Inventory 4329
Cape · 582 pages · 352 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Hereupon Joseph Hovard, soldier among the often mentioned Luxembourgers, declares before the Council in the presence of the delinquent that the same on Sunday evening on the 16th of this month towards six o'clock said to his comrades who were with him, go, go, one must put fortune to the test at once so as to run no risk of going where we do not know, by which he meant to say he would rather choose the side of the rebels than reason. Also the person Ioan Babtist Huijgens declares against the delinquent that he heard him speak and say that he was ready to take part in the plot and would also never change his mind, which the person Jan Pieterse, both soldiers of the company, also testifies. Asked what he had to say to this accusation and whether this was not the truth. Answered nothing to this accusation and remained silent. After this interrogation was read word for word to him, the delinquent, by the members of the Council, and he was made to understand the same and asked whether this aforesaid and all that stood mentioned therein and that he had made himself guilty of was not the sincere and pure truth, the delinquent thereupon, in confirmation of this truth, signed it with his own hand in the presence of the members of the ship's Council. Was signed with a cross, meaning Nicolaas Ducroix. Furthermore, everything was set in good order and all trusted soldiers and sailors, together with the officers, were under arms; the members of the ship's Council assembled and reviewed once again the documents and the sentences of the rebels who were interrogated before the Council yesterday and the same condemned by the ship's Council to be hanged from the yardarm of the main yard on the port side, and further to be cut down to let them drift in the sea as food for the voracious fish, which sentence was passed in the name and on behalf of their High Mightinesses the Lords States General of the United Netherlands and His Highness the Lord Prince of Orange, etc., etc., etc., and the Lords Directors of the East India Company. In the morning at 11 o'clock we carried out the execution of the rebels Francois Gravier de Valbonne, native of Lyon, Martin Blavignac of Ceret, Anton Teij of Houdernheim, Iean Babtist Janin of Paris, Guillaume Vivant of Nuys, and Noel Outers, native of Liege, being 5 soldiers and a house carpenter. Tuesday the 18th of July, in the morning at daybreak, after having given the ration of water, we hoisted two pieces of artillery, six-pounders, out of the waist onto the quarterdeck and placed the same along the ship at the side of the companionway of the cabin stairs and set them against the bulwark and loaded the same with canister shot, lashed the same on both sides in order to prevent access to the quarterdeck and to be able to fire along the gangways if any uprisings were discovered again or if any rebels came onto the gangway. Corporal Steenvorth testifies that when Francois Gravier de Valbonne came onto the scaffold and already had the noose around his neck, and the word of command to haul up was given by the commissioner of the ship's Council, that de Valbonne said in French: we are 25 of us who made the plot, and must I now die for 25? But he was hoisted up at once under the yardarm of the main yard. Furthermore, the Council assembled again and reviewed once again the documents of the three aforementioned delinquents, namely Nerret, Richet, and Ducroix, and thus now, the members of the ship's Council having considered everything, the same condemned the three aforementioned, Etienne Nerret, Pierre Richet, and Nicolaas Ducroix, under the same sentence as the six aforesaid, to be hanged under the yardarm of the main yard and further to be let drift in the sea, which execution was carried out at 1 o'clock. And this was done in order to root out the principal instigators and bring the ship into quietude, for as we were today it is impossible to endure for those who were our trusted men, soldiers and sailors, being under arms night and day and each at his post, and no time to eat or to drink, and no time to be able to attend to the sails or sailing of the ship, sailing with clewed-up courses and a torn main topsail, whereof the bolt-rope on the port side was torn to pieces on the night of the revolt, and how the bolt-rope came to pieces is unknown to us, for it was a light breeze when the tumult began; and today we still had no time to bend another topsail, since we could not take any trusted people from their posts until and before all the rebels were eradicated; before that, there was no safety of life for us, for one of the ringleaders of the rebels named Antoine Loillet got loose the first night and ran aft onto the deck, and we fired at the same at once and he jumped from the deck overboard, but was already wounded, for he did not stir when he came into the water, which is also incomprehensible to us, how the same got loose, since he was bound tight hand and foot. Wednesday the 19th of July, the ship's Council assembled again and investigated everything that was in their power to find out the mutineers and the perpetrator thereof; thus the rebel Johannes Franciscus van der Voerde, native of Isselt, aged 21 years, soldier with the Honorable East India Company of the United Netherlands, was also placed before the ship's Council, and they put the following questions to him: Question: why he had entered into such an inhuman and murderous plot, to undertake such an atrocious act, and what reason had moved him thereto, and what the captain or the officers or others had done to him to do such a thing, to murder them and throw them overboard and make himself master of the ship.
Dutch transcription
Hier op verclaard Joseph hovard soldaat onder de veel gen: Luxembourgers voor den Raad in Praesentie des Delinquants dat dezelve 's sondags Avond aan den 16 deeser tegens ses uuren gesegt tegens zijne Ca meraden die bij hem waare ga. ga. ' men moet 't fortuijn eens klaps op de Proef stellen om geen gevaar te loopen te gaan daar wij niet weeten waar meede hij zeggen wilde liever de Partij der Rebel „len te kiesen dan der Reeden ook declareert de Persoon Ioan Babtist Huijgens tegens den delinquant dat hij hem heeft hooren spreeken en zeggen dat hij gereet was om partij in 't Complot te neemen en zoude ook nooijt van Concept veranderen 't welk ook de Persoon Jan Pieterse beijde soldaaten van de Campagnie getuigt vrage wat hij op deese beschuldiging te zeggen had de en of dit de waarhijd niet en was Antwoorde op deese beschuldiging niets en zweeg stille na dat deese interogatie hem Delinquant van woord tot woord door de leeden van den Raad wa re voorgeleesen en hij dezelve doen verstaan en gevraagt of dit voorsz: en al wat er daar in vermeld stonde en hij zig zelvs schuldig gemaakt niet de opregte en zuivere waarhijd waare zoo heeft daar op den delinquant tot bevestiging deeser waarhijd 't met zijn eigenhand onderteekend in presentie van de Leeden der scheeps Raad /:was geteek=d) met een kruis =beduijtende Nicolaas Ducroix Voorts stelden alles wel in ordre en alle vertrouwde solda „ten en mattroosen beneevens de officiers in de wapens vergaderden de Leeden van den scheeps Raad en over„ zagen nogmaals de stukken en de sententies der Rebellen die gisteren voor den Raad in verhooring geweest zijnde en dezelve voor den scheeps Raad ge „condanmoneert om aan de nak van de groote Maa aan bakboord zyde gehangen te worden, en voorts af gesneeden te worden om ze te laaten drijven in zee tot spijze der verslinderden vissen, welk Sentan „tie in de naam en van wegens haar hoogmogende Heere Staaten generalen der vereenigden neder „landen en zijn Hoogheid den heere Prince van oranyen ex: ex: ex: en de heeren, bewindhebberen van de O: J: Compagnie geschiede Des morgens ten 11 uure deeden wij Executie aan de Rebellen Francois gravier d' valbonne geboortig van Lion martin Blavignae van Ceret Anton Teij van Houdernheim Iean Babtist Janin van Paris Guillaume Vivant van nuij en Noel outers geboortig van Luijk zynde 5 soldaaten en een huijstimmerman Dingsdag den 18 Julij 'smorgens met de dag na Randsoen van water gegeenen„ te hebben heesen wij twee stukken geschut zes ponders uit de kuijl op 't halverdek en planten dezelve langs scheeps op zij van de kap van de Cajuits trap en zetten n ze tegens boord en laaden, dezelve met schroot Punder den dezelve aan byde Leeden om de opgang van 't hal ver „dek te beletten en langs de Coopplanken te kunnen beves schieten zo er eenige opstanden weder ontdekt wierde ofte eenige Rebellen op de loopplank kwaamen 5 rebel Vertee Den Corporaal Steenvorth getuigt als dat franc=s grav=r d' valbonne doen hij op 't schavotje gekoomen en de strop al om de hals hadde en 't woord, van Commando door de Commissaris van den scheeps Raad afgegeeven was van op te loopen dat de vallonne op zijn fransch gezeid wij ben „nen met ons 25 die 't Complot gemaakt hebben en moet ik nu voor 25 sterven maar hij wierd met eens opgeheesen onder de nok van de groote Raa voorts vergaderden den Raad weder en overzagen nogmaals de stukken van de drie voorenstaan de Delinquanten van Nerret Richet en Ducroix en dus nu de leeden van den scheeps Raad alles overwoogen te hebben zo Condammoneerden, dezelve de drie gen: Eteune Nerret Pierre Richet en Nico „laas Ducroix in dezelvde sententie als de ses voor: onder de nok van de grote Raa gehangen te worden en voorts in zee te laten drijven — welke Executie den 1 uure volbragt wierde Een zulx worde gedaan om de principaalsten, op zoer „ders uijtteruijden en het schip in stille te brengen want zoo als wij heede waren is 't onmogelijk uit „tehouden voor die geene die onse vertrouwden wa „ren soldaaten en mattroosen want nagt en dag in de wapens en elk op zijn post en geen tijd om te eeten of te drinken en geen tijd na de sijlen of zijlagie van 't schip kunnen zien zijden met een oggegyden onderzeilen en een aan stukkent groot marzijl daar van 't staande Woensdag den 19 Julij vergaderden weder den scheeps Raad en on derzogten alles wat in haar vermogen was om de muijtemaakers en de daader van dien uittevinden zo is nog voor den scheeps Raad gesteld den Bebel Johannes franciscus van der voerde geboortig van Jsselt oud 21 Jaar soldaat bij de E: O: J: Comp:e der vereenigde Nederlanden, en legden hem volgen de vraagen voor vrage, waarom hij zig in zoo een onmenschelijke en moord agtig Complot begeeven, hadde om zoo een gruwelijk stuk te gaan onderneemen en wat reeden hem daar toe gemoveerd en wat de Capn of de officiers of andere hem gedaan hadden om zulx te doen haar te ver moorden en over boord te werpen en zig meester van 't schip te maken. lijk aan bakboord zijde in de nagt der revolte in stuk„ „ken gescheurt is en hoe 't lijk aan stukken geraakt r is ons onbekend want 't was een labber Cloete doen, 't Pri mult begon; en heeden hadden, wij nog geen tijd om een ander marssijl onder te slaan vermits wij geen ver „trouwd volk van haar posten konde afneemen voor er en al de rebellen uijtgeroeijt waaren eer was er voor ons geen zeekerheid van Leeven want een van de opper hoofden der Rebellen genraamt Antoine Loillet was is de eerste nagt allos geraakt en vloeg na agter Ge op 't dek en wij schooten met een op dezelve en hij sprong van 't dek over boord maar was al reets ge„ kwest want hij verroerde zig niet doen hij in 't water kwam welks ons ook onbegrijpelijk is hoe dezelve los gekoomen in dien dezelve voor goed aan handen en voeten was gebonden was. — Lijk
English
Answered that he had been urged thereto by de valbonne and by Jean babtist Janin and by the others of the plot, and that he also entered into their company and took part in the plot to help carry out the matter. The persons Bernhard Smit and Daniel Meijer, both soldiers of the Company, declare before the ship's Council and have handed over to the Council a declaration against the delinquent, wherein they have reported the delinquent's murderous intentions, which he had spoken to them. Question: what he had to say against this declaration of B: smid and daniel meijers, who presented him as a deliberate murderer in his presence. Answered that he knew nothing of what Bernhard Smit and Daniel meier said about him. 3rd question: why, when the proposals of the plot were made to him, he had given no notice thereof to one of the officers. Answered that he had said it to the second mate and to the doctor. Which both the mate and the doctor in the presence of the delinquent declare before the Council, that the very thing which he, delinquent, alleged was untrue and that they had not seen him. After having read this interrogation word for word to the delinquent, along with the declaration of Bernhard Smid and daniel Herman meijers, the members of the ship's Council asked him, delinquent, whether this aforementioned and all that was mentioned herein to his accusation was not the genuine and pure truth; so he, delinquent, after having begged the members for forgiveness of his misdeeds, in confirmation of this truth signed with his own hand in the presence of the ship's Council. Was signed with a cross, meaning Francois van der voerde. Furthermore, there was placed before the ship's Council the rebel Jan michiel visser, native of Saxe-Gotha, also soldier of the blue corps, and they interrogated him as follows: 1 Asked whether he knew nothing of the past rebellion and whether he was not also a member of the rebels. Answered having indeed had knowledge of the same. 2nd Question: what then had he known of it. Answered that de valbonne and the others who were already executed had spoken to him about it to murder the Captain and officers and make themselves masters of the ship, but he had taken no part in the proposals. Hereupon Andries Storm and bernard smid, both soldiers of the Company, declare before the Council against the delinquent michiel visser how the same had come to them and proposed to the first deponent to take part in the conspiracy to help carry out everything, to make themselves masters of the ship and to go with the same to Spain or elsewhere, which he, Storm, would not accept; whereupon he, delinquent, threatened him and said that all those who did not want to join would lose their lives and be put to death, this having happened on Sunday evening the 16th instant at 7 o'clock, and that the delinquent at the same moment had said to him: look what happy people we can become when we arrive with the ship in another country and divide the money and goods among us. Which the second deponent, Bernhard Smith, testifies identical to the first deponent Storm. Question: what he, visser, had to bring in against this accusation, and whether this was not the truth. Answered that he had not persuaded them, Storm and Smid, to enter into the plot, and had not spoken of it. 4th Question: where he had been during the revolt. Answered on the cowbridge in the launch in order to jump onto the quarterdeck. 5th Question: what he wanted to do on the quarterdeck and when he had come onto the quarterdeck, during the firing or before the firing began or thereafter. Answered to help shoot like the others, but after the shooting of the assistants of the officers had come onto the quarterdeck and had remained there until they captured him and brought him under arrest. After these interrogations were read once again word for word to him, delinquent, by the members of the Council and he well understood the same, and he was asked whether all that is mentioned herein in his accusation was not the pure and unadulterated truth; So he, delinquent, in confirmation of this truth signed with his own hand in the presence of the members of the ship's Council. Was signed: michiel visser Since now the members of the ship's council had paid attention to everything there was to pay attention to, and examined everything that was in their power to do in such a circumstance of time and as an example for the other remaining crew, and to keep good discipline in order among the same, so these two delinquents francois van der voerde and Johan michiel visser were, according to the first sentences, likewise condemned to be hanged under the yardarm of the main yard, like their nine predecessors, and further to be left drifting in the sea, which execution was carried out on them in the afternoon around 3 o'clock. Furthermore, the trusted men were placed under arms just as before.
Dutch transcription
Antwoorde dat hij van de valbonne en van Jean babtist Janin en van de andere van 't Complot daar toe was ge anomeert geworden, en dat hij meede in haar gezel„ „chap getreeden en deel in 't Complot genoomen om de De Persoon Bernhard Smit en Daniel Meijer bij de sol:d van de Comp=e declareeren voor den scheeps Raad en hebben een declaratie tegens den delinquant aan den Raad overgegeeven waar in zij den de „linquant zijn moordagtig voorneemens be meld hebben, dat hij tegens haar gezeid hadden vrage/ wat hij tegens deese verclaaring van B: smid en daniel meijers te zeggen hadden die hem voor een gesintineerde moordenaar stelden in zijn pra „sentie Antwoorde daar van niets te weten wat Bernhard Smit en Daniel meier van hem zeide : 3„e vrage waarom hij doen hem de proposities van 't Complot gedaan was geen kennis daar van gegeeven hadde aan een van de officiers. Antwoorde dat hij 't aan de tweede stuurman en en den doctor gezeid hadde Het welk de bijde stuurman en den doctor in prae sentie des delinquants voor den Raad verclaaren dat 't zelve wat hij delinquant voorgaf onwaar was en hem niet gesien hebbende zaak te helpen uittevoeren. — Raad hem delinquant gevraagt of dit voorsz: en al dit wat hier in tot zijn beschuldiging ver meld was niet en zij de opregte en zuivere waarhijd zo heeft hij delinquant na dien hij de leeden, om vergiffenis zijner misdaalen gesmeekt had tot beves tiging deeser waarhyd met zijn eigen hand ondertee„ kend in Praesentie van den scheeps Raad. was geteekend met een kruis =beduitende Francois van der voerde Nog wierde voor den scheeps Raad gesteld den rebel Jan michiel visser geboortig van Sax en gota meede sooldaat van 't blouwe Cor en overhoorden, hem vol „gende gestald. 1 gevraagt of hij niets van de gepasseerde oproer wiste en of hij niet meede een lid van de stebellen was Antwoorde wel wetenschap van Dezelve gehad te hebben de Do vrage wat hij dan daarvan geweeten hadden Antwoorde dat de valbonne en de andere die al reets geexecuteerd waaren hem daar van gesprooken hadden om den Cap:n en officieren te vermoorden, en zig meester van 't schip te maaken maar hij hadden geen aan „deel aan de Proposities genoomen Hier op verclaard Andries Storm en bernard smid bij de soldaaten van de Comp:e voor den raad tegens den delinquant michiel visser hoe dezel „ve bij haar liede gekoomen was en aan den Na deese Jnterogatie hem delinquant van woord tot woord voorgeleesen te hebben beneevens de verclaring van Bernhard Smid en daniel Her man meijers en door de leeden van den scheeps Raads eersten 620 — eersten Comporant geproponeert om meede deel te neemen in de samen sweering om alles te helpen uittevoeren, om zig meester van 't schip te maaken en met 't zelve na Spanien of elders te gaan 't welk hij storm niet wilde accepteeren waar op hij de linquant hem bedreigde en gezegd dat alle die geene die niet meede wilde doen om 't leeven zoude koomen en gebragt worden zijnde sondags avond den 16 hucus ten 7 uure zulx gepasseerd en dat den delinquant op 't zelvde moument tegens hem gezeid hadden, ziet wat kunnen rij gelukkige menschen worden, als wanneer wij met 't schip in een ander Land koomen en 't geld en goed onder ons deelen 't welk de tweede Comp=ts Bernhard Smith getuigt gelijk als de eerste Comporant Storm vrage wat hij visser op deese, beschuldiging in te brenge„ hadde en of zulx de waarheid niet en was Antwoorde haar liede storm en Smid niet geper surdeert te hebben, om meede in Complot te treeden, en daar van niet gesproken te hebben l vrage/ waar hij geweest was in de revolte Antwoorde op de koeburg in de sloep om agter op te Springen 5 vrage / wat hij agter op doen wilde en wanneer hij op 't halverdek gekoomen was onder 't vuuren ofte te vooren een 't vuur begoa ofte daar na Antwoorde om te helpen schieten gelijk de andere maar na 't schieten der assisteurs van de officiers op 't halverdek gekoomen en daar gebleeven was tot Daar nu de leeden van den scheepsraad op alles gelet was er te letten was en alles onderzogt „wat in haar vermogen was te doen in een zo Cir Com stantie van tijd en tot een Exempel voor 't andere resteerende volk en om goed supline in ordre onder dezelve te houden zo wierde deese twee delin quanten franc=s van der voerde en Johan michiel visser volgens den eersten sententien mede gecon damoneert om onder de nok van de grote raa ge lijk haar negen voorgangers gehangen te wor den, en voorts in zee te laaten drijven welke Exe„ „cutie aan haar volbragt wierde des namid„ dags omtrend 3 uuren. Voorts stelden 't volk die vertrouwde in de waapenen gelijk als van te voo¬ ren. dat men hem gev=e en in arrest gebragt hadden Na dat deeze interogaties hem delinquant door de leeden van den Raad nogmaals van woord tot woord waare voorgeleesen en hij dezelve wel verstaan en hem gevraagt of al t geen dat hier in vermeld zijnde in zijn beschuldiginge niet en was de rijne en zuivere waarhijd zo heeft hij delinquant tot bevestiging deeser waarhijd met zijn eigenhand in Praesentie, van de leeden des scheeps Raad onderteekend /was geteekend/ michiel visser sen
English
Sentences The members of the ship's Broad Council, having considered all the documents of the aforementioned delinquents with ripe deliberation, and having investigated everything that was to be investigated, and having paid attention to everything that was to be noted serving this matter, the members of the Council find the aforesaid delinquents to have made themselves heavily guilty of an accursed and inhuman conspiracy, and of having formed a plot to murder the captain, officers, and crew, even to the sucklings at their mothers' breasts, and then to throw them overboard along with all those who did not conspire with them, and to make themselves master of the ship and to proceed with the same to the coast of Spain or elsewhere, whereby the Broad Council has been placed in the utmost necessity for the preservation of ship and cargo and the lives of the remaining men and crew, and to bring and keep everything in good order and discipline and have it maintained, and to set an example to the remaining crew, to exercise law and justice upon them, as Their Honours administer justice in the name and on behalf of Their High Mightinesses the States General of the United Netherlands, and His Serene Highness the Lord Prince of Orange etc. etc., Hereditary Marshal of Holland, Hereditary Stadtholder, Hereditary Captain-Admiral-General of the United Netherlands etc. etc., and the Directors of the East India Company, so Their Honours, in the name of the Sovereign of the Lands, condemn these persons or delinquents: Francois Gravier de valbonne Martin Blavignae Anton feij Jean Babtist Janin guillaume Vivant Noel outers Etienne Nerret Jean Pierre Richet Nicolaas Ducroix franciscus van der voerde and Johan michiel Visser As Their Honours condemn and sentence them to be punished on the port side at the yardarm of the main yard with the rope until death follows, and furthermore to be left floating at sea as food for the devouring fish. Thus done and decreed in the Court Martial in particular on the East India Company ship the Jonge Frank on the 17 and 18 July 1786 at North latitude of 12 degrees 30 minutes and longitude 335 degrees 10 minutes. Present members /was signed/ Jacob Veer Pieter Pieterse Harmanus Coen Laurents Claasen Casimir Lemper C: Von Den Busche Lodewijk Namtal Pr. Jacqe Ribere De Moras Louis Roij Charles de sire La droite Johs matthias Sekler as writer Documents Elias de Costa, native of Lisbon, aged 27 years, sailor in the service of the Honourable East India Company, who had been taken into custody on presumption, was brought before the assembled ship's Council on the 9 July 1786, and the following questions were put to him: 1st Question: Why he had been taken into custody. Answered that he was taken prisoner this morning, but not knowing why. Question: Whether he had no knowledge or information of the plot that had been made and the revolt that had occurred between the 16 and 17 of this month. Answered that he knew nothing of the same before it had begun. 3rd Question: Where he was at that time when the revolt began, and whether he had heard no noise of shouting on deck. Answered that he had been lying in his hammock, and the moment he heard the noise he had gotten up and proceeded to the cabin. Asked with what intention or purpose he wished to go immediately to the cabin, and whether he had been called there. Answered that he had been called by the quartermaster of the ship, whom he did not know by name, but that he had posted him in the fore-cabin with a cutlass to protect the captain. Whereupon the two quartermasters who are on board, Daniel Hofman and Jan van den Horst, both in the service of the Company, declare before the Council that this is untrue, and that they had neither called him nor posted him and had given him no weapon. Moreover, I, captain of the aforementioned ship, declare to have personally stationed myself in and before the cabin with a strict order to let no one go up or down except those already appointed for that purpose to bring up the necessary small arms, and then the officers. Question: What he, de Costa, had seen when he had come into the fore-cabin. Answered that he saw loaded weapons being handed up and fired ones lying down again. 6th Question: Whether he did not know Joseph Chriskole, who, with half of his head cleaved, had nevertheless pushed through and entered the cabin to make himself master of weapons. Answered that he knew Joseph Chriskole well, since they were hired together and had eaten at the same mess. Asked whether Joseph Chriskole, since he had been one of the rebels and was to have functioned as mate once they had become masters, had spoken anything to him about the plotting of the conspiracy. Answered that he had never spoken to him about that. 7th Question: Whether he then knew nothing of other matters concerning the plot, and whether he knew no one who belonged to the plot. Answered that he knew nothing. The members of the Council, holding the delinquent to be very suspicious and being of the opinion that he had entered the fore-cabin with Joseph and in the confusion obtained a cutlass, but having seen the bad end of his comrade Chriskole, then remained before the cabin because he could not get out, just as his other comrade Jan grebel had remained lying under the stairs of the entryway from the tween-deck into the fore-cabin to see how it might end with the two aforementioned. Whereupon the members of the Council, having re-examined this interrogation and having no solid proofs, have thought fit, as they do think fit, to keep the delinquent in custody because of the rebels currently in custody.
