VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 4352

Cape · 551 pages · 158 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_4352_0297 view scan ↗

English

appropriate measures could best be cleared away: that the result of that deliberation had been that, following advice obtained from the Resident of False Bay, Christoffel Brand, and the Master Attendant, Cornelis Cornelisz, it had been unanimously understood that no other means were found at hand to rescue themselves from this embarrassment than to make use of the ships lying in the roads of Simons Bay, the Castor, the Meermin, the Helena Louiza, and the Zeenimph, in order to have the goods that had already been saved and were further to be salvaged transshipped into the same; whereupon, after everything that could come into consideration both for and against such an arrangement had been properly and with mature counsel weighed and balanced against each other, and preference had been given to the weightiest consideration for the promotion of the Master's interest, the following arrangements had been made: namely, that the undamaged goods that would be unloaded from the cargo of the ship De Drie Gebroeders as occasion served, should provisionally be brought aboard the ship De Zeenimph; that, on the other hand, the wet and damaged goods should be put ashore opposite the residence of the burgher Willem Hurter, where the beach presents an altogether favorable opportunity for such an operation, in order that, having been sorted in tents specially erected for that purpose, they may either simply be dried and subsequently baled and packed, or else first properly rinsed and washed in fresh water, according to what the nature and properties of the various items that should come to light would come to require; that this having all been carried out in the aforesaid manner, then both the good and undamaged items as well as the damaged ones should be transferred into the ship De Castor, which they had been all the more compelled to employ for this salvage, seeing that the entire hold, and thus much less the remaining space in the ship De Zeenimph, which is partly laden with goods destined for the Indies and partly with necessities and provisions for the present and expected ships, together with the entire space of the Helena Louiza (which last-mentioned little vessel, moreover, would first have had to be unloaded of the cargo it contained for this Government), would not have been sufficient to store the goods that one flattered oneself to discharge, both sound and damaged, from the ship De Drie Gebroeders; and that their Honors had proceeded thereto all the sooner because by this method of salvage, especially if the Castor should load the salvaged goods alone, the dispatch and transport of the repeatedly mentioned salvaged goods would be facilitated, while if some space should be found in the return vessels that are still expected, one could then make use of it with the requisite speed to transship the cargo from the Castor, either in whole or in part, into those vessels for conveyance to the Fatherland, and in default thereof always have a certain opportunity at hand to send the repeatedly mentioned cargo of the ship De Drie Gebroeders, in so far as it can be salvaged, in its entirety and without any confusion, either to the Fatherland or to have it transported to this capital place, for neither of which purposes the stripped and dismasted ship De Zeenimph could be used; that in order to be able to employ the cited ship De Castor for this purpose, the same had had to be excused from the voyage to Plettenberg Bay, for which we had destined that vessel in order to transport the native timber lying there from there hither; but that they nevertheless, in order not to let the operations that we had in view both with that vessel and with the frigate ship De Meermin, and of which we have respectfully given notice to your Right Honorable, fail completely to the noticeable disadvantage of the Honorable Company, had appointed the Meermin to proceed on the voyage to Plettenberg Bay instead of the Castor, to fetch the native timber wares in stock there; that this change of the destination of the frigate vessel De Meermin having made the appointment of another ship to Mossel Bay necessary, in order to be able to transport hither the grain and pulses delivered there to the Honorable Company, they had come to destine for that purpose the brigantine vessel De Helena Louiza, notwithstanding that upon an estimate made it was found that this craft would not be able to take in the entire stock of wheat, barley, peas, and beans, as judging it better to employ this only ship over which we could dispose in this matter due to the present circumstances, in order to transport hither only as much wheat as the same will be able to take in, than to leave all the wheat, barley, peas, and beans together in Mossel Bay, where, lying for a long time on a floor of clay, they could not remain altogether preserved from spoiling; that in order to cause all the aforesaid measures to take effect, hands having immediately been set to work, matters upon the departure of the undersigned Commander, Cashier, and Dispenser from False Bay had progressed so far that not only the goods destined for Mossel Bay had already been [illegible] out of

Dutch transcription

1129 gepaste mesures best uit den weg te ruijmen: dat het resultaat dier beraad„ „slaginge geweest zijnde, dat naar ingenomen advijs van den Rezident der Baaijf als Christoffel Brand en den Equipagiemeester Cornelis Cornelisz, eenparig begreepen was geworden, geene andere middelen aanhanden te worden gevonden om zich uit deeze verleegendheid te redden, dan gebruik te maaken van de ter rheede van Simonsbaar leggende scheepen de Castor, de Meermin, de Helena Louiza en de Zoekimph, ten eijnde de goe„ „deren welke bereids gesalveerd waaren en verder geborgen stonden te wer„ „den, in dezelve te doen overscheepen, hierop na dat al 't geen zo, voor als tegens eene zodanige Schikking in aanmerking konde koomen, be„ „hoorlyk en met rijpe raade tegen- over elkanderen gewikt en gewoo„ „gen was geworden en aan het Zwaarste ter bevordering van S'Meesters intrest de voorkeur gegeven was geworden de volgende schik„ „kingen waaren gemaakt. dat namentlijk de onbeschadigt gebleevene goederen die uit de lading van het schip de drie gebroeders „deren naar 1130. naar gelangen zoude gelost worden, voorloopig zouden moeten worden gebracht aan boord vant schip de Zeenimph. dat daarentegen het nat gewor„ „dene en beschadigde tegens over de woonplaats van den Burger Willem Hurter, alwaar het Strand tot eene zodanige operatie eene alle„ „zints favorable geleegendheid prae„ „senteerd aan Land zouden moeten worden gezet, ten eijnde in ex„ „pres daar toe opgezetten Tenten gesorteerd zijnde, of eenvoudiglyk te worden gedroogd en vervolgens geemballeerd en ingepakt, of te ook wel eerst behoorlyk in zoet water afgespoeld en gewasschen, na dat den aart en eygenschappen der onderscheidene articulen welke te voorschijn zouden koo„ „men, zulks zoude komen te vorderen. — dat dit een en ander invoege voorsze verricht zijnde, als dan zo wel de goed en onbeschadigt geblevene articulen, als de geavarieerde zouden moeten wor„ „den overgebragt, in het schip de Castor, 't welk zij te meer genoodzaakt waaren geweest tot deeze berging te moeten emploieeren, aangezien het geheele hol en dus veel minder de nog over„ „blijvende ruijmte in het schip de Zeenimph, 't welk ten deele belaaden ook 1131 is met goederen voor Indien bestemd, en ten deele met benodigtheeden en Provisien voor de aanweezende en verwacht wordende Scheepen, met en beneevens de geheele ruijmte van de Helena Louiza, welk laatstgem Kieltje daar en boven nog vooraf zoude hebben moeten worden ontlost van de voor dit Gouvernement inhebbende lading, niet toereijkende zoude zijn geweest, omme de goederen, te bergen, welke men zich vleide zo goed als geavarieerd, uit het schip de drie Gebroeders te zullen lossen, en dat zij hoEd: daartoe nog des te eerder waaren overgegaan, om dat door deeze manier manier van berging, vooral wanneer de Castor de gesauveerde goederen, al„ „leen mogt laaden zouden worden ge„ „faciliteerd, de verzending en vervoering der meermelde geborgene goederen, ter„ wyl wanneer in de als nog verwagt wordende retour bodems eenige ruijmte mogten bevonden worden, men als dan daarvan met de vereyschte spoed gebruik zoude kunnen maaken, om de lading uit de Castor 't zy geheel dan wel ten deele in die bodems ter overzending naar Patria over te scheepen en bij ontstentenis altoos eene zeekere ge„ „legendheid aan den hand hebben, om de meerm„r Lading van t schip de drie Gebroeders 1732 Gebroeders voor zo verre zal kunnen worden geborgen in zijn geheel en zonder eenige Confusie, of naar het Vaderland te verzenden, dan wel te„ doen transporteeren naar deeze Hoofd„ plaatse, tot welk een, noch ander eynde, het onttugde en masteloos schip de Zeenimph niet zou kun„ „nen worden gebeezigd. dat om het geciteerde schip de Castor hiertoe te kunnen emploiee¬ „ren, het zelve had moeten worden. geexcuseerd van de reijze naar Plet¬ „tenbergsbaaij, waartoe wij die Bodem hadden bestemd, ten einde het aldaar leggend inlandsch Hout van daar herwaards te vervoeren, doch dat zy echter om de operatiën welke wij zo met die bodem als met het Fre„ „gatschip de Meermin op 't oog had„ „den gehad en waarvan wij UWel Edele Hoog agtb: eerbiedig kennis hebben gegeeven, niet ten eenemaale tot merk„ „lyk nadeel van de E Comp„e te doen mis„ „lukken, de Meermin hadden aange„ : „legt om in steede van de Castor naar Plettenbergbaai te reisvorderen, ter afhaaling van de aldaar in voorraad zynde inlandsche Houtwaaren- dat deeze verandering der destina„ „tie van het Fregatscheepje de Meermin den aanleg van een ander schip naar van de 1133. de Mosselbaaij noodzaaklijk hebbende gemaakt gehad, om de aldaar aan de E Comp:s geleverde granen en Peulrug¬ „ten dit heen te kunnen doen transpor„ „teeren, zy daartoe hadden koomen te destineeren het Brigantijnscheepje de Helena Louiza, niettegenstaande by een gemaakt overslag bevonden was, dat dit vaartuijg den gantschen voorraad van Tarwe, Garst, Erndten en boonen, niet zoude hunnen innee„ „men, als oordeelende het beter dit eenigste Schip, waarover wij in deeze wegens de presente omstandigheeden, konden disponeeren, te emploieeren, omme maar zo veel Tarwe als het zelve zelve zal kunnen inneemen, herwaards over te voeren, als al de Tarwe Garst, Ervten en Boonen, met den anderen in de Mosselbaaij te laaten verblijven, daar dezelve by eene lange legging op een vloer van klei niet ten eenemale voor bederf gepraeserveerd zouden kun„ „nen blyven — Dat om alle de voorsz: mesures effect te doen sorteeren, dadelyk han„ den aan't werk geslagen zijnde, mets bij de afreize vande ondergeteekende Gezachhebber Cassier en Dispencier uit de Baaijfals, wel in zoo verre was ge„ „vordert dat niet alleen de voor de Mosselbaar bestemde Goederen reeds uit

NL-HaNA_1.04.02_4352_0302 view scan ↗

English

from the Meermin into the Helena Louiza, and those for Plettenberg Bay were again transshipped from the Castor into the Meermin, and the vessels themselves, with the fitting of the necessary bulkheads as well as otherwise, were made ready to pursue the voyage, but that also at that time there had already been salvaged the following goods from the cargo of the ship de drie Gebroeders, to wit: 31 bales of dry cinnamon 4 ditto wet ditto 12 ditto both wet and dry mace 12 suckels of mace, both wet and dry 255 bales of cloves, the greatest part whereof wet 2 bales of coffee beans 61 barrels of tamarind 25 whole leagers of arrack, among which one entirely empty, and case with 39 bottles of sample arrack 10 bales of cubeb pepper, both wet and dry 8 suckels of nutmegs, from which a great quantity was lost and wet 31 bales of nutmegs, both wet and dry 2 cases with sago for the Netherlands, No. 18 and 30, wet 1 case with mother-of-pearl shells No. 49, 364 lb 2 aams of candied ginger, undamaged: No. 14, 41 lb net, 67 lb tare No. 6, 439 lb net, 67 lb tare yet that, it nevertheless remaining uncertain if and to what extent all the arrangements stated hereinbefore would be of any avail to be able to salvage, besides the articles just specified, anything further of note from the vessel, since the water in the same had already risen to such a degree that the entire remaining cargo came to be submerged, they thereupon took the decision, after having left the further execution of the planned arrangements and given orders committed to Resident Brand, to return hither and to supply us with the communication of the foregoing just described. After we had taken the aforesaid arrangements into further deliberation, and upon careful consideration of matters found that the same were in every way in accordance with the true interest of the Noble Company, we resolved to adopt in their entirety all the aforementioned arrangements planned by the Commander Cassien and the Dispenser, and to convert the same into a resolution of our Council, wherefore also the instructions for the ships the Helena Louiza and the Meermin, adjusted according to this change, were handed over to the officers of those vessels, who will have to pursue their voyage with the greatest speed to their respective destinations, whilst the further care of the cargo being salvaged from the ship de drie Gebroeders has by us remained committed and entrusted to Resident Brand, alongside the Master Attendant Cornelisz, whom we then also most earnestly recommended and enjoined to employ all possible vigilance and good judgment in that regard, in order that through their zeal and good management everything may be contributed that could in any way serve to relieve the Company in bearing such a weighty loss; the same Resident and Master Attendant being required to render successively to us the requisite report of their proceedings, with a statement of the goods progressively salvaged, of which we shall give respectful and dutiful communication to Your Right Honourable Worships at every shipping opportunity, as well as of the result of the careful investigation which we, immediately after matters shall have been somewhat cleared from the present entanglement, shall cause to be conducted by the Fiscal Office into the contributing causes whereby the aforesaid misfortune befell the so frequently cited vessel de drie Gebroeders, in order that it may appear not only to Your Right Honourable Worships but also to the owners of that ship, whether and to what extent the ship's officers have made themselves guilty of negligence or dereliction of duty in this matter. We take the liberty of offering enclosed to Your Right Honourable Worships an authentic copy of a memorial presented to the undersigned Commander by the officer who commands the depot of the Regiment of Wurtemberg at this place, in the name of his chief, the Colonel-Commandant Deobald von Hugel, currently present in Ceylon, whereby the said Colonel von Hugel presents to us the necessity that the companies sent from Batavia to the said Government of Ceylon from the corps under his orders, which come to find themselves mostly undermanned due to the sickness and mortality that prevailed among them at the said capital, be brought back to full strength as soon as possible, with an urgent request that to that end, pursuant to the approval obtained from the Ceylon Government, the convalescents and recruits present at this place, instead of being dispatched onward to Batavia, might be sent thither; and since no objections against that request arose among us that ought to restrain us from deferring to the wish of Colonel von Hugel, we have also decided, upon an occurring shipping opportunity, to cause all the recovered men and recruits of the Regiment of Wurtemberg currently present here to be sent on to Ceylon, to be understood provided that no hindrance is thereby caused to the embarkation or transport of the Meuron recruits, who are arriving expressly for that Government, or that the ships become too heavily overloaded with people, and that meanwhile no contrary orders in this regard are received from the High Government of the Indies, to whom we have given the requisite notice of this our disposition at the first occurring opportunity. Among the multitude of papers of diverse contents, which from the

Dutch transcription

1734. uit de Meermin in de Helena Louiza en die voor de Plettenbergsbaai wederom uit de Castor in de Meermin wierden overgescheept, mitsgaders de Bodems zelve met het approprieeren der no„ „dige Schotten als anderzints ter reis„ vordering in gereedheid gebracht, maar dat ook als toen bereids gesau„ „veerd waaren geworsten de navol„ „gende goederen uit de lading van 't Schip de drie Gebroeders, als. 31 Baalen drooge Caneel 4 _„o natte d„o 12 _„ zo natte als drooge Foulij 12. soekels Toelij, zo not als droog 255 Baalen Nagulen; waarvan het grootste gedeelte nat. 2 Baalen Coffyboonen 61 vaaten Tammerinde 25 heele leggers wrak waar onder, een geheel leedig, en Casje met 39 Bouteilles Proef arak, 10 Baalen staartpeper zo nat als droog 8 soekels Nooten muscaten, waar uit een meenigte verlooren en nat 31 Baalen nooten Muscaten zo nat als droog 2 Cassen met Sago voor Nederland. N„o 18 en 30, nat 1 Cas met Perlamoenschulpen N„o 49„ 364 lb 2 Aams geconfijte Gember N„o 14„ 41 lb Netto 67 lb Sarres onbe„ schadigt „ 6„ 439 lb cetto 67 „ tarra 10 dan 1735. dan dat het echter onzee„ „ker blyvende, en hoe verre alle de hiervoren opgegee¬ „vene arrangementen van ƒ vrucht zouden kunnen weezen, om behalven de zoo even gespecificeerde articulen nog iets verder naamwaardige uit het schip te kunnen bergen, aangezien het water, in het zelve bereids dermaaten was ge„ „steegen, dat de geheele resteerende Laading kwam geinundeert te na dat wy alle te zijn, zij daarop het besluit hadde genoomen. na de verdere executie der beraamde Schikkingen en gestelde ordres aan den rezident Brand te hebben gedeman¬ „deert gelaaten, her„ waards te rug te keeren, en van het voorenstaande de zoo even beschree¬ „rene Communicatie aan ons te Suppedi„ „teeren. de 1 - - 1785. de voorschreeve arran„ gementen in nadere deliberatie hadden genoomen, en bij aandachtige overwee„ ging van zaaken bevon¬ „den dat dezelve alle„ „zints waaren strokende. met het waar belang der Edele Maatschappij, zo hebben wy beslooten alle de gemelde Door den Gezachhebber Cas„ „sien, en Dispencier beraamde schikkingen in haaren zamenhang over te neemen, en dezelve geconverteerd. in eene resolutie onzes raads, weshalven dan ook de Instructien voor de Scheepen de Helena Louiza en de Meermin naar deeze verandering ingericht, zyn inhandigd aan de overheeden dier bodems, dewelke ten spoe„ „digste naar derzelven respective bestemmingen zullen hebben te reisvon„ „deren, terwijl de verdere be„ „zorging der geborgen werden, „de lading van t schip de drie en Gebroeders 1757 Gebroeders door ons gedemandeert en opgedraagen is gebleeven, aan den resident Brand, nevens den Equi¬ „pagiemeester Cornelisz, dewelke wij dan ook ten serieuste gerecomman„ deert en aanbevoolen hebben, daar¬ „omtrent alle mogelyke vigilantie ƒ en goed overleg te gebruiken, op dat door hunne iver en goed beleid, alles mogen werden gecontri„ „bueerd wat maar eenigzints zal kunnen strekken om de Maatschappij in het torsschen van een zoo important verlies te kunnen soulageeren - zullende dezelve Rezident en Equipa¬ giemeester van hunne verrichtingen met opgaave der gaande weg geborgen wordende Goederen successivelyk aan ons het ver„ „eyscht verslag moeten doen. — waarvan wij Uwel Edele Hoog„ Agtb: by ieder scheepsgeleegend„ „heid eerbiedige en pligtschul„ „dige Communicatie zullen geeven: - zo wel als van den uitslag van het naauwkeu„ „rig onderzoek 't welk wij dadelyk, na dat de zaaken eenigzints uit de presente beslommering zullen weezen gereddert door 't officie Fiscaal 1138. Fiscaal zullen doen bewerk„ „stelligen na de aanleidende oorzaaken waardoor het voorschreeven ongeval den zo dikwils geciteerde Bodems de drie Gebroeders is overgekoomen, ten einde niet alleen aan UwelEdele Hoog Agtbaarens maar ook aan de Rheders van dat schip mooge blijken, of en in hoe verre de scheeps„ „overheeden zich aanne„ „gligentie of pligtverzuim in deezen hebben schuldig gemaakt. — Wij neemen de vrijheid UWel Edele Hoog Achtb ingeslooten aantebieden Copia au„ thenticq van eene Memorie, door den of„ ficier die het depot van het Regiment van Wurtemberg hier ter plaatze commandeert, in den naame van deszelfs chef den zich thans te Ceilon bevindende Colonel Com„ mandant Deobald von Hugel, aan den Ondergeteekende Gezachhebber gepresen„ teerd, waarbij gedachte Colonel von Hu„ gel ons de noodzakelijkheid voor oogen steld dat de van Batavia naar 't gemeld Gouverne„ ment van Ceilon gezondene Compagniën; uit het onder zijne ordres staande Corps dewel„ ke zich door de onder dezelve ter gemelde Hoofdplaatze geheerscht hebbende ziek„ tens en sterfte, meest onvoltallig koomen Wij te 1139. te bevinden, ten spoedigste moogelyk wederom worden Gecompleteerd, met in „stantig verzoek, dat ten dien einde, in„ gevolge de bekoomene agreatie van het Ceilons Gouvernement, de ter deezer plaat„ ze aanweezende Gereconvalesceerdens en recruten, in steede van naar Batavia te worden voortgeschikt; derwaards mog„ ten worden gezonden; en nadien bij ons geene bedenkingen teegens dat verzoek zijn opgekoomen, die ons be„ hoorden te wederhouden aan de begeerte van den Colonel von Hughel te defe„ reeren, hebben wij dan ook beslooten bij voorkoomende scheepsgeleegendheid, alle de zich thans hier bevindende herstelde manschappen en recruiten van het regiment van Wurtemberg; naar Ceilon te doen voortzenden, wel te verstaan in zoo verre hierdoor geene verhindering in het embarque„ ment ofte transport der Meuronse recruten, dewelke expresselijk voor dat Gouvernement uitkoomen te weege zal gebragt, of de scheepen te zeer met Volk overlaaden zullen worden, en dat ook intusschen hier omtrent geene strijdige ordres worden ontfangen van de Hooge Indiasche regeering, aan wien wij van deeze onze dispositie bij eerst voorgekoo„ mene geleegendheid de verschuldigde kennisse hebben gegeeven. Onder de meenigte Papieren van onderscheidene contenues, welke naar van het

NL-HaNA_1.04.02_4352_0308 view scan ↗

English

since the departure of the Governor van de Graaff, as well as the decease of the Secretary van Aerssen and the repatriation of his deputy Carel Mappa, have successively come to light at the secretariat, and upon which, although many of them merited the highest attention, no disposition has ever been taken, there has also recently been found a certain writing of the Independent Fiscal van Lynden, drawn up, as it were, to serve in compliance with the order of Your Noble High Mightinesses contained in your most venerated secret missive of 2 October 1790, providing that each of the members of our assembly, individually, head for head, should within the period of three months at the latest transmit to Your Noble High Mightinesses all such considerations and reports, informations and elucidations as were required by the same missive; which document, upon investigation, was found to have been noted by the aforementioned Deputy Secretary Mappa as having been tabled during the short minutes held in council on 10 May of last year, yet nevertheless, upon the extension of the resolution subsequently formed in his own hand by the same Deputy Secretary from those minutes, was not included or dealt with; from which circumstance the suspicion must naturally have arisen in our minds that the said writing was withheld from disposition and merely filed away at the secretariat with the sinister aim of keeping Your Noble High Mightinesses ignorant of its singular contents for a very long time, just as that aim was indeed fully achieved by the aforesaid management, considering that the same document has not been sent up to this very day, whereas it would nevertheless have been of the utmost importance that Your Noble High Mightinesses had become acquainted with it as soon as possible, not so much on account of its important contents (as the answers to the points and passages which were of principal concern to Your Noble High Mightinesses were indeed deliberately evaded therein) as because from the confrontation of this writing with the very ample memorial exhibited in council by the said Fiscal van Lijnden on 28 June of the year 1790 regarding the matter of customs, and subsequently sent to Your Noble High Mightinesses only on the of that year, it would have been evident how palpably self-interest preponderated with the repeatedly mentioned independent fiscal over the interest of his paymasters; for in the just-mentioned memorial, when it was a matter of safeguarding his own revenues, he, the independent fiscal, was able to display a local knowledge which one would scarcely have dared to presume in the most experienced and oldest inhabitants of this country, and upon it to construct a chain of redress measures for the Company's financial affairs, which, however chimerical and utterly unfeasible in reality, then nevertheless presented themselves to his resourceful mind as very possible and easy to introduce, to such an extent that he, Independent Fiscal van Lynden, dared to propose these same measures to Your Noble High Mightinesses as the only most suitable ones; whereas now, when it merely came down to indicating and pointing out to the Noble Company, in its present oppressive circumstances, some more appropriate resources for the restoration of its ruined affairs, the lack of local knowledge and precisely the fear of opposition on the part of the inhabitants, which would have to result in nothing less than the loss of the entire colony, served him, Independent Fiscal van Lynden, as a pretext to evade the desire of his lords and masters, and to set before Your Noble High Mightinesses with very energetic expressions the impossibility of introducing any new taxes or imposts here for their benefit, on account of the aforesaid apparent resistance on the part of the inhabitants; we therefore, for all the reasons described above, take the liberty of presenting to Your Noble High Mightinesses the said writing of Fiscal van Lijnden herewith in authentic copy, with the urgent prayer that Your Noble High Mightinesses may be pleased to turn your highest attention for a moment upon the same, in order to be able, through the confrontation of this piece with the writing which was sent to Your Noble High Mightinesses on behalf of the repeatedly mentioned fiscal on 1790, to form a well-founded idea of the man's true character, and at the same time to be convinced of the unexampled ease with which he was able to pass from one extreme to the other, according to whether he was personally involved in the matters at hand, or had any self-interest to promote. Pursuant to the orders of Your Noble High Mightinesses, contained in your missive under date of 11 December 1795 written to the High Indian Government, and communicated by the same government to this administration in a circular for strict observance, not to purchase any new supply of provisions before the remaining stocks should be consumed, we found ourselves compelled in the month of December of last year, and thus in the very height of summer, to have Cape meat salted down, since the supply that had been on hand of that commodity was only just then almost completely exhausted, without anything whatsoever having been brought in response to the requisitions made for Dutch meat, upon whose complete fulfillment we still thought we could count at that time; which has had the consequence that of the meat thus salted down, which in the month of January

