Inventory 4339
Cape · 560 pages · 130 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
7 975 120 added thereto, and to which the undersigned take the liberty, for the sake of brevity, to refer, have undertaken to careen the aforementioned small vessel the Helena Louisa, and, after it shall have been found in a condition to put to sea again following proper repair of the damage it may have sustained, to wind it off the beach and bring it back into floatable water, with that generous offer of being satisfied, should they happily succeed in this undertaking of theirs, over and above the favorable approval of Your Right Honorable and Worships, solely with the reimbursement of the expenses disbursed by them, for which they demanded on their account from the Honorable Company's warehouses 3 pieces of heavy ropes of about 8 inches, 4 iron hawsers, with an added request to be assisted on the Honorable Company's behalf with 2 capstans with their accessories, 2 government boats to bring out to sea the heavy anchors and kedges that must necessarily be used for this work, 2 heavy anchors of 3500 lb, 2 light kedge anchors, some jacks, two snatch blocks to be able to reeve the cables through, some heavy strapped blocks of 16 and 14 inches, 2 ship carpenters with their tools for the period of 6 days, 100 men or as many more as Your Right Honorable and Worships shall be pleased to request, though these people would need to be strong and healthy for employment in such heavy work; offering, pursuant to the conditions of this contracting, if any of those items should happen to become defective or missing, to pay for the same again to the Honorable Company. No other competitors having come forward in the meantime, notwithstanding that the undersigned waited in the council chamber for a considerable time, and it being therefore unnecessary to observe the usual practices, they deemed it necessary only to occupy themselves with the examination of the points proposed by the aforementioned entrepreneurs; which we have found, for the greater part, so acceptable and so well in accord with what Your Right Honorable and Worships intended for the Honorable Company, that we could not hesitate to accept their offer, subject to the esteemed approval of Your Right Honorable and Worships, with the exception, however, of the last of the points submitted by them: Inasmuch as the undersigned, under better judgment, believed that, however noble the offer of these contractors might be, it would be more prudent for them to determine a certain price for this undertaken work of theirs, rather than to remain in uncertainty as to how high those expenses might subsequently amount to, even though according to their statement they do not appear to be very great; this having been put to them, they were entirely satisfied therewith, and in the first place stipulated for the careening of the aforementioned vessel a sum of One Thousand Ducatoons, and subsequently Two Hundred of the same species for the further bringing into floatable water of that small keel. Having computed this with the estimated expenses submitted by the seamen commissioned on behalf of the Right Honorable Governor as required for that work, the undersigned judged that this offer too might be accepted: while the said contractors further declared that they in no way intended any personal advantage by undertaking this work; so that, after it might be successfully accomplished, and they should then find that the expenses incurred by them were less than the amount for which they had undertaken the work, they bound themselves to have this lesser amount deducted from the stipulated sum, adding hereto a most urgent request that they might be honored with the decision of Your Right Honorable and Worships herein as soon as possible, since nothing could be more detrimental to them in this work of theirs in the present season of the year than to be prevented by delaying obstacles, all the more so as every moment must be seized by them if they are to succeed. The undersigned, very willingly concurring with the necessity of this request of the contractors, believe, in consideration of the interest that lies therein for the Honorable Company, that they may take the liberty to insist strongly upon the granting thereof. While the aforementioned contractors finally further requested that, if in this work they should find they still needed anything, or if any difficulties should occur to them therein, they might then take the liberty to address themselves to the undersigned as having been commissioned by Your Right Honorable and Worships for this contracting. The undersigned have let this serve as a report of their proceedings. Was signed: J. J. Le Sueur, W. F. v. Reede van Oudtshoorn. In the margin: Delivered the 22nd of May 1790. Agrees. Was signed: E. van Herssan, Secretary. After a complete collation was made, this was found to agree in all parts with the authentic copy received from the secretariat of police and resting among our records. Which we witness. J. J. Le Sueur W. F. van Reede van Oudtshoorn.
Dutch transcription
7 975 120 „ deren bijgevoegd, en waar aan de ondergeteek:d de Vrijheid nemen, zig kordtheids halven te reffereeren, hebben aangenoomen, het voorschr: Scheepje de Helena Louisa om te Kenteren, en na dat, na behoorlyke repara„ tie der schade, die mogte hebben bekomen zal instaat zijn bevonden, wederom zee te kunnen bouwen, van het Strand te win „den, en weder in Vlot water te brengen, met die Genereuse offerte, van zig, zoo zij in deeze hunne onderneeming gelukkig mogte komen te Slaagen, boven de Gunstige goedkeuring Uwer Wel Edele Gest„r en E Achtb te zullen vergenoegen alleen met de rembourseering der door hun geimpendeerde onkosten, waar „toe voor haare reekening uit sE Comp=ne Magazijnen vorderden 3 P:s Swaare Touwen van Ja 8 duijm, '4 Yzer trossen met bijgevoegd verzoek, 'sE Comp=s weegen te mogen worden geadsisteerd met 2 Kaapstanders niet hun toebehoren, 2 s Lands Boods, om de swaare Ankers en werpen, tot dit werk noodzaakelijk moetende worden gebruikt, in zee te brengen, 2 zwaare Ankers van 3500 lb 2 Ligte werp ankers eenige domme kragten Twee Sijn Blokken, om de Kaabels te konnen doors lijlkenaeke swaare gestropte Blokkens van 16 & H=den 2 scheeps timmerlieden met hunne gereedschappen voor den tijd van 6 dagen 100 mkannen of zoo veel meer als UWel Ed: Gestre en E: Achtb„e zullen komen te verzoeken, dog zouden dit volk sterken gesond moeten zijn tot Emploij van zulk zwaar werk aanbie„ 1 dende, om in gevolge de Conditien deezer aanbesteedinge; zoo wanneer eenige dier stukken mogten komen defect of absent te raken dezelven aan d'E Comp=e weder te en zullen betaalen —. Geene andere mede dingers zig intus¬ „schen, niet tegenstaande de ondergeteek„e eenen geruimen tijd ter raadkamer hebben vertoevd, hebbende opgedaan, en dus onnodig zinde de gewooneggebruiken te ob„ serveeren, hebben dezelven gemeend zig al„ „leen te moeten bezig houden met de beschouw„ „ing der Poincten door voorsz Entrepreneurs voorgedraagen: welken woij, voor het graan ter gedeelte, zoo aanneemelijk hebben Gevonden, en zoo zeer te strooken met het door Uwel Ed: Gestr: en E Achtb beoogdink der E: Compagnie dat wij niet hebben mogen twee Paesiteeren Ca a 7 976 Peesiteeren op de geEerde approbatie UWer Wel Edele Gestr en E: Achtb: hun aanbod te accepteeren, met uitzondering egter van het laatste der door hun opgegeven Poincten: Nademaal de ondergeteek:t onder beeter Oor„ deel, vermeenden, dat hoe Edelmoedig ook de Offerte deezer aanneemers zijn mogte, het voorzigtiger zijn zoude, dat dezelve eenen zeekeren prijs kuamen te bepaalen, voor dit hun aangenomen werk, dan in het on„ „zeekere te verseeren, hoe hoog zomtyds die onkosten, of schoon volgens derselver opgaa„ „ve niet zeer groot schijnen te zullen zijn, naderhand zouden konnen komen te belo„ „pen; dit hun voorgehouden zynde, hebben zij daarin volkomen genoegen genoomen, en /:in de eerste plaats voor het omkenteren van voorn: vaartuig bedongen eene Som van Een duizend Ducatonnen en vervolgens Twee Honderd gelijke Specie voor het verder in Vlot water brengen, van dat Kieltje: Dit hebbende gecomputeerd, met de Calcula„ tive onkosten door de van wegen den Wel Ed„ Heere Gouverneur Gecommitteerde Zeelieden tot dat werk benodigt opgegeeven, hebben de ondergetz geoordeeld, ook dit aanbod te mogen aanneemen: Terwijl ged: aannee„ „mers nog kwaamen te declareeren, dat„ als in geenerlij wijze eenig ijgen voordeel met het aanneemen van dit werk beoogden; zoo Wanneer, na dat hetzelve gelukkig mogt zijn verrigt, en zij als dan bevonden, dat de be„ door hun aangerende kosten minder waaren, dan het montant; waar voor het werk hadden aangenomen, zig verpligtten en dit minder bedraagen van de bedongen som te zullen laten decorteeren, hierbij een aller instandigst versoek voegende dat hoe Eerder, hen en zoo beter, met U Wel Edele Gestr en E Achtt besluit hierin mogten worden vereerd, dewijl niets hun in het tegenswoordig Iaar Paisoen in dit hun werk naadeeliger zoude konnen zijn, dan door dilaijeerende Obstacie tare „len te worden verhindert, te meer nog, 1 daar alle Ogenblikken door hun moeten worden waargenomen, willen zij geluk zig Eeuseeren —. Ef De ondergeteekendens de noodzaakelijkheid tot van 620 „ La J. Van dit versoek der aanneemers zeer wel willende toestemmen, meenen uit aanmer„ king van het belang dat daar in ligt voor d'E Compien de vrijheid te mogen neemen op de ver vallinge daarvan zeer te insteeren Terwijl meerged: aanneemers eijndelijk nog versogten, dat, wanneer zij in dit werk het een of ander nog mogten bevinden nodig te hebben, of hun daaronder eenig: zwarigheeden vorkomen, zij als dan de vrijheid mogen neemen zig te vervoegen tot de ondergeteek„t als door UwelEd Gest=r & E Achtb tot deeze aanbesteedinge Gecommitteerd geweest De ondergetz: hebben deeere deeze te laaten dienen voor rapport harer verrigting /:was geteek:d/ I: I: LeSueur WF v: Reede van Oudtshoorn /:Inmargine/ overgegeeven den 22 Meij 1790 — Accordeert /was geteekend/. E van Herssan Sect=s Na gedaane perfecte collatie is dee„ „ten met de authentique Copije van de secretarij van politie ontfangen en onder ons berustende in allen dee„ „len accordeerende bevonden. T' Welk Wij getuijgen. J: V: Se Sueur W ddn Reede van Oudtshoorn. 6 1
English
Copy Sunday the 23rd May 1790 past Was read a report from the Council Members Le Sueur and van Reede van Oudtshoorn, regarding the contracting out, done the day before yesterday by their Honors pursuant to express authorization on behalf of this Council, of the heaving down and floating of the stranded vessel the Helena Louisa, to which was attached a Memorial submitted to their Honors by the provisional contractors of that work, reading as follows. Whereupon it was resolved to agree fully with the aforesaid report; and therefore to approve this provisional contract, without losing a single moment of time, so that the contractors may immediately make a start with this work of theirs. below stood Agrees was signed C van Aerssen Secretary After a perfect collation was made, this was found to agree in all parts with the extract resolution received from the political secretariat and resting among our records. Which We testify. J. V. Le Sueur P. J. d. r Reede van Oudtshoorn. Castle of Good Hope Extract Resolution taken in the Council of Policy in the Lit. F 477 F 1 E Lit. K. 978 The heaving down and floating into deep water of the stranded Honorable Company brigantine vessel the Helena Louisa having been publicly contracted out, the Sea Captains Christiaan van Veerden, Laurens Smit, and Claas Keuken are hereby expressly commissioned, so that, when the contractors of that work shall have fulfilled the first part of their contract, the heaving down, they shall proceed to the place where the aforementioned vessel is stranded; and then, assisted by the Master Shipwright Mijndert van Eijk, in the presence of the Equipage Master Cornelis Cornelisz, to examine accurately the defects which that vessel has sustained during its stranding, as well as to investigate whether it can be properly repaired from the suffered damage or not, and if so, then to determine what materials and equipage goods would need to be employed for that purpose, as well as within what time those repairs could take place, how much the same would cost the Honorable Company, calculated roughly, and whether the aforementioned vessel, through those repairs, could be brought into such a state as to have it undertake the voyage to the Netherlands with confidence, delivering a written report of this as soon as possible. Copy of a Copy below stood In the Castle of Good Hope the 26th May 1790. lower in the absence of the Right Honorable and Worshipful Governor was signed J. J. Rhenius Agrees was signed C. van Aerssen Secretary After a perfect collation was made, this was found to agree in all parts with the authentic copy received from the Political Secretariat and resting among our records. P. J. van Reede van Oudtshoorn. J. L. Le Sueur Which we testify below stood Lit. M. Lit. L Copy of a Copy Right Honorable and Worshipful Lord. Your Right Honorable Worship, in the absence of the Right Honorable and Worshipful Governor, having been pleased expressly to commission the undersigned Sea Captains Christiaan van Veerden, Laurens Smith, and Klaas Keuken, so that when the contractors for floating into deep water the stranded Honorable Company brigantine vessel the Helena Louisa shall have completed that work, and fulfilled the first part of their contract, the heaving down, to proceed to the place where the aforementioned vessel is stranded, and then, assisted by the Master Shipwright here, Myndert van Eijk, in the presence of the Equipage Master Cornelis Cornelisz, accurately to examine etc. Thus the undersigned declare in To the Right Honorable and Worshipful Lord, Johannes Izaak Rhenius Senior Merchant and Secunde, as well as Head Administrator of this Government etc. pursuance 1 1 f Lit. M. 1. Tarin pursuance of those orders to have proceeded thither and found: that the first article of the contract, namely, that the aforementioned vessel must be careened in such a manner that its keel be visible, so that one may be capable in a convenient way of conducting an examination into its sustained damage, and to repair the same if possible, had not been fulfilled; for we found the garboard strake above the keel, after the sand was thrown up towards the beach, still about 10 inches under water, and thus we have not yet been able to fulfill our commission. The undersigned let this serve for a report for the present. below stood Cape of Good Hope the 27th May 1790 was signed L. Smit, and Klaas Keuken In the margin In my presence signed C.s Cornelisz lower stood Present to me in the absence of the Master Shipwright and signed Jacob de Bruijn Master Mate Agrees was signed G. Fr. Goetz J. d. Reede van Oudtshoorn. this was found to agree in all parts with the authentic copy received from the Political Secretariat and resting among our records. Which we testify. J. D. Le Sueur After a perfect collation was made 980 Lit. M. Copy of a Copy To the Right Honorable and Worshipful Lord Cornelis Jacob van de Graaff Governor and Director of the Cape of Good Hope and its dependencies etc. etc. etc. or in his highest absence to the Right Honorable and Worshipful Lord Johannes Izaak Rhenius Senior Merchant, Secunde, and Head Administrator of this Government Right Honorable and Worshipful Lord Honorable and Worshipful Lord The undersigned expressly commissioned persons, assistant, and present witnesses, together with the other signed persons also commissioned, refer to the written report regarding the Honorable Company's stranded brigantine vessel the Helena Louisa made to Your Right Honorable and Worshipful Lordship this afternoon, and now declare, upon the invitation of the Gentlemen Members of the Honorable Council of Policy according to the received note signed J. J. Le Sueur and van Oudtshoorn at around seven o'clock this evening to the place where the aforementioned vessel is stranded, themselves
Dutch transcription
Copia Sondag den 23. e Meij 1790 leden Is geleezen een rapport van de Heeren Raads„ Le Sueur en van Reede van Oudtshoorn, nopens de door hun Ed=s, ingevolge. Expresse qualificatie, daartoe van wegens deesen Raade, op eergisteren gedane aanbe„ steeding, van het omkenteren en in Vlot water brengen van 't gestrande scheepje de Helena Louisa, waar „by gevoegd was een Memorie door de provisioneele aanneemers van dat werk aan Hun Ed: overgegeeven luidende dit een en ander Waarop verstaan is zich met voorsz: rapport volkomen te Conformeeren; en dierhalve deese provisioneele aan „bestheeding, zonder een Ogenblik tyd verlies, toeteslaan ten einde de aanneemers terstond een begin met dit hun werk zullen kunnen maken. /onderstond/ Accordeert /:was geteekend:/ C van Aerssen Secretaris Na gedaane perfecte Collatie is cleeten met de extract resolutie, vande secretarij van politie ontfan„ „gen en onder ons berustende in allen deelen accordeerende bevonden. TWelk Wij getuijgen. J: V: Sesieur Do d„r Reede van Oudeshoorn. 6 Casteel de Goede Hoop men in raade van Politie In 't Extract Resolutie geno„ op L„a F477 F I: E L„a K. 978 Het omkenteren en in vlot water brengen van ƒ van het gestrand 's E Comp:e Brigantijn Scheepje de Helena Louisa publicquelijk aanbesteed zynde, zo werden de Capiteijns ter Zee Christiaan van Veer„ den Laurens Smit en Claas Keuken, by deezen Expresselijk gecommitteerd, omme, wanneer de aanneemers van dat Werk, aan het eerste gedeelte van hun Contract, de Omkentering, zullen hebben voldaan zich te vervoegen, ter plaatze waar opgemeld Scheepje is gestaand; en als dan ge= adsisteerd met den Baas der Scheepstimmer „lieden Mijndert van Eijk, ten overstaan van den Equipage meester Cornelis Cornelis D. naauwkeu„ „rig te Examineeren de gebreeken, die dat Scheepje bij dies stranding heeft bekomen, mitsgaders te onderzoeken, of het van de geleeden Schade behoorlijk kan worden gerepareerd, of niet, en zo ja, als dan te bepaalen, welke Materialen en Equipage goederen, daartoe zoude dienen te worden geemployeerd, mitsgaders binnen welken tijd die reparatien zouden kunnen ge„ schieden, op hoe veel dezelve, grosso Modo gereekend aan de Edele Comp=ie zouden komen te staan, en of meerm: scheepje, door die reparatien in zodanige staat zou kunnen worden gebracht om het zelve met gerustheid de rijse naar Nederland te doen aanvaarden, geevende hiervan ten spoedigsten rapport in geschrifte. Copija Copiae onderstond Jn't Casteel de goede Hoop den 26 Meij 1790. /:lager:/ bij absentie van den Wel Edelen Gest=r Heer Gouverneur /:was geteekend:/ I: I: Rhenius Accordeert „was geteekend:/ C: van Aerssen Secret= Na gedaane perfecte Collatie is deezen met de authentique Copije Van de secretarij van Politie ontfan¬ „gen en onder ons berustende in allendeelen accordeerende be¬ „vonden. — P J: d„r Leede van Oudtshoorn. N: L: SSueur T Welk wij getuijgen /onderstond:/ L„a M. L„a L Copia Copia WelEdele Achtt Heer. Uwel Edele Achtb: mits absentie van den Wel Edele Gestr Heer Gouverneur de ondergeteek„ Capitains ter Zee Christiaan van Veerden, Laurens Smith en Klaas Keuken, Expres„ selijk hebbende gelieven te Committeeren omme wanneer de aanneemers der in Vlot Water brengen van 't gestrand sE Comp„s Brigantijn Scheepje de Helena Louisa, aandat werk, en aan 't eerste gedeelte van hun Contract de omkentering, zullen hebben voldaan, zig te vervoegen ter perlaatze waar op gem scheepje is gestrand, en ( als dan g'adsisteerd met den Baas der Scheepstimmerlieden alhier Myndert van Eijk, ten overstaan van den Equipagemeste„ Cornelis Cornelisz: naauwkeurig te Exa„ mineeren &„a— Zoo verklaaren de Ondergeteekendens in Aan den Wel Edele Agtb Heere, Johannes Izaak Thenius Opperkoopman en Secunde mitsg=s Hoofd Administrateur deezes Gouvernements &a opvolging 1 1: ƒ L„a M. 1. Tarin opvolging van die ordres zig derwaards begeeven te hebben en bevonden: dat aan de eerste Articul van het Contract, namelijk, dat 't voorm: Sscheep „je zoodanig moest worden overgehaald, dat de Kiel van 't zelve zigtbaar zij, op dat men op eene gevoeglijke wijze in staat zij om onderzoek te doen na desselfs bekomene schhade, in dezelve zoo mogelijk te repareeren, niet was voldaan; want bevonden de Landstrook boven de Kiel na dat het zand strandwaards was opgewor „pen nog Circa 10 d=m onder water, en dus van ons Commissie voor als nog niet hebben kunnen voldoen — Laaten de ondergeteekendens voor teegens „woordig deezen dienen voor rapport /onderstond:/ Cabo de Goede Hoop den 27 May 1790 /:was gebeekt L: Smit, en Klaas Keuken /: In Margine:/ Ten mijnen overstaan /:geteekend:/ C:s Corneelisz /:lagger stond:/ mij Present bij absentie van den Baas der Scheepstimmerlieden / en geteekend:/ Jacob de Bruijn Meesterknegt Accordeert /was geteekend:/ G: fr: Poetz Egeroseren el J: d Reede van Oudtshoorn. — is deezen met de authentique Copije van de ecretarij van Politie ontfangen en onder ons berustende in allen deelen accordeerende be„ „vonden. — T' Welk wij getuijgen. J: D: Se Sueur Nagedaane perfecte Collatie 980 La M. Copia Copia Aan den Wel Edele Gest=re Heer Cornelis Jacob van de Graaff Gouverneur en Directeur van Cabo de goede Hoop en den ressorte van dien &:a &o. &=o of bij Hoogst desselfs absentie aan den Wel Edele Agtb Heer Iohannes Izaak Rhenius opperkoopman Secuende en Hoofd Ad„ ministrateur deezes Gouvernements Wel Edele Gest„r Heer Edele Achtb=r Heer De ondergeteekendens expresse gecommitteerdens, g'adsisteerde, en praesenten nevens de verdere geteeken= dens meede gecommitteerd, refereeren zich aan 't Schriftelijk rapport nopens 's E: Comp=e gestrand Briganteijn Scheepje de Helena Louisa aan Uwel Edele Gest=r en Ed Achtb heeden middag gedaan, en verklaaren thans, op de uitnodiging der Heeren Leeden, uit den E Helh Politicquen Raad volgens ontfangen Briefje geteekend I: I: Lesieur en van Oudtshoorn tegens zeeven Uuren heden avond ter Plaatze alwaar gem: Scheepj is gestrand zich
English
982 having repaired thither again, and found by the measurement of the shipwright here, Jacob de Bruijn, and the chief carpenter of the said brig, that the water in the ship stood 3 feet high on the ceiling, and on the port side, or now the lee side, 14 inches below the deck; subsequently at half past eight o'clock, although one could not see the keel earlier either, at the requisition of the aforementioned Gentlemen Le Sueur and Van Oudtshoorn, in the moonlight by lantern light in our presence, the aforementioned carpenters measured and found now that the garboard strake standing above the keel still stood under water as follows below, namely: 8 feet from the sternpost, 9 inches under water 20 feet from the sternpost, 8 inches under water At the mainmast, 10 inches under water In the middle between the mainmast and foremast, 7 inches under water At the foremast, 3¾ inches under water At the stem, where the same joins in the scarf with the keel, standing level with the water. Yet during this our work, by the person of the junior merchant Jan Fredrik Kirsten, as one has understood, being one of the contractors of the contract, very blusteringly it was said that the keel was above water, and among various phrasings he also spoke these essential words: Cornelisz, see with your wise eyes, and feel with your wise hands the keel, otherwise use two pairs of spectacles, but you seek to take that ship away from the Honorable Company. The undersigned report this to be their finding and experience this evening. Conforms. was signed: I. J. Goetz, Sworn Clerk After a perfect collation was made, this was found to agree in all parts with the authentic copy received from the policy secretariat and remaining in our custody. Which we testify. J. L. Le Sueur B. n Reede van Oudtshoorn Cape of Good Hope, at nine o'clock in the evening, on the 27th of May 1790. was signed: C. v. Veerden, the Knight Duminij, L. Smit, Klaas Keuken. In the margin stood: in my presence, was signed: C. Cornelisz. Lower: I confirm the above so far as the aforesaid finding is concerned, but regarding what occurred between Messrs. Cornelisz and Kirsten, I did not understand. was signed: Jacob de Bruijn. 983 Letter N Copy Copy To the Right Honorable, Valiant Sir, Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of the Cape of Good Hope, and the jurisdictions thereof, etc. etc. etc. Right Honorable, Valiant Sir, The undersigned, specially commissioned sea captains Christiaan van Veerden, Francois Duminij, Laurens Smit, and Claas Keuken, having repaired for the third time, at the requisition of the members from the Honorable, Respected Council of Policy, the Gentlemen Le Sueur and Van Oudtshoorn, to the place where the Honorable Company's little ship the Helena Louisa is stranded, and being assisted there by the shipwright here, Jacob de Bruijn, as one of the oldest and most knowledgeable carpenters of the Honorable Company, due to the absence of Master Van Eijk in the Bay, and in the presence of the Equipage Master Cornelis Cornelisz, so were we members present there this morning at seven o'clock, and found the seam of the garboard strake under the water. But when an indication of the keel of the ship was to be made by a person assisting those contractors, 984 a grain shovel was taken, and wishing to shovel the water away, one could nevertheless not get the keel visible with the shovel because of the suction of the water; however, sometimes for an instant when the shovel passed the garboard strake, the bottom seam was visible, but in the very same instant came under water again. Subsequently, one felt with the hands under water as far as was possible, and discovered that the garboard strake had parted from the keel, over a length of 21 feet measured from the sternpost forward; further, as much as one could see and feel, the garboard strake was broken and sprung in the joint. We, finding ourselves thus again unable to perform the required accurate examination, let this serve for today as a respectful report. Below stood: Cape of Good Hope, the 28th of May 1790. was signed: C. van Veerden, the Knight Duminij, L. Smit, Klaas Keucken. In the margin stood: in my presence, was signed: C. Cornelisz. Lower: present with me and signed, Jacob de Bruin. Conforms. was signed: G. F. Goetz, Sworn Clerk W. F. van Reede van Oudtshoorn After a perfect collation was made, this was found to agree in all parts with the authentic copy received from the policy secretariat and remaining in our custody. Which we testify. J. L. Le Sueur 985 Copy Copy Right Honorable, Valiant Sir, and Honorable, Respected Sirs, Upon the report submitted by the undersigned on the 22nd of the recently past month of May, Your Right Honorable and Respected Sirs having been pleased by resolution of the following day to charge the same to grant, in accordance with their request, the necessary assistance to the entrepreneurs of the ship the Helena Louisa for the purpose of righting her and bringing her into afloat water; the undersigned have to that end also continually been present at that work together, or alternatively, as their official duties permitted such, and have now the honor to bring to the knowledge of Your Right Honorable and Respected Sirs: That on Tuesday the 25th of May by the contractors To the Right Honorable, Valiant Sir, Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of the Cape of Good Hope, and the jurisdiction thereof, etc. etc. etc., together with the Honorable, Respected Council of Policy. Letter O.