Dutch transcription
Sententien De lieden van den scheeps Breeden Raad alle de stukken van de voornoemde delinquanten met een Rijpe deliberatie overwoogen hebben en alles onder zogt wat te ondersoeken was ende gelet op alles wat te letten was tot deese materie dienende zoo be vinden den leeden des Raads de voorzeide del in„ quanten haar zwaar schuldig gemaakt hebben de aan een vervloekte en onmenschelijke zamen „zweerig en een Complot geformeert te hebben om den Cap=n officiers en Equipagie te vermoorden tot de suijgelingen aan de moeders borsten en dan over boord werpen beneevens alle die geenen die met haar niet meede spanten, en zig meester van 't schip te maaken en met 't zelve na de kust van Spanien of elders heen te gaan waar door den breeden Raad in de uijterste noodsakelijkheid is gesteld geworden tot behoud van schip en goederen en leeven der resteerende manschappen en Equipagie en om alles in een goeden ordre en disupline te brengen en te houden en doen onderhouden en om een Exempel te geeven aan de Resteerende Equipagie om regt en geregtigheid op deese te oeffene gelijk haar Ed: Regt oeffene in de naam en van wegens Haar Hoog mogende staaten generaalen der vereenigde nederlanden en zijne Doorlugstig Gelijk haar E. Condamoneeren en senteere om ge straft te worden aan de bakboord zide aan de nok van de groote Raa met de Coorde dat er de dood na volgt en voorts tot spijze der verslinderende vissen in zee te laaten drijven Aldus gedaan en gearresteerd in den krijgs Raad in 't Particulier o: J: Comp=se schip de ste Hoogheid den heere princen van Oranse ex: ex. op: Erfmarschal van holland Erf stad houder Erf Capitain Admiraal Generaal der vereenigde Nederlanden ex: ex: er in de heeren bewindhebberen van Oostjndische Compagnie zoo Condamoneeren haar E: in Naam van de souvereine der Landen deese Persoonen of de „linquanten. Francois Gravier de valbonne Martin Blavignae Anton feij Jean Babtist Janin guillaume Vivant Noel outers Etienne Nerret Jean Pierre Richet Nicolaas Ducroix franciscus van der voerde en Johan michiel Visser ste Jonge Stukken Jonge Frank en den 17 en 18 Julij 1786 op noorderbreete van 12=o 30 — 335= 10 en Lengte Praesent Leede /was geteekend/ Jacob Veer Pieter Pieterse Harmanus Coen Laurents Claasen Casimir Lemper C: Von Den Busche Lodewijk Namtal Pr. Jacqe Ribere De Moras Louis Roij Charles de sire La droite Joh=s matthias Sekler als schrij vrage of hij geen kennis of weetenschap gehad had van 't gemaakte Complot en Revolte die tus„ „schen den 16 en 17. deeser waaren voorgeval „len Antwoorde van 't zelve niet geweeten te hebben voor dat 't zelve begonnen vrage waar hij op die tijd zig bevonden doen de 3o Revolte begon en of hij geen leeven op t dik gehoord hadde van geschreeuw Antwoorde dr t hij in zijn hangmat gesoegen hadde en op 't ogenblik daar hij 't leeven gehoord hadde opgestaan was en na de Cauits zig begeeven hadde gevrragt met wat voor intentie of voorneemen To vrage / waarom hij in arrest genoomen was Antwoorde dat men hem van deesen morgen gevangen genoomen maar niet weetende waar Elias de Costa geboortig van Lessabon oud 27 Jaaren, mat troos in dienst der E: d J Comp=e dewelke op praesu matie in arrest genoomen was wierd op den 9 Iulij 1786 voor den vergaderden scheeps Raad gesteld en men legte hem volgen de vragen voor de in arrest zittende Rebellen „ver C om - 6 hij zig met een na de Cajuit woude begeeven en of hij daar heen geroepen ware Antwoorde door den quartiermeester van 't schip welke hij met naame niet en kende geroepen te zijn maar dat deselve hem geplaatst hadde in de voorcasuit met een sabel om den Cap=n te be schermen waar op de beide quartiermeesters die aan boord zijn Daniel Hofman en Jan van den Horst bij de in dienst van de Comp=e voor den Raad de Clarae „ren zulx mwaar te zijn en dat ze hem niet geroe „pen nog geposteerd hadden en geen geweer gegeven Boven dien declareere ik Cap=n van 't voorn: schip zelvers in persoon in en voor de Cajuits geplaats te hebben met een stiptelijke ordre van niemand op of af te laaten gaan als die reets daar toe ge steld om 't benodigde hand geweer op te halen en dan de officiers vrage / wat hij de Costa gezien hadde doen hij in voor Cajuit gekoomen was Antwoorde geladen geweeze op zien geeven en af geschotene wederom laag 6o vrage/ of hij Ioseph Chriskole niet en kende die met een halve door gehouden kop nog doorgedrongen was en in de Cajuit gekoomen om zig mees ter van geweer te maaken Antwoorde den Joseph Chriskole wel gekend te hebben Po vrage / of hij dan niets en wiste van andere zaaken 't Complot betreffende en of hij niemand kende die tot 't Complot behoorde Antwoorde niets te weeten De reeden van den Raad den delinquant heel suspect houdende en van gevole zijnde dat dezelve met Joseph in de voor Cajuit gekoomen was en in de confusie een houwer bekoomen maar zee „per t slegte einde van zijn Cameraad Chriskole gezien als doen voor de Crjuit gebleeken ver mits hij er niet uijt konde gelijk zijn ander Cameraad Jan grebel onder de Trap van den opgang van tusschen deks in de voorcajuit was blijven leggen, om te zien hoe 't met de twee voornoemde mogte afloopen waarop de leeden van den Raad deese intero„ „gatie nogmaals nagesien te hebben en geen vaste bewijzen te hebben goedgevonden hebben gelijk zy goed vinden om den delinquant in bewaa vermits zij zamen gelijk geen gageerd waren en aan de bak gegeeten te hebben gevraagt of Joseph Chriskole vermits hij een van de Rebellen geweest was en als stuurm: zoude gefongeert hebben als zij meester waren geworden, niets tegens hem van 't Complot ma king gesprooken hadde Antwoorde dat dezelve nooijt tegens hem daar van gesprooken hadde vermits ring
English
to put him under arrest and keep him in custody, in order to deliver him to Justice at the Caab de goede Hoop to be further interrogated there. Also brought before the Council was the person Tobias Blas, a native of Brussels, aged 25 years, a soldier in the service of the Company, and they put the following questions to him concerning the revolt. First question: who had placed him under arrest? Answered: Corporal Steenvorth by order of Commander Lemper. Question: what knowledge could he state concerning the plot that had been made and of the riot that had occurred? Answered: that de valbonne had proposed to him to hold with them and to join their plot to overpower the ship and to batter everything to pieces and to death, and to go with the ship to France or elsewhere, and that Joseph Chriskole, being a sailor with the Company, would then navigate it as mate wherever they wanted to be. Question: whether de valbonne had not spoken further of his intentions to him? Answered: that the same would indeed have gone further, but that de van wijhe had approached and had pulled de valbonne away from him. Question: what he had answered to the proposals of de valbonne? Answered: nothing! That he had gone down into his berth and had stayed there until 12 o'clock. Asked: at what time it had been when de valbonne had made him the proposals? Answered: at eight o'clock in the evening. Question: why he had not come forward then and made known their godless intentions to the officers of the ship? Answered: that he had not known when they intended to begin, and that he had also not known whether he would have done well to do so, since he had no witness who had been present. Question: where he had been when the tumult and the shooting from the half-deck began? Answered: to have lain in his hammock until they had taken him prisoner. Question: whether he does not know that when someone discovers a plot or conspiracy of murderous intentions and is furthermore presented with the offer to take part in the same, and keeps the same secret and does not disclose it to his superiors, he is also held guilty of such a plot? Answered: that he had never been in such cases, and had not known whether he would have done well to do so. Ninth question: what he had thought when the shooting began, whether he had not heard that? Answered: that he had been afraid, and not knowing who was doing it. Tenth question: whether he could then not recall or remember whether someone or other had been present when de valbonne had made him proposals? Answered: that he knows of no one, since it had also already been dark, so that he could say nothing of it. Upon the hearing of this, the members of the Ship's Council decided by unanimous vote to keep the delinquent in custody in order to deliver him to Justice at the Caab de goede Hoop to be further heard and the matters further investigated, since the members of the Council find the matter somewhat obscure for them. Arrested on the aforementioned ship on the 19th of July 1786, in the presence of the members of the Ship's Council. Further brought before the Council was Franciscus Verbrugge, a native of Beveren, aged 25 years, soldier of the blue corps, and they interrogated him in the following manner: Question: why they had taken him prisoner, whether he also belonged to the plot? Answered: not to know why they had taken him prisoner, and that he did not belong to the plot, but that he had indeed heard and seen how the French or Luxembourgers had been together and plotted among themselves that they wanted to storm the ship together, of which de valbonne had been the first, who had acted as instigator. Second question: whether he had then had any communication at all with the rebels, and whether he had not been sitting drinking in their company on the same evening just before the revolt? Answered: not to have drunk with them that same evening or to have been in their company. Third question: how could he say then that the French and others had formed such a godless intention to overpower the ship? Answered: that he had stood from afar and had heard and seen such, that they had decided upon a conspiracy among one another and an undertaking. Fourth question: why had he then, having heard such an undertaking and having seen such an unlawful gathering, not made it known to the officers of the ship or to his commander in order to prevent such a matter?
Dutch transcription
„ring te stellen en in arrest te bewaren, om hem aan de Caab de goede Hoop aan de Justitie over te leeveren om aldaar nader geinterogeert te worden. Ook stelde men voor den Raad den persoon Tobias Blas geboortig van Brussels oud 25 Jaare soldaat in dienst van de Comp=e en legden hem volgende vragen voor de revolte betreffen de T vrage / wie hem in arrest genoomen hadde Antwoorde den Corp:l Steenvorth door ordre van de Comm=s Lemper vrage / wat weetenschap hij van 't gemaakte Complot wiste te zeggen en van den oploop die er voorgevallen ware Antwoorde dat de valbonne hem geproponeerd hadde om met haar toe te houden en in haar Complot te koomen om 't schip te bemeesteren en alles aan stuk en dood te slaan en met 't schip na vrankrijk of elders te gaan en dat Joseph Chriskole zijnde mattroos bij de Comp: 't zelve als stuurm: dan wel zouden brenge waar zij weesen wilden 6 „vrage / of de valbonne niet meerder van zyne 3 voorneemens tegens hem gesprooken hadde vrage waar hij geweest was doen 't Trimult en 't schieten van 't halver dek begonnen Antwoorde in zijn hangmat geleggen te hebben tot dat men hem gevangen genomen hadde 680 vraege / of hij niet en weet wanneer Jemand een Complot of zamen zweering van moord „agtige voorneemens ontdekt en daar toe vrage / wat hij op de Proposities des valbonne ge antwoorde hadde Antwoorde niets ! dat hij na beneeden in zijn kooij gegaan en tot 12 uuren daar gebleeven was gevraagt, om wat tijd 't geweest was doen de val„ bonne hem de Proposities gedaan hadde Antwoorde om agt uuren des avonds E vrage / waar om hij doen niet agter ware gekoomen en haar godlose voorneemens aan de officiers van 't schip hadde te kennen gegeeven Antwoorde dat hij niet geweeten hadde wanneer ze geginnen wilde en dat hij ook niet geweeten hadde daar wel aan gedaan te hebben vermits hij geen getuige hadde die daar bij geweest waa Antwoorde dat dezelve wel verder zoude gekoo „men hebben maar dat de van wijhe waare aan gekoomen gaan en had de valborne van hem weggetrokken Antwoorde 2 4=o d „ren. nog geprezenteerd word deel aan 't zelve te neemen en 't zelve in geheim houde en niet ontdekt aan zijne opperhoofd ook voor schuldig gehou „den word aan zoo een Complot Antwoorde dat hij nooijt in zulke gevallen ge weest was en niet geweeten of hij daar wel aan zou¬ de gedaan hebben go vrage wat hij gedagt hadde doen 't schieten begon of hij dat niet gehoord hadde Antwoorde dat hij bange geweest was en niet wee tende wie 't deede 10 vrage of hij zig dan niet bezinnen konde of te bin nen brengen dat er niet een of ander bij geweest was doen de valbonne hem proposities gedaan hadd Antwoorde dat hij niemand weete vermits 't ook al donker geweest was dat hij daar van niets zeggen konde Op 't verhoorde deeses hebben de Leeden van den scheep Raad met eenparigheid van stemmen beslooten den delinquant in arrest te bewaaren om aan de Caab de goede Hoop aan de Justitie te overlee „veren om nader verhoord en de saken nader ondersogt te worden vermits de leeden van den Raad de saak voor haar wat duijster bevinden. gearresteerd in 't voorn: schip den 19 Julij 1786 in present van de Leeden des scheep Raad 3 vrage/ hoe hij dan zeggen kosten dat de fransen en anda „re zo een godloos voorneemen geformeert hadde om 't schip zig te bemeesteren Antwoorde dat hij van verre gestaan en zulx gehoord en gesien hadde dat ze een samensweering onder mal„ kander en onderneeming beslooten hadden 4 vrage / waarom hij dan niet eene zulke gehoorde onderne ming en gesien hebbende zamen rotting aan de offi„ ciers van 't schip of aan zijn Commandeur te ken nen gegeeven om zo een zaak voortekoomen; 2' vrage / of hij dan met de rebellen in 't geeheel gemeen „schap gehad hebbe en of hij op denzelven avond even voor de Revoldtt niet in haar gezelschap heeft zitten drinken, Antwoorde dezelve avond niet met haar gedronken te hebben ofte in haar gezelschap geweest te zijn. Voorts is voor den Raad gesteld Franciscus ver brugge geboortig van beveren oud 25 Jaare sol:ds van 't blauwe Cor en overhoorden hem volgende maaten, vrage waarom men hem gevangen genomen hadde of hij ook meede in 't Complot behoorde Antwoorde niet te weeten waarom men hem gev=e genoomen hadde en dat hij niet tot 't Complot behoor de maar dat hij wel gehoord en gesien hebbe hoe dat de franschen of Louxembourgers bij malkander ge„ weest waren en onder zig beraamt dat zij 't schip te zamen derhand bestormen wilde waar van de vae „bonne de eerste was geweest; dewelke als opperateur gea„ geerd hadde. —
English
Answered that he had not thought about that, and that he had gone below. The person Johannes Ponten, soldier of the Company, testifies that shortly before the revolt he had seen Verbrugge with De Valbonne in a conversation, and that the delinquent Verbrugge struck the gangway with his hand and cursed heavily, which occurred when he stood sentry at the galley from 8 to 10 o'clock on the very evening of the revolt. The cooper's mate Jan Klos also declares having seen the delinquent Verbrugge with De Valbonne sitting, drinking, and keeping company on the gangway shortly before the revolt. Question: what he had to say against this accusation of his, and whether he had not been in their company. Answered that he knew nothing of it. Whereupon the members of the Broad Council unanimously resolved, as they deem fit, to place the delinquent in custody in order to deliver him up to justice upon a safe arrival at Cabo de Goede Hoop, together with the documents pertaining to his charge, in order to be interrogated further at that time. Furthermore, the person Michiel Princerade, a native of Bruges, aged 39 years, soldier in the service of the Company, was brought before the Council on account of the accusation of taking part in the tumult that occurred, and to answer the following questions: whether he also belonged to the plot and whether he also knew others who belonged to the plot. Answered that he had indeed heard of De Valbonne Vivant Blavignac Van Wijke and Noelouters, that they wanted to murder the Captain with all officers, except one or two whom they wanted to spare to bring the ship to Cadix, of whom one was to be Jacobus Schellemans and the other a sailor whom he did not know by name, but he had had no part whatsoever in the plot. 2nd Question: why then, if he had no part in the plot, had he not given knowledge of such information to one of the officers of the ship, since he had known of the plan of the rebels so long beforehand. Answered that he had not known when they wanted to begin. 3rd Question: why then had he asked the boatswain of the Company how far Cadix was from us. Answered: I only asked that offhand because I had heard people speaking of Cadix. 4th Question: what he had to put forward and say against the declaration of the boatswain which had been read to him. Answered that he had said nothing at all against the boatswain, except that he had only asked how far it was to Cadix. Whereupon the members of the Broad Council deemed it fit to place him in custody and to hold him until we might arrive safely at the Cape of Good Hope, to deliver him up there to justice and to be interrogated further. Thus done and decided aboard the honorable East India Company ship De Jonge Frank, the 19th of July 1786 at North Latitude 12 degrees 30 minutes, Longitude 355 degrees 10 minutes. And lastly, the person Jan Grebel, a native of Malta, sailor of the Company, was brought before the Council and examined on account of the accusation and of being suspected of being a participant in the mutiny that had occurred. 1st Question: where he had been at the time of the revolt. Answer: that he had been sleeping between decks. 2nd Question: why at the time of the revolt he had pulled Louis Lambelin violently out of his hammock and beaten him so that his teeth bled. Answered that he knew nothing of that, but that he had indeed beaten him once previously. 3rd Question: why he had been lying under the stairs of the cabin during the revolt. Answered that his watch had been between decks and that he had slept there because that had been his place. 4th Question: who had ordered him to sleep under the stairs in such a place. Answered: nobody, that he was wont to sleep sometimes here and other times there according to his pleasure. To this I, the Captain, say that he remained lying there under the stairs to see how things turned out with his other mates, of whom one, Elias de Costa, had stationed himself with a saber in the forward cabin without it being known how that came to pass, and the other, Joseph Chriskole, who came into that cabin to make himself master of the muskets, but was thrown overboard through the cabin windows; thus he, Grebel, seeing that his comrades had met with such a bad end, remained lying there. Whereupon the members of the Council deemed it fit to keep the delinquent in custody until a safe arrival.
