Inventory 4329
Cape · 582 pages · 352 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
to demand higher rations, had attempted to force the quartermaster Ian van der Horst to go there with him for the aforementioned purpose, saying in substance, if you do not all go along to the quarterdeck, the devil take you. That he, van der Kruise, further, the day after the revolt, when the aforementioned van der Horst had asked him where he had been at the time of the riot, had first answered that he had been drunk and had been lying asleep in his bunk, but shortly thereafter that he had climbed through one of the scuttles and thus also come onto the deck. That furthermore the indications found by the said ship's council against the third prisoner Elias Costa, and upon which he was taken into custody three days after the revolt, mostly consisted in this: that he, Costa, when at the height of the attack by the rebels the sailor Ioseph Chriskole, notwithstanding that he had already been wounded in the head by a cutlass blow, had forced his way into the cabin to seize firearms and was then and there thrown through the cabin window overboard and into the sea, had at that very same moment proceeded to the fore-cabin and was allegedly seen there with a cutlass in his hands; from which the ship's council then deduced that he must certainly have gone to the cabin with the same intention as the frequently mentioned Criskole, but that, having noticed the bad outcome of the same, he presumably abandoned his intention and then, in order not to turn back since he might then have been discovered all the sooner, remained there in the fore-cabin. And that finally, concerning the fourth detainee Jean Babtist Du Puis, it was taken into consideration that he, as aforesaid, had not hesitated, when the prisoners lying under suspicion were being transported to the warship the Amphitrite, to show his displeasure thereat and to assert in substance to the soldier Simon Raimonde in the presence of the sailor Louis Lambelin, that the captain was surrendering these prisoners to the commander of the warship to make himself favored by him, adding that the captain, along with all the officers of his vessel, were a bunch of scoundrels. That the prosecutor, subsequently having had the four aforementioned detainees heard on such articles as were handed over for that purpose by the prosecutor to the commissioners from this noble honorable council, they, the four aforementioned prisoners, nevertheless unanimously testified to the commissioners never to have had any part in what had been conspired on their vessel; while they furthermore advanced specifically regarding what was charged against them—and first the mentioned Princenrade: that de Valbonne, on the very same morning before he executed the revolt in the evening, had indeed made known to him with treason or his intention, and that the intention in case of success was to sail to Cadij, but that the said de Valbonne had not told him at the same time when this would be carried out, nor that he, Princenrade, would ever have wished to participate therein, and that he had further intended to make this known, but that no opportunity had presented itself to him on that day to do so; that he had never spoken to Iacobus Schelleman about the French or Germans whereof his declaration mentions, but that he had indeed asked the aforementioned Schelleman how far they were from Cadix, though not on the 15th but on the very day of the revolt, and that he had done this solely to learn whether Schelleman also belonged to the plot and then to report it directly, while he further stated that at the moment of the tumult he had been lying in his hammock. The second detainee Ian van Kruisen: that the French, two to three days before the revolt, had asked him what the instructions of the Honorable Company dictated; that he had answered thereto not to know such; that they had then told him that some of them would go above to demand higher rations from the captain; that he must warn his messmates of this, and that he had therefore indeed said that if they would not join in, namely in demanding the instructions and higher rations, the French would then beat them; that he had not known the least thing of the conspiracy to capture the ship; and that he furthermore at the time of the tumult had indeed climbed through the scuttles and gone above, but that he had done so to defend the officers and the rest of the ship's company against the rioters. Further, the third detainee Elias de Costa: that he likewise had not known the least thing either of the demanding of rations from the captain, nor of the horrific undertaking to overwhelm the ship that followed thereupon; that at the time of the tumult, upon the corporal's call, he had run to the cabin and obtained a cutlass from him there to help defend the ship; that he had not followed the sailor Chriskole to the cabin, nor heard anything beforehand from him or anyone else as was alleged. And finally, the fourth prisoner Iean Babtest du Buis: that besides his claiming not to have had the least part in one or the other, he, during the transport of the remaining prisoners to the national warship
Dutch transcription
„dere randsoen af te eisschen den quartiermees„ „ter Ian van der Horst zou hebben willen forcee „ren om ten einde voorm: mede derwaards te gaan onder substantieel zeggen zo gij alle niet me„ de naar 't Halfdek gaat zal Je de duwel Dat hij van der kruise voorts dags na de revol„ te wanneer voorzz van der Horst hem gevraagd had: waar ten tijde van den oproer geweest was eerst zou hebben geantwoord dat hij beschonken was geweest en op zijn kooij te slapen geleegen had dog kort daar na: dat hij door een der Patrijs poorten en zo meede op 't dek gekomen was Dat wijders de indicia bij den zelven scheeps raad tegens den derde gev: Elias Costa en waar op den„ zelven en waar op denzelven drie dagen na de revolte is in arrest genoomen meestendeels hier in hebben bestaan dat hij de Costa wanneer in 't heevigste van den aanval der rebellen den Mattroos Ioseph Chriskole niet tegenstaande die reeds door een klap met een sabel aan 't hoofd was geblesseerd, in de Cacuit was door gedaon„ „gen om zig van geweeren magtig te maken en toen aldaar door 't Cajuits vengster over boord en in zee geworpen was, als toen op 't zelvde ogenblik zig naar de voor Cajuit zoude hebben begeeven en aldaar met een Sabel in de handen zou zijn gesien geworden; waaruit de scheep raad dan heeft opgemaakt dat hij zekerlijk Halen. met dezelvde intentie als meerm: Criskole moeste zijn naar de Cajuit gegaan edog dat hij den slegten uitslag van den zelvden ont„ waard hebbende presumptief van zijn voor „nemen zou hebben afgesien en toen om niet weder te rug te keeren terwijl hij als des te eer zou hebben kunnen worden ontdekt aldaar in de voor Cajuit gebleeven te zijn En dat eindelijk nog ten laatste van de 4=e ged„, Jean Babtist Du Puis in aanmerkinge is gekomen dat hij, gelijk voorm: zig niet zou heb„ „ben ontzien om wanneer de onder suspicie log„ „gende gevangenen naar 't oorlog schip de am„ „phitrite te werden getransporteerd zijn ongenoe„ gen daar over te toonen en den soldaat Si„ „mon Raimonde en Praesentie van den mattroos Louis Lambelin Sustantieelijk te gemoed te „voeren, dat de Capitain deese gevangenen aan den Commandant van 't oorlogschip overgaf om zig bij denzelven bemind te maken met bij„ „voeging dat den Capitain beneevens alle officie „ren van zijn bodem een hoop schelmen waren Dat de r: o: vert: vervolgens de vier meerm: gedet: hebbende doen hooren op zodanige Arti„ culen als door den vert: ten dien fine aan heeren gecomm: uijt deesen Edelen agtb: Rade zijn ter hand gesteld zij vier meer gem: gevangenen egter een parie aan heren gecomm: hebben betuigd van nimmer in 't op hun bodem geconspireerde met eenig - eenig deel te hebben gehad; Terwijl zij voorts specialijk op 't aan hun ten lasten gelegde hebben geavanceerd — en wel eerst gem: Prin cenrade dat de valbonne op dien zelvden morgen zo als 's avonds de revolte heeft geexteerd tot hem wel met verraad of zijn voorneemen en dat de intentie ingeval van reussite was naar Cadij te zeilen had te kennen gegeeven edog dat den zelven de valbonne hem daar bij teffens niet had gezegd wanneer zulx worden ter uitvoer gebragt nog dat hij Princenrade immer daar in zou hebben willen Participeeren en dat hij alverder voornemens was geweest zulx bekend te maken edog dat hem op dien dag daar toe gee ne gelegendheid was te voren gekoomen, dat hij tegens Iacobus Schelleman nimmer van de fransche of duischers /:daar zijne verc: van meld gesproken had maar dat hij voorsz: Schelleman wel had gevraagd hoe verre men van Cadix was dan niet op den 15 maar op denzelvden dag van de revolte en dat hij dit enkel gedaan had om te verneemen of schelema„ mede onder 't Complot behoorde en zulx dan direct aan te geeven terwijl hij wijders zeeg op 't ogenblik van 't tumult in zijn hang mat geleegen te hebben den 2=e gedet: Ian van Kruisen dat de fran„ schen twee à drie dagen voor de revolte hem hadden gevraagd wat de Instructies van d'E wijders den 3 ged: Elias de Costa dat hij insgelijks nog van 't afeisschen der randsoenen van den Ca„ „pitain, nog van de daar op gevolgde gruwelijke on „derneeming om 't schip te overrompelen iets 't min ste geweeten had dat hij ten tijde van 't tumult op te roepen van den Corporaal was naar de Ca „juit geloopen en van denzelven aldaar een Sabel bekomen had om 't schip te helpen verdeediggen dat hij den mattroos Chriskole niet naar de Cajuit gevolgd was nog van hem nog van iemand anders als gezegd bevorens iets vernomen had: En eindelijk den 4=e gev: Iean Babtest du„ Buis: dat behalven dat hij voorgeeft in 't een of ander 't minste aandeel te hebben hij bij 't transport van de overige gevangenen naar Comp:e dicteerd:n dat hij daar op had geantwoord zulx niet te weten dat hij hem toen hadde gesegd dat zo van hun naar boven zoude gaan om den Ca„ pitain meerdere randsoen af te eisschen; dat hij dit aan zijn baks volk moet waarschouwen en dat hij dus wel gezegd had dat wanneer zij niet mede wilden doen /: namenlijk in 't afvorderen van de Jnstructies en meerdere randsoenen:/ de franchen hen als dan slagen zoude geeven, dat hij van de Conspiratie om 't schip af te loopen niet 't minste had geweeten en dat hij voorts ten tijde van 't tu „mielt wel door de patrijs poorten geklommen en naar boven gegaan was edog dat hij zulx gedaan had om de officieren en 't overige scheeps volk tegens de op roermakers te verdedigen. Compte. 'Slands
English
the country's warship, not the Captain and officers, but rather the soldiers who committed the revolt, rascals, and even after he had discussed this with his accuser Raimonde, still to have used this expression, they are canailles. — That however much the previously mentioned petitioner on the one hand cannot deny that all circumstances, both arguing for and against the same four suspect prisoners, maturely considered and confronted against one another, may make the one appear suspect in a greater and the other in a lesser degree: because when one pays a little attention to the answers given by the same detainees to the interrogatories put to them by the ship's authorities on board upon their apprehension, and confronts the same with what they have responded before the aforementioned gentlemen commissioners from this council at the requisition of the honorable petitioner, one will be able to discover these same contradictions not indistinctly, and how some of them noticeably contradict themselves—the first-mentioned Princenrade naming at article 5 of his interrogation on board 5 persons who were said to have revealed the treason to him, whereas on the contrary, at his interrogation before the gentlemen commissioners at article 4, he says that he had learned of the conspiracy from Valbonne alone, and at articles 6 and 13 still persists therein; just as he further, at article 3 of the interrogation on board, in reply to the question why he had asked the boatswain how far he was from Cadix, answered that I only asked that because I had heard people speak of Cadix; whereas on the contrary, in his substitute interrogation at articles 8 and 9, he attempts to make it appear as if he had done such to sound out Schelleman whether the conspiracy was known to him and he happened to be a participant therein, in order to be able to bring it to light all the more surely. Just as then likewise the repeatedly mentioned Ian van Kruisen, or the 2nd detainee, in his answers given on board, and specifically at article 3 of his interrogation, pretends that he was said to have told his messmates that the French had expressed that if the sailors would not side with them, the Devil would take them, which somewhat agrees with the declaration passed against him by Ian van der Horst, whereas he nevertheless before the gentlemen commissioners at article 4 of his interrogation says that he expressed himself to the men in this manner: that if the men would not immediately join in demanding the rations, the French had said they would then give them beatings. While further the 3rd prisoner, Elias de Costa, having pretended at the aforementioned article of his interrogation on board ship that at the time of the uprising he had gone to the cabin because the quartermaster, whom NB he could not mention by name, had called him, and that he was also said to have handed him a saber to protect the Captain, whereas he nevertheless (besides both quartermasters appointed on board having contradicted him in this respect to his face, with the assurance of never having called him nor having given a saber into his hands) in his interrogation before the gentlemen commissioners says that the cutlass with which he had been seen near the cabin was said to have been handed to him by a Corporal. The last-mentioned Jean Babtist du Puis having also likewise, at his interrogation on board his ship, absolutely denied having said anything in the slightest regarding the transfer of the persons apprehended on suspicion to the warship against the repeatedly mentioned Raimonde and Lambelin, whereas he nevertheless, in his interrogation before the gentlemen commissioners, attempts to make it appear as if he had wished to demonstrate his indignation over the bold conduct of the mutineers by calling them and their faction, and thus not the Captain and officers, rascals and canailles. — That, the honorable petitioner says, from all these contradictory circumstances he can by no means hold the persons in question suspected of having helped commit and carry out the riot on the ship de Jonge Frank Revera: but indeed that the one more and the other less had knowledge thereof, were satisfied therewith, and furthermore were negligent, or rather failed, to notify the Captain and the ship's authorities thereof and to defend the same with all their might against the rioters. The honorable petitioner, however, on the other hand, with respectful deference of opinion, is of the view that these circumstances, joined with the presumptions arguing against the same four detainees and the evidence tending thereto, are not of such force and weight that they provide a complete ground to be able to act against them at law, whether ordinarily or extraordinarily, the less so because even if the ground of the suspicion conceived against the same prisoners—which for the most part consists of an ill-conceived idea and some discourses of which no concurring witnesses exist, and some contradictory answers from the interrogations on board and here before the gentlemen commissioners, of which one the principal cause
Dutch transcription
's lands oorlogschip niet den Capitain en officee„ „ren maar wel de soldaten die de revolte hebben gepleegd schelmen genoemd had en zelvs na dat hij daar over met zijn beschuldiger Raimonde gerede„ neert had nog deze uijtdrukking 't zijn Canailles te hebben gebeezigd. — Dat hoe zeer de 7: O: vertoonder aan de eene kant wel niet kan ontkennen dat alle omstandig heden zo voor als tegens dezelve vier suspecte ge„ „vangenen militeerende rijpelijk overwogen en te„ „gen elkanderen geconfronteerd de eene van hen in een meerdere en d'andere in een mindere graat verdagt kan doen voorkomen: want wanneer men een wijnig attentie gade slaat de antwoorden door dezelve gedet:e op de vraagarticulen die hun door de scheeps overheeden aan boord bij hun gevangen nee „ming zijn voorgehouden gegeeven, en dezelve Confron„ teerd met 't geen zij voor welgem: Heeren gecomm: uit deesen rade ter requisitie van den E: O: vert: hebben gerespondeert zo zal men dezelve Con„ „tradictien en hoe zommige van hun zig zelven merkelijk tegenspreeken niet onduidelijk kun nen ontdekken— noemende eerstgem: Prin cenrade bij artl:s van zijn verhoord aan boord 5 persoonen op die hem verraad zouden hebben geopenbaard daar hij integendeel bij zijn ver „hoor voor Heeren gecomm: op art: 4 zegd dat hij de Conspiratie van valbonne alleen zou heb„ „ben vernoomen en art: 6 en 13 nog bij blijft per„ sisteeren gelijk; gelijk hij voorts op art: 3 van t verhoor aan boort op de vraage warom hij aan de bootsman gevraagd had hoe verre hij van Cadix was? heeft geantwoord dat heb ik maar zo eens gevraagd om dat ik van Cadia had hooren spreeken; terwijl hij daar en tegen in zijn Su stitieel verhoor op Art: 8 en 9 tragt te doen voor komen als of hij zulx gedaan had om schelleman te polsen of de Conspiratie hem bekend en hij daar van deel genoot quam te zijn om 't dan des te sekerder aan den dag te kunnen brengen. Gelijk dan eeven als alzo meerm: Ian van kruisen ofte den 2 gedet in zijn aan boord gegeevene antwoorden en wel op art: 3 van zijn verhoor voorgeeft dat hij aan zijn Baks volk zou hebben gezegd dat de Transchen zig had „den uitgelaten dat wanneer de mattroosen 't niet met hun houden wilden de Deewel hen dan halen zoude 't geen eenigzints overeenstemd met de verclaring door Ian van der Horst tegen hem verleeden daar hij egter voor heeren gecom„ „mitt:s op artl 4 van zijn verhoorzegd zig tegens 't volk in deeser voegen te hebben geuijt dat zo mamentlijk 't volk in 't eisschen der randsoe„ „nen niet wilde meede doen de franschen gezegd hadden hen als dan slagen te zullen geeven Terwijl voorts den 3 gev: Elias de Costa op 't a=o artl: van zijn verhoor binnen scheeps boord voorgegeeven hebbende dat hij ten tijde Sisteeten van van den opstand naar de Cajuit was gegaan om dat de quartiermeester die hij NB niet bij naam wist op te geeven hem geroepen had en dat die hem dan ook een sabel zou hebben, te hand gesteld om den Capitain te beschermene daar hij egter /:behalven bijde aan boort besche dene quartiermeesters hem ten deesen op zigte in facie hebben tegensprooken met verzeeke „ringe van hem nimmer geroepen nog een Sa„ „bel in handen gegeeven te hebben:/ in zijn verhoor voor heeren gecomm: zegd dat den hou er met welke men hem bij de Cajuit had ge„ „zien hem door een Corporaal zou zijn ter hand gesteld Hebbende ook nog in gelijks de laast gem: Jean Babtist du Puis bij zijn verhoor aan boord van zijn schip volstrek ontkend iets 't geringste nopens 't overvoeren van de op Suspicie geapprehendeerde persoonen naar 't ologschip tegens meerm: Raimonde en Lambelin gezegd te hebben daar hij 't even„ „wel in zijn verhoor voor heeren gecomm: zodani tragt te doen voorkoomen als hij over 't stoud bestaan der muitelingen zijne verontwaarding had willen aan den dag leggen met dezel„ „ve in hun aanhang en dus niet den Capita en officieren schelmen en Canailles te noe „men. — Dat zegd de r: O: vertoonder hij uijt alle deese Contadictoiren omstandigheeden de persoon in quaestie geen zints kan doen verdagt houden van 't oproer op 't schip de Ionge Frank reve„ ra te hebben helpen pleegen en ter uitvoer te brengen: maar wel de eene meerder en de ander„ minder daar van te hebben geweeten, daar in te hebben genoegen genomen, en voorts nalatie te zijn geweest, dan wel te hebben verzuimd om den Capitain & de scheeps overheeden, daar van te adverteeren en dezelve met ingespanne kaag „ten tegens de oproermakers te verdedigen De r: o: vert: egter aan den anderen kant onder eerbiedige reverentie van begrip is dat deese om standigheeden gevoegd bij de tegens dezelve vier gedet:d militeerende praesumptien en 't daar toe strekkende bewijs niet zijn van die kragt en nadruk dat dezelve eene volleedi„ „gen grond uijtgeleeveren om tegens hun lieden 't zij ordinatie dan wel Extraordinarie in regten te kunnen ageeren te minder, om dat al ware 't ook dat de grond van de teegens de zelvene gevangenen op gevatte Suspicie dewel„ „ke meesterdeels bestaat in een qualijk ge plaaste idee en zommige discoursen waar van geene Consonante getuigen Existeeren en eenige Contradictoire antwoorden van de verhooren aan boord en alhier voor heeren gecomm: waar van men de voornaamste ot oorzaak
English
could well attribute the cause to the deficient compiler of the interrogations held on board, and even if all this were legally sufficient, without any doubt needing to remain in Your Honorable Worships' minds, the prolonged detention of these same prisoners—which in all crimes, even when fully proven and confirmed by oral confession, always brings about a reduction in the correction—nevertheless ought, in this respect as well, to provide no minor grounds for mitigation in the sentence to be inflicted. Yet at the same time, the narrator takes the liberty, subject to respectful correction, to remark with a single word that since the suspicion which weighs in this matter upon the aforementioned prisoners, although by no means supported by valid evidence, does not entirely lapse through this lack, but is of such a nature that in case they were restored to liberty or employed in the service of the Company, one could nevertheless hardly let them follow their destination with the Honorable Company, but ought always to consider them dangerous subjects for the possessions of the Honorable Company: partly because it is sufficient that they have already given unmistakable proofs that one can never expect from them that subordination to their lawful authorities which is so highly necessary in these regions; and partly because the example of their comrades, who already cannot be acquitted of having shown extreme disrespect to their commanders, might very easily have made such an impression that this could, at one time or another, pave the way again for similar disasters. Extract of the Resolution taken in the Council of Policy in the Castle of Good Hope. Wednesday, 1 November 1786. Wherefore the said narrator in this regard has deemed it most advisable to bring all this to the attention of Your Honorable Worships, with the respectful request that Your Honorable Worships may be pleased to make such disposition regarding the aforementioned persons of Michiel Princenrade, Jan van Kruisen, Elias de Costa, and Ioan Babtist du Puis as Your Honorable Worships shall find proper according to the exigency of the matter. Underneath stood: Which doing, etc. Signed G: Exter. In the margin: Exhibited in Court, 28 December 1787. The Lord Governor further made known that His Honour, upon the arrival at this roadstead of the private ship de Jonge Frank, chartered on behalf of the Honorable Company, had been informed that besides such major criminals as had been condemned to capital punishment and executed by the ship's council on account of an attempted undertaking to make themselves masters of that vessel with the cargo on board by killing the authorities and the other crew members who offered resistance, there were seven others who, although not fully convicted of having taken part in the same conspiracy, nevertheless lay under vehement suspicion thereof, and had been either placed in irons or kept under sufficient guard by the said ship's authorities in order to be delivered up to this government. However, as they had met at sea the national squadron currently also present and destined for the Indies under the command of the Honorable and Valiant Lord Wiers, and prudence required that the ship be relieved of those prisoners as soon as possible, the said Lord Commander, having regard to this, had taken over the same prisoners into the national ships upon the request made to that effect, along with the documents obtained against them. That he, the Lord Governor, having therefore reclaimed the aforementioned prisoners from the said Lord Commander Wiers, His Honour, as soon as he had been informed of the instructions of the Most Honorable Lords Directors and Plenipotentiaries dated 15 January 1783 concerning the determination of the jurisdiction for the officers of the national ships in this government over delinquent persons, had in no way raised difficulties against these reclamations, but had delivered the same prisoners over to this government, requesting nevertheless to be furnished with an extract from the said instructions for His Honour's discharge.