Dutch transcription
982 „zich wederom vervegd te hebben, en bevonden door de meting van den Scheepstimmerman alhier Iacob de Bruijn, en den Oppertimmerman van gem Brig dat het water in het Schip. 3 voeten Hoog op de buijk delling stond, en aan Bakboord, of nu de Leijkant 14=den onder 't dek vervolgens ten half negen Uuren of schoon men ook vroeger de kiel niet hebben, kun„ nen zien, lieten op de requisitie van welgem Heeren Le Sueur en Van Oudtshoorn in de maane schijn bij Lantaarnen Licht in onze teegens woor digheid; door voormelde Timmerlieden met en en bevonden thans dat de Zandstrook boven de Kiel staande nog als hier onder volgt onder water kwam te staan, te weeten 8 voet vande agtersteeven af 9 duym onder Water 20 _ „ _o 8 „ Bij de groote mast. . . 10 „ - - In te midden tusschen de Groote en Fokkemast. . . Bij de Fokkemast - - - 3¾ n Bij de voorsteeven alwaar dezelve zieh in de Knoop met de Kiel vereenigd met het water gelijk staande Doeh onder deeze onze verrichting door den per zoon van den onderkoopman Ian Fredrik Kirsten Accordeert /was geteekend:/ I. J: Goetz, Egzw: Clercqen Na gedaane perfecte collatie Ed dee„ „ten met de authentique Copije van de secretarij van politie ontfangen en onder ons berustende in allendeelen accordeerende bevonden. T welk wij getuijgen. J: L: Le Suiur B„ „n Reede van Oudtshoorn Cabo de Goede Hoop, 's Avonds ten Negen uuren, op den 27 Meij 1790 /was geteekend:/ C v: Veerden, de Ridder Duminij, L, Smit, Klaas Keuken /:in Marginie stond:/ ten mijne overstaan /was geteek: E: Cornelisz, /Lager:/ Confirmeere het bovenstaande zo verre de voorsz: bevinding betreft, dog wegens het voorgevallen, tuschen de Heeren Cornelisz en Kirsten hebbe ik niet verstaan /: was geteekend./ Jacob de Bruijn /zoo als men heeft vernoomen :/ als eene der aan= „neemers van 't Contract te zijn zeer opstuivende wierd gezegd, de Kiel booven water te zijn, en onder differente bewoordingen ook deeze essentieele woor „den kwan uittespreeken Cornelisz, ziet met zou wijze Oogen, en voelt met Iou wijze Landen de Kiel, gebruik anders twee Brillen, maar gij zoekt dat Schip van d' E. Comp=e afteneemen: Dit berichten de getekendens hun bevinding en wedervaaren heeden avond te zin. /onderstond:/ Zoo d 7 F La. N 1983 Copia Copia Aan den WelEde Gestr Heer Cornelis Jacob van de Graaff Gouverneur en Directeur van Cabo de goede Hoop, en den Ressorten van dien &a &c &a Wel Edele Gestrenge Heer De ondergeteekendens expresse gecommitteerd Capitains Per Zee Christiaan van Veerden, Francois Duminij, Laurens Smiten Claas Keuken, zich ten derde maale, op de re „quisitie van de Leeden uit den E: Achtb Raad van Polities, de Heeren La Sucier, en Van Oudtshoorn vervoegd hebbende ter plaatze alwaar sE: Compag=s Scheepje de Helena Louisa is gestrand en aldaar geadsisteerd door den scheepstimmerman alhier Jacob de Bruijn, als een der oudsse en kundigste 'sE: Compag=ne Timmerlieden /: mits affweezigheid van den Baas van Eijk in de Baay /:sals:/ en ten overstaan van den Equipagiemeesters Cornelis Cornelisz, zoo zin wij Leeden morgen ten Zeeven Uuren aldaar Present geweest, en bevonden de naad van de Land Strook onder t water, doet door Een Persoon bij die aannee mers 984 mers adsisteerende aanwijzing vande Kiel van 't schip zullende worden gedaan, wierd een Koorng schop genomen en het water willende weg schop „pen, konde echter de Kiel door de zuiging van 't water, met de Schip niet zichtbaar krijgen, maar zomtijds met een Oogenblik dat de Schop de Landstrook passeerde d'onderste naad zicht= baar was, omaar op het zelfde Oogenblik weder „om onder water Kwam, vervolgens voelde men met de handen onder water zo verre mogelijk was, en ontdekte dat de zandstrook vande Kiel was afge„ weeken, ter Lengte van 21 voeten vande agter Steven naar vooren gemeeten, voorts zoveel men beogen en voelenkonde, de Landstrook stukkende en in de Haak ontsprongen. Wy ons dus wederom buitenstaat gesteld vonden om de vereijschte nauwkeurige examinatie te kunnen verrigten laaten wij voor heeden deezen dienen voor Eerbiedig Rapport /onderstond:/ Cabo de Goede Hoop den 28 meij 1740 /:was gesk: E: van Veerden, de Ridder Duminij, L„d Smit Klaas Keucken /:In Margine / stond/ ten myn overstaan /:was geteekend:/: C: Cornelisz /lager:/ mij prasent en geteekend Iacob de Bruin Accordeert E /was geterk:/ G: f: Goetz E: gerw: Clercq„ W„ J„ d„ Reede van bultishoorn. — Na gedaane perfecte Collatie is deezen met de authentique Copije van de secretarij van politie ontfangen en onder ons berustende in allen deelen accordeerende bevonden. — T Welk wij getuijgen. S: N e Sieun L 985 Copia Copia WelEdele Gestrenge Heer En E: Achtb„r Heeren Op het door de ondergeteekendens ingeleevert Rapport van den 22„e der evenafgeweekene maand may UwelEd: Gest=r en E Abttb bij besluijt van daags daaraan behaagd hebbende, aan deselve opte draa¬ „gen, omme de entrepreneurs van het Schip de Helena Louisa tot dies omkentering en in 't vlot water brengen; ingevolge hun verzoek, de nodige adsistentie te verleenen. hebben de onder¬ geteekendens zig ten dien einde dan ook gedurig te zaamen, dan wel alternatief, na dat hunne ambts verrigtingen zulx permitteerden, bij dat werk teegenwoordig bevonden, en als nua de Eer Uwel Ed„ Gest=r en Ed Achtb„ ter kennisse te brengen. Dat op Dingsdag den 25e May door de aannemens Aan den Wel Edele Gest„r Heere Cornelis Jacob van de Graaf Gouverneur en Directeur van Cabo„ de Goede Hoop en den ressorte van dien & & o=o benevens den E: Achtb Politicquen Raad met L„a O. —
English
with this work of theirs having been commenced, the necessary ropes, blocks, etc. having been brought to the beach in the afternoon with the slaves of the Honorable Company, nothing else was accomplished that day other than pumping dry the ship, which lay with its starboard side against the beach. And although in that position more than six feet of water was found in it, this labor was nevertheless completed in two hours' time, while the undersigned presume that the same must have stood in it for a long time, since it gave off an incomprehensible stench and was for the greatest part black in color. That the following day the necessary ropes and anchors were brought out to sea by the shore boats to the place where they could serve for the careening of the little ship; otherwise the brig came into such a state that this work could safely be performed upon it. And the careening of it would have taken place that very same afternoon at five o'clock, when the tackles were already strained, if the tide had not then ebbed away. That this having therefore to be postponed until twelve o'clock at night, when it became high water, a beginning was then also made with it ten minutes after this set hour, with the fortunate result that within a quarter of an hour's time the vessel was not only careened, but was also brought into such a position that the damage sustained thereby could be discovered. That subsequently on Thursday the 27th, at daybreak, it having been reported by the contractors to the undersigned that a fracture had been discovered in the garboard strake, to which they believed that the slight sustained leakage was to be attributed, they, after having taken ocular inspection of that defect found, immediately requested that a committee might be appointed in order to make the necessary inspection thereafter. That this committee, consisting of the Sea Captains Christiaan van Veerden, François Dumine, Laurens Smit and Klaas Keuken, having appeared before the Master of the Equipage of this Government Cornelis Cornelisz, and in the presence of the master mate of the ship carpenters, due to the occupation of the Master, at about eight o'clock at the stranded vessel, the contractors showed to them the damage found thereon by them, with the solicitation that they be pleased to inspect it, so that, if found repairable, the contractors could proceed with the second point of the contract. But that committee pretending, that their order entailed inspecting the keel of the ship in order to see whether any defect happened to be found thereon, the contractors showed the keel to that committee, so far as was still visible enough to everyone's eye in the already rising water; but not content with this, as desiring to see the entire keel exposed, without which they considered that the first article of the contract had not been fulfilled by the contractors, the said contractors were not a little surprised thereat, and the undersigned cannot deny being no less astonished thereat, as they, upon examining the written order issued by Your Honorable Sirs to them, could in no way find that the same led them to such a strict demand, it being only enjoined upon them thereby, assisted by the Master of the ship carpenters and before the Master of the Equipage, to examine accurately the defects which the aforementioned little ship might have sustained during its stranding, as well as to investigate whether it would be properly repaired of the damage sustained, or not, so as then to determine what materials and equipage goods would need to be requisitioned for that purpose, as well as within what time those repairs could be made, how much the same, roughly calculated, would cost the Honorable Company, and whether the frequently mentioned little ship could by those repairs be brought into such a state as to make it undertake the voyage to the Netherlands with confidence; moreover, the terms and conditions upon which the contract was made do not say to lay bare the keel, but to heave the ship down in such a manner that the keel be visible, surely with that purpose, if any presumptions presented themselves that any defect happened to be located in that place, which however, according to the opinion of other nautical experts upon accurate investigation from appearances, could have no place, then to have it repaired. That the committee of nautical experts, having thereupon departed from the beach again, were at the request of the contractors appointed once more at the lowest water in the evening. That the undersigned having likewise retired toward the Cape and betaken themselves to the Noble Lord Governor, they gave His Honorable Sir the required notice of this incident, the answer of the said Noble Lord Governor thereupon having been in substance this: Gentlemen, the committee for the examination of the little ship can
Dutch transcription
986 met dit hun werk een begin gemaakt gewoorden. zynde, des nademiddags met de Slaaven der E Comp:e de nodige touwen, Blokken &=a, naar het Srand gebragt, men overigens dien dag niet anders heeft verrigt, dan 't Schip, t welk met zijne Stuurboord zijde teegens strand lag, leedig te pompen, En of schoon in die positie daarinne ruijm ses voeten water bevonden wierd, was deezen arbeid egter in twee Uuren tijds verrigt, terwijl de onderget=z presumeeren, dat hetzelve daarin lange moet hebben gestaan gehad, aangezien zulx een onbe„ grijpelijke stank van zig gaf, en voor 't grooste ge„ deelte zwart van Couleur was —. Dat den volgende dag de nodige touwen en ankers door de Landsboots in zee gebragt, ter plaatze, alwaar dezelve konde dienen ter om„ Kentering van het Scheepje overigens de Brik in die gesteldheid raakte, dat met gerustheid dat werk daaraan konde werden verrigt, En was de omkentering nog dien zelfden namiddag te viff uuren, wanneer de snaaren bereids ge„ spannen waaren, daarvan geschied, in dien het Sij als toen niet verloopen was geweest— Dat dit dierhalven hebbende moeten uit gesteld blijven tot des Nagts de Klokke twaalf uuren, wanneer het Hoog water wierd, men dan ook thien minuten na dit bepaald Uur een aanvang met hetzelve heeft gemaakt, met dat gelukkig gevolg, dat het Vaartuig binnen een quartier uur tijds niet alleen omgekenterd, maar ook in de situatie wierd gebragt, dat de bekoomene Schaade daarvan konde werden ontdekt. Dat vervolgens Donderdag den 27=sen met het aanbreeken van den dag door de entrepreneurs aan de ondergeteek=d gerapporteerd geworden zynde, dat men eene breuk in de Zandstrook had ontdekt, waaraan zij vermeijnden, dat de weinige bekoo„ mene Lekkagie toeteschrijven was, hebben dezelve, na oculaire inspectie van dat gevonden defect te hebben genoomen, opstonds verzogt, dat eene Commissie mogte werden gedecerneerd, om daarna de nodige visitatie te doen Dat die Commissie, bestaande in de Zee Capit=n Christiaan van Veerden, François Dumine Laurens Smit en Klaas Keuken, ten overstaan van den Equipagie Meester deezes Gouvernements Cornelis Cornelisz, en in 't bijweezen van den Meestersknegt der Scheepstimmerlieden, bij occupatie van den Baas, teegens de Klokke agt uuren bij het gestrand Vaartuig verscheenen zijnde, hebben de Entrepreneurs aan dezelve vertoond, de door hun daar aan bevondene Schaade, met solicitatie dezelve te willen inspecteeren, op dat reparabel bevonden, zij aanneemers met het tweede poinct der aanbestee ding konden woortvaaren. Dan die Commissie een voorgeevende 987 voorgeevende, dat hunne last enhield om de Kiel van 't schip te beschouwen, ten einde te bezien, of zig daar aan eenig defect quam te bevinden, hebben de aan„ neemers aandie Commissie vertoond de Kiel, voor zo verre zulx bij het reeds wassend water voor elk oog nog zigtbaar genoeg was; dog hier meede niet te vreeden, als begeerende de gantsche kiel bloot te zien, zonder welke dezelve vermeende, dat door de aanneemers aan het eerste Artl: van aanbesteeding niet voldaan was, zijn gem aanneemers daarover niet wenig gesurpreneerd geweest en kunnen de ondergeteekendens niet ontkennen, niet minder zig daarover te hebben verwondert, alzo zij bij het inzien der door UWel Ed: Gest=r en E Achtb:s op Tim uitgevaardigd schriftelijk bevel geenzints konden vinden, dat dezelve hun leijd tot zodanigen Stricten Eisch, als wordende hun daarbij alleen geingungeert om geadsisteerd met den Baas der Scheepstimmer lieden ten overstaan van den Equipagiemeester naauwkeurig te examineeren de gebreeken, die het voormeld Scheepje bij dies Stranding mogte hebben bekoomen, mitsgaders te onderzoeken, of het van de geleedene Schaade behoorlijk zonde werden gerepareerd, ofte niet, zo sal alsdan te be„ paalen, welke materiaalen en Equipagie Goederen daartoe zoude dienen te werden gerequireerd, mits gaders binnen zuelke tyd, die reparatien zouder kunnen geschieden, op hoe veel dezelve grosso modo gereekend, aan d'E Edomp„e zouden komen te staan, en of meermeld scheepje door die reparatien in zodanige staat zoude kunnen werden gebragt, om¬ hetzelve met gerustheid de reise naar Neederland te doen aanvaarden; boovens dien de Conditien en voorwaarden, waarop de aanbesteeding is geschied, niet zegt van de Kiel bloot te leggen, maar het Schip dermaaten over te haalen, dat de Kiel zigtbaar zij, zeekerlijk met dat oogmerk, wan„ neer 'er zig eenige praesumptien op deeden, dat zig daar ter plaatze eenig defect quam te bevinden twelk egter volgens gevoelen van andere zee„ kundigen bij naauwkeurig onderzoek na oogenschijn geene plaatze konde hebben; als dan te doen repareeren. Dat de Commissie van zeekundigen zeg daarop weeder van strandt begeeven hebbende, op versoek van de aanneemers andermaal zijn geapoincteerd geworden met het laagste water des avonds. Dat de ondergeteek„ hun insgelijks Eaabwaards geretireerd en vervoegt hebbende bij den Edelen Heer Gouverneur, zijn Wel Ede: Gest=r van dit mei„ „dent de vereischte kennisse hebben gegeeven: zijnde daarop het antwoord van welgem Ed Heer Gouver„ neur in Substantie deezen geweest, Mijne Heeren de Commissie ter Examinatie van 't Scheepje kunnen de
English
988 appointed for the Helena Louisa, have just reported to me that the Entrepreneurs have not complied with the contents of the first point of the Contract, namely the careening; and upon the undersigned stating that it would be a hardship to compel the contractors to careen the ship further, since the defects sustained thereon were, in the opinion not only of the undersigned but also of other expert persons, visible and sufficiently repairable, besides the fact that no reasons presented themselves to suppose that that vessel had suffered any injury to the keel; having further learned the highest intention of his Right Honourable, namely that the literal contents of the terms and conditions once stipulated and accepted should be fulfilled; the undersigned thereupon proceeded directly to the beach and asked the Entrepreneurs whether there might be any possibility of hauling that small ship further over, so that the keel might thereby be seen all the better; which was by no means declared impossible by them, although they were of the opinion, and not unjustly so, that the defects could not be better observed or repaired by doing so; they thereupon hauled that vessel two points further over, and placed it in the position as the figure under Letter C more clearly shows, declaring moreover that they would have been able to haul that brig even over its keel, if only the three cable ropes of seven to eight inches requested by them could have been furnished to them from the warehouses of the Honourable Company. That the aforesaid Commission, upon being urged to return and to view the ship at the lowest water, having again presented themselves on the beach for that purpose on Thursday evening, they again demanded a view of the keel; and upon a part thereof being shown by the contractors in the presence of many spectators, they declared that they could not see it, notwithstanding that this was pointed out to them no less clearly by the English King's Captain Rion, who commanded the King's ship The Guardian laid up here, and who assisted the Entrepreneurs in this work. That the undersigned, willingly attributing this to the darkness of the evening, as the inspection happened to take place by moonlight and lantern light, requested on that account that the Commission would be pleased to present themselves at the ship once again the following morning at the lowest tide. 989 That upon the sea swell increasing, the second undersigned proceeded to the beach at twelve o'clock at night, and having arrived there, found that the ship was pounding against the ground to such an extent that not only did one of the shrouds fastened to the top end of the mast become repeatedly slack due to the heeling over, but even the stern rope broke on account of the heavy working, whereby the stern worked away from the beach; but the necessary provisions having been made in this regard, it remained lying fast again until the following Friday, the 28th of May, when the Commission presented themselves there for the third time in the morning, and the keel of the ship was again shown to them by the Entrepreneurs. And although this was clearly and visibly seen by the undersigned and several onlookers to a breadth of four to five inches in height, as well as the aforesaid fracture in the garboard strake, and the aforementioned Captain Rion took pains to show all this to those members, adding that if they wished to feel the lowest part of the keel, this could now easily be done, as he went along the entire keel in their presence, repeatedly thrusting the greater part of his hand under it, with the declaration that he could perceive no defect therein, the Commission nevertheless persisted in seeing the entire keel exposed. That the contractors, being not a little at a loss as to how to conduct themselves further, having approached the undersigned with the request that the defects found, which were of little consequence, might be repaired by the carpenters present, so that they might thereby be enabled, believing that they had fulfilled the first point of the tender, namely the careening, to bring the vessel into floatable water at the approaching high tide, and thereby fulfill both points of the Contract. The undersigned, in order to act herein with all possible prudence, deemed it necessary to take the advice of the nautical commission still present at that moment, and first of all to ask them what they thought of the fracture in the garboard strake, and whether it could be repaired; whereupon having received the answer that they could not express an opinion thereon until the keel had been completely inspected by them, the undersigned therefore deemed it expedient to approach the said Commission, the Master of the Equippage having meanwhile retired from the beach,
Dutch transcription
988 de Helena Louisa benoemd, hebben my zo even komen rapporteeren, dat de Entrepreneurs niet aan den inhoud van het eerste poinct van 't Contract, de omkentering namentlijk, hebben vol daan, en op het zeggen van de ondergeteek„tn. dat het eene hardigheid zijn zoude, de aanneemers te nood zaaken het Schip verder omtekenteren, alzoo de defecten daaraan bekoomen volgens begrip van de ondergeteekendens niet alleen, maar ook van andere des kundige Lieden, zegtbaar en te repa„ „reeren genoeg was, behalven dat geene reedenen zig op deeden, om te veronderstellen, dat dat daar tuig, eenig letzel aan de kiel bekoomen had, nader van zijn Wel Ed: Gest=r verstaan hebbende hoogst desselvs intentie, te weeten, dat aan den Letterlijken inhoud van de Conditien en voorwaar „den eenmaal bepaald en aangenoomen wierde voldaan; zo hebben de ondergeteek.:t zig daarop direct naart strand begeeven en de Entrepreneurs gevraagd of er geen kans zijn zoude, dat scheepje verder om te haalen, ten einde de Kiel daardoor destebeeter konde werden gezien: het welk door hun geen¬ zints onmogelijk gesteld /:ofschoon zij van begrip waaren, en niet te onregt dat de gebreeken door zulks niet te beter zouden kunnen worden be„ speurd nog gerepareerd:/ hebben zi daarop dien Bodem nog Twee streeken verder overgevoonden, en gelegt in de positie als Siguur sub L=ra C„ duijdelijker komt aan te toonen, betuijgende daarbij, dat zij in staat zouden zijn geweest, dat Brikje zelfs over zijn kiel te haalen indien aan hun uit de Magazijnen der E Comp=e, maar had den kunnen worden verstrekt de door hun ge„ vraagde drie Cabeltouwen van Zeeven à Agt duim Dat voorschr. Commissie op instantie van te rug te koomen en het Schip met het laagste wa„ ter te willen bezigtigen, des donderdags avond zig andermaal ten dien einde aan het Stand vervoegd hebbende, hebben dezelve het gezigt van de kiel op nieuw gevordert, en op aantooning van eene gedeelte derzelve door de aanneemers in teegenwoordigheid van veele aanschouweren, verklaarde dezelve, zulx niet te kunnen zien, nietteegenstaande hun dit nog nader door den Engelsch Konings Capitain Rion, het alhier afgelegt Konings schip The Gardian Gecomman„ deert hebbende en de Entrepreneurs in dit werk adsisteerde niet min duijdelijk wierd aangeweesen. Dat de ondergeteek„d dit gaarne hebbende willen toeschrijven aan de duijsterheid van den avond; terwyl de inspectie quam te geschieden bij het Maan en Lantaarnligt versogten uit dien hoofd en dat de Commissie des anderendaags 's morgen met het laagste Tij zig nogmaals bij 't Schip en wilde 989 wilde laaten vinden. Dat op het sterker tuijten van 't zeervater de tweede (geteek„d zig des nagts om Twaalf uuren naar t strand heeft begeeven, en aldaar gekomen als toen vond, dat t Schip dermaaten teegens den grond stampte, dat niet alleen eender Sijns aan 't bovenseinde van de mast vastgemaakt, door t overhaalen telkens slaphing, maar zelfs het agtertouw door het Swaarwerken gebroo= ken, daardoor het agterschip van Strand werkte„ dan hier omtrent de nodige voorzieninge gebruike geworden zijnde, bleeft zelve weederom vast leg¬ „gen tot den volgenden Vrydag, den 28. en Maij, als wanneer de Commissie zig des morgens ten derde maalen daarby hebbende laaten vinden, is hun door de Entrepreneurs op nieuw de Kiel van 't Schip aangetoont geworden, En ofschoon zulx door de ondergeteekendens en verscheidene toeky„ „kers duijtelijk en wel naar oogenschein ter breete van vier â vyff duimen in de hoogte is gezien ge„ worden, zo wel als voornoemde Breuk in de zandstrook, en voorm: Capitain Rion zig be„ vlytigde dit een en ander aan die leeden te toonen met toevoeging, dat wanneer zij het onderste gedeelte van de kiel wilden voelen, dit nu ge„ makkelijk konde geschieden, als gaande in hunne teegenswoordigheid de gantsche kiel langs /:t grootste gedeelte van zijn hand daar telkens onder„ steekende :/ met betuijging dat geen defect daar aan konde bespeuren, bleef die Commissie egter persestee „ren om de gantsche Kiel bloot te zien. - Dat de aanneemers, hierop niet weinig verleegen, hoedanig zig nu verder te gedraagen, zig bij de onder geteek„d hebbende vervoegt, met beede, dat de bevondene gebreeken, die dog van weinig aanbelang quaamen te zijn, door de aanweezende Timmerlieden mogten werden gerepareerd, op dat daar door in staat wier¬ den gesteld, om 't vaartuig, als vermeenende aan 't eerste Poinct van aanbesteeding, te weeten, de om„ „kentering te hebben voldaan, bij het aannaderend hoog Tij in vlot water te brengen, en daardoor aan beide de Poincten van 't Contract te beantwoorden: De ondergeteek„t om hier in met alle mogelijke voorzeg„ heid te handelen, hebben gemeend, het advijs van de zeekundige commissie in die oogenblikken nog aanweesend te moeten inneemen, en dezelve aller„ eerst aftevraagen, wat zij van de Breuk in de Landstrook oordeelden, en of die konde worden gerepareerd:? waarop ten antwoord bekomen heb„ bende dat zig daarop niet konde Expliceeren, voor dat de kiel door hun ten eenemaalen was bezigtig „geworden, oordeelden de ondergeteekt dierhalven dienstig aanged Commissie /:hebbende den Equipagien meester zig intuschen van strand geketineerd:/ teegens nog
