VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 4336

Cape · 410 pages · 215 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_4336_0324 view scan ↗

English

Lower down: which I testify. Signed: W: P: V: Rijneveld sworn Clerk. Review. Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, the aforementioned Slave Mentor of Mosambique, who, after these his preceding articles of interrogation with the answers given thereto were read out to him clearly and distinctly word for word, declared that he persisted in them, desiring that nothing be added thereto or taken away, testifying that all the foregoing is the pure truth. Below stood: Thus reviewed at Cabo de goede Hoop on 30 September 1780. Signed: and circumscribed there: this mark was made by the witness with his own hand. Lower down: in my presence. Signed W: J: A: Rijneveld sworn Clerk. In the margin: as Commissioners. Signed: S: V: Echten and Joh.s Smits. 1. And stated 2. that the aforementioned defendant had been stationed as head surgeon on the Honorable Company's ship Dregterland and recently arrived here on that vessel 3. far from regaining the respect and trust that he lost among everyone he had to deal with on his homeward voyage on the ship d'Eenparigheid, 4. it having frequently occurred on the aforementioned voyage that the defendant not only indulged in excess drinking 5. but also engaged in all kinds of improper exchanges of words and quarrels 6. so much so that the defendant even offered blows to the 1st Lieutenant 7. however, on another occasion he also received black eyes for his insolent treatment of a passenger 8. but that the defendant himself also treated the sick in an unheard-of manner, Appeared before the Honorable Lord President and Council of Justice of the Castle of Good Hope, the prosecutor Fiscal G: Exter, in his official capacity, Plaintiff on the one side, the head surgeon Gerrit Blikman, who arrived on the ship Drigterland, defendant on the other side. No 11. Agreed. Clerk W C Ryneveld 9. namely, instead of providing them with assistance, he treated them with beatings 10. and even forbade the second surgeon to assist the Lieutenant's servant in his illness; 11. on the contrary, he sought to diminish it even more and rendered himself guilty of yet more unworthiness on his outward voyage, 12. that the defendant, from the very beginning and while still lying at the roadstead in Europe, assumed an authority, and did and demanded things that in no way pertained to him, nor ought to be done, 13. of which the clearest proof is the autograph letter from His Right Honorable, the Commissioner of the Directors, to the Captain, 14. in which the defendant is acknowledged to be a person of an uneasy temper who finds fault with everything, and the Captain was recommended to tell the defendant what was necessary and to direct and urge him to order and good harmony, 15. which was also done by the Captain elsewhere in a gentle manner, but had so little effect 16. that the defendant not only continued in his temper and bad habits, 17. but also acted out in manifold ways and did not shrink 18. from treating the Captain in the most improper manner and answering him with the insolent expression 19. that he should just place him under arrest, that he, the defendant, would rather that the Captain and the Captain's crew were damned, 20. no less than treating Cadet Blandau with punches of the fist; 21. that the defendant finally, here at the aforementioned roadstead, completely denied the authority of the Captain 22. and even countermanded the order given by the Captain to the second surgeon, authorizing him to stay ashore without the Captain's knowledge, 23. claiming that his second surgeon was under him, the defendant, but not under the Captain, who had no right to command him; 24. whereby, as well as by the reasonable fear of all officers that even greater mischief might arise from this, the Captain was moved 25. to present the matter to the Honorable Lord Governor with the request to be relieved of the defendant; 26. that the defendant was thus provisionally removed from his aforementioned vessel by His Honor, but he having been reported to the fiscal office

Dutch transcription

/:lager:) 't welk ik getuige (:was geteekend: W: P: V: Rijneveld gezw: Clercq. Recollement. Compareerde voor ons ondergeteekende ge„ Committ:s uit den E: Achtb: Rade van Justitie dezes Gouvernements, den Voorm: Slaaf Mentor van Mosambique, dewelke deeze zijne vorenstaande Vraag articulen met de daar op gegeevene antwoorden, van woorde tot woorde hlaar en duidelyk voorgeleezen zijnde, verklaarde daar by te blyven persisteeren, met begeerte, dat daar niets bij of afgedaan worden zal betuigende, dat al het vorenstaande de zuivere waarheid is. /:onder stond:/ a Aldus Gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop den 30 September 1780. /:was getteekend:/ /:en daar omschreeven/ dit merk is door den gets: eigenhandig gesteld /:lager/ mij praesent /:Was geteekend W: J: A: Rijneveld gesw: Clercq /:in margine / als gecommitt: /:was getekend:/ S: V: Echter en Joh. s Smits. 1. En deede zeggen 2. dat den ged: voorm als opperm=t op S: E: Comp: schip Dregterland bescheijden geweest en onlang met dien bodem alhier gearriveert zijnde 3. Wel verree van d'agting en 't vertrouwen weder te herwinnen 't welk hij op zijne te huijs rijse met 't schip d'Eenparigheid bij een ieder met die hij heeft te doen gehad, heeft verlooren. 4. zijnde 't op gem: reijse dikwils gebeurd, dat den ged niet alleenig in den drank zig heeft te buijten gegaan 5. Voorts in allerleij onbetamelijke woorde Wisse„ linge en rusie is vervallen 6. zodanig dat den ged. wel den 1 Luijtenant heeft opneukers gepresenteerd 7: Egter bij ook een ander gelegentheijd over zijne brutaale bejeegening van een passagier blaauwe oogen geprofiteerd 8. maar dat den ged: ook zelven den zieken op een ongehoorde wijze heeft getracteerd, Compareerde voor des welEagtbaare Heere Praesident en rade van Justitie des Casteels de goede Hoop den proentero Fiscaal G: Exter R: O: Eijscher ter eenre den met 't schip Drigterland uijtgekomen oppermeester, Gerrit Blikman gedt ter andere zijde N„o 11. Accordeerd. Clercq W C Ryneveld 9. namentlijk in stede van deselve hulpe toe te brengen, met slage getracteerd 10. en zelve den ondermeester verbooden de Jongen van den Luijtenant in desselfs ziekte te assisteeren 11. in tegendeel deselve nog meer heeft gezogt te vermindere en bij zijne uijtrijse nog onwaar„ =diger in schuldig heeft gemaakt 12. dat den gedh: al van begin af en nog ter rede in Europa Liggende een autoritijd heeft aange„ =nomen, endinge gedaan en begeerd, die den zelve op geenderlijwijse toe kwaamen, nog behoorde gedaan te worden. zijnde daar van 't duijdelijkste bewijs den Eijgen¬ 13. handige brief van zijn E: groot: agtb: den Gecom„ =mitteerde Heere Bewindhebbers aan den Capit: 14. Waarin den ged. erkend word, als een minsch van een ongemakkelijk humeur die overal iets opsitt, en de Capit: gerecommandeerd, den Ged. 't nodige te zeggen en tot ordre en goede harmonie aantewijse en aantehouden 15. 't welk ook door den Capit: elders op een min„ =saame wijse geschied, egter van 2o wijnig effect is geweest, 16. dat den gedl: in zijn humeur en kwaade gewoon„ =ten niet alleenig heeft gecontinueerd, e 17. maar ook op menigvuldige wijse uijtgespat en zig niet ontzien. 18. den Capitain op d'onbetamelijkste wijse te bejegine en wel den zelve met de brutale expressie te antwoorden 19. dat hem maar in arrest moest zetten, dat hij gedj. liever wilde, dat den Capitain en de Capit: Zuijten; verdoemd waren. 20. niet minder den Cadet Blandau met vuijst„ =slagen te tracteeren 21. dat den gedh: eijndelijk alhier op de rhede bij gemeld 't gezag van den Capit: geheel heeft ontkent 22. en zelve de van den Capit: aan den ondermeester gegeeven ordre Contremandeerd, met autorisatie deselve om zonder kennis van den Capitain aan de wal te mogen blijven 23. terwijl zijn ondermeester wil onder hem ged. maar niet onder de Capit: sorteerde, die hem niet te Commandeere had. 24. Waardoor dan zowel als door de billijke vrees aller offigieren, dat er nog grooter onheilen daaruijt mogten voortkoomen den Capitain is gemoveerd geworden. de zaake den Wel E: Gestr: Heer Gouverneur voor 25. te leggen met versoek om van den gedh. ontsla„ „gen te worden. 26e. dat den ged. dus van meergem: zijn bodem door zijn welE: gestr: bij provisie afgenomen, dog den zelve bij 't officie fiscaal aangegeven zijnde

NL-HaNA_1.04.02_4336_0326 view scan ↗

English

27. the Officer-Prosecutor could not have failed to conduct a proper investigation into this matter 28. and believes, pursuant to the accompanying declarations, to be able to establish without correction 29. that the defendant has made himself guilty of various offenses, especially far-reaching insolence and brutalities, conflicting with subordination and good order, and degrading in the highest degree the character and office of a head surgeon, and thus punishable in all respects. 30. For, assuming that the conduct and behavior of the defendant on his homeward journey should not be taken into any other consideration, as that ought to have been reported in Europe, and 31. only in so far as it serves to elucidate this complaint and to qualify the new facts, 32. it being commendably advanced and stated by Boatswain Swarts 33. that the defendant did not behave any better on his outward journey than on his homeward journey, 34. yet the guilt of the defendant always remains great enough not to be allowed to pass in any way without punishment, 35. in order to be applied more severely or more leniently, according to the measure and nature of the circumstances and matters to be investigated. 36. Thus, however, in the 2nd article of the Articles of War it is expressly commanded 37. that all petty officers and common sailors shall be faithful and obedient to their superior officers, and these in turn to their captain or skipper, or whosoever may hold the command, each in the service in which he is placed; 38. it is also ordained in the 21st article of the instructions for the first commanders 39. that the inferior officers shall treat the first commander and those placed above them with all respect, upon the penalty established for that purpose; 40. no less for the maintenance of mutual peace and harmony, as long as the journey shall last, it is earnestly recommended in the 90th article of the Articles of War 41. that no one, whether on board ship or having come ashore, shall make any quarrel, upon pain of being disciplined through his quarters, 42. which, certainly being understood of the common folk, shall nevertheless leave no doubt 43. that officers in the same cases ought no less to be punished in a proportionate manner. 44. There will, in this case under consideration, especially have to come into consideration 45. that according to the intention of the Lords Superiors, and pursuant to their repeated orders, the sick must be treated and well cared for with all human charity; 46. it therefore especially befits the surgeons to seek to win the confidence of the officers and the crew, My Lord. Exhibited in Court the 29th of May 1786 47. and not in any way to make themselves obnoxious by brusque treatment, disrespectful, nay insolent and insulting behavior toward the commander and officers, by quarrelsome disposition and other improper conduct, and to serve as a bad example, 48. whereby an entire ship can be brought into disorder, and of which the defendant has made himself guilty, in disregard of all subordination and duties of oath and conscience. All which, along with other reasons and means to be further deduced in due course of time, if necessary, the Officer-Prosecutor, making his demand, concluded that by definitive sentence of your Honors, the defendant shall be dismissed from any capacity in the service of the Honorable Company, with confiscation of his earned and yet-to-be-earned monthly wages for the benefit of the Honorable Company, with condemnation in all costs; the same to be sent back to Europe with one of the return ships departing from here, or to such other ends as your Honors shall judge in accordance with law and equity. Was signed G: Exter I have noticed from the writing of the doctor that he has received the list for the cabin and sick according to an enclosed copy sent to him, that he pretends it only provides for 150 persons, but not for 350 persons, and that he says it is not like being allowed to copy the printed list itself, which seems very strange to me, because I never handed over such a list to the chief surgeon, since everything is under the responsibility of the captain, and this list, which was copied for him by the junior merchant, was handed over for the sake of peace; thus it would appear as if the Company had not provided satisfaction for the sick; if there were such a power of accountability for the doctor in it, then it surprises me very much that, while being at Hoorn, he made no mention of it, the more so because he writes that he had complained about the dispute over it with Captain Stokbroo to Mr. Opperdoes at that time, of which I have heard nothing, and if it had appeared necessary to the Directors, they would certainly have provided for it; the resolution of which he writes that the Meeting of the Seventeen is also burdened, for which he stands so strongly in the breach, I think that it will also be well known to our Chamber, and thus our Chamber will have taken good care that the sick can obtain that which is in accordance with the order of the Company, and I do not doubt whether it shall be to him as

Dutch transcription

27: den r. O. Eijscher niet heeft Hoogen in gebrek blijven, daaromtrend behoorlijk onderzoek te doen 28. en vermeend denzelve in gevolge de nevens„ =gaande verklaaringen sonder verbetering te kunnen vast stellen. 29. dat den ged. zig aan diverse misdrijve, bijzonders verregaande insolentie en brutali„ tijden, met de Subordinantie en goede ordre strijdende, en de Character en 't ampt van een oppermeester ten hoogste digradeerende, heeft schuldig en dus in alles opzigte Straf„ „baar gemaakt. 30. Want verondersteld dat de handelwijse en 't gedrag van den ged. bij desselfs te huijs rijse in geen andere reflectie zoude genomen worden / want die in Europa had behooren aangegeeven en 31. als in zoverre zij tot elucidatie van deeze klaagde en qualificatie der nieuwe fyte dienen 32. wordende door den Bootsman Swarts en prijcelijk geadvanceerd en gezeijd. 33. dat den ged. 't op zijne uijtrijze niet beter heeft gemaakt als op zijne te huijs rijse 34. dan blijft dog de schuld van den ged. altoos groot genoeg, om op geenderlijwijse zonder straffe te kunnen gepasseerd worden. 35. om naar maate en gesteldheijd der omstan„ =digheedens en zaaken zig oureurer of zagter geappliceerd te worden. onderzogt te worden 36. zo word Egter in den 2 de Artij: de arligus brief uijtdrukkelijk bevolen. 37. dat alle onderofficieren en gemeene hunne opper„ =officieren en deeze wederom hunne Capitain ofte schipper of wie ook het gezag mogte voeren getrouw en onderdanig zullen moeten zijn, een ijder in den dienst, waarin hij is gesteld 38. ook in den 21 art: der instructie voor de eerste gezag voerders geordonneerd. 39. dat de mindere officieren den eersten gezagvoerder en die boven hun gesteld zijn met alle respect zullen moeten bejegenen op poene daar toe gesteld. 40. niet minder tot onderhouding van onderlinge vreeden en Eendragt, zolange de rijse zal duren, in den 90 art: de partij: briefs ernstig gerecommandeerd, 41. dat niemand binnen scheepsboud nog aan land gekomen zijnde eenige questie zal, mogen maken, op poene van door zijn quartier geleerrd te worden. 42. 't geen zekerlijk van het gemeene volk te verstaan zijnde egter geen twijffel zal overlaaten. 43. dat officieren in dezelve gevallen niet minder op een even redige wijze zullen behooren gestraft te worden. 44. Zullende in Casa Substrato nog voornamentlijk in Cousi deratie moete kome. 45. dat naar Vintentie der heere majores, en in gevolge wel derselve herhaalde ordres de zieke met alle menschen liefde zullende behandeld en wel verzoigd worden. 46. de Chirugijns dan inzonderheid toekomt; om 't vertrouwen van d'officieren en 't volk te zoeken te winne. Mijn Heer. Exhibit: in Judicio den 29 Meij 1786 47. en zig op geenderlij wijse door brusque behan„ =deling, des respectieure, ja insolente en ingurieuse bejegening tegens de gezag voerder en officiere door twwist zziekte en andere onbetamelijkheedens onaangenaam te maken en tot een kwaad voorbeed te strekken. 48. Waardoor een geheele Schip in disordre kan gebragt worden en den ged. met miskennisg van alle subordinatie en pligte van Eed en Consiente zig aan heeft schuldig gemaakt. Niets welken een anderen reden en middelen in tijd en wijlen, (is 't nood/ verder te deduceeren de r. O. Eijscher Eijsche doende Concludeerde, Dat bij defintive vonnis van UWE: agtb: den ged. zal worden gesteld buijten eenige qualitijd in den dienst der E: Compagnie met verbeurd ver„ „klaaring van desselfs verdiende en nog te verdienende maand gelden te behoeve der E: Comp: met Condemnatie in alle koste; zullende den zelve met een der van hier vertrekkende retour Scheepen wederom na Europa verzonden worden; ofte tot zodanig andere fine als UWE: agtb: naar regt en billijkheid zullen oordeele te behooren. Was getekent G: Exter Jk hebt bemerkt uijt het schrijven van den doctor, dat hij de lijst voor de Cajuijt en sieken volgens een inleggende Copie aan wijn gesonden, heeft ontfangen, dat hij voorgeeft maar te verstrekken voor 150 koppen, maar niet door 350 koppen, en dat hij segt niet te weesen soo als de gedrukte lijst zelvs te mogen Copieeren: het welk mij zeer vreemd voorkomt, om dat ik nooijt zulk een Lijst aan den opperchirugijn heb overgegeven, dewijl alles ter verandwoording van den Capit: is, en deeze Lijxt die hem door den onderkoopman gepopieert, om vreder wil is ter hand gesteld dus zoude schijnen, of de Compagnie geen voldoening voor de zieke zoude hebben mede gegeven; indien daar zulk een magt van verantwoording voor den doctor in was, dan verwondert het mijn seer, dat daar hij te hoorn zijnde geen mentie van heeft gemaakt, te meer daar hij schrijft dat het dispuit daar over gehad met Capitain Stokbroo aan de Heer opperdoes in die tijd over had geklaagd, waar van ik niets heb gehoord, en indien het bewindhebberen noodsakelijk was voorgekoomen wel in zoude hebben voorzien, de resolutie daar hij schrijft door de vergadering van Seventienen mede word belast, daar hij zoo sterk voor in de bresse staat, denk ik dat hij onze kamer ook wel bekent zal weezen, en dus onze kamer wel zal hebben gesoigt, dat de sieken dat geene volgens de order van de Compagnie kunnen verkrijgen, en twijfele niet of zal aan hem als

NL-HaNA_1.04.02_4336_0328 view scan ↗

English

as head surgeon should also not be refused, but says this is not to Your Honour's detriment; he only writes what a doctor at Batavia must sign. What seems most astonishing to me is that he writes that the comforter of the sick and the Commander complain about the boatswain's mate, that things are so base on the ship and that they cannot obtain sufficient food, and that over such a triffling matter of mustard, pepper, and oil, where the mustard from the provision boat was forgotten to be transferred from the lighter, and pepper and oil are not provided by the Company in the roads; and further trifles of veal in the soup, and little stockfish with fat, which had never occurred in such a manner with Mr. Jager. In what manner he provided board is unknown to me, but the boatswain says he provides board according to the orders of the Company; at least the rye bread shown to me was good, and all the more so since I have a written statement from six deck officers who declare that they have nothing to say to the discredit of the boatswain's mate. From which it can be gathered that the doctor is of a very difficult temperament and keeps an eye on everything to find fault; which I recommend Your Honour to tell the doctor in my name, that they must keep house together in good harmony and peace, that he should not meddle with affairs that do not concern him, but must properly attend to his post as head surgeon. And I, upon arriving in Hoorn, shall not fail to hand over all the documents and mutual complaints to my Chamber, and then I do not doubt that, if time permits, a resolution and recommendation will come forth showing whether the orders of the Company have been properly applied or abused in one way or another. Thus I sign myself, after having wished Your Honour a good voyage, health, and God's blessing, as commissioned director. Lying with the Honourable East India Company yacht of the Chamber of Hoorn, in the Nieuwe Diep, the 17th of December 1787. Was signed: Pieter Schagen. We, officers stationed on the Honourable East India Company ship Drigterland, do not doubt in the least that Your Honour is very well aware of the vexations and insolences, as well as the brutalities, inflicted upon Your Honour personally, and also upon the Captain-Lieutenant and First Lieutenant, by the 1st Surgeon Gerrit Blikman, even to the extent of reproaches and challenges to Your Honour and to the aforementioned Captain-Lieutenant and 1st Lieutenant, such that it was even unbearable; all of which particulars are very well known to Your Honour, the Right Honourable Sir, Captain P. J. Möller, and from which the most dangerous consequences could arise. Therefore, we the undersigned most kindly request Your Honour to inform the Right Honourable Lord Governor of the Cape of Good Hope of what has occurred with the aforementioned Gerrit Blikman on Your Honour's vessel, since everything is known to Your Honour and we shall testify to how often Your Honour personally has been affronted by the aforementioned 1st Surgeon Gerrit Blikman. Wherefore we the undersigned most kindly request Your Honour to make every effort that the aforementioned Surgeon G. Blikman be removed from this vessel, since Your Honour knows very well what consequences could arise from the aforementioned Surgeon Blikman on Your Honour's vessel, which could ruin many a worthy officer. Wherewith we remain with respect, Your Honour's obedient servants, on board the Honourable East India Company ship Dregterland, the 10th of April 1788. Was signed: Captain-Lieutenant Is Boxman, First Lieutenant A. Van Esch, Sub-Lieutenant Willem Jacob Sem, ditto Johannes Beijerz, H. F. Zwartz. Account given for the information of the undersigned commissioners from the Honourable Council of Justice of this government, by and on behalf of the Captain at sea commanding the ship Dregterland, the Valiant Pieter Johan Muller, of competent age, and at the requisition of the pro interim Fiscal here, the Honourable Gabriel Exter, reading as follows: That the chief surgeon Gerrit Blikman, appointed to the appearer's vessel, having displayed his insolent disposition when he served under the appearer on the ship d'Eenparigheid, to such a degree that he was already then a disgust to all decent people on that vessel, furthermore did not refrain, even before the appearer put to sea from Texel with his aforementioned vessel, from already demonstrating his character to the Gentlemen Directors and likewise to the Master of Equipage, as is evident from a missive written by the Gentlemen Directors to the appearer and now delivered to the Right Honourable Lord Governor; that the appearer furthermore, on the voyage from day to day, suffered the greatest annoyance and trouble through the brusque conduct

Dutch transcription

als opperchirugijn ook niet werden gewijgert, dog zegt zulks niet tot nadeel van UWEd:- schrijft maar het geene een doctor op Batavia moet tekenen, dat mijn het alderverwonderlijks voorkomt, is dat hij in schrijft de sieke„ trooster in de Commandeur klagen over de Boodsman schoen, dat het op het schip zo gemeen is, en geen genoegsaam leten kunnen bekoomen, en wel over zulk een geringe zaak„ van mastert, peper en olij, daar de mostert Rijabuijs vergeeten is, uijt de Ligter over te geven, en de peper en olij door de Comp:e op de rhede niet word verstrekt, en verdere klijnighedens van kalfvlees in de soep, en wijnig stokvis, met smort, het welk nooijt bij dheer Jager alzoo was voorgevallen, op wat wijze die die getracteerd heeft is mijn onbekent, dog de boodsman sigt dat hij naar de ordres van de Compagnie tracteert, althans het rogge brood aan mijn vertoout was goet, en nog te meer daar ik een schriftelijke verklaring heb, van ses dekofficieren, die verklaren dat sij niets ten lasten van den Boodsman schoen hebben te seggen; waaruijt optemaken is, dat den doctor seer ongemakkelijk van humeur is, en om over al wat op te letten, 't welk UWEd: Recommandeer van uijt mijn naam aan den doctor te seggen, dat hij in eene goede harmonie en vreedig, met elkanderen moeten huijshouden, dat hij met zaaken die hem niet aangaan nut en bemoeijt, maar zijn post als opper Chirugijn maar naar behooren moet waarneemen, en ik Wij officieren bescheijden op het E: E: Comp: Schip Drigterland twijfile geensints of UWEd: sal seer wel bewart weesen met welke zaagheeden en Jnzolenties als ook met Brietaluzeere UWEd: selfs en als ook de Capit: Luijtenant in 1 Ste Luijtenant sijn aangedaan van de Iste Chirugijn Gerrit Blikman tot Selfs zo verre met ver„ =wijtinge als uijt tertinge aan UWEd: en aan voorn: Capit: Luijtenant en 1=te Luijtenant dat het selfs ondraagbaar Was in welke stukke UWEd: heer Wel Ed: Gestr: Heer Capit: P: J: Möller zal niet nalaten te Hoorn komende, alle de dornmenter en klagten over en weder aan mijn kamer te overhandigen, en dan twijfel ik niet, of daar zal indien De tijd het toe laat, wel een resolutie en recommandatie komen waar uijt blijkt, of ordres van den Com„ pagnie in het een en ander zijn gebruijkt of misbruijkt. soo teekene mij (naar UWEd: goede rijs, gesondheijd, en godssigen toegewenschen te hebben) als gecommitteerde bewindhebber„ Liggende met het O: J: Comp: Jagt van de kamer hoorn, in het Nieuwe diep, den 17 decemb: 1787 Was getekent. Pieter Schagen. zal Capit: Capit: P: J: Möller alle zeer wil bekent zijn, en uijt deselve de aller gevaarlijkste gevolge soude kunnen voortkoomen, zo is het dat wij ondergete„ =kende aan UWEd: op het aller vriendelijkste versoeke van het voorgevallene met den voorn: Gerrit Blikman op UWEd: bodem aan den Wel Ed: Heer Gouverneur van Cabo de goede hoop kennis te geeven dewijl UWEd: alles bekent is, en daar wij van zulle getuijgen hoe menigmaal UwEd: selfs zijt geaffronteert geworden van voorn: 1 ste Chirugijn Gerrit Blikman Waarom wij onderge„ =tekende op het aller vriendelijkst aan UWEd: verzoeke om alles aan te winden dat voorn: Chirugijn G: Blikman van dezen bodem vierde verplaart, dewijl UWEd: seer wel bekent is wat gevolge door voorn: Chirugijn blikman op Uw Ed: Boodem soude kunne voorthoome die meenig braaf officier zoude ongelukkigmaake, waar meede wij blijve met agting UWEDWDienaar en aan boord op het E: E: Comp: Schip Dregterland den 10 april 1788 Was getekent, Capiteijn Luijtenant I=s Boxman, Eerste Luijtenant A: Van esch. Sous Luijtenant Willem Jacob Sem. d:o Johannes Beijerz, H: F: Zwartz Dat den op des Compts. Bodem bescheijdenen oppermeester gerrit Blikman, toen hij bij „den rel=t op het schip d'Eenparigheid dienst heeft gedaan, zijn brutaalen Jmboist aan den dag gelegt hebbende, der maate, dat hij toen reeds voor alle fatsoenlijke Lieden op dien Bodem tot een Walg verstrekte, zig verder ook niet heeft ontzien om zelfs voor dat de rel=t met zijn voorm: Bodem uijt Texel in zie ge„ stoken is, ook reeds zijn Caracter aan Heeren Bewindhebberen en tevens mede aan den Equipa„ =giemeester, zo als uijt eene door Heere Bewind„ =hebberen aan den rel„t geschreeven en tans aan de Wel Edele gestr: Heere Gouverneur ter hand gestelde missieve Consteerd heeft doen blijken dat hij Compt. voorts op de reijze van dag tot dag de grootste overlast en moeijte door de brussche Relaas gegeven ten verstaan van den ondergetekende gecom: =mitteerdes uijt den E: agtb: Raade van Justitie deezes gouvernements door ende van wegens den het schip dregter„ =land Commandeerende Capit=n ter zee de Manhafte Pieter. Johan Muller van Competenten ouderdom en ter requisitie van den pro Jnterime Fiscaal al„ „hier d' E: Gabriel Exter Luijdende als volgt handel

