VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 4329

Cape · 582 pages · 352 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_4329_0429 view scan ↗

English

Years ago joined a certain plot of slaves, among whom were two belonging to the Heer van Echten, named Said and Daniel, who, on account of their misdeeds, were executed pursuant to the sentence of this Council already in the beginning of the year 1785, having joined with the intention of stealing sheep in the garden of the repatriated Honorable Heer Adriaan van Schoor, but at the barking of the dogs had to withdraw from there again. That the 1st prisoner, so he says, out of fear that this would be discovered, took to flight, and then went to Table Mountain with the other slaves Jacob and the 5th prisoner Fortuijn. That thereupon two more slaves of the aforementioned Simon van Blerk, named October and Sephta, likewise joined him, the 1st prisoner, whereupon they, five in number, went to and around Stellenbosch, where the aforementioned Jacob, Fortuijn, and Sephta were captured shortly thereafter, at which point he, the first prisoner, returned again to Table Mountain with the aforementioned October. That subsequently the slaves Mentor and Salomon, belonging to the aforementioned van Blerk, and David, slave of a certain Franke, came to the 1st prisoner, and he, the 1st prisoner, then decided to go with them and the aforementioned October to Hangklip. That he, the 1st prisoner, encountered several other runaway slaves there at Hangklip, and for some time sustained himself both by catching fish and by what was brought by some of them to their hiding place or dwelling; and on a certain day, with some of that plot, together with a certain slave of a certain Louw, named Carolus, went to the farm of the burgher Jan Otto. That they stole two horses from the stable there, and notwithstanding that they were pursued by the aforementioned Otto, accompanied by a certain Wilkens, and the 1st prisoner was even hit by a shot of chopped lead, they nevertheless brought the horses to their dwelling place and ate them. That he, the 1st prisoner, however, having become afraid because of that shot to stay there any longer, separated himself from the plot together with the aforementioned David, Mentor, and Carolus, and after having wandered around elsewhere with these last-mentioned companions, returned again to Table Mountain, while the mentioned David, Mentor, and Carolus, after staying there a little while longer, departed from him; whereupon, besides several other runaway slaves who continuously came and went, also the 2nd, 3rd, and 4th prisoners, Moses, Francies, and Tek, together with the slaves Pedro, of the aforementioned van Blerck, and April, of the dragoon Veltbron, joined him, the 1st prisoner. That this plot ever since stayed at Table Mountain, and the 1st prisoner mostly in the garden of the abovementioned Heer van Echten, where he was mainly provided with provisions and clothing by the 6th and 7th prisoners, who, moreover, also continually and mostly hid him, the 1st prisoner, in a chicken coop next to the house of the frequently mentioned Heer van Echten, and dissuaded him from returning to his mistress whenever it entered his mind to do so, by making him, the 1st prisoner, believe that everything that was stolen from time to time was blamed on him, the 1st prisoner, and he thus ran great risk of being hanged or broken on the wheel; while he, the 1st prisoner, meanwhile having gone back and forth to his plot, which stayed at Table Mountain by day and wandered around at night searching for food in the gardens around Rondebosch and Driekoppen, had nevertheless never been able to obtain as much food from the mentioned garden as would have been sufficient for them alone. That therefore the aforementioned Pedro and April once drove a cow belonging to the burgher Willem Versveld from the so-called Platteklip to the mountain, which was slaughtered by the 1st prisoner and subsequently consumed with the other 2nd, 3rd, and 4th prisoners. That after this the 1st prisoner, also with the help of the 3rd and 4th prisoners, Francies and Tek, stole a bull from the valiant Servaas Breda, and brought it to their hiding place for their sustenance. That furthermore the 3rd prisoner, Francies, together with the aforementioned Pedro, stole three sheep from the aforementioned van Blerck, and likewise three sheep from the former Burgher Councillor, the Heer Jacobus van Reenen, and brought them, together with various vegetables and garden fruits, to the plot. That the 5th prisoner, who belonged to the mistress of the 1st prisoner and was thus always acquainted with him, the 1st prisoner, frequently received him, the 1st prisoner, at night in his master's garden, and provided him with food. That he, the 5th prisoner, subsequently once having said to the two first prisoners, Job and Moses, that in the front room of the house

Dutch transcription

Iaaren geleeden zig bij zeeker Complot slaaven, waar onder twee van de Heer van Echten in Naame said en daniel waren die ter zake van hun wanbedrijf ingevolge sen„ „tentie van deezen Raade reeds in den beginne van't Iaar 1785: zyn gexecuteerd geworden, vervoegd hebbende met intentie om in den thuin van den gerepatrieerden E: Achtb: Heer Adriaan van Schoor schapen te steelen, op 't blatjen der houden van daar egter wederom heeft moeten wijken. — Dat hij 1e: geo( zoo hy zegt / uijt vreese dat zulx zoude worden ontrekt zig of de vlugt hebbende begeeven, als toen met de meere slaven Iacob. en den 5„e geve Fortuijn ge„ „gaan is na de tafelberg, Dat daarop nog twee slaven van den voorn: Simon van Blerk in name october en sephta Lig insgelijks bij hem 1:e gev„ vervoegd hebbende Lijl als toen ten getalle van vijf zyn gegaan, naar en omstreev Stellenbosch, alwaar voorsz: Jacob, Portuin en sephta kort daarop zyn gevangen ge„ noomen, als wanneer hij eerste geve„ met meerm: october wederom nader tafelberg is te rug gekeerd. Dat vervolgens bij den 1e. geve gekoomen, zynde de slaaven Mentor en Salomon toebehoorende eevengem: van Blerk, en david Slaaf van eene franke hij 1e. geve¬ als toen besloten heeft, om met dezelve en voorsz: October na de hanglis te gaan. Dat hij 1„e geve, aldaar aan de hanglif nog verschijde anderen gedroste slaven aan„ „getrofen, en zig eenige tijd zoo met schepp„ „vissen als 't geen door sommige van hun en derselver schuylhoek of verblijf plaats gebragt wierd, erneerd hebbende zig of zekere dag met eenige van dat Complot„ beneevens seekeren slaat van eenen Louw Carolus genaamd, begeeven heeft na de plaats van den burger Ian Otto. — Dat zit, aldaar uijt de paaraen stal gestoolen hebben, twee paarden en niet tegenstaande zyl: door voorsz: Otto, verseld „ van eenen wilkens waren agtervolgd en de 1:e gev„e, nog door een schoot met gekapte zogels getroken was geworden, dezelve paarden egter na hun verblijf plaats gebragt en opgegeeten hebben. Dat hij 1:e gev„e evenwel door dien schoot bevreesd zynde geworden, om al„ „daar langer te blijven, zig beneevens voorm: David, Mentor, en Carolus van het zelve Complot heeft afgezondert en na met deese zyne laatste gem: Mak„ „kers elders zond gesworven te hebben, wederom na den tafelberg is te rug ge„ „keert, terwijl gem: David, Menton en Ca„ „nolus na zig aldaar nog een wynig te hebben opgehouden, van hem zyn afge„ gaan, zynde als toen behalven verschijde en andere . andere drossend slaven die altoos af en toe zyn gegaan, ook nog de 2 e 3e en 4e gee„ Moles, francies en Sek, benevens de slaven„ pedro. van voornoemde van Blerck en April van de Aragonaer Veltbron bij hem 1„e gev:e gekomen. Dat dit Complot zig zedert altoos aan de tafelberg opgehouden heeft, en den 1 e geve„ meesten veels in den thuijn van bovengem: heer van Echten alwaar hij wel voornament¬ „lijk door den 6:e en 7„e gev„ van mondbehoef„ „tenis en kleederen is voorzien geworden, dewelke hem 1 e geve, daaren boven, ook nog telkens en wel meestentijds in een hoenderhek naast 't huijs van dukgem: heer van Echten verborgen en het te rug keeren, na zyne Lyfvrouw wanneer hem zulx in't zin kwam, afgeraaen hebben met hem. 1e geve diels te maken dat al 't geen er van tijd tot tijd gestoolen wierd, of zyn 1„e gev„e reekening gesteld wordende hij dus veel ligt gevaar lief om gehangen off gelegebraakt te worden terwijl hij 1:e gev„e intusschen na zyn Complot, dat zig overdag aan den tafelberg ophield en des nagts om eeten te zoeken in de tuijnen omstreev 't rondebosje en de doode bloem zond swierf; af en toegegaan zynde echter nooijt zoo veel Eeten als voor hun alleen genoegsaam was geweest uyt gem: thuijn had kunnen opdoen, Dat hierna de 1„e geve„ ook nog met behulp van den 3„e en 4 gev„e Francies en Tek, van den manhaften Servaas Breda een bul gestoolen, en tot hun onderhoud na hun schuijlhoek vervoerd heeft. Dat voorts de 3:e gev„e Francies benee„ „vens voorsz: pears bij meerm: van Blerck Arie en by den Oud Burgerraad de heer Jacobus van Beenen insgelijks drie schaapen gestolen, en die beneevens die ver„ „se groenten en tuijg vrugten by 't Complot gebragt heeft. Dat den 5„e gev„e die wel een toebehoord heeft aan de lyfvrouws van den 1„e geve„ en dus altoos met hem 17 geve, in kennis geweest is, hem 1„e geve/ dik„ „werf des nagts in zijn 's lijfheeren thuijn ontfangen, en van eeten voor„ zien heeft.— Dat hij 5„e geve vervolgens eens aande twee Eerste geve, Job, en Mozes, gezegt hebbende, dat in de voorkamer van 't Dat dierhalven voorsz: Pedro en April, eens een koebeest van de burger Willem Versveld van de soogenaamde platte klip na den berg gedreeven hebbende, het zelve door den 1:e gev„e geslagt en vervolgents met de overige 2„a 3„e en 4 gev: geconsu„ „meerd is, — Dat huis -

NL-HaNA_1.04.02_4329_0431 view scan ↗

English

house of his master stood two sacks with flour, the four first prisoners then conferred with one another to take away that flour from the house of the aforementioned Hiebner, to which end they, the 4 first defendants, then according to their agreement betook themselves in the night between the 8th and 9th of August last into the garden of the aforesaid Hiebner, at which time the 3rd and 4th prisoner remained by the gate of the garden and the 2 first prisoners, having gone to the house, after having spoken for a moment with the 5th prisoner, returned again to tell the 3rd and 4th prisoners, who had stayed behind, that there was now a chance to get into the room, as the 4 first defendants then also went together to the house and to the front room window of the same Hiebner and, according to their statement, having found the wooden shutter open, or just slightly pushed ajar, pulled it open, and then pushed up the sash window, while after that the 1st and 2nd prisoners, Job and Mozes, climbed inside, the 5th prisoner Portuijn in the meantime, after he had given the necessary directions, having gone to the back to see whether the other slaves of his master were all in proper rest. That after the 1st and 2nd prisoners had gotten the two sacks with flour out of the room with the help of the 3rd and 4th defendants, the first prisoner Job then with a garden rake broke open the desk standing in that room, and from the same, besides some silverware, also took the silver as well as paper money contained therein: after which they took away several other goods which were in that room, and of which the defendants have given no specific details, there being however the next morning found missing by the aforesaid Hiebner from his desk: Fifty Rixdollars in paper currency Twenty-six rixdollars in guilder pieces Thirty rixdollars in old silver money. A double silver clasp with six coin pieces. Nine silver spoons. A ditto sugar box. A ditto cooling bowl with four spoons and five forks. While from the room where the same desk stood, two mudden of flour and a copper tea caddy, and from the back room where the laundry used to be kept: A blue handkerchief An empty canvas bag A woman's skirt [illegible] A A tablecloth. A man's shirt Two women's nightcaps and A canvas bag: were also missing that night, which stolen goods were brought by the defendants that same night to their hiding place, but were for a large part found by the valiant Lieutenant Pieter van Breda and the citizen Willem Versveld the next day, when they pursued the prisoners, and returned to the aforementioned Hiebner. That in the meantime the 5th prisoner Portuijn, having pretended to his master that he wished to search for Job and his gang and deliver them into the hands of his said master, then left home, joined the gang of Job, and roamed around with the same, while he, after having stayed with the same gang for a month and having stolen fruits and vegetables here and there from the gardens, returned again to his master, pretending that he had been bound by Job and his comrades and detained during all that time. That the 4 first prisoners, shortly before they were captured, together with the aforesaid Pedro and April, again having wanted to go to the Hangklip; thereupon became separated from each other in the dunes, while subsequently the 1st and 5th defendants returned again to the Table Mountain, and the 2nd, 3rd, and 4th prisoners were apprehended, just as the 1st prisoner, after many fruitless attempts made, was finally in an accidental manner surprised in the above-mentioned hyena den next to the house of the often-mentioned Mr. van Echten, and after having been hit by a shot in his legs, was likewise taken prisoner and, as well as his accomplices, was delivered into the hands of Justice. Therefore, the Honorable Council of Justice aforesaid, serving on this day, having read and considered with all attention the written criminal demand and conclusion presented by the fiscal pro interim, the Honorable Gabriel Exter, in his official capacity, against and concerning the defendants. Since such willful desertion and thievery in a country where law and justice are properly maintained can in no way be tolerated, but to the deterrence of other such evildoers ought to be punished most rigorously. after having done

Dutch transcription

huis van zijnen Lijfheen twee zaken met meel stonden, de vier eerste gev„en met malkanderen als toen hebben overlegt, om dat meel van uijt het huijs van gerepten Hiebner, weg te halen, ten welken eijnde zij 4. eerste ged: dan na genomen afspraak zig inden nagt tusschen den 8 en 9. August Laastl: in den tuijn van voorsz: Hiebner hebben begeeven, als wanneer den 3„e en 4. geve„ bij 't hek van den tuijg gebleeven ende 2. eerste gev„s na 't huijs gegaan zijnde na met den 5„e gev„e een ogen„ „blik gesprooken te hebben wederom zijn te rug gekeert, om den agter uijt gebleevene 3„e en 4„e gev„e te zeggen, dat men nu kans lag om in de kamer te koomen, gelyk de l eerste ged: zig toen ook gezamentlijk naar 't huijs en bij 't voorkamer vengster van den selven Hiebnen begeeven en volgens hun Leggen/ het houte vengster open, of Regts eeven aangestoote gevonden hebbende, het zelven opengetroken, en als toen het schuijfzaam opgeschoven hebben, terwijl daar na de 1„e en 2„e geve, Sob en Mozes, zijn na binnen ge„ „klommen, zynde de 5„e geve Portuijn middelerwijl nadat hi de nodige aan„ wijzing gedaan had, na agteren gegaan om te Liev, of de andere slaven van zijnen lijfheer wel alle in behoorlijke zust waaren. — do Dat na dat de 1„e en 2„e goog de twee zaken, met meel door behulp van den 3„e en 4„en geb: hadden uijt de kamer gekreegen, de eerste gev„e Hb, als toen met een tuijs hark die in die kamer staande bureau opengebrooken, en uijt de zelve behalven eenig zilverwerk ook nog het daarin zig bevinde zoo zilver als papiere geld gehaald heeft: waarna zij nog verschijde andere goederen, dewelke zig in die kamer bevonden, en waar van de ged: niets speciticq hebben opgegeeven weggenoomen hebben zynde egter des anderen daags ochtends door voorsz: Hiebner uijt zijne bureaue vermist— Vyftig Ryxd„s aan papiere munt Zes en twintig ryxd„s aan guldens stucken- dertig zyxd„s aan oud zilver geld. Een dubbelde zilvere knip beugel met ses potstukken. — Negen zilvere Leepels. Een d„o Luyker trommel. — Een d„o koelbakje met vier Lepels en vyf vorken. terwijl, uijt de kamer daar dezelve bureau stond t twee mudsen meel en een kopere thee kisje, en uijt de agter kamer daar het wasch goed pleegt geborgen te worden Een blauwe neusdoek Een Ledige seyldoekse Lak Een vrouwe Rok „wijzing Een Een tavel Laken. Een mans hembd Twee vrouwe nagtmutsen en Een zeyldoekse zak: — die nagt meede zijn absent gezaakt welke geroofde goederen door de ged: dien zeluden nagt na hun schuijlplaats zyn overgebragt, edog door den manhaften luijtenant Pieter van Breda, en den burger Willem versveld des anderen daags wanneer zijl: de gev: agtervolgd hebben, voor een groot gedeelte Gevonden en aan gem: Htiebner zyn te rug gegeeven Dat intusschen de 3„e gev„e Portuijn aan zijnen Lijffheer voorgegeeven hebbende, dat hij Job, en zijn Complot overzoeken, en in han„ „den van gem: zynen Lyfleer overleeveren wilde, zig als toen van huijs begeeven, bij 't Complot van Job, vervoegd en met het zelve hond gesworven heeft, terwijl hij voorts na een maand lang bij't zelve Complot gebleeven te zin, mitsg hier en daar uijt de tuijnen, vrugtens en groen„ „tens gestoolen te hebben, wederom na zynen Lyfheer is te zug gekeerd voorwen„ „denze dat hy door Job, en zyne makkers zoude zijn gevleugeld en aldien tijd opge„ „houden geworden.. Dat de t eerste gee, kort voor dat zij zin gevangen genomen beneevens voorsz: Pedro en April alwederom Zoo is 't dat den E: Achtb: Raad van Justitie voorm: ten dage dienende met alle opmerkzaamheijd geleesen en over„ „woogen hebbende den schriftelijken Crimi„ „neelen Eijsch ende conclusie door den pro interim fiscaal E: gabriel Exter nomine officie op ende Jeegens de ged. na de hanglif hebbende willen gaam; daarop in de duijnen van elkanderen zyn geraakt terwijl vervolgens de 1:e/ en 37 geb: weder na de tavelberg te rug gekeerd en de 2 en 37 en 4e geve„ geapprehendeert zyn, gelik meede de 1„e gev: na veele vrugtloos aangenemde pogingen, egter eyndelijk op een toe„ „vallige wijze in't bovengem: hoenaer„ „hol naast het huijs van meerm: heere van Echten verraste na wet een schoot in zyne beenen getroffen, te zyn, insgelijks gevangen genoomen en zoo wel, als zijne Compliees, in handen van Justitie is overgeleeverd geworden Dan nademaal diergelijke moed„ „willige aufugie en diefter in een Land, waar regt en geregtigheijd behoorlyk word gehandhaafd, geensints kan wor„ „den gedult maar ten afschrik van anderen diergelijke boosdoenders, ten negoureusten behoord te worden gepuni„ „eert. nade gedaan

NL-HaNA_1.04.02_4329_0433 view scan ↗

English

done and taken, as well as having considered all that was relevant to the matter and could move their Honorable Worships, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, have condemned the defendants, as their Honorable Worships condemn the same by these presents, to be brought to the place where it is customary here to execute criminal sentences, there the 1st, 2nd, 3rd, 4th, and 5th prisoners to be handed over to the executioner, and the 1st prisoner, with a rope around his neck, to be exposed under the gallows, furthermore the 1st, 2nd, 3rd, 4th, and 5th prisoners, bound to a post, to be severely scourged with rods on the bare back, and thereupon the 1st and 2nd prisoners to be branded, the 1st prisoner for the term of his life and the 2nd prisoner for the term of 5 consecutive years, being riveted in chains, to be confined on Robben Island, in order to labor there without wages on the Honorable Company's public works, furthermore the 3rd, 4th, and 5th prisoners, for the term of three consecutive years, being riveted in chains, to be thus sent home to their owners, furthermore Thus done and sentenced at the Cape of Good Hope the 18 December 1786, as well as pronounced in the Castle of Good Hope the 23 of the same month and executed on the same day. Signed: S: V: Echten. Joh:s Smuts. J: M: Horak, W: F: V: Reede van Oudtshoorn, J: M: Bletterman, C: L: Neethling, C: G: Maasdorp, C: Mattheessen, G: H: Meijer, S: I: De Wet. Below: In my presence: Signed: C: van Aerssen, secretary. In the margin: Let execution be done. Signed: C: S: Underneath stood: the 6th prisoner, after having witnessed the aforementioned execution, having been scourged by the Caffers, to be sent home to his owner, and the seventh prisoner, after also having witnessed the execution, to be sent from here to the Indies, with condemnation of all the prisoners in the costs and expenses of justice, and rejection of the further or otherwise made claim and conclusion taken by the officer. Van de Graaff. Agrees, C. van Aerssen, Secretary. 1 and declared 2 that both the prisoners and defendants mentioned in the heading, having gone to the washing place on the 7 of the past month of August 3 to wash their clothes, 4 met near this place an English sailor, 5 who happened to be a countryman of the 1st prisoner and defendant; 6 that after having recognized each other and spoken back and forth, 7 the prisoners and defendants agreed 8 to desert from here with and through the help of that sailor; 9 to which end the prisoners and defendants exchanged their uniforms for jackets and trousers such as the 1st prisoner and defendant had with him, 10 while the English sailor had gone away to look for the opportunity of a boat and thus to collect them and bring them on board; 11 but that the aforesaid sailor having not returned, 12 and the prisoners and defendants not trusting themselves to be able to hide for a longer time, 13 much less to swim to the ship, 14 to which end they had indeed bought some bladders, 15 they finally resolved 16 that they would rather turn in and surrender themselves to Justice, which they then also did on the 4th day of their absence. The soldiers Jan Roedolf Muller, in the Honorable Company's books Pieter Cloete, and Levenius de Baar, prisoners and defendants in the aforesaid case, on the other side. Appeared before the Honorable Worshipful Lords President and Council of Justice of the Castle of Good Hope, the Fiscal pro interim G: Exter, official prosecutor in criminal cases, on the one side.

