Inventory 4345
Cape · 525 pages · 128 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
90. Specification of the reasons why we ordered the Master of the Equippage to report exactly to the Head of the Militia upon the arrival of each ship. A mark of ownership to be placed on Dassen and Vondeling Islands. [illegible] in order to sustain the credit of the merchants here, and to prevent our physical necessities from rising to an intolerable expense through the decline thereof, also to augment in part the set amount of the annual assignments. In order to comply with Your Right Honourable Worships' desire to learn the reasons why we ordered the Master of the Equippage to also have a written report delivered to the Head of the Militia upon the arrival of ships, we shall have the honour to report that this appeared very necessary to us, since circumstances may occur upon the arrival of ships, especially in critical times, of which the person commanding the garrison ought to be informed immediately. Your Right Honourable Worships furthermore being pleased to suggest for our consideration whether it would not be expedient 91. Respectful reply regarding the rank and salary given to the wine racker Schrader. to place some mark of possession as property on the Dassen and Vondeling Islands, without actually establishing a post on them, whereby the Company might preserve for itself the benefit which it has hitherto drawn undisturbed from those islands annually, we shall not fail dutifully to comply with this desire of Your Right Honourable Worships. With regard to the rank and salary given to the wine racker Schrader, we shall have the honour to reply in all submissiveness that, however fully convinced we remain that granting ranks, no less than making new appointments, is not within our competence, and that we are indispensably obligated to make the proposal to Your Right Honourable Worships, nevertheless in this singular case this order could not be followed if we wished to preserve for the Company a man who in his profession is of inestimable utility to it; for since 92. Having seen with regret that Your Right Honourable Worships labour under the impression that we did not exercise all possible vigilance to secure the person of the first-mentioned clerk. this person was enticed to leave this colony by an advantageous partnership offered to him in a wine business in Amsterdam, and thus to deprive the Honourable Company of his eminently good services, there was no time to make any proposals in this regard, but nothing remained other than to encourage him to continue in this his service by means of a seemingly fine, yet in itself meaningless rank, which was thought to have turned out very fortunately for the Honourable Company; and for this reason we also trust that Your Right Honourable Worships will be pleased to view this our action with a more favourable eye. It has pained us no less to have to see that Your Right Honourable Worships labour under an impression that we did not employ all possible vigilance regarding the first-sworn clerk Horak to secure his person; and for our respectful justification 93. To remark the adjacent with all respect. And flatter ourselves that the Honourable Company regarding the estate of the said Horak and Möllerström will be indemnified. in this, we take the liberty to have Your Right Honourable Worships remark that in so delicate a matter as this was, we could not proceed otherwise than with the greatest possible circumspection, and moreover had to investigate whether the suspicion we had conceived against him, Horak, was indeed well-founded before we proceeded to violent measures with him, on account of the numerous families to which he was connected here in the country; but that he, convinced in his own mind of his guilt, managed to absent himself and thereby personally fully confirmed the suspicion that weighed upon him; that thereupon the Fiscal Office was also immediately active and made all possible searches for him, all of which, however, turned out fruitless, since he managed to find means to present himself before the eyes of Your Right Honourable Worships. Being able furthermore, regarding this, to report to Your Right Honourable Worships 94. Your Right Honourable Worships not having been pleased to approve the measure taken by us regarding the vendue masters for the time being, we have brought the matter back to the old footing. that we have reason to flatter ourselves that the Honourable Company, through the measures employed regarding the estates of the aforementioned Horak and the accomplice Möllerström, will be completely indemnified. The measure taken by us to release the vendue masters for the time being, upon retirement or decease, from the outstanding vendue moneys, from which however would be excepted those which could no longer be obtained from the debtor whether through death, departure, or notorious insolvency, and to leave the aforementioned outstanding debts for the account of the incoming vendue master, while enjoying the half salary standing for that purpose, not having been able to carry Your Right Honourable Worships' approval, we have, in accordance with Your Right Honourable Worships' highly esteemed order, given the necessary notification thereof to the currently retired and newly arrived vendue master, in order that this
Dutch transcription
90. waarom wij den Equipagem: hebbengelast bij de aankomst de Militie exactelijk rap„ „port te doen zullende ingevolge Hoogst„ Dassen en vondeling hilang een merk tot bewijs van zakelykheid, om, ten einde het Credit van de Negotianten al¬ een hier te sontineeren, en door het verval van het zelve; onse Zicha „melyke nooddruft niet tot eene ondraagelyke duurte te doen stygen, het bepaald montant der Jaarlyksche assignatiën ook voor een gedeelte te aug¬ menteeren. Ten einde te voldoen aan Uwel Opgaaf der reedenen Edele Hoog Acht= begeerte; van ieder schip aan 't Hooromme te verneemen de redenen waar om wij de Equipage meester gelast hebben, om by aankomst van Scheepen, daar van meede Schriftelyk rapport aan het Hoofd der Militie te doen overbrengen; zullen wy de Eere hebben, te melden, dat zulx aan ons zeer noodzake„ „lyk is voorgekomen, vermits er omstandigheeden, vooral in Criticque tyden, by arrivement van scheepen kunnen plaatsheb ben, waar van de geene, die het Guarnisoen Commandeert; en mid delyk behoort geinformeert te weesen. Uwe WelEdele Hoog Achtb. derzelver begeerte op de alvoorts ons in bedenking ge„ Eijgendom worden gesteld lievende te geeven, of het niet van dienstig 91. Eerbiedige rescriptie om„ aan den wijnverlaate Schaade dienstig zoude zyn, op de dassen en vondeling Eilanden eenig merk van beurgt tot eigendom te stellen, zonder juist een post op deselve aanteleggen, waar door de Comp aan zich zoude kunnen bewaar¬n het nut, dat deselve tot nog toe ongestoort, van die Eilanden Jaar lyks heeft getrokken; zullen wy niet in gebreeken blyven, aan deese Uwel Edele Hoog Achtb begeerte pligtschuldig te voldoen. Met opzichte tot den gegee„ „trend degegeevene rang en vang aan den wijnverlater Schrader, zullen wy de Eer heb„ ben, in alle onderdanigheid te rescribeeren, dat hoe zeer wy ook ten vollen overtuigd hou den, dat het accordeeren van vangen, zo min als het doen van nieuwe aanstellingen niet is van onse Competentie, en dat wij daar toe indispensabel ver¬ „pligt zyn, de voordragt aan uwelEdele Hoog-Achtb le doen, echter in dit Singulier geval deese ordre niet heeft kunnen worden agtervolgt, wilde wy de Maatschappye een man, die in zyn metier van een on„ betaalbaar nut voor deselve is, Conserveeren, want daar resenbeeren deese 92 met leedweesen gezien hebbende, dat uwel Ed: Hoog achtb., in't denk„ „beeld verseeken, als off men alle mogelijke vigi„ „lantie niet hebben betragd om ons van den persoon van den Eerstgem: Cleng te verseekeren deese Persoon, door eene voordee„ lige associatie, die hem in een wyn Negotie te Amsterdam wierd aangebooden, aangelokt wierd, om deese Colonie te ver„ laaten, en dus de E: Compe. van zyne uitnemende goede diensten te priveeren, was 'er geen tijd hier omtrent eenige voordrag „niets ten te doen, maar schoot er ^ an„ ders over, als hem door een fradij„ „schynende, edog op zig zelve niets beduidenden rang. te ari meeren, om in deesen zynen dienst te Continueeren, het welk men meende, zeer geluk kig voor de E: Compte te zyn uitgevallen, en hier om vertrou wen wy ook, dat UwelEdele Hoog-Achtb deese onse ver„ richting met een gunstiger oog zullen gelieven te beschouwen Het heeft ons niet minder „ in gesmert, te moeten zien, dat UwelEdele Hoog-Achtb in een denkbeeld verseeren, als of men omtrent den eerstgeswaren Clercq Horak, niet alle mo„ gelyke vigilantie hadden in 't werk gesteld, om zig van zyn persoon te verzeekeren en zullen wy tot eerbiedige kig Justificatie 93 het nevensgem: in allen Eerbied te remarqueeren En flatteeren ons dat de EComp:e omtrend de Boedel van get Aorak en Mollerström steld. Justificatie in deese de eere heb„ ben, uwelEdele Hoog Achtb zo neemen wij de vrijheid te doen remarqueeren dat wy in eene, zo delicate, zaak, als deese was, niet, dan met de meest mogelyke omsigtigheid konden te werk gaan, en bevo¬ vens moeten ondersoeken, of de suspicie die wy tegens hem Horak hadden opgevat, wel gefundeert waare, eer wy tot vrolente maatregulen met hem overgingen, hiet hoofde van de me„ „nigvuldige familien; waar aan hij hier te lande verbonden was. — dan dat hij bij zig zelven overtuigd van zyne schuld zich heeft weeten te absenteeren en daar door zelve de Suspicie die hem drukte, volkomen heeft bevestigd; dat daar op het officie Fiscaal ook terstond werkzaam is geweest, en alle mogelyke recherges na hem heeft gedaan, dewelke egter alle vrugteloos zyn afgeloopen, als zo hy middel heeft weeten te vinden, om zich onder het oog van uwelEdele Hoog Achtb te vertoonen. kunnende wy wyders, ten dee schadloos zal wordingen sen belangen UwelEdele Hoog overtuigd Achtb 94 UwelEdele Hoog Actb onze genomene disponitie Omtrend de vendumees „teren in der tijd niet hebbende gelievente approbeeren hebben wij de zaak me„ derom gebragt op den Ouden voet. - Achtb melden, dat wy reeden hebben, ons te mogen flasseeren dat de E: Compten. door de te werk gestelde maatregulen, omtrent de boedels van voorsch Horak, en den medepligtigen Möllerstroom, volkomen Scha, deloos zal worden gesteld. De dispositie by ons geno„ men, om de vendremeesters in der tyd by afgaan of versterv te libereeren van de nog uit„ staande vendupenningen, waar van echter uitgesondert zou den zyn die geene, welke het zy door overlyden, vertrek, of no toire insolventie, van den Deti„ teur niet meer te erlangen zou den zyn, en de voorsch: uit„ staande Schulden onder genot van het half Salaris, daar toe staande, te laten voor reen„ kening van den aankomenden vendumeester, UwelEdele Hoog Achtb goedkeuring niet hebben de mogen wegdragen, hebben wy ingevolge de zeer geëerde last„ van uwelEdele Hoog-Achtb den thans afgegaanen, en nieuw ## aangekomenen ven¬ du meester, daar van de nodige aanzegging gedaan, ten einde toire deese
English
referring to the representation of the pay accountant accompanying this, regarding the departure of a ship's chief surgeon, we have the honor, with respect to the first delivered cargo of timber, to represent to restore this matter once again to its former footing. Since Your Right Honorable Lordships further please to demonstrate your greatest displeasure that a ship has departed from here from Plettenberg Bay without a chief surgeon, whereas on some ships two of those officials were present; we have in this regard demanded a report from the pay accountant of this government, who complied therewith by the aforementioned representation which accompanies this, and to which we shall once again respectfully refer. With relation to the first delivered cargo of timber from Plettenberg Bay, Your Right Honorable Lordships please to reflect that among that cargo there were so many small pieces of wood that Your Right Honorable Lordships believe you must doubt whether this can indeed be considered a full cargo, as moreover the largest part of that wood was only suitable for the making of wagons, and among the same were few beams and planks, of which even the length and thickness were not stated; we shall have the honor provisionally to bring to the knowledge of Your Right Honorable Lordships that the wood from the forests in Plettenberg Bay is felled, delivered, and contracted, as it were, and thereafter paid pro rata according to the greater or lesser labor for the dressing of the same, in accordance with a requisition previously drawn up here at the table; that these requisitions are made for such sorts of wood as we believed to be required either for the Company's business here or for building timber for the use of the inhabitants; that among the wagonmaker's wood is also included, as far as possible, the necessary wood for making carriages for cannon, howitzers, and mortar beds, etc. But, in order to inform Your Right Honorable Lordships more circumstantially in this regard, we have extracted this part of Your Right Honorable Lordships' esteemed dispatch and placed it into the hands of the commissioners over the said Plettenberg Bay in order to serve as a report thereon, which report we shall not fail to present to Your Right Honorable Lordships at the first opportunity. demanded from the commissioners of those bays, who assisted in saving the cargo of the ship Maria, to account for themselves in that regard. We have also for the same purpose delivered to the said commissioners, who found themselves present in the aforementioned Plettenberg Bay at the time of the unfortunate stranding of the Ceylon return ship the Maria, an extract of the following article occurring in these very esteemed letters, wherein Your Right Honorable Lordships please to demand the accounting of the just mentioned commissioners as to how it occurred that, although a considerable portion of linens and cotton yarns could be salvaged from the cargo of that vessel, nonetheless no more than 10 bales of cinnamon were saved from the same. And we have furthermore decided, pursuant to the orders of the High Indian Government reiterated in this esteemed dispatch, to now proceed with a commission of burghers and farmers of this colony, for providing for the distress in which we have found ourselves, as well as for conducting a precise investigation into the cause of the collection of wheat having decreased so greatly for some years, and stating the means for the revival of that substantial article, while with respect to the complaints which the said High Indian Government pleases to make about the non-fulfillment of Your Right Honorable Lordships' demands for that product, we hope to be able to justify ourselves in that regard by the absolute inability in which we have been situated here thus far to dutifully comply therewith, and by the means of constraint to which we have had to take recourse here in order to enable us to do so; and of which we have respectfully rendered an account to Your Right Honorable Lordships as well as to the High Government; wherefore we shall take the liberty to refer thereto, and heartily wish that this means, as well as the aforementioned commission to be appointed, may serve to be able to provide the Indian capital with the necessary grain, toward which our efforts shall be active at all times. To the reflections which Your Right Honorable Lordships please to make on the long time and enormous costs that are spent on the construction of the hospital, we shall have the honor to answer in all subservience: that we must proceed herein according to the costly plan that was approved in this regard by Your Right Honorable Lordships in earlier times; that building in this country is certainly inconceivably costly; and that we have not been able to make as much haste therewith as
Dutch transcription
95: „rende, aan Tet deesen verzellend vertoog, van den soldij Boekhouder omtrend het vertrek van een scheeps oppemeeste hebben wij de her met be„ „trekking tot de eerste aan „gebragte Lading hout als berijden te represenen „teeren deese zaak wederom te brengen op den ouden voet. Daar uwelEdele Hoog Acht Ons eerbiedig refereen wijders Hoogst dersesselver onge„ noegen gelieven te betoonen, dat d uit de pletenbergs baaij een schip van hier is vertrok. ken, zonder oppermeester, ter„ wyber op zommige Scheepen twee van die bediendens zich hebben bevonden; zo hebben wy¬ hieromtrent, berecht afgevor„ dert van den Soldy boekhouder deeses Gouvernements, die daar aan heeft voldaan, bij het meer meld vertoog, het welk deese vergeseld, en waar aan wy ons nogmaals eerbiedig zullen refereeren. Met relatie tot de eerste aan en gebragte lading hout uit de Plettenbergs baay, gelieven uwelEdele Hoog Achtb te re„ flecteeren, dat onder die la„ ding zo veel kleine stukken hout zyn geweest, dat Uwel„ Edele Hoog Achtb meenen te moeten twyffelen, of dit wel„ een volkomen lading kan gerekend worden, daar boven dien het grootste gedeelte van dat hout alleen geschikk was, tot het maaken van nogmaals waagens 2 96. waagens, en onder het zelve weinig balken en planken waaren waar van zelvs de lengte en dikte niet waaren opgegeeven; zulx len wij de Eere hebben, pro„ visioneel ter kennisse van UwelEdele Hoog-Achtb te bren„ „gen, dat het hout uit de bos„ schen in de Pletterbergs baay na eene te vooren hier ter tafel gemaakte petitie gekopt, afge leevert, en pro rato na den meerderen of minderen arbeid tot het beslaan derselve, als 't waare aanbesteld, en daar na betaald word, dat deese petitie zyn gemaakt van zodanige zoorten van hout, als wy ver„ meend hebben, of voor 's Comps ia ommeslag alhier, of voor timmer hout, tot gebruik der Ingeze„ tenen benodigt te zyn, - dat onder het wagenmakers hout meede begreepen is, zo veel mogelyk het nodige hout, tot het maaken van affuiten voor Canon, Hauwitsers, en Mortier=Stoelen &c. dan, om UwelEdele Hoog- Achtb: ten deesen reguarde omstandiger te informeeren, zo hebben wy, van dit gedeelte uwer WelEden petitien le 93 „vordert van Eenge„ committeerdens van die kraijen meergem: geeerde Missien afgegeeven aan de gecom„ sauveeren der Lading van het Schip de Maria hebben geadsisteerd om zig deswegens te ver„ aenhooden le Hoog. Achtb Messive, extract en daarvan berigtgen gesteld in handen van de gecom mitteerdens over gez: Plettenbergs Baay, omme deswegens te dienen van bericht, welk bericht wij niet zullen nalaaten Uwel„ Edele Hoog-Achtb, by eerste ge„ legendheid aan te bieden. Wy hebben ook ten zelven Einde mitsgaders Extract van aan ged: gecommitteerdens, als mitteerdens bij het zich ten tyde van het ongeluk kig Stranden van het Ceilons. retourschip de Maria, in voorn Plettenbergs baar aldaar be„ vonden hebbende, afgegeeven extract van het volgend Artica by deese zeer geëerde letteren voorkomende, alwaar uwel Edele Hoog-Achtb de verant, in woording van even gemelde gecommitteerdens gelieven het te vorderen, waar zy by toe is gekomen, dat, niettegen„ staande van de Lading dier Bodem, een aanzienlyk ge„ deelte Lywaten en Cattoene gaaren heeft kunnen geboren gen worden; er nogtans niet meer dan 10 baalen Caneel uit het zelve zyn gered geworden. En hebben wy wyders besloten Apticul ingevolge 98: „volge de Beveelen der Hooge Indiksche gem: Commissie te be„ werksteleigen vertrouwen wij tevens ons op de klagten der gemelde Hooge Regeering gedaan, hunne Eijsschen van taruw te hebben verantwoord beslooten hebbende ingen ingevolge de by deese geeerbie regeering de nevens digde Missive nader geinha¬ „reerde beveelen van de Hoge Indiasche Regeering, als nu te doen voortgang neemen, eene Commissie van Burgers en Boeren deeser Colonie, tot door„ „ziening in den nood, waar in wi ons hebben bevonden, zo wel als tot het doen van een naauwkeurig ondersoek der oor„ zaake, van de, zeedert eenige Jaaren zo zeer verminderden insaam van Tarwe, en het op geeven der middelen tot weder opbeuring van dat aansienlyk articul, terwyle wy met op„ zichte tot de klagten, die wel„ opgemelde Hooge Indiase Re„ geering gelievt te doen, over het niet voldoen van Hunner Groot WelEdele Hoog Achtb eisschen e van dat prodúct, verhoopen wy ons, diesweegens te zullen kunnen verantwoorden, door ontrend het niet voldoen het volstrekt onvermogen, „ in waar wy hier tot dus verre„ hebben geverseert, om hier aan pligtschuldig te voldoen, en door de middelen van Contrainte tot welke wy hier, om ons daar toe in staat te stellen hebben articul moeten 79 en ander van een gewenscht succes mag bevonden worden hebbende wij de Eer in alle onderdanigheid te rescribeeren Op de reflectie door uwe wel Edele Hoog Achtb„ gemaakt over kosten die tot den oplivur van't Horpitaal worden besteed moeten recours neemen; en waar van wy uwelEdele Hoog Achtb gelyk meede de Hooge Regee¬ ring, eerbiedig verslag hebben gedaan; weshalven wij de vris„ heid zullen gebruiken, ons daar aan te refereeren, en hartelyk mitsgaders dat dit een wenschen, dat dit middel, zo wel als de voorsch te benoemen „ne Commissie zal mogen ven¬ strekken, om Jndiaasch hoofd„ plaats van het nodige koorn te kunnen voorsien, waar toe onse pogingen, ten allen tyden. werkzaam zullen zin. Op de reflectien, die uwel Edele Hoog-Achtb gelieven. te maaken, over den langen tyd de lange tijd en envruw en en orme kosten, die besteed worden tot den opbouw van het Hospitaal, zullen wy der„ Eere hebben in alle onderda=e nigheid te antwoorden; dat wy hier in te wek moeten gaan na het kostbaar plan, dat door uwelEdele Hoog Achtb in vroeger tijden dieswegens is geapprobeert, dat zeker het bouwen hier te lande, onbe„ grypelyk kostbaar is, en dat wy daar meede niet zo veel spoed hebben kunnen maaken, Edele als en
English
as well as regarding the price for which the lot that had been arranged for a Military Academy was sold, as we might well have wished, since the laborers in these recent years have had to be employed on the work of the fortifications, so that we ourselves, in view of the great shortage of lodging for the troops and in order to get the work built at less expense so far as possible, have had to resolve to contract out that further construction of the same annually in parcels at public auction, and of which there is now one parcel remaining that most urgently needs to be completed; regarding which we believe, notwithstanding that this was judged necessary and unavoidable by the Gentlemen Military Commissioners, that we must first await the orders of Your Right Honourable Lords. And we shall furthermore have the honor, regarding the displeasure that Your Right Honourable Lords please to show over the price of no more than ƒ 11000, Cape currency, for which the lot that was destined for the construction of a Military Academy was sold, we shall take the liberty respectfully to bring to the attention of Your Right Honourable Lords that, although this lot was best suited for the aforesaid purpose, it was nevertheless not one of the most favorably situated, as it would have faced with its front toward an alley, in which location all the lots have yielded less than those that face out onto the canal. From sections 36, 37, 38, 39, and 40 of Your Right Honourable Lords' most revered letter of 3 December last, appear the remarks which Your Right Honourable Lords please to make concerning the requisition of cash for the year 1789/90 sent over by us with the dispatch of 22 May 1789, with the calculated estimate of receipts and expenditures appended thereto, upon which this requisition is based; whereby Your Right Honourable Lords please to transmit a calculation according to which, at the end of August 1790, there should still have been an amount in cash in the treasury of ƒ 687,053, together with a plan according to which Your Right Honourable Lords desire that we shall arrange the calculation of the requisition of cash here, and always transmit such a prepared calculation without delay alongside the same, with the further desire to state specifically at the first opportunity how much paper money has been made in this Government since its introduction, what has since been exchanged or destroyed, and how much of it is currently circulating. Thus we have placed an extract of these 5 sections, together with copies of the documents mentioned therein, into the hands of the undersigned Head Administrator and Cashier, in order to provide us with such elucidations as we may dutifully supply to Your Right Honourable Lords concerning the aforementioned requisition of cash, and henceforth to arrange the calculation of those requisitions according to the plan that Your Right Honourable Lords please to send over of it, as well as to state specifically at the earliest opportunity the quantity of paper money that has been made here since its introduction, what has since been exchanged or destroyed, and how much of it is currently circulating. Since Your Right Honourable Lords furthermore, in sections 41, 42, 43, 44, 45, 46, and 47 of Your Right Honourable Lords' aforementioned most esteemed letter, please to reflect that far more crew members from the outward-bound ships are detained here, to which Your Right Honourable Lords attribute the shortage that exists at Batavia, and about which the High Government complains greatly, we have placed an extract of these sections into the hands of the Pay Bookkeeper and the Chief Surgeon of the Hospital of this Government, in order to provide a report and considerations in this regard, and immediately to execute what is prescribed therein for compliance, if no notable obstacles present themselves therein that might be prejudicial to the master's service, in order to give the necessary explanations thereof in their aforesaid report in that case; which report we take the liberty respectfully to present to Your Right Honourable Lords in an authentic copy. And since the undersigned Head Administrator, upon the review of the sections of this most honored letter, has taken upon himself to demonstrate to us further the reasons why this year once again the commercial work has remained in arrears, we have likewise delivered to him an extract of sections 48, 49, and 50 of this most respected dispatch, in order then to be able to reply simultaneously to the remarks of Your Right Honourable Lords on this subject. Regarding the execution of the order appearing in section 51, namely to form a regulation covering all articles for which import and export duties must be paid, one shall suspend the execution of the order until the intention of Your Right Honourable Lords upon the memorial of the undersigned Independent Fiscal shall have arrived.
