VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 4332

Cape · 506 pages · 103 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_4332_0398 view scan ↗

English

To the Right Honorable the President and the Council of Justice of the Castle of Good Hope No. 12 Right Honorable Sir and Sirs, Shows with due respect the undersigned, pro interim Fiscal Gab: Exter, That following the respectful representation submitted by the official plaintiff on the 6th of this month, with its inquiries, regarding the assistant Marinus Simon van Cruijselbergen stationed here and the young sailor Philippus Bos, as a consequence of which the said persons have fallen under great suspicion of being the authors of a multitude of counterfeit paper and parchment currency, and the request made in this regard to Your Right Honors, as appears from your resolution of the said date having also been granted, a search of their lodgings and property was not only carried out immediately in the presence of committee members from this Honorable Council, but also the further inquiries aimed at investigating this offense have been continued up to this point. That from these inquiries it becomes evident: 1. That the corpus delicti of counterfeit currency truly exists, to the sum of RdC. 620; 2. That this sum originates from the hands of the aforementioned van Cruijselbergen; 3. And that he, Cruijselbergen, cannot in any grounded manner state from whom he received this counterfeit money, as clearly appears further from the annexed documents and particularly from the answers he gave; which circumstantial evidence is certainly of the greatest weight and gravity, but that the same can only be regarded as indirect evidence; and further proof and indications being lacking, as no witnesses have testified directly against the accused, and also during the search or otherwise nothing was found that can prove that he is the author of the counterfeit currency, they are not of such a nature as to proceed against him extraordinarily in the absence of his own confession and to move to a harsher examination. Exhibited in Court, 20 April 1786. Was signed. That for lack of the aforementioned direct proof and evidence, the official plaintiff, subject to correction, considers himself equally unqualified to have this case admitted into ordinary proceedings, and therefore has deemed it best to respectfully deliver herewith into the hands of Your Right Honors the acquired documents and inquiries—of which one declaration by the bookkeeper Goets has remained unverified due to illness, and another by the Honorable Assistant Onder de Wijngaard, who has meanwhile departed for Batavia—with the no less respectful request that it may please Your Right Honors to resolve and order provisionally or otherwise in this regard as Your Right Honors shall deem proper. Which doing, Agreed, Heure, Sworn Clerk No. 12 Copy Appearing before us, the undersigned committee members from the Honorable Council of Justice of this government, the Burgher Lieutenant Johannes Gijsbertus van Sienen, of competent age, who, at the requisition of the pro interim Fiscal here, Gabriel Exter, declared it to be true: That when the deponent arrived from the countryside at the Cape late last Tuesday, or the 28th of the past month of March, in the evening, the deponent's wife informed him that the naval officer, the Honorable Duminy, had sent to ask for the money that the said Honorable Duminy still had to claim from the deponent. That the deponent, on the following Thursday morning, having had a sum of one thousand rixdollars counted out by the assistant Kruijselberg, had kept by him that packet of 1000 rixdollars, which had remained unsealed, together with another packet that the deponent had received sealed the evening before from the naval captain, the Honorable Zierveld, having waited for the bookkeeper George Fred: Goets to come according to his promise, collect that money, and bring it to the said Honorable Duminy. However, since the same Goets had not come, and the deponent, as he did not have the key to his desk, handed over the two packets of money to his brother-in-law, the assistant Honoratus Maynier, to keep them, as it was in his house that the deponent happened to be, in such manner that he also accepted them and kept them with him that night. That the deponent, having sent for the above-mentioned Mr. Goets the following morning, had the aforementioned two packets of paper money requested from his aforementioned brother-in-law Maynier and, also having received them, laid those two packets of money down beside him on the table when he received them, and upon the arrival of the said Mr. Goets, handed them over without counting them, in order to bring that money to the above-mentioned Honorable Duminy, which he also did. That the repeatedly mentioned Goets, having returned to the deponent's house in the afternoon, called the deponent alone into a room and said to him that counterfeit money had been found in the loose packet; wherefore the deponent went to call the assistant Kruijzelberg, who lived in his house, and told him that counterfeit money had been found in the loose packet. That the said Kruijzelberg, having inspected the money upon this, had substantially said that some, as it appeared to him, were counterfeit, but that he could not say so of the others, having at the same time said to the above-mentioned Goets: there is still money upstairs, and if it should not be enough I will give you silver money; having answered to the deponent's question as to from whom he had received that money, from no one other than from the Burgher Firemaster Zandenberg, Loots, and van Wieling.

Dutch transcription

Wel Edele agtbaare Heer en Heeren Vertoond met den schuldigen Eerbied, den ongeteekende prointerim Fiscaal Gab: Exter dat op van den R. O: vertoonder ten opzigte van den alhier bescheijdene adsistent Marinus Simon van Cruijselbergen en den Jong matroos Philippus Bos, onder den 6 deezer eerbiedig en gediende vertoog met desselfs en questen in gevolge welker gem: persoo nen onder grote suspicie zijn komen te liggen van te zijn autheuren van Een menigte valsche Papieren en pergamenten munte, en hier omtrent gedaane verzoek van UwEagtb: blijkens wel derzelven besluit van gem: dato zijnde mede geaccordeert; geworden visitatie van der zelven Logis en goederen zulke visitatie niet alleen Aan den WelEagtb. Heer Resident en Raade van Iustitie des Casteels de Goede Hoop No: 12 ten 940 ten overstaan van Heeren gecommitteerden uijt deezen Eagtbr: Raade dadelijk ter uijtvoer gebragt maar ook de verdere in„ formatien tot onderzoek van dit feil strekkende tot hier toe zijn geconti„ nueerd geworden. Dat uit deeze informatien komt te Consteeren dat 17 't Corpus delicti be valsche munten wezentlijk existeerd, ter somma van RdC. 620: dat 27 deze somma uit handen van den bovengem van Cruijselbergen afkomstig is en dat 3 /hij Cruijselbergen op geender„ lij wijze met gronde kan aangeeven van wien hij dit valsche geld ont¬ fangen heeft, gelijk zulks nader uijt de geannexeerde documenten en by zondres uijt desselfs gegeeven responsiven duijdelijk komt te Blijken, welke indicia zekerlijk van 't grootste gewigt en graveerend zijn, dog dat dezelve niet anders, als indicia remota kunnen aangezien worden, en de nadere bewijzen en indi¬ Cien ontbreekende, als dat er geen getuigen directelijk tegens den be„ schuldigde verklaard, en ook bij visitatie ofte andersints niets is gevonden geworden, dat bewijzen kan, dat hij den autheur van de En hib Cen Jud Cio 20 april 1786 Was geteekend valsche munte is niet van dien aard zijn om bij gebrek van eijgene Confessie, extraordinair tegens den zelven te kunnen Procedeeren en tot een scherper examen over te gaan. Dat weegens gebrek van gesz. directen bewijzen en indicien de R:O vertoonder deeze zaake onder Correctif even zo min vermeend gequalificeerd te zijn, om in 't ordinaire Proces ontfangen te worden, en dierhalven voor best heeft geoordeeld, de inge„ wonne stukken en enquesten, waar van eene verklaring van den boekhouder Goets, wegens ziekte, en een andere van den naar Batavia intasschen vertrokkenen UE=s onder de wijngaard, ongerecolleerd zijn gebleeven, mits deezer Eerbiedig te leveren in handen van UWE agtb. met niet minder eerbiedig verzoek, ratst uwE agtb: behagen moge hier omtrent zodanig bij pro„ visie of anders te besluijten en te ordonneeren, als UWE agtbr: zullen vinden te behooren Accordeerd Heure valsche No 12 - T welk doende 15 gezwe Clercq „ Copia 941 Compareerende voor ons ondergeteekende gecommitteerdens uijt den E agtb: raad van Justitie deeses gouvernements den burger Lieut:t S: Iohannes Gijsbertus van Sieenen van Competen ten ouder= =dom denwelke ter requisitie van den pro Interem fiscaal alhier S:t Gabriel Exter verklaarde hoe waar is - Dat wanneer den Comp:e op laatstl: dingsdag ofte den 28 der Afgeweke= de maand maart des avonds van buijten aan de Caab gekoomen was des Compts. huijsvrouw hene Comp:t verwittigt had dat den Compt: ter zee d' E dumienie hadde laaten vragen om 't geld dat gemelde E Dumienie van den Comp:t nog had te pretenderen dat den Comperant des aan volgenden donderdags morgens Kruijselberg Door den adstisent hebbende laten aftellen eene somma van Een duijzend rijxd: den Comp:s dat pakje van 1000 rijxd: het welk onverze= =gild gebleeven was, met nog een ander N12 6 E pakje 942 pakje 't geen den Comp:t 's' avonds bevo =rens van den Cap=tn ter zee d: E: Zierveld verzegul bekoomen had by zig hadde ge houden afgewagt hebbende dat den boekhouder George Fred: Goets volgens zijne belofte koomen, dat Geld afhaalen en aan gem: E Dumin brengen zoude dan vermits denselve Goets niet gekomen was en den Com„ dewijl hij Compt: de sleutel van zijn Lessenaar niet hadde de twee pakje Geld overhandigd aan desselfs zwager den adsistent Monoratus Mainier om me 't zelve te bewaaren als in wiens huijs den Comp:t zig Juist bevond in voegen denzelven zulx ook geaccep leerd en dien nagt bij zich gehouden had- Dat den Comp:t 's volgenden morgens om boven gem: mons:r goets gesonden hebbende hij Comp:t de voorsz: twee pak jes papiere geld van even gem: zijn zwa =ger mainier had laten afvragen en ook bekoomen hebbende die twee pakjes geld wanneer ze ontfangen had nevens zich op de tafel neder gelegt en dezelve bij de komst van gem: mons:r Goets zonder die natetellen overhandigt ten inde dat geld aan bovengem: E Du= =minie te brengen die zulks ook had gedaan dat meergem: goets 's nade= middags wederom ten huijze van den Comp:s gekoomen zynde den Comperant alleen in een kamer geroepen en tot hem gezegd had dat er vals geld in het losse pakje gevonden was; zulx den Comp:s den bij hem in huis woonende adsistent Bruyzelberg was gaan roepen en aan den zelven gezegd had dat er valsch geld in 't losse pakje gevonden Dat gem: Kruijzelberg daar op het geld bezigtigd hebbende substantieelyk had gezegd dat er zommige zo als 't hem toescheen valsen waaren dog dat hij zulx van de andere niet zegen kon= de teffens tot bovengem: goets gesegd hebbende daar leg nog geld booven, en zo het niet genoeg zijn mogte zal ik u zilver geld geeven, hebbende op des Comp=te vrage van wien hij dat geld ont= vangen had geantwoord van niemand anders als van den burger brandmeester was — ten invoegen No 12 Zandenberg; Loots en van wieling

NL-HaNA_1.04.02_4332_0402 view scan ↗

English

so that the Appearer had said to the frequently mentioned Kruijzelberg that he had to go to those people immediately and inquire about it. Declaring nothing further except only that the mentioned Cruijzenberg, in passing, when he went to fetch other money, had said to the Appearer's brother Sebastiaan van Rheenen: there I get a fine blow. The Appearer gives as reasons of knowledge, offering at all times to confirm the same with a solemn oath that this thus occurred at the Cape of Good Hope on 1 April 1786 before the Honorable Salomon van Echten and Johannes Smuts as Commissioners from the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the Appearer and me, the Secretary. Which I witness was signed: C: van Aerssen, Secretary. Review. Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice of this aforesaid government, the Burgher Lieutenant Johannes Gijsbertus van Reenen, who, this his preceding declaration having been read out clearly and distinctly word for word, declared that he persisted and continues to persist therewith, desiring that nothing more shall be added thereto or taken therefrom; only that he, the Appearer, when handing over the money to Goetz, had offered to recount the same, but that Goetz had refused this and said he had no time, so he would do it at home; spoke in confirmation of the truth, in the presence of the said Cruisselberg, the solemn words: So truly help me God Almighty. Thus reviewed and sworn in the Castle of Good Hope on 19 April 1786. Was signed: J. G. van Reenen. Lower: In my presence, and signed: C. van Aerssen, Secretary. In the margin: as Commissioners, and signed: G. G. Cruijwagen Joh:s Smuts Agrees: P. Faure, Commissioner. No. 12. Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Court of Justice of this Government, the Assayer of the Honorable Company, George Fredrik Goetz, of competent age, who, at the requisition of the Fiscal pro interim, the Honorable Gabriel Bekker, declared how true it is: That the Appearer, yesterday morning, or on Friday, the thirty-first of the past month of March, being called in the morning to the house of the Burgher Lieutenant Johannes Gijsbertus van Reenen to collect some money from there on behalf of the Captain of the Marines Duminy, so that the Appearer went thither. That the Appearer, having arrived at the house of the mentioned van Reenen, had found the same sitting in the gallery together with the assistant Cruijselberg, and saw two packets with paper currency, as the Appearer believes, lying on the table next to them, and the frequently mentioned van Reenen had requested the Appearer to take that money, amounting to two thousand rix-dollars, of which one packet was sealed and inscribed by Casper Loos, while the other packet was open, to the aforementioned Duminy, and at the delivery of the open packet, which was made up by the aforementioned Cruijselberg according to the statement of the frequently mentioned van Rheenen, to recount it. That the Appearer, having arrived at the house of the mentioned Duminy to fulfill the request of the aforementioned van Rheenen, recounted the loose packet and then, amongst the small money, found in a purse a heavy piece of money, and this to the number of six pieces, amounting together to a sum of two hundred and seventy rix-dollars, all of parchment. That the Appearer, having therefore gone back with the packet containing the counterfeit money to the house of the frequently mentioned van Reenen, it being then in the afternoon, the Appearer had found the mentioned van Reenen, together with his wife, the frequently mentioned Cruijselberg, one van Onder de Wijngaart, and Bos sitting in the gallery; the mentioned van Reenen having asked the Appearer: whether he had brought the money to Duminy? To which the Appearer, having said: Yes brother, there is one rix-dollar missing from it, as there were only 999 rix-dollars in the loose packet; whereupon the frequently mentioned Cruijselberg had answered: I will give you that. That the Appearer subsequently, having called the frequently mentioned van Reenen alone into the room, had then substantially said to the same that in recounting the packet he had found bad money among it, and since the Appearer had brought the packet of money back again as aforesaid, the Appearer had opened the packet and laid the counterfeit money down on the window sill. That the frequently mentioned van Rheenen, having answered thereto: I did not count it, but Cruijselberg counted it, the aforementioned van Reenen had called the mentioned Cruijselberg; but since the same Cruijselberg in the meantime, according to the statement of the wife of the mentioned van Rheenen, had gone upstairs to his room with and alongside the aforesaid Bos, the same had been called from there by the aforementioned van Onder de Wijngaart. That the mentioned Cruijselberg, after the lapse of a few minutes, having come downstairs and into the room, the mentioned van Reenen had then said to the same: look here sir, this is counterfeit money; whereupon the mentioned Cruijselberg, after having inspected the same for a little while, ultimately counted that money and said: three times sixty is one hundred eighty, and two times forty is eighty, that makes together two

Dutch transcription

943 invoegen den Comp:t tot meergem: Kruijzelberg had gezegd dat op stonds naar dien menschen gaan en daar van in formeeren moest — Niets meer verklaarende als allen dat gem: Cruijzenberg in 't voorbij gaan, wanneer hij ander geld ging haalen aan des Comp:s Broeder Se= bastiaan van Rheenen gezegt had; daar krijg ik een mooge klap geeft De Comp:t voor reedenen van weeten schap, als in den tijt prezenteerende dat aldus passeerde aan Cabo de goede Hoop den 1 April 1786 voor den E: E: Salomon van Echten en Iohannes Smuts als Gecommitts uit den E: achtb: van Justitie voorm. die de miniute deeses beneevens den Comp:t: en mij secretaris mede be= hoorlijk hebben onderteekend — t zelve altoos met solomneele Eede te staaven — T welk ik Getuige /:was getekend:/ C: van Aerssen secretaries. Recollement Compareerde voor ons ondergeteekende Aldus gerecolleerd en beeedigd in 't Casteel de Goede Hoop den 19 April 1786: /was getekend /. I G van CReenen /lager / my Present (en geteekend/ Cvan Aersen Secretaris /in margene) als gecommitts: en geteekend G: G: Cruijwagen Joh:s Smits gecommitteerdens uit den E achtb: raade van Justitie deeses goevernements voorn: burger Liitenant S:te Johannes Gijsbertus van Reenen dewelke deese sijne vorenstaande verklaring klaar ende duidelyk woordelijks voorgeleese weezende verklaarde den zelve daar bij te blijven perzisteeren met begeerte dat er niets meer bij gevoegt ofte van gedaan werden zal; alleen hij Comperant bij het over geeven van 't geld aan goets had gepriesen- teerd om 't zelve natetellen dog dat goets zulks geweygerd had, en gezegt geen tijd te hebben dus hij te huijs wel zoude doen sprak ter bevestiging der waarheid in praesentie van z0 gem: Cruisselberg de solemnele woorden zoo waarlijk helpe mij God almachtig - Accordeert P Fure GeComm: No 12 /:lager./ /:onderstond:/ zeer N 12 pia Compareerde voor ons ondergeteek gecommitts uyt den E agtb: baard van Ius„ tederses Gouvernements den Eyek houder der E Comp=ie George Fredrik Goetz van Competenten ouderdom de welke ter requisitie van den pro Interim Fiscaal d' E Gabriel betker verclaarde hoe wagr is. dat den Comp=t gissche morgen ofte opvrydag ten laatsten der de van afgewekene maand maart Smorgen geroepen zynde ten huyse van de burger Lieu de man & Iohannes Gysber„ tus van Breynen om eenig geld van daar af te haalen ten behoeve van den Capn ter Loede man hafte Dumirij invoggen den Compt zig derwaar de begeeven had dat den Comp=t ten huijse van gem: van Breene gekomen zynde denselve ^in de gaanderij mekende benevens den adsisten Cruyselberg had vinden Litten Eem te twee pakjes met papiere mun=s Lo den Com S. r vermeend op de Tacel neven s hun leggen en had meer gem van Bleenen den Compts verzogt om dat geld te Damen uytmakende twee duyzend ryxdaalders waar van een pakje verzeguld i beschreeven was van Casper Loos terwyl hot andere pakje zig open bevond te willen berengen bij boveng Duyning en het open pakje het gent door bovengem Cruyselaren volgens No 12 Lit er 944 Eed het zeggen van meer gem. van Rheen zi moekgem: van Beunen afgesteld natellen. — dat den Compt ten huijse van gem: Edamini gekomen zynde om aan het verzoek van bovengem: van Rher nen te voldoen het losse pakje na geteld en als toen Cassa hen het kleine geld in bij beurse een Swaar stuk geld bevonden had en zulcx ten getale van Ses p=s te zamen hap dezende eene Somma van twee hondert en zeventig zydd alle van perga¬ mente dat den Comp=t zig overzulk met het pakje waarint valsche geld was wederom begeeven hebbende ten huyze van merrgem: van Breene den Comp„t zynde het toen in de nademiddag geweest, meeren van Breenen novams zyn huys vrouw dikwyls gem: Cruyselberg eene van ondermyngaart hem en Bos in de granderij had vinden zitten; hebbende gem: van Breenen aan den Compt bevraagd: of hij het geld bij Duminij rad Gebragt op het welk den Compt. gezegt hebbende: Sa Chaak daar man quaert een ryxds. aan als zynde in 't losse pakje maar geweest 999 Eystd; waar op meerm: Cauij Pelberg g'antwoord had: die zal ik de geeven. — was bij de overgave te willen 945 Dat den Comp=t vervolgens meer gpem: van Bzegnen in de Camer alleen geroepen hebbende als doen tot denselven substen roelijk had gezegd dat zij bij 't na tellen van het pakje zes geld onder het zelve gevonden had, en vermits den Compt: hot pakje geld zo als voorsz: wederomg had meede gebragt had den Comp=s het pakse open ge„ maakt en het valsch geld op het vangster nadergelegt. - Dat meergem: van Rheenen daar op g'antwoord hebbende ik ree„ het niet geteld maar Cruyselberg heeft het geteld had boven gem van Rreenen opgem: Cruyselberg geroepen: dan vermits denselven Cruyselberg inmiddens volgens heb Leggen der huysvrouw van Martan van Rhgenen, Lig boren na zyn Camer begeeven hadde met en de benevens voorsz: Bos was den selven door bovengem: van onder den wingaart van daar geroepen geworden. - Dat gem: Cruijselberg na ver„ loop van Prd minuten na beneden en in de Camer binnen gekomen zyn de gem: van Breemen als toen tot deselve gezegt hadde zie daar mynteer dit is valsch geld; als wanneer gem: Cruyselberg na het zelve een goosje bezigtigd te hebben dat goed eiendelyk geteld en gezegd rad: drie maal sestig is hondert tagtig en twee maalteerten is tagtig dat is te Zaamen 12 Twee

NL-HaNA_1.04.02_4332_0406 view scan ↗

English

two hundred sixty, whereupon the deponent had said, "Here is another one of ten," making in total two hundred and seventy rixdollars, being the proceeds of those six notes of the aforementioned denomination. The deponent testifying that the aforesaid Cruyselberg was very calm and unaffected during that occurrence, having placed the counterfeit notes in his waistcoat pocket upon saying, "My friend, I shall give you good money even if it were silver money," as the mentioned Cruyselberg had also immediately left the room and, having returned, had brought good silver and paper money, of which paper money he had counted out to the deponent five notes each of 25 rixdollars, the mentioned Cruyselberg having, when the deponent told him that this was nevertheless a great loss for him and that he therefore had to consider from whom he had received that money, substantially answered to that: to have received such money from nobody but from Van Wieling, Loots, and Landenberg, adding: "I do not mind if it comes out, but I know damned nothing of it." Thus passed at the Cape of Good Hope, the 2nd of April 1786, before the Honorable Salomon van Echten and Johannes Smuts, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the deponent and me, the secretary. Below stood: Which I witness. Was signed: Cornelis van Aerssen, Notary. That the deponent had then said to the mentioned Cruyselberg: that he had been to the Honorable Secunde, but that the same, without having seen the counterfeit money, had said that he should return at three o'clock, but that since he, Cruyselberg, now had that money, he could accordingly go to the Honorable Mr. Hacker himself with it; to which saying the said Cruyselberg had replied that he would first go to Mrs. Loots and Van Wieling and inquire there, and would subsequently present himself to the well-mentioned Hacker. Declaring nothing more, the deponent gives as reasons for his knowledge as in the text, presenting to confirm the same at all times with a solemn oath. No. 12 Review. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the bookkeeper, the deponent Mr. George Fredrik Goets, who, acknowledging this his preceding declaration to have been read out to him word for word clearly and plainly, declares to abide by and persist in the same, desiring that nothing more be added or taken away, except only that Cruyselberg had also said, "I am a poor devil," this having occurred when the deponent had said to Van Cruyselberg that this was a great loss for him, and the deponent spoke, in the presence of the mentioned Cruyselberg, the solemn words: So truly help me God Almighty. Below stood: Thus reviewed and sworn to at the Cape of Good Hope on the 1st of May 1786. Was signed: G. F. Goets. Lower: In my presence, R. J. van der Riet, sworn clerk. In the margin: As commissioners: S. v. Echten, A. Fleck. Agrees: [illegible] sworn clerk. No. 12 Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the burgher fire master, Mr. Arend van Wieling, of competent age, who, at the requisition of the Fiscal pro interim Gabriel Exter, declared to be true: That on the 25th of the recently passed month of March, there had come to the deponent the assistant Cruyselberg, in order to receive on account of the burgher lieutenant Mr. Johannes Gysbertus van Reenen a sum of 1600 rixdollars, the deponent had paid him off in the following species, to wit: 5 pieces at 60 rixdollars: 300 [illegible]: 510 [illegible]: 30 [illegible]: 260 [illegible]: 116 [illegible]: 30 [illegible]: 84 thus 1400 rixdollars, as appears from the little list handed over to him at the same time and now attached hereto, together with another sum in silver coin of 200 rixdollars, and among which money, to the deponent's best knowledge, there were no counterfeit notes, nor any note of 40 rixdollars, as appears from the aforesaid list, the mentioned Cruyselberg having examined the received paper currency in the presence of the deponent and rolled it up at the passing of this. 35, 270, 10 No 12 1 13 51 6 9 28 4 3 20 30

