Inventory 4344
Cape · 543 pages · 234 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Therefore, the principal defendant could by no means tolerate being so publicly challenged as a private individual on the public street in the presence of different people at various times, persisting therein in having committed this crime without cause; and in case the principal relator had not picked up a stone with which the principal relator intended to smash the brains of the principal defendant, the three or four blows might not have occurred at all. Upon reflection and re-reflection, it certainly would have been better had the principal defendant not proceeded to this step, but who in that case is master of his senses? And had the litigating parties in this matter had or exercised moderation, then proper satisfaction could have been demanded in court, so that in this case neither of the parties could be punishable, because the intention and initiation of the insult cannot be found, which is the foremost prerequisite for the action of injury; for it is always permissible to resist and repel one insult with another, just as it is also permissible to destroy and answer a verbal and physical insult by means of the other, as a rebounding of the echo. Yet, Honorable and Worshipful Sirs, since the defendant believes he has set forth the law sufficiently, he shall therefore make no reflection regarding the further positions taken by the Officer Plaintiff in his claim, but shall solely proceed to the annexed report and declaration, which, considered with Your Worships' highly enlightened eyes, merit not the slightest reflection, since the same declarations only have reference to the ending of the dispute and convey not the least knowledge of the true basis, thus being entirely lapsed. Let it suffice that the declarations under numbers three, four, and five unanimously set forth the principal relator's own confession that the principal relator was the sufficient cause of this dispute, just as the principal relator has already shown remorse for the same, for the reason that he was willing to settle the matter with the principal defendant, as the accompanying certificate of the court messenger Carelhwald Ziervogel under number six, annexed hereto, dictated; thus a clear, evident proof that the principal relator must be convinced within himself of having wronged. Thus, had the principal relator been more discreet and circumspect, the entire case would by no means have seen the light of day, since the litigating parties have had and still have very familiar relations with each other, even though this dispute stands fast; while the principal defendant declares that, although believing he had the greatest right to demand satisfaction at that moment, without wearying the judicial authority with such trifles, and indeed wishing that this had never or ever occurred, although the principal relator gave the principal defendant the true cause thereof for such unpleasantness having occurred. The defendant in quality, believing he has clearly and evidently shown in this written response everything that could in any way serve Your Honorable Worships' attention, shall proceed to the following counter-conclusion, as follows: Concluding that by definitive sentence of Your Honorable Worships, the claim and conclusion made by the Officer Plaintiff against the principal defendant before this Honorable and Worshipful Court may be dismissed as inadmissible and wrongfully made, with costs, or such other determination as Your Honorable Worships shall find to be proper according to law and equity. Imploring for this and for all matters Your Honorable Worships' gracious judicial office for swift and good justice. Signed: Js: Vercueil in quality. In the margin: Exhibited in Court, 13 November 1788. Appeared before me, Willem Stephanus van Rijneveld, sworn clerk at the Secretariat of Justice of the Castle of Good Hope, present the hereinafter named witnesses, the former Lieutenant of the Burgher militia here, the worthy Jonas Albertus van der Poel, of competent age, who, pursuant to the appointment of the Honorable and Worshipful Court of Justice of this Government, dated the 2nd of this month and at the requisition of the Burgher Joachim Daniel Hiebner, declared it to be true: That the deponent on a certain day, now about two to three months ago, without being able to determine the exact date, had been standing talking on the stoep of the Burgher Hermanus Gerhardus Keere, with the said Keere and several other persons, when the requester in this matter came past the door of the aforesaid Keere, and standing still before the door, called out in substance to the said Keere: Manus, listen here. That the said Keere having then also gone thither, the deponent subsequently also joined them, and then perceived that the requester and the said Keere had a dispute regarding the invitation to the funeral of the then deceased former deacon Cr: Petrus van der Poel, to such an extent that after some exchange of words, the requester in substance added to him, Keere: I want to be invited to the funeral of my family before the strangers, and if she does not do that, then damn me if I come to a funeral, and I will today you
Dutch transcription
Dus den principale ged:e geensints kunnen de dulden, soo publicq gesteld te worden; als een privaat persoon, op de publicque straat in praesentie van differente menschen op verscheide tijden, daar bij te blijven persisteeren, dit crimen te hebben Calsa gepleegd, en ingevalle de principale relatant niet een steen opgenomen had mogelijk de drie a vier slaagen geensints plaats zoude gehad hebben, waar meede den principale relatant, den principale gedaagde na de harssenen wilde werpen. Bij erdenking en weder erdenking, was het zeker G beeter geweest, dat den principale gedaagde tot deze stap niet was overgegaan, dog wie is in dat cas zijn sinnen meester, en had den partijen litiganten ten deeze de moderatie gehad of genoomen, soo had men een behoorlyke satisfactie en regten kunnen vraagen, dus in dit geval geen van beide de partije strafbaar kunnen zijn, omdat het voorneemen van den aanleg tot de injurie niet kan worden gevonden, het welk het voornaamste requisit tot de injurie is van de actie der injurie, want het altoos geoorlooft is, den een injurie met den andere tegen te gaan, en te verdrijven, alzoo is het ook geoorlooft woordelijk en dadelijke injurie door den anderen, als eer te rugkaat„ „sing der Eeko, te vernietinge en te beantwoorden. Dan WelEdele Achtbare Heeren/. vermits den ged:e vermeind den regten ten genoegen te hebben geposeerd, zal dierhalven ter beschouwinge vanden door r: O: Eisscher bij derzelver Eisch verdere genomene positien, geen reflexie maken, als alleenlijk tot de geannexeerde relaas en verklaaringe overgaan, die met Uwel Achtb: hoog verligt oog beschouwd geende geringste reflectie meriteerd vermits dezelve verklaaringen maar alleen relatie op het eindigen der quaestie heeft en niets 't minsten van de waare basis te kennen geeven, of weetenschap hebben dus ten eene„ „maal vervallen. genoeg zij het dat de verklaaringe sub numero drie vier en vijff eenpaarig des principale relatants eigene confessie koomen te poseeren, dat den principale zecatant den genoegsaame aanleg tot deese quaestie is geweest, zoo als den principaale reletant reeds derzelve rouwe getoond heeft, om redenen, dat hij in willens waar, de zaak met den principale gedaagde uijt de waereld te ruijmen, zoo als bygaande certificaat van den gerechts bode Carelhwald ziervogel sub numero ses, deezen annex dicteerde, alzoo een klaar blykelyk bewijs, dat den principale relatant bij zig zelve overtuigd moet zijn, gefraudeerd te hebben. Alzoo hadde den principale relatant ciscelder en omsigtiger geweest, zoo had het gantsche geval het dag„ licht geensints beschouwd, vermits partijen liciganten zeer familaire omgang met elkanderen gehad hebben, nog hebben, of schoon deeze quastien bank vast staat, terwijl den principale gedaagde betuigd, of schoon het grootste recht vermeend gehad te hebben, op 't moment satisfactie te vragen, zonder 't rechterlijk gezag met dusgelijke beuselagtige dingen te vermoeien, en wel wenschende dat dit nimmer ofte nooijt voorgekomen waare, of schoon den principale positiën relatant Huiden den 10 October 1788. relatant aan den principale gedaagde de waare casue daar van gegeeven heeft, dat diergelijke onaangenaamheeden te vooren gekoomen zijn. Den 99: gedaagde alles wat tot UwelEdele Acht„ bare attentie enigsints zoude kunnen dienen, vermeenende klaar en evident in dit Schriftuur van antwoord te hebben getoond, zal tot de volgende contra conclusie overgaan zoo als is. Concludeerende dat bij diffinitive Vonnisse dan UWelEdel Achtbare den r: O: Eisscher zijnen open Jeegens den principale gedaagden bij deeze Edele Achtbare raad gedaane Eisch en conclusie mogen worden ontkegd, als niet ontfankelijk, en ten onrechte gedaan, met de kosten, ofte zodanige andere fine, als UwelEdele Achtbare na recht en billijkheid zullen vinden te behooren. Imploreerende hier toe en op alles uwelEdele Achtbare benignum Iudicis officium om korte en goede recht /:was geteekend:) Js: Vercueil qq: in margine Exhibitum in Iudicio den 13 November 1788. Compareerde voor mij Willem Stephanus van Rijneveld, gezn: Clercq ter Secretarije van Justitie des Casteels de goede Hoop, praesent de naten: getuigen den oud Lieutenant der Burgerij alhier, de manh: Jonas Albertus van der Poel, van competenten ouderdom, dewelke ingevolge appoinetement van den E: Achtb: Rade van Justitie dezes Gouvernements, de dato 2 deeser en ter requisitie van den Burger Joachim Daniel Hiebner, verklaarde, hoe waar is. Dat de Comp:t: op zeekeren dag, nu wel twee a drie maanden geleeden, zonder den Justen datum te kunnen bepaalen, op de stoep van den Burger Hermanus Gerhardus Keere, met denzelven Keede, en noch verscheide andere persoonen hebbende staan praeaten, als toen voor bij de deur van voorsz: keeve, gekoomen was, den reqt: in deezen, dewelke voor de deur zynde blijven staan, gem: Keere in substantie had toegeroepen, Manus: hoor hier Dat gem: Keese toen ook derwaard gegaan zijnde, hadden Compt. zich vervolgens meede bij hun gevoegd, en als toen bespeurd, dat den reqt: en gem: heere, weegens 't verzoeken op de begravenis van den toen overleeden oud diacon Cr: Petrus van der Soel, verschil hadden, dermaaten, dat na eenige woorden wisselingen, den reqt: hem Keere in Substiutie had toegevoegd, ik wil op de begravenis van mijn Familie voor de vreemden verzogt weezen, en wanneer zy dat niet doed, dam derdom ik om op een begravenis te komen, en zal Huiden Jou
English
kick you out of my door. That the mentioned Keeve, having then moved toward his stoop, had thereupon answered, you are accustomed to beating and threatening, for you did not hesitate to beat your own mother, for which reason Mr. de Wet caned you in his house at eight o'clock in the evening; upon which saying, the appearer, not wishing to meddle therein, had gone away from there. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for knowledge as in the text, being prepared to confirm the same further under oath. Below stood: Thus occurred at the aforementioned secretariat, in the presence of the clerks Marthinus Laurentius Neethling and Johs: de Wit as witnesses, who duly signed the minute of this along with the appearer and me, the sworn clerk. Lower: Which I witness. Was signed: W:S V: Rijneveld, sworn clerk. Review. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government the aforementioned manly van der Poel, who his aforementioned declaration Today having appeared before the Gentlemen Rijno Johannes van der Riet and Ian Coenraad Gie, members of the Honorable Council of Justice of this Government, the manly burgher lieutenant, Jonas Albertus van der Poel, in order to confirm under oath a certain declaration given by him at the requisition of the burgher Ioachim Daniel Heebner in the trial initiated by the pro interim Fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, against the aforementioned Hiebner in a case of extreme atrocious injury: Wednesday the 3rd of December 1788. Thus reviewed at Cabo de goede Hoop, the 13th of December 1788. Was signed: I: A: van der Poel. Lower: In my presence. Was signed: W: S: V: Rijneveld, sworn clerk. In the margin: As commissioners: Was signed: R:J: VD Riet. I:n C:s Gie. The declaration having been read aloud clearly, he declared to persist therein, desiring that nothing more shall be added or taken away; declaring in the presence of the pro interim Fiscal, the Honorable Gabriel Exter, that the foregoing is the pure truth. Below stood: trial their Honors have nevertheless, on account of affinity between the deponent and the mentioned Hiebner, merely had the aforementioned declaration reviewed, and excused the repeatedly mentioned van der Poel from the oath in this matter; whereof the necessary record is hereby kept. Below stood: At Cabo de goede Hoop, day and year as above. Lower: In my presence. Was signed: W: I: V: Reijneveld, sworn clerk. Lower: Agreed. Was signed: W: J: V: Rijneveld, sworn clerk. Today, the 31st of October 1788. Appeared before me, Willem Stephanus van Rijneveld, sworn clerk at the Secretariat of Justice of the Castle of Good Hope, in the presence of the undersigned witnesses, Aletta Taute, assisted by [illegible] of the late burgher Matthijs Taute, who, pursuant to the order of the Honorable Council of Justice of yesterday's date, and at the requisition of the burgher Joachim Daniel Hiebner, declared it to be true: That the appearer, in the past month of August, without being able to determine the exact time, having been at the house of her brother-in-law, the burgher Gerhardus Keeve, at that time at noon, the clock striking twelve, when they were about to sit down at the table, the appearer's sister had said to her husband, the mentioned Keeve, who stood on the stoop outside the door: Keeve, just come inside because the food is already on the table, and if Hiebner has something to say, then he must come to your house properly. That the appearer had thereupon asked her mentioned sister what was going on, and received from her as an answer that Hiebner, having just before passed her house, was said to have asked her husband in passing why he had come to invite him yesterday so late in the evening after his uncle van der Poel, and that her husband having answered him that he had not been able to do so earlier, for he had still invited three or four respectable persons after him, Hiebner; he, Hiebner, had replied thereto that if he had a corpse in the house, and her husband attended to the same, he, Hiebner, would then kick her husband out of the door if he went to invite strangers before the family. That when the appearer's mentioned brother-in-law had then continued, you must not snap so fiercely, the same Heebner had substantially replied: if it were not here on the street, I would get you, and had immediately thereupon threatened him with the cane, while That and
Dutch transcription
jou mijn deur uit schoppen. Dat gerepte Keeve zich daar op naar zijn stoep begeeren hebbende, als toen geantwoord had„ jijbent 't slaan en dreijgen geliend, want jij het t jouw niet ontsien, jouw eigen moeder te slaan, om welke reede de Heer de Wet, jou s'avonds te agt uuren in zijn huis gerottingd heeft, op welk gezagde, de Comp„t, als zich daar niet meede willende bemaeijen, van daar was gegaan. Niets meer verklaarende, geevt de Compt: voor reedenen van Wetenschap, als in den text, bereid zijnde, 't zelve nader met Eede gestand te doen. /:onder stond:/ Dat aldus passeerde ter secretarije voorm: praesent de Clercquen Marthinus Laurentius Neethling en Johs: de Wit, als getuigen, die de minute deezer beneevens de Comp:t en mij gezw: Clercq mede behoorlijk hebben onderteekend. /:lager:/ t' welk ik getuige. /:was geteekend:/ W:S V: Rijneveld. g: Clercq. Recollement. Compareerde voor de ondergeteekende gecomm: Uit den E: Achtb: Rade van Justitie dezes Gouvernement voorschr: manh: van der Poel, dewelke zyne vorenstaande Verklaaring Op heeden voor de Heeren Rijno Johannes van der Riet en Ian Coenraad Gie, Leeden uit den E: Achtb: Rade van Justitie deezes Gouvernements der„ scheenen zijnde, den manh: burger Lieutenant, Jonas Albertus van der Poel, om zeekere door hem ter re„ „quisitie van den Burger Ioachim Daniel Heebner in het door de pro interim Fiscaal alhier, d' E: Gabriel Exter, opende jeegens evengem: Hiebner in cas van verregaande atroce injurie geëntameerd Woensdag den 3. december 1788. Aldus gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop, den 13 december. 1788. — /:was geteekend:/ I: A: van der Poel. /:lager:/ mij praesent. /:was geteekend:/ W: S: V: Rijneveld. g Clercq /in margine:/ als gecomm : /:was geteekend:/ R:J: VD Riet. I:n C:s Gie. Verklaaring duidelijk voorgeleesen zijnde, betuigde daar bij te blijven persisteeren, met begeerte, dat er niets meer bij of of gedaan worden zal; verklaarende in tegenwoordigheid van den pro interim Friscaal d' E: Gabriel Exter, dat het vorenstaande de zuivere waarheid is. /:onder stond:/ proces proces, gegeevene Verklaaring te behedigen: hebben hun E: E: echter voorsz: Verklaaring, uit hoofde van affinateit, tusschen den deposant en gem: Hiebner, slegts doen recolleeren, en meergem: van der Poel, in deezen van den Eed geëxcureerd; waar van bij deezen de nodige aanteekening word gehouden. /:onder stond:/ Aan Cabo de goede Hoop, die et annout Supra. /:lager:/ mij praesent. /:was geteekend:/ W: I: V: Reijneveld. g: Clercq. — /lagers/ accordeerd. /: was geteekend:/ W: J: V: Rijneveld g: Clercq. Huiden den 31 October 1788. Compareerde voor mij Willem Stephanus van Rijpeveld gesw: Clercq ter Secretarije van Iustitie des Casteels de geadsis¬ egoede Hoop present de Meeten: getuigen Aletta Teite venelke ^ingevolge appoinctament van den E: Achtb: Raad van Justitie wylen den Burger Matthijs Taute, dewelke ingevolge ap„ „poinctement aan den E: Achtb: Rade van Iustitie van giste„ rigen datum, en ter requisitie van den gisterigen datum en ter requisitie van den Burger Joachim Daniel Hiebner, verklaarde, hoe waar is. Dat de Comp„te in de gepasseerde maand Aug:s zonder den netten tid te kunnen bepaalen, geweest zijnde ten huize van haren Swager, den Burter, Gerhardus Keeve, als toen op de middag, de klokke twaalff uuren, wanneer aan tafel zoude gaan zitten, der Compte. suster teegens haaren man, gemelde keese, die op stoep buiten de deur stond, had haaren zeygen, keeve, kom maar binnen want het eeten is reeds op tafel, en zo Hiebner iets te zeggen heeft, dan moet hij bij U ordentelijk aan huis komen. dat de Comp„te daarop gem: haare zuster gevraagd had, water gaande was, en van haar ten antwoord bekomen, dat Huemner eeven te vooren haar huis gepasseerd synde, tegens haaren man in 't voorbijgaan zou hebben gevraagd, waarom hij hem gisteren zo laat in den avond agter horlijk van zeijn oom van der Poel, was komen verzoeken, en dat haare man hem daarop geantwoord hebbende, dat hij zulks niet eerder stad kunnen doen, want dat hij mog wel drie a vier fatroenlyke leeden na hem Heemner, verzogt had; hij Hiebher daar op hed gerepliceerd, dat wanneer hij een lijk in huis had, en haren man 't zelve bediende h Htiebner, als dan haar man, wanneer hij vreemde lieden, voor de Famelie ging verzoeken, de deur zoude uit Schoppen. Dat wanneer gem. der Compte. zwager, als toen vervolgd had, gij moet zo grauw niet schappen, den¬ zelven Heebner substantieelijk had gerepliceerd: zo het hier op straat niet was, zoude ik u welkrijgen, en hem dadelijk daar op met de rotting, gedreijgd hed, terwijl Dat en
English
