Inventory 4361
Cape · 375 pages · 179 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
See Appendix No. 56. the Company has been accommodated, although it may as yet be regarded as uncertain when this will happen, we nevertheless, for the reasons cited, deem it safest, in considering the future state of this Government, not to count on any other profits than those made on such articles of which the Company will always retain the exclusive trade for itself, and which, taken at the very narrowest estimate, will always amount annually to a sum of ƒ 6000 after deduction of deficiencies and write-offs; especially since the change introduced by us in the prices at which spices, pepper, sugar, and coffee are sold upon delivery. We had, namely, observed that these articles were generally disposed of at prices which, in proportion, were incomparably lower than the Dutch ones, to the noticeable disadvantage of the Company, whereas fairness dictated that when the Company accommodated the inhabitants with them, this should not occur to its loss; and we have therefore judged it expedient to establish as a permanent order for this See Appendix No. 353. Government, that the aforementioned articles shall henceforth be delivered at prices equivalent to those according to which they have been sold on the Company's sales in the Netherlands, according to the latest reports regularly received here; namely, in such a manner that these prices must first be brought to Cape valuation through an augmentation of 20 per cent, and subsequently one stiver per pound deducted for the freight from here to the Netherlands, which is saved for the Company through their sale at this place. Leaving nevertheless entirely intact the Order of the High Government of India regarding the proportion that must be observed in the delivery of cloves, nutmegs, and mace. It will therefore be necessary that the Ministers are henceforth regularly provided with the price currents of the sales in the Netherlands. The important matter of the Public Revenues immediately attracted our serious attention after our arrival in this Government, so that on the 25th of June 1792 we already requested of the Ministers a pertinent statement of all the Public revenues, and how much they calculated that these, reckoned year after year, could yield; further, what had been done by them in execution of the orders of the High Government for the levying and introduction of new taxes; whether the farming out of the Customs had already been accomplished by them in compliance with what was written in the letter from the presiding Chamber of Amsterdam dated 23 October 1789; and in general in what manner they believed that the revenues would be susceptible to improvement; all of which questions were answered in detail by the Ministers in their letter of the 18th of July following. Among the principal and at the same time most permanent branches of revenue that the Company enjoys in this Colony, particular consideration is due to the Recognition of 24 Rixdollars, which the farmers here are obliged to pay annually for each farm that they hold on Ordinance, or, as it is customary to call it here, in loan; but concerning which, for years past, so much indifference on the part of those who ought to have watched over the Company's interests, and again on the part of the inhabitants who ought to have fulfilled this equitable obligation of theirs, such far-reaching negligence had taken place, that the Company has been noticeably damaged thereby, having for years past not enjoyed by far, indeed even in the last financial year not even by half, that which lawfully belongs to it on that account. Meanwhile, this must be attributed more particularly to the manner in which this revenue or recognition money was collected, and to the disorder and mismanagement that prevailed concerning the ordinance or so-called gamekeeper's books, which were kept at the Political Secretariat and administered by the Ordinary Clerks. These books contained only the copies of the ordinances by which the farms were granted in loan; under which Ordinances it was customary to record the recognition monies that were paid, whether in cattle or in money, for regarding this the farmer had the choice; yet without a proper account being kept therewith, or anyone concerning themselves in the slightest with the delinquent Debtors. To be sure, because this matter began to be so very conspicuous, extracts or lists had been sent now and then a few years ago to the respective Landdrosts of such inhabitants as remained in default with the payment of their recognition monies, in order to urge them to do so; yet this too had been entirely neglected or fallen into disuse for 9 or ten years past, so that one may reckon that since then
Dutch transcription
251 t zee zyl: N. o 56. de Compagnie is geriefd geworden of schoon het wel voor als nog onzeeker kan worden geagt„ wanneer zulks zal gebeuren, agten my het egter om de aan gehaalde reedenen Veyligst by de beschouwing van den toeko„ menden staat deezes Gouvernements op geene andere Winsten te reekenen dan die geprofiteerd worden op zodanige Arti„ kelen waar van de Compagnie altyd den uytsluytenden handel aan zig zal blyven behouden, en welke dog altyd, ten allerengsten genomen, jaarlyksch eene Som van ƒ 6000. na aftrek der minderheeden en afschryvingen zullen be dragen; voor al zeederd de door ons geintroduceerde verande ring in de pryzen tot welke de speceryen, peeper, zuyker en koffy by aflevering worden verkogt. Wy hadden namentlyk opgemerkt dat deeze artikelen door„ gaans werden afgezet tot pryzen die in eevenreedigheid ongelyk lager waaren dan de Nederlandsche, tot merkelyk nadeel van de Compagnie, daar de bellykheid meede bragt, dat wanneer deeze de Ingereekenen daar van geriefde, zulks niet geschiedde tot haare schade, en hebben het daarom dienstig geoordeelt als eene permarente orde voor dit Ozie Byl: No 353. Gouvernement vast te stellen, dat de opgenoemde artike len voortaan zullen werden afgeleeverde tot gelykstandige pryzen aan die, volgens welke dezelve volgens de jongst alhier telkens ontfange berigten, op s' Comp:s verkopingen in Neder„ land zullen zyn verkogt, so namentlyk dat eerst die pry„ zen door eene augmentatie van 20 p C:t moeten werden ge„ bragt tot Kaabsche valuatie, en vervolgens een stuyver per pond afgetrokken voor de Vragt van hier naar Nederlande, veel„ ke door derzelver verkoop aan deeze plaatze voor de Compagnie word bespaard. Zynde niet te men door ons in zyn geheel gelaten de Ordre van de Hoge Regeering van Indie omtrend de proportie, wel„ „ke in de afleevering der Nagulen, Noten en Fouly moet worden geobserveerd. Het zal dierhalven nodig zyn dat de Ministers voor t aan regulier werden voorzien van de prys Couranten der verkopin gen in Nederland. Het aangeleegen steek ders Lands Inkomsten heeft reeds on„ miadelyk na onze aankomst in der Gouvernement onzen vin stigen aandagt tot zig getrokken, so dat my reeds op den 25en Juny 1792 van de Ministers requireerden eene pertinente opgave van alle de s' Lands inkomsten, en hoe veel zy Cal„ culeerden dat dezelve Jaar door Jaar gereekend, konden opbrengen? voorts wat door Haar was verrigt in pryzen op a2r t Zee Byl: No. 57. opvolging der beveelen van de Hoge Regeering tot het heffen en in„ voeren van nieuwe belastingen. of door haar bereids was tot stand gebragt de verpagting der Douane ter voldoening aan het aangeschreevene by de brief der praesidiale Kamer Amsterdam ind. o 23. October 1789. ? en in 't algemeen op wal wyze zy zouden vermeenen dat de inkomsten voor verbeetering vatbaar zouden zyn ? alle welke vragen door de Ministers by haare brief van den 18 July daar aan volgende breedvoerig zyn be„ andwoord geworden. Onder de voornaamste en teevens bestondigste takken van inkoms„ ten, welke de Compagnie in deese Colonie geniet, komt voor al in aan„ merking de Recognitie van Rd=s 24 - welke de Landbouwers drie verpligt zyn jaarlyksch op te brengen voor elke plaats die zy op„ Ordonnantie, of, /gelyk men zulk alhier gewoon is te noemen / in leening bezitten; dog waar omtrend, zeederd Jaaren herwaards, aan de zyde dergeene die voors' Compagnies belangen hadden behooren te waaken, zo veel onverschilligheid, en wederom aan de kant der Ingezeekenen die aan deeze hunne billyke ver„ pligting hadden moeten voldoen, eene zo verregaande nalatig„ heid had plaats gevonden, dat de Maatschappe, daarby mer„ kelyk is benadeeld, hebbende zeederd Jaaren herwaards op verre na, Ja zelfs in 't laatste boekjaar voor de helft, niet genooten het geene haar uit dien hoofde wettig toekomt. Intusschen moet zulks meer byzonder worden toegeschreeven aan de wyze op welke deeze inkomsten of recognitie penningen wierden gebeurd, en aan de desorde en wandirectie welke plaats had omtrend de ordonnantie of sogenaamde wild„ schuttenboeken, welke ter Secretary van Politie berustende waaren en door de Ordinaire Klereken wierden geadministreerd. Deeze boeken behelsden alleen de Copien der ordonnantien, waar by de plaatzen in leening werden vergund; onder welke Ordonnantien men gewoon was de recognitie penningen, die (het zy in ver of in geld, want hier omtrend had de landman de Keuze betaald wierden, aan te teekenen; dogsonder dat daar bij teevens eene behoorlyke reekening wiera gehouden, of dat iemand zig het allerminsten liek geleegen leggen aan de nalatige Debiteuren. Men had wel /om dat deeze zaak so zeer begon in het dog te loopen / voor eenige Iaaren nu en dan aan de respective Land- drosten uyttreksels, of lysten gesonden van zalke ingereekenen als met het opbrengen hunner recognitie penningen in gebreeke bleeven, ten einde dezelve daar hoe aan te spooren, dog ook dit was zeederde 9 of tien Jaaren geheel verzuyma of in onbruyk geraakt, so dat men mag reekenen dat zeederd genoten dien 253
English
that time the payment of these revenues depended solely on the honesty and goodwill of the debtors, whereas, on the contrary, all too many have made a scandalous abuse of it, so that there were those who had remained in arrears for 10, 15, 20, yes 38 years. Those, then, who complied with this obligation of their own accord, addressed themselves at the Political Secretariat to the ordinary clerks, and, having obtained permission from the Chief Gebieder, had an order drawn up for such an amount as they saw fit to pay in reduction of their debt. They then indeed paid those monies, but these nevertheless did not always enter into the treasury of the Company, very many—for a countryman seldom stayed longer than 12 or 24 hours at the capital—handed this money with the order over to this or that commissioner, in order to pay the same on their behalf into the Company's treasury, without concerning themselves further about it. Now, when such a commissioner possessed honesty enough to deliver that money at once to the designated place, the Company came into the enjoyment of those monies; but this again had to happen solely of his own accord, since there was no one who urged him to it; and for that reason it happened most of the time that the commissioner used those monies himself, and consequently brought them into the Treasury only six, eight months, yes a year afterwards, and sometimes also never. It is through these practices that the first sworn and ordinary clerks Horak and Möllerstrom, a few years ago, were able to embezzle a considerable sum of recognition monies from the Company, as is known from the ministerial advices of that time. It was therefore of the utmost necessity, and the interest of the Company was immediately bound up with it, that the payment of the recognition monies and the administrative books should henceforth be placed on such a footing that not only would all opportunities for malversation be entirely cut off, but also secure for the Company the regular enjoyment of these its so legitimate revenues. No less deserving of our attention was the important amount of the arrears already running, and what means should be employed in order gradually—for otherwise this was not to be effected—to settle the same; a matter all the more difficult, because the abolition of the Company's own assessment of draft animals did not seem to allow permitting the countryman longer to retain the freedom of choice to satisfy his recognition monies in money, or in livestock, which had hitherto afforded him so much facility in that regard. Whereas the Political Council, already on 20 December 1791, apparently moved thereto by similar considerations, had ordered an inquiry as to how all the revenues of the Company in this Government could, in a sealed manner, according to the style and practice of bookkeeping, be handled in separate books, from which it was to be expected that the same would also shed a clear light on the matter of the arrears of the recognition monies, we understood that we should await the outcome thereof, in the meantime not failing to hasten the same as much as possible by constant promptings. It took a very long time, however, before we obtained any further information regarding the amount of the aforesaid arrears. Only in the month of October were we privately informed—and this was afterwards confirmed by the ministers, see Annex No. 356—that indeed, according to extracts compiled from the order or so-called Wildschut books, the Company would have on that account a considerable claim on the inhabitants of fully rd.s 376864 or ƒ112,9080 Cape valuation; but the same lost notably of its solidity, when we at the same time learned that a multitude of errors had crept into those wildschutten books, that several persons appeared therein as debtors who had already passed away, that others appeared therein who were unable to satisfy their debts, others again whose loan places had already been abandoned by them and revoked again, so that in order to arrive at an accurate unfolding of this so important matter, an entirely new order in the keeping of the books would have to be established, and the matter of the arrears, by those who would be charged therewith, would have to be investigated from the ground up and with the utmost accuracy. Since we therefore could not await the outcome of that astounding labor, we understood that we should no longer delay in making those provisions for the immediate collection of the aforesaid arrears, which the light that we had in the matter made possible. After having held numerous conferences thereupon, both with the Officer in Command and the Members of the Council, as well as with other people experienced in the circumstances and interests of the Colony, we have regarded as the most suitable means in this regard the issuing of a Proclamation, whereby we, after a preceding serious order henceforth precisely on that
Dutch transcription
255 dien tyd de voldoening deezer Inkomsten alleen van de eer„ lykheid en goede wil der debiteuren heeft afgehangen, termy daar en teegen maer al te veele daar van een schandelijk misbruyk hebben gemaakt, so dater waaren die 10- 15- 20 Jan 38 Iaaren waaren ten Agteren gebleevene Die geene dan welke uyt eyge beweeging aan deeze verplig ting voldeeden, addresseerden zig ter Politeeze Secretary aan de ordinaire klarken, en lieten, na bekomen permissie van den Hoofdgebreder eene ordonnantie opmaken van sodanig Montant als zy goedvonden in mindering van hunne schuld te voldoen. Zy betaelden dan ook in de daad die penningen, maar deeze Kwaamen egter dan nog niet altyd in de kas van de Compagnie, zeer veele /want een landman houde zig zelde langer dan 12 of 24 uuren aan de Hoofdplaats op / gave dit geld met de ordonnantie aan deze of geene Commis sionaris over, om het zelve van hunnen tweegen in s' Com pagnies kas te voldoen, zonder zig daar verder over te behommeren. Wanneer nu zodanige Commissionaris eerlijkheid ge noeg bezat om dat geld herstonde ter bestemder plaatze te bezorgen, kwam de Compagnie aan het genot dier penningen, maar dit moest wederom alleen uyteyge bevoeging ge„ scheeden, also 'er niemand was die hem en toe aanspoorde; en om die reede gebeurde het den meesten tyd dat de Commissionaris die pen„ ningen zelve gebruykte, en ze Vervolgens eerst sis, agt maanden, Jan een jaar daarna, en somtyds ook nimmer in de Kas bragt. Door deeze praetyken is het, dat de eerste gezwoore en ordinaire klercken Horak en Möllerstrom voor weynige Iaaren eene aanmerkelyke som van recognitie penningen aan de Compagnie hebben kunnen ont„ Vreemden, gelyk uit de Ministerieele advieren van dien tyd bekend is. Het was dierhalven ten aller uitersten noodzakelyk, en het belang van de Compagni ging er onmiddelyk meede gepaarde, dat de betaling der recegnitie penningen en de administratie boeken voortaan wierd gebragt op zodanigen voet, dat niet alleen alle geleegen heeren tot malversatie ten eeremaal werd afgesneeden, maar ook aan de Compagnie bezorgde het gereegelde genot van deeze haare so regtmaatige Inkomsten Niet minder verdiende onzen aandagt het impertant bedragen der reeds lopende agterstallen, en welke middelen in het werk te stellen zouden zyn om dezelve langzamerhand /want anders was zulx niet te effectueeren) te vereffenen; eene zaak des te moeyelyker, om dat de afschaffing van den eygen Omslag van trekbeesten van de Compagnie niet scheen toe te laten om aan den Landman penningen langer 257 langen te doen behouden de Vryheid van Keure om zyn Recognitie pon ningen in geld, dan wel in Vee, te voldoen, welke hem tot das verre daar omtrend so veel faciliteit hadde toegebragt. Dewyl de Politeeke Raad bereids op den 20 December 1791, doorgelyke Consideratien, so 't Schynt, daartoe bewogen; geordonneerd had een Onderzoek, hoedanig alle de Inkomsten der Compagnie ten deezen Gouvernemente, op eene gezeegelde wyze, naar styl en praetyk van boekhouden, by aparte boeken zouden kunnen worden behandeld, waar van te verwagten was dat het zelve ook een kelder ligt zoude verspreiden over het steek van de agterstallen der recognitie penningen, begreepen den uitslag daar van te moeten afwagten, intusschen niet verzuymende denzelven door ge„ duurige aanspooringen so veel mogelyk te verhaasten. Hetduurde egter zeer lang eer my eenige nadere iirage bekwam Omtrend het bedragen der voorschr: agterstallen. Eerst en de maan October wierd en my onder de hand geinformeerd /en zulks is on 4 Zee Byl: N:o 356. naderhand door de Ministers bevestigd geworden / dat wel vol gens uyttrekzels uit de Ordonnantie of sogenaamde Wildschu H boeken geformeerd: de Compagnie uit dien hoofde eene aanmerkelyk pretensie zoude hebben op de Ingezeekenen van wel rd. s 376864 of ƒ112, 9080 —. – kaabsche valuatie, maar dezelve verloor merke 10 zu zyl N o 354 lijk van haare soliditeit, manneer my te gelyker tyd vernamen dat by die weldschuttenboeken eene meenigte abuyzen waaren en„ geslopen, dat verscheide perzoonen daar bij als debiteuren voorthe„ pen. die reede overleeden waaren, dat andere daarby voorkwamen die Onvermogend waaren hunne Schulden te voldoen, andere wederom, welker leening plaatzen reeds door hun verlaaten en weder ingetrok„ ken waaren, so dat om te komen tot eene juiste ontwikkeling van deeze zo aangeleege zaak, eene geheele nieuwe orde in het houden der boeken totstand gebragt, en het steek der agterstallen door die geen welke daar meede zoude worden belast, uyt de grond Opgehaald, en met de Uiterste naauwkeurigheid zoude moeten worden onderzogd Daar wij dierhalven den uitslag van dien verbazenden arbeid niet konden afwagten, begreepen my niet langer te moeten uitstel„ len om die voorzieninge tot dadelijke invordering der voorschr: Agterstallen te doen, welke het ligt dat my in de zaak hadden, mogelyk maakte. Na veelvuldige Conferentien daar over gehouden te hebben so met den Gezachhebber en de Leeden van den Raad, als met an„ deze lieden vnd in de omstandigheeden en belangen der Colonie ervaren, hebben wy als het geschikste middel en deen zen beschouwd het emaneeren eener Publicatie, waar by Wy, na voor afgegaan ernstig bevel om voortaan precieselyk op dat
English
to bring and pay the overdue recognition monies as well as to clear the arrears owed, on pain of immediate execution and revocation of the loan places, have further enacted: That, in order to afford every possible facility to the settlement of the overdue recognition monies, those who are more than one year in arrears will be permitted to suffice with paying annually, besides the overdue recognition of the last year, two years of the owed arrears, and this until the aforementioned arrears should be entirely cleared; without prejudice, however, to the lien currently belonging to the Company by preference on the homesteads, livestock, and other goods belonging to the places held by them on loan, in case the same should pass again to others, so that there may then be recovered thereon by immediate execution whatever might still be lacking from the complete settlement of the overdue recognition monies. That, however, regarding less affluent persons, concerning whom it shall sufficiently appear to the Landdrost and Heemraden of the district to which they belong that they are utterly unable to raise the arrears owed by them, favorable consideration will be exercised in that regard. That, since the Company at present has no further need of live cattle for its consumption, and the same can therefore no longer accept it in settlement of the overdue recognition monies, nevertheless, to accommodate such debtors, they shall be at liberty to apply toward that settlement the proceeds of livestock delivered by them to the Company's contracted, as well as to the private butchers, at the prices that will have been stipulated for them. That, to that end, lists shall be provided by the Government to each of the aforementioned butchers of all such persons as owe overdue recognition monies to the Company, and the same butchers shall furthermore be bound, at the latest within six weeks after the delivery of such livestock in reduction of arrears owed, to transfer the amount thereof into the Company's treasury, with a specific statement of the persons on whose behalf such is done, and this against a receipt from the Cashier, which they shall be obliged to produce to those who shall be authorized to receive the purchase monies of the livestock sold to them, and to hand it over to them immediately after settlement of the account. That, however, in case anyone should remain in default of satisfying, through one of the cited means, his obligation to pay off the overdue recognition monies owed by him, the monies that might be due to him from the Company's contracted as well as private butchers on account of livestock delivered to the same shall be pledged therefor; and that the said butchers in those cases shall be bound, upon notice received to that effect, to withhold the aforementioned monies up to the amount of the overdue recognition monies owed, and to transfer them into the Company's treasury against a receipt as aforesaid, on pain of being held personally liable therefor in default thereof, without prejudice to their recourse against the person at whose expense the withholding ought to have occurred. Although we now anticipate a very good effect from these measures, in consequence of which the necessary stipulations have also been made upon the renewal of the contract with the butchers of the Company (see Appendix No. 345), we have nevertheless deemed it expedient in that same publication to leave reserved to the Government to take, for the most complete execution of our aforementioned intentions, such further decisions and measures as might be found proper. Upon transmitting these dispositions to the Ministers, we inquired anew (see Appendix No. 355) regarding the outcome of the already mentioned inquiry into a more regular administration of the Country's revenues, which had been assigned by them to the first sworn clerk Goetz, and we also received a few days thereafter the considerations of the Ministers on that subject (see Appendix No. 356), together with a copy of the report submitted in that regard by the aforementioned Goetz (see Appendix No. 357), to the contents of both of which documents we take the liberty to refer. Your Right Honorable High Worships will see from these documents that the main purpose of this new arrangement is, in order henceforth to be able to show and monitor the revenues of the Company and this Government in a regular manner and to prevent all frauds in that regard, to have all branches of the aforementioned revenues entered clearly in separate books, under different main accounts, so that at the end of each financial year one will be able to balance the same against the Trade books, in which all those revenues must continue to be entered under the account opened for that purpose, and that it may also appear therefrom how much of those revenues has remained unpaid annually, in order to be able to proceed properly against negligent debtors.