Dutch transcription
Antwoorde niet daar op gedagt te hebben, en dat hij na beneeden gpegaan was. Den Persoon n Ioh=s Ponten soletaat van de Comp=e getuigt als dat hij den verbrugge kort voor de revolte bij de valbonne gesien hadden in een Redenatie en dat de Delinquant verbrugge met zijn hand streek op de loopplank sloegen en swaar gevloekt hadde welk geweest was doen hij op schildwagt bij de Combuijs gestaan van 8 tot 10 uure den zelven avond der tevol„ ook declareert de botekiersmaat Jan klos den delin „quant verbrugge men den valbonne op de loopplank gesien te hebben Titten drinken en geselschap kort voor de Revolte. — vrage/ wat hij te zeggen hadden tegens deese sijne be„ schuldiging en of hij niet in geselschap waare geweest Antwoorde niets daarvan te weten Waar op de leeden van den breeten Raad eenparig beslooten hebben gelijk zegoed vinden den delinquant in bewaring te stellen om met een behoude arrive „ment aan Cabo de goede Hoop hem aan de Justi „tie over te leeveren, beneevens de stukken tot zijne belasting omme als dan nader geinterrogeerd te worden. Verders stelden den michiel Princerade geboor tig van bruggen oud 39 Jaaren soldaat bij de 50 dat zij den Capit=n met alle officieren vermoorden; wilden uitgenomen een of twee die ze behouden wil„ „den om 't schip na Cadix te brengen waar van de een zoude weesen Iacobus Schellemans en de andere een mattroos die hij bij name niet kende maar hij hadde gantschen gaar geen aandeel aan 't Com 2o waarom hij dan zoo hij geen aandeel van 't Com„ „plot hebbe geen kennis van zulke wetenschappen, aan een van de officiers van 't schip gegeeven daar hij 't zo lange van te vooren geweeten hadden 't voor neemen der Rebellen Antwoorde dat hij niet geweeten had wanneer ze beginnen wilde E vrage / waar om hij dan aan de bootsman van de Comp=e gevraagt hadde hoe verre dat Cadix van ons af was E: d: sComp=e van wegens beschuldiging deel te hebben aan 't voorgevallene Trimult voor den Raad en onder volgend vragen te beantwoorden of hij ook meede tot t Complot behoorde en of hij ook andere dewelke ook tot 't Complot behoorden ken„ de Antwoorde wel gehoord te hebben van de valbonne vivant Blavignae van wijke en Noelouters Ant „te — 10 plot ƒ Antwoorde dat heb ik maar zo eens gevraagd om dat ik van Cadix had horen spreeken te vrage /(wat hij tegens de declaratie des bootsmans in te brengen en te zeggen hadden welke men hem voorgeleesen hebbe Antwoorde dat hij in 't geheel niets tegens den bootsman gezegt hadde als dat hij maar gevraagt hadde hoe verre't na Cadix was Waar op de reeden van den breeden Raad goed ge„ vonden hebben om hem in bewaaring te stellen en te houden tot dat wij behouden op de Caab de goede Hoop mogte arriveeren om hem aldaar aan de Justitie overteleeveren en om nader gintero„ geert te worden Aldus Gedaan en Gearresteerd in 't P„r O: J: Compagnies schip de Jonge frank den 19 Julij 1786 op NB: 12= 30 Lengte 355a 10 En Laatstelijk stelden de Persoon Jan gre „bel geboortig van maltha matroos van de Comp=e voor den Raad en overhoorden hem van wegens de beschuldiging en van verdagt een deelhebber te zijn aan de voorgevalle opkoer T vrage waar hij geweest was in de Tijd van Revolte Waar op de leeden van den Raad goed gevonden den delinquant zo lange te bewaaren, tot met een Antwoord dat hij geslaapen hadde tusschen deks waarom hij den Louis Lambelin in de Tijd van de Revolte met geweld uit zijn hangmoet gehaald en geslaagen hadde dat hem de tanden gebloed hadden Antwoorde dat hij daar van niets en wiste maar dat hij hem wel van te vooren eenmaal geslaagen hadden 3 vrage waarom hij onder de Trap van de Cajuit in de revolte geleggen hadde Antwoorde dat zijn wagt tusschen deks geweest was en dat hij daar geslaapen wijl zulx zijn plaats geweest was d vrage wie hem zulken plaats geordonneert hadde on „der de trappe te slaapen Antwoorde niemand dat hij somtijds hier en de andere daar na zijn Plaijsir togte te slapen Hier op zegge ik Capitain dat hij daar onder de trap is blijven leggen om te zien hoe 't met zijn andere maats afliep waar van de een Elias de Costa zig met een sabel in de voor Cajuit geposteerd hadde zonder dat men weet wie zulx toegegaan is en de andere Ioseph Chriskole die in die Cajuit gekoomen om zig meester van de geweeren te maaken, maar door de Cajuits glaasen is over boord geworpen worden dus hij Crebel gezien dat zijne Cameraads met zo een slegte einde daar van gekoomen hij daar is blijven leggen Do Antwoorde behouden ,
English
safe arrival to deliver the same to the Justice at the Cape of Good Hope there to be further interrogated and examined. Francois Valeran native of Landsel in Flanders aged 36 years soldier of the Company was brought before the ship's council on 23 July 1786 on account of the accusation of being a fellow member of the mutineers, and the following questions were put to him: 1st, why and for what reason he had been taken prisoner and placed under arrest? Answered not knowing why, having been placed under arrest by order of the Commander and by order of the Captain. 2nd question, whether he had not had association with the rebels and whether he had not had knowledge of the plot? Answered never to have been confronted with them in such matters. 3rd question, whether he had never heard speak of the plotting? Answered that he had indeed heard what occurred regarding the conspiracy and revolt, and that he had said such to Corporal Louis Roij of the Luxembourgers. 4th question, where he had been when the revolt began? Answered that he had been lying in his hammock, and that as soon as he heard the commotion and saw the people running upstairs he got up, and seeing that it was the revolt, he went to sit on his chest. 5th question, whether he had not, on the evening just before the revolt, sat in the company of Valbonne and other rebels forward on the forecastle when Corporal Gommerling walked past there, and that Valbonne said you will not walk there much longer? Answered not to have been on the forecastle. Whereupon the soldier Bernhard Smid testified against him that he was there in conversation, whereof he passed a declaration before the Council as far as he heard and saw, and that he the delinquent had still spoken to him. The declaration of B. Smid having been read to the delinquent, and he knowing nothing of this, whereupon the members of the Council, finding this matter somewhat obscure, unanimously resolved to keep the delinquent in custody to undertake further investigation thereof. On 31 August 1786 the members of the ship's council having convened again and placing the delinquent Francois Valeran again in interrogation, and having asked him the aforementioned questions one by one, which he answered with the same answers, being unable to learn anything further from him; And that he became somewhat sickly, the members of the council saw fit to let him the delinquent go into the sick bay under civil arrest until we arrive with a safe arrival at the Cape of Good Hope, in order then to deliver him with the accusation to the Justice, and then to take further inspection of the matter. Decreed in the ship's council on the aforementioned vessel on 31 August in the year 1786. In the margin: This arrestee passed away on 21 September 1786. Also on this day, the person Jan van Kruisen was placed before the ship's council, who was taken into arrest upon presumption, and they asked him the following concerning the revolt: 1st, whether he had knowledge of the conspiracy and formed plot, and of the revolt that occurred between the 16th and 17th of this month? Answered that he knew nothing to say of the revolt, but when the French went aft on the 15th and 16th of this month to ask for tamarind and sugar, that he had then gone along with them, for of that he had known that they wanted to do such. 2nd, question whether on Sunday morning the 16th of this month he had not come to someone whom he proposed to take part with them? Answered that he had said such to Quartermaster Jan. 3rd question, what he had then said to Quartermaster Jan? Answered that the French had said that if the soldiers and sailors would not side with them, the devil would take them all, and he had said this in the presence of his messmates. 4th question, whether the French had not told him that they wanted to murder everyone to make themselves master of the ship? Answered to be able to say nothing of that. 5th, asked where he had been then when the revolt began? Answered between decks, and that he crawled through the porthole on the starboard side after the revolt and thus came onto the quarterdeck, where he then helped capture the rebels. On 19 September 1786 we officers discovered: Quartermaster Jan van Horst testifies against the said Johannes van Kruize that the same came to him on Sunday morning 16 July at half past eight o'clock and said, if you do not all go upstairs with us to the quarterdeck then the devil will take you. Hendrik Kupatz, sailor of the Company, also testifies that the aforementioned Jan van Kruize came to them at the mess on Saturday evening the 15th of this month at 5 o'clock and said to Quartermaster Jan who kept silent and answered nothing, but here Kupats makes a remark whether Jan van Kruijse spoke the words accurately so, since the same was heavy in his speech and not easily understood, but believed that he had said if they also go upstairs then the devil will take the Captain. The members of the ship's council, having examined everything and found the matter somewhat obscure, have seen fit in these circumstances in which they still are to release the aforementioned Jan van Kruijsen and retain claim on the person until further investigation.
Dutch transcription
behouden arrivement denzelven aan de Caap de goede Hoop aan de Justitie aldaar te overleeveren om nader overhoord en onderzoek te worden E Francois Valeran geboortig van Landsel en vlanderen oud 36 Jaaren soldaat van de Comp=e wierd van wegens beschuldiging een meede lid van de Revol teers voor den scheeps raad gesteld op den 23 Julij 1786 en volgende vragen voorgelegt To waarom en door wat Reeden hij gevangen genoomen en in arrest gebragt was Antwoorde niet wetende waarom zijnde door ordre van den Commandeur en P=r ordre van den Cap=n in arrest gebragt 2=e vrage of hij geen gemeenschap met de Rebellen gehad hadde en of hij geen wetenschap van 't Complot gehad hebbe Antwoorde nooijt met haar in diergelijke zaake gecon „fronteerd te hebben 3=e vrage, of hij nooijt hadde hooren spreeken van 't Compa making Antwoorde dat hij wel gehoord hadde wat gepasseerd is wegens de samenswering en revolte en dat hij zulx aan den Corp=l Louis Roij van de Luxembourgers ge„ zeid hadde 4 vrage / waar hij geweest was doen de Revolte begonnen Antwoorde dat hij in zijn hangmoet geleggen, en dat zoo dra hij 't leeven gehoord hadde en 't volk na boven zien loopen was opgestaan en zo hij gesien dat op den 31 augustus 86 de leeden van den scheeps Raad wedeer vergaderd zijnde en den delinquant franc=e valeran weder in verhooring stellende en hebben hem voormelde vragen een voor een ge vraagt welke hij met dezelvde antwoorden beandwoord kunnende niets verders van hem te weeten krijgen En dat hij wat siekelijk wierde hebben de leeden van den raad goed gevonden hem delin quanten in die zieken grens te laten gaan in Civiele arrest tot dat wij niet behouden arri vement aan Caab de goede Hoop koomen om als dan hem met de beschuldiging aan de Ju 't de Revolte was zo was hij op zijn kist gaan zitten 5:e vrage of hij niet des avonds even voor de Recolte in geselschap van de valbonne en andere te bellen voo re op de bak geseeten hadde doen de Corporaal gommerling daar voorbij gonge en dat de valbonne gezeid heeft gij zult daar niet lange meer daar wandelen Antwoorde niet op de bak geweest te hebben waarop den soldaat Bernhard smid tegens hem ge„ „tuigt dat hij daar is geweest in Conversatie waar van hij een verclaring voor den Raad heeft gepas „seerd van zo verre hij gehoord en gesien hebbe en dat hij delinquant nog tegens hem gesproken hadde De verclaring van B=r Smid den delinquant voor ge leesen te hebben en dat hij van dese niet wis te waar op de leeden van den Raad deese zaak wat duis „ter bevindende resolveerden eenparig den del in quant in bewaring te houden om nader sk ondersoek van te neemen het Stitie stitie over te leeveren en als dan nadere Jnspec„ tie van de zaak te neemen gearresteerd in den scheeps Raad op voornoemde bodem den 31 augustus in 't Jaar 1786 in mar gine Deese arrestand is den 21 September 1786 overleeden Ook stelde men de Persoon Jan van Kruisen op deesaa dag voor den scheeps Raad welke Presumatie in ar rest genoomen was en vraagden hem volgen des de Revolte betreffende of hij wetenschappen van samen sweering en ge„ maakte Complot gehad hadde en van de Revolte die tusschen den 16 en 17. deese ware voorgevallen Antwoorde dat hij niets van de recolte te zeggen wiste maar doen de franschen op den 16 en 16 hujus agter op bennen gegaan om Samarinde en zuiker te vra„ gen en dat hij doen met haar was meede gegaan want daar hadde hij van geweeten dat zo zulx doen wilden vrage of hij sondags morgen den 16 d:o niet bij iemand gekoomen was die hij gepresenteerd hadde om mede toe te houden Antwoorde dat hij zulx tegens den quartierm:r Jan gezeid hadde 3e vrage wat hij dan teegens den quart: Jan geseid hadde Antwoorde dat de Franschen gezegt hadden dat wanneer de soldaaten en mattroosen, niet met haar houden wilden dat de duwvel haar alle gaar haalen zouden en dit hadde hij geseid in Presen „tie van zijn baksvolk. ƒ Op den 19 September 1786 ontdekten wij officier 4=o vrage of de franschen hem dan niet gezegt hadden dat ze alles vermoorden wilden in zig meester van 't schip te maaken Antwoorde daar van niets te kunnen zeggen gevraagt waar hij dan geweest was doen de Revolte begonnen Antwoorde tusschen deks en dat hij door de Patrijs voortje aan stuurboord zijde gekroopen na de Revolte en zoo op 't halverdek gekoomen alwaar hij als doen de Re „bellen heeft helpen vangen den quartiermeester Jan van Horst getuigt tegens den Ioh. s van kruijze als dat deselve Sondags morgen den 16 Julij om half negen uuren bij hem gekoom en was en gezeid zo gij alle gaar niet met na boven gaan na 't halverdek dan zal zou de duwel haalen ook getuigt Hendrik Kupatz mattroos van de Comp=e dat de voorn: Jan van kruize des Saturdags avond den 15 deeser ten 5 uure, bij haar aan de bak ge „koomen was en gesegt tegens den quart:n Jan Stil gesme„ „gen en niets geantwoord hadde maar hier maakt kupats een aanmerking of - of de Jan van kruijse accuraat de woorden zo gesproken hebbe vermits dezelve zwaar in zijn uijtspraak, niet en wel te verstaan was, maar geloofden dat hij gesegt hadde als zij meede na boven gaat dan zal de duwel den Cap. n halen De Leeden van den scheepsraad alles na gesien hebbende en de saak wat duijster bevonden hebben goed gevonden in deese Cir Comstantie daar ze nog in bennen van voorn: Jan van Kruijsen los te laaten en houde pretentie op de Persoon tot nader onderzoek 4o 2o 5o
English
of the ship by the boy named: Pieter François Gosen, native of Diest, 15 years of age, ordinary seaman in the service of the East India Company, the perpetrator of breaking open the steward's chest from which was taken the money that lay in it, twenty-two and a half sesthalven, together with the gin and smoked tongues, and found through interrogation of the above-mentioned boy that the aforesaid Johannes van Kruijze was the perpetrator of the same and that he had enticed the boy to help, for which he gave half of the money to the boy Frans Gosen. In addition, he encouraged the boy to try to enter the gunner's cabin through the air hole in it, in order to get the wine kept there, which the boy refused. The boy was also questioned whether he had any knowledge of the past revolt, and whether he had heard anything about it beforehand. He answered that if he had understood French, he might have known much, since Jan van Kruise had always been in the company of the rebels and had always spoken French with them, particularly with Joseph Christa, who was killed in the revolt and would have been a mate if they had become masters of the ship, and that he had always been his best comrade. Whereupon we, the officers of the ship, thought fit, without observing any further formalities, Asked whether he had not spoken to a soldier of the Luxembourgers named Simon Raimonde, who was also present. He answered that he had asked Raimonde whether Louis Roij and La Droite were also going with the prisoners to the Lord Commandant. Jean Baltist Dupui, native of Soissons, 26 years of age, soldier in the service of the East India Company of the United Netherlands, was brought to interrogation on October 31, 1786, on charges of having spoken slanderous words against the Captain and officers of the ship, and questioned as follows: First, whether he knew why he had been placed under arrest. He answered that he did not know why. 2. Asked the offender whether he does not know what he spoke and said to anyone on the 25th ultimo, when the prisoners were transferred to the naval warships. He answered to this that he had spoken to no one. Since the offender was strongly suspected of being part of the conspiracy of the revolt, to put the said Jan van Kruijze back in irons for further investigation upon safe arrival at the Cape of Good Hope by the judiciary there. Arrested on the Private East India Company Ship de Jonge Frank, December 9, 1786, at South Latitude 25 degrees 32 minutes, Longitude 356 degrees 15 minutes. 4. Interrogated whether he had not asked Raimonde why the prisoners were being brought to the warship. He answered that he knew nothing about having asked such a thing. 5. Asked whether the said Raimonde had not said to him, "There go the prisoners, sir," and what he had answered to that. He answered that he knew nothing of that. 6th. Whether he had not said that the Captain only did that to make himself popular with the Commandant, and, with a curse, said, "Have the prisoners not been punished enough by sitting in irons for so long?" and that the Captain and officers were scoundrels. He answered to this question that he knew nothing of it, nor of having said such things. Whereupon we had the two witnesses brought before the offender in his presence and questioned them, who in the presence of the offender testified that he said what is stated above, and signed in his presence according to the charges against the offender. The statement of Remonde and Lambelin having been read once more to the offender, and he being asked what he had to say against the two statements, He persisted in his previous answers of knowing nothing of such things, and that what the accusers said was untrue. 1st. What he knew to say about the prisoner Michiel Princenrade. He answered that on the 15th of this month, on Saturday in the forenoon, the same came to him and said to him, "Boatswain, you are already in the East Indies," Jacobus Schelleman, native of Sluis in Flanders, 28 years of age, boatswain of the East India Company, declared before the ship's council on July 19, 1786, his knowledge against the offender Michiel Princenrade concerning the riot that occurred between the 16th and 17th. Thus resolved on the Private East India Company ship de Jonge Frank, October 3, 1786, at South Latitude 36 degrees 27 minutes, Longitude 17 degrees 50 minutes. Whereupon we, the officers of the ship, thought fit to place the offender in custody, to hand him over at the first occasion or opportunity to the Commandant of the naval warship; and since he is also strongly suspected of being a member of the conspiracy and the revolt that occurred between July 16 and 17, 1786, and since he was a bunkmate of Jean Baptist Janin, who was executed, and they shared everything.
