VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 4361

Cape · 375 pages · 179 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_4361_0252 view scan ↗

English

and the mustering thereof, has further drawn our attention to itself, as a matter of the utmost influence on their speedy dispatch. The placing of crew on the Company's ships was in this Government largely entrusted to the pay bookkeeper, a custom which possibly in earlier times, when the Company had enough people and the mortality at Batavia was lower, can have had no disadvantageous consequences for it, but at present, since the shortage of people at Batavia is very great, and makes a double attentiveness here regarding the continuous dispatches of all able-bodied men exceedingly necessary, we judged that it was far more serviceable and useful for the Company that this task be assigned to the Master of Equipage (as we also believe is the custom in the other Establishments of the Company), and that for the following reasons. The Master of Equipage, knowing the charters and rigging of the ships, knows how to judge with accuracy with how many crew each ship can proceed on the voyage, and how many men in urgent cases (as is the case at present) can be placed on the outbound ships for dispatch; he knows the worth of the sailors, and is thus able to give to each vessel an equal number of foremastmen, experienced sailors, and boys, and thus to distribute the people in the most equal manner, and to the greatest benefit, over all the vessels, of all of which the pay bookkeeper is ignorant, which exposes him to mistakes. As regards the mustering of the ships, the same took place in this manner: that by the Master of Equipage a small list was brought to the Commander of all such ships as could be mustered within 6 to 8 days, whereupon a muster notice was also written out and carried around to everyone who had any connection thereto; after which the mustering proceeded at the appointed time. Yet it happened only too often, and the southeasterly winds prevailing here were (as we have seen elsewhere) not always the sole or principal causes thereof, that the officers of the ships remained backward in getting their vessels ready, bringing water, firewood, and rations on board, which then frequently had to happen after the muster, and resulted not only in the ships remaining lying for days on end after the muster, but also that sometimes persons declared themselves as disabled after the muster, and as such were sent to the hospital. That it frequently happened that among them were those who had been placed on the ships here, and whose accounts were sometimes already closed and sent to Batavia, while the earner remained here. That after the mustering of the ships, persons obtained permission from their officers to go ashore, while it frequently happened that after the departure of the vessels persons appeared who had let their ships sail, and who, due to the absence of the original assignment roll and other ship's pay papers, had to be taken onto a phantom account by the pay bookkeeper. Since all of this now contributed not a little to the delay of the ships, we have, notwithstanding the already mentioned dispositions to prevent that from the side of the ship's officers any further cause could be given thereto, with a similar aim, and for the advancement of good order regarding the matter of the mustering and placing of the people, made the following regulations. Firstly, that the Master of Equipage shall give notice to the Commander when, barring unforeseen accidents, a ship or ships can be mustered eight days thereafter. Secondly, that by the Commander immediate notice hereof shall be given to the Chiefs of the Offices, or those who stand in any connection with the muster, who shall then have to take care to be ready with their papers at the appointed time. Thirdly, that the placing of people henceforth being entrusted to the Master of Equipage, the same shall be obliged eight days before the muster to send a nominal roll of such persons as are placed on the ship or ships to the pay bookkeeper, in order to be able to settle and close the muster rolls and accounts in time, and to report to the trade bookkeeper the number of crew with which the ship or ships are about to depart, in order thereafter to draw up the ration lists. Fourthly, that the ships planned for the muster having water, firewood, rations, and all necessities on board, and lying ready to sail, the Master of Equipage shall make a report thereof to the Commander, who shall then subsequently have the Commissioners of the Muster notified to muster such ship or ships. Fifthly: That at this muster everyone without distinction shall have to be present, and after the muster no one shall be permitted to go from on board to the shore anymore, until

Dutch transcription

174 en het monsteren derzelve, heeft al verder onzen aandagt te zig getrokken, als eene zaak van den uitersten envloed op derz Ver spoedige expeditie. Het plaatzen van manschappen op s' Comps scheepen was un dit Gouvernement grotendeels aan den soldyboekhouder gebe mandeert, een gebruik, het welk mogelyk in vroegere tyden toen de Compagnie volk genoeg hadde, en de sterfte op Ba tavia minder was, voor haar geene nadeelige gevolgen kan het ben gehad, maar thans, daar het volksgebrek op Batavia zeer groot is, en eene dubbelde oplettendheid alhier op de geduurige Verzendingen van alle de bekwaame manschappe ten uitersten noodzakelyk maakt, oordeelden my dat het veel dienstiger en nuttiger was voor de Maatschappy dat deeze taat aan den Equipagie meester (zo als my ook meen dat in de andere Ehablissementen des Compagnie gebruiken is) wierde opgedragen, en wel om de volgende reedenen. De Equipagiemeester de Charters en tuygagie der Scheepen Ken nende weet met naauwkeurigheid te beoordeelen, met hoe veel volk een ieder Schip de reijze kan vervorderen, en hoe veel manschappen in dringende gevallen (gelyk teegen woor Op de uitkoomende scheepen ter verzending kunnen worden geplaatst; hy kent de waarde der Matroosen, en is dus ui staat om aan elken bodem, een gelyk getal van Hoorgangers, bevaaren Matrooyen, en jongens, te geeven, en alzo het volk Op den meest egalen voet, en ten meesten nutie, over alle de bodems te dastribneeren, van al het welk de soldyboekhouder onkrendig is, het welk hem aan misslagen blootsteld. Wat de monstering der scheepen betreft, dezelve geschiedde in deezer voegen: dat door den Equipagiemeester aan den Hoofdge„ bieder een lystje wierd gebragt van alle zodanige Scheepen als binnen 6 a 8 dagen konden gemonsterd worden, waar op dan ook een monsterbriefje uitgeschreeven en rond gebragt wierd by een ieder die daar toe eenige relatie had; waar na de monstering op den bepaalden tyd voortging. Dan het gebeurde maar ab te dikwils, en de alhier heerschende zuyd Ooste wonden waren en (:gelyk my elders gezien hebben) niet altyd de eenige of voornaame oorzaaken van, dat de Overheeden der schee„ pen agterlijk blieven met hunne bodems klaar te maken, water, brandhout en randzoenen aan boord te brengen, het welk dan veelal na de monstering moest geschieden, en ten gevolge had, niet alleen dat de scheepen nog derwyls dagen lang na de monstering bleeven leggen, maar ook dat zom„ tyds perzoonen na de monstering zig als Impotent op„ gaven, en als zodanig naar het Hospitaal gezonden wierden staat Dat 173 t zeer zyl: No: 94. Dat dit werf zig daar onder bevonden die op de scheepen alh geplaatst waren, en welker reekeningen, somtyjds reeds ingeslote en naar Batavia verzonden waaren, terwyl de verdiender hier verbleef. Dat na de monstering der scheepen, perzoonen van hun Officieren permissie verkreegen om naar de wal te gaan, terwy het dikwerf gebeurde, dat na het vertrek der bodems persoon te voorschyn kwamen die hunne scheepen hadden laaten zeyd en dis weegens ontstenten is der origineele belast rolle, en vr Scheeps soldy papieren, pr. looze Reekening. by de Soldy boek moesten ingenomen worden. Daar nu dit alles meede niet weynig strekke tot ophouding der scheepen, hebben my Converminderd de reede vermelde disp siteen 9m. te beletten dat van de zyde der scheeps overheeden da toe geen aanleyding meer zoude kunnen worden gegeeven) me een gelyk oogmerk, en tot bevordering der goede orde, omtrend het steek der monstering en plaatsing van het volk, gemaak de volgende bepaalingen. Eerstelyk dat de Equipagiemeester aan den Hoofdgebieder sa Kennisse geeven, wanneer buyten onvoorziene toevallen, schip ofte scheepen agt dagen daar na kunnen worden gemonster Ten tweeden. Dat door den Hoofdgebeeder aan de Chefs der Comptoiren, ofte die geenen die met de monstering in eenige connexie staan, hier van onmiddelyk zal worden kennisse gegee„ ven, welke als dan zullen moeten zorgen op den bepaalden tyd met hunne papieren in gereedheid te zijn. Ten derden, dat de plaatzing van volk voorlaan aan den Equipagiemeester sullende weezen gedemandeert, dezelve verpligt zal zyn agt dagen voor de monstering een naamrol van zodanige perzoonen als op schip ofte scheepen geplaatst zyn aan den soldij boekhouder te zenden, omme in tyds de Monsterrollen en reekeningen te kunnen vereffenen en afsluiten, en aan den Negotie boekhouder op te geeven 't getal manschappen waar meede schip ofte scheepen staan te vertrekken, omme daar na de Randzoen listen op te maken. Ten vierden Dat de tot de Monstering geprojecteerde scheepen, water, brandhout; landzoenen en alhet benodigde aan boord hebbende, en zeylzee leggende, de Equipagiemeester daar van rapport zal doen aan den Hoofdgebieder, die dan vervolgens aan Gecom„ mitteerdens van de Monstering zal laaten aanzeggen sodanig Schip of Scheepen te monsteren. Ten vyfden: Dat by deeze monstering een ieder zonder onder scheid sal moeten teegenwoordig zyn, en na de monstering nie„ mand meer van boord na de wal sal vermogen te gaan, ten der

NL-HaNA_1.04.02_4361_0254 view scan ↗

English

175 190. 296. 297 298. in fine shall be allowed to be granted except in cases of absolute necessity, and they shall be obliged to notify the Chief Commander thereof immediately; moreover, the officers of the ships shall be responsible for such persons as remain behind from their vessels. Just as we had already stipulated in the Instructions for the head of the Hospital Office, Article 15, that in the winter season he must send two assistants to False Bay to settle and prepare the muster rolls and papers of the ships, whereby we also primarily had their speedy dispatch in view, we subsequently stipulated that in the same manner a qualified clerk of the Trade Office shall be sent thither, in order there to examine the consumption books of the ships, regulate the missing rations, and put the expense accounts in order; so that along that way everything can be settled in such a manner that the ships, having been mustered, will need to wait for their papers in False Bay just as little as in Table Bay. In order that the mustering of the convalescents should likewise give no occasion for delaying the dispatch of the ships, we have also prescribed in this respect that, upon receiving permission from the Master Attendant, the day of the mustering having been fixed, notice thereof shall be given to the officer charged with the supervision of the Line, so that care may be taken that all the convalescents are present there, and that subsequently the Master Attendant shall proceed thither to muster out the number of convalescents that it has been decided to place upon a ship or ships; who must subsequently be transported on board under the escort of one of the officers of the ships to which they have been assigned. Having finally also learned that sometimes the ships were markedly delayed because the condition of the jetty in False Bay caused the vessels during spring and low tides to be delayed for whole days at a time before they could take in water and provisions; but that this could be remedied by lengthening that jetty by 60 to 80 feet, and then providing it with two additional water cranes; we caused this to be examined by experts, and subsequently, upon the favorable report received from the officers in this regard, and the appended report and statement of the required materials, granted authorization for the aforesaid lengthening. 177 see Appendix No. 299. Through all these arrangements we trust we have contributed everything possible to prevent in the future that the Company's ships are detained here any longer than is strictly necessary; but to effect that they arrive here in such a condition that they can be put in a state to continue their voyages within a few days is something that is beyond our reach, and depends primarily on the directors both in the Fatherland and in the Indies, but most especially on the coppering of the ships. We take the liberty in this regard to refer to what we have already said in our latest missive of the 21st of May of this year (of which the triplicate is transmitted herewith), and we shall only add thereto that constant experience here has shown that the ships of foreign nations calling at the Cape are, generally speaking, always in such a condition that they require very few supplies, and within very few days can be put in a state to continue their voyages, whereas the Company's ships generally require very much indeed, and particularly repairs, which considerably, and all the more, delays their dispatch, because here neither the facilities are suitable, nor the establishments arranged, to carry out repairs of importance, which then delay not only the dispatch of the ships that need to be repaired, but also of all the others lying in the roadstead at the same time, partly on account of the orders for sailing in consort, partly because the boatmen and craftsmen are not sufficient to be employed on so many ships at once. If we now consider what the reason can possibly be why the Company's ships suffer so much more on their voyages than those of foreign nations, we can find no other than that the latter are all coppered, and the Company's ships are not, which causes the latter to have longer, more difficult, and more dangerous voyages; we say that all foreign ships passing here are coppered, and this is literally true, for no private ship, however much it may bear the marks in all other respects of not having been built and fitted out from a generous purse, down to the smallest American fisherman inclusive, appears here without being coppered. That the consequence of not coppering, especially in the East Indian waters, is that the ships truly have longer, more difficult, and more dangerous voyages, is so clear and

Dutch transcription

175 „ 190. „ 296. 297 „ 298. in fine zal vermogen te verleenen dan in Cas van volstrekte noodzake heid, en gehouden zyn daar van terstond aan den Hoofdgebiede Kennis te geeven; zullende wijders de overheeden der scheepen verantwoordelyk zyn voor zodanige persoonen als van hun bodens agter uit blyven. Gelyk wij me reeds by de Instructie voor het hoofd van het # zee Byl: No. 97. Hospitaals Comptoirt Art: 15 bepaald hadden, dat hy in het Wintersaiso en twee adsistenten naar den Baay Fals moest zende Om de rollen en papieren der Scheepen te vereffenen en in geree heid te brengen, waar meede wy ook voornamentlyk derzelve spoedige oxpeditie hebben op het oog gehad, hebben my na de hand bepaald, dat in zelver voegen naar denwaards sal werden gezonden een bekwaam bediende van het Negotie Comptoir, omme aldaar de Consumptie boeken der scheepen te kunnen examineeren, de manqueerende randsoenen te guleeren, en de onkostreekeningen in ordebrengen; ten een langs dien weg alles zodanig te kunnen werden gerepareert dat de scheepen gemonsterd zynde, eeven min in de Baay Aals na hunne papieren behoeven te wagten, als in de Tafelbo Op dat ook de uitmonstering der Recomaliscenten geen aanleyding geeve tot het vertragen van de expeditie der zy op bekome permissie van den Equipagiemeester, die dezelve maen Bylage, N=o 94. der scheepen, hebben nyj ook in dit opzigt voorgeschreeven dat de „dag der uytmonstering vast gesteld zijnde, aan den Officier met het opzigt over de Linie belast daar van Kennisse zal worden ge„ geeven, om zorg te kunnen dragen dat alle de Recomvalescenten aldaar teegenwoordig zyn, en dat vervolgens de Equipagie meester zig naar derwaards zal begeeven, om het gekal recon„ valescenten, 't welk men besloten heeft op schip of scheepen te plaatzen, daartoe uit te monsteren; die vervolgens, on„ der geleyde van een der officieren van de scheepen waar op zy bescheyden zyn, naar boord moeten worden getransporteerd. Eijndelyk nog vernomen hebbende, dat somtyjds de Scheepen merkelyk opgehouden wierden, door dien de gesteldheid van het zeehoofd in de baay F als oorzaak was, dat de vaertuygen by spring en ebtyden derwyls geheele dagen werden opgehou„ den, bevorens zy water en provizien konden inneemen; dog dat zulks te verhelpen zoude zyn met dat Zeehoofd 80 a 60 Voeten te verlengen, en als dan met twee meerdere waterkraa„ nen te voorzien; hebben wy zulks door des kundigen doen examineeren, en vervolgens, op het desweegens ingekomen favo„ rabel berigt der inisters, en bygevoegd Rapport en opgave van de benodigde Makrialen, qualificatie tot de voorschr: verlerging gegeeven. scheepen Door 1 177 t zee Byl: No. 299. Door alle deese Schikkingen vertrouwen my het mogelyke te h ben toegebragt om voor 't vervolg voor te koomen dat s'Compag scheepen alhier niet langer werden aangehouden dan volstrekt nodig is, maar om nu te effectueeren dat dezelve alhier in de gesteldheid aankomen, dat zy binnen wanige dagen in Staa kunnen worden gebragt om hunne reijzen te vervolgen, is cets dat buiten ons bezeik is, en voornamentlyk van de directee in 't Vaderland als in Indie, maar wel voornamentlyk van he Koperen der Scheepen afhangde. Wy neemen de vryheid ons daaromtrend te refereeren tot het geen my reeds by onze Jongste Missive van den 21te Mei de zes Jaars (waar van het Triplicaat hier neevens Overgaat.) hebben gezegd, en zullen er alleenlyk nog maar by voegen, dat de constante ondervinding alhier leerde, dat de Vreemd Natie scheepen welke de Kaab aandoen, over het algemeen genomen altyd zig in die gesteldheid bevinden, dat zy zeer weynig benodigdheeen hebben, en binnen zeer weynige dage Kunnen worden in Staat gesteld om hunne reyzen te vervo deren, daar s'Compagnies scheepen doorgaans zeer veel waarlyk benodigd hebben, en wel byzonder reparatien welk derzelver expeditie aanmerkelyk, en des te meer ver traagd, om dat alhier nog de geleegenheid geschikt, nog nog de omslagen na ingergtis, om alhier reparatien van belang te doen, welke dan niet alleen de expeditie ophouden van de Scheepen die gerepareerd moeten worden, maar ook van alle de andere, die op dezelfde tyd ter rheede leggen, deels uit hoofde der ordres tot het gecombineerd zeijlen, deels om dat de boot- en ambagtslieden niet sufficiont zyn om aan zo veele scheepen te gelyk te kunnen worden geomployeerd Jaan my nu na welke dog de reede kan zyn waarom s'Com„ pagnies scheepen so veel meer leyden op derzelver reyzen, dan die van Vreemde Natien, kunnen wy er geene andere vinden dan dat laastgemelde alle gekoperd zyn, en s' Compagnies scheepen niet, waar door veroorzaakt word dat deeze en langer, en moeyelyker en gevaarlyker reysen hebben, wy zeg¬ gen dat alle vreemde scheepen alhier passeerende gekoperd zyn, en dit is na den letten waar, want geen partikulier schip, hoe het ook in alle andere opzigten de kenmerken moge dragen van uyt geene ruyme beurs te zyn gebouwd en uytgerust, tot de geringste Amerikaansche Visscher Encluis, verschynt hier, of het is gekoperd. Dat nu het gevolg van het niet kooperen vooral in de Oost Jndische vaarwateren, is, dat de scheepen waarlyk langer, moeyelyker en gevaarlyker royzen hebben, word so klaar de en

NL-HaNA_1.04.02_4361_0256 view scan ↗

English

see Appendix No. 300. and proven, both by the opinion of the entire world navigating to the Indies and by sound reason which teaches that a clean ship must sail faster, better, and more easily than a foul ship, that we would do an injustice to the enlightened ideas of Your Right Honourable Nobilities to enter into further details in that regard. If, therefore, the Meeting of the Seventeen should not yet have proceeded to the decision to have all the Company's ships sheathed in copper, we hope that these new considerations, and the observation that the Cape's expenses can thereby be reduced by a very substantial sum, and that this will also be of no small influence on the further expenses of the Indies, will persuade the Most Mentioned Meeting thereto. We must also testify, without that, to being unable to predict any noteworthy reduction of this important expense item of the Cape Government; for as regards the provisions supplied here to the ships, both in ship supplies and in provisions, we must frankly declare not to have been able to discover that excesses take place therein, if we except very few cases of previous years, which in this respect make no rule. Upon our arrival here we thought not at all favourably of the management which we assumed took place in that regard, and we were strengthened in that opinion when we observed the provisions supplied to the last passed Company's ships, which appeared exorbitant to us, so that we already on 13 July 1792 demanded the accountability of the Ministers thereon, and prohibited them, during our presence here, from making any provisions to the passing Company's ships of such items as are mentioned in the written order issued by us in that regard, without our prior knowledge. A few days later we added thereto an earnest recommendation to watch with proper attention that the existing orders regarding the accounting of the ship's provisions and equipment goods, the keeping of the consumption books, etc., were strictly followed by the ship's officers, and that with respect to the supplies the regulations made in that regard were also observed with the greatest precision; while we further stipulated in particular regarding equipment goods that no extraordinary supplies of these shall be made to the ships, except after authorization for that purpose, at the request of the ship's officers, shall have been granted by the Government. Meanwhile Meanwhile we caused, not without much labour, the provisions supplied in several years to the passing ships to be examined in all their details, in order thus to bring this important matter to the required clarity. Yet whatever trouble we took herein, it remained indeed a truth that those supplies were exorbitantly large, but we have not been able to perceive that the supplied quantities were disproportionate to the actual needs, as these had also been substantial due to the long voyages of the ships. We must also remark on this occasion that under the present system, and so long as one does not obtain the assurance, by coppering the ships, that they will no longer run the danger of being six months and longer under way between the Fatherland and the Cape, one in the Netherlands ought not to think of any practice of retrenchment in the matter of provisions; firstly, the advantage which one might judge to pursue thereby exists only in appearance, because the burdens of this Government must thereby necessarily increase proportionally on account of the greater supplementation; secondly, this exposes the ships and crews to the greatest calamities, from which, among others, the ships Texelstroom and the Resolutie were only narrowly preserved in the past year. We believe, however, that from our dispositions detailed hereinbefore we may anticipate some relief from this pressing burden of expense, the more so because we have already immediately seen the beneficial effects thereof in the speedy dispatch of the ships which passed during our presence here, and had to be detained for no special reasons longer than the time determined by the orders. To this is added that the abolition of the yearly provision ship to and from Batavia will also necessarily contribute some reduction thereto. In this regard we had perceived with surprise from the advices of the Ministers to the Meeting of the Seventeen of 27 September 1791 that, notwithstanding the explicit orders received to make a trial of not dispatching a provision ship to Batavia, they had nevertheless sent the hooker Sterrenschans thither, which we then also, as of old, have seen return from there laden with rice and other goods for this Government. Immediately after our arrival we therefore demanded the accountability of the ministers thereon, which