Dutch transcription

gedaan ende genoomen, mitsg:s gelet op al het gunk ter materie dienende was en hun EE Achtb: konde doen moveeren, Recht doende uit naam ende van weegens de Hoogmogende Heeren Staaten Generaal der verlenigde Nederlanden de ged: hebben gecondemneerd gelyk hun EE Achtbarens dezelve Condemneeren mits deezen omme gebragt te worden ter plaatse waar mer alhier gewoon is Cremineele sententien te Executeeren aldaar den 1, 2, 3, 4, en 5 e gev„e aan den scherpregten overgeleeverd en den 1. e gen„ met een strop om den hals, onder de galg te pronk gesteld, voorts de 1, &, 3, 4, en 5„; geve, aan een paal gebonden, met roeden of de bloote zugge strengelijk gegeesseld en daarop den 1„e en 2„e gev: gebrandmerkt, zynde de 1e /ge0/ voor den tijd zyns Leevens ende 2„de geoe„ door den tijd zijns Loevens en de 2e: Gev: voor den tyd van 5, agter een volgende Iaaren, in de ketting geklonken zynde ten hobben Eylande geconfineerde te worden, omme aldaar zonder loon aan s' E: Compagnies gemeene werken, te arbeijden wyders den 3, 4. en 5 gene„ voor den tijd van drie agtereenvol„ „gende Iaren in ketting geklonken zynde zodanig aan hunne Lyfheeren te huijs gezonden te worden, wyders Aldus gedaan en gesententieerd aan Cabo de goede Hoop den 18 de„ cember 1786. mitsgaders gepronun„ „tieerd In't Casteel de goede Hoof den 23 derzelven maand en g'executeerd ten zelven dagen. /:was getekend. :/ S: V: Echter. Joh„s Smuts. J: M: Atorak W: f: V: Reede van Oudtshoorn, J: M: Bletterman, C: L: Neethling, C: G: Maasdorp, C: Mattheessen, G: H: Meijer, S: I: De Wet /:lager:/ Mij present: /getekent:/ C: van Aerssen secretaris /: in margine:/ Fiat Executie /:was geteekend:/ C: S: /:onderstond:/ den 6„e gev„e na de voornoemde Executie te hebben aanschouwd door de Caffers gelaatst zijnde aan zinen lyfheer te huijs gezonden en den sevenden gevan„ „genen, na meede de Executie aanschouw te hebben van hier na Indien verzonden te worden met Condemnatie van alle de gevangens in de kosten en mise„ van Justitie en ontzegging van den verderen off anders gedaane Eysch en genoomene Conclusie van den offi„ „cier. — den van van de graaf. — Accordeert Can Hersen Sint 1 en deede zeggen 2 dat beijde in 't hoofde gem: gev=e en ged=n op den 7 der gepasseerde maand augs zig naar den was plaats begeeven hebbende 3 om haarC: goed te wassen 4 omtrend deese plaats ontmoed hebben een engelse Matroos 5 dewelke des 1 gev=e en ged=e Landsman quam te zyn 6 dat naar zig herkent en over en weese gesprooke te hebben, 7 de gev= en ged„e zijn eenig geworden '8 met en door hulpe van dien matroos van hier te sullen deserteeren g ten welken eijnde bij de gev=es en ged=e hunne mon„ „teering met baatejes en broeken diergelijk den 1 gen= en ged=e bij zig had hebben verwisseld 10 tenwijl den engelschen matroos was weggegaan om naar de geleegentheid af schuijd te zien en haarl zo dant afte haalen en naar boord te brengen 11 dog dat den voorsz: matroos niet weeder geko„ „men zinde 12 ende den gev=e en ged=e een langeren tijd zig verbergen te kunnen niet vertrouwden „13 nog minder naar 't schip te zullen swemmen 14 tot dien eijnde zij wel eenige blaasen hebben ge„ „kogt. 15 dezelve eijndelijk te raade zijn gekoomen 16 zig liever zelvs bij de Justitie te zullen aan en over„ „geeven op 't geen zijl: dan ook den 4 dag van hun absentie ge„ „daan hebben de soldaaten Jan Roedoelf Muller bij s'E: Comp:s boeken Pieter Cloete / en Levenius de Baar gev=e en ged=e in voorz: Cas ter andere zijde Compareerde voor den welEd=e achtbr Heeren president en raaden van Justitie des Casteels de goede Hoop den pro interim Fiscaal g: Ex„ „ter r: O Eijsscher in Cas Crimin „neel ter Eernre uun

NL-HaNA_1.04.02_4329_0436 view scan ↗

English

18/ and as the rest thereof, with further details, sufficiently appears from the answers given before the gentleman commissioners from this Honorable Council and from the own confession of the prisoner and defendant. 19 the Officer Plaintiff takes the liberty expressly to refer thereto and to note so that the prisoner and defendant, by abandoning their assigned post and service, have made themselves guilty of willful and intentional desertion:— 21 and thus also, in conformity with the circumstances, ought to be punished according to the established laws 22 that certainly here must be considered 23 that which the prisoners and defendants bring forward for their excuse 24 that the first prisoner and defendant was put in the place of another and charged f 200 on his account without having enjoyed anything for it 25 and the second prisoner and defendant claims to have been picked on and vexed in an improper manner by non-commissioned officers. — 26 that both prisoners and defendants have never heard the articles of war read aloud 27 thus did not know the established punishment 28 which, however, is required in the rigorous punishment of the military that the one and the other of the prisoners and defendants, on account of all these circumstances, was all the more easily persuaded by the first compatriot and good acquaintance 30 and finally that they voluntarily identified and surrendered themselves as deserters 31 whereby in some degree the Pardon Favor could be applied 32 which the High Indian Government established on 9 xbr: 1764 33 namely that those who, out of remorse for their offense, return again to their assigned post, shall have exemption from the ordinary punishment By virtue of which and other reasons and arguments in due time (if necessary to be further deduced) 34. circumstances which on all occasions merit reflection, 35 will nevertheless in the present case be of lesser weight 36 while it cannot be denied 37 that the prisoner and defendant, with deliberate premeditation and intent, resolved to desert 38 that they persisted in their resolution 39 and having missed the opportunity, even bought bladders in order to reach their objective by swimming; 40 that the fault of the first prisoner and defendant is that, having come out as a sailor, he became a soldier, to which he must have transferred solely voluntarily 41 and the other ought to have complained to his officers if he was mistreated by non-commissioned officers without cause 42 that, as little valid as the reasons of the prisoner and defendant are, they ought all the less to have allowed themselves to be persuaded to such an offense 43 just as it is also not to be presumed that, notwithstanding the articles of war may not have been read aloud during their service time, 44 the prisoner and defendant would not have sufficiently heard and known the contents thereof from others 45 so that in their case exemption from the ordinary punishment can all the less take place 46 because the prisoners, though they presented themselves as deserters, did not return to their assigned post, and they did not do so out of remorse, but because they had no other recourse left. Officer Plaintiff

Dutch transcription

18/ en daarvan 't een ander met meerdere omstan„ „digheeden uijt de voor heeren gecommitteerdens uijt deesen E: achtb: raade gegeevene responsive en eijgene Confessie der gev=e en ged=e genoegzaam komende te Consteeren. 1g neemt den R: O Eijsscher de vrijheid zig expresse„ „lijk daarna te refereeren en te bemerken zo dat den gev=e en ged=e door verlaating van derzelven bescheijden post en dienst zig aan moedwillige en op„ „zettelijke desertie schuldig gemaakt hebben:— 21 en dus ook in Conformiteijd der omstandigheeden naar de gestatueerde wetten zullen behooren ge„ „strafd te worden 22 dat zeekerlijk alhier zal moeten geconsidereert worden 23 't geen den gev=ens en ged=ens bijbrengen tot vescho„ „ning 24 dat den 1 gev=e en ges=e voor een andere in de plaat is gesteld en ƒ 200 is belast op reekening zonder daar voor iets genooten te hebben 25 en den 2 gev=e en ged=te van door onderofficiere op een onbetamelijke wijze zal zijn gesogt en gechagrineerd geworden. — 20 dat beijde gev=s en ged=e de krijgs articulen nooijt heb„ „ben hooren voorleesen 27 dus de gestatueerde straffe niet hebben geweeten 28 't geen egter bij de rigoareuse straf der militaire vereijschd word zy dat deene en andere dergev=s en ged=e weegens alle deese omstandigheeden door den Eerste landsman en goe„ „de kennis dies te ligter moest overgehaald worden 30 en eijndelijk dat zijl: zig zelven als vrijwillig als de„ „serteurs bekend gemaakt en overgegeeven hebben 31 waardoor eenigsints Inhaal: Faveur zoude kun „nen geappliceerd wordent 32 't geen d' hooge indiasche regeering onder de 9 xbr: 1764 heeft gestatuuerd 53 dat namentlijk degeene die uijt berouw van hun delict zig weederom naar hun bescheiden post begee„ „ven van d'ordinaire straffe zullen vrijdom heb„ „ben Mits welken en andere reeden en middelen in tijd en wijlen (is 't noods nader te deduceeren den 34. omstandigheeden dewelke bij alle geleegentheeden reflexie meriteeren, 35 egter in 't teegenwoordige geval van minder ge„ „wigt zijn zullen 36 terwijl niet kan ontkend worden. 37 dat de gev=e en ged=e met goede voorbedagt en opset zig voorgenoomen hebben te zullen deserteeren 38 dat zijL: bij hunne Resolutie zijn blijven persistee„ „ren 39 en de geleegentheid gemist hebbende, nog blaasen ge„ „kogt hebben om door swemmen haar L: doelwit te bereijken; 40 dat de faute van den 1 gev=e en ged=e is dat hij als ma„ „troos uijtgekoomen zijnde, soldaat is geworden waar toe hij niet anders al vrijwillig &s moet overge„ gaan zijn 41 en den anderen zig bij zijne officiers had moeten beklaagen, wanneer hij door onderofficieren zonder reden kwalijk is behandeld geworden 42 dat zoo wijnig geltend de reeden der gev=e en ged=e zijn, zij dies te minder zig tot een dierge„ „lijk de lict hadden moeten laaten overhaalen 43 gelijk dan ook niet te presumeeren is dat niet tee„ „genstaande de krijgs articulen, geduurende, derzelver dienst tijd, niet zullen voorgeleesen zijn 44 de gew=e en ged=e den inhoud derselver niet genoeg„ „saam van andere zullen gehoord en geweeten hebben 45„ zodat bij denzelven dies te minder vrijdom van d'ordinaire straffe sal kunnen plaats vinden 46 om de gev=s en gev=s zig wel als deserteurs aange„ „den dog niet naar denselven bescheijde Post zijn geretoureerd en zijl: zulx niet uijt berouw gedaan hebben, maar wijl zij geen ander uijt „vlugt meer hadden.. Ese C O„ Eeyschee e

NL-HaNA_1.04.02_4329_0437 view scan ↗

English

The Prosecutor, stating his claim, concluded that by definitive sentence Your Honourable Worships shall condemn the prisoner and defendant to be brought to the place where criminal sentences are customarily executed, and there, being delivered to the executioner, to be tied to a post and severely scourged on the bare back; the prisoner and defendant furthermore to be confined for ten consecutive years on Robben Island, in order, being fettered in irons, to labour without wages at the Honourable Company's public works, and thereafter to be banished from this country forever, with confiscation of pay and premium, and condemnation in the costs and expenses of justice, or to such penalty and punishments as Your Honourable Worships according to equity and justice shall deem fit and proper. Was signed: Gabriel Exter. In the margin: Exhibited in Court, the 6 September 1787. Articles drawn up and submitted to the Gentlemen Commissioners from the Honourable Council of Justice of the Castle of Good Hope, in order, at the requisition of the pro interim Fiscal G. Exter, to examine thereupon the soldier Johan Rudolph Muller, stationed at this Castle and presently the Lord's prisoner, with his answers to be given to be duly noted in the margin hereof. Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honourable Council of Justice of the Castle of Good Hope, the soldier Johan Rudolph Muller, known however in the Honourable Company's books under the name of Pieter Cloete, who to the adjacent interrogatory articles has given such answers as are noted beside each of them. Article 1 The prisoner's name, birthplace, age, and capacity. States his name to be Johan Rudolph Muller, but known in the Honourable Company's books under the name of Pieter Cloete of Hanover, aged 26 years, and soldier here in the Castle. How long he, the prisoner, has been stationed here, and with what ship arrived. States by estimation 5 months, and to have arrived with the ship Houtlust. Whether he, the prisoner, did not, about 8 days ago, go with the soldier Levenius de Baar to the washing place, and for what purpose. States to wash their laundry. Whether they did not do this in the company of a Danish sailor, and an English sailor who was a compatriot of the prisoner. States yes, with an English sailor who is a compatriot of the prisoner. Whether they did not, on arriving there, take off their uniforms and exchange them for sailors' clothes. States because he was afraid that he did not dare put on his uniform underclothes, he therefore kept the sailors' clothes on underneath, taking off only a soldier's coat that he merely wore over it. Where they obtained these, and where the uniform remained. States at the washing place by a wall, as before. Whether this was not done by them in order to desert to the Danish ship. States no, to the English ship. Whether he resolved to this voluntarily, or was persuaded thereto. States that his compatriot had persuaded him thereto. What reasons motivated him, the prisoner, to take such a step. States because he had no money, as in Europe he was placed on the ship by his boarding-house master instead of one Pieter Cloete, and that his real name is Johan Rudolph Muller, and that his account was debited with f 2000 of which he never enjoyed a single doit, and now he must still always pay for his uniform and everything, so that he never has a doit to buy something for himself to still his hunger, and thus continually has to be content with dry bread and water, which clothes begin to weary him because he must live like a beggar. By what they were prevented from the execution thereof. States because the Englishman did not return, and as the time to return at roll-call had already expired, he therefore turned himself in to the constable on the third day. Whether they did not intend to swim to the ship with the help of bladders. States to have indeed bought bladders, but would never in his life have risked a chance with them, because he cannot swim. Whether he, the prisoner, is not aware of what punishment is stipulated for desertion according to the Articles of War. States no, the Articles of War were never read to me, and I have never served. Whether he, the prisoner, will not confess to having made himself guilty of this punishment in a wilful manner. States yes. With what he, the prisoner, will excuse himself. States to request a merciful punishment in consideration of the foregoing. Thus questioned and answered at the Cape of Good Hope, the 16 August 1787, before the Gentlemen Salomon van Echten and Gerrit Hendrik Meijer, members from the Honourable Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof together with the appearer and me, the sworn Clerk. Underneath was: Which I witness. Was signed: R.J. v.d. Riet, Sworn Clerk. Recollement Appeared before the undersigned Commissioners from the Honourable Council of Justice of this Government the aforementioned soldier Jan Rudolph Muller, who, these foregoing interrogatory articles with the answers given thereto having been read out clearly and distinctly, declared to persist thereby, wishing that nothing more shall be added or removed. Thus recollected at the Cape of Good Hope, the 31 August 1787. Was signed: Jan Rudolph Muller. Lower: In my presence. Was signed: R.J. v.d. Riet, Sworn Clerk. In the margin: As Commissioners signed: P. van Echten and G.H. Meijer.

