VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 4347

Cape · 612 pages · 153 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_4347_0475 view scan ↗

English

had received, a letter addressed to us, of which we take the liberty of offering Your Honorable High Mightinesses an authentic copy, and from which Your Honorable High Mightinesses will be able to observe, as was evident to us upon opening it, that the same was written on the 25th of the said month by the Independent Fiscal van Lynden, and consists of a notification that he was about to undertake the voyage to the Netherlands, together with a promise of indemnity. Paragraph 59. We cannot conceal from Your Honorable High Mightinesses that such conduct surprised us not a little, since he did indeed declare at the meeting of the 13th of May that he intended to go and complain to Your Honorable High Mightinesses about a certain writing, addressed to us by the burgher council of war here regarding the collecting of the revenues of a customs duty, which according to the order of Your Honorable High Mightinesses ought to have been farmed out, and by which he considered his honor to be extremely tarnished, yet he never requested from us, nor communicated, permission or intention to execute this his purpose, or an intention to depart with the ship Beverwijk. Paragraph 60. Nor could or did we ever dare to expect that he, in spite of the strict orders of Your Honorable High Mightinesses and in spite of our earnest protests, would venture this bold and unpardonable step, especially on a vessel with which the Lord Governor was about to repatriate, who duty-bound ought to have hindered him therein with the executive power entrusted to him and then still in his hands. Paragraph 61. Wherefore we considered that we neither could nor should acquiesce in this notification from him, the Fiscal, regarding his departure, but on the contrary ought to make a precise inquiry concerning the manner in which the Fiscal left this colony, and to that end summoned to the meeting the merchant and pay bookkeeper Clemens Matthiessen Junior, the merchant and shopkeeper as well as Muster Commissioner Egbertus Bergh, and the Master of the Equippage Cornelis Cornelisz, who having appeared at the Castle and one after the other in our meeting, the pay bookkeeper was asked by the undersigned commander whether the Independent Fiscal had been entered by him on the muster roll of the ship Beverwijk, and if so, by whose order? Which pay bookkeeper thereupon testified to having had no order to enter the Independent Fiscal van Lijnden on the muster roll, but to have heard from the Lord Governor that the Fiscal would probably depart with that ship, so that he, the Lord Governor, could grant a warrant to that effect, testifying further that the pay account of the Fiscal had also not been closed. Paragraph 62. The aforementioned Muster Commissioner having entered the meeting, the undersigned commander asked him whether the Independent Fiscal van Lijnden had been entered on the aforementioned muster roll at the time he conducted the mustering of the ship Beverwijk! Who thereupon answered that he had found no other passengers on the muster roll than the Lord Governor Cornelis Jacob van de Graaff, and the Assistant Secretary Carel Mappa, his wife, and a small slave boy belonging to him. Paragraph 63. The Master of the Equippage being asked in what manner and when the Independent Fiscal had proceeded on board? Who thereupon declared that the Independent Fiscal had requested him on Saturday the 25th of June to hold a government boat in readiness at his disposal toward seven o'clock in the evening, into which the Fiscal entered, and from it subsequently transferred into the government boat the Admiraal Tromp, with which he had proceeded on board the ship Beverwijk that same evening, without him having heard that the Fiscal had come back ashore. Paragraph 64. During this inquiry, we caused the necessary investigations to be made as to whether any report had also been made to the officer who commanded the main guard on the 25th of June by the sergeant holding post at the said sea jetty regarding the sailing on board of the Independent Fiscal van Lijnden, and it was thereupon found, and reported to us, that the Sergeant Jacob Wilhelm Rautenbach, who kept the watch on the sea jetty on the aforesaid date, saw the Independent Fiscal van Lijnden arrive with a government boat at about seven o'clock in the evening, from which boat he subsequently transferred into a government launch, and with it pushed off toward one of the ships then lying at this anchorage: that the aforementioned sergeant had immediately caused a report thereof to be made to the Ensign Ferdinandus Hendrik Schultz, and he in turn to the Lord Governor, who was then still on land and remained until the next morning at five o'clock, it being still dark, when the aforesaid Officer Schultz caused a report to be made to the Commander that the Lord Governor had set out from the sea jetty in a government boat. Paragraph 65. From all this, then, Honorable High Mightinesses! it has become evident to us that the Independent Fiscal has departed for the Netherlands with the ship Beverwijk.

Dutch transcription

1213 had ontvangen, eene Missive aan ons gericht, waar van wij de vrijheid neemen UwelEdel Hoog Achtb: Copia authenticq aan te bieden, en waaruit ruwel Edele Hoog Achtb: zullen kunnen ontwaaren, zo als ons bij dies opening is gebleeken dat dezelve sub dato 25:e der gemelde maand is geschreeven door den Independent Fiscaal van Lynden, en bestaat in eene kennisgeeving, dat hi de reize stond aan te neemen naar Nederland, mitsgaders in een belovte van indemnisat § 59 Wij kunnen voor uwelEdele Hoog Achtb: niet ontreinsen, dat zulk een gedrag ons niet weinig heeft gesurpreneerd, dewijl hij wel ter vergadering van den 13=e Mai heeft gede „clareerd, van voorneemens te zijn, zich bij uwelEdele Hoog Achtb: te gaan beklaagen, over zeekere geschrift, door den burger krijgsraad alhier, wegens het percipieeren der revenues eener dduane, die volgens ordre van uwelEdele Hoog Achtb. had moeten worden verpagt— wegens aan 1214. en hebben aij terens nodig geoor„ deeld het nevens gem: onderzoek te doen omtrent de wijze hij fiscaal deese Colonie heefs verlaten aan ons gericht, en waar bij hij vermeende, zijne Eer ten uittersten geflettrisseerd te zin, doch nimmer van ons heeft verzocht, of gecommu„ „niceert, dit zijn voorneemen te mogen of te willen execu teeren, of met het schip Beverwijk te willen ver- trekken. §60 Wij hebben ook nimmer kunnen, ofte durven ver- wachten, dat hij in weerwil van de stellige ordres van uwelEdele Hoog Achtb: en in weerwil van onze ernstige protestatiën, deeze stoute en onverschoonlijke stap zoú waagen, vooral met een Bodem waarmeede den Heer Gouverneur stond te repatriëeren, die hem daar in, met de aan hem toebetrouw de, en als toen noch in zyne handen hebbende uitvoerende macht, pligtschuldig hinder „lijk had moeten zijn— - §61 Weshalven wij vermeend hebben, in deeze kennis gee¬ „ving van hem Friscaal, wee „gens zijn vertrek, niet te kunnen, noch te mogen ernstige berusten 1235. berusten, maar in teegendeel een naauwkeurig onderzoek te moeten doen, omtrent de wijze op welke den fiscaal deeze Colonie heeft verlaten, en tot dat einde, ter vergadering geäppoincteerd, den koopman en soldijboekhouder Clemens Matthiessen Junior, den koopman en winkelier, mitsgaders Commissaris van de Monstering Egbertus Bergh, en den Equipagemees ter Cornelis Cornelisz, wel= „ke ten Casteele, en den een na den anderen in onze vergadering verscheenen zijnde, is door den ondertee kende gezachhebber, aan den soldijboekhouder afgevraagd, of den Independent fiscaal door hem op de Monsterrolle van het schip Beverwijk was bekend gesteld, en z0 ja, op wiens ordre ? welke soldijboek houder daarop heeft betuigd geene ordre te hebben gehad, den Independent fiscaal van Lijnden op de Monsterrolle bekend te stellen, doch van den Heere Gouverneur te hebben vernomen, dat den vergaderin 6 fiscaal 1216 Fiscaal denkelijk met dat schip zoude vertrekken, zoude dat hij heere Gouverneur daar toe eene ordonnantie konde verleenen, betuigende ver „ders, dat de soldijreekening van den fiscaal ook niet was afgesloten. — voormelde Commissaris 62 van de Monstering, ter verga„ dering gekomen zijnde, heeft den onderteekende gezachheb. „ber hem afgevraagd, of den Independent fiscaal van Lijnden op voormelde Monsterrolle heeft bekend gestaan, ten tijde dat hij de Monstering van het schip Beverwijk heeft gedaan! welke daarop heeft geant- „woord, geene andere Passa giers op de Monsterr alle te hebben gevonden, als den Heere Gouverneur Cornelis Jacob van de Graaff, en den Adjunct Secretaris Carel Mappa, deszelvs huisvrouwe en een kleine slaven Jonge hem toebehorende §63 Den Equipagemeester afgevraagd zijnde, op welke wijze, en wanneer den In gestaan dependent 1217 dependent Fiscaal zich naar boord heeft begeeven. ? welke daarop heeft verklaard, dat den Independent fiscaal, hem op Zaturdag den 25e Junij heeft laten verzoeken, om teegens s'avonds zeeven uuren een Landsschuit ter zijner dispositie, in gereed „heid te houden, waarin den fiscaal zich heeft begeeven, en daaruit vervolgens is overgestapt, in de Landsboot de Admiraal Tromp, waar„ meede hij zich noch dien zelv „den avond had begeeven naar boord van het schip Bever wijk, zonder dat hij heeft ver nomen dat den Fiscaal weder aan wal was gekomen — § 64 staande dit onderzoek heb ben wij de nodige recherches laa= „ten doen, of aan den officier die op den 25e Junij de hoord „wacht heeft gecommandeert, ook eenige Rapport was gedaan van de posthouden „de sergeant, van het zel- hoord, over het naar boord vaaren van den Independent fiscaal van Lijnden, en is daarop bevonden, en aan naar ons 1218 waar uit aan ons is gebleeken dat gem: fiscaal met het schip Beverwyk ons gerapporteerd, dat den Sergeant Jacob Wilhelm Rau „tenbach, welke op voorsz: da tum op het zeehoord de wagt hield, s'avonds circa zeven uuren, met een Lands schuit heeft zien aankomen den Independent Friscaal van zijnden, uit welke schuit vervolgens was overgestapt in een Landsboot, en daarmeed na een als toen ter deezer rhee „de leggende scheepen was af„ gestoken: dat voormelde sergeant daarvan terstond rapport hadt laten doen aan den vaandrig Ferdinandus Hendrik Schultz, in deeze wederom aan den Heere Gou verneur, die zich als toen noch aan land bevond, en gebleeven is tot des anderendaags s'mor „gens, om vijf uuren, noch duis „ter zijnde, wanneer evengem: officier schultz aan den Ge. zaehhebber Rapport heeft laten doen, dat den Heere Gouverneur zich van 't zeehoord in een Lands schuit hadt begeeven. §65 Uit dit alles dan WelEdele naer nederland zal zijn verrokken Hoog Achtb: Heeren! is ons gebleeken, dat den Indepen aan dent

NL-HaNA_1.04.02_4347_0481 view scan ↗

English

of which we most dutifully report herewith that Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lijnden went from land on the 25th of June in the evening at about seven o'clock, on board the ship Beverwijk, with which he has without any the least doubt left this Colony and departed for the Netherlands. Section 66 We have judged this matter to be of such weight and importance to the Honorable Company that we believed we would have made ourselves guilty of neglect of duty had we not seized the very first opportunity to give notice thereof to Your Right Honorable Noble Worships, and therefore we have detained the packet boat De Vlyt, which, repaired of its sustained damage, has already been ready for some days to undertake the voyage, in order to be able to convey these our humble letters, which we hope will not be unfavorably construed by Your Right Honorable Noble Worships. Section 67 However much we would also have considered it our unavoidable duty to prevent and counter such a departure from this Colony by the Independent Fiscal Van Lijnden, by those means which have been given into the hands of the government of this Colony by Your Right Honorable Noble Worships to cause Your Most Honorable orders to be respected and to curb disobedience, we have nevertheless found ourselves unable to do so, because the Independent Fiscal requested, indeed demanded, the protection of the Lord Governor Van de Graaff, to protect him with the authority entrusted to His Honor in his intention to leave this country, and that the said Lord Governor would not relinquish this authority, consisting of the executive power, before His Honor should leave this Colony, indeed, what is more, to resume it if His Honor should be forced by maritime distress to put into this roadstead again, for which reason the Independent Fiscal has left this Colony under the protection invoked by him; as well as the reasons that kept us from preventing him in his intention; Section 68 We believe we must not omit to submit to Your Right Honorable Noble Worships our astonishment at the conduct of the officers of the ship Beverwijk, who probably took on the Independent Fiscal Van Lijnden, and certainly his baggage, without having been properly authorized thereto by ordinance, unless the Lord Governor had orally ordered them to do so by virtue of the aforesaid authority, as certainly happened with regard to two bondsmen of the Honorable Company named Willem and Jan, both of the Cape, who were taken along by His Honor himself without any prior knowledge or concurrence of the Council; while only after the departure of the Lord Governor, by his order, a report of the embarkation of these slaves was made by the overseer of the Company's slave lodge; together with expressing to Your Right Honorable Noble Worships our astonishment at the conduct pursued by the ship's officers herein, and how the Governor saw fit, besides the said two slaves, to take with him We hope that Your Right Honorable Noble Worships will not deign to take it amiss that we take the liberty to submit to You in all humility the remarks that occurred to us concerning the departure of the Independent Fiscal Van Lijnden from this Colony, it being, along with the said remarks concerning the departure of the Independent Fiscal, which we hope will not be construed unfavorably by Your Honors: Section 69 Section 70 Firstly, having occurred in a clandestine manner, without having obtained the necessary permission thereto from Your Right Honorable Noble Worships, indeed notwithstanding the protests made in that regard by each of the Council members, who sufficiently demonstrated that they could not tolerate this departure, as the Fiscal should have requested and awaited his discharge from Your Right Honorable Noble Worships. Section 71 Secondly, that he took advantage of the night, or evening, for this purpose, as if he were convinced in his own mind that he was taking a step of which he ought to have been ashamed, and Section 72 Thirdly, because by this clandestine departure he has rendered illusory the manifold orders given by the supreme authorities over this Colony regarding the posting of proper bail; especially those which were stipulated by circular orders of the Supreme Indian Government on the 23rd of December 1749, the 10th of July 1750, the 24th of February 1761, the 9th of June 1762, and the 10th of December 1765, and of which he could not have been ignorant of a single one, as by that of the 10th of July 1750, whereby the bail for the fiscals is set at five thousand Rijxdaalders, it was at the same time determined that the said sum shall only be sufficient, exceptional cases excepted, which might require a higher bail, and he was by that very resolution mandated and commanded to watch over the execution of that order ex officio and by virtue of his oath. Section 73 Enclosed we take the

Dutch transcription

1219 waar van wij hoogit dezelve bij deezen pligtschuldig verslag doen dent Fiscaal Johan Nicolaas steven van Lijnden, zich op den 25e Junij des avonds circa zeeven uuren, van Land heeft begeeven, aan boord van het schip Beverwijk, waarmee. „de hij, zonder eenige de min „ste twijffel deeze Colonie heeft verlaten, en naar Neder„ land is vertrokken. §66 Wij hebben deeze zaak van dat gewicht en belang voor de Edele Maatschappij geoordeelt te zijn, dat wij vermeend hebben, ons aan plichtverzuim schuldig zouden gemaakt te hebben, zo wij niet de allereerste geleegendheid cap teerde, om daar van aan uwel Ede „le Hoog Actb: kennis te geeven, en derhalven hebben mij de Pacquer boot de vlyt, die van deszelvs geleedene schade gerepareerd, reeds voor eenige daagen gereed is ge weest, de reize te aanvaarden, opgehouden, om deeze onze needrige letteren te kunnen overvoeren, 't welk wij hoopen, dat door uwel Edele Hoog Achtb niet ongunstig zal worden geduid. 867 Hae zeer wij het ook van gemaakt onzen 1220. ons weerhouden hebben, hem in eijn voorneemen te verhinderen. gelijk meede van de reedenen die onzen onvermijdelijken plicht zouden hebben geacht, om een diergelijk verlating uit deeze Colonie van den Independent fiscaal van Lijnden, te weeren, en teegen te gaan, met die mid delen die door uwel Edele Hoog Achtb: aan de regeering deezer Colonie in handen zijn ge¬ „geeven, om hoogstderzelver beveelen te doen respecteeren, en de ongehoorzaamheid te beteugelen; hebben wij ons echter daartoe buiten staat bevonde door dien den Independent fiscaal, de protectie van den Heere Gouverneur vande Graaff heeft verzogt, ja gere- „quireerd, omme hem, met de aan zijn Ed: aanvertrouwde authoriteit, in zijn voorneemen om dit land te verlaten, te protegeeren, en dat gem: heere gouverneur deeze authoriteit, bestaande in de uitvoerende macht, niet heeft willen af staan, voor dat zyn Ed deeze Colonie zoude verlaaten, Ja, wat meer is, hervatten man neer zijn Ed: door zeenood genoodzaakt mogt worden; deeze rheede wederom binnen den te 1221 mitsgaders uwel Edele Hoog Achtb onse verwondering te kennen te geeven over het gedrag der scheeps overheeden hier in gehouden en hoe de gouverneur heeft bunnen goedvinden bezijden gem: twee Claten met zich meede te neemen te loopen, weshalven den Inde sendent fiscaal deeze Colonie heeft verlaaten, onder de door hem en geroepene protectie; § 68 Wij vermeenen niet af te mogen zijn uwel Edele Hoog Achtb: voor te draagen onze verwondering over het gedrag der overheeden van het schip Beverwijk, die waarschijnlyk den Independent fiscaal. van Lijnden, zeekerlijk met zijne bagagie, zonder daar toe behoorlijk bij ordonnantie te zijn geauthoriseerd, hebben overgenomen, ten zij den Heere Gouverneur hen zulks, uit haarde van voorsz: au= thoriteit, mondelings had gelast, zo als zekerlijk ge- schied is, omtrent twee Lijfei genen der E Comp:e genaamd Willem en Jan, beide vande Kaap dewelke door zijn Ed zelvs zijn meede genoomen, zonder eeni ge voorkennis ##n of Concur. „rentie van den Raad; terwijl eerst na het vertrek van den Heere Gouverneur, ter zijner ordre, door den opziender van 's Comp:s slaven loge, van 't embarqueeren deezer slaaven Heere rapport 1222. nevens gem: remarques omtrent het vertrek van den Independent fiscaal verhopen doch dat door Hoogst dezelve niet qualijk zal worden geduid rapport is gedaan ƒ Wij verhoopen dat uwel Ed Hoog Achtb: niet ongunst zullen gelieven te duiden, dat wij de vrijheid neemen, hoogst dezelve in alle onderd nigheid te suppediteeren, de remarques die bij ons zijn gevallen, omtrent het vertrek van den Independent fiscaa van Lijnden, uit deeze Colonie als zijnde 869 § 70 Eerstelijk geschied op eene Clan destine wijs, zonder daar toe de nodige permissie va uwel Edele Hoog Achtb: de hebben bekomen, ja ongeacht de uit dien hoorde gedaane protestatiën, van ieder der Raadsleeden, die genoeg betoond hebben dit vertrek niet te kunnen gedoogen, alzoo den fiscaal zijn ont- „slag van uwelEdele Hoog Achtb: had moeten verzoeken en afwachten. - § 71 ten Tweeden, dat hij daartoe den nacht, of avond ten baat heeft genomen, als of hij bij zich zelvs overtuigd is geweest, een stap te doen waar over hij zich moest hebben schaamen 1223. schaamen, en §72 ten Derden, om dat hij door dit Clandistine vertrek illus ov heeft gemaakt, de meenig vuldige ordres door de hoog Gebiederen over deeze Colonie gegeeven, weegens het stellen van behoorlijke Borgtogt; vooral de geene die bij Cup laire ordres van de Hooge Indiasche Regeering op den 23 december 1749, den 10 July 1750, den 24e februarij 1761, den 9 Junij 1762 en den 10 cember 1765 zijn bepaald, en waarvan hij geene enkel heeft kunnen ignoreeren, alzo bij die van den 18 Julij 10e. Julij 1750; waarbij de Borgtocht voor de fiscaals word bepaald, of vijf duizend Rijxds. ; teffens is gearresteerd, dat dezelve somma alleen sufficient zal zijn, buiten extraordinaire gevallen, die eene hogere borgtogt mochten vereisschen, en aan hem bij dat zeerde besluit is gede mandeert en bevoolen om voor de executie dier ordre, Eed, en amptshalven te waken §73 Ingeslooten neemen wij heeft de

NL-HaNA_1.04.02_4347_0486 view scan ↗

English

The undersigned Dispencier has declared the following regarding the aforementioned matter concerning the fiscal's bail bond. Passing on to the next matter, we take the liberty of presenting to Your Right Honourable Excellencies the final pay ledger of the aforementioned Independent Fiscal van Lijnden, which we caused to be balanced on the date of 25 June last, the day when he departed from here. During the deliberations held on these matters in our assembly, the undersigned Dispencier made known to us that, since he was prevented by indisposition from attending the assembly held on 10 June, he subsequently inquired with his fellow council members, the undersigned Gezaghebber and the undersigned Secrétaire, whether the Independent Fiscal, upon his demand made in his protest submitted on that day, had agreed to provide the required surety to restore, or to allow recovery of, the customs revenues enjoyed by him, should Your Right Honourable Excellencies come to reclaim them. And also having made known what took place regarding the sale of his immovable property. And thereupon he learned that the Independent Fiscal, amid many protestations of honesty and selflessness, had declared himself unable to do so, but desired that his houses and other remaining goods should be held liable for it; although this express desire is far to seek in the document drawn up by him after that assembly, even though it was inserted into the resolutions of that day, and an authentic copy of which was already presented to Your Right Honourable Excellencies in the aforementioned secret dispatch of 24 June. He was somewhat reassured by this, as this declaration was to be considered as a special hypothecation of those goods. But with all the greater astonishment he had then learned how the fiscal could have brought himself to sell his dwelling house with four adjacent rental houses to the titular merchant Constant van Nuld Onkruijt for a sum of seventy-three thousand guilders, Indian valuation, and thereon unexpectedly and in a singular manner to effect the transfer and conveyance at his house on Monday 20 June before members of the Council of Justice. He believed that he ought to undertake directly and without any delay such measures as remained to him to have that transfer nullified and to make the Independent Fiscal fulfill his solemn promise. For this purpose, he requested and obtained an extraordinary session of Justice that very same day, which then, upon the written request made by him and in view of the sound reasons and motives alleged therein, did not hesitate at all to declare that transfer null and of no effect. As all this appears more fully from the extract of the minutes kept in that assembly, an authentic copy of which we take the liberty of presenting alongside this letter. Wherefore he submitted for our consideration whether, since the fiscal, by his singular departure from this colony, is unable to provide the requested bail bonds according to the operative part of the sentence of the Council of Justice, and his houses and left-behind goods are thus liable for it, it would not be necessary to refund the money paid by the titular merchant Onkruijt for the Lord's dues on those houses into the Company's treasury back to him upon a written order, and to order the attorneys of the Independent Fiscal to take proper care that the money proceeding from the rent of those houses is consigned by them into the Company's treasury, For the aforementioned reasons, we have decided to place this matter into the hands of the fiscal office. consigned after deduction of the costs required for their repair to keep them in the condition in which they presently find themselves, and at the same time to hold them responsible to return the aforementioned houses at all times in that condition, all until such time as the respected commands of Your Right Honourable Excellencies concerning this matter shall have arrived. Which declaration of the undersigned Dispencier having been maturely deliberated upon by us, we have decided to place this matter into the hands of the fiscal office, in order that—not only on account of the missing stipulated bail bond of five thousand rixdollars, but also on account of the customs and other revenues which the Independent Fiscal van Lijnden claimed to have been attached to his office, should restitution be due to the Noble Company on that account—