Dutch transcription

946 Twee hondert sestig waar op de Comp=s had gezegd: hier is nog een van tien daf woarter ookeijen kus te Zamen twee honder & Zeventig ridd zynde zet rendement van die zes stukken van bovengem Caliber Getuygen de den Comp=s dat voorsz Cruyselberg bij dat voorval taan„ Duil en onaangedaan geweest was; hebbende de valsche stukken gelas in zijn Camisoolzak gestoo„ ken op der zel zeggen Myn steed. Ik zal Uan det geld al was het zil„ ver geld geeven; gelyk dan gem: Cruyseberg ook op stonds uyt de Camere gegaan was, en weder gekomen zynde in een goed ziever en papiere geld gebragt had, van welk papiere geld denselven aan„ den Comp=te rad toegeteld 5 4s stukken Yder van 25 rdt. hebbende gem Cruyselberg wanneer de Comp=t of hem was komen te leggen; dat Zufs egter een groot verlies voor hem was en zij dierhalven moest te denken van wien zij geld ontfangen had; maakm Cruyselberg daar op substan„ tiaelijk zal g'antwoord: van nie mandaanig geld ontfangen te hebben als van van Willigp Loots en Landenberg met byvoeging: Ik mag wellyden dat het uytkomt maar ik welt verdomt niets van Dat Aldus Passeerde aan Cabo de goede hoop den 2 april 1786 voor d' E E Salomon van Echten en Johannes Smuis Leedenuit den E: Aghtb raad van Justitien voorm: die de minute dezes benevens den Comp en my secreteurrs mede behoorlik hebben onderteekend /:onderstond:/ Dwelk ik Getuigen /:was getekt Cornelis Van Aterssen Le notaris Dat den Comp als toen teegens gem Kruiselberg gezegd hebbende: dat hy bij den E: eAchtb: heer Secunde was geweest, dog dat denselven zonder het valsche geld gezien te hebben had gelegd, dat hij om drie uuren weden komen moest, dog dat dewijl hij Kruiselenberg als nu dat geld hadde hij overzulx daar meede zelfs na den E Achtb heer Hacker gaen konde op welk zeggen ditwylsgeen kruy zelbene had hervat eerst by vrouw Loots en van wieling gaan en daar na verneemen zoude, zullende zie Niets meer verclaarende geeft de Comp voor reedenen van weetenschap zls in text presenteerende 't zelve daar na by welgem: Hacken ven voegens staaven altoos met solemneelen Eede te No. 12 dat Recollement- Compareerde voor ons ondergeteke gecomm: uit den E agtb raad ver Qustitie deeses gouvernements. boekhouder den EComp=s mons=r Ge ge Fredrik Goets dewelke dese zy voorensterende verklaring van woonde tot woonde klaar en duide voorgeleezen welkende, verklaar daan by te blyven pensisteeren met regeente dat er niet meer by of van gedaan worde, als alleen lyk dat Cruyselberg en nog gedeg heeft ik ben een arme duwvel, zijn zulx voorgevallen toen denson geregt heeft tegens van Cnend benge dat zulx een groot veuuie voor hem wes, en sprak dental ten presentie van gem Cruyzelde de solemneele woonden zomean lyk help my god Almagtig /: onderstond/ Aldus gerecolleerd en b'eedigdaan Cubi de goede koop den 1 may 1726 /:/was getekend:/ G J: Goets/lager my present R: I vanden Ries geoorcleneen / in mangine / als gefo P. V. Echten A: Vsitters Accordeert Haune gezw: Clercq No. 12 947 Compareerde voor ons ondergeteek Commits uyt den E achtt raad van Justitie deeses gouvernements den burgen brandmeester, in onsn Arend van Wielig van Competente onder „dom dewelke ter requisitie van den pro Interum Friscaal Gabriel Exter verclaarde hoe waar is Dat op den 25. der Jongst gepasseerde maand maart, by den Compt zyn de gekomen den adsestens Cruysel „berg, om Voor reeequeing van den burger lieutenant S=r Johannes Gysbertus van Reenen ontfangen eene Somma van p=s 1600 den Compt hem die had afbetaald in de volgende specien te weeten 5 p=s a r=o 60 „ 6=s 300 — „ 510 „ — 30„— „ 116 — „ 84 „ — dus r=o 1400 blykens het ten zelven tyd aan hem overgegeeven en thans hier by gevoegde Lijsje mitsg=s noch aal zilver mens eene poin „ma van E 200 en onderwelk geld rol gens des Compt beste weeten, geene val sche stukken zyn geweest, nog ook geen stuk van R 40 blykens voorsz lysje, hebbende gem: Cruyselberge de ontfange papiere inlunten ten presentie van en Comps nagezien „ 260 „ — 30„— en gerolt in het by 't Passeeren dee 35 „ „ 2 70 „ „ „ 10 No 12 LeL G 1 13 „ 51„ 6 9„ 28 „ 4 3 20 „ 30 ser

NL-HaNA_1.04.02_4332_0409 view scan ↗

English

948 of this exhibited list George Fredrik Goetz, who requested that, since the aforesaid van Reenen was not at home, he would take into custody a packet of paper currency; that the aforesaid packet having been open, the said Goetz had unwound the paper wrapped around it, and then said to the appearer that he had received it from the abovementioned van Reenen, and since the wrapper of that money had been the same which the aforesaid Kruyselbergen... Declaring nothing more, the appearer gives as reasons of knowledge all as in the text, offering, if it should be required, to confirm this with a solemn that on last Friday, by the each of 60, two pieces of 40 and... the Burgher Councilor the Honorable Jan... currency as the same by the appearer had received, had kept the... having come, had shown to the Bookkeeper, three pieces of parchment... of 10, which packet of money the repeatedly mentioned Goetz, received of the aforesaid money at the house of the appearer, had wrapped around it, and on which the species of the... were specifically written, found that the same paper was kept in his possession to confirm by solemn oath. That this thus happened at the Cape of Good Hope on the 3rd of April 1786 before the Honorable Gerhardus Hendrik Cruywagen and Coenraad Gie. Appearer... Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this Government, the aforesaid Arend van Wieligh, to whom this his preceding declaration having been read clearly and plainly, verbatim, declared that he abides by it and persists, with the desire that nothing more be added to or taken from it, and spoke in confirmation of the truth and in the presence of Cruyselberge the solemn words: So truly help me God Almighty. underneath stood Thus re-examined and sworn In the Castle of Good Hope on the 19th of April 1786. /was signed/ A. V. Wieligh /lower/ In my presence / C. van Aerssen, Secretary, /in the margin/ as commissioners G. H. Cruywagen and Johannes Smuts Re-examination of this, alongside the appearer and myself, messenger of Justice aforesaid, who the minute... I testify /was signed/ C. van Aerssen, Secretary, have also duly signed. /underneath stood/ Which agrees D. Faure seen council Johannes Smuts from the Honorable Court No. 12 Copy 5 pieces at 60 each: Rds 300 1 piece at 30: 30 13 pieces at 20: 260 30 51 pieces at 10: 510 5 29 pieces at 4: 116 28 pieces at 3: 84 pieces 1400. agrees J. D. Saccke seen and examined No: 12 6 35 pieces at 2: 70 32 950 Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this Government, the Honorable Jan Jacob Swanevelder, of competent age, who, at the requisition of the pro interim Fiscal, Sieur Gabriel Exter, declared how true it is that in the month of January last, the Assistant of the Honorable Company, Marinus Simon van Cruyselberg, had sent to the appearer a sealed packet, in which according to the notice annexed hereto was contained Rds 1668 and 2 schellingen, which moneys the said Cruyselberg, as co-authorized agent together with the appearer and Willem Versfeld, from the expatriating attorney of the agents, had received for his said principal; the appearer had let the said packet lie sealed in his possession, until after the course of about three days, when the aforesaid Cruyselberg having come in person to the appearer, the appearer had opened the said sealed packet in the presence of him, Cruyselberg, counted the pieces of paper currency and found them to conform with the annexed notice, without at that time taking further heed whether the said pieces were counterfeit or authentic; that the appearer, furthermore, without yet having the idea that among these counted No. 12 Copy L: H: 951 moneys any counterfeit pieces would be found, having from time to time taken some moneys from the said packet for various expenditures to the amount of 407 rixdollars and 2 schellingen, on last Monday, being the 3rd of April, the remainder of these moneys, amounting, according to the appearer's note added next to the notice of Cruyselberg, to the sum of 1261 rixdollars, had caused to be examined by the Cashier of the Honorable Company, the Honorable Gerhardus Hendrik Cruywagen, who recognized among them as counterfeit 9 pieces on parchment and 6 on paper, amounting together to the sum of 165 rixdollars, whereupon the appearer immediately placed the aforesaid counterfeit pieces into the hands of the Lord pro interim Fiscal. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons of knowledge as in the text, offering, whenever it is required, always to confirm such with a solemn oath. Cruyselberg to him, appearer... /underneath stood/ That this thus happened at the Cape of Good Hope on the 4th of April 1786 before the Honorable Gerhardus Hendrik Cruywagen and Johannes Smuts, members from the Honorable Court aforesaid, who the minute of this, alongside the appearer and myself, Re-examination Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this Government, the aforesaid Jan Jacob Swanevelder, to whom this his given declaration having been read clearly and plainly, verbatim, declared that he persists therein, with the desire that nothing shall be added to or taken from it, save only to add that it has slipped the appearer's mind whether it was the following day after having received the abovementioned sum, or indeed 2 to 3 days thereafter, that Cruyselberg was with him, the appearer; and spoke further in confirmation of the truth, in the presence of Cruyselberg, the solemn words: So truly help me God Almighty. /underneath stood/ Thus re-examined and sworn in the Castle of Good Hope on the 19th of April 1786. was signed J. J. Swanevelder /lower/ In my presence / and signed/ C. van Aerssen, Secretary /in the margin as commissioners / G. H. Cruywagen, Johannes Smuts Secretary, have also duly signed. — /lower/ Which I testify, was signed C. van Aerssen, Secretary. Agrees D. Faure seen and examined No: 12 Secretary

Dutch transcription

948 deeser vertoonde Lijstje George Fredrik Goetz, dewelke versog dat vermits voorm: van Reenen m thuys was in bewaring te willen nee „men een Pakje Papiere munt; dat het Voorsz: pakge open geweest zyn de gem: Goetz het daaromgeslagene Papier ontwonden, en toen aan de Com gezegd hebbende van bovengem: van E „nen te hebben ontfangen, en vermits de omslag van dat geld, dezelfde was ge weest die voorsz: Kruyselbergen by Piets meer verklaarende geeft den Compt voor reedenen van weetenschap alls in den Text presenteerende zulx en dient gerequireerd word met solem dat op laastleede Vrydag, by den ieder van 660 - twee lyden van 40 en d den Burgerraad d' E Jan munt zo als dezelve door den Compt had ontfangen had den houden.— gekoomen zinde, den Boekhouder geweesen had, drie p=s pergamente meen van 10 welk pakje met geld meerm: Goed ontfangen van voorm: geld ten huise, van den Compt daar om gewonden had, en Wa op specificque szondende specien der „vonden dat zelve papier bij zig te neele Eede te slaven. — Dat aldus passeerde aan bode goede Hoop den 3 april 1786 voor d E E Gerhardus Hendrik Cruywagen Coenraad Gie Compt goed Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitt uyt den E sAchtb raad van Justitie deeses Gouvernements voorn Arend van wielig de welke deeze zyne Voorenstaande Verclaaring klaar en duydelyk woordelyk voorgeleese weesende verclaarde door by te blijven Persisteeren, met begeerte dat er niets meen by of van gedaan worden sal en sprak ten bevestiging der waarheid en presentie van Cruyselberge de Solem¬ „neele woorden, zo waarlyk help my God Almagtig. — onderstond Aldus gerecolleerd en beeedigt In't Casteel de Goede Hoop den 19 April 1786. /was geteekend/ A V Dielig /lager /mry Present / C van Aerssen Secretaris, /in margine /als gecommitt G H Cruywagen en Johannes Smits Recollement te deeser beneevens de Compt en my baade van Justitie voorm:, die de menur ik getuige /was geteekend/ C van Aersen Secretaris meede behoorlyk hebbe on „derteekend. — /onderstond/ Twelk Accordeert D. Faure gezien raade Iohannes Smits uif der Eagtb No 12 Com Copia 5 p=s a 60 l: „ r=o 300 1 „ „ 30 „ „ 30 13 „ „ 20. „ „ „ 260 „ 30 51 „ „ 10 „ „ „ 510 „ 5 29 „ „ 4 „ „ 116 28 „ „ 3 „ „ 84 p=s 1400„ -. „ ecordeert JD: Saccke gezee cleren No: 12 6„ 35 „ „ 2 „ „ 70 32 950 Compareerde voor ons Ondergeteek gecommitteerdens uyt den EAgtb: raad van Justitie deezes Gouverne„ „ments, de E Ian, Iacoob Zwanerie „der van Competente ouderdom, dewel „re ter requisitie van den pro Sulerum fiscaal S=r gabriel Exter, verklaarde hoe waar is, dat in de maand Jannuary Jongstleede den adsistent der E Comp: Mharinus Simon van Cruyselberg, aan den Compt¬ hebbende toegezonden een verzegeld Pakje, waar in volgens hier gean „nexeerde Nolictie zich bevonden R=s 1668; en 2 schellingen, welke penn gem: Cruyselberg als meede gemachtigde benevens den Compt vermaak en willem Versfeld van den Expatrieerende procureur van den gents, had ontfanger, voor gem zyn Principaal, de Compt gem pallje Verzegeld by zig had laten leggen, tot na verhoop van een dag of drie wan¬ „neer voorm Cruyseberg in perzoon by den Compt gekomen zynde, de Compe gem Verzegeld pakje in presentie van hem Cruyselberg had geopend de stukken papiere munt nageteld en Conform bevonden, met de by aande notietie zonder doen ten zyd verders acht te slaan, of genaamde stukken valsch dan wel Echt waren, dat den Compt. voorts zonder nog in het denk beeld te zyn, dat zieh onder deeze door No. 12 Copia L: H: 951 geteldie penn valsche Sterkken Zou de bevinden, uyt gem Pakje van zyd tot tyd eenige penn hebbende gene men tot deeze en geene uitgane ten mointant van 407 ryxd en 2 schel lingen op laastleede maandag zynde den 3 april het overschot deezer penn beloopende blikens des Compt naast de notitie van Cruyselberg gevoegd e aanteekening de Somma van 1261 ryxds door de Cassier den E Comp de E gernardus Hendrik Cruywagen had laaten Examineeren, dewelke daar onder voor Valsen Erkende 9 stuk ken op pergament en 6 op papier bedragende te samen de zomma van 165 ryxds, waar op den Comp voorn valsche stukken, ook terstond in handen van den Heer Protenteren Fincaal gesteld heeft. Niets meer verclaarende, geeft den Compt voor reedenen van weeten schap als in den Text presenteerende wanneer t gerequireerd word zulx altoos met solemneele Eede te sta Cruyelberg aan hem Compt aan /onderstond/ Dat aldus passeerde aan Cabo de goede Hoop den 4 April 1736 voor d' E Es gerhardus Hendrik Cruywag en Johannes Smuts, leeden uyt de E Achtb raad voorm, die de minute deeses beneevens den Compt en my Recollement Compareerde voor ons ondergeteek gecommitt:s uyt den E acttb raad van van Justitie deezes gouvernements voorm Jan Jacob Swanevelder, dewelke deeze zyne gegeeve verclaring klaar en dui delyk woordelyk voorgeleezen weezende verclaarde daarbi te Persisteeren met begeerte dat er niets hy ofte toegedaan werden zal, als alleen by te vroegen dat het den Compt ontsehoten is of het den volgenden dag na de bovengem: Som out, fangen te hebben dan wel 2 a 3 dagen daar na is geweest dat Crusselberg by hem Compt geweest is, en sprek voorts ten bevestiging der waarheid in presen „tie van Cruisselberg de solmneele woorde: Zo waarlyk help my god almachtig. /onderstond/ Aldus gerecolleerd en beëdigt Dn 't Casteel de goede hoop d 19 april 1739 was geteekend I I Swanerelder /lager / my present / en geteekend/ C van Aersen Secretaris (en margine als gecommr. /. G H Cruywager Joh=s Smiettst Secretaris mede behoorlyk hebben onderteekend. — :/lager 't welk ik getuigen was geteikend C Van Aerssen Secretaris Accordeert F Haure gesuecleren No: 12 „ven. Secretaris

NL-HaNA_1.04.02_4332_0414 view scan ↗

English

152 Honorable Sir I have the honor to forward enclosed to the Honorable Sir p=s 1668 — „ — E=s 1600 „ — „ — being the principal 128 „ — „ — being the 8 percent 1 „ 2 „ — assignment „ for the secretarial fees 60 „ — collection fee of the gentleman Vermaak remains r„a 1663 „ — 2 and my 6 „ of 10 r=s 610 240 was written below „ 25 25 65 3 „ 20 with which having the honor 5 to be with high esteem 2 „ 12 2 „ Honorable Sir Your 26 „ 5 „ 130 56 Honorable obedient servant was signed „ 51 M: P van Cruyselberg 17 „ 3 1261 in the margin Postscript Your Honor please do not take it amiss that I was so reluctant with this money remaining in arrears, but such is that Mr. Loos his fault from which Agrees H D. Faure sworn clerk No 12 61 ia r=o 1729 „ 2 Copy I Z 3 Copy C Appeared before us the undersigned Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, the Citizen Evert Heug of competent age, who at the requisition of the Pro Interim Fiscal Sieur Gabriel Exter declared it to be true: That about three to four months ago, without being able to specify the positive day or date, the assistant Cruijselbergen having come to the house of the appearer, had paid to his appearer's wife for some purchased merchandise goods several pieces of paper money of different denominations, which his aforementioned wife having handed over to him, the appearer had found among them a piece of 10 Rixdollars, counterfeit, which he immediately had returned to the aforementioned Cruijselbergen, and from the same also received other good ones in its place. The appearer finally testifying to have heard several times from various people that counterfeit money has come out of the house of Mr. Sierveld, where the aforementioned Cruijselbergen has resided. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text. No 12 Cet Text offering, if requested, to always confirm this by solemn oath. Done thus at the Cape of Good Hope on 3 April 1786 before the Honorable Gerhard Hendrik Cruijwagen and Johannes Smits, members from the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the appearer and me, the secretary. was written below Which I witness was signed J: Van Aerssen Secretary Reconfirmation Appeared before us the undersigned Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, the aforementioned Evert Heug, to whom this his preceding declaration having been read out clearly and distinctly word for word, declared to persist in remaining by it. Thus reconfirmed and sworn in the Castle of Good Hope the 19 April 1786 was signed E: Heugh lower down present with me C: van Aerssen Secretary in the margin as Commissioners, P: H: Cruijwagen and Johannes Smits with the desire that nothing more shall be added or removed, and thus spoke in affirmation of the truth in the presence of the aforementioned Cruijselbergen the solemn words So help me God Almighty. Agrees H. Faure sworn clerk with No 12 — was written below Copy Appeared before us the undersigned Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, Suzanna Reedelinghuis, wife of the citizen Evert Heugh, of competent age, who at the requisition of the pro interim fiscal Sieur Gabriel Exter declared it to be true: That 3 or 4 months ago the assistant of the Honorable Company Marinus Simon van Cruysselberg having come to the house of the appearer to purchase some merchandise goods from her the appearer, the aforementioned Cruysselberg having paid her the appearer in paper currency, which the appearer, when the aforementioned Cruysselberg had gone from her, had put aside by herself; that the appearer's husband not being at home at that time, the appearer had said to her aforementioned husband, look I have received money, please put it away; her aforementioned husband having inspected the said paper money, had said to the appearer, there is a counterfeit piece of 10 rixdollars among it, from whom did you receive that; whereupon the appearer having answered, I have it from Cruysselberg; the appearer's husband immediately had the aforementioned Cruysselberg summoned to him, and having shown him that piece of 10 rixdollars, the aforementioned Cruyfelberg had taken it back, and immediately that same sum in other paper No 12 Letter: K currency

Dutch transcription

152 WelEdele Heer Ik heb d' Eere van dewelEd hier inge „sloten te doen toekomen p=s 1668 —„ — E=s 1600„ —„— zynde 't Capitaal 128„—„— zynde de 8 PC t— 1„ 2 „ — assignatie „ voor de Secretarieele 60„ — ontfang Loon van de heer vermaak resteert r„a 1663„ — 2 en mijn 6„ van 10 r=s 610 240 /onderstond / „ 25 25 65 3 „ 20 waarmeede de Eerhebben 5 met hoogagting te zyn 2 „ 12 2 „ welEdele Heer Uwel 26 „ 5 „ 130 /56 Ed dwdienaar /was get/ „ 51 M: P van Cruyselberg 17 „ 3 1261 /ter zyde / P S UEdgelieve nu niet qua „lijk te nemen das, zo bang met die penn: agtergebleeve ben, maar sulx is die Heer Loos zyn Schult waaraf Occordeert HD. Saure gezee Clercq No 12 61 ia r=o 1729„ 2 Copye I Z 3 Copia C Compareerde voor ons ondergeteekende Gecomm=r uit den E Agtb: raad van Justitie deezes Gouvernements den Burger Evert „Heug van Competenten ouderdom, dewelke ter requisitie van den Pro, Interim Fiscaal S=r Gabriel Exter verklaarde hoe waar is,- Dat voor nu Drie a Vier maanden geleeden sonder den positiven dag of datum te kunnen bepaalen ten Huijzen van den Comp=t zijnde gekoomen den adsistent Cruijselbergen had denselven voor eenige gekogte Negotie goederen aan zijn Compts. Huijsvrouw betaald ver¬ schyden stukken papieren geld van differen„ ten waarden dewelke gem: zijne huijsvrouw betaald aan hem hebbende overgegeeven had den Compt. onder dezelve een stuk van Ryxds. 10, valsch bevonden, die hij opstonde aan gem: Cruijselbergen, had te rug gegeeven en van denzelven ook wederom andere goede in de plaats ontfangen Betuijgende den Comp=t. Laatstelijk ver¬ scheyde maalen van deeze en geenen te hebben verstaan dat het uit het huijs van de Heer= Sierveld, alwaar gemelde Cruijselbergen is woonagtig geweest valsch geld is ge„ koomen. - Niets meer verklaarende geeft den Comp=t voor reedenen van weetenschap als in den Text No 12 Cet Text praesenteerd zulx, indien het ge„ quireerd worde altoos met solemneel Ede te willen slaaven Dat Aldus Passeerde aan Cabo de Goed Hoop den 3 April 1786 voor d' EE: Terhar Hendrik Cruijwagen en Ioh=s Smits Leed uit den E Agtb: raad van Justitie voorn die de minute deezer beneevens den Comp ende mij secretaris meede behoorlyk hebben onderteekend:— /:onderstond:/ 'T welk ik Getuyge /:was geteekend/ J: Van Aerss en Sicret=s Recollement Compareerde voor ons ondergeteek: Seco mits=s uit den E Agtb: raad van Iustit deeses Gouvernements voorme: Evel Heug dewelke deeze zyne voorenstaande verkla ring klaar en duydelyk woordelijks voorgeleesen weesende verklaard dat bij te blyven persisteeren Aldus gerecolleerd en beeedigt in 't Casteel de Goede Hoop de 19 April 1786 /:was geteekend:/ E: Heugh /:lager/ mij present C: van Aerssen secret=s /:in margine:/ als Gecommitteerdens, P: H: Cruijwagen en Joh=s Smits met begeerte dat er niets meer bij ofte van gedaan werden zal en sprakdus ter bevestiging der waarheid in presentie van gem: Cruijselbergen den solemneele woorden Zoo waarlijk helpe mij Jod Almag„ Accordeerd H. Faure z Clercq met No 12 — tig /:onderstond:/ Copia Compareerde voor ons ondergetz: Gecomm: uit den E: Achtb: Raad van Justitie deezes Gouvernements, Suzanna Reedelinghuis huisvrouw van den burger Evert Heugh, van Competenten ouderdom, dewelke„ ter requisitie van den pro interins fis„ caal S„r Gabriel Exter verklaarde hoe waar is. Dat 3 of 4 maanden geleeden de adsistent der E: Comp„e Marinus Simon van Cruysselberg ten huize van de Comp„e gekomen zynde, om eenige negotie goe„ deren van haar Comp„te te kopen gem Cruysselberg haar Comp„te in papiere munt betaald hebbende, dewelke de Comp„te wanneer gem: Cruysselberg van haar was gegaan, by zig hadde neergelegd, dat der Comp„te Man toen ter tyd niet thuis zynde, de Comp„te teegen voorm: haren gezegd had, zie daar heb ik geld ontfangen, wilt het zelve bergen, gem: hare man 't zel¬ ve papiere geld bezigtigd hebbende, teegen de Compte had gezegd, daar is een valsch stuk van 10 rd„s by van wie hebt gy dat ontfangen. waarop de Comp„te ten antwoord gegeeven hebbende, ik heb 't van Chuyssel„ berg, de Comp„e man terstond gem: bruysselberg by hem had ontboden en hem dat stuk van 10 rd„s getoond hebbende, voorm: Cruyfelberg 't zelve wederom had genomen, en ten eersten diezelve som in andere papie No 12 Lit: K re

