VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 4361

Cape · 375 pages · 179 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_4361_0212 view scan ↗

English

having complied on 21 December 1792, we have on 5 January of this year finally adopted a regulation for the management and administration of the reconvalescents at the Line, also serving as instructions for the officer charged with the supervision thereof, an instruction for the clerk, one for the butler, a regulation for the management of the reconvalescents in False Bay, and finally a fixed victualing list for the reconvalescents, arranged according to the provisions that are supplied for their needs, to all of which documents we take the liberty to refer, trusting that this matter has thereby been brought to that perfection of which it was capable. Meanwhile, it had also occurred to us that, just as upon the arrival of the ships in False Bay one was often forced to supplement their sick with reconvalescents from the Line, their transport, especially in bad weather, was subject to many inconveniences and expenses; and we have considered it the most suitable way to provide for this, that all the reconvalescents who should be found present here for that purpose, and could conveniently be accommodated, should be sent thither at the same time with the ship that conveys the necessities to False Bay, in which case such persons will also have the opportunity to take their baggage, hammocks, etc. with them, whereby at the same time the unseemly practice that took place in this regard will cease, so that such men were often sent from here almost naked and destitute of everything, and by the hardships suffered became totally unfit for the service for which they were intended, and not seldom, instead of continuing to their destination on board, were merely transferred from one hospital to the other. And as it ought not to be permitted to employ the men who are assigned to the Line in any private work apart from the Company's service; that in order to prevent all abuses, no permission should ever be given to any of them, without written order from the Governor or Commander, for whatever reason, to absent themselves from the Line. That therefore on the latest roll should also be specifically entered the person or persons who, upon the said written order from the Governor or Commander, had obtained leave to go elsewhere, adding thereto the place where they were located, in order to be able to recall them and have them present whenever an order for an inspection should be given. As we now deemed it very expedient that the supervision over this establishment should remain entrusted to the first engineer officer stationed here, with the assistance (if required) of the second officer of that corps, we also required the draft of an instruction which could serve him as a guideline in that regard. The Ministers having complied with this demand by their letter of 21 December 1792, we have on 5 January sent from their quarters. Finally, having subsequently obtained reasons to doubt whether the required care was indeed taken that, according to orders, reconvalescents who were in a condition to be placed at the Line were continually selected, and whether those selected were indeed immediately transferred thither, we have further recommended a close supervision over this. The pay accountant Matthiessen presented to us in the month of August 1792 a speculative memorandum concerning the establishment here of a depot of seafarers, principally with the aim of serving to crew the return ships, and further containing some remarks on the matter of bonuses and the treatment of common seafarers on board the ships. The Ministers represented to us in the month of January last that at that time the National Battalion lacked 130 men, and the Artillery fully 120 men, to be complete, which already caused heavy duty for the military; but that through the repatriation of approximately 100 men from each of those two corps, who had served out their contracted time, they were to be reduced still further to half the strength determined by the Meeting of the Seventeen, with a request for our authorization to recruit. We have deemed this document, more suitable to be examined and judged in the Netherlands than by us, not unworthy to be brought to the notice of Your Right Honourable Nobilities, as it appeared to us that its contents, especially on account of the continuous mortality at the capital of the Indies and the utmost importance the Company has in obtaining its returns properly and in good time, deserves the special attention of the Meeting of the Seventeen; and we therefore take the liberty to present the same herewith to Your Right Honourable Nobilities.

Dutch transcription

1 zuer Egt: N:o 94 21:se December 1792 voldaan hebbende, hebben wy den 5 Ianuary van haar quartier verzonden waaren. — En alzo 't niet behoorde veroorhooft te weezen de manschappe rue ey Lr. No. 229 deezes Iaars finaal gearresteerd een Reglement voor het beshier „ 230. en de administratie der Gereconvalesceerdens aan de Linie, welke aan de Linie zyn geaffecteerd, tot eenig particulier werk „ 231 teevens dienende tot Jnstractie voor den Officier met het op- afgezondert van s' Compagnies dienst te employeeren; dat „ 232. om alle misbruyken voor te komen, zonder schriftelyk bene zigt daar over belast, eene Instructie voor den schriyven, eene „ 233. van den Gouverneur of Gezaghebber nimmer, 't zy ook om voor den Botteliert, een Reglement voor het bestier der Re„ „ 23.4. wat reden aan eenige derzelve vryheid wierde gegeeven, om Convaliscenten in Baay fals, en eyndelyk een vaste schaft- zig van de Linie te absenteeren. lyst voor de Reconvaliscenten, ingerigt na de Verstrekkingen, welke ten haaren behoeven worden gedaan, tot alle welke stuk¬ Dat daarom ook by de laatste Lyck specificq wierde te boe ken wy de vryheid neemen ons te gedraagen, vertrouwende gesteld, de persoon of perzoonen die op genoemde Schriftelij daar by dieze zaake gebragt te zyn tot die volkomenheid Oude van den Gouverneur of Goraghebber Verloff zonden hebben waar voor ze vakbaar was. bekomen van haar naar elders te mogen begeeven, en daar by Immiddels was ons ook voorgekoomen, dat gelyk men by gevoegd de plaatze waar zig dezelve bevonden, ten einde 't aankoomen der scheepen in de Baay Fals, ditwyls genood„ weeder te rug te kunnen ontboden worden, en prezent zyn zaakt was haare Impatenten te moeten suppleeren met Re„ wanneer bevel tot een uytmonstering gegeeven wierd. convalescenten van de Linie, derselver transport byzonder Daar wy het nu zeer dienstig oordeelden, dat het toeverzigt by Tuur weer, aan veele inconvenienten en kosten onderhee„ over deeze huijshouding gedemandeerd bleef aan den alhier wig was; en hebben wij als de geschikkste weg om daar in te bescheiden eersten officier der genie, met adsistentie (zulks be voorzien, beschouwd dat alle de Reconvalescenten welke hoevende) van den tweeden Officier van dat Corps requireerde zig daar toe alhier aanweezend zouden bevinden, en in gevoeg„ wy teevenst het Concept eene Instructie, welke hem daar omtrend lijk op kunnen worden geplaatst, met het schip dat de be„ tot rigtsnoer zoude kunnen: verstrekken. hoeftens naar Baay sals overbrengt, te gelyk derwaards De Ministers aan deeze vordering by haare Missive van den „ 190. te 21. werden 89 werden afgezonden, als wanneer zadanige Persoonen teerven int geleegenheid zyn om hunne plunge, hangmatten etc=a met ze meede te neemen, waar door teevens de ongezeegelde handelwyze zal ophouden, welke in dit steck plaats had, so dat sodanige manschapper dikwyls byna naakt, en van alles ontbloot, van hier wierden versonden, en door de geleeden ongemakken to den dienst waar toe zy waaren geprojecteerd ten eenemaal Onbekwaam, niet zelden in steede van hunne distinatie na boord te vervolgen, slegts van het eene Tospitaal naar het andere wierden overgebragt Eyndelijk nog in't vervolg reedenen bekomen hebbende on in twiffel te trekken of wel de vereyschte attentie wierd gebruikt dat volgens de ordres geduuriglyk wierden uytgemonstert af zee Zyl: N:o 236. aan te bieden" reconvaliseenten, die zig in staat bevonden om aan de Levie te worden geplaakt, en of de uytgemonsterde wel dadelyk naar derwaards wierden overgebragt, hebben my een naaam 1 zee Byl: N:o 235. keurig toeverzigt daar op nader aanbevoolen De Soldy boekhouder Matthiessen heeft ons in de Maan Augustus 1792 aangebrooten eene speculative memorie, han„ delende over het oprigten alhier van een depot zeevaarende, Voornamentlijk met oogmerk om te dienen tot bemanning der Retour scheepen, en bevattende wyders eenige Aanmerking De Ministers hebben om in de maand: January laastleeden _ „ 237. voorgedragen, dat destyds aan het Nationaal Batallon man„ queerden 130 man, en aan de Artillerie ruym 120 man, om Com„ pleet te zyn, het welk reeds, een zwaaren dienst voor de mili„ tairen veroorzaakte; dog dat door het repatrieeren van Circa„ 100 man uit elk van die beide Corpsen, welke hunnen ver„ bonden tyd hadden uytgediend, dezelve nog stonden te Verminderen tot op de helft der Sterkte door de Vergadering van Xvij=te bepaalde, met verzoek om onze Authorisatie, om op het stuk der premien, en de behandeling van de gemeene zeer Vaarende aan boord der Scheepen. Wy hebben dit stuk, meer geschikt om in Nederland, dan door ons, te worden onderzogt en beoordeeld, niet onwaardig ge„ keurd om gebragt te worden onder het oog van Uw wel Edele Hoog Agtbaare alzo het ons in voorgekomen dat desselvs inhoud; vooral uijt hoofde van de aan houdende sterfte op de Hoofdplaatze van Indie, en het alleruyterst belang, dat de Compagnie dr by heeft om haare retouren behoorlijk, en op zyn tijd te erlangen, de byzondere oplettendheid van de ver„ gadering van s7=m verdiend; en wy veroorloover om dierhalven het zelve hier neevens aan uw wel Edele Hoog Agtbaare op aan :

NL-HaNA_1.04.02_4361_0214 view scan ↗

English

to offer the soldiers and seamen who should present themselves to depart for the Netherlands with the return ships a bounty or gratuity of ten rixdollars to those who would be willing to enter into a new engagement for one year, and of twenty-five rixdollars for those who would enter into such an engagement for three years, just as had been done by the Ministers in previous years, without any objection ever having been made thereto by the Meeting of Seventeen: We found no difficulty in granting this authorization, as it appeared to us that such an arrangement was in every respect consistent with the interest of the Company, as the Ministers had demonstrated to us in a very satisfactory manner in their aforementioned proposal, and we have learned with pleasure that very many soldiers have thereby been preserved for both corps. Furthermore, immediately after our arrival, our attention was directed to the important question of whether the number of servants in this Government could be reduced in a modest manner, in order to afford some relief to the Company's finances. With that in view, we already requested, in our letter to the Ministers of 25 June 1792, a specific statement of all the Company's servants, from the first to the last, who were at that time here at its expense, and what they enjoyed on its behalf, both in wages and otherwise; and this comparatively against the number and cost of the same servants in the years 1768/9 and 1778/9, in order to be able to investigate with all the more fruit and accuracy to what extent our aim in this matter could be achieved. It appeared to us, however, upon examination of the lists which we obtained in satisfaction of that requisition, that the noticeable difference observed between the number and cost of the servants in those respective periods must be attributed principally to the expansion of the Colony, which necessarily also had to entail an increased administrative burden, as well as to the increase in the permanent establishment of the Garrison. In order, however, to leave nothing untried in this matter, we sent to the Ministers a list of all such offices as appeared to us to be susceptible to abolition or reduction, and demanded their considerations, both thereon and further on the question to what extent the number and cost of the servants could again be brought back to the footing of the year 1768/9. The result of our further deliberations on this matter, after we had received the requested considerations of the Council thereon, was that we, following the proposals made to us in this regard, determined our dispositions on this matter to the following: That henceforth the utmost economy shall be observed in granting such retirements as are currently still enjoyed by the former member of Policy Dirk Westerhoff, and the emeritus ministers Johan Petrus van der Spuij and Remmerus Harders, which requests we have therefore recommended the Council not to present favorably to the Meeting of Seventeen except in very rare cases and for urgent reasons. That upon the discharge of the Secretary of the Orphan Chamber Kornelis van der Kamp, the post of assistant secretary there shall be abolished now and forever. That the office of Overseer of the Timber Magazine shall, upon death or vacancy, again be discharged by the Overseer of the Slave Lodge. That the Commissioners of the Muster are abolished, the muster henceforth to be carried out by two members having a seat in the Council of Justice on behalf of the Company. That the post of shopkeeper and administration of the Shop is immediately abolished, leaving, however, to the Sworn Clerk of Policy J: F: Goetz the making of the disbursements that must be made in light money, with authority to the Ministers to assign this in future to one of the chief officials of the Pay Office. That the post of second Assistant Fiscal is immediately abolished upon death or vacancy. That upon death or vacancy, only an assistant shall henceforth be employed at the Cash Office, leaving nonetheless to the Junior Merchant Aekerveld, currently holding that post, his salary and emoluments, on which occasion we have also recommended the shortening of the Cash accounts by the omission of unnecessary extensions. That the Private Secretary of the Chief Commander of this Government shall never have a higher effective rank than that of Bookkeeper. That the office of Postmaster, upon the death or retirement of the present Junior Merchant Adriaan Bergh, shall be joined to such other administration or offices as shall

Dutch transcription

aan de Militairen en zeevaarende die zig zouden aangeeven om met de retourscheepen naar Nederland te vertrekken, aan te bieden een Premie of douceir van Thion Rixdaalders aan dien geene welke een nieuw verband voor één, en van vyfen Twin tig Rijksdaalders voor die sodanig verband voor drie Jaaren zouden willen aangaan, eeven als zulks door de Ministers en vorige Jaaren was geschied, zonder dat daar op immer door de Vergadering van 17:te eenige reflexie was gemaakt: Wy hebben geene zwarigheid gevonden om deeze Authorisatie te t zee Byk: N:o 238. Verleenen, alzo het ons voorkwam dat sodanige Schikking in allen opzigte strookte met het belang der maatschapp e gelyk de Ministers ons zulks by haare voormelde voordragt Op eene zeer voldcoende wyze hadden aangetoond, en hebben me genoegen vernoomen dat daar door zeer veele militairen aan de beide Corpsen zyn geconserveerd gebleeven. Wijders heeft zig reeds ommiddelyk na anze aankomst onze niet aandagt gevestigd, op de aangeleegen vrage; of het getal Die„ paaren en dit Gouvernement bescheiden konde worden gerede tien eenig soulagement toe te brengen. Met dat in zigt vroegen wy reeds by ons aanschryvens aan —„ 56 de Minirters van den 25 Iuny 1792, eene Specificte opgave van alle s' Compagnies Dienaaren van den eersten tot den laasten, welke zig destyds alhier ten haaren lasten bevonden, en wal dezelve van harentweegen, so aan gagien, als anderzints, kwamen te genieten! en zulks Comparatif teegens het getal en het kostende derzelve Dienaaren in de Jaaren 1768/9 en 177 8/9, ten einde met des te meer vrugt en naauwkeurigheid te kunnen Onderzoeken, in hoe verre om oogmerk in deezen te bereiteen was. Het bleek ons egter by examinatie van de lysten, welke hy ter voldoening dan die requisitie hebben bekomen, dat het merkelyk onderscheid, het welk men tusschen het getal en Kostende der Dienaaren in die respective tyd perken Ont„ waard, voornamentlyk moet worden toegeschreeven aan de uytbreeding der Colonie, welke noodwendig ook eenen meerderen omslag van bestuur heeft moeten ten gevolge hebben, mitsgaders aan de Vermeerdering van den vasten staat van het Guarnizoen. Om egter in deezen, niets onbeproeft te laten, zonder wy ons waaren voorgekomen voor ontrekking of redictie vatbaar —„ 240. te zyn, en vorderden haare Consideratien, so daar op als op Verder op de vrage: - in hoe verre het getalen kostende Ceerd. ten einde ook daar door aan s' Compagnies fina die Byl: N„o 239 aan de Ministers eene Lyst van alle zodanige bedieningen, als van der „ 93 der Dienaaren weeder op den voet van het Jaar 176 8/9 zoude te brengen zyn Het gevolg onzer nadere deliberatien over deeze materie, na dat wy de gerequireerde Consederatien van den Raad daar op hadden ontfangen, is geweest dat wij, naar aanleyjding van de Ozus Byk No 241. dit stux tot de volgende hebben bepaeld. Dat by vervolg ten uitersten spaarzaam zal worden gehau deld in het vergunnen van zodanige retraiter, als waar van thans nog het oudlit van Politie Dirk Westerhoff, en de ben ritua Predikanten Johan Petrus van den Spen, en Re Merus Harders jouisseeren, hoedanige verzoeken wy die halven den Raad hebben aanbevoolen niet dan in zeer enke gevallen, en om dringende reedenen aan de verg. van 1 Jr favorabel voor tedragen. Dat by het ontslag van den Secretaris der Weeskamer Konn Kamp de post van adjuncl Secretaris aldaar voor nu on altoos zal weezen gemortificeerd. Dat die van Opziender van het Hout Magazyn by versterf of vacature weeder zal worden waargenomen door de Opziender van de slaven Logie Dat de Commissarissen tot de monstering zin afgeschaft, zullende de monstering voortaan geschieden door twee Leeden S' Compagnies Weegen in den Raad, van Iustitie sessie hebbende„ Dat de post van winkelier en administratie van de Winkel dadelyk is afgeschaft, dog aan de Gezwooren Klerk van Politie J: F: Goetz gelaaten het doen der Uytbetaalingen Ministers om zulks by vervolg op te dragen aan een der hoofd bediendens van het soldy Comptoir. Dat de post van tweede Adjunch Fiskaal by versterf of Vacature dadelyk is gemortificeerd. Dat by versterf of vacature in 't vervolg by de Cas alleenlyk zal worden geemployeerd een adsistent, zynde niet te min aan den Onderkoopman Aekerveld, thans die post bekleedende deszelve gagie en emolumenten gelaten, by welke geleegen heid wy ook hebben aan bevoolen de bekorting van de Kassa reekeningen door het weglaaten van onnodige extensien.. Dat de Geheymnschryver van den Hoofdgebieder dezes Gouvernements nimmer hoger effective qualiteit zal hebben dan die van Boekhouder. Dat de bediening van Postmeester by versterf of afgaan van den presenten onderkoopman Adriaan Bergh, sal worden gevoegd by sodanige andere administratie of bedieningen, daarby aan ons gedaane voorslagen, onze dispositien op deer Byl: N:o 118. die in ligt geld moeten geschieden, met qualificatie op de zullende als 95

NL-HaNA_1.04.02_4361_0216 view scan ↗

English

as will provide the incumbent with the necessary time and opportunity to perform it. That the post of Secretary of Zwellendam will henceforth again be restricted to the rank of Bookkeeper, while the present Secretary van Hardenberg nevertheless continues on his present salary and emoluments. That the Assistants at the respective offices will successively, after the backlog of work has been cleared (for which we have, however, set the final deadline as the end of the financial year 1794), be reduced to the number at which it was set in the year 1768/9; the establishment of the printing press, of which we made mention in the previous part of our report, will be able to contribute greatly to this. That the post of Assistant at Stellenbosch will be permanently abolished upon the death or departure of the present Assistant Weesling. That the post of Chief Surgeon in the Company's Slave Lodge is immediately abolished; the Chief Surgeon there, Adolph Edzard Guimbeek, is left the choice either to be placed on a discontinued salary with the freedom to continue practicing here, or, as occasion arises, to be placed as Chief Surgeon on one of the passing ships; and further, the treatment of the sick in the Lodge is entrusted, as previously, to the Second Chief Surgeon of the Hospital. That upon the death or departure of the present clerk in the said Lodge, the maximum salary of that post will be set at ƒ 20. —. —. That the Clerk of the Artisans' Quarter is immediately abolished, the present Jan Welters (in consideration of the favorable testimonial given by the Council concerning this person) being promoted under a new five-year contract, and with a salary of ƒ 24. —, to take effect from the date of expiration of his previous engagement, to Clerk at the Political Secretariat. That the two Trumpeters are immediately abolished, with the grant of the determined pension to the eldest, and the incorporation of the other into the National Battalion, the latter however retaining the excess which he currently enjoys above the ordinary salary, by way of a gratuity. That the maximum salary for the post of Piper shall henceforth be ƒ 20. —, leaving, however, to the person who currently holds that post his present salary. That the post of Master of the Armory will be abolished upon death or vacancy. That the offices of Clerk in the Hospital, assistant to the hospital wardens, and assistant in the hospital kitchen are abolished immediately, and that of truss-maker upon death or vacancy. That the post of Master Painter is immediately abolished, the present Master being given the choice to step down to ordinary Painter with the salary of ƒ 14. —, or to be placed on a discontinued salary, in which case an ordinary painter may be appointed at the aforesaid salary. That the European Foremen among the Masons are likewise all abolished, and in their place use will be made of such slaves of the Company as shall have the greatest aptitude for it, in order thus gradually to train them in the masonry trade; without, however, permitting the number of the Company's slaves to be increased on that account, neither by purchase nor by hire. That two of the men stationed at the Klapmuts post are immediately abolished, as well as the Diver or Douker upon the death of the present incumbent. And as we have recently considered that only since a few years ago has the title of Resident been added to the Postholder at False Bay, just as the present Resident Brand has since, out of special considerations by a resolution of the meeting of [illegible], obtained the effective rank of Merchant with the seniority of Senior Merchant; we have therefore determined that (the aforesaid Resident continuing in that enjoyment) the same post shall, upon a vacancy, again be filled by a Postholder, with the salary and rank of Junior Merchant. Upon the proposal of the Ministers to abolish the post of Under-Sheriff and to reduce the number of the Servants of Justice to six, having taken the considerations of the Fiscal's Office, it has appeared to us: Firstly, with regard to the Under-Sheriff, that to the then First Provost Marshal Jan Hendrik Matthysen on 13 March 1789 was added the title of Under-Sheriff at his current salary of ƒ 24. —. —, and without the number of provosts being increased thereby, so that this arrangement