Dutch transcription

179 zien Byl. N:o 300. en door het gevoelen van de geheele op Indie navigeerende ma reld, en door de gesonde reede die leerd dat een schoon schip snelder, beeter, en gemakkelyker moet vaaren dan een vuyl schip, beweezen, dat wy aan de verlichte denkbeelden van Uw wel Edele Hoog Agtbaare te kort zouden doen, daar omtrend in vordere details te treeden. So dierhalven de vergadering van Avye nog niet mogt zyn Overgegaan tot het besluit om alle de scheepen van de kom p gnie te doen kooperen, hoopen my dat deeze nieuwe considera tien, en de beschouwing dat de Kaabsche Lasten daar door met eene zeer aanzeenlyke som zullen kunnen worden v minderd, en dat zulks ook op de verdere lasten van Indie van geen geringe invloed zal zyn, Hoogstgemelde vergaderen daar toe over te haalen. Ook moeten wy betuygen sonder dat geene naamwaardige vermindering te kunnen voorspellen van deeze importante laa post van het Kaabsche Gouvernement; want wat de verstrekking aangaat, die alhier aan de scheepen gedaan worden, so an scheeps behoeftens als in virzes, moeten my rondelyk verklaar niet te hebben kunnen ontdekken dat daar in exccosen plaat hebben, so my zeer enkelde gevallen van vorige Jaren uytzon ren, die in dit opzigt geen reegel maken. By onze aankomst alhier dagten oy in 't geheel niet gunstig over de directie welke wy onderstelden dat daar omtrend plaats had, en wij wierden in dat begrip versterkt, toen my gade sloegen de Verstreke, kingen aan de laast gepasseerde s'Compagnies scheepen gedaan, welke ons exorbitant voorkwamen, sa dat my reeds op den 13 July 1792 de verandwoording der Ministers daar op vorderden, en hun interdiceerden om, geduurende ons aanweezen alhier, sonder Onze voorkennisse eenige verstrekkingen te doen aan de passeerende s'Compagnies, Scheepen van sodanige Artikelen, als opgenoemd zyn by het aanschryvens daar over by ons gedaan. Wij voogden weynige dagen later daar by eene ernstige aanbe„ veiling om met behoorlyken aandagt te waaken dat door de scheeps overheeden Stiptelyk wierden agtervolgd de plaats hebbende ordres omtrend de verandwoording der scheeps Victua„ tien en equipagie goederen, het houden der Consumtiebaelen etc. a, en dat ook ten aanzien der verstrekkingen met de meeste Naauwkeurigheid wierden nagekomen de bepalingen daar om„ trend gemaakt; terwyl wy nog op het stuk der equipagie goede„ _„ 260: ren in 't byzonder hebben vastgesteld, dat daar van geene ex„ traordinaire verstrekkingen aan de scheepen zullen mogen wer„ den gedaan, dan na dat daar toe, op verzoek der scheepst Overheeden, door de Regeeringe authorisatie zal weezen verleende By Jmmiddels 181 Ammiddels heten wy, niet sonder veel arbeid, na gaande ver strekkingen in eenige Jaaren aan de passeerende scheepen geda in alle derzelver details, ten einde alzo dit belangryk stuk tot Vereischte klaarheid te kunnen brengen. Dog wat moeyte wy oms hier in ook hebben gegeeven, bleefhet wel eene waarheid dat die verstrekkingen oporbitant groot waa maar wy hebben niet kunnen bespeunren dat de verstrekte he Veelheeden oneevenreedig zyn geweest aan de Weezentlijke behoeften als die door de lange reijzen der scheepen ook aanmerkelijk waaren geweest. Wy moeten ook by deeze geleegenheid remarqneuren, dat op den teegenwoordigen voet, en zo lang men zig door het bekoperen de scheepen de gerustheid niet verschaft, dat zij geen gevaar meer zullen loopen van tusschen het Vaderland en de kaab ses maand en langer onder weeg te zyn, nien in Nederland niet behoord denken om eenige betragting van menage in het stuk der Victie lien; voor eerst bestaat het voordeel, het welk men zoude moge oordeelen daar meede te bejagen, alleen in schyn, om dat de lasten van dit Gouvernement daar door noodwendig, uyt hoofd der meerdere Suppletie, in eevenreedigheid moeten aangroeren; ter anderen stelt zulks de scheepen en equipagien aan de grootste Onheilen bloot, waar voor onder anderen nog in het gepasseerde den Byli N:o 56. Verandwoording der ministers daar over gevorderd, welke Iaar de scheepen Texelstroom en de Resolutie maar ter naauwer nood zyn bewaard gebleeven. Wy meenen ons egter van onze hier voren gedetailleerde dispositien eenige verligting van deeze drukkende lastpost te mogen voorstellen, te meer om dat my de heylzaam en uytwerkselen daar van reeds dadelyk hebben gezien in de spoedige expeditie der scheepen welke geduurende ons aanweesen alhier zyn gepasseerd, en om geene by„ zondere reedenen langer dan by de ordres bepaalde tyd, hebben moeten worden aangehouden Hier by komt, dat ook de afschaffing van het Jaarlyksche Provisie schip naar en van Batavia, daar aan noodwendig eenige vermins dering zal toebrengen. Wy hadden hier omtrend met bevreemding uit de Advieren der Ministers aan de vergadering van Xvi.= e m do 27 Septb: 1791 ontwaard, dat zy niet teegenstaande de uytdrukkelyke ontfange beveelen om eene preuve te neemen om geen provizie schip naar Ba„ tavia af te vaardigen, nogthans de Hoeker Sterrenschans naar derwaards hadden afgezonden, die wy dan ook, als van Ouds, met ryst en andere waaren voor dit Gouvernement beladen, van daar hebben zien te rug keeren. Wy hebben dierhalven onmiddelyk na onze aankomst de Jaar

NL-HaNA_1.04.02_4361_0258 view scan ↗

English

Appendix No. 57, to be found with their letter of 18 July 1792, has appeared to us rather more convoluted than satisfactory; yet, since it was an accomplished fact, we have passed over it for this time, under serious recommendation, however, to take great care in the future to avoid sending chartered ships to Batavia under any pretext whatsoever, and strictly to follow the orders established in that regard by the meeting of the Seventeen. Finally, the Expenses of Ships in this Government will also necessarily decrease through the abandonment of the Company's navigation to Mossel Bay and Plettenberg Bay, which has the consequence that only one permanent Colony Ship will henceforth be needed here to convey goods and provisions to and from False Bay, for which we had initially planned the hooker Sterreschans. However, having subsequently received news that the High Government was apprehensive that there would shortly be a shortage of ships at Batavia to convey returns to the fatherland, our intention was, after she had conveyed some spars and other timber to False Bay, to send that vessel thither with the available mariners, to be dispatched from there immediately to the Netherlands with returns; in which, however, we have been disappointed by the unfortunate stranding of that ship. Since it is a most essential requirement for the Colony ship here that she be capable of loading heavy spars, the Company's interest would in our view also entail that a good hooker or pink ship, provided with loading ports, be sent out for that purpose as soon as possible, for which perhaps the ship De Castor might come into consideration, whereupon the frigate De Meermin, with which one must make do in the meantime, could immediately repatriate, which is most necessary for the conservation of that vessel. On the cited grounds, we therefore believe that the entry of Expenses of Ships will henceforth, if the circumstances previously cited here should undergo no change, amount year in, year out, to no less than ƒ 200000, but if all the ships are copper-bottomed, and then properly victualed in the Netherlands for eight months and provided with everything, we should think that the sum made known for that purpose in a certain memorandum relating to the Cape would not need to be stipulated. It should not be taken amiss if we add here that it would be a desirable matter for the interests of the Company if correspondence were to take place between the respective Chambers concerning the space in outward-bound ships, in order always to be able to pursue the greatest profit for the Company therein. It has at least appeared to us, with respect, that more use could be made of the space in the ships destined for Batavia to provide this Government with European provisions, regarding which we may be permitted to cite merely as an example that the ship De Zwaan of the Zeeland Chamber arrived here with so slight a cargo that she was not much more than ballasted, at the same time that the ship Texelstroom, expressly sent out by the Amsterdam Chamber with goods for this Government, was expected here, as she has since also arrived. Regarding the amount of the account of the military depots of the Regiments of Meuron and Wurtemberg, it is not well possible to make a determination with any precision, since this principally depends on the number of recruits present therein in a full year, which by virtue of accidental circumstances can be much greater in one year than in the other, just as, for example, the stay of a part of the Regiment of Wurtemberg on Ceylon at present has the consequence that the recruits arriving for this Regiment with Batavian ships must be partially detained here until an opportunity presents itself to send them to Ceylon. We must also observe, and similar observations could perhaps be made on entries of far greater importance with no less reason, that these expenditures are regarded very improperly as belonging to the burdens of this Establishment, for it is clear that they do not occur for the benefit of the same, but in fact for the benefit of that Establishment where the troops, for whose maintenance the depot belongs and is necessary, serve; just as the increase of burdens which arises therefrom for this Government is, in relation to the total of the Indian Burdens, merely ideal, indeed could only have any reality insofar as the maintenance of the men here might be somewhat more costly than at the place of their destination. The entries for Ordinary Rations and Ordinary Expenses amounted last to ƒ 140581 13 and ƒ 63978 16 8 respectively. By virtue of the since further reduced scale, one may expect that each of these entries might well with

Dutch transcription

183 A: zee yl: N:o 57. te vinden by haaren brief van den 18 July 1792, on meer omslagtig als wel voldoende is voorgekomen; dan, daar het dog eene gedaane zaak was, hebben wy zulks voor ditmaal gepasseerd, onder Serieu „ 265. Aanbeveeling egter om zig voor 't vervolg van het zenden van p10 vrrie scheepen naar Batavia, onder wat pretext ook, soogvie dig te wagten, en stiptelyk te agtervolgen de ordres daarom trend door de vergadering van Xvij=m gesteld. Eyndelijk zullen de Onkosten van Scheepen in dit Jouverne ment ook noodwendig minder worden door het verlaeten van de Vaarts Compagnies ceegen op de Mossel en Pletten borgs baanp het welk ten gevolge heeft dat men alhier slegts éen perm nent Colonie Schip Voortaan zal behoeven, om goederen een behoeften van en na de Baay Fals over te brengen, waar toe wy eerst de Hoeker Sterreschans hadden geprojecteerd, dog naderhand tyding bekomen hebbende dat de Hoge Regeering be dugt was dat het eerlang op Batavia aan scheepen zoude ont breeken om retouren na het vaderland over te brengen, was ons voorneemen dien bodem na dat zy eenige rond en andere houten na Baay Fals zoude hebben overgebragt, met de aan handen zijnde zeevaarende naar derwaards te zenden, om van daar ommiddelyk met retouren na Nederland te werden Gedepecheerd; dog waar in my, door het ongeluktig Stranden van dat schip zyn te beurgesteld geworden. Daar het nu een allerweezentlykst vereyschte is in het Colonie schip alhier, dat het bekwaam zy om zwaare rondhouten te kunnen laden, zoude s' Compagnies belang naar ons inzien meede brengen dat daartoe ten spoedigsten een goede Hoeker of pink schip, van lastpoorten voorzien; wierd uytgezonden, waartoe mis„ schien het Schip de Castor in Consideratie zoude kunnen komen„ wanneer het Freegat de Meermin, waar meede men zij immid„ dels moet behelpen, terstond zoude kunnen repatrieeren, het welk voor de Conservatie van dien bodem allernoodzakelykse is„ Op de aangehaalde gronden meenen wy dierhalven dat de port van Onkosten van Scheepen voortaan wanneer de omstandigheeden hier bevorens aangehaald geene verandering zoude mogen erlangen jaar door jaar niet minder dan ƒ 200000 -. zal kunnen bedragen, maar alle de scheepen gekoperd, en dan in Nederlands behoorlyk voor agt maanden gevictualieerd en van alles voor„ zien wordende, zouden wy meenen dat daar voor niet behoefde gestelde te worden die zomme als daar voor by zeekere memorie tot de Caap betrekkelyk is bekend gestelde. Het werde ons niet ten kwaade geduid wanneer wy hier nog bijvoegen, dat het voor de belangen der Compagnie eene „winschelyke zaak zoude weezen, wanneer tusschen de res=e van kameren 1 185 Kameren eene Correspondentie plaats had over de ruimse in de Uijtkomende Scheepen, ten einde daar in altyd het meeste profi van de Compagnie te kunnen betragten. Het is ons althans /onder eerbied/ voorgekomen, dat van de ruymte der naar Batavia bestemde scheepen meer gebruyk zoud kunnen worden gemaakt om dit Gouvernement van Europeesche behoeften te voorzien, waaromtrend het ons vergund zy alleen lyk tot een voorbeeld te mogen aanhaalen, dat het schip de Zwaan van de kamer Zeeland alhier is aangekomen met so eene gerenge lading, dat het niet veel meer don geballast was, op dezelfde tyd dat alhier verwagt wierd /gelyk het zeeden Ook is aangekoomen/ het Schip Texelstroom, expresselyk door de Kamer Amsterdam met goederen voor dit Gouvernement uy gezonden. Op het bedragen der Reekening van de militaire Depots der Re gementen van Meuron en Wurtemberg is niet wel met eenige Naauwkeurigheid eene bepaaling te maaken, dewyl zulks voor„ namentlyk afhangt van het gezal reeruten het welk zig in de zelve in een rond Jaar bevind, het welk uyt hoofde van toe vallige omstandigheeden het eene Jaar veel grooter kan zyn dan het andere, gelyk by voorbeelde het verblyf van een ge deelte van het Regiment van Wurtemberg op Ceylon, thans ten gevolge heeft dat de recrnten voor dit Regiment met Bata„ viasche Scheepen uytkomende, alhier gedeeltelyk moeten worden Opgehouden, tot zig eene geleegenheid opdoed om dezelve naar Ceylon te Verzenden. Ook moeten wy aanmerken / en diergelyke aan merkingen zouden misschien op posten van vry groter aanbelang met geen monder grond te maken zyn / dat deeze uytgaven zeer oneygen beschouwd worden als gehoorende tot de Lasten van dit Ela„ blissement, want het is klaar dat dezelve ten behoeven van het zelve niet geschieden maar in de daad ten behoeven van dat Etablissement daar de trouppes, tot welker onderhouding het Depor behoord en noodzaakelyk is, dienst doen; gelyk ook de Vermeerdering van lasten welke daer uit voor dit Gouvernement Ontstaat, in betrekking tot het totaal der Indische Lasten, slegts ideaal is, ommers alleen eenige wreesentlykheid zoude kunnen hebben, voorso ver het onderhoud. van de manschappen alhier wat kostbaarder zoude kunnen zyn dan op de plaats hunner bestemming. De posten van Randsoenen Ordinair en van Onkosten Ordinair hebben 't laatst bedragen respectivelyk ƒ 140581„ 13 — en ƒ63978—. 16„ 8. –. uijt hoofde der zeederd nog verminderden Omslag mag men verwagten dat deeze posten elk nog wel met

NL-HaNA_1.04.02_4361_0260 view scan ↗

English

see appendix No. 301 No. 302. will decrease by ƒ 10000- —, or the first down to ƒ 130000. and the second down to ƒ 54000. –. The Extraordinary Expenses having amounted to no more than ƒ 2657. 15, we believe that for the future, calculated year by year, no more than ƒ 3000: - - - needs to be set for this. The carpentry and repairs had amounted to ƒ 15836. 1 and among these, those at the Sea Jetty, at the Military Barracks of the Regiment of Wurtemberg, and at the New Hospital (which had been deteriorated in an incredible manner by the said Regiment) were quite considerable, so that we believe we may broadly estimate that this item will henceforth amount to no more than ƒ 15000 -. - year by year. The Expenses of Fortifications in that financial year were un- commonly moderate, having amounted to only ƒ 689. 8. However, if one is to maintain the same in a proper condition, one must expect significant repairs from time to time, as experience will also already show in the current financial year. We believe, however, that, calculated year by year, a sum of ƒ 10000 - - will be sufficient for this, since orders prohibit the construction of new works. The item for Serfs still amounted in the repeatedly mentioned financial year to ƒ 27885„ —10 —„ 8. Your Honorable Right Worships will be able to discover from the herewith annexed report demanded by us in the month of September 1792 from the overseer of the Lodge, and the list attached thereto, how large their number was at that time, and what their distribution and employment was. When we, in our letter of 20 October of that —: 241. year, had ordered that the European overseers among the masons should all be dismissed, and that in their place use should be made of such Company slaves as would have the greatest aptitude for it, in order likewise gradually to train the same in the mason's craft, No. 303. the Ministers suggested to us immediately to withdraw all such serfs as were still (in accordance with an old custom) in the service of some of the Ministers, of the Clergymen and their widows, both here and in the outer districts, and of some minor qualified servants, and in the same manner also to withdraw the pass-holders, who (likewise according to an old custom), although drawn from servants stationed at the Line or elsewhere, and salaried by the Company, were employed by prominent, qualified servants in their private service, expressing their willingness to give the example of these sacrifices for the benefit of the Company. Since, however, such people could not well be completely dispensed with by those who enjoyed the use of them, the Ministers requested that we allow the Commander and Members of the Political Council to recruit a few persons, in order to pay them out of their private purses, and thus use them for their private service without burden to the Company. We have, expressing our particular pleasure at this mark of goodwill from the Ministers, embraced both these proposals, and consequently immediately ordered the withdrawal of all such Company slaves as were in the service of others, whomever they might be, and abolished the keeping of pass-holders in the private service of Company servants, which measures we have likewise extended to the abuse that occurred in a similar manner regarding the convicts of Robben Island; but otherwise we took regard of the request of the Ministers to the extent that we allowed the Commander and see appendix No. 304. the Members of the Political Council to each have in their private service one person recruited by them from the service of the Company, wholly without any burden to the Company, and such persons being paid by those who enjoy their use. These measures then immediately took effect; but some of the persons who, pursuant to this, were obliged to relinquish the use of the Company's serfs, enjoyed by them up to that time, represented to us how it was extremely burdensome for them, especially because of the scarcity of slaves in this Colony, to make up for the loss caused thereby through the purchase of others, and also hard for many to see separated from themselves people by whom they had already been served for a long time and faithfully. Along with the equity inherent in these reasons, the consideration occurred to us that, just as the Company previously had not had the least benefit from those Serfs, the same could therefore at least at present, as the enterprise was diminishing more and more, be dispensed with for its service; and that the Company could thus on this occasion conveniently be relieved of their maintenance; wherefore we have authorized the Ministers to cede in ownership, to such of the aforementioned persons as should be inclined thereto, all such serfs of the Company as they had had in their private service prior to the date of our orders for their withdrawal, against payment for those who ibidem

Dutch transcription

117 zen zyl N=o. 301 „ 302. met ƒ 10000- — zullen verminderen, of de eerst tot op ƒ 130000. en de tweede tot op ƒ54000. –. De Onkosten Extra Ordinair niet meer dan ƒ 2657. 15 bedragen hebbende, meenen wy dat ook voor 't vervolg jaar door jaar ge„ daar voor niet meer dan ƒ3000: - - - behoeft te worden gesteld. De timmeragien en reparatien hadden bedragen ƒ 15836. 1 en daar onder zyn die aan het Zeehoofd, aan de Militaire Cazernen van het Regiment van Wurtemberg, en aan het Nieuw Hospetael (dat door het gemelde Regiment op eene ongelooflyk wyze was uitgewoond /: vry aanzienlyk geweest, so dat wy met ruymte meenen te mogen Gissen, dat deeze post voortaan Jaar door Jaar niet meer dan ƒ 15000 -. - zal bedragen. De Onkosten van Fortificatien zyn in dat Boekjaar buy ten gemeen modieg geweest, hebbende slegts bedragen ƒ689. 8. dog, sal men dezelve in eene behoorlyke staat onderhouden, moet men zig van tyd tot tyd op reparatien van belang ve„ wagten, gelyk de ondervinding ook bereids iu het lopende Boekjaar zal leeren. Hy meenen egter, dat, jaar door jaar gereekend, eene som van ƒ 10000 - - daartoe voldoende zal zyn daar de ordres het aanleggen van nieuwe werken verbieden De post van Lyfeygenen bedroeg nog in het meermelde Boekjaar ƒ 27885„ —10 —„ 8. Uw wel Edele Hoog Agtbaare zullen uyt het hier neevens gevoegd berigt door ons in de maand September 1792 gevorderd van den opsiender der Logie, ende daar by gevoegde Lyst, kun„ zen ontwaaren hoe groot destyds derzelver getal was, en hoedanig derzelver distributie en employ. Wanneer my by ons aanschryvens van den 20 October van dat —: 241. Jaar gelast hadden dat de Europeesche Opperheeden by de metze laars alle zouden worden afgeschaft, en in derzelver plaats gebruik gemaakt van sodanige slaven der Compagnie als daar toe de meeste geschiktheid zouden hebben, ten einde deselve ook alzo langzamerhand tot het metselaar ambagt op te „ 303. leyden, gaven de Ministers ons in bedenking om dadelyk te doen intrekken alle zodanige lyfeygenen, als zig nog (ingevol¬ ge een oud gebruik / in dienst bevonden by zommige der Ministers, by de Predikanten en derzelver weduwen, so hier als in de buyten distrecten, en by eenige mindere gequalificeerde Dienaaren, en in zelver voegen ook te doen intrekken de Pasgangers, welke (meede volgens een oud gebruik / of schoon genomen uit Dienaaren aan de Linie of elders bescheiden, en by de maatschappy besoldigd wordende, door voornaame. Gequalifi„ ceerde Dienaaren, in haaren partikulieren dienst wierden gebruikt met betuyging van haare bereidwilligheid om het Uw voorbield „ 189 t zee zyl: No. 118. voorbeeld van die op offeringen te gewen ten nutse der Maatschappen Daar egter sodanige lieden by de geene die daar van het genot hadden, niet wel geheel konden worden ontbeerd, versogten de Ministers, dat wy den Hoofdgebieder en Leeden van den Poli tieken Raad zouden toestaan om eenige weijnige persoonen te moge ligten, ten einde die uyt hunne price beurren te Salarieeren, en alzo buiten bezwaar der maatschappy tot haaren parti„ Kulieren dienst te mogen gebruiken. Wij hebben, met betuyging van ons byzonder genoegen over deeze blyk van welwillendheid der Ministers, deeze beide voorslagen omhelsd, en dienvolgens dadelyk doen intrekken alle sodanige s'Compagnie slaven, als zig in dienst van anderen wie zy ook zyn mogten, bevonden, en afgeschaft het hebben van pasgangers in partikulieren dienst van s' Compagnies Dienaaren welke dispositien wy teevens hebben uitgestrekt tot het mis bruyt dat in gelyker voegen plaats had omtrend de Cannelingen van het Robben Eiland; dog overigens in so verre reguard geslagen op het verzoek der Minister, dat wy aan den Hoofdgebieder en zie Byl: N:o 304. de Leeden van den Pohrieken Raad hebben toegestaan elk eenen Uit den dienst van de Compagnie door hun geligten perzoon in haaren partikulieren, dienst te mogen hebben, niets buyten eenig bezwaar der Maatschappen, en zodanigen perzoonen die geen die en het genot van heeft werden gesalarieerd. Deeze dispositien hebben dan ook dadelyk effeckt gesorteerd: meer sommige der perzoonen, welke ingevolge van dien verpligt waaren afstand te doen, van het gebruik van s' Compagnies Lyseygenen, tot dien tyd toe by haare genoten, representeerden aan ons hoe het hun ten uytersten bezwaarlyk viel, vooral om de Schaars heid van slaven in deeze Colonie, het daar door veroorzaakte gemis door den aankoop van anderen te vervullen, en ook aan veelen hard om van zig te zien afscheyden lieden, door welken zy reeds lang en getrouwelyk waaren gediend geweest: By de billykheid welke in deeze reedenen lag opgesloten, deed zig by ons op de aanmerking dat gelyk de Compagnie bevorens van die Lijf Eygenen geen het minste genot had gehad, dezelve dierhalven althans teegenwoordig, daar de omslag meer en meer Verminderde, voor haaren dienst konden worden ontbeerd; en dat dus de Compagnie by deeze geleegenheid gevoeglijk van derzelver onderhoud konde worden ontlast; weshalven wy de„ Ministers hebben gequalificeerd om aan zodanige der voor„ melde persoonen, welke daar toe zoude geneygd zijn, in eijgendom af te staan alle sodanige lyfeygenen van de Compagnie, als zy voor d. o van onze beveelen tot derzelver intrekking in haaren partikulieren dienst hadden gehad, teegens betaling voor die geene 1 ib idem