the appearer's brother-in-law was said to have answered this by saying, you are used to threatening, for you even threatened your own mother, and the said Heebner having asked thereupon who had seen this, the appearer's brother-in-law was then in substance said to have replied, I saw it, and ask the gentleman the law, but why he struck you, without the appearer knowing anything more of the event, as having departed from her sister shortly thereafter. Declaring nothing further, the appearer gives as reasons of knowledge as in the text, being prepared to confirm the same further with solemn oath. There having been dispatched of this, at the request of the petitioner in this matter, two identical copies. Below stood: That this thus transpired at the aforesaid Secretariat, present the Clerks Martinus Laurentius Neethling and Joh:s de Wit, as witnesses, who duly signed the minute of this, together with the appearer and me, the sworn Clerk. Lower: which I attest. Was signed: W: J: V: Rijneveld, Sworn Clerk. Re-examination. Wednesday, the 5th of December 1788. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, Aletta Faute, assisted by her mother Elisabeth de Bruin, widow of the late burgher Matthijs Faute, on the one part, and the Fiscal pro interim, the Honorable Gabriel Exter, on the other part, having appeared today before the Gentlemen Rijno Iohannes van der Riet and Ian Coenraad Gie, Members of the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, the first-mentioned in order to confirm under oath a certain deposition given by her at the request of the burgher Joachim Daniel Hiebner in the case served by the aforesaid Fiscal pro interim upon and against the said Hiebner in the case of the burgher Hermanus Gerhardus Keeve, regarding an atrocious injury committed, the Gentlemen commissioners, on account of the fact that the above-mentioned Aletta Faute is a full sister of the wife of the aforesaid Keeve, judged it best only to have the aforesaid deposition re-examined, and that, however, only after the same Aletta Faute had declared that she could, with an easy conscience, proceed to the taking of the oath upon her repeatedly mentioned deposition given, this minute being thus kept thereof. Below stood: At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: in my presence. Was signed: W. S. v. Rijneveld, Sworn Clerk. Still lower: agrees. Was signed: W. S. v. Rijneveld, Sworn Clerk. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, Aletta Faute, assisted by her mother Elisabeth de Bruin, widow of the late burgher Matthijs Faute, who, having had this her above-standing deposition read out clearly and distinctly word for word, declared to persist by it, desiring that nothing more shall be added to or taken from it, declaring in the presence of the Fiscal pro interim here, the Honorable Gabriel Exter, that all the foregoing is the pure truth. Below stood: Thus re-examined at the Cape of Good Hope, the 3rd of December 1788. Was signed: Aletta Dorothea Faute. Lower: in my presence. Was signed: W: J: V: Rijneveld, Sworn Clerk. In the margin: as commissioners. Was signed: R: I: V: D Riet, F: C: Gie. Today, the 3rd of November 1788. Appeared before me, Willem Stephanus van Rijneveld, sworn Clerk at the Secretariat of Justice of the Castle of Good Hope, present the after-mentioned witnesses, the burgher Josias Brink, who, pursuant to the Decree of the Honorable Worshipful Council of Justice dated 30 October last and at the request of the burgher Joachim Daniel Hiebner, declared it to be true: That on a certain day in the month of August, without being able to determine the precise date, the burgher Daniel Morkel having come into the house of the appearer's father, the same then related to him, the appearer, among other things, that he had heard from the burgher Hermanus Keeve that when the petitioner had threatened him with the cane, the said Keeve was said to have retorted to him, the petitioner: you even threatened your own mother. Declaring nothing further, the appearer gives as reasons of knowledge as in the text, being prepared to confirm the same further with an oath. There having been granted of this two identical copies. Below stood: That this thus transpired at the aforesaid Secretariat. Appeared present
Dutch transcription
der Comp„te zwager dit zoude hebben beantwoord met 't zeggen, het drijgen zijt gij gewoon, want gij hebt uwweigen moeder wel gedreigd, en gemelde Heebner daar op gevraagd hebbende, wie zulks gezien had. der Comp„te Zwaget, als toen in substantie zoude hebben geregereerd, ik heb zulks gesien en vraagt de Heer de wet, maar waarom hij uw heeft geslagen, zonder dat de Comp„te iets meer van 't geveel weet, als zynde kort daar op van hare suster vertrokken. Niets meer verklaarende, geest de Compt. voor redenen van wetenschap, als in den steat, bereid zijnde 't zelve met solemneele Eede nader gestand te doen. Zijnde hier van op des reqt. terzaek geexpedieerd twee 8 eensluidende afschriften. /:onderstond:/ Dat aldus passeerde ter Secretarije voorm: praesent de Carcquen Martinus Laurentius Neethling en Joh:s de Wit, als getuigen, die de minute deezer, bereevens de Comp„te en mij gemw: Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend /:lager:/ 't welk ik getuige /:was geteekend:/ W: J: V: Rijneveld. G: Clercq Recollement. Compareerde voor ons onderget: gecomm: uit den Woensdag. den 5. December 1788. Aletta Faute, geadsisteerd door haare moeder Elisabeth de Bruin, weed„e wylen den Burger Matthijs Faute, ter eenre en den pro interim Fiscaal d' E: Gabriel Aldus gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop, den 3 december„ 1788. /:was geteekend:/ Aletta Dorothea Faute. /:lager:/ mij praesent /:was getekend:/ W: J: V: Rijneveld. G: Clercq. /:in margine:/ als gecomm:s /:was geteekend:/ R: I: V: D Riet. F: C: Gie. E: Achtb: Raad van Justitie deezes Gouvernements— Aletta Saute, geadsisteerd door haare moeder Elisabeth de Bruin, weed„e wijlen den Burger Matthijs Foute dewelke deeze haare voorenstaande verklaaring van woorde tot woorde klaar en duidelijk voorgeleesen wezende, ver„ „klaarde daar bij te blijven persisteeren, met begeerte, dat er niets meer by of van gedaan worden zeel, betuigende in praesentie van den pro interim Fiscaal alhier, d' E: Gabriel Exter, dat al het vorenstaande de zeidere waarheid is. /:onder stond:/ E: Exter Exter, ter andere zijde, op heeden voor de Heeren Rijno Iohannes van der Riet en Ian Coenraad Gie, Leeden uit den E: Achtb: Rade van Justitie dezes Gouvernements verscheenen weezende, de eerstgemelde omme te beledigen zeekere verklaaring, door haar ter requisitie van den burger Joachim Daniel Hiebner in de zaak door voorsz: pro interim Fiscaael op ende zeegens evengem: Hiebner in cas van den Burger Hermanus Gerhardus Keeve, aange¬ daare atrace injurie geëntimeerd, gegeeven, hebbe Heeren gecomms: ter zaake dat bovengem: Aletia Faute is eene eigene suster van de huisvrouw van voorsz: Keere, best geoordeeld de voorsz: depositie alleenlijk te doen recolleeren en zulks echter eerst na dat door dezelve Aletta Fuute betuigd was op haare meergem: gegeevene verklaaring met een gerust gemoed, tot het doen van den Eed te kunnen treeden zijnde dus hier van deeze notul gehouden. /:onder stond:/ Aan Cabo de goede Hoop, die et Anno ut Supra, /:lager:/ mij present. /:was geteekend:/ W W Rijneveld. g: Clercq. /: nog lager:/ accordeerd. /:was geteekend:/ W: P: V: Rijmeveld g: Clercq. Huijden den 3 November 1788. Niets meer verklaarende, geeft de Compt: voor reedenen van weetenschap, als in den text bereid zijnde, het zelve met Eede nader gestand te doen. Zijnde hier van verleend twee eensluidende afschriften. (:onder stond:/ Dat aldus passeerde ter Secretarije voorm: Compareerde voor mij Willem Stephanus van Rijneveld, gesw: Clercq ter Secretarije van Iustitie des Casteels de goede Hoop, praesent de nagenoemde getuigen, den Burger Josias Brink, dewelke, volgens Appoinctement van den E: Achtb: Raad van Iustitie de dato 30 October Jongstl: en ter requisitie van den Burger Joachim Daniel Hiebner, verklaarde, hae waar is. Dat op zeekeren dag in de maand Augustus zonden de praeciese datum te kunnen bepaalen, in het huis van des Comp„ts Vader gekomen zijnde, den Burger Daniel Morkel, denzelve hem Compt: als toen onder an¬ deren verhaald heeft, dat hij van de Burger Hermanus Keere gehoort had, dat wanneer den reqt: hem met de rotting had gedreijgd, gem: Keere, hem reqt: zou hebben toegevoegd, gij hebt uw eijgen moeder wel gedreijgd. Compareerde praesent —
English
present the clerks Johannes Henricus Fischer and Johannes de Wit, as witnesses, who have duly signed the original of this, together with the appearer and me, the sworn clerk. Below was written: Which I witness. Was signed: W. S. van Rijneveld. Verification. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the Burgher Josias Brink, who, this his preceding declaration having been read aloud clearly and distinctly word for word, declared that he persists by it, with the desire that nothing more shall be added to or taken from it, and spoke therefore, in confirmation of the truth thereof, in the presence of the Fiscal pro interim here, the Honorable Gabriel Exter, the solemn words: So truly help me God Almighty. Below was written: Thus verified at Cape of Good Hope on the 3rd of December 1788. Was signed: Josias Brink. Lower: In my presence. Was signed: W. S. van Rijneveld, clerk. In the margin: as commissioners. Was signed: R. J. van der Riet, J. C. Gie. That the appearer, having asked thereupon what the reason for that had been, said Keve had substantially replied, because I invited him to the funeral too late. That the appearer, so far as she still recalls this at present, having then asked again, is it just fine like that to beat each other, was that the whole reason, had received in answer from the aforesaid Keve: Today, the 22nd of October 1788. Appeared before me, Willem Stephanus van Rijneveld, sworn clerk at the Secretariat of Justice of the Castle of Good Hope, present the witnesses to be named below, Margaretha Catharina Ekhard, assisted by her husband, the Burgher Pieter Hendrik van der Lith, who, pursuant to the appointment of the Honorable Council of Justice dated 2 October 1788, and at the requisition of the Burgher Joachim Daniel Hiebner, declared it to be true: That already two months ago, without however having remembered the precise date, the Burghers Andries Auret and Hermanus Keve having come to the house of the appearer, and they having then spoken about this and that in the presence of the appearer's aforesaid husband, the appearer on that occasion had heard said Keve say that the Burgher Daniel Hiebner had beaten him. received: I said to him, when he offered to beat me, that he easily resorted to beating, for he had offered it to his own mother. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for her knowledge as in the text, being prepared to confirm the foregoing at all times further by oath. Below was written: That this thus took place at the Secretariat aforesaid, present the clerks Marthinus Laurentius Neethling and Jacob van de Waeveld as witnesses, who have duly signed the original of this, together with the appearer and me, the sworn clerk. Lower: Which I witness. Was signed: W. S. van Rijneveld, sworn clerk. Verification. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, Margaretha Catharina Ekkert, assisted by her husband, the Burgher Pieter Hendrik van der Lith, who, this her preceding declaration having been read aloud clearly and distinctly word for word, declared that she persists by it, with the desire that nothing Today, the 21st of October 1788. Appeared before me, Willem Stephanus van Rijneveld, sworn clerk at the Secretariat of Justice of the Castle of Good Hope, present the witnesses to be named below, the Burgher Andries Auret, of competent age, who, pursuant to the appointment of the Honorable Council Thus verified and sworn at Cape of Good Hope on the 3 December 1788. Was signed: M. C. Ekhard. Lower: In my presence. Was signed: W. S. van Rijneveld, sworn clerk. In the margin: as commissioners. Was signed: J. van der Riet, J. C. Gie. more shall be added to or taken from it, except only that the appearer can no longer say whether Keve used the word beating or threatening, and that the appearer recalls nothing more of the conversations held at her house concerning this matter, and spoke therefore, in confirmation of the truth thereof, in the presence of the Fiscal pro interim of this government, the Honorable Gabriel Exter, the solemn words: So truly help me God Almighty. Below was written:
Dutch transcription
praesent de Clercquen Johannes Hanricus Fischer, en Johannes de Wit, als getuigen, die de minute deezes, beneevens de Comp:t ende mij gesw: Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend. /:onder stond:/ 'T welk ik getuige. /:was geteekend:/ W: V Sijneselig a Recollement. Compareerde voor ons onderget: Gecomm: uit den E: Achtb: Raad van Justitie dezes Gouvernements den Burger Josias Brink, dewelke deeze zijne Vooren staande verklaaring van woorde tot woorde klaar en duidelyk voorgeleezen weezende, verklaarde daar bij te blijven persisteeren, met begeerte, dat er niets meer bij of van gedaan worden zal, en sprak derhalven, ter bevestiging der waarheid van dien, in tegenwoordigheid van den pro interim Fiscaal alhier d: E: Gabriel Exter, de solemneele woorden, zo waarlijk helpe mij God Almagtig. /:onder stond:/ Aldus gerecolleerd aan Cabo de goede Stoop den 3e. x„ 1780. /:was geteekend:/ Josias Brink /:loger:/ mij praesent. /:was geteekend:/ W S V Rijneseloq Clercq. /:in margine:/ als gecomm.:s /: was geteekend:/ R: I: V: D Fiet. J:n E: Gie. Dat de Compte daar op gevraagd hebbende, wat daar de reede van geweest was, gerepten Keere, substantieelijk had gerepliceerd, om dat ik hem te laat op de begravenis heb verzogt. Dat de Compte voor zo verre haar dit tans nog voorstaat, als toen hertraagd hebbende, gaat het maar zo goed, om malkanderen te slaan, was dat de heele heeden, daar op van voorsz: keeve had ten antwoord uiden den 22:e October 1788. Compareerde voor mij Willem Stephanus van Rijneveld, geswoore Clercq ter Secretarije van Iustitie des Casteels de goede Hoop, praesent de naten: getuigen, Margaretha Catharina Ekhard, geadsisteerd door haaren man, den Burger Pieter Hendrik van der Lith, dewelke ingevolge appoinctement van den E: Achtb: raad van Iustitie de dato 2 October 1788. en ter requisitie van den Burger Joachim Daniel Hiebnen, verklaarde, hoe waar is. Dat reeds twee maanden geleeden, zonder nochtans de praeciese datum onthouden te hebben, ten huize van den Compt: gekomen zijnde, de Burgers Andries Auret en Hermanus keere, en zijl: als toen in't bijzijn van der Compt:e voorsz: man over deeze en geene zaaken gesprooken hebbende, had de Compt„e bij die gelegenheid, gem: keeve hooren zeggen, dat den Burger Daniel Hiebner, hem had geslagen. Huiden bekomen 1 1 bekoomen, ik heb hem toen hij mij slagen praesenteerde, gezegd, dat hij ligt van slaan viel, want dat hij 't zijn eigen moeder gepraesenteerd had. Niets meer verklaarende, geeft de Comp:t: voor ree¬ denen van wetenschap, als in den text: bereid zynde, het voren„ staande ten allen tiden, met Eede nader gestand te doen. //:onder stond:/ Dat aldus passeerde ter Secretarije voormeld praesent de Clercquen, Marthinus Laurentius Neethling, en Jacob van de Waeveld, als getuigen, die de minute deezes; beneffens de Compt: ende mij Gesw: Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend /:lager:/ 't welk ik getuige /: was geteekend:/ W H. V: Rijneseld: g. Clercq Recollement. Compareerde voor ons onderget: gecommitt: uit den E: Achtb: Raad van Justitie dezes Gouvernements Margaretha Catharina Ekkert, geadsisteerd door haaren man, den Burger Pieter Hendrik van der Lith, dewelke deze zijne vorenstaande ver¬ klaaring van woorde tot woorde klaar en duidelyk voorgeleezen weezende, verklaerde daar bij te blijven persisteeren, met begeerte, dat er niets Huiden den 21:e October 1788. Compareerde door mij Willem Stephanus van Rijnevell, geswoore Clercq ter Secretarije van Iustitie des Casteels de goede Hoop, praesent de natenoemene getuigen, den Burger Andries Auret, van Competenten ouderdom, dewelke, ingevolge appoinctement van den E: Achtbare Rade G Aldus gerecolleerd en beeedigd aan Cabo de goede Hoop den 3 december 1788. /:was getekend:/ M: C: Eehard. /:lager:/ mij praesent. /: was geteekend:/ W H Rijneveld. g:Clercq. ( /:in margine:/ als gecomm:s /:was geteekend:/ JWodDRiet: J: &C:s Gie. meer by of van gedaan worden zal als alleenlijk¬ dat de Compte niet meer weet te zeggen of keere het woord slaan of drijgen gebruikt heeft, en dat haar Compte: van de discoursen ten haaren huize, weegens deeze zaak gebeezigd niets meer voorstaat, en sprak derhalven, ter bevestiging der waarheid van dien, in tegenwoordigheid van den pro interum Fiscaal deezes Gouvernements d' E: Gabriel Exter, de soleureele woorden, zo waarlijk helpe mij God Almagtig. /:onder stons:/ meer van
English
Justice dated the 2nd of this month and at the requisition of the Burgher Joachim Daniel Hiebner, declared to be the truth: That when the Burgher Hermanus Keeve came to the appearer, around the 15th or 16th of the past month of August as he estimates, the same had related to him, the appearer, in conversation that, when the incident between him and the Burgher Joachim Daniel Hiebner had occurred, the said Hiebner was alleged to have first threatened him in the street with a cane, and he, Keeve, was alleged to have replied thereupon to the said Hiebner: "You may well threaten me, for you have not scratched yourself, I refuse to threaten mother." The said Keeve, having lingered with him, the appearer, for a little while longer, then went away from him. Declaring nothing further, the appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being prepared, if required, to confirm the foregoing further by oath. Whereof two identical copies have been granted. Below stood: Thus occurred at the Cape of Good Hope. Examination. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, the Burgher Andries Arviet, who, having had this his foregoing declaration read aloud to him word for word clearly and distinctly, declared that he persisted therein, desiring that nothing more be added to or taken from it, and spoke therefore, in confirmation of the truth thereof, in the presence of the provisional Fiscal, the Honorable Gabriel Poeter, the solemn words: "So truly help me God Almighty." Below stood: Thus examined and sworn at the Cape of Good Hope, the 3rd of December 1788. Signed: A:s Arviet. Lower: In my presence. Signed: W.S. v. Ryneveld, sworn clerk. In the margin: As commissioners. Signed: H. W. v. d. Riet, P. E. Gie. In the presence of the clerks Willem Bergh and Jacob van de Waereld, as witnesses, who have duly signed the original minute of this together with the appearer and me, the sworn clerk. Below stood: To which I testify. Signed: W. S. v. Rijneveld, sworn clerk. I, the undersigned, hereby declare at the requisition of the assistant in the service of the Honorable Company, Mr. Jacobus Vercueil, who is on the written-off pay roll, that some time ago, being with the Burgher Hermanus Gerhardus Keeve for the transaction of business, I heard him say among other things in conversation: that he was willing or inclined to settle his dispute with his fellow burgher Daniel Hiebner. Below stood: Cape of Good Hope, the 12th of November 1788. Signed: C. E. Ziervogel. The Assistant of the Honorable Company, Carl Eberhard Kuhlewijn, defendant in person, and defaulter and fugitive, on the other side. Article 1. The Plaintiff ex officio states, and such is the truth: 2. that the defendant in person, the defaulter and fugitive Carl Eberhard Kuhlewijn, who was stationed as Assistant at the Secretariat of Police, 3. and thus held a post in which matters of importance had to be entrusted to him, 4. instead of answering to that trust, on the contrary was able to forget himself to such an extent, 5. as to open with a knife or other instrument a locked drawer in which the sworn clerks at the said Secretariat were accustomed to keep the stamps purchased in stock for use and the cash received daily, Indictment, drawn up and submitted to the Honorable Worshipful Council of Justice of the Castle of Good Hope, by and on behalf of the Independent Fiscal of this Government, Johan Nicolaas Steven van Lijnden van Blitterswijk, Plaintiff ex officio, in the case of theft committed, on the one part, against: Agreed. J. d. Rijneveld, Secretary. Article 6. and to make himself master successively of some money and various stamps therefrom, 7. all of which is evident from the accompanying declarations and the handwritten letter written concerning the subject in question by the defendant and defaulter to Mr. C. Jan Aerssen, 8. to which documents the Plaintiff ex officio, for the sake of brevity, takes the liberty to refer. 9. To which proofs it may further be added that the defendant and defaulter, having incurred three consecutive defaults, must by law be held as having confessed and been convicted, 10. according to the Instructions of the Court of Holland, Article 120. 11. As soon as this matter had come to the knowledge of the Plaintiff ex officio, and he considered himself sufficiently informed thereabout, 12. the same addressed himself to Your Worships and obtained from the same a decree to take the defendant and defaulter into civil custody. 13. But, notwithstanding all trouble taken and searches made, the defendant and defaulter could not be found. 14. Your Worships therefore consented, upon the request of the Plaintiff ex officio, to summon the defendant and defaulter by edict and the ringing of the bell. 15. That consequently the defendant and defaulter, after the preceding ringing of the bell, was summoned on the 16th of April last, 16. to appear before this Honorable Worshipful Council on the 30th following thereafter, 17. in order to answer for the aforesaid committed theft and desertion, upon penalty, etc. 18. But, not having appeared on the aforesaid day, the Plaintiff ex officio obtained against the same the first default, 19. with all such benefit as according to law, and a second summons. 20. That he, the defendant, was consequently summoned a second time on the 30th of the aforesaid month of April, 21. to appear in person on the 14th of May, at the customary hour and place, for the same purpose as before. 22. But the defendant and defaulter likewise continued to absent himself at the aforesaid time. 23. So that the Plaintiff ex officio obtained against the same the second default, 24. likewise with the benefit thereof, as according to law, and a third summons. Article 25.