Dutch transcription
1eo gelijk meede over de prijs waarvoor het Erff dat tot een Militair Queekschool was ingerigt is verkogt geworden als wy wel gewenscht hadden, aangezien het arbeids volk, in deese laatste Jaaren tot het werk der Fortificatien heeft moeten geëmployeert worden, zo dat wy zelvs, aangezien het groot gebrek, tot logeeringe der trou „veel „pen- en om het werk, zo moge „lyk, tot minder kosten opgebouwd te kryjgen, hebben moeten be„ sluiten, om dien verderen op bouw van het zelve Iaarlyx by perceelen in 't openbaar aan te besteeden, en waar van nu nog een Perceel overig is, dat zeer noodzakelyk diend afgebouwd te werden; waarop wy vermeinen / niettegen„ staande zulx door de Heeren Militaire Commissarissen no„ dig en onvermydelyk geoor¬ deeld is:/ alvorens UwelEdele Hoog-Achtb ordres te moe„ ten afwagten. En zullen wy voorts nog de Eer hebben, op het onge¬ noegen, dat uwelEdele Hoog Achtb gelieven te betoonen, over den prys van niet meer dan ƒ 11000, Caabs, waar voor het Erf, dat tot exstructie van een Militair Kweekschool afgebouwd was 101 deselve bij de nevens gein„ paragraphem van gem: gelieven te maaken was gedestineert, is verkogt geworden, zullen wy de vry„ Achtb eerbiediglyk onder het oog te brengen, dat, of schoon dit Erf tot voorsch einde 't best geschikt was, het ze„ „ve egter geeve van de fraai „ste gelegene was, also het met het front na een steeg gekoek zoude zyn geweest, op hoe¬ danigen stand alle de erven minder hebben afgeworpen, dan die geene, die op de gragt uitkomen. Uit de 36: 37. 38. 39 en 4088 van UwelEdele Hoog- Achtb de remarques welke Hoogt zeer geeerbiedigde letteren, van komen te blyken, de remarque, die Hoogst deselve gelieven te maaken, op de door ons by Missive van den 22 Mai 1789 overgezondene eisch van Con „tanten voor den Jaare 1728/90, met de daar by gevoegde Cal„ culative bereekening van ontvang en uitgaaf, waar op deesen Eisch is gegrond: waar by uwelEdele Hoog-Achtb ge: „lieven overtezenden een bere„ „kening, volgens welke op ult=o heid neemen, uwelEdele Hoog gelende missume T hebben den 3 december Jongstl: zynde van Augustus 102 „den van den Noordad= ministrateur en Cassier welke inte komene elucida„ „tien wij uwe welEdele Hoog achtb: pligtschuldig zullen suppediteeren Augustus 1790 nog in de Cas aan Contanten een bedragen zouden moeten geweest zyn, van ƒ 687,053, mitsgaders een plan, waar na uwelEdele Hoog-Achtb begeeren, dat wy hier de Calculatie van den eisch van Contanten zullen inrichten, en zoda¬ nige opgemaakte berekening zonder versuim nevens den „zelve altoos overzenden, met verdere begeerte, omme by eerste gelegendheid Are„ „cificq op te geeven, hoe veel papiere geld ten deese Gou vernemente, van de introductie af aan, is gemaakt. "? wat daar van zedert is verwisseld of ver„ nield. " zo hebben wy van deese hebben wij gesteld un han„ 5 8:s gesteld extract, benevens Copyjen van de daar by gemen tioneerde stukken, in handen van de ondertekende Hoofd Admi„ nistrateur en Cassier, ten einde ons te dienen van zodanige elucidatien als wy aan Uwel Edele Hoog Achtb, omtrent de hier voren gemelde Eisch van van Contanten zullen kunnen suppediteeren, en voortaan de Caleucatie van die Eisschen vernemente interechten 103 van de bezijden gemelde § 5. mogelijks ter fine van Bericht extract afgegee„ „venhebbende, aan den soldij Boekhouder en opper„ meeste van het Hoopesaal interichten volgens het plan„ dat UwelEdele Hoog Achte daar van gelieven over te zin„ den, mitsgaders met den eersten specificq op te geeven, de quan„ titeit papiere geld, die hier van dies introductie af aan is gemaakt, wat daar van ze„ dert verwisseld, of vernietigd is, en hoe veel daar van thans nog vouleert. Daar UwelEdele Hoog Achtb alwyders by de 41, 42, 43, 44, 45, 46 en 47 I8 van Hoogstde selve voorm zeer geëerde letteren, gelieven te reflecteeren, dat alhier veel meer manschap pen van de uitkomende schee, pen worden aangehouden, waar aan uwelEdele Hoog Achtb attribueeren het gebrek, dat op Bathera plaats heeft; en daar de Hooge Regeering zich zeer over beklaagd, zo hebben wy deese J. R: V. gesteld extract in handen van den Soldy boekhouder, en opper„ meester des Hospitaals deses Gouvernements, omme hier om trent te dienen van bericht en Consideratien, en het geene daar by ter observance word dat Voorgeschreven 104 eerbiedig verzellen En heeft de ondergeteek„ Hoofdadministrateur op zig genomen de nevens„ gem 13. p=s te zullen beant„ wooren. — Terwijl men de Executie der ordre bij S 51. zal supercedeeren, tot dat Hoogstderzelvs intentie den onderteek Jndepen „dent Fenaal zal zijn „ingekomen voorgeschreeven, dadelyk te exe„ cuteeren; zo zich daar in geene merkelyke obstaculen op doen, die voor 's meesters dienstprae Judicabel zouden kunnen zyn, omme daar van in dien gevalle de nodige openingen, by hun voorsch: berigt te geeven; welk laaten wegtberiet van bericht wy de vryheid neemen UwelEdele Hoog-Achtb en Copia autenticq aan te bieden. En nadien den onderteekende Hoofdadministrateur by de resumptie der 18 van deese zeer gehonoreerde letteren; op zich heeft genomen, ons nader te zul „len aantoonen de redenen, waar om dit Jaar alwederom het Ne„ gotie werk achterlyk is gebleeven, zo hebben wy aan hem insgelyks afgegeeven extract: van de 48, 49 & 50 V1 deeser zeer gerespe„ cteerde Missive, ten einde als dan tevens uwelEdele Hoog-Achtb aanmerkingen op dit Sujet te kunnen beantwoorden. Met de executie der ordre by § 51 voorkomende, omme na„ mentlyk te formeeren een Re„ op de memorie van glement vervallende alle Arti„ culen, waar voor en of uitgaan de rechten moeten worden be len taald
English
Regarding Your Right Honorable Worships recommendation to watch over the export of cash, we have issued an extract thereof to the undersigned Independent Fiscal, to serve for his guidance. As it appears from page 591 of this highly esteemed letter to us that Your Right Honorable Worships have not been pleased to approve the appointment of a second Adjunct Fiscal, the undersigned Independent Fiscal declared at our meeting that the Adjunct Fiscal Exter had given him to know that, in the flattering hope of being favorably confirmed by Your Right Honorable Worships in his office of Military Auditor, he would gladly desist from this his office in favor of the appointed Adjunct Fiscal Truter, and was nevertheless at all times and in all cases prepared to assist the Independent Fiscal with his service where required. We have therefore relieved the said Exter of his office as Adjunct Fiscal, and have reappointed thereto the aforementioned Mr. Johannes Andreas Truter, with the rank of Junior Merchant hitherto held by him and the customary salary of a Bookkeeper, while leaving it to the Independent Fiscal to make such use of the services of the aforementioned Exter, pursuant to his generous offer, as he shall deem fit. Your Right Honorable Worships further desiring to request our further explanation as to why the now repatriated Captain-Lieutenant of Artillery Hendrik van de Graaff was not granted the ordinary board money and further emoluments just like the others, since we stated that he enjoyed no more than the ordinary pay, we shall have the honor to reply hereunto in all submission that by the term ordinary pay we understood salary, board money, and emoluments, which the said Captain-Lieutenant van de Graaff also actually enjoyed. And since Your Right Honorable Worships have moreover been pleased graciously to grant him the ordinary douceur that is enjoyed by the Adjutants of the Infantry, while Your Right Honorable Worships desire to learn wherein that douceur consists, we have demanded a report in this regard from the Pay Bookkeeper Matthiessen, which report we take the liberty of sending to Your Right Honorable Worships in authentic copy. Furthermore, we shall have the honor, on page 61 verso where Your Right Honorable Worships are pleased to express your utmost surprise that the petition presented by Resident Brand, pursuant to the concession granted to him upon the appointment of the undersigned Dispenser, was only forwarded with the letter of 22 May of last year, we take the liberty to reply in all submission that this petition of the aforementioned Brand was only submitted to our meeting on 6 March prior thereto, and was thus sent at the first opportunity; while Warehouse Master van Echten, to whom a similar liberty was left, has thus far made no use thereof. We shall not fail to benefit the said Brand, pursuant to Your Right Honorable Worships highly respected orders, with the first vacant suitable post that grants a seat in our council, and then have him take precedence over the undersigned van Reede van Oudshoorn. As we were allowed to receive alongside these honored letters sent hither a report from the Captain of the ship Neptunus, Byendorp, wherein he complains about not receiving
Dutch transcription
10½ Contanten, is aan den Ondergeteek Independent tract aftegeeven. zo hebben wij op de nevensgevoegde declaratie van den onderget: Inegp„ Ficaal Achtb: niet hebbende gelieven goedtekeuren de aanstelling van een tweede adjunct Fis„ caal „taald en waar uit kan worden gesien, hoe groot dat recht op ieder Articul zy, zullen wy supercedeeren, tot dat wij Uwel Edele Hoog-Achtb geeerd goed„ vinden zullen hebben verstaan, op de deese versellende Memorie van den onderteekenden In de pendent Fiscaal. Betreffende uwer WelEdele Omtrend 8½x portatie van Hoog Achtb aanbeveeling, Ficaal tot naligt ex„ om over exportatie van Contan ten te waaken, hebben wy daar van Extract afgegeeven aan den ondertekenden Indepen¬ dent Fiscaal, om te dienen tot zijn naregt. Uit de 591 deeser zeer ge Hun wel Edele Hoogeerde missive aan ons, zynde komen te blyken, dat UwelEdele Hoog- Achtb niet hebben gelieven goed te keuren, de aanstelling van een tweeden Adjunct ffiscaal, heeft den ondertekende Indepen„ dent Fiscaal ter onser vergadering gedeclareert, dat den AdjinctPis caal Exter aan hem hadde te ken, nen gegeeven, dat hy in de vleyen de Hoop van door uwel Edele Hoog-Achtb in zyne bediening van Auditeur Militair gunstig„ lyk te zullen worden bevestigd, tot gaarne 100 van zijne bediening ontslagen gesteld M„r Johannes Andreas Drute Uwel EdeleHoog Achtb„ omtrend het kostgelden emolumenten welke den Gerepatrieerden Capitain van de graakf niet zoude gaarne in faveure van den aan„ gestelden Adjuact Fiscaal Tru„ „ter van deese zyne bediening wilde desisteeren, en des niet te min, ten allen tyde, en in alle gevallen, bereid was, den Inde„ pendent Fiscaal, daar het ver„ eischt wierd, met zynen dienst bij te staan, en hebben wy derhal„ ven, gem: Exter van zyne bedie slagen, en daar toe wederom aangesteld voorsch Mr. Johannes en als zodanig weder aan Andreas Pruter, met den tot dus verre door hem bekleedden rang van onderkoopman en gewonnent de adrinote fuiraul Gistes ning, als adjinct Fiscaal onthebben genoten onderdanig, gage van Boekhouder, terwyl aan meerin Independent Fiscaal is overgelaten, van de diensten van voorsch Exter, ingevolge zyn Genereuse offerte, zodanig ge„ brieck te maaken, als hy zal goed vinden. uwelEdele Hoog Achtb al¬ wyders onse nadere explicatien Lieutenant Hendrik gelievende te vraagen, waar het lyk antwoordenaan by toekomt, dat de thans gere¬ patrieerde Capitain Lieutenant der Arthillerie Hendrik van Graaff, niet even, gelyk de an deren is toegelegd het ordinair kostgeld en verdere Emolumenten gagien dewyl 107. verseld gaan van een berigt wat men door 't ordinair Douceur van de adjudanto verstaat Brand, eerst op den wy gesegd hebben, dat hy niet meer dan de gewoone bezol ding genoot, zullen wy de Eere hebben, hier op onderdaniglyk laten wi desen tevens te antwoorden, dat wy onder de benaming van gewoone besolding hebben verstaan Gagi kostgeld en Emolumenten, de gem: Capitain Lieutenant van de Graaff ook werkelyk heeft genoten, en daar uwelEdele Hoog- Achtb daar en boven reedenen waarom het aan hem wel gratieuselyk hebben gelieven te accordeeren het ordinair douceur, dat door de Adjudants van de Infan¬ terie genoten word, terwyl Uwel„ Edele Hoog Achtb. verlangen te verneemen, waar in dat douceu bestaat; hebben wy hier omtrent bericht afgevordert van den Soldy boekhouder Matthiessen, welk bericht wy de vryheid „neemen, uwelEdele Hoog Achtb in Copia Autentieq te doen too„ „komen. Voorts zullen wy de Eere heb„ requert van den resident en, op de 61. V. waarby uwelEdele 22 maij is / overgezende Hoog. Achtb: Hoogst deselver verwondering gelieven te kennen te geeven, dat het Request door den Resident Brand, ingevolge terie aan 108 en zullen wij niet in gebreeken blijven uwel„ Edele Hoog Achtb: geres„ specteerde beveelen om„ strend denselven Brand stiptelijk te agtervolgen Berigt van den CCapitein Beijendorp, hebben wij gesteld in hand van den Resident Brand aan hem by de aanstelling van den ondergetekende Dispencier verleende Concessie gepraesenteert, eerst by Missive van den 22 May des voorleeden Jaars is overge¬ zonden, neemen wy de vryheid in alle onderdanigheid te resiri „beeren, dat dat request van even gem: Brand eerst op den 6 Maart daar bevorens in onse vergade„ „ring was ingediend, en dus by eerste gelegendheid versonden; terwylen den Pakhuismeester van Echten, wien eene gelyke vryheid was gelaten, daar van tot nog toe geen gebruck: heeft gemaakt, zullende wy niet in gebreeke blyven, denselven Brand ingevolge uwelEdele Hoog Achtb zeer gerespecteerde beveelen te be„ nificeeren met de eerste openval¬ lende, hem Convenieerende post, welke sessie geeft in onsen raad, en hem als dan boven den onder teekende van Reede van Ouds¬ hoorn doen plaats neemen. Daar wy nevens deese geëerden Zet herwaards overgezonden letteren hebben mogen ontvan„ gen, een bericht van den Capitain van het Schip de Neptunus, Byendorp, waarby deselve zich beklaagd wegens het niet ont„ gemaakte vangen
English
to account for. The undersigned Governor having communicated in our meeting the contents of two letters from the Independent Fiscal and the receipt of various further demands made upon this Government, with orders from Your Right Honorable regarding us to account for this at the first opportunity; we have therefore, considering that the said ship was lying in False Bay at the time, placed a copy of this report into the hands of the Resident of the aforementioned bay, with orders to inform himself thereof in order to comply with this respected mandate as speedily as possible, which report we shall not fail to send to Your Right Honorable at the first opportunity. Before proceeding to answer Your Right Honorable's highly respected missive of May 11th last, we find ourselves obliged to bring to the knowledge of Your Right Honorable that the undersigned Governor has communicated in our meeting the contents of a missive written to him by the undersigned Independent Fiscal, as well as another directed to him by Mr. von Hugel, Colonel, Commandant of the Regiment of Wurtemberg garrisoned here, in which both, each from their own side and in their respective capacities, maintained being entitled to prosecute a certain sergeant serving in the aforementioned Regiment of Wurtemberg, who, according to the documents annexed by the aforementioned Colonel von Hugel to his said missive, appeared sufficiently guilty of imitating and manufacturing some cardboard currency currently circulating in this colony. Having deliberated upon this with that earnestness which the weight of the matter required, and having taken into consideration for that purpose the 22nd article of the capitulation of the aforementioned Regiment of Wurtemberg, wherein it is explicitly stipulated: "that the said regiment shall have its court-martial over pure military offenses well understood &c, and that in all other cases it shall have to conform to the laws and customs of the Honorable Company." We have hereby also taken into consideration that Colonel von Hugel, pursuant to his verbal declaration made to the undersigned Governor, interprets this article as if according to it the regiment would be able to judge over pure military offenses according to the laws of the country of Wurtemberg, but in all other cases, such as civil and mixed offenses, would be able to administer justice provided they maintain as a rule therein the laws and customs of the Honorable Company. Thus we have unanimously judged that we cannot give this interpretation to this article of the capitulation; for whereas the Regiment of Luxembourg, and even that of Meuron, which in emulation of all Swiss regiments in foreign service has its own sovereign standing court-martial, have had to regulate themselves in all cases according to the laws of the Honorable Company, we have therefore also not been able to conclude that the intention of the High Contracting Parties when drafting this capitulation was that the Regiment of Wurtemberg should be exempt from the obligation to administer justice in pure military offenses according to the laws of the Honorable Company, but rather that it is only authorized to administer justice in pure military offenses, provided it conforms to the laws of the Honorable Company, and that in all other cases the regiment must submit to the ordinary daily judge and administration of justice of the place where it is garrisoned. Wherefore, according to our judgment, no other jurisdiction can be granted to that regiment than solely over pure military offenses, which then still must be judged according to the laws of the Honorable Company, under which class we cannot range the offense in the case in question. For which reason we have decided to bring the explanation given by us to this article of the capitulation in this pressing case to the knowledge of the Noble Directors of the Chamber of Zeeland, and to respectfully request Their Right Honorable to be honored with their further pleasure regarding this matter, in order to know precisely in the future how we shall have to conduct ourselves in similar occurrences. In the meantime, we have instructed and ordered Mr. von Hugel to hand over the aforementioned sergeant, together with all the information taken and documents thereof, to the undersigned Independent Fiscal van Lynden, who has had the same brought to trial before the ordinary civil judge here, to which end there have been delivered into his hands the documents produced in our Council belonging to that case; while furthermore, to prevent all further disputes and misunderstandings that might result over this point as long as no answer shall have been received in this matter, in expectation
Dutch transcription