Dutch transcription

als tot de waarneeming daar van aan den bekleeden de nodige tijd en geleegenheid zal verschaffen. Dat de post van Secretaris van Zwellendam voor 't vervolg Weederom zal worden bepaald tot de qualiteit van Boekhoude blyvende niet te min de presente Secretaris van Hardenber op desselvs teegenswoordige gagien en emolumenten daare Continueeren. Dat de Adsistenten op de respective Comptoiren successively na dat het ten agteren staande werk zal zyn effen gesteld (waar toe wy egter uyterlyk bepaald hebben het einde van het Boekjaar 1794) zullen werden gereduceerd tot het gezal waa Op het zelve in den Jare 176 68/9 is bepaald geweest, zullende het aanleggen der drukkery waar van wy by het vorige ge deelte van ons verslag melding hebben gemaakt, daartoe zeer veel kunnen Contribueeren. Dat de Post van Adsistent op Stellenbosch, by versterf of afgaan van den teegenwoordigen Adsistente Veeshling voor altoos zal weezen gemortificeerd. Dat de post van oppermeester in s' Compagnies slaaven Logie dadelyk is afgeschaft; zynde aan den Oppermeester aldaar Adolph Edzard Guimbeek in deszelvs optie ge laaten, om, of onder afgeschreeven gagie te werden gesteld, met Veyberd om alhier te blyven praetizeeren, of by voorkomende gelegenheid op een der passeerende scheepen als opper Chirurgyn geplaast te worden; en voorts de behandeling der zieken in de Logie, even als voorheen, opgedragen aan den tweeden Opper„ meester van 't hospitaal Dat bij overlyden of afgaan van den teegenswoordigen schryver in gem. e. Logie, de hoogste gagie van die post zal bepaald zyn op ƒ20. —. — Dat de schryver van het ambagts Quartier dadelyk is afge„ schaft zynde de teegenwoordige Jan Welters (int hoofde van het gunstig getuigen is door den Raad omtrend dien persoon gegeeven) onder een nieuw vyfjarig verband, en met de gagie van ƒ24. - in te gaan met den dag der expiratie van zijn vorig engagement, tot Clercq ter Politieke Secrekanje bevordert Dat de twee Rrompetters dadelyk zyn afgeschaft, met toelage aan den Oudsten van de bepaalde rustgagie, en incorporatie van den anderen in het Nationaal Batail„ lon, zullende deeze egter blyven behouden het excedent 't welk hy thans geniet boven de ordinairen gagie, by forme van doneeur Dat de hoogste gagie der bediening van Pipier, voortaan zal met zyn zyn ƒ 20 -. — zynde egter aan die geen welke thans die post be Kleed; deszelvs jegenswoordige gagie gelaaten. Dat de post van Baas van de Wapenkamer by verster„ of Vacature zal worden afgeschaft. Dat de bedieninge van Schryver in 't Hospetaal, hand langer by de ziekevaders, en handlanger in de Combuys van hospitaal dadelyk, en die van brenkbanden maken by verster„ of vacature, zyn afgeschaft. Dat de Post van Baas Schilder dadelyk is afgeschaft, zynde aan den jeegenswoordigen Paas in zyne Keure gegeeven, Om te rug te treeden tot Ordenderis Schilden met de gagie van ƒ14. — dan wel onder afgeschreeven gagie te werden gesteld, in welk geval een Ordinair schilden op eevengem . gagie zal vermogen worden aangestelt. Dat ook de Europeesche Opperlieden by de Messelaars insgelyksch allen zyn afgeschaft en in derzelver plaats gebruik zal worden gemaakt van sodanige slaven der Compagnie als daar toe de meeste geschiktheid zullen heb ben, ten einde dezelve alzo langzamerhand tot het Me zelaar ambagt op te leiden: zonder dat egter het getal van s' Compagnies slaven uit dien hoofde, nog door aankoop, nog door inhuuring, sal mogen worden vermeerderd. Dat dadelyk zyn afgeschaft twee van de manschappen aan de Klapmuts posthoudende, mitsgaders de Duyker of Druykelaar, by versterf van den jeegens woordigen. En daar wy laatstelyk gereflecteerd hebben, dat maer seederd eenige Iaaren aan den Posthouder in de Baay fals den titul van Resident is toegevoegd, gelyk ook de teegenwoordige Resi„ dent Brand seedert uit byzondere consideratien by eene dispositie der vergadering van 2vi:m heeft verkreegen de effec„ tive qualiteit van Koopman met de rang van Opperkoopman„ so hebben wy bepaald dat (voor: Resident in dat genot blyvende) dezelve post by Vacature wederom zal worden Vervuld door een Posthouder, met de gagie en qualiteit van Onderkoopman. Op de propositie der Ministers tot het afschaffen van den post van Onderschout, en het rediceeren van het getal der Dienaaren van de Iustitie op ses, ingenomen hebbende de Consideratien van het officie Friskaal is ons gebleeken. Eerstelyk met betrekking tot den Onderschout, dat den toen- maligen eerste s' Heeren Geweldiger Ian Hendrik Matthysen Op den 13 Maart 1789 is toegevoegd den titul van Onderschout op zyne lopende gagie van ƒ 24. -. - en sonder dat het getal der geweldigen daar door is vermeerdert, zo dat deeze Dat schikking

NL-HaNA_1.04.02_4361_0218 view scan ↗

English

arrangement, being entirely without new expenses for the Company, and moreover having appeared to us as useful and necessary in more than one respect in this Colony, has remained in effect. Secondly, regarding the European Servants of Justice, that it would not as yet be advisable to proceed to the proposed reduction, primarily so long as the leasing of the Douane shall not have been accomplished; wherefore we have chosen to leave it to the Council, after such shall have occurred, to effectuate that reduction in such manner as they, after having taken into consideration the views of the Fiscal office thereupon, should judge most consistent with the interests of the Company, and advisable according to the circumstances of the colony. We also had reservations regarding the proposal of the Ministers to reduce the number of shipwrights to fifteen, whether, as one was currently provided with a greater number, such would be advisable at that moment; since it was to be feared that the ships Katharina Johanna and Macassar, lying at the Roads here at that time, would require fairly considerable repairs, and the circumstances under which one was situated at Batavia had to lead one to believe that the ships of the return fleet of this Year here might also require notable provisions, (as the outcome also confirmed all too well afterwards) when it might significantly serve the speedy dispatch of the ships, which was of such important consequence to the Company, to be provided with some more shipwrights than the number which by the Council in ordinary times was with much justice judged to be sufficient; We have then authorized the Council provisionally to retain the Shipwrights here on hand, as well as the provisional Assistant Sailmaker at the Equipment Wharf, and the ship corporal also serving there provisionally; however, with the understanding that as soon as Circumstances should permit such, the reduction respectively proposed concerning them should immediately be effectuated, and the number of Shipwrights thereafter always remain fixed at that of 15. And all this without prejudice to the considerable reduction which has been the consequence of the curtailment of the administration of the Dispens, and the merger of the same into that of the warehouse, the abolition of the administration of the Cellar, as well as the lease of the property Rustenburg and of the gardens of the Company both here and in False Bay, of all of which matters detailed mention will be made in its proper place, and not counting also the abolition of the establishment of the Company in Mossel Bay and Plettenberg Bay, of which mention was made in the first part of our report. Upon the abolition of the stable, and some outposts in compliance with the orders of the Meeting of the Seventeen of 2 October 1790, several persons having been put out of service, these had addressed themselves to the Government with various requests, however mostly amounting to being granted burger freedom, or else being placed on discontinued pay, upon which the Ministers had provisionally taken them all off pay, and left the decision on their various requests deferred to us. Having conferred thereupon once and again with the Council members Lesueur and de Wett, who had been commissioned on behalf of the Council of Policy for the abolition of the Establishment of the Stable, etc., we have, as the most suitable means... Yet, since we perceived that for some years here great abuse had been made of the discharging and placing on discontinued pay of Servants of the Company, we subsequently gave orders to make a general roll call of all discharged Servants and Servants placed on discontinued pay who were present in this Government, in order to be able to make appropriate provision in that regard. The consequence of this roll call, which took place in the latter part of the month of October, in the presence of Commissioners from the Council of Policy, who made a careful investigation into the circumstances of each of the Appearers, was that both the discharged and those placed on discontinued pay have been divided into six distinct Classes, namely Those who had served their time, but were married here, or could be considered as useful Subjects for the Colony; concerning these, it was found that those who were married could remain here on discontinued pay, in such manner however that they should also bear the burdens of the burghers, and could be employed for watches and expeditions, but to let those who were unmarried (their Years and Strength permitting such) repatriate with the resuming of their pay, and granting the bounty thereto.

Dutch transcription

schikking geheel zijnde buiten nieuwe ongelden voorde Compag en boven dien als in meer dan één opzigt in deeze Colonie als na zig en noodzakelyk aan ons zynde voorgekoomen, is blyven stand grypen. Ten anderen omtrend de Europeesche Dienaaren van Justitie„ dat het voor als nog niet geraaden zoude zyn tot de gepropo neerde redicctie over te gaan, voornamentlyk zo lang de ver pagting der Dorane niet tot stand zal zyn gebragt; Wed halven wy verkoozen hebben aan den Raad over te laaten om na dat zulks zal geschied zyn, die redrectie op zodanig wijze te effectueeren; als zy na daarop ingenoomen te hebben de Consideratien van het officie Fishaal, meest Overeenkomstig met de belangen van de Compagnie, en naar mate van de omstandigheeden van de colonie gerade zoude oordeelen. Ook hebben wy bedenking gedraagen op het voorstelder Mi nisters tot reductie van het getal der scheepstimmerlieden op vyftien, of, daar men dog thaans van een meerder ge zal voorzien was, zulks in dat ogenblik geraden zoude zyn; daar te vreezen was, dat de destyds hier ter Rheede leggende scheepen de Katharina Johanna en Macassar vry aanzienlyke reparatien nodig zouden hebben, en de omstandigheeden waar in men op Batavia verseerde moesten doen digten, dat ook de scheepen van het retour van dit Iaar alhier notabele voorzieningen zouden kun„ nen behoeven, (gelyk de uitkomst zulks ook naderhand maar al te zeen heeft bevestigd) wanneer het merkelyk tot de spoedige expeditie der scheepen, waaraan de Com„ pagnie zo important veel geleegen lag, zoude kunnen strekken, om van eenige meerdere scheepstimmerlieden te weezen voorzien, dan het gezal het welk door den Raad in gewoone tyden met veel regt als voldoende wierd geoor„ deelde; Wy hebben dan den Raad gequalificeerd om pro„ visioneel aan te houden de Scheepstemmerlieden alhier Aanhanden, Mitsgaders den provisioneel Onderzeilen- maker op de Equipagiewerff, en den aldaar meede pro„ visioneel dienst doende scheeps korporaal; egter, met dien verstande, dat zo ras de Omstandigheed en zulks zouden toelaten, de omtrend dezelve respectivelyk voor„ geslagen reductie dadelyk zoude moeten worden geef„ fectueerd, en als dan het getal der scheeps Timmerlieden voortaan altyd op dat van 15 bepaald blyven. En zulks alles onvermindert de aanzienlyke reductie welke het gevolg is geweest van de inkrimping van hebben de 101 103 8 zeer Zyl. No 130. t ibidem de administratie der Diopens, en in een smelting van de zelve in die van het pakhuys, de afschaffing der admini stratie van de Kelder, mitsgaders de verhuuring van de plaats Rustenburg en van de tuynen van de Compagnie so alhier als in Baay Fal, van alle welke zaaken ter zyner plaatze breedvoerigen melding zal worden gemaakt, en ongereekende ook de afschaffing van den Omslag van de Compagnie in de Mossel en Plettenbergs baayen, waar van in het eerste gedeelte van ons verslag is gesprooken. By de afschaffing van de stat, en sommige buyten posten ter vol doening aan de beveelen der Vergadering van Xvi:e van den 2 October 1790, Verscheide perzoonen buiten dienst zynde geraakt, haeden deze l zig aan de Regeeringe geaadresseerd met onderscheide verzoeken, egt meestal daar op uitkomende, om en burgervzydom, dan wel onde afgeschreeve gagie te werden gesteld, waarop de Ministers huud allen by provisie van gagie hadden laten afschryven, en de dispositie op hunne verschillende verzoeken aan ons gedefereert gelaten. Een en andermaal daar over geconfereerd hebbende met de Raads leeden Lesueur en de Wett, als weegens den Politieken Raad tot de afschaffing van den Omslag van de Stal enr: zynde gecom„ mitteerd geweest, hebben wy, als het meest geschikte middel in Dog vermit wy bespeirden dat zeederd eenige Iaaren alhier een groot misbruijk was gemaakt van het ligten en onder afge„ schreeven gagie stellen van Dienaaren van de Compagnie, zo gaven Vervolgens last tot het doen van eene generale oproeping van alle geligte en onder afgeschreeven gagie gestelde Dienaaren zig in dit Gouvernement bevindende, ten einde daaromtrend gepaste voorzieninge te kunnen doen. Het gevolg deezen opcoeping welke in het laast der maand October heeft plaats gehad, ten overstaan van Commissarissen uit den Politieken Raad, die na de omstandigheeden van elk der Comparanten naaawkeurig onderzoek hebben gedaan, is geweest dat so wel de geligte als onder afgeschreeven gagie gestelde zyn Verdeeld in ses onderscheyden Classen, namentlyk Die hunnen tyd hadden uytgediend, dog alhier gehuwd waren, of als nuttige Subjecten voor de Colonie konden worden geconsidereerd; deezen bevonden, dat die geene welke gekurd waren alhier onder afgeschreeven gagie zouden kunnen verblyven, sodanig egter dat zy meede zouden drager in de lasten der burgen, en tot wagten en togten kunnen worden geemployeerd, dog die welke ongehuwd waaren /hunne Iaren en Kragten zulxs toelatende / te laten repatrieeren met Coursneeming hunner gagie, en de promie daar toestaande. deezen aan.

NL-HaNA_1.04.02_4361_0220 view scan ↗

English

to whom permission was granted to remain here against payment of four months' wages, as compensation to the Company for the loss of their service on the return ships; which number amounted to 88. Those who had served their time, but due to old age or physical infirmities were unfit for any further service, to whom permission was granted without any compensation to remain here, to the number of 64. Those who had served their time and found themselves hindered by no special circumstances from being sent onward to the Netherlands; being 53 individuals: Those who had not served their time, but were settled in households here and could be considered useful and necessary subjects for the colony; to whom permission was granted to remain here against payment of ƒ 150 Holland currency for transportation, and restitution of the two months' wages received by them in advance in the Netherlands — to the number of 38. Those who had not served their time, but due to old age or physical infirmities were unfit for any further service see Annex No. 69, to whom permission was granted to remain here without any disbursement or restitution, their number amounting to 31, and Those who had not served their time, and, not being necessary in this colony, could be sent onward to the Indies; in which category there were only 5. Afterwards it appeared that among those who, as not yet having served their time, could be sent to Europe or the Indies, several were found who, imagining that the intention was to send all old and physically disabled persons away from here, had reported their condition, both with regard to their age and their physical state, completely incorrectly and too favorably, so that many of them addressed us with the request to also be permitted to remain here with their wages written off, declaring themselves prepared to also pay four months' wages as compensation to the Company, or such other sum of money as we should deem equitable. Since it now appeared to us that several of those requests deserved favorable consideration, we have authorized the Council to decide both thereon and with relation to certain persons who had not yet reported, as they should judge proper according to equity; just as afterwards, upon our authorization, similar dispositions were taken to those mentioned above, concerning those few loaned servants whose wages were written off who were in the District of Stellenbosch and Drakenstein. Yet the matter of loaning Company servants and putting them under written-off wages has also in other respects been no small object of our deliberations. As regards the first, namely the loaning of servants out of the service of the Company for private convenience, this is a very old practice, so established by Governor-General van Imhoff in the year 1743 during his stay in this colony, that whenever anyone was loaned, a special agreement had to be made in that regard, as is still observed; but fixed regulations were lacking as to how far this loaning could and might take place, and whether this might be permitted in respect of persons fit for the service of the Company and not yet having served their contracted time; also, the salutary conditions appearing in the aforesaid agreement had long fallen into disuse. The term of the loan is thereby fixed for only one year, and after the expiration of the same, the person who has loaned a schoolmaster or servant (for to one of these two ends this commonly takes place) must request a prolongation of another year, and continue therewith annually — but this regulation, so necessary in order at all times to be able to know and be assured that the hired man is still alive, had long been relaxed, and the loaned person continued on for years in succession without renewal, indeed he was often transferred from one to another, through which many errors crept into the pay-books, so that not infrequently persons continuing on loan in the pay-books were already deceased, or were missing. Since this colony has increased so remarkably, it has also naturally followed therefrom that more and more applications have presented themselves to be assisted by the Company with a loaned person, and however certain it may be that the Company sends out personnel not for the use of private individuals, but for its own service, it is nevertheless not well possible to abolish that practice entirely, especially with regard to the butchers, since both the contracted Company butchers and private individuals, according to our information, are not capable of supplying this place with fresh meat unless the Company assists them with loaned servants; on account of the difficulties inherent to that trade, because the cattle farms are mostly two to three months inland

Dutch transcription

105 aan welken is vergunds om alhier te mogen verblyjven tegens bek ling van vier maanden gagie, tot schadeloosstelling van de Compagn weegens het genies van derzelver duenst op de Retourscheepen; welk getal heeft bedragen 88. Die hun tyd hadden uytgediend, dog door ouderdom of lighaan gebreeken tot alle verdere dienst onbekwaam waaren, aan welke Vergund i sonder eenige vergoeding alhier te mogen verblyven ten getale van 64. Die hun tijd hadden uytgediend en zig door geene byzondere Omstandigheeden belemmerd vonden om naar Nederland te worden voortgezonden; zynde 53 stuks: Die hoen tyd niet hadden uytgediend, dog alhier gehuys vest waaren en als nattige en Noodzakelyke Subjecten voor de Colonie konden worden geconsidereerd; aan welken is toegestaan alhier te mogen verblijven teegens betaling van ƒ 150 H C:t voor transport, en restitutie van de twee Maanden gagie, by hun in Nederland op hand genoten — ten getal van 38. Die heen tyd niet hadden uytgediend, dog door ouderdom of lighaams gebreeken tot eenigen verderen dant onbekwaam ze Byl: N:o 69 waaren, dan welken vergeend is, om sonder eenige uytkeering of restitetie alhier te mogen verblyven, bedragende derzelve getal 31. , en Die hun tyd niet hadden uytgediend, en, niet noodzakelyk zynde in deeze Colonie, naar Indie konden worden voortgevonden; in welke termen er zig slagts 5 bevonden. Naderhand bleek, dat en onder die welke als hun tyd nog niet hebbende uytgediend, naar Europa of Indie konden werden ver„ sonden, zig verscheide bevonden, die, zig verbeeldende dat het voorneemen was om alle oude en door lighaams gebreeken onbekwaamen van hier te verzenden; haaren toestand zo met opzigt tot hunne Iaaren als hunne lighaams gesteldheid geheel verkeerd en te gunstig hadden opgegeeven, so dat veelen derzelve zig aan ons addresseerden met verzoek om ook alhier onder afgeschreeven gagie te mogen verblyven, verklaarende bereid te zyn om meede tot eene schadeloos stel„ ling voor de Compagnie vier maanden gagie uit te keeren, ofte sodanig ander montant voor penningen als my zouden billyk Oordeelen. Vermit het ons nu voorkwam dat verscheide van die verzoeken eene gunstige aanmerking verdienden, hebben wy den Raad, gequalificeerd om so daar op, als met relatie tot eenige persoonen, welke zig nog niet hadden aangemeld, sodanig te disponeeren, als zy naar bellykheid zoude oordeelen te behooren; gelyk ook naderhand op onze qualificatie nog eevengelyke dispositien, Die als 107 als de voorgemelde, genomen zyn, Omtrend die weynige geligte en van gagie afgeschreeve Dienaaren, welke zig bevonden in het Distrect van ¶Stellenbosch en Drakenstein. Dan het stuk van 't ligten en onder afgeschreeve gagie stellen van s' Compagnies Dienaaren, is ook nog in andere opzigten geen gering voorwerp onzer deliberatien geweest. Wat het eerste beteeft, namentlyk het ligten van Dienaaren en't den dienst der Compagnie tot partikulior gerief, het zelve is een zee Oude gebruik door den Gouverneur Generaal van Imhoff in den Iare 1743. by desselvs verblyf in deeze Colonie zodanig ongezigt, dat wanneer iemand geligt wierde, daar omtrend eene Speciaa Overeenkomst moest worden gemaakt, gelyk ook us nog nord ge Observeert; dan er ontbraken vaste bepalingen, in hoe verre deese ligting kon en mogte plaats hebben, en of zulks mogte toegestaan worden omtrend perzoonen bequaam tot den dienst der Com„ pagnie en hun verbonden tyd nog niet uytgedient hebbende; Ook waaren de heylzaame bedingen in de voorschrn overeenkom voorkomende, seederd lange in onbruyk geraakt. De tijd der Leening is daar by alleenlyk voor éen Jaar bepaald en na verloop van het zelve moet de geene die een schoolmeester ofte knegt /want tot een deeze twee eindens geschied zulks gemeen lijk (geligt heeft, om prolongatie van nog een Jaar verzoeken, en hier meede s' Jaarlyks Continueeren — dan deeze zo nodige bepaaling, omme ten allen tyde te kunnen weeten en verzeekerd zyn dat de heurling zig nog in weeren bevind, was zedert lange Verruimd, en bleef de geligte Iaaren agter éen sonder verngeven, wing voortloopen, Ia hy wierd dikwils van den eenen aan den anderen Overgelaaten, waar door veele abuyzen by de soldy- boeken insloopen, zo dat niet zelden perzoonen by de soldy- boeken in leening voortlopende reeds overleeden waaren, of te vermist wierden. Zedert deeze Colonie zo aanmerkelyk is toegenomen, is ook als van zelvs daar uit voortgevloeit, dat er zig hoe langer hoe meer sol„ licitatien hebben voorgedaan, om van de Compagnie met een ge„ ligten perzoon geadsisteert te worden, en hde zeeker het ook zy dat de Compagnie het volk niet ten gebruyke van particulieren, maar tot haar eygen dienst uytzend, zo is het egter niet wel mogelyk dat al and gebruik af te schaffen, byzonder met op„ zigt tot de slagters, nadien zo wel de gecontracteerde s' Com„ pagnies slagters, als particulieren, volgens onze informatien niet in staat zyn deeze plaats van vorsch vleesch te voorzien, wanneer de Compagnie hun niet met geligte knegts adsisteert; uyt hoofde der moeyelykhelden aan die weering eygen, door dien de Veeboezen meest twee à drie maanden landwaards en in

