VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 4336

Cape · 410 pages · 215 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_4336_0277 view scan ↗

English

Residing. states Yes. states about an hour to think otherwise, and that he therefore just shot that Hottentot. 22. states that that Hottentot was whether, since he, the prisoner, was on a horse, too close to his body he, the prisoner, saw no chance and while that Hottentot to flee. had already given proof of his insolence, as to a certain Cobus Botha and Piet du Preez, he, the prisoner, had been afraid that that Hottentot would strike him from behind and treat him likewise. states further that he had not known that Hottentot before, and only heard of his insolence after he had been shot dead. whether he, the prisoner, did not shoot said Hottentot states that he shot that Hottentot solely out of anger that said Hottentot out of fear that he would kill was grazing the cattle of his master in the field him, the prisoner. of his, the prisoner's father, rather than shooting said Hottentot in self-defense and taking his life. 24. whether he, the prisoner, also knows the burgher Christoffel Botha. 25. how far said Botha resides from the farm of the prisoner's father. What occurred then between Botha states that Botha asked him, the prisoner, and him, the prisoner. in substance, did you summon me out into the field by a Hottentot, to which he, the prisoner, had answered no, but I did 29. whether he, the prisoner, at the beginning of the month of January 1786 met said Botha and Johannes Boshof on the road. states Yes. states No. states nothing, except that he, the prisoner, which message he, the prisoner, then told that Hottentot, gave along to the people who tended the said cattle. tell your master that he must come himself if he claims the field, and then I can lodge my complaint about it. whether he, the prisoner, did not say to warn Botha that he, the prisoner, wanted to speak with him, and that he had to come into the field with his cattle. Article 26. states that he did indeed discover cattle of whether he, the prisoner, did not, in the latter part said Botha with a of the year 1785, chase the cattle of Hottentot in the pasture of his said Botha out of the pasture of his, the prisoner's, father. father, but did not chase them away from there. 27. other than as a tool which must absolutely bring about the death of said Hottentot, to destroy Residing said 23. on horseback 30. 28. states as before. as before. states No. states No. states No. said, if you claim the field, you must come tend it yourself and then I can lodge my complaint about it, for then I can see that you claim the field as your own. Article 31. whether Botha did not immediately ask him, the prisoner, why he, the prisoner, had sent for him. 32. What he, the prisoner, answered thereto. whether he, the prisoner, did not reply, Goddamn you, you could know that. 33. whether he, the prisoner, did not further continue by saying, I have long known that you conspire with Jan Bernhard and Daniel Tsenaar to lead me into a trap, but I shall help you all into it before you even think of it. 35. whether he, the prisoner, did not subsequently, to the aforementioned question of said Botha as to what he, the prisoner, would then do to him, reply in substance: then I would chase your cattle into the field, and with all those who came after me Re-examination Appeared before us, the undersigned, of 37. what he, the prisoner, has to put forward in his defense. below stood Thus asked and answered at the Cape of Good Hope on 22 March 1788 by Messrs. Carel Mappa and Hendrik Justinus de Wet, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who, together with the appearer and me, the sworn clerk, duly signed the minute hereof. below which I witness. states to know nothing. whether he, the prisoner, must not confess states that he, the prisoner, had no malicious to have acted deliberately, and to have willfully, intent in the shooting, but did so without any lawful reason or necessity, shot dead solely in self-defense, because that Hottentot said Hottentot, and therefore, according to sought his life, and does not think law and equity, has deserved a severe he has deserved punishment for it. punishment. I would deal just as with the Hottentot of Daniel Tsenaar! Article 36. after the 34. 1

Dutch transcription

Woonagtig is. zegt Ja. zegt omtrend een uur anders te denken, en dat hij daarom dien hottentot maar geschoaten heeft. „ 22. zegt dat die hattentot hem of daar hij gev:e op eens paard zat, gets: te noop het lyff was hy gete: geen kans gezien heeft en terwijl die hatten tot om te vlugten. reeds preuver gegeeven heeft van zyne brutaliteiten, als aan eenen Cobus Botha en Piet du preez, was hij geve bevreerd geweest, dat die hattentot hem van agteren zoude srlaan en hem ook zoo handelen. zegt nader, dat hy te vooren dien hatten tot niet gekend heeft, en na dat hij doodgeschooten was eerst zande bruten¬ liteiten gehoord te hebben of hij gets: niet veel een uit zegt dien betten tot ge„ Weermaaak, dat gem: hettentot schooten te hebben, alleen uit vrees, dat hij hem get: het zee dan zynen baas in des gets: deld liet weijden, als wel uit noodweer op gem: hetten tot geschooten, en hem het leeren benoomen heeft. zoude doodslaan. 24„ of hij gets: ook kend den burger Christoffel Batha 25. hoe verre geret: Batha dan de plaats van des gev: vader Wat er als toen tusschen Botha zegt dat Botha hem gev:e heeft gevraagd in substantie, en hem gev: is voorgevallen. heb gij mij in het teld door een hoften tot laten uijteijsschen waar op hij gevt. geantwoord had van neen, maar ik het 29. of hij gier: in het begin den maand Januarij 1786. gem: Botha en Johannes Boshof op weg heeft ontmeet zegt Ja. zegt neen. zegt niets als dat hij geve: welke roedschap hij gett: als toen dien hottentot gezegd heeft aan het valk, dat het gem: zee heeft opgepast meede geegeeven legt aan Jouw baas dat hy zelfs komen moet als hy heeft het tteld praetendeerd, en dan kan ik daar over myn beklag daemr. of hij gev„de niet gezegt heeft om Botha te waar schouwen, dat hy ges: hem spreeken wilde, en dat hij met zijn Zee in het veld komen meest. Art: 26. zegt dat hij wel zee van of hij gev:e niet in het laatst Hoerm: Botha met een van het Jaar 1785 het dee vanm hattenbot in de weijde van zijn gem: Botha uit de weijder vader heeft ontreekt, maar het dan zijn gev:e vader heeft gejaagd. niet daar van daan heeft gejaagt. 27. anders als een verktuig, hetwelk volstrekt de doad van gem: kotten tot moesten te weeg brengen, te ver¬ neeren Woonagtig gezegd 23. te paard 30. 28. zegt als voren. als vooren. zegt neen. Legt neen Legt teen. gezegd, als zij het teld pretendeerd, moet zij zelfs komen oppassen en dan kan ik daar over mijn beklagt doen want dan ik zien, dat jij het veld eigend. Art: 31. of Botha hem gev: niet ter stond heeft gevraagt, waarom by Gev:e sijn had laten roepen 32. Wat hij get: daar op heeft geant„ voord of hij gev:e niet heeft gerepliceerd dat kond gy Goddome wezien. 33. of hij Gev: niet verder vervoelgd heeft met te zeggen ik heb al lang geweeten dat gy met Jan Hernhard en Daniel Isenaar konkeld, om mij in den strik te brengen, maar ik zal je allen daar in helpen eer gyerom denkt 35. of hy get: niet naderhaud op de erwelde vrage van gem: Botha wat hij get: hem den doen zoude /: in substantie heeft geant woord dan zoude ik zou zee in het veld Jaagen, en met alle de geenen die my dem te Recollement Compareerde voor ons ondergeteekende uit 37. dat hij gev: tot zyn ver„ schoening heeft in te brengen. /:onder stond/ Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede Hoop den 22 Maart 1788. door de Heeren Carel Mappa, en Hendrik Justinus de Wet leden Uijt den E: Achtb: Raad van Justitie voemeld die de minuute deezes beneevens den Comp:t: ende mij gezw: Clercq meede behoorlyk hebben onderteekend. /lager/ 't welk ik getuige. zegt niets te weeten. of hij gev:e niet moet bekennen zegt dat hyj gev„e geen moed wil in het doodschieten heeft ' met opzet te werk gegaan te zijn, en gem: Iottentot vraed„ gebeezigd, maar zulks alleen„ „lijk in't noodweer gedaan te willig zonder eenige wettige hebben wijl die hatten tot naer reeden of noodzaake doodge„ zijn leven stond, en niet deukt Schooten, mitsgaders daar voor daar over straf verdiend te hebben. naar recht en billykheid een verreedige straf verdiend te hebben. na kwaamen, zoude ik net zoo handelen, als met de hettentot van Daniel Sienaar! Art: 36. na den 34. 1

NL-HaNA_1.04.02_4336_0279 view scan ↗

English

du Plessies, defendant in person, the Honorable Council of Justice aforementioned, the Citizen Pieter Johannes du Plessies, to whom these his preceding interrogatories, having been read out clearly and distinctly word for word, declared to persist therein, wishing that nothing more be added or subtracted thereto. Below stood: Thus done and re-examined at Cabo de Goede Hoop, the 25 March 1788. Signed Petrus Johannes du Plessies. Lower: Present before me. Signed R J van der Riet, sworn Clerk. In the margin as Commissioners signed C: Mappa, J: M: Cruywagen. Extract from the Criminal Court Roll held at Cabo de Goede Hoop. Thursday the 20 March 1788. The Landdrost of the Colony of Swellendam, Mr. Constant van Nult Onkruijt, Honorable Official Plaintiff in a criminal case on the one side, Against the Citizen Pieter Johannes du Plessies, defendant in person in the aforementioned case on the other side, to hear such criminal demand and conclusion, or request or requests, as the Honorable Official Plaintiff shall make and take upon and against him, defendant in person, to answer thereto and further to proceed as according to law. R: J: van der Riet appearing for the Honorable Official Plaintiff, requests, while submitting 4 pieces of depositions, that the defendant in person may be heard on such interrogatories as shall be put to him in the presence of the Messrs. Commissioners. The Council orders the defendant in person to answer to such interrogatories as shall be put to him in the presence of the Messrs. Commissioners by the qualified Officer. The defendant in person, having heard the depositions read, says that the same are not in all parts stated according to the truth, although he nevertheless admits to shooting the Hottentot dead, and that such occurred because that Hottentot had assaulted him. Whereupon by the aforementioned Sr. van der Riet, in the quality aforesaid, it was requested that in case the aforementioned Pieter Johannes du Plessies continued to persist before the Messrs. Commissioners in his confession now given in open court, their Honors might on that account be authorized to have the said du Plessies taken into criminal apprehension, which request was taken under advisement until such time as a report regarding the contents of his responses should have been received by the Council. Below stood: Agrees, as far as the extracted part is concerned, with the aforesaid court roll. Signed W J van Rijneveld, sworn Clerk. Extract from the Criminal Court Roll, held at Cabo de Goede Hoop. Thursday the 27 March 1788. Whereupon by the sworn Clerk Sr. Ryno Johannes van der Riet, as authorized to attend to the affairs of the Landdrost of Swellendam, it was put forward that, whereas it had pleased this Council, upon his request made last court day, namely that the Messrs. Commissioners who would attend the interrogation of the Citizen Petrus Johannes du Plessies might be authorized to place the said du Plessies into criminal custody if he continued during that interrogation to persist in the murder of the Hottentot confessed in open court, to rule thereupon that their Honors held this request under advisement until such time as further report concerning that interrogation should have been received; he, the aforementioned Clerk, now reiterating his made request while producing those interrogatories; so the Council has thought fit to resolve thereupon to place the aforementioned du Plessies in civil arrest until such time as the inquest certificate shall have been received and the Officer shall have served his report on what was put forward by the aforesaid du Plessies in his responses with respect to the declaration made. While the Honorable President, together with the Messrs. van Oudtshoorn and Mappa, who were of the opinion that according to the customary manner of proceeding in criminal cases, the aforementioned du Plessies could not be kept otherwise than in criminal custody, have caused this their opinion to be recorded. Which resolution being communicated to him, Sr. van der Riet, he brought forward against it the following: It has pleased Your Honors on the last court day to hold the request made by the Honorable Official Plaintiff for bodily apprehension of the citizen Petrus Johannes du Plessies under advisement, until the same should have been interrogated on

Dutch transcription

du Plessies ged=te in perzoon, den E: Achtb: Raad van Iustitie voormeld, den Burger Pieter Johannes du Flessies, dewelke deeze zijne voorenstaande vraag articulen, van woerde tot woerde klaar en duidelijk voorgeleezen weezende verklaarde daar bij te blijken persisteeren, met begeerte, dat er niets meer by ofte ten gedaan worden zal. /onder stond:/ Aldus gedaan en Gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop, den 25 Maart 1788. /was getee„ kend Petrus Johannes du Plessies (laager) mij praesent. /was geteekend/ R J D Riet oezis (Clrecq in margine (als Gecommitts /was geteekend/ C: Mappa. J:r M:t Gre. Extract uit de Crimineele Rechts rolle gehouden aan Cabo de goede Hoop. Donderdag den 20 Maart 1788. I: van der Riet voor den Den Land Drost der Colonie E: O: Eijsschen Compareerende Swellendam, de Heer Constant, verzuckt onder overleggingen van Nult onkruijt, E: O: Eysscher van 4 p=s verklaaringen, dat de ged:te in perzoon mogt worden ge„ in cas crimineel ter eenre hoord, op zoodanige nagarticulen Op ende Jeegens den als aan hem ten overstaan van Heeren gecommitteerdens zullen Burger Pieter Johannes worden voorgehouden De Raad condemneerd den ged=te in perzoon om te antwoorden op zoodanige Vraag articulen, als aan hem ten overstaan van Heeren Gecom¬ mitteerdens door den qq Officier zullen worden voorgehouden. Waar na door eevengem: S:r van der Riet, in qualiteit voorsz: wierd verzogt, dat ingevalle voorm: Pieter Johannes du Flessies voor Heeren Gecommitteerdens bleef persisteeren, bij zyne thans in pleno Judicia gegeevene cor„ fessie, hun E:E: uyt hoofde van dien mogte „gequalificeerd worden, om denzelven du Plessies te doen neemen in Crimineele apprehensie, welk verzoek in advijs is gehouden, tot tyd en wijlen aan den raade bericht weegens den inhoud de ged:s in perzoon de Ver„ in 't voorsz: cas ter andere zijde „klaaringen hebbende hooren omme te aanhooren sodanigen leezen, zegt dat dezelve niet crimineelen Eijsch en conclusie, in allen deelen naar waarheid dan wel verzoek ofte verzoeken, zijn opgegeeven, schoon hy eehter als den E: O: Eyssscher op ende het doodschieten van den Hottenteet avoneerd, en dat Jeegens hem ged=te in perzoon zulks geschied was, om dat die zal koomen te doen, en te hatten tot hem aangerand had. neemen, daar op te antwoorden en voorts te procedeeren als na rechten de Du. ors zijner : zijner respensive zoude zijn ingekoomen. /onder stond:/ Accordeerd voor zoo dene het geextra„ „keerde aangaat met voorsz: rechts rolle was geteekend/ W JV Rijneveld. gezw: Clercq Extract uit de Crimineele Rechts Rolle, gehouden aan Cabo de goede Hoop Donderdag den 27 Maart 1788. 8 Waar na door den gezw: Clercq S:r Rijno Johannes van der Riet, als ter waarneeminge der zaaken van den Land Drost van zwellendamn gequa„ lificeerd, wierd voortgebragt, dat, vermits het deezen Raade had behaagd, op zijn verzoek laatstleeden rechtdag gedaan dat namentlyk Heeren Gecommit¬ teerdens, die by het verhoor van den Burger Letus Johannes du Flessies zouden vaceeren, gequalificeerd, mogten worden, denzelven du Plessies, in dien hij bij dat verhoor bleef persisteeren, by de in plend judicie geconfesseerde moord van den hotten tot te doen plaatsen in crimineele hechtenis, daarop te disponeeren, dat hun EE: Achtb: dit Verzaak in advies hielden tot tijd en wijlen nader bericht weegens dat verhoor zoude zijn ingekoomen, hij getn: Clercq over zulks nu onder productie dier inter¬ „rogatoua, zijn gedaan verzoek reitereerde, zoo heeft de raad daar op goedgevonden te resolveeren, omme gem: du Plessies te doen plaatzen in citiel Arrest tot tyd en wijlen de Schouw cedulle zal zijn ingekomen en de officier zal hebben gediend ten rapport op het door voorsz: du Plessies bij zijne responsiven, ten opzichten der gedaane aan„ „geeving zoortgebragte. Terwijl de Ed: Achtb: Heer Praesident, beneevens de Heeren van Oudshoorn en Mappa, dewelke dan getaelen waaren, dat volgens de geusiteerde manier dan in cas eximi„ neel te procedeeren, gem: du Plessies niet Anders dan in crimineele hechtenis konde bewaard worden, dit hun Actum hebben laaten aanteekenen. Welk besluit aan hem S:r van der Riet, zynde gecommuniceerd, bragt dezelve daar teegens het volgende te teerde „ t' heeft UwelEd: Achtb: behaagt op laatstl: rechtdag, het verzoek door den r: O: dert:n „ „ van apprekensie corporeel op den burger Petrus Johannes du Plessies gedaan, te houden „in adrijs, tot dat denzelven zoude zijn in verhoord op

NL-HaNA_1.04.02_4336_0281 view scan ↗

English

interrogated on interrogatories, in which he on that day was condemned, and whereas the said du Plessies, during his candid confession made in pleno Judicio, when he was heard by the Gentlemen Commissioners on interrogatories, fully persisted, the Officer Demonstrator once again takes the liberty to renew his request for apprehension of the said Plessies, concluding accordingly that he shall be ordered to go into criminal imprisonment. on the last court day, it having been said to this illustrious assembly by Mr. Gerrit Hendrik Meijer, as Member in this Honorable Council, that he had been reliably informed that the inspection of the corpse of the Hottentot shot dead by the aforesaid du Plessies was done accurately, although when du Plessies during his interrogation repeatedly maintained that when the Commission sent by the Landdrost arrived at the place where the manslaughter had occurred, they did not find the body, but saw signs of where that body was supposedly buried, so that the cadaver, apparently due to the long intervening time, and because it will have already passed into putrefaction, was not inspected by that judicial Commission, but having heard that that body was inspected without qualification by one Jesaias Meijer and Fredrik Botha, who certainly arrived there casually, which persons then also buried that body, which is also the reason that no inspection report could be sent by the Landdrost, and whereas one can sufficiently perceive from the declaration of the brother of the aforementioned du Plessies, named Jacobus du Plessies, that a Corpus delicti is established, at least and in all cases as much as the two persons who buried the cadaver could declare, the Demonstrator further takes the liberty to implore Your Honorable Council's wise advice whether one, on the confession and evidence, which according to the contention of the Demonstrator are complete, could proceed to a Principal Claim, or whether one should wait until those two persons, who inspected the body and buried it, will have come towards the Cape, in order to provide a declaration on the one and the other, and in case Your Honorable Council might incline to the latter, I take the liberty to request that those two persons may be written to on behalf of the Council, to come directly towards the Cape, in order to give an account of their findings. Which having been deliberated upon, it was approved on behalf of the Council to have the burghers Jesaias Meijer, Hendrik Olivier, and Daniel Pienaar written to by the Secretary, in order to come to the Cape as soon as possible, to give a declaration concerning their performed inspection on the corpse of the Hottentot shot dead, and in the meantime to let the aforesaid du Plessies remain in civil arrest. Below stood: agrees, as far as the extracted is concerned, with the aforesaid court roll. Was signed: W. J. v. Rijneveld, sworn Clerk. Extract from the Criminal court roll held at Cabo de Goede Hoop. Which having been read, Mr. Sijno Johannes van der Riet, acting for the Landdrost of Zwellendam, said that notwithstanding the civil arrest was decreed on good grounds, the nature of the offense was nevertheless such that the said Petrus Johannes du Plessies ought to be placed in criminal custody, which had not happened thus far because they were still waiting for the inspection reports, which not yet having arrived was the reason that the officer had not yet served a principal claim, wherefore he requested that this petition might be dismissed, since the defendant was already in confession, and that he, the Officer, might proceed to serve the principal claim. Whereupon the parties having retired and this matter having been deliberated upon, and taking into consideration the lengthy detention of the petitioner's son Petrus Johannes du Plessies, the Council, taking the petitioner's request into advisement, approved to enjoin the officer not to wait any longer for the inspection report, but to proceed as soon as possible to serve his principal claim based on the documents already submitted against the said Petrus Johannes du Plessies. Below stood: Agrees, as far as the extracted is concerned. Was signed: W. J. v. Ryneveld, sworn Clerk. Tuesday the 6th of May 1788. The following petition was presented by the burgher Charles Johannes Plessies to the Honorable Mr. Johannes Isaak Rhenius, President.

Dutch transcription

„derhoord op draagarticulen, waar in hy ten dien daage „was gecondemneerd, en dermits gem: du Plessies bij „zijn in pleno Judicie gedaane openhartige bekentenis, „wanneer hij door Heeren Gecommitt:s op vraagar„ „ticulen is gehoord, volmondig is blyven persisteeren, „zoo neemd de R:O: vert:s al weeder de vryheid „zijn verzoek van apprehensie op gem: plessies „te vernieuwen, concludeerende mitsdien, dat hij „zal worden geordonneerd te gaan in crimineele ge„ „tangenis. „ op laatstl: rechtdag door de Heer Gerrit Hen¬ „drik Meijer, als Lid in deezen Ed Achtb: Raade, aen deeze illustre vergadering gezegt geworden „zijnde, dat hij in het zeekere verstendigd ge= worden was, dat de schouwing van het lyk der „door voorschr: du Plessies raadgeschaoten „kotten tot naauwkeurig was gedaan, daar echter doen du Plessies bi zijn verhoor veelmondig is „geadvoneerd, dat toen de Commissie daer den „Land Drost gezonden, gekomen was ter plaatze, al„ naar de doodslag was geschied, zylieden het „lichaam niet gevonden, maar teekenen gezien te hebben daar dat lichaam zoude zijn begraaven, dus dat Cadaver, door die rechterlyke Commissie, „aparentelijk om den langen tusschen tyd, en om dat het reeds tot de putrefactie zal zijn over „gegaan; niet is geschouwd, maar wel gehoord te hebben, dat, dat lichaam door eenen Jesaias „ Meijer en Fredrik Botha, die zeekerlijk „op eene Casneele wijze, daar zullen zijn gekomen, „zonder qualificatie bezichtigd is, welke perzoonen „dan ook dat lichaam hebben begraven, dat ook de „reeden is, dat door den Land Drost geene schouw „acte is kunnen worden gezonden, en vermits men „uijt de Verklaaring van de Broeder van voorm: „du Plessies, in naame Jacobus du Plessies, geroegsaam „kan ontwaaren, dat er een Corpus delicte consteerd, „ten minsten en in allen gevallen, zoo veel als de „twee perzoonen, die het cadaser hebben begraaven 7:0: „zonden kunnen declareeren, zoo neemd den text: „alverder de vrijheid uwell Ed: Achtb: wijs advies „te imploreeren, of men op de confessie en bewijzen /: „die volgens sustenue van den Vertoonder compleet „zijn :/ zoude kunnen treeden tot een Eijsch ten prin„ „cipaalen, dan wel of men zoo lange zoude moeten nachten, tot dat die twee perzoonen, „die het lichaam hebben geschouwd, en begraaven, „zullen zijn Caatwaards gekomen, om van het „een en ander een declaratie te verleenen, en „ ingeval uwelEd: Achtb: tot het laatste mogt „ inclineeren, zoo neem ik de vryheid te ver„ „zoeken, dat die twee perzoonen 's raads weegen „mogen worden aangeschreeven, om direct Caab„ „waards te koomen, ten einde van hun bevinden „ te geeven relaas„ Waar over gebesoigneerd zijnde, is goedgevonden op P de de Burgers Jesaias Meijer, Hendrik Divier en Daniel Pienaar s' raads weegen door den Secretaris te doen aanschrijven, omme ten spoedigsten Caabwaards te komen, ten einde her klaaring te geeven, weegens hunne gedaane schover „ning aan het lijk van de doodgeschooten hotten tot en voorsz: du Plessies middelerwijl in cixiel arrest te laeten verblijven. /onder stond/ accordeerd door zoo verre het geextrakeerde aangaat met voorsz: rechts rolle. /was getekend) WJr Rijneveld gezw: Clercq: — Extract uit de Crimineele rechts rolle gehouden aan Cabo de goede Hoop. Het welk geleezen zijnde, zeidele de Heer Sijno Johannes van der Riet, als voor den Land¬ Drost van Zwellendam ageerende, dat niet tegen„ staande het cixiele arrest op goede gronden gedecerneerd was, echter het deliet van dien Dingsdag den 6 Maij 1788. Wierd door den Burger Charles Johannes Plessies gepreesenteerd, het volgende request Aan den WelEd: Achtb: Heer Johannes Isaak Rhenius aart was, dat den ged:e Petrus Johannes du Plessier, in erimineele hechtenis behoorde te worden geplaatst, het welk tot dus verre niet geschied was, om dat men noch wachtte naar de Schouw ledallen dewelke noch niet zijnde ingekomen, dit dan de reden was, dat de officier noch met Een Eijsch ten p=lle had gediend, weshalven dezelve verzogt, dat dit verzoek mogt worden van de hand ge„ „weezen, dewijl hij ged:e reeds in confesse was, en dat hij Officier mogt voortgaan omme te dienen dan Eijsch ten p=lle, waar op parthijen afgetreeden en over deeze zaak gebesoigneerd zijnde en in aan merking genoomen de langdurrige detensie van des suppt. Zoon Petrus Johs: du Flessies, heeft den Raad, het verzoek van den supp:t in advies houdende, goedgevonden den officier te injungeeren, omme niet langer naar de schouw acte te wachten maar ten spoedigsten overgaan om te dienen van zinen Eijsch ten spll: op de reeds ingediende stukken teegens denzelven Petrus Johannes du Plessies, /onder stond/ Accordeerd voor zoo verre, het geextraheerde aangaat. (was geteekend) W J V Ryneveld gezw: Clercq. aart Praesident F: I: — op C