NL-HaNA_1.04.02_4336_0330 view scan ↗

English

conduct of the said chief surgeon, having tried by all means and ways to find some redress in this matter by kindly advising and admonishing him that, in order to prevent constant quarrels arising from that conduct, he should adopt a more masterly demeanor, all the more so because on account of the sick on board an amicable treatment was chiefly required from the doctor, all of which, however, he answered with the utmost insolence, saying among other things, well then, put me under arrest, while his behavior, instead of coming to reason, on the contrary worsened from day to day, always relying on the fact that the narrator absolutely needed him for the sick and could not entrust the crew to the assistant surgeon. That the said chief surgeon, about fourteen days or three weeks after the vessel's departure, having asked the narrator for a bottle of Spanish wine, and the narrator having answered him that he did not yet have enough bottles to empty the cask, and that therefore, unless it was extremely necessary, it would be harmful to draw a single bottle from the cask, since all the wine in it would turn sour, especially because they had only two half-aams of those wines in the ship, and they might have to make more necessary use of it while the greatest part of the voyage was still ahead: the said doctor had replied to this that he would then for the time being still use French wines, accepting the narrator's view in this matter as very reasonable. That, however, a few days later, while sitting at the table eating in the presence of the narrator and all the officers, the said doctor, after some preceding exchange of words, cast up to the Captain-Lieutenant that he did not receive what he demanded for the sick, for having required Spanish wine, he had not been able to obtain it; to which the Captain-Lieutenant answered that if he had needed it so urgently he could have asked again, since the wine had not been refused to him except only because, having no bottles, they wanted to prevent the whole cask of Spanish wine, of which they had only two on board, from spoiling; to which the said doctor immediately replied in substance: before I would ask twice for one thing, I would, with your pardon, rather that the Captain and Captain-Lieutenant were damned. The narrator, as this occurred in the presence of all the officers, found himself compelled, for the preservation of good order on board, to order the said doctor to be silent; whereupon the doctor, jumping up from his seat, in substance confronted the narrator: as long as the Captain-Lieutenant speaks, I'll be damned if I keep silent, for I claim to have equal rank with the Captain-Lieutenant; and upon this, going to his cabin, he added: look there, here I am, put me under arrest, I'll be damned if I keep silent as long as the Captain-Lieutenant has anything to say; to which the narrators could not proceed, for the reason that two assistant surgeons having fallen ill in the meantime, the narrator absolutely had to have the said doctor perform his duties; the deponent nonetheless, to prevent all further unpleasantness, notified him that as long as he wished to continue in those insolences, he should not eat at the table but in his cabin, which subsequently occurred, and where he was continuously provided with food by the narrator. The narrator further declares that the said doctor even here on shore countermanded the orders that the narrator gave to his assistant surgeons, namely that they had to remain on board, by telling the said assistant surgeons that they did not have to observe any orders from the Captain and that he gave them permission; furthermore, that the narrator, having summoned him and spoken to him about this, was answered with further insolence by his saying that here he had to deal not with the narrator, but with the chief surgeon of the government. Relating nothing more, the narrator gives as reasons of knowledge as stated in the text, being ready to confirm the same further under oath if required. Today, the 22nd of April 1788, appeared before me, Willem Stephanus van Rijneveld, sworn clerk at the Secretariat of Justice of the Castle of Good Hope, in the presence of the named witnesses, the Honorable Captain Dirk Varkevisser Dirkz, commanding the Honorable Company's ship 't Regt Door Zee, of competent age, who, at the requisition of the Fiscal pro interim, the Honorable Gabriel Exter, declared it to be true and truthful that he, the deponent, on a previous voyage, namely from Batavia hither... To do, thus related at the Cape of Good Hope, the 24th of April 1788, before the Gentlemen Ryno Johannes van der Riet and Johannes Smits, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the narrators and us, the sworn clerk, which I witness. Was signed: W. S. v. Rijneveld, sworn clerk. Review: Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the Valiant Captain at sea in the service of the Honorable Company, the Valiant Pieter Johan Muller, to whom this his given deposition, having been read aloud clearly word for word, testified to persist by it, desiring that nothing more be added to or taken from it, and therefore, in confirmation of the truth thereof, spoke the solemn words: So help me God Almighty. Thus reviewed and sworn at the Cape of Good Hope, the 25th of April 1788. Was signed: P. J. Möller. (Below stood) In my presence, C. Pieterzen, Secretary, as Commissioners: R. J. v. der Riet, Joh. Smits.

Dutch transcription

handelwijze van gem: oppermeester veroorsaakt gehad hebbende door alle middelen en wegen heeft getragt hierin eenig redres te vinden met denzelven in het vriendelijken te raaden en te vermaanen, dat hij toe ter voorkoming van geduurige twisten welke uijt die handelwijze ontstonden eene heerscher Conduite zoude aan neemen te meer daar van wegens de zieken aan boord wel voornamentlijk eene minnelijke behandeling van den doctor gerequreerd wierd welk een en ander denselven egter met de uijter„ =ste brutalitijd, en het zeggen onder anderen, wel zit mij dan in arrest heeft beantwoord, terwijl nog tans zijn gedrag en steede van toe eens tot reeden te komen, in tegendeel van dag tot dag is verslimmert steeds daarop steunende dat de relt hem bij de zieken absolut nodig had, en d' Equipagie niet aan de ondermeester konde toevertrouwen. — dat gem: oppermeester Circa veertien dagen of drie weeken na het vertrek van den bodem aan den relt gevraagd hebbende om een Fles spaanse wijn en door den relt daarop geantwoord zijnde dat hij nog geene Flesschen genoeg had om het vad te ledigen, en dat dus wanneer dat niet ten uijtersten noodsakelijk was, het schadelijk zoude zijn om uijt het vat een enkele fledch te tappen terwijl daardoor al de wijn in het zelve zoude zuur worden, te meer omdat men maar twee halfaamen van die wijnen in het schip hebbende, deselve misschien terwijl de grootste rijs nog voor handen was, daarvan noodzakelijker gebruijk zoude moeten maaken: had gem: doctor daarop gere„ plixeerd dat hij dan voor eerst nog fransche wijnen zouden gebruijken het gevoelen van den relt in deezen meede als zeer billijk g'amplecteerd Van dat egter gemelde doctor eenige daagen daarna aan de tafel te eeten zittende in tegenswoordigheijd van den relt en alle de officieren den Capit: Luijtenant na eenige voorafgegaan woorden wisselingen, heeft te gemoet gevoerd dat hij niet kreeg het geen hij voor de zieken eijschte want dat hij spaanze wijn ge„ „vordert hebbende, die niet had kunnen bekoomen op het welk door den Capit: Luijtenant geantwoord zijnde dat hij wanneer hij dit zo noodzakelijk had moeten hebben dan wel nog eens had kunnen vraagen, terwijl hem de wijn niet was geweijgert als alleen om dat men geen flesschen hebbende wilde verhoeden dat het geheele vat met Spaanze wijn waarvan men maar twee aan boord had, niet kwam te bederven, op het welk gem: doctor terstond in substantie g'antwoord hebbende, eer dat ik twee rijsen om eene zaak zou vraagen dan wilde, ik / S: V: / liever dat de Capit: en Capit: Luijten= verdoemd waaren had den rete zig, terwijl dit in tegenswoordigheid van alle officieren voorviel genoodsaakt gevonden in deezen ter bewaaring van de goede ordre binnen boord, gemelde doctor te gelasten om stil te swijgen waarop den doctor van zijn plaats opvliegende den rel„t in substantie heeft was te te gemoet gevoerd zo lange als den Capit: Luijten, spreekt verdom ik om te swijgen, want ik preten „deer de rang te hebben nevens de Capitain Licuten: en hierop na zijne hut geevende nog liet volgen zie daar hier ben ik dit mij in arrest ik verdom te swijgen zo lange de Capit: Luijten: iets in te brenge heeft waartoe de rel„ten niet konde over„ =gaan om redenen zal twee ondermeesters intusschen ziek geworden zijnde de relt dier„ =halven van gemelde doctor volstrekt zijnen dienst moert doen presteeren, hebbende de Comp denzelve nogtans, ter voorkoming van alle verdere onaangenaamheeden aangezegd om zo lange hij in die brutalitijten wilde voortvaaren niet aan de tafel maar in zijn hut te eeten, het geen dan ook vervolgens is geschied en alwaar hij door den rel„t geduurig van eeten is voorzien geworden. Verklarende de relte. verder dat gem doctor de ordres welke den relt aan zijne ondermeesters gegeeven heeft, om namentlijk aan boord te moeten blijven nog hier aan de wal heeft gecontramandeert, door gemelde ondermeesters te zeggen dat zij geene ordres van den Capit: hadde te observeeren en dat hij hun permissie gaf voorts dat hij relt denselven hierover bij zig ontboden en aangesprooken heb„ =benden nog met brutalitijt, door te zeggen, dat hij hier niet met den rel„t maar met den oppermeester van het gouvernement te doen had, is beantwoord geworden, Niets meer rela„ =teerende geeft de relt voor reedenen van Weten„ =schap als in den text berijd zijnde het zelve des gerequireerd Werdende met Eede nader gestand Huiden den 22 april 1788 Compareerden voor mij Willem Stephanus van zijneveld gezw: Clercq: ter. Te„ =certarij van Justitie des Casteels de goede hoop pre„ =sent de naten: getuigeen den 't S: E: Comp: Schip 't regtvoorzie Commandeerende mank: Capit: dirk Varkevisser dirkz: van Competenten ouderdom dewelke ter requisitie van den pro interim Fiscaal d'E Gabriel Exter verklaarde waar en waaragtigt zijn, dat hij Comp=t in eene voorige rijze en wil van batavia her„ te doen, Aldus gerelateerd aan Cabo de goede hoop den 24 april 1788 voor de heeren Rijno Johannes van dur riet en Johannes Smits Leeden uijt den E: agtb: raad van Justitie voormeld die de minute deezes beneevens de relten ende wij gesw= Clercq: mede behoorlijk hebben onderteekend 't welk ik getuijge / Was getekend/ W: S: V: Rijneveld gez: Clerq Recollement, Compareerde voor de ondergetekende gecommit uijt den E achtb: rade van Justitie deeces gouvernements de Manh: Capitain ter zee in dienst der E: Comp de manh: Pieter Johan Muller, tenwelke dit zijn gegeeven relaas van woorde tot woorde duij„ =delijk voorgeleezen weezende betuigden daar bij te blijven pensisteeren met begeerte dat daar niets meer bij of afgedaan werden zal en sprak dierhalven ter bevestiging der Waarheid van dien de Solemneele woorden zoo waarlijk helpe mij God almagtig aldus gedecolleerd en beedigd aan Calio de goede hoop den 25 april 1788 Was getekend P: J: Möller (onderstond) Mij puzant C: V,eterzen Secr: als Geomm: B J: V: der riet Joh: Smits te doen waards

NL-HaNA_1.04.02_4336_0332 view scan ↗

English

having been stationed here as Captain-Lieutenant on the Honourable East India Company's ship d'Eenparigheid, has constantly seen much displeasure caused by the head surgeon serving on that vessel, named Gerrit Blikman, whose quarrelsome and restless nature let no opportunity pass to grumble about everything, both at table and publicly on deck, and that both against the Captain and the passengers and other officers, especially since he imagined that he was not sufficiently respected according to his rank, expressing himself in this regard in very insulting words, such as, among others, that if the Captain did not know what was due to a head surgeon, he, Blikman, would teach him; it furthermore having happened on that voyage that the said Blikman, having gotten into a dispute of words with one of the passengers named J: A: Dietz, specifically over a pewter spoonful of butter which he presumed to be Company's ration butter, had publicly said that he now knew where the butter was going, which the appearer, denying it, had replied that the butter belonged to him, to which statement the aforesaid head surgeon had retorted, "It is well, it seems that I cannot satisfy you; there lies your slave boy, who is sick under the forecastle, whom I now also damn well refuse to help," he having also forbidden his under-surgeons to assist that boy, which boy then also passed away three days later. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons of knowledge as in the text, being prepared to confirm the foregoing with an oath. Thus done at the secretariat aforesaid, in the presence of the clerks Willembergh and Jacob van der Wereld as witnesses, who have duly signed the minutes hereof together with the appearer and me, sworn clerk, which I witness. Was signed: W: S: v: Rijneveld, sworn clerk. Re-examination. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honourable Worshipful Council of Justice of this government, the aforesaid valiant Captain Dirk Varkevisser Dirkzoon, who, having had this his declaration read out clearly and distinctly word for word, testified to persist thereby, desiring that nothing more shall be added to or taken from it, except only that he, the appearer, himself ordered the second surgeon to treat the boy of the appearer, and therefore spoke, in confirmation of the truth thereof, the solemn words: So help me God Almighty. Thus re-examined and sworn at the Cape of Good Hope, the 24th of April 1788. Was signed: Dirk Varkevisser Dirkzoon. Below stood: In my presence, W: S: van Rijneveld, sworn clerk; as commissioners, R: J: v: Riet, J:s Smuts. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honourable Worshipful Council of Justice of the Castle of Good Hope, the valiant Captain-Lieutenant Johannes Marthinus Thomasse, stationed on the Honourable Company's ship Regt door Zee, the sub-lieutenant Jan Schot, and the boatswain Harmen Fredrik Swarts, serving on the Honourable Company's ship Drechterland, all of competent age, who, at the requisition of the interim Fiscal, the Honourable Gabriel Exter, declared it to be true and truthful that they, the appearers, having previously been stationed on the Honourable Company's ship d'Eenparigheid, with that vessel at that time commanded by the valiant Captain Pieter Johan Mallor, had sailed in the year 1786, specifically in the month of November, from Batavia hitherward; that during that voyage, through the head surgeon stationed on that vessel at that time, Gerrit Blikman, being a quarrelsome person, many conflicts had occurred on board, and the same had, as it were, continually sought opportunity to express himself against everyone in loose expressions, and among others had thrust at the first appearer, claiming rank above him at the public table: that he had to be silent before him, adding that if he did not want to do so, he, Blikman, would give him, with your respect, a thrashing; that furthermore the quarrelsome and malicious character of the aforesaid head surgeon was most clearly shown on the occasion when, during the voyage, the smallpox manifested itself on board, and specifically while the ship was in quarantine at Robben Island, the head surgeon's malice going so far that, instead of providing help to the sick, he countered them with blows, the third appearer testifying that the said Blikman still struck the head cooper two hours before his death, which case, however, the first two appearers only learned of from the third appearer before their arrival in the Fatherland, and specifically after they were discharged. And the last appearer declared at the same time that the said doctor has currently behaved no better on the voyage with the ship Drechterland. Today, the 22nd of April 1788, appeared before me, Willem Stephanus van Rijneveld, sworn clerk at the secretariat of Justice of this Castle of Good Hope, present the named witnesses, the valiant Lieutenant Antonij van Esch, stationed on the Honourable Company's ship Drechterland, and the sailmaker Johan Baijer, of competent age, who, at the requisition of the interim Fiscal H: J: Exter, declaring nothing more, the appearers give as reasons of knowledge as in the text, being prepared to further confirm the same with an oath. Thus done, and since the appearers' vessel is ready for departure, the appearers immediately having this read out to them again by way of re-examination, testified to persist thereby, desiring that nothing more shall be added thereto or taken therefrom, and spoke therefore, in confirmation of the truth thereof, the solemn words: So help me God Almighty. Thus re-examined and sworn at the Cape of Good Hope, the 24th of April 1788, before the gentlemen Rijnier Johannes van der Riet and Johannes Smuts, members of the Honourable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minutes hereof together with the appearers and me, sworn clerk, which I witness. Was signed: W: S: van Rijneveld, sworn clerk. Nothing declared.

Dutch transcription

herwaards bescheiden geweest zijnde als Capit: Luijten: op 't E: o: sComp: schip d'Eenparigheid steeds veel ongenoegen heeft zien veroorzaaken door den op dien bodem dienst gedaan hebbende oppermeester in naam gerrit blikman wienst twist zieken en on„ rustigen geaartheijd geene gelegendheid liet voor bij gaan om op alles te schrollen zo aan tafel als publiecq op 't dek en zulks zo wel tegen den Capit: als passagiers en fordere officieren voornamentlijk daar hij zig verbeelde na zijn qualitijd niet gendeg gerespecteerd te worden laatende zig daar omtrend in zeer beledigende woorden uit als onder anderen dat zo den Capits niet wist wat een oppermeester toekwam hij blikman het hem zoude keren zijnde 't al verder op die reize gebeurd, dat gem: blikman in woonden twint geraakst zijnde met een der passa„ siers genaamt J: A: Dieto en wel over een tinne lepel vol boter welke hij presumeerde. Comp=s randeain boter te zijn publicq gezegt had, dat hij nu wist waar de boter bleef, het welk den Comp=t negeerende had gereplixeerd die boter hem toebehooren, op welke gezegd voors=z oppermeester had hervat 't is wel het scheijnt dat ik u niet voldaen kan, daar ligt u slave Jonge diek is onder de bak die verdom ik nu ook om te helpen hebbende hij zijn ondermeesters ten meede verbooden dien Jongen bij te staan welke jonge dan ook drie dagen naderhand overleeden is, niets maer verkla„ =rende geeft de Comp=te voor redenen van wetenschap als in den text berijd zijnde 't voorenstaande met eede te staven dat aldus passeerde ter secertarije voorm: prezent de Clerquen Willembergh en Compareerde voor ons ondergetekende gecommitt=s uijt den E: agtb: raad van Justitie des Carteels de goede koop den op 't dEJ: Comp: schip regt door zee bescheijdenen manhafte Capit: Luijten: Johannes Marthinus Thomasse den zous Luijtenant Jan chol en den op het S: E: E Comp: schip drigterland dienst doende Bootsman Harmen Fredrik Swarts alle van Competenten ouderdom dewelke ter requisitie van den pro interim Fiscaal dE: Gabriel Exter ver„ =klaarde waar ende waaragtig te zijn, dat zij Com=te als te voren bescheijden geweest zijnde op 'sE: Comp: Jacob van der Wereld als getuigen die de minuten deezer benevens de Com=p en mij gezw: Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend, 't welk ik getuijge /Was getekend) W: S: V: Rijneveld gez: Clerq. Recollement, Compareerde voor ons onder get: gecommitt: uit den E: agtb: rade van Justitie deezes gouvernements voorm: Manh: Capit: dirk van kevisser dirkz: dewelken deze zijne verklaring van woorde tot woorden klaar en duijdelijk voorgeleezen wezende betuijgde daar bij te blijven permitteeren met be„ =geerte dat er niets meer bij of van gedaan werden zal als alleenlijk dat hij Comt. den tweeden meester zelve gelast heeft om de jonge van den Comp=t te sureeren en sprak derhalven ter bevestiging der waarheid van dien de solemneele woorden zo Waarlijk helpe mij God almagtig, aldus gerecalleerd en beedigd aan Cabolagende hoop den 24 april 1788 (Was getekend) Dir kvarkevisser dK=r /:onderstond/ mij prezent W: P: van Rijneveld gez: Clercq, als geommiteerde RJ: V: Riet. J:s Smuts. Jacob schip schip d'eenparigheid met dien bodem toenmaals door den manhaften Capitain Pieeter Johan Mallor gecommandeert:/ in den Jaar 1786 en wil in de maand november van Batavia naar herwaards waaren gesteeven d'/ dat geduurende die zijze door den toe ter tijd op dien bodem bescheijden oppermeester Gerrit Blikman als een twist ziek mensche zijnde veele stribbelingen aan boord waaren voorgevallen, en den selve als het waaren geduu„ =ri de gelegendheid gezogt had, om zig teegens een ijder en losixe uijtdrukkinge uijt te laaten en onder anderen den eersten Com=t als zig den rang boven denzelven pretendeerende aan de publieke tafel had toegediuwd: dat hij voor hem moest swijger met bijvoeging dat indien hij het niet wilde doen hij Klikman hem dan /:S: V:/ een opneuker zou geeven, dat verder de twiatzieken in kwaadaardige Jmboist van voorm: oppermeest: ten klaarsten gebleeken is bij gelegendheid dat op de rijze de kinderpokjes zig aan boord, open„ =baarden en wel voornamentlijk terwijl het schip aan Robben Eijland guarantains hield gaande s'oppermeesters kwaadwilligheid zo verre dat hij de zieken in stede van hulp toe te brengen met slagen tegenging betuijgende den derden Comp=t dat gem: blikman den opperkuijper twee uuren voor desselfs dood nog geklagen heeft welk geval, egter de twee eerste Com=t met daar voor hunn komst in het Vaderland van den derde Comt vernomen hebben en wel nadat zij ontslagen waren, En verklaarde de laatste Compt teffens dat gem: doctor zig tans op de rijse met het schip dregterland niet beter gedragen heeft. Huiden den 22 april 1788 Compareerde voor mij Willem Stiphanus van zijneveld gezw: Clerq ter decertarij van Justitie dis Casteels de goede hoop present de naem: getuigen, de op het E: Comp=s schip dregterland beescheiden Manhafte Luijtens Antonij van Esch en den dous Zeijlen, Johan:= baijer van Competente ouderdom dewelke ter requisitie van den prointirum Fiscaal H: J: Exter niets meer verklaarende geeven de Comp=t voor reedenen van wetenschap als in den text berijd zijnde het zelve met Eede nader gestand te doen Aldus gepasseerd en vermits der Comp=t bodem op vertrek legd de Comp=t dadelijk bij wege van recollement nogmaals voorgeleezen weezende betuijgde zij daar bij te blijven persisteeren met begeerte dat er niets meer bij genoegt ofte van gedaan wierden zal en spraken dierhalven ter bevestiging der waarheid van dien de Solemnele woorden zoo waarlijk help mij God almagtig aldus gerecolleerd en b'eedigd aan (als de goede Loop den 24 april 1787. voor de heeren Rijns Johan: Van der riet en Johannes Smuts Leiden uijt den E: agtb: raad van Justie voormeld, die de minute deezes beneevens de Compten en de mij gezw: Clerq meede behoorlijk hebben onder„ „teekend 'Twelk ik getuijge /:Was getekend/ W: S: Van Rijneveld gezw: Clerq Niets Verklaarde