NL-HaNA_1.04.02_4361_0262 view scan ↗

English

191 At sea, Annex: No 304. those that were more than ten years of age, a sum of one hundred and fifty Rds, and for those under ten years of fifty Rds for each; with the exception still for the present of the Ministers, Emeritus Ministers, and widows of Ministers who have not remarried, who would suffice not to pay for each slave over ten years one hundred Rds, the provision concerning those under ten remaining the same. And whereas the Minister of the Reformed Congregation here, S: I: Serrurier, represented to us that he had never had any benefit of slaves from the Company, as having chosen not to make use thereof, but nevertheless presently, because of an extraordinary mortality among his own slaves, would also gladly wish to enjoy the faculty of being allowed to take over two or three slaves from the Company, we, understanding that his demonstrated discretion ought not now to turn to his disadvantage, have condescended to the request of that Minister. Through this cession now of more than 30 slaves, we think that that account will immediately decrease by ƒ26000 - . - . Of more influence upon the same will be the further reductions of the assessment whereof we shall speak hereafter, and on account of which we have most earnestly recommended a further reduction of the number of slaves from 1 to 265. The account of the Hospital is found in the last financial year closed with an adverse balance of ƒ24862. - 1. – However much the most earnest recommendations had already been made by the Assembly of the Seventeen by dispatch of 2 October 1790 for the reduction of the exorbitant supplies entered into the books for the benefit of the Hospital, and although since then some change for the better was indeed observed therein, it was nevertheless very far from observing therein that thrift and that good management which ought to characterize the housekeeping there. Since this now had a very considerable influence upon the burdens of this Government, we deemed it useful deliberately to investigate what the reasons were for the excessive amount of those expenses, and found that, far from the desired reduction being impracticable or extraordinarily difficult, on the contrary our objective could be perfectly attained if one merely brought the management in this respect back onto the footing as it was 16 years ago, when nevertheless some of the employees still found the means, though with less rapid strides than one has since seen occur, to amass a noteworthy fortune. We found then that the account of the Hospital at the 198 commencement of the Financial Year 1769/70 stood ahead by an amount of . . . . . . . . . . . ƒ11922— 12. And that the same moreover in that, and in the three following financial years, got ahead as follows; namely in the said financial year 1769/70 . . . . . . . „ 11707 —„ 3. in the financial year 1770/71 . . . . . . . . . . . „ 15543 —„ 15. 1771/72 . . . . . . . . . „ 15884 —. 13. so that the account of the Hospital in the last-mentioned financial year was closed with an important profit of . . . . . . . ƒ79572: 9: 8 which sum was then also on 1 September 1773 brought in again to the credit of the Hospital, but under Ultimo January 1774, pursuant to an order of the High Government of the Indies dated 1 November 1773 and the resolution of the Political Council of 11 January 1774 following thereupon, was transferred to the credit of the account of the New Hospital. In the four following financial years the account of the Hospital again stood ahead, which was transferred each year, just as had happened with respect to the financial year 1772/73, to the account of the New Hospital, as, in the financial year 1773/74 with 1772/73 - - - - - - - - - - - „ 24514 —. 6. 1775/76 from 1768/69 to 1772/73 this was - - - - - „ 79572- 9. — 8 So that the profit of this account, or the excess amount of the consumed wages over all the expenses, over the said nine consecutive financial years has amounted to a sum of - - - - - - - - - . ƒ133244 — 18.— the same having in the following financial year 1777/78 fallen behind . . . . . . . . . . . „ 744. — 15. — Which over the ten financial years still leaves remaining to the profit . . . . . . . . . . . . . ƒ 132500 — 3. — or year by year the sum of . . . . . . . ƒ13250 —. — If, on the contrary, we turned our eye to the state of that same account during the five financial years from 1785/86 to 1790, we found a completely opposite spectacle, the excess expenses over the amount of the consumed wages having caused that account repeatedly to close with a very adverse balance, which has amounted in the Financial Year 1785/86 . . . . . . . . . . . . ƒ42511„ —18. 1789/90 a sum of . . . . . . . . . . . . — 1787/88 - - - - - - - - - - „ 29146 — 14. 8 1788/89 — - - - - - - - „ 19080 – 8. — - - - - - - „ 45084 — 13. 8 – - - - - - - - „ 19317— 10. — in the Financial Year 1774/75 - - - - - - - - „ 17786- 1- 8 making together ƒ20184. 17 8 1776/77 - - - - - - - - „ 3313 — 13. -8 - - - - - - - - „ 12387. - 16. — a or 1791/92 - - - - - - - - - ƒ155141 — 4. —

Dutch transcription

191 t zee Byl: N=o 304. geene welke meer dan tien Jaaren oud waeren, eene Somma van een honderd en vyftig Rd„s en voor die beneiden de tien Jaaren van vyftig Rds voor elk; met uytzondering nog thans van de Predikan ten, Emeritua Predikanten, en weduwen van Predikanten niet hertrouwde zynde, welke zoude kunnen volstaan niet te betaalen voor elke lyfeygen boven de tien Jaaren een honderd Rd„s, de bepa ling omtrend die beneeden de tien dezelvde blyvende. En nadien de Predikant der Hervornde Gemeente alhier S: I: Terrurier aan ons vertoonde wel nummer eenig genot van lyfey„ nen van de Compagnie te hebben gehad, als niet verkozen hebben daar van gebruyk te maaken, dog egter thans, uit hoofde eener buyten gemeene sterfte onder zyne eygen slaven, ook gaarne te willen Jouiseeren van de faculteit om twee of drie lyfeijgenen van de Compagnie te mogen overneemen, so hebben mij, als begrypend dat zyne betoonde discretie hem thans tot geen schade behoord te zyn, in het verzoek van dien Predikant gecondescendeerd. Door deese afstand nu van meer dan 30 lyfeygenen meenen wy dat die reekening dadelyk op ƒ26000 - . - zal verminderen. van meer invloed zullen op dezelve zyn de verdere reductien van Omslag waar van my hier na zullen spreeken, en uythoofde van welke wij eene verdere vermindering van het getal der lyfeygende 1. _„ 265. op het ernstigst hebben aanbevoolen.. De reekening van het Hoopitaal vind mon in het laatste boekjaar af„ gesloten met een nadeelig Saldo van ƒ24862. - 1. – Hoe zeer door de vergadering van 17=n bereids by missive van den 2:e October 1790 de ernstigste aan beveelingen waaren gedaan tot Vermindering der exerbitante verstrekkingen ten behoeven van het Hospitaal by de boeken opgebragt wordende, en daar in zeederd Ook eenige verandering ten goede wierd bespeurd, was het or eg„ ter zeer verre van daan, dat daar in behagt wierd die zuynig„ heid en dat goed overleg, welke de huishouding aldaar behoorden te kenmerken. Vermits dit nu van eenen zeer aanmerkelyken invoed was op de lasten van dit Gouvernement, hebben wy het dienstig geoordeelt. opzettelijk na te gaan, welke de reedenen waaren van het excessief bedragen dier onkosten, en bevonden, dat wel verre dat de begeerde redextie impraeticabel of buitengemeen bezwaarlyk was, in teegendeel ons oogmerk volkomen konde worden bereikt, wan„ neer men slegts de directie in dit opzigt wederom bragt op den Voet, so als die was voor 16 Iaaren, wanneer evenwel sommige der bedienden nog het middel vonden, om, schoon met minder rasse schreeden, dan men zeedert heeft zien gebeuren, een naam= waardig fortuyn by een te zamelen. Wy bevonden dan dat de reekening van het Horpetaal by den De aan 198 aanvang van het Boekjaar 176 9/0 te voren stond een bedraa gen van . . _ _ _ - - - - - - - - - - ƒ11922— 12. En dat dezelve daar by nog in dat, en in de drie volgende boekjaren, is te voren geraakt als volgt; namentlyk in het geme. boekjaar 17 29/90. . . . . . . „ 11707 —„ 3. in het boekjaar 177 /9. . . . . . . . . . . . „ 15543 —„ 15. 177½. . . - . - - - - - „15884 —. 13. so dat de reekening van het Hospitaal in het laatstgem„e boekjaar werd afgesloten met een important voordeel van. . . . . - - - ƒ79572: 9: 8 welke som dan ook wederom met 1e. September 1753 ten voordeele van het Hospitaal is ingenomen, dog onder Ult:o January 1774, ingevolge eene orde van de Hoge Regeering van Indie in d. o 1 November 1713 en het daar op gevolgd besluit van den Politieken Raad van den 11: January 1774, ten voordeele van de reekening van het Nieuwe Hospitaal is overgeschreeven. Jn de vier volgende Boekjaaren stond de reekening van het Hoopi taal al wederom te voren, dan het geen telken jaare, even als omtrend het Boekjaar 178 2/3 was geschied, op de reekening van het Nieuwe Hospeitaal wird overgeschreeven, als, in het Boekjaar 1784 met 177 /3 - - - - - - - - - - - „ 24514 —. 6. 1773/6 van 176 8/9 tot 177 2/3 was zulx - - - - - „79572- 9. — 8 So dat het voordeel deezer reekening, of het meerder „bedragen der verteerde gagien dan alle de Onkosten, Over de gemelde Negen agter een volgende boekjaren heeft bedragen eene somme van - - - - - - - - - . ƒ133244 — 18.— hebbende dezelve in het volgende boekjaar 177 7/8 ten agteren gestaan. . . . . . . . . . . „ 744. — 15. — Het welk over de tien boekjaren nog ten voordeele doet overblyven. . . . . . . . . . . . . ƒ 132500 — 3. — of Jaar door Jaar de somma van. . . . . . . ƒ13250 —. — Vestigden my daar en tegen het oog op den staat van diezelvde reeke„ ning geduurende de vyf boekjaren van 178 5/8 dto 1795, 1o bevonden wy eene geheele tegen overgestelde vertooning, hebbende de meerdere Onkosten dan het bedragen der verteerde gagien die reekening telkens met een zeer naderlig saldo doen afsluyten het welk bedragen heeft in het Boekjaar 178 5/. . . . . . . . . . . . ƒ42511„ —18. 17 9/90 eene Somme van. . . . . . . . . . . . — 178 7/8 - - - - - - - - - - „29146 — 14. 8 178 8/9 — - - - - - - „ 19080 – 8. — - - - - - - „ 45084 — 13. 8 – - - - - - - - „19317— 10. — in het Boekjaar 1774/5 - - - - - - - - „ 17786-1- 8 makende te zamen ƒ20184. 17 8 1778/7 - - - - - - - - „ 3313 — 13. -8 - - - - - - - - „ 12387. - 16. — eene of 179½ - - - - - - - - - ƒ155141 — 4. —

NL-HaNA_1.04.02_4361_0264 view scan ↗

English

195 or on average annually the sum of ƒ 31028- 4. 1 While the closing of this Account as of the end of August 179½ to our disadvantage, as we have already remarked, made a very unfavorable showing, as it was closed with an adverse balance of as much as ƒ24862. By the aforementioned calculations it was therefore proven that the Hospital currently cost the Company more annually than it did 16 years ago, a sum of over ƒ: 44000 —. - for which excessive difference no adequate reason whatsoever could be given. Although due to the lack of proper records in the first of those periods it was not easy to trace the number of sick who were present in the Hospital at that time and annually, the amount of consumed wages, compared against each other, nevertheless sufficiently demonstrated that this difference could not have been so notable. Yet however that may be, it was furthermore certain that if experience over a series of so many consecutive years had taught that the wages of the sick were more than sufficient to compensate for the expenses of the Hospital, the account of the Hospital under a good and honest administration should always have been closed with a balance more or less favorable, depending on whether the number of sick was larger or smaller, but never with an adverse balance. In the first of the aforementioned periods, one clearly perceived the validity of this observation; thus, for example, the consumed wages in the financial year 1774/5 amounted to ƒ 55876-13. - and the account of that year was closed with a profit of ƒ17786. — 1-8. but the consumed wages in the following financial year of 1775/6 having only amounted to ƒ48351-3. — the favorable balance of that year was also less, amounting to only ƒ12387- 16. — In recent years, however, this was entirely different, for in the financial year 1789/90 the consumed wages totaled ƒ 62734. 5— and in the financial year 1792/3 almost an equal amount, namely ƒ 63752 - 13-8, whereas the adverse balances of both these financial years nevertheless differed by more than ƒ25000 -. – from each other, which in itself already abundantly demonstrated the scandalous nature of the administration taking place there. And this truly irresponsible administration was the sole cause of the excessive burden with which a previously profitable account now saddled the Company, a burden all the more intolerable because it was only too visible that it turned to the profit of its own servants; profitable for 197. ibidem See Appendix No. 223. for what other explanation could be given for all those excessive provisions that were charged to the account of the Hospital in a completely arbitrary manner. The scandalous overview thereof, as drawn up by us from the books, Your Honorable High Mightinesses will find in the See Appendix No. 305. attached comparative statement of certain provisions made to and on behalf of the Hospital in the financial years 1774/5, 1775/6, 1791/2 and 1792/3, and the costs thereof, from which it appears that the astonishing difference in the quantities of the provided items has brought about a proportionate difference in their monetary amounts to the charge of the account of the Hospital, as these monetary amounts totaled in the financial year 1774/5 - - - - - - - - - - - - - - ƒ20163. 18. — 1775/6 - - - - - - - - „19454 -14- —1791/2 - - - - - - - - - - „ 58666. -5- 8 —1792/3 - - - _ - - - - - „62006:4. However much the number of sick in the first and last of those financial years was nearly the same, and that in the financial year 1791/2 it was only a fourth more than in 1775/6, as appears from the respective amounts of consumed wages in those years, in which proportion the aforementioned provisions in 1791/2 should not have amounted to more than circa ƒ 24000 —. and in 1792/3 to ƒ 21000 - so that the Company in the span of merely two years in this respect alone may be considered defrauded in its finances of an exorbitant sum of ƒ75000:— We would find a wide field before us if we wished to enter into a detail of the reflections to which the nature of the specific items of provision appearing on the aforementioned comparative statement gives so much occasion, but we consider what has been cited thus far to be sufficient to hold as proven that which we have said above, and what is principally at issue here, namely that in order to make the account of the Hospital regain the favorable appearance which it had before the financial year 1775/6, no extraordinary efforts needed to be applied, but that it was sufficient to abolish all unnecessary provisions and to reduce them to those quantities that have previously been shown to be sufficient. Convinced of this upon such solid grounds, we have taken the most serious measures to prevent the interests of the Company in this respect from being neglected for a moment longer in such an irresponsible manner, and have therefore ordered the officials and all others whom this may concern, on pain of our highest indignation to

Dutch transcription

195 of door elkanderen gereekend Jaarlyksch de Mormesom van ƒ 31028- 4. 1 Terwijl het slot van deeze Reekening onder Ulto Augustus 179½ onsge lyk, gelijk ny reeds aangemerkt hebben, eene zeer nadeelige vertooning heeft gemaast, als zijnde met een nadelig saldo van vel ƒ24862 afgesloten. Door de voorschr: bereekeningen was dierhalven beweezen, dat het Horpitaal thans Jaarlijksch aan de Compagnie meerder koste dan voor 16 Jaren, eene som van ruijm ƒ: 44000 —. - voor welker excesseif verschil geene bekwaame reden hoegenaamd te geven was. Schoon by gebrek van behoorlyke aanteekeningen in het eerste dier tydperken niet gemakkelyk was na te gaan het getal der zieken, het welk zig. als to en Jaarlyksch in het Hoopitaal heeft bevonden, toonde egter het bedragen der verteerde gagien, tegen elkanderen vergeleeken, genoeg aan, dat dit onderscheid niet zo Aanmerkelyk kon zyn geweest Dog het mogt daar meede geleegen zyn zo het wilden het wes bovendien zeeker, dat wanneer de Ondervinding geduurende een reeks van zo veele agtereen volgende Iaaren geleerd had, dat de gagien der zieken meer dan voldoende waren tot goed„ making der Onkosten van het Hospitaal, de reekening van het Hospitaal by een goede en eerlyke directie altyd had moeten noeden afgeslooten met een saldo meer of min voordeelig, naar mate het getal der zieken grooter of kleinen was ge„ weest, maar nimmer met een nadeelig Saldo„ In het eerste der voorschr: tydperken antwaarde men duidelyk, de gegrondheid deezer aanmerking; zo bedroegen by voorbeeld de verteerde gagien in het boekjaar 177 /5 ƒ 55876-13. - en de reeke„ ning van dat Jaar wierd afgeslooten met een voordeel van ƒ17786. — 1-8. maar de verleerde gagien in het volgende boek- Jaar van 1177 5/6 maar belopen hebbende ƒ48351-3. — was het voordeelig saldo van dat Jaar ook minder, bedragende slegts ƒ12387- 16. — In de laaste Jaaren bevond zig dit egter geheel anders, wan kin het Boetjaar 17 89/90 Sommeerdon de Verteerde gagien ƒ 62734. 5— en in het Boekjaar 179 3 genoegzaam een gelyk monkant, namentlijk ƒ 63752 - 13-8, daar nogthans de nadeelige saldos dier beide boetjaaren meer dan ƒ25000 -. – met el„ Kanderen verschilden, het welk op zig zelvs reeds het schandelyke der directie aldaar plaats hebbende, overvloedig deed zien. En deeze waarlyk Onverandwoordelyke directie was alleen de oorzaak van het excessief berwaar, tot het welk eene weleer voor„ deelige reekening thans aan de Compagnie verstrekte, een be„ Zwaar des te onlydelijker, om dat het maar al te zigtbaar was dat het keerde ten profyte van haare eyge Dienaaren; voordeelig want 197. t ib idem O zeer Byl: N:o 223. wank welke andere explicatie was in te geeven aan alle die buytenspor rige verstrekkingen, welke op eene geheel willekeurige Wyze ten laste van het Hospitaal wierden gebragt. Hetschandelijk Sapreel daar van, so als het by ons uit de boeken is opgemaakt zullen Uw Wel Edele Hoog Agtbaare vinden in de tzee Byl: N:o 305. hier by gevoegde Comparative vertooning van sommige verstrekkin gen aan en ten behoeve van het Hospitaal gedaan in de boekjaaren 177 /5, 177 5/6, 1791 en 179½, en derzelver kostende, waaruit blykt, dat het verbaarend Verschil in de quantiteiten der Verstrekte artikelen, een eerenreedig verschil in derzelver geldo bedragen, ten laste van de reekening van het Hospitaal heeft te „weeg gebragt, als sommeerende dit gelds bedragen in het boetjaar 1774/5 - - - - - - - - - - - - - - ƒ20163. 18. — 177 5/6 - - - - - - - - „19454 -14- —179 /3 - - - - - - - - - - „ 58666. -5- 8 —179½ - - - _ - - - - - „62006:4. Hoe zeer het getal der zieken in het eerste en laatste van die boek Jaaren by na het zelvde is geweest, en dat in het boekjaar 179 7/1, slegt een vierde meer heeft bedragen dan iu 177 7/6, so als blykt uit de respective montanten der verteerde gagien in die Iaaren, in welke proportie de voorschr: verstrekkingen dan in No 19¾4 niet meerder dan Cirea ƒ 24000 —. en ns 174½ dan ƒ 21000 - zonder hebben moeten beloopen, weshalven men de Compagnie in den tyd van maar twee Jaaren alleen in dit opzigt voor eene exorbitante som van ƒ75000:— in haare fmantien verkort mag reekenen Wy zouden nog een ruim veld voor ons vinden, wan neer my ons wilden begeeven in een detail der reflexien waartoe de aard van de byzondere artikelen van verstekking op de voorschr: Comparative Vertooning voorkomende, so veel aanlerding geeft, maar agten het tot die verre aangehaalde genoeg te zyn, om voor beweezen te houden het geen my hier boven hebben gezegd, en daar het hier voornamentlyk op aankomt, dat namentlyk om de reekening van het Hospitaal weder te doen verkrijgen het voordeelig aan„ zien, het welk dezelve voor het Boekjaar 177 6/e gehad heeft, geene buytengemeene pogingen behoevden te worden aangeward, maar dat daartoe genoegzaam was alle onnodige verstrek„ Kingen te doen afschaffen, en dezelve te reduceeren tot die hoeveelheeden, als bevorens gebleeken is dat voldoende waren Hier van dan op zulke solide gronden overtuygd, hebben wy de ernstigste maatregelen genomen om voor te komen dat de belangen der Maatschappy in dit opzigt een ogenblik langer Op zulk eene onverandwoordelyke wyn zoude worden ver„ waarloost, en dierhalven de Ministers en allen die zulx verder aangaat, op poene van onze hoogste indignatie gelast hebben te

NL-HaNA_1.04.02_4361_0266 view scan ↗

English

199 ibidem see Appendix No. 123. to ensure and effectuate that all supplies mentioned on the aforesaid statement were immediately reduced back to the quantities which they had amounted to in the years 1774/5 and 1775/6, in proportion to the number of sick, calculated at the rate of the amount of consumed wages, as well as to cause the rent of warehouses on behalf of the Hospital to cease immediately, since it was utterly absurd that such rent was currently paid, whereas one found no mention made of this prior to the completion of this building, and consequently at a time when the space was incomparably less. We have furthermore most earnestly warned everyone whom this concerns that we would hold them liable for the damage which the Company might suffer on account of whatever the aforesaid supplies might amount to over and above the determination made herebefore, and, if necessary, summon them to Batavia in order to account for themselves there, with an interdiction to the Ministers (in order the more to assure ourselves of the effect thereof) against sending any of the present servants, from the first chief surgeon down to the ward masters inclusive, to Europe before our return to this Colony, or tolerating that they depart thither, on penalty of being held liable for all the consequences that might arise therefrom. Now with respect to those supplies of which no special mention is made on the aforesaid comparative statement, we have still found utterly absurd the assumption which served as a guideline for the provisions of meat, namely that such a considerable number of sick as were permanently found therein would consume one pound of meat daily per head, this being even a quarter of a pound more than is supplied to the healthy crews of the ships passing by here; we understood that, on the contrary, it was obvious that among such a number of sick there certainly are always many who can consume less, and only very few who, without this being detrimental to their recovery, can consume more than half a pound of meat daily, and have therefore prohibited that the daily provision of meat should ever exceed the amount of half a pound per head; but at the same time recommended that careful watch should be kept that the contracted butchers deliver good and sound meat, and not mixed with too many bones, as well as that it be delivered by them into the Hospital itself; since we had much reason to think that the actual cause of those exorbitant deliveries was to be found in an understanding between the contracted butchers or their servants and those servants of the Company who collected the meat from them, which was far too intimate for the Company's interests. We therefore believe we may consider ourselves assured on good grounds that the account of the Hospital will in future again be improved, and that this will amount to a sum of at least ƒ10000 –. – year by year. The Account of Condemnations having amounted to ƒ5679. 12. —, is indeed somewhat higher in one year than another, according to whether there are more or fewer executions; but one may safely assume that, calculated on average over the years, it will not amount to more than ƒ6000 –. – per year. This burden will, however, be all the more tolerable in future on account of the useful arrangement by the ministers to make the convicts work on the fortifications, of which we have made mention elsewhere; to which is added that use is now also made of those people for the sawing of flagstones for the benefit of the Company, after deduction, however, of 20 per cent to be distributed among the duty sergeant, the two corporals, and the convicts, to encourage the work, regarding which we have found no hesitation to approve the arrangements made by the Ministers, especially since in that way two European stone-sawyers could be abolished who were otherwise required to carry out the supervision with which the sergeants and corporals are now charged. The Expenses of Shallops amounted in that same financial year to ƒ12259. 14. —; these must necessarily decrease because in future no small craft will be required any longer for the Company in Mossel Bay and Plettenberg Bay, for which latter-mentioned bay a new flat-bottomed boat had been constructed in that financial year, and we therefore think that this expense item in future will not need to amount to more than ƒ9000. — at most per year. The Land Salaries had amounted to no more than ƒ156241. 2. — in the repeatedly mentioned financial year; but it has become apparent to your Right Honorable Councillors from the first part of our report that this account has never been able to give a true representation of the amount of those salaries, since, at the choice of the earner, they were partly paid out here and partly remitted under licence and power of attorney to be received in the Netherlands. Had the matter remained on that footing, this item would probably have decreased more and more over time, on account of the advantage that