Dutch transcription
oorzaak wel aan den gebrekkigen steller van dezelve aan boord gehoudene verhooren zou kunnen attribueeren en al ware dit alles den regten voldoende, zonder dat er bij uwel Ed Agtb: eenige twijffel behoef over te blijven bewezen nogtans de langdurige detentie van dezelve gedet: die in alle misdaden, al zynze ook vol doende beweesen en door de eigenmondige Con „fessie bekragtigd egter altoos een verminde„ ring in de Correctie te weege brengt, ook ten deesen opzigten in de infligeerene Straffe geen gering object tot miligatie zoude behoren uit te leveren. Dan teffens neemt de vert: de vrijheid om onder eerbiedig Correctie nog met een enkeld woord te remarqueeren dat daar de suspicie dewelke meer ged=e gedet=d in deesen drukt, schoon met geen valable bewijzen hoegenaamd ge„ staafd egter door dit gebrek niet geheel vervald maar van dien aart is dat men in gevalle zyl: weder op vrije voeten hersteld of in dienst van de maatschappij geemploy„ eerd worden nogtans bezwaarlijke hunne destinatie bij de E Compe zoude kunnen laten volgen maar hun altoos als gevaarlijk sub „jecten voor de bezitting der E Comp=e be„ hoord te considereeren eens deels om dat 't genoegzaam is dat zij reeds doorstaande Extract Resolutie genoomen in Raade van Weshalven de r:o vert: hier omtrend door zig raadszaamst heeft geoordeelt dit een en ander te brengen onder 't oog van uwel Ed agtb: eerbiedig verzoek dat uwelEd: Agtb: om„ trend de vooren gementioneerde perzoonen van Michiel Princenrade, Jan van Kruisen Elias de Costa en Ioan Babtist du Puis zodanige dispositie gelieven te neemen als u„ wel Ed=e Agtb=s naar exigentie van zaken zul„ „len vinden te behoren onderstond:/ 'T welk doende &:a geteekend G: Exter in margine Exhibitim in Iudicio den 28 December 1787. — blijken hebben gegeeven, dat men van hun die subordinatie aan hunne wettige overigheden dewelke in deese geweste zo hoognodig is nim„ mer verwagten kan en anderen deels om dat voorbeeld van hunne makkers die bereids niet kunnen vrijgesproken worden van verregaande disrespect aan hunne regeerders te hebben betoond veel ligt zodanigje impres „sien kan gemaakt hebben dat dit de een of ander tijd weder voor zoort gelijke onheilen den weg zouden kunnen baanen. blijken Politie - - Woensdag den 1 Novbr: 1786 Den Heere gouverneur gaf wijders te kennen dat zijn Edele bij aankomste ter deeser reede van het 's E Comp:s wegen ingehuurd Particulier, schip de Ionge Frank was g'informeerd geworden dat behalven zodanige Nogen Misdadigers als ter zake eener getendeerde ondernee„ „ming om Door 't ombrengen der overhee „den en de verdere scheepelingen die hun tegenstad kwamen te bieden zig van dien bodem met de inhebbende lading meester te maken, door den scheeps raad tot de dood straffe waren verwe„ „zen en geexecuteerd geworden nog seven ande „re dewelke schoon niet volkomen overtuigd zijnde van in dezelvde Conspiratie te hebben „deel gehad, egter des wegens onder vehemen te suspicie leggende door de gem: scheeps overheeden of in de boeijen gesloten, of onder genoegzame bewaking waren gehouden ge Politie in 't Casteel de goede Hoop „weest ten einde aan dit gouvernement te werden overgeleverd; dog dat vermits zij in zee waren komen te ontmoeten 't tans meede aan wezend: en naar Indien gedestineerde 's lands Esquader onder Commando van den wel Ede„ „le gestr: Heer wiers: en de voorzigtigheid was vorderende om zig hoe eer hoe beeter van die gevangenen uit 't schip te ontslaan wel gemel de Heer Commandant hier op re„ „guard nemende dezelve gevangenen op 't daar toe voorgedragen verzoek in 's lands scheepen overgenoomen had met de tot hun lasten ingewonne stukkenen Dat hij heer gouverneur dierhalven bij wel gemelde Heer Commandant wiers de voorsz: gevangenen hebbende gereclameerd zijn Edele zo dra van de aanschrijvens der Hoog Edele Heeren Bewindhebberen en gevolg magtig „den in dato 15 Januarij 1783 betreffende de bepaling der Judicateren voor de officieren van 'slands scheepen in dit gouvernement over de delinqueerden Persoonen geinformeerd geworden was in die Reclamen geenzints ge difficulteerd maar dezelve gevangenen aan dit gouvernement overgeleeverd had, met ver zoek nogtans om tot zijn Edele decharge met een Extracto uit de gem: aanschrijvens te mogen werden geminueerd. — weest zijnde
English
Documents of the revolt and it having been deemed and understood well on that account etcetera, and furthermore that the aforementioned seven prisoners, along with the documents obtained against them by the aforesaid ship's council of the ship de Jonge Frank, shall be handed over into the hands of the provisional Fiscal in order to be put on trial here before the Court of Justice after proper further inquiries and examinations. Below stood: Agrees. Was signed: G. G. Diemel, sworn clerk. Interrogations of the rebels of the private East India Company's ship de Jonge Frank on its voyage in the year 1785, under the command of the noble gentleman Captain Jacob Veer. On Sunday the 16th of July of the aforementioned year, at half past eight in the morning, two mutineers, van Weijke and François Gravé de Valbonne, came aft with a large crowd of soldiers and sailors and wanted to speak to the captain, whereupon I, the captain, came to them and asked what their desire was. Whereupon François Gravé de Valbonne said as chief: "We must have your instructions and see what is in the ship!" I asked them what they were to do with that, whereupon one of the rebels grabbed me by the chest and with curses and threats said in French that they had to have it, or else they would teach me otherwise! Whereupon I gave them the instruction book, since I was overpowered at that moment and they were already all on the quarterdeck and we were unarmed, and thus gave it to get peace. Whereupon they then appointed one who read the instructions to them in Dutch and translated them into French. After the reading of the instructions, I asked them what else their desire was? Whereupon the rebel answered that they had to have sugar and tamarind from the time that we sailed to sea from Vlissingen. I said that there were only 1250 pounds of tamarind on board, and that this could only serve 272 souls for four long months, and that we had only been at sea for four weeks, and that they had also drunk beer during that time, and that we were now only just arriving at the place for which the tamarind was destined and most needed, being here below the Line, and that at this time of year one could well cruise for 1, 2, to 3 months, and we had crossed the equator; but all arguments could not help with them. They only answered that they had to have it, and also one-third more gin than they had received, and that from the time we had been at sea; and each man has had half a mutsje per day for as long as we have been at sea, while they drank beer, and on holy days each man has had his mutsje at noon. They also had to have bread crumbs, they said. Yes, since I was overpowered at that moment and had no trusted people under arms yet, we were forced to grant their demands; we also gave everything they demanded to prevent the disasters that we could foresee in the rebellion, for we saw that if we refused anything, no good would come of it. We also saw at the same time that the demand for gin was demanded on no good grounds, as has also appeared afterwards by the testimony of their people; for when the gin was handed over, de Valbonne said: "See there, the gin is only to make the German peasants drunk," namely the German soldiers, just as shortly after the gin was distributed, many became drunk; and this was the aim of the mutineers in order to execute their plot all the better. Now after everything they had demanded had been given, there came again in the afternoon at 5 o'clock one of the principal chiefs of the mutineers, Johan Pietruh Willem van Weijhe. We had in fact all the ship's sailors come aft, and Commander Lemper his trusted soldiers and corporals. And we quietly saw to getting all our small arms into the cabin, which were stored in the chests on the quarterdeck; they manned the same outside aft and asked for a half ration of water for the entire crew, which I had given by the steward. I saw that all this that they demanded was for the purpose of getting the people on their side and inciting the good people against us. At six o'clock in the evening, I, the captain, received a report from Commander Coenraad Busche, a passenger on board together with his wife and five children, who reported to me that the person Charles Disier La Droite, vice-corporal among the Luxembourgers, had reported that a plot had been made to overrun the ship and make themselves master of it, and that they also wanted to kill the captain of the ship and all officers and throw them overboard, together with the passengers and all those who did not agree with them. The so-called La Droite also reported the very same to the mate Pieter Pieters. And when the rebels were masters, they would then go with it to Spain or Portugal and sell everything there, and that they would begin in the evening when we would be at table in the cabin to eat, in order to murder us at table; and thus little time remaining to put everything in order for the defense of ship, goods, and life.
Dutch transcription
Stukken Der Revolte en zijnde over zulx goed gevonden en verstaan &=a en voorts dat de meergemelde seven gevan ge „nen neevens de stukken bij den voorsz: scheeps„ „raad van 't schip de Ionge Trank tegen dezelve ingewonne zullen werden overgele„ „verd in handen van den prointerim Fiscaal ten einde na behoorlijke verdere informatien en Examinatien voor den raad van Justitie hier te werden te regt gesteld onderstond Accordeert was geteekend g: g Diemel geswore Clercq.— Op Sondag den 16 Julij bovengenoemde Jaars des morgens ten half neegen uure kwaamen Twee muijtemaakers van weijke en franc:s grav=e de valbonne met een grote Trop soldaaten en mattroos en agter op en wild en den Capitain Spreeken waarop ik Cap=tn bij haar kwam en vraagde wat haar begeerte was? waar op Transs: grav„ de valbonne zeide als opperhoofd wij moeten uwe Jnstruc„ „tees hebben en zien wat er in 't schip is! ik vraagde haar wat ze daar mede moette doen waar op een van de rebellen mij aan de borst vatte en met vloeke en Dreigementen op zijn fransch zeide dat zij 't hebben moesten of zo zouden mij wat anders Leeren! waar op ik haar 't instruksie boekge„ geeven heb vemits ik als doen overmant: was en zij reeds alle op 't halfverdek waren en wij onbewapend en dus ge geeven om-rust te kreigen waar op ze als doen een stelden die haar de Jnstructies voorleesde in 't hollands en in 't vransch overtaalde Na 't leesen der instructies vraag de ik aan haar wat haar begeerte nog meer was? waar op de rebellant antwoorde dat ze zuiker en Tamerin„ de moesten hebben van die tijd af dat wij van flis„ „sing zijn in zee gezeijld ik zeijde dat 'er maar 1250 Ponden Tamarinde aan boord was en dat dit voor 272 koppen maar voor vier grote maanden versrekken konde en dat wij maar eerst vier weeken in zee geweest waren en dat zij ook in die tijd bier gedronken had „den En dat wij nu eerst aan de Plaats kwamen, daar de Tamerinde voor gedestineert en 't nodigste Jnterrogaties der Rebellen van 't Particulier s: J: Comp=s schip de Jonge Frank uit rijze in 't Jaar 1785 onder Commando van den welEdelen Heer Capitain Iacob veer waten waren hier onder de linie en dat men om deese tyd van 't Jaar wel 1: 2 a 3 maanden konde kruissen en wij de even nagt sijn gesnoeden hadden maar al „le gezeidens konden bij haar niet helpen zij antwoor„ „den maar zij moesten 't hebben en dan ook nog een der „de genever meer als zo gehadden en dat van die teid aan als wij in zee geweest waren en ze hebben de man ieder ½ mussen P:r dag gehad zo lange als we in ze geweest bennen, Terwijl zij bier dronken en des Hakjes dagen hebben ieder man haar mussen gehad des middag ook moeste ze kruimen hebben zeide Ia vermits ik als doen overmant was en geen vertrouwd volk nog in wapens hadden zoo waren wij genoodzaakt haar eise te geeven gaven ook al 't geen wat ze eisschen om de onheilen die wij in de rebellasie zien konde voor te komen want wij zagen dat wij iets reveceerden geen goeds zoude inspruiten zalgen ook teffens dat de eisch van genever op geen goede gronde geeischt wierde gelijk ook namaals gebleeken is bij vercla„ ring teffens haar lieden; want doen de genever was zo zeide de valbonne zie zoo. de genever is maar om de duitsche Boeren dronken te maken namelijk de duische soldaaten gelijk er ook kort daar na als de genever uitgedeelt waaren veele beschonken wierde en dit was 't oogmerk van de muijtemakers om des te beter haar aanslag ten uitvoer te brengen Na dat nu alles gegeeven was dat zij geeischt hadden zoo kwam na de middag om 5 uuren weder een van de voornaamste opperhoofden der„ muijtemaakers Johan Pietruh Wm van Weijhe Wij lieten ten facto alle de scheepsmattrosen, agter op komen en de Commandeur Lemper zijne vertrouwde soldaaten en Corporaals En wij zagen in stilte al ons handgeweer in die Cajuit te kreegen, 't welk op 's halver „dek in de kisten geborgen ware: manden dezelve buijten agter op en vraagde voor de geheele Equipagie een half randsoen water 't welk ik door den Botelier liet geeven Ik zag dat al dit wat ze eischten daarom was, om 't volk op hare zeide te kreigen en 't goede volk op te ruijden tegens ons om zes uuren des avonds kreeg ik Capn Rapport van den Commandeur Coenraad Busche Passagier aan boord zijnde beneevens zijn vrouw en vijf kin deren dewelke mijn rapporteerde als dat den Per„ soon Charles Disier La Droite vice Corporaal onder de Luxembourgers als dat er een Complot gemaakt was, om 't schip aftelopen en zig meester van 't zelve te maken, en dat ze ook den Cap=n van 't schip & alle officieren wilden om 't leven brengen en over boord werpen beneevens de Passagiers en alle de geenen die met haar niet eens waren ditzelvde heeft de sogenaam de La Droite ook aan de Stuur „man P:r Pieters en gerapporteerd En als de rebel len dan meester zouden zijn zij als dan met 't zelve na Spanjen of Portugal zouden gaan en daar alles te verkopen en dat zij zouden be„ ginnen des avonds als wij aan Tafel zoude zijn in de Cajuit om te eeten om ons aan Tafel te ver moorden en dus wijnig tijd meer overig zijnde om alles in ordre te stellen tot Difensie voor schip en goed en Leeven agter
English
around through the galleries into the cabin and brought the cartridges into the cabin as well, having then placed 70 muskets, 4 blunderbusses, and 150 cutlasses in the cabin. Stationed 6 men, being sailors, in front of the gunner's room and 6 men in the forward cabin by the stairs. In the cabin to load the firearms and pass them up to the deck, and to bring the fired ones back down: the second mate Herm: Coen and Charles disie La droite who discovered the plot, the boatswain of the Company Iacob:s Schelleman, the ship's gunner, and the Commander Busch. I, the Captain, was on the quarterdeck with the Commander Lampert, chief mate P:r Pietersen, boatswain, and boatswain's mate, and with 28 to 30 men, who stood stationed before the break of the poop and aft by the roundhouse, all in good order. I, the Captain, went below to have more powder and cartridges passed up from the gunner's room into the cabin. The second mate Coen was to go through the helm port or by the rudder head and over the tiller to the gunner's room, since we could no longer trust the tween-decks, in order to open the room. And while powder and bullets were being passed up, Corporal Gommerling came into the cabin to help load the guns and to fetch loaded ones. Commander Busche handed a loaded blunderbuss to the aforementioned Gommerling, and as soon as he had it in his hand and had rested it down along his side, it went off, the bullet of which went through the second bin in the cabin from the front, which caused great consternation in the cabin, for the light went out all at once; at the same time, we got another light from the forward cabin. The blunderbuss had gone off because Commander Busche had cocked the hammer and had not told the Corporal. This happened around eleven minutes past eleven o'clock. And as soon as the rebels heard the shot, they shouted "Hurrah" between the decks, ran up to the deck, and cried "attack!" Whereupon they, the rebels, attacked at the stairs of the quarterdeck by the gangways and shot at the quarterdeck with a five-pronged spear, which spear had previously been with the boatswain to shoot fish with; and with this spear they shot Corporal Lodewijk Namtal, which went in on the right side through the nose and came out close to the eye, and on the left side went through the nose and lip. As soon as the spear was stuck, the rebels shouted in the waist to haul, since they had a line fixed to the shaft of the spear, intending in that manner to have dragged him into the waist, and subsequently more people in such a manner. But the Corporal, having his gun in hand and aiming at the rebels when he was shot, fell backwards due to the pulling of the rebels and struck with his hand upon the railing of the break on the quarterdeck, and bent the shaft of the spear, whereby it broke to pieces, being fortunately a brittle piece of wood, and thus the line came loose; and the Corporal came into the cabin holding the spear in his face, which was a wonder to behold. Whereupon we then gave fire from the quarterdeck onto the rebels, and with which, during the volleys, one of the leaders of the rebels, John Ditrich Wm van Weijke, a native of Dimke, who had come aft in the evening to fetch water, approached the landing and, intending to force his way onto the quarterdeck, was shot through by the fire there. And behind him was a sailor named Ioseph Chriskole, a native of Naples, who, Corporal, was heavily
Dutch transcription
om door de galderijen in de Cajuit en brogten de Patronen ook in de Cajuit hadden doen 70 snaphanen 4 Donder „bossen en 150 houwers in de Cajuit Posteerden 6 man zijnde mattrosen voor de Constapels kaamer en 6 man in de voor Cajuit bij de Trap In de Cajuit om 't geweer te laden en op 't dek op te geeven en de afgeschotene we„ „der om laag te brengen de onderstuurm: Herm: Coen en Charles disie La droite die 't Complot ontdekt heeft de Bootsman van de Comp=e Iacob=s Schelleman de scheepels Constapel en de Commandeur Busch ik Cap=n op 't halferdek met den Commandeur Lampert opperstuu„ „man P:r Pietersen bootsman en Bootsmansm: en met 28 a 30 man, dewelke geposteerd stonden voor de boog en agter bij de hut alles in goeden ordre ik Cap=n ging om laag om meerder kruijd en batronan uit de Consta „pels kamer in de Casuit op te geeven laaten zoude den onderstuurman Coen door 't henne gat ofte bij de kop van 't Roer en over de roerpen heen na de Constapels vermits wij van tusschen deks niet meer vertrouwen kunde, om de kamer te openen en onder 't opgeeven van kruijd en kogels kwam de Corpooraal gommelling in de Cajuit om de geweeren te helpen laden en om geladen te halen de Commandeur Busche overreikte een gelaaden Donderbos aan den sogenaamde gommer„ „ling en zo dra als hij dezelve in zijn hand hadde en open neer langs zijn zyde geset hadden zo gong de „zelve los waar van de kogel door de tweede bak in de Cafuit van de voorkant door gong 't welk in de Ca„ Juit een grote Consernatie gaf want t ligt was met eens uit teffens kreegen wij weder een ligt uit de voor Cajuit De donderbos was afgegaan door reede want de Comm: Busche hadde den haan gespant en niet aan den Corporaal gezeid. — Dit is geschied omtrend essen over Elf uuren En zo dra als de Rebellen 't schot hoorde riepen zij Hoera tusschen Deks en liepen boven na 't deken riepen val aan. Waar op zij rebellen aanvalden op de Trappen van 't Halfdek aan de loopplanken en schoten met een vijf tandigen elger na 't halferdek welke elger voor bij de bootsman was geweest om visse daar mede te schieten en ze schooten met den elger den Corporaal Lodewijk Namtal dewelke aan de regter zei door de neus en digt bij 't oog weder uit en an linker zeide door de neus en lip jong zo dra als de elger vast was riepen de rebellen in de keuil om te halen vermits ze een leijn op de stok van de elger vast hadden meenden hem alzo in de kuil ge haald te hebben, en vervolgens meerder volk op zulke manier maar de Corp=l zijn geweer in de hand hebbende en op de rebellen aanleijde doen hij geschoten wierde viel agterwaards door 't halen der tebellen en sloeg met de hand op de leuning van de boog op 't halfdek, en boog de stok van de Elger waar door dezelve aan stukken brak zijnde tot geluk een broos stuk hout en dus kwam de lijn los; en de Corp=l kwam in de Cajuit met de Plyer in zijn gezigt vasthoudende welks een wonder was aan„ te zien. waar op wij doen vuur van 't halferdik op de Rebel „len gaaf en waarmede in de Charges een van de opper„ ste der Rebellen John Ditrich Wm van weijke geboor „tig van dimke die des avonds agter op gekomen was om water zig op 't bordes genaadert en op 't halverdek meende in te dringen tegens 't geweer aldaar door scho „ten wierde En agter dezelve was een mattroos gent Ioseph Chriskole geboortig van Neupels dewelke Corporaal Zwaar
English
was severely wounded with a cutlass blow to his head on the right side, through which he certainly lost his knife when he was wounded. At the same time, he nevertheless forced his way through and came into the cabin, but how he entered the cabin through all the sentries is unknown to me. But as soon as he came rushing into the cabin with such speed, all bloody and screaming, he intended to make himself master of the arms, since the cabin was full of muskets, bayonets, and sabres, and we were busy loading the small arms for the quarterdeck. We seized him and threw him out through the cabin windows overboard so that he would not murder us and also not hinder us from getting the loaded weapons to the quarterdeck and remaining masters of the ship. Subsequently, we fired from the quarterdeck upon the rebels who were pressing forward, as a result of which several remained dead and some were wounded. On our side, Corporal Gommerling lost a portion of his left hand due to the bursting of a blunderbuss that he fired, and the ship's steward Hendrik Adam Visbak was severely injured by the bursting of that same blunderbuss in his right leg, since the steward was standing on top of the chicken coop to cover the orlop deck and to fire upon the rebels who might come along the orlop deck; the corporal stood beside him, somewhat lower. And after having defended for a quarter of an hour, the rebels took flight between decks and crept everywhere and behind the barrels wherever they could find shelter, but the first ringleader had fled into the foremast, Francois Gravier De Valbonne, and called for quarter. As soon as the rebels had fled from the deck, we took possession of the waist and covered the hatches with double guards so that no one could come up from below. Monday the 17th ditto, we inspected the waist and found 5 dead and six wounded, threw the dead overboard, and had the wounded dressed. We also found that the rebels had cut the lanyards of the foremost guns in order to point them against us, for all our guns were loaded with ball, except the foremost ones; we had loaded them before we came to the Canary Islands because a Turkish pirate sometimes cruises there and attacks ships, but to all appearances the fire from the quarterdeck was too hot for them to get the guns along the length of the ship to use against us. It was also known to us that they had 4 axes, but one did not know how they had obtained them. And after we were masters of the waist and had placed good watches everywhere, the patrols went out to seek the rebels and take them prisoner. The first one we captured was De Valbonne, who had fled into the foretop, who at first did not want to come down, and since one could not see through the darkness whether there were more with him, we could not risk men going up into the dark to fetch him out of the top. And he called for pardon, and we told him to just come down and that we would indeed give him quarter, upon which he came out of the top into the fore rigging. But we pointed muskets at him, and we then sent men into the rigging and took him prisoner, brought him up to the quarterdeck, bound him hand and foot, and laid him along the side on the quarterdeck. Subsequently, we brought up to 15 of the rebels from between decks who had hidden themselves everywhere, and bound them also hand and foot, and laid them along the side. But it was unknown to us how strong the entire plot was, though the principal figures were known to us through Charles Desier La Droite, who revealed the treason to us. Five of the principal rebels we had received on board from the prison in Vlissingen, who had already wanted to undertake the same thing in the depot. The rebels had already been secretly inclined from the beginning to do such a thing. As soon as it was day, we placed even stronger guards everywhere and put all the sailors and trusted soldiers under arms on the quarterdeck and inspected the waist once more and found in it two sharp axes and a carpenter's adze, which the rebels had thrown against the side when they had to take flight. Then it was discovered that Noel Outers, house carpenter of the Company, had stolen those same axes from the ship's carpenters' chest and had given them to the rebels to massacre us with. He had stolen 4 axes on Sunday the 16th of this month at midday when the carpenters were eating and had laid the same axes under the scaffold until the evening when it was dark, when he quietly retrieved them with Van Weyhe, one of the chief rioters, to attack us with them and make themselves masters of the ship, as he afterwards confessed in the ship's council when he was under interrogation. Thus there is one axe missing that we have not found; we think that Van Weyhe had it in hand when he was shot on the quarterdeck ladder and that the axe then flew overboard. Furthermore, when all ports were well manned and good guards were everywhere, both in the waist, near the hatches, before the gunner's room, between decks, on the quarterdeck, as well as in the cabin and before the cabin, we mustered the crew and had the roll read to see who was missing and had fallen in the tumult, and found that 5 soldiers and one sailor were missing: namely 1. Johann Dietrick Willem van Weyhe, native of Armke 2. Charles Matjer, Rijzel 3. Nicolaas Derion, Sainte-Marie-d'Orschel 4. Antoine Loillet, Damertki 5. Petrus Boehmer, Puhl 6. Joseph Chriskole, sailor, Naples After the muster, we convened the ship's Broad Council to interrogate the rebels who were already imprisoned, the position being North Latitude 12 degrees 30 minutes, Longitude 355 degrees 10 minutes.
