Inventory 4360
Cape · 1,290 pages · 496 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
1248 1249 Further Report submitted by the Gentlemen Members of the Council Le Sueur and De Wet concerning the defects in the tea chests from the ship Zeeland, and what that report further contains, whereupon it was resolved fully to approve everything performed by them in this matter. Communication from the Noble Lord Commissioner that His Honour has requisitioned and received a statement of such warrants as ought to have been paid into the Company's treasury, and of the report an authentic copy over to the Meeting of the Seventeen. The Gentlemen Members of the Council, Mr. Jacobus Johannes Le Sueur and Oloff Godlieb de Wet, who were commissioned to cause the salvaged goods from the stranded return ship Zeeland to be stored and cared for under Their Honours' supervision, having today submitted a further report on the defects which, upon examining the tea chests on 27 September last, were further discovered in the said tea chests, as well as on some minor errors that had crept into Their Honours' last-mentioned report, and lastly on what had further been performed by Their Honours regarding those goods in order to be able to ship them off at the first order, as they now are, it was resolved fully to approve everything performed by the said Gentlemen Commissioners in this matter, and likewise to send an authentic copy of the aforementioned report both to the illustrious Meeting of the Seventeen and to the Most Noble, Grand and Honourable Gentlemen Directors at the Chamber of Zeeland, to which the vessel from which the said goods were salvaged was supposed to have repatriated. After this, the Noble Lord Commissioner was pleased to communicate to the Council that His Honour, having requisitioned and received a statement of such warrants as ought to have been paid into the Company's treasury, but had remained unpaid until now, had found therein an entry of 239 rds. 10 stivers charged to Colonel Gordon as reimbursement, namely 170 rds. 35 stivers for His Honour's share of that which, according to the desire of the Lords Superiors contained in Their Excellencies' letter of 4 January 1791, had to be reimbursed to the Company for the stiver per pound paid from its treasury to the contracted butchers on every pound 1250 1251 of meat delivered by them in the year 1785 to the Country's ships; and 68 rds. 33 stivers stemming from the reimbursement, likewise demanded by the Lords Superiors in the just-mentioned letter, for the wages and board money granted to the cadets in this Government. But since His Honour found that the Most Noble Lords Commissioners-General had been pleased to exempt Gordon from both those levies, necessity also required that His Honour be granted the benefit of that favourable disposition. It was therefore approved and resolved to cause the warrant by which the Cashier was ordered to cancel the said reimbursements in the amount of 234 rds. 10 stivers, and to provide Gordon with an extract of this for his notification. However, since the aforementioned reimbursements were never entered into the trade books to the debit of the said Gordon, and it is nonetheless necessary that it appear at all times in those books from where the same originated and in what manner His Honour was exempted from it, it was resolved to have the said reimbursements still entered in the trade books in favour of prior years' charges and expenses to the debit of Gordon, in order subsequently to settle the same again on that account. In the aforementioned statement of unpaid warrants, there had further been found by the Noble Lord Commissioner one charged to the Captain-Commandant of the depot of the Regiment of Meuron here, Johannes Zorn, in the amount of 16 rds. 5 stivers 2 pennies, for one hundred glass windowpanes which, pursuant to the resolution of this Council of 31 July 1792, were wantonly broken by the soldiers of the aforementioned depot who then departed from here with the ship De Schelde.
Dutch transcription
1248 1249 nader Rapport door de heeren Leeden des Raads Lesueur ende wet inge„ „diend over de gebreeken aan de Theecassen uit het Schip Zeeland ge¬ en wat dat Rapport verder in zich behelsd waarop beslooten is al het door hun in deeze verrigt volkoomen goed te kanken Communicatie vanden Edele heer Commissaris dat zyn Ed: opgeeischt en ont„ ffangen heeft een opgaave van zodanige Ordonnan„ „tie als in 's Comp:s kas hadden behooren te worden en van het Rapport Copia duthenticq over tre Vergadering van XVII. De Heeren Leeden des Raads Mr. Jacobus Johannes Le Sueur en Oloff Godlicb de wet welke zich gecommit„ teerd hebben gevonden om onder hun Ed. opzicht de gesalveerde goederen uit het gestrand retourschip Zeeland te doen opslaan en verzorgen, heeden overgelegd hebbende een nader Rap„ port over de gebreeken welke bij 't exa= „mineeren der Theecassen van den 27 Sep„ tember Jongstleeden, aan dezelve Thee„ cassen nader zijn ontrekt geworden, Zo meede over eenige geringe abuisen bij hun Ed„ Laatstgemeld rapport in. gesloopen, en laatstelijk over 't geen door hun Ect verders omtrent die goederen was verricht om dezelve, zo als zich thans bevinden, ter eerster ordre te kunnen afscheepen, zo is beslooten al 't geen door gemelde Heeren gecom„ mitteerdens in deeze is verzicht volkoo„ „men goed te keuren en teffens voorschr: Rapport al meede in Copia authenticq te verzenden zo aan de illustre verga volgens dering van Zeeventienen als aan te zenden aan de Illus, de WelEdele Groot Achtb„ Heeren Bewindhebberen ter Kamer Zeeland waar voor de Bodem waaruit de gemelde goederen zijn gesalveerd zou hebben moeten repatrieeren. - Hierna geliefde den Edelen Heer Commissaris den rade te Commu„ nuceeren, dat zijn Ed opgeeischt en ontfangen hebbende eene opgaave van zodanige ordonnantien als in s Comp„s Cassa hadden behoeren te worden betaald, doch tot nu toe onvoldaan waaren gebleeven, daar „bij hadt aangetroffen een Post van rd„s 2 39„ 10 — aan de Heere Colonel Gordon ter vergoeding opgelegd, als rd„s 170„ 35„ — voor zijn Ed: aandeel in 't geen volgens begeerte der Hee¬ „ren Majores, vervat bij Hoogstder„ „zelver Missive van den 4e Januarij 179, aan de Maatschappej moest worden vergoed, voor de uit haare Cassa aan de gecontracteerde slachters betaalde stuijver op ie= dering der pond „lost. — betaald 1250. 1251 en wat zyn Ed: daar by had aangetroffen waarop beslooten is de ordonnantie van vergoeding den heere Gardon opgelegd te van aan zyn Ed Extract te doen afgeeven hoedanig de Vergoe„ „ding by de Negotie boeken zal worden vereffend, den Edelen Heer Commissaris daarby al verder aange¬ „troffen hebbende een onbe„ taalde ordonnantie ten las „ten van den Commandant van 't depot van Meuron Johannes Lorn „der pond vleesch door hen in den Jaare 1785 aan s' Lands scheepen geleeverd, en rd„s 68„ 33. heenkoomende uit de door Heeren Majores bij evengemelde missive almeede gevorderde vergoeding over de aan de Cadets ten deeze Gouver„ nemente toegelegde gagie en Kostgel„ „den; dan dat zijn Edt bevonden heb„ bende dat de Hoog Edele Heeren Com„ „missarissen generaal den Heere Gordon van beide die belastingen hadden gelie„ „ven te ontheffen, de noodzaaklijkheid ook kwram te vorderen dat zyn Ed„ het genot dier gunstige dispositie wierde bezorgd, en is dier halven goedgevonden en ver„ staan de ordonnantie waarbij den Heere Cassier is gelast de gemelde ver„ goedingen ten bedragen van rd„s 234„ 10 doen royjeeren endaar te laaten roieeren en daarvan aan den Heere Gordon bij Extract deezer ken= nisse te doen dragen. - dan nadien voormelde vergoe¬ dingen by de Negotieboeken nimmer zijn gebracht ten lasten van meer mel„ de Heere Gordon, en 't nochtans nood„ Bij de voorschreeve opgaave van onbetaalde ordonnantien, nog door den Edelen Heer Commissaris aange¬ troffen geweest zijnde eene ten lasten van den Capitijn Commandant bij 't depot van t Regiment van Meurons alhier Johannes Zoan, ten bedragen van rds 16„5„ 2, over hondert glaaze Ruijten welke ingevolge besluit dee„ zer tafel van den 31„e Julij 1792. door de soldaaten van voorschr: Depot welke als toen met het schip de schelde van hier zijn vertrokken, zaaklijk komt te zijn dat ten allen tijde by die boeken, blijke waaruit dezelve is voorspruitende geweest, en op welke wijze zijn Ed: daarvan is ontheeven geworden, zoo is besloo„ „ten, dezelve vergoedingen bij de Nego„ tie boeken als nog ten faveure van voorjarige lasten en ongelden, tot beswaar van den Heere Gordon te laaten brengen, omme dezelve vervol„ gens wederom op die reekening te vereffenen. zaaklijk baldadig
English
1252 1253 in this regard pleased to communicate to the Council that which accompanies this, and that His Honour had thus deemed it necessary to bring the petition submitted by the said Zorn on the 14th of August 1792 to deliberation again. mischievously and deliberately would have been smashed, His Honour communicated in this regard that, His Honour having demanded this payment from the said Captain Zorn, the latter had declared to His Honour that when the said resolution had come to his knowledge, he had directly, namely on the 14th of August 1792, addressed himself to this Council by petition, with the request to be relieved of this assessment, without having received any disposition on the same petition up to now; and that His Honour, having found upon investigation that the said petition had not been acted upon by the Council, as it had not been brought to the table according to the declaration of the Honourable Members, had deemed it necessary to bring the frequently mentioned petition once more to the deliberation of the Council; and the same was found to be of the following content: Honourable Sir, Honourable Sirs. To the Honourable Johannes Isaac Rhenius, Governor of the Cape of Good Hope, together with the Honourable Council of Policy. The undersigned Captain commanding the depot of the regiment of Meuron had the honour to receive the Extract Resolution dated the 31st of July taken by Your Honours, and according to which Your Honours see fit to have the undersigned pay for 100 pieces of glass panes, which by the soldiers of his depot, and especially by the transport that recently departed with the Company's ship de Schelde for Ceylon, in a mischievous 1254 1255 manner and deliberately are alleged to have been smashed. Being accustomed to execute the orders of Your Honours with dutiful obligation and respect, the undersigned is nevertheless convinced that Your Honours were misled by an incorrect report of a matter not sufficiently investigated, and were thereby led to make the aforementioned decision. If those commissioners had conducted the investigation in my presence, as I think was also proper, I would have convinced the gentlemen that all the broken window panes were already so when that building was used as the Company's horse stable, and as such was cleared out as quarters for the depot, and even since that time not a single piece was repaired or made on behalf of the Company. It is distressing to the undersigned to have to see that it is directly concluded therefrom that the transport of the ship de Schelde came to smash these panes in a mischievous manner and deliberately, whereas he can prove, and begs Your Honours to investigate it, that this transport, as well as the previous ones, departed with that order befitting well-disciplined military men, and, properly understood, did not smash a single pane to pieces. I dare appeal to people who reside at the Company's stable, who are all ready to testify that such disorder never took place at the depot of Meuron, and that, on the contrary, they always conducted themselves quietly and properly. I will concede that in a year's time, while the depot was housed at the Company's stable, a few may have been broken out of carelessness, 1256 1257 carelessness, but never accompanied by mischief. This, Honourable Sirs, would be contrary to good discipline, which I flatter myself to have maintained during those three years that I have had the honour of commanding the depot. I flatter myself to have convinced Your Honours dutifully of the falsehood of the aforementioned accusations by what has been cited, and trust from Your Honours' customary equity and justice to be able to receive a more favourable decision on this subject. Having the honour to be with dutiful respect and submission, Honourable Sir, Honourable Sirs, Your humble and obedient servant, signed: Zorn Cape of Good Hope, the 14th of July 1792. After the said petition was read and its contents were deliberated upon, and it was thereby considered that although the decision of the 31st of July 1792 was indeed based, in justification of the said assessment, on the information one had that one hundred glass panes had been smashed mischievously and deliberately by the soldiers who belonged to the depot of Meuron and departed with the ship de Schelde, this information is entirely contradicted by Captain Zorn; and that there is therefore insufficient ground, even if there were still opportunity to do so, to have those who committed the mischief pay a fine for it, since before demanding that fine, the mischief and the deliberate smashing of the panes ought to have been proven; and thus much less Captain
Dutch transcription
1252 1253 heeft ten deezen belange den Raade het neevens. municeeren — en dat zyn Ed: dus nood, „zakelyk had geoordeeld het request door gem: Lorn op den 14 Augs 1742. ingediend wederom ter deliberatie te moeten bren„ baldadig en met strdie zouden zijn ingeslagen geworden, zo wierd door zijn Ed: ten deezen aanzien gecommi „niceerd, dat zijn Ed den gemelde Capi„ ten Zorn over deeze betaling aan gemaand hebbende, deeze aan zijn Ed: had betuijgd, dat wanneer de gemelde resolutie ter zijner kennis¬ „se was gekoomen, hij zich directe on wel op den 14„e Augustus 1792, aan deezen raade by requeste hadt geaddres„ „gemelde geleeven te Com, seert, met verzoek van deeze belasting te worden ontheft, zonder op dezelve Requeste tot nu toe eenige dispositie te hebben erlangd, en dat zijn Ed: by onderzoek bevonden hebbende dat op opgemeld versoekschrift door den rade niet was gedisponeerd als zijnde 't zelve volgens betuiging van de Heeren Leeden niet ter tafel ge„ bragt. vermeend hadt noodzaaklyk te zijn meermeld request als nog ter deliberatie van den raade te moeten brengen, en wierd 't zelve bevonden van volgende inhoud Den ondergeteekende Capitein commandeerende het depot van 't reciment van Meuron heeft de eene gehad Extract Resolutie sub dato den 31 Juli door Uwe wel Edele Achtb: genoomen te ontfan„ „gen en volgens welke Uw wel Edelen Achtb: goed vinden den ondergetee„ kenden te laaten betaalen, 100 p„s gla „ze Ruijten, die door de soldaaten van zijn depot en voornaament„ „lijk door het laatst vertrokkene Transport met 's schip de Schelde naar Ceilon op eene Baldadige WelEdele Achtbaare Heer: E: Achtbaare Heeren. Aan den WelEdele Achtb Heer Johannes Isaac Rhe¬ „nius, Gezackhebber van Cabo de goede Hoop, benee¬ „vens den E Achtbaaren Raad van Politie Aan wijze „gen. 1254 1255 wijze, en met studie zullen zijn in. geslagen. gewoon zijnde de ordres van Uwe welEdele Achtb met schuldige pligt en eerbied te volbrengen, is den ondergeteekenden egter deeze overtuigd, dat Uwe wel Edele Achtb door een verkeerd rapport van eene niet genoegzaame onderzogte zaak misleid zijn geworden, en daar door tot het neemen van voormelde besluit overgegaan. — Indien die gecommitteerdens den onderzoek in mijn presentie gedaan hadden, zoo als ik denke„ dat het zig ook behoorde, zoo zou ik de Heeren overtuigd hebben, dat alle de gebrookene ruiten Raamen reeds geweest zin, toen dat gebouw tot 'sComp: Paardestal gebruikt wierde, in als zodanig tot een Logies voor 't depot is in„ geruimt, en zelfs van dien tid geen stuk van s Comp: weegen gerepareert of gemaakt is ge „worden. Het valt den Ondergeteekende gevoelig, te moeten zien dat direct daar uit afgelegt word, dat het transport van 't Schip de Schelde deeze Ruijten op eene baliadige wijze en met stie„ die zullen koomen in te slaan, daar hij bewijzen kan, en smeekt uwe wel Edele Achtb„ het te willen onder„ zoeken, dat dit transport zoo wel als de voorgaande, met die aan wel ge„ disciplineerde militaire toekomen. „de ordre vertrokken is, en wel verstaan geen een Ruyter in stukken gesla¬ gen heeft. Ikaurf mijn beroepen oplieden die op sComp„s stall woonachtig, die alle gereed zijn om te getuigen, dat nooit bij 't depot van Meuron eene dusdanige desordre heeft plaats ge= had, en dat zij ten contrari, altyjd stil en ordentlijk zig gedraagen hebben Ik wil toegeeven dat in een Jaar tijd terwijl het depst op 's Comp„s stal ge„ huisvest is, eenige weinige uit onveri worden zigtigheid 1256 1257 lectuure en deliberatie over het zelve. Cabo de goede Hoop den 14 Julij 1 7 92 zigtigheid kunnen gebrooken zyn, maar nooit door Baldadigheid gepaard gaan „de: Dit zoude welEd Achtb: Heeren strijdig zijn met een goede discipli„ „ne, die ik mij flatteere gehouden te hebben die drie Jaare, dat ik de Eere hebbe, het depot te commandeeren. Ik vleije mij door het aangehaal„ „de Uwe welEdele Achtb plicht schuldig de valschheid der vooren aangehaal„ „den beschuldigingen overtuigd te hebben, en vertrouwe van uwelEdele Achtb: gewoone Billijkheid, en de Regt„ vaardigheid een geinstiger in favo„ rubler besluijt ten dien sujctte te mo„ „gen ontfangen Hebbende de Eere met schuldi „gen Eerbied en onderwerping te zijn Wel Edele Achtb: Heer Ed Achtb: Heeren. Onderdanig Gehoorzame dienaar /:get:/ Loan na dat gemelde Requeste geleezen en over dies inhoud gedelibereerd is geworden, en daar by overwogen dat of schoon bij 't besluit van den 31 Julij 1792, wel ter billiking der gemelde belasting word gelegd„ de informatien die men hadt dat Hondert glaze Ruiten baldadig en met studie zouden zijn inge„ „slagen door de Soldaaten tot het depot van van Meuron gehoord hebbende en met het Schip de schelde vertrokken, deeze in far„ matie door den Capitijn Zorn ten eenemaale word tegengesprooken en dat dus geen genoegzaame grond is om wanneer daartoe nog gelegendheid was zelfs dee geene die de baldadigheid had„ den gepleegd daar voor te laaten boeten, dewijl alvoorens die boete te vorderen, de baldadig„ heid en het studieus inslaan der Ruiten hadt behooren te worden beweezen; en dus veel minder den na Capitijn
English
Captain Zorn, of whose good direction and maintenance of discipline among his subordinates one cannot assume that he would have permitted such acts of vandalism and, the same having been committed, would not have punished them according to merit pursuant to military orders, it is therefore also unanimously resolved to exempt Captain Johannes Zorn from the assessment of 16 Rds. 5. 2 imposed upon him for the one hundred glass panes that were allegedly broken by his subordinates; consequently, the warrant drawn up for this purpose shall be cancelled in so far, and the aforementioned resolution of this Council of 31 July 1792 shall be considered altered to that extent. It having appeared from an extract of the minutes kept in the Burgher Military Council here that the following appointments of non-commissioned officers had been made by the said Military Council, subject to the approval of this Government, namely: As Field Sergeant in the Zwartland: The Burgher Jurge Iolga Coetze, in place of the Field Sergeant who departed for Stellenbosch. As Sergeant in the Free Corps: Corporal Daniel Godfried Hartman, in place of Frans Hillegers, who was promoted to Firemaster. As Corporals in the Free Corps: Carel Bestandig, Christiaan Pauwelse Christiaansz, Michiel Fredrik Berning Fredrik Simonsz, to replace Corporal Johannes Cornelis Daniels, who was promoted to Firemaster, and Corporal Johannes Joachim Theron, who was suspended by the Military Council due to infirmities in his service, and Daniel Godfried Hartman, who was promoted to Sergeant; it is thus resolved to approve all these appointments, as the same are hereby approved. A request having also been made by the Military Council in the aforementioned minutes that this Government might likewise approve the arrangement made by them to reinstate Sergeant Jacobus de Jong—who in the year 1791 was demoted to Private, and who since that time has acquitted himself exceptionally well as a Private in the service—once again as Sergeant in the First Infantry Company, and this to replace Sergeant Johan Casper Jurgens, who was suspended due to bodily infirmities; it is agreed to approve this reinstatement of the said de Jong as well, and the necessary notice thereof shall be given to the Burgher Military Council by letter. Subsequently, the Honorable Commissioner gave notice that His Honor had received, on the 10th of the past month of November, a report from the Landdrost and Heemraden of Stellenbosch and Drakenstein, dated the 7th of October preceding, containing, pursuant to and in satisfaction of the resolution of this Government dated 4 September last, their opinion that a certain erf situated at the so-called Kluitjeskraal, previously possessed by the Burgher Gerrit Hendrik Catenbrink and taken from him, could now be granted again under the conditions set down therein to the former Heemraad Philippus Albertus Mijburg, in the manner detailed in the following report: To the Right Honorable Abraham Josias Sluijsken, Ordinary Councillor of Netherlands India and Commissioner over the Government of the Cape of Good Hope and its dependencies, etc., etc., etc., together with the Honorable Acting Governor and the Honorable Councillors of Policy. Right Honorable Sir! Honorable Sirs! The undersigned Landdrost and Heemraden of Stellenbosch and Drakenstein, pursuant to and in dutiful compliance with Your Right Honorable and Honorable Sirs' much-esteemed extract resolution dated the 4th of the past month of September, taken upon a certain petition presented to Your Right Honorable and Honorable Council by the former Heemraad Philippus Albertus Meyburgh, of which the same was pleased to furnish us a copy, having carefully examined whether and in what manner, as well as under what conditions, the erf situated at the so-called Cluijtjescraal and requested therein by the said Meyburgh could be granted to him, the petitioner, in such a way that those complaints and grievances could be prevented which necessitated the Government to confiscate the same from its previous possessor, Gerrit Hendrik Cartenbrink, have now the honor respectfully to report to Your Right Honorable and Honorable Sirs in this regard: That although the aforementioned Landdrost and Heemraden, on the repeated complaints lodged with them by the inhabitants living along and around the Breede River concerning the nuisance
Dutch transcription