Dutch transcription

1140. t het depart van den Heere Gouverneur van de Graaff, mitsgaders het overlijden van den secretaris van Aerssen en het repatrieeren van deszelfs Adjunct Carel Mappa, successivelijk ter secre„ tarijs te voorschijn zijn gekoomen, en waarop schoon veele derzelve de hoog„ ste attentie, meriteerden nimmer eeni„ ge dispositie is gevallen, nu ook on„ langs zynde gevonden geworden zeeker schrifticier van den Independent fes„ caal van Lynden, ingericht, als het waare, om te strekken ter voldoening aan den last van UwelEdele hoog Achtb, vervat bij hoogst derzelver gevenereerde secreete missive van den 2 October 1790, behelzende dat ieder der Leeden van onze Ver„ gadering, hoofd voor hoofd, uitterlijk binnen den tijd van drie maanden aan UwelEdele Hoog Achtb zoude hebben te doen toekoomen, alle zo„ danige consideratien en berichten, informatiën en elucidatien, als bij dezelve missive zijn gerequireerd ge„ worden; welk stuk bij naspeuring is bevonden wel onder de korte No„ tuilen op den 10 Mei des voorleeden Iaars in raade is gehouden, door den voormelden Adjunct Secretaris Mappa, als gediend te hebben aangeteekend, dog egter bij de extensie van het besluijt door denzelven Adjunct Se„ cretaris vervolgens eigenhandig uit dat de 1141. de gedagte Notulen geformeerd, niet opgenoomen ofte verhandelt gewor¬ den te zijn; uit welke byzonderheid by ons natuurlijk heeft moeten worden gebooren het soupcon, dat het zelve schriftuur buijten dispositie gehou„ den en maar ter secretarij geseponeerd geworden zal zijn, met het sinistre oog„ merk om uwel Edele Hoog Achtb:s van dies singuliere inhoud voor een zeer lange tijd ignorant te laaten, ge„ lijk door de voorsz: directie dat bit ook werkelyk ten volle is bereikt, gemerkt het zelve stuk tot op den dag van heeden niet is verzonden ge¬ worden, daar het egter van het uit„ terste aanbelang zoude zijn geweest dat Uwel Edele Hoog Achtb hoe eer zoo liever waare bekend geworden, niet zoo zeer weegens den belang„ ryken inhoude, /:als zynde daar bij wel opzettelik gecludeert de beant„ woording der poincten en passages waarom het UdelEdele Hoog Achtb: ten principaale is te doen geweest:/ als wel om dat uit de confrantatie van dit schriftuur, teegens de zeer ampele memorie door den gemelde Fiscaal van Lijnden op den 28ste Junij des Jaars 1790 ter zaake der douane in raade geexhibeerd en vervolgens eerst op den van dat Jaar aan UWelEdele dat hoog 1142. Achtb toegezonden evidentelijk zoude zijn gebleeken, hoe hand„ tastelijk het eigenbelang bij meer„ gedagte independent fiscaal heeft geprepondereerd voor het Intrest zyner betaalsheeren, daar hij in„ dependent Fiscaal bij evengemel„ de memorie, wanneer het te doen was om zijne eigene revenues te sauveeren, eene locaale kennis heeft weeten ten toon te sprijden, welke men naauwlijk in de meest geex„ perimenteerde en oudste Ingeree„ tenen deezes Lands zoude hebben durven veronderstellen en op dezelve een schakel van redres„ middelen voor sComp:s Finantie„ „weezen te bouwen, die hoe harssen„ schimmig en volstrekt en in voerlyk in der daad ook zig als toen echter aan zyn Ed vindingrijken geest zeer mogelijk en faciel te introduceeren, daene, hebben voorgedangen, in zoo verre dat hij independent Fiscaal van Lynden dezelve middelen aan Uwel Edele Hoog Achtb: als de eenigste geschikste heeft durven voor„ stellen, terwijl nu daar het alleen aankwam om aan de Edele Maatschappij in haare presente drukkende Omstandigheeden eeni„ ge meerder gepaste ressources ter herstelling haarer vervalle„ ne zaaken te indiqueeren en weezene aantewijzen 1143. aantewijzen, het gebrek aan plaatzelyke kennis Just en de vreeze van eene teegen¬ kanting van de zyde der Ingezeetenen die niet minder als het verlies van de gantsche Colonie ten gevolge zoude moe„ ten hebben, hem independent fiscaal van Lynden ten voorwendzel verstrekt heeft, om zig aan de begeerte zyner Heeren en Meesteren te onttrekken, en UwdelEdele Hoog Achtb met zeer energicque expressien de onmogelijk„ heid voor oogen te houden, om wegens de voorsz: apparente resistentie van de zijde der Ingezeetenen eenige nieuwe belastingen ofte impositiën ten haare behoeve alhier te kunnen introducee„ ren; zo neemen wij om alle de voorschreevene reedenen de vrijheid Uwel„ Edele Hoog Achtb: het gemeld schrif„ tuur des Fiscaals van Lijnden nee te vens deeze in Copia authenticq aan„ te bieden, met instantige beede dat UWelEdele Hoog Achtb: hoogstder. zelver attentie voor een ogenblick gelieven op het zelve te vestigen, ten zinde zich door de confrontatie van dit stuk tee„ gens het schriftuur het welk aan UdelEdele Hoog Achtb: van wegens meermelde fiscaal op den 1790 is toegezonden een gegrond idee van 's Maris weezendlyk Carac¬ ter te kunnen formeeren, en te ge„ lyker tijd overtuigd te kunnen wor„ den van de onvoorbeeldelijke voors zchreevene faaliteit 1144. faciliteit, waar meede hij van de eene extremiteit tot de andere heeft kunnen overgaan, naar gelange in de voorkoomende zaaken personeel gecomprehendeert geweest is, ofte eenig eigenbelang te behartigen heeft gehad. Ingevolge uwer Wel Edele Hoog Achtb ordres, vervat bij hoogst derzel„ ver Missive sub dato 11 Decembr. 1795. aan de Hooge Indiasche Regeering geschreeven en door dezelve Regee¬ ring dit Gouvernement ter stipte. observance circulair meede gedeelt, omme geene nieuwe voorraad van Provisiën in te koopen voor dat de restanten zoude weezen verbruijkt, hebben wij ons genoodzaakt gevon¬ den in de maand December des voorleeden Jaars en dus in het heelste van den Zomer Kaapsvleesch te moeten doen zouten, alzoo den voorraad welke men van dat Ar„ ticul aanhanden hadde gehad, Juist toen eerst genoegzaam ten eenemaale was opgeraakt, zonder dat op de gedaane eisschen van Vaderlands vleesch op welkers Com„ pleete voldoening wij in dien tijd nog meenden te moogen calculeeren iets hoegenaamd was aangebracht, het welk ten gevolge heeft gehad dat Een dat van het alzoo ingezouten vleesch het welk in de maand hebben Januarij

NL-HaNA_1.04.02_4352_0313 view scan ↗

English

January was supplied to the ship De Mentor, was sent back prior to that ship's departure by Captain van Rhijn as unusable, and upon examination it was found that the same was utterly stinking and spoiled, wherefore we, at the request of the undersigned Dispenser, were also compelled to have the same barrel of spoiled meat of 440 lb to the amount of rd.s 22 and 44 st:s written off in the books; yet at the same time we have taken occasion from this instance respectfully to place before the eyes of Your Noble and Right Honourable Excellencies the inconveniences to which the aforesaid order—not to lay in any new stock before the remainders shall have been consumed—is subject, especially with regard to the salted meat and bacon, it being almost beyond doubt certain that all the meat which one shall subsequently be compelled to salt in the summer will, in the same manner despite all precautions to be taken, turn to rot before it can even have been issued, let alone consumed, like the one presently in question; from which it must ensue either that the ships, leaving here ostensibly well provisioned, would during the voyage suffer an actual shortage of this article, or that the commanders of those vessels, inspecting the barrels before their departure out of precaution and finding the meat unusable, would, like the aforementioned Captain van Rhijn, send the same back to the storehouse to the considerable disadvantage and damage of the Honourable Company; and for all the aforesaid reasons we most humbly request Your Noble and Right Honourable Excellencies to have the goodness to make such an alteration and change in your aforesaid highly respected orders that when, in the months of June or July, the requisitions of meat and bacon made from the Fatherland shall not have been brought here, one may then at least at the most suitable time for salting meat have prepared and stored at once a sufficient stock of this article, calculated according to the presumptive disbursements which it is thought will have to be made; or that Your Noble and Right Honourable Excellencies, considering that experience of all times has taught that salted meat and bacon from the Fatherland surpasses that of the Cape infinitely in duration and quality, might rather have the goodness henceforth to allow the aforesaid demands for bacon and meat made from Patria for this Government to be fulfilled in their entirety. Having in our most recent respectful letter made an ample report to Your Noble and Right Honourable Excellencies of what had occurred in this Government regarding the investigation into the complaints lodged at Batavia by some pepinieres against Major de Sandolroy, we consider ourselves obliged hereby respectfully to inform Your Noble and Right Honourable Excellencies that the undersigned Colonel Gordon, who, along with the other members of our council, was requested to proceed to the council chamber in order to summarize and sign the said missive, but through absence was not present at that summary and signing, on the 21 of the recently elapsed month of May at three o'clock in the afternoon delivered the note accompanying this in authentic copy, drawn up in the form of a protest against our resolution of 17 April last taken with regard to the accounting of the adjunct fiscal Truter concerning his conduct in the aforesaid investigation, to the First Sworn Clerk Goetz, who handed the same over that very evening to Secretary Bergh, and the latter in turn to the undersigned Commander, by whom the said note was submitted at our meeting of 22 May last; but since it was no longer possible to send the said note, in accordance with the desire expressed therein by Colonel Gordon, together with all the other documents pertaining to the matter of the said Major de Sandolroy, given that the packet boats De Ster and De Snelheid, with the report made on this matter, had already departed on the 15 of the aforesaid month of May, we have, since the final decision on the disputes that have arisen over the aforesaid matter, as well as the further manner in which the provisionally suspended investigation will further need to be pursued, has been referred to the upcoming arrival of the Right Noble Lords Commissioners General, to whose judgment and ruling we shall submit all this in all deference, caused the said note, the contents of which we have regarded as communicated, to be inserted in our resolutions of 22 May, and further decided respectfully to supply the same in authentic copy both to Your Noble and Right Honourable Excellencies and to the Supreme Indian Government, as the same is indeed, as has already been stated hereinbefore, offered alongside this to Your Noble and Right Honourable Excellencies by this present first available opportunity. After this had been prepared thus far, we received news from Simons Bay that on the 11 of this month the Company's ship Catharina Johanna arrived there, having departed from Batavia on 26 March with 55 souls, of which number during the voyage 9 men, among whom was Captain N: Meijer, have passed away, and 15 disabled men were brought here. Upon the arrival of the vessel just mentioned, Captain Lieutenant Andries Eksteen, who upon the death of Captain Meijer succeeded him in command, reported that on the 8 of this month, on the reef, he had seen some planks drifting which appeared to be partitions of a ship's cabin.

Dutch transcription

1745. Januarij aan het Schip de Mentor is verstrekt geworden, door den Capi„ tijn van Rhijn voor de afreize van dat Schip als onbruykbaar is te rug gezonden, en bij examinatie bevonden dat het zelve ten eenemaa„ le stinkende en bedorven was, wes¬ halven wij dan ook op verzoek van den Ondergeteekende Dispencier genoodzaakt zynd geweest, het zelve vat met stinkend geworden Vleesch van 440 lb ten bedraage van rd. s 22 en 44 st:s bij de boeken te laaten afschrijven; dog teffens uit dit geval aanleiding genoomen, om aan Uwel„ Edele Hoog Achtb: eerbiediglyk voor oogen te houden de in convenienten„ waaraan de voorsz: Ordre, om geene nieuwe voorraad op te doen voor dat de restanten verorberd zul„ len zijn, vooral met betrekking tot het gezouten vleesch en spek Onderheevig komt te weezen, als zynde het schier ontwyffelbaar zeeker„ dat al het vleesch het welk men in het vervolg verder genoodzaakt. zal zijn in den zomer te moeten in„ zouten, inzelver voege teegen alle te gebruykene praecautiën aan, tot tot verrotting zal koomen overteslaan voor dat het zelve nog versterkt, laatstaan verconsumeerd zal heb¬ ben kunnen worden, Als het thans in questie zijnde, waaruit zoude waaraan moeten 1146. moeten voortspruyten of dat de scheepen in schijn wel geproviandeert van hier vertrekkende, geduurende de reize reëel gebrek aan dit Articul zoude hebben, of dat de Overheeden dier Kielen uit voorzorge de vaaten voor hun vertrek visiteerende, en het Vleesch on„ bruijkbaar bevindende, het zelve als voormelde Capitein van Rhijn tot aanmerkelijk nadeel en schaade der E Comp: e in het dispens zoude te rug zenden, en verzoeken Uwel„ Edele Hoog onderdanigelyk om alle de voorzeide reedenen de goed„ heid te willen hebben in welder„ zelver voorschreeve zeer gerespecteer„ de beveelen die alteratie en veran„ „dering te willen maaken, dat men wanneer in de maanden van Junij of Iulij de gedaane petitien van Vleesch en spek uit het Vaderland gedaan alhier niet zullen weezen aangebracht, als dan ten minste op den bestgeschiksten tijd tot het zouten van vleesch een genoegzaame voorraad van dit Artickuel gecalculeerd na de presumptive verstrekkingen welke men zal vermeenen te doen te zullen hebben, in eens te moogen laa„ ten in gereedheid brengen en opleggen of dat UEdel Edele Hoog Achtb uit aanmerking dat de onder„ vinding doch van alle tijden heeft geleerd, dat 't vaderlandsch dering gezouten E 1147 gezouten vleesch en spek het kaap„ se oneindig in duur en deugdzaam heid surpasseerd, liever van die goedheid gelieven te zijn, de voorsz: Eisschen van Spek en Vleesch, welke uit Patria voor dit Gou„ vernement worden gedaan, voor¬ thaan in hun geheel te laaten voldoen. Bij ons jJongste eerbiedige Lette¬ ren aan UdelEdele Hoog Achtb een ampel verslag gedaan hebbende van het geen ten deeze Gouvernemen„ „te was voorgevallen omtrent het on„ derzoek der klagten door eenige Pe„ pinieres te Batavia teegens de Majoor de Landobroij ingebragt, agten wij ons verpligt UWel Edele Hoog Achtb: bij deezen eerbiedig te be„ „deelen, dat den ondergeteekende Co„ lonel Gordon, dewelke neevens de an¬ deze Leeden onzes raads was verzogt, zig ter raadzaale te begeeven, omme de gemelde Missive te resumeeren en te teekenen, dog door absentie bij die resumptie en teekening niet heeft geadsisteerd, op den 21 der jongstverloopene maand Mei des namiddags drie Uuren de deeze in Copia authenticq verzellende Nota„ ingeregt bij forma van Protest, teegens ons besluijt van den 17 April Iongstleeden genoomen met be„ trekking tot de verantwoording agten van 1115 van den adjunct fiscaal Fruter noopens deszelfs gehouden gedrag in voorsz: onderzoek heeft inhandigt aan den Eerste gezwoore Clercq Goetz, dewelke dezelve nog dien eigenste avond heeft overgegeeven aan den Secretaris Bergh en deeze weder„ om aan den ondergeteekende Gezach„ hebber, door wien dezelve Nota ter onzer Vergadering van den 22 Mei Iongstleeden is overgelegt geworden; dan nadien er geene moogelijkheid meer kwam te zijn om de gemelde Nota ingevolge de daar bij gemani„ festeerde begeerte vanden Colonel Gordon te zaamen met alle de andere tot de zaak van gedagte Majoor de Sandolroij Specteerende stukken te kunnen verzenden, aan„ gezien de Pacquetboots de star en de snelheid, met het over deeze zaak gedaane verslag, reeds op den 15: der meerm: maand Mei waaren vertrok„ „ken, zoo hebben wij aangezien dog de finaale decisie der over voorsz: materie gereezene differenten, gelyk ook den verderen wyze, hoedanig het provisioneel gestaakt onderzoek ver„ der zal dienen te worden voortge¬ zet, geremitteerd is geworden tot de aanstaande komste der Hoog Edele Heeren Commissarissen Generaal, aan wiens oordeel en uitspraak wij 't een en ander in allen eerbied Majoor zullen 1729. zullen onderwerpen, dezelve Nota waarvan den inhoud voor gecommii¬ niceerd hebben gehouden, bij onze resolutien van den 22 Mei doen in„ serreeren en voorts beslooten de„ zelve in Copia authenticq zoo aan UdelEdele Hoog Achtb:, als aan de Hooge Indiasche regeering eer„ biedig te suppediteeren zo als dezelve dan ook gelijk hier voorens bereids is gezegt bij deeze presente eerste aan handen gekoomen geleegendheid neevens deeze UwelEdele Hoog Achtb: word aangebooden na dat deeze tot dus verre in gereedheid was gebragt ontfangen wij tijding uit de simonsbaar dat op den den 11 deezer aldaar is g'arriveerd sComp:s Schip de Catharina Iohan„ na zynde den 26 Maart met 55 Koppen van Batavia vertrokken, van welk getal geduurende de reize 9 Man waaronder den Capit:n N: Meijer zig heeft bevonden, zyn koomen te overlyden en 15 man impotent alhier aangebragt, Bij aankomst van even gemelde Bodem, heeft den Capitain Lieutenant Andries Eksteen welke bij het overlij„ den van den Capitn Meijer hem in 't Gezach heeft opgevolgt, gerapporteerd, dat hij op den 8 deezer, op het rif eenige Planken had zien dryven dewelke Scheenen Schotten van scheepscajugts

NL-HaNA_1.04.02_4352_0318 view scan ↗

English

to be ship cabins or Captains' quarters, which thus sufficiently indicates that some misfortune has befallen one ship or another, against which we nevertheless hope that Providence will have protected both vessels of the Honourable Company, Barbestein and the Gouverneur Falck; and although they had already departed from Batavia before the ships De Drie Gebroeders and the Catharina Johanna, we nonetheless flatter ourselves that they will arrive at this remote corner within a few days, or else, in compliance with the orders of the High Indian Government, will have set their course directly, directly for the Fatherland. By the Genoese ship Le Gentil, commanded by Captain Nicolaas Winasch, which arrived in the roads of Simons Bay on the 12th of this month and had sailed from Bengal on 29 February last, we have learned here from public newspapers that on 22 February peace was concluded between Tippoo Saib and Lord Cornwallis, after he was defeated and closely besieged in his fort and fired upon with red-hot cannonballs, and thereby forced to beg for peace, which was granted to him on condition that he cede half of his States to the four allies of the English and give an immense sum of money both to them and to the English Company, as well as deliver his two youngest sons as hostages to the English; and that Tippoo Saib having complied with these conditions, the war was thereby ended. We deemed it our duty not to fail to inform Your Right Honourable Worships at this very first opportunity of an event which not only must have brought about a complete revolution of affairs in the greater part of India, but will also not fail to have much influence on the political system of various courts in Europe, and especially on the interests of the various commercial bodies located in that part of the world. Mr. Zeegers, commanding the bringer of this, the Country's Brig of War De Vlieg, having requested us to be assisted with one carpenter and seven experienced sailors, we intended to assign the aforesaid required persons to the said Zeegers; but since no volunteers were willing to engage for this, and we were thus placed under the necessity of ordering the crewmen requested for this purpose, we have resolved to have the formal pay accounts of the persons placed on the aforesaid vessel handed over to the said Mr. Zeegers, and have respectfully left the regulation of the bounty to which these persons are entitled deferred; of which resolution we have respectfully given notice, with the transmission of the pay memoranda, to the Right Honourable and Respected Gentlemen Directors at the Amsterdam Chamber. The frequently mentioned Mr. Zeegers having furthermore requested us that his Country's vessel be provided with the necessary refreshments and provisions, we have complied with that request in accordance with the orders of Your Right Honourable Worships; however, since the supplies provided could not yet be entered at the Trade Office by the Resident Brand so as to prepare the account thereafter, and since Mr. Zeegers has set his departure for tomorrow or the day after tomorrow, we shall, if the said accounts are received back from False Bay in time properly signed by Mr. Zeegers, still supply them to Your Right Honourable Worships by this ship's opportunity, and if not, then send them with the ship Catharina Johanna present in False Bay. We commend Your Right Honourable Worships and the interests of the Noble Company to God's safe keeping, and call ourselves with all possible respect, Right Honourable, Firm, Highly Esteemed, Highly Wise, Prudent, Most Generous, and High-Commanding Gentlemen, In the Castle of Good Hope, the 13th of June 1792. Your Right Honourable Worships' very humble, faithful, and obedient servants, J. V. Le Sueur Chenius No 1 Patria To the Right Honourable Gentlemen Directors of the General Dutch Chartered East India Company at the Chamber of Amsterdam. Per the Country's Brig of War De Vlieg. Right Honourable, Firm, Highly Esteemed, Highly Wise, Prudent, Most Generous, and High-Commanding Gentlemen. With respectful reference to our latest letter of 14 May last, we let this serve to communicate respectfully to Your Right Honourable Worships the safe arrival in False Bay of the outward-bound ships for Your Right Honourable Chamber, namely: On the 27th of May, Gouda, without dead or sick; On the 31st, De Unie, with 16 dead and 40 sick; On the 31st, Buitenverwachting, with 17 dead and 80 sick; On the 31st, the Helena Louisa, without dead or sick. The first-mentioned of these vessels being laden with freight goods for this Government, we have taken the necessary measures regarding its unloading, while regarding the last-mentioned, we find ourselves in the unpleasant necessity of bringing to the notice of Your Right Honourable Worships that we shall dutifully follow the revered orders which the High Noble Commissioners-General, who are still expected daily, will be pleased to give us; and in the meantime respectfully inform Your Right Honourable Worships that the ship Buiten Verwachting was mustered on the 9th of this month and the Unie yesterday, and thus both lie in readiness to pursue their destination to China with the first favourable wind.