Dutch transcription
van 't schip door de Jonge genaamt: Pieter françois gosen geboortig van diest oud 15 Jaare ligt matt=s in dienst van de oJ Comp=e de drader van 't openbree ken van des hofmeesters kist waaruijt genoomen was 't geld dat daar in Legte twee en twintig Lesthal „ve beneevens de genever en gerookte tongen en bevonden door verhooring des bovengen: Jongens als dat voor„ zeide Ioh:s van kruijze de daader van 't zelve was en dat hij Ionge daar toe verleid hadde om te helpe waarvan hij aan de Jonge frans Gosen de helft van 't geld gegeeven Daar nevens heeft hij den Jongen geanomeert om in de Constapels kamer zien te koomen, door 't lugt „gat dat in dezelve is om de wijn die er daar in ston zien te krijgen 't welk hij Jonge gerefuseerd hadde ondervraagden ook den Jongen of hij ook wetenschappen van de gepasseerde Revolte hadde en of hij van te voo „ren niets daar van gehoord hadde Antwoorde als hij 't frans hadde kunnen verstaan zoo zouden hij mogelijk veel geweeten hebbe vermits Jan van kruise altoos met de Rebellen in gezelschap was geweest en dat hij altoos in 't fransch met haar gesproken hadden bezonder met den Joseph Christa die in de Revolte gesneuvelt waaren een stuurm: zoude geweest zijn als zij meester van 't schip wa„ „ren geworden dat dezelve zijn beste maat altoos geweest was Waar op wij opperhoofden van 't schip goed vonden zonder eenige Cir Comstantie te op serveeren ver gevraagt of hij dan niet gesprooken hadde te„ gen een soldaat van de Luxembourger genaamt Simon Raimonde daar nog bij waaren Antwoorde dat hij van Raimonde gevraagd had¬ de of Louis Roij & La droite met de arrestan ten ook na de heer Commandants gongen Jean Baltist dupui geboorteg van Soisson oud 26 Jaaren soldaat in dienst van de s s Comp=s der vereenigde Nederlanden wierd op den 31 octbr. 1786 in verhooring gesteld wegens beschuldiging van Lasterlijke Taal uitgesprooken te hebben tegens den Cap=n en officiers van 't schip volgendes gevraagd Eerstelijk of hij ook weete waarom hij in arrest genoomen was Antwoorde van zulx niet te weeten waarom 2 gevraagt aan den delinquant of hij niet en wete wat hij op den 25 passato doen de arrestanten naar 'slands oorlog scheepen getransporteerd wierden tegens ijmand gesproken en gesegt heeft Antwoorde hier op tegens niemand gesproken te hebben. — mits den delinquant in grote sebject was van 't Com „plot der Revolte te zijn om dezelve Ian van kruijze weeder in de boeij en te zetten tot nader ondersoek bij een behouden arrivement aan Cabo de goede Hoop door de Justitie aldaar. Gearresteerd in 't Po s Compe Compag. Schip de Jon ge Frank den 9 Jbris 1786 op ZB: 25=e 32„ Lengte mits 356= 15„ 4 geinterogeerd of hij niet aan Raimonde gevraagd hadde waarom de arrestanten na 't oorlog schip gebragt wierde Antwoorde daarop van Niets te weten zulx gevraagt te hebben 5 gevraagd ds Raimonde hem niet gezegd hadde daar gaan ze heer de arrestanten en wat hij daar op geantwoord hadde. Antwoorde daar van niets te weeten 6=o of hij niet gezegt hadde dat doe de Cap=n maar om zig bemind bij den Commandant te maken en met een vloek gesegt zijn de arrestanten niet genoeg gestraft van zo lang in de boeijen te zitten maar dat de Capitain en officiere schelmen waren Antwoorde op dese vraag van niets te weeten of zulx gezegt te hebben waarop wij de twee getuigen tegens den delin „quant in zijn presentie lieten komen en haar ondervraagd dewelke in zijn des delinquants zijn Pre„ sentie getuigd als dat hij bovenstaande gezegt heeft en volgens de beschuldigingen tegens den delinquant in zijn praesentie onderteekend De verclaring van Remonde en lambelin nog maals voorgeleesen te hebben aan den delinquant en hem gevraagt wat hij tegens de twee verclarin„ ge te zeggen wis te Bleef bij zijn voorige antwoorden van zulx 1=o wat hij van de arrestand michiel Princenrade te zeggen wiste Antwoorde als dat dezelve den 15 deeser op zatturdag des voordemiddags bi hem gekoomen en gezeid had tegens hem bootsman gij benter al in oost Jor„ Iacobus Schelleman geboortig van Sluijs in vlanderen, oud 28 Jare bootsman van de 0J: Comp=e verclaard voor den scheeps Raad den 19 Julij 1786 zijne wetenschappen tegens den delinquant michiel Princenrade van den voorgevallene oproet tusschen den 16 en 17 Aldus gearresteerd in 't Particulier o: J: Comp=e schip de Jonge Frank den 3=e october 1786 op 'Z Breede 36=e 27 Langta 17: 50. niet te weeten en dat 't onwaarhijd was wat d beschul„ „digers zeeder Waar op wij opperhoofden van 't schip goed vonden, om den delinquant in bewaaring te stellen, om bij de eerste occasie of te geleegendhijd aan den Comman dant van 's lands oorlog schip overteleeveren en vermits deselve ook heel suspect is van een Vid des Complots & den Revolte te zijn 't welk voorgeval len is tusschen den 16 en 17 Julij 1786 e en ver mits hij een bij slaap is geweest van Jean Bab:t Ja „nin die tot Executie is gebragt en alles onder een gehad hebben niet dien LitC
English
had been in service and knew about everything, said to him, But how far is it from here to Cadix? Whereupon he, the boatswain, answered the aforementioned Princenrade and asked him, they could be at the Cape as quickly as at Cadix, and why he, Princenrade, asked him how far it was from here to Cadix; that the same had given him as an answer that if they could trust the Germans as well as the French and Flemings, they wanted to go with the ship to Cadix; whereupon he, Schelleman, asked the solicitor Princenrade how it could be possible that they could get there with the ship, and that the same answered him that there were also soldiers who understood ship's work as well as the sailors did, and that they also wanted to keep some sailors; and that he, the boatswain, thereupon asked whether they also wanted to kill him, the boatswain; whereupon he received as an answer that he did not know, but that they did indeed want to keep some sensible and good ones. 2nd question: what he had done then, when this had come to his knowledge. Answered that after eating he had gone aft and had communicated this to the chief mate, and that the same had given him as an answer what reason they could have for that, for they received everything they could have. 3rd question: whether he did not know of anything else, and could say nothing more. Answered that if he had already known then how they wanted to begin such a thing, he would have intended in the evening to go aft in order to stay there, but the sentry refusing to let him pass, he had gone through the waist onto the quarterdeck in order to defend against such a dangerous matter. Thus re-examined and sworn at Cabo de Goede Hoop. There appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the aforementioned person of Jacobus Schelleman, who, this his preceding deposition given on board the ship de Jonge Frank having been read clearly and distinctly word for word to him, declared that he persisted in it, desiring that nothing further be added to or taken from it, and spoke in confirmation of the truth the solemn words, So truly help me God Almighty. He has thereupon signed with his own hand. Was signed Jacobus Schelleman De Hoop, the 22 Novbr: 1786. Was signed Jacobus Schelleman. Lower: In my presence, signed C: van Aerssen, secretary. In the margin, signed as commissioners: J: M: Horak, J: M: Bletterman. There appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the young sailor of the ship de Jonge Frank, Pieter Franciscus Goosen, aged 15 years, who, at the requisition of the interim fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, declared to be true: That when the chest of the steward was broken open on the aforementioned vessel de Jonge Frank, he, the appearer, had found lying with Johannes van Kruisen 2 oxen tongues and a large case bottle with gin; that he, the appearer, had then asked the aforementioned van Kruisen how he came by that; that van Kruisen had answered him that he had found it lying behind the pump, but that he, the appearer, must not speak of it, while van Kruisen gave him, the appearer, 11 zesthalven, which the appearer declares to have immediately reported to the quartermaster Daniel; that furthermore van Kruisen had urged him, the appearer, to crawl through the scuttle into the gunner's room in order to steal wine from it that belonged to Commissioner Lempe, but that this was refused by him, the appearer. Furthermore, that the aforementioned Jan van Kruisen had often been in the company of the rebels and had spoken with them, which, however, the appearer, because it was French, could not understand. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as in the text, and after it was read to him once again by way of re-examination, he declared that he persisted in it. Thus passed at Cabo de Goede Hoop, the 22 Novbr: 1786, before the gentlemen Johannes Marthinus Horak and Johannes Mattheus Bletterman, members from the Honorable Worshipful Council of Justice aforementioned, who duly signed the minute of this along with the appearer and me, the secretary. Below stood: Which I witness, was signed C: van Aerssen, secretary. There appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the quartermaster of the ship de Jonge Frank, Jan van der Horst, of competent age, who, at the requisition of the interim fiscal, the Honorable Gabriel Exter, declared to be true and truthful: That pursuant to his deposition already given on board the aforementioned ship de Jonge Frank, Johannes van Kruisen, when the rebels went above...
Dutch transcription
dien geweest en weet over al bescheede zegt mijn Dog hoe verre 't van hier tot na Cadix is waar op hij bootsman den voorn: Princenrade ge„ antwoord en gevraagd hebbe dat ze zo gouw op de Caab als te Cadix kunnen wesen en waarom hij michie Prin Cenrade aan hem vraagde hoe verre 't van hier na Cadix was dat dezelve hem daar op ten antwoord gegeeven hadde dat wanneer zi zo wel den duitschers als den fransen en flamanders betrouwen kunte zo wilden ze met het schip naar Cadix gaan waar op hij schelleman den soliciteur Princearade gevraagd hoe't mogelijk kunten weesen dat zij met 't schip daar na toe konden koomen en dat dezelve hem geantwoord hebbe als dat er ook soldaaten die zo wel 't scheeps werk als de mattroosen verstonden waren en dat ze ook nog eenige mattroosen behouden wilde en dat hij Bootom: daar op gevraagd of zij hem bootsman ook wilde om 't leeven brengen waar op hij ten antwoord gekreegen dat hij niet en wiste maar dat ze wel nog eenige verstandige en goede behouden wilden 2' vragt wat hij dan gedaan hadde doen hem zulx wa „ren te weeten gekoomen Antwoorde dat hij na 't schaften agter op gegaan was en zulx aan den opperstuurm: gecomunieert hadde en dat dezelve hem ten antwoord gegeeven wat voor reede zo daar toe zoude hebben want ze kreigen Ja alles wat ze hebben konde. 3a vrage / of hij van anders niet en dreste en zeggen Aldus gerecolleert en beedigt aan Cabo de goe Compareerde voor ons ondergeteekende gecomm:s b uijt den Ed. agtb: Raad van Iustitie deses gouver „nements voorn: persoon van Iacobus Schelleman, Denwelke Deese zijne voorenstaande aan boord van 't schip de Ionge frank gegeevene depositie van woorde tot woorde klaar en duidelijk voorge „leesen zijnde betuigde. daar bij te blijven persistee ren begeerende dat daar wijders iet wes van ofte bij gedaan werden zal en sprak ter bevestiging der waarhijd de solemneel woorden zo waarlijk helpe mij god Almagtig Recollement kunte. Antwoorde Als doen hij al geweeten hadde hoe zij een zulx beginnen wilde zo was hij des avonds van zins geweest agter op te gaan, om daar te blijven maar de schildwagt hem niet willende laten Passeeren, maar was door den Rust op 't halverdek gegaan om tee gen zoo een gevaarlijke zaak te difenteeren. heeft daar op met zijn eigen hand onderteekend /was getekend/ Jacobus Schelleman kunte de Hoop 6 de Hoop den 22 Novbr: 1786 was geteekend Pa„ cobus Schelleman lager mij praesent geteken„ C: van Aerssen seceret=s in margine als gecomm: geteekend. I: M: Horaken I: M. Bletterman Compareerde voor de ondergeteekende gecomm: uijt den E: agtb: Raad van Iustitie deeses gouverne „ments de Iong mattroos van 't schip de Ionge Frank Pieter Franciscus Goosen oud 15 Jaaren dewel ke ter requisitie van den pro interim fiscaal alhier dE gabriel Exter verclaarde hoe waar Dat hij Compt wanneer op gem: bodem de Ionge Faa de kist van den hofmeester was opengebroken bij Johannes van kruisen had vanden leggen 2os„ sen tonge en een grote kelder fles met genever dat hij Comp=t. als doen aan gem: van kruisen gevraagd hadde hoe hij daar aan kwam van krui„ sen hem geandwoord had dat hij dat agter de pomp had vinden leggen, dog dat hij Comp=te daar van niet moest spreeken terwijl van kruisen hem Comp=t 11 Zesthalve gaf 't geen den Comp=s ver Claar terstond aan den quartiermeester Daniel te hebben gemaakt dat wijders van kruisen hem Comp=t had aange zat om door 't lugtgat in de Constapels Camer te kruijpen ten einde daar uit wijn te steelen die de Comm=s Lempe toebehoorde dog dat zulx door hem Comp.t. is geweigerd geworden Compareerde voor de ondergeteekende gecomm: uit den E: agtb: Raad van Iustitie deeses gouver„ „nements de quartiermeester van 't schip de Jonge Frank Jan van Derhorst van Competenten ouder dom dewelke ter requisitie van den pro interim fiscaal d' E Gabriel Exter Verclaarde waaren waaragtig te zijn Dat ingevolge zijne reeds gegeevene depositie aan boord van gem: schip de Ionge Frank Ioh=s van kruise wanneer de Rebellen naar boven zijn Aldus gepasseerd aan Cabo de goede hoop den 22 Novbr: 1786 voor de heeren Ioh=s marth=s Hlorak en Ioh=s math:s Bletterman leeden uit den Ed agttb: Raad van Justitie voorm: die de minute deeser beneevens de Comp=t en mij secretaris me de behoorlijk hebben onderteekend /onderstond/ 'T welk ik Getuige was geteekend C: van verssen sec rets: Voorts dat gem: Ian van kruisen dikwils in gesetschap met de Rebellen was geweest om met hem gesproken had 't geen egter den Comp=t wyl 't fransch was niet heeft kunnen verstaan Niets meer verclarende geeft de Compt: voor Reedenen van wetenschap als in den text en na dat hem nogmaals bij wege van Recollement was voorgeleesen betuigde hij daar te blijven persis teren voorts gegaan is. — ...
English
went to force the Captain to give them larger rations, and wished to force the deponent to go above with them as well, saying: if you all do not go up to the quarterdeck with us, the devil will take you. Declaring further that the said van Kruisen, the day after the mutiny, when the deponent asked him where he had been at the time of the uprising, replied to the deponent that he had been drunk and had lain sleeping on his chest, but had afterward crept through one of the scuttles and climbed onto the deck. Declaring nothing further, the deponent gives as his grounds of knowledge as in the text, and after this declaration had been read out to him clearly and distinctly word for word by way of verification, he affirmed to stand by it, persisting that nothing further shall be added to or taken from it, and moreover, in confirmation of the truth, pronounced the solemn words: So help me God Almighty. Thus transacted and sworn at Cabo de Goede Hoop, 22 Nov. 1786, before the gentlemen J: M Horak and J. M. Bletterman, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the original of this together with the deponent and me, the secretary. Below stood: Which I witness. Signed: C: van Aerssen, secretary. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, Simon Raimonde, soldier of the Legion of Luxembourg, of competent age, who, at the requisition of the pro interim fiscal here, the honorable Gabriel Exter, declared it to be true and truthful: That when the rebels of the ship De Jonge Frank were transferred to the commanding warship De Amphitrite, a certain Dupui said to this deponent, among various other remarks, that their Captain surrendered these prisoners to the Commander of the warship to make himself favored by him, and that the said Captain, together with all the officers of the deponent's vessel, were a bunch of scoundrels. Declaring nothing further, the deponent gives as his grounds of knowledge as in the text, and after the foregoing had once again been read out to him word for word by way of verification, he thereupon, in confirmation of the truth, spoke in the French language the solemn words: aussi vraiment m'aide Dieu Tout Puissant. Thus transacted and sworn at Cabo de Goede Hoop, the 22 Nov: 1786, before the gentlemen J: M: Horak and J: M: Bletterman, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the original of this together with the deponent and me, the secretary. Below stood: Which I witness. Signed: C: van Aerssen, secretary. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, Louis Lambelin, sailor of the ship De Jonge Frank, of competent age, who, at the requisition of the pro interim fiscal, the honorable Gabriel Exter, declared to be true: That when the rebels of the aforesaid vessel were transferred to the commanding warship De Amphitrite, a Luxembourg soldier, Simon Raimonde, asked a certain Jean Baptist Dupui, soldier in the service of the Honorable Company, why those prisoners were handed over to the Commander; whereupon the said Dupui said to Raimonde: they have sat in irons long enough, haven't they, adding that the Captain and all the Dutch officers, together with the Commander, were a bunch of scoundrels. Articles drawn up and delivered to the gentlemen commissioners of the Honorable Court of Justice of the Castle of Good Hope, to hear Michiel Bruisenrade of Brugge thereon at the requisition of the pro interim fiscal G: Exter. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the soldier Michiel Bruisenrade of Brugge, who gave such answers to the adjacent interrogatory articles as are noted beside each of them. Michiel Bruisenrade of Brugge, soldier assigned to the private vessel chartered by the Honorable Company, the ship De Jonge Frank, whose answers to be given shall be duly noted in the margin hereof: Declaring nothing further, the deponent gives as his grounds of knowledge as in the text, and after this had been read out to him clearly and distinctly word for word by way of verification, he affirmed to persist therein, and in confirmation of the truth thereof spoke in the French language the solemn words: aussi vraiment m'aide Dieu Tout Puissant. Thus transacted and sworn at Cabo de Goede Hoop, the 22 November 1786, before the gentlemen J: M Horak and J: M Bletterman, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the original of this together with the deponent and me, the Secretary. Below stood: Which I witness. Signed: C: van Aerssen, secretary.
Dutch transcription
gegaan om den Cap. n te dwingen om hun meerbe „re Randsoenen te geeven den Comp: heeft willen forceeren om meede na boven te gaan, onder te zeggen zo gij alle niet meede na boven gaat na 't halver dik dan zal je de duivel te halen. — verclaa„ „rende wijders dat gem: van kruisen daags na de Revolte wanneer de Compt hun gevraagd had waar hij ten tijde van 't oproer geweest was aan hem Comp:t geandwoord dat hij besconken, was geweest en op zijn kist had leggen, slapen dog naderhand door een der patrijse poorte gekroo pen en op 't dik geklommen was Niets meer verclaarende geeft de Compe voor reedenen van weetenschappen als in den text en na dat hem deese verclaring van woorde tot woorde klaar en duidelijk bij wege van Recolle „ment was voorgeleesen betuijde daar bij te blijven persisteerende dat er wijders iets bij ofte van gedaan werden zal hebbende voorts ter beves tiging der waarhijd de solemneele woorden zo waarlijk helpt mij god almagtig Aldus gepasseert en beedigt aan Cabo de goede Hoop & 22 Nov. 1786 voor de heeren J: M Ho¬ „rak en J. M. Bletterman leeden uit den E: agtb: raad van Justitie voorm: die de minu de deeser beneevens de Comp=t en mij secretaris meede behoorlijk hebben onderteekend / onderstond/ 'T welk ik Getuige /was geteekend C: van aerssen secret=s Compareerde voor ons onder get: gecomm: uijt den E Agtb: Raad van Iustitie deeses gouverne ments Simon Raimonde soldaat van 't legi„ „den van Luxemburger van Competenten ouder „dom dewelke ter requisitie van den prointerim fiscaal alhier d' E gabriel Exter verclaarde waar en waaragtig te zijn. Dat wanneer de Rebellen van 't schip de Jon „ge Frank wierden overgegreven aan 't Comma„ deerende oorlog schip De amphitrite zeeker dupui tegens hem Comp=t onder verscheide an„ dere propoosten gezegt heeft dat hun Capitain deese gevangenen aan den Commandant van 't oorlog schip overgaf om zig bemind bij dezel „ve te maken en dat gem: zijn Cap=n beneevens alle de officieren van zijn Comp=ts bodem, een hoop schelmen waaren: Niets meer verclarende geeft de Compte voor reedenen van weetenschappen, als in den textba ### en na dat hun dit voorenstaande bij weege van recollement nogmaals van woord tot woord was voorgeleesen heeft hij daar op ter bevestiging der waarhijd in de fransche taal gesprooken de solemneele woorde aussi vraement m'aide Dieu Tout Puissante Aldus gepasseerd en beedigd aan Cabo de goede Hoop den 22 Nov: 1786 voor de heeren J: M: Horak en J: M: Bletterman leeden uijt den E uijt den E agtb. Raad van Iustitie voor m: die de minute deeser beneevens de Comp=te en mij secretaris meede behoorlijk hebben onderteekend /onderstond / 'T welk ik getuige was geteekend C: van aerssen secretaris Compareerde voor ons onderget: gecomm: uijt den Ed: agtb: Raad van Iustitie deeses gouverne „ments Louis Lambel in mattroos van 't schip de Ionge Frank van Competenten ouderdom dewel „ke ter requisitie van den pro interim fiscaal d' E gabriel Exter verclaard hoe waar is. — Dat wanneer de Rebellen van voorn: bodem wier den overgegeeven, dat 't Commandeerende oorloe„ Articulen gedaan maken Compareerde voor ons onder¬ schip de amphitrise a Luxembourgse soldaat en aan Heeren gecomm:s uijt „get: gecommitt=s uit den E: agtb: Raad van Justitie die den E: agtb: Raad van Iustitie Simon Raimonde aan zeekere Jean Babtist „ses gouvernements den sol„ des Casteels de goede Hoop over Dupui soldaat in dienst der E Comp e gevraagd „daat Michiel Pruisenra gegeeven omme ter requisitie had waarom min die gevangens over jav aan van den pro interim fiscaal de van Brugge dewelke den Commandant waar op gem: Dupui aan Rai„ 9: Exter daar op gehoord te worden op de nevenstaande vraag „monde gezegt heeft zij hebben immers lang ge articulen zodanige antwoor Michiel Bruisenrade van de gegeeven heeft als bezijden noeg in de boeijen geseeten met bijvoeging dat Brugge soldaat bescheiden, een ijder derzelv staat aangetee op 't Particulier van de E: Compte end de Capitain en alle de hollandse officieren be ingehuurd schip de Ionge Franjn neevens den Commandeur een hoop schelmen zullende desselvs te geevene waaren responsiven in margine dee„ ses behoorlijk worden bekend gesteld: kend. Niets meer verclaarende geeft de Compt. voor reedenen van wetenschap als in den text en na dat dit hem bij wege van Recollement van Aldus gepasseerd en beedigd aan Cabo de goede Hoop den 22 November 1786 voor de Zee „ren I: M Horak en I: M Bletterman Leeden uit den E: agtb: Raad van Iustitie voorm: die de minute deeser beneevens de Comp=se en mij Secretaris mede behoorlijk hebben onderteekend /:onderstond/ 'T welk ik Getuige was getee kend C: van aerssen secretaris. woord tot woorde klaar, en duidelijk voorgeleesen, was betuigde hij daar bij te blijven persisteeren en sprak ter bevestiging der waarhijd van dien in de fransche taal de solemneele woorden, rus„ si vraiment m'aide Dieu Pout Puissante woord
English
entertained about that Article 1. The prisoner's name, birthplace, age, and capacity. Says Michiel Prinsenraade, a native of Bruges, aged 39 years, and that he was stationed as a soldier on the ship de Jonge Frank. By whom he, the prisoner, was taken into service, and with whom he came aboard the said vessel. Says he was taken into service at the recruiting house in Middelburg, and came aboard with 21 soldiers from the Legion of Luxembourg and some other soldiers. Whether or not in the beginning of the voyage hither, and specifically on the 16th of July last, there was a revolt on the ship. Says he knows well that there was a revolt, but not when. Whether he, the accused, did not also indicate that in this matter the Germans, as well as the French and Flemings, could be relied upon, the voyage would be directed thither, and whether he, the prisoner, was not also one of the ringleaders thereof. Says he did not say such a thing, and asked nothing else than what has been said before, and this solely to ask who the authors thereof were, in order to ascertain through that means whether that Schelleman also belonged under it, because he wished to reveal the plotting. Says he did not know who belonged under it, as he did not belong under it. Says further that Valbonne, on that very morning before the revolt occurred in the evening, said to him, the prisoner, while he, the prisoner, wanted to go to the head, in substance: We intend to murder the captain with the entire crew, but you must not say such a thing, and then we will make a boatswain who has sat in the irons our leader to bring us to Cadix, and that he, the prisoner, had the intention to reveal this, but that he had no opportunity to do so, and also that he did not know when the conspiracy would be carried out. And that, once master of the ship, they would see who could be kept in detention. Says no. Boatswain Schelleman entering, the accused says the truth of this and the other article. The prisoner persists in the negative. Says no. Says as before. On what occasion, and with whom he, the prisoner, first made this plot, and of how many persons it consisted. Whether he, the accused, did not then ask boatswain Schellemans the day before the revolt how far it was to Cadix. Says yes, to have said such on the very day of the revolt. Why he, the prisoner, declared in his examination on board that he had heard such from five persons, and must therefore in one case or the other have spoken contrary to the truth. Says that no one else spoke to him of it except the just mentioned Valbonne. Article 4. Article 5. Article 6. Article 10. Article 19. Article 16. Whether this was not done with the intention of compelling the captain to give out more rations. Says yes, that the mutinous persons went aft to demand one thing and another. Whether this was not done for the purpose of winning over the crew of the ship and persuading them to the plot? Says not to know such. Whether the captain was behind what had begun, that the mutinous persons came aft. Says he does not know. Whether the ultimate purpose of this conspiracy was not to murder the officers of the ship and make themselves masters thereof? Says he knows nothing other than what the Frenchman Valbonne told him. Whether this would not directly have been carried out if the captain had not satisfied the demand of the rebels? Says he does not know such. Whether furthermore the execution was not determined for the same evening, when the greatest part of the crew would be drunk from the received gin? Says no, not to know of it. What reason he, the accused, had to be part of that plot and, contrary to oath and duty held before him according to the article-letter, to make himself guilty. Says he was under no plot, and that the French were against him and even threatened to throw him, the prisoner, overboard, and kept their eye on him, the prisoner, during the voyage. Where he, the accused, had his post, and what each person was supposed to do therein. Says that he, the prisoner, remained lying in his hammock. Whether he, the accused, does not know any others besides the executed and captured persons who participated in this revolt? Says that he knows no one and knows of no one who belonged under the plot. Whether he, the accused, will not confess himself to be punishable in the highest degree for his misdeeds. Says that his intention was to reveal it, but that he had no opportunity to do so. Whether he will add anything further to his excuse. Says he knows nothing other than what he has said. Thus questioned and answered at the Cape of Good Hope, the 28th of November, 1786, before Messrs. J: M: Horak and Andries van Sittert, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have signed the minutes hereof together with the prisoner and me, the sworn clerk.