1258 1259 gemelde Lorn van de hem opgeleedde belas. „ting van Rƒ 16. 5. 2, voor de glaase ruiten welke door zyn Onder„ „hoorige zouden zyn gebrooken te onthef. fen zullende dus de ordon„ „nantie daar van ge„ „roijeerd en de resolu„ „tien daar omtrend voor worden gehouden. „linge van eenige Onder Capitijn Zorn, van wiens goede directie en onderhouding van discipline onder zijne onderhoorigen men niet kan veronderstellen dat hij dergelijke bal„ dadigheeden zou hebben toegelaaten en dezelve begaan geworden zynde niet volgens de militaire Ordres na verdien„ „te zou hebben geworrigeerd, zoo is dan en is derhalven beslooten ook unanime beslooten de Capitijn Johannes Zorn te ontheffen van de hem opgelegde belasting van rd„s 16. 5. 2 voor de Hondert glaaze ruijten welke door zijne onderhoorigen zouden zijn gebrooken, zullende dienvolgens de daarvan geformeerde ordonnantie zoo verre voor gealtereerd worden geroieerd, en het gemeld besluit deezer tafel van den 31 July 1792, voor zo verre voor gealtereerd worden ge„ houden. Uit een Extract der Notulen ge„ Approbatie der aanstel, houden in den Burgerkrijgsraad officieren by de burgery, alhier, gebleeken zijnde dat door de„ „zelve krijgeraad onder approbatie van deeze Regeering de volgende aanstellingen van onderofficieren waaren gedaan, als Tot veldwachtmeester in 't Zwantland De Burger Jurge Iolga Coetze in plaatze van de naar Stellenbosch vertrokke veldwachtmeester. Tot sergeant bij 't vris Corps De Corporaal Daniel Godfried Hartman in Steede van de tot Brandmeester bevorderde Frans Hillegers Tot Corporaals bij 't vrij corps Carel Bestandig Christiaan Pauwelse Christiaan Ze Michiel Fredrik Berning Fre. drik Simonsz: ter plaatsvul„ „ling van de tot Brandmeester bevorderde Corporaal Johannes Cornelis Daniels, en de door den Krijgsraad uit hoofde van ongemakken in zijne dienst gesurcheerde Corporaal Johan„ „nes Joachim Theron en den tot sergeant bevorderde Daniel Godfried Hartman, zois be„ slooten alle deeze aanstellingen waaren 1260 126:1 en van de herstelling tot sergeant van den gedeporteerde sergeant Jacobus de Jongh communicatie van den Edelen Heer Commissaris dat zyn Ed: van Land. „drost en heemraden, van Stellenbosch had ontfangen het volgend bericht nopens zeeker Erf by de Burger Ca„ „tenbrink bezeeten ge„ weest zynde te approbeeren zi als dezelve geappro¬ „beerd worden bij deezen. — Bij voorschr: Notulen door den Krijgsraad verzoek gedaan zynde dat deeze regeering almeede mogt approbeeren de door hen gemaakte schikking, om den in den Jaare 1791 tot Schutter gedeporteerde sergeant Jacobus de Jong, die zig zeedert dien tijd bijzonder wel als schutter in den dienst heeft gekweeten, wederom als sergeant te herstellen, by de Eerste Compagnie in fanterij, ende zulks ter plaatsvulling van de door lichaams gebreeken gesurcheerde ser„ geant Johan Casper Jurgens — zoo is verstaan deeze herstelling van gemelde de Jong al meede goed te keuren, en zal van dit een en ander by Missive aan den Burgerkrijgsraad de nodige kennisse worden gegeeven. — vervolgens gaf den Edelen Heer Commissaris kennisse dat zijn Ed: op den 10:' der gepasseerde Maand No„ vember hadde ontfangen een bericht Aan den welEdele Groot Achtb„ Heer Abraham Josias Sluijsken Raad ordinair van Nederlandsch India mitsgaders Commis„ saris over het Gouvernement van den Landdrost en Heemraden van stellenbosch en drakenstein, den 7. o October bevoorens gedagteekene behoudende ingevolge en ter voldoe„ ning van het besluijt deezer legie„ „ring de dato 4:e September Jongst lieden, hunne gedachten, dat zeker Erf geleegen aan de zogenaamde Kluitjeskraal, bevoorens door den Burger Gerrit Hendrik Catenbrink bezeeten geweest en hem ontnoomen geworden, nu weeder op de daarbi ter nedergestelde Conditien zoude kunnen worden uitgegeeven aan den Oud Heemraad Phi„ lippus Albertus Mijburg, invoege„ bij het ondervolgend bericht zelve omstandig is beschreeven van van 1262 1263 van Kaap de Goede Hoop en den ressorte van dien &: &: 8 beneevens den wel Edelen Achtbaaren Heere Ge„ zachhebber en de wel Ede„ le Heeren raade van Po„ WelEdele Groot Achtb Heer! E: E: Achtbaare Heeren! De ondergeteekende Landdragt en Heemraden van Stellenbosch en Drakenstein, ingevolge en ter plicht„ schuldige voldoeninge aan UwelEdele Groot Achtb„ en EE Achtb. zeer gj'Eerde Extract Resolutie sub dato 4. der even afgeweekene Maand September geno„ men op zeeker door den oud Heem„ raad Philippus Albertus Meyburgh in Uwel Edele Groot Achtb: en EE Achtb: Raade gepreesenteerd Request, van 't welk Hoogst dezelve aan ons Copia hebben gelieven ter handen te stellen, naauwkeurig hebbende na gegaan of en op welke wijze, mits gaders onder welke bepalingen het door ged: Meyburgh daar bij verzochte en aan de zogenaamde Cluijtjescraal geleegen Erv, aan hem Suppliant zoude kunnen worden uitgegeeven, zodanig, dat voorgekomen zoude kunnen worden, zodanige klagten en beswaaren als waar door de regeering zig in de noodzaak¬ lijkheid heeft gevonden, het zelve aan dies voorige bezitter Gerrit Hendrik Cartenbrink te ontneemen hebben dezelve thans d' Eere Uwelr Edel Groot Achtb„ E: E„ Achtb„r ten dien belange by deezen Eerbiedig te berichten. — Dat of Schoon Landdrost ene Heemraaden voornoemt op de ite„ rative malen bij haar ingebragte klagten door de Ingezeetenen, woonende aan en omstreeks der Breede rivier, weegens den overlast stellen die litie
English
1264 1265 which they continually suffered from the livestock which Catenbrink kept in large numbers on the said lot, directly contrary to the special condition upon which the same lot had been granted to him, and in particular also because of the disobedience shown by him, Catenbrink, to the repeated orders given to him on behalf of this Board to dispose of all such livestock, previously found themselves obliged, after having first publicly sold the improvements of the aforementioned lot for the benefit and account of the repeatedly mentioned Catenbrink with the authorization of the Government obtained for that purpose, to request of the repeatedly mentioned Honorable Herr Commander and Council of Policy that the said lot might be revoked, which Her Right Honorable kindly pleased to grant. The undersigned are nevertheless of the opinion that, since the aforementioned lot is situated on the bank of a river which in the winter season often cannot be crossed for several days in succession, and whereby some of the distant-living and travelling inhabitants are consequently obliged during that time to remain camping under the open sky with their families and wagons, mostly in rain and wind, its cultivation would therefore serve to the great convenience of all such inhabitants, especially if the same lot, as seems to be the intention of the petitioner, were to be inhabited by a tradesman; for these and the further grounds and motives alleged by the petitioner in the aforementioned petition, it could be granted to him, the petitioner, in ownership, according to the opposite map 1266 1267 map formed thereof by the land surveyor, under this express condition nevertheless, that the said lot must be built upon and possessed by him, Mijburg, as well as by the subsequent owners, in such a manner that this should never cause the slightest impediment or hindrance to the freedom regarding the unyoking of the wagons passing there, nor to the grazing of the livestock belonging to the same, and that furthermore the petitioner, as well as the subsequent possessors of that lot, shall only be permitted to keep there two riding horses and beyond that no livestock whatsoever, whether belonging to themselves or to others; or that, if they fail to comply strictly with these stipulations, upon the slightest violation thereof the improvements of that lot, as was the case with Catenbrink, shall be sold publicly for the benefit and on the account of its owner, to be broken down or removed within a certain specified time, and the same lot shall then be and remain revoked forever; whilst the frequently mentioned Meijburgh shall have to pay to the Honorable Company as a recognition for each morgen of land the sum of sixty guilders, Cape valuation. And the undersigned venture to assure Your Right Honorable and Honorable Worships that, if Your Honors will be pleased to approve the granting of the requested lot to the petitioner under the aforementioned conditions, and if he, as well as the subsequent possessors thereof, strictly comply with the same conditions, such complaints and grievances will then be prevented, whereby previously 1268 1269 what His Honour has further pleased to communicate to the Council concerning this case, and what proposal His Honour has pleased to make in connection therewith. the government found itself compelled to revoke the same and take it away from Catenbrink. With all of the above, the undersigned, hoping to have complied with the much-respected intention of Your Right Honorable and Honorable Worships, let this serve as a humble report, while they have the honour to remain, with the deepest respect, Right Honorable Lord and Honorable Lords, Your Right Honorable and Honorable Worships' very humble and obedient servants, signed: H. I. Bletterman, I. D. villiers, P. son, D. W. Hoffman, A. Louw, J. L., P. G. Wruem, J. Eksteen, Pieter Roux. In the margin: In the meeting of the Heemraden at Stellenbosch, 7 October 1795. That the aforementioned Catenbrink, some time previously and indeed before the Right Honorable Lords Commissioners-General had left this corner of the world, had set forth to the Lord Commissioner the various reasons why he considered himself greatly aggrieved by the taking away again of a lot that had previously been granted to him in ownership, and the sale by public auction of its improvements at a time when he himself was absent; and that this, having obligated His Honour according to duty to investigate this whole matter with all accuracy, it had appeared to His Honour from that investigation that by resolution of this government of 16 November 1779, that same piece of land, situated in the Land van Waveren near the road on this side of the Breede River, was granted in ownership to the aforementioned burgher Gerrit Hendrik Catenbrink, in order to settle himself thereon and to carry on his
Dutch transcription
1264 1265 die dezelve onophoudelijk kwamen te lijden van het vee het welk Catenbrink op gezegde Erx in grooten getalle kwam aan te houden, direct strydig teegen de speciale conditie op welke het zelve Erv aan hem is uitgegeeven gewor„ den, en inzonderheid, ook weegens de door hem Catenbrink betoonde desobedientie op de herhaalde aan„ schrijvens Collegie weegen aan hem gedaan, om zig van al zulk vee te moeten ontdoen, wel eer zig in de nood„ zakelijkheijd hebben gevonden, om, na alvoorens met daar toe verkreegene qualificatie der Regeering de op- „stal van voorsz: Erf ten behoeve en voor reekening van meermelde Catenbrink publicq te hebben verkogt by welopgemelde Achtbaren Heere Gezaghebber en raade van Politie te moeten verzoeken, dat het gezegde Erv mogte worden ingetrokken, zo als Haar wel Edele Achtb: daar aan dan ook goedgunstig hebben gelieven te voldoen ^ de ondergeteekendens des niet tegenstaande van Oordeel zin, dat het voorschr. Erv. als leggende aan de vrist eener rivier, die in het winter Saisoen dikwerf verscheide dagen agter een niet is te passeeren, en waar door dan ook zommige der veruf, woonende en reizende, Inge„ zeetenen verplicht worden, geduu„ „rende dien tijd met hunne Huis„ gezinnen en waagens, meestal in reegen en wind onder den bloo- „ten Heemel te moeten blijven cam „peeren, in welks bebouwing mits „dien tot zeer veel geriev van al zulke Ingezeetenen zou komen te strekken, inzonderheid, wanneer het zelve En /:gelijk dit te doen de meening van den supplt schunt te zijn :/ door een ambagtsman wor= „de bewoond, om deeze en de verdere door den suppliant bij voorschr: request geallegueerde gronden en motiven aan hem Suppliant in eigendom zoude kunnen worden gegeeven, navolgens de tegenstaande Caart 1266 1267 Caart door den Landmeeter daar„ van geformeerd onder deeze Expresse conditie nochtans dat gedagte En„ zo door hem Mijburg als dies vol„ „gende Eigenaars in diervoegen zal moeten bebouwd en bezeeten wor„ „den dat zulx nooit eenig het minste belet ofte hindernisse in de vrijheid met opzigt tot het uitspannen der aldaar passeerende wagens, nog is de weide van het vhee tot dezelve behoorende, zoude moeten toebrengen, en dat wijders den suppliant zoo ook de volgende bezitters van dat Erv slegts twee rijdpaarden, en buiten dien geen vhee hoegenaamd, het zij van hun zelfs, of van anderen aldaar zullen moegen aanhouden ofte dat, wanneer dezelve zig niet stiptelijk na deeze bepalingen koo„ „men te gedragen, by de minste over- treedinge daarvan de opstal van dat Erf (:gelijk dit het geval met Catenbrink is geweest:) ten behoeve en voor reekening van dies Eige En vermeenen de onderge¬ „teekendens UwelEdele Groot Achtb: en E: E: Achtb: te durven verzeekeren dat wanneer Hoogst dezelve zul„ „len gelieven goed te vinden, het verzogte Erv aan den supplt. onder de voorschreeve Conditien uit te geeven en denzelven, zo ook de namaalige bezitters daarvan dezelve Concoitiën stiptelijk koomen na te volgen, als dan zullen wor„ „den voorgekoomen zodanige klage „ten en bezwaaren als waardoor „naar publicquelijk zal worden verkogt om binnen zeekeren te bewaalenen tijd ter nederge„ steld of vervoerd te moeten worden en het zelve Erv als dan voor al¬ „toos zijn en blijven ingetrokken terwijl meergerepte Meijburgh voor ieder morgenlands aan d' Ee Comp„e tot eene erkentenis zal hebben te betaalen, de somma van Zestig guldens Caabse va„ luatie naar de 1268. 1269 wat zyn Edele noopens dit geval den Raade al verder heeft gelieven te Commu„ „niceeren. - en welk voorstel zyn Ed: daarby heeft Gelieven te doen. de regeering zig wel eert genecessi„ teerd heeft gevonden het zelve in te trekken en Catenbrink te ontnee„ men. — Met welk een en ander voorsz: de onderget„e verhoopende aan de zeer gerespecteerde Intentie van UwelEd Groot Achtb. en EE Achtb: te zullen hebben voldaan, laaten dezelve deezen dienen voor nedrig Be„ richt, terwijl zij d' Eer hebben met diepschuldigen Eerbied te zijn Wel Edele Groot Achtb: Heer en E: E: Achtb„ Heeren. UwelEd: Groot Achtb„ en E E Achtb: zeer onderd: en gehoorz: dienaaren /:get:/ H: I: Bletterman I: D: villiers / p: z: D: W: Hoffman, A„ Louw J L„ P„ G: Wruem J„ Eksteen Pieter Roux /:in margine:/ In Heemraads vergadering aan Stellenbosch den 7 october 1795 dat den voormelde Catenbrink eenigen tijd bevoorens en wel nog voor dat de Hoog Edele Heeren Commissa„ rissen Generaal deeze uithoek had¬ „den verlaaten, aan hem Heere Com missaris hadde voorgedraagen de verse reedenen, om welke hij ver¬ meende door de wederafneeming van een Erf, 't welk hem bevorens in eigendom was afgestaan, en het bij vendutie verkoopen van dies opstal, op een tyd dat hij zelve af„ „welzig was, zeer te zijn beswaard, en dat zulks zijn Edele volgens gehoudenisse genoodzaakt hebben „de deeze geheele zaak met alle naauw„ keurigheid te onderzoeken, uit dat onderzoek aan zijn Ed: was geblee„ „ken, dat bij resolutie deezer legee„ ring van den 16„e november 1779. dat zelve stuklands, geleegen in het land van waveren bij den weg aan deeze Zijde der Breede Rivier aan voorm: Burger Gerrit Hendrik Catenbrink in eigendom verleend geworden is, ten einde zich daarop ter needer te zetten en des„ de zelfs
English
1270 1271 deliberated and observation thereon. - even to practice trades such as blacksmith and wagonmaker, for the service of the inhabitants living thereabouts, provided that the conditions prescribed to him by the Landdrost and Heemraden of Stellenbosch regarding the cultivation of the aforementioned piece of land by resolution of 6 September previously be strictly observed by him - and this as the title deed granted on 1 October 1786 by the Governor van de Graaf pursuant to the aforementioned resolution states, to possess the same hereditarily. — That subsequently the Landdrost and Heemraden of Stellenbosch, in a report of 17 April 1787, submitted to this government, after first having erroneously said that the same Catenbrink was left unprovided with a map, title deed, or proof of ownership / that the said Catenbrink had conducted himself contrary to the obligation imposed upon him at the granting of ownership of the aforementioned piece of land, namely by breeding cattle, even up to 50 to 60 head, whereby his neighbors came to suffer much damage and inconvenience and were curtailed in their freedom, and moreover made himself guilty of disobedience by not appearing upon a summons of the more mentioned Landdrost and Heemraden, etc., with the request to employ against this such means as they would deem appropriate for the maintenance of their Board and to make the said Catenbrink perform his duty. And that the government thereupon, having thought fit by Resolution of 29 May 1787 to authorize the Landdrost and Heemraden, Catenbrink in order 1272 1273 and resolution to conform fully with the proposal of the Honorable Commissioner in order that in case the said Catenbrink, or the subsequent possessors of the aforesaid erf, should in the future not strictly adhere to the stipulations prescribed in the said resolution, at the least further violation thereof, to sell the buildings and improvements on that erf publicly for the benefit and on account of its owner, with the addition that the said erf would then be and remain revoked forever; this had such a consequence that the aforementioned Landdrost and Heemraden, although 5 years after this authorization, immediately proceeded to the summary execution of the buildings and improvements of Catenbrink standing on the aforementioned erf, as appears from their report of 5 March 1792, registered by Resolution of the 27th of that month, in which they at the same time request that the aforementioned erf should again and forever be revoked, just as this was approved by the council in the aforementioned resolution. — That the Commissioner believed he might conclude from all this that, although the aforementioned Catenbrink can in no way be cleared of having deserved the indignation of this government by his recalcitrant behavior and disobedience of the orders of the Landdrost and Heemraden of Stellenbosch, the Landdrost and Heemraden of Stellenbosch nevertheless acted with too much precipitancy when, after the expiration of five years, they executed a resolution of this government and proceeded immediately to sell the house and buildings and improvements of the same, without bringing to the knowledge of this council the complaints brought against the aforementioned Catenbrink since then, and awaiting its final and decisive resolution thereon; 1274 1275 whereby he now also finds himself in the utmost poverty and destitute of livelihood, whereas it would have been more in accordance with the order of procedure if this Catenbrink had been sued before his competent judge for his obstinacy and the disobedience charged against him, by the one who is obligated to maintain the rights of the High Authority; whereas he was now, without any form of trial, yes without any of the least defense, which according to all rules of law cannot or may not be denied to anyone, dispossessed not only of an erf that had been granted and given to him in ownership by the government thirteen years previously, but even of the house or buildings and improvements that he had acquired and built of his own; and therefore, in order to assist the said Catenbrink as much as possible in his entirely oppressive condition and great poverty, he had thought he should propose to this assembly / while the Landdrost and Heemraden declare in their report mentioned in the beginning that this erf can again be granted in ownership, under the express condition that the same erf must be cultivated and occupied by the future owners in such a manner that it will never cause the least impediment or hindrance to the freedom regarding the unyoking of the wagons passing there, nor to the pasturage of the cattle belonging to the same, and that the same possessors may keep only two riding horses and besides that no cattle whatsoever, whether of their own
Dutch transcription
1270 1271 gedelibereerd en aan„ merking daarop. - zelfs ambagten als Smit en wa„ genmaaker, ten dienste der daar omstreeks woonende Ingezeetenen te oeffenen, mits door denzelven Stiptelijk werde geobserveerd, de Con„ ditien hem door Landdrost en Heem raaden van Stellenbosch nopens de bebouwing van het meergemeld Stukslands bij besluit van den 6e September bevoorens voorgeschree„ „ven - ende zulks zoo als de Erf„„ grondbrief den 1 October 1786 door den Heer Gouverneur van de Graaf, ingevolge van opgemelde resolutie verleend, zegd, om het zelve erffelijk te bezitten. — Dat vervolgens Landdrost en Heemraden van Stellenbosch bij een bericht van den 17 April 1787. aan deeze regeering hebben voor¬ gedraagen, na alvoorens abusi„ „ve te hebben gesegd dat denselven Catenbrink van eene Kaart, Erfgrond„ brief of bewijs van Eigendom onvoor„ zien gelaaten was / dat gezegde. Catenbrink zig zoude hebben ge„ dragen strijdig met de hem bij het verleenen van Eigendom van gewaayde stuk land opgelegde verpligting en wel door het agta„ fokken van vee, zelfs tot 50 â 60 stuks waar door zijne buuren veel nadeel en ongemak te lij„ „den kwamen en in hunne vris heid te kort gedaan en zich daar en boven aan ongehoor„ zaamheid, door het niet Compa„ „reeren op eene dagvaarding van Landdrost en Heemraaden meer gedagt, hebben schuldig gemaakt enz:, met verzoek om daar teegen zodanige middelen in het werk te stellen als tot maintien van haar Colegie, en om gedagte Caten„ brink zijnen pligt te doen betragen „ten, zouden oordeelen te behooren- En dat de regeering daarop bij Resolutie van den 29 Mey 1787. hebbende goedgedagt, om Landdrost en Heemraaden te qualificeeren, Catenbrink omme 1272 1273 en besluit om zich met het voorstel van den Edelen Teer Commissaris volkoomen te Conformeeren omme ingevalde gemelde Caten„ brink, ofte de volgende bezitters van het voorzeide Erff, zig is 't toe„ koomende niet stiptelijk aan de bij„ gedagte besluit beschreevene bepa„ „lingen kwamen te gedraagen bij de minste verdere overtreedinge daar van, den opstal van dat Erf ten behoeve en voor reekening van dies Eigenaar publicq te verkoopen, met bijvoeging dat als dan het gezegde Erf voor altoos zoude zin en blijven ingetrokken, zulks van dat gevolg is geweest dat voormelde Landdrost en Heemraden Schoon 5 Jaaren na deeze qualificatie dadelijk tot de parate Executie van de op meergewaegde Erf staande opstal van Cartenbrink hebben geprocedeert blijkens haar bericht van den 5„e maart 1792, by Resolutie van den 2 7:s van die maand ingeschreeven, waar bij tevens verzoeken dat het voormelde Erf weder en voor altoos zoude worden ingetrokken zoo als het een en ander door den raadd bij opgemelde besluit g'approbeerd geworden is. — Dat hij Heer Commissaris uit deezen allen vermeende te mogen besluiten, dat schoon meer„ gewaagde latenbrink in geenen. opzigte kan worden van gesproo„ =ken, van door zijn wederstreevig gedrag en het niet gehoorzaamen der beveelen van Landdrost en Heemraden van Stellenbosch de indignatie deezer regeering te heb= „ben gemeriteerd, Landdrost en Heemraaden van Stellenbosch egter met al te veel precipitance hebben geageerd, wanneer zij na verloop van vijf Jaaren een besluit deezer reegeering hebben ter Execu„ „tie gelegd en dadelijk zonder de zedert teegen voorm: Catenbrink ingebragte klagten ter kennisse van deezen raade te brengen, en daarop haar laatste en beslissend besluit in te wugten zijn overgegaan als om S 1274 1275 om het huis en opstal van denzelven te verkoopen, waar door hij den ook als nu zig in de uitterste armoede en van levens onderhoud ontbloot bevind, terwijl het meer over een„ komstig met de ordre van hrovedee„ „ren zoude geweest zijn, wanneer dee„ zen Catenbrink over zijne hardnekkig „heid en de hem ten laste gelegde on„ gehoorzaamheid, door den geenen welke verpligt is het regt van de Hooge Overigheid te maintineeren, was g'actioneerd geworden voor zynen Competenten Rechten, daar hij nu zonder eenige forme van pro¬ „ces Ja zonder eenige de minste defensie, die na alle de regulen van regten aan niemand kan of mag geweigerd worden, niet alleen van Een Erf dat hem door de regeer ring dertien Jaaren bevoorens in Eigendom vergund en gegeeven was, maar zelfs van het Huis of opstal dat hij zig van zijn eigen verkreegen en Getimmerd had, ont„ „zet geworden wierd, En dienvolgens ten einde den gezegden Catenbrink in zijne allezints drukkende toe„ „stand en groote armoede zoo veel moogelijk is, te gemoet te koomen vermeend had om deeze vergade ring te moeten voorslaan, /terwijl Landdrost en Heemraaden bij haar in den aanvang gemelde berigt verklaaren, dat dit Erf wederom in Eigendom kan wor„ „den uitgegeeven, onder expresse Conditie dat het zelve Erf door de toekomende Eigenaars in dier voegen zal moeten bebouwd en be„ zeeten worden dat zulx nooit het minste belet ofte hindernisse in de vrijheid met opzicht tot het uitspannen der aldaar pas„ seerende wagens, nog in de weide van het vee tot dezelve behoorende zal moeten toebrengen, en dat dezelve bezitters slegts twee Rij„ paarden en buiten dien geen vee hoegenaamd, het zij van hun zelfs Zet
English