Dutch transcription

1224. van gem: Independent fiscaal 8 de ondergetekende dispencier het nevens gem: ten opzichte van de borgstelling des fiscaals gedeela reerd. overgaande afgeroten zo begeking de vryheid uwelEdele Hoog Achtb: aan te bieden, de sal. dijreekening van gem: Inde pendent fiscaal van Lijnden, dewelke mij sub dato 25 Juni Jongstl:, den dag wanneer hij zich van hier heeft begee „ven, hebben doen afsluiten. 74 Bij de deliberatien die over dit een en ander ter onzer vergadering zijn gehouden, heeft den ondergeteekende Dispencier aan ons te kennen gegeeven, dat, daar hij door indispositie verhindert was geworden, de vergadering op den 10:e Junij gehouden bij te woonen, zich naderhand bij zijne meederaaden de onderteekende gezachhebber en den Ondergetsesieur had geinformeerd, of den Indepen dent fiscaal op zijn requisit, gedaan bij zijn protest ten dien daage ingeleeverd, had aangenoomen de vereischte Cautie te stellen, omme te restitueeren, of te kunnen verhaalen, de inkomste der douane bij hem genooten, zo uwel Edele Hoog Achtb: zulks mochten komen te den reclameeren 1225. mitsgaders te kennen gegeeven hebbende wat omtrent het verkopen zijner vaste goederen heeft plaats gevonden. reclameeren, en daarop vernomen had dat den Independent „fiscaal, onder veele betuigin „gen van eerlijkheid en on baatzuchtigheid, hadde ge declareerd, zulks niet te kunnen doen, doch te begeeren dat zijne Huizen en verdere natelaatene goederen daar voor aanspraakelijk zouden zijn; alhoewel deeze expresse begeerte verre is te zoeken in het geschrift door hem na die vergadering vervaar digd, schoon bij de Resolutien van dien dag geinsereerd, en waar van Copia authenticq bij voormelde secreete Missive van den 24 Junij reeds aan uwelEdele Hoog Achtb: is aangeboden: dat hij hier door eenigzints was gerust gesteld geworden, alzo deeze declaratie diende te worden aangemerkt als eene speciale verbindtenisse dier goederen, dan dat hij met des te meer „der verwondering had ver 875 nomen; hoe den fiscaal van zich hadt kunnen verkrijgen zijn woonhuis met vier annexe huurhuizen te en ƒ verkopen 1226 verkopen, aan den koopman te tulair Constant van Nuld onkruijt, voor eene somma van Drie en zeeventig Dui „zend guldens, Indiasche valii atie, en daar van op het on„ verwagts, en op eene singu liere wijze, ten zijnen huize, op maandag den 20=e Junij voor leeden uit den raade van Justitie, transport en opdragt te doen; dat hij ver meend had direct en zonder eenig tijdverzuim bij der hand te moeten neemen, zodanig middelen, als hem noch over „bleeven, om dat transport te doen vernietigen, en den Independent fiscaal zyne plegtige belofte te doen naakomen; dat hij daar toe noch dezelvde dag hadt verzocht en geobtineerd extra ordinaire vergadering van Justitie, dewelke dan ook op het schriftelijk verzoek door hem, en uit hoorde van de daarbij geallegueerde bondige reedenen en Motiren, geenzints heeft geresiteert, dat Transport te verklaren van núl en geener waarden, bleeven zo 1227. zo als dit een en ander nader Consteerd uit het Extract der Notulen, in die vergadering gehouden, en waar van de vry uwelEdele Hoog Achtbaarens heid neemen, Copia authenticq neevens deeze aante bieden; — 876 weshalven hij aan ons in Con sideratie heeft gegeeven, of het, dewijl den fiscaal, door zijne singuliere verlating van deeze Colonie, buiten staat is, naar luid van het dispositief van den Raad van Justitie, de begeerde borgtogten te stellen, en dus deszelvs huizen en na gelaatene goederen daarover aanspraakelijk zijn, niet nood zaakelijk zoude zijn, de Pen „ningen door den Koopman titulair Onkruijt voor 'Thee ren geregtigheid van die hui „sen in 's Comp:s Cassa betaald, wederom aan dezelve op schrif telijke ordonnantie te doen restitueeren, en de gemachtig „dens van den Independent fiscaal te gelasten, behoor lijk te zorgen dat de pennin „gen van de huur dier huizen provenieerende, door hen in Compagnies Cassa worden s gelatene geconsigneerd 1228 hebben wij on voom, reedenen beslooten deeze zaak te stellen in handen van het officie fiscaal geconsigneerd, na aftrek van de kosten, die tot dies repara „tie worde vereischt, om dezelve in die stand te houden, waarin zij zich thands bevinden, en Een teffens responsabel te stellen, om voorsz: huizen ten allen tijden wederom in die stand te leeveren, alles tot tijd en wijlen dat hierom „ den geëerbiedigde deveilen trent „ van uwelEdele Hoog Achtb, zullen weezen inge komen over welke declaratie van den onderteekende Dispencier bij ons rijpelijk gedelibereerd 77 zijnde geworden, hebben wij beslooten, deeze zaak te stellen in handen, van 't officie fiscaal, ten einde„ niet alleen uit hoorde der ontbreekende bepaalde borgtogt van vijf duizend Rijxdaalers, maar ook noch ter zake van de douane en andere inkomsten, dewelke den Independent fiscaal van Lijnden heeft gepretendeerd, aan zijn ampt geäccrocheerd te zijn geweest, wanneer desweegens aan d' Edele Maatschappij restitutie zijnde zoude 4

NL-HaNA_1.04.02_4347_0491 view scan ↗

English

1229 the undersigned Commander having indicated the impossibility of continuing to hold the presidency in the Council of Justice any longer, ought to take place, as well as, in the matter of the sentences both of the Council of Justice here and on appeal before the Council of Justice in Batavia, to institute such proceedings against all goods and effects left behind by the Fiscal here as will be found proper and serviceable for the proper indemnification of the Honorable Company and other interested parties. § 78 The undersigned Commander having furthermore indicated to our meeting that in this capacity he could not possibly continue to hold the presidency in the Council of Justice, and the order of affairs thus requiring that provision be made in that regard with the utmost speed, by having that presidency provisionally filled by someone of whom one could be assured of the respect and confidence of the inhabitants of this Colony, especially in the circumstances in which it finds itself, and which, through the submitted writing of the Burgher Military Council, are sufficiently brought to light, 1230 had managed to acquire and preserve; so we, after the undersigned Cellar Master declared that, as senior member of the Council, he ought to have offered his services for this, but that he was prevented from doing so by the lawsuit in which he found himself involved with the Independent Fiscal van Lijnden, took into consideration the various pieces of evidence at hand showing that the undersigned Cashier de Wet had succeeded in doing so, and that he, both through having formerly held the office of Adjunct Fiscal, and subsequently that of Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, as well as by having served the Council of Justice as a useful member for the duration of seven years, with interruptions, has acquired all the necessary knowledge of judicial matters, and thus also to act as President; 1231 so we unanimously requested him, both for the well-being of the service of Your Right Honorable Worships and for the maintenance of good justice and the restoration of peace and harmony in this Colony, to be pleased to take upon himself, provisionally and subject to the further respected decision of Your Right Honorable Worships, the presidency in the Council of Justice. Whereupon it was declared by him: that since, as far as he is aware, he has never once shrunk from taking trouble and care upon himself whenever there was merely a faint hope that his efforts could contribute to the intended ends in this matter; but that, at the same time, considering the manifold occupations that have fallen to his lot as a member of our Council, especially since the recently received orders in this Government, and of which so many voluminous writings to be supplied to Your Right Honorable Worships will testify, and the weight that the affairs 1232 of Justice be administered promptly and without delay, he would only proceed to the provisional acceptance of the presidency in the Council of Justice out of a conviction of the necessity that moved us to request him to charge himself therewith, and to demonstrate that his sincere and only desire is to be able to be of use and service to the Honorable Company and this Colony. § 79. After the undersigned Cashier had taken the oath as a Member of Justice in our meeting into the hands of the undersigned Commander, we furthermore took into consideration that the order of affairs and the maintenance of Justice in this Colony no less required that immediate provision should also be made for the performance of the functions of the office of Fiscal, so singularly abandoned by Mr. van Lijnden, although he declared at our meeting of 24 May 1233. that he had instructed the Adjunct Fiscal Johannes Andreas Pruter to properly attend to his office during his absence; because we believed that, for the reasons alleged here above, the functions tied to this office, and to which every individual in this Colony has so many relations, had to be entrusted to someone who, alongside proper experience and the tokens of confidence of Your Right Honorable Worships, could also add tokens of being worthy of our confidence and that of the inhabitants of this Colony. Thus, considering the inability we found ourselves in to blindly follow the wish of the Independent Fiscal van Lijnden who departed from here, however much one must otherwise acknowledge the good conduct and abilities of the mentioned Pruter, we nevertheless in this singular case, and in order to apply everything as much as was in our power to prevent further discontent, and to restore confidence and peace,

Dutch transcription

1229 de ondergeteekende gevalhebber te kennen gegeeven hebbende, de onmoogelijkheid om het praesedie in den raade van Justitie langer te blyven bekleeden zoude behoren te geschieden, gelijk ook noch ter zake van de gewijsdens zo bij den Rade van Justitie alhier, als bij pro¬ vocatie bij den raade van Justi „tie te Batavia, teegens alle goederen en effecten door den fiscaal alhier nagelaten, zo. danige procedures te entamee „ren, als ter behoorlijke schade „loosstelling van d' E Comp:e en andere geinteresseerdens oirbaar, en dienstig zullen worden bevonden. § 78 De ondergeteekende Gezachhebber alwijders ter onzer vergadering te kennen gegeeven hebbende, dat hij in deeze qualiteit onmoogelijk 't presidie in den raade van Justitie konde blijven beklee¬ „den, en de ordre der zaken over zulks kwam te vorderen, dat ## daaromtrent ten allerspoedigsten wierd voorzien, met dat presidie provisioneel te doen bekleeden door iemand, van wien men verze kerd konde zijn de agting en het vertrouwen van de ingezel „tenen deezer Colonie, /:vooral in de omstandigheeden waarin dezelve zich bevind, en dewelke gezach hebber door s 1230 i het zelve om bezijden gemelde reedenen is gedragen aan de ondergetekende Cassier de wet door 't ingediend schriftuur van den burger krijgsraad genoeg aan den dag worden gelegt:/ zich had weeten te verwerven en te conserveeren; zo hebben wij /: nadien den ondergeteeke de keldermeester heeft gedecla reerd, dat als oudste Lid des Raads, hij daar toe zijnen dien sten zouden hebben behooren aan te bieden, doch dat hij daari was verhindert, door het proces waarin zich met den Indepen dent fiscaal van Lijnden ge„ wikkeld vond, /: in aanmerkin„ genomen, de verscheidene blijken die voor handen zijn, dat zulks heeft mogen gelukken aan den ondergeteekende Cas sier, en dat hij, zo door het eertijds bekleeden van het ampt van Adjunct Fiscaal, en vervolgens dat van Landdrost van Stellenbosch en Drakenstein als door den tijd van zeeven jaaren, bij interruptie, den Raad van Justitie tot een nut „tig. lid te hebben verstrekt, alle de nodige kunde heeft verkreegen van Justitiëele zaaken, en dus ook om als Praesident te fúngeeren, zo blijken hebben 1231 die daarop de bezijden gemelde reflarde heeft gedaan hebben wij hem unanime ver zocht, zo tot welzijn van den dienst van UwelEdele Hoog Achtb:, als tot handhaving van goede Justitie, en herstelling van Rust en Eendragt in deeze Colonie, zich provisio „neel, en ter nadere geëerde decisie van uwelEdele Hoog Achtb: het praesitie in den Raade van Justitie op zich te willen neemen, waarop door hem is verklaard; dat daar hij, voor zo verre hem bewust is, zich noch nimmer eene enkelde reize heeft ont„ „trokken, om moeite en zorge op zich te neemen, wanneer er slegts een flauwe hoop is geweest dat zijne pogingen tot de in deeze bedoelde eindens konde Contribu¬ „eeren, doch dat teffens overwee- „gende de meenigvuldige bezig heeden die hem als Lid van onzen Raad, voor al zints de jongst ontvangene beveelen, ten deeze Gouvernemente, te beurd zijn gevallen, en waar van so veele volumineuse geschriften aan uwel Edele Hoog Achtb: te suppediteeren, zullen getuigen, en 't gewigt dat de zaaken trakken der 1232 Na dat den ongergetekende Cassier de wet den Eed als lid van Justitie hadde afgelegd, is om de bezijden geallegueerde reedenen, besloten der Justitie prompt en zonder vertraging worden geadministreerd hij tot het provisioneel aanvaar„ den van het praesidie, in den Raade van Justitie, alleen zou overgaan, uit een overtuiging van de noodzaaklijkheid die ons heeft gemoveerd hem te verzoeken, zich daarmeede te willen chargeeren, en om aan de dag te leggen dat zijn oprechte en eenigste begeerte is, de Edele Maatschappij en deeze Colonie van nut en dienst te kunnen zijn Na dat ter onzer vergade §79. „ring den ondergeteekende Cassier den Eed, als Lid van Justitie, aan handen van den ondertee kende gezachhebber had afgelegt, („voorts hebben wij in overweeging geno. „men dat de ordre der zaaken, en 't handhaaren der Justitie in deeze Colonie, niet minder kwaa„ „men te vorderen, dat ook on= middelijk voorzienige wierde gedaan in het bekleeden der functien, van het ampt van fiscaal, door den heer van Lijn „den zoo singulier verlaaten, schoon hij ter onzer vergadering van den 24e Mai heeft gede ring clareerd 1233. „clareerd aan den Adjunct fis „caal Johannes Andreas Pruter te hebben opgedragen, om zijn ampt, geduurende zijn absentie, behoorlijk waar te neemen, dewijl wij vermeenden, dat, om de hier vooren geallegueerde reedenen, de functiën aan dit ampt verknogt, en waar op ieder indivudée in deeze Colonie zo veele betrekking heeft, moest opgedraagen worden, aan iemand die bij behoorlijke ondervinding en de blijken van vertrouwen van uwel Edele Hoog Achtb: ook konde voegen, blijken van ons vertrouwen, en dat der In „gezeetenen deezer Colonie, waardig te zijn, zo hebben wij, uit aan merking van de onbevoegdheid waarin wij ons bevonden, omme de begeerte van den van hier vertrokkene Independent fiscaal van Lijnden, blinde lings te volgens hoe zeer men anderzints de goede Conduites en Capaciteiten van gem: Puiter moet erkennen, echter in dit singulier geval, en om zo veel in ons was, alles aan te vrenden om verder misnoegen voor te koomen, en vertrouwen, en ons rust

NL-HaNA_1.04.02_4347_0496 view scan ↗

English

1234. To have the office of fiscal ad interim executed by Mr. Jacob Pieter de Neijs, to revive tranquility in this Colony, it was decided to have the functions attached to the office of Fiscal executed ad interim by Mr. Jacob Pieter de Nijs, merchant in the service of the Honorable Company, who fully possesses the capacity thereto, and, having the trust and esteem of the inhabitants of this Colony, in which he was born and has now been domiciled again for 8 years, also dares to appeal to the trust of this Council, whereby he was proposed by the Governor van de Graaff in the meeting of June 24 as a sedate, capable, and sensible man, and was also appointed senior Member of the Council of Justice, which appointment the Independent Fiscal van Lijnden declared would serve the public welfare, and he especially dares to boast of the highly respected favors of Your Right Honorable Nobles, who, having deemed him worthy of the capacity of merchant, which that highest Governor [had conferred on] him as chief of Sadraspatnam, were pleased to declare him employable again in this Government. 1235. §80. Respectfully submitting herewith the memoranda left by the Governor. With relation to the aforementioned memoranda left by the Governor van de Graaff, we take the liberty of offering Your Right Honorable Nobles an authentic copy thereof, and respectfully to bring to your highest knowledge that after those memoranda were read in our meeting, the undersigned Commander expressed to us his surprise that the said Governor had not left him an instructional memorandum to regulate himself by in the handling of affairs, and at the same time submitted to our consideration whether he, since he had to bear the burden of the Government in such a manner as it had been attended to by the Governor van de Graaff, and had to observe all the same ceremonies, both on solemn occasions and at the reception of distinguished persons of our own as well as foreign nations, as had been observed by his Honor, ought not also to have the use of the houses that were built at the expense of the Honorable Company, both in the Castle and in the Garden of the Honorable Company; 1236. Concerning the dwellings of the Honorable Company that will be occupied by the undersigned Commander, the adjacent arrangements have been made. all the more so since the previous Commanders always occupied the same, and the house occupied by him, the Commander, as secunde of this Government, is too cramped even to be able to give proper audience; thus we have unanimously judged that the Governor, this being a purely domestic matter, ought not to have had, nor had, the power to make dispositions concerning it; and those dwellings shall therefore be occupied by the undersigned Commander, who will vacate and hand over for residence the house occupied by him as secunde to the Captain Engineer Sebastiaan Willem van de Graaff, 1237. §82. Also decided how the form of public prayers shall now be arranged. who will also at the same time be able to store in that house all the charters, papers, furniture, and other effects left behind here by his father, the Governor. The undersigned Commander having furthermore submitted to our consideration whether the public prayers should henceforth take place according to the form prescribed by the Governor, or rather as they were determined in the year 1771 by instructions of the Honorable Mr. Joachim van Plettenberg, then Commander, and the council here; whereupon it was considered by us that in the respected Dispatch by which the Governor van de Graaff is recalled to the Netherlands, there was by no means granted to him the power and authority to make dispositions to be observed after his departure; that therein it is also by no means said that he, the Governor, would continue in office, but rather provisionally retaining his rank and pay; 1238. Of the memorandum left by the Governor van de Graaff concerning the affair of Colonel Gordon and Captain Sandolroy. wherefore the majority of our Council, in the absence of a special order in that regard, has also resolved to have to follow the order determined in the year 1771 herein, and thus to make no other change in the form of prayers prescribed by Your Right Honorable Nobles themselves, except only that instead of praying for the Honorable Governor and Honorable Council of this place, prayer shall be made for the Honorable Commander and Honorable Council of this place. §83. The Memorandum left to us by the Governor van de Graaff containing nothing other than an order to leave the matter in statu quo between the undersigned Colonel Gordon and Captain de Sandolroy, which occurred in the beginning of the year 1789; thus has

Dutch transcription

1234. het fiscalaat ad interim te laten waarnemen door Mr Jacob Pieter de Neijs Rust in deeze Colonie te doen herleeven, beslooten de functien aan 't ampt van Fiscaal verkna„ ad interim te laaten waarnee men door Mr Jacob Pieter de Nijs, koopman in dienst der E Compe, dewelke de Capaciteit daartoe volkomen komt te bezitten, en bij het vertrouwen en achting der Ingezeetenen deezer Colonie, waar in hij is gebooren, en nu wederom zin# 8 Jaaren heeft gedomicilieerd, zich ook durft beroepen op het vertrouwen deezes Raads waarbij hij door den Heer Gouverneur van de Graaff in de vergadering van den 24e Junij als een bezadigd, kundig en verstandig man is voorgedraa„ „gen, en ook aangesteld, tot oud ste Lid van den Raade van Justitie welke aanstelling den Inde„ pendent fiscaal van Lijnden heeft gedeclareerd tot welzijn van het publicq te zullen strek„ ken en zich ook voornament lyk, durft beroemen op de hooggeEerde gunsten van uwelEdele Hoog Achtb: die hem in de qualiteit van koop man, welke hoogst dezelve gouverneur hem 1235 880 de door den heer gouverneur nage laten memorien bij deezen eer „biedig overgaande hem, als opperhoovd van Sadras =patnam, hadden waardig gekeurd, wederom ten deezen Gouvernemente emploijabel hebben gelieven te verklaaren Met Relatie tot de hier vooren vermelde nagelaatene Memorien, van den Heer Goure neur van de Graaff, neemen mij de vrijheid, uwelEdele Hoog Achtb: Copia Authenticq der „zelve aan te bieden, en eerbiedig ter Cognotie van hoogst dezelve te brengen, dat na die Memo„ „ries ter onser vergadering zijn geleezen geworden, de ondergetekende gezachhebber aan ons zijne bevreemding heeft betuigd, dat gemelde Heere Gouverneur hem niet hadt nagelaten, eene Memorie instructiep, om zich in de behandeling van zaken daar na te kunnen reguleeren, en teffens aan ons in Consideratie heeft gegeeven, of hij, daar hij de Last van 't Gouvernement, zo en indier voegen moest draagen, als het zelve door den Heere Gouverneur van de Graaff was waargenoomen, en alle dezelvde Ceremonien ondergetekende moest 1236 zyn omtrent de wooningen der E Comp„e die door den onder getekende gezachhebber zullen worden betrokken, de nevens gend: schikkingen gemaakt. moest observeeren, zo bij plec# tige geleegendheeden, als bi de receptie van gedistinqueerd perzoonen van onze, dan wel vreemde Natien, als door zijn Edele was geobserveerd, ook niet diende te hebben het gebruik van de huizen die ten lasten der E Maatschappij zo in't Casteel als in de Thuin der E Compie zijn geëxtrueerd geworden; te meer daar de voorige heere Gezachhebber dezelve altoos hebben betrokken, en het huis door hem gezachhebber, als secunde deezes Gouvernements bewoond, te beknopt is, om zelvs behoorlijk audientie te kunnen 881 geenen; - zo hebben wij een parig vermeend, dat den Heere Gou verneur daarover als eene pure domesticque zaak eynde, geene beschikkingen hadt behooren of vermogen te maaken; en zullen die wooningen dies betrokken worden door den ondergeteekende Gezachhebber, die het huis door hem als secunde bewoond, zal inruimen, en ter woon overgeeven, aan den Capitain Ingenieur Sebastiaan Willem van de bewoond Graaf 1237 §82. mitsgaders besloten hoedanig het formulier der publicque gebeeden thands zal moeten worden ingericht Graaff, dewelke #, oo teffens in dat huis zal kunnen bergen, alle de Chartres, papieren Meubilen, en andere effecten, de door zijnen vader, den heere Gouverneur, alhier nagelaten zijn, onder dezelve. Den ondergeteekende Gezachhebber alverder aan ons in bedenking gegeeven hebbend of de Publicque gebeeden voor thaan zoude geschieden naar't formulier door den Heere Gou verneur voorgeschreeven, dan wel zoo als dezelve in den jaare 1771, bij aanschrijvingen van den Heer en M=:r Joachim van Plettenberg, als toen ge- zachhebber, en den raad alhier, zijn bepaald; waar op bij ons in aanmerking is genomen, dat bij de geëerbiedigde Mis- „sive, waar bij den Heere Gou verneur van de Graaff in Neder land word gerequireerd, geen- zints aan hem werd toegekend, de macht en het vermogen, be- schikkingen te maaken, om na zijn vertrek te worden geobserveerd; dat daar bij ook geenzints word gezegt Jaare dat 238 van de nagelatene memorie van den heere Gouverneur vande Graaff omtrent de affaire van den folonel gorden 3 Captijn Sandolton dat hij heere Gouverneur in functie zou overgaan, maa voel behoudens bij provisie, va zijne qualiteit en gage; wes halven de meerderheid van onsen Raad, dan ook, by ontstentenisse van speciaal bevel dienaangaande, beslot heeft, hier in te moeten vae de ordre in den Jaare 1771 be paald, en dus in't formuli# der gebeeden door uwel Edele Hoog Achtb: zelvs voor ge- schreeven, geen ander verand ring te maaken, als alleen dat in steede van de laken boven van te laaten bidden voor den Ed heer gouverneur en Achtb: Raad deezer plaatse, zal gebeeden worden, voor den Achtb: Heer gezachhebber en Achtb: raad deezer plaatsen §83 De Memorie door den Heer Gouverneur van de Graaff aan dus nagelaten, niets anders bevattende als een bevel, om de zaak tusschen den onderteekende Colonel Goodon, en den Capitain de Sandolroij in't begin van den Jaare 1789 voorgevallen, te laaten in statu quo; zo bidden heeft

NL-HaNA_1.04.02_4347_0501 view scan ↗

English

1239 Having requested a copy, and his Honor having submitted a refutation of that memorandum, the undersigned Colonel Gordon declared that he could not wonder enough at the unlawful contents of that memorandum, since the matter between him and Captain de Sandura is regarded therein by the Lord Governor as a thorny matter, whereas the Lord Governor has otherwise regarded the same as a trifling affair; wherefore he requested that a copy of this memorandum might be granted to him, in order to elucidate us thereupon and at the same time to demonstrate the necessity of terminating that matter according to the orders of the Honorable Company, and to make a respectful and dutiful report thereof to your Honors, with such remarks as would be submitted by him; and as Colonel Gordon, on the occasion that yesterday evening in an extraordinary meeting the resolution taken by us on the 29th of June last was resumed, 1240 which we take the liberty of presenting to your Honors herewith, submitted to us a refutation of that memorandum so far as the shortness of time allowed him; so we shall take the liberty of provisionally presenting the same to your Honors herewith in an authentic copy. Section 84. We also cannot refrain from dutifully and respectfully bringing to the knowledge of your Honors that the Lord Governor van de Graaff, at the meeting of the 24th of June upon the handover of the government, absolutely refused to provide the security of ten thousand rix-dollars determined by the resolution of the High Indian Government of the 10th of July 1750, and that of this refusal, no more than of the protests which the undersigned Commander and Cellar Master desired to be recorded, any annotations are to be found in the minutes of this Council kept by the then already dismissed Adjunct Secretary Carel Mappa. 1241 Section 85. The undersigned Dispenser having been prevented by indisposition from attending that meeting, as was the undersigned Cashier who was bedridden, the first mentioned learned of the aforesaid refusal of the Lord Governor from his fellow council members, and communicated to us in that regard that, upon learning of that refusal the day before the Lord Governor departed the country, he sent the sworn clerk Pieter Hendrik Faure to the Lord Governor, and had his Honor informed on his behalf: that he, the Dispenser, found himself prevented by indisposition from attending the Council of Policy meeting, but after the rising of the meeting had learned that he, the Lord Governor, had thought fit to hand over the government to the Secunde Rhenius, without having first provided the determined security; that he, the Dispenser, deemed 1242 this to be an act in which he, as a member of the Council, could not acquiesce without making himself accountable to his Lords and Masters, and thus found himself obliged to have the Lord Governor informed: that, if his Honor persisted in his intention not to provide the customary security before his Honor's departure, he must protest against it in the most solemn manner, as being in no way willing to be held answerable or responsible for the consequences that might result from this course of action. Section 86. And that thereupon the following was answered in substance by the Lord Governor to the sworn clerk Faure: I have already revealed in yesterday's meeting the reasons that have moved me to take that decision, and 1243 I shall continue to persist in that decision. I expect henceforth no protests from the Lord van Oudtshoorn, of whatever nature they might be; and I shall depart despite My Lord van Oudtshoorn whenever it pleases me, and let him watch it. Section 87. Since the aforesaid Lord Governor has for that reason made it necessary that such measures were taken by us as can prevent the elusion of the established orders of your Honors, we have, on account of the refusal of the determined security, and thus also for the indemnification of the Honorable Company in all that has already arisen and might yet arise from the directives recently received in succession and still to be received, charged the Fiscal Office to initiate the necessary legal proceedings regarding the estate left behind by the Lord Governor.