Dutch transcription
Justitie de dato 2 deeser en ter requisitie van den Burger Joachim Daniel Hiebner, verklaarde, hoe waar is. Dat bij de Comparant, na gissing omtrend den 15 of 16 der gepasseerde maand Augustus ge„ komen zijnde, den Burger Hermanus Keeve, denzelve hem Comparant discoursive verhaald had, dat, wanneer het geval tusschen hem en den Burger Joachim Daniel Hiebner, gebeurd was, gemelde Hiebner hem eerst met de rotting op straat zouhebben gedreigd, en hij keere gemelde Hiebner daar op zou hebben geantwoord, gij meuijt mij wel dreigen, want gij hebt U niet geschramd, kweigen moeder te drijgen, Zynde gemelde Keere na een poosje noch bij hem Compt. vertoefd te hebben, als toen van hem weggegaan Niets meer verklaarende, geeft den Comparant voor reedenen van wetenschap als in den text bereid zijnde, het voorenstaande, des gerequireerd wordende, met Eede nader gestand te doen zijnde hier van verleend twee eensluidende afschriften. /:onder stond:/ Dat aldus passeerde aan Cabo de goede Hoop Recollement. Compareerde voor ons onder get: Gecomm:t: uit den E. Achtb: raad van Justitie deeses Gouvernements den Burger, Andries Arviet, dewelke deeze zijne Voorenstaande verklaring van woorde tot woorde klaar en duidelijk voorgeleesen weedende verklaarde daar bij te blijven persisteeren met begeerte, dat er niets meer by of van gedaan worden zal, en sprak¬ in derhalven ter bevestiging der waarheid van dien, de praesentie van den pro interen Fiscaal, d' E. Gabriel Poeter, de Solemneele Woorden: zo waarlijk helpe mij God, Almachtig. /:onderstond:/ Aldus gerecolleerd en beeedigd aan Cabo de goede Hoop, den 3 december 1788. — /was getekend:/ A:s Aniret. / lager/ my praesent. /:was getekend:/ WsW Ryneveld. g'Clercq. /:in margine:/ als gecomm:s /:was getekend:/ HW D Riet. P: E: Gie G ter praesentie der Clercquen, Willem Bergh en Jacob van de Waereld, als getuigen, die de minute deezes, beneevens den Comp:t: en mij geswoore Clercq. meede behoorlijk hebben onderteekend. /:onder stond:/ 't welk ik getuige :/: was geteekend:/ W W Rijneveld. G: Clercq. Ik ter Ik ondergeteekende verklaar bij deezen ter requisitie van den onder afgeschreeve gage staande Adsistent der E: Comp:e Sr. Jacobus Vereueil, dat ik eenigen tijd geleeden ter verrigting van affaires mij bij den Burger Hermanus Gerhardus Keere, bevindende onder anderen discoursive van denzelven hoorde zeggen: dat hij willens of geneegen ware, zijn verschil met den meedeburger Daniel Hiebner, te tereffenen. /:onder stond:/ Cabo de goede Hoop den 12 November 1788. /:was getekend:/ C: E: Ziertogel. — den Adsistent der Ed: Compe: Carl Eberhard Kuhlewijn ged:te in persoon, & deft: en latitant, ter andere Sijde. Art:s. De z: O: Eiss. r doed zeggen, ende waarheid is zulks 2. dat de ged:t in persoon de C:t en Latitant Cart Eberhard Kuhlewijn, die als Adsistent ter Secretarije van Politie bescheiden is geweest. 3. en dus een post heeft bekleed, waar in hem zaaken van aangelegenheid moeten worden toebetrouwd. 4. in plaats dan te beantwoorden aan dat vertrouwen, in 'tegendeel zich in zo verre heeft kunnen vergeeten. 5. om een geslooten laade, waar in de gezw: Clercqua op gem: Secretarije gewoon waren de tot gebruik bij voorraad ingekogte zegels, en dagelyks ontfangen wordende contanten te bergen. Jntendit, gedaan maken en aan den Edelen Achtb: Raade van Justitie des Casteels de goede Hoop, overgegeeven, door ende van weegens den Endependent Fiscaal dezes Gouvernement Johan Nicolaas Steven van Lijnden, van Blitterswijk, R:O: Eksscher, in cas van gepleegde deeste ter eenren contra. Accordeerd. Jd Rijneveld Secrets Art: 6. Art: 6. met een mes of ander instrument te openen, en zich daar uit successivelijk van eenig geld en diverse seegels meester te maken„ 7. alles blykend de nevensgaande Verklaaringen, en den eigenhandigen brief, door den ged:e en des:t op het Supt in quaestie geschreeven aan den Heere Mr. C: Jan Aerssen. 8. tot welke stukken de R: O: Eissr: Kortheids halven de vrijheid gebruikt, zich te refereeren. 9. Kunnende bij die tewijsen nog gevoegd worden dat de gede: en deft: drie agter een volgende de¬ „faulten gedaan hebbende, natoir pro corferso ne convicto moet worden gehouden. 10. volgens de Enstr: van den Hove van Holland art: 120. zodra deze zaake ter kennisse van den R: O Eissr: was gekomen, en bij zich door omtrend genoegsaam geinstrueerd oordeelde te zijn 12. heeft dezelve zich aan UEE: Achtb: geaddresseerd en bij deselven geobtineerd decregt, om den ged en dest: te mogen nemen in civiel arrest. 13. dan daar ongeacht alle aangemende moeite en gedane Recherchas de ged: en de Ct: niet is te vinden geweest. 11. 8 Art: 14. zo hebben UEE: Achtb: aan den E: d: Eiss:r op desselfs versoek geconsenteerd, omme den ged: endes:t en te dagen bij Edicte en klokke geslag. 1 15 dat dienvolgens de ged:e en def:t na voorgaande klokke geslag op den 16 april J: l: is ingedaagd. 1/6. Omme tegens den 30 daar aanvolgende te verschijnen voor deesen Edelen Achtb: raade. 17. ten einde zich weegens de voorsz: gepleegde dieste en desertie te komen verantwoorden, op piene etc: 18. doch ten voorsz: dage niet gecompareerd zijnde, heeft de R:O: Eissr: teegens denselven geobtineerd, het Eerste default. 19. met al zulk profyt als naar rechten en eene tweede citatie. 20. dat hij ged: dienvolgens op den 30 der voorsz: maand April andermaal is ingedaagd. 21. om op den 14 maij, hora loccque solito in persoon te compareeren ten fine als vooren 22. doch is de ged: en dest ten voorsz: tijde almede blijven Absenteeren. 23. Zulks de z:O: Eissr. tegens denzelven geobtineerd heeft het tweede default. 24. meede met profyt van dien, als naar rechten, en eene derde citatie Art: 14. Art: 25
English
Article 25. that the defendant in default was subsequently summoned again on 14 May in the customary manner for the same purpose as before 26. but on the day of the hearing again remained in default of appearing 27. the third default with benefit, according to law, was granted to the plaintiff ex officio 28. and a fourth summons was ordered ex superabundanti. 29. Which latter summons was also duly published, and the defendant in default was summoned for today to see the intendit served 30. and he likewise remaining in contumacy 31. the fourth default with benefit, according to law, was granted to the plaintiff ex officio 32. and he was consequently admitted to serve the intendit today 33. as appears from the respective acts thereof. Wherefore the plaintiff ex officio, serving his present intendit, concludes that by virtue and for the benefit of all the aforesaid defaults, the defendant, defaulter, and absconder Carl Eberhard Kuhlewijn mentioned in the heading hereof, shall be declared barred from all declinatory, dilatory, and peremptory exceptions, as well as from all matters and defenses of law that the said defendant in default, had he appeared, could and might have made and moved in this matter; that the said defendant, furthermore, by sentence of Your Honors, shall be banished forever from this Government and its jurisdiction, on pain, if he should infringe his banishment, of being punished more severely and according to his deserts, with costs, or to other ends, etc. Signed: J. N. S. van Lijnden. In the margin: Exhibited in Court, 11 June 1789. Today, 14 April 1789. Appeared before me, Willem Stephanus van Rijneveld, sworn clerk at the Secretariat of Justice of this Government, in the presence of the witnesses named below, the First Sworn Clerk at the Secretariat of Policy here, the Honorable George Fredrik Goetz, of competent age, who, at the requisition of the Honorable Independent Fiscal, Mr Johan Nicolaas Steven van Lijnden van Blitterswijk, declared it to be true: That on the 28th of the past month of March, having heard from the sworn clerks Corporal Pieter Hendrik Faure and Willem van Hardenberg that the assistant, Carel Eberhard Kulweijn, had on the previous day at the aforesaid Secretariat sold to a certain woman a stamp of 48 stuivers and one of 24 stuivers without charging her the customary premium, the deponent—for the reason that for some time already some stamps purchased for stock had gone missing from a drawer and cupboard—had asked the said Kulweijn in what manner he had acquired those stamps. That the mentioned Kuleweijn having replied thereto, "I bought them from the cashier to make a profit on them," he, the deponent, had then demanded from the aforesaid Kuleweijn the key to a small chest in which he was accustomed to keep his papers, opened that chest, and removed various stamps from it to the amount of 21 rixdollars, and, after having given the necessary notice of what had transpired to the Secretary, Mr Cornelis van Aerssen, had handed them over to the Honorable Requiring Officer. Declaring nothing further, the deponent gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being prepared to confirm the foregoing further by oath. Re-examination. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, the aforesaid First Sworn Clerk of the Political Secretariat, the Honorable George Fredrik Goetz, who, having had this his foregoing declaration clearly and distinctly read out to him, declared that he persisted therein, desiring that nothing more be added to or removed from it, and therefore, in confirmation of the truth thereof, spoke the solemn words: "So truly help me God Almighty." Below stood: Thus re-examined and sworn at the Cape of Good Hope, 9 June 1789. Signed: G. F. Goetz. Lower: In my presence. Signed: W. S. v. Rijneveld, Assistant Secretary. In the margin: As commissioners. Signed: C. Mappa, J. D. de Wet. Today, 14 April 1789. That this thus transpired at the Secretariat aforesaid, in the presence of the clerks Willem Bergh and Jacob van de Waereld, as witnesses, who, together with the deponent and me, the sworn clerk, have duly signed the minute hereof. Lower: Which I also witness. Signed: W. S. v. Rijneveld, sworn clerk. Below stood: Appeared
Dutch transcription
Art 25. dat de ged:e en de ft. vervolgens op den 14 Maij more solito wederom is ingedaagd ten fine als voren 26. doch ten dage dienende weederom in gebreeke zijnde gekleeven, om te compareeren 27. is aan den R: O: Eiss:r: toegeweesen het derde default met profijt, als naar rechten. e 28. en geordonneerd eene vierde citatieer super„ abundanti. 29. Welke laatste weet meede behoorlyk gepubliceerd en de gede en deft: tegens heden, ten eijde te Zien dienen van uiterdit ingedaagd zijnde geworden. 30. en al mede blijvende continuaceeren. 31. zoo is aan den r: O: Eiss:r verleend het vierde de fault, met profijt als na rechten . 32. en is denzelve dienvolgens geadmitteerd omme op heeden te dienen dan utendit. 33. blykens de respe. Acte, daar van zijnde. Mits welke de E: O: Eissr: dienende van zijn zegenwoordig intendit, concludeerd, dat uit krachte en voor het profijt van alle de voorsz: de faul ten de in den hoofde deezes gem: ged: deC:t en latitant Carl Eberhard Kuhlewijn, verstaaken Huiden den 14 April 1789. Compareerde voor mij Willem Stephanus van Rijneveld, geswoore Clercq ter secretarije van Justitie dezes Gou„ vernements, ter praesentie van de nagenoemene getuigen, de Eerste geswoore Clercq ter secretarije van Politie alhier, d' E: George Fredrik Goetz, van Competenten ouderdom dewelke ter requisitie van den E: Achtb: Heer independent Fiscaal, Mr Johan Nicolaas Steven van Lijnden van zal worden verklaard van alle Exceptien declinatoir, dilatoir en peremptoir, mitsgaders van alle weezen en defensien van rechten die hij ged: en de ft: zo hij had gecom¬ pareerd, in deesen had kunnen en mogen¬ doen en moveeren, dat zij gede: Wijders bij vonnisse van UEE: Achtb ten Eeurigen dage zal worden gebannen uit dit Gouvernement, en den ressorte van dien op poene van zo hij zyn bannis„ „sement kwame te infringeeren, t waarder en naar merites gestriefd te zullen worden: cum expens is, ofte tot anderen etc /:was geteekend:/ I: N: P: van Lijnden. /:in margine:/ Exhibitum in Judicie d. 11. Junij 1789. zal Blitterswijk /:onder stond:/ Blitterswijk verklaarde, hoe waar is. Dat de Comparant op den 28 der gepasseerde maand Maart, van de geswoore Clercquen, C„l Pieter Hendrik Faure, en Willem van Harelenberg, verstaan hebbende, dat den adsistent, Carel Eberhard Kulweijn, daags te vooren aan zekere Vrouw op voormelde Secretarije had verkogt een segel van 48 sb: een van 24 stuivers zonder aan haar het gewoone opgeld te bereekenen, den Comparant, om reedenen, dat reeds zeederd eenigen tyd uit eenen laade en kastje eenige in voorraad gekogte segels waren absent geraakt, gemelde Kuleneijn had afgevraagd, op welke wijze hij die segels was machtig geworden Dat gerepten Kuleweijn daar op geantwoord hebbende ik heb dezelve van den Cassier gekocht om er een voordeelt je op te hebben, hij Comparant als toen voorschreeve Kuleweijn, de sleutel van een kistje, waar in hij gewoon was, zyne papieren te bergen affge„ vraagd dat kistje geopend, en uit dezelve diverse segels, ten bedraage van 21 ryksdaalders, gehaald, mitsgaders, na van het gepasseerde de nodige kennisse aan den Heer Secretaris Mr: Cornelis van Aerssen gegeeven te hebben, aan den E: Achtb: Heer requirant terhand gesteld had. Niets meer verklaarende, geeft de Comparant door reedenen van weetenschap, als in den text, bereid zynde, nader met Eede het vorenstaande te bevestigen. Recollement. Compareerde door ons ondergeteekende gecommitt. s. uit den E: Achtb: rade van Justitie deezes Gouvernements voorm: Eerste gesn: Cleregter politicque Secretarije d'E: George Fredrik Goets, dewelke deze zijne vorenstaande Verklaaring, klaar en duidelijk voorgeleesen weesende, ver„ klaarde hij daar bij te blijven persisteeren, met begeerte, dat er niets meer bij ofte van gedaan worden zal en sprak derhalven ter bevestiging der waarheid van dien, de solemneele woorden zo waarlijk helpe mij God almachtig. /:onder stond:/ Aldus gerecolleerd en beledigd aan Cabo de goede Hoop den 9 Junij 1789. /was geteekend:/ G H: Goets. /:lager:/ mij praesent. /:was geteekend:/ W W Rijneveld. AJ:t Secret:s /: in margine: / als gecomm:s /:was geteekend:/ C: Mappa. J: D: Wet: Huiden den 14 April 1709. Dat aldus passeerde ter Secretarije voormeld, ten bijweesen der Clercquen, Willem Bergh, en Iacob van de Waereld, als getuigen, die de minute deezes, beneevens den Comparant, en mij geswoore Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend. /:laeger:/ 't welk ok getuige. /:was geteekend:) W: B: RijnereEd. g: Clencq. e /:onderstond:/ Compareerde
English
Appeared before me, Willem Stephanus van Rijneveld, sworn clerk at the Secretariat of Justice of the Castle of Good Hope, in the presence of the after-mentioned witnesses, the bookkeeper and sworn clerk at the Political Secretariat, Pieter Hendrik Faure, who, at the requisition of the Honorable Independent Fiscal, Mr. Johan Nicolaas Steven van Lijnden, of Blitterswijk, declared it to be true: That the deponent, having kept at the Political Secretariat in a drawer of a table such stamps as were always bought in stock by the deponent, together with and alongside the cash money that was received daily at the office, he, the deponent, has nevertheless for some time now missed both stamps and cash from that drawer. That the deponent, having understood on the 20th of the past month of March from his brother, the assistant Abraham Faure, that the fellow assistant Carel Eberhard Kuhleweijn had sold stamps at the office, immediately notified the First Sworn Clerk, George Fredrik Goetz, of this, whereupon the said Goetz demanded the key to his box from the aforementioned Kuhleweijn, found some stamps therein, and also handed the same over to the Honorable Requisitioner. While the deponent, having subsequently inspected his drawers, found that the lock must have been opened with a knife or similar instrument, as around the outer plate of that lock a part of the wood of the drawer had been cut away. The deponent testifying that he cannot specify the exact quantity of the stamps and sum of the cash which he believes he has lost. Declaring nothing more, the deponent gives as reasons of knowledge as in the text, being ready, if required, to confirm the same further by solemn oath. Below stood: Thus happened at Cabo de Goede Hoop, in the presence of the clerks Willem Bergh and Jacob van de Waereld, as witnesses, who have duly signed the minute hereof along with the deponent and me, the sworn clerk. Which I witness. Signed: W. V. Rijneveld, sworn clerk. Review. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this Government, the aforementioned Pieter Hendrik Faure, to whom, this preceding statement having been read clearly and distinctly, declared that he abides by and persists with the same, desiring that nothing more shall be added to or taken from it, and spoke on that behalf, to confirm the truth thereof, the solemn words: So truly help me God Almighty. Below stood: Thus reviewed and sworn at Cabo de Goede Hoop, the 27th of May 1789. Signed: Pieter Hendrik Faure Below: In my presence. Signed: W. W. Rijneveld, Adjunct Secretary In the margin: as Commissioners. Signed: P. W. D. Riet, G. H. Meijer. Today, the 13th of April 1789. Appeared before me, Willem Stephanus van Rijneveld, sworn clerk at the Secretariat of Justice of the Castle of Good Hope, in the presence of the after-mentioned witnesses, the assistant in the service of the Honorable Company, Abraham Faure, of competent age, who, at the requisition of the Honorable Independent Fiscal, Mr. Johan Nicolaas Steven van Lijnden van Blitterswijk, declared it to be true: That the deponent, serving at the Political Secretariat, already some time ago learned from his brother, the sworn clerk there, Pieter Hendrik Faure, that he had missed from the drawer of his table both cash and stamps bought in stock. That now about three weeks ago, without however being able to determine the exact date, some money belonging to the pool of the assistants at the aforementioned office having gone missing, the deponent then discussed the matter with the fellow assistant Maasdorp, and told him that he, the deponent, had cast suspicion on the assistant Carl Eberhard Kuhlewijn, who the day before, despite his poverty, had nonetheless walked around with a ducaton in his pocket; to which the said assistant Maasdorp then replied that the said Kuhlewijn had received that money from him, Maasdorp, for a stamp of 8 and one of four schellingen. That the deponent, having replied thereto that his brother also missed cash and stamps from his writing table and that he, the deponent, was therefore certain that those stamps had been taken from his brother by the aforementioned Kuhlewijn, the deponent immediately gave notice thereof to the sworn clerk J. Hardenbergh; the deponent having subsequently also seen that the First and Sworn Clerks at the aforementioned Secretariat took some stamps from the box belonging to the aforementioned Kuhleweijn, which had always been kept locked.
Dutch transcription
Compareerde voor mij Willem Stephanus Van Rijneveld, gesw: Clercq ter secretarije van Justitie des Casteels de goede Hoop, praesent de nagenoemde getuigen, den boekhouder en gesw: Clercq ter politicque Secretarije, Sr: Pieter Hendrik Huure, dewelke ter requisitie van de E: Achtb: Heer in dependent Fiscaal, Mr: Johan Nicolaas Steven van Lijnden, van Blitterswijk, verklaarde, hoe waar is. Dat de Compt: ter Secretarije van Politie in eene laade van een tafel geborgen hebbende, zodanige segels, als door den Comp:t: altoos in voorhaad wierden ingekogt, met en beneevens het contant geld, dat dagelyks op 't Comptoirr wierd ontfangen, hij Comp:ts egter nu zeederd eenigen tyd uit die laade, zo wel segels, als contanten vermist heeft. Dat de Compt: op den 20 der gepasseerde maand Maart, van zijnen braedt den Adsistent Sr: Abraham Faure verstaan hebbende, dat den meede Adsistent Carel Eberhard Kuhleweijn op 't Comptoir segels verkogt had, hier van terstond aan den Eerste gez: Clercq, d' E: George Fredrik Goetz heeft kennis gegeeven ( zulks gem: Goets daarop voorsz: kuhleneijn de sleutel van zijn kistje afgevraagd hebbende, daarinne eenige segels gevonden, en dezelve ook aan den E: Achtb: Heer reqt: overgegeeven heeft. Terwijle de Compt: vervolgens zijne laaden gevisiteerd hebbende, bevonden heeft, dat het slot met een mes of zodanig Recollement. Compareerde voor ons ondergeek„de gecommitt s Dit den E: Achtb: rade van Justitie, dezes Gouvernements voorn: Sr: Pieter Hendrik Faure, dewelke deeze voorenstaande verklaaring klaar en duidelijk voorge¬ leesen zijnde, verklaerde denzelve daar by te blyven persisteeren, met begeerte, dat er niet meer bij ofte van gedaan worden zal, en Sprak der hoeven ter bevestiging der waarheid vandien, de solemneele woorden, zoo waarlijk helpe mij God almagtig. instrument moet zijn geopend geworden, als zijn de rondom de buitenste plaat van dat slot, een gedeelte van het hout der laade weg gesneeden. Betuigende de Compt: de quantiteit der Segels en fom der contanten, welke hij vermeend te zin quyt gezaakt, niet praeciese te kunnen opgeeven. Niets meer verklaarende geeft den Compt: voor reedenen van wetenschap, als in den text, berlid zijnde het zelve wheel gerequireerd wordende met solemneele Eede nadergestand te doen. /:onder stond./ Dataldtus passeerde aan C:abo de goede Hoop, ter praesentie der Clercquen Willem Bergh en Jacob van de Waereld, als getuigen, die de minute deezes beneevens de Comp: ende mij gesw: Clercq mede behoorlyk hebben onderteekend /: Caper:/ 't welk ik getuige /:was geteekend:/ W: V: Rijneveld. g: Clercq. instrument /:onder stond: /:onder stond:/ Aldus Gerecolleerd en beeedigd aan Cabo de goede Hoop, den 27 Maij 1789. /: was ge„ „teeken:d:/ Pieter Hendrik Faure, /:laager:/ mij praesent. /:was geteekend:/ W W Rijneveld. Adjt Seert:t /:in margine:/ als Gecomm s /:was geteekend:/ P: W: D Riet G: H: Meijer. Huiden den 13 April 1789. Compareerde door mij Willem Stephanus dan Rijneveld, gesuff Clercq ter secretarije van Justitie des Casteels de goede Hoep, praesent de nagenoemde getuigen, den Adsistent in dienst der E: Comp:e C:o Abrahham Faure, van competenten on„ derden, dewelke ter requisitie van den E: Achtb: Heer Independent Fiscaal Mr: Johan Nicolaas Steven van Lijnden van Blitterswijk, verklaarde, hoe waar is. Dat de Compt: als ter secretarige van Politie dienst doende reeds zeederd eenigen tyd ge¬ leeden, van zijnen broeder den gezw: Clercq aldaar Sr: Pieter Hendrik Faure, heeft vernoomen, dat hij uit de laade van zijn tafel zoo veel contanten, als in voor raad gekogte seegels vermist had Dat nu wel drie weeken geleeden, zonder egter de datum te kunnen bepaalen, eenige penningen, behoorende tot de pot der Adsistenten op het voorsz: Comptoir 't zaek geraakt zijnde, de Compt: daar over als toen met den meede Adsistent Sr: Maasdorp, gediscoureerd, en van denzelven verhaald heeft, dat hij Compt: reflectie hadde geslaagen, op den adsistent Carl Eberhard Kuhlewijn, die daags te vooren ongeagt zijne behoeftigheid, echter met een du¬ caton in de sak had geslopen, op 't welke door gem: adsistent Maasdorp als toen is geantwoord, dat ged=te Kuhlewijn, dat geld van hen Maasdorp Voor een soegel van 8 en een van Vier Schell: bekomen had. Dat de Compt: daar op gerepliceerd hebbende, dat zijn broeder ook contant geld en seegels uijt zijn schrijftacel vermiste en dat hy sCompt: dus vast stelde, dat die seegels door gereptt Kahlewijn van zijnen broeder waren weggenomen, hij Compt: daar van terstond aan den gesw: Clercq Js Hordenbergh heeft kennis gegeeven; hebbende de Compt. vervolgens ook gesien, dat door den Eerste en gesw: Clercquen ter opgem: Secretarije uit den voorn: Kuhleweijn toebehoorende en altoos geslooten geweest zijnde kasse, eenige Dat. seegels
English
stamps of different calibers were fetched. Declaring nothing further, the appearer gives as reasons of knowledge as in the text, being prepared, if required, to confirm the foregoing further by oath. Below was written: That this passed at the aforementioned secretariat in the presence of the clerks Nicolaas van Es and Jacob van de Waereld, as witnesses, who have duly signed the minute of this alongside the appearer and me, sworn clerk, lower: which I witness. Was signed: W. S. van Rijneveld, sworn clerk. Review. Appeared before me, the undersigned commissioner from the honorable Court of Justice of this aforementioned government, assistant Abraham Faure, who, having had this his foregoing declaration read clearly and distinctly to him, declared that he persisted therein, wishing that nothing more or less shall be added or taken away, and therefore spoke, in confirmation of the truth thereof, the solemn words: so help me God Almighty. Below was written: Thus reviewed and sworn at Cape of Good Hope, the 27th of May 1789. Was signed: A. Faure. Lower: in my presence. Was signed: W. S. van Rijneveld, assistant secretary. In the margin: as commissioner. Was signed: R. J. van der Riet, G. H. Meijer. Today, the 14th of April 1789. Appeared before me, Willem Stephanus van Rijneveld, sworn clerk at the Secretariat of Justice of the Castle of Good Hope, present the afternamed witnesses, the assistant at the political secretariat, Mr. Arnoldus Maasdorp, of competent age, who, at the requisition of the Independent Fiscal of this government, the honorable Mr. Johan Nicolaas Steven van Lynden, of Blitterswijk, declared it to be true: That he, appearer, about three weeks ago, on the occasion that a certain country woman, who had gone to the aforementioned secretariat of police in order to pay three years of arrears, having been asked by the assistant Carl Eberhard Kuhlewijn, who was also serving there, whether she, appearer, needed stamps, and the appearer having answered yes, the aforesaid Kuhlewijn sold that woman two stamps, namely one of one, and one of half a rixdollar. That when, the day after that, some money belonging to the pool of the assistants at the office went missing, the assistant Mr. Abraham Faure Junior, who at that time had his place at the office next to the appearer, having conversed about it with the appearer, indicated that he was surprised that the fellow assistant Kuhlewijn, who was a poor boy, had a ducat with him the day before, and that he thus casts suspicion on the said Kuhlewijn. That upon the appearer replying to this that the said Kuhlewijn had obtained that money for the abovementioned sold stamps, the said Faure thereupon recounted that his brother, the sworn clerk at the aforementioned secretariat, had also had much money and stamps stolen from him; so that the said Faure immediately made this known to the sworn clerk of that secretariat, Mr. Willem Ludolph van Hardenberg. Declaring nothing further, the appearer gives as reasons of knowledge as in the text, being prepared to confirm the same by oath. Below was written: That this passed in the Castle aforesaid, in the presence of the clerks Marthinus Laurentius Neethling and Jacob van de Waereld, as witnesses, who have duly signed the minute of this alongside the appearer and me, sworn clerk. Lower: which I witness. Was signed: W. S. van Rijneveld, sworn clerk. Review. Appeared before us, the undersigned commissioners from the honorable Court of Justice of this government, the aforementioned Mr. Arnoldus Maasdorp, who, having had this his foregoing declaration read clearly and distinctly to him, declared that he persisted therein, wishing that nothing more or less shall be added or taken away, and therefore spoke, in confirmation of the truth thereof, the solemn words: so help me God Almighty. Below was written: Thus reviewed and sworn at Cape of Good Hope, the 28th of May 1789. Was signed: Maasdorp. Lower: in my presence. Was signed: W. S. van Rijneveld, assistant secretary. In the margin: as commissioner.