NL-HaNA_1.04.02_4361_0222 view scan ↗

English

109 reside, and thus several servants are required to buy up and collect the cattle, to which is also added the lack of schoolmasters in the countryside, which we must not imagine can be sufficiently remedied by establishing public schools, while the places or properties of the inhabitants lie scattered far and wide, so that the distance from one place to the other often amounts to an hour and more. Yet although this release cannot well be entirely abolished for that reason, it has nevertheless appeared to us that the same could be brought under more precise regulations, and we have therefore decreed the following points, in order that they may henceforth be strictly observed in this regard. Firstly, that this release or loan of personnel shall be granted as sparingly as possible. Secondly, that no one shall be permitted to be released without having served out his bound term of service with the Company, and thereby having fulfilled his engagement, unless in exceptional cases and for very pressing reasons such might be deemed necessary. Thirdly, that in case permission to enter into loan should be granted for any urgent reasons to someone whose contract has not yet expired, in that case, over and above the debts of such a released person, a certain sum shall have to be paid to the Company for his transport and conveyance, sufficient to indemnify it fully in that regard. Fourthly, as there often land here with the Company's ships persons who on account of bodily defects are unfit for the service of the Company, and as such must be sent back to Europe, and among such there are sometimes found men who can be employed as schoolmasters in the countryside, that the release of such persons, provided there is sufficient proof of their aforesaid defects by a certificate from the chief surgeon of the hospital, shall be permitted to be granted on the same footing as persons who have served out their contract. Fifthly, that every farmer who desires to be provided with a schoolmaster shall, along with his request, have to submit a certificate from the Landdrost or Minister of the Colony under which he falls, stating that he has children and no teacher, and this in order to prevent self-interested people from abusing this and, under the name of schoolmaster, sometimes attempting to obtain a tailor, shoemaker, or other tradesman. Sixthly, that no one shall be permitted to be released as a schoolmaster unless he has previously been examined by one of the Ministers of the Reformed Religion here, and as to whether he harbors doctrines that are harmful and detrimental to the youth, and has produced proof of this examination of his. Seventhly, that under a penalty of one hundred Ryxdaalders, no one shall be permitted to release a person in his name and, without prior consent of the Commander-in-Chief, transfer him to another, and still less allow him to wander about in his name and carry on his own trade. Eighthly, that everyone shall be answerable for the maintenance of the person whom he has released, and in case of death or absence, must give proper notice thereof at the pay office, and annually request to renew this loan, under a penalty of 50 Ryxdaalders in case of negligence. With regard now to placing individuals on furlough without pay, we have likewise instructed the Ministers to be extremely sparing in granting such requests, and to render a precise annual report of what has been done in that regard to the assembly of XVII, sending therewith a specific list of the persons placed by them on furlough without pay in the last elapsed year. Furthermore, in order to prevent such persons on furlough without pay from wandering arbitrarily about this Colony (as has only too often occurred), such that in the end almost no trace of their whereabouts could be found, we have also made the following regulations in that regard: Firstly, that everyone who shall desire to be placed on furlough without pay shall be obliged to address the Government by petition for that purpose, and to annex thereto a certificate from his superior under whom he last served, containing the length of time he has served the Company, and what his conduct has been, in order to examine whether such merits any consideration, and whether the reasons he adduces for leaving the service of the Company are sufficient. Secondly, that the person placed on furlough without pay shall always be recorded on the report of the Officer or master under whom he has served, in this manner: N: N: on cessation of pay resides with the burgher N: N. Thirdly, that in order to enable the officer or master to do this, the person on furlough without pay shall be obliged to report himself

Dutch transcription

109 inwoonen, en alzo verscheyde knegts vereyscht worden om het Vee op te koopen en af te haalen, waar by ook nog komt het ge brek aan Schoolmeesters ten platten lande, het welk my ons nie mogen voorstellen dat door het aanleggen van publique schoo len genoegzaam zal kunnen verholpen worden, terwijl de plaatzen of de goederen der bemaoneren wyd en zijd versprachte gen, zo dat de afstand van de eene plaats tot de anderen dit wils een uur en meerder bedraagd. Dan of schoon dierhalven deeze ligting niet wel geheel kan worden afgeschaft, is het ons egter voorgekomen, dat dezelve Onder meer naauwkeurige bepaalingen te brengen was, en d zie zyl: N:o 94. Wy hebben dierhalven de volgende poineten gearresteerd omm daar omtrend by vervolg stiptelyk te worden geobserveert. Voor eerst dat deeze ligting of volkleening zo men mogelyk zal moeten worden toegestaan Ten Tweeden, dat niemand sal vermogen geligt te worden sou der dat hy zyn verbonden tyd by de Compagnie hebbe uitge dient, en daar door aan zyn engagement voldaan ten zy in enkelde gevallen en om zeer dringende reedenen zulks nood. zakelyk mogte worden geoordeelt. Ten derden, dat ingevalle om eenige dringende reedenen aan iemand wiens verband nog niet geexpireerd is, vergant werd in leening te gaan, in dat geval aan de Compagnie boven en behalven de Schulden van zodanigen geligten persoon, een Seeke„ rensom, voor desselvs transport en Overvoer zal moeten betaald worden, genoegzaam om haar desweegens volkoomen schadeloos te stellen. Ten vierden. daar ditwerf met s Compagnies scheepen perzoonen alhier aanlanden, die weegens lighaamsgebreeken tot den dienst van de Maaschappy onbekwaam zyn, en als zodanig naar Europe moeten te rug gezonden worden, en 'er onder de zulken zig som„ tyds menschen bevinden, die tot Schoolmeesters ten platten lande kunnen worden geomployeerd, dat de ligting van zodanige perzoonen, mits van hunne voorschr: gebreeken voldoende blyke door een Certificaat van den oppermeester van 't hospitaal, sal Vermogen te worden toegestaan op denzelvden voet als van lieden die hun verband hebben uitgediend. Ten vyfden dat een ieder landman van een schoolmeester wenscht voorzien te zyn, by zyn verzoek zal moeten overleggen een Certi„ ficaat van den Landdrost of Predikant der Colonie waar onder hy sorteerd, inhoudende dat hy Kinderen en geen leermeester heeft, en zulx ten einde voor te koomen dat baatzugtige lieden daar van geen misbeuyk maaken en onder den naam van Schoolmeester zomtijd een Snijder, schoenmaken of anderen Ambagtsman tragten werd te t Zeer Bylk N=o 94. te bekomen. Ten sesden, dat niemand zal vermogen als Schoolmeester ge ligt te worden, ten zy hy bevoren door een der Predikanten van de Gervirmden Godsdienst alhier gexamineerd zy, en of hy ook leer stellingen Koesterd die voor de Jeugd schadelyk en nadeelig zyn, en van deeze zyne examinatie een beng hobbe geproduceerd. Ten zeevenden dat op een boete van een honderd Ryxdaalders ib iden niemand zal vermogen een perzoon op zyn naam te ligten, en buiten prealabel Consent van den Hoofdgebieder aan een Ande Overlaaten, en nog veel minder op zyn naam laten rond zwerven, en zyne eige neering dryven. Ten agtsten dat een ieder aanspreekelyk zal zyn voor het ver voeren van de perzoon die hy geligt heeft, en in Cas van Sterffte of absent raaken, daar van behoorlyk ten soldy Comptoire moet Kennisse geeven, en Jaarlyks verzoeken deeze leening te vernieuwen Op eene boete van 50 Ryxdaalders in Cas van nalatigheid Met opzigt nu tot het stellen onder afgeschrieven gagie hebbend insgelyks de Ministers aan bevoolen ten uytersten Spaarzaam te zyn in het toestaan van zodanige verzoeken, en om van het daar Omtrend verrigtte jaarlyksch aan de vergadering van 2vy pertinent verslag te doen, met toezending eener Speafieke lyst der perzoonen door haar in het laatst verlopen Iaar onder afgeschreeven gagie gesteld. Om wyders te verhoeden dat zodanige van gagie afgeschreeve per„ soonen niet (gelyk maar al te veel plaats had) op eene Wolle„ keurige Wyze in deeze Colonie rondzworven, zodanig dat ten laat„ sten van hun wedervaren zelvs by kans geen spoor te vinden was, so hebben wy al meede daar omtrend de volgende bepaalingen gemaakt voor eerst dat een iegelyk die verlangen zal onder afgeschreven gagie te worden gesteld; gehouden zal zyn daartoe aan de Regee„ ringe by Requeste te addresseeren, en daar aan te Annexeeren een Certificaat van zynen superieur; waar onder hij 't laatst gediend heeft, inhoudende den tyd hoe lange hy de compagnien gediend heeft, en hoedanig zijne gehoude Conduites zyn ge„ weest, ten einde na te gaan of zulks eenige Consideratien ver„ diend, en of de reedenen welke hij bybrengt om den dienst van de Compagnie te verlaaten, voldoende zyn. Ten Tweeden dat de onder afgeschreeve gagie gestelde altyd op het rapport van den Officier ofte baas, waar onder hij gesorteerd heeft, zal worden bekend gesteld in deezer voegen: N: N: onder stilstand van gagie woond by den burger N: N. Ten derden dat omme den officier of te baas hier toe in staat te stellen, de van gagie afgeschreeve verpligt zal zyn, zig 111

NL-HaNA_1.04.02_4361_0224 view scan ↗

English

to report to the same every month, and to state where he resides, and in case he should dwell far inland, to do so every three months by letter, and Fourthly, that each year as of Ultimo June, upon the drawing up of the general muster roll and the statement of the men present in actual service at each post, there must simultaneously be stated the persons placed on discharged wages, with an indication of where they are located. It further deserved our attention that, however much at the granting of burgher freedom in this Government it is expressly reserved to take the persons placed in freedom, at all times when required or if their conduct should not be seemly, back into service at their old capacity and wages and to send them away from here, nevertheless a prevailing notion exists here among the Inhabitants as if no use could be made of that right without it involving a hardship for those regarding whom it is exercised. However groundless this notion might be, it seemed to us nevertheless preferable to cut off the occasion for such cases as much as possible, and thereby to prevent the bringing forward of imaginary grievances, with which the assembly of Seventeen has at times been troubled in this regard. Having taken into consideration that the assembly of Seventeen has at all times been of the opinion that one ought to be extremely sparing with the granting of burgher freedom to people; just as we, for our part, also believe that very sufficient reasons could still be adduced for this, we have, for the more complete execution of this salutary intention and in order completely to overturn the abuses which occurred in this matter, determined that henceforth no letters of freedom shall be granted by the Ministers without the prior knowledge of the assembly of Seventeen, or of us during our presence here, not even subject to approval, but that whenever they might think in particular cases that this or that person ought to be granted burgher freedom, they shall be obliged to make a proposal to that effect to the said Most Esteemed Assembly, adding the reasons which come into consideration with them for that purpose; in which we have found all the less difficulty, as the Ministers always retain the power, in cases where the benefit of the Colony might evidently require that one or another Subject be kept here, to place such a person provisionally on discharged wages, whereby the enjoyment of the burgher advantages is obtained just as fully as through the granting of burgher freedom, without being subject to the inconveniences cited here before whenever one might think fit to take such persons back into service and send them away from here. We have also made the aforementioned provision not applicable to natives of this Country, and have left to the Council the liberty to grant burgher freedom to such persons when they have served out their time and there are no particular reasons against it, provided they give due notice thereof each time to the assembly of Seventeen. It remains for us to make a report to Your Right Honorable and Esteemed Sirs of the appointments of Servants made by us during our presence here. Before proceeding thereto, we required from the Council of Policy a statement of all the vacant Offices and posts in this Government, as well as of those which had been filled by them provisionally, but on which the approval of the assembly of Seventeen had not yet arrived, adding the capacities and ranks pertaining thereto according to the orders. And subsequently the following appointments were made by us on various occasions, all with the capacities and ranks, as well as at the wages and emoluments pertaining thereto: To fill four vacant Council seats of Justice: Willem Stephanus van Ryneveld Clement Matthiessen Junior Jan Pieter Baumgardt Cornelis Cruywagen As Secretary of Justice: Mr. Johannes Andreas Truter. As Deputy Fiscal: Mr. J: H: Neethling As Equipment Master: Jan Arnold Voltelen As Head and Examiner of Pay-rolls: Clement Matthiessen Jr. As Head of the Garrison Office: Andries Mullert As Head of the Hospital Office: Ch: Fr. German. As Transfer Clerk at the Garrison Office: Ch: Lehman. As Transfer Clerk at the Hospital Office: R: S: Alleman As Secretary of the Orphan Chamber: Willem Steph. van Rijneveld As Commissioners of the Loan Bank: As President, the Member of the Council of Policy Jacobus Johannes Le Sueur, and further on the burghers' behalf Johannes Smits, and on the Company's behalf Clement Matthiessen Jr. As Bookkeeper and Pledge Keeper: W: J: van Oosterzee As Cashier: Johannes Ackerveldt. The two last-mentioned posts shall in future be filled definitively by the Council, upon nomination by the Commissioners.

Dutch transcription

zig alle maanden by denzelven aan te melden, en op te geeven waar hy woonagtig is, en in cas hij verre landwaarts in mogte woonen, zulx om de drie maanden per missive te doen, en Ten vierden dat ieder jaar onder Ult=o Iuny by het opmaken der generaale monsterrolle en opgave der presente dienst doen b Manschappen op elke post, teevens moeten opgeggeven worden de onder afgeschreeven gagie gestelde persoonen, met aan wyzing waar dezelve zig bevinden. stellen van lieden in burger vrydom ten deezen Gouvernement uitdrukkelyk gereserveerd word om de in vrydom gestelde „ ten allen tyde wanneer benodigd ofte hun gedrag niet be „tamelyk weezen mogte, wederom voor hunne oude qualiteit „gagie in dienst te neemen en van hier te verzenden egter al hier een heerschend begrip onder de Ingereekenen plaats heeft, als of van dat regt geen gebruik zoude kunnen worden gemaakt zonder dat zulx zoude incolveeren eene hardigheid voor die ged Omtrend welke het word uytgeoeffend. Hoe ongegrond, dit begrip ook zyn mogte, scheen het ons egter toe verkierlyker te zyn de aanleyding tot zodanige gevallen zo veel mogelyk af te snyden, en daar door het voortbrengen van ingebeelde bezwaaren, waer meede de vergerdering van Xvij=m wel eens Al verder verdiende bij ons opmerking dat hoe zeer bij het dr Byl: N:o 94. geheel den bodem in te slaan, bepaaldt dat voortaan door de desweegens is vermoeyelykt, voor te komen. Daar by in aanmerking genoomen hebbende, dat de veiga„ dering van Xvi„m ten allen tyde van begrip is geweest, dat men met het stellen van lieden in burger vrydom ten uitersten spaar„ zaam behoorde te zyn; gelyk wy ook voor ons meenen dat daar toe als nog zier voldoende gronden zouden zyn aan te voeren, so hebben wy tot meer volleedige executie van deeze heyfraame intentie, en om de misbruyken welke in dit stuk plaats greepen, Ministers geen vrybrieven meer zullen worden verleend sonder Voorkennisse der vergadering van XVrC:t, of van ons, geduurende ons aan weezen alhier, selvs niet onder approbatie, maar dat„ wanneer zy in byzondere gevallen mogte vermeenen dat deeze of geene in burger vrydom behoorde te worden gestelt, zy zullen Verpligt zyn daar toe aan Hoogstgem e Vergadering voordragte te doen, met byvoeging der reedenen welke by Haar daar toe in Consideratie komen; waar in wy te minder zwarigheid heb„ ben gevonden, nadren dog altyd aan de Ministers over blyft de faculteit, om in gevallen waar in het nut der Colonie evidentelijk mogt vorderen dat een of ander Subject alhier wierd aangehouden, den zodanigen by provizie te stellen onder afgeschreeven gagie, waar door het genot der burgerlyke desweegens voordeelen 113 115 7 Deer Bijl: N:o 120. 154. voordelen even zee, als door het Hellen in burgerveydom, von zen Zylk No. 170 verkreegen, zonder onderheevig te zyn aan de hier voren aangehaa de inconvenienten, wanneer men mogt goedvinden de zulken wederom in dienst te neemen en van hier te verzenden. Ook hebben wy voorschr. dispositie niet applicabel gemaakt op inboorlingen van dit Land, en aan den Raad de vrijheid gelaaten Om de sodanige wanneer zy hunnen tyl hebben uytgediend, en geene byzondere reedenen daar tegen zyn, te mogen stellen in burger vrydom „ mits daar van telkens behoorlyke kenniss geevende aan de vergadering van Xvij:n Er schiet nog over dat my aan Uw wel Edele Hoog Agtbaar verslag doen van de aanstellingen van Dienaaren door ons ge duurende ons aan weezen alhier gedaan. „ 242. Wy requireerden alvorens daar toe over te gaan, van den Politiee Raad eene opgave van alle de veceerende Amblen en bedieningen in dit Gonvernement, mitsgaders van die welke door haar pro„ visioneel waaren vervald, dog waar op de approbatie der ver gadering van Xvi:r nog niet was ingekomen, met bijvoeging — _ „ 243. der qualiteiten en langen daar toe volgens de ordres staande En zijn door ons vervolgens by verschillende geleegenheeden gedaan de navolgende aanstellingen, alle met de qualiteiten rangen, mitsgaders op de gagien en emolumenten daar toe slaan —„ 28. Tot vervulling van vier vaceerende Raads plaatsen van Jusitie Willem Stephanus van Ryneveld Clement Matthiessen Junior Jan Pieter Baumgaard Cornelis Cruypaagen Tot Secretaris van Justitie M:r Johannes Andreas Lruter. _„ 110. Tot Adpinot Friskaal M:r J: H: Neethling —„ 358. —. 129. Tot Equipagiemeesten Ian Arnold voltelen:t _o 244. Pos Hoofd en Visitateur der Soldyen Clement Matthiessen I=t —„ 129. Tot Hoofd van 't Guameroen Comptoir Andries Mullert „ 244. Tot Hoofd van 't Hospitaals Comptoir Ch: F:r German. . —. 129: Tot Overdrager op 't Guarnroen Comptoir Ch: Lehmau. 244. Tot Overdrager op 't Hospitaals Comptoir R: S: Alleman — 110 Tot Secretaris der Weeskamer Willem Steph: & Rijneveld Tot Commisarissen van de Bank van Leening Als Praesident het Raadslit van Politie Jacobus Johannes Lesueur, en voorts van burger weegen Iohannes Smits, en van s' Compagnies weegen Clement Matthiessen J=r Tot Boekhouder en Sandbewaarder W: I: van Oosterzee „154. —:ib idem Totkassien Johannes Ackerveldt. Zullende de twee laastgemelde bedieninge by vervolg door den Raad finaal worden vervuld „ op voordragt van Commissarinen Tot van x -

NL-HaNA_1.04.02_4361_0226 view scan ↗

English

See Annex: as above. 2. 48. of the Loan Bank. And, for reasons stated in our letter of 26 March 1793, the Assistant Philip Eduard Faure has been qualified by us to assist the aforesaid Ackerveld in the petty cash office, for which the latter shall pay out to him half of the emoluments attached to the bookkeepership of the petty cash office. Furthermore, in view of his long and faithful service, we have conferred upon the Major of the National Battalion, Carel Matthys Willem de Lille, the rank of Lieutenant Colonel, but without an increase in salary and emoluments, and remaining bound to perform the duties of Major; and also appointed in the same Battalion: as Lieutenant, the Ensign Stephanus Hendriksz; as Ensign, the Sergeant Philip Iulius Ernst Kuntze; as Cadet, Petrus Serrurier, who has now served as a volunteer for two years. In the Artillery Corps: as effective Captain, the Captain Lieutenant Hendrik Willem Kutz; as Captain Engineer, the Captain Lieutenant L: M: Thibault, to whom, in addition to his ordinary salary and emoluments, we have granted an extra allowance of Rd:s 12 per month for the Administration of the Line; as Lieutenant Engineer, J: S: Lesueur, who was appointed in the Netherlands as Second Lieutenant of the Artillery and sent out to Ceylon, and this upon the favorable report of his abilities given by the Captain Engineer Thibault, who had examined him at our requisition. On which occasion, also based on the favorable testimonials received regarding the diligence of the Cadet Bombardiers in the Artillery, P: W: F: van Schriler and F: I: Eckhardt, we have resolved that, insofar as their duties in the artillery shall permit, they may be employed by the Engineers stationed here for the preparation of plans and drawings, and for that, as well as for further encouragement, an allowance of three Rixdollars per month has been granted to each of them. Of some new offices instituted and filled by us, we shall make mention when we come to the treatment of the reasons which gave occasion thereto. We have furthermore approved the following provisional appointments made by the Council: Egbertus Bergh as Secretary of Policy, with the rank of Merchant; Mr. Jacob Pieter de Nys as first Member of the Council of Justice, with the rank of Merchant, and subsequently as Fiscal ad interim; Ryno Iohannes van der Riet as Member of Justice, with the rank of Merchant, and commencement of salary from the day of his provisional appointment; Mr. Johannes Andreas Truter as Adjoint Fiscal, with the rank of Junior Merchant (since promoted by us to Secretary of Justice); Christiaan Gotlieb Höhne as Secretary of the High Court, with the rank of Junior Merchant and the salary of a Bookkeeper, as well as Overseer of the Company's Slave Lodge; Johannes Leuver as First Chief Surgeon of the Hospital, with the rank of Junior Merchant; Jan Godlieb Mader as Second Chief Surgeon, also with the rank of Junior Merchant; Jan Sinkantyn as Chief Surgeon of the Hospital in False Bay, also with the rank of Junior Merchant. The Chief Surgeon in the service of the Company, Johan Gottlieb Kempf, has repeatedly addressed us with a request to enjoy the effect of the favorable decision of the Assembly of the Seventeen of 31 May 1791, whereby the ministers were instructed to appoint the aforesaid Kempf, upon his arrival here, as Chief Surgeon in the Hospital in place of Lesueur, who died in the year 1790, and if that post should already have been filled provisionally, to place the same Kempf at the Hospital in some other most suitable manner. However, it having appeared to us from the information which we gathered from the ministers that the post of First Chief Surgeon had already been filled upon the petitioner's arrival, we understood that the aforementioned instruction had lapsed to that extent, and that it could furthermore not be reconciled with equity to place the petitioner even now in a manner that would prejudice the subsequent Chief Surgeons Mader and Sinkantyn, which could all the less be judged to be the intention of the Assembly of the Seventeen, since the same, by letter of 31 December 1788 No. 27, had reproached the ministers regarding the appointment of the Surgeon Major Le Sueur as First Surgeon of the Hospital, as containing a great hardship for the Second Surgeon, who had already served the Company for many years. However, in order to carry into effect the intention of the Assembly of the Seventeen as far as possible without further encumbrance to the Company, we have resolved to appoint the petitioner, as supernumerary Chief Surgeon, and thus next in rank after Chief Surgeon Sinkantyn, here on