Dutch transcription

Eeijscher Eijsch doende Concludeer¬ „de dat bij definitive vonnissen uwel Ed=e achtb=r de gev=e en ged=e zullen Condemneeren, omme gebragt te worden ter plaatze alwaar men gewoon is Criminee„ „le sentensien ten uijtvoer te breg „gen, en aldaar aan den seker„ „regter overgeleeverd zijnde aan een paal vast gebonden en op de bloote rug strengelijk gegee„ „seld te worden, zullende de gev=e en ged=e voorts voor tien agter een volgende Jaaren ten robben Eijlande geconfineerd worden om in d' ijzers geklonken zijnde, zonder loon aan s'E Comp=s gemeene werken te arbeijden, en daarna ten eeuwigen da„ „ge uijt deesen lande geban„ „nen te worden met verlies van gagie en praemie en Condem„ „natie in de Costen en missen van Justitie ofte tot zulken pae„ „ne en straffen als UE acht„ baren naar bilijkheid en regt zullen oordeelen te behooren (:was getee„ Kend Gabriel Exter /in Margine Exhibitum in Judicio den 6 Septembr 787. — — zigt ja met een Egelsche mat, opzyl zulx niet gedaan hebben en „troos zijnde een Landsma geselschap van een deensche ma„ van den gev=e! Legt om dat hij schwifd was of zij l: niet aldaar aan gekoomen heeft hij zijn monterings zijnde hunne monteeringe uijt onderkleederlen niet durfen aan getoogen en met matrooses kleede„ „doen dus heeft hij de matroo„ren verwisseld hebben „se kleederen onder aangehaade een soldaate rok die hij maar over droeg alleen uijtgetoogen zegt om haar E: goed te was„ of hij gev=e niet voor omtrend 8 da„ „gen met den soldaat Levenius de Baar na de waschplaats is gegaan en tot welke Eijnde Compareerde voor ons onder Articulen gedaan maaken en „geteekende gecommitt=s uijt aan heeren gecommitt=s uijt den E: den E achtb: raade van Jus„ Achtb: raade van Justitie des Casteels „titie der Casteels de Goede de goede hoop overgegeeven omme Hoop den soldaat Johan ter requisitie van den prointerim Rudolph muller dog bij Fiscaal: g: Exter daar op gehoord S' E: Comp=s boeken bekend te worden den ten deese Casteele be„ onder den Naam van pie„ „scheijden en soldaat Johan Rudolph „ter Cloete dewelke op de muller thans s' heeren gev=e zul„ nevenstaande vraag ar„ „ticulen zodanige antwoor„lende desselvs te geevene respon„ „den gegeeven heeft als be„sive in margine deeser behoorlijk seijden een ijder derselver Genoteerd worde.— staat aangeteekend Art: 1 zegt zijn naam te zijn Johan des gev=e naam en geboorte plaats Rudolph muller dog bij 's'E ouderdom en qualiteijd! Comp=s boeken bekend staande onder den naam van Pieter Cloete van hanover oud 26 Jaaren en soldaat alhier in 't Casteel; P zegt nagissing 5 maan, hoe lang hij gev=e alhier beschee„ „den en met het schip hout„ den is en met wat schip aan„ „lust aangeland te zijn; geland. - Artl„ 6 „schen; „troos. " Art=s 6 zegt bij de wasch plaats by een wan waar lijk zulx hebben gekree„ „gen en waar de monteering ts gebleevenen muur als vooren 1. of dit door haar E: niets is verrigt om Legt neen naar 't Egelsche naar 't deense schip te deserteeren. zegt datr zijn Landsman hem of hij gen=e zig vrijwillig daartoe heeft „geresolveer ofte daartoe is overgehaald daartoe had vervoerd. Ligt om dat hi geen geld had wat reeden hem gev=e aan hebben wijl hij in Eurapa van sijne gemoveerd om een zoodanige stap slaapbaas is geplaats gewor„ te doen. „den op 't schip in plaats van eene Pieter Cloete en dat zijn regte naam is Johan Rudolp Muller en dat er op zijn reekening met ƒ2000 is belast daar hij nim„ „mer een duijd van genooten heeft en nu moet hij nog altaos voor zijn monteering en alles betaalen zoo dat hij nooijt een duijd heeft om iets voor hem te koopen om zijn honger te stillen en dus geduurig met droog„ broot en water moet vergenoegen welkleeren hem begind te verweelen wijl hij moet leeven als een bedelaar! zegt om dat den Egelschman door wat zijl: aan dexecutie daar niet weeder is gekoomen en van zij afgehouden geworden vermits de tijt van weeder te ko„ „men bij 't rol leesen reeds verstreeken, was zoo heeft hij zig zelvs aan den diender op den derde dag aangegeeven 0 zegt wel blaasen gekogt te heb„ off zij daarop niet met behulpe „ben maar daar nimmer zijn van blaasen naar 't schip hebben Leeven meede zou hebben willen willen swemmen! waagen om dat hij niet swemmen zegt neen mij is nooijt de krijge, of hem geve niet bekend is wat „articulen voorgeleesen en ik heb straffe naar de krijgs articalen op de Desertie is gestaldeerd! of hij gev=e niet zal bekennen aan deeze straffe zig op een Aldus gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop den 31 augustus 1787 /:was geteekend /: Jan Ra„ „dolph Muller /:lager/ mij praesent /:was geteekend BW Der Riet gesw: Clercq /in margine / als gecomm: /geteekend/ P: Van Echten en G:h: Meijer Compareerde voor de ondergeteekende gecomm: uijt den Eagtb: Raade van Justitie deeses gouverneur „ments voorm:t soldaat Jan Rudolph Muller welke deze voorenstaande vraag articulen met de daarop gegeevene antwoorden klaar en duijdelijk voorgeleesen weesende verklaarde daarbij te blijven persisteeren met begeerte dat er niets meer bij of afgedaan zal werden. — Recollement Aldus gevraagd en beantwoord aan Ca„ „bo de goede Hoop den 16 augustus 1787 voor de heeren Salomone van Echten en Gerrid Hen„ „drik Meijer leeden uijt den E actb: raade van Justitie voorm:t die de minute deeses benee¬ „vens den Comp=t en mij gesw: Clercq meede behoor„ „lijk hebbe onderteekend /:onderstond:/ 'T welk ik getuijge /:was geteekend RI VDer Riet gesw: Clercq 4 zegt te versoeken om een waar meede hij gev=e zig zal verscho„ genadige straffe uijt aanmer „nen „king van 't voorenstaande modwillige wijse te hebben schuldig gemaakt. — moedwillige Compareerde 6n tschip. kans nimmer gediend! Zegt Ja. 13 12

NL-HaNA_1.04.02_4329_0439 view scan ↗

English

Appeared before the undersigned delegates from the Honourable Worshipful Council of Justice of this government, the soldier Levenius de Baar, who to the adjacent interrogatory articles has given such answers as are indicated alongside each of them, his responsive answers to be given in the margin of this properly acknowledged: Articles drafted and delivered to the Honourable delegates from the Honourable Worshipful Council of Justice of this government, in order to examine, at the requisition of the pro interim fiscal, the soldier Levenius de Baar, assigned to this Castle, currently the Lord's prisoner. Article 1 The prisoner's name, place of birth, and age, as well as quality. Answers: Levenius de Baar from Laar in Flanders, soldier here in the Castle. Article 2 How long the prisoner has been assigned here and on what ship he arrived. Answers: Now one year, and arrived here on the ship Zeeland. Article 3 Whether the prisoner did not, about 8 days ago, go to the washing place with his comrade Pieter Cloete to wash some laundry. Answers: Yes. Article 4 Whether the prisoner and his comrade did not take off their uniforms there and exchange them for sailors' clothes. Answers: Says that he put on the sailors' clothes belonging to his comrade Cloete, who had taken them along to wash, and left the uniform at the washing place. Article 5 Where they obtained these clothes and where they brought the uniforms. Answers: [illegible] Article 6 Whether they did not do this with the intention of deserting to the Danish ship lying in these roads. Answers: Says through drunkenness he may have done so, without the intention of deserting. Article 7 Whether the prisoner undertook this voluntarily, or was persuaded and by whom. Answers: Says the Englishman, who was a compatriot of his comrade Cloete, persuaded him to go along. Article 8 What reasons could have moved the prisoner to take such a step. Answers: Says nothing other than that Corporal Visser picked on him because he was a tailor, and that said corporal had slandered the prisoner to Sergeant Schetser, which was why he, the prisoner, always received beatings on the parade ground whether he stood correctly or not, which vexed the prisoner. Article 9 Whether they themselves had not intended, for lack of opportunity, to swim on board. Answers: Says yes. Article 10 Whether they had not equipped themselves for that purpose, and in what manner. Answers: Says with four bladders. Article 11 What then hindered them in the execution of their intention. Answers: Says the Englishman did not come back. Article 12 Whether the prisoner is not aware of the punishment established for deserting by the Articles of War. Answers: Says no, because for as long as he has been here in the battalion no Articles of War have been read to him, and he has never served before. Article 13 Whether the prisoner will not confess to having made himself guilty of this punishment in a wanton manner. Answers: Says yes, I am guilty. Article 14 What the prisoner can further state in his defense. Answers: Begs to request a merciful punishment. Thus interrogated and answered at the Cape of Good Hope, the 16th of August 1787, before the gentlemen Salomon van Echten and Gerrit Hendrik Meyer, members of the Honourable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have properly signed the minute of this together with the prisoner and me, sworn clerk. Below stood: Which I witness. Was signed: NW Van der Riet, sworn clerk.

Dutch transcription

was heeft hem geve aangesed om„haald en door wie in vlaanderen soldaat alhier ouderdom mitsg=s qualiteijd in 't Casteel zijn ! Regt Ja. straffen zegt Ia ik ben schuldig. Compareerde voor de ondergetee„ Articulen gedaan maaken en aan kende gecommitt=s uijt den E achtb: heeren gecommitteerdens uijt den „ments den soldaat Levenius de „vernements overgegeeven omme ter Baar dewelke op de nevenstaan„ requistie van den pro interim fis„ „de vraag articulen zodanige ant„„caal gehoorde te worden den ten „woorden gegeeven heeft als bezeijde deesen Casteele bescheijdenen soldaat een ieder derzelver staat aange„Levenius de Baar thans s' heeren gev=e sullend desselvs te gevene responsive in margine deezer behoor„ „lijk werden bekend gesteld: Art=l 1 Legt Levenius de Baar van Laar des gev=e naam geboorte plaats en „3 of hij gev=e niet voor omtrend 8 daage met zijn maat Pieter Cloete naar de Wasch plaats is gegaan om ee„ „nig goed te wasschen. zegt nu een Jaar en met 't schijfwoe lang hij gev=e Alhier is bescheij Zeeland alhier aangeland te den en met wat schip aangeland of hij gev=e ozijgev=e en zijn maat aldaar niet haarl: monteering hebben uijtgetrokken en met ma„ troose kleederen verwisseld hebben= zegt dat hij de matroose kleede, waar zijl: deeze monteering heb„ „ren van zijn maat kloete heeft aan „ ben gekreegen en de monteering „gedaan die 't om te wasschen meede naar toe gebragt genoomen had en de monteering aan de was plaats gelaaten te hebben! zegt den Engelsman die een deese reede leggende deensch Schip te desserteren of hij get zulx vrijwillig heeft a zegt door de dronkenschap zou „ of zulx van hunz: niet is geschied „de hij zulx gedaan hebben zonder met't voorneemens om naar 't ter Landsman van zijn maatbloete voorgenoomen of daar toe is overge„ 0 Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de Goede Hoop den 16 augustus 1787 voor de heeren Salomon van Echten en Gerrit Hend=k meijer leeven uijt de E: achtb: raad van Justitie voorm die de minute deesen benevens den gev=e en mij gesw: Clerq meede behoor„ „lijk hebbe onderteekend /onderstond:/ 'T welk ik ge„ „tuijge /was geteekend NW Der Riet geswr Clercq: Legt te versoeken om een genadige wat hij gev=n nog tot zijn verschoning kan bijbrengen is voorgeleesen en bevoorens nooijt gewiend Legt met vier blaasen. zegt den Egelschman is niet weer waar door zijl dan in d'execu„ van haar voorneemen zijn verkin„ „dert geworden! gekoomen. „ser gezogd had om dat hij een gelijke stap hebben kunnen movee„ kleedermaker was en dat dien „ren Corporaal hem gevr: bij den ser„ geant schetser meed had sward gemaakt, warom hij dan altoos op de parade of hij regt of niet stond altoos slagen kreeg dat hem gevr raade van Justitie deeses gouverne, E achtb: Raade van Justitie deeses gore„ Zeij niets als dat de Corporaal Vis, wat reedenen hem geve tot een dier„ schagrineelde „meede te gaan of zijl niet zelve van sints zijn geweest bij gebrek van gelegentheid naar boord te zullen swemmen! of lijl: zig ten dien zijnde zig niet voor„ „zien hadden en hoedanig. " zegt, neen wat dat zoolang hij alhier of hem gev=e niet de straffe bekend is op in 't bataillon is nooijt geen krijg artib: 't deserteeren bij de krijgs art: gestatueerd=e off hij gev: niet zal bekennen zig aan deese straffe top een moeddwillige wijse te hebben schuldig gemaakt. „haald Recollement teekend: — Legt Ja intentie om te deserteeren „ „ 6 „ 2 zegt Jat te hebben. 12 11: 10 8½ Art=l 8 4 e 1

NL-HaNA_1.04.02_4329_0440 view scan ↗

English

Re-examination Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the aforementioned soldier Levenius de baar, who, having had these his preceding interrogatories read out to him clearly and distinctly word for word, declared that he adhered to and persisted in them, desiring that nothing more be added to or taken away from them, except only that he, the prisoner, did not want to sail to the Danish ship, but rather to the English ship. Thus re-examined at Cabo de Goede Hoop on August 31, 1787. Was signed. / / and described / this cross the prisoner made with his own hand. / lower: / In my presence, was signed RJVDRien sworn clerk / in margin: / as commissioners / and signed / S V Echter and G He Reijer Whereas Jan Rudolph Muller of Htanover, aged 26 years, and Levenius baar of Laar, aged 24 years, both soldiers serving in the battalion stationed at this Castle, currently prisoners of the Lord, have voluntarily confessed, and it has clearly appeared to the Honorable Worshipful Council of Justice of this government That the prisoners, having proceeded on August 7 of this year to the washing place, met a certain English sailor there, whom the first prisoner immediately recognized as his countryman; that the prisoners, after having exchanged some words with this sailor, agreed to desert from here with his assistance, and for that purpose took off the uniforms they were wearing, and instead put on jackets and long trousers, while in the meantime the English sailor had departed from them to look for an opportunity to carry out this plan of theirs, and to bring the prisoners on board his ship; that however the aforesaid sailor not having returned, the prisoners not daring to risk hiding any longer or swimming to the English ship, notwithstanding they had already provided themselves with some bladders for that purpose, finally after four days' absence surrendered themselves as deserters, and were thus subsequently handed over into the hands of Justice. And whereas such deliberate desertion in a country where law and justice are maintained cannot in any way be tolerated, but on the contrary ought to be punished as an example to other ill-disposed subjects. Therefore, the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, in session on this day, having read with attention the written criminal demand and conclusion made and taken by and on behalf of the pro interim Fiscal, the Honorable gabriel Exter, against and concerning the prisoners, and having also paid attention to everything that served the matter and could move Their Honorable Worships, administering Justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, has condemned the prisoners Ian Rudolph Muller and Levenius de baar, as Their Honorable Worships condemn the same by these presents, to be taken to the place where criminal sentences are customary to be executed here, there to be handed over to the executioner and tied to a post, and severely flogged with rods on the bare back; further to be confined to robben Eijlande for the space of three consecutive years, to work there without wages on the Honorable Company's public works, and after the expiration of that time to remain banished forever from this country and its jurisdiction, with forfeiture of their accrued wages from the day of their desertion; and condemnation in all the costs and expenses of Justice, the Council dismissing the further or otherwise made demand and conclusion of the officer. Thus done and sentenced at Cabo de Goede Hoop on the 22nd day of the month of October, as well as pronounced from the Castle de Goede Hoop on the 27th of the same month, and executed on the same day. / was signed / I: I: Rhenius. Joh=s Smuts, I: M: Horak, C: G. Maasdorp W: F: van reede van oudshoorn G: h: meijer CHappa I:r C=s Gier P:J: de Wet / lower / In my presence / was signed / E: Van: Aaerssen / in margin / Let execution be done / was paraphed b: van de Graaf Agrees J Van Hersen T Seert E E In the morning, present the Honorable Worshipful Lord Pieter Hacker, outgoing president, and all the Members, except the Honorable Worshipful Lord Johannes Jzaak Rhenius, incoming president, and the Lord van Reede van oudtshoorn, the former on business and the latter due to indisposition. Thursday, January 11, 1787: There was produced in the Council by the Honorable Gabriel Exter, acting pro interim in the Fiscal's office here, a specific list of the Honorable Company's servants who, during the past year, willfully left their service and absconded; with the request that the said absconded persons, in accordance with the circular orders of the High Indian Government, may be peremptorily summoned in person by edictal citation to appear before this Council within a certain specified time, on pain that upon non-appearance proceedings in contumaciam will be conducted against them. Thus it has been resolved to cause the aforesaid fugitive persons to be summoned and called by the public ringing of bells, to appear peremptorily in person before this Council, or the Lords commissioners from the same, within the space of the next four weeks, in order then to purge themselves regarding the repeatedly mentioned willful desertion and abandonment of service, on pain as is enacted by the aforesaid Orders. / underneath stood: / At Cabo de Goede Hoop, day and year as above / lower / In My Presence / was signed: / C: van Aerssen Secretary Thursday

Dutch transcription

Recollement Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitt=s uijt den E: achtb: raade van Justitie deeses gouvernements den voorm: soldaat Levenius de baar dewelke deese zijne voorenstaande interrogatoria van woorde totewoorde Claa„ en duijdelijk voorgeleesen verclaarde daar bij te blijven persisteeren begeerende dat er niets meer bij of van gedaan werden zal als alleenlijk dat hij gew=e niet naar't deens schip maar wel naar 't Engelsch schip heeft willen Vaaren. Aldus gerecolleerd aan Cabo de Goede Hoop den 31 augustus 1787. Was geteekend. / /en omschreeven/ dit kruij heeft den gev= eijgenhandig gesteld. /:lager:/ Mij praesent was geteekend RJVDRien gesw: Clercqp: /in margine:/ als gecommitt=s/ en geteekend / S V Echter en G He Reijer Aangesien Jan Rudolph Muller van Htanover oud 26 Jaaren en Levenius baar van Laar oud 24 Jaaren, beijde soldaaten onder 't ten dee„ „se Casteele dienst doende Battaillon, thans Sheeren gevangens vrijwillig beleeden hebben, en het den E: achtb: Raad van Justitie deeses gouvernements Evident gebleeken is Dat de gev=e op den 7 augustus deeses Jaars zig begee„ „ven hebbende naar de waschplaats aldaar ont „moed hebben zeekere Engesche mattroos, dewel„ „ke den 1 gev=e terstond voor zijn Landsman Erkende; dat de gev=s na met deesen mattroos eenige woorden gewisseld te hebben het eens zijn Zo is't dat den E achtb: raad van Justitie voorm: ten dage dienende, met opmerkzaamheid geleesen hebbende den schriftelijken Crimineelen Eijsch en Conclusie door ende van weegens den proin„ terim Fiscaal d'E gabriel Exter op en Jeegens de gev=s gedaan en genoomen, mitsgaders ge„ „let op alhet gunt ter materie was dienende en hun EE=s agtb=s konde doen moveeren Recht doende uijt naam en van weegens de Hoogmo„ „gende Heeren Staten generaal der vereenigde ne„ „derlanden, de gev=e Ian Rudolph Muller en Levenius de baar heeft gecondemneerd, gelijk hun geworden, om met behulp van denselven van hier te deserteeren, en ten dien eijnde hunne aanhebbende monteeringen uijtgetrokken, en in steede van dien baatjes en lange broeken aangetrokken hebben ter„ „wijl intusschen den Engelsche mattroos van hun was afgegaan om naar eene gelegentheid te zoeken om dit hun voorneemen uijttevoeren, en de gev=s naar boord van zijn schip te brengen dat Egter voorsz: mattroos niet te rug gekoomen zijnde, de gev=e niet dwevende te waagen om zig langer te verbergen of naar 't Engesch schip te swemmen niet teegenstaan„ „de zij zigten die Eijnde reeds van Enige blaasen hadden voorsien, eijndelijk naar vier daagen absen„ „tie zig zelven als deserteurs hebben aangegeeven en zoo vervolgens in handen van Justitie zijn overgeleeverd geworden. - Aan nademaal diergelijke opsettelijke deser„ „tie in een land alwaar regt en geregtigheid gehandhaald word geensints kan werden ge„ „duld: maar in teegendeel ten voorbeelde, van andere knaadwillige subjecten behoord gestrafd te wer„ geworden E E=e Achtb=r — „den EE=s Achtb=e denselven Condemneeren omme gebragt te worden ter plaatse, daar men alhier gewoon is Cri„ „mineele gewijsdens ten uijtvoer te brengen aldaar den scherpregter overgeleeverd zijnde en aan een paal gebon„ „den, en met roede op de bloote rugge strengelyk gegee„ „seld voorts voor den tijd van drie agter een volgende Jaaren ten robben Eijlande geconfineerd te worden om„ „aldaar sonder loon aan s' E Comp=s gemeene werken te arbeijden en na Expiratie van dien tijd ten Eeuwi„ „gen daage uijt deesen lande en den resforte van dien gebannen te blijven, met verbeurt verklaaring van hunne te goed hebbende gagie van den dag hunner desertie; en Condemnatie in alle de kosten en misen van Justitie, ontzeggende den raad den verderen of anders gedaane Eijsch en conclusie van den officier Aldus gedaan en gesententieerd aan Cabo de Goede Hoop den 22 dag der maand october mitsgaders ge„ „pronuntieerd van 't Casteel de Goede Hoop den 27 der„ „ver maands en gexecuteerd terzelver dage /:was ge„ „teekend/ I: I: Rhenius. Joh=s Smuts, I: M: Horak, C: G. Maasdorp W: F: van reede van oudshoorn G: h: meijer CHappa I:r C=s Gier P:J: de Wet /lager/ mij praesent / was geteekend/ E: Van: Aaerssen /in margine/ Fiat Executie/ was geparagrapheert b: van de Graaf„ Accordeert J Van Hersen T Seert E E 's voordemiddags present de E Achtb: Heere Pieter Hacker afgaande president en alle de Leden dempto„ den E: Achtbaaren Heere Johannes Jzaak Rhenius aankomende president en den Heere van Reede van oudtshoorn, de eerstgem: bij occupatie en de laatstgem: bij indispositie Donderdag den 11 Januarij 1787: Wierd door den het fiscaals ampt alhier prointerim waarneemende E Gabriel Exter in raade geproduceert een specifique Lipt van 's E Comp„s dienaaren dewelke geduu„ „rende 't afgeweeken Jaar hunnen dienst moedwillig ver„ laaten hebben, en geaufugeerd zijn; met verzoek dat dezel„ „ve geaufugeerde Perzoonen, ingevolge de circulaire ordres van de Hooge Jndiasche Regeering bij edictale citatie pe„ „remptoir in perzoon mogten worden ingedaagd, om bin„ „nen zeekeren bepaalden tijd voor deezen Raade te compa„ „reeren; op poenie, dat bij non comparitie in contimacium teegens deselven zal worden geprocedeert: zoo is goedge„ „vonden de voorsch: vlugtige persoonen bij openbaare klok„ „ken geslag te doen dagvaarden en indaagen, omme binnen den tijd van de eerstkomende vier weeken pe„ „remptoir in persoon voor deesen Raade, dan wel Heeren gecommitt„s uijt denzelven te verschijnen, omme hun als dan weegens meerm: moedwillige desertie en dienst verlaating te koomen purgeeren, op poene als bij de voorsz: Ordres gestatueerd is. /:onderstond:/ Aan Cabo de Goede Hoop die et anno Ussupra /:laager Mij Present /:was geteekend:/ C: van Aerssen Sicre V t Donderdag -