Dutch transcription

150. scheepscaputs of Capiteins kaamers te zijn, het welk dus genoegzaam aan duijt dat het een of ander Schip een Ongeluk is overgekoomen, waarvoor wij echter hoopen dat de voorzie„ nigheid zal hebben beveiligd de beide bodems der E Comp:e Bar„ bestein en de Gouverneur Falck, en Schoon dezelve bereids voor de Scheepen de drie Gebroeders en de Catharina Johanna van Ba„ tavia waaren vertrokken, vleiën wij ons egter dat dezelve nog bin¬ nen weinig daagen aan deezen uit¬ hoek zullen aanlanden, dan wel in opvolging der beveelen van de Hooge Indiasche Regeering de steeven direct, aan direct naar Patria zullen hebben geset Per het op den 12 deezer ter rheede van Simonsbaar gearriveerd Genueesch schip Le Gentil gevoerd door den Capitain Nicolaas Winasch, het welk den 29 Februarij Jongstleeden van Bengalen was gezeild, hebben wij al¬ hier uit Publicque nieuws papieren vernoomen, dat op den 22 februarij de vreede was geslooten tusschen Tippoo Saib en Lord Cornwallis, na dat hij geslaagen en in zijn zort digt beleegerd en met gloeiende koogels beschooten was geworden, en daar door genood„ zaakt om de vreede te bidden, dewel„ ke hem is vergunt onder voorwaarden dat hij de helft van zijne Staaten 1757. aan de vier geallieerden der Engelsen afstaan en zoo aan dezelve als aan de Engelse Compagnie eene onnoemlijke somma gelds geeven, mitsgaders dat hij zijne twee Jongste zoons tot Ostagien aan de Engelsen zoude overgeeven, en dat Tippo Saib aan deeze voorwaar„ dens voldaan hebbende daar door den oorlog was geindigt. - Wij hebben vermeent niet afte moogen zyn UW el„ Edele Hoog Achtb: bij deeze allereerst voorkoomende geleegendheid kennis te geeven, van eene gebeurtenisse, die niet alleen in het grootste gedeelte van Indien eene geheele omwenteling van zaaken moet hebben te weege gebragt, maar ook niet zal manqueeren veel influentie te maaken op het Politieg Sijstema van verscheidene hooven in Europa, en vooral op de belangens van de onderscheidene handeldryvende Lichaamen welke zich in dat warela¬ deel bevinden.— De Heere Zeegers Commandeerende brenger deezer 's Landsbrik van Oor„ log de Vlieg, aan ons verzocht heb„ bende te moogen worden geadsisteerd met Een Timmerman en zeeven be„ „vaaren Mattroosen, zo hebben wij de voorsz: gerequireerde Perzoonen aan denzelven Deeze Zeegers te doen bij¬ zetten; dan nadien zich daar toe geene vrijwilligers hebben willen engageeren en wij dus in de noodzakelykheid influentie zijne 1762. zijn gesteld geweest de daartoe gevraagde Manschappen te Ordonneeren, zo heb„ ben wij beslooten de formeele soldij ree„ keningen der Perzoonen, welke op voorsz: Kieltje zyn geplaats aan den gem: Heere Zeegers te doen inhandigen en de reguleering der premie, welke dezelve Perzoonen is competeerende, eerbiedig gedefereerd gelaaten; van welk besluyt, wij onder overzending der soldij„ memorien eerbiedig kennis hebben gegeeven aan de WelEdele Groot Achtb: Heeren Bewindhebberen ten kamer Amsterdam Meerm: Heere Zeegers ons al verder verzogt hebbende ten behoeve van zijnen onderhebbende s' Lands Bodem Scheeps geleegendheid Bodem van de benoodigde verversingen en provisiën te worden voorzien, zo hebben wij aan dat verzoek, in. gevolge Uder WdelEd: Hoog Achtb: beveelen gedefereerd, doch vermits de gedaane verstrekkingen door den resident Brand nog niet ten Nego„ tie Comptoire hebben kunnen worden opgebragt, om daar na de rekening te vervaardigen, en dat de Heere Zeegers zyn Ed vertrek op morgen of overmorgen heeft bepaald, zul„ len wy wanneer de gemelde reeke„ ningen tijdig genoeg door den Heere Zeegers geteekend uit Baai fals te rug mogten worden ontfan„ gen dezelve als nog bij deeze 1153. In't Casteel de Goede Hoop den 13 Iunij 1792 scheepsgeleegendheid aan Uwel Edele Hoog Achtb suppediteeren en zoo niet als dan dezelve verzenden met het in Baaif als aanweezend Schip de Catharina Johanna Wij beveelen udel Edele Hoog Achtb: en de belangens der Edele Maatschappij in de veilige hoede Godes en noemen ons met alle mogelijke Eerbied WelEdele Erntfeste. Hoog Achtb: hoog wijze, voorzienige, zeer Genereuse en Hoog Gebiedende Heeren eede van duets hoorn- eGer J: V: Se Sueur Chenius moedige getrouwe en Gehoorz: Dienaaren UWer Wel Edele Hoog Achtb:r zeer oot„ ems Zware C No 1 1154. Satria Aan de WelEdele Heeren Bewindhebberen van de Generaale Nederlandsche g'octroyeerde Oostindise Compagnie ten Kamer P s Lands Daik van Oorlog De Vlieg Amsterdam WelEdele, Erntfeste„ Grootagtb, welwijze voorzienige en zeer Genereuse Heeren Gebiedende Heeren. Onder eerbiedige referte aan onze Jongste Letteren vanden 14:e Mei jongstleeden, laaten wij E deeze 1155 deeze dienen om Uwel Edele Groot Agtb„ eerbiedig te Communiceeren de behouden aankomst in Baaij„ „fals van de voor UWelEdele Groot Achtb„ Kamer uitkomende schee„ „pen, als zonder dooden of zieken Op den 27:e Mei, Gouda „ 31:e _„ de Unie met 16 _o en 40 _ „ 31:' _o Buitenverwachting, 17 _ „ 80 — „ 31 _o de Helena Lourza zonder „ of a Eerstgemelde deezer Bodems voor dit Gouvernement met vracht goederen belaaden zynde, hebben wij omtrent dies ontlossing de nodige maatregulen genoomen, terwijl wy omtrent laatstgemelde Wy vinden ons in de onaange¬ „naame noodzakelykheid ter kennisse van UwelEdele Groot Agtb„ te de gevenereerde ordres welke de nog dagelyks verwacht wordende Hoog Edele Heeren Commissarissen Gene„ „raal ons zullen gelieven te geeven, pligtschuldig zullen opvolgen, en intusschen UwelEdele Groot agtb„ eerbiedig bedeelen dat het schip Buiten Verwachting op den 9 deezer en de Unie op gisteren zyn gemon„ „sterd geworden en dus beide in ge„ „reedheid leggen om met de eerste voor„ „deelige wind hunne destinatie te vervolgen naar China. de brengen „ „

NL-HaNA_1.04.02_4352_0324 view scan ↗

English

bring, that we have learned to our particular grief, from two separate letters from the resident of False Bay, Christoffel Brandt, written to us under the date of the 2nd of this month in the afternoon and late in the evening, that the ship De Drie Gebroeders, chartered by the Honorable Company, which had sailed from Batavia on the 27th of February of this year, but had lost its rudder on the 11th of the just-passed month of May in a most violent storm, in which among other things the bowsprit of that keel also happened to break, and on that account had found itself forced since then to steer with two heavy cables and a topmast, after having come to anchor in the night between the 1st and 2nd of this month near the Honorable Company's garden situated in the said False Bay, not only had the misfortune, after assistance had already arrived with sloops and men upon the distress shots that were fired, to strike upon the Roman Rock while being towed up to the ordinary anchorage at the roadstead of Simons Bay, but also that the very same ship, in order if possible still to be able to salvage something of the valuable cargo, had to be run ashore against the beach immediately after this accident, since the water in a short time progressively rose in the hold, first from 3 to 6 and subsequently from 8 to 14 feet, without which precaution that keel would inevitably have had to perish. Immediately upon the receipt of this sad news, the first undersigned dispatched to False Bay the master of naval stores, the master shipwright, and the ordinary commissioners, together with and alongside as many people as could be gathered together, in order to be at hand and offer the necessary assistance both with the discharging of the said vessel and in all other cases. The undersigned Commander subsequently, accompanied by the also-undersigned Cashier and Dispenser, went in person to False Bay on the 3rd of this month, in order to issue the necessary orders and make arrangements both concerning the salvaging of the cargo and its treatment and storage, and remained occupied therewith both at the place where the ship is stranded and in False Bay until the 6th of this month, when upon their departure from there, notwithstanding all efforts and vigilance expended, no more was salvaged from the frequently mentioned unhappy vessel than: 31 bales of dry cinnamon 4 ditto wet ditto 12 ditto both wet and dry mace 12 suckels of mace, both wet and dry 255 bales of cloves, the largest part of which is wet 10 ditto tail pepper, both wet and dry 8 suckels of nutmegs, from which a quantity was lost and wet 31 bales of nutmegs, both wet and dry 2 boxes with sago, wet 1 box with mother-of-pearl shells 2 aams of candied ginger 2 bales of coffee beans 61 barrels of tamarind 25 full leagers of arrack, of which one completely empty, and 1 small box with 39 bottles of sample arrack of all which goods they have had the dry and undamaged ones transferred into the ship Castor, while those that had become wet were transported ashore, in order to be dried, or washed and further properly treated according to their nature and the damage received. We shall not fail to continue to do everything in our power to save the cargo of the frequently mentioned unfortunate ship De Drie Gebroeders as well as possible, yet we dare not flatter ourselves to succeed therein according to our sincere wish, as upon the departure of the aforementioned signatories the water had already risen to such an extent in the ship that the entire remaining cargo came to be submerged, and everything that was also subsequently discharged came to be entirely soaked through. We commend Your Right Honorable Worships and the precious interests of the Honorable Company to the protection of God and call ourselves with all due respect, Right Honorable, Stern, Highly Respected, Most Wise, Provident, Very Generous and Commanding Lords, Your Right Honorable Worships' very humble and obedient servants, J. F. T. Suiur E. G. Gdewel Reede van Oudtshoorn de Vlieg Henius In the Castle of Good Hope, the 13th of June 1792. [illegible] Per the State's brig of war Secret Highly Commanding Lords, We take the liberty of letting this serve separately to bring to the notice of Your Right Honorable Worships, Right Honorable, Stern, Highly Respected, Most Wise, Provident, and Very Generous Lords, Middelburg Patria No. 2

Dutch transcription

1156. brengen, dat wij uit twee byzondere Missives van den resident der Baaij¬ f als Christoffel Brandt, aan ons sub dato 2 deezer des nademiddags en s avonds laat geschreeven, tot onze bijzondere smerte hebben vernoomen, dat het bij de E Comp„e ingehuurd schip de drie Gebroeders 't welk op den 27:e februarij deezes Jaars van Batavia, was gezeeld, doch op den 11:e der evenafgeweeken maand Mei in eene allerheevigste storm, waarin onder anderen ook de Boegspriet dier kiel was komen te breeken, deszelfs roer verlooren, hadt, en uit dien hoofde zich genoodzaakt hadde gevonden zedert met twee zwaare Touwen en een Steng te moe¬ „ten stuuren, na in den nacht tusschen den 1„e en 2:e deezer, omtrent sE Comp„e in gemelde Baaifals geleegene Tuin ten anker te zyn gekomen, niet alleen het ongeluk hadde gehad, omme na dat men t zelve op de gedaane noodschooten bereids met sloepen en Volk te hulp was gekoo„ „men, in 't opboegseeren naar de or„ „dinaire ankerplaats ter rhede van Simonsbaai op de Romansklip te stooten, maar dat ook 't zelve schip, om waare 't mogelyk nog iets van de Kostbaare Lading te kunnen hadde 1157. kunnen Salveeren, onmiddelijk naar dit ongeval tegens het strand hadt moeten worden gehaald, aangezien het water in weijnig tijds progres„ sivelijk eerst van 3 tot 6 en vervol„ „gens van 8 tot 14 voeten in 't ruijm zynde koomen te stijgen, zonder deeze voorzorge dien kiel onvermydelyk zoude hebben moe„ „ten ten gronde gaan. — Direct op den ontfangst van deeze droevige tijding heeft den eerst ondergeteekende naar Baaij„ „fals afgevaardigd den Equipagie „meester, den Baas der scheeps„ „timmerlieden en de ordinaire de ondergeteekende Gezachhebber heeft zich vervolgens, verzeld van den meede ondergeteekenden Cassier en Dispencier op den 3:e deezer in per„ „soon naar Baaif als begeeven, om zo omtrent het bergen der Lading, als dies behandeling en opleg de nodige ordres te stellen en schik„ gecommitteerdens, met en benee„ vens zo veel volk als by den anderen heeft kunnen worden gebracht, ten eijnde zo owel by de ontlossing van gemelde Bodem als in alle andere gevallen by der hand te kunnen zyn en de nodige adsistentie te bieden. Gecommitteerdens „kingen 1158. „kingen te beraamen, en zich daar„ „meede zo ter plaatse waar het Schip is gestrand als in Baaijf als bezig gehouden tot den 6:' deezer„ wanneer bij hun afreize van daar„ niettegenstaande alle aangewende devoiren en vigilantie uit meermelde ongelukkige bodem niet meerder was gesauveerd, als. 31 Baalen drooge Canneel 4 _o „ natte dito 12 _„ zo natte als drooge Foulij 12 soekels Foelij, zo nat als droog 255 Baalen Nagulen waarvan 't grootste gedeelte nat 10 _„o staartpeper zo nat als droog 8 Soekels Noote Muscaaten, waaruit een meenig te verlooren en nat 31 Baalen Noten Muscaten zo na 't als droog 2 Cassen met sago, nat 1 Cas met Perlemoenschulpen 2 Aams Geconfyte Gember 2 Baalen Coffyboonen 61 Vaaten Tammerinde 25 Heele Leggers arak waarvan een ge„ „heel ledig, en 1 Casje met 39 Bottels Proefarack van alle welke Goederen zij de drooge en onbeschadigde hebben laaten overbrengen, in het schip de Castor, terwijl de natgewordene naar wal zyn vervoerd, om naar gelange van derzelver aart en bekomene schade, ga„ droogt, dan wel gewasschen en verders meenigte naar 1159. Wy beveelen UWelEdele naar behooren behandelt te worden. Wy zullen niet nalaaten verders alles wat in ons vermogen is aan te wenden, om de lading van meerm: ongelukkig schip de drie Gebroeders zo goed mogelijk te redden, doch durven ons niet vleien daarin naar onze oprechte wensch te slaagen, alzo bij het vertrek der voormelde onderteekenaars het water bereids dermaaten in het schip was gesteegen, dat de geheele resteerende Laading kwam geinundeert te zijn, en alles wat ook vervolgens is ge„ „lost ten eenemaale door„ „weekt kwam te zijn. — WelEdele, Erntfeste, Grootagtb, welwijze voorzienige zeer genereuse en Gebiedende Heeren Groot Achtb„ en de dierbaare belangens der Edele Maatschap„ „pij in de bescherming Godes en noemen ons met alle ver„ „schuldigde Eerbied Wij Uwer O secreet 1160. Int Casteel de Goede Hoop den 13. e Juny 1792. Aaman ulede Alede ongtelen n vareve eteenen te e mage le ande ateere P:r's Landsbrik van oorlog Uwer WelEdele Groot Agtb: zeer onderd„ en gehoorz: dienaaren J FT Suiur EGGdewel Reede Van Sutshoon de Vlieg Hoog Gebiedende Heeren. Wij neemen de vrijheid deeze af„ zonderlijk te laaten dienen om ter kennisse van uwel Edele Hoog Achtb: te brengen, Wel Edele, Erntfeste„ Hoog Achtb„ Hoog wize. Voorzienige en zeer Genereuse Heeren, Middelburg Patria henius dat No: 2

NL-HaNA_1.04.02_4352_0329 view scan ↗

English

that the undersigned Cellar Master Lesueur has produced at our meeting a Memorial of grievances addressed to Your Right Honorable Excellencies, in order to provide Your Right Honorable Excellencies with the required disclosures regarding the true cause, as well as the outcome, of the unprecedented action instituted against him by the repatriated Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lijnden, and to solicit from the same, on the grounds of his demonstrated innocence and the triumph that followed, a striking satisfaction commensurate with the insult suffered, directed against the person of the said Fiscal van Lynden, requesting that this document might be submitted to Your Right Honorable Excellencies on this occasion. Pursuant to that request, we take the liberty of presenting to Your Right Honorable Excellencies, alongside this, the aforementioned Memorial and the appendices belonging thereto, sealed separately; and we consider ourselves obliged fully to assert the allegation made by him, the Cellar Master, in that writing concerning what occurred between him and Governor van de Graaff on 2 July 1790, as having taken place before the eyes and in the hearing of us all, with the exception of Colonel Gordon, who was not present at the Meeting. Considering that the matter in question, in its circumstances, happens to be a consequence of such a nature that prudence, nay, our honor, requires giving it as little publicity as possible, and the realization of the necessity of such secrecy alone has moved us to observe a deep silence in that regard until this very day, we have therefore, in granting his request, also directed the said Cellar Master to deliver the Memorial accompanying this to the Secretariat, both in original and duplicate, sealed under his private seal, while a third copy, sealed with the seal of the Secretary of our Council and inscribed with the instruction that it may not be opened except upon the special order of the Chief Commander of the time alongside the Council, shall remain deposited at our Secretariat. We commend Your Right Honorable Excellencies and the weighty interests of the Honorable Company to the gracious protection of the Almighty, and subscribe ourselves with all respect, Right Honorable, Valiant, Most Wise, Provident, Generous, and High-Commanding Lords, Your Right Honorable Excellencies' very humble, faithful, and obedient servants, J. Chenius J. J. Le Sueur G. Goewel W. F. de Reede Van Oudtshoorn. In the Castle of Good Hope, the 13 June 1792. No. 3 Register of such papers No. 1. Claim and Conclusion, by J. N. S. Baron van Lynden, Independent Fiscal ratione officii, Plaintiff, against Jacobus Johannes Le Sueur, Cellar Master in the Government of the Cape of Good Hope, with its appendices quoted from letters A to G. No. 2. Answer to the aforementioned Claim, with the appendices from A to L, of the said Cellar Master or the undersigned. No. 3. Memorial of abstraction by the same, presented to the Council of Justice, with several documents quoted from A to L, as sent by the undersigned with the prior knowledge of the Commander and the Council, to be transmitted to the Right Honorable Lords Directors commissioned to the Illustrious Assembly of the Seventeen, representing the General Dutch Chartered East India Company at the Presidial Chamber of Middelburg. No. 4. Petition of the undersigned to the aforementioned Lords Seventeen, with appendices under the numbers 2 to 29. Cape of Good Hope, 12 May 1792. J. J. Le Sueur Extract from the Criminal Court Roll held at the Cape of Good Hope, on Thursday the 17 March 1791. Before the Fiscal Plaintiff submitted his Claim, the Defendant requested that a certain Extract, which His Honor handed over to the Honorable President, might be read. Yet, immediately thereafter, a written Claim having been submitted by the Fiscal Plaintiff, furnished with seven appendices quoted from letters A to G, His Honor put forward orally: That, however much he, the Fiscal Plaintiff, following the path of the proceedings which were instituted some time ago against the First Sworn Clerk at the Political Secretariat, Johannes Marthinus Horak, concerning malversation The Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lijnden, ratione officii, Plaintiff, against and versus The Senior Merchant and Member of the Honorable Council of Policy, as well as Cellar Master of this Government, Mr. Jacobus Johannes Le Sueur, Defendant, in order to hear such Claim and Conclusion as the Fiscal Plaintiff shall judge necessary to make and take against the Defendant on the matter of malversation and improper conduct in his administration and post as Cellar Master, to answer thereto, and further to proceed according to custom, law, and practice. Thenius

Dutch transcription

1161. dat den ondergeteekende keldermeester Lesueur, ter onzer vergadering heeft geproduceert eene Memorie van doleantiese aan Uwel Edele hoog Achtb gericht ten einde uwel Edele Hoog Achtb: noopens de waare oorzaake, gelijk ook van den uitslag der door den gerepatrieerden Independent Fiscaal Johan Nicolaas steven van Lijnden teegens hem geinta¬ meerde ongehoorde actie, de vereischte onver„ tuures te geeven, en van hoogst deszelve op fundament van zijne gemanifesteerde on„ schuld, en daarop gevolgde truimph eene eclatante satisfactie, geEvenredigd aan de ondergaane beleediging op den perzoon van gedagte Fiscaal van Lynden te Sol¬ liciteeren, met verzoek dat dit stuk bij deeze Geleegendheid aan Uwel Edele Hoog Achtb: mogt worden gesuppediteerd. — Ingevolge van dat verroek neemen wij de vrijheid Uwel Edele Hoog Achtb: neevens dee„ ze de voorsz: Memorie en daartoe gehoorende bijlaagen, apart geslooten, aantebeeden, en achten ons verpligt de allegatie door hem kel„ dermeester bij dat schriftuur gedaan, wegens het gebeurde tusschen hem en den Heere Gouverneur van de Graaff op den 2 Julij 1790 volmondig te asserteeren, als hebbende plaats gehad onder het oog en in het aanhooren van ons allen, uitgezondert den Colonel Gordon, welke niet ter Vergadering present was. — Aan gemerkt de zaak in questie, in haare om„ standigheeden een gevolg, komt te zijn van zodanige aart, dat de voorzichtigheid, Ja onre eere, vordert, daaraan zo weinig publiciteit te procureeren, als Achtb: maar 1162. Int Casteel de Goede Hoop den 13 Iunij 1792: UWer Wel Edele hoog EAchtb: zeer otmoe„ maar immers mogelyk zal zijn en het bezef van de nood„ zakelijkheid eener sodanige geheimhouding, on alleenheeft gepermoveert gehad om tot op den dag van heeden, daar„ omtrent een diep stilwijgen te betrachten, zo hebben wij den gem: keldermeester bij het accordeeren van zyn verzoek, teffens opgelegt, omme de deeze verzellende Memorie zo in origineel als in duplicaat onder zijn particulier cachet ge„ slooten ter secretarij te bezorgen, terwijt een derde afschrift bereguld met het eachet van den secretaris onzes raads, en be„ schreeven, dat niet dan op speciaale last van den hoofdge„ bieder inder sijd neevens den raad zal moogen worden geomd¬ ter onzer secretarij zal blyven geseponeerd.— Wij bevelen Uw E hoog Achtb: endegewigtige belangens der Edele Maatschappij in de Verlige Hoede des Mlerloogsten en noemin ont met alle Eerbeed WelEdele Entfest, oog schtb: hoog erijnse Voorzienige an Gonereus en Hoog Gebeedende eeren dige, getrouwe en Gehoorzaame Dienaaren JChenius G Inf Sesieur GGoewel Wof: de Reede Van Duetshoorn. Uwer E No. 3 1163 No 1. Eykh ende Conclutie, door I: N: S: Baron van zijnder Inde pendent Fistaal ratione officie Eysz. contra- all. a Jacobus Johannes a Lesueur, kelderm„r in 't gouvernement van de „kaap de goeden sloop: met dies bylaagen gequatierd van de t: A. tot G. — N2. Andtwoord op gewaars: Eysch, met de bylaagen van A: tot L. van Lidem: keldermeester ofte den ondergel: No. 3. Memorie van adztractie van den zelven aan den raade van Justitie gepresenteerd, met eenige munimenten graeste van A: tot L. als door den ondergel: met voorkennisse aan den Heere gezag „hebber en den raad, te weet worden verzonden aan de wel Edele Hoog AAcht„en Hleeren Bewindhebberen gecommitteerd ter Illustre vergaderinge van H7en. representeerende de generaal e Neederlandsche geoetroijeerde Oost Indische Comp„e ter prosidiaale kamer Le Register van zoodanige papieren Middelburg. verte Heeren 87=mn met bylagen onder aden S: 2, tot 29 — No 4. Request van den onderget: aan hoogslt wel opgem: Kaap de goede Hoop den 12 Maij 1792. J. F: Ve Sueur 1164 Donderdag den 17:' Maart 1791. Voor dat de Heer HO: Eisscher. De Heer Independent Fiscaal Johan Nicolaas Steeven van zijnen Eisch kwam over te leggen, verzogte den Heer Lijnden, r: O: Eisscher gedaagde, dat zeeker Extract, op ende Jeegens 't welk zijn E: den E Achtb: Heer Den Opperkoopman en Lid uit Praesident overhandigde, mogt den E: Achtb: raad van Politie, worden geleezen. mitsgaders Keldermeester, deezes Dan, terstond hier na, door Gouvernements, den Heer Jacobus den Heer R: O: Eisschen ingediend, Johannes Le Sueur, gedaagde zijnde eenen schriftelijken Eisch ten einde te aanhooren zooda„ gemunieerd met zeeven stuks „nige Eisch en Conclusie, als den bijlaagen, gequoteerd van S:a A R: O: Eisscher ter zaake van Mal„ tot G; advanceerde zijnE bij „versatie en onbehoorlijke han„ „delwijze in deszelfs, administra„ Dat hoe zeer hij 7: O: Eisschen, op 't voetspoor der Procedures, „tie en post als kelder meester welke eenige tijd geleeden, Jan teegen den gedaagde zal oor„ „gens den Eersten gezwooren Clercq„ deelen te moeten doen en nee„ „men, daarop te antwoorden ter Politicque Secretarije en voorts te procedeeren pro ut Johannes Marthinus moris, Juris ac stilé. Horak, over Malversatie monde. Extract uijt de Crimineele rechts rolle gehouden aan Cabo de Goede Hoop, op Thenius in