Dutch transcription

199 t ibidem t zee Byl: No. 123. te Sorgen en te effectueeren, dat alle de verstrekkingen op de voorschre vertoning vermelde onmiddelyk wierden te rug gebragt tot de quantiteiten, welke dezelve in de Jaaren 177/5 en 177 5/6, in evenreedigheid van het getal der zieken, bereekend na rato van het montant der verteerde gagien hebben bedragen, als meede terstond te doen Cesseeren de huur van pakhuyzen ten behoeve van het Hospitaal, alzo het ten uitersten ongezymd was„ dat thans zodanige huur wierd betaald, daar men en voor de Voltooying van dit gebouw, en mitsdien in een tyd waar in de ruymte ongelyk minder was, niets van gerept vond. Wy hebben daarby een iegelyk die zulx aangaat ten ernstig. sten gewaarschuwd, dat wy hun aansprakelyk zouden houden voor de schade, welke de Compagnie zoude mogen lyden uit hoofd van het geen de voorschr: verstrekkingen meerder zouden moge bedragen dan de hier voren gemaakte bepaling, en, des noods, naar Batavia op ontbieden ten einde zig aldaar te verantwoorden, met interdictie aan de Ministers (ten einde ons het effect daar van des te meer te verzeekeren) om voor onze terugkomst in deeze Colonie, eenige der teegenwoordige bediendens, van den eersten oppermeester af tot de ziekevaders inclusive naar Europa te doen vertrekken; of te dulden dat dezelve naar derwaards vertrekken, op poene van aansprakelyk te zullen worden gehouden voor alle de gevolgen die daar uit zouden mogen Proflueeren. Met opzigt nu tot die verstrekkingen, waar van op de voor„ melde Comparative vertooning geen speciaale melding is ge„ maakt, hebben wy nog ten uitersten ongezymd gevonden de onderstelling; welke tot regtsnoer diende van de verstrekkin„ gen van Vleesch, dat namentlijk door zo een merkelyk getal zieken als zig op den duur in het zelve bevonden, zoude worden geconsumeerd een pona Vleesch daags perkop, zynde zelvs een vierde pond meerder dan dan de gezonde equipagien der alhier passeerende scheepen word verstrekt; wy begreepen dat het in teegendeel baarblijkelyk was, dat onder zulk een getal zeeken er zeekerlyk altyd veelen zyn die minder, en maar zeer weynigen kunnen zyn die zonder dat zulks haare herstelling benadeelen, meer dan een halff pond Vleesch daagsch kunnen gebruiken, en hebben dierhalven ver„ bodent dat de deegelijksche verstrekking van Vleesch, immer de hoeveelheid van een half pond perkop te boven zoude gaan; dog teevens aanbevoolen dat zorgvuldig moest worden ge„ waart, dat de Gecontracteerde Slagters goed en deugdzaam Vleesch levorden, en niet te veel met beenen vermengd, mits„ gaders dat het door hun geleverd wierde in het Hospitaal zelve; alzo my veel reeden hadden om te denken, dat gevolgen de 201 de eygentlyke oorzaak van die exorbitante leverantien in eene voor 's Compagnies belangen veel te naauwe verstandhouding vus is By by N:o 82. schen de gecontracteerde slagters of hunne bedienden, en die be dienden van de Compagnie welke het vleesch by hun afhaalden, te vinden was. Wy meenen ons dierhalven op goede gronden te mogen ver„ zeekerd houden, dat de reekening van het Hospitaal by vervolg wederom te voren zal staan, en dat zulks ten minsten Jaar door Jaar zal bedragen eene somma van ƒ10000 –. – De Reekening van Condemnatie bedragen hebbende ƒ5679„ 12„ —, is het eene Jaar wel wat hoger als het andere, naar mate er meer of monder executien zyn; dog men mag geruste lyk stellen dat dezelve, de jaaren door elkanderen gereekend niet meer bedragen zal dan ƒ 6000 –. – in 't Iaar. Dit bezwaar zal egter by vervolg des te lydelyker weezen uit hoofde der nuttige inrigting van de ministers om de bandieten, aan de fortificatien te doen arbeyden, waar van wy bezeids gewag hebben gemaakt; waarby komt dat men thans ook tzier Byl: N:o 306. van die lieden gebruyk maakt tot het zagen van Vloersteenen, ten profyte van de Compagnie, na afher egter van 20 p Ct om onder de posthoudende sergeant, de beide Corporaals, en de bandieken, tot aanmoediging van het werk te worden Verdeeld, daar omtrend wy geen zwangheid hebben gevonden om de door de Ministers gemaakte schikkingen te approbeeren voor al daar langs dien weg konden worden afgeschaft twee Europeesche Steenzeegers, die anderzints wierden vereyscht om het opzigt uyt te deffenen, waar meede nu de Sergeanten Corporaals zyn belast. De Onkosten van Chaloupen bedroegen in dat zelfde Boetjaar ƒ12259—. 14:— deezen moeten noodwendig verminderen door dien by vervolg geen klein vaartuyg meer voor de Compagne zal benodigd zyn in de Mosselen Slettenbergsbaayen, voor welke laastgemelde baay nog in dat boekjaar eene nieuwe platboomde schuyt was aangetimmerd, en wy denken dierhalven dat deeze lastpost by vervolg niet meer zal behoeven te bedragen dan uiterlyk ƒ9000.- . ik Jaar. De soldyen aan Land hadden in het meermelde Boekjaar niet meer bedragen dan ƒ156241. 2. –; dog het is aan uw wel Edele Hoog Agtbaare raeds uyt het eerste gedeelde van oms verslag ge„ bleeken, dat deeze reekening nimmer eene waare Vertooning heeft kunnen geeven van het bedragen dier Soldyen, nadien dezelve, ten keure van den verdienden, gedeeltelyk alhier werden uytbetaald, gedeeltelyk met licentie en procuratie overgemaakt, om ontfan„ gen te worden in Nederland. Was de zaak op dien voer gebleeven zoude deeze pot waarschynlyk hoe langer zo meer zyn verminderd, uyt hoofde van het voordeel verdeeld dat

NL-HaNA_1.04.02_4361_0268 view scan ↗

English

203 this Annex No. 27. that it was more advantageous for the Company to transfer or sell their pay accounts rather than receive them here, but since, in accordance with the provision made by us and whereof detailed report has been made in its proper place, all shore pay will henceforth be paid out here, this item will necessarily increase very considerably, and according to our estimate will amount to well over f 400000 -. - per year. Meanwhile, we need not point out to the enlightened judgment of Your Right Honourable Nobilities that, however much the appearance of the Cape Burdens is thereby significantly enlarged, and is also, so far as this item is concerned, placed in its true light, this nevertheless makes no difference in the expenditures of the Company, but only effects that change, that what was hitherto paid out of it in the Netherlands will henceforth be paid out in this Colony, and that in return the annual cash remittance will again amount to that much more. On the item of Ship's Pay, having amounted in the last financial year to f 14036. -4. -, it is not quite possible to make any calculation; one may, however, reckon that year in, year out, it will not exceed the sum of f 15000. When we then recapitulate all the main accounts of the Cape Burdens, it appears that the same, not counting the savings of which we have not yet made a report, calculated year in, year out according to the greatest probability henceforth, would amount to the following: Expenses of Ships . . . . . . . . . . . . . . . . f 200000. -. — Rations Ordinary . . . . . . . . . . . . . . . . f 130000 — Expenses Ordinary . . . . . . . . . . . . . . . f 54000 — Expenses Extra Ordinary . . . . . . . . . . . f 3000 —. Carpentry and Repairs . . . . . . . . . . . . . f 15000 —. Expenses of the Company's Slaves . . . . . . . f 26000- Account of Condemnation . . . . . . . . . . . . f 6000 —: Expenses of Shallops etc. . . . . . . . . . . . f 9000 — Pay ashore . . . . . . . . . . . . . . . . . . f 400000. Ship's pay . . . . . . . . . . . . . . . . . . . f 15000 — Fortifications . . . . . . . . . . . . . . . . . f 10000 —. Total f 868000 —: so that according to this calculation the Total of the Cape Burdens, after deduction of a sum of f 10000 —. - which it is assumed the Account of the Hospital would yield in advance, would amount to f 858000 -. — But when in respect of the ships the 205 proposed changes were introduced, this would bring about a considerable saving, but we shall limit this here merely to the modest sum of f 68000. — And consequently reduce the Burdens to f 790000 -. - In this calculation no mention is made of the Depots of the Foreign Regiments serving in the Indies, partly because it is completely impossible to make a calculation for the reasons that we have indicated, partly because they believe they have demonstrated on solid grounds that these expenses are truly wrongly charged to the Cape state account and do not actually belong to it. Proceeding now to a report of the dispositions taken by us toward their further reduction, and the saving of expenses for the Company, but turning in the first place to the abolition of the Administrations of the Cellar and the Pantry. An initial consideration of the condition of the body of the Council of Policy soon convinced us, and experience has confirmed us in it more and more, that it was extremely detrimental to the interests of the Company that administrations of such scope as were those of the cellar and of the pantry were held by Council members, not only because the affairs belonging to the direction of the Government are of such extent and importance that they absolutely require an attentive and continuous activity of the collective Council members, which could certainly not be devoted to it by those members who were charged with the aforesaid administrations, and who, if they were to observe them and their temporal interests so closely intertwined therewith with precision, had to spend most of their time upon them, but also because to those administrations were attached certain duties and circumstances that were little in keeping with the dignity of a member of the first College of Government in this Country, and thus could not fail to have a very prejudicial influence on the respect owed to it. Since, however, those Members, as well as the Governor and Secunde, found their principal means of subsistence in those same administrations, it would always, especially under the Company's present circumstances, have been delicate to make a change therein, had not the knowledge which we obtained more and more of the state of affairs in this Colony also given us a well-founded hope that this matter, not only without any detriment, but

Dutch transcription

203 dzee Byln No. 27. dat en voor de Cormpesinie verdierder in gelegen was em liver hunn Soldy reekeningen over te maken, of te verkopen dan dezelve alhier te ontfangen, dog nadien, volgens de door ons gemaakte bepaling an waar van ter zyner plaatze briedvoerig verslag is gedaan, voortaa„ alle de Landsoldyen alhier zullen worden uytbetaald, sal deeze post noedwendig zeer aanzienlyk vermeerderen, en na onze wiel ning vel ƒ 400000 -. – in 't Iaar bedragen. Intusschen behoeven my aan het verlieht oordeel van Uw wel Edele Hoog Agtbaare niet te doen opmerken, dat hoe zeer de ver„ tooring der Kaatsche Lasten daar door aanmerkelyk grooten word, en sig ook, voor zo ver deeze post betreft, in haare waar ligt geplaatst vind, zulks egter in de uytgaven van de Maat schappij geen verschil, maar alleen die verandering maakt, dat het geen tot dus verze daar van wierd uytbetaald in Neder land, voortaan zal worden uijtbehaald in deeze Colonie, en dat daar en tegen de jaarlyksche in kastelling wederom so veel meerder zal bedragen. Op de post van Scheepssoldyjen in 't laatste Boekjaar bedragen hebbende ƒ14036. -4. – is niet wel eenige Caleulakie te maaken; men mag egter teekenen dat dezelve Jaar door jaar niet zal te boven gaan de som van ƒ15000. Wanneer mny dan alle de hoofdreekeningen der kaabsche Lasten so dat volgens deeze bereekening het Totaal der Kaabsche Lasten, na aftrek eener somme van ƒ10000 —. – welke men steld dat de Reekening van het Hospitaal zoude te vorenstaan - . . . . „ 10000 —. zoude bedragen. . . - - - - - - - - - ƒ 858000 –. — Dog wanneer ten aanzien der scheepen de recapituleeren, se blykt, dat dezelve, ongereekend de beeparingen waar van wy nog geen verslag hebben gedaan, volgens de meeste waarschynelyk voortaan Jaar door Jaar gereekend, zouden be„ dragen als volgt: Onkosten van Scheepen. . . . . . . . . . . . . . . . ƒ200000. –. — Randsoenen Ordinair _ _ _ _ _ _ _ - - - - „ 130000 — Onkosten Ordinair _ _ - - - - - - - - „ 54000 — Onkosten Extra Ordinair _ - - - - - „ 3000 —. Timmeragien en Reparatien _ - - - - „ 15000 —. Onkosten van s' Comp„s Lyfeygenen - - - -„ 26000- Reekening van Condemnatie - - - - - „ 6000 —: Onkosten van Chaloupen etc=a - - - - - - „ 9000 — Soldyen aan Land - _ _ _ - - - „ 400000. - - - - „ 15000 — Scheeps soldyen - - - . - 862000 —: Fortificatien - _ _ _ _ _ _ _ - - - - „ 10000 —. recapituleeren voor - ƒ 205 voorgestelde veranderingen wierden geintroduceerd zoude zulks eene aanzienlyk bespaaring te weeg brengen, dan my zullen dit hier maar bepaalen tot de gerenge zomme van - - - - - - - - - - ƒ68000. — En dierhalven de Lasten verminderen tot op ƒ 790000 –. – Zynde by deeze bereekening geen gewag gemaakt van de Depots der Vreemde Regimenten in Indie dienst doende, deels om dat dat op met geen mogelykheid eene bereekening is te maaken om de reedenen die hy hebben aangeweezen, deels om dat zy meenen Op solide gronden behoogd te hebben, dat waarlyk deeze uyt gaven ten onregte ten laste der Kaabsche staatreekening gebragt worden, en er eygentlyk niet toe behooren. Thans overgaande tot een verslag der dispositien door ons tot derzelver verdere reductie, en besparing van uytgaven voor de Com„ pagnie, genomen, doch zig in de eerste plaats op de afschaffing der Administratien van de Kelder, en Dispens. Eene eerste beschouwing van de gesteldheid van het lighaam van den Politiekeen Raad overtuygde ons al spoedig, en de ondervin„ ding heeft er ons meer en meer in bevestigd, dat het ten ui„ tersten schadelyk was voor de belangen van de Compagnie, dat door Raadsleeden bekleed wier den administratien van dien omslag als daar waren die van de kelder en van de Dispon„ niet alleen om dat de zaaken tot het beleid der Regeeringe behoo rende zyn van die uytgestrektheid en dat aanbelang, dat dezelve eene oplittende en aanhoudende werkzaamheid der gezamentlyke Raadsleeden volstrekt behoeven, welke daar aan zeekerlyk niet konde worden besteed door die leeden, welke met de voorschr: administratien belast waaren, en zouden zy dezelve, en hunne so naauw daar aan verknogte tydelyke belangen, met naauwkeurigheid gade slaan, daar aan hunnen meesten tyd moesten te koste leggen — maar ook om dat aan die administra„ tien sommige verzigtingen en omstandigheeden gehegt waa„ ren, welke weynig strookten met de agtbaarheid van een lik van het eerste Collegie van Regeering in dit Land, en dus niet konden nalaten van zeer nadeeligen invloed te zyn op het respect daar aan Verschuldigd. Daar egter die Leeden, so wel als de Gouverneur en Secunde hunne voornaamste middelen van bestaan vonden in die zelfde administratien, zoude het altijd, vooral ins' Compagnies teegenswoordige Omstandigheeden, Eerwaarlyk zyn geweest daar in verandering te maaken, so niet de kennis welke wy meer en meer bekwamen van de gesteldheid der zaaken in deese Colonie, ons teevens eene welgegronde hoop had gegee¬ ven, dat deeze zaak, niet alleen zonder eenig nadeel, niet maar

NL-HaNA_1.04.02_4361_0270 view scan ↗

English

207 see annex No. 118 308 310. 311: but could even be brought about to the considerable advantage of the Company. In particular, they arrived at that idea regarding the administration of the Cellar, when we were informed that the ordinary market price of wines and brandies was, and had already been for several years, far below that which the Company spent on them, from which we gathered that the Company might perhaps be able to provide itself with the required Cape beverages by means of public tender, in which case the entire administration of the Cellar could be dispensed with. On 9 October 1792, we communicated our thoughts on the matter to the Cellar Master Lesnieur, and requested his considerations as to in what manner such a public tender could be brought about. The aforementioned Cellar Master complied with this by supplying us, on the 16th of the same month, with a draft of conditions upon which that tender could take place, there having been attached to it a memorandum of considerations, from which it appeared that if the delivery were accepted at the prices assumed by the Cellar Master, no advantage for the Company would have lain therein. We understood, however, that an experiment could easily be made with it, Annex No. 307. and since we at the same time deemed it useful that this should occur before our departure from here, without the aforementioned draft having been received by us, we conferred on it once and again with the Political Council, and finally adopted them in such manner as we have the honor to submit herewith, taking the liberty, in order to avoid tedious details, to refer to their contents. The public tender subsequently proceeded on 28 December 1792, and the outcome of it far exceeded the good expectations we had of it, for the annual requirement of Cape Wines being set at only 760 Leggers, of which 400 are for this Government and 360 to satisfy the demands both from the Indies and from the Netherlands, it appears from a calculation drawn up by the Ministers compared with a statement from the Cellar Master Lessieur of the cost of the Wines purchased by the Company itself, burdened with the expenses, that the Cape Wines will henceforth cost the Company annually less by an amount of Rds 9120. - or ƒ27360. —. – Cape valuation: and With 209 313 314. With regard to the Brandies, it had appeared to us that since the market price was then quite high, and there was a likelihood of a decline, the public tender of that article could well be postponed for a bit, but the Council requested of us in a see annex No. 312. letter of 25 February last that the same might yet proceed during our presence here, in order not to find themselves in embarrassment after our departure, whenever objections might arise regarding the prices demanded by those who would bid for the delivery; in which request we consented, with approval of the conditions drafted for that purpose. This public tender then also proceeded on 12 March following, when we were informed that the lowest bidder demanded the price of Rds 58½ the legger. This price appearing to us quite high, and also far exceeding that of Rds 50. – which the Ministers had set for it by calculation, we deemed it advisable to have this public tender take place for the term of only two years, as we trust that then, upon its renewal, more favorable prices may be negotiated. Since, however, the Brandy cost the Company, by its own purchase according to the statement of the Cellar Master, Rds 71, there will still be cleanly profited through the public tender on the annual requirement, which is calculated at 200 leggers, an amount of Rds 2500 - - or f7500 -. - Cape Valuation. At this point, we owe Your Right Honorable Worships an account of the new arrangements made by us with regard to the delivery of the Wines that are harvested at Groot Constantia. The former Heemraad of Stellenbosch Hendrik Cloete gave see annex No. 315. us to know, namely by petition, that when the orders of the meeting of the 17 contained in their high dispatch of 8 January 1788 had been communicated to him in due time, whereby the supplier of the Constantia Wines had been granted an increase of 15 percent on the proceeds of those wines above the capital, and the 10 percent previously granted, provided that he then delivered all the aforesaid wines to the Company, he, the petitioner, as owner of Groot Constantia, had demonstrated to the Government in an extensive memorandum in the latter part of the year 1788 how he, to prevent his ruin, saw himself forced by necessity to lay open his grievances with relation to the aforesaid dispositions, with the addition of such proposals to the advantage of the Company as his circumstances in any way allowed, and in the same memorandum 200 broad e x 5 0 — 310. — 311

Dutch transcription

207 zee zyle No. 118 „ 308 310. 311: maar zelfs tot merkelyk voordeel van de Compagnie tot stand te brengen zoude zyn. In 't byzonder geraakten zy in dat denkbeeld omtrend de ad„ ministratie van de Kelder, taen wy onderrigt wierden dat de ordinair Jaare gewest was, ver beneeden die welke de Compagnie daar voor besteedde, waar uijt wy opmaakten dat misschien wel de Compa gnie de benodigde Kaabsche dranken zig zoude kunnen versorgen door middel van aanbesteeding, in welk geval de geheele admi nistratie van de Kelder konde worden ontbeerd. Wy deelden op den 9 October 1792 onze gedagten daar over meede aan den Keldermeester Lesnieur, en requireerden zyne Conside ratien op wat wyze zodanige aanbesteeding tot stand, zoude kunnen worden gebragd. Voornoemde Keldermeester voldeed hier aan met ons op den 16. e derzelve maand te Suppediteeren, een Concept van Conditien waar op die aanbesteeding zou kunnen geschieden, zynde daar by gevoegde geweest eene memorie van Consideratien, waar uit bleek dat wanneer de leverantie wierd aangenomen tot de pryzen door den Keldermeester ondersteld, daar in geen voordeel voor de Compagnie zoude geleegen zyn geweest. Wy begreepen egter dat en ligtelyk eene proef van was te neemen„ marktprys der wynen en brandenynen was, en reede verscheyden za Byl: No 307. Dezelve by oms ingekomen zynde hebben my daar over een en en vermits wy het teevens nuttig agteden dat zulks geschiedde voor ons vertrek van hier, zonder uyt het voornoemde Conceph aan de minuters, met last om binnen den tyd van agt dagen haare Consideratien daarop aan ons te doen toekoomen. andermaal met den Politieren Raad gebesoigneerd, en ze eyndelyk sodanig gearresteerd, als wy de eer hebben dezelve hier neevens over te leggen, de vryheid neemende om, ter vermyding en 309: van verveelende dezails, ons aan derzelver inhoud te gedragen. De aanbesteeding had vervolgens op den 28 December 1792 voortgang, en de uitslag daar van overtrof nog verre de goede Verwagting die ny er van hadden, want de jaarlijksche be„ nodigdheid van Kaabsche Wynen slegts gesteld zynde, op 760. Leggers, waar van 400 voor dit Gouvernement en 360 ter voldoening van de eysschen so uit Indie als uyt Neder„ land, so blykt uyt eene door de Ministers geformeerde be„ reekening vergeleeken met eene opgave van den keldermeester Lessieur van het Kostende der Wynen door de Compagnie zelve ingeslagen, bezwaard met de ongelden, dat de kaatsche Wynen voortaan aan de Compagnie Iaarlyksch minder zullen te staan komen een Montant van Ra=o 9120. - of ƒ27360. —. – kaabsche valnatie: en Met 209 „ 313„ —. 314. Met opzigt tot de Brandewynen was het ons voorgekomen dat Vermits de marktprys to en vryhoog was, en en waarschynelykheide was tot eene daaling, de aanbesteeding van dat artikul nog wel wat konde worden uytgesteld, maar de Raad verzogd ons bij een t zee ijl: No. 312. Missive van den 25 February Jongstl:t dat dezelve nog geduuren de ons aanweegen alhier mogt voortgaan, ten einde zig na ons vertrek niet in verlegendheid te bevinden, nanneer by haar welke na de leverantie zouden dingen; in welk verzoeh wy be„ willigden, met goedkeuring der Conditien daar toe ontworpen. Deeze aanbesteeding had dan ook voortgang op den 12 Maert daar aan volgende, wanneer wy onderrigt wierden dat de minst aanneemende de prys vorderde van Rd=s 58½ de legger. Deeze prys ons vry hoog voorkomende, en ook ver te boven gaan de die van Rd. s 50. – welke de Ministers by Calculatie daar voor hadden gesteld, so hebben wy het raadzaam geoordeeld deeze aan besteeding maar te doen geschieden voor den tijd van twee Jaaren, alzo wy vertrouwen dat als dan by desselfs vernieuwing voordeeliger propzen zullen kunnen worden bedongen. Daar egter de Brandewyn aan de Compagnie, by den eygen inslag volgens opgave van den keldermeester te staankwam op rd=s 71„ zo zal op de Iaarlyksche benodigdheid, welke men reekend op bedenking mogt ontstaan op de geeischte pryzen door die geene zie zyl: N:o 315. Ons namentlyk by Requeste te kennen, dat wanneer aan hem 200 legger, nog door de aanbesteeding zuyver geprofiteerd zyn een montant van Rd=s 2500 - - of f7500 -. - kaabsche Valuatie. Ter deezer plaatze zyn wy dan Uw Wel Edele Hoog Agtbaare een verslag verschuldigd van de nieuwe Schikkingen door ons Ge„ maakt met opzigt tet de levirantie der Wynen, die op groot Constantia worden ingeoogst. De Ona Heemraad van Hellenbosch Hendrik Cloete, gaf in der tyd waren gecommuniceerd geworden de beveelen der ver„ gadering van 17=te vervat in Hoogst derzelver aanschryvens van den 8 Ianuary 1788, waar by aan de liverancier der Con„ stantia Wynen was toegestaan eene verhoging van 15 pct op het provenu van die wynen boven het Capitaal, en de te voren geaccordeerde 10 pc:, mits als dan alle de voorschr: wynen leeverende aan de Compagnie, hy suppliant, als bevitter van Groot Constantia, by eene uitvoerige Memorie, in het laatst van den jaare 1788 aan de Regeeringe had ver„ toona, hoe hy zig tot voorkoming zyner ruine in de nood= zakelykheid gebragt zag, zyne bezwaaren met relatie tot voors: dispositien open te leggen, net byvoeging van sodanige voorstellen, ten voordeele van de Compagnie als hem zyne om„ standigheeden maar eenigzints toelieten, en by dezelve Memorie 200 breed e x 5 0 —„ 310. —„ 311

