Inventory 4360
Cape · 1,290 pages · 496 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
in order to make the aforementioned request to the High and Mighty Lords Majors according to that statement. to have a sufficient supply on hand, submitting therewith a description or model of how the said muskets ought to be in order to make the required use of them in all cases, and this having been received, the High and Mighty Lords Majors shall be respectfully requested, with the first outgoing requisitions for needs for this Government, to be pleased to send hither the required number of muskets, as Mr. Gordon shall have specified, with a respectful request to the very same that, in consideration of the fact that these weapons shall only serve to arm therewith the burghers who shall need them in the service and for the defense of this Colony, this government may be permitted subsequently to have the same muskets provided from time to time from the Company's armory at cost price with freight added. was signed. to such persons as, according to the statement of the Captains of the various Companies, shall absolutely need them. Thus resolved and decreed in the Castle of Good Hope, on the day and year aforesaid. A. P. Huysken I. I. Chenius I. I. Lesueur O. P. de Wet was signed P. J. van Reede van Oudtshoorn C. Brandt Egb. Bergh In my presence, J. J. Goetz, Secretary. Wednesday, 5 March 1794, in the forenoon, all present except Messrs. Gordon and van Reede van Oudtshoorn. The Council having resumed its deliberations of yesterday this morning, the following was initially taken up. Six reports submitted by Commissioners for signing the cardboard currency from 48 to 6 stuivers, from which it appeared that there had again been prepared: 4000 pieces at 24 stuivers each 2600 pieces at 12 stuivers each 6000 pieces at 6 stuivers each it was agreed to take all of the same cardboard currency, amounting to 2266 2/3 ducatons or rd. 3400, into the Trade Books as well as the General Treasury. Thereafter, Mr. Lesueur made known that, in calculating the official dues paid by him yesterday, his Honour had forgotten to add a fourth part of what his Honour had received from his office as President of Commissioners of the Loan Bank, with the request that this amount, in the sum of rd. 57½, which his Honour produced, might be added to what his Honour had paid yesterday; to which request it was agreed to defer, and consequently the official dues paid yesterday, with a general total of rd. 9033, shall be received into the Company's treasury. Subsequently, the Noble Lord Commissioner gave notice that his Honour, on 5 February last, had requested and received from the Company's Treasury a sum of fifteen thousand guilders Dutch currency, or rd. 6250 at 48 Dutch stuivers each, in order, since he is not provided with cash here, to serve for the expenditures that his Honour is required to make here, for which sum his Honour had provisionally caused himself to be debited in the Trade Books. The former secretary of the Colony of Graaff-Reinet, Jan Jacob Fredrik Wagener, to whom, by resolution of this Table of 11 June of the past year on the order of the Most Noble Lords Commissioners-General, his salary was granted from 20 March to 20 December 1790, or during the expedition undertaken by him for the pacification of the Kaffirs, having made a request to the Noble Lord Commissioner that to that salary, not yet received by him, might be added the board allowance and the emoluments previously enjoyed by him in his capacity as Secretary of Graaff-Reinet; and this request having been brought by the Noble Lord Commissioner to the attention of the Council, it was, in consideration that the said salary was very apparently granted by the Most Noble Lords Commissioners-General out of the conviction that the salary of the said Wagener, who was continuously employed in the service of the Company, ought not to have been written off, but on the contrary should continue until the day he returned from his commission, and furthermore that the board allowance and the emoluments of the servants, proportioned to their capacities and salary, must be regarded as a consequence of the same salary, upon the proposal of the Noble Lord Commissioner, approved and agreed to permit the said Wagener to enjoy, alongside the salary mentioned above, also the emoluments that pertained thereto from 20 March to 20 December 1789, and to have him receive both from the Company's Treasury. Whereas it has been noticed from time to time that from the stipulations made by Placaat of this government of 1 June 1790, to be observed by the inhabitants who reside far inland before they betake themselves to the Cape for their betrothal, it is now and then inferred that no persons residing in the Outer Districts might appear before the College of Commissioners for Marital Affairs for betrothal except after their intention has been made known for three consecutive Sundays either in the church to which they belong or at the drostdy under which they reside, and this being contrary to the intention of this Government in the aforesaid Placaat
Dutch transcription
622 623 om navolgens die opgave het voorschr: verzoek aan de Hoog gebiedende Heeren Ma„ =jeres te doen. het bedraagen der door de „gecommitteerdens geteekende papiere munten. zaame voorraad aan handen te hebben daar bij teffens overleggende, eene deschiptie dan wel model hoedanig de gemelde Snaphaanen behooren te zijn om in alle gevallen daar van 't vereisch gebruik te kunnen maaken, zullende dit een en ander ingekoomen zijnde de Hoog Gebiedende Heeren Majares bij de eerst afgaande Eisschen van behoeftens voor dit Gouvernement eerbiedig worden verzogt het beno„ digt getal Snaphaanen herwaards te willen doen afzenden, zodanig als den Heere Gordon zal hebben opgegeeven met eerbiedig verzoek aan Hoogstde„ zelve dat uit Consideratie deeze Gewee ren alleen zullen moeten dienen om daar meede de Burgers welke dezel„ ve Benoodigen zullen, ten dienste en tot verdiediging deezer Colonie te wapen, aan deeze regeering mag worden toegestaan omme dezelve snap laanen vervolgens van tijd tot tijd van 's Comp. s wapenkamer voor den inkoops Prijs met de Vragt te laaten verstrekke /was get. /. Woensdag den 5 Maart 1794: 's voormiddags, alle present be„ halven de Heeren Gordon en van reede van oudteshoorn. Den raade haare deliberatien van gisteren heeden morgen vervat hebben, de zo zijn aanvanklijk geresumeerd. Zes rapporten ingedient door Gecommit„ teerdens, tot 't teekenen der Cartonné Muntstuekken van 48 tot 6 esuivers aan zodanige als volgens opgaave vande Capiteins der onderscheidene Compagnien dezelve absolut zullen nodig hebben Aldus Geresolveerd ende gearresteerd In't Casteel de Goede Hoop ten dage en Iare voorsz A. P: Huysken I. I. Chenius I. I Lesueur O P. de wet. /was geteekend U. J Vreede van oudtshoorn 6. Brandt Egb: Bergh Mij present; J. J. Goetz Secretaris aan waar E 6. 24 625 volgens gewoonte by de Hexgotie boeken en groote geldcassa zullende werden ingenoomen. verzoek van den Heere Lesieur om noch w„s 57½ ambtgeld te betaalen geaccordeerd. de Edele Heer Commissaris te kennen gegeeven hebbende dat zyn Ed: iiet sComp: Cas had gevraagd en ontfangen r„s 6250 en zich by de Ne= =gotie boeken daarvoor hadt doen debiteeren. waar uit gebleeken zijnde dat weederom in gereedheid waaren gebragt. 4000 p:s â 24 stuivers ider 2600 „ „ 12. 6000. „ „ 6 _o zo is verstaan alle dezelve Cartonne mirnt stukken met een bedragen van 2266 2/3. dus. ofte rd. s 3400. - zo bij de Negotie Boeken als bij de Groote Geld Casse te laaten inneemen Hier na gaf den Heere Lesueur te kennen dat zijn Ed„ bij de bereekening van 't amptgeld op gisteren door hem betaald hadt vergeeten daar bij te voegen een vierde van 't geen zijn Ed„s uit deszelfs ampt als President van Commissarissen van de Bank van Leening had genooten me verzoek dat dit bedraagen ter somma van rd. s 57½–. dewelke zijn Ed. kwam over te leggen mogt worden gevoegd bij 't geen zijn Ed: op gisteren hadt zo is beslooten het nevens gem: betaald; aan welk verzoek verstaan is te defereeren en zal dienvolgens het opgisteren betaald Amptgeld met een generaal bedragen van rd=s 9033 bij 's Compagnies Cassa worden ingenomen Vervolgens gaf den Edelen Heer Commissaris kennisse, dat zijn Ed op den 5 februarij Iongstleiden uit de Cassa der Compagnie had gevraagd en ontfangen eene Somma van Vijftien Duizend Guldens hollandsch Courant ofte rd. s 6250 –. à 48. HtC. s ieder omme vermits alhier van geen Contanten voorzien is te strekken tot de uetgaven die zijn Ed. gehouden is alhier te doen en voor welke somma zijn Ed: zig Provisioneel bij de Negotie Boeken hadt laaten debiteeren. De oud secretarris der Colonie Graaffe reinet Ian Iacob Fredrik Wagener; aan wien bij besluit deezer Tafel van den 11 Iunij anno Passato op bevel van de Hoog Edele Heeren Commissarissen Generaal is toegelegt geworden des. selfs gagie zeedert den 20: maart tot den 20 december 1790 ofte gedueerende den togt door hem ter bevreediging van de Caffers gedaan, aan den Edelen Heer Commissaris verzoek gedaan by hebbende _ 626 627 =houder Wagener om genot van oegestaan hebbende, dat bij die Pagie, door hem nog niet ontfangen mogt worden gevoegd. het kostgeld en de Emolumenten door hem bevoorens in zijne qualiteit als. Secretaris van Graaffe leinet genooten en dit verzoek door den Edelen Heere Commissaris gebragt zinde ter kennis se van den raade, zo is bij overweeging dat de gemelde Gagie door de Hoog Edele Heeren Commissarissen Gene„ raal zeer apparentelijk is toegelegd uit de overtuiging dat de Gagie van den gemelde wagener die bij voortgang in den dienst der Compagnie wierd geemploieerd, niet had behooren te wor„ den afgeschreeven. maar ter Contrarie continueeren tot den dag dat hij van zijne Commissie is te reeg gekoomen mitsgaders dat het kostgeld ende Emolumenten der Dienaaren geevenze digd aan hunne qualiteiten en gagie als een sequeele van dezelve gagie moe worden aangemerkt, op Propositie van den Edelen Heer Commissaris goeder vonden en verstaan aan dezelve wage„ zo is het verzoek van den Boek: ner neevens de hiervooren gem Gagie zyn kostgeld en Endolumenten ook te laaten genieten, de daar toe ge„ hoord hebbende Emolumenten, zeedert den 20 Maart tot den 20 december 1789 en hem t een en ander uiits Comps Cassa te laaten ontfangen.. Nademaal van tijd tot tijd is ont„ waard dat uit de bepaalingen gemaakt bij Placaat deezer regeering van den eer„ sten Iunij 1790. , om door de opgezeetenen die verre landwaarts in woonagtig zijn te worden geobserveerd, alvoorens zij zig ter ondertrouw kaapwaards be„ geeen, nu en dan word afgeleid dat geene Persoonen in de Buitendestrie ten woonagtig, voor 't Collegie van Com„ missaressen van huwelijxe zaaken ter ondertrouw zouden moogen verschinen als na dat dit hun voorneemen drie achtereenvolgende zondagen 't zij in de kerk waar toe zij gelooren dan wel aan de drostelije onder welke zij zig ten woon bevinden zou weezen bekend gemaakt, ende zulks strijdig met de intentie deezer Regeering bij voornoemde ner Placaate
English
628 629 Interpretation of the Placard arrested on the 1st of June 1790. Placards, which have never had any other intention than to allow the inhabitants residing far inland, who had made known their intention to marry on three successive Sundays, to have their marriage confirmed at this Main Place immediately after their betrothal, and in the districts where no churches are located, to give time and opportunity through these announcements to anyone who might have reasons to prevent the betrothal of this or that person, thus it is resolved by the Council, by interpretation of the aforementioned placard of the first of June 1790, to state and determine that all inhabitants of the Outer Districts residing in the vicinity of the Parsonages shall be obliged and bound, before being able to be confirmed in Marriage, to have the customary three Sunday proclamations made in the church to which they belong, and likewise those who live in the Districts where no churches are located, three Sunday announcements from the Drostdy, but that all without distinction shall have the freedom, before having these Proclamations or announcements made, to travel Capewards, in order, after obtaining consent from the Chief Commander of this Government, to enter into betrothal, under this condition nevertheless, that when, after examination held by Commissioners of Matrimonial Affairs, the customary three marriage Proclamations shall have been granted to them, they shall not sooner or otherwise be able or allowed to be confirmed in the Marital state, than after it shall have appeared to the minister whom they shall request to perform this confirmation, that the said Proclamations, both in the Cape church and in the Outposts or at the Drostdy to which the betrothed belong, have also passed without hindrance; 630 631 Communication from the Noble Lord Commissioner regarding the order his Honor had made with respect to the closing of the gate of the Hospital. Having submitted, as lessee of the salt pans, the following Request. of which one and all the necessary notice shall be given to the Public by Publication and affixing of Notices, and a copy of the same Publication shall be sent to each of the Reverend Ministers both here at the Main Place and in the Outer Districts, and also to the respective Landdrosts, to the end that each of them in his own area may let it serve for their guidance and information, with orders to conduct themselves strictly according to the same Publication. Next, the Noble Lord Commissioner gave notice to the Council that the Hospital was now entirely enclosed by means of palisades, in such a manner that none of the Persons accommodated in that Building can go outside of the same except through the large Gate opening onto the Square, and that his Honor, in order to prevent all disorders herein, had ordered only two keys to be made for the same Gate, and had caused one of them to be delivered to the Gentlemen Regents of the Hospital in order to be able to make the required use thereof, and the second to the second chief surgeon of this Government, Johan Godlieb Mader, residing in the Hospital, so that whenever he might be required at night to assist in Judicial Inquests, he can travel to and from his dwelling. The citizen Abraham de Haan, as lessee of the Salt Pans situated in the Groenekloof and in the Cape Flats, having submitted to this Meeting the following request: To the Right Honorable, Highly Esteemed Lord, Master Abraham Josias Sluisken, Extraordinary Member of the Council of the Dutch Indies, and Commissioner of the Cape of Good Hope and its jurisdiction, etc. etc., together with the Honorable, Esteemed Council of Policy of this Government. Right 632 633 Right Honorable, Highly Esteemed Lords, Honorable Esteemed Lords, The undersigned Petitioner Abraham de Haan, as Lessee of the Salt Pans in the Cape Flats and the Groenekloof, reverently shows with the requisite respect and proper submission: That whereas the Lessee of the Salt Pans, pursuant to the 4th article of the already expired Lease Conditions, was under this obligation to provide the Honorable Company in time with the required salt, even if it were for the stock which the Honorable Company shall deem necessary to keep on hand; as well as the salt for the Honorable Company's operations in False Bay, and that in case of negligence, omission, or tardiness thereof, the Honorable Company shall have the right to cause the required salt to be fetched at the expense of the Lessee from all such Places where the same shall be stored or kept; and further with regard to the 9th article of the aforementioned Lease Conditions, the government also reserves to itself the right that, whenever the Lessee hinders the convenience of the Inhabitants or any shortage of salt among the Inhabitants might be feared or foreseen, with the advice of the Lords Commissioners from the Council of Justice, all such precautions and measures against it should be devised and undertaken as shall be judged proper and expedient according to the occurring circumstances of the times; Yet, because reasons for the shortage of salt are feared by him, the petitioner, principally in the Salt Pans of the Groene Kloof, caused by the late winter Season of the recently past Year 1793, and which causes the petitioner to fear that none of the pans there will yield; The petitioner, for that reason finding himself in the necessity, thought, him
Dutch transcription
628 629 interpretatie van het Plac= =caat op den 1„e Junij 1790 ge= =acresteerd. Placaate, die nimmer andere ooginen ken heeft gehad als om de verre Land„ waards woonende opgezeetenen die hun voorneemen om te huwelijken drie Zondagen na den anderen zouden hebben bekend gemaakt, directe na hun ondertrouw aan deeze Hoofd. Plaats in 't Huwelyk te laaten beves. tigen, en om in de destrieten waar zig geene kerken bevinden, door deeze be„ kendmakingen aan een iegelijk die reedenen mogt hebben den ondertrouw van deeze of geene te sluiten, daartoe tijd en geleegendheid te geeven, zo is bij den raade beslooten, omme bij inter pretatie van de voornoemde placate van den eerste Junij 1790 te statueeren en te bepaalen, dat wel alle opgezeetens der Buitendestrieten in de nabijheed der Pastorijen woonagtig, verpliegt en gehouden zullen zijn, omme alvoo„ rens in 't Huwelijk te kunnen worden bevestigd, de gewoone drie zondagse proclamatien in de kerk waartoe zij gehooren te laaten doen, en zo meede die welke in de Districten wwo„ nen, waar zig geene kerken bevinden, drie zondagse bekendmakingen van de Drostelije, dog dat allen zonder om derscheid vryheid zullen hebben om alvoorens deeze Proclamatiën ofte bekendmakingen te laaten doen, zig kaapwaards te begeeven, om na bekoo„ men consent van den Hoofdgebieder deezes Gouvernements in ondertrouw te treeden, onder deeze bepaling noch„ tans, dat wanneer na gedaane exami natie door Commissarissen van Nu welijxe zaaken aan hen de gewoone drie huwelijks Proclamatien zullen weezen verleend, zij niet eerder nog te anders in den Huwelijken staat zullen kunnen of moogen worden be„ vestiegd, als na dat aan den predekant dan uien zy zullen verzoeken deeze bevestiging te doen, zal zijn gebleeken dat de gezegde Proclamatien, foin de kaapse kerk als in de Baaten dan wel ter drestelije waar toe de on„ dertrouwden gehooren, onverhindert meede zijn 630 631 Communicatie van den Edelen Heer Commissaris Welke ordre zijn Ed: had gesteld met betrek„ „king tot het sluiten van de boord van het Haspitaal als bachter van de zoutpannen ingediend hebbende het volgend Request. zijn gepasseert; van welke een en an„ der bij Publicatie en affixie van Bil letten aan t Publiecq de nodige ken„ nisse zal worden gegeeven, en van dezelve Sublicatie een afschrift aan ieder der Eerwaarde Predikanten de hier aan de Hoofdplaatse als in de Buitendistricten en zo meede aan de respe Landdrosten worden toe gezonden, ten einde zig dezelve ieder in den zinen te laaten strekken tot derzelver narigt en informertee met last zig na dezelve Publicatie stepte te gedragen Vervolgens gaf den Edelen Heer Commissaris den raade kennisse dat het Hospitaal zig thans ten eene„ maale door middel van palisaden vond omheind, zodanig dat geene der in dat Gebouw gehuesvest wor dende Persoonen zig buiten 't deleve kunnen begeeven als door de groote Doort op 't Plein uitkoomende, en dat zijn Ed, om in deeze alle des ordres voortekomen van dezelve Poort slegts twee sleutels had laaten maaken en daarvan eenen hadt doen ter handstellen dan Heeren Regenten van 't Hospitaal om daar van 't ver„ eischte gebruik te kunnen maerken en de tweede aan den tweede opperchraur gijn deezes Gouvernements Iohan Godlieb Mader, in 't Hospitaal woon„ agtig, omme wanneer deeze desnagts mogt worden vereischt om bij Iustitie eele Schouwingen te adsisteeren zich van en naar zijn wooning te kunnen begeeven.. de burger Abraham a de Haar, De Burger Abrahama de Haan als pachter van de Zoutpannen in de Groenekloof en in de kaapse Vlakte gelee„ gen aan deeze Vergaadering inge dient hebbende 't volgend request: Aan den Wel Edelen Groot achtb. Heer en Mr Abraham Josias Sluisken Ceradordin:r van Neerl. s Indier mitsg:s Commissaris van Cabo de Goede Hoop en den ressorte van dier I: && beneevens den E. Achtb: reade van Politie deezes Gouverne„ ments Soort Wel 632 633 Wel Edele, Groot achtb. Heeren Edele Achtbaare Heeren Geevende met den vereischten eerbied en behoorlijke submissie den onderge„ teekende Supl:t Abrahama de Haan als Pagter der Zoutpannen in de Caabra Vlakte en de Groenekloof reverente lijk te kennen Dat vermits den Pagter der Soulpan„ nen ingevolge 't 4 e articul der reeds. verstreekene Jagt Conditie onder deese Verpligtinge heeft geleegen, omme in tijds de E. Comp. e van 't benoodigd zout te voorsien, al was 't ook tot de voorraad die de Ed. Comp e oordeelen zal aan handen te moeten houden. Mitsgaders 't zout tot 's E. Comp. s om„ slag in Baayf alsoo en dat bij nalatig. heid, versuim of traagheid van dien. de E. Comp. e 't regt zal hebben omme ten kosten van den Pagter 't benoodigd zout te doen afhaalen, uit alle zodani ge Plaatsen, daar t zelve zal weezen opslaagen of geborgen, en wijders ten belange van 't 9=te articul, in evengem Dan om reedenen 't gebrek aan aan zout bij hem supplt word ge„ dugt, voornamentlijk in de Zoutpan nen van de Groene kloof veroorsaakt geworden door 't laaten winter Saisoen des evengeweeken Jaars 1793: en 't welk bij den suppl„t gewreest werd dat geene der pannen aldaar op draagen zullen Den supl=n zig uit dien hoofde in de noodzaaklijkheid bevindende Iagt conditie de regeerenge meede 't regt aan zig behoud, omme wanneer den Pagter, 't gereef der Ingezeetenen belemmert of eenig gebrek aan zout onder onder de Ingezeetenen mogten werden gedigt. of voorsien, met advis van Heeren Commissarissen uit den raad van Iustitie daar en teegen alle zodanige voorzorgen en maatreguelen zoude beraamd en bij de hand genoo„ men worden als na de voorkomende omstandigheeden van tyden oir„ baar en dienstig zullen werden. geoordeelt Dagt, hem
English