Dutch transcription
seegels van differente Caliber gehaald zijn. Niets meer verklaarende, geeft de Compt: voor reedenen van weetenschap, als in den text, bereid zijnde het vorenstaande, des gerequireerd wordende, altaar met Eede nader gestand te doen. /:onder stond:/ Dat aldus passeerde ter secretarije voorm: ten bij Heesen der Clercquen Nicolaas van Es en Jacob van de Naereld, als getuigen die de Minute deezer beneevens den Compt: ende mij gesw: Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend, (:lager:) 't welk ik getuige. /:was geteekend:) W: D: Rijneweld: g: Clercq. Recollement. Compareerde voor mij onderteekende Gecommitt: uit den E: Achtb: Rade van Justitie dezes Gou¬ dernements voorm: adsistent Abraham Faure, dewelke deese zijne voorenstaande verklaring klaar en duidelijk voorgeleesen weesende ve klaarden denzelven daar bij te blijven persisteeren. met begeerte, dat er niet meer bij ofte van gedaan worden zal, en sprak derhalven, ter bevestiging der waarheid van dien, de solemneele Noorden Huiden den 14 April 1789. Compareerde voor mij Willem Stephanus van Rijneveld, gesw: Clercq ter secretarije van Justitie des Casteels de Goede Hoop, praesent de naten: getuigen, de Adsistent ter pelitieque Secretarije Sr: Arnoldus Maasdorp, van compe¬ tenten ouderdom, dewelke ter requisitie van den independent Fiscaal, deezes Gouvernements de E: Achtb: Heer en Mr: Johan Nicolaas Steeren van Lijnden, van Blitterswijk, verklaarde, hoe waar is. Dat hij Compt: nu circa drie weeken geleden, bij geleegenheid, dat zeekere buiten vrouw welke zich ter opgem: secretarije van politie begeeven had, ten einde drie Jaaren agterstallen te betaalen, door den aldaar meede dienst doende Adsistent Carl Eberhard Kuhlewijn, gevraagd zoo waarlijk helpe mij God Almachtig. /:onderstend:/ Aldus gerecolleerd en Beledegd aan Cabo de goede Hoop, den 27 Maij 1789. /:was getekend:/ f. Faure. /:lager:/ mij praesent. /: was geteekend:/ W W: Rijneweld: Adj:t Secret.:s. /:in margine:/ als gecomm t. /:was geteekend:/ R: F D: Riet. G: H: Meijer. zoo zijnde, 1 zijnde geworden, of hy Compt seegels nodig had, en den Compt: geantwoord hebbende, van Ja voorsz: Kuhlewijn, die vrouw twee seegels, te weeten Een van Een, en zen van een halve rixed:s verkogt had. Dat wanneer daags daar aan eenig geld, be hoorende tot de pot der adsistenten op 't comptoir was vermist geraakt, den adsistent St: Abraham Faure Junr: die als toen zijn plaats op't comptoir naast aan den Compt. had, daar over met den Compt gediscoureerd hebbende, te kennen gegeeven heeft, dat hij verwonderd was, dat de meede adsistent Kuhlewijn, die een Armejongen was, daags te Vooren een ducaten, bij zig gehad had, en dat hy dus suspicie op gem Kuhlewijn maakt. Dat door den Compt: hier op gerepliceerd zijnde, dat gem: huhlewijn, dat geld had bekomen voor de bovengem: verkogte seegels, denzelve Faure, daar op verhaald zij heelt, dat zijn broeder de gesw: Clercq ter opgem: Secretarij ook veel geld en seegels ontstoolen waaren; in voegen gem: Faure, dit ter stond aan den gesw: Clercq dier Secretarij I:r Willem Ludolph van Hardenberg, had bekend gemaakt. Niets meer verklaarende, geeft den Compt: voor reedenen van weetenschap, als inden text, bereijd zijnde hetzelve met Eede te steeren. /:onder stond:/ Recollement. Compareerde voor ons ondergeteekende Gecomms. uit den E: Achtb: raade van Justitie deezes Gouvernements voormelde J: Arnoldus Maasdorp, dewelke deese zijne voorenstaande verklaaring klaar en duidelijk voorgeleesen weesende, verklaarde denzelve daar bij te blijven persisteeren, met begeerte, dat er niets meer bij ofte van gedaan worden zal en sprak derhalven, ter bevestiging der waarheid van dien, de solemneele woorden, zo waarlijk helpe mij God Almachtig. /:onder stond:/ Aldus gerecolleerd en beledigd aan Cabo de goede HHoop, den 28 Maij 1709. /:was geteekend:/ Maasdorp. /:lager:/ mij praesent. /: was geteekend:/ W M Rijneveld. Adtj& Secrets: (: in margine: / als Dat aldus passeerde in 't Casteel voorm: ten bijweesen der Clercquen Marthinus Laurentius Neethling en Jacob van de Waereld, als getuigen, die de minute deezes, beneevens den Comp„t ende mij gesw: Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend. (:lager:) 't welk ik getuige:) /:was geteekend:/ W Dd Rijneveld. g: Clercq. Dat gecommd
English
as commissioners was signed RWVD Riet. G:H: Meijer. Today, the 13th of April 1789. Appeared before me Willem Stephanus van Rijneveld, sworn clerk at the secretariat of justice of this Government, in the presence of the after-named witnesses, the Commissioner of Civil and Matrimonial Affairs, the Honorable Jan Mijndert Cruijwagen, who, at the requisition of the Honorable and Respectable Lord Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lijnden, declared that it is true. That about four weeks ago now, without the deponent being able to determine the exact date, in the Honorable Company's Treasury, where the deponent is on duty together with the bookkeeper of the Honorable Company, S:r Johannes Ackerveld, there came the assistant Kuhlewijn, and he requested of the mentioned Ackerveld to take over three stamps, each of 10 rixdollars, which he, Kuhlewijn, said he had taken too many of from the treasury and had no need of for the time being, the mentioned Ackerveld then directed him, Kuhlewijn, to the deponent, so that the deponent, having accepted those stamps, handed over the money for them to the mentioned Kuhlewijn. Declaring nothing further, the deponent gives as reasons for knowledge as in the text, being prepared to confirm the foregoing further with an oath. Which took place at the aforesaid Secretariat in the presence of the clerks Nicolaas Jan Es and Jacob van de Waereld, as witnesses, who have duly signed the original of this together with the deponent and me, the sworn clerk. Lower: Which I witness. Was signed: W S Rijneveld, sworn clerk. Review. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable and Respectable Council of Justice of this Government, the Commissioner of Civil and Matrimonial Affairs, the Honorable Jan Mijndert Cruijwagen, who, this preceding declaration of his having been clearly, distinctly, and verbatim read out to him, testified that he persists therein, wishing that nothing more shall be added thereto or subtracted therefrom, and therefore, in confirmation of the truth thereof, spoke the solemn words: So truly help me God Almighty. Cape of Good Hope, the 27th of May 1789. Was signed: J: M: Cruijwagen. Lower: Present before me. Was signed: W S Rijneveld, Acting Secretary. In the margin: as commissioners was signed: R: J: V: D: Riet, G: H: Meijer. Today, the 14th of April 1789. Appeared before me Willem Stephanus van Rijneveld, sworn clerk at the secretariat of justice of the Castle of Good Hope, in the presence of the after-named witnesses, the bookkeeper of the Honorable Company, S:r Johannes Ackerveld, of competent age, who, at the requisition of the Honorable and Respectable Lord Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lynden, declared that it is true. That some weeks ago, without the deponent being able to determine the precise day or date, in the Honorable Company's Treasury, where the deponent is on duty together with the fellow bookkeeper S:r Johannes Mijndertz Cruijwagen, there came the assistant Carel Eberhard Kuhlewijn. That the said Kuhlewijn, having approached the deponent and asked whether the deponent would take over stamps which he, Kuhlewijn, had taken too many of from the treasury; he, the deponent, thereupon directed the said Kuhlewijn to the aforesaid S:r Cruijwagen and saw that the said Cruijwagen accepted those stamps and paid him cash for them, the said Cruijwagen having subsequently related that the aforesaid stamps consisted of three pieces of 10 rixdollars each. Declaring nothing further, the deponent gives as reasons for knowledge as in the text, being prepared, if required, to confirm the foregoing further with a solemn oath. Which took place at the aforesaid secretariat in the presence of the clerks Nicolaas Jan Es and Dirk Jacobus Aspeling, as witnesses, who have duly signed the original of this together with the deponent and me, the sworn clerk. Lower: Which I witness. Was signed: W S Rijneveld, sworn clerk. Review. Appeared
Dutch transcription
als gecomm s /:was geteekend:/ RWVD Riet. G:H: Meijer. Huiden den 13„ April 1789. Compareerde voor mij Willem Stephanus van Rijneveld, geswoore Clercq ter secretarije van Justitie deezes Gouvernements, praesent de nagenoemde getuigen, den Commissaris van Cixile en huwelijks Zaaken, de E: Jan Mijndert Cruijwagen, dewelke ter requisitie van den E: Achtb: Heer in dependent Fiscaal Johan Nicolaas Steeten van Lijnden, verklaarde, hoe waar is. Dat wanneer voor nu wel vier weeken geleeden zonder dat de Comp:t de juiste datum bepalen kan, in 's E: Comp:s Cassa, alwaar de Comp:t met den Baeke houder der E: Comp:e S:r Iohannes Akkerveli dienst doed, gekomen is de Adsistent Kuhlewijn, en denzelven aan gem: Ackerveld verzogt heeft, drie seegels yder van 10 rijxds: welke hij Kuklewijn zeidde te veel uijt de las gehaald en deselve voor als noch niet nodig te hebben, te willen overneemen, gem: Ackerveld, hem Kuhlewijn als toen naar de Compt: geweesen heeft, invoegen de Compt: die seegels aangenomen hebbende, het geld daar door van gerepte Kuhlewijn ter hand gesteld heeft Niets meer verklaarende, geeft de Compt: voor reedenen van wetenschap, als in den text, bereid Recollement. Compareerde voor ons ondergeteekende gecomm:t uit den E: Achtb: Rade van Justitie dezes Gouvernement den Commissaris van Civile en huweliks zaaken Cr Jan Mijndert Cruijwagen, dewelke deese zijne voorenstaande verklaering, klaar en duidelijk waer¬ delijks voorgeleesen zijnde, betuigde daar bij te blijven persisteeren, met begeerte, dat er niets meer bij ofte afgedaan weerden zal, en Sprak derhalven ter bevestiging daer Waarheid &an dien, de solemneele woorden, zo waarlijk helpe mij God Almagtig. /:onderstond:/ Aldus gerecolleerd en beeedigd aan Dat aldus passeerde ter Secretarije voorm: ten bijweesen der Chercquen Nicolaas Han Es, en Jacob van de Waereld, als getuigen, die de minute deeses beneelens de Compt: en de mij gesw: Clercq meede behoorlijk hebben on„ lerteekend. /:lager:/ 't welk ik getuige /: was geteekend:/ W H Rijneveld, g: Cllercq. zijnde het voorenstaande met Eede nader gestend te doen. /:onderstond:/ zijnde Cabo Cabo de goede Hoop den 27 Maij 1789. /:was geteekend:/ I: M: Cruijwagen. /: lager:/ mij preesent. /:was geteekentd:/ W H Rijneveld. Adjt. Secret. & /: in Margine:+ als gecomms. /:was geteekend:/ H: J: V: D: Riets G: H: Meijer. Huiden den 14 April 1789. Compareerde voor mij Willem Stephanus van Rijmeveld, gesw: Clercq ter ecretarije van Justitie des Casteels de goede Hoop praesent de nagenoemde getuigen, den Boekhouder der E: Compe: Sr. Johannes Ackerveld, van Competenten ouderdom, dewelke ter requisitie van den E: Achtb: Heer independent Fiscaal Johan Nicolaas Steven van Lynden, verklaarde, hoe waar is. Dat voor eenige weeken, zonder dat de Compt de praecise dag of datum bepaalen kan, in d'E: Compt: Cassa, alwaar den Compt: met den meede Boekhouder Sr: Johannes Mijndertz Cruijwagen, dienst doed, gekomen is, den adsistent Carel Eberhard Kuhleneijn. Dat geregten, Kuhleweijn, ziek bij den Recollement. Dat aldus passeerde ter secreterije voorm: ten bijneven der Clercquen Nicolaas Jan es, en Dirk Jacobus Aspeling, als getui¬ gen, die de minute deezes beneevens de Compt. ende mij gesw: Clercq meede behoorlyk hebben onderteekend (:lager:) 't welk ik getuige /:was geteekend:/ W W Rijnezeld g Clercq. Niets meer verklaarende, geeft de Compt: voor reedenen van Wetenschap, als in den text, bereid zijnde, het vorenstaande, des gerequireerd wordende, met solemneele Eede nader gestand te doen. /:onder stond:/ Comp:t verzaegd en gevraagd hebbendde, of de Compt: zeegels, welke hij kuhleneijn te veel uijt de Cas gehaald had, wilde verneemen; hij Compt gemelde kuhleweijn, daar op naar Voorm: Jr. Cruijnagen geweesen en gezien heeft, dat geregten Cruijnagen die segels aangenomen, en contant geld te zuy betaald heeft, hebbende gemelde Cruijwagen daar na verhaald, dat de voormelde Segels bestaan, hadden in drie ps: van 10 rixeds: ijder. Compt. Compareerde
English
Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, the aforementioned Johannes Ackerveld, who, this his preceding statement having been clearly and plainly read to him, declared that he abides by and persists in it, desiring that nothing more shall be added thereto or taken therefrom, and therefore, in confirmation of the truth thereof, spoke the solemn words: So help me God Almighty. Beneath was written: Thus reviewed and sworn at Cabo de Goede Hoop, the 27th of May 1789. Was signed: J. Ackerveld. Lower: In my presence. Was signed: W. H. Rijneveld, Adjunct Secretary. In the margin: As commissioners was signed: A. H. D. Riet, G. H. Meijer. To the Right Honorable, Well-Born Lord, Master Cornelis van Aerssen, Secretary of Policy at this Government. Right Honorable, Well-Born Lord! The undersigned, to his inner sorrow, Right Honorable, Well-Born Lord, Your Right Honorable's most humble and ever obliged servant, was signed: Carl Eberhard Kuhleweijn. In the margin: Cabo de Goede Hoop, the 31st of March 1789. having on Saturday the 28th of this month been ordered by your Right Honorable to leave the office for the present until the matter charged against me should be further investigated; now takes the humble liberty to present himself before your Right Honorable with the humble request that it may please your Right Honorable to come to my aid now, and the circumstance into which I see myself plunged to my heartfelt grief, to guide the same in such a manner as your Right Honorable deems to be to my benefit and service, submitting myself thereto, since I hold myself assured that everything your Right Honorable shall do in the matter concerned will be in my favor, pleading at the same time to grant my request in this matter, since without your Right Honorable's intercession I would certainly be made unfortunate. Having commended myself to your Right Honorable's powerful intercession and protection, I take the humble liberty to call myself, with all true high esteem and respect, Beneath was written: Extract. 1789. Extract from the Criminal Court Roll held at Cabo de Goede Hoop. Thursday, the 2nd of April 1789. It was communicated to the Council by the Honorable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lijnden, that it had been brought to his Honorable's notice that the Assistant assigned to the Policy Secretariat here, Carl Eberhard Kuhleweijn, had not hesitated to open with a knife or such sharp tool a locked drawer in which the sworn clerks were accustomed to store the stamps purchased in stock for use and the cash money received daily, and successively to make himself master of some money and various stamps therefrom. That upon the first grounded suspicion thereof, the requisite investigation having been conducted, a quantity of stamps of various denominations was indeed found in a locked box of the said Kuhlewijn, while the said Kuhlewijn furthermore had brought and sold to the Bookkeeper at the Company's Treasury, Jan Mijndertse Cruiwagen, three stamps each of 18 Rixdollars, pretending that more of those sorts had been fetched by him for the Policy Secretariat than had been needed there. And whereas the Lord Presenter hereupon officially declared that, by virtue of what is described above, he found himself under the necessity of having to initiate against the said Kuhlewijn the appropriate proceedings in a criminal case, requesting at the same time a decree of apprehension, or else authorization to have the said Kuhlewijn taken into civil arrest. So the Council, having taken this two-part request into consideration, thought fit to grant the latter part thereof to the Honorable Presenter, and thus hereby to grant the necessary authorization for the civil arresting of the said Kuhlewijn. Beneath was written: Agreed. Was signed: W. H. Rijneveld, Adjunct Secretary. Extract from the Criminal Court Roll held at Cabo de Goede Hoop. Thursday, the 16th of April 1789. Subsequently, by the Honorable Independent Fiscal...
Dutch transcription
Compareerde voor ons ondergeteekende Gecommitt:s uijt den E: Achtb: Raade van Justitie deezes Gouvernements voorm: J: Johannes Ackerveld, dewelke deeze zijne voren„ staande verklaaring klaar en duidelyk voorge leezen weezende, verklaerde hy daar by te blijven te persisteeren, met begeerte, dat en niets meerbij ofte van gedaan worden zal, en sprak derhalven ter bevestiging der waarheid van dien, de solemneele woorden, zo waarlijk helpe mij God Almagtig„ V /:oneer stond:/ Aldus gerecolleerd en beeedigd aan Cabo de goede Hoop, den 27 Maij 1789. /:was geteekend:/ J Ackerveld. /:lager:) mij praesent. (: was getekend:) W H Rijneveld Adjt Secret:s /:in margine:/ als gecommt: was geteekend. A H D Riet. G: H: Meijer, Aan den WelEdele gehooren EHeer Mr: Cornelis van Aerssen Secretaris van Politie, ten deezen Gouvernemente WelEdel Gebooren Heer! Den ondergesteekende tot zijn annerlyk leedweesen, WelEdel gebooren Heer! Uwer WelEdel gebooren aller ootmoedige in Steeds ver¬ „plicht blijvende Dienaar. (:was geteekend:) Carl Eberhard Kuhleweijn. /:in margine:) Call de goede Hoop den 31 Maart op saturdag den 28 deezer door uwelEd: gebooren g'ordonneerd geworden zijnde, om zich voor eerst dan 't Comptoir te begeeven, tot dat de zaak, dewelke tot mijn laste zoude weezen, nader onderricht zoude zijn; gebruikt thans de nederige vrijheid, om zich voor UwelEd: gebor: te stellen, met ootmoedig versoek, dat het van uwwelEd: geb: welbehagen mooge zijn, om mij thans ter hulpe te koomen, en het geval, waar in ik my tot mijn harte leed gedempeld zoe, en het zelve zodanig heen te tenden, als uwelEd: gebooren denkt tot mijn nuttight en diensteg is zullende mijn onderwerpen aan hetzelve, vermits ik mij verzeekerd houde, dat al het geen uwel Edelge¬ baoren en bewuste zaak komt te doen, ten faceur van mijn zijn zal, smeekende teffens mijn versoek in deezen aanteneemen, wyl ik buiten UWelEd: geboren doorspraak voor zeeker ongelukkig zoude worden gemaakt. - Na mijn gerecommandeerd te hebben en U WelEdel gebooren veel vermoogende voorspraak en protectie zoo neeme de needrige vrijheid om mijn met alle waare Hoog achting en raspect te noemen, (:onderstond:) Extract - - 1789. Extract uit de Crimineele Rechts tolle gehouden aan Cabo de goede Hoop. Donderdag den 2 April 1789. Is door den E: Achtb: Heer independent Fiscaal Johan Nicolaas Steven van Lijnden, den raade ge„ communiceerd, dat aan zyn E: Achtb: waster Kennisse „gebragt, dat den ter Politicque Secretarije alhier be „scheidene adsistent, Carele berhard Kuhleneijn, zich niet had ontzien eene geslootene laade, in dewelke de gezworere Clercquen aldaar gewoon waren, de tot gebruik bij voorraad ingekogte zegels en dagelijks ontfangen wordende contanten te bergen, met een mes of zodanig scherp werktuig te openen, en zich daar uit successivelijk van eenig geld en diversche Zegels meester te maken. Dat op de eerste gegronde suspicie hier van het vereischte onderzoek gedaan zijnde, ook werkelijk in een geslooten kistje van gem Kuhlewijn eene quantiteit seegels van diverse Calbre was gevonden, terwijl denzelve Kuhlewijn voorts noch bij den Boekhouder in 's Comps Cassa Jan Mijndertse Cruiwagen, drie seegels ieder van 18 Rijksd: gebragt en verkogt had, voorgeevende, dat door hem van die soorten Donderdag den 16 April 1709. Vervolgens wierd door de E: Achtb: Heer Extract uit de Crimineele Rechts-rolle gehouden aan Cabo de goede Hoop. voor de secretarije van Politie meerder gehaald waaren, als men aldaar nodig gehad heid. Engemerkt den Heer Vertoonder hier op R: O: declareerde, zich uit hoofdte voorschr: en de naadza¬ kelijkheid gebragt te zien, om tegens gem: Kuklewijn de gepaste procedures in cas crimineel te moeten entameeren, 't effens verzoekende decreet van Apprekensie, dan wel qualificatie, om gem: Kuhlewyn te doen nemen in citil Arrest. Zo heeft de raad dit tweeleedig gedaan versoek in overvoeging genomen hebbende goedgevonden het laatste Lid van hetzelve aan den E: E: vert:s toetestaan, en dus tot het citil arresteeren van gem: Kuhlewijn bij deezen de nodige qualificatie te verleenen. /:onder stond:/ Accordeerd. /:was geteekend:/ W H: Eijpesee Sedt: Secets voor independent Op. 1 Op.
