VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 8261

Japan · 656 pages · 169 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_8261_0372 view scan ↗

English

Secret correspondence of the humble writer at this court. Reason for the secrecy thereof. Name and quality of the correspondent. Confidence of the same. His objective. His voluntary offer. Desire to appear before Your High Right Honourables. Reason thereof. Proposal of the Prince to succeed in his intention. Assurance from the same regarding the success thereof. Humble plea of the respectful writer. Promise of the same. was not displeased to congratulate me. In our secret report of today's date, I have ventured to reserve for this letter the elucidation of our secret correspondence, for which I most obediently implore Your High Right Honourables for a favorable excuse. This secret channel, being of too great importance, and the life of the correspondent who revealed himself to me on word of honour hanging undeniably in the balance, has prevented me from disclosing it to the second official of this office. One of the oldest Princes of this Court, named Pangeran Adiwijaya, having taken the opportunity on his own initiative to come to me in disguise, made it candidly known to me that he felt very inclined, out of affection for the Honourable Company and revulsion for all the underhanded and unjust dealings of this Court caused by the continual instigations of the cunning and pernicious Minister of State Ki Rangga Jayaputra, to inform me of all occurrences and the measures of this Court. That he, relying on my secrecy and risking his life for the benefit of the Honourable Company, had not the slightest intention, nor aimed, to disadvantage or undermine the Kingdom of Palembang or its King, his uncle, whose eyes he only wished might once be opened to his errors. That he would consider it a particular satisfaction to be of some true service to his own fatherland, the Honourable Company, and especially Your High Right Honourables in these critical circumstances; whilst he felt assured that, if only he might have the good fortune to appear in person before Your High Right Honourables, he would reveal such secrets to Your High Right Honourables regarding the Kingdom of Palembang, Bangka, and Belitung, as well as the intrigues with the English and the Court of Riau, which could serve Your High Right Honourables to very profitable use. In order to succeed best in this, he believes it to be best, without giving the King any suspicion, since Your High Right Honourables currently have a rightful displeasure concerning the dealings of this Court with the seafarer McCluer, and he at that time, with the second Minister Ki Rangga Jayaputra, held authority at the mouth of the river or the Sungsang: if Your High Right Honourables would have the goodness, upon sending warships hither, by means of a letter to the King brought to His Court in person by one of the commanding officers of that fleet, resolutely to demand; the two chiefs who at that time of McCluer held authority at the Sungsang, Pangeran Adiwijaya and Ki Rangga Jayaputra, or indeed one of them, namely him: in the form of ambassadors; in order to render their account in person to Your High Right Honourables regarding the past conduct with the enemy; and merely to have a serious threat made that the island of Bangka will be taken into possession: he assuring Your High Right Honourables on his word of honour that the King, who is truly a poltroon, would not let it come to that, but would directly comply with the received orders. Through this Prince, High Honourable Sirs, the humble writer has succeeded in getting behind most of the secrets of this Court, especially during the time that Palembang was unsettled by McCluer, having also continually taken his measures accordingly. I implore the clemency of Your High Right Honourables for a favourable confidence and gracious protection; while I flatter myself that I shall unceasingly, with dutiful zeal, attend to the interests of the Honourable Company, most dearly commended to me by Your High Right Honourables, in such a manner that I do not make myself unworthy of the title of honour of, was underneath: High Noble, Highly Esteemed Sir, and Right Honourable Sirs. lower: Your High Right Honourables' very humble and dutiful servant, was signed: G. Hemmy, in the margin: Palembang the 6th of November 1782, below it: P.S. having just at this moment succeeded in obtaining some light toward the discovery and acquisition of the lost Malacca papers that were thrown into the sea and fished up again, with which I am presently heavily occupied; I flatter myself to report the desired result thereof to Your High Right Honourables in the coming days. To

