VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 4360

Cape · 1,290 pages · 496 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_4360_0434 view scan ↗

English

672 as from the 6th paragraph an extract will be issued to the Orphan Chamber with orders to comply therewith with the greatest speed. from 17 an extract will be issued to the Deacon of the Lutheran congregation Elser in order to comply therewith according to his duty. on 58 will be replied that shall, in reply to paragraph 2, be supplied to their Right Honorable Worships the report submitted by Commissioners from the Council of Justice regarding the proportion of the number of Lutherans to that of the Reformed how will be acted with the orders and commands given therewith. — resumption of the Dispatch by the Illustrious Assembly of dated 14 December 1792. are offered in preference above all other commission monies will have to be accepted, this order has been dutifully followed, and by the Orphan Chamber this year has been remitted to the fatherland a sum of shall however of this about Forty Thousand Rixdollars - and furthermore, both of this and of the 6th paragraph, an extract will be issued to the Orphan Chamber with order and command to comply with what is ordered therein with the greatest speed. - from the 7th paragraph an extract will be issued to the Deacon of the Lutheran congregation Jan Michiel Elser, as the sole surviving testamentary executor of the late burgher Ian Hendrik Wulfling, with recommendation to comply with what is required therein according to his duty. and their Right Honorable Worships will And with relation to the 8th paragraph, it will that this has already been complied with. - respectfully be replied that the wages and emoluments to the Junior Merchant Jan Pieter Baumgard have been credited and paid to him since his pay account was closed at Houghly. — Next, taken for resumption addressed to this Council, the Dispatch addressed to this Council by the Right Honorable Worshipful Lords Seventeen from their highest Illustrious Assembly dated 14 December of the past year, it is initially resolved to have extracts issued of all the positive orders contained therein to all whom the execution thereof concerns, with order and command to follow the same promptly in all parts, while furthermore on the 2nd paragraph it will in all respect be replied that the statement of the proportion of the number of Lutherans to that of the Reformed at the Cape, already requested from Commissioners from the Council of Justice in the year 1790, was not submitted by them earlier than in the month [illegible] past, for such reasons as the Lords Majores will be able to find in the report given by them, of which an authentic copy will now to their Right Honorable Worships that shall the 673 674 on § 17 will be replied regarding the sending every three months of the copies of the resolutions. — as well as to resume the extensions of the resolutions in the next meeting. — of § 48 an extract will be issued to the Fiscal de Neijs to serve as a report thereon. — and in reply to § 56 their Right Honorable Worships will be informed that the account of the regiment of Wurtemberg has already been settled. — Right Honorable Worships will be disclosed the commander done. — will be supplied, under respectful assurance that this Government henceforth with all zeal and vigilance will see to it that the commands and requisitions, both of their Right Honorable Worships and of the High Indian Government, are complied with with all possible speed. With relation to the repeated order in the to send over every three months, their Right Honorable Worships will in all submission be assured that everything possible is being done to bring the copies of the resolutions, which could not be prepared due to the extensive work that the presence of the Right Honorable Lords Commissioners General has caused, up to date in order to be sent with the greatest speed to their Right Honorable Worships, while that dispatch will henceforth take place in the ordered manner, and care has also long since been taken to properly resume the extensions of the taken resolutions in the next meeting. — of the 48th paragraph an extract will be issued to the Fiscal Mr. Jacob Pieter Deneijs, with orders to report to the Council as soon as possible what their Right Honorable Worships 17th paragraph given to the copies of resolutions while on § 32 to their Right Honorable to report what results the proceedings have had, initiated by him against the property of the former Independent Fiscal van Lijnden on the order of this Government, in so far as no report thereof has been made by him to this Council, as the writings submitted by him in this regard have already long since been supplied to the Illustrious Assembly of Seventeen. Upon resumption of the 12th paragraph, it having been declared by the Lord Commander that the repatriated Lord Governor van de Graaf, notwithstanding that His Honor had sought to persuade him thereto by all possible persuasive reasons, absolutely refused to also have an inspection made at the handover of the Government of the condition in which the buildings and fortifications were at that time, notice thereof will, at the request of the said Lord Commander, be given in respectful reply to this paragraph. — In answer to the 36th paragraph, the Assembly of Seventeen will in all submission be informed that before the departure from here of the Colonel Commandant of the regiment of Wurtemberg, by him properly into the Company's treasury is to 675

Dutch transcription

672 als van de 6„ paragraaph Extract werden afgegeeven aan de weeskamer met last. daar aan met de meeste spoed te voldoen. van 17 zal Extract werden af„ =gegeeven aan de Diacon der Lu= =thersche gemente Elzer om daar aan volgens zijn pligt te vol= „doen. op 58 werden gerescribeert dat zullende ter beantwoor= „ding van §2 aan hen wel= =Edele hoog Achtb„e werden. gesuppediteerd het bericht door Commissarissen uit den raad van Justitie in= =gediend over de proportie- van 't getal Lutheranen. tot dat der gereformeer„ hoedanig zal werden ge= =handeld met de daarbij gegeevene ordres en bevee: =len. — resumptie der Missive door de Illastre vergadering van sub dato 14 xber 1792. worden aangebooden by preferentie boven alle andere Commissie penningen zullen moeten worden geaccepteerd deeze ordre pligtschuldig is opgevolgd, en door de wees= =kamer van dit Iaar ter remise naar 't vaderland is gesteld eene Somma van zullende echter van deeze circa Veertig Duijzend Rijxdaalders - en zal voorts zo van deeze als van de 6e Paragraaph Extract worden afgegeeven aan de weeskamer met Last en bevel aan 't geen daar bij is geordonneerd met de meeste spoed te voldoen. - van de 7„e Paragraaph zal Extract worden afgegeeven aan de Diacon der Luthersche gemeente Jan Michiel Elser, als eenige overgebleevene testamentaire Executeur van wijlen den Burger Ian Hendrik wulfling met recommandatie aan het daarbij gerequireerde volgens zijn pligt te voldoen. en zal hun Wel Edele hoog Achtb: En zal met relatie tot den 8„t Paragraaph daar aan reeds is voldaan. - eerbiedig worden gerescribreerd dat de gagiën en Emolumenten aan den onderkoopman Jan Pieter Baumgard aan hem zijn ten goede gebracht en betaald zeedert dat zijne soldij reekening te Houglij is afgeslooten geworden. — Vervolgens ter resumptie genoomen aan deezen Raade gerist zijnde de Missive door de Wel Edele Hoog Achtb„re Heeren zeeventhienen uit hoogst= derzelver Ilustre vergadering sub dato 14 December des gepasseerden Iaars aan deeze Raade gericht, zo is aanvankelijk ver„ =staan van alle de daarbij vervatte Positive ordres Extracten te laaten afgeeven aan alle die de executie daar van concerneerd, met Last en bevel dezelve in alle deelen prompt op te volgen, terwijl voorts op de 2„e Paragraaph in alle eerbied zal worden ge= =rescribeerd dat de van Commissarissen uit den Raade van Iustitie reeds inden Iaare 1790 gevorderde opgaave van de proportie van 't getal der Lutheranen tot dat der gere: =formeerde aan de kaap, door hen niet eerder is ingedient als in de Maand Iongstleeden om zodanige ree= =denen als Heeren Majores zullen kun= =nen aantreffen by 't bericht door hen gegeeven en waarvan als nu Copia Au= „thenticq aan hun Wel Edele hoog Achtb„e dat zal de 673 674 op S 17 zal worden gerescribeerd nopens de overzending om de drie maanden van de Copijen der resolutien. — mitsg„s om de extensien der resolutien in de eerst: =volgende vergadering te resumeeren. — van §48 zal Extract werden afgegeeven aan den Fiscaal de Neijs om daar op te dienen van bericht. — en zal ter beantwoording van § 56 hun Wel Edele hoog Achtb: wer„ =den verwittigd, dat de reekening van 't reg=t Wurtemberg reeds is vereffend. — Hoog Achtb„e zal werden opengelegd de gezachhebber gedaan. — zal worden gesuppediteerd, onder eerbiedige verzeekering dat deeze Regeering voortaal met alle ijver en waakzaamheid zal zorgen dat aan de beveelen en requisiten zo van hun wel Edele hoog Achtb„e als van de hooge„ Indiase regeering met alle mogelijke spoed worde voldaan. Met relatie tot de Terhaalde ordre by de om de drie Maanden over te zenden zullen hun Wel =Edele Hoog Achtb„e in alle onderdanigheid worden verzeekerd dat alles word aangewend wat mooge =lijk is om de Copijen der resolutiën welke door het meenigvuldig werk dat 't aanweezen van de hoog Edele heeren Commissarissen Generaal heeft verschaft niet hebben kunnen worden vervaardigd effen te stellen om met de meeste spoed aan hun wel Ed: hoog Achtb.:s te worden toegezonden terwijl die Verzending voortaan op de geordonneerde wyze zal geschieden en ook reedslange is gezorgd om de exten =sien der genamen resolutien in de eerstvolgende vergadering behoorlijk te resumeeren. — van de 48 Paragraaph zal Extract worden afgegeeven aan den Fiscaal M:r: Jacob Pieter Deneijs, met Last den Raade ten spoedigste wat hun Wel Edele hoog Achtb„ 17 Paragraaph gegeeven om de Copias resolutien terwijl op 532 aan hun wel Edele te berichten welke gevolge de procedures hebben gehad door hem teegens de goederen van den geweezen In¬ =dependent Fiscaal van Lijnden op bevel deezer re= geering geëntameerd, in zo verre als door hem daar van geen verslag is gedaan aan deezen Raade, als zijnde de door hem dien aangaande ingediende geschriften bereids voorlange aan de Hustie Ver„ gadering van zeeventhienen gesuppeditteerd. Bij resumptie van den 12„e Paragraaph door declaratie daarop door den heere den heere Gezachhebber gedeclareerd zijnde, dat den gerepatrieerde Heere Gouverneur van de Graaf niet tegenstaande hy zyn Ed: daar toe langs alle mogelijke persuasive reedenen had zoeken over te haalen volstrekt heeft geweijgerd om by de over: „gaave van 't Gouvernement ook te laaten doen een opneem vande staat waar in de Ge= bouwen en vesting werken ziek ter dier tyd kwamen te bevinden, zo zal op verzoek van gemelde Heere Gezachhebber daarvan in eerbiedige rescriptie op deeze paragraaph kennisse worden gegeeven. — In antwoord op de 36=stn paragraaph zal de Ver= =gadering van zeeventhienen in alle onderdanigheid worden geinformeerd dat voor 't vertrek van hier van den Colonel Commt. van 't reqt. van wurtemberg door hem behoorlijk in 's Comp:s Cassa is te 675

NL-HaNA_1.04.02_4360_0436 view scan ↗

English

676 is satisfied in all that the said Corps was in arrears in the Trade books, and in proof thereof will be offered to their Right Honorable Worships that an Extract from the said Books, to be drawn up by the Trade transferor, showing the settlement of the account of that regiment: The annexes having been heard belonging to the report of the Commission appointed by the Governor van de Graaff to investigate the burdens of this government, never having been submitted in the Council, so in order, if possible, to comply with what their Right Honorable Worships come to desire in the 38th paragraph from the members of that Commission still present here, all such documents as served as annexes to their report that might still be in their possession are demanded, in order to send authentic copies thereof to the Lords Majors. The deliberation on the said Missive having progressed thus far, Report was made by the Master of Equipage to the Honorable Lord Commissioner of the arrival at this roadstead of the Company's Packet boat de Star, dispatched in the month of August last to Rio de La Goa to search for the missing Batavia return ship Demerarij, without having discovered or heard anything of the same, and also that by the said Packet boat at the roadstead of Rio de La Goa were captured and brought to this roadstead two French three-masted ships, the one named Le Pen, laden with 1400, and the second named La Levrette, with 1500 barrels of train oil, as well as a good quantity of whalebones, of which Report the Honorable Lord Commissioner having given communication to the council, the journal kept by the Master of Equipage during the three recently elapsed months was subsequently resumed, which, pursuant to orders, will be sent in authentic copy to the Netherlands at the first opportunity. Lastly, the following Report was read, submitted by the Commander of the Packet boat de Kraaij to the Honorable Lord Commissioner regarding the condition of that vessel, its crew, and requirements: To 677 678 To the Right Honorable, Highly Esteemed Lord Abraham Josias Sluijsken Ordinary Councillor of the Dutch Indies as well as Commissioner of the Cape of Good Hope and its jurisdiction etc. etc. etc. Right Honorable, Highly Esteemed Lord The undersigned takes the liberty to inform your Right Honorable Esteem hereby of the condition of the Packet Boat de Kraaij under his command. Firstly, the same needs to be caulked inside and out. Secondly, that under the fore-chainwale a piece of the copper sheathing has come off. Thirdly, that a suit of sails must be provided. The subscriber further requests 6 loads of Firewood. ½ barrel of Pitch and the necessary oakum for caulking, everything else concerning the Rigging being in good condition. And whereas the Surgeon, Carpenter, Cook, Sailmaker, and Two Sailors have died and 3 men have gone to the hospital, the subscriber requests that his Crew may be supplemented with One Surgeon, One Carpenter, One Cook, One Sailmaker, and 5 Sailors. Herewith the undersigned hopes to have fulfilled the Intention of your Right Honorable Esteem, and this serves as a dutiful Report. below stood: On the Company's Packet boat de Kraaij, the 30th of September 1793. was 679 680 681 was signed: Jacob Sem. It was thus resolved to have the necessary repairs to that Vessel performed as quickly as possible, as well as to have the requested firewood and Pitch delivered, and also, to supplement its Crew, to place thereon One Surgeon, One Carpenter, One Cook, One Sailmaker, and Five Sailors. Thus resolved and decreed in the Castle of Good Hope. On the day and year aforesaid. was signed: A. J. Sluijcken, I. I. Rhenius, I. J. Le Sueur, O. G. Dewet, W. F. v. reede van Oudtshoorn, E. Bergh. lower stood: in my presence, was signed: G. J. Goetz, Secretary. Initially, the Honorable Lord Commissioner communicated to the Council that his Honor had appointed a Commission consisting of the Members of the Council of Justice Rijno Johannes van der Riet and Gerrit Hendrik Meijer, in order, in the presence of the Fiscal, properly to inventory the two French prizes brought to this roadstead yesterday by the Packet boat de Star, so as to make a proper report thereof to his Honor. Wednesday the 2nd of October 1793. In the forenoon, present: the Honorable Lord Commissioner, together with the Lord Commander and the Honorable Members Le Sueur, Dewet, van Reede van Oudtshoorn, and Bergh; absent: the Gentlemen Gordon and Brandt.

Dutch transcription

676 „gem: Commissie werden afgevor= =derd alle zodanige stukken als tot bylaagen gediend hebben van han rapport over het onder„ =vernements ingedient. — =ticq aan heeren Majores te doen toekoomen. — =meester aan den E. heer Com„ =missaris gedaan weegens het arrivement ter deezer rheede van de pacquetboot de star ter opspeuring van 't schip Te„ „merarij. en is Laatstelijk het verzoek van den Gezachhebber vande Pacquetboot de Kraaij om eenige Equipagie behoeftens voor zijne onderhebbende Bodem. — is vervolgens beslooten het drie maandelijks dagregister navolgens de ordre naar Europa over te zenden. - Heer Commissaris den raade Communicatie hebbende gegee„ La Goa had genoomen en alhier opgebracht be„ =zijden gemelde twee fran =sche scheepen. — niets van het zelve had ver= is vold aan alles wat dat Corps bij de Negotieboeke ten achteren stond, en zal ten blijke daarvan aan hun wel Edele hoog Achtb„s worden aangeboden dat gemelde pacquet boot een door den Negotie overdrager te formeeren Extract= noomen. — uitgemelde Boeken waarbij de vereffening doch ter rheede van rio de der reekening van dat regiment consteerd: — De bylaagen gehoord hebbende tot 't rapport van de Commissie door den Heere Gouverneur van de Graaff benoemd tot onderzoek van de la =ten deezes gouvernements nimmer in Raade =gelijk te voldoen aan het geen hun wel Edele „zoek van de Lasten deezes gou Hoog Acht h„s by de 38=ste paragraaph koomen te begeeren van de nog alhier aan weezende Leeden dier Commissie worden opgeeischt alle zodanige stukken als tot bylaagen van hun rapport ge= om daar van Copias anthen dient hebbende nog onder hunne berusting mogte zijn omdaarvan Copias authenticq aan heeren Ma= =jores te doen toekomen. De deliberatie over gemelde Missive tot dus verre Rapport van den Equipagie gevorderd zijnde, is door den Equipagiemeester aan den Edelen Heere Commissaris Rapport gedaan afgezonden naar riodela hoa van het arrivement ter deeser Rheede van 's Comp„s Pacquet boot de star in de Maand Augustus Iongstleeden naar Rio de La goa afgezonden - mitsg„s op 3 58 van bezijden: overgelegd geworden zijnde, zo zal omme, des mo: van welk rapport den Edelen ter opspeuring van het vermiste Batavias re= =tourschip Demerarij zonder iets van het zelve te hebben ontdekt of vernoomen, en teffens dat door de gemelde Pacquet boot ter Rheede van Riodela Goa waaren genoomen en ter deezer Rheede opgebracht twee fransche drie mast scheepen 't eene genaamt Le Pen belaaden met 1400 en 't tweede genaamt La Levrette met 1500 vaten Visch traan, mitsgaders een- goede partij walvisch baarden, van welk Rapport den Edelen Heere Commissaris Commu= =nicatie gegeeven hebbende aan den raade, is vervolgens geresumeerd het dag register door den Equipagiemeester geduurende de drie Jongst afgeloopene maanden gehouden 't welk ingevolge de ordres by eerste ge= =leegendheid in Copia authenticq naar Nederland zal worden verzonden. — Laatstelijk geleezen zijnde 't volgend Rapport door den Gezachhebber van de Pacquet boot de kraaij aan den Edelen heere Commissaris over de gesteldheid van die Bodem deszelfs Equipagie en behoeftens ingediend. ter Aan 677 648. Aan den Wel Ed: Groot Achtbaa Heer Abraham Josias Sluijsken Raad ordinair van Neerlands In= =dien mitsgaders Commissaris van Cabo de Goede Hoop en den ressorte van diem &„a &„a &a Wel Edele Groot Achtbaare Heer Den ondergeteekende neemt de Vrijheid uwel Edele Groot Achtbaare in deeze te berichten van de toestand zyner onderhebbende Pacquet Boot de Kraaij. - Eerstelijk dient dezelve binne en buite boerd gecalfaat te worden. — Ten tweede dat onder de Fokke rust Een stuk van de Kopere dub= =bling af is. dat een stel zijl moet Ten Derde voorzien worden. Nog verzoekt den teekenaar 6 vragten Brandhout. — ½ vat Pek en het benodigde werk tot het Calfaaten zijnde voorts alles wat het Tuig aangaat in goede staat. - En dewijl den Chirurgijn, Timmer- =man, Kok, Zijlemaaker, en Twee Mattroosen overleeden zyn en 3 man naar het hospitaal gegaan verzoekte den Teekenaar dat zyn Equipagie met Een Chirurgin, Een Timmerman, Een kok, Een Zeijlmaaker en 5 Mattroosen mag gesuppleerd worden. Hiermeede aan de Intentie van uwel Edele Groot Achtbaare verhoopt den ondergeteekende te zullen heb= =ben voldaan, en dient dit tot pligtschuldig Rapport. — /:onderstond:/ In 's Comp„s Pacquet boot de Kraaij den 30 September 1793. Een /was 679 680 681 aan den zelven geaccor= =deert. — Communicatie van den Edelen heer Commissaris dat zijn Ed: bezijden gem: Com= missie had benoemd om de ten deezer rheede opgebrag= =te prijzen te inventariseeren. /:was geteekend:/ Iacob Sem, Zo is verstaan de nodige reparatie aan die Bodem ten Spoedigste te laaten geschieten, mitsgaders het verzocht brandhout en Pik laaten Ver= =vaardigen en zomeede om ter supplectie van dies Equipagie daar op te doen plaatzen Een Chirurgijn, Een Timmerman, een kok, een zijlemaaker en Vijf Mattroosen. Aldus geresolveerd ende geaarresteerd In 't Casteel de Poede Hoop. Ten daage en Jaare voorsze /:was geteekend:/ A. J. Sluijcken, I. I. Rhenius, I. J. Le Sueur, O. G. Dewet, W. F. v. reede van Oudtshoorn, E. Bergh. /:lager stond:/ mij praesent /:was ge= =teekend:/ G. J. Goetz, Secretaris. Aanvankelijk wierd door den Edelen Heere Commissaris den Raade gecommuniceerd dat zijn Ed: eene Commissie hadden gedecerneerd op de Leeden van den Raade van Justitie Rijno Johannes van der Riet en Gerrit Hendrik Meijer, omme ten overstaan van den Fiscaal, behoorlijk te inventariseeren de op gistern door de Pacquet boot de Star ter deezer rheede opgebrachte twee fransche pryzen, omme daar van aan zijn Ed: behoorlijk Woensdag den 2„e october 1793. s' voormiddags present de Ede= =len Heere Commissaris, beneevens den Heere gezachhebber en de Heeren Leeden Le Sueur, dewet; van Reede van oudtshoorn en Bergh demptis de Heeren Gordon en Brandt. Woensdag. rapport

NL-HaNA_1.04.02_4360_0439 view scan ↗

English

to make a report, and since the goods found in those ships, according to the order issued by the High Indian Government by publication in the year 1731, must be stored on land, and there is no room for this in the Company's warehouses, it was resolved to authorize the Lord Commander to rent from private individuals the necessary warehouses for storing the aforementioned cargoes in the most economical manner, with the costs that will have to be expended on the rental of warehouses, as well as all others that will be incurred with respect to both captured ships, having to be booked separately in the Trade books. To the Right Honorable, Great and Respected Lord Abraham Josias Sluysken, Ordinary Councillor of Netherlands India, and Commissioner over the Government of the Cape of Good Hope and its jurisdiction, etc., etc., etc., together with the Honorable, Respected Lord Commander and the Honorable Members of the Council of Policy. Right Honorable, Great and Respected Lord, Honorable Sirs! Shows with the deepest respect the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletterman: That after the field corporal at the Keizers River, Jacobus Petrus Viljoen, sent to the memorialist two circular letters received by him, Viljoen, from the field corporals of the Colony of Swellendam named Pieter Joubert, Bernardus Viljoen, and Pieter Rossouw, in which they indicate that, having captured three Hottentots, the two first mentioned, Joubert and Viljoen, those persons had confessed to intending, along with other Hottentots, to overrun the country; this aforesaid rumor immediately led to the field corporal at the Olifants River, Johannes Hendrik Lubbe, and some other armed burghers capturing and sending under arrest to Stellenbosch to the memorialist the Hottentots Kiewit the elder, together with his sons Kiewit the younger and Jan Robbert, as well as Tamboer, Jan Andries, Liebergeld, and Barend Hendriks, with the wives of the four first mentioned and thirteen children, with notification that he, Lubbe, trusted that the memorialist would be well aware of the aforementioned Barend and his people, and that, as he expresses himself, the rogue Barend must not be released because, after capturing him, he, Lubbe, was informed by another Hottentot that this Barend, upon the approach of him, Lubbe, and the other burghers, had asked for his musket, and that the aforementioned Liebergeld, according to a letter received by him, Lubbe, from the field corporal in the Bokkeveld, Jacobus Johannes Pienaar, had deserted last year from the commando under Field Commandant Johannes van der Walt and had stolen and slaughtered some cattle, without adding, however, at least a single probable proof that these two last mentioned, much less the first mentioned five Hottentots sent under arrest, intended to carry out anything like what is stated in the above-mentioned letters; as the memorialist, upon a careful investigation, found the five first-mentioned Hottentots innocent of this as well as of any other crime, he informed the Right Honorable, Great and Respected Lord Commissioner of all this and at the same time respectfully requested that they, with their wives and children, be set at liberty, and that the two last mentioned, Liebergeld and Barend, provisionally be put in irons, both on account of the aforesaid accusations brought against them by the aforementioned Lubbe and for reasons stated in the above-mentioned letters to reassure the just-mentioned Lubbe and other credulous inhabitants; which proposal and request His Right Honorable and Great Respected was pleased to grant regarding the first-mentioned five Hottentots, but regarding the just-mentioned Liebergeld and Barend Hendriks ordered the memorialist to send them here promptly; as the memorialist also, immediately upon receipt of the aforesaid highly respected order, set the aforementioned five Hottentots with their wives and children at liberty; and the immediate sending here of the repeatedly mentioned Liebergeld and Barend Hendriks, however, both by the rough weather and the continual dispatching of expresses, has