Dutch transcription
zwaar gekwetze wierde met een houwer op 't slag van zijn hoofd aan de regter zeide waar door hij zijn mes kwijt geworden zeekerlijk doen hij gekwetse is geworden Teffens is dezelve dog doorgedrongen en kwam in de Cajuit maar hoe hij in de Cajuit kwam door alle de Costen heen is mij onbekend maar zo dra als hij met zoo een vaard en bebloed in de Cajuis kwam inloopen al schreeuwende meende zig meester van 't geweer te maken vermits de Cajuit met snap haanen bajonetten en sabels volleijde en wij doende waren om 't hand geweer te laden voor 't halferdik kregen hem en goeijden hem de Cajuits glasen uit over boord om dat hij ons niet vermoorden zoude en ons ook niet te verhinderen om de gelade geweezen naar 't halferdek te kreigen en om meester van 't schip te blijven vervolgens vuurden wij van 't halferdek op de rebellen, die aandrongen waar door eenige dood, bleven en zommige gekwets wierden aan onze zijde verloor den Corporaal gommerling door 't springen van een donderbos die hij afschoot een gedeelte van zijn linker hand en de scheeps Botelier Hend=k adam visbak wierd zwaar gekneets door 't springen der „zelven donderbos aan zijn regter been vermits de Bottelier boven op 't hoenderhok stond om de koe „brug te dekken en te vuuren op de rebellen die langs de koebrug zouden komen de Corpl stond op zijde van hem wat lager En na een quartieruurs gedeffendeert te hebben naamen de rebellen de vlugt tusschen deks en kno„ „pen overal heen en agter de vaten waar zij maar Maandag den 17 d=o visiteerden de kuijl en vonden 5 dooden en zes geblesseerde goeijden de dooden over„ boord en lieten de gekwetze verbinden bevonden ook dat de rebellen de allies van de voorste stukken hadden afgesneeden om ze tegens ons te pun „deren want alle onze stukken waren met scherp gela „den uitgenomen de voorste niet hadden dezelve geladen eer wij aan de Canarische eilanden kwamen om dat er daar wel zomwijle een Turkze roever kruize en Sche„ „pen aandoen maar na alle apperentie is 't vuur van 't half dek voor haar te heet geweest om de stukken langs scheeps te krijgen om ze tegens ons te gebrui„ „ken stel was ons ook bekend dat ze 4 beilen hadden maar men wist niet hoe zij er aan gekomen waren En na dat men meester van de kuijl waren en overal goeden wagten gesteld hadden zo gongen de Patrouie „lie om de rebellen te zoeken en gevangen te neemen De eerste die wij gevangen kreegen was de valbonne die in de voormars gevlugt was die in 't eerste niet wilde afkomen en terwijl men door de donkerheid niet zien konde of er nog wel meer bij hem waren zoo konden wij daar geen volk resqueeren in de donkere hem uit de mars te halen en hij riep schuijl konden vinden maar 't eerste opperhoofd was in de voormast gevlugt francois gravier De valbonne en riep om quartier. — zo dra de rebellen van dek gevlugt waren namen wij Possessie van de kuil en bezetten de luijken met dubbelde wagten dat niemand van om laag konde opkomen. Schuijl om om pardon en wij dat hij maar af zoude komen en dat wij hem wel quartier zouden geeven waar op hij uit de mars in 't volke want kwam maar wij pun„ „teerden op hem met snaphanen en zouden als doen volk in 't want en namen hem gevangen broeten hem op 't halfverdek en bonden hem handen en voeten en leijden hem langs boord op 't half verdek vervolgens haalden van tusschen deks de rebellen dewelke haar zelver over al verborgen hadden tot 15 stuks en bonder dezelve ook aan handen en voeten vast en leyden haar langs boord maar 't was ons onbekend hoe sterke 't geheele Com„ plot hoe sterk 't geheele Complot ware dog de Prin„ „cipaalsten waren ons onbekend door den Charles Desier La Droite die ons 't verraad ontdekt heeft vijf van de Principaalsten Rebellen hebben wij uit 't gevangenhuis uit vlissing aan boord zekre „gen dewelke 't zelve geval in de depot al hebben willen onderneemen. – In de rebellen bennen al in stilte al van 't begin af daartoe geneegen geweest om zulx te doen Zoo dra als 't dag was stelden wij overal nog sterkere wagten en zetten alle de matroosen en vertrouwde soldaten in de wapenen op t halfet „dek en visiteerde de kuil nogmaals en vonden daar in Twee scherpe bijlen en een Timmermans Tis„ „sel die de rebellen doen ze de vlugt moeste neemen tegen boord gegoeijd hadden Doen ondekte men dat Noel Outers huijstimm: van de Comp=e dezelve bijlen uit de scheepstimmerluij haar kist gestelen voorts doen alle poorten wel bezet waren en overal goede wagten zo wel in de kuil bij de luiken voor de Constap kamer tusschen deks op 't halverdek als in de Casutt en voor Cajuit zo monsterden wij 't volk en lieten de rolleesen om te zien wie er manqueerde en gesneuveld waren in Timult en bevonden dat er 5 soldaten en een mattroos manqueerde als „ Joh„n Diet: w=m van weyhe geboortie van Armke Rijzel 2 Ch=s matjer „ s„t marie orschel 3 Nicolaas Derion Damertki 4 Antoine Loillet Puhl 5 P=s Boehmer 6 - Ioseph Chriskole matroos na de monstering beleiden wij scheeps-Breeden Raad om de rebellen te overhooren die reets ge vangen waren, zijnde Noorderbreete 12=o 30 Neapels 355= 10 Lengte hadden en aan de rebellen gegeeven om ons daar mede te masacreeren dezelve hadden 4 bijlen gestolen des son dags den 16:e deeser smiddags wanneer den Timm: aan t eeten waren en had dezelve bijlen gelegd onder 't sjavotje tot des avonds dat 't donker was doen hij dezelve in stilte met van weijhe een der hoofd oproerders van daan gehaald om ons daar mede te overvallen en zig meester van 't schip te maken zo als hij namaals in den scheepsraad bekend heeft doen hij in verhoring was dus is er een bijlweg die wij niet gevonden hebben denken dat van weijhe 't zelve in hand gehad heeft doen hij op 't Bordes geschoten worden en dat 't bijl doen over boord gevlogen hadden is „ „ „
English
The members of the ship's council Captain Jacob Veer, President Chief Mate Pieter Pieterse Third Mate Hermanus Coen Boatswain Lourens Clase Commander Casimir Lempert Commander Coenraad Busche Corporal Lodewijk Namtal Sergeant Commandant Ribere Moras Louis Roi, Luxembourger Corporal La Droite and Johannes Martinus Sekler as Secretary. Because there were two kinds of military men, there also had to be two kinds of officers on the council, and since the matter was overly criminal, I chose 10 members, six from the military, since the rebels were soldiers. Statements of the following persons regarding their knowledge against the revolters, before the assembled ship's council. I, the undersigned Charles Pesier La Droite of Avignon, aged 28 years, Vice Corporal in the Luxembourg regiment, declare before the ship's council held on board the private East India Company ship de Jonge Frank on the 17th of July 1787: That on Sunday the 16th of this current month, toward noon, I heard a conversation between the persons Loillet and Nerret, saying that they wanted to kill the captain and the crew. Whereupon I said to the second named whether they were not content, and what reason for complaint they had. They answered that the gin had been distributed, and that it would give them the strength they needed, and they were afraid of nothing, for they were strong enough and had sentries on deck and between decks, both Germans and Frenchmen, to prevent those whom they did not trust and who did not want to join them from assembling. Upon this conversation, the persons de Valbonne and van Weijke approached, speaking to Vivant and Richet. I heard de Valbonne say that he would go to the island of Saint Vincent, it being the nearest land, and that they would keep most of the ship's crew who wanted to join them, and throw the others overboard. I acted as if I did not hear this, whereupon he further said: "We want to keep the wife of Mr. Busche, and his eldest daughter, and the Black woman, to have our will with them, and take the 4 small children by the arm and throw them overboard with the rest." Whereupon Vivant said: "Go, go, tomorrow while eating some chickens we will settle that." And Vivant, interrupting him again, said he was afraid he might not get the brown girl as his concubine, claiming he was not entirely white himself, yet said that it was all the same to him. To this, van Weihe said that it was better to go with the ship to the Barbary Coast and put ashore the women they did not want to keep, and that the Algerians would make them slaves, and that they could sell the ship and cargo more peacefully and divide the money. I then stepped back a little and saw that they also moved aside a bit to speak secretly, and heard that [illegible]
Dutch transcription
De leeden van den scheeps Raad Capn. Jacob veer Praesident opperstuurman P=r Pieterse 3 onderstm: Herm: Coen 4 Bootsman Lourens Clase Casimir Lempert 5 Command: Command: Coenraad Busche Corpl Lodewijk Namtal 8 serg=t Commd=t Ribere Moras Louis Roi x luxembourger Corpl La droite en Ioh:s Mart=s Sekl er als Secrets. om dat er twee Soorten van militaire waren moesten er ook twee soorten van officieren in den Raad zijn en vermits 't stuk al te Crimineel was verkoor ik 10 leden zes uit 't militaire vermits de rebellen militairs waren Verclaringe der volgende Persoonen van de wetenschap „pinge tegens de revolters voor den vergaderden scheepsraad Jk ondergeteekende Charles Pesier La Droite van Arig „non oud 28 Iaren vice Corporaal in 't regiment Luxem„ „bourg verclare voor den scheeps raad gehouden aan „boord van 't Particulier o: J. Comp:s schip de Ionge Frank den 17:en Julij 1787 Dat sondag den 16:e deeser loopende maand gehoord hebbe eene zamen spraak tegens de middag van den Persoon Loillet en Nerret zeggende dat ze den Capitain en Equipagie wilden dooden waar op ik tegens de tweede voornoemde zeide of zij niet te vreeden waren en wat ze voor Reeden van klage hadden zij gaaf en tot antwoord dat de genever uit gegeeven ware en dat dezelve hare kragt zoude geven die ze benodigt waren en zijnde voor niets bevreest dan ze waren sterk genoeg en hadden schild:wagten op en tusschen deks zo wel duitschers als Francen om die geenen die ze niet vertrouwden en niet mede met haar wilde doen te beletten om te Casseeren op dit gesprek kwam de Persoonen de valbonne en van weijke aan gegaan, spreekende tegens vivant en Richet hoorde dat de velboone zeide dat hij naeilant S„t vincent zoude gaan zijnde 't naaste land, ende meesten van 't schip zoude zijl behouden die met haar mede wilde doen en de andere over boord werpen Ik deede als of ik zulx niet en hoorde waar op hij verder zeide de vrouw van de Heer Busche en zijn oudste dogter ende negerin willen wij behouden om onze wille daar mede te doen en de 4 kleine kinderen bij de vlerk neemen en over boord goeijen met de rest waar op vivant zeide ga. ga. morgen onder 't eeten van eenige hoenders zul„ „len wij dat wel reguleeren en vivant hem weder in de reede vallende zeggende bevreest te zijn om de brui „ne mijd niet tot zijn bijzlaap te bekomen voorgee „vende zelver niet heel blank te zijn dog zeide, dat hem zulx even wel was De van weihe zeide hier op dat 't beter was met 't schip na de kust van de Batbarij te gaan en de vrouwen die ze niet behou„ den wilde aan Land te zetten en dat de Algerijnen haar als slaven zoude maken en dat zel: 't schip en goed geruster konden verkopen en 't gelddeelen skging hier op wat terug en zag dat zij ook wat op zij jongen om heijmelijk te spreeken hoorde dat C hadden Riches 10 d=o x ere ve
English
Richet said to the sailor Ioseph Criskole, what danger is there for us, the guns are all loaded and we need only train them against the half-deck and blow everyone there into the air, and ourselves as well, if it does not succeed or if we cannot bring our plan to an end. Whereupon the aforementioned Chriskole said that the cannonballs could go right through the cabin without damaging the ship's rudder. Richet said in reply to that that he had four good axes hidden with which they could break open the arms chests, and that the others would follow him, Ioseph Chriskole, to make themselves master of the gunner's room. Whereupon I left them in their company in conversation and went up to the forecastle. I found there a soldier and a sailor sitting together on the anchor, and the sailor made a mark on the anchor and said to the soldier, look here is the way to Gibraltar. Whereupon the soldier said, that is not the one we must have. The sailor again, look under here. Whereupon I went away. In the evening at 5 o'clock, after the distribution of jenever, I had gone to fetch my ration, but was followed by Loillet. At the same time, I saw the first mate P:r Pietersen speaking; I made a sign that I had something to say to him, but it was impossible, but it was impossible to make myself understood because of Loillet, who had followed me and stood on the stairs watching me. Thereupon I went below to my mess, found there the Corporal Louis Roij and Hovard, telling them such of the plan of the conspiracy and that I doubted a good outcome. I resolved to write a note to the Captain, but could not because of Ducroix, in order to convey such a thing secretly to the Captain, for he kept his eyes on me at all times. Seeing that the darkness favored my plan, I ventured to make my way from the steerage along to the cabin, fearing the sentries who had been posted by the conspiracy to see who went onto the half-deck, and fearing to be observed. Having found the stairs by the gunner's room, I found there Joseph Christole, chief of the rebels, eating with a knife in his hand. He asked what I was looking for. I answered, the surgeon. He again, he is not here. Whereupon I went back to my mess, found there Commander Lompert doing the customary rounds. I pulled him by his coat and said that I had a secret to reveal to him, who answered to come above forward or aft. I went immediately, but for fear of being seen by the rebels went to the other side, but was prevented by the crowd of people from reaching the Commander or meeting him again. I then tried for the second time to go above through the after hatch, believing that the passage was clear, but found Chriskole still sitting on his chest, having his back turned to speak with someone. I then quietly went up the stairs so that he did not notice it, and came into the cabin and requested to speak to the Captain and the officers. When they came down into that cabin, I revealed to them the plan of the rebels and requested of them to bring the arms chests down from the half-deck, for the time was very short, so that a prompt precaution for defense against it
Dutch transcription
Richet tegens de mattroos Ioseph Criskole zeide wat gevaar hebben wij de stukken zin allegaande „laden en wij bayen dezelve maar tegens 't half dek en doen alle die daar zijn in de lugt vliegen en ons me de als 't niet geluk ofte ten einde kunnen brengen ons voorneemen waar op de voorn: Chriskole zeide dat de kogels dwars door de Casuit konde gaan zonder t roer van 't schip te beschadigen. Richet zeide weder daarop dat hij vier goeden bijlen verborgen hadde kunnen daar mede de geweer kisten openbreeken en dat de andere hem Ioseph Chriskole volgen zouden om zig meester van de Constapels kamer te maken waar op ik ze verlaten heb in haar gezelschap ingesprek en ben na bovengegaan op de bak vonde aldaar een Soldaat en mattroos bij malkanderen zitten op 't anker en de mattroos maakte een Elar op 't anker en zeide tegens den soldaat zie hier den weeg naar gibraltar waar op de soldaat zeide dat is 't geen niet dat wij hebben moet de mattroos wederom kik hier onder waar op ik weggong. Des avonds om 5 uuren na uitdeeling van genever was ik geweest om mijn randsoen te halen maar wierde door den Loillet gevolgt ik zag met een de opperstuurman P:r Pietersen te Spreeken ik deeden Teeken dat ik aan hem iets te zeggen hadde dog 't was onmogelijk dog 't was ommogelijk mij te doen verstaan door de oorzaak van Loillet die mij gevolgt was en op dE Trappe stond op mij agt te geeven ging daar op naar beneeden aan mijn Bak vond aldaar den Corporaal Louis Roij en Hovard zeggende zulx tegens haar 't voornemen van 't Complot en dat ik twijffelde aan een goede uitkomst nam mij voor een briefje aan de Capitain te schrijven dog konde niet door den Ducroix om een zulx den Capt=n te agter bren„ „gen want dezelve hield mij altoos in de ogen ziender dat Ca de donkerhijd mijn voorneemen begunstigde waagte 't van tusschen deks Diks langs na de Cajuit te komen vree„ zende voor de schildwagt die van 't Complot gestelt waaren, om te zien wie er op 't halver dekke jong en ge„ observeerd te worden de Trap bij de Constapels kamer ve gevonden hebbende vond ik aldaar den Joseph Christo: ere „le Chef der rebellen eetende met een mes in zijn hand hij vraagde wat ik zogte ik antwoorde de Chirurgijn hij wederom hij is niet hier waar op ik weder aan mijn bak gong vond aldaar den Commandeur Lompert doende de gewonelijke konde ik trok denzelven bij zijn 's rok en zeide dat ik hem een geheijmte te openbare seya hadden dewelke antwoorde voor of na boven te komen Ik gong aanstonds dog door vreeze van de rebellen ge zien te worden na de andere zijde dog worde door de menigte van 't volk verhindert tot den Commandeur te komen of hem weder te ontmoeten probeerde 't als toen voor 't tweedemaal door 't agterluik na boven te komen geloovende dat de Passagier vrij was maar von den Chriskole nog op zijn kist zittende hebbende den Rug verdraijd om met iemand te spreeken be„ als doen steldetjes de Trap opgegaan dat dezelve 't niet gewaar wierd en ben in de Cajuit gekomen en ver zogt den Capitain te spreeken en de officiers dezel ve omlaag in die Cajuit komende openbaarde ik haarlieden 't voorneemen van de rebellen en verzoe te aan haar de geweer kisten van 't halfer dak benee„ „den te brengen want dat de tijd heel kort was dat er een schielijk voorzorg tot verweering tegens 36 1 voor het
English
had to be taken into the plot. In witness of the truth, I have signed this my declaration in the broad council held on 17 July 1786, was signed Charles Pesier la droite. I, the undersigned Pierre Jaques Ribere de moras, Sergeant Commandant under the transport of Luxembourg on board the Dutch Private East India Company ship de Jonge Frank, declare, having appeared before the ship's council of the aforementioned ship on 17 July 1786: that yesterday, being Sunday, towards 7 o'clock in the evening, noticing some soldiers starting to drink with burning candles by them, I went down to ensure that no excesses would occur in this drinking, and while speaking with them about this, Corporal steenvorth came by order of Commander Lempert to ask whether my people were content. I answered yes, that they had nothing to complain of. I observed the individuals Loillet and vivant eavesdropping on what Corporal steenvorth said to me on the orders of the Commander, and I also asked them at the same time whether they were content, to which they answered assuredly that they were well content. I subsequently turned to Corporal steenvorth, saying that he could tell the Commander that my people were satisfied and had nothing to complain of. Corporal steenvorth having departed from my mess, I went to the second mess, seeing Loillet and vivant go there, and found them with Blavignac, Richet, and Nerret drinking punch made of gin, sugar, and water. I told them that they had to finish drinking and that the light had to be extinguished, the time for it having arrived. At these words, Luillet turned around and said, "Just go away, you will not trouble us much longer," in a voice which he certainly thought I would not hear. I gave no answer to that, as he spoke the French that they had used. I went up on deck and found there the person Louis Roij, Corporal of the Luxembourgers, sitting alone in a corner on the windlass, groaning and plunged in melancholy, having never seen him like that before. I wanted to go straight to him, but the person vivant, one of the rebels, followed me and said with a countenance signifying something evil, that in a short time he believed he would kiss the earth. I answered, "If the wind is good, in at least two months," whereupon he said that I, as Commandant of the transport, had to show that I was capable and had courage, like a ready soldier, to applaud a resolution taken among many to make an uprising against the Captain and officers, and that all those who refused to join them or stood against them would be thrown into the sea without any exception. At these words I stepped back and feigned having forgotten my snuffbox between decks, and at the moment that I came below, I found Louwrens Labbé, who was secretly looking for me and said to me that vivant had told him of a plot, and that he, Labbé, was trembling with fear, the rebels intending to kill and murder everyone who did not belong to their party. While Labbé was giving this information and I was speaking with him about it, the rebels gathered again at their mess to drink, so the aforementioned Labbé had no more time to speak further. I, seeing that the candles were still burning at their mess, extinguished them.