634 635 Cape of Good Hope the 1st of March 1794. it is placed in the hands of Messrs. Brandt and Bergh to serve as a report thereon. to turn most respectfully to Your Right Honorable and Honorable Sirs with all most submissive and humble request, as the harvesting of the required salt is nearly expired and winter is again at hand, so that virtually nothing will be harvested and little stock of salt was present with the former lessee of that parcel, that it may be Your Right Honorable and Honorable Sirs' most favorable pleasure to commission a delegation to the pans situated in the Groene Kloof, to conduct an inspection and, upon the report received, graciously devise the necessary arrangements in this regard, while the petitioner would very reluctantly wish to see the Honorable Company and the inhabitants brought into embarrassment, as well as for the petitioner's loss of the salt to be gathered from the hitherto unusable salt pans, to the relief of his lease parcel in this current year and further, whether by a public sale to determine the prices of each mud of salt or as Your Right Honorable and Honorable Sirs shall deem fit for the public benefit as well as for the compensation of the petitioner. Which doing, Abraham de Haan. Whereupon, after reading of that request and deliberation thereon, it was approved and consequently resolved, before finally deciding upon the grievances and requests appearing therein, to place the same request in the hands of the Honorable Members of the Council Christoffel Brandt and Egbertus Bergh, with orders, on the occasion that their Honors, pursuant to what was mandated of them by resolution of yesterday, proceed to the Groene Kloof to examine the buildings located there, as well as whether the aforementioned de Haan has fulfilled his obligation regarding the repairs to those buildings, then also to investigate whether and to what extent the grievances appearing in the aforementioned request are grounded or not, and also how the same might best be cleared out of the way, in order to serve the Council on both these matters with their considerations and report. 636 637 Right Honorable Sir and Honorable Sirs. as was also resolved upon the below-following Representation presented by the Orphan Chamber. Next, having been read the Representation submitted at the session of the 10th of February last, and at that time taken for circular reading, addressed to this Assembly by the Reverend Board of Orphan Masters of this city, the same was found to be of the following content: To the Right Honorable Sir Abraham Josias Sluysken, Ordinary Member of the Council of the Dutch Indies and Commissioner over the Government of the Cape of Good Hope and its dependencies, etc., etc., together with the Honorable Sir Commander, and the further Honorable Council of Policy. The Orphan Masters of this city show with reverence: That the representations, pursuant to and in compliance with the most respected orders of Their Supreme Honors the Commissioners-General over the entire Dutch Indies and Cape of Good Hope, having among other things proceeded to the Orphan Chamber for the examination of the estate of the burgher Jan Marten Vogel, who died here in the year 1777, since administered by the Orphan Masters and closed on the 22nd of August 1792, discovered on that occasion that his fideicommissary heirs, being the burghers Johannes Fredrik Bierman, Anna Alida Bierman, wife of Petrus Heebner, and Marthea Maria Bierman, currently married to Jacob Philip Alleman, to whom according to testamentary disposition of the 21st of June 1776 the usufruct of the clear half of the estate of the said Vogel was bequeathed, were substantially prejudiced in the interest annually due to them, and consequently still had a considerable amount to claim from the Orphan Chamber on that account. That the presenters, having already been addressed several times regarding this by the said interested parties, also have not neglected to examine all the estate papers carefully and, concerning the matter aforementioned, to cause an accurate account to be drawn up, whereby it has then become evident that the
Dutch transcription
634 635 Cabo de Goede Hoop den 1 Maart 1794. is het zelve gesteld in en Bergh om daarop te die =nen van bericht. — hem eerbiedigst tot uwel Edele Groot achtb: en Ed„ achtb: te wenden met allen onderdanigst en needrigst verzoek terwijl den inoogst van 't benoodigde zout, bijna verstreeken zynde en den winter weder op han den staat, zo dat genoegsameniets zal ingeoogst werden en weinig voor raad van Lout bij den geweesen pag„ ter van dat perceel is geweest dat 't van uwel Edele Groot ae heb en E. achtb. hooggunstig welbehaagen zijn mooge een Commissie na de in de groene Cloof geleegene pannen te committeeren, om eene schouwin ge te doen en op 't ingekoomen be„ rigte, gratieuselijk de noodige schek kengen hier omtrend te beramen, ter„ wijl den suppl„t zeer ongaarne de E. Comp. e en de Ingezeetenen in ver„ leegendheid zoude willen gebragt zien, Mitsgaders den Supplt. voor 't gemis der te raapene zout uit de tot nog toe onbruikbaare Soutpan„ nen, tot soulaas van zijn Pagtper 'T welk doende Ab: a de Haan zo is na lecture van dat verzoek en delibera„ handen van de Heeren Brandt tie over 't zelve, goedgevonden en dienvel gens beslooten, omme alvoorens op de daar bij voorkoomende bezwaaren en verzoeken finaal te disponneeren dezelve requeste te stellen in handen van de Hee„ ren Leeden des raads Christoffel Brandt en Egbertus Bergh, met last, omme bij ge„ leegendheid dat hijen Ed. zig ingevolge het aan hen bij besluit van gisteren gedeman„ deerde naar de Gwoene kloof zullen begee„ ven om te examineeren de zig aldaar be„ vindende Gebouwen mitsgaders of de voor„ noemde de Haar omtrend de reparatien aan die Gebouwen aan zynen verpligting heeft voldaan, als dan 'teffens nalegaan in dit loopende Iaar en verder met het zij door een Publicque Verkooping der Prijsen van een yder mud Lout te bepaalen of zo als uwel Edele Groot Achtb. en E. achtb„ ten algemeene nutte, als ter schaavergoe„ ding van den Suplt zullen goedvinden te„ behooren. in 636 637 Wel Edele Groot Achtb: Heer zo als ook beslooten is op het hieronder volgend Vertoog door gepraesenteerd. of en in hoe verre de bij voorm: lequeste voorkoomende bezwaaren gegrond zijn dan niet, en zo meede hoe dezelve bestuit den weg zouden kunnen worden geruimd omme over, dit een en ander den raade= te dienen van derselver consideratien en berigt — Vervolgens geleezen zynde 't ter het Collegie van Weesmeesteren Sessie van den 10 februarij Iongstleeden ingedient en als toen is rondleezing ge„ noomen Vertoog door 't Eerwaarde Colegie van Weesmeesteren deezer Steede aan„ deeze Vergadering gericht, zo wierd 't zelve bevonden van volgende inhoud Aan den Wel Ed. Groot achtb: Heer Abraham Josias Sluijsken raad ordenair van Neederlands. India mitsg:s Commissaris over 't Gouvernement van Cabe de Goede Hoop. en den ressorte van dien & I L. beneevens den wel Edelen agtb: Heer Gezag„ hebben, en den verderen achtb. raade van Politie Vertonen reverentelijk Weesmeesteren deezer steede Dat de vertoonders ingevolge en ter voldoening aan de zeer gerespecteerde ordres van Hun Hoof. Edelheedens de Heeren Commissarissen Generaal over geheel Neederlandsch Indie en Kabo de Goede Hoop, onder anderen ook ter weeskamer getreeken zynde tot de examinatie des Boedels van den in a:o 1777. alhier overleedene Burger Ian Marten Vogel; zeedert bij weesmeesteren geadministreerd en op den 22 augustus 1792: gesloolen, ter dier gelee„ genaheid hebben ontwaard dat deszelfs ficrei Com missaire Erfgenaamen, zynde de Burgers Io„ hannes Fredrik Bierman, Anna Alida Bier„ man Huisvrouwe van Petrus Heebner en marthea Maria Bierman thans gehuuwd met Iacob Phi lip Alleman, aan weeken volgens Testamentaire dispositie van den 21 Iunij 1776, , het uesusfrect van de zuivere helft der Nalatenschap van gede Vogel. is besprooken, in de renten hen Iaarlijks Compettee„ rende, merkelijk waaren gepraejudicieerd en mits dien nog uit dien hoofde een aanzienlijk bedragen van de weeskamer hadden te pretendeeren Dat de vertoonders, hier over door dezelve geinteresseerdens reeds te meermaalen aange„ sprooken, ook niet hebben nagelaaten alle de Boedel Papieren naauwkeurig na te gaan en. ter zaake voorsz te doen formeeren eene ducu raate reekening, waar bij dan is gebleeken dat en E. Achtb„ Heeren. wel de
English
the said fideicommissary heirs on that account still had to claim from the Orphan Chamber a sum of rd.s 14605. 12., as can further appear from the calculation itself annexed hereto under No 1. That however much it was indeed established upon a closer examination as to whom properly the reimbursement of those monies ought to devolve upon, that a part thereof ought to be furnished by the interest account, insofar as the interest would constitute what was annually in the cash funds from the said estate at the Orphan Chamber in excess of the sum which, for the closing of the estate, had been entered into the books for the benefit of the said fideicommissary heirs, and of which only the interest was annually credited and distributed to them, the memorialists nevertheless in that investigation also discovered that the greatest part of that reimbursement would have to be confined to the respective secretaries of the Orphan Chamber, who until the year 1792 held privately in their possession, outside the general treasury or administration of the Orphan Chamber, such an amount of rd.s 16437. 22. as ought already in the year 1783 to have been paid into and accounted for in the estate of the said Vogel; as has appeared to the memorialists upon accurate examination of the papers and documents pertaining to the said estate. That when the estate of the said Vogel was accepted by the Orphan Chamber in the year 1777 for settlement, the citizen Jacobus Laurens Bierman, by virtue of a certain private note from the aforesaid Vogel whereby, in a very unintelligible manner, the properties situated in Houtbaai with their appurtenances were said to have been bequeathed to him Bierman for a sum of ƒ 30000, caused a judicial prohibition to be lodged against the sale which at that time was about to be held by the Orphan Masters of the aforesaid goods and effects situated in Houtbaai; while the said Bierman furthermore, on account of the aforesaid note and to obtain the performance of the legacy appearing therein, proceeded to litigate against the Orphan Masters. That at that time, as appears from the annexure attached hereto under No. 2, in order to prevent damage which might arise from leaving the same properties and effects unsold during the course of those proceedings, an agreement was reached between the said Bierman and the Orphan Masters, and consequently an act of compromise was passed before commissioners from the Council of Justice, wherein it was essentially agreed that the Orphan Chamber, pending the aforesaid proceedings, would nevertheless proceed with the sale of the disputed effects in Houtbaai, and that the monies proceeds therefrom would be considered to have been subrogated in the place of the same sold goods; furthermore, that those monies would be and remain consigned in the custody of the secretary of the Orphan Chamber, in order that after the decision of the aforesaid proceedings, either to the heirs of the mentioned Vogel or to the aforesaid Bierman for such sum [illegible] to
Dutch transcription
638 639 de gezegde fidie Commissaire Erfgenaamen des. weegens nog van de weeskamer hadden te vor„ deren eene somma van rd. s 14605. 12. zo als nader. blyken kan uit de bereekening zelve deezen onder No 1. geadjungeert Dat hoe zeer 't ook bij een nader onderzoek. op urien eigentlijk de vergoeding dier penningen zoude behooren neer te koomen, wel is geconsteerd dat daar toe een gedeelte door de reekening van Intressen zoude behooren te worden gefourneerd, voor zo verre de renten zoude uetmaaken, van 't geen Iaarlijks uit de gem Boedel ter weeskamer meerder in Cassais ge„ weest als de som bedroeg welke voor 't afsleeilen des Boedels ten behoeven der gezegde fidei Commissaire Erfgenaamen bij de Boeken was ingenoomen, en waar van hen alleenlijk de renten Iaarlyks zijn ten goeden gebragt en uitgereikt geworden, de vertoonderd egter by dat de vzoek te gelijk hebben ontwaard dat 't grootste ge„ deelte dier vergoeding zig zoude moeten bepaalen tot de respe Secretarissen der weeskamer dewelke tot den Iaare 1792. toe buiten de algemeene kas of adminis„ tratie van de weeskamer privaat onder zig hebben ge„ houden zodanig bedragen van rd. s 16437. 22. als reeds. in den Iaare 1783 in den Boedel van gezegde Vogel hadden behooren te worden opgebragt en verantwoord; als zijnde bij naauwkeurige examinatie van de stukken en Dacumenten tot gem Boedel specteerende aan de vertoondere komen te blijken Dat wanneer den Boedel van ged:e vogel in den Jaare 1777. bij de weeskamer ter reddering is aan vaard, den Burger Jacobus Laurens Bierman uit kragte van zeeker onderhandsche Briefje van voorsz Vogel, waarbij op een zeer onverstaanbaare dese keuze wijze de Plaatsen in de Houtbaay geleegen met derzelver apendependie voor eene Somma van ƒ 30000 aan hem Bierman, zoude zijn gelegateerd, geregten lyke interdictie heeft doen beleggen teegens den ver„ koop, welke destijds van de voorsz Goederen en ef„ fecten in de Houtbaaij geleegen, door weesmeesteren stond gehouden te worden;; Terwijl gem: Bierman voorts ook ter zake van 't voorsz. Briefje en tot prestatie van 't daar in voorkoomende Legaat jegens weestmeesteren in regten heeft koomen te ageeren Dat als toen, uit wyzers de Bijlage deezen on der N o. 2. geannexeerd, tusschen gem Biermanen weesmeesteren ter voorkominge van Schaade welke er uit 't onverkogt laaten van dezelve Plaatzen en Effecten geduurende den loop dier Proceduures zoude kun nen ontstaan, is getroffen eene conventie en dienvol„ gende voor Gecommitteerdens uit den raade van Iustitie gepasseerd eene acte van Compromie, waar bij den hoofdzakelijk is overeengeekomen dat de Wees„ kamer hangende de voorsz Proceduures, evenwel met de verkooping der questieuse Effecten in de Houtbaaij zoude voortgaan, en dat de penningen daar uit geprovenieerd zouden worden beschouwd als ge„ subintreerd te zijn in de plaats van dezelve verkogte goederen, Voorts dat die penningen zouden worden en blyven geconsigneerd onder den Secretaris den weeskamer ten eende na de decesie der voorsz Procedueeres, of aan de Erfgenaamen van gerepten Vogel of aan voorsz Bierman voor zodanige Somma riets ter
English
640 641 to be relinquished and surrendered as should be found proper upon final judgment. That accordingly, the goods and effects in Houtbaai having been monetized on 28 April 1777, according to the conditions of sale and auction roll, yielded there an amount of rds 16457. 22. To which being added the proceeds of a slave sold here at the Cape in the month of May 1777, but also belonging to the effects of Houtbaai 187. 11. Makes together a sum of rds 16644. 33. Of which amount only the aforesaid sum of rds 187. 11. was found entered under the proceeds of the goods and effects sold at the Cape in the estate of the mentioned Vogel, while the remaining amount of rds 16457. 22. remained consigned under the Secretary pursuant to the agreement made and the mentioned Resolution of Orphan Masters dated 24 April 1777. That subsequently the mentioned Jacobus Laurens Bierman, having addressed himself to the Orphan Chamber and made a request that the surplus yield of the goods and effects in Houtbaai above the sum of f 30000 - —, which in any case should be paid out thereon, might be surrendered to him under sufficient security of restitution, which was also granted to him according to the resolution of 25 October 1777, provided not only giving proper security, but also executing a deed of non-prejudice, in such manner as the same resolution appended hereto under No. 3 further dictates; but which surplus amount to the sum of rds 6644. 33., instead of being deducted from the proceeds of Houtbaai, was erroneously charged to the estate of the mentioned Vogel and written off thereon as shown by the Annexure No. 4 under 6 January 1778, so that the aforesaid full amount of the yield of Houtbaai to the sum of rds 16457. 22. remained consigned under the respective Secretaries. That meanwhile the lawsuit concerning the promissory note in question and the legacy stipulated therein having proceeded, the result thereof was that the Orphan Masters, both in the first instance and thereafter when upon the express desire of the respective foreign heirs they appealed to the Honorable Court of Justice of the Castle of Batavia, succumbed, as is further apparent from a copy of the judgment rendered in the second instance annexed hereto under No. 5. That the mentioned Judgment having been received in the year 1783 by the Orphan Chamber here, nothing was therefore more natural than that the aforesaid amount of the proceeds of Houtbaai should immediately be transferred and accounted for in the estate by the Secretary under whose consignment it had remained until that time. That notwithstanding this, however, the aforesaid amount of rds 16457. 22. remained under the private administration of the Secretary of the Orphan Chamber, Mr. Tobias Christiaan Rönnenkamp, who upon the handover of his administration in the year 1786 to his successor, 642 643 his successor Mr. Christiaan Ludolf Neethling, when accounting for the cash of the Orphan Chamber as shown by the original account resting at the Orphan Chamber, and the extract appended hereto under No. 6, reported a balance of rds 22308. 41., and the proceeds of Houtbaai, without any knowledge of the Orphan Masters—who, having held no session at the Orphan Chamber in the years 1777 and 1778, were also completely ignorant of the entire management conducted by Mr. Ronnenkamp in the estate of Jan Martin Vogel—was handed over and settled privately or underhand with his mentioned successor Neethling, as evidenced by his handwritten note annexed hereto in original under No. 7; and the same Neethling also took over those moneys in this manner, without making the slightest disclosure thereof to the then functioning President or Members of the Board of Orphan Masters. Who afterwards, when pursuant to the orders of the Illustrious Meeting of Seventeen he had to step down again as Secretary of the Court of Justice, also proceeded in the same manner, as shown by his account and accounting of the cash of the Orphan Chamber under ultimo January 1788, see Extract No. 8, the balance amounting to a sum of 2389 rixdollars 27; and that outside this accounting of the cash, according to the handwritten note of Mr. Neethling under No. 9, likewise the yield of Houtbaai to the amount of rds 16457. 22. was thus privately or underhand handed over again by the same Neethling to Mr. Rönnenkamp, who at that time also stepped back into his service as Secretary of the Orphan Chamber. These moneys having remained since that time again under the private custody of Mr. Ronnenkamp, until the month of September of the year 1792, when the petitioners, upon the instruction of the Illustrious Meeting of Seventeen dated 22 December 1791 regarding the mentioned estate of Jan Marten Vogel, of which an extract was imparted to them, took the said estate into hand for examination and had its current account closed, on which occasion the yield of Houtbaai to the sum of 16457 rixdollars 22 was also brought into the Orphan Chamber and liquidated by Mr. Ronnenkamp, namely by transferring various bonds which had yielded for his benefit the ordinary interest of 1/2 percent per month. In the investigation then as to how and in what manner the Orphan Chamber ought to be indemnified concerning the reimbursement of the mentioned sum of rds 14605. 12., paid out to the respective fideicommissary heirs of Jan Marten Vogel on account of their under-received interest, the petitioners have, subject to your respected approval, from which
Dutch transcription
640 641 te worden afgestaan en overgegeeven als bij uitterlijk gewysde zou worden verslaan te behooren. Dat dan ook de goederen en effecten in de Houtbarij op den 28 april 1777. te gelde gemaakt zijnde, aldaar ll. Coop Conditie en Vendu rol hebben uitgeleevert, een montant van. . . . . . . . . . rds 16457. 22. waarbij gereekend wordende het pro. venie van een in de maand Maij 1777. alhier aan de laab verkogte, dog meede tot de efcecten der Houlbaaij gehorende Slaaf „ 187. 11. maakt zulks te zamen eene Summa van rd. s 16644. 33. van welke montant zig alleenlijk de voorsz somma van rd. s 187. 11. onder 't provenu der aan de kaap ver„ kogte goederen en effecten, in den Boedel van gerepten Vogel heeft opgebragt, gevonden, terwijl 't resteerende bedragen van rdt 16457. 22. ingevolge de gebroffene overeenkomst, en de gemelde Resolutie van Wees„ meesteren d: d: 24 april 1777. onder den Secretaris is geconsigneerd gebleeven Dat vervolgens gem Jacobus Laurens Bierman zig ter weeskamer geaddresseert en verzoek gedaan hebbende, dat 't meerder rendement der Goederen en efcecten in de Houtbari als de som van ƒ 30000 - — welke daar op in allen gevalle zoude behooren te worden uitgekeerd, bedroeg, aan hem onder sufficiente exutie de restituende mogt worden afgegeeven zulks aan hem ook bl„ resolutie van 25 october 1777. is geaccor„ deerd, mits niet alleen stellende behoorlijke zeeker„ heid, maar ook Passeerende eene acte van Nonstae„ jadiie, zodanig en indiervoegen als dezelve resolutie deezen onder N o 3: bijgevoerd, breeder komt te dicteeren dog welk meerder bedragen ter somma van rd:s 6644:33: in steede van gedecorteerd te zijn geworden, van 't Provenu der Houtbaaij, abusivelyk den Boedel van gerepten Vogel is ten gelaste gebragt en daar op uitwijzend de Bijlaage N. o 4. onder den 6 Ianni 1778. afgeschreeven, zo dat 't voorsz geheel bedraagen van 't residement der Houtbaaij ter somma van rd. s 16457. 22. onder de Secretarissen respectivelijk zijn geconsigneerd gebleeven. Dat intussehen het proces over 't Briefje in quaas. zie en 't daar bij besprooken Legaat, geprosequeeerd zynde, het gevolg daar van is geweest, dat weesmeeste, ren zo wel ter eerster Instantie als daar na, wanneer zij op uitdrukkelijke begeerte de respe: uitlandige Erfgenaamen zijn gekoomen in appel aan den E. achtb. raade van Iustitie des Casteels Batavia, zijn koomen te succumbeeren, gelijk nader consteerd uit eene Conie van het vonnis ter tweeden instantie geveld onder N. o 5 ten deezen geannexeerd.. Dat 't gem Vonnis in den Iaare 1783 bij de wees. kamer alhier ontfangen zynde, dus ook niets na„ tuurlijker is geweest; als dat 't voorsz Montant van het Provenie der Houtbaaij dadelijk door den seere taris onder wiens consignatie 't zelve tot dien tijd was verbleeven in den Boedel wierd overgebragt en verantwoord Dat des niet teegenstaande egter 't voorsz mom tant van rd. s 16457. 22. is gebleeven onder de particueleiren beheering van den Secretaris der weeskamer de Heer Tobias Christiaan Rönnenkamp die bij de overgaaf zyner administratie in den Iaare 1786 aan zijn op„ 400 volgen 642 643 opvolger de Heer Christiaan Ludolf Neethling bij de verantwoording der Contanten van de weeska„ mer uitwijzens de origineele reekening ter weeska„ mer berustende, en het extract deezen sub N=o 6. — bijgevoegd, een restant, heeft opgegeeven van Ed. s 22308. 41. en 't provenue der Houtbaaij zonder eenige kennisse van wiesmeesteren, als dewelke in den Iaare 1777 en 7778. , ter weeskamer geene cessie gehad hebbende, ook van de geheele directie door den Heere Ronnenkamp in den Boedel van Jan Martin Vogel gehouden, volkomen ignorant zyn geweest, Privaat of onder de hand overge„ geeven aan- en verreekend met zijn gem Ter vanger Neethling blykens desselfs eigenhandi„ ge Nota deezen onder N o 7. in originali gean nexeerd, en heeft denzelven Niethling die penningen ook alzo overgenoomen, zonder daar van aan den toen infunetie zynde president of Leeden van 't Collegie van wiesmeesteren een nigje de minste ouvertuure te doen „ Welken daar na ook wanneer ingevolge de dispositien der Slustre Vergadering van 17=ne weederom als Secretaris des raads van Iustitie heeft moeten te rug treeden, hier meede in del, ver voegen is te werk gegaan als blijkens de uit ui desselfs reekening en verantwoording der Contanten van de weeskamer onder Ulto Ian 1788. vide Extract N. o 8. het restant te bedra„ gen eene Somma van rijxdaalders 2389. 27. - en dat ook buiten deeze verantwoording der Contanten volgens de eigenhandige Nota van den Heere Heethling sub N. o 9: insgelijks 't rendement der Houtbaaij ten montante van rd:s 16457. 22. door denzelven Beethling alzoo Prigaat of onder de hand weederom aan den Heere Römrenkamp, als des tijds meede tot desselfs dienst als secretaris der weeskamer te rug bree„ dende, is overgegeeven geworden Zynde die penningen weederom zeedert dien tid, onder de particuliere berusting vanden Heere tonnenkamp. verbleeven, tot in de maand Septem ber van t Jaar 1792. wanneer de vertoonders op de aan schrijving der Illustre Vergaadering van 17=ne d. d. 22. ' December 1791. met betrekking tot den gemelde Boedel van Ian Marten Vooel waar van aan Een Extract is bedeeld, dien Boedel ter examinatie hebben doen bij der hand neemen, en deszelfs. loopende reekening doen afsluiten, ter welker geleegentheid het rendement der Houtbaai ter 't Somma van rijxdaalders 16457. 22. ook door den Heere Ronnenkamp, met namentlyk diverse schuldbrieven, welke ten zynen behoeve de gewoone renten van ½ PrCt=o 's maands hebben opgeworpen, te transporteeren, ter weeskamer is ingebragt en geliquideerd geworden Bij het onderzoek dan hoedanig en op welke wijze de Weeskamer zoude behooren te worden scheide loos gesteldt, omtrend de vergoeding der gem Somma van rd. s 14605. 12., aan de resp=e fidie commissaere Erfgenaamen van Jan Marten Vogel weegens der zelver te min genootene Renten uitgekeerd, hebben de Vertoonders, onder de geeerdre approbatie uwer van wel