Dutch transcription
daar van onderhouden heeft Art 1. — des gev: naam geboorte plaats zogt Michiel Prinsenraade van Brugge gehoortig oud ouderdom en qualiteid 39 Jaaren en als sol:d op 't schip de Ionge Frank beschei den geweest zijn zegt op 't op Huijs te middelburg in dienst genoomen en met genoomen en met wien hij aan 21 soldaten van 't Pegioen boord van gem: bodem is gekomen:d Luxembourger en nog eenige an„ dere soldaaten aan boord gekoomen te zijn Door wien hij gev=e in dienst is of niet in 't bogin der Reijze zegt Ia wel te weeten, dat er een Revolte is geweest maar niet herwaards en wel op den 16 Juli lb: een Revolte op 't schip gee„ weest is zegt es een zulx niet gezegt off hij ged: niet meede heeft te en anders niets gevraagd te kennen gegeeven dat in dien op hebben als 't geen hier vooren de duitschers zo wel als op de fran„ is gezegt en zulx alleenlijk schen en vlamanders kan vertrouw wie de auteurs daar van geweest zogt Niet te weeten wie daar on gevraagd had om door dien worden de rijze daar na toe zou der sorteerd vermits hij daar zin en of hij gev=e niet ook een der„ weg te verneemen of die schel„ voornaamste daar van is niet onder gesorteerd heeft de gaan „leman meede daar mede on zegt nader dat valbonne op die „der sorteerde om dat die Com eigenste morgen zo als 'savonds de revolte voorgevallen is tot „plottering uijt te brengen. hem gev=e gezegt heeft terwijl hij gev:e na de galpen wilde gaan in substantie wij zijn van meening om de Cap:n met de gantsche zegt Neen. En dat men meester van 't schip Equipagie te vermoorden maar gij moest zulx niet zeggen zijnde zouden zien wie er in 't be den bootsman Schelleman en dan zullen wij een bootsman die in de boeijen geseeten heeft binnen treedende zegt de ged: „ven een bijgehouden konde wor tot hoofd maken om ons na Cadix te brengen en dat hij gev= van de waarhijd van dit en 't ooo den intentie was geweest om zulx uit te brengen maar dat hij rig articul aan geen occasie daartoe gehad heeft en ook dat hij niet geweeten den gev: blijft bij de Negative heeft wanneer die Conspiratie ter uijtvoer zoude gebragt worden zegt Neen. zegt als vooren - Bij wat geleegendhijd en met met wien hij gev=e zig ten eersten wanneer dit Complot is gemaakt geworden en uit hoe veel persoonen off hij ged: dan niet aan den Revolte zulx gezegt te hebben bootsman schellemans daags te vooren heeft gevraagd hoe verre 't na Cadie was Waarom hij gev: in zijn verhoor hem daar van gesproken heeft aan boord verclaard heeft van vijf persoonen zulx gehoord te hebben en dus in een of 't ander geval bezijden de waarhijd ge sprooken moet hebben zeijt dat niemand anders tot als eeven gemelde valtonne zegt Ia: dezelvde dag van de haar wanneer „ 4 „ 5 W dezelve bestaan is 10 19 art 6 Art 16 zegt Ia: dat de oproerige wat de Cap:n te agteren was zegt zulx niet te weeten off dit niet uijt den hoofden is geschied om 't volk van 't schip te winnen en tot 't Com „plot over te halen.? off niet 't volwit van deese zamen sweering is geweest d'officieren van 't schip te ver moorden en zig meester daar van te maken, off zulx niet directelijk ter uit voer heeft zullen gebragt worden indien de Cap:n den zogt niets anders te weeten als off hij nog iets tot zijne verscho Eysch van de Rebellen niet 't geen hij gesegt heeft Ining zal bij voegen, zoude voldaan, hebben off voorts de uitvoering niet op den zelven avond is bepaald geworden wanneer 't grooste gedeelte van 't volk door de ontfangene geneven zoude beschonken, zijn zogt Neer daar niet van te weeten. zegt zulx niet te weeten! zegt van niet anders te wee „ten als 't geen den fransch „man valbonne hem gezegt art „ off denzelven niet daar mede om de Cap=n tot 't uijgelven van meerdere randzoen te dwingen persoonen agter op geweest heeft begonnen dat de oproe om 't een en ander te eisschen „ rige agter op zijn gekoomen zegt onder geen Complot geweest wat Reden hij ged: gehad heeft te zijn en dat de vranschen om van dien Complot te zijn en tegens hem waren en zelvs ge tegens eed en Pligt hem na drijgt om hem gev: over boord de articul brief voorgehouden te werpen, en geduurende de rij„ zig schuldig te maken, „ze 't oog op hem gev: gehad hebben off hij ged: niet nog eenige ande„ zegt dat hij niemand kend en van niemand te weeten wie re buijten de Executeerde en gaan onder 't Complot behoords „gene persoonen, kend die aan de ze Revolte geparticipeerd hebben off hij ged: zig door zijn waan zegt dat zijn intentie was geweest om 't te openbaren en misdreeven niet ten hoogsten maar geen occasie daar toe strafbaar zal bekennen gehad te hebben Aldus Gevraagd en beantwoord aan Cabo de Goede Hoop den 28 November 1786 voor de Heeren J: M: Horak en Andries van Sittert leeden uijt den E: agtb Raad van Iustitie voorm: die de minute deeses te nee„ vens den gev. en mij gesw=e Clercq meede be zegt dat hij gee: in zijn hang mat is blijven leggen waar hij ged:e zijn post heeft gehad en wat een ijder daar bij heeft doen zullen art 16 hoor hebben 14 1 13 19 20 18 „ 17
English
duly signed below. Which I witness, was signed: R: I: V: D: Riet, sworn Clerk. Re-examination Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the soldier Michiel Princenrande, who, this preceding interrogation of his having been read clearly and distinctly along with the answers given thereto, declared that he stands by it, persists, with the desire that nothing more shall be added to or taken from it, except only that upon the statements that the French were not much to be trusted, the Commander said the French are far too weak to undertake anything for which we should fear them. Thus done and re-examined at the Cape of Good Hope on 18 December 1786. Was signed: Michiel Bruijnsenrade, in my presence, signed: R: J: V: D: Riet, sworn Clerk. In the margin, as commissioners, signed: J: F: v: Reede van Oudtshoorn and S: M: Bletterman. Articles drawn up and delivered to the gentlemen commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of the Castle of Good Hope, to be heard thereupon at the requisition of the fiscal pro interim J: Exter, Jan van Kruisen of Eevergen, whose answers given shall be duly recorded in the margin of this. Appeared before us, the undersigned commissioners, members of the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the sailor Jan van Kruijsen, who gave such answers to the adjacent interrogatory articles as are noted beside each of them. Article 1 The defendant's name, birthplace, age, and capacity. Says Jan van Kruise of Eevergen, 32 years of age, and to have been stationed as a sailor on the ship De Jonge Franke. Article 2 Whether the prisoner, upon his arrival on board or at the beginning of the voyage, had reason to be dissatisfied? Says no. Article 3 Whether the prisoner, on 16 July last, was not among the number of those who went aft to the Captain and demanded tamarind and other rations by force? Says that he, the defendant, was indeed aft, but that he, the prisoner, did not know what those persons who went aft had gone to do, and that he had gone up because it was called aft, as he, the defendant, then also climbed up on the starboard side and down on the port side. Article 4 Whether he, the prisoner, did not beforehand express himself in substance to several of the ship's crew: if you do not all go up as well, then the devil will take you? Says that the French had asked him, the defendant, two or three days beforehand what the Company's instructions were, and that he, the defendant, had answered that he did not know such, and that the French had said to him that 20 of them would go up to demand more rations from the Captain, which he, the prisoner, had to warn his messmates about, which was done by him with the addition that if they would not join in, the French would then beat them. Article 5 When and with whom he, the defendant, arranged to do such? Says as before, to know nothing. Article 6 Whether the main intention of theirs in doing so was not to win over the crew and have them join the plot? Says also as before. Article 10 When and by whom this plot was formed, and who were its authors and principal participants? Says not to know such. Article 11 How he, the defendant, can deny having participated therein, while he was a very good friend of the authors and constantly in their company? Says that he, the prisoner, had been good friends with all men. Article 12 Whether the defendant has not also sought to increase the number of the plot through his threats? Says as before. Article 13 Whether the unlawful demanding of rations and forcing the commander does not already make them rebels, at least the beginning of the revolt? Falls away. Article 14 Whether the prisoner will not therefore confess to have greatly participated therein and to have acted in the most duty-forgetting manner? Says no. Article 15 Whether the prisoner was not also present and at his post at the time of the mutiny during the night? Says that he remained in his bed. Article 16 Whether this plot was not already forged the day before, having as its aim to murder the officers and make themselves masters of the ship? Says as before. Whether he, the defendant, has not conferred with several persons about that, and that it would go to Cadiz? Says to have heard nothing of that either. Whether he, the defendant, has not heard anything particular from the sailor Christole, in what manner they would take the ship there? Says to have spoken nothing more with him than good day and good morning.
Dutch transcription
hoorlijk hebben onderteekend /onderstond./ 'T welk ik Getuige /was getekend:/ R: I: V: D: Riet gesw=e Clercq Recollement Compareerde voor ons onderget gecomm: uijt den E: agtb: Raad van Iustitie deeses gouverne „ments den soldaat michiel Princenrande dewelke deese sijne voorenstaande interogato„ rie met de daar op gegeevene Resp=e klaar art 1 en duidelijk voorgeleesen zijnde verclaarde des ged: naam geboorteplaats ou zegt Jan van kruise van Eever„ daar bij te blijven, persisteeren, met begeerte derdom en qualiteid „gen oud 32 Jaaren en als dat daar niets meer bij of van gedaan mattroos op 't schip de Ionge Franke bescheijden geweest te zijn werden zal als alleenlijk dat op de geseg „dens dat de franschen niet veel te vertrou„ zegt neen! „wen waren den Comman=d gezegt heeft de franschen zijn veel te zwak om iets te onderneemen waar voor wij vrees voor hun zoude hebben, zigt dat hij ged: wel agter op is of hij gev: op den 16 Iulij lb niet geweest maar dat hij gev: niet onder 't getal van die geene is gehel Aldus gedaan en gerecolleerd aan Cabo geweeten had wat die persoonen weest die mede agter op bij de eerd naar boven zijn gaan doen en de goede Hoop dn 18 december 1786 was ge dat hij na boven gegaan was Capitain zijn gekoomen en Tama en„ „teekend/ Michiel Bruijnsen rade lager mij om dat er geroepen wierd agter, zijn geneven en andere rand„ praesent /geteekend/ R: J: V: D: Riet gesw=tr Clenq soenen met geweld geeischt heb op zoals hij ge: dan ook aan in margine als gecomm=s /geteekend/ U: stuurboord zijde op en aan bak ben boord zijde afgeklommen. F v: Reede van oudtshoorn en S: M Bletterman zegt dat de Franschen hem ged: off hij gev: niet van te vooren of hij gev=e bij zijn aankomst aan boord of in 't begin van de rijze heeft reede gehad van misnoeijd te zijn Compareerde voor ons ondergetee„ Articulen gedaan maken en kende gecomm:s Leeden uijt den E: aan heeren gecomm: uijt den agtb: Raad van Iustitie deeses gou E agtb: Rade van Iustitie des Cas „vernements den mattroos Ian teels de goede Hoop overgegeeven aan kruijsen dewelke op de neven omme daar op ter requisitie staande vraag articulen soda van den pro interim fiscaal nige antwoorden gegeeven heeft 9: Exter daar op gehoord te wor als bezijden een ijder derzelve „den Jan van Kruisen van staan van getekend. " Eevergen zullende desselvs te zee vene resp:e in margine deeser behoorlijk worden bekend ge zig 6 1 steld." „ 3 4 daar na toe zoude brengen? zegjt als vooren! zegt daar mede niets van ge„ zegt Neev. twee of drie dagen te voren gevraagt zig tegens meerdere van 't scheep hadden wat de instructies van de volk heeft in substantie uytge Comp=s was en dat hij ged: geantwoord laten„ zo gij alle niet meede na had van sulx niet te weeten en dat boven gaat dan zal je de duwel de Franschen aan hem gezeijt had halen ? „den dat 20 van hunl: na boven zou de gaan, om den Cap:n meerdere randsoenen af te eisschen 't geen hij gev: aan zijn baks volk moeste waarschouwen 't welk door hem gedaan was met bijvoeging indien zyl: zulx niet mede doen wilde de Fransen zegt dat hij gev: met alle men 2 huns: als dan slagen zoude geeven zogt zulx niet te weeten; hoord te hebben off hij ged: niet bijzonders van zegt Niets meerder met hem den mattroos Christole heeft ge hoord op wat wijze zij 't schip gesproken te hebben als goe of hij gee: zig niet met meerdere persoonen daar over heeft onder houden en dat naar Cadix zou de gaan zegt als vooren of dit Complot niet s daags van te vooren al gesmeed is geweest en tot doelwit heeft gehad de officieren te vermoorden en zig meester van 't schip te maken vervald. zogt dat hij in zijn bed is ge„ of hij gev: niet ter tijd van den oproer in de nagt mede present en op zijn post is geweest. of hij gev: dus niet bekennen zal grotelijks daar aan geparticipeerd en ten uitersten pligt vergieten„ de gehandelt te hebben of niet reets 't onwettig afeisschen der Randsoenen en 't forceeren van den gesaghebber hunl: tot Rebellen ten minsten 't begin der Revolte maken of hij ged niet ook door zijn drie „gementen 't getal van 't Complot heeft gezogt te vermeerderen Hoe hij ged: ontkennen, kan, daar schen goede vrienden geweest was aan geparticipeert te hebben Terwijl hij van de auteurs zeer goed vriend is geweest en geduu rende in hunl: gezelschap! wanneer en door wien dit Complot is geformeerd geworden en wie des „selvs auteurs en voornaamste participanten geweest zijn zegt als vooren niets te weten art 5 wanneer en met wier hij ged: om zulx te doen heeft afgesproken of niet de voornaamste Intentie van hunl: daar bij is geweest om zegt mede als voren 't volk overhalen en tot 't Complot doen overgaan daar art 16 „6 bleeven is „ 15 „ 14 „ 13 „12 „ 11 „ 10 „den dag en goeden morgen
English
Below was written: to have given. Says: No! Says to know nothing of it, and thus not to have deserved any punishment, and that that boy said such things in order thereby to remain spared from beatings. Says: As before. Article 16. Says that he climbed through the port-hole to defend the officers and the rest of the ship's crew against the rioters, but that after climbing he did nothing other than help put away the firearms, when everything had already settled down. Whether, having found the stairs occupied, he did not crawl through the port-hole and climb onto the half deck. Whether the prisoner had not also previously made himself guilty of breaking open the steward's chest. Says: No, that he did not know where the chest was located. Says not to have had any money since his departure from Europe, and to have found the 22 zeshalven at the pumps at the small barrel, and to have received the genever as a gift from his messmate. Whether he did not take from it 22 zeshalven, as well as genever and some neat's tongues. Whether the prisoner, through his crimes, does not know himself to be punishable. Whether the prisoner did not also encourage this boy to crawl through the airhole into the gunner's cabin and hand wines out of it. Whether the prisoner then gave some zeshalven to the boy Pieter Francois Gosen to make him keep silent. Says: No, to have given nothing to that boy. Thus done and checked again at the Cape of Good Hope, 18 December 1786. Was signed: X, and circumscribed there: This cross was placed by the prisoner's own hand. Lower: In my presence, R: J: V: D: Riet, sworn clerk. In the margin signed as commissioners: W: F: V: Reede van Oudtshoorn and J: M: Bletterman. Verification. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the sailor Jan van Kruise, who, these his preceding interrogatories, with the answers given thereto, having been clearly and plainly read out, declared to persist therein, wishing that nothing more be added thereto or taken therefrom. Below was written: Thus asked and answered at the Cape of Good Hope, 28 November 1786, before the Gentlemen Johannes Mattheus Horak and Andries van Sittert, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minutes hereof together with the prisoner and me, the sworn clerk. Below was written: Which I attest, was signed: R: J: V: D: Riet, sworn clerk. What he can further say in his defense. Article 21. 1. 26. Has. 17. 19. 20. Article 22. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the sailor Elias de Costa, who to the adjacent interrogatories has given such answers as are noted beside each of the same. Articles drawn up and delivered to the gentlemen commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of the Castle of Good Hope, in order that at the requisition of the Fiscal pro interim, G. Exter, Elias de Costa of Lisbon, sailor appointed on the private ship De Jonge Franke chartered by the Honorable Company, be heard thereon, his answers to be given to be duly noted in the margin hereof. Who the authors thereof were and of how many persons the plot consisted. Says, since he spoke no other language than Portuguese, to know nothing of it. Whether the objective thereof was not to murder the officers of the ship and make themselves masters thereof. Says: No, not to have known of it, although having heard such later, and if he had perceived such beforehand, he would have made it known then. Says that he did not drink, and thus knows nothing of the others. Article 18. The prisoner's name, birthplace, age, and rank. Says: Elias de Costa of Lisbon, aged by estimate 27 years, and to have been appointed as a sailor on De Jonge Franke. Whether on 16 July last a revolt did not take place on his, the prisoner's, vessel. Says to know of a revolt, but not to have taken part, having lain in his hammock at that time. Says that he was sleeping when such occurred. Whether the said revolt did not begin with the rebels coming to the quarterdeck to force the captain to issue more rations. Lapses. Says to know of nothing. Says: No. Whether the prisoner was not on several occasions entertained by his mate Christol and the other authors thereof. Whether the revolt would not immediately have proceeded if the captain had refused to comply with their demand. Whether the same then not its course. Whether the demanding of the rations was not primarily done to win over the crew and persuade them to that plot. Whether the prisoner was not also of this party. Article 4. Says also as before. Article 4. Course. 22. 68. 2. Set. 2. 8. 6. 5. 10.