Dutch transcription
het Complot moesten genomen worden Tot waarhijd hebbe deese mijne verclaring get: in den breeden raad gehouden den 17 Julij 1786 was geteekend Charles Pesier la droite Ik ondergeteekende Pierre Jaques Ribere de moras sergeant Commandant onder 't transport van Luxem„ bourg aan boord van 't: hollands Particulier o J Comp=s schip de Jonge Frank, verclare na gedane voor den scheeps raad van 't voorn: schip den 17 Iulij 1786. — dat gisteren zijnde sondag tegens 7 uuren des avonds gewaar wordende eenige soldaten vatten te drinken met brandende kaarsen bij haar ging na beneeden te „letten dat geen uitspatting zoude geschieden in dee„ ze dronk en met haar spreekende daar van zo kwam de Corporaal steenvorth p:r order van den Comm: Lem„ „pert om te vragen of mijn volk te vreeden ware ik ant„ woorde van Ia. dat ze niets te klagen hadden ik ob„ „serveerde den persoon Loillet en vivant toe luijsteren de wat de Corporaal steenvorth tegens mij zeide op ordre van den Commandeur en haar ook met een vraag„ „de of za te vreden ware waar op ze antwoorde verzee„ „kert wel te vreeden weezen wende mij vervolgens tot de Corporaal steenvorth seggende, dat hij tegens den Commandeur konte zeggen dat mijn volk voldaan en niets te klagen haddeen De Corporaal steenvorth van mijn bak weggegaan zijnde gong ik na de tweede bak ziende Loistet en vivant daar na toe gaan en vond haar met Bla „vignac, Richet en Nerret drinkende Bonsch ge„ „maakt van genever suijker en water zeide tegens haar dat ze uitmoesten drinken en dat 't ligt moest uitgedaan worden zijnde de tijd daar van. — op deese woorden draaij de Luillet om en zoide ga maar 3 heen gij zult ons niet lange meer verwaren met een Stem sa die hij zekerlijk dagte dat ik 't niet en hoorde Ik gaf geen antwoord daar op dat de Frank sprak die zij gebruikt hadden ik ging na boven en vond aldaar den persoon Louis Roij Corporaal van de Luxemburger alleen in een hoek op de braadspil zitten, kermende en in droefgeestig heid verdompelt te zijn hebbende hem nooijt zo gesien ve Ik wilde regt na hem toegaan maar de Persoon vivant here een der rebellen volgende mij en zeide met een Tronje iets kwaads beduijtede dat in korten tijd hij geloofde de Aerde te kussen. Ik antwoorde als de wind goed is nog de minstes Twee maanden waarop hij zeide dat ik Commandant van 't transport moeste toonen bekwam te zijn en moed hadden als een gereed soldaat toe Juijgen en een reselvatie genomen onder veelen om een opstand te doen tegens den Capitain en officiers en dat al die geene die zig weigerde tot haar toe te vallen ofte tegens haar stonden in zee zouden ge„ worpen worden zonder eenige voorschrift op deese woor„ de trat ik terug en veins de mijn Snuijfdoos vergeeten te hebben tusschen deks en op den ogenblik dat ik na be„ needen kwam vond ik den Louwrens Labbé die na mijn heijmelijk zogte en tegens mij zeide dat virant tegens hem gezeid hadde van een Complot en dat hij Labbé van vreesde beevde zijnde de Rebellen van voorneemen alles om te brengen en te vermoorden die niet tot haar Partij behoorden onder dit aanbrengge van Lae„ bé en met hem daar over sprakk zo vergaderden zig de rebellen weeder aan haar Bak om te drinken zo heeft de zogen: Labbe geen tijd meer gehad om verder te redeneeren Ik ziende dat de kaersse nog brande aan haar uitgedaan F Bak
English
I went over there, and upon approaching them they wanted to give me gin to drink, which I refused, pretending to have a severe headache and to be more in need of rest than drink. I asked after Lance Corporal La droite; Loillet answered that he had gone up on deck because of the heat. At the moment that I wanted to go up to speak with La droite, whose good character and loyalty were well known to me, and to hear whether he also knew anything of the plot and to take measures to inform the Captain thereof, Corporal Gommerling came to call me. Not seeing the person La droite, I followed Corporal Gommerling to the quarterdeck. Upon arriving there, Mr. Coen, the second mate of the ship, asked whether I was one of the Luxembourgers. I answered Mr. Coen yes, that I was from the Luxembourgers, whereupon he asked again, are you a loyal young man and will you take our side? I answered that I had an abhorrence of treason, and that I was obliged to defend the honor and loyalty that I owed to my superior. Thereupon I went down into the cabin, where I found La droite with a loaded musket in his hand standing before the second door of the cabin gangway. I rejoiced to see him there, knowing that he would choose no other path than that of justice. I said to the Captain and officers that time was too short for much discussion, and that prompt precaution had to be taken to thwart their assault and intention. I saw several... I, the undersigned Louis Roij, Lance Corporal in the Regiment Luxembourg, native of Bolle in the Principality of Noufheetel, aged 26 years, declare before the Ship's Council held on board the Dutch East India Company's ship de Jonge Frank on the 17th of July 1786 concerning the tumult and riot that occurred last night, that on Sunday the 16th of this month, towards noon at half past eleven, having heard that a plot was formed to take master of the ship and to throw the Captain and all officers overboard, except for Mr. Coen, second mate of the ship, whom they intended to preserve and keep bound. And when it was time to determine latitude, to bring him on deck to take the sun's altitude and set the course, and to take them wherever they wanted; and I have heard from the wretches that all those who were not willing to assist in their evil intention would be thrown into the sea. I removed myself from them, having various sabers and loaded muskets laid upon the table, and I also loaded several muskets with Mr. Coen, and I subsequently took a saber in hand to defend and protect the Captain if necessary. I confirm this my declaration to be true, which was given and signed in the Ship's Council, being a member thereof, on the 17th of July 1786. /was signed/ Iaques Ribere moras, Sergeant Commandant.
Dutch transcription
Bak ben daar na toe gegaan bij haar komende wilde zij mij genever te drinken geven te drinken geven welke ik revuceerden gaf voor zware hoofd pijn te hebben en meerdere Rust als drank benoodigd waare vraag„ de na de vice Corporaal La droite Loillet antwoor de dat hij van wegens de hitte na boven gegaan was op 't moument dat ik na boven gaan wilde om met La Droite wel deugdelijk en zijn trouw gevoel mij bekend om te spreeken en te hooren of hij ook iets van 't Complot wiste en om maatregelen te neemen om zulx den Cap=n te verwittigen zoo is den Corp: gommerling gekomen om mij te roepen en den persoon La droite niet ziende ben den Corporaal Gommerling gevolgt op 't half dik en daar komende vraagd de heer Coen tweede Stuur man van 't schip of ik van de Luxemburgers was ik antwoorde de heer Coen van Ja dat ik van de sux „emburgse was waar op hij weder vraagde bent gij een getrouw Jongman en wild gij op onze zijde houden Jk antwoorde dat ik een afschrik hadde in verraad en dat ik de eer en trouw die ik mijn superior verpligt ben te verdiffendeeren Daar op ben ik na beneeden gegaan in de Cajuit vond aldaar La droite met een geladen geweer in de hand staande voor de tweede deur van de Casuits-gang verheugd mij daar over hem daar te zien we we „tende geen andere weg zoude kiesen als van 't regt Ik zeide tegens den Cap=n en officiers dat de teid te kort was om veel te redeneeren dat schielijk voor zigtigheid het moeste neemen om zulx hunne aanslag en voorneemen te besetten Jk sag ver„ Ik ondergeteekende Louis Roij vice Corporaal in 't Fe„ „giment Luxembourg geboortig van Bolle in 't prins dom Noufheetel oud 26 Jaaren verclare voor den scheepen Raad gehouden aan boord van 't d: J: Comp=s schip de Ionge frank den 17=e Julij 1786 over den Trimult en oproer, voorgevallen de gepasseerde Nagt dat Son„ „dag den 16 deser tegens den middag om halff twalif gehoord hebbende dat een Complot geformeerd was om zig meester van 't schip te maken den Cap=n en alle officieren over boord te werpen uitgenomen de Heer Coen tweede Stuurman van 't schip wil„ lende dezelve behouden en gebonden bewaren. — En als 't tijd was om breedte te neemen hem boven brengen om zons te hoogte te neemen en de Cours te stellen en ze te brengen waar zij wilden en hebbe van de ongelukkigen gehoord dat alle die geene die niet tot haar boos voorneemen wilden behulpzaam zijn in zee zouden gewor „pen worden Ik hebbe mij van haar verwijdert doende scheide sabels op de Tafel leggen en geladen ge „weeren en ik laade met een nog eenige geweezen met de Heer Coen en ik nam vervolgens een Sa bel in die hand om des noods zijnde den Cap:n te verdiedigen en te verdiffendeeren Ik bekragtigde deese mijne Verclaring waarag „tig te zijn dewelke gegeeven en geteekend in den scheeps Raad zijnde een lid van dezelve den 17 Julij 1786. /was geteekend/ Iaques Ribere moras sergeant Commandant scheide om als.
English
as if I had paid no attention to their words, going 'tween-decks to take my rest, lying down forward near the bow upon the bread casks. A moment after I had laid myself down there, Loillet, Vivant, and Richet came, not noticing me because of the darkness as well as because of a prop that hid me from their sight. Thus I heard them say to one another that their plan could not fail, being assured of the enterprise since the soldiers Watjer and Van Wijke stood answerable for a number of forty Germans, and for all the French of the Corps. Their discussion fell upon me and Hovard, deliberating whether they should give us knowledge thereof, which the person Richet advised against, expressing that he knew us all too well, not having courage enough for such an undertaking, whereupon they resolved to throw us overboard. They held several other discourses concerning the same matter, which I cannot recall at present because of the fear and the impression I had of it. Hearing the bell ring for the midday mess, I came out of my corner, and fearing to become suspected, I went up the ladder from 'tween-decks onto the deck. In the afternoon, having heard several discourses and seen who was of the conspiracy, and toward the evening it being spoken of publicly, I was intending to go aft to make it known to the Captain and officers, but the rebels were always so close to me that I could not well get out of their sight, fearing to precipitate the matter. Whereupon I went back to my mess, finding there the said Hovard, saying to him that I no longer believed I was in the world. The person Hovard said to me that La Droite had not consented to or agreed with the conspiracy. After the passing of some time, the aforesaid La Droite came to us, and we jointly deliberated what course to choose or take to save ourselves from the danger. La Droite having found a means to give knowledge thereof to the Captain, either by a letter or by word of mouth, which he undertook to do, whereupon I said to him, may the good God guide you, and think of both of us; having been of the intention, if it did not turn out well for La Droite, to drink a glass of gin and then jump into the sea, just as I had previously said to my comrades, La Droite and Hovard, rather than bathe my hands in the blood of the unfortunate victims. La Droite went away from me and put his intention into execution, and came to the Captain, and had me summoned by Corporal Gommerling, who told me loudly to go to sleep and all who were not on watch, and told me in private that I should come aft with Hovard, which took place with great difficulty. I came up to the ladder, pretending that I was looking for someone, then went up, and to my fortune the sentry had been relieved and a good man was standing in his place, and the Corporal of the Company stood in the entryway, which made the ascent easier for me to come onto the quarterdeck. Being there, I was given a musket for the defense of the Captain, crew, and my honor. In witness of the truth I have signed this above with my own hand in the ship's council on the 17th of July 1786. was signed Louis Roij I, the undersigned Joseph Hovard, native of Ville in Flanders, soldier in the Luxembourg Regiment, declare my knowledge before the ship's council aboard the Dutch Private East India Company's ship de Jonge Frank on the 17th of July 1786 concerning the tumult and mutiny that occurred last night between the 16th and 17th of this month, to be truthful: that Sunday after the midday meal, going to sit on the capstan in front of the forecastle, where De Valbonne and Nerret and Blavignac were in a secret discussion with Richet; and observing and listening to their discussion, I heard De Valbonne say, this night they must all die. Upon these words curiosity made me go up to them, and I asked what they meant by saying such things, to which they answered, do you belong with us? I asked again in what matter I should belong to them, to which I received for answer that they had decided among one another to make themselves masters of the ship, saying, we want to put the Captain and crew to death. I said that they should consider carefully before executing such a matter. The person Vivant asked me whether I was afraid, to which I answered, one has been afraid for less, and not wanting to listen to their talk any longer, I went away from them, and they still said to me that they would keep watch on my conduct, as well as on several others. In the afternoon at 4 o'clock the distribution of gin took place, and I found myself alone with Corporal Louis Roij under my hammock, and asked him if he also knew anything of the conspiracy and undertaking: you are going to begin a terrible deed, and you will never succeed, and you will be regarded as rebels wherever you go, and you will bring us all to the gallows. To which they answered me that I was a coward, and that they were strong enough, and since I was afraid I should just go into my hammock to sleep, and that they stood answerable for having 40 good Germans on their side and the entire transport would join them, saying further, those people who do not want to advance with us, we will deal with later. Deliberating to post someone of them as a sentry to prevent anyone from going aft to the Captain, and the person Loillet gave the watchword to those who were posted, if anyone should go aft, to give a signal so that all those who then came up, fearing to be betrayed, and who
Dutch transcription
als wan ik geen agt op haar zeggen gehad hebbe gaande tusschen deks mijn ter Rust te begeeven leggende mij voor de boeg op de broodvaten Een ogen„ blik daar na dat ik mij daar geleijd hadde kwam Loillet vivant en Richet mij niet gewaar worden, „de door den donkerheid als ook door een stut die mij voor haar gezigt verbergde zo hoor ik als dat „ze tegens malkanderen zoude dat haar voorneemen niet konde missen zijnde verzeekerd van den aanslag vermits den soldaten watjer en van wijke instonden voor een getal van veertig duitschers en voor alle de franschen van 't Corps haar verdenering viel op mij en hovard raadslaagden of zij ons kennis daar van zouden geven 't welk den persoon Richet afraaden deed met uitdrukkingen ons al te wel te kennen hebbende niet moet genoeg tot sulken voorneemen waar op zij resolveerden ons over boord te werpen hielden nog verscheide andere reederen raakende dezelve matterie 't welk mijn tegens woordig niet bij vallen kan wegens de vrees en Jndruk die daar van hadde De klokke tot 't middag schaften hoorende luij den ben ik uijt mijn hoek uitgekoomen en ik vrees„ „de in verdagt te komen ben de trap van tusschen diko opgegaan op 't dek Des agtermiddags hebbende verscheide discour sen gehoord en gesien wien van 't Complot was en tegens den avond wierden publicq van ge sproken ik was willens agter op te gaan om 't den Capitain en officiers bekend te maaken maar de rebellen zyn mijn altoos zo naast geweest dat ik niet wel uit haar ogen koste komen vreeste de „saak te verhaasten waar op ik weder na mijn bak ben ge„ „gaan vindende aldaar den Hovard zeggende tegens hem dat ik niet meer geloofde op de wareld te zijn den persoon Hovaard zeide tegens mij dat La droite niet ik 't Complot geconsenteerd ofte toestemte na verloop van ee„ „nige tijd is de voorzeide La droite bij ons gekomen en wij hebben gesamentlijk overlogd wat Partij te kiezen of„ „te te neemen om ons uit 't gevaar te redden La droite heb „bende een middel uitgevonden om den Capitain kennis daar van te geeven 't zij door een briev of mondeling 't welk hij aannaam te doen - waarop ik tegens hem zeide de goede god geleide u en denkt aan ons bijde zijn de van voornemens geweest als t voor La droite niet wes uitviel een gas genever te drinken en dan in zee te sprin „gen zoo als ik te vooren tegens mijne Camaraden, La Rroc„ „te en Flovard gezeid hadde liever als mijn handen in 't bloet der ongelukkigen slatgtoffers te baden La droite is van mijn weggegaan en zijn voorneemen ter uit voer gebragt en is bij den Captn gekoomen en laaten de mij doen roepen door den Corporaal Gommerling dewelke hart op tegens mij seide te doen slapen gaan en alle die de wagt niet hadden en zeide mij in„ stilte dat ik met Slovard agter op zouden ko men 't welk met grote moeijte geschieden kwam tot op de Trap doende als of ik iemand zogte ben vervol „gens op gegaan en tot mijn geluk was de schild wagt afgelost en een goede man in de plaats staande en de Corp: van de Comp: stond in de opgang 't welk mij de opgang ligter maakte om op 't halfer dek te komen daar zijnde kreeg ik een geweer tot ver maar „deediging e de viging van den Cap=n Equipagie en mijn Eer Tot waarhijd hebbe dit bovenstaande met mijn hand get: in den scheepsraad den 17 Julij 1786. — /was geteekend/ Louis Roij k onderget: Joseph Hovard geboortig van Ville in vlandern soldaat in 't sixembourijse Regiment vercla „re mijne wetenschappen voor den scheeps raad aan boord van 't hollands Particulier O: J: Comp:s schip de Ionge Frank den 17 Iulij 1786 wegens 't trimult en oproer gepasseerde nagt tusschen den 16 en 17 deeser voorgevallen waaren waaragtig te zijn dat sondag na 't middag eeten ik op 't spil voor de bak gaan„ de zitten waar de valbonne en Nerret en Blavig nae met Richet in een geheeme Redenering waren en ik merkende op en luijsterde na haar lieder Redeneering zoo hoorde ik dat de valbonne zee„ de deese nagt moeten ze allen sterven op deese woor„ „den deede mij de Nieuwsgierigheid bij haar gaan en vraagde wat ze met zulx gezeide meen den waar op zij antwoorden hoort gij bij ons ik vraagde wederom in wat zaak tot haar toebehooren, waar op ik ten antwoord kreeg als dat ze met malkan deren besloten hadden zig meester van 't schip te maken zeggende wij willen den Cap: en Equipa gie om hals brengen ik zeide dat zij zig wel zoude bedenken om zulke zaak uit te voeren Den persoon vivant vroeg mij of ik vrees de waar op ik antwoorde men heeft wel voor min der vrees, en willende niet langer haar reden aanhooren Ben van haar weggegaan en ze zei¬ den nog tot mijn dat zij op mijn opvoering agt zoude geeven zo wel als op verscheide andere Des nademiddags om 4 uuren wierde de uit de„ ling van genever gedaan en ik bevond mij alleen met den Corp:l Louis Roij onder mijn hangmat vraagde hem of hij ook iets van 't Complot wiste en te onderneemen gij gaat een vervaarlijk stuk beginnen en 't zal u nooijt gelukken en gij zult als Rebellen waar gij maar heen komt gehouden wor den en helpt ons alle aan de galg waarop zij mij ten antwoord gaven dat ik een bloodaars was en dat ze sterk genoeg waren en dewijl ik bevreest waare maar in mijne hangmat gaan zoude om te slapen en dat seij instond voor 40 goede duit„ schers tot haar Party te hebben en 't geheele trans „port zig tot haar zoude begeeven zeggende ver ders die Liede die met ons niet willen avanceeren zullen wij na der hand wel vinden overleggende imand van haar op schildwagt te stellen om te beletten dat niemand agter op zoude gaan bij den Cap:n en de Persoon Loillet gaf 't woord aan die ge „ne die geposteerd wierden zo iemand mogte agter op gaan een Teken te geeven om alle die doen op komen vreesden verraden te worden en dewelke