Dutch transcription

682 van de hooge indiasche regeering de goederen in dezelve zich bevindende. aan land moeten werden opgeslaagen zich daar toe geen ruimte in 's Comp„s Pakhuizen bevind. — heere gezachhebber te qua =lificeeren om op de meest „enageuste wijze de beno: =digde Pakhuisen daar= =toe in te huuren. - zullende alle de kosten die hier op mogten koomen te loopen by de Netotie boeken afzonderlijk te doen boeken, Request door den Land= =drost van Stellenbosch Bletterman ingediend. rapport te doen, en nadien de goede= „ren welke zich in die Scheepen koo= =men te bevinden navolgens de dat ingevolge de ordres door de Hooge Indiase regeering bij Publicatie van den Iaare 1731: geëmaneerde ordre, aan Land moe= =ten worden opgeslaagen en zich daartoe geene ruimte in 's Comp„s zo is hierop beslooten den Pakhuisen bevind, zo is den Heer =re gezachhebber verzocht en gecommitteerd geworden, de beno= =digde Pakhuisen tot berging van de voorsz: Ladingen op de meest menageuste wijze van Parti= =culiere in te huuren, zullende zo wel de kosten welke tot den huur van pakhuisen zullen moeten worden geimpendeerd, als alle anderen die met opzicht tot de beide opge= =brachte scheepen zullen worden, gemaakt, bij de Negotie boeken afzonderlijk moeten worden geboekt. Aan den wel Edelen Groot Achtbaaren Heere Abraham Josias Sluijsken Raad ordinair van Neerlands India, mitsgaders Commissa= =ris over het Gouvernement van Kaap de Goede Hoop en den ressorte van dien &„a &„a & a. beneevens den wel Edelen Hierop geleezen zijnde een Request door den Landdrost der Collonie Stellenbosch en Drakenstein Hendrik Lodewijk Bletterman aan deezen raade gericht, bij gelee= gendheid dat door hem ingevolge en ter voldoening van het aanschrijven door den Edelen Heer Commissaris aan hem sub dato 27„e der Jongst= =verloopen maand september gedaan, de gevangenen Hottentotten, Lieber= geld en Barend Hendriks herwaards zijn gezonden, welk request bevon= =den wierd van volgende inhoud, Hierop Achtbaaren 683 684 685 Achtbaaren Heere gezagheb: =berende wel Edele Heeren Raaden van Politie. — Wel Edele Groot Achtbaare Heer E: Achtbaare Heeren! Vertoond met den diepoten eerbied de Landdrost van Stellenbosch en Drakenstein Hendrik Lodewijk Bletterman — Dat nadat de veldwagtmeester aan de Kijzers Rivier Jacobus Petrus viljoen aan den vert„r heeft gezon= =den gehad twee by hem viljoen van de Veldwagtmeesters uit de Colonie Zwellendam met namen Pieter Tubert, Bernardus Biljoen en Pieter Rossouw ontvangene rondgaande brieven, waarbij de= zelve te kennen geven, dat zij= =lieden, de bijde Eerstgem: Iubert en Biljoen Drie Hottentotten gevangen genomen hebbende, dezelve zouden heb= =ben bekent, nevens andere Hottentotten voorneemens te zijn het Land af te loopen; het voorsz: gerugt al dadelijk aanlijding heeft gegeeven dat door den veldwagtmeester aan de oli= phants Rivier Johannes Hendrik Lubbe en eenige andere gewapende burgeren gevangen genomen en indier voegen naar stellenbosch aan den vertooner gezonden zijn de hotten =totten Kiewit d'oude neevens zijne zoonen Kiewit de Jonge en Jan Robbert mitsg=s Tamboer, Jan Andries, Liebergeld en Barend Hendriks met de wijven van de vier eerstgem: en Derthien Kinderen, met ken= =nisgeving; dat hy Lubbe vertrouwde dat den vert„r wel bewust zou zijn van voorm: Barenden zyn volk, en dat /:gelijk hij zich expliceert:/ de schelm Barend niet moet worden los gelaten om dat hij Lubbe na het gevangen neemen van denzelven, door een ander Holtentot zou geinformeert zijn, dat deeze Barend en bij 686 687 bij het naderen van hem Lubbe ende overige burgeren om zijn snaphaan zou hebben gevraagt, en dat voorm: Liebergeld, volgens een by hem Lubbe ontvangen brief van den veldwagtmeester in het Bokkenveld Jacobus Johannes Pienaar, in den gepasseerden Iaare van het Commando onder den veld commandant Iohannes van der Walt gedeserteerd zou zijn en van zommige beesten gestolen en geslagt hebben, zonder bijvoeging eg= =ter van ten minsten een enkeld waar: =schijnelijk bewijs dat deeze by de laatst. =gem: veel minder dan d' eerstgem: vijff: gevanglijk opgezondene Hottentotten voor= =neemens zouden zijn iets dergelijks als bij de bovengem: brieven opgegeeven is, ter uitvoer te brengen; zo als de vert„- dan ook bij een naauwkeurig onderzoek de Vijff eerstgem: Hottentotten zoo daar= aan als aan eenig ander misdaad on= =schuldig hebbende bevonden, van dit alles aan den wel Edele Groot Achtb= = Heere Commissaris kennisse gegeeven en daarbij teffens eerbiedigat heeft verzogt, dat dezelve met hunne wijven en kinderen op vrijen voeten gesteld, en dat de byde laatstgen: Lieber= =gelden Barend zoo uit hoofde van de voorsz: Beschuldigingen ten hunner Laste door voorm„ Lubbe ingebragt, als om reedenen by de Bovengem: brie= =ven opgegeeven tot geruststelling van evengen: Lubbe en andere ligtgeloovige opgezeetenen provisioneel in de yzers mog= =ten worden geslagen; welk voordragt en verzoek zijn wel Ed„e Groot Achtb=e omtrend d'eerst gem: vijff Hottentotten heeft gelieven te accordeeren, dog omtrend de eeven gem: Liebergeld en Barend Hen= =driks den vert„r gelast dezelve spoedig herwaards te moeten ovezenden; zo als de vert„r ook dadelijk na den ontvangst der voorsz: zeer gerespecteerde ordre, voorm„ vijff Hottentotten met derzelven wijver en kinderen op vrijen voeten gesteld heb= =bende; en het dadelijk herwaards zen= =den van meergem: Liebergeld en Barend Hendriks egter zoo door het ruuw weer als het Continueel afzenden van ex¬ heeft =pressen

NL-HaNA_1.04.02_4360_0442 view scan ↗

English

has been prevented. However, since upon closer examination conducted by the petitioner, the aforementioned Liebergeld was able to provide very solid reasons why he had to leave the abovementioned Commando, and that he has never made himself guilty of any cattle theft, and what the petitioner knows with certainty is that he has remained quietly and properly at his camp at least since the month of April; whereas on the other hand Barend Hendriks, who claims to reside with the widow Eduard Mosterd at the Hantam, can in no way justify the reasons why for more than seven months he has stayed now in the neighboring districts and then again in the Swellendam district, besides the fact that three different Hottentots have reported to the petitioner how the aforementioned Barend borrowed a pack ox from one and two to three cows from both of the others without returning them, and that he particularly, about seven months ago, hired a mare from the Hottentot Jan Laberlot for two days at One rixdollar per day, yet neither paid the agreed rent nor returned the aforesaid horse, consequently having continually wandered about since then and occupied himself with deceit. That although the petitioner on the one hand finds himself unable, both on the grounds just mentioned and on the basis of the presumptions currently held by most residents to the charge of the said Barend Hendriks, to initiate the necessary legal proceedings before the Honorable Worshipful Council of Justice against him without any sufficient evidence; the petitioner nevertheless, subject to the higher and wiser judgment of your Honorable Grand Worships and Honorable Worships, has on the other hand considered that by setting the aforementioned Barend Hendriks at liberty, the anxiety and uncertainty into which most residents have been brought by the abovementioned circular letters of the said field-sergeants would increase, and, in light of his conduct, might easily be of dangerous consequences. Reasons why the petitioner has considered it to be his unavoidable duty to bring all of this to the attention of your Honorable Grand Worships and Honorable Worships, with the respectful request that it may please your Grand Worships, by virtue of the power and authority conferred upon your Honorable Grand Worships and Honorable Worships, to permit that the aforementioned bastard Hottentot Barend Hendriks be put in irons and placed among the convicts or else in the Slave Lodge, in order to serve for his food until your Honorable Grand Worships and Honorable Worships shall be informed with certainty whether the Hottentots had any evil intention and whether the aforementioned Barend took part in it, or that your Honorable Grand Worships and Honorable Worships may be pleased to dispose in this matter in such a way as your Honorable Grand Worships and Honorable Worships shall deem necessary. Which doing, etcetera. Was signed: H. L. Bletterman. Thus, after deliberation upon the same and as to the disposition of the petition, out of the conviction that the Hottentot Liebergeld, as little as the other Hottentots brought here in custody, has made himself guilty of the inhuman intention to murder the Christians and overrun the country, it was approved and resolved to place that Hottentot, along with the other accused, also for safekeeping in the Company's Slave Lodge; whereas on the other hand, the Hottentot Barend Hendriksz, being suspected as a vagrant wandering through the country and of such deceits

Dutch transcription

688 721 689 =pressen is verhindert geworden. - Maar naardien by eene doorden vert gedaane nadere ondertasting, voorm: Lie= =bergeld zeer gesunderde reedenen heeft weeten by te brengen waarom hij het bovengem: Commando heeft moeten ver= =laten, en dat zig nimmer aan eenige vhée diefte heeft schuldig gemaakt, en het geen den vert„ met zeekerheid weet, is dat denselven ten minsten zeedert de Maand April op zijn Legplaats stil en wel is verbleeven; terwijl daar en tee =gen Barend Hendriks, die voorgeeft by de weduwe Eduard Mosterd aan den Hantam woonagtig te zyn, zig in geenen deele kan verantwoorden om welke reeden„ reets langer als seeven maanden dan eens in de nabij geleegene Districten en dan weer in het zwellendamsche zig opgehouden heeft, behalven dat drie differente Hottentotten aan den vertr hebben opgegeeven hoe dat voorm: Barend van d'een een draagos en van de bijde andere Twee à Drie Koeijen ge¬ =leend heeft zonder dezelve te restitueeren, en dat hy wel inzonderheijd omtrend voor seeven maanden van den Hottentot Jan Laberlot een merry paard voor twee das gen teegens Een rijxdaalder daags gehuud nog de bedongene huur betaald nog nien =der het voorsz: paard heeft terug gebragt gevolglijk zeedert bij continuatie rond ge= zworven en zig met bedrog opgehouden Dat hoe zeer ook de vert„n aan den eene kant zig buijten staat bevind om zoo uit eeven gemelde hoofde als op funda =ment der bij de meeste opgezeetenen thans plaats vindende presumptien ten Lasten van gemeld Barend Hendriks, zonder eer =nig voldoende bewijs teegens denselven voor den Edelen Achtbaaren Raade van Iustitie de nodige Procedures te enta= =meeren; de vert„ egter /:onder het Hoog wij= =zer oordeel van uwel Ed: Groot Achtb„e ens/ en Ed„le Achtb=re:/ aan den anderen kant heeft vermeent dat met voorm: Barend Hendriks op vrye voeten te stellen de on= =gerustheid en onzeekerheid waaren de meeste opgezeetenen door de bovengem: circulaire brieven der gem: veldwagt= =meester en 698. 701 691. op is geweest. — meesters gebragt zyn vermeerderen, en ligt mogelijk uit hoofde van zyn ge= =houden gedrag van dangereuse ge= „volgen zou kunnen zijn. — Reedenen waaromme den vert„ van zijn onvermijdelijken pligt heeft ge= =agt te zijn dit alles te brengen ter kennisse van uwel Edele groot Achtb en E: Achtbaarens, met eerbie= „dig verzoek dat het van Hoogst= =derzelver welbehagen zij om uit krag= =te van de magt en authoriteit aan uwel Ed„le groot Achtb=e en Ed: Achtb„r gedemandeerd, te permitteeren dat meergerd bastaard Hotten tot Barend Hendriks in de ijzers geslagen en onder de Bandieten dan wel in het slaven Logie Huis zal worden geplaatst omme zo lange voor de kost te dienen tot dat uwel Ed=e Groot Achtb„e en Ed„e Achtb=ren met zeekerheijd zullen weezen geinformeerd of de Hottentot= =ten eenig boos voorneemen gehad en voorm„t Barend daar in deel heeft ge= =noomen, dan wel dat uwel Ed: Grooot:= Achtbaarens en Ede Achtb in deezen zo is na deliberatie over dezelve en wat de dispositie daar Requeste uit overtuiging dat de Hot= „ten tot Liebergeld zo min als de overige herwaards gevankelyk gevoerde Hottentotten zich aan het ontmenscht voorneemen om de Christenen te vermoorden en het land af te loopen heeft schuldig gemaakt goedgevonden en verstaan die Hottentot neevens der andere beschul= =digde meede ter bewaaring in 's Compagnies slaven Logie te stel= =len, terwijl daar en teegen den Hot= =ten tot Barend Hendriksz, als door den Lande =drast verdacht van rondzwerven en /:onderstond:/ T welk doende &„a /:was geteekend:/ H„k L: Bletterman; — zodanig gelieven te disponeeren als uwel Edele Groot Achtb„e en Ed: Achtb„ in deezen zodanig gelieven te dis= =poneeren als uwel Edele Groot Achtb: en Ed: Achtb:s nodig zullen oordeelen. zodanig bedriegerijen

NL-HaNA_1.04.02_4360_0444 view scan ↗

English

692 The Noble Lord Commissioner communicated to the Council that the Hottentot Captain Kees, guarded by two burghers and heavily shackled, had arrived here and had been brought to the ordinary prison, and that His Honor, regarding the said Captain Kees, had caused measures to be taken in addition to the aforementioned means. The Head Administrator having come to make a request to the Noble Lord Commissioner to be assisted in the collection of moneys for sold Company goods. Frauds shall have to remain in the ordinary prison until the Landdrost shall find himself in a position to judge whether the facts alleged against him have genuinely been committed by him, and are of such nature that he is bound ex officio to institute some action against him. It further being communicated by the Noble Lord Commissioner that the Hottentot Captain Kees had arrived here under the guard of two burghers from the Colony of Zwellendam, heavily shackled, and had been brought to the ordinary prison; but that His Honor felt scruples about leaving the said Kees—although accused of having intended to be the head and leader of a pernicious band to destroy the settlements of the inhabitants and to deprive them of life, as well as of having already taken part in the committing of murders, since of all this nothing had yet been sufficiently proven—in a prison wherein the confinement in itself must be considered as a well-deserved punishment; thus, upon the proposal of the aforementioned Noble Lord Commissioner, it was resolved to have Captain Kees released from that prison and to have him kept and guarded under appropriate precautions in an apartment at this Castle best suited for that purpose, where the Noble Lord Commissioner will have him provided with the necessary maintenance until such time and while his guilt or innocence shall have been further and sufficiently brought to light. Hereupon it was imparted to the Council by the Noble Lord Commissioner that the Lord Commander, in his capacity as Head Administrator, had made known to His Honor his inability to ensure, without proper support and assistance, that the purchase moneys of the goods being sold by public auction for the account of the Company were paid at the appointed time, with the request that such measures might be taken in that regard as should be found suitable to serve the Company's interests in this matter. 693 701 694 701 The Noble Lord Commissioner requiring and ordering to prosecute ex officio the defaulting payers upon the notification of the Lord Head Administrator, and to demand payment. The said Lord Head Administrator nonetheless remaining responsible for all damages and losses in this matter. Following paragraphs up to and including the 72nd to their Right Honorable High Mightinesses, besides making the aforementioned rescript. It having been communicated by the Noble Lord Commissioner that His Honor intended to dispatch the packet boat de Kraaij to the Netherlands on the 16th of this month. So it was, upon the proposal of the aforementioned Noble Lord Commissioner regarding this aspect, unanimously resolved, subject to the responsibility of the Head Administrator for the time being as vendue masters of Company goods, and solely to facilitate for them the collection of the Company's moneys, to enjoin and order the Fiscal, as he is hereby ordered and enjoined, upon the notification of the Lords Head Administrators, to prosecute the defaulting payers ex officio before the Council of Justice and to demand payment in such manner as has hitherto been customary regarding the moneys owed to the public vendue master according to the Statutes of Netherlands India, without it being permitted or possible for the slightest change to be brought about thereby in the established laws of preference and concurrence, or for the Head Administrators now or for the time being to consider themselves in any way freed thereby from the compensation of damages to which they are bound and obliged as vendue masters. It further being communicated by the Noble Lord Commissioner that His Honor intended to dispatch the packet boat de Kraaij from here to the Netherlands on the 10th of this current month, the General Fatherland Dispatch of 14 December 1792 was subsequently taken up again for resumption; and, seeing that the High Noble Lords Commissioners General have conducted the most accurate investigations into the matters in the 64th and following paragraphs up to the 72nd inclusive and have given the required orders, it was resolved that assurance shall solely be given to the Illustrious Assembly of Seventeen that this government shall henceforth watch with all care that the arrangements made by the Lords Commissioners General, both for the reduction of all useless overhead and to conduct a regulated household, and that each of the ministers shall 695

Dutch transcription

692 den Edelen heer Commissaris communiceerd den raad dat de Hottentots Capitijn Kees- door twee burgers bewaakt zwaar gekluisterd alhier- was aangekoomen en in de gewoone gevangenis ge= bracht. — en dat zijn Ed„: nopens den: =zelve kapitijn kees bezyden: gemelde middelen had doen in 't werk stellen. — hoofdadministrateur aan den Edelen heer Commissaris verzoek hebbende komen te doen, om te werden g'adsis: =teerd in 't invorderen van pen„ =ningen voor verkogte 's Comp„s goederen. — bedriegerijen in de ordinaire gevangenas= =se zal moeten verblijven tot dat den Landdrost zich in staat zal vinden ge: =steld te kunnen beoordeelen of de hem aangetijde feiten wezendlijk door hem zijn begaan; en van dien aart koomen te zijn, dat hij ex officia gehouden is eenige actie teegens hem te entameeren. Nog door den Edelen Heere Commissa= =ris gecommuniceerd zijnde dat de Hotten= =totten Capiteijn zees onder bewaking van Twee Burgers uit de Collonie Zwel= =lendam, zwaar gekluisterd alhier was aangekoomen, en in de gewoone gevan= =genis gebracht, doch dat zijn Ed„ zich beswaard vond om de gemelde Kees, schoon betieht Hoofd en aanvoerder te hebben willen weezen van een verderf= =lijk Rot om de bezettingen der opgezee= tenen te sloopen en hen van 't Leeven te berooven, mitsgaders van reeds deel aan 't pleegen van moorden te hebben gehad, daar van dit alles nog niets genoegzaam was beweezen, te laaten in eene gevange= =nisse waarin het verblijf op zich zelfs als een welverdiende straffe moet wor= den geconsidereerd, zo is op voorstel van welgemelde Edele Heere Commissaris be„ =slooten, den Capitijn Kees uit die gevange: =nisse te laaten ontslaan en hem onder gepaste voorzorge te laaten bewaaren en bewaaken, in een daartoe best geschikt opar =tement ten deezen Casteele, alwaar den Ede= „len Heer Commissaris hem van 't noodige onderhoud zal laaten verzorgen, tot tijd en wijlen dat zijn schuld of onschuld nader en voldoende aan den dag zal weezen gelegd- Hier op wierd door den Edelen Heer Com= missaris den Raade bedeeld, dat den Heere den heere Gezaghebber als Gezachhebber in qualiteit als Hoofdadmi= nistrateur zijn Ed: hadt te kennen geojer= =ven zijn onvermoogen om zonder behoor= „lijke maintenue en adsistentie te kunnen zorgen dat de kooppenningen der goederen voor reekening der Compagnie per publiecque vendutie verkogt wordende ter bepaalde tijd wierden betaald met verzoek dat daar= =omtrent zodanige maatregulen mogten worden genoomen als geschikt zouden worden bevonden om s'Compagnies belan= als gen 693 701 694 701 Edelen heer Commissaris be„ =geeren en te gelasten de na: geeven van den heere hoofd: administrateur ex officio te actionneeren en de be„ =taling te vorderen. — blyvende nochtans gem heer Hoofd administrateur voor alle de schadens en nadeelen in dee= zen verantwoordelijk. =gende paragraaphen tot de 72 inclusive aan hun Wel: =Edele hoog Achtb: bezyden gemelde rescriptie te doen. — door den Edelen heer Com: =missaris gecommuniceerd zynde dat zyn Ed: van voor= =neemens was de Pacquat boot de Kraaij op den 16e deezer naar Nederland te depecheeren.— „gen in deeze te kunnen behartigen„ zo is opvoorstel van welgem: en is op voorstel van den Edelen heer Com= =slooten de Fiscaal te injun:=missaris ten deeze aspecte unanime be= ƒ =latige betaalders op het aan:-slooten om behoudens de verantwoording van de hoofdadministrateur inder tijd, als vendumeesters van s' Comp„s Goe= =deren en alleen om hende invordering van s' Comp:s penningen te faciliteeren, de Fiscaal te injungeeren en te gelasten zo als dezelve gelast en geinjungeerd word bij deezen de nalaatige betaalens op 't aan„ geeven van den heeren Hoofd admis¬ =nistrateurs, ex officio voor den Raade van Justitie te actioneeren, en betaaling te vorderen, op zodanige wyze als om= =trent de penningen aan den pu= =bliecque vendumeester verschuldigd volgens de Statuten van Neerland India tot nu toe in usantie is geweest, zonder dat hier door zal moogen of kunnen worden te weege gebracht eenige de allerminste verandering in de gestatueerde wetten van preferentie en concurrentie, of dat de hoofd administrateurs nu of in der tijd zich hier door eeniger maate bevrijd zullen moogen achter van de schaver= =goeding waar toe zy als Vendu meesters gehouden en verpligt zijn. — Door den Edelen heer Commissaris wijders gecommuniceerd zijnde dat zyn Ed„ voornee= mens was de Pacquet boot de kraaij op den 10„e deezer loopende maand van hier naar Nederland te depecheeren, is vervolgens wee= =derom ter resumptie genoomen de Pa =triase generaale Missive vanden 14 de= en beslooten op de 24 en vol:=cember 1792 en beslooten omme aangezien de Hoog Edele Heeren Commissarissen Generaal over de zaaken bij de 64„ten volgen de paragraaphen tot de 72' in= =clusive, de nauwkeurigste onderzoe= =kingen gedaan en de vereischte ordres hebben gesteld, eenlijk aan de Illustre vergadering van zeeven thienen de verzeekering zal worden gegeeven dat deeze regeering voortaan met alle zorg vul= =digheid zal waaken dat de beschikkin= =gen door de heeren Commissarissen Gene= =raal gemaakt, zo tot inkrmping van alle nuttelooze omslag, als om eene ge= regulde huishouding te vaeren, en ieder der zullen Ministers 695.