NL-HaNA_1.04.02_4332_0419 view scan ↗

English

956 having given other currency in its place, had said, I may well have received that from someone else, I will give you other money for it. That some time thereafter the aforementioned Cruysselberg having come again to the house of the appearer, the same, after having bought some goods, had handed over in payment thereof a piece of paper currency of 10 rds, which, having been inspected by her said husband, was recognized by him as counterfeit, which her said husband having told to the aforementioned Cruysselberg, the same had taken the aforementioned piece of money back and had given her said husband other money in its place. That furthermore on last Friday evening, being the 31st of the past month of March, one Bos having come to the house of the appearer, the appearer had requested the said Bos to stay for dinner with her, which the aforementioned Bos having accepted, the conversation at table had turned, among other things, to the appointment of the Honorable Dumini as Equipagiemr., about which subject the said Bos, showing his dissatisfaction, had mainly said: that he was very sorry about it, for the Honorable Dumini had given 70000 gls to the Honorable Governor for it, and if it had been known, then the Honorable Sierveld would certainly have been willing to pay one hundred thousand for it; that thereupon the appearer Re-examination Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, the aforementioned Suzanna Reedelinghuizen, wife of the burgher Everet Heugh, who, this her preceding declaration having been read aloud to her clearly and distinctly word for word, declared to abide by it. was written below: Thus happened at Cabo de Goede Hoop, the 3rd of April 1786. Before the Honorable Gerrit Hendrik Cruywagen and Johannes Smuts, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforementioned, who duly signed the minute of this along with the appearer and me, Secretary. lower: Which I witness was signed: C: van Aerssen, Secretary. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for her knowledge as in the text, offering to confirm this, when required, at all times with a solemn oath, had asked, well, is that then such a profitable office, to which the said Bos had answered, that the Honorable Sierveld could easily make that back in one year, that he, Bos, would then trade solely on his account, that he had one hundred thousand guilders cash lying ready for that purpose, whereto the appearer had answered nothing. per 12 confirm 957 persisting with the desire that nothing more shall be added thereto or taken therefrom; and thus spoke in confirmation of the truth the solemn words: so truly help me God almighty. was written below: Thus re-examined and sworn in the Castle of Good Hope, the 19th of April 1786. was signed: Cuzanna Reedelinghuys lower: in my presence signed: C: van Aerssen, Secretary in the margin: as Commissioners and signed: G: H: Cruiwagen, Johs Smuts. That on the 27th of February of this year, there had been delivered by the appearer and his wife to the assistant Cruijselberg, for the account of the burgher Lieutenant Johannes Gijsbertus van Reenen, who was in the country, and for whom the said Cruijselberg managed affairs here, a sum of rds 2695 in good paper currency, which the appearer testifies to know very well to have been good, since he, appearer, can very well Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, the former burgher Fire Chief Monsieur Hercules Sandenberg, of competent age, who at the requisition of the pro interim Fiscal here, Senior Gabriel Exter, declared Agrees. P. Saure as Clerk No 12 Lit how true is; 7 distinguish the counterfeit from the good; That on the 30th of March last the said Cruijselberg had come again to the house of him, appearer, and showed to him, appearer, and his wife a piece of parchment currency of ro 60, and also had asked whether he, appearer, could not remember having given that piece of money to him, Cruijselberg, to 958 to have, it was answered by the appearer, that piece I have never had in my house, much less spent, whereupon the said Cruijselberg replied with tears in his eyes, then I am unfortunate in it, and at once reaching into his pocket took out of it several pieces of counterfeit parchment currency of 60, 40, and 10 rds, together amounting to a sum of rds 270, adding further, I am a ruined man, and then I must have received it from Casper Loos or from Arend van Wielig, and it will be best that I go to the Honorable Worshipful Lord Secunde to report this; the said Cruijselberg having subsequently said in substance to the appearer and his wife, I have been to Casper Loos, and he told me that he knows counterfeit paper currency very well, and yet I know no better than that I received it from him; thereto was answered in substance by the appearer's wife, how can Casper Loos say that he knows paper currency, only the other day I had a Frenchman with me, who had some paper currency with him to pay me for goods delivered, and which according to the saying of that Frenchman had been received by him from the said Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, the aforementioned Re-examination Loos; I found among that currency three counterfeit paper pieces together amounting to 11 rds; he also accepted it and sent me others in their place. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as in the text, offering to confirm this (if required) at all times with a solemn oath. That thus happened at Cabo de Goede Hoop, the 19th of April 1786. Before the Honorable Gerrit Hendrik Cruijwagen and Johannes Smuts, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforementioned, who have duly signed the minute of this along with the appearer and me, Secretary. was written below: Which I witness, Cornelis van Aerssen, Secretary. f 44n Mons 1

Dutch transcription

956 re Munt daarvoor in de plaats gegeeven hebbende, gezegd had, ik kan dat wel van een ander ontfangen hebben, ik zal er u ander geld voor geeven— Dat eenigen tijd daarna bovengem Cruysselberg weederom ten huize van de Compte. gekomen zynde, denzelven na eenige goederen gekogt te hebben, in dies betaling een stuk papiere muar van 10 rd„s had overhandigt 't welk door gem: haren Man bezigtigt zynde, wierd het zelve door hem voor valsch herkend, uitwelk gem: haren man aan voorm: Cruysselberg gezegd hebbende, had dezzelve het voorn: stuk geld weederom genomen en aan haren gem: Man ander geld in de plaats gegeeven. — Dat voorts op 2 L: Vrydag avond, zynden den 31 der afgelope maand Maart, ten huize der Compte gekomen zynde eene Bos, de Compte gem: Bos verzogt had by haar te blyven eeten, het gunt voorm: Bos geaccepteerd hebbende, was onder anderen aantafel het ge„ sprek gevallen op de aanstelling van de E: Dumini tot Equipagiemr. over welk onderwerp gem: Roszyne onte„ vreedenheid tonende hoofdzakelyk gezegd had: dat hem zulx zeer speet, want dat de E: Dumini daarvoor 70000 gl„s aan den Ed: Heer Gouv.r had gegeeven, en als men dat hadde gewee ten dat dan de E: sierveld daar wel Hondert duizend voor zoude hebben willen betalen, dat daarop de Comp„te Recollement Compareerde voor onsondergetk„e Gecoin„ mitt:s uit den E: achtb: Raad van Justitie. deezes Gouvernements, voorm: suzan„ na Reedelinghuizen huisvrouw van den bueger Everet Heugh dewelke deeze hare voorenstaande verklaring klaar en duidelyk woordelyks voorgeleezen wee„ zende verklaarde daarby te blyven /:onderstond:/ Dat aldus Passeerde aan Cabo de goedehoop, den 3 april 1736. — voor de E: E: Gerrit Hendrik Cruywagen en Johannes Smuts, Leeden uit den E: Achtb: Raad van Justitie voorm die de minute deezes beneevens de Comp„e en my Secret„s meede behoorlyk heb„ ben onderteekend. /:lager:/ T welk ik Getuige /:was getk:/ C: Van Aerssen Secret„s Niets meer verklarende geeft de Compte voor reedenen van weeten„ schap als in den text, praesenteerende zulx, wanneer 't gerequireerd word, altoos met solemneelen Eede te willen gevraagd had, wel is dat dan zo een voor„ deelige bediening gem: Bos daarop geant„ woord had, dat de E: sierveld en dat in een Jaar wel uit konde halen, dat hy Bos dan alleen voor zyn reek: zoude negotieeren dat hy daartoe Hondert duizend guld„s Contant klaar had leggen, waarop de Comp„e niets geantwoord had. per 12 Staven 957 persisteeren met begeerte dat er niets meer by ofte van gedaan worden zal„ en sprak dus ter bevestiging der waar„ heid de solemneele woorden: zoo waarlyk helpe my God almachtig. /:onderstond// Aldus Gerecolleerd en beeedigt in 't Casteel de goedehoop den 19 April 1786. — /:was getk:/ Cuzanna Reedelinghuys /:lager:/ my present /: getk:/ C: van Aerss en socrt„ /:in margine:/ als Gecomm„d /en getk:/ G: S: Cruiwagen, Joh„s Smuts. — Dat op den 27 februarij deeses Jaars, door den Comp: en zijn huijsvrouw aan den adsistent Cruijselberg voor reeck: vanden burger Luijtenant Johannes Gijsbertus van Reenen, die naar buijten was, en voor wien gem: Cruijselberg de affaires alhier waarnam, was toe gesteld geworden eene Somma van rd:s 2695 in goede papiere mund, die den Compt betuijgd zeer wel te weeten, dat ze goed zijn geweest dewijl hij Compt: heel wel de Valsche van de goede Dat op den 30 Maart laastl: gem: Cruijselberg weeder ten huijse van hem Comp=t gekoomen, was, en aan hem Compt. en zyne huisvrouw vertoond een stuk pergament munt van r:o: 60: mitsgaders gevraagd had of hij Compt zig niet herinneren konde, dat stuk geld aan hem Cruijselberg gegeven Compareerde voor ons ondergetekende gecommitd. s uijt den E: agtb: raad van Jus„ „titie deezes gouvernements, den oud burger Brandmeester mons:r Hercules Sandenberg van Competenten ouderderdom dewelke ter requisitie van den pro Jnterim. Fiscaal alhier S:s Gabriel Exter verklaarde Accordeert. P. Saure van Clercq No 12 Lit hoe waar is; 7 onderschijden kan; — te 958 te hebben, door den Compt beantwoor was, dat stuk heb ik nooijt in mijn huijs gehad, veel min uytgegeven waar op gem: Cruijselberg replueerde met traanen in de oogen, dan ben ik er on „lukkig aan, en met een in zijn zak tastende daar uijt haalden verschijde stucken valsch Pergament Munt van 60, 40, en 10 rd:s te samen bedragend een montant van rd:s 270 met verdere bij voeging, ik ben een geruineert man en dan moet ik 't ontfangen hebben, Casper Loos of van arend van Wielig en zal best weesen, dat ik na den E: agtb Heer Secunderga, om zulx aante geeve hebbende gem: Cruijselberg vervolgens n tot den Compt: en zijne huijsvrouw sub¬ stantieelijk gesegt, ik ben bij Casper Loots geweest, en die heeft mij gesegt dat hij heel wel valsche papiere mun kende, en ik weet dog niet beeter of ik heb 't van hem, ontfangen, door des Cor parants huijsvrouw daarop was geant¬ „woord in substantie, hoe kan Casper Loos zeggen, dat hij 't papiere munt ken ik heb nog onderdaags, een fransman bij mij gehad, die eenig Papiere mund bij zig had, om mij voorgeleverde gae „deren te betalen, en die volgens zeggen van die fransman door hem van gemelde Compareerde voor ons ondergetekende gecommitt:s uijt den E: agtb:r raad van Justitie deeses Gouvernements, voorm Recollement Loos ontfangen waren ik heb onder die munt specie drie valsche papiere stucken te zaamen bedragende 11 rd:s stucken gevonden, hij heeft 't ook aangenoomen en mij andere in plaats gesonden; Niets meer Verklarende geeft den Compt voor reedenen van weetenschap als in den Text, presenteerende zulx (des gerequireerd wordende) ten allen „tijde met solemneele Eede te staven Dat aldus Passeerde aan Cabo de goede Hoop, den 19 April 1786 voor de E: E: Gerrit Hendrik Cruijwage & en Johannes Smult, Leeden uijt den E: agtb: raad van Justitie voorm: die de minute deeses benevens de Comp:se ende mij Secretaris meede behoorlijk hebben ondertekent /onderstond T welk ik Getuijge Cornelis van Aerssen secretaris: ƒ 44n Mons 1

NL-HaNA_1.04.02_4332_0422 view scan ↗

English

M 959 Copy Monsieur Hercules Sandenberg, to whom this his preceding declaration having been read out clearly and distinctly word for word, declared that he persisted and continues to persist by it, desiring that nothing more shall be added to or taken from it; and in confirmation of the truth, in the presence of the aforementioned Cruisselberg, spoke the solemn words: So truly help me God Almighty. Underneath stood: Thus recollected and sworn in the Castle of Good Hope on the 19 April 1786. Was signed: M: Sandenbergh. Lower: In my presence, C: van Aerssen. In the margin: As commissioners: G:s H: Cruijwagen, Joh:s Smits. Agrees: J: Faure, sworn clerk. No. 12 Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honourable Worshipful Council of Justice of this Government, the burgher fire master Monsieur Jan Casper Loots, of competent age, who at the requisition of the interim Fiscal Gabriel Exter, declared it to be true: That in the month of January last, the appearer having paid to the assistant of the Honourable Company, Marinus Simon van Cruijselbergen, a sum of sixteen hundred rixdollars, the said Cruisselberg had come to the appearer last Friday the 31 March and had asked him, the appearer, whether he did not remember, some time ago, when paying a sum of sixteen hundred rixdollars to him, Cruiselberg, having taken a piece of paper money 960 of 60 rixdollars out of his pocket and asked whether he, the appearer, recognized this piece; and whether he, Cruiselberg, had not received the same from the appearer; that the appearer had taken the said piece of money into his hands, and having examined the same, had said that this piece of money was counterfeit, and that he, the appearer, had not given the same to him, Cruiselbergen; whereupon, having been asked by the said Cruisbergen, do you know counterfeit money, the appearer had given him as an answer: that he paid out and received a great deal of money, but to his knowledge had never given such a piece of money to him; that one would have to be quite foolish not to be able to see that this money was counterfeit; that the said Cruiselberg had replied: I only wish that someone would tell me that he had given it to me; whereupon the appearer had given as an answer: one would be quite foolish if one told you that one had given you that money; whereon the said Cruisselbergen had further said: I have received money from no one other than from you, from Sandenberg, or at Wiellingen, further adding thereto: I would willingly lose that money, if only someone would tell me that he had given it to me; whereupon the appearer had given as an answer: one would be quite foolish if one told you that one had given you that money. Declaring nothing further, the appearer gives as reasons for his knowledge as in the text, offering, whenever required, always to confirm the same with a solemn oath. Underneath stood: Thus occurred at the Cape of Good Hope on the 3 April 1786 before the Honourable Gerrit Hendrik Cruiwagen and Johannes Smuts, members from the Honourable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the appearer and me, the secretary. Lower: Which I witness. Was signed: Cornelis van Aerssen, Secretary. 961 Recollection. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honourable Worshipful Council of Justice of this government, the aforesaid Jan Casper Loots, to whom this his preceding declaration having been read out clearly and word for word, declared that he persisted and continues to persist by it, desiring that nothing more shall be added to or taken from it, and thus in confirmation of the truth, in the presence of the said Cruisselberg, spoke the solemn words: So truly help me God Almighty. Underneath stood: Thus recollected and sworn in the Castle of Good Hope on the 19 April 1786. Was signed: J: C: Loots. Lower: In my presence, and signed: C: van Aerssen, Secretary. In the margin: As commissioners, signed: G: H: Cruijwagen and Johannes Smuts. Agrees: P: D: Faure, Clerk. 962 No. 12 Copy, L: N Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honourable Worshipful Council of Justice of the Castle of Good Hope, the quartermaster of the Honourable Company's equipment yard Willem ten Bengevoort, of competent age, who at the requisition of the interim Fiscal here, Monsieur Gabriel Exter, declared it to be true: That to the appearer this morning around the hour of half past seven, having been handed by the Equipage Master Justus van Gennip 3 pieces of 40 and 3 pieces of 10 rixdollars of paper money made of parchment, with orders to deliver those pieces—which his Honour at the same time said he had received from the assistant Monsieur Kruijtselbergen—together with a small note that was signed by the aforesaid Honourable Van Gennip, the Honourable Duminie, and the Bookkeeper Pruter, to the said Kruijselbergen, the appearer had then proceeded to the said Kruijselbergen, and having met the same right in front of the door of the Burgher Lieutenant Monsieur Johannes van Reenen, the appearer, pursuant to his orders, had delivered the aforesaid note into the hands of the repeatedly mentioned Cruiselbergen. That after the aforesaid Cruijselbergen had read the note handed to him, the appearer had then presented the aforesaid pieces of money to him, Cruijselbergen.

Dutch transcription

M 959 Copia Monsr. Hercules Sandenberg dewelk deese zine voorenstaande ver¬ klaring van woorde tot woorde Kla en duijdelijk voorgeleesen weesende ver klaarde daar bij te blijven persisteeren met begeerte dat er niets meer bij of van gedaan werden zal; en sprak de ter bevestiging der waarheid in prese van Cruisselberg voorn: de Solemneele woorden zoo waarlyk helpe mij Ge /onderstond/ Aldus gerecolleerd en beeedigd in't Casteel de goede Hoop den 19 April 178 (was get) M: Sandenbergh (lager) mij Present C: van Aerssen (in margine) als gecommitt:s G:s H: Cruijwagen, Joh:s: Smits Dat in de maand Januarij laats¬ leeden den Comp:s aan den adsistent den Edele Comp=ie Marinus Simon van Cruijselbergen betaald hebbende eene somma van Sesthien Honderd Rijsdaalders, gem: Cruisselberg voor leeden Vrijdag den 31 Maart bij den Comp=s gekomen was en hem Com„ parant gevraagd had, of hem niet voorstond voor eenigen tijd eene som som van sestien honderd Rijksdaalders aan hem Cruisel¬ berg een Stuk Papiere mund Compareerde voor ons ondergetee„ kende gecommitteerdens uit den Ede„ le Agtb: raad van Justitie deeses Gouvernement den burger brand„ meester mons=r Jan Casper Loots van Competenten Ouderdom de welke ter Requisitie van den pro Interim Viscaals ga„ briel Exter verklaarde ho waar Accordeert J:: Faure gezuecleree No 12 Al machtig. is. van 960 van rijks d:s: 60 uit sijn sak geha en gevraagd had, of hij Comps d stukende; en of hij Cruiselberg 't ze ve niet van den Comps gem: Stuk geld in sijne handen genomen, en 't selve berigtigd hebbende ge¬ segt gehad, dat stuk geld was valsch, en hij Comp: 't selve niet aan hem Cruiselbergen gegeeven had, hier op door gemelde Cruis¬ bergen gevraagd sijnde, kend we valsch gelde den Comps hem ten antwoord gegeeven had: dat hij veel geld uit gaf en ontfing dog met sijn weten nooit zodan een stuk geld aan hem Compe. gegeeven had, dat men wel annozel moest wesen, om niet te kunnen zien dat dit geld valsch was, gem: Cruiselberg gerepliceerd had, ik wensch dat mij maar iemand wilde Leggen dat hij het mij gegeeven had wal op den Comp: ten antwoord ge¬ ten antwoord gegeeven had men soude wel dwaas sijn als men uw sijde dat men U dat geld gegeeven had gem: Cruisselbergen, daar op verder gesegd had ik heb van nie„ mand geld ontvangen als van u, van Sandenberg of aan wiel lingen daar wijders bij voegende ik zoude dat geld wel willen missen, als mij maar iemand wil„ de zeggen dat hij het mij gegeeven Niets meer verklaarende geeft„ den Comps: voor redenen van wetenschap als in den Text presenteerende sulx, wanneer 't ge¬ requireerd word altoos met so„ lemneele Ede ten willen staven /onderstond/. Dat aldus passeerde aan Ca¬ bo de goede Hoop den 3 April 1786 voor d' E E Gerrit Hendrik Cruiwagen a Johannes Smuts Lie¬ den uit den Edele Agtb: raad van Justitie voorn: die de minute deeser benevens den Comp s ende mij secre„ had. 12 geeven had, waar op den Comp 961 taris meede behoorlijk hebben onder¬ teekend. /Lager / T welk ik getuijge (was getek:/ Cornelis van Aerssen Sevis Recollement. Compareerde voor ons ondergetekend gecomm: uit de E: agtb: raad van Justitie deeses gouvernements voorsz: Jan Casper Loots de welke deeze zijne voorenstaande vercla¬ ring duidelijk woordelijks voorgeleesen weesend ver¬ kleurd daar bij te blijve per¬ sisteeren met begeerte dat er niets meer bij ofte van gedaan werden sal, en sprak dus ter bevestiging der waarheid ter praesentie van gem: Cruis selberg de samneele woorden zoo waarlijk helpen mij God Almagtig /:onderstond:) Aldus gerecolleerd en beëëdig int Casteel de goede Hoop den 19 April 1786 /:was getekend:/ I: C: Loos /:lager:/ mij present /: en ge„ tekend:/ C: van Aerssen Secretaris /:in margine:) als gecommitteer dens /: getekend / G: H: Cruij wagen en Johannes Smuts. — Accordeert P: D: Saure Clercq tekend 1 3 962 Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitteerdens uit den E Achtb raad van Justitie des Casteels de Goede Hoop den quartiermeester van s E Comp„s equipa„ „Gewerf Willem ten Bengevoort van Coni„ „petenten ouderdom, dewelke ter requisi„ tie van den pro Interim Fiscaal alhier Sr. Gabriel Exter verklaarde hoe waar Dat aan den Comp=t heeden morgen de klokke omtrend half agt uuren door den Heer Equipage, meester Iusti„ nus van Gennip inhandigt zijnde 3 stukken van 40. en 3 stukken van 10 rd:s van perkament gemaakte pan „piere geld, met ordre omme die stukken die zijn Ed:e teffens zijde van den adsis„ „tent M:r Kruijtselbergen ontfangen te hebben, nevens een kleijn briefje, dat door voorm: E: Van Gennip d'E Duminie en den Boekhouder Pruter geteekend was, aan gem: kruijselberge overtegeeven, den Comp=t zig dan ook naar gem: kruijselbergen begeeven, en denselven furst voor de deur van den burger Lieutenant S„r Iohannes van Reenen ontmoet hebbende, had den Comp=s 't voorsz briefje ingevolge zijne last aan meermelde Cruiselben „gen ten handen gesteld. — Dat nadat voorsz Cruijselbergen 't. aan hem inhandigde briefje geleesen had, de Comp=t als toen de voors stukken / gelds aan hem Cruijselbergen No. 12 Copia, L: N is. — hadde

NL-HaNA_1.04.02_4332_0427 view scan ↗

English

had handed over, to which he, Cruijsenbergen, after having inspected the money and put it into his pocket, essentially answered the appearer: it is well, I shall give other money in its place; as the said Cruijsebergen then also returned with the appearer to the house of the aforesaid van Beenen, went upstairs to the attic there, and a moment later handed over the same sum in paper currency to the appearer, adding: if the gentlemen find any more counterfeit money, they may please report the same to the Fiscal. Declaring nothing further, the appearer gives as reasons of knowledge as in the text, offering always to confirm the same with solemn oath. Thus passed at the Cape of Good Hope on 1 April 1786 before the Honorable Salomon van Egter and Iohannes Smits, members of the Honorable Court of Justice of this government, who duly signed the minute hereof together with the appearer and me, the Secretary. Which I witness, signed C: van Aerssen, Secretary. and subscribed: Thus re-examined and sworn In the Castle of Good Hope on 19 April 1786: signed W I: Bengevoort / lower: in my presence: / signed: C van Aerssen / in the margin: as commissioners / P: S Cruijwagen I: Smuts below this: Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the aforesaid Quartermaster Willem ten Bengenvoort, who, this adjacent statement of his having been read out to him word for word, clearly and distinctly, declared to persist and abide by it, desiring that nothing more shall be added to or taken from it, and thus spoke in confirmation of the truth in the presence of the aforesaid Cruijselbergen the solemn words: So truly help me God Almighty. Re-examined. Agrees B. Maiere No 12 Copy. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of the Castle of Good Hope, the Assistant of the Honorable Company Cruijselbergen, who, upon the undermentioned questions, answered in such manner as is noted opposite each of them. Articles framed to be presented upon the requisition of the Fiscal ad interim to the Assistant of the Honorable Company M: S: van Cruytselbergen, the responses to be given by him to be properly recorded by the Gentlemen Commissioners from the Honorable Court of Justice alongside each of them. Article 1. The examined person's name, birthplace, age, and capacity. States: Marinus Simon van Cruijselbergen from Vlissingen, aged 24 years, assistant at the political secretariat. Where the examined person was employed and what his trade has further been? States: notary in the fatherland, and indeed in Vlissingen. On what ship, in what capacity and year he arrived here, and how long he has been appointed to the aforesaid post? States: arrived here with the Slot ter Hoge in the capacity of ordinary seaman to his recollection in the middle of April 1785, and promoted in July or August to assistant of the Honorable Company. With whom the examined person resided, and whether, outside his service, he also attends to any private commissions. States: with the Burgher Lieutenant Johannes Gijsbertus van Reenen, and to administer the affairs of the aforesaid van Reenen. No 5. Whether he, the examined person, on Thursday the 30th of the past month of March, counted out 1000 rds in money received from his aforementioned van Reenen and handed it into his hands? States: knows that it was in March, and that he also received money from Mr. Jan van Rheenen, and among others whether he did not pay out the sum for the Lieutenant of the Burgher Militia to Mr. Sandenberg. 6. Whether this was not money that was collected by the Bookkeeper of the Honorable Company Mr. Goets and paid to the Master Attendant the Honorable Duminij? States: that the money was received from Sandenberg, Arend van Wieling, and some time before from Casper. 7. Whether the aforesaid Bookkeeper Goets did not return that same afternoon to give the money back to the aforesaid van Reenen, without having inspected it, as being counterfeit? States: Yes. 8. Whether such counterfeit money did not amount to the sum of 270 rds, consisting of three pieces of 60, 2 of 40, and 1 of 10 rds, and whether he, the examined, did not give other money for it? States: Yes, and indeed the amount of two hundred and seventy rds in parchment. 9. Whether the examined person did not answer thereto, taking the money into his hand and seeing that there were indeed some counterfeit pieces, but the others were difficult to recognize, that there was counterfeit money among the aforesaid money counted out to Duminy, asking him by way of inquiry where that money came from? States: Yes, which he also subsequently effected. 10. Where or from whom the examined person had received that counterfeit money found therein? States: from Casper, from Wieling, and from van Wieligen. 11. Whether the examined person did not answer him thereto: from nobody? States: Yes. 12. Whether this money was the same that he, the examined person, handed over yesterday evening into the hands of the Fiscal pro interim? States: Yes. 14. And that since he still had money in the cashbox, he would go get other money for it? States: Yes.