NL-HaNA_1.04.02_4336_0283 view scan ↗

English

Right Honourable Sir, and Honourable, Most Worshipful Gentlemen! President, together with the further Honourable and Most Worshipful Council of Justice of this Government at the Cape of Good Hope. Shows with the requisite respect Your Right Honourable Worships' very humble servant, the undersigned Burgher Chaal Johannes du Plesies, as father and guardian of his arrested son, named Petrus Johannes du Plesies. That he, the petitioner, in the year one thousand seven hundred and eighty-five, upon his return from here, had understood that his two sons, the aforesaid Petrus Johannes and Jacobus Ludovicus du Plesies, in the month of May of the same year, having ridden on horseback to the petitioner's loan farm held from the Honourable Company, named the Groote Bosch, situated across the Gourits River, in order to inspect the water there, etc., the first-mentioned, according to custom in such far remote districts, had taken his gun with him. That they, having arrived near the aforesaid post, on that occasion encountered a Hottentot named Frederik, who with his herd of cattle was grazing the grass in the field adjoining the aforesaid post. Which provided the arrested person with well-founded reasons to ask the said Hottentot for what reasons he came to graze the grass in that place, over which some exchange of words arose between them regarding the legality of the possession of the said place, while in the meantime the petitioner's second son, Jacobus Ludovicus, had gone to drive back that cattle, and consequently left them alone in that place. That at that point in time, the aforesaid Hottentot, who had repeatedly presumed to attack people named Jacobus Botha, Philip's son, and Pieter du Preez, which the petitioner, if required, could also prove to the satisfaction of the law, also assaulted the petitioner's arrested son, and intended to crush his brains with a stick or kierie he had with him, the latter being leaped upon so suddenly that he, being greatly alarmed and seeing no means to save his life in such a wilderness by flight, in that consternation and confusion of mind, in order to instill fear in the attacker, discharged the gun he was holding in his hands, and had possibly hit the aggressor. That subsequently this incident was directly reported by him to the competent judge, the merchant and Landdrost at Swellendam, Mr. Constant van Nult Onkruijt. And he was not summoned by warrant concerning this until the 20th of March last, to appear before this court. In obedience to which, he, having appeared before Your Right Honourable Worships on the appointed day, the Officer Plaintiff in his official capacity had requested and obtained at the roll that the petitioner's aforementioned son should be heard articulatim on the aforesaid matter, per verbum credit vel non, with the result that bodily apprehension was thereupon decreed. Which causes the petitioner to presume that the same, on account of his ill-considered answers given, may be weighed down with some indications of guilt. And mainly because the laws teach that when manslaughter is established, the accused must properly prove the sustained self-defence. Which laws, particularly in a country originating for the most part from a barbarous wild nation, are not only not well practicable, but are also subject to diverse exceptions, as can be soundly deduced from common sense. And to demonstrate the same, the petitioner takes the liberty most respectfully to remind Your Right Honourable Worships of the unheard-of murders of that monster of nature, an executed Soera di Paera; would not, if the same had fortunately once been struck down or killed by the first person attacked, the lives of several worthy inhabitants thereby have been saved? Has not also the so frequently tragic experience, alas, taught only too well how many a worthy inhabitant has been attacked by such birds of prey and robbed of their limbs and cattle, and could one then in case of self-defence be burdened with the proof every time, Honourable and Most Worshipful Gentlemen, surely not. And in the second place, the petitioner presumes, under correction, that the same laws seem to require such only in places where one generally, among civilized peoples, has or can have evidence at hand, and the dispute takes place between equal parties, which in this case can never with reason be sustained to take place or to hold ground. If Your Right Honourable Worships would kindly take into serious consideration the place where the petitioner's person was attacked, which will be found to be a far remote wilderness, where one seldom has or can have witnesses. And what man shall be found, Honourable and Most Worshipful Gentlemen, who, being murderously attacked without reason with a club or kierie in hand and brought into danger of losing his life, at that moment is completely master of himself

Dutch transcription

WelEd: Achtb: Heer! En E„ E„ Achtb: Heeren! heeft met de vereischte Eerbied te kennen Uwer WelEdelen Achtbaarens zeer nedrig en die¬ naar, den onder geteekenden Burger Chaal Johannes du Plesies, als Vader en Voogd van zijn gearresteerd e zoon, genaamd Petrus Johannes Idu Plesies. Hoe dat hij supplt: in den Jaare Een duizend zeeven honderd vijf en tachtig, by zijn retour van hier hadde verstaan, dat zijn twee zoons Petrus Johannes Voormeld en Jacobus Ludovicus du Plesies, in de maand Maij desselvigen Jaars, na zijn supts. van de E: Comp:e in leening gepossedeerd wordende, Zeeplaats, genaamd het groote kosch, geleegen over de Gous riesier, ten einde aldaar na het water te zien enz: te paard gereeden zijnde, de eerstgem: na gewoonte in zoodanige verre afgeleegene districten, zijn geween met zich genomen hadden. Dat zijl: omtrend de Voorsz: zeepost gearri„ teerd zynde, bij die occasie hebben gerencontreerd een hottentot genaamd Frederik, die met zijn troup Zee, in het veld, de voorsz: post annex Praesident, beneevens de verdere E: Achtbaaren Raad van Iustitie deezes Gouvernements aan Cabo de goede Hoop. het gras was afweijdende. Met welk den gearresteerde gegronde ree„ „denen verschafte, gerepte hotten tot te vraagen om wat reedenen hij aldaar ter plaatze, het gras kwam afteweijden, waar over tusschen henl: nopens de wettigheid der possessie van gerepte plaats, eenige woorden wisseling ontstaande, terwijl inmiddens des suppt. tweede zoon, Jacobus Ludovieus, dat Vee was gaan te rug drijven, en gevolglijk hun lieden daar ter plaatze, alleen heeft gelaaten, Dat op dat tijd stip voorsz: hotten tot:/ dewelke te meermaalen zich verstond hadde, de Lieden met naame Jacobus Botha, Philipszoon en Pieter du Prees, het welk den suppt: der gere„ „quireerd, den rechten ten genoegen ook zoude kunnen bewijzen te attaqueeren:/ ook des supp=ts gearresteerde zoon heeft geaggresseerd, en met een bij zich hebbende stok of kirrij, de herzenen willen inslaan, wordende dezelve zoo schielijk bespron„ „gen, dat hij zeer veraltereerd, en geen middelziende, zijn leeren in zoodanige Woestenij door de vlucht te salveeren, in die verbastheid, en verwarring van zinnen, om den Aanvallen vreeze aan te Jaaren, het in handen hebbende geweer los-geschooten, en mogelijk den agresseur getraffen had. Dat vervolgens dit voorval door denzelve direct aan den Competenten rechter, den koopman en Land Drost te Swellendam, de Heer Constant van Nult onkruijt, was aangegeeven. En hij daar over niet eerder als teegen den 20 Maart Jongstl: bij mandament was opgeroepen, omme saor het deezen. deezen vierschaar te compareeren. ter obedientie van welke hy dan ook ten daage dienende, voor UwelEd: Achtb: gecompareerd zijnde, den r: O: Eijss:r qq ten rolle hadde verzogt en ge„ obtineerd, dat des suppt. meergedachte zoon, ter zaake voorm: articulatim zoude worden gehoord, per terbum Credit del non, met dat gevolg, dat daar op is gedecerneerd apprehensie corporeel Het welk den supp:t doed praesumeeren, dat dezelve, uit hoofden van zijn onbedachte gegeevene responsive, wel met eenige indienen schund geegra„ teerd te zijn. En wel hoofdzaakelijk, dat dewijl de wetten leeren, dat wanneer van de manslag consteerd, den beklaagde het gesustineerde noodweer, be„ „hoorlijk moet bewijzen. - welke wetten :/ inzonderheid in een Land, voor het meerderdeel uit een barbaarische waestie nutie herkomstig, niet alleen niet wel praeticabel maar ook aan diversche uitzonderinge onderworpen 0 zij, gelijk uit de gezonde reeden, met grond kan worden afgeleijd. En om het zelve te betoogen, neemd den suppt de vryheid, uwelEd: Achtb: Eerbiedigst te exenneren de noait gehoorde moorderijen van dat monster der natuur, eenen geexecuteerde Soera di Paera, zoude, indien dezelve „ door de eerst geaggresseerde eens gelukkig was ter nedergeslaagen ofte doodgestreeken, daar door het leven; van verscheede brave ingezetenen niet gered zijn geworden. Heeft ook niet, de zoomeenigwerf draedige on„ „derzinding, belaas! maar al te veel geleerd, hoe menig braeff ingezeeten, door zoodaanige roofdogels zijn overvallen, en van hun leeden en zee berooft, en zoude men dan in cas van noadweer, telkens miet het bewijs belast kunnen worden „ Ed: Achtb: Hee„ ren immers neem. En in de tweede plaats, zoo vermeend den suppt. /: salve meliore dat dezelve wetten, zulks alleen schijnen te requireeren, in plaatze daar men ge„ neemlijk onder de beschaafde volkeren :/ bewyzen by handen heeft, ofte hebben kan, en de quaestie tus„ schen geelyke parthijen plaats heeft, het welk in dit geval nimmer met grond kan gesustineerd wor¬ „den, plaats te hebben of stand te moeten grijpen„ Wanneer Uwel Ed: Achtb: eens zorggunstig in serieuse overweeginge gelieve te neemen, de plaats, alwaar der supp=t perzoon is aange„ vallen, welke bevonden zal worden te zijn een verre afgeleegene Noestenij, alwaar men zelden getuigen heeft of hebben kan. En wat mensch zal en gevonden worden Ed: Achtb: Heeren, dewelke moordeladig met een Knods of Kirrij in de hand zonder reedenen aan¬ gevallen en in gevaan van het leeven te verliezen gebragt in dat tyd stip zich volkomen meeste niet van

NL-HaNA_1.04.02_4336_0285 view scan ↗

English

of his judgment, much less that he would be able to remember what the laws require in such cases. However, in order to comply with the aforementioned requisites, the petitioner takes the liberty, with Your Right Honorable Esteemed approval, most respectfully to inform the same to be true and veritable: That the frequently mentioned Hottentot belongs to that class which is accustomed to assault people, just as he dared to make bold to attack the aforementioned Batha and the citizen Pieter du Preez, and to throttle the throat of the latter, and indeed in such a manner that, had he not been relieved by the fellow citizen Louwies Holtzhausen, he apparently would have had to lose his life on the spot, which the petitioner offers to prove to Your Right Honorable Esteemed according to the style of law, if required. Wherefore the petitioner trusts in this respect to proceed with good foundation, and to be allowed to invoke the well-known axiom in law, stating: "nemo semel malus semper praesumitur malus, praesertim in eodem genere malitiae" C. 8. semel, de reg: Juris in 6. And consequently a strong and violent presumption to prove that the repeatedly mentioned Hottentot assaulted the petitioner's son. Which appears even more clearly when one only reflects upon the further circumstances of the case: that the repeatedly mentioned Hottentot dared, proprio authoritate, armed with a club or so-called kirri, animo occidendi, to have the grass grazed off the petitioner's cattle post, which indeed he was not permitted to do. And being called to account over this by the petitioner's son, who was thereupon assaulted by the same with the aforementioned kirri in hand, intending to dash his brains out, without him being able to save himself by flight, considering everyone knows well enough how the aforementioned Hottentots are trained in throwing such clubs and know how to hit people; to which is added that when they have first approached people so closely that they have them within the reach of their kirris, there is, for such persons, without exposing themselves to the extreme danger of losing their life, no means of escape at hand, as is known to everyone. Wherefore the petitioner's son, reasonably fearing to lose his life in case he sought to save himself by flight, in this agitation and confusion of senses, by means of self-defense, in order to frighten the mentioned Hottentot who pressed on all the more strongly, discharged his gun, and possibly hit the same aggressor because of his furious advance. That now, Right Honorable Esteemed Sirs, the aforementioned act must indeed with good reason be considered as a causa seu actus immediatus, as the shot fired in the aforementioned agitation and possibly to make the mentioned Hottentot afraid in his rage is evident, and since his all too strong pressing on the petitioner's son, being hit from the front, provides clear proof of his furious aggression, and from this it may be presumed that the petitioner's repeatedly mentioned son had no animus dolo malo offendendi, but rather necessitas defendendi, and consequently had no intention of doing evil. For it is beyond dispute in law that everyone is permitted, not only in defense of his life, but also of his honor, to stab to death the attacker or threatener who comes at him with a knife or weapon, because the attacker or threatener is understood in law, by reason of his threatening, to have done the deed to himself first, as the jurists dealing with this matter de aggressoribus treat; see Hollandsche Consultatien en Adviezen, second part of the third volume, Cons: XI, No: 3, 4. Thus it will also require an object of Your Right Honorable Esteemed wise considerations whether in this case the confession made, according to reason and fairness, ought not to be accepted in its entirety, which the petitioner trusts from the equity of Your Right Honorable Esteemed will be understood as such in this case. Since the petitioner's repeatedly mentioned son communicated the occurrence in such good faith directly to the competent judge already mentioned hereinbefore, and being summoned over the same before this illustrious Court, also appeared in person at the appointed time, whereby according to law all evil suspicions that he might be guilty in anything are cleared away, according to the unanimous statements of so many accredited jurists; see Julius Clarus, paragraph finalis, quaestio 25, numero 24, compared with Mascardus de Probationibus, Conclusio 519, numero 21. All the more so as it is notorious in law, in case of doubt, that a man not known for quarreling, having stabbed another to death, is understood according to the doctrine of the Doctors of Law to have done the same by reason of self-defense; see Hollandsche Consultatien, second part of the third volume, Cons: XI, No: 6, page 35, and consequently the same is sufficiently proven, subject to the correction of Your Right Honorable Esteemed more enlightened judgment. And established on that ground, that a homicide by means of self-defense, through misfortune and agitation, at least done without premeditation, consequently not only the ordinaria poena legis Corneliae de Sicariis

Dutch transcription

van zijn oordeel ziet, seel min dat dezelve zich zoude kunnen erinnieren, wat de wetten in zoodanige voorvellen requireeren. Doch omme echter aan de voorsz: requisiten te voldaen, neemd de supp:t de vrijheid, onder uwel Ed: Achtb: Hoog gunstig welneemen, hoogst dezelve met Eerbied te informeeren, waar en waarachtig te zijn. Dat de dikwerf gem: sottentot behoord tot die Classis welke gewoen zijn de Leeden te agppresseeren. zoo als dezelve zich heeft durden verstouten, de hier vooren gem: Batha, en den Burger Pieter du Trees aante guijpen, en den laatstgen: de Keel toe te knijpen, en wel zoodanig, ten waare by door den meede Burger Louwies Haltshause waare ontzet, aparentelyk het leven op de plaats zoude moeten gelaaten hebben, het welk den supp.t UWelEd: Achtb: offereerd, omme na styl van rechten, des vereischt wordende, te prebeeren Weshalven de supp:t vertrouwd op dit respect met goed fundament te komen, en mogen inroepen, de bekende Axioma in rechten, zeggende nem semel malur semper presumitur „mulus, praesentim in eeden genere malitie „ C. 8. semel, de reg: Juris in 6. En mitsdien een Sterke en violente presumtie om te bewijzen dat meerm: Dothentot des supt zoon heeft geaggresseerd. Het wel noch nader blijkt, wanneer men maar eens reflecteerd op de verdere omstendigheeden van het gezal, dat de meerged: hathen tot zich heeft verstond propria autiritate, geweepend met een knods of zoogenaamde kirrij, animo occiseudi het gras van des Supts. Zee plaats te doen afwerden, zulks hem immers, niet was geoorloofd te doen„ En daar over door desssips=s zoon ter rheede gesteld„ die daar op door denzelve met de voorsz: kirrij in de hand:/ voorneemens hem de herzenen in te sleeni„ is geaggresseerd, zonder dat hij door de vlucht zich heeft salveeren kunnen, gemerkt een ieder geroeg bekend zij, hoedanig voorsz: hottentotten op het werpen met zoodanige knodse zijn afgerigt ende Lieden weeten te treffen, waar bij noch komt, dat Wanneer dezelve de Lieden eerst zoo verre genaderd zijn, dat zij dezelve onder het bereik van hunne kerrijs hebben, voor de zoodanigen, zonder hun aan het uiterste gevaar van hun leven te ver¬ „liezen, te exporeeren, geen middel van ontkomen 6 voor handen zij, gelyk een ieder bekend zij. 6 Waar voor des supts. zoen met reedenen bedugt, ingeval hij door de vlucht trachten te sal¬ zullen. teeren, het leeven te verliezen, die in deeze alteratie en verwarring van zintuigen by midde¬ len van noodweer zijn om gem: nottentot die des te sterken aandrong, vreeze aantejagen, geweet heeft gelost, en moogelyk denzelve aggrat„ „seur, vermits dies verwoede aandrang getroffen heeft. Dat nu WelEd: Achtb: Heeren de voorsz: svteiding met goed stendament emmers maet heeft worden worden geconsidereerd, als een causa seu actus im„ mediatus dan de in voorsz: alteratie en mogelyk om gerepte kottentot in zyn waede bevreest te maken gedaane schaot is resident, en mits desselfs der te sterken aandringen op des Jupts. Zoon, van vooren getroffen zynde, een klaar keesijs van desselfs terwoede aggressie opleeveren, en daar uit gepraesumeerd worden, dat zyn supts meerm: zoon geen animuen dalo malo offen dendi, als wel necessaire defendendi, en gevolglijk geen intentie van kwaad deen gehad heeft. Kant zinde buiten dispunt den rechten dat een ieder geoorloofd is niet alleen tot ver¬ Weering dan zin lyf, maar ook dan zijn eere, de aanvechter ofte dreyger, die aankomt met een mes ofte geeweer dood te steeken, alsoo den rechter of dreijger na rechten verstaan word, door oorzaeke van zyne dreeginge hem zelve eerder gedaad te hebben, zoo als de rechtegaleerde omtrend deeze materie de aggressoribus tre¬ deeren, Vide Holl: conr: en advieren 2a: 3e: deel Cons: X1 No: 3: 4: Des zal het wel eek object van UWelEd: Achtb: Wijze Consideratien requirereen, of in dit cas de gedaane confessie na readenemen billijkheid in het geheel niet behoord te worden geaccepteerd, het welke de suppt van de bellykheid uwer wel Ed: Achtb: vertrouwd, dat in dit cas alzoo zal worden verstaan. Overmits des Supt. meergedachte Zoon het voerval zoo ter goeder trouwe, direct aan de hier vooren reeds gemelden competent en rechter heeft gecommuniceerd, en over het zelve Voor deezen illustre Vierscheen gedagtaerd zijnde, ook op den bepaalden tijd stip, in perzoen gecom„ pareerd zijnde, waar daer na rechten alle kwaade suspieren, dan dat hij in ietwes zoude schuldig zijn, na het eenstemmig getaelen van zoo veel geaccrediteerden rechtsgeleerden komen te exe¬ nosceeren vade Jul: Cler: &, fin: quast: 25 nuin: 24, dergeleeken met Masgard de Cons: D 19. kun: 21. te meer alzoo notoir rechtens, in cas van twijffel, een man van het niet besaamd zynde van rechterijen, een ander doodgestooken hebbende, volgens de Leere der E: d: verstaan word, het zelve gedaan te hebben uyt oorzaake van noadweer, vid: soll: Cons: 2. derde deel, Cons: X1„ N:o 6. pag: 35. en mitsdien het zelve onder cor„ rectie van UwelEd: Achtb: meer verliehte oordeel genoegzaam beweezen. En op dien grond vastgesteld, dat een manslag by middelen van noodmeer, door ongeluk en alte ratie, ten minsten zonder opzes gedaan mitsdien ordinaria peena legis Cornelia de Sicar;, niet Ed alleen

NL-HaNA_1.04.02_4336_0287 view scan ↗

English

not only not punishable, but even that the perpetrator is acquitted entirely, defense being Jure naturalis, as is taught on solid grounds by Carpz: treatise on corporal crimes, part 1, chapter 28, nos. 1, 2, 3, page 208. That the petitioner, knowing his apprehended son, on the foundation of the argued grounds, to be guilty of no crime, was therefore necessitated to turn to Your Noble Honorable, with a very humble and submissive request that it may highly please the same to release his aforementioned son under custody of the court and sufficient bail, to the amount to be arbitrated by Your Noble Honorable, sub poena confessi et convicti, and subsequently to admit him, in the ordinary manner, to appear by attorney and plead his case, or if Your Noble Honorable should hesitate therein, taking into consideration his so lengthy detention, to dispose otherwise as your well-known prudence and equity shall deem proper. Underneath was written: Which doing, was signed: Charl Johans du Pliesi. In the margin: Exhibited in Court, 6 Maij 1788. W: J„ van Rijneveld. Appeared before the Honorable President and Council of Justice of the Castle of Good Hope, the pro interim Fiscal G: Exter, R: O: Plaintiff in a criminal case, on the one side, contra the soldiers stationed at this Castle, Joseph Bekker, Jan Martin Fredrik Grovert, and Balthaser Tetsch, prisoners and defendants in the aforesaid case, on the other side. 1 And did say: 2 that the defendants and prisoners aforementioned, on Sunday the 25th of the past month, in the morning, having arrived at the dwelling of the burgher Daniel Berg, who maintains his sole abode in a small house at the foot of Table Mountain, were admitted by the said Berg, as it was raining, to step into his house. Which they accepted, immediately making their desires known, 6 that the prisoners and defendants, after some exchange of words, indicated 7 that they would like to smoke a pipe of tobacco, 8 and furthermore also having asked for wine, 9 both the one and the other were given and set before them. 10 That the repeatedly mentioned burgher, after having entertained and conversed with the prisoners and defendants in such a manner for some time, Agreed, g: Clercq Article 10 No 7: Article 11. having gone outside his house for a moment, 12 in that meantime, by the first-mentioned prisoner and defendant, the drawer of the table was pulled out, 13 and not long thereafter having gone outside a second time, 14 the lid of the chest was lifted by the 2nd and 3rd prisoner and defendant, 15 surely to see if and what could be taken away from that man and to make themselves master thereof. 16 That the prisoners and defendants, having thus also heard that that old man was busy preparing his burial place, 17 in order to be better able to achieve their objective, showed an inclination to see the grave, 18 yet the man, who shut the door behind him, was followed no further than outside the house, 19 where the first-mentioned prisoner and defendant accompanied him, 20 but the two others remained behind and went back into the house. 21 That as much as the repeatedly mentioned old man, upon his return, saw and noticed what was happening, 22 he, because he was alone, nevertheless did not wish to mention or say anything, 23 however the prisoners and defendants finally having taken their leave, discovered Article 24 that by the same was taken along a coat and camisole, which was thrown off the nail by the 2nd prisoner and defendant and brought outside by the first-mentioned prisoner and defendant, and concealed in the bushes and taken away. 25 As also 1 large and 2 small silver buckles and a powder horn, of which the 2nd and 3rd prisoner and defendant made themselves master. 26 The first-mentioned prisoner and defendant having also taken for himself a case with three razors and approximately 5 lb of tobacco. 27 Whereof the one and the other shall further appear and no less be established to Your Noble Honorable from the attached report and the answers given before the Gentlemen Commissioners by the prisoners and defendants. 28 That the prisoners and defendants undeniably, through the aforementioned commotion, have made themselves guilty of shameful and premeditated theft, and subject to its proportionate punishment. 29 For from the aforesaid it will be observed most clearly, 30 that between the prisoners and defendants it was an agreed and resolved matter, happened and done with premeditation, 31 the one having pulled out the drawer from behind and the other having taken therefrom, the one having thrown the coat and camisole off the nail and the other having brought it outside. 32 And the prisoners and defendants have also done such to profit and to enrich themselves, 33 for the powder horn having already been sold on the way.