Dutch transcription
259 te gease brengen en te betalen de verscheene recognitie ponningen mitsgaders te zuyveren de verschuldigde agterstallen, op poene van parate executie en intrekking der leening plaatzen, verder hebben gestatueerd. Dat, ten einde aan de afdoening der agterstallige recognitief en ningen alle mogelijke faciliteit toe te brengen, die geene welke meer dan een Jaar ten agteren zyn zullen kunnen volstaan met Jaar lyksch „ behalven de Verscheene recognitie van het laaste Jaar, te voldoen twee Jaaren der verschuldigde agterstallen, en zulks toe dat de voorschr: agterstallen ten eenemaal zouden zyn geruyerd onverminderd egter het verband aan de Compagnie by prefesent competeerende op de opstallen, Vee, en andere goederen gehooren tot de plaatzen by hun in Leening bezeeten wordende, ingevalle dezelve wederom op anderen mogten overgaan, ten einde als de daar op by parate executie te kunnen worden verhaald het geen aan de Compleete voldoening der agterstallige recoqnitie penningen nog mogte koomen te ontbreeken. Dat egter niet min vermogende perzoonen, waaromtrend aan den Landdrost en Heemraaden van het district waar onder zy gehooren voldoende blyken zal dat zy volstrekt buyten staat zyn tot het opbrengen der door hun verschuldigde agterstallen, ten dien op„ zegte gunstige Consideratie zal worden gebruykt. Dat vermits de Compagnie thans geen leevendig ver mee benodigd heeft tot haren omslag, en het zelve dees niet langer in voldoening der agterstallige recognitie penningen kan aanneemen, egter, om aan sodanige debiteuren te gemoet te komen, aan dezelve zal vrystaan, tot die voldoening te doen strekken het bedragen van Vee door hun aan de gecontracteerde s'Compagnier, mitsgaders aande partikuliere Slagters geleeverd wordende, tot de pryzen welke daar voor zullen zyn bedongen. dien Dat ten einde door de Regeerenge aan elk der voornoemde Slagters zullen worden verzorgd lysten van alle zodanige persoonen als Agterstallige recognitie penningen aan de Compagnie verschuldigd zyn, en dezelve slagters wyders gehouden zullen zyn om uy„ terlyk binnen ses weeken na de leverantie van zodanig Vee in mindering van verschuldigde agterstellen, het bedragen daar van in s' kompagnies kas over te brengen, niet specificte Opgave van de persoonen ten behoeven van welken zulk ge„ schied, en zulks teegens quittantie van den Kassier, welke zy ver„ pligt zullen zyn te produceeren aan die geene, welke tot den onk„ fangst der kooppenningen van het aan hun verkogte vee zullen zyn gezegtigd, en na vereffening der reekening dadelyk aan hun ter hand te stellen. Dog dat, by so verse iemand in gebrecke mogt blyven om langs Dat een 261 der agterstallige recognitie penningen door hem verschuldigd, te vol doen, daar voor verbonden zullen zyn de penningen welke hem van s' Compagnies gecontracteerde, mitsgaders partikuliere slaghe weegens aan dezelve geleeverd vee, zouden mogen Competeeren, en dat gemelde Slagters in die gevallen gehouden zullen zyn op daar toe bekomen aanzegginge de voorschr: penningen in te houden, ter Concurrentie der verschuldigde agterstallige recognitie penninge en teegens quittantie als voren en s' Compagnies kas over te brengen, op poene van by faute van dien daar voor zele aan spraakelyk te zullen worden gehouden, behoudens hun regres Op die geene, ten wiens lasten de inhouding had behooren te ge„ schieden. Schoon wy ons nu eene zeer goede uytwerking beloven van deen maatregelen, (ten gevolge van welke ook de nodige bepalingen zyn gemaakt by de vernieuwing van het Contract met de slagters van Ozie Byl: No: 345 de Compagnie) hebben wy het egter dienstig geoordeeld by diezelfse Publicatie aan de Regeeringe gereserveerd te laten om tot de meest volleedige executie onzer voorschr: intentien sodanige nadere dispositien en maatzegelen te neemen, als bevonden zouden mogen worden te behooren. By de toezending deezer dispositien aan de Minister unsteerdens Onderzoek omtrend eene meer gezeegelde behandeling van des Lands inkomsten, het welk door haar aan den eerst gez woorens Klerk Goetz was opgedragen, gelyk my dan ook wynige dagen _ „ 356. daarna de Consideratien der Ministers over die materie beneevens een afschrift van het door voorn: Goetz daar omtrend inge„ —„ 357. diende berigt beknaamen, aan den inhoud van welke beide slute„ ken wy de Vryheid neemen ons te gedragen. Uw Wel Edele Hoog Agtbaare zullen uit deeze stukken zien dat het hoofddoel deezer nieuwe inrigting is, om ten einde de lu„ komsten van de Compagnie en dit Gouvernement voortaan op eene gezeegelde wijze te kunnen vertoonen en gade slaan, en alle froudes daaromtrend te kunnen weezen, alle de takken der voorschr: inkomsten bij aparte boeken, onder differente Hoofdreekeningen op eene duydelyke wyze te doen boeken sodanig dat men met het einde van elk boekjaar dezelve zal kunnen Confronteeren met de Negotie boeken, (by dewelke alle die inkomsten op de daar toe geopende reekening moeten blyven voortloopen), en dat heevens daar by kan blyken, hoe veel van die inkomsten jaarlyksch onvoldaan zyn ge„ bleeven, ten einde omtrend de nalatige debiteuren te kunnen procedeeren naar behooren. een der aangehaalde middelen aan zyne verplijting tot afbetalen zee Byl: N:o 355. wy op niuw om den uytlagte verneemen van het reede vermelde wy Deeze B:
English
This matter was therefore regarded by us as in every respect salutary, indeed even highly necessary, just as we also had not the least objection regarding that which the Ministers proposed to us on that occasion concerning the means to bring clarity, as soon as possible and with the greatest order and accuracy, to the true amount of the repeatedly mentioned arrears of recognition moneys; the manner in which the same should be made known in the new books to be established; the means to enable the Landdrosts properly to keep their registers; the receipt of the said revenues; the neglects committed in requesting prolongations of the quitrents; the precautions to be taken against frauds in the declarations of purchase prices of immovable property and buildings of loan places that were sold privately; and finally the stipulations to be made in future in the lease conditions in the event that the lessees remain in default of the payment of the lease moneys; of all which useful matters we have recommended the execution to the Ministers. Furthermore, having taken into consideration the important interest which the Company has in ensuring that the management and administration of the Public Revenues are henceforth observed with all attention and accuracy, and that a special supervision is kept over them, we have determined that the aforesaid newly introduced handling of the same shall be performed by a Bookkeeper of the General Public Revenues of this Government, which post shall always be assigned to a member of the Council of Policy, and who shall have for his assistance a first and a second Assistant Bookkeeper, to which posts shall belong respectively the rank and pay of Assistant with the rank of Junior Merchant, and the said rank and pay without that rank; and we have granted to these servants, besides their usual pay and emoluments, as a salary, to the Bookkeeper three percent, to the first Assistant Bookkeeper two-thirds percent, and to the second Assistant Bookkeeper one-third percent of what the aforesaid revenues shall annually yield net into the Company's treasury; according to the determinations made in that regard in the Instruction enacted by us for the said officials. We have also seen this advantage in this arrangement: that in this manner an adequate means of subsistence is provided for one of the Members of the Council of Policy, which will return threefold into the Company's Treasury through the attention that will be directed by him to the collection of the Public revenues, to which that means of subsistence is so immediately tied. In particular, we may expect this from Council Member O. G. de Wet, to whom we have entrusted the post of Bookkeeper of the General Public Revenues, who has already given such striking proof of his diligence and ability in unraveling confused affairs in the investigation of the affairs of the Orphan Chamber with which he was charged, as Your Right Honorable Worships have seen in abundance from the first part of our report. Furthermore, we have appointed as first Assistant Bookkeeper of the said revenues the Junior Merchant without employment residing here, Adriaan Vincent Bergh, and as second Assistant Bookkeeper the Assistant Adriaan Jacobus Cruywagen, to whom, as a public token of our satisfaction with the service performed by him at our secretariat during our presence here, and for further encouragement, we have moreover granted the title, pay, and emoluments of Junior Merchant; all without prejudice to our aforesaid dispositions regarding the title and rank assigned to the aforesaid post for the future. And the Office of the General Public Revenues shall be kept in a house here within the castle, formerly inhabited by Captain Lieutenant J. Blesser, to whom has therefore been granted the usual house rent of 12 Rds. per month in cash. Having thus let this precede with regard to the Public Revenues in general, we shall now proceed to consider the various branches thereof in greater detail, and in doing so, under favorable interpretation, share our thoughts regarding the future amount thereof, based on the considerations of the Ministers submitted to us on that subject in their frequently cited letter of 18 July 1792. In that letter, the amount of the Public revenues from the financial year 1781/2 up to and including 1791/2 is taken as a basis of reasoning (of which we submit herewith a specific statement), and in the first place regarding the recognition moneys of the loan places, it is assumed "that the same will not decrease on account of the increasing population of the Colony, and the resulting probability that more and more places will be granted on loan." However well-founded and palpable this reasoning may be when considered in itself, nevertheless from what has been dealt with up to that point...
Dutch transcription
263 „358. Deeze zaak wierd dierhalven door oms als in allen opzigte heyfsraa Ja zelfs ten hoogsten noodzakelyk beschouwd, gelyk my ook geene de minste bedenking hebben gedragen omtrend het geen de Mi„ t zen Byl. N:o 356 nistaer oms by die geleegenheid voordroegen betrekkelyk de mu delen om het waar bedragen der te marmalen gemelde agter stallen van recognitie penningen, so spoedig doenlyk, en met de meeste orde en naauwkeurigheid te doen tot Klaerheid bren gen — de wyze waar op dezelve by de nieuw aan te leggen boeken zouden worden bekend gesteld — de middelen om de Land drosten in staat te stellen tot het behoorlyk houden hunnen reg„ ters — den ontfangst der gemelde inkomsten — de gepleegde Verzuymen in het versoeken van prolongatie van de erfpagten — de precautien te neemen tot het weezen van fraades in de opgaven van kooppenningen van vaste goederen en opstallen van leening plaatsen die uyt de hand werden verkogt, — en eyndelyk de slipulatien bij vervolg by de perachtconditien te maken, in het geval dat de pachters met de voldoening der pachtpenning za Byl: No 359. in gebreeke blyven — van alle welke nuttige zaaken en, de uyt voering aan de Ministers hebben aanbevoolen. Verder in aanschouw hebbende genomen het important be„ lang het welk de Maatschappy er by heeft dat de directie en administratie van de s' Lands Inkomsten voortaan met alle attentie en naauwkeurigheid werde gade geslagen, en daar op een bijzonder toeverzigt gehouden, hebben wij bepaald dat de voorschr: nieuw geintroduceerde behandeling derzelve sal geschieden door een Boekhouder van de generaale S'Lands inkomsteer deezes Gouvernement, welke bediening altyd sal zyn opgedragen aan een lit van den Politieken Raad, en die tot zyne adsistentie zal hebben een eerste en een tweede Onderboekhouder, waartoe zal slaan de qualiteit en gagie van Adsistent met rang van Onderkoopman, en de gemelde qualiteit en gagie sonder die rang, respectivelyk; en hebben my aan deeze Dienaeren, (behalven derzelve gewoone gagie en emolumenten /toegelegd tot salards, aan den Boekhouder drie percent, aan den eersten Onder boekhouder twee derde percent, en aan de tweede onder- boekhouder een derde p Cent, van het geen jaarlyks de voorsche inkomisten zuijver en s' Compagnies kas zullen opbrengen; vol„ gens de bepaalingen daar omtrend gemaakt by de Instructie door ons voor de gemelde bediendens gearresteerd . Wy hebben in deeze schikking ook dit voordeel gezien, dat op deeze wyze aan een der Leeden van den Politieken Raad een toereikend middel van bestaan is versorgd, het welk drie dubbeld in de Kas van de Compagnie zal te rug keeren door de attentie welke door hem op de perceptie der S' Lands inkomsten, waaraan alle dat - 265 t Zie Byl No. 358 zee Zijl. N. o 28. „ 360 dat midael van bestaan so onmiddelyk verbonden is, zalvorden gevestigd: In 't byzonder mogen wy dit verwagten van het Raadstin O. S. de Welt aan wien wy de post van Boekhouder der Generaale is Lands inkom ten hebben opgedragen, die van zyne werkraamheid en bekwaam he tot het ontwekkelen van verwarde zaaken reeds zulke treffende bliy Ken had gegeeven in het onderzoek der zaaken van de Weeskamer waar meede hy is belast geweest, gelyk un wel Edele Hoog Agt baare uijt het eerste gedeelte van ons verslag overvloedig hebben gezien. Voorts hebben wy tot eerste onderboekhouder der gemelde inkomste aangesteld den zig alhier bevindenden Onderkoopman buiten emploij Adriaan Vincent Bergh, en tot tweeden onder boekhouder den Adsistent Adriaan Jacobus Cruywagen, aan wien wy tot eene opentlyke blyk van ons genoegen over den dienst door hem ter Onzer secretary geduurende ons aan weezen alhier gepraesteerd, en ter verdere aanmoediging wyders hebben toegevoegd de qualiteit, gagie, en emolumenten van onderkoopman; alles onverminderd ome voorschr: dispon tien omtrend de qualiteit en rang aan de voorschr: bediening voor 't vervolg geaffecteerde. En zalher Comptoir der generale s'Lands Inkomsten worden gehouden in een huys alhier binnen het kasteel, bewoond geweest door den Kapitein Lieutenant I: Blessen, aan mien deerhalven is toegebegd de gewoone huys huur van Rd:s 12. - ter maand in gelde Dit alzo hebbende laken voor afgaan met betrekking tot des Lands Inkomsten, in het algemeen, zullen my thans overgaan om derzelver Verschillende takken meer in het byzonder te beschouwen, en daar by onder gunstige welduyding onse gedagten meede deelen Omtrend derzelver bedragen voor het versolg, naar aanleyding van de Consideratien van de ministers ons op dat respect by haaren ditwyls aangehaalden brief van 18 July 1792 gesuppee„ By die brief word dan tot een grond van raivonnement gelegd het bedragen der s' Lands in komsten van het Boekjaar 178½ tot 179 /4 ingesloten, (waar van my hier neevens eene spe„ cifieke Vertooning overleggen) en in de eerste plaats omtrend de recognitie penningen der leening plaatzen, ondersteld, „ dat dezelve niet zullen verminderen uyt hoofde der toeneemende bevorking van de Colonie, en daaruit gebooren wordende waar„ schyvelykheid dat er meer en meerplaatzen in leening zullen worden uitgegeeven. Hoe wel gegrond en tastbaan dit raivonnement op zig zelven beschouwd ook zyn moge, so is egter uijt het tot dies verre ver„ —„ 57. diteerd gehouden handelve 1 ibidem
English
267 See Appendix No. 295. acted upon, it had already abundantly appeared that such an outcome would in no way have been confirmed without the application of the aforementioned means for a regular collection of the same recognition moneys; and if one wishes to be further convinced thereof, one need only examine the statement of accounts of the last financial year, in which this branch of revenue appears as having yielded less than before, which, according to a further specification that we had drawn up, differed by little less than ƒ 23000 -. - heavy money in comparison with what the direction from 178½ to 1791 had calculated year by year; for during that period such amounted to See Appendix No. 360. ƒ 51341 -: - and in the financial year 179½ only ƒ 28560 -. Now, however, since this important matter will henceforth be handled with the requisite attentiveness, we remain convinced that this amount may safely be estimated for the future at ƒ 40000 - heavy money per year, and we can assure Your Right Honourable that this is by no means calculated too generously in comparison with the number of loan farms that have been granted; let alone when one takes into consideration the significant amount of the outstanding arrears which, in addition, still have to be cleared. Another item of the Company's revenue here is the lord's right on real estate being sold, consisting of the 10th penny of the purchase price of premises or lands which have been possessed in ownership for less than three years, the twentieth penny when the same have been possessed for longer than three, but not yet 10 years, and the 40th penny when the same have been possessed in ownership for longer than ten years, together with the 40th penny of the buildings of the loan farms, when the same pass over to others. In the aforementioned period, this yielded year by year ƒ 26200 —. —, and the Ministers rightly consider it fluctuating, and entirely dependent on the situation of the Colony and the inhabitants in general, whether such will also amount to as much in the future. Indeed, they believed they could at least anticipate no improvement therein, on account of the scarcity of money prevailing here at the time of our arrival, and the considerable decline which was already perceived at that time in the prices of real estate — reservations which have been confirmed by the outcome, for in the financial year 1792 this item did not amount to more than ƒ 19268 -. — It is true that through the effective means put into operation by us for that purpose, and of which a report has been made in its proper place, the situation of the Colony may rightly be considered considerably improved, 361. 57. 269 See Appendix No. 360. Ibidem. and that the aforementioned scarcity of money has also been efficaciously provided for through the establishment of the loan bank as well as otherwise, but it is likewise true that it is neither to be expected nor to be wished that the mad buying craze which manifested itself among the inhabitants in the period from 1780 to 1790 should thereby climb again to that height, if we calculate the future amount of these revenues at the average sum of ƒ 22000 –. – The following item, consisting of a recognition of Rd.s 24. — for every 60 morgen levied from certain farms or strips of land ceded to some persons in free ownership under the aforementioned condition, had amounted year by year to ƒ 2176. —, which sum we believe may also be set down for it for the future. We are of the same opinion regarding the item of quitrent from gardens and arable land, having amounted year by year to ƒ 318 —. . —, so that for these two items together we set the round sum of ƒ 2500 -. – annually. The so-called cask money on wines, consisting of three Rixdollars for each leaguer of wine that is conveyed Cape-wards by the farmers, is certainly subject to much fluctuation. We therefore believe we will not be far wrong. See Appendix No. 57. The Ministers agree that this branch of revenue is capable of a significant increase. The outcome of the harvest, greater or lesser export, and other causes can have very much influence on the amount thereof, but when we keep in view the extensive means which are now open to the inhabitants to unburden themselves of that principal agricultural product, and consider as a result thereof that the demand for wines has since increased markedly, we must agree with the Ministers that this branch of revenue is capable of a significant increase, and as the same yielded year by year in the aforementioned period ƒ 31500 -. —, we believe we do not view the matter too favourably if we set down for it in the future the sum of ƒ 36000 . . – The lease moneys proceeding from the imposts on drinks, having yielded annually in that same period ƒ 126272. -. –, must certainly be considered the most notable branch of revenue in this Government. The same had climbed in the year 1792 to the important sum of ƒ 177246 — . — heavy money, but it was easy to foresee that the considerable reduction of the garrison that has occurred since then must cause the same to decrease markedly; it also had the consequence, shortly after our arrival in this Colony, that the former lessees van den Berg and Rothman respectively requested of us a remission of lease moneys and a postponement of payment, and that we
Dutch transcription
267 # zen Byl: N:o 295. handelde reeds overvloedig gebleeken, dat zulke door de uytkomst in geenen deele zoude zyn bevestigd geworden, sonder de aanwen ding der voorschr: middelen tot eene reijtige invordering, deszelve recognitie penningen; en wil men daer van nader overtuigd zyn, behoeve men slegts, in te zien de staatreekening van het laaste Boekjaar, waar in deeze tak van inkomsten voorkomt als monder dan te voren hebbende opgebragt, het welk volgens een nadere specificatie welke my hebben laten formeeren weynig minder dan ƒ 23000 -. - zwaar geld heeft verschild in verge lijking van het geen derehie van 178½ tot 1791 Jaar door Jaar za Ryl N.o 360, gereekend had bedragen; wanter die tydperk belief zulkxs ƒ51341—:— en in het boekjaar. 179½. slegt ƒ 28560 -. Thans egter; daar deeze aangeleege zaak voortaan met de Vereischte oplettendheid zal worden behandeld, houden my ons Overtuygd dat dit bedragen voor het vervolg veylig op ƒ 10000- Zwaer geld in 't Jaar mag worden geschat, en wy kunnen Uw wel Edele Hoog Agtbaere Verzeekeren dat zulks in gee nen deele te ruym is bereekende in vergelyking van het getal leening plaatzen die uytgegeeven zyn; laatstaan wanneer men in aanschouw neemt het important bedragen der verschul digde agterstallen welke boven dien nog moeten worden gezuyverd. Eene andere zaak van s' Compagnies inkomsten alhier is s' Heeren geregtigheid van verkogt werdende vaste goederen, bestaande in de 10. e penning der Koopschat van erven of landeryen welke geen drie Jaaren, de twintigste penning wanneer dezelve langer dan drie, maar nog geen 10 Iaaren, en de 40„te penning wanneer dezelve langer dan tien Jaaren in eygendom zyn bereeten ge„ weest, mitsgaders de 40. e penning van de opstallen der leening plaatzen, wanneer dezelve op anderen overgaan. Dit heeft in het voormelde tydperk opgebragt Iaar door Iaar ƒ26200 —. —, en de Munisters beschouwen het met regt als wissel„ vallig, en geheel afhangende van de Setuatie der Colonie en Inge„ zeetenen in't algemeen, of zulks by vervolg ook zo veel zal be„ dragen. zelfs meenden zy althans geen verbeekering daar van te gemoet te kunnen zien, uit hoofde van het by Onze komst alhier heerschend geldgebrek, en considerabele daling welke men destyds reeds bespeurde in de pryzen der vaste Gaa„ deren — bedenkingen welke door de uytkomst zyn bevestigd, want un het Boekjaar 1742 heeft deeze post, niet meer bedragen dan ƒ 19268 -. — Wel is waar dat door de Kragtdadige middelen daartoe door ons in 't werk gesteld, en waar van ter zynen plaatze verslag is gedaan, de Situatie der Colonie met regt voor aanmerkelyke Eene verbeeterd 361. 57. 269 t zen Zyln No. 360. t ibiden. Verbeeterd mag worden gehouden, en dat ook in het voorn. gelde gebrek door de oprigting der bank van Leening als anderzints ef„ ficacuuselyk is voorzien, maar het is heevens waar, dat niet te ver„ wagten en ook niet te wenschen is, dat daar door de dolle Koopzeegt welke zig in het tydperk van 1780 tot 1790 onder de Ingezeetenen heeft geopenbaarden weeder tot die hoogte zal kliinma wanneer wy het toekomstig bedragen deezer inkomsten calculeere op de gemeddelde som van ƒ22000 –. – De volgende post, bestaande in eene recognitie van Ra. o 24. — voor elke 60 morgen geheeven wordende van zeekere plaatzen of strooken Lands aan sommige perzoonen, onder die voormaande in vryen eygendom afgestaan, had jaar door jaar bedragen ƒ 2176. —, welke som ny meenen dat ook voor het toekomende daar voor kan worden gesteld. Van die zelfde gedagten zyn my omtrend de porst van Eafpagt van tuynen en bouwland, jaar door jaar bedragen hebbende ƒ318 —. . —, so dat my voor deeze beide posten de ronde som stellen van ƒ2500 -. – Iaarlyksch. Het zogenaamde vatgeld der wynen bestaande en drie Ryksdaalders van elke Legger wyn die door de Landbouwers Kaabwaards word gevoerd, is zeekerlyk aan veel wisselvalligheid Wy geloven dierhalven den bal niet geheel te zullen mieslaan zen Byl: N:o 57. de Ministers enstemmen dat deeze tak van inkomsten voor eene onderhevig. de uytslag der recolte, meerdere of mindere vytever, en andere Oorzaaken kunnen op het bedragen daar van zeer veel invloed hebben, maar wanneer wy in 't oog houden de uytgestrekte middelen welke thane aan de Ingezeetenen openstaan om zig van dat voornaame land- produkt te ontlasten, en als een gevolg daar van beschouwen dat de aftrek der wynen zeederd merkelyk is toegenomen, moeten my met merkelyke Vermeerdering vatbaar is, en daar dezelve in het weermelde tydperk Jaar door jaar heeft opgebragt ƒ31500 -. —, meenen wy de zaak althans niet te gunstig te beschouwen wanneer wy daar voor by vervolg stellen de som van ƒ36000 . . – De pachtpenningen provenieerende van de impositien op de dranken, in dat zelfde tyd perk jaarlyksck opgebragd hebbende ƒ126272. -. – moeten gewisselyk voor de notabelste tak van enkoms„ ten in det Gouvernement worden gehouden. Dezelve waaren in het Jaar 179 e geklommen tot de emportante som van ƒ 177246 — . — Zwaargeld, maar het was ligt te voorzien dat de Considerable reductie van Omslag zeederd voorgevallen dezelve aanmerkelyk moest doen verminderen; ook had dezelve reeds kort na onze aankomst in deeze Colonie ten gevolge, dat de geweere pachters van den Berg en Rothman, ons respectivelyk verzogten om remisie van Pachspenningen, en uitstel van betaaling, en dat Onderhevig wy