Dutch transcription

geleijme Corresponden¬ „tie van den nneedrigen reeden der gehijmhou„ „ding daar van. Naam en qualiteyt van den Correspendent vertrouwen van den„ „zelven. zijn deelwit. verlangen van voor uw Hoog Edelheedens te verscheijnen reeden daarvan om in zijn voorneemen te Hlaagen. niet ongenoegen geweest is, mij te faliciteeren. In onze secreete rapporte van hedigen datum, heb ik mij onderwonden, de elucidatie onzer geheijme Correspondentie bij deze mij voorte behouden, waarover ik bij uw Hoog Edelheedens eene geneegene verschooning gehoorzaamst af„ „Zmeek. Deze gezeijme Canaal, van te veel belang; en het leven teekenaar aan det Bof. van den aan mij, op 't woord van Eer, zig g'openbaarden Correspendent, enzijlbaar in de weegschaal Leggende, heeft mij belet, de ouvertuure daar van, aan den tweeden dezes Comp„ „toirs te geeven. Een der oudste Prince van dit Hof, genaamt Pangerang, die wijaija, uijt ijgen beweeging geleegentheid genoomen hebbende, verkleed bij mij te koomen, heeft mij gulhartig te kennen ge„ zijne bevrijdwilligheid geeven, dat hij zig zeer geneegen vond, uijt Lugt voor D' E: Maatschappij, en vervoering voor alle Slingse en onregt„ „vaerdige behandelinge van dit Hef, veroorzaakt, door de geduu„ „rige instineties des Listigen en verderflijken Staatsminister Khe Ranga Japoetra: van alle voorvallen de messures van dit Hof, mij kennis te geeven. Dat hij, Staat maekende op mijne secretesse, en zijn leven ten nutte der E. Maatschappij resiqueerende, geene de minst inzigte voorhad, nog bedoelde, 't Rijk van Palembang of dies Koning zijnen oom, die hij maar wenschte, dat eens de oogen over zijne dwaelinge g'opent mogten werden, te benadeelen ofte te onderkruijpen. Dat hij het zig voor eene bijzondere satisfactie zoude reekenen zijn eijgen vaderland, de E: Maatschappij, en uw Hoog Edelheedens voor al in deeze criteque omstandigheeden, van eenige wae„ „re dienst te zijn: terwijl hij zig verzeekert hield, wanneer maar in perzoon het geluk mogte hebben, voor Uw Hoog Edel„ „heedens te verscheijnen, Hoogst dezelve zodanige geheijme zoude openhaaren, van het Rijk van Palembang, Banca„ en Bliton: zo meede der konkelarije met de Engelsche en het Hof van Riouw, die Uw Hoog Edelheedens tot een zeer voordeelig gebruijk zouden kunnen Strekken. Omme hierin best te slagen, vermeent hij, zonder den koning voorslag van den Prianl eenig verdenken te geeven, het best te zijn, terwijl uw Hoog Edel heedens thans een regtmatig engenoegen, over de behandelin„ „gen van dit Hof met den Zeevoorer Maclaarij hebbende, en hij in die tijd, met den tweeden Minister Keranga Iapoetra, het gezag aan de mond van de rivier of de Soesang gevoerd heeft: wanneer Uw Hoog Edelheedens de Goedheid geliefden te hebben, bij . verzeekering van denzelven tot recd„ „siet daarvan. needrige beede van den eerbiedigen teeke„ „naar. belofte van denzelve bij zending van oorlogsscheepe herwaarts, door eene Missive aan den koning, in persoon van een der Commandeerende hoofde dier vloot aan Z Bof gebragt, cordaat te laaten ijschen; de twee, in die tijd van Macleerij, aan de Soesang het gezag gehad hebben„ „de hoofde, Pangerang Adiewiijaja, en ke ranga Japoetra dan wel een derzelve, Namentlijk hem: in forma als gezante; om in perzoon hunne verantwoording, over het gepasseerde ge„ „drag met den vijand, bij uw Hoog Edelheedens te doen; en bij maar eene ernstige dreging te Laaten doen, 't Eijland Banca in bezigt te zullen neemen: verzeekerende, hij uw Hoog Edelheedens, op zijn woord van eer, den koning, die werklijk een Poltron is, het daar op niet zoude laeten aankoomen, maar direct in de ontvangene ordres Condiscendeeren. Door deezen Prins, Hoog Edele Heeren, is het den Nee„ „drigen teekenaar gelukt, agter de meeste geheime van dit Hof te koomen, voor al in die tijd, dat Palembang door Maclaerij ontrust is geworden: hebbende ook telkens zijne messures daarna genoomen Ik Smeek van de Goedertierentheid uwer Hoog Edelhee„ „dens, om een geneegen vertrouwen en gratieuse protectie; terwijl ik mij vleije, de belangens der E: Maatschappij, door UW Hoog Edelheedens mij op het dierbaarste aangepreesen, en ophoudelijk, met een verpligten ijver, zodanig te zullen be„ „hartigen, dat ik mij niet onverdient maake, den Eer Naam van, /:onderstond:/ Hoog Edel Groot Agtbaar Heer, en welEdele heeren. /:lager:/ Uw Hoog Edelheedens zeer onderdaanigen en trouwschul„ „digen Dienaar /:was geteekent:/ G: Hemmij, /:in margine:/ Pa„ „lembang den 6=e November 1782, /:daaronder:/. P: S: zoo op 't mement mij gelukt zijnde, eenigligd te krijgen, tot de ontdek„ „king en bekoming, der vermiste en in zee geworpene, en weer op gewiste Mallacsche Papieren: waarmeede ik thans sterk bezigben; reije ik mij Uw Hoog Edelheedens daarvan eerst„ „daags, het gewenscht Effect te zullen rapporteeren. Aan 88