NL-HaNA_1.04.02_4360_0446 view scan ↗

English

696 701 Extract of §73 shall be delivered to the lord Governor to carry out a fitting and precise investigation in this regard. In response to §79 their Honors will be informed that the 10 whole leaguers short-delivered and unloaded in the ship Nieuwstad have been properly delivered. The Council duty-bound to obey the orders appearing in paragraphs 74, 75, 76, 77, and 78. Clause of the last-mentioned paragraph: writer shall be changed to that of private clerk. Ministers and servants to observe his rightful duty, properly pursued, in order thereby to prevent that the High Lords and Masters will no longer find themselves encumbered with the handling of such disagreeable matters to which the circumstances of that time and the discord arising therefrom have given rise, and whereby according to their Honors High Respectable's own testimony the handling of affairs of the greatest consequence for the Company's interests has been delayed. Upon resumption of the 73rd paragraph, it has been resolved to deliver an Extract of the 1st, 2nd, and 3rd Articles thereof to the Lord Governor, in order to conduct as soon as possible a fitting and precise investigation concerning the reflections made therein by the Lords Majores and to serve the Council with a report thereon; while, in order dutifully to comply with what is ordained by the seventh member of the last-mentioned paragraph, and pursuant to the seventh paragraph, the title of private writer shall be changed into that of private clerk, as is the practice in all subordinate offices in the Indies. The Council being duty-bound to obey the orders which have been given by the 74th, 75th, 76th, 77th, and 78th paragraphs regarding the improper loading of the ships, the unloading of cargo goods for this Government brought by vessels destined for the Indies, the prompt dispatch of the Company's keels, the replenishing of the medicine chests, and the accounting for all the cooperage present on the Company's ships, as well as the orders concerning these matters prescribed for observance by the Right Honorable Commissioners General; thus, in response to the 79th paragraph, the High Commanding Lords Masters shall be respectfully informed that the 10 whole leaguers short-delivered here and unloaded in the ship Nieuwstad according to the letter from the High Indian Government dated [illegible] have been properly delivered. Paragraph. 697 698 701 699 and their Highnesses be thanked upon § 82 for sending hither half, quarter, and eighth guilders; alongside the request made. Reply to § 83. Extract of § 88 shall be delivered to the authorized agents of the Fiscal van Lijnden to strictly comply therewith. In reply to the 82nd paragraph, the High Commanding Lords Masters shall be dutifully thanked for the effort and care taken to provide this Colony with the indispensable small coin by sending hither half, quarter, and eighth guilders, and at the same time be respectfully requested to be pleased to send hither regularly the sum of one hundred thousand guilders in silver species, determined by the Right Honorable Commissioners General and required annually, together with a sufficient quantity of the copper coinage determined for introduction by the said Lords Commissioners General, of which latter the rate for which they ought to be brought into circulation in proportion to the silver species can best be determined by this Government. For a respectful reply to the 83rd paragraph, the Council shall state that the sum which could already be accepted into the Company's treasury this year for remittance to the Netherlands, and which shall henceforth be accepted annually, may not exceed four tons of gold Dutch current pursuant to the orders of the Right Honorable Commissioners General; and that their Right Highnesses having stipulated that no more than one million rixdollars in paper money may be brought into circulation in the Colony, the Council shall observe these regulations in all respects. An Extract of the 88th paragraph shall be delivered to the authorized agents of the former Independent Fiscal Johan Nicolaas Steeven van Lijnden, with the order to transfer and pay into the Company's treasury as soon as possible the sum of rixdollars 11,081. 6. 1, which the illustrious Assembly of the Seventeen has seen fit to determine that [illegible] treasury by [illegible].

Dutch transcription

696 701 =cul van §73 Extract werden afgegeeven aanden heere gezaghebber om hier om= =trend een gepast en nauw= =keurig onderzoek te doen ze zullen in antwoord op §79 hun welEdele worden ge: =informeerd dat de te min uitgeleeverde 10 p„s heele leg= =gers in het schip Nieuw= =stad afgeladen behoor =lyk zijn uitgeleeverd ge= =worden. — den Raade pligtschuldig zullende opvolgen de bevee= =len by de 74, 75, 76, 77478 paragraaphen voorkomende. tid van 't laatstgem para= „schrijver werden veranderd in die van geheime Clercq. Ministers en Bediendens zijne rechtmati= =ge pligt te doen betrachten, behoorlijk worden achtervolgd, om daardoor voor te= =koomen dat de Hooge Gebiederen en betaalsheeren zich niet meerder geobru= =eerd zullen vinden, met de verhandeling van zodanige onaangenaame zaaken als waar toe de toenmalige omstandig= =heeden en daar uit voortgevloeide twee= =dragt aaleiding hebben gegeeven, en waardoor volgens hunner Wel Edele Hoog Achtb„e eigen betuiging de Ver- =handeling van zaaken vande groots= =te aangeleegendheid voor 's Comp s belangen vertraagd zijn geworden; By resumptie van de 73 paragraaph zullende van 1, 223 arti= is beslooten van de 1ste 2„e en 3=e Articulen derzelve, Extract af te geeven aan den Heere Gezachhebber, omme over het daar by door heeren Majores gereflecteerde ten spoedigste een gepast en naauwkeurig onderzoek te doen en daar over den raade te dienen van bericht terwijl ommepligt= schuldig te voldoen aan het geordonneerde by 't zeevende Lid van Laatstgemelde en in gevolge 't zeevende Paragraaph de titul van geheim schrijver =graaph detitul van geheim zal worden veranderd indie van geheime Clercq zo als op alle onderhoorige Comptoiren in Indiën plaats heeft. Den Raade pligtschuldig zullende op= volgen de beveelen welke by de 74=te 75=t 76: t 77=:t en 78=st paragraaphen zijn gegeeven omtrent de wanlaading der scheepen, het lossen der vragt= =goederen voor dit gouvernement met naar Indien bestemde Bodems aangebracht wordende het spoedig afvaar= =digen van 's Comp: kielen het suppleeren der Medicijn kisten, en het verantwoorden van al 't vaatwerk zich op s' Compagnies scheepen be= =vindende, zo wel als de ordres omtrent dit een en ander door de Hoog Edele Heeren Commissa= =rissen Generaal ter observancen voorgeschree= =ven, zo zullen in antwoord op de 79„e para= =graaph. de Hoog gebiedende Heeren Meesteren eerbiedig worden geinformeerd, dat de alhier te min uitgeleeverde 10 p„s heele leggers in het schip Nieuwstad afgeladen volgens Missive van de Hooge indiaase regeering de dato behoorlijk zijn uitgeleeverd geworden Paragraaph. In 697 698 701 699 en hoogst dezelve op § 82 worden bedankt voor de her: quart, en achtste guldens; =meld verzoek worden gedaan. rescriptie op S 83. — zullende van §:o 88 Extract werden afgegeeven aan de gemachtigdens van den Fis= =kaal van lijnden omdaar aan sclipte te voldoen, In rescriptie op de 82=st paragraaph =waards zending van halve, zullen de Hoog gebiedende Heeren Meer= mitsgaders het bezijden ge:=teren pligtschuldig worden bedankt, voor de aangewende moeite en zarge om deeze Colo= =nie door 't herwaards zenden van halve, quart, en achtste guldens van 't onontbeer= =lijk paijement te voorzien, en teffens eer= biedig worden verzocht de door de Hoog Edele Heeren Commissarissen Generaal bepaalde en Jaarlijkse benodigde Somma van Hondert duizend Guldens aan zilvere specien wel gereguld herwaards te willen zenden, mitsgaders eene genoeg= =zaame quantiteit van de door welge= =melde Heeren Commissarissen Generaal ter introduitie bepaalde kopere munten„ van welke laatste de Cours waar voor na evenredigheid van de zilvere speciën in roulance behooren te worden gebracht, best door deeze regeering zal kunnen worden bepaald. Ter eerbiedige rescriptie op de 83=ste paragroaph zal den raade laaten dienen dat de som welke reeds in s' Comps Cassa dit Iaar ter remise naar Nederland heeft mogen worden geaccepteerd en voortaan Iaarlijks aangenoo„ =men zal worden, ingevolge de beveelen van de Hoog Edele heeren Commissarissen Generaal niet meer= =der moogende bedraagen als vier Tonnen Gouds Hollandsch Courant, en dat door hunne Hoog Edelheedens bepaald zijnde dat niet meerder dan een Millioen Rijxdalers aan Cartonne munt in de Colonie in circulatie gebracht mag worden, den raade deeze beschikkingen in alles zal observeeren. van de 88=ste paragraaph zal Ex= „tract worden afgegeeven aan de ge= machtigdens van den geweezen inde= pendent Fiscaal Johan Nicolaas steeven van Lijnden, met Last omme ten spoedigste in de Cassa der Compa- =gnie over te brengen en te betaalen. de somma van rd„s 11081„ 6. „ 1„ welke de illustre Vergadering van zeeventienen heeft goedgevonden te bepaalen, dat Cassa door —

NL-HaNA_1.04.02_4360_0448 view scan ↗

English

when the attachment placed upon his left-behind monies and effects shall be lifted and the attorneys left with the free disposal thereof; which information to Their Right Honourable Worships in Paragraph 89 concerning the chief surgeon Wilhelmus van Rees, and the Council shall take proper care to cause him to depart for Batavia at the very first upcoming opportunity. should be refunded to the Company by the said van Lijnden out of the customs revenues collected by him for his own benefit, notwithstanding the strict orders given by Their Right Honourable Worships, as well as everything that might have been received on his account by them after the departure of the said van Lijnden by virtue of the customs, of which they shall be obliged to render a specific statement to this Council. And when the attorneys of the frequently mentioned former independent Fiscal van Lijnden shall have satisfied all of this, the attachment placed for the benefit of the Company upon his left-behind monies, goods, and effects shall be lifted, and he or his attorneys shall be left with the free disposal thereof. Lastly, in answer to the 89th paragraph, the High Commanding Lords Majores shall be informed that the chief surgeon Wilhelmus van Rees has remained at this government until now solely and exclusively on account of continuous indisposition, which stay he would otherwise have rendered himself entirely unworthy of by his improper conduct, kept even under the eyes of the Right Honourable Lords Commissioners-General; but that proper care shall be taken by the Council to cause him to depart for Batavia at the very first occurring opportunity. Thus resolved and decreed in the Castle of Good Hope, on the day and year aforesaid. Was signed: A. J. Sluijsken, I. J. Rhenius, I. J. Le Sueur, O. G. Dewet, W. F. van Reede van Oudtshoorn, E. Bergh. In my presence, was signed: G. F. Goetz, Secretary. Thursday, the 3rd of October 1793, in the forenoon. Present: the Noble Lord Commissioner, together with the Lord Commander and the gentlemen members Le Sueur, Dewet, van Reede van Oudtshoorn, and Bergh; absent: the gentlemen Gordon and Brandt. The Noble Lord Commissioner having initially made known that the packet boat De Kraaij upon its arrival here was entirely unprovided with artillery, but that His Honour, having already given the necessary orders both to provide the same and to effect the required repairs, that vessel would be dispatched from here on the 15th of this month; the inventories of the two French ships brought in here as prize, Le Penn and La Levrette, were submitted, which were found to be of the following contents: Inventory of such goods as belong to the equipment and cargo of the pink ship named The Penn, fitted out for French account for fishing and now brought in here as prize by Captain-Lieutenant Cornelis van Dijk, commanding the Honourable Company's brig De Starr; and which goods were declared under presentation of oath by Skipper Obet Fitsch, who navigated that vessel, in the presence of the said Captain-Lieutenant and Second Lieutenant Pieter Woutersen, placed on board there by the same for bringing in the said prize ship, to the undersigned commissioned members from the Honourable Worshipful Council of Justice of this Government of the Cape of Good Hope, in the presence of the Adjunct Fiscal, Mr. Johannes Henoch Neethling, with the aforesaid ship with its rigging, sails, and further accessories. Together with the annexed declaration that he has conducted himself in this matter according to his best knowledge and has concealed nothing that belonged to the said ship and cargo; with further declaration by the aforesaid Captain-Lieutenant and Second Lieutenant that, if anything else relating thereto should be discovered, they will amplify this inventory therewith, those goods consisting of the following: The ship itself. Three longboats with oars and accessories. Two loose topmasts. One main yard. Two large and one small anchors. Three heavy ropes of one hundred and twenty fathoms each. One heavy cable rope. Some old sails. Eight hundred and fifty barrels of whale oil, each barrel containing thirty-one and a half gallons, and each gallon four bottles. Five hundred ditto barrels as aforesaid with spermaceti. Eight thousand four hundred pounds of baleen, by estimate. Three dozen harpoons. Two dozen lances. Three large iron pots. One large copper cooling tub. Five large cutting or blubber knives. Six large tackle blocks. Three defective chairs. One ship's table cupboard. Three heavy hooks for canting the fish. Four large compasses. Two small compasses. One azimuth compass. Furthermore, another 18 casks of train oil which, according to the statement of the above-mentioned persons, belong to some sailors who swam over from a French ship and were subsequently taken off by the said van Dijk. Thus done and inventoried on board the above-mentioned prize.

Dutch transcription

700. wanneer als dan het arrest op zijne nagelatene gelden en effecten gelegd ontheft ende gemagtigdens daar over de vrije dispositie werden gelaa= sten. welke informatie aan hun wel Edele Hoog Achtb„re op S 89 noopens den oppermeester - Wilhelmus van Rees. en zal den Raade behoor= =lijk zorgen om hem by aller= =eerst koomende geleegendheid naar Batavia te doen. ver„ =trekken, door gemelde van Lijnden aan de Com¬ =pagnie zou worden vergoed, uit de In= =komsten der Douane door hem, niet teegenstaande de stellige ordres door hun wel Edele Hoog Achtb: gegeeven, tot zijn eige voordeel gebeurd, mitsgaders al het geene door hen na het vertrek van gedachte van Lijnden uit hoofde van de Douane voor zijne reekening mogt weezen ontfangen, waarvan zy aan deezen raade specifiecque opgaave zullen moeten doen. en zal zo wanneer door de gemachtigden van meermelde geweezen independent Fis= caal van Lijnden van dit een en ander zullen hebben voldaan, het arrest op zijne nagelaaten gelden, goederen en Effecten ten behoeve der Compagnie gelegd, worden. opgeheeven, en aan hem dan wel zijne gemachtigdens daar over de vrije dis= =positie worden gelaaten. — Laatstelijk zal ter beantwoording zullen werden gesuppediteerd van de 89„e Paragraaph aan de Hoog ge: =biedende Heeren Majores worden bericht, dat den oppermeester Wilhelmus van Rees, enkel en alleen uit hoofde van Aldus Geresolveerd en Gearresteerd In 't Casteel de Goede Hoop! Ten daage en Iaare voorsz: /:was geteekend:/ A: J: Sluijsken, I. J. Rhenius, I. J. Le Sueur, O: G: Dewet, W: f: van Reede van oudtshoorn, E: Bergh. aanhoudende indispositie tot nu toe ten deeze gouvernemente is verbleeven welk verblijf hy zich anderzints door zyn onbetamelijk gedrag zelfs onder 't oog van de Hoog EEdele Heeren Commissarissen generaal gehouden, ten eenemaale onwaar= dig zou hebben gemaakt, doch dat door den Raade behoorlijk zal worden gezorgd om hem by aller eerst voorkomende gelee= =gendheid naar Batavia te doen vertrekken. aanhoudende /:laager/ 701 70 703 den Edelen Heer Commissaris den raade hebbende geleeven te communiceeren dat zijn Ed: de nodige ordres had gegeeven om de pacquetboot de kraai van het benodigt geschut te voorzien en de manqueren: de reparatie te bewerk= =stelligen. is vervolgens door zyn Ed: overgelegd de inventarissen van de beide alhier opge„ =brachte Fransche Scheepen Le Penn en La Levrette, en dat dat vaartuig op den 15 deezer van hier zou worden afgevaardigd. /:laager stond:/ my praesent /:was geteekend:/ G: F: Goetz Secretaris. Donderdag den 3„e october 1793 s voormid: =dags praesent den Edelen Heer Commissaris, beneevens den Heere Gezachhebber en de heeren Leeden, Le¬ Sueur, dewet, van Reede van oudtshoorn en Bergh„ demptis de Heeren Gordon en Brandt. Manvankelijk door den Edelen Heer Commissaris Kennisse gegeeven zijnde dat de Pacquet Boot de Kraaij by dies aan= komst alhier ten eenemaale onvoorzien is geweest van geschut doch dat zijn Ed: Inventaris van zodanige Goederen, als tot de Equipagie en Laading van het voor Fransche reekening ter visch vangst uitgeruste en door den Capitein Lieutenant zoo ter voorziening daar aan als tot het bewerkstelligen der reparatien bereids de nodige ordres gegeeven hebbende, dat vaartuig op den 15 deezer van hier zou worden afge= =vaardigd, zijn overgelegd de Inventarissen van de beide alhier opgebrachte Fransche scheepen Le Penn en La Levrette, welke bevonden wierden van volgende inhoud. — zoo Cornelis 704 705 Cornelis van Dijk, Commandeer =rende s'E: Comp„s Brik de Starr thans alhier als prijs opgebrachte Pinkschip The Penn genaamd gehooren; en welke goederen aan de onderge„ =teekende gecommitteerde Leeden uit den E: Achtbaaren Raade van Iustitie deezes gouvernements Cabo de Goede Hoop ten overstaan van den Adjunct Fis= =caal, M„r Iohannes - Henoch Neethling. onder praesentatie van Eede door den dien Bo: =dem geroerd hebbende Schipper Obet Fitsch ter praesentie van gemelde Capitijn Lieutenant en den door denselven tot het opbrengen van 't gemelde prijs schip aldaar aan boord gesteld en Sous Lieut=t Pieter woutersen zijn opge= =geeven geworden, met 't voorn: schip met deszelfs Tuig zeilen en verdere toebehooren. Mitsgaders daar in en bij bygevoegde declaratie van zich hier omtrend naar zyn beste weeten te hebben gedraagen en niets verzweegen te hebben wat tot het zelve schip en Laading behoorden onder betuiging voorts van voorsz: Capitijn Lieutenant en Sous Lieutenant; dat zo wan= =neer noch iets daartoe betrekkelijk mogte worden ontdekt, dee= zen Inventaris daar meede te zullen am= =plieeren, bestaande die goederen in als volgd. bijgevoegde 'T zelve C. 1/66 707 Tzelve. Drie Chaloupen met riemen en Arves toebehooren. Twee losse stengen Een groote Rhaa Twee groote en eene kleine Ankers Drie swaare Touwen van een hondert en Twintig vaden ieder- Een swaare kabeltouw Eenige oude zijlen Achhonderd vijftig Barrels met walvisch traan ieder Barrel Een en dertig en een halve gelling en ieder gelling vier Bottels in= =houdende. Vijff Hondert do. Barrels als voorengemeld met spermacetie. Acht duijzend vier hondert Ponden Balijnen naar gissing. - Drie Douzijnen Tarpoenen Twee Douzijnen Lensen Drie groote yzere potten. /:onderstond:/ Aldus gedaan en geinventariseerd Aan Boord van bovengemelde Een groote koopere koelbalij vijf Groote sneij of spekmessen, Zes groote Teijnblokken, Drie defecte stoelen Een scheeps Tafelkast, Drie zwaare haaken tot Kenteren. der visschen Vier groote Compassen, Twee kleine Compassen, Een Azimuth Compas, voorts nog 18 vaten met Traan welke. volgens, opgaave der bovengemelde persoonen aan eeni= =ge Mattroosen be= =hooren die van een Fransch Schip zijn overgezwommen en vervolgens door gemelde van dijk zijn afgehaald. Een Prijs

NL-HaNA_1.04.02_4360_0452 view scan ↗

English

Prize ship anchored in Table Bay at Cabo de Goede hoop the 2 October 1793 before the Gentlemen Rijno Johannes van der Riet and Gerrit Hendrik Meijer Members from the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid who have duly signed the minutes of this together with the persons mentioned in the heading of this and me sworn Clerk. Lower Which I witness was signed P: Diemel said Clerk. Inventory of such goods as belong to the equipment and cargo of the pink ship named La Levrette fitted out for fishing on French account and now brought up here as a prize by Captain Lieutenant Cornelis van Dijk commanding the Honorable Company brig the Starr and which goods have been specified to the undersigned commissioned members from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government of Cabo de Goede Hoop before the Deputy Fiscal Master Johannes Henoch Neethling under presentation of oath by the skipper Obed Bunker who had commanded that vessel in the presence of the abovementioned Captain Lieutenant and of the Lieutenant Johan Vogler placed on board by the same to bring up the said prize ship with attached declaration to have acted herein to his best knowledge and to have concealed nothing that belongs to the same ship and cargo and under declaration furthermore by the aforesaid Captain Lieutenant and Lieutenant that if anything relating thereto should yet be discovered they will supplement this inventory therewith consisting those goods in as follows. The aforesaid ship with its rigging sails and further appurtenances as well as therein and by the same Three longboats with oars and appurtenances One spare topmast Two ditto old main topsail yards Three heavy anchors Two heavy ropes of which one is 80 and the other 100 fathoms long Two ends of old heavy rope Two old topsails and furthermore yet a few sails entirely old and worn out Fifty harpoons Ten lances Four large blubber knives Three large iron pots One copper cooling tub Six large tackle blocks Three heavy iron tridents Four hundred pieces of water casks being half leagers Six compasses of assorted kinds One table Four old chairs One daybed Five old defective lanterns One large ship lantern Fourteen to fifteen hundred so-called barrels of whale oil and sperm oil estimated together to make one hundred and eighty tons. Fifteen thousand pounds of baleen by estimation and thirty-three casks of coal. Thus inventoried on board the abovementioned ship La Levrette anchored in Table Bay the 2nd of October 1793 before the Gentlemen Ryno Johannes van der Riet and Gerrit Hendrik Meijer commissioned Members from the aforesaid Council who duly signed the minute of this together with the three aforesaid seamen and me sworn Clerk. Lower Which I witness was signed P: Diemel sworn Clerk. After reading of which inventories it was decided to supply authentic copies thereof by the first opportunity both to the Illustrious Assembly of Seventeen and to the High Indian Government while in the meantime the unloading of the goods will proceed but since the gentleman Commander indicated that His Honor had found no opportunity to rent from private persons the necessary warehouses for storing the whale oil and spermaceti it was decided to bury the casks in which both these articles are contained directly upon unloading on the beach in such and the same manner as is done by private persons because that is the way to preserve the oil while the baleen must be stored in one of the Company buildings. Hereafter the Noble gentleman Commissioner presented a roll of the persons who had arrived here with both aforesaid prize ships as prisoners of war consisting of two captains two chief mates and 22 common seamen to which were also attached the names of 12 English sailors who at Rio de La Goa had voluntarily gone on board both the packet boat and the captured ships regarding which latter it was decided to leave them free to engage themselves either with the present captains of the English ships or in the service of the Company or in that of private persons while with respect to the prisoners of war it was approved and agreed to let them remain on land as they are mostly all Americans Swedes and Danes or else to have them serve for the unloading of the prize ships.