109 te verandwoorden de ondergeteekende gou„ verretr in onze verga„ dering gecommuniceert hebbende, de inhoud van H twee brieven van den Jn„ dependent Fiscaal en hetn ontfange vangen van verscheide verder. schingen, ten deese Gouvernemente, met last van wegens uwel Edele Hoog. Achtb aan ons, om ons by eerstkomende gelegendheid daar op te verantwoorden; zo hebben wy, in aanmerking, dat, dat Schip des tyds in Braif als heeft geleegen, Copia van dit bericht gesteld in hande van den Resident van voorschbaay met lust om zig derwegen ten einde aan deese geëerbie„ digde last ten spoedigsten te voldoen, welk bericht wy niet zullen nalaaten, uwelEdele Hoog- Achtb by eerste gelegend „heid toe te zenden. Alvorens overtegaan tot de beantwoording van UwelEdele Hoog Achtb zeer gerespecteerde Collonel van Hugelbij Missive van den 11 May Jongstl vinden wy ons verpligt ter ken„ nisse van uwelEdele Hoog Achtb te brengen, dat den On„ de tekende Gouverneur in on„ se vergadering heeft gecommu „niceert, den inhoud eener Mis„ „sive, door den ondertekende Ser„ „dependent Fiscaal aan hem geschreeven, gelyk meede van eene andere, door den Heer van Hugel, Collonel, Commandant heid van 110 „libereerd zijnde van het alhier Guarnisoen hou„ dend Regiment van Wartemberg aan hem gericht, waar by beide ieder van hunne kant en wel derselver respective qualiteiten, sustineerde gerechtigd te zyn; tot het actioneeren van zee„ keren, by voorsch Regiment van Weertemberg bescheidene Sergeant, Dewelke volgens de daar van, door evengedagte Heeren Collonel von Hugel, nevens zijn Ed ge„ melde Missive gevoegde Stukken genoegsaam bleek schuldig te zyn aan het imiteeren en fabri ceeren van eenige in deese Colo, Waarover by ons gedelibereert Waarover als berijden gede zynde, met dien ernst, die het gewicht der zaake kwam te oor deren; en ten dien belange by ons in overweeging genomen het 22e Articul van de Capitulatie ^ van Wurlemberg van voorsch: Regiment waar by uitdrukkelyk bepaald word: „dat het zelve Regiment „zal hebben zynen krygsraad. „over puure militaire delicten „wel te verstaan &c=a, en dat in „alle andere gevallen het zelve „zich zal hebben te Confor „nie Cours hebbende Cartonne geld specie. nie meeren 1 nevengemt Besluit ge„ noneg zo hebben wy hier by tevens hebben wij daarop zet in aanmerking genomen, dat de Heet Collonel von Hugel, in ge„ „volge desselvs mondelinge de„ claratie aan den ondergetekende Gouverneur gedaan, dit arti„ cuel interpreteert, als of volgens het zelve het regiment over- pure Militaire delieten volgen de wetten van het land van Wartemberg, zoude konnen oor „deelen, maar in alle andere gevallen, als in Curele en gemel „meeren naar de wetten „en gebruiken van de Ed „Compagnie.„ de lieten zouden kunnen recht doen, mits daar in voor een regul houdende, de wetten en gebruiken der E: Compagnie. zo hebben wy eenparig geoordeeld aan dit Articul der Capitulatie deese uitlegging niet te kunnen geeven, want daar het Regi„ „ment van Luxemburg, Ia zelvs dat van Meuron, het welk in navolging van alle zwit„ sersche Regimenten in vreem de dienst zynde, zyn eigen Souverain Stand recht heeft, zich zelvs in allen gevallen hebben moeten reguleeren naar de wetten van de Ed Comp=e ne hebben 112 hebben wy oversulks ook niet kun„ nen opmaaken de meninge der Hooge Contractanten by het formee ren deeser Capitulatie te zyn ge„ weest, dat het Regiment van Wur„ temberg zoude zyn geeximeert van de verpligting, om volgens de wetten der E Compe en peere Militaire delicten recht te doen, maar wel dat het zelve alleen, in pure Militaire delicten be„ voegd is recht te doen, mits zich Conformeerende naar de Wetten der E: Comp=e, en dat in alle andere gevallen het Regiment zal moeten submitteeren aan den ordinairen dagelykschen Rechter, en regtspleging, ter plaat se, alwaar het zelve Guarnisoen waaromme men dan ook dat Regiment, volgens ons oordeel geene andere regtsoffening kan toekennen, als alleen overpare militaire de liesen, die dan nog volgens de wetten der E Comp=en moeten gejugeert worden, on„ der welke Classe wy het delict in Cas subject niet kunnen vangeeren, weshalven wy be„ Sloten hebben, de explicatie by ons in dit pressante geval aan dit Articul der Capitulatie den gegeeven 13 gegeeven, aan de Edele Heeren Bewindhebberen ter Camer Zee land, ter kennisse te brengen, en Hun WelEdele Groot Achtb eer„ biediglyk te versoeken, met Hoogst desselver nader goed vinden daar omtrent verëert „mogen te worden, ten einde in vervolg van tyd praecise te kunnen weeten, hoe wy ons bi derge„ lyke voorvallen zullen hebben te gedraagen. Intusschen hebben wy den Heer von Hugel gelast en geordonneert, den voorsch sergeant, benevens alle de ge nomene Jnformatien en bescheiden daar van zynde, overte geeven aan den Onderteekenden Jndependent Fiscaal van Lynden, die deselve voor den ordinairen Cwvilen Reg„ ter alhier heeft doen te recht stel„ len, ten welken einde aan zyn Ed zyn ter hand gesteld, de in onsen Raade overgelegde stukken, tot die zaak gehoorende; terwyle wy¬ „ders ter voorkoming van al verdere dispouten, en misverstanden, welke over dit poinct zouden kunnen resulteeren, zo lange in deese nog geen antwoord zal weesen uitgekomen, in afwag vetvrling ting
English
114. awaiting these highly esteemed further orders, have provisionally decreed that the aforementioned Regiment shall have no further jurisdiction than solely over purely military offenses, which it must judge according to the Articles of War or the regulations of His Serene Highness the Prince of Orange, currently introduced into the army of the State, in so far as the same are actually in use in these lands; which was already understood by us when we ourselves, at our meeting of 19 October 1789, upon a very ample and reasoned advice from the undersigned Independent Fiscal van Lynden, established a court-martial for the national garrison; whereby at that time this same 22nd Article of the Capitulation of Wurtemberg was taken into consideration, and we therefore provided a copy of the aforementioned advice submitted at the time by the frequently mentioned Independent Fiscal van Lynden to Colonel von Hügel, 115. von Hügel, to communicate it so as to conduct himself accordingly, remarks made concerning an execution carried out by Wurtemberg on two soldiers received by us, to make the determination of military or non-military or common offenses in accordance with it, while in the meantime everyone assigned to that Regiment who happens to commit civil or common offenses shall provisionally be brought to trial before the ordinary civil judge here; of which decision we have informed Colonel von Hügel, so as to conduct himself accordingly. From the last-mentioned very esteemed letter of Your Honorable High Mightinesses addressed to us in reply to a dispatch written by the undersigned Fiscal van Lynden under date of 29 August 1789, we have seen Your Honorable High Mightinesses' remarks concerning an execution carried out here in the month of July of the last-mentioned year by the court-martial of the Regiment of Wurtemberg on two soldiers of that Regiment, by causing them to undergo the agonies of death, and which sentence, according to the pronouncement of the said 116. esteemed court-martial, was to take its full effect through the calling out of the word Pardon after the sentence of death had been read to the delinquents in due form, as it was indeed carried out accordingly; from which Your Honorable High Mightinesses have thought it necessary to deduce that the Colonel Commandant of the aforementioned Regiment, in whose name this proclamation of Pardon had taken place, had arrogated to himself an act of sovereignty which did not pertain to him in any way and could be performed by no one other than the Sovereign alone or by him to whom that right had been delegated; and furthermore containing the explanation which Your Honorable High Mightinesses give to the 22nd Article of the Capitulation of the aforementioned Regiment of Wurtemberg, dealing with the court-martial of that Regiment, whereby Your Honorable High Mightinesses are pleased to declare that the same shall be able to judge 117. And the adjoining deliberation having taken place upon it, solely and exclusively over purely military offenses, but shall have the faculty to bring such criminals to justice according to the laws of the land of Wurtemberg. The contents of this highly respected dispatch having been deliberated upon by us with all possible attention, and having reviewed here the Resolution respectfully laid open just now to Your Honorable High Mightinesses, which we were compelled to take in order to explain the 22nd Article of this Capitulation of the Regiment of Wurtemberg, we have been able to observe from this that our provisional interpretation of the aforementioned 22nd Article differs from what Your Honorable High Mightinesses in that regard were pleased to decree in this dispatch only in this: that according to our opinion, the offenses that are subject to the jurisdiction of the aforementioned court-martial must be judged and sentenced according to the laws and customs of the Honorable Company, and that the same, according to 118. use the freedom to bring under the notice of the esteemed pronouncement of Your Honorable High Mightinesses, may be judged according to the laws and customs of the land of Wurtemberg; which opinion we founded upon what had been agreed in the Capitulation of the Regiment of Meuron, namely that the same, although also being a Swiss Regiment and thus exercising its own sovereign jurisdiction both over civil and military offenses, nevertheless had to conform in its administration of justice to the laws and customs of the Honorable Company, from which we therefore believed that the Regiment of Wurtemberg, whose jurisdiction is much more limited, could not be exempt; for which reason we, who once again have deemed it necessary to bring these grounds upon which our aforementioned Resolution was based once again under the notice of Your Honorable High Mightinesses, firmly trusting that the same will be found by Your High Mightinesses to be of such weight as to deserve the attention and approval
Dutch transcription
114. ting deeser zeer geeerde ulterieuren beveelen, provisioneel hebben gestatu. eert, dat het voorsch: Regiment geene verdere Jurisdictie zal heb¬ ben, als alleen over peere Mili „taire delicten, die het zelve volgens den Articulbriev, ofte het reglement van zyne door „lugtige Hoogheid den Heere Prince van Orange, thans by de armée van den Staat ingevoerd voor zo verre deselve in deese landen werkelyk in gebruik is, zal moeten bevoordeelen; het welk reeds by ons is ver¬ staan, wanneer wy zelve ter onser vergadering van den 19. October 1789, op een zeer ampel en beredeneerd advys van den om¬ „dertekenden Independent Fiscaal van Lynden, voor het natio, „naal guarnisoen eenen krygs„ raad hebben gearresteert; waar by als toen dit zelve 22 Arti„ ciel van de Capitulatie van Wurtemberg in aanmerking is genoomen, en hebben wy der. halven, van, voorsch des tyds ingedient advys van meer„ melde Independent Fiscaal van zynden afgegeeven Copia van den Heer Collonel van Hu„ onser gel. 175 vonr Hugel hebben gecom„ municeerd om zig daarna te gedragen gemaakte remarques over eene Executie die door Wartemberg aan twee soldaten is uitgeoeffend bij ons ontfangen „gel, omme volgens het zelve de bepaaling der Militaire, of niet militaire, of gemeene delieten te maaken, zullende intusschen alle de geene, in dat Regiment bescheiden, die zich aan Civile of Commune delicten komen schuldig te maaken, provisi„ „oneel voor den ordinarie Ci„ vilen Rechter alhier te recht worden gesteld; van welk besluit het welk wij den Collonee wy den Heer Collonel vonstu gel hebben geinformeert, omme zich daar na te gedraagen. Uit laatstgemelde uwer WelEdele Hoog-Achtb zeer Uwel Edele Hoog achtbr: geëerde Letteren, aan ons gericht, dekrijgeraad van het req. in antwoord op eene Missive door den onderteekende Fiscaal van Lynden sub dato 29 Au„ „gustus 1789 geschreeven, hebben wy gezien uwelEdele Hoog Achtb remarqiees, over een exxecutie alhier, in de Maand July des laatstgemelde Jaars, door den Krygsraad van het Regiment van Warlemberg, aan twee Pol„ daten van dat Regiment geoeffend, door deselve te doen ondergaan de angsten des doods, en welke sententie, volgens de uitspraak van ge„ geëerde melde 116. melde krygsraad, door de uit roeping van het woord Pardon na dat aan de delinquanten het vonnis des doods in for„ na was voorgelessen geworden haar volle beslag moest erlan„ gen, zo als deselve dan ook dien Conform, is ter executie gelegd; waar uit uwelEdele Hoog-Achtb gemeend hebben te moeten afleiden, dat de Collonel Commandant van het voorsch Regiment, uit wiens naam deese uitroeping van Pardon; was geschied, zich hadde gearrogeert eene acte van Souverainiteit, die hem geen zints Competeerden en door niemand als den Souverain alleen, ofte den geenen; aan wien die dat regt hadde gedemandeert; konde wer¬ den gepleegt- en houdende wy¬ ders de explicatie, die uwelEdele Hoog-Achtb geeven aan het 22.e Articul van de Capi tulatie van voorsch: Regi ment van Wiertemberg, han„ delende over den Krygsraad van dat Regiment, waar by UwelEdele Hoog-Achtb ge„ lieven te declareeren, dat de„ zelve zal kunnen Jugeeren, van enkel 1 En daarop de nevensgem: deliberatie gevallen zijnde enkel en alleen over pure Mili„ tavre delieten, edog de facul. teit aan zich zal hebben, om zo„ danige misdadigers, volgens de Wetten van het land van Wur„ „temberg, te doen te rechtstellen. Over den inhoude deeser zeer gerespecteerde Missive by ons met alle mogelyke attentie gedelibereert zynde, en hier bij herzien, de zo eeven aan uwelEdele Hoog-Achtb eerbiedig opengelegde Resolutie die wy genoodzaakt zyn ge„ „weest, te neemen, om het 22e Articul deze Capitulatie van het Regiment van Warlem „berg te expliceeren, zo hebben wy daar uit mogen ontwaaren dat onse provisioneele uit„ „legging van het voorsch 22=e Articul hierinne alleen dif„ „fereest van het geen uwel„ Edele Hoog Achtb, ten dien belange, in deese, Missive heb„ ben gelieven te statueeren, dat volgens ons gevoelen, de delicten„ die ter Judicature van op„ gem: Krygsraad staan, moeten beoordeeld en gedannist worden volgens de wetten en gebruik der E: Compen en dat deselve vol het gens 118 vrijheid gebruijken onder het oog van tebrengen gens de geeerde uitspraak van uwelEdele Hoog Achtb, kun„ „nen gejugeert worden na de wetten en Costumen van het land van Wartemberg; welk gevoe„ len, wy hebben gefundeert op het geene by de Capitulatie van het Regiment van Meu „ron was overeengekomen, dat namentlyk het zelve, of schoon ook een Zwitschers Regiment zynde, en dus zyn eigen sou¬ verain Randrecht, zo over Civile als Militaire delie¬ „cten oefferrende, zich even. wel in desselvs regtspleeging moest Conformeeren naar de wet „ten en gebruiken der Ed Comp=se waar van wy dus hebben ver„ meend, dat het Regiment van Wurtemberg, welks Judicature veel bepaalder is, niet konde wee „zen geëximeert; Weshalven wy die wij nogmaals de geoordeeld hebben, deese gronden, uwel Edele Hoog art, waar op onse voorsch Resolu„ tie gevestigd was, nogmaals onder het oog van UwelEdele. Hoog- Achtb te moeten brengen, als vastelyk vertrouwende, dat deselve by Hoogst deselve van dat gewigt zullen worden be¬ vonden, omme de attentie en moest goedkeuring
English
which your Noble and Right Honorable Worships have granted to the regiment of Wurtenberg regarding pure military offenses, we find ourselves obliged to bring the adjoining matter with all reverence to your attention, so as to merit the approval of your Noble and Right Honorable Worships, especially when your Worships are pleased to take into consideration the possibility that judging under different laws would require different punishments for one and the same offense committed by two soldiers of distinct corps, from which notable unrest among the garrison and even among the citizenry, and thus detrimental consequences for the good order and peace of this Colony, were to be feared. However, since it has now pleased your Noble and Right Honorable Worships to grant the Regiment of Wurtenberg the faculty to administer justice regarding pure military offenses according to the laws and customs of the Duchy of Wurtenberg, we furthermore find ourselves under the indispensable obligation to bring to the attention of your Noble and Right Honorable Worships with due reverence that, according to the unanimous opinion of all the officers of the aforesaid Regiment of Wurtenberg, the form of judicial procedure of the respective courts-martial of that country entails that when a sentence is pronounced by them, it is then presented to the Chief or Commanding officer of the Regiment, in whose person alone resides that which among the Swiss is called le Conseil superieur, and who on that account possesses the faculty to mitigate such a sentence, but not to aggravate it, whereby it is only then finalized; whilst that sentence, according to the capitulation of the aforesaid Regiment, must ultimately be signed by the undersigned Governor, and then attains its sanction. Wherefore, subject to respectful correction, we also presume to submit in all humility to the consideration of your Noble and Right Honorable Worships whether, since this right thus appears to be a consequence of the faculty granted to this Regiment to be able to judge according to the laws and customs of the country of Wurtenberg, one should not also let the Colonel Commandant of that Regiment continue to enjoy the same; as also whether one should not allow the punishment of undergoing the terrors of death, being a punishment customary in the country of Wurtenberg, although it is not known according to our laws, to proceed in the aforesaid Regiment, in such manner and form as it was imposed upon and executed against the two delinquents mentioned hereinbefore; however absurd the reasoning may otherwise appear to us, as well as to your Noble and Right Honorable Worships, that this execution and the calling out of the word Pardon took place, and that, according to the testimony of the Colonel and the other officers of that Regiment, this was not an act of sovereignty, but merely an actual execution of the sentence that had been passed for undergoing the terrors of death, and which could not be carried out without reading to the delinquents a sentence whereby they were actually condemned to death, lest this definitive sentence be rendered illusory. We have nevertheless not disclosed anything of this to the Regiment of Wurtenberg, but have only placed an extract of the aforesaid honored missive of your Noble and Right Honorable Worships into the hands of Mr. von Hugel, Colonel Commandant of the same, in so far as it concerns the manner of judicial procedure prescribed by your Noble and Right Honorable Worships for the said Regiment, so that they may conduct themselves accordingly, whilst that which had been determined by us as aforesaid has been altered in conformity with the orders of your Noble and Right Honorable Worships; and we have likewise delivered a copy of the same missive to the undersigned Independent Fiscal van Lynden, to act therewith as shall be advised, and that upon his request, after he had produced in our Council the minute of the aforesaid missive sent to your Noble and Right Honorable Worships, to demonstrate that your Worships did not seem to have understood his meaning and intention, since he, the Independent Fiscal, had simply provided an exposé of what had happened and of the grounds upon which the aforesaid court-martial, together with the Colonel Commandant, sought to legitimize and justify their actions, whilst it now appeared from this reply that your Noble and Right Honorable Worships regarded the reasoning of those officers as his own, whereas he was nevertheless far from adopting or approving the same in any measure. On the same day that the content of the latest respected missive of your Noble and Right Honorable Worships was deliberated in our meeting, we received therein an ample memorial from the Colonel von Hugel, which we now take the liberty dutifully to present herewith to your Noble and Right Honorable Worships.
