Inventory 4361
Cape · 375 pages · 179 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
the abuses that had drawn the attention of those Gentlemen in the year 1789 were mainly, if not exclusively, confined to the Regiment of Wurtemberg and the Military Depot or the so-called Pepiniere, which had been placed under a separate administration at the time, both of which had since been dispatched, whereby the proposed improvements in this respect had lost much of their relevance. Nor did they find any urgent necessity for an immediate implementation of the rest: the plan of the Gentlemen Military Commissioners to grant the Officers a sufficient living by abolishing the service allowance of the non-commissioned officers and privates (which was still compensated at that time) we indeed found extremely useful, and we were furthermore of the opinion that granting work passes must be considered harmful; but since the meeting of 17 in their letter of 2 Oct: 1790 had ordered the reintroduction of work passes, we deemed it appropriate to make no decision to the contrary on this matter, which would necessarily have brought about a new encumbrance for the Company's finances, before having learned the considerations of the Gentlemen Our Fellow Commissioners in the Indies on the subject, on the occasion when the aforementioned Draft General Regulation would be handled there by us jointly. We must not, however, omit to state on this occasion that the reasons why granting work passes to the military in this Colony is considered by us as harmful, indeed as highly inadvisable, consist in this: that it establishes a connection between the common soldiers and the inhabitants, which (we are completely convinced of this) could in some cases have very detrimental consequences. We even believe that the interest of the Company would entail that there should never be a permanent Garrison here, but that it ought rather to consist of a military Depot, under an established division and direction just as if it were a permanent garrison, but which, to the extent that it increased beyond a certain number through arriving troops from Europe, would have to be forwarded to the Indies; we would even believe that such a plan ought to be arranged in such a manner that the Officers were also rotated from time to time. We submit these considerations to the reflections of Your Right Honourable Nobles, who will perhaps judge judge that the thoughts of the Gentlemen who served on the Military Commission can fruitfully be adopted on this matter. Above all, however, we consider the dispatching of Officers from the Fatherland as ruinous to the service: this often contains the greatest hardship toward honest men who have served the Company long and faithfully in the expectation of being promoted in their turn, and thus completely extinguishes ambition, which may well be called the soul of the Military service. We therefore wished that the Meeting of XVII might see fit to resolve no longer to send military officers to the Indies and the Cape henceforth, or at least never in a higher capacity than that of Ensign. Equally useful and necessary, in our view, it would be to stipulate that a repatriated officer, when nothing could be said against his conduct, could indeed be sent out again in his former capacity, but that his pay would not resume until he were immediately employed again upon an occurring vacancy; since it goes without saying that without that stipulation the Company would very often be burdened and weighed down in its Establishments with the maintenance of superfluous Servants through such re-dispatches, which Your Right Honourable Nobles will certainly agree with us can little suit it in its present circumstances. However, to return again to the reforms proposed by those Gentlemen: We have also found no urgent necessity for the time being, and before we shall be engaged on this matter regarding the whole of the Indies with the Gentlemen Our fellow Commissioners at Batavia, to make any change in the manner of clothing and victualing the soldier here, because we are convinced that, although the former could perhaps be arranged in a way that left less opportunity for abuses, such abuses nevertheless do not occur here, and the soldier is treated, with respect to the one as well as the other, in a thoroughly honest manner and to his best advantage. Only from the contracted butchers have serious complaints reached us regarding the excessive deliveries of hides, which they were obliged to provide to be dressed as chamois leather for the soldiers and drum skins; and since we truly found that shameful excesses took place in that regard, see Appendix No. 344, we made use of the butchers' offer to deliver both these items, properly prepared, the drum skins for [illegible]
Dutch transcription
de Misbruyken welke de oplittendheid van die Heeren in den Iaare 1789 hadden na zig getrokken, zig voornamentlyk, so niet alleen hadden bepaald tot het Regiment van Wurtemberg, en het Militaire Depot of de sogenaamde Pepiniere, welke men des tyds onder eene afzonderlyke administratie had ge bragde, welke beide zeiderd waaren versonden, waar door dien halv de voorgeslage verbeekeringen in dit opzigt vial van hunne Applica tie hadden verlooren. Tot eene ommiedelyke envoering der oierige vonden zy ook geen dringende noodzakelijkheid: het ontwerp van Heeren e Militaire Commissarissen om met afschaffing van het serviesgeld (dat toen nog wierd goedgedaan / der Onder officieren en gemeenens, aan de Officieren een toereikend bestaan toe te leggen, vonden wij wel ten uytersten wuttig, en wy waaren daar en boven voor and van begrip, dat het verleenen van werkpassen, als schadelijk moet worden beschouwd; maar vermit de vergt van 17e byj Haar Aanschryvens van den 2 Oct: 1790, de weeder invoering van de werkpassen had geordonneerde, oordeelden my het gevoeglijk Op dit stuk tot geene dispositie ter Contrarie, welke noodwendeg een nieuw beroraar voor de finantien der Compagnie zoude hebbe met zig gebragt, over te gaan, alvorens de Consideratien van de Heeren Onze Meede Commissarissen in Indie daar op te hebben vernomen, bij geleegenheid dat het voorschr: Coneeps Tene„ raal Reglement aldaar door ons gezamentlijk zoude worden verhandeld. Wy mogen egter niet afzyn alhier by deeze geleegenheid te zeggen, dat de reedenen waarom het verleenen van werkpassen aan de Militairen in deeze Colonie door ons als schadelyk, sa als zeer Ongeraden word beschouwd, hier in bestaan, dat zulks een verband geeft tusschen de gemeene Militairen en Ingezeetenen, het welk (my houden ons daar van volkomen overluygd / in Sommige gevallen zeer nadeelige gevolgen zoude kunnen hebben. Zelfs geloven wy dat het belang van de Compagnie zoude meede brengen dat alhier nimmer een permanent Guarnizo en was, maar dat het zelve liever behoorde te bestaan uyt een militaire Depot, onder eene gezeegelde verdeeling en directie eeven of het een vast guarnizoen ware, dog het welk, naar mate het door Aankomende manschappen uit Europa boven een bepaald getal aangroeidde, naar Indie zoude moeten worden voortge„ sonden, zelfs zouden wy meenen dat zodanig plan in dien. voegen zoude behooren te worden ingerigt, dat ook de Officieren van tyd tot tyde afwisselden. Wy submitteeren deeze Consideratien Aan de Overweegingen van Uw wel Edele Hoog Agtbaare, welke misschien zullen hebben oordeelen Oordeelen dat daar op met vrugt de gedaegten van de Heeren die de Militaire Commissie hebben bekleed, zonder kunnen worden an genomen. Maar vooral beschouwen my het als verderfelyk voor den dienst de uytzending van Officieren uijt het Vaderland: zulks heeft dikwyl de grootste hardigheid in zig ten opzigten van braave lieden die de Compagnie lang en getrouw hebben gediend op het voornitzigt: om op hun beurt te worden bevorderd, en dooft aldus de ambitie, die dog de ziel mag genaamdt worden van den Mi litairen dienst geheel uit. Hij wenscht en dierhalven dat de Verg.:s van Xvi=m kande goedvinden te besluyten, om voort aan geene militaire officieren naar Indie en de kaab uijt te zenden althans nimmer in hogere qualiteit dan die van Vaandrig Eeven nuttig en noodzatelijk zoude het na ons inzien zyn te bepaa len dat een gerepatrieerd officier, wanneer niet op zyne Conduites te zeggen viel, wel weeder in zyne vorige qualiteit zoude kunnen worden uitgezonden, dog dat zyne gagie niet weeder zoude ingaan, alvorens hy by voorkomende vacature dadelyk weeder zoude worden geëmployeerd; dewyl het van zelve spreekt dat sonder die bepaling de Compagnie door zodan ^ weeder het onderhoud van overbodige Dienaaren word belast en bezwaard, het welk Uw wel Edele Hoog Agtbaare zeekerlyk met ons van begrip zullen zyn, dat haar, in haare teegens woor„ dige omstandigheeden weynig kan Convenieeren. Dan, om weeder te keeren tot de reformes door die Heeren voorgeslagen: Wy hebben ook geene dringende noodzakelykheid. gevonden om voor als nog, en voor dat ny omtrend deeze materie met betrekking tot geheel Indie met de Heeren Onze meede Commissarissen op Batavia zullen werkraam zyn, eenige vere„ andering te maaken in de wyze van kleeding en spyziging van den soldaat alhier, om dat my overtuygd zyn dat of schoon misschien de eerste zoude kunnen worden ingerigt op eene wyze die minder geleegenheid tot misbruyken over„ liet, egter zodanige misbruyken alhier geen plaats hebben, en de soldaat so met opzigt tot het een, als tot het ander, op eene door en door eerlyke wyze, en tot zyn meeste best word behandeld, Alleenlyk zyn ons van weegens de gecontracheerde slagters heerige klagten voorgekoomen, omtrend de excessive leverantien van huijden, tot welke men hun verpligtte om tot zeemlaer voor de soldaaten en tromvellen te worden bereid, en vermits hy waarlijk bevon„ den dat daar in schandelyke excessen plaats hadden, hebben die artikelen, behoorlyk bereid, te laeveren, de tromvellen om ge uitzendingen zeer dirwyls in haare Etablissementen met zie Bijl: N:o 344. - wy gebruijk gemaakt van het aan bod der slagters, om beide bezwaard niet
English
No. 146. not, and the chamois leather, at each renewal of the uniform for each non-commissioned officer and private two pieces, for the very modest price of twelve stuyvers. See Appendix No. 154. Furthermore, we found it useful to decree that henceforth the Artillery Corps, just as is practiced in the National Battalion, will be paid off on monthly review rolls, as the best means to prevent all abuses, and to ensure the soldier receives his due in a regular manner; See Appendix No. 153. Regarding the views of the Military Commission concerning the established footing of the organization of the National Battalion, it appeared to us that it was largely satisfied by the provision appearing in the Resolution of the Political Council of 20 August 1790, which adopted the footing proposed by the Gentlemen Military Commissioners regarding the number of officers, non-commissioned officers, and privates, while the Assembly of Seventeen had moreover already determined, by missive of 2 October 1790, the permanent strength of that corps at six hundred men, which thus virtually answered to the calculation made in that regard by the aforementioned Gentlemen Commissioners. It is true; that same Resolution contained an incongruity, in so far as an identical provision is found therein regarding the Artillery Corps, but in such a way that the division of the Artillery Corps had to remain as it was, and consequently in three companies; for whereas the Gentlemen Military Commissioners had proposed to divide that corps into four companies, that indefinite provision could, as those gentlemen very properly noted in their aforementioned considerations, be construed as if the intention of the Council were that there should be as many officers, etc., with the three companies as were destined for four companies according to the plan of the Gentlemen Military Commissioners; so that four captains would be with three companies, and so forth. Since the Political Council had subsequently again acted against its own decision through an incomprehensible inconsistency, by acceding on 23 November 1790 to a proposal of Colonel Gilquin, running entirely contrary to the provisions of the Military Commission concerning the number of officers in the artillery, it was necessary that a further and firm determination be made on this matter. Wherefore we provisionally, and without prejudice to the further deliberations on the proposed division into four companies, have established that No. 154. that the Artillery Corps would be divided into three companies, which, on the footing proposed by the Military Commission, would each be provided with One Captain One 1st Lieutenant One Lieutenant One Second Lieutenant One Sub-Lieutenant Seven Bombardiers One Surgeon or Surgeon's Mate Two Cadets, and Seven Gunners of the first class; and to divide the Gunners of the second class or privates equally among the three companies. Which provisionally appeared all the more suitable to us because the Artillery Corps was by no means complete, and there appeared little likelihood that it would soon be recruited to full strength from Europe. We made, however, this exception and provision (in accordance with the view of the Military Commission), that no captain should be placed in the company of the Major, and that the duty thereof of an Adjutant would be performed by one of the officers or non-commissioned officers, who would enjoy a suitable gratuity for it, which we subsequently, on the proposal of the Political Council, fixed at twelve Rds. per month. No. 153. No. 156. No. 157. See Appendix No. 155. 156. Through these arrangements, some officers indeed now remain supernumerary in that corps, but if it is subsequently approved to proceed to the division of the same into four companies, they can be placed with the fourth company; if not, they can be phased out through attrition, and meanwhile a useful deployment can be made of them with the three companies, which are now, by virtue of the received news of the War, completed upon our authorization; for which purpose we have made the necessary recommendation to the Political Council. The plan of the Gentlemen Military Commissioners regarding the composition and management of the National Depot, having lapsed due to the dispatch of that Depot, could therefore require no provisions from us. Finally, as regards the considerations of those gentlemen on a certain memorial from Major of Artillery Fischer, who complained therein that Colonel Gordon had refused his approval for the nomination of several officers, whereby
Dutch transcription
_o 146. niet, en het zeemleer, bij elke vernieuwing der monteering Voor ieder Onder officier en gemeene twee stuks, voor de zier mo dreyne prys van twaalf stuyvers. t zie Byl: No. 154. Nog hebben wij dienstig gevonden te statueeren dat voorlaa het Corps Artillerie, even als zulks bij het Nationaal Bataillon geprachiveerd word, op maandelyksche revrie lysten zal worden komen, en den soldaat op eene reguliere hyze het zyne te doen en langen; Aan de begrippen der Militaire Commissie omtrend den vas ten voet van inrigting van het Nationaale Bataillon, kwam het ons voor dat voor het voornaamste gedeelte voldaan was door de bepaling voorkomende by de Resolutie van den Poli hieken Raad van den 20 Augustus 1790, waar by geampleekeer was de Voet door Heeren Militaire Commissarissen voorgeslag Omtrend het gezal officieren, onder officieren en gemeenen, termyt door de vergadering van 17=r boven dien reeds bij missive van den 2:e Octb. r 1790, de permanente sterkte van dat torp bepaald was op ses honderd koppen, het welk dus nagenoeg beand woordde aan de Calculatie daar omtrend door opgemelde Heeren Commissarissen gemaakt. Het is waar; die zelfde Resolutie hield in eene incongruite afbetaald, als het beste middel om alle misbeuyken voor te za Byb: N:o 153. haare voormelde Consideratien zeer wel aanmerkten, sodanig in, voor so verse daar by eene gelyke dispositie gevonden word Omtrend het Corps Artillerie, dog so, dat de verdeeling van het Corps Artitterie moest blyven so als die plaats had, en gevolgelyk in drie Compagnien; want daar Heeren Militaire Commissarissen hadden voorgeslagen om dat Corps te verdeelen en vier Com„ pagnien konde die onbepaalde dispositie, gelyk die Heeren by worden opgevat, als of de intentie van den Raad waare, dat zig by de drie Compagnien so veele officieren enz: zonder moeten bevinden, als volgens het ontwerf van Heeren Militaire Com„ missarissen voor vier Compagnien waaren bestemd; so dat zig Vier Kapiteine bij drie Compagnien zouden beuinden, en so vervolgens. Daar na de soliteeke Raad seederd wederom door eene onbe grypelyke inconsequentie teegen dit haar eijgen besluijt hadde gehandelde, door op den 23 November 1790 te defereeren aan een voordragt van den Collonet Gilquin, geheel aanlopende teegen de bepaalingen der Militaire Commissie omtrend het getal der officieren by de Artillerie, was het nodig dat op dit stuk eene nadere en vaste bepaalinge wierde gemaakte, Wishalven wy by provizie, /en onverminderd de nadere deliberatien over de _: 154. geproponeerde verdeeling in vier Compagniers hebben vast gesteld, in dat 13 dat het Corp Actillerie zoude zin verdeeld in drie Compagnien, welke op den voet door de Militaire Commissie voorgeslagen zouden zyn voorzien elk van Een kapitein Een _o Lieutenant Een Lieutenant Een Tweede Lieutenant Een onder Zeeven Hombardiers Een Frater of Chirurgin Twee Cadets, en 1 Zeeven Canonniers van de eerste Classe; en de Canoniners der tweede Class &e of gemeenen over de drie Compagnien egaal te verdeelen. Het welk ons by provisie deste geschikter voor tewaim om dat het Corps Artillesie op verre na niet Compleet wae, en en zig wey nig apparontie opdoed dat het zelve voor eerst uijt Eus op tot den Compleeten voet zoude worden gerecuiteerd. Wy maakten egter die uytzondering en bepaaling (overeen komstig het begrip der militaire Commissie, dat by de Compa gnie van den Major geen kapitein zoude worden geplaats en dat de dienst daaande van deen Adjadant zoude worden —. 153. _o 156. . 157. van Syl: No. 155. 156. waargenoomen door een van de Officieren of onder officieren, die daar voor genieten zoude een Convenabel douceur, het welk wy Vervolgens op voorstel van den Politieken Raad bepaald hebben op twaalf Rd. s ter maand Door deeze schikkingen, nu blyven wel eenige officieren by dat Corps over compleet, maar so, naderhand word goedgevonden tot de verdeeling van het zelve in vier Compagnien over te gaan, kunnen dezelve by de vierde Compagnie worden ge„ plaatst; so neen, kunnen deselve insterven, en immiddele Kan daar van een nuttig gebruyk worden gemaakt by de drie Compagnien, welke thans uyt hoofde vande bekoomen tyding van den Oorlog, op onze qualificatie zyn gecomplecteerd; waar toe wy den Politieken Raad de nodige aanbeveeling heb„ ben gedaan. Het ontwerp van Heeren Militaire Commissaris sen omtrends de samenstelling en het bestuur van het Nationaal Depot, door de verzending van dat Depot vervallen zynde, kon dier„ halven geene dispontien van ons vorderen. Eyndelijk wat behofde Consederatien van dee steeren op zeekere Memorie van den Major der Artillerie Fischer, welke zig daar by beklaagde dat de Colonnel Gordon zyn appro¬ batie geweygerd had tot het voordragen van eenige Officieren waar 4. by
English
15 with the artillery, that too much was demanded of that corps in the garrison duty, and requested to be entitled to command the garrison in the absence or illness of the Head of the Militia; thus the first of these grievances lapsed due to the fixed determination of the number of officers in the Artillery Corps, made by us in the aforementioned manner, which currently must serve as a guideline both for the Head of the Militia and for all others whom this concerns, see Appendix Number 246. In the second, we have provided by ordering Colonel Gordon to pay proper regard, in the employment of the Artillerymen for garrison duty, to the work that must be performed by them in addition to that, and more than by the Infantrymen; and the request of Major Fischer regarding the command of the garrison in the absence or indisposition of the Head of the militia, having already been explicitly decided otherwise by the letter of the then presiding Chamber of Zeeland dated 28 July 1785, and indeed on the basis of what is practicable in that regard in the Fatherland, we therefore understood to require no further decision. With the utmost astonishment we have learned that the Director of Fortifications and Chief of Artillery, Gilquin, before his departure for the Fatherland, rendered not the slightest accounting of the maps, plans, drawings, memoranda, or other writings respecting the state of defense of this Government that were in his possession, and that regarding that important matter the greatest carelessness prevailed in general. We have therefore, in order to provide for this, given the necessary orders that all such plans, drawings, maps, or other papers concerning that subject, both those which might still be here and those which would subsequently be prepared, be properly inventoried and preserved at the Political Secretariat, and that annually, along with the general report thereof, single copies be sent over to the Netherlands for as far as new ones have been added in that year; that furthermore the officers whom this may concern shall be required, upon taking their discharge from the service of the Company, to submit to the Political Council, under a proper inventory and offering of an oath that they possess no more or others, all the maps, plans, drawings, memoranda, or other writings respecting the state of the militia or defense of the Company here or in the Indies which they might have in their possession, in order likewise to be registered and preserved at the Political Secretariat, under penalty of a fine of three thousand Rixdollars against the violators, and to be punished as perjurers; and that lastly, upon the death of such officers, their heirs or authorized representatives here shall be bound thereto in the same manner, and the estates of the deceased shall be and remain liable therefor until such time as this shall have been fulfilled. Since the reasons for which it may have seemed necessary at the time to the Gentlemen Military Commissioners that a military Court-Martial be established here have indeed changed in nature due to the considerable reduction of the garrison; that it did not appear practicable to us to establish a higher Court, to which appeals could be made from the sentences of the Court-Martial, in a suitable manner consistent with the purpose of establishing a separate court for military personnel; and that finally such multiplications of different jurisdictions by their nature cannot fail to cause many disputes and give rise to abuses, the beginnings of which we have also already perceived here; we have deemed it advisable not to confirm the establishment of such a Court-Martial, made provisionally and subject to approval by the Ministers here, see Appendix Number 154, and have decreed that henceforth all offenses committed by military personnel shall again, as before, be tried and settled by the Council of Justice, but for offenses that are purely military, with the assumption of two officers of the garrison, at the choice of the Commander-in-Chief, who, in case the sentence amounts to a military punishment, must also be commissioned for the execution; these members, being assumed, shall always rank below the ordinary members of Justice. Having learned that for the officers who command the military personnel stationed there during the winter season in False Bay, no clear orders had been drawn up regarding how to conduct themselves toward the Resident there, we have also made provision in that matter, and firmly established that such officers should henceforth be ordered to report properly to the Resident, as being the first person in authority there, on everything that must come to his knowledge; whereby it will then also be prevented that any military personnel stationed there go elsewhere or are detached without his prior knowledge; and that furthermore to the Resident Brand the complete disposal
Dutch transcription
15 by de artillerie, dat van dat Corpe te veel gevorgd wierd in de guarnizoensdienst, en verzogd geregtigd te zyn om by absentie of ziekte van het Hoofd der Militie het guarnizoen te mogen commandeeren — so verviel het eerste dier bezwaaren door de vaste bepaaling op het getal der officieren by het Corps Acta berie, invoegen voormeld door ons gemaakt, welke so wel voor het Hoofd der Militie, als voor alle anderen die zulks aangaan zie Byl: N:o 246. thans tot rigtsnoer moet verstrokken — in het tweede hebben, Wy voorzien door den Colonnel Gordon te gelasten om in het employ van de Artilleristen tot de guarnizoens dienst be hoorlyk reguard te slaan op het werk dat door deselven ben ten dien, en meer dan door de Infanteristen, moet worden verrigt — en het verzoek van den Major Fischer omtrend het Commando van 't Guarnizoen bij absentie of indispositie van het Hoofd der militie, reeds uytdrukkelijk anders be„ slist zynde by het aanschrijvens der destyds praesidiale Kamer Zeeland in d o. 28 July 1785, en wel op grond van het geen dien aangaande in 't Vaderland practicabel is, d greepen wy dierhalven geene nadere beslissing te behoeven Met de uyterste bevreemding hebben wy vernomen dat de Directeur der Feertificatien en Chefder Actelterie Gelquin, voor desselfs vertrek naar het Vaderland geen de minste Verandwoording heeft gedaan van de kaarten, plans, teekening en, Memorien, of andere Schriftuuren den staat der defeonsie deezes Gouvernements Specteerende welke onder hem berustende zyn geweest, en dat omtrend dat aangeleegen stuk in het algomeen de grootste zorgeloosheid plaats had. Wy hebben dierhalven om daar in te voorzien de nodige be„ Veelen gegeeven, dat alle sodanige plam, teekeningen, kaarten of andere papieren die materie concerneerende, so die welke alhier nog mogten weezen, als die by vervolg zouden worden geformeerd, behoorlyk werden geinventariseerd, en ter Politieke Secretary bewaard, mitsgaders Jaarlyksch neevens het generaal verslag daar van /voor so ver en dat Jaar nieuwe zyn bygekomen / enkelde Copien overgezonden naar Nederland; dat voorts de officieren die zulks aangaan mag, gehouden zullen zyn by het neemen hunner demissie uit den dienst van de Compagnie, alle de kaarten, plans, teekeningen, Memorien of andere Schriftuuzen, den Staat der militie of defensie van de Compagnie alhier of in Indie specteerende, welke zy onder zig mogten hebben, onder be„ hoorlijken Inventaris en praesentatie van eede van geene meerdere of andere te bezetten, aan den Politieken Raad over te leggen, omme insgelyks ter Politiere Secretari, te verantwoording werden werden geregistreerd en bewaarde, op poone eener boete van drie te zullen worden gestraft; en dat laastelijk, by overlyden van zodanige Officieren, daar toe in zelver Voegen zullen gehouden zyn derzelver erfgenaamen, of gemagtigdens alhir, mit„ gaders de nalatenschappen der overleedenen daar voor ver bonden zullen zyn en blyven tot tyd en wijlen daar aan zal weezen voldaan. Nadien de reedenen, om welke het in der tijd aan Heeren Militaire Commissarisen noodzakelyk heeft kunnen schynen dat alhier eene militaire Krygsraad wierd opgerigt, werkelyk van gedaanse zyn veranderd door de Considerabele reductie van het guarnizoen, dat het ^ ons niet practicabel voortwar Op eene gevoeglijke, en met het buer der oprigting eenen afzonde lyke regtbank voor Militairen overeenstemmende wyze, een hoger Regtbank te etablisseeren, waar aan van de sententier des krijgsraads zoude kunnen worden geappelleerde, en dat eyndelyk sodanige vermeerderingen van verschillende Jusis dictien uyt hunnen aard niet kunnen nalaten Veelen len disputen te veroorzaaken, en tot misbruyken aanleyding te geeven, waar van hy ook alhier reeds de beginzelen hebbe bespeurd, hebben wy het raadzaam geoordeeld de oprigting duyzend Ryxdaalders teegens de Overtreeders, en als Moyneediget zen zylaga N=o 154 en onder approbatie gedaan, niet te bevestigen, en gestatueerd, van sodanige Krygsraad, door de Ministers alhier byj prourien dat voortaan alle de lieten door militairen gepleegd weederom, gelyk voorheen, by de Raad van Justitie Zullan worden beregt en afgedaan, dog ou de lieten die par militair zyn, met As„ sumtie van twee Officieren van het guarnezoen, ten keize van den Hoofdgebeeden, welke, ingevalle de Condemnatie luyd tot eene Militaire Straffe, ook tot de executie moeten worden Gecommit„ teerd; zullende deeze leeden, als geassumeerd zynde, altyd de lang hebben beneeden de Ordinaire leeden van Justitie t. Vernomen hebbende dat voor de Officieren die in het winter- Saisoen in de Baay kals het Commando voeren over de al„ daar bescheiden Militairen, geene duydelyke ordres beraamd waaren, hoedanig zig omtrend den Resident aldaar te ge„ dragen, hebben wy ook daer in voorzieninge gedaan, en vaste — 158. gestelds, dat sodanige officieren voortaan zouden worden gelast aan den Resident, als aldaar de eerste perzoon in Gezag zynde, van alles wat tot zyne kennisse moet komen, be„ hoorlyk rapport te doen; waar door dan teevens zal zyn voorgekoomen, dat geene aldaar bescheide militairen zig zonder zyne voorkennisse, naar elders begeeven of gedetacherd werden; en dat wyders aan den Resident Brand de volkome van Dispositie „62.
