job with some other boys wanted to steal sheep. because he had to try to get meat to make sausages. The prisoner persists as before. that Job. 4. 1. 6. 10. 9. 8. as before. says not to know such. as before. as before. as before. or biscuit, rice and tobacco, and was also provided with some piece of clothing or other. Whether he, prisoner, on other occasions did not say to Job that he could take vegetables and fruit as much as he thought fit. Whether and from whom in the house Job received even more and was concealed. Whether said Job did not himself eat in the house, and spent several nights there and slept. Whether he, prisoner, did not instruct and admonish the same to take good care and not go home because very much had been stolen and all of that was put to his account. Whether he, witness, did not Article 11. as before. as before. Thus interrogated and answered at Cape of Good Hope on the 20 November 1786, before the gentlemen Johannes Mar tinus Horak and Andries van Sittert, members of the Honorable Court of Justi ce aforesaid, who together with the prisoners and me, the secretary, have duly signed the minute hereof. lower: stood below: crime will not confess to be guilty and very punishable. 18. What he can state for his excuse. says to have done nothing, Whether he, prisoner, through his Article 16. Whether he, prisoner, did not conceal him in his adjacent chicken coop, where he had already been for two days at the time of his capture. also warned him that a Commando had gone out, and that he had better stay there. more Which 12. 13. 14. Which I witness was signed: C: van Aerssen Secretary. Review. Appeared before us, the undersigned com missioners from the Honorable Court of Jus tice of this government, the above-mentioned free black Breen of Ambon, who, having had his aforesaid interrogatories and answers clearly and distinctly read out to him word for word, declared to persist therein, not withstanding the recounted confrontation with Job and Casar, further desiring that nothing more shall be added to or taken from it, except only that he has known Job for the past 2 years, and has seen him daily at the house of Mr. van Echten, though he may then have been with Phlip. Thus done and reviewed at Cape of Good Hope on 8 December 1786. was signed: / and written around it: this mark is made by the own hand of Bryn of Ambon lower: In my presence signed: C: van Aerssen. Secretary. in margin: as commissioners signed: stood below: Whereas Job of Madagascar, slave of the widow of the late man Jan Hendrik Ekkert, aged about 30 years, Moses of Bougies, slave of the burgher Jacobus Pesselaar, aged about 40 years, Francies of Mozam bique, belonging to the burgher Simon van Blerck, aged about 20 years, Pek of Madagascar, slave of the burgher Adjutant the man Francois de Micker, aged about 22 years, Fortuyn of Madagascar, slave of the burgher Petrus Johannes Hiebner, aged about 25 years, Casar of Madagascar, belonging to the former merchant Mr. Johannes van Echten, aged about 40 years, and Brein of Ambon, manumitted slave, aged about 50 years, now willingly remaining prisoners of the Lord, and it having evidently appeared to the Honorable Court of Justice of this Government from the documents furnished in the trial, That the 1st prisoner, Job, for about two years W: J: van Reede van Oudtshoorn and J: M: Bletterman. W years