Dutch transcription
149. „dulstijt :s welke uwel Ed Hoog Achtb: aan het regiment van Wurtenberg over pinne militaire dilic„ „ter hebben verleend vinden wij ons verpligt toogt deselve met alle reverentie het nevensgem: onder 't oog te brengen goedkeuring van uwe Edele Hoo Achtb te meriteeren, te meer, wan „neer Hoogst deselve in Conside „ratie gelieven te neemen de mogelykheid, dat het Jugeeren na onderscheidene wetten ver. Schillende straffen over een en het zelve delict, aan twee Mili tairen van bysondere Corpsen zouden komen te vorderen, waar uiet merkelyke sensatie onder het Guarnisoen, en zelvs onder de Burgerye, en dus na„ deelige gevolgen voor de goede ordre en rust van deese Colonie te duchten zouden zyn. Dan nadien het UwelEdele ten opzigte van desa„ Hoog-Achtb alnu heeft behaagd, omtrend de regtsplegingen aan het Regiment van wur temberg te verleenen de facul„ teit, om de regtsplegingen over pure Militaire delicten; na de wetten en gebruik van het Hertog „dom van Wurtemberg te mogen doen, zo vinden wy ons al voorts in de indispensabele verplig„ ting, aan uwelEdele Hoog Achtb„ met behoorlyke reverentie, onder 't oog te moeten brengen, dat„ naar het eenparig gevoelen van alle de officieren van het voorsch Regiment van Wurter Dan berg 120 berg, de form van Rechtsplee„ ging van de respective krygs Raaden van dat Land meede brengt; dat wanneer eene sen„ tentie bij deselve geslagen is, die als dan word gepraesenteert; aan den Chef of Commandeerende„ officier van het Regiment, in wiens Persoon alleen resideert, het geen men by de Zwitschers noemd le Conseil superieur e die uit dien hoofde bezit de faculteit, om zodanige sententie te mitigeeren, maar niet te aggraveeren, waar door deselven dan eerst tot stand word gebragt; terwyle die sententie, volgens de Capita latie van voorsch Regiment laatstelyk door den ondergete„ kenden Gouverneur getekend moet worden, en dan haare San„ ctie erlangd; Weshalven wyders ook, onder eerbiedige Correctie vermeenen uw welEdele Hoog Achtb in alle onderdanigheid in overweeging te geeven, daar dit recht dus Schynd te weesen een gevolg van de aan dit Regiment verleende Faculteit omme volgens de wetten en ge„ bruiken van het Land van Wurtemberg te kunnen jugeeren terwylen H 121 of men daar ook den Collonel Commandant van dat Regi¬ „ment van het zelve niet zoude behooren te laaten blyven Joug seeren, gelyk meede dan ook, of men de straffe, tot het onder„ gaan van de angsten des doods als zynde een straff in 't Land van Wurtemberg gebruikelyk of Schoon deselve, volgens onsen wetten niet bekend is, bij voor Schr: Regiment niet zouden behooren te laten voortgaan, zo en in dier voegen, als desel¬ ve aan de hier vooren gemen„ tioneerde twee delinquanten is opgelegd en geexecuteert ge„ worden, hoe absurd andersints ook aan ons, zo wel als aan UWelEdele Hoog Achtb moet voorkomen het raisonnement, dat deese executie, en de uitroeg ping van het woord Pardon zoude hebben bestaan, en dat dit, wegens het getuigenis van den Collonel en de overige of„ „ficieren van dat Regiment, geene acte van Souverainiteit is geweest, maar alleen eene dadelyke executie van de Pen„ tentie, die tot het ondergaan van de angsten des doods is is ƒ 128 terwijl wij alleen het bezijden gen: Extract van meerm: geëerde missive aan de Collonel von AugE mitsgaders Copia van den zelve aan den onderteeke Independent Finaal hebben afgegeeven is geslagen geworden, en dewelke niet konden worden ten uitvoer gebragt, zonder aan de delin„ quanten voor te leesen een vonnijg waar by deselve werkelyk tot de doodstraffe gecondemneert wierden, wilde men deese defi „nitive sententie niet illusoir maaken. Wy hebben des niet te min van dit een en ander geen opening gegeeven aan het Rie¬ gement van Wurtemberg, maar wer alleen van de voorsch: WelEdele Hoog- Achtb Missive extract ge„ steld in handen van den Heer Von Hugel, Collonel Commandau van het zelve; voor zo verre aan belangd de by UwelEdele Hoog Achtb voorgeschreevene ma„ nier van rechtspleegen voor het ged: Regiment, omme zich daar na te gedraagen, terwyle het geene by ons, invoegen voorsch is bepaald geworden, Conform uwelEdele Hoog Achtb bevee len is gealtereert; hebben wy almeede van deselve Missive afgegeeven Copia aan den on„ dergetekenden Indeppendent Fiscaal van Lynden, omme daar meede te handelen, zo von als tls 1731 daarop door ons ontfangen van gem Collonel van Hagel die wij uwel Edele Hoog achtb bij deeser pligtschullig aan„ bieden als te raade zal worden, en zulx op zyn versoek, na dat door hem in onsen Raade was geproduceer de minute van de voorgemelde Missive, aan uwelEdele Hoog Achtb afgesonden, ten betooge, dat Hoogst deselven zyn meening en intentie niet scheenen begreep pen te hebben, alsoo hij indepen¬ dent Fiscaal eenvoudig hadde opgegeeven eene exposé van het gebeurde, en van de gron¬ den, waar op de voorsch: krygs raad, benevens den Collonel Colkmandant, hunne handen lingen zogten te wettigen en goed te maaken, terwyle het alnu uit dit antwoord voortkuaen dat uwelEdele Hoog Achtb het raisonnement van die offi „cieren, als het zyne aanmerkken daar hy nogthans verre was, om het zelve in eeniger maate te adopteeren, ofte goed te keuren. Ten selven daage, dat over zijnde een ampele memorie den inhoud uwer WelEdele Hoog Achtb laatstgem geeerbiedigden Missive ter onser vergadering is gedelibereert, hebben wy daar in ontvangen een ampen „le memorie van den Heer Collonel von Hugel, welke wy de vryheid neemen Uwel alnu Edele
English
to let the said Extract serve as an answer to the same, the reasons why we have not refuted the particular points contained in that memorial, the report submitted in this matter by the undersigned Independent Fiscal, to supply the same to Your Right Honourable, and to offer an authentic copy, and as this Memorial contains nothing other than complaints about the interpretation which we have given to the 22nd Article of the Capitulation of the Regiment of Wurttemberg; thus we have resolved to let the aforementioned Extract serve as an answer to this, as containing the further orders of Your Right Honourable on the matter concerning the administration of justice of that Regiment, and of the same Memorial we have placed a copy in the hands of the undersigned Independent Fiscal, who thereupon has provided us with a report, which report we also take the liberty to accompany this in authentic copy; with respectful notification that we have preferred not to refute the particular propositions appearing in the memorial of Mr. von Hugel, so as not to increase thereby the displeasure which the provisional arrangement, which we in the abovementioned case, as we trust, had to make according to our best knowledge and judgment concerning the repeatedly mentioned Regiment of Wurttemberg, has already caused, but have left the same completely deferred in all submission to the judgment and decision of Your Right Honourable. We hope and dare flatter ourselves that Your Right Honourable will please to honour this our response with Your Highest approval, assuring Your Right Honourable once more that we shall not fail dutifully to supply to Your Right Honourable as soon as possible the documents missing therein, as soon as the same shall have been presented in our meeting. And herewith concluding, we commend Your Right Honourable, very distinguished Persons, together with the Company's weighty affairs, to the safe keeping of God, and have the Honour with all respect to call ourselves, Right Honourable, Respected, Highly Esteemed, Most Wise, Prudent, Most Generous Lords and High Ruling Lords, Your Right Honourable's very humble, faithful, and obedient servants, C. J. van de Graaff B. E. de Reede van Oudtshoorn G. Verreij J. N. J. van Lijnden G. H. Cruywagen In the Castle of Good Hope, the 28th of January 1791. No. 2. Patria Secret To the Right Honourable Lords Directors, commissioned to the Illustrious Assembly of the Seventeen, representing the General Dutch Chartered East India Company, at the Presidial Chamber Amsterdam. Right Honourable, Respected, Highly Esteemed, Most Wise, Prudent and Most Generous Lords! High Ruling Lords! Per the Company's packet boat de Expeditie We find ourselves obligated to bring to the knowledge of Your Right Honourable that, one of the burgher members of the Council of Justice, Jan Coenraad Gie, having made a request to us on the 2nd of March of the past year by petition to be discharged from this function, we granted this to him, and gave proper notice thereof to the Council of Justice of this Government, in order that, pursuant to the orders, they should nominate again a pair of persons from among the Burgher community for that office, and present that nomination, according to Your Right Honourable's orders, to the undersigned Governor, so that from that double number he might appoint once again a Member of Justice; that this was properly complied with by the Members of Justice, and such a nomination was handed over by them to the undersigned Governor, from which he, Governor, then on the 22nd of the said month of March also elected the master of the orphan chamber Abraham Fleck to have a seat in the Council of Justice on behalf of the burghers in place of the aforesaid Gie; that shortly after the election of the said Fleck, the three remaining burgher members of Justice, named Johannes Smuts, Gerrit Hendrik Meijer, and Hendrik Justinus de Wet, handed a certain petition to the undersigned Governor, of which he gave notice to the other members of the Council of Justice, and later produced the same petition, together with the Secret Minutes kept in the Council of Justice regarding its contents and its signatories, in our meeting, just as we take the liberty respectfully to offer both documents to Your Right Honourable in authentic copy; that since in the aforesaid writing of the Burgher Councillors very singular assertions appear, about which, in so far as it concerned them, the other members of the Council of Justice have deeply grieved and insisted upon a satisfaction proportionate to the nature of the matter, so has
Dutch transcription
124. den genoemen Extract tot antwoord op deselve te laaten dienen de reedenen waarbinne wij de bijzondere poincten in die memorie vervat niet hebben gerefuteerd desweegens ingediend berigt vande ondergeteek:t in desen „dent Sinanl aan Hoogpd=t deselve te supediteeren UWelEdele Hoog-Achtb: en Copi„ autenticq aan te bieden, en also deese Memorie niet ander vervat als klagten over de uit legging, die wy gegeeven heb„ ben aan het 22 Articul van de Capitulatie van het Regi¬ ment van Wurtemberg; zo hebben wij besloten het bezij, hebben wy beslooten, hier op voor antwoord te doen dienen het voorm Extract, als bevat tende de ulterieure beveelen van uwel Edele Hoog Achtb op het stuk, rakende de rechts„ plegingen van dat Regiment en hebben wy van deselve Me„ „morie gesteld Copia in hansen van den onderteekenden In dependent Fiscaal, die daar op aan ons heeft gedient van bericht, welk bericht wij al„ en neemen de vrijbeid het meede de vryheid neemen, deese in Copia autentieq te doen versellen; met eerbie¬ dige kennis geeveng, dat wy met kenner geeving van gepraefereert hebben, de by„ zondere positiven, by de me¬ morie van den Heer von Hiegel voorkomende, niet te refucteeren, omme daar door niet te vermeerderen het ongenoegen, het welk de provisioneele Schekking morie die 1725 die wi in het hier vooren gementioneert geval, zo wy vertrouwen, na beste kennis en wetenschap hebben moe¬ ten maaken aan meer. „meld Regiment van Wur„ „temberg reeds heeft veroor„ saakt, maar deselve ge„ heel en al, aan de beoor„ deeling en decisie van uw WelEdele Hoog-Achtb in alle onderdanigheid gedefereert gelaaten. Wy hoopen en durven ons vleien, dat UwelEdele Hoog-Achtbaare deese onse beantwoording met Hoogst derselver goed„ keuring zullen gelieven te verëeren, verzekerende uwelEdele Hoog Achtbaa „re nogmaals, dat wy niet zullen nalaaten, de daar bi ontbreeken¬ de stukken, zo drade selve in onse verga„ dering zullen hebben gedient, ten allerspoe¬ digsten aan UwEEzde le Hoog-Achtbarens plichtschuldig te sup pediteeren. En hier meede deese met eindigende 126. In 't Casteel de Goede Hoop den 28:e Januarij 1791 eindigende, beveelen wy uwelEdele Hoog Acht„ baaren, zeer aanzien „lyke Persoonen, bene¬ vens 's Comp s gewigtige ommeslag in het veilig toeverzigt Godes, en hebben de Eer, ons met allen Eerbied te Wel Edele, Erntfeste Hoog Achtb„ Hoogwyse Voorzienige, zeer Genereuse Heeren en Hoog gebiedende Heeren De E de Reede Van Duatshoorn. G Verrel J: N: J: van Lijnden Uwer Wel Edele Hoog Achtb: zeer ootm: gebr: en gehoorz: dienaaren C: J: Vanden Graaff: G 6hinius uwer noemen. No: 2. 127. Patria Aan de WelEdele Hoog Agtb: Heeren Bewindhebberen, gecommitteerd ter Illustre vergadering van Zeven„ „tienen, repraesenteerende de generale Nederlandsche g'octroijeerde oosty. Comp:s, ter Praesidiaale Camer 505 Amsterdam Wel Edele Erntfeste„ Hoog Achtb: Hoogwijze, voorzienige en zeer Genereuse Heeren! P:r 's Comp:s Pacquetboot de Expeditie Hoog Gebiedende Heeren! Wij vinden ons verplicht ter Secreet kennisse 128 kennisse van Uwel Edele Hoog„ Achtb: te brengen, dat, een der Leeden in den raad van Justitie van Burgerwege, Jan Coenraad Gie aan ons op den 2e: Maart des voor¬ „leeden jaars, bij requeste verzoek gedaan hebbende, omme van deeze functie te worden ontslagen, wij aan hem zulks hebben geaccordeert. en daar van behoorlijk kennis gegeeven aan den raad van Jus¬ „titie deezes Gouvernements, ten einde ingevolge de ordres, wederom een tweetal persoonen uit de Burgerij, tot dat ampt te nomi„ „neeren en die nominatie vol„ „gens UwelEdele Hoog Achtb: beveelen, te praesenteeren aan den onderteekende Gouverneur, omme uit dat dubbeld getal wederom een Lid van Justitie aan te stellen; dat daar aan door de Leden van Justitie be„ „hoorlijk is voldaan, en een zoda¬ „nige nominatie door hen, aan den ondertekende Gouverneur in„ „handigt, waar uit hij gouverneur dan ook op den 22e: der geme: maand Maart heeft geëligeerd de weesmees„ „ter Abraham Fleck omme ter plaatsvulling van voorsz: gie„ burgersweege sessie te hebben in „gens den 129. den raade van Justitie; dat kort na de Electie van hem Fleck, de drie overige leeden. van Justitie van Burgers¬ „weege met namen Johannes Smuts, Gerrit Hendrik Meijer en Hendrik Justinus de Wet aan den onderteekende Gou„ „verneur hebben ter hand ge„ „steld, zeker request, waar van hij aan de overige leeden van den raade van Justitie kennis heeft gegeeven, en naderhand het zelve request beneevens de Secreete Notulen in den raade van Justitie over den inhoud van het zelve¬ en dies tekenaaren gehouden, ter onser vergadering geprodu„ ceert, zodanig als wij de vrij„ heid neemen Uwel Edele Hoog„ Achtb: bijde stukken in Copia authentuq eerbiedig aan te bieden; dat nadien in het voorsz: Schriftuur van Bur„ gerraaden zeer singuliere stellingen voorkomen, waar over zo verre het hun aanging, door de overige leeden vanden raad van Justitie, zeer is gedol„ „leerd en geinsteert op eene naar den aard der zaake geë„ venredigde Satisfactie, zoo en heeft
English
130. the undersigned Governor submitted for our consideration whether this entirely strange conduct of the aforementioned Burgher members of the Council of Justice did not require that this document be placed in the hands of the undersigned Independent Fiscal in order to examine whether and to what extent he ought ex officio to take action in this matter, and in case he judged that no action lay therein for the Fiscal's office, then to provide his considerations and advice as to what should be done with this petition, in order to comply with the request of the Council of Justice in that regard; in which the undersigned Secunde, Cashier, and Dispencier raised difficulties, being of the opinion that nothing ought to be done in this matter, but that the aforementioned document, pursuant to the request of the signatories, together with the attached extract of the secret minutes of the repeatedly mentioned Council of Justice, should be transmitted to Your Right Honourable Excellencies for the purpose of a decision; 131. whereas, on the contrary, the undersigned Fiscal was of the opinion that the aforementioned petition was a piece that ought not to be accepted at our meeting, but should immediately be returned to the signatories, with a serious recommendation never in future to present such petitions to us, and to place an extract of such a resolution into the hands of the President and remaining members of the Council of Justice so that it might serve for their satisfaction; but since the majority of our meeting happened to be of a contrary opinion, the Independent Fiscal reserved the right to provide his considerations thereon in writing; wherefore it was resolved at that meeting to await these considerations of the undersigned Independent Fiscal, and once the same had been received, to submit them respectfully to Your Right Honourable Excellencies together with and in addition to the aforementioned document and the attached extract of the secret minutes; 132. and furthermore to forward to the Council of Justice a copy of those considerations, and of the proposition of the undersigned Governor, along with an extract of the result; these considerations having been submitted and read aloud by the Independent Fiscal in a subsequent meeting at which the aforementioned resolution was resumed, the undersigned Secunde maintained that he was insulted by the conclusion of that advice, and requested an extract thereof in order to serve his interests against it, which request was then taken under advisement; and subsequently it was made known by the undersigned Governor that the repeatedly mentioned Abraham Fleck came to request a copy or extract, in so far as it concerned him, of the aforementioned petition submitted by his mentioned three fellow members, in order to be able to defend himself thereon, wherein the undersigned Secunde and Cashier raised difficulties in order to prevent all rancour, and the undersigned Independent Fiscal was of the opinion that 133. one could not refuse such a thing, and the undersigned Dispencier requested to explain himself in a further meeting; In a further meeting, it was brought forward by the undersigned Governor that, since the undersigned Secunde, Cashier, and Dispencier had declared at the last-mentioned meeting during the resumption of the resolution previously taken that the point contained in that resolution—namely, to deliver to the Council of Justice a copy of the written advice of the undersigned Fiscal against the document by the three burgher members of Justice, Smuts, Meijer, and de Wet, once that advice should have been received, together with the extract of the aforementioned resolution—had escaped them, notwithstanding that those Gentlemen could not deny that these resolutions had been very distinctly read out by the secretary of our council, Mr. Cornelis van Aerssen, and the undersigned Governor and Independent Fiscal themselves had noticed that the mentioned secretary had emphasized that point; the aforementioned undersigned Secunde, Cashier, and Dispencier testifying that their intention had been not to vote that an extract from the resolutions be delivered to the Council of Justice with the advice of the undersigned Independent Fiscal, understanding thereby what the said Independent Fiscal had advised orally and had been extended in the resolutions of that day, but in no way the written advice which the Independent Fiscal had on the aforementioned day reserved the right to submit later; the undersigned Governor then submitted for our consideration whether we could not agree to adopt the opinion of the repeatedly mentioned Independent Fiscal declared at the time, namely, by reason of what was advised by him, to return the petition in question without disposition to the aforementioned three burgher members of Justice, with such a recommendation as 134.
Dutch transcription
130. heeft den ondertekende gouverneur aan ons in consideratie gegeeven, of niet dit allesints vreemd gedrag van voorsz: Burgerleeden uit den raad van Justitie kwam„ te vorderen, dat dit schriftuur wierd gesteld in handen van den onderteekende Independent fiscaal ten einde te examineeren, of en in hoe verre hij in deeze zaak amptshalven werkzaam zoude behooren te zijn, en ingevalle hij vermijnde daar in geene ac¬ „tie voor het officie fiscaal te resideeren, als dan te dienen van zin Consideratien en advijs, wat er met dit request diende gedaan te worden, ten eijnde aan het ver„ zoek van den raade van Justitie daaromtrent te voldoen; waar in door de ondertekende Secun„ de, Cassier en Dispencier wierd gedefuculteert, als zijnde dezelve van gevoelen dat men in deeze zaak niets behoorde te doen, maar het voorsz: Schriftuur ingevolge het verzoek der teekenaaren, met de daar bij gevoegde Ex„ „tract Secreete notule van meermelde raade van Justitie, aan UwelEdele Hoog achtb: ten fine van decisie over te zenden; er waar¬ 131. waar in tegen den ondertekende fiscaal van opinie was, dat het voorsz: request een stuk kwam te zijn dat ter onzer vergadering niet behoorde aangenomen, doch terstond aan de teekenaars weder uitgegeeven te worden; met serieuse recommandatie; om in vervolg van tijd nimmer dergelijke requesten aan ons te presenteeren, en van een zoda¬ „nige resolutie te stellen, Extract in handen van den Praesident en overige leeden des raads van Justitie omme tot hunne Satisfactie te kunnen dienen, dan naardien, de meerderheid van onze vergadering van een Contrarie gevoelen kwam te zijn, hield hij Independent fiscaal aan zich gereserveerd, daar omtrent te dienen van zijn Consideratien in geschrifte; weshalven ter dier vergadering besloten is, deeze Consideratie van den onderteeken„ „de Independent fiscaal af te wachten, en dezelve ingekomen zijnde, met en benevens het voorsz: Schriftuur, ende daar bij gevoegde Extract secreete Notulen aan UwelEdele Hoog„ Achtb: eerbiedig te suppediteeren. dan en 132 en voorts van die consideratie Copia, en van de Propositie van den ondergeteekende Gouverneur, mitsgaders van het resultaat, Extract aan den raade van Jus¬ titie te doen toekomen; deeze Con¬ sideratien, in eene volgende ver„ gadering, waar bij de voor aan„ gehaalde Resolutie wierd gere„ „sumeerd, door den Independent Fiscaal ingediend, en op geleezen zijnde, sustineerde den onderte„ „kende Secunde, bij het slot van dat advis beleedigd te zijn, en verzogt daar van Extract, om daar tegens te dienen van zijne belangen, welk verzoek als toen is gehouden in advijs, en ver„ „volgens door den onderteekende Gouverneur te kennen gegeeven, dat meerme: Abraham Fleck verzoek kwam te doen om een Copij of Extract voor zoo verre hem be„ trost, van het voorsz: request door zijne geme: drie meede lee¬ „den ingediend, omme zich daar op te kunnen verantwoorden, waar in de onderteekende Secunde en Cassier deficulteerde om alle hatelijkbreeden voor te komen, en was den ondertekende Indepen„ „dent fiscaal van begrip dat zijne men 133. men zulks niet konde wijgeren, en verzogt den ondertekende Dispencier zich in eene nadere vergadering te expliceeren; In eene nadere vergadering wierd door den onderteekende Gouverneur voortgebragt, dat naardien de ondertekende Se„ cunde, Cassier en dispencier, ter laatstgem=t vergadering bij de resumptie der resolutie bevoo„ „rens genomen, hadden gedecla„ „reerd, dat het poinct bij die re„ solutie vervat, omme namentlijk het schriftelijk advijs van den ondertekende Fiscaal tegen het schriftuur door de drie burgerleeden van Justitie, Smuts, Meijer en de Wet, wanneer dat advijs zoude weezen inge¬ „komen, in Copia, beneevens het Extract van voorsz: Reso¬ „lutie af te geeven aanden raad van Justitie hen geëchappeerd was, niet tegenstaande die Heeren niet konden ontkennen, dat deeze re„ solutien door den secretaris on„ zes raads Mr. Cornelis van Aerssen zeer distinct waren voorgeleezen, en de ondertekende Gouverneur en Independent Fiscaal zelvs hadden opgemerkt, dat door het gem gem=te secretaris op dat poinct geappuijeerd was, betuigende voorsz: ondertekende secunde Cassier; en Dispencier dat hun intentie was geweest niet te roteeren dat aan den raade van Justitie zoude worden ter hand gesteld Extract uit de Resolutien, met het advijs van den ondertekende Indepen„ dent fiscaal, daar meede te verstaan, het geene ged:e Independent Fiscaal monden „ling hadde geadviseerd, en bij de resolutien van dien dag geextendeerd was, edoch geen„ zints het schriftelijk advijs, dat den Independent fiscaal, ten voorsz: dage aan zich gereserveerd had ge¬ „houden, nader te zullen inleeve„ „ren; hij onderteekende gouver„ „neur als toen aan ons in over„ weeging gaf, of wij niet konden goedvinden te treeden in 't gevoe¬ „len van meerm: Independent fiscaal destijds gedeclareerd, om„ „me namentlijk het request in quaesti uit hoofde van deszelvs geadviseerde zonder dispositie, aan de voorsz: drie burgerlee„ „den van Justitie uit te geeven met zodanige recommandatie, „zints als 134.
English
as is further expressed in that part of the resolution, whereupon the Independent Fiscal would consequently withdraw the aforesaid written advice, with which the undersigned Independent Fiscal also declared himself content, and that the said document would then be considered as not submitted. However, as the undersigned Secunde, Cashier, and Dispenser did not consent to this, persisting in their opinion that the aforesaid petition ought not to be returned to the three signers, but sent to the Fatherland, the undersigned Governor made a further proposal to send the repeatedly mentioned written advice of the undersigned Independent Fiscal, together with an extract from the resolution, by secret letter to those members of the Council of Justice who had complained about their aforementioned fellow members, with orders and recommendations to keep that document secret among themselves, and to await the decision of Your Right Honorable Worships in silence, to whom we had decided to send the same, together with the petition in question for the aforementioned purpose, and this to serve as a sort of satisfaction to the same members of the Council of Justice, which these members of so notable a college, being the second in rank in this colony, had requested from him, the undersigned Governor. This proposal also not being embraced by the aforementioned three undersigned, they were of the opinion that the Council of Justice, upon the transmission of the extract from the resolution, ought to be informed that all documents relating to this matter would be sent to Your Right Honorable Worships for decision, and that the same Council of Justice, as well as we, would thus have to await the outcome thereof. This being then also agreed to by the undersigned Governor out of special condescension and accommodation, the undersigned Independent Fiscal declared in this regard that he believed he might persist with great right in a resolution that had passed the resumption and thus was properly and lawfully adopted; yet, out of consideration that it touches only his private advice, as well as to demonstrate his moderation and how far he is from propagating further disputes and disagreements, he would continue to view the conclusion reached by the undersigned Governor, and also out of complaisance and deference to the aforementioned undersigned members of our council, he agreed to the same, however under the conditions, first, that to the members of the Council of Justice who have complained about that petition, it will be notified at the same time that he, in his advice, has debated all the positions and grounds appearing in the questionable petition, which matters coming before Your Right Honorable Worships for decision, the Council of Justice as well as we would also be obliged to await the verdict of Your Right Honorable Worships on these matters in silence; secondly, that the departure from the aforementioned resolution, occurring only out of pure complaisance and deference, could and may never in the future be drawn into any precedent; and thirdly, that this his declaration may also be attached to the resolution. After which, by the aforementioned undersigned Secunde, Cashier, and Dispenser, each separately in this regard submitted such writings as we take the liberty of offering to Your Right Honorable Worships in authenticated copies; and although by these writings they also came to declare that they could not enter into the proposal made by the undersigned Governor at our meeting, namely, at the request of the often-mentioned Abraham Fleck, to issue to him copies or an extract, in so far as it concerned him, of the mentioned petition of his three fellow members Smuts, Meyer, and De Wet, the undersigned Governor further made known that the said Fleck had reiterated his requests in this regard with great urgency, for which reason he proposed whether such copy or extract could not be handed to the repeatedly mentioned Fleck, with a serious recommendation to keep it secret, and to make no further use thereof other than solely to justify himself before this Council, and to send this justification along with the other documents to Your Right Honorable Worships, with which proposal the undersigned Independent Fiscal conformed upon the taking of the votes, while the undersigned Secunde, Cashier, and Dispenser declared that they persisted in their written opinions; while the also-undersigned Cellarmaster believed that, since the aforesaid petition belonged directly to Your Right Honorable Worships, we were thus in no way authorized to issue any extracts or copies thereof, and he moreover maintained that neither the aforesaid Fleck nor anyone else was injured in the same.