thus permitting the aforementioned Katenbrink to sell the above-mentioned erf for his own benefit under certain conditions, or to be allowed to keep animals belonging to others there; or that whenever he should fail to adhere strictly to these provisions, upon the slightest infringement, the superstructure thereof shall be publicly sold for the benefit and on account of its owner, to be broken down and removed within a certain time to be determined, and the said erf shall be and remain cancelled forever; to permit the frequently mentioned Catenbrink to sell the same, which, as stated, was granted to him in ownership in the year 1779, provided that the buyer pays the lord's dues thereon; and that to the buyer, in place of a deed of transfer, there shall be granted a ground-letter whereto shall be attached all the conditions proposed by the Landdrost and Heemraden and described hereinbefore, without the said Katenbrink being permitted to retain the said erf for himself, or to buy it back again from either its first or subsequent buyers, or by any other means whatsoever to acquire it, in order thereby to prevent any new causes of complaint from being given by him to the neighbors residing around the aforementioned erf; which matters having been deliberated upon, all members of the meeting, in consideration of the utterly destitute condition of the often-mentioned Katenbrink and in order to accommodate him as much as possible, have conformed to the aforementioned proposal of the Honorable Commissioner, and it has consequently been approved and agreed to allow the frequently mentioned Catenbrink to sell the aforesaid erf for his own benefit, provided the buyer pays the lord's dues of the 25th penny thereon; there shall be granted to the buyer by this government, in place of a deed of transfer for that erf, a ground-letter in the usual form, whereto shall be attached all such conditions and restrictions as are mentioned hereinbefore, and most notably that neither the first nor subsequent owners of that erf shall ever or in any way be allowed to sell the same to the frequently mentioned Catenbrink or in any other manner surrender it for habitation or cultivation, and thus to resile to that extent from the resolution of this Council of 27 March 1792 mentioned hereinbefore. The widow of the late former Heemraad of Graaff-Reinet Willem Louw having submitted a private declaration executed by four Heemraden from the said colony, stating that the loan farm De Uitkomst, situated on the Camdeboo River, having been held in loan by the late Louw, has for a long time been so disturbed by the raids of the Bushman Hottentots that no livestock could ever be kept there, and that subsequently the mortality among the cattle plunged the widow of the said Louw into the utmost poverty, and she thus finds herself unable to pay her overdue recognition money owed to the Company; wherefore, in this regard, it was deemed best and consequently resolved to convey to the Board of Landdrost and Heemraden at Graaff-Reinet by missive the Council's surprise that the said declaration was signed neither by the Landdrost nor, in his absence, by the Secretary, as it ought to have been, with orders to investigate jointly, accurately, and as soon as possible, and to provide in a full report whether and to what extent the matters attested in the said private declaration are stated truthfully, and whether the said widow Louw truly finds herself in such an impoverished state due to the robberies of the Bushman Hottentots and the mortality of her cattle that she is utterly unable to pay her due recognition, and also whether the farm upon which that recognition is attached is still actually inhabited or grazed by her, or not, in order that, upon receipt of such a legal report, this Council may then be able to dispose further and finally of this matter. The titular Merchant and former Member of the Council of Justice Jan Fredrik Kirsten having submitted to this meeting the following request: To the Right Honorable Abraham Josias Sluysken, Extraordinary Councillor of Dutch India and Commissioner of the Cape of Good Hope and its dependencies, etc., etc., together with the Honorable Council of Policy. Right Honorable Sir, Honorable Sirs, Your Right Honorable and Honorable s' humble servant, the undersigned merchant and former member of the Honorable Council of Justice of this government, Jan Fredrik Kirsten, respectfully makes known that, after the service of the
Dutch transcription
1276 1277 werdende dus aan gemelde Katenbrink toegestaan on¬ „der eenige Conditien het bovengemeld Erf ten zy. „nen behoeven te moogen verkoopen. of van anderen aldaar zullen mogen aanhouden; ofte dat wanneer dezelve zig niet stiptelijk ne deeze bepaalingen komen te gedraagen bij de minste overtreeving, daarvan de opstal ten behoeve en voor reekening voor dies Eijgenaar publicq zal worden verkogt, om binnen zeekere te bepaalenen tijn ter afgebrooke en vervoerd te moeten worden, en het zelve Erf als aan en voor altoos zijn en blijven ingetrokken om aan meer„ gemelde Catenbrink toe te staan het zelve dat hem zo als gezegd in 't Jaar 1779 in eigendom gegeeven gewor„ „den is, mits de Koper daarvan be= taalende 's Heeren. Gerechtigheid: en dat aan den kooper in Steede van transport daarvan zal wor„ „den verleend een Erfgrondbraef waar bij zullen worden gevoegd alle de Conditien welke door Landdrost en Heemraden voorgedragen en Hiervooren omschreeven zijn, zonder dat het den gezegde latenbrink zal weezen gepermitteerd, t zelve Erf voor zich te behouden, dan wel zoo min van dies eerste, als naman lige kopers wederom in te koopen, ofte zich langs andere weegen hoe ook genaamd eige te maerken ten eijnde daardoor voor te koomen dat 'er geene nieuwe reeden en van klagten door hem aan de om„ streeks het voormelde Erf leggen„ „de gebuuren kunnen worden gegeeven; over welk een en ander gedelibereerd zijnde, hebben (:uit aanmerking van de allezints behoeftigen toestand van dikcoert genoemde latenbrink en om daar aan zo veel mogelijk te gemoed te koomen / alle de Leeden der vergadering zich met de voor„ „melde propositie van den Edelen Heer Commissaris geconformeerd en is dienvolgens goedgevonden en verstaan om aan den meermeld „de Catenbrink toetestaan het voorzeide Erf ten zinen behoeve zal te 1278 1279 de Weduwe Wylen den Oeid Heemraad van Graaff Rynet Willem Louw ingediend heb„ „bende neevens gemelde verklaring door vier zo is ten deezen aanzien best gedagt Landdrost en Heemraaden 's raads verwondering te betuigen dat gemelde Verklaring noch door de Landdrost „teekend. — te verkoopen mits den kooper daarvan betaalende 's Heeren Gerechtigheid den 25e Penning, zullende aan den Kooper in plaatse van Transport van dat erf door deeze regeering worden verleend eene Erfgrond brief in gewoone for„ „ma, waar bij zullen worden gevoegd alle zodanige conditien en restruc„ „ten als hier vooren zijn vermeld, en wel voornamentlijk dat zo min de eerste als namalige bezitters van dat Erf 't zelve nooit afte im„ „mer aan den dikwilsgemelde Ca„ tenbrink zullen mogen verkoopen ofte op eenigerhande andere wijze ter bewooning ofte bebouwing af„ staan en dus in ze verre te resiliee„ „ren van het besluit deezes raads van den 27 Maart 1792 hier voren gewaagd. — de weduwe wijlen den oud Heem raad van Graaffe reynet Willem Louw Heemraaden gepasseerd! ingedient hebbende eene onder„ handsche verklaarring door vier Heemraaden uit de gemelde Colinie gepasseerd, houdende, dat de plaats de uitkomst geleegen aan de Camde Boschrivier, bij wijlen opge¬ melde zouw in leening bezeeten geweest sijnde, door de stroope zijen der Bosjesmanshottentotten lange zodanig is ontrust, dat men daar nimmer eenig vee heeft kunnen houden en dat vervol„ gens de sterfe onder 't veede we„ duwe van gemelde Louw in de uit„ terste armoede heeft gedompelt, en zij zig dus buiten staat ge= steld vind haare verschuldigde achterstallige recognitie penn: aan de Compagnie te kunnen voldoen, zo is ten deezen aanzien bestgedacht en dienvolgens be„ „slooten, omme het Collegie van noch Secretaris is onder Landdrast en Heemraaden te Graaf„ „fe reinet bij missive te kennen te geeven 's raads vervondering dat dezelve verklaring, noch door den Lande rost, of bij deszelfs alsn heemraaden sentie; 1280 1281 met bevel deezen Raade ten spoedigste te dienen van berijcht wat er eig „gentlyk van deeze zaak om hier over als dan nader en finaal te den Raade van Justitie Jan Fredrik Eersten ingediende om een schip te moogen Request door 't oud Lid en inkoopen. sentie door den Secretaris, gelijk zulks behoorde te zijn is ondertee„ kend, met last gezamentlijk zoo spoedig mogelijk nauwkeurig te inquireeren en in een volleedig bericht op te geeven of en in hoe verre het bij gemelde onderhand sche verklaring geattesteerde na waarheid is opgegeeven, en dies of de gemelde weduwe Zouw zich wezentlijk door de roverijen der Bos„ jesmans hottentotten en sterfte van haar vee in zulke armoedige staat bevind, dat zij ten eenemaale on„ vermogend is haare verschuldigde recognitie te betaalen, en zoo meede of de plaats waarop die recogni„ „tie is hechtende door haar nog wer„ kelijk word bewoond ofte beweed, dan niet, ten einde een zodanig legaal bericht ingekoomen zijnde, hier kunnen disponneeren. over als dan nader en finaal te kunnen disponeeren. — De Koopman titulair en oudt in den raade van Justitie Jan Fredrik WelEdele Groot Achtb: Heer E. Achtb: Heeren Heeft met verschuldigde Eerbied te kennen Uwer wel Edele Groot Achtb en E Achtb: onderdanige dienaar den onderget: koopman en oud lit in den E Achtb: raad van Justitie deezes Gouvernements Jan Fre„ drik Kirsten. dat denzelven na den dienst Aan den welEdelen Groot Achtb: Heer Abraham Josias Sluijskerslaad or„ dinair van Nederlands In dier en Commissaris van Cabo de goede Hoop en den les sorte van dien Hr. &a. &a. beneevens den E Achtbaren Politie quen raad. kirsten aan deeze vergadering inge„ dient hebbende het volgend request Kersten der zy. e
English
having resigned from the Honourable Company, has provided himself with some country estates in order to find his livelihood in agriculture; that these estates are situated along the Berg River, which river is navigable for small vessels and discharges into St. Helena Bay, and therefore offers the advantage that all the agricultural products obtained there, such as wheat, butter, salted fish, and meat, etc., can be brought here by sea in a very easy manner; whereas on the contrary the overland transport of the same is not only very difficult, but even for such a quantity as the said estates can yield almost impossible; that the undersigned, considering this, directly after the proclamation very favourable to this country enacted by Their Right Excellencies the Lords Commissioners General over the Dutch Indies regarding free trade, ordered a vessel from Europe, which however, because of the war that arose shortly thereafter, cannot be dispatched, since the petitioner's correspondent was unable to obtain suitable insurance, to the great damage and derangement of the affairs of the undersigned, who, having applied himself vigorously to agriculture during this current year, sees himself to his grievous regret deprived of the possibility of obtaining his goods from there. Reasons why the petitioner, having regard to the very favourable disposition of the said Their Right Excellencies enacted in the cited proclamation under article 3, takes the liberty to address himself in all respect to Your Right Honourable and Honourable Sirs, with the humble request that it may please Your Right Honourable and Honourable Sirs, as there would now probably be an opportunity to come to an agreement with a small American vessel lying here in the roadstead, in order to fetch those goods and products from there for him and convey them here, to permit him to make use of it. Which doing, etc. Signed: J. F. Kirsten. Whereupon, after deliberate and attentive deliberation on the said request, and taking into consideration on the one hand that it was impossible for the petitioner to provide himself with his own vessels from the Netherlands due to the arisen war, and on the other hand that it can never tend to the disadvantage of the Company nor of the Colony, but much more to the advantage of both, to make use of a neutral and friendly flag in order to transport in the present time, in a safer manner than could be done under the Dutch flag, a considerable supply of wheat and other products from a bay which is entirely without defence to this capital town, it was unanimously agreed to grant the request made by the petitioner with pleasure, as the same is granted to him hereby, under this condition and stipulation however, that whenever an American ship shall have been chartered by the petitioner pursuant to this permission to collect his grain and other products, he shall, before sending the same to St. Helena Bay, provide to the satisfaction of this government sufficient surety to the amount of 500 Rds. that all the grain and other products of this country which shall be loaded into the ship chartered by him in St. Helena Bay shall be transported nowhere else than to Table Bay, in order to be unloaded there upon payment of the tithe due to the Company. After this, it was made known by the Honourable Lord Commissioner that His Honour had learned from the bookkeeper and former secretary of the Colony of Graaff-Reinet, Jan Jacob Fredrik Wagener, who returned some days ago to this capital town from the expedition to which he was dispatched pursuant to the proceedings of the resolution of the 4th of September last, among other things that at the residency of Graaff-Reinet there was absolutely no gunpowder or lead to be found, and furthermore that the trinkets requested by Landdrost Maynier and granted to him to bring about peace with the Kaffirs had not yet been brought there, and that they in that Colony would therefore soon find themselves unable either to continue the war or to make peace; that His Honour, out of conviction of the necessity to provide for both as soon as possible for the protection of the good inhabitants and the restoration of peace with the Kaffirs, had inquired of the commissioner of the said Colony of Graaff-Reinet, Fredrik Heyneman, about the reasons why the supplied gunpowder, lead, and trinkets had not been sent thither, and had learned from him that the continual commandos from that Colony against both the Kaffirs and Bushmen Hottentots, and likewise the continual droughts, had prevented the inhabitants with their wagons
Dutch transcription
1282 1283 der E Comp: te hebben gequiteert zig voorzien heeft van eenige buiten plaatsen om uit den Landbouw zijn bestaan te vinden dat die plaatsen geleegen zijn langs de bergrivies, welk rivier voor kleine vaartuigen vaar„ „baar zig in de S„t Holena baaij ont„ last, en derhalven dat voordeel geeft dat alle de aldaar gewonnen wordende landsproducten als Jarwe Booter Loute vis, en vleesch &a. op eene zeer gemakkelijke wijze over zee na herwaards kan worden aangebracht; daar in teegendeel de transporteering der asse niet alleen zeer moetelijk maar zelfs voor eene diergelijke quantiteit als gemelde plaats en kunnen opleeveren bij na onmoogelijk is dat den ondergeteekende dit Considereerende, direct na het voor dit land zeer gunstig placaat door Hunne Hoog Edelheedens de Hee„ „ren Commissarissen Generaal over Nederlands India nopens den vrijen reedenen waarom den supplt gelet hebbende op de zeer favoran ble dispositie van gem: Huer Hoog Edelheedens bij geciteerd placaat sub artic: 3 g'emaneert, de vrij= heid neemt zig in allen Eerbied tot UwelEdele Groot Achtb: en E Achtb: tewenden, met ootmoedig verzoek dat het Uwel Edele Groot vaart, gestatueert, uit Europa een Vaartuig heeft ontbooden, dog den welke door den kost daarop ont„ „staanen oorlog niet kan worden uitgezonden, vermits des suppl=t Correspondent geen Corvenable assurantie heeft kunnen be„ koomen tot groote schade en deran„ gement der zaaken van den Onderget: die zig geduurende dit loopend Iaar sterk op den Land„ bouw toe gelegt hebbende, zig tot zijn grievend Leedweezen ont„ stooken ziet van de mogelijkheid zijne goederen van derwaarts te bekoomen. vaart Achtb: 1284 1285 „merking op het zelve, waarom ook beslooten is het verzoek onder neevens„ „gemelde voorwaarde gaa„ „re te accordeeren. Achtb: in E Achtb: gelieve te behagen denzelven alzoo ir thans waar„ scheinelijk gelegentheid zoude wee„ „zen om zig met een hier ter thee„ „de leggend Amenikaaris scheepje te verdragen, ten einde die goede„ „ren en producten voor hem van daar te haalen, en na herwaarts te voeren en hem te permitteeren om daarvan gebruik te mogen maken T welk doende &=a /:get:/ I: F Kirsten Zo is na dat over dezelve requeste deliberatie en aan met alle aandacht was gedelibereert en daarbij in overweeging genoomen dat 't aan de eene zijde voor den re„ questrant onmogelijk is geweest on„ zich ter oorzaake van de ontstaane oorlog van eige vaartuigen uit Ne„ derland te voorzien en 't aan de ande„ ren kant nooit tot nadeel van de maatschappij noch van de Colonie, maar voor beide veel der tot avantage kan strekken van een nutraale en vrien„ delijke vlagge gebruik te maaken, om„ „me in de presente tijd op eene veili„ „ger wijke als onder de Hollandsche vlagge zoude kunnen geschieden, een aanzienelijke voorraad van Tarwe en andere provucten uit eene Baci die zich geheel zonder defen„ „sie bevind naar deeze hoofd plaatse te transporteeren, Unanime ver„ „staan, het verzoek door den suppl=t gedaan gaarne te accordeeren ge„ lijk hem 't zelve geaccordeerd word by deeze, onder die mits en behaa„ lingen nochtans, dat wanneer door den supplt ingevolge dieze permissie, ter afhaaling zijner graanen en andere producten, een Americaansch schip zal weezen ingehuurd, hij alvoorens 't zelve naar de St Helenabaai af te Zen= „den, ten genoege van deeze regeering zal moeten stellen, voldoende Cou„ „tie ter Concurrentie van rd„s 500:0:—: dat alle de graanen en andere pro„ ducten deezes Lands, welke in de delijke =r Helena 1286 1287 Communicatie van den Edelen Heer dat zijn Ed: drostdye van Graaffe Reynet zig hoegenaamd geene Burkruid noch Loot kwam te bevinden en dat de Snuisteryen door den Landdrost verzocht aldaar nog niet waaren aangebragt. waarop zyn Ed bezyden gemeld Antwoord had bekoomen. dat zyn Ed: zich by de Com„ „missionair der gezegde geinformeerd naar de ree„ denen om welke 't volstrekt Buskruid, Loot, en Snuis, „terijen niet derwaards waaren verzonden:— S„t Helenabaar in het door hem gehuurd Schip zullen worden afgelaaden, never gens elders dan naar de Tafelbaaij zullen worden vervoerd, om aldaar onder betaaling van de aan de Maat„ schappij competeerende tiende ontlaa„ „den te worden. — Na dit een en ander wierd door den Edelen Heer Commissaris te had vernoomen dat te kennen gegeeven, dat zijn Ed: van den Boekhouder en oud secreta„ „ris der Colonie Graaffe Reinet, Ian Iacob Fredrik Wagener, voor eenige dagen aan deeze Hoofdplaatse ge„ reverteerd van de tocht, waartoe hij ingevolge het verhandelde bij besluit van den 4„e September Jongstleeden is afgezonden geworden onder anderen hadt vernoomen, dat ter drostetye. van Graaffe Reinet zich hoegenaamt geen Buskruit noch loot kwam te bevinden, mitsgaders dat aldaar noch niet waaren aangebracht de Snuijsterijen door den Land„ drost Maynier verzocht en aan„ hem toegestaan om de vreede met de Caffers tot stand, te kunnen bren„ gen, en dat men zich dus in die Colonie welhaast buiten staat zou bevinden zo om de oorlog te vervolgen als om de vreede te treffen; dat zijn Ed: uit overtui„ ging van de noodzaaklijkheid om ter beveilinging van de goede op„ gezeetenen en herstelling van vreede met de Caffers, in 't een en ander ten spoedigste te voor„ „zien; zich bij de Commissiona„ Colonie Heyneman hadde „ nis der gezegde Colonie Graaffe Reinet Fredrik Heijneman had„ de geinformeerd naar de reede„ „nen om welke 't verstrekte Bus„ kruit, Loot en Snuijsterijen niet derwaards was verzonden, en van deeze vernoomen dat de con„ tinueele Commandor uit die Co„ „lonie zo op de Caffers als Bosjes„ „mans Hottentotten, en zo meede de continueele droogtens de opge„ zeetenen hadden belet met hunne ragens hem
English
1288 1289 that his Honour therefore also deemed nothing better than to make use of the offer of the former Secretary Wagener to lease his own wagon for that purpose to the Honourable Company for a sum of 100 ryxds. Having deliberated thereon, it was approved and resolved to accept the offer of the said Wagener, and that the necessary letters in this regard be dispatched to the Landdrost and Heemraden. Consequently, the said wagon, loaded with lead, gunpowder, and trinkets, will be sent to Graaff-Reinet under the supervision of the Heemraad Booysen. wagons and goods to come market-wards, and for him therefore also, in accordance with custom for the dispatch of those goods, to make use of the said wagons; that his Honour therefore also deemed that at present there was no more suitable means to send these indispensable necessities thither for Graaffe Reinet than to make use of the offer made to his Honour by the said former Secretary Wagener, namely to lease his own wagon with oxen and the necessary people, all of which are being sent back by him to Graaffe Reinet, to the Company for the transport of the aforementioned goods thither for a sum of One Hundred Rijksdaalers. This proposal of the Honourable Lord Commissioner having been deliberated upon, it was, in consideration of the necessity not to leave the colony of Graaffe Reinet any longer deprived of the goods furnished for it, approved and resolved to accept the offer of the said Wagener, as being regarded as very reasonable for a difficult journey of nearly One month. Consequently, after the supplied 600 lb of gunpowder and 600 lb of lead, and all the trinkets already issued to the aforementioned Heijneman, have been loaded thereon, the said wagon will be dispatched with the utmost speed to Graaffe Reinet under the supervision of the Heemraad of the said colony present here in loco, Jan Booijsen. With proper notification of this dispatch, the provisional Landdrost Honoratus Christiaan David Maynier shall at the same time be written to 1290 1291 that only the urgent necessity and the present unfortunate circumstances have caused the council to proceed, for this single journey, to have the said necessities transported for his colony at the expense of the Company, yet without the very least consequence for the future, while he is repeatedly ordered to render a proper and specific accounting to this council, both of the gunpowder currently being sent and that already received by him, on penalty that in case of negligence the gunpowder shall be compensated by him. The Burgher Orphan Master Hendrik Johannes Thenszen having requested permission, pursuant to the favourable permission granted by the Most Honourable Commissioners General by placard of 21 September anno passato, to dispatch from here for sealing a ship's boat purchased by him from the Company at public auction, rebuilt by him, and named the Willem Hendrik and Elizabeth; this request has been granted to him. Consequently, the said boat will be provided, for the period of one year, with a proper passport which, on account of the small size of that vessel, will be written on a stamp of rd.s 5.0 and the required sea-letters on stamps of rd.ts 1.0. Furthermore, regarding the additional request of the said Thenszen, it was approved to have the said boat supplied from the Company's magazines, against the customary payment, with 1 light kedge anchor 4 muskets and 50 lb of gunpowder. The Captain Lieutenant of the Burgher Cavalry Johannes Gijsbertus
Dutch transcription
1288 1289 dat zyn Edele dues ook ver„ „meende niets beeter te zin aangebruik te maaken van 't aanbod van den Oud Secretaris Wagener om zyn eige waagen daar toe aan d'E: s Comp: te verhuuren voor eene Somma van 100 ryxds. waar over gedelibereerd. zynde zo is goedgevon„ „den en verstaan het aanbod van gemelde en daar omtrent de nodige aanschryvens aan Land. „drost en heemraaden wer„ „den afgevaardigt zullende dienvolgens de ge„ „melde waagens, met Lood, kruit, en snuisteryen belaa„ „den onder opzicht van de „raad Booysen naar Graaff Ryjnet werden afgezonden, wagens en waaren koapwaards te koomen, en hem dus ook om volgens gewoonte ter verzending van die goederen, van de gemelde waagens gebruik te maken; dat zijn Edele dus ook vermeende dar er voor 't teegenswoordige geen geschikter middel was om de ze onontbeerlijke behoef„ „tens voor Graaffe Reines derwwards af te zenden dan gebruik te maken van het aanboe door den gemel„ „de oud Secretaris wagener aan zijn Ed: gedaan, omme nament„ „lijk zijn eige wagen met ossen en het benodigd volk, welk een en an„ „der door hem naar Graaffe Reinet word te rug gezonden, tot trans„ port van voorschreeve goederen derwaards aan de Compagnie te verhuuren voor eene Somma van Hondert Rijksdaalers, over welk propositie van den Edelen Heer Commissaris gedelibereerd zijnde, wagenen te accpteeren. zo is bij overwerging van de nood„ zaaklijkheid om de Colonie Graof„ se reinet van de voor dezelve ver„ strekte goederen niet langer ver„ stooken te laaten, goedgevonden en verstaan het aanbod van den gemelde Wagener, als voor een moeielijke tocht van bij na Een maand zeer Civiel genoomen Zijnde te accepteeren, zullen de dienvolgens de gemelde Wagen na dat daarop zullen weezen zich à Costij bevindende Ieem, gelaaden de verstrekte 600 lb Buskruit en 600 lb Loot en alle de aan voornoemde Heijneman reeds afgegeeven snuijsterijen, onder opzicht van de zich in loco bevindende Heervraad der ge„ melde Colonie Jan Booijsen, met de meeste spoed naar Graaf„ „se Reinet worden afgezonden; en onder behoorlijke kennisgave van deeze afzending den provisi„ oneel Landdrost Honoratues Christiaan David Maynier teffens worden aangeschreeven zaaklijkheid dat 1290 1291 het verzoek van den Burger weesmeester Fehrsen (om zijn inge¬ „kogte Boot tot den„ robbeslag te moogen afzenden aan den terwyl het verder daar by gedaan verzoek om Een „haanen en 50 lb Buskruit Boot werden voorzien van een behoorlyk Paspoort ge„ „schreeven op een Zegul van Ro 5 - en de vereisschte Zee „brieven op Zeequis van 12. dat alleen de dringende nood„ zaaklijkheid en de tegenswoordig „ge ongelukkige omstandigheeden den rade hebben doen overgaan om voor deeze enkelde reise de gezegde behoeftens voor zijne Ex „lonie ten kosten van de Compagnie te laaten vervoeren, edoch zonder eenige de allerminste consequen„ „tie voor 't vervolg, mitsgaders bij herhaaling worden gelast, zo van tthans afgezonden wordende als 't bereids bij hem ontfangen bus kruit, aan deezen raade behoorlijke en specificque ver„ antwoording te doen op poene dat bij nalatigheid het Buskruit door hen zal worden vergoed. - De Burger Weesmeester Hen„ „drik Johannes Thenszen ver„ „zoek gedaan hebbende omme een door hem bij publiecque vendutie „zelven geaccordeert. van de Compagnie ingekogte scheeps „boot, door hem herbouwd en ge„ naamt de Willem Hendrik en Eli„ „zabeth, ingevolge de gunstige permissie door de Hoog Edele Heeren Commissarissen Gene¬ „raal by placaat van den 21 Sep„ tember anno passato verleend, van heer tot den robbenslag te moogen afzenden, zoo is dit verzoek zullende dienvolgens gem: aan hem geaccordeerd, zullende dien„ volgens de gemelde boot voor de tyd van een Jaar worden voorzien van een behoorlijke Paspoort, 't welk uit hoofde van de kleinte van dat vaartuig zal worden geschreeven op een zegul van rd„s 5„o en de vereijschte„ Zeebrieven op Zeguls van rd„ts 1: — terwijl op 't verder verzoek van gedagte ligt werp anker, 4 snap Therszen goedgevonden is de gemelde insgelyks is geaccordeert, Doot teegens de gewoone betaaling uit 's Compagnies Magazimen te laaten voorzien van 1 Ligt werpanker 4: snaphaanen en 50 lb Buskruit De Capitijn Luitenant der Burger Cavallerie Johannes zabeth Gijxbertus