English
990 still to present, what they deemed would, as matters now stood, best suit the service of the Lords Masters: to leave the vessel lying in that situation in which it now lay, and to give it up as a prey to an approaching storm, or rather, since for the outward appearance no great defects could have been perceived on it, to grant the contractors the liberty to get the same off the beach, and according to the contract to bring it into afloat water; whereupon the Captains van Veerden, Dumuny, and Keuken answered that they could not express themselves on this matter, as it was not the content of their commission. The undersigned replied to that, that they did not ask them that question in their capacities as commissioners, but in their relations as servants of the Honorable Company, whose true interests should be as dear to them as to the undersigned. To which they finally replied by reflecting that the frequently mentioned vessel in the position in which it now lay capsized with the waist toward the sea, would very certainly run the danger of being beaten to splinters with the first rising storm, and thus rendered entirely unfit for the further service of the Honorable Company; they therefore would prefer to have the same brought into afloat water, without however wishing to assure that no other leakages than those which had been discovered as yet, could make this dangerous. That thereupon the master journeyman of the ship's carpenters here (the master of the same being, as stated, not present due to occupation) as well as the head carpenter of the aforementioned stripped English King's ship The Guardian, having been asked whether they were capable of repairing the discovered defects on that vessel in such a manner that one could be reassured about it, answered this with yes; the undersigned ordered those people to set to work immediately, who then, after having properly stopped the fracture with oakum and tallow, fastened over it a piece of sheet lead of the length of twenty-two feet and broad ten inches with nails placed close to one another; subsequently, for greater security, having covered the upper and lower side of the lead with an appropriately squared lath of three inches, nailed with five-inch nails, after which, having caulked it again and smeared it with tallow, they, after this their performance, brought report to the undersigned that, this work having been performed, they deemed it to be more than sufficient. That of the course of affairs, subsequently 991 the undersigned having given notice by dispatch accompanying this in copy to the Honorable Respected Secunde Johannes Izaak Rhenius, observing the authority in the absence of the Right Honorable Rigorous Lord Governor, with a solicitation for the necessary anchors, cables, and ballast, in order to be able thereby to secure the ship brought into the roads; the answer to this remaining forthcoming, the first undersigned found himself obliged to betake himself townwards, in order to effect this if possible. That meanwhile, the second undersigned having been asked whether the contractors might, with his consent, bring the vessel, which was now repaired, into afloat water, this was left unanswered by him, awaiting further orders. That notice of this having been given by the second to the first undersigned by dispatch, also annexed hereto, and its contents having also been communicated by the last-mentioned to the Right Honorable Rigorous Lord Governor, who had returned that morning to the Government, the first-mentioned was thereupon informed, namely by a brief letter added hereto under the letter F, that the Noble Lord Governor had given no other conclusive answer than that the report of maritime experts must first be awaited. That meanwhile, the highest water with the full moon being present, and the ship on this occasion making no lesser movements than the night before to get off the beach with the sternpost, the second undersigned therefore fearing that the ship, breaking loose, might damage itself on the reef with rocks that lay not far from there, deemed himself no less obliged to give notice of this to the first undersigned, repeating once more by dispatch also accompanying this, his request for the necessary anchors, cables, and ballast. That in anticipation of a complete consent hereto, the possibility of bringing off the ship being posited at that moment by the contractors, while they otherwise made much difficulty, considering the barometers had dropped and one was fearful of a storm, regarding whether they would be able to fulfill their contract concerning this point, the second undersigned condescended to this request of theirs subject to further approval; whereupon a beginning having been made with heaving the ship off the beach, the first undersigned had meanwhile joined the second, bringing news that the Right Honorable Rigorous Lord Governor, upon his request, had issued the necessary orders so that the requirements would be met. That having occupied themselves for circa two hours with the heaving off, this had the desired effect, such that the ship thereby got into afloat water, which
Dutch transcription
990 nog voor te souden, raat zij vermeenden, dat, zoo als de zaaken nu gesteld waaren, met den dienst der Heeren Meesteren best zoude strooken, het Vaartuig in die Situatie, waarin het nu lag, zo te laaten leggen, en aan een eerstkoomende Storm ten prooij te geeven, dan wel dewwijl dog voor t uitterlyke geene groote defecten aan het zelve had konnen worden bespeurt, de aanneemers vrij heid te laaten, het zelve van strand te aevinden, en volgens het bestek in vlot water te brengen; waarop de Capitains van Veerden, Dumuny, en Keuken hebben koomen te antwoorden, dat zig hier over niet konde uitlaaten, als niet weesende den in„ houd haarer Commissie, hebben de ondergeteek daar op geregereert, dat zij hun die vrage niet deeden in hunne Qualiteiten als Gecommitts maar in hunne betrekkingen als Dienaaren der E Comp„e welkers waare Intrest hun zoo wel als de ondergeteek„d dierbaar moesten zyn Ditk waaraen dezelve eindelyk te repliceeren, met te reflecteeren dat meergem: Vaartuig in de Positie waarin 't onw omgekentert lag met de Kuijl na zee, zeer zeeker gevaar zullende loopen, met de eerst opkomende Storm aan Splinters ge¬ verlaagen te worden, en dus geheel opbekwaam, gemaakt tot den verderen dienst der E: Comp=ien, zij dus zouden prefereeren 't zelve in Vlot water te laaten brengen, zonder egter te willen verzeekeren, dat er geene andere Lekkagie, als welke men voor als nog ontdekt had, zulx zoude kunnen gevaar lyk maaken. — Dat hier op de meester knegt der Scheepstimmer Lieden alhier /:der Baas derzelve, zo als gezegt door„ occupatie niet present :/ zo wel als den oppertimmer man van 't voorn afgelegt Engelsch Konings schip The Gardian, afgevraagt geworden zijnde, of zij in staat waaren, de bevondene gebreeken aandat daar tuig zodanig te repareeren, dat men daarop ge„ rust konde zijn! dit met Ja, beantwoord, hebben de ondergeteek:d die lieden gelast aanstonds handen aan 't werk te slaan, die dan ook na de breuk be„ hoorlijk met werken talk te hebben toegestopt, over dezelve een stuk platloot ter lengte van Twee en Twintig voeten en breet thien duijmen met digt bij den anderen geplaatste spijkers hebben vast gehegt, vervolgens tot teetert Securiteit, de booven en onder zijde vant Loot belegt hebbende met een daartoe gekante Lat van drie duimen, bespijkert met Vyf Duijms spykers, na dat nogmaals gecalfaat; en met 't alk besmeert, bragten dezelve na deeze hunne verrigting, de ondergeteek:d rap„ port; dat dit werk verrigt, zij vermeenden hetzelve meer als voldoende te weezen. Dat van den toedragt der zaaken vervolgens laaten de 991 de ondergeteek:t bij Missive deezer in Copia verzel= lende, aan den E Achtb Heer Secunde Johannes Izaak Rhenius, bij absentie van den Wel Edelen Gestr. Heer Gouverneur, het Gezag waarneemen „de, kennisse gegeeven zijnde, met Solicitatie om dernodige Ankers, Touroen en Ballast, ten einde het het schip ter rheede gebragt daar door te kunnen Secureeren, aan 't antwoord hierop agterblijvende, vond zig den Eerstgeteekende ver„ pligt, zig baabwaards te begeeven, om zulx zoo mogelijk te bewerkstelligen - Dat midderwijl aan den tweede geteektd gevraagt geworden zijnde, of zij entrepreneurs met bewilli ging van denzelve het vaartuig, dat onu gerepareerd was, op vlot water mogte brengen, is dit door hem onbeantwoord gelaaten, afwagtende nadere Last. - Dat hiervan door den tweede aan den Eerstge„ teek„e bij missive, deezen meede annex, kennissen gegeeven, en dies inhouden door laatstgem: ook aan den Wel Edelen Gest=r Heer Gouverneur dien morgen in t Gouvernement gereverteerd, Gecom¬ municeerd geworden zynde, wierd den Eerstgem: daarop geinformeerd, en wel met een Lettertje deezen bijgevoegd sub L=ra F, dat den Edelen Heer Gouverneur geen ander uitsluijtend antwoord had gegeeven, dan dat het rapport van Zeekun dige eerstemoest werden afgewagt Dat intusschen het hoogste water met de volle maan daarzijnde, en het Schip bij deeze geleegendheid geene mindere mouvementen maakende dan des Nagts te vooren, om met de agtersteeven van Strand te ge raaken, de tweede geteekende deerhalven vreesende, dat het schip Losraakende, op 't rif met Klippen dat niet verre daarvan aflag, zig mogte beschaadigen, oordeelde zig niet minder verpligt, hier van aanden eerstgeteek=de kennisse te geeven herhaalende andermaal bij Missive deeze meede verzellende, zijn verzoek om de nodige Ankers, touwen, en Ballast. Dat in afwagting eener volkoomene bewilleging hiertoe, de mogelijkheid van t Schip af te brengen, op dat oogenblik door de aanneemers daar gesteld, wordende, terwijl zij anderzints veele zwaarigheid maakten, aangezien de Barromethers gezakt, men voor Storm bedugt was, omtrent dit poinct aan hunne aanneeming te zullen kunnen voldoen, hoeft den tweede ondergeteek„d op nader approbatie in dit hun versoek gecondescendeert waarop een begin gemaakt geworden zijnde met het Schip van Strand te winden, had zig intusschen den Eerstgeteek„d bij den tweede Ver„ voegt, berigt meede brengende, dat den Wel Edele Gestr Heer Gouverneur, op zijn verzoek de nodige ordres had gesteld, ten einde aan 't gerequireerde weerde voldaan Dat met de afwinding omen zig Circa twee Uuren beezig gehouden hebbende, was zulx van 't gewenscht effect, dat t Schip daardoor op Vlot water geraakte, Dat 't geen d
English
which will not appear incomprehensible to Your Right Honourable Sir and Worships, if you will please take into consideration that about thirty paces from the beach at the place where the ship lay, the water was deep enough for it at high tide. That subsequently, the ship having been brought by the contractors from inside the reefs, through the narrow passage between them, which according to their statement was amply wide and deep enough, outside those rocks, they further towed that vessel to the roadstead with ten fishermen's skiffs; and the necessary anchors and ropes, etc., having been provided by the Company's boats, that small craft was further brought by them to anchor at the depth of four and a half fathoms, after which operation one of the contractors, having come ashore, came to complain that the anchors had been sent to them without the cables having been properly inserted into them, whereby, had they not been assisted by some English sailors together with the boatswain of the frequently mentioned English King's ship The Guardian, they would have found themselves in no small embarrassment with that vessel. That finally the contractors, having remained on the vessel Helena Louisa mentioned in the headings the following night until the hour of two o'clock in order to observe how it would be with the leakage, and what quantity of water that vessel had made between three o'clock in the afternoon, when they had pumped her dry, up to that time, reported on their return to the undersigned that the water at the pumps had risen no higher than to about nine inches. Wherefore from this narration of all the operations in this matter it is beyond dispute that the contractors, at least so the undersigned deem, have fully satisfied the principal aim of Your Right Honourable Sir and Worships, namely to bring the frequently mentioned vessel Helena Louisa into floating water after having turned her on her side and properly repaired her of the defects found thereon, the undersigned would therefore also be of the opinion and advice that they have the right to solicit Your Right Honourable Sir and Worships that the sum of money stipulated for that purpose may be paid to them from the Company's treasury, the more so as all attending circumstances make it nearly certain that the said vessel has suffered no other defect than that which was found and demonstrated by the contractors and according to the carpenters' report has been repaired accurately enough, and that nothing inside the same has suffered damage, as can even be gathered from the first report of the nautical committee. Indeed, since the repatriated Captain-Lieutenant Leendert Stolls, who commanded that vessel, declared the day after the grounding to the first-signed, having understood both from the officer who held command on board in his absence and from the rest of his crew, that the vessel in drifting toward the beach did not strike earlier than when it was thrown with the stern against the beach, which some time thereafter that same officer came to confirm further to both the undersigned; to which is further added that the reports of the ship's people that the same, since being safely brought to anchor again in the roadstead, makes little or no water, especially that at the place where the breach was, no dampness whatever is perceived, notwithstanding that for two or three days in succession a more than ordinary stiff breeze has blown, and the sea has thereby become proportionally rough; while the water found at the pumps is mostly brought there through the scuppers, to be attributed certainly to the fact that this small craft, having sat on the beach for so long, has remained exposed to the sun and air. Agrees, was signed: G. F. Poetz, First Clerk. After perfect collation made, And may the undersigned, before concluding this their report, be permitted to submit humbly to the consideration of Your Right Honourable Sir and Worships whether it would not be most consistent with the Master's service, if—notwithstanding the improbability thereof sufficiently demonstrated hereinbefore—some well-founded fear should nevertheless unexpectedly remain that the said vessel might be burdened with other concealed defects that would make it inadvisable to have her undertake her projected voyage directly from here to the fatherland, to send her to Saldanha Bay in order to be properly careened and caulked there, and thus rendered fit for that voyage; unless Your Right Honourable Sir and Worships should deem that those operations, in order to lose no time, could properly take place in this roadstead. The undersigned have meanwhile the honour to let this serve as a report. was signed: J. J. Le Sueur, W. J. van Reede van Oudtshoorn in the margin: Delivered the 8th of June 1790. This has been found to agree in all parts with the authentic copy received from the Secretariat of Policy and remaining in our custody. Which we certify. J. J. Le Sueur W. J. van Reede van Oudtshoorn
Dutch transcription
992 t geen uwel Edele Test=r en E: Achtb„n niet onbegripplyk voorkomen zal, wanneer dezelve gelieve in aanmer„ „king te neemen, dat Circa dertig treeden van 't strand ter plaatze, alwaar het schip geleegen heeft, het water bij hoog tij daartoe diep genoeg was. — Dat vervolgens, het schip van binnen de klippen door de Entrepreneurs, door 't naauw tusschen de„ zelve, die volgens hunne opgaaf ruim breed en diep genoeg was, buiten die roszen gebragt geworden zijnde, hebben zij dat vaartuig verder met Thien Vissers Tollen na de rheede geboegseerd; en door de Lands Boots de nodige Ankers en Touwen &=a bezorgt geworden, is wijders dat Kieltje door hun op de diepte van Vier en Een halve vaden ten anker gebragt, na welke verrigting zig eene der aannee„ „meren aan de wal gekoomen, quam te beklaagen dat men hun de Ankers toegezonden hadde zonder dat de Kabels daar in behoorlijk waaren gestooken waardoor, waaren dezelve niet geadsisteerd ge„ worden door eenige Engelsche Matroosen benee„ „vens den Bootsman van Het meergem: Engelsch Konings schip The Gardian, zij zig in geene geringe verleegendheid met dien Bodem zouden hebben bevonden —. Dat laatstelijk de Entrepreneurs de daarop eerstkomende Nagt tot de klokke twee Uuren op het in den hoofden gemeld Scheepte de Helena Louisa verbleeven zijnde ten eijnde te ontwaaren hoedanig het met de Lekkagie gesteld zoude zijn, en wat quantiteit water dien Bodem tusschen ^ Klokke d drie Uuren des nademiddags, wanneer men lens geslaagen had, tot dien tijd toe hadde gemaakt, op hun terug komst aan de ondergeteekendens hebben gerap„ „porteert dat het water bij de Pompen niet hooger, dan tot Circa Negen duymen geklommen was geweest. Daar omi ^ dit harré van alle de verrigtingen in deezen buijten teegespraak is, dat de aanneemers /:ten onvinsten zo /als de onderteteek: verminen:/ aan t voornaam Oogmerk Uwer Wel Edele: Gest=r en Ed Acttb„s volkoomen hebben voldaan, te weeten om meergem: Scheepje de Helena Louisa na dat omkentert, en van de daaraan bevondene gebreeken behoorlijk zoude zijn gerepareerd, in Vlot water te brengen, zoude de ondergeteek: dan ook van gevoelen en Advijs zijn, dat dezelve regt hebben om Uwel Ed: Gest„r en E Agtb:r te Solleciteeren, dat de daartoe bepaalde Som van Penningen aan hun uit s Comp=s Cassa mogen worden voldaan, te meer daar alle bij koomende omstandigheeden het by na zeeker stellen; dat ged„e vaartuig geen ander defect bekoomen heeft, dan het geene door de aannee„ mers is gevonden en aangetoond en volgens opgave der Timmerlieden Sacuur genoeg is hersteld geworden, en en zig binnen het zelve niets ontzck heeft, zo als Verbleeven zulx 993 zulx zelfs op te maaken is uit het eerste Rapport der zeekundige Commissie: Ia daar den gerepatrieerden Capitain Lieutenant Leendert Stolls, dewelke dat vaartuig heeft gecommandeert, 's Daags na de Stranding aan den Eerstgeteek=d heeft gedeclareerd, zo van den Officier, dewelke in zijn afweesen het ge„ zag aan Boort heeft gehad, als van zijn overige Equi. pagie te hebben verstaan, dat 't Scheepje in 't onaar Strand drijven niet eerder heeft gestooten, als wanneer met de agtersteeven teegen het strand wierd gesmeeten 't geen eenigen tyd daarna die zelfde officier aanbeide de ondergeteekendens nader heeft koomen te avoueeren waarbij nog komt, dat de berigten van Boordluijden, dat het zelve 't zedert weder gelukkig ter Rheede ten anker gebragt, weinig of geen water maakt, voor al dat ter plaatze daar de breuk is geweest, in 't geheel geen vogtigheid werd bespeurd, niettegen„ „staande twee a drie daagen agter den anderen een meer dan gewoone stijve Coelte heeft gewaaijd, en de zee daardoor na rato verbolgen is geraakt; terwijl het water bij de Pompen bevonden wordende maast door de Lijfraaden daarbij word gebragt, toete „schryven zeekerlijk derwijl dat kieltje zo lange op Strand heeft gezeeten aan de zon en lugt geExepo neerd is gebleeven. Accordeert /was geteek:/ G: f:s Poetz Egze Ceercq 6 Na gedaane perfecte Collatie En zijt de ondergeteekendens alvoorens dit hun Rapport te eindigen gegunt Uwel Edele Test=re en E Achtb nedrig in Consideratie te geeven, of het niet met S Meesters dienst best zoude overeenkomstig zijn, om ged=e Scheepje zo er niet tegenstaande de onwaarscheijnlijkheid daarvan hier vooren genoeg zaam betoogd, egter nog onverhoopt eenige gegronde vreese overbleef, dat met andere verhoolen ge„ breeken zoude kunnen behelt zijn, die het onge raaden zouden maaken, het zelve zijne geprojee„ teerde rijze naar 't vaderland direct van hier te doen onderneemen, na de Saldanhabaaij te zenden, om behoorlijk aldaar gekield, en gecalfaat, dus tot die reize bekwaam te maaken. ten waare UwelEd Gestr. en E Achtt vermeinden, dat die verrigtingen, om geen tyd te verliesen, ter deezer rheede behoor¬ lyk konde geschieden. De ondergeteekendens hebben intusschen de Eer deeze te doen dienen voor bericht /was geteekend:/ I: I: Le Sueur, W: J: van Reede van Oudtshoorn /in margine./ Overgegeeven den 8=en Junij 1790 EnP is deezen met de authentique Copije van de secretarij Van Politie ontfangen en onder ons berustende, in allen deelen accordeerende bevonden. — T' Welk wij getuijgen. J. V: Le Sueuir W„r J„ d„r Reede van Orueteshoorn.