Dutch transcription
als in dat gedeelte dier reso„ „lutie nader staat uitgedrukt, als wanneer den Independent fiscaal Consequentelyk zoude te rug neemen, het voorsz: schrif¬ „telijk advijs, waar meede den ondertekende Independent fiscaal ook verklaarde genoe„ „gen te neemen, en het gem: stuk als dan te zullen houden als niet ingediend: Dan hier in door de onder„ „tekende secunde, Cassier en Dis¬ pencier niet zijnde geconsen¬ „teerd geworden, blyvende persis„ „teeren bij hun gevoelen, dat het voorsz: request niet behoorde te worden te rug gegeeven aan de drie teekenaaren, maar naar Patria gezonden, deedt den on„ dertekende gouverneur nader propositie, om het meerm: Schrif¬ „telijk advijs van de ondertekende Independent Fiscaal, dan be„ „neevens Extract uit de Resolutie, met een secreete brief te zenden aan die leeden des raads van Justitie die zich over haare voornoemde meedeleeden be„ klaagd hadden, met last en recommandatie, dat stuk on„ „der haar secreet te houden, voorsz: en 185 en daar op in stelte te blijven af¬ wagten de decisie Uwer welEdele Hoog Achtb:, aan de welke wy be„ „sloten hadde, het zelve, benee„ „vens het request in queesti ten fine voorsz: over te zenden, en zulks om aan dezelve leeden des raads van Justitie te dienen tot een soort van satisfactie, welke deese leeden van zo een notabel Colegie; dat het tweede in rang in deeze Colonie komt te zijn, van hem ondertee¬ kende gouverneur hadde verzogte: welke propositie al meede door voorsz: drie ondergeteekendens niet zijnde geemplecteerd geworden, waren dezelve van advijs, dat men den raad van Justitie, bij de over„ „zending van het Extract uit de Resolutie, behoorden te informeeren, dat alle de stukken tot deeze zaak relatie hebbende, ten fine van de„ cisie aan UwelEdele Hoog Achtb: zouden overgezonden worden, en denselven raad van Justitie, dus zoo wel als wij den uitslag daar van zouden moeten blijven afwagten: Het geen also dan ook door den ondertekende gouverneur, uit byzondere condescendence en in„ schikkelykheid zijnde toegestemd, declareerde den ondertekende Inde„ waren „pendent 136 „pendent fiscaal ten dien belange„ dat hij vermeende met groot regt te mogen bliven persisteeren bij eene Resolutie, die de resumptie had gepasseerd en dus wel en roet„ „tig genomen is; dan, dat hij echter uit consideratien, dat het alleen zijn particulier advijs raakt, mits¬ gaders om aan den dag te leggen zijn Moderatie, en hoe aliéén hij is om verdere dispuijten en on¬ eenigheeden te propageeren, de door den ondertekende gouverneur genomene conclusie zoú blijven aanzien, en meede uit Complai¬ „sance en deference voorde voorsz: in onderteekende leeden onses raads dezelve geagreëerd, echter onder die mids, eerstelijk dat aan de Leden des raads van Justitie, die zich over dat request hebben beklaagd, tef„ „fens zal worden genotificeerd, dat hij, in zijn advijs alle de po¬ sitien en gronden in het questieuse request voorkomende heeft gede„ „batteerd, welk een en ander onder onder het oog van UwelEdele Hoog Achtb: ter decisie zullende koomen, de raad van Justitie zo wel als wij ook verpligt zouden weezen; Uwel Edele Hoog Achtb: uitspraak op het een en ander onderteekende 137. in stilte af te wachten; ten twee¬ „de dat het afgaan van voorn: Resolutie alleen uit pure Com¬ plaisance en deference geschie„ dende, in 't vervolg nimmermeer in eenig consequentie zou kunnen of vermogen getrokken te worden en ten derden, dat dit zijn de„ clarertoir teffens bij de Resolutie moge gevoegd worden Waar na door voorsz onder „tekende Secunde, Cassier en Dis¬ pencier, ieder afzonderlyk ten deezen belange wierde ingediend zodanige schriftuuren, als wij de vrijheid gebruike Uwel Edele Hoog Achtb: in Copias autentica aan te bieden; en of schoon zij bij dies schriftuure tevens kwame te declareeren, niet te kunnen treeden in het voorstel van den ondertee¬ kende Gouverneur ter onser verga¬ „dering gedaan, om namentlijk ten verzoeke van dikwilsgemte Abra¬ „ham Fleck aan denzelven afte gee¬ „ven Copijen dan wel Extract voor zoo verre hem betrofd het gemen„ „tioneerde request van zijne drie meede Leede Smuts, Meyer, en de wet, heeft den onderteekende Gouverneur noch te kennen ge¬ geeven, dat gem: Feck dieswee„ Hoog „gens 138. 139. gens met zeer veel aandrang zijne instantien had gereitereert, wes„ „halven hij voorsloeg, of men dan zodanige Copij of Extract aan meermelde Feck niet zou„ de kunnen ter hand stellen, niet serieuse recommandatie om zulks secreet te houden, en daar van geen verder gebruik te maaken, dan alleen om zich bij deezen raade te justificeeren, en deeze Justificatie neevens de overige stukken aan Uwel„ „Edele Hoog Achtb: toe te zen„ den, met welke propositie den ondertekende Independent Fis„ „caal zich bij het opneemen der stemmen geconformeerd hebbende, betuigden de ondertekende Secunde„ Cassier en Dispencier, te blijven persisteeren, bij hunne schrifte¬ „lijke advijsen; terwijle den meede ondertekende keldermeester vermijnde dat vermids het voorsz: request direct behoorde bij Uwel „Edele Hoog Achtb:, wij dus geen„ zints bevoegd waaren daar van eenige Extracten of Copijen af te geeven, en hij daar en boven sus¬ tineerde dat voorsz: Fleck nog iemand anders in het zelve gele¬ deerd was: „caal En
English
And subsequently, the undersigned Governor brought forward for deliberation the request made by the undersigned Secunde at the aforementioned meeting to be allowed an Extract from the written advice of the undersigned Independent Fiscal against the frequently mentioned petition of the aforesaid three burgher members of the Council of Justice, insofar as the same concerned him; whereupon it was advised by the Independent Fiscal that he gladly agreed thereto, however on the condition that the Extract requested by him should likewise be granted to the aforementioned Fleck, and not otherwise, because since the decision of Your Right Honourable Noble Worships must be awaited on both the one and the other matter, the request of Fleck in the Council of Justice stood on completely equal terms with what was desired by the undersigned Secunde in our Council, and if we were for those reasons incompetent to grant an Extract to the frequently mentioned Fleck, that same incompetence also remained valid with regard to the undersigned Secunde. The undersigned Cellar Master having requested to be excused from stating his sentiment thereon, because he had not been present at the reading of this document, the undersigned Cashier maintained that this turned out to be an entirely different matter from that of Fleck, and that the undersigned Secunde could not be refused an Extract of an advice submitted in the body of which he was a member, and that he ought therefore to justify himself upon it: the undersigned Dispenser was of the opinion that, since the undersigned Secunde found himself insulted by the aforesaid document, one could not refuse the requested Extract to any Secunde of this Government: The undersigned Governor having conformed with the advice of the Independent Fiscal, and the votes thus standing equal on both sides, he concluded that, since he understood that this was one and the same matter as that of the aforementioned Fleck, it could not now be handled otherwise; and that likewise the requested Extract could not be granted to the undersigned Secunde. In consequence of all that which we have taken the liberty to represent to Your Right Honourable Noble Worships concerning this matter, we respectfully accompany this with the authentic copies of the documents mentioned therein, with humble prayer to be honoured in this regard with Your Right Honourable Noble Worships' highly respected decision. And herewith ending this, we commend Your Right Honourable Noble Worships' very distinguished persons, along with the important interests of the Noble Company, to the sole safe keeping of God, and we have the honour to subscribe with due respect. Noble, Firm, Right Honourable, Highly Wise, Provident, Very Generous and High Commanding Lords: Your Right Honourable Noble Worships' very humble, faithful, and obedient servants, C: J: vanden Graaff: SChinius Uuwer N: V: Winkel, GGvBret W: J: D Reede van Oudteshoorn J: N: J: van Lijnder/. In the Castle of Good Hope, the 28th of January 1791. Examined. No: 3 Copy To the Noble and Valiant Lord Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of the Cape of Good Hope and the dependencies thereof, etc. etc. etc., together with the Noble and Honourable Council of Policy. Noble and Valiant Lord and Noble and Honourable Lords! With the utmost respect, the undersigned currently acting Burgher Councillors of this government make known that when Burgher Councillor Ian Conraad Gie was, upon his request, granted discharge from that office, and thus a nomination of two persons had to take place in the Council of Justice, of which the undersigned have the honour to be fellow members in this capacity, the first petitioner, having presented himself a few days before that nomination to the Noble and Valiant Lord Governor, learned beforehand on that occasion that His Noble and Valiant Honour had taken into consideration for the post of Burgher Councillor the orphan master Abraham Fleck, elected a few days prior, who was discharged from the Company's service only at the end of the year 1784. That since the aforementioned Noble Lord Governor had often consulted intimately with him regarding matters that concerned the burghery, he, the petitioner, had therefore also thought he ought not to conceal from His Noble and Valiant Honour that the person of the aforementioned Fleck, though nothing could be said against his civil conduct, could not be acceptable to the burghery for the post of Burgher Councillor, as the petitioner did not fail to make known to His Noble and Valiant Honour frankly and cordially; and regarding which the first petitioner was conscious of having sufficient grounds, if only because there were so many among the burghery who, being the most notable in that station, were in esteem and trust with the burghery on account of their respectable years, sufficient experience, and competence, as well as many years of service, and were thus in a position to be considered for that post first of all, far above and before the aforementioned Flek. That the aforementioned prevailing trust with which the first petitioner thought himself honoured by the Noble and Valiant Lord Governor had brought him, the petitioner, and with him both the fellow petitioners, to an assurance that His Noble and Valiant Honour, in a post of such importance for the burghery—through which the trust of the same is sealed and grounded not only in the Council of Justice but also in the Government itself—would indeed have paid some regard to the aforementioned cordial and sincere representation made by the first petitioner to His Noble and Valiant Honour. That when subsequently, on Wednesday the 16th of the recently past month of March, towards the
Dutch transcription
En is vervolgens door den ondertee¬ kende gouverneur ter deliberatie gebracht het verzoek door den on¬ derteekende secunde ter meerm: vergadering gedaan, om te mogen Extract uit het schriftelijk advijs van den ondertekende Independent fiscaal teegens het dikwils gemt request van voorsz: drie burger„ „leeden uit den raad van Justitie voor zoo verre het zelve hem con„ „cerneerde; waar op door den Inde„ pendent fiscaal wierd geadvi„ „seerd, dat, hij gaarne daar toe instemde, echter onder voorwaarde dat aan meerm. Fleck insgelijks Den onderteekende Kelder„ het door hem verzogte Extract zou¬ „de worden afgegeeven, en anders niet, om dat zoo wel op het een als an„ „der de decisie van UwelEdele Hoog Achtb: moetende worden afgewacht, het verzoek van Fleck in den raad van Justitie met e begeerde van den ondertekende Secunde in onzen raade volkomen gelijk stond, en zoo wij tot het afgeeven van Ex¬ „tract aan dikwilsgem:e Fleck om die redenen onbevoegd was, diezelve onbevoegdheid ook om„ „trend den onderteekende Secunde subsisteerde. het „meester 140. 147. meester verzogt hebbende, geexcu„ „seerd te mogen zijn om zijn senti¬ ment daar over te zeggen, om dat hij bi de lecture van dit stuk niet was teegenwoordig ge¬ weest, heeft den onderteekende Cassier geobtineerd, dat dit eene gantsch andere zaak kwam te zijn, als die van Fleck, en dat den onderteekende secunde geene Extract konde worden geweigerd, van een advies ingeleeverd in het lighaam daar hij lid van was, en dat hij zich dus daar op behoorde te justificeeren: den on¬ derteekende dispencier was van gevoelen, dat, dewijl de meede onderl=te seckende zich bij het voorsz: stuk beledigd vondt, men aan geen se¬ cundte van dit Gouvernement het gevraagde Extract konde weigeren: Den ondertekende Gouverneur zich met het advijs van den Independent Fiscaal heb„ „bende geconformeerd, en de stemmen dus orer en weder egaal staande, heeft hij geconcludeerd, dat¬ daar hij begreep, dat dit een en dezelve zaak was, als die van meerm: Fleck daar inne als nu ook niet anders konde gehandeld worden; maar aan den onderteekende secunde insgelijks het ver„ „zogt Extract niet konde worden afgegeeven.— Ingevolge al het geene wij de vrijheid ge¬ hebben nomen, omtrent deeze zaak aan UwelEdele Hoog Achtb: voor te dragen; laaten wy deeze eerbiedig vergezellen, van de authenticque Copijen der daar bij vermelde stukken, met ootmoedige bede„ „cunde dien 142. In't Casteel de Goede Hoop den 28. Jannuarij 1791 Nagezien dienaangaande met Uwel Edele Hoog achtb: zeer gerespecteerde decisie te mogen worden verëerd. En hier meede deeze eindigende beveelen wij uwel Edele Hoog Achtb: zeer aanzienelyke personen, benevens de im„ portante belangen der Edele Maat„ schappij in de alleen veilige hoede go¬ „des, hebben wij de Eer met verschuldigt respect te teekenen. — WelEdele, Erntfeste„ Hoog Achtb:, Hoogwijse, voorsienige zeer genereuse en Hoog Gebiedende Heeren: GGvBret W: J: D Reede van Oudteshoorn J: N: J: van Lijnder/. Uwer welEdele Hoog Achtb:, zeer ootm:e: getr:e en gehoorz: dienaaren C: J: vanden Graaff: SChinius Uuwer N: V: Winkel, No: 3 Copia 143 Aan den welEdele Gestrenge Heer Cornelis Jacob van de Gaaff gouverneur en Directeur van Cabo de goede Hoop en den ressorte van dien &: &: &: benevens den Ed:e Achtbaaren Raad van Politie Wel Edele Gestrenge Heer en Edele Achtbare: Heeren! Met de uijterste Eerbied geeven te kennen de on= dergeteekende thans fungeerende Burger Raaden deeses gouvernements, dat wanneer aan den meede Burger Raad Ian Conraad gie op zijn gedaan verzoek, ontslag van dat Ampt was toe= gestaan, en dus bij den Raad van Justitie van welke de ondergeteekendens in deese qualiteit d'Eer hebben meede Leeden te zijn, een Nominatie van twee persoonen geschieden moest, den Eersten suppliant, eenige weinige dagen voor die Nomi. „natie zig bij den welEdele gestrenge Heer gou „verneur 144. „neur vervoegd hebbende, bij die geleegendheijd voor af heeft vernomen, dat zijn welEd: gestr: tot de post van Burger Raad reflectie had ge= maakt op den eenige dagen te voren g'Eligeerde weesmeester Abraham Fleck, die pas met het uit einde van den Jaare 1784. uit s Comp:s dienst is ontslagen. Dat aangezien welgem: Ed=e Heer gouverneur meermalen over zaaken, die de Burgerije be„ „troffen zo hij suppl:n zig vlijt vertrouwelijk met hem geraadpleegd had, hij suppl: dierhalven ook had gemeent voor zijn welEdele Gestr: niet te moeten verbergen dat den persoon van gem: Fleck, of wel op zijne Burgerlijke Conduites niet te zeggen viel, tot de post van Burger Raad„ aan de Burgerije niet aangenaam konde zijn, gelijk den suppl.:t ook niet heeft verzuimt zulk aan zijn welEdele gestr:, ongeveijnst en Cordaat te kennen te geeven, en tot het welke den eersten suppl.: bewust was, grond genoeg te hebben, al was het maar alleen, om dat zig zo veel stoffe onder de Burgerije voorhanden bevond, van de zulke die als de Notabelste in dien stand, zijn„ „de, bij de Burgerije uit hoofde van hunne respectable Jaaren, genoegzame ervarendheid, en kunde, mitsgaders Langjaarige diensten, in agting en vertrouwen stonden, en dus in de termen waaren, van tot dien Post, verre boven en voor gemelde Flek het aller eerst in aan= merking te kunnen komen. Dat het gemd: plaats grijpende vertrouwen waarmeede den Eerste suppl:t vermeende zig door den welEdelen gestr: Heer gouverneur vereert te mede vinden, hem suppl:t, en met hem de beijde suppl:n had gebragt in eene gerustheid, dat zijn wel Ed: gestr: in een post van zulk een gewigt voor de bur= gerije door dewelke het vertrouwen derselve niet alleen op den Raad van Justitie maar ook op de Regeering zelve word verzegeld en als gegrond, wel eenig reguard zoude hebben geslagen, op de gem: Cordate en sineere representatie door den Eersten suppliant aan sijn welEdele Gestrenge gedaan Dat wanneer vervolgens op woensdag den 16 e der Jongst voorledene maand Maart, teegens de den
English
145. the members of the Council of Justice were notified on the following court day to be prepared to draw up the nomination of two persons to fill the vacant post of Burgher Councillor, just as the petitioners had also been expecting the nomination on that court day, the Honorable President nevertheless saw fit not to allow the nomination to take place at that time, but postponed it, and on the following day had the assembly specifically summoned for an extraordinary session for that same nomination, for the following Saturday, the 19th of the said month of March. That on that day the Council accordingly gathered for that purpose, while the same consisted of the Honorable President and five other members from the Company's servants, along with only the three undersigned Burgher Councillors, petitioners in this matter, because the seat of the Burgher Councillor Gie was vacant due to his resignation, Burgher Councillor Maasdorp, due to his exceedingly frail physical condition and persistent illness, had long since ceased to attend the assembly, and even found himself unable to cast his vote in the nomination, and also, instead of the previously dismissed Burgher Councillor Bletterman, despite the repeated representations made by the undersigned to the Right Honorable Governor, no other person has been appointed in order to complete the number of six Burgher Councillors, which the High and Mighty Lords Masters most favorably saw fit to approve and commanded in the year 1785. That the aforesaid members, so poorly proportioned in number against one another, having then proceeded to form the nomination, the petitioners also had to discover, to their utmost astonishment, that the said Fleck was then nominated for Burgher Councillor with six votes, and that those votes were precisely cast only by the President and the remaining five members from the Company's servants, as the three undersigned Burgher Councillors must declare that they did not nominate the said Fleck, indeed that they would not even have thought of this against the conviction of their conscience, so that by a majority of votes there appeared on the nomination the said Fleck and alongside him the former Commissioner of Civil and Matrimonial Affairs Hendrik Pieter Warnecke. That the petitioners were thereby forced to experience, to their painful sorrow, that the aforesaid Governor had by no means seen fit to pay any regard to what the first petitioner had declared and demonstrated to His Right Honorable with candor and confidence. That the petitioners, however, have not been able to comprehend by what doing they had to forfeit the confidence of His Right Honorable, especially in a matter of importance to the burghery, since they know themselves to be entirely pure and free of having given His Right Honorable the slightest legitimate reason for dissatisfaction, but that on the contrary, the petitioners have always directed the credit and trust they enjoy among the burghery with the utmost zeal toward that end to which they believe it ought to extend, namely thereby also to cause the deepest confidence of the same to ascend higher to Your Right Honorable and Honorable, and thus always to render fruitful the resolutions and measures being taken by the same, to the benefit of the Noble Company, to the welfare of this Colony, and to the peace and safety of the inhabitants of this place, and thus to cause the entire body of the burghery to cooperate and agree toward these ends. That the petitioners can even less comprehend that the blessed turn of events in the fatherland, through which His Serene Highness has been restored to his most eminent dignities and returned to the power to restore the bond of unity in the great body of the state, they
Dutch transcription