Dutch transcription

1239 door gem: onderteek: Calohel good on Copia verzogt eijnde „door zijn Ed: daarop ingediend een refu„ catie dier memorie heeft den ondergeteekende Colonel Gordon gedeclareerd zich over de wederrechtelijke inhoud dier Memorie niet genoeg te kunnen verwonder alzo de zaak tusschen hem en den Capitain de Sandoera door den Heere Gouverneur daar bij word beschouwd, als eene epineuse zaak, daar den Heere Gouverneur dezelve anders als eene beuzelachtige affaire heeft beschouwd; weshal ven hij verzogt dat aan hem van deeze Memorie Copia mogt worden verleend, om daaraver ons te elucideeren en teffens aan te toonen, de noodzaaklykheid om die zaak na de ordres der E Comp=e te termineeren, en daarvan aan uwel Edele Hoog Achtb„ eerbiedig en pligtschuldig verslag te doen, met zodanige remarques als door hem zouden worden ingediend; en alzoo den Colonel Gordon ter geleegent heid dat op gisteren avond in een extra ordinaire bij een komst de Resolutie door ons op den 29=e Junij Jongstl: genomen, geresumeerd zijn geworden, daarover aan 1240. die wij de vrijheid neemen uwel Edeel Hoog Achtb bij deeden aan te bieden aan hem Gouverneur van de Graaff bij de ordrigare van het gouver nement geweigert hebbende de gemone Cautie te stellen van den ondergetekende gezaekhebber en keldermeester in de notulen geen annotatie te vinden aan ons heeft ingediend eene refutatie dier Memorie voor zo veel de kortheid des tijds hem heeft toegelaten; zo zullen wy de vrijheid neemen uwelEdele Hoog Achtb: dezelve bij deeze in Copia Authenticq voorlopig aan te bieden § 84 wij kunnen ook niet afzij uwel Edele Hoog Achtb: plig schuldig en eerbiedig ter Cog nitie te brengen dat den heer gouverneur van de Graaff ter vergadering van den 24 Jun bij de overgaave van 't Gou„ vernement, volstrekt gemei„ „gerd heeft, de bij Resolutie van de Hooge Indiasche Re„ „geering van den 10 Julij 1750 bepaalde Borgtogt van Tien duizend Rijxdaalers te stellen, en dat van deeze weigering, zo min als van de protesten, die den onder is daar van zo min als van de proteste geteekende Gezachhebber en keldermeester, begeerd hebben, dat zouden worden aange tekend, eenige annotatiën te vinden is bij de Notulen deezes Raads, door den als toen reeds ontslagene Adjunct Secretaris Carel Mappa gehouden „gerd de 1241. de ondergeteekende Dispencier des aangaande aan den heere protestatien hebbende laten deden § 85 de ondergeteekende Dispencier gouverneur het nevensgevoegde door indispositie verhindert zijnde verhindert geworden, die Vergadering bij te wonen„ zo wel als den onderteekende Cassier die bedlegerig was, heeft eerst gem: van zijne meederaaden de voorsz: weig# „ring des Heeren Gouverneurs vernomen, en heeft dienaan gaande aan ons gecommi niceerd, op het verneemen van die weigering, daags voor dat den heere Gouver „neur van Land is gegaan, den gesw: Clercq Pieter Hendri Fraure te hebben gezonden bij den Heere Gouverneur, en zijn Ed van zijnent weegen laaten aanzeggen; dat hij „dispencier zich door indispo „sitie verhindert heeft gevonden „de vergadering van Politie bij „ te woonen, echter na het schei „den der vergadering had vernomen dat hij Heere Gouverneur hadt „kunnen goedvinden het gou „vernement over te geeven aan „den secunde Rhenius, zonder „vooraf de bepaalde borgtocht „te hebben gesteld dat hij Dispencier vermeende Jaure dit 1242 „ heeft daarop het bezyden gem: antwoord dekomen „ dit een daad te zijn, waarin „ hij als een lidt des Raads „ niet vermagt te berusten, zon „ der zich bij zijne heeren en „ Meesters verantwoordelijk „ te stellen, en zich overzulks „ verpligt vond, hem Heere „ Gouverneur te laaten aan- „ zeggen dat, bij aldien zijn Ed bij des „ zelvs voorneemen bleef „ volharden, om namentlijk „ voor zijn Ed vertrek de ge „ woone Cautie e te stellen, „ daar teegen op de plegtig „ste wijze te moeten §86 En dat daarop door den heere Gouverneur aan den gesworen Clercq Faure, in substantie is geantwoord geworden. „ Ik heb reeds in vergadering „ van gisteren de reedenen „ geopenbaard, die mij tot het neemen van dat besluit „ „ hebben gepermoveerd, en „protesteeren, als in geenen deele „ aanspraakelijk, noch verant „woordelijk willende zijn, noch „gehouden worden, voor de „gevolgen, die uit deeze han „delwijze zoude kunnen „ resulteeren. protesteeren bij 1243. verhalven wij het officie fiscaal is gedamandeerd, omtrent de nagela tene goederen van den heere gou verneir de nodige prcedures te entameeren „bij dat besluit zal ik blijven „ volharden „ Ik verwagt voorthaan gee„ „ne protestatiën van den „ Hees van oudtshoorn, van „ wat aart die ook zouden „ mogen zijn; en „ ik zal vertrekken à la barte „ van Mijn Heer van oudts „hoorn, wanneer het mij goed= „dunkt, en hem dat laten „ aanzien 887 Vermits welgemelde heere Gouverneur uit dien hoorde noodzaaklijk heeft gemaakt dat door ons zodanige maat regulen wierden genomen, als het eludeeren der gesta „tueerde ordres van uwel Edele Hoog Achtb: kunnen voor „komen, zo hebben wij ter zake van de weivigering der be„ „paalde borgtogt, en dus mee de ter schadeloosstelling van d' Edele Maatschappije, in al het geen uit hoorde der onlangs successivelijk ont „vangene, en noch nader te ontvangene aanschrijvens reeds is voortgevloeid, en noch mogt komen te ont „staan, het officie fiscaal regalen gelast

NL-HaNA_1.04.02_4347_0506 view scan ↗

English

as well as against those who are named in the complaint of the Burgher Militia Council against the Fiscal van Lijnden, ordered to initiate such proceedings regarding the estate left by the Lord Governor as the nature of the matter shall require. We have also considered it our unavoidable duty to put ourselves in a position to furnish Your Noble High Mightinesses with further and more definite reports regarding the circumstances of the accusations arising from the document submitted to our assembly by the Burgher Militia Council against the Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lijnden, who has departed from here, and therefore placed the said complaint into the hands of Mr. Jacob Pieter de Neijs, to whom the functions of the office of Fiscal have been entrusted by us, in order to examine properly the attached annexes submitted therewith; to cause the deponents of four depositions, of all of which done to Your High Mightinesses by secret letters, who are still in this country, to appear before commissioners from the Council of Justice, and properly to re-examine and swear in all these documents insofar as they are not yet sworn, as well as to conduct a proper investigation into some accusations appearing therein against certain persons, and furthermore to act and proceed therein as shall be appropriate according to the findings and in accordance with the duties of the office whose functions have been entrusted to him. We shall not fail, as bound by duty, to report respectfully to Your Noble High Mightinesses by secret letters on the outcome of this investigation, and reserve the opportunity on that occasion to disabuse Your Noble High Mightinesses of the notion into which the Lord Governor with the declaration that everything here is presently in peace and quiet, hoping that these our actions may merit the highest approval of the same, van de Graaff has tried to lead Your Noble High Mightinesses, as if by that document the fire of the so-called Patriotism could be kindled in this country. Meanwhile we can most solemnly assure Your Noble High Mightinesses that everything in this so precious Colony is presently in peace and quiet, and that all inhabitants show their particular and grateful satisfaction with the arrangements made by us for the administration of justice. Our great satisfaction will consist in the actions, of which we have hereby respectfully given account to Your Noble High Mightinesses, gaining the approval of Your Noble High Mightinesses. Done at the Political Council in the Castle of Good Hope, the 5th of July 1791. We commend Your Noble High Mightinesses and the precious interests of the Noble Company to the safe protection of God, and subscribe ourselves with all due respect, Noble, Honorable, High Mightinesses, Highly Wise, Prudent, Most Generous, and High Governing Lords, Your Noble High Mightinesses' most humble, faithful, and obedient servants, R. J. Gordon Rhenius P. D. Le Sueur G. Goetz W. F. van Rheede van Oudtshoorn N 3 I, the undersigned Dirk Mulder, Sea Captain commanding the return ship Beverwyk, acknowledge having received from the hands of the Honorable, Respected Johannes Izaak Rhenius, Commander in loco, a small box tied crosswise and sealed with the adjacent four seals, addressed and inscribed: To the Noble High Respected Gentlemen Directors Committee of the Illustrious Assembly of the 17, Representing the General Netherlands Chartered East India Company; as well as a tin canister sewn in linen and sealed at both ends, along with inscribed charts; which box and canister I hereby promise, upon my safe voyage (which God grant), to deliver into the hands of the said Gentlemen Directors or to whoever shall be authorized and qualified by Your Noble High Mightinesses to receive them. There being three copies hereof made and signed by me, one being fulfilled, the others to remain of no value. Cape of Good Hope, the 25th of June 1791. D. Muller No 3 Tuesday the 10th of May 1791. Extract of the Resolution taken in the Council of Policy in the Castle of Good Hope. All this having been concluded thus far, they proceeded to the further resumption of the highly venerated dispatch of the High Noble Gentlemen Majores, dated the 2nd of October of last year, and first to the obedient fulfillment of the order to provide clarification regarding the payment of 11 stivers per day to the sick of Meuron; whereupon it was resolved to appoint Messrs. Rhenius and van Oudshoorn, as their Honors are hereby appointed, to obtain such information as their Honors shall deem best regarding the payment of the 11 stivers per day for each sick person of the Meuron Regiment, and regarding what is said in those same points concerning the house rent of 60 rix-dollars per month for a Meuron hospital and 100 rix-dollars for that of Wurttemberg.

Dutch transcription

1244 gelijk meede jegens de zodanige die bij het klagtschrift van den burger krijgsraad, tegen den fiscaal van sijnden worden op gegeeven gelast, omtrent de nagela tene goederen van den heere Gouverneur zodanige pro„ cedures te entameeren als de aart der zaken zal komen te vorderen 888 Wij hebben het ook van onze onvermijdelyken pligt geacht, ons in staat te stellen uwel Edele Hoog Achtb eenige nadere en stelliger berichten te doen toekomen, weegens den toedragt der bij het geschrift„ door den burger krijgsraad ter onzer vergadering in gediend, voortkomende be. schuldigingen teegens den zuh van hier begeeven heb. bende Independent fiscaal Johan Nicolaas Steven van Lijnden, en dierhalven 't gezegde klagtschrift gesteld in handen van M:r Jacob Pieter de Neijs, aan wien de functien van 't ampt van fiscaal door ons zijn opgedraagen, ten einde de daarbij opper „gelegde bijlaagen behoor lijk te onderzoeken; de relatanten vier verklaa gediende ringen 1245. van welk een en ander aan ruweehal Hoog Achtb: bij secreete letteren gedaan „ringen, welke zich hier noch ten landen bevinden, te doen Compareeren voor ge Committeerdens uit den Raade van Justitie, en alle deeze stukken voor zo verre noch niet beëëdigt zijn, behoorlijk te doen re= „calleeren, en beëedigen, tef „fens aen ook, om behoorlyk onderzoek te doen na eenige daarin voorkomende be schuldigingen, teegens zommige perzoonen, en daarin voorts zodanig te handelen en procedeeren, als na bevinding, en vol „gens de plichten van 't amph, waar van hem de functiën zijn opgedragen, zal behoren Wij zullen niet afzijn 589 verlagtschuldig verslag dal worden naar schuldigen plicht uwel Edele Hoog Achtb. van den uitslag van dit onderzoek, wederom bij secreete letteren, eerbiedig verslag te doen, en reserveeren ons bij die geleegendheid uwelEdele Hoog Achtb: teffens te de trompeeren, over het idée waar in den heere Gouverneur als van 1246 890 met betuiging dat hier thands alles in rust en vreede is hopende dat deeze onze verruchtinge hoogst derzelver agreatie mogen verdienen van de Graaff, uwelEdele Hoog Achtb: heeft tragten te brengen, als of door dat geschrift, 't vuur van het zo genaamd Patriotismus in dit land zou kunnen worden ontstoken Intusschen kunnen mij uwelEdele Hoog Achtb op het allerplegtigst ver „zeekeren, dat alles in deez than zo precieuse Colonie zich in rust en vreede bevind, en dat alle Ingezeetenen hun bijzonder, en dankbaar genoegen betoonen, over de schikkingen door ons tot het admini streeren van de Justitie gemaakt Ons groots ge 91 noegen zal bestaan wanneer de verrich- tingen waarvan wij uwelEdele Hoog Hoog Achtbaarens bij deeze eerbiedig verslag hebben ge daan, de goedkeu ring van uwel= Edele Hoog Acht= „baarens moo„ de gen 1247: Actum ter Politicque vergadering In't Casteel de goede Hoop den 5e Julij 1791. „gen wegdraagen Wij beveelen Uwel Edele Hoog Achtb: en de dier- „bare belangens der Edele Maatschappije in de veilige roede godes, en noemen ons met alle verschuldigde Eerbied Wel Edele, Erntfeste, Hoog Achtb: Hoog wize, voorzienige zeer Genereuse en Hoog Gebiedende Heeren. R: I: Gordon. Johenius Uwel Edele Hoog Achtb: zeer ootm: getrouwe af gehoorz: dienaren — P: D: Se Sueur GGoewver W iede van uatchoron Uw N 3 1248 Bekenne ik ondergeteekende Dirk Mulder, Capitijn ter Zee, voerende 't retour schip Beverwyk, uit handen van den WelEdelen Agtb: Heere Johannes Izaak Rhenius gezaghebber in loco, ontfangen te hebben, Een over 't kruys toegebonden en met de neven„ staande vier Zeguls gecachetteerd Kasje, ge„ addresseerd en beschreeven: Aan de Wel Ede hoog. Achtb Heere Bewindhebberen Gecommitteerd ter Jllustre vergadering van 17en Reprae¬ „senteerende de Generale Nederlandsche Ge¬ octroijeerde O: I: Comp e Als meede Een in blikkebis in linne benaaid en aan beide de eindens verzeguld, mitsgs. beschr: Caarten; Welk kasje en bus, ik by deesen beloove, by myn behoude varen /: dat God geeve:/ aan opged=te heeren Bewindhebberen ofte aan den geenen, die tot dies ontfangst door Haar WelEd hoog AAgtb zal werden gelast en ge„ qualificeerd, te zullen ten hand stellen. Zynde hier van gemaakt en door my onder„ teekend drie eensluidende, waarvan d'eene vol„ daan zynde, de andere van geenen waarde bly¬ ven. — Cabo de Goede Hoop den 25. Juny 1791. D: Muller 1249 N„o 3 Dit alles tot dus verre afgelopen zijnde, is men ge„ „treeden ter verdere Resumtie der zeer gevenereerde Missive der Hoog Edele Heeren Majores, d: d: 2 october J: L: en wel eerstelijk, ter gehoorzame voldoening der ordre, om elucidatie te geeven nopens de uitbetalinge van 11. stver:s daags aan de zieken van Meuron - waar op beslooten is de Hee „ren Thenuis, en van Oudshoorn te Committeeren, gelijk hun EE:s gecommitteerd worden mits dee„ „sen, omme nopens de uitbetaling der 11. stx. 'sdaags. voor ieder zieke van 't Regiment Meuron, en wegens het geene over den Huishuur van 60 rx=s per maand voor een Hospitaal van Meuron en 100. Rijksdaalders voor dat van Wurtemberg, bij diezelfde pointen gezegd word, zodanige informatien te neemen, als hun EE„s best zullen Dingsdag den 10 Maij 1791. Extract Resolutie genomen in rade van Politie in 't Casteel de goede Hoop; op. oordeelen

NL-HaNA_1.04.02_4347_0514 view scan ↗

English

1250. to judge, and to provide this Council with their clarifications and Report on that matter. Just as furthermore, concerning the points regarding the Honorable Company's stables, it was deemed fit to commission Messrs. de Wet and van Oudshoorn to conduct an inquiry regarding the aforementioned disbursements made for the Honorable Company's stables in the year 1786/7, and to provide this Council with a Report of their findings. And at this occasion, it was also deemed best to commission the aforementioned Messrs. de Wet and van Oudshoorn to draft a plan for contracting out the cartage fees for those wagons or carts which must necessarily be employed for the daily operations of this Government, as well as for those freightings which might extraordinarily be required in time for the service of the Honorable Company, and to present this plan at this Board for further approval. Furthermore, as the most highly aforementioned Lords Principals have required from this government a report and clarifications regarding the purchase of shells to the sum of ƒ 880.-:-, it was resolved to instruct Captain-Engineer Wijting Schull, by extract of this and of the aforesaid esteemed missive, to inform this Council in writing, as soon as practicable, in what manner, by whose order, and for what purpose the aforementioned shells were purchased. The aforementioned Lords Their High Noble and Right Honorable Majores having further, by repeated and much respected letters of 2 October last, been pleased to require of this Government to attempt such means and pursue such avenues so that the wood in the Honorable Company's forests may be employed to the greatest benefit of the same, it was resolved to place extracts of this matter into the hands of Messrs. de Wet and van Oudshoorn, and to authorize Their Honors to formulate such plans according to the tenor of this venerated order, and to suggest those means regarding this which will seem best to Their Honors, and how far the same can be put into execution, and to report 1251. thereon their Considerations and Report. Furthermore, having been submitted by Messrs. de Wet and van Oudshoorn, pursuant to the commission decreed to Their Honors by resolution of this Board of the 15th of the previous month of February, a Report, Inventory, and map of the Nieuwland, reading: Whereupon it was resolved to cause authentic copies of all this to be prepared, in order to send the same with all due respect to the High Governing Lords Seventeen, and also, conformable to that report, to have the sale held on Tuesday the fourteenth of the coming month of June, under all such terms and conditions regarding the watercourse as are more fully mentioned in that Report, and to have paid as a premium out of the Honorable Company's treasury a sum of 50 Ducatons; furthermore, the Overseer at the Honorable Company's post, De Schuur, named Rauch, shall be authorized to provide on the Company's behalf all such refreshments and other necessities as shall be required for that sale, provided he keeps exact record thereof. Fiat Insertio. it was thereupon deemed best to place the aforementioned inventory Let it be inserted. the aforementioned gentlemen were politely thanked for their efforts, and it was also resolved to send dutifully in authentic copy both these aforementioned conditions of sale and vendue rolls to the Most Esteemed Lords Masters. Captains Buissinne and Kuchler, likewise by the aforementioned resolution of 15 February last expressly commissioned and ordered to take under proper inventory all the Company's effects present at the stables, having today submitted the following list of those effects: Having likewise been submitted by the esteemed Council members de Wet and van Oudshoorn two copies of vendue rolls held at the Honorable Company's posts, het Vissershok and de Ganzekraal, for which sales Their Honors had been authorized by resolution of this Council dated 3 March last, reading: to keep. into To be inserted. 1252. into the hands of Messrs. Rhenius and de Wet, in order consequently to examine and indicate which of those effects ought to be sold immediately, and to serve this Council with Their Honors' considerations and Report thereon. By the aforementioned Captain Kuchler, in compliance with the Resolution of this Council of the 3rd of March last, having been presented the following Report and Memorandum, Whereupon it was agreed to place the same into the hands of Messrs. de Wet and van Oudshoorn, to the end of investigating whether the stated number of laborers at the artisans' quarters must necessarily be retained, or whether some reduction could still be made thereto, and further to serve this Council with Their Honors' Considerations and advice on this matter. By Colonel Gilquin, pursuant to resolution of this Board of the 15th of February last, having been submitted the following Memorandum: Whereupon it was approved to place the same into the hands of Messrs. de Wet and van Oudshoorn, in order to examine it and to serve this Council with Their Honors' considerations and advice as to which of the Company's buildings mentioned therein could and ought to be sold. Agrees. J. Faure GClercq Fiat Insertio. Whereupon it is Fiat Insertio.