Dutch transcription

963 hadde overgegeeven, op 't welke hij Cruijsen „bergen na 't geld bekeeken en in zijn zak gestooken te hebben aanden Comparant substantieelijk geant„ woord had: 't is wel, ik zal aande geld inde plaats geeven; gelijk meerm Cruijsebergen dan ook met den Comp=s na't huis van voorm van Beenen terug gekeerd, zig aldaar na den solder begeeven en den Comp een ogenblik daarna deselvde Tonm aan onder papiere munt overgegeev hadde, met byvoeging: indien de Heeren nog meer valschgeld vinden, gelieven zij 'tzelve den Heere fiscaal aantegeeven - Niets meer verklarende geeft den Comp=t voor reedenen van wetenschap als in den teext, praesen „teerende 't zelve altoos met solem„ neelen Eede te staav opgerstond) Dat Aldus Passeerde aan Cabo de goede Hoop den 1 April 1786 voor dEE Salomon van Egter en Iohannes Smits Leeden uit den E Achtb raad van Justitie deezes gouvernements die de minut deezen benevens den Compt en mij Secretaris meede behoorlyk hebben onderteekend Twelk ik getuige /a geteekend C: van Aerssen Secretaris. en /onderstond:/ Aldus gerecolleert en beëdigd In't Casteel de goede Hoop den 19 April 1786: /: was getee„ kend/ W I: Bengevoort / lager mij present: / geteekend:/ C van Heren sen geb:s /:in margine:/ als gecom mitteerden/ P: S Cruijwager : Smuts daaronders Compareerde voor bijs onderget: gecomm uit den E Achtb: raad van Justitie deezes gouvernements voorm Quartiermeester Willem ten bengenvoort dewelke deeze zine nevenstaande verklaring van woorde tot woorde klaar ende duydelijk voorgeleezen zijnde ver„ klaarde daarbij te blyven persis„ „teeren met begeerte dat er niets meer bijgevoegd ofte vangedaan worden zal en sprak dus ter bevestiging der waarheid in praesentie van voorn. Cruyselbergen de solemneele woorden zoo waarlijk helbe mij God Al„ machtig. - Recolemtent. Accordeert B. Maiere daar No 12 //lager/ Copia. 964 Compareerde voor ons ondergeteel gecomm: uit selbergen dewelke op de adserkend de EComp„e Cruij„ gen, oud 24 Jaren adsistend ter politicque secretarije A L. legt int pardenland Notaris waartoe den gesz: zig geap„ pligeert heeft en wat zijn en wel te vlettingen! bedrijk voorts is gewee zegt met het slot ter het wat schip en in Hoge in qualiteit als wat qualiteit en Iaar hij Jongmatroos na zijn vest onthouden Medio alhier is aangeland en april 1785. alhier aan hoe lang hi in voorsz: geland en in Julij of augus post bescheiden is? „tus tot adsistend der E Comp:e bevordert. V: G bij wien hij gevr: woonden zegt bij den burger Lieute= nant Johannes Gijsbern of hij niet buiten zijn dienst nog eenige Particuliern „tus van Cleenen en de voorm: te administreeren Commissien waarneemd. zake van van Cleenen regt Marinus Simon van des gevr Naam geboorte plaats, bruijselbergen van Vlisten, onderdom en qualiteit. Art=l 1. Vruiculen gedaan maken E Achtb: raade van Iustitie des Casteels de goede Hoop over„ onderstaande vragen zodan gegeeven omme ter requisitie nig geantwoord heeft als van den ad Interimo Fpiscaal worden den Adrestend de E Comp M: S: van Cruypelbergen zullende desselve tegevene responsiven in margine deese den E Achtb raad van Justitie aan Heerengecomm: uit den bezijden een ieder derselver Gabriel Exter gehoord te behoorlijk worden bekend No 12 L: O: aangetekend staat. - gesteld. - A: 3 ƒ 3. 965 zegt en van wieligen Legt Ja van twee hondert seven tig rd„s oppergament Legt sa hetgeen hy ook vervolgens geeffectueerd heeft zien op de selve valm van wielig en eenige Sandenberg Arend tijd te voren van Casper hebben als van de Heer No 5 Mr. Jan van Rheenen ook geld ontfangen en we„ a onder anderen of hij geer durdanig niet voor van den Heer Sandenberg de Lieutenant der Burgerij den om uitbetaald heeft. Op hij gevz: op Donderdag zegte neeten wanheet ka den 30. der voorl: Maard Maart met 1000 rd=s van zijn voorgem van Reenen ontfangen geld afgeteld en in desselvs handen heeft overgegeeven waren dat door den boekhouder der E Comp Mr Goets de afgehaald en aan den Equi„ Lagemeester dE Duminu off dit niet is geld geweest uit geld zonder nagezien hebben ontfangen sagen termiddags niet is weder¬ theenen 't zelve wederom omgekomen, om aan van tegeeven als zynde valsch zegt Ia. zegt ja, en wel het montant off gem: boekhouder Goek Opgem: van Reenen of zulk valsgeld niet heeft bedragen de somma van 270 rd:s bestaande in drie stukken van 60: 2 van 40. en 1 van 10 rds en ot hij getl: net ander geld heeft daarvoor gegeeven off dit geld hetzelve was dat hij gevz gisteren avond inhanden van den projnterin fiscaal heeft overgegeeven En dat vermits nog geld in Cassa had zoude gaan of hy gevr: daarop niet heeft geantwoord het geld in de hand neemende en beziende dat er wel eenige valsche stukken waaren dog de andere swaar„ „de, dat er valschgeld onder het voorsz Dununij afgetel„ degeld was, waardat hem vraegenden wijze zeggen„ heeft laaten voor zig komen geene penn„ ontfangen te Waar, of van wien zij getz: 12 6. 1 betaald worde„ geld daaronder bevonden op de gen ne g'antwoord heeft hem gevz daarop niet Legt a waar heer 1 zegt van niemand 14 dit 12. — andergeld daarvoor zalen 11. „lijk te kennen waaren 10. vandaan kwam 1000 zegt: Ja zegt ja

NL-HaNA_1.04.02_4332_0430 view scan ↗

English

966 moneys received further from multiple persons, namely six and two hundred in silver in case the Gentlemen might discover more counterfeit money, then to report the fiscal for the purpose of examination; I shall give you other money for that, regarding Caspar Loos, counted directly into the cash, he three pieces of forty rixdollars not having issued more counterfeit money, over forty three pieces of which after this date he still has in which have been found to be counterfeit: custody: as was today given to him by the reporter. Certificate signed by the outgoing Master of the Equipage van Gennep, the newly arrived honorable Didelot, and the bookkeeper Suiter, presented to Mr. Lum, two hundred seventy, says, about the two thousand, whether he, outside of these, as proof that the said pieces were counterfeit. Who likewise says yes: to have immediately from whom he presumes to have received the same, or of the persons from whom he received money, has been to them to hold them harmless, and what the result thereof has been: that it was answered thereto that the said Loos was not at home, but would be at home at 24 hours; whereupon the questioned person, having again betaken himself at the appointed time and place, was admitted by the said Caspar Loos into the shop room, of Master the honorable van Gennep, to whom he asked whether he did not recall having delivered a quantity of paper currency some time ago; which having been answered with yes, it was subsequently asked whether he could not recall whether there was any counterfeit money among it, which was answered by the said Loos with no; by the questioned person, a piece of paper parchment money to the value of sixty rixdollars was taken out of his pocket by the reporter, he received back 150 rixdollars from the Honorable Company's Equipage yard, accompanied by and shown to him, Loos, with the addition, if not from the former Equipage Master, today 150, if not, whether he found whether he, the questioned person, did not say to the reporter: it is fine, I have found even more counterfeit money among my money, as he presented to the pro interim, which he, the questioned person, immediately did; counted out some time ago by the questioned person to the bookkeeper Goets, and by the latter counted out to the said Equipage Master; money, and seventeen hundred and twenty or thereabouts, says yes, with a request to 12 having received twenty hundred rixdollars in money from Mr. Sandenberg, from which persons and sixteen hundred from Mr. van Wieligen, among which how much he received from each: 15. 3 No 18. — has. 19:— 6 is delivered as above, says yes, counterfeit, and from him, the questioned person. 967 whether he could not recall having given this money to him, the questioned person, which was answered by the said Loos likewise with no, for his wife had the administration of the cash and could distinguish the counterfeit money from the genuine all too well, with the further addition that as long as the paper money had been in circulation, he had received only two pieces, each of ten rixdollars, from the farmer Krieger, and after having had the same in his hands for some time, found that they were counterfeit, and subsequently tore the same to pieces, which his wife, also present thereat, confirmed; the questioned person then, with tears in his eyes, said: I have received money from no one else than from you, Mr. Sandenberg, and van Wielingen, and if I knew who had given it to me, I would gladly forfeit the money; but if you have given it to me, please do say so, then I will gladly bear the loss myself; whereupon the said Loos replied: I did not give it to you, but no one would be so foolish, even if he had given it, to acknowledge it, when it is so long ago; the questioned person declaring further that upon the statement of the bookkeeper Goets that the said van Wielingen had given no parchment currency to the questioned person, he rested content therein; having subsequently betaken himself to Mr. Sandenberg, he asked him and his wife, who was also present, whether they could not recall whether among the paper currency counted out to him, the questioned person, some time ago, there was also any counterfeit money; which, being answered by Mr. Sandenberg with "that I do not know"; subsequently, a piece of paper currency that had been returned to him by the bookkeeper Goets was shown to the said Sandenberg and asked whether this was also money that he, the witness, had received from him, Sandenberg; the said piece was closely inspected by him and his wife and answered: no, this money we did not give; whereupon the questioned person subsequently threw six pieces of counterfeit money on parchment onto the table with the utterance: 6 "My God, Madam, that is all counterfeit money that I have received and must hold for my account, for I cannot demand of Mr. van Rheenen that he bear that loss; I have received money from you, Mr. van Wielingen, and from Loos alone; Goets says that van Wielingen has declared to him that he gave me no note of 40 rixdollars, which also corresponded with the slip of paper in which the money was counted out, on which no pieces of 40 rixdollars were noted; Loos, where I likewise and 12

Dutch transcription

966 penn. ontfangen breder van meerdere personen sonen en wel ses en twee hondert aan silver ingevalle de Heeren meer valsgeld mogten ontdekken als dan het fiscaal ten fine van trend van Caspar Loos „vrij in Cassa geteld zig drie stukeen van veer rd„s niet nog meer valsch geld uitgegeeven over „tig drie stukken van na dato nog onder zyne bien valsch hebben bevon„ aen het geen hem heede men berusting heeft: gen door de Rapportganger Certificaat van de afgaande Heer Equipage „meester van Genoep, de nieuw aangekomen E Did„ „minié en den boekhouder Suiter onderteekend grijnt aan de Heer Lum twee Hondert Seventig examinatie aantegeeven; ik zal u ander geld daar zegt, over de Twee Duijzend off hij gevarbuijten deese aen bewijze dat dezelve stukken vals waaren Dewelke meede zegt Ja: zig ilico te hebben van wien hij presumeert of Vander Personen van hetzelve ontvangen te dewelke hij geld ontfangen hebben dat de gem: daaro heeft geweest is om hun is geantwoord dat vooren te doen schadeloos houd loos niet te huis was en wat daarvan 't gevolg is maar ten 24. uuren te geweest. „huis zoude weesen, waarop de gevz: zig ander„ „maal ter bestemder tijd en plaatse hebbende begeeven door gem Caspan Loos in de winkelkamer meester dE van Gennes door Radgelaten, aan wien gevraagd heeft of hem niet voorstond, eenige tijd geleeden, een quantiteit de repportganger van papiere munt te hebben afgegeeven, 't welk met Ia beantwoord zijnde, vervolgens is gevraagd of delvert rd:s heeft terug ontfangen zig niet konde rappeleeren, daar eenig vals geld onder te zijn geweest, door gem Loos met neen beantwoord is, door den gevr een stuk papiere Mint Pergament ter groot van Sestig W. s is uit den sak gehaald vande ECompt Equipagie werf ten geleijde vande begeeven bij Caspar Loos Off hij gevn: ook bij de een niet van den oud Equipage heeden 150 zo neen of hy gevondan en aan hem loos vertoond met byvoeging, of hij geva: de rapport„ ganger niet heeft toe„ gevoegd, t is goed ik heb zelve aan den pro Intere nog meer valschgeld, onder mijn geld gevonden voorgeeven 't welk hij gesr: dadelijk gedaan gevz voor eenige tijd toe, geteld aan den Boekhoi„ der goets, en door deese aln gem: Equipagie meester zijn toegeteld geworden geld en Seventien hondert en twingtig of daarom zegt Ja. met versoek om 12 twintig Hondert rd. s geld ontfangen hebbende van de Heer Sandenberg van welke personen en Sestien hondert van de H hoe, veel hij van ieder van wieligen waaronder heeft gekreegen: 15. 3 N=o 18. — heeft. 19:— 6 is ter Zand gesteld als voren zegt Ja volsch en van hem gevz 967 of zig niet konde te binnen brengen, dit geld aan hem gevraagde te hebben gegeeven beantwoord wierd, want dat zyn vrouw de admiistratie vande Cas had en al te wel het valsche geld un't het egte kon onderscheijden met verdere bijvoeging zo lang als het papiere geld inswang had gegaan alleen twee stukken ieder van tien ru van den Landbouwer krieger te hebben ontfangen en na deselve eenige tijd in handen gehad te hebben bevond dat ze valsch waaren, dezelve vervol¬ „gens heeft aanstukken gescheurd, 't welk zijn vrouw daar toe meede ten genswoordig, agnotseerde den gesz: vervolgens met draanen inde oogen gezegd heeft ik heb van niemand anders als van uw de Heer Landen, „berg en van wielingen geld ontfangen en indien ik wist wie mij hetzelve had gegeeven, ik zoude gaernes het geld willen kwijt zijn dog zo uE het mij heeft gegeeven, gelieft zulk dog te zeggen dan wil ik gaerne zelfs de Schaade dragen waarop gem Loos repliceerde ik heb hett ui niet geggeeven, maar niemand zal zo dwaas weesen alhad hij hetgegeeven om zig te advoueeren, als het zo lang geleeden is, de Clores„ „rende verder de gevr dat op het gesegde van den Boekzouder Goetk dat gem: van wielingen geene pergament munt aande gesz: had gegeeven daarin ook heeft berust zig vervol„ gens bij de Heer sandenberg begeeven door gemn loos meede met neen„ hebbende aan denzelven en zyn meede present zynde Huisvrouw heeft gevraagd of zig niet konde te binnen brengen, onder de aanhem gevr: eenige tijd afgetelde Papiere Shuut ook eenig valsch geld zig te hebben bevon„ de het welk door de Heer Sondenberg beantwoord zijnde met„ dat weet ik niet; vervolgens door den gevz een stuk papiere Munt dat van hem door den Boekhouder goek terug gegeeven was, aan gemelde Sandenberg is vertoond en gevraagd of dit ook geld was, dat hy get van hem Sandenberg had ontfangen hetzelve stuk door hen en zijn vrouw nauwkeurig wierd bezigtigd en geant„ „woord, neen dit geld hebben wij nietgegeeven door den gedz: vervol„ „gens ses stukken valsch geld op Pergament op de tafel gegooyd heeft met uitdrukking 6 „ mijn God Juss:r datis altemaal valschgeld, dat ik ontfangen heb en voor mijn reekening moet houden, want ik kan de Heer van rheenen niet vergen, dat hij die schaade draagd ik heb van Uw de Heer van Wielingenen van Loos alleen geld ontfangen goete zegdblat van Wielingen aan hem gedeclareerd heeft, mij geen briefje van 40 rykd te hebben gegeeven 't welk ook over¬ eenkogte met het briefte waar„ in het geld is afgepast geweest waarop geen stukken van 40 rds bekend stonden, Loos daar ik zo meede en 12

NL-HaNA_1.04.02_4332_0432 view scan ↗

English

968 where I just came from also declares that he did not give it to me, because he knows how to distinguish the false money from the true just as well as you, and you also say that I did not receive it from you, so I alone stand to bear that loss, which for me is far too important. To this, the aforementioned Sandenberg and his wife subsequently replied, We also know the false money very well from the good, and if you insist on it, we will gladly purge ourselves under oath; let Van Wielingen and Loos do so as well, if the last-mentioned can do so, for it appears that he does not know the false from the true money very well, since we recently still opened a sealed package from him in the presence of a French gentleman whose name was also mentioned to the interrogated person, but which he cannot recall at present, discovered two pieces of counterfeit money therein, and subsequently sent it home to him. After receiving which answer, the interrogated person subsequently departed and, having arrived home, communicated his experiences to the aforementioned Van Rheenen and his wife, asking advice from the same with the addition, Could I not require Loos upon an oath that he did not give the false money shown to him by me, since I can swear that I have received it from no one else, except for some small amounts of 10 to 20 Rixdollars, than from the 3 aforementioned persons, and I cannot gladly suffer such an important blow; do you not think it well that I go speak to the Honorable Fiscal about this with the request to assist me in this matter with His Honor's advice? To which the aforementioned Van Reenen said, Yes, that is what I would do, but first hear what Mr. Aacker, who after all has been informed of the matter by Goetz, advises you in that regard. The interrogated person immediately put this into execution, but the Honorable Secunde not being at home at that time, the interrogated person was told by His Honor's daughters, who were standing in the front hall, Father is not at home, but he will come home in half an hour. Subsequently, having presented himself again to His Honor at the fixed time, and the matter and its course having been presented to His Honor by the interrogated person, His Honor answered: I can give you no advice in this; you must settle that among yourselves. The interrogated person submitted to His Honor whether he would do wrong to speak to the Honorable Fiscal pro interim about it, and to require Caspar Loos, from whom the interrogated person had to presume, on account of having received some large pieces of parchment from him, upon an oath. His Honor answered, I cannot advise you in it; he who does not open his eyes must open his purse. Whereupon the interrogated person went to the Honorable Fiscal pro interim to make this known to His Honor and to hand over the aforementioned 770 aforementioned false paper money, because the interrogated person did not want to be a distributor of false coin, and to the Fiscal's questions from whom he had received such, answered that he did not know such for certain, but would come to speak to the Honorable Fiscal further about it. The interrogated person further declaring to be willing to declare under solemn oath that during the distribution of the aforementioned false coin he was unaware that the same were truly false. Thus questioned and answered at Cape of Good Hope, the 17th of April 1786, before the Honorable Salomon van Echten and Johannes Smits, members of the Honorable Court of Justice aforementioned, who have properly signed the minute hereof together with the interrogated person and me, the Secretary. Which I witness, was signed C. van Aerssen, Secretary. In the margin: says further on Article 19 that he did not mistake himself regarding the money that Sandenberg was supposed to have received from Caspar Loos in the presence of the Frenchman, referring himself to the given statement of the aforementioned Sandenberg. Verification Appeared before us, the undersigned Commissioners of Justice of this government, the aforementioned Marinus Simon van Cruijsselbergen, who, this his preceding interrogation having been read aloud clearly and distinctly word for word, declared to persist thereby, desiring that nothing more shall be added to or taken from it. Underneath stood: Thus verified in the Castle of Good Hope, the 19th of April 1786. Was signed: M. S. van Cruijtselbergen. Lower, in my presence, signed, C. van Aerssen, Secretary. In the margin: as commissioners, the Honorable Cruywagen and Johannes Smits, commissioners from the Honorable Court of Justice. Agrees: J. D. Saure, sworn Clerk. True copy. To wit: Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Court of Justice of this Government, the assistant Marinus Simon van Cruisselbergen, who to the adjacent points of interrogation gave such answers as are properly noted alongside each of the same. Further Articles drawn up and delivered to the Honorable Commissioners from the Honorable Court of Justice of the Castle of Good Hope, to be heard thereon at the requisition of the Fiscal pro interim Gabriel Exter, the assistant Marinus Simon van Cruysselbergen, his responses to be given to be properly noted in the margin hereof. Said yes, but however cannot recall the exact sum. Article 1: Whether the interrogated person in the past month of January did not also pay a sum of money of Rds 1668 to Mr. Swanevelder? Said yes. Article 2: Whether such did not occur with the addition of a note on which the sum was calculated and the money contained in a sealed package was specified with signature?

Dutch transcription

968 „even van daankom declareerd ook dat hij het mij niet gegeeven heeft, want dat hij al„ sewel het valsere geld uit het waare kan „en UE zeggen ook dat ik het van UE niet ont„ „fangen hebt dus sta ik alleen voor die schaade 't welk voor wij al te important is „ doorgemelde sanden berg en zijn vrouw vervolgens wierd genepliceerd „ wij kennen ook het „vatsche geld zeer wel uit het goede, en als UE erop gesteld zijt, willen wij „ons gaerne onder Eede purgeeren, laat van wielingen en Loos dat ook doen zo de laatstgemelde dat kan doen, want het blykt dat hij niet wel het valure uit het waare geld kend, dewijl wij onlangs nog van hem in een verzegeld pakje, dat wij in presentie van een fransch Heen /: wiens naam hem gevr meede genoemd is, dog welke hij zig thans niet kan recoleeren:) hebben geopend, daarin twee stukken voldoe geld hebben ontdekt en hem vervolgens thuijs gesonden, na welk bekomen ant„ woord, hij geve: vervolgens is vertrok„ ken en te huijs gekomen zijnde aan gem: van Rheenen en desselvs vrouw zijn wedervanen gecommnceerd hebbende aan deselve raad heeft gevraagd met bijvoeging, zoude ik Loos met op een Eed kunnen vergen, dat hij het aan hem door mij vertoonde valsch geld, niet heeft gegeeven, dewijl ik sweeren kan, dat het van niemand anders uitgesondert eenige bagstellen van 10 a 20 rynd. als van de 3 boven„ gemelde persoonen hebbe ontfangen en ik niet gaerne een zo importante slag hebben kan, vind uE niet goed dat ik de Heer fiscaal daarover eens gaa spreeken met versoek om mij in deese zaak met zijn E advijs te bedienen, dat daarop gem: van Reenen heeft gezegd, ja dat zoude ik doen, maar hoort eerst wat myn heer Aacker die dog van de zaak door Goetz verwittigd is uE daaromtrend raad, de gevr: zulk terstond ter uit„ voer heeft gebragt, dan, de Heer seCun„ de als toen niet te huijs zijnde de gevr: door zijn EDogters, die in't voorhuijs stonden wierd gezegd, vader is niet te huijs, maar hij zal over een half uur thuijs komen vervolgens ter gefixeerde tijd zig wederom bij zijn E hebbende laaten vinden, door den gevz de zaak en desselvs toedragt voorgeha„ gen zijnde door zijn E wierd geantwoord: Jk kan uE daar geen raad ingeeven dat moet gij onder elkanderen schik„ ken, door den gevz: aanzijn E is voorge„ houden of wel qualyk zoude doen de Heer pro Jnteruw fiscaal, daarover te spreeken, en Caspar Loos van wien hij gevr moest praesumeeren, uit hoofde dat van hem eenige groote stukken per„ gament had ontfangen op een Eed te vergen, door zijn Ewierd g'antwoord ik kan er UE niet inraaden, die zyne oogen niet open doet moet zyn zal oppen doen, waarop zij gesk: na den Heer pro Jnterin fiscaal is gegaan om zijn E zulx bekend temaken en de en voorn No 12 770 voorn: falsche papiere Mtunt te overhand om dat hij gevr: geen distributeur valsche Munt wilde zijn en op des Trist vragen: van wien hij zulk ontfangen had, g'antwoord, zulk niet positie te weeten, maar de Hee fiscaal daarnader over te zullen komen spree declareerende de geva wyders onder solemneele Ede te willen verklaren dat bij de distributie van voorsz valsche Munt onbewust is geweest dat deselve waarlijk valser waren Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede Hoop den Aerit 17 voor d EE: Salomon van Echten en Johannes Smits Leeden uit den E Achtb: raad van Justitie voorm die de minute deeze benevens den gevr: ende mi Secretaris meede behoorlijk hebben onderteekend (:'t welk ik getuige /: was geteek Cranserssen Secretaris /: in mar neg zegt nader op Ac=l 19 da hy geen zig mingist heeft omtre het geld dat Sandenberg in sentie vande franchimn van Ca per Loos ontfangen zoude hebben refereerende zig aan de gegeevene verklaring van gem Sandenbe Recollement Compareerde voor ons onderges„ van Justitie deeses gouvernement voorm Marinus Simon van Cruijzel „bergen, dewelke deese zijne voorenstaande Jnterrogatorie van woorde tot woorde klaa ende duidelijk voorgeleezen weesende ver„ klaarde daarbij te blijven persisteeren met begeerte dat er niets meer bij ofte vangedaan worden zal:- /onderstond/ Aldus gerecolleerd Int Casteel de goede Hoop den 19 April 1786. /:was geteekend:/ M S: van Cruij Telbergen (: lager my present geteekend, C van Aerssen SeCs in margine/ als gecommitteerden BB: Cruywagn en Joh=s Smits gecommitteerdens uit den E Achtb raad ccordeert J: D: Saure gedeer Clercq Gecond. No 12 ƒ onderstond V' Copia te weeten. Compareerde voor ons Nadere Articulen ondergeteekende Gecom„gedaan maken en aan de mitteerdens uit den E: Heeren Gecommitteerdens uit Achtb: Raade van Justitie den E: achtb: Rade van Justitie deezes Gouvernements, des Casteels de goede Hoop overge„ den adsistent Marines geeven omme ten requisitie Simon van Cruisselbergen van den pro interim fiscaal dewelke op de neevens Gab: Exter daarop gehoord tot staande vraagpoincten worden den adsistent Marinus zodanige antwoorden Simon van cruysselberg, gegeeven heeft als bezy, zullende deszelfs te geevene den een yder derzelve responsiven in margine deezer behoorlyk worden staan aangetee„ bekend gesteld. — zegd sa: maar egter de of hy gevr: in den gepasseerden fuiste somma met maand January niet ook een Somma gelds van Rd„s 1668 aan de Heer Swane„ veldes betaald heeft! of zulx niet is geschied met by„ voeging van een note, waarop de Somma bereekend en 't in een verzeegeld pakje onthoudene geld gespecificeerd was met onder„ zegd sJa: 12 Lit. P. kend. A„o 1: 2 tee„

NL-HaNA_1.04.02_4332_0435 view scan ↗

English

972 said: the largest part from Casper Loos and that being 1600 Rds: the day before, while he received the remainder the other day in the morning at half past eleven, and having sent that in the evening to Mr. Zwaneveld. — Whether he, the person interrogated, had had this money under his custody for a long time and from whom he received it! said no, not being able to distinguish the counterfeit money from the genuine, but that he was never spoken to about it by Mr. Zwanevelder, although he, the person interrogated, the following day inquired with His Honor, as to the money. Whether it was not known to him, the person interrogated, that there was counterfeit among it, namely 1 piece of 60 Rds., 12 of 10, and 1 of 5, making together the sum of 165 Rds., which were found in that bag. answered: no, but that since he for some time at the Police Secretariat served as sworn clerk due to the absence of Mr. Horak, having received at the office for a marriage license and other charges a piece of 10 Rds., and because he, the person interrogated, that afternoon had to buy something at Heugh's, paid with that piece which he happened to have in his pocket, which was also returned by Heugh because he maintained that it was not a good piece, and which piece, having brought it back the very same day to the office and asked the other assistants whether they recognized that piece as good or counterfeit, was unanimously approved as good by them, except by Diemel who discovered some alteration in the name of Mr. Le Sueur; the person interrogated, having received that money on account of Mr. Horak, had also delivered it to His Honor upon his return, the said Mr. Horak also having sent that piece that very day to the Cashier who accepted it, thus not thinking that it could be counterfeit. — And on another occasion having sent 160 Rds. to Heugh, which were also received by him, the said Heugh having sent back Rds. upon that, which were found to be too much, without any other message. — Thus he, the person interrogated, now learns to his surprise that a counterfeit piece was among it. Whether this did not happen twice in succession at the house of the citizen Evert Heugh. Answer to 5 said: to have done so without any design and to have counted it out offhand. How he can deny having had knowledge thereof, since the aforementioned pieces were expressly distributed among the good money piece for piece, in order to be less noticed, and the same nevertheless was counted out by him. said: never to have received any pieces back, thus not believing to have ever passed any pieces. Whether he, the person interrogated, did not before that time pass several pieces of counterfeit coin and receive them back again. signature of his name. 12 Answer to 3. No. 4. which he had received. No. 1 Answer to 7. Answer to 6. 973 answered as to Answer 7: — said: no; and further as to Article 7: said: through carelessness not to have known whether he had counterfeit money on him. answered: as before. said: no, never bought anything from the wife, but did sell various goods to her husband. Whether he, the person interrogated, did not buy some merchandise there and, having paid the wife of said Heugh, a piece of 10 was afterwards found among it and returned. And among the counterfeit money that came out of the said hands, most pieces are very recognizable and directly meet the eye as such. How he, the person interrogated, can still pretend to have had no knowledge or awareness of the counterfeit money, since the aforementioned incidents occurred to him, which in the most natural way would make anyone cautious and attentive. Whether he, the person interrogated, paying money for the second time to the said Heugh himself, was rejected with another 10 Rds. piece. — And whether he, the person interrogated, did not give other money in its place, saying: it may be that I received it from someone else. 12 Answer to 9. No. 10 Answer to 11. Answer to 12 all 3 No. 8. 974 said: to maintain that this must serve for his, the person interrogated's, exculpation, because the large quantity creates no suspicion: for had he been the maker of it, he would not have signed his name on the cover, all the more because he, the person interrogated, knew that it was destined for the treasury of the Honorable Company. — Which, moreover, are not a few, but amount to a sum of 620 Rds.: — said: if he, the person interrogated, had given counterfeit money to Mr. Zwanevelder, it strengthens him in his assurance that he received the same from Casper Loos alone, because most of the money counted to Mr. Zwanevelder came from the said Loos, and he had then received no money from Mr. Sandenberg and Van Wieligh. — Whether it is not completely evident that such counterfeit coin cannot come from the citizens Van Wieligh and Zandenberg, because he, the person interrogated, had already passed it, namely to Mr. Zwanevelder and Evert Heugh, before he had received money from the said persons: said: not to think that he received this from the gentleman from Wieligh, and only because he found the paper lying ready at hand, which is why he wrapped this packet in it. Whether the paper in which the last thousand Rixdollars were enclosed and which came from the fire warden Van Wieligh, does not prove that the said received such money from this Van Wieligh. And that he, the said, does not note down all the denominations of money which the counterfeit pieces amount to. Cancelled. said: to have partly counted out to Mr. Zwanevelder the money that he received from Loos, because he, the said, upon his arrival at the house of Mr. Liereveld, where he was lodging at that time, had thrown that money among his other money and first recounted it. Whether he, the person interrogated, must not confess to having paid the money received from Casper Loos in the month of January to Mr. Zwanevelder, and thus not to have received the counterfeit pieces received back from the Grand Duminie from the said Loos. No. 12 No. 13. No. 14. No. 17. confessed. No. 16: No. 15.