NL-HaNA_1.04.02_4336_0334 view scan ↗

English

declared to be true and truthful, that already from the beginning of the voyage, the conversation and friendly intercourse which ought especially to take place on a ship was completely disturbed by the irritable and quarrelsome nature of the chief surgeon appointed to that vessel, Gerrit Blikman, because he did not hesitate repeatedly at table to find fault with all trifles and even without the slightest reason to engage in insulting language, both against the commander and the other officers of the aforementioned ship, and especially on the occasion that, having on a certain day asked the Captain-Lieutenant for a quantity of Spanish wine, the latter, without in the least refusing this to him, had addressed him kindly and asked whether it would not be better if the said Spanish wine were drawn off into bottles, because otherwise it would turn sour; the aforementioned Blikman had then made no reply to this, but sitting down to eat at the table a few days later had continuously scoffed for so long until the Captain-Lieutenant, no longer able to tolerate this, had addressed him: Doctor, if you had needed the Spanish wine so badly, you could easily have asked me for it once more, knowing well that it would not be refused to you; whereupon the said Doctor answered this by saying, if I were to ask twice, I would rather that the Captain-Lieutenant and the Captains were damned; declaring nothing further, the appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being prepared to confirm the same always under oath. Appeared before the undersigned delegates from the Honorable and Worshipful Council of Justice of this government, the Cadet Johan Christoffel Blandauw, appointed to the outbound ship Dregterland, of competent age, who, at the requisition of the provisional Fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, declared it to be true, always ready to stand by oath, that it thus transpired in the cartel aforementioned, in the presence of the clerks Willem Bergh and Jacob van de Waereld as witnesses, who have duly subscribed the minute hereof along with the appearer and me, the sworn clerk, which I witness. Was signed: W. S. van Rijneveld, sworn clerk. By way of reconfirmation appeared before us, the undersigned delegates from the Honorable and Worshipful Council of Justice of this government, the aforementioned Lieutenant Anthonij van Esch and the Second Lieutenant Johannes Beijer, who, their preceding declaration having been read aloud to them word for word clearly and distinctly, testified that they persist therein, desiring that nothing more shall be added to or taken from it, and therefore each separately spoke the solemn words: So help me God Almighty. Thus reconfirmed and sworn at Cape of Good Hope on 24 April 1788. Was signed: A. van Esch, Johannes Beijer. Below stood: W. P. van Rijneveld, sworn clerk. As delegates: W. D. Riet, Johannes Smuts. That how much the appearer, who in the past year 1787 made the homeward voyage with the doctor of his aforementioned vessel, Gerrit Blikman, on the ship d'Eenparigheid, had to perceive on board the bad nature which the said doctor possessed, very evident from the treatment of the sick of the said vessel, both during that voyage and also on the occasion when the smallpox was raging on board their ship and they had to stay for some time at Robben Island, the appearer nevertheless upon his arrival in the fatherland disclosed nothing thereof to anyone, and thus also had no part whatsoever in what, after his arrival in Europe on the journey between Hoorn and Amsterdam, was supposedly recounted by the sailor Pieter Kok to the Examiner of Surgery regarding the conduct of the said doctor; and concerning which, the said Examiner having inquired of the appearer, received no other answer than solely that the appearer could by no means say this concerning his own person, but indeed on the account of others; that nevertheless, during this voyage made hitherward with the said ship Dregterland, it was not seldom shown by the said doctor to the appearer that he firmly believed that the aforementioned conversation held by the aforesaid Kok with the Examiner on his subject took place on the advice or at least with the consent of the appearer, having to experience on board in all cases the hatred and envy of the said Doctor; to which the appearer must also attribute that which happened on the occasion when the appearer on a certain day naively asked the Junior Merchant Martin whether he would like to amuse himself a little with reading in the cabin next to the appearer, as the said doctor then immediately went to the appearer and, after having uttered various extreme abusive words against the appearer, finally dealt him several blows to the head in the gangway; of which insolent treatment by the said doctor the appearer duly gave notice to the Captain of his vessel; declaring nothing further, the appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being prepared to further corroborate the same with a solemn oath if required. Thus passed, and since the appearer's vessel is on the point of departure, this having been read aloud once more to the appearer immediately by way of reconfirmation, he testified to persist therein, desiring that nothing more shall be added to or taken from it, and the appearer therefore, in confirmation of the truth thereof, spoke the solemn words: So help me God Almighty. Thus reconfirmed and sworn at Cape of Good Hope on 24 April 1788, before the gentlemen Johannes van der Riet and Johannes Smuts, members from the Honorable and Worshipful Council of Justice.

Dutch transcription

verklaarde waar en waaragtig te zijn, dat reeds van het begin der rijse de Conversatie en vriende„ lijken omgang welke vooral op een schip diend plaats te hebben ten eenmaal is gestoord ge„ =worden door den kiegeligen en twintzieken aart van den op dien bodem bescheidenen oppermeester Gerrit Blikman, want dat hij zich niet heeft ontzien bij herhaaling aan tafel op alle klei„ nigheeden te witten en zelfs zonder den minste redenen zig in injurieure termin intelaaten zo wel tegen het opperhoofd als de verdere affipieren van voorm: schip en voor al bij gele„ „gendheid dat hij op zeekeren dag eenes quan„ =tetijd Spaansche wijn aan den Capiti Luijtenant gevraagd hebbende denzelve zonder zulks in 't minste te weigeren hem vriendelijk had toe„ =gevoegd en gevraagd of het niet beeter waare dat gem=e Spaansche wijn op bottels wierde afgetant Want dat ze anders zoude zuur worden voorm: Blikman toen hier op niets had gerepli„ =ceerd maar eenige dagen daarna aan de tafil te eeten zittende geduurig geschimpt had de lang tot dat den Capit: Luijten: dit niet langen kunnende dulden denzelven had toegevoegd Doctor indien goij de Spaan„ =zche wijn zo nodig had gehad zoude gij mij den zelve nog wel eens hebben kunne vraagen als wel weetende dat de u niet zoude geweigert worden waarop gem: Doctor dit beantwoorde met te zeggen en ik tweemaal zou vraagen wilde ik liever dat de Capit: Luijten: en de Capits verdomd waren, niets meer verklarende geeft den Comp=t voor redenen van wetenschap als in den text bereid zijnde 't zelve 8 Compareerde voor de ondergetekende gecommitteer„ =dens uit den E: agtb: raade van Justitie dezes gouvernements den op het uitkomend schip dregterland bescheijdenen Cadit Johan Christoffie Blandauw van Competenten ouderdom, dewelke ter requisitie van den pro interuir fiscaal alhier d' E: Gabriel Exter verklaarde hoe waar is altoos met eede te staanen, dat aldus passeerde Jn 't Carteel voorm: present de Clerquen Willem Bergh en Jacob van de Waereld als getuigen die de minute deezes benevens de Compt ende mij gezw: Clerg meede behoorlijk hebben gesubdibirireert 't welk ik getuijge /Was getekend/ W: S: Van zijneveld gezw: Clerq, Regollement Compareerde voor ons ondergetekende gecommitteerde uit den E: agtb: raade van Justitie dezes gouvernements voorm: Lieutenant anthonij van Esch en de sous Luijtenant Johannes Beijer dewelken deeren zijne voorinstaande verklaring van woord tot woorde klaar en duijdelijk voorge„ leeden wezende betuijgde daarbij te blijven persiateeren met begeerte datur niets meer bij of van gedaan worden zal en spraken derhal„ „ven ijder afzonderlijk de solemneele woorden zo waarlijk helpe mij god almagtig, aldus gerecalleerd en beedigd aan Cabo de goede hoop den 24 april 1788 - /Was Getekend/ A: van Esch Johannes Beijer /onderstond/ W: P: Van rijnvveld gezw: Clerq - als gecommitt:s W D Riet Jon:s Smuts altoos dat gem: Doctor aan Noord heeft moeten ontwaar dat hoe zier hij Compt. die in 't gepasseerde jaar 1787 de te huis reize met den doctor van zijn opgem: bodem Gerrit Blikman per 't schip d' Eenparigheid gedaan heeft, als toen zo wel geduurende dien reijze als ook bij gelegendheid dat de kinderziekte aan boord van hun schip grasseerde en zij zich eenigen tijd aan het robben eijland hebben moeten onthouden de slegte inborst welke gem: doctor bezat uit de behandeling met de zieken van gem: bodem zevr ovident heeft moeten gewaar worden hij Comparant egter daar van bij zijn komst in het vaderland aan niemand iets heeft te kennen gegeven en dus ook geenzins heeft deel gehad in het geene na zijn aankomst in Europa op de reize tusschenhoorn en amsterdam door den matroos Pieter Kok aan den Examinator van de Chirugie, weegens het gedrag van gem: doctor zoude zijn verhaald geworden en waaromtrend zich gem: Examinatir bij den Comp„t geinformeerd hebbende niets heeft ten antwoord gekreegen als alleen dat hij Compt dit geenzints omtrend zijn per„ =zoon maar wel weegens anderen zeggen konde dat egter des niet tegenstaande in deeeze met het gem: schip Dregterland na herwaards gedane reeze door gem: doctor niet zelden aan den Comp=t is getoond dat hij vast stelde dat het hier voren gemelde door voorz: kok met den Examinator op zijn sujet gehouden mondgesprek op aanrading of ten minsten met toestemming van den Comp„te in allen gevallen de haat en nijd van worden waar aan de Comp„te ook het geene bij gelegendheid dat den Comp„t op zekeren dag onnozelerwijs aan den ondercoopman Martin vidig of hij plesier had om zich in de Cajieit nevens de Compte een weinig met leezen te amuizeeren gebeurd is meede moet toeschrijven als hebbende gem: doctor zich toren terstond naar den Comp„te begeven en hem na verscheide verre„ „gaande scheldwoorden jeegens den Comp„te geuit te hebben eindelijk in de waalgang diverze slagen voor het hoofd toegebrogt van welke insolente behandeling van gem: doctor dem Compt. aan den Capitain van zijn bodem behoorlijk heeft kennisse gegeven, niets meer verklarende geeft den Compt. voor redenen van Wetenschap als in den text bereid zijnde het een en ander dis gerequireerd wordende met solemneele Eede nader te bekragtigen, aldus gepasseerd en vermits des Comp=ts bodem op het vertrek ligt den Comp„te dadelijk bijwage van recollement nogmaals voorgeleezen weezende betuigden den zelven daar bij te blijven persisteeren met begeerte dat daar niets meer bij af van gedaan worden zal en sprak de Comp„te derhalve ter bevestiging der Waarheid van dien de solemneele woorden zoo waarlijk helpe mij god almagtig aldus gerecollieerd en beedigd aan Cabo en gende Koop den 24 april 1788 voor de hee rijns Johannes van der riet en Johannes Smuts leeden uijt den E: agtb: raade van Justitie gem: voorm:

NL-HaNA_1.04.02_4336_0336 view scan ↗

English

aforesaid, who have duly signed the original minute of this together with the appearer and myself, sworn clerk, which I witness. Was signed: W: S: van Rijneveld, sworn clerk. Today, the 16th of May 1788, appeared before me, Willem Stephanus van Rijneveld, sworn clerk at the Secretariat of Justice of the Castle of Good Hope, in the presence of the afternamed witnesses, the third master stationed here in the Honourable Company's hospital, Johan Daniel Disand, of competent age, who, at the requisition of the pro interim fiscal here, the Honourable Gabriel Exter, declared it to be true that, the appearer having served as surgeon on Robben Island in the beginning of the past year 1787, he was ordered there, upon the departure of the ship d'Eenparigheid, which had been lying at the said island because of the smallpox raging on board, to take over the sick of the said vessel; that the appearer to that end repeatedly requested the chief surgeon of the said vessel, by the name of Blikman, to hand over the said sick properly according to custom and to inform him, the appearer, of each person's ailment; the said Blikman, however, delayed doing so with manifold weak excuses, until the appearer, having complained about them, subsequently took over the said sick by order of the commandant and in the presence of an officer of the said vessel; the appearer further declaring that the said doctor afterwards said to the appearer that he found it very improper that a chief surgeon should hand over the sick to an under-surgeon; as also that he, the appearer, saw the said Blikman on the island for several days with black eyes, which, as the appearer has been informed, he had received in drunkenness from one Diets. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons of knowledge as in the text, being prepared to confirm the same further by solemn oath. Thus done at the aforesaid Secretariat, present the clerks Willem Berg and Jacob van der Waereld as witnesses, who duly signed the original minute of this together with the appearer and myself, sworn clerk. Which I witness. Was signed: W: S: V: Rijneveld, sworn clerk. Re-examination. Appeared before the undersigned commissioners from the Honourable Council of Justice of this government, the aforesaid third master Johan Daniel Disand, who, having had this his declaration read out clearly word for word, testified to stand by and persist in it, with the desire that nothing more shall be added to or taken from it, and therefore, in confirmation of the truth thereof, spoke in the presence of the chief surgeon Gerrit Blikman the solemn words: So help me God Almighty. Thus re-examined and sworn at the Cape of Good Hope the 17th of July 1788. Was signed: Disand. Underneath stood: In my presence, W: S: V: Rijneveld, sworn clerk. As commissioners: R: J: v: der Riet, J: C: Gie. Today, the 16th of May 1788, appeared before me, Willem Stephanus van Rijneveld, sworn clerk at the Secretariat of Justice of the Castle of Good Hope, in the presence of the afternamed witnesses, the postholder of Robben Island, Jacob Sinjeur, under deducted wages, of competent age, who, at the requisition of the pro interim fiscal, the Honourable Gabriel Exter, declared it to be true that when, in the beginning of the past year 1787, the ship d'Eenparigheid lay at the said island because of the smallpox raging on board, and the sick were ashore for their recovery, a certain surgeon named Blikman acted there as chief surgeon; which Blikman, during his stay on the said island, frequently overindulged in drink, so much so that he more than once came to blows with a certain passenger named Diets, and even, among other things, walked about for a good eight days with black eyes, which were inflicted on him on account of the brutalities committed in his drunkenness. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons of knowledge as in the text, being prepared to confirm the same further by solemn oath. Thus done at the aforesaid Secretariat, present the clerks Willem Berg and Jacob van der Waereld as witnesses, who duly signed the original minute of this together with the appearer and myself, sworn clerk. Which I witness. Was signed: W: S: van Rijneveld, sworn clerk. Re-examination. Appeared before the undersigned commissioners from the Honourable Council of Justice of this government, the postholder of Robben Island, Jacob Sinjeur, under deducted wages, who, having had this his given declaration read out clearly word for word, testified to stand by and persist in it, with the desire that nothing more shall be added to or taken from it, and therefore, in confirmation of the truth thereof, spoke in the presence of the said chief surgeon Gerrit Blikman the solemn words: So help me God Almighty. Thus re-examined

Dutch transcription

voorm: die de minute deezer beneevens den Compten en wij gerev: Clerq meede behoorlijk hebben onderteekend 't welk ik getuige /:Was getekend/ W: S: van wijneveld gezw: Clerq Huijden den 16 Meij 1788 Compareerden voor mij willem Stephanis van Rijneveld gezworen Clerq ter secertarije van Justitie des Casteels de zaide hoop, present de nagenoemde getuigen den in S: E„: Comp=s korpitaal alhier bescheydene derde meester Johan daniel Diaant van Competenten ouderdom dewelke ter requisitie van den pro intirum fiscaal alhier d E: Gabriel Exter verklaarde hae waar is dat de Comp„e in 't begin van 't gepasseerde Jaar 1787 als Chirugijn op het robben Eijland gefungeerd hebbende aldaar is gelast geworden om bij vertrek van 't schip d'Eenparigheid 't welk vermits de aan boord grasseerende pokken aan 't gem: Eijland geleegen heeft de zieken van gem: bodem overteneemen dat hij Comp„te ten dien einde dikwerf aan oppermeester van gem: Kiel in naame Blikman, verzogt hebbende om gem: zieken behoorlijk volgens gebruijk over te geven en hem Compt van een ieders kwaat te onderrigten gem: Blikman daar meede echter onder veel =vuldige flauwe Excuren heeft getreineerd tot dat de Comp„e hun over klagtig gevallen zynde gem: zieken daarop ter ordre van den Commandant en ten verstaan van een officier der gem: bodem: heeft overgenomen verklaarende den Comp„t voorts dat gem: doctor daarna teegens den Comp„te gezegd heeft, dat hij het zier oneigen vond dat een oppermeester zieken aan een ondermeester zoude overgeven Gelijk mede dat hij Compt gem: Alikman eenige daagen op 't Eiland met blauwe oogen heeft gezien welke mij zo als de Comp„t onderrigt is in dronkenschap van eene diets zoude bekomen hebben, Niets meer verklarende geeft den Comp„te voor redenen van Wetenschap als in den text bereid zijnde het zelve met solemneele Eede nader gestand te doen Dat aldus passeerde ter Secertarije voorm=de present de Clerquen Willem Berg en Jacob van der Waereld als getuigen, die de minute deezes benevens den Compt en mij gesw: Clerq meede behoorlijk hebben onderteekend 'T Welk ik getuige /. Was ge¬ =tekend: / W: S: V: Rijneveld gezw: Clerq Rejollement, Compareerde voor de ondergetekende gecommitteerdens uijt d'Eagtbaare rade van Justitie dezes gouvernements voorz: ders meester Johan daniel Dirant dewelke deezen zijne verklaring van woorden tot woorde duij„ =delijk voorgelezen zijnde betuigden daar bij te blijven te persisteeren met begeerte dat er niets meer bij of van gedaan werden zal ƒ en sprak derhalven ter bevestiging der Waarheid zijnde I: van van dien in presentie van den oppermeester Gerrit Blikman de solemneele woorden zo Waarlijk helpe mij god almagtig, aldus gerecolleerd en beëdigd aan Cabo de goede hoop den 17 Julij 1788 /:Was Getekend/ Disand /:onderstond:/ mij present W: S: N: Rijneveld ges: Clergq als gecommitteerde R: J: V: der riet J:r C=s Gie- J:P: T: Huiden den 16 Meij 1788 Compareerde voor mij Willem Stephanus Van Rijneveld gezwore Clerq ter Secertarij van Justitie de Casteels d goede hoop, prezent de nagenoemde getuigen den onder afgesz: gagie staande porthouder van het robben Eijland Jacob Sinjeur van Com„ =petenten ouderdom dewelke ter requisitie van den prointerum Fispaal d' E: gabriel Exter verklaarde hoe waar is, dat wanneer in het begin des voorl: Jaars 1787 het schip d' Eenparigheid vermits de op het zelve grasseerende kinder ziekte aan het gem: Eiland geleegen heeft, in de zieken zich tot hun herstel aan den Wal b„ =vonden hebben, als toen zekeren Chirugijn in name Blikman aldaar als oppermeester heeft geageerd welke blikman zich geduurende de zijne verblijf op 't gem: Eijland dikwerf in den drank heeft ten buijten gegaan, zodanig dat hij meer dan eens met zekeren passageert gen:t: Diets handgemeen geweest is en zelfs onder anderen ook noch wel agt daagen met blauw geslagen oogen welke hem weegens de brutaliteiten in zijn dronkenschap gepleegd zijn toegebragt gelopen heeft niets meer verklarende geeft den Comp„t voor redenen van Wetenschap als in den text bereid zijnde het zelve met solemneele Eede nader gestand te doen, Dat aldus pas„ =seerde ter Secertarije voorn: present den Clerqeen Willem Berg en Jacob van de Waereld als getuijgen die de minuten deeses bene¬ =vens den Comp„t en mij gezw: Clerq meede behoorlijk hebben onderteekend, 't welk ik getuige /. Was getekend:/ W: S: Van Rijneveld gezw: Clerq, Repollement, Compareerde voor de ondergetekende gecommitteerdens uit den E: agtb: rade van Justitie deezes gouvernements den onder afgez: gagie staande Porthouder van het robben Eijland Jacob Sinjeur dewelke deeze zijne gegevene verklaring van woorden tot woorden duijdelijk voorgeleezen zijnde betuigde daarbij te blijven persisteeren, met begeerte dat er niets men bij of van gedaan wierden zal en sprak derhalven ter bevestiging van die in tegenwoordigheid van den oppermeester gerrit Blikman de solemneele woorde, zo Waarlijk helpe mij God almagtig, aldus gen:t gere„ 10

NL-HaNA_1.04.02_4336_0338 view scan ↗

English

re-examined and sworn at Cabo de goede hoop on 17 July 1788. Signed J: Sinjeur. Underneath: in my presence W: P: Van Rijneveld Sworn Clerk, as commissioners R: J: V D: riet. P: C: Gie. Exhibited in Court on 12 June 1788 the council, joining this petition to the case, orders the petitioner to deliver his answer to the secretariat of Justice within the time of 8 days, the Secretary being required to provide a copy thereof to the officer of justice ex officio in order to be able to serve with a reply fourteen days from today; by order of the Honourable Worshipful lord president and the Honourable Worshipful council of Justice of this government. Signed Weethling Secretary. To the Right Honourable Worshipful lord Johannes Izaak Rhenius President and further Honourable Worshipful council of Justice of this Government, Right Honourable Worshipful Lords, Honourable Worshipful lords, very reverently makes known the head surgeon Gerrit blikman, left behind here from the Honourable Company's ship Vregterland. How he, petitioner, dated 23 April of this year during the mustering of the said vessel by the pro interim Fiscal of this place the Honourable Gabriel Exter by order of the Right Honourable Governor in loco was provisionally taken from the same vessel and challenged by the fiscal office. Whereupon the petitioner directly, during the holding of the inquiry, handed over to the well-mentioned lord fiscal his evidence serving for his defense from the junior merchant Mr. Jsaac Martins and the military Commander J: C: Pritwits, who departed with the aforesaid vessel from here to India's capital Batavia, prior to their departure, with the trust that since the lord fiscal ratione officii according to the custom of this country fills the place of both actor and defensor at the same time, the same, as well as those of the petitioner's opposing party, would have been properly re-examined and sworn. But the petitioner subsequently having been summoned on 29 May by the said lord fiscal before your Right Honourable Worshipful court, the petitioner appearing on the day of service in obedience to your Right Honourable Worships on the roll requested and graciously obtained a copy of the claim submitted by the Officer of Justice ex officio as plaintiff and a day ad deliberandum until today to serve with an answer thereto. That the petitioner, upon obtaining the aforesaid copy, had to discover that none of the exhibits that could serve for his defense were not only not re-examined and properly sworn, but were not even submitted. That the petitioner thereupon immediately went to the house of the well-mentioned lord fiscal and submissively requested the aforesaid evidence, which was then finally returned by the same to the petitioner un-re-examined and unsworn. The petitioner fears that this might significantly prejudice him in demonstrating his innocence, for reasons that according to law no testimonies are of value unless they are confirmed with oaths, L. 9, l. 10, C. de testib. The petitioner therefore finds himself in the unavoidable necessity, before answering, of turning to your Right Honourable Worships, humbly requesting that the aforesaid omission, having occurred without his fault or negligence, may be remitted to him and that by virtue thereof the said depositions may have such effect as if they had been re-examined and sworn, or that your Right Honourable Worships, according to your well-known equity, may be pleased to dispose otherwise as your Right Honourable Worships shall find to be proper according to law, reason, and fairness. Doing which. Signed G: blikman. Exhibited in Court on 12 June 1788. Answer and Counter Conclusion made and very reverently submitted to the Right Honourable Worshipful Lord Johan isaak Rhenius president together with the further Honourable Worshipful council of Justice of this government at Cabo de goede hoop, by and on behalf of the head surgeon Gerrit blikman, left behind here from the Honourable Company ship dregterland, defendant on the one part, on and against the pro interim fiscal of this town the Honourable Gabriel Exter Officer of Justice ex officio plaintiff on the other part. Right Honourable Worshipful lords, Honourable and Worshipful Lords, the defendant, after having expressed his dutiful thanks to your Right Honourable Worships for the favourably granted copy of the Officer of Justice ex officio plaintiff's irrelevant conclusion of claim submitted in court on 29 May with its attachments, as well as for the equitable and impartial administration of Justice and the favourable disposition on the civil petition submitted in council on 12 June of this year to join the same to the case, finds thereby opened the way which of itself leads him to the demonstration of the groundlessness of the Conclusion of Claim brought by the Officer of Justice ex officio plaintiff, and to present his sincere innocence in this matter in luce clarior on solid grounds before the discerning eye of your Right Honourable Worships, respectfully trusting that you will have heard with the utmost surprise that the judicial officer acting in this matter regarding the case in question (which is now to be dealt with extensively in order, to demonstrate the undersigned's upright conduct, from which it will be evident ad oculum to your Right Honourable Worships that the undersigned in this case is extra omnem culpam) has seen fit to bring such a Conclusion of claim as if the undersigned had given a bad example on the aforesaid vessel, with disregard of subordination, as the lord plaintiff has been pleased to express himself at the end of his claim, one would over many notable remarks