Dutch transcription

1250. oordeelen - en desweegens deesen Raade te dienen van derselver elucidatien en Bericht. Gelijk al verder, ten belange der pointen, sE Comp=e stal betreffende, goedgevonden is, de Heeren de Wet, en van Oudshoorn te committeeren, om onder zoek te doen wegens de vermelde uitbetalingen voor 's E Comp„s stal in den Iaare 1786/7 gedaan en van deese hun EE:s bevinding, deesen raade te dienen van Bericht. En is tevens ter deeser geleegendheid, best ge „dagt, evengem: Heeren de Wet, en van Oudshoorn te committeeren, tot het ontwerpen van een Plan van aanbesteeding der rijloonen voor die wagen„ of kairen, welke voor den dagelijkschen omslag van dit Gouvernement, noodzakelijk moeten wor„ „den g'emploijeerd - gelijk mede van die vragten, welke extraordinair ten dienste der E Comp„ie in der tijd zouden kunnen worden verEijscht - en dit plan, tot nadere approbatie, ter deeser Tafel te produceeren. Voorts door Hoogst gem:e Heeren Majores van dees regeering gevorderd wordende bericht in elucidatien nopens den aankoop van schulpen, ter somma van ƒ 880. —:—: is besloten, den Capitain, Ingenieur wijting Schull; bij extract dezes, en van het voorsz: zeer g'eerd aanschrijvens, te gelasten, om, zo spoedig doenlijk, deesen raade te berigten in geschrifte, op wat manier, ten wiens ordre, en ten welken einde de bovengenoemde schulpen zijn ongekogt geworden. Hoog gem:e Hun Hoog Edele Groot Achtb=r al verder bij meerm: zeer gerespecteerde Letteren van 2 October l: l: van deese Regeering hebbende gelieven te vorderen, zodanige middelen te be„ proeven, en weegen in te slaan, ten einde het hout in de sE Comp=s Bosschen, ten meesten voordeele derselve, te kunnen emploijeeren - is besloten, van dit point te stellen Extracten in handen der Heeren de Wet en van oudshoorn, en hun EE:s te qualificeeren, om na den teneur dezer gevenereerde ordre, zodanige plans te formeeren - en die midde= „len deswegens aan de hand te geeven, dewelke hun EE„s best zullen voorkomen, en en hoe verre dezelve zullen konnen worden ter exsecutie gelegd- en daar en over 1251 over te dienen van hun EE: Consideratien en Bericht & Iewijders door de Heeren de Wet en van Ouds- „hoorn ingevolge de op hun EE: bij resolutie deeser tafel van den 15 der vorige maand Februarij ge decerneerde Commissie ingedient een Bericht, Inven„ taris, en baart van 't Nieuwland - luidende, Waar op geresolveerd is van dit een en ander te doen formeeren Copiën authenticq, om deselve in allen eerbied aan de Hoog gebiedende Heeren 17=ne over te zenden - en tevens conform dat bericht de verkoping te doen houden op Dingsdag den Veerthien „de der aanstaande maand Iunij — onder al zulke Conditien en voorwaarden, nopens de waterleiding, als breeder bij dat Berigt staan vermeld - en tot een plok penn: uit sE Comp. s Cassa te laaten betalen eene zomma van 50. Ducatons — zullende wijders den Baas op sE Comp:s post, de Schuur, in name Rauch, worden gequalificeerd, om 's Comp:s weegen te bezorgen: alle zodanige verversingen, en andere be nodigtheden, als voor die ver-kopinge zul len worden vereischt - mits daar van exacte aantekening F: T: is daar op best gedagt, voorme Inventaris te stellen Fiant Insert: zijn voorme Heeren voor derselver moeite beleefde „lijk bedankt - en is tevens besloten beide deeze voorn=e koopconditien en vendurollen in Copia authenticq mede aan Hoogstged=e Heeren Meeste „ren plichtschuldig over te zenden. De Capitains Buissinne en Kuchler, almede bij meerm=e resol: van den 15 Feebruarij j: l:, expresse= lijk gecommitteerd en gelast zijnde, om onder be= hoorlijke Inventaris te neemen alle s' Comp=s Effecten, die zich op de stal bevinden — heden ingediend heb= „bende de volgende Lijst dier Effecten= Door welgem=e Heeren Raadsleden de Wet„ en van Oudshoorn insgelijks overgelegd zijnde Twee Copia Vendurollen, gehouden op 's E Comp:s Posten, het Vissershok, en de ganzekraal - tot welke ver= „kopingen Hun EE=s bij Resolutie deeses Raads, d: d: 3 Maart, J: l: gequalificeerd waren geworden, luidende: te houden. in T: I: 1252 in handen van de Heeren Rhenius, en de wet, omme dienvolgens na te gaan, en op te geeven, welke van die effecten dadelijk, zouden behoren te worden ver„ kogt — en daar van deesen raade te dienen van Hun EE: consideratien, en Bericht —. Door voorm:e Capitain Kuchler, ter voldoe„ „ning aan de Resol, deeses raads van den 3=en Maart l: l: gepresenteerd zijnde het volgend Bericht, en Memo: „rie, is daar op verstaan hetzelve te stellen in handen der Heeren de wet, en van Oudshoorn, ten fine te onderzoeken, of het opgegevengetal werks volk, op 't ambachts quartier noodwendig aangehouden, dan wel daar aan nog eenige reductie zoude kunnen gemaakt worden - en voorts hier van deesen raade te dienen van Hun EE=s Consideratien en advis. — Door den Heere Colonel Gilquin, ingevolge resol: deeser Tafel van den 15de Februarij l: l. overgelegd zijnde de volgende Memorie is daar op goedgevonden deselve te stellen in han= =den van de Heeren de wet, en van Oudshoorn, ten einde dezelve te examineeren, en deesen raade te dienen van Hun EE=s Consideratiën en advis, welke der daar in vermelde Comp=s Gebouwen zouden kunnen, en dienen verkogt te worden. - Accordeert J. Faure GClercq O F: I: is daar op F I:

NL-HaNA_1.04.02_4347_0517 view scan ↗

English

Friday the 13th of May 1791. The remaining points contained in the highly revered letter from the High Born Gentlemen Masters, dated 2 October last, having been taken up and resumed, it was deemed most advisable regarding that part of this highly respected letter, wherein their High Mightinesses are pleased to complain about the shameful excesses and disorders that have taken place in the administration of this Government, to rescribe to their Right Honourable High Mightinesses in all submissiveness, that, in dutiful obedience to the order further contained in these same highly respected letters, each of the respective Gentlemen Members of this Council, individually, will account for themselves in this regard as far as it concerns each of their Honours in particular. Resolution Extract taken in the Council of Policy in the Castle of Good Hope No. 4. 53 1254. While, on what the said High Gentlemen Masters have been pleased to note regarding the expenditures on carpentry and repairs, as well as on the fortifications, the Lord Governor hopes to be allowed to demonstrate to their Right Honourable High Mightinesses where those moneys were spent; what is all included under the heading of carpentry and repair; that dutiful notice thereof was given each time to their High Mightinesses; and that during the time that his Honour held authority here, no new buildings were constructed other than some necessary guardhouses for the preservation of the security of this place. That his Honour at the same time will endeavor to elucidate their Right Honourable High Mightinesses on the so-called Governor's House in False Bay, further appearing in these highly honoured letters; and that his Honour likewise, on the point of the fortifications, will give such clarifications and render such account to the frequently mentioned High Gentlemen Majores as their High Mightinesses shall come to require of his Honour, with a specific statement of which crewmen, and where they were employed for those works. Their Right Honourable High Mightinesses having manifested their profound displeasure over the mismanagement in the Hospital here, and also how greatly the sick were neglected, and the supplies made to that House were untraceable, one will have the honour humbly to report to their Right Honourable High Mightinesses that the Regents of the Hospital, by Resolution of this Board on 15 February last, were already immediately demanded to account for themselves on this matter with the greatest speed; and which report, when it shall have been received, one will take the liberty in all reverence to transmit to their Right Honourable High Mightinesses. In humble response to the requisition of their said Right Honourable High Mightinesses, as to why the documents of the Gentlemen Military Commissioners had not been sent to their High Mightinesses from here earlier, and had contented themselves only with the supposition that the same would have already reached their Right Honourable High Mightinesses, the Lord Governor was pleased to advance that the Gentlemen of the Commission, upon their departure from here in the month of October 1789, while handing over several separate sealed packets, had most urgently requested his Honour that he be pleased to transmit those packets, together with what their Honours had left behind here to his Honour, at the first secure opportunity to His Most Serene Highness, the Lord Prince of Orange and Nassau.

Dutch transcription

Vrijdag den 13 Maij 1791. De resteerende poincten, vervat in het zeer gevene„ reerd aanschrijvens der Hoog Geb: Heeren Meesteren d: d: 2 Octb: Iongstl: bij der hand genomen en gere„ sumeerd zynde, is ten belange van die geene dezer zeer re g'eerde Missive, waarbij Hoogst deselve zich gelieven te beklagen over de Schandelijke excessen en Wanordens„ in de Huishoudinge dezes Gouvernements plaats ge„ had hebbende, raadzaamst g'oordeeld, Iun /: Wel Ed Hoog Achtb. daarop in allen onderdanigheid te rescribeeren, dat, te gelijk ter plichtschuldige gehoorzaming der Ordre in deeze zelfde zeer g'eerbiedigde Letteren nader ver„ „vat, ieder der respect„e Heeren Leeden deezes Raads, hoofd voor Hoofd, zich deswegens zullen verantwoorden voor zoo verre een ieder van Hun EE„s zulks par „ticulier Concerneert — Resolutie Extract genomen in Rtaade van Politie Int Casteel de Goede Hoop Terwijl N:o 4. op 53 1254. Terwijl op het geen Hoog ged„e Heeren Meesteren, no pens de uitgaven aan Timmeragie, en reparatien, mits ged: der Fortificatien, hebben gelieven op te maken, den Heere Gouverneur verhoopt aan Hun WelEd. Hoog Achtb: te zullen mogen aantonen; waaraan die pennin gen zijn uitgegeven - wat onder de benaming van tim= =maragie, en Reparatie al begreepen is - dat telkens aan Hoogst deselve daarvan plicht= schuldige Kennis is gegeven, en dat geduurende den tijd dat zijn Ed: alhier het gezach in handen heeft gehad, geen nieuwe Gebouwen als eenige nodige Corpp de Garde, ter bewaring der Veiligheid dezer Platze, aangetimmerd geworden zijn — Dat zijn Ed: te gelijker tijd Hun Wel Ed: Hoog Aehh zal trachten te elucideeren op het zogenaamde Gouver neurs Huijs in de Baay Tals, al verder bij deeze zeer g'eerde Letteren voorkomende - en dat zijn Ed: ins gelijks op het point der Fortificatien, aan dikwerf Hoog gem: Heeren Majores, zo danige eclaircisse„ „mentgeeven, en Verantwoordinge doen zal, als Hoogst dezelve van zijn Ed zullen komen te requireeren— met Specificque opgave, welke manschappen, en waar dezelve, tot die werken zijn g'emploijeerd geworden- Hun Wel Edele Hoog Achtb:r Hoog derselver ongenoegen over de wandirectie in het Hospi taal als hier manijfesteerende — en tevens hoe zeer de zieken verwaarloost, en de Verstrekkingen, Dat zijn Ed, om hier aan te voldoen, met allen Spoed die stukken hadde laten vervaardigen, en ook reeds aan dat Huis gedaan, Spoorloos waaren — zal men de eere hebben Hun WelEdele Hoog Achtb onder „daniglijk te berichten, dat den Regenten van 't Hos „pitaal, bij Resolutie deezer Tafel van den 15 februarij Iongste al dadelijk gedemandeeerd geworden is, om zich hierop ten Spoedigsten te verantwoorden — en welk bezicht, wanneer het ingekomen zal zijn, men in allen eerbied de Vrijheid zal neemen aan Hun Wel Edele Hoog Achtb: over te zenden —. . Ter nedrige beantwoording der requisitie van E: Hoogstgem: Hun Wel Edele Hoog Achtb:, waarom men niet eerder van hier de stukken der Heeren Militaire Commissarissen, aan Hoogst dezelve hadde overgezonden - en zich alleen vergenoegd heeft met de Suppositie, dat dezelve aan Hun Wel Edele Hoog Acttb: reeds zouden zijn toegekomen - geliefde den Heer Gouverneur te advanceeren, dat de Heeren n der Commissie, bij hun vertrek van hier in de aand October 1789, aan zijn Ed, onder afgave van verscheide aparte toegezegelde pacquetten, op 't instandigst hadde verzogt, om die Pacquetten, omet het geen Hunth: alhier aan zin Ed: hadden agtergelaten, bij eerste Secuure gelegenheid aan zijne Doorluchtigste Hoogheid, den Heere Prince van Orange en Nassau, geliefde over te zenden — aan 9 in

NL-HaNA_1.04.02_4347_0519 view scan ↗

English

in the month of December of that same year 1789, by the packet boat De Vijf, Captain Couveet, had been dispatched to His Serene Highness. That from what his Honor believed he might deduce concerning the sealed packets of those gentlemen Commissioners, his Honor had been firmly convinced that both these packets, containing most certainly the detailed report of those gentlemen to His Serene Highness, and without which no final decision could after all be taken regarding that for which this Commission had already been sent hither, and the papers left behind here by the same, would have been communicated on behalf of His Serene Highness to their Right Worshipfuls. While furthermore on this subject, one can have the honor to inform the aforementioned highly respected Masters in all submission that, as far as it has been possible for us amid all the daily work of the Secretariat to have all those voluminous documents prepared, the same, together with what this Council meanwhile thought it necessary provisionally to put into effect upon the plans left behind by the aforementioned gentlemen Military Commissioners, was already transmitted with all respect to their Right Worshipfuls in the month of October of the past year. Which this Government therefore also hopes will already long since have reached their Right Worshipfuls. That in dutiful compliance with the highly esteemed orders of the High Governing Lords Majores to observe greater frugality in all matters of this Government, each of the gentlemen members of this Council, as much as in them lies, will endeavor with all zeal and readiness to contribute his part, in order to comply in this matter with the intention of the highly respected Masters in the best manner. That since their Right Worshipfuls please to show their displeasure over the manufacture of some new wheelbarrows and gun carriages, with orders to have half of those moneys restored to the Company treasury, the Governor on this subject has declared in Council that he alone can be held responsible for these points, and consequently also will indemnify the respective gentlemen members of this Council, each for his share, if the aforementioned Lords and Masters, after he shall have accounted for himself in person to their High Honors, should still see fit to condemn his Honor thereto; for the fulfillment of which their Right Worshipfuls after all hold the means themselves in hand. That this Government likewise has immediately and dutifully complied with the positive orders given by their Right Worshipfuls concerning the dispatch of the entire Regiment of Württemberg, insofar as the ships that have been here were able, according to their space, to take along troops of that Regiment; and regarding which interest one shall not fail, as soon as ships shall again be at hand here, likewise to dispatch the remaining part from here. That, in respectful compliance with the order concerning the National Depot, or the so-called Pépinière, one can have the honor to inform their Right Worshipfuls that the same has already been forwarded entirely from here to Batavia. That, with relation to that which the aforementioned Lords Majores please to require of this Government, in order to have information concerning the maintenance, and at whose expense the estate called the Rondebosch is cultivated, as well as when, and on what conditions the present use thereof may have been granted to the Secunde, the Governor has declared that the former Governor van Plettenberg and the repatriated Secunde Hakker had informed his Honor that this estate had always belonged to the Governors for the time being, but that they had permitted the use thereof to the present Secundes, which however had first begun to take place in the time of the former Secunde Hemmij. And to satisfy the further highly esteemed requirement concerning this estate, Messrs. Lesueur and Jan Oudtshoorn have been commissioned to serve this Council on those points with their Honors' considerations and report. That, to that end, likewise to comply with their Right Worshipfuls' orders, namely to make reasonable arrangements with the respective Landdrosts concerning an allowance of a round sum of money to each of them annually for horse fodder, provided they take care in all things for the maintenance of the horses of the required orderly riders, it was thought best to write to the Landdrosts of Stellenbosch and Swellendam, as being the only ones who are defrayed for horse fodder, as speedily as possible, that each of them shall immediately submit how many horses he requires, and what the maintenance thereof costs annually, in order that this Government

Dutch transcription

1255 in de Maand Decemb:r van datzelve Iaar 1789, per de Pacquetboot de Vijt, Capitain Couveet aan zijn Doorlucchtige Hoogheid hadde afgezonden Dat uit, het geen zijn Ed: nopens de verzegelde Pac„ quetten dier Heeren Commissarissen meende te mogen opmaken, zijn Ed: in de vaste verzekering hadde geverseerd dat en deeze Pacquetten, /:als zeer zeker het gedetaillerd, Rapport dier Heeren aan zijne Doorl: Hoogheid, Con tineerende, en zonder het welk toeh geen besluit omtrent hetgeen, waartoe deze Commissie reeds herwaards uit „gezonden, fin aal konde worden genomen — :/ en de hier agtergelatene papieren van Wel dezelven van wegen zijn Doorl: Hoogheid, aan Hun Wel Edele Hoog Achtb zouden zijn gecommuniceerd geworden - ter„ wijl men reerdere ten dezen Sujette, de eere kan hebben voorm Hoog Ged: Heeren Meesteren in alle onderda „nigheid te informeeren, dat, zo ara ons moglijk is geweest, bij al het daaglijksch werk der Secretarije„ alle die Volumineuse Stukken in gereedheid te doen brengen, men dezelve ook, met het geen deeze Raad intusschen op de door welgem: Heeren Militaire Commissarisen nagelatene Hans, gedacht heeft te moeten provisioneel in 't werk stellen aan Hun Wel Edele Hoog Achtb reeds in de maand October des gepasseerden Jaars, met allen eerbied overge¬ zonden heeft gehad — Welke dus ook deeze Regee„ ring verhoopt, dat al reede voor lange aan Thin Wel Edele Hoog Aelh zullen toegekomen zyn. — Dat ter gehoorzame voldoening der zeer g'eerde beveelen der Hoog Gebiedende Heeren Majores om in alle zaken dezes Gouvernements eene meerde„ „re Spaarzaamheit in 't Oog te souden — ieder der Heeren Leden deezes Raads, zo veel in hen is met allen ijver, en bereidvaardigheid het zijne zal trachten toe te brengen, om in dezen aan het Oogmerk van Hoogged:e Heeren Meesteren op de beste wijze te voldoen. Dat deeze Regeering insgelijks daadelijk aan Dat, nadien Hun Wel Edele Hoog Achtb: hyn on genoegen gelieven te tonen, over het doen vervaardigen van eenige nieuwe bruywagens, en Affuitent met ordre, om de helfte dier Penn: weder in 's Comp:s Cassa te doen restitueeren. Den Heere Gouverneur op dit Snjef in raade gedeclareerd heeft, over deeze poin¬ „ten alleen te kunnen worden verantwoordelijk gehouden - en dienvolgens ook de resp e Heeren Leeden deezes Raads, ieder voor zijn aandeel te zullen in „demniseeren, zo wanneer Hooggem: desselfs Heeren en Meesteren, na zich hierover bij Hun Hoog Ed:s zelve in persoon te zullen hebben verant¬ woord, nog mogten goedvinden zijn Ed: daartoe te Condemneeren tot voldoening aan hetwelk Hun Wel Edele Hoog Achtb: toeh de middelen zelve aan handen hebben. Dat e de 3 1256 de stellig gegevene ordres van Hun Wel Edele Hoog Achtb: nopens het verzenden van t geheele Regioment van Wurtemberg, plichtschuldig heeft voldaan, in zo verre de hier aangeweest zijnde Scheepen, voor hun „ne ruimte, van dat Regiment Thoupes hebben Kunnen medeneemen - en ten welken belange men niet ingebreeken blijven zal, zoo dra 'er weder Scheepen hier aan handen zullen zijn, het resteerend gedeelte insgelijks van hier te verzenden. Dan dat, in eerbiedige opvolging der ordre nopens het Nationaal Depot, of de rogen: Pepiniere men de eere kan hebben Hun WelEd Hoog Acht te informeeren, dat dezelve bereeds geheel van hierenaar Batavia is voortgezonden gewerden Dat, met relatie tot het geene Hoog gemelde Heeren Majores, van deezen Regeering g lieven te vorderen, om informatien te hebben nopens het onderhoud, en ten rieiens kosten de plaats het Rondebosje genaamd, bewerkt wordt mitsg„s wanneer, en op welke Conditien aan den Heer Secunde het tegenswoordig gebruik daar van Kan zijn toegestaan — Den Heere Gouverneur gedeclareerd heeft, dat den voorme ligen Heere Gouverneur van Plettenberg en den gerepatrieerden Heer Secunde Hakker zijn Ed: hebben g'informeerd gehad, zijnde ter voldoening aan het verder zeer g'eerd gerequireerde nopens deeze plaats, de Heeren Lesueur en Jan Oudtshoorn gecom„ mitteerd geworden, om op die pointen dezen raade te dienen van Hun EE: Consideratien en Bericht Dat, ten dien einde insgelijks naartekomen Hunner WelEdele Hoog Achtb: ordres, om namelyk met den resp: Landdrosten billijke Schikkingen te maken nopens eene toelage van eene ronde Somma Gelds aan ieder derzelven jaarlijks voor Paarden Voeder mitsdaarvoor in alles zorgende voor het onderhoud der Paarden van de benodigde ordonn: Ruiters — best gedagt is, den Landdkosten van Stellenbosch, en Zwettendam /: als welken alleen voor Paarden voeder gedefroyeerd worden:/ ten Sproedigsten aan te Schryven dat ieder derzelven dadelijk zal hebben op tegeeven, hoeveele Paarden hij benodigd is, en wat dezelve van onderhoud 's Jaarlyks Kosten - ten einde deeze dat deeze plaats altoos aan de Heeren Gouverneure in der tyd heeft toebehoord gehad, doch dat wel dezelve daarvan het gebruik aan de Praesente Heeren Secundes hadden gepermitteerd het welk echter eerst begonnen hadt plaats te hebben ten teijde van den voormaligen d Heere Serunde Hemmij. dat Regeering

NL-HaNA_1.04.02_4347_0521 view scan ↗

English

1257 Government may thereby be enabled to make a calculation to the greatest advantage of the Honorable Company, and in all deference to submit to Their Right Honorable and Respected Lords a reasonable agreement in that regard for the further honored approval of the same. That, whereas Their Right Honorable and Respected Lords are pleased to inform this Government that henceforth no further Provision Ship will be sent hither from Batavia, and in that regard to order that it be reported to the High Government at Batavia as soon as possible which articles will be absolutely required for this Government, in order that the same, distributed across the return ships, could be sent hither from there, and that in like manner from here one will have to send across the outward-bound ships everything that otherwise was usually transported by the Provision Ship, one shall take the liberty to represent in all deference to the highly mentioned Lords Majores: That, if it shall please the same to have the ships depart with ladings for this Government, just as before, one will then find oneself enabled to replace those unloadings with that which must be sent from here for Batavia, and thus be able to satisfy both this highly respected order and the obligation to let nothing be lacking for the requisitions of the High Indian Government; but that in the contrary case, or when the outward-bound ships shall not have sufficient space, one will find oneself very embarrassed to be able fully to respond thereto. That, however, as soon as we shall find ourselves honored with the requisitions of the High Government, we shall immediately and at the first opportunity obediently arrange our consignments in the manner now prescribed to us. That one likewise shall not fail to obey the further orders and to transmit the requisitions of those articles which are indispensable for this Government to Batavia as soon as possible, just as has always been customary to proceed yearly from here. Yet that, in the present change of affairs of this Government, in proportion to the reductions that are now taking place here, one shall first and foremost make a proper estimate, in order to see therefrom which of the usual points can be diminished or entirely dispensed with, for which purpose Messrs. Rhenius and van Oudtshoorn have been commissioned, 1258 to subsequently serve this Council with Their Honors' considerations and report. Which just-mentioned Messrs. Rhenius and van Oudtshoorn have also been authorized to draw up a list of all those servants who enjoy distributions from the Dispensary, and at the same time to indicate what compensation could be given to them in place thereof, in order to serve this Council therewith with Their Honors' report and advice, all in fulfillment of what has been ordered in that respect by the highly mentioned Lords Majores. That, in order to furnish to Their Right Honorable and Respected Lords the detailed report required by the same as to whether some revenues or savings of expenses for the Honorable Company could not be drawn or made from the internal management of the salt pans, mills, and lime and brick kilns, Messrs. De Wet and van Oudtshoorn have hereby been commissioned to serve this Council with a report and considerations regarding these points and what further is commanded in that regard by the High Commanding Lords Masters, as to how and in what manner one will best be able to proceed in this matter in accordance with the objective of the Lords Majores. That, in order to dutifully fulfill in the best possible manner the charge which Their Right Honorable and Respected Lords are further pleased to give to this Government to provide a statement of all the taxes which are currently levied in this Colony, Messrs. de Wet and van Oudtshoorn have been authorized to draw up a list of all those taxes which are collected yearly for the benefit of the Honorable Company; That it has further been resolved to write to the Commissioners of the Council of Justice to provide a similar statement of what those taxes are that are levied for the benefit of the Burgher Treasury; and that finally the respective Landdrosts and Heemraden shall likewise be ordered to report exactly all those which are contributed by the residents in the countryside, each in their district. That, the aforesaid lists and statements having been received, the aforesaid Messrs. de Wet and van Oudtshoorn have further been commissioned to serve with Their Honors' considerations and advice upon the same and upon the remaining points arising in this regard. While further, concerning the respected order which the often-mentioned Lords Majores have also been pleased to include at the end of the frequently cited letters of 2 October of last year regarding the liability of decisions for each member of the Council of Policy who has taken them, That