NL-HaNA_1.04.02_4329_0443 view scan ↗

English

Thursday the 11th of January 1787 In the forenoon, present the Honorable Pieter Hacker, outgoing president, and all the Members, except the Honorable Johannes Izaak Rhenius, incoming president, and the Honorable van Reede van Oudtshoorn, the first mentioned due to occupation and the last mentioned due to indisposition. There was presented in the Council by the Honorable Gabriel Exter, acting pro interim in the fiscal office here, a specific list of the Honorable Company's servants who during the past year have willfully left their service and absconded; with the request that the same absconded persons, pursuant to the circular orders of the High Indian Government, may be summoned by edictal citation peremptorily in person, to appear before this Council within a certain fixed time; on pain that in case of non-appearance proceedings will be instituted against them in contumaciam: it was thus approved to summon and call the aforementioned fugitive persons by the ringing of the public bell, to appear peremptorily in person before this Council, or the Gentlemen Commissioners therefrom, within the time of the forthcoming four weeks, to purge themselves then regarding the repeatedly mentioned willful desertion and departure from service, on pain as is statuted by the aforementioned orders. At the foot stood: At Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence, was signed: C: van Aerssen, Secretary. Thursday 6 The documents and muniments circulated and read, having served in the case initiated by the pro interim Fiscal, the Honorable Gabriel Exter, by virtue of his office, against the citizen fire master Senior Christiaan Paulsen, were brought to the table, and the Council, having attentively read and summarized the documents exhibited by the parties reciprocally in judicio, and having moreover paid attention to all that was relevant to the matter and could move Their Honors, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, dismissed the claim and conclusion made by the plaintiff ex officio against the defendant; further, having taken into consideration the indecent expressions used in this trial against the officer by the attorney Jacobus van Leeuwen, who acted therein for the defendant: consequently condemns the aforementioned Jacobus van Leeuwen in all the costs incurred in this trial. After which there were also brought to the table the documents and muniments circulated and read, having served in the cases initiated by the Landdrost of Swellendam, the Honorable Constant van Nult Onkruijd, by virtue of his office, against the citizen Fredrik Hendrik Conradi, together with his wife Elizabeth Rossouw; so the Council, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, ordered that the female slave in question with her child shall be judicially sold at public auction for the benefit of the defendants, under this condition, that they shall never at any time be permitted to come under the power of either the plaintiff ex officio or the defendants or anyone belonging to them; further, with regard to the accusation in the case of adultery, Thursday the 25th of January 1787. In the forenoon, present the Honorable Johannes Isaak Rhenius, incoming president, and all the Members, except the Honorable Pieter Hacker, outgoing president, and the Honorable van Oudtshoorn, both due to indisposition. The Secretary of this Council, Cornelis van Aerssen, ex officio A pro interim Fiscal, the Honorable Gabriel Exter, on the one side; and the citizen fire master Senior Christiaan Paulsen, on the other side; the At the foot stood: At Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence: was signed: C: van Aerssen, Secretary. considering the evidence is not complete, the Council absolves the defendant from that action: furthermore leaving the action of injury intended by the plaintiff ex officio against the defendants by way of accumulation reserved ad separatim; and for reasons moving the Council thereto, each of the parties shall privately bear the costs incurred by them in this trial, with the exception of those which relate to the action instituted by the plaintiff ex officio in the case of mistreatment of the slaves, in which the defendants alone are hereby condemned. Thursday the 18th of January 1787. In the forenoon, Extraordinary meeting present [illegible] first-mentioned 2 contra

Dutch transcription

Donderdag den 11 Januarij 1787 's voordemiddags present de E Achtb: Heere Pieter Hacker afgaande president en alle de Leden dempto„ den E: Achtbaaren Heere Johannes Izaak Rhenius aankomende president en den Heere van Reede van oudtshoorn, de eerstgem: bij occupatie en de laatstgem: bij indispositie Wierd door den het fiscaals ampt alhier prointerim waarneemende E Gabriel Exter in raade geproduceert een specifique Lipst van 's E Comp„s dienaaren dewelke geduu„ rende 't afgeweeken Jaar hunnen dienst moedwillig ver„ laaten hebben, en geaufugeerd zijn; met verzoek dat dezel„ „ve geaufugeerde Perzoonen, ingevolge de circulaire ordres van de Hooge Jndiasche Rogeering bij edictale citatie pe„ „remptoir in perzoon mogten worden ingedaagd, om bin„ „nen zeekeren bepaalden tijd voor deezen Raade te compa„ „reeren; op poene, dat bij non comparitie in contimacium teegens deselven zal worden geprocedeert: zoo is goedge„ „vonden de voorsch: vlugtige persoonen bij openbaare klok„ „ken geslag te doen dagvaarden en indaagen, omme binnen den tijd van de eerstkomende vier weeken pe„ „remptoir in persoon voor deesen Raade, dan wel Heeren gecommitt„s uijt denzelven te verschijnen, omme hun als dan weegens meerm: moedwillige desertie en dienst verlaating te koomen purgeeren, op poenie als bij de voorsz: Ordres gestatueerd is. /:onderstond:/ Aan Cabo de Goede Hoop die et anno Ussupra /:laager: Mij Present /:was geteekend:/ C: van Aerssen Secre V„t Donderdag - 6 Wierden ter tavel gebracht de rondgeleezene stukken en munimenten gedant hebbende in de zaak van den prointerim fiscaal d'E gabriel Exter rat: off: op ende jeegens den burger brandmeester S„r Christiaan Pau„ „sen geentameerd, zo heeft de Raad aandachtelyk geleezen en geresumeerd hebbende, de door Parthijen wederzydsch in Judicio geexhibeerde stukken mitsgd„s gelet op al het gunt ter materie was dienende en hun EE achtb„ konde doen moveeren Recht doende uyt naam ende van weegens de Hoogmogende Heeren Staaten generaal der verlnigde Nederlanden, den rat: off: lijscher zijnen op ende jeegens den gedaagden Eyschen genoomene conclusie ontzegt; voorts in aanmerking genoomen hebbende, de indecente uytdrukkingen in dit proces door den daar in voor den ged: geageerd hebbende Procureur Jacobus van Leeuwen jeegens den officier gebeesigd: condemneert mitsdien gem: Jacobus van Leeuwen Waarna meede ter tafel gekoomen zijnde de zond geleezene stukken en munimenten gedient hebben„ „de in de zaaken van den Landdrost van Zwellendam de Heer constant van Nult onkruijd op ende zee„ „gens den burger Fredrik Hendrik Conradi beneevens deszelfs huijsvrouw Elizabeth Rossouw r: O: geentameerd; zo heeft de Raad Recht doende uit naam ende van „weegens de Hoogmogende Heeren Staaten generaal der vereenigde Nederlanden geordonneert dat de Slavin in questi met haar kind per publique vendutie gerechtelijk zal worden verkocht, ten voordeele van de ged:e onder deeze conditie, dat zij nooijt of nimmer onder de magt zo van den E: O: Eijpscher als van de ged„e ofte iemand van de hunnen, zullen vermoogen te koomen; wijders ten belange van de beschuldiging in cas van overspel Donderdag den 25:' Janur„o 1787. 'S voordemiddags present den E Achtb: Heere Johannes Isaak Rhenius aankoomende presi„ „denten alle de Leeden, demptis den E Achtb: Heere Pie „ter Hacker afgaande president, en den Heere van oudthoorn beijde bij indispositie De secretaris deezes Raads Cornelis van Aerssen, amptshalven reg„t Een prointerim Fiscaal d: E gabriel Exter ter eenre; en den burger Brandmeester F„r Christiaan Paulsen, ter andere zijde; de /:onderstond:/ C Aan Cabo de goede Hoop die et anno 4tsupra /:daager:/ Mij present: /:was geteekend/: C: van Aerssen Secret„s „gemerkt de bewijzen niet volledig zijn, absolveert de Raad den ged„e van die actie: Laatende voorts de door den E: O: Eipschen bij wege van accumulatie op ende jeegens de Ged„e geinten„ „deerde actie van injurie ad separatim gereserveert, zul„ „lende om reedenen, den raad daar toe moveerende partijen een ieder voor hun privé de door hun in desen provesse, gemaakte kosten draagen, uijtgenoomen, die geene welke betrekkelijk zijn, tot de actie door den E: O: Eijscher in cas van mishandeling der slaven geinstitueerd in dewelke de ged„e alleen gecondemneerd worden mits dee„ „sen. Donderdag den 18 Januarij 1787. 's voordemiddags Extra ordinaire vergadering present gemerkt eerstgem 2 in alle de kosten ten deezen processe gevallen. . AR contra

NL-HaNA_1.04.02_4329_0445 view scan ↗

English

The Council, having attentively read and resumed the documents and muniments exhibited in court by both parties, and having taken into consideration everything pertinent to the matter that could move their Honorable Worships; administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, denies the plaintiff ex officio his claim and conclusion made against the defendant. Furthermore, having taken into consideration the indecent expressions used against the officer in this trial by the attorney Jacobus van Leeuwen, who acted therein for the defendant, consequently condemns the said Jacobus van Leeuwen to all the costs incurred in this trial. Below was written: Thus done and sentenced at the Cape of Good Hope, the 18 Jann: 1787, and pronounced the 25th of the same month. Lower: In my presence, was signed: C: van Aerssen Secretary. On the same day. After which, by the sworn clerk of this Council, the following representation was submitted by Monsieur Rijno Johannes van der Riet, qualified by the government of this country to observe the affairs of the Landdrost of Zwellendam: To the Honorable Worshipful Lords Pieter Hacker, outgoing, and Johannes Isaak Rhenius, incoming Presidents, together with the Honorable Council of Justice. Honorable Worshipful Lords, Respectfully shows the undersigned, qualified to observe the affairs of the Landdrost of Zwellendam, Constant van Nult Onkruidt: that a certain Hottentot named Heijntje du Plooy, having been taken prisoner some time ago by one Adriaan Jonker residing in the district of Zwellendam, because upon being questioned by that man he very simply confessed the truth, that he had received the money found on him as his share from the stolen goods of the burgher Sebastiaan Rotman, and that he had received it as wages from the widow of Hendrik de Plooij, residing on the other side of the Gourits River in the Outeniqualand; that the said Jonker held the same Hottentot until he was subsequently sent to Zwellendam in custody, and from there sent hither by the Landdrost, being examined by the presenter as far as practicable on such articles as were drawn up for that purpose by him, and before the Commissioners; the first mentioned having acted ex officio as plaintiff and the last mentioned as defendant, the required parties in this matter, to hear sentence pronounced upon the documents and muniments produced by both sides in Council.

Dutch transcription

- De Raad, aandagtelijk geleeren en geresumeerd heb„ „bende de door parthijen wederzijdsch in Judicio g'exhibeerde stukken en munimenten, mitsgaders in overweeging hebbende genoomen, al het gunt ter materie was dienende, en hun EE:e Achtb„ konde doen moveeren; Recht doende uit naam ende van weegens de Hoogmogende Heeren Staaten Generaal der vereenigde Nederlanden, ontzegt den E: O: Eijsscher „zijnen op ende jeegens den ged: gedanen Eijschen genomen „ne conclusie. - voorts in aanmerkinge genoomen hebbende de indecente uitdrutkingen, in dit proces door den daar„ in voor den ged: geageerd hebbende Procureur Jacobus van Leeuwen, jegens den officier gebeezigd, condem„ „neert mitsdien gem: Jacobus van Leeuwens in alle de kosten ten deezen, processe gevallen. /:onderstond:/ Aldus Gedaan en gevonnisd aan Cabo de goede Hoop, den 18 Jann: 1787. mitsgd„s gepronuntieert den 25. derzelver maand /:laager:/ Mij present, /:was geteekend:/ C: van Aerssen Socrets, — Eodem die Waar na door den geswoore Clercq. deezes Raads dat gem: Ionker denzelven hollen tot vervolgens na Zwellendam in hegtenis, en van daar door den Land drost na herwaards opgezonden zinde, door den vertoonder zoo vas doenelijk op zodanige articulen is gehoord, als ten dien eijnde door hem waaren geformeerd, en voor Heeren Gecomm: Vertoond met pligtschuldigen Eerbied den onder„ „geteekende gequalificeerd ter waarneeminge der zaaken van den Landdrost van Zwellendam constant van Nult onkruidt. dat zeekeren Htotten tot genaamd Heijntje du Plooy voor nu eenigen tijd, door eenen Adriaan Jonker in het district Zwellendam woonachtig gevangen genoomen zijnde, vermits, door hem op de afvrage van dien man zeer eenvoudig de waarheid wierd geconfesseerd, dat hij 't bij zig gevondene geld, voor zijn aandeel genooten had, uijt de gestoolene goederen van den burger Sebastiaan Aotman en dat hy dat tot loon ontfangen had, van de weeduwe Hendrik de Plooij woonende aan de oversijde van de E WelEdele Achtbaare Heeren Aan de welEdele Achtbaare Heeren Pieter Hacker afgaande en Johannes Isaak Rhenius aankoomende presidenten, benee„ „vens den E achtbaren Rade van Justitie S„r Rijno Johannes van der Riet, als ter waarnee„ „minge der zaaken van den Landdrost van Zwellendam door deeses lands overheid gequalificeerd, het volgende ver„ „toog ingeleeverd eerstgem: e officio als lyssiter en de laatst „gem: als verweerder geageerd hebbende, gerequireerdens ten deezen, omme op hunne over en weder in raade voort „gebrachte stukken en munimenten vonnis te hooren pronuntieeren. Uijt S„r gous rivier in 't oud niquaLand.

NL-HaNA_1.04.02_4329_0446 view scan ↗

English

ƒ 7 were submitted to this Honorable Council; that the said Hottentot, in his given responses, stated the case with its circumstances very plausibly, to the contents of which the aforementioned memorialist takes the liberty of referring for the sake of brevity, as the same are annexed hereto; that the aforementioned memorialist, on the basis thereof, could very easily have requested a personal summons against the aforementioned widow de Plooij; but whereas the corpus delicti is lacking as a principal requirement, and the aforementioned memorialist maintains that the aforementioned widow, being guilty, will not appear upon a simple summons; since in any case a personal summons to her, being a free woman, is far too honorable, and the distinction residing between one citizen and another is so great that, apart from what has been mentioned, the personal summons in the case at hand also brings into consideration the act committed by her; thus, a bodily apprehension, once a corpus delicti is established, will prove to be of no small advantage in this case and will clear away many unnecessary and difficult searches; for which reason the memorialist, under respectful interpretation, has deemed it best to turn to Your Honors, humbly requesting that it may please you to authorize the Landdrost and Heemraden of Zwellendam, together with and alongside the secretary of that colony, in the presence of the citizen Sebastiaan Rotman, to proceed to the place of the widow de Plooij, and there on the spot to conduct a proper inspection and search to see whether goods belonging to the said Rotman are discovered, and if goods are found which Rotman recognizes as his own, immediately to place all the goods found on the spot under proper inventory; furthermore, to take into apprehension the said widow, her sons, and all Hottentots found on the spot, and subsequently to send them hither at the earliest opportunity; and that the decision to be taken hereupon by Your Honors might be communicated in writing by the Secretary on behalf of the Council to the Landdrost and Heemraden there, in order that the execution of the resolution to be taken not be made illusory through delay; and whereas in the meantime a reasonable period of time may elapse, which could expose the currently imprisoned Hottentot, through the long duration of closed custody, to sickness and discomfort, and to whose preservation, since much depends on the narration of the simple truth, to take such a decision concerning him and to place him in such a manner that not only his health is preserved, but that proper care can also be taken that he does not escape justice, so that he may at all times be confronted with those who shall yet fall into the hands of justice. underneath stood: Which doing, was signed: R. J. van der Riet, qq. Which having been read, and its contents having been maturely deliberated upon, the first part of the request contained therein was fully granted; but concerning the second part, it was approved and resolved, for reasons moving Their Honors thereto, to let the currently already apprehended Hottentot Hoijntje du Plooij remain in custody. Furthermore, there came to the table the documents, also read around, from the Landdrost of Stellenbosch concerning and against the slave Anthonij van Bengalen. After which there came to the table the memorial read around and the documents submitted by the pro interim Fiscal, the Honorable Gabriel Exter, regarding Michiel Princenrade and associates; which having been deliberated upon, the Council, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, has condemned, as Their Honors condemn the same by these presents, the said Michiel Princenrade, Jan van Bruij, Elias de Kesta, and Jean Baltist du Puis, to remain banished for ever and ever from these lands and the jurisdiction thereof, with confiscation of their wages and monthly allowances due to them from the day of their detention on board.