Dutch transcription

972 zegd: 't grootste gedeelte van of hy getr: dit geld lange Casper Loos en zulx doags te onder zyne berusting hee varen Rd„s 1600: terwyl hy gew: gehad en van wie hy zulks 't resteerende dien anderen dag ontfangen heeft! 's morgens om half twaalf ontfangen heeft en zulx 's avonds na de Heer Zwaneveld gezonden te hebben. — zegd neen 't valsch geld uit of hem gev: niet bekende het ware niet te kunnen geweest dat er valsch gedaegd: neen, maar dat ter„ of zulx niet tot twee rei„ onderschyden dog dat daar onder was, namentlijk wyl hy eenigen tyd op 't zen naar malkanderen nimmer door de Heer Zwa, 1 stuk van Rd„s 60. 12 van 10 secretarije van Politie gebeurt is ten huize van nevelder daar over is aen en 1 van 5 te samen de 't gezw: Clercq 'sampt den burger Evert Heugh gesproken of schoon hyj Somma van rd„s 165 die in waargenomen heeft ver„ gev: des anderen daags dat zakje zyn bevonden mits absentie van de Heer Horak als toen op by zyn Ed„e zig geinfor„ geworden. Comptoir voor een trouw ordonn: en andere meend heeft op de penn. ongelden een stuk van 10 rd„s gekreegen te heb„ ben, en dewyl hy gevr: dien middag iets by steug kopen moest, dat stuk 't welk hy juist in zyn zak had, daarvoor betaald heeft, dat door Heugh ook is te rug gegeeven vermits hy sus„ tineerde dat't geen goed stuk was en welk, welk stuk by gevr: weederom dien ende A„o 5 zegd: zulx met geen dessen zo neem e hy ontkennen kan gedaan en't voor de hand daarvan weetenschap ge„ afgeteld te hebben. had te hebben daar de voorn stukken oxpresselijk slek voor s regd: nimmer eenige stuk: of hy gev: niet voor dien ken te rugte heb Een ont„ted aleenige stukken val„ fangen dus niet te gelo„sche munte heeft uitge„ ven immer eenige stukk geeven en weeders te rug uitgegeeven te hebben gekreegen. onder 't goed geld verdeelt ware, om zulks minder gewaar te worden en 't zelve dog van hem is afgeteld ge„ worden. teekening van zyn des gen 12 naam. A„o 3. N„o 4. wels had ontfangen o1 A„o 7. A„o 6 973 regd als op A„o 7: — zegd: neen; en voorts als op Art„o 7: regd: door sloffigheid niet te hebben geweeten of hy valsche geld by zig had. ren dag op 't Comptoir had te ruggebragt en aan de andere adsistenten gevraagd: of zy L:e dat stuk voor goed ofte voor valsch Erkenden? door hun een pa„ rig voor goed is gekeurd geworden, except door Diemel die eenige verandering in de naam van de Heer Le sueur ontdekte, de gevr: dewyl dat geld voor reek: van de Heer Horak ontfangen had zulx ook aan zyn E: by zyn te rug komst had afgegeeven gem: Heere Horak dat stuk ook dien eigensten dag aan de Heer Cassier gezonden die zulx geaccep„ teerd had, dus niet te vermeenen dat zulx valsch kan zyn. — en by een andere geleegendheid aan Heugh 160 rd„s gezonden te hebben, die door regd: als voren. hem ook zyn ontfangen, gem: Heugh nog daar op rdL: had te rug gezonden die er te veel be„ vonden zyn, zonder eenige andere boodschap — Dus hy gevr: thans tot zyne bevreemding ver„ neemt dat er een valsch stuk onder geweest zegd: neen van de vrouw nooit of hem gep: niet aldaar ee„ nige negotie gekogt en aan verschijden goederen aan de Huisvrouw van gem: steugh betaald hebbende haar verkogtte hebben haar man. naderhand een stuk van 107 daar onder bevonden is te ruggegeen iets gekogt maar wel en onder 't uit des gem: han„ den gekomen valsche geldde meeste stukken zeer kenbaar zyn en directelyk hoe hy gevr: dus nog kan voorwenden geen kennis af weetenschap van 't valsche geld te hebben gehad daar hem voorm: gevallen zyn voorgekoomen die op de natuurlykste wyze een ieder zullen omzigtig en oplettend maaken. af hem gedn voor 't tweede maal aan gem: Heugh zelve geld betalende met een ander 10 rd„s stuk is uit„ geschooten geworden. — en of hy gevr: niet anders geld daarvoor in de plaats heeft gegeeven, met te zeggen: 't kan zyn dat ik 't van een anders het gekreegen 12 A„o 9. N:o 10 A„o 11. A„o 12 al3 ƒ gewordn N„o 8. zoude zyn. 974 zegd: te sustineeren dat zulx welke bovendien niet eeni„ tot zyn geve: verontschulge wynige zyn, maar eene diging dienen moet, ver somma van r 620:— uit„ mits de meenigte gee„ maken. ne suspicie uitmaakt: want was hy 'er de maker van zo zoude hy zyn naam onder 't Couvert niet geteekend hebben te meer dewyl hy gevr: wist dat zulx voor de cas der E: Comp„e gedestineerd was. — zegd zo hy gevr: valsch geld of niet volkomen blykt zegd niet te denken dat hy of niet t papier waarin de aan de Heer Zwanevelder dat zulke valsche munte zulx van de heer van wie, laatste duizend rysd„ gegeeven had, hem 'ts te meer niet van de burgeren lig ontfangen heeft en los ingelegd waren en ve„ versterkt in zyn verzeeke van Wieligh en Zandenberg om dat hij 't papier ope den brandmeester van wieligh ring 't zelve van Caspers kan koomen omdat hy van de Heer van Wieligh afkomstig is, bewyst dat de loos alleen te hebben ont, gevr: en al heeft uitgegee„ voor de hand had vinden gem: zulk geld ook van fangen dewyl het meeste ren, als aan de Heert Zwa„ leggen zulx waar om deezen van wieligh ont„ geld aan de Heer Zwane„ nevelder en Evert Heugh, een paquetje had omge„fangen heeft velder geteld van gem: bevorens hy van gem: Loos quam, en toen nog personen heeft geld penn: van de heer sanden„ ontfangen gehad: berg en van wieligh ont„ woeld. fangen had. — en dat hy gem: de soorten van geld de valsche stukken bedraagen, daarop niet alle zegd: gedeeltelyk uitgeteld te of hy gevr: niet bekennen hebben aan de Heer Zwa moet 't van Casper Loos in nevel der 't geld dat hy de maand Jannuarij ont„ van Loos ontfangen heeft fangene geld aan de Heer vermits hy gem: by zyn zwanevelder uitbetaald en komst ten huize van de dus vande Gr: duminie te Heer Liereveld alwaar hy rug gekreegene valsche stuk„ toen ten tijd logeerde dat ken niet van geme loos. geld onder zyn anders ontfangen te hebben geld geworpen had en zulx eerst nageteld te hebben. als zodanig in de oogen No 12 vallen N„o 13. N„o 14. . A vervald. N„o 17. bekend N„o 16: N„o 15.

NL-HaNA_1.04.02_4332_0438 view scan ↗

English

975 to make out. have paid. States: that it may well be that it was placed in such a manner, but that such could have happened by chance, to place a heavy piece between several others of lesser value per one hundred rxd.s. Whether such was not done by him, the accused, in order to make these counterfeit pieces pass more easily as good. States: Goetz said to me that it was unfortunate for society that so much counterfeit money was circulating, to which he answered: it is certainly unfortunate, but I know nothing about it, I shall immediately go to Loos, Zandenberg, and Van Wieligh from whom I have received money, and ask them whether they might have given counterfeit coin species, as he, the accused, also did. States not to know how it could be possible to understand that he should have received so much counterfeit money solely from the aforementioned persons or from one of the same, while they have paid out money to so many other people, What reasons he, the accused, then would have had to say to the bookkeeper Goetz: I wish that it comes to light, but I know damn well nothing about it. mixed in with it, and particularly Casper Loos, who a short time ago still sent 10,000 rds. to Mr. Sierveld without any counterfeit money being found among it. well-known to be capable of such States: if one intends to utter counterfeit money, one can do so to raw persons, but not to people who have knowledge of it and who daily utter and receive money, like Mr. Sierveld. No. 22. States: no, but that he received it from others. Whether he, the accused, must not therefore confess that the money in question came solely from his hands. No. 12 Ao. 18 No. 19 No. 20 States: no. Ao. come. Ao. 21. Ao. 976 loss for him, the accused, was, but that he would not suffer the damage if only that person who had given it to him, the accused, would confess it; in order, were it possible, to bring them to a confession, and in so doing to discover his damage, if there were someone who only said that he had given the counterfeit money to him, the accused! and would suffer the damages, that such besides this had avoided, further addressed States: no; but when Casper Loos said that he had not given the money, that he, the accused, had not missed the money, and to the burgher Casper said: no, that if he had uttered it and he, the aforementioned, thereby wished States: no; but that 89 rds. had been presented to the same by the accused, declared Whether he, the aforementioned, did not also buy some goods from Master Onder de Wyngaard, who passed through here, and paid with 69 rds. States: because he, the accused, himself had to pay his house rent and had no money for it. Under what grounds he, the accused, said to the report-gatherers of the wharf: that if the gentlemen find still more counterfeit money, they should report such to the prosecutor fiscal, he had declared, and intended, after coming out of the Castle, to make such further known to the Fiscal, had he not been prevented herein because he, the aforementioned, had taken into custody the money that had been given to him States: not to know such, whether he, the accused, did not also give among it a piece of 40 rd. counterfeit parchment money. by a civil arrest on the order of the Honorable Governor in the main guardhouse. States: no, because to his knowledge he had not uttered any counterfeit money, thus had no need to fear any discovery, but only for the reason mentioned in art. 25. Whether such did not also happen because he, the accused, was convinced within himself that he had uttered more of such coin, which would now certainly be discovered. States: no, not to know any more whether he, the accused, had uttered, and in case he himself were the author of this counterfeit coin, Whether he, the accused, must not therefore confess to having had a great quantity thereof, with which he was suspected, and himself to be the author, and to have to plead guilty. No. 12 29 No. 26. to have to come out 28: No. 27 38. confess 26. 25.

Dutch transcription

975 uittemaken. taald hebben. zegd: dat kan wel weezen dat dat hy gem: dusdanig 't zo gelegd is geworden, heeft gedaan, dat 'er beuit„ maar zulx kan geschied wyze altoos een zwaas stuk zyn om de hondert rxd„s onder verschydene ande„ ren van geringere waardy tusschen in is komen te leggen. off zulx niet door hem verr: daarom is geschied omdee„ ze valsche stukken ligters voor goed te doen passeeren zegd. Goetz heeft teegen my gezegd, wat hy gevr: dan voor reedenen zegd niet te weeten of die men, hoe het zoude mogelyk dat 't ongelukkig voor de zoude Gehad hebben teegen den schen aan anderen goede zyn te begrypen dat hy zamenleeving was dat er zo boekhouder Goetz te zeggen: papiere munt uit begemr: van van voorsz: veel valsch geld rouleerde, ik wensch wel dat 't uitkomt personen ofte van een der„ daar hy op geantwoorde heeft: maar ik weet er verdoemd zelven, alleenig zo veel valsch 't is zeeker ongelukkig maar niets van geld zoude ontfangen hebben, daar weet ik niets van ik zal op waar dezelve aan zo veele stonds naar Loos, zandenberg en van Wieligh gaan daar ik andere menschen, geld geld van ontfangen heb en vragen het hun af of zijl: mis„ uitbetaald hebben. schien geen valsche munt specien gegeeven hebben, gelyk hy gevr: ook gedaan heeft. bekend staande diergelyke heeft daar onder gemengd egd: als men voorneemens is valsch en byzonder Casper Loos dewelke geld uit te geeven dat mij dat wel voor eenigen tijd nog aan de aan baaren doen kan, maar met Heer Sierveld 10, 000 rd„s heeft aan menschen die daar kennis toegezonden zonder dat er van hebben en die dagelyx geld valsch geld daarby is gevon„ uitgegeeven en ontfangen gelyk de den geworden. heer Sierveld. N„o 22. zegd: neen maar wel dat hy het Of hy gevd: dus niet bekennen van anderen heeft ontfangen. moet dat dis quaest: geld al„ leenig uit zyne handen ge„ No. 12 A„o 18 N„o 19 N„o 20 zegd: neen. A„o komen is. A„o 21. A„o 976 slag voor hem gevr: was maar in dien ymand was die alleenig dat hy geeene nog de schade zyde dat hy aan hem gevr: d wou Lyden indien die geen die 't valsche geld had gegeeven! hem gew: gegeeven had zulx maar wilde Confesseere; om hen ware het mogelyk maar tot Con fessie te doen koomen, en zo doende zyne schade te decouvre te hebben, dat zulx een zware en den schaden lyden zoud had dat zulx buiten dien had vermyden, meer aangesproken zegd neen: maar wel toen Casperloon en teegens den buoeger Casper ze zyde uyt geld niet gegeeven dat hy gew:e geeen 't geld misse egd: neen, dat als hy uitgegeeven en hy gem: daar door wilde regd neen: maar wel 89 rd„s of hy gemn: niet ook eenige aan dezelve present ge goederen van den alhier gepasseer„ daan te hebben door den den M. r Onder de wyngaard aan de gevr: declareerd heeft gekogt en met rd„s 69 zegd om dat hy gew: zele eede uit wat hoofde hy gevr: tee„ zyn huishuur te moeten betaald. had aangegeeven en voorneemens gens den rapportgangers van de betalen en daartoe geen was na dat uit het Casteel werf gezegd heeft: dat in dien de geld te hebben. kwen den Fiscaal zulx nader bekend te Heeren nog meer valsch geld maken waare hy hierin vinden, zyk zulx by den procunte regd: zulx niet te weeten of hij gew: niet meede daar niet verhindert gewordn om fiscaal moesten aangeeven vermits hy gem: 't geld onder een stuk van ro 40. val„ door een Civiel arrest dat aan hem gegeeven sche pergamente minte op ordre van den Ed: heer Gou„ had voor de hand had heef gegeeven. genomen vern:r in de hoofdwacht. zegd: neen dewyl minnen met of zulx niet meede daarom zegd neen niet te weeten meer of hy gem: dus niet beken„ gehad te hebben als waar„nen moet eene grote mee„ = zyn weeten eenig valsch geld geschied is om dat hy gev: by meede hy verdagt werd nigte daarvan te hebben ge„ heeft uitgegeeven dus voor geen zig overtuigd was, meer dier„ dat hy gevr: uitgegeeven reedgehead, en zelve den authoni ontdekking behoefde begelyke munte uitgegeeven te hebbe zoude hebben en in gevalle vreesd te zyn maar alleen die thans zeekerlyk zoude hy daar zelfs de duthemn 3n deeze valsche muntte zyn. te worden en zig schuldig te geeven om reeden in art: 25 gemeld. ontdekt worden. No 12 29 N„o 26. moeten uitkomen 28: N„o 27 38. ont 26. 25.

NL-HaNA_1.04.02_4332_0440 view scan ↗

English

977 is remarkable. that he would have acquiesced in the answer of the Lord President Hacker and would not have attempted to pursue the matter further in order to make it known to the fiscal, attempted to save himself. says neither having any part in it alone, nor knowing who had a share in it. says, affirms never to have had it in his mind, much less to have made or caused to be made any instruments for that purpose. says to have made that drawing on board and that the difference regarding the parchment very much is not a ground for excuse, requesting on that account to be released soon under juratory caution or otherwise as the Honorable Esteemed Court of Justice shall deem necessary. says, no, not being guilty. Asked whether he, the examined, was the only one, or whether others also participated in it or had knowledge of it, and who. Number 33. In what manner it was done by him, the examined, and what instruments he employed for that purpose; where and from whom he obtained such instruments. Whether this drawing was made under the exhibition of the mentioned, made by him, and whether this parchment is not the very one that was employed for the counterfeit coin. Number 12. Number 31. Number 32. Whether he, the examined, would also have anything to say for his excuse, but would have taken flight. Year 34. Number 36. Thus Asked and answered at the Cape of Good Hope, the 14th of April 1786, before the Honorable Gerhardus Hendrik Cruywagen and Johannes Smuts, Members of the Honorable Esteemed Court of Justice aforesaid, who have duly signed the minute of this together with the named and me, the sworn Clerk. Below: Which I witness. Was signed: R. J. van der Riet, sworn Clerk. Re-examination. Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Esteemed Court of Justice aforesaid of this Government, Cruysselberg, to whom these interrogatories having been read again clearly and distinctly from word to word, and having answered them, declared to persist therein, wishing that nothing more will be added or taken away from it. Thus re-examined in the Castle of Good Hope, the 19th of April 1786. Was signed: M. J. v Cruisselbergen. Below: In my presence, signed: C. van Aerssen, Secretary. In the margin: As Commissioners, and signed: G. H. Cruywagen, Johannes Smits. Agreed. J. D. Faure, Clerk. Number 12. 978 Copy. Articles drawn up and handed over to the Gentlemen Commissioners from the Honorable Esteemed Court of Justice of the Castle of Good Hope, to be heard upon, on the requisition of the Fiscal pro tempore G. Exter, the distinct sailor Philippus Bos, whose given answers shall be properly recorded in the margin of this. Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Esteemed Court of Justice of this Government, the sailor Philippus Bos, who has given such answers to the opposite interrogatory points as are noted beside each of them. Place of birth, age, and status. Says, born in 's-Hertogenbosch, status of sailor. With what ship and in what year he arrived here, and what his occupations have been up to now. Says, arrived with the Slot ter Hooge, Captain Peereveld, in the year 1785, and attended in the shop of Mr. Siezeveld. The person's name, birth. Says, Philippus du Bos. How and for what reason he is currently under arrest. Says, brought under arrest by the Adjutant Mr. van Baalen, and having been at the house of Priselius without knowing the reason why. Whether he did not lodge together and in one room with the assistant van Cruisselberg at the house of the naval captain Mr. Siezeveld. Says, yes. Number 12. Article 1. 979 How long they have lived together in such a manner. Says, since their arrival here until about a month or four ago they lived together. Whether he did not for some time leave his lodging and stay at the house of the burgher lieutenant Senior Jan van Rheenen. Says, yes, but immediately ran down again, and did not go along with any purpose other than only for company. How long ago this is, and whether he did not still interact daily with the said van Cruyselberg, and for what reason. Says, since four months, and that Kruisselberg previously sometimes stayed at the house at night, for reasons of good acquaintance. Whether he then was not present on Friday, the last of the past month of March, in the afternoon at the house of Jan van Rheenen, when the bookkeeper Monsieur Goets came there. Says, yes, in the afternoon at about half past two he was there. Whether he did not hear Goets say that in a certain received sum of money from Cruiselberg to one of Van Rheenen's there was one rixdollar too little. Says, as before. Whether van Cruisselberg was not called downstairs, and whether the same did not come down shortly thereafter, and immediately thereupon answered, I will give it to you. Says, yes, so that he went down. Whether he then did not see that van Cruiselberg had a large quantity of counterfeit parchment money in hand. Says, to know nothing of it beforehand. Whether after a short time he did not go up with van Cruisselberg to his room, and to what end. Says, yes, to have gone along with him, and returned again with 6 pieces of counterfeit money. Whether van Cruisselberg did not take so much other money to give in its place, and what was spoken between them then. Says, not to know such, whether van Kruiselberg did not take some goods with him and other remained of it, and nothing was spoken. Whether he does not know if and by the aforementioned van Crueselberg more counterfeit money was placed, and whether still more of such money was left there. Says, not to know whether van Cruiselberg placed more counterfeit money in the shop, and if he did. Where van Cruiselberg left it. Says, no. Article 5. Number 10. Number 12. Number 14. Number 15. Number 16. Article 16.