NL-HaNA_1.04.02_8261_0374 view scan ↗

English

Separate To the Right Honorable, Great and Respected Gentleman, To his Honor Juragan Assan oedien Humble delivery of a copy letter from the Malacca Ministry. Dispatch of the pantjalling Banca; lack of heavy artillery thereon. Cruising near Poelo Saija. Station of the pantjalling De Snoek for observation in the Banka Strait. Mr Willem Arnold Alting Governor General together with The Right Honorable Gentlemen Councillors of Netherlands India Right Honorable, Great and Respected Gentleman, And Right Honorable Gentlemen. I have the honor most obediently to present to your Right Honors the enclosed copy of the official letter from the Malacca ministry, received by express on the 31st of the past month of December, and at the same time to bring respectfully to your Honors knowledge: That pursuant to its contents, I have immediately dispatched the pantjalling Banca, which had previously already been placed in a defensive state as far as possible, though without heavy artillery, which is still lacking on that vessel, to cruise back and forth from Batoe Carang to the small island named Poelo Saija, where the main passage of junks usually is, and where the monitoring thereof, in my humble judgment, can best take place; while I have meanwhile posted the pantjalling De Snoek in its place at the corner of Batoe Carang for the purpose of observation in the Banka Strait; regarding which, as well as the reason given in our joint respectful letter for the staying behind of the pantjalling Edam and the papers of this office, I flatter myself to receive your Right Honors favorable approval. While I furthermore, in respectful compliance with your Right Honors revered intention, shall work without interruption not only on the interception of the secret correspondence The King's secret correspondence with the enemy will be monitored to be intercepted. The route through the forest lands to Banca Oeloe is still uncertain. Confidence of the humble subscriber regarding the discovery of that route. Attitude of the court and of the Palembangese. Observation concerning the delivery. Inclination of the King to acquire the small ship De Jonge Jan. Humble request of the undersigned. To what extent success has been achieved regarding the search for the missing Malacca papers. with the enemy, should it be practiced again, but also simultaneously toward all measures that are sufficient to instill in the King and his subjects an aversion to our enemy: What route is actually taken through the forest lands to Banca Oeloe, they have not been able to state with certainty, while more than one road leads there without passing Lampong Toelang Bauwang; wherefore the assistance of the Resident there cannot be employed, but I flatter myself, if there is even the slightest possibility, to still find out the truth of it eventually. Since the receipt of your Right Honors latest letter to the King, and the passing of our war fleet, and its cruising in the North, it appears that both the Court and the Palembangese in general have embraced different and more favorable views regarding the Honorable Company than in the past year; one currently no longer even hears the name of the British mentioned, but rather praises the power of the Honorable Company, and everything is quietly content and at peace. Regarding this year's delivery, which will likely commence in the next few days, and probably, although it is not yet firmly determined, will provisionally consist of a quantity of ten thousand piculs of tin, I have, in accordance with your Right Honors revered orders, thereby still subtly and imperceptibly encouraged the court, awaiting further orders regarding that delivery, and trusting not to have done wrong therein. The King having expressed to me his particular desire to take over the small ship De Jonge Jan without being subject to any dues or seigneurial duties, and having requested the same on that account from the humble undersigned for the transport of his products to the capital; I could, in the hope of your Right Honors gracious approval, hardly refuse him the same; while I at the same time most obediently implore from the benevolence of my High-Commanding Lords and Masters that this intention of the monarch may graciously be granted a favorable approval, and that the respectful undersigned be permitted to grant the transfer of that vessel to the King. Although I had previously been flattered with the prospect of recovering the missing Malacca papers, I have, however, to my regret, succeeded no further in this than being assured from good authority that the box with letters has not fallen into the hands of the enemy