145. den volgenden Regtdag, de Leeden des Raads van Justitie was aangezegd geworden, om als dan bedagt te moeten zijn, tot het formeeren der Nomi= natie van twee persoonen tot vervulling van de opengevallene Post van Burger Raad, gelijk de suppl=ten op dien Regtdag de Nominatie ook verwag„ „tende zijn geweest, den E Achtb: Heer praesident nogthans goedvond de Nominatie als toen niet te laaten geschieden, maar deselve opschorte, en 's daags daar aan de vergadering nader tot deselve Nominatie Extraordinair heeft doen indiceeren, teegens den daar op volgende sa„ „turdag den 19=e der gemelde Maand Maart. Dat op dien dag den Raad zig dan ook tot dat einde heeft bij een vergadert, terwijl denselven bestond uijt den E Achtb: Heer President, en nog vijf Leeden van sComp. s dienaren, mitsgd:s slegts de drie ondergeteekende BurgerRaaden, suppl=ten in deesen, alsoo de stoel van den Bur„ gerRaad Gie door zijn ontslag vacant was, den Burgerraad Maasdorp door desselfs ten uitterste debile Lichaams omstandigheeden en aanhoudende ziekte, al zeedert lange in de vergadering niet na had geadsisteerd, en zelfs tot het bijbrengen van zijn stem in de Nominatie zig buiten staat bevond, en ook in steede van den voor= „langen reeds ontslagene Burgerraad Bletter- „man ongeagt de door de ondergeteekendens, bij den welEdelen Gestr: Heer gouverneur daar „toe gereitereerde instantien geen ander is aan=„ gesteld geworden, ten eijnde het getal te Comple„ „teeren van ses Burgerraaden, welke de Hoogge= beedende Heeren Meesteren, hoog gunstig goed= gevonden, en in 't Jaar 1785 aangeschreeven heb„ „ben. Dat de voorm: zo kwalijk teegens elkandere in getal geproportioneerde Leeden, daar op tot het formeeren der Nominatie overgegaan zijnde, de supp=te dan ook tot hun uitterste vervondering hebben moeten ondervinden, dat gemelde Fleck als toen met ses stemmen tot BurgerRaad wierd genomineerd, en dat die stemmen. Juist alleen waaren uijtgebragt door den Heer president, en de vijf overige Leeden van s' Comp:s Dienaren, also de drie ondergeteekende Burgerraaden, ziekte verklaren 146. verklaaren moeten, gemd: Heck niet te hebben genomineerd, ja dat zij zelfs teegens de over= „tuijging van hun geweesen hier aan niet zou„ de hebben gedagt, zo dat door meerderheid van stemmen op de Nominatie verscheenen zijn, gen slek en nevens hem den oud Commissaris van civrele en huwelijks zaaken Hendrik Pieter Warnek Dat de suppl=n hier door tot hun smertely leetweesen hebben moeten ondervinden; dat wel opgemelde Heer Gouverneur geensints goedge. vonden had, eenig reguard te slaan, op het geen den Eersten suppl=t sijn wel Ed: gestr: met Can deur en fiducie had gedeclareerd en vertoond Dat de supplte egter niet hebben kunnen bezeffen door welk toedoen deselve het vertro „wen bij zijn wel Edele gestrenge, voor al in een zaak gewigt voor de burgerije, hadden moe ten verbeuren, daar zij zig geheel zuijver e vrij kennen, van sijn welEdele gestrenge, eenige de minste rechtmatige reden van onge noegen te hebben gegeeven, niet alleen, maar da zij supp=ten ter Contrarie het Crediet en vertrouwen waar in zij bij de burgerije staan, altoos met de uitterste ijver hebben doen strekken, tot dat einde waar toe zij meenen dat het zelve strekken moet, om namentlijk daar door ook het diepste vertrouwen derselve, hooger op te doen klimmen tot uwe wel Edele Gestr: en Ed=e Agtb=e en dus altoos vrugtbaar te doen zijn, de besluiten en maatregulen bij wel derselve genomen wordende, tot voordeel der Edele Maatschappije, tot wel„ zijn van deese Colonie, en tot rust en veiligheid der Jngeseetenen van deese plaatse, en om het gantsche Lichaam der Burgerije also tot deeze Eijndens te doen meedewerken en te zamen stemmen. . Dat de suppl=te veel minder kunnen opmaken dat de gezeegende verandering der zaaken in het vaderland, door welke sijne Doorlug= „tigste Hoogheid in hoogst desselfs eminente Digniteiten, hersteld en weder gekeerd is, tot het vermogen, om den band van eensgezend= „heid in het groote Lichaam van den staat, zij te Eerstellen
English
to restore and to preserve, could have contributed anything to cause His Right Honorable Sir to adopt any other conduct toward the Cape Burgher community, as the same has never, yes even not when the divisions in the beloved fatherland had climbed to the extreme pinnacle, in the least defiled itself with anything that could cause suspicion to arise as though they took pleasure in, much less took part in the conduct of those who had caused these divisions; however much the petitioners, to their inner grief and as they also dare assure, to a painful feeling for the entire Cape Burgher community, have been informed that people have tried to make them suspicious in an utterly false manner as such, to those who were not sufficiently in a position to investigate closely the truth or falsehood of this. Indeed the undersigned, for which they respectfully request permission, dare appeal in this regard to the testimony of Your Right Honorable Sir and Honorable Worships themselves, who know best of all that the conduct of the Cape Burgher community never more, even in the most intense moment of those unfortunate divisions, could be assigned the name and praise of respectful and obedient toward its authorities, a conduct by which they hope and wish that the precious protection and most favorable paternal affection of His Serene Highness in his very distinct various relations to our Colony, will continue to remain over them and increase. That whereas the oft-mentioned Flek also by no means, through any outstanding services, at least not those that have come to the knowledge of the petitioners or the public, has made himself preferable above others of the most prominent among the Burgher community for the post of Burgher Councillor, the petitioners thereby still had hope that perhaps another step would bring the Right Honorable Lord Governor to some other noble decision, in order to keep in mind and preserve the love and the trust of the Burgher community toward and in His Right Honorable Sir; wherefore the same decided, after the nomination had taken place on the cited Saturday the 19th of March last, because the Sunday came in between, on the following Monday, by means of the third petitioner before His Right Honorable Sir proceeded to the election, to urge again most respectfully that His Right Honorable Sir, in order to prevent a great displeasure among the Burgher community, would please abandon the intention and the disposition that might exist to elect the mentioned Flek from the nominated persons, which having been carried out by the third petitioner, with such persuasive reasons as he believed could serve that end, with the addition even that it was indifferent to them, the petitioners, and the Burgher community who, out of the great number of those who ought first to come into consideration, was nominated and elected to the Burgher Councillor's office, the petitioners thereupon had to perceive this result: that His Right Honorable Sir tried to refute all arguments adduced by the third petitioner only in the friendliest terms, caused all hope to vanish of obtaining any satisfaction in the essential point, and also, according to the qualification conferred upon His Right Honorable Sir by the High Commanding Lords Masters in the year 1785, proceeded that very same morning to the election of the mentioned Flek; about which the petitioners, not being able to trace nor fathom the reasons and cause of this, must testify that they are utterly amazed that this election, as soon as the same had become known, then also immediately had the result which the petitioners had anticipated from it, namely a general very great displeasure among the Burgher community, of which the petitioners immediately had to perceive distinct signs: the petitioners trust that Your Right Honorable
Dutch transcription
147. te herstellen en te Conserveeren, iets kan hebben toegebragt, om zijn Wel Ed: Gestr: eenig ander ge. „drag omtrend de Caabse Burgerije te doen aan „neemen, daar deselve zig nimmer, Ja ook zelfs niet toen de verdeeltheeden in het Lieve vader =land, tot het uiterste toppunt geklommen waaren, in het minste heeft bezoedelt, met iets dat de verdenking konde doen opkomen, als of zij een welgevallen hadden, veel minder deel na= men in het gedrag der geenen die deese verdeelt heeden hadden verwekt; hoe zeer de suppl=nen tot hunne innerlijke smerte en zo als zij ook durver verzeekeren, tot een smertelijk gevoel voor de gantsche Caabse Burgerije geinformeerd zijn, dat men hun ten uitersten valsch als zodanig heeft getragt verdagt te maken, bij de geene die niet genoeg in de gedeegentheid waaren, om de waarheid of onwaarheid hier van naauw „keurig te ondersoeken. Jmmers durven de ondergeteekenden /:waar toe zij eerbiedig vrijheid versoeken:/ zig ten deesen aanzien op het getuigenis van uwel Edele Gestrenge en Edele Achtb:r zelve beroepen, die het alldernaast weeten dat het gedrag der Caabse Burgerije nooit meer, als zelfs in het hee: „vigste tijdstip: van die ongelukkige verdeelt. „heeden, de naam en Lof heeft kunnen werden toetekend, van Eerbidig en gehoorzaam Jegens haar overheden, een gedrag door welke zij hoopen en wenschen dat de dierbare protectie, en hoogst gunstige vaderlijke affectie van zijn Doorlugtigste Hoogheid in hoogst des„ selfs gedestingueerde onderscheidene relatien tot onse Colonie, over haar zal blijven Con„ „tinueeren en toeneemen. Dat dewijl meergeciteerde Flek ook geen= „zints door eenige uitsteekende diensten, ten minsten niet die tot kennis van de supp=te of het Publicq gekomen zijn, zig boven andere van de aanzienlijkste onder de Burgerije, tot de post van Burger Raad profarabel heeft ge= maakt, de suppl=ten hier door nog hoop had. „den dat wel ligt een andere stap den wel Ed: gestrengen Heer gouverneur tot eenig ander Edele besluijt 148. besluit zoude brengen, om de Liefde en het ver„ „trouwen van de Burgerije tot, en op zijn welEd. gestr: in het oog te houden en te bewaaren:— waarom deselve besloten, nadat de Nominatie op geciteerde Saturdag den 19 Maart Jongstl. was geschied, dewijl er den zondag tusschen beijde kwam, den volgenden Maandag, door middel van den derden suppl:t eer zijn welEd. e gestr: nog tot de verkiezing overging, nader op het eerbiedigst te doen inteeren, dat zijn wel Edele gestrenge dog, om een groot ongenoege onder de Burgerije voortekomen, van het voor neemen, ende dispositie die er weesen mogt om gend: Flek uit de genomineerde persoonen te Eligeeren wilde afstappen, het geen door den derden suppl„t verrigt zijnde, met zodanig persuasive redenen als hij meende, tot dat eif „de te kunnen dienen, met bijvoeging zelfs dot het hun suppl=te en de Burgerij onverschillig was, wie uit het groot getal dergeene, die het eerst in aanmerking diende te komen, tot het Burger Raads Aarpt genomineert, en verkoosen wierd, hebben de suppl=ne daar op dit gevolg moe„ „ten ontwaaren, dat zijn wel Edele gestrenge alle bijgebragte Argumenten van den derden supplt alleen onder de vriendelijkste be„ „woordinge tragten te wederleggen, alle hoop deid verduijnen, om in het essentieele poinct eenig genoegen te verwerven, en ook volgens de qualificatie door de Hoog gebiedende Heeren Meesteren in het Jaar 1785. aan zijn welEdele gestrenge gedefereerd, dien zelfden morgen nog tot verkiezing van gemelde Flek is overgegaan; over hetwelk de supplten /: de rede.- hiervan „nen en oorzaak niet kunnende nagaan, nog doorgvonden :/ betuigen moeten ten uitersten verbaast te staan dat deese verkiezing zo dra deselve rugtbaar geworden was, dan ook al aanstonds het gevolg heeft gehad, het welk de supplten daar uit hadden te gemoed moed gezien, namentlijk een algemeen zeer groot ongenoegen onder de Burgerije, waar van de suppl=ten dadelijk onderscheijden /wae„ „ve moesten ontwaaren: de supplte vertrouwen wierd, dat Uwel Ed.
English
that Your Right Honourable and Honourable Sirs will be willing to believe and accept the testimony of the petitioners regarding this, which they give upon the oath sworn by each of them in his office, as they, waiting according to their duty to calm and quell that discontent, would also gladly prevent those commotions through which, otherwise than by means of the petitioners, that discontent would have come to manifest itself to Your Right Honourable and Honourable Sirs, and all the more so since they, the petitioners, hold themselves assured that if it should please Your Right Honourable and Honourable Sirs to approve and grant the proposals and the request made below by the petitioners, a prospect for the burghers that in the future both the nominating and electing of Burgher Councillors shall occur in a manner whereby they may hold themselves assured of finding persons chosen from their midst as co-judges, in whom they can and must place their trust without hesitation, will also be fully capable both of causing the present discontent of the burghers to cease and at the same time of causing the aforementioned Flek to be respected among them in his acquired office of Burgher Councillor. The petitioners take the liberty to bring to the attention of Your Right Honourable and Honourable Sirs how it has been in custom among all nations from the earliest times that whenever they enjoy the permission to have representatives on their behalf accede to a certain body in anything with which their interest is involved, the freedom was then also left to them to nominate the representatives themselves; far be it from the petitioners that they should thereby in the slightest mean anything contrary to the dependency in which they, and with them the entire burgher community, indeed the whole colony, stand under the authority of the Noble East India Company; no, Right Honourable Sir and Honourable Sirs, they know, moreover, and always feel with a grateful heart what benefits this colony has enjoyed under the favourable disposition and protection of the Noble East India Company; and how greatly our Lords and Masters, who find themselves placed in the direction of the same Company, observe and take to heart the flourishing and welfare of this colony with an affectionate and fatherly care; but as it has graciously pleased the very same our Lords and Masters to grant to the Cape burghers that, in a matter of the utmost weight and importance for every individual, namely the administration of justice, six Burgher Councillors from their midst shall constitute an equal number of members with those who have a seat in that Council from the Company's servants, and no nomination of members from the Company's servants is made for the Council of Justice, just as nevertheless in all other colleges consisting of members of the Company's servants and burghers the nomination of the Company's servants and burghers takes place, the petitioners therefore believe, on grounds of equity, to be entitled to supplicate, as they most respectfully do herewith on behalf of the burghers, that the nomination of the Burgher Councillor who is currently missing from their designated number on the Council of Justice, and of those that shall subsequently fall vacant, may henceforth be made by Burgher Councillors alone, under the presidency of one of the members from the midst of your Right Honourable and Honourable assembly; whereby, however, if this might result in a merely double number leaving not enough scope to make an election therefrom to satisfaction, to prevent such, Burgher Councillors could be obliged, for each vacant Burgher Councillor seat, instead of merely a double number, to produce the nomination threefold, fourfold, or more. And as furthermore it has pleased our Lords and High Rulers, for very wise reasons and with praiseworthy prudence, that in the change which was introduced to the Council of Justice here in the year 1786 according to their supreme instructions, the election of the Burgher Councillors, who must be fellow members in that Council, was to be done by the Right Honourable Lord Governor, without participation of the Honourable Council of Policy, but the reasons which the petitioners maintain moved them to this order and directive no longer obtain, and in all lesser colleges the election of new members is done from the nominations formed by them by Your Right Honourable and Honourable Sirs, the petitioners therefore also take the liberty most reverently to request that the same may henceforth take place in the same manner in the election of Burgher Councillors. The grounds of reasonableness and equity upon which both of these requests of the petitioners rest, and the objective intended thereby, cause them to flatter themselves with your Right Honourable and Honourable Sirs' favourable apostil upon the same. But if unexpectedly difficulties should be raised by Your Right Honourable and Honourable Sirs in condescending thereto, the petitioners then take the liberty further most humbly to request that in that case this their respectful petition may be transmitted and presented to the Right Honourable High and Mighty Lords Seventeen, under the favourable support and recommendation of Your Right Honourable and Honourable Sirs. Which doing, was signed: J: Smuts, G: H: Meijer, H: I: Dewet. In the margin: delivered at Cape of Good Hope, the 12th of April 1790. Beside the heading was written: Exhibited the 20th of August 1790. Checked: Goetz, W: V: Hilmans, Ea Clercq.
Dutch transcription
149. dat Uwel Edele Gestrenge en Edele Achtb:s het getuigenis der suppl=te hier van /: het geen zij op den Eed, bij ieder van hun en zijn ampt gedaan, afleggen:/ wel zullen willen geloven en aanneemen alzo zij wagtende dat ongenoe gen volgens hun pligt te stillen en te dempen„ ook gaarne die beweegingen willen praevini eeren, door dewelke ander dan door middel van de suppl=te dat ongenoegen aan uwelEd: gestr: en Ed:le Achtb.:s zouden hebben komen te Manifesteeren, en zulks te meer daar zij supplte zig verzeekerd houden, dat wanneer het Uwe WelEdele Gestrenge en Ed. Achtb. mogt behagen, de propositien en het verzoek door de Supplianten hier onder gedaan werden. „de, te gouteeren en te accordeeren, een voor uiitzigt voor de Burgerije, dat in het toekomen de zo wel het Nomineeren als Eligeeren van Burger Raden geschieden zal op eene wijze waar door zij zig verzeekert mogen houden van Persoonen, uijt het midden hunner als meede regters verkosen te winden, op welke zij zonder hesiteeren hun vertrouwen stellen kunnen en moeten, ook volkomen in staat zijn zal, zoo om het teegenwoordig misnoegen der Burgerije te doen cesseeren, als om te gelijk voormelde Flek in zijn verkreegen Burger„ raads ampt onder deselve te doen respecteren de suppl=te neemen de vrijheid, hier toe onder het oog van uwel Ed. gestrenge en Ed: Agtb=s te brengen, hoe bij alle volkeren van de oudste tijden af aan in gebruik is geweest, dat wan„ „neer zij de vergunning genieten, om in het een of ander, waar meede hun belang of Intrest vermengd is, Representanten van hunnent wegen tot zeekere Lichaam te mogen doen Accedeeren, aan hun dan ook de vrijheid werd overgelaten, om de representanten zelve te benoemen, het zij verre van de suppl. n dat zij hier meede iets het allerminste zouden bedoelen, strijdig met de afhankelijkheid, waar in zij, en met hun het geheele burgerweesen, Jade gantsche Colonie onder het gebied der Edele oostjndische Maatschappij staan; neen wel Edele gestrenge Heer en Ed: Agtb=e Heeren zij zonder sijn 150. zij weeten daar en boven, en gevoelen altoos met een dankbaar hart welke weldaaden deeze Colonie onder de guntige beschikking, en de protectie der Ed: O: J: Maatschappij genooten heeft; en hoe zeer onze Heeren en Meesteren, die zig aan het bewind van deselve Maat= schappij geplaats vinden, de bloeij en het welweesen van deese Colonie, met een Liefde „rijke en vaderlijke zorgvuldigheid gadeslaa en ter harte neemen; maar daar het Hoogt deselve onse Heeren en Meesteren goedguw¬ stig behaagd heeft, aan de Caabse Burgerije te accordeeren. dat in een zaak voor ieder in„ „durdu van het uiterste gewigt en aanbelang„ namentlijk het administreeren der Iustitie, ses Burger raaden uit het midden hunner een gelijk getal leeden zal uitmaaken, met de geene die uit sComp. s dienaren, in dien Raad sessie hebben, en en geen Nominatie van Leeden uit s Comp:s dienaren bij den Raad van Justitie geschied, gelijk nogthans bij alle andere Collegien uit Leeden van s Compagnies Dienaren en burgers bestaande, de Nominatie van 's Comp. s Dienaren en Burgers plaats heeft, zo meenen de supp=te op gronden van billijk„ „heid te mogen suppliceeren gelijk zij van wegens de Burgerije zeer eerbiedig doen bij deesen, dat de nominatie van den Burger= „raad die teegenswoordig in derselver bepaald getal bij den Raad van Justitie ontbreekt, en de geene die bij vervolg open vallen zullen, voortaan mogen geschieden door Burger raden alleen, onder het Presidie van een der Leeden uit het midden van uwel Edele gestrenge en Edele Achtb=ren vergaderinge, waar bij egter wanneer hier uit zoude moogen voortkoomen, dat slegts een dubbelt getal geen ruimte ge„ „noeg overliet, om als dan daar uit eene Elec. tie nagenoegen te doen, om zulx te arteeren, Burger raaden zouden kunnen werden geobli= „geert, om voor ieder vacant vallende Burger= raads plaats, in steede van slegts een dubbel getal, de Nominatie drie, vier of meer vou„ dig uijtebrengen dienaren En daar 151. En daar het alverders, onze Heeren en Hooge gebiederen, om zeer wijze reedenen, en met een roemwaardige voor=zigtigheid gelieft heeft, dat bij de verandering die in t Jaar 1786. na hoogst derselver voorschrift, aan den Raad van Justitie alhier is toegebragt: de verkiezing der Burgerraden, dewelke mee„ =de leeden in dien Raad zijn moeten, geschieden zouden door den welEdele Gestrenge Heer gouverneur, zonder deelneeming van den Edele Achtbe Raad van politie, dog de ree= „den die de suppln surtineeren dat Hoogst „ deselve tot deese order en aanschrijven heb¬ ben gepermoveert gehad, niet meer plaats grij „pen en bij alle mindere Collegien uit dersel„ „ve geformeerde Nominatien de verkiezing van nieuwe Leeden geschied door Uwel Ed:e gestr: en Ed=le Agtbarens, zo neemende sup: „plianten de vrijheid meede zeer reverentelijk te versoeken, dat zulks op die zelvde wijze bij vervolg plaats grijpen mog, bij de ver„ kiezing van Burger raden Accordeert. De gronden van redelijkheid en billijkheid, op welke deese beide der supplte. versoeken rusten, en het oogmerk daar meede bedoelt, doen hun met uwe wel Ed=e gestr: en Ed: Agtb:r geunstige appostille, op deselve gevlijt zijn. Dan nadien onverhoopt bij uwel Ed:e gestrenge en Edele Achtb: mogte worden ge= difficulteerd, daar inne te Condescendeeren, zo neemen de suppl=nen de vrijheid verders zeer onderdanig te versoeken, dat dit hun Eerbiedig supplicq in dat geval, aan de welEdele Hoog Agtbaare Heeren seeventhienen onder gunstige appuij, en voorschrijven van uwe wel Edele Gestrenge en Edele Achtbaarens, mag werden overgezonden en voorgedragen. 'T welk doende /: was geteekend:/ I: Smuts G: H: Meijer, H: I: Dewet. /: in margine:/ over= gegeeven aan Cabo de Goede Hoop den 12. April 1790. /:besijden het hoofd stond:/ Exhibitum den 20 Augu.s onderstond De gronden Goetz Nagezien W: V: Hilmans 1790. - Ea Clercq.