English
we saw ourselves, after taking into consideration the views of the Ministers, placed in the necessity of granting to the first-mentioned a remission of ƒ20000-. – Cape valuation, and to the last-mentioned the requested postponement for the period of two years; however much we had previously raised difficulties regarding this last request. The lease of the taxes fell already in the year 1791 down to ƒ196150 -. - Cape valuation, making no more than ƒ143843:—. — heavy money; but this difference made itself felt much more strikingly at the last tax lease, which was able to amount to no more than ƒ127654 light money, making only ƒ93610. . —. — according to the monetary standard at which the revenues are entered into the books, and to which we confine ourselves in the consideration of this entire subject. Since it is now not to be expected that the expenditure here will increase, but on the contrary has undergone some further reductions, we dare not calculate this item for the future any higher than at ƒ90000 -. . —. Although it does not appear improbable to us that our arrangement for the full payment of wages in this country will in turn have a favorable influence upon it. To this is now further added in the year 1791 the lease of the salt pans situated both in the Cape Flats and in the Groene Kloof, on which account we think that the Company will still be able to enjoy an enduring annual benefit of ƒ5000 -. The stamp duty having amounted year after year to ƒ15000 —, we think, as do the Ministers, that it will not decrease and thus may also safely be estimated at that sum for the future. To the tenths that are levied on all grains and legumes brought from the country to the Cape, the same remarks are applicable that we made above concerning the vat duty on wines. Since these revenues have now amounted year after year to ƒ11422, we therefore believe on equal grounds that the same can safely be estimated for the future at ƒ13500 -. We merely note further regarding both those sources of revenue that it will contribute greatly to their proper collection that the Commis charged therewith is bound by a proper instruction, which having been brought to our knowledge by the Ministers, we found no difficulty in approving, but at the same time deemed it highly necessary to add some further provisions thereto to prevent frauds which, notwithstanding the precautions taken by that instruction, might nevertheless be committed. Since the year 1787/8 the Company has still enjoyed some small revenues on account of tithes and sea risk of grains delivered in Mossel Bay, but since that navigation on the Company's behalf has now been completely abandoned, the same are lapsed. On the other hand, the public revenues in the last financial year were increased by a sum of ƒ20918-. - collected on account of import duties; being a new branch of revenue, regarding which we shall have to enter into some further details at this place. Since the Assembly of XVII had already by their Highs' dispatch of 23 October 1789 very explicitly ordered the Ministers to impose a customs duty of 5 per cent on incoming goods for the benefit of the Company, together with a duty stipulated therein upon the export of the articles mentioned in that same missive; and to farm out the collection of both these sources of revenue, with authority to draft and establish the necessary regulations regarding them, designed as much as possible to prevent all frauds, it surprised us not a little to learn from the missive of the Council of 18 July 1792 that they on their own authority had suspended the execution of those orders, and that on the grounds of a certain remonstrance of the Independent Fiscal van Lynden, which they had not been able properly to examine, whereas it certainly would have been far more becoming to await the sentiments and decisions of the Assembly of XVII on that matter, and in the meantime to proceed with the execution of Her very clear and positive orders, rather than, without the slightest conviction of necessity, to subordinate that execution to the private opinion of one of her servants, even without the validity thereof having been properly investigated, and that all the more so, since the execution of those orders would not in the least have had to prejudice the interests of the aforementioned Independent Fiscal, if the validity of his grievances should later have been acknowledged! It appeared equally strange to us that the Ministers, when by the departure of the Independent Fiscal van Lynden the hindrance to the execution of those orders had been removed (as they express it), instead of proceeding therewith and establishing the levy of the aforementioned duties in a binding manner by a clear and distinct law, had on the contrary contented themselves with authorizing the ad interim Fiscal to proceed with the collection of the (never legitimized) means of subsistence of the Fiscal, consisting of five per cent on incoming goods, in order that
Dutch transcription
1 Za Byln No 362 en 363. _„ 57. wy ons, na ingenome Consideratien van de Muisers, in de nood- zaakelykkeid gebragt zagen om aan den eerstgemelden eene reminsie 8 _„ 364: van ƒ20000-. – kaabsch„, en aan laastgemelden het verzogte dag zen 3ybe N:o 360 1 _„ 69 stel voor den tyd van twee Iaaren toe te staan; hoe zeer Wy t _„ 365. bevorens in dit laaste verzoek reeds hadden gediffeculteerd. De Verpagting Viel reeds in het Iaar 1791 tot op ƒ 196150 -. - — 1 _„o 366. Kaabsche Valuatie makende niet meer dan ƒ143843:—. — Zwa 1 _: 361 geld; maar nog veel treffenden heeft zig dit onderscheid doen 8 _„ 366. gevoelen by de laaste verpagting, welke niet meer dan ƒ 127654 ligt geld heeft mogen bedragen, makende slegts ƒ93610. . —. — volgens de geldswaarde tot welke de inkomsten by de boeken worden ingenomen, en tot welke wy ons by de beschouwing van dit geheele onderwerp bepaalen. Daar nu niet te verwagten is dat de omslag alhier zal Vermeerderen, maar dezelve in teegendeel nog eenige verder inkrmpingen heeft ondergaan, so duuven ny deeze post voor 't Vervolg niet hoger bereekenen dan op ƒ90000 -. . — Schoon het ons niet onwaarschynlyk voorkomt, dat onze di„ positie tot de volle uytbetaling der soldyen hier te lande, daar op weederom van voordeeligen invloed zal zyn„ Hier by is nu in het Iaar 1791 nog gevoegd de verpagting der Zoutpannen so in de Kaebsche Vlakse als in de groene kloof geleege uyt welken hoofde wy den ken dat de Compagnie nog jaarlyksch een duurzaam voordeel zal kunnen gewieten van ƒ5000 -. Het zegulgeld, Jaar door jaar bedragen hebbende ƒ 15000 —. t meenen my ^ dat de Ministers dat niet zal verminderen en dus ook voor 't Vervolg veylig op die som kan worden geschat. Op de trenden die geheeven worden van alle graanen en Peule Vruchten die van buyten naar de Kaab worden opgevoerd, zyn dezelfde aanmerkingen toepasselyk die my hier boven omtrend het vatgeld der wynen gemaakt hebben. Daar deeze inkomsten nu Jaar door Jaar bedragen hebben ƒ 11422. meenen wy dan ook op gelyke gronden dezelve voor het toekoomende gerustelyk te kunnen begrooten op ƒ13500 -. Alleenlyk merken wy nog omtrend die beide middelen van inkomsten aan, dat tot derzelver rigtige invordering zeer veel zal toebrengen, dat de Commies daar meede belast aan eene behoorlyke instructie is verbonden, welke door de Munisters ter Inzer kennisse gebragt my geene zwarigheid, gemaakt hebben te approbeeren, dog teevens hoogstnoodzakelyk geoordeeld nog eenige nadere bepalingen daar by te voegen tot voorkoming der fraudes, welke onaangezien de voorzorgen by die Instructie genoomen nogthans konden worden gepleegd, Seederd het Iaar 178 7/8 heeft de Compagnie nog eenige gesinge uyt inkomsten t _„ 368. en 367. _ o 57 _„o 360: 273: A zie Byl N:o 360. 57. inkomsten genoten weegens tienden en risico der zee van graanen in de Mosselbaay gelieverd, dog aangezien thans van die Vaart s' Compagnies weegen geheel is afgezien, komen dezelven te vervalle Daarteegen zyn de s' Lands inkomsten in het laaste Boekjaar Vermeerderd met een Som van ƒ 20918-. - gepercipreerd weergel inkomende regten; zynde eene nieuwe tak van inkomsten, wae Omtrend wy ter deezer plaatze in eenige nadere details zullen moeten treeden. Daar de Vergadering van Xvy=me bereide by Hoogst derzelver aanschryven van den 23. October 1789 de Munisters zeer uit drukkelyk had gelast om op de inkomende goederen te leggen eene Donane van 5 pr C:t ten profyte van de Compagnie, mits gaders by den uitvoer van de by diezelfde Missive gemen tioneerde artikelen eene daar by bepaalde impositie; en om de heffing dier beide middelen van inkomsten te verpagten, met qualificatie om daar omtrend de nodige Reglementen te maken en te arresteeren, so veel mogelyk ongerigt om alle fraudes te beletten, verwonderde het ons niet weynig uit de Mis„ 4 zee Byl. No. 57. sive van den Raad van den 18 July 1792 te verneemen, dat zy eygener Autoriteit met de uytvoering van die beveelen hasden gesupercedeerd, en wel op grond van zeekere remonstratie van de Independent Fistaal van Lynden, welke zy niet behoorlyk hadden kunnen examineeren, door het zeekerlyk vry wat welvoege„ lyker zoude geweest zyn de gevoelens en dispositeen der Vergadering van 2vi:m over dat stuk te verbeiden, en inmiddels met de executie van Haare zeer duidelyke en stellige beveelen voort te gaan, dan die executie sonder de allerminste overtuyging van noodzaakelijkheid, te doen agterstaan aan het partikulien ge„ voelen van een haarer Dienaeren, selfs zonder dat de gegrond„ heid daar van behoorlyk had kunnen worden onderzogt, en zulks te meer, daar de uytvoering dier beveelen de belangen van den voorm. e Independent Fiscaal niet in't minsthad behoeven te praejudiceeren, wanneer de gegrondheid zyner Iustenees naderhand mogte zyn erkend geworden! Eeven Vreemd kwam het ons voordat de Muisters, wanneer door het vertrek van den Independent Fiskael van Lynden de hirdernisse aan de executie dier beveelen (gelyk zy zig uit„ drukken) was weggenomen, insteede van daar meede voort te gaan, en door eene klaare en duydelyken wet de retting der voorschr: regten op eene verbindende wyze te etablisseeren, zig inteegendeel vergenoegd hadden met den ad interim Finkael te qualificeeren om met de heffing van het /nemmer gewettigd) middel van bestaan der Friskaal, bestaande in vyf pro cento op de inkomende goederen, voort te gaan, ten eunde hadden, het 8
English
275 see column: No. 18 folio 370. subsequently to account for what would be collected by him on that account for the benefit of the Company. A natural consequence of this very irregular course of action was that the collection of the said measure could take no sufficient effect, and several inhabitants remained under the impression that the collection thereof continued to take place in an arbitrary manner by the Fiscal for his own profit; wherefore it is also not to be wondered at that some of them, especially after the events which were seen to occur in this Government precisely at that time, refused to comply therewith. The Ministers subsequently attempted to remedy this by a Publication on 13 March 1792, but see column: No. 369 one only needs to look at that document to be convinced that it was in no way sufficient to establish a binding obligation to pay that tax. For upon what foundation could the Ministers thereby declare that everyone was and remained bound and obliged as before to pay and render the import duty collected here under the name of Customs to the Company, since it was certain that until that moment no such import duty had ever been lawfully introduced on behalf of the Company, or collected by virtue of a properly enacted law. The consideration of all this, and the sense of truth, that if one is to foster more and more among the inhabitants of this Colony an attachment to the interests of the Company and a cordial willingness to obey, according to their duty, the dispositions made in their regard by the lawful authority, one must above all ensure that these dispositions can stand the test of the principles of a sound and equitable administration, have therefore also placed us under the obligation favorably to dispose upon that part of a request made to us by petition by the Member of Justice H. I. de Wet, to the end that we would be pleased to declare that the goods brought here on freight per the ship the Geertruida Petronella were subject to no impost (as those goods were brought before the date of the aforesaid Publication), without letting ourselves be held back therefrom by the considerations of the Ministers submitted to us on that request, concerning which we were of the opinion that neither their supposition of the intention of the meeting of the 17 to effectuate the collection of the Customs all the more fully through the permission for the shipping of goods on freight, nor of their 24. 277 their good opinion that the inhabitants would gladly pay that tax and not call the authority of the Company to levy the same into the least doubt, were sufficient to establish a general obligation to pay that tax, but that for this was needed a clear law, resolved and enacted in proper form, whereby that obligation was imposed upon everyone and clearly described. While we now had to lament in the highest degree over such management and the disorders which necessarily had to arise therefrom, it struck us no less that, although the meeting of the 17 by that same letter of theirs of 23 October 1789 had, upon the Ministers' own proposal as a means to improve the Company's finances, embraced the levying of a tax on the export of such articles as were mentioned therein, and that likewise by way of farming out, not only had no effect ever been given thereto, but they had even brought themselves, upon a request made by petition from the Fiscal ad interim de Nijs, to permit the said Fiscal ad interim by Resolution of 18 November 1791 to receive and enjoy the aforesaid export duty for himself, and thus to go directly against the aforesaid orders of the meeting of the 17. No less had we to stand astonished to see the levying of those duties described by the Ministers in the said Resolution as a revenue lawfully acquired by the Fiscals for themselves and their successors in time, whereas we nevertheless have not been able to discover that (excepting only the 11 stivers for every 100 lb of flour) that levy was ever brought to the knowledge of the Meeting of the 17 as a revenue of the Fiscals, let alone legalized or homologated by the Same; the same therefore appeared in the same aspect as the levy of percentages arbitrarily introduced by the Fiscals in time upon goods being imported; and the reasonings appearing in this Resolution truly accorded little with those conducted by the Ministers on other occasions concerning these revenues of the Fiscal; while also the doubt appearing therein concerning the intention of the meeting of the 17 with relation to the levying of the export duties was entirely contradicted by the very clear contents of Their aforesaid letter of 23 October 1789 on this matter. In order therefore still to ensure the execution thereof against
Dutch transcription
275 zee zyl: No 18 e 370. het geen des weegens door hem zoude worden gepercipieerd, vervolgen ten profyte van de Compagnie te verandwoorden. Een natuurlijk gevolg: van deeze zeer erreguliere handelwyze is geweest, dat de heffing van het gemelde middel met geen genoeg zaam. effect heeft kunnen gevolg neemen, en verscheide Ingeza tenen in den waar zijn gebleeven dat de invordering, daar van op eene willekourige wijze bleef geschieden door den Fes kaal tot zijn eygen profyt; waarom het dan ook niet te ver„ wonderen is dat sommige hunnen; voor al na de gebeurten isse welke men juist: op dien tyden in dit Gouvernement zag voor vallen, weijgerden daar aan te voldoen. De Ministers hebben vervolgens welgetragt daar aan te remediteeren door eene Publicatie in do. 13 Maart 1792 maar 1 zu zyl: No. 369 men behoeft dat stuk slegte in te zien om overtuygd te zyn dat het in geenen deele, voldoende was om eene verbindende verpligting tot het opbrengen van die belasting daar te stellen Emmers op wat fundament konden de Ministers daar by ver„ klaaren, dat een ieder als vooren gehouden en verpligt was nen bleef, om het inkomend regt alhier onder de benaming „van Douane geheeven wordende, dan de Compagnie te „ moeten opbrengen en betaalen. daar het zeeker was dat tot dazogenblik nog nimmer sodanig incomend regt ten behoeve van de Compagnie wettiglijk was geintroduceerde, of uit hoofde eener behoorlijk geëmaneerde wet gepercipieerde. De beschouwing van dat alles, en het gevoel der waarheid, dat zal men onder de Ingezeetenen deezer Colonie meer en meer aan„ Kweeken een verknogtheid aan de belangens der Compagnie, en hartelyke bezeidwilligheid om volgens hunnen pligt te gehoore„ zaamen aan de dispositien die door de wettige overigheid ten hunnen opzigte genoemen worden, men vooral moet zorgen dat deeze dispositien den toets der beginzelen van een gezonden bellyk bestuur kunnen doorstaan, hebben ons dan ook in de ver„ pligting gebragt om op dat gedeelte van een verzoek aan ons by Requeste gedaan door het Liz van Justitie H. I: de Wett, 1 ten einde my zouden gelieven te verklaaren dat de goederen peer het schip de Geertruid a Petronella alhier op vragt aange¬ bragt, geen impost subject waren (als zynde die goederen aan= gebragt voor den datum der voorschr: Publicatie) gunstig te disponeeren, sonder ons daar van te laten te rug houden door de Consideratien der Minister aan ons op dat verzoek gesuff adi„ keerd, als waaromtrend wy van oordeel waaren, dat nog haare onderstelling van de intentie der vergadering van 17=te om door de permissie tot verzending van goederen op vragt de heffing der Douane des te volleedigen te effectueeren, nog van haare _o 24. 277 haare goede gedagten dat de Iogereetenen die belasting blyoade zouden opbrengen, en de bevoegdheid der Compagnie tot het heffen van dezelve in geene de minste twyffel trekken, genoegzaam waren om daar te stellen eene algemeene verpligting tot het Opbrengen dier belasting, maar dat daar toe nodig was een klaare wet, in behoorlijke form gearresteerd en geëmaneerd, waar bij die verpligting aan een iegelijk wierd opgelegden duidelijk Onschreeven Daar wij ons nu ten hoogsten, over sodanige directie, en de des orderes, welke daar uit noodwendig hebben moeten voorts pri ten moesten beklaagen, frappeerde het ons niet minder dat hoe zeer de vergadering van Xvi:m by die zelvde haere minsiu Van den 23: October 1789 op de eijge voorslag der Munisters als een middel tot verbeetering van s' Compagnies finantion ha geamplecteerd de heffing van een belasting op den nitvoer van sodanige artikelen, als daar by waaren gementioneerd, en wel insgelyks by wyze van verpagting, niet alleen daar aan nimmer effect was gegeeven, maar dat zy zelfs van zig hadden kunnen verkrygen, om op een by Requeste gedaan verzoek van den Ad intersm Friskaal de Nys, denzelven Ad interim Fiskaal by Resolutie van den 18 November 1791 toe te staan om het voorschr: uytgaand regt voor zig zelvs te mogen beuren en genieten, en du teegen de voorschr: beveelen der vergadering van 2vy: r directelyk aan te gaan. Niet minder moesten my verbaasde staan by de geme. Resolutie de heffing van die regten door de Ministers te zien beschryven als een revenue door de Fistaals wettig Verkreegen voor hem en hunne opvolgens in der tyd, daar wy nogthans niet hebben kun„ nen ontdekken dat, (uitgezonderd alleen de H A voor elke 100 lb meel ) die heffing immer als een revenue der Frikaals ter kennisse van de Vergadering van 2vi=re, in gebragt, laatst aan door Hoogst dezelve gewettigd of gehomologeerd; dezelve kwam dierhalven in het zelvde aspect als de door de Fiskaals in der tyd willekeurig geintroduceerde hetfing van pro centos Op de ingevoerde werdende goederen; en de raizonnementen by deeze Resolutie voorkoomende strookten voorwaar weinig met die door de Munisters by andere geleegenheeden over deeze inkomsten Van den Fiskaal gevoerde; terwyl ook de daar bij voorkomende twyffeling omtrend de intentie der vergadering van Avyve met relatie tot de heffing der Uitgaande regten, door den Zeer dridelyken inhonee van Haar voormeld aanschryvens van den 23 October 1789. op dit stuk, ten eenemaal wierd weeders prooken. Ten einde daar aan dierhalven als nog de executie te teegen bezorgen
English
279 See Annex No 18 ibidem to provide, we, while presenting the necessary remarks on the conduct of the Ministers in this matter, ordered them to also have the export duties collected and accounted for to the benefit of the Company, counting from the beginning of the present financial year. Since it is equitable and necessary that a Fiscal in this Government should enjoy an income proportionate to the character and the difficulty of the post he holds, and it has appeared to us from the information gathered by us in this regard, as well as see annex No 371 from the contents of the aforementioned Resolution of the Ministers, that the revenues remaining to him, if both the export and import duties were collected for the benefit of the Company, were not sufficient for that purpose, let alone to relinquish from them, as had happened hitherto, a modest salary to the adjunct Fiscal, we have granted to the latter from the Company's treasury an annual income of four hundred rix-dollars, besides his ordinary wages and emoluments, and furthermore provisionally granted for the period of three years to the Fiscals in this Government, or those who shall observe the aforementioned post, an annual douceur of Rds. 3000 - - commencing with the beginning of this financial year, while we are of the opinion that it can then be further examined to what extent private shipping and trade influence the income of the Fiscal, and whether it will consequently be necessary to continue supplementing the same with a direct allowance from the Company's treasury. For the cited reasons we therefore also deemed it necessary to make provision for a legal and stamped collection of the import and export duties by a Publication decreed by us for that purpose on 21 November 1792, to the contents of which we take the liberty to refer; nevertheless, by a further Publication of 25 January 1793, Cape wines which shall be exported, whether with the Company's ships on freight or with the private ships of the inhabitants, were exempted by us from the payment of export duties for the period of four consecutive years, and this upon the representations made to us that these wines could not yet be brought abroad and in such demand that such duties could as yet be levied thereon without significant pressure on the trade in this principal product of this country, added to the information we obtained that nothing had ever been paid for this to the Fiscals either. 281 17. 18. 19. After everything relating to trade, as well as the levying of import and export duties in this Colony, had thus been put on a firm footing by us, we instructed the ministers to proceed without further delay to the farming out of that levy in compliance with the orders long since issued for that purpose by the Assembly of Seventeen, however communicating to them at the same time our view that it would be advisable on the Company's behalf to continue with the collection of the import duty of ten rix-dollars on each slave being imported, as this could be done without the least trouble with full effect; and that this should therefore not be included under the farming out. The Ministers subsequently presented to us, alongside their letter of 11 February of this year, two draft conditions for farming out, respectively, the import and export duties, and desired to learn our further pleasure on this matter. Having thereby obtained occasion to consider the same further and with the greatest accuracy, such weighty objections arose against the aforementioned farming out, especially in the present juncture, that we were convinced by them that the Company's interest required to supersede with it for the time being. Namely, when we paid attention to the reasons which could have moved the assembly to give such definite orders for that farming out, it appeared to us that there must have contributed thereto especially, and in the first place, the notion that the great benefits which that collection had yielded to the Fiscals in this Government were tolerably well-known, and that consequently those who might be inclined to bid for the lease would make this the basis of their calculation. — a notion for which the assembly of XVII had received a direct inducement through the proposal made to Her by the Ministers to grant annually to the Fiscal van Lynden, for the loss of the aforementioned income, the important sum of f 60000 —. — But since then it had appeared to us that those revenues of the Fiscal had by no means arisen solely from the collection of certain percentages on a legitimate trade, but largely from profits which the Fiscals had managed to secure for themselves from a blameworthy connivance of a smuggling trade ruinous to the Company's interests, and from the trade with foreigners, to which, in pursuance of the orders of the assembly of XVII, a noticeable blow had likewise been dealt, it could, in our view, no longer be expected that the Company, when