Dutch transcription

Apart Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer Aan zijn Edelheijd S: Juragan Assan oedien needrige apporte eener Copia missive van het Malacsche Ministeri„ „um depeche van de Pant„ „jalling banca: gebrek van grofgescheit daar op. bekruijssing bij Poelo Saija standplaats van de M:r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal beneevens De welEdele Heeren Raaden van Neederlandsch India Hoog Edel Groot Agtbaar Heer, En WelEdele Heeren. Ik heb de eer uw Hoog Edelheedens gehoorzaamst te offereeren, inleggende Copia Missive van het Malaksche minis„ „terium den 31:e der gepasseerde maand December per expresse, ont„ „vangen, en teffens ter g'eerbiedige kennis van Hoogst dezelve te brengen. Dat ik volgens dies inhoud, direct de Pantjalling Banca, die reets bevoorens na mooglijkheijd, in een diffenciere staat inclin teverl gebragt geworden was, egter zonder grof geschut, 't geen aan dat Scheep kiette nog ontbreekt, gedepecheert heb, omme overende weer, van batoe Carang, tot het Eijlandje, genaamt Poelo saija, te kruijssen, alwaarde meeste passagie der Ionke ordinair is, en de waarnee„ „ming derzelve, na mijn gering oordeel, het bestgeschieden kan, ootm terwijl ik intusschen de Pantjalling D' Snoek, in diesplaats aan des nee Pantjallang de Snoek de hoek van batoe Carang, ter speculatie van Straatbanca ge„ maar Speculatie in straat „ pasteert heb: waarover, zoowel, als de in onze gemeene eerbiedige„ „letteren gegeevene reeden, van 'z agterblijven der Pantjallang Edam, en de papiere deeses Comptoirs mij vleije, uw Hoog Edelheedens gunstige aprobatie te mogen erlangen. Terwijl ik voorts, in g'eerbiedige opvolging uwer Hoog Edelhee„ hoever „versc „dens gevenereerde intentie, en afgebrooken werkzaam zal zijn, niet malak gere alleen in de onderschepping der geheijme Correspendentie van de Bef„ Banca. en der met „re S Iko „ge „king nopen obser de e 3 S' konings g'heime Cor„ „respondentie met den vijand, te onderscheppen, zal g'observeert werden. de roete door de bosclande na banca oeloe is nog vertrouwen des needre„ „geteekenaar tot ontdek„ „king dier roete. denkbeeld van het hof en der Palembangers observantie nopens. de Leverantie. inclinatie des konings ter erlanging van het scheepje De Jonge Jan. ootmoedig verzoek des needrigen teeke„ hoeverre nopens de na „verscheng der vermiste malaksche Papieren. gereuusseert. met den vijand, zo die weer geëxerceert mogte werden, maar ook teffens tot alle middelen, die toerijkende zijn, om den koning en zijne onderdaanen een teegenzin voor onzen vijand inte boezemen: Wat roete ijgentlijk door de bozelande na Banca oelo genoo„ „men word, heeft t zij niet voorseekerkunnen opgeeven, terwijl daar „heer, meer dan een weg natoeleijd, zonder Lampongtoelang bau„ „wang te passeeren; waardoor dies de adsistentie des Residents aldaar, niet zal kunnen g'apliceert werden, edog vleije ik mij, bij immers maar eenige mooglijkheid, nog eens agter het waare daarvan te sullen koomen, zeedert den ontvangst uwer Hoog Edelheedens Jongste missi„ „de aan den koning, en het passeeren onser oorlogs vloot, en bekruijssing derzelve om de Noord; Scheijnt zo wel het Hof; als de Palembangers in 't generaal, andere en voordeligere denkbeelde, als in den voorleeden Jaar, g'emplecteert te hebben nopens de E. Maatschappij men hoord thans niet eens meer den naam der britte maar wel de magt der E: Maatschappij prijzen, en alles is stil verge„ „noegd en in vreede. Noopens de dit Iaarige Leverantie, die waarscheijnlijk eerstdaags een begin zal neemen, en denklijk, hoewel het nog niet vast bepaalt is, in eene quantiteijt van thien mille picols thin provisioneel bestaan zal, zoo heb ik; ingevolge Uwer Hoog Edelheedens gevenereerde beveele, daaromtrent door als nog wijnig en ongemerkt het hof g'animeert, in afwagting van nadere beveele nopens die Leevenantie, en expectence daar„ in niet misdaan te hebben. De Koning mij zijne bijzondere genegentheijd te kennen gegeeven, hebbende, het scheepje De Ionge Ian te mogen overneemen, zonder onderhevig te zijn aan eenige ongelden van s' heere geregtigheden, en uijt dien hoofde hetzelve van den needrigen teekenaar verzogt hebbende, tot den overbreng zijner producte na de hoefdplaats; zo heb ik, in hoope uwer Hoog Edelheedens gratieuse goedkeuring den zelve zulks niet wel kunnen wijgeren: terwijl ik teffens van de goedertierentheid mijner Hoog gebiedende Heere en Meesters gehoorzaamts afsmeek, dat aan deze intentie des vorsten gratieuselijk een geneegen fiat moge geschonken, en den eerbiedigen teekenaar het verleenen van transport van dat kieltje aan den koning gepermitteert werde. Hoewel ik bevoorens geplatteert bingeworden met de obter „nue der vermiste malaksche Papiere; ben ik egter, tot mijn Leedweesen, daarin niet verder gerecesseert, als van goederhand verzeekerd te zijn: dat het kisse met brieve niet in 's vrijands hande gekoomen onzeeker. „naar. „ „ e„