English
No. 3 Secret For the Right Honorable Lord Governor Thursday the 20 May 1790 In the forenoon Extraordinary meeting, present the Honorable Lord President and all the Members. When today the Council was expressly assembled to decide on some civil as well as criminal matters, the Honorable Lord President was pleased finally to make known: That the Right Honorable Lord Governor, with the prior knowledge of the Lords Members of the Honorable Council of Policy, had handed to His Honor a petition, signed by three Members of this assembly, being Messrs. Smuts, Mijer and de Wet, and addressed to the Right Honorable Lord Governor and Honorable Council of Policy of this government, principally relating to the nomination and election of the one in place of Mr. Jan Coenraad Gie, who recently obtained his discharge, now sitting on behalf of the burghers as a fellow Member of this Council, Mr. Abraham Fleck: That, because that petition was considered by the aforementioned Lord Governor to be of such a nature that its principal contents directly concern the Council of Justice, His Honor had therefore also thought that the President and remaining Members of that assembly ought not to be left in ignorance of it. Wherefore, His Honor having taken over that petition, embraced this opportunity to inform the Council of its contents, adding that His Honor had read the said petition with nothing but the utmost indignation, because His Honor perceived that they not only sought to disparage the full Council of Justice before the government of this place, but it is also most clearly to be deduced from the contents of that petition that the desire and aim of the petitioners is principally to remove the President of the assembly on the occasion of a subsequent nomination, and thus, deeming the remaining Members of the council unworthy of the exercise of a right that was given to this assembly by the High Commanding Lords Seventeen, to exclude them entirely therefrom; His Honor further testifying that he must declare frankly not to be able to understand how the same Messrs. Smuts, Mijer, and de Wet, without the very least prior knowledge of the Council, nor of His Honor as President, could have resolved to submit such an address. Hereupon Messrs. Smuts and de Wet advanced that they with the aforesaid petition had had no intention to disparage nor disadvantage anyone, or to exclude the Honorable Lord President or the other Lords Members of the Council: That they, solely in accordance with the order of the Lords Seventeen, aimed for the session of an equal number of Members on the Company's and Burghers' behalf, and that they lastly also had not intended to let someone else preside in their assembly or at the nomination, since in the petition, without any exception, they spoke of the Members of the Honorable Council of Policy, under which the Honorable Lords President and Independent Fiscal are thus also included, they being in that regard the interpreters of their own words, requesting a note in the Minutes of what was put forward, to discharge the Honorable Lord President. After the same Messrs. Smuts, Mijer, and de Wet, upon requisition of the Honorable Lord President, had subsequently retired from the assembly, the abovementioned petition was read in the presence of Mr. Abraham Fleck, who however immediately after the reading of the same likewise absented himself from the assembly, and it was found that the indignation which the Honorable Lord President of this Council has already manifested in his preliminary presentation thereof was very
Dutch transcription
N. 3 ESecreet voor den WelEdelen Gestr: Heere Gouverneur Donderdag den 20 Meij 1790— 's voordemiddags Extra ordinaire vergadering prae„ „sent de E achtb: Heer Praesident en alle de Leeden Wanneer Heeden de Raad expres vergadert was, om eenige zo Civiele als crimineele stukken te decideeren, geliefde de E achtb: Heer Praesident Laatste„ „lijk nog te kennen te geeven: Dat de welEdele gestr: Heer Gouverneur met voorkennis, der Heeren Leeden in den E achtb Raade van Politie, aan zijn E achtb: had ter hand gesteld, een request, door drie Leeden deeser vergadering, zijnde de Heeren Smuts, Mijer en de wet geteekend, en geaddresseerd aan den wel Edelen gestr: Heere Gouverneur en E Achtb: Politie„ „quen Raade deeses gouvernements, hoofdzakelijk betrekking hebbende tot de nominatie en Electie van het geen in plaatse van den onlangs desselfs ontslag geobtineerd hebbende Heere Jan Coenraad gie, tans van burgerweege sessie hebbend meede Lid deeses Raads de Heer Abraham Fleck: Dat, dewijl dat request door wel opgem: Heer gouverneur geconsidereerd wierd van dien aart te zijn, dat de voor„ „naamste inhoud, daarvan den Raade van Justitie direct copie - 152 153. direct concerneert, zijn Ed: gestr: dus ook gemeend had„ den president en overige Leeden, dier vergadering, daar„ „van niet onkundig te moeten laaten. — Jnvoegen zijn Ed: achtb: dat request overgenomen hebbende, deese geleegendheid amplecteerde, om den Raad van dies inhoude kennis te geeven, met byvoeging dat zijn E: achtb: het meerm: request, niet dan met de uijt„ „terste indignatie had geleesen, dewijl zijn E achtb=s ontwaarde, dat men niet alleen den vollen Raad van Justitie bij de regeering deeser plaatse trachte te denigreeren, maar het ook uijt den inhoude van dat request ten duijdelijksten op te maaken is dat de begeerte en het oogmerk der supplte. voornament¬ „lijk is om den praesident der vergadering bij gelee„ gendheid eener volgende nominatie te removeeren, en dus met de overige Leeden des raads tot de Exer„ „citie van een recht, het welk door de Hoog Gebiedende Heeren Zeventhienen aan dese vergadering gegeven is, onwaardig achtende, dezelven daarvan geheel uijt te sluijten; betuijgende zijn E achtb=s voorts rond uijt te moeten declareeren, niet te kunnen begrijpen, hoe dezelve Heeren Smuts, Mijer, en de wet, zonder de allergeringste voorkennisse des Raads, nog ook van zijn E: achtb: als Praesident, tot het doen van een diergelijke addresse hebben kunnen resolveeren. Hierop advanceerde de Heeren Smuts en de Wet, „dat zij bij het voorsz: request geene intentie had„ Na dat deselve Heeren Smuts, Mijer, en de wet op requisit: van den E Achtb: Heer President Zig ver„ =volgens uijt de vergadering hadden geretireerd; Is het bovengem request nog in tegenwoordigheid van den Heere Abraham Fleck, welke zig egter da„ „delijk na de lecture van het zelve insgelijx uijt de vergadering absenteerde, geleesen en bevonden, dat de indignatie, welke den E achtb: Heer Pra„ „sident deeses Raads, bij desselfs praliminaire voordragt, daarover reeds heeft doen manisesteeren „den gehad, om iemand te danigreeren noch bena„ „deelen, ofte ook den E achtb: Heer Praesident of de „overige Heeren Leeden des Raads uijt te sluijten: „Dat zij alleenlijk na de ordre der Heeren Zeventhie„ „nen de sessie van een gelijk getal Leeden van Com„ „pagnies en Burgerweege buteerden, en dat zy ook „eindelijk niet in het oog hadden gehad, om iemand „anders in hunne vergadering of bij de nominatie „te laaten praesideeren, daar zij in het request, zon„ „der eenige uijtzondering, van de Leeden van den „ E achtb: raade van Politie, waaronder dus de E „achtb: Heeren President en Jndependent Fiscaal „meede begreepen zijn, gesprooken hebben als zijn„ „de zij daaromtrend zelve uijtleggers van Hun „eige woorden versoekende Hun EE van dit voortgebrachte, tot decharge van den E: achtb: Heer Praesident, aanteekening in de Notulen. — „den zeer
English
is very well founded; while furthermore the Independent Fiscal remarked thereupon that the aforementioned petition, instead of being called a request, ought much rather to be branded with the name of a satire and considered as an address which, because of its hateful contents, ought not to be accepted by any council established in a civilized society that still knows how to preserve its dignity, much less to be inserted into any minutes or resolutions: since, besides the injury openly inflicted therein upon the Right Honorable the Governor as supreme commander of this place, and the accusation, as if the nomination had not taken place properly and in due form, openly imputed to the president and the other members of this assembly; the signatories thereof have moreover acted in this matter entirely in bad faith; the aforementioned Smuts and Mijer having first duly ratified the letter of nomination to the Right Honorable Governor with their signatures without the slightest hesitation or protest, and nevertheless having subsequently formed a cabal with the third petitioners in order, without the slightest knowledge of the Council and thus clandestinely, to remonstrate against the aforementioned nomination, against the election of the frequently mentioned Fleck made by the Honorable Governor, and against the right given by the Lord Masters to the Council of Justice; while they have furthermore, setting aside one of the foremost duties of a judge, namely secrecy, taken the liberty of mentioning in a public document the particular votes cast for the election of a burgher member in the Council of Justice, and thus in their entire conduct have not lost sight of causing, if possible, an infringement upon the trust which every individual must place in this Council as their competent judge. And the assembly further judged that the particular assertions of the same request, namely that the youth of the said Fleck, the meager services he is said to have rendered to the citizenry, and the frivolous objection that the often-mentioned Fleck left the service of the Honorable Company a few years ago would render him unworthy of the weighty post of Burgher Member of Justice, all must also apply in a very evident manner and in particular to the circumstances in which the first and last signatories of that request found themselves upon their very first promotion as Burgher Councillors; so that it is unnecessary to elaborate further on that in detail at present. It being only resolved by the assembly hereupon to enter all the foregoing into a secret minute, and further to request the Honorable President to thank the Right Honorable Governor warmly on behalf of this assembly for the communication of the frequently mentioned so-called petition presented by three members from their midst. At the same time to inform his Honor that this Council had not the slightest knowledge of the step taken by the said three members before his Honor was pleased to give them notice thereof; all nevertheless with the added respectful request that his Honor might please take into serious consideration the consequences that the conduct of the aforementioned three members of the assembly of Justice could entail, and further to take those satisfactory measures regarding the president and members of the Council of Justice aforesaid which may not only be proportionate to the extensive injury inflicted upon them, but also deemed suitable to maintain this assembly in its lawful right and to protect it from similar insinuations in the future. After which, first the aforementioned Mr. Fleck and subsequently Messrs. Smuts, Mijer, and De Wet having re-entered, the three last-mentioned requested to know the outcome, to which request they were answered by the Honorable President that the assembly had deemed it necessary to have the decision inserted into a secret resolution; nevertheless, upon the desire of the said three gentlemen, an extract from this minute, in so far as it concerns what was put forward by them, would be delivered to them. And lastly, Mr. Fleck further requested a copy of the said petition for his inspection; but since the aforementioned request was not addressed to this Council and was taken back again by the Honorable President, only that request was recorded. At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Below: In my presence. Was signed: W. C. van Ryneveld, Secretary. Below was written: Agrees with the aforementioned resolution, of which this copy is dispatched pursuant to a decision taken by the accounts administration of the Honorable President and Members of the Council of Justice on 10 June 1790. Was signed: W. J. v. Rijneveld, Secretary. Agrees. Goetz, First Clerk.
Dutch transcription
154 zeer gegrond is; Terwijl voorts den Heer Jndepen„ dent Fiscaal, daarop nog aanmerkte, dat het voorsz versoek schrift, in steede van een request genoemd te worden veel eer met de naam van een Sative behoord bestempeld, en geconsidereerd te worden, als een addres, dat om desselvs hatelijke inhoud bij geen college, het welk in een geciviliceerde societeit gestigt is; en desselvs waardigheid nog weet te conserveeren behoord aangenomen, veel min in eenige Notulen, of resolutien geinsereerd te worden: daar, behalvende Lasie, welke daarin aan den wel Edelen gestr: Heere Gouverneur, als Hoofdgebieder deeser plaatse, opentlijk is toegebragt, en de beschuldiging als of de nomi„ „natie niet na behoren en in forma was geschied, den praesident en de verdere Leeden deeser vergade„ =ring onbewinspeld aangewreeven; de teekenaars van het zelve bovendien in deesen alles zints ter kwader trouwe hebben geageerd; als hebbende voorm: Smuts en Mijer, eerst zonder de minste haesitatie ofte protestatien, de nominatie brief aan den welEdelen gestr: Heer gouverneur behoor„ lijk met hunne handteekening geratificeerd, en egter„ des niet tegenstaande, daarna met 3de supp=ten. ge„ „formeerd eene cabale, om zonder de minste ken„ nisse des Raads en dus Clandestine, over de voorsz: nominatie, over de door den Edelen Heere Gouverneur gedaane verkiesing van duk gem: Fleck, en over het recht door de Heeren Meesteren aan den Raade van Justitie gegeeven, te remonstreeren; Terwijl zij zig voorts nog met ter zijde stelling van eene der voornaamste pligten eenes rechters, namentlijk de geheimhouding, hebben geëmancipeerd, om in een openbaar geschrift, melding te maaken, van de bij= zondere advijsen, tot de verkiesing van een burger Lid in den Raad van Justitie uijtgebracht, en dus in haar geheel gehouden gedrag, niet uijt het oog van„ looven om waare het mogelijk eene infractie te wee¬ ge te brengen op het vertrouwen, het welk ijder in„ dividu in deesen Raade als desselfs competenten rechter stellen moet. En heeft de vergadering wijders geoordeeld, dat de bij„ zondere positiven van het zelve request, als namentlijk dat de Jonkheid van gem Fleck, de geringe diensten die dezelve voor de Burgerij zoude hebben gepresteerd, de frivoole objectie, dat veelmaals gemelde Fleek voor wijnige Jaaren den dienst der E Comp: heeft gequiteerd, hem den gewichtigen Post van Burger„ Lid van Justitie zoude onwaardig maaken, alle op een zeer evidente wijse haare applicatie ook in het bijsonder moeten vinden op de hoedanigheeden, waarin den eersten en Laatsten Teekenaar van dat request, bij de allereerste promotie derzelve als Burgerraaden, hebben geverseerd gehad; zo dat het onnodig zij, tans nog daarover in het par„ „ticulier uijt te wijden Zijnde bij de vergadering alleenlijk ten besluijte over hierop 155. hierop goedgevonden al het vooren aangehaalde te brengen in eene Secreete Notul, en wijders aan den E achtb: Heer Praesident te versoeken, om den wel„ Edele gestr: Heere gouverneur uijt naam van deese vergadering, zeer voor de Communicatie van het dukgemelde zogenaamde versoekschrift, door een drietal leeden uijt het midden van Hen gepresen„ „teerd, te bedanken. — zijn WelEdele gestr: teffens te prevenieeren, dat deesen raade van den stap, door gemelde drie Leeden gedaan, geene de minste ken„ „nisse heeft gedraagen voor en aleer het zijn wel Edele gestr: beliefd heeft, dezelve daarvan Cognitie te geeven; alles egter met bygevoegd reverentelijk versoek, dat zijn wel Edele gestr: tog in serieuse overweeging gelieve te neemen, de gevolgen welke het gedrag van voorm: drie Leeden der vergadering van Justitie, zoude kunnen na zig sleepen, en wijders nopens den praesident en Leeden des Raad van Justitie voormeld, die satisfactoire Mesures te neemen, welke niet alleen geeven reedigd kunnen zijn, aan de verregaande Laesie Hen toegebragt, maar ook geschikt geoordeeld, om deese vergade„ =ring bij haar wettig recht te handhaven, en in het vervolg voor diergelijke insimulatien te be„ „vrijden. Waarna eerst voorm: Heere Fleck en vervolgens de Heeren Smuts Mijer en de wet weder binnen getree„ den zijnde, versogten de drie laatstgemelde het resultaat te moogen weeten! op welk versoek Aan Cabo de Goede Hoop die et anno ut supra /: Lager:/ Mij Praesent. /:was geteekend:/ W: C: van Ryneveld secret=s /:Lagerstond:/ Accordeert met voorsz: resolutie, waar van deeze copie ingevolge besluit bij den E: Achtb: Heeren President en Leeden des raads van Justitie, van Comptes weege op den 10 Junij 1790 genomen, is geexpedieerd. — /was getekend/ W„ J„ V. Rijneveld secret=s Accordeert Hen door den E: achtb: Heer Praesident is geant„ woord, dat de vergadering nodig geoordeeld had het besluit in een secreete resolutie te doen inseree„ „ren; zullende egter, op de begeerte van gemelde drie Heeren, aan dezelven een Extract uijt dee„ „se notul, voor zo verre het door Hen geprofereer„ „de betreft, worden afgegeeven. En is laatstelijk door den Heere Fleck nog versogt Copie van het zelve request tot zijn speculatie! maar vermits het voorn request, niet aan dee„ „sen Raade gericht zijnde, door den E: achtb:e Heer Praesident weder is te rug genomen, is alleenlijk dat versoek aangeteekend. /:onderstond:/ Hen Goetz Eg Clercq. 9
English
No. 3 156. Copy The undersigned having declared in the last-held Ordinary Meeting that it has never been his opinion to send to the Members of the Council of Justice on behalf of the Company, along with an Extract resolution, a Copy of a written opinion to be submitted by Mr. van Lijnden, which his Honour would exhibit concerning the request in question of the three burgher members of the Council of Justice, but rather the oral advice as his Honour had expressed it beforehand, finds himself obliged not only hereby to persist in the same, but also solemnly to declare that it would have been the greatest incongruity to agree that a Copy of a written opinion be sent to the Council of Justice, which not only did not exist at all, but of whose contents the undersigned was not even aware; while the undersigned is furthermore of the opinion that no Extract of the aforementioned request can be delivered to the Member of the Council of Justice A. Fleck in order to prevent all the bad consequences which must result from it, requesting for the rest that this may be inserted into the resolution for his discharge. was signed: J. J. Rhenius in the margin: Exhibited in the Council of Policy on 15 September 1790 - M C Muymagoer Agrees Goetz First Clerk. 157. When, at the meeting of 20 August last, the request of the three burgher councillors J. Smuts, G. H. Myer and H. J. de Wet regarding the nomination and election of fellow Burgher Councillor A. Fleck was tabled, accompanied by an extract from the secret Minutes of the Council of Justice, to which Council the same request had been communicated by the Honourable Governor with the prior knowledge of the Members of this Council; while the aforementioned Governor also proposed to place that request into the hands of the Independent Fiscal, to the end as is further stated in the aforementioned resolution of 20 August last, the undersigned was on the contrary of the opinion that the aforementioned request, with the addition of the considerations of the Council of Justice contained in the aforementioned secret minutes, ought to be sent over to the high governing Lords Masters, in order to await from their Right Honourable worships whatever they shall please to decide upon it; being in the first place the changes requested in the aforementioned request not within the competence of this Council, but entirely dependent upon the will and pleasure of the highest-mentioned Lords Majors; while in the second place the request itself contains a plea for such transmission, which the undersigned believes cannot nor ought to be refused; and that for the rest, regarding the requested Satisfaction of the Council of Justice for the Injury which it claims to have been done to it, from the disposition which the most highly mentioned Lords Masters might see fit to make upon that request, it would likely also follow at the same time to what extent this claim will be considered by their Right Honourable worships to be grounded or not. Yet, since the Honourable Governor at the aforementioned meeting of 20 August last further proposed to provide communication by extract to the repeatedly mentioned Council of Justice of the decision taken by this Council upon that request, as well as of the oral opinion then rendered on that subject by the Independent Fiscal, the undersigned made no objection to consenting thereto along with the other Gentlemen Members, as he understood that since the opinion of the majority entailed sending the request in the manner aforementioned to the high governing Lords Masters, such a communication would then also have to serve for the information and notification of that Council that the disposition of this matter was being fully awaited from the pleasure of the Lords Masters. The undersigned, however, having had to discover at the meeting of 31 August of the said month that the already resumed resolution of the aforementioned 20 August also contained a joint decision to place into the hands of the said Council of Justice a Copy of the written opinion which the Independent Fiscal had at that same time reserved to deliver later to the meeting, he not only then, as well as Messrs. Rhenius and van Oudshoorn, denied having helped to make such a decision, but it also appeared to him during the meeting, upon inspecting the draft of the resolution of that day, that the resolution written by the Secretary van Aerssen contained this, while however the aforementioned Secretary van Aerssen at that same time admitted that nothing of this appeared in the minutes; whereby the undersigned found himself further strengthened in the conviction that the repeatedly mentioned Secretary van Aerssen had erred in this. And since the undersigned would have had to consider it very imprudent and ill-advised for himself if he had given his assent to the delivery of a Copy of something that was not even yet in existence and of whose contents one therefore had to be completely ignorant, he found himself obliged, having heard the said written opinion read at the aforementioned meeting of 31 August, [illegible]
Dutch transcription
No. 3 156. Copia Den ondergeteekende in de laastgehoude Ordinai„ re Vergadering, gedeclareert hebbende, dat het nimmer zyn gevoelen is geweest, om Copia van een schriftelijk intelevere advijs van den Heer van Lijnden, 't welk zyn Ed: op het bewuste request van de drie burgerleeden uit den raad van Justitie zoude exhibeeren aan de Leeden van den Raad van Justitie van Comp: wegen, nevens een Extract resolutie toe te zen„ „den, maar wel het mondeling advijs zo als zyn E dat te vooren had geuijt vind zig ge¬ noodzaakt by het zelve niet alleen mits deesen te persisteeren, maar teffens pleg¬ „tig te betuijgen dat het de grootste incongruiteit zoude zijn geweest, toetestemmen dat er Co„ „pia van een schriftelijk advijs aan den raad van Justitie wierde gezonden, dat niet alleen geensints exteerde, maar welkers inhoud den ondergeleekende niet eens wiste, terwyl den ondergeteekende al wyders van Oordeel is dat er geen Extract van voorm request aan 't Lid van den raad van Justitie A. Fleck om alle de kwaade gevolgen welke er uit moeten proftueren) kan werden afgegeeven verzoekende voor het Overige dat dit zy„ ner decharge in de resolutie mag werden g'insereerd /: was geteekend:/ I: I: Rhenius /in margine Exhibitum in raade van Politie den 15 Sep„ „tember 1790 - MCMuymagoer Accordeert Goetz Eg Clercq. Aagszien Dot F 157. Wanneer te nergadering van den 20e Augustus Laastleeden ter tafel wierd gebragt het request van de drie burgerraden I: Smuts, G: H: Myer en H: J: de Wet, met betrekking tot de nominatie en verkie„ zing van den meede Burgerraad A: flok, verzelt van een extract uit de secreete Notalen de raads van Justitie, aan welken raade het zelve request door den WelE: gestr: heer Gouverneur met voorkennisse van de Leeden deezes raads was gecommuniceerd; terwyl welgem: teevens heeren Gouverneur tans proponeerde om dat request te stellen in handen van den heer Jndependont fiscaal, ten fine als bij de voorm: resolutie van den 20=e august Jol: nader staat vermeld, is den ondergetekende ter Contrarie van oordeel geweest dat het gem: request, met bivoe„ „ging der bij de voorm: secreete notulon vervatte consideratien des raads van Justitie, behoorde te worden overge„ „zonden aan de hoog gebiedende heeren meesteren, ten einde van haar welEd: hoog Achtb:s afte wagten, het geen zoogot dezelve daar op zullen gelieven te disponeeren, als zijnde in de eerste plaatze de bij met gem: request verzogte veranderin„ „gen niet van de competentie deezes raads, maar volkomen afhangende van de wille in het believen der hoogstgede hee¬ ren Marjores, terwyl in de tweede plaatze het het request zelve een verzoek tot zodanige over zending behelsd, het geen den ondergeteke meend dat niet kan nog behoord te worden gewygerd; en dat voor het overige beteef¬ bende de verzogte Satisfactie des raads van Justitie over de Lesie welke zij susti„ neerd dat haar zoude weezen aangedaan uit de dispositie welke meer hoogst gem heeren Meesteren op dat request mogten goedvinden te neemen, wel ligt ook te gee „lyk volgen zoude, in hoe verre deeze susteniee bij haar WelE hoog Achtb zal werden geconsidereerd af ofte niet te zyn gegtond: Dan vermits den wel Ed: gestr: heer Gou„ verneur ter gem: vergadering van den 20 augast, Jongstl: verders geproponeerde om van het besluit bij deezen raade op dat request gevallen; en zo meede van het toen op dat sujet mondeling uitgebragt ad„ vis van den heer independent fiscaal, bij extract communicatie te geeven aan meergem: raade van Justitie, heeft den ondergeteekende geen Zwa¬ righeid gemaakt daar inne nevens de andere heeren Leeden toe te stemmen, alzo hij begreep dat vermits het ge„ voelen der meerderheid meede bracht, om het request invoegen voormeld aan de hoog gebiedende heeren Meesteren over te zenden, eene zodanige commu„ nicatie dan ook zoude moeten strekken tot informatie en narigt voor dien raad, dat men de dispositie over deeze zaak volkomen van het goedvinden der heeren Meesteren was afwagtende Den ondergeteekende egter ter verga¬ dering van den 31 augurst der gem: maand hebbende moeten ontwaren dat de reeds ge„ resumeerde resolutie van voorsz: 20=e august tevens een gemeen besluit behelsde om ook in handen van gem raad van Justi¬ tie te stellen, Copia van 't schriftelijk advijs het welk den heer independent fiscaal zig ter zelver tyd gereserveert had nader ter vergadering te zullen overleveren, heeft hij niet alleen als toen, zo wel als de Heeren Rhenius en van Oudshoorn ontkend een zodanig besluit te hebben helpen neemen, maar is hem te gelyk staande de vergadering, bij het inzien van het concept der resolutie van dien dag, gebleeken, dat dezelve door den heer Secretaris van Aerssen geschree„ „ven resolutie zulks behelsde, terwijl egter, wvengem: heer Secretaris van Aerssen ter zelver tid advoueerde, dat daar van niets bij de notuten bleek; waar door den ondergetek= zig nader gesterkt vond in het vertrouwen dat meergem: heer Secretarie van Hetssen zig hier Engelijk den ondergeteke. het voor zig zelfs zeer onvoorzigtig en onberaaden zoude hebben moeten houden, wanneer zijn nota verleend had tot het afgeeven eener Copia van iets dat nog niet eens in de wereld was en van welke inhoude men dierhalven volstrekt onkundig moest zijn, heeft hij zig, het gem: schriftelijk advijster voorsz: vergadering van den 31 august hebben hooren Leesen, genoodzaakt gevonden, van inne heeft geabuseerd. meesteren zijne