English
The careening and bringing into afloat water of the stranded Honorable Company's small brigantine ship the Helena Louisa having been publicly tendered, the Sea Captains Christiaan van Veerden, Laurens Smidt, and Klaas Keuken are hereby expressly commissioned, so that when the contractors of that work shall have fulfilled the first part of their contract, the careening, they shall proceed to the place where the said small ship is stranded, and then, assisted by the Master of the shipwrights Mijndert van Eijk, in the presence of the Equipment Master Cornelis Cornelisz, accurately examine the defects which that small ship sustained during its stranding, as well as investigate whether it can be properly repaired from the sustained damage, or not, and if so, then determine which materials and equipage goods ought to be employed for that purpose, as well as within what time those repairs could take place, how much the same, roughly calculated, would cost the Honorable Company, and whether the aforementioned small ship could by that repair be brought into such a state so as to make it undertake the voyage to the Netherlands with peace of mind, delivering a written report of this as soon as possible. In the Castle of Good Hope, the 26th of May 1790. Below, in the absence of the Honorable Governor, was signed: J. J. Thenius, and below that, Agrees, was signed: E. van Aerssen, Secretary. Agrees. Was signed: G. J. Foltz, sworn clerk. After complete collation having been made, this has been found to agree in all parts with the authentic copy received from the political secretariat and resting among our records. Below stood: Which we witness, J. J. Le Sueur W. F. van Reede van Oudtshoorn. Letter B Extract from the terms and conditions upon which the Honorable Messrs Jacobus Johannes Le Sueur and Willem Ferdinand van Reede van Oudtshoorn, as specially commissioned hereto from the midst of the Honorable Council of Policy of this Government, intend, on behalf of the Chartered East India Company of the United Netherlands, on Friday, which will be the 21st of May of this year 1790, to tender to the lowest bidder the careening and subsequently, after it shall have been repaired from its sustained damage, the bringing into afloat water of the small ship the Helena Louisa, which stranded on the 12th of the past month of April on the south side of the jetty. Article 1. The contractor or contractors shall be obliged to heave down and careen the aforementioned small ship in such a manner that the keel thereof is visible, so that one may be capable in a convenient way of carrying out an inspection into its sustained damage, and to repair the same if possible. Thus resolved in the Castle of Good Hope the 17th of May 1790, in the Council of Policy. Below: Which I witness, was signed: E. van Aerssen, Secretary. Agrees. Was signed: G. J. Soeke, sworn clerk. After complete collation having been made, this has been found to agree in all parts with the authentic copy received from the political secretariat and resting among our records. Which we witness, J. J. Le Sueur W. F. van Reede van Oudtshoorn. Letter E. The figure below serves to demonstrate the position in which the small brigantine ship the Helena Louisa lay during its careening. BC: shows the perpendicular line, or the zenith and nadir. AC: the horizontal line. the line of declination of the stem and sternpost. Agrees. Was signed: J. F. Goetz, sworn clerk. After complete collation having been made, this has been found to agree in all parts with the authentic copy received from the political secretariat and resting among our records. Which we witness, J. J. Le Sueur W. F. van Reede van Oudtshoorn. Honorable Sir, Letter D. The commission of nautical experts having once again made the inspection into the circumstances in which the stranded small ship the Helena Louisa happens to be found, the defects in the keel, as far as was feasible, have been shown to them according to the thoughts of the contractors; awaiting what their report in that regard shall be, we asked those nautical experts in private for their opinions as to what they thought was most in keeping in these circumstances and crisis with the master's interests, to leave that small ship lying thus in that situation, or rather to have it brought into afloat water by the contractors after having been repaired of its defects as far as time and opportunity shall permit, whereupon the Captains Van Veerden, Duminy, and Keuken declared that they thought the latter was far to be preferred, because at the first upcoming storm the said small ship
Dutch transcription
994 Het omkenteren en in vlot water brengen Van 't Gestrand SE Comp=s Brigantin Scheepje de Helena Louisa publicquelijk aanbesteed zinde, zo worden de Capitains ter Zee Christiaan Van Veerden, Laurens Smidt en Klaas Keuken bij deesen Expresselijk gecommitteerd, omme wanneer de aanneemers van dat werk, aan 't Eerste gedeelte van hun Contract, de omken¬ tering zullen hebben voldaan, zig te vervoegen ter plaatze, waarop gem: Scheepje is gestrand, en als dan geadsisteerd met den Baas der Scheeps timmerlieden Mijndert van Eijk ten over„ staan van den Equepagemeester Cornelis Cornelisz nauwkeurig te Examineeren de gebreeken die dat Scheepje bij dies Stran ding heeft bekoomen, mitsgaders te onder„ zoeken, of het van de geledene Schade behoor¬ lijk kan worden gerepareerd, of niet, en zoo Ja. als dan te bepaalen welke materialen en Equipagie goederen, daartoe zouden dienen te werden geEmploijeerd, mitsgaders binnen welken tid die reparatien zouden kunnen geschieden, L„ta A: Copia Coppia geschieden, op hoe veel deselve Grosso modo gereekend aan de Edele Comp„e zouden komen te staan, en of meergem: scheepje door die reparatie in zodanige Staat zoukunnen rer„ den gebragt, om 't zelve met gerustheid de ryze naar Nederland te doen aanvaarden, Geevende hier van ten spoedigsten Rapport in Geschrifte In't Casteel de Goede Hoop den 26 may 1790 /:lager bij absentie van den Wel Edele Gest=r Heer Gouverneur :/ was geteek:/ I: I: Thenius en daaronder Accordeert /:was geteekend:/ E van Aerssen Secretaris Accordeert. /was geteek:/ G: J: Foltz: E:g Clereq Na gedaane perfecte Collatie is deezen met de authentique Copije van de secretarij van politie ontfangen en onder ons berustende, in allen deelen accordeerende bevonden. /onderstond:/ Twelk wij getuijgen J: V: Se Sueur Wijf d„ eede van Oudtshoorn. : B 995 L„a B Extract uit de Conditien en Voorwaarden, waarop den Wel Edele Achtb: Heeren M:r Jacobus Johannes Le Sueur en Willem Ferdinand van Reede Van Oudtshoorn, als hier toe speciaal gecommitteerd uit t midden van den Wel Edele Achtb: raad van Politie deezes Gouvernements van voornemen zijn, om van wegens de Geoe„ troijeerde Oost Indische Comp„e der Vereenigde Nederlanden Op vrijdag, die weesen zal den 21 May deezes Jaars 1790 aan de minst aanneemende aan te besteeden 't omkenteren en Vervolgens na dat van zijne beko= mene Schade zal weesen gere„ pareerd 't in 't lot water brengen van 't op den 12„e der afgelopene maand April aande 20„e zijde van 't Zeehoofd gestrand Scheepje de Helena Louisa Copia Copia Art=a 1. te De aanneemer of aanneemers zullen verplegt zijn het voornoemd scheepje over te haalen en om te kenteren, zodanig: dat de Kiel van het zelve zigtbaar zij, op dat men op eene gevoegelijke wijze in staat zij om onderzoek te doen, na desselfs bekomene Schade, en dezelve zoo mogelijk te repareeren Aldus Gearresteert In't Casteel de Goede Hoop den 17 Maij 1790 - In raade van Politie - /:lager:/ Twelk ik getuige /was geteek:/ Cranterssen secretaris Accordeert. was getekend/G: J: Soeke Egeuijleng Na gedaane perfecte Collatie is deelen met de authentique Copije, van de secretarij van politie ontfan„ „gen en onder ons berustende in allen deelen accordeerende bevonden. T Welk wij getuijgen P: D Le Suiur V ij eede van Oudtshoorn. /onderstond/ E J 996 Copia Copia. L„a E. t Brigantijn scheepje de Helena Louisa bij dies omkentering geleegen heeft komt aan te toonende positie, waarin 38 — C Accordeert /:was geteekend:/ I: f: Goetz Egze Clercq Na gedaane perfecte Collatie BC: toont aan de Perpendiculaire Linie, of de Zenith en nadier. — AC: _o „ Horisontale Linie - _o „ Linie van declinatie van de voorsteven en agter Steven ƒ 16: ƒ a De onderstaande Siguur 60. ƒ - 50 7 e 23 Copije van de Secretarij van politie ontfangen en onder ons berustende in allen deelen accordeerende bevinden is deezen met de authentique T Welk wij getuijgen J: D T Sueur 1 W„: J: d„: Reede van Oudtshoorn. — 997 WelEdele Achtb: Heer. L„a D. De Commissie van Zeekundige nog maals de Visite hebbende gedaan na de omstandigheeden waarin zigt gestrand scheepje de Helena Louisa komt te bevinden, zijn hun de gebree„ ken in de Kiel, zoo veel zulx doenlijk is geweest, volgens de gedagten der aanneemers vertoond geworden, onder afwagting, hoedanig hun rapport daaromtrent zijn zal, hebben wij die zeekundigen in hun particulier afgevraagd hunne gevoelens, wat zij meenden, dat best Strookte in deese omstandigheeden en Crisis met Smeesters belangens omdat Scheepje in die Situatie zoo te laaten leggen, dan wel door de aanneemers in Vlot water te doen brengen, na dat, zoo veel zulx tyden gelee„ gendheid zal toelaaten, van zijne gebreek en te zijn gerepareerd, waar op de Capitainen Van Veerden, Duminij en Keuken hebben gedeclareerd, dat zij vermeenden, dat het laatste verre te precereeren was, dewijl 't ged: Scheepje bij de eerste opkomende Storm Copia Copia. —
English
998 storm in the situation in which it was now brought, would run the risk of being completely shattered, adding thereto, however, that they would not dare vouch for what further leakage that small vessel might have sustained beyond what had already been detected; we have for those reasons deemed it necessary to request Your Right Honorable, in the name of the contractors, to give orders that the necessary anchors, cables, and ballast be made ready at the place where that small keel will be brought into afloat water. We have the honor to remain with the greatest esteem /below stood:/ Right Honorable Sir /lower:/ Your Right Honorable's humble servants /signed:/ I: I: Le Sueur, W: F: V: Reede van Oudtshoorn /in the margin:/ from the Beach, the 28th of May 1790 — the superscription was: to the Right Honorable Sir, Mr. I: I: Rhenius, Secunde in the Government of the Cape of Good Hope. ƒ 20: Agrees. /was signed:/ G: F: Goetz, First Clerk. After a perfect collation was made, this was found to agree in all parts with the authentic copy received from the Political Secretariat and resting among our records. Which we witness. J: I: Le Sueur W: F: v: Reede van Oudtshoorn. 999 Right Honorable Sir, Copy Copy Letter E I request to send a government boat here to the ship as soon as possible, since in failure of receiving it, I do not wish to be held responsible for the adverse consequences that might otherwise arise from this. Awaiting a prompt reply, I testify meanwhile to be /below stood:/ Your Right Honorable's obedient servant /was signed:/ W: F: v: Reede Van Oudtshoorn /in the margin:/ Cape, 28th of May 1790 — the superscription was: To the Right Honorable Sir, I: I: Lesueur. Agrees. /was signed/ G: F: Goetz, First Clerk. After a perfect collation was made, this was found to agree in all parts with the authentic copy received from the Political Secretariat and resting among our records. Which we witness. J: I: Le Sueur W: F: v: Reede van Oudtshoorn. — 1000 Letter X Right Honorable Well-Born Sir, Much Esteemed Cousin. I have just had the honor to speak with the Honorable Lord Governor, who gave me no other definitive answer than that the report of the maritime experts had to be awaited. I have the honor to be /below stood:/ J: J: /signed/ Le Sueur. Agrees. /was signed:/ G: F: Goetz, First Clerk. After a perfect collation was made, this was found to agree in all parts with the authentic copy received from the Political Secretariat and resting among our records. Which we witness. J: I: Le Sueur W: F: v: Reede van Oudtshoorn. Copy Copy. ƒ F 1001 Right Honorable Sir, Letter J Copy Copy The ship having pounded so heavily at high tide that it was impossible to keep the stern ashore, one was therefore forced to let it go into afloat water, so as not to risk it being smashed to pieces. It now takes in one inch of water per hour without pumping. I repeat once again my solicitation regarding the government boat, while for the rest I have the honor to call myself, /below stood:/ Your Right Honorable's obedient servant /signed:/ W: F: v: Reede Van Oudtshoorn /lower:/ please give notice of this to the Honorable Lord Governor and Council, further requesting that you keep this note /in the margin:/ Cape, the 28th of May 1790. Agrees. /was signed:/ G: F: Goetz, First Clerk. After a perfect collation was made, this was found to agree in all parts with the authentic copy received from the Political Secretariat and resting among our records. — Which we witness. J: I: Le Sueur W: F: v: Reede van Oudtshoorn. 1002 = A: Copy Copy of a written commission of maritime experts, appointed to examine the stranded small vessel the Helena Louisa. B: Extract from the terms and conditions under which the careening and bringing into afloat water of the aforementioned vessel was contracted out. C: Figure showing the position in which the brig lay during its careening —. D: Copy of the missive written by the gentlemen Jacobus Johannes Le Sueur and William Ferdinand van Reede van Oudtshoorn to the Lord Secunde Johannes Isaak Rhenius. E: Ditto drawn up and sent by the gentleman Van Reede van Oudtshoorn to the gentleman Le Sueur —. F: Ditto from the gentleman Le Sueur having served as an answer thereto. G: Ditto written once again by the gentleman Van Reede van Oudtshoorn to the gentleman Le Sueur. Agrees. /was signed/ G: F: Goetz, First Clerk. Register of the papers belonging to the report of the 8th of June 1790, submitted by the council members Mr. Jacobus Johannes Le Sueur and William Ferdinand van Reede van Oudtshoorn — After a perfect collation was made, this was found to agree in all parts with the authentic copy received from the Political Secretariat and resting among our records. Which we witness. J: I: Lesueur W: F: V: Reede van Oudtshoorn Letter R. 1003 Letter P. Copy Copy. — Right Honorable Rigorous Lord! Your Right Honorable Rigorous having been pleased expressly to commission the undersigned sea captains Christiaan van Veerden, Lourens Smit, Wietze de Boer, and Klaas Keuken to repair on board the brigantine vessel the Helena Louisa lying here in the roads, in order there, assisted by the Master of the Shipwrights here, Meijndert van Eijk, and in the presence of the Equipage Master Cornelis Cornelisz, to examine accurately the damages and defects that might be found on that vessel, stating whether the same could properly be repaired here in the roads in such a manner that To the Right Honorable Rigorous Lord Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of the Cape of Good Hope and its dependencies, etc., etc., etc.
Dutch transcription
998 storm in de Situasie, waar in 't onu gebragt was, gevaar zoude loopen in 't geheel te worden verbrijzeld, daarbij Egter voegende, dat zij niet zouden durven instaan, welke Lekkasie dat scheepje nog meer zoude hebben bekoomen, dan omen reeds had bespeurd; wij hebben om die reedenen ver„ meend Uwel Edele Achtb uit naam der aan neemers te moeten verzoeken ordre te cevellen stellen dat de nodige Ankers en Touwen ende Ballast ter plaatze, alwaar dat Kieltje zal worden in vlotwater gebragt, worden in gereedheid gebragt. Wij hebben de Eer met de meeste hoog „achting te verblijven /onderstond:/ Wel Edelen Achtb: Heer /lager:/ Uwe Wel Edele Achtb„e ootmoedige dienaaren /geteekend:/ I: I: Le Sueuk W: F: V: Reede van Oudtshoorn /:in margine, van 't Strand den 28: maij 1790 — de superscriptie was:/ aanden Wel Ed Agtb Heer den Heere I: I: Rhenius Secunde in 't Gouvernement vande Kaap de Goede hoop ƒ 20: Accordeert. /was geteekend:/ G: f„r Goetz Ei Clercq is deezen met de authentique Copije van de secretarij van politie ont„ „fangen en onder ons berustende in allen deelen accordeerende bevonden. 'T Welk wij getuijgen. J: D Tisueum J Wf d„ Reede van budtishoorn. Na gedaane perfecte Collatie is 999 Wel Edele Achtb: Heer Copia Copia L„ra E„ Jk versoek omij zoo spoedig doenlijk een Lands„ Boot alhier by 't Schip te willen zenden, terwijl bij manquement van dien te ontfangen, ik niet responsabel wil weezen voor de nadelige gevol„ gen, die daar uit anders zouden komen te pro feveeren. des In verwagting van spoedige antwoord betuige ik intuschen te zijn /:onderstond:/ UWel Ed: D: W: Dienaar /was geteekend:/ W: F: v: Reede. Van Oudtshoorn /:in margine:/ Cabo 28=sto maij 1790 — de Superschriptie was Ommme de Wel Edele Achtb Heer I: I: Lesueur in Aanden Accordeert /was geteekend/ G: f: Joetz Egeru Clercq Na gedaane perfecte Collatie is deeten met de authentique Copije vande Secretarij van politie ontfangen en onder ons berustende in allen deelen accordeerende bevonden. 'T Welk wij getuijgen. P: N Ci Sacur den eede van budtshoorn. — 1000 L„ra x Wel Edele Geb=r Heere Veel Geëerde Neef. Ik heb de Eere gehad zoo even den Edelen Heer Gouverneur te spreeken; die mij geen ander uitsluijtend antwoord heeft gegeeven, dan dat het rapport der Zeekundigen moest worden afgewagt. Ik heb de Eeere te zijn /onderstond:/ I: S: /geteekend/ Le Sueur. Accordeert /was geteekend:/ G: f„s Goetz. Eg Clercq, Na gedaane perfecte Collatien is deeten met de authentique Copije vande Secretarij van politie ont¬ „fangen en onder ons berustende in allendeelen accordeerende bevonden. 'T welk wij getuijgen J: V: Pe Sueur Ho d Reede van Oudtshoorn. Copia Copia. ƒ F 1001 Wel Edele Achtb„ Heer. L=ra J„ Copia Copia Het Schip met 't hoog water dermaten gestampt hebbende, dat men met geen mogelijk heid het agter schip aan Strand heeft kunnen houden, is omen dierhalven genootzaakt geweest 't zelve in Vlot water te laaten gaan, ten eynde niet te resigueren, dat het aanstukken wierd geslagen. Het maakt thans Een duim Water in een uur zonder te Pompen. Ik herhaale nog maals mijne Solicitatie omtrent de Landsboot, terwijl ik overigens de eere hebbe mij te noemen. /onderstond:/ UWel Ed: D: W: Dienaar /:geteekend:/ W: F: d:s Reede Van Oudtshoorn /:lager:/ gelieve hiervan aan den Edelen Heer Gouverneur en Raad kennisse te geeven: verzoekende ik overigens dit briefje de willen bewaaren /:in margine:/ Cabo den 28:' may 1790 Accordeert. /was geteekend:/ G: C: Goekz Eg Clercq Na gedaane verfecte Collatie is deeten deeten met de authentique Copije vande secretarij van politie ontfangen en onder ons berustende inallen deelen accordeerende bevonden. — T Welk wij getuijgen J: V: L Sueur Hof de Reede van Orudtshoorn. 1002 = A: Copia Copia van eene schriftelijke Commissie van Zee„ kundige, Benoemt ter Examinatie van 't gestrand Scheepje de Helena Louisa 73 Extract uit de Conditien en Voorwaarden, waarop de omkentering en in t vlot water brengen van t voorn: Scheepje is aanbesteedt E Figuier aantonende de positie waarin de Brik bij dies omkentering heeft geleegen —. De Copia Missive door de Heeren Jacobus Iohannes Le Sucur en William Ferinand van Reede van Oudtshoorn aan den Heer Se„ Cunde Iohannes Izaak Thenius geschreeven _o door de Heer Van Reede van Oudts¬ „hoorn aan de Heer Le Lueur ingerigten verzonden —. _:o van de Heer Lesiceur daarop in antwoord gediend hebbende _„o van de Heer Van Reede van Oudtshoorn andermaal aan de Heer Le Sueur geschreeven Accordeert /wes geteekend G: f:s Goetz EgzuClercq „ F. 5 6. Register der Papieren gehorende tot het rapport van den 8 Junij 1790 door de raadsleeden M. r Jacobus Iohannes Le Sueur en William Ferdinand van Reede van Oudtshoorn ingediend — Na gedaane perfecte Collatie _o is is deezen met de authentique Copi¬ vande Secretarij Van politie ontfange en onder ons berustende in allen deelen accordeerende bevonden. T welk wij getuijgen. P: V Lesueur V Reede van Oudtshoorn La R. „ 1005 06 L„a P, 1003 Copia Copia. — Hoog Edele Gest„r Heer! Uw Hoog Ed: Gest„r de onderget: Capitains ver ter Lee Christiaan van Veerden, Laurents,a Smit, Wietze de Boer, en Klaas Keuken. expres hebbende gelieven te Committeeren, om hk zich te begeeren aanboord van het, alhier ter rheede leggende Brigantijn Scheepje de Helena Louisa, om aldaar, geadsisteerd met den Baas der Scheepstimmerlieden alhier, Meijndert van Eijk, en ten over¬ „staan van den Equipage meester Cornelis Cornelisz:, naauwkeurig te examineeren de schaaden en gebreeken, die zig aan dat scheepje mogt komen te bevinden, opgeevende of dezelve alhier ter rheede behoorlijk zoude kunnen worden gerepareerd zodanig, datn nag Aan den Hoog Ed: Gestre Heere Cornelis Jacob van de Graaff Gouverneur en Directeur van Cabo de Goede Hoop en den ressorte van dien &„a &„a &a die te
English
Copy La R. 1005 signed As commissioners C van Veerden, L: Smit, W: de Boer, Klaas Keuken, annexed thereto on the side was written present before me, and signed M van Eyk in the margin before me C: Cornelisz Agrees signed: G: Goetz First Sworn Clerk, 9 After a perfect collation was made, this was found to agree in all parts with the authentic copy received from the political secretariat and remaining in our custody. Which we witness D Reede van Oudtshoorn. Tuesday the 15: June 1790 — Report of the Gentlemen Lesueur and van Reede, concerning the contracting of the refloating of the aforementioned little ship the Helena Louisa The Honorable Lord Governor is of the opinion that the first point of the specification has not been fulfilled; therefore His Honor raises difficulty regarding the payment of the contract money; but His Honor only consents to the reimbursement of the expenses, under security of restitution; yet on account of the successful outcome, he will solicit a favorable disposition in this regard from the Lords Masters for the contractors. — Mr. Rhenius is in favor of paying the contract money. — Mr. van Lijnden; since the contractors are the moving cause of the safe preservation of the little ship, to provisionally reimburse them for the advanced costs, and this under security of restitution, should the Lords Masters not approve this. Mr. Le Sueur The resolution regarding this suspended until further notice. Agrees signed: G: F. Goetz First Sworn Clerk Extract from the minutes held in the meeting of Policy, in the Castle of Good Hope R S: V: Sueur La R. After a perfect collation was made, this was found to agree in all parts with the extract minutes received from the political secretariat and remaining in our custody. Which we witness W J: dReede van Oudtshoorn. J: P: Le Sueur Copy La R. Tuesday the 15 June 1790 — To send a Member of the Council to Saldanha Bay, to supervise the repair of the Helena Louisa Note: this was resolved by a majority of votes, the Gentlemen Governor and Fiscal having protested against this, as being of the opinion that such a commission is not compatible with the character of a Member of this Meeting, Their Honors not being able to determine what such a commission should comprise, since the direction over shipbuilding has been assigned to the Master of the Equipage— Agrees signed E: H: Janze sworn clerk Extract from the minutes held in the meeting of Policy, in the Castle of Good Hope 1006 After a perfect collation was made, this was found to agree in all parts with the extract minutes received from the political secretariat and remaining in our custody. Which we witness D: V Reede van Oudtshoorn J: V: Lesueur La 1007 La d. — Copy of a copy. The undersigned, having been commissioned by Your Right Honorable and Right Respected together with the Sea Captains Christiaan van Veerden, Laurents Smith and Klaas Keuken, assisted by the Master of the Shipwrights Myndert van Eyk and before the Master of the Equipage Cornelis Cornelisz:, to proceed on board the brigantine vessel the Helena Louisa to inspect the damage that the vessel might have suffered, and whether that damage should be repaired here, or in Saldanha Bay: Was of the opinion, since the brig was found without any defects, that she could safely undertake the voyage to the Netherlands: Wherefore, because the reason for his opinion could not be clearly enough expressed in the report, To the High Government The Right Honorable Lord Cornelis Jacob van de Graaff Governor and Director of the Cape of Good Hope together with the Right Respected Council— 1008. Copy of a copy expressed, he deemed it necessary to make those reasons further known to the High Government, namely, that he, the undersigned, found that as far as the inner works of the floor timbers, the garboard strake of the keel, along with the aftermost and foremost riders, keelson and ceiling are so joined into one another that one cannot perceive the slightest deviation whatsoever in the one or the other. Indeed, not even a seam in the entire bilge has widened in the least, where, so I believe, no damage to the keel and garboard strake can be discovered without one having been able to notice it to the detriment of being able to undertake a voyage to the Netherlands — In the hope of favorable consideration, the undersigned submits this to serve as a further report. beneath stood: Cape of Good Hope, the 16 June 1790 signed: W: de Boer Agrees signed: G: v=r Goetz First Clerk After a perfect collation was made, this was found to agree in all parts with the authentic copy received from the political secretariat and remaining in our custody. — Which we witness. d Jndve eelle van Oudtshoorn J: F: F. Luien 12 La La F. 1009 Copy of a copy Right Honorable and Severe Lord! Honorable and Respected Lords! The undersigned, having heard read the drafted resolution of the proceedings at the last-held meeting of the 15th of this month, with regard to the stranded, but again refloated brigantine vessel the Helena Louisa, in order now to pass the resumption thereof. Has learned from it with nothing but the utmost surprise that, in conclusion of that resolution, the commission to Saldanha Bay proposed by Mr. I: P: Rhenius is said to have been concluded by a so-called majority, and to have been decreed upon the Gentlemen Lesueur and van Reede van Oudtshoorn. The undersigned had flattered himself that this so-called majority, weighing the reasons presented in Council by him as well as by the Honorable Lord Governor, for which they were of the opinion that this commission was unnecessary, To the Governor and Council of Policy of the Castle of the Cape of Good Hope! Against
Dutch transcription