NL-HaNA_1.04.02_8261_0376 view scan ↗

English

Palembang arrived; but was brought to the Court and thrown unopened into the river, purely and solely out of foolish fear that, with assistance coming here from Malacca and the capture of the privateer Maclear, the King's correspondence with the same might be discovered, and Palembang might then be attacked in a hostile manner by the Honorable Company on that account. Wherewith I make bold to be, with the deepest respect and most dutiful reverence, was signed below: High Noble Grand Honorable Sir and Well-Born Gentlemen, lower: Your High Nobilities' humble and faithful servant, was signed: G: Hemmij, in the margin: Palembang, the 15th of February 1783. To the Honorable Master Gijsbert Hemmij, Senior Merchant and First Resident there. Honorable, Pious, Discreet Sir, Mr. Toger Abo, commander of one of the Company's war squadrons, will write to your Honor where he intends to station himself, both to observe the English ships returning from China and to proceed quickly to the Banka Strait whenever he believes that English privateers have arrived. I currently have only two sloops and one pantchiallang at hand, of which I can dispatch none thither without detriment to the Company's service, and I therefore kindly request your Honor to deploy one of the vessels assigned to your Honor in such a position that it can catch sight of the junks coming from China, in order to inform the Nakhodas of the safety or danger of the fairway to Batavia, so that in the former case they may continue their voyage with peace of mind, but otherwise may head hither to be escorted to Batavia by the aforementioned squadron. If your Honor, upon the appearance of any hostile privateer in Banka Strait, can also send report thereof either to Mr. Abo or to me, please do so without delay; the Company's interest and that of its subjects or allies being greatly concerned therein, your Honor need not doubt that by complying with this request of mine, which is grounded on the orders dispatched to me regarding the oft-mentioned squadron, your Honor will give very great pleasure to the Noble Supreme Government of the Indies. I remain with esteem, was signed below: Honorable, Pious, Discreet Sir, lower: Your Honor's obedient friend, was signed: P: G: de Bruijn, in the margin: Malacca, the 31st of December 1782. Per the small vessel D' Jonge Jan. To His Excellency The High Noble Grand Honorable Sir Master Willem Arnold Alting Governor General together with The Well-Born Gentlemen Councillors of Netherlands India. High Noble Grand Honorable Sir and Well-Born Gentlemen. With our submissive letter of 15 February last per Juragan Assan Oedien, I had the honor to submit to Your High Nobilities my humble reports of that date, after which, on the 25th of this month, the gurab De Snelheid appeared before this roadstead, bringing a letter from the commanding captain of the fleet, Mr. Toger Abo, to Your High Nobilities, and a general and secret letter from the Malacca ministry for this office. I have the honor, per the bearer of this, the Ke Ingebaij D'harpo Tjieto, as the first opportunity, most respectfully to offer the aforementioned missive, alongside a copy of the latter, and the duplicate of our humble letter of 15 February, and likewise to bring to your respectful knowledge that the aforementioned gurab on the 28th following directly set its course back towards Malacca. The constant low tide at this time, greatly delaying the conveyance of the letters from Sungsang hither, prevented an earlier departure of that vessel. According to reports, there are currently four large and nine small junks, as well as two imperial ships and four Macao vessels at Riau. The imperial ships already had 7,000 pieces of tin aboard, and were about to head to Terengganu in order to load themselves full of pepper there. The humble signatory, suspecting from this that during this turbulent period a great deal must have been smuggled from behind the Island of Banka, has on that matter not only seriously remonstrated with the King, who however is also kept blindfolded in this matter, but has likewise taken the liberty, in hope of Your High Nobilities' gracious approval, to suggest to the Governor of Malacca whether there might not be any likelihood of having one of the Palembang vessels that might secretly go there intercepted by the cruisers. The cruisers stationed here are unfamiliar with the way thither and behind Banka, and the lack of an exact sea chart of that coast also prevents the carrying out of inspections there. I shall meanwhile do my utmost duty to gather such information as shall be sufficient, if necessary, for the drafting of a chart. While I have the honor to be, with the deepest respect and most dutiful reverence, was signed below: High Noble Grand Honorable Sir and Well-Born Gentlemen, lower: Your High Nobilities' humble and faithful servant, was signed: G: Hemmij, in the margin: Palembang, the 6th of April 1783. To