English
who replied to me that he had heard talk of it. I asked him how to conduct oneself to avoid the danger. Louis Roij answered that he placed everything in the hand of providence and that God would have pity on the innocent, and if I would believe him, then we would hide ourselves nearby so as not to partake in such a disastrous undertaking, further commending himself to the will of heaven. Which proposal happened to have the precaution of not being seen by anyone, but we could not flee; and to reveal the same to the officers of the ship, we would do our best. A moment thereafter, the person La Droe came down, going to sit on his chest, being in great sorrow. I asked him what was the cause of his sorrow, whereupon he said to me that he had heard of the plot and that this put him beside himself, whereupon I said to him that I found myself in the same situation. We resolved together to write a note to the Captain, but could not, being surrounded on all sides by the rebels. The aforementioned La Droite said he doubted a good outcome, whereas I urged him to do his best to that end. Not long thereafter, a Corporal had me called by Company comrade Roij, who gave me a sign to follow, and I On Sunday, yesterday, the 16th of this month. I, the undersigned, Iohan Matthias Sekler, born in Manubag in the Electorate of the Palatinate, aged 28 years, soldier of the Honorable Company of the United Netherlands, hereby make known under oath before the Naval Council held on board the private ship De Jonge Frank all my knowledge regarding the revolt and mutiny that occurred the past night between the 16th and 17th of July in the year 1786. In witness of the truth, I have signed this with my hand in the Ship's Council on board the aforementioned ship, the 17th of July 1786. Signed Joseph Hovard I answered that I had not smoked the whole day and was going to light a pipe at the lantern by the main hatch that was burning there, subsequently going up the stairs and going aft alone, but was stopped by the sentry who stood at the entrance of the quarterdeck, whereupon I said that I wanted to speak with the Captain; and one of the quartermasters came who knew me and brought me into the cabin to the Captain, where I also received a firearm for the defense of the Captain. Following, whereupon the rebels asked where I wanted to go. Following In the In the evening at six o'clock, when the water was distributed, which the person Van Wijhe, who fell in the revolt, demanded from the Captain contrary to all laws, after I had stowed my share, I sat on a chest at my mess in deep contemplation over such a matter. Having sat in this reflection for a short time, I took my pipe and lit it at the lamp in the lantern that was placed and burning by the main hatch between decks by the stairs, and went up onto the deck to let my heavy thoughts disappear somewhat in the rain that was falling. I found there two of my best comrades, named Blomfort and Henig. Friends, I addressed them, what do you think of the demanding of water that was done this evening? Pay attention, it is truly our misfortune, for first of all we are not yet where we need to be, and secondly we will all be held and declared to be rebels when, with God's help, we arrive at the Cape. Yes, that is indeed true, Sekter, said the so-called Blomport, and still the French do not have enough; early tomorrow morning they are going to rise up anew against the Captain. What do they desire now, then, I said. Do they not have everything they wanted, and on the contrary more than is due to them? The French have indeed always been to blame on all ships where a misfortune occurred, and with us it is also plain to see here. What do you think, I repeated again, of this matter? If the French begin to show themselves as open rebels against the Captain, then our ruin is at hand. What cause do they have for it? Come, let us take action on this; there are just as many brave Germans still here on board. We want to rise up against them, even if it should cost my life, rather to die as a brave soldier and honest man than to be declared an dishonest man on land; and before the French shall play the master here as on other ships, let everyone seek to secure brave comrades. And I placed before their eyes the danger that hung threateningly over our heads. And then we shall show these fellows, if they start anything, that we are faithful Germans who fight for law and justice; then we shall stand before God and the world. Just be of good cheer, I continued, God will surely help us. During such a resolution, the Commander, Mr. Lempert, came from the quarterdeck to the waist to make rounds, for there were already many who were drunk. And in passing, he tapped me on the shoulders and asked or said, What news is there, Sekler? Sir, news enough, but not much good, I replied, and I recounted to him that which Blomfort had told me, that the French wanted to attack the Captain in the morning hours of the coming day, and that we had taken counsel among one another to prevent and forestall such a thing. I even believe, the Commander replied,
Dutch transcription
dewelke mij ten antwoord gaf daar van gehoord te hebben spreeken vraagde hem hoe zig toe ge „dragen om 't gevaar te vermiden Louis Roij ant woorde dat hij alles in die hand der voorzienig „heid stelde en dat god wel medelijden met de on „schuldige hadde en als ik hem geloven wilde zo zouden wij ons bij de verbergen om niet deelagtig aan zulke Rampzalige onderneeming te wor„ den zig verders beveelende in de wille des hemels 't welk voorstel toetraf hadden een voorrigt van niemand gezien te worden maar wij konden niet ontvlugten en 't zelve van de officieren van 't schip te ontdekken zouden daar onze best toe doen Een ogenblik daar na kwam de Persoon La Droe te beneeden gaande op zijn kist te zitten zeijnde dezelve in een grote droefheid ik vraagde hem wat die oorzaak zijner draefheid ware waar op hij te gens mij zeide dat hij van 't Complot gehoord had „de en dat zulx hem buiten zig zelvs stelde waar op ik tegens hem zeide, dat ik mij in 't zelvde geval bevond resolveerden met malkander een briefje aan den Cap:n te schrijven dog konde niet zijnde omringt van alle zijden van de rebellen de voorzeide La droite zeide te twijffelen aan„ een goede uitkomst daar ik hem aanzette om zijn best daar toe te doen niet lange daar na heeft een Corp=l mij laten roepen door den Comp: Roij dewelke mij een teken gaf te volgen en ik Op zondag den gisteren dag den 16 husus Ik ondergeteekende Iohan Matthias sekler geboortig van manubag in t keurvorsten dom Palt oud 28 Iaren sold=t van de Ed J: Comp:e der vereenigde Nederlanden geve hier door voor den sp: R=s gehouden aan boord van 't Particulier schip de Ionge frank onder eede alle mijne wetenschap te kennen we gens de revolte en oproer voorgevallen de gepas„ seerde nagt tusschen den 16e en 17e Julij in 't Jaar 1786 Tot waarhijd hebbe deese met mijn hand onder „teekend in den scheeps Raad aan Boord van 't voor „noemde schip den 17 Julij 1786. /was geteekend/ Joseph Hovard in Ik antwoorde dat ik den geheelen dag niet gezookt hadde zoude een pijp gaan op steeken aan de Lan„ „taarn bij 't grote Luijk die aldaar brandende was gaande vervolgens de Trappe op en gong alleen ag„ „ter op maar wierde van de schildwagt die bij de op gang van 't halverdek stond op gehouden waar op ik zeide dat ik den Cap:n spreeken wilde en een van de quartiermeesters kuam die mij kende en brogt mij in de Cajuit bij den Cap=n alwaar ik ook een ge weer kreeg tot Devensie van den Cap=n volgende waar op de rebellen vraagden waar ik na toe wilde. — volgende des des avonds ten zes uuren doen 't water uitgegee „ven was welks den Persoon van wijhe die in de revolte gesneuveld is teges alle regten van den Cap:n gevordert heeft zal ik na dat mijn deel geborgen hadde op een kist aan mijn bak in een diepe nadenking over een zulke zaak eene kor „te tijd in deese overdenkinge geseeten te hebben naam ik mijn Pijp en staakse aan de Lamp in de lantaarn op die bij 't grote Luijk tusschen deks aan de Trapgeplaats en brandende was en Gong na boven op 't dek om mijne zware gedag„ te door de regen die er viel wat te laten verdwij „nen. Ik vond aldaar Twee van mijne beste Camarad en genaamd Blomfort en Henig vrienden sprak ik haar aan wat dunkt uwe van 't water eisschen dat deezen avond gedaan is geeft agt 't is waaragtig ons onge „luk want voor eerst bennen wij nog niet waar wij weesen moeten en voor 't tweeden zullen wij alle voor Rebellen gehouden en verclaard worden als wij met God aan de Caab komen Ja dat is wel waar Sekter zeide de Sogenoemde Blomport en nog hebben de Franschen niet genoeg morgen ogtend' vroeg gaan ze weder op 't nieuwe tegens den Capitain op wat begeeren ze dan nu zeide ik hebben zij niet alles wat ze hebben wilden en Contrarie meer als haar toekomt de fran„ schen bennen dog vast op alle scheepen daar een ongeluk voorgevallen schuld daar aan ge „weest en bij ons is 't hier ook voor oogen wat dunkt uwe herhaalde ik weeder van deeze zaak beginnen de Franschen als openbaar Rebellen tegens den Capitain te toonen zo is al onze ondergang daar wat voor oorzaak hebben ze daar toe komt laat ons hiertoe doen 't benne zo wel brave Duitsche nog hier aan boord wij willen tegens haar opkomen al zouden 't ook mijn leeven kosten liever als een braaf soldaat en eerlijk man te sterven als aan land voor een oneerlijk man zou de gedeclareerd worden en eer de franschen hier als op andere scheepen zullen baas spelen een yder zoeke brafe Camaraats te bekoomen en stelde haar 't gevaar voor oogen dewelke over onse hoofden hangt te bloeijen. — en als dan zullen wij deesen Clanten, toonen zo ze iets beginnen dat wij getrouwde duit „schers zijn die voor Regt en geregtigheiden strijden dan zullen wij voor god en de wareld bestaan weest maar getroost vervolgde ik god zal ons wel helpen over een zulke resolveering kwam, de heer Command: Lempert van de halverdek na de kuijl om Bonde te doen want 't waren er al vele die dronken waren En in 't voorbij gaan klopte dezelve mij op de schou„ „wers en vraagde of zeide wat geeft 't voor niews sekler Mijn heer Nieuws genoeg maar niet veel goeds re„ „pliceerden ik en ik verhaalde hem 't geen wat Blom „fort mijn gezeid hadden dat de franse in de ogtend stond van den aanstaanden dag den Cap:n attaqueeren wilden en dat wij daar over eene beraadslaging on der malkanderen genoomen hadden om een zulx te beletten en voor te koomen Ik geloove zelvs gaf de weest Commanderr -
English
The Commander answered to that that these fellows are not up to any good, or that they are again up to causing some mischief. But if they should start something wicked, then fight not for me, but for your life and honor, or if the French have it in for me, then I stand before your eyes, throw me overboard then if I have done wrong. At such words, which I shall never forget, my spirit was thoroughly moved and I said, sir, I am already prepared to live or to die in this; as God still lives, they shall not achieve their purpose! And sir, I wish to go between decks among the French in order to get to the bottom of the matter, and if I hear anything, I shall come to warn you immediately. That is good, you are still worthy Germans after all, said the Commander, and went forward, and I with my comrades between decks sat down together at my mess, where I saw that the person Lion Abraham was in our company. I then asked the aforementioned Blomforth what he had heard from the French, to which he answered me that the Valbonne had had a piece of round wood in his hand that evening, saying, that is a charming saber for the Captain tomorrow morning in the morning watch. Whereupon I said to them, it is truly and likely that these people are seeking to carry something out, and that we four were not able to offer them resistance, for we saw little chance of doing so; furthermore, as far as we could see at the messes, Germans and French were sitting drinking together and were already half drunk, so that we believed they were all of one mind. We wanted to go above together, but I saw Corporal Namtal sitting alone on his chest. I asked him whether he had not yet heard anything of how the French wanted to do something wicked; he answered no. And what is to be done in this matter, I asked further, so that the French will not always play the master's role here? Whereupon he answered me that we were strong enough to set ourselves against them. We parted from each other, he went above and I went to light my pipe at the aforementioned lantern, and wished to go above again to join my other three mates, but as I wanted to go up the stairs I heard someone call me by my name, and I saw that it was two Corporals who were sitting together drinking a little gin. Coming to them, I also drank some of it, but the one Corporal named Janssen left us and went away, so that we two were still alone. I saw that Corporal Norman, such was his name, had already drunk more than too much gin. I wished to advise him for his own good that he should not drink any more and go to his bunk, for if the Commander saw him when he happened to make his rounds and found him disorderly, it would not be good. But how I was frightened by the answer received from him: What do you say, he said, I must booze the entire night! I believed then nothing else than that this one was also part of the plot. In short, I saw that those in whom I trusted that they would be on our side might be of another mind. Meanwhile Feij came, one of the rebels who is currently held prisoner, and sat down beside us and also drank along, and at once he spoke to another who sat beside him, named Fredrik Henneman, saying in his German and waving his hands in the air: Sacrament, tomorrow, ha, tomorrow it shall certainly give something new! I thought at the very moment when I heard the words, how nicely you come to me, are you also one of the birds that pipe thus? Go on, then. But he, seeing that I was paying attention to him, stopped talking and kept quiet. I said to them that I wanted to go above to smoke another pipe and went away, but as I came to the stairs, I saw that it was very full of people at my mess, and I recognized the Valbonne, Watjer, Ianin, van Wijke, and Mart: Bergman, but the others I can no longer name. And in order now to get into their company, I acted completely drunk and spoke: Come, let me pass so that I can get to my chest, I still have a bottle of gin in it, I want to have that out of it and go above with it, I want to get properly drunk tonight so that I shall not become sober in four days; do you believe that you alone can drink gin? I brought this forth in such a manner that they all had to laugh about it. Drink with us, said van Wijhe to me, the head of the rebels. I said, yes, come on, do you have something? But they wanted to have my water to make punch; I pretended to have no more than 1½ cup of water, and that I would give them a cup full, so that when I was thirsty, I would also still have something then. Ha, ha, spoke the aforementioned van Wijhe, do you have water? We shall get more again, I know enough water. During such talk, I saw that someone lay down against the ship's side on a chest beside me as if he wanted to sleep, and pulled me by my waistcoat, and I saw that it was Corporal Namtal, who gave me to understand with his eyes that I should go away from them and come above. This gathering being engaged in godless deliberations, so that they did not see Corporal Namtal, van Wyke said anew to me: Today we have read the instructions, but tomorrow we shall read them again. These words were enough to assure me that they were already prepared to undertake a piece of mischief, as became evident 2 or 4 hours thereafter. In order now to get away from them again, I pretended to go drink another dram with Feij, who was sitting waiting for me, so as not to come under suspicion with them if they had seen that my drunkenness was not as great as I made it seem; thus I went away from them to the deck, and came on the quarterdeck to the Second Mate Coen and to Commander Lempert, and asked what their orders were. You are a worthy man, they said, you must remain here tonight.