English
644 645 your Right Honorable and Worshipful Honors found no other way than to debit the respective Secretaries of their chamber with the interest on all such monies as remained under their private administration on account of the aforesaid Estate of Jan Martin Vogel, during all that time when, according to the nature of the matter and what is described hereinbefore, the same ought to have been brought into the Estate itself, and thus ought to have laid out the interest for the benefit of the respective fideicommissary Heirs. In consequence of which the Memorialists have, among others, debited the Estate of the late Mr. Tobias Christiaan Ronnenkamp for seven Years and 6 months of interest on a Sum of Rexd. 10000 - -, which, as was said hereinbefore, after the receipt of the Sentence rendered on appeal at the end of June 1783 on account of the pre-legacy of J. L. Bierman, ought already to have been paid into that Estate; and nevertheless remained all that time under the said secretary Ronnenkamp, amounting to the Sum of rd.s 4500. 12 Years of interest on such Sum of rd.s 6457. 22 as, on account of the surplus proceeds of the Monies arising from the sale of the goods in the Houtbaaij, was paid out to the very same Jacobus Laurens Bierman according to the orphan masters' resolution of 25 October and 22 December 1777, and Carried forward rd.s 4500 which monies, instead of being deducted from the aforesaid Proceeds of the Houtbaaij consigned under the Secretary, were erroneously charged to the Estate, which entry thus continued on the estate until the General liquidation, amounting to 4649. 18. thus together rd.s 9149. 18. While furthermore, there has had to be charged to the said Secretary Christiaan Ludolph Neethling One Year and Six months of interest on the aforesaid Sum of Rd.s 16457. 22, calculated from the End of December 1786 until the end of June 1788, during which the said Neethling, in his function, held the administration of the orphan chamber and the said Monies under him in the manner aforesaid, constituting an amount of rd.s 1481. 8. That, in order to take the most amicable course for the recovery of this Sum of monies, the Memorialists instructed their Commissioners to summon before them the assistant of the Honorable Company, Nicolaas van Es, as married to Miss Maria Magdalena Adam, widow and Executrix of the estate of the late said Secretary Christiaan Ludolph Neethling, and to address him amicably for the payment of those Monies; that the same, having thereupon requested a written statement of the reasons and motives upon which this charge was imposed on the said Neethling, and thus that money claimed from his Estate, the same 646 647 Commissioners satisfied his wish in this regard by having delivered to him a Memorandum, a copy of which accompanies this under No. 10, without, however, restitution having followed upon that, or upon these further amicable interpellations. On the contrary, the said assistant van Es, having caused to be presented to the Meeting of the Memorialists a petition or memorandum, together with Two muniments annexed thereto, which the Memorialists also have the honor reverently to present to your Right Honorable and Worshipful Honors among the Annexes of this Memorial under No. 11, 12 & 13, has maintained, on the grounds adduced in that Memorandum, that the payment of the aforesaid Sum of rd.s 1481. 8 ought to take place not from the Estate of the Secretary Neethling, but from that of his substitute Ronnenkamp. Which grounds adduced therein, however, the Memorialists will take the liberty, being obliged in their capacity to be vigilant for the interests of the Estate of the late Mr. Tobias Christiaan Ronnenkamp, now standing under their administration, to examine somewhat more closely in this Memorial, and therewith to lay open their considerations on the same to your Right Honorable and Worshipful Honors in all deference. In general, the Memorialists have conceived that they could never justify it to the Heirs or interested parties in the Estate of the late Mr. Tobias Christiaan Ronnenkamp to charge the said Estate, according to the view of the said van Es, without the express qualification of your Right Honorable and Worshipful Honors, with the questionable sum of rd.s 1481. 8. -, being a compensation of Interest on account of a Principal Sum of rd.s 16457. 22, which Mr. Neethling, during his function as Secretary, held under his private custody just as unauthorized and unqualified as was done by Mr. Ronnenkamp during the time that he served as secretary of the orphan chamber, and whereby his Estate is already charged with an amount of rd.s 9149. 18. Aside from the fact that it also occurred to the Memorialists that this compensation of interest to the fideicommissary Heirs of Vogel, having arisen from the orders and dispositions of the Gentlemen Commissioners General framed and established by Missive of 26 January last past with regard to the Orphan Chamber, one would also, pursuant to the orders, indeed have charged the aforesaid entire compensation to the account of Interest, in case the oft-mentioned Sum of Rd.s 16457. 22, as was proper, had been transferred and accounted for to the Treasury of the orphan chamber in the Year 1783; but that, on the contrary, since this amount from the Year 1783 to 1786 as well as from 1788 to 1792
Dutch transcription
644 645 uwer wel Edele Groot Achtb. en E. Achtb= geenan„ der weg gevonden, als om de resp=e Secretarissen hunner kamer te debiteeren met de renten van alle zodanige penn:, als weegens den voorsz Boedel van Jan Martin Vogel onder derzelver parti„ culiere beheering zijn verbleeven, geduurende al dien tijd, dat dezelve volgens den aard der zaate en 't hier vooren omschreevene, in den Boedel zelve hagden behooren te zijn gebragt, en dus ten behoeve den resp. e fidei Commissaire Erfge„ naamen de renten hadden behooren uit te legegen. Ingevolge van welke de Vertoonders onder an deren den Boedel van wylen den Heer Tobias Christiaan Ronnenkelmj hebben gedebiteerd voor zeeven Iaaren en 6 maanden renten van eene Somma van Rexd„ 10000 -. - welke gelijk hier vooren gezegd is, na den ontfangst van 't in apel geveld Vonnis met uetimo Iunij 1783. weegens 't praelegaat van I. L. Bierman reeds op dien Boedel hadt behooren te worden opgebragt; en evenwel al dien tijd onder den gem secreterrie tonnenkamp is e bleeven bedra„ gende de Somma van - - - - rd. s 4500 - 12. Iaaren renten van zodanige Somma. van rd. s 6457. 22. als weegens 't meerder rendement der Penningen uit den verkoop der goederen in de Houtbaaij geprovinieerd, volgens wees„ meesteren resolutie van 25 october en 22. december 1777 aan evengem Jacobus Lautens Bierman zyn uitbetaald en P„r Transp. r rd. s 4500 welke penningen in steede van gedecor„ teerd te worden van 't voorsz onder den Secretaris geconsigneerde Provenu der Houtbaay, abusivelyk den Boedel zijn ten lasten gebragt welke post alzo tot de Generaale liquidatie toe op den boe„ del is blijven Continueeren, bedragende 4649. 18. dus te zamen rd. s 9149. 18 Terwgil voorts ten lasten van den gem: Secretaris Christiaan Ludolph Neethling heeft moeten ver„ strekken Een Iaar en Ses maanden renten, van voorsz Somma van Rd. s 16457. 22. gereekend zeedert Ultimo December 1786. tot ultimo Iunij 1788. dat gem: Neethling in deszelfs funitie de administratie der weeskamer en gem Tennenezen in voegen voorsz onder zig heeft gehad, uitma„ kende een bedraagen van rd. s 1481. 8.. Dat om ter resuperatie deezer Somma van penningen den minnelijksten weg in te slaan, de verloonders aan derzelver Gecommitteerdens hebben opgedragen, om de adsistent der E. Compe. Nicolaas van Es. als in huwelijk heb„ bende Juffrouw Maria Magdalena Aoam weduwe en Boedelhoudster van wylen den gem. Secretaris Christiaan Ludolph Neethling voor zig te ontbieden en in der minne tot de voldoe„ ning dier Penningen aantespreeken, - dat den zeeven daar op verlangd hebbende eene schriftelyke opgaaf van de reedenen en motiven op welke dee belasting gem: Neethling was opgelegd, en dus dat geld uit zijn Boedel gevorderd, dezelve welke die Transporteere Gerommelleerd 646 647 Gecommitteerdens hier omtrend aan zijne begeerte hebben voldaan, door hem ter hand te doen stellen eene Memorie waar van Copie onder N. o 10. deezen verzeld, zonder dat egter daar op, of op de ver„ deze minnelijke interpellatien de restitutie is gevolgd. Gemelde adsistent van Es in teegendeel ter Vergaadering van de Vertoonders hebbende doen presenteeren een request ofte memorie, nee„ vens Twee daar bij geannexeerde munimenten welke de Vertoonders meede de eer hebben uwel Ed„ Groot Achtb. en E. E. achtb. onder de Bijlagen van dit Vertoog sub N. o 11. 12 & 13. reverentelijk aante„ bieden, heeft denzelven op de gronden bij die Memo„ rie aangevoerd, gesustineerd, dat de voldoening van de voorsz: Somma van rd„s 1481. 8, niet uit den Boedel van den Secretaris Neethling maar uit die van desselfs vervanger: lonnen kamp zoude behooren te geschieden Dog welke daar bij aangevoerde gronden 1 de. Vertoonders de vrijheid zullen neemen, als. in hunne qualiteit verpligt zynde voor de be„ langens des Boedels van wylen den Heere Io. blas Christiaan tonnenkamp, thans onder hun ne administratie staande, te moeten vigileeren in dit Vertoog eenigzints nader te examineeren, en daar bij hunne consideratiën op dezelve aan uwel: Edele Groot Achtb„ en E. E. Achtb, in allen eerbied open te leggen. In't algemeen, hebben de Vertoonders zig verbeeld nimmer bij de Erfgenaamen of ger tiresseerdens in den Boedel van wijlen de Heer Tobias Christiaan tonnenkamp te kunnen verant woorden, om naar het gevoelen van gem van les buiten Uwel E.d: Groot achtb. en E. E. achtb: ep„ presse qualificatie den gem: Boedel met de ques tieuse som van rd. s 1481. 8. –. te belasten, als zynde eene vergoeding van Interessen weegens eene Ca„ piterale Som van rd. s 16457. 22. , welke den Heere Neethling geduurende zyne funitie als Secreteris even 2o onbevoegd en ongequalificeerd onder zyne private berusting heeft gehouden, als door den Heere Ronnenkamp geduurende den tijd dat denzelven den dienst als secretaris der weeskamer heeft waargenoomen, is geschied, en waar door zijne Boedel reeds met een bedraagen van rd s 9149. 18. is belast. - Behalven dat het aan de Vertoonders ook is te vooren gekoomen, dat deeze vergoeding van interessen aan de fidei commissaire Erfge namen van Vogel zynde voortgevloeid uet de ordres en dispositiën van Heeren Commissaressen Generaal bij Missive van 26 Iannuarij I. Lmet betrekking tot de Weeskamer beraamd en vast gesteld, men ook naar aanleyding van de ordres wel de voorsz geheele vergoeding zoude hebben gebragt ten lasten van de reekening van In trest, ingevalle de meer gementioneerde Som„ van Ad: s 16457„ 22. zo als behoorde, in den Iaare 1783. - was overgebragt; en verantwoord geworden aan de Cassa der weeskamer, dog dat in 't teegendeel daar dit bedragen van den Iaare 1783. tot 1786 mitsgaders van 1788 tot 1792 teresseerdens
English
has remained with Secretary Neethling, both law and equity also entail that the person who, through his own negligence, caused this and kept the funds in his possession must compensate for the damages arising therefrom. Now regarding, Right Honorable and Worshipful Sirs, the grounds on which the mentioned van Ees, in his aforementioned memorial or objections, demands that the sum of 1481. 8 rixdollars charged to Secretary Neethling ought to be written off against the estate of Secretary Ronnenkamp, Your Right Honorable and Worshipful Sirs will find that they mainly consist of the following: 1. That Mr. Neethling supposedly transferred his administration properly to Mr. Ronnenkamp, particularly with regard to the private settlement and the sum of 16457. 22 rixdollars, and that the latter had thereby assumed accountability upon himself. 2. That, due to a lack of cash, the aforementioned sum of money that had been held by Mr. Ronnenkamp was not immediately paid or refunded in cash to Mr. Neethling after the handover of the Chamber, and that the former supposedly executed a private bond amounting to 10000 rixdollars for the benefit of Mr. Neethling. 3. Finally, that Mr. Neethling supposedly also handed over to the aforementioned Mr. Ronnenkamp a sum of 4782. 4 rixdollars, which, upon his departure as secretary, was allegedly found to be in the treasury of the Orphan Chamber in excess of what it ought to contain according to the books. Which motives and grounds the Memorialists, upon closer consideration, have not found to be of such weight that they, on their own authority, could defer to the contention and the proposal of the mentioned van Ees appearing in his frequently mentioned memorial, for the following reasons: That, in relation to the first point, although a proper handover and accounting between Messrs. Neethling and Ronnenkamp regarding the funds belonging to the treasury according to the books is legally evident at the Orphan Chamber, this is by no means the case with regard to their private settlement, held privately and very improperly without any prior knowledge of the Board, in which the aforementioned sum of 16457. 22 rixdollars is included. Furthermore, that if the assumption by Mr. Ronnenkamp of the private administration of the mentioned sum conducted by Mr. Neethling as Secretary of the Orphan Chamber were also to cause the liability on that account to fall upon Mr. Ronnenkamp, the natural consequence of such an assertion would also entail that Mr. Neethling, having likewise assumed the administration of Mr. Ronnenkamp in the same manner and way, also with regard to the private settlement and the sum of 16457. 22 rixdollars in the year 1788, would then also have to be held responsible for the damages that arose therefrom before that time; which reasoning is therefore in itself too absurd for it to be necessary to elaborate further upon it. Which That
Dutch transcription
648 64 is verbleeven onder den Secretaris Neethling, 't regt ze wal als de Billijkheid dan ook meede brengt, dat die geene welke door eige verzuim hier toe oorzaak heeft gegeeven, en de penningen onder zig gehouden de daar uet voortgevloeyde Schaaden vergoede Betrekkelijk nu Wel Edele Groot Achtb: Heer en Eb. Heeren, de gronden op welk ged=e van bet by zine voorsz. Memorie of bezwaaren vordert, dat men de lasten van den Secretaris Neethling gebragte Som van rd. s 1481. 8, zoude moeten afschryven op den Boe del van den Secretaris Ronnen kamp, dezelve zullen aar Ed. Groot achtb: en E. E. achtb. bevinden hoofdzakelijk hier inne te bestaan 1„o Dat den Heere Reethling zyne administratie behoor „lyk aan den Heere Ronnenkamp zou hebben overge „geeven, voornamentlijk met betrekking tot de Particu„ „liere afreekening en de Som van rd. s 16457. 22. en den „zelven daar door de verantwoording zou hebben op „zig genoomen. 2. o„ Dat uit gebrek aan Contanten de voorsz onder „den Heere Ronnenkams berustend geweest zynde „somma van penningen niet, dadelijk na de over„ „gaaf der kamer aan den Heere Neethling Contant „zou zijn voldaan of gerefundeerd, en dat denzelven ten „behoeve van de Heer Neethling zoude hebben verleeden „eene onderhandsche obligatie groot Rd„s 10000 3. Eindelijk, dat door den Heere Neethling nog aan „voorsz Heere Ronnenkamp zoude zijn overgegeeven „eene Somma van rd„s 4782. 4. welke bij zijn afscheal „als secretaries in de las der Weeskamer meerder „zoude zijn bevonden, als dezelve volgens de Boeken moest „inhouden Welke Motiven en gronden de Vertoonders bij naduw„ keeerieje overweeging niet hebben gevonden van dat ge„ wrijf dat zij Propria niethoritati an de Sustenue en het voorstel van ged:e van Ees, bij zijne meergemelde Memorie voorkomende hebben kunnen defereeren om reedenen Dat 'er /met relatie tot 't eerste Poinct ter wees„ kamer wel legaal consteerd eene behoorlijke overeger„ ve en veaantwoording tusschen de Heeren Neechling en Stonnenkamp vie versoe van de Penningen volgens de Boeken tot de Cas behoorende, dit geen zints van derzelver, breeten eenige voorkennisse van 't Collegie onder de hand, zeer onbevoegdelyk gehoudene Particuliere afreekening waarin de voorsz Somma van rd.s 16457. 22. is begreepen Dat voorts, wanneer 't overneemen door den Heer Konnenkamp van de Particuliere, administratie der ge„ mentioneerde Somma bij den Heere Neethling als Leeze„ taris der weeskamer gevoerd ook de verantwoordelijk„ heid uit dien hoofde op den Heere Ronnenkamp zoude moeten doen redundeeren, 't natuurlijk gevolg van een diergelijke stelling dan ook zoude meede brengen, dat den Heer Neethling op die zelve voet en wyze de administratie van den Heere Ronnenkamp, meedeweel de betrekking tot de Particuliere afreekening en de Som van rd:s 16457. 22 in den Iaare 1788, alzo over„ genomen hebbende, dan ook voor de nadeelen daar uit voor dien tijd ontstaan zoude moeten worden res =ponsabel gesteld, welke reede mitsdien in dig zelve te abseeld is, dan dat 't nodig zij hier over verder uit te wijden. welke Dat
English
650 651 That with regard to the second point, Mr. Neethling having been obliged to receive in cash the funds belonging to the estate of the late Jan Marten Vogel and to transfer them into the general treasury of the orphan chamber, in order to properly yield interest for the fiduciary heirs, his Honor therefore had no authority to dispose of those funds on his own authority for the benefit of others. That it is furthermore also established that Mr. Neethling was not ignorant concerning the funds belonging to the said estate of Jan Marten Vogel, namely that the same had to be brought immediately into the estate and accounted for to the general treasury of the orphan chamber, since his Honor personally drew up a formal draft of the estate account of the said Jan Marten Vogel at the orphan chamber, and in the same account properly entered the aforesaid entry of the Houtbaai, notably under the month of January 1764, as shown by the extract No. 14, likewise in his own hand, without, however, having closed the same account, as can be further seen from the original residing at the orphan chamber, apparently because his Honor did not find himself in a position immediately to pay the said privately assumed sum of rd.s 16457. 22, which naturally would have had to be furnished upon the closing of the estate account. And had his Honor wished to be freed in due time from claims and demands on that account, he should not have allowed himself, out of any misplaced complaisance or indulgence toward Mr. Ronnenkamp, to be held back from his unavoidable obligation to give the necessary notice thereof to the Board immediately after taking over that private settlement, and thereby in a fitting manner to prevent the consequences arising from that matter for him or his estate. That with respect to the third point, even were it fully proven that an amount of rd.s 4782. 4 was received by Mr. Ronnenkamp reversal from his predecessor Neethling in cash more than the treasury of the orphan chamber ought to have yielded according to the books and cash account, then still the handing over of those funds indeed demonstrates the sentiments of the said Mr. Neethling, namely, as befits every honest man, not to enrich himself with money which he was convinced did not belong to him, and consequently thereby confirms all the more the credit and trust which the said Mr. Neethling enjoyed his entire life with everyone, as being an example of honesty and accuracy in the various posts held by him in this colony to general satisfaction, but that his responsibility with regard to the funds that belonged to the estate of Jan Marten Vogel cannot be removed by this, much less can that responsibility and the compensation that must flow therefrom on that ground be transferred to the estate of Mr. Ronnenkamp, because the aforesaid amount of rd.s 4782. 4 as a surplus on the general treasury of the orphans has not the least relation to the more-mentioned private settlement, or the funds of the estate of Vogel that remained privately under Mr. Neethling, being of.