English
the Independent Fiscal has made known that the Assistant Carel Eberhard Kuhlewein, who, pursuant to a resolution adopted at the session of the last Ordinary Meeting, was to be taken by His Honorable into civil arrest, has since absented himself, and, notwithstanding all applied efforts and searches conducted, could not be found; His Honorable therefore requesting a mandate by edict, to the end that the said Kuhlewein might be summoned, under the ringing and tolling of the bells, in the customary manner, to appear here in Judicio in the Council Chamber within the next two weeks, in order to purge and answer for his committed theft and subsequent desertion; in which request it was unanimously consented. Underneath stood: Agreed. Was signed: W. S. van Ryneveld, sworn clerk. Johannes Isaak Rhenius, President, together with the Honorable Council of Justice of this Government, make known: That the Assistant Carel Eberhard Kuhlewein, having served at the Political Secretariat here, did not hesitate to open, with a knife or similar sharp instrument, a locked drawer in which the sworn clerks at the said Secretariat were accustomed to keep the revenue stamps purchased in advance for use and the cash received daily, and successively to make off with various monies and diverse stamps from it. That the sworn clerk Pieter Hendrik Faure, having missed both cash and stamps from the same drawer for some time, and also having learned that the mentioned Kuhlewein had possessed and sold stamps, immediately gave notice thereof to the First Sworn Clerk, George Fredrik Goetz, whereupon the required investigation was conducted, and a small chest belonging to him, Kuhlewein, which also stood at the Secretariat, being opened at the same time, a quantity of stamps of diverse denominations to the amount of 21 rixdollars was subsequently found therein; in addition to which the said Kuhlewein had further requested the Bookkeeper in the Honorable Company's Treasury, Jan Meyndertz Cruywagen, to take over three stamps, each of 10 rixdollars, under the pretext of having fetched too many of that sort for the Political Secretariat, and that they were not needed there for service at that time, just as the said Cruywagen immediately handed over the money for them to the said Kuhlewein. That the Honorable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lynden thereupon, regarding the mentioned Kuhlewein, requested of us a decree of apprehension, or qualification to have the said Kuhlewein taken into civil arrest, of which request, after consideration of the matter, we granted the latter part. That, however, the said Honorable Independent Fiscal, in his official capacity, having brought to our knowledge this day that the aforesaid Kuhlewein had absented himself and, notwithstanding all applied efforts and searches conducted, could not be found; requesting therefore a mandate by edict, to the end that the said Kuhlewein might be summoned against a certain specified term, under the ringing and tolling of the bell, in the customary manner, to come purge and answer for his aforesaid committed theft and subsequent desertion. Thus it is that we, having considered the request made by the Honorable Independent Fiscal, in his official capacity, for the maintenance of justice, have deemed it necessary to cause the aforesaid Assistant Carel Eberhard Kuhlewein to be summoned for the first time by public edict and tolling of the bell, as we summon and cite him hereby, to appear in Judicio within the time of the next two coming weeks, or on Thursday, the 30th of this current month of April, in our Council Chamber at Cabo de Goede Hoop, in order to come purge and answer for the aforesaid committed theft and desertion, on pain that, upon negligence thereof, proceedings shall be taken against him according to law. Underneath stood: Thus done and granted at Cabo de Goede Hoop, the 16th of April, 1789. Was signed: J. Rhenius. In the margin: The seal of Justice pressed in red wax. Underneath: By order of the Honorable President and the Honorable Council of Justice of this Government. Was signed: W. H. van Ryneveld, sworn clerk. Extract from the Criminal Court Roll held at Cabo de Goede Hoop. Thursday the 30th of April, 1789. The Honorable Independent Fiscal of this Government, Johan Nicolaas Steven van Lynden, in his official capacity, Plaintiff in a criminal case, of the one part, against the Defendant who did not appear. The messenger, stepping inside, reports that the Defendant has not appeared. Wherefore the Plaintiff
Dutch transcription
independent Fiscaal te kennen gegeeven, dat den Adsistent Carel Eberhard Kuhlenein, dewelke ingevolge besluit ter sessie van de Jongstgehou¬ dene Ordinaire Vergadering genoomen door zijn E: worden Achtb: zoude moeten #n genoomen in cixil Arrest, zich zeederd geabsenteerd, en, ongeacht alle Aangevende moeijte en gedaane recherches, niet te vinden geweest is; verzoekende zijn E: Achtb: derhalven mandament bij Edeele, ten einde gemn: Kuhlevein, onder het Luiden en kleppen der kloeken more solite mogt worden ingedaagd, omme binnen de Eerst komende twee weeken alhier op de Raad Saal, in Iudicio te verscheenen, ten einde zich van zijne gepleegde dieste en daar opgevolgde desertie te purgeeren, en verantwoorden. in welk versoek unanim is gecondescendeerd. /:onderstond:/ Accordeerd. /:was geteekend:/ W d Rijnereld Atg:t bemnetr„ Johannes Isaak Rhenius Prasident beneevens den E: Achtb: Raade van Justitie deezes Gouvernements, doen te weeten. - Dat den Adsistent Carel Eberhard Kuhleweijn, ter politieque Secretarije alhier dienst gedaan hebbende, zich niet heeft ontzien, eene geslootene laade, in dewelke de gezwoore Clercquen op gemelde Secretarije gewoon waaren de tot gebruik bij Voorraad ingekogte seegels en dagelyks ontfangen wordende contanten te bergen, met een mes, of zodanig scherp werktuig, te openen, en zich successivelijk daar uit dan eekig gelden diverse segels meester te maaken. Dat den gezwaore Clercq Pieter Hendrik Fauze, uit dezelve Laade van geruimen tijd, zo wel contanten, als seegels vermist, en teevens daar op ver¬ noomen hebbende, dat gerepten Kuhteweijn zegels bij zich gehad en verkogt had, hier van terstond aan den Eerste geswoore Clercq, George Fredrik Goetz, heeft kennisse gegeeven, zo dat dieswegens het ver„ eischte ondersoek gedaan, en tevens geopend zijnde, sen, meede op de secretarije staende kisje van hem Kuhleweijn, in het zelve vervolgens ook een quantiteit Stegels van diverse Calibre, ten bedrage van 21 rijxds gevonden is; hebbende daar en boven gemelde Kuhleweijn nog den Boekhouder in S' E: Comps Cassa, Jan Meijndertz Cruijwagen, verzogt om drie seegels yder van 10 Eyxd:s over te neemen, en zulks onder voorgeeven van te veel dan die Soorten voor de Secretarije van Politie gehaald, en dezelve aldaar voor als toen niet nodig dienst te De boode binnen tree„ dende, rapporteerd, dat den hebben, gelijk gem: Cuijwagen het geld daar voor ook dadelijk aan gemelde Kuhleneijn heeft ter hand gesteld. Dat den Heer independent Fiscaal Johan Nicolaas Steven van Lijnden, hier op ten Belange van gerepten Kuhleweijn, aan ons verzogt heeft decreet van apprehensie, dan wel qualificatie om gemelde Kuhleneijn te doen neemen in civil Arrest, van welk versoek wij, na overweeging van zaaken het laatste Lid hebben geaccordeerd. Dat egter gemelde Heer independent Fiscaal 7: O: opheeden aan ons ter kennisse gebracht hebbende dat voorsz: Kuhleneijn zig geabsenteerd en ongeagt alle aangewende moeijte, en gedaane recherehes, niet te vinden geweest was: Versoekende over zulks mandament bij Edecte, ten einde gemelde Kuhleweijn tegens zekerte bepalene termijn onder het lunden en kleppen der klocke, more solite, magt worden ingedaagd, om zich weegens zijne voorschreeve gepleegde diefte en daar op gevolgde desertie te komen purgeeren en verantwoorden. Zo is 't, dat wij, gelet hebbende op 't door den E: Achtb: Heer Independent Fiscaal R:O: gedaan versoek, tot handhaaring der Iustitie, hebben nodig Neshalven den Heer J: O: ged:se met verscheenen is. Eijsscher Donderdag den 30 April 1789. De E: Achtb: Heer independent Fiscaal, dezes Gouvernements Johan Nicolaas Steven van Lijnden 7:O: Eijss:r in cas crimineel ter eenre. Extract uit de Crimineele Rechts-rolle gehouden aan Cabo de goede Hoop. op. Aldus Gedaan en verleend aan Cabo de goede Hoop, den 16 April 1789. /:was geteekend /: J: Rnenius. — /:in margine:) 't seegel der Justitie in raaden lacque gedrukt. /:daar onder:/ Ter ordonn: van den E: Achtb: Heer Praesident, en den E: Achtb: Raade van Justitie deezes Gouvernements. /:was geteekend:/ W H Rijneveld. g:Clercq. geacht voorsz: Adsistent Carel Eberhard Kuhlewijn voor de Eerste maal bij openbaaren Edeete en klocken geslag te doen dagvaarden, gelyk wy hem dogvaarden en indaagen bij deezen, om binnen den tijd van twee Eerst komende weeken, ofte op donderdag, den 30 deezer loopende maand April, op onzen Raadzaal aan Cabo de goede Hoop, in Judicio te verschijnen, ten einde hem weegens de voorsz: gepleegde diefte en desertie te komen purgeeren, en verantwoorden, op poene, dat bij nalatigheid van dien, teegens hem zal worden geprocedeerd, als na rechten /:onder stond:/ „geacht Op ende Jegens
English
Thursday the 14th of May 1789. Extract from the Criminal Roll of Justice held at the Cape of Good Hope. By and against. The Honorable Independent Fiscal of this Government, Johan Nicolaas Steven van Lijnden, ex officio plaintiff in a criminal case, of the one part. Against Carel Eberhard Kuhlewijn, former assistant serving at the Political Secretariat here, defendant in person, of the other part, to purge and answer for his first default, and concerning the theft and desertion committed by him. The court messenger, stepping inside, reports that the defendant has not appeared. Whereupon the Honorable ex officio Plaintiff requested the second default, and that the defendant, being in default and in hiding, may, by the benefit thereof, be and remain deprived of all declinatory exceptions, and furthermore that there be granted to him, the ex officio Plaintiff, a third edictal summons against two weeks from today. The Council grants the Honorable ex officio Plaintiff the requested second default, with the benefit thereof, and a third edictal citation against two weeks from today. Below stood: Agreed. Was signed: W: B: v: Rijneveld, Adjunct Secretary. By and against. Plaintiff, granted a second edictal summons against two weeks from today. Carel Eberhard Kuhlewijn, former assistant serving at the Secretariat of Police, defendant in person, of the other part, to come and purge and answer for himself concerning the theft committed and his desertion. Below stood: The Council approves. Lower: Agreed. Was signed: W: B: v: Rijneveld, Adjunct Secretary. Johannes Isaac Rhenius, President, and the Honorable Council of Justice of this Government, make known. Whereas Carel Eberhard Kuhlewijn, former assistant serving at the Political Secretariat here, having been summoned on the 16th of this month of April by edict and the ringing of the bell, to appear in court today in order to come and purge and answer for himself concerning the crimes charged against him, and yet notwithstanding this, has not appeared, but remains fugitive and absent, so that the Honorable Independent Fiscal of this Government, Johan Nicolaas Steven van Lijnden, has today requested of us the first default, with the benefit thereof, and a second edictal summons against fourteen days from today. Thus it is that we have granted to the said Honorable Independent Fiscal the first default, and by the benefit thereof, deprived the defendant of the declinatory exception, and also deemed it necessary to cause the default of Carel Eberhard Kuhlewijn to be summoned and called for the second time by public edict and the ringing of the bell, as we summon and call him by these presents, to appear in our Council chamber at the Cape of Good Hope, in court, yet within the time of the two next coming weeks or on Thursday the 14th of the upcoming month of May, in order to come and purge and answer for himself regarding the first default and his perpetrated theft and desertion, on pain that upon negligence, proceedings will be taken further against him according to law. Thus done and granted at the Cape of Good Hope, the 30th of April 1789. Was signed: J: I: Rhenius. In the margin: The seal of Justice, pressed in red wax. Beneath it: By order of the Honorable President and the Honorable Council of Justice of this Government. Was signed: W: B: v: Rijneveld, first clerk. Johannes Isaac Rhenius, President, and the Honorable Council of Justice of this Government, make known. Whereas Carel Eberhard Kuhlewijn, former assistant posted at the Political Secretariat here, who on the 16th and 30th of April last was summoned by public edict and the ringing of the bell to appear in court, in order to come and purge and answer for himself concerning his first default and the crimes committed mentioned therein, yet notwithstanding this has not appeared, but remains fugitive and absent; so the Honorable Independent Fiscal of this Government, Johan Nicolaas Steven van Lijnden, has requested of us today the second default with the benefit thereof, and a third mandate by edict, against fourteen days from today. Wherefore it is that we have granted to the said Honorable Independent Fiscal the second default, and for the benefit thereof, deprived the defendant of the declinatory exception, and also deemed it necessary to cause the defaulting and absconding Carel Eberhard Kuhlewijn to be summoned for the third time by public edict and the ringing of the bell; as we summon and call him by these presents, to appear in our Council chamber within the time of the two next coming weeks or on Thursday the 28th day of this current month of May, [illegible]
Dutch transcription
Op ende Jeegens. Eijsscher, verleend een tweede Edictale dagvaarding tegens Leeden over twee weeken. Den ter secretarije van Politie dienst gedaan hebbende Adsistent Carel Eberhard Kuhlewijn, ged=e in persoon, ter andere zijde omme zig weegens gepleegde diefte en zijne desertie te komen purgeeren, en verantwoorden. /:onder stond:/ Derhaad fiat. /:lager:/ Accordeerd. /:was geteekend:/ W: Bd: Rijneveld. Abj:t Secret„s Johannes Isaac Rhenius Praesident en de E: Achtbare Raad van Iustitie dezes Gou„ vernements, doen te weeten. Alzoo den ter Politicque Secretarij alhier dienst gedaan hebbende Adtsistent Carel Eberhard Kuhlewijn, op den 16. deezer maand April, bij Ediete en klocken geslag, ingedaagd zijnde, omme op heeden in Judicio te verscheinen, ten einde zich weegens de hem ten Lasten gelegde misdaaden te komen purgeeren en verantwoorden, en echter des ongeacht, niet, is gecompareerd, maar zich vlugtig en absent houd, invoegen dat door den E: Achtb: Heer independent Fiscaal dezes Gouvernements Johan Nicolaas Steven van Lijnden aan ons op heden is Aldus gedaan en verleend aan Cabo de goede Hoop den 30 April 1789. /:was geteekend:/ J: Kheniis. /:in margine:/ 't segel der Justitie, in haden Jocque gedrukt (daar onder:/ ter Ordonn: van den E: Achtb: Heer Praesident en den E: Achtb: Hade van Justitie dezes Gouvernements /:was geteekend:/ W: J: R: Rijneveld. g: Clercq. verzogt het Eerste default, met den profyte van dien, en eene tweede Edutale dagvaalding teegens heeden over Veertien dagen. zo is 't, dat wij aan gem: E: Achtb: Heer Independent Fiscaal hebben toegestaan het Eerste defult, en door 't profijt van dien, den ged:e verstooken aan de Exceptie declinatoir, mitsg:s nodig geoordeeld, den decail van 't Carel Eberhard Kuhleweijns, door de tweedemaal bij Openbaren Ediete en klokken geslag te doen dagvaarden en indaagen, gelijk wy hem dagvaarden en indagen mitsdezen, omme als noch binnen den tijd van twee Eerst komende weeken of op donderdag den 14 der Aanstaande maand Meij, op onze Raadssaal aan Cabo de goede Hoop, en Judicio te verschijnen, ten eide zieh van het eerste defaalt en zijne geperpetreerde dieste en desertie te komen purgeeren, en verantwoorden, op poene, dat bij nalatigheid tegens hem verder zal worden geprocedeerd, als na rechten. /:onder stond:/ verzogt Extract. weeken. De bode binnen treedende rapporteerd, dat den gede: niet is gecompareerd. Verhalven de Heer 7:O: Eijss:r verzogt het tweede default en dat den ged:e defaillant en latitant voor het profijt aan dien moge zijn en blijven verstooken dan alle Exceptien deeli„ natoir mitsgs: van hem E: O: Eiss:r verleend, een derde edutale dagvaerding teegens reeder over twee De Raad verleend den Heer R: O: Eijss r het verzogte tweede default, met den profijte van dien en een derd Edietale citatie teegens heeden over twee weeken. /:onder stond:/ Accordeerd. /:was geteekend:/ Adtj:t secret.s Opende Jeegens. Den ter politicque secretarije alhier bescheiden geweest zijnde Adsistent Carel Eberhard Kuslewein, ged:e en persoon ter andere zyde, omme zijn Eerste de fault, en zig weegens gepleegde diefte en desertie te komen pur¬ „geeren en verantwoorden. De E: Achtb: Heer Independent Fiscaal deezes Gouvernements Johan Nicolaas Steven van Zijnden r: O: Eisschen in cas crimineel ter eerre. Donderdag den 14. Maij 1789. Extract uijt de Crimineele regts rolle gehouden aan Cabo de goede Hoop. Rhenius, President Johannes Isaak en den E: Achtb: Rade van Justitie dezes Gouvernements doen te weeten. Aangezien den ter Politicque Secretarije alhier bescheijden geweest zinde Adsistent Carel Eberhard Kuhlewijn, denwelken op den 16 en 30 april Jongstl: bij openbaren Ediete en klokken geslag is ingedaagd geworden om in Jndicio te verscheinen, teneende zich weegens zijn Eerste de fault ende daarbij vermelde gepleegde misdaaden te komen purgeeren en verantwoorden, egter des niet tegen„ staande niet is gecompareerd, maar zich vlugtig en absent houd / zo is door den E: Achtb: Heer Indepandent Fiscaal deezes Gouvernements Johan Nicolaas Steven van Lijnden, aan ons op heeden verzogt het 2de. defrult met den profijte van dien, en een derde mandament, bij Edicte, teegens heeden over veertien dagen. Weshalven is't, dat wij aan gem: E: Achtb: Heer indegendent Fiscaal hebben toegestaan het tweede de fault, en voor 't profijt van dien, den gede: verstoeken van de Exceptie teicatoir, mitsgaders nodig geacht, den defaillant en latitant Carel Eberhard Kuhlewijn, voor de derdemaal bij openbaren Edeete en klokken geslag te doen dagraarden; gelijk wij hem dog voor den en in dagen mits dezen, omme als noch binnen den tyd dan twee eerst komende weeken of op donderdag den 28 dag deezer loopende maand Maij op onze Johannes raad zaal Op ƒ
English
The messenger, stepping inside, reports that the defendant has not appeared. through the benefit thereof council chamber at Cabo de goede Hoop in Judicio, in order to come and purge and account for himself concerning the first and second default, and his perpetrated theft and desertion, on pain that in case of non-appearance further proceedings shall be taken against him according to law. It was written below: Thus done and granted at Cabo de goede Hoop, the 14th of Maij 1789. It was signed: J: J: Rhenius. In the margin: By order of the Honorable President and the Honorable Council of Justice of this Government. It was signed: W: S: v: Rijneveld, sworn Clerk. Extract from the Criminal Court Roll held at Cabo de goede Hoop Thursday the 28th of Maij 1789. The Honorable Independent Fiscal of this Government, Johan Nicolaas Steven van Lijnden, ex officio Prosecutor in Criminal Cases, on the one side. Upon and against The assistant of the Honorable Company, Wherefore the ex officio Prosecutor requested the third default, and that the defendant may be barred Johannes Isaak Rhenius, President, and the Honorable Council of Justice of this Government, make known: Whereas the Assistant Carel Eberhard Kuhlewijn, who served here at the Political Secretariat, was summoned on the 16th and 30th of April, as well as the 14th of this current month of Maij, by public edict and the tolling of the bell, The Council grants the ex officio Prosecutor the requested third default, with the benefit thereof, and furthermore a fourth edict summons ex super abundanti against fourteen days from today, in order then to see the intendit served, with the verification thereof, and to hear sentence pronounced. It was written below: Agrees. It was signed: W: S: v: Rijneveld, Adjunct Secretary. from all peremptory exceptions, bars, and defenses, which he, appearing, would otherwise have been able to propose, as well as furthermore granting him, the ex officio Prosecutor, a fourth edict summons ex super abundanti, against two weeks from today, in order then to see served the intendit, and at the same time to hear sentence pronounced. having been assigned to the Political Secretariat, Carel Eberhard Kuhlewein, defendant in person, on the other side, to come and purge and account for his first and second default, as well as the theft and desertion committed by him. from assigned In order Upon 8 in order to appear in Judicio to come and purge and account for his first and second default, as well as regarding the theft committed by him and his desertion; and nevertheless, regardless thereof, has not appeared, keeping himself on the contrary fugitive and in hiding: so the Honorable Independent Fiscal of this Government, Johan Nicolaas Steven van Lijnden, has today requested from us the third default with the benefit thereof, and a fourth edict citation ex super abundanti, to serve the intendit two weeks from today, with the verification thereof, We have therefore granted to the said Honorable Independent Fiscal the third default, and on that ground have barred the defaulter and fugitive Carel Eberhard Kuhlewijn from all peremptory exceptions, bars, and defenses, as well as other benefits which, had he appeared, he might have used in law, and furthermore deemed it necessary to have the defaulter Carel Eberhard Kuhleweijn summoned for the fourth time and super abundante; as we summon and cite him hereby, to appear in person in Judicio in our council chamber at Cabo de goede Hoop within the next coming weeks, or on Thursday the 11th of the upcoming month of Junij; Wednesday the 27th of Maij 1789. On the occasion that the gentlemen Rijno Johannes van der Riet and Gerrit Hendrik Meijer, members from the Honorable Council of Justice of this Government, have vacated today; in order to have such depositions as had been given with regard to the fugitive Assistant Carel Eberhard Kuhlewein at the requisition of the Honorable Independent Fiscal here, Johan Nicolaas Steven van Lijnden, re-examined and sworn by the Adjunct Fiscal here, Mr. Johannes Andreas Truter, in the presence of the aforesaid commissioners, there being handed over to the sworn Clerk of the Political Secretariat, in order to see the aforesaid intendit verified, as well as if necessary to hear sentence pronounced, with intimation. It was written below: Thus done and granted at Cabo de goede Hoop, the 28th of Maij 1789. It was signed: J: J: Rhenius. In the margin: the seal of Justice impressed in red sealing-wax. Below it: By order of the Honorable President and the Honorable Council of Justice of this Government. It was signed: W: S: v: Rijneveld, Adjunct Secretary. to Jan Pieter Hendrik Faure, two pouches each of rixdollars 5: —:— One ditto — „ —„ 4: —:— two ditto —„ —„ 2: —: —— One ditto —„ —„ 1: —: — Four ditto —„ —„ ½: —: — Which were found in a certain small chest of the said Kuhlewein and handed over to the abovementioned Honorable Independent Fiscal, thus this note of it has been kept. It was written below: At Cabo de Goede Hoop, the day and year as above. Lower: in my presence, signed: W: S: v: Rijneveld, Adjunct Secretary. Still lower: Agrees. Signed: W: S: v: Rijneveld, Adjunct Secretary. Agrees.