NL-HaNA_1.04.02_4361_0272 view scan ↗

English

were presented in detail. That he had nevertheless not yet been able to obtain any decision whatsoever regarding the grievances he had submitted, whereby he not only remained deprived of the benefit of those redressals, which he maintained would have been found equitable if presented in their true light to the Assembly of the Seventeen, but whereby he had also remained deprived of a final settlement regarding the returns which, remaining unpaid on 363 aams of Constantia wines to date, thus caused him an important loss of the aforesaid percentages granted to him; although indeed, after repeated applications, a sum of 2000 rixdollars had been advanced to him, the petitioner, on 30 May 1787, but which sum (so he believed) constituted only a very minor part of what was due to him from the Company under that heading, the amount of which according to his estimate still comfortably amounted to 10 to 12000 Cape guilders. That in the meantime, by the withholding of the aforesaid redressals, a considerable prejudice was caused to him, the petitioner, as he could assure us with confidence and, if required, demonstrate with undeniable proof that from the year 1780 until the past year 1792, he had suffered a loss on the Constantia wines delivered to the Company of 42966: 3: 4 rixdollars or 128899: 6: 0 Cape guilders, to the extent namely that he would have profited by this important sum had he been able to dispose of the said quantity of Constantia wines privately. Requesting for these and other reasons that we would allow him the free trade and export of his Constantia wines without henceforth being obliged to surrender a portion thereof to the Company for the hitherto customary price, offering nevertheless to deliver, during this current year 1793 as previously, 40 aams of his best red and white Constantia wines on the old footing; and that we would further cause to be advanced to him from the Company's treasury a sum of 10000: - Cape guilders, in reduction of what was due to him on account of the unsettled returns. Upon the examination of this matter, we have, not without astonishment, discovered from the dispatch of the ministers of 17 February of last year, addressed to the Assembly of the Seventeen, that although the memorial of the aforementioned Cloete, of which mention is made in that request, was submitted to the Council of Policy on 14 October 1788 and was then circulated among the members of the council, with the subsequent addition of a request from N: Colyn, being the owner of Klein Constantia, the same requests were thereafter never brought to the table again, and that also the 29th and 30th paragraphs of the directive of the Assembly of the 17 of 8 January 1788, containing the aforementioned orders with regard to the Constantia wines, were still never reviewed by the ministers; and we could in no way reconcile this with the contents of the previous opinions of the ministers of 11 February 1790, whereby they, transmitting the aforesaid requests, had said that they, during the deliberations on those representations, considering their lack of authority to make any changes in an order so positively given as the aforesaid, had decided to transmit both those requests, with the further addition that they, from the well-known generosity of the Assembly of the 17, and their highest paternal care for the inhabitants of this country, felt entitled to trust, and also implored, that regarding both those petitioners such favorable decisions might be taken as could serve to prevent their unavoidable damage and would be deemed useful; and for reasons already repeatedly cited, we thought it best not to examine too closely how it was possible that some members were able to confirm that letter with their signatures, when they were convinced in their own minds that the Assembly of the 17 was thereby erroneously misled into believing that deliberations had been held on the aforesaid requests and a decision had been made on them. Regarding the matter itself, it was to be noted that the Assembly of the 17, in their highest directive of 8 January 1788, expressing their expectation that the ministers would be vigilant with the utmost zeal to ensure that the ancient obligations which existed regarding the delivery of the Constantia wines would henceforth be better observed, provided that (under the benefit of an allowed increase of 15 percent on the proceeds of the wines above the capital) also then no private export, against which according to the

Dutch transcription

211 breedvoerig waren voorgedragen. Dat het hem egter tot hier toe niet had mogen gebeuren op zyne ingediende bezwaaren eenige dispositie, hoe ook genaamde „ erlangen, waar door hy niet alleen gepriveerde bleef van het ge + not. dier redressen; welke hy verhouwde dat, in haare waare gedaan te aan de Vergadering van xvite. voorgedragen, billyk zouden zyn bevonden, maar waar door hij ook was verstooken gebleeven van eene finaale afreekening nopens de rence„ menten, welke van 363 Aamen Constantia wynen tot heide agtergebleeven zynde, dus voor hem een important gemie daar door Veroorzaakt wierd van de voorschr: hem toegestaa ne pro centos, zynde wel na herhaelde instantien op den 30 Mei 1787 aan hem Suppliant geädvanceerd geworden eene Somma van Ra:a 2000 -- dog welke somma slegts een zeer gering gedeelte (so hij meende/ uitmaakte van het geen hy uit dien hoofde by de Compagnie te goede had, waar van het bedragen na zyne gissing nog ruym belief 10 a. 12000 kaabsche Guldens. Dat intusschen door het agterblyven der voorschr: redressen aan hem Suppliant een aanmerkelyk nadeel wierd toegebragt daar hy ons met gerustheid konde verzeekeren, en, des ver„ eyscht, met onteegenspreekelyke bewyzen doen zion, dat hy zeedert den Jaare 1780 tot den gepasseerden Iaare 1792, op de aan de Compagnie geleeverde Constantia wynen een ver„ lies had geleeden van rd=s 42966: 3: 4. of ƒ128899„ 6„— Kaabsch, in zo verse namentlyk dat hy deeze importante Somma zoude hebben geprofiteerd, wanneer hy de gemelde quantiteit Constantia wynen partikulier had kunnen van de hand zetten. Verzoekende om die en meer anderen reedenen, dat ny aan hem zouder toestaan den t zyen handel en uytvoer zynen Con„ Stantia Wynen zonder in 't vervolg gehouden te zyn een ge„ deelte daar van voor de tot hier toe gewoone prys aan de Compagnie af te staan, met aan bod nogtans, om geduu„ rende dit lopende Iaar 1793, gelyk te voren, 40 aam en zyner beste roode en witse Constantia wynen, op den ouzen voet, te leeveren; en dat my aan hem wyders uit s'Com„ pagnies Kassa zoude doen avanceeren eene somma van ƒ10000: - kaabsch, in mindering van het geen hem uit hoofde der nog niet Vereffende rendementen was com„ peteerende. By het onderzoek deezer zake, hebben my nit de Missive der minister van den 17 February des voorleeden Jaar, aan de Vergadering van XvI t gerigt, niet zonder verwondering hy Ontwaard 213 Ontwaard, dat of schoonde Memorie van voorn: Clock waar van in dat Request melding word gemaakt op den 14 October 1788. ter vergadering van Politie was ingediend, en als toen aan de Leeden des Raads ter rondleering gezonden, met by voeging naderhand eener requeeste van N: Colyn, zynde de bezitten van Klein Constansia, dezelve Requesten zedert rimmer wederom ter tafel waaren gebragt, en dat ook de 29. e en 30. e paragraaphen van het aanschryvens der vergade ring van 17„m van den 8 January 1788 vervattende de voorsch Ordres met betrekking tot de Constantia wynen, nog nin mer door de Ministers waren geresumeerd geworden; en konden dit in geenen deele overeenbrengen met den inhoud der vorige adviezen van de Ministers van den 11 fe„ bruary 1790, waar by zy de voorschr: Requesten overzendende gezegd hadden" dat zy by de deliberatien over die vertogen n in aanmerking genomen haare onbevoegdheid om in een „ zo positief gegeeve ordre, als de voorschreeve, eenige ver„ „anderingen te maaken, tot de overzending van die beide „ Requesten hadden besloten met verdere bijvoeging " dat „ zy van de bekende edelmoedigheid der vergadering van „ 17=en, en Hoogst deszelfs vaderlyke zorgen voor de in„ „woonders deezes Lands, vermeenden te mogen vertrouwen, „en ook imploreerden, dat omtrend die beide Requestranten „ sodanige gunstige dispositien mogten worden genomen, als „ tot voorkoming van hunne onvermydelyke schade zouden „kunnen strekken, en dienstig zoude worden geoordeelt; en my hebben om reeds te meermaalen aangehaalde reedenen gedagt liefst niet te naauw te moeten onderzoeken hoe het mogelyk is geweest dat sommige leeden dien brief met hunne onderteekening hebben kunnen bekragtigen, wan„ neer zy by zig zelven overtuygd waaren dat de vergadering van 17e daarby abusivelyk in den waar werd gebragt, dat over de voorschr: Requesten deliberatien waren gehouden en op dezelve een besluit was gevallen. Omtrend de zaak zelve viel aan te merken, dat de ver„ gadering van 17.:m by Hoogst derzelver aanschryvens van den 8 January 1788 haare verwagting te kennen geevende dat „de Ministers met den meesten Yver zouden waakzaam „zyn, dat de aloude verpligtingen welke omtrend de „leverantie van de Constantia wynen subsisteerden, voor„ „taan beeter zouden worden nagekomen mitsgaders dat /onder beneficie eener toegestaane Verhoging van 15 pC op het provenu der wijnen boven het Capitaal )' ook als „dan geene partikuliere uytvoer, waar tegens volgens en de

NL-HaNA_1.04.02_4361_0274 view scan ↗

English

215 's Seeszyl No. 316. carefully guarded, would be intended, clearly showed laboring under a notion that there were ancient obligations for the delivery of the Constantia wines exclusively to the Company, and since in the aforesaid rescript of the Ministers of 11 February 1790 regarding this same matter not a single word appeared from which the groundlessness of that notion could be deduced, it was also by no means surprising that the Meeting of XVII in reply thereto on 4 January 1791 § 49 declared to have found no reasons to deviate from their previous views on that matter. When we, however, investigated this matter with all possible accuracy, we could not discover the slightest trace of such obligations, and the Council, having been questioned by us on the matter, also fully and unanimously testified that they did not exist; but it only appeared to us that the Owners of Constantia have been in the custom of annually delivering Constantia wines to the Company at such prices as agreed upon with them, in indefinite quantities; that in the year 1764, with the aim of effecting an actual improvement in the quality of the wines, there was allocated to the aforementioned Owners 10 per cent of all that the Company should profit over and above a principal advance upon the ordinary purchase price at the average sale; and this in the confidence that the suppliers would accept that proposal; while it further appears that the often-mentioned Owners of Constantia have at all times been in the custom of also selling the aforesaid wines to private individuals, without ever having been prevented therein, which has also appeared to us, from the disclosure which the aforesaid Cloete gave us of the state of his affairs concerning Constantia, to be absolutely necessary to enable the often-mentioned Owner of Constantia to subsist, and to compensate them for the loss of profits on the wines delivered by them to the Company at the negligible prices of f60 for the aam of red, and of f30 for the aam of white Constantia wine. Although the aforesaid constant custom could now have been taken as a basis to expect that the often-mentioned Cloete would continue with the aforesaid delivery on the most recently determined footing, we nevertheless took into consideration that both the general fairness, which has at all times characterized the resolutions 217 of the Meeting of XVII in the governance of the interests of this country and its inhabitants with respect to the said Cloete, as well as the interest of the Company that there be an established obligation upon the Owners of Constantia, now and in the future, to be obliged to deliver annually a portion of their wines at fixed prices to the Company, required our provision upon the request made to us by the said Cloete; wherefore we, after having exerted our utmost efforts to pursue the greatest advantage of the Company therein in a reasonable manner, and after having conferred thereon repeatedly, have agreed with the aforesaid Cloete: that regarding this, between the Ministers in the name of the Company and him as Owner of Constantia, a Contract should be concluded, to the effect that the obligations entered into by him therein should be considered as attached to the estate Constantia itself, without which the same could now or never be alienated or pass to another, but which all Owners of Constantia, now or in the future, should therefore be held to fulfill; and that upon the following conditions: Firstly, that the Owners of Great Constantia, now or in the future, should be held to deliver annually to the Company fifteen aams of red and fifteen aams of white Constantia wines, for which there shall be paid to them one hundred and fifty Cape guilders for each aam, without their further participating in the profits to be gained thereon. Secondly, that annually, before the shipment takes place, at such time as shall be required by the Government, to special Commissioners to be dispatched by it, there shall be exhibited by the aforesaid Owner at the time all the Constantia wines of which he shall then be in possession and which he has hitherto been accustomed to deliver, in order that the best and most fragrant wines may be tasted and selected therefrom; and that furthermore, in the presence of the Commissioners, the Company's casks, after having first been examined to see whether they were properly repaired, shall be filled, bunged, pitched, nailed with tin, and immediately transported seaward under the supervision of a trusted person. Thirdly, that the often-mentioned Owners at the time shall be held annually, free of charge, to prepare and clean all the Company's cooperage required for storing and transporting the Constantia wines. Fourthly, that subject to the good and faithful fulfillment of the aforesaid

Dutch transcription

215 t Zees zyl: No. 316. „de gestelde ordres zorgvuldig moest worden gewaakt, zoude „werden getendeerd" duidelyk getoond heeft te verseeren in een begrip, dat ir aloude verpligtingen waaren tot het leev ren der Constantia wynen privativelyk aan de Compagnie, en daarby de voorschr: rescriptie der Ministers van den W february 1790, over deezelvde materie, geen enkeld woord voor Kwam, waar uit de ongegrondheid van dat begrip konde worden afgeleyd, was het ook geenzints te verwonderen, dat de Vergadering van Xvi=m in wederantwoord daar op en do. 4 January 1791 § 49 verklaarde geene reedenen „te hebben gevonden om van hare vorige gevoelens over „die matrie af te gaan. Wanneer wy egter deeze zaak met alle mogelyke naauw„ Keurigheid hebben onderzogt, hebben wy geene de aller mo ste tracis van zodanige verpligtingen kunnen ontdekken en de Raad door ons daar op ondervraagd zynde, heeft ook volmondig en eenpaarig betuygd dat dezelve en niet waren maar alleenlyk is het ons voorgekomen, dat de Eygenaars van Constantia in de genoonte zyn geweest, om jaarlyksch aan de Compagnie tot zodanige pryzen als dezelve met hun is Overeengekoomen, Constantia wynen te leeveren tot onbe paalde hoeveelheeden; dat in den Jare 1764, met oogmerk om eene werkelyke Verbeetering in de qualiteit der Wynen te effectueeren, aan voormelde Eygenaars is toegelegd 10 p„r C. t van al het geen de Compagnie meer dan een Capitaal aavano boven de Ordinaire inkoopsprys, by de door elkanderen geslagen verkoop, profiteeren zoude; en zulks in vertrouwen dat de leveranciers die propositie zouden accepteeren; tewyl het wyders schynt, dat de meerme. Eygenaar van Constantia ten allen tyde in de genoonte zyn geweest de voors: wynen Ook aan partikulieren te verkoopen, sonder daar inne immer te zyn verhinderd, en het welk ons ook uit de opening welke voorne. Cloeke ons van den staat zyner zaaken Constantia be„ treffende gegeeven heeft, is gebleeken volstrekt nodig te zyn, om de meerme. Eygenaar van Constantia te kunnen doen be„ staan, en hun te gemoet te koomen in de wunst dervingen aan de wynen door hun aan de Compagnie geleeverde wor„ dende tot de niet noemenswaardige prijzen van ƒ60 - voor het aam roode, en van ƒ30 - voor het aam wette Constantia wyn. Of schoon nu de voorschr: constante gewoonte zoude hebben kunnen worden gelegd tot een grond om te kunnen verwagten, dat meer„ melde Cloete op den jongst bepaalden voet met de voorschr: leverantie zoude voortgaan, hebben wy niet te min in Consideratie genoomen, dat so wel de algemeene billykheide, welke de besluiten om van 217 Van de vergadering van 2vi„ in de besturing van de belangen van dit land en deszelvs Ingereetenen ten allen tyde heeft geken merk ten opzigte van den zelven Cloeke, als het belang het welk en voor de Compagnie ingeleegen is dat er eene geconstateerde verpligting zy van de Eygenaars van Constantia, nu en in der tyd, om jaarlyksch een gedeelte hunner wynen tot bepaalde pryzen aan de Compagnie te moeten leeveren; onze voorzieninge vorderden op het door gem. e Cloete aan ons gedaan verzoek, weshalven wy, na Onze uiterste pogingen te hebben aangewend om daar in het meeste voordeel van de Compagnie op eene redelyke wyze te betragten, na daar over een en andermaal te hebben geconcefereerd, me voorne. Cloete zyn overeengekomen: dat daaromtrend tusschen de Ministers in name der Compagni en hem als Eygenaar van Constantia, zoude gesloten worden een Contract, ten dien effecte, dat de daar by door hem aangegaane Verbintenissen zouden worden geconsidereert als aan het goed Constantia zelve gehegt, zonder welke het zelve nu of nim wer zoude kunnen worden veraliëneerd, of op een ander Overgaan, maar waar aan alle Eygenaars van Constantia nu of in der tyd, dierhalven gehouden zouden zyn te vol doen; en wel op de volgende voorwaarden: Eerstelyk dat de Eygenaers van groot Constantia nuof in der tyd gehouden zouden zyn Jaarlyksch aan de Compagnie te leeveren vyfftin Aamen Roode en vyftien aamen witte Constantia wynen, waar voor aan hun zoude worden betaald één honderd en vyftig kaabsche guldens voor elk aam, zonder dat zy verder zouden participeeren; in de daar op te behaalen advancen. Ten Tweeden. dat jaarlyksch; alvorens de afscheep geschiedde, op zodanige tyd als door de Regeeringe zoude worden gerequireerd, aan expresse Gecommitteerdens door haar af te zonden, door den Voorn.e Eygenaar in der tyd zouden worden geëxhibeerd alle de Constantia wynen; waar van hy als dan bezitter zoude zyn, en welke hy tot dus verre genoon was geweest te leeveren, ten eende daar uit de beste en geurigste wynen te worden uitge„ „proefd; en dat voorts in 't byweezen van Gecommitteerdens s' Compagnies Vaten, na dat alvorens zoude weeren geëxamineerd of dezelve behoorlyk waaren gezepareerd, zouden worden gevuld, toegeslagen, geharpuisd, met blik bespykerd en verstond onder het opzigt van een vertrouwd perzoon, zaab waardes getransporteerd. Ten derden dat de meerm. Eygenaars in der tyd gehouden zouden zyn Jaarlyksch om niet te prepareeren en weinig te maaken al hets Compagnies vaatwerk benodigd tot berging en vervoer de r Constan„ tia Wynen Ten Vierden dat mits de goede en getrouwe nakoming van de gehouden voorschr

NL-HaNA_1.04.02_4361_0276 view scan ↗

English

219 See Annex No. 316, 317. aforesaid stipulations, the Company on its part now and forever would renounce its claims to the exclusive delivery of the wines harvested at Groot Constantia, and the sale and export of the aforesaid wines from this colony to private individuals would be permitted to the mentioned owners. This contract was subsequently, by virtue of the authorization given by us for that purpose, concluded by the ministers, namely to commence with the fulfillment of the contents thereof on 1 January 1794, as we have accepted the offer of the aforementioned Cloete to deliver to the Company, during this current year 1793, 40 aums of the best red and white Constantia wines on the footing that had taken place hitherto. Regarding now the last clause of his aforesaid request, that an advance might be made to him from the Company's treasury in the sum of f 10000 - - Cape valuation, in reduction of what might be due to him on the not yet settled returns, we have found that even if it were assumed that the Constantia wines delivered by him, of which the returns are not yet known here, had all arrived safely in the fatherland and were sold with the same advances as those of which the returns had already been received, the claim which on that account would still be due to him per balance, and after deduction of the Rds 2000. - - already drawn on account from the Company, would amount to no more than circa f 2000 - —, and on that account found difficulty in granting this request; Annex No. 316. but required from the ministers a specific statement of the wines delivered by the petitioner of which the returns are still lacking, together with the ships on which the same were dispatched and to which Chambers consigned, which statement we forward herewith to Your Right Honourable, Annex 318, with an urgent request that these returns (for which has now already been asked so often in vain) may be sent hither at the first opportunity, so that a final liquidation thereof may at last be made with the petitioner. The owner of Klein Constantia, J. N. Colyn, has also applied to us to conclude a similar agreement, but since his wines fetch so much less at the Company's sales than those of Groot Constantia, we made him understand that he would not be able to stipulate the same prices for them as Cloete, and since then have heard nothing more of it. Upon examining the establishment maintained for the baking on the Company's 221 See Annex No. 319, 326. account, it appeared to us that if the baking of bread and biscuit were contracted out to private individuals, this might very possibly yield a notable advantage for the Company. We therefore demanded thereon the considerations of the Dispencier and member of the Council of Policy, van Rheede van Oudtshoorn, Annex No. 324, and it appeared from the calculation made by him thereon that if that contracting out took effect at reasonable prices, it would yield an annual profit of upwards of Rds 3300. - or f 9900 - - - Cape valuation. We therefore did not hesitate to proceed thereto, and authorized the ministers to make such contracting out on the footing of the conditions drafted by them upon our requisition to that end, with some slight alterations which we deemed expedient. However, before the same took effect, the ministers submitted for our consideration to extend it also to the bread, flour, and biscuit required for the establishment in False Bay, at the same time offering us a draft of the conditions that could serve for that purpose, Annex 322, 323, to which we likewise granted authorization, but in such manner that the contracting out should take place with and without the requirement for False Bay, in order to reserve the choice of what should be found to tend to the greatest profit of the Company. Upon the outcome it appeared that it tended markedly to advantage that the requirement for False Bay was included therein, and on that footing the same was so successfully effected that an annual saving of Rds 8037. 20 or upwards of f 24112 - Cape valuation was thereby obtained for the Company. The contractor Arend van Wielligh requested of us not long thereafter by petition to be permitted also to sell from the bread bakery in the Castle ceded to him such loaves of bread as he was obliged to bake for the Company, in order to enable him, when gale-force winds or other accidents might prevent him from delivering the manufactured bread to the Company's vessels, nevertheless to dispose of the same. Understanding that in a matter of so much importance for the Company's finances, all reasonable facilities ought to be granted to the contractor, we have, after however having first obtained the considerations of the ministers thereon, permitted the aforementioned van Wielligh to sell from the Company's bakery the bread baked by him for the use of the Company, but which could not be delivered due to accidental circumstances, provided