Dutch transcription
650 651 Dat ten aanzien van 't 2:e Dainet den Heere Neets ling verpligt zynde geweest, de penningen gehorende tot den Boedel, van wijlen Ian Marten Vogel con„ lant te ontfangen en in de algemeene las der wee„ kamer over te brengen, ten einde voor de fidee Com„ missaire Erfgenaamen behoorlijk renten te kunnen doen, zijn Ed: dus geene bevoegdheid heeft gehad over die Penningen eigener authoriteit ten behoeve van anderen te disponeeren Dat het voorts ook consteerd dat den Heere Neel ling weegens de penningen tot den gem Boedel van Ian Marten Vogel gehoorende niet is ignorant gewees dat dezelve dadelyk in den Boedel moesten worden. gebracht, en aan de Generaale kas der weeskamer verantwoord, daar zijn Ed: eigenhandig eene formeele boedel reekening van gezegden Ian Martin Vogel ter weeskamer in 't klad heeft opgemaakt, en bij dezelve reekening der voorsz Post der Houtbdaij behoorlijk NB: onder de maand Iannuarij 1764: uit wyzen het Extract - N. o 14. / insgelijks eigenhandig opgebragt, zonder egter, dezelve reekening te hebben afgeslooten, zo als uit t origineel ter weeskamer berustende, nader kan worden beoogd, apparent om dat zijn Ed: zig niet heeft in staat bevonden de gemelde Trivaat overgenoomene Somma van rd. s 16457. 22. welke natuurlijk bij 't afsluiten der Boedel reekening zoude hebben moeten gefourneerd, dadelijk te voldoen. En had zijn Ed: van op en aanspraak desweegens in tijd en wijlen bevrijd willende zynde, zig door geene kwa lijk geplaatste complaisanse of inschikkelykheid voor den Heere tonnenkamp behooren te laten te rug houden van zijne onvermijdelijke verpligting, om ter stond na 't overneemen dier particuliere afreekening, het Collegie daar van de nodige kennisse te geeven en hier door de gevolgen voor hem of zijn boedel uit die zake ontslaan, op eene gepaste wyze te praecumeeren Dat ten opzigte van 't derde poinct, alwaare 't ook vol„ koomen beweezen, dat door den Heere Ronnenkame reverd een bedragen van rd. s 4782. 4 - van zijn preden„ cesseure Neethling meerder aan Contanten was ontfan„ gen als de Cas der weeskamer volgens de Boeken en lassa reekening had behooren uit te leeveren, dan nog. 't overgeeven dier Pemangen wel de gevoelens van gem:e Heer Neethling aan den dag legd, om zig na mentlijk, zo als ijder eerlijk man past; niet te ver„ ryken met geld welk hij overtuigt was hem niet toe te koomen, en mits dien ook hier door te meer word bevestigdt het bredit en vertrouwen welke gem Heer Neethling zijn lieven lang bij een ijeder heeft gehadl, als zynde een voorbeeld van eerlykheid en accuratesse in de differente Posten door hem in deeze Colonie tot algemeen genoegen bekleed, Dog dat desselfs verant woordelykheid met betrekking tot de penn: welke tot den Boedel van Jan Marten Vogel behoorden hier door niet kan worden weggenoomen veel men die verantwoordelijkheid en de vergoeding welke, daar uit voortvlacier moet uit dien hoofde, getransfereerd op den Boedel van de Heer Ronnenkamp, om dat voorsz bedragen van rd. s 4782. 4. als een sukplus op de Generale laster weezen geen de minste relutie heeft tot de meer, gem particuliere afteekening, of onder den Heere Neeth„ linge twaat verbleevene Penningen des Boedels van vogel van zijnde E
English
652 653 It being meanwhile, as the petitioners believe under respectful correction, an unforgivable negligence on the part of Mr. Neethling as well as of this chamber, not to make the least mention of the aforesaid surplus in the cash to the College of Orphan Masters, which has also caused the Orphan Masters to be entirely unable to take such dispositions regarding these funds as the interest of their chamber and the nature of the matter demanded at the time. The petitioners nevertheless considered themselves obliged to conduct the necessary inquiries regarding this matter, and to that end deemed nothing more appropriate than to obtain proper sworn depositions from the employees of the orphan chamber who might possess some knowledge regarding this, just as they now have the honor to submit such depositions of the first clerk Johannes Gysbertus Blanckenberg and the chamber messenger Jurriaan Martinus Brink under No. 15 and 16. Your Most Honorable and Right Honorable Lordships will certainly observe that the deponents had knowledge that more than 4000 rixdollars in cash above what ought to have been in the orphan chamber chest was handed over by Mr. Neethling to his successor Mr. Tobias Christiaan Ronnenkamp, which might become more probable from the circumstances that the last-mentioned deponent has further added to it. Yet in how far these documents, whether in themselves or supplemented by the autograph letter left behind by the frequently mentioned Secretary Neethling to the assistant, could be regarded as full proof in this matter, the petitioners, however probable it might appear to them, would nevertheless prefer to leave to the wise judgment of Your Most Honorable and Right Honorable Lordships, and await your highly respected orders in that specific regard. The petitioners only consider themselves further bound in this matter to submit under No. 17 a note or memorandum, being in the very well-known handwriting of the late Secretary Neethling, found at the orphan chamber in a locked desk drawer always used by Secretary Ronnenkamp for the storage of secret papers, in which is found recorded a specific tally of the coin species that would make up the frequently mentioned surplus of 4782. 4. - rixdollars. Meanwhile, it being taken into consideration by the petitioners to what—assuming that such an excess of funds had indeed been handed over to Secretary Ronnenkamp, about which, upon viewing all circumstances, they can hardly doubt—this could with the greatest probability be attributed, it has appeared to them that, when one observes the entire arrangement and administration of affairs and especially of the cash kept at the orphan chamber, a mistake of that nature for a man of accuracy, such as Mr. Neethling, seems almost impossible; all the less so since his honor has left behind at the orphan chamber a daily cash book kept with great precision, and nothing has been found in the books or in the estates administered by his honor that could have caused that difference to arise from any receipt or disbursement in the estates or books. Yet as much attention as seems to have always been observed therein, so little on the other hand does it appear to the petitioners that an eye was kept on the account of the auction proceeds between the respective secretaries and the chamber messenger, on which account
Dutch transcription
65.2 653 Zynde 't ondertusschen (zo als de Vertoonders onder eerbiedige Correctie vermeenen / z0 wel van den Heere Neethling als tonnen kame eene onvergeeflyke onachtzaamheid, om van het voorsz: Aurplus op de Cas aan het Collegie van Weesmeesteren geene de minste oreverteere te doen, waar door dies ook is veroorzaakt, dat bij wees meeste ren omtrend deeze Penningen geenzents zodanige dispositien hebben kunnen worden genomen, als 't belang haarer kamer en den aard der zaake des tijds wel hebben gevordert De Vertoonders hebben zig niet te min verpligt geagt als nog weegens deeze zaak de nodice recherches te doen, en ten dien eende niets geschikter geoordeeld als van de Bediendens der weeskamer, welk hier omtrend eenige kennis mogten dragen, in te winnen behoorlijke beëedigde verklaringen 2o. als zij dan de eer hebben zodanige dispositien van den gesu Clercq Iohannes Gysbertus Blanekenberg en den kamer Bode Jurriaan Marlinus Brink ten deezen onder N:o 15 e 16. uwel Ed. Groot achtb. en E E. achtb. wel zal komen te consteeren dat de deposanten kennis hebben gedragen, dat er door den Heere Beethling ruim 4000 rixdaalders aan Contanten aan zijn vervanger den Heere Tobias Christiaan Ronnenkamp meer der, als er zicg in de weeskamer kas moesten bevinden, zouden zyn overgegeeven, 't geen waarschunlijker zoude kunnen worden, uit de omstandigheeden, welke den laatstgemelde deposant er nog heeft bijgevoegd. Dan in hoe verre men deeze stukken het zij op zig zelve het zij met appri voor de door den meergemelde Secretiris Nuethling nagelatene eigenhandige Messive van den adsistent van EE. is gevoegd, voor een volleedig bewijs in deezen zouden kunnen aanmerken, zullen de vertoonders hoe waarschin lijk hen zulks ook mogte voorkoomen, egter liefst aan de wijze beoordeeling uwer wel Edele Groot achtb. en E. E. achtb. voerlaten en Hoogstderzelver gerespecteerde beveelen ten dien opzigte en het byzonder, blyven afwagten, alleen vinden, de Vertoonders zieg nog gehouden ten deezen onder N. o 17. over te leggen een aanteeke„ ning of Nota, zynde 't zeer wel bekende schrift van wylen den Secretaris Neethling, ter weeskamer gevonden, en een ge„ slooten tafel laade, door den Secretaris ronnenkamp altoos tot berging van Secreete papieren gebeezigd, waar bij eene Speceficque optelling van de geld Speciën, welke t meermelde Sapplus van rd. s 4782. 4. - zoude uitmaken, word aangeteekend gevonden ondertusschen bij de vertoonders in overweeging zijnde genoomen waar aan, eens gesteld zynde dat er in der daad een diergelijke meerderheid van Penningen aan den Secretaris Konnenkamp was overgegeeven /aan 't welke zig bij t enzien van alle omstandigheeden naauwlijks kunnen twiffelen / dit met de meeste apparentie zoude kunnen worden toegeschree„ ven, is 't aanhente vooren gekoomen, dat wanneer men gade slaat de gantsche inrichting en administratie van zaaken en vooral van de Contanten ter weeskamer gehouden, eene mis slag van dien, aard voor een man van decuratesse, gelijk den Heere Niethling, byna niet mogelijk schynt; te min der, daar zijn Ed, een met zeer veel naauwkeurigheid gehoudene dagelijksche Cassa Boek ter weeskamer heeft nagelaaten en men ook nog bij de Boeken nog bij de Boedels, door zyn Ed. geadministreerd iets wes heeft gevonden 't geen dat diffe„ rent uit eenige ontfangst of uitbetaling op de Boedels of Boeken zoude hebben kunnen doen ontslaan Dog zo veel attentie als daar bij steeds schynt geob„ serveert te zijn, zo weinig daar en teegen komt 't de vertoon ders te vooren, dat men het oog heeft gevestigd gehad op de reekening der Vendu penningen tusschen de secxdtarisse respectivelijk met den kamer Boode gehereden als op welke Reeketang
English
654 655 account the cash brought in by the Messenger in reduction of his debit on Vendue Moneys has constantly been written off without this being confirmed by the signature of the Secretary, indeed without any receipt ever having been granted to the Messenger or any other proof having been delivered; except only that the bringing in of such sum has also in the same manner been written off in a so-called counter-book kept by the Messenger. When one now reflects on this, that the Vendue Rolls kept under the Messenger Jurriaan Marthinus Prins were taken over by Mr. Ronnenkamp from Mr. Neethling without properly checking or confronting the same; that after the receipt of the respected orders of the Lords Commissioners General, having examined the Vendue Rolls of the Messenger Prins item for item and having confronted them with his account, one discovered an astonishing deficit of 8202. 16- rixdollars; that the Messenger on that occasion declared among other things that it had happened repeatedly that his so-called Counter Book had remained lying at the Orphan Chamber for some 8 to 14 days in succession, and that he, being in good faith in the idea that he would never be intentionally prejudiced, had also never paid much attention to it; that one furthermore, from the complete conviction of the honesty and good faith of the said Messenger Prins, already then held oneself assured that the aforesaid deficit of his Vendue Moneys was never to be attributed to any intentional causes, but solely and exclusively to a real error or omission committed in respect of him; whereby the memorialists were thus moved, in the memorial submitted in that regard under date of the last day of April 1793 to the meeting of your Right Honorable Worships, to request that it might please your Right Honorable Worships, by virtue of the considerations broadly set down therein, to continue the said Messenger Prins in his service, without prejudice to the measures taken with regard to the Vendue Moneys found short, in order not to deprive him of a necessary livelihood and to make his wife and children the unfortunate victims of such committed omissions or errors, which request was also graciously granted by the resolution of 10 May last. Then, the Memorialists say, upon the consideration of all these concurrent circumstances, one would easily come to the understanding that the aforementioned surplus in cash found by Mr. Neethling in the cash chest of the Orphan Chamber can, according to all appearance, be attributed to nothing other than a real error or omission committed by his Honor in the crediting of the Messenger Prins on account of the Vendue Moneys brought into the Orphan Chamber by the same. The Memorialists, however, having deemed themselves competent neither in the one nor in the other matter set down in this Memorial to proceed to the taking of any final decision, have on the contrary seen the necessity of addressing themselves directly on this matter to your Right Honorable Great Worships and Honorable Worships, as the Lords Commissioners General, by their detailed orders contained in the Missive of 26 February last, without any judicial intervention, made immediate provision in everything that was required to put the affairs of the Orphan Chamber in order, and that also with regard to what appears in this concerning the former Ministers Neethling and Ronnenkamp of the Memorialists, no recourse could be taken to any judicial proceedings, because they have not only made themselves liable in their functions as Secretaries, whereby they and their estates are also subject to the immediate orders of the Political authority, just as the Lords Commissioners have ordered this in their dispositions with respect to the Right Honorable
Dutch transcription
654 655 reekening steeds de Contanten door den Bode in mindering van zyn debet aan Vendu Penningen ingebragt zijn afge„ schreeven geworden, zonder dat zulks met de handteekening van den Secretaris is bekragtigd, Ia zonder dat aan den Boode daar van immer eenige quittantie is verleend of eenig ander bewijs afgegeeven; als alleen dat 't inbrengen van zodanige Somma ook in zelver voegen op een onder den Boode berustende zo gen Contraboek is afgeschreeven geworen. Wanneer men nu daar by reflecteerd, dat de Vendu Breeven onder den Bode Iurriaan Marthinus Prins be„ rustend geweest, door den Heere tonnenkamp van den Heer Neethling zonder dezelve behoorlyk na te zien of te con„ fronteeren, zijn overgenoomen, Dat men na den ontfangst der geëerbiedigde ordres van Heeren Commessaressen Generaal de Vender Brieven van den Bode Prinssteek voorsteek opgeno„ men en met deszelfs reekening geconfronteerd hebbende een ver„ baazend. defecit van rexd. s 8202. 16- heeft ontwaard, Dat den Boode bij die geleegendheid onder anderen heeft gedeclareerd, dat 6 te meermalen was gebeurd dat zijn zogenaamd Con„ tra Boek wel 8 à 14. dagen na den anderen ter weeskamer was blijven leggen, en dat hij ter goeder trouw in het denkbeeld verseerende dat hij nimmer opzettelijk zoude worden benaedede ook daar op nooit veel agt had geslagen, Dat men zig verder uit de volkoomene overtuiging van de eerlijkheid en goede trouie van den gem Bode Prins toen reeds heeft verseekerd gehouden, dat t voorsz deficit ziner Vendu Penningen nim mer aan eenige opzettelijke oorzaaken, maar enkel en alleen aan een reiel abuis ofte omissie, ten zynen oprigte begaan, was te attribu eeren; waar door de vertoonders dus zyn bewoogen geworden bij 't vertoog ten dien opzigte in dato ult. o april 1793. ter vergade„ „ring uwer wel Ed. achtb. ingedient te verzoeken dat 't van uwerwel Ed. Achtb. welbehaagen zijn mooge, uit hoofite van de daar bij breed„ voerig ter needer gestelde Consideratien, den gem bode Prins onvermen„ dert de mesures, ten aanzien der te kort bevondene Vendee Penningen genomen, in sijn dienst te continueeren, ten einde hem niet van eene noodzakelyke broodwinning te ontblooten, en zyne vrouw en kinderen van dergelijke begaane missien of abuizen de ongelukkige slagtoffers te doen worden, welk verzoek: ook bij de resoleetie van 10 maij IongstL„ gratieuselijk is ingewilligd Dan /zeggende Vertoonders / zoude men bij de betragting van alle deeze te zamen loopende omstandigheeden, als ras vallen in 't begrip dat het meergem: door den Heere Neetling op de Cas der weeskamer bevonden, sterplus aan contanten, naar alle apparentie, nergens anders, als aan een weezenblijk abries ofte omessie door zijn Ed: in 't, crediteeren van den Bode Prins weegens de door denzelven ter weeskamer ingebragte Vendu penningen begaan, kan worden geattribueerd De Vertoonders zig egter nog in't een nog in 't ander bij dit Vertoog ter needer gesteld, bevoegd hebbende geagt om tot t neemen van eenig finaal besluit over te gaan, hebben in teegendeel de noodzakelijkheid ingezien, om zig hier over directelijk aan uwel Ed„ Groot achtb„ en E. E. achtb„ te addresseeren, alzo Heeren Commissarissen Generaal bij Hoogs derzelver: uitvoerige ordres, vervat in de Missive van den 26 Februarij IL. zonder eenige regterlijke tusschenkomst, dadelijke voorzieninge hebben ge„ daan, in alles wat tot 't in order brengen van de zaken der weeska: mer wierd vereischt, en dat ook betreklijk het geen in deezen ten aanzien van de Vertoonders geweezene Minestres Neethling en Ronnenkamp. voorkomt; tot geene regterlijke Joursieetes woie de kunnen worden recoiers genoomen, om dat dezelve zig niet alleen in hunne functien als Secretarissen aansprakelijk hebben gemaakt, waardoor zij op hunne Nalatenschappen ook aan de onmid delijke ordres der Politiecque overheid subject zijn zo als Heeren „Commissaresien zulks in Hoogst derzelver dispositien ten opzegte van Ed Achtb den
English
656 65 gentlemen to the competent of this government. of the Secretary Ronnenkamp and the adjunct Secretary van der Riet had manifested in respect of the orphan masters themselves, but that also through that path the further complete execution of the beneficial orders of the Lords Commissioners General concerning the affairs of the Orphan Chamber would be subjected to many inconveniences, Wherefore the Memorialists take the liberty to bring all the foregoing hereby under the discerning eye of your Right Honorable and Honorable, with respectful request that it may please the same to order the mentioned assistant Nicolaas van Ees, being suspended from pay, as having in marriage the widow and estate administrator of the late Secretary of the Orphan Chamber Christiaan Ludolph Neethling, to pay the sum of rd:s 1481. 8. charged to his account. Or indeed, should it be found that the former Secretary Neethling is not liable for it and that, on the contrary, pursuant to the assertion of the said van Ees, the Estate of the late Secretary Ronnenkamp ought to be charged with it, in that case to grant the Memorialists the necessary authorization to write off that sum to the Estate of the said Ronnenkamp. As well as finally to instruct the Memorialists how they shall conduct themselves in respect of the aforementioned sum of rd:s 4782. 4 -, found by the Secretary Neethling upon the handover of the Chamber as of ultimo June 1788 to be a surplus in cash, or what the Memorialists shall further have to undertake in this regard. which doing etc. signed J. J. Le Sueur, P Laurens Cloete, A: V: Berg, H: J. Pehrsen, W. J. van Oosterzee, A. J: Berrange in the margin At the Orphan Chamber at Cape of Good Hope, the 30 January 1794. After the reading of which Memorial and attentive deliberation thereon, it was proposed by the Honorable Lord Commissioner, that whereas from the aforesaid Memorial of the Orphan Chamber it could with probability be deduced, that the Estate of the late Secretary of the Orphan Chamber Christiaan Ludolph Neethling might be held liable for the Interest of the Capital of rd:s 16457. 22. derived from the Estate and Inheritance of the late Burgher, Jan Martin Vogel and kept under his private administration by him during the time he held the office of Secretary to the said Orphan Chamber, this Council also ought to authorize the Orphan Chamber to institute its action in this matter upon and against the Heirs of the aforementioned Neethling before the competent judge, being the Council of Justice of this Government, to refer the said Body to the competent Judge, the Council of Justice. The Lord Commander and all the Lords Members of the Council having conformed with this proposal 658 659 while the examiner of salaries is authorized to close the account of the deceased Secretary of Graaff-Reinet Stanhoffius. The Honorable Lord Commissioner communicating lastly that His Honor had ordered the scholarchen to report to His Honor whether the request made yesterday by J. J. de Ziegler could be granted. of the Honorable Lord Commissioner, it has accordingly been resolved to authorize the Board of Orphan Masters, as the same is authorized hereby, to institute and prosecute such action in the aforesaid matter against the Heirs of the late Secretary of their Board before the Council of Justice of this Government as they, according to their duty and obligation, shall deem proper, while in respect of the Orphan Chamber sum of rd. s 4782. 4-, which, according to the aforesaid Memorial, was found in the cash of the Orphan Chamber to be a surplus beyond what the Books showed, and which was handed over by the said Secretary Neethling to his successor, the Secretary Tobias Christiaan Ronnenkamp, the Council reserves the right to dispose thereof as soon as the general Report on the Orphan Chamber, which is expected shortly, shall become the subject of its deliberations; and the Lord Le Sueur, President of the Orphan Chamber, excused himself from voting on this matter. After this, the Honorable Lord Commissioner communicated to the Council that the Provisional Landdrost of Graaff-Reinet, Honoratius Christiaan David Maynier, having arrived at the Cape yesterday, had reported to His Honor that the Secretary of the said Colony, Jacobus Stanhoffius, had passed away on the [illegible], wherefore it was also resolved to order the Head and Examiner of salaries, as the same is ordered hereby, to have the salary account of the said Secretary Stanhoffius closed as of the aforesaid date. Lastly, the Honorable Lord Commissioner was pleased to inform the Council that His Honor, in his capacity as Commissioner over this Government, pursuant to what His Honor had reserved to himself upon rendering the opinions on the petition of Jan Jacob de Ziegler at yesterday's Meeting, had instructed the Reverend Scholarchen of this town as