Dutch transcription

alleen niet strafbaar maar zelfs in het geheel den daader vrij gekend word alzoo defensie zynde Jure naturalis, gelijk op solide gronden word geleerd bij Carpz: verhandeling der lyfstraffelike misdaee„ den 1 deel 28 hoofdstuk n:o 1, 2, 3. pag: 208. Dat den supt. zijn geappreheerdeerde zoon, op fundament aan de aangevoerde gronden, aan geen deliet schuldig kennende, derhalven genecessiteerd waare, zich tot UwelEd: Achtb: te keeren, met zeer nedrig en ootmoedig verzoek, dat het zoogst dezelve mooge behaage zynen aengem: zoon, onder handtas„ „ting, en sufficiente cautie, ter somma bij uwelEd: Achtb: te arbitreeren, te ontslaan, sub peena con„ „fessi et convicti, en vervolgens denzelve te admitteeren, ordinaris mado, bij Procureur te mogen occupeeren, en zijn zaak bepleeten, ofte indien uwelEd: Achtb: daar in mogte hesiteeren, in aan schouw neemende desselfs zoo langduurige detensie, zoodanig anders gelieve te disponeeren, als wel derzelver bekende prudentie en Aquiteit, zullen oordeelen te behooren /onder stond/ 't welk doende (was geteekend:/ Charl Johans du Pliesi in margine/ ex hibituur in Judicio, den 6„e Maij 1788. W: J„ d„ Rijneveld Compareerde voor den WelEd: achtbaare Heere Praesident en raade van Justitie des Casteels de goede Hoop den prointerim Fiscaal G: Exter R: O: Eisscher in cas cremineel ter eenrl. Ca de ter deesen Casteel beschydene soldaaten, Joseph Bekker, Jan Martin Fredrik Grovert en Balthaser Tetsch. gest: en get: in voorsz: Cas ter andere zijde 2 dat de ged en gesr: voorm: op Sordag den 25e 1 Endeede zeggen. der gepasseerde maand 's morgens aan den woen¬ plaats van den Burger Daniel (Berg dewelke aan den Hoet van den tafelberg in een huisje alleenig zyn verblyf kand, gekomen zijnde. van gem: Borg, terwijl 't reegende, zyn ingelaaten geworden, om in zijn huijs te treeden. 't geen zijl: accepteerende, zig daadelijk naar kennen hebben begeeren. dat de gevr: en gede: naar eenige voorden wis¬ 6 seling te kennen hebben gegeeven. dat wel een pijp tabek zouden rocken. 7. 8 en voorts ook na wijn gevraagd hebbende 9. zoo wel tteen als t' anders hunl: is gegeesen en voorgezet geworden 1o dat meergem: Borg, naar de getr: en ged zuedanig eenigen tyd getracteerd en onderhouden te hebben Accordeerd g: Clercq Art: 10 N„o 7: Art: 11. zig voor een ogenblik buiten zijn huis hebbende begeeven. 12. in dien tusschen tyd door den eerst gevzen gld:e 't laadje vie tafel is uitgetrokken. 13 en niet lange daar na ten anderen maal naar buiten gegaan zijnde 14. van den 2de en 3de gest: en ged:e den deksel van de kist opgeligt geworden. 15. zekerlijk om te zien, of en weeter van dien man zoude kunnen weggenoomen worden en zig daar van meester te maaken. 16. dat de gevr: en ged:e dus ook gehoord hebbende dat dien ouden man zyne grafsteede gereed te maaken, beezig was 17 om derzelver doelwit beter te kunnen be reeken geneegenheid hebben betoond, om 't graff te zien 18 egter den man, dewelke de deur agter zig toe deed, niet verder als buiten 't huijs nagevolgd zi 19. Waar den eerst gesr: en gede denzelven vergetelschap heeft. zo maar de beide anderen te rug gebleeven en wederom in 't huis gegaan zijn. 2o dat zoo zeer meergem: oude by zyne rugkomt zagen merkt e wat er voorging 22 denzelven om dat alleenig was, dog niets wilde reppen of zeggen. 23. egter de gemr: en gede: zig eindelyk weeg Art: 24. dat door dezelve was meede genoomen een roken Camisaal dewelke door den 2:e gesr: en ged=e van den spijker afgegoaijd en door den eerst getr: en gede naar buiten gebracht, en de bossen geborgen en mmeedegenomen is geworden. 25. zodan 1 groote en 2 kleine zilvere gespen en een Kruijdhoorn, waar van zig de 2„e en 3:de gesr: en ged. e - hebben meester gemaakt. 26. zullende den eerstgesr: en ged:e nog een kooker met drie scheermessen en naargissing 5 lb: tabak tot zig genoomen hebben. 28. waar van t' een en ander aan U uE: agtb: uijt het aan liggende relaas en de voor Heeren gecommitteerdens gegeevene antwoorden der gev: en ged:e nader zal koomen te blijken, en niet minder te consteeren. 28. dat de gev: en ged:e zig ontwijffelbaar door de voorm: beroering aan den schandelijke en opzettelijke diesttae schuldig en aan desselfs evenreedige straffe onderleevig gemaakt hebben. 29: Want uijt t' voorsz: ten duidelijkste zal waarge„ noomen worden. 30 dat 't tusschen de gesr: en gedt: een afgesprokene en geresolveerde zaake is geweest met voorbedagt geschied en gedaan. hebbende d'eene de laade ruggelings uijtge¬ 34. trokken en d' andere daar uyt weeggenoomen, d'eene den rok en Camitaal van den Spijker afgegevijd en dan deze naar buiten gebragt. 32. en hebben de gev. e en ged:e zulks ook gedaan om te profiteeren en zig te verrijten 33: Nant t kruyd haaren reeds onderweijs is begeeven hebbende, ontdekt heeft. begeeven verkogt

NL-HaNA_1.04.02_4336_0289 view scan ↗

English

Article 33. That the plaintiff in office however, under correction, was sold and the buckles were immediately pawned upon the return. Article 34. Just as the arrested and defendant parties also took the goods away against the will and wish of the poor owner. 35. And having spent a long time doing so, they seem to have done this with much inclination. 36. All the circumstances which constitute the requisites of an intentional theft and qualify the same. 37. Counting therewith the opening of the door, chest and cupboard 38. Which, having occurred without violence, may however not be taken into any special reflection. 39. The arrested and defendant parties indeed excuse themselves with drunkenness, and that, had they been in fuller consciousness, they would not have come to this, while they never were of the intention to do such things; 40. But the whole connection and state of the matters and circumstances seem to teach otherwise. 41. And this excuse finds not the slightest place with military personnel, to whom the general security is entrusted and who are appointed thereto, 42. Since they, committing a crime in drunkenness, shall be punished harder. Opining 44. That in no way was violence used, and the object is not of great value, the aforementioned goods having furthermore been returned. 45. The crime of the arrested and defendant parties may not be considered otherwise than as a simple theft. 46. And that the arrested and defendant parties thus in conformity with the laws and customs ought fairly to be punished by arbitrary judicial discretion; for which and other reasons and means in due time, if necessary, to be further reduced, the plaintiff in office, making claim, concluded that by definitive sentence of Your Worships, the arrested and defendant parties mentioned in the heading shall be condemned to be taken to the place where one is accustomed to execute criminal sentences, and there, being delivered to the executioner, tied fast to a post, and to be severely flogged with rods on the bare back, and furthermore to remain banished for all eternity from this Colony, with condemnation of the arrested and defendant parties in the costs and expenses of Justice, or to such other penalties and punishments as Your Worships in good Justice shall deem proper. Was signed G: Exter. In margin: Exhibited the 26th of June 1788. Report given before the gentlemen commissioners from the Honorable Worshipful Court of Justice of this Government by and on behalf of the Burgher Daniel Bose, aged 78 years, and at the requisition of the Fiscal pro interim, the Honorable Gabriel Exter, reading as follows: That on Sunday the 26th of this current month of May, in the morning and indeed during church time, three soldiers, as the reporter guessed by their uniform, though otherwise unknown to him, had come to his dwelling place, situated at the foot of Table Mountain, and in which he resides alone; and that the reporter, because it was raining, having invited them to step inside, they accepted such and proceeded into the house. That after some exchanges of words, the mentioned soldiers having made known to the reporter that they would gladly smoke a pipe of tobacco, the reporter, sharing with them from his poverty, had cut off a piece from a roll of tobacco, just as the reporter further, upon their asking for wine, had served them the one thing and another; but notwithstanding this friendly reception, the reporter, who had gone outside for a moment, upon his return noticed that one of those soldiers was busy fiddling with a drawer in which, as it seemed, mentioned soldiers knew that the reporter kept his little bit of money, along with other small items; the reporter, however, full of anxiety and fear, dared to speak as little of this as of that which was done by them when the reporter had gone outside a second time to see about the state of the weather, namely that they were busy at the reporter's chest on which they were sitting, the reporter having seen them slam it shut. That furthermore aforementioned soldiers, to whom the reporter in conversation had related that he, the reporter, at some distance from the house had prepared himself a burial place, just as he the reporter at the same time pointed out to them the planks intended for his coffin, aforementioned soldiers, together with the reporter, had gone to inspect the same, and the reporter's house door having been closed by him behind him on the lock, quick in

Dutch transcription

Aat 13. Dat den 7: O: lisscher egter /onder correctie/ verkogt en de gespen directelijk by de rug komst in pand zijn gegeeven geworden. Art: 34 gelyk de get: en gede: ook de goederen teegens de wille en dank van den armen Eijgenaar hebben meede genoomen. 35. en langen tyd daar toe geëmploijeerd hebbende, zulks met veele geneegenheid schijnen gedaan te hebben. 36. alle de omstandigheeden, die de requisiten van een opsettelijke dief stal uytmaaken en denzelven qualificeeren. 37 daar by gereekend t'openen der deur, kiste en leende - 38. 't welk zonder geweld geschied Zijnde egter in geene bisondere reslectie zal mogen genomen worden. 39. de getr: en gede: ontschuldigen zig wel niet drkenschap, en dat zijl: indien zij bij meer¬ dere kennis geweest waaren niet daar toe zouden gekomen zijn terwyl hy naoyt van in¬ tentie waaren, diergelijke drigen te doen 40. maar de geheele connexie en gesteld bid der zaaken en omstandigheeden, schijnen 't wel anders te leren. 41 en kied deese exccuse by militaire dewelke de algemeene zekerheid van vertrouwd is en daar toe gesteld zijn, ook met de geringste plaats 42. zullende dezelve in dronkenschap eene misdaad begaande harder gestaaft worden Vermeend 44. dat op geenderleij wijze geweld gebruykt, en 't object niet van groote waardij, voorsz: goederen iader te rug gekomen zinde. - 45. de misdaad der gesr: en ged:e niet anders zal mogen geconsidereerd worden, als een Simpele dieste: 40. en dat de gesr: en ged:e dus in conformitieet der Wetten en gewoontens daar door pro arbitrie Indieis billijk zullen behooren gestreefd te worden mets welke en andere reedenen en middelen in tijden wijle (: is 't hood:( nader te reduceeren den 7: 0e: Eisscher lisch doende, concludeerde, dat bij definitive Tonnis van UWE: Achtb: de getr: en gedr: in 't hoofde gem: zullen gecondemreerd worden, omme gebragt te worden terplaatsen alwaar men gewoon is, crimineele sontentie te executeeren, en aldaar aan den scherpregter overgeleekend zijnde aan een paal vast gebonden, en met roede op de bloete riegge Strengelijk gegeerteld te worden, en voorts ten eenwigen daage uyt deeze Colonie gebunnen te blijden net condemnatie der get: en gedt: in de kosten en tusen van Justitie, ofte tot alzulke Artle3 andere Relaas gegeeven ten overstaan van Heeren gecommitt:s uyt den E. Achtb: Raad van Justatie deezes Gouvernements door en van wegens ten Burger Daniel Boze, oud 78 Jaaren en ter requisitie van den pro interum Fiscaal, d'E: Gabriel Exter, liidende het zelve als volgd Dat op Sondag den 26 deeser loopende maamd Maij in den morgenstond en wel onder kerktijd drie soldaaten, zoo als den relt: aan hunne mon¬ tering giste, doeh hem anders onbekend, aan desselfs woonplaatse, geleegen aan den vaet van de tafelberg, en waar in denzelven alleen huis vest, gekomen waaren; en dat den relt: hen, dewijl het regende, genoodigd hebbende binnen te treeden, zijd: zulks geaccepteerd, en zig in huis begeeren hadden. Dat na eenige woorden wisselingen gem: soldaaten, den relt: te kennen hebbende gegeeken¬ andere poene en straffen als UWE achtb: in goede Justitie zullen vermeenen te behooren. /was geteekend/ Gilxter / in margines Exhib:t den 26. Junij 1788. gaerne eene pijp tabak te willen rooken, den telt. Aum van zijne armoede meededeelen de een stuk van eene rol tabak had afgesreeden, gelik den relt. hen al verder op hun vraagen na Wijn, het een en ander had voortge zet, doch niet teegenstaande dit vriendelyk onthaal had den rect. die eeren na buijten was gegaan, by zyne te rug komst bespeurd, dat een dier soldaaten aan een laadje, waar in zoo als het scheen gemelde soldaaten wisten, dat den relt: zijn wennigje gelds, beneekens andere kleinigheeden bewaarde, beezig was te Jutselen; den relt: echter volaugst en vreeze eeren zoo min hier van het geene door hun, wanneer den relt: eene tweedemaal naar buiten was gegaan, om naar de gesteldheid van 't weer te zien, gedaan was nementlik dat zijl: aan des relts: kist, waarop zij zaaten, beezig waaren, als hebbende den relt: dien haeren toeslaan, iets had sturden reppen. Dat al verder opgem: soldaaten aan wien den relt. discoursive verhaald had, dat hij relt: op eenigen afstand van 't huis zig eene grafsteede vervlerd geee, gelyk hij relt: hun te gelijker tid de planken tot desselfs doodkist bestemd, aannees, voorsz: soldaaten, beneelens den relt: dezelve waeren gaan bezigtigen en door den relt: desselfs huir deur agter zig op 't Slat toegedaan Zijnde gaauwe in

NL-HaNA_1.04.02_4336_0291 view scan ↗

English

in proceeding, two of the three aforementioned soldiers were seen to remain behind the aforementioned cottage; whereof the deponent, having asked the soldier who accompanied him where they remained, had in substance received as answer from him, they will surely come; that the deponent, from the previously cited circumstances and from this lagging behind, conceived great suspicion against the aforementioned soldiers, but, not having dared to make this known, returned with the aforementioned soldier to his dwelling, where he, deponent, arriving, was confirmed in his suspicion, upon seeing the aforementioned two soldiers standing before his door, which was now open, the one with a light crowbar and the other with a pick in hand. That the deponent, at this sight, as though frozen with fright, and moreover being old and defenseless, had remained quietly awaiting the end of all this, however not having been in the least personally mistreated by those soldiers; which soldiers then also, to the deponent's deep joy, departed some time thereafter. The appearer having subsequently missed in his house a coat and a waistcoat, one large and two small silver buckles, a horn with powder, a case with three razors, and by estimation 5 lb of tobacco, besides also some trifles of slight value. Declaring nothing more, the deponent gives as reasons of knowledge being as led in the text, being ready, if required, to confirm the same by oath. underneath stood: Thus related at Cabo de Goede Hoop, the 16th of June 1788, before the Messrs. Carel Mappa and Gerrit Hendrik Meijer, members of the Honorable Court of Justice aforementioned, who have duly signed the minute hereof together with the deponent and me, the sworn clerk. which I witness. was signed: W W Hyneveld, sworn clerk. Articles drafted and delivered to the gentlemen commissioners from the Honorable Court of Justice of the Castle of Good Hope, in order to be heard thereon at the requisition of the Fiscal pro interim G: Exter, the soldier of the battalion keeping garrison here, Joseph Bekker, presently the Lord's prisoner, his responses to be given to be properly noted in the margin hereof. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this Government, the soldier Joseph Dekker, who, on the questions standing opposite, has given such answers as are recorded alongside the same. Art. 1. The interrogatee's name, birthplace, age, and capacity. says Joseph Bekker of Groot-Ammers, 19 years old, and serving here as a soldier in the battalion. 2. On what ship he, interrogatee, arrived, and how long ago that was. says 7 months ago on the ship Oud Haarlem. 3. Whether he, interrogatee, also knows the burgher Daniel Borg, who lives alone here in a cottage on the foot of the Table Mountain. says never to have known him, but recently through the first. 4. Whether he, interrogatee, did not recently come to that man in the company of two soldiers; who these were? Whether he also had been there before. says, yes: in the company of Grouwert and Tetsch, and had never been with that old man before. 5. Whether aforementioned Borg, while it was raining, did not invite them to come into the house, which they accepted. says yes. 6. Whether he, interrogatee, did not ask for tobacco and a glass of wine, and whether the one and the other were presented by that man. says, while he, interrogatee, was drunk, only that the old man presented tobacco and wine. 7. Whether that man having gone outside, he, interrogatee, did not pull out the table drawer and take out some goods, which were in it. says, that he, interrogatee, did not see aforementioned Borg go outside. says that he had been drunk, but had heard from his other comrades that he was supposed to have pushed open the drawer to get a pipe. Grouwert, stepping inside, says to the interrogatee to his face that, having stood with his back to the table, he had pulled open the drawer from behind. The interrogatee says not to know this. Art. 8. Whether that man having gone outside for the 2nd time, he, interrogatee, did not also open the chest and take out of it a coat and waistcoat. says no, not to have done this. 9. Whether he, interrogatee, did not bring both pieces outside behind the bushes and hide them. says that Grouwert brought the coat and the waistcoat outside and handed them over outside the door. Grouwert, stepping inside, testifies in the face of the interrogatee that he, interrogatee, took away the coat and the waistcoat out of the house from behind the chest. Tetsch, appearing, says that Grouwert took the coat and waistcoat from the peg and threw them under the table, while the interrogatee then took the same outside.

Dutch transcription

in 't voortgaan, twee vande drie voorsz: sol„ daaten agter het vorengem: huisje waren blijken staan, zulks den relt aan den soldaat die hem vergezelde, gevraagd hebftende, waar dezelve bleeven van denzelven in substantie had ten antwoord gekreegen, zij zullen wel koomen, dat den relt uit de vooren aangehaalde omstandigheeden en uit dit agterblijven, groot en suspicie teegen gem: soldaaten opgevat, dog zulks niet hebbende durden te kennen gegeeven, met voorm: soldaat, naar zijne wooning was te rug gekeerd, alwaar hy relt: aankoomende, in zyn vermoeden bevertigd wierd, als zien de gem: twee soldaaten voor zyne deur, die nu open was, staan den eenen niet een ligten Koevoet en den anderen een pik in de hand Dat den relt: op dit gezigt, als door schrik ver¬ stijfd, mitsgaders oud en weerloo zijnde, in stilte det einde van dit alles had blyven afwagten, echter door die saldaaten in 't minste niet personeel was mishandeld; welke Soldaaten dan ook tot des relt. innige vreugde eenigen „ tijd daar na waaren vertrokken. Hebbende de Compt: vervolgens in myn huijs vermist een Rok en een Camitaal, een groote en twee kleine zilvere gespen, een haarn met kruyd, een kooker met drie scheer messen, en naargissing 5 lb tabak, bereerens Articulen gedaan maken Compareerde voor de on„ en aan Heeren Gecommitteerdens dergeteekende gecom: mitt s uit den E: Achtb: uit den Raade aan Justitie der Rade van Justitie deze Casteels de goede Hoop, overge¬ Gouvernements, den soldaat geeven, omme ter requisitie van Joseph Dekker, dewelke den pro interim Fiscaael G: Exter op de neekens staande waagen, zoodanige ant„ daar op gehoord te worden, den woorden gegeeven heeft, soldaat van 't alhier quarnitoen als bezyden dezelve staan houdende bataillen, Joseph Bekker opgeteekend. thans s' Heeren gevangen, zullende desselfs te geevene respontiven in margine dezer behoorlyk gena„ teerd worden nog eenige kleinigheeden Aangeringe waar de. Niets meer verklaarende geeft den rel:t door reedenen van Wetenschap als in den text be¬ leid zijnde 't zelve, des gerequireerd wordende, niet Eede te bevestigen. /:onder stond:/ Aldus gerelateerd aan Cabo de goede Hoop den 16 Juny 1788. voor de Heeren Carel Mappa, en Gerrit Hendrik Meijer, Leeden uit de E: Achtb: Raad van Justitie voorm: die de minute deezes, beneevens den relt ende mij gemw: Clercq meede behoorlyk hebben onderteekend. /laeper/ t welk ik getuige. /was geteekend:/ W W Hyneveld gemw: Clercq. nog - zegt Joseph Bekker Een groot Amen, oud 19 zegt voor 7 maanden met maar onlangs door t eerst zegt denzelven nooijt gekend, zegt, Ja: in geselschap en alvoorens nooyt bij dien ouden mangeweest van Grovert en Tetsch zegt Ja. zegt, dat hy gesr: niet Jaaren en als soldaat alhier in 't bataillon bescheiden te zijn. Met wat schip hij getn: is aan¬ of schip oud Haarlem. „geland, en hoelang, zulks is ge leeden. off hij gesr: ook wel den Burger Daniel Borg kend, die alhier aan den Laet van den tafelberg in een huisje alleenig woond. off hij gevr: niet onlangs in gereeschap van twee sal daaten bi dien man is gekoomen, wie deezen geweest zijn ? of hy ook off hij gesr: beedele stukken van te vooren aldaar is geweest zegt dat Grouwert hem niet naar buiten agter de c. de rak en 't Camaraal of gem: Borg haarl: terwijl boeckjes gebragt heeft en buit en de deur heeft het reegende niet heeft ingelaaten, verborgen overgegeeten. om in 't Tuis te koomen, 't geen zijl: geaccepteerd hebben. greuuert binnen treedende betuigd in facie van den gevr: dat hy getr: de rok en 't Camisaal uyt het huys van agter de kist heeft weggenoomen. Tetsch compareerende zegt dat Grouwert de rok en Camitaal van de spiker gehaald en onder de tafel geworpen heeft, terwyl de gesa: dezelve toen heeft naar buiten genoomen gezien te hebben. gem: Torij naar buiten Legt, terwijl hij getr: beschonken raakt, edig dat de oude man, tabak en wijn heeft gepraesenteerd. E. of hy geta: niet tabak en een gles wijn gevraagd heeft, en off net s'een en vrander van dien man is gepraesenteerd geworden Art:1. des gevr: naam, geboorte plaats, Ouderdom en qualiteit zeyt neen dit niet ge, daan te hebben. Art: 8. off die man voor de 2:e maal naar buiten gegven zijnde, hij gesa: niet ook de kist heeft geopend en een rok en Camitaol &daar uit gehaald. Gronert binnen treedende, zegt den gevr: in facie aan dat hij met zijn rug naar de tafel gestaan hebbende het slaad je dan achteren had opengetrokken de gesr: zegt zulks niet te weeten. gegaan zijnde, hy getr: net de beschonken geweest is, tafel raad heeft uytgetrokken van zijne andere Came„ raatst ternoomen te hebben, en eenige goederen uijtgenoomen dat hij 't laadje, zou hebben waaren, die zyn bestaan. opengestooken om een prijp te raaken. gegaan te zijn. - 4. 2. 1 g.