Dutch transcription
279 t Zee yl: No 18 # ib idem bezorgen hebben myj met voorhouding van de nodige aan merkui gen op het gedrag der Ministers in dezen, hun gelast om ook de Uitgaande regten te doen percipieeren en verandwoorden ten profyte van de Compagnie, te reekenen van het begin van het teegenwoordig Boekjaar. Dangelyk het bellyk en noodzakelyk is dat een Fiskaal en dit Gouvernement geniete een inkoomen geëevenreedigt aan het Caracter en de moeyelykheid der post welke hy bekleed, en ons uit de informatien dien aangaande by ons ingenomen, mitsga zier zijl: N:o 371 ders it den inhoud der voorn. e Resolutie van de Minii ters gebleeken is dat de revenuen welke hem overbleeven, wan neer so wil de uitgaande als inkomende regten ten profyte van de Compagnie weerden gehieven, daartoe niet genoegzaem waaren, laatstaan om, gelyk tot den verse geschied was, daar uit een matig salaris af te staan aan den adjunct Fistaal hebben wy aan laastgemelden uyts Compagnies Kassa toegelegd, een jaarlyksch inkomen van vier honderd 8 _„ 358 Ryxxdaalders behalven zyne genoone gagien en emolumenten en voorts bij provisie voor den tyd van drie Iaaren aan de Fiskaals ten deezen Gouvernemente, of die de voorschr: poot zullen waarneemen, toegelegd een jaarlyksch doneeur van Ra. . 3000 -. - ingaande met het begin van die Boekjaar terwyl wy van begrip zyn dat als dan nader zal kunnen worden Onderzogde, in hoe verre de partikuliere vaarten handel op de onkomsten des Fiskaals van onvloed zyn, en het mitsdien nood= zaakelijk zal weegen dezelve met eene directe toelage uit S' Compagnies kas te blyven suppleeren. Om de aangehaalde reedenen hebben wy het dan ook nodig geoordeeld voorzieninge te doen tot eene wettige en gezeegelde Envordering der inkomende en uytgaande regten by eene Publi„ catie door ons op den 21 en November 1792 daartoe gearresteerd tot welkers inhoud wy de vryheid neemen ons te gedragen, zynde _: „ 372. negthams byeene vadere Publicatie, van den 25 January 1793 door ons van de betaling van uytgaande regten voor den tyd van vier agter een volgende Iaaren geeximeerd de Kaabsche wijnen, die, het zy met 's Compagnies scheepen op vragt, het zy met de partikuliere scheepen der Ingizeetenen zullen worden uytgevoerd, en zulks Op de representatien welke ons gedaan wierden dat deeze Wy„ nen buyten s' Lands nog niet hadden kunnen worden gebragt en sodanig de biet, dat daar van, sonder merkelyk drukking Voor den handel in dit voornaame produkt deezes Lands, voor als nog sodanige regten konden worden geheeven, gevoegd by de onderrigting welke on bekwaamen dat daar voor, ook nemmer icts aan de Fiskaals was opgebragd. terwijl Na 281 17. 18„ 19. A„ Sc: Na dat alle dan wat betrekking had tot den handel, znits ge ders de hoffing der inkomende en uytgaande regten in deeze Cold Ozee Byl: N:o 8. 9. 16 hie door ons was gebragt op eenen vasten voet schreeven my de ministers aan om sonder verder verwyl over te gaan tot de ver„ pagting van die heffing ter voldoening aan de reeds voorlang daar toe uytgevaardigde beveelen der Vergadering van 17ne:;, haar agter teevens meededeelende ons begrip, dat het raadzaam zoude zy 's Compagnies weegen voort te gaan met de heffing van het inko mend regt van tien Ryksdaalders op elk ingevoerd wordende slaaf, alzo dit zonder de minste omslag met volkomen effect Konde geschieden; en dat zulks dierhalven onder de verpagting wier behoorde te worden begreepen. De Ministers boden ons vervolgens neevens haare missive _„o 373 Van den 11:e February deeses Iaars twee ontwerpen van Conditie _„ 374 tot verpagting, respectivelyk der inkomende en uytgaande regte en verlangden nader ons goedvinden op deese materie te verstaan Hier door aanleyding, hebbende bekomen om dezelve nader en met de meeste naauwkeurigheid te Overweegen, deeden zig zeske gewigtige bedenkingen op teegens de voorschr: verpagting, vooral in het teegenwoordig tydstip, dat wy door dezelve overtuigd wierden dat s' Compagnies belang vorderde voorals nog daar meede te supereideeren. Wanneer my namentlyk agt gaven op de reedenen welke de vergadering konden hebben bewogen tot het geeven van zulke bepaalde beveelen tot die verpagting, so kwam het ons voor dat daar toe wel byzonder, en in de eerste plaats heeft moeten meedewerken het denkbeeld dat genoegzaam algemeen bekende waaren de groote voordeelens, welke die perceptie aan de Fiskaals in dit Gouvernement had Opgebragt, en dat Vervolgens die geene welke zouden mogen on„ clineeren om de pagt aan te staan, zulks zouden leggen tot een grond hunner bereekening. — een denkbeelde waartoe de vergade„ ring van 2vy:m eene directe aanleyding had gekreegen door den voorslag aan Haar door de Ministers gedaan om aan den Fiskaal van Lynden voor het gemis der voorschr: inkomsten toe te leggen jaarlyksch de importante som van ƒ 60000 —.— Maar zeederd was aan ons gebleeken dat die inkomsten der Fiskaal geenzint enzel waaren gesprooten uit de perceptie van zeekere procentoi op eenen geoorloofden handel, maar groten deels uit voordeelen, welke de Fiskaals zig uit eene lakenswaardige Conniventie van eenen voors' Compagnies belangen ruineeren morshandel hadden weeten te verzorgen, en uit den handel met de Vreemden, ter opvolging van de ordres den vergadering van xvijm. insgelyks een merkelyken Knak toegebragt, konde, na ons inzien, nu niet meer worden verwagt, dat s' Compagnie wanneer meeste 1 _o„ 18. 4
English
the greatest advantage should be pursued through the aforementioned farming-out, as long as experience has not to some degree made known the amounts of the import and export duties, as well as the influence to be expected from the liberties granted by us to private shipping and trade. Added to this was that this collection by means of farming-out might very easily have fallen into the hands of base and self-interested people, from which a great many unpleasantries and difficulties were to be expected for the Government; and this consideration had to carry all the more weight with us at this juncture because the import and export duties had already been paid by some very reluctantly before the enactment of our Publication of the 21st of November 1792, and it therefore seemed of importance, especially in the first years, that the collection thereof took place in a proper, regular, and accurate manner, lest a good matter, of importance to the Company, be spoiled in its very beginnings by improper management. For those reasons, we therefore chose provisionally to have the collection of the import and export duties proceed on the present footing through the Fiscal, to whom we have assigned four percent of what these revenues will yield annually, starting with the current financial year, for the trouble and responsibility attached thereto. The influence of our provisions toward a lawful introduction and regular collection of these revenues also soon manifested itself, for whereas the same, as we have seen, had yielded in the financial year 1791/2 no more than f 20918-:—, there has been collected from it since 1st September 1792 until the last of May 1793, and thus in nine months already, net and after deduction of the allowed percentage to the Fiscal, little less than Rds 12000. -. = or f 26400 –. – heavy money; on which ground we then also believe that this new branch of revenue can henceforth be estimated with confidence, after deduction of the aforementioned percentages, at f 30000 -. - year in, year out. In like manner, one might have expected that the Company, in its oppressive circumstances, would have found among the inhabitants of a colony upon which it had spent so much, that willingness to pay the new taxes enacted by the meeting of the XVII in the beginning of the year 1791 for all of the Indies, of which the well-mentioned Assembly undoubtedly considered itself assured at the time; but we need not enter here into the unpleasant detail of the events which had already compelled the Government here, before our arrival, to withdraw again the already published ordinance for the levying of the collateral tax, and to leave the levying of the 50th penny entirely unenforced — these are already abundantly known from the reports of the Ministers sent home to the Fatherland since then, and the brief sketch of the situation in which we found this Colony upon our arrival, which we depicted at the beginning of the first part of this Report. The Ministers, disclosing this in their frequently mentioned letter of the 18th of July 1792, brought at the same time to our knowledge that they had immediately caused the Placard enacted by the High Government of the Indies for the levying of the office tax to be published and posted, and had postponed the placing of the offering box, into which the recognition money was to be brought, and the appointing of Commissioners to officiate at the receipt, until the time of the actual levying; but when that time began to approach, they made known to us their apprehension that their good will in this matter would meet with significant obstacles, stemming primarily from the lack of specie in this Colony, and proposed to abandon the demand for this tax, and instead to conduct a review of the posts that were reputed to provide their holders with an ample livelihood, in order to find an equivalent for the office tax in the retrenchments thereof. Since we have since remedied the lack of specie by establishing a loan bank, we found a simple means to remove the inconveniences thereof with regard to the payment of the office tax, namely by setting the actual payment of the first term for the first of July of this year, by which time it could be foreseen that by means of the bank a sufficient capital would already have been brought into circulation to restore it so far that the debtors of the office tax would be able to obtain the necessary cash for the payment thereof in an easy manner. Yet we do not wish to deny that considerations of another nature have weighed more heavily with us; indeed, have made it appear impracticable to establish the office tax in this Government as generally as by the Placard of the
Dutch transcription
283 1 zen 3yl. No. 120 moeste voordeel door de voorschr: verpagting zoude worden betragt so lang de Ondervinding niet eenigermaten sal hebben doen kenna bedragen der inkomende en uytgaande regten, als den onvloed welke daar teegen te verwagten is dat daarop zullen hebben de door ons verleende vryheeden tot partikulieren vaart en handel. Hier by kwam dat deeze perceptie door middel van verpagting wel ligt zoude hebben kunnen ten komen in handen van gemeene en baatzugtige lieden, waar uit zeer veele Onaangenaamheeden en moeyelykheeden voor de Regeeringe te verwagten waaren; en deeze Consideratie moest in dit tydstip van des te meer gewigt by ons zyn, om dat de onkomende en uitgaande regten voor Eeht emaneeren onzer Publicatie van den 21e. November 1792 reeds door zommigen zeer Schoorvoekende waren opgebragd, en het dierhalven voor al in de eerste Jaeren van belang scheen te zyn dat de perceptie daar van op eene hebbelyke, regelmatige en naauwkeurige wyze geschiedde, ten einde niet zomtyds eene goede en voor de Compagnie aangeleege zaak, in desselfs eerste beginzelen door verkeerde directie bedorven word. Om die reedenen hebben my dierhalven verkoozen by provine de perceptie der inkoomende en uytgaande regten op so wel de gevolgen welke dat een en ander zal hebben op het zue Byl N:o 358. gehegd, hebben toegelegd vier procentos van het geene deeze den teegenswoordigen voet te doen geschieden door den Fiskaal aan wien wy voor de moeyte en verandwoordelykheid daaraan inkomsten jaarlyksch zullen rendeeren, ingaande met het lopende Boekjaar. De invloed onzer dispositien tot eene wettige introductie en gezeegelde invordering deezer inkomsten, heeft zig ook al spoe„ dig geopenbaard, want daar dezelve gelyk wy gezien hebben in het Boetjaar 179½ niet meer hadden opgebragt aan „ 57 ƒ 20918-:—, so is daar van zeederd pmo. Septomber 1792 tot Uilt.o Mey 1793, en dus in negen maanden reeds gepercipieerd, Zuyver en na aftrek der toegestaane procentos aan den Fistaeal _„ 375 weynig minder aan Ra: 12000. -. =t of ƒ26400 –. – zwaargeld; Op welke grond wy dan ook meenen dat deese nieuwe tak Van inkomsten voor 't vervolg met gerustheid na aftrek der voormelde pro centis op ƒ 30000 -. - Jaar door Jaar gereekend, kan worden begroot. Bellyker wyze had men mogen vermagten dat de Compagnie in haare drukkende omstandigheeden by de Ingezeekenen eener Colonie waar aan zy zo veel had te koste gelegde, zouder ontmoet hebben die bereid willigheid tot het op brengen der Nieuwe belastingen door de vergadering van RVi:tn in het den begin 285 4 die Byl N.:o 57. begin van den Jare 1791 voor geheel Indie gearresteerd, waar van Welgemelde Vergadering zig des tyds ongetwyffeld heeft verzeekerd gehouden; dog ny behoeven hier niet te treeden in het onaange naam detail der gebeurtenissen, welke de Regeering alhier reeds voor onze komst hadden genoodzaakt om de reeds gepubliceerde Ordonnantie tot ketfing van het middel van Collafiraal wede in te trekken, en de keffing van de 50. t penning geheel buyten executie te laten — dezelve zijn reeds overvloedig bekend uit de advieren der Ministers zeederd naar het Vaderland overge zonden, en het beknopt tafereel van de Sitaatie waar in wy deeze Colonie by onze aankomst vonden, het welke ny by den Aanvang van het eerste gedeelte van dit Rapport hebben afgeschr De Minister om daar van by haaren meermelden brief van den 18 July 1792 opening geevende, bragten ons teevens ter Kennisse dat zy het door de Hoge Regeering van Indie geëmaneerd Placaat tot de hetfing van het Ambtgeld on„ middelyk had doen publiceeren en affigeeren, en het plaatsen der offerkist, waar in de recegnitie zoude moeten worden gebragt en het benoemen van Gecommitteerdene om by den ontfangst te vaceeren, hadden uytgesteld tot den tyd der dadelyke heffing; dog wanneer die tyd begen te naderen gaven zy 1 _„o 376. ons te kennen haare bedrigting dat haare goede wil in deezen merkelyke hindernissen zoude ontmoeten, hoofdrakelyk spruytende uyt het gebrek aan Numerair in deeze Colonie, en sloegen voor om van de vordering van dit middel afte zien, en in steede van dien eene overziening te doen der posten die gereputeerd waren aan derzelver bezetters een ruim middel van bestaan te geeven, ten einde in de besnoeyingen daar van een equivalent van het ambtgeld te vinden. Daar my nu seederd in het gebrek aan Numerain voorsien hebben door het oprigten eener bank van leening, vorden my een eenvoudig middel om de inconvenienten daar van ten aanzien van het opbrengen van het ambtgeld uyt den vregte ruymen, door namentlyk de dadelyke voldoening, der eerste termyn te bepalen op den eersten July deezes Jaars, wanneer men konde voorzien, dat door middel der bank reeds een genoeg zaam Kapitaal in circulatie zoude zyn gebragd om dezelve so ver te herstellen dat de debiteuren van het ambtgeld op eene gemakkelyke wypse, de nodige Contanten tot de betaling daar van zouden kunnen verkrijgen. Dog wy willen niet ontkennen dat bedenkingen van een anderen dart by ons meer hebben gewogen; Ja het als om practi„ Cabel hebben doen beschouwen om het ambtgeld in die Gon„ vernement so algemeen tot stand te brengen als by het Plaeast deeren der
English
was prescribed by the High Government. We cannot yet judge with sufficient foundation whether there are very many offices at the respective counting houses in the Indies that yield more income than is required for a modest living for the incumbents, although for our part we already find many reasons to assume that the general opinion about this in Europe, misled by the exorbitant revenues of a few individual posts, is somewhat too generous. Yet with regard to this Government, it has become completely evident to us that, as matters stood upon our arrival, far the most Servants were rather in a position—if the Company's finances could have permitted it in any way—to need an improvement in their living, than to be able to spare anything from it. And as regards the income of those few who found themselves able to pay the office tax with ease, indeed with great abundance, these have been so markedly reduced by us that in their present earnings from the Company they also find only just as much as they need to exist in accordance with their rank, so that concerning these as well it might perhaps have come into consideration, not entirely without reason, whether in their regard the office tax was not too oppressive a burden; were it not that the circumstances in which the Company is situated at this juncture fully justified a measure that had been devised by the Assembly of Seventeen among the utmost efforts for the preservation of the society, and which, moreover, is generally practiced in the mother country, and is also furnished there by many a person at the expense of the modest living of himself and his household. On all these grounds, therefore, we have provisionally limited the levying of this measure to the Members of the Political Council, with the exception, however, of the Chief of the Militia, the Fiscal, and the Secretaries of Policy, Justice, and the Orphan Chamber, and have furthermore reserved the right to dispose further with regard to the remaining Servants who fall into the category of having to pay the office tax, as we desire first to learn the considerations on this matter of the Gentlemen our fellow Commissioners at Batavia, and how the levying of this measure throughout the entire Indies will have been carried into effect, which might well require further general provisions. Of such a nature, among others, we consider to be the contents of the Publication on the office tax, insofar as it is not clearly described therein whether it must also be paid by Servants who, besides salary, board money, house rent, or rations, included under the name of emoluments, also enjoy other income, upon their salary, board money, house rent, and rations. Concerning which it appeared to us that the spirit and words of the second, third, and fourth articles contradict each other; yet which we nevertheless, with regard to this Government, have provisionally determined in the affirmative, because the contrary, in our view, could not be reconciled with the clear and very general contents of the formula of the oath to be taken. Furthermore, having learned that a doubt had arisen as to what footing the office tax was to be paid on by the Commander Rhenius, we deemed it necessary on this subject to declare that the office tax must indeed be paid by the aforementioned Commander also on the income or emoluments enjoyed by him in contemplation of the assumption of authority here, which had already been or could subsequently still be lawfully granted to him, but that the aforementioned payment by him had to be made as Secunde and Chief Administrator, being the posts effectively held by him. Now, as regards the remaining taxes ordained by the Assembly of Seventeen mentioned hereinbefore, after the events that had preceded our arrival here, it could be of little use to investigate the actions of the Ministers in that regard in the minutest detail. We have therefore contented ourselves with observing in general that, seeing how much people were prejudiced against them, they had acted more prudently by suspending them until our appearance, which was then daily expected, rather than exposing themselves to the most dangerous step to which they had come, to revoke again a Publication issued after so many serious circumstances had preceded; which sufficiently indicated that either the consequences that such a Publication could have in the vehement fermentation of minds that had already manifested itself, or the resources they had to contain and overcome those consequences, had not been sufficiently thought through upon the decreeing and issuing thereof. Of much greater importance was the question whether we should still introduce those taxes and carry them into effect. If we consulted our fervent desire to assist the Company as much as possible,
Dutch transcription
287 der Hoge Regeering was voorgeschreeven. Wij kunnen nog niet met genoegzaame grond oordeelen of er op de respective Comptoiren in Indie zeer veel bediening zyn die meer inkomen geeven dan tot een sober bestaan vo de bekleeden word vereyscht, schoon wy voor ons reede veele reedenen vinden om te onderstellen, dat het algemeene den beeld, door de exorbitante revenuen van enkelde posten misleid, daar over in Europa wat al te ruym is; dog niet opzigt tot dit Gouvernement is het ons volkomen gebleeken dat, so als de zaaken zig by onze komst bevonden, verre de meeste Dienaaren veeleer in de termen veelen, om s' Compa, zie Byl. No 380 gnies Fmantien zulks eenigzints hadden kunnen toelaten, eene Verbeetering van bestaan nodig te hebben, dan ier van het zelve te kunnen missen. En was aangaat de inkomsten van die weynige, welke zig i staat bevonden om het ambtgeld met gemak, ja zeer veel ruym te, te kunnen opbrengen, dezelve zyn door ons zo merkelyk gereduceerd, dat zy in hunne teegenswoordige verdiensten by de Compagnie ook maar eeven zo veel vinden als zij nodig hebben om overeenkomstig hem Caracter te kunnen be„ staan, so dat ook omtrend deeze misschien niet geheel sonder grond zoude hebben kunnen in bedenking komen of ook ten hunnen opzigte de belasting van het ambtgeld niet een te drukkend bezwaar was; ware het niet dat de Omstandigheeden waar in de Compagnie verseerd, in dit tydstip volkomen wettigden een middel het welk door de Vergadering van Xvi:=me onder de uiterste pogingen tot behoud der maatschappy was opgetelde, en het welk daar en boven in het vaderland algemeen plaat heeft, en ook aldaar door meenig een word gefurneerd ten koste van het sober bestaan van zig zelven en zyn huisgezin¬ Op alle deeze gronden hebben wy dan de heffing van dis middel by provizie bepaaldt tot de Leeden van den Polikeken Raad /met uytzondering nogthans van den Chef der Militie (den Fiskaal, en de Secretarissen van Politie, de Justitie, en de Weeskamer, en wijders aan ons gereserveerd om met opzigt tot de overige Dienaaren, welke in de kennen vallen om het Ambtgeld te moeten voldoen, nader te disponeeren, alzo wy Verlangen alvorens op deeze materie te verneemen de Consi¬ deratoen van de Heeren Onze meede Commissarissen op Batavia, en hoedanig de heffing van dit middel door geheel Indie zal zyn tot effect gebragt, het welke veelligt nadere algemeene voorzieningen zoude kunnen vereyjschen. Van zodanigen aard beschouwen wy onder anderen te zyn of de 289 hem effectivelyk bekleed wordende. # ib idem de inhona der Publicatie op het ambtgeld, voor so verze daarby niet duydelyk is omschreeven, of het zelve door Dienaaren die be„ halven gagie, kostgeld, huyshuur of randzoenen, begreepen on der de naam van emolumenten, nog ander inkomen genieten, ook betaald moet worden deselver gagien, kootgeld, huyjshuur en rand soenen. waaromtrend het ons is voorgekoomen dat de geest en woorden van be 2„e 3,e en H. artikelen zig teegenspreeken; dog het welk wy niet te min ten aanzien van dit Gouvernement by pro t Zee Byl. No. 377. Vizie affirmatief hebben bepaald„t om dat het teegengestelde met den duydelyken en zeer algemeenen inhoud van het for mulier van den te praesteeren eed, naar ons inzien, niet konde worden overeengebragd. Wyders vernomen hebbende dat en twyffeling was ontstaan, op wat voet het ambtgeld moest worden voldaan, door den Gezaghebber Rhenius, hebben my op dit subject nodig geoordeeld te verklaaren, dat het ambtgeld door voorne: Teraghebber wel moeste worden voldaan ook over de inkomsten of emolumenten door hem ter Compleseie Contemplatie van de intreffening van het gezag alhier genoten wordende, die hem reeds waaren of by vervolg nog konden wettiglijk worden toegekend, dog dat de voorschr: betaling door hem moest geschieden als Secende en Hoofdadministrateur, zynde de posten by Was nu aangaat de overige door de vergadering van xvi„t geordon„ neerde belastingen hier voren vermeld, konde het na de gebeurte„ nissen welke onse komst alhier waaren voor afgegaan, weynig baaten de Verrigtingen der Munisters daaromtrend op het naauw„ keurigste te onderzoeken. Wy hebben ons dierhalven vergenoegd zee Zyl N:o 380. met daarop in zalgemeen aan te merken, dat zy ziende hoe zeer men daar teegen was vooringenoomen, voorzigtigen hadden gedaan met daar meede te supercedeeren, tot onze als toen dagelyksch verwagt wordende verschyning, liever dan zij te exponeeren aan de allergevaarlykste stop, waar toe zy ge„ koomen waaren, om eene Publicatie geëmaneerd na dat zo veele serieuse omstandigheeden waren voorafgegaan, weeder in te trekken; het welk genoegzaam aandeydde, dat of de gevolgen welke zodanige Publicatie in de zig reeds, gemani„ festeerde hebbende Vehemente gisting der gemoederen zoude kunnen hebben, of de ressourees welke zy hadden om die gevolgen te sluyten en te boven te komen, by het arresteeren en emaneeren derzelve niet genoegzaam waaren doorgedagt. Van vry grooter aanbelang was de vraag of my die belastingende als nog zouden introduceeren en tot effect brengen ?. Raad pleegden wy onze virige begeerte om de Maatschappy so veel hem maar