Dutch transcription

t zee Byl: als voren. _„ 2. 48. van de Bank van Leening. En is door ons, om reedenen vermeld by ons aanschryvens vand 26 Maart 1793, de Adsistent Philip Eduard Faure gequalij za Byl: N:o 246: ceerd: om vrom: Ackerveld te adristeeren in de kleine geld kas„ waar voor deeze aan hem zal uitkeeren de helft der emolumenten aan het boekhouderschap der Klein geldkas verknogt. Voorts hebben wy aan den Major by het Nationaal Batailli Carel Matthys Willem de Lille, uyt hoofde van desselfs langjarige en getrouwe diensten toegevoegd den rang van Lieuke rant Colonnel, dog sonder verhoging van gagie en emolument 1 zuer Byl: N:o 245 en mnite blyvende persooteeren den dienst van Major, en myde 7 _: „ 154: onder het zelve Bataillon aangesteld tot Lieutenant den vaandrig Stephanus Hendriksz tot Vaandreg den Sergeant Philip Iuelius Ernst Kontze tot Cadet den nu twee Jaaren als volontair gediend hebbende „ 245 Petrus Serrurier. By het Corps Artillerie tot Kapitein effectief den Kapitein Liven „ _i bidem Hendrik Willem Kutz Tot Kapitoin Ingenieur den kapitein Lieusenant L: M: Hibaut aan wien wy, behalven zyne ordinaire gagie en emolumenten nog voor de Administratie van de Linie hebben toegelegd een _ _„ 247. extra douceur van Rd:s 12 s' maands. Tot Lieutenant Ingenieuwr, den in Nederland tot tweede Lieuse„ nant der Artillerie aangestelden, en voor Ceylon uijtgesonden. H: S: J:o Lesueur, en zulks op het gunstig berigt om van desselfs bekwaam heeden gegeeven door den kapitein Ingenieur Thibault, ^ die hem op onze requisitie had geexamineerd: By welke geleegenheid my ook op de bekome gunstig. getuy„ genissen van de applicatie der Cadets Bombardier by de Artillerie _: 246. P: W: F: van Schriler, en F: I: Eckhardt, besloten hebben dat zy, voor so ver hunne dienst by de artillerie zulks zal toelaten, door de alhier bescheider Ingenieters zullen kunnen geemployeerd worden tot het formeeren van Plans en teeken„ ningen, en daar voor, mitsgaders tot verder encouragement, aan elk hunnen toegelegd een douceur van drie Ryksd. s' maands, Van eenige nieuwe bedieningen door ons ongesteld en vervuld, zullen wy melding maken wanneer wy zullen genaderd zyn tot de verhandeling der radenen welke daar toe Aanleyding hebben gegeeven: Wy hebben al verder geapprobeerd de volgende provisioneel door _„ 154. den Raad gedaane aanstellingen. Egbertus Bergh tot secretaris van Politie met de rang van Koopman. Mr Jacob Pieter de Nys tet eerste Lik van den Raade van Tot Justitie 6 „ _„o 246. 117 119 Iusitie, met de rang van koopman, en vervolgens tot ad Interin Fiskaal. Ryno Iohannes van der Riet tot lit van Iustitie, met de zon„ van koopman, en Coursneeming van gagie van den dag zyner provisioneele aanstelling. M. r Johannes Andreas Prieter tot Aapinet Fistaal met de rang van Onderkoopman (zeederd door oms bevorderd tot se cretaris van Justitie) Christiaan Goalieb, Höhne tot Schoymschryeer van den Hoo„ gebieden met de rang van Onderkoopman en gagie van Boekhoude Mitsgaders tot Opzienen van s' Comp:s Slaven Logie Johannes Leuver tot eerste Opperchirurgejn van 't Hospitaal met de rang van Onderkoopman. Ian Godlieb Mader tot tweede opperthessergyn meede met de rang van Onderkoopman. Ian Sinkantyn tot oppermeester van het Hospitaal in Baa„ Tale, al meede met de rang van Onderkoopman De oppermeester in dienst der Compagnie Johan Gedlicb Kemp heeft zig een en andermaal aan ons geaddresseerd met verzoek om te mogen genieten het effect der gunstige dispositie van de was aangeschreeven om voorne: kempft by zyne aankomst Vergadering van 2vi=mn in d:o 31 Mey 1791, waar by de ministen Zas Byl: N:o 249. hebben my besloten den Suppliant, als oppermeester Supernume, alhier aan te stellen tot opperchirurgyn in het Hospitaal in plaats van den in den Iare 1790 overleeden Lesueur, en wanneer die post reeds provisioneel mogt wreezen vervuld, denselven kompst op eenige andere meest convenabele wyze byj het Hospitaal te plaaten, Uyt de informatien, welke my daar op van de ministers hebben ingenomen, dan ons gebleeken zynde, dat de post van eerste opper- meester reeds vervald was by des Suppliants aankomst, begreepen wy daar door in so verre het voorschr: aanschryvens was vervallen, en dat verder met de bellykheid zoude kunnen worden overeen gebragd, den Suppliant als nog te plaatzen op eene wyze die aan de volgende Oppermeesters Mader en Sinkantyn zoude praejudi„ ceeren, het welk te minder Kon geoordeeld wordende intentie der Vergadering van Xvie te zyn, daar dezelve nog by missive van den 31 December 1788 N 27 de ministers had gereprocheerd over de aanstelling van den Chirurgyn Major Le Sueur tot eersten Chirurgyn van 't Hospitaal, als eene groote hardigheid inhoudende voor den tweeden Chirurgyn, die reeds veele Iaeren de Compagnie had gediend. Om egter de intentie der vergadering van xvi„n sonder meerder bezwaar van de Compagnie, so veel mogelyk tot effect te brengen, rain, en dus in rang volgende op den Oppermeester Sinkantyn, alhier op

NL-HaNA_1.04.02_4361_0228 view scan ↗

English

to let him perform service here in the Hospital on his current earning salary, see Appendix No. 250, in order that, acquitting himself properly, upon an occurring vacancy he may succeed as ordinary head surgeon according to his rank in the before-mentioned, the rank of under-merchant having meanwhile been granted to the Petitioner. We have furthermore approved the appointments made by the Council, see Appendix No. 154, of Hendrik Hutter as Master of the Outeniquasbosch, Jan van der Hegge as Reader for the congregation in the Land van Waveren, and Hermanus de Melander as Clerk for the collection of the tithes and the barrel tax. The Resident in False Bay, Christoffel Brand, having shown to us how in his advancing years it was beginning to fall extremely arduous upon him to attend in person to all parts of his difficult post, as was required of him and had also been performed by him until now, and having for that reason requested that a competent person might be attached to him for his assistance, see Appendix No. 252, we, in consideration of the Petitioner's markedly advancing age, and that he has now served the Company in various offices for more than 38 years to the satisfaction of his superiors, Appendix No. 253, have attached to him in his aforementioned office the Assistant Joh: Hendr: Brand, on his current earning salary and emoluments, and with the expectation, upon acquitting himself to satisfaction, of succeeding in the aforementioned office as postholder upon a vacancy. Whereas in this Government there is a lack of suitable subjects to serve as Attorneys, we, upon good information obtained by us regarding the person of Matthy Isaac Reitz, who arrived as steward's mate on the ship Regt door Zee, have permitted him provisionally to reside here for the period of one year off the pay roll, in order to practice as an attorney, with authorization to the ministers to prolong this permission each time for one more year, but, whenever his conduct or abilities do not give full satisfaction, to send him onward to Batavia in his aforementioned capacity as steward's mate. To the Assistant Jacobus Albertus Middelkoop we have granted permission to depart for Batavia, retaining his capacity and salary, whither he has accordingly proceeded on the ship Delft. The aforementioned Middelkoop, finding himself upon his departure, has addressed himself to us by Petition, and represented therein how he had only then, upon receiving his audited pay account, see Appendix No. 254, discovered a deduction of three months' salary annually for the benefit of his wife Neeltje Wens, and subsequently, after making inquiries, learned that in September 1792 a memorandum of a monthly note had arrived here, granted by the Lords Directors of the Chamber of Delft (for which chamber he had sailed) to his said wife on June 6, 1792, and thus a year after his departure from the Fatherland, and on that account had to presume that the said Lords Directors had been taken by surprise in that regard; requesting that we might have that monthly note cancelled and rendered void. We have deemed it best to send this petition to the Netherlands, with the request that, if the statements therein are found to be in accordance with the truth, it may be favorably disposed of, since we can and must assure that the meager income of an assistant cannot in the least bear such reductions, and they are consequently brought into the necessity of falling into debt, of which the further consequence, not infrequently, is that those who could otherwise become good subjects are entirely lost to the Company. On these grounds we have also granted to the aforementioned Middelkoop that meanwhile, provided he provides sufficient surety, his full salary shall be paid to him both here and in the Indies, just as if his pay account were not burdened with the aforementioned payment. The Council having favorably presented to us the request made by the Bookkeeper and sworn Surveyor Jan Willem Wernich to the Assembly of the Seventeen, to be favored with the effective rank and salary of Under-Merchant, we have remarked thereupon that propriety required that the decision of the most aforementioned Assembly thereon be awaited; however, we do not wish to refrain from doing justice to the favorable testimony given by the ministers regarding the aforementioned Wernich. The former Equipment Master Cornelisse has presented to us, Appendix No. 256, a memorandum in justification of his conduct regarding what occurred in the year 1790 with respect to the vessel the Helena Louisa, which was stranded at the time, requesting that, on the basis of the circumstances cited by him, we would be pleased to release him from the reimbursement of costs for righting and refloating the aforementioned vessel, paid or still to be paid by the Company, [illegible]

Dutch transcription

op zijne winnende gagie, alhier ui't Hospitaal dienst te laten zie Byl: N:o 250. praesteeren, ten einde, zig naar behooren kwytende, by voorkemi Vacature als ordinair oppermeester volgens derzelfs rang in de vo zynde immiddels aan den Suppliant toegevoegd de rang van der koopman. Wy hebben al verder om laten welgevallen de door den Raa Ozie Byk: N„o 154. Gedaane aanstellingen van Hendrik Hutter tot Baas van 't Onte Niguasbosch Jan van der Hegge tot Voorleezen by de gemeente in 't Land van Waveren, en Hermanus de Melander tot Commies tot het percipceesen te de tienden en het vatgeld: De Residen t in Baay Fals Christoffel Brand aan ons ver toond hebbende hoe het hem in zyne klimmende Iaaren ten uit sten bewaarlyk begon te vallen alle de deelen van zyne moeyelyk post in perzoon waar te neemen, gelyk van hem wierd vereyscht en ook door hem tot nu toe was verzigt, en uit dien hoofde ver zogt hebbende, dat hem een bekwaam perzoon tot zyne Adsisten van des Suppliants merkelyk toeneemenden Ouderdom, en da hy nu meer dan 38 Jaaren de Maatschappy in differente aan denzelven in zyne voorn. e bedieninge geadjungeerd den Adristont Joh: Hendr: Brand, op desselfs winnende gagie en emolumenten, en met de exspectanse om, zig daar van tot genoe„ gen Kwytende, by vacature, in de voorschr: bedieninge als post- houder te Succedeeren. Nadien het in dit Gouvernement ontbreekt Aan geschikte Subjecten tot Procureurs, hebben wy op goede informatien by ons bekomen omtrend den persoon van Matthy Isaac Reitz, als botteliersmaat met het Schip Regt door Zee uytgekomen, gepermitteerd om by provizie den tyd van een Jaar alhier onder afgeschreeven gagie te mogen verblyven, ten einde als procureur te postuleeren, met qualificatie op de ministers om deeze per„ missie telkens voor nog één Iaar te prolongeeren, dog, wan„ neer zyne Conduites of bekwaamheeden geen volkomen genoegen geeven, hem in zyne voorschr: qualiteit als bottelier maat voort te zenden na Batavia. Aan den Adsistent Jacobus Albertus Middelkoop hebben Wy toegestaan om behoudens qualiteit en gagie naar Batavia is voortgereist. Voornoemde Middelkoop zig op desselfs vertrek bevindende, bedieningen, tot genoegen zyner superieuren heeft gediende —„ 253. heeft zij aan dan by Requeste geaddresseerd, en daar by tie mogte worden geadjungeerd, so hebben my, rik Considerat zie Ryl: No. 252. te vertrekken. werwaards hy dan ook met het schip Delft aan voor _„ 251. 121 123 _„ 2:55. voorgedragen, hoe hy toen eerst by den ontvangst van zyne afgeva soldy reekening bespeurd had eene vermaking van drie maanden zue hyber N:o 254: gagie Jaarlyks ten behoeven van zyne huysvrouw Neeltje Wens, en vervolgens na gedaane perquesitien vernomen, dat i September 1792 alhier was ingekomen eene memorie van eene Maand Ceduelle door Heeren Bewindhebberen tor kamer Delf (voor welke hy was uytgevaren (aan zyne gemelde Huysvrouw Op den 6 Juny 1792, en dus een Jaar na zyn vertrek uit het Vaderleend verleend, en over zulks moest veronderstellen dat welgem e Heeren Bewindhebberen daar omtrend waar gesurpreneerd geworden; verzoekende dat my die maandcedulle zouden laten royeeren en buyten effect stellen. Wy hebben 't best geoordeeld deeze requeste te zenden naar het derland, met verzoek dat, wanneer de positiven daar van oor een komstig de waarheid werden bevonden, daar op favorabel moge worden gedisponeerd, alzo wy verzeekeren kunnen en mo ten, dat de sobere inkomsten van een adsistent sodanige reductien in 't minste niet kunnen veelen, en zy gevolgelyk daar door in de noodzakelykheid worden gebragd om zig in schulden te steeken, waar van dan niet zelden verder het gevolg is dat zy die anders goede subjecten zouden kunnen worden, voor de Maatschappen geheel verlooren raaken: Op deeze gronden hebben my dan ook aan voorn: Middelkoop toege staand dat ommiddels aan hem, mits stellende Suffisante Cautie, desselfs volle gagie so alhier als in Indie zal worden uytbetaald, leven of zyne soldy reekening met de voornoemde reytkeering niet waare bezwaard De Raad aan ons favorabel voorgedragen hebbende het ver„ zoet door den Boekhouder en gezwoore Landmeeter Jan Willem Wernich aan de Vergadering van 17=o gedaan, om te mogen werden begunstigd met de effective qualiteit en gagie van Onderkoop. man, hebben my daarop geremarqueerd, dat de welvoeglijk heid vorderde, dat de dispositie van Hoogstgem. e vergadering daar op wierd ingewagt; dog willen wy niet afzyn regt te doen aan het gunstig getuygenis door de ministers omtrend voor: Wernich afgelegd. De gewees Equipagiemeester Cornelisse heeft aan ons gepresenteerd —„ 256. eene memorie ter verandwoording zyner gehoude handelwyze Opzigtelyk tot het in den Iaare 1790 voor gevallene met betrekking tot het destyds gestrande scheepje de Helena Louisa, met verzoek dat wy op grond der door hem aangehaalde omstandigheeden, hem zouden gelieven te bevryden van de vergoeding van kosten tot het omkenteren en in vlot water brengen van 't voormelde scheepje, door de Compagnie betaald of nog te betaalen, hem by op het „ 120.

NL-HaNA_1.04.02_4361_0230 view scan ↗

English

125 7 See Appendix No. 257 imposed by the letter of the Meeting of the Seventeen of 22 December 174[illegible], and that he should furthermore send such a report of his conduct to the Meeting of the Seventeen as might induce the well-mentioned Meeting to restore to him the lost confidence. We considered, since this serious disposition had emanated from the Meeting of the Seventeen itself after we already found ourselves appointed to this Commission and had undertaken the voyage to this Government, that we ought to limit ourselves to demanding the report of the Political Council thereon, and sending the one with the other to the fatherland, in order that the Meeting of the Seventeen might make such use thereof as it shall deem appropriate, both documents therefore being sent herewith. The aforementioned Cornelisse has furthermore addressed us by petition, requesting to be relieved of two assessments imposed upon him by the High Government for restitution, namely one of 573 florins and 14 stuivers on account of equipage goods which were allegedly furnished by him in excess to the Company's ship de Schelde in 1789, and 4080 florins on account of 68 lasts of wheat which the hooker Sterreschans, which departed from here for Batavia in 174[illegible], could have loaded in excess of what was brought thither of that grain with that vessel. After having previously taken into consideration the opinions of the Political Council, see Appendix No. 257, we have observed regarding the first of those assessments that the High Government, by its missive of 4 September 1792 to the ministers, made known that it had further appeared to it from a report of the Commander and Master of Equipage de Haart, and the remarks made on that account by the Commissioners of the Equipage Yard, that the equipage goods furnished to the ship de Schelde in the year 1789 had been furnished in excess and without necessity, on which grounds the High Government persisted in the restitution imposed on that account upon the aforementioned Cornelisse; so that we could find no reasons for the requested relief thereof, and accordingly rejected the request made to that end. On the other hand, with respect to the aforementioned other assessment, it has appeared to us from the report of the Council that the ship Sterreschans was initially indeed planned for the transport of 300 seafarers, according to which the distribution of the hold space was subsequently arranged, and that the change that had since arisen in that plan did not manifest itself until after the wheat had already been loaded into it, without moving the bulkheads. Since, therefore, it could not be imputed to the aforementioned Cornelisse that the manner of placement of the said bulkheads caused the hooker Sterrenschans to load no more wheat than was actually loaded into it, we have relieved him of the assessment imposed in that matter, see Appendix No. 260. 8 See Appendix No. 261: The same Cornelisse has also represented to us by petition that, having been appointed Master of Equipage in the year 1788 on the footing that he would be allowed to trade in equipage goods, he had spent a large part of his fortune thereon, when on 5 February 1790 he received notice of the order of the Meeting of the Seventeen of 31 December 1788, whereby the conduct of that trade was forbidden to him on pain of dismissal; requesting, so far as necessary, our authorization to sell those equipage goods which had been purchased by him before the aforementioned prohibition came to his knowledge, and that, since he therefore no longer had an opportunity for that, see Appendix No. 135, some other privileges might be granted to him to find therein a permitted means of livelihood. Upon the favorable report and proposal of the Ministers, we have permitted him to sell the equipage goods purchased by him before the prohibition against the trading by the Company's servants in matters belonging to their administration, contained in the above-mentioned letter of the Meeting of the Seventeen, came to his knowledge, and still held by him, as he shall think fit; provided that he immediately furnish an accurate list thereof under offer of oath, and make a request each time to the Governor or Commander for the delivery or shipment of such of the aforementioned goods as shall have been sold by him; ruling at the same time that the aforementioned orders of the Meeting of the Seventeen, both with respect to him and to all other servants in this Government, must remain in full force, and that with respect to the Master of Equipage in this Government, the prohibition contained in the circular orders of the High Government of the Indies of 28 November 1791 against the conduct of any private trade with ship's officers must remain in effect; but that he was otherwise permitted to make use of those same privileges.

Dutch transcription

125 7 Lie Byt No. 257 het aanschryvens der vergadering van Avij van den 22 December 174 opgelegd, en dat hy voorts aan de Vergadering van Xvij„e sodanig verslag van zyn gedrag zouden doen toekomen, als waar door Welgem vergadering zoude kunnen worden bewogen om hem he verloren vertrouwen weeder te geeven. Wy hebben gemeend, vermits deeze vrnstige Dispositie van de Vergadering van Xvy„e zelve was afgevloeid, na dat my ons ree in deze Commissie gesteld bevonden, en de reyze naar dit Gouvernement hadden aangenomen, ons te moeten bepaa len tot het invorderen van het berigt van den Politeeren Raa daar op, en het overzenden van het een met het andere noo het vaderland, ten einde de vergaaering van xvy:n daar van zodanig gebruyk zoude kunnen maken als Hoogst dezelv zal oordeelen te behooren, gaande mitsdien die beide sto ken hier neevens over. voornoemde Cornelisse heeft zig voor ts by Requeeste aan ons geaddresseerd, en versogt om ontheeven te mogen worden van twee belastingen door de Hoge Regeering aan hem ter vergoeding opgelegd, als eene groot ƒ573. 14 — weegens Ed pagie goederen welke door hem in 1789 aan s' Compagnies schip de Schelde te veel verstrekt zouden zyn, en ƒ 4080-- weegens 68 Lasten Tarwe welke en het in 174 „ 259 van hien naar Batavia vertrokken hoekerschip Sterreschans meerder zoude hebben kunnen laden, dan van dat graan met dien bodem aldaar was aangebragd. Na alvorens daar op te hebben ingenomen de Consideratien, zie Byl: N:o 257. van den Politieken Raad, hebben my omtrend de eerste van die belastingen in aanschouw genoomen, dat de Hoge Regeering byj haare missive van den 4 september 1792 aan de ministers heeft te kennen gegeeven, dat aan Haar uit een berigt van den Commandeur en opper Equipagiemeester de Haart, en de desweegens door Commissarissen van de Equipagie- werff gemaakte aanmerkingen, nader was gebleeken, dat de Equipagie goederen in den Iare 1789 aan 't schip de schelde verstrekt, te veel en zonder benodigdheid waaren verstrekk geworden, op welke gronden de Hoge Regeering persisteerde by de desweegens aan voorn: Cornelisse opgebegde Vergoeding; zo dat wy ook geene reedenen tot versogte ont„ hetfing daar van hebben kunnen vinden, en dien volgens het daartoe gedaane verzoek afgeslagen. Daar en teegen is ons met opzigt tot de voorschr: andere belasting uit het bezigt des Raads gebleeken, dat het Schip„ Sterreschans in den beginne werkelyk is geprojecteerd ge„ weest tot transport van 300 Zeevaorende, waarna vervolgens von de 258. 0 —„ 257. „ 260. 127 de distributie van de ruymte was gemaakt, en dat de zeederd Ontstaane verandering in dat project zig niet eerder had geoppan baarde, dan na dat de tarwe bereids in het zelve was afgeladen verzetten der schotten. Vermits dienhalven aan voorn: Cornelise niet konworden geimpiteerd, dat door de wyze van plaatzing derzelve Schot ten is geeffectueerd geworden, dat de hoeker Sterrenschans geen meer Parvee heeft geladen, dan daar in werkelyk is afge laden geweest, hebben my hem van de te dier zaake opgelegde zen Byl N:o 260: belasting ontheeven 8 _„o „ 261: Nog heeft dezelve Cornelisse aan ons by Requeste vertoond, dat hy in den Jare 1788 tot Equipagiemeester aangesteld zynde op die voet dat hy in Equipagiegoederen zoude mogen handel dryven daar aan een groot gedeelte van zyn vermogen had te koste ge legd, wanneer hy op den 5e February 1790 kennisse bekwaim van de ordre der Vergadering van 17=en in deo 31 December 1788, waar bij hem het dryven van dien handel op poene van de por temert was verboden; verzoekende, voor zo veel des noods Overe authorisatie, om die equipagie goederen te mogen verhan delen, welke door hem waren ingekogt, voor dat het voorschr verbod ter zijner kennisse was gekomen, en dat hem nu wanneer in dierhalven geene geleegenheid meer was tot het zuizyk N:o 135. nisters toegestaan, om de equipagie goederen door hem ingekogt, eenige andere vryheeden mogte werden vergund, om daar in een gepermitteerd middel van bestaan te vinden. Wy hebben hem op het favorabel berigt en voorstel van de Mi„ alvorens het verbod teegens het dryven van handel door s'Com„ pagnies Dienaaren in zaaken tot hunne administratie ge„ hoorende, vervat in het bovengeme. aanschryvens der vergadering van Xvy=mn ter zyner Kennisse was gekomen, en nog bij hem aan handen te mogen verkoopen, sodanig als hyj zoude te rade werden, + Mits daar van terstond en onder praesentatie van eede eene accurate opgave doende, en telkens verzoek doende aan den Gouverneur of Gezaghebber tot de aflwvering of afscheep van soda„ nige der voorschr: goederen, als door hem zouden weezen ver„ Kogt; teevens statuceerende, dat de voorschre ordres der ver„ gadering van 17en, so wel ten zynen opzigte, als van alle andere Dienaaren in dit Gouvernement, moesten blijven in hun geheel, Mitsgaders hen opzigte van den Equipagiemeester in det Gouveneer„ ment blyven stand grippen het verbod vervot by de Circu„ laire ordres van de Hoge Regeering van Indie van d. o 2.8 November 1791 teegens het dryven van eenigen partikulieren handel met de scheeps officieren; dog dat overigens aan den zelven gepermitteerd was gebruyk te maken van die zelfde eenige voorregten