NL-HaNA_1.04.02_4336_0293 view scan ↗

English

says to have gone to the grave with the old man alone. says that upon his return from the grave he sat down on the ground, and thus did not come back to the door. did not lie down intentionally until that says to have been drunk and went with his comrades, and did not want to take the coat and waistcoat with him. the interrogatee says to this, that he was intoxicated and knows nothing other than that Grouwert handed him the coat and waistcoat in front of that door. Article 10. whether he, the interrogatee, did not also take a powder horn along with a pair of buckles and razors, where he left them, and who took the tobacco says that Grouwert took the powder horn and buckles away during the time that the interrogatee went with the old man to the grave, while he, the interrogatee, further says, after he had slept off his drunkenness, to have first noticed that he had razors with him without knowing how they came into his possession, and that he, the interrogatee, is however not conscious of anything regarding the tobacco. in what manner the interrogatee could proceed to whether the interrogatee's two comrades stayed behind, and he, the interrogatee, having returned with the frequently mentioned Borg, found the door open with a [illegible] in hands. purpose to have gone thither. 11. whether he, the interrogatee, having heard that mentioned Borg was preparing his grave, did not accompany him thither with his comrades, the same having closed the door behind him There appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice aforementioned, the aforementioned soldier Joseph Bekker of Groot Amen, who, having had these his preceding interrogatory Articles clearly and distinctly read to him verbatim, declared to persist therein, not desiring Review to rob that poor man, who treated them according to his means, whether he will not confess to have made himself guilty and liable to punishment in the highest degree, Article 14. What he can still add in his defense! not to have robbed the old man, requesting a merciful punishment. below stood: Thus interrogated and answered at Cape of Good Hope the 17 June 1788, before the Gentlemen Carel Mappa and Gerrit Hendrik Meijer, Members from the Honorable Council of Justice aforementioned, who duly signed the minute of this together with the prisoner and me, the sworn Clerk. below stood: which I witness. was signed: W J v Ryneveld, sworn Clerk. that 3 1 12. says Yes. says Yes. to be under the battalion here and aged 19 years. that nothing more shall be added to or removed from it, except only that he, the interrogatee, does not know in what manner he came to that misstep. Article 2. When, with what ship he, the interrogatee, arrived here, and how long ago that was! says with the ship den Arend now 1¾ years ago. below stood: 2 8 whether he, the prisoner, did not recently come to this man in company with two soldiers, and who they were Thus reviewed at Cape of Good Hope the 19 June 1788. was signed: and around it written: this mark was made by the interrogatee's own hand. below: present before me was signed W J v Ryneveld, sworn Clerk. B 4½ whether he, the interrogatee, had also been there before, or one of his comrades in margin: as Commissioners was signed: C: Mappa. G: H: Meijer. says not to know such. There appeared before the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, the soldier Jan Martin Fredrik Grovert, who to the opposite questions has given such answers as are recorded alongside the same. Articles drawn up and submitted to the Gentlemen Commissioners from the Council of Justice of the Castle of Good Hope, in order to examine the soldier of the battalion garrisoned here, Jan Martin Fredrik Grovert, currently the Lord's prisoner, at the requisition of the Fiscal pro interim G: Exter, his given answers to be duly noted in the margin of this. Article 1. says all this was done by Bekker. says Jan Martin Fredrik Grovert of Berlin, soldier the interrogatee's name, birthplace, age, and rank. says to have seen that old man recently for the first time. says Yes, with the soldiers Cetsch and Bekker. whether he, the interrogatee, also knows the burgher Daniel Borg, who lives alone in a small house here at the kloof of the Table Mountain. whether they, while it was raining, were not admitted into the man's house and accepted such. 6. whether they asked the same man for wine and tobacco, which was also served to them by him. whether that man having thereupon gone outside, with one of their people 3. 5.

Dutch transcription

zegt met de oude man alleen naer 't greef te zyn gegaan. zigt in zijn terug komst van het graff op den grond te hebben gaan zitten, en dus niet wederom bij de deur te zijn gekoomen. Ligt niet expres tot dat zegjt, tronken te zijn ge¬ neest en met zijn weeken gegaan, en de rakien gamizaal niet te heb„ ben willen meedeneemen. de gesr: zegt hier op, dat hy beschonken is geweest en niets anders weet off Grouwert heeft hen den lok en Camizaal voor die deur ter hand gesteld. Art 10. off hij getr: niet meede een Legt dat Grouwert de Kruijt Kruijt hoorn mitsgd:s een gegespen hoorn in gespen heeft weg en scheermessen heeft tot zich ge„ genoomen onder die tijd, dat noomen, waar hij zulke heeft ge: de gevr: met den ouden man „laaten, en wie de tabak heeft meede, naar 't graff gegaan is, terwyjl „genoomen hy Gesr: Verlen zegt, nadat hij wederom had uytgeslaapen eerst bespemrd te hebben, dat hy scheermessen zonder te weeten, hoedaanig die in zijn kwaamen, bij zig had, en hem gevr: van de tabak echter niets bewust te kijn„ op hoedanige wyze de gesr: daer toe heeft kunnen overgaan, om off met des getr: twee Caneraalden te rug zyn gebleevenen hij getr: met meergem: Borgterug ge¬ koomen zijnde, dezelve met een hoeraet ten keppikken in de handen, de deur open heeft ge¬ vonden. einde dewaards te zijn gegaan 11. off hy gesr: gehoord hebbende dat gem: Borg zijn grafsteede gereed maast niet met zijne Cameraaden hem daar na toe vengezelschapt heeft, hebbende den zelven de deur agter zig toegemaakt Compareerden voor ons ondergeteekende Gecommitts: uit den E: Achtb: Rade van Justitie voorm: voormelde soldaat Joseph Bekker van Groot Amen, dewelke deeze zyne vooren staande vraag Articulen klaeren duidelijk woordelijk voorgeleezen weezende, verklaarden daar bij te blijven persisteeren niet begeerte Recollement dien armen man, die hun L: naar zijn vermaagen heeft ge¬ tracteerd, te besteelen, of hij niet bekennen zal zig ten hoogsten schuldig en Staaf daar te hebben gemaakt, Art: 14. Wat hij noeh tot verschooning kan bijkaegen! den ouden man niet bestaalen te hebben, verzoekende om een genadige Streff /:onderstond: Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabe de goede Hoop den 17 Junij 1788. voor de Heeren Carel Mdora en Gerrit Hendrik Meijer, Leeden uit den E: Achtb: Raade van Justitie voor¬ meld, die de minuute deezes beneevens den gede en mij geesw: Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend. (onder stond/ 't welk ik getuige. (was geteekend:/ WJ W Ryneveld. g Clercq. dien Dat 3 1 12. zegt Ja. zegt Ja. onder 't bataillen alhier te zijn en oud 19 Jaaren. dat 'er niets meer bij ofte van gedaan Art: 2. worden zal, als alleenlyk dat hij get: miet Wanneer, niet wat schip hy zegt met het Schip den weet op wat wijze hij tot die na stap gekomen is. gerr: alhier is aangeland ten Arend daer nu 1¾ Jaaren. hoe lang zulks is geleeden! /onder stond/ 2 8 off hij gev: niet onlangs in Aldus gerecorleerd aan Cabo de Raedie gezelschap met rag twee sal„ Hoop den 19 Junij 1788. — /was geteekend:/ daat en by deeze man gekoomen is, en daar om schreeven/ dit merk is door wiezulke geweest zijn den gesr: eigenhandig gesteld. lagers my B 4½ of hij gesr: ook wel van te present /was geteekend/ W J Timereld g Clercq. voeren is geweest, of Een hem in margrie /als Gecommitt. T (was geteekent zegt zulks niet te weeten. zijn maats C: Mappa. G: H: Meijer. Compareerde voor de Articulan gedaan maken en aan Heeren Gecommitteerdens ondergeteekende gecom: Uit den Raade aan Justitie des uit den E: Achtb: SRaade Casteels de goede sloop, overge„ dan Justitie deezes Gou¬ geeven omme ter requisitie van dernements den soldaat ten pro interim ffiscaal G: Exter, daarop gehoord te worden den Jan Martin Fredrik Grovert, dewelke op de soldaat Lan't alhier guarnisoen neerens staande vraagen houdende bataelten, Jan Martin zoodanige ontwoerden Fredrik Grovert thens S Heeren gegeeven heeft, als bezyden gelangen, zullende desselfs te geessene responsiven in Margine deezer behoorlijk genoteerd dezelve staen opgeteekend. worden Art:I. zegt zal dit is door den gev=t naam, geboorte plaats Bdekker gedaan. zegt Jann Martin Fredrik ouderdom en qualiteif. Grovert van Berl in soldaat ouder zegt dien ouden man laatst door het eerst gezien ter hebben. zeyt Jeen met de soldaaten Cetsch en Bekker. off hij gesr:oak wel den burger Daniel Borg keut, die alhier aan den Raef aan den tafelberg in een huysje alleenig waerd. of zijl:, terwijl 't reegende niet ten dien man in 't huys te koomen, ingelaaten zijn ge¬ werden en zulks geexcepteerd hebben. 6. of Rijz: van denzelve man met wijn en tabak hebben gevraugd, dat hun van denzelve ook is zaergehet geworden. of die man daarop na buitien igegaan zynde, met een ben haer Lieden 3. 5.

NL-HaNA_1.04.02_4336_0295 view scan ↗

English

Article No. 12. Says Yes, this was done by Bekker. Says that the chest was not locked, Says Yes, Bekker. Says Yes, however that the prisoner and his mate Fetsch the prisoner and his mate Fetsch opened the lid to look into the chest. Says No. to have opened those of theirs and Says that the prisoner, while the powder horn, as well as the knives the drawer was opened, took the small buckles for himself. took away, while Fetsch took the powder horn from the wall and handed it to the prisoner, Bekker having made off with the knives. Where the powder horn went, which, after the goods were handed over, was missed, as well as an estimated 5 lb of tobacco. States that the powder horn was sold for 2 Schellings to a hunter of Hartenberg, and the tobacco was taken away by Bekker. Says No. Says No, that all of this happened before the old man went to the grave, and to take along. 17. Whether the prisoner had also planned to do that man any other harm. Whether they opened the door in order to take out the remainder of the goods. Whether, when the man returned, the two soldiers who had stayed behind, one with a bayonet and the other with a pickaxe, were standing and the door was open. Whether two of them did not stay behind, and one went with the man to the said place, who it was. 12. Whether they did not go out the door with the said man to see that gravesite, having closed the door behind him. States as before. remained in the house. Whether during that time one of them did not carry the coat and waistcoat belonging to the man outside and hide them behind the bushes, who it was. Article 8. Whether one or the other, when that man had gone outside for the second time, did not open his chest, who did this. pulled out the table drawer, who did this. Whether that man did not recount to them that he was preparing a gravesite for himself, just as he also showed the planks for his coffin. Article 12. Article 18. Says Yes. 13. 15. 16. 11. Article 48. Says that this would never have happened if they had not been treated by the old man, as everything occurred due to excessive consumption of drink. Says as before, to plead for a merciful punishment. Says as before, to request a merciful punishment. 20. Whether he has anything to add in his defense. beneath stood Thus questioned and answered at Cape of Good Hope on 17 June 1788, before the gentlemen Carel Mappa and Gerrit Hendrik Meijer, members of the Honorable Council of Justice aforementioned, who duly signed the minute of this together with the respondent and me, sworn clerk. lower which I witness was signed: D J Rijneveld sworn clerk. Review Appeared before us, the undersigned commissioners Appeared before the commissioners from the Council of Justice of the Castle of Good Hope, to whom the interrogatories were given, in order to be heard thereon at the request of the pro interim fiscal G. Exter, the soldier of the battalion stationed here in garrison Balthazar Fetsch, now prisoner of the Court, undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, the soldier Balthazar Fetsch, who to the adjacent questions gave such answers as are set down next to the same. Whether the prisoner will not admit to having made himself thereby very guilty and punishable. How the prisoner could have brought himself to disturb and rob that poor man, who out of his poverty treated them, without any assistance, completely isolated. Commissioners from the Honorable Council of Justice, the aforementioned soldier Jan Martin Fredrik Grouert, of Berlin, who, having these his preceding interrogatories clearly and distinctly read to him word for word, declared that he persisted by them, with the desire that nothing further be added thereto, only on Article 10 that the large silver buckle was taken away by Fetsch. beneath stood: Thus reviewed at Cape of Good Hope on 19 July 1788. was signed: Grouert lower In my presence was signed D J Rijneveld, sworn clerk. in the margin as commissioners was signed C Mappa, G: H: Meijer. 19.

Dutch transcription

A: Nt: 12. Bekker gedaan. zegt Ja dit is door zegt dat de kist niet ge¬ Zegt Jaf Bekker. zegt Jas edoegh dat de Gerr: en Cletsch by het hij gevz: en zyn maac Tetsch het deksel hebben geopend om in de kist te zien. slooten geweest zijnde 10 ƒ zegt neen. die van haarl. te geopen en zegt dat hij gesr: terwijl de Kruit hoorn, Mitsgs. de Mersen de schuijflaade openge¬ neert is de kleine gespen, tot zich heeft genoomen. Weygenoomen heeft, terwyl Fetsch de kruithoorn van de wand genoomen en aan hem gevz: heeft ten hand gesteld, hebbende stekker ziek van de messen meester gemaakt. Naar de kruyt haern is ge¬ Legt de kruit hoorn voor 2. bleeven, 't geen, de goederen Schell: aan een Jaager van Hartenberg derhegt te afgegeeven zinde is gemist geworden mitsgaders nagis¬ hebben, en de tabak daer Bekker te zijn medegenomen. „sing 5 lb: tabak. zegt neen. zegt heen! dat alles is geschied eer de oude maar, naar 't graff gegaan is. en meede te neemen. 17. off hy gerr: ook wel kan sins is geweest, dien man noch eenig ander kraad te doen of zijl: de deur niet geopend hebben ten einde de overrest der goederen uijt te haalen of den man te rug gekomen zijnde, de twee te zug gebleevene soldaaten niet d'een met een Kaeraet en den andere niet een klippikker en de deur open heeft gestaan. of niet twee aanhaarl: te rug gebleeken, em een met den meen naar gem: steede is gegaan, wie 't geweest is ƒ 12. off zijl: niet met gem: man deleur zijn uitgegaan om die grafsteede te zien, hebbende de deur achter hem toegedaan. Legt als Vooren. huis zijn verbleeken. of niet onder dien tid een van hunL: den rok en Camizaal aan den man heeft naar buiten en achter de bosjes gebragt en geborgen, nie 't geweest is. Art: 8. off niet d'een offte ander toen die man voor de tweedemaal naar buiten was gegaan de kist van denzelven heeft geopend, wie dit gedaan heeft Lieden t' tafel laadje heeft Uitgetrokken, wie zulks heeft gedaan! off hunl: van die man niet is verhaald geworden, dat hy een grafsteede naer zich te regtmaken, gelijk hy dan ook de planken tot zijn raad kist heeft vertoond. Art: 12 Art: 18. zegt Ja. 13. 15. 16. 11. Art: 48. regt dat dit naoyt zou zijn Legt Jas. edoch dieswee¬ geens genadige straffe te versaeken. zegt als voren om genadige doorgevallen by aldien zij daor den ouden man niet waaren getracteerd geworden, als zynde alle weegens overmatig genut geen drank geschild. 20. off naak iets tot Verschooning heeft bij te toegen. /:onderstond/ Straf te verzoeken. Aldus gevraagd en beantwoerd aan Cabo de goede Hoop den 17 Junij 1788. voor de Heeren Carel Mappa en Gerrit Hendrik Meijer Leeden uit den E: Achtb: rade van Justitie voormeld, die de minute deezes be¬ neevens den Compt en mij gesw: Clercq meede behoorlyk hebben onderteekend /lager ) 't welk ik getuige /was geteekend:/ W J Bijnaveld gem: Sleres„ Recollement Compareerde Voor ons ondergeteekende gecommittt Compareerde voor de ons Articulen gedaan maaken en aan Heeren Gecommitteerdens dergeteekende gecommitts„ uyt den Rade van Justitie des Uit den E: Achtb Raade Casteels de goede Hoop overgegeeven, van Justitie dezes Gouver. omme ter requisitie van den pro nements den soldaat Bal„ interim fiscaal G' Exter daarop thazar Reets, dewelke op gehoord te worden, den soldaat van de neevensstaande vraagen zoodanige antwoordinge t' alhier Guarnisoen houdende bataillon Balthazar Fetsch geeven heeft, als bezigden thans s' Heeren gevangen dezelve of hij gesr: niet bekennen zal zich daar doen zeer Schuldig en strafbaar te hebben ge: maakt. zoe hij getr: 't van zig heeft kunnen verkrijgen, dien Arme man, die haals nog van zijn Armoede heeft getract eer den zonder eenige adsistentie aff, gezonderd woord, te beroeren en te besteelen. Gecommitts uyt den E: Achtb: raade, van Justitie voormelde soldaat, Jan Martin Fredrik Grouert, van Berlin, dewelke deeze zyne Vorenstaande vraag articulien klaar en ouidelyk weerdelyks doorgeleesen weerende, verklaarde daar by te bljken persisteeren, net begeerte dater meet naer by ofte aangedaan worden zal aen alleenlyk op art- 10. dat de groote zilvere geop daar Tetsch is weggenoomen /:onderstond:/ Aldus gerecolleerd aan Cabo de goede Haap den 19 Julij 1788. /was geteekend:/ Grouert /lager/ my praesent /was geteekend/ HJ Rijneveld P Clercqo in margine / als gecommitt=s / waer geteekend (Mappa G: H: Meijer. zullende 19.

NL-HaNA_1.04.02_4336_0297 view scan ↗

English

Article 1. The interrogatee's name, birthplace, age, and capacity. His answers to be properly recorded in the margin hereof. States his name to be Balthazar Leetsch, of Trier, 20 years of age, to have arrived here two years ago with Voorschoten, not to have served elsewhere, and to be stationed as a soldier in the garrison. Article 2. Whether the interrogatee does not also know the burgher Daniel Borg, who lives alone in a small house here at the foot of Table Mountain, and has previously lived near them. States not knowing Daniel Borg, yet having recently seen him for the first time on the occasion that the interrogatee, a few weeks ago with two other soldiers by the name of Bekker and Grovert, came to that man's house. Article 3. Whether the interrogatee did not recently come to the same in company of two soldiers, and being admitted into his house while it was raining, was treated to a pipe of tobacco and a glass of wine. States yes, as mentioned, with the aforesaid soldier and Bekker and Grovert. Article 4. Whether the interrogatee, the aforesaid Borg having gone to show his grave site, did not stay behind with his mate, and previously when the interrogatee was behind the house, the door had been standing open. States that while he went outside, he was therefore not present at the opening of the chest. Article 5. Whether the interrogatee, that man having gone outside a second time, did not open that chest, and take various goods out of it, or who did so, and what it was. States no, Bekker did that. Article 6. Whether the interrogatee did not carry outside a coat and camisole and conceal them behind the bushes, and what else they carried away. States that Bekker pulled open the drawer, completely pulled out the table drawer, and then took a coat and camisole out of the house with his mate; that they took various items, each taking something for himself; that the interrogatee, at the urging of Grovert, took away a large buckle, while Grovert made himself master of a pair of buckles and a horn with powder, the tobacco that Bekker had obtained having been lost along the way. Article 7. [illegible] the same are recorded. Article 8. Whether the interrogatee, the aforesaid Borg having gone outside, again opened the locked house door, and further was found with a kris and stone-picker in hand. States that upon his return Grovert found a kris in the house, and that the interrogatee, at the coming of the old man, stood by the door and held it in his hands. Article 9. To what end they opened the door, and what they intended to do with the aforementioned instruments, as they were at home. States as to Article 8, and having taken the kris in hand only to inspect it. Article 10. In what manner the interrogatee could have proceeded to such an action. States having been drunk and having been advised by Grovert to take away the buckle, while the interrogatee never went to the old man's house with any intention to steal. Article 11. Whether he will not confess to have made himself very guilty and punishable. States yes. Article 12. Whether he knows anything further to add for his exculpation. States as to Article 10, and begs for mercy against punishment. Underneath was written: Thus questioned and answered at the Cape of Good Hope, the 17th of June 1788, before the Messieurs Carel Mappar and George Hendrik Meijer, members of the Honorable Council of Justice aforementioned, who duly signed the original draft hereof together with the interrogatee and me, the sworn clerk. Lower: To which I bear witness, was signed: W. J. v. Rijneveld, sworn clerk. Reexamination. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice aforementioned, the aforementioned soldier Balthazar Leets, prisoner here, who, these his preceding interrogatory articles having been clearly and distinctly read aloud to him word for word, declared to persist therein, desiring that nothing more shall be added thereto or taken therefrom. Underneath was written: Thus reexamined at the Cape of Good Hope, the 19th of June 1788. Was signed: Balthazar Leets. Lower: In my presence, was signed: W. J. v. Rijneveld, sworn clerk. In the margin: As commissioners, was signed: C. Mappar, G. H. Meijer. Agrees. No. 8 a Appeared before the Right Honorable President and Council of Justice of the Castle of Good Hope, the Fiscal pro interim, E. C. Eijsscher, in a criminal case on the one side, The slave of the Burgher Frans Hillegers, January of Malacca, prisoner and defendant in the aforesaid case on the other side. Article 1. And caused to say: Article 2. That the aforesaid prisoner and defendant, having run away and absconded from his master; Article 3. And having stayed for several days on Table Mountain; Article 4. Was apprehended on the 11th of the current month of June in one of the gardens situated at its foot, and delivered to the jail; Article 5. That the prisoner and defendant having been properly searched there and put in the prison, and notice thereof having been given to his master; Article 6. His aforementioned master went to the jail in the afternoon; Article 7. In order, as at his house a chest of escrutoires had been broken open and some wine carried off; Article 8.