English
291 7 Very Secret No. 57. 0 _" 378. to relieve her finances as much as possible, and faithfully to carry out what had been prescribed to us in this regard by our Instruction, we felt the strongest inclination to proceed therewith. But if we, on the other hand, cast our eye upon the confused condition in which we found this Colony, and how greatly minds were heated by all kinds of malicious instigations, and prejudiced against those taxes, we could nor might conceal from ourselves that the introduction of those taxes, with however much equity they might be demanded, could not fail at that juncture to have the most frightful consequences, from which vastly greater damages were to be expected for the interests of the Company than the benefits that could ever be anticipated from those taxes. The opinion of the Ministers was also not doubtful: when one compares the contents of their Despatch of 18 July 1792 on this matter with that of a report of the Council members de Wet and van Rheede van Outshoorn, to which they refer in the said Despatch, it appears that they considered it impossible to introduce any new taxes, particularly in the prevailing fermentation of minds. We have previously already had occasion to observe that rather much cause had been given from the side of her Servants for the discontent and disaffection toward the Company which was noticed among the Inhabitants. In particular, we noted how greatly it went against the grain of the Inhabitants that while they were being subjected to new taxes at a moment in which the condition of the Colony was certainly most unfavourable, some Servants of the Company were amassing substantial fortunes; and malicious people did not fail to make use of these and similar observations to make them regard those new taxes as new means to fatten private persons at the expense of their sweat and blood, and by no means to strengthen the Company in her finances. To this must principally be attributed the extreme prejudice against the 50th penny and the Collateral, while the offensive factionalism within the body of the Government itself, and the even more offensive occurrences to which the same gave rise, and whereby whatever respect for the Government had still remained was completely shattered, may also be regarded as the contributing causes of the extreme and 293 and most reprehensible excesses into which that prejudice subsequently erupted. For all these reasons, we understood that we had to suspend the introduction of all new taxes for the time being, and to make it our first endeavour to restore order and subordination, if possible; to regain the affection of the Inhabitants for the Company through the equity of the administration, of which we had now taken the reins, and through the tokens of favour to which we found ourselves authorized; to secure the prosperity and welfare of the Colony by opening new and lasting means of subsistence; and, through a useful curtailment of the revenues of some officials, to remove the offense that had arisen therefrom, imagining that we would then be able to carry out our Instruction in this respect with greater hope of a good result. In the month of March last, our proceedings relative to the aforementioned subjects had progressed so far that the moment seemed to have arrived to proceed with them, if possible; with particular pleasure we had seen good order and proper subordination gradually return and confirm themselves more and more. The Inhabitants were, after our various proceedings for the promotion of the welfare of the Colony, convinced that the Company truly cared for it, and was mindful of them with a paternal affection. They had seen the cordial willingness with which we had opened our heart and our audience halls even to the least among them, and never, as far as we are aware, had one of them departed from us without having to acknowledge the equity of our actions, even when they were not individually favourable to him. Finally, our earnest efforts toward the further reduction of the burdens of this Government, without sparing therein any of the Servants, of whatever rank or condition, could not fail to convince them that the well-being of the Company could be the sole objective of our endeavours. Since we were ordered by our Instruction to ensure that the orders of the High Government for the levying of the taxes ordained for all India by the Assembly of XVII were strictly executed, we were mindful in the first place still to introduce the measure of the Collateral, and therefore gave notice thereof to some of the most notable Inhabitants, who had shown themselves worthy of our trust, in order to discover from them what success could now be expected from it
Dutch transcription
291 7 Zeer Bgl: N:o. 57. 0 _„ 378. maar immer mogelyk in haare finantien te soulageeren, en getrouwelyk uyt te voeren het geen ons daar omtrend by Onze Instructie was voorgeschreeven, so gevoelde my de sterkster zeyging om daar toe over te gaan. Maar vestigden my dan en tegen het oog op den verwarden toestand waar in wy deeze Colonie vonden, en hoe zeer de gemoederen door allen hande quaaraartige instigatien waren verhit, en tegens die belastingen voor ingenomen, konden nog mogten my voor on zelven niet verbergen, dat de invoering van die belastingen met hoe veel billykheid die ook konden worden gevorderd, in dat tydstip niet nalaten kon de Schromelykste gevolgen te hebben, waar van voor de belangen der Maatschappy ongelyk grooter nadeelen te verwagten waaren, dan de voordeelen welke van die belastingen immer konden word den te gemoet gezien. De O. pinie van de Ministers was ook niet twyffelagtig: wanneer men den inhoud van haare Missive van den 18 July 1792 op dit stuk vergelykt met die van een be„ rigt van de Raadsleeden de Wetten van Rheede van Outshoorn / waar toe zy zig by gemelde Missive refereeren so blykt dat zy het voor onmogelyk hielden om eenige nieuwe belastingen in te voeren, byzonder in de plaats hebbende gistirg der gemoederen. Wy hebben bevorens reeds geleegenheid gehad om aan te merken dat tot het misnoegen en disaffectie voor de Compagnie welke Onder de Ingezeetenen wierd bespeurd, al vry wat aanleyding was gegeeven van de zyde van haare Dienaaren. Int byzonder hebben my opgemerkt hoe zeer het de Ingezeetenen tegen den borst stuitte dat terwyl men hem in een ogenblik waar in de gesteld„ heid der Colonie zeeker allerongunstigst was, nieuwe belastingen opleidde, sommige Dienaaren der Compagnie importante fortuynen by een zamelden, en Kwaadaartige lieden verzuym„ den niet zig van deeze en diergelijke aanmerkingen te bedienen om hun die nieuwe belastingen te doen beschouwen als nieu„ we middelen om ten koste van hun Zweer en bloed byzondere perzoonen vel te mesten, en geensints om de Compagnie in haare finantien te styven - Heer aan moet voornamentlyk worden toegeschreeven de verzegaande vooringenomenheid tee„ gens de 50=t penning en het Collateraal, terwyl men de Aanstote„ lyke partyschappen in het lighaam der Regeering zelve, en de nog aanstotelyker gebeurkenissen waar toe dezelve aanteyding hebben gegeeven, en waar door het respect voor de Regeeringe nog was Overgebleeven, geheel den bodem wierd ingeslagen, mog aan„ merken als de aanleydende oorzaaken van de verregaande der en 293 en hoogst te vooroordeelen excessen waarboe die voorengenomen hei naderhand is overgeslagen. Om alle deeze reedenen begreepen my de invoering van alle nieuwe belastingen voor als nog te moeten opschorten, en onze eerste be„ ^moeten tragtingen te maken om de orde en subordinatie, ware het mogelyk te herstellen, de geneegenheid der Ingezeetenen door de billykheid van het besteur, waar van wy thans de tengels hadden overgenomen, en de gunstbewyzen waar toe my ons ge„ magtigd vonden, voor de Compagnie te herwinnen, den bloey en Welvaerde der Colonie door het openen van nieuwe en deurza„ me weegen van bestaan te verzeekeren, en door eene nuttige besnoeying der inkomsten van sommige ambtenaaren de aanstoot, welke daar uit gebooren was uit den weg te ruijmen, ons verbeeldende als dan met meer hoop van een goed gevolg owrer Instructie op dit respect te zullen kunnen ter uytvoer brengen. In de maand Maart Jongstleeden waren onze verrigtingen be„ trekkelyk de voorschr: Onderwerpen so verre gevorderd, dat het tyd. stip scheen gebooren te zyn om daar meede, so mogelyk, voort te gaan; niet byzonder genoegen hadden wy de goede orde en be„ tamelyke ondergeschiktheid langzamerhand zien te rug keer ren en zig meer en meer bevestigen. De Jngezeekenen waren na door onze onderscheide verrigtingen tot bevordering van de Welvaard der Colonie overtuygd dat de Maaschappy zig dezelve waarlyk aantrok, en hunner met eene vaderlyke genegenheid indagtig was. Zy hadden gezien de hartelyke bezeidwilligheid met welke wy onzen boezem en onze gehoorzaalen ook voor de minsten hunner ontsloten hadden, en nimmer /(voor so veel ons bewust is / was een hunner van ons heen gegaan, sonder de billykheid onzerhandelingen te moeten erkennen, ook dan, wanneer ze voorhem in 't byzonder niet gunstig waaren. Eyn. delyk onze ernstige pogingen tot verdere vermindering van de lasten van dit Gouvernement, sonder daar in eenige der Die„ naaren, van wat rang ofte Conditie ook, te spaaren, moesten hun overtuygen dat het welzyn der maatschappey het eenigste doelwit onzer betragtingen konde zyn. Daar ons by onze Instructie aan bevoolen was te zorgen dat de ordres der Hoge Regeering tot heffing der belastingen door de vergadering van Xri„ voorgeheel Indie geordonneerd, sthrietelyk wierden geexecuteerd, zyn my in de eerste plaats bedagt geweest om als nog in te voeren het middel van Colloteraal, en gaven dierhalven daar van Kennis aan eenige der notabels te Ingezeetenen, welke getoond hadden ons vertrouwen woordig te zyn, ten einde uit dezelve te Ontdekken, wat succes doar nu van
English
295 Annex No. 379 could be expected on grounds of probability. Yet the information we obtained from them remained just as unfavorable on this point; they acknowledged the legitimate claim that the new benefits rendered by the Company to the Colony gave it to the grateful recognition of the inhabitants. We were also assured that this was truly the case among them, and it was even believed that they would not be disinclined to the payment of some new, equitable taxes. But the collateral succession duty and the 50th penny are still regarded in such a dark and unfavorable light by most, that even the simplest country folk were seized with terror at the mere sound of those words, although they did not understand them, and believed that if those taxes had to be paid, it would be the end of them and their families. Moreover, a difficulty against the introduction of the collateral tax in this Country was presented to us, the substance of which we could not entirely deny, consisting of this: namely, that the disclosure of the state of the estates, which would have to take place with it, would reveal the unfavorable state of finances of very many people, and thus cause their ruin, whereas they might otherwise still be capable of rescue and recovery. We therefore judged that according to the rules of sound policy and appropriate prudence, it was preferable to abandon the aforementioned taxes, and to attempt to introduce others in order to bring the intended support to the finances of the Company; and therefore, convinced in our conscience that our High Principals themselves, being present, would also judge of this important matter in like manner, we considered ourselves to have the authority to proceed thereto by virtue of the ample power given to us. Having then investigated with all accuracy which taxes would be the most suitable in the present situation of this Colony, we, after having first taken the considerations of the Ministers regarding the levying of a recognition fee from repatriating persons, limited ourselves to the following. Firstly, that all qualified servants of the Company stationed in this Government, or residing here, from the Governor down to those who possess the actual capacity of Junior Merchant, inclusive, as well as all military and naval officers without distinction, together with all such persons who have served the Company in the aforementioned capacities, 295 a and are discharged therefrom, whether they have obtained burgher rights or have been placed on suspended pay, as well as the widows of all the named persons, with the sole exception regarding the latter when their possessions do not amount to ƒ 50000. -. - Cape valuation, in which case they are excused from it, wishing to leave this Country, shall be obligated to pay by way of a recognition to the Company five percent of the value of all their possessions in this Colony, both of movable and immovable property, without distinction, according to a declaration and appraisal to be made before Commissioners from the Council of Justice, which, if required, must be confirmed by the taking of a solemn oath; and no permission for the departure of such persons may be granted by the Government before it has appeared to it that the aforementioned payment has been made. Provided, however, that to those of the aforementioned persons who leave this Country with the intention not to return to reside herein and shall have given notice thereof to the Government before their departure, there shall be refunded whatever was paid by them in the aforementioned manner, if they re-establish their residence here within the time of three years after the day of their departure; but after the expiration of that term, they shall not be able to make any claim whatsoever to any restitution. That furthermore, from now on, the barrel fee of three Rixdollars per leaguer must also be paid on brandies, in the same manner as it is paid on wines, though everyone shall be free to cart and import the aforementioned brandies here at that time of the year when it best suits him, without being subject to fixed regulations in that regard. That upon the sale or alienation of immovable property, on which the fortieth penny must be paid according to the ordinances and regulations currently in force, the twenty-fifth penny or four percent of the purchase price shall henceforth be paid. That for all movable property which is auctioned by public sale in this Government, proper vendue rolls must be drawn up, just as was the case, which vendue rolls must be written, those amounting to Rd. 12½ and below, on a stamp of
Dutch transcription
295 # Zus Byk No. 379 van op gronden van waarschynelykheid konde worden verwagt Dog de informatien welke wy van hun bekwamen bleeven op dit stuk altyd eeven ongunstig, men erkende de regtmaatige aan„ spraak welke de nieuwe weldaden door de maatschappy aan de Colonie beweezen, haar gaven op de dankbare erkentenis den Ingezeetenen. men Verzeekende ons ook dat dezelve waarlyk by hun plaats greep, en vertrouwde zelfs dat zy tot het opbre gen van eenige nieuwe billyke belastingen niet ongeneegen zou den worden. — maar het Collaseraal en de 50„e penning wo den als nog in zulk een zwart en onguustig ligt by de meesten beschouwd, dat zelfs de Onnozelste landlieden op het enkeld geluid van die worden, of schoon zy die dezwerf niet verstonden, met schrik bevangen wierden, en meenden dat als die belastingen zouden moeten worden opgebragd, het met hun en hunne huysgezinnen gedaan zoude zyn. Bovendien wierd ons eene zwarigheid teegens de invoering van het middel van Collateraal in dit Land ingebragd, waar van wy de weezentlykheid niet geheel hebben kunnen ontkennen, hier in bestaande; dat namentlyk de openlegging van den staat der boedels, welke daar by zoude moeten plaats hebben den onguustigen staat der finantien van zeer veelen zoude ontdekken, en alzo hunne ruine veroorzaaken, daar dezelve anderzints nog voor redding en herstel vatbaar konden zyn Wy oordeelden dierhalven dat het volgens de reegels eener gevonde Staatkunde, en gepaste voorzigtigheid verkierlyk was van de voorschr: belastingen af te zien, en te tragten andere in te voeren om aan de findntien der Maatschappy de bedoelde onder„ steuning toe te brengen; en dierhalven in gemoede overtuygd dat onze Hoge Committenten zelve present zynde ook in dier„ Voegen over deeze aangeleege zaak zouden oordeelen, be„ greepen my nit kragte der ampele mogt aan ons gegeeven, de bevoegdheid te hebben om daar toe over te gaan. Met alle naauwkeurigheid dan onderzogd hebbende welke belastingen in de presente Situatie deezer Colonie wel de meest geschikste zouden zyn, hebben wy, na alvorens omtrend het heffen eener recognitie van repatrieerende perzoonen te hebben ingenomen de Consederatien van de Munsters, ons tot de volgende bepaalde. Eerstelyk dat alle gequalificeerde Dienaaren van de Compagnie in dit Gouvernement bescheiden, of alhier niet en woon geëta„ blisseerd, van den Gouverneur af tot die welke de effective qua„ liteit van Onderkoopman bezitten, meluis, mitsgaders alle militaire en zeevaarende officieren sonder onderscheid, beneevens alle zodanige perzoonen welke en voorschr: dezelve qualiteiten 295 a qualiteiten de Compagnie hebben gediend, en daar uit zyn Ontslagen, het zy dezelve het Burgerseekt mogten hebben ver„ kreegen, dan wel onder afgeschreeven gagie zyn gestelde, als meede de Weduwen van alle de opgenoemde perzoonen, met uyt zondering alleen omtrend deeze laatste, wanneer derzelver be zettingen geen ƒ 50000. -. - kaatsche Valuatie mogten bedragen, /in welken gevalle zy daar van zyn geexcuseerd (dit Land willende verlaaten, gehouden zullen zyn by wyze eenen recog nitie aan de Compagnie te betaalen vyf procento van de waarde van alle hunne bezittingen in deeze Colonie, en des zo wel van losse als vaste goederen, sonder onderscheid, volgens opgave en tauxatie te doen ten overtaan van Gecommitteerdens uit den Raad van Iustitie, die, des gerequireerd wordende, met praestatie van solemneelen eede zal moeten worden gesterkt, zullende door de Regeeringe geen permissie tot het vertrek van sodanige perroonen mogen worden verleend, alvorens aan dezelve zal gebleeken zyn dat de voorschr: betalinge is geschied. Zullende nogthans aan die geene van de voornoemde persoone welke dit Land verlaaten met intentie om in hetzelve niet er woon te rug te keeren en daar van voor hun vertrek aan de Regeeringe kennisse zullen hebben gegeven, wanneer zy zig binnen den tyd van drie Jaaren na den dag van hum vertrek alhier wederom met en moonctablisseeren, werden gerestitueerd, het geen door hum invoegen voorschr: zal werzen betaald: dog zullen zy na expiratie van dien termyn op geene restitutie hoegenaamd eenige aanspraak kunnen maaken. Dat wyders voortaan ook van de brandewynen sal moeten worden betaald het vargeld van drie Rytsdaalders p:r leggen, inzelven voege als het zelve betaald word van de Wynen, dog zal het een regelyk vrystaan de voorschr: Beandemynen op dientyd van het Jaar op te ryden en alhier in te voezen, als hem zulks 't best geleegen komt, sonder daaromtrend aan vaste bepalingen onderheevig te zyn. Dat by verkoop of veralieneering van voste goederen, waar van volgens de thans plaats hebbende Oraonnantien en Re„ glementen moet worden betaald de vaertigste penning, voor„ laan zal werden betaald de vyf en Twintigste penning ofte vier procentor van de verkoops prys. Dat van alle losse goederen welke in dit Gouvernement by publieke verkoping worden geveild, zullen moeten worden geformeerd behoorlyke vendebrieven, seeven gelyk zulks plaats had) welke vendebrieven geschreeven zullen moeten zyn, die groot Rd. 12½ en daar beneeden op een zegul zig van
English
from 25 to 50: 0. 24 50 to 75: 0. 36 75 to 100: 1. 0 100 to 150: 1. 24 150 to 200: 2. 0 200 to 275: 2. 24 275 to 350: 3. 0 350 to 500: 5. 0 500 to 700: 6. 0 700 to 1000: 7. 0 1000 to 1500: 8. 0 1500 to 2000: 9. 0 2000 and above: 10. 0. 0 this stamp duty having to be paid by the buyers. That lastly, under the name of Carriage money, for the vehicles named hereafter serving for convenience or pleasure, shall be paid annually as follows: For a coach, ten Ryxdaalders; for a coach wagon, Frisian wagon, or other vehicle of that nature under whatever name, six Ryksdaalders; for a Chaise or wagon, 4 Rds; above Rd. 12½ up to Rd: 25 on a Stamp of 0: 12. These taxes we introduced by a Proclamation of 16 March of this Year; whereby we emphatically impressed upon the Residents with how much right the Company had expected that they would have paid the taxes ordained by Her throughout the whole of the Indies with the utmost willingness, with how much grief and displeasure they had learned the contrary thereof upon our arrival here, but that we now firmly expected that they, having found in our actions the liveliest and most striking proofs of the continuing affection of their lawful Sovereign for this Country and its interests, would also have entirely receded from the mistaken notions which some among them had been attempted to be instilled with out of ignorance or malice, and returned to a dutiful and absolute trust in the public administration of this Colony; as all of this can be seen more fully from the contents of that Proclamation itself. A few days thereafter being informed that the vendue bills of movable goods were sometimes of a very small amount and on that account would be burdened with the Stamp duty in a greater proportion than our intention entailed, and that this gave rise to misinterpretations, we, in order to cut off even all pretexts of complaint about these taxes, and to convince everyone all the more of the equity of our actions, by Publication of 26 March following further decreed that vendue bills not importing the amount of six Ryxdaalders should be exempted from the stamp duty. Before the public introduction of these taxes, we had taken all possible precautions to assure ourselves of the good intentions of the best and most notable Residents; nor did we observe in the few weeks thereafter the slightest signs of grumbling or discontent. Several sales of movable goods held during that time went off very well, and without a single complaint from Buyers or sellers having arisen concerning the stamp duty; indeed, with how much justice this tax was regarded by us as very little burdensome was evident from the fact that it had not had the least influence on the prices paid for the goods sold, which were even disposed of at very high prices. Yet this fortunate state of affairs, which promised us a prosperous end to our difficult task in these regions, was not to last long; some of that restless sort of people, who are never content with their condition and always crave change, joined before long by some idlers and ruined individuals, succeeded in making some Residents believe that these taxes, and especially the stamp duty on the vendue bills of movable goods, constituted an unbearable burden, so that on the 9th of April about one hundred and fifty presented themselves to the Burgher Councillors with the request to petition us that the aforementioned taxes, and particularly the stamp duty on the Vendue bills, as being far too burdensome, might again be abolished. The Burgher Councillors bringing this request to our knowledge, we gave them in reply that, since we had introduced these taxes after mature deliberation and careful investigation as to whether they were proportionate to the means of the Residents, we could pay no regard to that request, and on the contrary admonished them to make their fellow Residents feel the equity thereof (which we on that occasion brought most emphatically to their attention) and to urge them to keep quiet and contented, without lending an ear to a few restless spirits whom we were convinced were the instigators and inciters of this business, into which the greater multitude had been dragged out of ignorance.