Dutch transcription

ƒ 7 uijt deesen Edelen Achtb: Raade zijn voorgehouden; dat dien hottentot bij zyne gegeevene respon„ „siven het geval met deszelfs omstandigheeden zeer waar schijnelijk hebbende opgegeeven en aan welkers inhoude den r0: vertoonder kortheyds halve de vryheid neemt zig te refereeren, als zijnde deeze geanneerd, den E: O: ver„ „toonder kortheijds halve de vrijheid neemt zig te refereeren, als zijnde deese geannexeerd, den E: O: verloonder ook op grond van dezelve zeer faciel zoude hebben kunnen ver „zoeken dagvaarding in perzoon op evengem: weed„ de Plooij, dan dewijl 't Corpus delicti als een voornaam re„ „quisit komt te manqueeren en den E: O: vertoonder Sus„ „tineert dat evengem: weed„ schuldig zijnde, op een simpele dagvaarding niet compareeren zal; daar ook in allen ge„ valle een dagvaarding in perzoon aan haar als een vrije Meid zijnde veel te honorabel is, en 't onderscheijd die er resi „deert tusschen eén burger en burger zoo groot is, dat de perzoneele dagvaarding in cas subject buijten 't gementi „oneerde nog in aanmerking, brengt 't feijt, door haar bedreeven, dus eene corpoveele apprehensie zoo wanneer er een corpus delicti consteert, van geen gering voordeel in dit geval zal koomen uijt te leeveren, en veele onnoodige en moeijelijke perquisitien, uijt den weg ruijmen dat de reeden is dat den vertoonden, onder eerbiedige welduijding best geoordeelt heeft zig te wenden tot uwEd Achtb: ootmoe„ „dig verzoekende dat het van derzelver welbehaagen zijn mooge Land=drost van Zwellendam in Heemraaden te qualificeeren omme met ende beneevens den secre„ „taris dier colonie ten overstaan van den burger Fe„ „bastiaan Rotman naar de plaats van de weduwe de Plooij hun te begeeven en aldaar ter plaatze te doen behoorlijke schouwing en nazoek of er goederen ont„ „dekt worden, gem: Hotman toebehoorende, en zo er goederen worden gevonden, die Botman erkend: voor de zijne, direct alle de goederen daar ter plaatze gevonden wordende onder behoorlijke Jnventaris te neemen, voorts gem: wed„e haare zoonen en hotlentotten alle die daar ter plaatze gevonden worden, te neemen in apprehensie vervolgens ten eersten gaalwaarts te zenden, en dat de van uwE achtb: 't hier op te neemene: besluijt door den secretaris 's Raads weegen mogte aanschrijving Geschieden aan Landdrost en Heemraaden aldaar ten einde de ex„ ecutie der te neemene resolutie niet door verzuim Zijnde voorts ter tafel gekoomen de meede rond geleezene stukken van den Landdrost van Stellen, „bosch op ende Jegens den slaaf Anthonij van Bengalen Waarna ter tafel quam het rondgeleezen ver„ „toog en de stukken door den prointerim fiscaal d'E ge„ „briel Exter noopens Michiel Princenrade C: S: ingediend: waarover gebesoigneert zijnde, zo heeft de Raad Recht doende uijt naame ende van weegens de Hoog Moogende Heeren Staaten generaal der verle„ nigde Nederlanden de ged„e Michiel Princenrade Jan van Bruij, Elias de Kesta en Jean Bal„ tist du Puis gecondemneert, gelijk hun E achtb:, de„ „zelven condemneeren mits deezen, omme ten eeuwigen dage uijt deeze landen en den ressorte van dien geban„ „nen te blijven, met verbeurt verklaaring van hunne te goed hebbende gagien/ en maandgelden: van den dag hunner detensie aanboord. — reerde gemaakt elusoir, en vermits er intusschen een redelij„ „ke tijd verloopen kan, die de thans gevangen zinde Notten „tot door de Pangduurigheijd in beslooten hegten is aan zich „te en ongemak konde exponeeren, en aan welkers be „houd, vermits aan het verhaal der eenvoudige waar„ „heid veel geleezen is, over hem zodanig besluijt te nee„ „men en plaatzen zodanig dat zijn gezondheijd niet alleen geconserveerd, maar ook behoorlijke zorge gedragen worden kan, dat dezelve de Justitie niet echapeerd om„ ten allen tijde te kunnen worden geconfronteerd met de geene die nog in handen der Justitie zullen geraaken /:onderstond:/ 'T welk doende /:was geteekend:/ R J: Vd: Biek, qq Het welk geleezen, en over dies inhoude rij„ „pelijk gedelibereerd zijnde, is het eerste Lid, van 't verzoek daar in vervat ten vollen geaccordeert, doch ten belange van 't tweede Lid, is om reedenen hun EE: achtb„s daar toe moveerende, goedgevonden en verstaan den thans reeds geapprehendeerden Hotten tot Hoijntje du Plooij in neg„ „tenis te laaten verblijven. wierde toebehoorende

NL-HaNA_1.04.02_4329_0447 view scan ↗

English

belonging to the Heemraad there, F. Christiaan Ioeb Awerman, which having been considered with all due attention, the Council, taking into account everything relevant to the matter that could move Their Worships, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, has condemned the aforementioned Anthonij van Bengalen, as Their Worships hereby condemn him, to be brought to the place where criminal sentences are customarily carried out here, delivered there to the executioner, and exposed under the gallows with a rope around his neck, further tied to a post, severely flogged on his bare back with rods, and thereupon branded, and furthermore to be banished for the term of his life to Robben Island, in order to labour there on the public works of the Honourable Company without wages, with condemnation to all the costs and expenses of justice. This having thus been concluded, the circulated documents submitted by the Landdrost of Zwillendam concerning the Hottentot Daniel Ditkop were taken in hand; which having been worked upon and maturely deliberated, the Council, taking into account everything that merited any reflection and could move Their Worships, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, has condemned the said Daniel Ditkop, as Their Worships hereby condemn him, to be brought to the place where criminal sentences are customarily executed here, further being delivered to the executioner, to be punished with the rope at the gallows until death follows, furthermore his dead body to be dragged to the place of outdoor execution, and having been hung up there again, thus to remain until it shall be consumed by the air and birds of heaven, with condemnation of the accused to all the costs and expenses of justice, and dismissal of the further or otherwise made demand and taken conclusion of the officer. Lastly, there was brought to the table the also circulated address, with the documents annexed thereto, from the Landdrost of Zwellendam regarding the slave November van Batavia; on the contents of which having maturely deliberated, as well as taking into account everything relevant to the matter that could move Their Worships, the Council, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, has condemned the said November van Batavia, as Their Worships hereby condemn him, to be brought to the place where criminal sentences are customarily carried out here, delivered there to the executioner and tied to a post. Furthermore, the circulated address and documents submitted by the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein regarding Andries Willem van Taak and associates and Coenraad Hendrik Feijt and associates were brought to the table; which having been worked upon, it was approved to cause the persons of Andries Willem van Taak, Jan Hendrik Steenkamp, Coenraad Hendrik Feijt, and Hendrik Albrecht Feijt to appear before the Council, in order to be severely reprimanded for their offense, further to condemn van Taak in his private capacity to a fine of 50 Rixdollars, and Feijt for himself and his son to a fine of 100 Rixdollars for the benefit of the officer, and to compensate the costs incurred in this lawsuit between van Taak and Feijt. Furthermore, the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein aforesaid is ordered to decide this dispute between the parties through a commission of the Landdrost and Heemraden in such a manner that, if ever a dispute over that water should arise between them again, the aforesaid Landdrost is hereby expressly authorized to request the Right Honourable Governor to revoke the farm of the one who shall be the first cause of that dispute.

Dutch transcription

toebehoorende den Heernraad aldaar F„ Christiaan Ioeb Awerman, dewelke met alle opmerkzaamheijd, overwoogen zijnde, zo heeft de raad gelet op al 't gunt ter materie was dienende en hun EE achtb: konde doen moveeren, Recht doende uyt naame ende van weegens de Hoogmoogende Heeren staaten generaal der vereenigde Nederlanden den gem: Anthonij van Bengalen gecondemneerd gelijk hun EE achtb„ denzelven Condemneeren bij desen omme gebracht te worden ter plaatze daar men alhier gewoon is Crimineele sententien ter Uijt „voer te brengen, aldaar den scherpregter overgeleeverd, en met een strop om den hals onder de galg te pronk gesteld zijnde, voorts aan een paal gebonden, met roeden op de bloote rugge strengelijk gegeesseld, en daarop ge„ brandmerkt te worden, wijders voor den tijd zijns lees„ „vens ten robben eijlande gebannen te worden, omme aldaar aan 'S E Comp„s gemeene werken zonder loon te arbeyden met condemnatie in alle de kosten en misen van Justitie 'T welk dus zijnde afgehandelt, zo wierden bij de hand genoomen de rondgeleezene stukken door den Landdrost van Zwillendam op ende zee„ „gens den Hotten tot Daniel Ditkop ingedient, waar over gebesoigneert, en rijpelijk gedelibereerd zijnde, zo heeft: de Raad; gelet op al het gunt eenige reflexie me„ „citeerde en hun EE: achtb„s konde doen moveeren Recht doende uijt naame ende van weegens de Hoog Moog: Heeren Staaten generaal der ver„ „eonigde Neederlanden den ged: Daniel Ditk op gecondemneert, gelijk hun E Achtb„ denzelven condemnee„ „ren mits deezen, omme gebracht te worden ter plaatze daar men alhier gewoon is crimineele Sententien te executeeren, voorts aan den scherpregter overgeleevert zijnde met de koorde aan de galg gestraft, te worden, dat er de dood na volgt, wyders deszelfs doode Lig„ raam naar het buijten gerecht gesteept, en aldaar weder opgehangen zijnde: dus te verblijven tot dat door de lugt en voogelen des heemels zal zijn ver„ „teerd, met condemnatie van den ged: in alle de kos„ ten en misen van Justitie, en ontzegging van den Laastelijk quam nog ter tafel, het almeede rond„ „geleezen vertoog met de daarbij gevoegde stuken van den Landdrost van Zwellendam nopens den Slaaf„ November van Batavia; over welke inhoude ripe lijk gedelibereerd: zijnde mitsgs„s gelet op al het gunt ten materie was dienende en Hun EE achtb„ konde doen mo„ „veeren; zo heeft de Raad Recht doende uijt naame ende van weegens de Hoog Mog: Heeren staaten ge„ „neraal der vereenigde Nederlanden den ged: November van Batavia gecondemneerd, gelijk hun E E achtb„ denzelven condemneeren mits deezen omme gebragt te worden ter plaatze daar men alhier gewoon is Etimineele gewijsdens ter uijtvoer te brengen, aldaar den scherpregter overgeleevert en aan een paal gebonden Wijders wierdt ter tafel gebracht 't rondgeleezend vertoog en stukken door den Landdrost van Stellen „bosch en Drakenstein nopens Andries Willem van Paak C: S en Coenraad Hendrik Feijt C: S ingedient waar over gebesoigneerd zynde, zo is goedgevonden, omme de persoonen van Andries Willem van Taak, Jan Hendrik Steenkamp, coenraad Hendrik Feijt en Hendrik Albrecht Feijt voor den raad te doen compa „reeren, ten einde over hun misdrijf scherpelijk te worden gereprimendeert, voorts van saak voor zijn privé, in eene geldboete van 50 Ryxd„s en Feijt voor hem en zijn zoon in eene mulite van 100 Rd„s ten behoeve van den officier te condemneeren, en de kosten ten deezen processe gevallen tusschen van saak en feijt te compenseeren. wordende wijders den Landdrost van Stellenbosch en Drakenstein voorm: geordonneert omme door eene Com„ „missie van Landdrost en Heemraaden dit verschil„ tusschen parthijen te decideeren, zodanig, dat wanneer er ooijt weeder dispunt dispuut over dat water tusschen henlieden mogt koomen te ontstaan, de voorm: Land„ „drost mits deezen expresselijk gequalificeerd word, omme den welEdele gestr: Heer gouverneur te verzoeken, om de plaats van die geene, die de eerste van die twist zal koomen te zijn, in te trekken. — verderen of anders gedaanen Eijsch en genoomene conclusie van den officier. verderen zijnde -

NL-HaNA_1.04.02_4329_0448 view scan ↗

English

Thursday being severely flogged with rods on the bare back, furthermore to be chained in irons for the term of three consecutive years and as such to be sent home to his master; with condemnation in all the costs and expenses of Justice. Furthermore, discussion having taken place concerning a letter written by the Landdrost of Swellendam to the Honorable Presiding Gentlemen of this Council, wherein he gives to know that, having received word from the burgher Jacob van Reenen that a female slave belonging to him, van Reenen, had wilfully cast herself into the water with her 4 children and, together with three of her said children, had lost her life; whilst the eldest girl, having remained caught in the reeds on the bank, was saved, and among other things had recounted that her mother had previously already sought to incite her to die; he, the Landdrost, in consultation with the Heemraden of that colony, had caused the body of the said female slave to be placed on a gallows expressly erected for that purpose at the place where the event occurred, as a deterrence to other wilful slaves, in the hope that this his proceeding would be interpreted for the best: it is, taking into consideration the impossibility that existed on the part of the said Landdrost to request a decree from this Council beforehand for this purpose, that this his action is approved. below was written: At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence. Was signed: C: van Aerssen, Secretary. — The messenger steps inside and reports that none of the defendants have appeared. Whereupon the Honorable Officer Prosecutor requested by act of intendit that all the defendants jointly, by definitive sentence of Your Honorable Worships, might be condemned in contumacy to remain banished from this Government and the jurisdiction thereof forever, on pain that whenever they might happen to fall into the hands of Justice here at any time, they shall then be punished according to their deserts. The interim fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, in his official capacity, Prosecutor in a criminal case, of the one part, against Jan Michiel Engel of Straatsburg, carpenter, Iohan Godlieb Hauwer of Quedlinburg, George Haupman of Marenhuis, carpenter, Johan Albregt Oosterholt of Oldenburg, Ioseph Hansen of Carelsham, Carl Torenbergh of Carelskroon, assistant carpenters, Carel Haup of Hessen-Cassel, mason, Jacob Hansen of Christiania, Johan Andries Hardersleben, sailmaker, Johannes Ostein of Tourzout, smith, Jan Andries Muller van Parren, blacksmith, Harmen Albregt, fortification maker, Jan Francois van den Broek, Jan Hestenberg, stonebreaker, Michael Roussel of Paris. the 8th of February 1787. In the forenoon, present the Honorable Presiding Gentlemen Pieter Hacker and Johannes Isaac Rhenius, and all the Members, except the Gentlemen van Reede van Oudtshoorn and Meijer, both due to indisposition. Andries Francis Raas of Meezelbag. Jgnatius Lodenicus Derteling of Enge. Johan Pieter Oosterman of Bronswijk. Hartwijk Herman Voss of Blauwe. Johannes Litzel of Hijstad. Jan Enewald of Upzal. Jean Chevallier of Nantes. Jacobus Pieterse of the Cape. Matthias Lochwits of Vinle. Pierre Le Blang of Defte. Jan Fredrik Pareij of Spandau. Jan Fredrik Hofman of Saksen. Johan Jacob Schuller of Meeringsteede. Andries Horet of Weisenberg. Frans Anthonij Heinlin of Takelbergh. Jan Maelder of Keulen. Jan George Krieger of Aderits. Francois Loisour of St Martijn. Johan Joseph Dunaron of Namen. Johan Fredrik Grofman of Altenburg. Pierre Lourent of Luxembourg. Rijnhard Harms of Zutphen. Christoffel Drarger of Koningsberg. Matthijs Koehem of Zugthelm, soldiers. Lodewijk Kram of Breda. Hendrik Tiel of Straalsond. Johan Christiaan Baats of Polish Pomerania. Paulus Hannes of Raat. Johannes Snijders of Delden. Fredrik Archilles of Balshagen. Willem Michiel Dirchen of Bergen in Norway. Nils Augreen of Carelshaven. Jan Fiet of Christiaansand. Francois Laurens Laurens Janse Diepen of Wagenum. Christoffel Macken of Linge Island. Ary Engelke of Breemen. Hendrik Fofkens of Harlingen. Jan Mellon of Bourdeaux. Joh: Berent Melchert of Munster. Jonas Biel of Koppenhagen. Johan Hendrik Oostmalet of Breemen. James Griem of America. Enne Hendriks of Molguer. Sier Jessen of Danish Holstein. Jan de Nies of Amsterdam. Tomas Sasche of Batheme. Oele Jurjans of Helmstad. Emanuel Leeuwenhagen of Carelskroon. Carel Gustaaf Feneris of Finland. Jochem Best of Hamburg. Cornelis Janssen of Stokholm. Hendrik Olstrum of Calmar. Harmer Jacobs of Reval. Erik Pieterse of Helsinfort. Laars Nielson of Christiania. Pieter Jonas of Coppenhagen. Jonas Boman of Stokholm. Jan Simon of Baarwe. Christiaan Endros of Christiaansand. Johan Fredrik Tassemaker of Munster. Laurens Hansen from Norway. Laurens Jansen of Gothenburg. Marten Hansz: of Bornholm. Joseph Milt of Brest. Johan Christoffel Vilgers of Worms. Johan Hendrik Jonkman of Abo. Marten Johan

Dutch transcription

10 ƒ ƒ Donderdag zijnde, met roeden, op de bloote rugge strengelijk gegeesseld te worden, voorts voor den tijd van drie agter eenvol„ gende Jaaren in de ketting geklonken zijnde zodanig aan zijnen lijfheer te worden te huis gezonden; met condemnatie in alle de kosten en misen van Justitie Wijders gesprooken zijnde over een brief door den Landdrost van Zwellendam aan de E Achtb: Hee„ „ren presidenten deezes Raads geschreeven, waarbij dezel„ „ve te kennen geeft, dat van den burger Jacob van Reenen berigt hebbende bekoomen, dat eene hem van Rheenen toebehoorende slaaven meid met haare 4 kinderen zich moedwillig in 't waater had geworpen en beneevens drie van haare gem: kinderen om het leeven was gekoomen; terwijl 't oudste Meisje wijl 't zelve op het Riet aan de kant was blijven hangen, gesauveerd was, en onder anderen verhaald had, dat haare Moeder haar vooraf reeds tot sterven had zoeken aan te zetten; hij Landdrost met overleg van Heem „raaden dier colonie het lichaam van gem: Meyen op een expres daar toe opgericht had ter plaatze daar het geval geexteerd heeft had doen leggen, ten afschrik van andere moedwillige staaven, in de hoope dat dat deeze zijne demarche ten besten zoude worden geduijt: zo is, in aanmerking genoomen zijnde de onmooglijkheid die er was aan den kant van gem: Landdrost omme hier toe vooraf decreet van deezen Raade te verzoeken; deeze zijne verrichting geapprobeerd. /:onderstond:/ Aan Cabo de Goede Hoop, die et anno. Utsu„ „pra /:laager:/ Mij present /:was geteekend:/ C: van Aerssen Secret:s. — De prointerim fiscaal alhier d'E De boode treed binnen en Gabriel Exter rat: Off: Eijsscher in raperteerd dat geene der ged„s „cas Crimineel, ter eenre„ gecompareerd zijn. contra des den E: O: Eysscher verzogt Jan Michiel Engel van Straat„ „burg Timmerman toor intendit, dat de gezamentlijke Iohan Godliel Hauwer van Ged„e bij definitive tonnis van UwelEd: quedlenberg achtb: bij contumacie mogten worden George Haupman van Maren gecondemneerd omme ten teeuwigen huistimmerman daage uijt dit Gouvernement en den Johan Albregt Oosterholt van Oldenburg ressorte van dien gebannen te blijven, Ioseph Hansen van Carelsham op peene dat wanneer te emger tijd Carl Torenbergh van Carels kroon ondertimmerlieden alhier in handen van Iustitie mogten Carel Haup van NessenCassel Metzelaar komen te geraaken, als dan na ver„ Jacob Hansen van Christiania „diensten te zullen worden gestraft Johan Andries Hardersleben zeilmaaken Johannes Ostein van Tour„ „zout Smit Jan Andries Muller van Parren Grofsmit Harmen Aldregt fortifica „tie maaker Jan Francois van den Broek Jan Hestenberg, Klippen, breeker. Michael Roussel van Parijs. den 8. Februarij 1787. annes Isaac Rhenius presidenten Hacker en en alle de Leeden, demplis de Heeren van reede van Oudtsloorn en Meijer beijde bij indispositie 's voordemiddags present de E: achtb: Heeren Pieter Don Jo 12 13 Andries Francis Raas van Meezelbag. Jgnatius Lodenicus Derteling van Enge. Johan Pieter Oosterman van Bronswijk. Hartwijk Herman Voss van Blauwe Johannes Litzel van Hijstad. Jan Enewald van Upzal. Jean Chevallier van Nantes. Jacobus Pieterse van Cabo. Matthias Lochwits ten Vinle. Pierre Le Blang van defte. Jan Fredrik Pareij van Spandau Jan Fredrik Hofman van „saken. Johan Jacob Schuller van Meeringsteede. Andries Horet van Wei¬ senberg Frans Anthonij Heinlin van Takelbergh. Jan Maelder van Keulen Jan George Krieger van Aderits Francois Loisour van St Martijn. Johan Joseph Dunaron van Namer. Johan Fredrik Grofman van Altenburg. Pierne Lourent van Luxembourg Rijnhard Harms van Zutphen Christoffel Drarger van Koningsberg. Matthijs Koehem van Zugthelm soldaaten. Cn. Lodewijk kram van Breda. Hendrik Tiel van Straalsond. Johan Christiaan Baats van Poolspommeren. Paulus Hannes van Raat. Johannes Snijders van Delden. Fredrik Archilles van Bals: „hagen: Willem Michiel Dirchen. van Bergen in Noorwee„ „gen. Nils Augreen van Carels, „haven. Jan Fiet van Christiaansand Francois Laurens 14 15 Laurens Janse Diepen. van Wagenum. Christoffel Macken van Linge Eiland. Ary Engelke van Breemen. Hendrik Fofkens van Har„ „lingen. Jan Mellon van Bourdeaux Joh: Berent Melchert van Munster. Jonas Biel van Koppenhagen. Johan Hendrik Oostmalet van Breemen. James Griem van Amerika. Enne Hendriks van Molguer sier Jesseri van Deensch Hol„ stein. Jan de Nies van Amsterdam. Tomas Sasche van batheme. Oele Iurjans van Helm, „stad. Emanuel Leeuwenhagen van van Carelskroon. Carel Gustaaf Feneris van Finland. Jochem Best van Hamburg. Cornelis Janssen van Stokholm Hendrik Olstrum van Calmen. „aansand. Harmer Jacobs van Reval. Erik Pieterse van Helsinfort. Laars Nielson van Christiania. Pieter Jonas van Coppenhagen. Jonas Boman van Stokholm. Jan Simon van Baarwe Christiaan Endros van Christi Johan Fredrik Tassemaker van Munster. Laurens Hansen uit Horwegen. Laurens Jansen van Gotten, Marten Hansz: van C Bernholm. Joseph Milt van Brest. Johan Christoffel Vilgers van. worms. Johan Hendrik Jonkman. van Abo. Marten Johan „burg.