English
in so far as he shall judge necessary to make use of it, for the observation of the Company's interests. Furthermore, in order to remove the complaints that had come before us in that regard, we have prohibited passengers from keeping retail shops, much less waiting for the country people outside the barrier upon their arrival here and enticing them to purchase their necessities preferentially from them, under penalty of being sent on to Batavia. Under that same penalty, and likewise on the basis of information obtained by us in that regard, see Appendix No. 159, we have prohibited the officers or other persons belonging to the depots of foreign regiments established here from carrying on any trade, or also engaging in any business of whatever name, and also made this prohibition applicable to those of the aforesaid officers or other persons who are presently here and carrying on trade or engaging in business, unless they immediately quit the same upon receiving notification from the Government. The Captain Lieutenant of the Regiment of Wurtemberg, J: C: F: von Hughel, commanding the depot of that regiment here, see Appendix No. 160, has presented a memorial to us containing the following requests: Firstly, to be allowed to disembark from the ships the recruits for the Regiment of Wirtemberg who successively arrive here, and to detain and discipline them until they could be forwarded to the Indies on a subsequent ship that would bring new recruits in their place. Secondly, to have the sick men who remain behind cured by a surgeon of the regiment at the expense of their pay, and cared for by a sick-attendant. Thirdly, to be allowed to retain here a tailor and a shoemaker for the service of the recruits and the sick, and Fourthly, to be indemnified in one way or another, both for the officers and for the non-commissioned officers, for the loss of the service allowances once enjoyed. The report of the Council of Policy, which we had deemed necessary to require upon that memorial, was unfavorable to the first two, but favorable to the last two of the aforesaid requests, for such reasons as Your Excellencies and Most Honorable Sirs will find detailed at large therein. On that occasion the Ministers also requested our disposition regarding their resolution, of which they had given notice to the Assembly of Seventeen in their dispatches of 17 February 1792, whereby they had granted permission to retain a Captain Lieutenant, a Lieutenant, four sergeants, four corporals, and a surgeon, in order to maintain the necessary supervision over the sick men of that regiment staying here, and this instead of one officer and two non-commissioned officers according to the regulation made on that matter by the Assembly of Seventeen by orders of 4 January 1791. Now, since the stay of a portion of this regiment on Ceylon, upon which in the beginning of 1791 could not in the least have been calculated, necessarily had to cause the recruits who must be sent thither and arrive here on ships destined for Batavia to be detained until an opportunity for their further dispatch presents itself, and thereby their number is generally much larger, and consequently requires more supervision by officers than if they all, the sick alone excepted, traveled onward again with the same ships that brought them here, we have passed the aforesaid resolution of the Ministers, see Appendix No. 162, but otherwise resolved to send the aforesaid memorial together with the report of the Council to the Assembly of Seventeen, so that the same might dispose thereof in such manner as shall be deemed proper, to which end we therefore take the liberty of appending both documents hereto, which we judged to be the most appropriate way, because the direction of everything concerning this regiment resides in the Netherlands, while we, in order to prevent the Company from occasionally suffering any disadvantage in the meantime, have ordered the Ministers, with respect to the contents of the aforesaid memorial, to leave matters on the present footing until the dispositions of the Assembly of Seventeen thereon should have been learned. The Council of Policy had brought to our notice by its letter of 18 July 1792 that to the Major of the Regiment of Wurtemberg, von Dhen, then still Captain, before the departure of Governor van de Graaff permission had been granted to remain here until the end of December 1791 for the recovery of his health, in order subsequently to repatriate or else to rejoin his regiment; that he, having since been promoted to Major, had exercised the command over the remaining portion of the regiment after the departure of Colonel von Hughel; but that, when the last company had been dispatched, the Ministers had thought that the command
Dutch transcription
161 zo ver hij zal oordeelen daar van gebruyk te moeten maaken, tot betragting van s' Comp:s belangen. Voorts hebben wy tot wegneeming van de Klagten, welke ons daar omtrend waaren voorgekomen, verboden dat geene pas„ gangers zouden mogen houden winkels van Negotie, veel min„ de buytenlieden by hunne aankomst alhier buyten de bas kiere op te wagten en uit te lokken om haare benodigdheeden by praeferentie van hun te koopen, op poene van na Batavian te zullen worden voortgesonden. Op die zelfde poenaliteit, en insgelijks op grond van rformatien dzen Byl: No. 159 daar omtrend by ons bekomen, hebben my geinterdieerd, dat de Officieren of andere perzoonen, tot de alhier geëtablisseerde Depos van Vreemde Regimenten behoorende, niet zullen vermogen te dryven eenige negotie, nog ook te doen eenige neeringe hoe Ook genaamd, en dit verbod ook Apphieabel gemaakt op die der voorne. Officieren of andere perzoonen welke zig thans alt hier bevinden, en negotie dryven ofte neeringe doen, by al dien zy dezelve niet dadelyk op bekomen aanzegging der Regeeringe quitteeren. De Kapitein Lieutenant by het Regiment van Wurtemberg I: C: F: von Hughel, als bevel voerende over het Depot senteerd, houdende de navolgende verzoeken: Eerstelyk om de Reeruten voor het Regiment van Wirtemberg; welke alhier successivelyk arriveeren, van de scheepen te mogen ligten, en so lange aan te houden en te disciplineeren, tot dat zy met een volgend schip, dat in hunne plaats weeder Niouwe recouten zoude aan brengen, naar Indie konden worden voortge„ zonder. Ten tweeden om de agterblyvende zeeken door een Chirurgyn van het Regiment, ten kosten van hunne Soldyen, te laten ge„ neeren, en door een zieken Oppasser verzorgen Ten derden om alhier ten dienste van de Riersiten en zeeken te mogen aanhouden een kleermaaker, en een Schoenmaker, en Ten vierden om op de eene of andere wyze, so voor de Officieren als voor de Onder officieren te mogen worden gededomageerd voor het gemis van de weleen genooten Serviesgelden. Het berigt van den Polizeeren Raad, het welk wy nodig ge„ oordeeld hadden op die Memorie te requireeren, was on„ gunstig op de twee eerste, dog gunstig op de twee laaste der voorschr: verzoeken, om sodanige reedenen als uw wel Edele Hoog Agtbaare daarby in 't beeede zullen vinden gedetailleerd By die geleegenheid versogten de Ministers oor omre disporitien dispontie omtrend sodanige Militaren zal worden gelaten, voort zes byjlage N=o 160. van dat Regiment alhier, heeft aan ons eene Memorie gepra„ van op Vzn dyk N:o 57. op haar besluyt, waar van zy by haare Adviesen van den 17 3e bruary 1792 aan de verg.: s van 1J=te kennisse hadden gegeeven, waar by zy permissie hadden verleend om tot het houden van het nodig toeverzigt over de alhier verblyvende zieke manschapp van dat Regiment, aan te houden een Kapitein Licutenant, een Lieutenant, vier sergeants, vier Corpiraals, en een Chirurgyn en zulks in steede van een Officier en twee onderofficieren vol„ gens de bepaling door de verg. s van 17:' by aanschryvens van den 4 January 1791 op dat stuk gemaakt. Vermiets nu het verblyf van een gedeelte van dit Regiment op Ceylon, waar op in het begin van 1791 niet in 't minste heeft kunnen worden gecalculeerd, noodwendig moest veroorzaaken dat de Reeruten die naar derwaards moeten worden versonden en met scheepen naar Batavia, bestemd alhier aankoomen, moeten worden aangehouden tot dat zig eene geleegenheid tot derzelver verdere voortzonding opdoet, en daar door hem getal doorgaans veel grooter is, en mitsdien meer toeverzigt van officieren behoeft, dan wanneer zy alle uytgezonderd al leen de zieken, met die zelfde scheepen welke hun alhier aanbrengen, wederom voortreysden, hebben wy het voorschr 4 zee Byf. No 162 besluyt der Ministers gepasseerd, dog overigens beslooten de voorschr. Memorie beneevens het berigt van den Raad te zonden aan de Verg:e van 2 viC„m ten einde door Hoogst dezelve daar op zodanig zoude kunnen worden gedisponeerd, als geoor„ deeld sal werden te behooren, waar toemy dierhalven de vryheid neemen die beide stukken hier navens te voegen het welk my ge- oordeeld hebben de meest geschikste weg te zyn, om dat de directie van alles wat dit Regiment betreft, in Nederland huijs= Vest, terwyl my om voor te komen dat de Compagnie inmiddels somtyds eenig nadeel leed, de Ministers hebben gelast met op„ zigt tot den inhoud van voorschr: Memorie de zaaken te laten op den teegenswoordigen voet, tot de dispositien den ver„ gadering van s7„m daar op zouden zijn vernomen. De Politicke Raad had ons by haaren brief van den 18 July 1792 ter kennisse gebragd, dat aan den Major van het Regiment van Wurtemberg van Dhen, /toen nog Kapitein / voor het vertrek van den Gouverneur van de Graaff was toegestaan, om tot herstel„ ling zyner gezondheid tot het laast van December 1791 alhier te mogen verblyven, om vervolgens te repatreeren dan wel zig weeder bij zyn Regiment te vervoegen; dat hy zeederd tot Major bevorderd zynde, na het vertrek van den Collonel van Hughel, het Commando over het resteerende gedeelte van het Regiment had gevoerd; dog dat, wanneer de laaste Com„ pagnie was verzonden, de Ministers gemeend hadden dat te Commando
English
166 A. to L 165. command had ceased, and had therefore caused his emoluments to stop from the day on which he should have resolved to go to the aforementioned coast, and this until such time as he should make use of an available shipping opportunity, either to join his corps or to return to Europe, in which latter case, see Appendix No. 164, they would have allowed him to enjoy his pay and emoluments again from the day of his embarkation in accordance with the 20th Article of the Capitulation; but that his disposition having been of such a nature that he could not put to sea without placing his life in danger, they had considered him since the beginning of 1792 as an officer who was prevented by illness from following his regiment, and pursuant thereto, again according to the tenor of the Capitulation, had only caused him to be paid the pay of major, under security for what had been received in excess in case it might be understood that only that of captain was due to him; concerning which the Ministers doubted and requested our ruling. The aforementioned Major von Dhen thereafter, see Appendix No. 163, also addressed himself to us by petition and thereby requested our favorable recommendation that, upon his arrival in Europe, he might be granted a means of subsistence or else the enjoyment of his pay without emoluments for the period of two years etc. Having consulted the Capitulation on all this, it appeared clear to us that the aforementioned von Dhen fell within the terms of the 24th Article, and by no means within those of the 26th Article as the Council seemed to have understood; and on that ground we permitted him to be conveyed to the Netherlands free of board and passage money on one of the Company's ships departing in the month of January of this year, and this with retention of his pay and emoluments as major, commencing on the day that he was effectively appointed here in that capacity, and to end on the day of his arrival in the Netherlands, with dismissal of the further or other requests of the aforementioned Major, who, however, through an aggravation of his indisposition, was prevented from undertaking the voyage to Europe at the time determined by us. There has also addressed himself to us by petition a certain J. Macé, appointed as surgeon second class in the Regiment de Meuron, with the request, for the reasons set forth in the aforementioned petition and substantiated by various original pieces and documents submitted alongside it, that we would grant him his discharge in the aforementioned capacity etc. The aforementioned documents abundantly proved that the aforementioned Macé, being a great lover of natural history, had allowed himself to be engaged by the colonel and owner of the regiment of that name, de Meuron, as surgeon in the same regiment, but with the intention on the part of Macé, following the inducement he had received thereto from Colonel de Meuron, not to be employed as such, but to depart for Ceylon under that title in order to make a considerable collection there relating to natural history, and subsequently to return to Europe, and on the part of Colonel de Meuron, in addition, with the intention of reaping for a large part the fruits of the petitioner's labor and of the rich harvest which he imagined would be gathered by him in fine and other stones, minerals, shells, mollusks, fish, animals, plants, and such further curiosities as the three kingdoms of nature yield on the said island; of which intention of Colonel de Meuron, running contrary, so it seems, to the agreements entered into by him with Macé, see Appendix No. 167, the latter was first fully informed during his stay in this Government. It appeared, moreover, that the petitioner was a born Frenchman and professing the Roman Catholic religion, directly contrary to the literal contents of the third Article of the Capitulation entered into with Colonel de Meuron, according to which all who constitute the regiment must be of the Protestant religion, all officers engaged by Colonel de Meuron being of the Swiss nation, and the common soldiers at least two-thirds Swiss, and the remainder Germans. Since, therefore, it was evident in all respects that the good faith of the Assembly of 17 had been deceived by the engagement of the repeatedly mentioned Macé as surgeon in this regiment, and good order did not tolerate that under such pretexts people should be sent to the Indies to travel through and investigate the Company's possessions without the consent, indeed even without the knowledge of the Assembly of 17, we have considered ourselves obliged to declare the pretended engagement of the aforementioned Macé as surgeon in the Regiment de Meuron, as we immediately have declared the same, to be null and of no value, and have permitted the said Macé to return to Europe by the first suitable opportunity, without rank or pay; and this without prejudice to all such measures and actions as the Assembly of XVII might see fit to take, to religion indemnification 25
Dutch transcription
166 A. tot L 165. Commando geceseerd te zyn, en dierhalven zyne emolumenten hadden doen ophouden met den dag dat hij op de voormelde Kend had moeten besliven, en zulks tot tyd en wylen hy van een voorkom de scheeps geleegenheid, zoude gebruyk maaken; om of zig by zy Corpe te vervoegen, of naar Europa te rug te keeren, en welk baas dee Eylage N:o 164 geval zy hem van den dag van zyn embarquement volgens 20 Artikel van de Capituilatie wederom van zyne gagie en emo menten zouden hebben laaten Jouiseeren; dog dat zyne dispositi van dien Aard zynde geweest, dat hy, sonder zyn lieven in geve te stellen zig niet op zee konde begeeven, zy hem zeederd het be„ van 1792 hadden geconsidereerd als een officier die door Ziek te verhinderd was zyn Regiment te volgen, en ingevolge van dien wederom naar huid der Capitulatie, hem alleen hadden doen betaalen de gagie van Major, onder Cautie van het te ve genotene, ingevalle begreepen mogt worden dat hem alleen d van kapitein toekwam; waaromtrend de Ministers twyffelde en onze uytspraak verzogten. De voornoemde Major von Dhen addresseerde zig daar na Ozie Ayt: N:o 163. ook aan ons bij Requeste en versogd daar by ons favorabel voorschryvens dat aan hem by zyne komst en Europan mogte werd geaccordeerd een middel van bestaan of wel het genot zyner gagt sonder emolumenten voor den tyd van twee Jaaren etc. a. Op dit alles de Capitulatie geraadpleegd hebbende koram het ons klaar voor dat voorn. van Dhen viel in de termen van het 24=dte Artikel, en geensints in die van het 26:e erticul gelyk de Raad scheen begreepen te hebben; en op dien grond permitteerden wy hemt om met een der in de maand Ianuary deezes Iaars Vertrekkende s'Compagnies Scheepen vry van kost en transport geld te werden overgevoerd naar Nederland, en zulks met behoud zyner gagie en emolumenten als Major, ing aan de met den dag dat hy alhier in die qualiteit effectief was aangesteld, en zullende eindigen met den dag zynen aankomst en Nederland, met afwyzing der verdere of andere verzoeken van voorn: Major, die door eene verheffing zyner indispositie egter Verhinderd is geworden op den door ons bepaalden tejd de reyse naar Europa te aanvaarden. Nog heeft zig aan ons by Requestet geaddresseerd zeekere I: Macé, als Chirurgyn en Second bescheiden onder het Regiment van Meuron, met verzoek om de reedenen by de voorschr: Requeste bygebragt, en gestaaft door Verscheide Origineele Steek, ken en documenten, neevens dezelve overgelegd, dat wy hen zyn Ontslag en voormelde qualiteit zouden accordeeren etca De voormelde stukken beweezen Overvloedig dat voornoemde Macé, een groot lief hebben zynde van de natuurlyke Historie, zig 23 zig door den kollonel en oygenaar van het Regiment van dien naam de Meuron, had laten en gageeren als chirurgyn onder het zelve Regiment, dog met intentie van de zyde van Macé, (naar de aanleyding welke hy daar toe van weegen den tottonel de Meuron had bekomen / om niet als zodanig te worden geemployeerd, maar om onder dien naam naar Ceylon te Vertrekken, ten einde aldaar te maken eene aanzienlyke Verzameling betrekkelyk de Natuurlyke Historie, en vervolgen naar Europa te retourneeren, en van de zyde van den Colonne de Meuron daar en boven met een voorneemen, om voor een arbeid vanden groot gedeelte te plukken de vrugten van den Suppliant, en van den ryken Oogst welke hy zig voorstelde dat door deesen zched worden opgerameld in fyne en andere gestantens, minerala Schulpen, inweeken, visschen, dieren, planten en zodanigen verdere merkwaardigheeden, als de drie Ryken der Natuu in het gemelde Eyland opleeveren; van welke intentie vand Colonnel der Meuron, so 't Schynt aanlopende tegens de verbintenissen door hem met Macé aangegaan, deeze zus yb: N. o 167. eerst geduurende zyn verblyf in dit Gouvernement Volleedog was geinformeerd geworden. Het bleek boven dien dat de suppliant was een geboore Transchman, en professie doende van de Roomsch Catholyke Godsdienst, direct strydig tegens den letterlyken inhoud van het derde Artikel der Capitulatie met den Colonnel de Meuron aan„ gegaan, volgens welke allen die het Regiment uytmaken, moe„ ten zyn van den Protestantschen Godsdienst, alle de officieren door den Colonnel de Meuron geengageerd wordende van de Zwitscherse Natie, en de gemeenen voor het minst twee derden Zwitschens, en de overige Duijtschers. Daar dienhalven in alle opzigten consteerde, dat de Religie der Verg:e van 17:n door het engagement van meermelden Mace als Chirurgyn in dit Regiment, was gesurpreneerd ge¬ weest, en de goede orde niet dulde dat onder soortgelijke pretexten, lieden naar Indie zoude worden gesonden, om buijten toe„ stemming, Ja zelfs buyjten weeten der Vergadering van 17=te„ Compagnies possessien te doorreizen en te onderzoeken, hebben my ons verpligt geoordeeld het pretense Engagement van den voornoemden Mdié als Chirurgyn in 't Regiment van Meu„ ron te verklaaren, gelyk hy het zelve dadelyk verklaard habben te zyn neel en van geender waarde, en aan geme Mace gepermitteerd, om by eerste bekwaame geleegen heien, son„ der qualiteit of gagie naar Europa te retourneeren; en zulks onverminderd alle sodanige dispositien en maatzegelen als de vergadering van Xvij=t zoude mogen goedvinden, tot Godsdienst Schade 25
English
to take, or put into effect, compensation for the Company in this case. A very unpleasant matter with which we have likewise had to occupy ourselves was that concerning the sea captain and former major at the National Depot, Simon de Sandolroy, already partly known to the Assembly of Seventeen from the letters of the Ministers of recent years. Hardly had we dropped anchor in Simons Bay, and had been welcomed by a deputation from the Political Council, than we received a letter from the aforementioned Sandolroy addressed to us, complaining noticeably about an order received from Colonel and Commander of the Militia Gordon, according to which he had been obliged to place himself under arrest in the Castle, and requesting our protection. From the verbal information that we obtained from the delegated Council members, we had to deduce that this arrest conflicted with a resolution of the Political Council, by which this entire matter had been suspended until our arrival; we could therefore not remain indifferent to it, and sent the aforementioned letter to the Council in order to provide us as soon as possible with their considerations and report thereon, while meanwhile ensuring that provisionally no further proceedings were taken in this matter until our pleasure in that regard should be further understood. This report, contained in a Resolution of the Council of 20 June 1792, we received on the 21st of the same month, and saw from it that already in the year 1789 and subsequently, various accusations had been brought by Colonel Gordon against the aforementioned Sandolroy regarding the administration and direction maintained by him with respect to the National Depot, of which the investigation up to that time had not been able to take place with full effect, and that the Council having consequently deferred that matter to our decision, Colonel Gordon had indeed seen fit, as soon as the members of the Council delegated for our reception had departed for the Bay, to have the arrest in the Castle announced to Sandol Roy, for which step written reasons were given the next day by Colonel Gordon to the Acting Governor Rhenius, but which contained nothing other than the aforementioned accusations already brought in the year 1789 and subsequently, and the investigation of which, or rather the determination of the manner in which it should take place, had been left by the Council to our decision. When therefore on 23 June, being the day of our arrival at the Cape, our reception in the Political Council was concluded, we sent an order to the same, whereby we, expressing our surprise and displeasure at the conduct pursued in this matter by Colonel Gordon, ordered the immediate release of Sandolroy from his arrest, which was subsequently duly complied with. Since now business of greater importance, and our earnest desire to bring it to an end as soon as possible, did not permit us to apply ourselves to the investigation of that complicated and voluminous matter, we further required the considerations of the Council on these two points: Firstly, whether the aforementioned accusations and the evidence existing thereof were of such a nature, and in such terms, that they could be investigated in this Government with sufficient effect, and a final judgment passed thereon, whether by a Military Court Martial or by the Council of Justice here, should we see fit to demand the investigation thereof from it. Secondly, what consisted of, as well as whether and to what extent were grounded, the reasons by virtue of which Sandolroy had recused the military Court Martial (which, provisionally introduced, had not then yet been abolished again) in this case. This requisition having been satisfied by the ample considerations of the Council, contained in its letter of 11 July 1792, it appeared to us extremely fitting on this whole subject to request the considerations of the Gentlemen Military Commissioners, and with that intention also handed over to the said Gentlemen in the conference of 21 September all the documents belonging thereto, or which had been supplied to us by Colonel Gordon for a fuller understanding thereof. We were, however, not to experience from this that full effect which we had imagined; from our correspondence held thereon with the Gentlemen Military Commissioners, it will appear to Your Noble High Mightinesses that those Gentlemen declared themselves not permitted to meddle with this matter, as being a matter of judicature, and although we in good faith believed that Their Nobles, by communicating to us, upon our urgent request, their thoughts thereon, could never incur the accusation of having meddled with matters of judicature in such sense as was forbidden by their Instructions, we nevertheless did not succeed in bringing the said Gentlemen to a different view in that regard. Mr. Vaillant, however, had made no difficulty