English
1292 1393 Reenen, having also come to request permission to dispatch two boats respectively to Gansekraal and Saldanha Bay, that request was granted to the Van Reenen brothers in the manner aforementioned. Ample and detailed representation submitted by the gentlemen Gordon and Van Oudtshoorn as commissioners over the Company's timberlands. Gijsbertus van Reenen, having also made a request to be allowed to use a boat newly built by him here named De Drie Gebroeders, and another boat named De Antiquarius brought here from St. Helena by the burgher Antonij Watering, for fetching the produce of the farm Gansekraal purchased by him from the Company, and likewise the produce of the fishery which he conducts in Saldanha Bay, it has been decided to grant this request, as it is hereby granted, according to which the said vessels must for that purpose be provided for the period of one year with the necessary passports written on stamps of 5 rixdollars and sea-letters on stamps of 1 rixdollar, just and in the same manner as was determined hereinbefore concerning the boat De Willem Hendrik en Elizabeth. The gentlemen members of the Council, Robbert Jacob Gordon and Willem Ferdinand van Reede van Oudtshoorn, to whom, as being charged with the inspection and supervision of the forests situated around Hout Bay, by resolution of this board of 22 May of this year, pursuant to what was written by the Right Honourable Gentlemen Commissioners-General by missive of the [illegible] of the said month, were required to provide their considerations and report concerning the manner in which private individuals might be permitted to cut wood on permits in the forests around Hout Bay, as well as to furnish the reasons why the timberlands of the Company have not been better planted, and likewise to indicate the means that ought to be employed to cause those lands to obtain a more favourable aspect, having today submitted concerning these matters the following ample and detailed representation: To the Right Honourable Abraham Josias Sluysken, extraordinary member of the Council of the Netherlands Indies and Commissioner over the government of the Cape of Good Hope and its dependencies, etc. etc. etc., together with the Honourable Director and the Right Honourable Gentlemen of the Council of Policy. Right Honourable Sir, Honourable Sirs. The undersigned, having the inspection and supervision over the forests situated around Hout Bay, having been required by resolution of 22 May last by this Council: 1. To serve with considerations on what defined and regular footing, without destruction of the young trees or any serious objections arising, both to the advantage of the Honourable Company and the convenience of the inhabitants, private individuals might be permitted to cut wood on permit in the forests around Hout Bay; 2. To furnish the reasons why the Company's timberlands, being also under the direction of the undersigned, have remained up to this day in that disadvantageous state, without having been planted or sown with seeds of silver trees, pines, or any other timber, such as the Gentlemen Commissioners-General found them, so far as concerns the field situated around Het Paradijs; and 3. To indicate the means that ought to be put into effect to cause those lands to obtain that aspect which Their Right Excellencies declare they desire to find upon their return here from the Indies; Would have complied with this long ago, and indeed during the presence of the said Their Right Excellencies in this corner, had not the news of the war with France, received shortly beforehand, caused new occupations for the undersigned, by which, in order to be able to comply with this properly, they have been prevented until now. Now dutifully intending to comply therewith, the undersigned accordingly take the liberty to set down briefly here: On the first point, that they have no objections against the permission that could be given to the inhabitants to cut firewood in Hout Bay; the undersigned say in Hout Bay, by which they understand the Company's land overgrown with timber that extends from behind the farms Constantia and that of the Burgher Lieutenant Van Helsdingen to that of the widow Buurman, now remarried to the son of the aforesaid Van Helsdingen, with the exception however, in that tract, of the timber located on the Company's post and also in the kloofs of the mountains situated behind and to the side of this post, since such
Dutch transcription
1292 1393 Reenen al meede heb„ „bende koomen te verzoe „ken om twee Bools respt. naar de Ganze kraal en Salaanha „zenden - „baay te moogen af. de Gebroeders van is dat verzoek aan hun in maniere voorvz. toe„ gestaan. Ampel en gedetailleerd vertoog door de Heeren Gordon en van Oudtshoorn als Commissarissen over 's Comp„s Houtvelden inge„ „diend. — Gijsbertus van Leenen, almeede ver„ zoek gedaan hebbende om een Boot door hem alhier nieuw opgehaald genaamt de drie gebroeders, en een ander Boot genaamt de Antiqua„ rius door den Burger Antonij Wate„ ring alhier van S„t Helena aange„ bragt, te mogen gebruiken, tot het afhaalen der producten van de door hem van de Compargnie gekogte plaats de Panze kraal, en zo meede de voortbrengzels der Visscherij welke hij in saldanhabaaijever„ ceerd, zoo is verstaan, dit verzoek te accordeeren zoo als 't zelve geac„ cordeerd word bij deeze zullende dien volgens de gemelde vaartuigen tot dat einde voor den tijd van een Iaar moeten worden voorzien van de no„ „dige paspoorten op Zeegul van rd=s 5:- en zeebrieven op zeguls van rds 1. geschreeven zo en inzelvervoege als hier voren omtrent de Boot de Willem Hendrik en Elizabeth is bepaald. De Heeren Leeden des raads Robbert Jacob Gordin en Willem Ferdinand van leede van oudts hoorn, aan wien, /als gechar„ geerd zinde met de inspectie en toevoorzicht over de Bosschen om„ streeks de Houtbaai geleegen:/ bij Resolutie deezer tafel van den 22„e Mei deezes Jaars, ingevolge het door de Hoog Edele Heeren Commissarissen Generaal bij Missive van den der gemelde maand aangeschreeven, is gevorderd der„ „zilver Consideratien en bezicht, over de wijze op welke aan panti„ culiere zou kunnen worden ge„ accordeert Hout op ordonnantien in de Bosschen omstreeks de Houtbaai te mogen koppen mits „gaders te suppediteeren de reede„ „nen waarom de Houtvelden der Compagnie niet beter zijn beplant geworden en zo meede op te geeven de middelen welke zouden behooren te worden aange wend De 1294 1295 „wend om die velden een glinstiger aspect te doen verkrijgen, over dit een en ander heeden ingedient hebbende het volgend ampel en gedetailleerd vertoog Aan den wel Edele Groot. Achtb Heer Abraham Josias sluijsken raad ordinair van Nederlands India en Com„ missaris over het gouverne„ ment van Cabo de goede Koop. en den ressorte van dien &a &a &a. beneevens den E Achtbaaren Heer Gezag „hebber en wel Edele Heeren Jande van Politie WelEdele Groot Achtb: Heer E Achtb Heeren. Van de ondergeteekendens /:als d' Inspectie en toeverzigt over de Bosschen omstreek &: de houtbaaij geleegen hebbende / by resolutie van den 22 Meij Jongstleeden gen vordert geworden zijnde deezen raade. — 1 o Te dienen van Consideratien, op welk eene bepaalde en regel„ matigen voet, zonder vernieling der Jonge boomen, of dat zig daar teegens eenige gewigtige beden„ kingen koomen voor te doen, zoo tot avantage der E: Comp: als ge„ „rief der Ingezeetenen aan Par„ „ticulieren zouden kunnen wer„ „den geaccordeert hout op ordon„ nantie in de Bosschen om„ streeks de Houtbaar, te mo„ „gen happen 2„e Te suppediteeren de reevenen waarom 's Comp„s Houtvelden, als meede onder de zonderget directie staande tot op den dag van heeden zijn gebleeven in„ „dien disavanter geusen staat, zonder met pitten van witte boomen, dennen, ofte eenig„ geleegen ander 1296 1297 ander houtgewas beplant ofte bezaart te zijn geworden, als waar in Hee: „ren Commissarissen Generaal dezelve (voor zo verre betieft het vels omstreeks het Paradijs ge„ „leegen:/ hebben aangetroffen. - En 3„' op te geeven de middelen, welke zouden behooren te worden in 't werk gesteld omme die velden dat aspect te doen verkrijgen, welke haar Hoog Edelheedens betuigen te verlangen dezelve bij hoogstderzelver te rug„ komst uit de indien alhier te zullen mogen aantreffen: — Hadden dezelve bereids voor langen en nog wel bij het aan„ =weezen van ged: haar Hoog Edelhee„ „dens aan deezen uithoek daar„ „aan voldaan, zoo niet de tijding van den oorlog met Frankrijk kort bevoorens ontfangen bij des ondergeteekendens occuputien, nieu„ „we hadde veroorzaakt, waarvoor zij ten einde hier aan behoorlijk te kunnen obtempereeren, tot nu toe verhinderd zijn geworden. Thans daaraan plichtschul„ „dig zullende voldoen permittee„ „ren de ondergett: zig dienvolgens kortelijk alhier ter never te stellen Op het Eerste poinct, dat zij geen ne bedenkelijkheeden hebben tee„ „gens de permissie die men aan de Ingezeetenen zoude kunnen geeven om branghout in de hout„ baaij te koppen: de onderget: zeggen in de houtbaaij, waarmeede zij be„ „grijpen het Comp„s Land met hout bewassen, dat van agteren de plaatsen Constantie en die van den Burger Luith: van Helsdin„ „gen zig uitstrekt tot na dat van de wed: Buurman thans, met de zoon van voorn: van Hels„ dingen hertrouwt, niet uitzon„ dering egter in dat veld van het hout dat zig op sComp:s Post en zoo ook in de klooven der Ber= „gen agter en ter zyde deeze Post geleegen komt te bevinden, alzoo zulks toe
English
1298 1299 as is presently used in the service of the Honorable Company, there are manufactured from it and successively delivered, both for different posts and departments, the necessary handspikes, tripod poles, tent pegs, wheelbarrows, shafts, legs, felloes and spokes, as well as for the Hospital the required wooden bowls, ladle and potage spoons, rice blocks and pestles. The precaution that ought to be taken to prevent any wood from being cut except by those who had obtained the permission of the Governor upon a written order, whereby a certain price could be determined for each wagon load or burden, would, under respectful correction, merely need to be as follows: Namely, that a reliable European under the direct orders of the undersigned be appointed as a special overseer over this timber field, who could have his residence in a hut of straw or reed to be constructed expressly for that purpose there in the defile of the Houtbaai, or the so-called Lange Hoogte, and thereby being in the best position could prevent and counteract any wood from being cut in that field or transported therefrom, except by such persons as could show sufficient proof of having obtained the aforesaid permission from the Governor. The destruction of the young trees will always be difficult to prevent, on the grounds that the Company, not being able to have the wood felled itself, as this would cause it too much expense, will indeed be forced to let each private individual cut his own wood, which cannot but be accompanied by the destruction of the young growth. 1300 1301 On the Second point: that the undersigned would not dare to confess in good conscience that, in proportion to the few men who, for more than two years past, or since the reduction of establishment in this Government, have remained at the four posts of Houtbaai, Witteboomen, Kirstenbosch, and Het Paradijs, both to maintain supervision over those places and to watch over the extensive timber field, consisting merely of the small number of ten persons, the timber field is in such a disadvantageous state as the Right Honorable Commissioners-General declare to have found it, from which the undersigned have thus had to conclude that Their Right Honors were certainly not informed. That upon assuming the management of those posts, the undersigned undertook to have the field around them sown with kreupelboom, and have also actually fulfilled those promises by having several mudde sacks of kreupelboom seeds planted in the ground, which has had the result that already a great number of them have come up, which, not yet showing themselves to the eye because of the heavy undergrowth, could not look more advantageous in proportion to the short time that the undersigned have had supervision over it, on the grounds that until recently, upon the reduction of the post De Schuur, the timber standing in that field was for the most part destroyed. 1302 1303 would present a more advantageous sight when, having shot up through the aforesaid undergrowth, they shall have become a few years older. That the field around Het Paradijs, being better suited for pine and silver trees than for kreupelboom, was the reason why the undersigned did not have that field sown or planted with kreupelboom seeds at the same time as the rest situated near the Witteboomen. And lastly, that although it is indisputable that in the neighborhood of Het Paradijs the finest plantations of silver trees belonging to private individuals are found, it is no less certain that if similar ones had to be established on behalf of the Company, it would have caused new establishment and much expense to the same. If, say the undersigned, Their Right Honors had been truthfully informed of all this, they trust that Their Right Honors would also have acknowledged that everything has been done by the undersigned in this matter that could with any possibility be demanded of well-meaning zeal according to the means given to them. On the third point: that in order to give the fields around the post Het Paradijs that aspect which Their Right Honors declare they desire to find there upon their return from the Indies, there is only required for that purpose a proper cultivation and preparation of the land, which is by no means possible unless there are given to the undersigned
Dutch transcription
1298 1299 zulks tegenswoordig ten dienste der E Comp: wordende gebruikt, daarvan worden vervaardigt. en successivelijk afgeleevert, zoo voor differente posten en departe„ „menten de benoodigde handspaa „ken dridag-stokken, ten tpennen, kruijwagen, boomen pooten, vel„ „lingen en spaaken, als voor het Hospitaal de vereischt wordende hollebakken, Pol en Potaga lepels rijstblokken en stampers. — De voorzorge, die men zoude behooren te neemen, omme voor„ tekoomen, dat geen hout wierd ge„ „kapt, dan door hen, die daaromtrent op schriftelijke ordonnantie, waarbij voor ieder wagenvragt dan wel dragt eene zekere prijs zoude kunnen wor¬ „den bepaald, de permissie van den Heer Hoofdgebieder had verkreegen zoude, onder eerbiedige Correctie al„ leenlijk deezen behoeven te zin„ Namentlijk dat men een goed ver„ trouwd Europeesch onder de onmid„ delijke ordre van de ondergets aan„ „stelde tot een byzondere opzigter over dit houtveld die zijn verblijf zoude kunnen hebben in een ten dien einde aldaar expres te extru¬ eerene Htut van Stroo ofte riet; in de defilé van de Houtbaar, ofte de zogenaamde lange hoogte en daar door het beste a porte zijnde zoude kunnen beletten en tegen„ gaan dat geen hout in dat veld wierd gekapt nog daar uit vervoerd dan door de zodanigen, die vol„ „doende bewijzen konden voorschr„ permissie van den Heer Hoofdge„ bieder te hebben geobtineerd. de vernieling der Jonge boomen. zal altoos beswaarlijk zijn voor te koomen, uit hoofde dat de Comp: het hout met vel kunnen„ „de laaten onvellen, alzoo zulks te veel onkosten aan dezelve zoude veroorzaaken men wel genood= zaakt zal zyn, ieder Particulier zijn eigen hout te laaten kappen, delike dat 1300 1301 dat wel niet anders dan met ver= nieling van het Jong gewas kan gepaard gaan. Op het Tweede poinct dat zij ondergeteekendens niet in gemoede zouden durven avoueeren dat na rato van de weinige manschap„ „pen, die zints ruim twee Iaaren geleeden, ofte na de reductie van ommeslag in dit Gouvernement op de vier Posten de Houtbaai, de witteboomen, kirstenbosch en het Paradijs zijn verbleeven, zoo tot het toezicht houden over die plaatsen als om het uitgestrekt houtveld gaade te slaan en slegts bestaan in het kleen getal van Thien- Coppen het houtveld zig in eene zo disavantageuse staat komt te be„ vinden, als waar in de Hoog Edele Heeren Commissarissen Generaal betuigen 't zelve gevonden te hebben, en waar uit de ondergeteekendens dus hebben moeten opmaaken, dat hun Hoog Edelheedens gewisselijk Dat de ondergets bij de aan- vaarding van de directie over die kosten hebben aangenoomen het veld omstreeks dezelve met kreupelboomen te doen bezaaien daarop ook werkelijk aan die belof„ „ten hebben voldaan, met eenige mudde zakken met ki cupelboo„ „men putten in den grond te hebben doen steeken, dat zulks ten gevolge heeft gehad, dat bereids eene groote meenigte daarvan zijn opgekoomen die zig door de zwaare ruigte nog niet voor het oog vertoonende niet zijn geinformeert geweest. Dat dat houtveld na rato van den korten tyd dat de onder„ geteekendens daar over het toe„ zicht hebben gehad, niet wel avantageuser konde uitzien, uit hoofde, dat nog zeedert kort bij de afschriffing van de Post de schuur het hout in dat veld staande, ten groots te deelen was vernield, niet eene 1302 1303 eene avantageuver gezigt zouden opleeveren, wanneer door voorm: ring te heen geschooten, een swaar Jaaren ouder zouden zyn geworden. Dat het veld omstreeks het Pa„ radijs, als beter geschikt voor denne en witte boomen aan wel voorkreu„ pelhout zulks de oorzaak is geweest waarom de onderget: dat veld niet te gelijkertijd met het overige aan de witte boomen geleegen met kreu„ pelboom Pitken hebben doen bezaaij. en ofte beplanten. En laatstelijk, dat of schoon het ontegenspreeklijk komt te zijn, dat in de nabuurschap van het Paradijs de schoonste Plantagien van witte boomen aan Particulieren toebehoorende worden gevonden, het ook niet minder zeeker kout te zijn, dat diergelijke Compagnies weegen hebbende moeten worden aangelegt nieuwe omslag en veele kosten, aan dezelve zouden hebben veroorzaakt. Op den derde poinct dat om de velden omstreeks de Post het Paradijs dat aspect te doen ver„ krijgen, welke haar Hoog Edel„ „heedens betuigen te verlangen de „zelve bij hoogstderzelver te rug komse uit de Indien alhier te zullen aantreffen; daartoe alleen word vereischt eene behoorlijke bewen„ king en bekwaammaking van het Land, het geen met geene mo„ gelijkheid te doen is, bij aldien niet aan de ondergete worden anneer, zeggende onderget„ hun Hoog Edelheedens zig van dit een en ander na waarheid had„ „den geinformeert gevonden, ver„ trouwen zij dat hoogst derzelve dan ook zouden hebben erkend, dat door de ondergeteekendens in dee„ „sen alles is verricht, wat van vel meenende ijver naar makte van de middelen hen gegeeven met eenige mogelijkheid kon worden gevordert. — Wanneer gegeeven 9
English
Which having been deliberated upon, it was resolved concerning the first point that the further proposals therein be provided for, and that the granting of permission to the inhabitants be for now superseded. Given, ten slave boys, two spans of draft oxen, and some farming tools, consisting of ploughs, harrows, picks, and shovels, in order to be able to have the work performed therewith. For the rest, the undersigned have the honor to let this serve as a report. In the Castle of Good Hope, the 30th of November 1793. Signed: R. J. Gordon M. v. Reede van Oudtshoorn Thus, after reading that representation and deliberating upon the same, it was unanimously resolved concerning the first point that, whereas the little young timber which is at present still found in the place where the felling thereof could be granted to private individuals would be rooted out in a short time, and the expenses which would necessarily have to be incurred to preserve that field from total destruction would very certainly exceed the small advantages which the Company could derive from the permission to allow timber to be felled by private individuals for their own use, the granting of this permission to clear timber shall for now be superseded until the field where wood could be gathered by the inhabitants shall be better overgrown, in order then to consider in what manner and under what stipulations the greatest advantage for the Company may be derived therefrom. The Council further fully accepting as sufficient the reasons adduced by the gentlemen Gordon and Van Reede van Oudtshoorn as to why the timber fields are in no more advantageous a state, so shall, as far as circumstances permit, to enable the aforementioned gentlemen to cause the same to acquire a better aspect, to the ten individuals who are stationed at the posts of Houtbaai, Witteboomen, Kirstenbosch, and Het Paradijs, both to maintain supervision over those posts and to watch over the extensive timber field, be added ten capable working slaves of the Company, to be employed by their Honors for the improvement of the woods in all such labor as their Honors shall deem necessary for that purpose. Lastly, the noble Lord Commissioner submitted the following memorandum drawn up by His Honor: Whereas the Most Noble Lords Commissioners General, in their most high publication of the 20th of February of this year concerning the collection and payment of the overdue recognition monies for the loan places, have ordained, among other things, that in order to accommodate the debtors, they shall be at liberty to apply toward that satisfaction the amount for livestock delivered by them to the contracted as well as to the private butchers at the prices which shall have been agreed upon for them; that to this end lists shall be provided by the government to each of the aforementioned butchers of all such persons as owe overdue recognition monies to the Company; and that the same butchers shall furthermore be obliged to pay the amount thereof into the treasury at the latest within six weeks after the delivery of such livestock, in reduction of overdue arrears, with a specific statement of the persons on whose behalf this is done, and this against the receipt of the cashier, which they shall be obliged to produce to those who shall be entitled to the receipt of the purchase monies for the livestock sold to them, and immediately to hand it over to them after settlement of the account; the aforementioned Lords Commissioners General have reserved to the government to take such further dispositions and measures as might be found appropriate for the most complete execution of their most high aforementioned intention. All of which has obliged the undersigned Commissioner to investigate how the aforementioned salutary arrangements could best be put into execution, in order to cause the Company to obtain the recognition monies due to it, and to enable the inhabitants to settle their arrears in the easiest and most certain manner; and since upon this investigation it appeared to the undersigned: That the contracted butchers have hitherto never complied with the regulation according to which they should collect these due recognition monies, of the 25th of June 1793, from articles 3 to 12, they having to this day not retained a single penny of the same, or at least not accounted for it to the Company's treasury; And that this has just as little [illegible] arrangements.