Dutch transcription
/onderstond/ gegeeven te hebben zegt Neen! zegt van niets te weten en dus„ geen straf verdiend te hebben en dat die Iongen sulx gesegt zegt als vooren art 16 te zegt dat hij door de Patrijs poort of hij de trappen bezet gevonden 6 geklommen was om de offi hebbende niet door 't Patrijs cieren en 't overige scheeps poortje gekropen, en op 't hal „volk tegen de oproer makers we dek geklommen is te verdeedigen dog dat hij na d dat alles reeds tot bedaren geklommen niets anders heeft gedaan als de geweeren helpen wegbergen off hij gev: zig niet ook van te zegt Neen dat hij niet geweeten heeft waar de kist gestaan vooren heeft schuldig gemaakt aan 't openbreeken van de hof„ „meester zijn kist zegt geen geld gehad heeft zedert of hij niet daar uijt heeft genoomen zijn vertrek uijt Europa en de 22 ses halven beneevens geneever tongen gevonden te hebben bij en eenige tongen de pompen aan 't kort vat en de genever van zijn huijsbras present gekreegen te hebben of hij ged: door zijne misdreeven niet bekend strafbaar te zijn heeft om daar door bevrijdt te blijven voor slagen of hij gev: desen Jongen niet ook heeft geanimeerd om door 't Lugt „gat in de Constapels kamer te kruijpen en wijnen daar uit aan tegeeven. aan den Jongen Pieter Francois Gosen heeft gegeeven om hem te doen stil swijgen zegt Neen aan dien Jongen niets of hij gev: dan eenige zes halven Aldus gedaan en gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop den 18 december 1786 /was geteek:/ x en daar omschreeven dit kruijs heeft den ged: eijgenhandig gesteld /lager/ mij present R: I: V: D: Riet gesw=e Clercq in margina als gecomm: / geteekend/ W: f: v: Reede van oudts„ hoorn en I: M Bletterman. Recollement Compareerde voor ons onder get: gecomm=e uijt den E: agtb: raad van Justitie deeses gouvernements den mattroos Ian van kruise denwelken, dee se Sijne voorenstaande Interogatoria. met de daar op gegevene Respe. klaar en duide lijk voorgeleesen zynde weesende verclaarde daar bij te blijven persisteeren met begeerte dat er niets meer bij of van gedaan werden zal /onderstond/ Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de Goede Hoop den 28 November 1786 voor de Heeren Ioh:s Marth:s Horak en Andries van sittert leeden uijt den E: agtb: Raad van Ju stitie voorm: die de minute deeser beneevens de den gez: en mij gesw=e Clercq, meede behoorlijk hebben onderteekend /:onderstond/ 'T welk ik Getuijge was geteekend R: J: v: D: Biet geswe Clercq wat hij verder tot zijn verscho ning kan zeggen art 21 1 d „ 26 heeft 17 19 20 art 22 Compareerde voor onz onderget: Articulen gedaan maken gecomm: uijt den E agtb: Raade en aan heeren, gecomm: uijt 6van Justitie deeses gouverne den E: agtb: Rade van Iustitie „ments den mattroos Elas de zogt vermits hij niets anders wie de auteurs daar van zijn des Casteels de goede Hoop Costa denwelken op de neeven, als de portugeesche Taal spraek geweest en uit hoe veel persoo„ overgegeeven omme ter requi„ staande vraag articul en zoda „nen 't Complot bestaan is nergens van te weeten sitie van den pro interim: Fi„ nige antwoorden gegeeven „scaal 9 Exter daar op gehoord heeft als bezijden een yder der te worden Elias de Costa van zelve staan aangeteekend of 't dollwit daar van niet is zogt Neen daar van niet geweeten hoe Lissabon mattroos bescheiden wel naderhand zulx gehoord te geweest d'officiers van 't schip op 't van de E Comp=e in gehuurde hebben en indien hij zulx te voo te vermoorden, en zig meester particulier schip de Ionge „ren vernomen had als dan bekend daar van te maken gemaakt zoude hebben Franke zullende desselvs te geevene resp=e in margine deeses behoorlyk worden bekend zogt dat hij niet gedronken heeft en dus van de ande re niet te weten. art18 des gev: naam geboorte plaats zogt Elias de Costa van Lis ouderdom en qualiteid Sabon oud nagissing 27 Iaren en als mattroos op de Jonge Franke bescheiden geweest te zijn of niet op den 16 Iulij lb. en re volte op zijn des gev: bodem te weet maar niet meede gedaan is geweest. heef als hebbende toen ter tijd in zijn hangmat gelegen zegt dat hij wel van een revol zegt dat hij geslapen heeft toen zulx voorgevallen is of dezelve Revolte niet daar mede begonnen heeft dat de Rebellen agter op zijn ge „koomen om den Cap:n tot 't uijtgeeven van meerdere rand soenen te noodsaken. Vervald. zogt van niets te weeten zogt Nteen. off hij gev: niet tot meerdere rijze van zijn maat Chriskol en de overige auteurs daar van is onderhouden geworden: of de Revolte niet dadelijk haar voortgang zoude gehad hebben indien de Cap=n aan hunl: Eijsch te voldoen gerefuceerd had? of dezelve toen niet haar voor of 't eisschen der Rantzoenen, niet voornamelijk is geschied om 't volk te winnen en tot dien Com plot overte halen off hij ged: niet mede van deese partij is geweest! art 4 zegt meede als vooren. art4 gang 6d „22 68 2 gesteld 2 „g 8 6 „ 5 10
English
1m The same. Says no. Says to know nothing of Chriskole. Lapsed. taking effect on the same night was decided upon. Whether it was not assigned what each person was to do during the execution and where he, the prisoner, had his post. 12. Whether he, the prisoner, did not go to the forward cabin in order to take possession of the cabin and the muskets located therein with the help of the sailors. Says that he did have a cutlass, but that he received it from a corporal to keep watch for the captain and to help him. Whether he, the prisoner, was not armed with a cutlass for that purpose, and where he obtained it. What restrained him, the prisoner, from following his mate Chriskole into the cabin. Whether he, the prisoner, besides the executed and imprisoned persons, knows of others who were complicit in this mutiny. 16. What reason he had to participate in such a heinous scheme and to proceed to such an act. Lapsed. As before. Was written below. Thus interrogated and answered at the Cape of Good Hope on 28 November 1786 before the gentlemen Johannes Marthinus Horak and Andries van Sittert, members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who have also duly signed the minute hereof along with the prisoner and me, the sworn clerk. Was written below: Which I witness, signed, R: J: van der Riet, sworn clerk. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the sailor Elias de Kosta, who, after these his preceding interrogatories along with the answers given thereto were clearly and distinctly read to him, declared to persist therein, requesting that nothing more be added thereto or removed therefrom. Review of testimony. What he will bring forward in his defense. Whether he, the prisoner, will not confess to have acted contrary to his oath and duty and to have made himself highly punishable. Says to have done no wrong. To. Was written below. Article 11. 13. 14. 15. Know. 2. 18. Article 17. Was written below. Article 3. 2. Says Jean Battist di puis, aged about 26 years, native of Soissons, and to have been on board. Says to have been engaged at Rotterdam and to have come on board shortly before the departure of his ship. Thus done and reviewed at the Cape of Good Hope on 18 December 1786, was signed with a mark, and described there: this cross the prisoner made with his own hand. Lower: In my presence, signed, R: J: van der Riet. In the margin, as commissioners, was signed, W: T: van Reede van Oudtshoorn and Johannes M: Bletterman. On what grounds he then called the captain and officers of his vessel a pack of scoundrels. Says that he did not call the officers, but rather the soldiers who carried out the revolt, scoundrels, and even used those expressions after he had spoken further about it, saying they are canailles. Articles drawn up and presented to the gentleman commissioners of the Honorable Council of Justice of the Castle of Good Hope, in order to examine thereon, at the requisition of the Fiscal pro interim P. G. Exter, Jean Baptist du Puis of Soissons, soldier of the Legion of Luxemburg, whose answers to be given shall be duly recorded in the margin hereof. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the person of Jean Baptist Dupui, who answered the alongside interrogatories as stands beside each one. Says as before. Signed. Where, from whom, and on what conditions he, the prisoner, was engaged, and when he went on board. The prisoner's name, birthplace, age, and capacity. Lapsed. Says that while he did not approve of it, he called the persons canailles. Whether he, the prisoner, did not therefore approve of the conduct of the mutineers and rebels and regret that they did not succeed. What part he, the prisoner, had in the plot or the revolt itself. Whether he, the prisoner, did not say this to the soldier Raimonde at the time when some prisoners were sent away to the warships. Whether he, the prisoner, was also given reasons for dissatisfaction, and whether he, the prisoner, did not receive on board what was due to him. Says to have no reason for complaint. 1. Article 1. His. 5. Says no. Lapsed. Says not to know how it happened, since he knows nothing of it. Lapsed. Lapsed. Lapsed. Who the authors and principal participants thereof were. When and who first spoke to him, the prisoner, about it. Whether the revolt did not begin with demanding more rations and forcing the captain by violence to give them. Whether he, the prisoner, was not also present and did not participate therein. Whether they did not intend to throw the captain and remaining officers overboard and make themselves masters of the ship. Whether carrying this out immediately was not determined for that night. Where he, the prisoner, was during that time, and to do what. What his, the prisoner's, fellow prisoners did during this. 15. Says in his hammock. Article 8. Lapsed. Says not to have taken part. Says as before. Thus interrogated and answered at the Cape of Good Hope on 28 November 1786 before the gentlemen Johannes Marthinus Horak and Andries van Sittert, members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who have also duly signed the minute hereof along with the prisoner and me, the sworn clerk. Was written below: Which I witness, was signed, R: J: van der Riet, sworn clerk. Review of testimony. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the person Jean Baptist du Puis, who, after these his preceding interrogatories were read to him clearly and distinctly, word for word, declared 17. Whether he can bring forward anything more in his defense. What could have moved him, the prisoner, to such duty-neglecting conduct, and whether he does not confess to deserve punishment. Article 18. Prisoners. 11. 12. 13. 14. 2. 10.
Dutch transcription
1m Idem. zegt Neen. zegt van Chriskole niet te vervald gang te neemen op dezelvde nagt is bepaald geworden! of niet bestemd is geweest wat een yder bij d'uitvoering moest doen en waar hij gee: zijn post heeft gehad „12 of hij get: zig niet naar de voor Cajuit heeft begeeven, om zig met hulp van de mattroosen van de Cajuit en de daar in bevin„ delyke geweeren te bemagtigen of hij ged: ten dien einde niet met zegt dat hij wel een houwer ge„ een houwer gewapent is geweest had maar dat hij zulx ontvan en waar hij dezelve is magtig „gen heeft van een Corporaal om geworden! voor den Cap=n te waken, en hem wat hem gev. heeft afgehouden om zijn maat Chriskol in de Cajuet na te volgen! of hij ged: buiten de geexecu teerde en gevangine persoonen nog andere kend die bij deese op roet zijn aandaadig geweest „ 16 wat reden hij gehad heeft aan een zo afschuwelijk voorneemen vervald als vooren onderstond Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede Hoop den 28 November 1786 voor de Hee „ren Iohannes marth=s Horak en Andries van sittert leeden uijt den E agtb Raad van Iu stitie voorm: die de minute deeser beneevens de ged: en mij gesw=e Clercq, meede behoorlijk hebben onderteekend /onderstond/: 'T welk ik Getui „ge geteekend R: J: v: D: Riet gesw=e Clercq, Compareerde voor ons onder ges: gecomm=e uijt den E: agtb: Raad van Justitie deeses gouverne„ ments den mattroos Elias de kosta dewelke deese zijne voorenstaande interogatoria met de daar op gevene respe klaar en duidelijk voorgeleesen sijnde weesende verclaarde daar bij te blijven persisteeren met begeerte dat er niets meer bij of van gedaan werden sal Recollement wat hij tot zijn verschoning zal bijbrengen of hij gev: niet bekennen zal tegens zijn eed en pligt gehan „deld en zig ten hoogsten straf baar te hebben gemaakt te participeeren, en tot een zul¬ „ke daad over te gaan zegt geen kwaad gedaan te heb „ben te onderstond art: 11. — „ 13 14 15 weeten 2 te helpen „18 art 17 /onderstond/ art 3. 2 zegt Iean Battist di puis oud na gissing 26 Iaaren de Zous zegt te rotterdam g'engageerd en Aldus gedaan en gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop &n 18. decbr: 1786 was geteekend & en daar omschreven dit kruis heeft de gev: eigenhandig gesteld /lager/ mij present (getee„ „kend/ R: I: V: D: Riet in margine als gecom„ mitteerdens /was geteekend/ W: T: V: Reede van oudtshoorn en Ioh=s M: Bletterman uijt wat hoofde hij dan de Ca zegt dat hij niet de officieren „pitain en officiers van zijn waar wel de soldaaten die bodem een hoop schelmen heeft de Revolte hebben gedaan schel„ Articulen gedaan maken en men genoemd heeft en zelvs genoemd Compareerde voor ons onder aan heeren gecomm: van den met die uijtdrukkingen na get: gecomm:s uijt den Ed Agtb: dat hij langer daar over geredeneert met te zeggen 't zijn Ca E: agtb: Raad van Iustitie des Raad van Justitie deeses gou Casteels de goede Hoop overge vernements den Persoon van Iaan Babtist dupui dewelke geeven omme ter requisitie zegt als vooren op de nevenstaande vraager van den pro Interim fiscaal ticulen geantwoord heeft als 9: Exter daar op gehoord te bezijden een yder Staanvanga woorden Iean Babtist du Puis van Loissons soldaat van de Legioen van Luxem„ „burg zullende desselvs te geevene resp=e in margine die „zer behoorlijk worden bekend gesteld „teekend. waar van wien en op wat Condi kort voor t vertrek van zijn tie hij gev=e is g'engageerd geworden schip aan boord gekomen te en wanneer aan boord gegaan des gev: naam geboorte plaats ouderdom en qualiteid son geboortig en aan boord geweest te zijn. Vervalt zogt dat terwijl hij zulx niet of hij gev: dus de handelwijze geapprobeerd heeft de persoder muitelingen en rebellen nen Canailles genoemd te heb niet heeft geapprobeerd en spijt gehad dat zijl: niet gere= „usseerd hebben wat deel hij get. aan 't project ofte de revolte zelv gehad heeft 2 of hij get: zulx niet gezegt heeft tegens den soldaat Raimonde ter tijde wanneer eenige gevange nen na de oorlogscheepen zin afgesonden geworden of hem gev=e ook reedenen tot misnoeging zij gegeeven te wor den en of hij gev=e aan boord niet gekreegen heeft wat hem toe komt zegt geen reden van klagen te hebben Witz. nailles ben art 1 zijn 5 zegt Neen. Vervalt Legt Niet te weten hoe zulx is toegegaan vermits hij daar vervald. Vervalt. vervalt wie de auteurs daar van en de voornaamste perticipanten geweest zijn wanneer en wee ten eersten tegens hem gev=e daar van heeft gesprooken of de revolte niet begon is met 't eisschen van meerdere rand soen en den Cap=n met geweld tot 't geve derselve te dwingen - of hij ge: niet meede daar bij is geweest en daar aan heeft geparticipeerd of zyl: niet geintentioneerd wa „ren den Cap=n en overige officie ren over boord te werpen en zeg meester van 't schip te maken of zulx dadelijk uijttevoeren niet op die nagt is vast ge steld ! waar hij gev: in dien tijd ge weest is en om wat te doen wat zijn des ged: overige ge „15. zegt in zijn hangmat! aC: 8 vervalt zegt niet meede gedaan te hebben zegt als vooren. Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo De Goede Hoop den 28 Novbr: 1786 voor de Heeren Ioh=s Marth=s Horak en Andries van Sittert leeden uijt den E Agtb Raad van Justitie voorm: die de minute deeses beneevens de gev=e en mij gesw=e Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend /onderstond/ 'T welk ik Getuige was getekend R I: V: D: Riet gesw=e Clercq Recollement Compareerde voor ons ondergets gecomm: uijt den E: agtb raad van Justitie deeses gouverne ments den persoon Jean Babtist du puis dewelke dese zijne voorenstaande Intero„ gatoria van woorde tot woorde klaar en dui delijk voorgeleesen zijnde weesende verclaar „17 of hij nog iets meer tot zijn ver schoning kan bij brengen wat hem gev= tot diergelijke pligtvergeeten gedrag heeft kunnen beweegen en of hij niet bekend straf te meritie ren art 18 „vangens daar bij hebben ge„ daan vangens niet van en weet. „ 11 12 13 „ 14 2 10
English
persisting therein, desiring that nothing more shall be added thereto or removed therefrom. Underneath stood: Thus done and reviewed at Cabo de Goede Hoop on 18 december 1786. Was signed Du puis; lower down: In my presence, signed R I: v: D: Riet, sworn clerk; in the margin as commissioners was signed W: F: v: Reede van Oudtshoorn and I: m: Bletterman. Agrees. Appeared before the Honorable Worshipful Gentlemen, both outgoing and incoming Presidents Pieter Hacker and Iohannes Isaak Rhenius, together with the other Noble Worshipful members of the Council of Justice of this government, the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstijn Hendrik Lodewijk Bletterman, ratione officii Prosecutor in a Criminal Case, on the one part; Anthonij van Bengalen, slave of the former Heemraad at Stellenbosch the Honorable Christman Joel Akkerman, prisoner and defendant in the aforesaid case, on the other part: Articles: 2. That on Saturday the 14 of the past month October, a report was received at Stellenbosch, 3. that on the road to the so-called Ian Jonkers Hoek was found the corpse of a slave boy belonging to the burgher Paulus Johannes Fick, named Jacob van Mallebaar, 4. a judicial commission immediately proceeded thither, 5. whereupon on the aforesaid dead body, which lay stretched out on its back a few paces from the road, a stab wound on the right thigh was found about eight inches above the knee, 6. by which stab wound it was judged upon surgical examination that the artery located there had been severed and that the wound had become fatal due to help not being administered immediately. 7. That the Officer Prosecutor, being informed a few days later 8. that the defendant in this case had been captured elsewhere in the dunes and brought to the prison house here, 9. who had immediately confessed: 10. that because some oxen from his master's wagons had gone missing on the way from here to Stellenbosch, he had absented himself and gone to the cattle post of his master situated in the aforesaid Ian Jonkers Hoek, 11. and taken his assegai from the straw hut standing there, 12. that the prisoner and defendant proceeded from there to the dunes to search for the aforesaid missing oxen, 13. but having not found them, returned to the aforesaid cattle post.