Dutch transcription

977 merkelyk is. van was berust zoude hebben in het antwoord van den Heer praesident Hacker en 't niet verder zoude getragt hebben te pausseeren om zulx de fiscaal bekend te getragt te salveeren. — — zegd nog alleen daar deel aen of hy gevr: het alleenig is te hebben nog ook te ofte nog andere daaraan weeten wie daar aandeel geparticipeerd ofte kennis daar van gehad, en wie zegd. betuigd nimmers in op hoedanige wyze zulx zyn gedagten gehad te het door hem gevr: is gedaan ben veel, min daar ee„ geworden en welke instru„ nige instrumenten toe menten hy daartoe heeft vervaardigt of laten geëmploijeerd. N„o 33. waar en van wie hy geven. zodanige instrumenten heeft verkreegen. zegt dat des seyntje aan of deeze teekening onder ver„ boord gemaakt te hebben twoning van den ged„e / van en dat 't differcent om hem gem: gemaakt is en viens 't pergament zeer of dit pergament niet vEt heeft geen verschoning verschoning weet by te bren„ plaats te hebben: verzoe„gen. „kende uit dien hoofde spoe„ dig ontslagen te werden onder Cautie Juxatoir of wel andersints als den E: Achtb: Raad van Justitie nodig maken, maar zig wel met de vlugt zoude hebb zegd. neen daar geen schuldis Of hy gevr: ook iets tot zyn oordeelen zal. /:onderstond:/ Aldus Gevragd en beantwoord aan Cabo de goede hoop den 14 April 1786 voor de El„ Gerhardus Hendrik Cruywagen en Johan„ nes Smuts Leeden uit den E: Achtb: Raad van Justitie voorm:, die de minute dee„ zes beneevens de gen: en my gezw: Clercq mee„ de behoorlyk hebben onderteekend. /:lager:/ Twelk ik Getuige /:was getk:/ R: J: van der Riet gesw: Clercq. — Compareerde voor ons ondergesz„ Gecomm: zes Gouvernements uit den E: achtb: Raad van Justitie voorw: Cruysselberg dewelke by deezen hem weeder van woorde tot woorde klaar en duidelyk voorge„ leezen weezende en door hem beantwoorde Recollement zelve is die tot de valsche munt geadhibeerd is geworden. No: 12 N„o 31. N„o 32 - zoude hebben. vervaardigen. vervald. mer A„o 34 zel In N„o 36. Intoragatorien verklaarde te blyven persista met begeerte dat er niets meer by ofte van gedaan worden zal. — Aldus gerecolleerd in 't Casteel de goed hoop den 19 April 1786. /:was getk:/ M: J: v Cruisselbergen /:lager:/ my present /: gett C: van Aerssen secret„s /:in margine:/ als Gecommitt„s /:en getk:/ G: H: Cruywagen Joh„s Smits- Accordeerd J:D: Faune Clercq No: 12 /:onderstond:/ 978 Articulen gedaan Lit Z Copia maaken, en aan Heeren Compareerde gecommitteerdens uyt var de ondergeteek den 6 Achtb: raad van Jus gecommitteerdens uyt de „titie des Casteels de goede E achtb Raad van Justitie deezes gouvernements de Hoop overgegeeven, om ten ma troos Philippus Bos requisatie van de pro in „teum Fiscage G Exter denwelke op de neevens staande vraag Poincte daar op gehoord te worden zodanig antwoord en den op den linie bescheide gegeven heeft als bezyde me Matroos Philippus een ieder derzelve aange bos, zullende desselfs te geevene responsiven in teekend staat t margine deeser behoor „lijk worden bekend gesteld gebooren van Therton Plaats ouderdom en qua genbosch, qualityt Von matroas. zegd, met slot ten hooge met wat schip en in wat Capitn Peereveld aange Iaarhij gent alhier is aan sland in 't Jaar 1735 en in gekomen, en wat zin ver dewenkel by de heer „rigtinge tot hier zoe zyn Seezeveld opgepast te hel geweest ben. zegd, Philippus du Bos des gens naam geboorte zegd, door den adjudanthoe en uyt wat reeden de Heer van Baalen gen:t sig thans hier be in arrest gebracht te zin „vend. — en te zin geweest aan t huis van Priselius zonder te weeten de reeden waarom zeg Ia adsistent van Cruis Selberg ten huizen van de Capi„ „taen ter zee de Teer Sieze veld te zamen en op een of hy gem: niet met den Arts No: 12 - liteit 1 kamer gelogeerd heeft 979 een rixd=s te min was aankomst alhier zegd, zeedert hunne tot voor omtrent een hoelang zylieden, zodan maand of veer zamen te zaamen gewoond heb hebben gewoond „noomen en ander daar eenig goed meede ge van Eeene gebleeve is en dageliks met hem Zegd, Neen Zeg, In des agtermed dags omtrent half Twee duzen onderhanden heeft gehad niets te weeten. Vertrokken, toen Cruisee Art„ 5 zeedert eenige tyd zyn logies Verlaaten en Zig ten huyze van den burger zegd Ia dog terstond weeder of hy gen. voorts niet met luitenant S=r Jan van te zyn afgeloopen, en niet van pruiselberg, naar des rheenen heeft opgehoud met eenig oogmerk meede zelfs kamer is gegaan zegd, zeedert vier maan hoelang zulx is geleeden schap „den, en dat kruisselborg en op hijgen niet nog dag te vooren, wel zomtyds lyks met gen van Cruysel zegd Ia met hem te zyn of naar een poosje tyd 'snachts ten huise van is omgegaan, en om wat re te zyn meede gegaan en tot welke einde als alleen om 't gezee zegd, Ia, zodanig dat hy op van Cruyselberg niet gegaan te hebben o berg is beneede gekomen of hij gen: dan niet heeft gesien dat van Cruisel „berg een groote Comm valsch pergamente man of hygen dan op Vrydag den laatste des gepasseerde maand maart, Sagter middags ten huizen van Hoorn van Eheene niet is present geweest Legd als vooren toen den boekhouder mons: goet= aldaari gekoomen em goets niet heeft zegd niet te weeten of hooren zeggen dat aan eene van Cruiselberg in eér zeekere van Van theenen valsen gold heeft uyt 16 of hygen niet weet of en door ineergem. van Crueselberg niet meer valsch geld is waar van Cruiselberg en der geld heeft geplaats heeft geplaatst, en of en nog diergelyke mans aldaar of van Cruisselberg niet zegd alvoorens daar van zo veel ander geld heeft genoomen, om inde plaats te geeven, en wat tusschen hun by den daar by is naar beneede geroepen geworden, en denzelve ook niet lange daar na met 6 stukken valsche mante weederom is tezug geke afgekoomen, en terstond van Cvasselberg niet is dadelyk daar op heeft zegd, zulx niet te weeten of van Kruiselberg niet geantwoord, die zal ik No 12 zegd neen 12 reedene van goede bekendschap. gelaaten heeft. of hy ontfangene Sommagel 10 - een ls geweest 15 gesprooken geworden 14 — men. 3 12 u geeven Art 16 ge

NL-HaNA_1.04.02_4332_0444 view scan ↗

English

said given that after having been circulated and best remembered a piece he the interrogated with the same such had become careful, that he beneath from Caspar Loos and Comp: for the account of the Heer Seerveld has received 16,000 [illegible] yet did not wish to accept the same, unless the said Loos sealed them as also a smaller sum from the now deceased Bond house must lie that he witness thereby so much pieces of counterfeit money, nor by the Heer Sierveld the from the Orphan Chamber Walpot received back as counterfeit, which two Article 17 said, not to know how or in what manner they how Cruiselberg came by it, came by it, also not knowing how he himself and whether they themselves are not the came by the above-mentioned two authors thereof pieces, furthermore to be unaware that he had heard that Duminy had become Equipage whether Cruiselberg would be the author of the said counterfeit Master who money, and that he completely had paid 70,000 to the Right Honorable Lord Governor, and that if one 50,000 for the office of Equipage Master would have paid, had known such, Sierveld by what means he the interrogated and that if one had would indeed have given 400,000 among others, much gold and known that it would be sold silverwork, well to the value the Heer Seerveld then indeed would have given 100,000 of seven hundred said to have brought with him from the fatherland, came to the large sum of cash which he is said to possess and that he must have had even more money, than he truly has and that he regretted having said Article 20 said, Many goods, and having spent much said, Yes to have been whether the interrogated did not say himself at the house of Evert to have 100,000 lying ready to for his reason Heug, who not having such in order that such has been left at the house that they would have regretted it to have dead money here, where- upon the interrogated answered, no, I would have forced trade and have 10,000 ready for that; testifying the interrogated to have said such in jest, and that one sometimes says somewhat more than one means, that he had become angry that Mistress Heug said such of the Heer Seerveld, because he hoped through this promotion of the Heer housewife of said Heug who when the Heer Lierveld Equipage Master Seerveld himself to be helped in conversation with the in one year again was to be recovered No 12 paper and one parchment received, subsequently issued and at home he to be able to trade the interrogated have given- 21 980 said, to admit guilt therein, that it Thus questioned and answered in the Castle of Good Hope the 12 April 1786, before the Honorable Gerrit Hen- driks Cruywagen, and Johannes Smuts, members from the Honorable Council of Justice aforesaid who the minute of this alongside the interrogated and me the Secretary also duly have signed /lower/ Which I witness / and signed C van Aerssen Secretary Article 22 whether the interrogated does not admit an imprudence to have spoken ill in this manner of of his has been the Right Honorable Lord that he regarding that Governor, and what he can requests pardon bring forward into his defense Agrees Baure No. 12 /below stood/. 981 Appeared before us the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of the Castle of Good Hope the resident here, and on his de- parture to Batavia standing Master Paulus Victor Onderdewyngaard, of competent age, who in regard to the Pro Interim Fis- caal here Senior Gabriel Exten de- clared to be true. — That he the appearer on the 19th of March last in the evening a sum of sixty- nine rixdollars, having received from the assistant of the Honorable Company Marinus Simon van Cruyselberg, had found that among said sum, in paper money counted out to him the appearer, was a piece of 40 being on parchment, that he the appearer having given that piece among other money in payment, to the Burgher Councilor the Honorable Johannes Mathias Bletterman, said Bletterman last Saturday the 1st of this month having addressed the appearer on the street, had informed him the appearer that a piece, namely of 40 rixdollars among the sum paid by the appearer to him, was counterfeit, that the appearer having taken back said piece of 40 rixdollars, said Bletterman in the evening had sent two other pieces of paper money, each of 20 rixdollars, which the appearer received from Johannes Gysbertus van Chamen— Declaring nothing more, the appearer gives No 12 as reasons of knowledge as in the text, offering to substantiate such, whenever it is required, always with solemn oaths. Thus done at the Cape of Good Hope the 4th of April 1786 before the Honorable Gerrit Hendrik Cruywagen and Jo- hannes Smuts members from the Honorable Council of Justice, aforesaid: who the minute of this alongside the appearer and me the Secretary also duly have signed. /lower./ Which I witness: / and signed/ van Aerssen Secretary Agrees J:: Saure Clerk 12 That /below stood/: 982 Copy We the undersigned certify hereby, that upon the inspection of a package wherein two thousand rixdollars sealed and signed Cruysselberg in our presence was found to be counterfeit, the following pieces on parchment, namely 3 pieces of forty rixdollars 120.— 3 pieces of ten rixdollars 30.— /below stood/ 150.—.— Cape of Good Hope the 31st of March 1786 /was signed/ J V Gennip, the Knight Dumeny, P I Truter. Agrees A:D: Saure 12

Dutch transcription

gezegd gegeeve darijger na zyn gedebiteerd geworden en best onthoude een stuk hy gen met zelve dierg zichtig is geworden, dat hy onderdaag van Caspar loos en Comp: voor reekening va de Geer Seerreed heeft ontfangen p=l 16000 dog dezelve niet heeft wille accepteeren, ten zy gem Loos die verzeegelde gelyk meede een mindere Com van de nu overleedene Bond huis moet leggen dat h get: daar door zo voo stukken valsch geld, nog by de Heer Sierveld de van de weeskamer Walpot deron als valsch te rug gekreegen, welke Twe Art 17 zegd, niet te weeten koe op hoedanige wyze zyl hoe Cruiselberg er aan daar aan zyn gekomen is gekoomen, ook niet en of zy niet zelve de te weeten hoe hy zelve duteurs daar van zyn aan bovengem: twee en dat hem speet dat zegd te hebben gezegd stukken gekoomen is voorts onbeweist te zyn, dat hy had gehoord dat Duminy was Equipage of Cruiselberg de autheu der gesegde valsche d' E dieminy aande welze meester gewordt die munt zoude zyn, en zich zeene daargeheel gestr: Heer gouverneur ƒ70, 000 aan den Wel Ed gestr ƒ 50000 voor het ampt Heer Gouverneur had be van Equipage meesten taald, en dat indien inen zonde betaald hebben zulx had geweete, Sierveld voor wat middel hygen en dat indien men had wel ƒ400000 zoude ge „der andere, veel goud en dan aande groote somma geweeten dat het ver, geeven hebben zilver werk, wel ten waar van Contanten is gekomen kogt zoude worden dye van zeevenhondert dewelke hy zal bezitten de Heer Seerried dan wel ƒ 100000 zoud ge zyxd uit het vaderland te hebbe meede gebracht, en dat noch wel meer geld moest hebben, als hy weezentlyk heeft Art 20 zegd, Veele goederen, on hebbende hy veel verteerd zegd, Ja te zyn gewein of hy ger niet zelve gezei ten huize van Evert heeft ƒ 100 000, Velaar legge Heug, dewelke niet te hebben om voor zyn reed zulx niet te hebbe om dat zulx het zodanig zich aan de ger heeftuis gelaaten dat het haar zoude gespeiten hebben „ten alhier dooderingen hebben, waar op deger geantwoord heeft, neen, ik zoude Negotie gedwongen hebbe en hebbe daar ƒ10, 000 toe ingereedheid; betuygende den geve: zulx uyt korts„ „wije te hebbe gezegd, en dat men zom tyds wel iets meer zegd, als men wel meend, dat hy kwaad geworden was dat Juffr: Heug, Zulx van de Heer Seezeveld zEede, om dat hy hooete door deeze bevordering van de Heer huisvrouw van gem: heug dewelke als de Heer Lierveld Equipage mees Seerveld zelve gehelpe te zulle wor ger in gesprek gezaakt met de in een Jaar weederom uyt te haalen was N 12 papier en een pergament lyke heeft uytgegeeven heeft ontfangen, vervolgens uijtgegelven en t vri van te kennen. t huys zynde is hy te kunne Negotieeren ger geeven hebbe- 21 „den. 980 zegd, daar in schuld te bekennen, dat het Aldus gevraagd en beantwoor Int Casteel de goede Hoop den 12 april 1786, voor de EE Gerrit Hen driks Cruywagen, en Johannes Smiits, leeden uyt den E achtb: laa van Justitie voorm die de minute de zes beneevens de ger en my Socretari meede behoorlyk hebbe onderteekend /lager / Twelk ik getuige / en geteeke C van Aerssen Secretaris Art 22 of den ger niet beken een onvoorzigtigheid op deeze wyze quaad g van hem is geweest sprooke te hebben van dat hy daar omtrend den WelEd gestr Heer Verschowing verzoekt Gouverneur, en wat he verontschildi„ Accordeert Baure gelenslvy No. 12 tot zy kan ging heeft inde brenge :/onderstond/. 981 Compareerde voor ons ondergeteek geecomm uit den E achtb, raade van Iustitie des Casteels de goede hoop den alhier remoreerende, en op zyn ver„ „trik na Batavia staande M=r Paulas Victor onderdewyngaard, van Competente ouderdom, dewelke ter reguarde van den Pro Interum Pis caal alhier Sr gabriel Exten ver „claard hoe waar is. — Dat hy Compt op den 19 maart Jongste des avonds eene Somma van Noegen en Sestig ryxdaalders, ontfangen heb „bende van den adsistent der E Comp Marinus Simon van Cruyselberg be „vonden had, dat er ondergem Som „ma, in papiere meent aan hem Compt toegeteld Een stuk van 40 zynde oppergament was, dat hy Compt. dat stuk onder andergeld in betaling heb „bende gegeeven, aan den Burgerraad d E Iohannes Mathias Bletterman gem bletterman Laastleede Saturdag den 1 deesen maand den Compt op straat aangesproken hebbende, hem Compt te kennen had gegeeven dat er Een stuk namentlyk van 40 r=o onder de door den Compt aan hem be taalde somma Valsch was, dat den Compt gem stuk van 40 ryxd=s wederom genomen hebbende gem Bletterman des avonds Twee andere stukken pa „piere geld, ieder van 20 Ey=s gezonden had dewelke den Compt van Johannes Gysbertus van Chamen ontfangen heeft— Neets meer Verclarende geeft den No 12 pa L=r R Comper F Compt voor reedenen van weetenscha als, in den Text presenteerende zu wanneer t gerequireerd word, altoo met solemneele leden te staven Hoop den 4 April 1786 voor d EE= Gerrit Hendrik Cruywagen „hannes Smuts leeden uyt det agtb raad van Justitie, voorm: die minute deezer beneevens den Comp ende my Secretaris meede behoorlyk hebben onderteekend. /lager./ T welk ik getuige: / en geteekend/ van Aersen Secretaris dus passeerde aan Cabo de goe Accordeert J:: Saure Clrcq 12 Dat /onderstond /: 982 Copia geteekendens Certificee„ Sy aziening van „ren bij deezen, dat bi een pak waar in Twee duizend: red Verzegelt, en getekend Cruysselberg ten onzer Presentie is bevonden valsch te zyn, de volgende stukken op pergament. namentlijk 3 p=s van Veertig Rylds E 120. —„ /onderstond # 150„—„— Cabo de Goede Hoop den 31 maart 1736 /was geteekend / J V Gennip, de ridder Dumeny P I Tvater. „ 2.0„—„ dccordeert A:D: Saure 12 L=a S: 3 „ „ Tien SZ

NL-HaNA_1.04.02_4332_0450 view scan ↗

English

983 My detention preventing me from coming to present this enclosed petition in person, I take the liberty of transmitting this enclosed to Your Honorable Worship, with the request to be pleased to bring the same to the table at the first session of the Honorable Court of Justice, and to resolve upon it. While a favorable apostil thereon is requested by him who has the honor respectfully to call himself, Honorable Worshipful Sir, lower, Your Honorable Worship's most humble servant, was signed, M. S. van Cruisselbergen, in margin, in the bacon room in the Castle of Good Hope, the 18th of April 1786. Honorable Worshipful Sir Agreed gea N 12 F underneath stood: 32 984 Since I have no stamp at hand, please consider this exempt. To the Honorable Worshipful Sir Pieter Hacker, President, together with the Honorable Worshipful Council of Justice of the Cape of Good Hope. Marinus Simon van Cruisselbergen, assistant in the service of the Honorable East India Company, stationed here at the political secretariat, but currently detained in the Castle, respectfully makes known: That on the 31st of March of this year, he, the petitioner, presented himself to the pro interim Fiscal of this Government, namely Gabriel Exter; That he, the petitioner, handed over to him six pieces of parchment currency which had been delivered to him, the petitioner, on that same day by the Bookkeeper Goetz, with the addition that having received them from him, the petitioner, they were counterfeit; That he, the petitioner, thereupon requested the said pro interim Fiscal to make the necessary investigations in this regard, and was asked by him whether he did not know from whom he had received the same. That he, the petitioner, answered to this that he could not yet say so positively, but certainly had strong suspicion, that one nevertheless had to be cautious in such an accusation, but at the same time had deemed it necessary to stop this course at the beginning, and now that he had heard that they were counterfeit, not to deceive other people with them as he had been deceived, but that he, the petitioner, would come to speak further with the said Fiscal the next day. That the petitioner thereupon departed, No 12 Copy 985 and the following morning, the 1st of April of this year, having been summoned to the Honorable Lord Governor by the Police Messenger Claassen, directly obeyed the said order, and upon his arrival there was ordered by His Honorable to surrender himself under escort of the officer Mulder then present to remain under arrest in the main guardhouse until further orders; That he, the petitioner, on that same afternoon before commissioners from your Honorable Worshipful assembly, was interrogated on several articles by the Secretary of Justice Mr. van Aersse at the requisition and in the presence of the said pro interim Fiscal G. Exter, and that he, the petitioner, after the said interrogation, sat imprisoned until Thursday evening the 6th of April; That he, the petitioner, being detained there for so long to his astonishment, had to experience with the utmost surprise and to his greatest indignation; That he, the petitioner, although conscious of no wrong, was fetched like a criminal by a sergeant, corporal, and eight soldiers provided with loaded firearms, and transported to the Lord's Stone or the Trunk and there searched by the Provost Matthyssen to see if any sharp object could be found on him; That he, the petitioner, was thereafter kept in a room where not only everything customary in such a case was withheld from the petitioner, but what is more, he had to endure going to sleep without food; That he, the petitioner, had to spend a most unpleasant time in that prison so humiliating for a decent man, whereby his health could certainly have suffered much, and such would surely also have been the consequence if he had not on the following Monday unexpectedly been transferred again by an escort of two non-commissioned officers and eight soldiers to the so-called bacon room in the Castle of Good Hope; That he, the petitioner, has thought maturely to himself about these occurrences, and to him, the petitioner, as being somewhat knowledgeable in the law, as he respectfully trusts, this manner of treatment appeared most strange, as contrary to all justice, equity, and manner of proceeding; That he, the petitioner, must himself assume that this was also perceived as such by Your Honorable Worships, since he, the petitioner, by the transportation from the aforementioned place to his present arrest, although without access and thus in this case placed in criminality.

Dutch transcription

983 Myn detensie mij verhinderende dit inleggende Request in perzoon te komen aanbieden, neemen ik de vryheid deezen g'eneloseerd aan UwelEd Achtb. te doen geworden, met verzoek 't zelve by de Eerste sessie ter Tafel van den E: D: raad van Justitie te willen brengen, en daarop te resolveeren. - Terwyl eene gunstige Apostille op dezelve is verzoekende die geene, die d'Eer heeft zig met Eerbied te noemen — WelEdele Achtb: Heer /: Lager. /. Uw: Ed: Achtb: octm: Dien=r /:was geteekent:/ M: S: van Rruisselbergen /:in Margine:/ op de spekkamer In 't Casteel de goede Hoop den 18 April 1786 — Wel Edele Achtbare Heer Accordeerd gea N 12 F /onder stond:/ 32 984 vermits geen zegel by de hand heb gelieve men deeze voor Exempt te houden Aan den wel Edelen Achtbaren Heer Pieter Hacker, Praesident, benevens den Edelen Achtbaren Raad van Justitie van cabo de Goede Hoop. - heeft reverentelyk te kennen Marinus Simon van Cruisselbergen, adsistent in dienst der E: O: Indische Compagnie, ter politicque secretarije alhier bescheyden, dog thans gedetineerd in het casteel. — Dat hy Supplt. zig op den 31e. Maart deezes Jaars heeft vervoegt by den pro Interim Fiscaal deeses Gouvernements met name Gabriel Exter; Dat hy suppliant aan denselven heeft over„ gegeeven sest stukken pergamente munt welke door den Boekhouder Goetz dienzelvden dag aan hem suppliant waren ter hand gesteld, met byzoen„ „ging ddezelve van hem suppliant te hebben Valsch te zijn; Dat hy supplt. gem: pro Interee Fiseare daarop heeft vereogt de nodige recherehes hier omtrent te doen, en door denselven is gevraagd, of niet west van wien dezelve te hebben ontfangen. - Dat Hy Suppleant hier op heeft geantwoord, zulks nog niet positif te kunnen zeggen, dog wel vehemente suspicie te hebben dat men egter in zodanige beschuldiging vooracgtig zijn moest, maar teffens nodig had geoordeelt in den beginne dien loop te moeten stuyten en nu hij ge„ hoord had, dat dezelve valsch waaren gein andere ontfangen, en dat gem: munt was bevonden No 12 Copia Excaieere Luyden 985 Luyden daar mede wilde bedriegen zo als hy be„ droogen was, dog dat hy supplt. des anderen daage gem: fiscaal nader zoude komen spreeken is Dat hy suppliant daarop is weggegaan en den morgen daaraan den 1e April deezes Jaars door den Bode van Politie Claassen bij den Edelen Heer Gouverneur ontboden zynde direct aan geme. ordre heeft geobedieert, en by zyne komst aldaar door zyn welEdele Gesti wierd geordonneert, zig onder geleyden van den toen teegenwoordig zynde officier Mulder tot geeven; Dat Hy Suppliant dienzelfden nademi dag ten overstaan van Heeren gecommitt=rs uit uw wel Edele Achtb: vergadering, door den secretaris van Iustitie De Heer van Aersse ter requisitie en in 't byweezen van gem: pr Justerim Fiscaal G: Exter op eenige articulen is ondervraagd, en dat hy supplt. na gedane verhoor tot Donderdag avond den 6e april Dat Hij suppliant tot zyn bevreemding aldaar zoo lange gedetineerd zynde, met den uiterste verbaaddheid en tot zyn grootste ver„ entwaardiging heeft moeten ondervenden Dat Hy suppliant hoewel zig zelfs geen kwaad bewerst, als een Cremineel door een sergeant Corporaal en agt soldaten met scherp geladen geweezen voorzeien en afgehaald en getransporteerd na 's Heeren Steen of de Frink en daar door 's Heeren geweldiger Matthyssen gevisiteerd, of ook eenig scherft by hem was te vinden. - Dat Hy supplt daarna op eene kamer is nadere ordre en de Hoofdwagt in arrest te be„ heeft gevangen gezeeten; „ter dewyl hem suppliant alles in zoo een geval gewoonlyk niet alleen is onthouden maar wat meer zig heeft moeten getroosten zonder Eeten te gaan slaapen; — Dat Hy suppliant in die voor een fatzoenlyk man zoo fletrissante gevangenis eene alleronaangenaamsten tyd heeft moeten doorbrengen, waar door zeeker zyn gezond„ heid veel zoude hebben kunnen lyden, en zulks gewis ook het gevolg zoude zyn geweest, indien des maandags daaraanvolgende niet wederom op het onverwagts door eene Escorte van twee onderofficieren en agt soldaten na de zogenaamde spek„ „kamer in het casteel de goede Hoop was overgebragt geworden — Dat sij suppliant over dit voorge„ „vallene rypelijk by zig zelven heeft ge„ „dagt en hem suppliant /: als den rechten zo hy Eerbiedig vertrouwt een weynig kundig, deeze manier van behandeling allervreemst is voorgekomen, als strydig tegen alle regt, billykheid en manier van proce„ Dat Hy suppliant zelve moet veronder „stellen, zulks ook als zodenig by uEd: Achtb: te zyn opgenomen, dewyl hij suppl=t door 't Transporteeren van voorm: plaats na zijn teegenwoordig arrest, hoewel buyten acces en dus in dit geval gebragt buiten eenig acces en dus criminali„ deeren. - gebragt criminalitei No 12