NL-HaNA_1.04.02_4329_0451 view scan ↗

English

16 17 Johan Fredrik Tiedeler Allexe Coijale of Venetien. Andries Pieterse of Coppenhagen Pieter Joseph Boucke of Jpesen. Laurens Erasmussen of Jursen. Cornelis Laurensen of Coppenhagen. Machiel Christiaan of Bloem. Louis Lambelijn of Rippe. Jan Willemse of Dronthem. Jan Coenraad of Staade Joseph Piet of Brussel. Sailors Arie de Bruijn of Spekes. Mason. Dirk Schouten of Amsterdam Martinius Tomassen of Cabo. Hendrik Coopman of Olden Manus Rúttem of Kessel Itse Jansen of Arvpamburg. Young Sailors Carel Hendrik Meijer of psminde Dirk Harmse of Estemerziel. Ordinary Sailors. All having resorted under this Government in the aforementioned capacities, peremptorily summoned in person to purge their default and, in case of desertion or abandonment of service, to hear the claim. The Council, having seen the summons issued and heard the proclamation of the court messenger, and also having regard to the contumacy of the defendants, furthermore to all that pertained to the matter and could move Their Honorable Worships, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, banishes all the defendants by contumacy from this Government and the jurisdiction thereof, upon penalty that whenever they might happen to fall into the hands of Justice at any time, they shall then be punished according to their deserts, with condemnation of all the defendants in the costs. below stood 19 below stood At Cabo de Goede Hoop, the day and year as above, lower, in my presence, was signed, C: van Aerssen, Secretary. Thursday the 22nd of February 1787. In the forenoon, present the Honorable Worshipful Lords Pieter Hacker, outgoing, and Johannes Izaak Rhenius, incoming presidents, and all the Members except for the Lord William Ferdinand van Reede van Oudtshoorn, due to indisposition, and the Lord Christiaan George Maasdorp, due to occupation. The interim Fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, plaintiff in his official capacity, delivers his claim drawn up in writing, being provided with four annexes, and concludes from and to the end of the same to hear the written claim, to answer thereto, and further to proceed according to law against the burgher Johannes Joachim Theron and his wife Alida Mostert, defendants, regarding acts of violence committed against the burgher Hendrik Smit. The first defendant appearing alone, alleges that his wife is ill, and requests a copy and a term of two weeks to serve with an answer. The plaintiff in his official capacity contends that the request of the defendant ought to be dismissed, because the criminal claim is based on such irreproachable evidence that fully proves the committed crimes of the defendant. The defendant persists in his request because he cannot otherwise prove his innocence. The Council grants the defendant the requested copy in order to serve with an answer fourteen days from today. Furthermore, the Lords Horak and de Wet gave notice in the Council that several months ago they had made known to the Council by representation the complaints made to them as Commissioners by a certain burgher named Visagie, regarding insults committed in his house by the provost by order of the burgher Johannes Jacobus van den Bergh, he being at that time general lessee, which representation was placed in the hands of the interim Fiscal, the Honorable Gabriel Exter, to the end, as the resolution dictates, of correcting the said van den Bergh according to his deserts, without the said interim Fiscal having done the least thing in that regard, requesting therefore that the said interim Fiscal might be called in and heard as to why he did not comply with that resolution, and further to enjoin him to effect this by the next court day. Which being resolved, the interim Fiscal was summoned inside and asked why he had not obeyed that resolution and given a report regarding this to this Council concerning the circumstances of that matter, he declared that, as he could not institute an action for lack of evidence, he had believed that no report was necessary. Thus it was approved and understood to order the said Fiscal to serve with a report on the representation delivered by the Commissioners by the next ordinary court day. below stood. 16

Dutch transcription

16 17 Johan Fredrik Tiedeler Allexe Coijale van Venetien. Andries Pieterse van Coppenhagen Pieter Joseph Boucke van Jpesen. Laurens Erasmussen van Jursen. Cornelis Laurensen van Cop¬ „penhagen. Machiel Christiaan van Bloem. Louis Lambelijn van Rippe. Jan Willemse van Dronthem. Jan Coenraad: van Staade Joseph Piet van Brussel. Mattroosen Arie de Bruijn van Spekes. Metzelaar. Dirk Schouten van Amsterdam Martinius Tomassen van Cabo. Hendrik Coopman van Olden Manus Rúttem van Kessel Itse Jansen van Arvpam „burg. Jong Mattroosen De Raad hebbende gezien de gedaane dagvaarding en gehoord de uijtroeping van den gerechtsboode mitsgd. s gelet op de contumacie van de gedaagdens Voorts op al het gunt ter zaake dienende was en hun EE: Achtb: konde doen moveeren Recht doende uijt naame ende van weegens de Hoog Mogende Heeren Staaten Generaal der Voalenigde Reeder„ „Landen, bant alle de ged=nes bij contimacie uijt dit Gouvernement en den ressorte van dien„ op peene, dat zoo wanneer t' eeniger tyd in handen van de Iustitie mogten koomen te geraaken, als dan na verdiensten te zullen worden gestraft. met condemnatie van alle de ged:e in de kosten. Alle in voermelde qualiteiten onder dit Gouvernement gesorteerd hebbende peremptoir Gedaagdens in perzoon omme hun default te purgeeren en in cas van dedertie of dienst verlaating Eijsch te„ Aan hooren. Carel Hendrik Meijer van p„s minde Dirk Harmse van Estemerziel. Hooploopers. /onderstond/ 19 (onder stond) Aan Cabo de Goede Hoop diet Anno Ut supra /:laager:/ mij present /:was geteekend/ C: van Aerssen Secret:s Donderdag den 22. Februarij 1787. 's voordemiddags praesent de welEdele Achtbare Heeren Pieter Hacker, afgaande en Johannes Izaak Rhenius, aankomende presidenten en alle de Leeden demtis de Heer William Ferdinand van Reede van Oudtshoorn, bij indispositie en de Heer Christiaan George Maasdorp, bij occupatie De prointerim Fiscaal alhier d'E den r: O: Eysscher leevert over zijnen Eysch precct in scriptis Gabriel Exter r: O: Eijsscher. zijnde gemunieert met vier bijlagen contra. en concludeerd uit en fine van dezelve den burger Johannes Joachim Theron en deszelfs huysvrouw Alida de eerste ged:e alleen, comparee„ „rende geeft voor dat zijn vrouw Mostert Ged:s over verregaande ge ziek is, en verzaakt copia en termijn van twee weeken, om te dienen van „Weldenarijen aan den burger Hendrik Smit gepleegd schriftelijken Eysch antwoord. den E: O: Eijsscher sustineerd dat 't verzoek van den ged:e diend te worde te aanhooren, daar op te antwoorden gewezen van de hand, om dat de cri, en voorts te procedeeren als na „mineele Eijsch steund op zodanige re rechten. reprochible bewijzen die ten vullen de begane misdaaden van den ged:e probeeren. De ged:e blijft bij zijn verzoek persisteeren om dat hig anders zijn onschuld niet aantoonen kan. Den Raad verleend den ged:e de verzagte Copia om daar op heeden over veertien dagen te dienen van antwoord. Voorts gaazen de Heeren Horak en de Wet in Raade te kennen, dat zijl: nu voor eenige maanden bij vertoog in raade te kennen hadden gegeven, de klagten die door zeekeren burger in naame visage bij hun als Commissarissen gedaan waren, over insultes door den geweldiger op last van den burger Johannes Jacobus van den Bergh als te dier tid generaale pagter zijnde, in zijn huijs gepleegd, welk vertoog in handen van den prointerim Fiscaal d' E: Gabriel Exter gesteld is, ten fine, zoo als 't besluijt dicteerd gem:t van den Bergh na merate te corrigeeren, zonder als door gem: prointerim Fiscaal iets 't minste tien aangaande is gedaan, derzaakende dierhalven, dat gem:e proiuterim magt worden binnen ge ralpen en gehoord, waarom hyj aan dat besluyt niet heeft voldaan en voorts hem te tnfungeeren zulx per naaste regtdag werkstellig te maken, 't geen beslooten zijnde is den prointerim Fiscaal binnen geappoinctieerd en gevraagd, waarom hy aan dat besluijt niet heeft georedieerd en een berigt dienaangaande aan deezen Raade gedaan, noopens den toedragt dier zaake, heeft denzelve verklaard, dat hij, dermits geen actie kon institueeren doer gebrek aan bewijs, hy vermeend had, dat er geen berigt nodig was, zoo is goedgesonden en verstaan gem: Fiscaal te Ordonneeren p:r naaste ordinaire rechtdag op 't doer commissarissen ongeleverd derboog te dienen van berigt. /onder stond. 16

NL-HaNA_1.04.02_4329_0453 view scan ↗

English

At Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: in my presence, was signed: R: Js D: Riet, sworn Clerk. Saturday the 10th of March 1787. In the forenoon, extraordinary meeting, present the Honorable Worshipful Gentlemen Pieter Hacker and Johannes Izaak Rhenius, presidents, and all the Members, except the Gentlemen van Echten, van Oudtshoorn, and Gie, the first and last due to business and the second due to indisposition. The Landdrost of Swellendam, the Gentleman Constant van Nult Onkruydt, presented the following memorial. To the Honorable Worshipful Gentlemen Pieter Hacker and Johannes Izaak Rhenius, presidents, together with the other Honorable Gentlemen Members of the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government. Honorable Worshipful Gentlemen! The Landdrost of Swellendam, Constant van Nult Onkruydt, shows with all respect: That your Honorable Worships, upon the memorial exhibited by and on behalf of the undersigned in the month of January of this year, were pleased to enjoin the undersigned to convene a Commission of Heemraden of the said Drostdy and to proceed, in the presence of the burgher Sebastiaan Rotman, to the place of a certain free maid, Regina of the Cape, widow of the late burgher Hendrik du Plooij, and there to conduct a search for goods which, according to the confession of her nephew, the bastard Hottentot Heentje du Plooij, were said to be found at that place, and which had been carried away and brought thither by her son and some Hottentots during the perpetration of the execrable murders by the already executed slaves August cum suis at the place of the aforementioned Rotman; and furthermore, in case any goods were discovered which Rotman recognized as his own, then to take the aforementioned Regina and dependents into apprehension; without the Memorialist having been able to do so, because he maintained that those goods recognized by Rotman as his own not only did not fully establish proof of the corpus delicti, but also because those who assisted the commission contradicted the goods that were recognized by Rotman as his own, by saying, "this or that the widow du Plooij bought from me," whereby the Commission judged itself unable to execute your Honorable Worships' resolution regarding that widow, as your Honorable Worships will be able to see more clearly from the attached report signed by the commissioned Heemraden. That in the meantime there having been brought Capewards the Hottentot Piet Pikeur and his wife Zara, who had lived with the said widow du Plooij, and a certain Tijd Albrecht, grandson of the said widow du Plooij, who were immediately interrogated on articles by the Gentlemen Commissioners from this Council and thereby fully confessed that the stolen goods robbed during the murder at the place of the aforementioned Rotman are for the present still at the place of the said widow, and lie buried there in a cleft with a robbed sack of cash; and not only that, but that the aforementioned widow is the principal cause of the committed murders and robbery, namely that she reportedly said in substance to the slaves August cum suis, already sentenced and executed by your Honorable Worships: "Just go to Rotman's place, there you will find many goods, see to it that you rob and murder there, I will also send Hottentots along, so that I can get a share of it"; and since it is crystal clear from what has been deduced above that the aforementioned widow du Plooij and her children must not only be regarded as the principal cause of what occurred at Rotman's place, but must also in any case be considered receivers of the robbed goods, thus providing on the basis thereof a complete proof to take all accomplices into apprehension without contradiction; but since the difficulty arises, because of the far remote location of their dwelling place, of securing their persons in a suitable manner, the Memorialist finds himself once again compelled to turn to your Honorable Worships, humbly requesting that it may please your Honorable Worships to grant the Memorialist physical apprehension of the persons to be mentioned below, and consequently to enjoin the Memorialist and Heemraden of Swellendam to convene a commission again and to proceed to the place of the aforementioned widow, in order to take into apprehension, well-armed, the said widow du Plooij, together with her children and other persons found at that place, and subsequently to conduct an investigation into where the goods and the money are hidden and buried, and after a complete investigation to deliver the aforementioned widow and dependents over here Capewards in close custody. Which doing, was signed: C: v Nult Onkruydt. Which having been read and its contents having been deliberated upon, the following decree was issued thereon: The Council grants the official Memorialist the requested physical apprehension of Regina of the Cape, widow of Hendrik du Plooij cum suis; furthermore, after their capture, all the property found at her place must be inventoried and, together with the place itself, preserved in the best possible manner and placed under good supervision. Underneath was written: Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: in my presence, was signed: C: van Aerssen, secretary.

Dutch transcription

20 21. /onder stond:/ Aan Cabo de goede Hoop die et anno ut supra /:laager:) mij present /:was geteekend:/ R: Js D: Riet gesw: Clercq. Zaturdag den 10 Maart 1787. des voordemiddags Extra ordinaire vergadering preesent de E Achtb: Heeren Pieter Hacker, en Johannes Izaak Rhenius praesidenten en alle de Leeden dempter de Heeren van Echten van Oudtshoorn en Gie, de eerste en laatste bij occupatie en de 2:e bij in„ dispositie. Wierd door den Landdrost van Zwellendam de Heer Constant van Nult Onkruidt gediend van 't volgende vertrag. Aan de welEdele Achtbaare Heeren Pieter Hacker en Johannes Izaak Rhenius presidenter, teneevens de Eerdere Heeren Leeden van den E: Achtb: Raad van Iustitie deezes Gouvernements. WelEdele Achtbaare Heeren! Vertoond met alle Eerbied den Landdrost van zwel„ „tendam constant van Nult onkruidt. dat 't uw Ed: Achtb: op 't door ende van wegens den onder get: geexhibeerd vertrag in de maand Januarij Dat intusschen Caabwaards zijnde gebragt geworden den holten tot Piet Pikeur en zijn wijf Zara, bij gem:e Weed„e du Plooij gewoond hebbende en zeekere Tijd Albrecht, klijnhoom deezes Jaars hebbende gelieven te beheegen, den ondergeteek:t te injungeeren om een Commissie van Heemraaden ten geme: Drostdije te beleggen en te begeeven ten overstaan van den burger Lebastraan Rotman naar de plaats van zeekere vrijmijd, Regena van de Kaap weed: wijlen den burger Hendrik de Plooij en aldaar nazoek te doen na goederen, die daar ter plaatse, volgens Confessie van haaren Neeff den bastaard hottentot Heentje de Plooij zoude bevinden, en die door haaren zoon en eenige hottentatten bij 't pleegen der execrable moorden door de reeeds geexecuteerde slaaven August, C: s: op de plaats van evengem:e Rotman, zijn vervoerd, en derwaards gebragt geworden, en voorts om in„ geval en goederen mogten worden ontdekt, die Rotman erkende voor de zijne, als dan evengemelde Regina en aanhoorige te neemen in Apprehensie, zonder dat zulks door door den Vertoonder heeft kunnen worden gedaan, vermits hij sustineerde, dat die goederen, door Rotman, voor de zijne erkend, niet alleen volkomen daar uijt consteerde, geene probatie van 't corpus delicte, maar ook om dat die geene, die by de commissie geadsisteerd hebben, die goederen, dewelke door Rotman voor de zijne erkend wierden, contradiceerden met te zeggen, dit of dat heeft de weed:e de plooij bij mij gekogt, waar door dan de Com„ „missie oordeelde niet in staat te zijn uwer wel Ed: Achtb: besluit, ten opzigte dier weed: te brengen ter executie, gelyk uwEd: Achtb: dit een en ander nader zullen kunnen beoogen uijt de deezen neevensgaande relaas door gecommitteerde Heemraaden onderteekend. deezes dan 22 23 van gem: weed.:e du Plooij, dewelke door den vertoonder terstond op Articulen door Heeren Gecommitt=s uyt deezen Raade zyn ver„ „hoord en daar bij volmondig hebben geconfesseerd, dat de gestaolene goederen by de moord ter plaatze van even gem: Rotman geraofd, vaor als nog ter plaatze van geme weduwe bevinden, en aldaar met een geroofde sak contanten en een kloef begraven leggen, niet alleen, maar dat voorm: weed:e de voornaamste oorsaak is van de gepleegde moorden en roof, en wel dat zy aan de reeds door UwEd: Achtb: gesen„ tentieerde en geëxecuteerde slaaven August C: S: en substantie zouden gezegt hebben, gaat gijl: maar naar de plaats van Rotman„ daar zult gij veel goederen vinden, ziet daar te rooden en te moorden, ik zal hottentots meede zenden, op dat ik een part daar Jan krijgen kan, en vermits zonneklaar uyt het hier vooren gededuceerde consteerd, dat evengem: Meed:e de Plooij en haar kinderen niet alleen als de voornaamste oorzaak van 't voorge„ vallene ter plaatze van Rotman moeten worden aangemerkt, maar ook in allen gevalle, als heeldens van de geroofde goederen moeten worden geconsidereerd, dus op grond van dezelve een zal„ koome preuve uijt leeverd, om alle meedepligtigen, zonder teegenspraak te neemen in apprehensie; dan daar de Moeije„ „lijkheid, dermits de verre afgelegenheid hunner woonplaats zig opdoed om op een gevoegelyke wijze van haar persoonen zig te verzeekeren, zoo vind zig den vertoonder andermaal genoodsaakt, zig te keeren tot uwelEd: Achtb: ootmedig verdaekende, dat 't 'T welk doende /:was geteekend:/ C: V Hult onkruijd. Het welk geleezen en over dies inhoude gebesoig„ „neerd zijnde, is daar op 't volgende decreet gevallen. De Raad accordeerd den r: O: vertoonder, de verzagte apprehensie corporeel op Regina van de Caab weed: van Hendrik de Plooij C: s: zullende wijders, na derselve gevangeneeming al het op haar plaats gezonden wordende goed, moeten geinvantee„ „riseerd en beneevens de plaats zelve op de best mogelyke wijze bewaard en onder goed opzigt gesteld worden. /:onder stond:/ Cabo de goede Hoop, die et Anno ut supra (:lager:/ my present /:was geteekend:/ C: van Aerssen seert: van Uwel Ed Achtb: welbehaagen zijn mooge, aan den ver„ „toonder te verleenen apprhensie corporeel op de onder te meldene persoonen en mitsdien den vertoonder en Heemraaden van Zwel„ lendam te inzsingeeren wederom een commissie te beleggen en hun te begeeven ter plaatse van evengem: weed: ten einde wel ge„ waapend, gem: weed: de Plooij, beneevens haare kinderen en ver„ „dere daar ter plaatse zig bevindende persoonen, te neemen in Apprihensie, en vervolgens ondersoek te doen, waar de goederen en 't geld verschaalen en begraaven zijn, en na een compleet ondersoek even gem: weed. e en aanhoorige alhier caabwaards in besloote hegtenis over te leeveren. /:onder stond:/ van Donderdag 1