Copia La R. 1005 /:was geteekend Als gecommitt„s/ C van Veerden, L: Smit, W: de Boer, Klaas Keuken, daar annex op zijde stond mij present, en geteek:d M van Eyk /:in margine / ten mijnen overstaan C: Cornelisz Accordeert /was geteekend:/ G: : Golkz EgezwCeereq, 9 Nan gedaane perfecte Collatie is deezen met de authentique Copije vande secretarij Van politie ontfangen en onder ons berustende in allen deelen accordeerende bevonden.— T Welk wij getuijgen D Reede van Oudeshoven. Dingsdag den 15: Junij 1790 — Rapport van de Heeren Lesucuer en van Reede, nopens de aanbestoeding, van het vlot bren gen, van voorsch=rn Scheepje de Helena Louisa De Ed Heer gouverneur is van gevoelen dat niet voldaan is aan het eerste poinct van 't Bestek; ver dus maakt zijn Ed: swarigheid tot de betaling 1a van de aanneemspenn: maar alleen conde In„ „cendeert zijn Ed: in de vergoeding vande Onkos„ „ten, onder Cautie de restituendo; edoch uit hoofden uk der gelukkige uitslag, eene favorable dispositie hier omtrent van de Heeren Meesteren voor de aanneemers solliciteeren. — De Heer Rhenius is 'er voor om de aannee„ „mings penn te voldoen. — De Heer van Lijnden; vermids de aanneemers ren de Caussa moventis zijn, van het gelukkig be„ „houd van't Scheepje, aan hen provisioneel de uitgeschooten kosten te vergoeden, en zulx onder Cautie de restituendi, zoo de Heeren Mees„ „teren zulx niet mogten approbeeren De Heer Le Sueur ƒ De Resolutie hieromtrent gesurcheerd tot nader. Accordeert /was geteekend:/ G: f. Foetz E: gezwo Ceereij Extract uit de Notulen gehouden in vergaderinge van Politie, in S. Casteel de Goede Hoop R S: V: Sueur ƒ ƒ op 06 Cerag Na La R. Na gedaane, perfecte Collatie„ is deezen met de Extract notule van de Secretarij Van politie ontfangen en onder ons berustende in allendeelen accordeerende bevonden 'T Welk wij getuijgen W J: dReede van Oudeshoorn. J: P: P Sueur F ƒ V 06 Copia La R. Dingsdag den 15 Iuny 1790 — Een Lid van den Raad te zenden naar de Salaanhabaaij, om toezigt te souden over de vertimmering van de Helena Louisa NBB: hier toe bij meerderheid van stemmen geresolveerd, hebbende de Heeren Gouverneur en Fiscaal hier tegen geprotesteerd, als van ge„ dagten zijnde dat zodanige Commissie niet Compatibel is met het Character van een Lid deezer Vergadering, kunnende hun Ed=s niet bepalen, wat zodanige Commissie moet behelzen, als zynde den Equepagemeester gedemandeerd de directie over den scheepsbouw— Accordeert /was geteekend/ E: H: Janze geruslenag Extract uit de Notulen gehouden in vergadering van Politie, in 't Casteel de Goede Hoop op 1006 Na Na gedaane perfecte Collatie is deeren met de Extract notulen vande secretarij van politie ontfan „gen en onder ons berustende in allen deelen accordeerende bevonden 'T Welk wij getuijgen D : V Reede van Oultes hoorn J: V: Lesueur L„a ƒ. 1004 1007 L„a d. — Copia Copia. De ondergeteek: door UWel Edele Gest=r en E Achtb gecommitteerd geroorden zijnde beneffens de Capitains Ter Zee Christiaan van Veerden, Laurents Smith en Klaas Keuken, geadsisteerd met den Baas der Scheepstimmerlieden Myndert van Eyk en ten overstaan van den Equipagemeester Cornelis Cornelisz:, zig aan Boord van 't Brigantijn Scheepje de Helena Louisa te begeeven om te onderzoeken na de Schaade de„ welke dat scheepje mogt hebben bekomen, en of die schaade hier, of in de Saldanhabaaij, zouden moeten worden gerepareerd: Is van gevoelen ge„ weest. deroijd de Brik zonder eenige gebreeken bevonden is, dezelve de rijse naar Neederland gerust zoude kunnen onderneemen: Waar dewwijl de reedene van dit zijn gevoel in 't rap„ plort niet duidelyk genoeg heeft kunnen worden Aan den Hooge Regeering Den Wel Edele Gest=r Heere Cornelis Jacob van de Graaff Gouverneur en Directeur van Cabo de Goede Hoop benevens den E Agtb: Raad— uitgedrukt Taatoia Copiee 12 T 1004 1008. Taolaia Copiee Uitgedrukt, heeft hij gemeend die reedenen aan nader den Hooge Regeering te moeten bekend maa„ „ken, naamentlijk, dat hij ondergeteekende bevonden heeft dat zoo verre de binne werken van de Leggers, Sandstrook van de kiel, beneffens de tege agterste en voorste Sluijtbanden, Colswijn„ en binnewijgrin zodanig in elkanderen gesloo¬ ten zijn, dat men 't minste ontwijking hoegenaam van 't een of ander niet kan ontwaard worden. Ja zelfs geen Naad in de gantsche buikdelling zigtt minst heeft uitgezet, daar zieh zo ik meen geen schade aan kiel en Sandstrook kan ont„ dekken, of men zulx had kunne gewaar worden ten naadeel om eene rijze naar Neederland te kunnen onderneemen — Inhoope van gunstige weldenkinge laat den ondergeteekende, deeze dienen voor nader rapport /onderstond:/ Cabo de Goede Hoop den 16 Iunij 1790 ~ /was geteekend:/ W: de Boer Accordeert /was geteekend:/ G: v=r Joetz Eij Clercq Na gedaane perfecte Collatie is deezen met de authentique Copije vande secretarij Van politie ont„ „fangen en onder ons berustende in allen deelen accordeerende bevonden. — T Welk wij getuijgen. d Jndve eelle van budteshovrn J: F: F. Luien 12 L„a L„a F. 1009 Copia Copice Wel Edele Gestrenge Heer! Edele & Agtbare Heeren! De ondergeteekende hebbende hooren leezen, de Gecoucheerde Resolutie, van het besoigneerde op de laatstgehoudene vergadering van den 15 deezer, met betrekking tot het gestrande, doch weederom in vlotewater gebragte Brigantijn Scheepje de Helena Louisa, ten einde dezelve al nu de resumptie te doen passeeren. Heeft niet dan met de uiterste Surprise daar uit vernomen, dat bij slon dier resolutie, de door den Heere I: P: Rhenius gepropo„ neerde Commissie na de Saldanhabaaij, gezegd word bij eene zogenaamde meerderheid te zijn Conclu„ deert, en op de Heeren Lesueur en van Reede van Oudtshoorn te zijn gedecerneert De ondergetekende had zieh geflatteerd, dat die zogenaamde meerderheid, pondeerende de reedenen, zo door hem als door den Edelen Heer Gouverneur in rade voorgesteld, omme welke zij van advijzen waaren, dat deeze Commissie onnodig Aan Gouverneur en Raaden van Politie des Casteels Cabo de Goede Hoop! Contra
English
1010 contrary to the dignity of the Members of this Council, and would be of not the slightest effect, would have acquiesced therein: The more so since those gentleman commissioners always retain the faculty to go civilly, in their private capacity, to carry out the inspection of the named vessel or of its keel, without there being the slightest necessity to nominate such a commission, which cannot fail to cause some expenses for the Honorable Company, whether much or little. The undersigned finds himself, therefore, upon further reflection, in his capacity as fellow Member of this Council, to whom the interests and concern of his Lords and Masters are most strongly recommended, both in the aforementioned relation and by his Instruction in his capacity as Independent Fiscal, obliged and compelled to protest in the most formal manner of nullity and invalidity against this conclusion reached, as having been formed and taken in an utterly unsustainable, illicit, and irregular manner; as well as against all costs and further consequences arising therefrom, leaving all of these to the private responsibility and satisfaction of those Members. Firstly, because the ordering of such commissions, whereby the Honorable Company comes to incur any costs, must never be resolved by a majority, but always with unanimity of votes, unless substantial and plausible reasons present themselves from which one can conclude that, in the contrary case, by not appointing such a commission, more harm would be done to the Company's interests than the commission itself would cost; which the undersigned must declare he is currently by no means able to discern therein. Secondly, because no majority even exists here, since the Gentlemen Commissioners in the entire transaction concerning or about the said vessel can never maintain that they have a concluding, but only an advisory vote; especially also in ordering a commission upon themselves. So that only four conclusive votes remain, of which, without contradiction, that of the Lord Governor, joined with that of the undersigned, against the votes of the two remaining Members, the Gentlemen Rhenius and de Wet, must have the preponderance and form the conclusion on their side. Thirdly, because although in Europe it generally holds true, in conformity with the order of government and deliberation, that a presiding Member or President of an assembly cannot be considered otherwise than as a primus inter pares, whose duty it is solely to bring matters to deliberation in order and in their due time, to ask each of the remaining Gentlemen Members in their turn for their opinions according to order and rank, to listen with modesty and patience to the differing votes and opinions, to collect them, to form a pertinent conclusion therefrom and to dictate it to the Secretary or Clerk, as well as to care and watch over good order in and the decorum of his Council. From which it then naturally follows that he is also obliged to take such conclusions in which outvoting takes place per plurima, even if they run contrary to his own opinion. It is nevertheless no less true that this does not hold, but takes on an entirely different form in a colony, namely in a Council of government, where everyone, and thus the Members of the Council as well as all others, owes all respect, reverence, and deference to the Chief Ruler; and where it would make a very bad impression on the public, nay, could be of the most dreadful consequences, if the majority of the Members were together to make an agreement and compact to regulate among themselves certain points according to their pleasure, against the approval and sentiment of their Ruler, and would then wish to force him, according to their plurality, whether he understood that the same conflicted with the Company's interests or not, to have to conclude the same. And how much more so, Right Honorable Sir and Honorable Sirs! When the Members were nearly all related to one another by marriage, and some of them having already been on similar commissions relating to the very same matter, had not adhered too strictly to their received instructions, whether through precipitation, excessive zeal, or otherwise, and consequently thereby, as well as through their discourses held expost in the meeting, had given rise more or less to a suspicion that the strictest neutrality had not been entirely observed by them. While
Dutch transcription
1010 Contra digitatum deezer raads Leeden, en van geen het het minste effect zoude zijn, daarinne zoude hebben geacquiesceert: Te meer nadien die heeren gecommitteerdens altoos de faculteit blijven be houden, omme Sivilent, voor hun particulier de inspective van het genoemde Scheepje ofte van deszelvs kiel te gaan doen, zonder dat 'er eenige de minste noodzakelijkheid in was, om zodanig eene Commissie, welke niet nalaten kan eenige Kosten voor d' E Compe 't zy dan veel ofte weinig te moeten veroorzaken, te nomi„ neeren. De ondergeteekende vind zich over zulx, bij nader reflexie, in zijne qualiteit als meede Lid van deezen raade aan wien de belangens en het in„ tesse zijner Heeren Meesteren, zo in de even gen: betrekking, als bij zijne Instructie, in qua liteit als Independent Fiscaal, ten sterksten zijn aanbevolen, verpligt ende genooddrongen teegens deese gemaakte Conclusie ten cierlijksten van mullileit ende verval, te moeten protesteeren als zijnde op eene gantsche onbestaambare, Annet= tige en Prreguliere wijze geformeert en genomen— mitsgaders teegens alle kosten en verder gevolge daaruit te ontstaan, dezelve alle ter Particuliere verantwoording en voldoening dier Leeden overlatende. A=o om dat het deserneeren van zodanige Commissien waardoor d' E Comp=e eenige kosten komt te onder„ gaan nimmermeer met eene meerderheid maar altoos met -unanteit van Stemmen moeten worden geresolveert, zo 'er geene erheffelyke en plausible reedenen zich komen voor te doen, waar uit omen kan opmaaken, dat in Contrairen val, bij het niet maaken van zulk eene Commis „sie; meer nadeel zoude worden toegebragt aans„ Comp=e belangens, dan de Commissie zelve zoude Hunnenkosten. welke den ondergeteekende moet betuigen thans daarinne geezezints te kun„ nen ontdekken. 2„e Om dat zelve hier geene meerderheid existeert, nademaal de Heere Gecommitt„s in de gantsche Besoigne omtrent ofte over het gemelde vaartuig nooit eene Concludeerende, maar alleen eene advi„ seerende stemme kunnen Sustineeren te hebben; voor al ook meede in het decerneren eener Com„ missie op hun zelven. zo dat 'er dan maar vier vota Conclusia overblijven, waarvan zonder teegenspraak, die van den Heere Gouverneur, gevoegt bij die van den ondergeteekende, tegens de stemmen der twee overige Leeden, de Heeren Rhenius en de Wet, defpro ponderaine moeten hebben, en die de Conclusie na hunne zijde formeeren. Ao 30 P 3„e om dat al hoewel het in Euiropa Generaliter Con form de ordre van regeeringe en van delibereeren vast gaat, dat een voorzittend Lid. of President eener vergadering, niet anders kan worden ^ Consid dereert, als eene Sumus uiter Parls, wiens Post het alleen is de zaaken en ordre en op hunnen tijd ter deliberatie te brengen, een ieder der overigt Heeren Leeden, op hunne beurten, derzelven advijsen na ordre en rang aftevragen, met be„ scheidendheid en geduld te aanhoren de geschillende stemmen en de gevoelens, dezelve te Colligeeren daar uit eene pertinente Conclusie te formeeren en die aan den Secretaris ofte Griffier te dicteeren gelijk omeede ook voor de goede ordre, in, en het decoru van zijn Colegie te zorgen en te waaken. Waaruit dan van zelve volgt dat hij ook Verpligt is zodanige Conclusien, waarinne over stemminge plaats heeft, per plurima alwaaren dezelve tegen zijn eige at vijf aanlopende, te moeten neemen„ Het egter niet minder waar is, dat zulks geen standen houd, maar eene gantsch andere ge„ in een Collegie „daante krijgt in eene Colonie, van regeereng namentlijk, alwaar een iegelijk, en dus zoowel de Leeden des Raads als alle andere aan den Hoofdgebieder alle respect, eerbied en deference verschuldigt zijn; en alwaar het eene zee quade gratie voor 't Publicq zoude hebben, Ia van de allerschromelijkste gevolgen zoude kunnen zijn, wanneer de eerderheid der Leeden te zamen een afspraak en overeenkom ste maakten, omme eenige poincten na hur welgevallen, tegens het goedvinden en Sentiment van hunner Gebieders, onder zich te reguleeren en hem als dan wilde dwingen, dezelve na hunne numelijkheid, om 't even of hij begreep, dat dezelve teegens Compagnies belangens Streeden dan niet, te moeten Concluseeren. En woel meer Wel Edele Gest=r Heer en Edele Achtb: Heeren! wanneer de Leeden meest alle onder elkanderen vermaagdschapt waaren en eenige hunner reets in zoortgelyke Commis= sien die tot een zelvde zaak relatief was, geweest zijnde, zich niet al te stiptelijk by hunne ont„ fangene Last, t zij door Precipitance, al te grooten yver, ofte anderzints hadden gehouden, en gevolgelijk daardoor, gelijk meede door hun „ne discourssen, expost in de vergadering ge „houden min of meer een souxcon hadden doen geboren worden, de Strikste onzydigheid bij hun niet volkomen te zijn geforeert geweest de feranco Terwyl
English
1012 While on the contrary every impartial and right-thinking person, when judging calmly according to reason, will have to agree that it is entirely in accordance with equity and prudence— That a Chief Commander is left the liberty and power to conclude, or else to leave entirely without conclusion, such proposals as might be made which he would consider, either immediately or in their consequences, to correspond or not to correspond with the essential interests of his Lords and Masters, as often and as long as his good counsel and the gravity of the matters should warrant, all on his exclusive responsibility. Since the Members of the Council cannot be considered to be anything other than advisors assigned to the Chief Commander to enlighten and assist him with their advice, counsel, and aid in the charge laid upon him. But by no means possess the faculty to intrude and meddle in his post or domain, to diminish, lessen, and curtail his authority, or, against his pleasure, to take any resolutions, bring them to a conclusion, and issue orders in accordance therewith— Just as he also bears the principal responsibility, and indeed the administration and preservation of the Colony is entrusted and recommended to his oversight and good care, so also the greatest and a proportionate power and authority must remain with him, in order to properly discharge his duty without hindrance and unimpeded, in accordance with his Instructions and the orders received— 4th And finally, because the Instructions of the undersigned expressly prescribe and command him in Article 1 to preserve, protect, and defend with all diligence and earnestness the rights, jurisdictions, highness, and authority of the Sovereign; and consequently also that part thereof which by the very same Sovereign was granted and entrusted to the Chief Commander of the Colony. Underneath stood: Done at the Cape, the 23rd of June 1790. Was signed: D. N. S. van Lynden After a perfect collation was made, this is agreed: Was signed: P. H. Faure, sworn clerk 1013 La 21, Copy of a Copy Found in all parts to agree with the authentic copy received from the Political Secretariat and resting in our custody. Which we attest. Whereas at the session of the 23rd of this month all such resolutions were reviewed as had been taken on the 15th prior regarding different matters in this Council, yet the undersigned were by no means able to find inserted therein the decision rendered on the proposal made by the Right Honorable Governor concerning the payment of the stipulated contract moneys to the Contractors for righting and bringing into floating water the ship, previously stranded, the Helena Louisa; regarding which His Right Honorable, when two reports were laid before the Table—one drawn up by the fellow undersigned Members of this Council, Le Sueur and Reede van Oudtshoorn, the other by nautical experts commissioned by the Well-mentioned Governor to inspect, assisted by the Master Shipwright and in the presence of the Equipment Master of this Government, the present condition of the abovementioned vessel the Helena Louisa—pleased to present by way of preliminary advice to the Assembly to reject the petition of the abovementioned contractors, being the Junior Merchant Jan Fredrik Kirsten and the Bookkeeper Petrus de Wet, which had circulated among the Members of the Council, J. D. Le Sueur B. v. d. Reede van Oudtshoorn 1014 Petrus de Wet, as having failed, according to the report of nautical experts specially commissioned for that purpose by His Honor, to comply with the contract of acceptance; and subsequently to embrace the advice of the Independent Fiscal van Lijnden, tending to the effect that only such sum of moneys should be disbursed to those contractors as they had advanced according to a specific account to be submitted by them, on the condition, however, of having to restore the amount of those moneys again to the Honorable Company in case the High Commanding Lords and Masters should judge that, because of the failure to comply with the first article of the tender, that payment ought not to have been made, adding such reasons and motives as His Honor thought served to substantiate this proposal; but which opinion was contradicted by the undersigned, who concluded that, since those contractors, pursuant to the contents of the abovementioned report of the commissioners, had fully answered their task, the stipulated moneys ought also to be paid to them; so the undersigned take the liberty to request that the decision thus lawfully taken by the majority may still be inserted into the abovementioned resolution of the 15th of this month; finding themselves obliged, upon refusal thereof, whereby the said resolution would remain suspended as the Right Honorable Governor has pleased to declare, to protest in the strongest terms against such a manner of proceeding, as contrary to the Honorable Company's express orders, and of which perhaps no precedents are to be found in the retroacta of this Government. While the undersigned, to substantiate the reasons that moved them to take that Resolution, believe they may advance that, without wishing to take into consideration whether or not the Council itself, upon the proposal of the Members commissioned to that tender and the consequences thereof, having embraced the proposals presented by those contractors, departed from the drafted points of acceptance; in this matter there ought especially to be taken into consideration not only the aforesaid report of the Council members, as well as
Dutch transcription
1012 Terwijl ter Contrarie een ieder onpartijdig en weldenkend-mensch, wanneer Bij bedaarden na wil redelijkheid oordeelen, zal moeten toestemmen, het met de billijkheid en voorrigtigheid volkomen over een te komen — Dat aan eenen Hoovdgebieder de faculteit en magt wvord vrij gelaaten, omme zodanige voorstellingen, die 'er gedaan mogt werden, welke hij met zijner Heeren Meesters, we„ zentlijk Interessen, 't zij terstond of bij de ge¬ volgen, zoude vermeenen, al of niet te strooken, te Concludeeren, dan wel geheel buiten Conclusie te laten, zo dikwijls en zolange, als zynen goeden raad, en t gewegte der zaken, zoude gedragen alles ten zijnen privative verantwoordingen. Daar immers de Leeden des raads, niet anders kunnen worden geconsidereert te zyn dan raaden den Hooftgebieder toegevoegt, om„ me hem, in den Last hem opgelegt, met hunne advijzen, raad, en bystand voor te ligten ende te adsisteeren. Maar geenzints de faculteit bezitten omme hun zelven in zijnen Post ofte gebied in te dringen ende te ingireeren, zijne Au¬ thoriteit te verminderen, verklijnen en te beknibbelen, ofte tegens zyn welbehagen, Na gedaane perfecte Collatie is Accordeert — /was geteekend:/ P: H Faure gezwblerg 3t eenige resolutien te neemen, ter Conclusie te brengen en dien Conform ordres uittedeelen— Gelyk hij ook de meeste verantwoordinge hebbende Ia het berind en de behoud der Colonie aan zijn toezigt en goede zorge zijnde toevertrouwd en aanbevolen, aan hem dan ook de meeste en eene geëvenredige magt en authoriteit moet verblyven, omme zich van zijnen pligt Conform zijne Instructie, en ontfangene beveelen, ongegeneert en onverlet be„ hoorlijk te kunnen Kwijten — 4„o En Eindelijk om dat des ondergeteekendens In structie, hem articulo t distinck voorschehrijff en Gebied, met allen vlijt en ernst, te bewaaren, beschermen en voorteslaan, de rechten, Iurisdictien, Hoog heit en authoriteit van den souverain; En bij wettig gevolg dus ook dat gedeelte daar van, 't welke door Hoogst derzelven aan den hooft Gebieder der Colonie is afgestaan ende toebetrouwt /onderstond/ Actum Cabo den 23 Iunij 1790 — /was geteekend / D: N: S: van Lynden eenige deelen 1013 La 21, Copia Copiae deeten met de autentique Copije vande Secretarij van Politie ont„ „fangen en onder ons berustende in allendeelen accordeerende bevonden. 'T Welk wij getuijgen. Vermits ter sessie van den 23:de deezer geresumeert zijn geworden alle zodanige resolutien, als op den 15en bevorens ten opzigte van differente zaken bij deesen raade zijn genomen geworden, dog de onderget:s daar bij geenzinds hebben mogen geinsereerd vinden, het besluit gevallen op de propositie door den Wel Edelen Gest: Heere Gouverneur, betreffende de betaalinge der gestipuleerde aannemings penningen aan de Entrepreneurs tot het omkenteren en in Vlot Water brengen van t gestrant geweest Scheepje de Helena Louisa, welken aangaande zyn Wel„ Edele Gest=r, wanneer ter Tafel waren gebragt, twee rapporten 't eene geformeerd door de meede onderges= Leeden deeses raads Le Sueur en Reede van Oudtshoorn, 't andere door zeekundigen, door Welopgem: Heere Gouverneur gecommitteerd ge„ weest, om, geadsisteerd door den Kaas der Scheeps timmerlieden, ten overstaan van den Equipage„ meester deezes Gouvernements, te onderzoeken naar den tegenwoordigen toestand van boven gem: Vaartuig de Helena Louisa, bij wijsen van praeadvijs der Vergadering gelievde voor te draagen, om het bij de Leeden des Raads in rond„ lezen geweest zijnde Request den bovengem: aanneemers, zijnde geweest den onderkoopman Jan Fredrik Kirsten, en den Boekhouder J: D: Bueur D o d Riede van Oudtshoorn Petrus 1014 Petrics de Wet als volgens het rapport van Zeekund gen door zijn Wel Edele daartoe Expres gecommitteer niet hebbende voldaan aan het Contract van aan„ neeming, te wijzen van de hand, en vervolgens te amplecteeren het advijs van den Heere Indepen dent Fiscaal van Lijnden tenderende, dat aan die aanneemers zouden worden uitgekeert alleen zodanige Som van penn: als dezelven volgens eene door hen intelevere Specifique Reekening zouden hebben uytgeschoten, onder Conditie egter, van het bedragen dier penn: weder aan d E Compe te zullen restitueeren, ingevalle de Hoog Gebiedende Heeren Meesteren, zouden mogen oordeelen, dat uijt hoofde van temanquement der voldoening aan het eerste Artikul van aanbesteedinge, die uit betalinge niet had behoren te geschieden, met bijvoeginge van zodanige redenen en Motives, als zijn Wel Edele meende tot Staving van deze propositie te verstrekken: dan wel bij der gevoe„ lens door de onderget: zijn gecontradiceert gewor „den, en door denzelven geconcludeert, dat, dewijl die aanneemers, in gevolge den inhoude van het bovengem Rapport der gecommitt:s volkomen aan hunnen taak haaden beantwoord, aan hun ook de bedongene penningen behoorden te worden voldaan; zo neemen de ondergeteekendens de vrijheid te verzoeken, dat het besluit alzoo bij de meerderheid wettig genomen, als nog bij bovengem. resolutie van den 13„e deezer mag worden geinsereerd: zig verpligt vindende; bij wijgering van dien, waare door alzoo dezelve Resolutie, gelijk den Wel Edelen Gestr Heer Gouverneur heeft gelieven te declas„ „eren zoude blyven gesurcheert, tegens eene zo„ „danige handelwijze, als strijdig met sE Comp=es uitdrukkelijke ordres, en waarvan misschien geene voetschappen in de retroacta deezes Gou„ vernements te vinden zullen zijn, op het sterkste te protesteeren. Terwyl de onderget: tot staving der reedenen, die hun hebben gemoveerd tot het nemen dier Resolutie meenen te mogen ad„ „vanceeren, dat, zonder in aanmerking te willen neemen, of niet den raad zelve op voordragt der Leeden Gecommitteerd geweest tot die aanbe„ steeding en derzelver gevolg, hebbende geamplee¬ „teerd de propositien door die aanneemers ge„ presenteerd, is afgegaan van de ontworpen poincten van aanneeminge: In deeze zaak vooral diende in aanmerkinge te komen, niet alleen het voorschr Rapport aen raadsleeden, ook als
English