Dutch transcription
1304. 1305 waarop gedelibereerd zynde is ten belange van 't eerste poinct beslooten. — het verder voortgebragte inne werden voorzien — met het verleenen van per „missie aan de Ingezeetenen nog te supercedeeren. gegeeven, Tien slave Jongens Twee Spannen trekbeester en eenige bouw gereedschap, in kloegen Eggen„ Tikken en graaven bestaande, om „me daarmeede het werk te kun„ „nen doen verrichten De ondergetekendens hebben voor het overige de Eer deezen te laaten dienen voor bericht In't Casteel de goede Hoop d: 30 Notb: 173 R: I: Gordon /get: Mfv: Reede van Oudtshoorn Zo is na lectieure van dat vertoog en deliberatie over 't zelve, ten belange van t' Eerste swinct, un anime besloo„ „ten omme aangezien het weinig Jong hout dat zich voor als nog komt te bevinden ter plaatse waar men het kappen daarvan aan particulieren zou kunnen accordeeren, binnen weinig tijd zoude worden uitgeroerd en de onkosten welke noodzakelijk zouden moeten worden geimpendeerd Den raade voor volkoomen zullende voorts omtrend voldoende aanneemende de leede door voorsz: Heeren daar „nen door de Heeren Gordon en van reede van Oudtshoorn bijge„ bragt waarom de Houtvelden zich in geen avantageuser staert koomen te bevinden, zo zal om om dat veld voor eene totarrle verwoesting te bewaaren zeer zee= ker zouden te bovengaan de ge„ ringe voordeelen die de Compagnie zou kunnen trekken uit de hermis„ „sie om door particulieren ten huen„ „nen behoeve staat te mogen koppen met het verleenen van deeze per„ om hout te roeyen voor als missie voor als nog te superie„ „deeren tot dat het veld alwaar door de Ingezeetenen Hout Zocc kunnen worden geweid, beeter zul „len weezen bewessen, omme als dan te overweegen op welke wijze en onder welke bepaarlingen daar van het meeste voordeel voor de Comp: zal kunnen worden ge„ voor om trokken. 7306 1307 den Edelen Heer Com„ „missaris legd over de volgende pro memoria door zyn Edelegemaakt, voor zoo veel de omstandigheeden toe„ laaten, welgemelde Heeren in staat dezelve een beter aspect te doen ver„ krijgen, by de tien koppen welke op de Posten de Houtbaai, de witte boomen Kirstenbosch en het Paradijs zich geplaatst vinden, zo om toe„ zicht te houden over die Posten als om het uitgestrekt Houtveld gade te slaan, nog worden gevoegd Tien bekwaame werkslaaven der Compagnie omme door hun Ed: ter verbetering van de Hout„ bosschen te worden geemploieerd tot alzulke arbeid als hun Ed„ tot dat einde als hun Ed: tot dat einde noodzaaklijk zullen oordeelen. Laastelijk wierd door den Edelen Heer Commissaris overgelegdn de volgende door zijn Ed: gemaakte Pro. Memorie Wanneer de Hoog Edele Hoe„ „ren Commissarissen Generaal bij hoogst derzelver Publicatie van den 20e: February deeses Jaars, omtrent de invordering en betaling van de agterstullige recognitie gelden der Leeningsplaatsen onder an„ deren hebben gestatueerd, dat om aan de debiteuren te gemoed te koomen het aan dezelve zal vrijstaan tot die voldoening te doen strekken het bedraagen van vee, door hun aan de gecontrac„ „teerde, mitsgaders aan de Par„ ticuliere slagters geleeverd worden „de tot de prijzen welke daar voor zullen zijn bedongen, dat ten dien eijnde door de regeering aan elk der voornoemde slagters zul„ „len worden verzorge Lysten van alle zodanige perzoonen, als ag„ terstallige recognitie penningen aan de Compagnie verschuldigen en dezelve slagters wijders gehou„ „den zullen zijn, om uitterlijk bin„ „nen zes weeken na de Leurantie van zodanig thee, in mindering van verschuldigde achtenstallen, 20e. Februarij het 1308. 1309. het bedraagen daarvan in Cassa over te brengen, met specificque op„ gaave van de Perzoonen ten behoeve van welke zulks geschied, en zulks teegens quitantie van den Cas„ sier welke zij verpligt zullen zijn te produceeren, aan die geene welke tot den ontfangst der koop„ penningen van het aan hun ver„ kogte thee zullen zijn geregtigd, en na vereffening der reekening dadelijk aan hun ter hand te stellen hebben welgemelde Heeren Com„ missarissen Generaal aan de re„ geering gereserveerd gelaaten om„ tot de meest volleedinge Executie van hoogst derzelver voornoemde intentie zodanige nadere dis„ positien en maatregulen te nee„ „men als bevonden zouden mo„ „gen worden te behooren. — Al het welke den onderge„ teekende Commissaris genoode zaakt heeft om te onderzoeken, hoe„ danip de voorschr: heilzaame schikkingen het beste ter Executie zoude kunnen worden gelegt, ten einde de Compagnie de haar Com„ peteerende recognitie pennin„ „gen te doen erlangen, en de In„ gezeetenen in staat te stellen haare agterstellen op de gemakke„ lijkste en zekerste wijze af te leg„ „gen en vermits bij dit onderzoek aan den ondergeteekend geblee„ Dat door de gecontracteer„ „de slagters tot nog toe nimmer is voldaan geworden aan het reglement waarna zy deeze ver„ schuldig de recognitie pennin„ „gen zouden moeten vorderen van den 25 Junij 1793, van art„ 3 tot 12, als hebbende zi tot heeden toe nog geenen enkelden pen„ ning van dezelve ingehouden gehad, ten minsten niet aan de Compagnies Cassa ver„ antwoord: — En dat zulks even zo weinig ken is. — Schikkingen „ I
English
was done by the private butchers. Whereas it has appeared to the undersigned from the reports and information sent hither by the Bookkeeper Johan Jacob Fredrik Wagener, who, as appears from the resolution of the 4th of September last, was sent into the country to instruct the inhabitants concerning the true meaning and intention of the aforementioned arrangements, that the said inhabitants, although not unwilling to pay their arrears to the Company and to settle them in accordance with the arrangement made by the Commissioners-General, had nevertheless all been found very averse to having the payment made into the Treasury by the butchers and subsequently settled with them, in view of the fact that the butchers could use this payment to the Company as a pretext, when the inhabitants come to the Cape often for a very short time and sometimes for only a single day, to delay paying them for their cattle sold, and indeed to make them wait for months thereafter under the pretext that they are not allowed to pay them until the Company has been paid, which would result in their having to buy the necessary goods on credit and thus pay much more dearly than for cash, and that the same butchers might sometimes withhold the recognition monies from them without paying them to the Company, which would place them in danger of having to make a second payment, apart from the fact that the manner of payment appeared to them cumbersome and too difficult, he has thought, after mature deliberation, to propose to the members of the meeting whether they could agree with him, pursuant to the aforementioned authorization of the Commissioners-General, with an alteration of everything already resolved regarding the manner of collecting the repeated overdue recognition monies, to enact and determine: That to all butchers, whether contracted or private, shall be delivered the lists already prepared of all the inhabitants of this Colony and subordinate districts who must pay recognition monies to the Company, without stating or making known any sums of money. That the said butchers shall thereby be ordered that when the inhabitants wish to receive the money for their delivered cattle, they must notify them that they will first have to pay the Company the recognition money for the current year, together with the two or one year of arrears if they owe them, and provide themselves in this respect with a receipt from the Bookkeeper of the General Public Revenues. However, every inhabitant shall be free either to bring and pay the said recognition monies into the Treasury himself, or to have this done by the butchers or by anyone else whom he shall see fit. That in the first case, when the inhabitants choose to make the payment into the Treasury themselves, they shall be required to show the receipt thereof to the butchers, after which the latter shall be obliged to pay them their due monies immediately and without any delay according to the contracts made with them. That in the second case, when the same inhabitants shall see fit to have their recognition monies paid into the Treasury by the butchers, to be withheld by them from the monies due to them; the said butchers in that case shall be obliged to prove to the said inhabitants, by handing over the receipt of the Cashier, that this commission or obligation has been fulfilled, and that the Company has been paid what is due to it for that year. And that, whereas it frequently happens that the stay of the country people at the Cape is so short that they cannot well wait until the necessary warrant is drawn up and the money is brought into the Treasury by themselves or by the butchers, the butchers shall then be bound to grant the aforementioned country people a writing of this content: I, the undersigned, acknowledge having withheld from, and having in my possession from, a sum of which I undertake to pay into the Treasury for his account and in reduction or satisfaction of what he owes to the Company for recognition monies. Cape of Good Hope, the . . . . whereupon the countryman shall be able and permitted to suffice with bringing that note or writing to the Office of the Bookkeeper of the Public General Revenues, who shall then see to it that the warrant is prepared to be drawn up by the Cashier.
Dutch transcription
1310 1317 is geschied door de Particuliere slayters. Terwijl den ondergeteekende uit de door den Boekhouder Johan Jacob Fredrik Wagener welke door hem blijkens resolu„ tie van den 4„e September laatst„ leeden in het Land gezonden is, om de opgezeetenen van den waar „ren zin en meening van de bo„ „ven gemelde Schikkingen te on„ der rechten, herwaards gezonden „ne berichten en informatien is te vooren gekoomen. dat gezegde opgezeetenen. schoon niet onwillig zijn om haar agterstallen aan de Compagnie op te brengen en te voldoen vol¬ „gens de door Heeren Commis„ sarissen Generaal gemaakte schikking, dezelve echter alle zeer afkeerig gevonden had, om de betaling in Cassa te laaten geschieden door de slagters om vervolgens door deeze met haar te worden vertekend, uit aern„ „zien dat de slachters deeze be„ taling aan de Compagnie tot voorwendzel gebruiken kon„ „den, om haar wanneer aan de kaap kome dat veel al voor een zeer kosten tijd en zomtyds maar voor eenen dag in de voldoening van haar ver„ kogte thie te verschuien, Jaa haar daarna maanden te laaten wag„ „ten, op voorwendzel dat haar niet mogen voldoen voor dat de Com„ pagnie betaald is, het welk aan ten gevolge zoude hebben dat de goede„ „ren die benodigd zin op Crediet moeten koopen en dus veel dueur„ „der als voor Contanten betaalen moeten, en dat dezelve slachters haar Zomtyds de recognitie gel„ „den zouden kunnen inhouden. zonder die aan de Compagnie te vol= „doen dat haar in 't gevaar van eene tweede betaling te moeten doen, brengen zoude, buiten dan nog dat haar de wijze van betaling omslagtig haar 1312 1313 omslagtig en te moeielijk boescheen p zo heeft hij na rijp overleg ge¬ dagt aan de Leeden der vergadering te moeten voorstellen of dezelve met „hem konde goed vinden, om volgens de hiervoren gemelde qualificatie van Heeren Commissarissen Gene„ raal met alteratie van al het om„ „trent de wijze van Invorderingg der meermelde agterstallige recoij ratie penningen reeds beslooten te statueeren en te bepaarlen. Dat aan alle slagters het zi de gecontracteerde of particuliere zal worden ter hande gesteld de readse vervaardigde Lijsten van alle Inzem„ opgezeetenen van deeze Colonie en de onderhoorige districten, welke recognitie gelden aan de Com„ „pagnie moeten betaalen zonder uit„ drukking of bekend stelling van eenige geld sommen. - Dat gezegde slagters daarby zullen worden gelast om wanneer de opgezeetenen het geld van haar ge Dat in het eerste geval war„ „neer de opgezeetenen verkiezende betalinge zelfs in Cassa te doen, zij de quitantie daeraan zullen moeten vertoonen aan de slachters waarna die zullen verpligt zijn om haar dadelik en zonder eenig uitstel haar te goed hebbende gelden leeverd rhee willen ontvangen zij dezelve zullen moeten aanzeggen dat alvoorens aan de Compagnie het loopend Jaar recognitie gele met de twee of een Jaar agterstal Zo die schuldig zyn - zullen betaa„ „len moeten, en zig desweegens voorzien van een bewijs van den Heere Boekhouder der generaale s Lands inkomsten. Dog dat een ieder opgezeetenen zal vrijstaan om gezegde recognitie gelden of zelfs in Cassa te brengen en te betaalen, of zulks door de slachters of door iemand anders wie hij goedvinden zal te laaten doen. — leeverd volgens 131½ 1315 volgens de met dezelve gemaakte Con „tracten te voldoen. — Dat in het tweede geval wanneer dezelve opgezeetenen zullen goedvinden om haare recognitie gelden door de slaijters in Cassa te laaten voldoen om door die van de aan haar Com peteerende gelden te worden ingehou„ „den, gezegde slagters in Cassa te laa„ „ten voldoen, om door die van de aan haar Competeerende gelden te wor„ „den ingehouden; gezegde slagters in die valle zullen zijn verpligt om door het overgeeven van de quittantie van de Cassier aan de gemelde opgezeete„ „nen te doen blijken dat aan deeze Com„ missie of verpligtinge voldaan ge„ worden, en de Compagnie voor het haar in dat Jaar Competeerende betaald geworden is.— En dat vermits, het dikwerf plaats vind, dat het verblijf van de buiten bieden aan de Kaap ze kort is, dat niet wel kunnen afwagten dat de nodige ordonnantie worde opgemaakt, en het geld door haar zel„ „ven of door de slagters in cassage= brugt word, zoo zullen de slagters als danr gehouden zijn om aange„ dagte buiten lieden te verleenen een geschrifte van deezen inhoud. — Ik ondergeschreevene. bekenne van ingehouden en onder mi, te hebben Een somma van - 1 welke ik aanneem voor zijne reekening en in mindering ef voldoening van 't geen hij aan de Compagnie voor recognitie gelden schuldig is in Cassa te zullen betaalen. - Kaap de goede hoop den. . . . . wanneer den buiten man zal kien nen en moogen volstaan om dat briefjen of geschrift te brenden op het Comptoir van den Boek„ houder van 'S Landes Generaale Inkomsten, die als dan zal doen zorgen dat des ordonnantie vervaar„ „digt worden om door de Cerssier te opgemaakt worden — —.
English
1316. 1317. attentive deliberation concerning the same. of the Council fully conformed to the said proposal, of the aforesaid Memorial be given to those whom it concerns for their information. be received or settled; that to this end, in order as much as possible to prevent and ensure that this arrangement is not made illusory, both the contracted and private butchers shall be obliged immediately to pay the amount for the cattle which, according to long-standing custom, they shall purchase on receipt or so-called butcher's notes, after it shall have appeared to them as aforesaid that the recognition money has been settled, without letting the inhabitants wait any longer for it thereafter, upon penalty that those of the butchers who shall act contrary to this shall be and remain deprived forever of their privilege of slaughtering. And all this without prejudice to the arrangements made by the Right Honorable Commissioners General regarding the payment of arrears by less affluent persons, concerning whom, whenever sufficient evidence thereof shall appear, all possible indulgence and favorable consideration shall be exercised. In the Castle of Good Hope, the 13th of December 1743. Signed: A: J: Sluijsken About which Pro Memoria having been deliberated with all possible attention, and everything proposed therein by the Honorable Commissioner being found to be capable in every respect of serving to make the inhabitants and residents of this Colony pay the recognition moneys of their loan places in an easy manner, and to secure the receipt thereof for the Company as much as possible, the gentlemen members of the Council have fully conformed to the said proposal, and accordingly the aforesaid Pro Memorial shall be converted into a resolution of this Council, as the same is converted hereby, and a complete copy thereof shall be handed to 1318. 1319. Communication from the Honorable Commissioner for what reasons His Honor had convened this meeting. Report by the Landdrost and Heemraden and military officers of Swellendam and Graaff-Reinet and the Military Ensign Abue directed to this Government. the Bookkeeper of the Country's General Revenues, in order that His Honor may conduct himself strictly according to it, while extracts from the same Pro Memoria, so far as it concerns them, shall be sent both to the contracted butchers and to each of the private butchers, with orders and commands strictly to conduct themselves according to what has been prescribed to them therein, upon such penalties as are stated therein. Thus Resolved and Decreed: In the Castle of Good Hope, the date and year aforesaid. Was signed: A: J: Sluijsken, O: I: de Wet, W: J: van Reede van Oudtshoorn, E: Bergh. Lower down: present with me, signed, P: T: Goetz, Secretary. Monday, the 16th of December 1793, in the forenoon, present the Honorable Commissioner, together with the gentlemen members de Wet and Bergh, except the Governor and the gentlemen members Gordon, Le Sueur, van Reede van Oudtshoorn, and Brandt, it was made known to the Council by the Honorable Commissioner that His Honor had primarily convened this meeting in order to review in it the report directed to this government by the Landdrosts of the Colonies of Swellendam and Graaff-Reinet, together with Heemraden and military officers from both Colonies and the military ensign Hans Abue, concerning the outcome of the expedition undertaken by order of the same, to expel the plundering and murdering Caffers from the possessions of the Christians, to re-establish them therein, and to provide them with adequate compensation for the robberies and devastations committed, as well as to conclude a lasting peace 1320. 1321. with the Caffers, which report reads as follows: Cape of Good Hope. To the Right Honorable, Greatly Respected Mr. Abraham Josias Sluijsken, Extraordinary Councillor of Netherlands India as well as Commissioner of the Government of the Cape of Good Hope and its dependencies, etc., etc., etc., together with the Right Honorable, Respected Governor and the Honorable Members of the Council of Policy. Right Honorable, Greatly Respected Sir, and Honorable, Respected Gentlemen. In dutiful compliance with the respected order of Your Right Honorable, Greatly Respected and Honorable Respects contained in your very venerated letter of the 12th of the past month of August, written upon a certain written report submitted to you by the Heemraden of the Swellendam Colony, Johan Willem Barkhausen and Pieter Hendrik Ferreira, concerning the ongoing murder and plunder lust of the Caffers, to the Landdrost of the just-mentioned Colony, Anthony Alexander Faure, the undersigned take the liberty most submissively to inform Your Right Honorable, Greatly Respected and Honorable Respects that the said Landdrost Faure, directly upon the receipt of Your Right Honorable, Greatly Respected and Honorable Respects' well-mentioned letter, accompanied by the Heemraden Hilgert Muller and Jan Willem Barkhuijzen, and the military ensign Hans Abué, with as many men as could possibly be assembled, departed on the journey on the 8th of the just-past month of September.