Dutch transcription
Commandeur daar op ten antwoord dat deze keetels niet zo goed zijn ofte ze bennen weder om iets quaads aanteregten. Maar zo ze iets quaads beginnen zouden so strijdt niet voor mijn maar voor u Leeven en eer of hebbende Frans en 't op mijn munt zo sta ik voor w oogen werpt mij dan over boord als ik misdaan heb op zul„ „ke woorden die ik nooijt vergeeten zal was mijn gemoet geheel ontroerd en zeide mijn heer ik ben al gereed te leeven of te sterven in deesen zullen ze god leeft nog haar oogmerk niet berijken! en mijn heer ik wil tusschen dek gaan bij de franschen om beterag ter de zaak te koomen en zo ik iets hoord zal ik uw ten eersten komen waarschouwen Dat is wel gij bent tog nog brave Duitschers zeide de Command: en gong na vooren toe en ik met mijn Came„ raads tusschen Diks zettede ons bij malkander aan mijn bak alwaar ik zog dat den Persoon Lion Abra „ham in ons gezelschap was Ik vraagde toen aan den voorn: Blomforth wat hij dan van de franschen gehoord hadde dezelve mij ten antwoord gaf dat de valbonne aan den avond een stuk Rond hout en zijn hand gehad hebbe zeggende dat is een charman, te sabel voor den Cap:n morgen vroeg in de dagwagt waarop ik tegens haar zeide 't is waaragtig en waar „schijnlijk dat deze iets zoeken ten uitvoer te brengen en dat wij met onze viere niet vermogend waren haar tegenstand te doen want wij zagen er Hlae„ te kaks daar toe dan zo verre wij aan de bakken zien konde zo Laten Duitschers en Franschen onder malkander te drinken en waren al half dron „ken dat wij geloofden ze waren alle eens wij wilden gezamentlijk na boven gaan maar ik zal den Corp:l Namtal alleenig op zijn kist zitten Ik vraagde hem of hij nog niets gehoord hadde hoe dat de Tran„ „schen iets quaads doen wilden hij antwoorde van neen En wat hier bij deese zaak te doen vraagde ik wij „ders dat de franschen niet altoos meester Rollen hier speelen zullen waar op hij mij ten antwoord gaf dat wij sterk genoeg waren om ons tegens haar te stellen wij gongen van malkander hij na boven toe en ik mijn pijp opsteeken aan de voorn: lantaarn en wilde weder na boven bij mijne andere drie maats mij vervoegen maar zo ik de Trap opgaan wilde hoorde ik mijn bij mijn naam roepen en ik zag dat 't twee Corporaals waren die bij malkander Laten een wijnig genever drinken ik bij haar komende dronk„ ook iets daar van maar de eene Corporaal gen=t Janssen verliet ons en gong weg zo dat wij twee nog alleene waren ik zag dat de Corp=l Norman zo was zijn naam al meer als te veel genever ge „dronken hadde wilde dezelve tot zijn best raden dat hij niet meer drinken zoude en in zijn kooij te gaan want zo hem de Comm=s zag als hij zon de quam te doen en onbescheijde vond niet goed zoude zijn maar hoe verschrikte ik over de beko „me antwoord van hem wat zegt gij kwam hij de geheele nagt moet ik zuijpen Ik geloofde doen niet anders als dat deeze ook van 't Com „plot was kort te zeggen ik zag dat die geene ken daar daar ik op vertrouwde dat ze op onze zijde zouden, zijn anders gezint mogte werden ondertusschen kwam feij een van de Rebellen die heede gevangen zit en zette zig nevens ons en dronk ook meede en met een sprak hij tegens een anderen die nevens hem zat gen=t Fredrik Henneman zeide op zyn Puitsch en met de hande in die hoogte vaarende sacrament morgen ha morgen zat 't eenemaal wat nieuws geeven Ik dagt op 't zelvde moument doen ik de woord hoorde hoe mooij komt gij Bij mijn bent gij ook een van de vogels die zo pijpen ga maar ver „der maar hij ziende dat ik op hem oplettende was houde met Redeneere in en zweeg stille Ik Zeide tegens haar dat ik na boven gaande wilde om nog een Pijpie te rooken en ging weg maar zo ik aan de Trap kwam zo zag ik dat 't aan mijn Bak heel vol menschen was en ik kende den valbonne watjer Ianin van wijke en mart: Bergman maar de andere weet ik niet meer te noe „men en ze waren om nu in haar geselschap te ko men stelde ik mij regt bedronken aan en spraak komt laat mij over dat in kist kan komen in heb er nog een vlasgenever in die wil ik daar uit hebben en meede na boven gaan Ik wil mij de nagt eens Regt dronken drinken dat ik in geen vier dagen nugter worden zal gelooft gij dat gij alleenig genever drinken kunt zulx bragt zoo voor den dag dat ze alle daar over laggen moesten Drinkt met ons zeide van wijhe tot mijn 't hoofd der rebellen ik zeide Ia kom aan heeft gij wat Maar zij wilden mijn water hebben om s onsch te maken ik gaf voor niet meer als 1½ beker water te hebben en dat ik een beker vol aan haar geven wilde om dat wan neer mijn dorste ik als dan ook nog wat hadde ha ha sprak de voorn: van wijhe hebben gij water meer dan kreegen wij weder ik weet water genoeg over een zulke redeneering voering zag ik dat er iemand zig tegens boord op een kist naast mijn legde als wan hij slaapen wilde en trok mijn bij 't Camisool en ik zag dat 't den Corp=l Namtal was die mij met de oogen te verstaan gaf dat ik van haar weg zoude gaan en boven heen komen deese vergaring in godlose raad „slaginge zijnde zo dat ze den Corp:l namtal niet, en zagen van wyke zeide op 't nieuw tegens mij heeden hebbe wij de Jnstructies geleesen maar morgen zul „len wij ze weder leesen deese woorden ware genoeg mij te verzeekeren, dat zij al gereed waren om een stuk van quaad te onderneemen gelijk 't 2 of 4 uure daar na ook gebleeken is. — om nu weder van haar te komen gaf ik voor nog een soopje met den feij te drinken die zatte op mijn te wagte om niet bij haar in verdagt te komen indien ze gesien hadden dat mijn dronkenschap zo groot niet en was gelijk als ik mijn wel aanstelde zo gong ik van haar weg na 't dek en kwam op 't halverdek bij den tweede Stuurmancoen en bij den Comm:r Lem „pert en vraagde wat haar ordres was gij zeid een braaf man zeiden ze gij moet deese nagt hier Drinkt blyven
English
stay with us, and if I do not do my best when the rebels begin, Mate Coen continued to me, then turn around and shoot me through. Immediately took a sabre and replaced the sentry on the port side, which was a Frenchman and was standing at the gangway to the quarterdeck by order of the officers to let no one come aft, being at that time seven o'clock in the dogwatch. Remained at my post until 6 glasses in the first watch until the rebels began. I took a firearm, had to live or die in defence of ship, officers, and entire crew and my own honour. Signed this in truth in the ship's council on board the aforementioned vessel, the 17th of July in the year 1786. was signed Joh:s Mathias Sekler Clerk of the Ship's Council I, the undersigned Lodewijk Armtal, native of Saxen Weimar, aged 28 years, serving as Corporal in the Honourable East India Company of the United Netherlands on board the ship de Jonge Frank, declare under oath in the ship's council held on board the aforementioned ship on the 17th of July 1786 the following concerning the mutiny that occurred on the 16th of this month, which has come to my knowledge: On the 16th, being Sunday, around seven o'clock in the evening, after the distribution of the gin and the extra water requested, sitting at my mess between decks, the soldier Matthias Sekler said to me: Corporal, the French are up to something again; tomorrow they want to go aft again, but we Germans must not allow that and must take command over them. I asked, what are they up to, and what do they want? The aforementioned replied, I do not know what they want to do. Whereupon I said, if they want to play the master, we are strong enough to prevent such. With these words, good Sekler left me to see if he could discover anything, and I went on deck for the same reason and subsequently to report to the Commander. After the lapse of a few minutes, I was called by Corporal Gommerling, who said softly to me, come aft. Coming onto the quarterdeck, I found there the Commander and the ship's officers and learned that a plot had been formed. The Commander ordered me to have some Germans whom I knew to be loyal come quietly aft, and at the same time to see if I could discover anything. Being in the waist, I sent the lance-corporals Rou and Herman and the soldiers Matthias Sekler, Abraham, and some others whom I firmly trusted, they being stationed above the gangways to the quarterdeck with sidearms, having orders to let no stranger come aft. At eight o'clock, I made the rounds, ordering the lights to be put out, which was done by all except by one mess crew of the Luxembourg, which was not done. Many who did not have the watch went to their hammocks, there being few people on the deck. At nine o'clock, seeing some people sitting on the forecastle, I went up pretending I wanted to relieve myself, going for that purpose to stand in the fore-shrouds on the starboard side. Whereupon the soldier Van Wijhe, sitting with De Valbonne on the anchor, said to me: Do you want to be thrown overboard? I answered, I hope not. He replied, not yet, but you must sit here, taking me by the hand and pulling me down beside him, subsequently saying: We, I and this comrade of mine, meaning De Valbonne, have now demanded everything that is due to us, but we shall have to hang for it at the Cape. I answered, if you have demanded no more than what is due to you, you have nothing to fear, and all that will be forgotten before we reach the Cape. Whereupon Van Wijhe said, no, no, we do not want to go to the Cape; we shall make ourselves masters of the ship and go to St. Vincent. During this talk, De Valbonne nudged Van Wijhe frequently, saying: You are a big talker and do not know what you are saying. De Valbonne saying to me, you must not believe him; he does not know what he is saying and is drunk. Van Wijhe, interrupting here, said: I am not drunk; I know well what I am saying. I sought once more to dissuade them from their godless intention, pointing out to them that they would be safe nowhere, indeed not even among the Turks. But Van Wijhe said, we know well what we are doing, and if you were not a non-commissioned officer, you would speak quite differently. I pretended I was called, jumping from the forecastle down into the waist. I saw a party of French-speaking people standing together in front of the galley by the windlass. I went forward under the forecastle to the cabin cook and had the light that was burning beside the boatswain's cabin extinguished by the boatswain's boy. I then went about, intending to overhear something, but could understand nothing. Came back into the waist, hearing the soldier Anton Feij say aloud: They have around fifty muskets and sabres aft, but I do not care about that. He said this in French, but I do not know to whom; I did not dare to go so close. Went to the cabin and reported what had been heard to the Captain and Commander, and subsequently onto the quarterdeck. After the lapse of some time, I heard a musket shot fired, but could not properly distinguish where it occurred. I stationed myself at the gangway, and seeing people
Dutch transcription
blijven bij ons en zoo ik mijn best niet en doe als de Rebellen beginnen vervolgde de stuurm: Coen togens mij zo wend u om en doorschiet mij Naam terstond een sabel en vervangde de schildwagt aanbakboord zeide welks een fransman was en op de opgang van 't halverdek stond op ordre van de officiers niemand agter op te laten komen zijnde als doen seven uuren in de Platvoet bleef op mijn post tot 6 glaasen in de eerste wagt tot dat de te „bellen begonten ik naam een schiet geweer moeste doen Leeven of sterven tot Devensia van schip officiers en gantschen Equipagie en mijn eigen eer. —. Onderteekend een zulx tot waarheid in den scheep Raad aan boord van voorn: bodem den 17 Julij in 't Jaar 1786 /was geteekend/ Joh=s Mathias Sekler schrijver van den scheeps Raad Ik onderget: Lodewijk Armtal geboortig van Saxen weiman oud 28 Jaaren dienende als Corp:l de E: o: J: Comp:e der vereenigde Nederlanden aan boord van 't schip de Ionge Frank verclare onder eed in den scheeps Raad gehouden aan boord van voornoemd schip den 17e Julij 1786 't vol: „gende betreffende den oproer voorgevallen den 16=e deeser maand mijn is te weeten gekoomen Den 16 zijnde sondag tegens zeeven uuren des avonds na de uitgaaf van 't genever en 't meergevraag „de water zittende aan mijn baktusschen diks zeide de soldaat Matthias Sekler tegens mijn: Corp=l de fran schen hebben wederom iets in zin ze willen morgen wederagter op gaan maar wij duitschers moeten dat niet toelaaten en haar lieden de baas speelen Ik vraag „de wat hebben ze in zin en wat willen ze hebben, den bovengem: wederom ik weet niet wat ze doen wil„ „en waar op ik zeide als zij willen de meester spe„ „len wij bennen sterk genoeg om zulx te beletten goede sekler met deesen woorde van mijn om te zien of hij iets ontdekken konde en ik om dezelve Reden op dek en vervolgens aan den Commandeur te rapporteeren na verloop van eenige minuten wierd ik geroepen door den Corp=l gommerling zeggende zoetjes tegens mij kom agter op, op 't halver dek komende vond aldaar den Comm=s en de scheepsofficieren en verstond dat er een Complot geformeerd waaren den Comm:s mij belastende eenige duijtschers die voorgetrouw kender in stilte regter op te koomen en met een toezien of niets ontdekken konde ik in die kuijl zijnde zonde de vice Corp=ls Rou„ en Herman en de soldaaten matthias Sekter Abraham en nog eenige waarop vast vertrouwde wordende dezelve boven de opgangen van 't halver „dik met zeyde geweeren verplaatst hebbende or„ „dres geen onbekende agter op te laaten om agt uuren deede Ronde belastende de ligten uit te Der doen doen 't welk van allen geschieden behalven van een baksvolk van de louxembourg niet gedaan wier „de gaande veele die de wagt niet hadden na kooi„ zijnde wijnig volk op 't dek om neegen uuren zien „de eenig volk op de bak zitten ging na boven doen de als mijn water lossen wilde gaande ten dien einde in 't fokke wand stuurboord zifden staan waar op den soldaat van wijhe zittende met de valbonne op 't anker zeide tegens mijn wilt gij over boord geworpen zijn ik antwoorde ik hoop van Neen hij wederoms nog niet maar gij moet hier gaan zitten vattende mij bij derhand en trok mijn bij hem neer zeggende vervolgens wij ik en deese mijn Cammeraad meende de valbonne hebben nu alles gevraagd wat ons toekomt maar wij zullen daar voor aan de Caab moeten hangen Ik antwoor„ „de als gij niet meer gevraagd heb als u toekomt hebt gij niet te vreesen en dat is alles vergeeten eer wij aan de Caab komen waarop van wijhe zei¬ de Neen, Neen wij willen niet na de Caab wij zul„ „len ons meester van 't schip maken en na S=t vincent gaan stootende de valbonne onder dit zeggen dikmaals aan van wijhe en zeggende gij bent een veel prater en weet niet wat gij zegt zeggende de valbonne tegens mij gij moet hem niet gelooven hij weet niet wat hij spreekt en is beschonken van wighe hier op in„ „vallende zeide ik ben niet bedronken ik weet wel wat ik zeggen Jk zogt haar nogmaals van haar godloos voornee men afteraaden haar voorstellende dat ze op geen plaats Ja zelvs bij de Turken niet zeeker waaren Dog van wijhe zeide wi weeten wel wat wij doen en zo gij geen onderofficier was zoud gij wel anders zeggen Ik Deed als of geroepen wierde springende van de bak af in de kuijl zag een Partij volk fransch spreeken„ „de bij malkander staan voor de Combuijs bij 't braad spil Ik ging voor onder de bak bij de Cajuits kok en liet 't ligt dat bezeiden van de bootsmans hut bran„ de door de bootsmans Ionge uitdoen ging vervolgens overdagte iets te hooren dog konde niets verstaan kwam wederom in die kuijl hoorende den sol daat Anton feij hard op zeggen zij hebben agter op bij de vijftig geweezen en Sabels dog ik geeve daarom niets zeggende hij zulx in 't fransch dog weet niet tegens wien vertrouwde met zo dig=t bij te gaan ging na de Cajuit en rapporteerde t gehoorde aan den Heer Capitain en Commandeur en vervolgens op 't halverdek na verloop van ee „nige tijd hoorde een geweer schot vallen dog konde eigentlijk niet onderscheiden, waar zulx geschiedde Jk plaatste mijn aan de opgang en ziende hij spreeks volk
English
people coming above, shouted to those standing around me: seize the weapons lying ready under the awnings. Then the aforementioned Van Wijke wanted to go up to the quarterdeck, but I held him back. He asked: what kind of shot is that? I answered: it is a shot that went off by accident. He said again: no, that is a signal for us, making a gesture as if he wanted to go aft, whereupon I said to him: if you do not go back, fire will be given. He then shouted: where is the Commander? The same coming, asked: what do you want? Go back or I will have fire given. It appeared as if he wanted to shrink back, but at once a shouting arose with the words: hurrah, hurrah, avançons! A crowd coming from the waist onto the landing, whereupon the Commander, after having said beforehand in Dutch and French that all honest people should retire, had fire given, I being at the same time thrown or stabbed in the face with a fish gig. The same gig, after the shaft was broken, remained hanging in the face. Due to the heavy bleeding, I could offer no further resistance, laid the weapon away, and went to the cabin, where the iron was cut out by the doctor and I was bandaged. In witness of the truth I have signed this with my hand, the 17 July 1787. Was signed, P. Question: why he then against his will had entered into such a horrific plot, and why he had not given notice thereof to one of the officers of the ship, since he had known so long beforehand of the forming of the plot and horrific intention? Gave as answer: not to have thought of such. Question: what he then with the axes that he requested from Noel Outers, the carpenter of the Company, with what intention he had done such, and to what purpose the axes were to serve? Answer: what he knew to say to that was that others of the rebels, Antonij Loillet, soldier under the Luxembourgers, and Lodewijk Namtal, soldier of the Company, had first spoken to him thereof to undertake such, and that he against his will had gone over into the plot. Ship's Council: upon these aforesaid declarations we held Ship's Council over the rebels sitting under arrest, and placed the ringleader thereof named Francois Gravier de Valbonne, born in Dijon, aged 30 years, soldier of the Honourable Company, before the Council and put the following questions to him. Question: what reason moved him to undertake so horrific a matter as to form a plot to make themselves master of the ship and to massacre the Captain and officers, alongside the passengers and further crew, and all those who did not wish to commit themselves to the plot made? Answer: that he had not asked for any axes from Noel Outers, but that Noel Outers had offered him the axes to murder with them, and that he had still made some reproaches to the aforementioned Outers about him presenting such to him. Thereupon we had the carpenter Noel Outers come before the Council and interrogated him in the presence of the above-mentioned delinquent: by what reason he had offered four axes to De Valbonne to murder? Answered: that De Valbonne already three days before the revolt was begun had asked him whether he could procure axes for him, since he worked with the ship's carpenters and had good opportunity for it. Whereupon he had asked De Valbonne what the same were to serve for and what he would do with them, whereupon De Valbonne had answered him that he intended to make an uprising against the Captain, officers, and against the rest of the crew, and that he needed axes and had to have them to massacre all those who opposed them and to make himself master of the ship. Also Noel Outers declared to have refused the proposal of De Valbonne at first, but through the insistence of De Valbonne and because of his threats that he had made to him, he on Sunday the 16th of this month at noon during mealtime stole the axes from the chest of the carpenters and gave them to the rebel. Asked the delinquent De Valbonne what he said to that, and whether that which Noel Outers testified against him was not the truth? Answered: that Noel Outers did not know what he was saying and that he held himself innocent of all that was testified against him. Interrogated: whether he then also wished to call the members of the Ship's Council liars, that on Sunday morning the 16th of August, as ringleader and leader of the mutineers, he had spoken the words to read the instructions and to know what was in the ship, had appeared in person on the quarterdeck with the other rebels, and also for gin and tamarind, and he said: we must have everything today, with heavy curses in his French against the Captain, whether such was not true? Answered: to have done such! And lastly asked him whether he had not said 'tweendecks to his plot, after the gin that was demanded by force had been given out: look now, now the German peasants can drink themselves drunk against it, and then they can offer that much less resistance, because the gin...
Dutch transcription
volk na boven komen riep aan de die om mij stonden vat de gewoeren leggende klaar onder de sonnen ten de den meergen: van wijke wilde 't hal„ „verdek op dog hielde hem tegen hij vraagde wat is dat voor een schot in antwoorde 't is een schot die bij geval geschied hij weederom Neen dat is een teeken voor ons makende mine agter op te willen waar op tegens hem zeide als gij niet terug gaat word vuur gegeeven hij riep vervolgens waar is de Comm: dezelve koomende vraagde wat moet gij heb „ben gaat terug of ik laat vuur geven 't liet zig aan zien als hij terug wilde dijnsen je dog met een verhief zig een geschreuw met de woorden houra houra avancons in de kuijl komende een menigte 't bordesse op waar op den Comm:s na van te voren in 't hollands en Transch geseid te hebben dat alle brave lieden zig zouden retireeren vuur liet geeven, wordende ik terzelver tijd met een vis Elger in 't gezigt geworpen of gestoken blijven de dezelve Elger na dat de steel gebroken in 't gezigt hangen konde door 't sterke bloeden geen meerdere weederstand doen lijde 't geweer weg en ging na de Casuit wordende aldaar door den doctor 't yzer uijtgesneeden en ik verbonden Tot getuigen is der waarhijd hebbe 't deese met mijn hand onderteekend den 17 Julij 1787: /was geteekend/ P vrage / waarom hij dan tegen zijn wil in een zulk gruwelijk Complot getreeden was en waarom geen kennis daar van gegeeven te hebben aan een der officiers van 't schip daar hij 't zo lange van te vooren geweeten hadden 't formeeren van 't Complot en gruwelijks voorneemen gaf tot antwoord op zulx niet gedagt te hebben vrage wat hij dan met de bijlen die hij van Noel ou „ters den Timmerman van de Comp:e gevraagt tot wat Jnzigt hij zulx gedaan hadden en waartoe de Antwoord wat hij daar op te zeggen wiste was, dat andere van de Rebellen Antonij Loillet zoldaat on der de Luxembourgse en wat jer soldaat van de Comp: tegens hem eerst daar van gesproken hadden, om zulx te onderneemen, en dat hij tegens zijn „wil in 't Complot, was overgegaan; — scheeps Raad op deese voorenstaande declaraties hielden wij scheeps Raad over die in arres zittende Rebellen en stel „den 't opperhoofd daar van genaamt francois Gra „vier de valbonne geboortig van Dion oud 30 Jaa„ „ren soldaat van de E: d's Comp=e voor den Raad en deeden volgende vragen aan hem vrage wat reeden hem gemoveert heeft om een zo gru welijke zaak te onderneemen om een Complot te forme „ren, om zig meester van 't schip te maken en den Cap=n en officiers te massakreeren, beneevens de Passagiers en verdere Equipagie en alle die gee „ne die zig tot 't gemaakte Complot niet begeeven, wilden. Lodewijk Namtal bijlen bijlen zouden dienen! Antwoorde als dat hij van Noel outers geen bijlen gevraagd hadde maar dat Noelouters hem de bijlen aangebooden heeft om daarmede te moorden en dat hij den voorn: outers nog eenige verwgten daar over gedaan aan hem zulx te praesenteeren daar op lieten wij den Timmerman Noel outers voor den Raad komen en ondervraagde hem in Praesen tie van den bovengen: delin quant door wat Beden hij aan de valbonne vier bijlen geoffereerd hebbe om te moorden Antwoorde als dat de valbonne reets drie dagen van te vooren eer de Revolte begonnen waare hem ge vraagd hebbe of hij hem geen bijlen konde bezorgen vermits hij bij den scheepstimmerluij werkte en daar goede occasie toe hadde. waarop hij den valbonne gevraagd hadde waartoe deselve dienen moesten en wat hij daar meede doen zouden waarop hem de valbonne geantwoord hadde dat hij van zins was een oproer te maken tegens den Capitain officiers en tegen de rest van de Equipagie en dat hij bijlen nodig hadde en moes te hebben om ze alle te masakreeren die zig te „gens haar wederzetten en om zig meester van 't schip te maken ook verclaarde Poelouters4 voorstel van de valbonne in 't eerst geweigerd te hebben maar door 't aanhouden van de val E:o En laatstelijk vraagden hem of hij niet tusschen deks gezegt heeft tegens zijn Complot na dat de genever die door geweld gevraagd en uitgegeeven was zie zoo nu kunnen de duitsche boeren haar ter tegen dronken drinken en dan kunnen ze zo veel te minder tegenstand doen want de geinterogeerd/ of hij dan ook de leeden van den schep raad voor Leugenaars schelten wilde dat hij son„ „dags morgens den 16 Aujus als opperhoofd en voor „ganger der muijtemakers en 't woord gedaan hadde om de Jnstructies te leesen en te weeten wat er in 't schip was in persoon waare voorgekoomen op 't hal verdek met de ander rebellen en ook om genever en Tamarinde en hij gezeid wij moeten alles, van dag hebben met zware vloeken op zijn fransch tegens den Cap=n of zulx ook niet waar en was Antwoorde zulx gedaan te hebben! bonne en wegens zijn dreigementen die hij hem gedaan hadde hij op Sondag den 16=e deeser op de middag on der 't schaften de bijlen uit de kist van de Timmer„ „liede gestolen en aan de Rebellant gegeeven vraagden den Delinquant de valbonne wat hij daar van zeide en of 't geene Noel outers tegens hem ge„ „tuigde de waarhijd niet en was Antwoorde dat Noelouters niet en wiste wat hij zeide en dat hij zig onschuldig hielde van al 't geen dat tegens hem getuigt wierde bonne gerever 5
English
gin was only demanded to make the German peasants drunk, which is testified in the presence of Corporal Charles Desier La droite. He answered nothing to this question, and to everything the council asked or presented to him, he gave no answer. After these interrogatories were read to the delinquent and he had understood them well, the members of the Council asked him whether all this that was testified against him and what was mentioned herein was not the pure and upright truth, whereupon the delinquent, in confirmation of the truth, signed this with his own hand. Signed: Francois Gravier d'valbonne with a cross. Then the rebel Martin Blavignae, native of Cerret in Querij, aged 24 years, soldier in the Luxembourg Regiment, was brought before the Ship's Council on the following questions: 4th question: why, and at what time, and by whom he was captured and brought under arrest. Answered that they had considered him an accomplice in the plot of the revolt, and that the patrol took him prisoner after the revolt when he had intended to go to his bunk, being after midnight. 2nd question: wherein such plot had consisted, and what their intention had been, and what proposals they had presented to him. Answered that soldier van Wijhe and de Valbonne, soldiers of the company, had spoken to him about it on Sunday morning at 3 o'clock, the 16th of this month, and that to his misfortune he had involved himself in it. Answered that they were resolved to make themselves master of the ship and to seek land with the same, and to take the best from it, and everyone to go his own way. Asked whether the formed plot had not been known to him and whether he had not also been a member of the same. Answered that he had known that something was going to happen, and that curiosity had kept him awake to see the end of it; he had not believed that the matter would turn out this way. Asked for what reason he had stayed up until midnight and had not gone to his bunk earlier, and who had permitted him to do so, since orders had indeed been given that those who were not on watch were to go to their bunks and extinguish the light. Asked again why, on Sunday morning when they had all come aft, he had seized the Captain by the neck while he stood on the stairs of the cabin entryway, and what moved him to do such a thing. Answered that this was caused by a movement of the ship, which made him fall upon the Captain, and that he had not intended to do the Captain any harm. Hereupon Corporal Louis Roij of the Luxembourgers declares in the presence of the delinquent that Blavignae himself had said that he was in danger of being hanged at the Cape because he had seized the Captain by the neck. Question: what he had to say against this accusation by Corporal Roij, and whether that was the truth. Answered that he had said this fearing that he would be suspected because of it, but that he had seized the Captain by the neck with no evil intent. Further asked why and for what reason he had accepted all the proposals of de Valbonne and had engaged himself in such a heinous undertaking, and why he had made nothing known to the officers of the ship or to the Commander instead of joining in with it. Answered that he had indeed thought about doing so, but being coerced, he had joined the plot. Question: whether he knew nothing more to say to the Council about the plot. Answered that he could say nothing more about it. After this interrogation was read word for word to the delinquent and he had understood the same well, we asked him whether all that was stated in the aforementioned and all that was testified against him was not the upright and pure truth, whereupon the delinquent, in confirmation of the truth, signed this with his own hand in the presence of the members. Joseph Hovard declares in his statement, as is mentioned, that he heard the delinquent in the company of de Valbonne and the rest of the conspiracy deliberating and heard them say, "this night they must all die," it being then Sunday the 16th of this month, in the afternoon.