Dutch transcription

1257 Regeering daardoor worde in staat gesteld, eene be„ reekening ten meesten voordeele der E Comp=e te maken, en in allen eerbied aan Hun WelEdele Hoog Achtbaren, ter nadere g'eerde approbatie van Hoogst dezelve, eene redelijke overeenkkomst dien aangaande voor te Konnen dragen —. Dat, daar Hun Wel Edele Hoog Achtb: dit Gouvernement gelieven te informeeren, dat 'er voort aan geen Provisie Schip meerder van Batavia herwaards zal worden gezonden, en ten dien belange te ordonneeren, om aan de Hooge Regeering te Batavia ten Spoedigsten op te geven, welke artike „len men voor dit Gouvernement volstrekt beno= digd zal zijn, ten einde dezelve over de retourscheepen verdeeld, van daar herwaards zouden konnen wor den gezonden- en dat omen op gelijker voet van he derwaards over de uitkomende Scheepen zal hebben te verzenden, al het geen anders gewoonlijk per het Provisie Schip wierdt getransporteerd — men de vrijmoedigheid neemen zal, Hoog ged: Heeren Majores in allen eerbied te repraesenteeren — Dat, wanneer het Hoogst dezelven behagen zal, de Scheepen, even als te voren, met laningen voor dit Gouvernement te doen uitgaan men zich alsdan in de moogelijkheid zal gesteld venden, die uitlading en met het geene voor Batavia Dat men insgelijks niet ingebreek en zal blijven e aan het verder g'ordonneerde te gehoorzaamen, en de eisschen van die artickelen, dewelke voor dit Gouvernement onontbeerlijk zijn, zo dra mooglijk naar Batavia over te zenden, even gelijk zulks altoos Iaarlijks van hier pleegt te geexhreden — G Dan dat men in de tegenwoordige verandering der zaken van dit Gouvernement, naar mate der Verminderingen, die hier als onu plaats hebben, eerst en vooraf een behoorlijke Overslag zal maken, om daar uit te zien, welke der gewoonlijke pointen gediminueerd, dan welgeheel gemist kunnen worden waartoe de Heeren Rhennus en van Oudtshoorn gecommitteerd zyn geworden van hier moet worden verzonden, te remplaceeren— en dus zo wel aan deeze zeer gerespecteerde ordre, als aan de Verplichting om aan de eisschen der Hooge Indiasele Regeering niets te doen manqueeren zal kunnen voldoen — doch dat men in Contrarie geval of wanneer de uitkomende Scheepen geene genoeg¬ zaame ruimte zullen hebben, zich zeer in verlegen heid zal gebragt zien, daaraan ten vollen te Kunnen be„ „antwoorden - Dat men echter, zo dra wij ons met de petitien der Hooge Regeering zullen vereerd vin „den, van stonden af aan, en bij eerste geleegenheid, op den nu ons voorgeschreevenen voet gehoorzaam¬ lijk onze verzendingen zullen inrichten— van om 1258 om daarna dezen Rade te dienen van Hunh E=a Consideratien en Bericht— Welke zo even gen: Heeren Khenius, en van Oudtshoorn almeede gequalificeerd zijn gewor „den eene List te formeeren van alle die Dienaaren- die verstrekkingen uit de Dispens genieten - en tevens op te geeven, welke vergoeding in dies Steede aan dezelven zoude kunnen worden gedaan ten einde daarmede dezen Raade te dienen van hun UE: Bericht en advis - alles ter voldoening van 't door de Hooggeb: Heeren Majores ten dien opzichte g'ordonneerde. Dat, omme aan Hun Wel Edele Hoog Achtb: te Suppediteeren het door Hoogst dezelven gevorderd omstandig Bericht, of niet uit de Huishoudelijk inrichtingen der Zoutpannen - Molens - Kalk en Steenbranderijen, eenige inkomsten, of be sparingen van Onkosten voor d E Comp=nie zouden kunnen worden getrokken, of gedaan - de Heeren De Wet en van Oudtshoorn bij deezen Gecommitteer zijn geworden, om nopens deze pointin, en het geen verder ten dien regarde door de Hoog Gebiedende Heeren Meesteren gelast wordt, deezen Rtaade te dienen van Bericht, en Consideratien, hoe, op wat wijze, het best overeenkomstig het oogmer der Heeren Majores in deezen zal kunnen worden te werk gegaan. Dat, ten einde op de best mogelijke wijze plichtschuldige te voldoen aan den last die Hun WelEdele Hoog Achtb alverder deeze Regeering gelieven te geven, om opgave te doen van alle de belastingen, welke thands in deeze Colonie worden geheven, de Heeren de Wet, en van Oudtshoorn gequalificeerd geworden zijn, eene Lijst te formeeren van alle die belastingen welke ten voor„ deele der E Compagnie 'S: Iaarlijks ingezameld worden; Dat voorts besloten is Commissarissen uit den raade Van Iustitie aan te Schrijven gelijke opgave te doen welke die belastingen zin, die ten profijte der Burger Cassa worden geheven — en dat eindelijk den Respe Landdrosten en Heemraad en insgelijks zal worden gelast, exactelijk op te geven, alle die geene welke door de opgezeeten en ten platte Lande, ieder in hun Destric worden opgebragt. d Dat voorsch: Lysten, en opgaven ingekomen zynde, voorm. Heeren de Wet, en van Oudtshoorn alverder gecommitteerd zijn geworden, op dezelve, en op de overige pointen, ten deezen regarde voorkomende te dienen van Hun EE„s Consideratien en advis —: Terwijle voorts, ten belange der Gerespecteerde ordre, welke vaak ged:e Heeren Majores almede hebben gelieven te vervatten bij het einde der menig werf geciteerde Letteren van 2 oett I: L: nopens de aanspraaklijkheid der besluiten voor ieder Lid van den Raad van Politie, die dezelve hebben genomen Dat

NL-HaNA_1.04.02_4347_0523 view scan ↗

English

taken and that to none of them shall it be disputed, much less denied, to have his opinion inserted in the Minutes or to make any record against that which has been resolved; there shall be replied to them in all submission that the liability or non-liability for the resolutions that have ever been taken in this Meeting has never been considered otherwise by this Council than only insofar as each Member of this Council individually concurred therein, or, being of a contrary opinion, brought in his dissenting advice against it. That this recording of the individual opinions of those Gentlemen Members of the Council who desired such in the Minutes has also never been disputed by anyone to the same, much less denied, which would have involved a notorious hardship; that such an opinion has always been inserted not only in the Minutes, but even in the content of the Resolutions, and that abundant proofs thereof are to be found in the Resolutions of this Table, which are obediently sent annually to their Most Honorable Worships; but that the Governor and Independent Fiscal van Lynden have always been of the opinion that these individual opinions ought not to be included in the Resolutions themselves, but added each time at the end. Agreed. Lastly, that one dares to assure the Right Honorable Lords Seventeen in all humility that each Member of this Meeting has already made his utmost efforts, or will make further efforts, in order to demonstrate in due time to his Highly Venerated Masters, in all that has been assigned to each individually, that he has sought to fulfill his duty to the best of his ability, and has looked after the true interests of the Honorable Company. Just as it also appears from what the said Most Honorable Worships have been pleased to order by these highly honored letters to be their intention that one shall also in no way fail henceforth to comply with the orders prescribed by the said Right Honorable Gentlemen Masters to this Government regarding the immediate opening and reading in the Council of Policy of the dispatches which shall be addressed to the Governor and Council, and received by them. J.D. Haure likewise Number 4. The undersigned Cellarmaster having just now been notified by the Deputy Secretary, Mappa, in the name and on behalf of the Right Honorable Governor, that tomorrow the meeting of the Political Council is to be convened, but that the said meeting, for reasons existing, will not be served to him, the undersigned, he considers himself obliged and bound to give the necessary notice thereof hereby to the Secunde and other Members of the Government. He deems this necessary in order to prevent that the said Secunde and fellow Members of the Council, being ignorant of the true reasons for his forthcoming absence from the meeting, might engage with the Governor in any consultations whatsoever, since the convocation of the Council of the Government to decide upon the country's affairs with the arbitrary exclusion without lawful reason or cause of one or more Members of that council is unconstitutional and contrary to Copy the manifested intention and orders of the Most Worshipful Gentlemen Masters, and consequently their decisions would also be illegal and the consequences thereof would be on their account. But if it should unexpectedly happen that the said Secunde and further Members of the Council, regardless of these friendly overtures and reminder, should think fit to allow themselves to be persuaded to hold the meeting and take decisions therein without the knowledge, participation, or concurrence of the undersigned, in that case the undersigned protests, as he does hereby provisionally in the most solemn and emphatic manner, against such a despotic way of acting on the part of the Governor and the ill-placed compliance, as well as the irregular procedures on the side of the council, not only to consider for himself all such resolutions as not taken, but also to hold each Member of the Council, insofar as he might have concurred in them, responsible to their Most Honorable Worships, the Gentlemen Majores in the Fatherland, who have manifested their explicit intention as earnestly as clearly, that the undersigned also on his part, just as the other Members on theirs, shall be active in the execution of the recently received salutary orders, and with respect to them, as well as to such points concerning which information is requested from the Government here, shall supply his report and considerations to their Most Honorable Worships; the undersigned reserving thereby to himself to do and put into effect further, with respect to this matter, as it stands at present or may develop in its consequences, all that which he shall deem advisable or circumstances shall come to require. He requests the Secunde to bring all of this to the knowledge of the other Gentlemen Council Members, in order to be subsequently registered in the resolutions of the Council.

Dutch transcription

1259 genomen - en dat aan geen een derzelven betwgist, veel min geweijgerd zal mogen worden, deszelfs advis in de Notulen te doen insereeren - of tegen het ge„ resolveerde eenige aantekeninge te doen - aan Hoogst dezelve, in alle onderdanigheid, zal worden gerescribeerd - dat de al, of niet aanspraaklijkheid voor de besluiten die ter dezer Vergaderinge immer genomen zijn, nooit anders bij dezen Raade is ge¬ Considereerd geworden, dan voor zo verre ieder Lid dezes Saads daartoe in het Particulier heeft gecon cureerd - dan wel van Contraire gevoelen zijnde, zyn advis daartegen heeft ingebragt gehad — Dat dit doen aanteekenen der Particuliere advisen van die Heeren Leeden des Raads, wel zulks in de Notulen begeerden, ook nimmer, door iemand, aan denzelven is betwist; veelmin ge „weigerd geworden hetwelk eene notoire hardig heid in zich zoude hebben g'involveerd - dat zo een advis niet alleen in de Notulen, maar zelfs in de Contenue der Resolutien Steets is g'insereerd geworden en dat daar van in de Resolutien deeze Tafel die Iaarlijks aan Hun Wel Edele Hoog Ac gehoorzaamt worden overgezonden, overvloedige be weijzen te vinden zijn — Dan dat den Heer Gouver en Independent Fiscaal van Lynden, Steets van Opinie zijn geweest, dat deeze Particuliere advisen wel niet in de Resolutien zelve, ma telkens aan het einde behoorden te worden gevoegd Accordeert Laastelijk, dat men aan ee Hoog geb: Heeren NVII„ in allen ootmoed, verzekeren durft, dat ieder Sid deezer Vergaderinge zijne uiterste devoiren en reeds heeft aangewend, ofte moch verder aanwenden zal, om, in alle het geene denzelven hoofd voor hoofd is opgelegd geworden, in der tyd aan zyne Hoog ge genereerde Heeren Meesteren aan te toonen, dat hij zijn verlicht naar best vermogen heeft zoeken te volbrengen — en het waare Interest der Ed: Maatschappij te hebben behartigd Gelijk nu ook uit het geen Hoogstged:e Hun WelEdele Hoog Achtb bij deeze zeer g'eerde Letteren hebben ge„ lieven te ordonneeren, blijkt de intentie de intentie van Hoogstdezelve te zijn Datomen ook in geenen deelen vooraan in gebreeken zal blijven te optemperee¬ „ren aan de beveelen van welgem: Hoog geb: Heeren Meesteren aan deeze Regedring voorgeschreeven, nopens de dadelijke opening, en Tecture der Depe„ „ches in Rade van Politie wwelke aan Gouverneur en Raden zullen weesen g'addresseerd - en bij dezelven ontvangen J:D. Haure gelyk 1268 N„o 4. Zoo even aan den onderges: keldermeester uit naam ende van wegens den Wel Edele Gestr Heere Gouven„ „neur door den adjunct secretaris, Mappa genotiffi„ „ceerd zijnde, dat op morgen de vergadering van den Politicquen Raad staat geconvoceert te worden dog dat dezelve vergadering, om de daar voor zijnde redenen hem onderget: niet zal werden aangediend, aaf hij zich verpligt, en gehouden den Heer Secunde en verdere Leeden der Regeeringe daar van bij deezen de nodige kennisse te moeten geven Hij oordeeld dit noodzakelijk om voor te komen, dat opgem: Heer Secunde en mede Lieden des Raads ignoverende de waare redenen van deszelfs aanstaande absentie uit de vergadering zig met den heere Gouverneur niet in laate en eenige raedplegingen hoe genaamd, alzoo de convocatie van den Raad der begeringe om over s' Lands aangelegendheden te besluiten met ygendenckelijke seclusie zonder wettige reden of oorzaak van een of meer Leeden van dien raad in constitutioneel en strijdig met Copia de 1261 gemanefesteerde intentie en ordres der hoog gesiedene Heeren Meesteren zijnde, gevolglijk ook derzelver besluiten zoude weezen illegaal en de gevolgen daar van komen voor hunne rekening Dan of het onverhoopt mogte gebeuren, dat opged:e Heere Secunde en verdere Leeden des Raad ongeacht deze vriendelijke ouvertures en hevinne„ ring konde goedvinden zig tot het beleggen der vergadering en het nemen van besluiten en dezelve zonder kennis, participatie, of concur „rentie van den onderget:t te doen overhalen; in dat cas protesteerd den onderget: gelijk hij bij dezen voor lopig op de plegtigste en nadrukke„ „lijkste wijze doet, tegen eene zoo dispoticeque handelwijze van de kant des Heeren Gouver„ „neurs en kwalijk geplaatze inschikkelyk„ „kelijkheid, mitsg„s irreguliere proceduren van de sijtte des raads, omme niet alleen voor zig zelvs alle zodanige besluiten, als niet genomen te considereren, maar ook ijder Lid des Raads in zo verre hij tot dezelve geconcurreed hebben mogt, verantwoordelijk te stellen, voor haar Wel Mij verzoekt den Heere Secunde, dit een en ander te willen brengen ter kennisse der verdere Heeren Raads Leeden, om vervolgens bij de resolutien des Raads worde geregisdreerd Edele Hoog Achtb: de Heeren Majores in 't Patra„ die derzelven uitdrukkelijke intentie zoo ernstig als duidelijk aan den dag gelegd hebben, dat ook den onderget: van zijne sijde even als de overige Leeden van de hunne; werkzaam zal zijn in de executie der Jongst ontvangen salutaire beweelen, en met opzigt tot dezelven, als tot zoda„ „nige poinctten, waar omtrent van de Regeeringe alhier, informatie word gevraagd aan haare Wel Edele Hoog Achtb: derzelvs berigt en considera„ „tien suppediteren zal. reserveerende den onderget: daar bij aanzig, om met betrekking tot deeze zaak, zo als dezelve thands legd of in hare gevol„ „gen worden kan nader te doen in te werk te stellen al 't geen bij de raeden worden zal of de omstandigheeden zullen komen te vereischen Edelen en &

NL-HaNA_1.04.02_4347_0527 view scan ↗

English

Copied and inserted. Underneath was written: Signed: J: J: Lesueur In the margin: Cape of Good Hope, the 9th of May 1791. Agrees Goett f Le g Clercq: After the Honorable President brought to the knowledge of the Council that his Honor had yesterday received a letter from the Right Honorable Governor addressed to this Assembly, concerning the case documents of Mr. Jacobus Johannes le Sueur, Senior Merchant, and Cellar Master as well as member of the Honorable Council of Policy here, his Honor had therefore convened this assembly; whereupon Mr. de Wet, being the brother-in-law of the said Mr. Lesueur, stepped down, and the said letter was found to be of the following content: To the President and the other Members of the Council of Justice at the Cape of Good Hope. Particularly Good Friends. After I, in my capacity as head and commander of this colony, through the Secretary W: S: van Rijneveld, had requested from the President of Your Assembly both a legal statement or authentic copy of the accusations submitted by the Independent Fiscal against the Senior Saturday the 9th of April 1791. Extract from the Criminal Court Roll, held in the extraordinary Assembly at the Cape of Good Hope. Collated: P: E: van Leeuwen Merchant f Merchant and Cellar Master J. J. Lesueur to your Assembly of the 17th of March 1791, as well as an Extract of the Minutes of the Assembly held on that day: it was with the utmost astonishment that I, instead of this demand so lawfully belonging to me having been fulfilled, received a very mutilated extract of the Criminal Court Roll, held at an Extraordinary Assembly on the 21st following. An Extract filled out with several et ceteras, and from which it has appeared to me that the majority of that assembly could see fit to raise difficulties in complying with this my expressed wish and desire, and this without finding the slightest reasons for this singular as well as unheard-of refusal alleged therein. Since it goes without saying that for a Governor to properly discharge the post entrusted to him, nothing of what happens in the colony belonging under his command may be hidden, of which he must have knowledge and information about everything; Judicial matters also especially falling under his direction, as no execution of Criminal sentences may take effect without his sanction and approval, and even in Civil cases no arrest or seizure may be placed upon persons and goods without his consent; And finally in the private Instruction prescribed to me in that capacity by the Lords Directors, Article 14, it is ordered in express words: to see to it that no improper and arbitrary acts are committed by any of the Company's servants, of whatever rank or quality they may be, but everyone, on the contrary, shall be held to the strict compliance with the Company's orders, regulations, and Instructions made, or yet to be made, concerning their service. Thus it will require not the slightest further proof that no one can or may refuse to me, upon my requisition, a Copy of the accusations filed ex officio by the Officer of Justice in full council, and thus publicly, against such a notable servant of the Company, with the documents relating thereto, and the minutes of what was dealt with regarding it, especially in a matter in which I have learned that both the Company's interests and my own Honor and Reputation would be significantly concerned. While I would not dare to presuppose that the proceedings held in the Council of Justice could not bear the light of day, Or that the majority of Your Assembly would presume, with neglect of Oath and duty, to oppose so directly the authority granted to me and the commands of our masters. I have therefore chosen rather to ascribe this refusal to an erroneous interpretation of what was demanded by me, than to other motives not very consistent with the principles of the administration of impartial justice; and thus thought it best, before taking any other measures for the maintenance of the authority entrusted to me, to present to Your Honors once again distinctly what I desire, with a repeated requisition that it may be complied with as soon as possible. Whereupon the same

Dutch transcription

Coper 1262 en geansereerd. /:onderstond:/ /:was geteekend:/ I: I: Lessueur /:in margine:/ Kaap de Goede Hoop den 9e Maij 1791. Accordeert Goett ƒ Le g Glercq: Na dat de E Achtb:e heer Praesident den Raade had ter kennisse gebracht, dat bij zijn Ed Achtbe op gisteren ontfangen zijnde eene missive van den Wel Edele Gest: Heer Gouverneur aan deese Vergadering gericht, betrekkelijk de Proces Stukken van M:r Jacobus Iohannes te sueur, opperkoopman, en Keldermeester mitsgaders zid in den E Achtb:r politicquen raade alhier, zijn E Achtb:e derhalven deeze vergadering had laten beleggen; zoo is hier op den Heere de Wet, als zijnde Swager van gem: heere Lesueur afgetreeden, en deselve missive bevon„ den van navolgende inhoude Aan den heer Praesident, en de verdere Leeden des raads van Iustitie te Cabo de Goede hoop Bij zondere Goede Vrienden. Na dat ik, in mijne qualiteit als hoofd gebleder deezer bolonie, door den Secretaris W S: Eijneveld, van den Prae sident Uwer Vergaderinge hadde doen requireeren, zo wel eene legaale opgaave ofte authentique Copie, van de beschul„ digingen door den Independent fiscaal, tegens den Opper Saturdag den 9=en April 1791. Extract uit de Crimineele Rechts Rolle, gehouden in de Extra ordinaire Vergadering aan Cabo de Goede: Hoop Coll: P: E Leeuren Koopman ƒ ijp op : 1263. 4 Koopman, en Keldermeester J. I. Lesueur, ter uwer Ver „gaderinge van den 17 Maart 47. ingediend, als een Extract der Notulen, van de Vergadering, ten dien dage gehouden: zo was 't niet dan met uitterste verwondering, dat ik, in plaats dat aan dit mij zoo wettig Competeerend geeischte, zoude zijn voldaan, hebbe ontfangen, een zeer gemutiteerd extract van de Crimineele rechts rolle, gehouden op eene Extra Ord„e Ver„ gadering den 21 daaraanvolgende —. ben Extract met verscheide &„a opgeveld, en waaruit mij gebleeken is, dat de meerderheid dier vergadering heeft kunen goedvinden te difficulteeren, om aan deese mijne g'exprimeerde & begeerte te voldoen - en zulks zonder de minste Reedenen van dit zo Singulier als ongehoord iefns daarbij geallegueerd te vinden. Daar het onu van zelve Spreekt, dat voor een Gouverneur zal hij zich behoorlyk van de, aan hem toebetrouwden Post„ kunnen kwijten, niets van 't geene op de bolonie onder zijn gebied gehoorende, komt voor te vallen, mag worden ver hoolen, waarhij van alles Keuindschap en Kennis moet hebben Ook de Justitieele zaaken, mede voornaamentlijk on¬ „der zijne directie sorteerende, terwijl geen Executie van Crimi „neele vonnissen, zonder zijne Sanctie, en approbatie, effect gewinnen mogen - en zelfs in Civile zaken, er geen arrest ofte Kommer op persoonen en goederen, zonder zijne toe stemming mag worden belegd — En eindelijk in de particuliere Instructie aan mij, in die qualiteit, door HHeeren Bewindhebberen voorgeschreeven, Art: 14. met expresse woorden is bevoolen: te zorgen dat door niemand van s Comp.s dienaaren, van wat rang af qualiteit deselve ook zoude mogen zijn, eenige onbehoorlijke en wille keu¬ „rige handelingen worden gepleegd, maar een ieder, in 't teegendeel werde gehouden tot de striete nakooming van sComp:s ordres reglementen, en Instructien op desselfs bediening ge„zijn maakt, of nog te maken. Zo zal het geene de minste adstructie vereisschen, dan men aan mij, des requireerende, geene Copia vande, door den Officier der Justitie, amptshalven in vollen raade, en dus publiquelijk overgelegde beschuldigingen, tegens een zo nota„ bel s Comp„s dienaar, met de beschyden, daartoe relatief, ende notulen van het daaromtrent gebesoigneerde, vooral in eene zaak, waarin ik vernoomen hebbe, dat en s Comp:s belangens en mijne eigene Eer, en Aeputatie merkelyk geinteresseerd zoude zijn, kan nogte mag verweigeren. ver Terwijl ik niet zoude durven ^ onderstellen, dat de handelingen in Raade van Iustitie gehouden, het dage „licht niet zoude mogen zien, Of dat die meerderheid Uwer Vergadering zig zoude aan„ =maatigen met verwaarloosing van Eed en plicht, zig teegens dee mij verleende auctoriteit, en de beveden onser ge„ biederen, zo rechtstreeks te verzetten. Ik heb overzulks verkoosen, deeze weigering, liever aan eene verkeerde interpretatie van het door mij gere¬ quireerde, als wel aan andere, niet zeer met de denkbeelden van de uitoefening eener onpartydige rechtspleeging over een stemmende oogmerken / toe te Schrijven /: en aldus best ge„ dagt, alvorens eenige andere mesures te neemen, tot main¬ „tien van het, van mij toevertrouwd gezag. Uw Ed het door mij begeerde nogmaals distinct voor te draagen, met herhaalde requisitie, dat daar aan ten spoedigsten mag worden voldaan— deselve Waarop