Dutch transcription
1316. 1317. aandagtige deliberatie over dezelve. des Raads zich met de ge „melde propositie vol„ „komen geconformeerd, van de voorsz: Memoria „geeven aan die geene die het aangaat tot kun narigt. worden ontvangen of verreekend„ dat ten dien einde zo veel na gelijk voor te koomen en te waaken dat deese schikking niet ilusoor worde gemaakt, zoo de gecontrac„ teerde als Particuliere sluijters zullen weezen verpligt om het be„ draagen van het vhee dat zij volgens al oud gebruik op quittantie ofte zogenaamde slagters briefjes zul„ „len koopen, dadelijk zullen moeten voldoen na dat haar als voorsz: zal gebleeken zijn dat de recognitie verreekend is, zonder de opgezeete„ „nen daarnae nog eenige tijd te laa„ „ten wagten, op poene dat de geene der slagters, die Contrarie deeze zullen handelen voor altoos van hun„ „ne previlegie van slag ten sullen zijn en blijven verstooken. Ende dit alles onverminderd de door de Hoog Edele Heeren Commis„ sarissen Generaal gemaakte Schik„ kingen omtrent de betaaling der agterstallen door min vermogen „de persoonen omtrent werke, wan„ „neer daarvan voldoende blijken zal, alle mogelijke toegeeflijkheid en gunstige aanschouw zal worden gebruikt In't Casteel de goede Hoop d„ 13 decbr 1743 /:get:/ A: J: Sluijsken Over welke Pro Memoria met alle mogelijke aandagt gedelibereert gevor„ „den, en 't daar bij door den Edelen Heer Commissaris geproponneerd allesints bevonden zijnde te zullen kunnen. strekken, om de in- en opgezeetenen dee„ zer Colonie, op eene faciele wijze de recog„ nitie penningen hunner Leeningsplaat „sen te doen betaalen en de ontfangst daar van voor de Comp: zo veel moge„ en hebben de heeren Leeden lijk te verzeekeren, zo hebben de Heeren Leeden des raads zig met de gemelde propositie volkoomen geconformeerd, zullende dienvolgens zullende dienvolgens de voorschr: Pro Extracten werden afge: Memorie worden geconverteerd in eene resolutie deezes raads zoo als dezelve ge„ converteerd word by deeze en zal een volleedig Copia derzelve worden ten han gesteld de 1318 1319 Communicatie van den Edelen heer Commissaris om welke reedenen zyn Ed: deeze by een komst had doen beleggen. Rapport door den Land „drost en Heemraaden en krygs officieren van Zwel. „lendam en Graaffe Eynet en den Vaandrig Mili„ „tair Abue aan deeze Re„ „geering gericht gesteld aan den Heere Boekhouder van 's Lands Generaale Inkomsten ten einde zijn Edele zig daarna stipte zal kunnen gedraagen, terwijl Extracten uit dezelve Pro Memoria voor zoo verk ken aangaat zullen worden toege„ zonder zoo aan de gecontricteerde slagters, als aan ieder der particuliere slagters met last en bevelzig na 't geen wat hen daarbij is voorgeschreeven stipte te gedraagen, op zodanige frana„ liteiten als daar bij staan vermeld Aldus Geresolveerd ende Gearresteerd: In't Casteel de goede Hoop een daaige en Jaare voorschreeven was get: A: J: Sluijsken, O: I dewet, Wijf van Reede van Oudtshoorn E Bergh /lager:/ mij praesent / geteekend. P: T Goetz Secretaris Maandag den 16 Decbr 1793 s voormiddags present den Edelen Heer Commissaris beneevens de Heeren Leeden de wet en Bergh, Wierd door den Edelen Heer Com„ missaris den raade te kennen ge„ „geeven, dat zin Ed deeze vergader ring voornamentlijk hadt laaten beleggen om in dezelve te resumee„ „ren het rapport door de Landerosten der Colonien Zwellendam en Graaffe Reinet, beneevens Heemraden en krijgs officieren uit beide Colonien en den vaandrig militair Hans Abue aan deeze regeering gericht, over de uitslag van de expeditie op bevel van dezelve gedaan, om de zoovende en moordende caffers uit de bezittingen der Christenen te verdrijven, deeze daarin wederom te vestigen, en aan hen over de ge pleegde rooverijen en verwoestingen eene voldoende schadeloosstelling te verschaffen mitsgaders omme eene demptis de Heer Gerackhebber en de Heeren Leden gordon Le Sueur, van Reede van Oudts hoorn en Brandt demptis bestenditge 67 1320 1321 vreede met de Caffers te treffen, lunden „de dat Rapport als volgd„ Cabo de goede Hoop Aan den Wel Edele Groote Achtb: Heer Abraham Josius Sluijsken raad extra ordinair van Neder= lands India mitsgaders Com„ missaris van 't Gouvernement van Kaap de goede Hoop en den ressorte van dien &. a &„ H„o benee„ „vens den welEdelen Achtb Heer Gezuchhebber en de wel Edele Heeren Raaden van Politie WelEdelen Groot Achtb: Heer en E: Achtbaare Heeren Ter pligtschuldige voldoening aan Uwel Edele Groot Achtb en E: Achtb: gerespecteerde ordre vervat bij hoogst erzelver zeer gevenereerde Missive van den 12=e der gepasseerde dat opgemelde Landdrast Faure zich direct op den ontfangst Uwer wel Edele Groot Achtb: en E Achtb: welop ge„ melde Missive, verzeld door de Heem„ raaden Hilgert Muller en Jan Willem Barkhuijzen, en den vaandrig mi„ litair Hans Abué, met zo veel man„ schappen als maar met eenige mo„ gelijkheid, heeft kunnen werden bij een gebracht op den 8e der evenaf„ geweekene Maand September op reize Maand Augustus op zeeker schrif„ telijk rapport door de Heemraaden der Zwellendamse Colonie Johan Willem Barkhausen en Pieter Hendrik Ferraira betrekkelijk de voortduurende moord- en - roof„ zugt der Caffers aan hoogst dezel „ve overgelegd, aan den Landdrost der zo evengemelde Colonie Antho„ ny Alexander Paure geschreeven, gebruikende ondergeteekendens de vrijheid UwelEdele Groot Achtb: en E Achtb: alle nonderdanigst. te berigten. Maand begeeven
English
proceeded to the place where it was thought that the combined commandos would have assembled; and having arrived at the place of the farmer Lucas Meijer Isaaksz, situated in the Zuurveld about three hours on this side of the Great Fish River, and having learned there that the Landdrost of the colony Graaffe Reinet, Honoratus Christiaan David Maenier, had placed himself in person at the head of a commando, had already pursued the Caffers across the aforementioned Great Fish River, namely up to the Buffalo River, about four stages from the aforementioned Fish River, and had defeated them there, deemed it advisable, since the commando which he had with him was, according to the general opinion, too weak to cross the Fish River, to notify the aforementioned Landdrost Maijnier of his arrival here by three Hottentots expressly commanded for that purpose, and to await him at the aforementioned place, as well as in the meantime to reinforce with some men the places situated on this side of the aforementioned Fish River which were most exposed to the incursions of the Caffers. That the aforementioned Landdrost of Graaffe Reinet, upon the letter of the Landdrost Faure, having returned hither from across the Great Fish River, the aforementioned very honourable missive of Your Right Honourable and Honourable Sirs was read to the undersigned by the aforementioned Landdrost Faure in a meeting of Heemraden and Military Officers both of Zwellendam and Graaffe Reinet expressly convened for that purpose, in which meeting it was then also communicated to the undersigned by the aforementioned Landdrost Maynier: That already for the second time, assisted each time by the Heemraden Stephanus Naude and Hendrik Mijntjes van den Bergh, he had taken the field against the Caffers since the 27th of the past month of August, and that, having fought five battles (in which he had been fired upon with several shots), he had recovered, both of looted and captured cattle from the Caffers, approximately eight thousand cattle, as well as captured one hundred and twenty Caffer women and children; but that those defenceless creatures having been taken prisoner solely to prevent the unnecessary shedding of blood, he had set them at liberty again in different ways and each time with recommendations to keep the peace, in order thereby to prevent that, should the war with that nation unfortunately continue, our wives and children—who, as experience thus far had taught, had remained spared from their fury—should not, following our example, be sacrificed to their vengeance. And whereas the undersigned, for the reasons just cited, had to deviate from the order of Your Right Honourable Sirs contained in Your highly revered missive of the 22nd of June last, whereby Your Right Honourable Sirs were pleased to set a bounty of ten rixdollars for each prisoner of war, they most humbly supplicate Your Right Honourable and Honourable Sirs not to take this amiss of them. That he, Landdrost Maijnier, having fought the last battle at the aforementioned Buffalo River, and having had to return hither both on account of the bad condition of the horses and on account of the arrival of the aforementioned Landdrost Faure, had on his return journey from there proceeded to the principal and most powerful captain of the Caffers named Sambé, in order further to cultivate the friendship of the aforementioned Sambé, with whom he had lived on good terms and who on more than one occasion had given tokens of his attachment and loyalty to the Christians, and to make the peace more permanent by offering some gifts; that on that occasion he had also obtained from the aforementioned Captain Sambé that he would, at suitable opportunities from time to time, return to the Christians all such cattle as had been stolen from the Christians by the hostile Caffers and had been recaptured from them by his people, and moreover had undertaken to make peace with the other Caffers with whom he had lived in hostility for a considerable time, requesting however a little time for the restitution of the aforementioned cattle, since his territory was so extensive and his people were divided into such a multitude of kraals; as well as that the aforementioned Sambé had also already partially fulfilled his promise and on three different occasions had delivered a number of about four hundred Christian cattle; which conduct of the aforementioned Landdrost Maijnier, being entirely in accordance with the general interest and also, to the best of our judgement, with the intention of Your Right Honourable and Honourable Sirs, having been applauded by us, the undersigned, it was on that occasion also unanimously resolved to unite the forces and the common enemy.
Dutch transcription
1322 1323 begeeven heeft naar de plaats alwaar men meende dat de gezamentlijke Commandes verzameld zoude zijn; en gevorderd zynde ter plaatse van den Landbouwer Lucas Meijer Isaaksz: ge¬ „leegen in 't Zuurveld omtrent drie Heeren aan deeze zeide der groote visch rivier en aldaar vernoomen hebben„ „de dat den Landdrost der Colonie Graaffe reinet Honoratus Chris„ haan David Maenier zich in per„ „soon aan 't hoofd van Commando gesteld in de Cerffers bereids tot over de gemelde groote visch rivier en wel tot aan de Buffele=Rivier Ar„ „ca vier schoften van evengemelde visch- rivier vervolgd en aldaar geslagen had, te rade was geworden vermits het Commandot welk hij bij zich had, volgens het algemeen gevoelen te zwak wak om meerm: vischaivier door te trekken, gemelde Landdrost Maijnier door drie daar„ toe expres gecommandeerde Hot„ tentotten van deszelfs komst alhier dat gemelde Landdraste van Graaffe Reinet op aanschrij„ „ven van den Landdrost Saure van over de groote visch-rivier herwaards geretourneerd zijnde, door gemelde Landdros Faure in eene expres daartoe benoem„ de bij eenkomst van Heemraa„ „den en Krijgsofficieren zo van Zwellendam als Graaffe rei„ „net aan de ondergeteek: Lecture van UwelEdele Groot Achtb: en E Achtbb meerwelm: Missive is gegeeven „geworden in welke bij een komst als toen ook door meerm: Land„ dra st Maynier aan de onderge„ te verwittigen en denzelven op voorschr: plaats te blijven in wagt „ten, mitsg=s de plaatsen aan deezer zijde der gemelde visch rivier gen „leegen en dewelke meest aan de incursien der Caffers g'expo„ neert waren intusschen met eenige Manschappen te verserk„ „ken. — „ teekend 1324 1325 teekend„ wierd gecommuniceerd: dat hij reeds ten tweede male tel„ „kens geadsisteerd door de Heervuu„ „den Stephans Naude en Hendrik Mijntjes van den Bergh zeedert den 27:e der gepasseerde Maand Augustus teegens de Caffers te veld was getrokken, en dat hij vijf„ slagen /: in dewelke hij met ver= scheide schoten gereposteerd was geworden / geleeverd hebbende zo aan geroefd als van de Caffers veroverd vhee circa circum Acht duijzend Beesten agterhaald, mits. gaders Hondert Twintig Coffers merden en kinderen gevangen genoomen had, dog dat die weer„ „loose schepzels alleen om het onno„ dig plengen van bloed voor te koo„ „men gevangen genoomen zijnde, hij dezelve om daar door te verhoe„ „den, dat den Oorlog met die Natie onverhooptelijk blijvende continu„ eeren, onze vrouwen en kinderen die zo als de ondervinding tot nog toe had geleerd, voor hunne woede nog bevreid was gebleeven niet op ons voorbeeld aan hunne weer= wrank wierden opgeofferd, op deC„ ferente vijze en telkens met re„ commandatien van de vreede te bewaaren, door hem weeder in vriheid was gesteld geworden, En daar de ondergeteeknd, om de zo even aangehaalde reedenen van Uwel Edele Achtb: ordre bi Hoogst derzelver gevenereerde Missive van den 22e Junij J:L: vervat, waarbij Uwel Edele Achtb: voor ieder krijgsgevangen, eene premie van Thien Eijksd„ hebben gelieven te stellen, hebben moeten afwijken, suppliceeren dezelve Uwel Edele Groot Achtb: en E Achtb oot„ moedigst hun zelfs niet ten kwaa„ „de te willen duiden. — dat hij Landdrost Maijnier de laatste slag aan de voorm: Bus= fel rivier geleeverd, en zo om de slegte gesteldheid der Paarden, als weegens toe 1326. 1327 weegens de komst van gemelde Land, drost Paure dit heen hebbende moeten retourneeren, zich op des„ zelfs te rug reize van daar had be„ „geeven naar den voornaamsten en magtigsten Capitijn der Caffers genaamd Sambé om de Vriendschap van gemelde sambe met wien hij in eene goede verstandhouding ge= leefd had, en die bij meer dan eene geleegendheid blijken van zijn aan„ „kleeven en trouwe aan de Christenen had gegegeeven, verder te cultiveeren, en de vriedte door het aanbieden van eenige geschenken bestendiger te maaken, dat hij bij die geleegend„ heid ook van gemelde Capitein Sam„ be had verkreegen, dat hij alle zo„ danige Beesten, als door de vijan„ delijke Caffers van de Christenen geroofd, en door zijn volk weeder van dezelve was verooerd geworden bij convenable gelegendheeden van tijd tot tijd aan de Christenen Zou„ „de restitueeren, en bovensdien had aangenoomen, vreede met de ain dere Caffers waarmeede hij een geruimen tijd in vijandschap had geleeft te zullen maaken, verzoe „kende echter tot de te ruggaave van voorschr: vee, vermits zin gebied zo uitgestrekt en zijn volk in zo eene meenigte van Cralen verdeeld was een weijnig tijd, mitsg„s dat opgemelde Sambe, ook reeds gedeeltelijk aan zijne belofte voldaan en op drie differente reizen circa een ge„ „tal van vier Honderd Christen Beesten uitgeleeverd had: welk gedrag van opgemelde Landdrost Maijnier als allezints strekkende met het alijemeen belang en ook naar ons best inzien met de in tentie van uwel Edele Groot Achtb en E Achtb: door ons ondergeteek: g'applandeerd geworden zijnde wierd by die geleegendheid ook unamme beslooten de magten te vereenigen en de gemeene vijand aangenoomen er
English
further to proceed on that same footing as had been begun by the said Landdrost Maynier; that subsequently, the said Landdrosts Faure and Maynier having united their forces, four more battles were delivered against such Caffres as had, during the absence of the Landdrost Maynier, fled again to this side from across the said Fish River; and on that occasion two thousand branded cattle belonging to the inhabitants were captured, sixty women and children as well as four Hottentots with firearms who had deserted from the Christians were taken prisoner, the number of Caffres killed in the aforementioned battles being, however, unknown to the undersigned, because they always come to hold out in inaccessible holes and caves; that the said Landdrosts Faure and Maynier, after having made all possible efforts to drive the Caffres, in accordance with Your Right Honourable Nobilities' intention, from the properties of the inhabitants across the often-mentioned Great Fish River, and not having been able to succeed therein because the same Caffres find themselves dispersed throughout almost the entire country, and being hunted out of one corner of this Colony settle again in the other, and seeing with how little fruit one could thus continue this war so ruinous for the country, in view of the fact that the horses and oxen that had already been used for that purpose for five consecutive months were exhausted, and the zeal of the inhabitants, through so long an absence from their homes, wives, and children, of whom a great part find themselves, for lack of protectors, exposed not a little both to the attacks of the still roaming Caffres and the Bushmen, as well as by the lack of all necessities, had cooled, were mindful of all such means as were capable of providing the inhabitants, if not with a complete compensation, at least with momentary peace and security; and to that end, the last prisoners, who had been overwhelmed with kindnesses by them, were again set at liberty, and, provided with trinkets and such copper plates as Landdrost Maynier made mention of in his humble letters written to Your Right Honourable Nobilities regarding the Caffre rupture, were sent back to their respective Captains, with the promise to the aforementioned prisoners that if they could persuade their Captains to betake themselves to the undersigned, they would, over and above the freedom granted to them, also be rewarded for their faithful services; which approach of the aforementioned Landdrosts was indeed followed by that desired success, in that the often-mentioned dispatched prisoners, after having been away for about six days, reported to the undersigned that the Captains expressed their thanks for the presents sent to them, that, rejoiced over the act of humanity shown to their defenseless women and children, they were willing and prepared to make peace with the Christians, but that they, out of fear which such a number of people instilled in them, could not bring themselves to come to the Commando, but would await both Landdrosts alone, without any escort, at a certain place that would be pointed out to them by one of the returned prisoners, situated about five hours from the camp; whereupon the said Landdrosts, out of love for their fatherland, accompanied by five men whom they left halfway, proceeded unarmed to the place where the Captains were, and having been in conversation with them for a considerable time and gained their confidence, returned to the camp accompanied by one of the Captains, by name Tholie, while the other Captain, Chama, requested the Landdrosts in the most friendly manner to excuse him from this, promising them, however, to recall as much as was in his power the Caffres sent out by them to plunder during his brother's absence, and also to exhort the other Captains, Malau and Konga, with whom he had united himself, to do the same. The aforementioned Captain Tholie having then remained at the camp for three days, and having been entertained by the undersigned concerning various matters, overwhelmed with presents and benefactions, as well as finally being exhorted to the return of the cattle plundered by them, he affirmed that they would keep the peace, but that neither he nor the other Captains were in a position to be able to restore the plundered cattle, since they, through the war which they had already for some time waged with the said Captain Sambé and now with the Christians, as well as through the roaming hither and thither of the cattle in that excessive drought which has prevailed for a long time and still prevails, were completely deprived of all their cattle; that since Landdrost Maynier had met them at the aforementioned Buffalo River
Dutch transcription
1328 1329 verder op dien zelfde voet, als door gem: Landdrost Maijnier was be„ „gonnen geworden, te keer te gaan, dat vervolgens door gem: Land. drost Faure en Haijnier hunne machten vereenigd zijnde wederom vier slagen teegens de sodanige Caffers die geduurende het afweezen van den Landdrost Maijnier aan de overzyde der gemelde visch„ rivier wederom naaer deeze zeide gevlugt waren geleeverd, en bij die geleegendheid Twee Duijzend gemerkte en aan de Ingezeetenen behoorende beesten veroverd sestig meisten en kinderen mitsg„s vier van de Christenen opgedroste hot„ tentotten met geweezen gevangen genoomen was geworden, zijnde echter 't getal der in voorsz: slagen ge„ a sneuvelde Caffers vermits, dezelve zich altoos in ongenaakbaare holen en spelonken komen op te houden aan de Ondergesz onbekend. dat gemelde Landorosten Iaure en Maijnier na alle mogelijke pogin „gen te hebben aangewend, om de Coof„ fers overeenkomstig Uwel Edele Groot Achtb: intentie uit de bezittingens der opgezeetenen tot over de meerm: grote visch rivier te drijven, en hierin niet hebbende kunnen reusseeren, om dat dezelve Caffers zich genoeg „zaam door 't gantsche Land gedis„ „perseerd vinden, en uit de eene hoek deezer Colonie gejaagd werdende zich wederom in de andere nastelen, en inziende met hoe weinig vrugt men dus die voor 't Land zo lui„ neuse oorlog zoude kunnen Con„ tinueeren, aangezien de paarden en ossen dewelke reeds vijf maan„ „den consicutif daar toe gebruikt zijn geworden afgemat waaren, en de iver der Ingezeetenen, door eene zoo lange afweezigheid van hun „ne wooningen vrouwen en kinde„ „ren, waarvan een groot gedeelte zig, bij gebrek aan beschermers niet wijnig zo aan de aanvallen der nog 28 1338 1331 nog omswervende Caffers als Bosjes„ „mans g'esponeerd vinden, mitsgaders manquement aan alle nooddruften verflaauwde bedagt zyn geweest, op alle zodanige middelen, als bekwaam „waaren, om aan de Ingezeetenen zo niet eene Compleite schadeloosstelling ten minste momenteele rust en veiligheid te verschaffen en ten dien eijndte wee„ „derom, de laatste gevangene, die door hun met weldaden gecombleerd waa „ren geworden, in vrijheid, gesteld, en dezelve voorzien van Snuijsereiën en zodanige kopere platen, als waarvan den Landdrost Maijnier bij zine onderdanige Letteren aan UwelEde„ „le Achtb, nopens de Caffers rupture geschreeven, gewag heeft gemaakt, aan hunne onderscheidene Capi„ tijns te rug gezonden, met belofte aan voorsz: gevangene, indien zij hunne Captijns konde beweegen, zich bij de ondergetz: te vervoegen, zij boven en behalven de vrijheid die men haar Schonk, nog voor hunne trouwe diensten zouden werden beloond: welke de manches van opgem: Landdrosten dan ook van dat ge„ wenscht succes is agtervolgt ge„ worden, dat meerm: afgezondene gevangen, na omtrent ses dagen weg geweest te zin, aan de onderget. gerapporteerd hebben, dat de Capi„ „tijns hunne dank betuyde over de aan hun toegezondene geschen„ ken, dat zij verheugd over de acte van menschlievendheid aan hunne weerlooze vrouwen en kinderen betoond willig en be„ reid waaren de vreede met de Christenen te maaken dog dert zi, uit vreeze die een zodanig aan„ „tal menschen, haar in boesemde, niet van zich konde verkrijgen; bij het Commando te koomen, maar de beide Landdroosten al„ leen zonder eenig gevolg, op zee„ kere plaats, die haar door een der te lug gekoomene gevringen zoude werden aangeweezen, en omtrend diensten 1332 1383 vijf uuren van 't Leegen geleegen zou „den afwagten waarop gemelde Land„ „drosten zich uit Liefde voor hun ver„ „derland verzeld van vijf man die zij halverweegen gelaten hadden, ongewaapend naar de plaats al„ „waar zich de Capitijns bevonden begeeven hebben, en met dezelve een geruimen tid in gesprek geweest en derzelver vertrouwen gewonnen hebbende, geaccompagneerd door een der Capitijns in Naume Tholie naar 't Leeger te rug gekeerd zijn Ter„ wijl d' andere Capitijn Chama de Landdrosten op het aller vriende„ lijkst verzogt, hem hiervan te willen excuseeren, hun echter belovende, de door hun op de roof uitgezondene Caffers geduurende zijn broeders afweezen, zo veel in hem was te zul„ „len te rug roepen en de andere Car„ pitine Malau en konga met ween hij zich vereenigd had, ook daartoe aan te maanen. Opgem: Capitijn Tholie dan drie durijen bij 't leeger vertoefd hebbende, en door de onderget: over 't een en ander onderhouden met geschenken en weldere ten over„ laaden mitsg„s eindelijk tot de te rug gave van het door hun ge„ roofd vee aangemaand geworden zijnde betuigde dezelven de vree„ „de te zullen houden, dog dat hij nog de andere Capitijns niet in de mogelijkheid waaren het geroofd vee te kunnen restitueeren aangezien zij, door den oorlog dewelke zij reeds zeedert eenige tid met gemelde Capitijn Pambé en nu met de Christenen had„ „den gevoerd, mitsgaders door het ginds en herwaards zwerven van 't vee in die excessive droogte, die er zeedert een geruime tijd ge„ heerst heeft en thans nog heerscht, volstrekt van al hun vel waaren beroofd geworden, dat zij zeedert dat den Landdrost Maijnier hun aan de hiervoren gemelde Bussel livier drie had