as in which, on very plausible grounds, it has been sufficiently proved that those contractors have fully satisfied the contract, especially in its fortunate consequences according to the objective of this government, but also that those nautical experts, in that report upon which the minority bases its opinion, have actually not complied with the contents of their commission, being therein only instructed to examine carefully, after the performing of the careening, the defects which the aforementioned little ship might have received upon its stranding, as well as to investigate whether it could be properly repaired from the damage suffered, or not, and if so, then to determine what materials and equipage goods would have to be employed for that purpose, as well as within what time those repairs could take place, how much the same would grosso modo cost the Honorable Company, and whether the oft-mentioned little ship could by that repair be brought into such a state so as to make it undertake the voyage to Europe with confidence: without mentioning a word about the keel: That the article of the tender upon which the reasoning of the Lord Governor rests does not contain the exposing of the keel in such a manner as the nautical commission has come to demand in such a singular way, and continuously insisted upon, but only that the contractors should have to careen the said vessel in such a way that the keel was visible: That condition had, according to the oft-mentioned report of the Council members, in the presence of a great number of spectators, been fulfilled, not only that part of the vessel having been, according to their statement, sufficiently visible to a height of 4 to 5 inches, but also Captain Rion, having commanded the English King's ship the Guardian laid up here, and who seems to have had the kindness to assist those contractors in this work with his advice and help, in the presence of that nautical commission having examined and felt the entire keel from below with the flat of his hand, without having been able to perceive any defect in it: That if one would wish to attach a stricter explanation to that article, the observance thereof according to the well-founded remarks in that report could still only then have been demanded if any well-founded fear had arisen that any defect or damage had come to that part of the vessel, in order then to bring the ship into that situation to be able properly to repair the same, which however having been found that the said little ship had received no leakage of importance, prudence would rather have advised to effect it on the water, after opportunity would present itself on this roadstead or in Saldanha Bay, than by a dangerous careening on the beach, and the same nautical commission for that reason ought much less to have supposed this to have been the intention of that article, because according to the arguments held about it by other experts, such an excessively pushed careening of a ship of ordinary strength occurring on the beach would be nearly irresponsible: although the oft-mentioned contractors, upon questioning by the members who had been commissioned, declared to find no difficulty at all in heaving that little ship, being built entirely of teak wood and noted for its extraordinary strong construction, entirely over its keel, if they could have been accommodated with the necessary ropes from the Honorable Company's equipage warehouse according to their demand: That by the contractors, assisted by experts, the careful examination of the condition of the oft-mentioned little keel was carried out, even before its careening, both from the inside and outside, without anything having been perceived on it from which the slightest reservations could arise that the same, by the stranding, had received any other inconvenience, especially not to the keel, than that which was discovered by those contractors during the careening, and was also properly repaired: That all this is confirmed because the frequently mentioned little ship, notwithstanding it has already stayed in this roadstead for such a long time since the day it was so fortunately rescued from the beach, makes no more water than usual, and until now no sign appears of having any defect: As also comes to appear undeniably from the latest report of a nautical commission as there
Dutch transcription
1015 als waarin op zeer aannemelijke gronden, en ge„ „noegzaam is bewesen geworden, dat die aannee„ mers aan het Contract, vooral in derzelver geluk „kige gevolgen aan het oogmerk dezer regering volkomen hebben voldaan, maar zelv ook, dat die zeekundigen in dat rapport, waarop de minderheid haar gevoelen bouwd, eijgenteijk aan den inhoude hunner Commissie niet hebben voldaan, als wordende daarin alleen gelast de gebreken, dewelke het gem Scheepje bij dies Stranding mogte hebben bekomen, na het verrigten der omkentering, naauwkeureg te examineeren mitsg=s te onderzoeken, of het van de geleden Schade behoorlijk konde wor„ den gerepareerd, of niet, zoo Ja alsdan te bepalen, welke materialen en Equipagie goederen daartoe zouden moeten worden geEmploijeerd, mitsgaders binnen welken tyd die reparatien zouden konnen geschieden, op hoe veel dezelven Grosso modo, aan d E Comp„e zoude komen te staan en of meerm: Scheepje door die Reparatie in zodanigen Staat zoude konnen worden ge„ bragt om het zelve met gerustheid de reijze na Europa te doen aanneemen: zonder een woord te reppen van de Kiel: Dat het articul van aanbesteding waarop het raisonnement van den Heere Gouverneur Steund, niet inhoud, de bloodstelling der kiel, zoodanig als de zeekun„ dige Commissie, zulks op zoo eene Singuliere wijse heeft komen te vorderen, en daarop geduu¬ rig aangedrongen, maar alleen, dat de aannee„ komers 't ged: Vaartuig zoodanig zouden moeten omkenteren, dat de Kiel zigtbaar was: Daar„ aan was, volgens het meerm: Rapport der Raadsleeden in het bij weesen van den groot Ne„ aantal aanschouwers voldaan, zijnde niet alleen dat gedeelte van t vaartuig volgens derzelve op opgaave, ter hoogte van 4 â 5 duimen zigtbaar genoeg geweest, maar had ook den Heere Capitain Rion, gecommandeert hebbende het hier afge legde Engelsch Konings Schip the Guardian en welke de goedheijd Schijnd te hebben gehad, die aanneemers in dit werk met zijne raad en hulpe te adsisteeren, in de tegenswoordigheid dier zeekundige Commissie de gantsche Kiel van onderen met het vlakke zyner hand naar ge„ gaan en betast, zonder eenig gebrek daaraan te hebben kunnen ontwaren: Dat zo men eene Strictere explicatie aan dat articul zoude willen hegten, de observance daarvan volgens de ge van gronde 1016 gronde aanmerkingen in dat Rappoek, nog dan maar alleen zouden konnen werden gevordert, in„ „dien zig eenige gegronde vreeze had op gedaan, dat eenig gebrek of Schaade aan dat gedeelte van 't vaartuig soude zijn gekomen, ten eijnde als dan 't Schip in die Situatie te brengen, om hetzelve behoorlijk te konnen repareeren, het geen dog be„ vonden weesende, dat het ged: Scheepje geen Lekkage van belang had bekomen, de voorzigtig heir meer zoude hebben aangeraaden, op het water na dat de gelegentheid zulx op deeze Beede, of in de Saldanhabaay aan de hand geven zoude, te effectueeren dan door eene dangereuse kente¬ ring op 't Strand, en dezelve zeekundige Commissie„ overzulks ook veel minder had behooren te Veronderstellen dit de Intentie van dat Arti¬ cul te zijn geweest, om dat volgens de raison„ nementen van anderen des kundigen daar over gehouden, eene zoo ver gepousseerde om„ kentering van een schip van gewoone Sterkte op het Strand geschiedende bij naar onverant„ „woordelijk zijn zoude: ofschoon meerm: aannee„ „ners, op afvrage der Gecommitteerd geweest zynde Leeden, hebben gedeclareerd, in t geheel geene swarigheid te vinden om dat Scheepje als zijnde geheel van Iatij hout getimmert, en gemerkt, deszelfs buitengewoone Sterke Constructie zelve over zijne kiel te halen, indien zij in gevolge hunnen eysch, met de benodigde Touwen uijt s E. Comp:s Equipagie Pakhuis hadden konnen word en gerierd: Dat door de aanneemers, geadsisteerd met des kundigen, het naauwkeurig onderzoek is gedaan, naar de gesteldheijd van meerged: Kieltje, zelfs nog voor dies omkentering, zo van binnen als buiten, zonder dat aan het zelve iets heeft konnen worden ontwaard, waaruit eenige de minste bedenkingen zoude konnen gebooren word en dat het zelve door het Stranden eenig ander ongemak¬ voor al niet aan de Kiel, zoude hebben bekomen, als welk, door die aanneemers bij de omkentering is ontdekt, en ook behoorlyk gerepareerd gewor¬ den: Dat dit alles word geconstateerd, dewijl het dikwils gem: Scheepje, niet tegenstaande reeds zoo eenen geruimen tyd, t zedert den dag, dat zoo gelukkig van 't Strand is gered geworden, ter deeser Rheede heeft vertoefd, geen meer dan gewoon water maakt, en tot nog geen blijk zig opdoed van eenig manquement te hebben: Zoo als zulks ook ontegenzeggelijk komt te blijken, uit het laaste rapport eener Zeekundige Commissien als daar
English
1017 expressly ordered thereto by the Right Honorable the Governor, especially from a closer one, given separately by one of them, namely Captain de Boer, who appears to have spared no small effort to inspect everything with the most meticulous care: That finally it is very certain, that if the repeatedly mentioned committee council members had not complied with the request of the contractors to bring the repeatedly mentioned vessel the Helena Louisa into floating water during the then impending high tide, but on the contrary had insisted, according to the opinion of those nautical experts, on heaving that vessel further over, whereby one would have had to let that spring tide pass by; the same, in that situation with the open waist capsized toward the sea side, would very likely have been smashed to pieces by the foul weather that arose the day after it was brought into the roadstead, and thus would have become entirely useless to the Honorable Company: While with regard to the proposal to pay to those contractors only the funds disbursed by them with the attached condition, the undersigned believe that it follows naturally from the reasoning that, even if the Most Noble Lords Superiors in either case should not be pleased to approve this contracting and the subsequent payment, this will in no way serve to any prejudice or damage of those contractors, but will come to the accountability of the Council that undertook this contracting, or indeed of those members who resolved upon the full payment; in all of which the undersigned also judged it necessary to take into consideration that, if such difficulties were raised that kept these contractors in uncertainty about enjoying the prompt settlement of what was promised and pledged to them, one would find everyone deterred in similar, though unhoped-for cases, from such undertakings with which the Honorable Company's interest and advantage are paired, whereas, moreover, even in the present case no other entrepreneurs were seen to appear other than those to whom the work was contracted, and such exceptions, according to the opinion of the undersigned, ought especially to have the less place here, as those contractors in such a generous manner, without aiming at any advantage for themselves, undertook this work out of true zeal for the service of the Masters, stipulating only the funds disbursed by them for that purpose. The undersigned reiterate their request that these reasons of theirs, attached to their protest, may be inserted into the Resolution of the 15th of the past month. was signed: J. S. Rhenius, J. J. Le Sueur, O. G. de Wet, W. F. van Reede van Oudtshoorn. In the margin stood: Exhibited 2 July 1790. Agrees. was signed: P. H. Faure Clercq After a perfect collation was made, this was found to agree in all parts with the authentic copy received from the Secretariat of Policy and remaining in our custody. Which we testify. J. J. Le Sueur W. F. van Reede van Oudtshoorn. below stood: H. C. de Letter P 1018 Copy Since in the last-held meeting, upon resumption of a Resolution regarding the commissioning of the Gentlemen Le Sueur and Van Oudtshoorn to the Saldanha Bay, and which had been adopted by a majority of votes, the Right Honorable the Governor was then pleased, upon a written protest from the Independent Fiscal, Mr. van Lynden, to set that Resolution aside, the undersigned therefore finds himself obliged hereby to protest against such a course of action, requesting that this may be inserted into the Resolution. below stood: was signed P. J. Rhenius in the margin: Exhibited in the Council of Policy on the 2nd of July 1790. After a perfect collation was made, this was found to agree in all parts with the copy remaining in our custody. Which we testify. J. J. Le Sueur W. F. van Reede van Oudtshoorn. Letter No. 1819 Copy The undersigned, having had to see with the utmost surprise that a Resolution, brought forward upon a proposal by the Secunde, Mr. Rhenius, adopted by a majority of votes, and in which after some debates acquiescence was given at the time, was set aside by the Right Honorable the Governor upon its resumption solely on a written advice and protest by one of the fellow members of the Council, the Independent Fiscal, Mr. van Lynden, finds himself obliged to protest in the strongest terms against this unusual course of action of the Right Honorable, with the request that this protest of his may be inserted into the Resolution of that day, being the 23rd past: While at the same time insisting that a copy of the aforementioned advice and protest of the aforementioned Fiscal, Mr. van Lynden, may be delivered to him, in order to make such counter-protest and note against it as he shall deem advisable. was signed: J. J. Le Sueur in the margin: Delivered the 2nd of July 1790. After a perfect collation was made, this was found to agree in all parts with the copy remaining in our custody. Which we testify. 171819 W. F. van Reede van Oudtshoorn. J. J. Le Sueur
Dutch transcription
1017 daartoe expres door den Wel Edelen Gest=r Heer Gouverneur gelast, vooral uit een nader, afzon„ derlijk gegeven door een uijt dezelve namelyk den Capitain de Boer; die zig geene geringe moeijte schijnd te hebben gegeeven, om alles met de Toeg= neuste zorge te inspecteeren: Dat eyndelijk 't zeer zeker is, dat bij aldien meerm Gecommitt: raads Leeden niet hadden voldaan aan t versoek der aanneemers, om meerged: Scheepje de Helena Louisa by t toen op handen zynd' hoog getij in vlot water te brengen, maar integendeel gedrongen, om volgens het gevoele dier zeekundigen, dien Bodem verder over te haalen, waardoor men dat spring zoude hebben moeten laten voorbygaan; hetzelve in die Tituatie met de open Kuil na de zeekant gekenterd, door de daags, na dat op de Rhede was gebragt geworden, opgekomen guur weder zeer waarschynelijk aan stukken zoude zijn geslaagen, en dus ten eenemaale onnut voor d E Comp:es geworden: Terwijl met betrekking tot de propositie om aan die aanneemers alleen afftegeeven de door hun uitgeschoten penningen met de daaraan geaccrocheerde voorwaarde„ de ondergeteek:t vermeenen, dat uit het berede„ neerde van zelve voortvloeid, dat wanneer al de Hoog Gdb:e Heeren Superieuren in 't een en ander geval, deze aanbesteding, ende daarop ge volgde betalinge, niet mogten gelieven te appro„ „beeren, zulks geenzints tot eenig praejudicie of schade zal konnen verstrekken van die aanneemen maar ter verantwoording komen van den Raad, dewelke die aanbesteding heeft gedaan ofte wel van die Leeden, dewelke tot de volledige betalinge hebben geconcludeert, bij al t welk de ondergeteek=t nog hebben geoordeeld in concideratie te moeten neemen, dat, wanneer zodanige difficulteijten wierden in de weege gesteld, dewelke deese aan„ „neemers in de onzekerheid hielden, om de prompte voldoeninge te genieten, van het geen aan hun is beloofd en toegezegd, men in zoort„ gelijke, egter onverhoopte gevallen, een yder zoude gerebisteert vinden, van diergelijke on„ „dernemingen, waarmede sE Comp=s belang en voordeel gepaart gaan, daar men boven dien, zelfs reeds in 't presente geval geen andere Entre preneurs heeft zien opdaagen, als de geene, aan welke het werk is aanbesteed geworden, er hoe„ „danige excepatien, volgens het gevoele der onderget„ voor al hier, te minder plaats deenden te hebben, daar die aanneemers op zoo eene genereuse de doyse wijze zonder eenig voordeel voor zig zelven te be oogen, uit waare zugt voor den dienst der Meester dit werk hebben ondernomen, alleenlyk bedin„ gende de Penningen door hun daartoe uit ge¬ schoten. De ondergeteekendens Inhaereren hun verzoek dat deeze hunne motives gehegd aan derzelver protest in de Resolutie van den 15„e der gepas¬ seerde maand mogen worden geinsereerd /:was geteekend:/ I S: Rhenius, I: I: Le„ Sueur, O: G: de Wet, W: F: v: Reede van oudts hoorn, /terzyde stond/ Exhibitum 2 July 1790 Accordeert /was geteekend/ P: H: Taure Geercq Na gedaane Perfecte Collatie is deezen met de Authentique Copie van de Secretarij van Politie out¬ „fangen en onder ons berustende in allen deelen accordeerende bevonden T Welk wij getuijgen. J: V: esueur Eede van Pudtishoorn. /onderstond:/ H: Cde Lo. P„ 1018 Copan Copia Vermits in de laastgehoude Vergadering by resumtie van eene Resolutie met opzigte tot t Committeeren van de Heeren Le Sueur en Van Dudtshoorn na de Saldanhabaaip, en welke bij meerderheid van Stemmen was genoomen; den Wel Edele Gest=r Heer Gouverneur toen op een schriftelijk protest van den Heer Independent Fiscaal van Zijnden, dezelve Resolutie heeft gelieven te stellen buiten Effect, zoo is 't dat den ondergetekende zich genoodzaakt vind mets deezen jeegens zodanige handelwijze te protes „teeren, versoekende dat dit in de Resolutie mooge werden g'insereerd /onderstond / was geteekend P J: Rhenius /in margine:/ Exhibetum in Raade van politeen den 2 Julij 1790 Na gedaane perfecte Collatie is deezen met de Copije onder ons berustende in allen deelen accordeerende bevonden. — 'T welk wij getuijgen. J: V: Le Siuin W Reede van buetshoorn. La. No. 1819 Coper Copia De onder get: met de uiterste Surprise heb „bende moeten zien, dat eene Resolutie, op een Propositie door den Heere Secunde Thenius voortgebragt, bij meerderheid van Stemmen ge„ nomen, en waarbij na eenige debatten toen ter tyd is berustgeworden, bij dies resumptie alleen op een schriftelijk advijs en protest door een der mede Leeden des Raads, den Heere Indepen„ dent Fiscaal van Lynden door den Wel Ed: Gest=r Heer Gouverneur is gesteld buiten effect, zo vind dezelve zig verpligt, tegens deeze ongewoone han delwijze van zijn WelEd: Testr ten Sterksten te moeten Protesteeren, met verzoek, dat dit zijn Protest bij de Resolútie van dien dag, zijnde ge¬ weest den 23 pass=o moge worden geinsereerd: Terwijl teffens insteerd, dat aan hem moge worden afgegeven Copia van opgem: advijs,en protest van wel op gem Heer Fiscaal van Lynde ten ijnde daartegen, zoodanige Contro protest en aantekening te doen, als geraden vinden zal. /was geteekend:/ I: I Lesuieur /:in margine:/ overgegeven den 2 Julij 1790 Na gedaane perfecte Collatie is deeten met de Copije onder ons ons berustende in allendeelen accordeerende, bevonden. 'T Welk Wij getuijgen 171819 Eedevan bultshoorn. J. d. BSauum
English
Letter No 1070 The Honorable Governor having thought fit, upon the protest submitted at the meeting of the 23rd of the just past month of June by the Honorable Independent Fiscal van Lynden, to render without effect the resolution adopted at the session of the 15th prior thereto regarding the commissioning of two members of this Council to inspect the defects that might be discovered on the ship the Helena Louisa during its careening in Saldanha Bay; or, as His Honor was pleased further to declare, to consider the same as not having been formally and legally adopted, the undersigned finds himself obliged, in his capacity as a member of this Council, hereby to protest against such a treatment of matters, as being diametrically contrary to the ancient orders of the Lords Masters that have always remained in observance, and very especially those contained in Their Lordships' letters of July 23 1711, as well as against all consequences that might arise therefrom: reserving to himself, without prejudice, the right to produce his counter-arguments by way of a counter-protest against the aforesaid protest submitted by the Honorable Independent Fiscal at the meeting of the 23rd aforesaid, as soon as a copy of that protest shall be provided to him, for which he made a request at the last-mentioned meeting, and which request, since the aforementioned Governor was pleased to declare thereon that the same was taken under advisement by His Honor, he takes the liberty hereby also to reiterate. Cape of Good Hope, July 2 1790 — signed: O G: de Wet below stood After a perfect collation was made, this was found to agree in all parts with the copy residing in our custody. Which we witness J: d: E Sueur J: d Reede van Oudtshoorn. Letter D 1021 Copy of a Copy The undersigned, having had to depart for the village of Stellenbosch due to the sudden demise of his lady mother, and thus having been unable to attend the last-held meeting, having learned upon his return to the Cape that the resolution adopted by the majority on June 15 1790—with regard to sending a member of the Council to Saldanha Bay to be present at the careening of the brigantine ship the Helena Louisa, in order to report to the Council on the defects that might unexpectedly be further discovered on that vessel—was, upon its resumption, rendered without effect by the Honorable Governor upon a single protest of the Honorable Fiscal van Lynden, even though the members had persisted in their decision; finds himself necessitated to protest in the most solemn manner hereby against this unprecedented course of action of the aforementioned Governor as well as against the consequences thereof, reserving to himself the right in due course to make such representations and grievances hereon to the Lords Masters in the Fatherland as he shall deem advisable in due course on account of the gravity of the matters, requesting in the meantime that this his protest may be inserted into the resolution of today, in such manner and form as has always been customary heretofore. below stood was signed: W: F: v: Reede van Oudtshoorn in margin: handed over in Council, July 2 1790. Agrees was signed: I: H: Faure clerk After a perfect collation was made, this was found to agree in all parts with the authentic copy received from the Political Secretariat and residing in our custody. Which we witness d Reede van Oudtshoorn. J. V. E Sueur Extract from the minutes kept in the Council of Policy in the Castle of Good Hope, July 2 1790 The Governor asks whether the gentlemen desire to have a copy of the protest of Mr. van Lynden etc. — Messrs. de Wet and van Reede: Yes, etc. Read a protest from Messrs. Rhenius, Le Sueur, de Wet, and van Oudtshoorn, against the suspension of the deliberations on the report of Messrs. Le Sueur and Van Oudtshoorn, submitted on June 15 last regarding the bringing into floating water of the ship the Helena Louisa, etc. Item, from Mr. van Reede van Oudtshoorn. The Governor declares that the members of the Council are not permitted to write separately to the Lords Masters, wherefore His Honor insists that Mr. van Reede please leave that passage out, because this is permitted by instruction only to His Honor and the Independent Fiscal, and thus not to other members. Letter Z 1022. 4 Cape of Good Hope, July 10 1790. Copy of a Copy Copy Letter A: A: :: Letter A: A: Copy of a Copy Cape of Good Hope, July 14 1790 Mr. van Reede replied thereto that His Honor would comply therewith when His Honor was shown the order by which such is forbidden, etc. Petition of Mr. Coomans. Mr. Van Reede is against it and protests against the removal of Captain-Lieutenant Bruggeman from the brig, under reservation to provide the reasons therefor in more detail in due course, etc. Memorial of the contractors for the hauling off of the Helena Louisa, and report of Messrs. Lesueur and van Reede in that regard brought into further deliberation, etc. Mr. de Wet persists in what His Honor has said, that the contractors must be paid, and further refers to the written protest. Mr. van Reede likewise holds to the same protest and further says as Mr. de Wet, etc. Agrees was signed: C E van Aerssen secretary After a perfect collation was made, this was found to agree in all parts with the extract minutes received from the Political Secretariat and residing in our custody. Which we witness Wij d Reede van Oudtshoorn. J: V. E Sueur Nan 1023 24 E
Dutch transcription
L„a No 1070 Den Wel Edele Gestrenge Heere Gouverneur goedn gedagt hebbende, op het ter vergadering van den 23 der even afgeweekene maand Iunij door den Heere In„ dependent Fiscaal van Lynden ingeleeverd protest¬ de resolutie ter sessie van den 15 daar bevorens, nopens het Committeeren van twee Leesen deezes raads tot het bezigtigen der gebreeken die aan het Schip de Helena Louisa bij dies kieling in de Saldanha, baaij mogten worden ontdekt genomen, te houden buyten effect; ofte zo als zijn Wel Ed Gestr. zig nader geliefe te declareeren, dezelve aantemerken als niet formeel en legaal genomen, vind den ondergetzzig verpligt, in qualiteit als List deezes raads, teegens eene zodanige behandeling van zaaken, als diametraal strydig met de al oude en altoos in observantie gebleevene ordres der Heeren Meesteren en wel Speciaal de geene die zig vervat wind bij Hoogs tderzelver aan„ Schrijvens van dato 23 Julij 1711. bij deezen te moeten protesteeren, gelijk meede teegens alle ge¬ „volgen die daaruit zouden mogen voortvloien: zig zulks onvermindert voorbehoudende om teegens het voorm: door den Heer Independent Fiscaal ter Vergadering van den 23. voorm: ingeleeverd zijne protest zelve ^ daartegen obererende Sustenuen bij Contra protest te Produceeren, zo wanneer hem Copia hem zal mogen geworden Copia van dat protest waartoe hij ter laastgem: Vergaderinge verzoek heeft gedaan, en welk verzoek vermits welogegev Heer Gouverneur daarop heeft gelieven te declareer dat hetzelve bij zijn Wel Edele Gestr: wierd genoo¬ men in beraat: de vrijheid neemt bij deezen meede te rectereeren Cabo de goede Hoop den 2 Iulij 1790 — /geteekend:/ O G: de Wet /onderstond ƒ Na gedaane perfeite Collatie in deelen met de copije onder ons be „rustende in allen delen accor¬ „deerende bevonden.— T Welk wij getuijgen J: d: E Suiur J:d Reede van Oudteshoorn. L„a D 1021 Copia Eopiaa De ondergeteekende door het Subit overlyden zijner vrouwe moeder ten dorpe Stellenbosch zig derwaards hebbende moeten begeeven en alzoo de Laatstgehoudene Vergadering niet hebbende kunnen bywoonen, bij zijne te rugkomst aan de Caab vernomen hebbende, dat de door de meerderheid genomen Resolutie op den 15 Junij 1790 - met betrekking tot het zenden van een Lid des Raads naar de Saldanha Baaij om bij het kielen, van het Brigantyjn scheepje de Helena Louisa praesent te zijn, ten einde aan de gebreeken die men onverhoopt nader aan dat vaartuig zoude komen te ont„ dekken den raade verslag te doen, bij dies re„ sumptie, Schoon de Leeden bij hun besluijt waren blijven persisteeren door den Wel Edelen Gestr Heer Gouverneur op een enkeld protest des Heeren Fiscaals van Eynden buijten effect gesteld is geworden; vind zig genecessiteerd teegen deeze onvoorbeeldelijke handelwijze van opgem: Heere Gouverneur mitsgaders tegen de gevolgen van dien bij deesen op de plegtigste wijze te protesteeren, aan zig gereserveerd houdende in der tyd hier over zodanige representatien en doleantien aan de Heeren Heeren Majores in t Patria te doen, als hij uit hoofde van het gewegt der zaaken in der tyd te raden wworden zal, versoekende inmiddels, dat dit zijn Protest mag worden geinsereerd in de resolutie van heden, zo„ en in diervoegen als zulks voorheen altoos gebruikelijk is geweest /onderstond/ /was geteek:/ W: F: v: Reede van Oudtshoorn /in margine :/ overgegeeven in Raade den 2 Julij 1790. Accordeert /was geteekend:/ I: H: Faare geercq Na gedaane perfecte Collatie is deezen met de authentique Copije vande Secretarij van Politie ontfan „gen en onder ons berustende in allen deelen accordeerende bevonden TWelk wij getuijgen d„ eede van budtishoorn. J. V. P Suur Extract uit de Novulen, gehouden in: de Vergadering van Politie int Casteel de Goede Hoop, den 2en July 1790ƒ De Heer Gouverneur vraagt of de Heeren Copija begeeren te hebben van 't protest van den Heer van Lijnden &„a — de Heeren de Weten van Hteede Ja. &. a Is geleesen een Protest van de Heeren Rhenius Le Sueur, de Wet en van Oudtshoorn, tegen het surcheeren van de deliberatien op 't rapport van de Heeren Le¬ Sieur en Van Oudtshoorn op den 15 Iuny laatstl: over het in vlos water brengen vant schip er de Helena Louisa ingediend &a Item, van den Heer van Reede rijk van Oudtshoorn, de Heer Gouverneur declareert, dat de Leden des raads niet appart mogen schrij„ ven aan de Heere Meesteren, waar „omme zijn Edele insteerd dat de door Heer van Reede die passage 'er uit gelieft te laaten, om dat dit alleen an bij Instructie aan zijn Ed: en den Independent Fiscaal is toe gelaa„ ten, en dus niet aan ^ andere Leeden fa Z 1022. 4 Cabo de Goede Hoop den 10' Iulij 1740. de Copia Copice Copia La A: A: :: La A: A: Copia Copice Cabo de Goede Hoor den 14e Juli 1720 de Heer van Reede heeft daar „op geantwoord, dat zyn Ed. daaraan zoude voldoen, wanneer zijn Ed: de Ordre waarbij zulk verboden wordt vertoond wierd w„a Request van de Heer Coomanse De Heer Van Reede is er tegen en protesteerd tegen het afneemen van den Cap„n Lieutenant Brug „geman van de Brik, onder re„ s erve om daarvan de reedenen in der tijd nader op te geeven &=a Memorie vande aanneement tot het afwinden van de Helena Louisa, en Rapport van de Heeren Lesueur en van Reede dieswegens in nadere deliberatie gebracht, &„a De Heer de Wet persisteerd bij het geen zijn Ed gezegd heeft, dat de aanneemers moeten betaald worden, en refereert zig voorts aan t Schriftelijk protest De Heer van Reede houdt zig insgelijks aan het zelve pro test en zegt voorts als de Heer de Wet &a Accordeert /was geteekend:/ C Evan Aerssen sect=s Na gedaane perfecte collatie is deeten met de Extract notulen vande secretarij van Politie ont„ „fangen en onder ons berustende in allen deelen accordeerende bevonden T Welk Wij getuijgen ifte Wij „ dn ede van Sultishoorn. J: V. S Sueur Nan 1023 24 E