NL-HaNA_1.04.02_4352_0335 view scan ↗

English

1165. in his post, had been conducted, could also have initiated an extraordinary trial against the defendant, since the malversations committed by the defendant in this matter even exceeded those of the said Horak; he, the plaintiff ex officio, in order to show that he had all deference and regard for the character of the gentleman defendant as a member of the Honorable Council of Policy, to remove all notions of partiality, and to give the defendant the opportunity to be able to defend himself unhindered, had rather chosen to prosecute ordinario modo, and thus in the most civil manner, those proceedings which he, the plaintiff ex officio, by virtue of oath and duty, had been compelled to undertake against him, the said defendant. Whereafter, upon the further insistence of the gentleman defendant, the extract produced by his Honor having been read in court, the same was found to be of the following contents: Extract of a missive written by the Right Honorable the Gentlemen Directors deputed to the illustrious Assembly of the 17 of the United Netherlands Chartered East India Company, to the Governor and Council of the Cape of Good Hope, dated 2 October 1790. We do not doubt that Your Honors will have gathered, from the seriousness with which we have treated the various matters contained in this our letter, our desire that it be strictly complied with in everything, and we therefore expect that Your Honors will let nothing be lacking in this regard, neither as to speed nor completeness; ordering Your Honors to send us, at the latest within three months after receipt of this, their opinions head for head, on all the considerations and reports, informations and elucidations which are required thereby; while reiterating, we also add here in this place the most emphatic assurance that in default thereof, or if Your Honors should fail to comply with the orders contained herein, we shall without any connivance or delay take in hand and immediately put into effect those efficacious means which are in our power to cause our orders to be obeyed. Below stood: Agrees. Was signed: C. van Aerssen, Secretary. After the reading of which, his Honor made known to the council: That in the aforesaid highly respected letters of the Gentlemen Majores, it was likewise so seriously demanded and imposed upon his Honor to have his reports, considerations, etc. on various distinct points ready within three months after the receipt of that missive, and yet he had hitherto been prevented from doing so, on account of his Honor having gone to the bath for the recovery of his health shortly before the receipt of that letter, and had only returned from there a few days ago; that, since that order is so strict

Dutch transcription

1165. in zijnen post, zijn gevoerd, ook Jeegens den gedaagde een Extra ordinair Proces hadde kunnen entameeren, daar de maliersa„ „tien door den gedaagde in deezen gepleegd, die van gemelde Ho„ „rak zelfs overtroffen; Hij R:O: Eisschen en te toonen alle defe„ „rence en egards te hebben voor het Caracter van den Heer gedaagde als lid in den E: Achtb:r raade van Politie; om alle denkbeelden,— van partialiteijt weg te neemen, en om den gedaagde geleegendheid te geeven van zich onbelemmert te kunnen verantwoorden, liever had verkoozen, ordinario modo, en dus op de Civietste wijze, die procedures, welke hij r: O: Eisscher Eed en plichtshalven genood„ „zaakt was geworden, Jeegens hem Meer gedaagde te moeten. onderneemen, te prosequeeren. Waarna, op de nadere instantie van den Heer gedaagde het door zijnE geproduceerde Extract in Iudicie geleezen zijnde wierd het zelve bevonden van navolgende inhoude: Extract missive geschreeven door Haar WelEdele Hoog Achtb: s de Heeren Bewindhebberen. gecommitteerd ter illustre Ver„ „gadering van 17=e der VerEenigde Neederlandsche geoctroijeerde Oost Indische Compagnie, aan den Heer Gouverneur en Raad van de Kaap de Goede Hoop, de dato 2 Oct:r 1790. Wij twijffelen niet, of UE zullen uit den Ernst waarmeede wij de onderscheidene materien, in dit ons aanschrijven vervat, hebben verhan= Na welks lectuure, zijn E: den raade te kennen gaf: Dat in de voorsz: zeer geEerbiedigde aanschrijvens der Heeren Majores, aan zijn E: almeede zoo serieuselijk was gedeman„ „deerd en opgelegd, om binnen drie maanden, na de receptie dier missive, ook deszelfs berichten, consideratien &. a op di„ „verse onderscheijdene poincten, in gereedheid te moeten brengen, en echter tot nog toe daar in was verhinderd ge„ „worden, uit hoofde dat zijn E kort voor den ontfangst dier aanschrijvinge zich, ter herstelling zijner gezondheid naar het bad begeeven hebbende, nu eerst voor weijnige dagen van daar was geretourneerd; Dat daar die ordre zoo „deld, hebben opgemaakt onze begeerte, dat daaraan in alles stiptelijk werde voldaan, en verwagten wij dan ook, dat UEd: zoo min omtrent den spoed„ als volkoomentheid dien aangaande, iets zullen laaten ontbreeken; UEd: gelastende, om uitterlijk binnen drie maanden na receptie deezes, ons te doen toekoomen der zelver advijsen hoofd voorhoofd, op alle de consideratien en berigten, Informatien en Elucidatien, welke daar bij zijn gevorderd; terwijl bij herhaaling, ook hier ter plaatze nog bij voegen, de nadrukkelijkste verzeekering, dat wij bij ontsten„ „tenisse van dien, of ook wanneer UEd: in gebreeken mogten blijven, aan de beveelen in deezen vervat, te voldoen, zonder eenige coniventie of uitstel bij de hand„ zullen neemen en daadelijk bewerkstelligen, die effi„ „cacieuse middelen, welken in onze magt zijn, om onze beveelen te doen gehoorzaamen. — /onderstond:/ Accordeert /was geteekend/ C: van Aerssen Secret:s „de ket strikt is

NL-HaNA_1.04.02_4352_0336 view scan ↗

English

1166 to appear. pronouncement made. is so strict that its omission or neglect would rightly bring upon his Honor the highest displeasure of his High Masters, his Honor also considered that no outside matters, especially no untimely proceedings, should be put in his way that would prevent him from obeying those high orders according to his duty. That his Honor, for these weighty reasons, found himself obliged to request the Council that this matter might be stayed until his Honor shall have dutifully fulfilled the task imposed upon him; further declaring that, after the expiration of that time, he will appear before this honorable Court and then declare whether he would request a copy of the Claim, or not. The Honorable ex officio Plaintiff, having been heard on this, essentially brought against it: That his Honor was surprised to see produced here an Extract of a secret Missive written by the Lords Masters to the Governor and Council; that his Honor further considered this matter to be of quite as much importance as the report or advice to be formed by the defendant, since the interest of the Honorable Company is so directly concerned herein; that he, the ex officio Plaintiff, likewise had to obey the orders contained in the aforesaid missive within that time, in so far as it concerned his capacity as Independent Fiscal; but that his Honor had judged that this work ought not to prevent him from carrying out his official duty regarding the subject of the gentleman defendant, in this matter in which the interest of the Company is involved to the highest degree. That his Honor further requested that the gentleman defendant might be ordered to answer within a certain term; and that, if the Council should finally judge that what was brought forward on the part of the gentleman defendant is of such weight that the matter should be stayed, he, the ex officio Plaintiff, then in that case found himself compelled to request that the defendant be suspended from his respective offices, in order thereby to prevent the further injury which the Honorable Company still suffers daily through the defendant's administration. The Council, after consideration of matters, grants the defendant's request, and thus stays these proceedings until the order of the Lords Masters contained in the produced Extract of the Missive of 2 October 1790 shall have been fulfilled by the defendant, further denying the request made by the ex officio Plaintiff for the suspension of the defendant. And further, after the pronouncement of this Decree, the Honorable Independent Fiscal made the following denunciation regarding it in Court: Right Honorable and Respected Sirs. Since the gentlemen have seen fit, notwithstanding my alleged reasons, to proceed to this ruling, I request that they do not take it amiss that I, in my office as Independent Fiscal of this Government, protest in the most formal manner against both the delay of Justice and the nullity of the resolution now taken; leaving the personal accountability, both for this and for the damage that the Honorable Company comes to suffer through this, to those gentlemen Members who voted in favor of this, reserving to myself the right to address myself concerning this in such manner as I shall be advised; offices The gentleman defendant still persists in his request upon the foundation of the notification from the Lords Masters and what has been alleged by his Honor, and

Dutch transcription

1166 „sisteeren. „tiatie gedaan. strikt is, dat dies naalaating of verzuijm zijn E te regt het hoogst ongenoegen zijner Hooge Gebiederen zoude op den hals haalen, zijn E ook vermeende, dat geene zaaken van buijten, voor al geene „ ontijdige proceduuren hem moogen worden in den weggeleyd, die „zoude verhinderen om aan die hooge beveelen volgens plicht te gehoorzaamen. — Dat zijn E: om die zwaar wichtige reedenen zich verplicht vond, den raad te verzoeken, dat deeze zaak mogt. worden op gehouden, tot dat zijn E aan de hem opgelegde zaak plicht= =schuldig zal hebben voldaan; met betuijging wijders van na ver„ „zloop van dien tijd, zich voor deeze aanzienlijke Vierschaar te zullen „sisteeren en als dan declareeren of Copia van den Eisch zoude vragen, „ dan niet. De Heer E: O: Eisscher hier op gehoord zijnde, bracht daar teegen hoofd zaakelijk in. Dat zijn E gesurpreneerd was, van alhier te zien produceeren Extract eener secreete Missive, door Heeren Meesteren aan Gouverneur en raaden geschreeven; dat zijn E voorts deeze zaak ruijm van zoo„ veel aangeleegentheid achte als het bericht of advis, door den gedaagde te formeeren; daar het interest der E: Comp:e hier aan zoo direct is geleegen; Dat hij r:O: Eisscher meede aan de ordres, bij voorsz: missive vervat, voor zo verre zijne qualiteijt als Independent Fiscaal betrof, binnen dien tijd moest obedieeren; Edog dat zijn E: geoordeeld had, dat dit werk hem niet behoorde te verhin„ „deren, om op 't sujet van den heer gedaagde, in deeze zaak, waar bij het belang der Maatschappij ten hoogsten geinteresseerd is, zijn E officii werkzaam te doen zijn. — Dat zijn E weijders verzogte, dat den heer gedaagde mooge werden geordonneerd, om op bij aldien zeeker termijn te antwoorden; En dat eindelijk den raad het voortgebrachte van de zijde van den Heer gedaagde mogt oor„ „deelen van dat gewicht te zijn, dat de zaak, zoude moeten wor„ „den gesurcheerd; Hij 7: O: Eisscher zich dan incas subject ge„ „noodzaakt vond te verzoeken, dat den gedaagde in zijne respective Wel Edele en Achtbaare Heeren. „ Vermits de heeren hebben kunnen goedvinden niet tee„ „genstaande mijne geallegueerde reedenen, tot dit dispo„ „sitief over te gaan; zo verzoek ik, dat zij niet kwalijk „neemen, dat ik, in mijn ampt als Independent Fiscaal „ deezes Gouvernements, ten cierlijksten protesteer zo van pro„ „„tractie van Iustitie als van nulliteijt der thans genoomen „„ne resolutie; laatende de particuliere Verantwoordinge, zo „ daar van, als van het naadeel dat d' E Comp:e hier door „ komt te lijden, over aan die heeren Leeden, welke hier toe „gestemd hebben, reserveerende aan mij, om mij hier over „ zoodaanig te addresseeren, als ik zal te raade worden; En heeft voorts den Heer Independent Fiscaal, naa de pronuntiatie van dit Appoinctement, des weegens in Iudicio de volgende denun„ De Raad naa overweeging van zaaken, accordeert des gedaagdens verzoek, en surcheerd dus deeze proceduures, tot dat aan de ordre der Heeren Ma„ „jores vervat bij het geproduceerde Extract der Missive van 2 October 1790. , door den gedaagde zal zijn voldaan, Ontzeggende wijders het door den R: O: Eisscher, tot suspensie van den gedaagde ge„ „daan verzoek. umpten zal worden gesuspendeerd, ten einde daar door, het verder nadeel, het welk d' E Comp:e nog daagelijks door des gedaagdens administratie komt te leijden, voor te koomen. De Heer gedaagde blijft als noch op fundament der aanschrijvinge van Heeren Meesteren en het door zijn E geallegueerde, bij zijn verzoek per„ ampten En

NL-HaNA_1.04.02_4352_0337 view scan ↗

English

1167. And I protest of nullity, since I see that the Lord President, who is an interested party in this lawsuit, and therefore cannot judge it as a magistrate, did not absent himself during the deliberations. Upon which representation the Honorable and Worshipful Lord President declared: that His Honor had not known he was involved or affected in this matter; that His Honor otherwise would certainly have absented himself during the deliberations thereon; while His Honorable Worship furthermore ought reasonably to have expected that, as has repeatedly been requested by parties in various cases, the Lord Independent Fiscal would have informed His Honor beforehand, either in private or in this meeting, that in the proceedings instituted against the defendant in this matter, issues were raised which required His Honorable Worship to excuse himself from voting or to retire from the Meeting itself; affirming moreover that he now rescinds the opinion which His Honor had delivered in this matter, and will in future withdraw himself from the deliberations concerning it. And whereas, after all this, it was further answered in substance by the often mentioned Lord Independent Fiscal: That His Honor had not wished to commit the indiscretion of recusing the Lord President or requesting beforehand that he not vote in this matter, as His Honor expected that the said Lord President would observe this of his own accord; hereto the aforementioned Lord President added: that it now appeared from all of this that a disposition had been made without the claim and documents having been read, that if one acted in that manner, one was acting like blind judges, and it would resemble bestowing favors rather than impartial Justice; and that His Honor finally referred to the abovementioned Protest, etc. Thus it was approved and the Secretary was expressly ordered to keep an accurate record of these statements of the Lord Independent Fiscal in today's Minutes. While furthermore the Lord Mappa, who regarding the appointment rendered in the aforesaid case was of the opinion that, since the course of Justice ought not to be obstructed, and the manner of proceeding ordered here for observance clearly sets the term of proceedings at Fourteen days, and that the order produced by the Lord defendant was also not addressed or assigned to this council to be followed, the defendant's excuse therefore ought not to be taken into consideration, and he must consequently be ordered either to request a copy immediately or to answer thereto in such manner as His Honor thought he could and might do; Had this vote recorded in the Minutes. Agrees. Copy of claim and documents, according to the appointment granted to the Honorable Mr. J. J. Lesueur by the Worshipful Council of Justice of this Government, dated 12 May 1791. 1168. Appeared before the Honorable and Worshipful Council of Justice of this Government, J. N. S. Baron van Lynden, Independent Fiscal, in his official capacity Plaintiff on the one side, regarding malversations and improper conduct in his Administration and Office, Against Jacobus Johannes le Sueur, Cellar Master, Defendant in the same Case on the other side. And made known: How the Lord Governor-General of the Dutch East Indies, G. W. Baron van Imhoff, had already in the year 1743 been pleased to confirm the custom that had been in practice for many years, namely, that 1169. that of that which remained from the fixed price of the wines delivered to the Company, two thirds would be enjoyed by the Governor or Commander of this place, and the remaining third by the Chief Administrator and Secunde. As appears from Their left-behind instructive Memorandum, annexed hereto under Letter A. That also in that same year, by resolution of the Political Council of this government, likewise with the consent of the aforementioned Lord Governor-General van Imhoff, it was established that in the future, for every legger of wine that would be transported past the Castle and brought into this Village, Three Rixdollars would be paid to the Honorable Company, according to the Extract from that Resolution annexed hereto under Letter B. That in conformity therewith, subsequently, from what was paid on the Company's behalf to the Suppliers of the wines, 13 Rixdollars were constantly withheld from each Legger. Of which 10 Rixdollars accrued to the benefit of the Lord Governor and secunde in the distribution as stated above, and the remaining three Rixdollars as a recognition fee into the Company's Treasury. Until it pleased the Illustrious Assembly of the Seventeen, upon a certain petition of the Burghers of this town, While then in the receipts the three Rixdollars recognition money were entered as received from those suppliers, without any mention being found in the expenditures of the 10 Rixdollars per legger enjoyed by the Lord governor and secunde. The Wines delivered to the Company nevertheless being entered into the Cash books as if those thirteen rixdollars had also been paid to the suppliers.

Dutch transcription

1167. „ En ik protesteer van nulliteit, dewijl ik zie, dat den Heer „ praesident, dewelke in dit proces geinteresseerd is, en daar „ over dus niet als rechter kan oordeelen, zich geduurende de „ deliberatien niet heeft geabsenteerd. Op welk voort gebrachte de E Achtb: Heer Praesident declareerde; dat zijn E niet had geweeten in deeze zaak betrokken of gemoleerd te zijn; dat zijn E zig anders, geduurende de deliberatien daarover„ zeekerlijk zoude hebben geabsenteerd; Terwijl zijn E. Achtb:e voorts billijk hadde moeten verwachten, dat, gelijk zulks te meermaalen door partijen in deeze en geene zaak verzogt is, den heer Indepen„ „dent Fiscaal, ZE: of in't particulier of in deeze vergaadering voor„ „af zoude hebben verwittigd, dat inde Jeegens den gedaagde in deezen geEntameerde proceduures, zaaken voorkwaamen, welke verEischten, dat zijn E Achtb:e zich van het voteeren excuseerde of uit de Vergaadering zelve retireerde; betuijgende wijders als nu te resilieeren van het advijs, het welk zijn Ed: in deeze zaak had uitgebracht, en zich in vervolg van tijd de deliberatien hier over te zullen onttrekken. — En vermits, naa dit een en ander nog door dukgemelde Heer Independent Fiscaal in substantie wierd geant„ „woord:, Dat zijn E de indiscretie niet had willen gebruij„ „ken, van den Heer Praesident te recuseeren of voor af te verzoeken, om in deeze zaak niet te stemmen: daar zijn E verwachte, dat gemelde heer Praesident dit uijt zich zelve zoude observeeren; Hier nog aan welgemelde Heer Praesident bijvoegende: dat uit het een en ander thans bleek, dat 'er is gedisponeerd geworden, zonder dat den Eisch en stukken zijn geleezen, dat, zo men op die wijze ageerde, men dan als blinde rechters handelde, en 't veel eer naar gunst bewijzen, als onpartijdige Justitie zou„ „de gelijken; en dat zijn E: eindelijk zich aan boovenge„ „melde Protest refereerde, &=a Zo is goed gevonden en den Secretaris uitdrukkelijk gelast, van dit geadvanceerde des Heeren In„ „dependent Fiscaals, in de Notulen, van heeden, accurate aanteekening te houden. — Terwijle voorts den Heere Mappa, dewelke met betrekking tot het in de voorsz: zaake gevallen appoinctement, van advijs was, dat, daar men den loop der Iustitie niet behoorde te stremmen, en de manier van procedeeren, alhier ter obser„ „rantie geordonneerd, duijdelijk den Termijn der proceduures bepaald op Veertien daagen, dat ook de ordre, door den Heer gedaagde bijgebracht, aan deezen raad niet was gericht of opgedraa„ „gen, om dezelve op te volgen, het excus van den gedaagde dus ook niet in aanmerking behoor„ „de te koomen, en hij derhalven geordonneerd moest worden, vm direct of Copia te vraagen, of zoodaanig daar op te antwoorden, als zijn E: dagt te kunnen en te moogen doen; — Dit gevoteerde in de Notulen heeft doen aan„ „teekenen. Accordeert. Transper gem: Clercq 20 3 1168. van Justitie deezes Gou„ vanden Achtb: Raade volgens appoinctement aan den Heere Mr. I: I: Lesueur, verleend Copie Eijsch en stukken dato112 Maij 1791 „vernements, d Compareerde voor den Edelen Achtbaaren raad van Justitie deeses Gouvernements J. N: S. Baron van Lynden Independent Fiscaal, ratione officie Eischer ter eenre van malversatieren Onbehoor¬ lyke handelwyze in desselfs Administratie en Post Contra Jacobus Johannes le Sueur Keldermeester, Gedaagde in het zelve Cas¬ ter andere zyde. En gaf te kennen Hoe dat den Heere Gouverneur Generaal van Neerlands Indien G: W: Baron van Imhoff reets in anno 1743; de Zeedert lange jaaren in gebruik geweest zynde gewoonte, had gelieven te bekragtigen, Thenius in Cas dat 1169. Litt. A. Litt. B. dat, namentlyk van t geene van de ge¬ fisceerden prys der wynen die aan de Com¬ pagnie geleeverd wierden zoude overschie¬ ten Twee derde voor den Gouverneur of Ge= zaghebber deeser plaatse, en 't resteerende derde door den Hoofd Administrateur en Secunde zoude genooten worden. Blijkens Derselver agtergelaatene Memorie instructief, hier by gevoegd, sub Littera A: 7 Dat ook in dat zelve jaar by Politique raads besluit van dit gouvernement, insgelyks met bewilliging van opgemelde Heer Gouverneur Generaal van Imhoff was gestatueerd, dat in 't vervolg voor ieder legger wyn, die voorby 't Casteel zoude worden gereeden en in dit Vlek aangeroert, Drie Ryksdaalers aan de E: Comp:en zouden worden betaald volgens Extract uit die Resolutie hierby sub Lits: B: Dat in conformiteit daarvan vervol¬ gens, van het geene Compagnies wegen Tot dat het de Illastre vergadering van zeventienen behaagde, op zeeker klaagschrift der Burgirge deeser stee„ Terwyle dan in den ontfangst de drie Rixdr. recognitie gelden wierden ingebragten als van die leveranciers ontfangen, zon¬ „der dat men in den uitgaaf eenige men- „tie van de door den Heere gouverneur en seceende genootene 10 Ryxd r p. s legger vond gemaakt. Wordende des niet te min de Wynen aan de Compagnie gelieverd op de Cassa boeken gestelt, even of die derthien rycsdr. meede aan de leveranciers waaren voldaan. aan de Leveranciers der wynen wierd betaald van ieder Legger Constant 13 Ryksdr. zyn te rug gehouden. van welke 10 Ryxd. s kwaamen ten voor= deele van den Heere Gouverneur en secunde in verdeeling zo als booven is gezegt, en de overige drie Ryksdr. tot eene recognitie in 's Comp Cassa. aan de

NL-HaNA_1.04.02_4352_0340 view scan ↗

English

1170. to ordain by missive dated 27 November 1784: That, whereas for every leaguer of wine delivered to the Company a warrant of 40 rixdollars was drawn, but the suppliers received no more than 27 rixdollars thereon, while from the withheld 13 rixdollars, with the highest permission of the same, ten were enjoyed by the Governor and Secunde as a means of subsistence, and the remaining three were withheld for the Company, Their High and Noble Mightinesses, in order to prevent all false impressions that might arise from this practice, however entirely lawful it might be, had thought fit that henceforth on a separate account the said ten rixdollars for each leaguer of wine delivered should be paid to the Governor and Secunde out of the Company's treasury, and that the warrants for the payment of the supplies should not be drawn higher than up to thirty rixdollars for each leaguer, the aforesaid recognition of 3 rixdollars remaining entirely intact on that footing, according to the extract from the aforementioned missive here annexed under Letter C. That, besides these 10 rixdollars per leaguer for the Cape wines delivered to the Honorable Company, there is also, according to an old custom, enjoyed by the Lord Governor and Secunde together, 10 rixdollars for every leaguer of brandy likewise delivered to the Company; as also appears below from the defense That one also finds, in accordance with this order, this entry recorded in the cash books repeatedly since that time: Paid to the Right Honorable and Valiant Lord Governor and Secunde for ... leaguers of ordinary Cape wine delivered in this month at 10 rixdollars per leaguer ---- rixdollars. 1771. of the Senior Merchant and Secunde Pieter Hacker, as former, and the Merchant Mr. J. T. Le Sueur, as acting Cellar Master, to the complaint of the Cape Burgher community made to the Lords Masters dated 27 December 1780. To be found in the printed Cape papers under Appendix No. 8, where those gentlemen express themselves on page 257 as follows: That it is a premeditated lie that the money for the delivered wines is received from the Cellar Master; but it is also perfectly well known to everyone that for a leaguer of white or red rising wine never more than 27 rixdollars is paid, although the warrant reads 40 rixdollars, and for a leaguer of brandy 50 rixdollars is enjoyed, whereof the warrant contains 60 rixdollars, the rest being withheld both for the recognition for the Honorable Company and for a gratuity for the Lord Governor and Chief Administrator, and no secret has ever been made of this, etc. That meanwhile the present Cellar Master J. J. Le Sueur, notwithstanding his own statement in the just-quoted memorial of defense, finds it rather That also since the order contained in the aforementioned missive under C, these 10 rixdollars per leaguer of brandy are repeatedly found noted separately in the cash accounts, just as with the wines, as paid out to the Lord Governor and Secunde. 1172. Letter A at NB. Letter D. more convenient and profitable, instead of paying out those 10 rixdollars per leaguer of ordinary Cape wine and brandy to those gentlemen, as well as the 3 rixdollars recognition for each leaguer of wine to the Company, to retain the same for himself alone, and therefore deems it best to take for himself from such wines and brandies as he delivers to the Company in the month of August the full sum of 40 rixdollars per leaguer of wine and 60 per leaguer of brandy, just as they are charged in expenditure to the Company. There being granted to the Cellar Master by resolution of the Governor and Council here, dated 31 January 1758, annexed hereto under Letter D, a write-off of 10 percent of the annual remaining stock of wines, as well as arrack and brandy, left over as of the last day of August at the closing of the books, with which he must content himself and remain satisfied: Letter A at NB. From which alone can consequently spring that supply of wine and brandy made by the Cellar Master to the Company. For our High-Commanding Lords Masters, by resolution of 3 December 1783, also to be found in the printed Cape papers under Appendix No. 12, declare themselves in this regard on page 124 as follows: That in order to prevent disadvantage to the Company, it is established that no Company servants shall be permitted to make any delivery, under whatever name, to the Company, with the exception of that which is validated to them for permitted leakage; and that also the same directly