Dutch transcription
genever is maar gefordert om de duitsche boe „ren dronken te maken 't welk zijn praesentie van den Corp:l Charles Desier La droite getuijgt worde Antwoorde op deze vrage niets en al wat den raad hem vraagde of voorstelde gaf hij niets ten ant„ woord na dat deese interogatoria den Delinquant voor geleesen was en hij dezelve wel verstaan, zo vraag den de Leeden van den Raad aan hem of dit alles dat tegens hem getuigt wierde en wat in desen voorm: ware niet de suijvere en op regte waarhijd was zo heeft den delinquant tot be vestiging der waarheid deese met mijn eijgen hand onderteekend. — was geteekend francois Gravier d'valbonne met een kuuis Ik worde den Rebel martin Blavig nae geboortig van Cerret in querij oud 24 Jaare, sol daat in 't Regiment Luxembourg voor den scheep Raad gesteld op volgende vragen 4=mo vrage / waarom hij en op wat tijd en door wien hij ao vrage / waar in zulx Complot bestaan hadden en Antwoorde dat de sol=d van wijhe en de valbonne sol daaten van de Comp=e zondags smorgens ten 3 uuren den 16 deeser tegens hem daar van gesproken had„ „den en dat hij tot zijn ongeluk daar toe begeeven hadde vraage of hem 't gemaakte Complot niet bekend geweest was en of hij niet mede een lid van 't zelve ware Antwoord dat hij geweeten hadde dat er iets gebeu ren zou en dat hem de nieuwsgierigheid op gehou den hadde om daar van 't einde te zien hadde niet gelooft dat de zaak zo aflopen zoude gevraagd / door wat reeden hij tot middernagt op gebleeven en niet eerder na zijn kooij gegaan ware en wie hem zulx gepermitteerd hadde daar dog de ordres waaren gegeeven geweest dat die geen wagt niet en hadde na haar hooij te gaan, en 't ligt uitte doen gevangen en in arrest ware gebragt geworden Antwoorde dat ze hem voor deelagtig aan 't Complot van de revolte gehouden hadden en dat de Patrouil lie hem gevangen genoomen na de Bevolte doen hij vanzins was geweest na zijn kooij te gaan zijn de namiddernagt gevangen wat, 3 wat haar voorneemen geweest was en wat pro „posities zij aan hem voorgesteld hadden Antwoorde dat ze geresolveert waaren om zig mees „ter van 't schip te maken en met 't zelve land te zoe „ken en 't beste daar uit te neemen en een ijder zij „nes wegs te gaan. — wederom vraagden / waarom hij sondags morgen doen ze alle agter op gekomen waren de Cap=n die op de Trappa van de Cajuits gang stonde bij de hals gevat had„ „de wat hem gemoveert heeft zulx te doen! Antwoorde dat zulx door een beweging van 't schip gekomen was waar door hij op den Cap=n gevallen en dat hij niet van mening geweest was den Cap:n wat quaad te doen Hier op verclaard den Corp=l Louis Roij, van de Lux „embourise in praesentie van den delinquant dat hij Blavignae zelvs gezegt hadde gevaar te lo pen om aan de Caab opgehangen te worden om dat hij den Cap:n bij den hals gevat hadden vrage / wat hij teegens deese beschulding van den Corp:l Roij te zeggen hadde of dat de waarhijd was. Antwoorde dat hij zulx gezeid hadde vreesende daar door in verdagt te zijn, maar dat hij door geen boos opzet den Cap=n bij de hals gevat hadde 5 Jo verders gevraagt / waarom en door wat Reden hij al„ „le de proposities van den valbonne aange „noomen hadden en zig zelvs tot een zulx gru „welijke voorneemen begeeven en waarom hij niets aan de officiers van 't schip of aan den Comm„e te kennen hadde gegeeven in plaatze zig daar onder te begeeven Antwoorde dat hij wel daar op gedagt hadde en dog gedronge tot 't Complot overgegaan vrage/ of hij dan niets meer aan den Raad van 't Complot te zeggen wiste Antwoorde niets meer daar van te kunnen zog„ na dat deze Jnterogatie hem Delinquant van woord tot woorde voorgeleesen ware en hij dezelve wel verstaan hadden zo vraagden wij aan hem of dit alles dat in 't voorsz: gemeld stond en al wat tegens hem getuigt is niet opregte en zuijvere waarheid ware zoo heeft hij de linquant tot be vestiging der waarhijd deesen met zijn eigen hand onderteekend in praesentie van de leeden, Joseph Hovard verclaard in zijn declaratie ge„ „lijk vermeld staat dat hij den delinquant in gezel „schap met de valbonne en de rest van 't Complot heeft horen beraadslagen en hooren zeggen van deese nagt moeten ze alle sterven zijnde doen sondag den 16 husus na de middag Joseph van „gen
English
from the ship's Council was signed Martin Blavig nae with a house After this, the person Antonij feijge, native of Houdernheim, aged 24 years, soldier in the service of the Honorable East India Company, was brought before the ship's Council, and the following questions were put to him: Question: How it came about that he joined the plot of the rebels and what had motivated him to do so. Answer: That he had been drunk, and that in his drunkenness he had been persuaded by the rebels, his mates, to join in the work, and that de valbonne had said to him and his comrades that they would bind and kill the entire crew. Question: Why, at the beginning of the revolt, he ran between decks with a naked knife and cut down some hammocks in which the crew lay, and shouted and said everywhere that all those who did not go up with them, whether they were Germans or Frenchmen, would all be murdered. Again asked what his intention had been in coming alone onto the quarterdeck, seeing that we already had the upper hand over his mates. Answer: Knowing nothing of it. The person Michiel visser testifies against the delinquent feij that he said to him, if he, visser, was a good fellow, that he would then go with him to set fire to the powder magazine. Answer: Knowing nothing of it; that he had attacked the commissaris or fallen with him on the deck, "Oh, what does drunkenness cause!" he cried out at the end. Why, when he came onto the quarterdeck, he attacked the Commissaris Lemper like a murderer, and he had fallen twice onto the deck with him, and what he had intended to do on the quarterdeck when he was taken prisoner there. Answer: Nothing other than that he had been drunk, and whatever hoepner testified against him, knowing nothing of having done such things. frans Houpner testified against him in his presence. Question: What he said against the accusation of visser and against that of the boatswain, who testified in his declaration against him that he, feij, had said he would vouch for forty Germans who would also join their plot, and who these were. Answer: Knowing nothing of it, but whatever his comrades—so he called his accusers—said, that this was the truth. After this interrogation had been read aloud to him clearly once more, and he had understood it, he was asked by the members of the ship's Council whether what was written above was not the candid and pure truth, which he confessed to be true; and in confirmation of this truth, he signed with his own hand in the ship's Council. was signed Anton faij Upon this, the delinquent Joan Babtist Janin, native of pares, aged 24 years, soldier of the Company, was placed before the Council, and the following questions were put to him to answer. Question: How and for what reason he had been taken prisoner and by whom he had been placed under arrest. Answer: Not knowing why he was imprisoned, but that the patrol had met him and taken him prisoner, unaware by whose order. Question: Whether he had not heard noise and shouting during the time of the revolt, and where he had been during that same time. Answer: That he had indeed known of a conspiracy that was being formed, and that he had therefore been unable to go to sleep, and that he had consequently found himself near and amidst the riot. Question: Whether the rebels had not spoken to him of it beforehand, and whether he had then gone over to the plot. Whereupon the delinquent answered that the person Iean Pierre Richet, soldier under the Luxembourgers, on the morning of Sunday the 16th of this month, had told him that a conspiracy was being formed to rebel against the Captain and the rest of the crew, and whether he was inclined to participate, and that his well-being depended on it. Question: What he had answered to the aforementioned regarding this proposal. Answer: That he had said to him that if he was the first to whom they mentioned it, he advised revealing it to many; whereupon Richet and many others of the plot had said to him that he had no courage, and to show them the contrary, he had the weakness to take part in the plot and go over to them. Question: What aim the plot had, and what the outcome of it was supposed to be. Answer: That they wanted to make themselves happy, and that the leaders of the plot had said it was necessary to murder the Captain and officers, and to kill the petty officers who opposed their intention, and that they would make Mr. Busche, former Commander of the wrecked ship the ganges, make a journey to the other world together with his wife and children; whereupon some said that one should spare the wife and children, but throw the rest overboard. Interrogated: Why he had not made such a gruesome plot known to the officers of the ship, instead of taking part in it. Answer: Not having thought of such a thing. Question: Who the leaders of the plot were, and whether he knew none of those who belonged to it. Answer: Believing that Richet and de valbonne were the leaders, and that he knew no others to name by name. After the reading of the interrogation, he having understood it well, the members of the Council lastly asked him whether that which was mentioned therein was the pure and candid truth; so the delinquent signed with his own hand in confirmation. was signed Junin
Dutch transcription
van den scheeps Raad was geteekend Martin Blavig nae met een huis Na deese worde de persoon Antonij feijge boortig van Houdernheim oud 24 Jare soldaat in dienst van d' E: O: J: Comp=e voor den scheeps Raad gesteld en leggende hem volgende vragen voor vrage / hoe dat gekomen was dat hij zig in 't Complot der Rebellen begeeven en wat hem daar toe ge „moveert hadde Antwoorde dat hij dronken geweest was en dat in zijn dronkenschap van de Rebellen zijne maats waare gepersuadeert geworden mede aan 't werk te gaan en dat de valbonne tegens hem en zijne Ca maraads gezogt hadde dat ze de geheele Equi „pagie binden en om halsbrengen zouden vrage/ waarom hij met een bloot mes in 't begin van de Revolte tusschen deks geloopen hebbe en eenige hangmatten daar 't volk inlijde af„ gesneeden hadde en overal geroepen en gezegt dat alle die geenen welke niet met na boven gongen 't mogten duitschers of Franschen weesen alle zouden vermoord, worden, gelijk 2 nogmaals gevraagd wat zijn voorneemen geweest was alleen op 't halverdek te komen daar hij gezien dat wij reets de overhand over zijne makkers hadden Antwoord van Niets te weeten Den persoon Michiel visser getuigt tegens den delinquart feij dat dezelve tegens hem zeide als hij visser een braafkeerl was dat hij dan met hem zoude gaan om de kruidkamer in brand te steeken Antwoorde daar van niets te weten dat hij den Com„ „man:s aangevallen hadden of met dezelve op 't dek gevallen te zijn o wat maakt de dronkenschap riep hij uijt voor 't laatste waarom hij doen hij op 't halferdek gekoomen den Comms Lemper als een moordenaar aangeval „len en hij met dezelve tot tweemaal op dek gevallen waaren en wat hij op 't halverdek hadden willen doen toen men hem daar gevan „gen genoomen! Antwoord niet anders als dat hij dronken was geweest en al wat hoepner tegens hem getuigde niets daar van te weeten zulx gedaan te hebben frans Houpner in zijn praesentie tegens hem ge tuige frans 3o. 4 5 vrage / wat hij tegens de beschuldiging van visser zeede en tegens dier van den Ho„ vand die in zijn declaratie tegens hem ge tuigte dat hij feijgezegt hadde voor veer „tig duitschers intestaan die meede tot haar Complot zouden toetreeden en wie deese waaren Antwoorde van niets te weeten maar al wat zijne Camaraaden, zoo noemde hij zijne be schuldigers zeiden dat dit de waarhijd was Na deese Jnterrogatie hem nogmaals voor„ delijks voorgeleesen te hebben en hij de zelve doen verstaan worde hij gevraagt door de leeden van den scheeps Raad of dit voorschreevene niet de opregte en zuivere waar „hijd was 't welk hij bekende waar te zijn en tot bevestiging deeser waarhijd heeft hij eigen handig in den scheeps Raad onderteekend /was geteekend/ Anton faij Hier op stelde men den delinquant Joan Babtist Janin geboortig van pares oud 24 Jaare soldaat van de Comp=e voor den gevraagt (of hem dan de Rebellen niet van te vooren daar van gesproken hadden en of hij dan tot 't Complot was overgegaan waar op den delinquant antwoorde dat den persoon Iean Pierre Richet soldaat onder de Luxembourger zondag den 16 hujus 's voor middags tegens hem gezeid hadde dat er een zamensweering gemaakt wierde om te Rebelleeren tegens den Cap=n en verdere Equi pagie en of hij geneegendhijd hadde om Antwoord dat hij welgeweeten hadde van een zamensweering die gemaakt was en dat hij „daarom niet hadden kunnen slapen gaan en dat hij zig daarom bij en in 't geval van den oproer bevonden hadde vrage of hij geen geraas in de Tijd van Revol te en geen geschreuw gehoord hadde en waar hij in dezelve tijd geweest was. Antwoorde niet weetende waarom hij gevangen „was, maar dat de patrouillie hem ontmoet en gevangen genomen hadde onbewust door wien ordre vrage / hoe en door wat reeden hij gevangen was en door wien hij in arrest ware ge bragt worden Raad en legten hem volgende vrage te beant„ woorden voor. Raad meede meede te doen en dat zijn wel zijn daar van afhing vrage /wat hij tegens de bovengemelde geant„ woord hadde op deese voorstelling Antwoorde dat hij tegens denzelven gezeid hadde dat zo hij de eerste was daar zij 't te„ „gens zeide zo rade hij zulx aan veelen te onttekken waar op Richet en vele andere van 't Complot tegens hem gezeid hadde dat hij geen moet bezat en om 't tegen deel te toonen tegen haar hadde hij de Zwak hijd gehad deel aan 't Complot te neemen en over te gaan 5„ vrage / wat inzigt 't Complot gehad en wel ke 't einde daar van hadde zullen Antwoorde dat ze haar wilden gelukkig ma „ken en dat de aanvoerders van t Complot gezeid hadden nodig te zijn den Cap=n en of„ „ficiers te vermoorden en de onderofficiers die zig tegens haar voorneemen hande te dooden en dat ze den Heer Busche geweesere Commandeur van 't verongelukte schip de ganges een Reisse na de andere wereld met zijn vrouw en kinderen zouden laten doen waarop zommige gezeid dat men de vrouw en kinderen moeste bewaaren maar de rest over boord werpen geinterogeert waarom hij een zo gruwelijks voor „neemen aan de officiers van 't schip niet, bekend gemaakt hadde in plaats van deel daar in te neemen Antwoord op zulx niet gedagt te hebben vrage / wie de opperateurs van 't Complot waa „ren en of hij geene kende die daar toe behoorden: Antwoorde geloovende dat Richet en de valbon „ne de opperhoofden waaren en dat hij geen andere niet met naame wiste te noemen Na voorleesing der Jnterogatie en hij dezel „ve wel verstaan vraagden de Leeden van den Raad nog laastelijk aan hem of het geene wat er daar in vermeld stonde de zijne en opregte waarhijd waare zo heeft den delinquant tot bekragtiging eigenhan „dig onderteekend. /was geteekend/ vrouw Junin 4o weesen 6 -
English
On this day was brought forward Guillaume Vivant, a native of Nuits in Burgundy, 21 years of age, a soldier in the Luxembourg Regiment, on the accusation of having taken part in the conspiracy, and the following questions were put to him: First question: For what reason he had been taken prisoner, and by whom he had been captured and placed under arrest. Answered that toward one o'clock last night, while dressed and lying upon a chest between decks, the patrol that found him had taken him away and placed him under arrest, not knowing why. Second question: Whether he had no knowledge of the conspiracy and formed plot, and whether one or another had not made a proposal to him regarding it. Whereupon he first reflected a little and Answered that the soldier Watjer of the Company and the soldier Loillet of the Luxembourg Regiment had sought him out on Sunday morning, the 16th of this month, between 9 and 10 o'clock, saying that they intended to create a mutiny or revolt, to murder the captain and officers, and subsequently make themselves masters of the ship, and to set course with the same toward the nearest land, and that all those, whether soldier or sailor, who would not join in would be thrown overboard. Question: What opinion he held when this was read to him, and what thoughts he had had of such atrocious intentions. Answered that he believed that the matter would succeed, and that now, to his misfortune, he had joined them and taken part in the matter to help carry it out, but that after having entered into the conspiracy he also had much remorse for the rest of the day. Asked why, since he had felt remorse about it, he did not withdraw from the conspiracy and make it known to one of the ship's officers or to his sergeant and corporal. Answered that he had made it known to his sergeant and corporal. Fifth question: At what time he had told this to his corporal and sergeant, and what they had answered him in return. Answered that he had found his sergeant and corporal on deck and spoken to them about the revolt against the superiors, but no answer came from them. Hereupon Sergeant Ribere de Moras and Corporal Louis Roy of the Luxembourg Regiment, present in the ship's council in the presence of the delinquent Vivant, declare that the same, being on deck with the other rebels on Sunday evening, the 16th of this month, around a quarter of an hour before the watch, came to them, saying that the wind was presently favorable to go toward the land, believing they could be there with the ship in five or six days, and that they had to show that they had courage, and had to proceed to the formed conspiracy and take part in murdering the captain and officers, and that all those who were afraid would take a drink from the big bowl, that is, be thrown overboard. Whereupon the aforementioned sergeant and corporal remained silent and walked away from them, being horrified by such godforsaken proposals. Asked whether he had no knowledge or information of others who belonged to the conspiracy, and how strong they were. Answered knowing several, but not by name, except De Valbonne as the chief leader of the rebels. After this interrogation had been read to the delinquent word for word by the ship's council, and he understood the same, and he was asked whether the aforesaid, which was mentioned herein and testified against him, was not the upright and pure truth, the delinquent signed the same with his own hand in the held ship's council. Was marked with a cross Guillaume Vivant could not write. In the declarations of the above-mentioned sergeant and corporal, their knowledge of the rebellion against the delinquent Vivant and his inhuman intentions is set forth in greater detail.