English
True Copy Pursuant to the promise made to me this morning, Your Honour will please have the goodness to reply in writing to the following points of inquiry, namely: Firstly, whether Your Honour, on 1 July 1790, by order of the Right Honourable the Governor, did not put into consultation to the respective Gentlemen Members of the Council the proposal to transfer the Captain Lieutenant appointed to the permanent brig the Helena Louisa, and then in command thereof, to the ship the Pollux. — Secondly, whether the undersigned did not reply thereto that he would never give his consent to this and would protest against it if the majority were in favour. — Thirdly, that as the undersigned was convinced that the richly laden ship the Pollux could by no means, especially in this winter season, be left in this roadstead without well-entrusted officers, whether the undersigned did not have Your Honour propose to the Right Honourable the Governor, instead of placing the Captain Lieutenant of the brig upon her, to place upon her the Lieutenant of the packet boat the Star, which is provisionally to remain attached to this Government, and the Second Lieutenant of the return ship 't Meeuwtje, both of which officers Captain van Straalen judged capable enough to fill the posts of Captain Lieutenant and Lieutenant on his vessel; Fourthly, whether, in the event of this not happening, the undersigned did not state that he would then protest against all damages and the adverse consequences to arise therefrom that might befall the aforementioned ship the Pollux as a result. I trust that Your Honour, upon the oath taken upon assuming your post, and besides that as an honest man, will answer me upon this; and I remain in expectation thereof. [Below was written:] Your Honour's obedient servant [Was signed:] W. F. van Reede van Oudtshoorn Cape of Good Hope, 10 July 1790. Letter A. A. After a thorough collation, this has been found to agree in all parts with the copy residing in our custody. Which we witness. W. F. van Reede van Oudtshoorn S. V. Le Sueur Letter B. B. I, the undersigned, certify at the requisition of the Senior Merchant and Dispenser, as well as Member of the Council of Policy of this Government, Mr. William Ferdinand van Reede van Oudtshoorn, that having been requested by His Honour to be present at a certain further conversation to be held between His Honour and the sworn Clerk of the Political Secretariat, Pieter Hendrik Faure, concerning an oral advice given by the said His Honour upon a certain proposition circulated in consultation by him, Faure, by order of the Right Honourable the Governor, to the respective Members of the Council, to remove the Captain Lieutenant of the armed vessel the Helena Louisa therefrom in order to place him as such upon the said ship the Pollux; which advice, however, the said Faure had not conveyed to the said Governor in the manner that the said Mr. van Reede van Oudtshoorn had instructed him; the said Faure came to declare in the presence of the undersigned that he was inclined to give the said Mr. van Reede van Oudtshoorn a written declaration upon the letter received from him containing the questions, which he further came to testify had been the oral advice of the said Mr. van Oudtshoorn, but that it had been forbidden by the aforementioned Governor to be of service to His Honour in that regard. Whilst the undersigned, if his memory does not deceive him, believes he can recall that when the aforementioned proposition was brought to the table in the meeting of 2 July, the said Mr. van Oudtshoorn persisted in his advice given during the consultation, namely to place two officers, the one from the packet boat the Star and the other from 't Meeuwtje, upon the Pollux, having strongly protested against the transfer of the Captain Lieutenant of the Helena Louisa; just as the undersigned also, at a further consultation a few days later to place those same two named officers upon the aforementioned ship the Pollux, expressed his great astonishment to the clerk who conveyed the consultation to him, that precisely the persons who had previously been proposed by Mr. van Oudtshoorn but declined, were now again being proposed. [Below was written:] Cape of Good Hope, 2 August 1790 [Was signed:] P. L. Le Sueur Which we witness. After a thorough collation, this has been found to agree in all parts with the copy residing in our custody. W. F. van Reede van Oudtshoorn J. D. Tuun Letter E. E. True Copy. The undersigned, having in the last held meeting of 2 July 1790 protested against the removal of Captain Lieutenant Bruggeman from the brig the Helena Louisa, and thereby having been unable to approve the appointment of the Lieutenant of the land forces, Boomans, as commander of the same, with the reservation to provide the reasons for this in detail in due course, now making use of that, states the same to be the following, namely: Firstly, because the shortage of officers on the ship the Pollux, upon which the aforesaid Bruggeman is placed, could very easily be supplied by appointing thereto the Lieutenant of the packet boat the Star, which is to remain attached to this Government, as well as the Second Lieutenant of the ship 't Meeuwtje, who were judged capable enough by Captain van Straalen to fill the posts of Captain Lieutenant and Lieutenant on his vessel, whilst either a cadet or other capable persons present here in sufficient numbers could be promoted provisionally as Second Lieutenant on 't Meeuwtje, which arrangement the undersigned preferred all the more, on account of Captain Lieutenant Bruggeman
Dutch transcription
Copia Copice Jn gevolge belofte mij heden ogtend gedaan, zal uwel Edele wel de goedheid gelieven te hebben schrifte lijk te antwoorden op de navolgende vraagpoincten, als 1=stelijk of UWel Ed: op den 1=e Iuly 1790 op ordre van den Wel Edele Gest: Heer Gouverneur aan de resp„e Heeren Raadsleeden niet in onvraag hebt gebragt, om den Capitn Lieutenant op de Permanente Brik de Helena Louisa bescheiden; en daarop als toen het gezag voe„ rende, op het schip de Pollux te doen overgaan. — Ten 2=den of de onderget=e daarop niet geantwoord heeft gehad daartoe nimmer zijn Consentement te zullen geven en daar tegen protesteeren zoude wanneer de meer¬ derheid daar voor was — Ten 3de. Dat daar de onderget=e overtuigt was, dat het rijk geladene Schip de Pollux geenzints zonder de wag toebetrouwde officieren voor al niet in dit Winter= Saisoen ter deezer Rhede konde gelaten worden, of den ondergete den Wel Edele Gestr: Heer Gouverneur door UWel Edele niet heeft laaten voorstellen, instede van den Capitain Leeutenant van de Brik, daarop te plaatsen den Lieutenant van de aan dit Gouvernement provisioneele moetende verblijven Paquetboot de Mijn Heer Faure Cabo de Goede Hoop den 10' Iulij 1790 — 1024 Star L=a A: A: Stav, en den Soud Lieutenant van het retour Schip T meeurotje, welke beyde officieren de Capitain van Straalen kundig genoeg oordeelde de posten van Capitain Lieutenant en Lieutenant op zijn Bodem te bekleeden 4„a of ais niet geschiedende de onderget=e niet heeft gezegt als dan te zullen protesteeren tegen aele de scha „de en daaruit te ontstaanene nadeelige gevolgen„ die het voorn: schip de Pollux door zulks mogte overkomen-. Ik vertrouwe, dat Uwel Edele op den Eed bij de aanvaarding aan Uw post gedaan, en behalven dat mij als een eerlijk man hier op zulk antwoorden — en blijve ik in Verwagting van zulks. — /onderstond:/ UWel Edele D W: Dienaar /was geteekend/ W: J: V: Reede van Oudtshoorn— Na gedaane perfecte Collatie is deezen met de Copije onder ons berustende in allendeelen accordeerende bevonden. — T Welk wij getuijgen. W„ C: eede van Oudtshoorn. S: V: SSueur F 120 1025 L„a B. B. Certificeere ik onderget: ter requisitie van den Opper koopman en dispencier, mitsgaders Lid in den Politicquen Raad deezes Gouvernements, den Heer William Ferdinand van Reede, Van Oudtshoorn, ddat, door zyn Ed. verzogt geworden zynde, om tegenswoordig te zijn, bij zeeker nader gesprek te houden tussehen zijn Ed: en den gezu Ceercq ter Politicquen Secretarij Pieter Hendrik Faure, over eene door welgem:t zin Ed: gegeven mondeling advijs op zeekere door hem Faure ter ordre van den Wel Edelen Gest:r Heere Gouverneur aan de respte. Leeden des raads in omnvraage gebragte Propositie, om den Capitain Lieutenant van het gared Scheepje de Helena Louisa daarvan af te neemen, om als zoodanig te Plaatzen op het rd=an Schip de Polluxe, dog welk advis gem: Faure niet op die wijze, als meer welgem: Heer Van Reede van Oudtshoorn hem in mandates had gegeeven, aan wel op gem Heere Gouverneur had overge„ bragt: op gem Faure in bijweezen van den onder geteek=d heeft komen ter betuigen; dat genogen was hem Heere van Weede van Oudtshoorn op zijn van hem ontfangene missive, de vraagen bij welke vervat hij wijders kwam te betuigen 't mondeling advijs van gem: Heere Van Oudtshoorn te zijn geweest, een Cosia 1026 een declaratoir te geven, dog dat door voorgem Heere Gouverneur was verboden zijn Ed. daaromtrent te willen tie zijn; Terwyl de ondergetze zoo hem zyn geheugen niet bedriegt; meend zig te kunnen rappelleren, dat, wanneer voorn: propositie inde Vergadering van den 2 Julij ter Taffel wierd gebragt, gem Heere van Oudtshoorn bij zijne op de omvraege gege„ „ vin advijs heeft gepersisteerd , te weeten om twee officiers de eene van de Pacquetboot de Har en de ander van 't Meeuwsje te plaatzen op a pollux, wel zier hebbende geprotesteerd tegen de verplaatzing van den Capitain Lieutenant van de E Helena Souisa: gelijk ook de ondergeteekende bij eene na„ „dere omvraagen wijnige dagen daarna, om die zelfde twee genoemde Officieren op voorn: Schip de Pollux te plaatzen, zijne groste verwondering aan den Clercq welke de omvraege aan hem overbragt, heeft betoond, dat Juist de Perzoonen, dewelken door den Heere van Oudtshoorn voor heen waaren voorgeslagen dog gedeelineerd, au wederom wierden geproponeerd. /onderstond/ Cabo de Goede Hoop 2 Aug„s 1790 /:was geteekend:/ P: L Lasuierer O Reede van Dudis hovren T Welk wij getuijgen. Na gedaane perfecte collatie is dezen met de Copije onder ons berustende in allen delen accorderende bevonden. J: D Tsuum Na 1027 L„a E E. Cops Copia. De ondergeteekende in de laast gehoudene Vergader „ing van den 2 Iulij 1790. geprotesteert hebbende ge„ had tegens het afnemen van den Capitain Lieuten Bruggeman van de Brik de Helena Louisa, en daar door niet hebbende kunnen goedkeuren de aanstelling van den Lieutenant bij het Land, boomans tot gezaghebber op dezelve, onder ze„ „serve de reedenen van zulxe nader in der tyd te zullen opgeeven, thans daarvan gebruik maakende zegt nu dezelve te weezen de volgende, als— Eerstelijk om dat het gebrek aan officieren op het schip de Polluse waarop voorsch:r: Bruggeman is ge¬ plaatst, zeer gemakkelijk konde werden gesup„ verleerd, met daar op te stellen den Lieutenant van de aan dit Gouvernement moetende verblijv en Pa „quetboot de Star mitsgaders aen Sous Lieuten= van 't Schip 't Meeuwtje die door den Capitain van Straalen kundig genoeg geoordeelt wierden, de posten van Capitain Lieutenant en Lieutenant op zijn Bodem te bekleeden, terwijl als aan provi sioneel tot Lous Lieutenant op t Meeuwtje zoude kunnen werden bevordert, 't zij een badet, dan wel andere daartoe kundige Persoonen genoeg alhier aanhanden, welke Schicking de onderget:e deste meer heeft gepresereerd, uit hoofden den Capitain Lieut= Bruggeman
English
Bruggeman on the brig was taken, that vessel was left to a single sub-lieutenant, whereas the lieutenant of the Star and the sub-lieutenant of the Meeuwtje, transferring to the ship Pollux, still left on that bottom two, or indeed the full number, of officers entrusted with the watch. Secondly, because upon the report of the Maritime Committee, directly contradicting that submitted in council by the undersigned and Mr. Lesueur, no payment was made to the contractors for refloating the vessel Helena Louisa; and he, Bruggeman, having examined the defects incurred by that small keel through its stranding together with the undersigned and found them to be such as were stated by the undersigned in his report submitted with the aforementioned Mr. Le Sueur, the said Bruggeman had, moreover, held himself accountable to the undersigned for all further defects that might befall the brig without the cause of storm and foul weather; which not having been able to be complied with by the same now, the undersigned protests once more in the most solemn manner against the damages that might befall the ship during the voyage to Saldanha Bay or during its careening there, declaring that, whatever the nature of the forthcoming reports concerning the findings on that vessel may be, which might in the least wish to contradict the submitted report also signed by the undersigned, he—on the grounds that he was prevented, by the Honorable Governor setting aside the resolution adopted by the majority on 15 June last, from conducting an ocular inspection in a legal manner of the further defects that might have befallen this vessel—will not and may not give any credence to them. While the motive why the undersigned could not acquiesce in the appointment of Mr. Coomans was this: because, according to express orders of the Lords Majors, as appears from the extract of the missive from the Fatherland to the High Indian Government under date 23 November 1785, and the same Batavian resolutions of 10 July 1786, no country officers nor passengers may be employed in service on the Company's vessels; and although that gentleman had offered to take the vessel to Europe without claiming the least wages or premium for it, that advantage cannot be considered as a pure profit for the Honorable Company, since, on the other hand, no transport and board money is paid by him, from which he otherwise could not have been excused, as well as that of his wife, which very likely, upon the favorable recommendation of this government, will be left deferred to the High Commanding Lords Masters. signed W: F: van Reede van Oudtshoorn in the margin: submitted 8 July 1790 Agrees signed: P: H: Faure Clerk After a perfect collation was made, this was found to agree in all parts with the authentic copy received from the Political Secretariat and residing among us. Which we witness, J. D. Le Sueur W. Reede van Oudtshoorn. The undersigned Secretary of this Council finds himself placed under the unpleasant necessity of most respectfully representing to Your Honorable and Worshipful Sirs: That when the undersigned had the general report of affairs drawn up by him presented for signature to Your Honorable and Worshipful Sirs, addressed to the High Commanding Lords Seventeen, Messrs. Lesueur and Van Reede van Oudtshoorn raised difficulties and did not sign that letter, giving as their reason—just as the clerk who was tasked with this commission wrote down verbatim from the mouths of those gentlemen, and provided the declaration attached hereto—that, Honorable Sir and Honorable Worshipful Sirs! To the Honorable Governor and the Worshipful Members of the Council of Policy of this Government Copy Copy. namely
Dutch transcription
1028 Bruggeman aan de Brik genomen wordende dat Vaartuig aan een enkelde Sous Lieutmakt wier overgelaten, daar de Lieutenant van de Star en de Sous Lieutenant van t Meeuretje tot het Schip de Polluse overgaande op dien Bodem dan nog altoos Twee danwel het Compleet getal de wagt toe vertrouwde officieren overig blieff Ten anderen, om dat op het rapport der Zeekundigen Commissie, regtstreeks strijdig met die van de on„ derget: en de Heere Lesueur in rade overgegeeven, geen betaling aan de aanneemers van het in vlot water brengen aan het Scheepje de Helena Pouisa is gedaan, en hij Bruggeman de defecten aan dat Kieltje door dies Stranding bekomen met de on der geteek=d ge Examineert en zodanig bevonden heb „bende, als door de ondergeteek„t in zijn berigt met voorsch:n Heere Le Pueur ingeleevert opgegee„ „ven zijn geworden, gem: Bruggeman, zig boven dien aan de ondergeteek: verantwoordelijk had gesteld voor alle verdere gebreeken, die de Brik buijten toedoen van Storm en onweder mogte overkomen; waaraan door dezelve nu niet hebbende kunnen werden vol„ daan, Protesteert de ondergeteek„d andermaal op de Plegtigste wijze tegens de Schaaden, diet het schip geduurende de Reyze naar de Saldanhabaai dan wel bij deszelfs kieling aldaar mogte overkomen, met betuiging, dat van wat aart ook de inte komene rapporten nopens de bevinding van dat vaartuig tmogen zijn, die het ingelevert berigt door de onderget. meede onderteekend, in 't minste zouden willen tegen „spreeken, hij uit hoofden hem belet is geworden door het buiten Effect stellen bij den Wel Edelen Gest: Heer Gouverneur der Resolutie op den 15 Iuny Iongsten: door de meerderheid genomen, op eene Legale wijzen Oculaire inspectie te neemen van de nadere Gebree „ken, die aan dit scheepje mogte zijn gekomen, daar aan geen geloof zal kunnen nog mogen slaan Terwijl de Motive waarom de ondergeteek in de aanstelling van de Heer Coomans geen genoe„ „gen heeft kunnen neemen, deeze is geweest, om„ dat volgens uitdrukkelijke ordre der Heeren Majores, blijkens Extract Patriase Missive aan de Hoog Indiasche Regegeering sub dato 23:e November 1785, en dito Bataviase Resolutien Van den 10 Julij 1786. geene Lands officieren nog Passagiers op 's Comp„s Bodems mogen werden in dienst gesteld en ofschoon dien Heer geoffereerd heeft gehad het vaartuig naar Europa te brengen zon„ der daar voor te pretendeeren. de minste Gage of Promie, kan dat voordeel niet als eene Zuivere dan Winst Lo. D D Winst voor d' E Compe worden beschouwd aangezien daar en tegen door hem niet word betaald het Trans port en Kostgeld, waarvan hy andersints niet zoude hebben kunnen wezen geExciveerd, mitsgaders van dat zyner Huisvrouwe, dat zeer apparent op vavorabel voordragt deezer Regeering aan de Hoog Gebiedende Heeren Meesteren gede„ fereert gelaaten zal worden. /was geteekend/ W: F: van Reede van Oudtshoorn /:in margine:/ overgegeeven den 8 Iulij 1790 Accordeert /was geteekend:/ P: H: Faure GCeercq 6 Na gedaane perficte Collatie is deezen met de authentique Copije van de secretarij van politie ont„ „fangen en onder ons berustende in allendeelen accordeerende bevonden T Welk wij getuijgen J. D. F Sueur W„ Reede van Oudteshooren. — De ondergeteekende Secretaris deezes Raads, vind zich in de onaangenaame noodzakelijkheid ge„ „bragt Uwel Edele Gest=r en E Achtb: op het Eerbie„ „digst te repraesenteeren. Dat wanneer de Ondergeteekende aan UWel Ed. Gestr en Ed Alhtb: het door hem gecoucheerd Generaal ƒ verslag van zaaken, aan de Hoog Gebiedende Heeren XVII: ter teekening heeft laaten prosen¬ „teeren, de Heeren Lesiceur en Van reede Van Oudtshoorn daarin hebben gediffeculteerd, en dien Brief niet geteekend voor reede daar van geevende. /:gelijk de Clercq, die met deese Commissien is gechargeerd geweest, woordelijks uit de mond van die Heeren heeft opgeschreeven, en daar van het hier nevens gevoegd declaratoir verleend:/ dat, WelEdele Gestrengen Heer en Wel Edele Achtbare Heeren! Aan den Wel Edelen Gestr Heere Gouverneur en de Edele Achtb Heeren Baaden van Politie deezes Gouvernements Copia Copia. — namentlijk
English
1030 Namely, that Mr. Lesueur had no objection to signing the general report on the remaining matters, but that the transactions concerning the Helena Louisa did not accord with his Honor's understanding, and that Mr. van Reede could not sign the general report of matters on the grounds that his Honor would then be admitting that the matters concerning the Helena Louisa had occurred in such manner as is stated in the letter. That the undersigned believes he must deduce from both these answers an utterly insulting suspicion directed against him, as though he, in his office, had been capable of setting down in this letter matters that were not in accordance with the truth, and thus of having the same signed in bad faith by Your Right Honorable Severe and Worshipful Council. The undersigned can demonstrate from the Resolutions that were resumed in council that the sentiment of Mr. Lesueur was incorporated into the letter just as verbatim as that of the other gentlemen, and he cannot, therefore, be accused by Mr. Lesueur of having committed any error in this regard. Just as little can Mr. van Reede charge him with having stated any untruths in the letter which his Honor could not acknowledge, since the entire passage in the letter concerning the case of the Helena Louisa is a faithful copy of the Resolutions kept on that account, which obtained their sanction through the resumption and are no longer susceptible to any alteration. It is therefore that the undersigned believes, especially under the present circumstances where all discrepancies between the gentlemen of the council, and consequently also the effects thereof, are brought very accurately and in detail before the eyes of our High Authorities, that he cannot and ought not to sit idle regarding something from which such detrimental consequences can be drawn for him, and the remembrance of which through all times might render him suspect of fraudulent conduct, both with his Lords and Masters and with the members of this government, if he did not immediately clear himself thereof, or if he were not cleared by a further interpretation of the words of the aforementioned gentlemen Le Sueur and van Reede van Oudtshoorn. 1031 Wherefore the undersigned, trusting that he has never given Your Right Honorable Severe and Worshipful Council any reason for such suspicions, has resolved to bring these his grievances to the notice of Your Right Honorable Severe and Worshipful Council, with the humble request that it may please your good pleasure to provide herein in such manner as shall serve to preserve the honor and good name of the undersigned, and to protect him now and in the future from all suspicions that might be formed against his integrity in his capacity as Secretary of this Council. Which doing, etc. Was signed: C. van Aerssen Agrees. Was signed: P. H. Faure, Sworn Clerk After a complete collation was made, this was found to agree in all parts with the authentic copy received from the Political Secretariat and resting in our custody. Which we witness. J. J. Le Sueur W. F. van Reede van Oudtshoorn Agrees. Signed: P. H. Faure, Sworn Clerk Regarding the general report on the remaining matters, I actually have no objection to signing, but concerning the transactions of the Helena Louisa, that does not accord with my understanding. I acknowledge the above to be the sincere truth, and should it be required, I am ready to confirm the same at all times by solemn oath. Below stood: Cape of Good Hope, the 19th of July 1790 Signed: P. L. van der Poel I, the undersigned Lambertus Philippus van der Poel, Ordinary Clerk at the Political Secretariat, declare upon the requisition of the Merchant and Secretary of the Honorable Worshipful Council of Policy, Mr. Cornelis van Aerssen, that it is true that on Wednesday the 15th of this month I proceeded to the residence of the Senior Merchants, members of the said Honorable Political Council, the Worshipful Gentlemen Willem Ferdinand van Reede van Oudtshoorn and Mr. Jacobus Johannes Lesueur, and presented to their Honors the general report of matters of this Government for signature, whereupon I received verbatim as an answer from the first-mentioned: That I cannot sign the general report of matters on the grounds that I would then be admitting that the matters concerning the Helena Louisa had occurred in such manner as is stated in the said letter; yet I request that the ship Pollux may not be detained on that account. And from Mr. Lesueur: Copy Copy Letter D D After a complete collation was made, this was found to agree in all parts with the authentic copy received from the Political Secretariat and resting in our custody. W. F. van Reede van Oudtshoorn J. J. Le Sueur Which we witness. Letter E E 1032 Tuesday the 20th of July 1790. Whereafter the Secretary of this Council, Van Aerssen, submitted the following Memorial. FS Whereupon it was resolved to place copies into the hands of the gentlemen members of this assembly, Lesueur and Van Oudtshoorn, in order to serve their report and interests thereon. Agrees. Was signed: P. H. Faure, Sworn Clerk After a complete collation was made, this was found to agree in all parts with the Extract Resolution received from the Political Secretariat and resting in our custody. Which we witness. Extract Resolution taken in the Council of Policy in the Castle of Good Hope. W. F. van Reede van Oudtshoorn J. J. Le Sueur Copy 6