Dutch transcription
van 25 „ 50- 50 „ 75 75 „ 100 100 „ 150 150 „ 200 200 „ 275.- 275 „ 350 350 „ 500 500 „ 700 700 „ 1000 1000 „ 1500 1500 „ 2000 9„-„ 2000 en daar boven 10„ —„ — zullende dit zegulrecht door de kopers moeten worden voldaan„ Dat laastelyk onder den naam van Carossen geld. voor de hier nagenoemde rysuigen tot gemak of vermaak dienende in het Jaar zal worden betaald als volgt. Voor een koets teen Ryxdaalders. — voor een koetswagen, vries sche wagen, of ander ryting van dien aard onder wat bena„ ming ook ses Ryksdaalders. - voor een Chaise ofte Targon 4 Ro boven de Rd. 12½ tot Rd: 25 op een Zegul van —: 12. Zun zyl No. 381 8„—„— 5„ —. — —. 24 — 1 „ 24. — 2 „ —. — 2 „ 24. —„ 6. —„ 36. — Rd. st 1 „ —. — 3„ —. - Deeze belastingen introduceerden my dan by een Placaat van den 16 Maart deezes Iaars; waar by mis met nadruk aan de Jngezeete„ zen voorhielden, met hoe veel regt de Maatschappy had mogen verwagten dat zy de door Haar over geheel Indie geordonneerde belastingen met de volkomenste bereidwilligheid zouden hebben opgebragd, met hoe veel smert en ongenoegen zy het teegendeel daar van by onze aankomst alhier hadden ver„ nomen, dog dat my thans vastelyk verwagtende waaren, dat zy in onze verrigtingen de leevendigste en spreekenste bewyzen gevonden hebbende van de voortduurende geneegen„ heid hunner wettige Louwerdin voor dit Land en desselfs belangen, dan ook van de Verkeerde denkbeelden, welke men sommige hunner daaromtrend uit onkunde of kwaadwilligheid had tragten in te boezemen, geheel zouden zyn te rug gekoomen, en weedergekeerd tot een pligtmatig en onbepaald vertwoeuren in het publiek bestuur deezer Colonie; gelyk dat alles uit den inhoud zelve van dat Placaat breeder is te zien. Eenige dagen daar na geinformeerd wordende dat de Vendu- brieven van losse goederen som tyds waren van een zeer gering be„ dragen en uit dien hoofde in eene meerdere proportie met het Zegulrecht zouden worden bezwaard dan onze intentie meede bragt, en dat zulks aanleyding tot verkeerde uytleggingen Deeze gaf 6„ —„ — 7„ — — 299 gaf, hebben my, ten einde zelf alle voorwendsels van beklog ove deeze belastingen af te snyden, en een yegelyk des te meer te Overtuigen van de billykheid onzer handelingen, bij Publicatie t zee zyl. No. 382. van do. 26 Maart daar aan volgende nader gestatueerd dat vendubrieven niet importeerende het bedragen van ses Ryxd:s van het zegulregt zouden zyn geëxcimeerd. Wy hadden voor de opentlyke invoering deezes belastingen alle mogelyke voorzorgen genomen om ons te verzeekeren van de goede intentie der beste en notabelste Ingereetenen, ook bespecin wy in eenige weeken daar na geene de minste teekenen van gemon of ongenoegen. eenige verkopingen van losse goederen gehouden geduurende dien tyd waaren zeer wel afgelopen, + en sonder dat eene eenige klagte van Kopers of verkopers Over het zegubregt was gevallen, Ja met hoe veel regt. deeze belasting door ons als zeer weynig bezwaarende was beschouwd bleek daar uit, dat dezelve geen de minste invloed had gehad op de besteede pryzen der verkogte goederen, die zelfs tot zeer hoge pryzen waeren van de hand gezet. Dog deeze gelukkige gesteldheid van zaaken, welke ons een voorspoedig einde van onzen moogeliken haak in deeze gewesten beloofde, mogt niet lang duuren; eenigen van dat onrustig„ soort van mensschen, dat nummers met hunnen staat te Vreeden, altyd naar Verandering haakt, waarby zig wel ras eenige ledigloopers en geruineerde leden voegden, gelikte her om zom„ mige Ingezeetenen diets te maaken dat deeze belastingen, en wel voornamentlyk het zegulregt op de vendebrieven der losse goederen, een ondraagelyk bezwaar uit leeverden, so dat er zig op den 9e April omtrend een honderd en vyftig ver„ Voegden by Burgerraden met verzoek om bij ons te cisteeren dat de voorschr: belastingen, en byzonder het zegulregt op de Vendubrieven, als al te bezwaerende, weder mogten wer„ den afgeschaft. Burgerraden dit verzoek ter onzer kennis brengende gaven my hun ten andwoord, dat vermit, wy deeze belastingen na zys over„ leg en naauwkeurig onderzoek of dezelve geevenreedigd waren aan de vermogens der Ingezeekenen hadden ingevoerd, wy op dat verzoek geen reguard konden slaan, en hun in teegendeel aanmaanden om hunne meede Ingereetenen de billykheed daarvan (welke ny hun by die geleegenheid op het nadrukkelykst onder het oog bragten / te doen gevoelen, en hun aan te spoo„ ren om zig stilen te vreede te houden, sonder het oors te leenen aan enkelde onrustige geesten welke wy ons verree„ kerd hielden dat de aanleggers en opstokers waaren van dit werk, waar in de grootote hoop uit onkeende was meede gesleept. vreeven Iher
English
301 With this, the matter ended for the moment, and since the best and most distinguished inhabitants remained well-disposed, we also thought that it would have no further consequences; but on the 17th of the same month of April, we were informed that the Heemraden and former Heemraden of Stellenbosch and Drakenstein, along with a number of between three and four hundred inhabitants of that district, had marched up with the intention of submitting a similar request to the Burgher Council as had been done on the 9th by some Cape burghers. Under the present state of affairs, we considered it advisable to wait and see what would come of this, and only to intervene seriously in the matter should this disorderly crowd commit any improprieties. The following morning, they proceeded to the Town House, where the Burgher Council was assembled, who shortly thereafter brought the aforementioned request to our knowledge, which fully agreed with that of the Cape burghers. For this reason, we also gave a similar answer to it as to the one mentioned earlier. On that occasion, the Burgher Council collectively assured us that the said request had been made known to them in a decent manner, and that not the slightest disorder had taken place; just as that entire multitude returned to their homes on the same day, mostly displeased with those who had incited them to this fruitless expedition, which ended in considerable shame for all. We considered this matter to be finished once again, yet we could not nor should we remain indifferent to such a scandalous spectacle, and even less to the pernicious efforts that it was now clearly revealed were being employed by malicious persons to disturb the public peace, mainly using for that purpose the distribution of anonymous letters and writings among the inhabitants, several of which have come into our hands. These indeed bear the hallmarks of extreme malice, but for the rest are so full of absurdities, indeed incomprehensible, that we believe we may safely excuse ourselves from bringing them to the attention of Your Right Honorable. Therefore, on the 20th of April, we enacted a proclamation by which we brought to the attention of the good inhabitants the criminality of those instigations and the offensiveness inherent in the aforementioned procession of the inhabitants of Stellenbosch and Drakenstein. We made them perceive, on the one hand, that nothing other than a mature, impartial judgment regarding the lawfulness 303 or unlawfulness of such requests would ever be able to govern our decision concerning them, and on the other hand, that a grateful acknowledgment of the favors enjoyed from the Company would be the means to secure the enjoyment thereof in the long run. Meanwhile, we further prohibited the drafting, writing, and distribution of anonymous letters, reports, or other writings, as well as engaging in conversations tending to place our actions, those of the Government, or of public bodies and officials in a false or wrong light, or to prejudice the good inhabitants against them, or to incite them to resist them, or which in any other manner whatsoever might tend to disturb the public peace and breach the obedience owed to the lawful authorities, on pain that those who should make themselves guilty of one or more of the aforementioned crimes (if they should be discovered) shall be banished as harmful subjects to society from this Colony and its jurisdiction forever, or punished so much more severely as according to the circumstances, in accordance with the laws and edicts, shall be found appropriate; with a promise of secrecy to the informant, and even of indemnity should they be complicit therein. On the 22nd, the Landdrost of the District of Stellenbosch and Drakenstein, Bletterman (who was at the Cape at the time on business), informed us that Heemraad de Villiers, in the absence of him, the Landdrost, had convened a meeting of Heemraden and former Heemraden at the Drostdy for Friday the 26th concerning matters requiring haste, and that rumor had it that a large crowd of inhabitants would also be present there at that time. This could not be regarded by us as anything other than an open breach of good order, since the authority to convene such a meeting belonged solely to the Landdrost. We therefore thought it proper to have Landdrost Bletterman depart immediately for his Drostdy, and ordered and instructed him that upon his arrival he should summon Heemraad de Villiers, confront him with the impropriety of his conduct, and further give such directions that the aforementioned meeting of Heemraden and former Heemraden, having been unlawfully convened, should not proceed. On the 23rd, we learned that an auction at the house of a certain Lockner at the Tygerberg had had to be suspended, because none of the bystanders had made a single bid on the auctioned goods
Dutch transcription
301 Hier meede liep zulks voor detmaalaf, en daar de beste en voor„ naamste Ingezeekenen wel gezind bleeven, meenden my ook dat het geen verdere gevolgen zouden hebben, maar den 17=e derzelve maand April wierden wij onderrigt, dat de Hteemraden en Oua Heemraden van Stellenbosch en Drakensteen met een aan zal van wel tusschen de drie en vierhonderd Ingezeetenen van dat District waren opgekomen, met een voorneemen om een gelyk verzoek als den 9:e door eenige kaabsche burgers geschied was, aan Burgerraden te doen. Wy vonden het in de teegenswoordige gesteldeheid van zaaken raadzaam af te wagten wat hier van worden zouden, en ons alloen ernstig met de zaak te bemooyen, wan neer deeze onge reegelde hoop zig aan onbetamelykheeden mogtschuldig maken zy begaf zig des anderen daags s' morgens naar het Raad- huys, alwaar burgerraden vergaaerd waaren, die ons kort daarop ter kennis bragten het voormelde verzoek, het welk met dat van de kaabsche burgers volkomen instemde, Wes van syl N. o 383. halven my daerop ook een gelyk andwoord gaven, als op het eevengemelde. Burgerraden verzeekerden ons by die geleegen heid geza„ mentlyk dat het gemelde verzoek in deeente kennen aan hun was gedaan, en dat daar by geene de minste ongereegeld te had plaats gevonden; gelyk ook die geheele meenigte ten zelven dage naar hunne wooningen te rugkeerde, meerendeels mis noegd op de geene die hun tot deezen Vrugtloosen togt, die tot merkelyke beschaming van allen afliep, hadden aangespoord Wy reekenden wel weederom deeze zaak daar meede geendigd, dog konden nog mogten egter onverschillig blyven aan eene zo ergerlyke ver„ tooning, en nog veel minder aan de Verderffelyke pogingen, welke het zig nu klaar ontdekte dat door Kwaadwilligen wierd in 't werk gesteld om de publieke ruest te stooren, zig voornamentlyk daar toe bedierende van het verspreyden van naamlooze brieven en geschriften onder de Ingezeetenen, hoedanige ons verscheide zyn in handen gekomen, die wel de kenmerken dragen van eene verregaande Kwaadaartigheid, dog overigen so volongezymd- heeden, ja onverstaanbaar zyn, dat wy meenen ons gerust te mogen dispenceeren dezelve onder het oog van uw wel Edele Hoog Agtbaare te brengen. Wy arresteerden dierhalven den 20e April eene Publicatie, waar by wy de goede Ingezeetenen onder het oog bragten het mis„ dadige van die opstokeryen, en het aanstootelyke dat in de voorschr„ Optogt der Ingezeetenen van Stellenbosch en Drakenstein geleegen was, en hun deeden gevoelen aan de eene Kant dat nimmer ich anders dan een gevortig onpartydig oordeel over de regtnatigheid had of 303 of onregtmatigheid van soortgelyke Verzoeken, in staat zoude zyn onze beslissing over dezelve te reegelen, en aan de andere Kant dat eene dankbaare erkentonis voor de van de Maatschappy ge noote gunst bewyzen het middel zoude zyn om zig het genot daar van op den duur te verzeekeren — terwyl my daar by voorts interdiceerden het opstellen, schryven en verspreiden van naam looze brieven, berigten of andere geschriften, mitsgaders het voeren van gesprekken, tendeerende om onze daden, die der Regeeringe ofte van publicke Collegien en ambtenaaren in een velsch of ver„ keerd dagligt te plaatzen, ofte de goede Ingezeetenen daar tegen voor in te neemen, ofte hun aan te spooren zig daar teegen te verzetten, ofte die op eene andere wyze, hoegenaamd, zonder strekken tot verstoringe der purblieke rust, en verbreekinge van de gehoorzaamheid aan de wettige overgheid verschuldigd, op poene dat de geene die zig aan een ofte meer der voorzeide Delieten zouder schuldig maken, (wanneer dezelve ook zouden mogen worden agterhaald) als schadelyke subjecten voor de samenleeving, ten eeninigen dage uit deeze Colonie ende den Ressorte van dien zouden worden gebannen, ofte zo veel zwaarder gestraft, als naar mate der omstandigheeden, volgens de wetten en Placaten zoude bevonden worden te behooren; met belofte van secretesse aan de aanbrenger, en zelfs van emprniteit wanneer zy daar aan meede pligtig mogten zyn: Den 22„e gaf de Landdrost van het Distrct van Hellenbosch en Dra„ Kinstein Bletterman (die zig des tyds om beezigheeden aan de Kaab bevond /ons konnis, dat de Heemraad de Villiers in absen„ tie van hem Landdrost eene vergadering van Heemraden en Oud Heensraden had, belegd in de Drostdy tegens vrydag den 26:e over zaaken die spoed vereischten, en dat de spraak gong, dat zig als dan eene groote meenigte Ingezeetenen ook aldaar zoude bevinden. Dit kon by ons niet anders worden aangemerkt dan als eene Opentlyke inbreuk op de goede orde, de wyl alleen aan den Landroot de bevoegdheid toekwam om eene soortgelyke vergadering by een te roepen. Wy vonden dierhalven goed den Landaroste Hetterman terstond, naar zyne Drostdy te doen vertrekken, en gelasten en instruceerden hem dat hy by zyne aankomst den Heerraad de Villiers by zig zoude ontbieden, hem het ombekamelyke van zijne handelwyze voor ogen houden, en voorts die directie houden dat de voorschr: Vergadering van Heemnaden en Oud Heemraden, als onwettiglyk by een genoepen, geen voortgang nam. Den 23 de vernamen wy dat eene Vendutie ten huyzen van zeekeren Lockner aan de tygerbergen, had moeten worden opgeschort, alzo niemand der omstanderen een eenig bod op de geveelde goederen wanneer had
English
305 see Appendix No 384 had wanted to do, after they had been told in response to questions asked about the matter, that the stamp duty on movable and the Lord's right on immovable property would have to be paid in accordance with our Placard of 16 March 1793; but that otherwise on that occasion not the slightest irregularity or impropriety had occurred. Shortly thereafter we received similar information regarding an auction held here at the Cape. On the 24th Landdrost Bletterman notified us by letter that he had carried out our orders regarding the aforementioned Meeting of Heemraden and Former Heemraden to the extent that, having summoned the Heemraad de Villiers to him, he had pointed out to him the error of his actions, with the result that at the request of him, de Villiers, it was written to Heemraden and Former Heemraden that, being convinced of his lack of authority to convene that meeting, the same would consequently not take place. Two days later, on the 26th, we received further report from the aforementioned Landdrost that, according to information obtained by him on the evening of the 24th, serving and former Heemraden would meet on the 26th at the dwelling of the first serving Heemraad de Villiers, who had been obliged to do so in order to avoid the hatred of his d_o 385 fellow citizens, but that he had learned the following day, the 25th, that a large number of inhabitants desired that this Meeting should be held in the Council Chamber at the Drostdy; That at the moment the letter was dispatched, Heemraden and a large number of inhabitants were still at the place of the aforementioned de Villiers, and he, the Landdrost, trusted that the inhabitants would be dissuaded by Heemraden from their intention to meet in the drostdy, but that notwithstanding the diligence exerted to that end, he had been able to obtain no information regarding the reason for that Meeting, but presumed that doubts regarding the introduction of other taxes had given occasion thereto, and that the citizenry would request the abolition of the vat tax on wine and brandy, as well as the increase of the Lord's right on the sale of immovable, and the stamp duty on that of movable property. On that same day the rumor spread that the inhabitants in the outer districts were to march up to the Cape in the next few days in even greater numbers than the first time in order to repeat their previous requests. Everything therefore indicated most clearly that the fire smoldered under the ashes and merely sought an opportunity to burst forth. 307 see Appendix No 387. After our last publication we could not, without compromising our authority, tolerate such an offensive march to the Cape. Many reasons had, on the other hand, to advise us not to make use of the power we had in hands to prevent the same immediately except in the highest necessity; to await events any longer was also very precarious, since it was to be feared that the boldness of the ill-disposed would thereby increase noticeably, and on the contrary the anxiety of the good inhabitants, which was already manifesting itself among many, would become greater, and perhaps give occasion that some would begin to waver in the upright sentiments of which they had hitherto made profession. In this critical situation we took the decision that very same evening to proceed in person to Stellenbosch on the 28th, in order to attempt to quell the disturbances taking place there on the spot itself, and to give notice thereof to the see Appendix No 386. Landdrost Bletterman, as we immediately did, with orders to inform the Heemraden, Former Heemraden, and where he should further deem it to be necessary, that we would grant an audience at Stellenbosch on the 29th to Heemraden, Former Heemraden, and further private persons residing under that District who might have something to present to us. This expedient appeared to us to be the most suitable in all respects. Convinced in our conscience of having, on all occasions to the best of our knowledge, in so far as such was consistent with our duty, sought and promoted the greatest welfare of the inhabitants, there was not a single reason why we should not proceed into their midst with the complete tranquility, but it could be of much use and influence to demonstrate such openly. Moreover, we had every reason to suppose that the great multitude had been misled by a few instigators, and thus had to expect that they would be brought back to their duty when we held it before their eyes with the requisite clarity and fitting emphasis; especially when we kept our intention secret at the Cape, where those instigators mainly resided, and thereby prevented them from rendering our good intentions elusive. Finally, we thereby completely thwarted the intended march to the Cape, which, as has been said, was much better to prevent than to have to stop. On the 28th then, after the conclusion of the morning Divine service, we gave notice of our intention to the Council, and likewise to Burgher Councillors summoned to us for that purpose, and departed immediately thereafter for Stellenbosch, where we arrived late in the evening.