Dutch transcription
de daar bij te blijven persisteeren begeeren de dat er niets meer bij of van gedaan werden zal /onderstond/ Aldus gedaan en gerecolleerd aan Cabo de Goede Hoop & 18 december 1786 was getee kend Du puis lager mij present geteekend R I: v: D: Riet gesw=e Clercq in margine als gecomm: /was getekend W: F: v: Reede van Oudtshoorn en I: m: Bletterman Accordeert Art: s. Ende de de Legger. 2 dat of Zaturdag den 14 der gepasseerde maand Octo„ „ber tot stellenbosch berigt ingekomen zijnde, 3 dat op weg na de Loogenaamde Ian Jonkers Hoek gevonden was, 't Lik van een aan den burger paulus Johannes Fick behoorende slaven Jongen met naame Jacob van Mallebaar, „ 4 eene geregtelijke Commissie zig terstond derwaards had begeeven. 5: als wanneer aan 't voorsz: doode lighaam, 't welk op de tegge uijtgestrekt eenige wynige treeden van de zeviepslag, eene steek aan de regten By Ciroa agt duymen boven de knie bevonden was 6 door welke steek bij Chirurgicale examinatie geoor „deelt is, de aldaar leggende slaaader afgesnoeden in de wonde door de niet terstond toegebragte hulpe doodelyk te zijn geworden. dat de R: O: Eyssr eenige wynige daagen geinformeert, zynde arm 8dat elders in de duijnen opgevangen ten gevangen huijs alhhier was gebragt ged: in deesen. denwelken ter stond had bekend en van zin lysierswaa¬ „10. dat vermits eenigepos „gens op weg van hier na stellenbosch, absent geraakt waaren zig geabsenteert, en na de rhee plaats van zyn Lylheer geleegen in de voorsz Ian Jonkers Hoek begeeren 11. En uijt 't aldaar staande sroo huijsie zin as„ „sigaaij zou hebben genoomen. 12 dat den gev: en ged: van daar op na de e duynen om de voorsz: vermiste ossen te gaan soeken, zig begeeven. 3. dog dezelve niet gevonden hebbende na de voorsz: tweeplaats gekeert was Compareerde voor de WelEdele agtbaare Heeren zoo afgaande als aankoomende praesidenten Pieter Hacker en Iohannes Isaak Rhenius beneevens de verdere Edelen Agtbaaren raade van Jus„ „titie dezes gouvernements, den Sand-drost van Stellenbosch en drakenstijn Hendrik Lodewijk „Bletterman, ratione oficie Eysscher in Cas Crimineel ten Eenre AAnthonij van Bengalen; zy eijgen van den oud Heemraad tot Hellenbosch d' E. Christman Poel Akkerman, gev: en geden in't voorsz Cas ter andere zyde: van Nerssen Seent Artt. Contra. 8
English
Article 13. but, not having found the same, had returned back to the aforesaid safe haven, 14. When he, prisoner and defendant, met the aforesaid Iacob on the way and asked him for food, while he, prisoner and defendant, had not had food in two days, 15. that the aforesaid Iacob having refused him, prisoner and defendant, food, 16. the prisoner and defendant thereupon gave the same Iacob a stab in the right thigh, 17. took the food from him, and thus took to flight, 18. without having had the intention to have wanted to deprive the aforesaid Iacob of his life, 19. while he, prisoner and defendant, himself did not know whether the same had died, 20. upon which information the Officer as Plaintiff, on account of the prisoner and defendant's intervening indisposition, after his recovery, caused him to be heard before the gentlemen commissioners from this Noble, Honorable Court on the articles framed for that purpose by the Officer as Plaintiff, 21. and from which responses given thereto by the prisoner and defendant, the Officer as Plaintiff trusts it is sufficiently established: 22. that the prisoner and defendant is the perpetrator of the aforesaid deed; 28. therefore the Officer as Plaintiff considers that these two matters, to wit the crime and the perpetrator thereof, 24. both from the post-mortem report and surgical certificate, as well as from the prisoner and defendant's voluntary confession, 25. being placed beyond all dispute, 26. nothing more remains than to ascertain 27. what punishment is generally established by law for similar crimes, 28. and whether and to what extent the same punishment, on grounds of the concurrent circumstances during the commission of the crime itself, could or ought to be mitigated. 29. With respect then to the first point, the words of the laws are so clear, 30. without regarding the further circumstances, 31. that one would need no extensive argument to prove, both by virtue of the instrument which the prisoner and defendant employed, as well as from the consequences thereof, that the prisoner and defendant would have merited the ordinary punishment of death. 32. But since it is the Officer as Plaintiff's duty 33. to investigate diligently both innocence as well as guilt, 34. before and prior to demanding the death penalty against the perpetrator by virtue of the laws, Article 35. he therefore also believes, on grounds of the circumstances and motives attendant to the act committed by the defendant and prisoner, that he must advance in this case toward a mitigation of the ordinary punishment, 36. that the prisoner and defendant had never before had any, even the slightest dispute or quarrel with the aforesaid Iacob, 37. it must therefore also be certain 38. that he, prisoner and defendant, had not had food in two days, 39. having also had no opportunity to obtain it in one or another no less dangerous manner. 40. The prisoner and defendant, at precisely that moment when the hunger that had arisen in him must have reached its nearly extreme limit, encountered the aforesaid Iacob, 41. whom he, prisoner and defendant, addressed for that purpose and was refused such. 42. Wherefore he, prisoner and defendant, in order to satisfy his hunger, was forced to employ other means. 43. As the prisoner and defendant then also thereupon gave the same Iacob a stab in the right thigh, made himself master of the food, and furthermore took to flight, 44. without knowing whether the aforesaid Iacob died of that wound or not, 45. and that even the wound, upon surgical examination, was found to belong among those which became fatal due to the help not having been brought quickly; 46. that consequently it having appeared from all the aforesaid circumstances, 47. that the prisoner and defendant never ever had any hatred or grudge against the aforesaid Iacob, 48. but because, in order to satisfy his hunger, he inflicted there on the spot a stab with an assegai he held in his hands on the aforesaid Jacob's right leg, 49. whereby it cannot with any possibility be presumed 50. to have been his intention to kill the same Iacob. 51. Just as this appears from his confession, 52. since he did not know that the aforesaid Jacob died, 53. the Officer as Plaintiff, therefore, cannot demand the ordinary punishment of death against the prisoner and defendant with sufficient ground and a quiet conscience, 54. but rather /:under correction:/ believes, 55. that on the contrary an [illegible] closely approaching the same against Article 56. [illegible]
Dutch transcription
Art 13 dog dezelve niet gevonden hebbende te rug na de voorsz: vreeplaats gekeert was, 14. Wanneer hij gev: en get of weg voorsz: Iacob ontmoet en denzelven om kost had aangesprooken terwijl hij gev: en ged: in geen twee daagen kost had gehad. 15 dat voorsz: Iacob hem gev: en ged: pijze gewijgerd hebbende. 16 den gev: en ged: denzelven Iacob daarop een stoek int regter dikbeen, gegeeven. 17 de Mize afgenomen en zoo op een loopen gezet had„ 18 zonder intentie te hebben gehad, van voorsz: Iacob om 't leeven te hebben willen brengen 19 terwijl hij gec; en ged: zelve niet en wist off den zelven gestorven was, 20 op welke informatien de R: O: Eyss„r vermits des gev: en ged: tusschen gekoomene indispositie, na desselfs herstelling, denzelven voor Heeren gecom„ „mitteerdens uyt deesen Edelen agtbaren rade heeft doen hooren op de ten dien fine door de R: O Eysst geformeerde articulen 21 en uijt welke door den gev: en ged: daarop gegee„ „vene responsiven de R: E: Eiss„r vertrouwd apnoeg„ „zaam te Consteeren. „ 22. dat den gev: en ged: is den daadar van 't voorsz: fait 1 „ 28. des vermeend de R: O: Eyss„r dat deeze twee saaken te weeten de misdaald en den auteur van dien „ 24 zoo uit de schouwoedulle en Chirurgicale Certifi„ „caat, als wel uijt des gev: en get: vrijwillige con„ „fessie 25. buijten alle Contestatie zijnde gesteld 26: er niets meer resteerd als na te gaan 27. welke straffe of zoortgelijke misdaaden in't gene„ „raal bij de wetten is gestatueerd 28 en aff en in hoe verre dezelve straffe uyt hoofde van de Concurreerende omstanderheeden by 't pleegen van de misdaad zelve zou kunnen off behooren te worden gemiligeerd. 29. Ten opzigte dan van 't eerste zyn de woorden van de wetten zoo klaar 30 zonder op de verdere omstandigheeden te letten 31 dat men geen breedooerig betoog noodig zou„ hebben om zoo uyt hoofde van 't instrument t welk den gev: op ged: heeft geEmployjeerd, als uijt de gevolgen van dien te bewijzen dat den gev: ten gede de ordinaire straffe des doods zoude hebben gemeriteerd. 32 dan daar 't des R: O: Eys:r pligt is „ 33 zoo wel tot onschuld als schuld naauwkeurig on„ „derzoek te doen. 34 eer en alvoorens hij uyt kragte van de wetten jeegens den daader 't doodvonnisse eyssche Art: 25 soo vermeend hij dan ook uyt hoofde van de by 't door den gedE en gev: geplegde fuit gepaard gegran hebbende omstandigheeden ende motiven tot 't fait zelve, tot miligatie der ordinaire straffe in deezen te moeten advanceeren 36. dat den gevs en ged„en nooyt bevoorens eenige de min„ hebbende. 37: 't dan ook mits dien zeeker moet zijn 38 dat hij gev: en ged„en in geen twee daagen pyze gehad 39. ook 't geen geleegentheid om dezelve op de een off ander niet min gevaarlijke wijze te erlangen. 110 den gev: en ged: Juijst op dat tijd stip dat den bij hem ontstane honger bijna tot 't uijterste gekomen zal zijn rencontreerd den voorsz: Iacob 41 denwelke hi get: en ged:e, daarom aanspreeken ne hem zulks werd gewijgert. 42 des hij grd: en ged: om zyn honger te stellen genood„ „zaakt wierd andere middelen te employeeren. 43. zoo als den gev: en ged: dan ook denzelven Iacob daarop een steekt in't regter dikbeen heeft gegeeven zig van de sijze meester gemaakt en voorts op leen loopen bezest. UW. zonder te weeten of voorsz: Iacob aan die wonde gestorven is ofte niet 45, en dat ook zelvs de wonde bij Chirurgicale exami „natie bevonden is te sorteeren, onder de zoodanig dewelke door de niet spoedig toegebragte hulpe doodelijk zyn geworden 46. datt gevolgelijk uijt alle de voorsz: omstandige„ „heden zynde gebleeken 47. dat den 9ev: en ged: nimmer ofte nooyt eenigen de haat off wrok jeegens voorsz: Pacoll heeft gehad. 48. maar om dat hij om zyn longer te stillen voorsz: Jacob aldaar ter plaatzen aan deszelvs regten been een steek met zijn in handen hebbend assigaa„ heeft toegebragt 2 1 49. alwaar met geen moogelykheijd kan worden geprasumeerd. 50 zyn intentie geweest te zijn denzelven Iacob om 't leeven te brengen. 51. gelyk zulx uyt zyn Confessie blykt 52 alzoo hij niet geweeter heeft, dat voorsz: Ja„ „cob gestorve is 33. de R: O: Eis„r dan ook met geen genoegzaame grond en gerust geursse Jeggens den zev: en ged: de ordinairen strafte des doods kan vorderen. 54. Maar veel een /:onder Correctie / vermeend. 55. dat daar teegen eene Peer daarna bij komen den „ste questie ofte twist met voorsz: Iacob gehad Jeegens Art: 56. . 1 Lrassen. gen
English
left to the discretion of the judge, which is always left to the discretion of the judge in proportion to the concurrent circumstances. There appeared before us, the undersigned commissioners from the Honourable Worshipful Council of Justice of this government, the slave Anthonij, who to the adjoining questions answered as stands noted beside each of the same. Article 1. The prisoner's name, age, and place of birth. States Anthonij, aged about 25 years, native of Bengal. Article 2. Whose slave he is. States he belongs to Christiaan Joel Akkerman. For which and other reasons the Officer acting as Plaintiff, making his demand, concluded that the prisoner Anthonij of Bengal mentioned in the heading of this document shall be taken to the place where criminal sentences are customarily executed here, and being delivered there to the executioner, be exposed under the gallows with a rope around his neck, further bound to a stake, whipped with rods on his bare back, branded thereon, and further sent for the rest of his days to Robben Island to work at the Honourable Company's public works, with condemnation in all costs and expenses of justice, or to such other punishments and penalties as Your Worships shall deem proper. At the bottom was written: Which doing, and was signed: H. L. Bletterman. In the margin: Exhibited in court on 29 December 1786. Articles drawn up and submitted to the gentlemen commissioners from the Honourable Worshipful Council of Justice of this government by and on behalf of the undersigned Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletterman, in order that the slave Anthonij of Bengal, belonging to the former Heemraad the Honourable Christiaan Joel Akkerman, be heard and interrogated upon them at his requisition, the answers to be given by him to be noted down beside each article. Whether the prisoner in the recently passed month of October went with his master's wagons from the Cape to Stellenbosch. States yes, that he rode from the Cape with the wine wagons with his young master. Whether the prisoner on that occasion, when the wagons were unyoked along the way, had supervision over the oxen belonging to the said wagons. States yes. Whether two of the said oxen did not then go missing. States yes. Whether the prisoner did not thereupon set out again on the road in order to go look for the two lost oxen. States yes. Whether the prisoner also went to his master's cattle post situated in the Jonkershoek. States to have been close to the place. Whether the prisoner took from the hut standing there an assegai and another sharp cutting instrument. States yes. Whether the prisoner subsequently returned to the Jonkershoek. States to have gone to the Jonkershoek. Whether the prisoner then met the slave of the burgher Paulus Johannes Fick. States yes. Whether the prisoner thereupon also absented himself, and whither he went. States yes.
Dutch transcription
„gelaten geworden. Compareerden voor ons onderget: gecommitt s uijt als bezyden een ijder der „selver aangeteekend staat. Art 56, 't geen altoos na mate van de Concurreerende om„ 25 Jaaren van Bengalen geboortig geboorte plaats. „standigheeden aan 't oordeel van den regter is over„ te zyn. Art: 2. wiens lyfeygen hi get is Segt, Christiaan Ioel Akkerman toe te behooren. Mits welke en andere reedenen den R: Officie Eysscher Eysch doende zegt Ia met zin klynbaas van Concludeerde, dat den in den hoofde deezes gemelde gevan„ „gene Anthonij van bengalen zal buyten gereeden te zyn: werden gebragt ter verlaalden, alwaar men alhier gewoon is Crimineele sentintien ter Executie te leggen, en aldaar aan den scheefregter Legt. Ja¬ overgeleevert zynde, met een Scrot om den hals onder de galg ten toon gesteld, voorts aan een paal gebonden, en met roeden op de bloote zugge gegeesselt en daarop gebrandmerkt te werden en voorts ten beuurgen dagen, of 't zegt Ia: robben eijland aan 's E. Comp„s ge„ „meenen werken te arbeyden, met Condemnatie in alle e kosten en misen, van Justitie ofte tot al zodanige andere straffen en poenen, als uweledele agtbaarens zullen vinden te behooren /:onder„ „stond:/ t welk doende was geteekend:/ H: L: Bletterman. in marginen:/ Exhibitum in sudecid 57. bepaald is geworden den 29 december 1786. Articulen gedaan maaken en aan Heeren gecommitt:s uit den E: agtb: Raade van Iustitie deezes „titie deezes gouvernements gouvernements overgegeeven door ende van weegens den ondergete„ „kende Land-drost van Sellen„ zodanig g'antwoord heeft „ bosch en drakensteen Hendrik Lodewijk Pletterman, omme daar of ten zynen requisitie gehoord en ondervraagt te worden den Slaaf Anthonij van Bengalen toe beloorende, den oud Heemraad d' E: Christiaan Poel Akkerman zullende deszelvs te geevene antwoorden, belyden ieder ar„ „ticul moeten worden bekend gesteld. Art: des gev: naam ouderdom en zegt Anthonij oud na gissing den E: Agtb: Vaade van Sus den staaff Attonij dewelke op de nevenstaande vragen Legt Ia. Zegt. Pa. off hy gee: ook gegaan is na zegt digt bij de plaats geweest zyn Lyfleers vleeplaats in de te zin. Jonkershoek geleegen. Off hij get: uit 't aldaar staande Azoo huijsie heeft genoomen een asseguai tot andere Acherb snydenscinstrument t de ged, zig daar op niet we„ „derom op weg heeft begeeven ten eynde de beyde verloorene osser te gaan zroeken. 3 hij get: vervolgens te rug gekeerd is na de Jongershoak. 11. o hy get: als toen heeft be„ zeegend de slaaff van den burger Paulus Johannes Fick Off hij gee: zig daarop ook heeft geabsenteerd, en werwaards be„ Off hij get. niet bij die geleegentheid wanneer de waagens of weg uyt gespannen waaren toezigt over de ossen tot dezelve waagens behoo„ „zende heeft gelad. off van dezelve ossen toen niet twee absent zyn geraakt Off hij gev: in de Jongst gepasseerde maand October met de waagens hier met de wynwaagens naar van zyn Lyfheer van de Caab naar steldenboosch zig heeft begeeven. zogt na de Iankershoek gegaan te zyn. geboorten Art 12: 6 „geeven. ƒ ƒ „ 5„ „ 6. „ 4. W „ 10. Legt: Ia. Legt Ja. 85 Jaren
English
Was written underneath: Says as before. Says that he, the prisoner, stabbed the boy because that boy had refused him food, and because he, the prisoner, had not had food for two days. Whether he, the witness, also had any acquaintance with that slave, and what his name was. Says yes, that it was a Malabar boy named Jacob, whom he, the prisoner, also knew, as well as his master. Whether he, the prisoner, inflicted a wound upon the said Jacob with an assegai he held in his hand. Says yes, in the thick of the leg. Where and on which part of the body he, the prisoner, stabbed the aforesaid Jacob. Says that as soon as he, the prisoner, had stabbed that boy, he directly ran away, without knowing whether that boy had stolen the food, or whether that boy had fallen dead to the ground, or knowing whether that boy was dead. Whether he, the prisoner, also had any quarrels with the aforesaid Jacob, and if so, what this arose from; if not, why he, the prisoner, thus wounded the same slave. Says no, not to have had words except because Jacob refused him food, and says that he, the prisoner, had wrestled with Jacob because Jacob would not give him food. Whether he, the prisoner, knows that by thus wounding the aforesaid Jacob he has done great evil and is therefore deserving of punishment. Says yes, to know well that he has done evil and deserved punishment, and to know nothing more than to request never to come back to his master, because he is far too harsh, and further that it was an accident, and that he would rather be with the Company. Whether he, the prisoner, also stabbed the said Jacob with the intention of depriving him of life, and what he, the prisoner, can bring forward in his excuse. Says nothing other than what has been said before. Thus Asked and Answered at Cape of Good Hope, the 28 November 1786, before the Gentlemen Johannes Martinus Horak and Andries van Sittert, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who properly signed the original minute of this together with the prisoner and me, the sworn clerk. Lower: Which I testify. Was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. Re-examination Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the slave Anthonij of Bengal, to whom his preceding interrogatories, being read aloud word for word clearly and distinctly, testified to abide and persist thereby, not desiring that anything more or less shall be done thereto. Thus Done and Re-examined at Cape of Good Hope, the 28 December 1786. Was signed: And written around it: this mark the prisoner made with his own hand. Lower: In my presence. Signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. In the margin: as commissioners, signed: C. L. Neethling and P. M. Bletterman. On Saturday the 14th ditto, the undersigned commissioned Heemraden, assisted by the substitute Christiaan Godhelp Rudolphi and Surgeon Petrus Franciscus Melchior Bziens, upon received report that in the valley Jan Jonkershoek was found the corpse of a certain slave boy named Jacob of Malabar, belonging to the burgher Paulus Albertus Fick, proceeded thither and, after examination made, found on the body, which lay stretched out on the back, a few paces from the river, that he had been wounded.
Dutch transcription
/:onderstond: zegt als vooren. zegt, dat hij gev: die Jongens ge„ „stooken heeft om dat dien als bij zyn Lyfleet. Jongen is geweest met naame zogt Ia, dat het een mallebaars Iacob die hem gev: ook kend. Jongen hem kost gewijgerd had, en om dat hij gees in geen twee. daagen kost gehad had. Off hij get: ook heeft gezien dat voorsz: gestooken heeft is hij direct na Rool dood ter aarden gevallen is daar op een loop gezet zonder zogt dat zo dra hij gee die jongen dat de kost gerstolen had van dat hij weet of dien Jongen dood is. zogt neen geen woorden gehad te Ofhij gev, ook eenige verschillen hebben als om dat Jacob hem met voorsz: Jacob heeft gehad en zoo Ja waar over zulx is ontstaan zoo Neen waarom hij gev. denzelve zegt dat hij gev. met Jacob ge„ staaff dan dusdaanig heeft ge„ „worsteld had om dat Jacob „kevest.! hem geen kost wilde geeven. zegt Ia, wel te weeten, dat hij quaad off hij gev: weet dat hij door dus„ gedaan en Azaf verdiend te „danig kwetsen van voorsz: Jacob hebben, en niets meerder te grootelyks quaad gedaan heeft weeten maar te verzoeken, om en des weegens scrafwaarder is. te koomen omdat die veels te nimmer bij zyn Lyfleer weet straf is, en voorts dat 't een ongeluk is geweest. zogt niets anders als t wat hy gev: tot zyn verschooning geen te vooren is gezegt weeten te brengen. en lieven bij de Comp:te te willen zijn off hij gec: ook gem. Jacob heeft gestooken met oogmerk denzelven van 't leeven te belooven. Waar en op welke plaats van 't Lighaam hy get: voorsz: Iacob heeft gestooken off hij aan denzelven Jacob een Heek met zyn in hande hebbende asse„ gaan heeft toegebragt. 's hij gev: ook eenige kennis aan die slaat heeft gehad en hoe dezelve genaamd is. Aldus Gevraagd en Beantaroord aan Cabo de Goede Hoop den 28 November 1786. voor de Heeren Iohannes Martinus Hozak en Andries van Sittert leeden uit den E Agtb: Raade van Ius„ „titie voorm, die de minute deeser beneevens de gev, en mi geswclercq meede behoorlyk hebben, onderteekend, /:laager:/ 'T welk ik Getuygen / was geteekend:/ R: I: V: d: Riek gesw Clerco. Recollement Compareerden voor ons onder get: gecommitts uijt den E: Agtb: Raad van Justitie deezes gou„ „vernements den slaass Anthonij van Bengalen dewelke zine voorenstaande Interrogatoria van woorden tot woorden klaar en duydelyk voor„ „geleezen weezende betuygden daar bi de blyven persisteere, niet begeerende, dat of iets meer bij afte van gedaan worden zal. Aldus Gedaan en Gerecolleerd aan abo de Goede Hoop, den 28 december 1786, /:was getekend en daar om schreeven: / dit merk heeft den gec„ eijgenhandig gesteld /:laa„ „ger:/ My praesent /:geteekend:/ R: P. V: Piet geswofder oqs: in margine:/ als gecommitt :getee„ JK: C p Zaturdlag den 14: d Hebben d' onderget gecommitteerde Heemraden g'adsisteerd, met den substituit Christiaan God„ „help Rudolphi en Chirurgijn petrus Franciscus Melchion Bziens of ingekomen berigt dat in de Logen„ Ian Jonkers hoek was gevonden het lyk van seekere slave Jongen in naamen Jacob van Mallabaar toe„ „behoorende den burger Paulus Als Flok, zig der waards begeeven en na gedaan onderzoek, bevon„ „den; aan het Lichaam dat op de zugge uytgestrekt, eenige weynige treecken van de luuer was leggen, „den zegt Ia: in 't dik van de been. - ƒ 2 14 „ 15 . 1 13 Art: 12 1 /:onderstond: „kend:/ C: L: Neethling en P M: Blettermaz. 14 „18 „20. als - eeten wygerden.