English
159 denied his statements, is to be shown further hereby. The Right Honorable Lord Governor subsequently at the mentioned meeting of 31 August last having pleased to propose, on the verbal request made to His Right Honorable by the burgher councillor Flek, to deliver to him a copy or extract of the aforementioned petition of the three burgher councillors, the undersigned was of the opinion that this matter ought not to be entered into. Firstly, because the undersigned has found nothing in the said petition that could offend mentioned Flek in his good name or reputation, Secondly, because the matter regarding the aforementioned petition of the three burgher councillors ought to be left entirely as it is until the High Commanding Lords Majors will have pleased to dispose over its contents, which thus makes it necessary carefully to avoid and prevent all steps and proceedings that might conflict with their highest intention, and Thirdly, because, if a copy or extract of that petition were granted to mentioned Flek, then in all decency a copy of the written advice of the Lord Independent Fiscal could also not be refused to the aforementioned three burgher councillors; which, however, must always be seen to be of too dreadful a consequence, not to require careful vigilance, especially during the interval of time that one must await the pleasure of the highest mentioned Lords Majors, to prevent and hinder the commotions that could be caused thereby and that could be detrimental to the preservation of the good peace and tranquility in this Colony. The undersigned finds himself compelled by the reasons cited above to request that this, his written advice, may be inserted after the resolution of 31 August last. Below stood: Cape of Good Hope, 13 September 1790 Was signed: O. G. De Wet Agrees: Goetz, E. Clercq, A. H. Cruywagen No. 3 160 The undersigned, having undertaken in the penultimate meeting held on 31 August, upon the proposition of the Right Honorable Lord Governor to deliver to the burgher member in the Council of Justice, Abraham Flek, an extract of such petition as had been presented by his fellow members of the mentioned Council, Smuts, Meijer, and de Wet, addressed to their Right Honorable High Respected the Lords Directors, commissioned to the Illustrious Assembly of Seventeen, to express his sentiment on a further occasion since the matter came upon him unexpectedly at that time and he was therefore not sufficiently prepared for it, now has the honor to set down thereon: That he is of the opinion that no extract of the aforesaid petition ought to be delivered to mentioned Flek, and that for the following reasons, namely: Firstly, because it does not appear to the undersigned that the aforesaid Flek has been offended in the same to such an extent that his good name and reputation would be compromised thereby, if he did not come to obtain and receive proper satisfaction in reparation of his honor. Secondly, that if, by giving a wrong interpretation to the words, mentioned Flek should view the matter from a wrong perspective, the delivery of those and similar extracts would have no other consequence than that discord could be born therefrom, and the so highly necessary
Dutch transcription
159 zyne gezegde ontkenden is bij deezen nader te doen blyken. Den Wel Ed: gestr: heer Gouverneur vervolgens ter gem: vergadering van den 31 august Laasteden hebbende gelieven voor te dragen om op het door den burgerraade Flek bij zijn Wel Ed: Gestr. mon„ deling gedaan verzoek, aan denzelven afte gee¬ „ven Copia of wel extract van het meergem: request der drie Burgerraden, is den onterge van advijs geweest dat hier inne niet be„ hoorde te werden getreden. Eerstelyk om dat den ondergete: niets in het zelve request heeft ontmoet het geen gem: Flek in zijn goede naam ofte reputatie zoude kunnen beledigen, Ten anderen, omdat de zaak nopens het het voorm: request van drie Burgerraden be„ hoord te werden gelaten zijn geheel tot dat de Hoog gebiedende Heeren Mazores over dies inhoude zullen hebben gelieven te dispo„ neeren, het geen alzo noodzakelyk maakt, om alle Stappen en proceduses zos guuldig ter vermiden en voor te koomen, die met Joogst deszelver intentie zouden kunnen Stryden en Ten derden, omdat, zo wanneer aan ged=e Flek copia of extract van dat te„ quest wierd toe gestaan; als dan ook aan de meergem: drie Burgerraden met zede„ „lykheid meede niet zoude kunnen werden gewygert Copia van 't schriftelyk advys des heer Independent fiscaal; het geen dog altoos moet worden ingezien te zijn van al te schromelyk gevolg, dan dat zulks niet, voor al gedurende den interval des tyds dat ccordeert Den ondergete: vind zig door de vooren aangehaalde redenen gedrongen te verzoe¬ „ken, dat dit zijn schriftelijk advys agter de resolutie van den 31 august laastl: mag werden geinsereerd /:onderstond:/ Cabo: de Goede Hoop Den 13 Septb: 1790 /was geteekend:/ O: G: De Wet men het goedvinden van hoogst=: ged heeren Majozes moet afwagten, eene Zos gvuldige waarzaamheid vordeert, om de beweging die daar uit zouden kunnen werden geoccasi¬ oneerd en die aan het conserveeren der goede rust en tranquiliteit in deeze Colonie zinderlijk kunnen zijn, voor te komen en te beletten Goetz E Clercq. men A H Cruywagen No: 3 160 De ondergeteekende in de op een na Laatst gehoudene Vergadering van den 31 Augustus op de propositie van den WelEdele Gestrenge Heer Gouverneur, om aan het Lid van burgerwegen, in den Raad van Iustitie Abraham Feck afte geeven Extract van zodanig request, als door de meedeleeden van gem: laad Smuts, Meijer, en de Wet, gepresen„ „teert, gerigt was aan hun Wel Ed: Hoog achtb: de heeren Be„ windhebberen, gecommitteerd ter Illustre Vergaderinge van Zeventhienen, aangenoomen hebbende zijne gevoelen terwijl de zaak hem te dier tijd onverwagt voorqaam en dierhalven daarop niet gepreepareerd genoeg was, bij eene nadere geleegent„ „heid te zullen uitten, heeft thans de Eer daarop ter neder te stellen Dat hij van opinie is, dat geen Extract van voorsz. Request aan gem: Fleck behoord afgegeeven te worden en wel om de vol„ „gende reedenen als- Eerstelijk, om dat aan den ondergeteekende niet blijkt, dat voorsz, Fleck in 't zelve dermaten beleedigt is geworden, dat zijne goede naam en reputatie daar meede zoude zijn gecompromitteert, bij aldien hij geene behoorlijke satisfactie ter reparatie ziner Eer kwam te erlan„ „gen en te verkrygen Ten tweede, dat zoo wanneer men door eene verkeerde interprietatie aan de woorden te geven, gem: sleck de zaak eens uit een verkeerd oog punct beschouwde, het afgeeven van die en zoortgelijke Extracten niet an„ „ders ten gevolge zoude hebben, dan dat de tweedragt daaruit zoude kunnen werden geboren, ende zoo hoog nodige
English
161. W: J: E: Wilmans the necessary peace among the inhabitants thereby disturbed, which all together cannot be other than to the very utmost detriment, both to the Honorable Company in the first place, and to the Colony in the second place. Thirdly, as the resolution was passed by a majority of votes to transmit the aforesaid Request, pursuant to the petition of the said Smuts, Meijer, and de Wet, to the Lords Majors, the undersigned deems it not within his competence to give prior inspection thereof to a private individual, just as the undersigned maintains that Mr. Fleck appears in this matter, no more than he, now viewing the matters in retrospect, understands that this delivery ought not to have taken place to the members having a seat on the Company's behalf in the aforementioned Council of Justice. While the undersigned at this opportunity also declares that it was never his sentiment to place a copy of the written opinion of Mr. van Lijnden—submitted with respect to the aforesaid request and properly belonging to the resolution adopted by the majority in order to transmit the request cited hereabove to the Lords of the Directorate—into the hands of the Council of Justice; but rather that we, upon the proposal of the Lord Governor, extract from the aforesaid resolution, reporting the oral opinions of the majority as well as those of the Lord Fiscal expressed at the same time. And is it not properly to be presupposed that a member of the council would be so foolish as to agree to the delivery of a written document which, not existing, consequently could not have been read; just as the secretary, who recorded the opinion of the undersigned to be the same as that of Messrs. Rhenius and de Wet, Checked Agrees was also not able to demonstrate such therefrom, although one might now wish to maintain that with the reviewing of the resolution the same obtained its sanction and matters relating thereto must be executed, such cannot be made applicable to something that only appears after the taking and reviewing of a resolution, as occurred with the frequently mentioned written opinion of the Lord Fiscal van Lijnden, which was brought into the world not only after the review of the resolution taken under date of 20 August, but even after the conclusion of the penultimate meeting held on the 31st following, while one was on the point of leaving the council chamber. The undersigned says for the last time that upon the reviewing of the resolution he did not hear the words of written opinion read out; he does not wish hereby to suggest that the secretary had deliberately omitted them, far be it, but having not heard the same, he affirms this upon the oath taken upon the assumption of his office, with the request that this his opinion and annexed declaration may further be inserted into the resolution of today, in such manner and form as has always been customary. signed W. f. N. Reede van Oudtshoorn, in the margin Exhibited in council on 15 September 1790 also GGoett E Clercq. Secret To the Lord President and the Members on the Company's behalf of the Council of Justice of this Government. From the accompanying extract resolution taken in our meeting on 20 August last, it will become known to you what we have seen fit to dispose regarding a certain request presented to us by three of your fellow members on the burghers' behalf, of which notification was made to you by the Lord President of your College, and concerning the contents of which your said Lord President requested to insist with us upon a satisfaction proportionate to the nature of the matter. However, since you, pursuant to the aforesaid extract resolution, would have to await a memorandum of considerations from the Independent Fiscal, Mr. van Lijnden, concerning the aforesaid request, we have, upon further deliberation regarding the aforesaid draft, for reasons moving us thereto, judged it necessary not to send the said document of the aforementioned Mr. van Lijnden to you for the time being, but to furnish the same, as the positions and grounds appearing in the frequently mentioned request are therein debated, together with all the documents relative to this matter, to our High Governing Lords Masters, for the purpose of a decision. Wherefore, you as well as we will have to continue to await in silence the equitable judgment of the very same regarding this matter. Your Good Friend. Below By order of the Honorable Lord Governor and the Council was signed C: van Aerssen in the margin In the Castle of Good Hope on 28 September 1790. Wherewith, after greetings, I remain underneath Agrees JGoetz HdS E: Clercq. N3 Secret. Right Honorable Stern Lord! Honorable Most Worshipful Lords. The undersigned, having reserved the right, in the last-held ordinary meeting of this council on Friday the 20th of this month, upon the occasion of the deliberations concerning the famous Request of the three persons calling themselves presently functioning Burgher Councillors, Johannes Smuts, G: H: Meijer, and H: I: de wet, to submit in writing at a later time the reasons for his opinion, in which he was of the view that, instead of deliberating further thereon, this request ought to be dismissed immediately, with a serious recommendation to those audacious petitioners to carefully refrain in the future from troubling the Governor and Councils again with such addresses. To the Governor and Councils of Cape of Good Hope.
Dutch transcription
161. W: J: E: Wilmans nodige rust onder de Ingezeetenen daardoor gestoort welk een en ander niet dan ten aller uitterste Schade lijk kan zijn, zoo voor d' E. Comp„e in de eerste, als voor de Colon in de tweede plaats — Tenderden, Daar het besluit bij meerderheid van stemmen gevallen is, om voorsz: Request, ingevolge verzoek van gem: Smuts, Meijer, en de Wet, aan de heeren Majoret over te zenden, acht den ondergeteek niet van zijne Compa „tentie te zijn, daar van vooraf visie te geven aan een part: per zoon zoo als den ondergeteeke sustineerd, dat de heer Fleck hier in voorkomt, even min alshij de zaken nu van agteren inziende, begrijpt, dat die afgave ook niet had behooren te geschieden aande Leden van Comp„e wegen in meergEd Iustitieelen raade sessie hebbende Terwijl de ondergeteeke bij deze geleegentheid teffens declareert, dat het nimmer zijn Sentiment is geweest, om Copije van 't schriftelijk advijs van den heer van Lijn „den, met betrekking tot 't voorsz: request ingedient en eigentlijk gehorende tot de resolutie bij de meerderheid gekoomen, ten einde het request hier voorn geciteerd aan de Heeren van 't Bewind over te zenden, te stellen in han„ „den van den Raad van Iustitie maar wij op voordragt van den Heer Gouverneur Extract uit 't voorsz: besluit mel de mondelingen advijsen van de meerderheid zoo wel, als die des heer Fiscaals gelijk tijdig geuit En is het niet wel te praesupponeeren, dat een Lid des raadet zoo dwaas zoude zijn, omme te accordeeren de afgou van een schriftuur, dat niet Existeerende; dierhalven niet heeft kunnen geleezen worden; gelijk den secretaris, die het gevoelen van de ondergeteek: dat het zelfde is gewest, als dat van de heeren Rhenius, en de Wet, heeft genotuleerd, Nagezien Accordeert ook niet in staat is geweest, zulx daar uit te kunnen aantoonen, schoon men nu zoude willen sustineeren, dat met het resumee„ „ren der resolutie dezelve zijne Sanctie heeft erlangt ende zaaken daarop betrekking hebbende moeten worden uitge„ „voerd, kan zulx niet applicabel gemaakt worden, tot iets, dat na het neemen en resumeeren van een besluit eerst te voorschijn komt, gelijk plaatze heeft gevonden met het meerm: schriftelijk advijs des heer Fiscaals van Lijn „den, dat eerstin de waereld is gebragt niet alleen na de re„ sumptie van de resolutie sub dato 20 Aug:s genoomen, maar zelfs na het aflopen der op een na Jongst gehoudene Verga„ „deringe van den 31. daaraanvolgende, terwijl men op het punct stond de raadzaal te verlaten De ondergeteeke zegt voor 't Laatst, bij het resumeeren der resolutie de woorden van schriftelijk advijs niet te hebben hooren op lezen, bij wil hiermede niet te kennen geven, dat den secretaris die studieus heeft overgeslagen ge„ had, 't zij verre, dan dezelve niet verstaan hebbende gehad, betuigd hij zulx op den Eed, bij d'aanvaarding van zyn ampt gedaan, met verzoek dat dit zijn advijs en byge„ „voegd declaratoir wijders mag worden geinsereert tnde resolutie van heden, zoo en in dier voegen, als zulx altoos gebruikelijk is geweest - /was geteekend/ W. f. N. Reede van Oudtshoorn, /in margine/ Exhibitum in rade den 15 September 1790 ook GGoett E Clercq. Secreet Aan den Heere Praesident en de Leeden van s Comp=s wegen des raads van Iustitie deeses Gouvernements Uijt de nevensgaande Extract resolutie in onse ver„ gadering op den 20 Augustus Jongstl: genomen zal uEd=s kennelijk worden het geene wij goedgevonden hebben te disponeeren, op zeeker request door drie van UEd=s meede leeden van burgerwege aan ons gepraesenteerd, waarvan door den Heere Praesident van UE College aan uE notificatie is gedaan en over welks inhoude UE gem: Heer praesident hebben verzogt bij ons te insteeren op eene naar den aart der zaake geëvenreedigde satisfactie Dan aangezien UE: ingevolge de voorsz: Extract resolutie zouden moeten verwagten eene memorie van consideratien van den Heer Jndependent Fiscaal van Lijnden, over het voorn: request, hebben wij bij nadere deliberatie over het voorsz: ontwerp, om reedenen ons daartoe moveerende, nodig g'oor„ deelt UE: het gem: stuk van evenged: Heere van Lijn¬ =den voor als noch niet toetezenden, maar hetzelve, als daar bij gedebatteerd zijnde de positien en gronden in het meerm: request voorkomende, bene„ =vens alle de stuckken tot deese zaak relatief te Goede Vrienden. Suppediteeren Copij 162. - suppediteeren aan onse hoog Gebiedende Heeren Meesteren, ten fine van decisie Weshalven, UE=s zo wel als wij de billijke uitspraak van hoogst dezelve daar omtrent in stilte zullen moe¬ „ten blyven afwachten UEd: Goede vriend. /Lager:/ Ter ordonnantie van den Edelen Heer Gouverneur en den raad /was get:/ C: van Aerssen /in margine:/ Int Casteel de goede Hoop den 28 Septbr. 1790 Waarmeede na groete verblijve /:onderstond:/ Accordeert JGoetz HdS E: Clercq. N3 Secreet. Wel Edele Gestrenge Heer! Edele E Achtbaare Heeren. De ondergeteekende, zig, in de laatstgehoudene ordi„ „naris vergadering deeser raads, op vrijdag den 20=e dee= „ser, bij geleegentheid der deliberatien over het fameuse Request der drie zig, thans fungeerende Burgerraaden, noemende persoonen Iohannes Smuts, G: H: Meijer, en H: I: de wet, gereserveerd hebbende, omme nader inscriptie over te geevende reedenen van zijn advijs, waar bij hij van oordeel was, dat, in steede van verder daar over te delibereeren, dit request dadelijk behoorde te worden uitgegeeven, met serieuse recommandatie aan die audacieuse requestranten, van zig in 't vervolg zorgvuldig te wagten, gouver „neur en raaden met zoortgelijke addressen wederom Aan Gouverneur &e Raaden van Cabo de Goede Hoop. lartig
English
to trouble. And upon further inquiry by the Governor, that he was of the opinion that an extract of the proceedings concerning that matter ought to be sent to the Council of Justice, and this in answer to the verbal message and request made to him, the Governor, by the President in the name and on behalf of the said council; so he now has the honor to submit that the reasons for this his advice are that the request made in this petition appeared to him to be entirely indecent, unjust, incongruous, and ridiculous: indeed, directly conflicting with the respect and deference owed to this government, and the petition itself filled with hateful insinuations, unfounded, hazardous expressions, unproven, indeed untrue concocted propositions, far-fetched conclusions and reasonings having not the slightest semblance of truth, and to the utmost degree injurious to the Noble Governor in the first place, to the Council of Justice in the second, to this government in the third, and to the Most Noble and Honorable Lords Directors in the fourth place. As well as because some very weighty and vexatious consequences that could flow therefrom presented themselves to him, naturally obvious upon ordinary reasoning. For further clarification and proof of all of which, the undersigned believes that it will be necessary to analyze this petition a little and to comment on it somewhat further, and to that end to lay open: First, the request itself. Secondly, the premises, means, and grounds upon which this request is founded. Thirdly, the consequences that the petitioners predict if their request is granted. Fourthly and lastly, the essential, detrimental, and far-reaching consequences that the undersigned believes are naturally to be foreseen with regard to this government, indeed for the well-being and tranquility of this colony, in the presenting of and deliberating upon such petitions. Quoad Primum. Thus, the petitioners' request is threefold: 1st. Namely, that the nominations for a burgher councillor, currently still vacant, and for the places that might become vacant in the future, may henceforth be made by burgher councillors alone, under the presidency of a member from the midst of this assembly. 2nd. That the election from those nominations formed by burgher councillors may henceforth be made not by the Governor alone, but by Your Right Noble and Honorable Worships. 3rd. That if, contrary to hope, Your Right Noble and Honorable Worships might raise difficulties in condescending thereto, this their petition may in that case be forwarded and submitted to the Most Noble and Right Honorable Lords Seventeen, under the favorable support and recommendation of this government. Since, by the directives of our Sovereign Lords Masters dated 20 July 1785, it was distinctly established, for that time and always, that each of the six burgher councillors who are to help compose the Council of Justice would have to be chosen by the Governor from a nomination of two persons, to be made on the same footing as was then customary in the election of burgher councillors; and that subsequently, after the College of Justice had been established, the filling of the vacant burgher councillor seats therein must likewise be made from a nomination of two persons made by the same College, and from which the election must be made by the Governor. So it indeed follows naturally from this: That it involves a formal indecency to make a request directly contrary to these established orders. That it is an absolute injustice to want to deprive the Governor and the Council of Justice of a right and privilege due to them by just title, as having been granted to them by the Lords Masters, and of which they have since been in lawful exercise. That it contains a clear incongruity when such a request is made by petitioners.
Dutch transcription
164 lastig te vallen. En op eene nadere omvrage van den Heere Gouverne dat hij van gevoelen was, dat extract van het gebesoigen „de over die zaak behoorde gezonden te worden aan de Raade van Justitie, en zulx in andwoord op de mon „delinge boodschap en versoek, uit naam en van wee „gens welgemelde raad, door den Heere President aan hem Heere gouverneur gedaan; zo heeft hij thans de Eere voortedragen, dat de reedenen van dit zijn advijs, zijn, om dat hem het versoek, bij dit Request gedaan, is toegeschee„ „nen te weesen, allezints judecent, enjust, incongr en ridicul: Ja tegens de aan deese regeering verschul „de Eerbied, en ontzag direct aanlopende, en het request zelve opgevult met hatelijke Inst „mulatien, ongefundeerde, gehasardeerde Expressien„ onbeweese ja onwaaragtige uitgedagte stellingen, vergezogte, geen de minste schijn van waarheid heb „bende gevolgtrekkingen „ raisonnementen, en ten uitterste lasief voor den Edelen Heer Gouverneur in de Eerste, voor den raad van Justitie in de tweede voor deese regeering in de derde, en voor de Hoog Edele groot agtb: weeren Bewindhebberen in de vierde plaats. — Mitsgaders om dat hem eenige zeer gewigtige fa= cheuse gevolgen, die daar uit zouden kunnen pro= flueeren, als van zelve, bij een natuurlijk rais on= nement in 't oogloopende, zijn te vooren gekomen Tot nadere opheldering en bewijs van all het welke, de ondergeteekende meend, dat het nodig zal weesen dit request een wenig te ontleeden en wat nader te commentarieren, en ten dien einde open te leggen. Ten eersten het versoek zelve Ten tweeden, depositien, middelen en gronden, waar op dit versoek is gefundeert. Ten derden, de gevolgen die de supplianten voor„ spellen, wanneer hun versoek word toegestaan- Ten vierden en laatstelijk, de wesentlijke nade „lige en verre uitziende gevolgen die de onder- geteekende meend, dat in het presenteeren vant en delibereeren over diergelijke addressen, ten aanzien deeser regeering, ja voor het wel zijn en de rust deeser Colonie natuurlijker wijze zijn te voorzien vierde quoad 165 Quoad Primum. zo is der Supplianten versoek drieleedig 1=o Dat namentlijk de nominatien van een burger raad, thans nog vaceerende, en van de plaatsen, die bij vervolg mogten openvallen, voortaan mogen ge„ „schieden, door burgerraaden alleen, onder praeside van een Lid uit het midden deeser vergadering 2=o Dat de electie, uit die, door burger raaden geformeerde, nominatien, voortaan niet door den Heere gouverneur alleen, maar door uwel Edele gestr: en Ed=e agtb: mag geschieden. 3=e Dat indien onverhoopt bij uwel Edele Gestr: en Ed=e agtb: mogt worden gedifficulteerd daar„ inne te condescendeeren, dit hun supplicq, in dat geval, aan de welEdele Hoog agtb: Heeren 17:e on„ „der gunstige appui, en voorschrijven van deese regeering, mag worden overgezonden en voorge„ dragen. Daar nu bij oer aanschrijvens onzer Hooggebie dende Heeren Meesteren d: d: 20 Julij 1785. voor destijds, en altoos, distinct is vastgesteld, Dat elk der ses Burgerraaden die den Raad van justitie moeten helpen uitmaaken, door den gouverneur zouden moeten gekoosen worden, uit een namina„ „tie van twee persoonen, op denselven voet te maken, als doe bij de verkiesing van burgerraaden plaats had; en dat vervolgens, na dat het Collegie van Justitie gevestigd zoude zijn, de vervulling der in hetzelve openvallende Burgerraadsplaatsen, meede zal moeten geschieden uit eene nominatie van twee persoonen, die door hetzelve Collegie ge„ maakt, en uit dewelke de verkiezing door den gouverneur zal moeten gedaan worden.- zo volgt hier immers van zelve uit, Dat het eene formele indecentie involveert: een tegens deeze gestelde ordres, direct strijdig ver= zoek te doen. Dat het eene volstrekte onregtvaardigheid is, den Heere Gouverneur, en Raad van Justitie te wie= „len berooven van een regt, ende privilegie hun Justo titulo toekomende, als zijnde aan deselve door Heeren Meesteren geconcedeert, en waar van zij zeedert in eenige wettige Exercitie zijn. Dat het eene duijdelijke inconqruiteit in zig lee„ „vat, wanneer zodanig een versoek geschied door Emoeten Suppl.