Dutch transcription
305 t sees Byl: No 384 had willen doen, na dat hen op de daar omtrand gedaane vragen„ geregd, was dat het Zegnbregt op de losse en des Heeren geregtigheid op de vaste goederen zoude moeten worden voldaan agtervolgens om Placaat van den 16 Maart 1793; dog dat overigen by die gelee„ genheid geen de minste ongezeegeldheid of onbetamelykheid was voorgevallen. Kost daar op bekwamen my eene gelyke informatie omtrend eene gehoude vendutie alhier aan de Kaab. Den 24„e gaf de Landdrost Bletterman ons by missive kennis dat hy onze beveelen betrekkelyk de voorgenoeme Vergadering van Heemraden en Oud Neemraden in so verre had ten uytvoer gebragt, dat hy den Heemraad de Vettiers by zig hebbende ont„ boden, denzelven het verkeerde zynen handelongse had voorogen gehouden, met dat gevolg dat op verzoek van hem de Villiers aan Heemraden en Oud Heemraden was aangeschreeven dat hyj van zyne onbevoegdheid tot het by een roepen van die vergadering Over tuygd zynde, dezelve mits dien geen voortgang zouden hebben. Twee dagen later den 26 7 bekwamer my van voorn:e Landdrost nader berigt, dat volgens informatien by hem den 24=en des avonds bekomen, regeerende en oud Heemraaden den 26„en zoude vergaderen aan de woonplaats van den eersten regeerenden Heemraad de Velliers, /welke daar toe verpligt was geworden om den haar zyner d _„o 385 meede burgeren te ontwyken (dog dat hy den volgonden dag /den 257 vernomen had dat een groot aan hal. Ingezeetenen begeerden, dat die Vergadering in de Racaraal /op de Brostoly /zoude gehouden worden, Dat op het ogenblik van het afgaan der brief Hteemraden en een groot aanzal Ingereetenen zig nog ter plaatze van voom:de de Velliers bevonden, en hy Landdrost vertrouwde dat de Ingezee„ tenen van hun voorneemen om in de drostdg te vergaderen, door Heem raden zouden worden gedetourneerde, dog dat hy niet teegenstaan„ de de daartoe aangewende Vlyt, van de reede dier Vergadering geene informatie had kunnen bekomen, dog presumeerde dat uyt troysele Aangaande die ontroductie van andere belastingen daar toe aan„ leyding hadden gegeeven, en dat de burgery zoude verroekende af„ schaffing van het Vatgeld op de wyn en brandewyn, mitsgaders van de verhoging van s' Heeren gezegtigheid op den verkoop van Vaste, en het zegulregt op die van bosse goederen. Op dien zelfden dag verspreidde zig het gerugt dat de Ingereekenen in de buyten distrecten eerstdaags in nog veel groter getale van de eerste keer naar de kaab stonden op te komen om hunne vorige ver„ zoeken te herhaalen. Alles duydde dierhalven ten klaarsten aan dat het vuur onder de Assche Smeulde en slegts naer geleegenheid ragtte om uyt te barten meede Na1 307 kzeer Byl: N:o 387. Na onze laaste publicatie konden my zonder onze Authoriseit te Compromitteeren; sodanige ergerlyke optogt naar de kaal niet dulven Veele reedenen moesten ons aan de andere kant, aanraden om niet dan in de hoogste noodzakelykheid gebruyk te maken van de magt die Wy in handen hadden om dezelve dadelijk te beletten; Langer de gebeurtenissen af te wagten was ook zeer haggelyk, dewyl te dugten was dat de stootmoedigheid der Kwalijk gezinden daar door merke lyk zoude aangroeien, en daarteegen de ongerustheid der goede Inge Zeekenen, die zig reeds by veelen openbaarde, grooten worden, en welligt aanleyding geeven dat sommige en de braave gevoelens, waar van zi tot dis verre professie hadden gedaan, zouden beginnen te wankelen In deeze Criteeke Situatie namen wy nog dien zelfden avond het besluit om ons den 28=e en perzoon naar Stellenbosch te begeeven ten einde te tragten de plaats hebbende onlusten aldaar op de plaats zelve te dempen, en om daar van Kennisse te geeven aan den t zie hyl: N:o. 386. Landdrost Bletterman, gelyk my dadelyk deeden, met last om de Heemraden, Oud Heemraden, en daar hy verder zoude oordeelen zulks nodig te zijn, te informeeren dat my den 29e op Sellenbooch dudientie zouden verleenen aan Heemraden, Oud Heemraden, en dar sy vorden zoude e zl te zinif woen en verdere partikuliere persoonen onder dat District redso teerende, welke iets aan ons zouden hebben voor te dragen. Dit middel kwam ons voor in allen opzigte het geschikste te zyn, In gemoede Overtuygd van in alle geleegenheeden na ons beste weeten, voor zo Ver zulks met onzen pligt bestaanbaar was, het meate wel zyn der Jngezeekenen te hebben betragt en bevorderd, was er geen eene Reede waarom wy ons niet met de volkomense geruestheid in hun midden zouden begeeven, maar het kon van veel nut en instoed zyn zulks opentlyk te doen blyken — Daar en boven hadden wy alle reedenen om te onderstellen dat de groote meenigte misleid was door enkelde opstokens, en moesten dus vermagten dat zy tot kunnen pligt zouden worden te rug gebragt, wanneer my hun die met de Vereschte klaarheid en gepaste naduk voor ogenheelden. — vooral wanneer wy ons voorneemen aan de Kaal geheim hielden„ daar die opstokers voornamentlijk huysvesten, en daar door voor„ Kwamen dat zy onze goede intentien niet elusoir maakten— Eyndelyk daar door verydelden my geheel de voorgenome op¬ togt naar de Kaab, welke het, gelyk gezegd is, veel beeten was voor te komen dan te moeten beletten. Den 28' dan, na het eyndigen van den ogtend Gode dienst Oeffening, gaven ny aan den Raad kennis van ons voorneemen, en zo ook aan Burgersaden tot dat einde by ons ontboden, en vertrokken daar op onmiddelyk naar Stellenbosch, als waar my des avonds laat aankwamen. Dit De
English
Landdrost Bletterman had ridden out with Heemraden and former Heemraden to meet and welcome us, but having by chance taken another road, we had missed them, so that they arrived at the Drostdy (where we had taken up our quarters) a considerable time after us. We made known to them in brief words how displeasing it had been to us to learn that the inhabitants of the district, still not content with all that we had done for the colony, still thought they had grievances that had to be presented to us; whereas we, in order to make an end of the matter, had condescended to come and investigate the same in person; and that we, always persisting in our affection toward them, nevertheless expected no less a due obedience from their side to our lawful commands, and acquiescence in everything that was judged by us to be fair and useful, and which we as such were obligated to maintain; while we wished to attribute only to the efforts of some ill-disposed persons the offensive occurrences that had taken place; furthermore appointing the following day to be further informed by Heemraden and former Heemraden concerning the grievances of the inhabitants. Meanwhile, we perceived not without considerable indignation that our publication of the 20th had not arrived and been posted at Stellenbosch earlier than on the very same day as ourselves; which we afterward learned had occurred through negligence at the Political Secretariat. On the 29th at the hour appointed by us, all the Heemraden and former Heemraden appeared in the assembly hall at the Drostdy. We had them sit according to rank, and having placed ourselves at the upper end, we represented to them in substance and with requisite emphasis that some time ago we had been informed of the applications made by a large part of the inhabitants of the district to the burgher councilors for the abolition of the newly introduced taxes, but that, as we had expected, those people, brought back from their mistaken way and convinced of the groundlessness of their requests, had returned home; but that we had now again been obliged to hear of an intended meeting in the Drostdy, and that, when this had been prevented as completely inadmissible and running counter to good order, the same had nonetheless taken place at the house of one of the Heemraden; further asking them whether such acts were consistent with the modesty and the confidence which the inhabitants owed to their authorities? — with our generous invitations, when we had granted free access to our persons even to the humblest inhabitant? — with the fatherly affection with which we had listened to everyone's complaints, and so far as it had been in our power had sought to remove their difficulties and to dry the tears of the unfortunate? — whether this was answering to the cares we had shown for the interests and prosperity of the colony and inhabitants, and the new benefits conferred upon them, which we at the same time distinctly recalled to them. Thereupon proceeding to an analysis of the newly introduced taxes, we demonstrated to them the equity that lay in the paying of the same for the support of a Company to which the inhabitants owed everything, how little burdensome the same were, and with how much malice therefore certain persons used the same as a pretext and means to mislead their simple fellow inhabitants, and to cause them to abandon the real happiness which they could enjoy under a just government in order to chase after vain phantoms of the brain, which could ultimately not fail to turn out to their general ruin. We ended by saying that we expected rather of the Cape inhabitants that they would properly discharge their duties toward us, who could in all respects make so much claim upon the fulfillment thereof — that we demanded striking proofs thereof at this moment — that we required of them the faithful observance of the solemn oath which they had taken to us in the presence of that same Supreme Being who had been witness to the disinterested zeal which we had employed for their best welfare, but also of the oath which we had taken into the hands of His Highness, and whereby we too had sworn fidelity to the Company, and to maintain its lawful interests with all our power; — a promise in which therefore no one should imagine that we would ever, for better or for worse, fail. This address had all the effect that we could have expected from it. Those among them who had been named to us as the principal of the discontented gave unambiguous tokens of the deep impression which it had made especially upon their minds. All assured us most earnestly of their fidelity, attachment, and obedience, and they unanimously undertook to exert their most zealous efforts to instill those sentiments also in all their fellow inhabitants.
Dutch transcription
309 De Lanaaroste Bletterman was met Heem raaden en onde Heem„ raaden ons te gemoet gereeden om ons in te halen, maar by toe val eenen anderen weg genomen hebbende, hadden wy hun gemist. zo dat zy een geruimen tyd na ons in de Drostdy, (alwaar wy onzen intrek genomen hadden / aankwamen. Wy gaven hun in korte woorden te kennen hoe onaangenaam het ons gevallen was te verneemen dat de Ingezeekenen van het Dei„ trict, nog niet te Vreede met alles wat my voor de Colonie gedee hadden, nog berwaaren meenden te hebben die aan ons moeste worden voorgedragen; daer wy, om daar van eene afkomst te maken Ons verleedigd hadden om dezelve in perzoon te komen, onder zoeken; En dat wy, altijd valhardende in onse geneegenheid ten hunnen opzigte; egter niet minder verwagtende waren een Verschuldigde gehoorzaamheid van kunnen kant aan onse wettige beveelen, en berusting in alles wat door ons bellyk en nattig wier geoordeelte, en het welk wy als zodanig verpligt waren te hand haven; terwyl my alleen aan de pogingen van sommigen kwaa willigen wilden toeschryven de aanstotelijke gebeurteniss en be er hadden plaats gehad; wyders den volgenden dag bepa lende om door Heemraden en OudHteenverder omtrend de bezwaaren der Ingezeetenen nader te worden Onderrigt. Immiddels bespeurden my niet sonder merkelyke Ontsteckking dat onze sublicatie van den 20:' niet eerder als op denzelfden dag met ons op stellenbosch was aangekomen en geaffigeerd; het welk wy naderhand vernomen hebben door oagtzaamheid op de Politeeke Secretarye te zyn toegekomen. Den 29=e op het door ons bepaalde Uur verscheenen alle de Heem„ raden en Oud Heemraden in de vergadering zaal op de Drostay; Wy deeden hun zitten volgens rang, en ons zelven aan het hoger einde geplaatst hebbende, hielden wy hun in substantie en met ver„ eischten nadruk voor dat wy eenigen tyd geleeden onderrigt waren geworden van de instantien door een groot gedeelte der Ingereekenen van het district by burgerraden gedaan om op hef„ fing van de nieuw geintroduceerde belastingen, dog dat, gelyk wy zulks verwagt hadden, die hieden van hunnen verkeerden waar te rug gebragt, en overtuygd van de ongegrondheid hun„ ner verzoeken, naar huijs waren te rug gekeerd; dog dat my nu wederom hadden moeten hooren, van eene voorgenome vergade„ ring in de Drootdy, en dat, wanneer zulks als geheel en al on„ bestaanbaar en aanlopende tegens de goede orde was verhui„ derd, dezelve niet te min aan het huys van een der Steemraden had voortgang gehad: hun verder afvragende of diergelyke daden over een te brengen waaren met de bezamelykheid en het vertrouwen het welk de Jngereekenen aan hunne dat Overigheid 311 Overigheid verschuldigd waaren ? — aan onze gulle uyt nodigingen, wanneer my ook aan den gerengsten ingezeeten den vryen toegange tot onze persoonen hadden vergund. — aan de Vaderlijk genee„ genheid waar meede wy een oegelijksch klagten hadden aangehoord, en voorso veel zulks in ons vermogen was geweest hunne zwarg„ heeden hadden tragten weg te nemen en de tranon van ongelukkigen op te drogen. — of dit was beandwoorden aan de zorgen welke Wy betoond hadden voor de belangen en welvaarde van Colonie en Ingezeetenen, en de nieuwe weldaden, aan dezelve beweezen. — wel ke wy hun teevens distinctelyk heren norden. Daar op treedende tot eene ontleediging der nieuw ingevoerde belastingen toonden myj hun aan de bollykheid welke en hetr opbren„ gen derzelve tot soutien eener Maatschappy, waaraen de Jongereekenen alles te danken hadden, geleegen was, hoe weynig drakkende de„ zelve waran, en met hoe veel kwaadaartigheid dierhalven en kolde perzoonen dezelve deeden dienen tot een voorwendsel en med„ delen, om hunne eenvoudige meede Ingereetenen te misleyden, en te bragten het weezentlyk geluk, het welk zy onder eene bellyke Regeering konden genieten, te doen verlaten, omn ydele harsscheu- schimmen na te Jagen, het welk eyndelyk niet missen konde uyt te lopen tot hun algemeen verder ƒ. Wy eyndigden met te zeggen dat my veel eer van de Kaabsche Jngereekenen verwagtende waren, dat zy zig van hunne pligten Omtrend ons, die op derzelver vervulling in alle opzigten so veel aanspraak konden maaken, behoorlyk zouden kwyten — dat my daar op dit ogenblik spreekende bewijzen van vorderden - dat wy van hun eyschten de getrouwe nekoming van den plegtigen eed welke zy aan ons hadden afgelegt in teegenwoordigheid van dat zelfde Opperweezen, het welk getuygen was geweest van den belangeloozen Yver welke nij tot han meeste best haaden aangewend, maar ook van den eed welke wy in handen van Zyne Hoogheid hadden afgelegt, en waar by ook my trouwe hadden gezwooren aan de Maatschappy, en haare wettige belangen met al ons Vermogen te zullen handhaven; — eene belofte waar aan dierhalven niemand zig verbeelden moest dat wy emmer, om lief of leed, zouden in gebreeke blyven. Deeze aanspraak had al de uytwerking welke my en van hadden kunnen verwagten — die onder hun welke men ons had opgegeeven als de voornaamste der misnoegden, gaven geene dubbelzinnige blyken van den diepen indroek welke dezelve voor al op hunne gemoederen gemaakt had — alle verzeekerden ons om het zeerst van hunne getrouwheid, aanklieving en gehoorzaemheid, en zy naamen eenpaarig aan hunne Yverigste pogingen te zullen aanwenden om ook die gevoelens by alle hunne meede in Jn
English
313 1st Annex: No. 388: to reawaken the residents and to counter the machinations of the ill-disposed, believing, however, that it would contribute greatly thereto if we would cast a favorable eye upon certain requests or grievances that had been presented to them that morning on behalf of the residents, in order to bring the same to our attention; and contained in a writing which they handed to us. Upon perusing that writing, we found that it fully presented everything that the drafters believed ought, on various grounds, to be considered as tending toward the burden or taxation of the residents, but that their requests were actually limited to only four, namely: Firstly, that it might be forbidden to lend money at an interest rate higher than five percent per year. Secondly, that everyone might be permitted to supply meat to foreign ships, and that the privilege granted in this regard to the contracted butchers be abolished, as they, through their unreasonable exactions, caused an obstruction in trade with foreigners. Thirdly, that with the abolition of the salt lease, the gathering of salt might once again be made free for everyone, and Fourthly, that the vat fee on brandies might be abolished again. If these requests were favorably granted, the drafters expressed their willingness to pay the remaining new taxes and even to pay the tithe on all slaughter cattle passing the patrol guard (at which offer one should not be surprised, for among them there was not a single cattle breeder), provided that no further taxes were then imposed upon the residents. Since we considered it advisable to make use of the good disposition that we generally perceived, we resolved preferably to leave aside the reflections that might otherwise rightfully have been made on the form of that unsigned document, and after having briefly demonstrated on how little ground the taxes enumerated therein were represented as oppressive, we noted regarding the first of those requests presented therein, that not without great inconveniences for the Colony could the lawful commercial interest in general be reduced to five percent, of which we only wished to mention the disadvantage that would thereby be brought upon the poor funds and the Orphan Chamber, which nevertheless in 315 the present times could not spare the least of their resources; that also the interest of 6 percent per year in this Colony was legitimized by public authority, and being in itself by no means excessive, the people who had lent out their moneys at that interest could in no fairness be obliged to content themselves with a lesser rate; but that we, in order to give them a new token of our goodwill, were willing to take into consideration whether some regard could be paid to their request with respect to the moneys that were lent out by the Loan Bank. Concerning the second request, we pointed out to them that the exclusive privilege of supplying meat to passing foreign ships had been lawfully granted to the contracted butchers and had already been possessed by them for so many years, wherefore no change could be made therein; that we had also seen to it that foreigners would henceforth be treated by them in this regard in a reasonable manner, and that the causative reason for this request consequently lapsed of itself. Regarding their third request, we perceived that the greatest cause was given by a spread rumor as if we intended to raise the price of salt; we completely reassured them on that matter, but declared at the same time that since the Company, as Lord of the Land, was fully entitled to lease out the salt pans, no change was to be expected in that matter either. We also declared the same with regard to their fourth or last request, for the abolition of the vat fee on brandies; but since representations had already been made to us from various sides that, in order to prevent monopolies that would be exceedingly oppressive for the wine growers, the general lease of Cape wines might again (as had indeed once taken place) be carried out in four separate parcels, in such a manner that each parcel was granted to a separate person, and this had already appeared to us not unreasonable, we informed them of our intention to take this matter into further consideration, trusting thereby to give an open token of how much the interests of the wine growers (as are most of the residents of that District) were at our heart. Heemraden and former Heemraden showed themselves very pleased with the explanations into which we had entered, and requested that we would take our final decisions upon the requests of the residents in such a manner that the same could become generally known there
Dutch transcription
313 1 zus Byk: N:o 388: Ingereekenen weeder op te wakkeren, en de machinatien der Kwalyk gezinden tegen te gaan, egter meenende dat daartoe zeer veel zoude toebrengen, wanneer my een gunstig reguard zonden willen slaan op zommige verzoeken of bezwaaren welke hun dien ogtend van weegen de Ingezeetenen waren voorgedragen ten einde dezelve ter onzer kennisse te brengen; en vervat by een geschrift, het welk zy ons ter hand stelden. By het doorlopen van dat schriftmur von aen wy dat daarby wel ampel wierd voorgedragen alles wat de opstellers meen den uit verschillende hoofde te moeten worden geconsidereerd als tot bezwaar of belasting der Ingezeetenen te strekken, dog dat hunne Verzoeken zig eygentlyk maar tot vier bepaalden, namentlyk Voor eerst dat verboden mogt worden gelden uyt te zetten tot een hoger Interest dan Vyf pro centos in 't Jaars Ten tweeden dat aan een iegelyk mogt vergund worden het leeveren van Vleesch aan Vreemde Scheepen, en vernietigd het voorregt daartoe aan de gecontracteerde Slagters Compae„ teerende, als die door hunne onmatige afeysschingen eene „stremming in den handel met de vreemdelingen veroor zaakten. Tenderden dat /met afschaffing van de zoutpagt (her rapo zout wederom voor een yegelyk mogt worden vrygestelde, en Ten vierden dat het vatgeld op de brandenynen weder mogt worden afgeschaft. Wanneer deeze verzoeken gunstig wierden toegestaan, betuygden de opstellers hunne bezeidwilligheid tot het opbrengen van de overige Nieuwe belastingen en zelfs om ook van al het slagtvree de pa„ trouille wagt passeerende de tiende te betaalen, (over welker aanbod men zig niet verwondere, wanz onder hem was geen enkelde Veefokker /mits als dan geene meerdere belastingen aan de Ingezeekenen wierd opgelegd. Vermits my het raadzaam vonden gebruyk te maaken van de goede dispositien welke my over het algemeen bespeurden, besloten wy liefst agter te laten de reflexien welke anderzints op de form van dat /ongeteekend / stuk met regt zouden hebben kunnen worden gemaakt, en na Kortelyk te hebben aangezoend met hoe weijnig grond de daar in opgetelde belastingen als drukkende wierden opgegeeven, merkten my aan op het eerste dier verzoeken daar by voorgedragen, dat niet sonder groote inconvenienten voor de Colo„ nie de geoorloofde kandel interest in het algemeen op vyfp C:t: zoude kunnen worden gereduceerd, waar van wy alleen maar wilden aan„ haalen het nadeel dat daar door aan de armen Kassen en de Wees- Kamer zoude worden toegebragde, welke nogthans in de teegens van 315 teegenswoordige tyde niet het minste van derzelver ressourees konden met sen; dat ook de Interest van 6 pc it Jaar in deese Colonie met publiceke Authoriteit gewettigd, en in zig zelven in 't geheel niet onmatig zynde de lieden welke hunne ing penningen tegens dien Interest hadden Uytgezet, met geen billykheid konden worden verpligt zig met een minderen te vergenoegen, dog dat my, teneinde hun een nieuwe blyk te geeven onzer geneegenheid, wel wilden in overweeging neemen, of op hun verzoek eenig reguard zoude kunnen worden geslagen. ten aanzien van de penningen die door de bank van Leening werden uytgezet. Omtrend het tweede verzoek bragten wy hun onder het vog, dat het uytsluykend voorregt om vleesch te leeveren aan de passeerende Vreemde scheepen aan de gecontracteerde slagten wettig toegestaan en door hun reeds so veele Jaaren bezeeken zynde, mitsdien daar in geene Verandering konde worden gemaakt. — dat wy ook t zee y l: No. 345 gezorgd hadden dat de Vreemdelingen voortaan door hem in dit Opzigt op eene reedelyke wyze zouden worden behandeld, en mits dien de aanleydende oorzaak tot dit verzoek van zelfs Kwams te vervallen. Tot hun derde verzoek bespeurden wy dat wel de meeste aan leyding had gegeeven een uytgestrooyd gerugt als of my voorneemens waaren de prys van het zout te verhoogen wy stelden hem daar omtrend volkomen gerust, dog verklaarden teevens dat Vermits de Compagnie als Heer van het Land tot de verpagting der zouk pannen volkomen geregtigd was, daar in ook geene Verandering moest worden verwagt. Dit zelfde verklaarden wy ook niet opzigt tot hun vierde of laaste Verzoek, om afschaffing van het vatgeld op de brande„ Wynen — dog nadien reeds van verscheide kanten instantien by ons waren gedaan dat tot voorkoming van monopolien die ten uitersten drukkende zouden zyn voor de Wyngaardeniers, de generaale pagt der Kaabsche wynen wederom, (gelyk wel een had plaats gehaa / mogt geschieden in vier afzonderlyke perceelen, sodanig dat elk perceel aan een afzonderlyk perzoon wierd gegund, en ons zulks reeds niet onbellyk was voorge„ koomen, gaven wy hem Kennis van ons voorneemen om deeze zaak in nadere Overweeging te neemen, als vertrouwende daar door eene opentlijke blyk te gewen hoe zeer de belangen der Wyngaardeniers /hoedanig de meeste Ingereekenen zyn van dat District / ons ter harte gingen. Heemraden en Oud Heemraden toonden zig zeer vergenoegd over de explicatien waar in my waaren getreeden, en verzogten dat wy onze finale dispositien op de Verzoeken der Jngdrecken an wilden neemen op eene wyze dat dezelve algemeen bekend daar konden
English
See Appendix No 381. could be, when they imagined that the same would be fully accepted, as well as the newly introduced taxes, concerning which they requested to be elucidated by us, whether among the real property of which, pursuant to our Edict of 16 March, the 25th penny had to be paid upon sale or alienation, were also included the buildings and improvements of the loan places, as well as whether the carriage tax introduced by that same Edict also had to be paid on wagons, chaises, and similar vehicles, which the inhabitants of the countryside were utterly compelled to keep, and therefore could not be dispensed with by them. It served as no small reassurance to them to learn that neither the one nor the other had ever been our intention, as could be clearly seen from the contents of the aforementioned Edict, and they also requested us on that account to make our opinion further known, in order to knock the bottom out at once from the corrupt rumors by which some sought to prejudice the people against the aforementioned taxes; which we made no difficulty in promising them. All this being what they had to present to us, we concluded this meeting with an emphatic admonition to stand by the sentiments they had shown to us, and as resolute and worthy regents to keep the duty of the inhabitants before their eyes, and by their example and influence to ensure that they did not again exceed its bounds; which they unanimously undertook to comply with using the greatest zeal. Soon they experienced the evidence of this: the inhabitants who had come forward to have the aforementioned requests brought to our notice by the Heemraden were awaiting the outcome of the matter at the house of one of them, and we were informed by some of the Heemraden that they had shown satisfaction with the explanations given by us on their petition, in the prospect that we would cast a favorable regard upon that part of their requests which they had shown willingness to take into consideration, in such manner and form as we had expressed ourselves thereon to the Heemraden. The latter gave us that day yet further proof of their loyalty and goodwill, by delivering to us a very seditious and insolent writing addressed to them and the other inhabitants, and originating from the Cape, but to our regret we have not been able to trace the authors of that, and numerous others of the same sort. It appeared to us then that the efforts of the ill-disposed were now utterly foiled, and this indeed served as no small reassurance to us when, in the following night, we received the alarming news of the hostile attack of the French on the Republic; for it is only too true that the monstrous designs of the rulers of that nation also found their adherents here, and we perhaps do not miss the mark entirely if we seek the proximate causes of the unrest concerning the new taxes primarily in the news of the events that occurred in the last months of the year in Europe, which were brought here precisely at that juncture, and in private correspondence between some inhabitants and people in the Fatherland who, as we have learned indirectly, at that time smacked not a little of the spirit of the French party that anticipated its triumph. The following day, 30 April, we still remained at Stellenbosch, and on that occasion gave an audience to various private individuals, and on the first of May we departed again at daybreak for the Cape, where we arrived at noon; having been escorted as far as across the kloof of the Stellenbosch mountains by Heemraden and former Heemraden, as well as the Company of Burgher Cavalry of the Orange Banner, pursuant to the requests they had respectively made to us for that purpose. Now it was necessary, in order to put the finishing touch to this work, further to consider the requests that had been made to us at Stellenbosch, so as subsequently to make known our dispositions upon them, as the Heemraden had requested of us, and we therefore immediately made that our endeavor. We found no reason to depart from the sentiments we had already held regarding this matter when those requests were first presented to us, and upon which had rested the answers given at that time in general terms to the Heemraden; yet it still remained to examine whether it was expedient and proper to show such regard to the request for a reduction of the interest on invested moneys that the same was effected regarding the capitals of the Loan Bank. From the information we subsequently obtained on this matter, it appeared that only some private individuals made use of the authority to place their money at the interest of 6pC.