Dutch transcription

Art: 5. dezelve staan opgeteekend. Legt gBalthazar Teetsch zegt zoo met de voorsz: Soldaat en Bekkeren Grouert zegt neen dat heeft Bekket gedaan. zegt niet geewerten te hebben en als soldaat in 't quar¬ nisaen bescheijden te zijn. van Thier Oud 20 Jaaren te zijn aangekoomen. zegt, met voorschoote voor twee Jaaren hier zegt Daniel Borg niet te kennen, edog denzelven onlangs voor 't eerst gezien te hebben by ge¬ legenheid, dat hij gevr: door eenige weeken niet twee andere soldaaten in naam Bekker en Grovert aan het huijs aandien man off hij getr: niet onlangs in ge¬ selschap van twee soldaatier by den zelven is gekomen, en te zijnen huijze terwijl 't regende ingelaten zijnde met een pijp tabak en een glas wijn is getrac„ teerd geworden. heeft, dat hij gen: agter het huijs geweest zijnde dat de deur opengestaan 8. off hij gesz: Aoorn: Borg gegaan zijnde om zyne grafsteede te wijsen niet met zyn maat te rug is gebleeven, ende te Vooren doe off hij gesr: niet een rok en lami¬ zaal heeft naar buiten gebragt en achter de bosschen geborgen, en wat zijl. meer hebben waggebragt. off hij Ged:e dien man voort Andermaal naar buiten gegaan zijnde, niet die kist geoperd, en erscheide goederen daar uijtgehaald off wie zulks heeft gedaen en wat t' is geweest. zegt terwijl hij naar buiten gegaan is, derhalven het openen van de kist niet by 3. off hy get: ook wel den burger Danie Borgkent, die alhier aen den Taet van de tafelberg in een huisje alleenig woondeen welken te vooren bij hun geweest is. Wanneer en met wat schip hy getr: alhier is aangeland hoe lang zulks is geleeden? Art: 1. Des gesze naam, geboorte plaats ouderdom en qualiteit. zullende desselfs responsiven in margine deezer behoorlyk genoteerd worden. off hij gesa: net gem: Borg zegt dat Bekker het naar buiten gegaan zijnde laadje opengetrokken t tafel laadze heel uijtgetrokken en vervolgens een roken en met zijn naat verseheide Camitaol uyt het huijs meede genomen heeft, dat zaaken uytgenoomen wat een ijder bij zig heeft genoomen. hy getr: op aanraading van Affrouert, een groote gesp heeft weg genoomen, terwijl Grovert zig van een paar gespen en een hoorn met kruit heeft meester gemaakt, zijnde egter de tabak, welke Bekker heeft geigen, op weg 't soek geraakt, Art: 5. gemaakte geweest is. 4. 1 gewoond te hebben. „ 1. „ 6. bij bij R een koeraet, welke be¬ by zijn te Htug komst Grou zegt als op art: 10 en on genad tege straffe te dersaeken. Art: 9: tot dat einde zijl: de deur zegt, als op art: 8. in de geopend hebben en wat zy niet noe taet alleen maar vmn dezelve te bezien in de doorm: instrument te doen handen genomen te hebben. dan Suis waaren. 10. op hoedaenige wize hy get zegt dronken geweest tot een dusdanige handeling en door Grevert aange. heeft mooge overgaan. raaden te zijn, om de Gesp weg te neemen terwijl hy get nimmer met eenige intentie om te steelen naar het huijs van den ouden man gegaan is. /onderstond:/ Aldus gevraagd en beantwoord aan Ca abo 6 11. off hy niet bekennen zal zich zeer schuldig en strafbaar te hebben gemaakt. 12. off hij nog iets tot zyne ver „schooning weet bij tertoegen: /:onder stond:/ Aldus gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop den 19 Junij 1788. (was geteekend:/ Baethuzer Deels lager, mij praesent (was geteekend/ W J Rineveld gesw: Clercq. in margine) als gecommitt / was getekend E Masspa G: H: Meijer t ƒ Accordeerd. Compareerden voor ons ondergeteekende gecommitts uit den E: Achtb: Rade van Justitie voorm: voor¬ melde soldaat Balthazer Leets, zaus hier, dewelke deeze zijne voorenstaande vraag articulen klaar een duijdelijk woordelyk voorgeleezen weesende, Verklaarden daar bij te blijven persisteeren met begeerte dat er niets meer bij ofte van gedaan worden zal. Recollement. de goede Hoop den 17 Junij 1788. voor de HHeeeren Carel Mappar en George Hendrik Meijer, Leeden uijt den E: Achtb: Raade van sustitie voorm: die de minute dezes beneevens den getr:e ende mij Gesw: Clercq meede behoorlyk hebben onderteekend. /lager / t' welk ik getuige /was geteekend:/ WJ Mijnede Ed. gesw: Clercq. toegemaakte huijsdeur weeder heeft geopend, voorts zig met een kievaet en klip, pikker in de hand gezonden geworden. Tert in het huijs gevonden heeft, en dat hy gesr: by de komste van de oude man zijdende deur gestaan heeft, in de handen heeft gehad. E Clercq W Rijneveld zegt Ja. Art: 1. En deede zeggen. 2. dat den Haorm: gev:t en ged:e van zyn lyf Heer Weg en opgedragt zijnde 3. en zig verscheedene dagen aan den tafelberg opgehouden hebbende. 4 op den 11 der loopende maand Junij in een der aan desselfs doet liggende tuijnier is opgeevat en naar den tronk geleeverd geworden dat den gev: en ged:e aldaar behoorlijk gevisiteerd en in 't gevangen huis gezet, voorts er vaen zijn lyf Heer Kennis gegeeven zynde gem: zijn lyf Heer 's achter middags zieh naar de tronk heeft begeeren. 7. Om, terwijl ten zijnen huize een kist Scribois was gelegd en eenige wijn absent gebragt geworden. Den Lijfeigen van den Burger Frans Hillegers, January van Malacca, gev: en ged:e en voorsz: cas ter andere Zijde Compareerde voor den Welh: Achtbaare Heere Praesident en raade van Justitie des Casteels de goede Hoop, den pro interim Fiscaal E:C: Eisscher in cas Crimineel ter eenre Art: 8 N„o 8 a -

NL-HaNA_1.04.02_4336_0300 view scan ↗

English

Article 8. To have the prisoner and defendant examined concerning this, 9. that the prisoner and defendant was fetched for that purpose and brought into the room by the Lord’s First Provost, and being questioned regarding this, 10. first gave no direct answer to it, until he had received some blows, upon which the same answered that he knew nothing of the theft, 12. that the Lord’s Provost, continuing to admonish and threaten the prisoner and defendant that he would indeed be brought to a confession and forced thereto, 13. the prisoner and defendant immediately leaped forward and dealt the Provost such a severe blow, 14. as may be seen more fully from the attached declaration of the head and bandaging master J: Leever, 15. the prisoner and defendant having hidden a knife at the bottom of his rolled-up trousers, 16. and while he was sitting in the stocks, drew it out from there and stuck it into the front of his waistcoat, 17. all of which, along with further circumstances, appearing from the adjoining documents and a voluntary confession of the prisoner and defendant, 18. the Right Honorable Prosecutor will take the liberty to refer expressly thereto, 19. believing the same, under correction, cannot be disputed, Article 20. that the prisoner and defendant has made himself guilty of an intentional and murderous wounding of the Lord’s First Provost, 21. and according to the nature and condition of the matter and its circumstances, ought to be punished, 22. in which there will still principally have to be taken into notice and consideration 23. what the prisoner and defendant explicitly says and advances in his confession, 24. namely that during the striking his thoughts fell upon the knife, 25. yet the prisoner and defendant had not intended it for the Provost, but indeed for his bodily master, 26. because the same listens to no reason and punishes him, the prisoner and defendant, innocently, for which reason he had also run away, 27. which confession seems to aggravate and qualify the crimes of the prisoner and defendant, 28. so that the same would not unjustly incur the punishment 29. that is enacted and customarily inflicted for such crimes committed by serfs against their bodily masters, 30. yet on the other hand, no less reflection will be merited 31. that the intent was not followed by the deed, Article 32. that threats and blows preceded it, 33. that the wounding did not cause death and the wounded person has already recovered, 34. circumstances to which more regard should be given, 35. if ill will, intentional malice, and indeed all other requisites did not present themselves, 36. which qualify this deed and shall subject the prisoner and defendant to the death penalty, in order for the same to be inflicted by the judge in a manner conforming and 37. an orderly way. For which and other reasons and means to be further deduced in due time and place, if necessary, the Right Honorable Prosecutor, making his demand, concluded that by definitive sentence of Your Honorable Worships, the prisoner and defendant shall be condemned to be brought to the place where one is accustomed to execute criminal sentences, and being handed over there to the executioner, the right hand to be chopped off, and further to be punished on the gallows with the rope until death follows, that furthermore the dead body shall be dragged to the outer place of execution, to be hanged again on the gallows there and the hand nailed above the same, and thus to remain until consumed by the air and the birds of heaven, with condemnation in the costs and charges of justice, or to such other pain and punishment as Your Honorable Worships in good justice shall deem proper. Was signed: G: Exter. In the margin: Exhibited in court, the 26th of June 1788. Account given in the presence of the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, by and on behalf of the Lord's First Provost Hendrik Matthijsen, of competent age, and at the requisition of the Fiscal pro interim here, the Honorable Gabriel Exter, reading as follows: That yesterday before noon, a certain slave who had absconded from the burgher Frans Hilgers, named Januarij of Bengal, having been brought to the stocks, the relator had then immediately given orders to inspect the same according to custom, and to lock him in the stocks. That the mentioned Hilgers came to the relator in the afternoon around two o'clock and requested, as a chest filled with calabashes had been stolen empty from his house, and he, Hilgers, had suspicions both regarding the mentioned Januarij and some other slaves who had absconded from him, as well as a certain carpenter's boy who was still at his house, whether the relator would therefore send an officer to his house to fetch the mentioned carpenter, in which the deponent having consented, the relator had meanwhile caused the aforementioned slave Januarij to be taken out of the stocks, in order to examine him at the request and in the presence of his bodily master. That the mentioned slave Januarij, having been brought unbound into the relator's room and being questioned by his bodily master, who said essentially: "the eyes of the boy look like the devil", regarding the theft of the calabashes and a quantity of wine also missed by him, Hilgers, had at first refused to answer anything, but subsequently replied to repeated questions that he had been to the Right Honorable and Brave Lord Governor to complain and so forth, without mentioning anything regarding the actual examination concerning the theft of the calabashes and wine. That upon this the relator gave the mentioned boy some blows to the face, and having then received as an answer that he knew nothing of that theft, the relator continued that he should tell the truth, or else the relator would compel him to it, whereupon the mentioned boy immediately leaped forward, and unexpectedly attacked the relator with a knife.

Dutch transcription

Art: 8. den gev:e en ged:e daar over te doen examineeren 9. dat den get:e en ged:e ten dien eynde afgehaald en in de kamer gebragt door S' Heeren Eerste gemeldigen, daarom omtrend gevraagd zijnde 10. eerst geen directe antwoord daar op heeft ge¬ geeren, tot dat eenige klappen heeft gekreegen UE als wanneer denzelven heeft geantwoord, dat van de diefte niets wist „ 12 dat 's Heeren geweldiger continueerende den gev: e en ged:e te vermaanen en te dreigen, dat wel tot bekennis zoude gebragt en opnoodzaakt worden. 13 den gev: en ged:e Aanstonds is toegesprongen en den geweltiger zodanigen sterk toegebragt heeft 14. als uit 't annexe declaratoir van den opper en verband meester J: Leever breeder te zien is. 15. hebbende den gev: en ged:e een mes onder in zyn opgerolde broek verborgen. 16 en terwijl hij in den tronk gezeeten was, daar uit voorgehaald en voor in zijn Camisool gestroken 17. welk een en ander met meerdere omstandigheeden uit de aanleggende documenten, een eigene vrije confessie des geve. en ged:e komende te consteeren 18. den 7: d: Eisscher de Vryheid zal neemen zich expresselyk daar aan te refereeren. 19. Vermeenende denzelven /:onder correetie:/ daar niet te kunnen vaststellen. Art: 20. dat den gev:e en ged:e zich aan een opzettelyke moordeledige kwetsing van s Heeren Eerste geveldiger heeft schuldig gemaakt. 21. en ingevolge de qualificatie en gesteldheid der zaaken en omstandigheeden derzelve zal behooren gestraft te worden 22. Waar bij noch voornamentlijk in aanmerking en consideratie zal moeten genomen worden. 23. tegen den gev:e en ged:e in zine confessie uitdruk„ kelyk zegt en abvanceerd. 24 namentlyk dat by 't slaan zyne gedachten op 't mes zijn gevallen. 25. echter den gev: en ged:e 't niet op den geweldiger„ maar wel op zyn lyf Heer had gemuut gehad. e 26= om dat denzelven geen reeden verstaat en hem gev:t en ged:e onschuldig straft, weshalven hij ook opgedrast was. 27. . welke confetsie de crimen van de gev:e en gede: Schynt te verswaaren en te qualificeeren 28. dat denzelven niet onbillijk zoude de straffe incurreeren. 29. die op dergelijke misdaaden van lijteigenen aan derzelver flyf Heeren gepleegd gestatueerd en naar gewonte geinflireerd word 30. zullen de echter op de andere zijde niet minder reflexie meriteeren. 31 dat op de daad de Wille niet gevolgd is. Art: 20. Art: 32. Art 32. dat dreigementen en klappen voor aange gaan zijn. 33. dat door de quitsing de dood niet veroordaakt ende en den gevonde reeds hersteld is. 34. Omstandigheeden, op welke meer rukzigt zoude moeten genomen worden 35. Wanneer niet kwaade wille, in opzettelyjke boosheid, Ja alle andere requisitie zig voorde den 36. die dit fait qualificeeren en den geve:en gede aan de doodstraffe zullen onderhesig maken om denzelven op een conforme en 37. eeen redige wijze, door den rechter geinfli¬ geerd te worden Mits welke en andere redenen en middelen in tijd en wylen (: is 't nood:) nader te dedicceeren, den r: d: Eisch doende conclu„ deerde, dat bij definitive Vonnis van Uw E: Achtb: den gev:e en ged:e zal worden gecondemneerd, omme gebragt te worden ter plaatse alwaar men gewoon is cximi„ neele sententien te executeeren en aldaar aan den scherprechter overgeleeverd zynde, de rechter hand te worden afgehakt en voorts aan de gaeg met de Relaas gegeeven ten overstaan van de ondergeteekende gecom„ mitteerdens uit den E Achtb: Rade van Justitie dezes Gou, terniemants door ende van Weegens des Heeren Eerste geweltiger Hendrik Matthijsen, koorden te worden gestraft, dat er de dood na volgd, dat wyders 't doode lichaam, naar 't biiten gereeht zal worden gesleept, om aldaar weder aan de galg gehangen en de hond boven 't zelve gespijkerd te worden, en dus te verblijven, tot dat door de lucht en Vagelen, des Hemels zal zijn verteerd, met condemnatie in de kosten, en missen van Justitie, ofte tot alzulke andere poene en straffe, als UwE: Achtb: in goede Justitie zullen oordeelen te behooren /:was getekend/ G: Exter, /:in Margine: Jlochibituu in Judicio /:den 26 Junij 1788. koorden van Dat gisteren voor de middag zeekere van den Burger Frans Hilgers gedrosten Slaaf, in naame Januarij van Bengalen in de Stronk gebragt zijnde, zi relt als toen terstond had ordre gegeeven om denzelve als naar gewoonte te visiteeren, en in de tronk te sluiten. Dat gem: Hilgers 's nademiddags teegen twee uuren, bij den relt: was gekomen en ver¬ zogt had, of terwijl bij hem in huis een kist met cirrebaas gevuld, ledig gestoolen was, en hij Hilgers zoo wel op gem: Januarij als enige anders meede van hem gebroste slaaven, mitsgaders zeekere timmermans Jongen, die zich noch aan zijn huis bevond, praesumptie had, de relt derhalven een kaster ter afhaling aan gem: timmerman naar zyn huis wilde zenden, waar in de Compt: bewilligd hebbende, hadde Edbjat: intusschen voorsz: slaaf Januarij doen uit de trouk halen om hem op van Competenten ouderdom en ter requisitie van den pro interim Fiscaal alhier d' E: Gabriel Exter, luidende het zelve als volgd. versoek en in praesentie van zijn lyf Heer te examineeren. Dat gem: slaaf Januarij ongebonden in deo relts kamer gebragt en door zynen lyf Heer noch onder het substantieel zeggen, de dogen van de Jongen zien en als de duwel nut :/ weegens het steelen der Eirre boa en een quantiteit meede door hem Hilgers vermiste wijn ondertraagd zijnde, had denzelven in 't eerst niets willen antwoorden, edoch vervolgens op de herhaalde vraage gerepliceerd, dat hij by den WelEdelen Gestrengen Heer Gouverneur was geweest om te klaagen en wesmeer zonder op de eigentlijke over het Steelen der Cirrebaa en zijn geschieden de examinatie iets te mellen Dat de rel:t: hier op gem: Jongen eenige Klappen in 't gezegt gegeeven en als toen ten antwoord bekomen hebbende, dat hij hij van die dieste niets wist, had de zelffs ver¬ volgd, dat hij de Waarheid zou zeggen, of dat De rel„t hem daar anders toe noodzaken zoude, op 't welke gem: jongen dadelijk toegesprongen zijnde, de relf onvoersiens met een mes versoek zodanige 6

NL-HaNA_1.04.02_4336_0303 view scan ↗

English

inflicted such a stab beneath the stomach, as could further appear from the inspection report of the surgeon, turning around immediately to flee out of the room, whereupon the deponent having grabbed him from behind by the hair and brought him to the ground, the said Januarij was then also seized by the deponent's boys and some prison personnel and subsequently transferred into custody. The deponent further declaring to have learned from the people who usually attend to the prisoners, that the said Januarij had been very thoroughly searched, without the slightest thing being found on him, but that after this occurrence he had told them that his knife had been tucked into his long trousers, which had been rolled up to his knees, while the deponent further declares that the aforesaid knife was later found in his room, apart from where the said Januarij had thrown it away after inflicting the stab. Relating nothing more, the appearer gives as reasons of his knowledge as in the text, being prepared, if required, to confirm the same on oath. Below was written: Thus related at Cabo de Goede Hoop, the 12th of June 1788, by the gentlemen E. Mappa and Review. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this Government the aforesaid provost Matthijssen, who, having had his foregoing report clearly and distinctly read out to him, declared that he persisted by it, stating that nothing more will be added or taken away, and therefore, in confirmation of the truth thereof, spoke in the presence of the slave Januarij the solemn words: So help me God Almighty. Below was written: Thus reviewed and sworn at Cabo de Goede Hoop the 19th of June 1718. was signed: Hendrik Matthijszen. lower: In my presence, Gerrit Hendrik Meijer, members of the Honorable Court of Justice of this Government, who duly signed the minute hereof along with the appearer and myself, sworn clerk. lower: To which I testify. was signed: W. S. v. Rijneveld, sworn clerk. — Gerrit was Says Januarij of Malacca, age by estimation 28 years, slave of the burgher Frans Hilgers. was signed: W. S. v. Rijneveld, sworn clerk. in the margin: as commissioners was signed: C. Mappa and G. H. Meijer. Articles drawn up and submitted to the Gentlemen Commissioners from the Honorable Court of Justice, in order to be heard thereon at the requisition of the interim Fiscal, against the slave of the burgher Frans Hilgers named Januarij of Malacca, presently the Lord's prisoner, his answers to be properly recorded in the margin hereof. Article 1. The prisoner's name, birthplace, age, and whose slave he is. Answer: Says yes. Article 2. Whether the prisoner did not recently run away from his master out of fear of a beating. Answer: Because his master was said to have said that he together with the other slaves had stolen and colluded, without the prisoner being guilty thereof. Article 3. Whether this did not happen in the company of other boys, and whose. Answer: Says to have run away alone. Article 4. For what reason the prisoner deserted with his comrades. Answer: Says three days, and to have stayed at the Table Mountain. Article 5. How long the prisoner has been absent and where he stayed. Answer: Says as in article 4, because his master does not listen to reason, what this was 3. Article 6. Whether the prisoner did not run away because he stole. Answer: Says that he, near the upper garden next to that of Mr. Gordon, was caught by a European and some boys, without knowing them, and taken to the prison. Article 7. By whom the prisoner was caught and delivered to the prison. Article 8. Why the prisoner denied it himself and would not speak the truth. Answer: Tells. Article 9. Whether he, being in the prison, was not questioned and examined about it by Matthijssen. Answer: Says yes, and that Matthijssen was said to have beaten the prisoner upon the answer that he had not stolen. Article 10. Whether the prisoner, when the said Matthijssen was examining him thus in his room, did not inflict a stab with a knife on him. Answer: Says that having wanted to stab his master, at that moment, because his eyes were dark, he struck Matthijssen. Article 11. Where the prisoner got this knife and in what manner he was able to have it at hand so quickly. Answer: Says that upon his arrival at the prison, having forgotten to hand over his knife, which was located below in his rolled-up long trousers, he had subsequently stuck it there in his camisole. Article 12. Whether he had intended beforehand to make such use of the knife, and what could have moved the prisoner to it. Answer: Says not to have been of the intention to make use of the knife, but that upon the blows of Matthijssen his thoughts immediately fell upon his master, notwithstanding the prisoner only kept that knife with him to take it home again. Article 13. Whether the prisoner also intended to kill the repeatedly mentioned Matthijssen thereby. Answer: Says no, but to have aimed it at his master. Article 14. Whether the prisoner will not acknowledge having made himself highly guilty and punishable. Answer: Says yes. Article 15. What the prisoner can say in his excuse. Answer: Says nothing, only that according to article 7 his master does not listen to reason and punishes the prisoner innocently. Below was written: Thus interrogated and answered at Cabo de Goede Hoop the 17th of June 1788, before the gentlemen Carel Mappa and Gerrit Hendrik Meijer, members of the aforesaid Honorable Court of Justice, who signed the minute hereof along with the prisoner.