Dutch transcription

gerecolleerd en beedigd aan Cabo de goede hoop den 17 Julij 1788 /. Was Getekend. /. J: Sinjeur /:onderstond:/ mij present W: P: Van Rijneveld Gesw: Clerg, als gecommitteerdens R: J: V D: riet. P: C: Gie. Exhibitum in Judico den 12 Junij 1788 de raad dit request bij het projes voegende, ordonneert den reqt om binnen den tijd van 8 daagen zijn antwoord ter zacurtarij van Justitie te bezorgen zullende de Secretaris als dan aan den r: O: gereg: daar van Copia moeten dan komen ten einde heden over veertien dagen te kunnen dienen van repleq; ter ordonn: van den E: agtb: heer prezident en den E: agtb: rade van Justitie deezes gouverne„ =ments /:Was getekend:/ Weethling Secertaris, Aan den Wel Edelen agtbaar heer Johannes Izaak Rhenius Prezident en verdere E: agtb: raad van Justitie diers Gouvernements, WelEdele agtb: Heeren E:E: Agtb: heeren, heeft zier reverentelijk te kennen den van 't E: Comp: schip Vregterland alhier verbleven oppermeester Gerrit blikman Hoe hij Lupt, de dato 23 april dezes Jaars bij de monstering van gem: bodem door den pro interum Fiscaal dezer steden de E: Gabriel Exter op ordre van den Wel Edele Gestre Leer gouverneur in loco bij provisie van de selve bodem ge„ nomen En bij het officcum fiscaal gecalangeert Waar op den supt: die rekt aan welgemelde hier fiscaal bij het doen van enquirtie zijne ter devenzie dienende bewijzen van den met voor schreve bodem van hier na indiaas hoofstad batavia vertrokkene ondercoopman de heer Jsaac Martins en den Commandeur C: Pritwits voor het vertrek mililatair J: der zelve heeft ter hand gesteld met dat vertrou„ =wen dat terwijl den heer fiscaal ratione officie na gewoonte deeser lande de plaats van acter en devensor te gelijk vervangt de selve, zoo wel als die van des supl: pars adverse behoorlijk soude zijn geregoleert en beëdigt geworden dan den supt, ver„ =volgens de dato 29 meij door gedagte hier fiscaal voor uwel Edele achtb: vierschaar gedagvaard sijnde den supt„ ten dagen dienende ter obidientie uwer welEdele agtb: ter rolle Compareerende verzogt en „gratieukelijk geoptineerd hadde Copia van des R: O. Eijschers ingediende eijsch en dag ad delibirandum tot op heden omme daar op te wienen van antwoord dat den zupt, bij het ligten der evengemelde Copia hadde moeten ondervinden dat gene der producta welke ter zijner divensie konnen dienen niet alleen niet gerecolleert en nabehooren beëdigt maar selve niet eens overgelegt waren, dat den stypt„ daar op diregt zig hadde vervoegt ten huijse van Welgem: heer fiscaal en om de voorschreve bewijze submissiht gesolliciteert de welke daen eijndelijk door hoogst dezelve aan den dupt, ongerepoleerd en onbeedigt te ruggegeven zijn den supt„ bedugt dat sulks hem in het vertoonen van zijn onschuld. merklijk zoude mogen prejudiceren om redenen Waar dat dat na regten geen getuijgenissen van waarden sijn of de selve moeten met eeden worden beves„ „tigd Z, 9, l, 10, C. de tistib: Jungt den supt„, der halven in de onvermeijdelijken noodzakelijkheid sig, bevind alvorens te antwoorden hem tot uwel Ed: agtb: te keeren ootmoedig versoekende dat de voorschrevene omissie als buijten zijn schult ofte non goulange gejauseert hem mogte werden geremitteert en uijt hoofden van dien de selve depositien zoodanig effect sorteere mooge als of de selve gerecolleert en beëdigt waaren geworden ofte dat uwel Ed: agtb: na hoogst der selve bekende requitijd zodanig anders gelieven te disponeeren als uwel Ed: agtbe: na regt reden en billijkheid zulle vinden te behooren, 't welk doende /. Was getekend / G: blikman Exhibitum in Judip den 12 Junij 1788 Antwoord en Contra Conclurie gedaan maken in zeer reverentelijk overgegeven aan den welEd: agtb: Heer Johan isaak Rhenius president be„ nevens de verdere Ed: agtb: raad van Justitie deezes gouvernements aan Calio de goede hoop, door ende van wegen den van het E: Compagnie schip dregterland alhier verblevene opperchirugijn gerrit blikman verweerder ter eenre op ende Jegen der pro interuim fiscaal deezer steede VE: gabriel Ester r: O: Eyscher ter andere zijde Wel edele achtb: heeren E: E: en achtb: Heeren, den gedaagden na uwel Ed: agtb: voor gunstig verleend Copia van S: R: O. Eijkchers de dato 29 Meij in regten„ overgegevenen i relevanten conclusie van eijsch met dis bijlaagen, mitsgaders voor de acquitablen en ontzeijdige atministratie der Justitie en zech gevenireerde des pocitief op het de dato 12 Junij hujus anni in rade overgegevene reguest siviel ten eijnde het zelven bij het projes te voegen/ /:voor af. / pligt schuldig dank betuigd te hebben vind daar door den weg geopent die hem tot demonstratie van de ongefundeertheid der door den hier R: O: Eijschers uijtgebragte Conclusie van Eijsch als van zelfs toelijd en omme zyn singere onschult in diese Luxe flarius, op solide gronden onder het scherp ziende oog van Uw Ed: agtb: daar „te stellen, Eerbiediglijk vertrouwende dat hoogst dezelve met de uijterste surprisie zullen hebben aangehoort dat den in deezen fungeerende Jus„ „titueele officier nopens het geval in questie en waar in deezen tans ordine in het breede staat gehandelt te werden, ter aantoning van des ondergetekende op regte gehoudene handelwijze uijt dewelke UWEd: agtb: ad opilim zal consteeren dat den ondergetekenden in dit Cas extra omnem Culpam verzeert:) heeft kunnen goedvinden, zo„ =danigen Conclutie van eijsch uijttebrengen quarie als of den ondergetekenden op voorm: bodem, een quaad voordeeld hadde gegeven, met miskenning der suboidonnaatie, zoals den heer Eijscher in het slot van zijn eijsch zig heeft gelieven uijt te drukken min zoude hin over veele notabite rimar„

NL-HaNA_1.04.02_4336_0340 view scan ↗

English

could make remarks, but brevietatis ergo, in order to omit all hateful matters, one shall only say in transition that the undersigned, upon reading the claim brought against him, has perceived that it has not pleased the officer to specify in the beginning or head of the aforementioned claim specifically for what crime the undersigned was being actioned or challenged by his Honor; but in article 29 it was generally stated that the undersigned was guilty of various offenses, particularly far-reaching insolences and brutalities, contrary to subordination and good order, degrading the character and office of a chief surgeon to the highest degree, and thus made himself punishable in all parts. Therefore, with a single stroke of the pen, it shall beforehand be remarked here what is understood by the words insolences and brutalities: regarding the first, it is something that is done or performed against custom, and the second is generally interpreted as an uncouth brutishness. It then stands here, ad primam, to be investigated, Noble and Respected Sirs, whether the undersigned during his voyage in his capacity as chief surgeon comported himself in such a manner that the same deserves with foundation of reason to be stamped with such a title, so that the prosecutor on that basis could according to law and justice have his brought claim adjudicated. Secundum, whether according to the 21st article of the claim the undersigned entirely denied the authority of the captain, and ad tertium, whether all those pretended offenses according to the sentiment of all legal scholars were proven by valid evidence to have been in effect committed by the prosecutor. It will then be apparent to Your Noble and Respected Honors from the brought claim at first sight, ad oculum, that from articles 12 to 18 those pretended complaints consist, namely, in a so-called misplaced authority, such that the undersigned, as is alleged, in numerous ways mocked and confronted the captain in the most improper manner. Whereupon the undersigned shall most respectfully engage the precious attention of Your Noble and Respected Honors, the undersigned, in order to annul the entire brought conclusion of the claim to prevent further such unfounded procedures on the part of the prosecutor, shall then primarily advance and investigate wherein that pretended misplaced authority and those done things, which it is said did not pertain to him or ought not to be done by him, have consisted; secundum, in what manner and with what purpose they were done. In order now to demonstrate the groundlessness of that so-called misplaced authority upon solid grounds, Your Noble and Respected Honors will beforehand most respectfully please be informed that our high and mighty lords and masters at the Assembly of the Seventeen have been most favorably pleased to resolve, and consequently enacted, among other things, stating substantially: in order that the purpose intended therewith may thus be the better fulfilled, it has been approved by the very same, nota bene, to deliver an exact list into the hands of the chief surgeon, as appears from No 1. And in order to observe this order well, the undersigned has in all respect solicited the Right Noble and Grand Respected delegated directors here for such an exact list, and as such also received a copy list, but by no means such that the same could be accepted by the undersigned as satisfactory; which the same also communicated to the aforementioned Right Noble and Grand Respected gentleman with that purpose only, Noble and Respected Sirs, which will require the principal object of Your Noble and Respected Honors' highly wise considerations, in order to be the better enabled upon his arrival at Batavia or at the place of his destination to be able to render a proper accounting based on good foundation according to the high orders concerning everything that was given along for the service of the sick, and consequently in a steadfast and honorable manner to prove that the orders of the Lords Majors were strictly kept in view by him. And from which one can indeed observe from the coherence of the matters that the purpose of the undersigned intended nothing other than in all respects to observe his duty. Whether he can now on this basis be said with reason to have done anything improper in that brutish manner, as one seeks to present, or to have assumed an authority and desired things that in no way pertained to him or ought to be done by him, as the officer acting in this matter entirely unjustly pleased to detail at article 12 of his brought claim, the undersigned understands that he must consider this as an assertion which contradicts the orders of our high and mighty lords and masters of the Chamber of the Seventeen. But in order not to make himself in effect guilty of any misplaced authority, the undersigned shall most respectfully leave this to the highly wise judgment of Your Right Noble and Respected Honors. That although the officer produxist in causa questionis the very respected missive from the Right Noble and Grand Respected gentlemen the delegated directors, the same cannot in the least obstruct the undersigned, for from it only appears that by the very same never was such a list delivered into the hands of a chief surgeon, that according to his Right Noble and Grand Respected's defined assertion everything stands to the accountability of the captain; concerning which first point on that side it is presumed with reason that by his Right Noble and Grand Respected possibly the same never

Dutch transcription

rimarques kunnen maken, dog brevitalis Ergo„ om alle hatelijkheeden te omitteeren, zal men alleen in trantitie zeggen; dat den ondergetekende nalecture van den uijtgebragte eijsch heeft ont„ =waard dat het den heer officier niet heeft behaagt om in den aanvang of hoofde van voorm: eysch bepaaldelijk te insireeren over wat Crimen den ondergetekende door zijn E: geactioneert af g'jallangeert veerd, maar bij het 29 arti: werd generaallijk gezegt dat den ondergetekt zig aan diverze misdrijven bij zon„ =ders verregaande insolentien en brutalitijten met de subsidonatie en goede orderen strijdende het Character en ampt van een oppermeester ten hooe, „tten degradeerende zig heeft schuldig, en dus in alle deelen strafbaar gemaakt, des zal hier vooraf met een enkele trek derpen re„ =marqueeren dat P: M: door den woorden Jnzolentien en brutalitijten verstaan werden, aangaande het eerste is 't iets dat teegens het gebruijk word gedaan of verrigt, en 't tweede in 't algemeen werd uijtgelegt voor een onbeschofte berstagtig„ =heid, staat dan hier adprimam te onderzaeken Edele agtb: heeren, of den ondergetek: geduurende zijn uijtrijten in zijn qualitijt als oppermeester zig zodanig, heeft gecomporteert dat het zelfde met fundament van reede met zodanige een titelen verdient bestempelt dat daar over den R: O: Eijscher zijn uijtgebragte vijzch na regten en wetten zouden kunnen werden geadjudiceert. — figundum af volgens het 21. artc: van den Eijsch den ondergetekende het gezag van den Capit: geheel heeft ontkent, en adtertium of al die pretence misdreijren door den heer officier volgens het sentiment van alle regts geleeven door vallable probatien bewezen werden in Effect gecommitteerd te zijn 't zal dan UW Ed: agtb: uijt den uijtgebragte eijsch in Primo adspectie adoculum Consteeren, dat van artj: 12 tot 18 die pretentie klagten bestaan nimpe in een zo genaamde qualijk geplaatste authoritijt zodanig dat den ondergetekende zoo gezegd word op menigvuldige wijzen uijt =gespot en quarie den Capit: op de onbezame„ =lijkste wijze begegent hadden, waarbij den onderget: De kortbaare attensie uwer Weld: agtb: eerbiedigts bepalen zal, den ondergetekende om de geheele uijtgebragte Conclutie van Eysch te annulleeren ten voorkooming van verdere aan de kant vanden heer Eijscher zoo ongefundeerde propdures zal dan primario advanceeren, en onderzaeken waar in die pritence qualijk geplaats en autoritijt, en die gedaan. dingen die hem zogezegd word niet toekwamen of door hum behoorde gedaan te worden in hebben bestaan, Sipendum op wat wijze en met wat oogmerk die gedaan zijn omme dan nu den ongrond van die 20 genaamde qualijk geplaatste authorityt op solide gronde te demonstreeren zullen UwEd: agtb: vooraf eerbiedigs gelieven geimformeert te zijn dat onze hooggebiedende heeren en hiersteren ter vergadering van Seventienen hoog gunstig hebben gelieven te resolveeren pre„ in mitsdien gestatueert onder anderen sub„ =ttantivelijk zeggende, opdat het oogwerk daar meede bedoelt dus te beeter mogen voldaan werden bij hoogst dezelfde is goed gevonden NB: een Exsacte lijst aan den oppermeest: ter hand te stellen blijkens No 1 en om deeze order wel te observeeren heeft den ondergetekende in alle eerbied aan de wel edele groot agtbr ge„ committeerde hier bewindhebbers om zodanige exacte Lijst gezollipteert en over zulks ook een Copia lijxt maar geenzints zodanig dat denzelve als voldoenende bij den onderget:e konde werd geaccepteert /: heeft ontfangen het welk denzelve ook aan wel gem: wel Edele groot agtb: heer, heeft gecomminuxeert met dat oogmerkt alleen Ed: agtb: heeren /: 't welk wel 't voornaamste opjact van UWEd: agtb: hoog wijze Concidratien zal requireeren, om des te beeter in staat ge„ =stelt te weezen bij zijn komst te batavia ofte ter plaatze zijner dertinatie van al 't geene ten dienste der zieken is mede gegeven met goed fundament volgens hoog devel receg= en verantwoording te konnen dom en gevolglijk op een Cordate en honoralle wijn d' Geerde bewijze veelen den Heeren Majoores bij hem Efactelijk in het oog gehouden zijn, en het welk men immers uijt den zamen hang der zaaken kan annimadiirteeren dat het oogmerk van den ondergetekende niet anders heeft bedoelt dan in alle opzigten zijn pligt te betragten of denzelven nu hiermeede met grond kan gezegd worden iets onbehoorlijks op die beertagtige wijs :/ zo als men tragt te doen voorkoomen te hebben gedaan of een authoritijt aangenomen en dingen begeert die hem op geenerlij wijze toe kwamen of door hem behoorde gedaan te worden zoo als den in deezen fungeerende hier officier deze handelwijze gants ten onrigte bij artij: 12 van zijn uijtgebragte enj deh heeft gelieven te retailleeren, begrijpt, den ondergetek: te moete beschouwe als een Sustinue welke de beveele van onze hoog gebiedende hieren in Meesteren der Camer van zeventienen Contra dijeeren, dan omme zig aan geen qualijk geplaatze authoritijt in Effect schuldig te maaken zal den ondergetek: zulks aan het hoogwijze arbete„ „rium uwer WelEdele agtb: Eerbiedigts over„ =laaten, dat of wel den heer officeer in faussa questionis, de zeer gerrespecteerde missive van zijn Ed: groot agtb: hier de gecommitt:s bewind hebber produxeert kan den zelve den ondergetek: in het minst niet obrteeren want daar uijt alleen komt de blijken dat door hoogst dezelve nimmer zodanige lijst aan een oppermeester was ter hand gesteld, dat volgens zijn Ed: groot agtb: g'fenireerde Sustinue alles ter verantwoording van den Capit: staat aangaande welke eerste poinct aan diene kant met grond gepresemeert word, dat bij zijn Ed: groot agtb: mogelijk denzelve nooijt

NL-HaNA_1.04.02_4336_0342 view scan ↗

English

No 1: never had a chief surgeon requested such a list, and with all due respect, the contrary is evident from the document; indeed, the undersigned trusts that this same missive cannot cause him in that respect to appear as a man of a troublesome disposition, for, Honorable and Worshipful Sirs, charity after all begins with ourselves, and for that reason everyone is charged with the care of keeping in view, in the office in which he is placed, the orders of his high commanding lords and masters and of discharging his duty, and consequently the undersigned had to insist on the delivery of such an exact list, in order always to be able to properly account for himself at Batavia or at the place of his destination, although the acting officer here knows how to depict the same in the most odious colors, challenging the undersigned for having treated the Captain in the most improper manner, of which the reasons are erroneously stated by the said officer in his claim brought under articles 18 and 19, and therefore at the holding of the inquiry it was not deemed advisable to have the eight pieces of counter-evidence handed to him duly recognized and sworn according to the style of the courts, which evidence mainly comes down to the fact that the undersigned, in his capacity as chief surgeon, being in need of Spanish wine for the sick, addressed himself to that end both to the Captain and to his Captain-Lieutenant, and most respectfully requested them to provide him with a single bottle of that wine, as he judged the same to be necessary for the sick; which was refused to the undersigned under a lame excuse that it would turn sour, as is affirmed by the junior merchant, Mr. Izaak Marthin, and the military commander Christiaan Pritawitz, as appears from the record. Indeed, Honorable and Worshipful Sirs, it is evident that in this respect the chief commanders of that vessel acted directly contrary to the venerated orders of the Gentlemen Majors, as will be fully demonstrated to Your Honors from the extract of the resolution showing the sincere conduct maintained by the undersigned in this matter, if Your Honors will only please to inspect the same with a little attention, it being expressly enacted and substantially commanded by our high commanding lords and masters with regard to the service of the chief surgeons, that whatever they shall judge to be necessary for the sick, they merely have to submit and make known to the high commanders or chief officers with the further provision so that they may immediately give orders to provide them with the same, whether it be food, drink, etc. Indeed, Honorable and Worshipful Sirs, once again a strong and valid proof of the pure innocence of the undersigned, without the undersigned needing to examine the mysterious reasons for the spoiling of those wines; No 2: No 3. Appears No 6 for after all, who is unaware that under such frivolous excuses, sometimes out of self-interest, the sick are deprived of it in order to cause those for whom it is not intended to lose their health through the excessive use thereof, of which opinion our High Commanding Lords and Masters in the meeting of the Seventeen do not seem to be very alien in such cases, and for those reasons have certainly been pleased to command that this should also serve to prevent the numerous complaints of the surgeons about many of the first commanders who withhold the same from the sick in times of need. Consequently then, neither the said Captain nor his Captain-Lieutenant, by his own authority, under pretexts of having no empty bottles, that the wine would spoil, and other such trifles, as the undersigned trusts, were ever qualified to refuse what was needed for the sick, in order by such means to disobey the orders of our high commanding lords and masters in their illustrious assembly and thereby render them illusory; no more, Honorable and Worshipful Sirs, than that the said Captain, as the undersigned believes, was qualified, if he, the Captain, should command it, to have the under-surgeon stand sentry for his pleasure a whole day, as is evident from the document. On that ground, the undersigned trusts that as chief surgeon he is bound by virtue of his office to be able and permitted with good reason to countermand the order of the said Captain; which case the officer, under articles 21, 22, and 23 of his claim, very erroneously represents to Your Honors as having occurred here in the roadstead. On what grounds one could now maintain that the undersigned has entirely denied the authority of the said Captain is incomprehensible, Honorable and Worshipful Sirs, just as little as that case could, with good reason, be regarded as an extreme insolence and brutality; so that it is far from the case that the undersigned, in contempt of subordination, has made himself guilty of any insolences or brutalities, just as it is untrue that the undersigned, as chief surgeon in the treatment of the sick, should not have complied with the intention of the Lords Majors, which comes down to this, that the same shall be treated with all human love and, note well, be well cared for, as appears from NB: 4 and 5. That in case the officer had granted the most respectful request made to him at different times by the undersigned at the muster, to let the crew present on the aforesaid vessel come before the deck and to gather information regarding the matter in question, both in an inquiry to his innocence as well as incriminations, as one trusts, subject to correction, is required by the equity of justice,

Dutch transcription

No 1: nooijt door een oppermeester om zodanige Lijst was verzogt en het laatste behoudens alle eerbied:/ Contrarie Consteerd uijt het product immers kan dezelve missive den ondergetekende zo hij vertrouwt ten dien op zigte niet doen voor koomen als een mensch van een ongemakkelijk humeeur, want Ed: agtb: heren de liefde begint immers van ons selve en uijt die grond rheede is een ijder men zih de dorg aanbevoolen, om in het ampt waar in hij is gesteld de beveele van zijn hoog gebiedende heerene Meestere in het oog te houden en zig van zijn pligt te kwijten en mitsdien deen ged: op den afgaave van zodaanige Exacte lijst heeft moeten insteeren, ten eijnde zig altoos te Batavia of ter plaatze zijne DDextinatie behoorlijk te konnen verantwoorden schoon den fungeerende hier officier hetzelve met de hatelijkste vorwe weet afteschiteen, den ondergetekende Calangeereende van den Capit: op den onbetamelijkste wijze hebben bejegent waarvan bij dhen officier zin abusievelijk de rheede werden opgegeeven in zijn uijtgebrag =ten eijsch bij arti: 18 en 19 en daarom bij het dam van de Enquerte niet raatsaam geoor„ =deelt 8 zijn E: ter hand gestelde Contra bewijlen naar zteijl van regten behoorlijk te doen recouleeren en beëdigt welke bewijzen hoofd zakelijk daar op nue koomen dat den onderget: in zijn qualitijd als oppermeester voor de zieken Spaars wijn benodigt zijnde ten dien eijnde zig zo bij den heer Capit: als desselfs Capit: Luijtenant heeft vervoegt; en hoogst de zelve verzogt hem een enkele fles van die wijnen te willen laten toekoomen alzoo hij deselve voor de zieken nodig oordeelde te zijn, 'T gunt aan den ondergetek: onder een flauw Excus dat dezelve zoude duur worden gelijk zulks affir„ =meeren. den ondercoopman dheer Izaak Marthin en den Commandeur Militair Christiaan pritawitz zo als Consteert. Jmwers Ed: agtb: hieren P: evident dat in dit opzigt door den oppergezagvoerders dier bodem direct contrarie de gevenireerde beveelen der heeren majooris is gehandelt geworden zo als de welEd: agtb: uijt den Extract resollutie ter dimonstratie van des onder„ getekende in deezen gehouden oprigte handel„ =wijze volleedig zal komen te blijken, wanneer UwEd: agtb: maar eens met wijnig attentie dezelve gelieve interua als werdende door onze hoog gebiedende hierin en Meesteren met betrekking tot den dienst der opperchirugijns uijtdrukkelijk gestatueert en substantiaelijk hun gelast, Dat het geene zij zullen oordeelen de zieke nodig te weezen zij lieden de hooge opperhoofden of eerste gezag voorderen hetzelven sligts hebben aantedienen, en bekent te maken /: met verdere bepaaling ten eijnde dezelve aanstonds order mogen stellen hun dat te doen hebben het zij spijs drank enz:, Jmmers EE: agtb: heeren alwederom een kragtig in vallabel bewijs, voor des ondergetekendens suijvere onschuld, zonder dat den ondergetek: de mijsteruize rhedenen van de bederving dier wijnen zal nodig hebben te enzonde onder„ N=o 2: N=o 3. ƒ Blijkt No 6 onderzoeken; want wie dog is onbekent dat onder zodanigen ficrole Execure :/ zomtijds door eijgen baat. / de zieker onthouden wordende om den geenige voor welke dezelve niet gedestineert zijn door het overvlaedig gebruijk derselver hun gezondheid te doen verliezen, van welken gevoelen onze hoog Gebiedende heeren en Mechteren ter vergadering van seventienen, in zodanige gevallen niet schijnen zeer vreemd te zijn, en om die rhedenen zekerlijk hebben gelieven te beveelen zulks meede zoude dienen tot voorkoming van de menigvuldige klagten der Chirugijns over veele der Eerste gezagvoerders die den zieken in tijd van nood hetzelven onthouden Concequentelijk dan gem: Capitain nog ook derselfs Capit: Luijtenant, sik propria Auto„ =ritatie onder voorwentzelen geen flessche ledig te hebben dat de wijn bederven zouden en andere beuzelingen meer 2o den ondergetek: vertrouwt /: nimmer gequalificeert waaren het voor de zieken benoodigte te refuxeeren omme voor zodanige middelen te beveelen van onze hoog gebiedende heeren en Meesteren ter Huistere vergaderinge dis obiedientelijk daardoor illusoir„ te maaken, zoo min Ed: agtb: heeren, als dat gem: Capit: :/ 26 den ondergetekende gelooft :/ gequa„ =lifeert waaren, dat als hij Capit: het zoude Commandeeren de ondermeester voor hem ten plisiere een geheele dag schildwagt zouden moeten staan, zo als uijt het product Consteert Op dien grond vertrouwt den ondergetek: als No 2: opperchirugijn ampts halven verpligt te zijn de ordre van gem: Capit:, met goed fundament te konnen en mogen Contramandeeren welk geval den heer officier bij articul 21. 22 en 23 van Eysch UWelEd: agtb: zeer abusiefelijk voor dragende zigt alhier ter reede geschiet te zijn Op wat gronden men nu zoude kunnen sus„ „tuneeren, dat den ondergetekende het gezag van welgem: Capitain in het geheel heeft ont„ =kend, is niet te begrypen Ed: agtb: heeren, 't geval 2o min als dat met goed fundament, als een verregaande insolentie, en brutalitijt, zouden konnen aangemerkt worden; invoegen dat het is verre daar van daan is dat den onder„ =getek: met miskenning der subordinatie, aan eenige Jnzolentien of brutaliteijten zig heeft schuldig gemaakt, als het onwaaragtig is dat den onderget: als oppermeester in het behandelen der zieken aan de intentie van- heren Majoors /: daarop nier komende- /: dat dezelfde met alle minsche liefde zullen behandelt en NB: wel verzorgt worden niet zoude hebben voldaan als blijkt NB: 4 en 5. – dat ingeval den heer officier :/ het bij de monstering door die ondergetekende, aan zijn E: tot diferente rijze eerbiedigts gedaan verzoek om den op voorm: bodem bevindende Equipagie te laten voor de boich koomen en nopens de zaak in queatie zo wel en queste tot desselfs onschuld als bezware in te winnen zo als men onder Correctie vertrouwt dat na billijkheid van regten ver„ opper„ „ Eyscht