Dutch transcription

708 709 Prijsschip geankerd in de Tafel= baaij aan Cabo de Goede hoop den 2 october 1793 voor de Heeren Rijno Johannes van der Riet en Gerrit Hendrik Meijer Leeden uit den E: Achtb: Raade van Justitie voormeld die de minuten deezes neevens de in den hoofde deezes gemelde Perzoonen en mij geswoore Clercq meede behoorlijk hebben onder= =teekend. /:Lager:/ 'T welk ik getuige /:was geteekend:/ P: Diemel gem: Clerq. Inventaris van zoo= =danige goederen als tot de Equipagie en Laading van het voor Fransche reekening ter vischvangst uitgeruste en door den Capitijn Lieu= =tenant Cornelis van Dijk Commandeerende S: E: Comps Brik de Starr thans al: =hier als prijs opgebracht Pink Schip La Levcette genaamd, gehooren, en welke goederen aan de ondergeteekende gecommitteerde leeden uit den E: Achtb„ Raad van Iustitie deezes Gouvernements Cabo de Goede Hoop ten overstaan van den Adjunct Fiscaal Mr. Johannes Henoch Neethling ou= der praesentatie van Eede, door den dien Bodem gevoerd hebben= =de Schipper obed Bunker ter praesentie van bovengem„ Ca= =piteijn Lieutenant en de door denzelven tot het opbrengen van 't ged„te prijs Schip aldaar aan boord geplaatste Lieutenant Johan vogler, zijn opgegeeven geworden, met bygevoegde declaratie van zich hier omtrent naar zijn beste weeten te hebben gedraagen en niets verzweegen te hebben wat tot het zelve schip en laading behoord, en onder betuiging voorts van de voorsz: Capitein Lieutenant en Lieu= Pirk tenant 710 711 tenant, dat zo wanneer nog iets daartoe betrekkelijk, mogt worden ontdekt, deeze Inventaris daarmeede te zul= =len amplieeren; bestaande die goederen in als volgd. - 't voorn: schip met deszelfs Tuig, zeilen en verdere toebehooren mitsg„s daar in en by 't zelve Drie Chaloupen met riemen en toebehooren Een Looze steng Twee do oude groot Marssz„e Raas Drie Zwaare Ankers Twee zwaare Touwen waarvan een 80 en 't andere 100 v„m Lang Twee Enden oud zwaar touw Twee oude Marszeilen en voorts nog ee= =nige weynige zeilen geheel oud en versleeten Vijftig harpoenen Tien Lenssen Vier groote spekmessen Drie groote yzere Potten Een kopere koel balij zes groote Jijn blokken Aldus geinventariseerd aan Boord van bovengem. Schip La Levrette geankert in de Tafelbaaij den 2=e october 1793 voor de Heeren Ryno Johann =nes van der Riet en gerrit Hendrik Meijer gecommitteerde Leeden uit welop= gem: Raade die de minute deezes benee: Drie Zwaare yzere Taaken Vier hondert stuks water vaten zijnde halve Leggers zes Compassen in Soorten Een Tafel vier oude stoelen Een Rust bank Vijf oude defecte Lantaarns. Een groote scheeps Lantaarn veerthien a vijf thien hondert zogenaamde Barrels met Tiaan, en olij, na gissing zamen uitmakende Hondert en Tachtig Tonnen. - Vijfthien duizend Ponden Balijnen, na gissing, en drie en dertig Vaten met steenkolen. - Drie =vens 713 waar op beslooten is daarvan copias authentiecq te suppedi= =dering van 17 de alsaa n aja: hoogen Indiasche regeering. — en zal met de ontlossing der goederen werden voorsze: =gaan declaratie van den Heere gezachhebber dat geen gelee= =gendheid had gevonden van particuliere in te huuren de be„ nodigde Pakhuisen tot 't bar. =gen van de Traan en sper= =macctie. — welke maatregulau er dus is genoomen om de voorsz. Arti: =culen mitsg=s de Balleinen te bergen terwijl nopens de krijgsge= =vangenen het bezijden gem: besluit is genoomen, omtrent welk laasts te beoloo„ te moogen angergeeren in dienst van particulieren. — waarby teffens gevoegd waa„ Mattroosen welke an 2 Engels: =lig aan boord zo van de Pac„ =quet boot als voorn: scheepen hadden begaaren. den Edelen heer Commis =saris legt ter Tafel over een scheepen de beide opgebrachte behaad de beide „=genen alhier waaren aan: =gekomen. =vens de drie voorn„ zeelieden en mij gesw: Clercq meede behoorlijk hebben ondertee¬ =kend. /:Lager:/ 'T welk ik getuige /:was geteek:/ P: Diemel, gesw: Clercq. na lecture van welke Inventarissen be= slooten is daar van per eerste geleegendheid Copias authentiecq te suppediteeren, zo aan de Illustre vergadering van zeeventhienen als aan de Hooge indiase Regeering ter= =wijl intusschen met de ontlossing der goederen zal worden voortgegaan; dan nadien door den heere gezachhebber is te kennen gegeeven, dat zijn Ed: geen geleegendheid hadt gevonden om van par„ „ticulieren de nodige Pakhuizen tot berging van de Traan en spermacetie in te huuren zo is beslooten de Fristen waar in deeze beide articuls zich bevenden di= reet bij de ontlossing aan strand be= =graaven, zo en in zelver voegen als zulks door particulieren word gedaan, vermits zulks de weg is om de Fraan te preservee= =ren terwijl de Balijnen in een van 's Com= =pagnies gebouwen zullen moeten werden opgeslagen. — Hierna wierd door den Edelen Heere Com= missaris overgelegd een Naamlijst van de Persoonen welke met beide voormelde opgebrachte Scheepen alhier als Krijgs gevangenen waaren aangekoomen, bestaande in twee Capitijns, twee opper= stuurlieden en 22 gemeenen zeevaarende waarbij teffens waaren gevoegd de naa= =men van 12 Engelsche Mattroosen welke zich te Rio de La Goa vrijwillig aan Boord zo van de Pacquet boot als van de genoomen scheepen, hadden begeeven, der Maatschappij dan wel in die omtrent welke Laatste beslooten is hen vrijheid te laaten zich 't zij by de aanweezende Capitijns der Engel= =sche scheepen dan wel in den dienst der Maatschappij of in die van particu= =lieren te engageeren terwijl met op= =zichte tot de krygsgevangenen is goed: =gevonden en verstaan hen als meest allen Americaanen, Zweeden, en Dee¬ =nen aan Land te laaten verblijven dan wel te doen dienen tot 't Lossen der opgebrachte scheepen; zullende opgeslaagen aan 7 12

NL-HaNA_1.04.02_4360_0455 view scan ↗

English

resumption of such letters as the High Indian Government was pleased to honor this Council with in the late part of the year 1792 and the beginning of this current year. And all the circular orders will be dutifully complied with. Which reply to their Right Honorable Worships shall be made to the honored missive dated 30 October of the past year concerning the findings on the trade books from 1783/4 to 1786/7. In paragraph 16 still persisting with the imposed compensation for the wheat shipped by the Vrouwe Johanna Jacoba from the Mosselbaai to Batavia. brought to Batavia by the ship d' Ystroom. to both captains for their subsistence shall be paid monthly rds. 50 each, to both chief mates rds. 30 each, and to the common crew rds. 6 each, to take effect from the day of their arrival and to continue until their departure from here. Having proceeded thereafter to the resumption of such letters as the High Indian Government was pleased to honor this Council with in the late part of the year 1792 and the beginning of this current year, and which until now have remained without reply, it has been resolved, while all circular orders contained both therein and in the received enclosures shall be dutifully complied with regarding those which their Right Honorable Worships were pleased to send dated 30 October of the past year, to reply in all deference that the answering of the findings on the trade books of the financial years 1783/4 to 1786/7 having been assigned to a committee, this has not yet been adequately completed; but that the Council has now enjoined the Lord Commander, as chief administrator, to bring that answering into readiness as soon as possible, in order to be able to fulfill dutifully the repeated wishes of the High Indian Government in this matter. With regard to the 12th paragraph, their Right Honorable Worships shall be respectfully informed that although their Honors were pleased to give the necessary orders for the shipment hither of the goods intended for this government and brought to Batavia by the ship de Ystroom, the same goods have nevertheless not been received here to date. Their Right Honorable Worships in the 16th paragraph persisting with the imposed compensation for the deficit realized by the wheat sent in the year 1788 by the ship de Vrouw Johanna Jacoba from the Mosselbaai to Batavia at public auction in India's capital city compared to its cost price here, on the grounds that the bad condition of that wheat was discovered immediately upon discharge and attributed to the poor state in which the same [illegible] without its spoiling being imputable to any accident, and thus the outcome contradicts the excuse cited by this Council in its missive of 23 March 1792 along with the transmitted declarations; one shall take the liberty respectfully to request their Right Honorable Worships to take the following into most favorable consideration: Firstly, that the abundance of wheat which, according to their Right Honorable Worships' missive of 30 October 1788 paragraph 29, was on hand at Batavia at the time must naturally have contributed to the low price for which that wheat was sold in Batavia. Secondly, that by the declarations given under offer of oaths by Military Ensign Hans Abue, Naval Lieutenant Jacques Gideon Tredoux, Naval Captain Arij Stein, and the Master of the Company's Post the Zoetemelksvallei Marthinus Thuinisse, it is asserted that when this wheat was loaded into the ship de Vrouwe Johanna Jacoba in the Mosselbaai in the months of June and July 1788, they, happening to be in the same bay, were eyewitnesses that there was no fault or defect in the same; that they ate bread made from the same wheat daily, without finding any mustiness or other defect in it; and that notwithstanding that the wheat cultivated in and around the Mosselbaai is browner than that which is harvested around this capital city and was formerly always sent to Batavia, the bread baked from it, although browner, nevertheless possessed all good requirements; and furthermore that the shipped wheat was from the crop of the years 1787 and 1788, delivered in the months of January and February.

Dutch transcription

resumptie van zodanige brieven als waarmeede de hoo= =ge indiasche regeering deezen ra„ „de in 't laatst van 't Iaar 1792 en begin van dit loopend Iaar, heeft gelieven te vereeren. — en zal alle de circulaire schuldig werden wagekomen. welke rescriptie aan hun wel Edele hoog Achtb„r zal geschieden op de g'eerde Missive van dato 30 october a. o p„o betrekkelijk de be= =vending op de negotie boeken van 173 /¾4 tot 1783/7. —. by S 16 als noch blijvende persisteeren by de opgelegde vergoeding voor de p. r de vrouwe Johanna Jacoba uit de Mos= =selbaar naar Batavia ver„ „zonden Tarwe. =ren p r het schip d' Ystroom te Batavia aangebracht. - aan de beide Capitijns tot hun bestaan maandelijks worden betaald rd„s„ 50. ieder, aan de beide opperstuurlieden rds„ 30. ieder, en aande gemeenen ieder rd„s 6 om met den dag van hun aankomst in te gaan en te continueeren tot hun vertrek van hier. Hierna getreeden zijnde ter resumptie van zodanige brieven als waarmeede de Hooge indiase Regeering deezen Raa= de in 't laatst van 't Jaar 1792 en begin van dit lopende Jaar heeft gelieven te vereeren, en welke tot nu toe buiten res- „criptie zijn gebleeven, zo is, terwijl alle de circulaire ordres zo daar bij als bij de ontfangene bylaagen vervat, pligtschul= =dig zullen worden nagekomen omtrent die welke hun Wel Edele Groot Achtb„e Sub dato 30 october anno passato hebben ge= =lieven aftezenden, beslooten in alle eerbied te rescribeeren, dat het beantwoorden van de bevinding der Negotie boeken van de boekjaaren 178¾ tot. 178 6/1 aan eene Commissie opgedraagen geweest zijnde daardoor deeze nog niet genoegzaam is voldaan geworden doch dat den raade den Heer Gezachhebber als hoofd adminis= strateur thans heeft geinjungeerd die be= =antwording ten spoedigsten en gereedheid te doen brengen, om in deeze aan de herhaalden begeerte van de hooge indiasche regeering na schuldigen pligt te kunnen voldoen. Met betrekking tot de 12„e paragraaph zullen hun wel Edele Groot Achtb„e eerbie= =dig worden geinformeerd, dat ofschoon hoogst dezelve tot de herwaards zending mitsgaders over de goede: der Goederen voor dit Gouvernement be= =stemd, en per het schip de ijstroom te Batavia aangebrachte de nodige ordres hebben gelieven te geeven, dezelve Goederen echter tot nutoe alhier niet zijn ontvangen geworden, Hun Wel Edele Groot Achtb„e by de 16e Hun Wel Edele Groot Achtb=r paragraaph blijvende persesteeren bij de opgelegde vergoeding over 't geen de in den Iaare 1788 per 't schip de Vrouw Iohanna Iacoba uit de Mosselbaaij naar Batavia verzonden Tarwe bij publiecque verkoop op Indias Hoofdplaat= =ze minder heeft opgeworpen dan dies kostende is 715 zo zal men de Vrijheid nee= =men hoogst dezelve eerbiedig te verzoeken het volgende wel in consideratie te willen nee= =men. — Kostende alhier, om reedenen dat de slegte gesteldheid dier Tarwe direct by de ont= =lossing is ontdekt en toegeschreeven aan ges slegte staat waarin dezelve zonder dat dies beverf aan eenig toeval is te imputeeren ge= =weest, en dus de uitkomst de door deezen Raade by Missive van den 23- Maart 1792 aangehaalde verschooning bij de overgezondene verklaaringen tegen- =spreekt zo zal mende Vrijheid neemen hun wel Edele Groot Achtb: eerbiedig te verzoeken daar omtrent wel hoog- =gunstig in Consideratie te willen neemen Eerstelijk dat tot den geringen prijs voor welke die Tarwe te Batavia is verkogt geworden natuurlijk heeft moeten Contribueeren de overvloed van Tarwe, welke blijkens Hunner Wel Edele Groot Achtb: Missi= =ve van den 30=e October 1788 § 29 toen: maals te Batavia aan handen was. - dat door de onder presentatie van Eeden gegeevene verklaaringen vanden vaandrig Militair Hans Abue, den Lieutenant ter Zee Jacques Gideon Ten Tweede Tredoux den Capitijn ter zee Arij Stein, en den Baas van 's Compagnies Post de zoetemelks vallei Marthinus Thuinisse beweeren wordt dat toen deeze Tarwe in de Maan= =den Iunij en Iulij 1788 in de Mossel„ baaij gelaaden is in het schip de vrouwe Johanna Jacoba zy zich bij geval in dezelve Baai bevindende, oog- =getuigen zijn geweest dat zich geen gebeekt ofte defect aan dezelve bevond, dat zij van dezelfde Tarwe dagelijks Brood hebben gegeeten, zonder dat zij daar aan eenige is musheid of ander defect hebben bevonden„ en dat niet teegenstaande de Tarwe wel= „ke in en omstreeks de Mosselbaaij ge= „culliveerd word, bruiner is als die welke omstreeks deeze hoofd plaatze gewonnen- wordende voor heen altoos naar Bata„ „via is verzonden, het brood daar van gebakken wordende bruijnder zijnde echter alle goede vereischtens heeft ge= had, mitsgaders dat de verzonden Tarwe is geweest van het gewasch van 't Iaar 1787 en 1788, in de maanden Iannuarij en Februarij geleeverd. Tredoux Ten 717 20

NL-HaNA_1.04.02_4360_0457 view scan ↗

English

Thirdly, that the statement also made under offer of oath by seventeen residents of the Mosselbaaij and other districts belonging under the Collonie Zwellendam demonstrates that the wheat which they, in the same year 1788 and at the same time when the wheat was shipped aboard the Vrouwe Johanna Jacoba, had received on loan as seed-corn from the same warehouse in which it had been stored, grew very well and yielded an opulent harvest, which certainly could not have happened if the wheat had already been gnawed through by insects or subject to other defects during its storage in the Mosselbaaij. Fourthly, that all the statements just cited, having been given by impartial persons who are not interested in the imposed charge or could be held so, have all presumption of truth in their favor. Fifthly, that the report made concerning the finding of this wheat to the Right Honorable Lord Director General Moens by the administrators and commissioners in the grain warehouse is dated 13 January 1789, and thus prepared six months after the wheat was shipped in the Mosselbaaij, to which it must naturally be attributed that the same grain, as the commissioners themselves stated in their report, did not at all answer expectations in quality, and was mostly heavily damaged by the weevil, while the brown color of the same wheat, being a natural and by no means disadvantageous property, can be blamed on no one or have caused any detriment. And that the aforementioned administrators and commissioners raised no difficulty in declaring that the bad condition of the frequently mentioned wheat had also to be attributed to the heating it had undergone in the ship's hold. And finally, Sixthly, Seventhly, that the Lord Commander together with the Honorable Members of the Council Lesueur, De Wet, and Van Reede van Oudtshoorn can solemnly declare that they, along with the Lord Governor Van de Graaff, examined in session the samples of that wheat sent hither from the Mosselbaaij in two small bags under the seal of the captain of the Johanna Jacoba, and found them to be of good quality, so that the Council could not determine by whom the demanded compensation in this matter ought to be borne. For all which reasons the High Indian Government will be respectfully requested kindly to exempt this government from the imposed compensation for that which the repeatedly mentioned wheat yielded less upon sale at Batavia than that for which it had been accounted from here; and on that ground favorably to exempt this government from that charge. With relation to the compensation of 1844 guilders, 5 stuivers, 8 penningen imposed upon this government in the 20th paragraph, demanded by the High Indian Government on account of the damage which the Company suffered on a parcel of 9298 lb of tallow sent from here and, on account of its poor condition, likewise sold publicly at Batavia, their Right Honors will be respectfully informed that, upon a request submitted for that purpose by the Lord Commander to the Right Honorable Lords Commissioners General, their High Honors have been pleased to suspend this charge and have deferred the final disposition thereof until they shall have arrived at Batavia. For a respectful answer to the 21st paragraph, dutiful information will be given to their Right Honors that the former Master of Equipage Cornelis Cornelisz has been most favorably relieved by the Right Honorable Lords Commissioners General of the charge imposed upon him and mentioned in that paragraph. Furthermore, their Right Honors will be informed that proper care has already been taken, and further care will be taken,

Dutch transcription

Ten vierde Ten zesde, Ten derde dat de meede onder presentatie van eeden verleende verklaaring van zeeventhien ogezeetenen van de Mosselbaaij en andere onder de Collonie Zwellendam gehoorende districten betoogd dat de sar= =we welke zij in 't zelfde Jaar 1788 en gelyktijdig wanneer de Tarwe inde vrouwe Johanna Jacoba is afgescheept geworden, uit 't zelfde Maguazijn waar„ in deeze is opgeslaagen geweest, tot zaai =koorn ter leen hebben ontvangen gehad, zeer wel is opgewaschen en eene opulente oogst heeft gegeeven, 't welk gewisselijk niet hadt kunnen geschieden, wanneer de Tarwe reeds by dies legging in de Moosel= baaij door insecten was doorknaagd of aan andere defecten onderhevig geweest. — dat alle de zo even aangehaalde verkla= =ringen, als door onpartijdige persoonen gegeeven, welke bij de opgelegde belasting niet geinteresseerd zyn of gehouden kun- =nen worden alle presumptie van waarheid voor zich hebben. — Ten Vijfde dat het, over de bevinding van deeze Tar„ we gedaan Rapport aan den Wel Edele Groot Achtb: Heere Directeur Generaal Moens door de Administrateurs en gecom„ =mitteerdens in het graan magazijn gedaterd is den 13 Januarij 1789 en dus vervaardigd zes Maanden na dat de Par= „we in de Mosselbaai was afgescheept, waar aan natuurlijk moet worden toe =geschreeven, dat 't zelve Graan /:zo als de gecommitteerdens zelfs by hun rapport hebben gezegd:/ in qualiteit geenzints aan de verwachting hebben beantwoord,= en meest al door de Calander sterk beschadigd was, terwijl de bruiine couleur van dezelve Tarwe eene natuurlijke en geenzints nadeelige eigenschap geweest zijnde aan niemand geweeten kan worden of nadeel kan hebben veroor= =zaakt. - en dat de voorschreeven administrateurs en gecommitteerdens geene zwarigheid hebben gemaakt te verklaaren, dat de ongesteldheid van meermelde Tarwe meer =de moest worden toegekend, aan de broezing die dezelve in het scheeps ruim hadt moeten ondergaan, en Eindelijk- Groot ten 6 718 719 en uit dien hoofde dit gouvernement van die„ belasting goedgunstig te ontheffen. g'elucideerd. Terwijl men hun wel Ed:e groot Achtb: Wijders zal. informeeren dat de H: H: C: C. G. g. de belasting den ge= =weezen Equipagiemeester opgelegd goedgunstig heb„ =ben ontheft, ten zeevende dat den Heere Gezachhebber beneevens de Heeren Leeden des Raads Lesueur, de wet, en van Reede van oudtshooin solemneel kunnen verklaaren dat zij beneevens den Heere Gouverneur vande Graaff de monsters dier Tarwe in twee Zakjes onder 't Cachet vanden Capitijn van de Johanna Jacoba uit de Mosselbaan herwaards gezonden in vergadering geen. „amineerd en van goede qualiteit bevonden zo dat den Raade niet zou kunnen bepaa„ =len door wie de gevorderde vergoeding in deeze zou moeten worden gedraagen. — om alle welke reedenen de hooge indiase regeering eerbiedig zal worden verzocht, dit gouvernement wel te willen ontheffen van de opgelegde vergoeding voor 't geene de meermelde Tarwe by verkoop Te Bata= =via minder heeft opgeleeverd als 't geen waar voor dezelve van hier is aangereekend geworden; Met relatie tot de bij de 20=te Para graapt Hllbonde huin westbole Groot op gelegde vergoeding van ƒ1844 — den als bezijden gemeld werden ƒ5„ 8 door de Hooge indiase Regeering gevorderd, uit hoofde van de schade welke de Compagnie heeft geleeden op een partij van 9298 lb Talk van hier verzonden, en uit hoofde van deszelfs slechte gesteldheid almeede te Batavia publiecq verkogt zullen hun wel Edele Groot Achtb„e eerbiedig worden bericht, dat op een daar toe door den heere Gezachhebber aan de hoog Edele heeren Commissarissen generaal ingedient verzoek hunne hoog Edelheedens deeze belasting hebben gelieven op te Schorten en de finale dispo= „sitie daar over uitgesteld gelaaten, tot dat te Batavia zouden weezen gearriveerd. Tot eerbiedige beantwoording van de 21=te Paragraaph zal hun wel Edele Groot Achtb: pligtschuldig informatie worden gegeeven, dat den geweezen Equipagie= =meester Cornelis Cornelisz: van de Hem opgelegde en bij die Paragraaph vermelde belasting, door de hoog Edele Heeren Commissarissen Generaal hoog gunstig is ontheft geworden. Verders zullen hun wel Edele groot Achtb: worden geinformeerd dat reeds behoorlijk gezorgd is en verder gezergd zal worden welke om 720 721

NL-HaNA_1.04.02_4360_0459 view scan ↗

English

and the order mentioned in § 41 will be complied with in all respects. did not fulfill the requisition of wheat for this year. Their Right Honourable Lordships shall be supplied with the resolution passed by the government on the 27th of September last. Their Right Honourable Lordships shall be respectfully informed consisting of 3000 lb, has been sent from here to Ceylon, in order to hand over to the authorities of the vessels departing for Batavia a copy of the report mentioned in the 48th paragraph, submitted to Their Right Honourable Lordships by the Commander and Chief Equipment Master concerning the sounding of the newly discovered reef in the Sunda Strait between Krakatoa and the island of Tammerijn. The delay of the Company's expected outbound ships and the little space that was found in those that have passed here, being the only obstacles that this government has encountered in fulfilling the requisition of wheat for Batavia for this year, shall, in answer to the 48th and 49th paragraphs, be made known to Their Right Honourable Lordships, and also the resolution taken at the meeting of the 27th of September last to let the ship Drechterland, if possible, serve both for the transport of the 150 lasts of wheat still to be sent, and the requested 639 leggers of Cape wine and other demanded products of this country, for the shipment of which, for the reasons just cited, there was likewise no opportunity, while for the rest Their Right Honourable Lordships will be assured that the wise arrangements devised by the Most Honourable Lords Commissioners-General concerning the storage of wheat enable this government always to properly satisfy the requisitions for that item, if only the space in the outbound ships provides the opportunity to do so. In response to § 33: In reply to the 53rd paragraph, the High Indian Government shall be respectfully informed that, so far as there has been an opportunity, the surplus gunpowder has been sent from here to Ceylon, namely a quantity of 3000 lb, of which shipment the Ministers of the said Government have been duly informed. Because a large number of reforms have been made and orders given by the Most Honourable Lords Commissioners-General, all of which will have an immediate influence on the burdens of this Government and facilitate and make possible the demonstration and determination thereof, the High Indian Government shall, in response to the 33rd paragraph, be respectfully assured that as soon as these reforms and orders take effect in all their various parts, one shall not fail to compile annually, according to the received model designed by the Ordinary Councillor of Netherlands India, Mr. Sieberg, a Memorandum of the Cape expense and profit account, in order to be able to revise and arrange the Memorandum of household management accordingly. After this, a dispatch was resumed which was addressed to this Council by the High Indian Government under date of 26 November of the past year, accompanying a letter addressed to the Right Honourable Lords Directors of the Amsterdam Chamber concerning the shipment of 98 bales of coffee beans in the ship De Gouverneur Generaal Mossel, the receipt of which had been denied by Captain Nicolaas Coblijn; and in this regard the High Indian Government shall be informed that, upon receipt of the said dispatch, the ship De Gouverneur Generaal Mossel had already departed for the Fatherland, so that this Council could make no other use of the accompanying letter received than to forward it thither as well. There also being resumed the venerable letter written to this Council under date of 11 January of this year by the High Indian Government, alongside which were received the original documents belonging to the proceedings.