Dutch transcription

1170. „de, by missive in dato 27e November 1784. te ordonneeren. Dat, overmits van ieder legger wyn aan de Compagnie geleeverd, eene ordonnantie van 40 Ryxd. s wierd geslagen; Maar de leveranciers daarop niet meer en ontfong dan 27 Ryxd. r terwyl uit de ingehoudene 13 ryxd. r onder hoogst derselver toelaatinge, er thien by den gouverneur en Secunde als een middel van bestaan, wierden ge„ „nooten en de overige drie voor de Com„ „pagnie wierden ingehouden, Hun Hoog- Edele Groot Achtbaare tot voorkoominge van alle verkeerde indrukken, die uit deeze practijk, hoe allezints wettig ook, zouden kunnen ontstaan, hadden goed gevonden, dat voortaan op eene afson¬ derlyke reekening, gemelde Thien ryxdr voor elke legger wijn die er wierd geleeverd aan de gouverneur en seccende uit 's Comp„s Cassa zoude worden afgegeeven: en dat de ordonnantien ter betaaling van de leverancien, niet hooger zoude worden geslagen, dan tot dertig ryxds. voor Dat behalven deese 10 ryxdr. pr legger voor de, aan de E Compagnie geleeverde Caabsche wynen, ook nog, volgens een oud gebruik, door den Heere Gou verneur en Secunde te zaamen, genoo- ten word, 10 Ryxd:r voor ieder leggen brandewin, meede aan de Compi¬ geleevert zynde; gelyk meede onder blykt, uit de ver„ Dat min dan ook, ingevolge deese ordre, telkens in de cassa boeken, zedert dien tyd vind aangeteekend deese post: Aan den WelEd: Gestr. Heere Gouver. neur en secunde voor. . . Leggen ordinaire Caabse win in deeze maand geleeverd a ryxd. r 10. pn legger, voldaan - - - - ryxd:r ieder legger: blyvende op dien voet de voorzeide recognitie van 3 Ryxdr in haar geheel. volgens extract uit voorgemelde missive hier agter sub Littera. C. ieder ant Lot 1771. antwoordinge van den Opperkoosman en secunde Pieter Hacker als geweesen en den koopman M:r I. T. Le Sueur als fangeerende keldermeester op de klagte der Caabsche Burgerye aan heeren meesteren gedaan in dato 27 December 1780. - Te vinden by de gedrukte Caabsche stukken onder de bylagen No. 8. Alwaar die Heeren zich op pag: 257 aldus uitlaaten: Dat het eene voorbedagte leugen is, dat het geld voor de geleeverde wynen van den keldermeester word ontfangen. maar is ook een iegelyk volkomen bekend, dat voor een legger witte of roode ryzende wyn nooit meer dan 27 rykxdr. word betaalt, schoon het ordonnantie luid van 40 ryxdr en voor een legger brandewyn 50 ryxdr. waarvan het ordon¬ word genoten, Dat ondertusschen de tegenwoordige keldermeester I. I. Le Sueur, niet tegenstaande zyne eigene opgave in de zo eeven aangehaalde memo „rie van verantwoordinge, het vrij Dat ook zedert de ordre by voor„ aangehaalde missive sub C: ver„ „vat, telkens by de Cassa rekenin„ „gen deeze 10 Rykxdr p:r. legger bran„ dewyn, even gelyk van de wynen als aan den Heere gouverneur en secunde uitbetaald, aparte genoo„ „teerd word gevonden. „nantie inhoud Ryxd r 60. wordende het overige terug gehouden zo voor de recognitie voor de Ed Com„ pagnie als voor een douceur voor den heere gouverneur en Hoofd is hier van Administrateur, en nooit eenig geheim gemaakt. etc. nantie wat - „ ƒ 1172. Lettera A: ad NB. Liot D. wat gemakkelyker en profitabeler vind, in de plaats van die 10 rysdr p:r legger ordinaire Crabsche wyn en brandewyn aan die Heeren, als meede de 3 ryxds. recognitie voor ieder legger wyn aan de Compagnie uit te keeren, deselve voor zich alleen te behouden, en overzulx best agt van zodanige wynen en brandewynen, als hy in de maand Augustus aan de Compagnie leverd, de volle somma van 40 Ryxd s. p. r legger legger wyn en 60 p: brandewyn, zo als die de Compagnie in uitgaave wor„ „den aangereekend; na zich te nemen. zynde aan den keldermeester by reso¬ „lutie van gouverneur en Raaden alhier d: d. 31 Jann: 1758, hier an¬ nex, sub Littera D: toegestaan eene Cto van de„ afschryvinge van 10 PCt jaarlykse onder Ultimo Augustus, by 't sluiten der boeken over te blyvene restanten van wynen mitsgaders Arak¬ en brandewin„ waarmeede zich deselve moet contentee„ „ren en te vreede houden: Litt A. ad NB. Waaruit dan gevolgelyk alleen die door den keldermeester aan de Compagnie, gedaan wordende leverantie van wyn en brandewyn kan spruciten. want dog onze hoog Gebiedende Heeren Meesteren by Resolutie van den 3e. de¬ „cember 1783, mede te vinden by de ge drukte Caalsche stukken onder de by= lagen No 12. zig op Pag: 124 hier om= trend aldus verklaaren: Dat om s Comp. s nadeel voor te koomen, word vastgesteld, dat geene Comp. die- naaren zullen vermoogen eenige leve¬ „rantie, hoe ook genaamd, aan de Comp„ te doen; met uitzondering van het ƒ geen hun voor gepermitteerde spillagie word gevalideert: En dat ook deselve direct

NL-HaNA_1.04.02_4352_0343 view scan ↗

English

1173. directly or indirectly may conduct any trade in matters belonging to its administration, on pain of dismissal from the service of the Company. That the Prosecutor ex officio already some time ago casually learned from the Governor that His Honour had been obliged to submit to the High and Mighty Lords Seventeen a statement of the revenues annually enjoyed by His Most Honourable Esteemed Person as Chief Commander of this Government, and that upon the oath taken to the Company. That he furthermore, some time thereafter, had received report from the Fatherland that, having confronted that statement there with the trade books of the Cape, they had found that the same did not correspond, but that the Governor had reported lower receipts than those books showed. Indeed, that some ill-disposed persons—doubtless unaware of the disinterested and noble disposition of the said Governor, or indeed being his enemies—had wished to elicit from this that such had occurred deliberately. From which, consequently, nothing else could be inferred than that His Honour, forsaking oath and duty out of a distant and uncertain prospect of vile gain, had deliberately and with premeditation submitted a false statement to his Lords and Masters. That the Prosecutor ex officio, being in his conscience fully convinced of the contrary, and assured that either an error must have taken place here, or, if any malversation was involved, it had to be sought on another side. And at the same time discerning that in the latter 1174 Letter E: case the Governor was not only shamefully defrauded of the advantages lawfully due to him, but also his honour, with which he had served the Country for so many years, was put in jeopardy. He had judged it entirely in accordance with the duties of his post to make a precise investigation in this regard and to make his office active. That the Prosecutor ex officio had thereupon caused the trade books of the government to be delivered to him, and had very quickly discovered from them how the matter stood, and found that he had not miscalculated in the least. That nevertheless the Prosecutor ex officio, in order not to act too hastily, and indeed to exercise all possible discretion and consideration towards a fellow member of the Government of this place, before wishing to commence an ex officio proceeding, however well-founded it otherwise appeared to him, had caused to be served upon the present Cellar Master S. I. lesueur the subjoined notice under Letter E. And this in order to test whether there remained any possibility of bringing what had occurred under the heading of errors, as a very customary refuge. But that he had received no answer thereto, other than the one likewise attached hereto under Letter T. That the Prosecutor ex officio must confess that he is unable to fathom what the intention and aim of the served party was in giving such an answer. And thus had to remain in uncertainty whether the served party, instead of 1175. giving his responses to the submitted questions simply and truthfully, intended by this answer to dispute his qualification to make such a notice ex officio and to propose it as a kind of exception against him; Or rather intended to bring this matter before the Council of Policy; Or to call into doubt your Esteemed and Honourable Worships' competence as the judge of domicile; Or possibly in the hope of securing there, through a majority, some resolution in his favour in a surreptitious and deceitful manner; While he, in accordance with his instruction as Independent Fiscal, was not permitted to leave and submit a judicial proceeding to the decision and verdict of the Political Government. That it had to appear quite plausible to the Prosecutor ex officio that, by this refusal of a proper answer, the person was completely embarrassed by the matter and did not dare to come forward with it, and thus was to be regarded as nothing other than convicted. That the Prosecutor ex officio has consequently found himself compelled ex officio to have the formerly notified party summoned now before this court of justice and to bring a claim against him in the customary manner and according to the order of law. That the Prosecutor ex officio, having premised this aforesaid narrative, will now proceed to submit to your Esteemed and Honourable Worships

Dutch transcription

1173. direct ofte indirect geene negotie zul¬ „len vermoogen te dryven in zaaken tot derzelver administratie behoorende, op poene van deportement uit den dienst van de Compagnie. Dat de R. O. Eischer reets voor eenige tijd gevallig van den Heere Gouverneur heeft vernoomen, hoe zyne Edelheid aan de Hoog Gebiende Heeren V7en had¬ „de moeten opgeeven eene staat van de revenuen door zyn welEdele Gestr: als Hooft gebieder deeses Gouvernements, jaar„ lyks genooten en zulks op den Eed aan de Compagnie gedaan. Dat hy al verder, eenigen tijd daarna uit het vaderland berigt hadde ont„ fangen, dat men die opgaave met de negotie boeken van Cabo aldaar gecon„ „fronteerd hebbende, bevonden had, dat deselve niet en quadreerde, maar dat de gouverneur minder ontfangst zoude hebben opgegeeven, als die boeken aantoonden. Ia, dat zommige quaad En te gelyk penetreerende dat in het Waaruit gevolgelyk niet anders op te maaken was, dan dat zyne Edelheid Eed en pligt verzoakende uit een ver en onzeeker vooruitzicht van een vuil gewin, aan zyne Heeren Meesteren, deliberato animo, eene valsche opgave hadde gedaan. Dat den R. O. Eischer in zyn gemoed ten vollen van het tegendeel over- „tuigt, en verzeekert zynde, dat of alhier een abuis moest plaats heb„ „ben gehad, of zo 'er morscherye onder„ liep, die aan eene andere kant moest worden gezogt. „denkende, zeekerlyk van de ongeinter- resseerde en Edelmoedigen Imborst van gezegde Heere gouverneur onbewust, of wel zyne vyanden zynde, daar uit hadden willen illicieeren, dat zulks studieuselyk zoude zyn geschied. denkende laatste £ 1174 Lettera E: Lettera laatste geval den Heere Gouverneur niet alleen in zyne Hem wettig Com- „peteerende voordeelen, op eene schan„ „delyke wyze wierd bedroogen, maar, ook zyne Eere, waarmeede hy den Lande zo veele jaaren hadde gediend, in de waagschaal was gesteld. Het allezints met de pligten van zyne post overeenkomstig hadde geoordeelt, hier omtrent een naauwkeurig onder „zoek te moeten doen en zyn officie werk„ zaam te doen zin. Dat de R. O. Eischer zich daarop hadde doen geeven de Negotie boeken van het gou„ „vernement, en daaruit heel spoedig hadde ontdekt wat van die zaak was! en bevonden dat hy in t geheel niet mis hadde geaccuseert. Dat egter de R. O. Eischer, omme niet te schielyk te zyn, ja alle mogelyke mena¬ „gementen en eguards te gebruiken, om„ trent een meede Lid der Regeering van deeze plaatze, alvoorens eene pro¬ ceduure R. O. te willen beginnen, hoe gefundeert deselve hem anderzints ook voorkwam, aan den teegens- woordige keldermeester S. I. lesueur hadde laaten doen de hier agtergaande insinuatie sub Litt. E. En zulks om te beproeven of 'er ook eene mogelykheid overbleef, het gemanigeerde onder den Titul van abuisen, als een zeer geusiteert refaguim te kunnen brengen! Maar dat hy daarop geen antwoord hadde bekoomen, als het hier insgelyks byge„ voegde sub Lett: T: Dat de r. O. Eischer moet avoueeren niet te kunnen doorgronden, wat de intentie en het but van den Heere geinsinueerde in het geeven van een soortgelyk antwoord is geweest. En dus in het onzeekere moest blyven verseeren, op den Heere geinsinueerde, in de plaats van 9 van 1175. van op de voorgestelde vraagen eenvou„ „dig en na waarheid zyne responsiven op te geeven, met dit antwoord voor had, Item zyne qualificatie tot het R. O. doen van diergelyke insinuatie te bedisputeeren en eeven als eene Exceptio tibi adversus me, te propo= „neeren. Dan wel met die zaak in rade van Po„ „litie te willen brengen, of uwel Ed Achtb: competantie als domi- „ciliairen regter in twyffel te trekken! of mogelyk in hoope van aldaar de eene ofte andere resolutie in zyn faveur op eene sub en obreptive wyse, per plurima magtig te zullen worden! Dat het ondertusschen den E. O. Eischer vry plausibel moest voorkoomen, dat men door die weigering van een behoorlyk antwoord, geheel en al met de zaak verleegen was en 'er V„o Met aan uwel Ed:e en Achtb uit Terwyle hi ingevolge zyne instructie, als Independent Fiscaal, eene rechte lyke proceduure aan de decisie en uitspraak van de Politique Re„ geering niet en vermogt over- laaten en te submitteeren. Dat de R. O. Eischer dit voorgezegde narrative gepreemitteert hebbende al na zal overgaan niet meede dorst voor den dag te ko= „men, en dus niet anders als convictus te beschouwen was. Dat den r. O. Eischer zig overzulks amptshalven heeft genoodzaakt ge„ vonden, den voormaals geinsinu¬ eerden, thans voor deese vierschaar te doen dagvaarden en tegens denvel¬ ven more consueto et secundum juris ordinem eisch te doen. niet de

NL-HaNA_1.04.02_4352_0346 view scan ↗

English

1176: to clearly demonstrate from the trade books what has been committed on the part of the defendant, along with the manner in which it occurred so as to conceal it as much as possible; secondly, by examining under what kind of offences the perpetrated act is to be classified; thirdly, what the punishment is with which the same must be curbed according to the law; and finally, having framed a conclusion therefrom, to leave the same calmly to the adjudication and impartial decision of Your Noble and Honorable Worships; with the preceding protestation that the plaintiff ex officio, as a hater of all personalities that have no bearing on the matter, will observe all possible moderation, gentleness, and deference that is in any way consistent with the duties imposed upon him; but at the same time also with the hope and in the confidence that Your Noble and Honorable Worships, in the judgment of this matter, will exercise the duty of a judge as always noble, without the slightest respect of persons, according to the rules of justice and equity, as the matter itself demands; and this is especially necessary in a case such as this, which is of so great importance, since it will here turn upon the interests of all our Lords and Masters, so dearly commended to our care and oversight, together with the interest of the two Lords First Ministers of this Colony, and above all also upon the honor of the Chief Commander of this government, which it is the duty of us all to protect to the best of our ability. 1177. Letter G: That, in order to fulfill the first point as briefly and clearly as possible, and not to weary Your Noble and Honorable Worships with a tedious reading of a multitude of extracts from the trade books, the plaintiff ex officio, out of all the available years in which the defendant held the post and administration of Cellarmaster, will take out only one as a sample and example of what was practiced and put into operation during all that time; that according to an annexed extract from the cash accounts of the book-year 1787½, and specifically of the month of August, it appears: that in that month there were delivered to the Honorable Company 110 leggers of ordinary Cape wine, and 178 leggers of brandy, together a total of 288 leggers; that of these two hundred eighty-eight leggers, the 10 Rixdollars per legger, as paid to the Lord Governor and Secunde, are also entered as an expenditure, thus 2880 Rixdollars, while meanwhile the same have only enjoyed a sum of 1580 Rixdollars, namely for 158 leggers; that there is thus a shortfall of 130 leggers, for which the defendant received the 10 Rixdollars and thus 1300 Rixdollars; item, 3 Rixdollars for each legger of wine for recognition duty, which belongs to the Company, amounting for the 110 leggers delivered in that month, with another four leggers of red steen wine and two leggers of white muscadel, and thus together for 116 leggers at 3 Rixdollars, to the sum of 348 Rixdollars; just as indeed in the receipts of that month not a single heller or penny is found entered for received recognition moneys of delivered wines. 1178. Letter G. ad B That meanwhile, nothing is recorded regarding the delivery made by the defendant in that month, but instead other persons are entered into the books, such as for the wines: Daniel Wieser, 6 leggers Christoffel Groenewald, 25 leggers Hendrik Cloeten, 40 leggers Oltman Ahlers, 20 leggers Widow H. Albertijn, 25 leggers Thus together 116 leggers; for which persons, however, no receipts can be found, and whose names therefore seem to have been used merely to keep the defendant free from suspicion and to cover him behind them, as it were, against all inquiry; just as there are also several among the suppliers of the brandies whose receipts are missing, from which the 20 leggers that were lacking from the aforementioned 110 leggers to make up the total of 130 leggers can easily be found. Letter G: ad NB. While it must appear no less speculative and suspicious that precisely those suppliers of brandies whose receipts are missing, standing on one list with the others whose receipts are available, are placed neither at the top nor at the bottom, but in such a way that the first and the last appearing on that list have duly executed their receipts, and the others are inserted in between; that from what has been said it is therefore manifest that the defendant has deprived the Lord Governor and Secunde of a sum of 1300 Rixdollars, item, the Company on account of recognition duty, 348 Rixdollars, and consequently has enriched himself in an unjust manner with a sum of 1648 Rixdollars; that furthermore, when one the quantity

Dutch transcription

1176: de Negotie boeken klaar aan te toonen, wat 'er aan zyde van den gedaagden is bedreeven, met de wyze omme zo moogelyk het te verbergen, op welke zulks is geschied! 2e„ Met te ondersoeken, onder welk soort van delicten het geperpetreerde te Clas„ „seeren is! 3„e Welke de straffe zy, waarmeede deselve na rechten beteugeld moeten worden. En eindelyke daaruit eene conclusie gefor„ „meerd hebbende, deselve ter judicature en ondartydige besligging van U wel. Ed. e en Achtb. gerust overlaaten. Met voorafgaande protestatie dat de r. O. Eischer, als een haater van alle perso= „naliteiten, die niets ter zaaken doen, alle mogelyke en met de hem opgelegde pligten maar eenigzints strookende, moderatie, zagtheid en deferentie zal in agt neemen. Maar te gelyk ook met die hoope en in dat vertrouwen, dat uwel Edelen en Achtbaare in de beoordeeling deezer zaak, het officium judicis ut semper„ nobile, zonder het minste aanzien va persoon, na de reegels van rechtvaar „digheid en billykheid, pro ut resipsa postulat, zullen doen werksaam zyn: en zulks voor al ook noodig in eene zaak, zo als deese, qua tam magni mo¬ mentieet. Nademaal het alhier op de belangens van Onzer aller Heeren Meesteren, aan onse zorge en toeversigt zo duur aan= bevoolen, te gelyk met het interesse van de Twee Heeren Eerste ministers deeser Colonie en voor al meede op de Eere van den Hooft Gebieder van dit gouvernement, welke na vermogen te beschermen onzer aller pligt is, zal aankomen. zal Dat G 1177. Litt. G: Dat, om aan het eerste poinct, zo kost en duidelyk mogelyk te voldoen, en U„ WelEd: Achtbr met geene taedieuse lecture van eene meenigte Extracten uit de negotie boeken, te vermoeijen De 7. O. Eischer uit alle de voorhanden zynde jaaren, in welke de gedaagde de post en Administratie van Kelder„ meester heeft waargenoomen, 'er alleen maar een zal uit neemen tot een staal¬ tje en voorbeeld van het geene 'er in al dien tyd is gepractiseerd en in 't werk gestelt geworden. Dat volgens een hierby gevoegt Extract uit de Cassa reekeningen van het boekjaar 1787½ en wel van de maand Augustus blykt: Dat 'er in die maand aan de E Compagnie geleevert zyn 110 leggers ordinaire Caab. sche wyn, en 178 leggers brandewyn te samen een getal van 288 leggens. Dat van deese Tweehondert Acht en Tachentig leggers de 10 Ryxd. pr leggen als aan den Heere gouverneur en Secunde betaald, mede in uitgaave worden ge bracht, dus Ryxd 2880. — Terwyle ondertuschen deselve maar ge„ nooten hebben eene somma van 1580. — rijksdr. te weeten van 158 leggers. Dat er dus 130 leggers te kort koomen waarvan de gedaagde de 10 ryksd. en dus 1300 ryksd. r ontfangen heeft: Item 3 ryksdm. voor ider leggen wyn voor recognitie, welke de Comp. e toebehooren makende van 110 leggers, die in die maand= geleeverd zyn, met nog vier leggers roode steenwyn en twee leggers witte mascadel en dus te zaamen voor 116 leggers a 3. ryksdr. de somma van 348. ryksdr. Gelyk ook effective by den ontfangst van die maand, geen heller of penning voor ontfangene recognitie gelden van gelecuerde wynen word geboekt gevonden. Dat Dat 1178. Littera G. ad B Dat 'er onder tusschen van de leverantie door den gedaagde in die maand, niets bekend staat, maar daarvoor andere persoonen zyn te boek gestelt Als van de wynen Daniel Wieser. . . 6 leggens Christoffel groenewald. 25. „ Hendrik Cloeten. . . 40 — Oltman Ahlers. . . . 20 — Wede. H. Albertijn. . . . 25. — Dus tezaamen 116: leggers Van welke persoonen nogtans geene quit¬ tantien te vinden zyn, en wiens naamen dus maar gebruikt schynen, omme den gedaagde buiten soupcon te laaten en agter deselve, als 't waare, voor alle navraage te dekken. Gelyk dan ook onder de leueranciers der brandewynen verschydene zyn, waarvan de quittantien manqueeren, en waaruit de 20 leggers, die er aan de voorgemelde 110 leggers, om het getal van 130 leggens Dat al verder, wanneer men de quan¬ Terwyl het niet minder speculatief en suspect moet voorkoomen, dat juist die leveranciers der Brandewynen, waar„ van de Quittantien ontbreeken, met de overige waarvan dezelvee voor handen zyn, opeene lyst staande, niet voor of agter, maar zodanig zyn geplaatst dat de eerste ende laatste op die lyst voor koomende, hunne quittantien na behoo„ „ren hebben gepasseerd ende andere tussen beide zyn ingelast. Dat uit het gezegde dan manifesteert, Dat de gedaagde den heere Gouverneur en secunde heeft te kort gedaan Een Somma van. . . . . . Rd. r 1300. — Item, de Comp=e wegens recognitie „ 348. — En gevolgelyk zich met eene som- ma van - . . . . . . . . rd. n 1648. — - Op eene onrechtvaardige wyse heeft ver„ rykt. uit te maaken, te kort schooten, gemak„ kelyk te vinden zyn. Littera G: ad NB uit titeit t —