NL-HaNA_1.04.02_4347_0529 view scan ↗

English

1264. Relying whereupon I remain after greetings underwritten: Your Honor's benevolent Friend - was signed: C: I: van de Graaff In the margin: In the Castle of Good Hope, the 8th of April 1791. Which having been read, it was approved by a majority of votes, without making any other reflection thereon, to answer the same in the following manner: That it is far from this Meeting to do or undertake anything which might tend to the injury of the authority entrusted to the Right Honorable Lord Governor, as the chief commander of this place; but that the Council, on the contrary, considers itself obliged to cooperate constantly in maintaining His Right Honorable's authority, so far as the Council of Justice is concerned; But that nevertheless, regarding the aforesaid procedure instituted before this Council by the Officer of Justice, being a matter still pending, they believe themselves bound by their oath and duty to persist in the resolution taken on the 21st of March last: In such manner that this Council still raises objection to complying with His Right Honorable's desire regarding the copies of those case documents, unless the same documents should be demanded by the Right Honorable Lord Governor and the Honorable Council of Policy; in which case this Council declares itself prepared to deliver them, in the certain expectation however, of then also being relieved of all responsibility that might result therefrom. It was furthermore also resolved to send to His Right Honorable, in the same missive, a more extended extract from the Criminal Court Roll held at the aforesaid Meeting of the 21st of March, and thus with the insertion of the reasons why the majority of this Council has objected to delivering the copies demanded by the said Lord Governor. underwritten Agrees, was signed: WJ V: Rijnevelde Secretary Agrees Goetz Eg Clercq. 2 Copy 1265 No 6. Monday the 21st of March 1791. Extract from the Criminal Court Roll held at the Cape of Good Hope The Honorable Lord President gave the Council to know beforehand that the Right Honorable Lord Governor, having on Friday evening, being the 18th of this month, caused to be demanded of His Honor through the Secretary of this Council both the Extract from the Minutes held at the meeting of the 17th of this month, in the case which the Lord Independent Fiscal van Lynden, in his official capacity, has initiated against the Senior Merchant and Cellar Master, as well as Member of the Honorable Council of Policy, Mr. Jacobus Johannes Le Sueur, and the claim and documents submitted on the aforesaid date; His Honor had immediately caused this to be proposed to the respective Lord Members of the Council by polling; That however much the majority of the Members upon that polling had been of the opinion that the aforesaid documents ought not to be delivered, His Honor nevertheless, seeing that the said Lord Governor had continued most strongly to insist upon the delivery of the Extract and Copy of the documents, had thought it best to call this extraordinary meeting concerning this matter. Whereupon, after deliberations had again been held concerning the delivery or non-delivery of the aforesaid Extract from the Minutes concerning the case of the said Lord Le Sueur and the Copy of the claim and documents of the Lord Independent Fiscal, demanded by the Right Honorable Lord Governor; the Council, after consideration of matters, still objected to complying with the desire of the said Honorable Lord Governor in this matter, on the grounds that the Council of Justice is not permitted to make public any matters which have not yet been fully concluded, since an important article in the oath of the members of Justice entails that they promise to reveal the secrets of the chamber to no one, and a delivery of those documents would directly conflict therewith. It was consequently approved, by a majority of votes, to decline the requisition of the said Lord Governor in a respectful manner, and furthermore to order the secretary of this Council to give notice immediately to His Right Honorable of this resolution, with the declaration nevertheless that the Council is prepared, as soon as this trial shall have been definitively concluded and pronounced, to then cause copies thereof to be provided to His Honor if desired. underwritten: Agrees was signed: W. J. V Ryneveld Secretary Agrees Goetz collated: Eg Clercq: P. C. Sier 1267 Right Honorable Sir! To the Right Honorable Lord Cornelis Jacob van de Graaff Governor and Director of the Cape of Good Hope, and its dependencies, etc. etc. etc. We have today read in our meeting Your Right Honorable's missive of yesterday, being the 8th of this month, containing a repeated requisition to cause to be delivered to Your Right Honorable both the Copy of the claim and documents submitted at our meeting of the 17th of March last by the Lord Independent Fiscal van Lijnden, in his official capacity, against Mr. J: J: Lesueur, Senior Merchant and Cellar Master, as well as member of the Honorable Council of Policy here, and the minutes of what was deliberated concerning that matter. To which communication we have the honor to reply with all respect, that it is far from us to do or undertake anything which might tend to the injury of the authority entrusted to Your Right Honorable, as chief commander of this place; But that we, on the contrary, consider ourselves obliged, for the maintenance of Your Right Honorable's

Dutch transcription

1264. Waarop my verlaatende blijve na groete /onderstond:/ Uw Ed„se goedwillige Vriend - /:was geteekend/ C: I: van de Graaff / In margine:/ In t Casteel de Goede Hoop, den 8=e April 1791. Dewelke geleezen zijnde, is bij meerderheid van stemmen goedgevonden, deselve, zonder daarop eenige andere reflectie te maken, op de volgende wijze te beantwoorden Dat 't verre is van deeze Vergadering, om iets te doen of onder neemen, 't welk zoude kunnen strekken tot Krenking van het, aan den Wel Ed Gest: heere Gouverneur, als hoofd gebieder deezer plaatze, toevertrouwd gezag; maar dat de raad zich in teegendeel verplicht acht, om tot handhaving van zijn Wel Ed: Gestre. auctoriteit, voor zoo verre de Raad van Iustitie aangaat, Steets te boopereeren; Dan dat men echter, napens de voorsch:, door den Officier der Iu„ stitie voor deesen Raade bankvast gemaakte proceduure als eene nog onafgedaane zaak zynde Eed, en splichtshalven vermeend, by het, op den 21 maart I:L: genomen besluit te moeten persisteeren: Invoegen deezen Raade als noch zwaarigheid maakt, om wegens de Copien dier Proces= stukken aan zijn Wel Edele Gest=r begeerte te voldoen, ten waare deselve Stukken door den Wel Ed: Gest: heer Gouver„ neur en E Achtb: raade van Politie wierden op g'eischt; in welke gevalle deezen Raade betuigd tot de afgave daar van bereid te zijn, in die zeekere verwachting echter, van als dan, ook te zullen worden ontheeven van alle ver¬ antwoording, welke daaruit zoude kunnen resulteeren Zynde wyyders ook beslooten, in deselve missive een onderstont Accordeert, /:was geteekend/ WJ V: Rijnevelde Secret=s Accordeert Goetz meer geextendeert extract uit de Crimineele rechts Holle ter voorn: Vergadering van 21=e Maart gehouden, en dus met insertie der reedenen, waaromme de meerderheid deezes raads heeft gedifficulteerd, om de, door welgem heere Gouverneur gevorderde Copien af te geeven, aan zijn WelEd. Gedt. toe te van den WS Eg Clercq. 2 meer Copia 1265 No 6. Maandag den 21:e Maart 1791. Gaf den E Achtb: Heer Praesident den raade vooraf te kennen, dat den WelEd: Gestr: Heer Gouverneur op Vrijdag avond, zynde den 18:' deezer, door den Secretaris deezes raads van zyn E: Achtb: hebbende laaten requireeren, zo wel Extract uit de Notulen, ter vergadering van 17=e deezer gehouden, in de zaak welke den Heer Independent fiscaal van Lynden R: O: op ende Jeegens den opperkoopman en keldermeester, mitsgaders Lid in den E Achtb: raad van politie M:r Jacobus Johannes Le Sueur heeft geentameerd, als den Eisch en stukken, op voorsz=e datum ingediend; zyn E Achtb: zulks dadelijk bij rondvraag aan de resp:e Hee„ „ren Leeden des raads had doen voorstellen Dat hoe zeer de meerderheid der Lee„ „den bij die omvraage van opinie was ge„ „weest, dat voorsz=e stukken niet behoor„ „de te wonden afgegeeven, zyn E Achtb: Extract uit de Crimineele rechts-rolle gehouden aan Cabo de Goede Hoop echter Coll: Rhnhotjeus op 1266. echter, ten aanzien welgem:e Heere Gou„ „verneur ten sterksten op de afgave van 't Extract en Copia der stukken was blijven insteeren, best gedagt had, hier over deeze buitengewoone vergadering te laaten beleggen. Waar na al wederom gebesoigneerd zijnde, over het al of niet afgeeven van het voorsz: door den weledele gestr: Heere gouverneur gevordert Extract uit de Notulen concerneerende de zaak van gem: Heer Le Sueur en de Copia Eisch en Stukken van den Heer Independent fiscaal; zo heeft de raad, na overweeging van zaaken als nog gedifficulteerd, om aan de begeerte van welgem=e Ed: Heer Gouverneur in dit stuk te voldoen, uit hoofde dat de raad van Justitie geene zaaken, welke ten pp=te nog niet zyn afgedaan, vermag publicq te maaken, dewijl een voornaam articul in den Eed der leeden van Iustitie geplaatst, meede brengt dat zij belooven de Secreeten des kamers aan niemand te zullen open„ „baaren, en eene afgaave dier stukken, direct daar en tegen zou aanloopen. Zynde dienvolgens, by meerdeheid van stemmen, goedgevonden, de requisitie van wel„ Dan alvoorens &a gemelde Heere Gouverneur, op eene eerbie„ „dige wyze af te slaan, en voorts den secre„ „taris deezes raads te gelasten, om van dit ge„ resolveerde aan zyn Weledele gestr: ter„ „stond kennisse te moeten geeven, met be„ „tuiging nogthans, dat de raad bereid is, om, zo dra dit proces ten definitive zal zijn getermineerd en gepronuntieerd, als dan daar van aan zyn Edele Gestr des begeerende Copien te doen bezorgen. - /onderstond:/ Accordeert /was geteekend/ W. J. V Ryneveld Secretaris Accordeert Goet „gemelde coll: Eg Clercq: o1 P. C. Sier 1267 Aan den wel Ed: Gestr: Heere Cornelis Iacob van de Graaff Gouverneur en directeur van Cabo de goede Hoop, en den ressorte van dien &a. &a. &a Wij hebben heeden in onze vergadering geleesen uwe- welEdele Gestr: missive van gisteren, zijnde den 8=te deeser, houdende eene herhaalde requisitie, om aan Uwe wel Ed=e Gestr: te doen afgeeven, zo wel Copia van den Eisch en stukken door den Heer Independent Feiscaal- van Lijnden E: O: op ende jegens M:r I: I: Lesueur, opperkoopman en Keldermeester, mitsgaders lid in den E Achtb: Raad van politie alhier, ter onser vergadering van den 17 Maart EL: ingedient, als de notulen van het daar omtrent gebesoigneerde. — Op welke aanschrijvinge wij met alle respect de de eere hebben te rescribeeren, dat 't verre van ons is, om iets te doen of onderneemen, 't welk zoude kunnen strekken tot krenking van het aan Uwe= welEdele Gestr: als hoofd gebieder deeser plaatse, toe vertrouwd gezag; Maar dat wij ons in teegendeel verpligt achten, om tot handhaving van uwe wel Ed=e Wel Edele Gestrenge Heer! Gestr:

NL-HaNA_1.04.02_4347_0534 view scan ↗

English

1268 Right Honorable authority, as far as concerns us, always to cooperate; but that we nevertheless, regarding the aforesaid proceedings initiated by the Officer of Justice before our council bench against Mr. Cellar Master Lesueur, this being a matter not yet concluded, consider it our duty by oath to persist in the resolution taken by us on the 21st of the mentioned month of March, so that we still have scruples about satisfying Your Right Honorable's desire regarding the copies of those trial documents: unless the same documents were to be demanded by Your Right Honorable and the Honorable Council of Policy; in which case we testify that we are prepared to deliver them, in the confident expectation, however, of then also being exempt from all responsibility that might result therefrom. Meanwhile, we have the honor to enclose and send to Your Right Honorable another and more extensive extract from the criminal court roll, held at the aforementioned meeting of the 21st of March last, from which extract Your Right Honorable will be able to consider further, if you please, the reasons and motives why the majority of this Council has hesitated to deliver the copies demanded by Your Right Honorable. While we further recommend Your Right Honorable to the protection of God Almighty, we sign ourselves with distinguished high esteem. Right Honorable Sir! Your Right Honorable's very humble and obedient servants was signed: I: I: Rhenius, I: C: Konnenkamp, Ioh:s Smuts, S: van Echten, G: H: Meijer, E: Mappa, P: P: van der Riet, Abr: Flek, H: A: Pruter. In the margin: In the Meeting of Justice at Cape of Good Hope, the 9th of April 1791. Lower: Agrees signed: W: S: V: Rijneveld, Secretary Still lower: Agrees and signed: W: S: V: Rijneveld, Secretary Underneath stood: Agrees. Goetz Head Clerk This collated: Trouwenfelder Creuvenselde Copy 1269 Declaration of the Governor against a certain protest made against him by the Council member and Cashier de Wet, dated the 5th of May 1791. Having read the aforementioned Protest with much emotion, I declare the same to be: 1. Inhumane 2. Phrased in improper wording, and containing various insinuations made therein against him, the Governor 3. And that such conduct in the person of Mr. de Wet is utterly ungrateful. Inhumane, because he, Mr. de Wet, has accused the Governor—although he was seized by a severe illness and was completely incapable and unable to hold the meetings for some weeks—nonetheless accused him of having engaged in conduct detrimental to his masters' service; Whereas he, the Governor, without boasting, has now for six years and some months dedicated his life solely to his masters' service with unbroken zeal; that, setting aside his own affairs, he has done nothing other than to attend to and execute his masters' service as faithfully as he could, so that, except for some extraordinary occurrence, he has not left his audience chamber for a single moment before noon, and thus, so to speak, has never been outside his house, but has constantly been at everyone's service in his office; regarding which he can call upon all the residents and inhabitants of this colony as witnesses. Whereas he, the Governor, has indeed now immediately and without any delay, in two to three meetings held in quick succession, taken care that with all promptness the orders contained in the respected letters from the Lords Majores dated 2 October 1790, which could bear no delay, were directly put into execution. Witnesses thereof are the resolutions taken in that regard. And therefore it is inhumane of Mr. de Wet to accuse him, who was hindered by a sick body from attending to his service as he would have wished, with so much passion of neglect of duty; The more so since he, the Governor, out of more or less 250 meetings convened during his time, as far as he can remember, in all the aforementioned time was unable to hold only a single meeting himself; That the aforementioned Protest is boldly directed against the person of the Governor and couched in improper terms needs no other proof than what the aforementioned writing itself contains. And ungrateful it is of Mr. de Wet, because he, the Governor, has always procured for him all pleasantries, as much as he could, in his offices and posts, as shown by so many flattering resolutions as he, the Governor, managed to bring about in favor of Mr. de Wet; and how much regard he, the Governor, had for his person in particular in former days, of that there are hundreds of witnesses. Furthermore, the Governor reserves the right to defend himself against the accusations made against him in the aforesaid Protest by Mr. de Wet, so very unjustly, in due time and place, and to answer for himself in that regard wherever and in whatever place he shall find it best advised. With the desire that this his provisional declaration made in Council, together with the Protest of Mr. de Wet, be sent with the ministerial papers to the Illustrious Assembly of the Seventeen; And that an authentic copy of the aforementioned Protest be given to the Governor. Underneath stood: Done in the Castle of Good Hope, the 10th of May 1791. was signed: C: I: van de Graaff. Agrees Goetz Head Clerk N: V: Winkel Collated.

Dutch transcription

1268 gestr: auctoriteit, voor zo verre ons aangaat, steeds . te Coopeeren; Dan dat wij egter nopens de voorsz: door door den officier der Justitie voor onsen raade bank vast gemaakte proceduures jegens den Heer Kelder „meester Lesueur geentameerd, als eene noch onaf„ gedaane zaak zijnde, Eeden pligts halven vermee„ „nen bij ons, op den 21 der gem:e maand Maart genomen besluit, te moeten persisteeren, Invoegen wij, als nog, zwaarigheid maaken, om weegens de Copien dier proces stukken, aan uwe Wel Ed e gestr: begeerte te voldoen: Ten waare, dezelve stuk„ „ken door Uwe wel Ed=e Gestr: en den E Achtb: raade van Politie wierden opgeeischt; in welk geval wij betuijgen, tot de afgave daar van bereid te zijn, in die zeekere verwagting egter, van als dan ook te zullen worden ontheeven, van alle ver„ „antwoording, welke daar rut zoude kunnen re „sulteeren.. — ondertusschen hebben wij d'eere, hier ingeslooten uwe wel Ed„e Gestr: te laaten toekomen een ander en meer geExtendeert Extract uit de Crimeneele regts rolle, ter voorm=e vergadering van den 21. maart J: L: gehouden, uit welk Extract uwe wel Ed. e Gestr: de redenen en motiven, waar om de meerderheid Accordeert. WelEd: Gestr: Heer! uwe wel Ed:e Gestr: zeer ootmoe= „dige en gehoorzame dienaaren /:was geteekend:/ I: I: Rhenius, I: C: Konnenkamp, Ioh:s Smuts, S: van Echten, G: H: Meijer, E: Mappa, P: P: van der Riet Abr: Flek, H: A: Pruter. - /:In margine./ In vergadering van Justitie aan Cabo de goede Hoop den 9 April 1791. /:lager:/ Accordeert /:geteekend:/ W: S: V: Rijneveld. Secret:s /:nog lager:/ Accordeert /: en geteekend:/ W: S: V: Rijneveld Secret:s /:onderstond:/ deeses raads heeft gedifficulteerd om de door Uwe wel Ed=e Gestr: gevorderde Copien afte geeven, des gelievende, nader, zal kunnen beoogen. Terwijle wij al verder uwe wel Edele Gestr: inde bescherminge van God Almachtig aanbevee= „lende, ons met gedistingueerde hoogagting tee= „kenen. — Goetz H Clercq: deeses Coll: Trouwenfelder Creuvenselde Copie 1269 Verklaringe van den Gouverneur teegens zeeker Protest, door 't lid des raads en Cassier de wet, in dato den 5 Maij 1791. , teegens denselven gedaan - met veel aandoeninge geleesen hebbende 't voorn:e Protest; Verklaar ik hetzelve te zijn 1. onmenschlievend 2: Te zijn gesteld in onbetame „lijke bewoordingen, en te vervat= „ten verscheide Insimulatien, tegens hem Gouverneur daar bij gedaan 3. En dat zulk eene handel„ „wijze, in den Persoon van den Heer de wet, ten uittersten ondankbaar onmenschlievend, om dat hij Heer de Wet den Gouverneur, of. „schoon denselve door eene herige ziekte overvallen en volstrekt buiten staat en buiten de mooglijk =heid geweest is, om in eenige — weeken de vergaderinge te konnen houden, des niettegenstaande denzelve beschuldigd No ƒ is. 1270. Daar hij Gouverneur onberoemd gesprooken, nu zes Iaaren en eenige maanden, met een onafge„ broken ijver zijn leven alleen aan zijn meesters dienst heeft toege. wijd gehad;— dat hij, met voorbij zieninge zijner eigene zaken, niets anders heeft gedaan, dan zo getrouwhij kon, zijn meesters dienst te be„ „hartigen en waarteneemen — zo Dat hij zelfs buiten een of ander extraord: toeval, voor den middag zijne Audientie kamer geen ogenblik heeft verlaaten, en dus, om zo te spreeken, nooit buiten zijn Huis geweest is. —. maar steeds in zijn ampt een ijder ten dienst gestaan heeft. — waar omtrent hij alle de In-en opgezeetenen deeser Colonie tot getuijgen inroepen kan beschuldigd, voor zijne meesters dienst schadelijke Conduites ge houden te hebben; Dat hij Gouverneur immers dan nu ook terstond, en zonder eenig Delaij, in Twee a Drie kort op een gehoudene vergaderingen, heeft zor„ =gegedragen, dat met alle promp: =titude, de ordres, vervat in de g'eerbiedigde aanschrijvens der Heeren Majores de dato 2 Octbr: 1790. , die geen uitstel mogten leijden, dadelijk ter executie zijn gesteld geworden. Getuijgen hier van zijnde Resolutien desweegens genoomen. En derhalven is het onmensch= „lievend van den Heere de wet ge„ „handelt, om hem, door een ziek Lichaam belet, om zijn dienst, zo als hij gewenscht had, te konnen waarneemen, met zo veel drift, van pligt verzuim te beschuldigen — Te meer, daar hij Gouverneur en min of meer 250. Vergaderinge, in zijn tijd belegd, zo ver hij zig Dat herinneren 1273. herinneren kan, in al den Tijd voorn: maar eene enkelde verga= „dering niet zelve heeft konnen houden; Dat het voorn. Protest drief¬ „tig teegen den Perzoon van heen Gouverneur gerigt, en in onbeta= melijke uitdrukkingen gecou„ =cheerd is, heeft geen ander bewijs, dan het geene 't voorn: Schrif= „tuur en zich bevat, nodig En ondankbaar is het van den Heer de wet, om dat hij Gouver„ neur alle aangenaamheeden, zo veel hij kon, in zijne Ampten en Posten steeds aan denselven bezorgd heeft, — blijkens zo veele flatteuse Resolutien, als hij Gou= verneur in 't faveur van den Heere de wet heeft weeten te be„ „werken; en hoe veel egards hij Gouverneur in vroegere dagen voor zijn Persoon in 't bijzondere heeft gehad, daar van zijn En dat aan hee Gouverneur van 't voorn: Protest zal worden Met begeerte, dat deese zijne provisioneele verklaaring in raade gedaan, beneevens 't Protest van den Heere de wet, met de ministerieele Papieren, aan de Illústre vergadering van Zeeventhie= nen zal werden toegezon= den; honderden Getuijgen... Voorts reserveert zig den Gou„ verneur, om tegens de aan hem bij 't voorsz: Protest door den Heer de wet. zo zeer ten onregte gedaane Beschuldigingen in Tijd en wijle, zig daar tegens te verdedigen, en zig deswegens te verantwoorden, daar en ter plaatse, alwaar hij zulx het best geraden vinden zal. honderden gegeeven gegeeven, een Copie authenticq. /:onderstond:/ Actum In 't Casteel de goede Hoop den 10 Maij 1791. /:was geteekend:/ C: I: van de Graaff. Goetz Accordeert HS Eg Clercq. N: V: Winkel Coll:

NL-HaNA_1.04.02_4347_0539 view scan ↗

English

1272. No: 8 At the meeting of the 10th of this month, it was represented to the Right Honorable and High Noble Lord Governor by the Lord Secunde Rhenius and the other council members Le Sueur and van Rheede van Oudtshoorn, alongside the undersigned fellow member, that since the High Commanding Lords Principals in the Fatherland, by secret letters from the Right Honorable and Most Respected Directors at the presiding Chamber of Amsterdam dated 14 October 1790, had been pleased to qualify the aforementioned Lord Governor to spend some time in order to prepare for the voyage to the Netherlands and provide himself with all necessary documents, so as to be able to fulfill the purpose of His Honor's journey with the utmost effect, with the express addition, however, that this should not exceed the period of three months after the receipt of the said revered missive, which was on the 10th of the preceding month of February. Whereupon the said Lord Secunde, the other aforementioned council members, and the undersigned requested of the aforementioned Lord Governor that, since the said time, thus strictly limited, had now completely expired, and His Honor must therefore be considered to have been obliged to undertake the voyage to the Netherlands within that time in accordance with the firm expectation of the Right Honorable and High Respected Lords Seventeen, His Honor might accordingly see fit to allow the arrangements to take effect which, by the said highly respected letters, were prescribed to this Council during His Honor's absence. From 1273 Whereupon the aforementioned Lord Governor maintained that, since His Honor had been recalled with the accompanying reason and with retention of rank and salary, and furthermore that the prescribed arrangements could only take effect during His Honor's absence, no transfer of the offices held by His Honor could therefore be demanded of His Honor prior to his actual departure, adding at the same time that he did not intend to hand over the government sooner than at the moment of His Honor's departure, however much time might still elapse in the interim. Whereupon the repeatedly mentioned Lord Secunde, the other aforementioned council members, and the undersigned, having declared that they persisted in their said stance, adding that since the council meeting of that day had already begun contrary to the arrangements that ought to have been introduced, they would continue to proceed with it, nevertheless protesting in the strongest terms against the said stance and the resulting conduct of the aforementioned Lord Governor; while the undersigned moreover reserved his further protest and record against this at that time. Thus, the undersigned considers himself obliged to remark herewith that if the above-mentioned highly venerated missive had not expressly conveyed a notification to the Council concerning the recall of the aforementioned Lord Governor, and that this notification was to serve for its information and guidance; if the Council had also not been further informed therein as to how far the authorization granted to the Right Honorable Lord Governor extended regarding the time that was strictly not to be exceeded for the undertaking of His Honor's journey to the Netherlands; and if it had also not pleased the High Commanding Lords Masters to declare to the Council their highest firm expectation that the aforementioned Lord Governor would undertake the voyage to the Netherlands within the repeatedly mentioned stipulated time, the Council in such case would also have had no authority to concern itself with anything regarding that matter until the moment the aforementioned Lord Governor saw fit to perform those acts that ought to arise from any missive directed to His Honor in particular; and the Council could then also remain free from any accountability in that regard. However, since by the indefinite prolongation of the time which the Lords Masters, on the contrary, as stated above, have so strictly stipulated, action was taken against their highest express qualification, and since the said Lords Masters are also thereby disappointed in that firm expectation which their Right Honorable High Respected gave the Council to understand that concerning the above-mentioned the

Dutch transcription

1272. No: 8 Ter Vergadering van den 10„e deezer door den heer Ser „cunde Rhenius en de verdere heeren raadsleeden Le Sueur en van Rheede van Eudtshoorn beneevens het ondergeteekend meede Lidt, aan den Wel Edele Gestr: heer Gouverneur vertoont zijnde, dat vermits, de hoog Gebiedende heeren Majores in het Patria bij Secreete Letteren van de WelEdele Groot Achtb: heeren Bewindhebberen ter praesediale Camer Amsterdam in dato 14:e October 1790: welgem: heere gouverneur hadden gelieven te qualificeeren om eenigen tijd te besteeden, ten einde zig tot de reize na Neder„ „land te prepareeren en van alle de nodige bescheiden, te voorzien, om met het meest mogelijke niet aan het „oogmerk van zijn Wel Edele overkomst te kunnen beantwoorden, met expresse bijvoeging echter dat zulx niet mogt excedeeren den tijd van drie maan„ „den na receptie derzelve g' eerbiedigde aanschrij„ „vens, het welk geweest is op den 10„de der voorleedene maand Februarij. Waarbij ged: heer Secunde de verdere voorm: heezen raadsleeden en den ondergeteekende aan welgem: Heere Gouverneur verzogten dat aangezien den ge„ „mel den tijd, zoo uitterlijk bepaald, nu volkomen ten einde geloopen was, en men, zijn Wel Ed: dierhalven Considereeren moest als binnen dezelve ter beante „woording aan de vaste verwagting der WelEdele hoog Achtb: heeren Zeventhien en verpligt te zijn ge„ „weest de rijze na Nederland aan te neemen, zijn WelEdele mitsdien goedvinden mogt als nu te doen plaats grijpen de schikkingen dewelke bij de gem„ zeer gerespecteerde Letteren, geduurende zyn Wel Ed: absentie aan deezen raade voorgeschreeven waren Van 1273 Dan waarop welgem: Heere Gouverneur Suste „neerde dat aangezien zijn welEdele op ontbie„ „ding was geschied door het daarbij gevoegd motief en behoudens qualiteit en gagie mitsgaders dat de voorgeschreevene schikkingen niet dan geduu„ „rende zijn WelEdele absentie plaats grijpen konden van zijn WelEdele dierhalven geen Transport der bij zijn Wel Edele bekleede functien voor weldes„ =zelfs dadelijk vertrek konde worden gevordert, met bijvoeging tevens niet voorneemens te zijn het gouvernement eerder over te geeven dan op het oogenblik van zijn WelEdele, vertrek, hoe lang en tusschen tijd er ook nog zoude moogen verloopen — Op het welke meergem: Heer Secunde, verder voorn. raadsleeden en den ondergeteek: gedecla„ „reerd hebbende te blijven persisteeren bij den „zelver gemelde sustenuen, met bijvoeging dat aangezien de laads vergadering van dien dag reeds, strijdig met de schikkingen die hadden behooren te worden g'introduceert, een aanvang genoomen had, zij daarinne zouden blijven voort„ „vaaren, niet te min tegens de gemelde sustentie en de daaruit voortvloeiende handelwijze van wel opgem: heere Gouverneur op het nadrukkelijk„ „ste protesteerende; terwijl den ondergeteekende als toen daar en boven, zijn nader protest en aan„ teekening hiertegen heeft gereserveert- Zoo acht den ondergeteekende zig verplicht, bij deezen aan te merken, dat wanneer het bovengem: zeer gevenereerde aanschrijvens niet expresselijk meede bracht eene kennisgeeving aan den raad nopens de gedaane op ontbieding van welgem: heere Gouverneur, en dat deeze kennis gee„ „ving diende tot haar informatie en narigt; dat wanneer ook daarbij den Raad niet verders was ge„ informeert geworden, hoe verre de qualificatie op den WelEdele heere Gouverneur verleend zig uit„ „strekte nopens den tijd die uitterlijk niet zoude mogen worden g'excedeert, tot de aan te neemene rijze van zijn Wel Edele na Nederland; dat wanneer het ook de hoog gebiedende heeren Meesteren niet gelieft hadde aan den raad te declareeren hoogst„ „derzelver vaste verwagting te zijn dat wel gem: leere Gouverneur binnen de meergezegde bepaal„ de tijd de reijze na Nederland aanneemen zoude, den raad in zulken gevalle ook geene bevoegtheid zoude hebben met het een of ander dien aangaande zig te bemoeien tot op het ogenblik dat het wel„ „gem: heere Gouverneur goeddagt, die actens te pleegen dewelke uit eenig aanschrijvens aan zyn Wel Edele in het bijzonder geschied, behoorde voort te vloeien; en den raad ook als dan buiten eenige ver„ „antwoording dien aangaande blijven konde - Dan daar met het onbepaald prolongeren van den tijd die de heeren Meesteren in tegen„ „deel gelijk hierboven is gezegt, zoo uitterlijk heb„ „ben bepaald, tegen hoogst derzelver expresseque „tificatie werd, geageert, daarook hiermede hoogst„ ged: heeren Meesteren worden te leur gesteld in die vaste verwagting welke hun WelEdele Hoog Achtb: aan den raad te verstaan geeven, dat nopens bovengem. de

NL-HaNA_1.04.02_4347_0541 view scan ↗

English

the journey to the Netherlands to be undertaken by the well-mentioned Lord Governor would be observed, and the well-mentioned Lord Governor thus, contrary to the intention and expectation of the highest-mentioned Lords Masters, permitting himself on his own authority a longer stay and continuation in the chief administration, this longer stay can be regarded and held by the Council as nothing other than unlawful and unqualified; since one is obliged, by lawful deduction, to consider the well-mentioned Lord Governor as being within the terms that the more-mentioned very revered letters of the highest-mentioned Lords Masters very expressly entail, whereby also the functions of the Government at the appointed time ought to be replaced by such persons as the more highest-mentioned Lords Masters have been pleased to write, the undersigned also believes that the Council, being obliged to make the notification regarding the one and the other serve for its information and guidance, may by no means tacitly tolerate that the appointments of the Lords Masters be neglected or delayed at the proper time; nor that their highest appointed qualification be exceeded and their Right Honorable High Respected Sirs be disappointed in the declared firm expectation, he therefore considers himself bound and indispensably obliged, insofar as the qualification determined by the High Commanding Lords Masters has already been exceeded regarding the one and the other, to protest in the strongest terms against the authority unjustly used therein by the well-mentioned Lord Governor, and likewise against all detrimental consequences thereof, should the well-mentioned Lord Governor nevertheless continue to remain in His Honorable functions, which might further arise. Furthermore, the Right Honorable Valiant Lord Governor, having been pleased to introduce and read out at the mentioned meeting of the 10th of this month a note against the protest made by the undersigned on the 5th of this month, with regard to the committed omission in the prompt execution of the orders and directives of the highest-mentioned Lords Superiors dated October 2, 1790, of which note the undersigned then deemed it necessary to request a copy, in order to take up the points contained therein and, if necessary, to refute them, but which request for a copy the well-mentioned Lord Governor, without bringing it to the consideration of the Council, saw fit on his own authority to refuse, he also considers himself obliged, after having first noted this refusal of a copy as illegal and contrary to good order, insofar as he can recall from the reading having had to gather that the well-mentioned Lord Governor accuses him, the undersigned, on account of that protest, of discourtesy, inhumanity, and ingratitude, to remark in general that, if any of those qualities could be attributed to that writing, the undersigned might hope to graciously meet with forgiveness from his Lords Masters, having found himself, in such a case, compelled to commit it by the required zeal for the prompt execution of their highest commands and writings; but as he knows himself to be completely free in the same from both discourtesy and inhumanity or ingratitude, and the latter especially, from which all other vices flow, can never be applied to him; so that it cannot be indifferent to him to what extent he might be brought under suspicion with his Lords Masters with respect to these gross deviations from civil and moral duties, through the vague accusations of the well-mentioned Lord Governor, he also finds himself compelled, saving the required respect, to declare to the more well-mentioned Lord Governor that he considers these designations to be used very unjustly and without foundation. Underneath stood: Done at Cape of Good Hope, May 13, 1791. Was signed: O. G. de Wet. Agrees: P. W. Maasdorp, First Clerk. Collated: Goetz 3276 No. 9. Copy Whereas the protest handed over by the cashier and fellow member of this Council, Mr. Oloff Godlieb de Wet, under the date of this current month of May, to the first-signed Secunde and Chief Administrator, regarding the departure of the Lord Governor for the Fatherland and the transfer of the Government, has not had that effect which one could reasonably have imagined, no, but on the contrary, by the Lord Governor to the respected directive of our Lords Masters contained in their highest revered secret letters of October 14 of the passed year 1790 that interpretation is given, that the exercise of the functions of the Governor may and can only be assumed by the first-signed Secunde after his departure from this Colony; whereas the undersigned on the contrary can deduce nothing else from that same respected directive, than that the intention of the aforesaid Commanders was, that after the expiration of the time of three

Dutch transcription

1274 „de aan te neemene rijze na Nederland door welgem: heere Gouverneur zoude worden betragt en welgem: Heere Gouverneur zig alzo, strijdig met de intentie en verwagting van hoogstopd beeren Meesteren, eigener authoriteit een langer vertoef en Continuatie in het hoofd bestier permitteerende, dit langer vertoef bij den Raad niet anders dan als onwettig en ongequalificeert kan worden geacht en gehouden; aangezien men bij wettige gevolg, „trekking verpligt is, welgem. here Gouverneur te Considereeren als verseerende in de termen die de meergem: zeer, gevenereerde Letteren van Hoogst gem: heeren Meesteren wel expresselijk meede brengen, waar door dan ook de functien van het Gouvernement op den bepaalden tijd behoor„ „den te worden vervangen door de zodanige dis meer hoogst ged. heeren Meesteren hebben gelieven. aan te schrijven, zoo meent den ondergeteekende dat ook den raad, verpligt zijnde de kennis gee„ „ving nopens het een en ander tot haare in forma „tie en narigt te doen strekken, geenzints stil„ „zwijgend gedogen mag, dat de bestellingen der Heeren Meesteren ter behoorlijker tijd wer„ „de verzuimd of vertraagd; nog dat loogst derzel„ verbepaalde qualificatie g'excedeerd en hun„ Wel Edele hoog Achtb: in de gedeclareerde vaste verwagting te leur gesteld werde, hij acht zig mits dien gehouden en indispensabel verpligt, voor zoo verre de qualificatie door de hoog Gebiedende heeren Meesteren bepaald, reeds omtrent het eenen ander is g'excedeert, tegen de daarinne ten on„ Den Wel Edele Gestr. heer Gouverneur verders ter gem: Vergadering van den 10=de dezer hebben„ „de gelieven in te brengen en voor te lezen een aanteekening tegen het door den ondergeteeken„ de op den 5„e dezer gedaan protest, met betrek„ „king tot het gepleegdverzuim in de dadelijke Executie der beveelen en aanschrijvingen van hoogstgem, heeren superieuren in dato 2=de October 1796. , van welke aanteekening den ondergeteeken„ „de als toen nodig achte Copia te verzoeken, ten ein„ „de de poincten, daar bij vervat, op te neemen en des nodig zijnde, te refuteeren, dog welk verzoek, om Copia ^ welgem: heere Gouverneur, zonder het zelve aan den raad in overweging te brengen, eigener aucthoriteit heeft goedgevonden af te slaan, acht hij zig tevens verpligt /:na voor af dee„ „ze wijgering van Copia te hebben aangemerkt als ellegaal en strijdig met de goede ordre /voor zoo verre hij zig uit de voorleezing herinneren kan te hebben moeten opmaken dat welgem. heere Gou„ „verneur hem ondergeteekende ter zake van dat protest beschuldigt van onheuschheid om menschlieventheid en ondankbaarheid, daar op in 't generaal te remarqueeren dat, indien 'er regte gebruikte aucthoriteit van welgem. heeren Gouverneur nader op het kragtigste te protestee „ren, en zoo meede tegen alle nadeelige gevolgen dierer, bij aldien welgem Heere Gouverneur des ongeacht in zijn WelEdele functien nog blyft Con„ „tinueeren verder zoude mogen ontstaan- regte eenige eenige van die qualiteiten aan dat Schriftuur konde worden gekegt, den ondergeteekende Zou„ de mogen verhopen deswegens gracieuselijk verschooning bij zijne heeren Meesteren te zul„ len ontmoeten, als zig, in zulken gevalle, tot 't pleegen van dien gedrongen gevonden hebbende door den verschuldigden iever tot het dadelijk exe„ „cuteeren van hoogst derzelver beveelen en aan„ „schrijvens, dan daar hij zig in het zelve zoo wel van ontreuschheid, als onmenschlieventheid of ondankbaarheid volkomen vrijkend, en het laaste vooral /waaruit alle andere ondeugden voortvloeien; / nimmer op hem zal kunnen wor„ den toepasselijk gemaakt; zoo dat het hem niet onverschillig kan zijn in hoe verre hij ten opzigte van deeze grove afwijkingen derburgerlijke en zeedelijke plichten, door de vaque beschuldigin„ „gen van welgem: heere Gouverneur, bij zijne ree„ „ren Meesteren in verdenking zoude kunnen worden gebragt, vind hi zig meede genoodzaakt, behoudens het verschuldigt respect, aan meer„ „welgem, heere Gouverneur, te betuigen dat hij deeze benamingen Considereert als zeer ten on„ „regte en ongegrond gebeezigt - /onderstond/ Actum aan Cabo de Goede Hoop den 13 Meij 1791. /was geteekend/ O. G. de Wet. /. Goetz Accordeert- P: W: Maasdorp Eg Clercq. Coll: 3276 N. 9. Copia Alzoo het protest door den cassier en meede lid dezes Raads de heer Oloff Godlieb de Wet Sub dato dezer lopende maand maij aan den eerst getekende Secunde en Hoofd administrateur met betrekking tot het vertrek van den Heer Gouverneur naar 't Patria en het transport van het Gouverne„ „ment, ter hand gesteld, niet heeft gehad die uitwerking, welke men zig billijker wijze had„ kunnen voorstellen, neen, maar in tegendeel door den heer Gouverneur aan het geëerbiedigd aanschrij „ven onzer heeren Meesteren vervat bij hoogst derzelver gevenereerde secreete letteran van den 14=de October des gepasseerden Jaars 1790 die inter„ „prelatie word gegeeven, dat de uitoeffening van de functien van den Gouverneur door den eerst „getekende secunde eerst zal kunnen en mogen werden aanvaard naar desselfs vertrek uit deeze Colonie; daar de ondergetekendens integen„ deel uit dat zelfde geëerbiedigd aanschrijven niet anders afleijden kunnen, dan dat de intentie den voorsz: Gebiederen, geweest is, dat na experatie van den door hun Wel Edele Hoog Achtb„s daar toe gestelden tijd van drie

NL-HaNA_1.04.02_4347_0544 view scan ↗

English

three months the journey to the Netherlands would be undertaken by the Governor, or that his Honour, at least in the event of an unexpected longer delay, would have stepped down from office here, in order to occupy himself solely with the collection of those documents which he would deem necessary to supply their Right Honourable High Mightinesses with those elucidations which might be required of him upon his arrival there, and that the authority and chief administration after the expiration of that period of time would have to be taken up and assumed by the first undersigned Secunde. That also all attempts in the meeting held last past by both the undersigned as well as the fellow members Messrs. Lesueur and de Wet, made to induce the aforementioned Governor to the intended surrender of the Government, have been fruitless, so the undersigned, after having first fully conformed with the mentioned protest of Mr. de Wet, and having taken into consideration the declared intention of the Governor to undertake the journey to the Netherlands with the ship Beverwijk presently lying in the roads, as well as on the supposition that the aforementioned declaration will firmly take effect, provisionally protest against the further continuation of the Honourable Governor in the exercise of the chief command of this Colony, reserving to themselves at the same time to do and put into effect further regarding this matter everything which they shall deem proper according to the requirements of time and affairs, and which may serve for their further discharge. Agrees. Goetz, First Clerk. Below was written: Signed: J: J: Rhenius, and W: F: V: Reede van Outshoorn. In the margin: Delivered the 13th of May 1791. Examined: P: H: Faure. 183 No. 9. 1277 77 Copy Whereas the reminder given by the Secunde Mr. Rhenius, in the last held meeting, to the Right Honourable Governor, namely, in dutiful obedience to the highly respected orders of the sovereign Lords Masters, contained in their most venerated notification by secret letter of the 14th of October of the past year, whereby the aforementioned Governor is granted the time of three months at most to be able properly to procure for himself such documents as would enable his Honour to supply the required elucidations to their mentioned High Mightinesses, after which their Lordships also firmly expected that the aforementioned Governor would undertake the journey to the Netherlands, to put into effect the necessary preparations that should precede the transport of a Governor, in order then, subsequently, because that time prescribed by the Lords Masters had already expired, to swear in his Honour and place the authority into his hands, has been fruitless, and the aforementioned Governor has thought fit not to conduct himself accordingly, as his Honour was of the opinion that this order, however precise, could not take effect before his Honour had departed from here; so the undersigned finds himself obliged to protest against this non-execution of the so positive orders of our high masters, as he protests by these presents, with the desire that proper note shall be kept of this act; whilst he repeats hereby his declaration made in the previous session with regard to the protest then submitted by the Cashier Mr. de Wet, conforming himself completely with the same and all the compelling arguments contained therein. Was signed: P: J: Le Sueur. In the margin: Delivered 13 May 1791. Agrees. Goetz, First Clerk. Examined: G: Eksteen. No. 9. Copy 1278 Representation by the undersigned, former Resident of Boele Comba and Bonthain, Benedict Hartwig Godliep Baron van Dieman, upon a Political Council Resolution sent to him, dated 24 May of the current year. To the Right Honourable Cornelis Jacob van de Graaf, Governor and Director, together with the Right Honourable Council of Policy of the Company's important interests at the Cape of Good Hope, and the jurisdiction thereof. Right 42 - 10 3279 Right Honourable and Respected Sirs, Yesterday a Resolution passed in your Right Honourable and Respected Council was brought to the undersigned by a soldier, of the following content: Tuesday the 24th of May 1791. Subsequently, the Honourable Governor having made known to this Council, etc., It was thereupon also resolved, by extract hereof, to order the aforementioned passengers to leave the mentioned vessel Beverwijk, and to transfer directly with their baggage onto the ship St. Laurens. Below was written: Agrees. Lower down was signed: P: H: Faure, Sworn Clerk. Extract of Resolution passed in the Council of Policy in the Castle of Good Hope. The undersigned declares himself unable to comprehend what motives, be it said with respect, could prompt your Right Honours upon fundamental reasons to take such a Resolution, which infringes a higher order and passed resolution of the High Indian Government at Batavia and renders it illusory, to the great detriment of the undersigned, wherefore the same also to your Right Honours