Dutch transcription

Palembang: 90. gekoomen; maar aan het Hof gebragt en ongeopent in de rivier ge„ „worpen is, enkelt en alleen uijt onnezele vreese, dat bij adsisten¬ „tie van Mallacca herwaarts, en overmeestering van den kaper Maclear, S' Konings Correspondentie met denzelve ontdekt, en Palembang als dan door de E: Maatschappij daarvoor rij¬ 9 „andlijk aangetast mogte werden. Waarmeede ik mij bevrijmoedige, met het diepst ontzag, en verschuldigste eerbied te Zijn. /:onderstond:/ Hoog Edel Groot Agtbaar Heer, en WelEdele Heeren /:lagen/ uw Hoog Edelheedens onderdanige en getrouwe die„ „naar /:was geteekent:/ G: Hemmij /: in margine:/ Palembang den 15e februarij 1783, Aan den E: M:r Gijsbert Hemmij, P: Koopman en Eersten Resident aldaar. Eerzaame, Vroome, Discreete. De Heer Toger Abo, bevelhebber van een s' Comp:s oorlogs es quader zal uwEd: schrijven, waar hij zig denkt te posteeren, om zoowel de uijt China retourneerende Engelsche scheepen, waar te neemen, als zig schielijk naar De Straat banca te begeeven, wanneer hij vermeend dat er Engelsche kapers zijn aangekomen. Ik het thans maar twee sloepen en eene Pantjalling aan de hand, van dewelke ik geene naar derwaarts kan afvaardiger, zon„ „der en dienst van de Maatschappije, en verzoek uwEd: derhalven vriendelijk, om eene der bij uwEd: bescheijden vaartuijgen zoo ergens uit te zetten, dat het de uit China koomende sonken, in het ge„ „zigt kan krijgen, ten einde de Nachodas te informeeren van de veeligheid en enveiligheid van het vaarwaeter naar Batavia, op dat zij in het eerste geval hunne reijse met gerustheid vervol„ „gen, dog anders herwaarts stevenen mogen, om door het gemelde Esquader naar Batavia te werden g'escorteert. kan Uw Ed: ook bij de opdaaging van eenige vijandlijke kaaper in Straat banca 't zij aan den Heer Abo, of aan mij, daar berigt van zenden, zoo gelieve uwEd: het zonder uijtstel te doen, Comp:s belang E C P=r 't scheepje D' Jonge Jan belang en dat haarer onderhoorigen of bondgenooten 'er grootellijks aan geleegen zijnde, behoeft UwEd: niet te twijfelen, of uw Ed: zal met de voldoening aan dit mijn verzoek, het welk gegrond is op de mij toegeschikte beveelen ten aanzien van het meergemelde Esquader, aan de Edele Hooge Jndische Regeering zeer veel ge„ „noegen geeven. Ik blijf met agting /:onderstond:/ Eerzaame, vroome, Discreete, /:lager:/ UWEd: dienst willige vriend /::was geteekent:/ P: G: de Bruijn, /:in margine:/ Malacca, den 31 December 1782. Aan zijn Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer M:r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal beneevens De welEdele Heeren Raden van Neederlandsch India Hog Edel Groot Agtbaar Heer En 1. WelEdele Heeren. Bij onsen submissen brief van den 15 febr: J:o leeden per Juragan Assan oedien, heb ik de eer gehad, Uw Hoog Edeheedens mijne needrige rapporte van dien datum te effereeren, waar van den 25 dezer, voor deeze banke verscheenen is de Goeraep De snel„ „heid, meede brengende een brief van den Commandeerenden Capitain der vloet D' Heer Toger Abo aan Uw Hoog Edelhee„ „dens, en een gemeene en secreete brief van het Malaksche mi„ „nisterium voor dit Comptoir. Ik heb de eer uw Hoog Edelheedens per brenger deezes, den ke Ingebaij d'harpo Tjieto, als de eerste Occasie, eevengem: Missive, nevens Copia der Laastgem:, en de duplicaate on„ Apart „zer 6 „zer needrige van den 15 febr: eerbiedigst aantebieden, en teffen ter g'eerbiedige kennis te brengen: dat boven gem: goerap den 28:e daaraan, direct zijnen Heeren weer Malaccawaarts ge„ „zet heeft, De gestaadige Eb in deese tijd, de bezorging der brieve van de soesang herwaarts, zeer vertragende, heeft een Spoediger vertrek van die kiel belet. Volgens rapperte, zijn 'er thans vier groote en Neegen klijne Jonke, zo meede twee kijzerlijke scheepe, en vier Mak„ kaúwsch vaars op Riouw. De kijzerlijke scheepe hadden reets 7000. - p:s thin in, en stonden naa Tringano te steeven, om aldaar zig met Peeper te vollaaden. De needrige teekenaar dies suspitieerende, dat 'er in dee„ „ze troeble lijdperk, sterk van Agter 't Eijland Banca moet geslooken zijn; heeft daarover niet alleen den koning /:die daarin egter ook geblindoekt word:/ serieus onderhouden, maar teffens de vrijheid gebruijkt, in hoope uwer Hoog Edelheedens gratieuse goetkeuring den Heer Mallakkas Gouverneur voortestaan, of er geene aparentie zoude zijn, een der Pafembangsche vaartuijge, die aldaar ter sluijk mogten koomen, door de kruijssers te kunnen laeten attrapeeren. De hier bescheijdene kruijssers zijn onkundig daarheen, en agter banca, en 't gebrek eener exacte Zeekaart, van die kust, belet ook, de visentatie aldaar te kunnen exerceeren Ik zal intusschen mijn uijters devoir opliceeren, zoda„ „nige informaties in te neemen die ter formeering ee„ „ner Caart, des noods zijnde, toerijkende zijn. — Terwijl ik de eer heb, met het diepst ontzag en verscheel„ „digste Eerbied te zijn. /:onderstond:/ Hoog Edel Groot Agtbaar Heer, en Wel„ „Edele Heeren, /:lager:/ uw Hoog Edelheedens onderdani „ge en getrouwe Dienaar /:was geteekent:/ G: Hemmij /:in margine:/ Palembang den 6=e April 1783, 5 92 Aan