Dutch transcription

„de gegeeven. gev: in facie zegt dat hij Job kent. hem zeer wel kent, dat hij door Casar in kennis met hun is geraakt en zedert altoos van hem gev: als van een vader is behandeld geworden. De gevspersisteerd bij de negative Compareerde fob, dewelke den van de wed„e„ Ekkert in naame Art: 4. Hoe lang 't geleeden is dat gezien als toen hij get: is, hij gev: met denzelven in en nu want dat hi zig kennis is gezaakt, en bij niet met slaafen of houdt wat geleegendhijd! Job, persisteerd bij zijn voorige gezegde, de ged: persisteerd meese. Legt hem nooijt te hebben, Hoe lang 't geleeven is dat Legt: hem nooit te hebben hij ged. met denzelven in gezien als toen hy gev: is, kennis is gezaakt, en bij en nu want dat hij zig wat geleegendhyd. niet met slaaffen ofhoudt. Job persisteerd bij zyn voorige gezegde. de gev: persisteerd meede off gem: Job, niet by hem gev: is geweest, een hij van zijn Job, Legt dat hij get. hem nog een wes heeft me„ de gev: persisteerd als vooren. hij zulx doen zoude lijfheet is opgedrost, en aan hem gev: heeft gezegd dat Legt: Neen. Job„ Legt hem in facie zegt als vooren, of hy get: niet ook daar van heeft geweeten dat gem: als voorens. — off dezelve sob, niet altoos Legt: Sob, in't geheel nooit zyne kost aldaar heeft te hebben gezien, en hem gehad en bij zyn weggaan dus ook niet gegeeven van hem gev„en met brood heeft. off denzelven niet dikwils en bij kans alle avonden naar zyns lyfheeren thuijn en wel in't huijs is gekomen. Legt zulx niet te weeten Off Sob, zedert deszelvs Au„ Job, zegt hem in facie „fugie zig niet de meeste dat er geen dag of nagt tijd aan de Tiffelberg voorby is gegaan dat heeft opgehouden. hij niet onder bij den ged: is geweest dewelke hem altoos de zeden vroeg wanneer hij langer dan na gewoonte weg was gebleeven. de gev e persisteerd. als vooren. — Art: 7. Off hij get: dan niet dezelve gezegd en geofferd heeft worsten te zullen maaken. dat hy ged. daar zeer Job met eenige anderen wel van geweeten heeft Jongens heeft schaapen willen want dat hij vleesch moest steelen! zien te krijgen om sau„ „eijsen te maaken. — de gev: persisteerd als vooren. — dat Vob. „ 4. 1 6. 10. „9. „ 8. als vooren. zegt. zulx niet te weeten. — als vooren. — als vooren. als vooren. of beschuijd, Rijst en Tabak, en ook met een ende andere stuk kleederen is voorsien geworden. off hij gev„e bij andere gelee„ „gentheeden aan Job, niet gezegt heeft dat groentens en vrugten kost meede nee„ „men zo veel hem goed dog ho Off en van wien in't Huis Job, nog meer heeft ont„ „fangen en verborgen is geworden. Off meergem: Sob, niet zelven in't huis heeft gegeeten, en aldaar meerdere nagten door gebragt en geslaapen. Off hij gev: denzelven niet heeft geinstruceerd en ver„ „maand zig wel te wagten en niet te huijs te gaan om dat zeer veel gestoo„ „len en zulx alles op deszelvs reekening wierd gesteld. off hij get: denzelven niet Art 11. als vooren. — als vooren. Aldus gevraagd en Beandwoord aan Cabo de goede Hoof den 20 Novem„ „ber 1786. voor de heeren Iohannes Mar„ „tinus Hozak en Andries van Sittert leeden uijt den E: Agtb: Raade van Justi„ „tie voorm: die de minute deser bene„ „vens de gevs en mij secretaris meede behoorlijk hebbe onderteekend /: lager:/ /:onderstond:/ bedrijf niet zal schuldig bekennen en seer straff„ „waardig te zijn. „ 18. wat hy tot zyn verschoning kan aangeeven. zegt: niets te hebben gedaan, Off hij gev: zig door zyn Art: 16. off hij gev: hem niet in Lijm bijLonceeren Hoenerhok heeft verborgen alwaar hij bij dezelvs gevangen neeming reets twee dagen lang geweest is meede gewaarschouwd heeft dat er een Commando is uijt gegaan, en dat liever moest daar blijven. meere Twelk „ 12. „ 13. „ 14. Twelk ik getuijge /:was getekend :/ C: van Aerssen Secretaris. Recollement. Compareerde voor ons ondergeteekende ge„ „Committ:s uijt den E: Achtb: Raad van Jus„ „titie dezes gouvernements den bovengem: vryZwart Breen van Ambon, dewelke zyne voorenstaande interrogatoria en antwoor„ „den, van woord tot woord klaar en duijdelijk voorgeleesen zynde verklaarde daar bij te blyven persisteeren niet tegenstaande de verhaalde Confrontatie met sob en Casar, voorts begerende dat daar niets meer bij of van gedaan worden zal, als alleen dat hy Job, Le„ „dert 2 Jaaren kent, en denzelven dage„ „lijks te hebben gezien aan 't huis van de Heer van Echten, doch dat hij toen mogelijk bij phlip is geweest.— Aldus gedaan en gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop den 8. december 1786. /:was getekend:/ / /: en daar om„ „schreeven:/ dit merk steld eygenhandig Bryn van Ambon /:lager:/ Mij present /„getekent:/ C: van Aerssen. Secretaris. /:in margine:/ als gecommitt„s /: getekend:/ /:onderstond:/ Alsoo Tob, van Madagasoan Lijfeijgen van de wed„e wylen den manh Ian Hendrik Elkerd oud na gissing 30. Iaren Moles van Bougies staaf van den burger Jacobus Pesselaar oud na Gissing 40 Jaren Francies van Mosam„ „bigue toebehoorende den burger Simon van Blerck oud Nagissing: 20 Jaren Pek van Madagascar Lyfeygen van „den burger Adjudant den Manto Cran„ „cois de Micker oud nagissing 22 Jaren Portuijn van Madagasaar Slaaf van den burger Petrus Johannes Hiebner oud na gissing 25 Jaren Casar van Madagasaar toebehoorende den oud koopman de heer Iohannes van Echten oud na gissing 40 Jaren en Brein van Ambon vrygegeeven Lijfeijgen Oud na gissing 50 Jaren. thans S' Heeren geds vrywillig beleeven, en 't den E: Achtb: Raade van Justitie deezes Gouvernements uyt de ten processe gefourneerde stucken evident geblee Dat den 1e geve fob, voor huijmen twee „ken is. — W: J: van Reede van Oudtsloorn en J: M: Bletterman. W Jaaren

← previousnext →