Dutch transcription

219 Zee Fyl: N:o 316 „ 317. 0 Voorschr: Stipulatien, de Compagnie van haare zyde nu en voor altoo zoude afzien van haare presensien op de exelusive leverantie der wynen op groot Constantia, wordende ingeoogst, en de partekula melde Eygenaars zoude weezen gepermitteerd. Dit Contraet is vervolgens, uyt Kragte der qualificatie door on daartoe gegeeven, door de Ministers tot stand gebragt, en wel om met primo Ianuary 1794 met de nakoming van den inhoud van dien een aanvang te worden gemaakt, alzo wy hebben, geaccepteerd het Aan boa van Meerme. Cloeke, om geauurende dit lopende Jaar 1793, § 40 aamen beste Roode en witte Constantie wynen aan de Compagnie te leeveren op den voet welke tot dus verre had plaats gehad. Betreffende nu het laatste lit van zyn voorschr: versoek, de aan hem uit s' Comps Cassa mogte worden geadvanceerd een somme van ƒ 10000 - – kaabsch, in mindering van het geen hom eins„ de nog niet vereffende rendementen mogt competeeren, hebben wy bevonden, dat wanneer al eens onderstelde wierd dat de door hem geleeverde Constantia Wynen, waar van de Rendementen al hier nog niet bekende zyn, alle behouden in het vaderland wezen aangekoomen, en met die zelvde Advancen verkogt, als die, waar van de rendementen bereids waaren ontfangen de pretensie Verkoop en uitvoer der voorschr: Wynen uit deeze Colonie aan meer a Byl: N: 316. het toestaan van dit verzoek gedifficulteert;, dog van de Mi„ welke hem uit dien hoofde nog p:r Salao, en na aftrek der reeds op reekening genoote, Ra=a 2000. -. - op de Compagnie zoude competeeren, niet meer dan Circa ƒ2000 - — zoude bedragen, en uit dien hoofde in nisters gerequireerd eene Specificque aanwyzing der door den suppliant geleeverde Wijnen, waar van de rendementen nog ontbreeken, mitsg„rs met welke scheepen dezelve zyn afgezonden, en aan welke Kamers geconsigneerd, welke opgave wy by deeze ge„ leegenheid aan Uw Wel Edele Hoog Agtbaare doen toekomen, „ 318. met instantelyk verzoek dat deeze rendementen (om welke nu reeds zo dikwyls te vergeefsch is verzogd / by eerste gelee„ genheid naar herwaards te mogen worden Overgesonden, op dat eyndelyk daar over met den suppliant finaal kan worden gelequi deerd. De Eygenaar van Klemn Constantian I: N: Colyjn heeft ook wel aan„ zoek by om gedaan tot het maken van een diergelyke Overeenkomst, maar vermits deszelvs wynen so ongelyk minder gelden op s' Com= pagnies verkopingen, dan die van groot Constantia, hebben wy hem doen gevoelen dat hy dezelvee pryzen daar voor niet zoude kunnen bedingen als Cloete, en zeederd daar niet meer van vernoomen. By het nagaan van den omslag welke tot de bakken van s' welke Compt. 221 8 zee tyl. No. 319. „ 326 Compagnie weegen wierd aangehouden, knamher ons voor, dat wanneer het bakken van brood en beschuyt aan partikulieren wien aan besteed, zulks zeer mogelyk een notabel voordeel voor de Compagnie zoude kunnen opleeveren. Wy vorderden dierhalven daar op de Consideratien van den Dispo Cier en lit van den Politiken Raade van Rheede van Oudtshoorn, zan Byl N: 324. en het bleek uit de bereekening door den zelven daar op gemaakt dat wanneer die aanbesteeding tot billyke pryzen gevolg nam, zulks een jaarlyksch profyjt van ruim Rd=ts 3300. - of ƒ9900 - - - kaabsche Valuatie, zoude aanbrengen. Wy aarselden dierhalven niet om daar toe over te gaan, en qualificeerde de ministers om sodanige aan besteeding te doen op den voet der voorwaarden door Haar op onze requisitie tot dat einde ontwor pen, met eenige geringe veranderingen welke my dienstig oordeelden Alvorens egter dezelve gevolg nam, gaven de Munisters ons en Con„ sideratie om zie ook uit te strekken tot het brood, meelen be„ schuyt, benodigd voor den Omslag en Baay Fals, teevens ons —. 322. Aanbiedende een ontwerp der voorwaarden die daar toe zonder —„ 323. kunnen dienen, waar toe my al meede qualificatie gaavert, maar in dier voegen, dat de aanbesteeding zoude geschieden met en sonder de benodigdheid voor Baay Tals, ten einde aan zig te behouden de Keure van het geen bevonden zoude worden tot het meeste profyt van de Compagnie te strekken. By de untkomst bleek. Aal het merkelyk tot voordeel strekte dat de benodigdheid voor Baay Fals daar onder begreepen wierd, en op dien Voet is dezelve so gelukkig tot effect gebragt, dat daar door eene Jaarlijksche uijspaaring van Rd:s 8037„ 20. of ruijm ƒ 400. - Kaabsche valuatie voor de Compagnie is verkreegen. De aanneemer Arend van Wielligh heeft niet lang daar na ons by Requeeste versogd, om uit de hem afgestaane broodbakkery in t het Kasteel ook te mogen verkoopen sodanige brooden als hy gehou„ den was voor de Compagnie te moeten bakken, ten einde hem in de geleegenheid te stellen, om wanneer storm winden of andere toevallen hem mogte verhinderen het vervaardigde brood aans Comp=s bodems te leeveren, het zelve egter te kunnen van de hand zetten. Begrypende dat in eene zaak van so veel aangeleegenheid voor s' Compagnies Finantien, aan den aanneemer alle reedelyke fa„ Ciliteiten moesten worden toegebragt, hebben wy, na ons egter al„ vorens daar op te hebben laten dienen van de Consideratien der Ministers, aan voornoemden van Wielligh toegestaan, om het brood door hem ten behoeven van de Compagnie gebakken, dog het welk door toevallige omstandigheeden niet zoude kunnen worden afgeleeverde, uyt s'Compagnies bakkery te mogen verkopen, het mits t „ 88 „320 „ 244. „ 321 0 t 4 ƒ „325 „327.

NL-HaNA_1.04.02_4361_0278 view scan ↗

English

see Appendix No. 250 provided it is at the same price as that set for the privileged master bakers, and under the condition that he shall be required to submit annually, by the last day of August, as accurately as possible, see Appendix No. 129 how much of the grain received by him from the Company's grain magazines had been used for the bread sold by him to private individuals during the preceding twelve months, in order that this quantity of wheat may be restored by him to the Commissioners of the Court of Justice and the Company's magazines, and also that he pay to the farmers of the burgher mills the milling fees that would be due to them for that quantity of wheat. We consider not entirely unconnected with the aforementioned contracting-out the request made to us shortly thereafter by the Resident of False Bay, Christoffel Brandt, to be exempted in future from the provision of lodging, food, drink, etc., to the qualified servants of the Company who are sent on commission to False Bay. The ministers having provided us with their advice upon our requisition, we have, in consideration of the notable increase in revenue brought about by several of the introduced reforms to the post of Resident or post-holder in the said False Bay, ibid. granted to the bookkeepers and assistants who would henceforth be dispatched to False Bay for the performance of the Company's service, one Rijksdaalder per day, so that they may provide themselves with lodging, board, and drink from the inhabitants residing there; and at the same time decreed that no payment shall be made to them on that account except upon a certificate from the Resident or post-holder at the time, proving how many days they spent there in the Company's service; but that the Resident or post-holder at the time shall nevertheless remain obliged to provide lodging, food, and drink to all senior qualified servants who, having been commissioned thereto by the Council of Policy, shall be present in False Bay for the performance of the Company's affairs, for which he shall be credited from the Company's treasury one ducatoon per day for each person. The expense arising from these matters will, according to our calculation, at least not exceed f 1000 Cape valuation in a year, and could even amount to far less than that sum, if the Ministers, as we have reason to expect, comply with the recommendations regarding vigilance and economy made to them on that subject. False Bay 328. 225 see Appendix No. 329 Upon the authority granted by us, and under the conditions approved by us, there was also contracted out, for the term of five consecutive years beginning on the 1st of January last, the supply of the necessary sauerkraut and salted vegetables for passing ships and for dispatch to the Indies, whereby once again a sum of f 4000 Cape valuation annually has been saved. The administration of the provisions store having already lost a large part of its workload through the abolition of the bakery and the cessation of several rations, it came under our consideration whether the same could not be further simplified and merged with that of the trade warehouse, which was also already of noticeably smaller extent than before. see Appendix No. 331. We also requested on this the considerations of the Storekeeper van Rheede van Oudtshoorn, and sent them, after we had received them, see Appendix No. 330 and No. 244 to the Ministers, so that they might serve us with their considerations and advice on the matter. The report of the Storekeeper amounted mainly to an abolition of rations to lower-ranking servants; to substitute rice for the barley for the ships, and then to abolish the barley watermill with its entire establishment; to contract out the necessary salted meat and bacon; and to have the salt fetched from the contractor at the prices fixed for it. With regard to the further abolition of rations, it came under consideration whether these could all be replaced by money, and it was found that this was indeed feasible for all such servants as were permanently stationed at the various outposts and elsewhere; but that this could not take place for the men stationed on the country boats, the stationed garrison in False Bay, the slaves and others belonging to the slave lodge household, the convicts, the convalescents at the lines, the military commandos, and the hospital; all for reasons stated in detail in the considerations of the ministers submitted to us on this matter. see Appendix No. 310. Examining further what the rations to the other lower-ranking servants, who were eligible for abolition, consisted of and what was spent on them, it was found that no uniform basis was observed therein, since some received merely board money and bread, while others, in addition to board money, received various rations of meat, bread, beans, rice, flour, arrack, brandy, pepper, and others again received only board money, whereby the expenses of these provisions had not been the same, but had amounted to between four and a half and five and three-quarter guilders per month, meat and bread not included.

Dutch transcription

223 t zee Byl: No. 250 mits tot dezelfde prys, als die welke voor de gepreveligeerde be oodbak kers bepaald; en onder voorwaarde dat hij gehouden zal zyn jaarlijksch Onder Ultimo Augustus so naauwkeurig mogelijk op te geeven, hoe ver zie zijl: No. 129 van het door hem uit s' Compagnies Graanmagasynen ontfangen Koorn was gebruikt tot het brood door hem geduurende de laaste twaalf maanden aan Partikulieren verkogt, ten een de die Qianti teit tarwe door hem aan Commisarisen van den Rade van Justitie en S'Compagnier Magazijnen te worden gerestitureerd, mitsgaders on- Voor die quantiteit aan de pachters der burger drangmolens te be„ taalen, het geen hun weegens maalloon van de tarre zoude Competee ren. Wy beschouwen als niet geheel buyten verband staande met de voorschr: aanbesleeding het verzoek niet lang daarna aan ons ge„ daan door den Resident en Baay Fals Christoffel Brandt, om voor het vervolg gelibereerd te mogen zyn van de verzorging van huysvesting, speps, dran k enz: aan de gequalificeerde Dienaar van de Compagnie welke in Commissie naar Baay Fals worden gezonden. De ministers ons daarop ^ ter onzer Eequisctie, gediend hebbende van advies, hebben my uit Consederatie van de merkelyke vermeu„ dering van inkomsten door Verscheide der ingevoerde redressen toegebragt. aan de post van Renident of posthouder in des Baay ibidem Fals, aan de Boekhouders en adsistenten, welke voortaan ter ver„ regtinge van s:' Compagnies dienst noor de Baay Fials zouden worden afgezonden, toegelegd een Ryksdaalder daagsch, om zig daar voor bij de aldaar woonende Ingereekenen van huysvesting, Kost, en drank te voorzien; en teevens gestatueerd dat aan hun diesweegen geene betaling zoude geschieden, dan op een Declaratoir van den Resident of posthouder in der tyd, ten be„ wyze hoe veel dagen zy aldaar in t' Compagnies dienst hebben door- gebragt — dog dat de Resident of posthouder in der tyd niet te min verpligt zoude blyven tot de huysvessing, en verzor„ ging van spys en drank van alle hoge gequalificeerde Die„ naaren, welke, als daar toe door den Politieken Raad gecom„ mitteerd, zig ter verrigtingen van s'Compagnies zaaken in de Baay Fals zullen bevinden, waar voor aan hem, voor elk per„ zoon, uit s' Comp=s kassa, zal werden gevalideerd een Duca„ ton 's daagsch. Het bezwaar uit dit een en ander voortspruytende, sal na onze reekening althans niet meer dan ƒ 1000 - - kaabsche valuatie en een Jaar, en zelfs op verre na die som niet kunnen bedragen, Wanneer de Ministers, gelijk wij reeden hebben te verwagten, nakoomen de aanbeveelingen tot waakzaamheid en menage, op dat stuk aan hun gedaan. Fals op . 328. 225 8 zie Byl: No: 329 Op de qualificatie door ons gegeeven, en de by ons goedgekeurde Co ditien, is ook voor den tyd van vijf agter een volgende Iaaren, inge gaan zynde met p mo Januory Jongstl:, aan besteed de leverantie van benodigde Zuurkool en gezoute groentens voor de passeerende scheepen, en ter verzending naar Indie, waar door wederom eene Somma van ƒ 4000 - - kaabsche valuatie Jaarlyksch is geprociteerd De administratie der dispens reeds een groot gedeelte van haren Omslag verlooren hebbene door de afschaffing der bakkery, en het Cesseeren van Verscheide verstrekkingen, kwam by ons in overweging of dezelve niet verder zoude kunnen worden gesimplificeerd, en lyk mindere uytgestrektheid was dan voorheen, in een gesmolten Wy vorderden ook hier op de Consideratien van den Disponcier van _: 330: Rheede van Oudtskoorn, en zonden die, na dat wy ze bekomen hadden —„ 244: aan de Ministers, om ons daar op te dienen van Consideratien en adries. Het berigt van den Dispencien Kram hoofdrakelyk neer op eene afschaffing van verstrekkingen aan mindere Dienaaren; om de gort voor de Scheepen met ryst te suppleeren, en als dan de pel„ watermolen met desselfs geheelen omslag af te schaffen, het benodigde gezonte Vleesch en spek aan te besteeden, en het zout teegens de daar toe vastgestelde pryzen bij den pagter & doon haald met die van het negotie pakhuijs, welke dog ook reeds van merk zie Byl: No 331. Over deese materie by ons ingekomen breedvoerig vermelde Mhet opzigt tot de verdere afschaffing van verstrekkingen knam en overweeging of dezelve alle door geld zouden kunnen worden gerem„ placeerd. n en men bevond dat zulks wel uytvoerlyk was omtrend alle zodanige Dienaaren als op de onderscheiden buyten posten en elders vast waaren bescheyden, dog dat zulks geen plaats konde hebben omtrend het volk op de landsboots bescheyden, de post houdende Manschappen in de Baay Fals, de Slaven en verdere tot de huyshouding der slavenlogie behoorende, de bandicken, de reconvalescenten aan de linie, de militaire Commandos, en het Hospitaal; alle om reedenen by de Consideratien der ministers Verder nagaande waar in de Verstrekkingen aan de Verdere mandaren Dienaaren, die voor afschaffing, vat haar waaren, bestonden en het geen daar toe wierd bekostigd, so wierd bevonden, dat daar in geen gelijke voet wierd geobserveerd, also eenige enkeld kostgeld en brood genooten, andere wederom, behalven het Kostgeld nog onderscheide Randzoenen, van Vleesch, brood, broten, boonen, Ryjst, Meel, Arak, brandewyn, peeper, anderen wederom alleen Kostgeld, waer door dan ook de onkosten dies Verstrekkingen niet dezelfse waaren geweest, maar tusschen vier en een halve, en vyf en drie quart guldens per maand / het veeeschen brood daar buiten geteekend/ hadden bedragen. Met Vermits _„ 310. 1

NL-HaNA_1.04.02_4361_0280 view scan ↗

English

t ib idem 333. Since it was now very improper that servants of the same class were treated so unequally in this matter, and that, whenever the rations were henceforth compensated in money and that distinction was thus displayed in a clearer light, this might have caused discontent among those people, the Ministers were of the opinion that this distinction ought to be removed, and that with the abolition of all the same rations (except only meat and bread) each of them should be granted, under the title of cost-ration money, two and three-eighths Rijksdaalders per month, in addition to their customary board money. The Council judged that the expenditure of the Dispens could be reduced still further by the following measures: That the provisions of salt, train oil, olive oil, wax candles, and cotton, which were being made to the battalion and other posts, were abolished, and an equivalent in money paid in proportion instead. That the required barley was contracted out, and the Company's water peeling mill was left to the contractor for his use. That the salted meat and bacon, the butter for rations, and the flour for rations were also supplied by contracting out. Besides the separation of the administration of the Corn Magazines from the dispens, of which we have already reported in its proper place. When all these matters were brought about, the ministers thought that the management of the dispens thus simplified could be entrusted to a Junior Merchant under the title of Dispencier or Bookkeeper of the Company's Dispens, who should have four slave boys to assist him. We would have wished, before proceeding to this matter, to have been able to inspect the exact sum of money that would thereby be gained for the Company, but the statement required by us from the ministers to that end having demonstrated the impossibility thereof, yet judging that this would still be of some consequence, since the Company would along that way find itself freed from the transport of various provisions both from the Netherlands and from the Indies, as well as from the spoilage, leakage, and write-offs that had always been allowed thereon, and also could now make use of the storehouse employed for that purpose for other ends; and they were, Besides 229 further of the opinion with us that the administrations of the Dispens and Trade Warehouse could now conveniently be merged into one. We have therefore judged that we must acquiesce in this and have authorized the ministers to proceed immediately to the further simplification of the Dispens on the aforesaid footing. Since now also by the merger of both administrations the office of warehouse master, considered separately, immediately came to cease, we have, out of consideration for the long-standing service rendered by the Warehouse Master Salomon van Echten to the Company, thought fit to have paid to him during his lifetime, by the new dispencier and Warehouse Master Cornelis Cruywagen appointed by us, or his successors in time, half of the revenues which would be enjoyed by him by virtue of the joining of the Administration of the Trade Warehouse to that of the Dispens. Furthermore, they have appointed as bookkeeper in the aforesaid combined administration the bookkeeper in the Trade Warehouse, Arend de Waal, to whom we have subsequently, both out of consideration for the favorable testimony given of him by the ministers and on account of the increase of work arising for him from the merger of both administrations, granted the rank of Junior Merchant and a monthly bonus of twenty rijksdaalders, so long as he should continue in the said office, and without any consequence for the future. It lasted longer than a month that we did not hear that the contracts for various articles, which still had to take place by virtue of our aforesaid dispositions, were carried into effect. Wherefore we, having the greatest interest that this beneficial work was accomplished before our departure from here, further ordered the Ministers on the 10th of April last to make the conditions of those contracts public with the utmost speed, in order to have them carried out before the end of that month, with the recommendation to include also among the contracting of the butter that which was required for the ships passing by here and for the fulfillment of the Indian requisitions, but also at the same time to ensure that the Company was secured, both with respect to that and all other deliveries of articles subject to spoilage, against all such damages which might arise from defects in quality or lack of proper care. work 1y t ib idem

Dutch transcription

t ib idem 333. Vermits het nu zeer ongezymd was, dat Dienaaren van deselvde Clan in dit stuk so ongelyk wierden behandeld, en zulks ook, van neer de Verstrekkingen voortaan in geld wierden goedgedaan en dat onderscheid zig dus in een klaarder ligt vertoonde mis noegen onder die lieden zoude hebben kunnen verwekken waren de Ministers van begrip, dat dit onderscheid behoorde te worden weggenoomen, en met afschaffing van alle deselve ver strekkingen (uytgenomen alleen. Vliesch en brood (aan elk hun ner, onder den titel van Kosten randzoengeld toegelegt twee en drie agtste Ryksdaalders, behalven derzelver gewoon kost geld, in de maand. De Raad oordeelde dat de omslag van de Dirpens nog verder zoude kunnen worden verminderd door de volgende maatregeli„ Dat de Verstrekkingen van Zont, taan, olyven olie, Wasch zue Byl: No 332 Kaarssen en Cattoen, aan 't bataillon en andere posten gedaean wordende, wierden afgeschaft, en daar voor een eevenreedig aquivalent in geld betaald. Dat de benodigde gort wierd aanbesteed, en aan den aan„ neemer tot zyn gebruyk gelaten s' Comps. Waterpelmolen Dat het gezonten vleesch en spek, de boter tot randgoenen, en het meel tot randzoenen meede by aanbesteeding wierd geleeverd. Behalven het separeeren der aaministratie van de Koorn Magazynen, van de dispens, waar van ter zynen plaatzse reeds verslag hebben gedaan. Wanneer alle deeze zaaken tot stand wierden gebragd, meen„ den de ministers dat de beheering van de also gesimplificeerde diepens konde worden opgedragen aan een Onderkoopman Onder den titul van Dispencien of Boekhouder van S' Compagnie Dirpens, die tot desselfs adsistentie zoude behoo„ ren te hebben viin slavenjongens. Wy haaden wel gewenscht alvoorens tot deeze zaak over te gaan, te hebben kunnen onder het oog hebben het puste. gelds- bedragen dat daar door voor de Compagnie zoude worden geprofiteerd, maar de opgave van de ministers daartoe door ons gerequireerd zynde, vertoondende onmogelyk heid daar van, egter oordeelende dat zulks nog al van eenige aangeleegendheid zoude zyn, nadien de Compagnie zig langs dien weg bevrijd zoude vinden van het transport van diverse provizien so uit Nederland als uit Indie, mitsgaders van het bederf, de lekkagie, en de afschrivingen die daar op altyd waren gevalideerd, en ook van de daartoe geemployeerde bergplaats, nu tot andere eyndens gebruyk zoude kunnen maken; en waaren Behalven 229 O Zee Byl. No. 129. _„ 334. zen Byl No. 129 zy voorts met ons van begrip dat de administratien van het Diopens en Negotie Pakhenys als nu gevoeglyk konden worden en een gesmolten. Wy hebben dierhalven geoordeelde hier in te moeten berusten en de ministers gequalificeerd om tot de verdere Simplificatie tzie Byl: N:o 282. van de Dupens op den voorschr: voet dadelyk over te gaan. Vermits nu ook door de in een smelting der beide administratien de bediening van pakhuysmeester; afzonderlyk beschouwd, dade lijk kwam te Cesseeren, hebben my uyt Consideratie van den Langja rigen dienct door den Pakhurysmeester Salomon van Echten aan de Maatschappij gepraesteerd, goedgevonden aan denzelven zijn leeven lang geduurende door den nieuw door ons aange„ stelden dispencien en Pakhuysmeester Cornelis Cruywagen, of desselfs successeuren in der tyd te doen uitkeeren de helft der revuen, welke door hem uit hoofde van de byeenvoeging van de Administratie van het Negotie pakherijs tot die van het Disper zouden worden genoten. Voorts hebben zy tot boekhouder in de voorscho: gecombineerde administratie aangesteld den boekhouder in het Negotie pak„ huys Arend de Waat, aan wien wy naderhand so uit Consi„ deratie van het favorabel getuygenis door de ministers van hem gegeeven, als uit hoofde van de vermeerdering van werk voor hem uit de in een smelting der beide administratien gebooren, hebben toegevoegd de rang van Onderkoopman, en een maandelyksch douceur van twintig ryasdaalders, so lange hy in de gemelde bedieninge zoude Continueeren, en sonder eenige Consequentie voor 't vervolg. Het duurde langer dan een maand, dat wy niet vernamen dat de aanbesteedingen van diverse Artikelen, welke uit hoofde onzer voormelde dispositien nog moesten geschieden, gevolg namen, Weshalven wy, het grootste belangen in stellende dat dit heylzaam werk tot stand Kwam voor ons vertrek van hier, den 10:e April jongstleeden de Ministers nader gelasten„ de Conditien van die aanbesteedingen ten allerspoedigsten Publiek te maaken, ten einde dezelve nog voor het einde van die maand te doen gevolg: neemen, met recommandatie om onder de aanbesteeding van de boter ook te begrypen die welke voorde alhier passeerende Scheepen, en tot voldoe, „ning der Indische eysschen wierd vereyscht, dog om tee„ vens, te zorgen, dat de Compagnie so met opzigt tot die, als alle andere leeveandain van artikelen aan bederf subject zyn, teegens alle zodanige schadens welke uit dis qualiteiten of gebreke aan behoorlyke verzorging zouden kunnen ont„ staan, wierde gesecureerd. werk 1y t ib idem -

NL-HaNA_1.04.02_4361_0282 view scan ↗

English

231 See Appendix No. 335 to 338. We likewise expressed our desire that, in general, all articles belonging to the dispensary that were suitable for it, and in particular the caraway, almonds, and raisins, should be provided by means of public tender. See Appendix No. 340. The result of this was that on 30 April last, the supplies of butter, caraway, dried fruit, and train oil were also contracted out on the conditions previously agreed to by us, and indeed at such moderate prices compared to those for which the Trade Transferor used to supply the three first-mentioned articles, that according to the calculation formed by the Ministers, an annual profit will be made thereon of a sum of Rds 7662: 4 or f 22987½ Cape valuation; the contracting out of the train oil having been a consequence of the abolition of the costly establishment which the Company used to maintain for seal hunting, as is more fully mentioned in the first part of our report. With regard to the salted meat and pork, the Ministers had already in the month of September 1792 presented to us the impossibility of taking sufficient precautions against the spoilage of both those articles (about which complaints had recently been received from the High Government) as long as they were bound to the strict observance of the orders of the meeting of the Seventeen, whereby they were forbidden to lay in any new stock before that which was on hand should be consumed. On that ground we had granted authorization to have a sufficient quantity of Cape meat and pork salted down here at the most suitable time of the year for the estimated requirements of a full year, with the recommendation, however, to observe the greatest economy therein, and to ensure that, in order to prevent all damage otherwise to be expected from such kind of remnants, the quantities laid in should at least not exceed the aforementioned requirements; but after this authorization had taken effect for the current year, it had lapsed further through our order for the further simplification of the Dispensary on the footing proposed by the Ministers, in which, as we have seen above, the contracting out of the salted meat and pork for the future was also included. The Ministers, however, later showed us that there were well-founded reasons to doubt whether the Cape meat and pork could be salted here in such a manner that it would not easily turn to spoilage on the long voyages of the Company's ships, and whether it would in general possess the necessary qualities to serve for the provisioning of the ships. Appendix No. 339. Appendix No. 282. Appendix No. 341. 233 See Appendix No. 342. Since great inconveniences would arise if those provisions were made solely of Cape meat and pork, we judged it advisable not to proceed for the present with the public tenders for both of those articles, and authorized the Ministers to continue to requisition from the Mother Country a portion of the requirements for the passing ships, namely 25 casks of each, and to have the remainder required salted down here at the most suitable times of the year, adhering, however, to the recommendation previously made by us on that subject and mentioned hereinbefore. See Appendix No. 340. When experience shall have taught whether or not the Cape meat and pork is sufficient for those purposes, it can at the same time be decided whether (as it turns out much cheaper than that from the Mother Country) full use or no use at all ought to be made of it in the future. Appendix No. 341. Among the articles intended for public tender, that of barley was also included; but only one person presented himself who was inclined to undertake that supply, and the exorbitant prices which he demanded were the reason that this had to be abandoned. Appendix No. 341. Since it now appeared from a calculation formed by the Ministers in that regard that barley, burdened with all expenses, still cost the Company far less than rice, we gave authorization to maintain the barley mills, in order to have as much barley manufactured there as possible, to be issued instead of rice to the passing ships, and for the administrator of the granaries to lay in 800 to 1000 muds of barley annually, to be supplied to the Dispensary, in order subsequently to have barley manufactured from it under his supervision, he being accountable for one hundred and sixty pounds per mud. See Appendix No. 342. Another means of saving for the Company we found in new arrangements entered into with the contracted butchers. These addressed themselves to us in the month of July 1792 with a memorial containing various grievances regarding infringements upon the contract existing between the Company and them, as well as otherwise; of which, however, the principal one was that the place Yzer Fontein, although explicitly reserved to the Company by the lease conditions, and of the greatest importance to the contracted butchers, had later been granted on loan to the burgher J: N: Colyn. Appendix No. 343. According to the information that we received in that regard from the Ministers, the contracted butchers could indeed sustain no right.