NL-HaNA_1.04.02_4336_0344 view scan ↗

English

It is required to agree that one could have proven the contrary of the entire accusation by a crowd of witnesses; therefore, it is the conclusion, Honorable worshipful sirs, that the undersigned, having acted in observance of oath and duty through exact compliance and also in effect fulfilled orders of the Lords Majors, and having also legally and satisfactorily proven the same, consequently from that single fundamental reason one may—respectfully said—conclude and establish that if one part is untrue, everything is untrue; which proceeds all the more, Honorable worshipful sirs, when one merely reflects upon the tenor of the missives signed by the officers of the aforementioned vessel, from which their intention is sufficiently measured and it appears clearer than daylight that a not very praiseworthy cabal took place on that vessel in order to make the undersigned unhappy, and to this the 24th, 25th, and 26th articles of the Statement of Claim give a complete inducement; in which the officer mentions a pretended reasonable fear—note: of all the officers—in order to lend a semblance of truth to their so willingly offered depositions, and where possible to pass it off as an admissible means of proof in law; and which productions the officer must have judged very useful to support his unfounded reasoning, although these, as well as the given accounts, merit no reflection, as will further appear because His Honor, in the aforementioned 24th article of the Claim, not only alleges the same, but even in his eye—which is exceedingly notable—considers it the finest passage; whereas these accounts and depositions, which in the aspects of their tenor are impudent and malicious, for one can indeed use no viler and more scandalous expressions than that the undersigned would have served as a disgust to all decent people; secondly, it is unqualified and also, with respect, not acceptable in law, since by those deponents matters are alleged therein which are not applicable to the case at hand, as having been settled in Europe, and no one is competent to bring them up again, since a witness, declarant, or relater, however one wishes to call the same, may introduce no other matters than those which can be made of application to the questionable case being dealt with; for otherwise, in such cases, one could bring up someone's entire life course, whether according to the truth or not, which is altogether absurd and impermissible, and it is left to the equitable judgment of the judge whether they do not merit to be rejected by Your Honorable Worships according to the constant doctrine of the jurists, since one evidently sees that they all present themselves as open capital enemies of the signer hereof, and therefore their statements or reports are not in the least to be credited; for thus all jurists teach, see Doctor Damhouder, in my copy page 8 and also page 10, Practice in Criminal Matters; the more so since the Captain of that vessel, as well as all the officers, must be considered as accusers or informers, wherefore they also may not be admitted as witnesses against that signer as defendant, as the officer alleges them in that capacity in his Claim; this is taught by the gentleman and master Bernard van Sutphen in his Practice of the Dutch Laws, in my copy page 290, and in agreement with the doctrine of Mascardus de probationibus, volume 3, conclusion 1364, number 41; Christinaeus on the Laws of Mechelen, title 1, article 35, number 6; as well as in conformity with the opinion of that renowned criminalist Carpzovius, Practica Nova Imperialis Saxonica Rerum Criminalium, part 1, question 16, definition 66. But what must appear most astonishing of all to Your Honorable Worships—as is trusted—is that the officer here, in false questioning, brings up matters that were settled in Europe, which His Honor strongly and firmly wishes to maintain should serve for the elucidation of these complaints and qualification of the new facts, just as His Honor, at the introduction by way of an exordium to articles 1, 11, 30, and 31, very mal à propos alleges this case, contrary to the opinion of so many renowned jurists; for positing, but not conceding, that the matter had indeed existed as the officer attempts to present it—which is not so—it is evident, since the same, being reported in Europe outside the jurisdiction of His Honor and properly investigated, and the signer hereof having obtained complete satisfaction regarding that matter, and for that reason having been appointed beforehand by the Honorable Grand Worshipful Lords Directors as examiner over the internal matters and placed in the capacity of head surgeon on the aforementioned vessel, and consequently that matter was thereby settled. The officer, with respect, is precisely incompetent to accuse the defendant anew regarding that; and besides this, Honorable worshipful sirs, something is also presupposed here by His Honor that His Honor will never be able to prove as required by law, the contrary of which has been so clearly demonstrated on this side and proven by infallible evidence, such that no doubt remains regarding it; consequently, no elucidation or qualification of pretended new facts that have not been proven according to the requirement of law can take place, and that, being true in fact as has been satisfactorily proven in law, namely that the undersigned has comported himself according to oath and duty and in this has only exactly observed the given orders.

Dutch transcription

Vereijscht werd /: te accordeeren men het tegendeel der gantsche accutatie bij turbe van getuijgen zoude hebben kunnen probeeren, derhalven 20 is het eeidende Ed: agtb: heeren dat den onderget: door Exacte opvolging en in Effecte ook volbragte ordres der Heeren Majoors in betragting van eit en pligt hebbende gehandelt, en hetzelve ook ten regten ten genoegen beweesen Mitsdien uijt dien eene grond rheden men :/ met eerbied gezegd /: zouden mogen besluijten, en leggen dat het eene onwaar, alles onwaar zij:, 't welk te meer procedeert Ed: agtb: heeren, wanneer min maar een reflecteert, op den teneur der missiven, bijden offi„ =jieren van hier voren gem: bodem geteekend waar uijt derzelver intentie genoegzaam is afgemeeten en Luce Clarioies komt te blijken, dat op dien bodem eene niet zeer loflijken Cabale ten eijnde der ondergetek: ongelukkig te maaken heeft plaats gehad, en hier toe geeft het 24. 25 en 26 artic: der Conclurie van Eijsch een Compleite anleiding; Jn welken den heer officier gewagmaakt van een pretence billijke vrees NB: aller afficieren :/ ten einde derzelver zo gewillig aangeboodenen depo„ =sitien een schijn van Waarheid bij te zitten /: en voor een in regten aannemelijk bewijs middel waar het mogelijk te doen doorgaan /: En welken producten den heer offigier als zeer utiel, ter adstructie van zijn ongecundeerde raisonnementen, moet geoordeelt hebben schoon dezelven zo min als de gegevenen relazen geen reflectie miriteeren, als nader blyken zal door dien zijn E: bij het voorschrevenen 24 artc: van Eijsch dezelve niet alleen allegueert maar zelfs in zijn oog /. quod magnopere notabele ikt C: op de franijste passagie; daar deselve relaaren in depositien welken den adspecten van derselfs tineur inpudent in quaadaardig zijn want min kan timmers al geen vuijlder en schandlijkers Expressien useeren als dat den ondergetek: alle fatzoenlijke lieden tot een walg zoude hebben verstrekt, ten tweeden zo is het ongequalificeert en ook S: M: in regten niet acceptabel, na dien door die deposanten aldaar zaaken in g'alligueerd werden, dewelke in Cas subjict niet te pas koomen als zijnde in Europa afgedaan en om dezelve te erhalen is niemand bevoegt na dien een getuijgen de Clara„ „tant af relatant, hoe men ook dezelve noemen Wil geen ander zaaken mag bij brengen, als de¬ welke van oplicatie op het questieure geval waar over gehandelt werd kunnen gemaakt worden, Want anders zoude min bij dusdanige gevallen iemands gantsche levens loop 't zij sigundum Veretatum vel non, kunnen ophalen het geene ter eene maal absurd en ongepermit„ =teerd is, en men laat het aan het acquitabel oordeel des regters of dezelven niet meriteeren om van UWelEd: agtb: na volgens de constante leer der Juresten /: geregteert te werden, dewijl men en C:vident uijt zict dat zij alle als openbaren Capitaalen vijanden van de teke„ naar deezes zig opdoen, en daar om hunne gezegdens afrelaaren in het allerminste van niet niet te axcrediteeren, ed enim docent omnes Juris Consulte Videte D=o damhouder /:Mihi: pag: 8: et etiam pag 10: pragtijk in Cremineele zaaken. te meer na dien den Capit: van dien bodem, zo wel als alle de officieren, als actu„ =sateurs of aanbrengers P: Tk, moeten geonzi„ =dreert worden. Waarom zij dan ook niet voor getuijgen tegen dien tekenaar reeus mogen werden toegelaaten zo als den heer officier hun lieden bij zijn Eijsch in die betrekking allegueert, dit leert de heer en meester birnard van Sutphen in zijn practijk der neerlandze regten /: Mihi /: pag 290 en overeenstemming met de leere van mascard de probat vol 3 Concl: 1364, Mi 41. Christin ad 11 Michlin, til 1 artig= 35 num: 6 als meede en Conformetijd van het gevoelen, van dien vermaarde Crimina list Carprovius deforens: partix: 1 Court 16 def 66 — Maar wat nog UWelEd: agtb: /: 20 men vertrouwt /: het allerverwonderlijkst moet voortkoomen is dat den hier officier hier in faussa quisti„ =onis, zaake ter berde brengt, die in Europa zijn afgedaan dewelke zijn E forte et ferme wil sus„ =tineeren dat tot elucidatie van deezen klagten en qualificatie der nieuwe feiten, zoude moeten dienen, zo als zijn E: bij Jntrotuctie bij wijzen van een Exordium van arti: 1—11 — 30 — en 31 - zeen mal à propos dit geval alligueert Contrarie het gevoelen van zo veel vermaarde Juristen want posito sed non Cocestum die zaake had, al eens geexteerd zodanig als den heer officier dezelve tragt te doen be„ =tihouwen /: als neen /: zoo is Evident, nadien dezelve in Europe, buijte de Juristictie van zijn E: zijnde aangegeven en na behooren onder„ =zogt geworden en ter teekenaar dezes over die naterie volkomen satisfactie erlangt heeft en om die rheedene bij den Ed: groot Agtb: heeren bewindhebberen na bevoorens als Exminator over het Jnterne aange¬ =steld en qualitijd als opperchirugijn op voorm: bodem geplaats is geworden en gevolglijk die zaak daar meede afgedaan — Den heer officier S: M: aan den gedaagden de nova daar over te acureren pricies is onbevoegt en behalven dit Ed: agtb: heeren zo werd bij zijn E: hier mede iets verondersteld dat hoogst de zelfde na vereijzch van regten nimmer zal kunnen bewijsen, als zijnde het Con„ trarie van dien aan deeze kant zoo duijze„ =lijk gedemonstreert en door fallable bewij„ =den geprobeerd, zodanig dat geen dubio daar omtrend meer overblijft; - mitsdien geen Elupidatie of qualificatie van pretence nieuwe fuijten die na vereijsch van regten niet beweezen zijn plaats vinden kan en vdat in facto waar zijnde gelijk den regten ten genoegen beweeken is na„ =mentlijk dat den ondergetek: volgens Eit en pligt zig heeft gecomporteerd en in deren alleen Exactelijk geobserveerd de die geve„

NL-HaNA_1.04.02_4336_0346 view scan ↗

English

venerated orders of his high commanding lords and masters in the fatherland. It is therefore fundamentally assumed that thereby, by law, the entire reasoning contained in the claim of the honorable plaintiff ex officio falls away of itself, and one may say, under the highest law, that the undersigned is entirely free of any fault. Why on that basis it is deemed permissible to conclude, as he does conclude, that the claim and conclusion taken ex officio by the said gentleman upon and against the undersigned, having been done improperly and unjustly, may be dismissed by the definitive sentence of this honorable court as inadmissible, with costs; and furthermore, that he be reserved his right of action against such person or persons as he might in time, by virtue of these proceedings, be advised to institute, or for such other purpose as you, the honorable court, shall deem appropriate. Imploring hereto in everything your honorable court's noble and benign judicial office. Was signed: G: Beikman. Exhibited in court the 18th of June 1788. Extract from the resolutions of the Assembly of the Seventeen, dated the 2nd of October 1760. That henceforth eighteen half aams of geneva shall be provided for every hundred men, to give therefrom two drams each day; that of the two half aams of wheat flour and buckwheat meal that are supplied to the ships at the rate of every hundred men, two thirds shall be and remain assigned to the service of the sick; that likewise the two half leagers of French wine that are supplied for every hundred heads for the service of the sick shall also serve solely for that use. And so that the purpose intended herewith may be the better fulfilled, it is also approved that an exact list shall be drawn up of the said articles and of what further is destined for the sick, and handed to the head surgeon, who, upon his arrival at Batavia or at the place whereto the ship was destined, shall be bound to account for all that has been supplied for the service of the sick according to the aforesaid list; that a copy of the aforesaid list shall also be handed to the boatswain, with orders to ensure, as far as is in his power, that the sick are supplied with what is necessary. Agrees. Signed as upper bookkeeper of Nieuwstad. After a complete collation was made, this was found to agree with the original shown to the other undersigned sworn clerk. Cape of Good Hope, the 14th of June 1788. Was signed: W: S: V: Rijneveld, clerk. Declaration at the requisition of the head surgeon G: Blikman. We, the undersigned, declare hereby to be the pure truth that the honorable commander, being at table, said that his honor asked for a flask of Spanish wine for the sick, and was answered that the same would turn sour; which was repeated at table in our presence, and thereupon answered to him by the honorable captain-lieutenant: then you should just have said, I must have it; and then answered by the said head surgeon: then you would at least say that I was impudent, I can do it by request. Also, at the same time at table in our presence, some exchange of words occurred between the aforesaid head surgeon and the honorable captain concerning an assistant over the shaving, to let him keep watch, which was said by the head surgeon that it was not fitting; to which the captain gave as answer to the aforesaid head surgeon: if he so desired, then an assistant should stand sentry the whole day for his pleasure; upon which the aforesaid head surgeon answered that no soldier belonged to him for his sentry, much less an assistant, who had to attend to the sick and not stand sentry. Which we, the undersigned, declared to be the pure truth, prepared at all times to confirm by solemn oaths. Cape of Good Hope, the 22nd of April 1788. Was signed: Izaak Martin, junior merchant, Joh: Chr: Pritaitz, commander. Extract from the orders and instructions of the honorable directors of the East India Company, in the Assembly of the Seventeen, for the surgeons on the ships of the said Company and in its service sailing to the East Indies. Whatever they shall judge necessary for the sick, they shall serve and make known to the supreme chiefs or first commanding officers, so that the same may immediately give orders to have it provided to them, whether it be food and drink, suitable berths, or whatever else could serve to restore health and prevent further sickness and new distress; and which shall in particular also serve to prevent the numerous complaints of the surgeons and the seafaring crew about many of the same first commanding officers, that the healthy not their ordinary ration.

Dutch transcription

gevenereerde ordres van zijn hoog gebiedende heeren en Meesteren in patria Word des weegen funditus verondersteld, dat daar door na regten het gantsche raissonnement bij des heers R: O: Eijscher vervat etipzo van zelve vervalt en min Summo Jure mag ziggen dat den ondergetek: extra omnem Sulpam verzeert. Waarom men dan ook op dien grond vermeent te mogen Concludeeren als doet en /. Concludeert, dat des heere ratione officie Eijzch, en Conclusie op ende Jegens den Ondergetek: ge„ =nomen als qualijk en ten onregte gedaan bij divinitieven Sententie van deeze E: agtb: geregte als niet ontfankelijk mag werden ont„ „zigt, Cum Expensis, mitsgaders dat dezelve zijne actie tegen zoda„ =nige perzoon, of persoonen gere„ =serveert gelaaten werden als hij uijt hoofde deezer proceduren in der tijd te raade mogte wierde te institueeren, ofte tot al zulke andere finem als uWelEd: agtb: zullen vinden te behooren. Imploierende hier toe in op alles UWelEd: agtb: nobele ac benignum Indiscis officium /:was getekend:/ G: Beikman, Exhibitum in Judicio den 18 Junij 1788 —. Extract uit de resolutien van de vergadering van 17=e in dato 2 Octob: 1760, Dat voortaan zal werden verstrekt agtien halve aamen genever voor ieder hondert man, om daar van ieder daags te geeven twee soopjes, dat van de twee halve amen tarwe blom en boekwijte meel die aan de schepen ne rato van ieder hondert man werden meede gegeven twee derden zullen zijn en blijven ge„ „affijteerd ten dienste van de zieken, dat insge„ lijks & twee halve liggers franse wijn die voor ieder honderd koppen ten dienste van de zieken werden mede gegeeven ook alleen tot dat gebruijk zullen moeten dienen, en op dat het oogmerk hier mede bedoelt dies te beter mogen werden vol„ =daan, is teffens goed gevonden dat van de gem: artic: en van 't geene verders voor de zieken is gedisti„ =nert en Exacte lijxt zal werden geformeerd en aan de opwermeester ter handen gesteld die bij zijn komst te batavia, ofte ter plaatze werwaards het schip is gedestineerd geweest ge„ houden zal zijn te verantwoorden alle 't geene volgens den voorsz: lijst ten dienste van de zieken is mede gegeven, dat ook copie van de voorz: lijkt zal werden ter hand gesteld aan den hoog bootsman met last om zo veel in hem is agt te geven dat de zieken met het be„ nodigde werden gerieft. Accordeert /:getekend. / als opperboekhouder van Nieuwstad, na gedaane perfacte Collatie is deezen met 't andere ondergetek: gezw: Clerq vertoonde origineel accor„ 13 15 accordeerende bevonden, Cabs de goede hoop den 14 Junij 1788 /:was getekend:/ W: S: V: rijnereld geClerg: Verklaring ter requisitie van den Gopperchirugijn G: blikman, Wij ondergetekende verklaart bij deeze voor de suijvere Waarheid te zijn dat den E: opperh„ over tafel zijnde gesigt heeftt dat sijn E: gevraagd heeft om een slis spaanze wijn voor de sieken en wierd geantwoord dat het selve zoude suur worden het welk in ons presentie aan tafel herhaald is geworden en als toen door den E: Capit: Luijtenant aan hem daarop antwoorde, dan moest zij maar gezegt hebben ik moet 't hebben en toen door geme opperch: beantwoorde dan souw gij altans seggen dat ik brutaal was ik kan het met versoek doen, teffens mede op dezelfde tijd aan tafel in onze presentie eenige woorden wisseling voorgevallen met de voorno: opperch: Met E: Capit: over een meester over het scheeren om te late wagte het welk gezegd wierd door de oppergh: dat het niet betaamd was het welk den Capit: ten antwoord gaf aan de voorn: opperch: als hij zulks verlangde dat dan een meester de heele dag schildwag zoude staan voor zijn plezier waarop de voorn: opporch: antwoorde dat hem geen soldaat toe kwam voor zijn schildwag viel minder een meester als dat die oppasse moeste op de zieke maar niet voor schildwag te staan, 't welk wij ondergetek: stract uit de ordere en instructie van den Ed: agtb: heeren bewind„ =hebberen van den oostindize Comp: ter vergaderinge van zeventienen voor de Chirugijns Op de scheepen der gemelde Comp: en in haaren dienst naar oostindien vaarende. 0 Het geen zij zullen oordeelen den zieken nodig te weezen zullen zijden hoogen opperhoofden of eerste gezagvoerders hebben aan te dienen en beekend te maken ten einde dezelve aanstonds ordre mogen stellen, hun dat te doen hebben 't zij spijsdrank, bekwaame ligplaatzen. of wat meer zoude kunnen strekken tot herstelling van gezondheid en weiringe van meerdere riekte en niuwe ongemakken en 't welk inzonderheid meede zal dienen tot voorkoominge van de veelvuldige klagten van de Chirugijns en het zeeverend volk over veele van deselve eerste gezagvorders dat 2, den gesonden hun ordinair rantzom verklaarden de suijvere waarheid te zijn ten alle tijden berijd met solemneele eeden te bevestigen, Cabo, de goede noop den 22 april 1788, /:Was getekend:/ Jzaak martin ondercoopman Joh: Chr: Pritaitz Commandeur verkl: niet 14

NL-HaNA_1.04.02_4336_0348 view scan ↗

English

not give, and in time of need also withhold the same from the sick — 11 — the surgeons being negligent or refusing, or acting to the contrary regarding that which is aforesaid, shall on that account be addressed and challenged by the fiscals both at the Cape of Good Hope and in the Indies, and furthermore condemned by the judge to such fine as the same shall find to have been merited on account of the committed negligence, refusal, or omissions. Agrees, as far as the extracted part is concerned, with the original shown to me, sworn clerk, by the chief surgeon Gerrit Blikman. Was signed: W. S. van Rijneveld, sworn clerk. Today, the 5th of June 1788, appeared before me, Willem Stephanus van Rijneveld, sworn clerk at the Secretariat of Justice of the Castle of Good Hope, present the afternamed witnesses, Jan Mutter, having been stationed as a soldier, and Willem Beuze, as a sailor, on the ship Dregterland, but remaining here in the hospital due to indisposition, who, at the requisition of Gerrit Blikman, having served as chief surgeon on the aforementioned vessel, declared it to be true and truthful that they, the appearers, having been sick on board during their voyage from the Fatherland hither, were always treated with great humanity by the requisitionist, just as the appearers also testify that all the other sick on board were well content with the treatment of the requisitionist, they, the appearers, knowing nothing other than that the requisitionist has always conducted himself as a respectable man. Declaring nothing more, the appearers give as reasons for knowledge as in the text, being prepared to substantiate the foregoing with an oath. Thus done at the Secretariat aforesaid, present the clerks Martinus Laurentius Neethling and Johannes de Wit as witnesses, who have duly signed the minute of this alongside the appearers and me, sworn clerk, which I witness. Was signed: W. S. v. Rijneveld, sworn clerk. Review. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government the soldier Jan Mutter and sailor Willem Buuze, who, having had their foregoing declaration read out clearly and distinctly word for word, testified to persist by it, with the desire that nothing more shall be added or removed, and therefore spoke, each individually, in confirmation of the truth thereof the solemn words, so truly help me God Almighty. Thus reviewed and sworn at Cabo de Goede Hoop, the 17th of July 1788. Was signed: Jan Mutter, Willem Beuze. Below stood: in my presence, W. S. v. Rijneveld, sworn clerk; as commissioners, R. W. der Riet, J. C. Gie. Today, the 4th of June 1788, appeared before me, Willem Stephanus van Rijneveld, sworn clerk at the Secretariat of Justice of the Castle of Good Hope, present the afternamed witnesses, Johannes Dammas, having been stationed as a soldier, and the sailor Johan Jacob Zindel, of competent age, on the Honorable East India Company ship Dregterland, but remaining in the hospital due to indisposition, who, at the requisition of the honorable Gerrit Blikman, having been stationed as chief surgeon on the same vessel, declared it to be true and truthful that the requisitionist, during the entire voyage from the Fatherland to here, took all possible care for the sick on board and visited the same daily three to four times, just as the appearers also testified to be able to say nothing but all honor and virtue regarding the conduct of the requisitionist maintained on board. Declaring nothing more, the appearers give as reasons for knowledge as in the text, being prepared to confirm the same at all times with an oath. Thus done in the Castle aforesaid, present the clerks Willem Bergh and Johannes de Wit as witnesses, who have duly signed the minute of this alongside the appearers and me, sworn clerk, which I witness. Was signed: W. S. van Rijneveld, sworn clerk. Review. Appearing before the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of the Castle of Good Hope the soldier Johannes Dammas and sailor Johan Jacob Sindel, who, this their foregoing declaration having been read out clearly, testified to persist by it, with the desire that nothing more shall be added or removed, except only that the requisitionist on board, with respect to the sick, did even more than he was obliged to, as having frequently distributed to the sick by himself, with his own biscuit and small gherkins, some of the cress that he had sown on board, and therefore spoke, in confirmation of the truth thereof, each one in particular, the solemn words, so truly help me God Almighty. Thus reviewed and sworn at Cabo de Goede Hoop, the 17th of July 1788. Was signed: this mark was set by the first appearer with his own hand; Johan Jacob Sindel. Below stood: in my presence, W. S. v. Rijneveld, sworn clerk; as commissioners, R. J. van der Riet, J. C. Gie.