NL-HaNA_1.04.02_4352_0349 view scan ↗

English

1179. quantity of leagers, of which the defendant has appropriated the 10 rixdollars due to the Lord Governor and Secunde, and which were thus delivered by him to the Company under strange names, is totaled over several years, and one compares to that sum the quantity of leagers paid for by the Company in those years, one will find that the first sum far exceeds the ten percent allowed for write-off under Letter D, especially if one reflects on the actual leakage that he must naturally have in an entire year. That, therefore, the defendant has moreover acted contrary to the express commands of his lords and masters cited herebefore, and consequently has brought upon himself the punishment of dismissal enacted by the very same against it; for truly, Right Honorable and Worshipful Lords, the drinks from the 10 percent conceded spillage must have been sold to the Company or to private individuals; which latter is prohibited under the same penalty as delivering to the Company in greater quantity than the spillage amounts to, since neither the defendant nor anyone in the world will be able to maintain that this quantity of leagers would have been consumed in the defendant's own household. That the Plaintiff ex officio trusts herewith to have dealt with the first point, namely demonstrating what has been committed on the part of the defendant, as well as the manner in which it occurred. In the firm persuasion nevertheless that the defendant will not be audacious enough to dare to deny what has been deposed, or to reproach the extract from the cash accounts drafted by the honorable Plaintiff's own hand and annexed hereto; 1180. while he, for several reasons, must find difficulty in releasing those books into other hands in order to have the necessary extracts drawn and authenticated therefrom. In the contrary case, he expressly reserves to himself the right, by requesting a commission specifically designated for that purpose, to prove all that has occurred clearly and indisputably from the trade books or other documents. That concerning the second point, namely, under which type of offences this conduct of the defendant must be classified! It could not seem strange at all to anyone who possesses even the slightest tincture of the Ius Romanum Civile, in case the Plaintiff ex officio placed the same under the Lex Cornelia cited in lib. 48. Tit. 10. ff. Especially when he compared the description by all prominent doctors of law of the crime treated therein to the case in question with all its circumstances. Yet, in order to take everything as mildly as is in any way possible, the Plaintiff ex officio does not doubt for a moment that the defendant himself, who formerly also frequented the universities in Europe, at least if such occurred with any fruit, will have to agree with all impartial persons that it is by no means aggravated if one brings the same under the 13th Title of the same book ff, namely under Peculatus or embezzlement of public funds, which is unanimously described by the criminalists to be: Furtum pecuniae publicae, factum ab eo cujus eo periculo non est. That is: a theft of public money, not committed by him who held the same at his risk. 1181. That indeed, Right Honorable and Worshipful Lords, no one will be able to contradict that the 10 rixdollars per leager of wine and brandy are public money, or what must amount to the same thing here, Company's money, destined for its two first ministers in this government, the Lord Governor and Secunde. And that the 3 rixdollars likewise are public or Company's money, directly destined for the benefit of the Company's treasury. That also no one will be able to hold innocent of having committed peculation the one who diverts such monies from their destination, takes them to himself propria auctoritate, and enriches himself therewith. That with respect to the third point, namely the punishment applicable thereto; This punishment, as in most crimes, is determined differently according to the persons, times, places, and circumstances. That according to the common Roman laws, the same was death for persons who were members of the magistracy or government, as also for their accomplices, and for others aquae et ignis interdictio or banishment, and confiscation, L. unic. C. Peculatus, item lex Jul. 9. Instit. de publ. jud., add L. 48. T. 13. §3 ff. ad leg. Jul. pecul. That lesser kinds of embezzlement of public funds were punished with a fourfold restitution of what was enjoyed, and furthermore deportation. L. 6. in fine & L. pen. ff. leg. Jul. de pecul. Then that afterwards the Emperor Leo judged that the punishment of death was somewhat too heavy, and desiring that a judge rather apply a paternal chastisement in such matters

Dutch transcription

1179. titeit leggers waarvan de gedaagde de 10 ryksdr. aan den Heere gouverneur en se„ „cunde competeerende, zich heeft toege eigend, en welke dus door hem op vreemde namen aan de Comp zin geleeverd, eenige jaa¬ „ren by elkander trekt, en men by die somma vergelykt de quantiteit der leggers, welke in die jaaren door de Compagnie betaald zyn, men bevin¬ den zal, dat die eerste somma de voor afschryvinge geconcedeerde Tion procento by Littera D. verre overtreft, voor al zo men op de reele lekkagie, die hy natuurlyker wyse in een geheel jaar moet hebben, reflecteert. Dat dus ook de gedaagde daarenboven tegens de uitdrukkelyk en hier vooren aangehaalde beveelen van zyne heeren meesteren heeft gehandelt, en by ge¬ volg zich de door Hoogst deselve daar tegens gestatueerde Straffe van Depor„ tement, heeft op den hals gehaald want dog, welEdele en Achtbaare Heeren, In die vaste persicatie nogthans, dat de gedaagde niet audacicus genoeg zal zyn het gedeposeerde te durven ne¬ „geeren, ofte het door den E. E Eischer eigenhandig geformeerde en hier by - gevoegde Extract uit de Cassa reeke¬ de dranken uit de 10 pre cento geconcedeer„ „de spillagie, moeten aan de Compagnie of aan Particuliere zyn verkogt; welk laatste op deselfde panaliteit als het le„ veren aan de Compen in meerder quanti„ „teit als de spillagie bedraagt, is ver„ „booden: nademaal nog de gedaagde nog iemand ter waereld zal kunnen sustineeren, dat die quantiteit leg„ „gers in des Gedaagdens eigene huishou„ „dinge zoude weesen opgebruikt. Dat de R. O. Eischer hiermeede vertrouwt het eerste poinct, met namentlyk aan te toonen, wat er aan zyde van den gedaagden is bedreeven, mitsgaders de wyse op de welke, te hebben af gehandelt. de ningen 1180 „ningen te reprocheeren; terwyle Hy om verscheidene redenen swaarigheid moetende maaken, omme die boeken in andere handen af te geeven, ten einde daaruit de noodige extracten te doen ligten en authentiseeren. In Contrarien val wel expresselyk aan zig houd gereserveert, omme door het ver„ zoeken van eene daartoe exprofesso gedespicieerde Commissie, al het gepas= „seerde uit de Negotieboeken ofte andere documenten, klaarlyk en insdisputa„ „bel te bewyzen. Dat aanbelangende het Tweede poinch, namentlyk, onder welke soort van delicten deese handelwyse van den gedaagde moct gerangschikt worden! Het aan een iegelyk die maar de min„ „ste tinctuure van het Ius Ronianum Civile, bezit, geenzints vreemd zoude kunnen voorkoomen, ingevalle de R. O. Eischer deselve onder de, in zat egter om het een en ander, zo zagt als eenigsints doenlyk is, op te neemen de E. O. Eischer geen oogenblik twyffeld of de gedaagde zelve, die voormaals de Hooge Schoolen in Europa meede heeft gefrequenteerd, althans zo zulks met eenige vrugt is geschied, zal met alle onpartyde moeten toestemmen, dat het geensints geagraveert is, zo men de zelve onder den 13. Tit ejuitem lib. f nameen „lyk onder het Peculatus ofte landdieverge brengt welke door de Cremina Cisten eenpaarig word beschreeven te zyn: Furtum pecunice publica, factum ab eo cujus eo periculo non est. Dat is: een diefte van slands penningen, niet gepleegd door hem die deselve tot zyn gevaar had. lib: 48: Til. 10. ff: aangehaalde lex Cornelia stelde. Voor al zo wanneer hy de beschryving van alle voornaame rechts doetoren van het daarby verhandelde Crimen, op het Cas in queestie met alle desselfs omstandig „heeden vergeleek. lib. Dat 1. 1181. Dat immers Wel Edele en Achtbaare Heeren, de 10 rykid. r p. r legger wyn en brandewyn zyn lands ofte het gee¬ „ne alhier op 't zelfde moet uitkomen Compagnies penningen, gedestineert voor desselfs twee eerste Ministers in dit gouvernement, den Heere gouverneur en Secunde. En de 3. ryksdr. insgelyks 's lands of Compagnies penningen zyn, directelijk gedestineert ten voordeelen van s' Comp Cassa, niemant zal kunnen tegen spreeken. — Dat ook niemant den geenen, die zo daanige penningen van derselver destinatie aftrekt, propria aucto„ „vitate na zig neemt, en zig zelve daarmeede verrykt, zal onschuldig kunnen houden van het Pecalatie begaan te hebben. Dat ten opzichte van het derde poinct„ namentlyk de straffe welke daarop toepasselyk is Deeze straffe gelyk in de meeste mis daaden, na de Persoonen, tiden plaatsen en omstandigheeden onder scheidentlyk word genoomen. Dat volgens de gemeene roomsche wetten dezelve voor Persoonen, die leeden van de Magistrature ofte regeering waren, gelyk ook voor hunne medepligtige was de dood ende voor andere aquae et ignis interdictio ofte de ban & Confesé L. unie. C. Peculatus item leu jul. 9. instit. de publ. jud adde L. 48. I. 13. 83 ff ad leg. jul. pecul. Dat mindere zoorten van Lands dieveryen wierden gestraft met eene vier dubbelde restitutie van het genootene, voorts de „portement. L: 6. in fine & L. pen. f. leg: jul. de pecul. Dan dat naderhand de Keyser Leo, oor„ deelde dat de straffe des doods wat te swaar was, en willende, dat een regten eerder eene vaderlyke kastydinge in toe zaken

NL-HaNA_1.04.02_4352_0352 view scan ↗

English

1182. matters that were remediable, rather than a punishment according to the strictest justice, has decreed in his Constitution 105: De hinc vero istius modi magistratus pro fiscalis rei furto dignitate expellantur, quaeque surripuerunt, haec in duplum dependant. That is, a double restitution and deportation. That there are nevertheless several examples, both in the Republic and in neighbouring realms, and in particular in France, showing that in our times this crime has been punished much more severely, with the confiscation of life and property. That finally the defendant, as has already been briefly demonstrated herebefore, by delivering more wine and brandy to the Company than the leakage allowance of ten percent conceded to him in his administration yielded, has exposed himself to the penalties of deportation that were recently imposed thereon by the Lords Masters themselves. On account of which, and many other means and motives to be further supplemented and added hereunto ex officio, vel via Juris aut Facti, if necessary, The Officer of the Court, Claiming, concluding, contends: That the defendant, Cellar Master Jacobus Johannes Le Sueur, shall, by definitive sentence of Your High Esteemed Court, be condemned; To atone for his committed improper conduct and malversations in his administration and post as Cellar Master with a double restitution of all that was enjoyed by him in the aforementioned manner; Furthermore, to be dismissed from his offices and declared unfit ever to serve the Honourable Company again in any capacity; With further condemnation in all the costs of these proceedings, or etc., etc. Agrees. W. C. Van Ryneveld, Secretary. Signed: J. N. S. van Lijnden. 1183. Letter A. Rhenius. Extract from the Instruction Memorandum of Governor General Van Imhoff, left behind for this Government at the Cape of Good Hope, the 25 February 1743. A: But for the Governor or Commander at this place, without prejudicing the community or the Honourable Company and opening a door to all manner of irregularities, nothing else can be devised than that which, for 30 and more years, has remained from the fixed price of the wines delivered to the Company during an abundant harvest over and above the sustenance of the farmer, of which 2/3 is for the same, and the remaining third for the Head Administrator and Secunde. The Dispenser, Warehouse Master, and Cellar Master must content themselves with the fixed write-offs granted to them according to the regulations, and by attentiveness and good supervision in their service take care that they can thereby find an honest living. Beneath stood: Agrees. Signed: G. F. Goetz, Sworn Clerk. Agrees. J. J. R. Ryneveld, Secretary. NB. D. 70. 1184. Letter B. In continuation of what was discussed in the meeting, and the draft that existed to permit a moderate quantity of Cape wines to be transported from here to Batavia with Company ships, provided that, following the example of the regulations in the Fatherland, a certain sum as recognition money is paid to the Honourable Company upon their import and export; there having now been submitted a certain representation and document drawn up by the Burgher Councillors of this place, after having heard of this and of the grievances made to them on this account by many of these inhabitants, with the prior knowledge of His Excellency the Right Honourable Governor General Gustaaf Willem van Imhoff, wherein they come to present the reasons why they consider that such could be of harmful consequence to this Colony, and further what tax could be imposed thereon instead as an equivalent, without burdening the wine trade at this place; it was therefore, upon its resumption, with the consent of the aforementioned Friday the 22 February 1743. Extract Resolution taken in the Council of Policy In the Castle of Good Hope. Rhenius. High Esteemed Lord Governor General, further understood and resolved that one shall abandon the first-mentioned draft, and accordingly leave the trade in the wines harvested here open and free as of old, provided that the same shall not be shipped on the ships of the Honourable Company that will have to load here, and by no means placed between decks; and that, furthermore, in order that the Honourable Company might nevertheless not remain deprived of the advantages that it would otherwise have enjoyed, from now on three rixdollars shall have to be paid to the Honourable Company for every leaguer of wine that shall be driven past the Castle and brought into this settlement; whereby then also the cask-money on wines shall be and remain abolished, since by this tax of three rixdollars on every leaguer of wine brought here into the Cape, the Honourable Company will certainly come to profit, if not more, at least as much as when the aforementioned cask-money remained in place and the freight for the exported wines had to be paid in the manner mentioned above. Beneath stood: Agrees. Signed: G. F. Goetz, Sworn Clerk. Agrees. W. D. Ryneveld, Clerk. 1185. § 37. Furthermore, it having been taken into consideration by us that for every leaguer of wine delivered to the Company, a warrant is issued for payment of 40 rixdollars, but that the supplier receives no more than 27 rixdollars thereof, while of the withheld 13 rixdollars, under our permission, 10 are enjoyed by the Governor and Secunde as a means of sustenance, and the remaining 3 are retained for the Company on the footing of a recognition fee; we have therefore, to prevent all wrong impressions that might arise from this practice, however entirely lawful it may be, Extract of the Homeland Minute, written by the Right Honourable Lords Directors at the Illustrious Meeting of Seventeen at the Presidial Chamber of Zeeland to the Honourable Lord Governor and the Council of Cabo de Goede Hoop, dated 27 Nov 1784. arise 6th Rhenius.

Dutch transcription

1182. zaaken die te herstellen waaren, als eene Straffe na de Strengste recht„ vaardigheid zouden praefereeren, heeft gestatueerd in zyne Constitutie 105. — De hinc vero istius modi magistratus pro fiscalis rei furto dignitate ex„ pellantur, qua que jurripuerent, hac in duplum de pendant Dat is eene dubbelde weedergeeving en deportement. Dat 'er nogthans verscheidene voor- „beelden zo in de republicq als in na= buurige Ryken en in 't bysonder in Frankrijk voorhanden zijn, dat in onze tyden deese misdaad vry, zwaarder en met Confiscatie van Lyf en goed is gestraft geworden. Dat eindelyk de gedaagde, gelyk hier vooren reets met een woord is aan getoond, door het leeveren van meer Overmits welke en meerdere ### andere middelen ende Motiven hier toe ex officie velvia Juris aut Facti, is t nood nader te suppleren ende te voegen De R: O: Eijscher Concludeerende Contendeert, Dat de gedaagde Keldermeeste Jacobus Johannes Le Sueur bij definitive vonnisse van UwEd e Adrk, zal werden gesonden neerd; zijn begave onbehoorlijke handel wijzen en Malversatie in deszelfs Administratie en Post als Keldermeester te Boeten met eene dubbelde restitutie van al het door Hem op de gementioneerde wijze genootene Voorts verlaaten te worden van zijne ampten, en inhabiel verklaard de E Compagnie ooit wyn en brandewyn aan de Compagnie als de aan hem in zyne administratie geconcedeerde Spillagie van Thien ten hondert opleevert, zich aan de straffen van deportement, door heeren meesteren, nog zoonlangs, zelve daar op gesteld, heeft geExponeert. wyn te ge weederom in eenige qualiteit te kunnen dienen Met verdere condemnatie in alle de kosten deezer proceduure ofte etc: atc: Accordeert W„ C„ V„n Rijneveld secrete /:was geteekend:/ I: N. S. van Lijnden 1183. Littera A thenius Extract uit de Memorie In„ structief van den Gouverneur Generaal van Imhoff, ten deesen Gouvernemente agter gelaaten aan kaap de Goede Hoop den 25 February 1743. A: Dog voorden gouverneur of gezaghebber ter deeser plaatse kan zonder de gemeente of de EComp. e te praejudiceeren en een deure tot allerhande on„ „gereegelheeden te openen, niets anders werde uit gevonden, dan het geene t zedert 30 en meer jaren van den bepaalden prys der wynen die aan de Compe geleevert worden by een opulent gewasch boven 't bestaan van den Landman overschiet waarvan 2/3 voor denselven en 't resteerende derde voorden hoofd administrateur en secende. den dispencier, Pakhuis meester en keldermeester moeten haar te vreede houden met de bepaalde afschryvingen die aan haar naar de ordre werde toegestaan en door oplettentheid en goede toezigt in haaren dienst zorgedragen, dat zy daarby een eerlyk bestaan kunnen vinden. /:onderstond:/ Accordeert - /:was Geteekend:/ G: f: Goetz Accordeert J J R Ryneveld Eg Clercq: Secret NB. D: 70 1184. Littera B. Ter vervolge van 't in vergaderinge verhandeld, en 't concept dat 'er geweest is, dat zoude worden gepermitteert, een maatige quantiteit Caabse wynen met s Comp scheepen van hier na Batavia te mogen overvoeren, mits na het voorbeeld van het gerega¬ „leerde in 't vaderland by dies in en uitvoer aan de EComp. zeekertantum tot recognitie betaalen, als nu ingekoomen zynde zeker vertrag en schrif- „tuur door burgerraaden deeser plaatse op het aan„ hooren van dien ende hun diesweegen gedaan doliantien door veele deeser inwoonderen, met voorkennisse van zyn Hoog Edelheid den WelEd: Hoog Achtb: Heere Gouverneur Generaal Gustaaf Willem van Iihof, opgesteld, waarbij dezelve koomen voor te draagen de redenen waarom zy oordeelen dat zulx voor deese Colonie van eene schadelyk gevolg zoude kunnen weezen en wyders welke belasting in steede van dien tot een aequivalent, sonder beswarnis van den wynhandel ter deeser plaatse daarop zoude kunnen worden gesteld; zo is by dies re„ sumptie met bewilliging van wel opgemelde Vrydag den 22 February 1743 Extract Resolutie genomen in raade van Politie Int Casteel de Goede Hoop Thenius Hoog op Hoog Edelen Heere Gouverneur Generaal nader verstaan en gearresteerd dat men van eerstgen Concept afsien en dien volgende de negotie in de hier vallende wynen als van ouds open en vry laaten zal, mits dat deselve in de scheepen der E Comp:e die hier zullen moeten laden, niet zullen mogen werden afgescheept en allesints niet geplaatst tuschen deks, en dat voorn, ten einde de EComp. e des niet te min mogt verstoken blyven van de voordeelen, die deselve andersints zoude hebben genooten, van nu af aan voor ieder leg„ „ger wijn, die voorby det Casteel zal worden geree„ „den en in dit vlek aangeroert, drie ryxd. s aan dE Comp. e zullen moeten betaald worden; waarmede dan ook 't vatgeld op wynen, zal zyn en blyven afgeschaft also met deese belasting van drie ryxd r op ieder hier in de Caab aangebragt vordende legger win, d' EComp. e zekerlyk zo niet meer, ten minsten nog zo veel zal koomen te profiteeren dan wanneer 't voorn vatgeld bleef staan en het vragtloon voor de uitgevoerd wordende wynen invoegen als boven is gemeld moest worden voldaan. /:onderstond:/ Accordeert - /was Geteekend:/ G: f: Goetz. E. gClercq. Accordeert W D Rynevel kere k 1185. §: 37. Voorts by ons in achting zynde genoomen dat van ieder legger wyn, aan de Compagnie geleeverd een ordonnantie word geslagen tot betaaling van 40 ryksdm. maar dat de leveranciers daarop niet meer ontfangt dan 27 ryksdr. terwijl uit de ingehoudene 13 ryksd:r onder onse toelaating 'er 10 by den Gouverneur en secunde als een middel van bestaan worden genooten ende overige 3. voor de Compe: worden ingehouden op den voet eener recognitie, zo hebben wy tot voorkooming van alle verkeerde indrukken, die uit deese practyk hoe alzins wettig ook, zouden kunnen„ Extract Patriasche Minuice, geschreeven door de WelEd: Heeren Bewindhebberen ter Illustre vergadering van Zeventienen ter Praesidiaale kamer Zeeland aan den Edelen Heer Gouverneur en den Raad van Cabo de Goede Hooft de dato 27 nov: 1784. ontstaan 6:e rhenius -

NL-HaNA_1.04.02_4352_0359 view scan ↗

English

arisen, approved that henceforth, on a separate account, the said 10 rykid. r for each leaguer of wine that is delivered shall be issued from the Company's treasury to the Governor and Secunde, as 2/3 for the first mentioned and 1/3 for the Secunde, and that the warrants for the payment of the suppliers shall not be drawn higher than up to 30 rykid. r. for each leaguer, the aforesaid recognition of 3 rykid:s remaining completely unchanged on that footing. Beneath stood: Agrees. Was signed: G: J. Goetz. Eg: Clercq. Agrees. Wd V Rijneveld secret D. 1186. thenius Tuesday the 31st of January 1758. Extract of the Resolution taken in the Council of Policy in the Castle of Good Hope, on That one shall not fail, in pursuance of what has been ordered in this regard, upon the issuing of wine or brandy, to have the leaguers calculated at no higher than 360 kannen, but with regard to this, serious consideration having been taken that since the excessive spillage and shortfalls that happen to occur on the large quantity of wines stored as well as shipped and issued, have solely had to be made good and borne by the cellar master out of the calculation of the leaguers at 408 kannen, just as this was shown at large to their Honorable Great Worships in the answering of the findings on the trade books of this Government for the years 1753, it therefore becomes an absolute impossibility for the said official, usually issuing the leaguers at 360 kannen, to be able to make good the aforesaid considerable spillage and further frequent harmful accidents of leakage and otherwise to which they are subject, as well as the long keeping of the wines in the Company's cellars whereby the same are subject to great diminution; one has therefore had to resolve, pursuant to the qualification granted by their aforementioned High Honors for this purpose, to grant the said cellar master 10 percent of the annual remaining balances of the wines as well as arrack and brandy left over at the closing of the books on the ultimate of August, which indemnification, having been taken as moderate as possible, one therefore hopes that their High Honors will please be satisfied with. Beneath stood: Agrees. Was signed: G: F: Goetz: Eg Clercq. Agrees. W V Ryneveld secret 1 1187. Memorial for the Court Messenger Carel Evald Ziervogel. R. 10: thenius In order to, at the requisition of the undersigned Independent Fiscal of this Government, proceed to the house and into the presence of the Honorable Worshipful Mr. I. T. le Sueur, and to ask him, no less friendly than judicially, 1st whether he, the insinuated gentleman, since he has held the post of Cellar Master in this Government, has not annually delivered some leaguers of Cape brandy as well as common wines for the service of the Honorable Company? 2nd if so, of how many leaguers of brandy and of how many leaguers of common wine that delivery has consisted specifically and from year to year? 3rd whether those deliveries took place in the insinuated gentleman's own name? 4th or whether the insinuated gentleman reported those deliveries to have taken place through other persons? 5th whether the payment for those deliveries was not made annually by the Chamber to the insinuated gentleman, the brandy at sixty and the ordinary prepared Cape wines at 40 rd. s the leaguer: the other sorts of Cape wines in proportion and in the manner as the same are usually charged to the account of the Honorable Company? Item in the years 1782/3 and 1783/4 the brandy at seventy and the prepared Cape wine at fifty rixdollars the leaguer? 6th Whether he, the insinuated gentleman, has always enjoyed that payment fully in that manner? 7th Or whether he has also made any disbursements out of it, if so, how much, to whom, and on what grounds? Furthermore, to properly report the answers of the insinuated gentleman pertinently and in writing. Beneath stood: Done Cape the 21st of January 1791. Was signed: I. N. S. Van Lynden. W dH Ryjnenel Secrets Agrees. thenius 1188 Yesterday the 21st of January 1791, I, the undersigned First Court Messenger, proceeded to the house and into the presence of the Honorable Worshipful Mr. J. S. Le Sueur, and duly served the accompanying Insinuation; whereupon a copy of that insinuation was requested by his Honorable Worship against this morning; having, after the delivery thereof, received as answer: "I have considered the questions assigned to me by the Independent Fiscal, and have found them to be of such nature that the same ought to be answered in the full Council of Policy; which I hope to do upon my safe return after taking the waters." Which I relate to have occurred to me. Beneath stood: Cape of Good Hope the 22nd of January 1791. Was signed: C: C: Ziervogel First Messenger. Agrees. W J V Ryneveld secret F. 1189. Extract from the Cash Accounts for the year 1787/8. August 1788. Paid to the persons to be named below for the following delivery, as: Four leaguers of red Stein wine by Jan Daniel Wieser at 100 rixdollars: R: 400: —. — Two leaguers of white Muscadel by the same at 50 rixdollars: 100:—. — 110 leaguers of prepared Cape wine. 25 leaguers the widow of Christoffel Groenewald 40 ditto Hendrik Cloeten 20 ditto Oltman Ahlers 25 ditto the widow of Hendrik Albertyn 110 leaguers at 30 rixdollars each: 3300:—. — 178 leaguers of brandy, as: 1 leaguer Abraham de Villiers A. z. 50: —. — 2 ditto Andries Christopfel vander bil 100: —. — 1 ditto Adriaan Louw Jansz. 50: —. — 2 ditto Adriaan Louw Jacobsz. 100: —. — 6 leaguers of brandy R:o 4100:—: —. Thennus