NL-HaNA_1.04.02_4361_0232 view scan ↗

English

privileges regarding the conduct of trade, as had been granted to all inhabitants of this Colony. The aforementioned Cornelisse, however, did not make use of these permissions for long, and in the month of March last past made a request to us to be discharged from his post as Equipagemeester, which we granted him on the 16th of that month, see Appendix No. 262, with permission, considering that during our stay here he had acquitted himself of his aforementioned duties to our complete satisfaction, to repatriate on one of the Company's return vessels departing from here, after he should have first properly transferred his administration, with retention of rank and pay, together with his wife, see Appendix No. 263, as well as to reside until the time of his departure in his then dwelling belonging to the Company. To conclude this main section, we must still mention that however much we had proceeded to the appointment of the Head and Examiner of Pay Sheets Matthiessen, being of the Augsburg Confession, as Member of Justice, solely because there was a lack of sufficiently capable persons among the servants of the Reformed religion to fill the four vacancies that had occurred in the Council, this nevertheless, according to the information obtained by us from the Ministers Serrurier and Kuys, had caused anxiety among some members of the congregation, as if there were an intention to make more such appointments in both of the primary Governing Councils. Although we are well aware that in general one ought not to pay much heed to such incorrect and arbitrary opinions, it nevertheless appeared to us that prudence in the present circumstances advised checking them in this instance, wherefore we, for greater certainty, declared by a Resolution of 3 April last past that the appointment of the aforementioned Matthiessen as Member of Justice had occurred without prejudice to the orders decreed by the Assembly of 17 regarding the religious confession of the Members of Policy and Justice, which therefore remained in their full force, and according to which the Government is not permitted to elect persons of the Lutheran religion as Members of those two Councils, but only has the liberty, in individual cases when there might be a lack of capable material among those persons of the Reformed religion who could be considered for it, to refer the matter to the Assembly of 17. 129 133 see Appendix No. 264. Jan Biesjes Kraal has been granted in use, both for the storage of salt and as a pasture for cattle, to the lessee of the salt pans situated in the Cape Flats. The Groene Kloof has been granted in use to the lessee of the salt pans situated in those parts and extending towards Saldanha Bay. The Klavervallei has been granted on loan to the purchaser of the Jan Biesjes Kraal. The hay harvested at the Klapmuts is sold annually for the benefit of the Company. De Schuur was sold publicly. During our presence here, we have relieved the Company of the maintenance of some of them, namely by leasing out the estate Rustenburg, or the Rondebosch, and by granting the Tijgerhoek on loan under certain conditions to the Burgher Colyn, of both of which matters we shall have to treat more fully hereafter when we consider them in relation to the Company's finances. Furthermore, we have given orders to lease out the hospital. We are indeed of the opinion that in time, to prevent all abuses, it will be best for the Company to dispose entirely of these three posts, but this was not advisable under the present circumstances of the Colony, as they are extremely unfavorable for the sale of real estate, while it could be of little benefit to the Company to sell properties if the payment of the purchase monies did not follow, as could with reason be apprehended would either not happen or happen defectively, since we had already been obliged to grant the purchasers of Nieuwland, the house in False Bay, and Vissershok an extension of payment for the purchase monies owed by them as the remaining balance. That same remark is applicable to the posts Rietvallei, Klapmuts, Zeekoevallei, Vischhoek, and Zoetemelksvallei, all of which can be sold without the slightest inconvenience to the Company's interests as soon as circumstances are favorable thereto. However, the posts in Saldanha, Camps, and Hout Bays, as well as those in the Outeniqualand and at Muizenberg, must necessarily be retained. Likewise, prudence requires that for the present one does not dispose of the Witteboomen, Kirstenbosch, and Paradijs, which posts we, on account of their proximity to this

Dutch transcription

Voorregten tot het aryvon van handel, als aan alle Ingereetenen deezer Colonie waaren toegestaan Meermelde Cornelisse heeft egter van deeze vergeenningen niet lang gebruyk gemaakt, en on de Maand Maart Jongstleeden Aan ons verzoek gedaan om uyt zyne Post, als Equipagiemeen te werden ontslagen, het welk mij hem den 16e. van die maand t zeer Byb: No. 262. hebben toegestaan, met vrijheid (aangezeen hij zig geduurende ons verblyf alhier tot ans volkomen genoegen van zine voorne bedieninge had geaequiteerde (om, na dat hij alvorens behoorle transport zoude hebben gedaan van zyne Administratie/ op een der van hier te vertrekken retourbodems van de Com pagnie te mogen repatrieeren, mitsgaders tot den tyd van derselfs vertrek te mogen verblijven in zyne toenmalige wooning, aan de Compagnie toebehoorende. Tot besluit van dit Hoofddeel moeten my nog aan haalen dat hoe zeer ny tot de aanstelling van het Hoofd en visi tateur der Soldyen Matthiessen, zynde de Augsburgsch geloop belijdenis toegedaan, als Lit van Justitie, niet waaren, over gegaan, dan om dat het aan genoegzaame bekwaame Ho:f tot vervulling der plaats gehad hebbende Vier vacatures in doo Raad, onder de Dienaaren van den Hervormden Godsdienst Ontbrak, zulks egter, volgens de informatien bij ons bekomen van de Predikanten Terrarier en Heek, bij sommige leeden der gemeente Ongerustheid hadde veroorzaakt, als of men een voornee¬ men had om meerder soortgelijke aanstellingen in de beide eerste Collegien van Regeeringe te doen. Schoon my nu wel van begrip zyn dat men zig in het algemeen aan sodanige verkeerde en wiltekeurige opvattingen niet veel be„ hoord te laaten geleegen leggen, koram het ons egter voor dat de voorzigtigheid in de teegenswoordige tyds omstandigheeden aan„ raadde, om dezelve in dit geval te stuyten, weshalven wy, ten verklaard hebben, dat de aanstelling van voorn: Matthiessen tot Lit van Iustitie, was geschied onverminderd de ordres door de Vergadering van 17:m geslatueerd omtrend de ge„ loops belyden is der Leeden van Politie en Justitie, welke dien„ halven in haare volle kragt bleeven, en volgens welke de Regeering niet vermag tot Leeden van die beide Raaden te verkiezen persoonen van den Luthersen godsdienst, maar alleen de vryheid heeft om in entelde gevallen, wanneer het onder die Lieden van de Gereformeerde Godsdienst, welke daar toe in adspect kunnen komen, aan bekwaame stoffe zoude mogen ontbreeken, daar omtrend aan de vergadering van 17=e behoudens qualiteit en gagie, beneevens zyne huysvrouw, zue Byl: N:o 263. Overvloede, by eene Resolutie van den 3 April Jongstleeden ontbreek de 129 133 zee Byl: N:o 264. De Jan Besjes Kraal is zo tot berging van Zout, als tot eene weide voor vee in gebruik afgestaan aan den pagter van de Zout pannen in de Kaabsche vlakte geleegen. De Groene Klooff is in gebruyk afgestaan aan den pagter der Zoutpannen daaromstreeks geleegen; en zig strekkende naar de Saldanha Baay De Klaver vallen is aan de Koper van de Janze traal in Leening uytgegeeven. Het Hooy op de Klapmuts vallende word jaarlyks tan profijte van de Compagnie verkogt. De Schuur is Publick verkogt Geduurende ons aanweezen alhier hebben my de Maatschapper van het onderhoud van sommigen derzelve ontlast, door, na mentlyk de plaats Rustenburg, of het Ronde Bosje, te doen verhuuren, en de Tijgerhoek onder zeekere bepalingen in leening uit te geeven aan den Burger Colyn, van welke beid zaaken wy by vervolg breedvoeriger zullen moeten handelen wanneer wy dezelve zullen beschouwen in betrekking tot S' Comp:s finantien. Voorts hebben wy bevelgegeeven om het zeeken huys te verhuur Wy zyn wel van meening dat het door den tyd, tot voorkomen van alle misbruyken, 't best zal zyn dat de Compagnie zig vo deeze drie posten geheel ontdoe, dog zulks was niet geraden in de teegenwoordige Omstandigheeden der Colonie, als voor den ver„ koop van vaste goederen ten uitersten onguenstig zynde, ten„ wyl het de Compagnie weynig konde baaten goederen te ver„ kopen, so er de betaaling van de kooppenningen niet opvolgde, gelyk met grond konde worden geapprehendeerd dat of niet, of gebrekkig geschieden zoude, daar my reeds in de verpligting waaren geweest, om aan de Kopers van 't Nieuwland, het huys in de Baay Fals, en het Vissershok, uijtstel van be„ taaling der door hun pr. Resto verschuldigde koopennin¬ gen te verleenen. Die zelfde aanmerking is toepasselyk op de posten de Reetvalley, de Klapmuts, de Zeekoevallen, de Vischhoek, en de zoetemelks vallen, welke alle sonder het eenig minste ongerief voor s' Compagnies belangen kunnen worden ver„ kogt, so ras de omstandigheeden daartoe guenstig zyn. Dan de posten in de Saldanha, van kampte, en hout- baayen, mitsgaders die in 't Onte Nigualand, en aan Muysen burg moeten noodzakelyk worden aangehouden So ook vorderd de voorsigtigheid dat men zig voor eerst niet ontdoe van de witte boomen, het Kirstenbosch, en het Paradys (welke posten my nit hoofde van derzelve nabyheid deeze in

NL-HaNA_1.04.02_4361_0234 view scan ↗

English

were able to inspect in person) as containing a copious supply of firewood and being maintained at very little expense; although perhaps in time, and when the Company's actual timber field is better monitored than at present, those posts might well also be dispensed with, at least permitting private inhabitants to cut wood there under ordinance, just as we have recommended concerning the forests located in Hout Bay (see Annex No. 265), whereby benefit could be brought to the Company and convenience to the inhabitants. We have therefore written to the ministers to maintain those posts with the least possible administrative burden and expense until we, upon our return, if God please, shall make further dispositions regarding them in this Colony; at the same time expressing our expectation that, as a result of this order, the horses that were still at the hospital would be sold at the earliest opportunity. Upon the inspection that we conducted of the Company's so-called timber fields situated around the Paradise, we found that it was far from the case that the required attention was being applied thereto, since at that time nothing was to be found there except some shrubs that nature had made grow, whereas nevertheless in the neighborhood one encountered the finest plantations of silver trees belonging to private individuals. It appeared to us to be a small effort, and one from which through time a great deal of utility and benefit could be derived, if one planted seeds of silver or pine trees (which thrive very well in that region) into the ground in that field, in order thus to cause that field to acquire the principal quality of a timber field; and we have therefore communicated our thoughts on this matter to the Ministers and emphatically recommended them to make it their concern. The burgher Sebastiaan Valentyn van Rheenen having submitted a petition to us requesting that we grant him the use of Dassen Island, in order to be able to carry on the breeding of Spanish sheep there, we deemed it necessary to obtain thereupon the considerations and advice of the Council of Policy, which was indeed convinced of the purity of the petitioner's intentions, but nevertheless viewed the situation of that island in such a way that great abuse could be made thereof, and therefore advised us, if we might be inclined to grant the petitioner's request, not to do so except under a great many conditions, which they set forth to us in detail (see Annex No. 118). Since, however, in our view it would have been very difficult, if not impossible, to continuously ensure sufficient reassurance that these conditions were properly observed to the letter, especially with regard to the petitioner, as being the owner of the property Ganze Kraal situated very near Dassen Island, we deemed it inadvisable to surrender the possession thereof to a private individual, and that as well in respect to the interests of the inhabitants of this Colony as to those of the Company, since thereby not only would an opportunity be given to foreigners to provide themselves all the more easily with refreshments there and to bypass the Cape anchorage, as well as to conduct forbidden trade, but also, according to our information, it would be detrimental, indeed ruinous, to the breeding of seals on that island if the same were inhabited or visited throughout the entire year; for which reasons we have rejected the aforesaid request. We have accurately inspected all the buildings that the Company possesses in and around the Cape, and in general found that their condition corresponded to the description that was last made thereof by Director Gilquin; on which occasion some minor repairs were ordered by us wherever the same were necessary. We have authorized the Ministers for the provisional retention of the Company's horse stable and adjoining residences, both because the same could not well be dispensed with for the time being for the storage of wood and the lodging of the recruits of Wurtemberg and Meuron, and because, as has been said repeatedly, the times were nevertheless very unfavorable for a sale. And we have confirmed with our approval that the ministers had provisionally deferred the contracting out of repairs to buildings and fortifications, and expressed our satisfaction with the economical manner in which all this was conducted. The warehouse at the naval yard is, however, very old and dilapidated, and that one of the three wine warehouses which is located nearest to the seashore would have had to be renewed, which could only have been effected at considerable cost; but through the abolition of the administration of the Cellar, that necessity has lapsed.

Dutch transcription

# ebidom in perzoon hebben kunnen berigtigen) als een ruimen voorraad van brandhout bevattende, en met zeer geringe kosten wordende aangehouden; alhoewel ook misschien door den tyd, en wannee s'Compagnies eygentlyk gezegd houtveld beeter word gade geslagen dan teegens woordig, die posten ook wel zullen kunnen worden gemist, immers toegestaan, dat daar in door de partikulieren Ingereekenen op ordonnantie hout wierd gekapt, eeven als my zulks omtrend de boschen in de Houtbary geleegen hebben tzie yl: N:o 265 aanbevoolen; waar door aan de Compagnie voordeel, en aan de Ingereekenen gerief zoude kunnen worden toegebragt. Wy hebben dierhalven de ministers aangeschreeven om die bin„ nomen, met den minsten Omslag en kosten mogelyk aan te houde tot my by onze te rug komst ƒ 10 t Gode behaagd /( in deese Colonie„ daaromtrend nader zullen disponeeren; teevens te kennen geevende onze verwagting, dat ten gevolge van dit bevel by eerst geleegenheid zoude worden verkogt de paarden die zig nog aan 't ziekenhuys bevonden. By de inspectie die wy genomen hebben van de sogenaamde houtvelden van de Compagnie omstreeks het paradys geleegen, hebben my bevonden het er verre van daan te zyn dat de vereyschte Oplettendheid daaromtrend wierd aangewend, alzo daar in toen, porsen, naaromtrend nog geene speciale dispoitien varen ge an ylk N:o 265. voolen:t hunne betragting daar van te maken. niets te vinden was dan eenige struyken, die de natuur en deed groeijen, daar men nogthans in de nabuurschap de Schoonste plantagien van witte boomen, aan partikulieren toebehoorende, Ontmoette. Het kwam ons voor eene geringe moeite te zyn, en waar van door den tyd zeer veel nut en voordeel zoude kunnen worden ge„ trokken, wanneer men in dat veld pitten van witte of denneboomen (die in die streck zeer wel voortkomen / in den grond stak, om dat veld alzo de voornaamste eygenschap van een houtveld te doen verkrygen, en wy hebben dierhalven de Munisters onzer gedagten daar over meede gedeelde, en hem met nadruk Aanbe„ De burger Sebastiaan Valentyn van Rheenen aan ons by Requeste verzoek hebbende gedaan dat my hem het Dassen eyland in gebruyk zouden geeven, ten einde aldaar de fokkens van spaanse schapen te kunnen exerceeren, hebben m, het nodig geoordeeld daar op in te neemen de Consideratien en het advies van den Politeeken Raad, welke zig wel overtuijgd hield van de zuijverheid van des Suppliants bedoelingen, dog niet te min de Situatie van dat eijland sodanig beschounde, dat daar van groot misbruyk zoude kunnen worden ge„ maakt, en daarom aan ons adviseerden, om so wy niets mogten _„ 266 _„ 267. 137 t zee Zyl. No. 118. mogten mnelineeren om in des Supphants verzoek te bewillen zulks niet te doen dan onder eene meenigte bepalingen, die zy in 't breede aan ons voordroeg. Daar het egter na ons inzien zeer moeyelyk, so niet onmog lyk zoude geweest zyn)( zig aanhoudend de genoegzaame gerus heid te versorgen, dat deeze bepalingen behoorlyk na den letter wierden nagekomen, vooral ten opzegten van den Sup phant, als eygenaar zynde van de zeer na by aan het Dassen eyland geleege: plaats de Ganze Kraal, hebben my het onge raden geagt het berit daar van aan een partikulier af te staa en zulks so wel in opzigt tot de belangen der Ingereekenen deezer Colonie, als die der Maatschappij, nadien daar door niet alleen aanleyding zoude gegeeven worden aan Vreemden rie Byk N:o 265. om zig des te gemakkelyker aldaar van ververschingen te voorzien, en de Kaabsche rheede te kunnen ontbeeken, mit gaders tot het dryven van verboden handel, maar ook zulks volgens onze informatien voor den aanteelt der robben op dat eyland nadeelig, ja ruineus zoude weezen, wanneer het zelve wierd bewoond, of het geheele Jaar door bezogde, Weshalven my het voorschr: verzoek hebben afgeweesent. De Gebouwen welke de Compagnie in en omstreeks de kaab bezit, hebben my alle naauwkeurig geinspecteerd, en over het Wy hebben de Ministers gequalificeerd tot de provisioneele aanhouding van s' Compagnies paardenstal; en daar aan gren„ zende wooningen, so om dat dezelve voor eerst tot berging van hout, en logement der Recraten van Wurtemberg en Meuron niet wel konden worden gemist, als om dat, gelyk meermalen gezegd is, de tyden tot den verkoop dog zeer ongunstig waaren. En hebben my met onze goedkeuring bekragtigde dat de mi„ nisters bij provirie hadden gesupercedeerd met de aanbestee„ ding der reparatien aan gebouwen en fortificatien, en ons genoegen betuygd over de menageure wyze waarop algemeen bevonden dat derzelver gesteldheid beandwoorde aan de beschryving welke daar van 't laatst door den Directaurs Gilquein is gedaan; zynde by die geleegenheid door ons eenige ligte reparatien geordonneerd daar dezelve nodig waaren. Het Magazyn aan de Equipagie werff is egter zeer oud en bouwvallig, en Dat geene van de drie wyn magazynen, het welk 't naaste aan het Zeestrand geleegen is zoude hebben moeten vernieuwd worden, het welk niet dan tot merkelyke kosten zoude te effectueeren zyn geweest, dog door de afschaffing van de administratie van de Kelder is die noodzakelykheid vervallen. al zulks

NL-HaNA_1.04.02_4361_0236 view scan ↗

English

139 4 see appendix: ibidem. idem 8 see appendix: No. 268. as was done on the Company's behalf in the past financial year and since, with a recommendation to proceed on that footing both with this and with the burning of lime on the Company's behalf, which is carried out by the slaves between their other duties without any expense. Likewise, we found those fortifications which had been completed to be in a very good condition upon the inspection we made of them, and we were highly satisfied with the good judgment of the ministers in employing the convicts of Robben Island for the maintenance and repair of the fortifications, of which a detailed report has already been made in their advice of 24 May 1791 to the Meeting of the Seventeen. However, in the month of November 1792, the ministers showed us that the violence of the sea in the winter just ended had overthrown the walls of the Elisabeth and Charlotte batteries situated in the Line, causing much damage to them, and that the Captain-Engineer Thibault had demonstrated in a memorandum the urgent necessity of repairing those batteries as quickly as possible, indicating in what manner this ought to be done so that, while retaining the purpose of their design, they would not again be exposed to a similar destruction, and what the costs thereof would amount to; namely, in case that repair were done by contract, Rds 11911. -. -, and if it were done on the Company's behalf, only Rds 2000 -. - according to an estimate drawn up thereof, see Appendix No. 269. Convinced by the ocular inspection we made thereof of the necessity of this repair, if one wished to preserve those batteries from total ruin and collapse, we granted authorization to have the same carried out on the Company's behalf. The Bayonne battery was also still unfinished, though not much was lacking on it, and as we found upon inspection, it could be brought into the required state with little trouble and expense; since this battery forms a very prominent part of the defense of the Table Bay roadstead, we gave orders in the month of December of last year, when the news from Europe had already become of a very alarming nature, that this should be carried out, which has been complied with. Due to these extraordinary repairs, the supply of lime which the Company had procured for itself by burning it was now insufficient, wherefore we gave authorization to procure a quantity of 1500 to 2000 half-aams that were lacking by contract, which took effect at the unusually low price of 19 st. per half-aam (formerly up to 42 st. was paid to private individuals for it), see Appendix No. 280. Furthermore, we took an inventory in person of the balances of all the administrations located in this Government, see Appendix No. 270, namely: the main treasury, the petty treasury, the Shop, the Cellar, the Dispensary, the Trade Warehouse, the timber yard, the Naval Yard, the armory, and the war ammunition goods belonging to the Artillery, and we have the honor herewith to submit the lists thereof, as they actually were on the respective dates on which the inventory was taken by us, it appearing to us in general that both those goods and the books belonging to the respective Administrations were in good order, so that the measures we deemed necessary to take regarding them were limited to only a few, of which we now proceed to give an account: Since, through the abolition of the slave trade on the Company's account, there was no use here for a quantity of 35631 3/14 Ps. Spanish Reals remaining as a balance in the main treasury, we gave orders to dispatch the said Spanish Reals at the very first convenient opportunity to Batavia, to the disposal of the High Government, and further in the same manner to send thither 2092 Ps. silver Ducatoons, likewise located in the main treasury, since the same can be expended there with greater advantage. Furthermore, during the inventory of the petty treasury, we observed that there were entered as actual cash, and as such carried forward under the balance, Rds 2955 -. -, which still had to be collected as the remainder of Rds 9062 1/4 on account of recognition monies for wines, which had not been immediately paid by some farmers upon passing the patrol guard; and the collection of which had been incumbent upon the (since deceased) Messenger of Police Claas Jacob Claassen. Having requested clarification on this from the cashier and Member of the Court of Justice O. G. de Wet, we, on the grounds contained in a Memorandum submitted to us by the aforementioned cashier, approved that the aforesaid unpaid recognition monies up to an amount of Rds 2792. 24 should be written off.