Dutch transcription
de bode binnen treedende rapporteerd, dat den ged:e niet is gecompareerd. door het profijt van dien raadsaat aan Cabo de goede Hoop in Judicis te verscheinen, ten einde zich van het Eerste en tweede default, en zijne geperpetreerde dieste en desertie te komen purgeeren en verantwoorden, op poene„ dat bij non comparitie tegens hem verder zal worden geprocedeerd, als na rechten. /:onderstond:/ Aldus gedaan en verleend aan Cabo de goede Hoop, den 14e Maij 1789. — /:was geteekend :/ J: J: Pchenius. /:in margane:/ ter Ordonn: van den E: Achtb: Heer Praesident en den E: Achtb: Rade van Justitie dezes Gouvernements. /:was geteekend:/ W W Rijneveld. g: Clercq. Extract uit de Crimineele Regts rolle gehouden aan Cabo de goede Hoop Donderdag den 28 Maij 1789. De Achtb: Heer independent Fiscaal deezes Gouvernements Johan Nicolaas Steven van Lijnden, R:O: Eijss:r in Cas Crimineel ter eerre. Op ende Jeegens. Den ter Politicque Secretarije Weshalven de Heer R:O: Eijssr. verzogte het derde default, en dat den ged:e moge worden verstooken Johannes Isaak Rhenius, Praesident, en den E: Achtb: Raade van Justitie dezes Gouvernements, doen te weeten. Nademaal den ter Politicque Secretarije alhier dienst gedaan hebbende Adsistent Carel Eberhard Kuhlewijn, op den 16 en 30 April mitsg.:s 14 deezer lopende maand Maij, bij openbaren Edeete en klekken geslag, is ingedaagd, De Raad verleend de Heer r: O: Eijss„r het verzogte derde default, met den profijte van dien, en wijders eens vierde Edictale dagvaarding er sliper abundanti teegens heden over 14 dagen, om als dan te zien dienen van intendit, met de verificatie van dien, en sententie te hooren pronuntieeren. /onder stond:/ Accordeerd. /:was geteekend:/ W: S: V: Rijnereld. Adj„t Secret„s. - - van alle Exceptien peromptoir, weeren en deffensien, dewelke hij Verscheinende, andersints zoude hebben kunnen proponeeren, mits„ „gaders wijders aan hem r:O: Eijss„r verleend een vierde Edictate dagvaarding ex super abundanti, teegens heeden over twee weeken, ten einde als dan te zien dienen Aan intendit, en tevens sententie te hooren pronuntieeren. bescheiden geweest zijnde Adsistent der E: Comp:e Carel Eberhard Kuhlewein, ged:te in persoon ter andere zijde, omme zijn Eerste en tweede default, mits¬ „gaders zig van zijn gepleegde dieste en desertie te komen purgeeren en verantwoorden. van bescheiden Omme Op. 8 omme in Judicio te verscheinen ten einde zijn Eerste en tweede default, mitsgds: zig weegens de door hem gepleegde diefte en zijne desertie te komen purgeeren, en verantwoorden; En echter des ongeacht niet is ge„ compareerd, houdende zich daar en tegen vlugtig en lati„ teerende: zo heeft de E: Achtb: Heer Independent Fiscaal dezes Gouvernements Johan Nicolaas Steven van Lijnden aan ons op heeden verzogt het derde de fault met den profijte van dien, en eene vierde Eduetale citatie en super Abundanti, om heeden over weeken te dienen van intendit, met de verificatie van dien, Wij hebben dus aan gem: E: Achtb: Heer in dependent Fiscaal verleend, het derde default, en den defuillant en latitant Carel Eberhard Kuhleneijn, uijt dien hoofde verstooken van alle exceptien peremptoir Neerem en defensien, mitsg:s andere beneficien, daar hij verschei„ nende zich in rechten meede zoude hebben kunnen be„ „helpen, en wijders nodig geacht den defuillant Carel Eberhard Kuhleweijn, voor de vierdemaal en super abundante te doen dagraarden; gelijk wij hem dag¬ raarden en indagen mitsdezen, omme binnen des Eerst, koomende weeken, of op donderdag den der aan„ staande maand Junij in persoon op onze Raad zaal aan Cabo de goede Hoop in Judicio te versekeinen; Woensdag den 27 Maij 1789. Bij gelegendheid, dat de heeren Rijno Johannes van der Riet en Gerrit Hendrik Meijer, Leeden uit den E: Achtb: Rade van Justitie dezes Gouvernements heeden hebben gevaceerd; om zodanige verklaaringen, als met betrekking tot den geaufugeerden Adsistent Carel Eberhard Kuhlevein ter requisitie van den E: Achtb: Heer Independent Fiscaal alhier, Johan Nicolaas steren van Lijnden, waren gegeeven te doen recolleeren, en beEedigen, door den Adg:t Fiscaal alhier M„r Johannes Andreas Truter, ten overstaan van voorsz: gecomm„s aan den gesw: Clercq ter politicque secretarije ten einde het voorsz: inten dit te zien Lerifieeren, mitsgds des noods de sententie te hooren pronuntieeren met inthimatie //:onderstond:/ Aldus gedaan en verleend aan Cabo de goede Hoop den 28 Maij 1789. /:was geteekend:/ J: J: Rkenius. /:in margine /: het segel der Justitie in rooden lacque gedrukt, /:daar onder:/ Ter Ordonn: van den E: Achtb: Heer Praesident en den E: Achtb: Rade van Justitie dezes Gouvernements. /:was geteekend:/ W: S: V Rijneveld Adj:t secret. s ten J„n Pieter Hendrik Faure, overgegeeven zijnde twee fengels ijder van rd„s 5: —:— Een verd:o — „ —„ 4: —:— twee d:o —„ —„ 2: —: —— Een — d:o —„ —„ 1: —: — Dewelken in zekere kisje van gerepte Kuhlewein waren gevonden en aan opgem: E: Achtb: Heer melagendant Fiscaal ter hand gesteld, zo is hier van deze aantekening Aan Cabo de Goede Hoop, die et anne uit t Supra, /:lager:/ mij praesent /:getekend:/ W H Rijnezerd. E Adj„s Secret„s /:nog lager/ Accordeerd: /:geteekend:/ t W: B:V: Rijneveld. Adj:t secret„s fr Vier d:o gehouden. /:onder stond:/ —„—„ ½: —: — Accordeerd.
English
Whereas the assistant who was stationed at the Political Secretariat, Carel Eberhard Kuhlewijn, having opened a locked drawer in which the sworn clerks at the aforementioned Secretariat were accustomed to store the stamps purchased in stock for use and the cash received daily, and having seized from it some money and various stamps, subsequently handed over to the bookkeeper in the Honorable Company's Treasury, Jan Mijndertz Cruijwagen, three stamps, each of 10 rixdollars, of which sort he, Kuhlewijn, pretended to have fetched too many for the Secretariat of Police, and received the money for them; so it is that upon this, qualification was granted to the Honorable Independent Fiscal to cause the aforementioned Kuhlewijn to be taken into civil arrest, in order to be able to initiate the appropriate proceedings against him regarding the aforesaid matter. That the said Kuhlewijn in the meantime took flight, and notwithstanding all trouble taken and searches conducted, could not be found, having therefore, at the request of the said Honorable Independent Fiscal, by three mandates of edict and subsequently on the 28th of May last, for the fourth time super abundanti loco et more solito, been summoned in order to come purge and answer for his aforesaid committed theft and the desertion following thereon, which had as a consequence that the said defaulter and absconder, Carel Eberhard Kuhlewijn, because of his non-appearance, has been declared to have forfeited all declinatory, dilatory, and peremptory exceptions and defenses, as well as other benefits which he, appearing, would have been able to propose; While furthermore today by the Officer Plaintiff an intendit was served, with a conclusion taken as according to law. And whereas such conduct in a country where justice is properly administered cannot by any means remain unpunished, so it is that the Honorable Council of Justice, having attentively considered the intendit of the frequently mentioned Honorable Independent Fiscal and the conclusion taken therewith, furthermore having regard to the contumacy of the defaulter and absconder, as well as to everything that was relevant to the case and could move their Honors, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, has banished the defaulter and absconder Carel Eberhard Kuhlewijn, as their Honors hereby do banish him for perpetual days from this country and the jurisdiction thereof, on pain of being punished according to merit whenever at any time he falls into the hands of justice, with condemnation of the said Kuhlewijn in the costs. Below was written: Thus done and sentenced at the Cape of Good Hope, the 11th of June 1789, and pronounced in the Castle of Good Hope on the 24th of October following. Was signed: H. Rheunus, J. B. Ronnenkamp, Joh.s Smuts, G. H. Meijer, C. Mappa, J. V. Gier, R. W. D. Riet, P. De Wet. Lower: present to me. Was signed: W. W. Rijneveld, Assistant Secretary. Agrees. Appeared before the Honorable Lord President and Council of Justice of the Castle of Good Hope, the Independent Fiscal J. N. S. van Lynden, Officer Plaintiff in criminal cases, on the one side, And had stated: 1. Dattoe of Bugis, slave to the burgher Henning; Februarij of Macassar, slave to the battalion cook Penner; Batist of Madagascar, slave to Truijtje Bergh; Batjoe of Bugis, slave to the burgher Theunis Mulder; Therese of Madagascar, slave to the fellow burgher Groenewald; All prisoners and defendants in the aforesaid case, on the other side. 2. That the aforesaid slaves, currently prisoners and defendants, having at various times absented themselves from their respective masters and taken flight, 3. Met around and upon Table Mountain a certain unknown Malagasy slave named Mattheus, with another of that nation belonging to the burgher Sijmon van Blerk, named Pedro. 4. Of whom the first has been deserted for several years already, and the other also for a considerable time, and have managed to hide themselves in the mountain. 5. That the prisoners and defendants joined these, making up a sizable band. 6. And being commanded by Pedro, they sought their livelihood by making firewood, 7. And in lack of such opportunity, then also stole some vegetables. 8. Also once slaughtered four stray sheep roaming without a guard that they captured. 9. That notwithstanding the prisoners and defendants were provided with knives and guns, and Pedro himself with a flintlock gun, 10. It nevertheless does not appear from them that any other mischief was done or committed. 11. Except that this troop was first pursued behind the Rondeboschje by the Honorable Company's slaves, 12. And the aforesaid first-mentioned prisoners and defendants, Batjoe and Februarij, not having been able to flee with the rest, 13. Put up a defense with an axe and knife, and inflicted a light wound on one of the Honorable Company's boys. 14. As your Honors will further see from one and another of the candid and conforming responses given by the prisoners and defendants before the Lords Commissioners from this Council. 15. To which referring himself, the Officer Plaintiff further adds: 16. That the hiding place of these deserters was discovered by two slaves set apart for that purpose; and knowledge thereof having been given at the proper place, 17. Some of these inhabitants went out upon it and sought 18. To encircle the conspiracy and, according to possibility, overpower it, with that result 19. That they captured five of them, the aforesaid prisoners and defendants, and delivered them into the hands of justice. 20.
Dutch transcription
Aangesien den ter Politicque secretarij e bescheiden geweest zijnde Adsistent, Carel Eberhard Kulewijn eene geslootene laade, in dewelke de geswoore Clercquen ter opgemelde Secretarije gewoon waaren de tot gebruik bij voorraad ingekogte segels en dagelijks ontfangen wordende contanten te btergen, geopend en zich daar uijt van eenig geld en diverse segels meester gemaakt hebbende, vervolgens aan den boekhouder in 's E: Compagnies Cassa Jan Mijndertz Cruijwagen, drie segels, ieder van 10 rijxd:s van welke soort hij Kuklewijn voorgaf te veel voor de Secretarije van Politie gehaald te hebben, weder overgelaten, en het geld daar voor ontfangen heeft; Zo is daar op aan den E: Achtb:, Heer in dependent Fiscaal verleend qualificatie om gemelde Kuklewijn te doen neemen in cixie arrest, ten einde opende jegens denzelven denzelven ter zaake voorschreeve, de gepaste procedures te kunnen enta„ meeren. Dat gerepten Kuhlewijn zig intusschen heeft fugatief gesteld, en ongeagt alle aan„ genen de moeijte, en gedaane recherches niet te vinden geweest zijnde, derhalven op 't verzoek van gemelde E: Achtb: Heer in dependent Fiscaal, bij drie mandamenten van Ediete en vervolgens op den 28 Maij jongstleeden, voor de Vierde maater super Abundanti loco et more solito is ingedaagd geworden, ten einde zich wegens zijne voorsz: gepleegde diefte en daar op gevolgde desertie te koomen purgeeren en verantwoorden, 't geen ten gevolge heeft gehad, dat gemelde de„ „saillant en latitant, Carel Ekerhard Kuhlewijn, om zijne non comparitie verklaard is verstroken te zijn van alle Exceptien deelinatoir, dilatoir en peremptoir weezen en defensien, mitsgaders andere bene„ „ficien, dewelke hy verscheinende zouden hebben kunnen proponeeren, Terwijl voorts door den E: O: Eijsscher op heeden gediend zijnde van intendit daar bij e conclusie is genomen als na rechten. En vermits dusdanig gedoente in een Land alwaar de Justitie behoorlyk word gead„ ministreerd, geensints ongestrafd blijven kan, Zo is 't, dat den E: Achtb: Raade van Iustitie met opmerking overwogen hebbende het intendit van meergem: E: Achtb: Heer independent Fiscaal en de daar bij genomene conclusie, voorts gelet op de contumacie van den defaillant en Latitant, mitsgaders op alles wat ter zaake dienende was, en hun E: E„ Achtbaarens konde doen moveeren Recht doende uyt naamende van wegens de Hoog Mogende Heeren Staaten Generaal der VerEenigde Nederlanden den defaillant en Latitant Carel Eberhard Kuhlewijn, Exceptien heeft heeft gebannen, zoo als hun E: E: Acht¬ baarens denzelven mits deezen ten Eeuwi„ „gen dagen bannen uit dit Land en den Ressorte van dien, op poene, om, zoo wanneer te eenige tyd in handen van Justitie geraakt, als dan na Merite Gestraft te zullen worden, met condemnatie van Jen Kuhlewijn in de kosten. /:onder stond:/ ldus gedaan en gesententieerd aan Cabo de Goede Hoop den 11 Junij 1789. mitsgaders gepronuntieerd, in't Casteel de goede Hoop, den 24 october daar g: - aan volgende. /:was getekend /: H Rheunus J: BB: Ronnen Kamp, Joh:s Smuts, G: H Meijer. C: Mappa. J: V: Gier RWD Riet. P: De Wet. /:lager:/ mij praesent. /: was W. W Rijneveld Adst: Seerets „geteekend:/ Accordeerd. 2. dat voorm: sleeven, tans gev: en ged: zich tot ten scheidene tijd en van derzelver dijf Heeren 1. En deede zeggen. Dattoe van Boeg is Lijffeigen Aan de Burger Henning Februarij van Macassar Lijfeigen van den Bataillons kolke Penner. Batist Aan Madacascor Lijteigen van fruijtje Bergh. Batjoe van Boegis lijfeige¬ van den Burger Theunis Mulder. Therese, van Madagascar Lijteigene van den meede Burger Groenewald- Alle gevangenen en ged: in voorsz: Cas ter andere zijde Compareerde voor den WelE Achtbr: Heere Praesident en Raade van 1 Justitie des Casteels, de goede Hoop, den independent Fiscaal J:: N: S: Van Lijnde r: D: Eijsscher in Cas Criminee ter Eenre. Secret WJ D Rijneveld geabsenteerd. Ca geabsenteerd en fugitief gesteld hebbende Om en op den tafelberg ontmoet hebben een zekere onbekende Madagascarse Slaaff in naame Mattheus, met een Andere van die natie, den Burger Sijmon van Blerk toebehorende pedro gnaemt. dan welke den eerste reeds meerdere jaaren en den anderen ook een geruimen tijd opgedrosd zijn, en zig in den berg hebben weeten te verschuijlen 5: dat de gev: en Ged:e zig bij deze gevoegd, dan een aanzienelijke troep uijtgemaakt. — - 6. en van Pedro gecommandeerd zijnde, zijl: met hout maken hunne neering heben gezagt en bij gebrek van zulke gelegenheid, dan ook wel eenige groentens gestaolen. Wil Ook eens vier zonder oppasser in 't lopende derdwaalde Schepen opgevangenen geslagt hebben. 9. dat niet tegenstaande de gev: en ged„e met messen en geweeren, en foedre zelve met een snaphaan, zijn voorzien geweest. echter dog door hun L: niet blijkt eenig ander knraad gedaan ofte betaeld geweest te zijn. 10„ 16. Op 11. behalven dat dien troep eerst van 's E: Comp:s slaven agter 't zonde boschje vervolgd zijnde, en de Voorstaande eerst Ger: en ged: Batjoe en februarij met d' overige niet hebbende kunnen ontvlugten. 13. deeze sijde zig met een bijl en mes ter weer hebben gesteld, en een der E: Comps: jongens een ligte wonde bijgebragt. 14. gelyk UwE Achtbr: 't eenen ander uijt de volmondige en conforme voor VHheeren Gecommitteerdens uijt deezen Raede door de gev: en Ged:e gegeevene responsiven nader zae blijken. 15. Aan welke zig refereerende, den E: O: Eisscher nog bijvaegd dat den schuijlplaats dier drossers door twee ten dien einde afgezonderde slaven ontdekt; en ter behoorlyker plaatsse kennis daar van gegeven zijnde, eenige dezer ingezeetenen daar op zijn uijt¬ „gegaan en gezagt hebben. hit Complot te omcingelen en na mogelykkeid 18. magtig te worden, met dat gevolg. dat zij vijff daar van, de voorsz: gev:de en ged:e 19. opgevangen en in handen der Justitie hebben oe ggelekerd. Artl 17 20 4. 7. 8. 17. 12.