English
had struck camp, had followed the commando watch after watch upon their tracks, and had lived merely on the carrion that the aforesaid commando left behind and a little game that they had run into as if by chance, since they dared not show themselves; but that he assured the undersigned that all the cattle that might be brought to them during the conclusion of peace would be returned to the Christians, and likewise that all such Hottentots who had deserted from the inhabitants with firearms and had hitherto stayed among them would be surrendered. And since the account of the aforementioned Captain Tholie concerning their impoverished life was made more or less probable and confirmed, both by the successive engagements fought against that nation, in which the cattle stolen shortly before from the inhabitants—among which at times not a single Caffre beast was to be found—had been retaken, and by the testimony of the aforementioned Landdrosts, who, being with the captains mentioned hereinbefore, were eyewitnesses that a considerable number of Caffres whom the captains had with them were busy stripping the meat from the skeletons of the cattle that the commando had slaughtered and had died, and considering furthermore, for the reasons already cited hereinbefore, that they were not in a position to take by force the cattle that the said captains might still retain, the undersigned, after mature deliberation, were compelled to choose the lesser of two evils and not to insist any more strongly upon the restitution of the cattle stolen by the Caffres, but to conclude peace with them—however onerous it might be for the moment for the inhabitants—in such a manner that one could nevertheless promise the inhabitants more or less individual security, and to preserve the entire country from total ruin, to which it would inevitably be exposed if the inhabitants, having to abandon their regions with what cattle they still had remaining, were forced to take up residence with their fellow citizens in the other districts, especially in this excessive drought, in which cattle are dying of poverty nearly throughout the entire country, and consequently plunge them into a similar misfortune; the more so since Landdrost Maynier, of whose unceasing zeal for the prosperity of the entire country, and that of his colony in particular, we are fully convinced, and who has gained the complete confidence of that nation, has promised us to leave no means untried by which he, whether amicably or otherwise as circumstances should permit, might still obtain some cattle from them and transfer them from the possessions of the inhabitants across the Great Fish River. Meanwhile, the former Field Sergeant Hendrik Janze van Rensburg Nicolaasz, who in the meantime had led a commando against the Caffres, reported by express messenger to the undersigned that he had tracked down the kraals of the Captains Mesera, Kokatie, and Nogorie, and wishing to attack them, they had requested that they not be fired upon and begged for peace. Upon which report, the aforementioned Landdrosts, once again accompanied by the Captain of the Swellendam burghery, Laurens de Jager Junior, the Heemraad of the Graaff-Reinet colony, Stephanus Naudé, and the aforementioned military ensign Hans Abue, proceeded with the greatest haste back to the aforementioned captains; and having entered into negotiations with one of the aforementioned captains as well as with the emissary of Captain Mosera, named Noeka, they unanimously declared themselves completely inclined to conclude peace, but at the same time utterly unable to satisfy the condition under which the Landdrosts demanded it, namely, to return to the inhabitants the cattle stolen by them, alleging for that purpose the same reasons that were put forward by the hereinbefore mentioned Captains Tholie and Chama, offering, however, should this be doubted, to send a trusted person with them to investigate the truth of their assertion, but that they were prepared to surrender the horses as well as the Hottentots with firearms who might still be found among them; which offer, having been accepted without any reservations by the said Landdrosts, the said de Jager, Naudé, and Abue, they sent along with the said Kokatie and Noeka (since there was no Christian present who wished to venture this) a certain Hottentot named Willem Hazebroek, who had already more than once rendered faithful and invaluable services to the undersigned in such commissions. Subsequently
Dutch transcription
1334 1335 had geslagen het Commando Schoft op schoft op 't Spoor gevolgd en slegts van 't aas, dat voorschr: commando agterliet en een weinig wild, dat zij als bij geval op 't lijfliepen alzo zij zich niet durfde te laaten zien ge„ leefd hadden, maar dat hij de onder„ geteekenden verzeekerde, dat al het vee, dat onder het sluiten der vreede by hun mogt werden aangebragt aan de Christenen zoude werden ge¬ restitueerd als meede, dat alle zo= danige hottentotten, als van de in„ gezeetenen met geweeren gedrost waaren, en zich tot hiertoe onder hun opgehouden hadden, uitge„ leeverd zoude worden, En nadien het verhaal van opgemelde Capi„ tijn Tholie, betreffende hun armoe¬ dig leeven min of meer waarschijn„ „lijk gemaakt en geconfirmeerd wierd, zo door de slagen successive„ lijk teegens die Natie geleeverd en in dewelke men het kort te vooren van de Ingezeetenen geroofd vee„ waaronder zich zomtijds geen enkeld Caffers beest komt te be„ „vinden had hernomen, als door het getuigenis van opgemelde Landdrosten, dewelke bij de hier„ „voren gem: Capitijns zijnde Oog „getuigen waren geweest, dat een aanzienlijke aantal Caffers, die de Capitijns bij zich hadden Gee„ zig waaren, het vleesch van de geraamtens van 't vee dat het Commando geslagt had en ver„ rekt was te ontleeden, en men zich bovens dien ook, door de hier vooren reeds aangehaalde reedenen, niet in staat achtende dat vee dat de gemelde Capitijns nog mogte agterhouden, met geweldt af te neemen, zijn de ondergeteek„d naar rijpe overwee„ ging geperst geworden van de twee kwaade 't beste te kiezen, en op de restitutie van het door de Caffers geroofd vee, niet sterker aan te drin„ „gen, maar de vreede, hoe one reus waaronder ook 1336 1337 ook voor de Ingezeetenen voor 't ogenblik zodanig met dezelve te sluiten, dat men aan de ingezeetenen tog min of meer eene individuelle zeekerheid konde belooven, en het gantsche Land, van een totaale ruine waaraan het zelve onvermijdelijk zoude werden bloot gesteld, wanneer de Ingezeetenen, hunne contrijen met het by haar nog overig ge„ bleeven vee moetende verlaaten, genoodzaakt wierden, hun in„ trek /: bij hunne meede burgeren in de andere Contrijen vooral„ in deeze excessive droogte, waarin genoegzaam door het gantsche Land het vee van armoed verrekt:/ hun intrek te neemen, en gevolg lijk dezelve in een gelijk ongeluk zoude dompelen te bevrijden, te meer, daar den Landdrost Maij„ nier van wiens onafgebrooke ijver voor de welvaart van 't gant„ „sche Land, en die van zijn Colonie in 't bijzonder, wy ten vollen over„ Midderwijl wierd door den oud veldt wagtmeester Hen„ drik Janze van Rensburg Nico¬ laasz: die intusschen een Comman„ „do teegens de Caffers had opge„ „voerd, per expresse aan de Onder„ geteekende gerapparteerd dat hi de Cralen van de Capt: Mesera Kokatie en Nogorie opgespoord had, en dezelve willende aan „doen zij verzogt hadden, niet op hun te schieten en om de vree„ de badden - op welk rapport tuigd zijn en die het volkomen vertrouwen van die Natie verwor„ „ven, ons beloofd heeft geene midde„ „len onbeproefd te zullen laaten „langs welke hij, zo in der minne als anderzints na dat de omstan„ digheeden zulks zouden toelaaten nog eenig vel van dezelve zoude kunnen verkrijgen en uit de bezit„ tingen der Ingezeetenen tot over„ de groote visch-rivier over te bren: gen tuigd voorm: 1338 1339 voorm: Landdrosten zich andermaal verzeld van den Capitijn der Swel„ lendamsche Burgerije Laurens de Jager Junior, den Heerraad der Graaffe reinetse Colonie Ste„ phanus Naudé en voorm. vaan„ drig militair Hans Abue weder„ „om met de meeste spoed naar voorm: Capitijns begeeven hebben, „de en met een der voormelde Ca„ pitijns zoo wel als met den af„ gezant van den Capitijn Mosera. genaamd Noeka, in onderhande„ ling getreeden zynde, betuigden dezelve eenparig volkomen tot het sluiten der vreede geneegen; maar ook te gelijk onmogelijk in staat te zijn, aan de voorwaarde onder welke de Landdrosten dezelve te„ „geerde te kunnen voldoen, nament„ lijk, om aan de Ingezeetenen, het door haar geroofd vee te rug te geen „ven, daartoe dezelfde reedenen dewelke door de hiervoren gemen„ tioneerde Capt:n Tholie en Chama zijn voortgebracht voorwendende met preesentatie echter, wanneer men hieraan mogte twijffelen, als dan een vertrouwd perzoon met hun meede te zenden, om de waarheid van hun voorgeven te onderzoeken, dog dat zy bereid waren, de paarden, zo wel als de Hottentotten met geweezen, die zich nog onder hun mogten komen te bevinden, uit te leeveren welke presentatie door gemelde Land„ drosten, gemelde de Jager, Naude en Abul zonder eenige beden„ kingen geaccepteerd geworden Zijnde, wierd door hun met ge„ melde Kokatie en Noeka /: vermits er zig geen Christen op dees die zich hier aan wilde wagen:/ meer „de gezonden zeeker hotten tot Ger„ „naamd Willem Hazebroek die reeds meer dan eens aan de ongerget„s in diergelijke Commis„ „sien trouwe en onwaard eerbaare diensten had beweezen. — zijn Vervolgens
English
Subsequently, the aforementioned Landdrosts, together with the aforementioned persons and the Commando led by the aforementioned Sergeant Rensburg, returned again to the camp. Having waited there for the aforementioned Hottentot Willem Haasebroek, he returned after having been away for about four days, reporting that he had been in the kraals of the aforementioned Captains Mosera, Kokatie, and Negora, and had to testify that they had no livestock whatsoever and lived solely on buffalo and other meat. However, the Captains could not deny that they had sent people out on a raid, among whom the Hottentots were found to be, but they assured the undersigned that whenever the same people might return with booty, they would then deliver all such livestock to the Christians without the slightest delay, and in proof of this, four riding horses were sent out. From all of which the undersigned hope that it may evidently appear to Your Right Honorable and Honorable, if it pleases them, how they are now more than ever forced to conclude peace with that nation, the more so because the inhabitants, having been eyewitnesses to all the efforts that have been made to compensate them, if possible, for the robberies committed against their goods, prefer to conclude that peace, which is onerous to them, with that nation, rather than be driven further from their possessions; while for the moment, as has been said repeatedly, they do not find themselves in a position to recover by force that livestock which is still secretly withheld by the Kaffirs. And as the undersigned, also pursuant to Your Right Honorable and Honorable's highly respected order likewise contained in their most aforementioned missive, have entered into deliberation concerning the means that ought to be employed in order to finally provide lasting peace to the regions exposed to the incursions of the Kaffirs, they have, under these present circumstances, been unable to devise any better expedient for that purpose than to order the inhabitants, on behalf of Your Right Honorable and Honorable, to join together with three or four households and thus reoccupy their farms, so as to be able to defend their possessions against unexpected attacks by the Kaffirs, with threats that if they should resist this order, their farms will be revoked and given on loan to others. The undersigned have insisted on this all the more because experience has taught that a small number of four or five farms, in the greatest rage by the Kaffirs, have always been able to withstand that nation, and one can attribute the ruin of the entire country to nothing other than the premature flight of some inhabitants, among whom some are found who fled from their farms with three or four and fifty able-bodied marksmen, both Christians and Hottentots, and who thereby gave free rein to that nation and sacrificed their fellow citizens to its rage. Concerning now the inquiry which Your Right Honorable and Honorable have likewise been pleased to demand of the undersigned regarding what actually gave rise to these far-reaching hostilities, the undersigned take the liberty most humbly to assure Your Right Honorable and Honorable that, although they have spared no effort to trace such reasons, they have nevertheless for the present been unable to discover, with sufficient certainty, any reasons for this other than those given to us by the Heemraad of the Swellendam Colony, Salomon Ferreira: that a firearm was entrusted by Landdrost Woeke to a certain Hottentot Captain, Ruijter Beesje, with which, having stayed for a considerable time among the hostile Kaffirs, he shot dead one of the brothers of the aforementioned Captain Sambé; that the aforementioned Sambé, wishing to avenge the death of his brother, had pursued the hostile Kaffirs up to this side of the Great Fish River, and thus outside their limits, and in this manner the harmful consequences of that war had rebounded upon the inhabitants; and that also, when the said inhabitants had brought their grievances concerning this matter both to the said Woeke and to the Military Captain Bernardus Cornelis van Baalen, who provisionally performed the duties of Landdrost, they had not been heard. While the undersigned, however, consider both the further clarification of this allegation and the investigation of such vexations as may have been committed by the inhabitants against the Kaffirs—concerning which one has been informed only by rumor and vaguely—to remain under Your Right Honorable's
Dutch transcription
1340 1341 Vervolgens hebben zich de ge„ „melde Landdrosten beneevens voorm: perzoonen en het door de hiervoren gem: wagtmeester rensburg opge„ „voerd Commando weeder naar 't Leeger te rug begeeven en aldaar opgem: Potten tot Willem Haasebroek ingewagt hebbende, is denzelven naar omtrend vier dagen weg geweest te zijn geretourneerd, Coop„ porteerende, dat hij in de Cralen van voorschr: Capitijns Mosera Kokatie en Negora geweest was, en betuigen moest dat zij hoege„ „naamd geen vee hadden, en enkeld van Buffels en ander Vleesch leefg „den, dog dat de Capitijns niet kon„ „den ontkennen, dat zij volk op de hoof hadden uitgezonden, waar„ onder zich de Pottentotten met geweezen kwamen te bevinden maar de ondergeteek„ lieten ver„ „zeekeren, wanneer het zelve volk met buit mogte retourneeren, zij als dan alzulk vee zonder het allerminste tijd verzuim aan de Christenen zouden uitleeveren en ten blijke hiervan vier tyd„ paarden uitgezonden iit welk een en ander de ondergete hopen, dat het Uwel Edele Groot Achtb en E Achtb des behagende evi„ dentelijk zal komen te blijken, hoe dezelve nu meer dan ooit gedwon„ „gen worden de vreede met die Natie te sluiten, te meer daarde Ingezeetenen, van alle moeite, die men heeft aangewend, om haar, waare het mogelijk over de aan hunne goederen gepleegde roverijen schadeloos te stellen, oog getuigen geweest zijn liefst prefereeren die voor hun one reuse vreede met die Natie te sluiten, dan verder uit hunne bezittingen gedreeven te worden; terwijl zij zich tog voor 't Ogenblik gelijk te meermalen is gezegd, niet in staat bevinden, dat vee dat nog door de Caffers heimelijk werd aller te 1342 1343 te rug gehouden met geweld te agterhalen. En nadien de ondergeteek„ ook ingevolge Uwel Edele Groot Agtb: en E Achtb: zeer gerespecteerde ordre almeede bij hoogstdenzel„ „ver meerwelgem: Missive vervat; in overleg zijn getreeden, over de middelen, dewelke behoorden te werden aangewend, om een, maal aan de Contrien welke aan de invallen der Caffers blood„ „staan een bestendige rust te verscheif„ fen hebben dezelve in deeze praesente omstandigheeden daartoe geene bee„ tere expedient kunnen uitdenken dan de Ingezeetenen namens Uwel Edele groot Achtb en E: Achtb: te ordon„ „neeren, zich met drie â vier huis„ houdingen bij een te voegen en hun„ „ne plaatsen alzoo weederom te be„ „trekken om zo doende hunne bezit„ tingen tegens onverkoopte aanvallen der Caffers te kunnen verdeedigen met bedreigingen, wanneer zij zich teegens deeze ordre mogte komen aan te kanton, haare plaatsen te zullen intrekken en aan andere in leening te geeven: d' ondergeteek:d hebben hierop te meer aangedron¬ „gen, om dat de ondervinding geleerd heeft, dat een klijn aantal van vier à vijf plaatsen, in de grootste voede door de Caffers, altoos aan die Natie het hoofd hebben kunnen bieden, en men de ruine van 't gantsche land aan niets anders als aan het voorbaarig vlugten van som„ mige Ingezeetenen waaronder. eenige gevonden worden, die met drie â vier en vijftig weerbaare Schutters zi Christenen als hot„ tentotten van hunne plaatsen ge„ vlucht zijn /: kan toe schrijven, en die daardan aan die Natie den vrijen teugel gevierd in hunne mee„ „de burgeren aan dies woede opge„ offerd hebben. — Betreffende nu het onderzoek, het welk UwelEdele Groot Achtb: en teegens E Achtb 1344 1345 E Achtb: al meede aan de onderget: heb „ben gelieven te demandeeren wat ei„ gentlijk aanleiding tot deze verregaan „de vijandelijkheeden heeft gegeeven; gebruiken de ondergeteek: alleroot„ moedigst de vrijheid uwe welEdele Groot Achtb: en E Achtb: te verzeekeren dat dezelve hoe zeer zij geene moeite hebben gespaard, om zodanige reedenen na te speuren echter voor 't tegenwoor„ dige met geene genoegzame zekerheid eenige andere reedenen daarvan hebben kunnen ontdekken, als deeze, die ons door den heemraad der Zwel„ lendamse Colonie Salomon Ferratia zijn opgegeeven: dat door den Land„ drost Woeke aan zeekere Hottentots Capitijn Ruijter Beesje een Schiet„ „geweer is toevertrouwd geworden, met het welk hij zich, een geruimen tijd onder de vijandelijke Cassfers op„ gehouden hebbende, een der broeders van gem: Capitijn Sambé heeft dood geschooten dat gemelde Sambe de dood van deszelfs Broeder willende prree¬ „ken, de vijandelijke Caffers tot aan deeze zijde der groote visch=riviert en dus buiten hunne limieten had vervolgd, en alzo de Schade„ lijke gevolgen dier oorlog op de In„ „gezeetenen was gerendundeerd, en dat ook de gemelde ingezeetenen hunne bezwaaren hier omtrend zo aangemelde woeke als aan den prov„s het ampt van Land drost waargenoomen hebbende Capitijn Militair Bernardus Cornelis van Baalen ingebragt hebbende, niet verhoord waaren geworden: Terwijl de onderget: echter zo de nadere opheldering van dit voor „geeven, als het onderzoek van zo„ danige rexatien, als er door de In„ gezeetenen aan de Caffers zoude zijn gepleegd geworden, en waar= omtrend men niet dan bij gerugte en in vago is geinformeerd gewor„ „den, onder uwel Edele Groot Achtb: deszelfs
English
1346 1347 the Honorable respectfully deferred the correction to both Landdrosts, so that, having obtained the necessary evidence in this regard, they might supply it to Your Right Honorable and Honorable Sirs. The undersigned further take the liberty, with all respect, most submissively to inform Your Right Honorable and Honorable Sirs that, according to the statement made in this matter to Landdrost Maynier by the inhabitants, of which a detailed further statement shall be sent by him, as duty requires, to Your Right Honorable and Honorable Sirs at the first opportunity, sixty thousand cattle, eleven thousand sheep, and two hundred horses have been captured from the said inhabitants by the Caffers, and forty Hottentots have been murdered. Lastly, the undersigned can, to their particular pleasure, also communicate to Your Right Honorable and Honorable Sirs that from the moment peace was concluded with the aforementioned Captains until now, no hostilities of any kind, at least in this district, have been observed; and that this morning, when the respective Commandos had already separated from one another and the undersigned were engaged in concluding this dutiful report, five Caffers were sent to Landdrost Maynier by one of the principal Captains of the hostile Caffers, named Konga, with whom it had not been possible to speak until now, with the most friendly request that he come to him at the Bushmans River, situated about five hours' ride from the place where the undersigned currently find themselves, in order to confer with him both regarding the peace and concerning the return of the cattle captured by them. 1348 1349 At the Assegaaibosch situated in the Zuurveld, the 27th of November 1793. A. A. Faure H. C. D. Maynier L. De Jager (signed) J. Naudé H. M. v. d. Bergh H. Aloe H. I. Muller And since it has appeared to the Council from this report that both the Landdrosts and all persons employed in this expedition have, with prudence and courage, observed everything that could tend to achieve the weighty ends intended by this expedition, the Council's particular satisfaction shall be expressed both to the Landdrost of Swellendam, Anthony Alexander Faure, and to the provisional Landdrost of Graaff-Reinet, Honoratus Christiaan David Maynier, regarding the manner in which they concluded the peace; with an earnest recommendation to apply everything within their power that can in any way tend to cause the same to be maintained and made permanent by both sides, making use to that end of the means entrusted to them, and acting therein for the maintenance of good order and obedience to the laws and engagements, without any connivance or respect of persons. And as the orders given by the Landdrosts to the inhabitants to remain together with several households particularly carry the approval of this Council, since this order serves as the best guarantee for their mutual security and the most suitable preventive against the incursions of the Caffers until time shall show whether they adhere to the terms of peace, the two aforementioned Landdrosts shall respectively be instructed to watch with all attentiveness and to ensure that the same order is fully maintained until each of the inhabitants can return quietly to his possessions without any fear or dread. To this end it may also serve that the Landdrost and Heemraden of Graaff-Reinet ensure that henceforth none of the inhabitants cross to the other side of the Great Fish River without having obtained written permission to do so, and that the chiefs of the Caffers be notified that no one of their nation may come to this side of the said Fish River, in order thereby to prevent and preclude social intercourse and communication with them, and the disputes that would arise therefrom. From the said report to the Council...