Dutch transcription
dnen 8yl: A:o 168. schadeloostelling van de Compagnie in dit geval, te neemens of 't werk te stellen. Eene zeer Onaangenaame zaak, waar meede my ons insgelyks hebben moeten beezig houden is geweest die concerneerende den zee hylage A:o 170 Kapitein en geweezen Major by het Nationaal Depos Simon de Sandolroy, gedeeltelyk reeds aan de Verge. van 17rn bekend uit de adriesen der Ministers van de laaste Jaaren, Naauwlyks hadden wy het anker in de Simonsbaay laaten vallen, en waaren wy door eene Commissie uit den Politeeren Ha Verwelkemd, of my ontfongen eene Missive van Voon: Cando roy dan ons geaddresseerd, zig merkelyk beklagende over eene bekome ordre van den Colonnel en Chef der Militie Gordon Volgens welke hy zig in 't Kasteel in Arrest had moeten be geeven, en onze protectie verzoekende. Uyt de mondelinge informatien welke wy bekwamen van de gecommitteerde Raadsleeden, moesten ny opmaken dat di Arrest aanliep teegens een besluyt van den Politeeken Raads waar by deeze geheele zaak was opgeschort tot onze aan komst; wy konden dierhalven daar aan niet onverschillig zyn, en zonder de voorschr: missive aan den Raad ten einde ons daar op ten spoedigsten te dienen van Considera tien en berigt, met om immiddels te zorger dat in deeze zaak by provisie niet verder wierde geprocedeerd, tot oms goed= vinden desweegens nader zoude zyn verstaan Dit berigt, vervat in eene Resolutie van den Raad in do 20 Juny 1792 bekwaamen wy den 21:e derzelve maand, en za„ gen daar uyt dat reeds in den Jare 1789 en vervolgens door den Colonnel Jordon teegens voorn:e Sandolroy waaren in„ gebragt diverse beschuldigingen, weegens de administratie en directie door denzelven gehouden opzigtelyk het Nationaal Depot, waar van het onderzoek tot dien tyd met geen vol„ leedig effect had kunnen geschieden, en dat de Raad die zaak Vervolgens dan onse decisie hebbende gedefereerd gelaten, de Colonnel Goedon in de daad had kunnen goedvinden, om sodra de Leeden des Raads tot onze receptie gecommitteerd naar de Baay sale waaren afgereist, aan Sandol Roy het Arrest in 't Kasteel te laten aanzeggen, van welke demarche des anderen daags door den Colonnel Gordon schriftelyke reedenen aan den Gezaghebber Rhenius waren opgegeeven, dog welke niet anders behelsden dan de opgemelde beschuldigingen reeds in den Jaare 1789 en vervolgens ingebragt, en welker onderzoek, of wel de bepaling, op wat wyze het zelve zoude behooren plaats te grypen, door den Raad aan onze decisie was overgelaten. Wanneer dierhalven den 23:e Juny / zynde geweest ten dag zaak Onser t - 169 „ 171. 29 72en Sgbr A:o 172 O _ 173. „175. 176. 17„ 178„ 179 die Seijle No. 174. onser aan komst aan de Kaas Jomre reeptie in den Toliheten Raad was afgelopen, zonder wy aan dezelve een aanschryvens waarby wy, onder betuyging van onze beveemding en ongenoegen over in deezen gehoude Conduite door den Colonnel Gordon, lastgavent het ommiddelyk ontslag van Sandobroy uijt desselfs arrest waaraan vervolgens behoorlyk wierd voldaan. Daar nu beezigheeden van mneer aanbelang, en onze harkt lyke begeerte om dezelve zo spoedig mogelyk ten einde te brenge Niet toelieten dat wy ons zelve verleedigden tot het onderzoe van die gecompligneerde en Volumineuse zaak, requireerd Wy nader de Consideratien van den Raad op deeze twee poincte Vooreerst; of de voorschr. beschuldigingen en daar van in weest zynde bewyzen waaren van dien aard, en in die termen dat dezelv in dit Gouvernement met genoegzaam effect konden worden of derzogd, en daar over eene finaale uytspraak gedaan, het zy door een Militairen kreygeraad; het zy door den Raad van Jast tie alhier, wanneer wy mogten goedvinden aan dezelve het Onderzoek daar van te demandeeren. Ten anderen; waar in bestonden, mitsgaders of en in hoe verre gegrond waaren de reedenen uyt hoofde van welken Landolroy den militairen Krygeraad / die provisioneel geintre duceerd toen nog niet weeder was afgeschaft / in deese zaak had gerecuseerd. Aan deeze requisitie voldaan zynde by de ampele Considerai¬ tien van den Raad, verval in Haare Missive van den 41 July 1792 Kwam het ons uytermaten geschikt voor op deeze geheele Materie te verzoeken de Consideratien van de Heeren Militaire Commis„ sarissen, en stelden ook met die intentie aan Welmelde Hee„ _ „ 152. ren in de Conferentie van den 21 Septb„r ter hand alle de stukken daar toe gehoorende, of die ons door den Colonnel Gordon tot volleediger verstand daar van waaren Gesuppediteerd. Wy mogten egter hier van dat volleedig effect niet ondervinden het welk wy ons hadden voorgesteld; uyt onze daar over gehoude Correspondentie met Heeren Militaire Commissarissen zal aan U el Edele Hoog Agtbaare blyken; dat die Heeren hebben Verklaarde, zig met deeze zaak, als zynde eene zaak van Judicatare niet te mogen bemoeyen, en schoon wy ter goeder trouwe meenden dat Hun wel Ed: Gestr: door aan ons, op ons instantelijk verzoel haare gedagten daar over meede te deelen, nimmer konden in„ curreeren de beschuldiging van zig met zaaken van Judicatiere te hebben bemoeid in dien zin, als zulks by haere Instructie was verboden, is het ons egter niet gelukt welmelde Heeren daar omtrend in een ander denkbeeld te brengen. De Heer Vaillant had egter geen zwarigheid gemaakt, had 6y „ 177.
English
31 as above very Annex No 174 See Annex No 175. to declare by a private letter to the first undersigned, of which he was subsequently granted the liberty to make use, that Messrs Verhuell and Grevenstein were of the same opinion as he, namely that the best means to bring this matter to a conclusion was to place it in a state for judgment so as to be settled at Batavia, and to send Major Sandobroy with the documents thither. But since we could not well perceive whether this opinion was based on a general view of the matter or was the fruit of a careful examination of all its circumstances, on which we, after receiving the last letter from Mr Vaillant, could not very gracefully ask for further clarifications, the unpleasant task remained for us to carry out that examination ourselves. We found thereby that Colonel Gordon had already on 6 and 13 February 1789, by written memoranda to the Council of Policy, brought various charges against Sandolroy regarding the direction and administration held by him over the Military Depot or so-called Pepiniere, as well as otherwise; but that the investigation of those charges, which were rightly considered by Colonel Gordon to be of the utmost importance for the military service and good order, after a lapse of three years had not yet been brought to sufficient effect, which must be attributed chiefly to the fact that they deviated in a very strange manner from the usual path prescribed by the constitution of the Government, namely to have those charges investigated and decided by the competent judge of Sandobroy, and instead proceeded to appoint a commission which brought about nothing other than producing, through the delivery of contradictory opinions, an uncertainty which, to the grievance of all interested parties and the severe displeasure of Colonel Gordon, ended in complete inactivity. The aforementioned charges had to be considered, as the Council made us observe, in a twofold manner: namely, those brought by Colonel Gordon as aforementioned, and those of 26 persons formerly in the Military Depot, appearing in a letter of complaint sent by the High Government of the Indies to the ministers by a dispatch of 31 December 1790, whereby they were ordered strictly to investigate the complaints mentioned therein. Now it was clear that Sandolroy could not be brought to trial here with any effect on account of these latter charges, 33 since the depositions concerning them sent over from Batavia were not drawn up in forma probanti, and the re-examinations, swearing of oaths, and if necessary the confrontations and the hearing on cross-interrogatories, could take place nowhere else than at the place where the deponents were located. And as regards the former, or those charges which Colonel Gordon had brought against Sandolroy, it appeared to us that the investigation thereof could also not well be demanded of the military court-martial provisionally subsisting here: firstly, because of the validity of the contention of Sandolroy that he could not be judged by inferior officers; secondly, on account of the observation of the Council that it could not be denied that, as to the challenge against officers belonging to the National Battalion, Sandolroy would not have been able to find in them, or at least not in all of them, the so necessary impartiality—an observation of which we had to acknowledge the validity when we took note of the extreme animosity with which Colonel Gordon had conducted himself throughout this entire affair. There remained therefore no other option to have the matter decided here than to entrust it to the Council of Justice; but against this, too, several objections arose among us: and most notably, that thereby the investigation of the complaints brought against Sandobroy at Batavia, which were also considered by the High Government to be of the utmost importance, would be delayed in the extreme; whereas on the contrary, if Sandobroy were sent to Batavia, he could at the same time be judged on everything charged against him by the Council of Justice of the Castle of Batavia. We have therefore chosen this path as the most suitable for the most secure and prompt maintenance of justice in this case, and also to bring an end here to a source of endless disputes and unpleasantries, and consequently ordered the frequently mentioned Sandolroy to be sent to Batavia at the first convenient opportunity, with the documents charging him properly inventoried and put into forma probanti (whither he has also since departed on the ship Regt door zee), in order that the various charges subsisting against him may be investigated there by the Council of Justice and final judgment rendered thereon. Annex No 180. as the ministers by our dispatch of 31 Oct: 1792 though Although
Dutch transcription
31 t _o als boven zeer By l: No 174 Oze Bijl. N.o 175. by eene partikuliere brief aan den eerst ondergeteekende, waar van hem vervolgens de vryheid gegeeven is om gebruyk van te maken, te declareeren, dat de Heeren Verhuell en Grevenstein met hem van gevoelen waaren, dat het beste middel om deeze zaak tot eene afkomst te brengen, was dezelve te doen, brengen in staat van wyzen, om op Batavia te worden afgedaan, en de Major Sandobroy met de Stukken naar derwaards te zenden maar Vermits hy niet wel konden ontwaaren of dit gevoelen beruste op eene algemeene beschouwing der zaake, dan wel de brugt was van een Naauwkeurig onderzoek van alle desself Omstandigheeden, waar op my na het ontfangen van de laaste brief van de Heer Vaillant, niet wel meer met gratie verdere op helderingen konden vragen, bleef voor ons de onaangenaam taar overig om dat onderzoek zelve te bewerkstelligen. Wy bevonden daar by dat de Collonel Gordon reeds op den 6 en 13 February 1789 by schriftelyk memorien ter vergadering vr Politie diverse beschuldiging en had ingebragd tegens Sandol roo ter zaake van de directie en administratie door denzelven ge houden over het Militaire Depot of sogenaamde Sepiniere, als anderzint; dog dat het onderzoek van die beschuldiging welke door den Colonnel Gordon met regt beschouwd wierden als van het uiterste belang voor den militairen dienst en de goede orde, na een tyd verloop van drie Iaaren nog niet tot Ge„ noegzaam effect gebragd zynde, zulks voornamentlyk daar aan moet worden toegeschreeven, dat men op eene zeer Vreemde Wyze is afgeweeken van den gewoonen weg, welke de Constitutie der Regeeringe voorschreef, namentlyk om die beschuldigingen door den Competenten Regter van Sandobroy te doen onderzoeken en beslissen, en in teegendeel is overgegaan tot het benoemen eenen Commissie welk niet anders heeft uytgemrogt, dan door het uytbrengen van teegenstrydige adviesen eene onzeekerheid voort te brengen die tot bezwaar van alle de belanghebbende partyen, enheevig misnoegen van den Colonnel Gordon, in eene volslage werkeloosheid is geëindigd. De voormelde beschuldigingen moesten, gelyk de Raad Ons zulks deed opmerken, tweeleedig worden beschouwd, namentlyk die door den Colonnel Gordon invoegen voorschr: ingebragd, en die van 26 persoonen voorheen geweest zynde in het militaire Depot, voorkomende by een klagtschrift door de Hoge Regeering van Indie aan de ministers toegezonden, by een aanschryvens van den 31:e December 1790, waar by zy gelast wierden de Klagten daar in Vermeld strengelyk te doen onderzoeken. Nu was het klaar dat Sandolroy weegens deeze laatste beschuldigingen alhier met geen effect konde worden te regt goede gesteld 1 _o „ 179. 0 33 gesteld, daar de verklaringen deselve beteffende van Batavia Overgesonden, niet waren belegd in forma probanti, en de recolle menten, beëedigingen, en des noods de Confrontatien, en het h ren op Contra Interrogatorien, nergens anders konden geschiede dan op de plaats alwaar de deposanten zig bevonden. En wat aangaat de eerste, of die beschuldigingen welke de lonnel Gordon tegens Sandol Roy had ingebragd, het kwam om voor, dat ook het onderzoek daar van niet wel konde w den gedemandeerd aan den alhier provisioneel subsisteeren Militairen Krygsraad, eerstelyk om de gegrondheid der Susten van Sandol Roy van door geene inferieuse officieren te kunn worden gejugeerd, ten anderen uyt hoofde van de aanmer king van den Raad van niet te kunnen desavoneeren, dat taillon behoorende, Sandol roy niet in dezelve, ten minusten niet in allen de so nodige onpartydigheid zoude hebben kunnen aantreffen: eene Aanmerking waar van wy de ge grondheid moesten erkennen wanneer ny agt gaven op de Verregaande Animositeit, waar meede de Colonuel Gordon zig geduurende deeze geheele zaak had gedragen. Er schoot dierhalven niets over om dezelve alhier te doen beslissen, dan om zulks op te dragen aan den Raad van Justiti dog ook hier teegen kwamen by ons verscheide bedenkingen op: en wel voornamentlyk, dat doar door ten Uitersten zoude worden vertraagd het onderzoek der klagten teegens Sandobroy op Batavian ingebragt, en welke door de Hoge Regeering meede Waeren beschouwd te zijn van het Uiterste belang; daar in teegen deel, wanneer Landobroy naar Batavia wierd opgezonden, hy ter zelver tyd over alles wat ten zynen laste was, door den Raad van Justitie des Kasteels Batavia konde worden geoor„ deeld. Deeze weg hebben wy dierhalven als de geschikste verkozen tot eene meest gezeegelde en prompte handhaving der Justitie in dit geval, en om teevens alhier een bron van emdeloose ver„ schillen en onaangenaam heeden te doen ophouden, en gevol„ gelast den dirwyls genoemden Sandolroy by eerste bekwaame geleegenheid met de stukken ten zynen lasten behoorlyk ge„ inventariseerd en in forma probanti gebragd naar Batavia op te zenden )rerwaards hy ook zeederd met het schip Regt door zee is vertrokken, ) ten einde aldaar door den Raad van Justitie te kunnen worden onderzogd de diverse beschuldi„ gingen teegens hem Subsiteerende, en daar in finaale uyto praat gedaan. wat aanging de recusatie van officieren tot het Nationaal By ren Sybi N:o 180. gelyk de Munisters by ons aanschryvens van den 31 Oet: 1792 dog Schoon
English
35 Annex No. 181 Although we can by no means approve of the excessive zeal displayed on every occasion by Colonel Gordon against the aforementioned Sandolroy, he nevertheless disabused us, by the exhibition of the written orders given by him and the original reports received by him, of the opinion we had held that the arrest of Sandolroy upon our arrival in False Bay had taken place on his own authority, and demonstrated that he had had reason to believe that the Commander Rhenius had given his consent thereto. Therefore, in order to cut off all unnecessary altercations on that subject, we have contented ourselves with bringing this to the notice of the Council, with instructions to keep a record thereof in its resolutions, and that thereby this entire matter should be settled, without them being permitted to allow any further notes or insertions of opinions in their minutes, wherewith until now for several years they had been filled. Annex No. 180. Finally, upon the proposal and repeated insistences of Colonel Gordon that such was necessary both with regard to military discipline and to prevent Sandolroy from evading the execution of our aforementioned disposition, we consented that he should be kept under arrest within the Cape until his departure on board; but, at the same time judging that this necessity ceased as soon as he should find himself on board, by a secret order to the commanding officer of the ship Regt door zee, we took care that as soon as that vessel should have passed the Chavonnes battery, the aforementioned Sandolroy's sidearm should be returned to him, and he be released from all state of arrest in which he might still be. Among a number of papers that were supplied to us from time to time by Colonel Gordon, there is also a considerable bundle relating to a certain soldier Poilevey, who had been enlisted in the Regiment de Meuron, and who was said to have undergone severe mistreatment during his presence in this Government; which bundle we likewise handed over to the Gentlemen Military Commissioners, with the request to enlighten us with their advice thereon. Those Gentlemen had excused themselves in the same manner as regarding the case of Sandolroy, but Mr. Vaillant nevertheless had the goodness not to leave us ignorant of the general circumstances of this matter, amounting to this: Annex No. 152, 177, and 179. 37 that the aforementioned Poilevey had come out as a soldier on the ship Rozenburg on 7 October 178[illegible], being destined for Batavia, but that the French Agent at the time (at least he qualified himself as such), Percheron, having requested Governor van de Graaff to be permitted to keep him here, this was granted, and his place filled by a French deserter, and that subsequently the said Percheron had transferred him to the Regiment de Meuron. That on 2 September 1788 he had been placed under arrest and had addressed himself both here and in Ceylon to the Gentlemen Military Commissioners, but had been rejected by them, as they were not permitted to interfere with any matters of judicature, but that during the presence of the said Gentlemen in Ceylon in the year 1790, he was still under arrest there. Annex No. 177. As this appeared to us to be the shortest and most suitable means to bring an end to this matter as well, we have written to the Ceylon Government that, if the aforementioned Poilevey should still be there, they should immediately discharge him from the Regiment de Meuron, and consider him as belonging to the Company's National Troops, as having been engaged and sent out in its exclusive service, without private arrangements, which we could by no means approve of, being able to alter that; and furthermore, if he should have any charges against him that had to be investigated, to have this done by the Council of Justice in Colombo, leaving the aforementioned Poilevey free, if he should deem himself to have any action against Captain de Meuron or others, to institute the same where and how he shall be advised. Annex No. 182. To conclude what the subject of the militia offered us on board for discussion, we can have the pleasure of testifying to having been extremely satisfied in general with the state of the garrison here: the good order and discipline prevailing among both corps do honor to the Chief of the Militia Gordon and the Major and Chief of the Artillery Fischer, as well as their skill in the execution of military maneuvers and drilling with the artillery, of which we have seen the proofs with particular pleasure on 8 and 18 October, days on which we inspected the two corps respectively. The skill of the burgher artillery corps also deserves very much praise; likewise, when holding the review of the
Dutch transcription
35 den 3gl: No. 181 Schoon wy nu in geenen deele kunnen goedkeurende overmae van iever door den Colonnel Gordon by alle voorkomende gelee genheeden teegens voorn: Sandol royj aan den dag gelegd,h hy ons egter door de exhibitie van de Schriftelyke ordres door he gegeeven; en de Origineele Rapporten by hem ontfangen, gedesabi seerd van de opinie waar in wy geweest waaren, dat de in Arr neeming van Sandolroy by onze aankomst in de Baay Fad door hem geschied was op zyne eyge Auctoriteit, en aangetoom dat hy reeden had gehad om te geloven dat de Gezaghebben Rhenius daar toe zyne toestemming had gegeeven; door om alle onnodige altercatien daar over af te snyden, hebben m Ons vergenoegd met zulks aan den Raad ter kennisse te bre Ozee Byl: N:o 180. gen,„e met last om daar van aanteekening te houden by haare Resolutien, en dat daar meede deeze geheele zaak zoude weezen afgedaan, sonder dat zy desweegens eenige Verdere aanteekeningen of insertien van adviesen in haare Opgevuld / zouden vermogen toe te laten Eyndelyk hebben my op voordragt en herhaalde iustantier van den Colonnel Gordon dat zulks zo in opzigt van de Mili taire discipline, als om te beletten dat Sandobroy zig niet Onttrok aan de executie der voorschr: onre dispositie, nodig 175 was, er in bewilligd dat hy binnen de kaab arrest zoude houden tot zyn vertrek naarboord, dog teevens oordeelende dat die noodzakelykheid ophield zo ras hy zig aan bond zoude bevin„ den, by eene Secreete Ordre aan den Commandeerenden Officier van het schip Regt door zee, gesorgd, datso ras die bodem de battery Chavonnes zoude zyn gepaseerd, aan voorn: Sandobroy desselfs zydgeweer zoude worden te rug gegeeven, en hy uit allen staat van arrest, waar in hy zig nog zoude mogen bevinden, ontslagen. Onder een aantal papieren, welke ons van tyd tot tyd door den Colonnel Gordon waaren gesuppediteerd, bevind zij ook eene aanzienlyke bundel die betrekking had tot zeekeren soldaat Poeleven, in het Regiment van Meuron geëngageerd geweest, die geduurende zyn aanweezen in dit Gouvernement verre„ gaande mishandelingen zoude hebben ondergaan; welken bundel my al meede aan Heeren Militaire Commissariseen met haar advies te willen voorligten. Die Heeren hadden zig wel daarvan inzelver voegen als om„ trend de zaak van SandolRoy, g'eëxcuseerd, maar de Heer Vaillant had egter de goedheid ons niet onkundig te laten van de algemeene toedragt deezer zaak, hier op nierkomende, Notulen, / daar meede tot valgens toe zeederd eenige Jaaren n Byl: No 152. hadden ter hand gesteldt, met verzoek om ons daar op niet was dat —„ 177. e 179. 37 dat genoemde soilevey met het schip Rozenburg den 7 Octb. 178 als soldaat was uytgekoomen Gedestineerde zynde naar Bata via, dog dat de toenmalige Fransche Agent (ten minsten zig zodanig qualificeerde / Percharon den Gouverneur va de Graaff verzogd hebbende om hem alhier te mogen houde zulks was toegestaan, en zyn plaats door een Franschen De serteur Vervuld, en dat naderhand gedagte Percher on hem aan het Regiment van Meuron had geadeerd. Dat hy op den 2 Septbr. 1788 in arrest was gezet ^ en zig zo hier, als op Ceylon aan Heeren Militaire Commissarissen ha geaddresseerd, dog door dezelve was afgeweezen, als zig met geene zaaken van Judicature mogende bemoeyen, dog dat hy by het aanweezen van welmelde Heeren op Ceijlon in den Ozen Byl: N:o 177. Jare 1790, zig aldaar nog in Arrest bevond Wy hebben, (alzo dit ons voor knam het kortste en geschikst middel te zyn, om ook van deeze zaak een afkomst te maken„ t _: „ 182. de Ceylonsche Regeering aangeschreeven, om wan neer voorn Poilevey zig nog aldaar mogt bevinden, denselven terston Uit het Regiment van Meuron te ontslaan, en te Conside keeren als gehoorende tot s' Comps. Nationale Trouppes, als zynde in haaren privativen dienst aangenoomen en uitgezo den, sonder dat onderhandsche schikkingen, als welke wy in geenen deele konde goedkeuren, daar aan verandering konden toebrengen; en om wyders, wanneer hy eenige zaaken ten zynen laste mogt hebben, die moesten worden ondersogd, zulks te doen geschieden door den Raad van Iustitie te Colom„ b0, met vrylating daar teegen aan voorn. Poelevey, om wan„ neer hy mogt vermeenen eenige Actie te hebben tegens den Kapitein de Meuron of anderen, deselve te institueeren daar en zo hy zoude te rade werden. Tot besluyt van het geen de materie der Militie ons aan boord ter verhandeling aan bood, kunnen wij het genoegen hebben te betuygen over den staat van het alhier zynde guarnizoen in het algemeen ten uytersten voldaan te zijn geweest: de goede orde en discipline welke onder de beide Corpsen heer„ schen doen den Chef der Militie Jordon en den Majors en Chef den Artillenie Fischer, eeze aan, so wel als derzelver bedreevenheid in het verrigten der militaire mandeueres, en het exerceeren met de Artillerie, waar van wy op den 8=dte en 18 October, dagen op welke wy de beide Corpsen respec„ tivelyk hebben geinspecteerd, niet byzonder genoegen de bewyzen gezien hebben. ^corps De bedreevenheid van het ^ burger artillerie verdiend meede zeer veel lof; so ook hebben wy by het doen der revie over wy de