Dutch transcription

en zal de ordre by § 41. vermeld in allen deelen werden nagekomen. niet heeft voldaan aan den Eisch van Torwe voor deezen Jaare. welEdele Groot Achtb„ zal„ suppediteeren het besluit regeering op den 27 7ber: I: L: genoomen.— zal men hun WelEdele Groot Achtb: eerbiedig berichten bestaande in 3000 lb van hier naar Ceilon is verzonden, om aan de overheeden van de naar Ba: tavia vertrekkende Bodems te inhandi= gen Copia van het by de 4s=te para= =graaph vermeld bericht door den Com= =mandeur en opper Equipagiemeester aan hun Wel Edele Groot Achtb„r ingedient over de peiling van de in straat sunda tus= „schen Cracatao en het Eiland Tamme= =rijn nieuw ontdekte klip. — Het achterblijven van 's Compagnies reedenen waarom men verwacht wordende uitkoomende schee= =pen en de weinige ruimte welke zich bevonden heeft in de geene welke alhier zijn gepasseerd, de eenigste hinderpaa= =len geweest zijnde welke deeze regeering heeft ontmoet om de Eisch van Tarwe voor Batavia voor deeze Iaare te vol= doen zal daar van ter beantwoording van de 48=ste en 49=te paragraaphen alvaaromme men hun aan hun wel Edele Groot Achtb„re Ken= ten dien belange by duze-nisse worden gegeeven en teffens van het besluit ter vergadering van den 27=ste September jongstleeden genoomen omme des mogelijk het schip Drech: =terland te laaten dienen zo tot Trans= ter beantwoording van §. 33 In rescriptie op de 53=ste paragraaph dat het overtellig Buskruit zal de Hoge indiase regeering eerbie= =dig worden bericht dat men voor zo veel daartoe geleegendheid is geweest het overtollige Buskruit van hier heeft verzonden naar Ceilon en wel eene quantiteit van 3000 lb, van welkers ver= =zending aan de Ministers van gezegd =port van de nog te verzendene 150 – Lasten Tarwe als de gepetitioneerde 639 Leggers Kaapse Wyn en andere geeischte producten van dit Land, tot welkers verzending meede om de zo evengeciteerde reedenen geene geleegendheid is geweest, terwijl voor 't overige hunne wel Edele Groot Achtb„r zullen worden verzeekerd, dat de wyze Schikkingen door de Hoog Edele Heeren Commissarissen generaal beraamd omtrend den opleg van Tarwe„ deeze regeering in staat stellen de Eisschen van dat articul altoos behoorlijk te zullen kunnen voldoen, zo slechts de ruimte in de uitkoomende scheepen daar toe geleegendheid aan den hand geeft. port Gouvernement 1716 722 723 724 725 beantwoording van § 33 wanneer na het model van den Raad ordinair van Indien den heere Sie: =bergh de memorie van de Kaopsche Lasten en winst„ „reekening zal werden ge= „formeerd. — nog geresumeerd zijnde de ge„ =renareerde Letteren aan deezen Raade sub dato 11 Ianuarij dee„ =zes Iaars door welgemelde hooge indiasche regeering ge= „schreeven. — rescriptie op dezelve de hoge indiasche regeering sub dato 26„e 9ber a. o p. r aan deezen raade gerigt, — Gouvernement behoorlijk kennisse is gegeeven. door de Hoog Edele heeren Com= =missarissen generaal een groot aantal reformes gedaan en beveelen gegeeven zynde, die alle eenen onmiddelijken invloed zullen moeten hebben op de Lasten deezes Gouvernements en de betoging daarvan mitsgaders de bepaling faciliteeren en mogelijk maaken, zo zal de Hoge indiasche Regeering ter beantwoording van de 33=te paragraaph eerbiedig wor: =den verzeekerd, dat zodra deeze refor= mes en ordres in alle derzelver onder= =scheidene deelen zullen werken, men ook niet zal nalaaten als dan Iaarlijks na het ontvangen, en door den Heere Raad ordinair van Neerlandsch India Sieberg ontworpen model te formeeren eene Memorie van de kaapse Last= =en winst reekening, ten einde daarnaar de Memorie van menage te kunnen revideeren en inrichten. Hierna is geresumeerd eene missiven door de hooge indiase Regeering resumptie der Missive door sub dato 26 November Anno passato aan deezen raade gericht tot bijgeleide van een Brief aan de Wel Edele Groot achtb: Heeren Bewindhebberen ter Ka= =mer Amsterdam geaddresseerd, over den afscheep van 98 Balen Coffij boonen in het Schip de Gouverneur Generaal Mossel, waar van den ontvangst. door den Capitijn Nicolaas Coblijn was ontkend geworden en zal ten deeze aan= =zien de hooge indiase Regeering- worden geinformeerd, dat bij ontfangst van gemelde Missive het schip de Gou= -verneur Generaal Mossel bereids naar Patria vertrokken geweest zijnde dee= =zen Raade van de daarneevens ont= =fangen brief geen ander gebruik heeft kunnen maaken als dezelve meede derwaards te verzenden. Nog geresumeerd zijnde de gevene= reerde Letteren aan deezen Raade sub dato 11. Januarij deeses Jaars door de Hooge indiase regeering geschreeven, nevens welke zyn ontfangen de vri= „gineele stukken gehoorende tot de sub procedures 1716

NL-HaNA_1.04.02_4360_0461 view scan ↗

English

demanded and sent back regarding Jan Smit van Dillenburg, shall be handed over to be filed at their secretariat, and the reasons will be explained to their Right Honourable and Worshipfuls, as noted above, why it was not possible to have Captain Pietersen and De Gelder pay the compensation imposed upon them. Hendrik Vieman having submitted a petition. proceedings conducted against Jan Smit van Dillenburg, and sent to Batavia by order of the said government, all of which documents shall again be handed over to the Council of Justice of this Government, in order to remain filed at their Secretariat according to order. And since Captain Pietersen and Captain Lieutenant De Gelder mentioned in the last-mentioned letter did not arrive here, and the said letter was received after the departure of the ship Buiten Verwachting, the High Indian Government shall be respectfully informed that these circumstances made it impossible for this Council to have the specified compensations charged in compliance with what was ordered. Thus resolved and decreed in the Castle of Good Hope on the day and year aforesaid. Was signed: A. J. Sluijsken, J. J. Rhenius, J. J. Le Sueur, O. G. de Wet, W. F. v. Reede van Oudtshoorn, E. Bergh. Below: In my presence. Was signed: G. J. Goetz, Secretary. To the Right Honourable and Worshipful Lord, Mr. Abraham Josias Sluijsken, Councillor of the Dutch East Indies and Commissioner over this Government and its dependencies, After the resumption of the Resolutions taken on 24, 25, 27, and 30 September, as well as on the 1st and 2nd of this month, the petition below addressed to this Council by the Naval Sub-Lieutenant Pieter Hendrik Vieman was read. Saturday, 14 October 1793, in the forenoon. Present: the Honourable Lord Commissioner, together with the Lord Commander, and the Lords Members Le Sueur, De Wet, and Bergh; absent: the Lords Gordon, Van Reede van Oudtshoorn, and Brandt. it was resolved to permit him to repatriate from here as noted above. along with the Right Honourable and Worshipful Lord Commander and the Right Honourable Lords of the Council of Policy. Right Honourable and Worshipful Lord and Worshipful Lords, With due respect, your Right Honourable and Worshipfuls' very humble and obedient servant, the Sub-Lieutenant in the service of the Honourable Company, P. H. Vieman, makes known: That the petitioner, having arrived here in the said capacity with the Company's ship Zeeland, suffered the unfortunate fate of being blown off the roadstead with the said vessel and driven ashore. That immediately after the stranding of the said vessel, the petitioner was stationed on it in his capacity in order to help salvage the cargo as much as possible, in which he believes he conducted himself so well to the satisfaction of his high principals that he takes the liberty to address your Right Honourable and Worshipfuls by petition, humbly begging that he be permitted to depart on the repatriating packet boat De Kraaij lying in the roadstead, retaining his rank and wages, and furthermore that it may please your high benevolence to allow the petitioner's wages to run from the day he was restationed in his capacity on the said vessel. Below stood: Doing which, etc. Was signed: P. H. Vieman. And thereupon it was resolved to permit the said Vieman to repatriate from here on the present packet boat De Kraaij, but with wages written off, the continuation of which, as well as the payment of the bonus, shall be left referred to the High and Mighty Lords Majors; and accordingly, his pay account shall be closed after crediting to his benefit what will have been earned by him after the stranding of the ship Zeeland until the day of his departure. Furthermore, the petition of Bruining Stephan, chief surgeon of the aforementioned stranded vessel, was read, running as follows: A petition being likewise presented by the chief surgeon Bruining Stephan. To the Right Honourable and Worshipful Lord, Mr. Abraham Josias Sluijsken, Councillor Ordinary of the Dutch East Indies and Commissioner over the Government of the Cape of Good Hope and its dependencies, etc., etc., etc., together with the Right Honourable and Worshipful Lord Commander and the Right Honourable Lords of the Council of Policy. Right Honourable and Worshipful Lord and Worshipful Lords, The undersigned Bruining Stephan, chief surgeon of the ship Zeeland stranded here, very respectfully makes known to your Right Honourable and Worshipfuls: That due to the stranding of his said vessel, the petitioner was rendered unable to proceed on his voyage to the Netherlands, and no opportunity has presented itself since that time to repatriate. However, since the packet boat De Kraaij has arrived here and that position is currently vacant due to the death of its chief surgeon during the voyage, the undersigned respectfully takes the liberty very humbly to petition your Right Honourable and Worshipfuls to place the undersigned in his capacity on the aforementioned packet boat, and that it

Dutch transcription

gevorderde en weederom te rug sonden van Jan Scit van Dilburg, werden afgegeeven omme ter geseponerderetarije te werden en zal men hun welEdele Groot Achtb„r als bezyden gem: de reedenen openleggen waarom men buiten Pietersen en Gelder de hun opgelegde vergoeding te laaten betaalen. Hendrik Vilman ingediend hebbende een request. procedures Contra Jan Smit van zo zal de door hoogstdezelve Dillenburg gevoerd, en op bevel van welgemelde regeering naar Batavia verzonden, alle welke, stukken weder= aan den raaden van Justitie =om zullen worden afgegeeven aan den Raade van Iustitie deezes Gouver= =nements, omme ter hunner Secreta= rij volgens de ordre te blijven gesepo= =neerd. En nadien de by laatstgemelde Mis= staat is geweest den Capp: en Capp: Lamnt sive vermelde Capitein Pietersen en Ca= =pitein Lieutenant de gelder alhier niet zijn aangekomen en dezelve Mis= sive is ontfangen, na het vertrek van het schip Buiten verwachting, zo zal de hooge indiasche regeering eerbiedig werden bericht dat dit een en ander dee= =zen raade in de onmogelijkheid heeft gesteld de opgegeeven vergoedingen in opvolging van 't geordonneerde te laa= =ten belasten. — Aldus geresolveerd en gearresteerd In 't Casteel de Poede Hoop ten dage en Iaare voorsz /:was geteekend:/ A: J: Sluijsken, I: J: Rhenius, I. I. Aan den Wel Edelen Groot Achte baare Heer Mr Abraham Josias Sluijsken Raad van Nederlands India en Commissaris over dit Gouvernement en den ressorte van Na resumptie der Resolutien op den 24, 25, 27. en 30 September, mitsgaders op den 1„e en 2 e deezer genoomen, is geleesen het den sou Lieutenant Pieter onderstaande Request door den Sous= Lieutenant ter Zee Pieter Hendrik Vie man aan deezen Raade gericht. Zaturdag den 14. october 1793 's voormiddags present den Edelen Heer Commissaris beneevens den heere gezachhebber en de Heere Leeden Le Sueur, dewet, en Bergh, demptis de Heeren Gordon van Reede van oudtshoorn en Brandt. Le Sueur, O: G: de Wet, W: f: V: Reede van oudtshoorn: E, Bergh /:lager:/ mij praesent /:was get:/ G: J: Goetz Secretaris. Le Sueur dien 1716 726. van 727 728 729 zo is daar op beslooten hem te permitteeren op bezijden gem van hier te moogen repaliceeren. dien & &: S beneeven den Wel Edele Achtb„ Heer gezach„ „hebber ende Wel Edele Heeren Raaden van Politie. Wel Edele Groot Achtb:r Heer en E. Achtbare Heeren. Geeft met verschuldigde Eerbied te ken: =nen uwer wel Edele Groot Achtb: en E. Achtb„r zeer onderdanige en gehoorzaame Dienaar den sous Lieut in dienst der E: Comp„e P„ H„ Vieman dat den supp„t in gemelde qualiteit met s' Comp.s schip Zeeland alhier ge= arriveerd zijnde, het ongelukkig -nood= lot heeft moeten ondergaan met gemelde Bodem van de rheede te worden geslaagen en op strand gedreeven. — dat den supp„ direct na de stranding van meergem: Bodem en zijnen qualiteit daar op is geplaatst geweest ten einde de Lading zo veel mogelijk te helpen sauveeren, waarin hij dan ook vermeend zig zodanig ten genoegen zijner hooge Committenten te hebben gedraagen dat hij desweegens de vrij= heid neemt zig p„r requeste aan u= Wel Edele Groot Achtb:r en E. Achtb:r te addresseeren, needrig smeekende dat het hem gepermitteerd weerde met de ter rheede leggend repatrieerende Pacquet boot de kraaij met behoud van deszelfs quali= „teit en gagie te mogen vertrekken, en dat het voorts van hoogst derzelver goedgunstig welbehagen zijn mooge den supp„ zijne gagie te willen laaten Cours neemen zeedert den dag dat hij wederom in zijn qualiteit op gem: bodems is geplaatst geweest. — /:onderstond:/ 'T welk doenden &= /: was get:/ P: H: Vieman En daarop beslooten dezelve Vieman te permitteeren met de aanweezende Pac= vaet p. r de pacquet boot de kraaij-quet Boot de kraaij van hier te moo= „gen repatrieeren, doch onder afgeschree„ „ren gagie, waarvan de continuatie zo wel als de betaling van Premie aan de Hooggebiedende Heeren Majres gede= vermeend =sereerd 1716 7. 30 E. Achtbaare Heeren. insgelyks door den op„ =permeester Bruining ste= phan gepresenteerd zynde een request. fereerd zal worden gelaaten, en zal dien= volgens zijne soldij reekening moeten worden afgeslooten, nadat ten zijne faveure zal weezen gebracht 't geen door hem na het stranden van het schip Zeeland tot den dag van zijn vertrek zal weezen verdiendt. Voorts geleezen, zijnde de requeste van Bruining Stephan oppermees= =ter van evengemelde gestrande Bodem luidende als volgt. — Aan den Wel Edele Groot Achtb: Heer Mr Abraham Josias Sluijsken Raad ordinair van Neerlands India mitsgaders Commissaris over het gouver: =nement van Koop de Goede Hoop en den ressorte vandien H. &. &a. beneevens de WelEdelen Achtbaaren Heer gezach- =hebber, en de Wel Edele Heeren Raaden van politie. Wel Edele Groot Achtbaare Heer Den ondergeteekende Bruining Stephan oppermeester van 't. alhier gestrande schip Zeeland geeft uwel: Edele Groot Achtbaare en E: Achtbaa: =zes zeer reverentelijk te kennen. — Dat den suppt vermits het stranden van zijnen opgemelden Bodem in de onmogelijkheid is gesteld geworden zyn =ne reize naar Nederland te kunnen vervorderen en zig geene geleegendheid. zeedert dien tijd heeft opgedaan om te kunnen repatrieeren. — Dan dewijl den alhier gearriveerde Paiquet boot de kraaij vermits het overlijden van zin oppermeester op de reize thans die plaats vacant zijnde zoo neemt den ondergeteekende Eerbie= =dig de Vrijheid van uwel Edele Groot Achtbaare en E. Achtbaarens zeer nee: =drig te solliciteeren den ondergeteekenen =de in zijn qualiteit op evengemelde Pacquet Boot te plaatzen, en dat het en van en

NL-HaNA_1.04.02_4360_0464 view scan ↗

English

has likewise been granted to him, subject to his condition of being permitted to repatriate. whether it may be their pleasure, in view of the petitioner having unfortunately lost his vessel Zeeland, to allow his wages and premium to continue from the day he departed from China with the aforementioned vessel. Below stood: Which doing etcetera was signed: Bruining Stephan. Thus it was approved and agreed to place the petitioner in his capacity, preserving his wages, aboard the repatriating packet boat De Kraaij, whose surgeon happened to pass away during the voyage hither; but to defer the decision on the request regarding the payment of his premium likewise to the high-commanding Lords Major. Subsequently, the Honorable Lord Commissioner presented to the table an account provided by the officers of the packet boat De Star regarding the manner in which the two French ships Le Penn and La Leviette were captured in the Bay of Rio de la Goa, which account was found to be of the following content: Account regarding the taking of two French fishing vessels in the Bay of Delagoa. Monday the 2nd of September, sailed into the bay; saw from the masthead several ships lying and some boats coming out. Fired a blank shot at one of them to come aboard us, but it not coming toward us, fired a second shot with live ammunition at it, whereupon it came directly aboard us, being one of the boats of the French fishermen. Interrogated the harpooner how many ships lay in the bay and of what nations; he reported to us that there lay seven French, two American, and one English ship, all being fishermen. Therefore made ready for defense, had all the crew come forward to the bow, and warned them that if more boats should come aboard, and they dared to speak of anything whatsoever with the crew, they would immediately be put in irons and handed over to the first Dutch Government where we happened to land. Resolved to run further into the bay and pass closely behind all the ships to interrogate them about how long a voyage they had had, in order through that means to discover whether they knew anything of the war, and to verify whether there was also artillery aboard. Subsequently sailed closely behind all the ships within a handspike's length and hailed them; understood that they were all from 12 to even 23 months out of Europe and could know nothing of the war. They asked us how matters stood in Europe, to which we replied that everything was still as before. Then went to anchor in the outer roadstead and sent the boat aboard all the ships to inquire whether they knew anything of the lost ship, but could learn nothing of it. Had the captain of the English ship come aboard, whom we secretly examined to see whether he truly had an English ship and English papers, all of which we found to be in order. Then told him that there was war against France, and asked him which were the best ships lying in the roadstead; for the reason that, as we had not achieved our objective regarding the missing ship and having no urgent papers for Batavia aboard, to then take two of the best ships along to the greatest advantage of the Honorable Company, whereupon the captain pointed out the best ships to us. Being in need of water, went the next morning on the 3rd to the river, saluted properly, and sent our boat for water, but it being very difficult to fetch, we had several days' work before having enough of it aboard. On the 8th in the morning, missed two men of our crew; presumed that they had certainly gone aboard one of the French ships and there revealed our intention. Sent the boat of the English fisherman with the second mate (who had some business to settle aboard one of the French ships) to check if our crewmen might possibly be found there. Coming from on board on the morning of the 9th, he reported to us that that Frenchman must certainly have noticed something, as he had prepared 6 cannon of 9 to 12 lbs in order possibly to undertake something and to be able to maneuver. Then put everything in proper order for battle; barricaded the ship to be protected against a bullet at least halfway up the body. Meanwhile a French ship came from the outer roadstead and anchored. Subsequently fetched more water, provisioned the ship, exercised the crew, and let nothing whatsoever show. In the evening we notified the Governor that we intended to take two of the best ships, who answered us that it would be very pleasing to him if we could take them all. Lay over then until Tuesday the 10th, when we resolved to take the first ship. Sent aboard the English ship and said that when we had taken the ship, we would take an officer and 6 men from him, so that when we were to transfer the crew, we would take the aforementioned six men aboard and also put his officer aboard there to relieve the sub-lieutenants. Then hauled alongside the Penn, hailed it, and said that we had war against his flag, and that we came to take him, whether he wished to surrender or wait until force was used; whereupon the captain answered that he would surrender.