Dutch transcription

ontstaan, goedgevonden, dat voortaan, op eene afsonderlyke reekening gemelde 10 rykid. r voor elke legger wijn die er word geleeverd, aan den Gouverneur en secunde als 2/3 voor eerstgemelden en B3 voorden secunde uit sComp Cas zullen worden afge„ geeven en dat de ordonnantien ter betaling van de leverantiers niet hooger zullen wor„ „den geslagen dan tot 30 rykid. r. voor ieder legger blyvende op dien voet de voorzeide recognitie van 3 rykid:s, in haar geheel. /:onderstond:/ Accordeert = /:was geteekend:/ G: J. Goetz. Eg: Clercq. Accordeert. Wd V Rijneveld secret D. 1186. thenius Dat men niet zal manqueeren om in opvolging van het dies weegen geordonneerde by verstrekking van wyn of brandewyn, de leggers niet hooger dan tegens 360 kann te doen bereekenen, dog ten deesen belangen in Serieuse overweeging genoomen zynde, dat nade maal de excessive spillagie in minderheeden die 'er op de groote quantiteit ingeslagen mitsgaders verson en verstrekt werdende wynen koomen te vallen, alleen door den keldermeester hebben moeten werden goedgemaakt en gedragen uit de bereekening der leggers tot 408 kann. gelyk sulx by de beantwoording der bevinding op de Negotieboeken deeses Gouvernements d' Annis 17/53 in 't breede aan haar WelEd: Groot Achtb: is vertoond geworden, 't dien volgens een volstrekte onmogelykheid voor gem bediende komt te zyn, om de leggers doorgaans tegens 360 Cann. ver. strekkende, de voorsz Considerable spillagie en verdere meenigvuldig onderheevig zynde schaadelyke toeval„ „len van leccagie als andersints, mitsg=s het lang be. waaren der wynen in 's Comp. kelders waardoor Dezelve groote vermindering onderworpen zyn te kunnen goed- „maaken heeft men dierhalven moeten besluiten om ingevolge welgem. Haar hoog Edelens hiertoe ver„ leende qualificatie, ged: keldermeester van de Iaar- Dingsdag den 31 Januarij 1758. Extract Resolutie genoomen in raade van Politie in 't Casteel de goede hoop, op lyksen lykse onder ult. o Aug„s bij 't sluiten der boeken over te blyvene Restanten der wynen mitsg. s Arak en brandewyn 10 pC=to toe te leggen, welk dedomagen, „ment zo menageus als mogelyk is, genoomen zynde men dierhalven hoopen wel dat haar hoogEdelens zich zullen gelieven te laaten welgevallen /:onderstond:/ Accordeert — /was geteekend:/ G: F: Goetz: Eg Clercq. Accordeert W V Ryneveld secret 1 1187. Omme op requisitie van den ondergetekende Indegen„ dent fiscaal deeses Gouvernements, zig te vervoegen ten huizen en ter praesentie van den Ed. Achtb Heer I. T. le sueur, en denselven niet min vrind- dan gerigtelik af„ te vraagen, 1„o of hy Heere geinsinueerde, zedert dat de post van Keldermeester in dit Gouvernement heeft bekleed, niet jaarlyks eenige leggers zo kaebse brandewyn als koele wynen ten dienste van de Ed Compagnie heeft geleeverd? 2„o zo ja, in hoe veel leggers brandewijn en in hoe veel leggers koele wyn, die leverantie specifique en van jaar tot jaar heeft bestaan! 3„e of die leverantien zyn geschied op des Heeren ge¬ insinueerdens eigene naam 4e dan op den heer geinsunueerde heeft opgegeeven, die leverantien door andere persoonen geschied te zyn? 5„e of de betaling van die leverantien door den Heere Camer aan den heere geinsinueerde niet jaarlyks is geschied, de Brandewijn tegens sestig en de ordinaire bereide Caabsen wynen tegens 40 rd. s de ligger: de andere zoorten van Caabsche wynen na evenreedigheid en invoegen als deselve gewoonliyk aande Ed. Compe op rekening word gesteld? Item in den jaaren 1782/3 en 178¾ de brandewyn tegens zeeventig ende bereide Caabse wyn tegens vyftig ryxdaaler de legger! 6„e Of hy heere geinsinueerde die betaaling altoos Memorie voorden Gerechtsboode Carel Evald zier vogel. R. 10: thenius zo 0 F zodanig ten vollen heeft genooten! 7o. Dan of daarvan ook eenige uitkeeringe heeft gedaan, zo ja, hoe veel, aan wie en uit welke hoofden! Voorts omme van des Heeren Geinsinueerdens antwoorden pertinent en schriftelyk te rela= teeren naar behooren. /onderstond:/ Actum Cabo den 21 Jannuarij 1791. /:was geteekend :/ I. N. S. Van Lynden. W dH Ryjnenel Secrets Accordeert. thenius 1188 heb ik ondergeteekende Eerste Gerechts bode my ver„ voegt ten huise en ter praesentie van den Ed. Achtb. Heer J. S. Le Sueur, en de bygaande Insinuatie behoorlijk geexploicteert; waarop van zyn Ed Achtb. tegens heeden morgen van die insinuatie Copia is gerequireerd geworden; hebbende ik na de overgave daarvan tot antwoord bekomen: „ Ik hebde vragen door den heere Independent fiscaal, te opgedragen, overwogen, en hebze be„ vonden van dien aart te zyn, dat deselve in den vollen Raad van Politie dienen te werden beant„ woord; het welk ik by myn behouden retour, na 't gebruik der wateren, hoope te doen. —„ Het welk ik relateere my te zyn weedervaaren. /:onderstond:/ Cabo de Goede Hoop den 22 te January 1791. — /:was geteekend: C: C: Ziervogel Op gisteren den 21 January 1791. Eg„t Boode. Accordeert W J V Ryneveld secret F. en 1189. vier Leggers roode steenwyn door Jan Daniel Wieser a 100 Ryxdr. R: 400: —. — Twee Leggers witte Muscadel door deselve a 50 Ryxdr. . . „ 100:—„—„ 110. Leggers beroide Caabse wyn. „ 25 Leggers de wede. Christoffel Groenewald 40 _o Hendrik Cloeten 20 _o Oltman Ahlers 25 _o de Wede hendk Albertyn 110 Leggers a 30 ryxd. s ieder. . . „ 3300:—. — 178. leggers brandewyn als. 50: —„— 1 legger Abraham de Villiers A. r. 2 _o Andries Christopfel vander bil. „ 100: —. — 1 _o Adriaan Lauw Jansz. . . „ 50. —„„ 2 _o adriaan Louw Jacobiz. . . „ 100: —„ — 6. Leggers brandewijn Extract uit de Cassa Reke„ ningen over den jaare 1787/8. Augustus 1788. Aan de natenoemene persoonen over te volgende Leverantie voldaan als: R:o 4100:—: —. — Thennus _ .

NL-HaNA_1.04.02_4352_0367 view scan ↗

English

1190. Brought forward Rds. 4100: —. —. 6. Leaguers 1 ditto Andries Lategaan. . . . Rds. 50 —. — 1 ditto Christiaan Fredrik Hop - Rds. 50. —. —. 2 ditto Benjamin Godlieb Weygt. Rds. 100. —. —. 1 ditto Casparus Albertyn. . Rds. 50. —. — 2 ditto the widow D. Rossouw. . . Rds. 100 —. — 1 ditto Jacobus Marais. . Rds. 50 . . —. — 1 ditto Jan Cilliers. . . . Rds. 50 —. —. 1 ditto G. Rossouw - - Rds. 50 —. —. 1 ditto I. W. Dojeman . Rds. 50 —. — 1 ditto P. I. de Villiers. . . Rds. 50 –. —. 1 ditto Jacob de Villiers the elder. . . . Rds. 50 —. — 2 ditto Hendrik Albertin. . . . . Rds. 100 —. — 1 ditto Jan de Villiers Dz Rds. 50. —. — 1 ditto Johannes Kreego. . . . . Rds. 50. —. — 1 ditto C. van der Merwe. . . . . Rds. 50. – . — 2 ditto Daniel Retief. . . . . . Rds. 100 —. — 2 ditto David de Villiers Rds. 100 —. — 1 ditto Dirk Wouter Hoffman. . . . Rds. 50 — . — 1 ditto Daniel Roux. . . . . Rds. 50 —. — 1 ditto Daniel Goubert. — Rds. 50 — . — 2 ditto Francois du Toit. – Rds. 100: — . — 33 leaguers of Cape brandy. . . Rds. 5450: —: — 58 leaguers of Cape brandy. . Rds. 6700:—:— 33. Leaguers - . Brought forward Rds. 5450. –. — 1 ditto Frans Roos . . . Rds. 50 —. — 1 ditto Frans Rossouw the elder. . . . Rds. 50. —. — 1 ditto Guillaume du Toit - - Rds. 50. —. — 1 ditto Gerrit Victor. . . . . — Rds. 50 —. — 1 ditto Gideon Joubert Gz. . . . Rds. 50. —. — 2 ditto Daniel le Roux . . . . - Rds. 100. —. — 2 ditto the widow G. G. Kaaptuleesch — Rds. 100. –. – 1 ditto Petrus van Nierop. . Rds. 50. —. — 1 ditto Daniel Jacobsz – Rds. 50. – — 1 ditto C. P. Akkerman - - - - Rds. 50. —. — 1 ditto Josua Charlet Celliers. . . . Rds. 50. —. — 1 ditto Willem Marais – – Rds. 50. – . – 3 ditto Johs Petrus Roux — Rds. 150: — . — 1 ditto Robbert Nicolaas Akling. Rds. 50. —. — 2 ditto the widow Jan Minnaar. . . Rds. 100. —. — 1 ditto Andries Steph. du Toit. . Rds. 50 —. — 1 ditto Adriaan van Reenen . . Rds. 50. – . — 1 ditto P: P: Naudé - – – Rds. 50. —. — 1 ditto Abraham Faure. . Rds. 50. — 1 ditto David de Villiers GPz. . . Rds. 50. — August 1788 August 1788. 1191. 58. Leaguers Brought forward Rds. 6700:—. —. 2 ditto the widow Louis Pinaar - . Rds. 100 –. –. 2 ditto Willem Lategaan - – – - Rds. 100 —. — 1 ditto Jac: Joh:s van der Merwe. . . Rds. 50. —. — 1 ditto the widow Arend Bleyenberg. — Rds. 50 —. — 1 ditto Carel Christoffel Frik. . . . . Rds. 50. —. — 1 ditto Pieter le Roux the younger - — — Rds. 50 —. — 2 ditto the widow S. du Toit Pz. . . - Rds. 100. —. — 1 ditto Andries Berens du Toit. . . Rds. 50. —. – 1 ditto the widow Fokke Hendrikse. . . Rds. 50. — . — 1 ditto P. I. Mare. . . . . . Rds. 50. – . — 1 ditto Pieter Eduard Hauman. . . Rds. 50 —. — 1 ditto Jan Hendrik Lategaan. . . Rds. 50. — . — 1 ditto W.m Willem. . . . . Rds. 50. –. — 1 ditto T. Retief. . . . . . Rds. 50. —. — 2 ditto I. I. Kats. . - - - - - - - Rds. 100. –. — 1 ditto I. A. Geebler. . . . Rds. 50. —. — 3. ditto H. Louw. . . . . Rds. 150. —. — 2 ditto C. du Plessis Janz. . . Rds. 100. –. – 1 ditto H. L. Bosman. . . . . Rds. 50: —: —. 1 ditto the widow Hendk. Viljoen. . . . . 50. 85 leaguers of Cape brandy. . . . Rds. 8050:—. —. August 1788 85 leaguers . . Brought forward Rds. 8050. – . – 1 ditto C. J. Hop. . . . . . Rds. 50. —. — 8 ditto the widow H. Albertyn. . . Rds. 400. —. — No. 6 — Hendrik Cloeten. . . . Rds. 300. —. — 6 ditto the widow Chr. Groenewald. . Rds. 300 —. — 1 ditto G. Rossouw Gz. . . . Rds. 50 — . —. 1 ditto Gerrit van der Byl. . . . Rds. 50. —. — 1 ditto A: Bosman the elder. . . Rds. 50. —. — 1 ditto H. Bosman the younger. . . Rds. 50. —. — 3 ditto I. de Villiers PPz. . . . Rds. 150. —. — 2 ditto I. Roux P=rz - - — Rds. 100. —. — 2 ditto I. de Villiers Janz. . . Rds. 100. —. — 1 ditto I. Hartog the elder. . . Rds. 50. — . — 2 ditto S. Groenewald. . . Rds. 100 —. — 3 ditto J. de Villiers the elder — — Rds. 150. –. — 1 ditto J. J. Pas. . . . . Rds. 50. – . — 3 ditto J. de Villiers Jansz. . . . Rds. 150. —. — 2 ditto Malang. . . . Rds. 100. —. — 1 ditto J. Roos. . . . . . Rds. 50. —. — 1 ditto J. Albertijn. . . . . Rds. 50. —. — 1 ditto J. E. Wagner. . . . . Rds. 50 —. — 2 ditto J: Retief. . . . . Rds. 100. —. — 134. leaguers of Cape brandy. . . Rds. 10500. –. — August 1788. 1192. 2 ditto I. de Villiers Jz. the younger. . Rds. 100. –. — 1 ditto I. P. de Villiers. . . . . Rds. 50 —. — 3. ditto I. A. Myburgh. . . . . Rds. 150 —. — 1 ditto I. de Villiers Pz. . . . Rds. 50. — . — 3 ditto I. de Villiers S. J. Z. . . Rds. 150. —. — 1 ditto J. Gloehner. . . . . Rds. 50 – . — 134. leaguers - - . Brought forward Rds. 10500. –. — 165. leaguers of Cape brandy. . . . Rds. 12050:—. — 1 ditto the widow M. Lotter. . . . Rds. 50 —. — 3 ditto M. Melk. . . . . Rds. 150 —. — 2 ditto P. Roux Pz. . . . Rds. 100: —. — 1 ditto J. Roland. . . . . Rds. 50 –. — 1 ditto J. Cilliers. . . . Rds. 50. —. — 1 ditto J. Smaak. . . . . . Rds. 50 —. — 1 ditto L. Frik. . . . . Rds. 50 —. — 2 ditto O. Ahlers. . . . . Rds. 100 — . — 1 ditto P. Cilliers the elder. . . . Rds. 50. — . — 1 ditto P.s Retief. . . . Rds. 50 —. — 1 ditto Pieter Retief. . . Rds. 50 —. — 1 ditto P. Hartog . . . . . Rds. 50. —. — 1 ditto P. de Villiers A. Z. . . . Rds. 50: —. — 2 ditto P: Roux. . - - Rds. 100. –. — 178 leaguers of Cape brandy at 50 rixdollars each is Rds. 8900:—:— To the Right Honorable the Governor and Honorable Secunde paid 10 rixdollars per leaguer, being delivered in this month 110 leaguers of Cape wine and 178 leaguers of brandy . . . Rds. 2880:—:— Total Rds. 15580: —: —. 165. Leaguers Brought forward Rds. 12050. -. - 1 ditto P. M. S. Briers. . . Rds. 50: —. — 1 ditto P. G: van der Byl. . . — Rds. 50. – . — 2 ditto Paul Roux the younger - - Rds. 100. –. – 1 ditto P. I. Moller. . . . Rds. 50 . –. – 1 ditto P.s S. du Toit. . . . Rds. 50. – . — 1 ditto du Toit. - - - Rds. 50. —. — 1 ditto F. Burgers - - - - - Rds. 50 . . –. — 1 ditto J. A: Theron Prz - - – - Rds. 50. — . — 1 ditto Tobias Verwey. . . . Rds. 50 — . — 2 ditto W. A. Kriege. . . . Rds. 100 —. — 1 ditto W: C. Coetser — Rds. 50:—. — August 1788. August 1788. Agrees. W. C. v Ryneveld secretary 1193. Thenius to the enclosed reply Having heard this plea Honorable Worshipful Lord and Lords, Before proceeding to the answering and refuting of the claim made by the Independent Fiscal of this Government, Mr. Johan Nicolas Steven van Lynden van Blitterswijk, upon and against the defendant, the same shall permit himself to make some reflections upon and against the Independent Fiscal here, Mr. Joh. Steven Nic. van Lynde, official prosecutor, on the other side. President and Members of the Honorable Court of Justice at the Cape of Good Hope, Appeared before the Honorable Worshipful Lords, Mr. Jacobus Johannes Le Sueur, defendant, on the one side. Copy

Dutch transcription

1190. Transport R:a 4100: —. —. 6. Leggers 1 _o Andries Lategaan. . . . „ 50 —. — 1 — Christiaan fredrik Hop - „ 50. —„ —. 2 _o benjamin godlieb weygt. „ 100. —. —. 1 _o Casparus Albertyn. . „ 50. „ — 2 _„o de wed=ewe D. Rossouw. . . „ 100 —„ — 1 _o _o Jacobus Marais. . „ 50 . . „ — 1 _o _o Jan Cilliers. . . . „ 50 —„ —. 1 —„ _o G. Rossouw - - „ 50 —. .. 1 —„ _ I. W. Dojeman . „ 50 „ 1 _ _ P. I. de Velliers. . . „ 50 –. „ —. 1 _o Jacob de Villiers d'oude. . . . „ 50 —„— 2 _o Hendrik Albertin. . . . . „ 100 —„ — 1 _o Jan de Velliers Dz „ 50. —„ — 1 _o Johannes Kreego. . . . . „ 50. —„ — 1 _o C. van der Merwe. . . . . „ 50. – „ — 2 _o Daniel Retief. . . . . . „ 100 —. — 2 _o david de Vikliers „ 100 —„ — 1 _o dirk wouter Haffman. . . . „ 50 — „ — 1 _o daniel Roux. . . . . „ 50 —„ — 1 _o daniel Goubert. — „ 50 — „ — 2 _o francois du Toel. – „ 100: — „ — 33. leggers Caabse brandewyn. . . R„ 5450: —: — 58 leggens Caabse brandewyn. . R„ 6700:—:— 33. Leggers - . Transport R„ 5450. –„ — —„ 50 —„ — 1 _o frans Roos - 1 _o frans Rassouw d' aude. . . . „ 50. —„ — 50„ —„ — 1 _„ Guillaame du Pait - - „ 50 —„ — 1 —„ Gerrit Victon. . . . . — „ 1 _o gideon Joubert gz. . . . „ 50. —„ — . . . . - „ 100. —„— 2 _„o daniel le roux 2 _o de wed. G. G. Kaaptuleesch — „ 100. –„ – 1 _o Petrus van Nierop. . „ 50. —„ — 1 _„o daniel Iacobie – „ 50. – — 1 _o C. P Akkerman - - - - „ 50. —. — _ Josua Charlet Celliers. . . . „ 50. —„ — 1 _o Willem Marais – – „ 50. – „ – 3 _o Johs Petrus Roux — „ 150: — „ — 1 _o Robbert Nicolaas Akling. „ 50. —„ — 2 _o de wede. Jan Minnaar. . . „ 100. —„— 1 _o Andries Steph. du Tail. . „ 50 —„ — 1 _n Adriaan van Reenen . . „ 50. – „ — 1 _o P: P: Naudé - – – „ 50. —„ — 1 _o Abraham faure. . „ 50. — 1 _o David de Villiers GPz. . . „ 50. — Augustus 1788 Augustus 1788. . 1191. 58. Leggers Transport R„ 6700:—„—. - . „ 100 –. –. 2 _o de wede. Louis Pinaar 2 _„ Willem Lategaan - – – - „ 100 —. — 1 _o Jac: Joh. s. vander Merwe. . . „ 50„ —. — 1 _o de wede. Arend Bleyenberg. — „ 50 —„ — 7 _o Carel Christoffel frik. . . . . „ 50. —„— 1 _o Pieter le Roup dejonge - — — „ 50 —. — 2 _o de wede. S. du Toil Pz. . . - „ 100. —„ — 1 _o Andries Berens du Poit. . . „ 50. —. – 1 _o de wede. Fokke Hendrikse. . . „ 50. — „ — 1 _„o P. I. Mare. . . . . . „ 50. – „ — 1 _ „ Pieter Eduard Hauman. 8. . „ 50 —. — 1 _o Jan Hendrik Lategaan. . . „ 50. — „ — 1 _o W. m Wiiem. . . . . „ 50. –. — 1 _o T. Retief. . . . . . „ 50. —„ — 2 _o I. I. Kats. . - - - - - - - „ 100. –„ — 1 _o I. A. Geebler. . . . „ 50. —. — 3. _o H. Lauw. . . . . „ 150. —„ — 2 _o C. du Plessis Janm. . . „ 100. –. – 1 _o H. L. Bosman. . . . . „ 50: —: —. 1 _o de wede. Hendk. Viljoen. . . . . 50. 85 leggers Caabse brandewyn. . . . Re 8050:—„—. Augustus 1788 85 leggers . . Transport R„ 8050. – „ – 1 _o C. J. Hop. . . . . . „ 50. —. — 8 _o de wed. e. H. Albertyn. . . „ 400. —„ — N. 6 — Hendrik Cloeten. . . . „ 300. —„— 6 _o de wed. Chr. Groenewald. . „ 300 —„ — 1 _o g. Rossouw gt. . . . „ 50 — „ —. 1 _o Gerrit van der bil. . . . „ 50. —„ — 1 _o A: Bosman d'oude. . . „ 50. „„ — 1 _o H. Bosman d'jonge. . . „ 50. —„ — 3 _o I. de Villiers PPz. . . . „ 150. —„— 2 _o 1. Rous P=rz - - — „ 100. —. — 2 _o I. de Villiers Janm. . . „ 100. —„— 1 _o I. Hartog d' oude. . . „ 50. — „ — 2 _„ S. Groenewald. . . „ 100 —„ — 3 _o J de villiers d' oude — — „ 150. –. — 1 _„o J. J. Pas. . . . . „ 50. – „ — 3 _o J de Villiers Jans. . . . „ 150. —„— 2 _„ Malang. . . . „ 100. —„ — 1 _:o J Roos. . . . . . „ 50. —„ — 1 _„ 9 Albertijn. . . . . „ 50. —„ — 1 _o J. E. Wagner. . . . . „ 50 —. — 2 _o J: Retief. . . . . „ 100. —„ — 134. leggers Caabse brandewyn. . . R„ 10500. –„ — Augustus 1788. en 6 1192. 2 _o I. de Villiers Jz. d' jonge. . „ 100. –„ — 1 _o I. P. de Villiers. . . . . „ 50 —. — 3. _o I. A. Myburg. . . . . „ 150 —. — 1 _o I. de Villiers Pz. . . . „ 50. — „ — 3 _o I. de Villiers S J. Z. . . „ 150. —. — 1 _:o J GLoehner. . . . . „ 50 – . — 134. leggers - - . Transport ro 10500. –„ — 165. leggers Caabse brandewyn. . . . Rx 12050:—„— 1 _o de wede. M. Lotter. . . . „ 50 —„— 3 _o M. Melk. . . . . „ 750 —. — 2 _o P. Roux Pl. . . . „ 100: —. — 1: _ J. Roland. . . . . „ 50 –. „ — 1 _o J. Cilliers. . . . „ 50. —„ — 1 _o J. smaak. . . . . . „ 50 —„ — 1 _o L. Frik. . . . . „ 50 —. — „ 2 _o O. Ahlers. . . . . „ 100 — „ — 1 _o P. Cilleers d'oude. . . . „ 50. — „ — 1 _o P. s Retief. . . . „ 50 —„ — 1 _o Pieter Retief. . . „ 50 —„ — 1 _o P. Hartog . . . . . „ 50. —. — 1 _o P. de Villiers A. Z. . . . „ 50: —„ — 2 _o P: Roux. . - - „ 100. –. — 178 leggers Caabse brandewyn a 50 ryxd:s ieder is r 8900:—:— Aan den wel Edelen Gestr. Heer Gou.„ verneur g Achtb: Heer secuende vol- daan 10 ryxd. s p r legger zynde in deese maand geleeverd 110 leggers Caabsche wyn en 178 leggers bran„ dewijn Te zaamen R 15580: —: —. . - - - „2880:—:- 165. Leggers Transport Ry 12050. -„ - 50: —„— 1 _o P M. S. Briers. . . „ 1 _o P. G: vander byl. . . — „ 50. – „ — 2 _o Paul Raap d' jonge - - „ 100. –. – 1 _ P. I. Moller. . . . „ 50 . –„ – 1 _o P. s S. du Toit. . . . „ 50. – „ 1 _ o du Foet. - - - „ 50. —. — 1 _ f Burgers - - - - - „ 50 . . –n — 1 _o J A: Theron Prz - - – - „ 50. — „ — 1 _o Tobias verwij. . . . „ 50 — „ — 2 _„o W. A. Kriego. . . . „ 100 —„— 1 _o W: C. Coetter —„ 50:—„— Augustus 1788. Augustus 1788. Accordeert. WC V Ryneveld secret gu - - 1193. Thenius tot by leggenden andwoord Dit zegue gehoord E: Achtb„r Heer en Heeren Voor en al eer overte gaan ter beandt„ „woording en refutering van den Eysch, door den Independent Fiskael dezes Gouvernements Mr Johan Nicolas Steven van Lijnde van Blitterswuijk, op ende Jegen„ den verweerder gedaan, zal de zelve zig permitteren, eenige reflexien te maken op en de Iegens den Independent Fiskaal alhier M„r Joh: Stellen Nc: van Lynde. r: o: Efissa ter andre sijde. van Justitie aan di kaap de goede Hoop Proesident en Leeden van den 2: Acht: raad M„r. Jacobus Johannes Le Sueur Compareerde voor den E: Acht:re Heere verweerder ter eenre op Copia