NL-HaNA_1.04.02_4329_0455 view scan ↗

English

24 25 however most humbly for excuse. The parties, persisting for reply and rejoinder, renounce further productions. The Officer Plaintiff serves a written claim provided with 2 annexes. Thursday the 22nd of March 1787. In the forenoon, present the Honorable Esteemed Gentlemen Pieter Hacker and Iohannes Isaak Rhenius, Presidents, and all the Members, except the Gentlemen van Echten and van Oudshoorn, both due to indisposition. The petitioner requests verbally, as he is not yet ready with his answer, to be granted an extension of two weeks. The Council grants the petitioner the requested extension to serve his answer in 2 weeks. The Officer Plaintiff serves a written claim and concludes as at the end thereof. The Defendant, having heard the claim read, says in answer that it was by no means his intention, by the return given upon the summons served on him, to slight this Council, but that he only did so because in that summons the reason why he was cited was not expressed, and thus, according to his assertion, a defect occurred in the said summons; which he says he did expressly state to the messenger, though it was not mentioned by the same in the return; he requests the Junior Merchant and Surveyor of the Honorable Company, the Honorable Christof Hijronimus Leiste, Defendant, in case of disobedience and contempt of his competent judge, to hear claim and conclusion made, to answer thereto, and further to proceed according to law. The Fiscal pro interim here, the Honorable Gabriel Exter, Officer Plaintiff on the one part, against The Defendant requests mercy. The Council holds this matter under advisement for re-reading. After which was served by the sworn Clerk, Master Ryno Johannes van der Riet, as qualified to attend to the affairs of the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, the Gentleman Hendrik Lodewijk Bletterman, the following report: To the Noble Esteemed Gentlemen, both outgoing and incoming Presidents, Pieter Hacker and Iohannes Isaak Rhenius, together with the other Gentlemen Members of the Noble Esteemed Council of Justice of this Government. Shows with due respect the undersigned. The said Fiscal pro interim, Officer Plaintiff in a criminal case on the one part, against The soldier of the Honorable Company, Johannes Litzel, Defendant, and in the aforesaid case on the other side. The Council, having considered the matters, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemns the defendant to beg forgiveness from the Council in pleno Judicio for his conduct, severely reprimanding him for the same, with condemnation in the costs incurred in this matter, and dismissal of the other claim made and conclusion drawn by the Officer. The parties, further, persisting for reply and rejoinder in their claim and answer, renounce further productions. The burgher Jan Theron, petitioner, against The Fiscal pro interim, the Honorable Gabriel Exter, respondent, in order instead of answering, to hear the request. Parties Hendrik

Dutch transcription

24 25 egter onderdanigst om exeuus. Parthyjen voor re en duplicq persisteerende renuntieeren van verdere praductien. een schriftelyken Eijsch ge„ De r: O: Eijsscher diend vant munieerd met 2 bijlaagen. Donderdag den 22 Maart 1787. 's voordemiddags praesent de E: Achtb: Heeren Pieter Stacker en Iohannes Isaak Rhenius, Praesidenten en alle de Leeden, demptis de Heeren van Echten en van Ouds hoorn beide bij indispositie de req:t versoekt bij monde, omme„ alzoo hy met zyn antwoord nog niet atterminatie van twee weeken. in gereedheid is, te mogen hebben De Raad verleend den req:t de verzogte atterminatie om over 2 weeken te dienen van antwoord. De R: O: Eysscher diend van eenen schriftelijken Eijsch en concludeerd Ut in fine derzelve de Ged:e den Eijsch hebbende hooren leezen, zegt voor antwoord dat 't geenzints zijn intentie is ge„ weest om door het relaas op de aan hem gedaane citatie zodanig te geven deezen Raade te tedeeren, maar alleen zulks te hebben gedaan, om dat by die litatie niet was geexprimeerd de reede waarom hij wierd gedagsaerd, en er dus na zijn sustenue een defect inge„ „melde citatie plaats had het geen hy zegt wel uytdrukkelyk aan den boode te hebben gezegt, dog door denzelve by het relaas niet te hebben vermeld, verzoekt den onderkoopman en Landmeeter der E: Comp:e dE: Christof Hijro¬ „nimus Leiste, Ged:e omme in cas van disobedientie en versmading van zyn Competenten regter te hooren Eysschen en concludeeren daar op te antwoorden en voorts te procedeeren als na rechten. De prointerim Fiscaal alhier d' E. Gabriel Exter R: O: Eysscher ter eenre contra. de ged:e versoekt genaade. De Raad houd deeze zaak ter rendleezinge in advijs. Waar na door den gesw: Clercq S:r Ryno Johannes van der Riet, als tot de waarneeming der zaaken van de Landdrost van stellen. bosch en Drakenstein, de Heer Hendrik Lodewijk Bletterman, gequalificeerd wierd, gediend den 't volgende vertaag. Aan den WelEdelen Achtb: Heeren, zoo afgaande als aankoo„ mende Praesidenten, Pieter Hacker, en Iohannes Isaak Rhenius. beneevens de verdere Heeren Leeden¬ van den Edelen achtb: raade van Justitie deezes Gouvernements. Vertoond met schuldige Eerbied den ondergeteekende Gem:t pro interim fiscaal r:O: Eijsscher in cels crimineel ter eenre. contra. Den soldaat der E: Comp:e Johannes Litzel Gede: en ged: en voorsz: casten andere zide. De Raad na overweeging van zaaken recht doende uyt naam ende van weegens de Hoog Moogende Heeren Staaten Generaal der Vereenigde Nederlanden, condemneerd den ged:e omme in pleno Judicio den Raad om vergiffenis te verzoeken, weegens zijn gehoude gedrag, denselven daarover scherpelijk reprimenteerende, met condemnatie in de kosten ter deezer ge„ „vallen, en ontzegging van den anders gedaanen Eijsch en geno„ mene conclusie van den Officier. vende persisteeren, renuntieeren van verdere praductien. Partijen wijders, voor re en duplicq by hun Eysch en antwoord blij„ den burger Jan Theron regt: Contra. den pro anterim Fiscaal d'E Gabriel Exter gereg: omme in steede te antwoorden, versoek te aanhooren. Partijen Hendrik

NL-HaNA_1.04.02_4329_0456 view scan ↗

English

26 7 & Hendrik Lodewijk Bletterman, Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein. That in the name and on behalf of the exhibitor on 30 November of the past year at the personal appearance of the burgher Carel Fredrik Paret, having been advanced to the roll, that before making a claim against the said Paret, he, Paret, as defendant might be heard in person on such articles as had been framed to that end by the exhibitor as plaintiff against the said Paret, concerning and regarding the fact that in a fit of rage on Monday 4 September prior thereto he had dealt his female slave Dina van Mosambieque a blow to the head, as a result of which the same female slave came to die that very evening, the said Paret requested by written petition that the said act committed by him might, for reasons detailed more fully in the same petition, be declared civil and compensable by Your Honorable Worships. That upon the same request made by the aforesaid, Your Honorable Worships having been pleased by interlocutory disposition to deny the same request to the repeatedly mentioned Paret and to order the same to answer to the articles framed by the exhibitor in the presence of the Commissioner Gentlemen from Your Honorable Worships' Court of Justice, as well as to order the exhibitor to obtain further evidence in this matter. That the exhibitor, having had the mentioned Paret heard upon the same interlocutory disposition, and subsequently having written to the field cornet Jan Blignault Pietersz residing in his district to interrogate the slaves and Hottentots of the mentioned Paret in a cautious manner regarding the circumstances of the deed committed by the aforesaid Paret, the mentioned field cornet at first replied to the exhibitor that he was afraid to carry out the exhibitor's order, on the grounds that he had presumed he had to be ordered thereto by Your Honorable Worships; but upon the exhibitor's further writing, he conducted the same aforesaid investigation and thereupon, on date 26 of the past month of January, sent to the exhibitor the report annexed hereto dated 22 prior thereto. That the exhibitor, under correction, believing that both from the answered articles annexed hereto and from the aforesaid report it will most clearly appear that the homicide committed by the aforesaid Paret upon his female slave Diana van Mosambique is of such a nature that it will never by any possibility be maintained on the part of the exhibitor that the same Paret has incurred the lex Cornelia de sicariis, and indeed primarily because on good grounds it can never be presupposed in the same Paret that he had the intention to deprive his own slave of life, and what matters most: in delictis enim non exitus, sed voluntas spectatur, that is, in crimes regard is had not so much to the outcome as to the intention; while on the part of the mentioned Paret all those precedents ought to cooperate upon which Your Honorable Worships have repeatedly ruled in the case at hand. Wherefore the exhibitor turns to Your Honorable Worships, requesting with due respect that it may please Your Honorable Worships, on the basis of the aforesaid allegations, to deduce further if necessary, in order to declare whether Your Honorable Worships can find it agreeable to grant the aforesaid request to the mentioned Paret, or else to grant the exhibitor further disposition for the continuation of these proceedings. Below stood: Which doing &c. Was signed: H: L: Bletterman In the margin: Exhibited in court. Which having been read, and its contents having been deliberated upon, it was ordered.

Dutch transcription

26 7 & Hendrik Lodewijk Bletterman, Lan d Drost van Stellenbosch en Drakenstein. Dat uijt naame ende van weegens den Vertoonden op den 30 November des gepasseerden jaars bi den personeele Comparitie van den burger Carel Fredrik Paret, ter Rolle geadranceerd zijnde, dat alvoorens Eijsch te doen Jeegens denselven Saret, hij Paret als gedaagde in persoon mogte worden gehoord op zoodanige arti„ culen, als door den vertooner als Eysscher jeegens denzelven Paret tot dat einde waaren geformeerd, over ende ter zaake dat hij zijn slaavin Dina van Mosambieque in drift op maandag den 4. e sep„ „tember daar bevoorens een slag aan 't hoofd had toegebragt, waar door dezelve slaavinne nog dien avond was komen te sterven, heeft denzelven Paret bij schriftelijk request versogt, dat dezelve door hem gepleegde daad door uw Ed: Achtb:s om reedenen breeder by 't' zelve request gedetailleerd, mogte worden verklaard civiel en Compasibel. Dat op 't zelve door voorsz: gedaan versoek uwEd: Achtb: bij inter locutoire dispositie hebbende gelieven te behagen 't zelve Versoek aan meerm: Paret te ontzeggen en denzelven te ordonneeren, omme ten overstaan dan Heeren Gecommitt=s uyt uwEd: Achtb Veerschaar op des vertoonders geformeerde articulen te antwoorden, mitsg:s den ver„ „toonder te ordonneeren omme ten dier zaake naadere bewijzen in te winnen. Dat den vertoonder van denzelve inter locutoire dispositie heb„ bende doen hooren gem: Saret, en vervolgens aan de in desselfs distrect woonende veld wagt meester Jan Blignault Pietersz: aangeschreve omme op eene voorsigtige wijze de slaaven en hottentotten van gem: faret te ondervraagen na de omstandigheeden van de door voorm Saret gepleegde Waad, heeft gem:e veldwagt meester eerst den ver„ „toonder geantwoord bevreesd te zijn des vertoonders ordre werkstellig te maken, uijt hoofde hij vermeend had, van uwEd: Achtb: daar toe Waaromme den vertoonder zig keerd tot uwEd: Achtb: met verschuldigde Eerbied versoekende, dat het uwEd: Achtb: gelieve te behargen op fundament van de voorm: allegatien /:des noods:/ nader te deduceeren, omme te declareeren off UwEd: Achtb: kunnen vallen in 't begrip, 't voorsz: ver„ soek aan gem: Paret te accordeeren, dan wel den vertoonden, tot 't voortzetten dier proceduures nadere dispositie te verleenen. /:onder stond:/ 'T welk doende 8 & /: was geteekend:/ H: L: Bletterman /: in margine/ exhibitum en Judicie. 'T welk geleezen, en over dies inkoude gebeseigneerd zijnde gelast te moeten worden; dog op des vertoonders nadere aanschrijvens 't zelve voorsz: ondersoek gedaan en daar op in dato 26 der gepasseerde maand Januarij aan den vertoonder gezonden het deezen de dato 22 daar bevoorens geannexeerde Rapport. Dat ten vertoonder /:onder Correctie :/ vermeenende, dat zoo wel uijt de deezen geannexeerde beantwoorde articulen, als uyt 't voorsz: rapport ten duijdelijkste zal komen te consteeren, de doodslag door voorsz: Saret aan zijn slavinne Diana van Mosambique gepleegd te zijn van dien aard, dat nimmer met eenige mogelijkheid aan den kant van den vertoonder zal kunnen worden beneeden, denzelven Paret, de lex Cornelia de sicaris te hebben geincurreerd, en wel voornamentlijk om dat op goede gronden, nimmer in denselven Paret kan worden ge„ „praesupponeerd, intentie gehad te hebben, zyne eige slaaven om het leden te willen brengen, en waar op 't meestendeels op aan komt: in delictis /enim/ non exitus, sed voluntas spectatur, dat is, in misdaaden word zoo zeer niet op de Uijtkomst als wel op de intentie gelet; terwyl aan den kant dan gem=e Paret zou behooren te coopereeren alle die voorbeelden, waar op in cas subsjeet te meermaalen byj und: Achtb: is ge„ disponeerd. gelast is.

NL-HaNA_1.04.02_4329_0457 view scan ↗

English

28 29 it was approved and agreed to grant the petitioner the request contained therein, and consequently to declare this case civil and composable before the Delegate Commissioners of this Court. Furthermore, the following report was presented by the same sworn clerk on behalf of the Landdrost of Graaff-Reinet, qualified as before. Honorable, Worshipful Lord and Lords! Your Honorable Worships' humble servant, Morits Herman Otto Woeke, Landdrost of the Colony of Graaff-Reinet, respectfully informs you: That on 26 November of the past year it was reported to the petitioner that a number of 34 Hottentots, both adults and children, had together run away and deserted from the burghers Pieter and Stephanus Venter, as well as Hendrik Kruger, all residing behind the Renosterbergh, carrying with them eight firearms, gunpowder, and lead. That a commando had been dispatched after these vagabonds by the inhabitants residing in that vicinity, which achieved nothing, nor tracked down the deserted Hottentots, while the said vagabonds meanwhile stayed in the veld. That on the 3rd of the month of December last, when the burghers Albertus Viljon and Barend Jansz rode from the farm called the Zeekoegat, situated behind the Sneeuwberg, To the Honorable, Worshipful Lord Rhenius, President, together with the Honorable Worshipful Council of Justice, at the Cape of Good Hope. to a farm of the fellow burgher Jan Viljon, situated nearby, in order to lead water onto a piece of corn land, it happened that these persons, upon their return at the so-called Paardevallei, unexpectedly came upon these vagabonds who lay hidden behind an old stone kraal, and were shot at by the said vagabonds; they, taking the said vagabonds for Bushman Hottentots, fled on their horses, but the said Janssen was shot by one of those conspirators on the orders of their leader, named Willem, through the buttocks from behind to the front through the private parts, so that on the 4th of the said month he died at Jan van Aswegen's at the Zeekoeijgat, having been brought there on a wagon. That meanwhile the commando dispatched by the petitioner and the council of war against the Bushman Hottentots, of which the commander was the provisional field sergeant Pieter Pienaar, having advanced to the vicinity of the aforementioned Van Aswegen and having been informed of what had occurred, the said commando set off on the march to seek out those vagabonds and to capture them dead or alive; which had the result that they surrounded this band of vagabonds on the 5th of the just-mentioned month at the so-called Renosterfontein, behind the Sneeuwberg, on a mountain from all sides, and after having shot dead two recalcitrant Hottentots, took prisoner a number of twenty-five, both adults and children, among whom were their leader and the one who had shot the said Cornelis Janszen, and delivered these prisoners here under escort on the 7th of the aforementioned month and handed them over to the petitioner. While meanwhile the Hottentots of the aforementioned Kruger, being already

Dutch transcription

28 29 is goedgevonden en verstaan den r: O: vertoonder het versoek daar in vervat, toetestaan, en dienvolgens deeze zaak civiel en composibel te verklaaren, ten overstaan van Heeren Gecommitteerdens deezer Vierschaar. zijnde wijders door denzelven geswoore Clercq, weegens den Land Drast dan Graaffe Raimet, als vooren gequalificeerd, geexhiteerd het volgende Verstaag. Edele Achtbaare Heer & Heeren! Geeft eerbiedig te kennen UEdele Achtb:s nederige dienaar Morits Herman Otto woeke, LandDrost der Colonie Graaffe Rainet, hoe aan den suppl:t op den 26 November anno passato berigt gedaan zijnde, dat van den burgers, Pieter en Stephanus Venter, midsg:s Hendrik Kruger, alle woonagtig agter den Renosterbergh, te zamen weegeloopen en opgedrast waren, een getal van 34, zoo groote als kleine hottentotten, met zig voe„ rende agt geweers, kruijt en laad. Dat op deeze nagabonden door de daar omstreeks woon„ agtig zijnde Jngezeetiken een Commando was gedetacheerd, het welk niets geëeffectueerd, nog de gedraste hottentatten had opgespoord, zig gem:e landloopers intusschen in 't teld waren ophoudende. Dat op den 3e der maand December Jongstl: als wanneer de burgers Albertus Hiljon en Barend Jansz: van den plaats genaamd het zeekregat geleegen agter den Sneeuwberg, gereeden Aan den Edelen Achtbaaren Heer Rhenius, Praesident, beneevens den Edelen Achtb: Raad van Justitie, aan Cabo de Goede Hoop. naar eene plaats van den meede burger Jan Viljon, daaromtrend geleegen, ten einde in een stukje koorn land water te leiden, gebeurd is, dat dezelve persoonen by hunne te rug komst aan de zoogenaamde paarde valeij, deeze wagabonden, die agter een oude klippekraal verschaalen lagen, onderhaeds op 't lifff waren gekomen, en door gem: landloopers op hem was geschooten, geworden, zij zig die gem:e vagabonden voor bosjesmans hottentotten waaren houdende, met hunne paerden op de vlugt begeeven hebbende, gem: Janssen door een dier complotteurs op ordre van hunnen aanvoerder, in naame Willem, van agter en de bil tot voor door de schaamdeelen was getroffen geworden, dat hij den 4:e der gem:t maand bij Jan van Aswegen aan het zeekoeijgat, als aldaar met een wagen gebragt zijnde, was komen te overlijden. Dat intusschen het door den suppl.t en den krijgsraad gedetacheerde Commando op de bosjes mans hottentotten; waar van gezeghebber zijnde den provisioneelen Veld wagt meester Pieter Tienaar, tot hier bij meer gem:e van Aswegen gevorderd, en van het voorgevallene versten„ „digd zijnde, gem:e Commando zig had op marsch begeeven, om die bandloopers op te zoeken en leevend of dood te zien magtig worden; het welk dan ook van dat effect was geweest, dat zijl: dit complot vagebonden, den 5:e der even gem:t maand aan de zoogenaamde re„ noster fonteijn, agter den sneeuwberg op eenen berg van rondsomme bezet en nu twee veerkaare hottenlotten te hebben doodgeschooten, een getal van vyf en twintig, zoo groote als kleine, waar onder hun aan„ voerder en de geene, die gemt Cornelis Janszen had geschooten, begreepen waaren, gevangen genoomen en deselve gevangens den 7e den meergem:e maand met eene bedekking alhier bezorgd en aan den suppl:t overgegeeven. Terwijl intusschen de hottentotten van voormelde Kruijer zijnde reeds

NL-HaNA_1.04.02_4329_0458 view scan ↗

English

had already become separated from them in the very beginning of their desertion. That the petitioner then also had the same prisoners guarded as well as was ever possible and as could be done given the not yet well-constructed facility. That notwithstanding the good care of the petitioner and the order given by him to his substitute to have those prisoners well looked after and guarded, it happened that five of the prisoners, being four adult Hottentot men and one Hottentot woman, bound and in handcuffs, escaped from the prison on the 25th of the often-mentioned month at nine o'clock in the evening, of whom the author of that gang, the repeatedly mentioned Willem, on 26 December passato at 8 o'clock in the evening, and the Hottentot woman on the 29th of the same month, were captured again, with three still being absent. That the petitioner must attribute such escape from the prison partly to the negligence of the substitute in not promptly carrying out the orders given to him by the petitioner, as well as to the orderly rider on night duty at the prison house and two unseasoned kaffirs, and on the other hand and indeed principally to the poor condition of the prison house, which in the first instance, and because there is no blacksmith here, could not possibly have been put into a good state of security. That here in custody there are still seven adult Hottentots with three suckling children (the petitioner having returned eleven small Hottentot children of both sexes, who were born at Pieter Venter's and had no part in the crime of their people, to the mentioned Venter, in order to keep them in his service for some years after having raised them, by providing proper food and clothing), whom the petitioner considering nothing other than accomplices, would have faithfully assisted their husbands in the commission of crimes, as appears from the desertion of the one Hottentot woman from the jail, and consequently also judges them to be punishable. Which doing was signed M: H: O: Woeke. In the margin: exhibited in Judicie 22 March 1787. After the reading thereof and mature deliberation on its contents, it was resolved to order the second exhibitor to send over the principal heads of the plot along with the papers and documents for elucidation, both of their crimes and of those of their fellow accomplices, and furthermore to have the remainder, being provisionally riveted in irons, work on the Colony's works until such time here Whereby justice in the punishment of crimes would in no way be curtailed, but executed according to the circumstances of the time, or as your Honorable Worships shall see fit to order the petitioner in this regard. Below stood: The petitioner turning in this to your Honorable Worships with a humble request that, because of the distant remoteness of the place, a long and difficult journey and arduous transport, as well as the obstacles occurring therewith, and the manifold inconveniences, all this cannot prevent evil from being punished in order to deter others therefrom, it may nevertheless please your Honorable Worships that the seven female Hottentot prisoners still in custody here, besides the author of the plot, whom the petitioner will send Capewards and will prosecute ex officio against him, may be riveted in irons here at this place, and having been punished, may work here for the Colony, or may be returned to their former master, the repeatedly mentioned Venter, to the end of serving with him, as such was formerly approved by your Honorable Worships.