Dutch transcription
656 65 =eeren naar den Competenten deezes gouvernements. van den Secretaris Ronnenkamp en den adjinct Secretaris van der Riet Jan ten opzigte van weesmeesteren zelve hebben geme nifesteerd, maar dat ook door dien weg de verdere compleete vol„ brenging der heilzaame beveelen van Heeren Commissarissen Generaal omtrend de zaken der Weeskamer aan veele inconce„ nieten zoude worden onderheevig gemaakt, Weshalven de Vertoonders de vrijheid neemen al 't vooren staande door deezen te brengen onder het doorzigtig oog uwer„ Wel Ed: Groot Achtb. en E. Achtb: met eerbiedig verzoek, dat 't van derzelver welbehagen zijn mooije, den gem: onder afgeschr. Gagie staanden adsistent Nicolaas van Ees, als in Huwelijk hebbende de weduwe en boedelhoudster van wijlen den Secret. s der weeskamer Christiaan Ludolph Neethling, de voldoen ning der ten zijnen lasten gebragte som van rd. s 1481. 8. op. te leggen. Dan wel bij bevinding dat den geweezen Secretaris Neeth ling daar vóór niet aanspraaklijk en dat in teegendeel ingevolg de sustencie van ged=e van Es. den Boedel van wijlen den Sierer tonnenkamp daar voor zoude behooren te worden belast, de Vertoon„ ders, in dat geval tot t afschryven dier som op den Boedel van gezegt Konnenkamp: de nodige qualificatie te verleenen. Mitsgaders eindelijk de Vertoonders te ordonneeren hoe„ danig zij zig zullen hebben te gedragen ten opzigte der voorsz som„ met van rd„s 4782. 4 -, door den secretaris Neethling bij de overgaaf der Camer onder Ultimo Iunij 1788. meerder in Cassa bevonden, dan wel wat de Vertoonders hier omtrend verder zullen hebben in 't werk te stellen /onderstond/ 'T welk doende &. a /geteekend / I. I. Lesueurs P Laurens Cloete, A: V: Bergs, H: I. Pehrsen, W. I. van oosterzee, AJ: Berrange /in margine/ Ter weeskaamer aan Cabo de Goede Hoop den 30 Iannuarij 1794. na lecture van welk Vertoog en aandagtige deliberatie over het zelve, door den Edelen Heer Commissaris is geproponeerd gewor„ den, dat terwijl uit het voorm Vertoog van de Weeskamer met waarschynlijk, heid kon worden afgeleid, dat den Boe„ del van wylen den Secretaris ter weeska„ mea Christiaan Ludolph Neethling, aan spraaklyk zou kunnen worden gehouden voor de Intressen van 't Capitaal van rd:s 16457„ 22. geproflueerd uit den Boedel en Nalatenschap van wijlen den Bur„ ger, Ian Martin Vogel en door hem ge„ duurende hy het ampt van Secretaris ter gemelde Weeskamer heeft bekleed onder zine particuliere beheering ge„ houden, deezen raade ook de Weeska„ het gemeld Collegie te reuvoi mer behoorde te qualificeeren, om haare Rechter den Raade van Justitie actie desweegens op ende jegens de Erf„ genaamen van voornoemde Neethling te institueeren voor den Competenten rechter, zijnde den raade van Iustitie deezes Gouvernements „de Heere Gezaelhebber en alle de Heeren Leeden des laads zig met deeze na Propositie 658 659 terwijl den visitateur der soldijen is gequalificeerd de reekening van de overl: se: cretaris van Graaff zijnet - Stanhoffius aftesluijten. Werdende door den Edelen Heer Commissaris laatstelijk gecom¬ =municeerd dat zijn Ed: schol: =archen had gelast zijn Ed: te berichten off het verzoek door 7. 7. de ziegler op gisteren ge= daan zou kunnen werden toegestaan. propositie van den Edelen Heere Commis saris geconformeerd hebbende, zo is dien„ volgens beslooten, 't Colegie van Weesmees leren te qualificeeren, zo als 't zelve ge„ qualificeerd word bij deeze, omme ter zaake voorschreeve teegens de Erfgenaa„ men van wijlen den Secretaris van hun Colegie voor den Raade van Iustitie deer zes Gouvernements zodanige actie te institueeren en te vervolgen als zij navol„ gens hunnen pligt en gehoudenisze zullen vinden te behooren, terwijl ten aanzien van de Wearkamer Somma van rd. s 4782„ 4-, welke blijkens voormeld. Vertoog, in de Cassa ter Weeskamer meer der zijn bevonden dan de Boeken kwa„ men aantetoonen, en die door den gemelde Secretaris Neethling aan zynen opvolger de Secretaris Tobias Christiaan Ronnen: kamp overgegeeven, den raade zig reser„ seerd daar over te disponeeren, zo oza het generaal Rapport over de weeska„ mer, 't geen men eerstdaags te gemoet siet het ontwerp haare deliberatien zal worden: en heeft den Heere Le Sucuk Presedent, van de Weeskamer zig geexcu 1 seerd hier inne te voteeren Na dit een ander wierd door den Edelen Heer Commissaris den raade ge communiceerd, dat den Provisioneel Land, drost, van Graaffe Reinet Honoratius Christiaan David Maynier op gisteren aan de kaap gearriveerd aan zijn Ed: rapport had gedaan dat den Secretaris van gemelde Colonie Iacobus Manhoffia op den was koomen te overlyden, weshalven dan ook beslooten is het Hoofd en Vesitateur der soldien te gelasten, zo als dezelve ge„ last word bij deeze, de soldi reekening van de gemelde Secretaris Aanhoffues op voorsz datum te doen afsluiten Laatstelijk geleefde den Edelen Heer Commissaris den raade te bedeelen, dat zijn Ed. in deszelfs qualiteit als Commissaris over dit Gouvernement, ingevolge 't geen zijn Ed: zig bij 't uitbrengen der advijzen op de requeste van Jan Iacob de Zeegler ter Vergadering van Gisteren had voorbe houden, de Herwaarde Scholaschen deezer als steede
English
Communication from the Noble Lord Commissioner regarding the arrival of the ships mentioned in the margin and the papers brought with the same. ...instead had ordered His Honour to report if there could be any well-founded reasons which ought to hold this government back from granting the requested permission to instruct twelve youths from 8 to 12 years of age in the Dutch and French languages, Geography, History, and in the first rudiments of Nature and Mathematics, or could call its necessity into doubt. Thus resolved and determined in the Castle of Good Hope on the day and year aforesaid. A. I. Sluijsken I. I. Rhenus I. P. Lesueur O. I. de Wet C. Brandt C. Bergh In my presence, signed G. F. Goetz, Secretary signed Initially, the Noble Lord Commissioner gave notice of the arrival on the 6th of this month of the packet boat 'T Haasje, with which no papers were received other than the invoices and bills of lading of the cargo for this Government in that small vessel and the expected outbound ship Vreedenburg; as well as of the arrival the day before yesterday of the ships Washington and Brunswijk, with which only one letter was received written by the Right Noble, Great, and Respected Lords Directors and Deputies from the Assembly of Seventeen for the direct navigation and trade to China, dated 4 October of the past year from The Hague to this Government, containing orders to advance the voyage of the ships destined for the Empire of China, whither both mentioned vessels are destined, with the utmost speed pursuant to the repeated orders given to that end, and to ensure that all delays are cleared out of the way with the greatest zeal and vigilance. Monday the 10th of March 1794. In the forenoon. Present: the Noble Lord Commissioner, together with the Lord Acting Governor and the Lords Members Le Sueur, De Wet, and Brandt; absent: the Lords Members Gordon, Van Reede van Oudtshoorn, and Bergh. Deliberation on the letter per the ships Washington and the Duke of Brunswick addressed to this Council. Wherefore it was also resolved to have the said ships detained here until the remaining ones shall have arrived here. Authorisation granted to the Lord Chief Administrator. Whereupon, having deliberated and considered that, however much one would otherwise be in a position to have the aforesaid ships advance their voyage immediately, it would conflict with all rules of due prudence to allow them to depart from here, given the certain tidings received here of the ever-increasing number of French privateers, among which are even some of 40 guns with 12 and 18 lb balls, and their robberies in the seas of the Indies, even off and in the Sunda Strait, as well as the dreadful anxiety in which this government continuously finds itself over the state of affairs there due to the failure of the return vessels to arrive, and even of the packet boat De Expeditie, which according to reports was to be dispatched from the capital to this place a few days after 4 December; it was therefore approved and resolved for the present to postpone the dispatch and sending forward of the said ships, in order not to expose them to all too probable dangers, and to wait until some tidings shall have been received from Batavia, or until all or some of the eight outbound vessels still expected shall have arrived, in order thereafter to take into consideration in what manner this considerable fleet, whether all combined or divided into two squadrons, may be allowed to advance its voyage from here to Batavia, whilst in this matter the Lord Chief Administrator will be instructed to exercise all care to the end that the oft-mentioned ships...
Dutch transcription
660 661 Communicatie van den Edelen Heer Commissaris over de aan= =pen en de papieren met dezel: „ve aangebragt steede hadt gelast zijn Ed: te berichten, zo er eenige gegronde reedenen zouden kunnen zijn, welke deeze regeering behoor„ den te rug te houden tot 't verleenen, van de verzogte permissie om twaalf Ionge lingen van 8 tot 12 Iaaren oud te onder„ wyzen in de neederduitsche en Fransche Haalem, de Geographie, Historie en in de eerste grondbeginzelen der Natiur en Wiskunde, ofte dies noodzaaklijk heid zoude kunnen in twijffel trekken Aldus Geresolveerd ende Gearresteerd In 't Casteel de Joede Hoop ten daage en Iaare voorschreeve. A. I. Sluijsken I. I. Rhenua I. P. Lesueur O. I. dewet. C. Brandt C. Bergh. Mij Present /get/ G. f. Goetz Secrets (geteek:d/ Aanvanklijk wierd door den Edelen =komst van nevens gem: schee: Heere Commissaris kennisse gegeeven van de aankomst op den 6 deezer van de pacquet boot 'T Haasje waarmeede geene papie ren zijn ontfangen dan de Factuuren en Cognoscementen van 't gelaadene voor dit Gouvernement in dat kieltje en 't verwagt wordend uitkoomend schip Vreedenbierg mitsgaders van t' arrivement op eergis teren van de scheepen: Washington en Brunswijk, waarmeede eenlijk is ontfangen eene Missive door de Wel. Edele Groot achtb. achtb: Heeren Be„ windhebberen en Gevolmachtigde uit de Vergadering van 17ne tot den directe vaart en Handel op China sub dato 4 oct„r Maandag den 10 Maart 1794. 's voormiddags Present de Edele Heere Commissaris, beneevens den Heere Gezaghebber ende Heeren Leeden Le Sueur, de wet en Brandt, demplis de Heeren Leeden Iordon, van reede van outshoorn en Bergh anno 662 663 deliberatie op de Missive pr de scheepen Washington en de Hertag van Brunswijk aan deezen raade geadtres= =seerd. — alwaar omme ook beslooten is de gem: Scheepen alhier te doen aanhouden tot dat de overige, alhier zullen wee =zen gearriveerd. =ge op den Heere Hoogd Admiris „trateur verleend. anno Passalo uit 's Gravenhagen aan dit Gouvernement geschreeven, houden de bevel omme ingevolge de herhaalde ordres ten dien einde gegeeven, de schee„ pen naar 't Rijk van China gedestineerd, werwaards beide gemelde Bodems zijn bestemd, ten allerspoedigste te doen rees: vorderen, en te zougen dat alle retarde= menten met de meeste zele en vigilantie uit den weg worden geruimt, waarop gedelibererd en aanschouw genoomen synde, dat 't hoe zeer men anders ook in staat soude zijn de voormelde schee„ Den dadelijk haar reeze te doen vervor„ deren, met alle regulen van verschiel, digde voorsigtigheid Hrijden zoude om dezelve van hier te laaten vertrekken, aangezien, de zeekere tydingen welke men„ alhier heeft bekoomen van het meer en meer toeneemend getal van Franse ka„ „pers. waar onder selfs eenige van 40 stuk ken â 12 en 18 lb bals, en de rooverijen van deselve in de zeeen van Indien tot „esels voor en in straat sunda, metsg. s de akelige ongerustheid waarin deeze legeering door 't achterblyven der retour bodems en zelfs van de Paekett Boot de Expeditie die volgens beregten eenige dagen na den 4 december van de Hoofd„ plaats naa herwaards stond te worden geexpedieerd bij aanhoudendheid verseerd over de staat der zaaken aldaar zo werd goedgevonden en beslooten om met de de„ seche en voortsending der gemelde scheepen en ten einde deselve aan geen al te waarschynlyke gevaaren bloot te stellen voor eerst te supercedeeren en te wagten tot men eenige tydingen van Batavia sal hebben ontfangen off tot dat alle dan wel eenige der nog verwacht wordende Acht uitkoomende Bodems: zullen weezen aangeland, ten einde daar na in overweeging te neemen op welke wijze deeze aanzienlijke Vloot, 't zij alle gucombineerd dan wel in twee smal deelen verdeeld van hier naar Batavia zal kunnen laaten reese vorderen terwyl qualificatie, ten deeze belandene Heer Hoofdadministrateur zal worden gecommandeerd om alle zorge te gebruiken ten einde meergedagte regeering Scleepen ƒ 1
English
664 665 resolution to send the produce requested by the Ministers at Houglij thither at the first available opportunity; as well as to act upon the following report submitted by the Landdrost and Heemraden of Stellenbosch and Drakenstein; ships are in readiness to be able to depart at the first order. Hereafter was resumed a letter written by the Company's Ministers at Houglij, dated 29 December of the past year 1793, to this Council, received here per the Danish ship the Johanna en Maria as an accompaniment to a requisition for some garden seeds and other necessities for their directorate, whereupon it was resolved to send the few domestic products requested therein directly to Bengal by a foreign ship at the first available opportunity, in accordance with the request of the said Ministers. The Landdrost and Heemraden of Stellenbosch and Drakenstein, who by resolution of 10 December of the past year were ordered to examine and appraise a certain piece of land requested in freehold by the burgher Petrus van der Merwe Carelsz, having submitted the following report on their proceedings in this matter: To the Right Honorable, Great and Respected Abraham Josias Sluysken, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies and Commissioner over the Government of the Cape of Good Hope and its dependencies, etc., etc., etc., as well as the Honorable and Respected Commander and Honorable Members of the Council of Policy. Right Honorable and Respected Sir! Honorable and Respected Sirs. Pursuant to and in compliance with the most respected order of Your Right Honorable and Respected Sirs contained in the extract resolution dated 10 December of the year 1793, the piece of land requested in freehold by the burgher Petrus van der Merwe Carelsz, situated at the so-called Rheeboks Kloof, having been inspected and examined in the presence of the first undersigned Landdrost and by commissioned Heemraden, they have found that the same can be granted without prejudice to anyone, provided that the aforesaid van der Merwe and future possessors shall be bound 666 In the Meeting of Heemraden at Stellenbosch, 3 March 1794. as well as to appoint two Heemraden from the nomination made on the side; to grant a strip of land in freehold to van der Merwe. and obliged to let the water coming down from the top of the kloof, and running across the land requested by him, van der Merwe, and now surveyed, flow freely and unhindered to the farm situated below his aforesaid property, currently owned by the burgher Francois du Toit Fransz, named the Rheebokskloof; while the said piece of land, having been found to measure over three and a half morgen according to the surveyor's statement, has been appraised by us at two hundred and ten guilders Indian value. Whereof the undersigned take the liberty to let this serve as a humble report, while with dutiful respect calling themselves, Right Honorable and Respected Sir, and Honorable and Respected Sirs, Your Right Honorable and Respected Sirs' most humble and obedient servants, A. L. Bletterman P. G. van der Byl I. W. v. d. Merwe J. B. Eksteen Pieter Roux A. C. v. d. Byl J. de Villiers J. P. sz. I. I. Cats Ad. Villiers Jn. sz. Thus it was approved and agreed to fully concur with that report, and consequently the piece of land requested by the above-named burgher Petrus van der Merwe, measuring over three and a half morgen, shall be granted and ceded to him in freehold, as the same is hereby ceded and granted to him under all such conditions and servitudes as have been specified by the Landdrost and Heemraden, and furthermore under payment of a recognition fee of ƒ 210 Cape or 70 rixdollars for the benefit of the Company. Furthermore, from the nomination drawn up by the Landdrost and Heemraden of Graaff-Reinet for the appointment of new members for their board, Johannes Jacobse and Barend Johannes Burger Barendsz were chosen and appointed as Heemraden there, which persons, after they shall have taken the oath pertaining to this office, in place of the retiring Josua Joubert Fransz and David Schalk van der Merwe, for the term of two years 667 shall
Dutch transcription
664 665 besluit om de door de Minis: =ters te Houglij gevraagde producten bij voorkomende geleegendheid naar derwaards te verzenden. mitsgaders om op het volgend bericht door Landdraster & Heem: =raaden van stellenbosch en Drakenstein ingedient. Scheepen in gereedheid sijn om op de eerste om op de eerste ordre te kun„ „nen vertrekken.-. Hier na is geresumeerd eene Messi„ ve door 's Compagnies Ministers te „Houglij, sub dato 29 december des voorleeden Iaars 1793: aan deeze Ver„ gaadering geschreeven, per 't deensch. schip de Johanna en Maria alhier ontfangen tot bij geleide van een Eesch van eenige Tuenzaaden en andere behoef„ tens voor hunne directie, waar op beslo„ ten is de weinige daarbij gevraagde hierlandsche Producten ingevolge het verzoek der gemelde Ministers bij voor koomende geleegentheid met een vreemd Schip, directe naar Bengaale te verzenden. Landdrost en Heemaaden van Stellen„ boseh en Drakenstein aan wien bij besluit van den 10 December A=o J. o is oedeman, deerd de examinatie en tauxatie van zeeker Steekje Lands door den Burger Petrus van der Merue Carelsz. in eigendom ver zogt, over hunne verrigtingen in deeze inge dient hebbende 't volgend berigt Aan den Wel Edelen Groot deheb. Heere Abraham Josias Sluysken raad ordenair van Neerlands India mitsgaders Commissaris, over 't Gou„ vernement kaap de Goede Hoog en den ressorte van dien & & & beneeezen den Wel Edelen agtb: Heere Gazag hebber en wel Edele Heeren radlen van Poletje Wel Edele Groot Achtbaare Heer! E. E. Achtbaare Heeren. Ingevolge en ter voldoening aan de zeer gerespecteerde ordre uuer wel Edele Groot achtb: en E. achtb vervat bij Extract resolutie de dato 10 december des Iaars 1793. het door den Burger Petrus van ber Meriee Carels Z. in eigendom verzogt steek je lands geleegen aan de zogenaamde reeboks bloof, ten overstaan van den eerstonder gete Landdrost en door gecommitteerde Heem raden geinspecteerd ende geëxamineerd zyn, de, hebbende dezelve bevonden 't zelve zon„ der imands prejuditie te kunnen werden uitgegeeven, mits, dat voorsz van der Meriee en de namalige bezitters gehouden Aan en 666 In Heemraads Vergadering aan Hellenbosch den 3 maart 17924. als meede om uit bezijden= =gem: nominatie twee heem= aan testellen. der Merwe een strookje Lands in eigendom te verleenen. en verpligt zullen zyn, om het water deat boven uit de Cloof afkomt, en over het door hem van der Merwe verzogte en thans gemeeten land, deszelfs loop heeft, vrij en ongehondert te moeten laaten lopen naar de onder deszelfs voorsz Erfgeleeegene Plaatz, thans bezeeten wordende door den Burger Francois der Poit Fransz genaamt de theebokssloof, terwijl het zelve steek Land volgens opgaaf van den Landmeeter ruim drie en een halve morgen groot be„ vonden zynde, door ons gewardeert as op Twee honderd en Tien Guldens ind: val: Waar van de ondergeteekend de vrijheid neemen deeze te laaten dienen voor nedrig bericht Terwijl met dienst respect zig noemen Wel Edele Groot Achtb„ Heer. en E: E. Achtbaare Heeren. Uie en wel Edele Groot achtb: eeer onderdanige engehoorz diensaa A: L. Bletterman P. G. uruem I. W: V. D. Merwe J.: b Eksteen Pieter roux A. C. v d: Bijl I: de villeers I. P. L. I. I. Cats Ad. Villiers I:n I zo is goedgevonden en verstaan zig met dat berigt volkoomen te conformeeren, zullende dienvolgens het door opgenoem„ aan den burger Petris van de van der Mereere verzogte stukje gronds. ter groote van ruim drie en een halve morgen aan hem in eigendom worden vergund afgestaan zo als 't zelve aan hem afgestaan en vergund word bij deeze on„ der alle zodanige bepaalingen en Terertuue„ ten als door Landdrost en Heemraden zijn opgegeeven en voorts onder betaling eener recognitie van ƒ 210– kaaps of rd. s Co. ten behoeve van de Compagnie Voorts zijn uit de nominate door s:raaden voor Graaff zijnet Landdrost en Heemraden van Graaffe ranet geformeerd ter aanstelling van nieuwe Leeden voor hunne Vergadering tot Heemraden aldaar verkooren en aan gesteld Iohannes Jacobse en Barend Iohannes Burgerd Barendsz. weetepter„ zoonen dus na dat de eed tot deeze be„ diening staande zullen hebben gepresteerd in Plaatse van de afgegaane Josua Toubert Fransz en David Schalk van der Merwe den tijd van Twee Iaaren 667. Zis zullen