Dutch transcription

1276 drie maanden de Reijse door den heer Gouverneur naar Nederland zoude worden aangenomen, of dat zijn Ed: ten minsten bij een onverhoopt langer vertoef, alhier zoude hebben gedefun„ „geert, om zig alleen te verledigen met het collecteeren dier stukken; welke vermeenen zoude nodig te zullen hebben om aan haar Wel Edele Hoog Achtb„s die elucidatien te te kunnen suppediteeren, welke men van hem bij zijn aankomst ginder zoude kunnen verlangen, en dat het gezag en hoofdbestier na verloop van dat tijdsbestek door den Eerst getekende secunde zoude moeten werden opgeno„ „men en aanvaard Dat ook alle tentamens in de oplaatstleden gehouden vergadering door de beijde ondergeteken „dens zo wel als de meedeleden de Heeren Lesueur en de wel gedaan, om voorsz: heer Gouverneur tot de gedagten overgave van 't Gouvernement te bewogen vrugteloos zijn geweest, zo protesteeren de ondergetekendens, na zig alvorens ten vollen te hebben geconformeert met het ged: protest van de Heer de Wet, en in aanmerking te hebben genomen de gedeclareerde intentie van den heere Gouverneur omme met 't thans ter rheede leggend Accordeert Goetz E: Clercq. /:onderstond:/ /:was Geteekend:/ I: I: Rhenius, en W: F: V: Reede van Outshoorn /:in margine:/ Overgegeeven den 13„e Maij 1791 Schip Beverwijk de reijze naar Nederland te willen aanneemen, mitsgaders in de suppositie, dat de voorsz: decluratie vastelijk effect sorteeren zal, provisioneel tegens de verdere continuatie van de Edelen heer Gouverneur in de uitoeffening, van 't hoofd gebied dezer Colonie, aan zig teffens reserverende hier omtrent nader te doen en te werk te leggen al 't geene zij na Vereijsch van tijd en zaken vermeenen zullen te behoren en ter hunner verdere decharge te kunnen „strekken. Schip Coll: D E Faure 183 N:o 9. 1277 77 Daar de herinnering van den Heere Se„ „cunde Rhenius, in de laatstgehouden vergadering, aan den WelEdelen gestr: Heere Gouverneur gedaan, omme, namelyk, ter pligtschuldiger gehoorzaaming aan de zeer geEerbiedigde beveelen der hooggebiedende Heeren Meesteren, vervat bij hoogst der„ „zelver gevenereerd aanschrijven bij Secreete brief van den 14:' October des gepasseerde Jaars, waar bij aan welgem:e Heer Gouver„ „neur word geaccordeerd den tijd van drie maanden uiterlyk om zig behoorlijk te konnen procureren zodanige stukken, als zyn welEd: zouden konnen in staat stellen, om de gevorderde Elucidatien aan wel opgem: haar Hoog Achtb: te konnen Suppediteeren, waar na hoogst dezelven dan ook vastelijk verwagteden, dat meerm=r Heere gouverneur de reijze na Nederland zoude aanneemen, de nodige praeparatienen te doen in 't werk stellen, die het transporteren van een Gouverneur dienen voor af te gaan, om dan, vervolgens dewijl die tijd door de Heeren Meesteren voorgeschreven, reeds verscheenen was, zijn welEdele in den Eed te nemen, en't gezag in handen te stellen. vrugteloos is geweest en welged:e Heere Gouverneur heeft kunnen goedvinden zig daar na niet te gedraegen, Copia als als weezende zijn welEd: van die opinie, dat die ordre, hoe preesies ook, niet eer„ der konde werken, dan na dat zyn welEd=e van hier zoude zijn vertrokken; zoo vind zig de onderget: verpligt, tegens deeze non„ „executie der zoo stellige beveelen onzer hooge gebiederen te moeten protesteeren, zo als protesteerd by deezen, met begeerte dat van deze acte behoorlijke aanteke„ „ning zal worden gehouden; Terwijl zyne in voorige sessie gedaane verklaring met betrekking tot het thoen ingeleverd protest van de Heere Cassier de Wet, hier by herhaalt, zig volkomen met 't zelve en alle daar in vervatten drangredenen volkomen Conformeerende /was geteekend/ P: I: Le Sueur /:in margine / overgegeven 13 Meij 1791 Accordeert. Goetz Eg Clercq HS Coll: G: Ekeenen N:o 9. Copia 1278 Vertoog door den onderge„ teekenden Geweezen Resident van Boele Comba, en Bonthain, benedict Hartwig God„ liep Baron van Dieman op een hem toegeschikt Politicq Raads. Besluit, van den 24 Mai h: a: Aan den WelEdele Gestrengen Heer Cornelis Jacob van de Graaf, Gouverneur en Directeur, beneevens Den wel Edele Achtbaa„ ren Raad van Politie van 's Comp„s importante belangens tot Cabo de. Goede Hoop, enden ressorte van dien. Wel 42 - 10 3279 Wel Edele Gestrengen en Achtbare Heer Den ondergeteekenden is gisteren door een soldaat toegebragt een Besluit in uwEdele Gestrengen en Ed: Achtbare Raade genoomen, van den volgenden Inhoud. Dingsdag den 24 Mai 1791. Vervolgens door den Edele Heer Gouverneur deezen Raade te kennen gegeeven zijnde, &ca Is daarop ook beslooten, voorm: Passagiers, bij Extract deezes, te gelas„ 1 Extract Resolutie genoomen in Raade van Politie in't Casteel de Goede Hoop, ten, gem: bodem Beverwijk te ver„ laaten, en directelijk met hunne 9 bagagien op 't schip S„t Laurens, over te gaan, /:onderstond:/ Accordeeren /:Lager was Getekend:/ P: H: Faure, gezw: Clercq. Den ondergeteekende betuigd niet te kunnen beseffen, welke motiven ig /: het zij met Eerbied gesegd, :/ UWel Edele Gestrengen en Achtbarens zoude op fundamenteele reedenen kunnen noopen, tot het neemen van zodanige Resolutie, die een hooger order en genoomen besluit der Hoog Indiasche Regeering tot Batavia infruigeerd en illusoir ar maakt, tot groot nadeel van den ondergeteekenden, waaromme dan ook denzelven UWEdele Gestr: ten en

NL-HaNA_1.04.02_4347_0549 view scan ↗

English

and Worshipful Sirs with respect and due boldness makes known: That the undersigned, because of family affairs, has made repeated and very urgent requests since the year 1787 to Their High Nobilities the High Indian Government at Batavia to depart for Europe, where his presence is necessarily required. That the critical circumstances in which Maccasser was then and the following year embroiled, according to his opinion, held back our High mentioned superiors from granting that request until matters took a better turn, whereupon the High Indian Government favorably granted the undersigned permission to repatriate with preservation of rank, pay, and baggage, together with his wife and children, with the addition of four more chests, as shown by the extracts in the hands of the undersigned from Their High Resolutions and warrants currently aboard the ship Beverwijk. That the proof that the undersigned has paid the Honorable Company for the transport and board of his wife and children has been placed in the hands of Captain Dirk Muller, to be handed over to the High Worshipful Lords Directors. That the Right Honorable, Highly Worshipful Lord Director-General Hendrik van Stockum, out of special consideration and philanthropy, had the cabin partitioned off for the undersigned, his wife, and family, after the ship Beverwijk was already ready to sail, merely waiting for the receipt of the papers. That the undersigned, therefore, subject to correction, believes that once one has been placed on a vessel by the High Indian Government at Batavia, and even more so when one has rented something, this cannot be taken away from him. That if the Right Honorable, Highly Esteemed Lord Governor should please to dispose over a part of the cabin for his Right Honorable, Highly Esteemed Lord Governor's lodging, at least half and three windows with the gangway would still remain, the undersigned in such a case being content with the smaller half of only two windows on the starboard side. That the family affairs of the undersigned press so strongly to depart for Europe that it is impossible for him to refrain from undertaking the journey thither with this ship, his presence being absolutely required to prevent enormous damages, of which the undersigned has only recently been informed by his family. That the damage he would suffer through a longer stay here amounts to at least sixty thousand Dutch Guilders, not counting the expenses he must incur here, for which reason the undersigned can by no means obey the rigorous orders given to him by Your Right Honorable, Highly Esteemed and Worshipful Sirs to leave the ship Beverwijk and immediately transfer with his baggage to the ship Sint Laurens, which returned on account of leakage and is now being unloaded, both for the reasons aforesaid and also because his permitted chests cannot be taken out of the said ship without great disadvantage to him, as well as damage to the Honorable Company or its cargo. That the undersigned therefore humbly urges Your Right Honorable, Highly Esteemed and Worshipful Sirs to please rescind your aforementioned resolution, or else to take for Their High Account all damages that he would suffer to the contrary; in which latter, unhoped-for case the undersigned requests that a copy of this respectful remonstrance, together with the resolutions passed thereon, be forwarded to the High Indian Government as well as the High Worshipful Lords Seventeen, to whom he will then further have to address himself to obtain his rightful claim and suffered damage. The undersigned has the honor to call himself with the requisite respect. Below was written: Right Honorable, Highly Esteemed and Worshipful Sirs, Lower: Your Right Honorable, Highly Esteemed and Worshipful Sirs' humble servant, Was signed: B: H: G: Baron van Diemar. In the margin was written: Cape of Good Hope, the first of June 1791. Agrees JGoett First Clerk. That I, pursuant to the respectful letter from the Lords Directors at the Presidial Chamber of Amsterdam, as qualified thereto by the Assembly of Seventeen under date of 14 October 1790, being to perform the functions of the Honorable Lord Governor during his upcoming absence, shall acquit myself thereof in all uprightness and faithfulness, as is fitting, to: The High and Mighty Lords States-General of the United Netherlands, as my highest and sovereign Authority, His Highness the Lord Prince of Orange as their Hereditary Stadtholder, Captain- and Admiral-General, The Noble Lords Directors of the General Netherlands Chartered Company, Together with the Honorable Lord Governor, as long as he shall be present here and retain the command, or if he, upon reappearance in this roadstead through unhoped-for events, shall resume it again. I promise and swear. Draft Oath for the Secunde and Chief Administrator I. I. Rhenius, as being to perform the functions of the Honorable Lord Governor in his absence. together with Number 10.

Dutch transcription

1280 en Achtbarens met Eerbied en gepa te vrymoedigheid te kennen geeft. — Dat den ondergeteekenden weegen Familie affairens aan Hun Hoog Edelheedens de Hoog Indiasche regeering tot Batavia, van het Sjaar 1787. af, herhaalde en zeer dringende verzoeken gedaan heeft om naar Europa te vertrekken, alwaar zijn presentie noodzaakelijk verEisch word. Dat de Critieque tijds gewrigten, waar in toen Maccasser en volgend Jaar gewikkeld was, Hoog gemelde onse superieuren volgens zijn Suste„ nue te rug gehouden hebben, dat verzoek inte willigen, tot dat dezelve een beetere keer genoomen hebben, wanneer de Hoog India„ sche Regeering den ondergeteeken„ den goedgunstiglijk hebben vergunt behoudens, qualiteit, gagie, en baga„ gie neevens deszelvs Huisvrouw en kinderen onder toevoeging van nog vier kisten te moogen repatriee„ ren, uitwijzens de inhanden van den ondergeteekenden zijnde Extracten uit Hoog derselver Besluiten en or„ donnanties op 't schip Beverwijk zig bevindende. Dat het Bewijs, dat den onder¬ geteekenden voor Transport en Kost„ gelden van deszelfs Huisvrouw en Kin„ deren aan de Edele Compagnie voldaan heeft, in handen gesteld is, van den Capitein Dirk Muller, omme over te geeven aande Hoog Achtbare Heeren Bewindhebberen. Dat den WelEdelen Groot den Achtbaaren 2 1283. Achtbaaren Heer Directeur Generaal Hendrik van Stockum uit bijzondere Consideratie en Menschen liefde de Cajuit voor den ondergeteeken„ de Huisvrouw en familie heeft laten afschotten, nadat het schip Bever„ wijk bereeds zeijlvaardig was, eene„ lijk naar den ontfangst der papieren wagtende. — Dat den ondergeteekenden derhalven onder g'eerde correctie vermeend, wanneer door de Hoog Indiasche Regeering tot Bata„ via op een bodem geplaatst is, en nog te meer, wanneer iets inhuur heeft, men hem zulks niet kan ontneemen. Dat wanneer den Wel Edele Gestr: Heer Gouverneur geliefde te willen disponneeren, over een gedeel„ te der Cajuit tot zijn WelEdele Gestr: Heer Gouverneur geliede te willene Invoningimmers nog de helfte en met de Waalgang drie Vengsters overig blijven, houdende den ondergetee„ kende zig in zodanigen gevalle te vreeden, met de kleinste weederheld van maar Twee vengsters aanstuur„ boord zijde. Dat den ondergeteekende zijn Famille affaires zo sterk pres„ Ceeren na Europa te vertrekken, dat onmogelijk kan afzien, van met dit schip de reize naarderwaards te onderneemen, wordende zijn. presentie volstrekt vereischt, ter voorkooming van enorme Schadens, waar vande ondergeteekenden nu onlangs eerst door zijn Familje verwittigd is geworden. — Dat de schade, die hij door een langer ver„ te blijf 1282. =blijf alhier zoude lijden, ten minsten op zestig duizend hollandsche Gul„ dens beloops, ongereekend de on„ kosten, die hij hier moet maaken, weshalven den ondergeteekenden volstrekt niet kan obedieeren aan de regoureuse ordres door UWelEd: Gestr: en Achtb„e, aan hem gegee„ ven het schip Beverwijk te verlaa¬ ten, en directelijk met zijn bagagie op 't weegens lekkagie te rug gekoo„ men en thans ontlost wordende schip A=t Laurens overte gaan, zoo wel om voorschreeve reedenen, als ook omdat desselvs gepermitteerde kisten, niet anders dan tot zijn groot nadeel, als meede tot schaade der Ed. Compe. of derselver Lading uit t genoemd schip kunnen genoomen worden. Dat den ondergeteekenden derhalven UwelEdele Gestr: en Achtbarens Achtbarens ootmoedig insteerd, om van hun hier vooren gemeld besluit te wil„ len recilieeren dan wel alle schadens die denselven bij 't teegendeel zoude leijden, voor Hoogderzelver reeke¬ ning te neemen, in welk laatst onverhoopt geval den ondergeteeken„ den verzoekt, om aan de Hoog India¬ sche regeering, zoo wel als de Hoog„ Achtb: Heeren Zeeventhienen, te willen Copia laaten toekomen, van dit Eerbiedig vertoog, neevens de daarop gevallene besluiten, aan Hoog Achtb„s dewelke hij zig als dan verder zal moeten addresseeren, ter erlanging van zijne goed regt en geleedene Schaade. Den ondergeteekenden heeft de Eer zig met de verEischten Eer„ bied bied te noemen. /:Onderstond:/ WelEdele Gestr: en Achtb: Heeren /:Leger:/ Uwer WelEd: Gestr: en Achtb„s Ootmoedige dienaar, /:was Getekend:/ B: H: G=n Baron van diemar, /:ter zijde stond:/ Cabo de Goede Hoop, den Eersten Junij 1791. Accordeert JGoett 1S Eg Clercq. 1283 Dat ik, ingevolge Eerbiedig aanschrijven van Heeren Bewindhebberen, ter Praesediale Kamer Amsterdam, als daartoe door de Vergadering van 17=nen gequalificeert in dato 14 October 1790- geduurende de aanstaande absentie van den Ede„ len heere Gouverneur, deszelfs Functien zullende waarneemen, wij daarvan in alle Opregtheiden Getrouwheid, gelijk het betaamd zal acquitteeren De Hoog Mogende heeren Staaten Generaal van de vereenigde Nederlanden, als mijne hoogste en souveraine Overheid, Zijne hoogheid den Heere Prince van Oran„ „ge als derzelver Erfstadhouder, Capitain en Admiraal Generaal, De Edele heeren Bewindhebberen van de Generaale Nederlandsche Goctroijeerde Compagnie, Mitsgaders den Edelen heer Gouverneur, zoo lan„ „ge alhier aanweesig zal zin, en het Commando aan zich behouden, ofte ook bij te rug verschijning op deeze Rhée, door onverhoopte toevallen, we„ „der op zich neemen zal Ik beloove ende Zweere Concept Eed voor den Secunde en hoofd Administrateur I. I. Rhenius, als zullende bij absentie van den Edelen heer Gouverneur deszelfs Punctien waarneemen. beneevens N„o 10.

NL-HaNA_1.04.02_4347_0554 view scan ↗

English

as well as the Council at Cabo, to be devoted and faithful; furthermore, dutifully and faithfully to maintain Their High Mightinesses' Rights, and to help promote the welfare of this Government, along with the common good of the inhabitants. That in all matters of any importance that may occur to me, I will proceed communicatively with the Council of Policy and will conduct myself strictly in accordance with the Orders and Instructions regarding the management and governance of this Government, already framed and drafted by the Assembly of Seventeen, or left behind as regulations here by Their Right Honorable Commissioners, and as may be framed, drafted, and left behind in the future. So help me God Almighty. Agreed. Goetz First Clerk. Compared: Trouwenselder 9 Copy 1284 No. 11. Right Honorable Sir and My Lords! Your Honors are fully aware of the mistreatment that I have suffered — and for what reason? — because I resolutely performed my duty, as far as it lay within me. In hindsight, one has seen only too clearly how beneficial my advice of 6 February 1789, submitted to the Council of Policy, has been, concerning a matter that the Governor Himself had proposed several times in Council, and regarding which I have had to endure so many vexations. — I therefore hold myself assured (since I know how Your Honors were drawn into all that transpired through all kinds of artifices, and are convinced in your conscience of how unselfishly and with what zeal I have at all times and for so many years performed My service and treated the Military personnel), thus I hold myself, as I say, assured that Your Honors will support me in all right and fairness and provide satisfaction as far as lies within Your Honors' power, coming thus, at Your Right Honorable's instance and friendly missive (though still sickly), with cheerfulness to the meeting and in full confidence that we, now setting aside everything that has passed, as calm, peace-loving, and faithful servants of the Honorable Company (which has long, undeservedly, been so unfortunate, but as I hope will lift its head again one day, since it provides our dear Republic with so much good and has provided a livelihood for so many people), will join hands, in order to show our Masters in deed how much their service is close to our hearts, and so that everything in this so precious Colony may be maintained according to good policy and justice, then those who have cast, or seek to cast, all kinds of blame upon us will be sufficiently punished by their own conscience and shame. Wherewith, in full confidence, I have the honor to subscribe myself with the highest esteem. At the bottom was written: Right Honorable Sir and My Lords, Your Honors' most humble and obedient servant, was signed R. J. Gordon, Head of the Honorable Company's Military. In the margin: Cape of Good Hope, 29 June 1791. — Agreed. Goetz W 3 First Clerk Copy 1285 No 12. In consequence of the reasons presented by me to Your Right Honorable in the Council of Policy on the 13th and 23rd of the past month of May, for which I am compelled to undertake the journey to the Homeland, in order to seek from our Lords and Masters, upon whom alone I depend, and to whom alone I am also accountable for my actions, such satisfaction as Their High Honors shall deem commensurate with the insult and ignominy inflicted upon me by the Burgher Military Council here, and which I cannot presently obtain at this remote corner, Intending to proceed on board the Dutch East India Company ship Beverwijk today, I have therefore deemed it my duty to give notice thereof to Your Right Honorable herewith, With the reiterated obligation of always remaining liable for all such loss and damage as the respective Honorable Members of the Council of Policy might unexpectedly come to suffer in due time on account of the hitherto postponed establishment of a Customs house regarding the revenues that have been attached to the post of Independent Fiscal for so many years, and to indemnify them for the same. Wherewith I have the honor to remain with due respect, At the bottom was written: Right Honorable Sirs Lower down: Your Right Honorable's Humble & obedient Servant, was signed J. N. S. van Lynden. In the margin: Cabo de Goede Hoop, 25 June 1791. The address was: To the Right Honorable Members of the Council of Policy of the Castle of Cabo de Goede Hoop. Residing There. Agreed. J. Goetz First Clerk. Compared: P. R. H. Fauren

Dutch transcription

beneevens den Raad aan Cabo Gehouw ende Getrouw te zullen zijn, Voorts haar Hoog Mogende Regt na behoo„ „ren getrouwelijk te zullen voorstaan, en deezes Gouvernements welvaaren beneevens der Ingezeetenen Gemeene best helpen bevorderen. Dat ik in alle zaaken van eenig aanbelang, die mij mogten voorkomen, Communicatief met den Politicquen raad te werk gaan en mij stiptelijk gedragen zal na de Ordres en Instructien over 't bestier en de regeering deezes Gouvernements, door de Vergadering van Zee„ „venthienen bereids beraamd en de geconcipi„ eert, ofte door haar Edele Hoog Achtbaare Commissarissen alhier tot reglement nage¬ „laaten, ende nogmaals beraamd, geconcipi„ „eert en nagelaaten zouden mogen worden Zo waarlijk Helpe mij God Almagtig. Agcordeert- Goetz Eg Clercq. Coll: Frouwenselder 9 Copie 1284 N. o. 11. WelEdele Agtbaare Heer en Myne Heeren! Uwel Ed:s is over bekend de mishandelingen die ik geleden hebbe — en dat waarom ? - om dat ik cordaat myn pligt; so veel en my was, betragt heb. men heeft van agteren maar al te sonneklaar gesien hoe heelsaam myn advies van den 6 Febr: 1789 in den Politiequen Raad ingelevert, over eene zaak dewelke den Heer Gouverneur Selve in Rade enige reisen geproponeerd had, geweest is, en waar over ik so veele veraties heb moeten ondergaan. — Ik houde my dus verzekert (dewyl ik weet hoe uwelEd=ns in al dat gepasseerde, door allerley kunst, grepen geëntraineert zijt geworden, en en gemoede overteugt zyt, hoe enbaatsugtig en met wat iever ik ten allen tyde en zoo veele Jaaren Mynen dienst waargenomen en de Militairen behandelt heb dus houde ik my zo ekzegge, verzekert dat uwe Ed=ns my in alle regt en billykheid sult soutineeren en Pover in UEd=ns is satisfactie werschaffen, komende ik dus, en uwelE Agtb: instantie en vriendelyke Mis„ sive (Schoon nog seekelyk) met blymoedigheid in de vergadering en volle vertrouwen, dat wij nu met ter zyde stelling van alles dat gepasseert is, als bedaarde vredelievende en getrouwe dienaren der Edele Maatschappije (dewelke lang, onverdient, so ongelukkig is geweest, dog so ik koop het Hooft weer eens eens zal opbeuren, dewyl zy onse waarde Republicq zo veel goeds verschaft en so veele Menschen de kost gegeeven heeft) de handen in een sullen slaan, om met 'er daad aan onse Meesters te toonen hoe veel ons hunnen dienst ter harte gaat, en op dat alles in deeze zo preteeuse Colini„ volgens de goede Politie en Justitie gehandhaaft worde, dan zullen die genen dewelke ons allerleij Blaamen hebben of soeken aan te vryven, genoeg door hun eigen geweeten en Schaamroodheid gestraft worden.. waar mede ik in vollen vertrouwen, my met de meeste Hoogagting de eere hebbe te teekenen. /onder stond:/ wel Edele Agtbaare Heer en Myne Heeren uwe Edelens onderdanigsten en gehoorsaamsten dienaar /:was geteekent R: I. Gordon Hooft van s E Compances Militie /in Margine /Caap de goede Hoop den 29 Juny 1791. — Accordeerd. Goetz W 3 Eg Clercq Copia 1285 No 12. Ingevolge de aan UWelEdele Agtbaare op den 13e. en 23e der afgeloopene Maand Maij, door my in Raa„ „de van Politie by gebragte redenen, om welke ik genoodzaakt word de reyse na Patria aan te neemen, ten einde by onse Heeren Meesteren„ van welke ik alleen de pendere, en aan welke ik ook alleen Over myne verrigtinge verantwoorde „lyk ben, zodanige satisfactie te gaan ver„ „zoeken, als Hoog dezelve, met de door den Burger Krygsraad alhier mij toegebragte Hoon en Smaad, geëveredigt zullen oordeelen, en welke ik thans aan desen Uythoek niet bekoomen kan, My op heeden na Boord van 't O. J. C. Schip Beverwijk, zullende begeeven, Zo heb ik het van myne pligt geagt UwelEdele Agtbaare daar van by deese kennisse te geven Met gereitereerde Verbintenisse, van altoos aansprakelyk te zullen blyven, voor alle zodanige schade en nadeel, als onverhoopd de respective Heeren Leeden van den Raad van Politie, wegens de tot dus verre uitge„ Wel Edele & Agtbaare Heeren! stelde „stelde oprigting van eene Douane, der, Zedert zo menigvuldige Iaaren aan den post van Inde„ „pendent Fiscaal geaccrocheert geweest zynde Revenuen, in tyd en wyle mogte komen te lyden, en dezelve daar van te zullen indem„ niseeren Waar mede de Eere heb met behoorlyk res„ „pect te verblijven /:onderstond:/ Wel Edele E Agtbaare Heeren /:lager:/ Uw WelEd. Agtbaare Onderdaanige & gehoorzaame Dienaar /:was geteekend:/ J. N. S. Van Lynden /in margine:/ Cabo de Goede Hoop den 25 Junij 1798 /: de addresse nat Aan die WelEdele Agtbaare Heeren Raa„ „den van Politie des Casteels Cabo de Goe„ „de Hoop. Aldaar Residerende Accordeerd JGoets Zg Clercq. coll: prh„ fauren vingeln d ingea

← previousnext →