English
24 to C, and 184. the Cape burghers on 20 October 1792, we could not sufficiently marvel at the good condition in which both the cavalry and infantry presented themselves. We would also gladly have conducted the weapon review of the burghers of Stellenbosch and Drakenstein in Stellenbosch in person, but our duties not having permitted this, it was carried out by a committee from the Council of Policy. We have the honor to present hereby to your Right Honorable Worships the lists of the strength of all the aforementioned military and burgher corps, as they were found at the aforementioned reviews, and of all that further relates thereto, taking the liberty to refer thereto. It is far from the case that we could give an equally good testimony regarding the order and management concerning the Company's seafaring servants: we found this branch of administration completely neglected, and were therefore obliged to make it a very serious object of our activities. Upon our arrival in False Bay, it already caught our attention how the captains of the Company's ships passing here seemed to be in the habit of, almost as soon as they had dropped anchor, proceeding immediately to the Cape and hardly boarding their ships again until the moment the muster was to take place: a manner of proceeding all the more irregular and detrimental, because the duty of a commander entails that, before leaving his ship, he takes care that it is properly inspected, as well as examined and an accurate account drawn up of everything with which he must necessarily be provided in order to be able to continue his voyage, in regard to which the Company's interests so urgently demand all possible speed. We provided for this by decreeing and immediately putting into effect: 1 That no captain or commander of a Company vessel shall be permitted to absent himself from his ship without having obtained permission thereto from the Governor, or whoever shall exercise authority here, upon penalty of a fine of fifty silver ducatoons for each day he shall have been ashore without such permission. 2 That the said permission shall not be granted until the captain or commander of such a ship shall have drawn up and submitted an exact and detailed report, from which it can sufficiently appear in what condition the vessel under his command is, and what is required both for the same and for the crew to be able to continue the voyage. 3 That if it should subsequently appear that any omission or negligence was committed by him in this matter, and that this should result in a greater or different requirement for the ship or crew than was stated by him in his first report, he should on that account forfeit a fine of one hundred silver ducatoons for the benefit of the Company, over and above such other correction as his omission should be found to have merited, and without prejudice to his responsibility for the damages and losses which may thereby have been caused to the Company, and 4 When this report has been received by the Governor or his deputy, such captain or commander shall then be granted permission to go ashore for a few consecutive days, not exceeding the number of five, under the same penalty as specified in Article 1. Having since learned that these orders were interpreted as if the captains or commanders were obliged to remain on board their ships even when, afflicted by severe illnesses, they should need to go ashore immediately for the recovery of their health, completely contrary to our intention; and that others again did not understand, or did not wish to understand, that they had the faculty, after having attended to that which is required of them by the aforementioned orders, to have their report delivered to the Governor or commander through the equipage master, and to have a request made to be allowed to leave the ship. Thus, to prevent these orders from later being shelved under the pretext of impracticability, we have further declared that the captains or commanders of the ships shall be bound, after they have complied with what is required of them by the aforementioned orders, to deliver their report to the equipage master, who in turn shall deliver the same without any delay to the Governor or commander, and await his orders; and furthermore that the captains or commanders were at liberty, immediately upon their arrival, to make such requests to the Government, and have them delivered through the equipage master, as serious illnesses
Dutch transcription
24 tot C, en „ 184. de Kaabsche burgeny op den 20 October 1792, ons niet genoeg kun nen verwonderen over den goeden staat waar in so de Cavallerie als Infanterid zig voordeed; gaarne hadden ny ook de wappen schouwing over de burgery van Stellenbosch en Drakenstein, Stellenbosch in perzoon gedaan, dog onze beerigheeden dit nie toegelaten hebbende, is zulks geschied door eene Commissie uyt den Politeeren Raad. Wy hebbende eer aan uw wel Edele Hoog Agtbaare mits # Zie Bylagen No 183. deezen aan te bieden de bysten van de sterkte van alle de voorn 185, 186, en 187. Militaire en burger Corpsen, sodanig dat deselve by de voorschrige ven Zyle N:o 188. houdene Revuren bevonden zyn, en van het geen daar toe verder be trekking heeft, de vryheid neemende ons daar aan te gedragen Het is verre van daan dat wy een eeven goed getuygen is zouder kunnen geeven van de orde en directie omtrends Compagine Zee varende Dienaaren: dit Vak der Huyshouding hebben wy ten eenemalen verwaarloost gevonden, en zyn daar door genoodzaak geweest het zelve te maaken tot een zeer ernitig voorwerk onze Verrigtingen. By onze aankomet in de Baay Feels viel ons reeds in't oog„ hoede Kapiteine van s'Compagnies alhier passeerende Scheepen in de gewoonte scheenen te zyn van, na dat dezelve naauwlyks waren ten anker gekomen, sig terstond na er de Kaab te begeer en hunne scheepen byna niet weeder betraden, voor het ogenblik dat de monstering geschieden zoude: eene handelwyjze des te on„ gezeegelder en schadelyker, om dat de pligt van een bevel hde ber meede brengd, dat hy alvorens zyn Schip te verlaten, sorge drage dat het zelve behoorlyk werde nagezien, mitsgaders onderzogt en naauwkeurig opgemaakt alles waar van hy noodzakelyk moet werden voorzien, om zyne reyze verder te kunnen voortzetten, Waar omtrend s' Compagnies belangen zo zeer allen mogelyken spoed vorderen. Wy hebben daar inne voorzien door te statuceren, en dadelyk te doen invoeren 1 Dat geen kapitein of gezaghebber van een Compagnia bodem, zig van zyn schip zal vermogen te absenteeren, sonder daar toe verlof bekomen te hebben van den Gouverneur, of die het gezag alhier voeren zal; op poone eenen boete van vyftig zelv te Ducatons voor elke dag, welke hy sonder zodanig verlof aan de wal zoude zyn geweest. 2 Dat het zelve verlof niet zal werden verleend, alvorens door den Kapitein of Gezaghebber van zodanig schip zal zyn geformeerd en ingeleeverde een exact en gedetailleerd Rapport, waar uit genoegzaam kan blyken in wat staat zig zyne on„ derhebbende bodem bevind, en wat ten behoeven, so van dezelve, en als 41 als van de Equipagie verewcht word, om de reyze verder te kin nen voortzetten 3o Dat wanneer naderhand mogt komen te blyken dat hier in door hem eenig verzuym ofte nalatigheid ware geplees en zulks ten gevolge mogt hebben eene meerdere of andere benodigdheid voor schip of volk, dan door hem by zyn eers Rapport zoude zyn opgegeeven, hy desweegens zoude verva zyn in eene boete van een honderd zelvre Ducatons ten profyte van de Compagnie, buyten en behalven zodan andere Correctie, als zyn verzuym zoude bevonden worde te hebben gemerikeerd, en onverminderd zyne verandwoorde lykheid voor de schadens en nadeelen, welke daar door za Bijl: N=o 189. aan de Compagnie zouden mogen zyn toegebragt, en 47 Zal dit Rapport ingekomen zynde door den Gouverna of desselfs plaats vervangende dan zodanigen Kapiteen of gezaghebber permissie zal worden verleend, om voor eenige agter een volgende dagen, egter niet te bovengaand het getal van vyf, zig aande wal te mogen begeeven, op gelyke peenaliteit als by Art: 1 bepaald. Seederd verneemende dat deeze ordres zodanig wierden Opgevat als of de Kapiteins of gezaghebbers verpligt zouden zyn om aanboord van hunne scheepen te blyven, ook dan wanneer zy door zwaare indispositien aangetast nodig zouden hebben zig tot herstel hunner gezondheid zig terstond naar de wal te transporteeren, geheel strydig met onze intentie; en dat anderen wederom niet begreepen, of niet wilden begrypen dat zy de faculteit hadden, om na verzigt te hebben dat geene het welk by de voorschr: Ordres van hem word gevorderd, door middel van den equipagiemeester hun rapport te laten ter hand stellen aan den Gouverneur of gezaghebber, en verzoek laten doen om zig van boord te mogen begeeven. So hebben wy, om voor te komen dat die ordres niet som tyds onder voorwendsel van onuytvoerlykheid nader hand werden agter de bank geschooven, nader verklaard, dat de Kapiteins of Gezaghebbers der Scheepen gehouden zullen zyn om, nadat zy zullen voldaan hebben aan het geen by voorsch Ordres van hun word gevorderd, hun rapport ter hand te stellen aan den Equipagiemeester, die het zelve wederom sonder eenig verzuym zal moeten bezorgen aan den Gouver„ neur of gezaghebber, en desselfs beveelen afwagten; en voorts dat het aan de Kapiteins of Geragvoerders vry stond, ter„ stond na hunne aankomst, sodanige verzoeken aan de Regeeringe te doen, en door middel van den Equipagie mee„ ten te doen overhandigen, als waar toe ernstige wanneer indispositien
English
could give occasion to the dispositions of them and their subordinate ship's officers, or other circumstances, whatever they might be, in order that the necessary regard could be paid thereto. It further appeared that no proper order was observed in the filling of the water casks of the ships staying in Baai Fals, and that the ship's authorities there, as it were, considered themselves discharged from all subordination, which, particularly with regard to the departure of the ships, meanwhile had very damaging consequences. See Annex No. 190. We therefore also determined in this regard that the ship's authorities, as soon as their subordinate vessels should be properly moored, must make it their first endeavour to bring the empty water casks ashore as soon as possible, fill them, and return them on board, and to take care that with the vessels used for this purpose there should always be an officer and a cooper, in order to be able to repair the casks if required. Furthermore, we gave the resident or postholder in the Bay the authority, whenever the sailing day of the ships was determined, to ensure that they did not let any good opportunity pass by, to hold the ship's authorities to their duty in that regard, and to fine the offenders with a penalty of one hundred silver ducatoons. Another matter, of still incomparably greater importance, concerning the authorities of the Company's ships, was the illicit and smuggling trade that was carried on by them almost openly. Although we might have expected that after the so frequently repeated and serious orders given on this point by the Assembly of Seventeen and the High Government of the Indies, this would be guarded against as much as possible, especially by ministers who had not long ago made such solemn protestations of their devotion to the interests of the Company, for which almost nothing more fatal could be devised, we nevertheless had the grief to discover soon after our arrival that it was situated entirely otherwise, such that this illicit trade had turned as if into a custom, and even during the days which we had spent with the frigate of the state the Amazoon in Baai Fals, coffee had been brought ashore illicitly by the Company's authorities there. Such a tremendous abuse demanded our most serious measures to eradicate it root and branch; but, in order not to see our good intentions in this regard thwarted at times by underhand practices, we resolved to leave this whole matter untouched until the arrival of a return ship in the roads of Table Bay. This took place on 31 August 1792 by the arrival of the Batavian return ship the Constitutie, commanded by Captain Christiaan de Cerff, whereupon immediately the strictest orders were given that nothing from that vessel should be transported to the shore or on board other ships until our further orders. See Annex No. 191, 192. Meanwhile we also demanded the inspection of the ministers, which measures had been devised for this government and were in practice here, to ensure that, in accordance with the wish of the Assembly of Seventeen, the Company's ships passing here were not laden with any illicit goods and unbranded chests or cases, and to detect and prevent all abuses, as well as all trade with such illicit goods here; and whether this important matter also required any further provision. Subsequently, we immediately summoned Captain de Cerff before us, and informed him that we knew for certain that there were illicit goods on board his ship for his account and that of others, destined for the Cape, demanding a pertinent list thereof, with a serious warning that at the least concealment he would be punished exemplarily and most severely, but at the same time with the promise that if he complied faithfully therewith, he could rely on some indulgence. This had a desired result; Captain de Cerff confessed frankly that there were illicit goods on board both for his account and for that of the other officers, consisting of sugar, woodwork, linens, etc., and undertook to provide us with exact statements thereof both for himself and from his ship's officers, with an indication of from which persons on Batavia those goods had been purchased; which he also faithfully performed; and those goods were subsequently immediately unloaded upon our order and stored in the Company's warehouses until further disposition. In compliance herewith, the Council wrote us a letter dated 7 September 1792, but as we did not find the question asked by us clearly answered therein, and moreover encountered several very obscure expressions therein, we were obliged to require further from the Council. 193
Dutch transcription
43 in disponsien van hun en hunne onderhebbende scheeps officier of andere omstandigheeden, welke die ook zouden mogen Weezen aanleyding zouden kunnen geeven, ten einde daar op het nodig reguard te kunnen werden geslagen. Het bleek om al verder dat ook geene behoorlyk or de wierd geobserveerd in het vullen der watervaten van de schee pen in Bary Fals vertoevende, en dat de scheps overheeden al daar, als 't ware, zig van alle subordinatie ontslagen ree kenden, het welk, byzonder met opzigt tot het vertrek der scheepen, derwyls zeer schadelyke gevolgen had. Ozie Byl: N=o 190. Wy bepaalden dierhalven ook hier omtrend dat de scheeps Overheeden, so ras hunne onderhebbende bodems behoorlyk zouden zyn vertuyd, haare eerste betragling zou den moeten maken om de leedige watervaten ten spoedigste aan de wal te brengen, te vullen, en weeder naar boord te versorgen, en te letten, dat by de vaartuygen daar toe ge bruykt wordende, zig altyde kwam te bevinden een Officier en een Kuyper, om de vaten, des vereyscht wordende te kunnen repareeren. Voorts gaven wy den Resident of posthouder in de Baay A de faculteit om wanneer de Zeyldag der Scheepen zoude zyn bepaald, te zorgen, dat dezelve geene goede geleegen hem lieten voor byjgaan, de scheeps overheeden daar omtrend by hun nen pligt te houden, en de overtreeders te muliteeren met eene boete van een honderd zilvre Ducatons Eene andere zaak, van nog ongelyk grooter aanbelang, de overheeden van s'Compagnies scheepen betreffende, was, de Mors en Sluykhandel die door hun byna opentlyk wierd gedreeven. Schoon wy hadden mogen verwagten dat na de so dirwers herhaalde en ernstige beveelen der Vergadering van 17„en en de Hoge Regeering van Indie, op dit stuk gegeeven, daar teegen so veel mogelyk zouden worden gewaakt, voor al door Ministers welke nog niet bang geleeden zulke plegtige betuijgingen hadden gedaan van haare Verkleefdheid aan de belangen der Maat schappy, voor welke bijna niets dodelyker zoude kunnen wor„ den uytgedagt, hadden wy nogthans het hartzeer, van al spoedig na onze aankomst te ontwaaren dat het daar meede geheel anders was geleegen, zodanig dat die ongeoor„ loofde handel als in eene gewoonte was veranderde, en zelfs geduurende de dagen welke wy met 's Lands Fregat de Amazoon in de Baay kals hadden doorgebragd, aldaar door s' Compagnies overheeden koffyj ter sluijk aan de wal was gebragd. lieten Een 45. Een so geweldig misbruyk vorderde onze ernstigste maatzig len om het zelve met workelentak uyt te roeyen; dog, om on goede voorneemens daar omtrend somtyds niet door Slink sche praclyken verydeld te zien, naamen my voor deeze geheele zaak onaangeroerd te laten tot de kamst van een retouerschip i de Rheede van de Tafelbaay. Dit had plaats den 31 Augustus 1792 door de aankomst van het Bataviasch Retouirschip de Constitutie, gevoord door den gaven, dat niets van dien bodem naar de wal of naar boord andere scheepen zoude worden getransporteerd, tot ons nader be Vervolgens Ontboden my onmiddelyk den kapitein de Cerff voor oms, en hielden hem voor zeeker te weeten dat zig aan zy boord voor reekening van hem en anderen ongepermitteerd goederen bevinden, voor de kaab gedestineerd, eysschende daar van eene pertinente opgave, met ernstige waarschou wing van by de minste Agterhouden heidn exemplaar en ten strengsten te zullen worden gestraft, dog teevens met toeze ging van ingevalle hy daar aan getrouwelyk voldeed, op eenige indulgentie te zullen kunnen slaat maaken. Zulks was van een gewenscht gevolg; de kapiteinde Certf beleed volmondig dat zig zo voor zyne reekening als voor Kapitein Christiaan de Cerff, waar op terstond de Strieste Ort zu ByL: N=o 191. Immiddels vorderden wij ook het bezigt der Ministen, welke 192. die der verdere Officieren ongepermitteerde goederen aan boord be„ vonden, bestaande in zuyker, houtwerken, Lyjwaten enz: en nam aan ons daar van so voor zig als van zyne scheeps officieren exacte opgaven te zullen bezorgen, met aanwyzing van welke persoonen op Batavia die goederen waren ingekogt; waar aan hy ook getrouwelyk heeft voldaan; en zyn die goederen vervolgens op onze ordre immediaat gelost en tot nadere dispositie in s' Compagnies Pakhuyzen opgeslagen maatzegelen voor dit Gouvernement beraamd, en alhier in praclyk waaren, om te waken dat Overeenkomstig de begeerte der Vergadering van 17=m de alhier passeerende Compagnies scheepen met geene on„ gepermitteerde goederen, en Ongebrande kisten of kassen beladen waaren, en om alle misbruyken, mitsgaders allen handel met sodanige ongepermitteerde goederen alhier te ontdekken en te weezen; en of dit aangeleegen stuk ook eenige nadere voorzieging nodig had" Ter voldoening hier aan schreef de Raad ons een brief in d. o 7 September 1792, dog vermit my daarby de door ons gedaane Vraag niet duydelijk beandwoord vonden, en boven dien daar- in verscheyde zeer duystere uytdrukkingen wierden ontmoet, waaren wy verpligt nader van den Raad te requireeren. 193 die voor
English
Firstly, copies of the orders on this matter issued and established both by the Assembly of Seventeen and by the High Government of the Indies. Secondly, whether any trade whatsoever in any goods, of whatever nature they might be, had ever been permitted by the Assembly of 17 or the High Government of the Indies to be conducted in this Colony by means of passing Company ships; and if so, copies of the orders or directives received by them in that regard. Thirdly, what measures had been employed by them to hold the Fiscals of this Government to their duty in this matter so vital to the Company; and whenever they had so greatly neglected the same as not even to respect the orders of the Council in that regard, whether proper notice thereof had been given by them to the Assembly of Seventeen, or the High Government of the Indies; and Fourthly, in what manner the Council had complied with the orders of the Assembly of 17 appearing in the directive of the 11th of May 1790, section 2, against the sale of goods found in the filled permitted chests brought here by the crew members, as well as with what was prescribed in that same missive, section 8, to the effect that with each of the outgoing ships sailing onward from here to the Indies, a sealed list should be sent along of the goods that were unloaded from them, both on behalf of private individuals and on behalf of the Company. Finally, then, the tangled web of this entire illicit trade was unraveled by the further report which we received from the Ministers in response to our aforesaid requisitions, dated Annex No 194, 26 September 1792; by this we saw confirmed what we had already found all too much reason to suspect: namely, that notwithstanding the manifold orders and directives, both from the Assembly of Seventeen and from the High Government of the Indies, against all private and illicit trade, both with foreign and especially with the Company's own ships, it had nevertheless been openly permitted by the Fiscals at the time, indeed by the Government itself, that goods were brought here, sold, and traded by stealth, or in unbranded and unpermitted chests and boxes; whereby immeasurable damage and losses were inflicted upon the interests of the Company, not only by that illicit trade in itself, but also by the scandalous overloading of the return ships, by which so many treasures and lives were lost. Since, for reasons already mentioned on previous occasions, we in this and several other instances have had to confine ourselves more to cutting off the evil and preventing it for the future than to pursuing our resentment over the past, however justified, we have likewise, with respect to the irresponsible conduct of the Government in this matter, had to content ourselves with bringing the same most emphatically to their attention, Annex No 195, and making them sensible of the accountability in which they would place themselves for the future, by defending or turning a blind eye to similar malpractices under whatever pretexts, or by failing to hold the Fiscals of this Government to their duty in that regard; and further pointing out the error of their notion, which we had already seen reflected more than once in their advices, as if those things which are harmful to the Company's interests, or which they themselves would not even be authorized to permit without having obtained qualification, or finally which are contrary to the spirit or intent of orders given in other respects, would be permissible merely because they are sometimes not expressly forbidden, and as if the absence of such an express prohibition would relieve them of their obligation to guard against it; which we applied particularly to their citation that the export of rice, sugar, woodwork, and other goods at Batavia, nor their import here, had been prohibited, from which it could surely never be inferred that the conveyance thereof could take place with the Company's return vessels; since such was notoriously contrary to the Company's interests, as well as to the spirit of the prevailing orders enacted against the overloading of ships and the conveyance of unpermitted or unbranded goods. Meanwhile, we could not but regret all the more the almost open protection granted to this illicit trade in this Government, because the officers of the Company's ships had thereby been led into the notion that the provisions existing against it, and particularly the penalties established by the Articles of War, were entirely null and void here, and that they were, as it were, even permitted to bring unbranded goods here and to trade in them, as has become most clearly evident to us, in such a manner that