NL-HaNA_1.04.02_4332_0454 view scan ↗

English

986 criminally, and in another case, however, as by the granting of light, pen, paper, and ink, seems to be detained civilly again. That he, the petitioner, by this granted blessing, finds himself able to bring his innocence to the attention of Your Honorable and Worshipful Sirs by petition; That he, the petitioner, knows himself to be completely clear of the crime wrongly imputed to him by the Fiscal office, and is therefore assured of having done not the slightest thing for which he rightly, be it said with respect, should or could longer be deprived of his liberty, and for his good name to remain stained thereby. That he, the petitioner, therefore also being convinced of the equity and fairness of an enlightened court, firmly trusts that the petitioner, to whom his honor, good name, and fame are dearer than life, and who is thus utterly stained by this manner of proceeding, will very soon be freed from his detention, which is contrary to all laws, by a release; Wherefore the petitioner turns to Your Honorable and Worshipful Sir and Worshipful Sirs, humbly requesting, and Which doing, etc., was signed: A: P: van Cruisselbergen. not doubting in the least that Your Worships will see fit and provide, in case Your Worships, after mature examination, find him, the petitioner, as he reasonably trusts, innocent, to direct that he, the petitioner, reserving all other action, be brought home again in such a triumphant manner as the petitioner was conveyed hither in the arrest so grievous and injurious to him. Agrees. J:D: Faure sworn Clerk hereunto N 12 below stood: ƒ 787 Thursday the 20 April 1786. In the forenoon, present the Worshipful Sir Pieter Hacker, president, and all the Members. Whereafter the following memorial was submitted by the pro interim fiscal, the Honorable Gabriel Eseter, upon the contents of which having been deliberated, the council keeps this matter in advice until the documents shall have been read around and the as yet unsworn declaration re-examined and sworn to. Further, the Worshipful Sir president made known that His Honor had been handed the evening before, on behalf of the arrestee van Cruiselbergen, a letter addressed to His Honor, after the reading of which, thus running, His Honor found therein a petition of the said Cruiselbergen to this Worshipful Court, which was of the following content: J S: whereupon it was approved to attach this petition to the above-cited memorial and the further documents of the pro interim fiscal relative to this case. below stood: Cape of Good Hope, day and year as above. Lower: In my presence, was signed: C. van Aerssen, Secretary. Agrees. 12 Copy served: F. P: S: J: D: Faure Clerk SL 988 Thursday the 4 May 1786. In the forenoon, present the Worshipful Sir Pieter Hacker, president, and all the members, except the Gentlemen Neethling and van Sittert, both prevented by other business. Lastly were brought to the table the memorials delivered by the pro interim fiscal, with the documents annexed thereto, against the detained assistant of the Honorable Company, Marinus Simon van Cruiselbergen; about which having been deliberated, the council has judged this matter of too much weight to be able to take any decision regarding it as yet, as neither his innocence nor his guilt has appeared thus far, and he nevertheless still remains under the same vehement suspicion resting upon him, which since his detention has not diminished or been aggravated, and whereby, in the event of an all too precipitate release, it would be to be feared that the most disadvantageous consequences for this Colony might arise from this; on the other hand, the Council also having no sufficient ground to declare him guilty; thus it was proposed by the Worshipful Sir president whether it would not be best to address the Right Honorable and Highly Esteemed Lord Governor and the Honorable and Worshipful Council of Policy by memorial, and under submission of the submitted memorials and obtained interrogatories of the pro interim fiscal, to request that His Right Honorable and their Worships be pleased to dispose with respect to the person of Cruiselbergen as they shall find proper according to the weight and nature of the case; in which was unanimously agreed by all the Members. Cape of Good Hope, day and year as above. 12 Litt u below stood: lower: In my presence, was signed: C. van Aerssen. Agrees. JD: Faure Clerk 12 Thursday the 4 May 1786. In the forenoon, present the Worshipful Sirs Pieter Hacker, president, and all the members, except the Gentlemen Neethling and van Sittert, both prevented by other business. Lastly were brought to the table the memorials delivered by the pro interim fiscal, with the documents annexed thereto, against the detained assistant of the Honorable Company, Marinus Simon van Cruselbergen, about which having been deliberated, the council has judged this matter of too much weight to be able to take any decision regarding it as yet, that neither his innocence nor his guilt has appeared thus far, and he nevertheless still remains under the same vehement suspicion resting upon him, which since his detention has not diminished or been aggravated, and whereby, in the event of an all too precipitate release, it would be to be feared that the most disadvantageous consequences for this Colony might arise from this; on the other hand, the council also having no sufficient ground to declare him guilty; thus it was proposed by the Worshipful Sir president whether it would not be best to address the Right Honorable and Highly Esteemed Lord Governor and the Honorable and Worshipful 2 989

Dutch transcription

986 criminaleter, en anderen gevalle egter als door het toestaan van ligt, pen, papier en enkt weederom erveliter schynd te werden gedetineerd. Dat Hy suppliant door dit geaccor„ deerde zegende mogelykheid zieh gesteld zyn onschuld by requeste onder het oog van Uwe wel Edele achtbare Heeren Edele Achtbare Heeren te kunnen brengen; ~ Dat Hy suppliant van den misdaad door het officie Fiscaal hem ten onrichten geim perteerd, zog volkomen zuyver kend, en dus verzeekerd is niets het minste gedaan te hebben, waarover hy met regt (: het zy met Eerbied gezegd:/ van zyne vryheid langer zoude moeten of kunnen verstoken zyn en zyne goede naam hier door bevlekt blyven. — Dat Hij Suppliant daarom ook van de acquiteit en billykheid van eenen verlegte vierschaar overtuygd zynde, Vastelyk vertrouwd, dat de suppl:t wien zyn Eer„ goede naam en faam dierbaarder is als het leeven, en dus door deeze handel„ wysgantsch bevlekt is, uit zyne teegen alle rechten strydende detensie, wel ras door eene largatie zal werden bevryd;g Weshalven den supplt zig keerd tot uwe wel Edele Achtb Heer! en Edele Achtbare Heeren! ootmoediglyk verzoekende, en T welk doende &=a /:was geteekend:/ A: P: van Cruisselbergen. hieraan geinzents twyffelende, dat uwe wel Edele Achtb=ren zullen goedvinden en voorzien„ ingevalle UEd Achtb: na rypexamen hem Suppliant, /: zoo als hy billyk vertrouwd :/ onschuldig vinden, het daar te laaten deri„ geeren dat Hy suppliant gereserveert alle andere actie, in eden zodanige Truimphante manier wederom werde na huys gebragt, als het suppliant in 't voor hem greevend en laesif arrest herwaards is overgevoerd. - Accordeerd J:D: Haure gedeer Clercq hieraan N 12 /onder stond:/ ƒ 787 Donderdag den 20 April 1786. 'S voordemiddags praesent de E Achtb: Heer Pieter Hacker praesident en alle de Leeden Waarna door den prointerim fiscaal d' E: Gabriel Eseter het volgende vertoog wierd inge„ over welkers inhoud gedelibereerd zynde houd de raad deeze zaak en advys, tot dat de stukken zond geleezen zullen zijn en de noch onbeedigde verklaaring gerecolleerd en beëedigd Wyders aan de E: Achtb: Heer praesident te kennen, dat zin E Achtb: des avonds te vooren uit naam van den gearresteerde van Cruiselbergen in„ handigt was een brieff aan zyn E: Achtb: gead„ dresseert na welkers lectuure, dus buidende Zin. E: Achtb: in dezelve vond een request van geme Cruiselbergen aan deezen E: Achtb: van de 'twelk van de volgende inhoud was. - J S: waar op is goedgevonden dit request te voegen bij 't boven aangehaalde vertoog en de verdere stukken vanden pro Interim fiscaal tot deeze zaak relatief /onder stond:/ Cabo de gordesloop dee et anno ut supra /:Lager:/ Me Present /:was geteek:t /. C van Aerssen : Sauren Accordeerd. 12 Copia diend: F. P: S: secrets Cler SL 988 Donderdag den 4 Meij 1786. — 's voordemiddags, present den E Achtb: Heer Pieter Hacker, praesident, en alle de leeden, demptis de Heeren Neethling en van Sittert beide bij Laatstelyk wierden ter tafel gebracht de door den pro interim fiscaal overgeleeverde vertoogen met de daarby geannexeerde stukken teegens den gedetineerden adsistent der E: Comp e Marinus Simon van Cruiselbergen; waarover gebesoigneerd zynde, heeft de raad deeze zaak van te veel gewicht geoordeeld om daaromtrend noch eenige decisie te kunnen neemen, daar zoo min zyne onschuld als zyn schuld tot dus verre gebleeken is, en hy des niettemin als noch blyft onder dezelve vehemente op hem leggende suspicie, dewelke zeedert zijne detentie niet gediminueerd of g'aggraveerdes en waardoor by eene al te zeer gepraccipiteerde clargatie het te dugten zoude zijn, dat hieruit de allernadee„ ligste gevolgen voor deeze Colonie zoude kunnen gebooren worden; aan de andere kant de Raad ook geen genoegzaam fundament hebbende om hem schuldig te erkennen; zoo wierd door den E: Achtb: Heer praesident geproponeerd of het niet bestwaare, zich by vertoog aan den welEdelen Gestr: Heere Gouverneur en W: E: Achtb: Raaden van Politie te addresseeren, en onder overlegging der en gediende vertoogen en ingewonne en quasten„ van den pro Interim fiscaal, te verzoeken dat zyn welEd: Gestr: en hun welEd Achtb: ten opzichten van den perzoon van Cruiselberge zodanig gelieven te dispo„ „neeren, als na't gewigt en den aart der zaake zullen vinden te behooren; waar in door alle de Leeden uinaneem is toegestemd. Cabo de Goede Hoop du et anno ut supra 12 Litt u accupatie /onder stond:/ ste /:lager:/ my present /:was geteekent:/ C=s van Aerssen- Accordeerd JD: Faure Clercq 12 Donderdag den 4 Meij 1786: S voor denidags present den E Achtb: Heeren Pieter Hacker praesident en alle de reeden demptis de Heeren Neethling en van Sittert beide bij occupatie Laatstelijk wierden ter Zavel gebragt de door den pro interim fiscaal overgeleeverde verkoo gen met de daarbij geannexeerde stukken teegens den gedelineerden adsistend der E: Comp:e Marinus Simon van Cruselbergen waar over gebesoigneerd zynde heefde aard deeze zaak van te veel gewigt geoordeeld om daar omtrent nog eenige decifie te kunnen neemen datzo min zijn on„ schuld, als zijn schuld tot dies verre geblee ken is en hij des niet te min als nog blift onder de zelve verheemente op hen leggende suspicie dewelke zeederd zijne detentie gedine nunieert of geaggreveerd is, en waardoor bij eene al te zeer gepracepiteerde clarg ati het te dugten zoude zijn, dat hier uijt de alder nadeeligste gevolgen voor deeze Colonie zouden kunnen gebooren worden aan de andere kant de raad ook geen genoegzaam fundament hebbende om hem schuldig te Erkennen zoo wierd door den E: Agtb: Heer praesidert geproponneerd, of het niet best waaren zig bij vertooge aan den welEdelen Gestr: Heere Gouverneur en den WelEd Achtb: 2 wij6 8 989

NL-HaNA_1.04.02_4332_0461 view scan ↗

English

To address the Honorable Council of Policy, with the submission of the filed representations and gathered inquiries from the pro interim fiscal, to request that His Honorable Sternness and their Honorable Worships may be pleased to dispose with respect to the person of Cruijselbergen in such manner as they shall find fitting according to the weight and nature of the matter; to which all members have unanimously consented. Cape of Good Hope, day and year as above. Lower agreed. Was signed: In my presence, C: van Aerssen, Secretary. Agrees. J: Saure, First Clerk. Copy: Right Honorable Stern Sir, Honorable Worshipful Sirs, Very reverently show the undersigned members of the Council of Justice of this government: How on the 1st of April of this current year, civil arrest was provisionally ordered by the Right Honorable Stern Sir Governor, through the Officer of the main guard, on the person of the Assistant of the Honorable Company, Marinus Simon van Cruijselbergen, on account of the vehement suspicion resting upon him of being the author of a multitude of counterfeit paper and parchment currency species, received from his hands to a considerable sum, and circulating at that time among the residents here. To the Right Honorable Stern Sir Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of Cape of Good Hope and the jurisdiction thereof, etc., etc., etc., as well as the Right Honorable Worshipful Council of Justice of this government. He, Cruijselbergen, consequently, at the requisition of the pro interim fiscal, the Honorable Gabriel Exter, was interrogated that same day in the presence of commissioner members from the Council of Justice, after which various depositions were successively gathered in this matter, and the said detainee was further questioned on the aforesaid dates, as appears from all the annexes which the petitioners have the honor to submit herewith to Your Right Honorable Sternness and Honorable Worships. That furthermore on the 6th of the same month of April, the pro interim fiscal, on account of the aforementioned suspicion, requested by representation, marked Lit: A, that this court might grant him corporal apprehension of the persons of the said Cruijselberg and one Philippus du Bos, which latter was also suspected by the pro interim fiscal of being guilty of the aforesaid counterfeiting, but who, as appeared afterwards, expressed himself in an extremely disrespectful and calumnious manner about his high and lawful authorities, as can be seen in his response marked Lit: &2, and in which representation the aforementioned pro interim fiscal also requested that he might be authorized by decree of this tribunal to conduct a judicial search in the houses of the Captain of the Honorable Company, the Honorable Sierveld, and the burgher Lieutenant, the Honorable Johannes Gijsbertus van Reenen, where the said detainees had alternatively lodged, to which first request the petitioners, because they maintained they did not have sufficient grounds for it, could not consent, the aforementioned pro interim fiscal being granted his second request, however, and the person of Cruijselberg kept in civil arrest, though without irons, as appears further from the Minutes kept on the aforementioned 6th of April, annexed hereto marked Lit: B. That subsequently, this case having remained in the same state, without the guilt or innocence of the said Cruijselbergen becoming any further apparent in this matter, or the suspicion pressing so heavily upon him being in any way aggravated or diminished, the repeatedly mentioned pro interim fiscal on the 20th of April last made known to the petitioners by representation, to be seen marked Lit: D, that from the gathered inquiries he, having no basis to proceed against Cruijselbergen aforesaid.

Dutch transcription

Agtb Raade van politie te addresseeren in order overlegging der ingediende verto gen en ingewonnene en questen van den prointerim fischaal te verzoeken dat zijn Edele Gestr: en hun Ed Agtb: ter op sigte van den perzoon van Cruijlelber gen zoodaanig gelieven te disponeeren als nog 't gewigt en den aard der zaak zullen vinden te behooren waar in door alle Leeden unanim is toegestemd. — Cabo de Goede hoop die et ano ut supra /:lager accordeert /:waf geteekend:/ Mij Present C: van Aerssen Secretaris Accordeert. J: Saure ƒ geker Clercq 12 /:onderstond/. Copia: Wel Ed: Gestrenge Heer E. E. Achtb: Heeren Vertoonen zeer reverentelijk de ondergeteek, Leeden van den Raad van Justitie dezes gouvernements. Hoe op den 1e. April deezes loopenden Jaars door den Wel Ed: gestr: Heere gouverneur pro„ „visioneel bij den Officier der hoofdwacht Civiel arrest aan den persoon van den Adsistent der E. Comp„e Marinus Simon van Cruiselbergen zijnde geordonneerd wegens de vehemente, op hem leggende, suspicie, van te zijn autheur van eese menigte valsche papieren en pergamente munt Speciën, tot eene aansienlijke somma uijt deszelfs handen ontfangen, en toen ter tijd onder de ingezetenen alhier zouleerende, v Aan den Wel Ed: gestr: Heere Cornelis Jacob van de Graaff, gouverneur en directeur van Cabo de Goede Hoop en den ressorte van dien &„a &„a &:a 6 mitsg„s den Wel Ed: Achtb: Runde van Justitie dezes gouvernements 12 hij 91 931 hij Crasselbergen gevolgelijk ter requisitie van a procntarie fiscaal, de E. Gabriel Exter, noc dienzelven dag, ten overstaan van gecomm: Leeu uit den raad van Justitie, is geinterrogeerd, vo in deze zaak verscheidene verklaringen succes „velijk zijn ingewonnen, en brij gedat: nog nader in igen voorsz: is ondervraagd geworden, / blijkens „le de bijlaagen, welke de vertoonders de Eere hebb aan Uwel Ed: Gestr: en E. Achtb:r hier bij over Dat wijders op den 6en derselver maand Apr de pro interim fiscaal uit hoofde der vooraan„ „haalde suspecie, bij vertogg /: sub Lit: A. C vers heeft, dat door deze regtbank aan hem vert: mog worden verleend apprehensie Corporeel op de persoonen van gem: Cruiselberg en eenen Philippus Idu Bos, welke laatste door de pro interim fiscaal meede wierd verdacht „houden aan de voorsz: vaksche muntmaaken schuldig te wesen, dog dewelke zo als van agter gebleeken is, zig op eene verregaande disrespec „eure en Calumnieuse wijze over zijne hooge en w „tige overigheid heeft geuijt /: gelijk men bij zijn res leggen - „ponsiva sub Lit: &2 kan ziend) en bij welk verto voorm: pro inte rimfiscaal mede verzogt heeft, dat hij bij decreet van deese vierschaar mogt werden gequa„ „lificeerd, om te doen geregtelijke Visitatie in de huisen van den Capitain der E. Comp„e de Manh: Sierveld en den burger Lieut„ de Mant: Iohannes Gijsbertus van Reenen, alwaar de gem: gedet„t alternative hadden gelogeert, in welke eerste versoek de vertoon„ „ders wijl zij sustineerden daar geen genoegzaamen e grond loe te hebben, niet hebben kunnen Consen„ „teeren, zijnde egter den voorm: pro interimfiscaal zijn tweede verzoek, toegestaan, en den perzoon van Cruiselberg wel in Civiel arrest gehouden, doch buiten reeds, /:gelijk nader komt te blijken uit de Notulen op voorm: 6„o April gehouden hier geannexeerd sub Lit: B: /- Dat vervolgens deese zaak in den zelfden staat ge„ „bleeven zijnde, zonder dat de Schuld of onschuld van gem: Cruiselbergen in deezen nader is komen te blijken of dat de hem zo zeer drukkende suspecie, eeniger maate is geaggraveerd of gediminueerd, meer „gem: prointerim fiscaal op den 20 April laatstle„ bij vertooge /: te zien sub: Lit. D. :/ aan de vertoonders te kennen heeft gegeeven, dat hij uijt de ingewonne „ne enquesten gden fundament hebbende om tegen Cruisel„ bergen No 12 voorm:

NL-HaNA_1.04.02_4332_0464 view scan ↗

English

992 to institute any action against bergen, to proceed ordinary or extraordinary, and therefore submitted this matter for decision to the Council of Justice, which declaration could nevertheless not move the petitioners to discharge the said Cruiselbergen from his detention and to acquit him of the suspected crime, since the same suspicion still rests upon him to an equally high degree as in the first moment of his arrest; wherefore the petitioners, having taken this matter into mature consideration, and having paid attention to all that in any way pertained to the matter and merited observation, have found it to be of such important weight that in any case it seemed likely to entail very pernicious consequences for the Honorable Company and this Colony; since it is indeed of the utmost importance that the credit of the currency introduced here out of necessity be maintained with all rigor, as by an unexpected cessation of it, it was to be feared that a most harmful distrust must inevitably arise among the civil society; and on the one hand, the ease with which the counterfeiting of the said currency has now already been undertaken several times, without the author thereof having been able to be discovered each time or convicted in a legally sustainable manner; and on the other hand, the sensation that the reasons for the suspicions that have arisen against the said Cruiselbergen have caused among the inhabitants could give much cause for those who might be further inclined to such wicked undertakings to be made less fearful to carry them out. But since the petitioners, subject to correction, understand that they cannot take the necessary measures in this matter by any judicial ruling with respect to the aforementioned Cruiselbergen, the petitioners have deemed it necessary, for the reasons cited above, to bring this matter, with the exhibition of all the documents and muniments relative thereto, before the eyes and to the cognition of Your Right Honorable and Honorable Sirs, requesting that it may please Your Right Honorable and Honorable Sirs to decide and dispose concerning the said Cruiselbergen in such manner as, in their high and wise judgment, the nature of the matter requires. Meanwhile, the undersigned remain, with due high respect, Right Honorable and Honorable Sirs, Your Right Honorable and Honorable Sirs' humble and obedient servants, I. Hacker, G. H. Cruijwagen, Joh.s Smits, S. V. Echten, I. M. Horak, I. M. Blotterman, W. F. Vreede van Oudtshoorn, C. G. Maasdorp, G. H. Meijer, H. I. De Wet. Cape of Good Hope, the 11th of May 1786. Was signed. Below stood: Agrees. P. Faure, Sworn Clerk. No. 12. 11 Appeared before the Right Honorable Sir Adriaan Boesses, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies and Commissioner over this Government, together with the Honorable Council of Policy, the Sea Captain and Equipment Master Francois du Miny, to whom the accompanying interrogatories, each as they follow one another, were presented and, having been heard thereon, he answered as is noted in the margin of the same interrogatories, namely: Interrogatories prepared and submitted to the Right Honorable Sir Adriaan Boesses, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies and Commissioner over the Government at the Cape of Good Hope, together with the Honorable Council of Policy there, on behalf of the Governor at the said Cape, Cornelis Jacob van de Graaff, in order that on the subject thereof and by reason of the motives disclosed by him, the Governor, in the Council of Policy, he may be heard and interrogated under solemn oath. Copy. No. 12. 39 Says to Article 1. Francois du Minij of Lorient, aged 39 years, the Sea Captain and Equipment Master Francois du Menij. Article 1. His declared name, birthplace, and age. Says to Article 2. On the 2nd of April 1781, on the occasion that the sudden news of war between the Republic and England had to be sent to Ceylon, was accepted into the Company's service as clerk and dispatched thither on the snow ship De Postillion. Article 2. When and on what occasion the interrogated was accepted into the service of the Dutch East India Company. Says to Article 3. In the year 1783 in Amsterdam by resolution of their Right Honorable Lords Seventeen, wherein it is mentioned that this was done in reward for the good services rendered to the Noble Company during the aforesaid war. Article 3. When and where the interrogated was appointed as Sea Captain in the said Company at the aforementioned Cape. Says to Article 4. With the frigate ship De Meermin, which I commanded from Europe to this place as commander of seven Company ships sailing out at the same time, and furthermore made two voyages, namely in the year 1784 a voyage to conduct the slave trade at Mozambique, and the second both to search for the Company's return ships then missing along the coasts of Africa and Madagascar, and to conduct the slave trade at Mozambique. Article 4. On what ship the interrogated commanded in that capacity, and what voyages he made with it. No. 12. 3

Dutch transcription

992 bergen eenige actie te institueeren, ordinaire of ex„ „tra ordinaire te procedeeren derhalven deeze zaak ter decisie van den raad van Justitie overgaf, welke declaratie de vertoonders, egter niet konde bewee„ „gen om gem: Cruiselbergen uijt zijne detentie te clargeeren, en van de gesuspecteerde misdaad vrij te spreeken, daar dezelfde Suspicie nog in een even hoogen graad op hem blijft leggen als het eerste ogenblik zijner in arrest neeming weshalven de vertoonders deze zaak in rijpe overweeging ge„ „noomen, en op al wat eenigzints ter materie dienende was, en opmerking meriteerde, gelet hebbende, dezelve van een zo important gewigt hebben bevonden te zijn, dat ze in allen gevallen zeer pernicieuse gevolge voor de E. Comp„e en deeze Colonie scheen na zig. te kunnen sleepen; daar het dog van het uiterste aanbelang is, dat het Credit der alhier door nood ingevoerde mant, met alle rigueur worde opgehouden, als door een Onperhoopt Cesseeren van het welk, het te dug ten waare, dat 'er een allerschadelijkst wantrouwen onder de burgerlijke zamen„ „leering onvermijdelijk stond gebooren te worden, en aan de eene zijde de gemak „kelijkheid waar meede de vervalsching der g. m: munt nu alzo verscheide maalen onder„ „noomen is geworden, zonder dat de Auteur daarvan telkens heeft kunnen worden ontdekt of op eene in rechten bestaanbaare wijze overtuigd, en aan de andere zijde het eclat het de reedenen der suspi„ „cien die tegens gem: Cruiselbergen opgekomen zijn, onder de Ingezeetenen heeft verwekt, zeer veel aanleiding zoude kunnen geeven dat de zoda„ „nige die tot diergelijke snoode onderneemingen e verder geneegen mogten zijn, minder beschroomd zoude worden gemaakt dezelve te werkstellen Dan daar de vertoonders /:onder Correctie / begrijp „pen, ten deezen door geen regtelijk gewijsde met opzigt tot meergedagten Cruiselbergen de nodige mesures te kunnen neemen, hebben zij vertoon„ „ders om de voor aangehaalde redenenen vin„ „meend, deeze zaak onder exhibitie van alle de daartoe relative stukken en munimenten te moeten brengen onder het oog en ter Cognitie van U wel Ed: Gestr: en E: Agtbr en verzoeking dat het van Uwel Ed: Gestr: en E. Agtb„re wel „behagen zijn mooge, ten belengen van denzelven bruiselbergen zodanig, te besluijten en disponre - als N 12 gem: als na derzelver hoogwijs oordeel, den aart, de zaake is vereijschende Middelerwijl dat de onder geteeke met verschuldig „de hoog agting blijven Wel Ed: Gest: Heer en E. E: Achtb Heeren /:lager:/ Uwer Wel Ed: gestren en E. Achtb„s onder „danige en gehoorzaame Dienaaren I Hacker, G: H: Cruijwager, Joh:s Smits, S: V Echten, I: M: Horak; I: M: Blotterman W:o f. Vreede van Oodtshoorn, C. G. Maasdon G: H: Meijer, H: I: De Wot /in margine) Cabo de Goede Hoop den 11 Meij 1786 — /:was geteek::/ /:onderstond:/ Accordeert P Faure Gisw: Clercq No 12 11 Compareerde voor den Vraagpoincten vel Edelen groot agtbaaren gedaan maaken, en aan Heer adriaan Boesses den WelEdelen Groot agt„ Raad Extraordinair van „baaren Heer Adriaan Nederlands Indien mits„ Boesses, Raad Extra gaders Commissaris over dit gouvernement, benevens ordinair, van Neder„ den E: Agtb:s Raad van lands India, mits„ Polotie den Capitain ter gaders Commissaris zee en Equipagie meester over het Gouvernement Francois du Miny den welken de neevens aan Cabo de Goede Hoop¬ beneevens den Agtb: gestelde vraag Poincten ijder, gelijk dezelve op el„ Raad van Politie al„ kanderen volgen voorge„ houden en daar op gehoord daar overgegeeven, zijnde, zodanig is komen door weegens den gouver= te antwoorden als bij de „ neur aan de gem: Caap, zelve vraag poincten in Cornelis Jacob van margine is aangeteekend de Graaff ^ omme daar namentlijk. — op ter zake en Uit„ hoofde van de door hem Gouverneur in Raade van Polotie, open gelegde motiven„ onder solemneelen Ede gehoord en onder vraagt te werden, Corij No 12 den 39 Legt op Art=a S Agt 1. Francois du Minij van Lorient, oud 39 jaaren zijn getz=de naam geboor„ den Capitain ter zee en Equipagie Meester Francois du Menij Legt op Atrck: In het Iaar 1783 in am wanneer, en waar hij gevr: aan de meergem: kaap „sterdam bij resolutie van als Capitain ter Zee hun wel Edele Hoog agtb: de Heeren zeventienen bij de gem: Comp=ie is waar bij vermeld staat, dat aan gesteld geworden. zulks geschied is ter be„ looninge van de goede dien„ sten geduurende voornoem„ de Oorlog aan de Edele maak„ schappij beweezen Legt op Arct= & Het het Fregat schip op wat schip hij gevr: de Meermin Een ik uijt in die qualiteit ge¬ commandeert, en welke Europa na herwaards, als Commandant van rijzen hij daar meede zeeven te gelijken tijd uitlopende 's Comps gedaan heeft. voorts twee togten gedaan namentlijk in den Laaden 1784; een reijze tot het drijven van den slaven hadel op mosambigue ende de tweede, zo ter naspeuring van de toen„ maals vermist werdende Comps, retour scheepen lugs de kusten van affrica en madagasce, als tot het drijven van den slaven handel op geleegendheid hy gevr: scheepen gezonden, en heb Hosanbigue te plaats en ouderdom Zegt op Arct, 2 legendheid dat de subite# tijding van Oorlog tusschen de Republiecq en En in dienst der neder„ geland naar Ceylon moest, landsche oost Indi„ als schrijver /: S=ls Comp sche Comp=ie is aan dienst aangenomen, en met genomen. lettert de margie op het snauw schip de Postillion derwaards gedepecheert, op den 2 april 1781; ter ge„ wanneer en bij welke No 12 3