Dutch transcription

zodanige steek onder de maag toegebragt, als uit de Schouw acte van den Chirurgin nader zoude kunnen blijken, zich terstond omkeerende om aut de kamer te vlugten, dan dat de zelt denzelven van achteren in de hairen gegreepen en tegens den grond gehaald hebbende, was gem: Januarij door des Relt. Jongens en eenige tronks Lieden, als toen meede gegreepen en vervolgens in hechtenis overgebragt geworden. Verklaarende de rel:t verder van het volk, dat gewoonlyk de gevangenen bezoagd te hebben, ver„ „noomen, dat gem: Januarij zeer nauwkeurig was gevisiteerd, geworden, zonder dat iets het gerings te by hem was gevonden, ddoch dat hy na dit voorzal aan hun verhaald had, dat zyn mes in de lange broek, dewelke tot aan zyn knien opgerold gie„ Weest is, gestooken had, terwil de relt. verder ver¬ klaard, dat het voorsz: mes naderhand in zyn kamer /: apart daer gem: Januarij na het toebren¬ „gen Aan de steek aldaar weg gesmeeten, gezonden is. Niets meer relateerende, geeft den Comparant door reedenen van Vetenschap als in den text, be¬ reid zijnde het zelve, des gerequireerd wordende, met Eede te bevestigen. /:onder stond:/ Aldus gerelateerd aan Cabo de goede Hoop, den 12 Junij 1788. door de Heeren E: Mappa en Recollement. Compareerde voor de ondergetreekende gecom„ mitt:s uit den E: Achtb: Rade van Justitie deezes Gouvernements voorsz: geveldiger Mat¬ thijssen, dewelke zijn vorenstaande relaas klaar en duidelik doorgeleezen weesende, betuigde daar bij te blijken persistieeren, met aeerts dat er niets meer bij of afgedaan worden zal, en sprak derhalven ter bevestiging der waarheid van dien in tegenwoordigheid van den slaaf Januarij, de solemneele woorden; zoo waarlyk helpe my Gad Almagtig. /:onder stond:/ Aldus Gerecolleerd en beeedigd aan Cabo de goede Hoop den 19 Junij 1718. (:was getekend:) Hendrik Matthijszen /:laager:/ Mij praesent Gerrit Hendrik Meijer, Leeden uit den E: Achtb: Raade van Justitie dezes Gouvernements, die de minute deezes beneevens dens Comp:t en mij gesw: Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend /:laager:/ 't welk ik getuige /:was geteekend:/ W S: V: Rijneveld gezw„ Clercq. — Gerrit /: was zegt Januarij dan Malacca, oud naar /:was geteekend:/ W: J: V: Rijneveld gezw: Clercq /:in margine:) als gecommitt s /was ge„ teekend:/ C: Mappa en G: H: Meijer Articulen gedaan maken en aan Heeren Gecommittt int den E: Achtb: Raade van Justitie Antwoord, om dat zijn overgegeeven, omme ter requisitie in Heer zou gezegd Aan den prointerim Fiscaal hebben dat hy geve daar op gehoord te worden hem met de andere slaven had gestoolen en gehonkeld, zonder dat hij gete: daar lijf eigen van den Burger Frans aan schuldig was. Hilgers in naame Januarij van Malacca, thans 's Heeren gevangen, zullende desselfs Antwoord drie dagen en te geedene responsiten in zich aan de tafelberg opgehouden te hebben. margine deezer behoorlyk moeten worden bekend gesteld. zegt, dat hij hij de bovenste tuijn naast die van de Heer Gordon door een Europees en eenige tem, gens, zonder die te kennen is opgevangen en naar de tronk gebragt. 1: off hij gev:e niet daar van is zegt als op arts 4 om dat geloopen, om dat hy heeft gestolen zijn paas geen reeden gehad, wat dit is geweest 3. of hij get: niet onlangs van derstaat, uit vrees voor slagen te zijn weg gelopen. Legt Ja gulling 28 Jaaren lyfeigen han den Birger Frans Hilgers Axt:. des gevt: chaam geloorte plaats, ouderdom en wiens byfeigen zij is. zegt alleen weg ge „loopen te zijn. Uit wat reeden hij get: met zijne Cameraden op gedrost is 5. Htoe lang hij gete: absent is geweest en waar zig heeft op„ gehouden? van wien hij get: is opgevangen en naar het gevangen huis ge„ leeverd geworden. zijn bijf steer wegens op gedrost is Art: 3. of zulks niet is geschied in gezelschap van andere Jongens en van Wien. ! zijn Nrt: 8. 4. Art 8. zegt Ja: en dat Mattytsen tzin gev„s op 't Antwoord, dat hij niet gestooten had, zou hebben geslaagen. verzald. zegt niets, als alleen, dat zegt dat hij zijn tijf Heer hebbende willen steken, als toen, vermits zijnen oogen donker waren Mat: thijssen getroffen had. 10. of hij get: gem: Matthijssen hen in zijn aamen dusdanig examineerende, niet een Steek met een mes heeft toegebragt. Waar hij gete: dit mes heeft zegt, dat hij bij zijn komst de tronk vergeeten heb„ gekreegen en op wat wijze hij bende, zijn mes, het welk het zelve zoo schielijk heeft zig onder in zijn opgeroede bij de hand kunnen hebben. lange broek bevond, af te gelen, het zelve vervolgens door in zijn Camiraal had gestooken 11. 0 of hij van te voeren al van zegt niet van intentie Intentie is geweest een zoo„ geweest te zijn om van het mes gebruijk te maken danig gebruik daar van te maken, en wat hem gev: daer maar daet op de slagen van Matthijssen, zyne gedagten toe heeft kunnen moveeren. terstond op zijn ner zij zegt Ja. volgens art: 7 zyn baas geen reeden verstaat en hem get: onschuldig straft. /:onder stond:/ Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede Hoop den 17 Junij 1788. voor de Heeren Carel Mappa en Gerrit Hendrik Meijer Leeden uit den E: Achtb: Raad van Justitie voormeld, die de minute deezes, bereevens de geve 15. Wat hij ged:e tot zijn ver„ schooning kan zeggen. of hij Geve: niet tekennen zal, zig ten hoogsten schuldig en strafbaar te hebben ge„ maakt. 14. Art: 13. off bij gev:e ook van intentie is geweest om meergemelde Matthijssen daar door om het leven te brengen gevallen niet tegenstaande hij gev: dat mes alleenlyk heeft bij zich gehouden, om het zelve weder te kunnen naar huis neemen zegt neen, maar het op zijn dijf Heer gemunt Waarom hy get: zelv heeft ont te hebben. kent en de waarheid niet willen zeggen of hig in de tronk zijnde, niet door Matthijssen daar over is te reeden gesteeld en g'examineerd ge worden gevallen ende 18 ƒ 12. ƒ

NL-HaNA_1.04.02_4336_0306 view scan ↗

English

and have also duly signed along with me, the sworn clerk. Lower: which I witness. Was signed: W. J. v. Rimneveld, sworn clerk. Re-examination. There appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice aforesaid, the aforementioned slave Januarij van Malacca, who, these his preceding interrogatories having been read aloud to him clearly, distinctly, and verbatim, declared that he persisted therewith, desiring that nothing more should be added thereto or taken therefrom. Below stood: Thus re-examined at Cape of Good Hope, the 19 June 1788. Was signed: mark, and around it written: this mark was made by the prisoner's own hand. Lower: in my presence, was signed: W. S. v. Rijneveld, sworn clerk. In the margin: as commissioners, was signed: C. Mappa and G. H. Meijer. Whereas Januarij van Macasser, bondsman of the Burgher Frans Hilgers, estimated to be 28 years of age, presently the Lord's prisoner, has voluntarily confessed, and it has evidently appeared to the Honorable Council of Justice of this Government from the documents furnished in the trial, Below stood: Cape of Good Hope, the 24 June 1788. Was signed: J. v. Leuwer. I, the undersigned, declare at the requisition of the ad interim Fiscal, Mr. G. Exter, to have examined and dressed on the 11 June last in the Honorable Company's prison the provost Hendrik Matthijssen, finding him to have been inflicted with a stabbing instrument a wound in the right upper belly of about three inches in length, penetrating through the outer integuments, yet without any injury to the internal parts, the said wound being without any danger. That the prisoner, having run away from his master in the beginning of the past month of June of this year, after having stayed around Table Mountain for some days, subsequently on the 11th of the said month was apprehended near one of the gardens situated in this Table Valley and brought to the jail, where the prisoner was then properly searched and placed in custody, while subsequently notice of his capture was given to his master as usual. That the said master, having thereupon come to the jail in the afternoon towards 2 o'clock and having requested of the Lord's first provost Hendrik Matthijssen that—whereas at his house, besides a quantity of wine, a chest filled with sireh-boxes had also been stolen empty, and he, Hilgers, had suspicion both of the prisoner and a certain carpenter boy who was still at his house—he, Matthijssen, would therefore send a kaffer to his house to fetch the said carpenter, to which the said Matthijssen having consented, he had at the same time, upon the request also made by the prisoner's master, caused the prisoner to be brought out of the jail in order to examine him beforehand regarding the aforesaid theft in the presence of his said master. That the prisoner, having then been brought unbound into the provost's room and being questioned by his master regarding the stealing of the sireh-boxes and wine, initially refused to answer anything, while he, instead of saying in response to the repeated question of his master whether he had any knowledge of that theft or excusing himself, on the contrary still refused to reply thereto, but kept stalling his master continuously with a story that he had gone to complain and the like, without answering the actual question asked regarding the aforesaid theft, until, having received some slaps in the face from the said Lord's first provost, he then answered that he knew nothing of that theft. That when the said Matthijssen had thereupon substantially replied that the prisoner should tell the truth, or else he, Matthijssen, would force the prisoner to do so, the prisoner had then immediately leapt forward and unexpectedly inflicted a stab upon the said Matthijssen with a knife, which stab, although the said Matthijssen was thereby in the upper belly, to the length of about three inches

Dutch transcription

ende my gesw: Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend. /lager/ 't welk ik getuige. /:was geteekend:/ W: J: V: Rimneveld. gesw: Clercq. Recollement. Compareerde voor ons ondergeteekende ge committ:s uit den E: Achtb: Raad van Justitie Voorm: voormelde slaaf Januarij van Malacca„ dewelke deeze zyne vorenstaande vraag poincten, klaar en diikelijk woordelijks voorgeleezen rezende, verklaarde daarbij te blijven persis„ teeren, met begeerte, dat er niets meer bij ofte van gedaan worden zal. /:onder stond:/ Aldus gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop, den 19 Junij 1788. /:was geteekend: §5 /: en daaromschreeven:/ dit merk is doen de gev:e eigenhandig gesteld /:lager:/ my praesent (:was geteekend:) W: S: V: Bijkere Ed gesw: Clercq. /: in margine:/ als gecommitt /:was geteekend:) C: Mappa en G: H: Meijer Aangesien Januarij van Macasser, lijfeigen van den Burger Frans Hilgers, na gissing oud zijnde 28 Jaaren, thans 's Heeren gevangen, vrijwillig beleeden heeft, ent den E: Achtb: raade van Justitie dezes Gouvernements uijt de ten procesche gefourneerde stukken Ivident gebleeken is /:onder stond:/ F Cabo de goede Hoop den 24 Junij 1788. Was geteekend /: J: V: Leuwer.— Ik ondergeteekende verklaare ter requisitie van den ad interim ffiscaal de Heer Mr: G: Exter, op den 11 Junij J: L: in het stE: Comp:s gevangenhuis gevisiteerd en verbonden te hebben den geweldiger Hendrik Matthijssen, bevonde denzelve met een steekend instrument te zijn toegebragt een wond en de regten boven huijk ter lengte van circa drie duijm pene¬ treerende door de uyterlyke bekleedselen, egter zonder eenige knetsing der invendige deelen, zijn de gemelde worde buiten eenig gevaan Ik Dat Dat den gevangenen in 't beginder gepasseerde maand Junij deezes jaars, van zijnen lijf Heer opgedrost zijnde, na zig eenige dagen aan den tafelberg te hebben opgehouden, vervolgens op den 11. e der gemelde maand bij eene der in deeze tafel valleij geleegene tuijnen is opgebragt en naar den tronk overgebragt geworden, alwaar den gevangene dan behoorlijk is gevisiteerd, en in verzekering ge„ „steld geworden terwijl vervolgens van zijn gezangen neeming, als naar gewoonte, aan zynen lijf Heer is kennis gegeeven. Dat des get:s lijfsteer daar op s'nademiddags teegens 2 uuren in de tront gekomen zijnde en van den 's Heeren eerste geweldiger Hendrik Malthyfsen verzogt hebbende om, terwijl bij hem in huis, behalven een quantiteit wijn, ook nog een kist met Sirebois gevuld leedig gestoolen was, en hij Hilgers, zoo wel op den gev„e als zeekere timmermans Jongen, die zig noch aan zijn huis bevond, praesumptie had: hij Matthijsen derhalven een koffer ter aff haaling van gem: timmerman, naar zijn huis wilde zenden, waar in gerepte Matthijssen bewil„ ligd hebbende, had denzelven ook te gelijker tijd op het daarom door des gevangenen lyf Heer teffens meede gedaan verzoek den geve: doen uit den tronk gaan om hem in praesentie van gem: zijnen lijf Hteer, weegens de voorschreeve dieste voor aff te examineeren. Dat de gev:e als toen ongebonden in des geweldigers kamer, gebragt, en door zijnen lyf Heer weegens het steelen der Jerebois en wyn ondervraagd zynde, in 't eerst niets heeft willen antwoorden, terwijl hy get: Voorts in steede van op de herhaalde vrage van zynen lyf Heer te zeggen, of hy van die diefte eenige meede Weetenschap had, of wel zig te Aroutschuldigen, ter contrarie daar op als nog niets had willen repliceeren maar zijnen lif Heer geduurig met een verhaal tot hij was gegaan om te klaagen en wes meer zonder de eigentlijke vraag, noopens de voorsz: diefte gedaan, te beantwoorden, had gaande gehouden, tot dat hij gete: van gem: S' Heeren Eerste geveldiger eenige klappen in 't gezigt bekoomen hebbende, als toen geantwoord heeft, dat hy van die dieste niets wist. Dat wanneer evengem: Matthijssen daar op substantieelijk had geregereerd dat den gev:t de waarheid zou zeggen (of dat hij Marthijssen hem gev:e daar toe anders noodzaaken zoude den gev:e als toen dadelijk toegesprongen was en gem: Matthijssen onvoorziens met een mes een Steek toegebracht had, welke steek, hoe zeer aak gem: Matthijssen daar door in de boven duijk, ter leggte stancirea uijt drie

NL-HaNA_1.04.02_4336_0308 view scan ↗

English

three inches, having penetrated, however, only through the outer clothing and without any injury to the internal parts, which was also not found to be mortal upon surgical examination. That the prisoner, the mentioned Matthijssen, having inflicted that stab, immediately attempted to take flight, leaving his knife behind, but that he was seized from behind by the hair by the more mentioned provost and brought to the ground, and being also seized by several caffres who had in the meantime rushed up, was subsequently thus handed over into the hands of Justice: the prisoner having declared at his confession made to the Gentlemen Commissioners that the knife spoken of here before was found on him at the time of his apprehension in the long trousers he was wearing, which were then rolled up to his knees, and that he, the mentioned person, in order not to lose the said knife after he had been searched, took it out from there and thrust it into his camisole; while he, the mentioned person, at the same time declared that he had not aimed it at the provost, but rather at his bodily Master. And since such a murderous intention, as well as willful injury, in a Country where law and justice are properly maintained, can by no means be tolerated, but on the contrary ought to be punished as an example and deterrent to such scoundrels; so it is that the Honorable Council of Justice of this Government, serving on the day; having carefully read and considered the written claim and conclusion made and taken by and on behalf of the interim Fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, ratione officii upon and against the prisoner, as well as having considered all that served the matter and could move Their Honors, doing justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, has condemned the prisoner Januarij van Macasser, as Their Honors condemn him by these presents, to be brought to the place where criminal sentences are customary to be executed upon persons here, and there being handed over to the executioner, to be punished with the cord at the gallows in such a manner that death follows, his dead body to be further dragged to the outside place of execution and there hanged again, to remain thus until it shall be consumed by the air and birds of the Heavens, with condemnation of the prisoner in the costs and expenses of Justice, and rejection of the further or other claim and conclusion taken by the officer. Thus done and sentenced at Cabo de goede Hoop on the 10th of July 1788, as well as pronounced in the Castle of Good Hope on the 19th following, and executed on the same day. /was signed:/ Chenius, C: Ronran Kamp, Joh:s Smuts, C: G: Maasdorp, Mappa, G: H: Meijer, J: C: Gie, H De Wet. /lower/ Present to me R J D Kiet. //was signed:/ C: L: Neethling secretary. In the margin: Met Executie /was signed: E: I: Van de Graaff. — W Rijneveld. Appeared before the Honorable Lord President and Council of Justice of the Castle of Good Hope, the interim Fiscal G: Exter, officer the Plaintiff, in the case of committed Adultery, of the one part, Susanna Petronella Beijers, wife of the Burgher Johan Godlob John, defendant in the said case, of the other part. 1. And stated: 2. that pursuant to an extract from the civil court roll held at Cabo de goede Hoop on Thursday the 7th of the past month of August, delivered to the said Plaintiff with its annexes. — 3. the same having been enjoined by Your Honors to act ex officio against the defendant Susanna Petronella Beijers on account of perpetrated adultery. 4. the said Plaintiff, the defendant being legally and fully in confession, will only take the liberty to remark: 5. that the said defendant, having been known to the said Plaintiff together with her husband for four years, as persons who have lived in continual discontent and discord, 6. whereof it has happened more than once, that the Agrees. zillercq

Dutch transcription

drie duimen, getroffen was, echter alleenlijk door de auterlijke bekleedselen en zonder eenige kwetsing der inwendige deelen gepenstreerd zynde, derheeven ook bij Chirurgicale Gekouwing geensents daadelyk bevonden is. dat de gev: gem: Matthijssen dien steek toegebragt hebbende, zich terstond met agterlating van zyn mes, heeft willen op de vlugt begeeven, dan dat den zelven door meergem: geweldiger van agteren in de hairen gegreepen en tegens den grond gehaald, mits. „gaters door eenige intusschen toegeschootene kaffers meede gevat zijnde, vervolgens alzoo in handen van Justitie is overgeleeverd geworden: heb„ bende den gev:e bij zijne gedane Confessie, aan Heeren Gecommitts betuigd, dat het mes, waar van hier vooren gespraaken word, zig bij zijn ge= tengen neeming in zyn aangehad hebbende lange broek, welke toen tot aan zijne knien is opge„ rold geweest, had bevonden, en dat hy gesr: het voorsz: mes om het zelve niet quyt te reeken, nadat hij gevisiteerd was, daar uijt gehaald, en door in zijn Comisool gestooken had; terwijl hy gesz: teeftens heeft gedeclareerd, het geanstants op den geveldiger, maar wel op zijnen lijf Heer gemunt gehad te hebben. En nadien een diergelyk moordeadig voor„ neemen, mitsgaders moedwillige quetsinge, in een Land alwaar recht en gerechtigheid be„ hoorlijk worden gehandhaalft, geensints kunnen geduld, maar in tegendeel tien spiegel en afschrik dan saert gelyke boerwichten behooren te worden „gestraft /: zoo is 't dat den E: Achtbaren Raad van Justitie dezes Gouvernements, ten dage dienende; naukeurig geleesen en overwoogen hebbende den schriftelijken Eisch en conclusie doer en van weegens den pro interim Fiscaal alhier d' E: Gabriel Exter, ratione offiei op ende Jeegens den geve. gedaan en genomen, mits¬ gaders gelet op alle het gunts ter materie Was dienende en hun E:E: Achtb: konde doen moteeren, recht doende uit naamende van weegens de Hoog Moogende Heeren staaten generaal der VerEenigde Nederlanden, den gevangen Januarij van Macasser, heeft gecondemneerd, zoo als hun E: E: Achtbare denzelkere den Condemneeren condemneeren mits deezen, omme gebracht te worden ter plaatse, daar men alhier persoon is Crimineele gewysdens ter Executie te leggen en aldaar aan den scherprechter overgeleeverd zijnde zoodanig met de koerde aan de golgte worden gestraft dat er de dood navolgd, zullende deszelfs doode lieflaam Voorts na het buiten gerecht worden gesleept en aldaar wederom opgehangen, om dus te verblijven, tot dat door de lucht en Voogelen des Hemels zal zijn verteerd, met condemnatie van den gev:e in de kosten en misen van Justitie, en ontzegging dan den ver„ deren off anders gedanen Eisch en genomene Conclusie van Een officier. Aldus gedaan en gesendtentieerd aan Cabo de goede Hoop den 10 Julij 1788. mitsgaders gepronuntieerd in 't Casteel de goede Hoop den 19 daar aan volgende en g'eexecuteerd ten zelven dage. /was geteekend:) Chenius C: Ronran Kamp Joh.:s Smuts. C: G: Maardorp, Mappa. G: H: Meijer. J:C: Gie H De Wet. /lager/ mij R JD Kiet preesent. //was geteekend:/ C: L: Neethling fert:s in margine:) Mat Executie /was geteekend: E: I: Van de Graaff. — W Rijneveld Compareerde voor den E: Achtbaare Heere Praesident en Raade van Justitie des Casteels de goede Hoop, den pro interim Fiscaal G: Exter r: d: Eisscher, in cas vaangepleegd Overspel ter eenre. Susanna Petronella Beijers huisvrouw van den Burger Johan Godlob John ged=ds in voorsz: Cas ter andere zyde. I. En deede zeggen. 2. dat ingevolge extract uit de civile regts-rolle, ge: houden aan Cabo de goede Hoop, op donderdag den 7e der gepasseerde maand Augustus, den 7: O: Eisscher met diens bylagen ter hand gesteld. — 3. denzelven doer Uw E Agtb: zijnde geintunigeerd ge„ worden, teegens de ged=se Susanna Petronella Reijers, ter Zake van gepercetreerde overspel ampto wegen te ageeren. 4. den r: O: Eisscher, de ged=tese geregtelijk en de pleno in confesso zijnde, alleenig de vryheid zal nemen aan te merken. 5dat gem: ged=se met haar man zederd vier jaaren by den 7: O Eisscher bekend staande, als persoonen die in continueele ontetreeden en oneenigheid geleefd hebben 6 waar van 't meer als eens gebeurd is, dat de Accordeerd. zillercq

NL-HaNA_1.04.02_4336_0310 view scan ↗

English

Right Honourable Sir! to be put on bread and water, and then to be banished to the Honourable Company's chains for the fixed period of 3 years, with condemnation of the same to all costs; or to such other fines and punishments as Your Honours in sound justice shall deem appropriate. signed: G: Exter in the margin Exhibited: 14 September 1708. Claim drawn up and submitted with the requisite respect to the Right Honourable Sir Johannes Isaac Rhenius, President, together with the other Honourable Members of the Council of Justice of this Government, by and on behalf of the undersigned citizen Johan Godlieb Joohn, plaintiff in the case of dissolution, on the one part, against his wife Susanna Petronella Beijers, defendant in the aforementioned case, on the other part. The undersigned takes the liberty beforehand to express his dutiful thanks to Your Honours for the favourably granted admission to act pro Deo in this case, and therefore has the honour, in support of this claim, to state briefly: that in the year 1778 he became engaged to the defendant, and entered into the state of matrimony with her, in the hope and reasonable expectation that the defendant would live with the plaintiff in continuous love and unity according to the marriage laws, as wholesome pillars of support to the Church. That although the plaintiff for his part, without flattering himself, had contributed everything and done with reason everything that can be expected of an honest man, he soon had to experience the opposite, to his heartfelt sorrow, through the conduct of the defendant. So much so, that neither the frequent and Christian admonitions, nor other appropriate means to draw her away from her shameful behaviour, could ever divert her from her utterly abhorrent way of life, nor make the slightest impression on her mind. But on the contrary, Honourable Sirs! Right Honourable Sirs, she went to such extremes, she went to such extremes that during the two-year absence that the plaintiff was forced to undertake, serving as a schoolmaster in the outer districts for the maintenance of her and her child, she did not hesitate to have carnal conversation during this absence with one Nicolaas Meesel, adjutant in the Swiss Regiment de Meuron that was garrisoned here, and thus to commit the crime of adultery, and to such an extent that she was impregnated by him and procreated a child. And what aggravates the said crime even further: she then had the audacity, with fraudulent intent, very falsely to name the plaintiff as the father of the same, and as such had it recorded in the baptismal register of the Reformed congregation, as is confessed, as appears from the extract resolution annexed hereto under letter, which is legally sufficient proof, and therefore no doubt can remain regarding the act committed. Now, as to how both the aforesaid crimes, as far as the criminal aspect is concerned, merit correction according to the laws, Honourable Sirs, the said plaintiff will pass over in silence, understanding that the investigation thereof belongs to the fiscal office. But as far as the civil matter is concerned, under Your Honours' most favourable indulgence, he reflects that according to our style and manner of proceeding, an action for dissolution and remarriage can be well founded upon the contested crime of adultery. And that the same rightfully belongs to the principal plaintiff, resting both upon divine and human written laws, according to the unanimous opinion of all legal authorities who have commented on this subject, as appears among others in Loenius, Decisions and Observations, Case 16, page 1100, compared with Mr. Simon van Leeuwen, Roman-Dutch Law, volume 17, page 84. And to the extent that this is observed and practiced everywhere in our Republic in full force, see the Political Ordinance of Holland, Article 18, and that of Zeeland, Article 33, and the Ampliation, Article 17. Wherefore the plaintiff in his capacity trusts, with good and lawfully grounded right, to be able and obliged to proceed to the following conclusion, as he hereby concludes: That by definitive sentence of Your Honours, the wedlock or marital bond entered into between the parties, for the reasons detailed at length above, shall be severed and dissolved, such that the plaintiff shall be permitted, if he so desires, to marry another. Furthermore, that the defendant shall be declared to have forfeited all rights and prerogatives belonging to her by virtue of the marriage laws. And finally, that the little daughter legitimately begotten of her by the plaintiff shall be maintained at joint expense under the plaintiff's direction, to be regulated by Your Honours if necessary, with condemnation of the defendant in all costs, or to such other ends as Your Honours shall find to be proper according to rights and laws. Monday the 4th of February 1788. Further appeared in the council the citizen Johan Godlieb Joohn and his wife Susanna Petronella Beijers, which first-mentioned had previously approached the Honourable President and made known that he, having already stayed as a schoolmaster in the outer districts for 2 years, his aforementioned wife nevertheless, during this his absence here, had given birth to a child, and had even had the audacity to name him very falsely as the father thereof, and have it recorded in the baptismal register; whereupon the said Susanna Petronella Beijers was examined regarding the truth of this allegation. Extract from the resolution taken in the church council at the Cape of Good Hope. Imploring hereto and upon all things Your Honours' noble and benign judicial office. Was signed: I: v: Leeuwen in his capacity. In the margin: exhibited in court on the 17th of April 1788. Below was written: Agrees. Signed: W W Rijneveld, First Clerk.