Dutch transcription
1346 1347 dre E Achtb eerbiedige correctie aan de beide Landdrostens hebben gedefe„ „reerd. gelaaten, om hier omtrend de nodige bewijzen ingewonnen heb„ bende dezelve aan UwelEdele Groot Achtb: te suppediteeren. — De ondergeteek: gebruiken al ver„ „der in allen eerbied de vrijheid Uwel Edele Groot Achtb: en E Achtb: onderda„ nigst te berigten; dat er door de Caffers volgens de opgave die daarvan aan den Landdrost Maijnier door de Ingezeetenen is gedaan geworden. en waarvan door denzelven na ver„ schuldigheid by eerste geleegendheid eene gespecificeerde nadere opgave aan Uwel Edele Groot Achtb. en E Achtb: zal werden toegezonden, van de gemelde Ingezeetenen zijn gehoofd Cihie Sestig duijzend beester, Elf duijzend schapen en Twee Hondert paarden, mitsgaders Veertig Hottentotten vermoord geworden Laatstelijk kunnen de ondergeteek. t UwelEdele Groot Achtb: en E Achtb: tot hunne bijzondere genoegen, ook nog Communiceeren dat 'er van 'togen„ blik dat men de vreede met de hier vorengem: Captn. heeft geslooten tot nu toe geene vijandelijkheeden hoe ook genaamd / ten minste in dit gewest / meer is vernoomen en dat op heeden morgen wanneer de resp: Commandus reeds, van elkanderen gescheiden, en de ondergeteek„ aant eindigen van dit plichtschuldig rapportber„ zig waaren, door een der voor„ naamste Capitijns der vijaude„ lijke Caffers in Naame Konga die men tot hiertoe niet had kun„ „nen spreeken, vijf Caffers aan den Landorost Maijnier is gezonden geworden, met allervriendelyjkst ver„ zoek by hem aan de Bosjesmans rivier omtrend vijf uuren rijdens van de plaats, alwaar de ondergesz: zich thans komen te bevinden ge„ „leegen te willen koomen, om met hem zo nopens de vreede als over de te rug gaave van 't door hun gehoofd Communiceeren vel 1348 1349 Aan 't Assegaaijje 't Zuurveld den 27 Bosch geleegen in „der genoegen van dee„ zullende daar over aan voorsz: Landdrosten 's Raads genoegen worden betuigd en daar by nee „vens gemelde recomman„ „datte worden gevoegd, vee te aboucheeren: dog daar nu het Commande, gelijk zo even is gezegd, reeds gescheiden en een ieder naar zine plaats geretourneerd was, heeft opgemelde Landdrost Muijnier aangenoomen, indien zijne geduu„ „rige in dispositie hem zulks toeliet; zich in perzoon na gemelde konga„ te zullen begeeven of bij onverkoop. „te toevallen tot deeze Commissie voormelde Veldwagtmeester Hendrik Janze van Rensburg Nicolaas zoon van wiens trouwe en activiteit de ondergeteekendens ten vollen overtuigd zin te zullen emploijeeren en uwel Edele Groot Achtb: en E Achtb: van den uitslag dier Conferentie almeede ten aller spoedigsten een ampel verslercq te doen. — Gedenkende hier meede aan de zeer geëerde intentie van Uwel Edele Groot achtb„ en E Achtb: te hebben voldaan hebbende onderget„ de Eerma uwel Edele Groot Achtb en E Achtb: dierbaare persoonen in de bescherminge des allerhoogsten te heb¬ „ben aanbevoolen, deeze te laaten dienen voor hun nedrig rapport. — A: A: Faure H: D: Maernier L„d De Jager /:gest:/ J„ Naudé H: M: v: d: Bergh H„ Abue H„ I„ Muller wat daar uit tot byzon. en nadien uit dat Rapport den Raade „zen raade is gebleeken, heeft mogen blijken, dat zo door de Land„ drosten als door alle tot deeze expedi¬ tie geemploieerde perzoonen met be„ leid en moed alles is betracht wat strekken konde om de met deeze ex„ peditie bedoelde gewichtige eindens te bereijken, zo zal daar over zo aan den Landdrost van Zwellendam Antonij Alexander Faure als aan den provisioneel Landdrost van Graaffe -Eijnet Honoratus Chris„ Juran David Maijnier s laads bijzonder genoegen worden betuigd, E Achtb over November 1793 1350 1351. welke last noch ten deeze belange aan gemelde Landdrosten zullen wer„ „den gegeeven. — over de wijze langs welke zij de Vreede hebben getroffen, met ernstige recom„ „mandatie alles aan te wenden wat in hun vermoogen is en maar eenig zints zal kunnen strekken om dezel„ ver van weerszijde te doen onderhouden en bestendig te maaken, daartoe gebruikt maakende van de midde„ „len die hen zijn toebetrouwd, en daar= inne tot maintien van goede ordre. en gehoorzaamheid aan de wetten en verbindtenissen, zonder eenige oogluiking ofte aanzien van perzoo„ nen handelende; en daar voorna„ mentlijk de goedkeurigg deezes raads is weg, „dragende de ordres door de Landdrosten aan de opgezeetenen gegee„ „ven om met eenige sluisgezinnen by elkander te blijven, nadien deze ordre de breste waarborg voor hunne onderlinge veiligheid en 't geschikt behoedmiddel voor de invallen der Casfers komt te weezen, tot dat de tijd zal leezen of deeze de bedingen van vrheede nakoomen, zo zullen de beide gemelde Landdrosten respec„ tive worden gelast met alle oplettend„ heid te waaken en te doen zorgen dat dezelve ordre volkoomen worde onderhouden, tot dat een ieder der Opgezeetenen zonder eenige vreeze ofte schroom zich wederom gerust naar zijne bezittingen zal kunnen begeeven waartoe meede zal kun„ „nen strekken, dat Lantdrast en Heemraaden van Graasse Reinet zorge dragen dat voortaan niemand der opgezeetenen zig begeeven aan de andere zijde der Groote vischri„ „vier zonder daartoe een schriftelijke permissie te hebben verkreegen, en dat de hoofden der Caffers worde aangezegd dat zig niemand harer natie aan deze zijde der gemelde Visch- rivier begeeven mag in daar door den ommegang en Communicatie met dezelve, en daar uit te ontstaane twisten worden ge„ weerd en voorgekoomen. — Uit het gemeld Rapport den 3 beide Raade
English
1353 1352 as it has further appeared from the aforementioned report to the Council that some Hottentots who had been in the service of the Christians, armed with firelocks, had deserted to the plundering Caffres and had assisted them in waging the ruinous war, both Landdrosts shall furthermore be written to, to exert all efforts and leave nothing unattempted to apprehend these treacherous Hottentots and bring them into the hands of Justice, in order that they may be punished according to their deserts. And although full indemnification could not be provided to the inhabitants, this nevertheless can be done in part from the 10400 oxen captured from the Caffres and from those which they have undertaken still to deliver; thus the frequently mentioned Landdrosts shall furthermore be written to, that the Council trusts that whoever has made the distribution of this booty has acted therein according to the strict rules of justice and that everyone has been indemnified in proportion to his loss, in order that all complaints might thereby be prevented, with orders to render a specific accounting of this distribution to the Council. The Council, regarding it as very well done that the Landdrosts have set all the captured women and children of the Caffres at liberty, the same Landdrosts shall be assured of having acted therein fully in accordance with the intention of this Government, which was never to obtain a large number of these defenseless natives as prisoners of war by offering a bounty, but solely to prevent useless bloodshed as much as possible, and which has thus been observed by them. And as the Council will await the result of the further inquiry which the Landdrosts respectively were to effect concerning the inducing causes of the robberies and devastations committed by the Caffres, both Landdrosts shall be commanded, each in his own district, to complete that inquiry with the greatest speed, yet with all impartiality and as accurately as possible. Lastly, the aforementioned Landdrosts of Zwellendam and Graaffe-reinet shall be ordered to make known the contents of the Missives, which pursuant to this Resolution shall be written to them respectively on behalf of this Government, each in his own district, both to the Board of Heemraden and to that of the Military Officers of their district, so that it may appear both to these and to their subordinates that their conduct has met with the approval of their rulers, with the recommendation to make every effort jointly, under a zealous observance of their duties and the maintenance of proper subordination and harmony, to further support and promote the interests of the Company and those of the inhabitants of their Colonies. The storekeeper Cornelis Cruijwagen having given notice in writing that it was reported to him by the overseer of the Grain Magazine in Mosselbaai, Jacob Nicolaas Roman, that due to leakage of the said magazine 41 mudden of beans and 58 5/8 mudden of peas were spoiled, 1354 1355
Dutch transcription
1353 1352 al verder gebleeken zyn, „de dat eenige by de Chris„ tenen in dienst geweest zynde stottentotten met snaphaanen gewaapend tot de roorende kaffers waaren overgeloopen, zullen de beide Landdros„ „ten al verder werden aan. „geschreeven om dezelve „magtig te worden en in handen van de Iustitie te doen geraaken, op vrye voeten gesteld Vrou„ „werf en kinderen der Caffers welke aanschryvens al verder aan voorsz: Land„ „drosten zullen worden afgevaardigd ten opzigte van de door hun tot buit. gemaakte en onder de opgezeetenen verdeelde do 400 Ossen uit het gemeld Rapport Raade alverver gebleeken zijnde, dat eenige bij de Christenen in dienst ge„ weest zijnde Hottentotten, met snap„ „haanen gewaapend, tot de rovende caffers waaren overgeloopen, en deeze in 't voeren van den verder felijken oorlog behulpzaam geweest, zo zullen de beide Landdrosten al verders worden aangeschreeven alle devoiren aan te wenden en niets onbezocht te laaten om dee„ ze trouwlooze Hottentotten mag„ tig te worden en in handen van de Justitie te doen geraaken, ten einde na merites te kunnen worden gestraft. — En of Schoon aan de opgezeete, „nen geene volleedige schadeloos„ stelling heeft kunnen worden bezorg zulks nochtans ten deele zal kun„ „nen geschieden uit de 10400 ossen op de Coffert veroverd en uit de gee„ „ne welke zij aangenoomen hebben nog te zullen uitleeveren, zo zullen de meermelde Landdrosten al„ „wijders worden aangeschreeven dat den raade vertrouwd dat de geene die de uitdeeling deezer buite zal hebben gedaan, daarin. zal hebben gehandeld na de Stip„ „te regulen van rechtvaardigheid en dat een ieder na maate van zijn verlies zal zijn gededoma¬ „geerd geworden, ten einde hierdoor alle klachten mogten zyn gepreveni„ „eerd, met last van deeze verdeeling aan den raade Specifiecque ver„ antwoording te doen. Den raade als zeer wel ge„ mitsgaders over de door hun daan beschouwende dat de Land„ drosten de gevangene vrouwen en kinderen der Caffers alle op vrije voeten hebben gesteld, zo zullen dezelve Landdrosten wor„ „den verzeekerd daar inne te hebben gehandeld volkoomen overeenkomstig de intentie deezer Regeering, die nimmer is geweest om door 't uitbooven eener praemie een groot acrnstal wijders dier 13. 5. 4 1355 „zoek, het welk door hun ten belange deezer zaak zoude werden bewerk„ „stelligt. — zullende voormelde Landdrosten eindelyk noch noch werden gelast van den inhoud deezer Missive kennis te doen draagen aan Heemraaden en krijgs Officieren. de dispensier Cruijwagen schriftelyk kennis gegee„ „ven hebbende dat door den opziender van 't Graan Maguazyn in de Mos. „selbaar, aan hem was op gebragt dat door de Lec„ „kagie van gem: Magua„ zynen 41 mudden Boonen en 585/8 mudden Ernten met recommandatie om gezamentlyk de belangens van de opgezeetenen hunner en te bevorderen. - dier weerlooze Inboorlingen tot krijgsgevangenen te verkrijgen. maar alleen om zo veel mogelijk het nutteloos bloedvergieten voor te koomen, en het welk dus door hen is betracht: En daar den raade te gemoed zal zien den uitslag van 't nader en over het nader onder, onderzoek, 't welk de Landdrosten respective zouden bewerkstelligen over de aanleidende oorzaaken tot de rooverijen en vervoestingen door de Caffers gepleegd, zo zullen de beide Landdrosten worden be„ „voolen ieder in den zijnen dat onder„ „zoek met de meeste spoed, doch„ met alle onzijdigheid en ze nauw„ „keurig mogelijk te volvoeren. - Laatstelijk zullen de voormel„ „de Landdrosten van Zwellen„ „dam en Graraffe-reinet worden gelast omme van den inhoud der Missives welke ingevolge deeze Resolutie aan hen respectivelijk van weegens deeze regeering zullen waaren bedorven. worden geschreeven ieder in den zijnen kennisse te doen draergen, ze aan 't Colegie van Heemraaden als aan dat van Krigsofficieren van hun district, ten einde zo aan deeze als aan hunne on„ derhoorige blijken moge, dat hun gehouden gedrag de goedkeu„ „ring hunner gebiederen heeft weggedraagen, met recomman„ van de Maatschappyj, en die dertie omme gezamentlijk onder Colonie verder voor te staan een volijverig betrachten hunner plichten en het onderhouden van betamelijke ondergeschiktheid en eensgezindheid, alles aan te wenden om de belangens der Maatschappij en die van de op„ gezeetenen hunnen Coloniën ver„ „ders voor te staan en te bevorderen De dispencier Cornelis Cruijwagen bij geschrifte te kennen gegeeven hebbende, dat door den opziener van 't Graan„ „mazijn in de Mosselbaai Jacob Nicolaas Roman, aan hem was worden opgebragt
English
with a request to be permitted to write off the same. It was resolved, before deciding thereon, to instruct the said overseer to account satisfactorily for these deficits. To the lessee of Paardeneiland, van Wieligh, upon his request submitted for that purpose, the said island is granted again on lease for one year. reported that, due to the heavy leakage of the said warehouse caused by the continuous rains that fell during the recently ended winter season, there had become entirely spoiled 41 mudden of beans and 53 3/8 mudden of peas, which have remained there, and this out of a quantity of 322 mudden of beans and 245 2/8 mudden of peas brought here; with a request to obtain orders to be permitted to write off the said spoiled peas and beans, in order to be able to settle the books of the provisions warehouse. Thus it was resolved, before deciding thereon, to instruct the said Overseer Doman by extract of this resolution to account satisfactorily to this Council for these deficits, in the same manner as was imposed upon him by resolution of the 30th of November last concerning the deficit on the wheat and barley. The burgher Arend van Bielligh, to whom, as contractor for the cartage of freight both with horse wagons and ox wagons to False Bay and elsewhere, Paardeneiland was leased for the period of one year by resolution of this Council of the 7th of September 1791, and subsequently in the month of September of the past year an extension of that lease was granted for another year, having made a request to be permitted to keep the said Paardeneiland on lease again for another year; it was approved and resolved, in consideration that his contract as contractor for the cartage of wagon freight will only expire in the coming year 1794, to grant him the said Paardeneiland again on lease for one year, on all such terms and conditions as the contract of lease entered into by him in the year 1791 dictates, and under payment of the stipulated rent of 25 rixdollars, which shall be calculated to have commenced on the first of November last. It having been proposed by the Honorable Commissioner that it is necessary to prevent in one way or another that dispatch riders are sent needlessly to False Bay, Stellenbosch, or other places of this Colony, it was resolved on the further proposal of the Honorable Commissioner that no one, whoever he may be, shall be permitted to send one or more dispatch riders at the Company's expense, except after having obtained permission thereto from His Honor; of which a written certificate will be given by the Secretary of this Council to the dispatched dispatch rider, which he will have to show to the person to whom he is sent, to be signed by the latter and brought by the dispatch rider to the Trade Office, where, against the surrender of the said certificates, a written warrant will be granted monthly to the dispatch riders in order to receive the travel expenses granted to them by resolution of this Council of the 15th of November last. From a list submitted by the Commissioners over the main treasury, it having appeared that there is again in the Company's main treasury a sum of 5863 rixdollars in old, soiled, and damaged paper and cardboard currency, it was resolved to appoint the Merchants titular Constant van Nuldt Onkruijt and Jan Pieter Baumgardt, together with the Junior Merchant Oloff Martinus Bergh, now and for the future permanently, to examine these old, soiled, and mutilated paper and cardboard currency pieces, and subsequently, monthly, those that will be exchanged, in the presence of both or one of the Commissioners over the main treasury, and in the presence of the Junior Merchant Johannes Ackerveld as bookkeeper of the petty treasury, with all attention, in order to make a proper report of their findings in this matter to the Honorable Commissioner, who will then dispatch such a commission for the destruction of the said currency as His Honor shall think fit. On this occasion, it being made known by the Honorable Commissioner that when the House at the Drostdy of Graaff-Reinet, inhabited by the Messenger of that Colony, Antonij Krause, was burned to the ground, there were saved from the said fire some cardboard currency pieces, which were received by His Honor from the said Krause and produced at the table, being found so mutilated that their value cannot well be determined except after a careful examination of the stamp compared with the color of the cardboard and with the date thereon when its stamping was resolved; it was resolved, upon consideration of the necessity to indemnify the said Krause for this loss, and at the same time to prevent the objections that might be made by him concerning the value of the half-burned pieces
Dutch transcription
1356 met versoek dezelve te moogen afschryven. daarop te disponeeren gemelde opziender te ge„ .lasten zich over deeze minderheeden voldoen, „de te verantwoorden. - aan den huurder van 't Paar den 'Iland van Wiligh op zyn daar toe gedaan verzoek het gemeld Ei„ „land weederom voor een Iaar in huur vergund zyn. - opgebragt, dat door de zwaare Lecka„ „gie van gemeld Magazijn veroorzaakt door de geduurende reigens welke in't Jongst verloopers winter saisoen zijn gevallen ten eene maale waren bedorven geraakt 41 Mudden Boonen en welke aldaar zijn verbleeven, ende zulks op eene quantiteit van 322 Mudden Boonen en 245 2/8 Mudden Ernten alhier aangebracht, met verzoek ordre te erlangen de gemel„ „de bedorven Erwten en Boonen te mogen afschrijven, ten eijnde de boeken van het dispens te kunnen vereffenen zo is ver„ zo is verstaan alvoorens „staan omme alvoorens daar„ „op te disponeeren, den gezegde Op ziener Doman bij Extract deezer te gelasten zich over deeze minderheeden aan deezen raade voldoende te ver„ „antwoorden, zo en inzelver vol„ „gen als hem zulks bij besluit 53 3/8 „ Erwten. van den 30=en November Jongstl: omtrent de minderheid op de Parwe en Garst is opgelegd, De Burger Arend van Bielligh aan wien als aanneemer van 't rijden van vrachten zoo met Paarden - als- ossenwagens naar Baaijfals en elders, bij besluit deezer tafel van den 7 September 1791 voor de tyd van een Jaar in huur is afgestaan het Paar„ deneiland; en vervolgens in de maand September des gepasseerde Jaars nog voor een Jaar de prolon„ gatie van die huur geaccordeerd, verzoek gedaan hebbende omme het zelve Paarden eiland wederom nog voor een Jaar in huur te mo= „gen houden, zoo is uit aanmer„ king dat zijn Contract als aan„ „neemer van 't ziden der wagen vrachten eerst in den aanstaande Jaare 1794 zal komen te expireeren, goedgevonden en verstaan het ge zeyde Paarden eiland aan hem 1357 van wederom 1358 1359 zo is op voorstel van den Edelen heer Commissaris beslooten dat voortaan geen Rapportgangers van hier zullen werden verzonden dan met steerdens over de groote geld cassa en gediend/ van vuile Papiere en Cartonne mun„ V. t aan gemelde Rapportgan, gers zullen werden gegee„ .ven ten einde de hun toe, „gelegde Reis ongelden te kunnen ontfangen — wederom voor een Jaar in huur te vergunnen, op alle zodanige conditien en voorwaardens als het Contract van huur door hen in den Jaare 1791 aangegaan komt te dicteeren, en onder betaaling van de bepaarlde huur voor rd„s 25:—. welke gereekend zal worden te zyn ingegaan met primo November, Jongstleeden door den Edelen Heer Commissa„ „ris voorgesteld zijnde de noodzaaklijk lijkheid om op de eene of andere wijze voorte komen dat geene Rapportgan„ permissie van zyn Ed: „ gers nodeloos naar Bairij fals, stel„ lenbosch of andere oozden deezer Colonie worden afgezonden, zo ut op verder voorstel van den Edelen Heer Commissaris beslooten, dat niemand wie hij zy een dan wel meerder Rapportgangers ten lasten van de Comp: zal mogen afzenden als na daartoe van zijn Ed: permissie te hebben bekoomen, waarvan door den Secretaris dee„ „zer Raads aan den afgezonden Uit een door de Gecommitteer„ Lyst door de gecommit, „dens over de groote Geldcassa inge diende Lijst gebleeken zijnde dat zich wederom aan oude versuil„ „de en beschadigde papiere en Cartonne munten in sCompagnies groote Cassa koomen te bevinden eene Somma van rd„s 5863„ —„— zo is beslooten de Kooplieden tituc„ wordende Rapportganger &en welk schriftelyk bewysen schriftelijk, bewijs zal worden gen geeven, 't welk hij zal hebben te vertoonen aan den geene tot wies is afgezonden, om door deeze ge„ teekend door den Rapportganger te worden gebracht ten Negotie Comptoire, alwaar teegens intrek king van dezelve bewijzen maan„ delijks aan de Rapportgangers zal worden verleend eene schriftelijke ordonnantie om het aan hen bij besluit deezer tafel van den 15. ' November Jongstleeden toegeleg:e „de Reisongelden te kunnen ontfangen wordende. lair 1360 1361 de gecommitteerds die welke maandelyx zullen worden inge„ „ruila nauwkeurig daar van Rapport te doen aan den Edelen heer Commissaris. - permanent benoem„ lair Constant van Nuldt onkruit, en om dezelve zo wel als Jan Pieter Baumgardt, beneevens den Onderkoopman Oloff Martinus te examineeren om Bergh nu en voor 't vervolg perma„ nente te committeeren, om deeze oude vuile en gemirtileerde papiere en cartonne muntstukken, en ver„ volgens, maandelijks de geene welke zullen worden ingeruild ten overstaan van beide dan wel een der Gecom„ mitteerdens over de groote Geld„ „cassa, en in 't bij weezen van den Onderkoopman Johannes Acker„ „veld als Boekhouder in de kleine Geldcassa, met alle intentie no te zien omme van hunne bevinding in deeze behoorlijk Rapport te doen aan den Edelen Heer Commissaris dewelke als dan tot de vernietiging van dezelve munten zodanige Com„ missie zal afvaardigen als zijn Ed: zal koomen goed te vinden Bij deeze geleegendheid door den Edelen Heer Commissaris te kennen gegeeven zinde, dat wan „neer het Huis ter Drostoije van Graaffe-reinet door den Bode dier Colonie Antonij Krause bewoond geweest zijnde tot den grond toe is afgebrund, uit dezelve brand gesalveerd zin geworden eenige Cartonne Muntstukken welke door zyn Ed. van de gemelde kracl„ „se ontfangen en ter tafel geprodu„ ceerd zijn zodanig gemutileerd wierden bevonden dat de waar„ „de derzelve niet wel zal kunnen worden bepaald dan na eene naauw keurige examinatie van de Stempel vergeleeken met de coleur van 't Carton en met de daarop zijnde datum wanneer tot dies bestem„ peling is geresolveerd, zo is bij overweeging van de noodzakelijk heid om dezelve krause over dit verlies schadeloos te houden; en teffens voor te koomen de Captiën welke door hem zouden kunnen worden gemaakt over de waarde der ten halve verbrande stukken neer best