NL-HaNA_1.04.02_4352_0373 view scan ↗

English

1195. to the elaborate though singular premise of this claim, regarding which one would gladly admit what has been cited by the plaintiff concerning various arrangements, insofar as they relate to the customary manner of payment for wines and brandies, as well as the recognition duty for transit for the former, which must be paid to the Honorable Company, and the gratifications from both, assigned to the Governor and Second in Command. But the bold assertion that the defendant has unlawfully appropriated the recognition duty belonging to the Honorable Company and the customary gratifications granted to the aforementioned gentlemen, is either maliciously false or arises from great ignorance, regarding which one might well have expected the Officer to have had himself better informed by his hounds who tracked down this game for him, or at least not to have been so reckless as to risk the consequences when it is found that his accusations are devoid of all truth, originating solely from a contemptible intention to disgrace and publicly expose an old, distinguished servant who, in the various posts he has had the honor to hold in this government, even the so delicate office of Officer of Justice, has preserved his honor and good name unstained. As the defendant will endeavor to demonstrate as clear as day in what follows, this was the sole objective, unless something else lay hidden beneath it, namely to satisfy the well-known greed of the plaintiff, since the defendant can hardly attach any other intention to the claim that had begun with such a friendly notice, to test whether the defendant would also wish to resort to the cited refuge (the plaintiff surely meant a refuge for base souls) of errors, and in that manner try to save himself through a certain settlement, whereby he would certainly have been spared from an action so humiliating to him. 1196. As for the compliment of the plaintiff and his profuse assurance of consideration and regard for a member of the government, the defendant gladly leaves the assessment thereof to Your Honors, since the plaintiff had his preceding notice served upon the defendant publicly by the court messenger, just as to the lowliest servant, at a time when nearly everyone knew that the defendant, both on account of his own indisposition and that of his wife and one of his children, was just about ready to undertake the journey to the Overberg bath in order to take the waters there. Who does not see that a parley would have shown more consideration here? No! That was not the aim here; such polite considerations are not suitable when one has a certain political end in view. These are the reasons why the defendant also deemed it necessary to give a refusing answer to that notice, intending, upon his return, to address himself to the Noble Governor and the Most Honorable Council of Policy, not to attempt, in a sub- and obreptitious manner, to gain the majority of the Council on his side, a hazardous and for that respectable body surely most insulting insinuation, but to complain to their Honors about the manner of proceeding of the plaintiff, which is so disgraceful for the defendant as a member of the government, since he believed that the independence of the Fiscal gave him no liberty to act like a rabid dog, attacking everyone left and right, without respect of persons and without the slightest presumptive reason. This was without any intention on the part of the defendant to evade a lawful investigation afterward, however many reasons he had to recuse the person of the Fiscal; in which intention he was also prevented by

Dutch transcription

1195. op de omslagtige dog singuliere presmitt= van dezen Eijsch, waaromtrent gaarne wil aouEeren, het aangehaelde van Hen Heer Eyfh over deze en geene inrigtingen, zoo die betrek„ „kinge hebben tot de gewoone wyze van be„ „taelinge der wynen en trandemynen, als der recognitie voor het transit voor eerstigen: aan de E Comp. moetende worden betaald en de douceurs van byden, aan de Heeren, gouverneuren secuende toegelegd: Maar „de assurante adsertie, dat de verweerder op eene onrechtmatige wijze die recognitie aan d E Comp: competerende, en de gewoone dougeurs aan welgem: Heeren geaccordeerd, naer zig zoude hebben genomen, is of kwaad„ „aartig volsch, of voor t spreutende uit eene groote onkunde, waaromtrent men van den Heer Officier wel had mogen ver„ wagten, dat zig door zyne brakken, welke hem dit wild hebben opgespoort, biten zoude hebben Laten onderrigten, ten minsten niet zoo onvoorzigtig zijn geweest, om zig te hazarderen aan gevolgen, wan neer bevonden word, dat zyne beschuldigingen zijn ontbloot van alle zwaerheid, her komende alleen uit een doen waerdig voornemen, om een ouden gedistin„ „queerd dienaer, die in de onderschijden poscen„ welker de eere heeft gehad in dit gouvernemenrt te bekleden, zelv en 't zoo teeder ampt van Officier der Iustitie, zyn eer en goeden naem ongeschonden heeft bewaerd, te fletrileeren, en voor de waereld ten toon te stellen, Met geen de verweerder in 't vervolg middag klaer zal tragten aante toonen, het eenig bul te zijn geweest: ten waere hier onder ijts anders schuilde, te weten om aan de bekende heb zugt van den Eyss r te voldoen, dewijl de verweerder be zwaerelyk eene andere intentie weet te heg„ „ben, aan 't geposeerde dat met eene B zoo vriendelyke insinuatie had begonnen, om te beproeven, of de verweerder zig ook zoude willen behelpen met het geresiteerd refugiaen„ /:de Heer ryssr meend voor zeker een refugium niet voor C 1196. voor Loege zielin:/ van abuisen, en zig op die wyze tragten te sauveren door zeker accommo„ „dement, wanneer gewis van eene voor hem zoo vernederende actie zoude zijn bevrijd gebleven. - wat ondertusschen betreft het compliment van den Heer Eyss. r en zyne profuse verzeekering van menagementen en Egards voor een Lid den regeeringe, wil de verweerder gaarne de beaan„ „deling daar van aan UEE Achtb: overlaten, daar de Eyssr zyne voorafgaande Insinuatie aan den verw: heeft Laten expediteren, publicq door den gerechts boode, even als aan den gevingsen dienaer, op een tyd, dat by naer elk een wiste, dat de verweerder, zoo uit hoofde zyner ijgem Indispositie, als die zyner huisvrouw, en een zyner kinderen, zoo zoo gereed stond, de weize na het overbergsch bad aantenemen, ten ynde aldaar de bronnen te gebruiken: wie ziet niet, dat een pourparter hier meer egards zoude hebben vertoond? Neen! dit was 't hijer helmn niet, zulke polite menagementen komen niet te palle, wanneer men zeekere politicuael over op 't oog heeft: redenen, waarom ook de verweerder heeft gemeend, een wijgerend andtwoord, op die insinuatie te moeten geven, met voornemen, om zig by zyne te rug komste aan den Edelen Heer gouverneur en den Ulzen Achtb: Raede van Politie te advesteren, niet, om te bragten, op eene sub en obreplike uijze de meerderheid des raeds voor zig te bekomen eere gehasardeerde en voor dat aanzienlyk Lichaem voor zeker zoo zeer honende In„ „simulatie, maar op zig by hun wel Edelens deze te beklaegen over de wijze voor den exreveerden als een Lid der regeeringe, zoo flecrislante handelwigze van den ryk, dewyl vermeende, dat de Independentie van den Fiskael hem geen vrijheid gaf, om als eene rasende dog, rechts en slings, zonder aan zien van perzoonen zonder de minste prosumti te redenenen elk een aan te handen: Met geen oogmerk vaen den verweerder, om zig naderhand, aan een recht„ malig onderzoek te willen onttrekken, hoe zeer ook redenen genoeg voor zig had om den perzoon van den Fiskael te recuseren: In welk voornemen is verhinderd geworden ook door

NL-HaNA_1.04.02_4352_0375 view scan ↗

English

1197. by the judicial summons served upon him at his home by the Plaintiff shortly after his return. Concerning the casual story that is said to have given the Officer the occasion to be so vigilant in his post, the Defendant does not wish to dispute the authenticity of this pretext, but he nevertheless believes he may submit for the consideration of any impartial person whether it would not be very singular indeed that, whereas the douceur enjoyed by the present Lord Governor on the wines and brandies during the time he has held this prominent office in this Colony has amounted, taken one year with another, to a sum of over 8 to 9000 rixdollars, and the 10 rixdollars which the Defendant, according to the contention of the Plaintiff, is alleged to have enjoyed too much upon his write-off to the detriment of the Lord Governor and Secunde and to have appropriated to himself, taken over that period, would sum annually to one thousand, eleven, to twelve hundred rixdollars, of which the portion for the aforementioned Lord Governor would have amounted to 6 to 700 rixdollars, the Lords of the Direction should have reflected precisely upon that trifling sum in comparison with the other, and conceived any suspicion regarding the generous manner of thinking and acting of the said Lord Governor, so highly praised by the Plaintiff; and whether one might not with some justice deduce from this supposition that an artifice has taken place here to disguise the true motives of the Plaintiff, which prompted him to attack the Defendant with such defaming proceedings: motives arising solely from personal hatred conceived over an alleged injury that affected the purse of the Plaintiff, possibly also to please a second party. And assuming that this attentiveness had extended so far, how easily could all doubts have been removed by elucidating the true state of affairs to the Lords Masters, whereby all suspicions would have been cleared out of the way, and all unpleasantries now befalling the Defendant avoided. 1198. But, Gentlemen, the Plaintiff was merely concerned with publicly exposing the Defendant—he must repeat this—which would be easy to prove. The Defendant cannot leave unremarked the qualification that the Plaintiff attributes to himself, and from which he claims to institute this action ex officio: the Defendant would gladly wish and be obliged to acknowledge the same if that action arose from a crime that the Defendant had committed in his official duties to the detriment of the Company; for example, if he had made himself guilty of that which was charged against him in the demand of the Officer, namely, that he had embezzled the vat-money of 3 guilders on each leaguer of wine belonging to the Honorable Company for his own benefit. But even if it were to be proved that the Defendant had enriched himself with a portion of the income granted to the Lord Governor and Secunde, the Defendant would be of the opinion that this ought rightly to be regarded as a personal action, for the institution of which the Fiscal would thus have to be authorized by proxy from these Gentlemen, of which, however, he does not appear to be provided; and the Defendant therefore most earnestly solicits the gracious attention of Your Honors in this regard and in the continuation of these proceedings. How entirely the hazardous step of the Officer is to be attributed to personality alone has been sufficiently demonstrated herebefore, and will further be shown as clear as day from the course of this trial; and what moderation and deference he has observed has also already appeared from the Insinuation: fortunate indeed that Emperor Leo was of greater humanity and wished to soften a law that was too severe, for otherwise the Plaintiff, merely to give a proof of his mild nature, would possibly have wanted to bring the Defendant to the scaffold pursuant to that ancient law cited by His Honour. The Defendant could finally make some well-founded reflections on the doubt that seems to exist on the part of the Plaintiff regarding the equity of Your Honors, which every judge...

Dutch transcription

1197. door de gerechtelyke dagvaerding hem even na zyne te rug komste door den Eyse. t huis gezonden Belangende de casueele historie, welke den Heer officier gelegendheid zoude hebben gegeven, om zoo vigilant in zynen post te zyn, wil de veree: de egtheid van dit voorgeven niet bedisputeren maar hij vermeend even wel aan elk onbevoor„ oordeelde in consideratie te mogen geven, of het niet al zeer singulier zijn zoude, dat, daar het douceur door den present en Heere Gouverneur op de wijnen en brandeuijnen genoten, geduurende den tyd, welken dit aanzienlyk ampt in deze Kolonie heeft bekleed, het eene Iaar door het andere genomen, heeft bedragen een somma Ard. L: A. van ruim 8 à 9000 roz: en de 10 rds, welken„ de verweerder volgens de sustenue van den H:r ryss: op zyne afschryvinge, ten nadeele van den Heene gouverneur en secunde, te veel zoude hebben genoten, en naer zig genomen, geduurende dien igt, 't zhe men genomen, jaerlyks sommeren duizend, Elf, a twaalf honderd eds, waarvan das de portie voor wil opgem: Heere Gouver„ neur zoude hebben bedraegen 6„ 700 rds: de Heeren van het Bewend, juist op die geringe som, en vergelyking vande andere, reflectie zoud„ hebben geslagen, en eenige verdenkinge gemaakt, op de, door den Heer Eyss: zoo zeer gepreezen edel„ moedige denk en handeluijze van welgem: Heere gouverneur, en of men dan niet uit deze lappa„ sutie met eenig recht zoude konnen afleiden, dat hier eene fraaspia hebbe plaatsgehad, om de wezendlyke oogmerken van den Eyst, welken hem hebben aangezet, om den verweerder met zoo fletrissante proceduren te komen attacqueren, te bewimpelen: Beweeg redenen, alleen gesproten„ uit opgevalte personeele haat, over een gepreten„ deerdorgelyk, welke de beurs van den Eyssc„ zoekte, mogelyk ook om eenen tweden te zelieven. En genomen, dat die op lettenheid zig zoo venne had uitgestrekt, hoe gemakkelyk waeren alle tuytelingen uit den weeg te ruimen, door Heenen Meesteren te Elucideren van den wezendlyken toedragt der zalke, waar door alle werden kingen zoaken zyn dit den weg geruimd geworden, en alle onaangenaemheden, die den verweerder thands overkomen, vermijd: De Maar 1198. Maar Men. het was den Eyst: alleen maar te doen, om den verweerder, hij moet zulks hethaelen, opentlijk ten toone te stellen, 't geen gemakkelyk te beuijzen zijn zoude. — De verweerder kan niet ongemeemmarqueert Laten, de qualificatie, welke den Hr. Eyssr. zig adsiribeert, en waar uit deze actie zegt, ampte„ halve te institueeren: de uierweerder zoude dezelve gaarne willen en moeten erkennen, zoo die actie sproot uit een erimen, welk de Siercc: in zyne amptsverrigtingen ten nadeele vandelomp. had bedreven, by voorbeeld, zoo zig had schuldig gemaakt, aan t hem in den Eyht van den officier ten Lasten gelegden, te weten, dat het vatgeld van 3 p: op ijder Legger wijn d'EComp: compa„ „terende had verduisterd ten zynen ijgen voor„ deele: Maar zoo het al te beruiden waene dat de verweerder zig zoude hebben verreckt, met een gedeelte van 't inkomen den Heer Gou„ „verneur en secvende toegestaan, zoude de veru= van oordeel zyn, dat dit met recht als eene personeele actie zoude moeten worden beschouwd tot het institueren waar van den Heer fiskael dus by procuratie dezer Heeren, zoude moeten gemagtigd zyn, waarvan even wel niet schynd voorzien te zyn, en salliciteerd de verto: overzulks zeer instantig de pratieuse alten „tie uwer Achte hier omtrent en 't vervolg dezer proceduren. - Hoe zeer alleen aan personaliteit te attri„ „bueren is, de gehazardeerde stap van den Officier, is hier voor genoegzaem gedemonstreerd, en zal verder uit de carsus dezer processe mid„ „dagklaer worden aangetoond: en welke mo„ „deratie en diferange dezelve heeft in agt =genomen is ook reeds uit de Inhinuatie ge„ „bleken: gelukkig waerlyk, dat keider Leo, van meer humaniteit is geweest, en dat eene te strenge wet heeft willen verzagttin, anderzinds zoude de Meen Eyss., alleen om eene preuve van zyne zagt geaartheid te gezen, mogelyk den verweerder ^ wil, ingevolge die oude wet door zyn Ed: aangehaald, op 't schavot hebben willen brengen. —. De verweerder zoude yndelyk eenige gegronde reflexien konnen maeken op 't tuytlagtige, dat en bij den Eyss:r schynd plaats te hebben op de Equiteit uwer E: Achtb, welke yder rechter maaten be C

NL-HaNA_1.04.02_4352_0377 view scan ↗

English

is fitting, and as is manifested so clearly by Your Honours on every court day, and to the extent that he has deemed himself obliged to bring before Your Honours' eyes the duties of righteous judges, if not rather having to leave the judgement thereof to Your Honours yourselves. To come closer to the claim, the defendant shall state that the calculation of the Independent Fiscal agrees with the cash books: that in the month of August of the financial year 1787/8 an amount of 288 leagers of wine and brandy is on record as paid by the Master Cashier upon the usual warrants; but the conclusions which the plaintiff draws therefrom are flawed and devoid of truth, namely that both the Honourable Company and the frequently mentioned gentlemen, the Governor and the Secunde, would have been shortchanged thereby by the defendant, and thus defrauded. From the extracts appended hereto under Lit. A from the cash books of 1787/8, regarding the vat money collected thereby for the casks delivered to the Honourable Company passed in the Castle; from the cellar books of that same year regarding the receipt of the wines and brandy, compared with the extracts from the cash books since the year 1785, when the Noble Lord Governor assumed this government, regarding the number of received wines and brandy, and paid out according to that to the gentlemen, the Governor and the Secunde, it will appear as clear as day to Your Honours that not only was the Honourable Company not curtailed in its rights, but that the aforementioned gentlemen have enjoyed what was properly due to them, since the gratuity granted to them is attached to every leager of wine or brandy delivered by the wine farmers to the Honourable Company; and this, the defendant is confident, will never be denied by these gentlemen. But since, however, in the aforesaid month of August, a difference appears of 130 leagers, of which neither the recognition to the Honourable Company nor the usual gratuity to the frequently mentioned gentlemen has been credited, the defendant finds himself obliged, in order to supply Your Honours with the necessary explanation in that regard, to state that the entries of these leagers of brandy belong in part to the write-off of the defendant, which is drawn up after taking the remaining stock at the close of the financial year, from which this write-off originates. And when the proof is there of what actually remains in the warehouses, the write-off is prepared according to those remaining stocks: the wines found therein are then charged in the trade books with 3 rixdollars recognition collected for the Honourable Company and 10 rixdollars paid out as a gratuity to the gentlemen, the Governor and the Secunde, and the brandy for an equal amount of 10 rixdollars gratuity money; thus each leager of wine being charged to the cellar for 27.40 and each leager of brandy for 60 rixdollars, and the administrator or cellar master being accountable for this, what could be more natural than that his write-off is also validated with that same sum for which he is charged and held accountable; just as this takes place both here and throughout all of the Indies, and has always been practiced in this manner. To corroborate this, the articles accompanying this under Lit. B, answered by the trade transferor here, the Honourable Casparus van Eerten, may serve. Heretofore the defendant has already tried to demonstrate in abundance that this entire lawsuit of the plaintiff has no other origin than pure malice, or ignorance of the customs prevailing here. Either one would render the plaintiff incompetent for his weighty office. Among the number of leagers of wine regarding which he accuses the defendant of having curtailed the Lord of the Land in his lawful revenues, he also counts 4 leagers of red Steen wine and 2 ditto white Muscadel. Who does not know—at least anyone who is obligated by virtue of his office to investigate matters ought to know, or at least, if not carried away by malicious passions, can inform himself in that regard—that all sweet wines delivered to the Honourable Company are exempt from the usual vat money; consequently, the plaintiff has acted here entirely rashly by advancing so firmly that

Dutch transcription

1199. betaemd, en door UE: Acht: op yder dag rechtdag zoo klaar word gemanifesteerd, en zoo verre„ dat zig verpligt heeft geoordeeld, uE Achte„ de pligten van rechtvaardige rechters te moeten onder 't ooge brengen, Indien niet meerde de beoordeeling daar van aan UE Acht. zelven te moeten overlaten. om nader te komen tot den Eysch, zal de verie advanceren, dat de berekening van den W Eylb=rn Just over een koomt met de kassa boeken: Dat in de Maand Augustus van 't boekjaar 17878 een mon„ „tant van 288 Leggers wyn en brandewijn bekend staat, door den Heer Kassier op de gewoone or„ „donnantien betaald: maar de gevolgen, die de zelve daar uit trekt gaan mank, en zijn buiten de waerheid, namelyk, dat, en de EComp: en meerm: Heeren Gouverneur en secunde daarleij door den verweerder zouden zyn verkort, en dus beedragen geworden: uit de hier bij sal Lit A: gevoegde Extracten uit de kalla bodken van 178 7/8. wegens daarbij ingenomen wat geld voor de ruijken aan d' EComp. geleverd, in het kasteel gepasseerd: uit de kelderboeken van dat zelvee Iaar wegens den ontfangst vande wynen en brandewijn, geconfronteerd met het geExtra„ heerde uit de kalla boeken, t zedert 't Jaar 1785, wanneer den Edelen Heer gouverneur dit gouvernement heeft aanvaard, wegens 't getal der ontfangen wynen en brandewijn, en volgens dien uit betaald aande Heever gouverneur en secande zal 't UE: Achtb: middag klaar blyken, dat niet alleen dEComp:e niet in haar recht is verkort geworden, maar by den welgem: Heeren hebben gejaristeerd van 't geen hun welEd: competeerd, dewijl het aan hun Ed: geaccordeerd douceur gehege is op yder Legger wijn of bran „dewijn, door de myn gaardeniers aan de EComp. e wordende geleverd, en dit zal, houd zig de verw: verzekerd, door deze kleenen niminer worden ontkend; Maar daar even wel, in voorsz: maand Augustus, een different voorkomt van 130 Leggers, waar van nog de recognitie aan dE Comp:, nog het gewoon dougeur aan meerm: Heeren is ten goede gebragt, vind zig de verw: verpligt, ten ynde UE Achtb: daar omtrent de nodige Elucidatie te suppediteren, ter neden te stellen, dat de opgaene dier Leggen brande de 1200. gedeeltelyk behooren, tot de afschrijvinge van den verweerder, welke word geformeerd, na 't trekken der restanten, bij tijndigen van't boek jaar, waar uit die afschrijvinge spreit: En wanneer het blyk daar is, wat zig rezel in de magua„ „zynen bevend, word naer die restanten de af„ „schrijvinge opgemaakt: de daarin zig be„ „ven derde wijnen staan dan by de negotiebaeken belast met 3rds recognitie voor dEComp: gebeurd en 10 xdr: voor een douceur aan de Heeren Gouverneur en secunde uitbetaald, en de brandewijn voor een gelyk montant van r0s. 10. douceur geld: dees ijder Legger wyn voor 27. 40. en yder Leggen brandewijn voor ros: 60 belast by de kelder, en de administrateur of kelder meester daar voor verandtwoordelyk zynde, wat natuurlyken dat ook zyne afschrijvinge met die zelvde somme word gevalideerd, als waar voor dezelven belast is, en aansprakelyk word gehouden: gelyk zulks ook, zoo hier, als door gantsch Indie plaats vend, en altoos op deze wijze is ge„ praklizeerd geworden: kunnende ter can„ zo boveringe daar van dienen de dezer sub Lit: Bij verzellende artikalen, door den negotie overdrager alhier d E: Casparus van Eerten beandtwoord. —. Hier voor heeft de verweerder reeds ten ouvloede tragten te betoogen, dat deze gantsche actie van den Eyss:r geenen anderen oorsprong heeft, dan paure kwwadaartigheid, of onkunde van de hier vigeerende Costume: Een en ander zoude den Eyss:r tot zin gewigtig ampt onbevoegd maeken: Onder het getal der Leggers wijn„ waaromtrent dezelve den verweerder beschul„ „digd, den Heere van den Lande in zyne rechtma„ „tige inkomsten te hebben verkort, teld dezelve ook 4: Leggers roode steenwyn en 2d:o witte muskadel: wie weet niet, ten minsten ijmand die amptshalve verpligt is; de zaeken te onder„ „zoeken, diend het te weeten, ten minsten zao door geene kwaaddertige driften word vervoerd, kan zig des wegen Laeten onderrigten, dat alle zyne mynen aan d'EComp:e wordende geleverd geEximeerd zyn van 't gewoon vat geld, gevolg„ lijk is den Heer Eysser hier alle onberaede te werk gegaen, met zoo stellig te advaneeren sub dat

← previousnext →