Dutch transcription

139 4 zie byl: ibidem. t il idem 8 zeer Eyl: N: 268. zulks in 't afgelopen boekjaar, en zeederd, s' Compagnies wee„ is geschied, met aan beveeling om daar meede, en ook met het branden van kalk s'Compagnies weegen, het welk sonder eenige kosten door de slaaven tusschen hunne andere bee zigheeden word verrigt, op dien voet voort te gaan. by de inspectie welke wy daar van hebben genomen, in een zeer goeden staat bevonden, en zyn ten hoogsten voldaan geweest over het goed overleg der ministers in het employeeren de bandiesen van het Robben Eyland tot het onderhouden en repareeren der fortificatien, waar van by haare daviesen van den 24 Mei 1791 aan de Vergadering van Xvij n. reeds om standig verslag is gedaan. Dog de ministers hebben ons in de Maand November 1792 vertoond dat het geweld der zee in den jongst afgelopen win ter de muuren der in de Linie geleegen Battery en Elisabeth en Charlotte om vergeworpen, en aan dezelve veel schade veroorzaakt had, en dat de Kapitein Ingeneeur Thibault ¶ by eene memorie de dringende noodzakelykheid had aan getoond om die batteryen ten spoedigsten te repareeren, met aanwyzing op hoedeenige wijze zulks zoude behooren te geschieden, om, behoudens het niet en oogmerk van Insgelyks hebben my die fortificatien welke voltooyd waaren ran Byl: N=o 269. Calculative bereekening daar van opgemaakt derzelver aanleg, niet weeder aan eene diergelyke verwoesting blootgesteld te zyn, en welke de kosten daar van zoude be„ dragen; namentlyk ingevalle die reparatie geschiedde by aanbesteeding Rd=s 11911. -. - . en wanneer zy geschiedde s' Compagnies weegen, slegts Rd. s 2000 -. - volgens eene Door de Oculaire inspectie welke wy daar van hebben genomen, Overluygd van de noodzaakelykheid deezer reparatie, wilde men die batteryen voor eene totale ruine en instorting bewaaren, heb ben — „ 69. Wyj qualificatie verliend om dezelve s' Compagnies weegen het doen geschieden. Ook bevond zig de battery Bavonnees nog onvolkoogjd, dog en Ontbrak niet veel aan, en zy was, gelyk my by de sispectie bevonden, met weynig omslag en kosten in de vereyschte staat te brengen; daar me deeze battery een zeer voornaam gedeelte van de defensie der Rheede van de tafelbaay uytmaakt, hebben my in de maand December des voorleeden Iaars swanneer de tydingen uit Europa reede van een zeer sorgelyken aard wierden / bevel gegeeven dat zulks zoude worden bewerkstelligd, waar aan is voldaan. Door deeze buytengewoone reparatien nu wierd de voorraad van kalk welke de Compagnie zig, door ze zelfs te branden, had Verschaft, onvoldoende, Weshalven ny qualificatie gaaven derzelver om 141 om zig eene hoeveelheid van 1500 @ 2000 halve aamen, die er Ontbraaken, by aan bevleeding te verzorgen, welke tot de buyten en Byl: No. 280 gemeen modicque prys van 19 st: het half aam (te vooren ma daer voor tot 42 st. aan partikulieren goed gedaan)/ heeft ge volg genoemen. Voorts hebben my in persoon opgenomen de Restanten van alle de administratien zig in dit Gouvernement bevindenden 1Zeer Bylage No. 270. Namentlyk: de groote geldkamer, de kleine geldkamen, en —„ 272. Winkel, de Kelder, de Dapens, het Negotie Pakhuijs, het t _„ 274: hout Magaryn, de Equipagiewer ff,„ de wapenkamer, in de —„ 276. Ammunitie goederen van Oorlog tot de Artillerie behoorende —: 278. en hebben wy de een hier neevens de Lijsten daar van over te le „279 279. gen, zodanig als ze zig in waaren weezen bevonden hebben op respective datums op welken den Opneem door ons is geschied„ zynde het ons in 't algemeen voorgekomen, dat so wel die goed ren, als de boeken tot de respective Administratien gehoorende zig in een goede orde bevonden, so dat de dispositien welke nodig hebben geoordeeld daar omtrend te neemen, zig slegt tot eenige weynige hebben bepaald, tot welke verslag uyt han overgaan: Vermits door de afschaffing van den slavenhandel voor reekening der Compagnie, alhier geen gebruik vond eene —„ 271. „ 277 —„ 275. A tot R —. 273. hoeveelheid van 356:31 3/14 P=s spaansche Reaalen pr rertant in de groote geldkamer berustende, hebben wy last gegeeven om de gemelde Spaansche Reaalen by allereerste bekwaame geleegenheid te verzenden naar Batavia, ter dispositie van de Hoge Regeering, en wyders om in zelver voegen naar derwaards te zenden, 2092 P=s zilvere Ducatonnen, zig insgelyksch in de groote geldkamer bevindende, nadie dezelve aldaar met meer voordeel kunnen worden uitgegeeven. Nog hebben my by de opneem der kleine kas gereflecteerd, dat by dezelve als reëële Contanten waren ingenomen, en als zodanig onder het restant voortliepen Rd. s 2955 -. – welke nog moesten worden geincasseerd p. r resto van Rd: s 9062¼ weegens recognitie penningen van wynen, die door sommige landbouwers by het passeeren der patrouille wagt niet dade„ lyk waaren voldaan; en waar van de invordering geincum„ beerd had aan den (zedert overleeden) Bode van Politie Claas Jacob Claassen. Om hier op hebbende laten elucideeren door den kasseer en Lit van Politie O. G: de Wett, so hebben wy, op de gronden _ „ 281. Vervat in eene Memorie door voorn. kassier aan ons gesuppe„ _:o „ 280. diteerd goedgevonden dat de voorschr: Onvoldaane recogni„ tie penningen tot een bedragen van Rd=s 2792„ 24. zouden hoe worden 7 0 1 - 0 t x

NL-HaNA_1.04.02_4361_0238 view scan ↗

English

143 to his Appendix No. 282, 284, be written off, and the Company treasury cleared of the said entry, the widow of the aforementioned Claas nevertheless remaining obligated, pursuant to the offer made by her in court and specified more fully in the aforementioned memorandum, to submit and pay to the Company a sum of 162 Rds. 24, which had been delivered by her short in recognition notes or receipts compared to what the debit of her husband had amounted to, and which had effectively been collected and received by her aforementioned husband. With the reduction of the administration of the Dispens, to be discussed further in its proper place, and the merger thereof with that of the warehouse, we have determined that the grain magazines should also remain under the immediate supervision of a Member of Policy, and entrusted the same for the present to the Council Member van Rheede van Oudtshoorn, under the title of Administrator of the Company grain magazines, and with instructions to validate to him in that capacity the ordinary percentages for spillage, being 2½ and 3 percent. We judged this spillage to be abundantly sufficient, because, according to various private inquiries made by us on that subject, wheat spills little or almost not at all, in which case even the aforementioned allowed spillage would be rather generous; but the aforementioned Administrator first verbally, and afterwards the Council of Policy by a missive, presented his objections to us in this regard, with the request that around the end of August next a general remeasurement might take place of all the grain that would then still remain in the magazines of the Company, in order thereby to be able to find the true spillage, and subsequently have it written off in the books. We have granted this request, but cannot conceal that we would have proceeded to this with difficulty, as this means does not appear to us sufficient to secure oneself against improper practices of subordinate employees, were it not that the administration of grain delegated to Commissioners of the Council of Justice now provides a very suitable means to pave the way to their discovery, should such practices actually take place; and therefore, upon granting the necessary authority in this matter, we also clearly made known our expectation that this would be kept in sight, and a redoubled vigilance exercised regarding the aforementioned employees. 145 In the administration of the Cellar a gross abuse took place, according to which the cellar master was accustomed, regarding the quantity of wines and brandies (Cape) due to him on account of the allowed write-off of ten percent on the beverages, to deliver wines and brandies to the Company annually, but in the name of some of the suppliers who usually supplied wines and brandies to the Company (and thus just as if it were done by those people), and at the same prices, namely 40 Rds. for the leaguer of wine, and 60 Rds. for the leaguer of brandy, but with this difference, that from the price of those beverages delivered by the suppliers three Rds. per leaguer returned to the treasury of the Company for recognition, and ten Rds. went to the Governor and the Secunde, who found therein their livelihood; whereas from the wine delivered by the cellar master in the name of those people, neither the recognition was enjoyed by the Company, nor the ten Rds. by the Governor and Secunde, but the full price was profited by the cellar master. Although this depredation is in its origin and nature most scandalous and improper, it was nevertheless a truth that the present Cellar Master Le Sueur had therein merely followed the precedent of his predecessors; and since we, in this and other cases, have had to decide for various reasons to overlook the past and limit ourselves solely to the future, we have, upon the discovery thereof, enacted that all the wines and brandies (Cape) which, on account of the write-off allowed to him on both those beverages, were already or might yet be delivered by the cellar master now or in the future, and of which the payment had not yet occurred, should be paid to him, the wines at 27 Rds. and the brandies at 50 Rds. the leaguer, no more, being the ordinary price which purely benefits the suppliers for it, and which, as will appear below, is set very generously. Having come to the experience that with the Company ships passing here there was generally brought a multitude of cooperage which, not being loaded on freight, must consequently be considered just like all other unpermitted goods, and finding moreover much reason to assume that this cooperage actually came from the provisions that are made to the ships in port in the Netherlands, and thus truly belonged to the Company,

Dutch transcription

143 t zen Byl: No: 282. „ 284. werden afgeschreeven, en s' Comp„s kas van de gemelde Post gezuiverd, blyvende niet te min de Weduwe van voorn: Claas verpligt, ingevolge de door haar in regten gedaane presentai en Byle N:o 283. by voorschr: memorie breeder vermeld, aan de Compagnie op te leggen en te betaalen eene Somma van Rd:os 162„ 24. welke door haar minder aan recognetie briefjes of quitan„ zien was uytgeleeverd, als het debet van haaren man had be dragen, en welke door voorne. haaren man effectivelyk ware Opgehaald en ontvangen. By de ter zyner plaatze nader te verhandelen inkrimpin van de administratie der Dispens, en in een smelting van de zelve met die van het pakhuys, hebben ny bepaaldt dat ook de Koornmagarynen zouden blyven onder het immediate opzig„ van een Lit van Politie, en het zelve voor eerst opgedragen aan het Raadslit van Rheede van Oudtshoorn, onder den titul van Administrateur van s Com ps koornmagazynen, en met last om aan hem in die qualiteit te valideeren de o dinaie pro Centos voor spellagie zynde 2½ en 3 pct Wy oordeelden deeze Spillagie overvloedig toerykende; om dat volgens verscheide partikuliere in formatien door ons op ibidem dat stuk ingenoomen, de Tarwe weynig of byna in 't gehee niet spilk, wanneer zelvs de voorschr: toegestaane spellagt al vry wat ruim zoude zyn; dog de voorn: Administrateur heeft eerst by monde, en naderhande de Politeeke Raad by eene missine zyne bezwaaren desweegens aan ons opengelegt, met Verzoek dat onder Ult:o Augustus aanstaande mogt ge„ schieden eene generale nameeting van al het koorn, het welk zig als dan nog en de Magarynen der Compagnie restant zoude bevinden, ten einde daar door de waare spillagie te kunnen vinden, en die vervolgens by de boeken te doen afschryven. Wy hebben dit verzoek toegestaan, dog mogen niet verbergen, dat wy daar toe beswaarlyk zouden zyn overgegaan, alzo dit middel ons niet toereikende voorkomt, om zig teegens verkeerde plaetyken van onderhoorige bedienden te verzeekeren, zo niet de administratie van koorn aan Commissarissen van den Raad van Justitie gedemandeert, thans een zeer ge„ schikt middel aan de hand geeft, om by aldien en werke„ lyk zulke practyken plaats hebben, de weg te baanen tot derzelve ontdekzing, en dierhalven hebben my, by het verleesen der nodige qualificatie in deezen, ook duidelyk aan den dog gelegt onze verwagting, dat zulks zoude worden uit oog gehouden, en eene verdubbelde waatzaamheid omtrend de voormelde bedienden gebruikt al In 145 In de administratie van de Kelder had een grof minbruyk plaats, volgens welk de keldermeesten gewoon was de hoeveel „heid wynen en beandemynen (raabsche), hem weegens de to gestaane afschiyving van tien prc:t op de dranken toekomen gewoonlyk wynen en brandewynen aan de Compagnie beeven den, /en dus eeven of zulks door die lieden geschiedde) in ge lyks aan de Compagnie te leeveren, en tot dezelvde pryzen namentlyk 40 Rds. voor de legger wyn, en 60 Rds voor de legger brandewyn, dog met dat onderscheid, dat van de prys dier dranken door de leverancien geleeverd worden drie Ryks a. s. po. Legger voor recognitie te rug keerden in de kas der Compagnie, en tien Ryksd„s kwamen aan den Gouverneur en den Secunde, die daar in hun middel van bestaan vonden; daar van de wyn door den Keldermeester Op naam van die lieden geleeverd wordende, nog de recog„ nitie door de Compagnie, nog de heer Ryksdaalders door den Gouverneur en Secunde wierden genoten, maar de volle prys door den Keldermeaker wierd geprofiteerd. Schoon deeze deproedatie in zynen Oorprong en aard allerschandelykst en onbehamelykst is, was het egter eene waarheid, dat de teegenswoordige Keldermeester Le Sucus„ Jaarlyksch, dog op naam van sommige der Leveranciers, de zeer Gyl: N:o 285. hebben wy by de ontdekking daar van gestatueerd, dat alle daar in slegts gevolgd had het voor poor zyner praedecer„ seuren, en vermits wy in dit en andere gevallen om ver„ schillende reedenen hebben moeten besluyten het voorleedene voorby te zien, en ons alleen tot het toekomende te bepaalen, de Wynen en Brandewynen /kaabsche (welke door den Kelder. meester nu of by vervolg, uit hoofde der hem toegestaane afschry„ ving op die beide dranken, reeds waaren of nog mogten worden geleeverd, en waar van de betaling nog niet was geschied, aan denzelven zouden worden voldaan, de wynen tot Rd:s 27. –. – en de Brandewynen tot rd:s 50. – de legger, sonder meer, zynde de gewoone prys welke daar voor aan de Leveranciers zuyver te goede komt, en die, gelyk by vervolg blyken zal zeer ruym is genomen. In ervaringe gekoomen zynde dat met de alhier passeerende s' Comp:s scheepen doorgaans wierd aangebragt eene meenigte„ vaatwerk, het welk niet op vragt zynde geladen, mits dien even als alle andere ongepermitteeerde goederen moet worden be„ schouwd, en daar en boven veel reeden vindende om te onder„ stellen, dat dit vaatwerk eigentlyk kwam van de verstrek„ kingen die in Nederhand aan de scheepen binnen gaats geschieden, en dus waarlyk aan de Compagnie toebehoorde, daar dog

NL-HaNA_1.04.02_4361_0240 view scan ↗

English

147 yet was claimed by the ship's officers for themselves, we have decreed, see Appendix No. 286, that upon arrival in the bay, the officers shall be required to declare in writing the number of such barrels found on board their ships, for whatever reason, and not declared in the muster roll, in order that the same cooperage may be taken in by the Cellarmaster for the benefit of the Company, and that careful attention should be given so that such barrels, staves, or hoops are brought ashore or employed for no other purposes. Afterwards, we learned that much use was also made of that cooperage by the ship's officers to carry pickled vegetables and other articles to the Indies on freight, which notoriously served to make our aforementioned orders illusory; so that we, in order to completely eradicate this abuse, have further stipulated that no vegetables or other articles intended to be transported on freight from the shore to on board may be transported unless in vessels suitable for their transport, and have thereby extended the aforementioned orders. Upon taking inventory of the remnants of the Trade Warehouse, having found that in the same there were various articles which for diverse reasons could not be profitably disposed of here, we have, in order to relieve the Company as best as possible of their useless retention, see Appendix No. 280, made such arrangements regarding them as will specifically appear to Your Honorable Noble Highnesses from the memorandum drawn up thereof and appended to this our report, see Appendices No. 287 and No. 288. Furthermore, we have seen with the uttermost astonishment the inexcusably poor quality of the ship's clothing sent out from the Netherlands. In order not to have to expatiate needlessly on this, we have resolved to send two sets thereof to Your Honorable Noble Highnesses, each set consisting of a so-called large and a small watch-coat, a duffel coat, a pair of breeches, a pair of stockings, and a pair of shoes; and we wish to leave to the judgment of Your Honorable Noble Highnesses whether these deserve the name of clothing, and whether it is not an extreme hardship to demand of the sailor that he spend his hard-earned wages for such rags, if he does not want to go naked. Truly, when seeing such things, one does not need to wonder that it is generally so wretchedly situated with the Company's seafaring personnel, and we rest assured that 149 see Appendix No. 289, 290, 284. the Assembly of the Seventeen will consider itself bound, as well to the interest of the Company as to humanity, to take the most vigorous measures so that the Company shall henceforth in this matter not be so shamefully treated as is currently happening, despite the salutary precautions of that assembly; but that the ship's clothing be of a good and durable quality, properly and soundly made, and large enough that a grown man can put it on. We take the liberty to propose as a means thereto that with each consignment of ship's, and also hospital, clothing, a sample be added that has been properly examined and found satisfactory, which could be sealed and provided with a distinctive mark by Gentlemen appointed for that purpose, in order to be able to inspect, upon the receipt of those clothes at the place of their destination, whether they correspond to the samples, and otherwise to return them by the first shipping opportunity, so that they may then be dealt with from the Netherlands as shall be found to be proper in that place. Upon the numerous requests made to us thereto, see Appendix No. 265, we have recommended to the Ministers to ensure that the public auctions of the Company are timely announced in the outer districts, and also that the same are again held as before, namely so that reliable buyers, the messenger otherwise retaining the authority to refuse such, are granted some credit, which we also trust will have a favorable influence on the prices. The Acting Governor Rhenius has submitted to us in a memorandum how, according to an ancient custom, after the conclusion of the public auctions of the Company's linens, the Ordinary Commissioners were granted some pieces of the same linens with a 50 percent advance for the Company, in order to learn how we desired this should be handled for the future. We did not deem it advisable to allow this custom to continue, as leaving an open door to considerable abuses, but rather chose, following the proposals made to us by the Political Council in its considerations on that matter, to abolish the same and to allocate to each of the two Ordinary Commissioners who shall undergo that loss 12 Rixdollars per month, by way of a gratuity, and aside from their ordinary wages and emoluments. Furthermore, having obtained reason to call into question whether it was not the custom here that the warehouse master to private individuals

Dutch transcription

147 dog door de scheepe verheeden aan zig wierd geeijgend, hebben mj t zee byl No. 286. gestatereerd , dat de overheeden by aankomst in de baay en gehouden zullen zyn by geschrifte op te geven het getal van sodanige vaten bevinden, en niet in 't Equipagieboek zyn bekend gesteld, ten eende het zelve vaatwerk door den Keldermeester ten behoeven van de Compagnie te werden ingenomen, en dat Soigneuse lyk zoude worden gemaakt dat zodanige valen, duijgen of ho pels tot geene andere eindens weerden aanland gebragt of gei ployjeerd. Naderhand vernamen wij dat van dat vaatwerk door de scheeps & verheeden ook veel gebruik wierd gemaakt om ingele„ groentens en andere Artekelen naar Jndie op vragt over te voer het welke Noloir strekte om onze voorschen ordres eluso in te maaken, so dat my, om dit misbruijk geheel den bodem en te slaan, nader bepaald hebben, dat geene groentens of andere artikelen, gedestineerd om op vragt te worden ov gevoerd van de wal naarbond zullen vermogen te worden getransporteerd, dan infeest tot derzelver transport be kwaam, en daar meede de gemelde ordres geamplieerd „ 275 By den opneem der Restanten van het Negotie Pakhuijs bevonden hebbende dat in het zelve verscheede Artikelen als er zig, uit wat oorzaak ook, aan boord hunner scheepen mogt zier zyl: No 280. lasten, daaromtrend zodanig, gedisponeerd, als aan Uwe waaren, welke om diverse reedenen alhier niet met voordeel van de hand te zetten waaren, hebben wy, ten ziide de Compagnie van derzelver nattelooze aanhouding so goed doenlyk te ont„ Wel Edele Hoog Agtbaare specifick blyken zal uit de memo„ _: „ 288. rie daar van geformeert; en neevens dit ons verslag gevoegd. Voorts hebben wy met de aller uiterste verwondering gezien de Onverandwoordelyke slegte qualiteit der uit Nederland gezonden wordende scheeps kleederen: om hier over niet na„ deloos te behoeven uyt te weijden, heb ben wij beslooten twee stellen: daar van aan Uw wel Edele Hoog Agtbaare te zenden, bestaande elk stel in een sogenaamde groote, en een kleine waakrok, een duffeltje, een broek, een paar koussen, en een paar schoenen, en wyj willen wel aan het oordeel van Uw: wel Edele Hoog Agtbaare overlaaten, of deeze de naam van kleederen verdienen, en of het niet eene Uiterste hardigheid is van de matroos te vergen, dat hij zyne Zucr verdiende gagie voor zulke vodden uytgeeve, wel hy niet naakt gaan: men behoeft zig waarlyk, als men zulke dingen ziet, niet te verwonderen, dat het met s' Comp:s Zeevaarende manschappen over het algemeen so ellendig, gestelt as, en wy houden ons verzeekerd, dat waaren de „ _„ 287. 4 149 t zeer Byl: No. 289 „290. /284. de Vergadering van 1 C=te zig zo wel aan het belang van de Compagni als aan de menschelykheid verschuldigd zal reekenen de Krag tigste maatregelen te neemen dat de Compagnie voortaan in dit stuk niet zo schandelyk wierde behandelde, als thans, in weerwil der heylzaame voorzorgen van die vergadering, geschied maar dat de scheeps kleederen zyn van een goede en dangdra me qualiteit, goed en deugdzaam genaamd, en groot genoe dat een volwassche man die aan Kan trekken Wy neemende vryheid als een middel daar toe voor te stellen dat by elke Verzending van scheeps, (en ook van Hospitaals) ka dezen werde gevoegd een monster dat behoorlyk geëxamineerd en voldoende bevonden is, en door Heeren daartoe Gecommitteert zoude kunnen worden verzeguld en van een distinctif merk voo zien, ten einde by den inneem van die Kliederen ter plaatze hunner bestemming te kunnen werden nagezien, of dezelve aan de monsters beandwoorden, en anderzink bij eerste sche geleegenheid te rug gezonden, om daar meede als dan uit Nederland te werden gehandeld zo als bevonden zal worden t ebidem te behooren. Op de meenigvuldige instantien daartoe aan ons gedaan dzier Byl: N:o 265 hebben wy de Ministers aanbevoolen te zorgen dat de ver dutien van de Compagnie tydig in de buyten distrieten werde aangekondigd, en dat ook dezelve wederom als voor een wierden gehouden, namentlyk so, dat aan Solide kopere (blyvende anderzint aan den bode de facultei om zulks te wygeren/ eenig Crediet werde gegeeven, het welk wy ook vertrouwen dat op de pryzen van voordeeligen invloed zal zyn. De Gezaghebber Rhenius heeft ons by eene memorie voor gedraagen, hoe volgens een aloud gebruik, na 't aflopen den publieke venductien van s' Compagnies Lijwaten, aan de Ordinaire Gecommitteerdens eenige stukken derzelve lywaten met 50 pc avans voor de Compagnie wierden toegestaan, ten einde te ver„ neemen hoe wy begeerden dat daar omtrend voor 't vervolg zoude worden gehandelt. Wij hebben het niet geraden geoordeeld, dit gebruik, als een deur openlatende, tot merkelyke misbruyken, te laaten subsisteeren, maar liever verkoozen, om naar aanleyding van de voorslagen ons door den Politeeken Raad by haare Consi„ deratien op die matrie gedaan, met afschaffing van het zelve aan de twee Ordinaire Gecommitteerdens welke dat genus zullen Ondergaan elk toe te leggen Rd„s 12. -. –. ter maand, by wyze van douceur, en behalven hunne gewoone gagie en emolumenten Voorts aanleyding bekomen hebbende om in twyffel te trek„ ken, of niet alhier in de gewoonte was dat de pakhuys meester Aan partikuliere