NL-HaNA_1.04.02_4332_0468 view scan ↗

English

States to Article 5 I went out to the Indies in the year 1757 as a Cadet de marine and served from 1764 to 1776 in the ranks of Sous-Lieutenant, Lieutenant, and Captain-Lieutenant, with command having been exercised by me as Captain respectively from 1776 to 1781 on the ships La Belle Actrice, Le Déodat, and Le Cérès, and all of this in French service, as evidenced by the certificates resting with me. Where, in what ranks, and how long the respondent served at sea previously, and whether command on a vessel was held by him. States to Article 6 Besides the island of Mauritius, I have sailed the coasts of Coromandel and Malabar, Bengal, Malacca, China, Batavia, the Persian Gulf, the island of Madagascar, Mozambique, and the further coasts of Africa. Which places to the east and west of Mauritius the respondent visited on his various voyages. States to Article 7 On the occasion that the former Master of the Equipage van Gennep was about to obtain his discharge to the Netherlands, maintaining that, alongside other captains, on account of services rendered to the Honourable Company, I had the freedom to do so, and I accordingly applied to the Honourable Governor and the Esteemed Council of Policy here. What reason the respondent had for this. States to Article 8 No, this was never even thought of by me. Whether the respondent, either before, during, or after that application, did not in the past year 1786 request the aforementioned Governor himself to be appointed Master of the Equipage here at the Cape. States to Article 9 Yes. States to Article 10 No, nor has any such negotiation or promise taken place with or been made to anyone whom the respondent knows to have any relation to him, the Governor, or who he could trace might bring such to the attention of him, the Governor, or to whom the respondent could deduce that by making such a promise some service or pleasure could be rendered to him, the Governor. Whether he, the respondent, entered into negotiations with him, the Governor, or made any promise to the same that, upon obtaining the aforementioned office of Master of the Equipage, he would give or cause to be given in return to the same any gift or present, whether large or small or by whatever name called; or whether such a promise before, during, or after the aforementioned application was made to anyone who the respondent knows has any relation to him, the Governor, or whom he could infer would be able to bring such to the knowledge of him, the Governor, or to whom the respondent could deduce that by making such a promise some service or pleasure might be done to him, the Governor. States to Article 11 No, nothing in the least. Whether the respondent also in deed gave any gift or present in order to obtain the aforesaid office before his appointment to the same, either to the aforementioned Governor himself or to anyone of such persons as are comprehended in the immediately preceding article. States to Article 12 No, just as this was never done, so no idea ever arose in me to have to enter upon such channels with His Right Honourable and that such, if this had had to be the way to arrive at the office of Master of the Equipage, would also on my part have always aroused an aversion to the same. Whether the respondent also, after he was appointed Master of the Equipage, directly or indirectly made any gift, present, or also the promise thereto on that account, or was in negotiations concerning that matter, either to or with him, the Governor himself, or to or with anyone who stands in any relation whatsoever to him, the Governor, or from whom the respondent could realize that any knowledge would come to him, the Governor, or that service or pleasure would be done with the same. States to Article 13 No, just as I have not done this myself, nor does it exist in my thoughts. Whether the respondent also knows that on his behalf anyone has undertaken or done any such negotiation, promise, gift, or present, as was asked of him in the four preceding articles with respect to himself. States to Article 14 Yes. Whether a copy of the aforesaid interrogatories was not already delivered to the respondent on the 5th of this month. States to Article 15 Yes, I can comfortably give my answers thereto in this manner, even had I had no time for deliberation before answering them. Whether the respondent has thus well considered the same interrogatories. States to Article 16 All my foregoing answers are in agreement with the plain truth. Whether his answers are therefore also in every way in agreement with the plain truth, without reserving anything therein that could leave a disadvantageous consequence against the aforementioned Governor. States to Article 17 Yes, at all times, and should one be able to elicit one thing or another from them by consequence, ready to explain and clarify the same further. And whether the respondent is ready and willing, in case one should still be able to infer one thing or another from them by consequence, to explain and clarify the same further. States to Article 18 Yes, with an easy mind. Whether the respondent finds himself ready and willing to confirm his aforesaid given answers by solemn oath. The foregoing interrogatories having been put to the aforementioned Captain François Duminy and answered by the same, and furthermore having been read out clearly and distinctly, he declared that he fully persisted therein, not desiring that anything more shall be added or removed, and therefore, in confirmation of the truth thereof, spoke the solemn words: So help me God Almighty. Thus transacted at the political assembly in the Castle of Good Hope, this 9th of February 1787. Was signed: F. Duminy. Lower: In my presence, signed: O. G. de Wet, Secretary. In the margin stood: In the presence of us, Commissioners over this government, and Members of the Council, signed: A. Boesses, P. Hacken, J. J. Rhenius, J. F. Kirsten, F. C. Ronnenkamp. Underneath stood: Agrees.

Dutch transcription

998. Legt op Arct: 5 Ik ben in het Iaar 1757. Waar, in welke qualiteitij als Cadet de marine naar indien „ ten en hoe lange hij uijtgegaan en heb van 1764 gevz: bevorens ter tot 1776. in de qualiteiten van Sous Lieutenant Lieute „ zee heeft gediend, en nant en Capitn Lieutenant gediend, zijnde van 1776 het Commando op een tot 1781. door mij het Com„ Bodem door hem is mando als Capitain, respec¬ gevoerd geworden „tive gevoerd, op de scheepen La belle acture le Deodat et le Ceres, en dit alles in franschen dienst blijkens de daar van onder mij Berustende attesta tien zegt op art=l 8 Ter gelegentheid dat de welke aanleiding hij gewezene Equipagie gevr: hier toe heeft meester van Genneff zijn ontslag haar nederland gehad — Legt op Art C welken Plaatzen om Behalven het Eijland stond te verkrijgen sus„ de oost en west van tineerende beneven & andere mauritius heb ik de kusten Choromandeel en malle Indien door hem Capitains uijt hoofde van aan d' E Comp=e gedaane dien„ lggen galen staan malen op zijne onderschei„ ten daar toe vrijheid „ca China, Batavia dene rijzen zijn te hebben en heb dien„ de golf van Persien, het bezogt geworden. volgens mijne Sollicitatie bij den Heere Gouverneur Eijland Madagascar, Mosambigue, ende de en Agtb. politiquen Raad verdere kusten van af„ Prica te vaaren; alhier aangewend Legt op Arit: off hij gev: niet in het gepasseerde Jaar 1786 bij op gemelde Gouverneur nimmer door mij gedagt Legt op Artl 9 off hij gevr: immer¬ Neen hier aan is zelfs het zij voor, bij ofte na die Sollicitatie heeft verzogt om tot Equipagie Meester hier aan de Caap te moogen worden aan„ gesteld. heeft met No 12 Ja 6 396 den WelEdelen geste Heer Gouverneur Zelve Legt op Arel 10. met hem Gouverneur in onderhandelinge ofte aan den Zelven eenige belofte heeft gedaan, om, het gem: Equipagiemeester ampt obtineerende, daar voor aan den zelven eenige gifte ofte geschenk, het zij groot ofte klein ofte hoe ook genaamd te zullen geeven oft doen geeven off eene zodanige belofte voor bij ofte na de gem. Sollicitatie Neen zo min als aan onderhandelinge, ofte ook heeft plaats gehad, ofte door hem gevr gedaan is, met ofte aan iemand die hij gevr: weet eenige re „latie tot hem Gou„ verneur te hebben ofte die hij konde nagaan, dat zulks ter kennisse van hem Gouverneur zoude kunnen bren„ gen ofte wel aan wien hij gevr: heeft kunnen opmaken dat met diergelijke belofte te doen hem Gouverneur eenige dienst ofte aangenaamheid zoude kunnen geschieden ook No 12 10 B Legt al 4 Aret 11 minst. — Legt op Atret: 12 Off hij gevr. ook in de of geschenk om het voorsz: ampt te erlan¬ gen voor zijne aan„ stellingen tot het zelve heeft gedaan het zij aan gem: Gou„ verneur Zelve, ofte aan iemand der zodanige, als bij het even voorgaande articul begreepen zijn. Neen niets het alle daat, geene gifte off ook hij gevr: na dat tot Equipagie meester aangesteld geworden is, direct ofte indirect deswee¬ gens eenige gifte, ge„ schenk, ofte ook de be„ loste daar toe heeft gedaan, dan wel in on¬ verhandelinge dien aangaande geweest zij het zij aan ofte met hem Gouverneur zelve ofte aan „ ofte met iemand, die in eenige betrekking hoe ook genaamd tot hem Gouverneur is staan„ de, ofte waar van hij gevr: bezeffen konde, dat hem gouverneur eenige kennisse toekomen ofte met het selve dienst ofte plaisier geschieden zoude ofte No 12 12 Neen 98 I3 Legt op Aril 13 Zegt op Art: 14 antwoorden zijn met de Eenvoudige waarheijd over een komende gevraagd geworden Legt op Aril 16 had ik ook daar toe „ Neen zo min als dit doen Off hij gevr: ook weet Ia mijne antwoorden daar nimmer eenigdens dat door iemand van daar op, kan ik gerustelijk vraag poincten wel mij zelfs is geschied, „beeld in mij opgekomen zijnent weegen is on„ „ is van diergelijke Canale dernomen ofte geschied geen tijd van beraad gehad alvorens die te beant„ bij zijn WelEgest te moe„ ten inslaan en dat zulks eenige alzulke onder„ ook aan mijne zijde, zo handelinge belofte „ wanneer dit de weg had moeten zijn om tot het gifte ofte geschenk „ Equipagie Meesters als hem bij de vier ampt te geraken, altoos voorgaande articulen a een afkeer van het „zelve zoude hebben met betrekking tot verwekt zig zelven is af¬ off hem gevz: niet reeds op den 5e. deezer maand Copia van de voorsz: vraag poincten zijn ter hand gesteld geweest off zijne antwoorden Alle mijne voorstaande mits dien ook allezints met de Eenvoudige waarheid overeenko„ mende zijn zonder daar inne iets te Reserveeren het geen eene nadeelige Consequentie teegens op gem Gouverneur zoude kunnen overlaten 16 off hij gev: dus dezelve overwogen heeft in dier voegen geeven, al woorden. — No 12 13 Legt op Arch: 15 La 399 Zegt op Aret 1e Regt op Arit 18 Ia met Een gerust gemoed „de geneegen is bij ae¬ „dien men daar uit nog het een of andere bij Consequentie zoude kunnen elicieeren, het zelve nader te ver¬ „claaren en op te hel„ deren„ „ Ia ten allen lyden En of hij gevz: bereiden„ off hij gevr: zig bereid ende genee„ gen vind, zijne voorsz: gegeevene antwoorden Met Solemneelen Ede te Bevestigen De voorenstaande vraagpoincten aan opgemelde Capitain francois de Minij voorgehouden en door Dat Aldus Passeerde ter politique vergaderinge In t Casteel de Goede Hoop deezen 9e: februarij 1787. /:was getekend: /. / Duminy /lager/ my present /:getekend:/ O: G: de wet r. t en teC: /:ter zyde stond: /: In presen tie van ons Commissaris over dit gouvernement, en Leeden des raads /:getekend:/ A: Boesses P. Hacken I: I: Rhenius I: F Setueur F: C: Ronnenkamp /:onderstond den zelven beantwoord mitsgaders nader klaar en distinctelijk voor geleezen zijnde betuijgde den zelven daar bij volkomen te persisteeren niet begeerende dat er iets meer bijgevoegd of afgedaan werden zal, en sprak dierhalven tot bevestiging der waarheijd van dien de solemneele woorden Zo waarlijk helpe mij God Almagtig. H aaren Accordeert. den No 12 32

NL-HaNA_1.04.02_4332_0474 view scan ↗

English

1000 written by His High Nobility the High Noble and Right Honorable Lord Governor-General of the Netherlands Indies, Mr. Willem Arnold Alting, to the Right Noble and Stern Lord Cornelis Jacob van de Graaff, Governor here at the Cape of Good Hope, and dated 5 November 1786. Extract from a Letter. having previously complained about harsh treatment, and it is certainly strange that a matter, having been begun and handled judicially, was subsequently referred to the Council of Policy. I have read the papers, and I will readily admit that some doubt has arisen in my mind concerning them, although they are also accompanied by much obscurity, which he, in an extensive document currently going around the government for reading, has resolved as much as possible, with the request to be cleared of all charges and reinstated in his capacity, on which a decision will shortly be made; and I think that when this man achieves his aim of practicing here as an attorney before the courts of justice, he will be well satisfied. In the meantime, I have encountered in those papers an imputation to the detriment of Your Right Noble Sternness, without this having been investigated or redressed, just as Kruyselbergen the Master of the Equippage here arrived, also accused of illicit trade No 12 his f ½ also accused of illicit trade Underneath: Conforms to the extent that what has been extracted corresponds with the original, shown by the aforementioned Right Noble Stern Lord Governor van de Graaff to me, Member of the Council and Secretary of Policy here. Signed: O G de Wet, Member of the Council and Secretary. Conforms: Saure, Sworn Clerk. No 12 No. 6 1001 In pursuance of the resolution taken in this regard in the Council of Policy on 14 January and 8 May 1774, we the undersigned, by order of the Right Noble and Stern Lord Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of the Cape of Good Hope and the jurisdiction thereof, etc. etc., have, in the presence of the Captain of the ship De Batavier, sampled five leaguers of white Cape wine, numbered from 1 to 5, which were shipped today on that vessel for the Fatherland per invoice. We found these wines good in taste and the leaguers in good condition, the aforesaid casks having been branded with the Company's mark, and from each of them, in the presence as mentioned, a bottle was drawn off, which, being sealed with the Company's mark and numbered like the leaguers, was handed over to the aforesaid Captain to serve as a sample. Believing hereby to have complied with the very honored order of Your Right Noble Sternness, we submit this No 12 Copy this to serve as a humble report. In the Castle of Good Hope, 11 May 1789. Signed: C S van der Piet and E Berg. Conforms: A Goetz, Sworn Clerk. 12 Underneath: No: 11. 1002 Right Noble Stern Lord! Your Right Noble Sternness having been pleased expressly to commission us, the undersigned, to accurately take the water marks of the Ceylon return ship De Batavier which has arrived here, we have, in accordance with those orders, carried this out and found that the aforementioned vessel draws 21 feet at the stern and 19½ feet at the bow. Wherewith, believing to have complied with the honored order of Your Right Noble Sternness, the undersigned submit this to serve as a humble report. Cape of Good Hope, 26 April 1789. Signed: The Knight Duminy, and Jacob Veer. To the Right Noble Stern Lord Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of the Cape of Good Hope, with the jurisdiction thereof, etc. etc. etc. Conforms: Goetz, Sworn Clerk. 12 Underneath: 1003 Right Noble and Honorable Lord, In compliance with the order of the venerable Ceylon Government contained in the extract from the Colombo letter of 7 November 1786, the undersigned Master of the Equippage has the honor hereby to report that he took the water marks of the return ship De Batavier and observed that the said vessel draws 21 feet at the stern and 19¼ feet at the bow, thus throughout the entire hull 20 1/8 feet. As this statement is according to the truth, the undersigned is prepared, if required, to confirm this under oath. To the Right Noble and Honorable Lord Cornelius Dionisius Kraijenhoff, Commander of the city and lands of Galle, Matara, etc. etc. No. 12 1004 to confirm with an oath. Furthermore, the undersigned has the honor, with all respect, Underneath: Right Noble and Honorable Lord. Lower down: Your Right Honorable's obedient servant. Signed: E. N. Abo. In the margin: Galle, 31 January 1789. Lower down: Conforms, signed: M. J. Gratiaen, First Sworn Clerk. The undersigned, having been expressly commissioned by Your Right Noble Sternness to take the water marks of the Ceylon return ship De Batavier lying ready to sail here in the roadstead, have in accordance with those orders carried this out, and upon exact inspection found that the aforesaid vessel, marked at the bow at 21 and at the stern at 23 feet, currently draws 21 feet at the stern and 19 feet at the bow. Wherewith, believing to have complied with the honored orders of Your Right Noble Sternness, Right Noble Stern Lord. To the Right Noble Stern Lord Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of the Cape of Good Hope, with the jurisdiction thereof, etc. etc. etc. Conforms: J Goetz, Sworn Clerk. 12 Underneath: the undersigned submit this to serve as a respectful report. Cape of Good Hope, 6 May 1789. Signed: The Knight Duminy, and Jacob Veer. Conforms: H Goetz, Sworn Clerk. No 12 3L 32 No: 14 1005 To the Right Noble and Stern Lord Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of the Cape of Good Hope, with the jurisdiction thereof, etc. etc. Right Noble Stern Lord, The undersigned, Sea Captains Lodewijk Elgenhuijsen and Jacob Veer, having been expressly commissioned by Your Right Noble Sternness, assisted by the Master of the Ship Carpenters here, Meijndert van Eijk, and in the presence of the fellow Sea Captain and Master of the Equippage of this Government, Cornelis Cornelisz, to examine accurately the defects found in the main yard brought ashore from the Ceylon return ship De Batavier lying here in the roadstead, have in pursuance of the aforesaid orders carried this out, and in the presence of the Captain of the said vessel, Jan Jansen Louritz, found that No 12 Copy

Dutch transcription

1000 geschreeven door zin Hoog Edelheid den Hoog Edelen Groot Agtbaren Heer Gouverneur Gene raal van Niederlands India Hr: Willem Ar. „nold Alleng aan den wel Edelen Gestrengen Heer Corneles Jacob van de Graaff Gouverneur alhier aan Cabo de goede Hoop, en da Extract uit een Brief „to, 5 November 1786 zynde heeft zig eer bevlaagd over harde behandeling, en zeekerlyk is het vreemd, dat een zaak Iustitieel begonnen en be „handeld zynde, vervolgens aan de Politie word gerenvoyeert, Ik heb de papieren gelee zen, en wil wel bekennen dat mij in dezelve eenige bedenkelykheid is voorgekoomen, schoon ook met veele duysterheio verzeld die hy bi en ampel schriftuuen, dat thans by de regeering ter lecture bond gaat, zo veel mogelijk opgelost, met versoek van Zuyver verklaard, en in zyn quali„ „teijt hersteld te worden, waarover men eerstdaags zal disponneeren, en ik denk dat die man, wanneer zyn oog „merk bereikt, om hier als procureur voor de Collegien van Justitie te pos„ „tuleeren, wel te vreeden zal zyn: in „tusschen is my by die Papieren voor „gekoomen, eene imputatie ten na„ „deele van uwel Ed gestr; zonder dat zulx onderzogt of gerepareert is, gelyk Kruyselbergen den Equipage meester Kruyselberg hier gearriveert meede No 12 synen ƒ ½ meede beschuldigt van verboden han /onderisend/ Accordeert voor D verre het g'xtraheerde ad gaas met dies origeneel door opgem welEdele Ge Heer Gouverneur van d Graaff aan my Raad en Secretaris van Politie alhier vertoond. /was geteekend / O G de Wel raat en Secretaris Accordeert Saure gezee Clercq No 12 No. 6 1001 In opvoeging van t deezen aangaande gearresteerde in raade van Politie op den 14 Jann: en 8 may des 1774 hebben wy ondergeteek:t ter ordre van den wel Edelen gestr Heer Cornelis Jacob van de graaf gouverneur en directeur van Cabo de goede hoop, enden ressorte van dien & && in t bijweezen van den Capitain van 't Schip de Batavier geproefd zodanige vyff Leggers witte Caabse wyn, gent van 1 tot 5 als op heeden in dien bodem voor 't patria pr Factuur zyn afgescheept, hebben die wynen goed van Smaak, ende leggers welgeconditioneerd bevonden zynde voorsz: vaatwerk met 's Comps SJapgebrand, en uyt elk derzelve ten overstaan als gemeld een Bou talle afgetapt, dewelke met s Comp merk bezegeld, en als de leggers genom merd weesende, aan voorsz: Capitn om tot een proef te dienen zyn afge geeven. Gedenkende hier meede aant zeer geEerd bevel van uwe welEdele gestr te hebben voldaan laaten wy deeze N 12 Copia deeze dienen voor needrig rapport In 't Casteel de goede hoopp:m mey 17 /was getekend/ C S van der Piet en EBerg. Accordeert A Goetz D Eg Clercq 12 /onderstond/ No: 11. 1002 Wel Ed: Gestr: Heer! Uwel Ed: gestr: ons ondergeteek: ex pres hebben de gelieven te Committeeren, omme de merken van 't alhier g'arriveerd Ceilons retour Schip de Batavier exact op te neemen, zo hebben wij ingevolge die ordres zulx verrigt en bevonde „den dat voorm: Bodem agter is diep gaan„ „de 21 zen voor 19½ Voeten. Waarmeede gedenkende aan Uwel Ede gestr: g'Eerde ordre te hebben voldaan laten de on¬ „dergeteek„t dezen dienen voor nedrig rapport. Cabo de Goede Hoop den 26 April 1789. /was geteek:/ De Ridder Duminij, en Iacob Veer- Aan den Wel Ed: Gestr: Heer Cornelis Jacob van de Graaff Gouverneur en Directeur van Cabo de Goede Hoop met den ressorte van dien & & & Goets Accordeert 12 /:onderstond:/ bg Clercq. 1003 Wel Ed: Achtb: Heer Ter voldoening aan de ordre der gevenereerde Eij„ „lonsch regeering vervat by Extract kolombosche brief van den 7 November 1786. heeft den ondergetak Equipagiemeester de eer bij deesen te berigten, als dat de merken van het retoer Schip De Ba„ „tavier opgenoomen en daarbij gezien, dat de ge„ „zegde Bodem van agteren diep gaat 21 en voor 19¼4 voeten, dus door 't geheele lighaam 20 1/8 Voe„ ten, alzo deeze opgaave naa waarheid is, zoo is den ondergeteekende berijd, zulx des gevor„ Aan den Wel Ed: Achtb: Heer Cornelius Dionicus Kraijenhaff kommandeur der Stad en landen van Gale Mature EtCn dert No. 12 1004 dert werdende met Ede te bevestigen: Voorts heeft de ondergeteek de eer met alle agtingten /:onderstond:/ Wel Ed: Agtb: Heer. /:lager:/ Uwelle Achtb: gehoorzaamen dienaar /:was geteek:/ E. N. Abo /:in margine:/ Gale den 31 Januarij 1789. /:lager:/ Accordeer/was geteek:/ M. J. Gratiaen Eerste gezwoore Clercq. - De ondergeteekendens door Uwel Ed: Gestr. expresse gecommitteerd zijnde omme de merken van het alhier ter rheede zeijlree leggen„ „de Ceijlonsche retour schip De Batavier op te neemen hebben ingevolge die ordres zulx verrigt en bij exacte bezigtiging bevonden dat voorsz: Bodem gemerkt voor op 21 en Agter op 23 Voeten, thans is diep„ „gaande Agter 21 en voor 19 Voeten Waarmeede gedenkende aan Uwel Ed: gesch geEerde ordres te hebben voldaan laaten Wel Ed: Gestr: Heer Aan den Wel Ed: Gestr: Heere Cornelis Jacob van de Graaff, Gouverneur en Directeur van Cabo de Goede Hoop met den ressorte van dien &„a &„a H„a Accordeert J Goets C Clercq de 12 /:onderstond:/ de ondergeteekendens deezen dienen voor Eer „biedig rapport. Cabo de Goede Hoop den 6 Meij 1789. /was geteekend:/ De ridder Daminij en Iacob Veer Accordeert H Goetr bg Clercq. N12 3L 32 No: 14 1005 Heere Cornelis Jacob vande Graaff, Gouverneur en Di„ „recteur van Cabo de goede Hoop met den ressorte van Aan den Wel Edelen Gestrengen Wel Edele Gestrenge Heer De ondergetekendens Capitains der Zee Lodewijk Elgenhuijsen en Jacob Veer door uwelEd: Gestr: expresse gecommitteerd zijnde, omme geadsisteerd met den Baas der Scheeps timmerlieden alhier Meijndert van Eijk, en ten overstaan van den meede Capitain ter Zee en Equipagie meester dee„ Zes Gouvernements Cornelis Cornelisz Nauwkeurig te Examineeren de gebreeken, die zich bevinden, aan de aan land ge„ bragte groote rhaa van het alhier ter rheede leggende Ceijlonsche retour Schip de Batavier, hebben in opvolging der voorsz: ordres zulx Verrigt, en ten bij weesen van den Capitain van gem Bodem Jan Jansen Louritz bevonden dat No 12 Copia dien &a &a: 8

← previousnext →