English
whereupon two of the conspiracy saved themselves by flight, and Pedro, having jumped off the mountain, lost his life, 21. that although the prisoners and defendants made themselves more or less guilty of willful and deliberate desertion, 22. and further also of actual committed theft, 23. each of the same ought to be punished in a lawful manner in proportion to the facts and circumstances. 24. The Honorable Independent Fiscal however, under correction, believes 25. that in the present case the prisoners and defendants, more in accordance with the condition, custom and particular interests of this Colony, and thus in a less rigorous manner, should be punished. 26. By virtue of which and other reasons and means to be further deduced in due time and place, if necessary, the Honorable Independent Fiscal, making his demand, concluded that by definitive sentence of Your Honors the prisoners and defendants shall be condemned to be flogged with rods by the Caffres. Further, the first prisoner and defendant being riveted in irons for two years, the second for one year, and both the following each for three months, all prisoners and defendants to be returned again to their masters, with restitution of the costs, or to such other punishment as Your Honors shall judge to be proper. It was signed: J. N. van Lijnden. In the margin: Exhibited in Court, the 6th of August 1789. Josie of Madagascar says that he is a bondsman of Christoffel Groenewald and has been in his service for 3 years, which he has performed as a mason and wood-gatherer; that he, because he had received blows for nothing, decided to run away, which he did in the grape season, and took with him Therese, with whom he has lived, further proceeded to the mountain where he has often gathered wood, and knew that he could hide himself; that he there first found Batist, called by the others Matheus, and a few days thereafter Pedro, and further they remained together in the mountain, the band having increased to 8 to 9 persons through other slaves who joined them; that they supported themselves by cutting wood, for which they received bread from the wood-gatherers, as well as vegetables, which they stole at the brewery and Nieuwland; nor could he deny having caught and slaughtered sheep with his companions, and that for lack of a knife he had made use of the bayonet that Batist gave him; that Pedro commanded them, the same being provided with a gun, and nothing else was done by him nor his companions with his gun than what is mentioned above; he, having been shot at during the capture of the others, saved and hid himself out of fear, yet afterwards proceeded home of his own accord, where he requests to be allowed to remain, promising that he will never run away again, and being willing to undergo what has befallen him. Jean Batist, otherwise named Matheus, confesses his name to be Jean Batist and of Bourbon, also that he arrived at the Cape 4 years ago, and after the course of a year ran away from his master N. Magnus, and has been absent since that time; that he maintained himself during most of the time with bread from the slaves who gathered wood and vegetables and fruits from the gardens, until 8 to 10 months ago he met and stayed with other runaways, during which time it also happened that they caught and slaughtered stray sheep, and he believes the number thereof to be 6 pieces, at which he was however not always present and was also sick on one occasion; in other respects, like the companions. Note: this one seems to be more of a rogue and especially to take pleasure in his three-year way of life, and for that reason will not stay long with his master; wherefore the same might well undergo the punishment of the first prisoner and defendant Batjoe, and the aforementioned Josie that of the 3rd and 4th prisoners and defendants. Confesses: Today
Dutch transcription
waar tegen twee van 't complot zich met de vlugt gesolveerd, en Pedro van den Berg afgesprongen zijnde, 't leven heeft verbooren, 21. dat hoewel de ger: en ged:e zig aan moedwillige en opsettelyke desertie. 22. en voorts ook dadelyk geperpretreerde diefte meer of minder, schuldig gemaakt hebbende, 23: een ijder derzelven in evenredigheid der fecteur en Omstandigheeden op een wettige Wijze zouden moeten gestrafd worden. 24. den E: O: Eisscher egter /:onder verbetering / vermeend. 25. dat in cas subjeet de gev:t en ged:e meer naar de gesteldheijd, Coustume en bijzondere belangens dezer Colonie, en dus op een minder rigoureuse wijze, zullen behooren gestreeft te worden. 20. Mits welken en andere reden en middelen in tijd en wijle is 't hood / nader te deelu¬ ceeren een E: O: Eijsscher, Eijsch doende concludeerde, dat bij definitive Vonnis van UWE agtb: de gev:t en GEd:e zullen Worden gecondumneerd, omme door de Caffers met reeden gestraft te worden Josie van Madagascar zegt tyfeigen van Christoffel Groenewald en 3 Jaaren in desselfs dienst te zijn, dewelke hij als met zlaer en hout haaler heeft gepresteerd. dat hij, om dat voor niets slage had gekreegen, te raade was geworden, te droosen, 't tgeen hy had in de druijren tijd gedaan, ende meed Pherese met welke hij heeft gehouden, meede genoomen, zig voorts na den Berg begeeven waar hij dikwils heeft hout gehaald, en geweeten; zig te kunnen verschuijlen, dat hij aldaer eerst Batist van de andere Mathaus genoemt /: en eenige dagen daar na pedro Voorts den eerstgev: en ged:e voor twee jaaren, den tweede voor Een jaar, en de beide volgende een ieder voor drie Maanden in d' ijzers geklonken zijnde, alle ges: en ged:e aan denzelver lyff„ Heeren wederom te rug gegeeven te worden, met restitutie der kosten, ofte tot alzulke andere straffe; als uw E Agtb: zullen oordeelen te be„ booren. /: was getekend:/ I: N:s:s van Lijnden. /in Margine:/ Exhib: in Indicio, den 6 Aug:s 1789. Voorts had. ƒ had gevonden, en voorts zijl: te zamen in den Berg gebleeven waren, hebbende den troep zag door anderen daar toe gekomene slaven vermeerderd tot 8 a 9 persoonen. dat zij t: zich geneerd hebben met hout maken, waar voor zij van de hout haale & braod hebben ontfangen, zodan van graentens, die zij aan de brouwerij en nieuwland hebben gestaolen; kunnende hij ook niet ontkennen met zijne maats schaapen opgevangen en afgeslagt te hebben, en dat uijt gebrek van een mes zig van 't bajonet had bediend, - dat hem Batist heeft gegeeven dat Pedro hunl: gecommandeerd heeft, zijnde denzelven met een geweer voorzien geweest, en door hem nog zijn maats met zijn Vate niets anders gedaan is, als 't geen Voorstaat, hebbende hy by de gevangen keming der andere geschooten zijnde, uijtbangigheid zig gesalteerd en verschoolen, egter zig naderhand uiteige beweging naar huys begeeven, waar hij verzoekt te mogen blijven, zullende hij nooijt meer drossen, en 't hembker ge¬ komene weder ondergaan willen. Jean Batist /ander Matheus genaemd confesseerd, zijn name Jean Batist en van Bourdon te zijn, mitsg.:s voor 4 Jaaren aan de Caab gekomen, en na verloop van een jaar van zijn lijf Heer N: Magnus opgedrord en zederd dien tijd absent geweest te zijn zig geduurende den meesten tyd met brood van de hout halen de slaven en groentens en Vrugten uijt de tuijnen te hebben onderhouden, tot dat voor 8 a 10 maanden met andere Arossers te zamen is gekomen en gebleeven, in welken tijd 't dan ook is gebeurd, dat zij verdwaalde schaapen hebben gevangen en geslagt, en vermeend hij 't getal daar van 6 ps te zijn, waar bij hij echter niet altoos present en ook een reijs is ziek geweest, in ceteris, ut socii. NB: deze schijnt meer schelm te zijn en voornamentlijk aan zijne driejaarige levenswijze plaisier te vinden, ook bij zijn lijf Heer daarom niet lang te zullen blijven Weshalven denzelve wel zoude mogen de Straffe van den Eerstgev: en ged:t Batjoe en voorstaande Josie, die van den 3 en 4 gete: en gede: ondergaan confesseerd: Huijden
English
Today, 10 July 1789, appeared before me, Willem Stephanus van Rijneveld, Adjunct Secretary to the Honorable Court of Justice of this Government, in the presence of the witnesses named below, the slave October of Timor, belonging to the burgher Simon Petrus van Blerk, of competent age, who, upon the requisition of the Honorable Independent Fiscal of this Government, Johan Nicolaas Steven van Lijnden, declared it to be true: That some time ago, having learned both from several so-called wood boys and particularly from the slave Julij belonging to the burgher Jan Bellepasqua, who also collects wood for his master, that they were continually assaulted on Table Mountain by a gang of runaway slaves and sometimes robbed of their food, stick, and ropes, he, the deponent, then informed his master, who has a garden in this Table Valley and lives there, with the request that he might go out with the aforementioned Julij in order to see whether there might be any chance of capturing those runaway slaves in one way or another. That the deponent, together with the said Julij, after the deponent's master had also first requested permission from the master of the said Julij for him to do so, went to Table Mountain on a certain Saturday, as the deponent believes, now about 14 days ago, and subsequently arrived in the afternoon behind a certain rocky ridge, where the deponent saw some boys lying through a certain rock opening. That when those boys noticed the deponent and the aforementioned Julij, they immediately jumped up, each arming himself with their knives and assegais, while at the same time a gun was taken up by one among them, being a slave of the tanner Henning and named Baatjoe. That the deponent, having approached them with his companion, was immediately asked by them whether he, the deponent, and the aforementioned Julij were also runaways. That the deponent immediately answered yes, adding that he, the deponent, had been beaten and mistreated by his master as severely as possible, whereupon it was answered in substance by one of those slaves: then that is good, then you can stay here with us; whereupon the deponent, with the aforementioned Julij, joined that gang of slaves, and found among them, besides a female slave of Christoffel Groenewald, seven male slaves, namely: one of the deponent's master, named Pedro; one of the tanner Henning, named Baatjoe; one of Truitje Bergh, as the deponent believes named Patties; one named Februarij, belonging to the cook Denner; one of Pieter Magnus, whose name the deponent cannot provide; furthermore, a certain Baatjoe, whose master the deponent does not know; and also a Madagascar boy, whose name and master's name the deponent likewise cannot provide; while the deponent then observed that the aforementioned slaves were provided not only with several assegais and knives, but also with a gun, powder, and lead. That the deponent stayed with the aforementioned gang until the following day, when they went down from the mountain together and went into the Cape in the evening, whereupon the deponent hurried to his master and informed him that he had already found the aforementioned runaway slaves, at the same time requesting that his master should now see to keeping a commando in readiness to occupy the opening or hiding place of those runaways; to which the deponent's master replied that he would see to making arrangements with some friends for that purpose, and at the same time told the deponent that he should just stay with those slaves and come give him further report about them; whereupon the deponent, having taken some vegetables with him, brought them to the cave and made the gang believe that he had stolen them. That on the following Thursday the gang came down again and went into the Cape in the evening, subsequently returning around the hour of eight and sitting down near the brick kiln of the deponent's master, where the aforementioned Julij told the deponent that some from the gang had given him, Julij, to understand that they had heard in the Cape that the deponent and he, Julij, were spies; whereupon the deponent, in order to remove that suspicion, went from the gang to the garden of his master, saying, "I will now try again to steal some vegetables." That the deponent immediately went to his master and gave notice of this, and then requested whether a certain Gerrit Dreijer, who happened to be with his mentioned master, would fire two blank shots at the deponent in the garden, which was then done by the said Dreijer; whereupon the deponent, pretending, with a few turnips picked from the garden, ran out of breath to the aforementioned gang, which had already gotten up from the brick kiln; just as then
Dutch transcription
Huiden den 10 Julij 1789 Compareerde voor my Willem Stephanus van Rijneveld, Adjunet Secretaris van den E: Achtb: Rade van Iustitie deezes Gouvernements praesent de nagenoemde getuigen den staaf October van Timor toebehoorende den Burger Simon Petrus van Blerk, van Competenten ouderdom dewelke ter requisitie van den E: Achtb: Heer independent Fiscaal dezes Gouvernements Iohan Nicolaas Steven van Lijnden verklaarde, hoe waar is. Dat ste Compt: reeds eenigen tijd geleeden, zoo wel van verscheide zagenaamde houtjongens, als ook doornamentlyk van den slaar Julij toebehorende den Burger Jan Bellepasqua, die meede voor zijnen by Heer hout haald, vernomen hebbende dat zij op den tafelberg geduurig door een Complot drossende slaaven wierden aangerand, en zomwijlen van hun Eeten, stok en touwen beroofd, hij Comp:t als toen daar van aan zijnen Lijfsteer, die in deeze tafelkolleij een tuin heeft, en aldaar woond, heeft kennisse gegeeven, met verzoek, om met voorsz: Julij er op uit te mogen gaan ten eende te zien ofergeen kans zoude zijn om die drossen de slaaven op d'een off andere wijze magtig te worden, Dat de Comp:t zig dan ook met gem: Julij, nadat des Compts. lijvsteer alvoorens ook daartoe voor derzelven Julij aan desselfs baas permissie hadde verzogt op zeekeren saturdag, zo de Comp:te vermeend, „nu omtrend 14 dagen geleeden, naar den tafelberg be„ geeven hebbende, vervolgens op den middag gekomen is agter zekere klipkrans, alwaar de Comp:t door zekere klipgat eenige jongens heeft zien leggen. Dat wanneer die Jongens, den Comp:t en voorsz: Julij hadden ontwaard, dezelven als taen terstond zijn opgesprongen, en zig een ieder met hunne messen en Assegaaijen gewapend, terwijl tevens door een onder hen; zijnde een slaaf van den looije Henning en Baatjoe genaamd, een geweer wierd opgenoomen. Dat den Compt: zich met zijn makker naar dezelve begeeren hebbende, terstond door hun is afgevraagd geworden, of hij Comp:t er voorsz: julij ook Droosers waren„ Dat de Comp:t daar op terstond heeft geantwoord van Ja: met bijvaeging, dat hij Compt: door zijneen liff Heer, zo doenlijk was, geslagen en mishandeld, zulks daar op door een dier Slaaven in Subtantie is geantwoord, dan is 't goed, dan kan jij hi bij ons blijven, hebbende de Comp:t zieh daarop met voorsz: Julij bij dat complet slaven gevoegd, en daar onder bihalven een meijd van Christoffel Groenewald, nog gezonden Seven mans Slaaven als een van des denzelven Compts lijf Heer, in naame Pedro, een van den looije„ Henning, in naame Baatjoe, Een van Truitje Bergh, zoo de Comp:t meend Patties genaamd, Een in naame Februarij, toebehoorende den kok Denner, Een van Pieter Magnus, zonder dat de Compt: desselfs naam weet op te geven Voorts nog zekere Baatjae, wiens lyf Heer de Compt niet kend, en nog een Malagascarse jongen, van naek Wienden Compt: noch de naam van de Lijf Heer weet op te geeven; terwijl de Compt: toen heeft ontwaard, dat voorsz: slaaven niet alleen van verscheide Assegaaijen en Messen, maar ook van een geweer, kruid en laod voorzien waren. Dat de Comp:t bij het voorsz: Complot gebleeven, zynde tot daags daar aan, wanneer zij zig te zamen van den bergst begeren hebben, en 's szouts in de Caab gegaan zijn, hebbende de Comp:t zig als toen naar zijnen lijvsteer gespoed, en hem bekend gemaakt, dat hij de voorsz: drossende slaaven reeds hadde gevonden verzoekende teffens, dat zijnen lyf Heer als nu een Commando moest zien in gereedheid te houden, om het gat of de schulplaats dier drossers te bezetten, waar op des Comp=ts lijfsteergeant„ woord hebbende, dat hij zoude zien met eenige Vrienden daar toe afspraak te nemen, teffens aan den Comp:t heeft gezegd, dat hij zig maar bij die slaaven, houden moest en hem weegens dezelve nader verslag- komen doen, inzoegen de Comp:e eenige groentent meede genomen hebbende, dezelve na het dat gebracht heeft, en het complot wijs gemaakt, dat slng die gestolen had. Dat het complot op donderdag daar aan volgende weder na beneeden gekomen en zig in den avond in de hals Caab begeeven hebbende, vervolgens omstreeks van Cagt uuren is te rug gekeerd, en zig bij de steenen over van des Compts. lyf Hber heeft neder gezet, alnaar voorsz: July aan den Comp:t verhaalde, dat eenigen uit het complot hem Julij hadden doen merken, dat zy aan de Caab hadden vernoomen, dat de Comp:t en hy July spions waren, zulk de Comp:t, om dat kwaad vermoeden weg te nemen, onder het zeggen, ik zal nu wederzien eenige groentens te steelen, van het Complot naar den tuin van zijnen Lyf Heer is gegaan. Dat de Compt: zig terstond by zynen lyf Heer vervoegd, en hier van kennisse gegeeven hebbende, als toen verzogt heeft, of zekeren Gerrit Dreijer, die zig just bij gerepten zijnen Lyff Heer bevond, op den Compt. in den tuin twee losse schooten doen wilde, 't gunt dan ook door gem: Dreijer is geschied; hebbende de Comp:t daar op zig quasi met een weinig uijt den tuin geplukte raapen, kut den adem geloopen en naar voorsz: tomplot, dat reeds van den Heeren dven was opgestaan, begeven; gelijke aan dan
English
then also some boys of the same, upon hearing the shots, came toward him, the appearer, to whom the appearer immediately related, pretending to be trembling, that his master, when he, the appearer, stole greens in the garden, had fired two shots at him, the result of which was that the whole plot immediately expressed themselves to the appearer in this manner, now we truly see that you and Julij are runaways and our comrades, etc. The appearer declaring that on that evening he had already informed his master that the commando would be found before the cave very early the following morning, and that he, the appearer, had also made an agreement with his said master that he, the appearer, to make himself recognizable, would stick a bunch on his neck and wave his hat above his head with his hands. That indeed the following day, the commando having arrived at the cave, the appearer went directly toward them, and having waved with his hat in his hand above his head according to the agreement, nevertheless, despite this and notwithstanding the shouting of the appearer and of some other people present there, that he, the appearer, was the spy and they should do him no harm, a certain Luxemburg captain fired at him, the appearer, and also struck him in the right hand in such a manner that the appearer, on account of fright, pain, and dismay, does not know how it proceeded further. Thus done at the Secretariat aforesaid, in the presence of the clerks, Nicolaas van Es and Jacob van de Waereld, as witnesses, who have duly signed the minute hereof, together with the appearer and me, the adjunct secretary. Below stood: to which I testify. Was signed: W: S: van Rijneveld, Adjunct Secretary. The appearer finally declaring that the aforesaid plot constantly intended to march first to Hottentots Holland and subsequently inland, and that the abovementioned Baatjoe van Henning told him, the appearer, that he had broken open the warehouse of the burgher Van Bam at the Cape and had stolen rice and flour from it. Declaring nothing more, the appearer gives as reason for his knowledge as in the text, declaring the foregoing to be the pure truth. Examination Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the aforementioned slave October, who, his foregoing declaration having been clearly read aloud to him, declared that he persists therein, wishing that nothing more shall be added or subtracted, declaring in the presence of the slaves Batist Februarij, both slaves Baatjoe van Boegies, and the female slave Therese, that the foregoing is the pure truth. Below stood: Thus examined at Cabo de Goede Hoop, the 29th of July 1789. Was signed: and around it written: this is the mark made by the deponent with his own hand. Lower stood: present before me, was signed: W: S: van Rijneveld, Adjunct Secretary. In the margin: as commissioners, was signed: K: J: v: d: Riet, Joh:s Smits. Examination. Today, the 11th of July 1789. Appeared before me, Willem Stephanus van Rijneveld, Adjunct Secretary of the Honorable Court of Justice of this government, in the presence of the undermentioned witnesses, the slave Julij, belonging to the burgher Jan Bellepasque, of competent age, who, at the requisition of the Independent Fiscal of this government, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lijnden, declared it to be true: That the appearer on a Saturday, having set out on his way according to custom in order to fetch wood for his master, when passing the gate of the burgher Simon van Blerk, was called to and asked by one of his bondservants named October to go along in order to see to apprehending a plot of slaves staying on the Table Mountain, which proposal the appearer had not dared to accept, but finally, after having been reassured by the aforesaid October, who told him, the appearer, that his master Van Blerk would inform his own master of the matter, would pay the wood money, and also showed him, the appearer, a pass, as well as some provisions of meat, bread, and drink, the appearer consented to this and they
Dutch transcription
dan ook eenige jongens dan het zelve, op het hooren der Schooten, hem Compt: zyn te gemaed gekomen, aan Wien de Compt: terstond kwanswys bevende verhaald heeft, dat zijnen lijf Heer, wanneer hij Comp:t in den tuin groenste stal, twee schoeten op hem had gedaan, 't geen dus aangevolg geweest is, dat het geheele Complot zig direct in dezer voegen tegen den Compt: int liet, nu zien wij regt, dat gij en Julij drossers en onze maats tijt &=a Betuigende den Compt. op dien Avond reeds Aan zijnen LijfHeer te zijn verstendigd, geworden, dat het Commando daar daar aan zeer vroeg in den morgenstond zig voor het gat zoude laten vinden, en dat hij Compt: ook met gem: zynen lyf Heer de afspraak hadde genomen, dat hij Compt: om zich, te doen verkennen een bosje op zijn hald steeken, en met den hoed in de handen boven het hoofd swaijen zoude. Dat ook werkelyk daags daar aan de Commando„ by het gat gekomen zijnde, de Compt. zig direct na hun toe begeeven, en met zijn hoed in de hand, volgens afspraak boven zijn hoofd gewaaijd hebbende egter des niet tegenstaande en ongeagt het geraap dan den Comp:t en van eenige andere daar bij presente /:onder stond:/ Dat aldus passeerde ter Secretarije Voorn: ten bijweezen der Clercquen, Nicolaas van Es en Jacob van de Waereld, als getuigen, die de minute dezes, beneffens den Compt. ende Mij Adpmet Secretaris mede behoorlyk hebben ondertegend /onder stond:/ 't welk ik getuige (: Was geteekend/ W: W liperseld ad iser Lieden, dat hy Compt: de spion was en men hem geen Leed doen Moest, zekere Luxemburgse Capitain op hem Comp:t: bosgebrand, en hem ook in de regter hand zodanig getroffen heeft, dat de Comp:t wegens schrik, sin en ontsteltenis niet weet, hoe het verder gegaan is. Betuigende de Comp:t: laatstelyk, dat het Voorsz: complot geduurig voornemens geweest is om eerst na battentots Holland en vervolgens landwaards in te trekken, en dat bovengem: Baatjae van Henning hem Comp:t: heeft verhaald, dat hij aan de Caab het pakhuis van den burger Van Bam opengebroken en daar uit rijst en meel gestoolen had. Niets meer verklaarende geeft den Compt: Loor reden van Wetenschap, als in den texet, betuigende 't vorenstaande de zuijvere waarheid te zijn. Lieden ecollement Compareerde voor de ondergeteekende gecommitt uit den E: Achtb: Rade van Iustitie dezes Gouver„ nements, doorm: slaaf October, dewelke zijn Vorenstaande verklaaring duidelyk voorgeleezen zijnde, betrugjde daar bij te blijven persisteeren, met begeerte, dater niet meer bij of af gedaan worden zal, betuigende in praesentie vande sleeven Batist februarij, de beide slaven Paatjoe van Boegies, de Slavin Therese, dat het vorenstaande de zuivere waarheid is. /:onder stond:/ Aldus gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop den 29 Julij 1789. /:was getekend:/) en daar omgeschreeven dit is het door den dept. eigen¬ handig gestelde merk. /:lager) mij praesent /:was geteekend:/ W: H: Rijneveld. Adj: Secret. s /:in margine:/ als gecomm.: s /:was geteekend:/ K: J: V: D: Hiet Joh:s Smits. Recollement. Hhuiden den 11 Julij 1789. Compareerde voor mij Willem Stephanus van Rijnereld, Not:t Secretaris van den E: Achtb: Rade van Justitie dezes Gouvernements, praesent de nagenoemde getuigen, den Slaaf Iulij, toebehorende den Burger Ian Bellepasque van Competenten Ouderdom, dewelke ter requisitie van den Independent Fiscaal dezes Gouvernements, de E: Achtb: Heer Johan Nicolaas Steren van Lijnden, verklaarde, hoe waar is. Dat den Compt: op een Saturdag volgens gewoonte zig op weg begeeren hebbende, ten einde door zijn Lijf Hteer hout te halen, als toen voorbij de poort van den Burger Simon van Blerk, door eene van desselfs vijfEigene in naame October aangeroepen, en gevraagd was geworden, om mede te gaan, ten ende te zien, een in de tafelberg zig op houdende complot slaven magtig te worden, welk voorstee den Comp:t niet had durven aanneemen, dog eindelyk nadat door doorleede october gerust gesteld was, die hem Comp:t: niet had durven aanneemen, dog eindelyk, na dat door voerzeede October gerust gesteld was, die hem Compt: zeidele, dat desselfs lijf Heer van Blerk aan den zijne van de zaak zou kennis geven, het houtgeld betaalen, en hem Comp:t tevens een pod briefje vertoond had, gelijk meede eenige voorraad van vleesch, brood, en drank den Compp:t hier in had bewilligd en zijlieden van te
English
had gone together toward the mountain, when, after having searched for a large part of that day from one rock face to the other, some time before sunset they had discovered that gang consisting of seven boys and one girl, lying asleep behind a cliff face. That October, having awakened them by coughing, they immediately jumped up together, every one of them armed with knives and among others one gun, put themselves into a defensive posture, and one of them, named Baatjoe, took the floor and asked the deponent and October what they had come to do there, and that this having been answered by October by saying that they were runaways, and having been asked again whether that was indeed true, as well as since when they had run away, October had replied: since yesterday; whereupon those runaways had told the deponent and the repeatedly mentioned October that they could then stay with them, just as they thereupon shared their food and ate together. That the deponent subsequently stayed with October in the mountain with the said runaways for a few days, during which nothing happened; however, the deponent having been informed by one of them that they had heard at the Cape that he, the deponent, and October were spies, the deponent informed October of this, who then, when he wanted to join the gang again, was seized by the arm by one of them and told, you are not runaways, but spies; that October, in order to remove this suspicion from them, had told them, come with me, then you will see whether we are not runaways, but this having been refused by them, October had taken the deponent with him to the garden of the repeatedly mentioned Van Blerk, and after they had hastily filled a sack with turnips, two shots were fired at them, whereupon they took to their heels and returned to their companions, who were then behind the brick kiln of the ditch of Van Blerk, and received the deponent as well as October kindly and said, now we see that you are runaways; after which they returned together to the mountain again and went into their hiding place; that finally some white people in the morning discovered the dwelling of the runaways and fired several shots at them, whereupon the said runaways, after having warned those who were lying asleep in the cave, scattered, without the deponent having any knowledge of the further circumstances. Declaring nothing further, the deponent gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being ready, if required, to confirm the same further under oath. Below was written: Thus done at the aforementioned secretariat, in the presence of the clerks Jacob van de Waereld and Petrus Dieniel as witnesses, who have signed the original of this document together with the deponent and me, the Assistant Secretary. Lower: which I testify. Was signed: W. S. van Rijneveld, Assistant Secretary. Review of testimony. Appeared before the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government the aforementioned slave Julij, to whom his preceding declaration having been distinctly read out, testified that he persisted in it, desiring that nothing more shall be added or taken away, saying in the presence of the slave Baatjoe of Bugis and the female slave Theresia, that the foregoing is the absolute truth. Appeared before the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, Baatjoe of Bugis, bondman of the burgher Jan George Henning, who to the adjacent interrogatory articles has given such answers as are noted down beside each of them. Articles drawn up and delivered to the gentlemen Commissioners from the Honorable Council of Justice, in order to be heard thereon at the requisition of the Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lijnden, Batjoe of Bugis, bondman of the burgher Johan George Henning, his answers to be given to be properly noted in the margin hereof. Below was written: Thus reviewed at Cabo de Goede Hoop on 29 July 1789, by interpretation of the Officer Hendrik Mathijsen. Was signed: and there described, this mark the deponent made with his own hand. Lower: in my presence. Was signed: W. S. van Rijneveld, Assistant Secretary. In the margin: as Commissioners. Was signed: P. J. van der Riet, Johannes Smuts. Article 1.