Dutch transcription
Voor eerst Copien van de Orares op dit stuk zo door de vergaderin van sC„m als door de Hoge Regeering van Indie gegeeven en gesta tireerd. Ten tweeden of immer eenige handel in eenige goederen welk die ook zouden mogen weeren, door de vergadering van 17=r of de Hoge Regering van Indie was toegestaan, om door middel van Compagnies passeerende Scheepen in deeze Colonie te worden ge drieven. — en so ja, Copien der ordres of aanschryvingen des weegens by haar ontfangen Ten derden welke middelen door haar waren in 't werk gesteld om de Fiiskaals van dit Gouvernement in dit voort Compagnie aangeleegen Stuk by hunnen pligt te houden, en wanneer zy denzelven zo zeer hadden vergeeten, om zelve de beveelen van den Raad daar omtrend niet te respec teeren, of door haar daar van behoorlyk kennis gegeeven was aan de Vergadering van Zeeventienen, of de Hoge Rege ring van Indie. — en Ten Vierden op welke wyze de Raade voldaan had aan de or dres der Vergadering van 17„en voorkomende by aanschryvinge van den 11e. Mey 1790 - § 2, teegens het verkopen van de goed ren zig bevindende in de gevulde Gepermitteerde Kosten alhier door de scheepelingen werdende aangebragt, mitsgaders aan het aangeschreevene by diezelfde Mussive § 8. ten einde met elk der uytgaande scheepen, welke van hier naar Indie voort Steevenen, meede te geeven eene Verzegelde Lyst van de goederen, welke so wel van particulieren als s' Compagnies weegen daar uit zyn gelost ?. Ten laatsten dan ontwikkilde (zig het kluwen van deeze geheelen morshandel by het nader berigt, het welk ny van de Ministers op onze gemelde requisitien ontfongen, en gedateert zu ByL: N„o 194. 26 September 1792; wy zagen daar door bevestigd het geen Wy reeds maar al te veel reeden gevonden hadden om te onder„ stellen; dat namentlyk, niet teegenstaande de meenigvuldige Ordres en aanschryvingen, zo van de Vergadering van xvij„e als van de Hoge Regeering van Indie, teegen allen particulieren en ongepermitteerden handel, so met vreemde als bezonder ook met s' Compagnies eygescheepen, egter opentlyk door de Fiskaals in der tyd, ja door de Regeeringe zelve was toegelaten dat goederen ter Sluyk, of in ongebrande en ongepermitteerde kisten en kassen alhier aangebragt, verkogt, en verhandelde waaren; waar door dan de belangen van de Compagnie niet alleen door dien ongeoorloofden handel op zig zelven maar ook door de schandelijke Overlading der retourscheepen, waar door so veele schatten en menschen zyn verlooren aan gegaan gegaan, onmeetelyke schadens en nadeelen zyn toegebragt Daar wy, om reedenen reeds bij vorige geleegenheeden aangehar in dit en meer andere gevallen ons meer hebben moeten bepaal om het kwaad af te snyden, en voor 't vervolg voor te kome dan wel ons ressentiment weegens het voorleedene, hoe rig matig ook, kunnen opvolgen, hebben wy ons ook met opzigt tot de onverandwoordelijke handelwyze der Regeeringe in dit stuk moeten vergenoegen met haar dezelve op het nadrukke O zeer Tyt N„o 195. lykst onder het oog te brengen, en te doen gevoelen de verand woordelykheid waar in zy zig voor het toekoomende zoude stellen, met, onder welke pretexten ook, soortgelyke morsse hyen voór te staan of door de vongeren te zien, of in gebreeken te blyjvende Fiskaals dezes Gouvernements daar omtrend by hunnen pligt te houden, en voorts te doen opmerken het verkeerde van derzelver begrip, het welk my nu reeds meer dan eens in haare adveeren hadden zien doorstraalen, als of de dingen die schadelyk zijn voors' Compagnies belangen, of welke zy zelvs niet bevoegd zouden zyn zonder bekomene qua lificatie toe te staan, of eyndelyk die strydig zyn met de geest of meening van beveelen in andere opzigten gegeeven, geonrlooft zouden zyn, om dat dezelve somtyds niet ex„ presselijk zyn verbiden, en als of het ontbreeken van sodanig Uytdrukelik verbod haar zeude ontheffen van haare verpligting om daar teegen te waaken, het welk my bijzonder van aplicatie gemaakt hebben op haare aanhaaling dat de rytvoer van Rist, zuyker, houtwerken en andere goederen op Batavia, nog ook den invoer alhier niet zoude zyn gepro„ hibeerd geweest, waar uit voorzeeker nimmer kon worden afgeleid, dat de aanbreng daar van met s' Compagnies retourbodems konde geschieden; alzo zulks notoirstrydig was met s' Compagnies belangen, zo wel als met den geert van de plaats hebbende Ordres teegens de overlaading der scheepen, en het overbrengen van ongepermitteerde of onge„ brande goederen, geëmaneert. Intusschen moesten wy ons de bijna opentlyke protectie aan deezen Moishandel in dit Gouvernement verleend, te meer beklagen, om dat de Overheeden van des' Compagnies scheepen daar door waaren gebragd in het denkbeelde, dat de daar teegens plaats hebbende voorzieningen, en wel by zonder de poenaliteiten by den Artekelbrief gestatueerd, hier ter plaatse geheel buiten kragt en werking waaren, en dat het hun, als 't ware, zelfs geoirloofd was om alhier ongebrande goederen aan te brengen, en daar meede Negotie te doen, gelyk ons zulks ten klaarsten is gebleeken, sodanig het
English
51. which had to make us hesitate to put those penalties into execution immediately from the start, because not only can a strict observance of the laws hardly be demanded of subordinates when they openly see the same neglected by their superiors, but also the extent that the masters had given to this illicit trade would in that case have exposed them to a total ruin, which again in another respect could be extremely detrimental to the interests of the said Company. We have therefore, on account of the stated considerations (see annex No 195), determined, firstly with respect to the unpermitted goods of the Captain, Captain Lieutenant, and Chief Surgeon of the ship de Constitutie, to remit to the said officers in this particular case the punishments and penalties incurred by them on account of the aforesaid prohibited trade—with the understanding, however, that the goods which it would have been permissible for them to transport on freight to the Netherlands should be sold by public auction, and the proceeds thereof delivered into their hands, after deduction of such freight and recognition for the benefit of the Company as would have had to be paid by them if the same goods had been transported by them on freight to the Netherlands and sold there for similar prices; and that the goods which belonged to those articles of which the Company has exclusively reserved the trade to itself, and which it was therefore impermissible to load into the return ships to the Netherlands even on freight (including therein the woodwork and linens, see here Annex No 195), should be taken over from the said officers for the benefit of the Company, against restitution of the purchase prices expended by them, as the same were declared by them to us, and sent properly conditioned to the Fatherland at the very first opportunity, though not with the aforementioned ship de Constitutie. And since we now had the most grounded reasons to hold it beyond doubt that all Company ships passing through here from India, without distinction, brought unpermitted goods with them from there with the intention of discharging and trading them here at the Cape, we have regarding this written to the Council: Firstly, that sufficient precautions had to be used, so that when any return ship arrived in the Roads, the Captain or Commander and other officers obtained not the slightest knowledge of this our disposition 53. or of that which by virtue of the same had taken place regarding others, before the same should also be put into execution immediately with respect to them. Secondly, that the Governor or Commander, immediately after the ship had come to anchor, should summon to him the Captain, or the one who held command, and put to him that he had reasons to firmly presume that (according to custom), for private account of himself and further officers or persons belonging to the crew, unpermitted or unbranded goods were on board his ship, and furthermore seriously inquire of what the same consist, and from whom and at what prices the same were purchased, with the promise of impunity for him and his fellow officers in case they performed that declaration faithfully. Thirdly, that if the Captain or Commander were refusing to comply with this requisition candidly, the next officer was to be summoned immediately, and the same put to and inquired of him, taking proper care that he held no prior communication with the Captain or Commander; and so forth all the other officers. Fourthly, that having received the aforesaid declarations, and the same having been duly signed by the officers whom this concerned upon the oath taken at the commencement of their service, knowledge thereof should immediately be given by the Governor or Commander in the Council of Policy; that subsequently the goods listed thereon had to be stored immediately in the Company's warehouses, and dealt with as with the goods mentioned hereinbefore found on the ship de Constitutie. Fifthly, that whenever there might be suspicion that the declarations had not been made in good faith, or if it might afterwards be found to be so, and also in the event that the officers might deny that any unpermitted goods were on board, the ship had to be inspected closely, and that upon discovery of fraud or unfaithful declaration, the guilty parties would not only have forfeited the impunity promised to them by virtue of our qualification, but the Fiscal of this Government would also be ordered to proceed against the same according to the strictness of the laws. Sixthly, that it should be closely supervised and watched by the aforementioned Fiscal that from the passing Company ships, both outbound and returning, no goods were brought from on board or to shore.
Dutch transcription
51. het welk ons moest doen aarrelen om die poenaliteiten van af aan dadelyk in executie te brengen, om dat niet alleen berm lyk van minderen een Striete observantie der Wetten kan wo gevordert, wanneer zy dezelve door hunne meerderen opently zien verwaarloozen, maar ook de extensie, welke de meester aan dien morshandel hadden gegeeven, hun indien gevalle aan eene totaale runie zoude hebben blootgesteld, het welk wederom in een ander opzigt voors' Compagnie belangen ten uitersten schadelijk zoude kunnen zyn. Wy hebben dierhalven uit hoofde der vermelde Considerat tzie syl N:o 195: gestatieeerd, eerstelijk met opzigt tot de ongepermitteerde goederen van den Kapitein, Kapitein Lieutenant en Oppermeester van het schip de Constiteetie, aan dezelve officieren in dit byzo der geval te remitteeren de straffen en poenaliteiten door hun ter zake van voors: verbeoden handel geinenrreerd - met den verstande nogthans, dat de goederen welke het hun geoorlooft zoude geweest zyn op vragt naar Nederland over te voeren bij publieke vendrtie zouden worden verkogt, en het provenu daar van aan hun ter hand gesteld, naar aftrek van zodanig Vragt en recognetie ten behoeven van de Compagnie als door hun zoude hebben moeten worden voldaan, wanneer dezelve goederen door hem op vragt naar Nederland waren overge„ voerd geweest, en aldaar teigen gelijke pryzen verkogt, en dat de goederen welke gehoorden tot die Artikelen, waar van de Compagnie zig privasivelyk den handel: heeft gereserveerd, en welke het derhalven ongeoorloofd was zelf op vragt, in de Ritourscheepen naar Nederland te laaden, van de„ zelve officieren ten behoeven van de Compagnie zouden worden Overgenomen, tegens restitutie der inkoops pryzen door hem besteed:, sodanig als die door hun aan ons waaren opgegeeven, en bij aller eerste geleegenheid, dog niet met het voornoemde Schip de Constitetie; behoorlijk geconditioneerd naar het Vaderland verzonden. En nadien wy thans de gegrondste reedenen hadden, om buiten twijffel te stellen, dat alle s'Compagnies Scheepen uit Indre alhier passeerende; sonder Onderscheid, van daar ongepermitteerde goederen mede bragten, met intentie om die alhier aan de Kaab te ontladen en te verhandelen, Voor eerst dat voldoende voorzorgen moesten worden ge¬ bruikt, dat wanneer eenig betourschip op de Rheede Kwam, de Kapitein of Geragvoerder en verdere Officieren geen de minste kennisse bekwamen van deeze onze dispositie daar onder begreepen de houtwerken en Lywaaten, alhier zije Byl: N:o 195: zo hebben wij daar omtrend den Raad aangeschreeven goederen of 53 of van het geene uit kragte van dezelve omtrend anderen bezeids hebben plaats gehad, alvorens dezelve ook ten hunnen opzigtel delyk zoude worden ter executie gelegd. Ten Sweeden, dat de Gouverneur of Goragheb ber terstond n dat het schip ten anker zoude zyn gekomen, by zig zoude on bieden den Kapitein, of die het bevel zoude voeren, en hem voorhouden reedenen te hebben om vastelyk te onderstellen dat zig /volgens gewoonte / voor partikuliere reekening, van hem en verdere officieren of persoonen tot de equipagie b hoorende, aan zyn boord bevonden ongepermitteerde of onge brande goederen, en Wijders ernstig afvragen waar in dezel bestaan, en van wie en tot wat pryzen dezelve zyn ingekog met belofte van impeniteit voor hem en zyne meede officie ren, ingevalle zy die opgave getrouwelyk verrigten. Ten derden, dat de Kapitein of Geragvoerder weigeragtig zinde aan deeze requisctie onbewimpelde te voldoen, ter sto moeste worden ontboden de volgende Officier, en hem het zelvde voorgehouden en afgevraagd, behoorlyk zorgende dat hy met den Kapitein of Gezagvoerder bevorens geen ruggespraak hield; en so vervolgens alle de andere officieren Ten vierden, dat de voorschr: opgaven ontfangen, en door de officieren, welke zulks zoude aangaan, behoorlyk op den eed in den aanvang hunner bediening gedaan, onder teekend zynde, daar van door den Gouverneur of Gezaghebber terstond kennis zoude worden Gegeeven in Rade van Politien; dat vervolgens de daarop vermelde goederen terstond ins Compagnies Pakhuyzen moesten worden opgeslagen, en daar mede gehandelt als met de hier voren gemelde goederen op het schip de Constitutie bevonden. Ten vyfden dat wanneer en suspicie mogt zyn dat de opgaven niet ter goeder trouwe waren geschied, ofte ook wanneer naderhand bevonden mogt worden zulks alzo te zyn, en ook in het geval dat de officieren, ontkennen mogten dat zig eenige ongepermitteerde goederen aan boord bevonden, het schip nauwkeurig moest worden gevisiteerd, en dat bij bevinding van fraude of ongetrouwe opgave, de schul„ digen niet alleen zouden verbeurde hebben de impariteit uit kragte van Onze qualificatie aan hun toegezegd, maar ook de Fistaal dezes Gouvernements gelast worden tegens dezelve naar strengheid van regten te procedeeren. Ten sesden dat door de Fiskaal voornt: naauwkeurig zoude werden toegezien en gewaakt dat van de alhier pas„ seerende so uitkomende als retourneerende Compagnie scheepen geene goederen van boord of aan de wal wierden den gebragt
English
brought that are unpermitted or unbranded, and upon discovery of the same, whether they might already have been brought from on board or not, it shall be proceeded to immediate confiscation pursuant to the 23rd article of the Articles of War; from which provisionally would be excepted the unpermitted goods found on the return ships, in case a faithful declaration thereof were made by the persons to whom the same might belong, on the footing described here above. Seventhly. That this enactment regarding the aforementioned officers and the promise of impunity to which we had authorized the Council, should only take place concerning those ships which would for now return from the Indies, and until such time as the Ministers by the High Government and the Ceylonese Ministers should be informed that a start would respectively have been made there with warning the authorities of the returning ships, that henceforth the penalties against the conveyance of unbranded and unpermitted goods here locally would be executed strictly and to the letter without any excuse or connivance (to which end we had already on the 15th of September written the necessary to the High Government of the Indies as well as the Governor and Council of Ceylon), which information having been received by the Council, they were most expressly ordered by us to carry this into effect accordingly, and not to tolerate that thereafter ever at any time on that account, with or without authorization of the Court, any composition would be entered into. That also in the same manner would be deprived upon their return of the aforementioned favorable provisions and impunity the authorities and crews of the ships which after the date of these provisions would continue their voyages from here to the Indies, as those who should be warned of the serious measures taken by us for the future on this point. We can have the pleasure to report that these precautions, which we subsequently also extended, as far as concerns the goods that would for now still be brought, to inhabitants of this Colony, have had a very complete effect, there being discovered by means of the same a very considerable quantity of prohibited goods on the return ships that passed successively, as appears from two specified lists which we have caused to be drawn up thereof, from which Your Right Honorable might also perceive which thereof have been sold here publicly, and which taken over by the Company at prime cost to be sent to the Netherlands. Since then the news has also been received here that the High Government of the Indies and the Ceylonese Ministers have put our written instructions into execution, which has also had that desired effect that the last return ships from both those places have not brought any unpermitted goods of whatsoever nature, if one excepts therefrom products of the Empire of China with the Chinese return ships, as those who upon their departure from that Empire had not yet received any knowledge of the aforementioned provisions. The first of those ships, Oosthuijzen, arrived here at the roadstead and dropped anchor on the 14th of March, and it appeared that the value of the unpermitted goods which it had on board on account of the Cape amounted to between 70,000 and 80,000 Cape guilders. Since these goods are not even permitted to be shipped on freight to the Netherlands, they thus fell under the terms to be taken over by the Company according to the purchase prices, and sent thither on its account, but those prices appeared to us upon examination so high, that we did not at all find this advisable, wherefore we rather chose to enact concerning them, as well as such further unpermitted goods as might be found in the two Chinese return ships then still expected, that the same would be stored here in the Company's warehouses, and further could be received by the persons for whose benefit they were, or would still be, brought, against payment of the import duties, and in addition ten percent of the value, as well for freight, as recognition. We likewise append hereto a specific list of those goods across the three Chinese return ships that arrived here in these years. Meanwhile we may not omit to remark in this place that this Colony needs many products of the Empire of China, without it being expected for the present that it will be able to supply itself therewith through its own shipping from Batavia. Although now indeed the only means by which they have hitherto provided themselves therewith has justly been taken from the inhabitants, namely by having the same brought on the Company's return vessels for their account,
Dutch transcription
55 197. „69 gebragt die ongepermitteerd of ongebrand zin, en by oundeden sen be No 96; king derzelve, het zy dezelve reeds van boord mogten zyn gebra„ dan niet, tot dadelijke Confiskatie ingevolge het 23 e. arheu van den Artikelbrief worden geprocedeert; als waar van alle bij provirie zouden zijn uitgezondert de ongepermitteerd goederen zig op de retourscheepen bevindende, ingevalle dat van door de persoonen aan welken dezelve zouden toebeho ren, op den voet hier voren omschreeven getrouwelyk opga wierd gedaan. Ten Zeevenden. Dat dit gestatueerde ten opzigten vo de evengemelde Officieren en de toezegging van impunitei tot welke wy den Raad hadden gequalificeerd, alleen lyjk plaa zoude grypen omtrend die schapen welke voor eerst uyt Indie zouden retourneeren, en tot zo lange de Ministers door de Hoge Regeering en de Ceylonsche Ministers zouden o informeerd zijn dat aldaar respectivelijk een aanvang zoud zyn gemaakt met de Overheeden der retourneerende sche pen te waarschouwen, dat voortaan de poenaliteiten te gee het overbrengen van ongebrande en omgepermitteerde goed ren alhier ter plaatze sonder eenige excuse of Conneventee striekelyk en na den letter zouden worden ten executie gelegt (ten welken einde ny reedes op den 15 Septb:n aan de Hoge Regering van Jndie mitsgaders den Gouvrneur en Raad van Caylon het nodige hadden aangeschreeven) welke informatien by den Raad Ont„ fangen zynde, zij door ons wel uitdrukkelijk gelast wierd zulks alzo te doen gevolg neemen, en niet te dulden dat daar na immer ofte ooit desweegens, met of zonder Authorisatie van den Regten, in eenige Compositie wierde getreeden. Dat ook in zelver voegen van de voorschr: gunstige disposi„ tien en impriniteit bij hun retour verstoken zouden zyn de Overheeden en equipagien der Scheepen welke na dato deeser dispositien van hier hunne reyzen naar Jndie zonden voortzekten, als welke zouden moeten worden gewaarschuwd van de ernste„ ge maatregelen door ons voor 't vervolg op dit steek genomen Wy kunnen het genoegen hebben te melden dat deeze voor„ zorgen welke wy naderhand ook, voor so veel aangaat de goederen die voor eerst nog zouden worden aangebragt, uytgestrekt hebben voor ingezeekenen deezer Colonie, een zeer volleedig effect hebben gehad, zynde door middel van dezelve een zeer aanzienlijke quantiteit verboode goederen op de Successivelyk gepasseerde retourscheepen ontdekt, blykens twee gespecificeerde Lysten welke ny daar van heb„ 198 „199. ben doen formeeren, waar uit Uwwel Edele Hoog Agtbaare teevens zullen kunnen ontwaaren, welke daar van alhier van publiek „ 202. t zeer yl: No. 196 en 197. 201 publick zyn verkogt, en welke door de Compagnie teegens de enk prejzen Overgenomen om naar Nederland te worden verzonde Seederd is alhier ook de tyding bekomen dat de Hoge Regee van Jndie en de Ceijlonsche Ministers onze aanschryving op de gelegd, het welk ook van dat gewenscht gevolg is geweest de de laaste retourscheepen van beide die plaatzsen geene ongep mitteerde goederen hoe genaamde hebben aangebragt, so o„ daar van uytzonderen produkten van het Ryk van thin met de Chinasche retourscheepen, als welke by hun verzek u dat Ryk van de voorschr: dispositien nog geen kennisses hadden bekoomen. Het eerste dier scheepen, Oosthuijzren, kwam alhier op den 14 Maart op de Rheede ten anker, en in bleek dat de waarde der ongepermitteerde goederen, welke het voor reekening van Kaab aan boord had, wel tusschen de 70n e 80=mn kaabsche guld bedroeg. Daar deeze goederen zelfs niet op vragt vermogen naar Nederland te worden afgeladen, vielen dezelve dus in de te men om volgens de inkoops pryzen door de Compagnie te worden overgenomen, en voor haare reekening naar derwaar gesonden, maar die pryzen kwamen ons by examinabie so hoog voor, dat wy zulks in geenen deele geraden vonden, wes„ halven wy liever verkosen daar omtrend, mitsgaders zodanige verdere ongepermitteerde goederen, als zig in de toen nog ver„ wagt wordende twee Chinasche Retourscheepen zouden mogen weegen zouden worden opgeslagen, en voorts kunnen worden Ontfangen door de perzoonen ten behoeven van welken de„ zelve waaren, of nog zouden worden aangebragt, teegens voldoening der inkomende regten, en boven dien tien pro Centos van de waarde, so voor vragt, als recognitie Wy voegen insgelyks hier by eene Specifieke Lyst dier goederen Over de drie in deeze Jaaren alhier aangekomen Chenasche Retourscheepen. Intusschen mogen wy niet afzijn hier ter plaatze Aan te merken dat deeze Colonie veele produckten van het Ryk van China behoeft, sonder dat voor eerst te verwagten is dat zy zig die door eygen scheepvaart van Batavia, zal kunnen versorgen Schoon nu wel met regt aan de Ingereetenen heeft kun„ nen worden ontnomen het eenige middel waar door zy zig daar van tot nog toe hebben voorsien, namentlyk door deselve met s' Compagnies retourbodems voor hunne Stuk op Batavia en Ceylon respectivelyk hadden ter execurie styt: No 200. bevinden, te statueeren, dat dezelve alhier s'Compagnies 10 reekening
English