English
668 and the account of the poor funds, being the diaconate, for expenses on account of the transport of the minister's [illegible], a church lectern, as appears from the receipt, a gilded tablecloth, deducted from the adjacent credit, thus remains the capital of the poor: rixdollars Reinet, the 31st of December 1793. as appears from the receipt: rixdollars 46 Debit to be sent to the Illustrious Assembly of the Seventeen at Graaff-Reinet, to this council addressed, shall have to serve. Subsequently was resumed the account of the poor moneys of the Diaconate at Graaff-Reinet, reading as follows: Cash account of the poor moneys, as found upon the closing of the account on the date below written. Credit For liberal gifts: rixdollars 25 For the building of the church: 830 Collection during the divine service from 11 November 1792 until the last of December 1793: 557. 1. 5 Total: rixdollars 1424. 1. 5 House rent for the sexton: 32 Church books: 47 Churchyard rights: 12 Total: rixdollars 135 1424. 1. 5. Deducted from adjacent debit: 135 1289. 1. 5. Thus remains the capital of the poor: rixdollars 1289. 1. 5 Thus done in the church meeting at Graaff- Reinet, 31 December 1793. (was signed) A. Manger, minister M. M. Pretorius I. Jacobs C. I. Burger Nicolaas Smit which account is understood to be sent, along with the general report of affairs of this government, to the Illustrious Assembly of Seventeen. Letter by the church council. The Reverend Minister of the congregation at Graaff-Reinet, together with the church council, in accompaniment of the aforesaid account, addressed to this government having the following letter: Cape of Good Hope. To the Right Honorable, Highly Esteemed Lord Abraham Josias Sluysken, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, and Commissioner over the Government of the Cape of Good Hope and the dependencies thereof, etc. etc., together with the Honorable, Esteemed Political Council. Right Honorable, Highly Esteemed Lord and Honorable, Esteemed Lords. As the undersigned have left nothing untried, but on the contrary have always employed all possible means to urge the inhabitants, as appears from the letters written in this regard successively to the Field-Wardens, and of which we in all reverence take the liberty to annex the copies hereto under Letter A, to subscribe to a sufficient fund for the building of a church, minister's, reader's, and other dwellings, for which the same, if your Right Honorable, Highly Esteemed and Honorable Esteemed Lords should favorably comply with their repeated entreaties to be permitted to have a minister 669 and public worship here, so dutifully bound themselves to your Honors, and yet, notwithstanding all these exerted efforts, up to this day no subscription lists have been brought in by the Field-Wardens, and only a sum of 830 rixdollars has been furnished for the aforesaid work. Thus the undersigned most humbly petition your Right Honorable, Highly Esteemed and Honorable Esteemed Lords, as the undersigned foresee that a large portion of the inhabitants, in order to withdraw themselves from this their obligation, will come to plead the war that has existed between them and the Caffres, to be pleased to devise such means regarding this as your Right Honorable, Highly Esteemed and Honorable Esteemed Lords, according to your Highest wisdom, shall find appropriate and suitable to cause a beginning to be made with this weighty work as soon as possible, as well as that it may be the pleasure of your Right Honorable, Highly Esteemed and Honorable Esteemed Lords, since a considerable time will likely yet elapse before a sufficient sum of money will be furnished to enable the aforesaid projected work to attain a desired conclusion, and the minister in the meantime remains deprived of a dwelling and other prerogatives always attached to the parsonage, favorably to permit the undersigned, pending a sufficient supply to be able to build a church here, to make a beginning with the preparation of the necessary dwellings for the minister, and to be permitted to make use of the aforesaid already received as well as of the successively still incoming moneys for that purpose. While in the meantime divine service will continue to be held in a certain colony building, which by the Landdrost Maynier, with all that is necessary for the aforesaid service, has been suited for that purpose from his Honor's private purse and has been maintained up to this day. And since the minister has now already performed divine service here for 15 months and up to this day has waited in vain for the fulfillment of the aforesaid promises made by the inhabitants to your Right Honorable, Highly Esteemed and Honorable Esteemed Lords, to provide him, as appears from the extract of the aforesaid resolution
Dutch transcription
668 en de reekening der aarm pensaaay nijnde diaconij over onkosten weegens trans port van predekants halde een kerk Lessenaar bly kens quittantie. afgetr: van neevenst: Credit zo resteerd 't Cap„tn der aamen rd. s Rynet den 31. December 1798. ren blijkens quittantie. . ld. s 46 Lebet naa de ilustre Vergadering van xvij toe te zenden te Graaffe rijnet aan deezen raadt gerecht. zullen moeten dienen Vervolgens is geresumeerd de reekening der arme Penningen van de Dicionie te Graaffe Reinet, luadende als volgt. Passa Reekening der armen Gelden, zo als bij t sluiten der Reekening onder onderstaande datum bevonden is Credit Aan liberale Giften rd„s 25 _o _o 1ot den opbouw der kerk„ 830 bollecte onder den 4 Godsdienst van den 11: 1 Huishuur voor de Koster„ 32 November 1792 tot ulto kerkenboeken. . . „ 47 „ December 1793. - - „ 557. 1. 5 „ kerkhof geregtigheeden „ 12 Somma rd. s 135 Somma rd„s 1424. 1. 5 1424. 1. 5. afgelk van neevenst: debet „„ 135 1289. 1. 5. /20 resteerd 't Capt.:l der armen rd=s 1289. 1. 5 Aldus Gedaan in de kerk Vergaadering Aan Graaffe A: Manger vdik M. M Dretteris I. Jacobs C. I. Burger Nicolaas Smit welke reekening verstaan is neevens het Generaal verslag van zaaken ten deeze Gouvernemente aande iliestre Verqueede, ring van Zeeventhienen toe te zenden. Missive door den kerkenraad De eerwaarde Predikant der gemeen„ te te Gaaaffe Reinet neevens kerken, raaden tot by geleide van de voorsz reekening aan deeze receering gerigt een Verg: Tafelkleed /was geteekend) hebbende de volgende Missive Cabo de Goede Hoopd. Aan den Wel Edelen Groot achtb Heer Abraham Josias Sluijsken raad ordendir van Neerlands. Indier, mitsgaders Commissaris over 't Gouvernement: van Cabo: de Goede Hoop en den ressorte. van dien & &L. beneevens den E: Achtb„ Politieque Raade/ Wel Edelen Groot Achtb„ Heer en E. Achtb„ Heeren. Daar de ondergeteekendens niets onbepreeft gelaaten maar in teegendeel steeds alle mogelijke miditelen in 't werk gesteld hebben om de Inge„ zeelenen blykens de Brieven dien aangaande successivelijk aan de Veldwagtmeesters geschree„ ven, en waar van wij in alle eerbied de vrijheid gebruiken de Copias deezen onder L:t Aan nexeeren /aan te maanen tot het inteekenen van een genoegzaam fonds, ter opbouw eener kerk. Predekants, voorleezere, en andere woo„ ningen, waar toe dezelve zig, wanneer door Ueel Ed: Groot achtb. en E. achtb„ aan haare herhaalden instantien om alhier een Predekant 669. hebbende en 6 1 670 671 en openbaare Godsdienst veffening te moogen hebben, goedgunstiglijk mogte werden volgaan, zoo pligtig aan Hoogstdezelve hebben verbonden, en er egter ongeagt alle deeze aange„ wende moeitens tot heeden door de Veldwagtmees„ tere geene Lysten van inteekening, ingebragt zijn mitsgaders. slegts tot voorsz werk eene Somma van Rd. s 830. – – is gefourneerd gewor„ den. Zoo supliceeren de ondergeteekendene uwe wel Edele Groot achtb: en E. achtb„ aller ootoedigst. ! alzo de ondergeteekendens te ge„ moed zien, dat een groot gedeelte der Ingezeetenen om zig aan deeze hunne verpligting te onttrekken de tusschen hen de Caffers geexteerd hebbende oorlog, zullen koomen vóór te wenden, hierom„ trend zodanige middelen te willen beraamen als uwer Wel Ed: Gr„e Achtb: en E. Achtb: vol„ gene Hoogstderzelver wijsheid zullen vinden te behooren, en geschikt zullen zijn om dit ge wigtig werk hoe eer hoe liever een begin te doen neemen, alsmeede dat 't van uwel Ed Groot achtb. en E. achtb. welbehaagen zijn moogen vermits er waarschijnlik nog een geruimen tyd zal verloopen een er eene genoegzaame„ Somma gelds zal werden gefourneerd om't voorsz: voorsz gepropecteerd is geprojecteerd werk een gewenscht beslag te kunnen doen er„ langen, en den Predekant intusschen van eene wooning en andere prerogatieen altoos aande Pastorij, gehegt verstooken blyft, de ondergeteek„t goedgunstiglijk te willen Permitteeren in af„ wagting van een sufficieerend fournissement om alhier een kerk te kunnen opbouwen, met het vervaardigen van de nodige wooningen voor den Predikant een begin, mitsgaders van de voorsz: reeds ingekoomene zo wel als van de successivelyke nog inkoomende Pennin gen daar toe gebruik te moogen maaken. Ter„ wijl men intusschen den Godsdienst in zeeker Coloniee. Gebouw dat welk door den Heere Land drost Maynier, met alle het geene dat tot voorsz dienst nodig is, uet zijn Ed: Priee beurse daar toe geschikt en tot heeden toe is onder, houden geworden, zal blyven continueeren En daar den Predikant nu reeds 15 maan„ den den Godsdienst alhier heeft gepresteerd en tot heeden toe vergeefs gewagt heeft, op de vol„ de volbrenging der voorsz door de Ingezeete „nen aan Uwel Edele Groot achtb: en E. Achtb ge„ daane beloften om hem blykens 't Extract voorsz resolutie
English
Graaff-Reinet the 4th of February 1794. Thereon. resolution, as also annexed hereto under Litt. B, upon his arrival at this place to be provided with the necessary dwellings, and he has already, from his first arrival here, been obliged to take up his lodging with the aforementioned Honorable Landdrost, and has thus been forced to await the completion of the aforesaid buildings to his considerable detriment; the undersigned most humbly request Your Right Honorable and Honorable Lordships, as it appears fair to them, under respectful correction, that His Reverence be somewhat compensated and accommodated, that it may also please the very same to have paid to His Reverence from the church fund here a reasonable house rent from the time of his arrival here until the completion of those buildings. The undersigned also take the liberty of supplying herewith to Your Right Honorable and Honorable Lordships a cash account of the poor funds here, while for the rest they have the honor, after having commended the precious persons of Your Right Honorable and Honorable Lordships to the protection of the Almighty, to remain with the deepest respect, Right Honorable and Honorable Sirs, Your Right Honorable and Honorable Lordships' very humble and faithful servants, Mart. W. Pretorius J. Jacobs was signed/ B. J. Burger Nicolaas Smit Deliberation and remark. Thus, after attentive deliberation on the said missive, and considering that, however much the inhabitants of the Colony of Graaff-Reinet must consider themselves obliged duly to fulfill their promise regarding the provision of a sufficient fund for the construction of a church, minister's house, and reader's dwelling, especially those who have bound themselves thereto under their signature, the Council could nevertheless never proceed to have coercive measures applied to collect the promised gifts, which must after all always be considered voluntary; 672 ordered 673 reconsidered, 674 and rescription on the same Graaff-Reinet, by open letters their obligation in this matter be brought to their attention. since circumstances and unforeseen reverses that can occur in families and among private persons, and of which no one is bound to disclose or account for to whomever it may be, could render the subscribers, despite themselves, unable to fulfill their made promises; thus it was also deemed best by the Council and consequently resolved to qualify and authorize the Reverend Minister together with the Church Council of the Congregation at Graaff-Reinet, as they are authorized and qualified by these presents, to make a beginning as soon as possible with the fund already on hand with the construction, either of the church, or the minister's house, or the reader's dwelling, but in the simplest manner, so that it may appear to the congregation that the liberal gifts already given by them and to be contributed further are not applied to making magnificent buildings, which could nowhere be more needless and offensive than in the district of Graaff-Reinet, but to the construction of a simple church building and an equally simple dwelling for the teacher and reader, whereupon the Council flatters itself that the members of the congregation will feel moved to cooperate to the best of their ability with cheerfulness and love toward this religious and necessary end, either by giving money or by rendering assistance with the construction, or the preparation, supply, and hauling of materials; while meanwhile this government, in order to employ all that its influence and authority can accomplish to encourage the inhabitants thereto, shall cause to be prepared on its part a sufficient number of open letters, so that one may be sent to each of the Field-Cornets of 676 677 of the Colony of Graaff-Reinet, whereby the collective inhabitants of that Colony shall have brought to their attention their solemn obligation—since they have for so many years been longing to have a house of God, and thus also a teacher, in the district of their residence, distant from all churches, so that they themselves and their children might with greater ease be instructed in the salutary doctrine of truth and make use of the administration of the seals of the Covenant resulting therefrom, and this desire of theirs, as religious as it is lawful, has been partly fulfilled through the paternal care of our High Rulers by the dispatch of a minister for their Colony—to cooperate now with all their might in what must depend upon them to bring this work, so important for them and their descendants, to complete accomplishment and cause it to remain permanent, namely the construction of a simple house of God and the correspondingly simple minister's and reader's dwellings; and shall subsequently be exhorted with all earnestness and emphasis to supply what each of them has voluntarily offered for the erection of the said buildings, and to give and apply with cheerfulness and love what each could further contribute thereto according to the means with which Providence has blessed him, reflecting that the same will be spent for their service and benefit on a house of God and buildings necessary thereto, which will always be their property and thus also the inheritance of their children; whereas if, through their stinginess, the intended pious work could not be completed, capable teachers would be discouraged from proceeding to their congregation, and thus they
Dutch transcription
Graaf leeniet den 4 Februarij 1794:-. daarop. resolutie als meede onder Litt B. hier neevens gevoegd, bij deszelfs komst te deezen Plaatse van de noodige wooningen te zullen voorzien en hij reeds zijn intrek van zijn eerste aankomst alhier bij welopgemelde Heere Landdrost heeft moeten neemen, en dus genoodzaakt is ge worden de vollooijing van voorsz„ Gebouwen tot zijn merkelijk nadeel af te wagten; verzoeken de ondergeteekendene Uwe Wel Ed. Groot achtb„ en E. achtb„ aller ootmoedigst, alzo 't hun onder eerbiedige Correctie billijk voorkomt, dat zijn wel Eerwaarde eenigzints gededomageerd en te gemoed gekomen werden, dat het Hoogstdezelve al meede geliefde te behaagen, zijn wel Eerw: zeedert zijne komst alhier, tot de voltooijing dier gebouwen toe, een billijk huishuur uit de kerke Cassa alhier te willen doen uitbetalen De ondergeteekendens gebruiken al. meede de vrijheid uwe Wel Edele Groot achtb„ en E. Achtb. hier neevens te suppe„ diteeren eene Cassa reekening der armen penningen alhier, terwijl dezelve overi„ gens de Eer hebben naar uwe wel Edele Groot en E: achtb: deerbaare Persoonen in de bescherminge dee Allerhoogsten aan bevoolens te hebben met het diepst respect te ver„ blijven Wel Edelen Groot Achtbaaren Heer en E. Achtb. Heeren uwe Wel Edele Groot achtb: en E. achtb. zeer ootm. en getr. Dienaren Mart. 10. Fretorure J. Jacobs was geteekend/ B. I. Burger Nicolaas Smith deliberatie en aanmerking zo is na aandagtige deliberatie over dezelve Missive, en bij overweeging dat hoezeen. de opgezeetenen van de Colonie Graaffe reinet zig ook verpligt moeten agter om hunne belofte tot fournissement van een toereekend fonds ter op bouwing van een kerk, predikants Huis en voorleezers wooning, na behooren na „te koomen, vooral zij die zig daar toe onder hunnen handteekening hebben verbonden, den raade echter nimmer zoude kunnen overgaan middelen van contrainte te laaten aanwenden om de beloofde giften die toih altoos als vrijwillig moeten worden geconsidie 673 bevolen reerd, 672 674 en rescriptie op dezelve graaffery net by opene brieven hunne verplugting ten dee= =zen belange onder het oog werden gebragt. reerrd; in te vorderen gemaakt de om„ standigheeden en onvoorsiene derange „menten welke in Huisgezinnen en Privaate persoonen kunnen voorvallen en waar van niemand gehouden is aan wie hij zijn mooge opening te gee„ ven, of reekenschap te doen, de Intee„ kenaaren in weerwil van hun zelfs buiten staat zouden kunnen stellen hunne gedaane beloftens te volbren„ gen, zo is dan ook bij den raade best gedagt en dienvolgens beslooten den Eerwaarde Predikant beneevens ker„ kenraaden der Gemeente te Graaffe Reinet te qualificieren en te authori„ seeren, zo als dezelve geauthoriseerd en gequalificeerd worden bij deeze, omme met het reeds aan handen hebbende fonds, ten spoedigste een begin te maten; met den aanbouw 't zij van de kerk dan wel 't Predikants Huis ofte de voorleezers wooning, dog op de een„ voudigste wyze, ten einde de gemeente mooge blijken dat de liberaale giften welke door haar bereids zijn gegeeven en verders zullen worden toegebragt niet worden aangewend tot 't maken van Tragtige Gebouwen, welke ner„ gens nodelooser en aanstootelijker dan ter drostdije Graaffe Reijnet zoude kunnen zyn, maar tot de extractie van een eenvoudig kerkgebouw en even eenvoudige wooning voor den Leerraak. en voorleezer, als wanneer den raade zig vleed dat de Leeeen der Gemeente zig zullen voelen genoopt om met blijmoedigheid en leefde dit Godsdien stig en noodzaaklijk einde 't zij door het geeven van Gelden dan wel 't ver„ leenen van adsistentie bij den opbouw of 't aanmaken fourneeren en danaij den van Materialen na best verme„ gen zullen meedewerken, terwijl intus schen deeze regeering om alles aan te wenden, wat haar invloed en gezach zullende de opgezeetenen te vermoogen om de opgezeetenen daar toe aan te spooren, van haaren t„ weegen zal laaten vervaardigen een genoegzaam aantal opene brieven omme aan ieder der Veldwagtmeesters van 676. 67/ van de Colonie Guaafse reenet een te kunnen worden toegezonden, waar bij de gezamentlijke opgezeetenen dier Colonie onder het oog zal worden ge„ bragt hunne duure verpligting omme daar zij zo lange Iaaren reikhalsende. zijn geweest om in het van alle ker„ ken verwijderd district hunner woo„ ning een Godshuis en dus ook eenen Leerraar te moogen hebben, ten einde zij zelfs en hunne kinderen met meer„ der gemak zouden kunnen worden geoeffend in de heilrijke leere der waar„ heid en gebruik maaken van de daar uit voortvloeiende bediening der Bondzegulen, en dit hun zoo Gods„ dienstig als rechtmatig verlangen door de vaderlyke zorge van onze hooge Gebiederen door de uitzending van eener Predikant voor hunne Colonie, ten deele is vervuld geworden. thoins in 't geen van hen moet af„ hangen om dit voor hen en hunne nakoomelingen zo gewigtig werk vol„ komen tot stand te brengen en besten. „dig te doen blyven, namentlijk de ex„ truptie van een eenvoudig Godshuis en de daar aan geëevenreedigde verre. dekants, en Voorleezens wooning met alle hunne vermorgens meede te werken en vervolgens met allen ernst en nadruk worden vermaand, om 't geen een ie der hunner vrijwillig heeft aangeboo den tot de oprichting der gemelde Ge„ bouwen te willen fourneeren en het geen een ieder na mate van de vermoo„ gens waar meede de voorzienigheid hem heeft gezeegend daar toe verdier zou kunnen toebrengen, met blijmoedigheid en leefde te geeven en aan te wenden, overdenkende dat 't zelve ten hunnen dienste en nutte zal worden besteed tot een Godshuis en daar toe noodzaaklijke Gebouwen, die al„ toos, hun eigendom en dus ook 't ergdeel hunner kinderen zullen zijn, terwijl wan„ neer door hunne karigheid t voordeno„ men godvruchtig werk niet mogt kun nen worden volloord, bekwaame Leer aren afkeerig zouden worden gemaakt zig tot hunne gemeente te begeeven en dig zij ƒ