NL-HaNA_1.04.02_4361_0242 view scan ↗

English

151 see Appendix No. 265 and 276: carried on private trade in iron, we have ordered the ministers to keep a watchful eye thereon, since this would be contrary to the orders by which the administrator is prohibited from trading in articles under his administration. Upon inspection of the administration of the timber warehouse, we have seen with sorrow that the remaining stocks of certain articles there were so considerable that a large part could not be stored indoors, but was exposed to the injuries of the air, which must in general be considered very harmful, and fatal to the native timber. We have remedied this to some extent by clearing for the storage of timber some of the cellars located under the existing buildings, which were used rather unnecessarily by the cellar master, and by ordering that as soon as the stock of wines shall have diminished so far that the wine cellar located closest to the seashore can be spared, use shall likewise be made of it for the storage of timber (as it will always be sufficient for that purpose without noteworthy repairs), until, through the reduction of the remaining stocks of timber that will soon follow the abandonment of the Company's shipping to Plettenberg Bay, the necessity thereof shall also cease, at which time that wine cellar can be sold for demolition. Since this provision, however, was not sufficient for the present time to provide a suitable storage place for all the timber, we tried whether a wooden shed could not be erected for that purpose in an economical manner, but having found that this could not be effected without considerable costs, we had to abandon the idea. Furthermore, we noticed that among the remnants of the Armory there were 1405 pieces of ship's cartridge pouches, of no use here, together with a small lot of old defective pistols, both of which articles we therefore had shipped to the Netherlands at the first opportunity by ship. Just as we also, on this occasion, send to Your Right Honorable and Highly Esteemed, and will send in duplicate on a following occasion, some cartridge pouches of the militia, such as generally arrive here from Europe, which are much too small and, if we are not mistaken, do not in any way meet the requirements determined by the meeting of the Seventeen, 153 see Appendix No. 291 and No. 280. ibid. see Appendix No. 280 and observed concerning others, likewise found by us among the remnants of the armory. The Commander and Chief Administrator Rhenius proposed to us that when in the year 1786 a certain quantity of broadswords had been requested from the fatherland for the Burgher Cavalry and Dragoons, they had subsequently been brought here and also partially issued (as appears from the annexed Memorandum), but that the amount thereof had not yet been paid into the Company's treasury, so that the aforesaid issued broadswords still ran among the remnants of the armory; and for special reasons, and particularly also in consideration of the fact that more than 6 years had now already elapsed since the aforesaid delivery, we authorized the ministers to write off the aforesaid issued broadswords in the books, without demanding payment of their amounts any further. Just as we furthermore, upon the proposal of the aforesaid Chief Administrator, granted authorization for the writing-off of such quantities of 28546, 15192, and 2736 pieces of live cartridges respectively, together with 13000 pieces of gunflints, which, according to the memorandum drawn up thereof, were delivered to the Regiment of Wurttemberg and have gone missing, and on the other hand ordered to enter into the books 93168 pieces of live cartridges and 60 pieces of musket balls at the Amsterdam Battery, and 1325 pieces of live cartridges and 7½ pounds of musket balls held at the armory, which according to that same memorandum were received from the aforesaid Regiment of Wurttemberg according to the executed receipt, but had not been entered. The smithies of the artillery, located at the Couvreface Imhoff, having been idle since the craftsmen serving there were discharged pursuant to the orders of the meeting of the Seventeen, there were several of those goods, especially gun carriages, that most urgently needed to be repaired. For which reason we, upon the proposal of Commander Rhenius, granted authorization to have two to three smiths assigned to the equipage work, whenever no ships are present here and they consequently can be spared from the shipyard, work in the aforesaid smithy on the repairs of the artillery goods. Furthermore, with regard to the keeping of the books, we determined that for a more distinct and clear presentation of the cost of a ship or ships, which now or in time, especially it for

Dutch transcription

151 zen Byle N:o. 265 _„ 276: partikuliere Negotie dreef in Yzer, hebben wij de Munsters ge„ last, om alzo zulks strydig zoude zyn met de ordres, by welke de administrateur verboden is het dryven van handel in ar„ tikulen hunner administratie, daar op een wakend oogte houden. By onderzoek der administratie van het houtmagazyn heb„ ben wy met smerte gezien dat de restanten van zommige artike„ len aldaar zo aanmerkelijk waaren, dat een groot gedeelte niet konde worden geborgen, maar aan de injurien van de lugte waaren blootgesteld, het welk in het algemeen als zeer schade„ lyk, en voor het inlandsch houtwerk als dodelyk moet worden beschouwd Wy hebben daar in wel eenigzints voorzien, door het berging & zee Bgl: N:o 278. van hout te doen opruymen eenige der Kelders zig onder de exidemiete gebouwen bevindende, die vryj nodeloos door den Keldermeester wierden gebeezigd, en te gelasten, dat zo ras de voorraad der Wynen zo ver zal zyn verminderde, dat de Wynkelder, 't digst aan 't Zeestrand geleegen, sal kunnen worden gemist, daar van insgelijksch tot berging van hout (als waar toe zy zonder naamwaardige reparatien altyd voldoende zal zyn) sal worden gebruik gemaakt, tot dat ook daartoe, door de vermindering der restanten van hout, die door het verlaten van de vaart van s' Compagnies Weegen op de Plettenbergsbaay spoedig zal volgen, de noodzakelyk, heid zal ophouden, wanneer die Wynkelder ter afbraak zal kunnen worden verkogt. Vermit egter deeze voorziening voor het teegenwoordig tyd stip niet voldoende was om aan al het hout eene bekwaame berg plaats te verzorgen, hebben wy beproefd of niet op eene mona„ geuze wyze daar toe eene houte loots zoude kunnen worden opgeregt, dog bevonden hebbende dat zulx niet zonder merke„ lyke kosten zoude zijn te effectueeren geweest, hebben wy daar van moeten afzien Voorts hebben wy opgemerkt dat zig onder de restanten van de Wapenkamer bevonden 1405 P. s scheeps Patroontassen, alhier van geen gebruik, mitsgaders een partijtje oude defecte Pistoolen, welk een en ander Artikel wy dierhalven by eerste scheeps geleegenheid hebben doen verzenden naar Nederland Gelyk nij ook nog by deeze geleegenheid aan Uw welEdele Hoog Agtbaare doen toekomen, en by eene volgende induplo zullen zenden eenige patroontassen van de militie, so als die hier Over 't algemeen uit Europa aankomen, die veel te klein zyn, en so wy ons niet bedriegen, in geenen deele voldoen aan de vereyschtens door de vergadering van x vij: bepaald, van en 153 t zeer Byk No. 291 1 — N=o 280. # ibedem zen Byl. No. 280 en omtrend anderen, door ons insgelyksch onder de Restanten der wapenkamer bevonden, in agtgenomen. De Geraghebber en Hoofdaaminstrateur Theniuis heeft aan ons voorgedraagen, dat wanneer in den jare 1786 uit het vader land waren geeischt een zeekere hoevedheid pallassen voord Burger Kavallerye en Dragonders, dezelve vervolgens alhier waren aangebragt en ook gedeeltelyk, (blykens de hier nee vens gevoegde Memorie) afgegeeven, dog dat het monhant daar van tot nog toe niet was voldaan in s' Compagnies ka so dat de voorschr: afgegeeve palassen als nog onder de restanten der wapenkamer voortliepen, en hebben wy om byzondere reedenen, en wel voornamentlyk ook uit Consideratie dat er nu reeds meer dan 6 Jaaren verloopen waaren seedert de voorschr: afgave, de ministers gequalifi Ceerd omme de voorschr: afgegeeven palassen op de Boeke te doen afschryven, zonder derzelver bedragen verder in te vorderen. Gelyk my al verder op voordragt van voorn: Hoofd administra teur qualificatie hebben verleende tot de afschryving van zo„ danige hoeveelheid van 28546, 15192 en 2736 p=s scherpe patroonen respectivelyk mitsgaders 13000 ps. Snaphaan t Zu Byl: N:o 292. Steenen, als volgens de daar van opgemaakte notitie aan het Regiment van Wurtemberg afgegeeven, zyn absent geraakt, en daar teegen gelast om by de boeken in te neemende 93168 p„s scherpe patroonen, en 60 p„s snaphaankogels op de Batteri Amsterdam, en 1325 p=s scherpe patroonen en 7½ p:o Snaphaankogels op de wapenkamer berustende, welke volgens die zelvde Notitie van 't voorm e Regement van Waertemberg Volgens gepasseerde quittantie ontfangen, dog niet ingenoomen waren. De Smeeden, der artillerie, aan de Couresaee Imhoff gelee„ „gen, hebbende stil gestaan, zeedert de aldaar dienst doende Ambagtsbieden, ingevolge de beveelen der vergadering van xvije waren afgeschaft, waaren er verscheide van die goederen voornamentlyk affuyten, welker allernoodzakelykst moesten worden gerepareerd, Weshalven my op voorstel van den Gezag hebber Rhenius qualificatie hebben verleend, om twee a drie smit aan de equipagie werk bescheiden, wanneer zig alhier geen scheepen bevinden, en zy gevolgelyk op de werf kunnen worden geweest, in de voorn. e Smeedery aan de repa„ ratien der artillerie goederen te doen arbeyden. Voorts hebben wy met opzigt tot het houden der boeken bepaald dat tot eene meer duydelyke en klaare vertooning van het Kostende van schip of scheepen, die nu of in der tyd, specialyk het ten

NL-HaNA_1.04.02_4361_0244 view scan ↗

English

155 1 Za: Appendix No. 280. shall be assigned to the service of this Government, such shall henceforth be shown in the Trade and specification books on a separate main account, with an accurate notification of all changes occurring successively in the number of men assigned thereto, whether by virtue of the regulations made by us in that regard, or for whatever causes this might be. It has furthermore appeared remarkable to us with respect to the Trade Journal, to see stated therein under the heading of Posts which are cited here within the Lines, along with their value, several of the Company's Buildings, Batteries, etc.; without our having been able to fathom why not all the buildings and fixed property which the Company owns in this Colony are to be found therein in the same manner, either at their real or at least as near as possible estimated value. Since it now appeared to us to be in accordance with good order and the interest of the Company that the same should at all times know as nearly as possible the value of its territorial possessions, in so far as they are subject to estimation, we have ordered the Ministers henceforth to have stated under the aforementioned heading all the buildings which the Company owns in this Colony, without distinction, together with all the outposts which are still unsold—those of which the costs expended on the construction are known, or which were purchased, at their known value, and those of which the value is still unknown, according to that at which they shall be appraised, this appraisal to be done by Commissioners from the Council of Justice, and keeping in mind that such properties which can be of no service to private individuals (such as guardhouses, powder magazines, and the like) are valued according to the worth they ought to have, relative to the purposes for which they must serve. Whereas doubt might sometimes arise as to which account could most suitably be credited with the amount of the net surplus which Commissioners from the Council of Justice will have remaining from their administration of grain and, pursuant to the regulations made by us, must pay out to the Company, we have deemed it not unserviceable to determine in that regard, that this shall be done on that of Profit and Loss, and on the same account shall also be credited the interest on the Capital advanced to the Appendix No. 280. Commissioners 157 Commissioners of the Loan Bank. We have also judged it necessary to put certain matters to the ministers with respect to the administration books of this Government. Specifically, in the reflections made in due time by the Management on the Trade books of this Government of the Year 1784/5, and sent by the meeting of the 17 to the Ministers for reply, it was required, for reasons stated in those reflections, that the corresponding administration books should be sent over annually alongside the trade books. The ministers having thereupon requested the Opinions of the chief administrator, the latter submitted a report on 15 February 1790, among other things with respect to the required administration books: that while the same are kept by the respective Administrators for the quantities and qualities of the goods and Effects under their accountability, but by no means in monetary value, he was therefore of the opinion that those administration books would not answer the intention which he supposed the Gentlemen Directors might have in their requisition, and therefore proposed, when sending over the trade books, to attach a certain auxiliary booklet, in which each item was shown under a separate heading, such as for example adzes, hammers, chisels, etc., which in the Trade books only run under a general heading, namely that of Work Tools, and similar others. However, although by means of that note book it was indeed remedied that at a glance there could be discovered the quantities and totals of what was taken in and written off for each item shown in that book, it can nevertheless by no means satisfy the desire of the Gentlemen Directors, aimed at being able to examine in all its details everything that has been traded in the Company's administration in this Government in a full year. For besides the fact that several items appear in the aforementioned book which, although known under the same name, nevertheless contain many different types, whether in qualities, weights, measures, or calibers, such as for example: assorted Iron, assorted Nails, assorted coarse and fine Paints and others; without each of them being stated separately, either in particular Columns or under separate headings; and also that everything which on the account of each 1 ibidem

Dutch transcription

155 1 Za: Byl: N: 280. ten dienste van deezen Gouvernemente zullen weezen geaffecteerd zulks voorlaan in de Negotie en specificatie boeken zal worden vertoond op eene aparte hoofdreekening, met accuraate be kendstelling van alle de veranderingen in het getal der mansch pen daar op bescheiden successivelyk voorvallende, het zy eu hoofde der door ons daar omtrend gemaakte bepalingen, zeel of uit welke oorzaaken zulks zoude mogen weezen. Het is ons al verder met opzigt tot het Negotie Journaal opmerkelyk voorgekomen, daar by onder het hoofd van Posten welke alhier binnens Linnia worden aangehaald, te derzelver waarde bekend gesteld te zien verscheyde van s' Compa gnies Gebouwen, Battergen enz; sonder dat ny hebben kin nen penctreeren, waar om niet alle de gebouwen en vaste effecten welke de Compagnie in deeze Colonie bezit, in zelver voegen, het zy tot derzelver reëele of wel zo na mogelyk geestimeerde waarde, daarby te vinden zyn. Daar het ons nu voorkwam overeenkomstig te zyn, met d goede orde, en het belang der Compagnie, dat dezelve ten alle tyde so na mogelyk wiste de waarde Haaren territoria al bezittingen, voor zo verre die aan astimatie subject zyn, hebben wy de Ministers gelast, om voortaan onder het voorm e hoofd te doen bekend stellen alle de gebouwen welke de Compagnie in deeze Colonie bezit, sonder onderscheid, mit„ gaders alle de buyten posten welke nog onverkogt zyn, - die waar van de kosten tot de exstructie geimpendeerd bekend zyn, of welke zyn ingekogt, tot derzelver bekende waarde, en die waar van de waarde nog onbekend is, volgens die waar op dezelve zullen worden getauxeerd, zullende deese taugatie geschieden door Commissarissen uit den Rade van Iustitie, en daarby worden in 't oog gehouden, dat zodanige effecten, welke voor particeulieren van geen dienst kunnen zyn, (als daar zyn wagthuyzen, kruidmagazynen, en diergelyke ) geschat worden na de waarde welke deulve behooren te hebben, betrekkelyk de eindens waar toe dezelve moeten dienen. Nadien en zomtyds twyffel zoude kunnen ontstaan op welke reekening gevoeglykst te goede zoude kunnen worden gebragt het bedragen van het zuyver avens, het welk Commissarissen uit den Rade van Iustitie van derzelver administratie van koorn zullen overhouden, en, ingevolge der door ons gemaakte bepaalingen, aan de Compagnie moeten uitkeeren, hebben wy het niet ondienstig geacht daaromtrend vast te Byl: N:o 280. stellen, dat zulx zal geschieden op die van Winst en verlies, zullende op dezelve reekening almeede ten voordeele worden ingenomen de interessen van het Kapitaal dat aan de Commissarissen 157 Commissarisen van de bank van Leening word opgeschoten Wy hebben het ook nodig geoordeelt de ministers deeze en geene zaaken voor te houden met opzigt tot de administratie boeken deezes Gouvernements. By de reflexien namentlyk in der tyd door het Bewind ge maakt op de Negotie boeken deeze Gouvernement van den Jare 17845, en door de vergadering van 17.e aan de Muisters ter beandwoording gezonden, is, om reedenen by die reflexien ver meld, gevordert dat jaarlyksch met de negotieboeken, hee vens zouden worden overgezonden de daartoe gehoorende administratieboeken. De ministers daarop gevorderd hebbende de Consideratien van den hoofdadministrateur, diende deeze van berigt op den 15 febru 1790, onder anderen met opzigt tot de gevorderde administrati boeken; dat dezelve door de respective Administrateurs wel gehouden wordende over de quantiteiten en qualiteiten der goederen en Effecten ter hunner verandwoording staande, mae geenzints in geldswaarde, hy derhalven van begrip was dat die administratieboeken niet zouden beandwoorden aan de intentie welke hy vermeende da t Heeren Bewendhebberen by derzelver requisitie, konden hebben, en derhalven voorsloog om by het overzenden der negotie boeken, te voegen zeeker byboekje, als waar in elk artikel onder een byzonder hoofd ver„ toond wierd, als by voorbeeld dissels, hamers, bytels enz welke by de Negotieboeken slegts onder een algemeen hoofd, namentlijk dat van Arbeidsgereedschappen loopen, en diergelyke meer. Maar alhoewel door middel van dat aanteekening boek wel te hulp gekoomen wierd daar aan, dat met een opslag van het oog Ontdekt kunnen werden de quantiteiten en montanten van het ingenomene en afgeschreevene van ieder articul by dat boek vertoond wordende, zo kan daar door egter in verre na niet voldaan worden aan het verlangen van Heeren Be„ windhebberen, strekkende, om alles wat in een rond jaar in s' komp„s omslag ten deesen Gouvernemente verhandeld is, in alle zyne details te kunnen nagaan. Want behalven dat in het voorschr: boek verscheide artikelen voorkomen, die of schoon wel onder dezelfde benaming bekend, egter veele verschillende soorten, het zy in qualiteiten, wigten, maaten of talibers, bevatten, als by voorbeeld: gesorteerd Yzer, gesorteerde Spykers, gesorteerde Verwren grofe en fyne en meer anderen; zonder dat elk derzelve separatelyk, het zy in byzondere Colommen, of by aparte hoofden bekend zy gesteld; dat ook al dat geene 't welk op de reekening van bij elk 1 ibidem

NL-HaNA_1.04.02_4361_0246 view scan ↗

English

159 See Appendix No. 280. each article appears in the aforementioned memorandum book, as it is taken from the Trade Journal, and consequently does not contain an accounting by the respective Administrators, nor does it make known articles in which the Company here does not trade, such as corn, peas, beans, wines and spirits, ammunition goods, etc. Wherefore, to remedy this, we have ordered that alongside the aforementioned memorandum book (which was sent for the first time with the Trade books of 1788/9 from this Government to the Netherlands), in the future the respective Administration ledgers, Journals, and Specification books must also be sent annually in duplicate with the Trade books to the Netherlands, beginning with the financial year 1791/2. Furthermore, in order that the administration books may serve for such an analysis of the entries appearing in the General Ledgers as might be required for the accurate examination and assessment in the Netherlands of what is traded in the Company's establishment in this Government, we have likewise determined that the same must be arranged in such a manner that from each respective Administration, regarding each distribution or issue, it is distinctly shown, just as is done at the receipt, to whom and for what purpose or use the distributed or expended item has served; provided also that the administration books concerning Articles which, although they bear one and the same name, nevertheless differ from each other in types, calibers, weights, measures, or otherwise; such as for example Paper, sorted iron, nails, paints, Anchors, Ropes, rigging, and similar items, must show each such distinct type under a separate Heading or Column; whereby the respective Administrators are then also naturally guided to arrange the requisition of necessities for their administration, which they draft and submit so that the General Requisition of needs may be prepared annually from it, in the required order, according to what will be said more broadly regarding this below. See Appendix No. 280. Furthermore, we have ordered the Ministers to cause the administration books to be audited annually at periods to be determined for that purpose by Commissioners from the Council of Policy, or in the presence of the same, with such audit primarily having as its goal a confrontation of the original orders upon which the distributions and or issues by the administrator have occurred, against the write-offs in the books of the Administration. 161 administration. That further, annually upon the drafting and closing of the past, and before the opening of the new financial year, it must be verified by Commissioners from the Council of Policy whether the balances, as they are shown in the administration books, exist in actual reality; and at the same time examined whether among the balances there might also be found articles that, by reason of poor quality or other causes, have become unfit, or at least can no longer be estimated to be worth the cost for which such defective or unfit articles were taken into the trade books and remain charged, and that in such case said entirely or partially unfit articles must be written off from the account under which they run in the administration books, and be taken into a separate account in those same books, with the statement of such denomination as the cause that might have led to the write-off will naturally suggest; while such articles, on the account under which they run in the Trade books, will be written off for the account of Profit and Loss for the amount at which they are charged, and taken into a separate Account in the same books without monetary value, and likewise again upon distribution within the Establishment or to the ships of the company, written off without monetary value from the aforementioned account, and charged to the receiving administration or ships. And whereas we have learned, and with regret have immediately seen the evidence of, how it sometimes happens that upon the receipt into the respective Administrations of certain goods brought here from the Netherlands, the same are found either not nearly to satisfy the specifications made in that regard in the requisition, or else so defective that the same, if not entirely useless for a long time, can at least seldom be employed with effect or adequately, and therefore, to the considerable detriment and inconvenience of the Company, remain lying uselessly in the administrations, diminishing more and more in quality and value, and sometimes becoming completely unusable, as has appeared to us, among other things to our considerable sorrow, regarding the expensive heavy oak successively and most recently brought from the Netherlands with the ship Gouda, for the entire amount of its cost, or at which See Appendix No. 280. Thus we have placed the Administrators under the obligation to