to have transported on their own account; yet fairness demands that another lawful and suitable way be substituted in its place, for which we know of none other than that the local inhabitants should be permitted, under reasonable conditions, to have the products required here from the Chinese Empire brought over as freight on Chinese return ships. Which we therefore, both as a consequence of the applications made to us to that effect, and because we must acknowledge the reasonableness thereof, request with the greatest earnestness that this may be done, holding ourselves assured that this will at the same time be a very efficacious means to prevent the illicit trade with the Company's return ships by freight; since one can hardly expect that the laws will retain their force when the inhabitants cannot provide themselves with what is necessary without violating them. Equally we consider ourselves obliged to declare candidly that the forbidden trade at this remote corner constituted a very principal part of the livelihood of the Company's ship officers, and that, since those means were already very meager notwithstanding, as the outward condition of by far the most of those officers abundantly indicates, the same may now with all the more reason be considered entirely inadequate. One cannot therefore expect otherwise than that, if affairs must remain on the present footing, it will become increasingly difficult for the Company to engage competent naval officers in its service and to attach them to it. We say increasingly, for, Right Honorable and Highly Esteemed Sirs! it pains us to have to say that from now on there is generally little to boast of in that regard, and that the civil dignity and well-practiced knowledge, by which the masters of the East India ships of the Dutch were formerly so well distinguished, would now, under the uniform of the captains of those same ships, for the greatest part, be sought in vain. A matter of such paramount importance, which we make no difficulty in ranking alongside that of the coppering of the ships, therefore deserves the most serious attention of the Assembly of 17, who we may trust will be convinced, along with us, of the urgent necessity of employing means to bring the Company's navy into a better state as soon as possible. To which end it certainly ought to be considered in the first place to provide the officers with sufficient means of subsistence, not only to derive therefrom their maintenance and that of their household, and to be able to defray the expenses which the costly stay in the Indian establishments inevitably entails, but also to be able to lay aside something in an honest way to subsist upon in their old age; something to which seafaring, more than any other livelihood, may lay claim, and without the prospect of which one will also never be able to imagine attaching men of skill and probity to the service of the Company. Appendix No. 17. But let us take up the thread of our report again. The dispositions which we had taken in this regard, in so far as their object was to bring the laws against engaging in illicit trade back into vigor, had reference only to the ship officers. It is true that there was no lack of Placards and Publications by which such was also prohibited to the inhabitants, but since the same, as we have seen, were never executed, and even their continual infraction seemed as if legitimized by the Government, it was no less necessary that provision should be made against this anew, and the public forbidden, that henceforth all illicit trade with the officers of the Company's ships would be prevented and most strictly punished. We thought it advisable, however, to delay this until the inhabitants should find themselves in a position to provide themselves through lawful channels with that which they had hitherto been accustomed to obtain by stealth, and in which very many had found a means of subsistence. Which having occurred when, on the 21st of November 1792, private navigation to the Indies was granted to them, we resolved on the same day upon a Publication, whereby we prohibited further and in the most emphatic manner the receipt from the Company's ships arriving or passing by here of any other goods, of whatever name, except only those which should have been brought from the Netherlands as freight, on pain that all goods which, contrary thereto, should have been unloaded from on board the Company's ships or brought ashore, even if the same might already have been secured or stored, should be confiscated de facto and without the form of a trial, and in addition a forfeiture of four times the value, and discretionary correction, even corporal punishment, according to the exigency of the case, for those who should have received, secured, or stored the aforesaid goods; furthermore with authorization to the Fiscal to detain all suspect vessels, both sailing here and in the Bay or in the Roads, and the same
Dutch transcription
reekening te doen overkomen; so vorderd nogthans de billykheid dat daar voor eene andere geoorloofde en geschikte weg werde in plaats gesteld, waar toe wy geene andere weeten dan dat aan des gezeetenen wierde gepermitteerd om onder billyke bepalingen met Chinasche Retoorscheepen de alhier benodigde produkten van do Ryk op dragt te doen overkomen, het welk my dierhalven, so on„ volge de instantien welke ons daar toe zyn gedaan, als om dat wi de reedelykheid daar van moeten erkinnen, met het meeste om pressement Verzoeken dat geschieden moge, ons Verzeekerd hou dende dat zulks teevens een zeer efficacieus middel zal zyn om den Verboden handel met s' Compagnies retourscheepen op den dr te weeren; nadier men beswaarlyk kan verwagten dat de Wet haare werking zullen behouden, wanneer de Ingereekenen zig het nodige niet verzorgen kunnen sonder deselve te Overtrecden Eeven zeer agten m, om verpligt rondborstig te verklaaren, dat de verbode handel op deezen uythoek een zeer voornaam gedeelte uytmaakte van de middelen van bestaan der scheeps Overheeden van de Compagnie, en dat daar die middelen reede met dat al zeer sober waaren, gelyk de uitwendige Staat van verte de meeste dier officieren overvloedig aanduyd, dezelve met so veel te meer reede thans voor geheel ontoesei kende kunnen worden geagt. Men kan dierhalven niet anders verwagten dan dat, so de zaaken moeten blyven op den teegenwoordigen Voet, het voor de Compagnie hoe langer so meer bezwaarlyk zal worden om bekwaame zee Officieren in haaren dient te engageeren en aan dezelve te verbinden — wy zeggen hoe langer so meer, vant Wel Edele Hoog Agtbaare Heeren.! het smerk ons te moeten zeggen, dat van nu af aan daar op over het algemeen weynig te roemen valt, en dat de burgerlyke deftigheid, en wel geoeffende kennis, waaraan wel eer de Schip„ pers van de Oost Jndische Scheepen der Nederlanderen zo zeer te kennen waaren, thans onder de monteering der kapi„ teim van die zelfde Scheepen, voor het grootste gedeelte, te Vergeefsch zoude worden gesogd. Eene zaak van so een alleruiterst aanbelang, dat wy geen z wa= righeid maken dezelve te rangschikken naast die van het beko„ peren der scheepen, verdiend dierhalven de ernstigs te aandagt der Vergadering van 17„me welke wy mogen vertrouwen dat met on zal Overtuijgd zyn van de dringende noodzakelykheid om middelen aan te wenden ten einde s'Compagnies Marine ten spoedigsten in beeter staat te brengen, waar toe zeekerlyk in de eerste plaats in aanmerking behoord te komen om aan de officieren genoegzaame middelen van bestaan te verschaffen, niet Men alleen 59 61 alleen om daar uit hun onderhoud en dat van hunne huysgerint te vinden, en de uytgaven welke het Kostbaar verblyf in de Indisc etablissementen onvermydelyk na zig sleept, te kunnen goedm ken, maar ook om iets op eene eerlyke wyze te kunnen overgaa ren om in den ouden dag van te kunnen bestaan, iets waar op de Zeevaard, meer dan eenige andere kostwinning, mag aan spraak maken, en sonder het vooruitzigt waar van, men zig ook zeer Byl: N:o 17 nimmer zal kunnen voorstellen lieden van kunde en probiteit aan den dienst der Maatschappy te verbinden Dog laat ons den draad van ons verslag weeder opvatten; De dispositien welke wy tot dies verregenomen hadden, voor so verre die tot oogmerk hadden om de wetten tegens het dryven van verboden handel weeder in vegeur te brengen, hadden alleen haare betrekking. tot de scheep Overheeden. Wel is waar dat het aan geene Placaten en Publicatien ontbrak, waar by zulk ook aan de Ingereetenen verboden was, maar daar dezelve gelyk wy gezien hebben, nimmer waren uytgevoerd, en zelf derselver ge„ duurige infractie als door de Regeering gewettigd scheen, was het niet minder noodzakelyk, dat ook hier tegens op nieuw wierd voorzien, en het publiek onderzegt, dat voortaan alle verbode handel met de Overheeden van s'Compagnies scheepen zoude worden geweerd en ten Strengsten gestraft Wy agteden het egter geraden daar meede te vertoeven, tot de Ingezeekenen zig in staat gestold zouden zien om zig langs geoor„ loofde weegen te versorgen dat geene, het welk zy tot dus vesser gewoon waaren ter sluyk te bekomen, en waar in zeer veelen een middel van bestaan hadden gevonden; het welk geschied zyn de, wanneer aan hun op den 21=en November 1792 eene partikulieren vaart op Indie wierd toegestaan, arresteerden ny ten zelven dage eene Publicatie, waar by my nader en op het nadrukke„ lykst verboden, om uit s' Compagnie alhier aankomende of passeerende Scheepen eenige andere goederen, hoe ook genaamd, te ontfangen, dan alleen, die uit Nederland op vragt zouden zyn aangebragd, op poene dat alle goederen welke Contrarie van dien van boord van s' Compagnie scheepen zouden weezen afgescheept, of aan de wal gebragt, al ware het ook dat dezel„ ve bereids mogten zyn geborgen of opgeslagen, de facto en sonder figuur van proces zouden zyn geconfisqueerd, en boven dien verbeurte van de vier dubbelde waarde, en arbitrale Con„ rechie, zelfs aan den lyve, naar exigentie van zaaken voor die geene welke de voorsche goederen zouden hebben ontfangen, geborgen of opgeslagen: met qualificatie wyders op den Fis„ kaal om alle suspecte vaartuijgen, so alhier als in de Baay kals op de Rheede varende aan te houden; en dezelve 117 10 —:„ 202:
English
See Appendix No. 18. ibidem 1/94 as well as to inspect all arriving vessels at the pier, and also to cause to be opened and inspected on the pier all goods upon which suspicion might fall, in whatever manner the same might be packed or baled. Furthermore, having been convinced by experience that in order to be able to counter all illicit trade here with sufficient effect, vigilance must be maintained against it even in the roadstead, we, after having taken thereon the opinions of the Fiscal of this Government, have granted him for that purpose two small vessels or jolly-boats, and on each of them four slave boys of the Company to serve as rowers, and to be lodged and boarded alongside the Caffres in the so-called Servants' house. Since we also had much reason to assume that the vessels of the equipage yard were likewise instrumental in that illicit trade, we have at the same time enacted that those vessels shall not be allowed to bring any goods whatsoever to shore without the special prior knowledge of the Fiscal. Just as we, for the greatest observance of our good intentions in this matter, have also deemed it expedient to qualify the Resident or postholder in False Bay to exercise and execute there the same direction and power for the prevention of all illicit trade as is competent to the Fiscal, and to that end to make use of and have command over the provost, officers of justice, and other persons found there on behalf of the Fiscal's office; for which we have assigned to him half of the Fiscal's share in seizures made there, provided that those seizures are immediately brought by him to the knowledge of the Fiscal, in order to enable the latter to prosecute the same judicially. Yet as the best arrangements must fail their purpose when their execution is not guarded with all zeal, fidelity, and activity, and the past proved all too clearly that there had been a marked lack thereof, and also to cut off once and for all the evasions of which the Council had availed itself, we ordered them to ensure that their obligations in this regard were strictly observed and followed by the Fiscals at the time, even with authorization, when it might sufficiently appear to the Council that a Fiscal remained in default thereof, whether intentionally or through lack of the necessary activity and vigilance, to suspend such person in his functions and to appoint another more capable and suitable subject ad interim in his place; in such case giving notice thereof at the first opportunity to the meeting of the Seventeen, in order to learn their further orders regarding this. Having since discovered that still under diverse pretexts various goods were discharged from on board the ships, especially provisions, which were then claimed to belong to the officers, crewmen, or passengers, and that also gifts in rice were made to the crews of the lighters and other vessels; indeed, that even one of the Captains, having made a short journey inland to one of the baths for the recovery of his health, had caused himself to be accompanied thither by a good quantity of the cabin provisions from his vessel, we have made a further and serious provision against all such abuses, which, improper in themselves, could moreover furnish fuel to the illicit trade, by a Publication of 5 January of this year. However, taking into consideration that doubts might sometimes arise as to how to act with the goods of Councillors of the Indies and other highly qualified persons passing through here, who might desire to transport the same ashore for their use during their stay here, we have, to prevent all disputes in that regard, determined that such highly qualified Servants shall, in those cases, have to furnish to the Commander a specific statement signed by them showing what those goods consist of, in order subsequently to authorize the Fiscal to allow the same to pass uninspected, unless there should be grounded reasons against it, which would then have to be brought without delay to the knowledge of the Political Council, to be disposed of by the same according as the circumstances shall require. The Commander of the packet boat De Vlijt, Francois Mose, having requested of us by Petition that we would assign him some compensation on account of the goods confiscated in the year 1791 by Order of the High Government, brought by him on his own account with the vessel under his command from Batavia into False Bay, having amounted according to invoice to 827 Rds., it has appeared to us from the information taken thereon from the Government that the High Government, by a letter of 9 February 1791, instructed the Ministers here
Dutch transcription
63 8 Zie Byl. No 18. 4 ibidem 1/94 so wel als alle aankomende Vaartuygen aan het Zeehoofd te Visiteeren, als meede om op het Zeehoofd te doen openen en te visiteeren alle goederen waar op suspicie mogt vallen, op wat wyze dezelve ook gepakt of geëmbaleerd zouden mogen zyn. Voorts door de ondervinding Overtuijgd zynde geworden, dat Om allen verboden handel alhier met genoegzaam effect te kunne teegengaan, daar tegen zelfs ook op de rheede diend te worden gewaakt, hebben my, na daar op ingenomen te hebben de Con sideratien van den Fistaal deezes Gouvernements, denzelven tot dat einde toegestaan twee kleine vaartuygen of Tollen, en op elk derzelven vier slaven jongens van de Compagnie om als roeyers te dienen, en neevens de Caffers in het zogenaamde Dienaars huisje te worden gelogeerd en gespysch Daar wy na ook veel reeden hadden om te onderstellen, dat de vaartuygen van de Equipagie teerff al meede aan dien morshant ven Byl: N:o 192 del dienstbaar waaren hebben wy teevens gestatueerd, dat die Vaartuygen sonder speciale voorkennisse van den Fiskaal geene goederen hoe genaamd aan de wal zullen mogen brengen Gelyk my ter meeste betragting onze goede oogmerken in deezen, nog dienstig geonrdeeld hebben den Resident of posthouder in Baay fali te qualificeeren, om ald aan diezelfde directie en magt tot weering van allen verboden handel te voeren en te Oeffenen, als aan den Fistaal Competeerd, en tot dat einde ge„ bruyk te maken van, en te beveelen over den geweldigen, dienaa„ ren der Iustitie, en andere perzoonen, zig aldaar van weegen het officie Fiskaal bevondende; waar voor wy hem hebben toegelegd de helft van de portie van den Fiscaal in aanha„ lingen aldaar gedaan wordende, mits die aanhalingen door hem verstond gebragt worden ter kennisse van den Fiskaal, ten einde deezen in staat te stellen om dezelve geregtelyk te Vervolgen. Dan gelyk de beste onrigtingen hem doel moeten missen, wanneer voor de uitvoering niet word gewaakt met allen yver, trouwe, en activiteit, en het voorleedene maar al te klaar be„ wees dat het daar aan merkelyk had ontbrooken mitga¬ ders om eens en vooraltyd af te snyden de uytvlugten waar van de Raad, zig had bediend hebben my haar gelast te zorgen, dat door de Fiskaals in der tyd hurne verplig„ tingen dien aangaande stiptelijk werden nagekomen en ag„ tervolgd, zelfs met qualificatie, om wanneer aan den Raad Voldoende mogt blyken dat een Fiskaal daar aan, het zy met opzet, het zy door gebrek aan de nodige Activiteit en Vigilantie, bleef in gebreeke, den zodanigen in zyne functien op magt te t „ 18 _ . „ 18: 69 _„ 205. te schorten, en een ander bekwaamer en meer geschekt subject ad Interim in desselfs plaats aan te stellen; in sodanig ge val daar van bij eerste geleegenheirde kennisse geevende aan de ver gadering van xvi„r ten einde Hoogst dezelven nadere dispostien ven byl: N=o 204. daar omtrend te verneemen. Seederd ontdekt hebbende dat nog onder diverse pretexten deeze en geene goederen van boord der schapen wierden afgegewen bysonder provisien, welke dan voorgegeeven wierden te behoore aan de Overheeden, scheepelingen, of passagiers, dat ook wel aan de Manschappen der los en andere vaartuygen Vereeringen in ryst wierden gedaan; Ja dat zelfs een der Kapitein, tot herste zyner gezondheid een reysje naar een der baden landwaards in geleegen gedaan hebbende, zig door een goede quantiteit der Kapuils provirien van zyn bodem naar derwaards had doen vergezellen, hebben wy teegens alle soortgelyke misbruyken, act welke, in zig zelven onbekamelijk, boven dien nog aan den Moishandel tot Voedzel konden verstrekken, eene nadere en ernstige voorzieninge gedaan by eene Publicatie van den Ozue Byt: N:o 203. 5 January deezes Jaars. Egter in aanmerking neemende dat sootyds twyffeling zou„ de kunnen ontstaan hoedanig te handelen met de goederen van Raaden van Indie en andere hoge gequalificeerde personet alhier passeerende, welke zouden mogen verlangen dezelve tot hun gebruyk geduurende hun verblyf alhier, aan de wal te transporteeren, hebben, om alle disputen desweegens voor te komen vastgesteld dat sodanige hoge gequalificeerde Dienaaren, in die gevallen aan den Hoofdgebieden zullen moeten verzorgen een specifiete opgave door hun onderteekend, waar in die goederen bestaan, ten einde Vervolgens de Friskaal te werden geauthoriseerd om dezelve ongevisiteerd te laten volgen, ten ware daar tegen gegronde reedenen mogten zyn, welke als dan zouden Uytstel zullen moeten worden gebragd ter Kennisse van den Polisieken Raad, om door dezelve daar op te worden gedisponeerd naar mate de omstandigheeden zulks zullen meede brengen. De Geraghebber van de pakket door de Vlijt, Francois Mose, by Requeste aan ons Verzogd hebbende, dat wy hem zouden tee„ leggen. eenige schavergoeding weegens de in den Jare 1791 op Ordre van de Hoge Regeering geconfisqueerde goederen door hem met zyn onder hebbenden bodem voor zyne reekening van Ba„ taria in de Baay s als aangebragt, volgens Fracteur hebbende bedragen Rd=s 827. -. -, so is ons uyt de daar op ingenome —„ 206. informatien van de Regeeringe geblaken dat de Hoge Regee„ —. 207. ring by een aanschryvens van den 9 February 1791 de Ministers alhier gelast
English
had ordered the packet boat the Vlyt to be thoroughly inspected upon arrival here, and upon the discovery of unpermitted goods to immediately confiscate them, as the Commander Moser, prior to his departure, had been ordered in writing carefully to guard against all conveyance of unpermitted goods; which inspection had indeed taken place, and had resulted in the aforementioned confiscation; but that he, Moser, had received that written order among the other ship's papers only the day before his departure, and not having read it until after he had already departed, had therefore no longer been in a position to dispose of those private goods, which, following the general custom legitimized by an unlimited indulgence in this Government, he had already taken on board, and moreover had been obliged to see that at the very time the special order of the High Government with respect to him was executed to the letter, unpermitted goods from other Company ships lying at the same time in the Bay came ashore unimpeded. These motives, added to the grounds which we had already adopted in our decisions concerning those goods which for the present, and until the strict execution of the laws on this matter should be made known in the Indies, would be brought here unpermitted, have moved us favorably to cause to be restored to the aforementioned Moser a sum of three hundred Rdaalder from the proceeds of his aforementioned confiscated goods, the remainder of the proceeds remaining confiscated to the benefit of the Company. There has also addressed us by petition the Captain-Lieutenant on the permanent ship the Meermin, Jan Pieter de Baer, requesting forgiveness for taking over five picols of coffee beans from the officers of the return ship Macassar, and bringing the same ashore, and that we would be pleased to liberate him from the punishment incurred thereby by him. It was indeed not to be denied that the petitioner had made himself punishable in the highest degree, and no ignorance could be claimed by him of the laws enacted against all prohibited trade, and particularly in articles in which the Company has reserved the exclusive trade to itself; yet it served to mitigate his offense that, according to the information gathered by us in that regard, the takeover of the aforementioned coffee by him had occurred in Saldanha Bay, at a time when he could still have been ignorant of our serious resolutions to cause the aforementioned laws to have their effect with all vigor. To this was added that, upon the petitioner's return here, his vessel not being a return ship, no inquiry had been made of him as to whether he also had unpermitted goods on board, and finally the extraordinarily favorable testimony which we otherwise received of his good conduct, competence, and zeal in the service of the Company. We have therefore, without prejudice to the confiscation of the seized coffee beans, favorably remitted to the aforementioned de Baer all further punishments and penalties which might further have been incurred by him in this matter, provided he pays the costs incurred in this respect at the Fiscal's office. Against this, we have found not the slightest grounds for a favorable decision on the petition presented to us by Hendrik Weemeyer, having been Captain-Lieutenant on the aforementioned return ship Macassar, requesting the abolition of the sentence pronounced against him by the Court of Justice on 20 December 1792, whereby he, having made himself guilty of withholding some picols of coffee beans brought with him from Batavia, was deported and declared unworthy ever to serve the Company again, with the forfeiture of all his wages in arrears; and we have therefore rejected the said request. As having a very close relation to the Company's seafaring and military personnel in general, the management and administration of the Hospital must be considered, as well as concerning the convalescents who are usually placed at the line, to both of which subjects we therefore now proceed. Concerning the situation of the Hospital, we must remark in general that, although persons for whose competence we profess to have all respect have indeed adopted the notion that it was not fortunately chosen, indeed even that this situation should be regarded as very harmful because the south-easterly winds generally prevailing here drive the vapors and impure air proceeding from that building toward the Cape, we have nevertheless in no way become convinced of the soundness of this opinion. The south-easterly wind blows here, as is known, frequently with great violence, and always at least with so much force, that those vapors have no opportunity to linger in or over the Cape, and on the contrary are carried so swiftly to sea, that