Dutch transcription

732 is aan denzelven almee: de toegestaan behoudens zy„ voorwaarde te moogen re= =patrieeren. — overteslaget een helben aan boot de star verleend over de wijze op welke de fransche =nette waaren veroverd. van welderzelver welbehaagen zijn moo„ „ge den supp„t uit hoofde van het onge„ „lukkig verliezen van zijnen Bodem Zeeland, zijne gagie en praemie te doen Continueeren van den dag afdat met opgemelden Bodem van China is vertrokken. /:onder stond:/ 'T welk doende &=a /: was get:/ Bruining Stephan. zo is goedgevonden en verstaan den Sup= =ne qualiteit op neevens gem: pliant in zijne qualiteit behoudens gagie te plaatzen op de repatrieerende Pacquet boot de kraaij waarvan den chirurgijn geduurende de herwaards reize is koomen te overlyden doch de dispositie op het verzoek over de betaling zijner premie al meede aan de hoog gebiedende heeren Maje= =res gedefereerd te laaten. waarna den Edelen saer Vervolgens wierd door den Edelen Heer de overheeden van de pacqdat Commissaris ter tafel geproduceerd een scheepen & Penn en lase Relaas door de overheeden van de Pacquet Boot de Star verleend over de wijze op welke de beide fransche schee= pen Le Penn en La Leviette in de Baai van Rio de la Gouwaaren ver„ overd, welk Relaas bevonden wierd van volgenden inhoud. — Relaas wegens het neemen Van Twee Fransche vis= sehers scheepen in Baaij de La Goa. — Maandag den 2„e Septb„r zeilde in de Baaij, zagen van top, verscheide scheepen C. leggen en eenige schuiten uitkoomen, deede een Looze Schot op een derzelve om by ons aan boord te koomen, doch niet op ons afkoomende, deede een tweede u schot met scherp op dezelve, waar op direct bij ons aan boord kwam, zijnde een van de schuiten der fransche visschers, ondervroegen den harpoenier hoe veel scheepen er in de baaij laa= =gen, en van welke Natien, rapporteerde ons dat 'er Zeven fransche, twee Ame¬ =ricaanen, en een Engelsch schiplag, zijnde alle visschers; maakte dus klaar tot defensie lieten al het volk voor de boegkoomen, en waarschouwde dezelfde, dat zo er meer schuiten aan =pen Boord 1716 733 735 Boord mogten koomen, en zij iets hoe= =genaamd met het volk dorsten spree= „ken men hun direct in de ijzers zoude sluiten, en aan het eerste hol= landsche Gouvernement daar men kwam aan te Landen overgeeven, resolveerde verder in de baaij te loopen en alle scheepen digt agterom te gaan, om hun te ondervraagen hoe lange reyze dezelve hadden om door die weg te kunnen ontdekken, of iets van de oorlog wisten, en na te gaan of er ook geschut aan boord was, zyl= „de vervolgens alle scheepen digt agterom„ op een handspaaks lengte en praaijde¬ dezelve; verstonden dat zij alle van 12 tot zelfs 23 Maanden uit Europa waaren, en niet van den oorlog konde weeten dezelve vroegen ons hoe het in Europa gesteld was, waar op antwoorde dat nog alles was als te vooren, gou„ =gen toen ten anker op de buiten rheede„ en zouden de Schuit aan boord bij alle scheepen om te verneemen of ze iets van 't verlooren schip wisten, doch konde daar niets van verneemen; Lieten den Cap„n van 't Engelsch Schip aan Boord koomen, dewelke wy in 't geheim onderzogten, of hij wezendlijk een Engelsch schip, en Engelsche Papieren hadt, het welk wy bevonden alles in ordre te zijn, zeide hem toen dat het oorlog was teegens frankrijk, en vroegen hem welke de beste scheepen waaren die ter Rheede lagen; om reedenen dewijl wij ons oogmerk omtrend het vermiste schip niet bereikt hadden, en geen pressante Papieren voor Batavia aan Boord hebbende om als dan ten meesten voordeele der E: Comp„e Twee derbeste scheepen meede te neemen, waar op ens den Cap„n ons de beste Scheepen aanwees. waater nodig hebbende gingen des an= =deren dag 's morgens den 3„e naar de Rivier salueerde na behooren, en zouden onze schuit om water, doch 't zelve zeer moeijelijk te haalen zijnde hadden wij eenige daagen werk eer genoegzaam daar van aan boord hadden. den 8=ste S'morgens vermiste Twee man konde van 737 van onze Equipagie presumeerde dat dezelve zeker op een der fransche scheepen waaren aan boord gegaan, en aldaar ons voorneemen ontdekt, zouden de Schuit van d' Engelsche visscher met den onderstuurmaan /:die aan Boord van een der Fransche scheepen iets te pretendeeren had:/ om na te gaan of mogelijk ons volk aldaar was te vinden; den 9„e s'mor: =gens van Boord komende Rappor= „teerde ons dat die fransman zeeker= =lijk iets moest gemerkt hebben dewijl hij 6 stukken van 9 tot 12 lb hadt klaar gemaakt, om mogelijk iets te onderneemen, en te kunnen manaurreeren; maakte dan al= =les wel in order tot 't gevegt ver= =schanste om ten minste halver wee= =ge met het Lichaam voor een Kogel vrij te zijn, Intusschen kwam van de buiten rheede een Fransch, schip ten anker, haalde vervolgens nog water„ voorzagen het schip en Exerceerde 't volk en lieten hoegenaamd niets blykens aronds gaven wij den Gouver„ neur kennis dat wij van meening waa¬ ren twee der beste scheepen te neemen de welke ons antwoord dat het hem zeer Lief zoude zyn indien Wij dezel„ re alle konde neemen Leide Ver„ volgens tot dinsdag den 10„e als Wanneer resolveerde om het eerste schip te neemen, zonden aan Boord van het Engelsch schip en Zeide wanneer Wij het schip genoomen hadden wij een officier en 6 man Van hem zoude neemen om wanneer wij het volk zoude overzetten ge„ melde Ses Man aan Boord te neemen en zyn officier tot Ver lichting van den sour Lieut=s meede daar aan Boord te zitten haalde Vervolgens op zyde van de Ten praaij „de dezelve en zeide dat wij Oorloo teegens zyn vlog hadden, en dat wij kwamen om hem te neemen of hij zich wilde overgeeven, dan verwagten dat men geweld gebruikten waar op den Capitain antwoorde dat hij blijken Zig 16

NL-HaNA_1.04.02_4360_0467 view scan ↗

English

No 38 preferred to surrender rather than see blood shed, whereupon we ordered him to come aboard immediately with his papers, and sent at once an armed boat with the Sub-Lieutenant Pieter Wouters aboard as prize master, strictly forbidding any plundering, and gave orders to prepare the ship immediately for sailing, which being speedily accomplished, sailed with the same out of the roadstead. We took over some prisoners of war, but no Frenchmen. Some Englishmen deserted from the other ships, saying they did not wish to serve under an enemy flag, and requested us to take them along, which we did. We were forced by calm to anchor between the river and outside the roadstead, kept a good watch, and kept the matches by the guns day and night, so that if a boat should come out of the river to go to the other ships, we could shoot it to the bottom immediately. Wednesday the 11th, the wind being a light southerly breeze, weighed both anchors to sail outside the roadstead, but the wind turning to the east, tacked back and forth and came to anchor a quarter of a mile from the ships when the ebb was off. Kept a good watch as before to prevent the boats from coming out of the river and giving intelligence to the ships still lying in the roadstead. Thursday morning the 12th, the wind more northerly, got under sail and sailed alongside the ship the Serretten. Said to the same as before and that we came to take him; whereupon the Captain replied that he had no occasion to object to that, ordered him to come aboard with his papers, which he did. And sent as before an armed boat with Lieutenant Jan Vogelaar as prize master, and strictly forbade plundering once again. Ships took 716 739 741 and after reading thereof it was approved to send authentic copies to the Meeting of the Seventeen and to the High Indian Government. The Landdrost of Stellenbosch Bletterman having addressed to the Honorable Commissioner the following according to the Memorandum: Now took as many men off the ship as we thought we had enough provisions for, sent the remainder on board the other ships, came alongside the French brig. Took, since according to the logbook we had only 2 anchors, an anchor out of the same, found it not capable of being taken along, and had no officer to place on it either. Put the captured ship La Servette as much in order as possible so as to be able to put to sea the following day. The same still had the deck full of fish, which we threw overboard, distributed the signal books to the ships, and got under sail on the 13th. Declared the aforesaid to be the pure truth, being prepared if required to confirm the same with a solemn oath. Was signed: C. van Dijk, Johan Vogelaar, Pieter Woutersen. In the margin: Cape of Good Hope, the 10th of October 1793. Honorable, Highly Esteemed Sir, After the Hottentots To the Honorable, Highly Esteemed Sir, Abraham Josias Sluysken, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies and Commissioner over the Government of the Cape of Good Hope and its dependencies, etc. and after reading thereof it was approved and understood to send authentic copies thereof by the first opportunity to the Illustrious Meeting of Seventeen and also to the High Indian Government at Batavia. The Landdrost of Stellenbosch, Hendrik Lodewyk Bletterman, having addressed the following letter to the Honorable Commissioner to accompany the captured Hottentots Donderbosch, Pokkebaas, Kiewiet Magerman, and Hannes Roggeman. And Donderbosch 16 740 742 743 Donderbosch, Pokkebaas, from Namaqualand, not with two or four hundred armed men as dictated by the circular letter signed by the field corporals in the Swellendam district, Hubert and Biljoen, but only with the Hottentots Kiewiet, Kiewiet Magerman, Hannes Roggeman, and Jan Plaat, provided with two flintlocks of which one was completely broken, had passed along the ordinary road through the entire Hantam up to the farm of the field corporal across the Olifants River in the district of the Bidouw, Frans Lubbe, and had arrived at the farm of the farmer William van Wyk. The aforementioned Lubbe, on account of what appeared in the aforementioned letter, overtook the aforesaid Hottentots, with the exception of the aforementioned Jan Plaat who resides with the said Van Wyk, and ordered them to return to their place of residence. This having been done by them, he, Lubbe, after taking away from them both the aforesaid flintlocks, ordered them to proceed hither and answer for the aforementioned accusation; so that they proceeded accordingly along the ordinary road and, having arrived on this side of the Olifants River at the farm of Field Corporal Johannes Hendrik Lubbe, the latter had them bound in irons and sent them hither in irons from field corporal to field corporal; just as the aforementioned Lubbe also communicated to me by his letter of the 27th of September last, that this had been done by him because of the excessive fear in which the inhabitants found themselves. And whereas, as I am informed, the investigation regarding the design of the Hottentots is provisionally placed in the hands of the Deputy Fiscal, Mr. J. H. Neethling, I deemed it to be my duty to have the aforesaid done four

Dutch transcription

No 38 zig liever wilde overgeeven dan te zien dat er bloed wierd gestord waar op wij hem ordonneerde direct met desselfs papieren aan boord te koomen, en zouden direct een gewaapeende boot met den Sous Lieutenant Pieter Wouters als prysmeester aan Boord, Verbooden op 't Strengste eenige Plundering, en gaven order om 't schip da¬ delyk klaar te maaken om te kunnen zeylen het welk haas„ telyk volbracht zynde, zeylde met het zelve na buyten de rheede„ naamen eenige krygsgevangenen over„ doch geen franschen er kwamen eenige Engelsche van de andere Scheepen overloopen zeggende onder geen Vij eindelyke vlag te willen dienen en verzochten ons hun meede te willen neemen het welk wij deede waaren ge„ noodsaakt om door stilte tusschen de ryvier, en buyten de rheede te Ankeren hilden goede wacht en altyd nacht en dag de lonten bij de stukken, om zoo 'er een schuit uit de Ryvier mogt koomen om naar de andere scheepen, te gaan, dezelve dierect in de grond te Schieten Woensdag den 11 de wind Zuydelijke Slappe Koelte Lichte bijde de Ankers omme na buyten rheede te zeilen doch de wind naar 't Oostien loopende laveerde of er en weer en kwamen een Kwart myl van de scheepen ten Anker wanneer de Ebaf was hielden als vooren goede wacht om te beletten dat de schuyten niet uit de Rijvier kwamen em de nog ter rheede Leggende schee„ pen Geen kandschap te geeven: donder¬ dag des s' morgens den 12e de Wind Noordelijker gonger onder zeël en zeijlde op zij van het schip de Serretten Zeide dezelve als vooren en dat wij kwa„ men om hem te neemen; waar op den Capitin antwoorde, dat hij geen Occasie had om daar iets tegens in te brengen, ordonneerde dezelve met zyn papieren aan boord te koomen 't welk hij verrichten. en zouden als Vooren een gewopeende sloep met den Lieutenant Jan vo„ gelaar als prysmeester, en Verbooden weederom ten Strengste het plunderen Scheepen naamen 716 739 741 en is na lectuure van het zelve goedgevonden Copias Au„ Vergadering van XV14=e en aan de hooge indiasche regeering overzenden de land drost van stellen bosch Bletterman aan den Wel Edelen heer Commissaris gericht hebben„ de de volgens de Memorie — naamen nu zoo veel volk van het schip af als waar voor wij dagten landsven ge„ woeg te hebben zouden den overige aan boord van de andere scheepen haalde op zeijde van de Fransche Brik naamen /dewyl wij volgens Iournaal maar 2 Ankers hadden een anker uit denzelve vonden hem niet bekwaame om meede te neemen en hadden ook geen officier om op de „zelve te plaatsen maakte het genoo„ men schip La Servette zoo veel in order als mogelyk was om des an¬ deren daags zie te kunnen kiesen dezelve hadt het dek nog vol Visch die wij over boord Worpen, verdeelde de sein boeken op de scheepen en raakte den 13 onder zeel— Verklaarde 't Voorsz: de zuivere waarheid te zyn bereid zynde des gere„ quireerd wordende zulx met solemneele Eede te bevestigen /was geteekend/ C=s Van Dijk Johan voijler Pieter Woutersen / in Margine/ Hond:/ Cabo de Goede Hoop den 10 October 1793 WelEdele Groot Achtb: Heer Na dat de Hlottenbotten Aan den Wel Edelen Groot Achtb: Heere Abraham Josias Sluyken Raad Ordinair van Nierlandsch India mitsgaders Commissaris over het gouvernement van kaap de Goede Hoop in den rissorte Van Van & F N:a — en is na Dectuure van 't zelve goedgevonden viertieg daar van ooor d' illustre en Verstaan Copias Authenticq daar van per Eerste geleegendheid toe te zenden aan de Illastre Vergadering van Zeeventienen en zoo meede aan de Hooge Indiasche Regeering te Batavia de Landdrost van Hellenbosch Hendrik Lodewyk Bletterman aan den Edelen Heer Commissaris ge„ richt hebbende de Volgende Missive tot beigeleiden Van de gevangene Hotten totten Donderbosch Pokkebaas Kie„ Niet Magerman en Hannes Roggeman en donderbosch x 16 740 742 743 Donderbosch, Pokkbaas Van uit Namacqua Land, met geen twee of vier Honderd gewapende Mannen zoo als rondgaande brief door den Veldwachtmeesters in het Zwellendamse district Hubert en Biljoen geteekend dicteerd maar slechts met de Hottentotten Kiewiet Kiewiet Magerman Hannes Rog„ geman en Ian Plaat Voor„ zien van twee snaphaanen waar van een geheel defect Langs d'ordi„ naire weg den geheelen Hantam door tot de Plaats van den Veldwachtmees„ ter over d'oliphants zyvier in het Destrict de Biddouw frans Lubbe gepasseert en gekoomen was, op de plaats van den Landbouwer William van Wyk heeft evengm: Lubbe uit hoofde Van het in bovengem: brief voorkoomen de de Voormelde Hottentotten uitgezonderd Voorn: Jaarplaat die bij gemelde Van Wijk woonachtig is agterhaald en gelast naar zyn woonplaats terug te keeren zoo als zij lieden. gedaan hebbende hij Lubbe na den beijde voorsz: snaphaenen hun te hebben ontnoomen hun Lieden had aangezegt zich Her„ waards te moeten begeeven en weegens de bovengem: beschuldiging te verant woorden dat zij Lieden dien volgens den gewoonen Weg Langs Voortgegaan en gekoomen zynde aan deeze zyde der Olyphants Rerier bij den Veldwagt &4 meester Johannes Hendrik Lulbe deeze hun had doen boeijen en van Veld Wachtmeester tot Veldwocrtmeester geboeyd Herwaards gezonden; gelyk even gem: Lubbe ook bij zin Brief Van den 27 september I:o L mij communiceerdt zulx door hem te zyn geschied om de al te groote vrees waar in de opgeseetenen zich be„ vonden — En Vermits zed als ik G'infor„ meerd ben het onderzoek omtrend het voornee„ men der Slottentotten provisioneel in handen Van den Adjunct Fiscaal Mr. J. H. k Nutheling Zour gesteld zyn, heb„ ik Van myn pligt gemeend te zyn de voorsz: gedaan Vier

NL-HaNA_1.04.02_4360_0470 view scan ↗

English

744 745 it has been resolved to act with the aforementioned prisoner Hottentots by sending four Hottentots Capewards, just as they have departed for the Cape today under the supervision of the orderly rider Jan Fredrik Efferman, in order that they may be heard and interrogated, whereupon (as I hold myself assured) it will become fully evident that these four Hottentots never at any time had any intention of deserting the country, but rather that the aforementioned Donderbosch, who against the express order given to him by me in person on 16 October 1789, that since in the year 1787, upon his going into the Namacqua Land, 22 oxen and 13 head of cattle with their calves were traded or taken from the Namacqua Hottentots, he was not to go thither in the future, nevertheless in the month of August of the year 1790, with the aforementioned Kiewiet and a certain Hottentot named Phiool, provided with two flintlocks, saw fit to go to the Namaequa Land, was written below Honorable Most Worshipful Sir lower Your Honorable Most Worshipful's most humble servant was signed H: L: Bletterman in the margin was written Stellenbosch the 6th of October 1793 It has been resolved to place the three last-mentioned Hottentots, in the manner as alongside mentioned, together with the other prisoner Hottentots, in the Company's slave lodge, until their guilt or innocence shall be discovered, whilst in the meantime the Hottentot and after having, by my order given to the Field Corporal in the little Namacqua Land, apparently seen no chance of bartering or stealing any livestock there, and having also taken to roaming about amongst and with other Hottentots, has now returned. Of which the one and the other gives dutiful notice to Your Honorable Most Worshipful, who with the deepest respect takes the liberty to subscribe himself as 746 747 The Landdrost and Heemraden of Graffe Reinet having brought to the knowledge that during the handover of the papers to the newly appointed Drost Maynier, some written to the dismissed Woeke were found to be missing, to order the Landdrost to deliver all the missing papers as soon as possible so that they may be dispatched to Graaffe Reynet. It has thereupon been resolved to cause all these trinkets to be delivered to the Fire Master Stuyneman. The aforementioned Landdrost and Heemraden furthermore having come to request that the trinkets granted by resolution be delivered. Hottentot Donderbosch, wagon driver, to deliver to the secretariat of this Council all letters and papers concerning the office of Landdrost which may have been withheld by him, in order to be dispatched from here to Graaffereinet and there to be filed according to order. shall remain in the ordinary prison and be left to the Landdrost in order to institute such action against him concerning his roaming about as he shall find proper in his official capacity. By various reports and letters received a few days ago from Graaffe Rinet, it having among other things been brought to the knowledge of this government by the Landdrost and Heemraden of Graaffe Reinet, that upon the handover of the papers made by Captain van Baalen to the provisionally appointed Landdrost Maynier, it was discovered that several letters concerning the office of Landdrost and written by the government to the dismissed Landdrost Woeke were missing; it has thereupon been resolved to order and instruct the aforesaid dismissed Landdrost, as he is instructed and ordered by this, to deliver as soon as possible to the Secretariat of this Council now, in order to dispatch the same as soon as possible to Graaffe Reinet; and the aforementioned Landdrost and Heemraden of Graaffe Reinet having further requested that the trinkets which by resolution of this table of the recently past were granted to him to be distributed and presented to the Caffres for the promotion and restoration of peace with that nation, may now, since they have already entered into negotiations to bring about peace, be sent thither as soon as possible, it has been resolved to cause all the goods and trinkets requested by them for that important purpose to be delivered to the Fire Master Jan Fredrik Heyneman, Commissioner of the aforementioned colony.

Dutch transcription

744 745 zoo is verstaan met de daar bij Verm: gevangene Hettentotten handelen Vier Hottentotten Caabwaards te moe„ ten zinden zoo als dezelve heeden onder het opzicht van den ordonnantie zuyter Ian Fredrik Efferman Caabwaards over gegaan ten einde te kunnen worden onderhoond en ondervragd wanneer (zoo als mij verseekerd houde / volkomen blyken zal deeze Vier Hottentottens nimmer ofte nooijt eenige Voorneemen te hebben gehad het Land af te loopen maar wel dat voorm: Donderbosch die teegens de Expresse ordre hem door mij in persoon op den 16 october 1789 gegee„ ven dat Vermits in den Iaare 1787 zijn zich in het Namacqua Land begeeren en van de Namacqua Hottentotten 22 Ossen en 13 Koebeesten met de kal„ veren gezwyld, of genoomen zyn zich niet in 't Vervolg derwaards zou begee„ ven echter in de Maand Augus„ van het Jaar 1790 met voornoemde Kiewiet en zeeker Hotten tot Phiool Voorzien van twee snaphaanen heeft kunnen goed„ vinden na het Namaequa Land te gaan /:onderstond:/ WelEdele Groot Achtbaare Heer Lager/ UWer WelEdele Groot Achtbaare zeer Ootmoedige dienaar /was geteekend H: L: Bletterman /in margine stond/ Stellenbosch den 6=e October 1793 Zoo is Verstaan de drie laatstgem: inmaniere als bezyden gemelde Hottentokten beneevens de andere ge„ Vangene Hottentotten te plaatsen in s' Comp=nes slaaven Logie, tot dat hun schuld of onschuld zal weezen ontdekt tewyl intusschen de Hot en na aldaar door myne gegeevene ordre aan den Veld Corporaal en het kleine Namacqua Land geen kans appa¬ rentelyk gezien hebbende eenig vee te ruijllen of te steelen en het rond zwerven onder en met an„ dere Hottentotten meede geworden zynde thans terug is gekeerd— Van welk een endere UWel Edele Groot 4 Achtb: door deezen plichtschuldige kennis„ se geeft die met diepste Eerbied de vrijheid neemt zig te onderschryven ten tot als en 746 747 Landdrooten heemraaden van graffe Reinet ter kennis„ hebbende dat bij de overgaane der papieren aan den nieuw aange„ stelden drost Maynier eenige den gedemitteerden Doortwoeke geschreeven kwaamen te ont breeken — den Landdroot Te gelasten alle de men guerende papieren ten spoedigste bezorgen om naar Graaffe Rymet te werden afgezonden — is daar, op beslooten alle deezes mut„ seryen te doen afgeeven aan den Brandmeester Stuyneman gemelde Landarist en Heenraaden. Wyders hebbende koomen Verzoek te aven dat de snuisteryen bij bes lut worden afgegeeven ten tot donderbosch Vokkebaas ter secretarije van deezen raade te bezorgen zal verblijven in de ordinaire gevan¬ alle brieven en papieren het Landdorst Ampt concerneerende welke door hem mogten genis en aan den Land drost worden overgelaaten om ter zaake van zyn Weezen achtergehouden, omme Van hier rond zwerven teegens hem te entameeren verzonden te worden naar Graaffereinet zodanige actie als hij Amptshalven en aldaar volgens de ordre geseponeerd zal vinden te behooren. — bij onderscheidene berichten en brieven gemelde Landdrost en Heem „se van deeze regeering gebragt voor weinige dagen van Graaffe raaden van Graaffe Reinet rinet ontfangen, onder anderen door van den vermeld als nu mogten al verder verzoek gedaan hebben den Landdrost en Heemraaden ter beyde dat de snuytseryen welke broeven door deeze legeering aan kennisse van deeze regeering gebracht bij besluyt deezer tafel van den zynde dat bij de overgaave der Jongstleeden aan hem zijn papieren welke de capitijn van toegestaan om aan de cassers tot Baalen aan de provisioneel aange¬ bevordering en herstel van de stelde Landarost Maynier hadt freede met die natie te worden gedaan was ontdekt dat verscheide¬ uitgedeeld en vereerd thans daar ne Brieven het Landdrost Ampt zij reeds in onderhandeling zyn ge„ concerneerende en regeerings weegen treeden om de Vreede tot stand te aan den gedemitteerden Landdrost brengen ten spoedigste derwaards mog„ Woekegeschreeven Kwamen te ontbree„ ten worden gezonden zoo is beslooten zo is op beslooten voorsz: gedemitteer„ ken zoo is beslooten denzelve gedemitteer„ alle de door hen tot dat aangeleegene de Landdrost te ordonneeren en te gelas„ einde verzochte goederen en snuitse op de Secretarije van deezen raadet ten gelyk dezelve gelast en geordonneerd rien te doen afgeeven aan den nu om dezelve ten spoedigste naar graaffe reimnt afte vaardigen - word bij deeze omme ten spoedigste brandmeester Jan Fredrik Heyne Commissionair van ged=e eolo„ te blyven ten man 6