Dutch transcription

niet geven, en den zieken in tijd van nood ook het zelve onthouden — 11 — de Chirugijns omtrend het geene voorzz is, nalatig of weigerig zijnde of ter contrarie doende, zullen daar omr door de fiscaals zo aan en Caab de goede koop als in Jndien aangesprooken en gecalau„ =geerd worden mitsgaders door den regter in zodanige boste gecondemneert, als dezelve zal bevinden dat wegens de gepleegde nalatig„ =heeden weigeringe of verzuijmenissen zullen zijn gemeniteerd, accordeert voor zo verre het geextraheerde aangaat met het door den oppermeester gerrit blikman aan mij gezw: Clerq vertoonde origineel /:Was Getekend./ W: S: Van rijnveld gezw: Clerq Huiden den 5 Junij 1788 Compareerde voor mij Willem Stephanus van rijneveld gez: Clerq ter secertarije van Justitie des Carteels de goede hoop present de Nagem: getuijge Jan Mutter als soldaat en Willem Beuze als matroos beschei„ =den geweest op 't Schip Dregterland edog vermits indipositie alhier in 't hospitaal verblieven denwelken ter requisitie van den op voorm: bodem als oppermeester dienst gedaan hebbende Gerrit Blikman verclaarden waar en waaragtig te zijn, dat zij Compten. in derzelver rijze uit 't Vaderland herwaards aan boord ziek geweest zijnde door den regt: steeds met veel menschlievend„ „heid zijn behandelt geworden gelijk de Compten ook betuigen dat alle de overige tieken aan boord met des req=ts behandeltng wel Contant zijn geweest weetende zij Compten niet beeter als dat de regt zig altoos als een fat zoenlijk man gecomporteerd heeft, niets meer ver„ clarende geeft den Comptn. voor redenen van Wetenschap als in den text bereid zijnde 't voorenstaande met ieden te staaven, dat aldus passeerde te zecertarije voorm: prezent de Clarquen Martinus Laurendius Nuethling en Johannes de Wit als getuijgen diede minute dezer benevens de Compten en mij gezw: Clerq meede behoorlijk hebben onderteekend, 't welk ik getuijge /:Was getekend:/ W: S: V: Rijneveld gezw: Clerq, Recollement Compareerde voor de ondergetekende gecommitteerdens uijt den EE: agtb: raade van Justitie dezes gouvernements de soldaat Jan Mutter en Matroos Willem buuze dewelke hunne vorenstaan„ =de verklaring van Woorden tot woorden klaar en duijdelijk voorgelezen zijnde betuijgde daarbij te blijven persisteeren, met begeerte dat daar niets meer bij af afgedaan werden zal en spraken dierhalven ijder afzonderlijk ter bevestiging der Waarheid van dien de Solemneele woorden, zo waarlijk helpe mij God almagtig, aldus gerecolleerd en beedigd aan Cabo de goede hoop den 17 Julij 1788 door was 16 /:Was getekend:/ Jan Motter. Willem beure /:onderstond:/ mij present W: S: V: Bijneveld gesw: Clerq, als Gecommitt: RW: Der riet J: C: Gie —. Huijden den 4 Junij 1788 Compareerden voor mij Willem Stephonus van zijneveld gezw: Clerq ter Secertarije van Justitie des Casteels de goede hoop Present de nalem; getuijge de op het R:E: P: Jnd: Comp: Schip Dregterland bescheiden geweest: dog weegens indispositie in 't hopitaal ver„ =bleeven soldaat Johannes dammas, en den Matroos Johan Jacob zinde van Competenten ouderdom dewelke ter requizitie van den op den zelven bodem bscheiden geweest zijnde oppermeester d'Eersame gerrit Blikman verklaarde waar en waaragtig te zijn dat den requirant geduurende de geheele rijze uit patria naar herwaards alle mogelijke zorg heeft gedragen voor de zig aan boord lee„ vindende zieven en dezelve dagelijks drie à vier keeren heeft gevisiteert gelijk de Com„ =paranten al mede betrigde, op het aan boord gehouden gedrag van den requirant niets dan alle Eer en deugd te kunnen zeggen, niets meer verklarende Geven den Comparanten voor redenen van wetenschap als in den text bereid zijnde, het zelve altoos met Eede te bevestigen dat aldus Passeerde in 't Casteel voorm: prezent de Clerquen Willem Bergh en Johannes de Wit als getuijgen, die de minute deezes nevens de Comparanten en mij gezw: Clerq behoorlijk hebben getijkend, 't welk ik getuijgen /: was getekend :/ W: S: Van rijneveld: gezw: Clerq — Rejollement, Comparerende voor den ondergeel: gecommitt: uijt den Ed: agtb: rade van Justitie des Cartiels de goede hoop de soldaat Johannes dammas en Matroos Johan Jacob Sindel dewelke deeze hunne voorenstaande verkla„ =ring duijdelijk voorgelezen zijnde betuijgden daarbij te blijven persisteeren met begeerte dat daar niets meer bij gevoegd af afgedaan werden zal, als alleenlijk dat de requirant aan boord ten opzigte van de zieke zelfs meer gedaan heeft als hij verpligt was, als hebbende dikwerf van 't Crisson welke hij aan boord gezaaijd had zelve met zijn eigen biskuijt en asurkjes aan de zieken uijtgedeelt en spraken dierhalven ter bevestiging der Waarheid van die een ieder in 't bijzonder de solemneele woorden, zo Waarlijk helpe mij God almagtig, aldus gerecolleerd en beedigd aan Cabo de goede hoop den 17 Julij 1788 /:Was getekent:/ dit merk is dode — den eerste Comparant 1 gesteld eigenhandig Johan Jacob Sindel /onderstond:/ mij prezent W: S: W: Rijneveld ges: Clerq als gecommitt: R: J: Van der riet J: G: Gie— dat d

NL-HaNA_1.04.02_4336_0350 view scan ↗

English

Today, 16 June 1788, appeared before me, Willem Stephanus van Rijneveld, sworn clerk at the Secretariat of Justice of the Castle of Good Hope, present the witnesses named below, Cadet Jan Gerrit Klijn, of competent age, formerly stationed on the Honourable Company ship Dregterland, who, at the request of Gerrit Blikman, who served on board the vessel as chief surgeon but also remained behind here, declared it to be true and truthful that, on the occasion when his ship was to be mustered, being present on board, he attended and heard that the petitioner requested the interim Fiscal, the Honourable Gabriel Exter, who was present there, kindly to have the common crew summoned to the bow in order to ascertain from them whether they had anything to say against the petitioner's conduct during the voyage, which, however, was not done by the aforementioned Fiscal. Declaring nothing further, the appearer gives as reasons for his knowledge the statements made in the text, being prepared to confirm the foregoing by oath. All this occurred at the aforesaid Secretariat, in the presence of the clerks Willem Berg and Jacob van der Waereld as witnesses, who, together with the appearer and me, the sworn clerk, duly signed the original of this document. To which I testify. Was signed: W. S. V. Rijneveld, sworn clerk. NB: Due to the swift departure of the deponent, this declaration remained unsworn. 1. and declared 2. that the Officer-Plaintiff, considering it superfluous to express himself at greater length concerning the point of this complaint, 3. which is described and defined most clearly in the claim, 4. will merely take the liberty to observe here 5. that the defendant, in his reply, for the most part departs from or omits it, 6. and in opposition presents or seeks to prove matters that do not belong to it, 7. as the answers to the annexed interrogatories also demonstrate, 8. that the defendant contradicts himself, and the junior merchant must have been rather generous with his signature; 9. that the Officer-Plaintiff, in the complaints brought forward and the declarations given, not having perceived 10. that the defendant, in and during the care of the sick, especially committed abuses regarding his distributions, 11. thus also had no reason to gather evidence to the contrary. The chief surgeon Gerrit Blikman, who remained behind here from the Honourable Company ship Dregterland, defendant on the one part. Appeared before the Honourable Acting President and Council of Justice of the Castle of Good Hope, the interim Fiscal G. Exter, Officer-Plaintiff on the other part, 12. and for that reason could deem it even less advisable 13. to summon the ship's crew to the bow at the request of the defendant; 14. that moreover, done without further authorization and non singuli modo, it could have been of little use and perhaps of detrimental consequences; 15. that on the contrary, when the Officer-Plaintiff presented the defendant with the complaints brought against him before the Honourable Governor, 16. on account of which he was removed from his vessel, consisting primarily of the documents recounted in the detailed declaration, 17. besides the fact that the defendant had already once before been taken from his vessel and reassigned here, 18. and had also been sent to the flagship in Batavia on account of his disagreeable conduct, 19. the defendant merely replied: "If people complain like this, then I will be sent to the fatherland," 20. and the Officer-Plaintiff therefore had to wonder greatly 21. that the defendant, already admitting guilt and unable to produce any evidence against it, 22. can still allege that the Officer-Plaintiff, in this investigation or action, had not acted according to truth and duty, 23. very little benefit being likely to accrue to the defendant from the private declarations produced, in accordance with their nature and content, 24. for it would be ridiculous to take offense if the commander of a ship, on account of one duty or another, makes his second surgeon wait a little while to present himself; 25. that furthermore the Officer-Plaintiff, due to the lack of time, because the ship was already mustered, having been unable to conduct any other investigation, 26. has all the more, through the ordinary legal process, left the way open and given time to the defendant to account for and defend himself, and thus also to produce his declarations, 27. whereby, however, it is in no way proven 28. that the said defendant justified and legitimized himself in Europe, 29. it being much more evident from the evidence produced with the claim 30. that no complaint was made at all and his punishable conduct was kept concealed; 31. so that the Officer-Plaintiff, referring solely to the aforesaid declarations and evidence, 32. believes his action in all respects to be well founded, subject to Your Honours' better judgment, 33. and to be sufficiently legitimized in his submitted claim and conclusion, 34. thus persisting therein for the present. Under benefit of which and other reasons and arguments to be further deduced in due course, if necessary, the Officer-Plaintiff, contradicting and dismissing the arguments and assertions and conclusion of the reply as futile and irrelevant, persists with his replication. Exhibited in court, 26 May 1788. Was signed: G. Exter.

Dutch transcription

18) Huiden den 16 Junij 1788 Compareerde voor mij Willem Stephanus van zijnoveld gen: Clerq ter Secertarij van Justitie des Casteels de goede hoop present de natenoemde getuijgen den op S: E: Comp: schip Dregterland bescheiden geweest zijnde Cadit Jan gerrit Klijn van Competenten ouderdom dewelke ter requestie van de op den bodem als oppermeester dienst gedaan hebbende edog mede hier verblevene. gerrit blikman verclaarde waar en waaragtig te zijn, dat hij Compt. bij gelegendheid dat zijn schip zoude monsteren zig aan boord hebbende bevonden als toin prezent geweest is en gehoort heeft dat den regt aanden zig aldaar bevindende pro interum fiscaal d' E: gabriel Exter vriendelijk verzogt had 't gemeen voor de boeg te late komen, ten einde van hun te verneemen of zij lieden geduurende de rijse iets op des req=ts gedrag wisten te zeggen 't geen egter door voorm: hen fiscaal niet was gedaan geworden Niets meer verklarende geeft den Compt. voor redenen van wetenschap als in den text berijd zijnde 't voorenstaande met eede te bevestigen, dat alles passeerde ter Secertarije voorm: present de Clerquen, Willem Berg en Jacob van der Waereld als getuijgen die de minuten deeses benevens de Comp„e en mij gesw: Clerq meede behoorlijk hebben onderteekend 't welk ik getuijge /:Was getekend:/ W: S: V: Rijneveld ge:Clerq NB: deeze verklaring is vermits het spoedig vertrek van den deposant onbeëdigt gebleeven. 1. en dede zeggen 2. dat den r: O. Eijscher voor overvloedig houdende zig breedvoeriger over 't poinct dezer klaagde te uijten, 3, die bij eijsch ten duijdelijksten beschreven en bepaald is 4. alleenig de vrijheid zal neemen, alhier te bemerken 5. dat den ged: in zijne antwoord, ten grootsten ge„ =deelte daarvan afgaat ofte uijtlaat 6. in daar tegen zaaken voortbrengt ofte zockt te bewijzen, die daar toe niet behooren Gelijk ook de dezer geanexeerde beantwoorde vraagpoincten aantoonen, 8. dan den gedz: zig tegenspreekt en den ondercoopman met zijne handteekening eeer vrijgeevig moet geweest zijn. 9. dat den 7: O. Eyscher bij de in gebragte klaagde een gegevene verklaringen niet ontwaard hebbende 10. dat den gedh. in en bij de bezorging der zieken op zijne uijtrijke specialijk mede gemal¬ =verseerd heeft. 11. dus ook geen reden heeft gehad voor 't tegendeel beuijzen in te winnen. den van s: E: Comp: Schip dregterland alhier gebleven oppermeester gerrit blikman gedc: ter andere sijde Compareerde voor den Wel Eagtbaaren hure resident en rade van Justitie des Casteels de goede hoop den prointerum fiscaal G: Exter r: O: Eyscher ter eenre 12. en uijt dien hoofde nog minder voor raad zou kunnen oordeelen, 13: op 't versaek van Den ged(: 't scheepsvolk voor de borg te doen koomen. 14. dat bovendien, buijten verdere authorisatie en non Ziguli modo gedaan, van wijnig nut, en mitschien van nadeelige gevolgen had zijn klinnen. 15. dat in tegendeel, wanneer door den Z: O: Eijscher den gedh: de klaagden tegens denselven den WelEd: gestr: heer gouverneur voorgebragt zijn voorgehouden geworden. 16. Weshalven denzelven van zijn bodem was afgeno¬ =men en voornamentlijk in de naarde verklaring verhaalde stukken bestaande 17. behalven dat den gedh: reeds eenemaal van zijne bodem alhier afgenomen en verplaatst 18. En ook te batavia wegens zijn onaardig gedrag naar 't admiraal schip was gezonden geworden. 19. den ged: slegts heeft geantwoord zo klaagd men dit dan word ik naar 't vaderland gezonden 20. en den 7: O: Eijzcher zig dus hooglijk hoeft moeten verwonderen, 21 dat den ged: al schuld bekent en geen bewijze daar tegen hebbende kunnen opleveren, 22. nog kan advanceeren, als of de R: O. Eykcher bij dit onderzoek ofte retie niet waar aart en pligt had behandelt. 23. Zullende den ged: uijt de bijgebragte onder„ =handzche verklaringen naar de natuurr en inhoud derzelven zeer wijnig voordeel kunnen toevlaeijen. 24. Want 't belaglijk zijn zouden, 't kwalijk te nemen wanneer den bevelhebber van een schip weegens d' eene of andere bezigheid zijn ondermees„ =ter iets wagte laat om zig te heeren te laaten 25. dat overigens den r: O Eijscher wegens de korte van tijd /:want het schip reeds: gemonstert was./ geen ander onderzoek hebbende doen kunnen 26. door 't ordinair projes zo veel te meer den gedh. den weg heeft open en tijd gelaten zig zelve te verantwoorden en te verdeedigen, dus ook zijne verklaaringen te produceeren. 27. Waardoor Egter op geenderlij wijze beweese worde 28. dat dien gedc: in Europa zig verantwoord en gelegatimeerd heeft 29. Consteerende veel meer uijt de bij Eijsch geproduceerde bewijzen, 30: dat ia in 't geheel niet geklaagd en zijn gedrag ƒ. 20 strafbaar. / verzweegen is gebleeven 0 31. zo dat den 7: 8. Eijkcher zig alleenig aan voorz: ver„ =klaringe en bewijze refererende 32. ten allen opzigten desselfs actie /order UWel Ed: agtb: - beter oordeel/ vermeind gefondeert - 33. en tot zijn genomen Eijsch en Conclurie ge =nogsaam gelegetimeerd te zijn 34. dus voor als nog daar bij te zullen persisteeren Mits welken en anderen reeden en middelen in tijt in wijle /. is 't nood/ nader te deduxeeren den r: O. Rijze her Contradiceerende en afslaande de middelen en positie en Conclurie van antwoorde. als futilé en irrilivant per„ =sisteeren voor replic: Exhib in Judig: den 26 mij 1788/ /. Was getekend./ G. Efter.

NL-HaNA_1.04.02_4336_0352 view scan ↗

English

21 20 Article 1 Question: Is it to your knowledge that anything was withheld from the sick that could have served their needs? Answer: No. 2 Question: Are you aware that any spoiled or inedible provisions were issued to the crew that could have caused any illnesses? Answer: No. 3 Question: Are you aware that any spoiled provisions, such as meat, stockfish, etc., were kept back in the ship that could give rise to stench and cause any illnesses? Answer: No. 4 Question: Are you also aware that spoiled or putrid water was given to the crew without everything having been purified by both burning out and airing? Answer: No. 5 Question: Are you aware that any time was neglected in the cleaning or purification of the ship? Answer: No. Was signed: F. Borman, A. van Erch, H. F. Swartz, Jan C. Schoneveld, in my presence, Isaac Martin. Ship's council convened on 19 February 1788 and was questioned by me, P. J. Möller. Plea drawn up and submitted with all respect to the Honorable Worshipful Johannes Isaak Rhenius, President, as well as the other Honorable Worshipful Council of Justice of this Government at the Cape of Good Hope, by and on behalf of the Chief Surgeon Gerrit Blikman, former crew member of the Honorable Company's ship Dregterland, currently residing here, defendant on the one part, against the Interim Fiscal of this place, the Honorable Gabriel Ester, ex officio plaintiff. Honorable Worshipful Sir and Honorable Worshipful Gentlemen, The defendant, considering his bounden duty, shall therefore not fail to express his humble thanks to Your Honorable Worships for kindly granting a copy of the Replication submitted in court by the plaintiff on 26 May of this year, and a period until today to serve a Rejoinder thereto, and thereby have the honor to say that, having carefully weighed the contents and tenor of the said document, he must with all respect lay his fair astonishment at its contents before the penetrating eye of this illustrious tribunal, both with regard to the groundlessness of the instituted action and the contradictions and confusions of various incidents which the defendant was alleged to have had both on his homeward voyage and at Batavia, all of which were brought forward very inappropriately by the officer here, be it said with respect, in the matter in question. However, although the defendant could with good foundation persist in his well-grounded answer, yet since the officer here has chosen once again to buckle himself into his armor, the defendant will gratuitously follow his curious points step by step, and relying upon the equitable discretion of Your Honorable Worships, respectfully cause the same to observe that the ex officio plaintiff has pleased in express terms in Article 29 of his claim to declare that the defendant is guilty of diverse offenses, especially extreme insolence and brutality contrary to subordination and good order, and has made himself punishable in all respects, and in Article 3 of the submitted Replication, that these were most clearly described and defined in the claim. The defendant, Honorable Worshipful Gentlemen, shall therefore first and before proceeding to counter the Replication, have to investigate how the offender is defined in the law, how offenses are committed, what is included therein, and finally whether the defendant has in fact made himself guilty of and thereby punishable for any offense. From this viewpoint the defendant will treat the matter in question, to which the defendant will most respectfully direct the precious attention of Your Honorable Worships. Mr. Johannes Moorman, a very famous advocate, in his never sufficiently praised treatise on offenses and their punishments, page 1, describes an offense to be every act or omission that is punishable according to the civil law. This description, says that renowned gentleman, goes somewhat further than that which is commonly found among most jurists: the greater part speaks only of action and not of omission, whereas it is nevertheless certain that one can make oneself guilty of an offense as well through negligence as through direct action. By negligence the defendant understands here, subject to better judgment, not only a neglect of the performance of duty to which someone is bound by virtue of his office or profession, but one goes further, Honorable Worshipful Gentlemen, and just as it is an offense of direct action to do something unlawful oneself, so the defendant also considers it an offense of negligence to tolerate it, if one can prevent it from being done by others. Behold, Honorable Worshipful judges, a definition of an essential offense, whereby Your Honorable Worships have seen that the same can be committed as well by negligence as by direct action, following the opinion of this wise jurist.

Dutch transcription

21 20 Artij: 1 Vrage is met UEd:s Weeten dat iets gespaart voor de sieken dat tot Antw: er dienst konde verstrekken Neen. 2 Vr: is UEd: bewust dat eenigen bedorven of onEetbaaren provisien is verstrekt aan de Equipagie dat eenige ziektens kon veroorsake 3 Vr: is UEd: bewust dat eenige be„ =dorvene provisien, als vlerzch Stokvisch enz: is agter gehouden in 't schip dat tot stank en oorzaak tot eenigen ziektens kon voortbrengen 4 Vr: is UEd: ook bewust dat bedorven oft verrot Water aan 't volk is gegeeven zonder dat alles tot Antw: zuijvering zo wel uijtgebrand als gelugt is geworden. 5 Vr: is UEd: bewust dat eenig tijd is versuijmt geworden tot het schoon maaken off suijvering van 't Schip /:Was Getekent:/ F=s Borman, A: Van Erch H: F: Swartz, Jan C: Schoneveld, mij present Isaac Martin— Antw: Nien Neen Antw Neen Antw: Neen scheeps raad belegt den 19 Febr: 1788 en is gevraagd door mijn P: J: Möller Supliecg gedaan maaken en met alle eerbied overgegeven aan den WelEdele agtb: heer Johannes Isaak rhenius pre¬ =sident, benevens de verdere Ed: agtb: raad van Justitie deezes Gouvernements aan Cabo de goede hoop door ende van wegen den /: van het E: Compagn: Schip Dregterland alhier verblevene /:opperchir: Gerrit Blikman verweerder ter eenre Contraden prointirum Fiscaal deezer steede d' E: Gabriel Ester R: O: Eijscher Weledele agtb: heer en UE: achtb: heeren Den verweerder in betragting zijner schuldig en pligt zal des weegen niet mogen of zijn UWelEd: agtb: zijnen nederigen dank te betuigen voor geinstig verleende Copia der door den heer Eijscher den 26 meij hujus anné in regten overge„ =gevenen Repliecq, en termijn tot op heeden om er op te dienen van dupliecq en mits dien de Eer hebben te zeggen, dat hij met attentie gelieven in den teneur van gedagte schriftuur wel gepondereerd hebbende billijk zijne ver„ =wondering over dies inhoud voor het penstre„ =rend oog van deezen illustere vier zchaar/ zo ten opzigten van den ongrond der g'institu„ =eerde actie als de Contradictien en verwar„ =ringen van dieversche voorvallen, die den gedaag den zo op zijn thuijs rijs, als te batavie zoude gehad gehad hebben /: met alle eerbied te moeten open„ =leggen dewelke alle door den hier officier / het zij met eerbied gezegd /:in Coura questionis:/ zeer mal apropos werden bijgebragt, dan hoe wel den verweerder met goed fundament bij zijn welgegronden antwoord zoude konnen persisteeren zo zal denselven terwijl den hier officier andermaal zig in het harnas gelieven te klinken denzelve Curissitates gratis voet voor voet volgen en op het Equitateel arbitrium, van UWEEd: agtb: zig verlaatende hoogst deselve met eerbied daen abserveeren dat den 7: O: Eijscher behaagt heeft Expressas verbis bij artic: 29 van zijn uijtgebragte Eijsch zig te Expliceeren dat den verweerder aan diverse misdrijven, bijzonders verregaande Jnsolentien en brutalitijten met de subordinantie en goude ordre strijdende schuldig, en zig in alle opzigten heeft strafbaar gemaakt in artic: 3 van het ingedient repliecq, dat die bij Eijsch ten duij„ =delijksten beschreeven en bepaalt is den verweerder Ed: agtb: heeren zal dan eens voor en al eer tot rescontre van het repliecq over te gaan /: moeten na spooren, hoedanig den misdaader bij de regts E: d: werde gedefini„ =eert hoe dezelve worden begaan, wat daar onder„ begreepen en eindelijk of den gedaagden in Effegt aan eenige misdaad zig heeft schuldig en mitsdien straffbaar gemaakt, uijt dit oogpungt zal min de Caura quistionis verhandelen waarbij den gedaagden de kortbaare attentie uwe wel Edele agtb: Eerbiedigts bepaalen zal dheer en Meester Johannes Morman eeer vermaard advocaat in zijn nooijt volpreesen verhandeling over de misdaaden en derzelver atraffen pag 1 beschrijft een misdaad te zijn alle bedrijf of versuijm dat volgens de burgerlijke wet strafwaardig is, deeze beschrijving zegt dien gerenomeerde heer, gaat wat verder dan die welke bij de meeste regtsgeleerden gemeenlijk gevonden werd: het grootste gedeelte spreek alleenlijk van bedrijf en niet van versuijm daar het nogtans zeeker is dat men zig 200 wel door nalatigheid als door dadelijkheid aan mindaad kan schuldig maaken, door nalatigheid verstaat der verw: /: Salvo Meliori:/ hier niet alleen een verwaarloosing van de pligtsbetragting tot welke ijmand uijt kragt van zijn bediening of beroep is ver„ =bonden, maar men gaat verder Ed: agtb: heeren en gelijk het een misdaad van dadelijkheid is zelfs iets ongeoorloofts te doen zoo reequend den gedaagden het ook een mirdaad van na„ =latigheid te gedoogen, als min het kan beletten dat het door anderen kan gedaan worden ziet daar wel Ed: agtb: heeren regteren een definitie van een Essentieele mirdaad waar bij UWElEd: agtb: gezien hebbe dat deselve zoo wel door nalatigheid als door dadelijkheid kan werdende begaan na volgende het sentiment van deze verstandige regts kostb: geleerden