Dutch transcription
67 gelast hadde de pakket boot de Vlyt by aankomst alhier naauwkerig te visiteeren, en by bevinding van ongepermitteerd goederen dezelve dadelyk te confirqueeren, als zynde de Gerag za By L. No 208. hebber Moser voor zyn vertrek Schriftelyk gelast sig van allen vervoer van ongepermitteerde goederen Soigneuselijk te wagten; welke visitatie dan ook was geschied, en de voors Confiskatie had ten gevolge gehad; dog dat hy Moser die schriftelijke orde eerst daagsch voor zyn vertrek onder de andere scheeps papeeren, bekomen, en dezelve niet geleezen hebbende de na dat hy reeds vertrokken was, dierhalven niet meer in de geleegenheid was geweest om zig te ontdoen van die partikuliere goederen, welke hy in navolging van de algemeene, en door eene Onbepaalde toegeevendheid in dit Gouvernement als gewettigde gewoonte reeds aan boord had genomen, en boven dien had moeten zien dat ter zelver tyde dat de Speciale ordre der Hoge Regeering ten zynen opzigte naar den letter wierd geexecuteerd, van andere s'Compagnies scheepen, ter zelver tyd in de Baay kals leggen de, de ongepermitteerde goederen onverhinderd aan de wa Kwaamen. Deeze moiven, gevoegd bij de gronden welke my reeds hadden aangenomen bij onze dispositien omtrend die goederen welke nog vooreerst, en tot, dat de shreeten uytvoering der wetten op dit stuk in Indie Kenbaar zoude zyn gemaakt, alhier ongeper„ mitteerd zouden worden aangebragd, hebben ons bewogen om aan Voorn: Moser gunstiglyk te doen restitueeren eene somma van drie Honderd Rdaalder uijt het provenu zyner voormelde gecon„ fisqueerde goederen, blyvende het verdere provincie ten profijte van de Maatschappy geconfisqueerd Ook heeft zig aan ons by Requeste geaddresseerd de Kapitain, Lieutenant op het permanent schip de Meermin Jan Pieter de Baer, vergiffenis verzoekende weegens het overneemen van vyf picols Coffyboonen van de Overheeden van het retour- schip Macassar, en het aan de wal brengen derzelve, en dat wy hem zouden gelieven te libereeren, van de daar door by hem geincurreerde Straffe. Het was wel niet te ontkennen dat de Suppliant zig ten hoogs ten strafbaar had gemaakt, en door hem geene ignorantie konde wor„ gepretendeerde van de wetten tegens allen verboden handel, en wel voornamentlyk in artikelen waar in de Compagnie zig den privativen handel heeft gereseriveerd, geëmaneerd, dog het strekse egter tot verligting van zyn misdrg f, dat volgens de informatien daar omtrend by ons ongenomen, de Overneeming der voorschr: koffyj door hem was geschiedn in de saldanha Baay, op een tydstip waar in hy nog dit Onkundig „ 209 69 onkundig kon zijn geweat van onzeseruuise dispositien om aan de Voorsche: Wetten haare werking, met alle Vrgeur te doen wedervork Hier by Kwam dat ook aan den suppliant by zyne terug komst alhier sal zynde desselfs onderhebbende bodem geen retourschipp geen afvrage was gedaan, off hy ook ongepermitteerde goederen Aa boord had, en eyndelyk het buytengemeen gunstig getuygen is het welk wij overigens beknaamen van desselfs goede Condecti Kunde, en yver in den dienst der Maatschappen. Wy hebben dan /onverminderd de Confiskatie der aangehaald # zie Pyl: N:o 210. Koffyboonen (aan den voorn:e de Baer gunstiglyk geromitteerd alle verdere straffen en poenaliteiten, welke door hem te dier zaake Verder zouden mogen weezen geincurreerd, mits betalen de kosten desweegens by het officie Fiskaal gevallen. Daar teegen hebben wy geen de minute gronden gevonden tot —„ 211. eene gunstige dispositie op de aan ons gepresenteerde Requeest van Hendrik Weemeyer, als Kapitein Leuten an t bescheid geweest op het voormelde Retourschip Macassar, Verzoeken om abolitie van het Vonnis door den Raad van Iustitie teegens . 212. hem geveld op den 20. en December 1792, waar by hy als zig schul„ dig hebbende gemaakt aan het agterhouden van eenige picols Koffyboonen door hem van Batavia meede gebragt (in gedeporteerd en onwaardig verklaard om de Compagnie emmer ofk ovyt weeder te dienen, met Verbeurte van alle zyne te goed hebbende gagien; en hebben wy dierhalven het zelve verzoek afgeweezen. Als een zeer naauwe betrekking hebbende tot s' Compagnies Zeevaarende en Militaire Manschappen in het algemeen, moet beschouwd worden de huyshouding en directie van het Hospitaal, Mitsgaders omtrend de reconvalescenten die gewoon zyn aan de linie geplaatst te worden, tot welk beide onderwerpen mij dier„ halven thans overgaan. Omtrend de Situcatie van het Hospitaal moeten my in 't alge„ meen aanmerken, dat hoe zeer lieden, voor welker kunde wy betuy„ gen alle agting te hebben wel een gevallen zyn in een begrip, dat dezelve niet geluktig gekozen is, ja zelfs dat die situatie als zeer schadelyk zoude moeten worden aangemerkt, om dat de alhier doorgaans heerschende zuyd Ooste Winden de dampen en Onzuyvere lugt uit dat gebouw voortkomende naar de Kaab dryft, Wy egter van de gegrondheid deeser meening in geenen deele Overtuijgd zijn geworden. De Zuyd Ooste Wind waart alhier, gelyk bekend is, det wyl zeer geweldig, en altyd ten minsten met so veel aandrang, dat die dampen geen geleegenheid hebben in of over de kaal te blyven hangen, en in teegendeel so spoedig naar Zee worden gevoerd, en dat gen. - 1
English
that, in our opinion, no disadvantageous consequences are ever to be feared from it, just as none have manifested themselves in any way up to the present day. Also indispensable for such a building is a continuous supply of fresh water, and this was not to be found at the other end, or above the Cape. As far as the layout and division of the building are concerned, we are willing to concede that it could have been designed better with more deliberation, and perhaps at less cost, and in a manner more satisfying to the purpose for which it was solely intended, namely the housing, attendance, and healing of the sick; yet we nevertheless hold that, especially in a country like this, where the climate is so favorable to the recovery of the sick, it may be deemed sufficient. Upon our arrival here, we found the Depot of Wurtemberg lodged in the hospital, but as this took up much space and contributed not at all to the cleanliness of the building, and as there was also sufficient space in the military guardhouses and buildings standing by the Company's stable to accommodate those people properly, we had them moved from there. Yet we were not a little surprised to see that a notable part between the eastern wing and the epidemic building standing on that side was still lacking completion, whereas we had thought we could gather from the reports of the ministers that the whole was completed; we have, however, judged that the Company's circumstances did not permit proceeding with that at present. The projected perimeter wall was also still lacking to enclose the extensive square situated in front of the building, which made it utterly impossible to maintain good order among those patients who were in a state to make use of the open air, from which the greatest disorders arose. For which reason we have, in order to save costs as much as possible, had that outer square enclosed with palisades, which were at hand anyway, along the alignment of the projected perimeter wall, of which the foundations are already laid, and the completion of which we would deem advisable to have carried out in more favorable times. As soon as our business permitted it in any way, we unexpectedly inspected the hospital in person, and on that occasion found that it was still far from being the case that the sick wards and other rooms were kept with the cleanliness that ought to be maintained there, and which could now rightfully be expected in view of the notable number of attendants assigned to its service. But also, particularly from those storerooms and other apartments that were under the immediate direction of the head hospital superintendent Johan Daniel Dysant, the extreme filthiness and confusion that prevailed therein abundantly proved the extreme slovenliness and negligence of the aforementioned Dysant. This gave cause for us, on 28 August 1792, to pass a resolution whereby we condemned the first chief surgeon Johannes Leuver, as the one who in the first place ought to have ensured the maintenance of good order in all parts of the household, for his negligence to a fine of six months' wages for the benefit of the Company, with a strict recommendation to ensure that as quickly as possible, and at the latest within fourteen days from then, the housekeeping in the hospital in general, and most notably also with regard to purity and cleanliness, was brought to a proper state to our satisfaction, upon penalty that in default thereof, or if in the future it should be found that anything had been neglected in maintaining good order among the attendants and also regarding all that concerns purity and cleanliness, he, as first chief surgeon, would be held responsible for it and sent to the Netherlands as incompetent. This had the result that, having repeated that inspection once and again afterwards, we observed a remarkable improvement. At the same time, we demoted the head hospital superintendent Dysandt to junior superintendent, likewise with a strict warning that if he did not properly acquit himself in that office, he would be sent away as a useless and harmful subject; however, upon his expressed remorse, request for forgiveness, and promise of amendment, we have since restored the said Dysandt to his former office, with the explicit repetition, however, of our aforementioned warning and the punishment threatened therein, in case he should subsequently fail in his duty. Just as we also afterwards, upon the favorable proposal of the Political Council, to whom the first chief surgeon Leuver had made a petition to that end, remitted to the said Leuver the fine imposed upon him, and gave notice thereof to the Political Council, with the addition of some remarks.
Dutch transcription
771 dat; onzes eragtens, daar van nimmer nadeelige gevolgen zullen te vreezen zijn, gelijk dezelve zig ook tot heeden toe nog in geenee deele hebben geopenbaard. Ook is by zodanig een Tebouw onontbeerlyk eene geduurige toe voer van versch water, en deeze was aan het andere einde, of bewe de Kaab, niet te vinden. Was na de aanleg en verdeeling van het gebouw betreffen willen wij wel toestemmen dat het zelve met meer overleg, en misschien met minder kosten, bieter zoude hebben kunnen worden aangele„ en op eene meer voldoende wijze aan het oogmerk, waartoe het alleen bestemd was, namentlyk de huysvesting, oppassing en ge heezing van zeeken; dog ny houden het egter wederom daar vo tot herstel der zieken zo grenstig is, voor voldoende kan worden gehouden. Wij vonden by onze komst alhier het Zepot van wurtemberg in het Hospitaal gelogeerd, maar vermit zulks veel ruijmte wegnam, en gansch niet tot de zendelykheid van het gebouwe Contribueerde — dat ook eene genoegzaame ruymte was in de Militaire Corps de guardes en Gebouwen by s' Comps. Stal staande, om die lieden bekwamelyk te bergen, hebben wy hun naar derwaards doen delogeeren: dat het daar toe, vooral in een land als dit, daar het Chinat zeer Syl: N„o 223. Voortsprooken, weshalven wy dat buiten plein, tot bespaaring Dog wij zyn niet weynig verwonderd geweest te zien, dat nog een notabel gedeelte, / tusschen de Oostlyke Vleugel en het aan die zyde staande exidemigne gebouw / aan de voltooijing onsbrak, daar Wy gemeend hadden uit de adviesen der Miunsters te moeken opmaken dat het geheel voltooijd was; my hebben egter geoor„ deeld dat s' Comp=s omstandigheeden niet toelieten daar toe thans over te gaan. Ook ontbrak nog de geprojecteerde ringmauw tot afsluyting van het uytgestrekte plein zig voor het geborow bevindende, het welk het vilstrekt onmogelijk maakte om de goede orde te be„ waaren onder die zoeken welke in staat waaren om van de vrye lugt gebruyk te maaken, waar uit de grootste ongezeegeldheeden so veel mogelijk van kosten, hebben doen om zeyen met pallisaa„ den, welke dog aan handen waaren, volgens de rigting van de geprojecteerde ringmuur, waar van de fundamenten reeds gelegd zyn, en waar van wy het geraden zouden agten, in gunstigen tyden, de voltonying te doen gevolg neemen So ras onze beezigheeden zulks eenigsints toelieten, hebben Wy Onverwagts in persoon het Hospitaal geriviteerd, en by die geleegenheid bevonden dat het er nog verre van daan was, dat in de Ziekezaalen en andere vertekken geobserveerd wierden Dog de 73 de zindelyjkheid, welke daar in behoorde plaats te hebben, en a thans met regt kon worden verwagt uyt hoofde van het merke aantal bedienden ten dienste van hetzelve geaffecteerd; maar dat ook uit byzonder die provisie en andere vertrekken u ke stonden onder de Onmiddelyke bestiering van den Oppe Ziekevader Johan Daniel Dypant, door de Verregaan Morssigheid en Confusie welke daar in heerschten, over vlo„ beweeren de verregaande slordigheid en nalatigheid van geme. Dysant. zulks gaf aanleijding dat myj op den 28 Augustus 1792 eene dzen Syl: N:o 213. Resolutie namen, waar by wy den eersten oppermeester Johanna Leuver, als die in de eerste plaats voor de onderhouding der van ses maanden Gagie ten profijte van de Compagnie met ernstige recommandatie van te sorgen dat ten aller spoedigsten en wel uyterlyk als toen binnen veertien dagen de Huyshouding in 't Hospitaal in 't algemeen, en wel voornamentlyk oik wat aangong de reynheid en zindet lykheid, tot ons genoegen op een behoorlyken voet weerdt — 217 gebragt, op poene van by faute van dien, of wanneer by Vervolg in het onderhouden der goede orde onder de bediendens, en ook omsrend alle wat de reynheyden zentelyjkheiden betreft, bevonden mogt worden ietwes te zyn verzuymd, hy, als eerste oppermeester daar voor aansprakelyk zoude worden ge„ houden, en als onbekwaam naar Nederland opgezonden, het welk van dat gevolg is geweest dat hy naderhand een en andermaal die visitatie herhaald hebbende, eene merkelyke Verbeetering hebben ontwaard Seevens deporteerden wy den Opperziekevader Dysandt tot jongste ziekevader, insgelyks met ernstige waarschouwing van zig in die bediening niet naar behooren krytende, als een onnut en schadelyk subject te zullen worden opge¬ sonden; dog hebben wy zeederd denzelven Dysandt, op expresse in hae sie egter van onze voormelde waarschou„ wing, en de daarby bedreygde straffe, ingevalle hyj by ver„ volg aan zynen pligt in gebreeke mogt blyven. Gelyk wy ook naderhand op de gunstige voordragt van 216. den Politieken Raad, aan welken de eerste oppermeester Leuver daar toe verzoek had gedaan aan denzelven Leuver de hem opgelegde boete hebben geremitteerd, en daar van aan den Politeeren Raad, byvoeging van eenige aanmerkingen goede orde in alle de deelen der huyshouding behoorde ter zuik gt. N: 214 zyn betoond leetweeren, verzoek om vergiffenis, en beloffe sorgen, weegens zyne nalatigheid verweeren in eene boek — „ 215. van beeterschap in zyne vorige bedieninge hersteld, met bediendens ter
English
75 Appendix No. 120, serving the subject, notification was given. Meanwhile, knowing that the matter of the Hospitals also fell to a prominent extent within the scope of the activities of the Military Commission, and that this Commission had also taken this particularly to heart during its presence in this Colony, we had not failed, immediately after our arrival, to demand the report of the Ministers as to what had been accomplished by them regarding the proposals for improvement made in this respect by the Gentlemen Military Commissioners. This report having been received by us, we handed the same, along with several other documents relating to this matter, to the Gentlemen Military Commissioners at the Conference of 21 September 1792, with a request to also enlighten us with their considerations thereon, as was subsequently done by a letter from the Honorable Gentlemen dated 6 October following. From all these documents and information, compared with what the Ministers had already advised regarding this matter to the Meeting of Seventeen in their missive of 27 September 1791, paragraph 3 and following, it appeared to us that they had indeed carried out the appointment of Regents pursuant to the proposal of the Gentlemen Military Commissioners, but on the grounds contained in a report of the said Regents dated 5 April 1791, had raised difficulties about introducing the plan of management and housekeeping as proposed by the Gentlemen Military Commissioners, and had in contrast given preference to a plan formed by the Regents and submitted along with their aforementioned report to the Council, as the same had also been ratified by Resolution of the Council dated 3 August 1791, and presently formed the guideline for the governance and administration in the Hospital. Leaving aside the well-founded reflections that the observation must necessarily give rise to, that two years had elapsed before any substantial use was made of the plans suggested by the Gentlemen Military Commissioners for the so necessary improvement of a matter in which the interests of the Company, good order, and humanity all had an equally pressing interest, we preferred to fix our attention on that which we believed still remained to be done to bring this matter closer to that perfection which had already been desired for so long by the Meeting of 17 in the most explicit manner, and for which, after a careful and local examination, we deemed it receptive. We indeed observed that here and there in the plan of the Gentlemen Military Commissioners, matters appeared which, both on account of local causes and of the method of management adopted by the Company, could not well be introduced here; yet this did not seem to us to be of such importance as to make the drafting of a completely different plan of management necessary, and it appeared clear to us that it would have been sufficient and more satisfactory to keep to that of the Gentlemen Military Commissioners, only with the slight alterations and additions which local reasons and the experience of the Regents could deem necessary and proper, the general footing of management proposed in that plan being much more orderly, the obligations both of the Regents and especially also of the servants much better and more clearly distinguished, and the important matter of accounting much clearer and more complete than was the case according to the management introduced by the aforementioned Resolution of the Council of 3 August 1791. In consequence of these and of such other considerations as presented themselves to us in the examination of this matter, we have therefore enacted a Regulation on the governance and administration of the Hospital, together with an Instruction for the Bookkeeper, an Instruction for the Father-Superintendent, and a Regulation for the Chief and other Surgeons and servants for the care of the sick, which documents we sent to the Council with orders to immediately organize the management and housekeeping in the Hospital accordingly, with the abolition of the system of management that presently took place, insofar as it did not correspond therewith. We did not deem it necessary, in the aforementioned documents enacted by us, to make special mention of diverse points appearing in the Regulation and the Instructions submitted by the Regents along with their report of 5 April 1791 to the Council, even though they were held by us to be useful and beneficial, deeming the same to belong to those details which could be left entirely to the care and arrangements of the Regents; wherefore we have also desired that it should be carefully examined by the Regents which of those points could remain in effect, without
Dutch transcription
75 Ozia Dyk N:o 120. ter materie dienende, kennisse gegeeven. Intusschen weekende dat het stuk der Hospitalen ook voor een voornaam gedeelte Kwam in het bestek der Werkraam heeden van de Militaire Commissie, en dat deeze Commissie het zelve ge duurende Haar aanweezen in deeze Colonie ook bysonder haa ten harte genomen, hadden wy niet versuymd terstond na 1 _„ 56 Onze aankomst het berigt der Ministers te vorderen, wat door hun was verrigt omtrend de propositien tot Verbeeken door Heeren Militaire Commissarissen indit opzigt geda # 146. Dit berigt by ons ingekomen zynde, stelden my het zelv beneevens Verscheide andere stukken tot deeze materie spec — 152. teerende, op de Conferentie van den 21 September 1792 ter hand aan Heeren Militaire Commissarissen, met verzoek om ons Ook daarop met haare Consideratien te willen voorligten, gelyk vervolgens geschied is bij eene brief van Aan wel Ed: Gestr: in d o. 6 October daar aan volgende. Uyt alle deeze stukken en in formatien vergeleezen met het geen de Ministers daar omtrend bereid hadden gead viseerd aan de Vergadering van Xvije by haare missive van den 27 September 1791 §3 en volgende, is ons ge„ bleeken dat zy wel de benoeming van Regenten, inge volge den voorslag van Heeren Militaire Commissarissen 218 gedaan, dog op de gronden vervat in ee berigt van deselve Regenten 1n d o 5 April 1791, gedifficulteert hadden om het plan van directie en huyshouding sodanig als het door Heeren Militaire Commis, sardssen was voorgedragen in te voeren, en daar tegen de voor„ keuze gegeeven aan een ontwerp door Regenten geformeerd, en neevens hun voorschr: berigt aan den Raad overgelegt, gelyk het zelve dan ook by Resolutie van den Raad in d. o. 3 Augustus 1791 was bekragtigd, en thans de rigtsnoer van het bestier en de administratie in het Hospitaal uit= maakte. Daar latende de gegronde reflexien waar toe noodwondig aan beiding moest geeven de oponerking, dat 'er twee Jaaren verloopen waaren, aleer eenig weezentlyk gebruik gemaakt was van de ontwerpen door de Heeren Militaire Commis, sarissen aan de hand gegeeven tot de zo noodzakelijke ver„ beetering eener zaak, waar by de belangen der Compagnie, de goede ordre en de menschelykheid alle een even drin„ gend belang hadden, hebben wy onsen aandagt liever gevestigd op dat geene het welk wy meender dat nog te verrigten overbleef om deeze zaak nader te brengen aan die volkomenheid, welke reeds zeedert zo lange door de Vergadering van 17. n op de uitdrukkelyks te Wyze gedaan was 1 77. 220 was verlangd, en waar voor wy dezelve, na een naauwkeuri„ en plaatzelyk onderzoek, vasbaar oordeelden. Wy bespeurden wel dat hier en daar in het ontwerp der zee Byk. N:o 219 so uyt hoofde van plaatzelyke oorzaaken, als van de wyze vut directie by de Compagnie aangenoomen, alhier niet wel he den worden geintroduceerd, dog zulks is ons egter niet toege scheenen te zyn van dat aanbelang, om het maken van een geheel ander ontwerp van directie noodzakelyk te maken en het kwam ons voor klaar te zyn, dat het genoegzaam en meer voldoende zoude zyn geweest zig aan dat van de Heeren Militaire Commissarissen te houden, alleenlyk met de geringe veranderingen en vermeerderingen, welke loaale reeden en de ondervinding van Regenten noodzakelyk en oorbaar konde doen Oordeelen, zynde de generale Voet van directie by dat ontwerp voorgeslagen veel gezeegelden, de verpligtingen so van Regenten als byzonder ook van de bediendens, veel beeter en duidelyker Onderscheiden, en het aangeleegen stuk der Verandwoording veel klaarder en volleedigen dan zulks plaats had volgens de directie by de voorn. e Resolutie des Raads vaan den 3 Augustus 1791 geintre ducer Naar aanleyding deezer en van sadanige andere bedenking Heeren Militaire Commissarissen zaaken voorkwamen, welke —. 221: Intructie voor den Boekhouder eene Instructie voor den als zig by ons in het onderzoek deezer zaak hebben opgedaan, hebben wy dierhalven gearresteerd een Reglement op het bestier en de administratie van het Hospitaal, beneevens eene binnenvader en een Reglement voor den Opper en verdere Meesters en bediendens tot oppassing der zieken, welke stuk ken wy den Raad hebben toegezonden met last om de directie en huishouding in het Hospitaal dadelyk daar na te doen inrigten, met afschaffing van den voet van directie welke thans plaats had, voor zo verre dezelve daar meede niet Overeenkwam. Wy hebben het niet nodig geoordeeld by de voorschr: door ons gearresteerde stukken speciaal gewag te maaken van diverse poincten voorkomende by het Reglement en de Instructien door Regenten neevens hun berigt van den 5 April 1791 aan den Raad overgelegde, of schoon die by om voor nuttig en heylzaam wierden gehouden, als oor„ deelende dezelve te behooren tot die details welke aan de zorge en schikkingen van Regenten geheel konden worden Overgelaten, waarom wy ook verlangd hebben dat door Regenten naauwkeurig zoude worden nagegaan, welke van die poineten zouden kunnen blyven stand grypen, als zonder .222. 223.