Dutch transcription

231 Ozie Byl: N. o 335 tot 338. Wy betoonden teevens ons verlangen, dat men zig Generaal lyk alle artikelen tot de dispens behoorende, welke daar toe geschikt waaren, en byzonder van de carwaat, amandelen zan Byl. N:o 340. en rosynen zoude voorzien door middel van aanbesteeding. Het gevolg hier van is geweest dat op den 30 April Jongstleeden nog aanbesteed zyn de leverantien van boter, Carwaat, gedroogde Vrugter en traan, op de voorwaarden bevorens door ons ge agreëerd, en wal tot zulke modicque pryzen in vergelyking van die waar voor de Negotie Overdrager gewoon was de dre eerstgemelde Artikelen te leeveren, dat daar op volgens de be reekening door de Ministers geformeerd jaarlyksch zal gepro„ fiteerd worden eene som van Rd=s 7662: 4 of ƒ22987½ Kaabsche Valuatie; zijnde de aanbesteeding der haar een ge„ volg geweest van de afschaffing van den Kostbaaren omslag wel ke de Compagnie tot het slaan van robben pleeg aan te houden gelyk bij het eerste gedeelte van ons verslag, breeder is vermeld. Met opzigt tot het gezooiten Vlesch en Spek hadaan de Ministert —„ 130. ons reeds in de Maand September 1792 voorgedragen de onmo„ gelykheid om voldoende precaatien te neemen teegen het bederf van die beide artikelen /waar over nog onlangs klagten van de Hoge Regeering waren ingekomen /so lang zy verply waaren tot de Striete opvolging der beveelen vande vergadering 1 van Xvij=tse, waar by hun verboden was eenigen nieuwen voor„ raad op te doen, voor dat het aanhanden zynde verbruykt zoude zyn, en op dien grond hadden wy qualificatie verleend om alhier op de bekwaamste tyd van het Jaar eene genoegzaame quantiteit Vleisch en spek Kaabsch te doen inzouten tot de presumtive benodigdheid voor een rondjaar, met recommandatie egter om daar in de meeste menage te betragten; en te sorgen dat, om alle schade van zulk soort van restanten anderzints te Verwagten voor te koomen, de opgelegd wordende quantitei„ ten de voorschr: benodigdheid althans niet te bovengingen; dog na dat deeze qualificatie voor het lopende Jaar effect hadde gehad, was dezelve verder vervallen door onze last tot de verdere semplificatie van de Dispens op den voet door de Ministers voorgeslagen, waar in, gelijk wy hier boven gezien hebben, ook het aanbesteeden van het gezouten Vleesch en spek voor het vervolg, was begreepen. De Ministers vertoonden ons egter naderhand, dat er ge„ gronde reedenen waren om te twyfffelen, of het Kaabsche Vleesch en spek wel zodanig alhier kon worden gezouten, dat het op de lange reizen van s' Compts. scheepen niet ligtelyk tot bederf zoude overslaan, en of het zelve in het algemeen wel de nodige vereyschtens zoude hebben om tot proviandeering der van scheepen 1 „ 339 _„o 282. _ 341. 233 Ozier Byl: N:o 342. Scheepen te dienen. Vleesch en speke geschiedden groote inconven centen zouden gebooren worden, hebben wy het raadzaam geoordeeld de aanbesteedingen van die beide artikelen voor eerst nog geen gevolg te doen neemen en de Ministers gequalificeerde om een gedeelte der benodigheid voor de passeerende Scheepen, en wel 25 vaten van elk, nog voortaan uit het Vaderland te eysschen, en het verder benodigde alhier te laten inzouten op de meest geschikste tyden van het Iaar„ met inheesie egter de aanbeveeling bevorens door ons op dat — „ 340. stuk gedaan en hier voren vermeld. Wanneer dan de ondervinding geleerd zal hebben of het kaaboche Vleesch en spek tot die eyndens al of niet voldoende is, zal teevens beslust kunnen worden, of daar van (als veel beeter koop uittemende dan het Vaderlandsche / by vervolg in 't geheel, dan wel in 't geheel geen gebruyk zal behooren te worden gemaakt _„ 341. Onder de artikelen die tot de aanbesteeding bestemd waaren't behoorde nog dat van Gort; dog er deed zig maar een persoon op die tot die leverantie geneegen was, en de exorbitante pryzen _. 341. welke hy eischte waren oorzaak dat men daar van moest afzien„ Dewyl nu uit eene bereekening door de ministers daaromtrend geformeerd bleek dat de gort, met alle ongelden bezwaard Vermit nu daar uit, wanneer die verstrekkingen alleen n Kaabn ze Byl: N:o 342. qualificatie gegeeven tot de aanhouding der gorkenelen, om daar op zo de Compagnie nog veel minder te staan kwam dan de ryst, hebben we„ veel gort te laaten vervaardigen, als mogelyk zoude zyn, om in steede van ryst aan de passeerende scheepen te worden verstrekt, mitsga„ ders om door den administrateur der graanmagazynen Jaarlyjksch 800 @ 1000 Muddengarst in te doen slaan, ten einde aan den Dis„ pencien te worden verstrekt, om vervolgens daar van onder zin Opzigt gort te doen vervaardigen, door hem te verandwoorden tot een honderd en Sestig ponden de mud. Een ander middel van besparing voor de Compagnie hebben wy gevonden in nieuwe Schikking en met de gecontracteerde Slagters aangegaan. Deeze addresseerden zig Aan ons in de maand July 1792 met eene _„ 343. Memorie houdende verscheide bezwaaren over inbreeken op het tusschen de Compagnie en hun subsisteerend Contract, als anderzints; waar van egter wel het voornaamste was, dat de plaatsde Yzer Fontein, hoe zeer by de pacht Conditien wel uytdrukkelyk aan de Compagnie gereserveerd, en voor de gecontracteerde Slagters van het grootste aanbelang, naderhand in leening was uitgegeeven aan den burger J: N: Colyn. Volgens de informatien welke wij daaromtrend van de Ministers bekwaamen konden de gecontracteerde slagten wel geen regt de sustineeren, 1 t # + ib idem

NL-HaNA_1.04.02_4361_0284 view scan ↗

English

235. maintain on the farm the Yzer Fontein, but at the conclusion of the Contract they might have been under the delusion that that farm, situated in the middle of the Groene Klooff, which forms their principal pasturage, could have been obtained by them on permit without difficulty. On the other hand, the burgher J: N. Colyn had come into possession of that farm in a lawful manner, and although the Company, strictly speaking, has the right to revoke farms granted on permit at the expiration of each year, it could nevertheless not be denied that it would have contained a great hardship within itself, if it had merely made use of that in this case, since it had never been accustomed to do so, unless well-founded reasons had been given for it by the possessors; which was by no means the case with regard to Colyn. We therefore understood, in the first place, that in order to be able to pay favorable regard to this part of the request of the contracted butchers by putting them in possession of the Yzer fonteyn, the aforesaid Colyn ought to be satisfied in a reasonable manner on account of the loss of that farm, and for this we found an expedient, namely by likewise giving him freely on permit the Company's farm or outpost the Tygerhoek for the duration of his life. But we furthermore took into consideration that since the Yzer fonteyn was of so much importance to the contracted Butchers, and they nevertheless could not make the least well-founded claim to it, it was fair that, when we rendered them the service of putting them in possession of that farm, they should also reciprocally bring some advantages to the Company; and we found all the more opportunity to assert this consideration, as they showed themselves not averse to us to also extend for some years the existing Contract, which was due to expire on the first of May 1794. The prices which they had stipulated in the existing Contract were eight duyten for a pound of Meat, and forty-two stuyvers for a live sheep. After holding several Conferences, We finally succeeded in our intention by concluding an Agreement with them, according to which the Contract would be prolonged with them for another five Years, and the farm the Yzer fonteyn ceded to them for their use under the following conditions. That they should be obliged, beginning from primo January past of this 237. of this Year until the expiration of the present Contract, to deliver the Fresh Meat to the Company at two duyten per pound less, and the live sheep at 9 stvr. per head less than the price determined in the contract, and consequently the meat at six duyten the pound, and the sheep at 33 stvers the head. That during the time for which the Contract should be prolonged, and thus from the 1st of May 1794 until the first of May 1799, the fresh meat should be delivered at five duyten the pound, and the live sheep at 24 stvr. the head. And since complaints had repeatedly reached us from the side of the Inhabitants concerning the dearness of the Meat, and concerning the high prices at which the contracted Butchers delivered the Meat to Foreign Ships, tending to make the same averse to calling at this corner of the world, we also provided for that by stipulating that from then on, and during the time that the prolonged Contract should last, the meat that is sold by them privately to the Inhabitants should have to be delivered, the four pounds at six Cape stuyvers or less, and that they should furthermore be obliged to regulate with proper discretion the prices of the Meat and live Cattle delivered by them to Foreign Nation ships passing by here. Lastly, in order to cut off the dispute that had previously taken place concerning the meat delivered to the hospital, as we have mentioned in its proper place, we stipulated that they should be obliged to deliver the same in the Hospital itself; and to ensure that the same is always of good quality. We subsequently gave orders to the Ministers to proceed on this footing with the contracted butchers to the aforesaid extension of the Contract, and in return to put them into possession of the farm the Yzer fonteyn as of primo March of this Year, with the interdiction that this or any other farm, currently assigned to the service of the contracted butchers, should ever or at any time be separated therefrom, alienated, or granted to others; that furthermore to the burgher Colyn, as a fair compensation for the loss of the aforesaid farm the Yzerfonteijn, there should be given on permit the farm the Tygerhoek, such as it was bordered at that time, to make use thereof for the duration of his life; yet under the express stipulation that the same should return to the Company after his death, without any payment or compensation taking place for the buildings Lastly or

Dutch transcription

235. sustineeren op de plaats de Ypper Fontein, maar konden zy by het aangaan van het Contract in de waan zyn geweest dat die plaats, het midden van de Groene Klooff, welke hunne voornaamste Wrys Uytnaakt, geleegen, by hun sonder moeite op ordonnantie zond hebben kunnen worden verkreegen. Aan de andere kant was de burger J: N. Colyn op eene Wette wyze in het bezit van die plaats geraakt, en alhoewelde Compa gnie Striet genomen het regt heeft om plaatzen op ordonnantie Uytgegeeven, by expiratie van elk Jaar weeder in te trekken Kon egter niet ontkend worden dat het eene groote hardigheid in zig zoude hebben gehad, wanneer zy daar van in dit geval blotelyk hadde gebreryk gemaakt, daar zy nimmer gewoon is geweest zulks te doen, ten zy dat daar toe door de bezitters ge„ gronde reedenen waren gegeeven; het welk ten opzigte van Colyn in geenen deele plaats had. Wy begreepen dierhalven in de eerste plaats, dat om op dit gedeelte van het verzoek der gecontracteerde slagters een gunstig reguerd te kunnen slaan, door hun in 't bezit van de Yzer fonteyn te stellen, voorn. Colyn weegens het gemis van die plaats op eene reedelyke wyze behoorde te worden te vreedegesteld, en hier toe vonden wy een middel, door namentlyk aan hem insgelyks op oroonnantie vryk te geeven des Compagnies plaats of buyten post de Tygerhoek zyn leeven lang geduurende Maar wy namen al verder in aanmerking dat daar de Yzer fonteyn voor de gecontracteerde Slagters was van zo veel aanbelang, en zy nogthans daarop geene de minste ge„ gronde aanspraak konden maken, het billyk was, dat wan„ neer wy hun de gienst beweezen van hun in het bezit van die plaats te stellen, zy ook weederkeerig eenige voordeelen toe„ bragten aan de Compagnie; en wy vonden te meer geleegenheid om deeze aanmerking te doen gelden, wanneer zy zig niet afkeerig aan ons betoonden, om ook het subsisteerend Contract, dat met den eersten Mei 1794 stond te expereeren, nog voor eenige Iaaren te verlengen. De pryzen welke zy by het subsisteerend Contract bedongen hadden, waaren agt duyten voor een pond Vleesch, en twee en Veertig stuyvers voor een leevendig schaap. Na het houden van verscheide Conferentien Slaagden Wij eyndelyk in ons voorneemen, door met hun te treffen eene Overeenkomst, volgens welke het Contract nog voor vyf Iaaren met hun zoude worden geprolongeerd, en de perlaats de Yzer fonteyn aan hun in gebruik afgestaan onder de vol„ gende voorwaarden. Dat zy gehouden zouden zyn, te beginnen met pmo Jannory port deezes 237 deezes Jaars tot den uiseinde van het teegenswoordige Contract, het Versch Vleesch aan de Compagnie te leeveren twee duyten per pond muinder, en de levondige schapen 9 ster. het stuk minder dan d prys by het contract bepaald, en over zulks het vleesch tegee ses sluyten het pond, en de schapen tot 33 stvers het stuk Dat geduurende den tyd voor welke het Contract zoude worden geprolongeerd, en mitsdien van den 1ten Mei 1794, tot den eersten 9 zu tyl. N:o 344. Mei 1799, het versch vleesch zoude werden geleeverd tot vyf duyten het pond, en de levendige schapen tot 24 stvr. het stu En vermit ons van de zyde der Ingezeetenen meermalen klagt waaren voorgekoomen over de duurte van het Vleesch, en over de hoge pryzen tot welke de gecontracterde Slagten het Vleesch leeverden aan de Vreemde Scheepen, strekkende om dezelve van het aandoen van deezen uythoek afkeerig te maken, voorsage wy ook daar in door te stipuleeren dat van toen af, en ge duurende den tyd dat het geprolongeerde Contract duuren zoude, het vlesch dat door hem partikulier aan de Jngezee tenen word verkogt, zoude moeten worden geleeverd de vrer ponden tot ses kaabsche stuyvers of minder, en dat zy voorts gehouden zouden zyn om de pryzen van het Vleesch en levendg Vee door hun aan Vreemde Natescheepen alhier passeerende geleeverd nordende, met behoorlyke discretie te reguleerens. Laastelyk, om af te suyden de directie die voorheen omtrend het vleesch aan hets taspitaal geleeverd wordende had plaats gehad, gelyk my ter zyner plaatze gemeld hebben, bepaalden wy dat zy gehouden zouden zyn, het zelve in het Hospitaal zelve te leeveren; en te zorgen dat het zelve altyd zy van goede qualiteit. Wy gaven vervolgens aan de Ministers last, om op deezen voet met de gecontracteerde slagters tot de voorschr: verlonging van het Contract te procedeeren, en daar tegen hun met primo Maart deezes Jaars te stellen in het bezit van de plaats de Yzer fonteyn, met interdictie dat immer oft ovyt deeze of eenige andere plaats, thans ten dienste van de gecontracteerde slagters geaffecteerd, daar van zoude werden afgezonderd, gealieneerd, of aan anderen uytgegeeven; dat voorts aan den burger Colyn, tot eene billyke schadeloostelling voor het gemis van de voornoemde plaats de Yperfonteijn, op ordon„ nantie zoude worden gegeeven de plaats de Pygerhoek, sodanig als dezelve dertyds was belendende, om daar van gebruyk te maaken zyn leeven lang gedruirende; dog onder expresse stiprilatie, dat dezelve na zyn overlyden zoude weederkeeren aan de Compagnie, sonder dat eenige betaling of schadeloos stelling zoude plaats grypen voorde gebouwen Laastelyk of

NL-HaNA_1.04.02_4361_0286 view scan ↗

English

or buildings, of whatever nature they might be, which he, Colyn, might think fit to construct thereon, leaving nevertheless to his eventual heirs or those representing them the freedom to demolish such buildings or structures again and transport them elsewhere, provided this is done within three months after his decease, and that no injury is thereby done to the state in which that place is presently found. By these dispositions, and the relinquishing of a certain strip of land situated on the Modder River, which the ministers were informed could be done without anyone's disadvantage or prejudice, as well as the arrangements made regarding the supply of sheepskins and chamois leather for trousers for the soldiers, we have therefore also regarded as settled all the complaints or grievances submitted to us by the contracted butchers in their aforementioned memorial. The contract has since also been concluded with them by us on that footing prescribed, and the delivery of meat and live cattle on the footing determined thereby commenced on 1 January of this year. If one now assumes that upon the expiration of the latest contract, the tender had been made at the same prices, and it was very likely that the same would at least not have been more favorable for the Company, for the usual period of five years, and that the delivery of meat would have been the same as it was from 1 May 1789 to the last of April 1792, the Company would have profited through these arrangements a considerable sum of ƒ143418. —. – Cape valuation or ƒ22645. per year, as can appear to Your Honorable High Mightinesses from the specific calculation drawn up thereof; but since that delivery, on account of the reduced establishment, will also amount to much less, we shall not estimate this annual advantage higher than ƒ16000- Cape. Finally, we have found another fairly considerable means of retrenchment in the abolition of the entire establishment that was maintained for the estate Rustenburg, and the greatest part of that which was maintained for the cultivation of the Company's garden situated in Table Valley. The consideration of the considerable number of slaves and overseers who were employed for that purpose naturally prompted us to examine whether a very proportionate utility and advantage for the Company resulted therefrom. Both of those properties had the reputation of being maintained in order to be able to supply the hospital and passing ships with vegetables: a matter truly of the utmost importance in an establishment that was maintained primarily as a refreshment station, and which therefore demanded our attention in the strongest degree. But upon a close investigation we found that, if now and then a slight provision of vegetables to the hospital took place, passing ships enjoyed none at all, this was of no account and entirely inadequate for the comfort of the sick, who suffered almost complete want of this principal refreshment; that the pickled vegetables and sauerkraut were also purchased, and that the same took place regarding the garden seeds that are requisitioned from India to this place; and all this notwithstanding the supervision over both these properties had been specially delegated to one of the Council members. The readiest means to effect the necessary reform in this seemed to us to be to relieve the Company of that entire establishment, and to tender out the required vegetables, but it was somewhat uncertain whether such a tender would succeed; one also ran the risk that once the Company had divested itself of those lands, which with proper planning and honest management could abundantly supply it with the necessary vegetables, it might subsequently be compelled to spend excessive prices for them. We understood, however, that without running the danger of those inconveniences our objectives could be fully achieved if the garden land belonging to the Company's garden were leased under the conditions that the lessee should be bound to deliver the required vegetables, according to proper stipulations and at fixed prices. From that lease was then only excepted that part of the grounds that is situated around the house, together with an enclosure situated opposite thereto and partitioned by a fence; all of which, together with the house and adjoining buildings, we are of the opinion ought to remain for the use of the Governor, who on this footing, as well as the public which makes use of that garden as a general promenade, will be able to retain the same enjoyment thereof as before. We therefore wrote to the Ministers to draft the conditions of the lease on that footing and to supply them to us, which was complied with by them by missive of 16 November 1792, the lease having been split into two parcels with very good consideration and the conditions respectively arranged accordingly, so that we only found reason to remark thereon that the required vegetables for the convalescents at the Lines should also be included under the tender.