Dutch transcription

WelEdele Achtb: Heer! by water en brood gezet te worden en zo dan den bepaalden tyd van 3 Jaaren in 's E: Comp:s boeie gebannen te worden, met condemnatie der zelven in alle kosten; ofte tot zodanige andere boetens en straffen als UwE agtb: bij goede Justitie zullen Coordeelen te behooren /:getekend:/ G: Exter /in margine/ Exhubt: 14 7ber: 1708. Eijsch gedaan maken, en met de vereischte Eerbied overgegeeven aan den WelEd: Achtb: Heer Johannes Isaac Rhenius, Praesident beneevens de verdere E: Achtb: Rade van Justitie deezes Gouvernements, door en de van weegen den onderget„e burger Johan Godlieb Joohn Eisscher in cas van dissolutie ter Eenre. op ende Jeegens. desselfs huis Vrouw Susanna Petronella Beijers gede: in voorm: cas ter andere zijde - Den ondergeteekenden neemd voor af de vryheid UwelEd: Agtb:/ pligt schuldig dank te betuigen voor de gunstige verleende admissie, om in dit cas pro Ded te mogen ageeren, en heeft mitsdien de Eer tot adstructie van deezen eisch kortelijk te zeggen. dat hy in Den Jaare 1778. met den ged:e geëngageerd, en met denzelve zich in den Echten staat begeren Op hoope en in diebillijke verwagting, dat de gedaagdesse in deze door aan den kerke zoo heilsaame steimpilaaren met den Eisscher in steeds voortduurende liefde en eenigheid na luid der huwelijks wetten zouder leeren. dat of schoon den Eisschen van zijne kant, zonder /:zig te flatteeren:) alles hadde gecontribueerd en in het met reede werk gesteld, dat men dan een honet man tergen kan. Hoeft hij tot zijn innig herten leed door het gedrag¬ des gedt al ras het tegendeel moeten ondersenden Invoegen, dat noch de veelvuldige en Christelijke vermaningen, als andere gepasste middelen, om haar van haar schandelyke idier af te trekken, haar van allesints verfoeijlijke levent aard, nimmer hebbe konnen diverteeren, nog op haar gemaed eenige de minste ingressie maaken Maar in tegendeel tot dat uiterste is E: E: Heeren! WelEdele overgeslagen overgeslagen, dat zy geduurende de twee Jaarige absentie, die den Eisscher genoodzaakt was, tot maintenue van haar en haar kind, in de buiten districten, als schoolmeester te dienen, zich niet ontzien heeft. Omme staande deeze afolesigheid met eenen Nicolaas Meesel, admidant onder het alhier guarnisoen gehouden hebbende regiment Huisses Meuron vleeschelijke conversatie te houden, en alsoo het crimen adulterii te committeeren, en zoo verre, dat zij van hem bevrugt, een kind gepro„ crëëerd heeft. En het geen het gedagte crimen nog komt te aggraveeren /:vervolgens de stondheid gebruikt, den Eisscher fraudandi animo zeer valschelijk als vader van het zelve op te geeven, en als zodanig bij het doopboek der hervormde gemeente doen bekend stellen, als in confesse, blykens extract re„ solutie onder sub lettr: deesen geannexeerd, ad sufficientiam Juris consteerd en dus geen dubio van het gepleegde fait meer plaatsgrijpen kan Hoedanig nu de voorsz: beide erimen 1: voor zag verre het crimineel betreft: /: na lind der wetten meriteerd gecorrigeerd te worden Ed: Achtb: Heeren, zal den get: Eisscher met zuijger passeeren, als begrijpende het ondersaak daar van tot het officium fiscaal te behooren. Maar voor zoo verre het civil aangaat /:onder UWelEd: Achtb: Hoog gunstig welneemen reflecteeren „ dat volgens onze steijl en maniere van procedeeren uijt het gecontesteerde cremen Adulterii met goed fundament een actie van dissolutie en herhuwelijken kan worden gegeeven. En dat dezelve den pp=le Eisscher / S: M: Cregtmeetig compaeteerd, steund zoo wel op de gaddelijke als wenschelike beschreeve weeten, volgens het een stemmig gevaelen van alle rechts od die over deeze stoffe hebben gecommentarieerd, als onder andere blijkt bij Loeneus decisien en observatien Catus 16 pag: 1100 vergeleeken met Mr: Simon van Leeuwen, r: H: recht 17 deel pag:s 84. — En zoo verre dat zulks alzoo, overal in onze republicq in Finedi observantia is en gepraeti¬ seerd word, tide politicque ordonnantie van Holl: Art: 18. en die van Zeeland Art: 33. en de Ampliatie trt: 17. — Veshalven den qq Eisscher vertrouwd, met goed en in de wetten gegrond recht tot de na¬ volgende conclutie te mogen en moeten overgaan als doeden door Concludeerd 1 E Dat bij diffinitive vonnisse uwer WelEd: Achtb: den Echt of huwelijks band, tusschen par„ ttijen aangegaan /:om redenen hier vooren in 't breede gedetailleerd /: zal worden geschieden en yed is sol¬ zoodanig, dat den Eisscher zal worden gepermitteerd om, /:des begeerende:/ met een ander te mogen trouwen. Vervolgens de ged:e zal werden verklaard vervallen te zijn, van alle regten en praerogativen, haar uijt kragt van huwelijks wetten competeerende. En eindelyk dat het dogtertje wettig bij den Eissr: aan haar verwekt, ten gemeene kosten, onder des Eisst directie zal worden gealimenteerd, des noods bij UwelEd: Achtb: te reguleeren, met condemnatie der ged:e in alle de kosten ofte tot alzulke andere fine als UwelEd: Achtb: na rechten en wetten zullen vinden te behooren. veerd. Maandag den 4. Februarij 1788. Voorts verscheenen in rade de Burger Johan Godlieb Joohn en zijne huisvrouw Susanna Petronella Beijers, welke eerstgem: zich te vooren bij den Gern: Heer Dreeses had vervoegd en te kennen ge„ geeven, dat hij zich reeds zederd 2 Jaaren als school¬ meester in de buiten districten opgehouden hebbende, zijne gem: huisvrouw, nochtans, staande deeze zijne afweesigheid alhier van een kind was be„ vallen, en zelfs de stoutheid had gebruikt, om hem zeer valschelijk als vader daar van op te geeven, en bij het doopbaek te doen bekend stellen; zoo is gem: Susanna Petronella Bijers, omtrend de waarheid van dit voortgebrachte onderhouden Extract resolutie genomen in kerken raade aan Cabo de Goede Hoop. Imploreerende hier toe en op alles Uwel Ed: Achtb: nobile ae benignum officium Judicis /(was geteekend:/ I: v: Leeuwen qq /en margine/ exhib Atum en Judicco den 17 april 1788. /onderstond:/ Accordeerd. /:geteekend :/ W W Rijneveld G: Clercq. mplozeerende weesende „ op.

NL-HaNA_1.04.02_4336_0313 view scan ↗

English

his claim, concluding with an annex, it being by her, after initially having made some meaningless excuses, however fully confessed, that in no way her aforementioned husband, but a certain Adjutant of the Meuron regiment named Nicolaas Meezel, happened to be the father of this child; wherefore she, upon this confession, being very severely reprimanded for her abominable way of life, the request of the aforementioned Joohn to strike his name from the Church baptismal book has also been granted to him. Below stood: Agrees in so far as the extract is concerned with the aforementioned resolution. Was signed: W J Rijneveld, scriba. Lower: agrees. Was signed: W J Rijneveld, sworn clerk. Extract from the civil court roll, held at Cabo de Goede Hoop. Thursday, the 17th of April 1788. Van Leeuwen produces the burgher Jacobus van Leeuwen his the defendant states that her husband, without caring about her, had departed for the country and thus had left her here in the utmost poverty; that she therefore had proceeded to that step solely to alleviate her needy condition, and that her husband himself, being in all respects of very bad conduct, had likewise transgressed, requesting therefore that the court would forgive her this misstep for that reason. The plaintiff says by reply that the defendant is in confession, and the accusations regarding her husband are completely devoid of proof: persisting in his claim made and conclusion taken. The defendant likewise persists in her statement by rejoinder, the parties renouncing further productions. The Council keeps this matter under advisement. Below stood: Agrees. Was signed: W H Rijneveld, sworn clerk. Below stood: Agrees. Was signed: W H Rijneveld, clerk. as attorney for the Burgher Johan Godlieb Joohn at the foot of the same, Plaintiff, against his wife Susanna Petronella Bijers, defendant, to see served in case of dissolution of the marriage a written claim, to answer thereto, and further to proceed as according to law. as Thursday. on G 1 No. 10 Thursday the 7th of August 1787. Before noon, present the Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, and all the Members, except for the Lord of Echten, by occupation. Whereupon, after having brought to the table the documents and muniments that served in the case initiated by the Burgher Johan Godlieb Joohn upon and against his wife Susanna Petronella Bijers, in case of dissolution, the Council, before disposing definitively in this matter, placed the aforementioned documents and Muniments into the hands of the Fiscal office, in order to proceed ex officio against the aforementioned Susanna Petronella Bijers on account of the perpetrated adultery. At Cabo de Goede Hoop, the day and year as above. Lower: in my presence. Was signed: C: L: Neethling, secretary. Below stood: Agrees. Was signed: W H Rijneveld, sworn clerk. Below stood: Against. Mentor of Mozambique, slave of the widow of the late Willem Versveld, prisoner and defendant on the other side. Article. And did say. 2 That the prisoner and defendant, as appears from the attached report and deposition, absconded at the beginning of the month of August last, but after some days was captured and released from the jail with a good beating; 3 did not hesitate to exempt himself from work and thereby vex his mistress; to bind his arm entirely stiff with a cloth, and make himself unfit for labor; that this was reported to his said mistress by some of his fellow slaves; Appeared before the Honorable Lord President and Council of Justice of the Castle of Good Hope, the interim Fiscal G. Exter, in his official capacity, Plaintiff in a criminal case. agrees. W J Rijneveld yesterday Article 6 Article 6. the same had the prisoner and defendant come before her; 7 in order to punish and correct the prisoner and defendant for this conduct with the help of the slave Spadille called for that purpose; 8. that the prisoner and defendant, perceiving the intention of his mistress, and having to be held by the boy Spadille; 9. then had the audacity to draw his knife against that boy and thus take to flight; 10 without having wounded the aforementioned boy or anyone else; 11. but the prisoner and defendant being pursued and overtaken by the often-mentioned boy; 12. the prisoner and defendant, turning around, immediately stabbed at that boy again, and while the latter turned away to dodge the thrust, dangerously wounded him in the back; 13. that although this wounding occurred with premeditation, intent, and will; 14 and the prisoner and defendant after this does not appear to have refrained; 15 under other circumstances, from committing an actual manslaughter; Article 16. and the same ought to undergo the penalties established in that regard; 17. The Plaintiff in his official capacity nevertheless believes he must greatly consider; 18. that the prisoner and defendant is the very same boy; 19. who three years ago had already complained of mistreatment and was found to have been treated beyond measure on several occasions; 20. such that the official capacity proceeded against his master, with the result, however; 21 that the prisoner and defendant, after having sat locked up in the prison for a good half year; 22. miserable and weak as he was; 23. was first put in irons and a short time thereafter also provided with horns; 24. that the same prisoner and defendant, having been punished in front of the jail, on multiple occasions upon his arrival home had to undergo further punishment; 25 because he had not been beaten to the satisfaction of his master; 26. which might possibly be, that his mistress lastly presented the example to her husband

Dutch transcription

zijnen Eisch, terzeld van eene bijlaag concludeerende weesende, door haar na in 't eerst eenige niets beduidende verschooningen te hebben voorgewend„ echter volmondig beleeden, dat geensints haar gem: man, maar zekere Adjusant van het regiment Meuron in naame Nicolaas Meezel, vader van dit kind kwam te zijn; deshalven zij op deeze belijdenisse zeer ernstig over haare verfoeije „lijke leesenswijze gereprimendeerd zijnde, ook het versoek van gem: Joohn om zyn naam op het Kerkelijk drop boek te roijeeren aan hem is toegestaan. /:onder stond:/ Accordeerd voor zoo verre het geëxtraheerde Aangaat met voorsz: resolutie /:was geteekend:/ W J Rijneveld scriba /:lager:/ accordeerd / was ge teek:d:/ W: J: : KipdereEd G: Clercq. — Extract uit de citile rechts rolle, gehouden aan Sabo de goede Hoop„ Donderdag den 17. April 1788. Van Leeuwen produceerd den burger Jacobus van Leeuwen zijner de Ged„tse legt, dat haren man, zonder zig aan haar te stooren, was naar buiten vertrokken en aldus haar in de uiterste armoede alhier had laten zitten; dat zij dus alleen om haar nood„ „lijdende toestand te ge= moed te komen, tot dien stap was overgegaan en dat haaren man zelve in allen opzigte van een zeer slegt gedag zijnde, zich ook insgelijks bekwert had te buiten gegaan, verzoekende dus dat de daad deeze misstap haar om die reede wilde vergeeven. De Eiss:r zegt doot replicq, dat de ged„se in conterso is, de en beschuldigingen ten opzigte van haren man geheel van bewijse zijn ontbloot: persisteerende by zyn gedanen eisch en genomene conclutie. — De ged„te persisteerd meede bij haar voortgedrackte door duplieg, renuntieerende partijen van kerders productien De Raad hond deeze zaak in advijs /onder stond / Accordeerd /: was geteekend:/ W H Rineveld gem: Clercq (onderstond:) Accordeerd. (was geteekend/ W H Rijneveld & Clercq als gemachtigde van den Burger Johan Godlieb Joohn ut inf fine van denselven„ Eensr deszelfs huisvrouw Susanna Petronella Bijers gedef: omme in cas van dissolutie van het huwelijk te zien dienen van schrif¬ te lijken eisch, daer op te antwoorden en voorts te procedeeren als na rechten. als Donderdag. op G 1 „ No. 10 Donderdag den 7. Augustus 1787. voor de middags praesent de E: Achtb: Heer Johannes Isaak Rhenius, Praesident, en alle de Leeden demipta den Heere van Echten bij Occupatie Waar na ook ter tafel gebragt zijnde de stukken en munimenten gediend hebbende in de zaak door den Burger Johan Godlieb John:s op ende Jeegens zijne huisvrouw Susanna Petronalla Bijers, in cas van dissolutie geëntameerd, heeft de raad, alvorens in deezen ten definitive te dispo¬ neeren, de voorsz: stukken en Munimenten gesteld in handen van het officiim Fiscaal, om teegens gem: Susanna Petronella Bijers, ter zaake dan geperpetreerde overspel amptsweegen te ageeren Aan Cabo de goede Hoop, die et anno u1 supra. /lager:/ mij praesent /was getekend/ C: L: Neethling seert (onder stond:) Accordeerd. Was geteekend:/ W H Rijneveld. G: Clercq. — /:onder stond:/ Contra. Mentor van Mosembique lyf eigen van de Weduwe wylen Willem Versveld, gev:e en ged:e ter andere zyde. Art:. En deede zeggen. 2 Dat den gese: ten gede blykens 't aanleggende relaas en verklaaring in 't begin des maands Augustus Jongstleeden opgedrogt, echter naar eenighe dagen gevangen en met een goed pak slagen uijt de tronk gelost zynde 3 zich niet pas hebben ontzien om zieh van 't werk te bevrigden en zyne hyfvrouw daar door te tergen. fyn arm met een doek gantsch styf te binden, en zig tot het arbeiden onbekwaam te maken. dat zulks door eenige veen zyne meede slaaven aan derzeker lijfvrouw der klikt zijnde geworden. Compareerde voor den E: Achtbaren Heer Praesident en Rade van Justitie des Casteels de Goede Hooft, den pro interim Fiscaal G: Exter R: O: Eisscher in cas chimineel. tezenre. Accordeerd. W J R Rijneveld gisleren ede Acti 6 Art: 6. dezelve den geve: en gede door zig heeft doen komen 7 ten einde den gev:e en ged:e met hulpe van den daar toe geroepene slaaf spadille over dit beslaan, te bestraffen en te corrigeeren 8. dat den get:e en ged:e de intentie van desselfs lijfstrouw ontwaarende, en van den Jorgen spadille hebbende zullen vastgehouden worden 9. zich dan heeft duaden onderstaan zyn mes teegens dien rongen te trekken en zig dusdanig op de vlugt te begeeven. 10 zonder gem: Jongen of iemand anders bervond te hebben. 41. dog den gev: en gede: van meergem: Jongen vvervolgd en ingehaald zijnde. 12. heeft den geve en ged:e zig omkeerende voert aEdermaal na dien Jongen gestooken, en denzelven, terwyl uytzig om de steek te kruijden, draeijde, latelyk in den rug terwond. 13. dat zoo zeer deeze verwondering niet voor„ bedagte overleg, opzet en wille geschied is 14 en den geve: en gede: hier na zelke niet schynt te zullen hebben nagelaten: 1 15 by andere omstandigheeden eener wezent „lyke doodslag, te begaen. Art: 16. en denzelve de daar omtrend gestatueerde straffen zoude behoeven te ondergaan. 17. Vermeend den E: O: Eisscher echter grotelyks te moeten considereeren. 18. dat den gev„e en ged:e even denzelven Jongen is. 19. dewelken voer drie jaaren reeds over misham„ „deling geklaagd en verscheidene maalen ookboven de maaken getracteerd te zijn, is bevorden geworden. 20. zodanig dat R:O: tegens desselfs lyfkeer is ge„ „procedeerd geworden, met dien gevolg echter. 21 dat den gev. t en ged:e naar wel een half Jaar in 't gevangen huis opgesloten gezeten te hebben. 22. zoo elendig en sweek hy ook geweest is. 23. eerst in de ijzers is geslaagen een korten tigd daar na ook met hoerns voorzien geworden. 24. dat denzelven gev: en ged: e voor den tronk gestraft zijnde, tot meerdere reijzen by zyn te huijs komst nog een verdere bestraffing hebbende moeten ondergaan 25 om dat hy niet naar genoegen van zyn lijf steen geslagen was. 26. het wel zoude kunnen mogelyk zyn, dat zyne lijfvrouw laatstelijk 't voorsteeld aan haar en man

NL-HaNA_1.04.02_4336_0316 view scan ↗

English

man wished to follow. Article 27. The prisoner and defendant persisting, at least, 28. that through sad experience and out of fear of being treated according to custom and even worse, he had proceeded to the undertaken means in order to free himself therefrom and to be able to save himself. 29. the prisoner and defendant says his mistress had previously ordered some birch rods to be prepared. 30. and also ordered the ladder to be fetched. 31. and to bind him fast with a strap which the servant had in hand. 32. and he, witness and defendant, had his arm bound for that reason because the same had been swollen, as was his turn previously. 33. so that the Right Honorable Prosecutor, under Your Honors' better judgment, believes not without foundation to be of the opinion 34. that however much the prisoner and defendant may have faulted against his master or mistress, 35. the same, on the contrary, has also often been treated contrary to prescribed orders. Wherefore, with other reasons and means to be further deduced in due time if necessary, the Right Honorable Prosecutor making demand, concluded that the prisoner and defendant, by definitive sentence of Your Honors, shall be condemned to be flogged by the Caffers, and then riveted in irons, to remain bound for two consecutive years on Robben Island; furthermore to be sold publicly for the benefit of his mistress, with restitution of all costs incurred herein, or to such other pains and punishments as Your Honors shall judge to be proper according to law and equity. Was signed G: Exter. In the margin: exhibited in Court the 28th of November 1788. Article 36. and thus, in consideration of all circumstances and the concatenation thereof, he ought to be punished in a mitigated and equitable manner, secundum arbitrium judicis. Article 836. Report Report given before the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, by and on behalf of the slave Spadille, belonging to the widow of the late citizen Willem Versveld, of competent age, and at the requisition of the pro interim Fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, reading as follows: That some weeks ago, without being able to determine the exact day or date, a slave belonging to the deponent's mistress, named Mentor of Mosambique, who had been absconded for some time, upon his return from the trunk, having worked again for some days with the other hands, among which group was also the deponent, the deponent subsequently on a certain Saturday thereafter had perceived that one hand of the aforementioned Mentor was bound very stiffly with a cloth. That on that day, the deponent, together with the aforesaid Mentor, having been called from the garden by his mistress, the deponent upon his arrival from the house, by order of his said mistress, had wished to seize the aforesaid Mentor, in order, as it seemed to the deponent, that he could be punished by his said mistress for this conduct, whereupon the said Mentor produced a knife and struck at the deponent with it, but, not having hit him, immediately took flight thereafter. That the deponent, together with the servant of his mistress, having pursued the said Mentor, the said Mentor on that occasion, while the deponent had approached him to about three paces, had suddenly turned around and lunged at the deponent a second time, which thrust, as the deponent had immediately turned away, only lightly grazed the deponent from behind above the left thigh. That in the meantime two wood boys, without knowing whose, having arrived there, the said Mentor was then seized by them and brought over to the Cape. Declaring nothing more, the deponent gives as reasons of knowledge as in the text, testifying that all the foregoing is the pure truth. Thus related at the Cape of Good Hope, the 14th of August 1788, before Messrs. Rijno Johannes van der Riet and Gerrit Hendrik Meijer, members of the Honorable Council of Justice aforementioned, who have duly signed the minute hereof along with the deponent and me, sworn clerk. Below: which I witness. Was signed: W: S: V: Rijneveld, sworn clerk. Reconfirmation. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government the aforesaid slave Spadille. Below was written: Thus reconfirmed at the Cape of Good Hope, the 30th of September 1788. Was signed: X and written around it: this mark was made by the deponent's own hand. Below: in my presence. Was signed: W: S: V: Rijneveld, sworn clerk. In the margin as Commissioners: was signed: J: V: Echten and Joh:s Smits. Appeared before the undersigned commissioner members of the Honorable Council of Justice of this Government the matross of the Honorable Company Johannes Möller, of competent age, who, at the requisition of the pro interim Fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, declared how true it is. Below was written: who, these his interrogatories having been read aloud to him clearly word for word, testified to persist therein, desiring that nothing more be added or taken away, testifying that all the foregoing is the pure truth. Who That