NL-HaNA_1.04.02_4336_0354 view scan ↗

English

jurist grounded in natural reason, it is certainly because the said plaintiff, seeing himself too thoroughly refuted in the answer, seems to have understood this and, knowing not a single reason grounded in the law to weaken the argument of so versed a legal scholar, thought fit in articles 2 and 3 of the replication merely to say that he deemed it superfluous to express himself more extensively on the complaints that are most clearly described and specified in the libel of claim. In which respect the defendant will remark that it can never be accepted in law to depict a qualified act, and one to which one was obliged ex officio, in the most hateful colors in order, as it were, to make it appear as a crime and to be punished as such by the judge. But the officer is under an indispensable obligation to prove to the satisfaction of the judge that the undersigned, by insisting on the delivery of an exact list, detailed at length in the answer, assumed a misplaced authority and thereby, in disregard of subordination, did things that are prohibited in the performance of his duties, and consequently in effect guilty of a crime, and made himself punishable by requesting the commanders to provide Spanish wine for the sick, before and prior to him being authorized, with all due respect, to enter such a conclusion. And as long as the officer remains in default regarding this, the articles of war cited by his honor in articles 36, 37, 38, and 39 of his libel of claim cannot obstruct the defendant. For by the same it is commanded, for the maintenance of good order, that the officers placed in lower rank must be faithful and obedient to the commanding captain, Right Honorable Gentlemen, so this officer will never be able to present well-founded arguments that, in equal respects, could or might dispense the captain or commander from that faithfulness and obedience regarding the cited resolutions, the answer on the other hand, by which it is stipulated that an exact list must be handed to the chief master, and further ordered that whatever the chief surgeon shall judge necessary for the sick, they shall merely have to present and make known to the high commanders or commanding officers. Is it now so certain, Right Honorable Gentlemen, that one can make oneself guilty of a crime or offense, which always have one and the same meaning, through negligence as well as through direct action, then it is a natural consequence that the defendant, in order to provide for this, requested the aforementioned list and Spanish wines by no means on his own authority, but by virtue of what was resolved by the Illustrious Assembly of the Seventeen. According to all known rules of a misplaced authority, he can never be accused, much less that, according to the mindset of the officer, he would thereby have done things that he was not permitted to do. This has caused the said plaintiff, who is too thoroughly convinced of his unfounded action and seeing no means to prove the same to the satisfaction of the court, as if merely to say something, to advance in article 7 of the submitted replication that the defendant, in his submitted answer, largely departs from the complaint so neatly outlined in the claim and proves matters that do not belong to it, just as his honor in the aforementioned articles 7 and 8 maintains that the defendant contradicts himself by producing the private declaration annexed to the answer, which proves the contrary. For considering the manner in which that request for the wines was made, and to what end: regarding the first, it is evident, Right Honorable Gentlemen, that this was done through a polite request, to which the captain-lieutenant was pleased to reply in a not very praiseworthy manner, "Well doctor, you should just say: I must have it," to which the defendant replied, "No, then you would say that I was insolent, I can do it properly by request," as appears from the annex to the answer. Therefore, Right Honorable Gentlemen, if any exchange of words ever occurred over this, the defendant can never be regarded as the primary cause of the same. And not only this, Right Honorable Gentlemen, but when one considers to what end those Spanish wines were requested by the defendant ex officio, namely to refresh the sick for whom they were destined and provided, then one dares on this side to maintain strongly and firmly that this course of action cannot in the least taste of crime, for where there was no intent, there is also no guilt. The outcome of matters is not punished, but the intentions of men are; which sentiment Emperor Hadrian wishing to express, book 14 Digest, wrote that in evil deeds one looks at the will and not at the outcome thereof. If now the conduct of the defendant in this respect must be included under the requisites of a crime, as this officer wishes to maintain, it would naturally follow that the defendant, by observing and carrying out the very wholesome and appropriate orders of the Gentlemen Majors, would have to become a criminal, which is believed to be absurd.

Dutch transcription

regtsgeleerde gegrond in de Natuurlijke reden 't is dekerlijk daarom dat den Z: O: Eyscher bij 't antwoord te grondig zig ziende wederlegt dit alzo schijnt begrepen te hebben en geen Enkelde in de Wette gegronde reden weetende uijttedenken om de arquimentum van een zoo geverseerde regtskundigen te enerveeren heeft goedgedagt bij artic: 2 en 3 van het replicq alleen te zeggen voor overvloedig te oordeelen zig breedvoeriger over de klagten te uijten die bij het Libel van Eijsch ten duijdelijkste beschreeven en bepaale is, ten welke respecti den vow: remarqueren zal dat het bij den regten nimmer kan merder geaccepteerd, een g: qualificeerde daad en waartoe min ampts halven verpligt werd met de hatelijkste vorwe afteschetzen om guarie ten selven als een misdaad te doen beschouwen, en door den regter als zodanig te corgeeren maar den heer officier is in een Jndispenisable verplig„ =ting den regter ten genoegen te probeeren, dat den ondergetekende door het insteeren op de afgaaven van een Exacte lijxt /: bij antwoord in het breede gedetailleert /zig een qualijk geplaatze authoritijt heeft aangematigd en daar door met miskenning der Suboidinatie dingen heeft gedaan die bij zijn kieren in minsteren geprohibeert en mitsdien in effect aan middaad schuldig en door het aan de opperbewvelhebberen gedaan verzoek om spaanze wijn voor de zieken te willen verstrekke zig strafbaar gemaakt heeft, voor in al eer denzelven behoudens eerbied zodanige Conclurie uijt te brengen bevoegt was en zo lang den heer officier daaromtrent in gebreken blijft, kan de bij zijn E in zijn libel van Eijsch artic: 36 - 37 - 38 en 39 geciteerde artic: brief den verw: niet obsteeren. Want werd bij den selven bevoolen tot standhouding der goede order dat de in minder qualitijd gestelde officieren, der gezag voerende Capit: getrouw en onderdanig zullen moeten zijn Ed: Agtb: heeren zo zal aan hier officier nimmer geEfundeerde argumenten konnen opgeeven welke in gelijke opzigten den Capit: of gezag vander, van die getrouwheijd en onderdanigheid ten opzigte der g'fenereerde resolutien, het antwoord andex zoude kunnen of mogen dispentieren bij dewelke is gestativeert dat een Exacte lijst aan den oppermeester moet worden ter hand gesteld en wijders geordineert dat het geen den opperchirugijn zal nodig oordeelen de zieken Nodig te zijn zij de hooge opperhoofden of gezag voerderen zulks slegts zullen hebben aan te dienen en bekent te maaken, is het nu zoo zeeker Ed: agtb: heeren dat men zig zo wel door nalatigheid als door da„ =delijkheid aan misdaad of misdrijf dat een en dezelve betekenis altijt kan schuldig maken zo is het 't een Naatuurlijke gvolg dat den verweer„ om daar in te voorzien geenzints proprie au„ =thoritati maar uijt kragt van het bij de illustere vergadering van seventienen gere„ zig solv: No. 2 geresolveerde om de voorschre: lijst en spaanze wijnen verzoekende, volgens alle bekende re„ „gulen van een qualijk geplaatste authori„ „tijt nimmer kan worden beschuldigt, veel min dat hij volgens de denkwijze van den heer offigier daar door dingen zoude hebben ge„ =daan die hij niet vermogte te doen, 't welk den 7: O: Eijzcher die van zijne ongefundeerden actie te grondig overtuijgd en geen middel ziende om den zelven ten Regten ten genoegen te bewijzen quarie om dog iets te zeggen heeftt doen advanceeren bij artc: Cent van het ingedient replieg aan den verw: bij zijn in„ =gebragte antwoord ten grootste gedeelte van de bij Eijsch zoo paaij afgeschitste klagte afgaat en zake bewijst die daar toe niet be„ =hooren gelijk zijn E: bij voorm: artic: 7 - 8 — substineert dat den verw: met het producee„ =ren der onderhandzche verklaring sub het antwoord annex zig tegenspreekt, het welk Contrarie Consteert; - Want dezchouwende de wijze hoe die begeerte der wijnen word gedaan en tot wat eijnde, aangaande het eerste is Evident Ed: Agtb: heeren dat zulx is gedaan door een huisch verzoek op het welke den Capit: Luijten: op een niet zeer loffelijke wijze heeft gelieve te antwoorden, wel dogter zij moist maar zeggen ik moet het hebben, den verw: daar op hadde vervat nien dan zoud gijlieden zeggen dat ik prutaal was ik kan het met verzoek wel doen blijkens sub het antwoord annex, des Ed: Agtb: heeren, zo hier over al eens eenige woorden wisseling gevallen waaren der verst: nimmer als de Cauza pri„ =maris van dezelve kan werden aangemerkt en dit niet alleen Wel Ed: agtb: heeren maar wanneer min aanmerkt tot wat eijnde die t paarse wijne door den verw: ampt„s halven wierden verzogt namentlijk om de zieken voor welke dezelve gedesti„ =niert en meede gegeeven werden daar meede te verkwikken, zoo derft men aan deeze kant forte et ferme te sustineeren dat deeze handelwijzer in het minste niet sapiat Crime aut non na misdaadsmaken kan, want daar geen toeleg geweest is daar is ook geen schuld de uijtkomst der zaken worden niet, maar wel de aanklagen der menschen gestraft welke gevoelen den keijzer hadranus willende uijtdrukken b, 14 Deod„ zo sehoreef hij dat er in de quade daden op de wil en niet op de uijtslag derzelver gezien word, zoo nu de handelwijs van den verweerder in dit opzigt onder de verijzektens van mizdaad moeten begreepen worden zoo den hier officier wil sustineeren, dat zoude natuurlijk volgen moeten dat den verw: door het observeeren en volkringen der 20 hijlzaame als geschikte ordres der heeren Mazories zoude moeten middaadig worden dat men gelooft dee absurt te zijn antw: en No. 2

NL-HaNA_1.04.02_4336_0356 view scan ↗

English

and thus it is trusted on this side, on the contrary, that such matters have been proven whereby the claim made ipso jure falls away of itself, it is therefore, honorable and worshipful sirs, that the public prosecutor, unable to prove the slightest semblance of a crime committed on the part of the defendant either by act or by neglect, takes great pains to allege the pretend [illegible] regarding the [illegible] of the defendant so mal apropos, and which indeed constitutes the greatest part of the public prosecutor's conclusion of claim, which however stands in no connection with this lawsuit, which the defendant considers unnecessary to refute, and thereby to concede that his conclusion taken in this regard would be in any way conformable to the practice or style of law. No, honorable and worshipful sirs, far sooner, and perhaps not without foundation, one might maintain that the same was inserted into the libel of claim very absurdly, merely out of complaisance and as a [illegible] for the valiant Captain Möller, and his fabricated tales because they could not justify themselves in Europe, while those matters occurred and were settled in Europe, one having at this time, in order not to inconvenience Your Honors' precious attention in vain through a hyperbolic manner of proceeding beyond the facts, not deemed it necessary to refute those quibbles, and therefore passed over them tacitly; indeed, to make such an extravagant detour before the judge can be considered nothing other than ridiculous, for the reasons that the same is not subject to the jurisdiction of the officer and consequently he is not qualified to make any inquiry thereover, much less to bring an action against the defendant thereover, just as His Honor himself avows, as he is pleased to explain expressly in words at the 30th article of claim, that those matters ought to have been reported and investigated in Europe, just as they were also complained of by the defendant to the honorable and highly worshipful director Opperdoes, and proper satisfaction was granted to him by the very same, as seems to appear from the missive annexed to the claim; how very discreet judges, just consider now the foolish reasoning of the officer, contained in the 29th and 30th articles of his replication, that it appears from his exhibit that in Europe there was no complaint made at all, so one asks His Honor with respect how the honorable, highly worshipful director Schaagen could have made mention thereof in his missive annexed to the claim, indeed an infallible proof, honorable and worshipful sirs, that the same having been settled are being renewed by the public prosecutor very mal apropos, and therefore this argument is so solid that it is not worth the trouble to bring forward anything further in corroboration, and this being true in facto as it is proven, so falls the entire reasoning contained in the public prosecutor's conclusion of claim, and therefore it is also a palpable distortion by the same at Articles 7 and 8 of his replication mentioned hereinbefore, that the defendant contradicts himself, and to demonstrate the same, one will only expose the falsehoods to Your Honors by reflecting that the request made to supply the Spanish wine for the sick took place a long period of time before the convening of that so-called ship's council, for the commander, having not without reason arrived at other and fairer thoughts by the presentation of the resolution submitted with the answer, subsequently gave better heed to the requests made by the defendant, and noticing their errors, had that so-called ship's council convened, in which most members were parties and judges in their own case, in order to be able, if necessary, regarding the refusal of the Spanish wine, to make the defendant, with all due respect, out to be a liar, to which is further added that from the public prosecutor's own exhibits, which one will accept in quantum pro and refute in quantum contra, the refusal of the said wines was confessed, and consequently it is far from the case that the defendant would contradict himself or that he would have answered the officer, upon the presentation of the complaints made about him, the defendant, to the honorable and trusty governor, if a complaint is made about that, then I will be sent to Europe and thereby would have confessed guilt, as the adverse party is pleased to posit at articles 19, 20, 21; hereupon, honorable and worshipful sirs, one summons the officer to prove this to the satisfaction of the court, for besides that, the officer ought not to be ignorant that according to the law it is notorious that the burden of proof rests on the one who alleges, not on the one who denies, l. 2. D. de probat. cum similibus. Indeed, honorable and worshipful sirs, it is no less ridiculous and contradictory that the officer, in the complaints brought in and the statement given, would not have perceived that the defendant malversed in caring for the sick on his voyage, and thus deemed it unnecessary to obtain evidence to the contrary, nor advisable to [illegible] the crew before Spanish

Dutch transcription

en dus vertrouwt men aan deeze kant in tegendeel zodaanige zaaken beweezen te hebben waar door de gedaane Eijsch Jpro Juri van zelve wegvalt, 't is daarom Ed: agtb: heeren dat den 7: O: Eijscher geen de minste schijn van misdaat nog door dadelijkheid nog door ver„ =tuijm aan den kant van den verw: gecommit„ =teert te zijn konnende bewijzen zig sterk bemoeijt de printence buijten nopens de tuijs rijke van den gedaagde zui mal appropos te allegueeren en dewelke wel 't grootste gedeelte van des R:O: Eijscher Concluzie van Eijsch uijtmaakt die dog met dit geding in gaen jonnixie staan welke den ged: onnodig agt te refuteeren en daar door te arouveeren dat desselfs in deeze reguarts genoomene. Concluzie eenigzints conform de pragtijk 6 af stijl van regten zouden zijn Nem Edele Agtb: hieren, veel eer, en mogelijk niet ongegrond zouden min megen sustineeren dat dezelve alleen tot Conplisantie en als een Catus pro amipo, van den Manhaften Capit: Möller, en zijn uijtgemaakte fabalen om dat die zig in Europa niet hebben kunnen o verantwoorden zeer abzurt in het libel van Eijzch zijn ingeslanst terwijl die zaaken in Europa zijn voorgevallen, en afgedaan min deezer tijts omme door geen hijper balische manier van procedeeren propiamus van fieten UWel Ed: Agtb: kostbaare attentie niet te vergeefs te injomodeeren, niet nodig geordeelt hadde die vitterijen te wederleggen en derhalve derzelve taxite gepasseert immers zodanige Extrafagante uijtstap te doen bij den regter niet anders als redicul kan werden beschouwd om redenen dat dezelve de Juris„ „tigtie van den heer afficier niet subjact ƒ en mitsdien denzelven niet gequalifijeert 6 daarover eenige inquiste te doen veel minder den verw: daar over te actioneeren, gelijk zijn E: zilvermaet avoueeren zoals dezelve expresus forbis bij het 30 artic: van Eijsch zig gelieft te Explijeeren dat die zaaken in Europe hadden behooren aangegeven en onderzogt geworden zijn zo als dezelve ook bij dE: groot agtb: heeren bewindhebber opperdoes door den ged: beklaagt, en door hoogst dezelve behoorlijk Satisfactie aan dezelve is verleend als uijt de missive den Eijsch anne scheijnt te blijken quato zeer discreete heeren regteren Contenplicht men nu eens het onnosel raissonnoment van den heer officier, vervat bij het 29 - 30 artij: van derzelver replieg dat uijt dezselfs producte blijkt dat er in Europa in het geheel niet en is geklaagd zo vraagd men zijn E: met eerbied hoe dat den WelEdele groot agtb: bewinthebber Schaagen, bij de bij eijsch geannexeerde missive van van dezelve dezelve mintie heeft konnen maaken, im„ =mers een fallable bewijs Ed: agtb: heeren dat deselve afgedaan zijnde bij den R: O: Eyscher zier mel apropos werden ge„ =rinwveert, en daarom is dit argument zo zolide dat het niet de moijte waardig is, om iets meerder tot adstructie bij te brengen, en dit in facto waar zijnde gelijk het beweezen is, zoo vervald het gantsche raizonnoment bij des heers B: O: Eijschers Concluzie van Eijsch vervat, en daarom is 't ook een palbable verdraaying van dezelve bij Artig: 7 en 8 van zijn replieq hier vooren gemeld, dat den ged: zig tegenspreekt, en om het zelven te doen blijken zal men alleen de Falsitijten aan UWelEdele Achtb: openleggen met te reflecteeren, dat het gedaan verzoek om de spaansche wijn voor de zieken te verstrekken een lange reeks van tijt voor het beleggen van dien zogenaamde scheeps raad is geschied, want de bevelhebber door het vertoonen der bij antwoord overgelegden resolutie niet zonder reeden tot anderen billijker gedagten gekoomen zijnde heeft vervolgens aan de door den gedh: gedaane verzoeken beeter gehoor verleent, en hunne fouten bemerkende die zo genaamde scheepsraad, waar in de meeste leeden partijen en regters in hun eijgen zaak waaren / doen beleggen, om nopens het refuis der spaanze wijn den verw: des noods zijnde tot een salva venia Leugenaar te konnen maaken, waar bij nog komt, dat uijt des B: O: Eijscher Eijgen producta die men eens zal accepteeren in quantum pro en reffuteren in quantiem Contra (: het refuus derselve mijnen werd geconfisseerd en mitsdien het welverre daarvan zij dat den gedaagde zig zouden tegenspreeken of dat hij den heer officier, bij 't voorstellen der :/ over hem ged: bij den WelEd: getr: her governeur gedan klagten zoude geantwoord hebben, als daar over geklaard word dan word ik na Europa gesonden en daar mede als schuld bekent zoude hebben, zo als pars ad verze bij arti: 19. 20. 21 gelieft te poseeren hierop Ed: Agtb: heeren sommeert menden hier offigier om zulks den regten ten genoegen te bewijzen want buijten dat behoorde de hier officier niet te Jgnoreeren dat na regten notoir is quod ei qui dicat non ei que negat incumbit Probatio l: 2. X5, de probat cum similibus. Jmmers Ed: Agtb: keeren is niet minder redi„ cul en Contradijtoor, dat den heer officier bij de ingebragte klagten en gegevene verkla„ =ring niet ontwaard zoude hebben, dat den gedaagden, in het bezorgen der zieken op zijn Uijt zijde heeft gemalverzeert en dus onnodig voor het tgendeel bewijzen in te winnen nog raadsaam geoordeelt, het volk Spaan„ voor

NL-HaNA_1.04.02_4336_0358 view scan ↗

English

to have them summoned before the mast, that is to say, as the Officer says, to hear them for his exculpation, which without further authorization and done non legali modo would be of little use, just as the Officer expresses himself at Articles 10, 11, 12, and 13, 14 of his reply. How His Honor can now reconcile these arguments with—scilicet—saying at Article 8 of the claim that the sick were treated improperly by the defendant, and at Article 11 that the defendant made himself further guilty during the outward voyage, item at Articles 31, 32, that it was expressly advanced by the boatswain Zwarts that the defendant behaved no better on the outward voyage than on the homeward voyage, and now, seeing himself convinced by counter-evidence, wishing stoutly and formally to maintain from the aforesaid declarations not to have noticed that the defendant committed any malversation in the care of the sick. This, Noble and Worshipful Sirs, cannot be reconciled with reason, which must after all be the directress of human actions in all respects. One therefore dares to presume on better and more solid grounds that the Officer here, respectfully speaking, contradicts himself, and consequently cites many deeds committed by the defendant, such as that he was transferred at Batavia from the ship to that of the Admiral, and was also transferred here. Regarding the first point, Noble and Worshipful Sirs, the plaintiff is summoned to provide proof, and besides that, this is once again no sufficient proof that the defendant made himself guilty of several offenses, for this alone constitutes the well-founded basis upon which the Officer as plaintiff has built his conclusion of claim. Regarding the surprise that the defendant can still advance as if the Officer, in his conducted investigation, had not acted according to his office and duty, it is believed this can be proven with the laws, even though His Honor sought to excuse himself on the grounds that the ship had already been mustered, and that by the ordinary proceedings he had left the defendant time to defend himself and produce his declarations, as His Honor asserts at Articles 22, 25, 26 of the reply, which exceptions contribute nothing to the matter in order to sustain the contrary. For the Officer indeed knew how to make time to have the declarations and reports given at his requisition sworn and verified according to the style of the court, and since the defendant, prior to the mustering, had already placed into the Officer's hands the declarations given at his requisition by the junior merchant and commander, one can therefore think of no well-founded reason why the same were not also sworn and verified according to the style of the court, just as the aforementioned declarations. The defendant therefore continues especially to protest against such evasions. And what reasons then moved the Officer to refuse the friendly requests made several times by the defendant, before and at the mustering, to hear the crew before the mast for his exculpation? If further authorization was required for this, why did the Officer not make a report thereof to the appropriate place in order to obtain such authorization, or communicate the aforesaid lack of qualification in reason and equity to the defendant, who, being unlearned in the law, might have inquired of others, in order thereby to be in a position to guard his rightful interests and employ such means as the laws prescribe? For indeed, Noble and Worshipful Sirs, it was the indispensable duty of the Officer—who according to the custom of this country, acting ex officio, fills the place of plaintiff and defender at the same time—to ponder well the status of the question pro and contra, whether a crime has actually and in truth been committed, et sic constat de corpore delicti, and consequently also to hear witnesses for innocence, in order to be able to act purely out of zeal for justice. All of whom testify with one voice that above all things the corpus delicti must be established. In Dutch: as all doctors of law teach and say with one voice, it must appear above all things that an intentional crime has been committed before an officer may prosecute anyone. This fundamental principle is explained and expounded at length and learnedly by Mr. Simon van Leeuwen in his book entitled Criminal Process. But the Officer, noticing that the proofs of the defendants prevail over the proofs of the Fiscal, even stronger ones—proofs of the defendant go before or prevail over the proofs of the Fiscal, though they be stronger, see Hollandse Consultatiën and Adviezen, second third volume, page 131, Number 7, Consultation 40—in order to cover his omissions, has resorted to the exception of lack of qualification, which is so baseless and entirely contrary to reason and equity. But who indeed, Noble and Worshipful Sirs, will believe such a thing to take place in a land where a justice as praiseworthy as it is equitable reigns? Is not the task which the defendant set for himself in treating the case in question finished in a brief sketch or draft upon solid grounds supported by valid proofs, from which deduction it is trusted to have shown to the satisfaction of the judges that the defendant, neither by deed, nor by neglect or negligence, has in the least made himself guilty of any offense in disregard of subordination.