Dutch transcription

36 3 reeds in den beginne hunner desertie van henl: waren afgeraakt Dat den suppl. t dezelve gevangens dan ook, zoo goed maar immer mogelijk en zoo als het weegens den nog niet wel gemaakte inrigting heeft kunnen geschieden, laten bewaaren. Dat niet tegenstaande de goede voerzorge van den suppl:t en de door hem gegeevene Ordre aan desselfs substituit, om die gevangens wel te laaten bezorgen, en oppassen, gebeurd is, dat er vijff der gevangens„ zijnde vier groote mannen hotten tots en eene hottentottinne gevleu„ „geld en met handboeijen op den 25 der dikwils gem„e maand s avonds ten neegen uuren uit de gevangenis geëchapeerd zijn, waar van den Antheur dier bende meergemelde Willem den 26 december passato s' avonds ten 8 uuren en de holtentoltinne den 29 der evengene maand, weer zijn gevangen geworden, zynde nog drie absent. Dat den suppl:t zulk ontkomen der gevangenis gedeeltelijk aan de negligence van den substituut in het niet prompt waarnemen der Ordres door den suppl:t aan hem gegeeven, als wel aan den bij het gevangenhuijs nagt hebbende ordonz: ruijter en twee baarse kaffers moet toeschrijven en anderen deels en wel voornamentlijk aan de slegte gesteldheit van het gevangenhuijs, het welk ter eerster instentie, /en dewijl alhier geen smit :/ niet mogelijk zijnde in goede staat van bewaaring te hebben kunnen worden gebragt. Dat alhier nog in hegtenis zynde zeeven groote hottentotten met drie zuijgende kinderen (: hebbende de suppl:t elff kleine hotten„ totjes bijder kunne, die bij hem Pieter Venter gebooren, en aan de misdaad hunner geen deel hebbende, aan gem: Renter te rug gegeeven„ ten einde dezelve groot gemaakt hebbende, voor eenige Jaaren in zijn dienst te houden, door behoorlijke kost en kleederen( die den suk pl:t niet anders dan complieen considereerende, haare mans in het pleegen van 'T welk doende /:was geteekend:/ M: H: O: Waeke /:in margine:/ exhibitum in Judicie den 22 maart 1787. Na welks lectuure en rijpe deliberatie over dies inhoude, is geresolveerd den 2: O: vertoonder te gelasten, omme de voornaamste hadfden van 't complot overtezenden met de stukken en documenten ter elucidatie, zoo van hunne misdaaden, als van die van hunne meede Complicen, en voorts de overige provisioneel in de yjzers geklonken zijnde, aan s Colonies werken te laten arbeiden, tot tijden wijlen hier Waar door de Justitie in 't straffen van misdaaden Geensints zoude worden derkort, maar geëxecuteerd, naar de circum„ „stantien des tijds, ofte zoodanig als uwEd: Achtb:s den suppl:t deswegens zullen goedvinden te ordonneeren. /:onder stond:/ Den suppl:t zag in deezen tot UEd: Achtb:s is keerende, met nedrig versoek, dat weegens de verre afgelegendheid der plaatse eene lange en moeijelijke reise en swaar transport, mitsg:s de daar bij voorkoomende obstreulen, en de minigvuldige ongemakken, te kunnen worde gemonti„ „ficeerd, zulks alles niet kan beletten, dat het knaade niet zoude worden gestraft, ten einde anderen daar van afteschrikken, het uwEd: Achtb: egter moege behaagen, dat de alhier nog in hegtenis zynde seeven gevangene hottentottinne /behalven den autheur des Complets, die den suppl:t caabwaart zal zenden, en tegen denzelven ex officie axeeren./ hier ter plaatse mooge worden in de ijzers geklonken, en afgestreefd zijnde, alhier voor de Colonie te moogen werken, of aan hun geweesene baas, meergem:e Venter, mogen worden te rug gegeeven, ten fine by den„ zelven te dienen, gelyk zulks wel eer bij uwEd: Achtb: goedgevonden is te behooren. misdaaden, getrouwelijk zouden hebben geadsisteerd /: blykens desertie der eene hottentottinne uijt den tronk:/ en gevolgelijk ook meede strafbaar oordeeld. mitdeerden omtrend

NL-HaNA_1.04.02_4329_0459 view scan ↗

English

A 3 3 until this council shall have made further disposition regarding it. Subsequently appeared in council the aforementioned sworn clerk, who is also charged with the administration of the affairs of the landdrost of the colony Zuellendam, who orally made known: That whereas it appears from the inquiries made that the wife of the detainee Hendrik Willem Plooij, named Martha Maria van Nimwreegen, of all the prisoners who were captured with her, appears to be the least guilty of the charges brought against her, not only that, but also since she fully persists in her denial, the petitioner therefore requests that the said wife may be released from her detention, under penalty of being held confessed and convicted, in order to appear in council at all times when required, the more so because she is in the extreme stages of pregnancy and here in custody proper care cannot be provided for such women, or else to place her in such manner as your Honorable Worships shall deem necessary; requesting furthermore that, should it please this council to grant this proposal, the said Martha van Nemweegen may then be ordered to remain here at the Cape, and not to go outside the Castle without special consent. Thus, for the reasons and motives alleged therein, it was Approved to discharge the wife of Hendrik de Plooij, named Martha van Nimweegen, from her detention, under penalty of being held confessed and convicted, in order to appear in court at all times when required, provided however that she shall not be permitted to remove herself from this capital. Lastly, the interim fiscal, the Honorable Gabriel Exter, submitted the following representation: Shows with due respect the undersigned interim fiscal: That having been placed in the hands of the memorialist a copy of a petition exhibited by both the then acting members of the College of Commissioners under date of 3 August 1788 concerning a search conducted by the general lessee Jacobus Johannes van den Bergh, assisted by the company's third bailiff on 24 July of the past year at the house of the free black Christoffel Anthonisz and his alleged conduct during the same, together with the resolution taken thereupon by this Honorable Council, whereby the memorialist is enjoined, in his official capacity, to institute such action against the said van den Bergh as shall be found appropriate, the memorialist, in possible compliance with this highly esteemed resolution, concerning this case and the steps taken regarding it, only takes the liberty beforehand to remark: That on 25 July of the past year it was reported by the company's third bailiff to the honorable memorialist that on the previous evening, at the request of the general lessee of the cool wines, Jacobus Johannes van den Bergh, who had said he had been to the memorialist's house and had not found him, he had accompanied the said lessee to conduct a search and seize the wine in some houses in which the same was certain and convinced that wine was being smuggled. That they, having done so at the citizen Pieter Rok, the soldier Hartsman of the battalion, and the Meuron corporal Bigveld, living in the house of the free black Vermeulen, had found all the aforementioned persons guilty. Honorable Worshipful Sirs Honorable Worshipful Sirs! To the Honorable Worshipful Sirs, the President and Council of Justice of the Castle of Good Hope. To

Dutch transcription

A 3 3 omtrend bij deezen raade nader zal zijn gedisponeerd. Vervolgens verscheen in raade meerm:e gesw: Clercq, als met de waarneeming der zaaken van den Landdrast der Colonie Zuellendam meede gechargeerd, dewelke bij monde te kennen gaff. Dat vermits uijt de ingewonnen enquesten consteerd, dat de huis vrouw van den gedetineerde Hendrik Willem Plooij in naame Martha Maria van Nimwreegen, 't minste van alle de gev:s de„ welke met haar zijn gevangen genomen aan het haar ten lasten gelegde schuldig komt te zijn, niet alleen, maar ook daar zij vol„ koomen bij de negative blijft persisteeren, zoo versoekt den E: O: dat gem: hhustrouw, subs paina confessi et convicti uijt haare detensie mogte worden ontslaagen, om ten allen tijden, des gerequireerd wordende, En raade te sisteeren, te meer, daar zij op 't uitterste swanger gaat en alhier, in hegtenis geen behoorlijke zorge voor diergelyke vrouwen kan gedraagen worden, dan wel haar zoodanig te plaatsen, als uwEd: Achtb: noodig oordeelen zullen; versoekende alverder, dat, wanneer het deesen raade mogt behaagen, in die voordragte te bewilligen, als dan gem„e Martha van Nemweegen mogte worden geotdonneerd, van haar hier aan de Caab te moeten blijven onthouden, en niet zonder speciaal consent buijten het Casteel te koomen. zoo is, om de daar bij geallegueerde redenen en motiten, Goedgevonden, omme de huisvrouw van Hendrik de Plooij, in naame Martha van Nimweegen, sub peina confessi et convicti uijt haere detentie te clargeeren, omme ten allen tyde, des gere„ „quireerd wordende, in Judicie te sisteeren, zoo nogtans dat zy zig niet dan deeze hoofdplaats zal vermoogen te verwijderen. „Laatstelijk wierd door den prointerim Fiscaal d' E: Gabriel Exter, gediend van het volgende vertrag. Vertaond met schuldigen Eerbied den ondergeteekende prointerim Fiscaal. Dat in handen van den vertoonder gesteld zijnde copie van een request geexhibeerd van den beiden toen gefungeerd hebbende Leeden uit 't Collegie van Commissarissen sub dato 3 augustus 1788 raakende eenen dan den generaalen pagter Jacobus Johannes van den Bergh gead„ „sisteerd door 's Heeren derde geweldigen op den 24 Julij A: a: ten huijze van den vrijswart Christoffel Anthonisz: gedaane Visitatie en desselfs daarbij preetens gehouden gedrag met het van deezen E: Achtb: Raade daar op ge„ noome besluijt, waar door de vertoonder word geinjungeerd, nomine officii teegens gem: van den Bergh, zoodanige actie te institueeren, als zal „vinden te behooren, den vertoonden en mogelijke voldoening aan dit zeer gelerde besluijt, omtrend dit geval de daar bij gemaakte demarckes voor overgaande alleen de vryheid neemd te remarqueeren. Dat den 25 Julij des voorleeden Jaars door 's Heeren 3e: gewel¬ „diger aan den E: O: vertoonder gerapporteerd zijnde, dat hij 's avonds te vooren op versoek dan den generaalen pagter der koele wijnen Jacobus Johannes van den Bergh, dewelke gezegd had ten huyze van den vertoonder geweest te zijn en denzelven niet gevonden te hebben, gem: pagter verteld had, om in eenige huijzen waar in dezelve zeeker en overtuijgd was, dat er met win gesmakkeld wierd, visitatie te doen en de Wijn te Arresteeren. Dat zijl: dan zulks verrigt hebbende bi den Burger Pieter Rok den soldaat Hartsman van 't bataillon en den Meuronse Corporaal Bigveld, woonende in 't Huijs van den Vrijpart vermeulen, alle gem:t persoonen bevonden hadden WelEdele Achtbaare Heeren E: Achtbaare Heeren! Aan den WelEdele Achtbaare Heeren Praesi„ „denten en Raade van Iustitie des Casteels de goede Hoop. Aan schuldig

NL-HaNA_1.04.02_4329_0460 view scan ↗

English

84 35 to be guilty, wherefore he, the officer, had seized the wines. Furthermore, the general tax farmer himself also came to the house of the presenter ex officio to pursue his complaints, but not having found him again, left behind the annexed paper; from which it appears that the farmer had nothing against anyone at the house of the free black of Vermeulen, of the citizen Visage, and the free black Christoffel Anthonisz, which alone is relevant here, except against the above-mentioned Corporal, nor accused or charged anyone else, for which reason the presenter ex officio sent it to Major de Meuron to have the matter investigated as belonging under the jurisdiction of the regiment and, if found guilty, punished. Matters being in this state, the presenter first heard from the acting Commissioners that the citizen Visage and the free black had complained to them about violence committed by the farmer and demanded satisfaction, while no wine had been sold by them either directly or indirectly; wherefore he also immediately sent for the above-mentioned third officer to be brought to him and to examine him further on the matter; who then not only denied that any violence had been committed by the farmer, though a search had indeed been made in the rooms and even under the bed, because the farmer insisted that two half-aams had been brought into the house from the widow De Waal, of which there absolutely must still be wine left, but also added that it was admitted first by the son and then also by the old woman that wine had been sold for 2 schellingen, that she, the woman, did not care about what went on across in the room, and that Visage himself, coming home and being addressed on the matter of smuggling being done by the Corporal in his house, had replied that it might well have happened on a single occasion that wine was sold, but that he nevertheless did not want to be regarded as a smuggler, nor have others smuggling in his house, and that he would see to this. That the presenter, hoping to be able to rely on the statement of his substitute in such cases as much as on that of the opposing witnesses, who perhaps suffer from very many faults, believed he could let the matter rest until the investigation against Corporal Beijzeld, which then resulted in the said corporal, being found to have committed much fraud, being punished with a number of saber blows and confined to the barracks, having received the ordinary mark on the arm that he still bears, so that the above-mentioned complaining persons, the citizen Visage and the free black Antonisz, by tolerating such smuggling at their house and, as it appears, lending a hand to it, have made themselves liable to punishment, and in the humble opinion of the presenter ex officio, instead of going to complain in a completely sinister manner, might very well have borne a small insult if they had truly received such from the general tax farmer, driven thereto by the distress of his mind over the damages suffered. This, Right Honorable and Worshipful Sirs, was the case in question, and the presenter believes, subject to correction, to have conducted himself in this regard according to the requirements of his office and duty, from which it will also appear that no search was made here on the basis of a simple suspicion, but on a suspicion founded on the testimony of several persons from the neighborhood, who declare to have seen at all times of the day soldiers going in and out with bottles, and carrying one and even two half-aams there each day, which the general tax farmer was. 24 .

Dutch transcription

84 35 schuldg te zijn, weshallen hy geveldige de wynen had in beslag genoomen. dat voorts den generale pagter zelve ook ten huijze van den r: O: Vertoonder gekomen zynde om zyne klagten te poursulteeren, dog den„ zelven weerom niet gevonden hebbende, 't annexe papier heeft te rug ge„ laaten; waar uyt blykt, dat den pagter ten huijze van den vrijswart van Vermeulen; van den burger visage en vrijswart Christoffel Anthonisz, dat hier alleenig in aanmerking komt, 't teegens niemand gehad heeft, als teegens den boven gem: Corperaal, ook niemand anders beschuldigd Majoor of aankelaagd, waarom van den vertoonder r:O: naar den Heer ^ de Meuron heeft gezonden, om de zaake, als onder de Jurisdictie van't regiment behoorende, te doen ondersoeken, en wanneer schuldig bevonden word, bestraffen. Dat de zaaken in deeze gesteldheid zijnde, den vertoonder eerst van de daceerende Heeren Commissarissen gehoord heeft, dat den burger disage en vrijswart bij wel denzelven over geweld dan den pagter gepleegd, gekleergd hadden, en satisfactie begeerden, terwijl van hun L: nog directe nog indirecte wijn was verkogt geworden, dierhalven ook directelijk ge„ zonden om bovengem: 3:e geweldigen bij hem te haalen en denselven daar over verder te constitueeren; die dan niet alleen negeerde, dat er van den pagten eenig geweld was gepleegd, zynde egter wel in de kamers en zelve onder de kroij nasoeking gedaan geworden, uyt hoofde wyl den pagter daar op bleef bestaan, dat er twee halff kamen waren in 't huijs gebragt gewerden, van de weede. de waal, waar van absolute nog wijn moest over zijn, maer ook nog bijdaegde, dat eerst van den soon, en dan ook van de oude vrouw is geadvoneerd geworden, dat er wijn door 2 sch: verkogt wierd, dat zij /:de vrouw:/ zig niets daarom bekommende, wat over in de kamer doorging, en dat visage zelve te huijs komende, en daar over aangespreeken zynde, dat door den Corporaal in zyn huijs gesmokkeld wierd, daar op had aeantwoord, dat het wel een enkelde kier kon zijn geschied, dat 'er wijn was verkogt geworden, maar dat hy egter voor geen smokkelaar wilde aangesien zijn, nog dat in zijn huijs door anderen gesmokkeld wierd; en dat hij dut zoude zien. Dat den Vertvonder, hoopende op de Verklaaring van zyn substituut, in diergelike gevallen zoo veel staat te kunnen maken, als op die van de tegengestelde getuygen, die misschien aan zeer veele gebreeken laboreeren, vermeend heeft, daar bij te kunnen berusten, tot heijde der ondersae„ king teegens den Corporaal Beijzeld, die dan van dat gevolg is ge„ weest, dat denselven corporaal bevonden zijnde, veel gefraudeerd te hebben, met een pertie fabelhieben is afgestraft, en in de caserne geconfineerd geworden, hebbende denselven 't ordinaire merk op den Arm gekreegen, dat hy nog draagd, zoo dat de betengem: klaagen de persoonen den burger Visage en vryswart Antonisz: door het gehoogen van diergelyke sluykerij ten hunnen huijze en gelyk het schijnt, de hand daar by gebaaden te hebben, zig zelven straf baar hebben gemaakt, en naar het geringe oordeel van den r: O: ver„ toonden in steede van op eene geheel sinstre wyze te gaan klaagen, eene kleyne beleediging indien zy diergelyke wezentlyk van den generaalen pagter door de persing van zyn gemaed over de benadeeling, daar toe gedreeven, ontfangen hadden, zeer wel hadden kunnen bijzig korden. dit, WelEdele Achtbaare Heeren ws't geval in questie en vermeend den vertoonden (:onder verbeetering naar vereijsch van zyn ampt en pligt zig daaromtrend gedraagen te hebben, waar uit den ook zal blijken, dat hier geen vicitatie is gedaan geworden uit hoofde van een Simpele Jnsopicie, maar op een suspicie gefundeerd op 't getuigenis van meerdere persoonen uijt de buurte, dewelke verklaaren in allen tijden van den dag te hebben gezien soldaaten met flesschen en en uijtgaan en 's daags een oak wel twee half aamen daar na toe draagen, 't geen den generale„ wierd. pagter 24 .

← previousnext →