Dutch transcription
te zamen bergwaards gegaan wazen, wanneer zijl: een groot gedeelte van dien dag vande eene krans naar de andere gecogt hebbende eenigentyd voor sons ondergang dat Complot uit seven jongens en een meid. bestaande, ontstekt hadden, liggende agter een klipkrans te Slaapen„ Dat October door te hoesten hun wakker gemaakt hebbende, zij lieden te zamen dadelijk opgesprongen, een ijder van hun gewapend, met Hessen en onder anderen een geweer zig in eene verdedigende houding gesteld, en een van hun, in naame Baat joe het woord opgevat, mitsgaders den Compt: en October gevraagd had, wat zij Lieden daar quamen doen en dat zulks door october beantwoord zijnde met te zeggen, dat zij drossers waren, en weder gevraagd geworden zijnde of zulks wel waar was, mitsgaders zederd warnee zijl gedroot waren, had october gerepliceerd: zederd gisteren, waar op die drossers den Comp:t en meermelde October gezegd hadden, als dan bij hun te kunnen blijken, gelyk zijl: daar op hunne kost gedeelt en te zamen gegeeten hadden. dat den Compt: zig met October vervolgens in de berg met gemelde drossers eenige dagen hadden opgehouden, wanneer niets voorgevallen was, edoch den Compt: door een hunner verstendigd zijnde geworden, dat zij aan de Caab gehoord hadden, dat hy Compt: en October pionnen waren, hadden Compt: October hier van konnis gegeeven, die den ook toen hy zig weder by het Complot wilde ver„ voegen, door een hunner by den Arm gegreepen, en gezegd was geworden, gy bent geen drossers, maar spionnen, dat October, om hun dit vermoeden te beneemen, hun gezegd had, kom met mij, dan zalje zien, of ons geen drossers is, maar dit door hun geweegerd zijnde, had October den Compt meede naar de tuijn van meerm: van Blerk genomen, en na dat zij in haast een zak met roopen geveld hadden, zo waren twee schooten op hun gedaan, Wanneer zij het op een lopen gezet, en na hunne makkers geretourneerd waren, die toenagter de Steenoven van de Sloot van van Blerk, zig bevonden, en den Comp:t zo wel als october, vriendelyk ontfangen mitsgaders gezeyd hadden, nu zien wij, dat jij Arossers is, waar na zijl: te zamen weder naar de berg gekeerd, en zig in hunne Schuilplaats begeeren hadden, dat eindelik eenige planke menschen inden morgen stond het verblyf der drossers ontdekt en op dezelve verscheide schooten gedaan hadden, toen in gemelde gemelde drossers na de geenen, die in biet hol lagen te slapen gewaarschouwd te hebben, uit elkanderen liepen, zonder dat den Comp„t Aan de verdere omstandigheden eenige kewiestbreid draagd: Niets meer verklarende, geeft de Compt: Voor redenen van wetenschap, als in den text, berlid zijnde het zelve, des gerequireerd wordende, met seede nader gestand te doen. //onder stond:/ Dat aldus passeerde ter secretarije voorm: praesent de Clercquen Jacob van de Waereld en Petrus Dieniel als getuigen, die de minute dezer beneevens de Comp:t en de my Adjunet secretaris meede hebben onderteekend. /: /lager / 't welk ik getuigen /:was getekend:/ W J: Krijneveld Ads:t Secaets Recollement. Compareerde voor de ondergeteekende Gecommitt„s, uit den E: Achtb:r Reede van Justitie dezes Gouvernements voorm: Staaf Julij, dewelke zijne vorenstaande verklaaring dindelijk voorgeleezen zijnde, betuigde daar bij te blijven persisteeren, met begeerte, dat e niets meer bij of afgedaan worden zal, zeggende in 't bijwezen van de slaaren Bakt, F ebruarij Compareerde voor de Onder get: gecommitt: Uit den E: Achtb: Raad van Iustitie dezer Gouver„ nements Paatjte ten Boegier, byteigen van den burger Jan George Henning, dewelke op de nerens staande Vraag„ Articulen, zodanige ant„ woorden gegeeven heeft als bezijden een ijser derzelver staad aangetekend. Articulen gedaan maken en aan Heeren Gecommitteerden „uijt den E: Achtb: Rade van Iustitie overgegeeven, omme ter requisitie van den independent Fiscaal Johan Nicolaas Steven van Lijnden daar op gehoord te worden, Batjoe van Boegies, lijfeigen van den burger Johan George Henning, 'S Heere Ger„ zullende desselfs te geevene responsiven in margine deezer behoorlijk genoteerd worde. de beider slaaven Baatjoe van Boegies ende slaarin Theresia, dat het vorenstaande de zuivere waarheid is. /:onderstond:/ Aldus gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop den 29 Julij 1789. bij vertolking van den Schout Hendrik Mathijsen. /:was getekend) ne en daar omschreeven, dit merk heeft den dep=t eigenhandig gesteld. /:lager) my praesent /: was getekend:/ Ws V Rijnekeld. Adj:t Secret.:s /:in margine:/ als gecomm:t /: was geteekend:/ P: J: Ve Riet. Joh:s Smuts. Art: 1. de
English
Article 1. The prisoner's name, birthplace, age, and whose serf he is. Answers Batjoe the Bugis, slave of the Burgher Jan George Henning, aged by estimation 30 years. How long the witness has been in the service of the said owner, and what his ordinary work was there. Answers not to have been a month with his master, having during that short time chopped firewood. 3. Whether the witness has not since that time deserted on several occasions. Answers yes, two times. How long the prisoner was absent the first time, and whether he did not stay with the same gang. Answers two and a half months, and that he then stayed with the slaves Jaeje with his wife, Matthijs, and Pedro, the slave Februarij of the cook Denner having joined them later. Of what persons the same then consisted. Answers as before. Whether these persons were not also present when the witness was captured with February by some slaves of the Honorable Company, against whom he defended himself with injury to one; who these were and where they ended up. Answers that when he with Februarij was captured by the Company's slaves, he defended himself with an axe and Februarij with a knife, the other people having then run away. Article 7. Whether the prisoner, having been punished for that and placed in irons for a year, did not immediately run away again from Hugo and desert anew. Answers yes. 8. Whether he did not previously agree to do so with Februarij, and where they came together, and how he got out of the irons. Answers not to have made an agreement beforehand, but having gone from the house, to have met Pedro and Mattijs behind the garden of Breda, with whom the witness went to the Table Mountain, Pedro and Mattijs having knocked the irons off the prisoner's legs with an axe. Whether the witness since that time has always been with the gang, or whether not. Answers that because the witness's buttocks still hurt continuously from the received blows, he therefore could not come down with the people for a long time; the prisoner however went below after that date with some other boys, and then, while October and Julij had gone to the garden of van Blerk to steal vegetables, remained sitting there by the brick kilns, at which time aforesaid October and July were also shot at. Article 10. Where and with whom the witness stayed. Answers as before. 11. Whether the witness did not on several occasions steal and help steal sheep, vegetables, and fruit; where and with whom. Answers no, but did eat of what was stolen. 12. Whether the witness did not break in at various places and steal money and other goods. Answers no. 13. Whether the prisoner did not at his former mistress, the Widow Brand, take away the flintlock, and at his master Henning, break open the desk of his servant and take the money out of it. Answers no, but that Pedro, having done masonry work there, had knowledge of the house of Mrs. Brand; while Pedro told him that when he had gone out on an occasion to steal chickens, he found the gun standing there and took it with him, without however having told the prisoner the place where this happened. Article 14. Whether he was not also provided with a kris, and what weapons the others carried with them. Answers that Pedro had a gun and a knife, and he with the other people were provided with knives, Matthijs, who had three knives, having given one of them to the prisoner, while Jaeje was provided with a bayonet. 15. Whether they did not have and carry such expressly on them in order to resist and defend themselves on all occasions. Answers no, and that when the white people came to the cave he threw the knife away. 16. Whether the witness did not also have and use the flintlock, and on what occasion. Answers no, but to have cleaned the gun at times by order of Pedro. Article 17. Whether he from time to time came down and stayed overnight at the Cape.
Dutch transcription
zegd Batjoe den Boegies, Slaaf van den Burger Jan George Henning, oud na gotding 30 jaaren zegd geen maand bij zijn tid aldaar bast sijn geduurende dien korten lijf Heer te zijn geweest gekapt te hebben. Legd ja. t twee reisen. zegd, twee en een halve maand en zig toen bij de slaaven Jaeje met zijn vrouw, Matthijs en Pedre te hebben op„ gehouden, zijnde de Sloaf Febbruarij van den kok Denner naderhand daar bij gekomen Zegd als Vooren zegt dat toen hij gete: met Uijt wat persoon 't zelve toen bestaan heeft of van deze persoonen niet ook hoe lang hij gev„e d'eerste reijse is absent geweest, en of bij niet zig bij 't zelve amplot heeft opgehouden. 3. of hij get: zederd dien tyd niet tot verscheidene maalen negen opgedrood is. zijn lijf Heer in dienst is, en wat aldaar zijn ordinaire werk is geweest. hoe lang hij get:e bij gem: Art:1. des gev:s naam, geboorte plaats, Ouderdom en wiens lijfeigen hij is. zegt fo. Legt daar toe te voren geen afspraak te hebben genomen, maar van huijs gegaan zijnde agter de tuijn van Breela Pedro en Mattijs ontmoet te hebben, met wien zij gets: naar de tafel berg is gegaan, hebbende pedro en Mattijs de Isers van zijn gev: beenen met een bijl afgeslagen of hij get: zederd dien tyd altoos e zegt dat dewijl des get: van bij de troep is geweest van niet billen nog geduurig of hij zulks te doen niet van te doren reeds met februarij heeft afgesproken, en waar zij te zamen zijn gekoomen, en hoedanig uit dysers geraakt. 8. Artt 7. of hij gev: daarop afgestrafd en voor een jaar in d' Yders geslagen zijnde, niet directelyk van Hugo wederom weggegaan en de novo gedrood is. ook praesent geweest zijn, toen hij get: met february van eenige slaven der E: Comp:e gevangen is geworden tegens die hij met quet„ zing van een geweerd heeft, wie deeze geweest en waar beland zijn met febiruarij door 's. Comp:s slaaven is gevangen genomen, hij gen:e zig met een bijl en febr: met een mes hebben verweerd, zijnde het ander volk toen wee„ gelopen. 8 8 1 van Aan het gestoolene meede gegeeten te Legd neen, maar wel hebben. zegd neen. ontfangene slagen zeer gedaan, hij get:t dus met het volk een tijd lang niet heeft kunnen naar beneeden komen, zijnde hij gev:e egter na dato met nog ies andere Jorgens naar onderen gegaan, en toen, middelerwijl dat October en Julij zieh naar den tuijn van van Blerk hadden begeeven, om groente te steelen, aldaar by de steene over blijven sitten, op welke tyd nog op Voorsz: Octobe en July is geschooten geworden. van de alhier, in den tronk zegt als voren. 12. of hij get: niet aan verscheidene plaatsen heeft ingebrooken, en gelden andere goederen ge¬ stoolen. 13. of hij gev: niet bij zijn gewerene hyfvrouw zegd neemn, maar dat Pedro of hij gev:e niet tot meerdere reijden, schaapen, groentens en vrugten heeft gestaalen en helpen steelen, waaren met wien: Artl: 40. waar en bij wien hij gete zig heeft opgehouden. zegd, dat Sedro een geweeren mes heeft gehad, en hij ger: met het Ander Volk van Messen zijn voorzien geweest, hebbende Matthijs, die drie messen gehad heeft, hem gev:t daar van een afgegeeven, terwijl Joepe van een bajonet is voorzien geweest. 15 of zijl: zulks niet expresselijk zegd neem, en dat hij ger gehad en bij zig gedragen hebbe, toen de planke menschen om zig bij alle gelegenheeden bij het gat zijn gekomen te weeren en te verdeedig en. 't met heeft weg gegroijt 10 of hij get: niet ook den snaphaan zegdheen, maar het geweerwel heeft gehad en gebruikt en by wat omtijts op ordre van Pedtro gelegenheid. te hebben schoongemaakt. Artt 14. of hy get: niet ook met een kris, voorzien geweest, en wat d'andere voor geweeren hebben bij zig gehad. Lijfvrouw de Weduwe Brand de Snaphaan heeft weggenomen, en bij zijn baas Henning, de lessenaar van desselfs krecht opengebroken, en 't geld daar uyt genomen. in het huis van Juffw Brand, als daar gemet zeld hebbende, kennis gehad heeft; terwijl Pedroaan hem get:t heeft verhaald, dat hij bij gelegenheid om hoenders te steelen, was uijtgegaan, het geweer had vinden staan, en meede genomen zonder hem gev: egter de plaats, waar zulks geschied is, te hebben meede gedeeld. van tijd tot tijd afgekomen en wel aan de Caab over nagt gebleeken. Anti 47 11. 1 in
English
Articles drawn up and delivered to the Commissioners from the Honorable Court of Justice, in order, at the requisition of the Independent Fiscal J:N: S: Van Lijnden, to interrogate thereon Februarij of Macassar, bondsman of the battalion cook Tenner, with the responses to be given by him duly noted in the margin hereof. Appeared before the undersigned Commissioners from the Honorable Court of Justice of this Government, Februarij of Macassar, bondsman of the battalion cook Tenner, who gave such answers to the adjacent question articles as are recorded beside each of them. Article 1. The prisoner's name, birthplace, age, and whose bondsman he is. Answers: Februarij of Macassar, slave of the cook Denner, aged by estimate 23 years. Article 2. How long the prisoner has already been under his aforementioned master, and what his ordinary duties were. Answers: says he has been one year with his aforementioned master and has always either worked in the galley or gathered firewood. Article 3. Whether the prisoner has not run away and been caught on several occasions. Answers: says two times. Article 4. Whether the prisoner was not brought in and punished as such about two months ago. Answers: says yes. Article 5. How long the prisoner was absent at that time, and whether he was already then with the plot with whom he has now been captured again. Answers: says to have been absent eight weeks at that time, and to have stayed then with three boys of the plot, namely Pedro, Baatjoe, together with a Madagascar slave, and the last-mentioned. Article 6. Of what persons the plot consisted at that time. Answers: says as before. Article 7. Whether these were not all together when the prisoner was pursued and captured by the Honorable Company's boys. Answers: says yes, but that he, the prisoner, and the slave Baatjoe alone were seized, while the other boys ran away. Article 17. Whether they have not also attacked, wounded, or killed people. Answers: says no. Article 18. Whether they have not agreed among themselves to resist in all cases and under no circumstances surrender. Answers: says as before. Article 19. Who was the first or the leader of the plot. Answers: says Pedro. Article 20. Where they obtained the kettle and other tools from. Answers: says to have had two kettles with them, which they found in the forest, while the prisoner does not know where the other goods were obtained. Article 21. Whether other boys did not also join them from time to time who went away again. Answers: says that his friend was with the plot for a month and afterwards went away again, because the other people, since his friend would not fetch firewood or do anything else, chased him away. Article 22. Whether the prisoner does not know anything else about his companions other than what has been done or carried out by the aforementioned boys. Answers: says no. Thus interrogated and answered at the Cape of Good Hope, the 18th of July 1789, through the translation of the Schout Hendrik Matthijsen, before the gentlemen Carel Mappa and Gerrit Hendrik Meijer, commissioners from the Honorable Court of Justice of this Government, who, together with the prisoner, the interpreter, and me, the Adjunct Secretary, have duly signed the original hereof. Lower down: Which I witness. Was signed: W A Rijneveld, Adjunct Secretary. And there written around: this mark was made by the prisoner's own hand. And underneath for the interpretation: Was signed: Hendrik Matthijssen. Lower down: In my presence. Was signed: W H Sippere. In the margin: As commissioner, was signed: A H H: D Kiet, Johannes Smuts. Re-examination. Appeared before the undersigned Commissioners from the Honorable Court of Justice of this Government, the aforementioned slave Baatjoe of Bugis, who, having his foregoing responses clearly and distinctly read aloud to him, declared that he persisted by them, desiring that nothing more be added or taken away. Underneath stood: Thus re-examined at the Cape of Good Hope, the 29th of July 1789. Was signed:
Dutch transcription
zegd neen. zegd als voren. Zegd Pedro. zegd twee keetels bij zig Art: 17. of zijl: niet meede menschen hebben aangevallen gewond ofte gedood. 18. of zijl: niet onder zig afgesproken hebben, zig in alle gevallen te zullen verweeren en op geenderleij wyze gevangen te geeven. Wie de Eerste ofte aanhoerder van 't complot is geweest. 20. Waar zijl: den ketel en overige gereedschappen van daan hebben gekreegen. 21. of niet van tijd tot hied nog andere zeid, dat sbrient een maand Jongens bij hun zyn gekomen, bij 't Complot is geweest die wederom weggegaan zijn. en daar na neder weg. gegaan, omdat Het ander volk, dewijl hy z' vrient geen kort wilde haalen, of iets anders doen, hem heeft weggezaagd. 22. of hij gev:e: niet mog niets zegd neen. anders hebben, terwijl hij gev:t niet weet, Naor het andere goed is opgedaan. te hebben gehad, welke zi in het bosch gevonden Recollement. Compareerde door de onderget: Gecommitteerde uit den E: Achtb: Rade van Justitie deezes Gouvernements voorn: slaaf Bat,joe van Boegies, dewelke zijne vorenstaande responsiven klaaren duidelijk voorgeleezen zijnde, verklaarde daar bij te blijven persisteeren, met begeerten dat er niets meer bij of afgedaan worden zal. „ /:onder stond:/ Aldus Gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop den 29. Iulij 1789. /:was gestekend:/ anders weet van zijne maats dan wel door voorm: Jongens gedaan ofte uijtgevoerd te zijn. /:onder stond:/ Aldus Gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede Hoop, den 18 Julij 1789. bij vertolking van den Schout Hendrik Matthijsen voor de Heeren Carel Mappa en Gerrit Hendrik Meijer gecomm: uit den E: Achtb: Raad van Iustitie dezes Gouvernements, die de minute dezes beneevens den Gev:e den tolk, ende mij Adj:t secretaris meede behoorlijk hebben ondertekend. /:lager:) t welk ik getuige. /:was getekend:/ W A Rijneveld AdJ: Seerets /:en:/ 23 Jaaren. zegt een jaar bij zijn voorsz: en daaromschreeven, dit merk is eigenhandig door den gev:e gesteld. en daar onders voor de Vertolking. /:was getekend:/ Hend:k Matthijssen. /:lager:/ mij praesent. /:was getekend:/ W H Sippere d A„ aa /:in margine:/ als gecomm:t /:was geteekend:) AH H: D Kiet. Ioh:s Smuts. Compareerde voor de Onder get: gecommitt s Uit den E: Achtb: Rade van Justitie dezes Gou: „vernements Februarij van Macassar Lyff„ eigens van den Battaellons Rok. . . Tenner, dewelke op de nevens staende vraag Articulier zodanige Antwoorden gegeeven heeft, als bezijden een ieder derzelven staan aangeteekend. — zegd Februarij van Ma„ cassor Staef van de kok, Denner, oudnagissing Aat:b des gev:e naam, geboorte plaats Ouderdom en Wienslijf eigen hij is. zegt ja, dog dat hij get: en den slaaf Baatjae alleen zijn gevat, terwijl de andere jongens zijn neg„ „geloopen. zegt als voren. zig toen bij drie jongens Van het Complot, in naame Pedro Baatjoe, genevens een Madagascarse slaaf ende den laatstgem: opgehouden te hebben. 5. uit wat persoonen 't complot in dien tijd bestaan heeft te zijn uitgebleeven, en zegt op dien tijd agt weeken zegt ja. zegt twee reijsen. baas gewoord en altoos of in de Combuis gewerkt of bosjes gehaald te hebben. of hij gev: niet tot meerdere reijsen weg gelopen en opgedroad is. of hij Gesr:e niet voor omtrend twee maanden zodanig ingebragt en gestrafd is geworden: hoelang hij gev: toen absent is geweest, en of hy zig toen reeds bij 't complot heeft bevonden, met welke hij nu weder is gevangen geworden. 6 off deeze niet alle te zamen zijn geweest, toen hij gev:e door d. E. Comp=e jongens is vervolgd en gevangen genomen geworden. Artt. &. hoe lang hij gev:e reeds onder gem: zijn lijf Heer staat, en wat desselfs ordinaire verrigtinge is geweest. Articulen gedaan maken en aan Heeren Gecommitteerdens uit den E: Achtb: Rade van Iustitie overgegeeven, omme, ter requisitie van den independent Fiscaal J:N: S: Van Lijnden door op gehoord te worden, Februarij van Macassar, Lijfeigen van den Battaillions kok. . . . - enner 's Heeren Get: zullende desselfs te gevene responsiven in margine dezer behoorlijk genoteerd worden. Art: 2. Art: 7. 3. 3. st.