Dutch transcription
d Zie Byl: N:o 381. konden worden, wanneer zy zig voorstelden dat dezelve daar in vol„ komen zouden beresten, so wel als in de nieuw engevoerde be„ lastingen, omtrend welke zy ons verzogten geëlucideerd te zyn, of onder de vaste goedren waar van ingevolge ons Placaat van den 16 Maart by verkoop of veralieneering de 25.e penning moest worden betaald, ook begreepen waaren de opstallen der Leeninge plaatzen ? mitsgaders of het by dat zelfde Pacaat geintroduceerde Carossen geld ook moest werden opgebragde, van wagens, Chaizen, en soortgelyke rytuigen, welke de Inge Zeetenen ten platten lande volstrekt genoodzaakt waaren Aan te houden, en dierhalven by haar niet konden worden Ontbeerd. Het strekte hun tot geene geringe gerustheid te verneemen dat nog het een nog het ander, nimmer onze lutentie ge„ weest was, gelyk uit den inhoud van het voorschr: Placaat duydelyk was te zien, en zy verzogten ons ook daaroen onze meening nader te willen kenbaar maaken, ten einde in eens den bodem in te slaan aan de verteerde uytstroyselen, door welke sommige tragtt en het volk teegens de voorschr: belastingen voor in te neemen; het welk wy geen zwarigheid maakten hun toe te zeggen. Dit alles zynde wat zy aan ons hadaen voor te dragen, besloten wy deeze byeenkomst met eene nadrukkelyke venma„ zing om de gevoelens welke zy aan ons betoond hadden gestand te doen, en als Cordate en brave Regenten de Jngizeeten en han„ nen pligt voorogen te houden, en door hun voorbeeld en eu„ vloed te zorgen dat zy de paalen daar van niet weeder te buiten raden; het welk zy eenpariglyk aannamen met den meesten Yver te zullen nakomen. Welhaast ondervonden zy hier van de blyken: de Jngezeete, nen die opgekomen waaren om de voormelde verzoeken door Heem raden ter onzerkennisse te doen brengen, waren den uyjtslag der zaare afwagtende aan het huys van een hunner, en wij wierden door eenige der Heemwraden onderzigt dat zy vergenoegd betoond hadden over de explicatien door ons op hun verzoekschrift gegeeven, in het vooruitzigt dat my op dat gedeelte hunner Verzoeken, het welk zy getoond hadden in overweeging te willen neemen, een gunstig reguard zouden slaan, so en in diernoegen als ny ons daar over aan Heemraden haaden uytgelaten. Deeze gaven ons dien dag nog een nader benys huisier trouwe en Welgezindheid, door ons ter hand te stellen een zeer opvoezig en Vrylaartig geschrift aan hun en de verdere Ingezeekenen gezigt, en van de Kaal afkomstes, dog my hebben tot ons leefweezen besloten de 317 319 de autheurs van dat, en meenigvuldige andere van het zelfde soort, niet kunnen opspeuren. Het schien ons dan toe, dat de pogingen der kwalyk gezinden thans ten eenemalen verydeld waaren, en dit strekte ons voorwaar tot geene geringe gerustheid, wanneer ny in den volgenden nagt de ontrestan de tyding bekwamen van den vyandelyken aanval der Franschen Op de Republiek; want het is maar al te waar dat de gedrochtelyk Ontwerpen der besteurders van die Natie ook hier hunne aan- hangers vonden, en wy slaan misschien den bal niet geheel mit wanneer wy de aanleydende oorzaaken der beweegingen over de nieuwe belastingen voornamentlyk zoeken in de tydingen ^in Europa der gebeurtenissen in de laatste maanden van het Jaar ^ voorge„ vallen, welke juist in dat tydstip alhier wierden aangebragt, en in partikaliere Correspondentien tasschen sommige In„ gereekenen en lieden in het Vaderlande, welke, so my van ter zyde vernomen hebben, zig destyds niet weynig van de geest der Fransche party die haaren Trium¶ te gemoetzag, ressenteerden. Den volgenden dag /30 April / bleeven wy nog op stellenborch, en gaven te dier geleegenheid gehoor aan verscheide partikulieren perzoonen, en den eersten Mei vertrokken ny weeder met het aanbreeken van den dag naar de Kaal, alwaar ny op den middag aankwaamen; zynde tot over de klooff van het stellenbosche gebergte begeleid geweest door Heenraden en ona Hteemraden, mitsga„ „ders de Compagnie burger Cavallery van her orange Vaandel, ingevolge de Verzoeken welke zy daar toe respectivelyk aan ons hadden ge„ daan. Nre was het nodig, ten einde de laaste hande aan dit werk te leggen, de Verzoeken welke ons op stellenbosch gedaan waren; nader te Overweegen, ten einde vervolgens onse dispositien daar op, gelyk sleemraden ons verzogt hadden, kenbaar te maaken, en wy maakten dierhalven daar van terstond onze betragting Wy vonden geene reedenen om af te gaan van de gevoelens welke wy daaromtrend reeds gehad hadden, wanneer ons die ver„ zoeken 't eerst wierden voorgelegde, en waar op berust hadden de andwoorden destyds en algemeene bewoordingen aan Heem raden gegeeven; dog en bleef nog over te onderzoeken, of het dienstig en oirbaar was in zo verre reguard te slaan Op het Verzoek om eene reductie van de Interessen van uytge„ zette gelden, dat dezelve wierd geeffectueerd omtrend de Ca„ petalen der Bank van Leening" Uyt de informatien welke wy op dir stuk nader bekwamen, bleek het, dat maar sommige partikulieren gebruyk maakten van de bevoegdheid om hunne gelden tegen den interest van gebergte 6pC
English
to lend out at 6 pCt. per year, for which the unprecedented scarcity of specie in recent years had served them particularly well, but that on the other hand there were also many who did not wish to avail themselves of this extreme right against their fellow citizens who were in distress, and contented themselves with the interest of 5 pCt. Nor could we conceal from ourselves that in the present situation of the Colony, which unfolded more and more before us daily, it must be quite onerous for the bulk of the inhabitants, and especially for those who had to take refuge in the Loan Bank, to pay the interest of 6 pCt.; we recalled in this regard how this institution had always been considered by us more as a necessary expedient to prevent general confusion than as a means to pursue the pecuniary advantage of the Company; and finally, a relief of the less affluent inhabitants in this respect could not fail to have the most favorable effect on wavering minds, and deal a new blow to the underhand designs of those who were still constantly intent on placing our actions in a false and improper light. These considerations moved us to determine that on all sums of money amounting to one hundred rix-dollars and above, which had already been or might yet be lent out by the Loan Bank, no higher interest should be paid than five pro Cento per year, as subsequently see Appendix No. 389 occurred by our Publication of 8 May of this year, which we also caused to serve, as the Heemraden had requested of us, to further inform the inhabitants, so far as necessary, that the increase in the Lord's due, determined by our Proclamation of 16 March, was not applicable to the buildings of the loan places, no more than the carriage tax on vehicles that could strictly not be dispensed with by the owners, the investigation and decision of which we specially entrusted to Commissioners from the Council of Justice. We further decreed thereby that henceforth each of the four parcels of the ordinary annual wine lease should be granted to a separate person, and that the wine-farmers should be excluded from the lease, with an interdict that the lessees should not associate among themselves, nor with the wine-farmers. Furthermore, to reassure the inhabitants, we declared that the prices of salt would never be increased, and concluded this Publication with a general admonition to all good inhabitants to now rest satisfied with the tokens of favor which they had received from us, and to which now again see Appendix No. 390 new ones had been added, and, under the actual enjoyment which they were already experiencing, to await with proper patience the further fruits thereof, which would principally depend on their own efforts — with a further exhortation to beware of the wrong counsels of those who, always craving novelties and never weary of feeding every and usually very unfounded desire, to the neglect of their own prosperity and business, also seek to incite others to follow their example, and to divert their attention from those matters which should constitute the foundations of their livelihood and real prosperity, in order subsequently to make them serve as instruments of their improper views. Meanwhile, on 3 May a judicial sale of real and movable property had taken place at the Paarl, which, however much the ill-disposed had tried to make it fail, nevertheless, through the brave and manly conduct of the commissioners from the Council of Justice Pieter and Baumgardt and the secretary of Justice Truter, turned out with the best result, as appears from the detailed report thereof made to us; wherefore we then also to the aforesaid Commissioners in a marked manner expressed our satisfaction. The spirit of opposition, however, remained continually active in the Cape district. Several scheduled public sales had to be suspended because there was not a single person who dared to make a bid, from which it seems they were held back by a childish fear of the threats that were rumored to have been made against the first who should bid, though of which we have never been able to discover the reality. The intention of the instigators of this business was certainly to lure us into some violent step or other, of which they would subsequently have made use to make us lose the affection of the people in general (for who does not know their fickle nature?), in order to then be able to execute their evil designs with all the more hope of success; but while we on the one hand carefully
Dutch transcription
321 6 pC.t in 't Jaar uit te zetten, waar toe de voorbeeldeloose Schoors heid van numerain in de laaste Jaren hun byzonder was te stade gekoomen, maar dat 'en daar en tegen ook veele waaren, die zig van dit uiterste regt omtrend hunne meede burgeren die in verleegenheid waren, niet wilden praevaleeren, en zig met den interest van 5 pC„t vergenoegden. Ook konden my voor ons zelven niet verbergen dat het in de teegenwoordige Situatie der Colonie die zig dagelyksch meer en meer voor ons ontwikkelde, voir het gros der Ingezeetenen, en wel voornamentlyk voor die welke haaren toevlugt moesten neemen tot de Bank van Leening, al vry bezwaarlijk moost vallen den interest van 6 pc„t op te brengen; my herinner den ons hier by hoe deeze inrigting door ons altyd meer was beschouwd geworden als een noodmiddel om eene algemeene verwarring voor te komen, dan wel als een middel om het Pecunieele voordeel van de Compagnie te betragten; en eyndelyk konde eene verligting van de min vermogende Ingezeekenen en dit opzigt niet nalaten van de voordeeligste uytwerking te zyn op wankelende gemoederen, en een nieuwe slagtoete bren„ geen aan de Slinksche Oogmerken van hun, die er nog geduurig op uit waaren om ower verrigtingen in een valsch en verkeerd daglicht te plaatzen. Deeze overdenkingen bewogen ons om vast te stellen dat van alle geldsommen een honderde Ryxdaalder en daar boven be„ dragende; welke door de Bank van Leening bereids waren, of nog mogten worden uytgezet, geen hoger interest zoude worden betaald, dan vijf p r0 Cento uit Jaar, gelyk vervolgens t zie Byl: N:o 389 geschiedde bij onze Publicatie van den 8: Mei deezes Iaars, welke ny teevens deeden dienen om gelyk Heemraden ons zulks hadden verzogt, de Ingezeekenen, voorso veel des noods, naden te onderrigten, dat de verhoging van s' Heeren geregtigheid, bepaald by ons Placaat van 16 Maart, niet betrekkelijk was tot de opstallen der Leening plaatzen, so min als het Carossen geld op rytuigen die volstrekt door de Eygenaars niet konden worden ontbeerd, waar van wy het onderzoek en de bevlissing speciaal opdroegen aan Commissarissen uit den Raad van Justitie: We statueerden daar by verder dat voortaan elk der vier perceelen der gewone jaarlyksche wynpacht, aan een afzon„ derlyk perzoon zoude moeten worden gegund, en dat de Wyngaardeniers van de pacht zouden zyn uitgesloten, met interdictie dat de pachters zig niet onder malkanderen, en ook niet met de wyngaardeniers zouden mogen assoueeren. Voorts verklaarden my, tot geruststelling der Ingezeekenen, dat de prysen van het zouk na nog immer zoude worden verhoogd, Deeze 3. 23 en beslooten deeze Publicatie met eene algemeene Vermaning aan alle de goede Ingezeekenen als nu te berusten in de gunst bewyze neeuwe waaren toegedaan, en om onder het dadelyk genot, het welk zy bereids ondervonden, met een betamelyk gedulde de Verdere vrugten daar van, welke voornamentlyk van hunne eyge pogingen zouden afhangen, te Verbeiden — met verder exhertatie om zig te wagten voor de verkeerde raadgeevingen van die geene, welke, altyd belust naar nieuwigheeden en nimmer moede van het voeden van iedere en meestentyde zeer ongegronde begeerten, met verzuym van hunne eyge welvaard en beezigheeden, ook anderen tragten aan te zetten om hun voorbeeld te volgen, en kunnen aandagt van die zaaken, welke de gronden van hun bestaan en weezentlyken voorspoede moesten uitmaken, af te trekken, om hen vervolgens tot werktuigen hunner Verkeerde inzigten te doen dienen. Intusschen had en op den 3e Mei eene geregtelijke verkopan van vaste en losse goederen plaats gehad aan de Paarl, welke hoe zeer de Kwalykgezinden ook getragt hadden dezelve vrugteloos te doen aflopen, egter door het braaf en mans lyk gedrag van gecommitteerdens uit den Raad van Justitie Pieter en Braumgardt en den secretaris van Jussi„ tie Trusen, met het beste gevolg afliep, blykens het gedesaulleerde aan voorn: Gecommitteerdens op eene gesignaleerde wyze ons genoegen hebben betuigd. De geest van tegenkanting bleef egter in het kaabsche destriet nog geduurig werkzaam. verscheide aangelegde ven„ dutien moesten worden opgeschort, om dat in geen enkeld mensch was die een bod durfde te doen, waar van zy zo 't schynt te rug gehouden werden door eene Kinderagtige Vrees voor de bedrygingen die men verspreidde gedaan te zijn omtrend den eersten die bieden zoude, dog waar van wy hemmer de weezentlykheid hebben kunnen Ontdekken. Het oogmerk der bestokers van dit werk was gewis om ons uyt te lokken tot de eene of andere Violente stap, waar van zy zig vervolgens zouden bediende hebben om ons de geneegenheid des volks ui't algemeen, /want ne kend niet deszelfs wispeltuurigen aard / te doen verliezen, ten einde als dan hunne booze oogmerken met des te meer hoop van succes te kunnen uytvoeren; maar terwyl my aan de eene Kant sorgvuldig welke zy van ons hadden genoten, en waar toe thans wederom zee yl: N:o 390 verslag daar van aan ons gedaant; waar over my dan ook Justitie heten „ 391
English
325 had ensured that not the slightest irregularities occurred at the auctions, much less threats to those who might bid, with a firm intention to have the first person who should be guilty of this punished in an exemplary manner, we understood on the other hand that we could and should be very indifferent as to whether bids were made and purchases occurred at those auctions, keeping ourselves otherwise firmly assured that need, combined with the passion for buying so particularly characteristic of this country's inhabitants, would soon put an end to that game. This was nevertheless continued throughout the entire month of May, contrary to our expectation, so that not a single auction took place at the Cape. This caused people in the District of Stellenbosch and Drakenstein to begin raising their heads even higher as well. At least it was solely to be thanked to the excellent and resolute conduct of the Secretary of the Orphan Chamber, van Ryneveld, that an auction held on behalf of that chamber in the latter part of May at the Paarl did not also end fruitlessly. No one wished to bid there either, until finally, upon the continual assurances of the aforementioned Secretary that everyone could do so quietly and without the slightest fear, an old woman bought a slave for a trifle, whereupon more bidders appeared immediately and everything was sold very well. It therefore seemed to us of importance to put an end to this in the Cape district as well before our departure, in order to convince the public that those imagined threats were nothing but mere phantoms. To this end, we arranged that at a sale held on the 4th of June at the Cape, several persons were present who were to bid and buy, and among them also the Fiscal of this Government, which also had the consequence that that sale went off very well. Afterwards, one was nevertheless seen to fail again, but in the latter part of June, the considerable estate of the late former Secretary of the Orphan Chamber, Ronnenkamp, being sold, the ill-disposed could no longer resist the bait of fine furniture, household goods, linens, etc.; everything was turned into money there at extraordinarily high prices; and since that time, all sales of real and personal property have proceeded on their normal course again, just as had occurred before the increase of the lord's dues and the introduction of the stamp duty on auction bills. Since we may therefore now consider the introduction of these new taxes, which have caused us quite a bit of trouble and unrest, as fully established, see annex No. 392, they also deserve a place in the consideration of the state of the Country's revenues for the future; and although it is not possible to make a calculation regarding them that one could flatter oneself would be confirmed with any accuracy by the outcome, we believe nevertheless that we do not overestimate when we estimate the advantageous influence of the office fees, together with the increase of the lord's dues, and the 8 new taxes mentioned in the Publication of 16 March, see Annex No. 381, on the Annual Financial Statement of this Government at a sum of f 40000 -.-, which, by virtue of the nature of these taxes, will necessarily increase in proportion to the population of the Colony. Another source for improving the revenues of the Company in this Colony we have found in the office of vendue master, hitherto held by the Secretary of Policy without any remittance, although it has always been one of the most lucrative posts in this Government. The Secretary of Policy and Vendue Master Egbertus Bergh having requested from us his discharge in both those capacities, this gave us occasion to take into consideration whether favorable arrangements for the Company's Finances regarding the office of vendue master could not be made on this occasion. From the information that we gathered in this regard, it appeared generally that it was far from the case that this Office had usually yielded as much net profit to its holder as could have occurred under accurate Administration, because the secretariat of Policy in itself demanded so much labor that it was not feasible for a secretary to pay the necessary attention to his post as Vendue Master; which also consequently meant at times that the Inhabitants could not obtain their payment from the Vendue Master at the appointed terms, about which dissatisfaction has often arisen. Therefore, we considered it to be in the interest of the Company, for that of the Inhabitants, and also for always the
Dutch transcription
325 lieten toezien dat op de Vendutien geene de minste ongeree„ geldheeden voorvielen, veel min bedraggingen aan de geene die zouden bieden, met een vast voorneemen om den eersten die zig daar aan zoude schuldig maken, exemp„ laar te doen straffen, begraepen wy aan de andere kant ok zeer. Onverschillig in te kunnen en te moeten zyn, of op die Vendutien geboden en gekogt wierde, ja dan near ons overigens vastelyk verzeekerd houdende dat de be„ hoefte gevoegd by de zugt tot koper aan deezen leendaert so byzonder eygen, van dat spel wel ras een einde zoude maken. Dit wierd egter nog deeze geheele maand Mey /tegons onze Verwagting /volgehouden, so dat er geen enkelde vendutie aan de Kaal voortgang had, dit maakte dat men in het Districet van Stellenbosch en Drakenstein ook het Hooft neer der begon op te steeken. Althans het was alleen aan het voortreffelyk en Cordaatbeleid van den Secretaris der Wees- kamer van Ryneveld te danken, dat eene vendutie van weegens die kamer in't laast van Mei aan de Paarl gehouden, ook niet vrugteloos afliep. Niemand wilde Ook daar bieden, tot eyndelijk op de geduuriee verzeeke ringen van voorn: Secretaris dat een iegelyk dit gerest en sonder de allerminste Vrees konde doen, eene oude vrouw een slaaf kogt tot een spotprys, wanneer zig verstond meerbieders op deeden, en alles zeer wel verkogt wierd. Het kwam ons dierhalven voor van belang te zyn om hier van ook in het kaabsche district voor ons vertrek een einde te maken, iimer het algemeen te overtuigen dat die gewaande bedreygingen niet dan kersschen schemmen waa„ ren. Hier toe bestelden wij dat op eene verkoping die op den 4. e Iuny aan de Kaab gehouden is, verscheide perzoonen prezent waaren die bieden en koopen zouden, en daar onder ook de Fiskaal deezes Gouvernements, het welk ook van dat gevolg was dat die verkoping zeer wel afliep. Naderhand zag men en egter wederom eene mislukkan, maar in het laast van Juny de aan zeenlyke boedel van wy„ len den oud secretaris der weeskamer Ronnenkamp Verkogt wordende, konden de kwalykgezinden het lokaas van fraaye meubelen, huysraad, lywaten ekc=a niet langer weederstaan; alles wierd aldaar tot buytengemeene hoge pryzen te gelde gemaakt; en zeederd dien tyd gaan alle de verheepingen van vaste en losse goederen we„ dezom hunnen gang, eeven als zulken voor de verhoging en van 327 van s' Heeren geregtigheid, en de invoering van het zegul regt op de Vendubrieven heeft plaats gehad. Daar my dierhalven thans de invoering deezer nieuwe belastingen, welke ons al vry wat mooyten en onrust ver„ zen zyl N„o 392. oorzaakt heeft, als volkomen gevestigd mogen beschouwen, Verdienen dezelve ook een plaats by de beschouwing der staat van s' Lands inkomsten voor het vervolg; en of schoon het niet mogelyk is daar omtrend eene Calculatie te maken, die men zig zoude kunnen, vleyen met eenige juistheid door de uitkomst te zullen werden bevestigd, mee„ nen wy egter en ons niet te veel van voor te stellen, wan„ neer wy den voordeeligen invloed van het amptgelde, mitsgaders de verhoging van s' Heeren geregtigheid, en de 8 zie Byl: N:o 381. nieuwe belastingen vermeld by de Publicatie van 16 Maart, op de Jaarlyksche Staatreekening van dit Gouvernement Schatten op eene Somma van ƒ 40000 -. -, welke uyt hoofde van den aard deezer belastingen noodwendig naar mate der populatie der Colonie zal toeneemen. Eene andere bron van verbeekering der inkomsten van de Compagnie en deeze Colonie, hebben ny gevonden in het vendu„ meesterschap ambt, tot nog toe door den Secretaris van Po litie, sonder eenige uytkoering bekleed geweest, hoowel altyd geweest zynde een der lucratieste bedieningen in dit Gouvernement. Deseretaris van Poltie en Vendumeesen Egbertes Bergh aan ons zyn ontslag en beide die qualiteiten verzogt hebbende, gaf zulks by ons aanleyding om in overweeging te neemen, of niet by deeze geleegenheid gunstige schikkingen voors Compagnies Fenantien omtrend het Vendumeesterschap zouden te maken zyn! Uit de informatien welke wy daaromtrend ennamen, bleek over hier algemeen dat het en verre van daan was, dat dit Ambt. aan desselfs bezatten, so veele zuyvere winsten doorgaans, zoude hebben opgeleeverd, als wel zoude hebben kunnen ge„ schieden by eene paauwkeurige Administratie, om dat het secretariaal van Politie in zig zelven so veel arbeid vorderde, dat het voor een secretaris niet doenlyk is op zyn post als Vendumeester de nodige attentie te vestigen; het welk dan ook al derwyls ten gevolge had dat de Jngereekenen hunne betaling van de Vendemeester op de bepaalde ter„ mynen niet konden erlangen, waar over meenig maalen Ongenoegen is ontstaan. Dierhalven beschouwden wy het voor het belang van de Compagnie — voor dat de Ingezeetenen — en ook voor altyd de