English
and the church council aforesaid were qualified to pay the minister of their congregation rd 15 per month for house rent, while on the report submitted by the Master of the Equipage Voltelen they may find themselves deprived of a religious service, the longer they might enjoy it, would make them lament its absence more and more. The Council, awaiting the good effects that these so urgent admonitions will have on the minds of the inhabitants of the Colony of Graaff-Reinet, the church council at Graaff-Reinet will meanwhile be authorized and qualified, as they are hereby qualified and authorized, to pay to the Reverend Minister of their Congregation out of the fund they hold in hand, for house rent, 15 rixdollars per month, until his residence shall be built, with a recommendation both to the said Teacher and to the church council to make every effort that may serve to construct the necessary buildings, to which end the other members of the congregation, setting good examples with charitable gifts according to their means. Next was read a report submitted by the Master of the Equipage Jan Arnoud Voltelen concerning the examination of the requisition drawn up by the Commander of the Packet Boat 't Haasje regarding the needs for that vessel, the said report reading as follows: To the Right Honorable Abraham Josias Sluysken, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, as well as Commissioner of this Government and its jurisdiction, etc., etc., etc. Right Honorable Sir. The undersigned has the honor to inform Your Right Honorable that according to the requisition of the Captain-Lieutenant and Commander of the Honorable Company's Packet Boat 't Haasje, the following should be supplied: 1 hawser of 51 fathoms for topgallant shrouds, one layer 1/4 hide of pump leather 6 sorted hooks 2 metal bushings with sorted sheaves to have the necessities for the packet boat het Haasje supplied, and the request of Captain-Lieutenant Waarland. 6 sorted sheaves 12 spikes 4 single blocks 4 double blocks 2 raw hides 1 topgallant yard long and inches thick instead of the one condemned by the commissioners and cracked during the voyage. Herewith the undersigned hopes to have complied with Your Right Honorable's highly venerated orders and submits this to serve as a report. Cape of Good Hope, 10 March 1794 signed: Jan A. Voltelen whereupon it was resolved to have the necessities specified by the Master of the Equipage for the Packet Boat 't Haasje supplied to the same. The Captain-Lieutenant at Sea Sijbrand Waarland, remaining here under discharged wages, having addressed the following Request to this Council: To the Right Honorable Abraham Josias Sluysken, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, as well as Commissioner over the Government of the Cape of Good Hope and its jurisdiction, etc., etc., etc., together with the Right Worshipful Commander and Worshipful Members of the Council of Policy. Right Honorable Sir and Worshipful Sirs. The Captain-Lieutenant at Sea in the service of the Honorable Company, Sijbrand Waarland, placed under discharged wages, respectfully makes known to Your Right Honorable and Worshipful Sirs, that after obtaining permission to remain here and enter into marriage, the petitioner purchased a house and lot in this Table Valley in order to find a livelihood for himself and his family through lawful trade; that under the enjoyment of God's blessing and by observing the strict duties of honesty and prudence, the petitioner has been so fortunate as not only to have been able to provide himself with some slaves and set up a respectable shop of all kinds of goods, but also to have been able to pay off a part of the purchase money of his house and lot
Dutch transcription
678 679 en kerkenraaden voorm„ werden gequalificeerd om aan „te p: rd„s 15 's maands aan Huishuur te betaalen. terwijl op het bericht door den Equipagiemeester vol: =telen ingedient zijzich verstooken kunnen vinden van een Godsdienst oeffening die hoe langer zij dezelve zullen moogen genieten, Een meer en meer dies gemes zou doen be„ klaagen. 1: Den Raade afwagtende de goede uit „werkselen die deeze zo dringende vermol ningen op de gemoederen der opgezeete„ nen van de Colonie Graaffe Reinet zullen hebben, zo zal intusschen den kerken, raad te Graaffe Reingt worden geautho„ den Predikant hunner gemeen= riseerd en gequalificeerd, zo als dezelve gequalificeerdt en geauthoriseerd word bij deeze, omme aan den Eerwaarde Predi„ kant hunner Gemeente uit het fonds. dat zij aan handen hebben, tot Huishuur te betaalen re 15 – 'S maandes. tot 20. lange zijnen wooning zal weezen opge bouwd, met recommandatie zo aan den gemelde Leerraar als aan kerkemade omme allees aan te wenden wat strek ken kan om de noodzaaklyke Gebou„ wen te extrueeren, tot dat eende de ande„ re Ledden der Gemeente met liefde gaaven, na maate van hunne vermogens Den ondergeteekende heeft de Eer Uwel Ed: Groot achtb. te berigten, dat op den eisch van den Captn Luct l en Gezael hebber van 's E: Comp:s Pacquet Boot t Haasje dient verstrekt te worden 1 Tros van 51 P„r tot bram wand, ene laage ¼: huid pompleer 6 haaken gesorteerd 2 Metaale bossen Aan den Wel Edele Groot achtb Heer Abraham Josias Sluysken raad ordinair van S„ eederlands. India, mitsgaders Commissaris deezes Gouvernements, en den ressorte van dien & & &. Wel Edele Groot Agtb: Heer. met goede exempelen voorgaande Vervolgens is geleezen een berigt door den Equipagiemeester Jan Arnoud Volte len, ingedient over de examinatie vande bisch door de Gezaghebber van de Pae„ quet boot 'T Haasje vervaardigd weegens behoeftens voor die Bodem, luidende dat bericht als volgt met gese schijven 680 681 „tens voor de pacquetboot het Haasje te doen ver: strekken. en het verzoek van den Cap„n Lieut„t waarland. 6 gesorteerde schijven 12 Nagels. 4. Enkelde blokke 4 dubbelde. e 1. bram laa lang en d:m dik in steede 2 raauwe Huitten der door Gecommitteerdens afgekeurde en op de reijze gekraakte. Hier meede hoopt den ondergeteekende aan uwel Ed„ Groot Agtb. zeer gevenereerde orders te hebben voldaan en laat dit dienen tot berigt Cabo de Goede Hoop. den 10 Maart 1794 /get / Jan A. Voltelen beslooten is de behoef- waar op beslooten is de door den Equeepa„ giemeester opgegeeven behoeftens voor de Pacquet boot 'T Haasje aan dezelve te laaten verstrekken, den, onderafgeschreeven Gagie alhier rema„ reerende, Capitein Luitenant ter Zee Sijbrand Waarland aan deezen Raade geaddresseerd hebbende, het onderstaand Request Aan den Wel Edelen Groot achtb„ Heer Abraham Josias Suisker raad ordinair van Nederlandsch Den onderafgeschreeven Gagie gestelde Capitein Lieu tenant ter zee in dienst der E. Comp:e Sijbrand Waarland geeft uwel Edele Groot achtb: en E. achtb met alle verschuldigde eerbied te kennen, dat den suppliant na permissie geobtineerd om alhier te blijven remoreeren, en zig in t Huwelijk te begeeven den aankoop heeft gedaan van een Huis en Erf in deeze Taxelvaleij, ten einde door geoorloofde hande, lingen voor zig zelfs en zyn Huisgezin een bestaan te vinden, dat den supl:t onder 't genot van Gods zeegen en 't observeeren, der stipte plegten van eer blijkheid en overleg daar inne ze geluekkig heeft me„ gen slaaen, dat zig niet alleen van eenige Slaaven heeft kunnen voorzien, en eene tamelijke winkel„ van allerhanden waaren oprichten maar ook een gedeelle der kooppenningen van zijn Hues en Erf India mitsg„s Commissaris over het Gouvernement van Kaap de Goede Hoop en den ressorte van dien && & beneevens den Wel Edele achtbaare Heer Gezaghebber en Wel Edele Heeren Raaden van Politie, Wel Edele Groot Achtbaare Heer, en E. Achtbaare Heeren. India moogen
English
might discharge; that however agreeable these prospects were for the petitioner, and however much he flattered himself that in time he would be able successively to pay off the debt of Twenty-Three Thousand Guilders secured upon his house and dependencies, all of this was suddenly foiled, after a most terrible fire, originating at his place on the night between the 24th and 25th of the past month of February, laid his dwelling house entirely in ashes, with such fury and in such a short time that the petitioner, without being able to save any of his merchandise or furniture, was forced to flee with his family almost completely naked and in the greatest danger; that however uncertain the petitioner may be about the cause of that fierce fire, which transformed three other houses into heaps of rubble, he is nonetheless certain that the same cannot be attributed to any carelessness on the part of himself or his family, and that he therefore finds himself plunged through no fault of his own, stripped of everything, into the bitterest poverty, possessing for the capital of f 23000 owed by him nothing other than the rubble of a building that was certainly worth far more than his debt; that however much the petitioner has already been able to experience and further hopes to experience the charity and assistance of his fellow residents to rebuild his burned-down dwelling once again in a simple manner, there is encountered therein as an insurmountable difficulty the great scarcity and the consequent high price of such timber as is required for that purpose, some of which cannot be found anywhere in this place other than in the Company's warehouses; that in these dreadful circumstances nothing remains for the petitioner but his confidence in the paternal compassion so often displayed by your Right Honourable and Honourable Lordships to those who have become unfortunate through no fault of their own, whereby he takes the liberty with all respect to turn to your Right Honourable and Honourable Lordships, humbly begging that it may please your Lordships most graciously to allow the petitioner to be supplied from the Company's warehouses with the following timber, namely: 6 pieces heavy yellowwood beams. 46 ditto yellowwood beams of 7 by 9 inches 31 ditto ditto 5 inches 112 ditto planks of 1½ inches 14 ditto ditto of 2 inches 2000 grey moeffen, clinkers, or other bricks from the Fatherland, and 600 stones sawn on Robben Island; all at such prices as your Right Honourable and Honourable Lordships, in proportion to the sad circumstances of the petitioner, shall deem appropriate. Which doing, etc. Signed Sijbrand Waarland. Beside the aforementioned reasons, it is, in consideration that all which the petitioner has alleged in his said request is found to be completely in accordance with the truth, and that he finds himself plunged through no fault of his own into the bitterest poverty, as well as that the same Waarland has, through conduct as quiet as it was honest during his stay in this colony, made himself worthy in his present lamentable condition of the compassion of all residents of this place and thus pre-eminently of this government, and likewise that the timber and stones specified by him are not only unavoidably required to rebuild his burned-down house in the simplest, indeed even in a modest manner, but also that both can be found nowhere else at this capital than in the Company's warehouses, unanimously resolved to grant the materials requested in the aforesaid petition to the petitioner from the Company's timber warehouses, under this condition: that the requested timber, being all domestic, as well as the small quantity of bricks from the Fatherland, shall be charged at a 20 percent advance on the cost price, but that the requested floor tiles must be paid for with a capital increase. Furthermore, the Honourable Commissioner communicated that, to fill the vacancy of the deceased Secretary of Graaff-Reinet Jacobus Manhoffius, his Honour had provisionally stationed there on probation as Secretary the admitted attorney Jacobus Vercuil, formerly an assistant in the service of the Company, and that his Honour had for that purpose re-engaged the said Vercuil in the service of the Company as Bookkeeper.
Dutch transcription
682 moogen taflossen dat hoe aangenaam deeze vorderen gen voor den supl„t ook waaren, en hoe seer hij zig ook vleeden, met er tijd in staat te geraken de Schuld van Drie en Twintig duizend Guldens op zijn Huis en Exc:s gevestigd successivelijk of te doen dit alles eensklaps is vereideld, na dien eene allen ystelykste Brands nagts tusschen de 24 en 25 der Iongstverloopen Maand Februarij tot zynent ontslaan, zijn woonhuis geheel en al in de assche heeft gelegd, met zodanige woede en in zulk eenen korlen tijd dat den Supliant zonder iets van zijne koopmanschappen ofte meubilen te kunnen bergen met de zynen bijna geheel naakt en in 't grootste gevaar de vlucht hebben moeten neemen, dat hoe onzeeker den suplt. ook is over de oorzaak dier felle brand, welke nog drie andere huisen in Duinhoopen heeft verkeerd, hij nogtans zeeker is dat dezelve aan geene achteloosheid van hem of de zijnen kan worden geweeten, en dat hij zig dies bui„ ten zijn toedoen van alles beroofd in de aller bitter. ste armoede vind gedompeld, en voor 't door hem verschuldigde Capitaal van ƒ 23000 - niets anders. bezit dan de Duinhoopen van een gebouw dat gewisselijk veel meerder dan zijnen schuld waar dig was; dat hoe zier den suplt. reeds heeft mogen ondervinden en verder hoopt te ondervin„ den de wildaadigheid en adsistentee van zijne meede Ingezeetenen om zyne afgebrande woning weederom op eene eenvoudige wyze op te bouwen daar inne als eene onoverkomelijke zwaarig heid word ontmoet het groot gebrek ende daar uit gevolgde hooge Pris van zodanige Houtwaaren, als daar toe worden vereischt; en waarvan zelfs eenige ter deezer plaatse niet anderes dan in de Magazynen „der Compagnie zyn te vinden; dat den Supliant in deeze akelige omstandigheeden niets overig a gebleeven dan zijn vertrouwen op 't vaderlijk meede doogen door uwel Edele Groot achtb. en E. achtb. zoo vaak betoond aan de geene die buiten hun toe„ doen ongelukkig geworden zijn, waar door hij met alle eerbied de vrijheid neemt zig te wenden tot Uexel Ed- Groot Achtb. en E. achtb. oolmoedig smeekende, dat let van Hoogstderzelver welbehagen zijn mooge aan den supl„t uit de Magazynen der Compagie Hoogguenstig te willen laaten verstrekken de volgende Houtwaaren, als 6 p=s zwaare Geelhoute Balken. 46 „ geelhoute Balken van 74 9 d:m x _„o „ 5. 31. „— - 112 „ _o Planken „ 1½ duim 14. „ _o _o „ 2— —„ 2000 „ graauwe Moeften, klinkers, of andere Vaderlandsche 683. ondervinden, Steenen, 684 685 te accordeeren. zijnde door den Edelen Heer Commissaris tot secretaris gesteld in steede vanden overleedenen den Procureur Jacobus Vercuil. steenen en. 600. steenen op 't robben eiland gezaagd- alles teegens zodanige Pryzen als uwel Edele Groot achtb. en E. achtb. na maate van de droeeige om„ standigheeden van den suplt zullen vinden te behooren. T welk doende &: /was geteekend/ Sijbrand Waarland om neevens gem: reedenen 2o is bij overweeging dat al het geen den Supliant bij zijne gemelde requeste heeft gealegueerd volkoomen overeenkomstig de waarheid komt te zijn, en dat hij zich svree„ ten zijn toedoen in de bitterste armoede vind gedompeld, mitsgaders dat denzelven wrearlandt zig door een zo stil als eerlijk gedrag geduurende zijn verblijf in deeze bolence gehouden, in zyne teegenswoordige Iammerlijke toestand, het meedeedoogen van alle Ingezeetenen deezer Plaatse en dus voornamentlyk van deeze regeering heeft waardig gemaakt, en zo meede dat de door hem opgegeeven Houtwaaren en steenen niet alleen onvermijdelijk worden vereischt om zyn afgebrand huis op de eenvoudigste Ja zelfs op eene gebrekkige wijze weederom op te bouwen, maar dat ook, 't een en ander niet anderes aan deeze Hoofdplaatze dan in de Maguazijnen der Compagnie te vinden is, ananime besloten de bij voorsz requeste verzogte Materialen aan den Supliant uit 's Compagnies Houtmagazynen te laaten verstrekken onder deeze bepaaling dat de gevraagde Houtwaaren als alle hierlandsche zynde en zo meede de geringe quantiteit Vader„ landsche steenen, zullen worden bereekend met 20 prf:to avans op den inkoop, doeb de gevraagde Estrikken met een Capitaal verhooging zullen moeten werden betaald Voorts communiceerde den Edelen van Graaffe hijnet aan Heer Commissaris dat zijn Ed: ter plaats vulling van den overleeden Secretaris de Graaffe Reenet Jacobus Manhoffius weederom ter preuve aldaar als zeeretertis had geplaatst den geadmitteerd Procu„ reur Jacobus Percueil voor hen Adus tend in dienst der Compagnie, en dat zyn Ed. ten dien einde de gemelde Verwuil weederom hadt aangenoomen inden dienst der Maatschapy als Boekhouder wyze met —
English
and produced for reading beside the aforementioned missive that his Honour on that matter had sent to Mr. de Pringle, the well-mentioned Noble Lord Commissioner having further submitted for reading the instructions for the captain of the Tuscan ship le Marchand [illegible] with the wage of ƒ 30 per month and the emoluments pertaining thereto. Hereafter was produced for reading by the Noble Lord Commissioner a missive written to his Honour by the Lord A. W. C. Baron van Nagell, Ambassador of Their High Mightinesses at the Court of England, containing a recommendation of Mr. Pringle, who intended to reside here for some time in the service of the English Company and to purchase such provisions as should be necessary for the royal and Company's troops; wherewith the Noble Lord Commissioner communicated that the said Mr. Pringle had arrived here, and that his Honour had communicated to him that he could or might acknowledge him in no other way than as a private individual, and had answered the missive of the Lord Baron van Nagell accordingly, under the assurance that his Honour will give to the fleets of His Britannic Majesty as well as to the ships of the English Company all possible assistance in obtaining the necessary provisions and otherwise, and this so far as the own requirements of this Establishment will in any way permit. Also was submitted for reading by the Noble Lord Commissioner the Instructions for the Captain and Supercargoes of the Tuscan ship le Marchand Joseau, drafted by Mr. de Pelgrom to be observed by the Captain and Supercargoes of the Tuscan ship le Marchand Joseau, whereby they are expressly prescribed to exert all human power to ensure that the said ship does not fall into the hands of the French, as well as ordered to turn the prow directly to Colombo and to give the Government there the preference for the purchase of the whole or part of the cargo, whenever it should be needed, at such prices as could be obtained for it elsewhere on the coast, and the Noble Lord Commissioner gave notice that his Honour had appointed the Captain and both Supercargoes of the said ship le Marchand Iosian to this Castle in order to promise by handshake, in good conscience, and upon their word of honour that they will follow the aforesaid Instructions in all parts. Lastly was summarized and signed a missive written by this government to the Lord Governor and Council at Ceylon, whereby their Honours are given notice of the preference that their Honours' Government will enjoy in the purchase of the whole or part of the cargo of the ship le Marchand Iosian, in order to serve for their Honours' guidance and information. Thus resolved and decreed in the Castle of Good Hope on the day and year aforesaid. Signed C. I. Sluysken I. I. Rhenius I. I. Le Sueur O. G. de Wet C. Brandt In my presence, J. J. Goetz, Secretary Having been submitted to the Noble Lord Commissioner by the former Commissioner of Civil and Matrimonial Matters, Jacobus Johannes Vos, as co-owner and bookkeeper of the private small vessel de Dankbaare Africaan, the request below addressed to this government: Right Honourable Lord Abraham Josias Sluysken, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Commissioner over the Government of the Cape of Good Hope and the dependencies thereof, etc. etc., together with the Honourable Lord Commander and Honourable Lords Councillors of Policy. Right Honourable Lord and Honourable Lords, Humbly shows with due respect your Right Honourable and Honourable Sirs' very obedient and humble servant Jacobus Johannes Vos Tuesday the 11th of March 1794.