NL-HaNA_1.04.02_4360_0472 view scan ↗

English

749 of Graaffe reinet further having brought to the notice of this government that they had been exhorted by the Landdrost and Heemraden of Zwellendam to pay rd:s 1400- to the colony Zwellendam, to be discharged from time to time, and which will be dispatched to those of Graaff reinet, fine to Landdrost and Heemraden of Zwellendam, to the commissioner of the said colony, with orders to take proper care that those goods are sent thither as speedily as possible. The aforementioned Landdrost and Heemraden having likewise brought to the attention of the government that they were exhorted by the Landdrost and Heemraden of the colony Zwellendam to the payment of rd=s 1400 owed to the colony Zwellendam for as much as the colony Graaffe reinet has fallen into arrears, on account of the sum of rd:n 200- per year stipulated by the resolution of this Board of the 30 October anno passato, which must be paid to the colony Zwillendam for the transfer of its inhabitants, with the request that, since the colony of Graafreinet currently possesses nothing and is thus in the absolute impossibility of discharging the capital of this sum, they may be allowed to pay off that capital from time to time as their treasury will permit; so it was, upon deliberation of that request, considered that, however much the inability of the colony Graaffe reinet is beyond contradiction, nevertheless those of Zwellendam, by lacking that which lawfully belongs to them and must serve to pay the annual interest on owed capitals, would be thrown into the greatest embarrassment; it was resolved to write to the Landdrost and Heemraden of Zwillendam to use all possible accommodation in the recovery of the rd 1400 owed to them by the colony Graaffe reinet, and to receive successively by anticipation thereon whatever can be paid toward it, while those of Graaffe reinet shall be written to in order to make all possible haste with that payment, so that as soon as there are any moneys in their treasury, these shall be used immediately and in preference above all 748 750 757 for particular mentioned reasons it being found good to discharge the Heemraad of Graaffe reijnet Josua Joubert from this his function, the displeasure of this government will be presented to him regarding the conduct pursued by him in this matter. For which reasons it was resolved to write to the Landdrost of Graaffe Maynier to proceed against the field-cornet Dafel. The Landdrost and Heemraden of Graaffe reynet are to nominate another in his place. other debts to serve toward the reduction and satisfaction of what is owed to Zwellendam, and further to take proper care and by all proper means to become able henceforth to satisfy promptly and without any the least withholding or exception the sum of rd:s 200 imposed upon them for annual payment to the relief of the colony Zwellendam. The Heemraad of the colony Graaffe Reinet Josua Joubert, according to the letter from the Landdrost and Heemraden there, having requested his discharge, for the reason that he would go to take up his residence out of the said district under that of Zwellendam, and having actually executed this intention of his without having obtained his discharge from this government, to the notable detriment of the handling of affairs there, it is unanimously resolved to discharge the said Heemraad Josias Joubert from this his function, as he is discharged hereby, and accordingly the Landdrost and Heemraden of Graaffe Reinet will again be written to, in order to replace him according to custom by forming a nomination to be sent to this Board in order to make the necessary election therefrom; while furthermore the aforementioned Joubert, on behalf of this government, will be confronted with its displeasure over the liberty taken by him, as it were, to abandon with his office a Drostdy where his presence was unavoidably required until another had been appointed in his place. The aforementioned Landdrost and Heemraden of Graaffe reinet having complained of the unwillingness and careless behavior shown and maintained by the field-cornet Hendrik Dafel in withholding some letters and papers to this

Dutch transcription

749 van Traaffe reinct verders aan deeze regeering ter kennisse gebracht hebbende dat zij door Landdrosten humraaden van zwellendam waaren aangemaand tot de betaaling van rd:s 1400- aan de colonie Zwellendan byd lert tyd te moeten afleggen en welke aan die van Graaff reinet zullen werden afgevaar digd fine aan Landarost en heem raaden van Zwellendam „man Commissionair van gedachte Colonie met last om behoorlyk zor¬ ge te draagen dat die Goederen ten allerspoedigste derwaards worden ver„ zonden. - meerm: Landresten heemraaden. Landdrost en Heemraaden voor„ meld meede ter keuse van de regee¬ ring gebracht hebbende, dat zij door Landdrist en Heemraaden van de Colonie Zwellendam waaren aan gemaand tot de betaaling van rd=s 1400 aan de colonie Zwellendam Verschuldigd over zoo Veel de Colonie graaffe reinet ten Achteren is geraakt. weegens de bij besluyt deezer Tafel van den 30 October anno passato bepaalde somma van rd„n 200„ - s' Jaars dewelke aan de Colonie Zwillendam voor 't over gaan van haare Ingezeetenen moet worden opgebracht, met Verzoek dat daar de colonie van Graafreinet tee genswoordige niets bezit en dus ook in de volstrekte onmoogelykheid is miet verzoek dat Capitaal van deeze somma af te leggen dat capitall na mate dat hunne Cassar zulx zal toelaaten van tyd tot tyd te moogen afleggen zoo is bij overweeging zoo is, dat verzoek g'eevordeerd dat hoe zeer ook t onvermoogen van de Colonie Graaffe reinet buyten tee„ genspraak is Echter die van zwellen dam door t missen van 't geen haar wettig competeerd en strekken moeten de Iaarlyksche renten van Ver„ schuldigde Capitaalen te betaalen in de allen grootste verleegendheid zou welke Aanschryvens ten dien moeten geraaken beslooten Landdrost en Heemraaden van Zwillendam aan te schriven met de invordering van de door de Colonie Graaffe reinet aan haar Verschuldigde ro 1400 alle mogelyke Inschikkelykheid te gebrui„ ken in bij Inticipaatie op dezelve successivelyk te ontfangen 't geen daar op zal kunnen worden afgelegd terwijl die van Traaffe reinet zullen worden aangeschreeven om met die betaaling alle mogelyke Spoed te maaken om zoo dra er eenige Penningen in haare Cassa zullen zin die dadelik en bij preferentie booven zulx alle 748 750 757 om byzonden gem: reedenen goed„ gevonden zynde dan heem raad van Graaffe reijnet Josua Joubert van deeze zyne frenstie te ontslaan - gehouden handelwyze in deeze het ongenoeg deezer regeering zal werden voorgehouden. om welke reedenen beslooten is den Landdrost van Graaffe ven teegens de Veldwachtmeester defee te procedeeren — Zee Landarist en reemraaden Van Graaffe reynet werden ander in zyn plaats te alle andere schulden te doen strekken tot Vermindering in Voldoening van die aan Zwellendam Verschuldigd, en voorts omme behoorlyk te zorgen en langs alle behoorlykemiddelen in staat te geraaken voorthaan de ter soulaas van de Colonie Zwel„ „lendam aan hem ter Iaarlykse, betaaling opgelegde somma van achterhouding of Exeptie te voldoen de Heemraad der Colonie Graaffe Reinet Josua Soubert volgens schryvens van den Landdrost en Heemraaden aldaar desselfs ont¬ slach verzocht hebbende, om reedenen zich uitgemelde district ter woon zou begeeven onder dat van zwellendam en dit zyn voorneemen werke„ lyk geexecuteerd hebbende zonder zyn ontslag van deeze regeering te hebben geobtineerd, tot merklyk nadeel van de behandeling van zaaken aldaar „zoo is vunanime, beslooten de gemelde Heemraad Josias Joubert van deeze zyne functie te ontslaan gelik dezelve ont„ slaagen word bij deeze en zullen dien Volgens Land Drost en Heemraaden aangeschreeven weederoman van Graaffe Reinet worden aangeschreeven ter plaatsvulling van hem volgens gewoonte te formeeren eene Nominatie om te worden toege„ zouden, aan deeze raade ten einde daar uit de noodige electie te doen namens deeze regiering zal worden voorgehouden desselfs ongenoegen over de Vryheid door hem als 't waare zich zelfs gegeeven, om met zyn Ampt ook te verlaaten eene Drostdye waar zyn teegens woordigeend tot dat een anderen in zyn Plaats zou weezen gesteld en vermydelyk wierd Verricht. — meerm: Landdrost en Heemraaden van zyn 't Maynier aan te Schrij Graaffen reinct zich beklaagd hebbende over de onwilligheid ente slordig gedrag betoont en gehouden door den Veldwachtmeester Hendrik Dafel in 't Achterhouden van eenige brieven en Papieren aan rd„s 200 prompt en zonder eenige de minse tewyl voorsz sonbart over zijn terwyl voorts opgemelde Soubert zyn deeze 0 nomineeren

NL-HaNA_1.04.02_4360_0474 view scan ↗

English

752 the aforementioned Landdrost having come before this government to nominate some officers for a burgher militia there, to suspend their appointment until the aforementioned Landdrost shall have elucidated the Council on the matters concerning the aforementioned. The aforementioned Landdrost shall be required to report on the manner in which reports from the remote districts might be brought here more speedily and securely, addressed to this government, handed to him on 18 June last for further transmission and delivery, so that the said papers were not dispatched earlier than alongside reports of the month of August, with a request that the mentioned Daffel might be corrected by this government according to merit for this his improper conduct, so it has been approved and agreed to instruct the provisional Landdrost Maynier to institute and pursue such action against him for this negligence committed by the Field Sergeant Hendrik Daffel as he shall be competent and entitled to according to the instructions prescribed for the observation of Field Sergeants and the nature and circumstances of the matter, and at the same time to report to the Council which further and equitable arrangements could be made in his view, according to the local conditions of the Colony of Graaff-Reinet, to have the reports from the far remote districts brought here speedily and securely. The provisional Landdrost of the Colony of Graaff-Reinet, Honoratus Christiaan David Maynier, having further brought to the knowledge of this Council by letter concerning the appointment that the First Lieutenant of the Burgher Militia of the said Colony, Carel van der Merwe Hendrikz, has passed away and that the remaining officers, according to their seniority and subject to the approval of this Council, should advance, with a nomination to appoint the Adjutant Carel David Gerotz and the Field Sergeant Pieter Ernst Kruger as Cornets, it has thereupon been resolved and agreed to instruct the said Landdrost to submit specific details to this Council regarding which promotions among the officers of the Burgher Militia at Graaff-Reinet could and should take place due to the death of the said Van der Merwe, and also 753 755 for what reasons he has requested the appointment of two officers to fill one vacant officer's post, so that the promotion of the officers may be determined by this Council before giving any consideration to his nomination for the appointment of Cornets. Upon the request of Mr Bergh as vendue master, it was resolved to write to the Landdrosts of Swellendam and Graaff-Reinet to send their colony messengers here as soon as possible, in order to render due account and justification to the aforementioned Mr Bergh. On this occasion it having been made known by Mr Bergh, as former vendue master, that his Honour had done everything possible to have the messengers of the Colonies of Swellendam and Graaff-Reinet come here, in order to account to his Honour for the vendue rolls in their possession or the moneys received by them for the same, without their having appeared up to now, with a request that such measures might be effected by this Council as it should deem fit to compel both the said messengers to observe their duty in these matters, and to preserve his Honour from further damage and dangers which must notoriously arise from a further delay of accounting, it was, in consideration of the reasonableness of that request, unanimously resolved to write to the Landdrost of the Colony of Swellendam and to instruct repeatedly the one of Graaff-Reinet, to whom the orders for this purpose were already sent in duplicate in the month of August last, each in his own district to ensure that the messengers of their districts proceed here with the utmost speed and without any delay, and if necessary to constrain them thereto, in order to render due account and justification to his Honour by inspection of all papers that have any relation to the office of Vendue Master concerning what has been entrusted to them by or on behalf of Mr Bergh, or is under their administration.

Dutch transcription

752 gem: Landarost aan deeze regee„ ring hebbende koomen voorte eenige officieren bij een burge„ rij alhaar stellinge zoo Lange te superce¬ deeren tot dat voorsz: Land„ aristaeeren raade als bezijden gem: zal weezen gelucideerd. zullende van voorsz: Landaroot werden gevorderd des zelfs bericht op welke wijze de berichten uit de afgeleegene oorden spoediger zeeker herwaards zou kunnen werden overgebracht deeze regeering g'addresseerd hem op den 18 Iunij Iongst leeden ter Verdere„ voortzending en bestelling ter hand gesteld zodanig dat dezelve Papieren niet eerder als neevens berichten van de Maand Augustus, zyn afgevaardigd gewor„ den met Verzoek dat de gemelde daffel over dit zyn onbetamelyk gedrag door deeze regeering na meritis mogt worden gecorrigeerd, zoo is goedgevonden en Ver„ staan den provisioneele Landdrist Maynier te gelasten, over dit Persuim door den Veldwrachtmeester Hendrik Daffel gepleegd, teegens hem zodanige Actie te Institueeren en te Vervolgen als waar toe hij volgens de instructie aan de Veldwachtmeesters ter observan„ ce voorgeschreeven ende Aart en om„ „standigheeden der zaaken bevoegden gerechtigd zal zyn en teffens aan den raade te beriehten welke nadere en billij= ke schikkingen na zyn inzien volgen de plaatselyke gesteldheid van de Colonie Graaffe reinet zouden kunnen wor„ den gemaakt, om de berichten de Provisioneel Land drost der dwaagens de aanstelling van Colonie Graaffe Reinet Honorutus Christiaan David Maynier bij missive aan deeze raade al verder ter kennisse gebracht hebbende, dat den Eerste Lieu¬ tenant der Burgerye van gemelde Colonie Carel van der Merwe hen„ drikz: was overleeden en dat de overge officieren volgens derzelver ancuni„ teit onder approbatie van deezen raade moesten optreeden met Voor„ „dracht om de Adjudant Carel david Geroets en den Veldwachtmeester Pieter Ernst Kruger aan te stellen tot Cor„ „nets, zoo is goedgevonden en Verstaan is daar op beslorten met die aan„ den gemelde Landdrost te gelasten aan deezen raade Specificque op te geeven welke optreedingen door het overleden van gedachte van der Merwe onder de officieren van de Burgerij te Graef te Reynet zouden kunnen en behooren te geschieden en - zoo-meede uit de Veraffgeleegene oorden spoedig en zeeker herwaards te doen over¬ brengen uit om 753 755 zynde op het Verzoek van d' leer Bergh als Vendumeester be„ slooten Landdrooten van Zwellendam en Graafferuimt aan te schryven hune Colonie Bodes ten spoedigste naar Her„ waarde op te zenden ten einde aan de Voorsz: heere om welke reedenen hij ter Vervulling Van een Vaceerende officiers plaats de aan„ stelling van twee officieren heeft verzocht ten einde door deeze raade de optreeding der officieren zal kunnen worden be„ paald alvoorens op zyne Voordracht ter aanstelling van Cornets eenige re¬ flectie te geeven. Bij deeze geleegendheid door den Heere Bergh als geweezen vendu„ meester te kennen gegeeven zynde dat zyn Edele alles had aangewend wat mogelyjk was, om de Bodes van de Colonien Zwellendam en Graaffe Reinet dit heen te doen koomen ten einde zich aan zyn Ed: te verantwoorden over de onder hunne berusting zynde Vendur Brie„ ren of de daar voor door hen ontfangen penningen zonder dat zij zich tot ne toe hadden gesisteerd met vezoek dat door deeze raade zodanige mantregalen Borgh te doen behoorlyke mogten worden Bewerkstelligd als dezelve reekening en verantwoording geschikt zoude oordeelen om de beide gemelde Bodes tot 't betrachten van hunnen Slicht in deeze te nood de Chirurgyn der Colonie Graaffe zaaken en zyn Ed: te preserveeren voor de verdere schade en gevaaren welke uit een verdere Vertraging van Verantwoording notoir zou moeten ontstaan zoo is bij overweeging van de Billijkheid van dat Verzoek unamme beslooten de Landdrost der Colonie Zwellendam aan te schryven en die van Graasse Reinet aan wien de ordren daar toe reeds in de Maand Augustus Jongstleeden in duple ziyn afgezonden bij herhaaling te gelasten omme ieder in den zynen te zorgen dat de Bodes van hunne districten zich ten allenspoedig¬ ste en zonder eenig uitstel herwaards begeeven, en hen des noods daar toe te constringeeren ten einde door zien Van alle Papieren welke eenige relatie hebben tot het Vendumeesters Ampt zich over 't geen hen door ofte van weegens den Heere Bergh toebetrouwd of onder hun„ ne beheering is, aan zyn Ed: te doen behoorelyke reekenschap en verant„ woording zaeken Reenat

NL-HaNA_1.04.02_4360_0476 view scan ↗

English

Graaff-Reinet, Hassenaar granted an Erf in ownership. It is resolved to have the ship Drechterland provided with two new ropes. Councilor Johannis van Sittert, her request being excused from the payment of the Lord's dues. And to the Surgeon of the Colony of Graaff-Reinet, Johan Fredrik Hassenaar, having submitted a petition requesting the ownership of an Erf situated near the said Drostdy, and whereas it has appeared to the Council from an extract of a resolution taken by the Landdrost and Heemraden submitted therewith that the grant of that Erf can take place without any prejudice, it is therefore resolved to grant and cede the said Erf in ownership to him, Hassenaar, as the same is granted and ceded to him hereby, on the condition that an amount of twenty-five rixdollars shall be paid by him for this acquisition into the Treasury of the Colony of Graaff-Reinet. It having appeared from the report submitted by maritime experts specially commissioned that the follower of the best bower cable of the ship Drechterland, as well as the sheet cable, have been found completely damaged and not in a condition to be entrusted to that vessel, it is therefore, in accordance with the proposal made by the commissioners, unanimously resolved to have the said ship provided with two new ropes, of which one shall be employed as a sheet cable and the other as a follower of a best bower cable, while the unserviceable ropes shall be taken in unappraised both in the trade books and at the equipage warehouses, in order to be issued and accounted for in the service of the Company's vessels and otherwise. By Petronella Heufke, widow of the late Burgher Councilor Johannes van Sittert, it having been made known by petition that according to the testament drawn up by her with her late said spouse, six weeks after his decease the entire joint estate had to be sold and turned into money, and she thus found herself obliged to purchase the house in which she resides at public auction, with the request to be excused from the payment of the 25th penny which, upon the transfer of real estate to the Company, must be paid by the buyer from the purchase price; thus, considering that the said house belonged to the joint estate of the petitioner and her deceased husband, and one therefore cannot properly consider that the same has passed to another, it is approved and resolved to excuse the petitioner from the payment of the Lord's dues, as she is excused therefrom hereby. Captain-Military Johan Christiaan Frederik von Hughel, commanding the depot of the Regiment of Wurttemberg here, having submitted the following petition to this Council: To the Right Honorable, Highly Esteemed Sir Abraham Josias Sluijsken, Honorable Esteemed Sirs, The undersigned Captain and Commandant of the Depot of the Regiment of Wurttemberg, Johan Christiaan Frederik von Hughel, very respectfully shows to your Right Honorable, Highly Esteemed and Honorable Esteemed Sirs: How the apothecary attached to the aforementioned Regiment, Johan Christiaan Eisenlohr, on 4 September 1791, with the consent of the Right Honorable, Highly Esteemed Councilor of Netherlands India, as well as Commissioner over the Government of the Cape of Good Hope and the dependencies thereof, etc. etc., together with the Honorable Esteemed Governor and the Honorable Esteemed Councilors of Policy here, and Colonel Theobald von Hughel, Commandant of the aforementioned Regiment who has departed from here for Ceylon, obtained permission to undertake an expedition inland with the burgher Willem van Reenen, and how the said Eisenlohr trusted, pursuant to the promise made to him by the said van Reenen, to derive a considerable profit therefrom, as appears from the certificate of the aforementioned van Reenen attached hereto. Yet the aforementioned Eisenlohr, upon his return from that journey—which lasted 11 months—on 28 July 1792, having found that for his fatigues endured during the journey and the sacrifice of his health, indeed his entire life, he could obtain not a single penny of earnings, under the pretext of the said van Reenen that he had to surrender all the copper ore collected on that journey, from which the profits were to accrue, to the Right Honorable Commissioners-General who departed from here, as Your Right Honorable, Highly Esteemed and Honorable Esteemed Sirs will be able to see most clearly from the aforementioned certificate of van Reenen. And whereas the aforementioned Eisenlohr now finds himself, due to the departure of his regiment to Batavia, dismissed from his former employment, which the Colonel had to fill with another subject, and having been plunged into the bitterest poverty by his continuous weak and debilitated conditions, is unable to do anything, and thus unable to proceed with his journey to his Regiment; finally also because, after his return, he for several months under the eye of the

Dutch transcription

nis Graeffereinet Hassenaar een Erf in eigendom vorgund— beslooten is 't schip Drechterland te laaten Voorzien met twee nieuwe touwen „raad Johannis van Sittert om haar verzoek g'excu„ seert zijnde van de betaa„ „ling van s Heeren gerechtig touwen zo bij de Negotie boeken maguazijnen ongetauxeerd dienste van 's Comp=s schee„ „pen te worden verantwoord: „land de laaten voorzien en is aan aen Chiruogyn der Colo„ reinct Johan Fredrik Hassenaar bij request Verzoek gedaan hebbende om de eigendom van een Erf bij de gemelde drost dye geleegen, en nadien uit een daar bij overge¬ legd Extract resolutie bij Landdrost en Heemraaden genoomen, den raade is gebleeken dat de Uitgaare van dat Erf zonder eenige prejuditie kan geschieden zoo is beslooten 't zelve Erf aan hem Hassenaar in Eigendom te Vergunnen en afte„ staan zoo als 't zelve hem vergeent en afgestaan word bij deeze onder con¬ ditie dat door hem voor deeze Verkrij¬ ging aan de Cassa der Colonie Graaf fereinet zal worden betaald eene Somma van Vyf-en twintig ryxdaal¬ ders. - Uit de door Expres gecomme. zeekundig ingediend rapport gebleeken zijnde dat de Volger van het daags touw van het schip Drechterland mitsgs het Boegtouw geheel beschaadigd zin bevonden, en niet in staat om die Bodem aan te be„ trouwen zoo is conform de Voorslag door gecven beslooten is 't schip drechter mitteerdens gedaan unanime beslooten met twee nieuwe Touwen gedachte schip te laaten voorzien van Twee Nieuwe Touwen, waar van het eene tot een boegtouw en het ander tot een volger van een daagstouw zal mitsgaders om de onbequaame moeten worden geëmploijeerd, terwijl als bij die van de Equipagie de onbequaame touwen zo bij de Ne„ te doen inneemen om ten ten gotie boeken als bij die van de Equipagie magazijnen ongetaxeerd zullen moeten worden ingenoomen omme ten dien„ „ste van 's Compagnies Bodems en anderzints te worden verstrekt en verantwoord. Door Petronella Heufke weduwe de wede wijlen den Burger„ Wijlen den Burgerraad Johannes van Sittert bij Requeste te kennen gegeven zijnde dat navolgens het door haar met wijlen haare gemelde Echtgenoot opgericht Testa„ ment zes weeken na zijn overlijden de geheele gemeenschappelijke Boe„ „del hadt moeten worden verkogt en ten gelde gemaakt, en zij zig dus genoodzaakt, heeft gezien, het huis waar in zij woont op pu¬ blique vendutie in te koopen, met mitteerdens Verzoek 756. - „heid. — 757 758 759 zo is op het verzoek van verzoek te moogen worden geexcuseerd van de betaaling den 25=en penning die bij 't transport van vaste goederen aan de Compagnie van dies Kooppenningen door den kooper moet worden opgebragt, zo is uijt aanmerking dat 't zelve huis gehoord heeft tot den gemeenschap„ „pelijken boedel van de Supplianten en haar overleeden Man, en mendús niet wel kan reekenen dat 't zelve aan een anderen is overgegaan, goedgevon„ „den en verstaan de suppliantente excu„ „seeren van de betaaling van 's Heeren Gerechtigheid zoo als zij daar van geexcuseerd word bij deezen— De Capitijn militair Iohan Christiaan den Capt von Hughel, Frederik von Hughel, Comandeerende het depot van 't regiment Wurtemberg alhier aan deezen Raade ingediend hebbende het volgend Request. Aan den WelEdele Groot Achtb„ Heere Abraham Josias Sluijsken E. Achtbaare Heeren, Den ondergetekende Capitijn en commandant van 't Depot van 't Regiment van Wurtemberg Johan Christiaan Frederik van Hughel, geeft u wel Edele Groot Achtbaare en E. Achtbaarens zeer reverentlijk te kennen Hoe den onder voormelde Regi„ ment bescheidene Apothecar Iohan Christiaan Eisenlohr den 4 Septb: 1791. met consent van den van Wel Edele Groot Achtbaare Heer. Raad van Neerlands India, mitsgaders Commissaris Over 't Gouvernement van Cabo de Goede Hoop en den ressorte van dien & K: &= beneevens den WelEdele Achtbaare Heere Gezacht„ hebber: en den WelEdelen Heeren Raaden van Poletie Raad hier en 760 hier naar Ceilon vertrokkene Collantel en Commandant van evengemelde Regiment Theobald van Hughel permissie heeft geobtineerd om met den Burger Willem van Reenen eene Landtogt te doen, en zoo gemelde Eisenlohr vertrouw„ „de ingevolge de door gemelde van Reenen aan hem gedaane belofte daar een aanzienlijk voor„ „deel uit zoude behaalen blijkens „certificaat van evengemelde van Reenen hier bijgevoegd. — Dan evengemelde Eisenlohr bij zijne terugkomst van dien togt dewelke 11 maande heeft geduurd op den 28 Iulij 1792. ondervonden hebbende dat hij voor zijne fati„ ques welke hij geduurende de Reijze doorgestaan en het sacrifieeren zijner gezondheijd, Ja zijn geheelen Leeven geen penning verdiensten konde bekoomen onder voor„ geeven van welgemelde van Reenen dat hij al het Koper Erts dat op dien togt bij een had verzameld en waaruit de winsten moesten pro„ flueeren, aan den van hier vertrok= „kene Hoog Edele Heeren Commis„ „sarissen Generaal heeft moeten afgeeven gelijk U WelEdele Groot Achtbaare en E. Achtbaarens uit evengemelden Certificaat van, van Reenen ten duidelijksten zult kunnen zien. En de wijl meerm: Eisenlohr zich thans door 't vertrekt van zijn Reqte. naar Batavia buiten zijn voorig Emplooij 't welk de Collo„ „nel met een ander sujet heeft moeten vervullen, gesteld ziet, en door zijne aanhoudende Swak¬ „ke en debile omstandigheeden in de bitterste armoede gedom„ „peld zijnde, in 't onvermoogen is, iets te kunnen, en dus buij¬ „ten staat zijne Reise naar zijne Regiment te kunnen vervor„ „deren - Eindelijk ook alzo hij naar zijn retour, Verscheijdene maanden onder 't oog van de dien Heeren 761