Dutch transcription

voor de baeq te laten koomen /:dat is wel den heer Officier zeggen ter onschuld te hooren / dat buijten vordere autarieatie, en non Ligali modo gedaan van weinig nut zoude zijn, zo als den heer Officier bij artij: 10. 11. 12. en 13. 14. van zijn replieg zig Expresseert, hoe dat zijn Ed: deeze arqumenten nu kan doen quadreeren met J: Supilicet :/ bij eijsch artij: 8. te zeggen de zieken door verw: onbe„ =hoorlijk getracteert te zijn en artij: 11. dat den getc: op de uijtrijze zig nog schuldig heeft gemaakt, item bij artig: 31. 32, dat door den bootsman Zwarts Expresselijk geadvanceert werd, dat den ged: het op de uijtzijden niet beter heeft gemaakt, als op de thuijs rijzen, en zig nu door Contra bewijzen geponvineert ziende forte et forme te willen sustineeren uijt de voorz: ver„ =klaaringen, niet ontwaard te hebben dat den Verw: bij de bezorging der zieken zoude hebben gemalvereert dit zegt men Ed: agtb: heeren, met de reedens die dog in alle opsigte de directrice van s'minschen handelingen moet zijn niet te kunnen Calangeeren, men dier halven op beeteren en zolider gronden derft veronderstellen, dat den hier offiier, met eerbied gezegd zig zelven Contradijeert en mitsdien veele feiten Citeert door den verweerder gecommitteerd te zijn dat hij te batavia van 't schip op dat van den admi„ =raal is verplaats en alhier mede perplaats geworden Aangaande 't eerste E: Agtb: heeren, sommeert men den heer Eyzcher op het bewijs en behalven dat is dit al wederom geen voldoende bewijs, dat den verweerder aan verschijdene misdrijven zig heeft schuldig gemaakt, want immers dit alleen de gegronde Basis uijtmaakt waar op des hier R: O: Eijzcher Concluzie van Eijsch gebouwd zij, dat aangaande de verwondering over dat den gedz: nog kan advanceeren, als of den heer Officier bij zijne gedaane onderzoek niet na ampt en pligt had gehandelt gelooft men met de Wetten te komnen bewijsen, schoon zijn Ed: zig al zocht te Excuseeren, dat het schip reeds gemonstert was, en door het ordinair projesso, den ged: heeft tijd gelaaten, zig te ver„ =dedigen, en zijn verklaringen te produceeren zoo zijn Ed: bij artic: 22: 25. 26. van het replicq poreert, welke Exeptie ter zaake niets bij draagen om het tegendeel te kunnen surtineeren, Want den heer officier immers wel tijd heeft weeten te maaken om de ter zijner requisitie gegevene verklaringen in relaasen na stijl van regten te doen beëdigen, en recoleeren en den verw: de ter zijner requisitie, door den onder„ =coopman en Commandeur gegevene verclaringen den heer officier reets voor de monstering in handen hebbende gesteld, min dus wegen geen gegronde reeden weet uijt te denken waarom - dezelve ook niet, zoo wel als de vooregemelde verklaringen na ttijl van regten beëdigt en Aangaande recou„ g'recouleert geworden zijn, den ged(: mits dien teegens zodanige uijtvlugten wel specialijk blijft protesteeren en wat redenen hebben teer officier dan bewoogen, de door den gedj: voor en bij de Monstering, tot diversche malen zoo vriendelijke gedaane sollicitatien, omme het volk voor de boeg ter onschuld te hooren te weijgeren, was daar toe eene nadere autho„ =risatie nodig, waarom heeft den heer officier daar van geen Rapport gedaan, ter plaatze daar zulks behoort, om zodanige authorizatie te bekoomen, dan wel den vorn: naar reden en billijkheid de voorschreeven non qua„ =lificatie gecommuniceert, die des regts onkundig bij andere zig had moogen be„ =vraagen, ten eijnde daar door den staat te zijn, voor zijn goed regt te waaken en zodanige middelen te Emploieeren als die Wetten leeren. Jmmers Ed: Agtb: heeren was het den Jndispensabel pligt van den heer officier, die na gewoonte deezer Landen ex offigie agerende de plaats van actor, en devensor te gelijk ver¬ =vangst, de quara quistionis pro et Contra wel te pondeeren of een misdaad zelfs ook ende ende in der daad in waarheid is gecommitteerd et Six Constit de Corpore delixte, engevolglijk ook getuijgen pro Jnnocentia te moeten hooren ten eijnde exmero eelo Justitiae te mogen ageeren, quiomnes uni ore testantur quodan te omnia de Corpore delixte Constare debeat- Belgice /:zo als alle regts doctores uijt eene mond leeuren, en zeggen, dat het voor alle dingen moet blijken, dat er een wetentlijke misdaad begaan is, zal een officier ijmand actioneeren; Deese grondstelling is wijdloopig en geleerdelijk bij d' Heer M:r Simon van Leeuwen en zijn boek geintituleerd projes Crimineel verklaard en uijtgebreid, Maar den heer officier bemerkend dat reorum probationis praevalent probationibus Fisci etiam fortioribus, bewijsen van ged(: gaan voor of Paevaleeren voor de bewijzen van den Tiscus schoon die kragtiger zijn vedetier holt Cons en adviren 2=de derde deel pag: 131 N=o 7 Cons 40, Om zijn ommissien te dekken heeft zoo min gelooft en zeer met de reden en billijkheid strijdende Exceptie van, non qualifictie gepractijeerd maar wie dog Ed: Agtb: heeren zal zulks gelooven Plaats te hebben, in een land waar in een zo laflijke als aequitabiele Justitie rigeerd, niet daar Wel Ed: Agtb: zeer dispreten„ Heeren regteren in een korte schets ofte ontwerp op solide en met vallable bewijzen gestaafden gronden, afgedaan den taak welke den veruester verhandeling van de zaak in questie zig hadde voorgesteld uijt welke ge„ deduxeerde men vertrouwd den regteren ten genoegen te hebben aangeweesen, dat den verw. nog door dadelijkheid, nog door versuijm of nalatigheid in het minste aan eenig misdrijf, met miskenning der subodinatie mond zig

NL-HaNA_1.04.02_4336_0360 view scan ↗

English

has made himself guilty, and consequently also not punishable, and the Plaintiff ex officio failing to satisfy the so general practical axiom accusatori incumbit probatio, the Defendant, still mindful of the well-known rule actore non probante reus absolvitur, believes he must add thereto et actor condemnatur in expensas in civilibus causis; the Defendant having examined the replication submitted by the Plaintiff ex officio in all its parts and nature, believing that he has answered the same sufficiently in law, and the groundlessness of the accusation having been sufficiently shown therein, the Defendant persists in rejecting and denying generally and specifically every proposition of the Plaintiff ex officio as frivolous and inept, through impertinence and irrelevance, and reserving unto himself any legal competence whatsoever, persists by the conclusion taken after the answer, for duplication, most respectfully praying what should be prayed for prompt and good justice. Exhibited in court on 10 July 1788. Was signed: G: Blikman. Agrees. 7. Register of the documents and muniments that have served in the case of the Fiscal pro interim, the honorable Gabriel Exter, Plaintiff ex officio, against the former chief surgeon of the Honorable East India Company ship Drechterland, Gerrit Blikman, defendant. 1. Claim of the Officer. 2. Original letter from Pieter Schagen dated 17 December 1787. 3. Letter written by the ship's officers to Captain Möller. 4. Account of Captain Möller. 5. Declaration of Captain Varkevisser. 6. Declaration of Captain-Lieutenant Johannes Marthinus Tomadse. 8. Of Lieutenants Antonij van Esch and Johannes Beijer. 9. Of Cadet Blandauw. 10. Of the third surgeon Johan Daniel Duzant. Of the port keeper of Robben Island, Jacob Sinjeur. 11. Request presented by the defendant to the Honorable Council of Justice. J. Rijneveld, W. de Clercq. 6 florins. 12. Answer. 13. Extract from the resolution of the meeting of the 17th. 14. Declaration by the Junior Merchant Isaac Martin and Commander Joh: Chris: Fritwitz. 15. Extract from the orders and instructions of the Honorable Directors of the Honorable East India Company for the surgeons on the ships. 16. Declaration of the sailor Willem Beure and soldier Jan Mutter. 17. Of the soldier Johannes Dammas and the sailor Johan Jacob Sindel. 18. Of the Cadet Jan Gerrit Klijn. 19. Replication. 20. Interrogatories answered by the ship's council upon the requisition of Captain Möller. 21. Duplication. No 13. Article 1. And did say: 2. That the prisoner and defendant, as appears from the annexed report in his own confession, having performed the service of cook for his master and having been reproached several times by his master over his slovenliness and poor cooking, 3. In the beginning of the month of September last, on the occasion that some small cups were to be cleaned and the same had been rinsed in greasy water, 4. Was again taken to task by his said master, and it was said to him, with the addition of a blow, 5. That the tally stick was full and an accounting would be held. 6. That the prisoner and defendant thereupon, having a knife with him, took flight. April of Bengal, bondsman of the citizen Jan Jacobs, prisoner and defendant in the aforesaid case, on the other side. Appeared before the Honorable President and Councillors of Justice of the Castle of Good Hope, the Fiscal pro interim Gabriel Exter, Plaintiff ex officio in a criminal case, on the one side. Article 7. Further, having been pursued and overtaken by his master, 8. Driving him off with the words "away from my body," wounded him in the left upper arm. 9. And immediately went to the jail, declaring the fact and that he could no longer remain with his master. 10. That the prisoner and defendant, having thus made himself guilty of public opposition and the intentional wounding of his master, 11. According to the established Indian law, which decrees death without mercy for slaves who, even without a weapon, lay their hands upon their masters, 12. Shall also, pursuant thereto, be absolutely subject to the death penalty. 13. Yet, it shall here be taken into consideration and merit reflection: 14. That the threats reported by the master, which the prisoner and defendant is alleged to have uttered beforehand, originate solely from a little maidservant. 15. And the prisoner and defendant had the knife with him merely by chance, because he was busy cutting meat. 16. Just as he also did not rinse the cups, which caused this entire affair, but his fellow slave Januarij had rinsed them. For these and other reasons and means to be further deduced in due time if necessary, the Plaintiff ex officio, making his claim, concluded that by definitive sentence of the Honorable Court... Article 17. And the master being known as a man who does not treat his slaves in the most friendly manner, 18. These circumstances make it appear probable to the Plaintiff ex officio 19. That the prisoner and defendant, more out of fear of an all too severe punishment, 20. Which he had feared just before, 21. Proceeded to this desperate act as a means 22. To deliver himself both from the feared punishment and from his master, and in this confidence also gave himself up to Justice. 23. That, however much all these and other circumstances speak in favor of the defendant and prisoner, 24. And might move the judge to a mitigation of his punishment, 25. The Plaintiff ex officio, however, on account of two detrimental examples and other reasons, without correction, believes he must persist in the ordinary punishment.

Dutch transcription

zig heeft schuldig, en mitsdien ook niet Strafbaar gemaakt en den r: O: Eijzcher in gebreeke blijvende aan de zo algemeene prac„ =tigale afioma accuratories injumbet probatio te voldoen vermeint den Verw: nog indagtig zijnde, de bekende regel, actorl non probanti rius abzolvitur daar te moeten bijvoegen et actor Condemnatur in Expensas in Civilibus Causis, den verw: der R: O: Eijscher ingedient replicq in alle haare deelen en geaardheijd hebben de nagegaan vermeenende dezelve den regten ten genoegen, te hebben g'rescontreert, en den ongrond der ajusatie genoegsaam daar getoond zijnde blijft den verweerder afslaande, en ontkennende generaalijk en specialijk alle voorstel van den r: O: Eijscher als frivool, en inept, bij in„ =pertinentie en irrelivantie, en zig reselverende quaevis, Competentia Juris persisteerd den selven bij de Conclusie agter het antwoord genoomen, voor duplieg, Jmploieerende de super Imploianda Eerbiedigts om kort en goed Regts, Exhibitum in Judijio den 10 Julij 1788 /Was Getekend:/ G: Blikman. Accordeerd. 7. Register der stukken, en munimenten gedient heb: bende in de zaak van den prointereum fiscaal d' E: gabriel Efter R: O: Eijscher Contra den geweezenen oppermeester van het E: d: J: Comp: schip: dregter„ =land Gerrit Blikman gedc: 1. Eijsch van den Offigier 2. Origineele missive van pieter schagen de dato 17 decemb: 1787 3. Brief door de scheeps offigieren aan Capit: Möller Geschreeven 4. Relaas van den Capit: Möller 5. Verklaring van den Capit: Varkevisser Capit Luijtenant 6. Verklaaring Johannes Marthinus Tomadse van de Luijtenants Antonij van Esch en Johannes Beijer van den Cadet Blandauw van den derde meester Johan Daniel Duzant van den porthouder van 't roblem Eijland Jacob Sinjeur 11. reguert door den ged: aan den agtb: raad van Justitie Gepresenteerd - JRijneveld W iClercq 6 ƒ — 9. - 8. 10. — — 12. Antwoord 13. Exstract uijt de resolutie van de vergadering van 17=e 14. Verklaaring door den ondercoopman Jsaac Martin en Commandeur Joh: Chr:s Fritwitz 15 Extract uit de ordre en Jnstructie van den Achtb: heeren Bewinds hebberen van den E: O: J: Comp, voor de Chirugijns op de Scheepen 16. Verklaaring van den Matroos Willem Beure en soldaat Jan Mutter. d' Van den soldaat Johannes Dammas, en den Matroos Johan Jacob Sindel Van den Cadet Jan Gerrit 17. — 19. replicq 20. Jnterrogatorien door den scheepsraad ter requisitie van den Capit: Moller 0 beantwoord. 21. Duplicq - 18. Klijn. No 13 Art: 1. En deede zeggen. 2. dat den gest en ged:e blijkens 't annexe zelaas, in desselfs eigene confessie, bij zijn hy Heere den dienst van kok hebbende waargenomen en over desselfs slordigheid en slegt kooken tot meerder reijsen van zijn Baas zijnde gereprocheerd geworden. 3. in 't begin van de maand 7=br Jstleeden by gelee „genheijd, dat er eenige kelkjes zouden schoon gemaakt, en dezelve in vet weeter zijn gespoeld geworden. van gem: zijn lyf Heer wederom ter roeden gesteld en denzelven met toevoeging van een klop is gezegd geworden. dat den werf stok vol was en afrekening zoude 5 gehouden aordent. 6 dat den gev: en ged:e daar op met een byzig heb„ bende met de vlugt genomen. April van Bengalen, lijff eigen van den Burger Jan Jacobs geve. en ged:e in voorsz: Cas, ter andere zijde. Compareerde voor den E: Achtb: Heere Praesident en Raaden van Justitie des Casteels, de goede Hoop, den pro interim Fiscaal Gabriel Exter R:O: Eisscher in cas crimineel ter eenre. Art: 1. & 6 8 2 Art: 7. Voorts van zijn lijff Heer agtervolgd en in „gehaald zijnde. 8. denzelven met de woerden weg van mijn tyf van zig af drijvende, in de linker boven arm heeft verwond./ gs En directelyk zig naar de tronk begeeven, 't feit declareerende en dat bij zijn lijf Heer niet langer konde blijven. 10. dat den gev: en ged:e dus aan openbaare tegenkanting en 't opsettelijke quetsing dan zyn lyf Heer zig schuldig gemaakt hebbende. 1. naar de bepaalde Indiaasche wet, dewelke sleven die ook zonder geweer haare handen aan derselver liff Heeren koomen te slaan, zonder genaade den daod edicteerd. 12. Ook ingevolge van dien absolutie aan de dood straffe zal onderhetig zijn. 13. Naar by echter zal in aanmerking komen en reflectie meziteeren. 14. dat de van den lijf Heer opgegeevene dreige¬ menten, die den gete: en gede: te voren zal uijt¬ - „gestooten hebben, alleenig van eene kleine meid afkomstig zijn. 15. En hij gev:e en ged:te niet anders als bij geval, om dat hy bezig was verleesch te sniden, 't mes wel bij zig gehad hebben 16 gelyk hy ook niet de kelkjes, die deeze gantsche mits stelken en andere redenen en middelen in tijden wijle is 't Naad: nader te deduceeren den R: O: Eisscher, Eisch doende concludeerde dat bij definitive vonnis van de wel hisborie veroorsaakt hebben, maar desselfs meede slaaf Januarij sulke zal gespaeld hebben. Art: 17. En den ly Heer als een man bekend zijnde, die zijne slaaven even niet op de vriendelykste wijze behandeld. 18 deeze omstandigheeden den r: O: Eisscher waar„ „schijnelijk doen voorkomen. 19. dat den gev:e en ged:e meer uit vreese van een al te gevaelige bestraffing. 20. die hy regt dan te vooren reeds gepreest te hebben. 21. tot deeze desperate daad, als een middel, is overgegaan. 22. om zig zoo wel van de gevreesde straffe, als van zyn meester te bevonden, en in dit vertrouwen zig ook zelve aan de Justitie heeft overgegeeven. 23. dat zoo zeer alle deeze en andere omstandigheeden, in fateur van den ged:e en gev:e spreeken. 24. en den regter tot mitigatie van desselfs straffe zoude mogen moveeren. 25. den r: O: Eisscher egter weegens 2 nadeelige voorbeelden en andere redenen sonder Correctie vermeend, bi d' ordinaire Straffe te zullen per„ sisteeren. historie Edele 2 1

NL-HaNA_1.04.02_4336_0364 view scan ↗

English

Honourable Worships, the prisoner and defendant shall be sentenced to be brought to the place where criminal sentences are customary to be executed, and having been handed over there to the executioner, to be punished at the gallows with the rope around the neck until death follows; that furthermore the dead body shall be dragged to the outside place of execution, and having been hung up again, shall remain in such manner until it has been consumed by the flight and birds of heaven, with condemnation of the prisoner and defendant in all costs and fees of Justice, or to all such other pains and punishments as Your Honourable Worships in good Justice shall judge proper. Was signed: G: Exter. In the margin: Exhibited in Court on the 33. e 8ber 1788. I the undersigned certify hereby that I was summoned on the 25 August into the garden of the Burgher Hoffmeijer and found there the Burgher Jan Jacobs, on whom I found a wound in the left upper arm, against the joint of that arm and the shoulder blade towards the back. That wound was well over three fingers wide long, but not deep. In witness of the truth I have signed this with my own hand. Cape of Good Hope, the 30 September 1788. Was signed: Christian Wilhelm Wedemeijer, surgeon in the Honourable Company's hospital. Report given before the undersigned Commissioned Members from the Honourable Worshipful Council of Justice, and at the requisition of the Fiscal pro interim, the Honourable Gabriel Exter, by the Burgher Jan Jacobs of competent age, testifying as follows: That the deponent's slave boy named April, as he thinks, native of Batavia, who serves as cook, having already for some time gone to work very sloppily and improperly in the cooking and preparing of the food, so that the food was not prepared according to previous custom, the deponent had told that slave now and then in a friendly manner that he had to prepare the food better, without this, however, having caused the slightest improvement in him. That when now fully three weeks ago on a Sunday evening his, the deponent's, sisters had been with him, the deponent, and little glasses had to be rinsed, the deponent had seen that said glasses were rinsed in hot water, that the deponent, having addressed said April about this the following Monday morning very calmly, had also not at all intended to do anything to him about it if said April had only given him a good word; but the latter boy, instead of that, having met the deponent somewhat impudently, the deponent had resolved substantially to tell that slave: now I see indeed that your tally-stick is full, and we must settle accounts, the deponent having then gone from that kitchen forward into the house. That said April, as was subsequently recounted to the deponent by a little female slave, was said to have already said the evening before: I am not his boy, but rather a boy of Leemant, he does not dare to strike me, and if he strikes me, I will know what I shall do; and likewise that this boy, as soon as the deponent had gone away from the kitchen that morning to the front, had taken a knife and had looked after the deponent through the crack of the kitchen door; but not seeing the deponent, the selfsame boy had jumped through the kitchen window and had run to the ditch which is below his house in the garden, of which the aforesaid little female slave having given notice to the deponent, the deponent, without having anything in his hands, had quickly gone out of the house and towards that boy. That as soon as the deponent had come up to said April, the latter had spoken something, having said, as it seems to the deponent: away from my body, he, the deponent, then immediately received a stab from that boy in the left shoulder with a knife, which, as the deponent believes, must however have been stuck in the waistband of said April, whereupon the deponent had immediately saved himself by flight to the Burgher Jan Hendrik Hofmeijer the elder, while that slave, not having wanted to surrender himself to the deponent's servant, but while showing his knife through the garden, had made his way to the Cape and even to the Provost Marshal. Relating nothing more, the deponent gives as reasons of knowledge as in the text, being prepared to confirm the same further under Oath. Confirmation of testimony. Appeared before us, the undersigned commissioners. Thus related at the Cape of Good Hope on the 30 September 1788 by Messrs C: v: Exter and Johannes Smits, Members of the Honourable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have also duly signed the minute of this alongside the deponent and me, the sworn Clerk. Below was written: To which I testify. Was signed: W. W. Rhyneveld, sworn Clerk.

Dutch transcription

Edele Agtb:s den gev:e en ged:e zal worden gecondemneerd, omme gebragt te worden ter plaatse, alwaar men gewoon is crimineele sententien te executeeren, en aldaar aan den scherp-rechter overgeleeverd zijnde, met de korde om den hals aan de galg gestraft te worden, dat er den daad, na solgd: dat voorts 't doode lichaam, naar 't buiten geregt zal worden gesleept, en wederom opgehrangen zynde, dus danig zal verblijven, tot dat door de Vlugt en Vagelen des Hemels zal zijn verteerd, met condemnatie des ger: en ged:e in allen kostenen wisen van Justitie, ofte tot al zulke andere piene en straffen als Uwel Ed: Agtb: in goede Justitie zullen oordeelen te behooren. /was geteekend:/ G: Exter. /:en margine:/ Exhebitum in Judicio den 33. e 8„ber 1788. Ik ondergeteekende certificeere mitsdeesen ontbaaden te zyn geworden den 25 August: in den tuijn van den Burger Hoffmeijer en aldaar Dat des relt. Slaaven Jongen in naame April, zoo hy renkt, geboortig van Batavia, die den dienst als kok voorneemd, reeds zederd eenig en tijd, in 't kooken en klaar maken der kost zeer slordig en onbehoorlijk te werk gegaan zijnde dun het eeten niet volgens voorige gemaante Relaas gegeeven ten overstaan van de ondergeteekende Gecommitteerde Leeden uijt den E Achtb: Raade van Justitie, en ter requisitie van den pre interim Fiscaal d' E: Gabriel Exter, door den Burger Jan Jacobs van competenten ouderdom, by dende als volgd bevonden den Burger Jan Jacobs aan dewelken ik d eterig bevond een wond in de slinken boven arm, tegen het lid van dien arm en het schouder blad na agteren toe„ die wond was ruijm drie Vinger breed lang maar met diep/ inteken der waarheid heb ik dezen eigenhandig onderschreeven. Cabo de goede Hoop den 30 september 1788. (Was geteekend:) Christian Wilhem Wedemeijer, meester in het E: Comp: hospitaal. bevonden geprapareerd geprapareerd had, den Comp:t dien slaaf, zoo nu en dan in't vriendelijke had gezegt, dat by de kost beter klaar maken moest, zonder dat echter zulks bij hem de geringste beterschap had veroorsaakt. Dat wanneer nu wel drie weeken voorleeden op een sondag avond zyn Compts. zusters by hem Comp:t waren geweest, en kelkjes moesten gespoeld worden„ den zel:t had gezien, dat gem: kelkjes in 't het water gespoeld waaren, dat den rel: gem: April daar over 's' volgende maandag morgen zeer bedaard te rteede gesteld hebbende, toen ook niet ten sints geweest was, hem, in casgem: April maar een goed woord had gegeeven, iets deswegens te doen; dan dezel dien Jongen, en steede van dien, den rel:t enigsints brutveel ontmoet had, was den rel:t te raade geworden, dien slaaf substantieelyk toetevoegen, nu zie ik wel dat zouw kerf stuk vol is, en wy aftekenen moeten, hebbende den rel:t zich toen van uit die combuijs na vooren in 't huijs begeeven. Dat gem: April zoo als hem relt: vervolgens door een klenne slavinne was verhaald reeds s'avonds bevoorens zoude hebben gezegd, ik ben zijn zongen niet, maar wel aen Jongen van Leemant, hy derst mij niet slaan, en zoo hy mij slaat, zal ik wel Weeten, wat ik doen zal, en zoo meede, dat dien Jongen, zoo als den relt: dien morgen uit de combuys wegge¬ gaan was na vooren, een mes genomen, en door de scheur van de combuijs deur na den rel t gezien had: dan den rel t niet gewaar geworden zinde, denzelken Recollement Compareerde door ons ondergeteekende gecommitteerdens Aldus Gerelateerd aan Cabo de goede Hoop den 30 september 1788. door de Heeren C: V: Echter en Johannes Smits, Leeden Uit den E: Achtb: Raade den Justitie voormeld, die de minute dezes be„ neefens den relatant en my gesw: Clercq mede behoorlyk hebben onderteijkend. //:onder stond:/ 't welk ik getuigen /was geteekend:/ W W Reneveld g Clercq. Jongen door 't combuijs lengster gesprengen, en na de sloot, die beneeden zijn huijs in de tuijn is, ge„ „loopen was, waar van de voorsz: kleine slavin aan hem rel:t kennis gegeeven hebbende, den rel„t zonder iets in zijne handen te hebben, schielijk uit het huis, en na dien Jongen gegaan was. — Dat zoe als den tel:t bij gem: April was gekomen den zelven iets had gesprooken, zoo hem rel:t dunkt, gezegd hebbende, weg van min lyff, hy zelt toen van dien Jongen opstonds een steek in de linker schouder bekomen had met een mes, dat zoo den zelt vermeend eegter in den braeksband van gem: April gestooken hebben moet, als wanneer den rest zich opstonds met de vlugt had ge sauveerd, na den Burger Jan Hend=k Hofmeijer de oude, terwil dien slaaf zieh aan des stelt's knecht niet hebbende willen overgeeven, maar onder het wysen van zyn mes door den tuyn heer zig naar de Caab en zelfs by 's Heeren geweldiger begeeven had. Niets meer relateerende, geeft den Compt. voor redenen van wetenschap als in den text, bereed zynde het zelve nader met Eede gestand te doen. Jonger ƒ

← previousnext →