English
a stab wound to the right thigh about eight inches above the knee with severing of the artery, and which wound the said surgeon declared, in default of immediate assistance, to be absolutely fatal. Underneath stood: Actum Datum As Above. Was signed: Groenewald and E. Wium. By order of the Honorable Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, I, the undersigned, in the presence of the Judicial Commission, have examined the dead body of the slave boy named Jacob van Mallebaar, belonging to the burgher Paul Fik. I found, about eight inches above the knee on the outside of the right thigh, a penetrating wound with the severing of the main artery lying there, which sort of wounds are called wounds that inherently become fatal if one is not quickly or in due time brought help. In witness of the truth, I have signed this with my own hand. Stellenbosch, the 11th of October 1786. Was signed: P. F. M. Briers. Whereas Anthonij van Bengaalen, slave of the former heemraad of Stellenbosch, Pieter Christiaan Joel Ackerman, aged by estimation 25 years, now prisoner of the authorities, has voluntarily confessed, and it has become evident to the Honorable Court of Justice of this government: That the prisoner, because some oxen belonging to his master's wagons had gone missing on the way from here to Stellenbosch, went to the cattle farm of his aforementioned master situated in the so-called Jonkershoek, and took his assegai from the straw hut standing there. That the prisoner went from there to the dunes to search for the aforementioned missing oxen, but not having found the same, returned to the aforementioned cattle farm, whereupon the prisoner on the way met a certain slave belonging to the burgher Paulus Johannes Fick by name of Jacob van Mallenbaar, and asked the same for food, as the prisoner had not tasted food in two days. That the aforementioned Jacob having refused him this, the prisoner gave the said Jacob a stab in the right thigh, took away the food bag, and further took to his heels, without however having had the intention to kill him, Jacob, while the prisoner himself did not know whether the same had died. That however this wound was of such effect that the said Jacob was found dead on the spot, and upon surgical examination was judged to have had the artery lying there severed, and the wound to have become fatal through aid not having been brought quickly enough. That the prisoner, a few days thereafter, was captured elsewhere in the dunes, and further delivered into the hands of justice. Now therefore, since such murderous wounding, in a land where law and justice are properly maintained, can by no means be tolerated, but ought to be punished as an example to other evildoers. So it is that the Honorable Court of Justice aforementioned, in session on this day, having read and considered with attention the written Criminal Claim and Conclusion made and taken by the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewyk Bletterman, in his official capacity, upon and against the defendant, together with having noted all that was pertinent to the matter and could move their Honors, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, have condemned, as their Honors condemn by these presents, the prisoner Anthonij van Bengalen, to be taken to the place where it is customary here to execute criminal sentences, there to be delivered to the executioner, and with a rope around his neck to be exposed under the gallows, then tied to a post, and severely flogged with rods on his bare back, and thereupon to be branded; further to be banished for the term of his life to Robben Island in order there to work without wages on the Honorable Company's public works, with condemnation in all the costs and expenses of justice. Cape of Good Hope, the 25th of January 1787. Read to the Court on the 3rd of the following month of February and executed on the same day. Was signed: J. S. Rhenius, S. van Echten, Cobus Beier, C. L. Neethling, N. C. Gien, C. Matthiessen, H. I. De Wet, and J. M. Bletterman. Lower: In my presence, signed: C. V. Aerssen, Secretary. Agrees. Inventory of documents made and delivered to the Honorable Court of Justice by the sworn clerk at the judicial secretariat, as qualified in office to attend to the case of the Landdrost of Swellendam, prosecutor in this criminal case, on the one part, upon and against the Hottentot Daniel Dikkop, prisoner and defendant in the aforementioned case, on the other part. This inventory is endorsed on the back. 1. Criminal Claim and Conclusion formed by the prosecutor ex officio upon and against the defendant and marked with the letter A. 2. 10 Articles with the responses given thereto by the prisoner at the requisition of the prosecutor ex officio. 3. 2nd: Declaration of the Field-Cornet P. C. Lamprecht, properly re-examined. 4. 3rd: Declaration of the slave Damon van Bengalen belonging to Hendrik van der Wat, with his re-examination, and marked L. C. No. 1, 2, 3, serving to justify the facts charged against the prisoner and defendant in the aforementioned Criminal Claim and Conclusion by the prosecutor ex officio, and consequently to verify the prosecutor ex officio's claim from article 2 to 19 inclusive. The remaining articles of the same Criminal Claim are introductory, matters of law, or confessed, and consequently need no special proof. 5. Legal Memorandum, if necessary to be formed, and then to be marked with the letter D. Was signed: R. P. F. D. Riet, Sworn Clerk.
Dutch transcription
„de, Een steek aan de regter bije Cerca Agt duymen boven de knie met afsnyding der slageder, en welke wonde gem: Chirurgijn declareerde bij ver „suijm van de dadelike toegebragte hebben vol„ „strekt dodelyk te sin. i1 /:onderstond: Actum Datum Ut: Supra: /:was getekend:/ Groenewald en E Wium Door ordre van den E: Heer Land-drost van Stellen„ „boekh en drakenstein heb ik onderget: in de te„ „genswoordigheit van de rechterlyke Commissie gevisiteerd het doode lichaam van den slave, Jon„ „gen genaamt Jacob van Mallebaar toebehoorende Aan den burger pauwil Fik heb bevonden ontvert: Agt duymen boven de knie aan de rechter deze aan den buyten kant, een doorgaande wordt met strijding van de aldaar leggende zye Mag ader welke soort van wonden, men wonden noomst die van zelf, doodelyk genaamt wor¬ „de als men niet schielijk of ter behoorlyker tyd te hulpen komt. Tot Toeken der waarheedt heb ik deesen eygenhan¬ g onderteekend. SellenCoseh den 11e October 1786. /:was gete„ „kend:/ P: F: M: Briers. lzoo Anthonij van Bengaalen slaaf van den oudheemraad van stellenbosch P„r Chris „tiaan Joel Ackerman, oud na gissing 25 Jaaren, thans Heeren gevangen, vrywillig beleeden heeft, en 't den E: Achtb: Raad van Iustitie deezes gouvernements evident gebleeken is. Dat de geven vermids eenige ossen van zyn lyffeerswagens op weg van hier na stellenbosch absent geraakt waaren zich na de veeplaats van zinen voorm: Lyfseer geleegen in de Loge„ naamde Jonkershoek begeeven, en uit 't aldaar staande stroo huisje zyn assengaaij genomen /:onderstond: dat voorsz: Iacob hem zulks geweigert hebben„ „de, de ged denzelven Jacob een Steek in't regter dikbeen gegeeven, de sile afgenoomen, en 't voorts of een lopen tezet heeft, zonder echter geintentioneerd te zyn geweest van hem Jacob om 't leeven te brengen, terwijl hi get: zelve niet wist of dezelve gestorvt ware dat echter deeze wonde van dat effect is geweest, dat gem: Jacob daar ten plaatsen dood gevonden, en bij Chirurgicale examina„ tie geoordeelt is, de aldaar leggende sag„ „ader afgesneeden, en de wonde door de niet spoedig genoeg ^ toegebragte hulpe doodelyk geworden te zyn. dat de gevangene, eenige weinige daagen daar na elders in de duijnen opgevangen, en voorts in handen van Iustitie over geleeverd is geworden, dan nademaal diergelijke moorddadige quet„ „singe, in een land alwaar recht en gerechtigheijd behoorlijk worden gehandhaafd, geenzints kan worden gedeeld, maar ten exempel van ander zoo is 't dat den E: Achtb: Raad van Justitie voorm: ten dage dienende met opmerkzaam¬ „heijd gelezen en overwagen hebbende den Chrif„ „telijke Crimineelen Eisch en Conclusie door den Land-drost van stellenbosch en drakenstein den Heere Hendrik Lodewyk Btetterman nomine officie op ende Jeegens den ged. gedaan en ge¬ „nomen, mitsgaders gelet of al het gunt ter materie was dienende, en hun EE: Achtb„s konde doen moveeren, Recht doende uyt naam ende van weegens de Hoogmoogende Hoeren staaten generaal der vereenigde Neederlan„ „den, den gev: Anthonij van Bengalen hebben kwaaddoenders behoort te worden gepuni„ heeft. Dat de gev: van daar naar de duijnen gegaan is, om de voorsz: vermiste ossen of te zoeken, doch deselve niet gevonden hebbende, te rug gekeerd is na de voorn: veeplaats wanneer hij get: of weg zekeren slaaf toebehoorende den tburger paulus Johannes Fiok in naame Jacob van Mallenbaar ontmoet, en dezelven om kost gevraagd heeft, al„ „zoo hij get: in geen twee daagen spijze genooten heeft gesondem. 1 „eerd. had. condemneeren mids deezen, omme gebracht te worden ter plaatsen daar men alhier gewoon is Cremineele sententien ter uytvoer te brengen aldaar den scherpregter overgeleverd, en met een strop om den hals onder de galg ten pronk gesteld, zynde, voorts aan een paal gebonden, en met roeden op de bloote rugge strengelijk gegeeseld, en daarop gebrandmerkt te worden widers voor den tijd zyn, sleevens ten robben bilande gebannen te worden omme aldaar aan 'sE: Compagnies gemeene werken, zonder loon te arbeiden, met Condemnatie in alle de Cabo de Goede Hoop den 25 Jann: 1787. midts„ de Hoof den 3 der daaraanvolgende maand Februarij en geëxecuteerd ten selve dagen (:was geteekend:/ I: S: Rhenius, S: van Echten, Cob„s Beier C: L: Noethling N C: Gien Cihatthiessen, H: I: De Wet, en I„n M: Bletterman. /:laager:/ Mij praesent /:getekend:/ C: V: Aerssen. Secretaris. - Accordeert gecondemneerd, gelijk hun EE: Achtb„s denzelve kosten en mesen van Justitie. /:onderstond: deesen Inventaris is dorso gequoteerd ƒ Crimineelen Eisch en Conclusie door den - r: O: Eysscher op ende Jeegens den ged„e geformeerd en gequoteerd met de Letten 10 Artiaulen met de door den gev: ter te„ „quisitie van den 7: O: Eysseher daarop gegeevene responsiven, t 2:e Verklaaring van den Veldwagtmeester P: C: Lampracht behoorlijk gerecolleerd 3: verklaaring van den Rlaaf damon van Bengalen toebehoorende Hendrik van der wat met dies recollement en L: C: N„o 1„ 2„ 3: dienende tot sustificatie van de faiten aan den gev: en ged„en bij de voorsz: Crimineelen Eisch en Conclu„ „sie door den rak off: Eysscher ten Lasten gelegt, en mits dien tot verificatien, van des r: O: Eysschers Eysch van art„l 2 tot 19 inclusive. de overige articulen van den zelven Crimineelen Eysch zyn introduatien motoir Puris off in Confesso, en hebben mitsdien geen spediaalder bewijs nodig. Memorie van regten /: is 't nood:/ te formeeren en als dan te quoteeren met de Letter /:was geteekend:/ R: P: F: D: Riet geswClercq. D: A:o maaken en aan den WelEdelen Achtb: „Rade van Justitie overgegeeven door den gesw Clercq ter Iustitieee secretarije als in Officio gequalifi„ „ceerd ter waarneeming der zake van den Landdrost van Swellendam r: O: Eysscher in Cas crimineel ter eenre. — op en de Teegens. den Hottentot Daniel dikkop gev: en Jnventaris van stukken gedaan, ged„e in't voorsz: cas ter andere zijde. gequoteerd. 1 1 6 - P . 1
English
Article 1: The plaintiff ex officio shall have the honor to state briefly to your Honorable Worships in accordance with the truth: 2: That the prisoner and defendant, who was hired out at an out-station of the farmer commonly called klijne Hendrik van der Wat, situated on the Brakke Rivier, 3: With and alongside the two slaves of the said van der Wat, named Damon van Bengalen and his wife Catharina van Batavia, 4: About 3 months ago from now, 5: On the occasion that the said Damon, as was his custom mostly almost weekly, 6: Had gone to the residence of the said van der Wat, in order to fetch bread and meat for the three of them, 7: That then, while the prisoner and defendant found himself alone with the said Catrijn at the said place, 8: The foul lust came over him to converse carnally with the said Catrijn, 9: And upon the refusal of that maid, treacherously struck her on the back of the head with a stone, 10: Subsequently beat her with the fist on the face, forehead, and in the neck, 11: And finally, in order to bring his malicious enterprise to full completion, 12: The said maid, who lay gasping in agony on the ground, 13: A strap or hobble rope which the prisoner ordinarily wore around his body, 14: And with which he usually tied the cows when he was busy milking, 15: Bound around the neck, and in that manner dragged around, up, and against the cottage. A Hottentot Daniel Dikkop, prisoner and defendant in the aforesaid case, on the other side. There appeared before the Honorable Worshipful Council of Justice of the Government of Cabo de Goede Hoop, the sworn clerk at the Secretariat of Justice, qualified ex officio by the High Authorities of this country to represent the case of the Landdrost of Swellendam, Constant van Nuld Onkruijt, plaintiff by virtue of his office in a criminal case, on the one side.
Dutch transcription
Art: 1: Den R: O op: Eijss„r zal d' Eere hebben uwel Edele Achtb„s kortelik comform de waarhyd zeggen„ 2: dat den gev en geden die in huur beschyden is geweest of een verplaats van den landbouwer in de wan„ „deling genaamt klijne Hendrik van der Wat geleegen Aan de Brakke Beevier 3. met ende beneevens de twee slaaven van gem: van der wat, in naame damon van bengalen en zyn Wyf „ Catharina van Batavia ƒ. 10 4. voor nu omtrend 3 maanden geleeden. 5 bij geleegentheid dat gem: Damon, gelijk meestertijds ten genoegzaam weekelyks 't gebruyk had, 6. na de woonplaats van gem: van der wat gegaan was, ten Einde voor hun drien Brood en vleesch te haalen. als toen hem geven en ged„en terwijl hij met gem: Catrijn alleen ter gem: plaatse zig bevondt 8. de vuyle lust bekroopen heeft, om met gem: Catrijn vleeschelyk te converseeren en of de wijgering van die my&, haar met een steen verraderlijk op 't agter hoofd gesmeeten. 10. vervolgens met de vuyst op 't aangezigt voorhoofd en in den Nek geslaagen. 11. en Eyndelyk om zyne boosaardige onderneeming ter volkoomene maturiteijd te brengen. 12 de gem: Meyd die heefs zieltoogende ter aarde Lag 13. Een riem af spantouwn die hij geven ordinair om zyn Lighaam droeg. 14 En waar meede hy gewoonlyk de koeijen vastbond„ wanneer hy mett melken beezig was. 15 om den hals gebonden, en indiervoegen 't huysje rond op ende Jeegens. J: P. Ed Een Hottentot Daniel Dikkop gev: en gede in't voorsz: Caster andere zyde. Compareerde voor den Wel Edele Achtb: Rade van Justitie des. Gouvernements van Cabo de Goede Hoop, den geswclerox ter secretarije van Justitie als en officio door de Hooge Overighijd deeser Lande gequalificeerd ter waarneeminge der zaake van den Land, drost van Swellendam Constant, van Nuld Onkruijt ratione oficie Eysscher in Cas crimineel ter Eenre. — gesleept.
English
dragged, until she had given up the ghost, Article 16. the prisoner and defendant having finally, when that maid was dead, given her several scratches and pinches with the nails in the face. 18. in order thereby, according to his own confession, to make the slave Damon, upon his return, believe 19. that the female slave Catrijn had been bitten to death by a tiger. 20. as Your Right Honorable Worships will be able to observe this and that in further detail, both from his interrogatories answered and verified before the commissioner gentlemen from this illustrious court, and from the depositions given by the field sergeant Lampregts and the slave Damon. 20. And to whose contents the Officer Plaintiff, for the sake of brevity, takes the liberty of referring. 22. that the slave Damon, having made a proper report of this murder to his master, 23. his said master requested the aforesaid field sergeant Lampregts to conduct an ocular inspection of the corpse, 24. whereupon at the inquest it appeared 25. that the said maid had several wounds on the back of the head, as well as blows in the face and bites in the cheeks, as well as a stripe around the neck, where the strap had been, 26. in accordance with the confession of the prisoner and defendant, 27. without, however, the field sergeant, having no medical knowledge thereof, 28. being able to discover a wound that, considered in itself, could absolutely per se be regarded as mortal. 29. while the prisoner and defendant remained on the premises, and took notice of everything, 30. pretending to know nothing of the murder, since he had been in the field to tend the cattle, 31. which, however, his gnawing conscience certainly will have given him no rest about, 32. since he shortly thereafter deserted, and having become suspect through this desertion of his, 33. after the expiration of three days, was apprehended at night at the place of the said Lampregts, 34. and thus was delivered into custody into the hands of Justice here. 35. that all the circumstances that accompanied the deed bring to the mind of the Officer Plaintiff, Article 36. that however much the ill-treatment committed by the prisoner and defendant upon the said Catrijn 37. must be regarded as the sole cause of her premature death, 38. and that notwithstanding the possibility that some external assistance might have caused the death of the said Catrijn, 39. the prisoner and defendant must nevertheless be considered as the sole cause of the death of that female slave, 40. and as such, per factum illatum, ought also to be punished with the penalty of death, under correction. 41. With regard, however, to the application of the punishment, under correction, the following ought to come into consideration: 42. Firstly, whether there were any reasons and motives that gave the prisoner and defendant cause for this manslaughter, 43. and whether and to what extent they might serve the prisoner, 44. as well as what punishment he, the prisoner and defendant, has merited by committing that manslaughter and ought to be inflicted upon him, the prisoner. 45. The reasons and motives that seem to have given the ground for the committed manslaughter 46. is that the deceased slave Catrijn persistently refused to comply with the prisoner's wicked demands, 47. the prisoner and defendant having then become vexed by the continuous refusal, 48. the love turned into a rage, 49. and he allowed himself to be carried away so far by his passions! 50. that he, the prisoner, cast all humanity aside. 51. And certainly a principal ground of excuse is his youth, although an age at which he can receive his well-deserved punishment, nevertheless proceeds more or less toward mitigation, 52. because the passions of nature in young people are so seldom to be curbed in man. 53. Indeed, in that moment man is, as it were, stripped of all reason, and disposed toward dangerous extremes, especially when he feels sorely disappointed in his expectation. 54. This then having been dealt with, nothing more remains than to consider the crime in itself and the circumstances.
Dutch transcription
gesleept, tot dat zij den geest gegeeven had, Art 16 hebbende zij gest en ged„e nog eyndelyk wanneer die myd dood was. haar eenige krabben, en kneepen met de nagels in't Aangezegt gegeeven. 18. om daar door volgens zyne eygene Confessie den slaaff damon, bij zijn terug komst in dien waar te 19 of de slavin Calrijn door een tyger dood gebeeten was. 20. gelyk uwel Edeede Achtb„ dito oen en ander nader zult kunnen beoogen zo uyt zyne voor heeren gecommitt s wyt deese Luisterrijke vierschaar beantwoorde en gere„ „colleerde vraag articulen, als de verklaaringen door den veldwagtmeester Lampregts en den staaf damon gegeeven.. 20. En aan welkers innehouden den 7: O: Eysscher korts„ „hydshalven de vryhyd neemt zog te defereveen. 22 dat den slaaf damon van deeze moord behoorlik rappord aan zyn lyfheer gedaan hebbende. 1 23 gem: zijn Lyffeer dien veldwagtmeester voorsz: Lampreagts heeft verzogt van't lyk te neemen oculaire inspectie 24 als toen bij de schouwing gebleeken is. „ 25 dat de gem: Meijd verschillende wonde op 't agterhoofd mitsg„s slaagen in't aangezigt en beelen in de wang„ als meede ten streef om den hals, waarom de Riem geweest was gehad heeft 26 Conform des ge: en ged: Confessie 27 zonder dat egter door dien veldwagtmeester, als daar geene kennis kennisse van hebbende 28. heeft kunne werden ontdent, eene wond die of zig zelve beschouwd volstrekt per se doodelyk kon werden geconsidereerd. 29 terwijl den geo, en ged: nog op de plaats verbleeven is, en van alles aanhouw genoomen leeft. 30 voorwendende van de moord niet te weeten, vermits hij in't veld was geweest om 't veete hoede 310. dat egter zyne vroegende Conscientie hem geven geene rust, zeekerlijk gelaten hebben zal. 32. vermits denzelven kort daarna was opgedrosk en door deeze zyne opdrosing subpect geraakt zynde. 33 / na verloop van drie daagen, des Nagts ter plaatse van gem: Lampregts is opgevangen geworden. 34 En dus in hegtenis in handen der Iustitie alhier is overgelevert. 35 dat alle de omstandigheeden dewelke 't feijl hebben verzelt gegaan, 't aan den 7: O: Eyss„r voorgkomen brengen. Art 36 dat hoe zeer wel de mishandeling door de gev„e en ged=en aan dezelve Catrijn gepleegd. 37. als de eenige oorzrak van desselvs proematiur, over„ „lyden Rhynen te moeten werden aangemerkt, 330: en dat niet tegenstaande al eens misschien eenige toegebragte halpe van buyten het overlyden, van dezelve Catzijn zoude hebben kunnen provenieeren 39: den gev: en geds egter als de eenige oorsaak van den dood: dier savin moeten werden geconsidereerd 40 en als zodanig per factum illiatum, ook met de tratta des doods /:onder Correctie / diend: te worden gestraft. 41 met betrecking egter tot, de applicatie der Arasse, /:onder verbeetering:/ beloovd te koomen in aan„ „merking. 42: Eerstelijk of er eenige reedenen en moteven zyn geweest, die den goev:e en ged„e tot deese doodslag hebben aan„ Oegeeven. „lyding 42 en af en in hoe verre hem gev„e dezelve te staate zouden kunnen koomen. 44 mitsgaders welke strafje hij gev„e en ged„e door 't Committeeren van dien doodslag heeft gemeriteerd en aan hem Gev behoord geënfligeerd te worden. 45. de reedenen en mativen die den grond tot de be„ „gaane dood slag schynen aanlyding gegeeven te hebben. 46. is, dat de ontsielde slaaven Catrijn wygeragtig gebleeven is, aan zyn gev„ boose lasten te voldoen 47 den gev: en ged: dan moeyelyk geworden zynde over de aanhoudende wygezing. 48 is de Liefde tot eene woede overgeslaagen 49 en heeft zig zoo verre door zyne driften laaten verroeren! 51. en voor zeeker een voornaame grond van ver„ „schooning is zyne Ionthijd, hoe wel een ouderdom waarin hij zyne wel verdiende strafe kan ont„ „fangen, legter min off meer tot miligatie procedeert 32 door dien de driften der Natuur, in Jonge Paaren, bij den Mensch zo Selden te beteugelen zyn. 53 Ia af 't ogenblik den Mensch als 't waare van alle tegeneeving ontbloot, en diponeert aan gevaarlyken uyteijndens, voornamentlijk als hij zig in zyne ver„ „wagting zeel, te seur gesteld. d 54. dit dan afgehandelt zynde resteerd er niets meers, als de misdaad op zig selven te beschouwen en de §0. dat hij gev: alle menschelykheid heeft ter zyde ge„ „steld. is omstandigheeden „ 1 2 1 1 „