NL-HaNA_1.04.02_4360_0479 view scan ↗

English

To place the apothecary of the Württemberg regiment, Eisenlohr, on discharged pay. The Commissioners-General themselves have worked with all zeal. Reasons why the undersigned turns to Your Right Honorable and Honorable Sirs, humbly requesting that it may please Your High Mightinesses, because the aforesaid Eisenlohr has served for the period of five and a half years under the aforementioned regiment, to the great satisfaction of the undersigned as well as of his other superiors, performing his duty as a capable apothecary, favorably to grant him the burgher rights of this place as compensation for the losses he has suffered, or else to place him on discharged pay, with the humble supplication to be allowed to exercise his trade as an apothecary at this capital, both for the support of himself, his wife, and the children whom the said Eisenlohr still has in the Fatherland, and to satisfy his creditors whom he as an honest man is obliged to pay; or that Your Right Honorable and Honorable Sirs may be pleased to take such favorable decision as Your High Mightinesses shall find proper for the well-being of the repeatedly mentioned Eisenlohr. Doing which, was signed: J. C. von Hugel. In the margin stood: Cape of Good Hope, 8 October 1793. After reading this request and deliberating upon it, it was approved and resolved to place the former apothecary of the Württemberg Regiment, Johan Christiaan Eisenlohr, on discharged pay, as he is hereby placed, under such regulations as have already been made and may yet be made concerning the Company's servants residing here on discharged pay. Together with the request by the former general lessee Daniel Hugo. Hereupon was read a request addressed to this Council by the burgher Daniel Hugo, as former lessee of the lease of the Cape cool wines, reading as follows: To the Right Honorable Mr. Abraham Josias Sluysken, Ordinary Councillor of Netherlands India and Commissioner over the Government of the Cape of Good Hope and its dependencies, etc., etc., etc., together with the Honorable Commander and Honorable Members of the Council of Policy. Right Honorable and Honorable Sirs. The undersigned, Daniel Hugo, shows with due respect how the petitioner, residing in this town, has for many years sought to make his living through trade and wines, and has also at various times and for different sums held the general lease of the Cape cool wines, namely at the auction on the ultimo of August: 1780 for f 34600.-.- 1782 for 45000.-.- 1783 for 50600.-.- 1786 for 61400.-.- 1788 for 86500.-.- 1789 for 137000.-.- 1790 for 140000.-.- amounting together to f 555100.-.- Which considerable sums were always promptly paid by the petitioner into the Company's treasury. However, when the petitioner leased de novo on the ultimo of August of the past year for the sum of f 51500.-.-, in the hope that through the arrival of the ships of the Honorable Company and foreign nations this lease might yield him some profit, the exact opposite happened: only very few of the Company's and foreign ships called here, and the few that did arrive made only a very short stay. Through which there was also caused a slackness in the trades and businesses of the inhabitants of this colony, a lack of circulating specie, and many other inconveniences, all of which caused the petitioner to have no sufficient, indeed only very meager, sale for his wines, from which it notoriously followed that the petitioner, instead of enjoying the fruits of a moderate profit for his disbursed money and toiling industry, on the contrary came to suffer very considerable damage, which can be estimated by him at no less than 15 to 16000 guilders. That the petitioner, finding himself consequently entirely unable to pay the first term or half of those lease moneys into the Company's treasury at the appointed time, was cited before the Honorable Court of Justice of this Government on that account and condemned to the payment thereof. That the petitioner, in order to avoid the threatened execution, endeavored through his general proxy to devise such means by which the payment of the said first installment, which he was not well able to make on account of the non-payment of his debtors, could be effected as quickly as possible, and in which he also, contrary to expectation, happily succeeded. However, that it is utterly impossible for him, the petitioner, for the aforementioned reasons, to pay the other half of those lease moneys, trusting nevertheless that Your Right Honorable and Honorable Sirs will be pleased to take into favorable consideration that the damage which the petitioner has suffered is not to be attributed to his nonchalance or inactivity, but solely and truly to accidental causes which could not be foreseen by the petitioner. That Your High Mightinesses will without doubt therefore be pleased favorably to consider how the petitioner in the aforementioned seven

Dutch transcription

763 Apothecar bij 't regiment Wurtemberg Eisenlohi te stellen onder afgeschreeve gagie- Heeren Commissarissen Generaal Zelfs met allen iver heeft gewerkt. - Reedenen waarom den ondergetee„ „kende zich tot uwelEdele Groot Achtbaare en E Achtbaarens is kei„ rende ootmoedig verzoekende, dat het van hoog derzelver welbehaa„ „gen moogen zijn, opgemelde Eisen„ „lohs door dien hij den tijd van vijf en een half Iaar onder vooren„ „gemeld Regiment met veel genoe„ „gen van den ondergetekende als van zijn overige superieuren, zijn dienst als een bekwaame apothe„ „car heeft waargenoomen, hem ter vergoeding van zijn geleedene schaa„ „de goedgunstig met het Burger„ „recht deezer Plaatze te willen favoriseeren, dan wel onder af„ „geschreeven Gagie te stellen, met nedrige supplicatie Omme zijne broodwinning als Apothecar aan deeze hoofdplaatze te moo„ „gen Execceeren, zoo tot Loutien van hem, zijn Egtgenoot en Kinderen Welke gemelde Eisenlohr nog in 't beslooten den geweezen zo is na lectuure van dit request en deliberatie over 't zelve, goedge„ „vonden en verstaan den geweezene Apothecar bij 't Regiment van Wurtemberg Iohan Christiaan Eisenlohr, te stellen onder afgeschree„ „ven gagie, zoo als dezelve gesteld Word bij deezen, onder zodanige bepaalingen als omtrent s Compag„ „nies Dienaaren alhier onder af„ „geschreeven gagie verblijvende be„ reijds zijn gemaakt en nog gemaakt zouden moogen worden. /:Onder stond:/ 'T welk doende /:was getekend:/ I: C: van hughel /:/ter zijde stond:/ Cabo de goede hoop den 8 October 1793. Patria heeft, als om zijne Crediteuren dewelke hij als een Eerlijk man verpligt is te voldoen: ofte dat uwelEdele Groot Achtbaare en E Achtbaarens zodaanige favorable dispositie gelieven te neemen als hoogst dezelven tot wel zijn van den meermelde Eisenlohr zullen vinden te behooren Patria Heer door den geweesen Gene Hugo. — mitsgaders het Request Hier op is geleesen een Request door „raale Pachter Daniel den Burger Daniel Hugo, als gewee„ „zen Pachter van de Pacht der Kaapse koele wijnen aan deezen Raade ge„ „richt luidende als volgt. Aan den WelEdelen Groot Achtb: Heeren Mr. Abraham Josias Sluijsken Raad ordinair van Neelands India mitsgaders Commissaris over 't Gouvernement van Cabo de Goede Hoop en den Ressor„ „te van &„a &„a &„a beneevens den WelEdele Achtbaare Heer Gezachthebber en WelEdele Hee„ „ren Raade van Poletie WelEdele Groot Achtbaare Heer en Edele Achtbaare Heeren. heeft met verschuldigde Eerbied te ken„ „nen den ondergetekende Daniel Hugo Hoe de suppt in dit Vlek woonachtig zig veele Iaaren door den Handel en wijnen heeft getragt te erneeren ook op diverse tijden en voor diffe„ rente somma de Generaale pacht der caapse koele wijnen heeft gehad, en wel bij de verpachting onder Ulti„ „mo Augustus 1780 voor ƒ 34600„-„— 45000„- 1782 „ 50600„-„- o 1783 „ 61400„-„ =r 1786 „ „ 86500„—„- _o 1788 „ 137000„-„ o 1789 „ 140000„-„- bedraagende zulks te zaamen ƒ555100„—„- Welke aanzienlijke Somma door den supp=t altoos promptis in s' Comp„s cassa zijn betaald geworden. Dan dat den suppt. op ultimo Au„ „gustus A=o P„o de novo gepagt hebbende voor de Somma van ƒ51500„ —„ in hoope dat door den aankomst der scheepen van de E Comp. te en vreemde natien deeze pacht aan hem eenige voordeelen zoude kunnen oplee„ „veren het juist in tegendeel is koomen te gebeuren dat maar zeer wijnig 's Comp:s en vreemde scheepen hier aanlandende de wijnige welke hier nog arriveerde een zeer kort verblijf hebben gehad„ daar 764 en 765 767 daar door dan almeede veroorzaakt wierd eene magerheid in de Neeringen en handteeringen der Ingezeetetren deezer Colonie gebrekt aan rouleerende geld spe„ „cien, en veele andere Inconvenienten, welke alles heeft veroorzaakt dat den suppt. geen genoegzaam Ja zelfs maar zeer gering de biet in zijnen wijnen heeft gehad, waar uit dan notoir is gevolgd dat hij suppt. in steede van voor zijne uitgeschootene penningen en zwoegende arbeidsaamheijd de vrugten van een gematigd voordeel te genieten ter contrarie zeer aanmerkelijke schaade is komen te lijden welke door hem niet minder dan op 15 â 16000 guld„s kan worden bepaald. — Dat den suppt zich daar voor volstrekt buijten staat bevindende om ter bepaalde tyd het eerste termijn ofte de helft dier pagt penningen in s' Comps Cassa te kunnen voldoen desweegens voor den Ed: Achtb: raade van Iustitie deezes Gouvernementz is geciteerd, en tot de betaalingen van dien gecom„ „demneerd geworden. Dat den supp=t ter ontwijking der gedreijgde Executie door zijn gene„ „raale gemagtigde heeft getracht, zodanig middelen te doen beraamen, als waar door de voldoening der gem eerste Paaij tot welke hij uit hoofte der non betaaling zijner debiteuren niet wel in staat was, zoo spoedig mogelijk kon worden g'effectueerd en waarin dezelve ook tee„ „gen verwagting gelukkig heeft gereus„ „seerd. — Dan dat het hem supp=t om opgemelde redenen volstrekt onmoogelijk komt te zijn de wederhelft dier pagtpennin„ „gen te kunnen betaalen, vertrouwende echter dat uwelEdele groot Achtbaare en Edele Achtbaarens in gunstige over„ „weeging zullen gelieven te neemen dat de schade welke den suppt. is ko¬ „men te lijden niet aan zijne nonchalan„ „ce of inactiviteit maar wezentlijk aan toevallige oorzaaken welke door den supp=t niet konden voorzien worden alleen toete schrijven is. Dat hoogst en wel dezelve buiten twijffel daar omme gunstig is aan„ „schouw zullen gelieven te neemen hoe den supp=t in de bovengemelde middelen Zeeven

NL-HaNA_1.04.02_4360_0482 view scan ↗

English

768 seven years when he held the lease of those wines, and has properly paid into the Honorable Company's treasury such a considerable capital of five times one hundred fifty-five thousand one hundred guilders, without having enjoyed from those leases for himself and all his labor a proportionate profit, by which he would otherwise now be in a position to bear this loss. That it may therefore appear to Your Right Honorable and Honorable Sirs as if humanity, united with equity, pleads for the petitioner; that regarding the unfortunate outcome of this lease, of which he not only cannot be considered the cause, since the same was founded solely upon hope and uncertain chance, but of which the means to achieve the intended purpose were also completely outside, indeed beyond the management of the petitioner's slight ability, he, the petitioner, trusts that in consideration of these and many other motives, as well as following the example so favorably granted to the Burgher I: I: van der Berg in the year 1790 as the general lessee at that time, he, the petitioner, might be permitted to remain excused from a certain portion of these lease monies. Wherefore the petitioner turns with all respect to Your Right Honorable and Honorable Sirs, respectfully requesting that it may graciously please the very same to relieve the petitioner of two-thirds of what he still owes, and to permit him to suffice, instead of the full half of the lease monies of ƒ 25750, with now merely providing sufficient surety for the sum of eight thousand five hundred eighty-three and 1/3 guilders, for which a sufficient number of good residents will bind themselves to pay the same into the Honorable Company's treasury within the time of one year, if necessary as their own debt. Below stood: Which doing, etc. Was signed: Daniel Hugo. In the margin stood: Cape of Good Hope, the 7th of October 1793. After reading this petition and deliberating upon it, it was approved and determined not to accede to the request made therein to be relieved of two-thirds of the second installment of his pledged lease monies owed by him to the amount of ƒ 25750, but to reject the same, as is done hereby. Consequently, the ad interim Fiscal, Mr. Jacob Pieter de Neijs, will be enjoined to pursue the proceedings he initiated ex officio before the Court of Justice against the said Hugo to compel him to pay the aforementioned sum and to hold the Company harmless, and to have the sentence already passed executed. Whereas, on the other hand, the Burgher Gideon Rossouw—who, by the Right Honorable Commissioners-General in their Resolution of the 15th of March of this year, was permitted to keep the second installment of the purchase money for the Company's house in Baaij purchased by him on interest, on condition that the said installment and the interest accrued thereon would be paid by him to the Company on the 24th of September last, together with the third installment that fell due on that date, all according to the warrant drawn up thereof, amounting together to 4339¾ Rds—having informed the Honorable Commissioner of his inability to pay this sum immediately, with a request to be allowed to pay a sum of ƒ 8000 Cape or 2666 1/3 Rds in reduction thereof, and to obtain some postponement for the remainder; and this request having been brought to the knowledge of the Council by the Honorable Commissioner, it was unanimously resolved to condescend to the same. Consequently, the sum of 2666 2/3 Rds offered by him shall be accepted into the Company's treasury in reduction of what had to be paid by him, which will be written off on the mortgage bond executed by him, while the remaining portion of the said sum of 4339¾ Rds must be paid by him at the latest before the end of December of this current year, without any further postponement or delay. A petition having been made by the sailor David Leenhardt, having served the Company since the year 1784, to be discharged from the Company's service and to be permitted to reside in this Colony, it was approved and determined to grant that request, as the same is granted hereby, the said Leenhardt consequently being placed on discharged pay. It having appeared from three reports of the commissioners appointed to sign the parchment coins that there have again been prepared: 1000 pieces of 5 rds each, 2000 pieces of 12 stuivers each, 2000 pieces of 6 stuivers each, it was resolved to have the said coins, amounting to 3833 1/3 Ds or 5750 rds, taken into the Company's main cash treasury and entered into the trade ledgers. After these matters, it was made known to the Council by the Honorable Commissioner that His Honor, upon examining the General Missive under the date of 10 August last dispatched to the Illustrious Assembly of Seventeen, had observed the Council's intention to dispose of the remainder of the Company's livestock.

Dutch transcription

768 zeeven Iaaren wanneer hij die pagt dier wijnen heeft gehad, en zo aanzienlijk Capitaal vijffmaal hondert vijff en Vijfftig duijzend een hondert guldens in 's E: Comp=s Cassa behoorlijk heeft. voldoaan, zonder uit die pagten voor zig en alle zijnen arbeijd eene geevenreedig„ „de winst te hebben genooten, door welke hij anderzints thans in staat zoude zijn dit verlies te kunnen draagen Dat het derhalven UwelEd. groot Achtb: en E: Achtb kan toeschijnen als of de Menschen liefde met de billijk„ heid vereenigd, voor den Suppt zijn plijtende, dat weegens den ongelukki„ „gen uitslag deeser pagt, waar van hij niet alleen als de oorzaak niet kan worden beschouwd, vermits dezelve al„ „leen op de Hoop en het wankelbaar geval gegrondvest worden, maar waar van de middelen tot berijking van het bedoeld oogmerk ook ten eenemaal buiten ja boven het bestier van des Suppt gering vermoogen zijn, hij Supp=t vertrouwd, dat uit aanmerking van deeze en veele andere motiven, mitsgaders ter evenaarig van het voorbeeld zoo gun„ „stig aan den Burger: I: I: van der Berg in den Iaare 1790 als toemaalige generaa„ le Pachter verleend, aan hem suppt. zoude kunnen worden toegestaan van zeeker deel dezer pachtpenningen te blijven geëxcuseerd Weshalven den supp=t zig met allen Eerbied is wendende tot UwelEd. Groot Achtb: en E Achtb:se eerbiedig verzoeken„ „de, dat hoogst en wel dezelve goedgun„ „stig moogen behaagen, den supp=t voor twee derde van het geene hij nog komt debet te zijn te willen ontheffen, en aan hem te permittee„ „ren, omme te mogen volstaan, met in steede van de volle helft der pachtpennin„ „gen ƒ 25750. — nu maar te besorgen Suffisante Caútie voor de Somma van Achtduijzend vijff hondert drie en tachtig en 1/3 guldens waar voor zig zullen verbinden een genoegzaam getal van goede Ingezetenen, omme het zelve binnen den tijd van Een deeze Jaar 769 770 te wijzen van de hand en de Fiscaal te gelasten voor den raade van Justitie verzoek van den Burger stel van betaaling is ge„ „accordeert. — Iaar, des noods als eigen schuld in 's' E Comp s Cassa te zullen opbrengen. /:onderstond:/ 'T welk doende &:a /:was getekend:/ Daniel Hugo /: ter zijde stond:/ Cabo de Goede Hoop den 7 October 1793. Na lecture van welke requeste en deliberatie over 't zelve is goedgevon„ „den en verstaan in 't daar bij ge„ daan verzoek om ontheffing te heb„ „ben van twee derde gedeeltens der door hem ten bedraagen van f 25750"-" verschuldigde twede paaij zijner uit „geloofde pachtpenningen niet te tree„ „den maar 't zelve te wijzen van de hand, gelijk geschied bij deezen zullende dienvolgens de adinterum de procedures teegens hem Fiscaal Mr. Jacob Pieter de Neijs geentameerd te vervolgen. - Worden geinjungeerd de procedures Welke hij exofficio voor den Raade van Iustitie teegens den gemelde Hugo heeft g'entameerd om hem tot de betaaling de voormelde Somma te Constringeeren en de Compagnie Schadeloos te houden, te vervolgen en de reeds gevelde condemnatie doen exe„ „cliteeren. De Burger Gideon Rossauw aan terwijl daar en teegen het Wien door de Hoog Edele Heeren Commis„ Gideon Rossouwr om ruti, Sauissen Generaal, bij Hoogstderzelver Resolutie van den 15 Maart deezes Jaars is gepermitteerd geworden de tweede paar der kooppennigen van 't door hem gekogt s' Compagnies Huis in Baaif als op Intrest te hou„ „den, onder conditie dat dezelve Paai en daar op verloopene renten door hem op den 24 september Jongstleeden aan de Compagnie zouden worden opgebracht, beneevens de ten dien daage verscheenen derde Paar, 't een en ander volgens de daarvan vervaardigde ordonnantie te zaamen bedraagende Rd:s 4339¾ aan den Edelen Heer Commissaris te kennen gegeven hebbende zijn onvermoogen om deeze Somma direct te betaalen met verzoek in mindering van dien te moogen afleggen eene Somma van ƒ 8000. —:-kaaps ofte rds 2666 1/3 en voor 't resteerende eenig uitslel¬ en te 771 772 de Mattroos David Leenhard op zijn daar toe gedaan ver„ „zoek onder afgeschreeve gagie zijnde gesteld. - zo is beslooten de wederom in gereedheid gebragte pa„ „piere muntstukken in 's Comp s groote geld Cassa te doen inneemen. te erlangen, en dit verzoek door den Edelen Heer Commissaris ter kennisse van den Raade gebracht zijnde, zo is Unanime beslooten in 't zelve te condescendeeren, zullende dienvol„ „gens de door hem aangebooden Somma van Rds 2666 2/3 in s' Comp„s Cassa worden aangenoomen in min„ „dering van 't geen door hem moest worden opgebracht, 't welk op de door hem gepasseerde Custing brief zal worden afgeschreeven, terwijl 't res¬ „teerende gedeelte der gemelde somma van Rd„s 4339¾ door hem uitterlijk voor ultimo december van dit loopende Iaar zal moeten worden voldaan, zonder eenig verder uitstel ofte delai. Door de Matroos David Leenhardt zeedert den Jaare 1784 de Compagnie gedient hebbende, bij requeste verzoek gedaan zijnde, om uit s' Comp:s dienst te worden ontslaagen en in deeze Colonie te moogen verblijven, zo is goedgevonden en verstaan dat verzoek te accordeeren, zo als 't zelve geaccordeert word bij deeze werdende denzelve Leen„ „hardt dienvolgens onder afgeschreeven gagie gesteld: Uit drie Rapporten van gecommit¬ teerd:s tot 't teekenen der pergamente en bij de negotie boeken Muntstukken gebleeken zijnde dat Wederom in gereedheid zijn gebracht 1000 p„s van 5 rd s ieder 2000 „ „ 12 stuivers ieder een 2000- „ „ 6 _ o ieder zo is beslooten dezelve Muntstukken met een bedraagen van D„s 3833 1/3 often rd=s 5750, in s' Compnies groote geld Cassa en bij de Negotie boeken te laaten inneemen: Na dit een en ander wierd door den Edelen Heere commissaris der Raade te kennen gegeeven, dat zijn Ed: bij inzien der generale Missive sub dato 10 Augustus Jonstleeden aan de ilustre vergadering van zeeventienen afgegaan hadt ontwaard s' Raads voorneemen om 't restant van 's Compagnies 773 Beestiaal te

← previousnext →