Dutch transcription
Op deese worde Guillauem vivant geboortig van nuij in borgondien oud 21 Jaren; soldaat onder 't Regiment Luxembourg voor gesteld over beschuldiging meede deel te hebben aan 't Complot en deeden volgende vraagen aan Po vrage /. door wat Reden hij gevangen was en door wien gevangen genoomen en in arrest gebragt waare Antwoorde dat tegens een uure gepasseerde nagt hij gekleed zijnde en op een kist tusschen „deks geleggen maar dat de patrouillie welke hem gevonden mede genoomen had „de en in arrest gebragt niet weeten de waarom 2 vrage/ of hij geen wetenschap hadde van de samen Sweering en gemaakte Complot en of niet een of ander daar van hem geen voorstel gedaan hadde waar op hij eerst zig wat bedogt en Antwoorde dat den soldaat watjer van de Comp=e en den soldaat Loillet van de Luxem bourger tegens hem sondags smorgens den 16 deeser tusschen gen 10 uure gezogt had¬ „de dat ze van sins waren een zamenrotting of oproer te maaken en den Capn. en officiers te vermoorden en vervolgens zig meester gevraagt waarom zo als hij berouw daar van gehad hadde hij zig van 't Complot ontd„ rokke en 't zelve bekend gemaakt aan een van de scheeps officieren of aan zijn Sergeant en Corporaal 2. Antwoorde daar van aan zijn sergeant en Con „poraal zulx te kennen gegeeven te hebben. 5=o vrage / om welke tijd hij aan zijn Corporaal en sergeant zulx gezegt hadde en wat ze hem daar op geantwoord hadden Antwoorde, dat hij geloovde dat die zaak wel gelukken zoude en dat hij nu tot zijn onge „luk zig daar onder begeeven hadde en deel genoomen aan de zaak om te helpen uit voe „ren maar dat hij na zig in 't Complot begeeven te hebben dog ook veel berouw gehad hebbe 't overige van den dag vrage / wat sustimente hij hadde doen hem zulx voorgeleesen wierd en wat gedagte hij gehad van zulke gruwelijke voornee mens van 't schip te maken en met 't zelve Coers te stellen na 't land dat er ten naaste was en dat alle die geene 't zij soldaat of mattroos die niet meede doen wilden over boord zou „den geworpen worden van an 5 Antwoorde hem 4 Antwoorde dat hij zijn sergeant en Corporaal op 't dek gevonden hadde en van de oproer tegens de oper haar gesprooken maar geen antwoord van haar lieden gekoomen Hier op verclaard den sergeant Ribere de moras en de Corporaal Louis Roij van de Luxembourger prezent in den scheeps Baad in Praesentie van den delinquant vivant dat dezelve met de andere Rebellen op dek zijnde des sondags wond den 16 deeser om trend een quartier uurs voor agter bij haar lieden gekoomen zeggende als dat de wind tegenswoordig goed was om na 't land toe te gaan geloovende in vijf en zes daagen met 't schip daar te kunnen zijn en dat ze toonen moesten dat ze hert hadden, en tot 't gemaakte Complot moesten overgaan en deel-neemen om den Cap=n en officiers te vermoorden en dat alle die geene die be vreest waaren een dronk uit de grote schoe„ telesouden doen dat is over boord werpen waar op de voorn: Sergeant en Corporaal stil gesweegen en van haar afgongen hadden een gruwel van zulke godverge tene voorstellinge. — vraagden of hij geen kennis of wetenschap pen van andere hadde die tot 't Complot behoorden en hoe sterk ze waren! Antwoorde verscheiden te kennen maar niet bij naam uijtgenoomen de valbonne als opper hoofd der Rebellen na deese Jnterogatie den delinquant van woond tot woord door den scheepraad voorgeleesen was en hij dezelve verstaan en hem gevraagd of dit voorsz: dat hier inne vermeld stond en tegens hem getuigd was niet de opreg te en zuijvere waarhijd waare zoo heeft den delinquant 't zelve met zijn eigen hand onderteekend in den gehouden scheeps Raad. /was geteek=d met een kruis/ Guillaume vivant konde In de declaraties van bovengem: sergeant en Corporaal binnen hare wetenschappen van de Bebellagie breedvoeriger tegens den de „linquant vivant zijne onmenschelijke voorneemens Jn niet schreeven No
English
Next, they brought before the ship's council Noel outers, a native of luijk, aged 19 years, house carpenter of the Honourable East India Company, as a participant in the plot, and they put the following questions to him to answer. Question: for what reason and at what time had he been captured and placed under arrest. Answer: this morning at six o'clock, when he was called and immediately captured and placed under arrest. Question: whether he had not known of the conspiracy, the formed plot, and of the revolt that occurred this past night, and whether he had not stolen the axes that he delivered to the rebels. Answer: that Francois Gravier de valbonne had already asked him for some axes three days before the 16th, before the revolt, since he had the opportunity to procure them because he worked with the carpenters, upon which he, Noel outers, had asked de valbonne what the axes were to do and what purpose they would serve, to which de valbonne answered him that he intended to make an uprising against the Captain, officers, and crew, and that he had made these proposals to him, that he needed axes to massacre all those who opposed them, and furthermore to make themselves masters of the ship and go to land. Question: what he had answered de valbonne to his proposal, and what he had thought of such intentions. Answer: that at first he refused to do so, but through the persistent urging and threats of de valbonne he allowed himself to be persuaded, and on Sunday afternoon, the 16th of this month, he took 4 axes from the carpenter's chest and laid them under the stairs near the ascent of the quarterdeck that lead to the half-deck, and answered to have thought nothing of it. Question: whether he knew any others who belonged to or were in the plot. Answer: to know de valbonne by name, but he did not know and was not aware of the names of the others. Question: when de valbonne proposed such gruesome and inhuman matters to him, and if he refused them as he himself claimed, why did he not immediately give notice of such a matter to one of the officers of the ship, or to the master carpenter, or other carpenters with whom he worked daily, and after his knowledge of the plot had still worked with them for three days. Question: whether he now had nothing more to say to the ship's council concerning the plot. Answer: nothing more, but that he now felt remorse over the crime he had committed. After these interrogations were read aloud to him word for word by the members of the ship's council, and he understood them, and he was asked whether the aforesaid things mentioned therein were not the upright and pure truth, the delinquent, in confirmation of this truth, signed with his own hand in the presence of the members of the ship's council. Was signed: noel outers Furthermore, they brought the person Etienne Nerret, a native of Tour in touranien, aged 21 years, under the Luxembourg Regiment with the Honourable East India Company, as a participant in the plot, before the assembled council to answer the following questions. Asked: why he was taken prisoner. Answer: that they held him suspected on account of the uprising, in which he nevertheless had no part. 2nd question: why, if he did not belong to the plot, had he seized the Captain by the throat on Sunday morning, the 16th of this month, when he came to the rear with the rest of the rebels, according to their saying, to speak to the Captain. Answer: that Blavignae had done so, and he had never thought of such a thing, and that even in the night between the 16th and 17th, when the revolt began, seeing Blavignae with an axe, he had done his best to take the axes away from him. Hereupon the commissioner Busche, present today in the council and a member thereof, declared in the presence of the delinquent Nerret that when the mutineers attacked the Captain, Nerret called out, come let us kill the old rogue, whereupon the Captain took flight below. 3rd asked: to what end did he want to take the axes from Blavignae, and what use would he have made of them. Answered to this question: Nothing! 4th asked: why had he entered into such a plot of conspiracy and into such a terrible undertaking, and why, when such was proposed to him, did he not immediately give notice thereof to one of the officers of the ship or to his commander. Answer: that he had always been comrades with Blavignae, Loillet, Richet, and vivant, and that he could not refrain from taking part in their undertaking because of the friendship.
Dutch transcription
Hier naast stelden men den Noezouters geboor tig van luijk oud 19 Iaaren huijstimmer man van de E: 07: Compag= voor den scheeps Raad als een deelhebber van 't Complot en men legde deesen vol gende vragen hem voor te beantwoorden vrage door wat Reeden en op wat tijd hij gevan „gen en in arrest waaren gebragt worden Antwoorden, van den morgen ten ses uuren daar hij geroepen wierd en met een gevangen en in ar rest gebragt geworden. vrager of hij niet geweeten hadde van de samenswee„ ringen gemaakte Complot en van de Revolt „ die de gepasseerde nagt geschied was en of hij de bijlen niet gestoolen hadde die hij van de Rebellen behandigt hadde. Antwoorde als dat Francois Gravier de valbonne hem reets drie dagen voor den 16 voor de Revolte gevraagt hadde om eenige bijlen van hem te heb „ben vermits hij occasie hadde om die te bezor „gen door dien hij bij de Timmerliede werkte waar op hij Noelouters aan de valbonne gevraagd had „de wat de bijlen doen moesten en waar toe dezelve dienen, zouden waar op den valbonne hem geant woord als dat hij van sins was een oproer te ma „ken tegens den Cap=n officieren en Equipagie en Antwoorde op zulx niet gedagt te hebben vrage/ of hij geene meer kende die bij of in 't Complot behoorden Antwoord den valbonne bij naam te kennen maar de Name van de andere kende en weete hij niet vrage doen de valbonne hem zulx gruwe lijke en onmenschelijke zaken voorstelde en zo hij deselve gerevuceerd gelijk hij zels voorgegeeven waarom niet ten eersten ken nis van een zulke zaak aan een van de officiers van t schip ofte aan den oppertim=r of andere van de timmerliede daar hij dagelijks werkte en na zun wetenschap van 't Complot nog drie dagen bygewerkt waaren hadde dat hem deese proposities gedaan dat hij bijlen moeste hebben om ze alle te masakreeren die tegens haar stonden en voord zig meester van 't schip te maaken en na land toe gaan vrage wat hij den valbonne geantwoord had de op zijn voorstellinge en wat hij van stee zulke voornemens gedagt hadde. Antwoorde als dat hij zulx in 't eerst gewei gert heeft te doen maar door 't lange aan hou den en dreigementen van de valbonne zig heeft laaten overhaalen en hadde sondags middag den 16 deser 4 bijlen uit de kist van den timmerman genoomen en had de zig gelegt onder detrap bij den opgang van 't bordes die na 't halverdek staan dat 3 4 de 3 E vrage / of hij dan nu niets aan den scheeps„ Raad van 't Complot te zeggen wiste Antwoorde niets meer maar dat hij nu berouw over sijne begane misdaad hadde na deese Jnterog: hem nogmaals van woord tot woord door de leeden van den scheeps Raad voorgeleesen en hij dezelve verstaan en hem gevraagt of dit voorsz: dat daar in vermeld waaren niet en zij de opregte en zuivere waarhijd zo heeft hij delinquant tot beves tiging deeser waarhijd in praesentie van de Leeden des scheeps Raad met zin eigen hand onderteekend Verders stelde men den persoon Etienne Nerret geboortig van Tour in touranien oud 21 Jaaren onder 't Regiment Luxembourg bij de E: d J Comp=e als een deelhebber van 't Complot voor den vergaderden raad op volgende vraagen te antwoorden gevraagt waarom hij geve, genomen ware Antwoord dat men hem verdagt houden wegens de oproer daar hij dog geen deel aan hadde 2=o vrage / waarom hij dan zo hij dan niet 't Complot behoorde den Capitain bij de keel gevat hadde des sondags mor„ gen den 16 deeser doen hij met de Rest der Rebellen agter op gekomen waare /was geteekend:/ noel outers Antwoorde dat hij altoos Cameraads ge weest met Blavignae Loillet Richet en vivant en dat hij zig niet hadden kunnen onthouden om deel te neemen in haar onderneminge door de vriend om den Cap=n na haar zegien te spreeken Antwoorde dat zulx Blavignae gedaan hadde en hij zulx nooijt gedagt hadde en dat hij nog zelvs in den nagt tusschen den 16 en 17 doende Rovolte begennen Blavig nae met een bijl ge sien hij doen nog zijn best gedaan hadde om hem de bijlen afteneemen. — Hier op verclaarde de comm:s Busche hee de praesent in den Raad en lid en denzelven in praesentie des delinquant Nerret datte doen de muijtemakers den Cap:n aangevat Nerret geroepen heeft komt laat ons den ouden schurk dooden dat de Cap:n daar op de wijk na beneeden genomen hadde 3o gevraagt / tot wat einde hij de bijlen van Bla „vignae wilde neemen en wat gebruik hij van dezelve zoude gemaakt hebben Antwoorde op deese vrage Niets! ao gevraagt / waarom hij zig onder zo een Com „plot van zamensweeringe en tot zulke verschrikkelijke onderneminge begeeven hadde waarom niet doen zulx hem wa„ „re voorgestald worden ten eersten kennis daar van gegeeven aan een van de ofsi „cieren van 't schip ofte aam zijn Comman deur Schap
English
fellowship among the others and that he was afraid to fall into bad regard with his comrades if he had made such an intention known. The persons Louis Roij and Carles disier La Droite, with the Corporal, declare before the Council in the presence of the delinquent Nerret that on Sunday the 16. of this month towards evening the aforesaid Nerret told them that they, Le Roij and Ladroite, were afraid and were cowards for not participating in it. 5th question / what he brought forward and had to say in response to these accusations. Answered nothing to this question and shrugged his shoulders high. After the interrogation had once more been read aloud word for word by the members of the Council and he had understood the same, they asked whether the aforesaid which was mentioned herein, through which he had made himself guilty, was not the upright and pure truth, whereupon he, the delinquent, signed this with his own hand in the presence of the members of the Ship's Council. was signed with a cross, signifying Etienne Nerret. Answered that he had accepted it and had entered into the conspiracy, not believing that it would end and turn out so badly for them as he had now seen to his misfortune. [illegible] question: why he had not given notice of such a conspiracy to the ship's officers instead of entering into such a murderous conspiracy. Answered that fear had restrained him. After this, Iean Pierre Richet, a native of Doruponeare in Champagne, 21 years old, soldier under the Luxembourger, was placed before the assembled Ship's Council, being accused of taking part in the subsequent mutiny. First, asked whether he had knowledge of the conspiracy and mutiny that had occurred. Answered that he had obtained knowledge of it on the Sunday evening, the 16th of this month. 2nd question / who the persons were who had formed this conspiracy, and what moved them, and what intention they had to undertake such a thing. Answered that de valbonne and Loillet, having been on deck, called him and said to him: you shall be with us, we are certain that we will become masters of the ship, and instead of to the Cape, we shall go to another good land, be it to Spain or elsewhere, our fortune is already made, we have decided this among good people, and we are certain that you will take part with us in our undertaking. 3rd question: whether he had then accepted this, and what he had thought of the proposition and intentions. [illegible] interrogated / with what kind of weapons or arms they wanted to begin the bloodbath. Answered that they were provided with knives, and that he had heard talk of sharp axes that de valbonne had procured. Question / whether he knew any others who belonged to the conspiracy or took part in it. Answered that he knew several, but not by name. Hereupon Joseph Hovard, soldier under the Luxembourger, declares before the Council against the delinquent Richet in his presence that on Sunday morning de valbonne and he, Richet, had quietly given an order or watchword that all the men should appear on deck in the night, whereupon he, Hovard, had gone below and said that all those who consented to such an undertaking were wretched people, to which the delinquent Richet had replied that those who are afraid and did not want to participate were all wicked people, and from that time on he, Hovard, had kept his distance from them in order to give notice of it, but was kept under watch the entire day by Richet, Blavignae, Nerret, and vivant, all of whom belonged to the conspiracy, until he found an opportunity and came aft. After the interrogation had been read aloud word for word to the delinquent by the members of the Ship's Council and he had understood the same well, and having asked him whether this which was written above and all that was mentioned therein was the pure and clean truth, the delinquent, in confirmation of this truth in the Ship's Council, signed this with his own hand. was signed with a cross, signifying his name Pierre Richet. 3rd question / what he had answered when de valbonne and the others of the conspiracy made their proposal, and whether he had not also consented to it. Answered that not wishing to, but believing he was committed, he had taken part just like the other rebels. [illegible] question: what compelled him, concerning what he had heard of the conspiracy and at that time when he had seen that it was becoming serious, not to give notice; Answered that if he had known he was guilty, he would have done so, but as he did not know nor believe this, he had remained silent so as not to reveal it. Question / whether he indeed knew why they were all captured and kept prisoner. Answered that he had heard it said that they had formed a conspiracy against the Captain, officers, and crew. Question / when he had obtained knowledge of the conspiracy, and at what time the proposal of it had been made to him, and why he had not given notice of it to the officers. Answered that de valbonne and watjer, among the soldiers of his corps, had spoken to him about it between 7 and 8 o'clock on Sunday evening, the 16th of this month, having had no time to make this known to the officers. The person Nicolaas Ducroix, a native of Lorraine, 25 years old, soldier in the service of the Honorable East India Company, was also placed before the Ship's Council as a participant in the conspiracy to answer the following questions. Hereupon
Dutch transcription
schap onder de anderen en dat hij bevreest ware in een slegt aansien te koomen bij zijn Cameraads zo hij zulx voorneemen, te kennen had gegeeven De Persoon Louis Roij en Carles disier La Droite bij de Corp=l declareeren voor den Raad in praesentie van den delin quant Nerret dat sondags den 16. hujus tegens den avond den voorn: Nerret bij haare dat ze Le Roij en Ladroite bevreest en bloodaards waren om zulx niet me de te doen 5 vrage / wat hij op deese beschuldigen in brogte en te zeggen hadde Antwoorde op deese vrage niets en trok zijne schouders in die hoogte na de Jnterrog: nogmaals door de le den van den raad van woord tot woord ware voorgeleesen en hij dezelve verstaan zoo vraagden ze of dito voorsz: dat hier in verm: stond waar door hij zig schul dig gemaakt niet de opregte en zuwe re waarhijd was waar op hij delin¬ quant zulke met zijn eigen hand on derteekend in praesentie van de leeden des scheeps Raad /was get: met een kruis/ beduitende Etienne Nerret Antwoorde dat hij 't aangenoomen en in 't Complot getreeden ware niet geloovende dat zulx zoo slegt voor haar zoude afloopen en uitvallen gelijk hij nu tot zijn ongeluk gesien hadde a vrage waarom hij niet kennis aan de scheepsoffi„ „cieren gegeeven van zoo een Complot in plaats in een zoo moordagtige Complot in te treeden Antwoorde dat de vrees hem wederhouden hadde Na deesen worde Iean Pierre Richet geboortig van van Doruponeare in Campanijen oud 21 Jaare soldaat onder de Luxembourger voor den vergaderden scheeps Eyd Raad gesteld van wegens wijl hij beschuldigd wor den deel te hebben aan den volgende oproer To gevraagt of hij wetenschap van t voorgevallene Compertie „plot en oproer gehad hadde Antwoorde dat hij wetenschap daar van bekoomen des sondags avond den 16 deeser gevraagt / wie die geenen waaren die zulx Complot ge 2 formeert hadden en wat haar gemoveerd heeft en wat Jnzigt zij gehad hebben om zulx te on bee derneemen Antwoorde dat de valbonne en Loillet op dek geweest zijnde hem geroepen en tegens hem gezegt hadden gij zult met ons zijn wij bennen verseekert dat wij meester van „'t schip werden en in plaats van na de Caab zullen wij na een ander goed land gaan 't zij na Spanien of elders ons gelukis als reets gemaakt wij hebben zulx beslooten onder goede lieden en wij bennen verzeekert dat gij met ons zult meede doen in ons voorneemen 3:e vrage of hij zulx dan aangenoomen hadde en wat hij van de praesentatie en voorneemens gedagt hadde geen om beves geinterogeerd /met wat voor geweezen of wapenen zijt bloed bad wilden beginnen Antwoorde dat ze voorzien waaren van messen en dat hij hadde hooren spreeken van scherpe bijlen die de valbon „ne bezorgd hadden vrage / of hij nog eenige kende die tot 't Complot behoor„ den of deel aan 't zelve hadden Antwoorde verscheide te kennen maar niet bij naam Hier op verclaard Joseph Hovard sol=s onder de Luxen„ „bourger voor den Raad tegens den delinquant Richet in zijn presentie dat sondags 's morgens de valbonne en hij richet een beveel of ordre woord in stilte gegeeven te hebben dat al 't volk zig in de nagt op dek zoude laten vinden waar op hij hovard na beneeden gegaan was en gezegt hadden dat al die geenen die tot zulk voorne men toestemde ongelukkige menschen waaren waar op den delinquant Richet geantwoord hadde dat die bevreest zijn en niet meede doen wilden alle ondeugende Lieden waaren en van die tijd af hadde hij Hovard zig van haar verwijderd om kennis daar van te geeven, maar wierde den geheelen daeg in 't oog gehouden van Richet Blavignae Nerret en vivant welke alle tot 't Complot behoorden tot dat hij geleegendhijd gevonden en ag „ter op gekoomen ware na de Jnterogatie den Delinquant van woord tot woord door de leeden van den scheeps Raad ware voorgeleesen in hij dezelve wel verstaan en hem gev:t hebbende of dit voorschreevene en al wat daar in bemeld waaren de suivere en Rijne waarhijd zeij zo heeft den delinquar tot bevestiging deeser waarhijd in den scheeps Raad zulx met zijn eigen hand onderteekend was get=t met een kruis beduitende zijn naam Pierre Richet 3=e vrage / wat hij doen de valbonne en den anderen van 't Com „plot op haar voorstelling geantwoord en of hij daar ook niet in bewilligd hadden Antwoorde dat hij niet willende maar geloovende gekleedt te zijn zo hadde hij meede gedaan gelijk als de andere Rebellen a=o vrage wat hem genoodsaakt hadde om 't geen dat hij van de samensweeringe gehoord hadde en op die tijd daar hij gesien hadde dat 't ernst wierde geen kennis gegeeven; Antwoorde als hij geweeten hadde schuldig te zijn zo zoude hij 't gedaan hebben maar hij dit niet wel tende nog geloovende zo hadde hij stil gesweegen om zulx niet te open baaren. vrage / of hij wel wiste waarom ze alle gevangen ware en gevangen Laaten Antwoorde dat hij had hooren zeggen dat dezelve een Complot gemaakt hadde tegens den Cap=n officiers en Equipagie vrage/ wanneer hij kennis van 't Complot gekreegen, en op wat tijd hem de voorstelling daar van gedaan wa„ „re en waarom hij daarvan geen kennis aan de offi„ „ciers gegeeven hadde Antwoorde dat de valbonne en watjer, bij de soldaaten van zijn Cor hem daar van gesprooken hadden tusschen 7 en 8 uure des sondags avond aan den 16 deeser hebben „de geen tijd gehad om zulx aan de officiers te kennen te geeven De Persoon Nicolaas Ducroix geboortig van Lottaringen oud 25 Jaaren soldaat in dienst van de Ed: O: J: Comp=e worde ook als een deel hebbender van 't Com „plot voor den scheeps Raad gesteld op volgende vraa gen te antwoorden. Hierop 6o 2o e