English
79. without violating the letter or the spirit of the Regulations and Instructions now enacted by us, with authorization granted to the Council that, whenever the Regents have served them with their considerations regarding this matter, whether by way of amplification of the aforementioned Regulations and Instructions, or in such other manner as they shall deem most suitable, they may dispose thereof in such a manner as they shall deem most conducive to the promotion of good order and management, and to the attainment of our intentions. The title of upper sick-father we have altered into that of binnenvader, and ordered that the present upper sick-father should immediately assume the function of binnenvader in accordance with the Instruction drafted by us for that officer. Furthermore, we have framed standing orders for the officers of the ships passing by here concerning the disembarkation of the sick, and ordered that copies thereof should be handed to them, as well as a similar copy to the Regents, in compliance with the 44th Article of the Regulation; while we take the liberty on this occasion to propose the usefulness and necessity of providing the ship officers with a copy of these orders before their departure from the Netherlands, so that they may prepare themselves in time to comply therewith upon arrival at this roadstead. We trust that this will also result in better care being taken on board the ships than at present for the preservation of the crew's clothing, and that the sick, upon their arrival at the Hospital, will be better provided therewith than we, to our regret, have found to be the case at present. Your Right Honourable Noble Lordships will further see from the arrangements devised in this respect, that it will result therefrom that those sick persons who might nevertheless still lack clothing upon their arrival at the Hospital, will have to be properly provided therewith, and we believe we may rest assured that when the orders and regulations framed by us regarding the convalescents, of which we shall speak further below, are properly maintained, this will not only be able to take place without exceeding the permanent orders regarding the debits of outbound seafarers and soldiers, but that it will also effectively be possible to ensure 81. that the convalescents return on board properly clothed, which must be of the utmost influence on the preservation of their restored health, and whereby provision will also at the same time be made against the far-reaching negligence which we, not without astonishment, have perceived from the report of the Council of 21 September 1792 submitted to us on that matter to have taken place in this most momentous affair in this Government. Since, upon examination of the hospital clothing, we have found that the same was of a very common quality and was charged at enormous prices, we have ordered the Ministers to demand the same henceforth no longer from the Indies, but from the Netherlands, insofar as this has hitherto taken place. Then, as it was of the utmost necessity that, now also as a consequence of the aforementioned arrangements, the Hospital should at all times be provided with a sufficient supply of clothing for the sick, we have demanded from the Council a detailed statement of how large that supply ought to be, calculated according to the present establishment of this Government, on the basis mentioned in the 23rd Article of the Instruction for the binnenvader, and at the same time recommended to them to requisition annually whatever shall be found lacking from the once-established quota due to distributions made. The aforementioned statement, contained in a properly specified requisition drawn up by the Regents of the Hospital, having been received by us, we attach the same hereto, with an urgent request that it may be fulfilled as soon as possible; and that, in particular, the strictest attention may be paid to the qualities of the respective articles, and that they are well and strongly sewn, and conform to the samples upon which the contracts are awarded, in order that the Company may not be treated and deceived therein in such a shameful manner as takes place with regard to the ship clothing, as will appear more clearly from what follows. Since a classification of the diets for the sick, in that or a similar manner as had been proposed by the Gentlemen Military Commissioners, appeared to us to be very practicable and extremely suitable for the promotion of good order, we have also drawn up the Instruction for the Chief Surgeon accordingly, nevertheless leaving it to him therein to arrange each of those four diets daily in such a manner as he shall deem most suitable according to the circumstances.
Dutch transcription
79. zonder aan te gaan teegens den letter of den geest der door de thans gearresteerde Reglementen en Instructien, met qua lificatie op den Raad, om wanneer door Regenten aan haar daar omtrend zoude zyn gediend van haare Consideratie het zy by wyze van ampliatie der voorschr: Reglementen en Instructien, of op zodanige andere wyze als zy meest ge„ schikt zoude oordeelen, daar omtrend zodanig te disponee ren, als zy ter meeste bevordering van de goede order en huishouding, en bereiking onzer intentien zouden oordeelent behooren. De benaming van opperriete vader hebben my indien van binnen Vader gecommiteerd, en gelast dat de teegenswoordige opper ziekenvader dadelyk de functie van binnenvader op de Oza zyl: No 221. door ons geformeerde Instructie voor dien Suppoost zoude Aanvaarden. Voorts hebben wy vaste ordres beraamd voor de Overheeden „ 224. der alhier passeerende scheepen betrekkelyk het debarqueere —„ 223. der zieken, en bevolen dat daar van aan hun afschriften zouden worden ter hand gesteld, en ook een diergelyk af„ schrift aan Regenten, in voldoening aan het We. Artikel van het Reglement; terwyl wy by deeze geleegenheid de vryheid neemen de nuttigheid en noodrakelykheid voor te dragen dat de scheeps Over heeden voor hun vertrek uit Nederland van een exemplaar deezer ordres werden voorzien, ten einde zy in tyds zig kunnen bekwaamen om daar aan by aankomst op deeze Rheede te voldoen. Wy vertrouwen dat zulks ook ten gevolge zal hebben dat Op de scheepen, beeter dan jegenswoordig, zal worden gezorgt, voor de Conservatie van de plunjes van het volk, en dat de zieken by hunne komst in't Hospitaal daar van beter zullen zyn voorzien, dan wy zulks tot ons leetweezen bevonden heb„ ben thans plaats te hebben. Uw Wel Edele Hoog Agtbaare zullen wyjders uit des ten deezen opzegte beraamde Schikkingen zien, dat daar uit sal voortvloeyen dat die zieken, welke evenwel nog by hunne komst in 't Hospitaal gebrek aan Slunge zouden mogen hebben, daar van behoorlyk zullen moeten worden voorzien, en wy meenen ons verzeekerd te mogen houden dat wanneer aan de ordres en reglementen omtrend de reconvalescenten door Ons beraamd, waar van wy by vervolg nader zullen spree„ ken, behoorlyk de hand word gehouden, zulx niet alleen zal kunnen geschieden zonder te Overschryden de perma„ nente Ordres op de belastingen van uytkomende Zee, vaarende en militairen, maar dat ook efficacieaselyk dat sal t 1- 81 4 zeer Syl: No 225. 1 _. 226 sal kunnen worden gezorgd, dat de gerecomalesceerdens b hoorlyk gekleed weder aanboord komen, het welk op de Conservatie hunner herstelde gezrondheid van den uitersten en vloed moet zyn, en waar door dan ook teevens zal zyn voorzien in de versegaande Onagtzaamheid, welke wy niet zonder be„ Vreemding uit het berigt des Raads van den 21 Septb:r 1792 an zeer ty : N:o 227. ons op die materie ingediend ontwaard hebben dan in dit allergewigtigst stuk ten deezen Gouvernemente plaats heeft geha Daar my nu by examinatie der hospitaals kleederen be vonden hebben dat dezelve waren van een zeer gemeene qua liteit, en tot enorme pryzsen wierden aangereekend, hebben d de Ministers gelast dezelve (voor zo ver zulks thans plaats had, voortaan niet meer te eysschen uit Indie maar uit Neder land. Dan gelyk het van de uiterste noodzakelykheid wees, dat nu Ook ten gevolge der voormelde schikkingen het Hospitaal, ten allen tyde van eene genoegzaame voorraad van kleederen was voorzien, voor de Zeeken, hebben wy van den Raad ge„ Vordert eene gedetailleerde opgave, hoe groot die voorzaact na den teegenswoordigen omslag van dit Gouvernement„ beteekend op den voet vermeld by het 23: en Articul van de „ 221. Jnstructie voor de binnenvader zoude moeten zyn, en teevens haar aanbevoolen om Jaarlyksch te eyvochen het gen door gedaane verstrekkingen aan de eens gemaakte bepaaling zal komen te ontbreeken. De voormelde opgave, vervat in eene behoorlyke gespecificeerde Eysch door Regenten van het Hospitaal Opgemaakt, by ons ont„ fangen zynde, voegen wy dezelve hier newvens, met instantelyk Verzoek dat dezelve ten spoedigsten moge worden voldaan; en dat in 't bysonder op het naaukeurigst moge werden gelet op de qualiteiten der respective Artikelen, en dat dezelve goed en sterk genaayd zyn, en voldoen aan de Monsters waar op de aanbesteedingen geschieden, ten einde de Compagnie daar in zo schandelyk niet behandeld en bedrogen worde, als omtrend de scheepskleederen plaats heeft, gelyk uyt het vervolg nader blyken zal. Daar ons als zeer pradicabel, en ten uitersten geschikt tot bevordering der goede orde, is voorgekomen eene Classificatie der dieeten voor de zieken, op die of soortgelyke wyze als zulks door de Heeren Militaire Commissarissen was voorgeslagen, hebben wy ook daar na de Instructie voor den Oppermeester ingezegt, nogthaar daar by aan hem overlatende om da„ gelyksch elk van die vier dieeten zodanig in te rigten, als hy naar mate der omstandigheeden meet geschikt zal Oordeelen. tevens En 0 223 - 222.
English
1 ibidem see Appendix No 223. Furthermore, we instructed the Regents to examine with all accuracy whether any significant reduction could be made in the markedly increased number of hospital attendants, with authorization to the Council to proceed thereto immediately, although we must testify that, notwithstanding the searches made thereafter, we were unable to discover that among them were found those so-called sinecure guests of whom mention had been made by the Gentlemen Military Commissioners. see Appendix No 228. of which we sent an Extract to the Ministers for their information. But as we noticed that the persons who are employed in the hospital for the care of the sick were entered, according to a prevailing abuse, as belonging among the convalescents at the Line, even though they remained in the hospital and did not by any means proceed immediately to the Line, which resulted in much disorder, principally regarding the provisioning of those persons, we provided for this by establishing that henceforth such persons should continue on the hospital roster as long as they remain in the same. Lastly, we authorized the Ministers to arrange the management of the hospital in False Bay as much as possible on the footing planned by us for the hospital here, as well as to effect (insofar as this had not yet been complied with, and such could be done without noticeable burden to the Company's Finances) the various points of improvement presented to them by the Regents in their report of 5 July 1792, likewise mentioned in a Memorial presented to us by the aforementioned Regents on the subsequent 14 September. We found the management of the Convalescents at the Line and their governance completely left to the discretion of whoever is charged with the supervision thereof at the time, this being at present Captain-Engineer Thibault, and we therefore understood that for the maintenance of good order and the prevention of the reintroduction of former abuses, it was necessary that this management should also be subjected to fixed regulations. We therefore wrote to the Ministers in our letter of 24 October 1792 to draft such a Regulation and to keep in mind, among other things, the following matters: That the convalescents homeward bound and those destined for the Indies be separated and divided on either side of the room destined for their stay, their hammocks and goods placed separately, and as much as possible the method of messing arranged accordingly. That upon the arrival of one or more of the convalescents at the Line, they be accompanied by one of the hospital attendants, who would be obliged to hand over the clothing of such Persons according to a proper list, in order to be compared and checked therewith. That no money from their earned wages be issued to the convalescents, in order that those funds could be spent on the purchase of the necessary clothing, from which a twofold advantage was to be expected, namely: that the Sailor or soldier would not find himself entirely stripped of clothing; and that the opportunity would be taken away from him to indulge in drink (as occurred all too often) and lead a dissolute life, whereby he was frequently forced to return to the hospital once again. That a specific hour be set at which all the Convalescents would be bound to return to their quarters, without being permitted to leave the same after that hour, and that violators, as well as those who misconducted themselves in other respects, be corrected according to their deserts. That the earned wages of these Men be received by the Captain of the Engineers, or another charged therewith, to be employed for the end previously mentioned, wherein one could permit that some allowance for recreation be granted from those funds to the Convalescents, if desired, provided this should never amount to more than one third thereof. That each man receipt for what was received, and subsequently monthly accounts and vouchers be rendered by the one to whom this Administration was entrusted. And in order that it could at least clearly appear how many men were present at the Line, that a roll be formed for that purpose from which it could be distinctly seen how many men were stationed there, just as this could at the same time give a precise display of the number of men who were in a condition to be placed in fulfillment of their destination. That on a separate list there should also be exactly recorded such Convalescents as did belong under the governance of the Line, but were detached for different duties.
Dutch transcription
1 ib idem dzie Byl No 223. Wyders hebben my Regenten aan bevoelen om miet alle naam keurigheid na te gaan, of niet in het zo merkelyk geaccresseerd getal der bediendens van het Hospitaal eenige reductie van be lang zoude te maaken zyn, met qualificatie op den Raad om daartoe dadelyk over te gaan, schoon wij moeten betuygen niet teegenstaande de daar na gedaane Rechirches, niet te hebben kunnen ontdekken, dat zig onder dezelve die soge Heeren Militaire Commissarissen was gewag. gemaakt. Maar alzo wy bespeurden dat de persoonen die in het Hoop taal tot oppassing der zeeken worden gebruykt, volgens een plaats hebbende misbruyk opgebragt wierden, als onder de re„ convaliscenten aan de Linie behoorende, of schoon zy in het Hospitaal bleeven, en geenzint, dadelyjk naar de Linie Overgingen, dat veel desorde, voornamentlyk omtrend de spijziging van die perzoonen, ten gevolge had, hebben m —„ 223. daar in voorzien door vast te stellen, dat voortaan zoda„ heije perzoonen zouden voortloopen op het Hoopitaal, so lang zy in het zelve blyven. Laastelyk hebben wy de Ministers gequalificeerd om ook de directie van het Hospitaal in Baay fals so veel mogelyk te doen inrigten op den voet door ons voor het Hoopitaal naamde baantjes gasten gevonden wierden waar van door zie Byl: N:o 228. waar van wy de Minister een Extract. toezonden tot derzelven alhier beraamd, mitsgaders om (voor zo ver daar aan nog niet was voldaan, en zulks zonder merkelyk bezwaar voors Com„ pagnies Finantien geschieden kon) te effectueeren de vers„ schillende poincten van verbeetering door Regenten aan haar voorgedragen by derzelver berigt van den 5 July 1792, insgelyksch vermeld by eene Memorie door Regenten voorn. in do. 14 September daar aan volgende aan ons gepresenteerd, informatie. De huyshouding van de Reconvalescenten aan de Linie, en het bestier over deselve hebben Wy bevonden geheel overgelaten aan de ziinelykheid van de geen die met het opzigt daar Over in der tyd is belast, zynde thans den Kapitein Ingenieur Thibaalt, en wy begreepen dus dat tot onderhoud der goede Orde en voorkoming van weeder invoering van vorige misbruyken, nodig was, dat ook deeze directie aan vaste bepalingen wier„ de onderheevig gemaakt. Wy schreeven dierhalven de Ministers aan by onzen brief van den 24 October 1792 om zodanig Reglement te Concipieeren en daar by onder anderen die volgende zaaken in 't oog te houden Dat de reconvaliscenten, int' huys vaarende, en sodanige die naar de Indie bestemd zyn, onderscheiden, en aan alhier weder . 218. „ 94 85 wederzyde van 't vertrek tot haar verblyf gedestineert, verdeelt wierden, haare hengmatten en goederen afzonderlyke geplaatst en zo veel mogelyk de wijze van schaffong daar na werde ingen Dat by de dankomst van een of meer der reconvalercenten aan de Linie, dezelven verzelde wierden van een der bedienden van't hoppitaal, die verpligt, zoude zijn de Plunje van zodan ge Perzoonen, volgens eene behoorlyke notitie, over te gee„ ven, om daar meede te werden geconfionteert en nagezien Dat aan de rewnoaleveenten geen gelden op haare verdiend gagie wierden verstrekt, ten einde die penningen zouden kund werden besteed tot aankoop van de benodigde Plunje, waar uit een tweeleedig voordeel te verwagten was, namentlyk; dat de Matroos of soldaat zig niet geheel ontbloot van Kleed zen zoude bevinden; en dat aan hem de geleegenheid, zoude zy benomen om zig (gelijk maar al te veel plaatshad) in de drank te buiten te gaan en een liederlyk leven te leiden waar door hy ditwyls genoodzaakt weerd andermaal na 't hospitaal te rug te keeren. Dat een bepaald uur werde gesteld, waarop alle de Reconvalascenten gehouden zouden weezen in haar quartier te rug te keeren, zonder het zelve na dat uur te mogen Verlaaten, en de Overtreeders, zo wel als die zig in andere Opzegten misgreepen, naar verdiensten gecorrigeert. Dat de verdiende gagie van deeze Manschappen door den Ca„ pitein van de Genie, of een ander die daar meede belast wierd, wierde ontfangen, om tot het eynde hien bevorens aangehaald te werden geemployeerd, waar by men konde permitteeren, dat aan de Reconvaliseerten van die penningen, des begee„ bende; eenig genot tot recreatie wierde toegevoegt, mits zulx nimmer meerder dan een derde daar van zoude bedragen. Dat men elk man voor het genotene het qutteeren, en ver„ volgens door die geene aan wien deeze Administratie wierd toe, vertrouwd, maandelyksch reekening en bewygs doen. d En op dat althans klaar zoude kunnen blyken, hoe veele manschappen zig aan de Linie aanweezend bevonden, dat daar toe een rolle wierd geformeert, waar uit distinctelyk konde worden gezien, hoe veele manschappen, zig aldaar geplaatst vonden, gelyk dit ter zelvder tyd een precise Vertooning konde geeven van 't gehal manschappen die zig in staat bevonden, om ter voldoening aan hunne destinatie geplaatst te kunnen worden. Dat ook op een bijzondere lyst exactelyk wierden bekend gesteld zodanige Reconvalescenten, als wel onder het bestier van de Linie behoorden, maar tot disferente dionsten afgiehaden opzigten van