Dutch transcription

man heeft willen navolgen. Art: 27. persisteerende ten minsten den gev: en ged:e 28. dat hy door de dreevige ondervinding en uijt vreese naar gewoonte en nogerger getracteerd te worden, dat 't ondernomene middel was over gegaan, om zig daar van te bevrijden en te kunnen falveeren. 29. hebbende zegt den gev:e en ged:e zijn Lijfvrouw dan te vooren eenige biere roeden doen klaar maken. 30: en teffens geordonneerd de ladeer te haalen. 31. en hem met een riem, dien de kregt in de hand had, tost te binden. 32. en hy get: en ged:e zyn arm daarom gebonden dewijl den zeeven opgeswollen is geweest, gelijk te voren zin beurt was. 33. zoo dat den r: O: Eisscher /:onder UwE: Agtbaaren beeter oordeel :/ vermeend niet grond, van gevoelens te kuagen zijn 34. Dat zoo zeer den geve: en gede ook teegens zijnen lijf Heer of vrouw, zoude mogen hebben gemerqueerd. 35. den zeeven daar tegens ook dikwils tegens de doorgeschreevene ordres behandeld is geworden Mits welke in andere reeden en middelen in tijden wijle / is 't naad, nader te deduceeren; den 7: O Eisch voende, concludeerde, dat den gev: en ged:e bi definitive vonnis van Uw E: Agtb: zal worden gecon„ demneerd, omme door de Coffers ge laarsd te worden, en dan in de ijzers geklonken, zynde twee agter een volgende Jaaren ten talefsen eijland gebonnen te blijven; voorts ten voordeele van desselfs lijftrouw publicq verkogt te worden, met restitutie aller hier bij gevallene kosten, ofte tot alzulke andere peene en Straffen als UwelEdele Acht„ baarens na regt en billijkheid zullen oordeelen te behooren /:was getekend / G: Exter in margine extrbitum in Judicie den 28=ber 1788. — Art 36. en dus in rukzugt op alle omstandigheeden en de aan een schakeling derselven op eene gemitigeerde en billijke wijze, secundum Arbirium Jndicis zal behooren gestraft te worden Art 836. Relaas Relaas gegeeven ten overstaan van de ondergeteekende gecommitt„ uit den E: Achtb: Rade van Justitie deezer Gouvernements door ende van weegens den slaaf spadille, toebehorende de Wede: Wijlen den Burger Willem Versveld van Competenten ouderdom en ter requisitie van den pro interim Fiscaal alhier d'EE: Gabriel Eater, luidende het zelve als volgt. Dat eenige weeken geleeden, zonder in 't zekere den dag of datum te kunnen bepalen eenen des rel„ts lijf-trouwe toebehorende en zeederd enigen tijd opgedrosten Slaef in naame Mentor van Mosambique, bij zijne te rug komst uit de tronk wederom engef dagen met 't overige volk gewerkt hebben de veer rel:t die meede onder de hoop was, vervolgens op zekere saturdag daar aan bespeurd had, dat de eene hand van voorm: Mentor zeer stijl met een doek ge bonden was. Dat hij relt: op dien dag benevens voorsz Mentor door zijne lijf vrouw uit de tuijn gegreepen zijnde, hij relt: als toen bij zyne komst van het huis ter ordre van zijne gemelde lijfvrouw, voorsz: Mentor hed willen grijpen, ten einde zoo als het hem relt: toescheen, over dit bedrijf door zijne gemelde lyfvrouw gestrafd te kunnen worden, als wanneer denzelven Mentor een mes voor den dag gehaald en daar meede naar den relt: gestroken, edoch hem niet geraakt heb„ bende, vervolgens terstond de vlugt had genomen. Dat den rel:t: benevens de knegt van zijne ligf vrouw hem Mentor agtervolgd hebbende gerepte Mentor bij die gelegenheid terwijl de rel:t hem circa op drie treeden genaderd was, zich schielyk hadt omgekeerd, en andermaal naar den relt: had gestooken, welke steek, alzoo den relt: zich opstonds had omgedraaijd, hem relt: maar ligtelijk van agteren boven de linker dije gestraffen heeft. Dat intusschen twee hout Jongens, zonder te weeten van wie, daar op afgekomen zinde, gem: Mentor door hun als toen was gegreepen Dat en naar de Caas overgebragt. Niets meer verklaarende, geeft de Comp„te voor reedenen van Wetenschap als in den text betuigende, dat al het vorenstaande de zuivere Waarheid is. Aldus gerelateerd aan Cabo de grede Hoop den 14 Augustus 1788. voor de Heeren Rijno Johannes van der Riet en Gerrit Hendrik Meijer Leeden uit den E: Achtb: Raad van Justitie voormeld, die de minute dezes be„ neevens den Comp:t en mij gesw: Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend. /:laagerj:/ 't welk ik getuige /:was geteekend:/ W: S: V: Rijnelerd gesw: Clercq. Recollement. Compareerde door de ondergetekende gecom¬ mitt:s uit den E: Achtb: Rade van Justitie deezer Gouvernements voorsz: slaaff spactille /:onder stond:/ Aldus gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop, den 30 september 1788. was getekend/ t /: en daar omschreeven:/ dit merk is door den rel:t: eigen¬ „hundig gesteld /:lager/ mij praesent /: was ge „teekend:/ W: S: V: Rijneveld geww: Clercq. / in margine als Gecommitt:s / was geteekend:/ J: V„ Echten en Jof:s Smits. Compareerde voor de Ondergeteekende ge„ Tommits. Leeden uit den E: Achtb: Raad van Justitie dezes Gouvernements de Matraas der E: Compe Johannes Möller, van compe„ tenten onderdom, dewelke ter requisitie van den pre interim Fiscaal alhier d' E: Gabriel Exter. verklaarde, hoe waar is. /onder stond:/ dewelke deeze zijne interrogatoria van woorde tot woorde duijdelijk voorgeleesen zijnde, betrugde daar bij te blijven persisteeren, met begeerte, dat daar niet meer bij ofte afgedaan worden zal, betuigende, dat al het vorenstaande de zuivere Waarheid is. Dewelke Dat

NL-HaNA_1.04.02_4336_0319 view scan ↗

English

That on a certain Wednesday, now fully two weeks ago, without the Appearer being able to determine the exact date, there was brought from the prison into the house of the Widow Willem Versfeld, with whom the Appearer serves as a farmhand, the slave Mentor of Mozambique, who, having deserted and been taken prisoner some time previously, had on that day received his punishment for it. That the said slave, having then worked with the other hands until the Saturday following, when it was discovered early in the morning by the Appearer that the aforesaid Mentor had tied a cloth very tightly around his hand, so that his arm began to swell as a result, in order to have a good pretext to excuse himself from working, as had happened more often before, while at the same time it was also made known to the said Widow Versfeld by some of the hands that the said Mentor had incited some other boys to desert with him from his mistress. That the mentioned Widow Versfeld thereupon called the said slave Mentor and questioned him about the reasons for this, and having ordered the slave Spadille to hold the aforesaid Mentor fast in order to have him punished for it, the said Mentor, as the aforesaid slave Spadille had carried out this order, immediately drew his knife and stabbed at the aforesaid Spadille, thereupon attempting to flee without having struck him. That when the aforesaid Spadille pursued the said Mentor, the mentioned Mentor, when Spadille had come within 3 paces of him, turned around and again stabbed at the aforesaid Spadille, in such manner however that the said Spadille, by quickly turning himself, received that stab nowhere other than lightly in his back. The aforementioned Mentor being thereafter seized by two wood boys coming down from the mountain and brought to the prison. Declaring nothing more, the Appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being prepared, if required, to confirm the foregoing under oath. Below was written: Thus passed at Cape of Good Hope, the 14th of August 1788. Before the Gentlemen Ryno Johannes van den Riet and Gerrit Hendrik Meyer, Members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the original draft of this together with the Appearer and me, the sworn Clerk. Lower: Which I witness. Was signed: W. S. van Ryneveld, sworn Clerk. Re-examination. Appeared before the undersigned Commissioners from the Honorable Court of Justice of this Government the aforesaid Johannes Möller, who, this declaration of his having been clearly read out to him word for word, testified to persist by it, desiring that nothing more shall be added or removed, and therefore, in confirmation of the truth thereof, in the presence of the slave Mentor, spoke the solemn words: So help me God Almighty. Thus re-examined and sworn at Cape of Good Hope the 30th of September 1788. Was signed: J. Müller. Lower: In my presence. Was signed: W. S. van Ryneveld, sworn Clerk. In the margin: As Commissioners. Was signed: J. van Echten and Johannes Smuts. I, the undersigned Anthonij Bhisefki, Surgeon in the Honorable Company's Hospital here, certify that on the 3rd of this current month of August, having been called to the garden or residence belonging to Madam the Widow Versfeld, and at the requisition of the same, I examined a slave boy who, according to the statement of the said Widow Versfeld, had been wounded by another slave boy also belonging to her; that upon examination I found that the said boy was wounded in the back of the thick of his left thigh, where there had been inflicted upon him a triangular stab, though that the same was not fatal. Below was written: In witness of the truth, signed this at Cape of Good Hope, the 14th of August 1788. Was signed: A. Bhisefki. Articles drawn up and submitted to the Gentlemen Commissioners from the Honorable Court of Justice of the Castle of Good Hope, in order to examine thereon, at the requisition of the interim Fiscal G. Extert, Mentor of Mozambique, slave of the Widow Willem Versfeld, the responses to be given by him to be duly set down in the margin hereof. Appeared before the undersigned Commissioners from the Honorable Court of Justice of this Government the slave Mentor of Mozambique, who to the adjacent question articles gave such answers as are noted beside each of them. Article 1. His name, birthplace, age, and whose slave he is. Says Mentor of Mozambique, aged about 25 years, slave of the Widow of the late Burgher Willem Versfeld. Article 2. How long he has already been in service there and what his ordinary duties have been. Says from small on he lived there, and at first sold vegetables, but thereafter worked in the garden. Article 3. Whether he has not run away and deserted from his master several times. Says yes. Says ten times. Article 4. Whether he had not still deserted some weeks ago, and having been captured, was brought to the prison. Says yes. Article 5. What the reasons are for his having run away so often, and whether the true cause is not his laziness, or that he did not properly perform his duties. Says at first to have deserted because when he had not sold enough vegetables he was then beaten by his master, while later he deserted because he did not get sufficient food and clothing. Article 6. Whether he did not himself bind his arm tightly with a cloth to be excused from work. Says no, but that first his legs, subsequently his arm having swollen from the cold, he was then excused.

Dutch transcription

Dat op zeekeren woensdag nu wel twee Weeken geleeden, zonder dat de Compt. de Juiste datum bepaalen kan uit de tronk in 't huiscra„ de Weduwe Willem Versfeld (:bij wien de Compt. als knecht dienst doed gebragt is de Slaaf Mentor van Mosambique, dewelke eenige tijd te vooren opgedrost en gevangen genomen zijnde op dien dag daar voor zijn straf ontfangen had. Dat gem: slaaf als toen by 't volk gewerkt hebbende tot op Saturdag daar aan volgende, Wanneer door de Compt. smorgens vroeg ontdekt is, dat voorsz: Mentor een deekzeer styf om zijn hand gebonden had, om nadien zijn Are daar door begon te swellen, dus een goed voorwendssel te kunnen hebben om, zoo als te booren wel meer gebeurd was zich van het werken te excudeeren, terwijl teffens ook door eenige van het volk aan gem Weduwe Versfeld is bekend gemaakt, dat gem: Menter eenige andere Jongens had op„ „gestaakt, om met hem van zijne lyfvrouw op te drossen Dat gerepte weduwe Versseld daar op gem: slaaf Mentor geroepen en hem die reedenen hier van afgevraagd mitsgaders den slaaf spadille gelast hebbende, om voorsz: Mentor Last te houden, ten einde dezelve daar over te doen straffen; had ged„te Mentor, zoo als de voorsz: slaaf spadille aan deeze ordre had stellen voldaen, dadelijk zijn mes ge„ trokken en naar voorsz: spabille gestooken, zig daar op, zonder denzelven echter getroffen te hebben, op de vlugt begeerende. Dat wanneer voorsz: spadille denzelve Mentor heeft agtervolgd gerepte Mentor, toen hem spadille tot 3 treeden bijgekomen was, zig omgekeerd en wederom maar voorsz: padille gestaaken heeft, zoo nogtens dat denzelven padille, door zig setnelijk om te draaijen, dien steek niet anders als exen in zijn rugge heeft bekomen. zijnde meerm: Mentor daar na daer twee Aan den berg afkomende houtjongens gesat, en naar de tronk overgebragt. Niets meer verklarende geeft den Compt. Dat door voor redenen van wetenschap als in den text, bereid zijnde het vorenstaande, zoo het vereischt word met Eede te staaten. /:onder stond:/ Aldus gepasseerd aan Cabo de goede Hoop, den 14 Augustus 1788. Voor de Heeren Rino Joh:s Van den Riet en Gerrit Hendrik Mijer, Leeden uit den E: Achtb: Raad Aan Justitie voor „meld, die de minute dezes, beneevens den Compt en mij gesw: Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend. /:laager:/ 't welk ik getuige /: was geteekend:/ W: S : Peijnezeld. gesw: Clercq. Recollement. Compareerde voor de Ondergeteekende ge Committs: uyt den E: Achtb: raade van Justitie deezes Gouverneuen te voorsz: Johannes Möller, dewelke deeze zijne verklaring van woorde tot waerde duidelijk voorgeleeden weezende, betuigde daar bij te blijken persisteeren, met Ik ondergeteekende Anthonij Bhisefki Chireugijn in het s'E: Comp:s Hospitaal alhier certificeere dat ik den 3 deezer lopende maand Augustus, den geroepen in de thuijn of woning, aankomende Me„ Juffrouw de Wede: Versfeld, en ter requisitie van dezelve, heb geëxamineerd een slade Jongen, die volgens opgave van gem: Wede: Versfeld door een andere slave Jongen meede haar toebehoren de, was gequetst geworden, dat ik by examinatie heb bevonden, dat eengem: Jongen was gequetst agter in het dikke van zyn linker dije, aldaar hem was toegebragt, een triengulaue steek, edog Aldus gerecolleerd en beeedigd aan Cabo de goede Hoop den 30 september 1788 /:was getekend:/ J: Muller /:laager:/ mij praesent. /:was geteekend:/ W: J: V: Rijneveld, gezw: Clercq. /:in margine:/ als gecommitt:s /:was geteekend:/ I: V: Echten en Joh:s Smuts. /:onder stond:/ begeerte, dat er niets meer bij ofte afgedaan worden zal, en sprak derhalven ter bevestiging der waarheid van dien, in praesentie van den slaaf mentor, de Ce, lemneele woorden, zoo waarlyk helpe my God Almagtig. begeerte dat Art: 2. zegt Ja¬ zegtsel tien reijsen. dat dezelve niet dadelijk was. /:onder stond:/ Inkennis der waarheid deeze onderteekend Aan Cabo de goede Hoop den 14 Augustus 1788. /:was geteekend:/ A: Bliese Jkt. Articulen gedaan maken Compareerde voor de Ondergeteekende gecommitts. en aan Heeren Gecommitt s uyt den E: Achtb: Rade van uit den E: Achtb: Rade van Justitie dezes Gouvernements Justitie des Casteels de goede den slaaf Mintor Aan Hoop overgegeeven, omme ter Mosembique, dewelke op requisitie van den pro interim de nevens staande vraag Fiscaal G: Extert, daar op ge¬ Legt in't eerst gedroot te Dat de reeden daar van zijn Articulen zodanige aut¬ hoord te worden Menton van zijn, om dat wanneer hij dat hij geve: zoo dikwils zieh Woorden heeft gegeven, als geen groente genoeg vier¬ Mosambique, lijfeigen van de op den loop heeft begeren, of de bezijden een Ijder derzelven Wede Willem Versfeld, zullende nogt had, hy dan daer zijn waare oorzaak net desselfs staat aangeteekend. bijf Heer geslagen wierd, desselfs te geevene responsiken luijheid is, of dat hij zyn dienst terwyl by naderhand is op¬ in Margine deezer behoorlyk niet behoorlyk heeft waargenomen. gedrast, om dat hij geen worden bekend gesteld. genoegsaame geten en klee¬ Art: 1. denen kreeg. Zes gers: naam, geboorte plaats O Legt neen maar dat eerst of hij gets: dan niet zelve Zegt Mentor van Mosembegue Ohderdom, en wiens lyfeygen zyn beenen vervolgens zin prin met een doek heeft hij is. 18 oud naar gissing 25 Jaren, zyn aan den zelke opge. stijf gebonden om van 't verk eijgen van de Wede: van strallen zijnde, hij als toen ƒ Wylen den Burger Willem Versteld. e zegt Aan kleur afdaar gewoond en uit eerst groente verkogt, edoch daar na in den tuyn gewerkt te hebben. Hoe lang hij reeds aldaar in dienst is geweest en wat zyne ordinaire verrigtingen zijn geweest. of hij gete. niet tot meerdere Heijsen is weggeloopen en van zijn lif Heer opgedroste off hij get: niet noch voor eenige weeken is gedrost geweest en opgevangen zijnde naar de trouk gebragt geworden. Art 2. geexcuseerd 3. 4. 5.

NL-HaNA_1.04.02_4336_0322 view scan ↗

English

had tied a cloth around his arm. Answers yes, but that he has incited nobody to run away. Answers to be excused. Article 7. Whether such did not happen some weeks ago on a Saturday, when he, the prisoner, also sought to incite other boys to go running away again with him? Whether his, the prisoner's, mistress, having learned of these matters, having questioned him, the prisoner, about it in the presence of a certain naval officer, he however answered that this was not so. Whether she, having put him, the prisoner, at ease about it, did not, when his fellow slave Spadille had brought him home, order to hold him, the prisoner, fast, in order to punish him for this? Answers that when he, the prisoner, was brought home from the trunk where he had received his punishment, his mistress had then caused some quince rods to be cut and made ready by the servant, that however at that time the widow Ekhart with her children came to the prisoner's mistress and having stayed there for two days because of the rain, his mistress had then ordered those rods to be put away, while however the servant had warned him, the prisoner, that when those ladies had departed, he would receive blows in the presence of Jacobus Tesselaar, and that indeed when the said ladies had gone to the Cape, the prisoner's mistress had called him to her, that he, the prisoner, having arrived at the house, had then seen the aforesaid Tesselaar with his mistress, together with the servant, who had a strap in his hands, and the schoolmaster on the stoep; that the prisoner's mistress having addressed him, the prisoner, in substance that she had incurred so much expense because of his running away, and he had not had enough blows for that, at the same time had ordered a ladder to be fetched and commanded the slave Spadille to seize him, the prisoner; that he, the prisoner, immediately pushed the aforesaid Spadille away from him in front of himself and having taken his, the prisoner's, knife from his waistband into his hand; thereafter, upon the order of his mistress to the aforesaid Spadille to seize the prisoner, took to flight, that the aforesaid servant and Spadille pursued him and the said Spadille having seized him, the prisoner, upon the further order to the servant, he, the prisoner, then pushed the same away from him and with his knife had dealt him a stab in the buttock; that he, the prisoner, having subsequently fled further, upon the cry of the servant was seized by some boys passing by at that time and brought into custody. Article 10. Answers as before. Whether he, the prisoner, did not seek to avoid this well-deserved correction, thereby that he immediately drew his knife and stabbing at Spadille took to flight? Answers as to Article 9. Article 11. Whether he, the prisoner, being pursued and overtaken by Spadille, did not turn around and for the second time stabbed at the same Spadille? Answers as before. 12. Whether he, the prisoner, while the frequently-mentioned Spadille quickly turned, did not then actually stab and wound the same from behind in the back? Answers as before. 13. Whether he, the prisoner, was thus not minded to stab the said Spadille down and indeed to death? Answers to have had no intention to deprive Spadille of life, but only to have come to this in order not to be seized, adding hereunto that he, the prisoner, had had opportunity enough, if his intention had been to do anyone real harm with the knife, to carry this out easily, since his mistress, the servant, and the schoolmaster had stood together on the stoep, whereas he, the prisoner, had done them not the least harm behind. Article 14. In what manner he, the prisoner, could draw his knife and wound his fellow slave, who did nothing else than obey his bounden duty to the orders of his mistress? Answers because Spadille seized me. 15. Whether he, the prisoner, will not acknowledge to have committed a great crime and to have made himself very punishable? Answers to be unable to help this, and that his mistress, who wanted to have him punished doubly, is the cause hereof. 16. What he can advance in his excuse? Answers as before. Thus questioned and answered at Cape of Good Hope, the 28th of August 1788, before the gentlemen Rijno Johannes van der Riet and Hendrik Justinus de Wet, members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who have duly signed the original of this together with the prisoner and me, sworn clerk.

Dutch transcription

een daek om zijn Arm gebonden had. zegt Ja. maar dat An niemand tot het drossen heeft zaeken op te maken. Zegtzta: dat zyne lyff= geexcuseerd te zijn E. Art: J. off zulks niet voor eenige weeken op een saturdag is geschied wanneer hy gets: ook nog andere Jongens heeft gezogt op te ma¬ ken om met hem wederom te gaan drossen off zijn (des gets: lijfvrouw van 't een en t ander kennis ge¬ in praesentie van zeekere kreegen hebbende hem gets: niet zee, officier daar na ge¬ draagd hebbende, hy echter komen geantwoord heeft, dat dit vrouw hem geroepen en zoo niet was. off hij hem Gesre: daar over te zegt, dat wanneer hij get reefden gesteld hebbende, niet uijt de tronk, daar hij zijn straf ontfangen had, desselfs meede slaaf spadille, Mas te huys gebracht heeft geordonneerd hem gev zijn lijfftrouw als toen doot te houden, om hem dies, eenige bieren roeden had wegens te Straffen? ohaen Snijden, en door de knecht klaar maken, dat echter op dien tijd de Wede: Ekhart met haare Kinderen bij des gevs: hijf vrouw gekomen en aldaar om den reegen twee duagen verbleeken zijnde, zyne lyf vrou als toen die hoeden had doen wegleggen, terwyl echter den knecht hem gev:e had gewaarschouwd, dat hij, wanneer die Juf: „frouwen vertrokken waren, in tegenwoordigheid van Jacobus Gesselaar, slagen zoude krijgen, en dat ook werkelik toen gem: suffrouwen naar de Caab waren gegaan, des gev: lijfvrouw hem bij zich had doen roepen, dat hy geve aan het huis gekomen zijnde, als toen voorsz: Tesselaar bij zijn Lijf-vrouw, beneevens de knecht /:die een riem in zijne handen had:/ en den school„ meester op den staep gezien had; dat des gev:s lijf trouw hem gete: in substantie toegevoegd hebbende, dat zi weegens zijn Opdroosen zoo veel kosten gedaan, en hij daar voor geen sllagen genoeg gehad had, teffens had onder gegeeven, om een ladder te haalen en aan den slaaf spadille gelast, om hem Gev:e te grijpen; dat hij gevaert ten voorsz: spadille van zich af dadelijk heeft doen voor zich gestoeten en zijn gevs: mes uit de braeksband in de hand genomen hebbende; daar na op het zeggen van zijn Lijf vrouw aan voorsz: spadille om den gev: te vatten, ziek had op de vlugt begeeren, dat voorsz: knegt en Spadille hem agter¬ „volgd en gem: spadille hem get:e op de nadere ordre aan den knegt gegreepen hebbende, hij gete: denzelven als toen van zich afgestaoten en met zijn mes een steek in de bil gegeeven had; dat hij get: vervolgens verder voortgeslugt zijnde, op het geroep van den knegt door eenigen daar op dien tijd passeerende Jongens gevat en in hechtenis over„ gebragt was. Art: 10. zegt als vooren off zij getre: deeze wel vao diende correctie niet heeft gezegt te vermijden, daar door als dat 8. te zegt als op art: 9. dat hij dadelijk zijn mes heeft getrokken en naar spadille steekende zig op de vlugt heeft begeeven! Art: 11. off zij gev:e van spadille Ter„ „volgd en agterhaalt zynde, zich niet heeft om gedraggd en voor de tweede maal naar denzelven spadille gestooken zegt dit niet te kunnen of hy gev:e: niet tekennen zal verhelpen, en dat zijne een groote misdaad begaan Juffrouw, die hem dubbeld en zig zeer straefbaar te hebben hij gev:e terwijl zig meergem: heeft willen doen strieffen, gemaakt. spadille schielik gedraaijd heeft, hier van de oorzaak is. denzelven toen niet weffentlijk: van agteren in de rug: heeft ge„ „straken en verwond. 13. off hij gev:e dus niet van fins zegt geen voornemen gehad is geweest gem: Spadille ter te hebben om spadille Aan het leven te beroven neder en wel dood te steeken. maar alleen om niet gevat te worden daar toe gekomen te zijn hier bij roegende, dat hij gete: gelegenheid geroeg gehad had, om wanneer zijn voorneemen was geweest, ymand met het mes reeel kwaad te doen, dit gemakkelyk ter nitstaar te brengen, door zyne lyfvrouw de kregt en schaolmeester te zamen op de stheep hadden gestaan, terwijl zegt als voren. 12. Legt als vooren. Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de Goede Hoop, den 28:e Augustus 1788. voor de Heeren Rijne Johs: van der Riet en Hendrik Justinus de Wet, Leeden uit den E: Achtb,/: Rade van Justitie voorm: die de minute deezes beneevens den geve en mij gesw: Clercq meede behoorlyk hebben onderteekend. 16. Wat hij tot zyne verschoning kan bijbrengen /:onder stond:/ Art: 14. Op hoedanige wyze hy gete. heeft kunnen zyn mes trekken, en zyn meede slaaf verwonden, die niets anders gedaan heeft, als zyn schuldige pligt aan de ordres van zyn lyfvrouw obedieerende. hij gev:e hun agter geen het minste leed gedaan had zegt om dat spadille mij gezat heeft. bij /lager:/ 5 15.

← previousnext →