Dutch transcription

159 t zee Bijl: No. 280 elk artikul in 't voorschr: aanteekening boek voorkomt, daar en is overgenomen uit het Negotie Journaal, en gevolgelyk geene Verandwoording van de Respective Administrateirs beval, zo werd daar in ook niet bekend gesteld van artikulen waar in de Compagnie alhier geen handel dryft, als koorn, Erwten, Boone Wijnen en Dranken, Ammunitie goederen etc: Weshalven my om dit te remedieeren, geordonneerd hebben dat neevens het meerm:e: Aanteekening boek (het welk voor het eerst met de Negotie boeken van 178 8/9 van dit Gouvernement na Nederland is verzonden) in 't vervolg ook de respective Administratie, - grootboeken, Iournaalen, en Specificatie boeken in duplo by de Negotie boekenjaarlyksch na Nederland zullen moeten verzonden worden, te beginnen met het boekjaar 179½. Dan ten einde de administratie boeken zullen kunnen dienen tot zodanige ontleediging der pooten in de Hoofdboeken voo koomende, als vereischt zoude kunnen worden ter jrste exa„ monatie en beoordeeling en Nederlande van het geene in s' Compts. Omslag ten deezen Gouvernemente werd verhandel zo hebben wij teevens vastgesteld, dat dezelve zodanig zullen moeken worden ingezigt, dat daar by van elk respective Administratie, omtrend elke verstrekking of afgave„ distinctelyk werde aangetoond, seeven als zulks geschied by den innuem) aan wien onten welke behoeve of gebruik het verstrekte of vertierve heeft gedient; mitsgaders dat de administratieboeken omtrend Artikelen welke alhoewel zy een en dezelve naamdragen, nogtans in soorten, Calibers, wigten, maaten of onderzints, van elkander verschillen; als by voorbeelde Papier - gesorteerd yzer - spyker verwen - Anken, Touwen — wandt en diergelyke meer - elk zodanig onderscheiden soort; by een apart Hoofd of Colom zullen moeten: vertoonen — waar door de respective Admini„ strateurs dan ook als van zelve worden geleid omme den ersch van benodigdheeden voor haere administratie, welke dezelve formeeren en indienen om daar uit de Generaale Eisch van behoeften, Iaarlijksch te werden geformeerd, in de vereischte orde in te rigten, navolgens het geen daaromtrend hier onder breeder zal worden gezegd. zee Byl: N: 280. V: oorts hebben wij de Ministers gelast de administratieboeken Jaarlyksch op daar toe te bepaalen termynen te doen visiteeren door Gecommitteerdens uit den Raad van Politie, dan wel ten overstaan van dezelve, moetende zodanige visitatie voorna„ melyk ten doel hebben eene Confrontatie der origineele ordon„ nantien waar op de verstrekking en of afgaven door den admini„ strateur zyn geschiid, teegens de afschryving in de boeken der diwinctelyk Administratie 0 _ 1b idem ƒ 161 administratie Dat al verder jaarlyks by het opmaken en sluyten van het afgelopen, en voor het openen van't nieuwe boetjaar, door Gecommitteerdens uit den Raad van Soldie moet worden opge noomen, of de restanten, zo als die by de administratie bo ken werden vertoond, in waaren weezen zyn; en teevens Onderzogt, of onder de restanten zig ook bevinden mogten artikelen, uit hoofde van dis qualiteiten, of andere oor zaaken, onbekwaam geraakt, of ten minsten niet meer waardig kunnende geschat worden het kostende, waar voor zodanige defect of onbekwaam geraakte artikalen by de negotie boeken zyn ingenomen en belast staan, en dat indien gevalle gem. e geheel of ten deele onbekwaame art Kulon, van de reekening waar onder dezelve in de admini stratie boeken voorsloopen, moeten werden afgeschreeven, en op eene aparte reekening in die zelve boeken werden ingenoomen. met bekendstelling. van zodanige benaming, als de oorzaak welke tot de afschryving zyn mogt, van zelve zal aan, de hand geeven, terwyl zodanige artikelen, op de reekening waaronder dezelve in de Negotieboeken voortloopen, voor reekening van Winst en verlies zullen worden afgeschreeven voor zy aangereekende staan, en op eene aparte Reekening in dezelve boeken zonder geldswaarde ingenomen, en zo ook weeder by verstrekking in den Omslag of aan de scheepen van de kompagnie, zonder geldswaarde van voorn:e reekening afgeschreeven, en aan de genietende administratie of scheepen aangereekend. „En nadien wy vernomen hebben / en met leetweezen en de blyken dadelyk van hebben gezien / hoe derwyls gebeurd, dat by den inneem in de respective Administratien van zommige goederen uit Nederland alhier aangebragt de„ zelve bevonden worden of in verre na niet voldoende aan de bepaalingen daaromtrend by den eisch gemaakt, of wel derwyze defect, dat dezelve, zo al niet veel tyds onbruikbaar, ten minsten zeldzaam met vrugt of voldoende kunnen worden geemployeerd, en dierhalven tot merkelyk na„ deel en Ongerief voor de Compagnie, nutteloos in de administra„ tien blyven leggen, meer en meer in deugden waarde: verminderen, Ia zomtyds geheel onbruikbaar worden, gelyk ons zulks onder anderen tot ons merkelyk verdriet is gebleeken omtrend het kostbaar Zwaar Eikenhout Successivelyk, en nog laatst met het schip Gouda uit Nederland, aangebragd voor 't geheele bedragen van derzelver kostende, of waar p de Byl: N:o 280. So hebben my de Administrateurs onder de verplijting gebragt, voor om

NL-HaNA_1.04.02_4361_0248 view scan ↗

English

at the same place to have to pay strict attention to the requirements of the articles imported and received into their respective administrations, and, whenever it happens that they do not meet the sufficient requirements, to keep a proper record thereof, and immediately give notice thereof to the Chief Administrator, on pain of otherwise having to take over such deficient articles from the Company for their own account at the cost price according to the invoice and burdened with freight and charges up to this point, and moreover compensating for the damage that may have been caused to the Company by the negligence committed by them in that regard; and furthermore determined: That whenever it may be brought to the knowledge of the Chief Administrator that any imported articles were found to be insufficient, for whatever reasons of greater or lesser importance this may be, which must subsequently be properly investigated on his part, he shall be obliged to report thereon as soon as practicable to the Council of Policy, and that subsequently, after this shall have been investigated by two commissioned members from the same and found to be so, the unusable or so conditioned articles, regarding which it cannot be reasonably assumed that an error or indeed bad faith could have taken place at the shipment, shall here be marked with a distinct mark, and sent back to the Netherlands by the first ship opportunity, with notification to the meeting of Seventeen for which chamber they were dispatched, unless an absolute indispensable need for such an article required that, even though it was found to be in a greater or lesser degree insufficient to the requirements, one nevertheless had to make do with it, as good or bad as it might be; in which case, instead of the entire quantity, a certain portion, according to the nature of the article, provided with a distinct mark, alongside a proper declaration of the findings upon unlading, shall have to be sent to the Netherlands by the first ship opportunity. That furthermore, besides such declaration of findings of the said articles upon receipt into the administrations, also in the certificate that must be issued to the Captain of the ship with which they were imported for his discharge, the condition in which the aforesaid articles were found and delivered upon unlading shall have to be stated, so that it may be undisputed that the defects were not caused after the unlading; all nevertheless with the understanding that all the prescribed measures shall cease whenever it may appear upon investigation that the defects found arose from accidents of the sea. Finally, we have also determined that in drafting the annual requisition of requirements from the Netherlands, it shall be observed: That all the articles belonging to the respective administrations, even if there are among them those of which none is demanded, shall nevertheless be stated on the Requisition, as well as those of which a demand is made, so that from the five-year and most recent year consumption added next to each Article, alongside the remaining balance as of ultimate August of the most recently ended financial year, regarding articles of which no demand is made, but for which reasons are set down and excused next to them, it will be possible to judge in the Netherlands both of the validity of the reasons why such articles are not demanded, and of the good or bad judgment used regarding the demand for the rest. That next to the quantity of the remaining balances of articles, which, although known under only one name, nevertheless consist of different calibers, weights, measures, or qualities being expressed, the quantity which is on hand of each of the said different kinds of the articles taken together under the general balance and under one general name, and likewise, to what amount each of those different kinds is included in the general quantity which is newly demanded of such Article, under the one general name to which they belong. That lastly also regarding the balances of each Article, or of each of the different classes belonging thereto, it shall be made known what among them is in a defective state, whether brought in defective or otherwise, or having become defective during the stay in the respective administrations, and for that reason, in accordance with the orders established hereinbefore, shall be stated in the Administration and Trade books without sums of money. We must not fail on this occasion to insist that the requisitions from Europe may indeed be fulfilled promptly and regularly, so that a great deal of inconvenience here locally and noticeable disadvantages for the Company may thereby be prevented; indeed, upon our arrival here, we found the warehouses almost entirely empty; of equipment goods there were almost

Dutch transcription

t ibidem om Kaauwkeurig te moeten letten, op de vereischtens van de Aa gebragte, en in haare onderhoorige) administratien ingenomen wordende astikelen, en om, wanneer hetkomt te gebeuren dat dezelve de voldoende vereijschtens niet hebben, daar van b hoorlyke aanteekening te houden, en onmiddelyk daar van kennis te geeven aan den Hoofd administrateur, op poene van anderzints zodanige onvoldoende Artikelen voor het kosten Volgens: aanreekening, en bezwaarde met Vragt en ongelden te hier toe, voor harne reekening van de Compagnie te moeten Overneemen, en boven dien vergoeden de schade welke door hun daar omtrend gepleegde verzuym aan de Compagnie zoude mogen zyn toegebragd, en voorts bepaald. Dat wanneer ter kennisse van den Hoofd administrateur mog gebragt worden, dat eenige aangebragte artikelen bevanden waren niet voldaende, om welke reedenen van groot of minder belang zults ook zoude mogen weezen, (het welk vervolgen van weegens denzelve behoorlyk moet worden. Onderzogt) hyj gehouden zal zyn daar van so spoedig doenlyk verslag. te doen in Rade van Politie, en dat vervolgens, na dat zulx door twee Gecommitteerden Leeden uit dezelve zal weezen Onderrogt en alzo bevonden, de onbruikbaare of dermaaten St gestelde artikelen, waaromtrend niet grond kan worden Veronderstelt dat een abris, of ook wel kwadetrouw by den af„ scheep plaat konde gehad hebben; alhier zullen worden gemerkt met een gedistonqueerd teeken, en p:r eerste scheeps geleegenheid na Nederland te rug gezonden, met kennisgave aan de ver„ gadering van 2vi=me voor welke kamer dezelve zyn afgezonden, ten ware eene volstrekt onontbeerlyke behoefte aan een zoda„ nig artikuel vorderde, dat, of schoon het zelve wierd bevonden in een meerdere of mindere graad onvoldoende aan de Vereichtens, men zig egter zo goed of slegt het weezen mogte, daar meede moeste behelpen; in welken gevalle in steede van de geheele hoeveelheid, een zeezer gedeelte, naar den Aard van het Or„ tikel, voorzien met een gedistinqueerd teeken, neevens behoorlyke Verklaringe van de bevinding by de ontscheeping, met eerste scheeps geleegenheid zal moeten worden verzonden na Neden land. Dat wyders (behalven zodanige verklaring van bevinding der geme. artikelen by den inneem in de administrateen (ook by het Certificaat dat aan den Kapiteu van 't Schip, waar meede, dezeve zyn aangebragt, ter zyner decharge moet werden afgegeeven, bekend gesteld zal moeten worden de staat waar in meerml artikelen by de ontscheeping bevonden en uytgelieverd zyn, ten einde alzo buiten teegenspraak zy, dat de Refecten door veronderstelk aan 168 7 zee zyl: No: 280. aan niet zyn toegekomen na de ontlossing; alles egter met dien verstande; dat alle de voorschr: maatvegelen zullen Ceopa ren, wanneer by onderzoek mogt blyken dat de bevonde defecte Ontstaan waaren door accidenten van de Zee. Eyndelyk hebben wy nog bepaala. t dat bij het formeeren van de Jaarlijkschen eisch van behoeften uit Nederland zal worden gigt serveert. Dat alle de artikelen tot de respe. administratien gehoorende al is het dat 'er onder zyn, waar van niet worde geischt, egter h wel als die geene waar van geëischt worde, op den Eisch zullen worden bekend gesteld, ten einde uyt het neevens ieder Arti cul gevoegde vyfjarig en jongstjarg vertien, beneevens het Verbleeven restant onder Ult:o Augustus van 't jongst verlopen boekjaar, omtrende artikelen waar van geen eisch word gedaan, maar om die reeden neevens dezelve word, ter nedergesteld geëxcriseerd, in Nederland zo wel zal konnen worden geoordeelt over de gegrondheid der reedenen waarom van zodanige artikeele niet geëischt word, als over het goed of verkeerde overleg om trend den eisch der Overige gebruikt. Dat neevens de hoeveelheid der verbleeve restanten van artezelen, welke, ofschoon wel onder maar eene benaming bekend, egter bestaan uit onderscheidene Calibers, wigten, maaten of qualiteiten uytgedrukt werde, de hoeveelheid, welke zig van elk der gemelde onderscheidene soorten der onder het generaale Restant, en onder éene algemeene benaming, te zamen genomen artikulen, aan handen bevind, en zo ook, voor hoe veel elk van die onderscheidene soorten begreepen is in de generaale hoeveelheid, welke van sodanig Artikul op nieuw word geëischt, onder de eene algemeene benaming, waartoe dezelve gehooren. Dat laatstelyk ook omtrend de restanten van elk Artikel, dan wel van elt der verschillende Classen daar toe gehoorende, sal worden bekend gesteld; wat zig daar onder het zy uit hoofde van defect als anderzint aangebragt, dan wel geduurende 't Verblyf in de respective administratien defaet geworden, in een defectueusen staat bevind, en uit dien hoofde, ingevolge de hier vooren gestatueerde ordres, by de Administratie en Negotieboeken zonder geldsommen zal zyn bekend gesteld. Wy mogen niet afzyn by deese geleegenheid te misteeren, dat dog de eysschen uit Europa spoedig en regulier mogen worden voldaan, ten einde daar door zeer veel ongerief hier ter plaatze, en merkelike nadeelen voor de Compagnien werden voorgekomen; immers vonden wy de Magazynen by onze aan„ komst alhier byna geheel leidig, Equipagie goederen waren 'er by maaken na

NL-HaNA_1.04.02_4361_0250 view scan ↗

English

167 No. 294. A to F were no longer on hand, and one may rest assured that they would, in case of scarcity, either not be obtainable at all, or only at enormous prices, the consequences of which could be most disastrous. There was also a great shortage of cloth for the clothing of the militia, as the cloth requested for the year 179½ had remained in arrears for more than a year. It would also be desirable that all the articles belonging thereto were always requested through one and the same chamber, or at least at the same time, because now sometimes the lack of the outer fabric, then the absence of fabric for the lining, then again of that for the undergarments, or of buttons, etc., prevents one from making use of the required items even though a portion thereof is actually in supply. There was also a very great shortage here of gunny sacks, which were requested for this Government from Batavia and Ceylon, and this caused no small inconvenience in the dispatch of the ships, especially since many goods often had to be unloaded and loaded that cannot easily be transported other than in sacks; for which reason we have recommended to the High Government a prompt supply of this article, which, though in itself minor, is nevertheless absolutely indispensable here. Although not belonging to the Company's administration, we nevertheless deemed it our duty to also investigate the state of the respective diaconate or poor funds, both of the Reformed and Lutheran congregations in this Colony, and we have the honor to append hereto the accounts thereof, as they were closed at the end of 1791. We now find ourselves arrived at the third and last part of the second Main Chapter of this our report, namely that of the Company's Finances in this Government. In the treatment thereof, we shall follow this order: that we first examine the matter of the Charges, and their probable amounts for the future, wherein we shall at the same time indicate what further dispositions have been made by us toward their reduction and the observance of the Company's greatest benefit; Next, we shall disclose the matter of the Profits and revenues, and likewise add thereto our thoughts concerning their future amounts, citing the means employed by us toward their improvement and increase. Concerning the Charges, we shall take as the basis of our reasoning the most recently closed State account of the financial year 1792. At the very outset of the examination of the Charges of that 169 financial year, there appears the important item of Ship Expenses, amounting to ƒ230112 15 —. Two matters come particularly into consideration in this regard, namely the costs which they cause during their stay at this corner, and the provisions supplied to them for the voyage. The long detention here of the Company's passing ships has repeatedly drawn the attention of the assembly of the Seventeen, and one consistently finds in the letters from the said assembly to the Cape Ministry, from earlier and later years, the most earnest recommendations and regulations, all tending to make the stay of the Company's passing ships here as short as possible. Our High Commissioners have also judged this matter to be of such particular importance that their High Mightinesses, in the 9th article of our Instruction, explicitly instructed us to endeavor to trace the causes of those long detentions, and to employ the most appropriate means so that, insofar as these might not merely lie in the negligence or improper direction of the officials, to remove the same and ensure that the orders established in that regard are, as much as ever possible, brought back into force. We have also made this our zealous endeavor, and indeed found that the negligence or improper direction of the officials contributed very greatly thereto. Indeed, Your Excellencies have already been able to discern this from what we reported under the heading of Servants with respect to the manner in which the ship officers were accustomed to act, of whom it may be said that most did not look after their assigned vessel so long as it remained here, but spent their time ashore attending to their private affairs, largely arising from their illicit trade, and did not return on board until after the small bower anchor had been weighed, which even then was usually arranged according to their convenience, and by no means according to the first suitable opportunity. In this shameful abuse we have now, as reported in its proper place, provided to the best of our ability, and we flatter ourselves that the measures taken in that regard will have met with the approval of Your Excellencies. The manner of placing men on the Company's ships, and orders

Dutch transcription

167 _:o „ 294. A tot F na niet meer aanhanden, en men mag zig verzeekerd houden zu Byb No 293. Artikel, hebben aan bevoolend dat dezelve by gebrek of in 't geheel niet, of niet dan tot en orm pryzen te bekomen zouden zin, waar van de gevolgen alle verderffelijkst zouden kunnen zyn. Aan stoffagie voorkleeding van de militie was ook groot gebrek zynde de voors79½ geeischte stoffagien meer dan éen Jaar Agher weeg gebleeven. — ook ware het te wenschen dat alle de artike daar toe gehoorende altyd door een en dezelvde kamer, op althans op dezelvde tyd, verzogt wierden, vermits nu dan eens gebrek aan bovenstof, dan eens het ontbeeeken van Stoff gie voor de voering, dan wederom van die tot de onderkleeze of van knoopen etc:;, verhinderen om, ofschoon men van een gedeelte van het benodigde werkelyk voorzien is, daar van ge bruik te kunnen maken. Ook was alhier een zeer groot gebrek aan Goenyzakken, die voor dit Gouvernement van Batavia en Ceijlon werden geëwscht, en zulx heeft niet weynig ongerief toegebragt in de expeditie der scheepen, voor al daar er dikwyls veele waaren hebben ge„ lost en geladen moeten werden, die niet wel anders dan met zakken te transporteeren zyn, waarom wy aan de Hooge Regeering eene spoedige voldoening van dit wel iw zig zelven gering, dog egter alhier volstrekt niet te ontbeeren Schoon niet tot s' Compagnies aaministratien gehoorende, hebben wy ons egter verpligt geoordeeld ook te moeten onderzoek doen na den staat der respective Diaconie of armenkassen, beide van de Hervormde en Lutherse gemeentens in deeze Colonie, en hebben Wy de eer de reekeningen daar van, so als die met het einde van 1791 afgesloten zyn, hier bij te voegen. Thans vinden wy ons genaderd tot het derde en laaste stuk van het tweede Hoofddeel van dit ons verslag, namentlyk dat van s'Compagnie Finantien in dit Gouvernement. Wij zullen in de verhandeling daar van deeze orde volgen, dat wy eerst nagaan het stuk der Lasten, en derselver waarschynelyk bedra„ gen voor het toekomende, waar by wy teevens zullen dan wyzen, wel ke dispositien door ons verder tot derzelver vermindering en betrag„ ting van s' Comp„s meeste voordeel zyn genomen; Vervolgens zullen my openleggen het stuk den Winsten en inkomsten, en insgelyksch daar bij voegen onze gedagten over derzelver toeko„ mend bedragen, met aanhaaling der middelen door ons tot den„ zelver verbeetering en vermeerdering aangewend. Omtrend de Lasten zullen wy tot grond van onze raisonneman„ _ „ 295. ten leggen de Jongst geslote Staatreekening van het boekjaer 1792 Al terstond doet zig in de beschorwing der Lasten van Artikel dat 169 dat boekjaar op de importante port van Onkosten. van Scheepen bedragende ƒ230112„ 15„ —. Twee zaaken koomen hier omtrend byzonder in aanmerking, na mentlyk de Kosten welke dezelve veroorzaaken geduurende hun Verblyf aan deezen uythoek, en de verstrekkingen welke aan hun gedaan worden voor de reyze Het lang aanhouden van s'Compagnies passeerende Scheep alhier, heeft meermalen den aandagt der vergadering van s7 Opgewekt, en men vind doorgaans inde aanschryvingen van welgemelde vergadering aan het Kaabsche Ministerie, van vroegere en latere Jaaren de ernstigste aanbeveelingen, en bepalingen, alle daartoe strekkende om het verblyf van s' Compagnies passeerende scheepen alhier so kort mogely te doen zyn. Onze Hoge Commitsenten hebben deeze zaak ook van dat byzonder gewigt geoordeeld, dat Hoogst dezelve ons by het 9e. Artikel onzer Instructie uytdrukkelyk hebben aanbe voolen om te tragten de oorzaaken dier lange aanhoudinge op te speuren, en de meest gepaste middelen in't werk te ste len, om voor so verre die niet alleen mogten geleegen zyn in Verzuijm of verkeerde directie der bediendens, dezelve uyt den weg te ruymen, en er in te voorzien dat de daar omtrend gesteld Ordres, so veel immer mogelyk, weeder in Vegeur wierden gebragd. Wy hebben ok daar van onze yverige betragting gemaakt, en in de daad bevonden dat verzuym of verkeerde directie der bediendens daartoe zeer veel hebben gecontribueerd. Trouwens Uw wel Edele Hoog Agtbaare hebben zulks reeds kunnen bespeuren uyt het geen my onder het poinct van Dienaaren hebben gemeld met opzigt tot de wyze waar op de scheeps Overheeden gewoon waren te handelen, waar van men zeggen mag dat de meeste na hunnen onderhebbenden bodem niet omragen; zo lang dezelve zig alhier bevonden, maar hunnen tyd aan de wal met de bezorging hunner partikuliere zaaken, Veel al uit hunne ongepermitteerde Negotie spruytende, door„ bragten, en niet weeder aan boord kwaamen dan na dat het tuy anker geligt was, het welk zig dan nog doorgaans regelde na hunne Convenientie, en geenzints na de eerste bekwaame geleegenheid. In dit schandelyk misbruyk nu hebben my, gelyk ter zyner plaatze gemeld is, naar ons best vermogen voorzien, en wy vleyen ons dat de daaromtrend genome maatzegelen de goed- keuring van Uw Wel Edele Hoog Agtbaare zullen hebben weggedragen De wyze van het plaatzen van volk op s' Comps scheepen, ordres en

← previousnext →