Dutch transcription

239 die Byl: N:o 346. of opstallen, van welken aard die ook zouden mogen weezen, welke hy Colyn zouden mogen goedvinden daar op te exstruceeren, blyvende m te min aan zyne eventueele erfgenaamen of deselve representeerend de Vryheid. om sodanige gebouwen of opstallen weeder of te breeken, en naar elders te verwoeren, mits zulks verzigtende binnen drie maa den na desselfs overlyden, en daar door geen nadeel werde toege bragt aan den staat waar in die plaats zig thans bevind. Door deeze dispositien, en het afstaan van zeeker shrookje Lands aan de Modderrivier geleegen, (het welk door de ministers onderregt waaren dat buiten iemands nadeel ofte praejudicie geschieden konden Mitsgaders de gemaakte Schikkingen omtrend de leverantie van fromvellen en zeemleer tot broeken der seldaaten, hebben my dan t zee Byl: N:o 344. ook voor afgedaan gehouden alle de klagten of bezwaaren door de _ „ 343. Gecontracteerde Slagters by hunne voorschr: Memorie aan oub voorgedragen. Het Contract is zeederd ook op dien voet door om voorgeschreeven „ 345. met hun tot stand gebragt in de leverantie van Vleesch en levende Vie op den daar by bepaalden voet begonnen met p:r Januory deerse Jaars Wanneer man nu ondersteld dat by expiratie van het jongste Contract, de aanbesteeding tot dezelfse pryzen ware geschied/ en het war zeer waerschynlyk dat dezelve althans niet gunstiger voor de Compagnie zouden zyn geweest) voor den gewoonen tyd van vijf Iaaren, en dat de leverantie van Vleesch dezelfde zoude zyn als die geweestes van P=mo Meij 1789 tot Ulto April 1792, so zoude de Compagnie door deeze schikkingen geprofiteerd hebben eene aanzienlijke som van ƒ143418. —. – kaabsche valuatie of ƒ22645. in 't Jaar, gelijk zulks aan Uw wel Edele Hoog Agtbaare blijken kan uit de specifieke bereekening daar van gecormeerd. maar nadien die leverantie uijt hoofde van den verminderden Omslag ook veel minder sal bedragen, zo zullen wy dit voor„ deel jaarlyks niet grooter stellen dan ƒ 16000- kaabsch Eyndelyk hebben wy nog een vry aanzienlyk middel van be„ sparing gevonden en de afschaffing van den geheelen Omslag die tot de plaats Rustenburg, en het grootste gedeelte van die welke tot bearbeyding van de tuyn van de Compagnie in de tafelbaar geleegen, wierd aangehouden. De beschouwing van het aanzienlyk gezel lyfygenen en Opzigters die daar toe wierden geemployeerd, wekte ons natuuren lyker wyze op om na te gaan, of daar uit een zeer eevenreedig nut en voordeel voor de Compagnie voortvloeyde. Beide die goederen hadden de naam van aangehouden te worden om het hoopitaal en de passeerende scheepen van groentens te kunnen voorzien: eene zaak waarlyk van voor het 4 1 241 A„ B: het uiterste aanbelang in een etablissement dat vornamentlyk tot eene ververssching plaats wierd aangehouden, en welke dierhalve Onze oplettendheid ten sterksten vorderde. Maar by een naauwkeurig onderzoek bevonden wy dat so al nu en dan eene geringe Verstrekking van groentens aan het Hoopetaal plaats had / de passeerende scheepen genoten die in 't geheel niet zulks geen naam mogt hebben, en geheel Ontvereikende was to gerief der zieken, welke aan deeze voornaamste ververoching byne geheel gebrek leeden, dat ook de ingelegde groentens en Zuns kool wierden ingekogt, en dat het zelfve plaats had om trend de tuynzaden die uit Indie van herwaards worden geëischt; en zulks alles niet teegenst aande het opzigt over die beide goederen aan een der Raadsleeden speciaal was gedemandee Het gereedste middel om hier in het nodige rederen te effectueeren, Kwam om wel voor te zyn de Compagnie van dien geheelen omslag te gpzie Byl: N:o 118. Ontlasten, en de benadigde groentens aan te besteeden, maar het weis eeniger maten onzeeker of zodanige aan besteeding wel zoude reuiseeren; ook liep men gevaar dat wanneer de Compagnie zig zoude hebben onsdaan van die gronden, welke met een behoorlyk Overleg en eerlyk bestuur overvloedig haar van de nodige groentande konden voorzien, zij naderhand gedrongen zoude kunnen worden daer voor excessive pryzen te besteeden. Wy begreepen egter dat sonder van die inconvementen gevaar te loopen Onze oogmerken volkomen zouden kunnen worden bereikt, wanneer men het moesland tot S'Compagnies tuyn gehoorende verhuurde Onder die voorwaarden, dat de huurder gehouden zoude zyn de be„ nodigde groentens, volgens behoorlyke bepalingen, en teegens Vastgestelde pryzen te leeveren. Van die Verhuuring bleef dan alleen uitgezonderd dat gedeelte van het terrein dat om het huys is geleegen, beneevens een daar teegen overgeleegen, en door een het afgesloten vak; welk een en ander beneevens het huys en annexe gebouwen wy van oordeel zyn dat behoord te blyven tot gebruyk van den Hoofdgebeeder, die op deezen voet, so wel als het publiek het welk van die tuijn als eene algemeene wandelplaat gebruyk maakt, het zelfde genot; als bevoorens, daar van zal kunnen behouden. Wyschreeven dierhalven de Ministers aan om op dien voet de voorwaarden der Verhuuring te ontwerpen, en ons die te Suppediteeren, waar aan door Haar is voldaan by Missive van den 16 November 1792, zynde met een zeer goed overleg de Verhuuring gesplist in twee perceelen, en de Conditien daarna respectivelyk ingerigt geweest so dat wy daarop alleen hebben _„ 347 aan te merken gevonden dat ook de benodigde groentens voor de gereconvalesceerdens aan de Linie onder de aanbesteerding „ 88 Wy van —„ 83:

NL-HaNA_1.04.02_4361_0288 view scan ↗

English

243 See Annex No. 348. See Annex No. 242. See Annex No. 265. ought to have been included in that article, while we were furthermore pleased to give favorable regard to a request made to us by Commander Rhenius concerning the water running to the stable and fountain in front of the house, and a certain strip of land extending beside the house, all more fully described in a Note handed to us in that regard by the aforesaid Commander. As we also subsequently, at the request of the ministers, permitted that the so-called Menagerie behind the garden may be maintained for the recreation of the Principal Commander for the time being, provided, however, care is taken that this causes not the least increase in overhead, which we have fixed, for what must still be carried out in the aforesaid garden on the Company's behalf, at one overseer at the wage of ƒ12 per month and four slave boys for his assistance; in such manner, however, that the present overseer, as long as he holds that office, shall continue to retain his current wage of ƒ25 per month. No. 349. Subsequently, we also received a draft of Conditions for the leasing of the country estate Rustenburg, more commonly known by the name of the Ronde Bosje, upon which we had only these two remarks: first, that since the interest of the Company might entail entirely disposing of that country estate by means of sale as soon as circumstances were more favorable for it, it was advisable to have that lease take place for no more than four, and by no means for eight years, as had been stipulated in the Conditions. Secondly, that the situation of that country estate was not very suitable for having the lessee participate in the supply of vegetables here; wherefore we wrote to the Ministers to give effect, with the omission of the second article, to the provisions already enacted in that respect in the Conditions of lease for the vegetable plots in the Company's garden. With these alterations, and the stipulation which was subsequently added with our approval, that in the house there no tavern or taphouse should be erected or kept, the aforesaid Conditions having likewise been enacted, the lease both of the vegetable plots in the Company's garden and of the aforesaid place Rustenburg took effect on 28 December 1792, the former for a sum of Rds 1050 and the latter for Rds 800 per year; making together an amount of Rds 1850 or ƒ5550 Cape valuation. The supply of vegetables was subsequently commenced on the first of January and continued to the complete satisfaction of the Government, See the same See the same See No. 310. 245 See the conditions thereof, Annex No. 351. See Annex No. 352. See Annex No. 350. and although an exact calculation cannot yet be made thereof, it is nevertheless believed that one can be fully assured that the cost of the required vegetables in a full year will not exceed that of the agreed rental monies. Besides the fact that by this operation the Company will have profited from the costs of the considerable overhead that was incurred on both those estates, its true interests and humanity will gain no less by it, since the patients in the Hospital and the crews of passing ships will henceforth no longer suffer from any lack of so principal, indeed indispensable an article as fresh vegetables are for the recovery of the sick and the refreshment of the crews. Furthermore, having taken into consideration in what manner the Company could to its greatest advantage be relieved of the costs of maintenance of the garden in False Bay, we found that its profit in this matter could not be better served than by making use of the proposal made to us by Resident Brand, to lease the said garden for one hundred Rixdollars per year, and to deliver the vegetables needed for the Company's passing ships as well as the sick crew members in False Bay at the same prices as had been fixed for the lease of the vegetable plots of the garden here; on which terms the said garden was then also ceded to Resident Brand by our order. Lastly, by putting out to tender the supply of the garden seeds that are annually requisitioned from here for the Indies, of which the Master Gardener of Rustenburg used to be the supplier, we effected a further saving of Rds 577 or ƒ1731 per year, as appears from the calculation which we caused to be drawn up thereof. When one now recapitulates the advantages and savings effected on behalf of the Company by the aforesaid various dispositions, it appears that the yields thereof have amounted as follows: On account of the abolition of the administration of the Cellar and the contracting out of the Cape Wines: ƒ 27360 On account of the contracting out of the brandies: 7500 On account of the abolition of the bakery, and the contracting out of bread, flour, and biscuit: 24112 Through the contracting out of the sauerkraut: 4000 Through that of butter, karwats, and dried fruit: 22987 Through the new arrangements entered into with the contracted butchers: 16000 Through the contracting out of the Garden seeds: 1731 making thus together a sum of: ƒ 103690 Cape valuation in uncounted See the same

Dutch transcription

243 Za yl. No. 348. „ 265. van dat artikel behoorden begreepen te zijn, terwyl my verder gaarne een favorabel reguard hebben willen slaan op een verzoek aan ons gedaa door den Geraghebber Rhenius omtrend het water dat na de stal en springfonteyn voor het huijs loopt, en zeeker strootje gronds Zig ten zyde van het huys uitstrekkende, alles breeder omschreeve by eene Nota door voorn: Gezaghebber desweegens aan ons ter hand gesteld. toegestaan dat de sogenaam de Menagerie Agter de tuyn tot recreatie van den Hoofdgebieden in der tyd mag werden aange houden, mits egter sorgende dat zulks geen de minste vermeerde ring van omslag veroorzaake, welke wy voor het geen in de voor„ melde tuyn nog s' Compagnies weegen zal moeten worden ver„ 88: rigt, bepaala hebben op een opzigter vaet de gagie van ƒ12: s' maands en vier slaven jongens tot desselfs adsistenties; sodanig egter dat de teegenwoordige opzigter, so lang hy die be„ diening bekleed, zyne winnende gagie van ƒ25. — ter maand zal blyven behouden. „ 349 Naderhand bekwaamen wy ook een Concept van Conditian tot verhuring van het bruyten goed Rustenburg /meer bekend onder den naam van het Ronde Bosje ( waarop my alleen deeze twee Aanmerkingen hadden: vor eerst dat vermits Gelyk mij ook nog naderhand, op verzoet der ministers, hebben zui Byl: No 242. der groentens alhier; weshalven wy de Ministers aanschreeven het belang van de Compagnie zoude kunnen meede brengen om zig van dat buytengoed geheel te ontdoen door middel van verkoop, so ras de omstandigheeden daar toe gunstiger zouden zyn, het raadgaan was die verhuuring voor niet meer dan Vier, en geenzint, voor Agt Iaaren, gelyk en de Conditien gesteld was, te doen geschieden Ten anderen dat de geleegenheid van dat buytengoed niet zeer geschikt was om den huurder te doen deelen in de leverantie om, met agterlating van het tweede Artikel; de ten dien opzegte bereids gearresteerde bepalingen bij de Conditien van verhuuring der moesgronden in s' Compagnies tuyn, effect te doen sorteeren. Met deeze veranderingen, en de bepaling welke en naderhand met Onze agreatie nog is bygevoegd, dat in de huyzinge aldaar geen Eer„ /berg:/ nogt appersneering zoude mogen werden opgerigt ofte gedzeen ven, de voorschr: Conditien ins gelyksch gearresteerd zynde, heeft de Verhuizing so van de moesgronden en s' Comp:s buyn, als van gemelde Plaats Rustenburg op den 28 December 1792 gevolg ge„ noomen, de eerste voor eene Somma van Rd„ s 1050 - - en de laaste voor Rd=s 800 -. – in 't Iaar; makende te samen een mon„ tant van Rd=s 1850- - of ƒ 5550 —. – kaabsche valuatie. De leverantie van groentens is vervolgens met promo Lanuan _ib idem begonnen, en tot volko men genoegen der Regeeringe voortgezet, het en oib idem 0 _„ 310. 245 't zie de Conditien daer van Byl: N. o 351. zin Zybe N: 352. 8zier Zyl N:o 350. en of schoon daar op nog niet wel eene Juiste bereekening is te maken Ao meend men egter zig volkoomen verzeekerd te kunnen houden dat het bedragen der benodigde groentens in een rond jaar niet zal overtreffen dat der bedonge huurpenningen. Behalven dat de Compagnie door deeze operatie de kosten van den aanzienlyken omslag, welke op die beide goederen wierd aange waar hinder, sal hebben geprofiteerd, so zal haar ^ belangen de menschelijk heid er niet minder by winnen, door dien de lijders in 't Hospe taal, en de manschappen der passeerende scheepen, nu voor aan geen gebrek meer zullen liden aan een so voornaam, ja onontbeerlyk artikel, als de versche groentens zyn tot her„ stelling der zieken, en ververscheng der equipagien. Voorts in overweeging genomen hebbende op soedanige wyze de Com pagnie tot haar meeste voordeel zoude kunnen worden ontheeven van de Kosten van Onderhoud dertuyn in Baayfals, hebben wy bevonden haar profyt in deezen niet beeten te kunnen betragten, dan door gebruyk te maken van het voorstel dat aan ons gedaan werd door den Resident Brand, om de gemelde tuyn te huuren voor een honderd Ryxsdaalders in 't Jaar, en tot dezelfde pryzen als by de verhuuring der moesgronden van de tuyn, alhier waaren bepaald, te leeveren de groentens voors' Com pagnies passeerende scheepen, mitsgaders de zieke manschappen in Baaij Fals benodigd; op welken voet gemelde tuyn dan ook Aan den Resident Brand op onse last is afgestaan. Laastelyk hebben wy door de Leverantie der tuynraaden, die Iaarlyksch van hier voor Indie worden geeischt /en waar van de Baastuynier van Rustenburg leverancien pleeg te zyn / te doen aanbesteeden, nog eene besparing geeffectueerd van rd:s 577- of ƒ1731. -. - in't Jaar, blykens de bereekening welke ny daar van hebben doen formeeren Wanneer men nu recapituleerd de voordeelen en besparingen door de voorschr: Onderscheide dispositien ten behoeven van de Maat„ schappy geeffectueerd, o blykt den halven der deselve hebben bedragen als volgt: Uyt hoofde van de afschaffing der administratie van de Kelder en aan besteeding der Kaabsche Wynen ƒ 27360 - Uit hoofde der aanbesteeding van de brandenynen „ 7500 —. — Uit hoofde van de afschaffing der bakkery, en de aan„ besteeding van brood, meel en beschuiit. . . . . . „ 24112 —. — Door de aanbesteeding der Zuurkool - - - - - - - - „ 4000 —. — Door die van boter, Carwaat en gedroogde Vrugten „ 22987 —:—— Door de nieuwe Schikkingen met de gecontracteerde slagten aangegaan.. . . . .. - - - - „ 16000 –. – Door de aanbesteeding der Thuynraden „1731 —. — makende dus te zamen eene som van. . . . - . ƒ103690. kaabsche valuatie in ongereekend t ibedem

NL-HaNA_1.04.02_4361_0290 view scan ↗

English

247 Not counting the profit that will flow from the merger of the administrations of the Dispensary and Trade Warehouse, and the abolition of the administrative machinery of the Company's garden here and in False Bay and the estate Rustenburg, as well as the train-oil boiling on Robben Island, together with the notable reduction of arrears which the abolition of the administration of the Cellar will bring about, and the considerable saving of expenses in the next two years, since no wines will need to be purchased during the same; the stock that is still on hand, and which also had to be here in order to be provided with aged wines, being abundant to fulfill the requirement of those two years — a saving which over those two years must be calculated at least at 8000 rixdollars or 24000 guilders Cape valuation. We must, however, observe at this point that the aforementioned sum of 103690 guilders will not serve entirely to reduce the Cape Burdens, because included therein are some savings which do not belong to those burdens, such as those on the wines sent on the Indian and Dutch requisitions, and those on the butter, vegetables, and garden produce, which are supplied on the Batavian and Ceylonese requisitions and consequently charged to those offices; but after deduction of all this, we nevertheless believe that the reduction which will arise therefrom for the Cape Burdens may safely be estimated at more than 80000 guilders. On the other hand, those burdens will necessarily have to increase again on account of the salaries which we have granted to the Secunde and Chief Administrator, and to the Council Member who formerly held the post of Dispenser, for the loss of their means of livelihood caused respectively by the abolition and curtailment of the administrations of the Cellar and Dispensary, as well as by the defrayment of expenses that we have allowed for the servants who will henceforth be in the Company's service in False Bay, which must be regarded as a consequence of the abolition of administrative machinery in other respects, and finally by the salaries which we, on account of the new organization of the Vendue Mastership as well as otherwise, have granted to the Secretary of Policy and others, of which we shall treat more extensively in its proper place, and currently content ourselves with stating what influence all that will have on the Cape burdens. These salaries or allowances then consist of the following items: To 249 See Annexure No. 310 To the Secunde and Chief Administrator 4000 rixdollars or 12000 guilders Cape valuation for the loss of the means of livelihood granted to him from the wines delivered to the Company; but since in the calculation of the profit on the contracting out of the wines this means of livelihood was taken into computation over a quantity of 760 leaguers, amounting for the Secunde to 2280 rixdollars or 6840 guilders, only the excess amount of the aforementioned salary comes into consideration here, being 5160 guilders. To the Council Member van Oudtshoorn, on account of the loss of his income as Dispenser: 12000 guilders. To the Fiscal of this Government: 9800 guilders. To the Deputy Fiscal: 1200 guilders. To the Secretary of Policy: 12000 guilders. To the Resident Brand as Member of Policy: 6000 guilders. To the former Secretary Bergh: 6000 guilders. Defrayment of expenses of the servants in False Bay: 1000 guilders. making thus together 52360 guilders, which, deducted from the sum of 80000 guilders mentioned above, still leaves a benefit of 27640 guilders Cape valuation, or well over 23000 guilders heavy money, whereby consequently the general burdens of this office, which we had estimated above at 858000 guilders, are reduced to 830360 guilders. Having hereby settled the matter of the Burdens, we now proceed to our actions concerning the Profits and revenues of this Government. As far as the profits are concerned, we maintain, with the knowledgeable authors of a well-known calculation concerning the Cape Burdens for the future, already cited on a previous occasion, that when trade goods are no longer sent from the fatherland to the Cape, the profits on the paid salaries and the agio on the assignations will amount to no more than the ordinary deficiencies and write-offs. The Company will, however, in our opinion, continue to retain some profits on various Indian articles brought here by it. These profits in the book-year 1791/1792 still amounted to a sum of 30000 guilders heavy money, after deduction of the deficiencies and write-offs; but one must expect that the same will diminish in proportion as the private trade of the inhabitants increases, and they, by means of the same, provide themselves with all those Indian necessities with which the Colony up to now by means of which the

Dutch transcription

247 Ongeteekend het profyt dat uit de in een smelting der abmi nistratien van het Dispens en Negotie Pakhuys, en de afschaffin van den omslag van S: Compagnies tuyn alhier en in Baoy fals ende plaats Rustenburg als meede de traanbranden op het Vondelings, eyland, zal voortvlooyen, mitsgaders de merkelyk vermindering van restanten welke de afschaffing der admiins stratie van de Kelder zal ten gevolge hebben, en de aanzienlyk bespaaring van witgaven in de twee eerstvolgende Iaaren, de„ wyl in dezelve geen wynen zullen behoeven te worden ingesla gen; zynde de voorraad dae nog aanhanden is / en ook alh moest weezen ten eynde van Overjarige wynen te zyn voorzien/ Overvloedig om de benodigdheid van die teuwe Iaaren te ver vullen — eene bespaaring welke over die beide Jaeren ten minste op rd. s 8000 -:- of ƒ24000 -. - kaabsche valiatie moet worden gereekend. Wy moeten egter hier ter plaatzse aanmerken dat de voormelde som van ƒ103690 -. – nier geheel zal strekken in mindering der Kaabsche Lasten, om dat daar onder sommige bespa„ ringen begreepen zyn, welke tot die lasten niet behooren, als daar zyn die op de wynen welke op de Indische en Ne derlandsche eysschen worden Verzonden, en die op de boter, gproenten en tuynraaden, die op de Bataviasche in Ceylonsche Die Byf. No 410. eijsschen worden voldaan en gevolgelyk die Comptoiren aangeree„ kend; dog na aftrek van dit alles meenen wy egter dat de ver„ mindering welke daar uit voor de Kaabsche Lasten zal ontstaan„ Veylig: op meer dan ƒ 80000. — mag worden begroot. Daar teegen zullen die lasten egter noodwendig wederom moeten Vermeerderen uit hoofde der salarissen welke wy aan den Secunde en hoofdadministrateur, en aan het Raadslit dat voorheen de post. van Dispencier bekleedde, hebben toegelegd voor het gemis hunner middelen van bestaan, door de afschaffing en inkrumping van de administratien van de Kilder en Dispens respectivelyk Veroorzaakt, mitsgaders door het defroyement dat wy heb„ ben toegestaan voor de Dienaaren welke zig voortaan in stom„ pagnies dienst in Baay fals zullen bevinden, het welk als een gevolg van afschaffing van omslag in andere opzigten moet worden beschouwde, en eyndelyk door de Tractementen welk wij uit hoofde van de nieuwe inrigting van het Vende„ meesterschap als anderzints aan den Secretaris van Politie en anderen hebben toegelegd, waar van ter zyner plaatze breed„ voeriger zullen handelen, en ons thans vergenoegen niet op te geeven, welken invloed dat alles op de kaabsche lasten hebben zal. Deeze tractementen of toelagen bestaan dan in de volgende: eysschen Aan 249 1 Zee Byl. No. 310 Aan den Secunde on Hoofdaaministrateur Rd: s 4000 -- of ƒ12000. —. – kaabsche valuatie voor het genins van het middel van bestaan, hem uyt de aan de Compagnie geleeverd wordende wynen toegelegde; dog vermit by de bereekening van het voor deel op de aan besteeding der Wynen dit middel van bestaa in Compuratie was gebragt over eene hoeveilheid van 760 Legger makende voor den Secunde Rd. s 22. 80. - of ƒ 6840. —. - komt alhier slegts, en Consideratie het meerder bedragen van het voorschr: tractement zynde - - - - - - - - - ƒ5160. —. — Aan het Raadslik van Oridtshoorn, uyt hoofde _ibedom van het gemis zyner inkomsten als Dispencier „ 12000 —. — N. o 18 Aan den Fiskaal deezes Gouvernements. . - - „ 9800: —. t _„ 358. Aan den Adjunct Fistaal -„ 1200. —. — - Aan den Secretaris van Politie. „12000- Aan den Resident Brand als liz. van Politie - - - - „ 6000 — Aan den Ond Secretaris Berght. . . . . . . . „ 6000 —. . – A zes zyl: No. 129 defroijementen der Dienaeren in Baoy Calst. . . . 1000 -. . - makende dus te zamen ƒ52360. —. — welke afgetrokken van de som van . . . . . . . . „ 80000 —. — hier boven vermeld, nog een voordeel van - ƒ27640 —. — Kaatsche Valuatie doet overblyven, of ruym ƒ 2000 -. - zwaar geld, waar door dierhalven de generaale lasten van dit Comptoir welke my hier veren, begroot haaden op ƒ 858000:—:- verminderd worden tot op ƒ 838000 —:— Hier meede het stuk der Lasten afgehandeld hebbende, gaan Wy thans over tot onze verrigtingen betrekkelyk de Winsten en in„ komsten van dit Gouvernement. Was de winsten aangaat, houden my vast met de kundige op„ stellers eener wel bekende, en reeds by eene vorige geleegenheid aangehaalde bereekening over de Kaabsche Lasten voor het Vervolg, dat wanneer uit het vaderland geen Negotie goederen meer naar de Kaab worden gesonden, de winsten op de be„ taalde Soldyen en de Agio op de adzignatien niet meer zul„ len bedragen dan de gewoone minderheeden en afschryvingen. De Compagnie zal egter naar onze gedagten eenige Winsten blyven overbehouden op deeze en geene Indische Artikelen welke door haar alhier worden aangebragd. Deeze Winsten hebben in het Boekjaar 179½2 nog bedragen een montant van ƒ 30000 -. – zwaargeld, na aftrak der minder„ heeden en afschryvingen; maar men moet verwagten dat dezelve zullen verminderen, naar mate de partikuliere vaart der Jngezeetenen zal toeneemen, en deeze zig door middel van dezelve zullen voorzien van alle die Indische noodwendeg„ heeden, waar van de Colonie tot nu hoe door middel van welke de 0 1 1 —„ 410 t ik idem + ib idem

← previousnext →