Dutch transcription
686 687 en ter lecture geproduceerd bezyden gem: Missive. - Ed: ten dien belange aanden Heere de Pringle heeft ge„ =daan Welgemelde Edele Heer Com= =missaris noch ter lectuure overgelegd hebbende de instructie voor den Cap=n =laansch schip le Mar= met de gagie van ƒ 30 P:r maand en de daartoe, staande Emolumenten Hier na wierd door den Edelen Heere Commissaris ter lecture geproduceerd eene Missive door den Heere A: W. C. Baron van Nagell: Ambassadeur van haare Hoogmoogende aan het Hof van Enge land aan zijn Ed. geschreeven houdende aanbeveeling van den Heere Pringle die voorneemens was, om in dienst van de engelsche Compagnie eenige tijd alhier te verblijven en zodanige Provisien op te koopen als voor de koninglyke en 's Compagnies Troupes noodzakelijk zouden zin; waar bij den Edelen Heer Commissa„ welke Communicatie zyn res communiceerde dat den gem: Heere Pringle alhier was gearriveerd, en dat zijn Ed: aan hem hadt gecommuniceerd hem niet anders dan als een particulier Persoon konde, of mogt doen erkennen en dien conform de Missive van den Heere Baron van Nagell hadt beantwoord, onder verzeekering dat zijn Ed: aande Vlooten, van zynen groot Baittanische Majesteet mitsgaders aan de Scheepen van de Engelsche Compagnie alle mogelijke adsistentie in de verkryging van de nodige Provisien en andersints geeven zal, ende zulks zo verre als de eige benodigheid van dit Etablissement eenigzints zal per„ mitteeren ook wierd door den Edelen Heere Commis saris ter lecture overgelegd de Instructie Supercargas van het tos ontworpen door den Heere de Pelgrom om =chand Toseau ontworpen door den Capitein en Super Cargas van 't tosiaanseh Schep le Marchand Joseanté worden geobserveerd, waar bij hen wel uit drukkelik is voorgeschreeven, alle men„ schelyke vermoogen aan te spannen om te zorgen dat 't gemeld schip niet in handel der Franschen komt te vervallen mitsgaders geordonneerd om de steeven derecte te wenden naar Colombo en al„ daar aan t Gouvernement te doen heb„ ben de voorkeur tot den inkoop van gehwalle dan wel een gedeelte der Lading, zo wan„ neer die mogt benoodigt zijn, tot alzulke prijzen als daar voor elders op de bust zouden kunnen worden bekoomen en gaf den Edelen Heer Commissaris ken van nitte 688 689 =communiceerd dat zijn doen appoincteeren om woord van eer beloofden zullen opvolgen. A en is Laatstelijk gere= =sumeerd en geteekend een Missive p.r dit schip aan de regeering van Cei lon geaddresseerd. zynde bezyden gem: verzoeken van Jacobus Vos als rheeder van het Scheepje de dankbaar africaan heeft zin Ed: daarbij ge= nisse dat zijn Ed: de Capitein en beide Ed: gem: Persoonen had Supercargas van gemeld schip te maa„ by handtasting en op hun chand Iosian, ten deeze Casteele hads dezelve in alle deelen te doen apoincteeren omme bij handlasting in gemoede en op hun woord van eer te belooven de voorsz Instructie in alle deelen te zullen opvolgen. Laatstelijk is geresumeerd en ge teekend eene Missive door deeze regeering geschreeven, aan den Heere Gouverneur en Rtaad te beeloin, waar bij hun Ed: kennis se word gegeeven van de preferentie waar „van hun Ed„ Gouvernement zal moeten Jouisseeren in de inkoop der geheele dan wel gedeeltelijke Lading van t: Schip te marchand Iosian ten einde te strekken tot hun Edenarigt en informatie Aldus Geresolveerd ende Geaerresteerd In 't Casteel de Goede Hood ten daage en Iaare voorsz C. I. Suisten. I. I. Thenius I. I. Le Sueea geteekend/ O. G. dewet 6. Brandt Mij Present I. J. Goetz Secretaris /get:/ Door den oud Commissaris van eurele en Huwelijkse Zaaken Iacobus Iohannes Vos, als meede rheeder en Boekhouder van 't Particulier Scheepje de Dankbaare Africaan aan den Edelen Heer Commis, saris overgelegd zynde 't onderstaand request aan deeze regeering geregt Wel Edele Groot Achtb. Heer. Abraham Josias Sluijsken raad ordinair van Neederlands. India, mitsgaders Commissaris over 't Gouvernement van kaap de Goede Hoop en den ressorte van dien & & L. beneevens den Wel Edele Agtb„ Heer Gezaghebber en wel Edele Heeren Raaden van Politie Wel Edele Groot Achtb„ Heer en E. E. Achtb: Heeren. Heeft met verschuldigde Eerbied te kennen Uezen wel Edele Groot achtb. en E. achtb. zeer gehoor zaame en onderdanige Dienaar Iacobus Iohannes Bij Amoraq Dingsdag den 11 Maart 1794. Dingedag Va „
English
690 691 Vos, one of the shipowners, proprietors and bookkeepers of the private brigantine vessel de Dankbaare Africaan, that the petitioner has resolved to dispatch the said vessel from here to St Helena, laden with such domestic products as are stated on the proposed cargo list attached hereto, on which account he takes the liberty to solicit Your Right Honourable and Honourable Worships to grant him permission for the shipment of those products, as well as for the shipment of the necessary provisions specified on the list annexed hereto. Further, the petitioner requests Your Right Honourable and Honourable Worships that the said vessel may be provided with the necessary sea passes and the passport in order to undertake and accomplish that voyage from here to St Helena and back. And since the sailors Heijn Scholte of Amsterdam, Jan Piet of Amsterdam, Andries Iansen Brink of Sonderen, together with Carel Willem Hendriks, Coenraad Claassen, David Bruel, Philip Brier and Iacobus Bok, all of Cape of Good Hope, and as well as the first three mentioned had been appointed to the aforementioned vessel, and therewith arrived here from Batavia, have not wished to engage themselves again for the present voyage, the petitioner also requests Your Right Honourable and Honourable Worships that the first three named, together with the sailor Carel Willem Hendriksen of Cape of Good Hope, may again be taken into the service of the Company, and that for the rightful replacement of the aforementioned persons and of the sailor Anthonie Freguard, who deserted here, the following sailors may be discharged from the Company's service and permitted to transfer into that of the petitioner, namely: Oloff Usterblad of Nordkoping Iohannes Aaldauf der heide of Eberschut David Maas of Dantzeel 6 Leendert Robbertzen of Sergoes Christiaan Schultz of Haksburg Nicolaas van der Plaes of Catwyk op Zee Andries Maas of ter Veere Bernard van Rijsselberg of Seut, and Pieter Fingerhoet of Amsterdam all of whom meet the conditions of being eligible and required to repatriate from here, but are willing to make the voyage to St Helena and back with the aforementioned vessel. And whereas the petitioner rests in the quiet confidence that this request will be most favourably granted to him, he takes the liberty to present to Your Right Honourable and Honourable Worships, attached hereto, the muster roll of the crew with which the vessel de Dankbare Africaan is to depart from here, with the request that the officers, petty officers and ratings may take the customary oath. The petitioner also takes the liberty to attach hereto the deed of suretyship executed by him and the Secretary of Your Right Honourable and Honourable Assembly, George Fredrik Polt, to the amount of three thousand Rijcxdaalders, so that if the persons belonging to the crew of the vessel de Dankbaare Africaan should become disabled, they will never become a burden to anyone else other than the petitioner. However, since by the edict issued by the Right Honourable Commissioners General concerning free shipping and trade it is expressly forbidden to bring back any merchandise from St Helena, and yet, because of the war that has arisen, a general scarcity of the most necessary and indispensable needs comes to prevail in this Colony, the petitioner requests Your Right Honourable and Honourable Worships most favourably to permit him, whenever the opportunity might arise at St Helena, to purchase, for the proceeds of the transported domestic products, a parcel of iron, smithing coals, sailcloth and such other articles as are indispensable in this Colony for the continuation of agriculture. Which doing, etc. was signed: I. I. Vos It was, upon the proposition of the aforementioned Commissioner, approved and resolved to grant to the petitioner all the requests occurring therein and founded upon the orders and edicts of the Right Honourable Commissioners General, as the same are hereby granted to him; accordingly, the said Vos shall be permitted to dispatch the vessel de Dankbaare Africaan to St Helena Bay, laden with such products as specified by him alongside his petition. 693 merchandise specified
Dutch transcription
690 691 Vot een der Rheeders, Eigenaars en Boekhou„ ders van 't Particulier bregantijn scheepje de Dankbaare Africaan, dat den Suppliant te raade is geworden gezegde Bodem van hier af te vaardigen naar S:t Helena belaaden met alzulke hierland sche Producten als op 't neevens deeze gevoegd Project der Lading staat bekend weshalven hij de vrijheed neemt uwel Edele Groot Achtben E. Achtb„ te solleciteeren hem tot den afscheep. van die producten Permissie te willen verleenen zo wel als tot den afscheep der benodigde Provisien op aan deeze geannexeerde List gespecificeerd Wijders verzoekt den suplt uwel Edele Groot achtb, en E. achtb„ dat de gezegde Bodem mag worden voorzien van de nodige Zeebree„ sen en het Paspoort om die reise van hier naar S„t Helena en te rug te kunnen aanvaar„ den en volbrengen. En aangezien de Mattroosen Heijn Scholte van amsterdam Jan Piet, van amsterdam Andries Iansen Brink van Sonderen, metseg. Carel Willem Hendriks, Coenraad Claassen; David Bruel Philip Brier, en Iacobus Bok alle van taab de Goede Hoop, en zo wel als de drie eerstgemelde op eerngenoemd scheepje beschei„ dan geweest, en daar meede van Batavia alhier aangeland zig, niet weederom tot de voorhanden zynde reise hebben willen engageeren, zo verzoekt den Supplt uwel Edele Groot achtb. en E. achtb. almeede dat de drie eerstgenoemde beneevens. den Mattroos, Carel willem Hendriksen van kaap de Goede Hoop weederom in den dienst der Compa„ gnie moogen worden getrokken en dat ter geduch„ telijk Plaatsvulling de voornoemde Persoonen en van den alhier gedeserteerde Mattroos An„ thonie Freguard uit s Compagnies dienst moo„ gen worden ontslaagen, en gepermitteerd om in die van den supl=t over te gaan de volgende Mat„ troozen als. Oloff Usterblad van Nordkoping Iohannes Aaldauf der heide van Eberschut David Maas van Dantzeel 6 Leendert Robbertzen van Sergoes Christiaan Schultz van Haksburg Nicolaas van der Plaes van Catwyk op Zee Andries Maas van ter Veere Bernard van Rijsselberg van Seut en Pieter Fingerhoet van amsterdam welke alle in de Termen vallen van hier te kunnen en te moeten repatrieeren, dog geneegen zijn om de den bese 1 692 reize naar S:t Helina en te rug met meerge„ noemd scheepje te doen — En dewyl de Suppliant in 't gerust vertrouwen verseerd, dat dit Verzoek hem Hooggienstig zal werden toegestaan, zo neemt hij de vrijheid Uwel Edele Groot achtb„ en E. achtb: nog nee„ vens deeze aan te bieden de Monstervolle den Equipagie waar meede het scheepje de Dankbare Afreedan van hier staat te vertrekken, met ver„ zoek dat zo de officieren als onderofficieren en gemeene de gewoone Eed moogen Presteeren Nogneemt de suppliant de vrijheid bij deeze te voegen de acte van Borgtogt door hem en den Secretaris Uw er wel Edele Groot deheb„ en E. achtb: Vergadering George Fredrik Polt= gepasseerd ten bedraage van drie dui zend Rijcxdaalders, tot de Persoonen tot de Equipagie van 't scheepje de Dankbaare afri„ laan gehoorende, wanneer verminkt mogten geraaken nimmer tot lasten van iemand iem ders dan de Suppliant zullen koomen. Dan nadien bij 't placcaat door de Hoog. Edele Heeren Commissarissen Generaal omtrend de vrije Vaarten Handel geëmaneert wel ex„ Nesselijk verbooden van St Helena eenige Coop„ manschappen te rug te brengen en er nogthans door de ontstaane oorlog in deeze Colonie de alge„ meene -schaarsheid aan de noodzaaklykste;, en om ontbeerlijkste behoeftens komt te neerschen, zo ver„ zoekt den suplt uwel Edele Groot achtb. en E. achtb„ hem hooggunstig te willen Permitteeren omme wanneer zig te S:t Helena daar toe geleegendheid mogt: op doen voor 't provenu der vervoerde hierlandsche Pro ducten te moogen inkoopen een partij ijzer Smeekolen zeeldoek en zodanige andere articulen als in deeze Colonie tot voortzetting van den Landbouw niet te ontbeeren zijn T welk doende & /was get/: I. I. Vos zo is op propositie van welgemelde Heere Com missares goedgevonden en verstaan alle de daar bij voorkoomende en op de ordres en Placcaaten, door de Hoog Edele Heeren Commissarissen Generaal. steunende ver„ zoeken aan den Suppl:t te accordeeren, 20 als dezelve hem geaccordeerd word bij deeze, zullende dienvolgens, aan gem Vosweezen gepermitteerd, 't scheepje de Dankbaare Afriaan, naar S„t„ Helena Baaij afte zenden, belaaden met alzulke Producten als door hem neevens zijn request speci„ 693 manschappen fiege
English
have been specified, to which end the ordinary passport and the authorized sea letters shall be granted to him under today's date in proper form, and he shall further be permitted to ship the necessary provisions for the crew, while the sailors Hendrik Scholte of amsterdam, Ian sat of amsterdam, Andries Iansen Brink of Tonderen, and Carel willem Hendriks of Cape of Good Hope, who have taken their discharge from the service of the petitioner, shall again be enlisted into the service of the Company as is done hereby; whereas the sailors Olof Usterblad of Noordkooping, Iohannes Haldaufderheide of Eberscheitz, David Maas of Dantzieh, Leendert Robbertzen of ter Goes, Christiaan Schultz van Heesburg, Nicolaas van der Plas of Catwijk op Zee, Andries maas of ter Veere, and Pieter Fingerhoed of amsterdam, having all served their time and being eligible to repatriate, shall be discharged from the service of the Company in order to transfer to that of the petitioner, under such provisions as are contained in the Placard issued by the Right Honorable Commissioners General. The act of suretyship attached to the aforementioned petition for the seafarers who might become disabled in the service of the said Vos having been approved, it has further been deemed appropriate, on account of the excessive scarcity and the resulting dearness of all domestic necessities in this Colony, but particularly those required for the continuation of agriculture, the shipment whereof from the Netherlands in these lamentable times of war is very uncertain, to permit the said Vos in this singular case, in exchange for the produce of this Colony to be sent by him to St. Helena, to bring back from there a quantity of iron, smithing coal, sailcloth, and such other merchandise the importation of which by private ships is permitted. Furthermore, upon the request made in this regard by petition and upon the disposition of the Noble Lord Commissioner, permission is granted to the sea captains Ian Olhoff and Gualterus Adrianus van Velden, commanding respectively the ships de Hertog van Brunswijk and waskington, and the Master of the packet boat t Haasje, Arij Smitskamp, as well as to the subordinate officers assigned to these vessels, to unload here, either in whole or in part, the goods loaded by them on freight in the said vessels or shipped pursuant to the permitted recognition or free lists, under this condition and stipulation: that it shall be certified under his signature by the ad interim Fiscal of this Government at the bottom of the manifests, regulations, or bills of lading which goods shall be unloaded by them, and that the recognition of the permitted chests and pipes shall be paid here into the Company's Treasury, to be credited to the Main Office at Batavia; and of all this notice shall be given to the High Indian Government, and an extract hereof shall be delivered to the ad interim Fiscal Willem Stephanus van Rijneveld, to serve for his information and guidance. Lastly, the Reverend Michiel Christiaan Vos, the minister who arrived here on the ship Brunswijk, is permitted to unload from the said vessels six chests with diverse furniture and other necessities for his household which, as appears from the bill of lading exhibited by him, were loaded in the Netherlands under payment of the usual freight, but of which no manifest has been received here. Thus resolved and decreed in the Castle of Good Hope, the day and year aforesaid. (was signed) A. I. Sluysken, I. I. Rhenius, P. L. Le Sueur, O. G. de Wet, W. F. van Reede van Oudtshoorn, C. Brandt, Egb. Bergh. (lower) In my presence, (and signed) I. F. Goetz, Secretary.
Dutch transcription
694 ficq zijn opgegeeven, ten welken einde aan hem sub dato deezer in behoorlijke forma zal worden verleend, het gewoon Pas„ poort en de geasiteerde Zeebrieven, en zal wijders aan hem zyn toegestaan de be„ nodigde Provisien voor de Equipagie te moogen afscheepen, terwijl de Mattroozen Hendrik Scholte van amsterdam, Ian sat van amsterdam Andries Iansen Brink van Tonderen, en Carel willem Hendriks van Kaap de Goede Hoop, die hun ontslag uit den dienst van den supl:t hebben genoomen, in dienst der Compagnie weeder zullen worden inge¬ trokken zo als geschied bij deeze, waaren teegen de Mattroosen olof Usterblad van Noordkooping, Iohannes Haldaufderheide van Eberscheitz, David Maas van Dantzieh Leendert Robbertzen van ter Goes, Chrieti„ aan Schultz van Heesburg, Nicolaas van der Plas van Catwijk op Zee, Andries maas van ter Veere, en Pieter Fingerhoed van amsterdam als alle hunnen tijd uitge„ dient en in de termen vallende van te kun nen repalrieeren, uit den dienst der Comp=te zullen worden ontslaagen, om in die van den Supliant over te gaan, onder zodanige bepaalingen als bij 't Placcaat door de Hoog Edele Heeren Commissarissen Pene„ raal geëmaneerd zijn vervat De Neevensgemelde Requeste gevoegde acte van Borgtogt voor de zeevaarenden die in dienst van gemelde Vos. verminkt mogten raaken geapprobeerd, geworden zynde zo is verder goedgevonden omme, uit hoofde van de Eccessive schaarsheid en daar uit gevolgde duurte van alle vaderlandsche behoeftens in deeze Colonie maar voorna„ mentlijk aan die welke tot voortzetting van den Landbouw worden vereischt, en waar van den aanbreng uit Neederland in deeze Jammerlijken tijden van oorlog zeer onzeeker is, aan den gem vos in dit singulier geval te permitieeren, om in rue ling van de door hem naar S. t Helena afge„ zoudende wordende voortbrengzels deezer Colonie, weederom van daar alhier aan te brengen, een Partij izer Smeekolen zeildoek en zodanige andere koopman schappen als waar van den invoer met 695 zullen, Particuleere 696 697 van de Capitains olhoff, Van Velsen en Smits Kamp. mitsgaders van D. Mi„ =chiel Christiaan Vos res: =pectivelijk geaccordeerd. Particuliere Scheepen is gepermitteerd. Verders is op 't desweegens bij request gedaan verzoek en op Dispositie van den Edelen Heer Commissaris, aan de Capi„ leens ter zee Ian Olhoff en Gualteruus Adrianus van Velden, respectivelyk voerende de Scheepen de Hertog van Brunswijk en waskington, en den Gezaghebber van de Pacquet boot b Haasje Arij Smits. kamp, mitsgaders aan de onderhoorige officeeren op deeze Bodems bescheiden gepermitteerd om de Goederen door hen in gemelde Bodems op vragt afgeladen dan wel ingevolge de gepermitteerde reccq nitie of vrijlysten afgescheept alhier te zij geheel dan wel ten deele te moogen ontlossen, onder deeze mits, en bepa„ ling dat door den adinterim Fiscaal deezes Gouvernements aan den voet der Manifesten reglementen of cognos. sementen, onder zyne handteekening zal worden bekend gesteld, welke goederen. door hen zullen worden gelost, en dat de recognitie der gepermitteerde Cassenen Pijnen alhier in ' Comp:s Cassa zullen worden betaald, om 't Hoofd comptoir Batavia ten goede te worden gebragt, en zal van dit een en ander kennisse wor„ den gegeeven aan de hooge Indiasche re„ geering, mitsgaders Extract deezer worden afgegeeven aan den adinterei Fisidal Wil„ lem Stephanus van Rijneveld, ten einde te strekken tot zijn informatie en naricht Laatstelijk is van den per het Schip Brunswijk alhier gearriveerde predikant d. o Michiel Christiaan Vos. gepermitteerd uit de gemelde Bodems te mogen lossen zee lassen met diverse Meubilen en andere noodwendigheeden voor zijne huishouding die blijkens 't Cognossement door hem ver„ toond, onder betaling van de gewoone vracht in Neederland zijn afgelaaden, dog waar, van geen Manifest alhier is ontfangen Aldus Gereesolveerd. ende Gearresteerd In't Casteel de Goede Hoop Ten daage en Iaare voorsz /was geteekend/ A. I. Fluesken. I. I. Thenius P. I. La Sueur, O. G. de wet, w. f van reede van oudtshoorn. 6. Brandt, Egb. Bergh /lager / Mij Persent / en geteekend/ I. f. Goetz Secretaris worden Vrydag