Dutch transcription
1030 Namentlijk de Heer Lesueur geen zwarigheid maakte het Generaal verslag vande overige zaaken te teekenen, maar dat het verhandelde omtrend de Helena Louisa niet met zyn Ed: begrip over„ eenkwam, en dat de Heer van Reede het Generaal verslag van zaaken niet teekenen kon uit hoofde dat zyn Ed: als dan zoude advoueeren dat de zaaken omtrend de Helena Louisa zodanig waaren voorgevallen, als in den Brief vermeld staat. Dat de onder geteekende uit deeze byde ant¬ woorden meent te moeten trekken eene voor hem albezints flettrissante suspisie als of hij in zyn ampt, in staat waare geweest, zaaken die met de waarheid niet overeenkomstig waaren in deeze Brief te stellen; en deselve dus ter kwader trouwe door UWel Edele Test„r en Ed Achtbr te laaten teekenen De ondergeteekende kan met de Resolutien die in raade geresumeerd zijn, aantonen, dat het Sentiment van den Heere Lesueur even zoo woordelijk als dat der andere Heeren uit deselve in den Brief overgebragt is, en kan dus door den Heere Lesueur niet worden geaccuseerd hier in eenig abuis te hebben gepleegd. Even zoo min kan de Heer van Reede hem te lastleggen eenige onwaarheeden in den Brief te hebben gesteld, die zijn Ed:s niet zoude kunnen avou„ „eeren, daar de gantsche passagie in den Brief het geval van de Hedena Louisa raakende, is eene getrouwe Copije van de Resolutien dies„ wegens gehouden, die door de Resumptie haare sanctie hebben erlangd, en voor geene verandering meer susceptibel zijn Het is aan over zulx dat de ondergeteekende vermeend, vooral in de tegenwoordige omstandig „heeden daar alle discrepances tusschen de Heeren van den raad, en dus ook de gevolgen daarvan, zeer naauwkeurig en gedetailleerd onder het oog van onze Hooge Gebiederen worden gebracht, niet te kunnen ofte ogen stil zitten omtrent iets waar uit voor hem zulke nadeelige Consequentien kun „nen worden getrokken, en waarvan het her„ „denken hem door alle tijden heen, zoo bij zijne Heeren Meesteren als bij de Leeden deezer Regeering aan eene frauduleuse handelwijze zoude kunnen Suspect maaken, zoo hy zig daarvan niet dadelijk zuiverde, of door eene nadere interpretatie van de woorden van voorsz: Heeren Le Sueuren van Reede van Oudeshoorn Even gerenverd 1031 gezuiverd wierd Waaromme aan de ondergeteekende ver trouwende nimmer aan UWel Edele Gest=r en EAchtb eenige reedenen tot dergelijke Soup¬ cons te hebben gegeeven, te raade is geworden deeze zijne bezwaarnissen ter kennisse van Uwel Edele Gestr en Ed Achtb te brengen, met ootmoedig ver„ zoek dat het van welderzelver goede gelief te zijn moge, hierinne, zodanig te voorzien, als zal kun„ „nen Strekken, om des ondergeteek:t Eeren goede Naam te Conserveeren, en hem voor alle soupcons¬ die hieruit tegens zijne integriteit in Qualiteit als Secretaris deeses Raads, zouden kunnen worden geformeerd voor nu en 't toekomende te beveijligen /onderstond/ 'T welk doen de &. o /. was geteekend C: van Aerssen Accordeert /was geteek:/ P: H: Faure Gerwseereg Na gedaane perfecte Collatie is deeren met de authentique Copije vande secretarij van politie ontfan„ gen en onder ons berustende in allen deelen accordeerende bevonden. T' welk wij getuijgen. J: d: Se Sieur W„ F d Reede van bueteshovrn. Accordeert get: P: H: Fanre gezw Clercq Over het Generaal verslag van de overige zaaken heb ik eijgentlijk geen zwaarigheid voor om te teekenen, maar omtrend het verhandelde van de Helena Louisa, dat het niet volgens mijn begrep overeenkomt Dit bovenstaande bekenne de sincere waarheid te zijn, en indien zulx vereyscht word ben ik beryd hetzel¬ „„ve ten allen tyde met solemneele Edete Staven /onderstond:/ Cabo de goede Hoop den 19 Julij 1790 /:geteekend:/ P: L: vander Poel — Verklare ik ondergeteekende Lambertus Philippus van der Poel ordinair Clercq ter Secretarye van Politie, ter requisitie van den Coopman en Secretaris van den E„ Achtb: raad van Politie de Heer Mr: Cornelis van Aerssen hoe waar is, dat ik mij op Woensdag den 15 deezer maand vervoegd heb ten woonhuize van de Opperkooplieden, Leeden uit gem: Echtb Politicquen raad, de E Achtb Heeren Willem Ferdinand van Reede van Oudtshoorn en M:r Jacobus Iohannes Lesueur, en aan hun Ed„e het generaal verslag van zaaken deezes Gouvernements terteekening gepresenteerd had, waarop van eerstgem woordelyk tot antwoord bekomen heb Dat ik het Generaal verslag van zaaken niet teekenen kan, uit hoofde dat ik als dan zoude avoueeren, dat de zaaken omtrend de Hele„ „na Louisa zodanig waaren voorgevallen, als in genoemde Brief vermeld staan; dog verzoeke dat het Schip de Pollux daarom niet mag worden op gehouden En van de Heer Lesueur Copia Copia Na L„ D D„ - Na gedaane perfecte Collatie is deelen met de authentique Cop„ vande Secretarij van politie out „fangen en onder ons berustende in allen deelen accordeerende bevonde JD eede van Oudteshoorn. P: V: LeSueur T Welk wij getuijgen L„a E. E 1032 Dingsdag den 20=e Iulij 1790 — Waarna door den Secretaris deeses Raads Van Aerssen wierd gediend van de volgende Memorie F: S: Van dewelke verstaan is, te stellen Copyjen en handen van de Heeren Leeden deeser vergadering Lesueur en Van Oudtshoorn omme daar op te dienen van Bericht en Belangen Accordeert /was geteekend:/ P: H: Faure gCeercq Na gedaane perfecte Collatie is deezen met de Extract resolutie vande Secretarij Van politie ont¬ „fangen en onder ons berustende in allen deelen accordeerende bevonden T Welk Wij getuijgen. Extract Resolutie genomen in Raade van Politie in 't Casteel de Goede Hoop Ed W E„ de Reede van Oudtehoorn. — J: L: Se Sueur Copij 6
English
Copy Copy Right Honorable Strict Lord and Honorable Respected Lords! In the hoped-for supposition that certain assertions of the Fiscal Mr. van Lynden, contained in his protest submitted to the Meeting on 23 June last against a resolution duly and lawfully adopted by a majority of votes, contain a hypothetical case rather than an actual statement, without which the members against whom it was brought ought most strongly to lodge a complaint, for the preservation of their honor and reputation, against the hateful insinuations that would otherwise reside therein: the undersigned shall presently only note his counter-considerations against what is further stated therein, and then remark firstly that it is very surprising that the Fiscal Mr. van Lijnden, when upon the proposition of the Secunde Mr. Thenius the decision of the majority was reached to send a commission from the Council to Saldanha Bay, and that resolution thus existed, merely rested with declaring his negative opinions, without having reserved the right at that time to make his protest against it in due course. Mr. van Lijnden is further pleased, in the premises of his protest, to call the majority that concluded the existence of the aforesaid resolution a so-called majority: But since the Honorable Governor, having put the proposition to decree a commission from the Council to the vote, it was found that there were four votes in favor of that commission and on the other hand only two votes that disapproved of it, it appears to the undersigned that an actual majority indeed took place here, unless one were able to demonstrate to those members that they were entitled to vote on one matter and again not on another: as regards the necessity of that commission, the undersigned recalls that it was sufficiently demonstrated during the proposition and arguments concerning the adoption of that resolution, and since the undersigned believes he also has a reasonable understanding of the dignity of a Council Member, which he shall also attempt to preserve in every possible way as long as he is permitted to do so, he must declare that he cannot see that such a commission would have inflicted any injury upon it, at least that, if the slightest utility to the Honorable Company, even if only indirectly, were involved in any commission, he would never judge his dignity to be compromised by accepting such a commission. Without expressing himself on the statement contained in the first point, the undersigned will only remark upon it that one of the motives for it would have had no place at all in the present case, and thus falls away of itself, because far from that commission causing any expenses to the Honorable Company, the members dispatched for that purpose would not only have had to provide themselves with all the necessary provisions, even shelter on the beach during the time they would have to stay there, but would even have been in the necessity of hiring a wagon at their own expense, since no such suitable one was to be found in the Honorable Company's stables; moreover, it is known that in most other commissions no expenses of per diems or otherwise are ever brought into account. Regarding the second point, namely that no majority would have taken place in adopting that resolution, the undersigned believes he has sufficiently argued the contrary above, from which it must also follow that it also cannot be disputed that those members, although having been commissioned to the matter of the stranded little ship the Helena Louisa, could cast their votes, and indeed decisively, for decreeing a commission, yea or nay, and retained that same faculty when the second point of this proposition came onto the table, namely naming the person and persons to that commission, unless one could object that the advantage or self-interest of such a member or members was mixed with it, otherwise one would have to consider null several resolutions of this Table in which the members have had to nominate themselves to this or that commission: which truly cannot be otherwise as long as persons from the bosom of the Council must be chosen for such commissions. The remarks of Mr. van Lijnden with regard to the form of government in the Fatherland are very correct: and since the undersigned believes that the order of government in the Colonies of the State is also modeled on it, it is also fitting that the order of voting in the respective assembly must hold ground here as there: that everyone must have his free vote, and the majority of votes forms the deliberation into a decision: and thus everything does not depend on the head alone: as this most clearly appears not only from the various memoranda left behind by the respective Commissioners for this Government to be observed, but even the successive very honored letters of the High Commanding Lords Masters show this in several places, wherein their Respected orders make known their highest displeasure, yea impose fines, not upon the chief commander alone, but upon the entire body of the Council, who have also always been held liable just as well as the chief commander for all proceedings that took source from their decisions. And it is so far from the case that the Council Members would be considered only as advisory members, and thus only as councilors with the
Dutch transcription
Copia Copia WelEdele Gest=r Heer en Edele Achtb: Heeren! In de verhoopte Suppositie, dat eenige adser¬ „tien van den Heer Fiscaal van Lynden, vervat in zijn Ed protest, ingeleverd ter Vergadering op den 23 Iunij Iongstz: tegens eene bij meerderhed van Stemmen wel en wettig genomen resolutien, veeleer eene Casus positie aan eene wezendlijke stelling zal inhouden, zonder welke de Leeden, tegens welke dezelve is aangevoerd geworden, ter Conservatie haarer eer en reputatie, ten sterk sten zouden behoren te dolerberen, tegens de haatelijke Insimulatien, die anderzints daarin zouden resideren: zal de onderget:e thans alleen zijne tegenbedenkingen tegens het verder daarin geposeerde noteren, en dan vooreerst remarqueren, dat het zeer te verwonderen is, dat de Heer Fiscaal van Lijnden, wanneer op de propositie van den Heer Secunde Thenius het besluit der meerderheid was gevallen, om eene Commissie uit aen raad na de Saldanha„ Baaij te zenden, en die resolutie dus daar was, alleen L„a F F 1033 1034 alleen heeft berust, met zijne negative gevoelens te declareeren, zonder als thoen aan zig te hebben g „reserveerd gehouden, in der tijd daartegen zijn pro „test te zullen doen. De Heer van Lijnden, gelievd verder in de fremiessen van zijn Protest, de Meerderheid, de welke tot het bestaan van voorschr. Resolutie heb „ben geconcludeert te noemen, eene zoogenaamde meerderheid: Maar daar den Edele Heer Gouver neur, de propositie om eene Commissie uit den Raad te decerneeren, in omvraage hebbende gebragt, bevonden wierd, dat er vier stemmen voor die Commissie waren en daar en tegen maar twee Stemmen de dezelve afkeurden, komt het den onderget: voor, dat hier wel eene wezendlijke meerderheid heeft plaats gehad, of men zoude die Leeden moeten konnen aan tonen, dat in de eene zaak al, en in een ander wederom niet vermogten te Stemmen: wat de noodzaakelijkheid tot die Commissie betreft de ondergete Berinnerd zig, dat die by de propo „sitie en Raisonnementen over het nemen dier Resolutie genoegzaam is aangetoond, en daar de onderget: meend ook redelijk begrippen te hebben van de Digniteit eens Raads Led, welk ook op alle mogelijke wijze, zoolang hem zulks toegelaaten zal worden, zal tragten te Conserveeren, moet hy declareren, dat niet zien kan; dat zodanige Commis „sie, daar aan eenige atteinte zoude hebben toe ge„ bragt, ten minsten dat, zoo er maar het minste nut der E: Comp„e als was het maar van ter zijde, met hij eenige Commissie gemelleerd was, het met het dan vaarden van zodanige Commissie nimmer zijne degniteit soude geconpromitteerd oordeelen zonder zig uit te laten over de Stelling in het eerste Led vervat, zal de ondergeteek„d daarop al„ leen remanqueren, dat ern der motives daar toe in 't presente geval in 't geheel geen plaats zouda hebben gehad, en dus van zelve vervald, dewijl wel verre, dat die Commissie eenige onkonsten aan d' E: Comp„e zoude hebben veroorzaakt; de daartoe gedespicheerde Leeden, niet allen zig zouden hebben moeten voorzien van alle de nodige provisien, zelfs Lyfberging op het strand, geduurende den tijd, dat daar zouden moeten vertoeven, maar zelfs in de noodzaakelijkheid zijn geweest, om ter harer Kosten eene Waage te huuren, dewijl geen zodanig bekreaeme op 's E: Comp:s stal te vinden was„ daar enbov en weet men, dat in de meeste andere Comissien ninmmer eenige onkosten van dag alle Gelden 1035 Gelden als anderzints worden in reekening Gebragt. Het 2=de Lid betreffende, te weeten, dat by het neemen dier Resolutie geen meerderheid zoude hebben plaats gehad, meend de onderget:e het tegen deel hier voor genoegzaam te hebben betoogd, waar uit dan ook volgen moet, dat ook die Leeden„ Schoon Gecommitteerd geweest tot de zaak van t gestrand geweest Scheepje de Helena Louira niet kan worden bedisputeerd, dat haare Hem men, en wel concluderende konden uitbrengen tot het decerneren eener Commissie, Ia, ofte neem en die zelfde faculteit behielden, wanneer het tweede Lid dezer propositie op het tapijt kwam, namelijk het noemen van den persoon en persoonen tot die Commissie, ten waere men konde obficieren, dat het voordeel of ijgen Interest van zodanig Lid of Leede daarmede gemelleerd was, anderzints zoude men verschyden resolutien dezer Tafel waarin de Leeden zig zelfen tot deze of geene Commissien hebben moeten nomineeren, voor nul moe„ ten houden: Het welk ook waarlijk niet anders zijn kan, zoo lange tot zodanige Commisseen per„ zoonen uit den boezem vanden Raad moeten voor den gekooren. De Remarques van den Heer van Lijnden, Met betrekking op de regeringsform in't Vaderland, is zeer Juist: en daar de ondergeteek„d vermeend, dat daar op ook geschoedd is, de ordre van Regeringe in de Colonien van den Staat, is het ook gevoege „lijk, dat de ordre van Votering in de resp„e vergadering eren als daar moet standgrijpen: dat yder zio zijne vrije stem moet hebben, en de meerderheid van stemmen de beraadslaging tot een besluid formeerd: alleen en dus niet alles van 't hoofd ^ afhangd: zoo als zulx ten duidelijksten blykt niet alle en uit de verschijden door de respe. Heeren Commissarissen over dit Gouvernement te observance nagelaten memo rien, maar selfde successive zeer gehonoreerde Brieven der Hoog Gebiedende Heeren Meesteren toonen zulks op verschijden plaatzen aan, alwaar h: h: Achtb ordres gevan hoogst derselver onge¬ noegen te kennen geven, Ia mulcten opleggen, niet aan den hoofdgebieder alleen, maar aan het gantsche Lichaam van den raad, dewelken ook altoos zoo wel als den Hoofd gebeeder aan spraa„ kelijk zijn gehouden van alle verrigting en dewel¬ ken uit hunne besluiten Sourse hebben genomen. En is het er zoo verre van daan, dat de raad Leeden alleen als advijseerende Leeden zouden worden ge Considereerd, en dus alleen als raads Luiden met den
English
1036 assigned to the Chief Commander. That, on the contrary, several examples are at hand in which council members were taken very much to task for allowing the Chief Commander to handle matters arbitrarily, as is evident, among other things, from the extract missive to the Governor-General and Council by the Honorable Gentlemen dated 9 July 1715 with regard to the Bengal Directorate. While it is reserved to the Chief Commanders at the various establishments to cast the deciding vote in the event of a tie, aligning the conclusion with whichever side's sentiments they choose to conform to; and however much the undersigned readily admits that every sensible member does well to defer to the opinion of a Chief Commander in indifferent matters or matters of little importance, everyone will easily understand that making this applicable to all occurring matters could lead to overly dangerous consequences. The undersigned reiterates once more that, in order to avoid further disagreeable discussions, he gladly maintains the friendly sentiment that everything stated in this third part of the protest by the Fiscal van Einden must only be considered as if it were so. He shall therefore, solely to refute his Honor's objections regarding the kinship of the former majority, note that it is truly of little significance. The kinship that subsists between the Secunde Mr. Rhenius and the undersigned is so far to seek that the undersigned very much doubts whether either of them would even know how to trace it. And the Governor will be very well able to recall how often it has happened that the undersigned has disagreed in this assembly on various matters, not only with the aforementioned Mr. Rhenius, but even with Mr. De Wet, to whom he is bound by ties of brotherhood-in-law. Indeed, their Right Excellencies the Superior Lords have by no means considered that kinship, to a certain degree, could be an obstacle to having a seat and therefore also a vote in the council. At least the highly esteemed arrangements ordered by their High Honors in this regard—in appointing the late Mr. Cruywagen as a member in this assembly, even though his daughter was married to the aforementioned Secunde Mr. Rhenius—place this beyond dispute. To what extent matters are solely the responsibility of the Governor or not, the undersigned confesses he does not know. But what is very well known to him is that matters of importance must issue from and be accounted for not only by the Chief, but simultaneously by the council, as is ordered in the honored letter to the Governor-General and Council of 29 November 1710: that all orders concerning the dispositions of this Colony or the interests of the Company be demanded of the entire council; that the non-observance of such orders, and the failure to properly pursue the now so necessary frugality and thrift in the expenses of this Government, are imputed to the entire Council. Of this, the missives received for some time from the High Ruling Lords Masters bear the most vivid proof, to the undersigned's greatest sorrow. Finally, the undersigned in no way doubts whether the conclusion that the Fiscal van Einden draws from his Instructions is correct, especially when the same is applied to the entire body of the assembly. The undersigned, continuing to persist with the aforementioned Resolution as having been taken properly, lawfully, regularly, and according to order, requests that this counter-record of his may be inserted into today's resolution. Signed: I: E: Sessieur In the margin: submitted 20 July 1790 After a perfect comparison was made, this was found to agree in all parts with the copy residing among us. To which we witness: J: V: Le Trian W: de Reede van Oudtshoorn. The undersigned has found himself indispensably obliged to present his views by way of a counter-protest against the protest delivered by the Independent Fiscal at the meeting of the 23rd of June last. Firstly, because he believed that, contrary to the arguments adduced by the Independent Fiscal, he ought to demonstrate the grounds and reasons for which he considers that the resolution cited in the protest should have stood as such and been executed; and principally, Secondly, because he could not remain indifferent to finding himself exposed, by the positions and assertions appearing in that Protest—as they might otherwise give much cause for it—to being suspected by his Lords Masters of improper laxity, contrary to the obligation resting upon him. The undersigned will be able to satisfy the first point by producing the orders Right Honorable and Valiant Sir and Honorable and Respected Sirs! Copy of a Copy — La P: G: 1037 To the Right Honorable and Valiant Sir, the Governor, together with the Honorable and Respected Council of Policy of
Dutch transcription
1036 den Hoofd gebieder toegevoegd. dat integendeel ver„ schijden voorbeelden aan handen zijn, waarin den raadsleeden wel zeer kwalijk is genomen, dat den Hoofd gebieder naar willekeur de zaaken hebben Laten behandelen, zoo als onder anderen evidert is uit den Extract Messive aan Generaal en Raade door hh Achtb de dato 9 July 1715 met betrekking tot de Bengaalse directie: Wel is op de differente Etablissement „ten den Hoofdgebiederen voorbehouden, om by het staken der Stemmen, met haare Stem, de Conelutie te brengen tot die Seide, met welker gevoelens zig gelievd te con formeren: En hoe zeer de onderget: gaarne wel avoueeren dat elk gesenseerd Lid wel doed, te defereren aan het gevoelen eens Hoofdgebieder in onveschillige of zaaken van weijnig aanbelang, zal ijder Ligtelijk begrijpen dat, dit op alle voorkomende zaaken toe passelijk ge„ maakt van te gevaarlijke gevolgen zoude konnen zijn: De onderget: herhaald nog maals, dat, ter vermejdinge van verdere onaangenaeme discurssien, gaarne wil blijven in het vriendelijk gevoele, dat al het geposeerde in dit 3„de deel van het protest van den Heer Fiscaal va Einden, alleen moet worden geconsidereerd, als, in gevalle het zoo waare en zal daarom alleen ter en erveering van de bedenkinge van zyn E: omtrent de na maegschap der geweest zijnde meerderheid, noteeren, dat die waarlijk van wijnig beduiden is is, die dog wel „ke subsisteerd tusschen den Heere Secunde Rhe¬ nius en den ondergete. is zoo verre te zoeken, dat de onder get:e zeer twiffeld, of een van byden wel zoude weeten waarvan de zelve afteleijden: en zal den Heere Gouverneur zig zeer wel konnen rappelleeren hoe menigwerf het is gebeurd, dat de ondergeteekd niet alleen met welgem Heere Thenius, maar zelfs ook met den Heere DeWet, aan weien door de banden van zwaegerschap verbonden is, over deeze en geene voor„ „werpen in deeze vergadering heeft gediscrepeert: Trouwens hunne Hoogst Achtb de Heeren Supere„ „euren zijn geenzints van oordeel geweest, dat, na maagschap, in zeeker gradeeen obstakul zoude kon„ „nen zijn, om ymand Sessie en dus ook Item in den raad te doen hebben: ten minsten de zeerge Eerbie„ digde Schikkingen van Hoogstdezelven daar om¬ trent geordonneert, in de aanstelling van wijlen den Heer Cruywagen tot Lid in deeze vergadering, Schoon deszelfs dogter aan wel op gem: Heere Secunde Thenius genuwdavas, Steld dit buiten despub. In hoe verre de zaaken, al of niet alleen ter verantwoordinge van den Heere Gouverneur zijn, bekend de onderget: niet te weeten: Waar het geen hem zeer wel bekend is, Is. dat zaak en van aanbelang niet alleen van het dat Hoofd Hoofd, maar te gelijk van den raad moeten afkomen en verantwoord worden, zoo als dit word gelast bij Part: geEerd aanschrijven aan Generaal en Raasen van 29 Nov. 1710. dat alle ordres, de beschikkingen deeser Colonie, ofte de belangens der Maatschappije raakende aan den gantschen raad worden gedemandeerd, dat over de non obeservance van zodanige ordres, de niet be¬ hoorlijke behartiging der thanss zoo nodige Spaar„ zaamheid en zuinigheid in de onkosten van dit Gouvernement aan den gantschen Rad worden geimputeerd, waarvan de 't zedert eenigen tyd ont„ fangen Missives der Hoog gebierende Heeren Meester „en, tot des onderget: grootste Smerte, de Levendigste bewysen draagen Endelijk twifeld de onderget. geen zints of de Conse„ quentie, welke de Heer Fiscaal van Einden uit desselfs Instructie trekt is te regt, vooral wanneer dezelve op het gantsch Lichaam der vergaderinge word applicabel gemaakt De onderget: blijvende persisteren bij voorschr Resolutie als wel, wettig regulier, en volgen de ordre geno„ men, verzoekt dat deeze zijne Contra aantening in de resolutie van heeden moge worden geinsereerd /was geteekend:/ I: E: Sessieur /in margine:/ exhibitum 20 July 1790 Na gedaane perfecte collatie is deezen met de Copije onder ons berustende in allen deelen accordeerende bevonden. T Welk wij getuijgen. J: V: Le Trian W : d„e Reede van Oudtshoorn. Den ondergeteekende heeft zig indispensabel verpligt gevonden, om teegens het door den Heer ter vergadering van den 23e Junij Independent Fiscaal ^ Jongstl: overgeleeverd protest zijne Susteniien bij Contra protest voor te Stellen. Eerstelijk om dat Bij meende tegen de door den Heer Independent Fiscaal bygebragte argumenten te moeten aantonen de grond en reeden om welke hij oordeelt, dat het besluit bij het protest aangehaald als zodanig had behooren Stand te grijpen en te worden g'executeerd; en wel voornamentlijk Ten anderen, om dat hij niet onverschillig konde zyn van door de positien en affertiën in dat Proteste voorkomende, gelijk dezelve daartoen anders veel aanledang moeten geven, zig blootgestelt te vinden om bij zijne Heeren Meesteren ver¬ dagt te worden van onbetamelijke Slappen, strij„ „dende tegens de Verpligting die op hem legt. Aan het eerste zal den ondergeteekende kunnen voldoen, met het bijbrengen der ordres Wel Edele Gestrenge Heer en Edele Achtbare Heeren! Copia Copiae — L„a P: G: 1037 Aan den Wel Edelen Gestr Heer Gouverneur beneevens den Edele Achtbare Raade van Politie van 6