NL-HaNA_1.04.02_8261_0379 view scan ↗

English

Palembang To the Honorable Master Gijsbert Hemmij Acting Merchant and First, and The Honorable Master Philippus Iohannes van der Steng Junior Merchant and Second Resident there. Honorable, Pious, Discreet, Upon the return of the sloop the Ciceroa, which had been there, we received Your Honor's courteous letter of the 18=e of July last, with its enclosures; and we hereby express our thanks to Your Honor, both for the communications made to us, and for the assistance rendered by sending back the said vessel, since it was deemed by Your Honor not to be in a condition to continue the voyage to Batavia with hope of good success. The packet boat the Phaenix being presently dispatched by us to Batavia to convey a packet for the Honorable High Indian Government; we therefore very kindly request Your Honor, in case this vessel should find itself necessitated by some unexpected accident to put into Palembang, to please render it the necessary assistance so that it may resume its voyage to the capital as soon as possible; however, if it should be unable to do so, or cannot be assisted quickly enough, then to deliver our said packet to Their High Honors in the speediest and most secure manner, in such a way and manner as Your Honor shall deem best advised, since it is of very great importance to us in the interest of the Company, and to send back the aforementioned boat. While for the rest we remain with respect, was written below: Honorable, Pious, Discreet, lower: Your Honor's obedient friends and Servants was signed: P: G: de Bruijn, A: A: Werndlij, A: Coupenes, F Thierens, R: R: H: van Papendrecht, and H: J: Miederhold, in the margin: Malacca, in the Castle the 14:e of October 1782 Separate Palembang To the Honorable Master Gijsbert Hemmij Separate Acting Merchant, and First Resident there. Honorable, Pious, Discreet. I do not doubt that my letter of the 31: of December last will have been delivered to Your Honor shortly thereafter. Having received not the least news from the Banka Strait since then, and I therefore being in uncertainty regarding the safety of the fairway between Batavia and Palembang, I have thought it well to send out the gurab de Snelheid on reconnaissance. I kindly request Your Honor not only to inform the Commander of that vessel, but without detaining it for more than twenty-four hours for that purpose also to inform me whether any enemy privateers are again perceived in the Banka Strait, or between Batavia and Palembang, and whether the Chinese junks destined for Batavia have already passed or not? just as I also very much desire to hear from Your Honor, if Your Honor knows, whether and when our outward-bound ships arrived at Batavia. The English ships returning from China did not dare to pass through the Strait of Malacca this year, but probably steered behind Java, except for a single frigate, which escaped our cruisers due to its sailing speed. A terrible hurricane blew along the Coromandel coast on the 19:e of October, and destroyed a multitude of small vessels sent with rice from Bengal to Madras. The ships, it is said, also suffered greatly, though it is not known for certain whether any of them were wrecked. By all good fortune, the French fleet was then lying in the bay of Atchin, where it had arrived shortly before, after the recapture of Trincomalee and a triumphant engagement with the English. I remain with respect. below: Honorable, Pious, Discreet, lower: Your Honor's obedient friend, was signed: P: G: de Bruijn, in the margin: Malacca in the Castle the 11 of March 1783 Malacca Separate To the Right Honorable and Valiant Sir Malacca Per Juragan Talip Pieter Gerardus de Bruijn Governor and Director on behalf of the General Dutch Chartered East India Company there, Right Honorable and Valiant Sir. Pursuant to Your Right Honorable and Valiant's separate letter of the 31: of December of the past year, Mr. Ioger Abo informed me of his plan with the Squadron under his command. I have conformed directly thereto, and to Your Right Honorable and Valiant's proposal to employ one of the cruisers available here for the reconnaissance of the junks and ships expected from China, and for that purpose I have dispatched an armed cruising pantchiallang to sea, of which I have determined the cruising grounds until the last of this month: namely from the point of Batoelarang up to Poeloe Saija; at which latitude I think no ships can slip past him; as soon as any danger might be discovered in the Banka Strait, notice thereof will immediately be given as speedily as possible both to Your Right Honorable and Valiant and to the war Squadron. Thus far the fairway there is clear; five junks and five ships have already passed; the latter, however, without knowing of what nation. The interests of the Honorable Company being too dear to me for me to wish to harbor the least negligence in that regard, may Your Right Honorable and Valiant rest assured in every respect that I shall constantly be vigilant regarding it. Would Your Right Honorable and Valiant see any possibility of having one of the Palembang vessels intercepted near or around the smuggling nest Riau, which I suspect carry on their smuggling in tin with the Riau people from behind the island of Banka; this would, as an undeniable proof, facilitate me greatly when making a complaint about it to this Court; for indeed, whence could such large quantities of that mineral be brought there annually! with which such a strong trade with China is carried on, to the great prejudice of the Honorable Company; and as I fear not without reason, will increase in these unfavorable times. what 94

Dutch transcription

Palembang Aan den E: M:r Gijsbert Hemmij Pl: koopman en Eersten, en Den E: M:r Philippus Iohannes van der Steng Onderkoopman en tweede Resident aldaar. Eerzaame, vroeme, Discreete, Bij wederkomste van de ginder aangeweest zijnde sloep de Ciceroa, hebben wij ontvangen UwEd: minzaamen brief van den 18=e Juli Laastleeden, met derzelver bijlaagen; en betuijgen UwEd: bij deezen onzen dank, zo wel voor de Communicatien, aan ons gedaan, als voor de beweesen adsistentie van de terug zending van het gemelde kieltje, doordien 't zelve bij uw Ed: geoordeeld wierd, niet in staat te zijn, om de reijse naar Batavia, in hoope van een goed succes, te kunnen voortzetten. De Paquetbood de Phaenix door ons thans naar Batavia gedepecheerd wordende; ter overbrenging van een Paquet voor de Edele Hooge Indische Regeering; zo verzoeken wij UwEd: zeer vriendelijk, bij aldien dit vaartuijg zig door 't een of ander on„ „verkoopte toeval mogte genecessiteert vinden, Palembang binnen te loopen, aan hetzelve de noodige adsistentie te wil„ „len bewijsen, op dat het zijne reijse naar de hoofdplaatse ten eersten kan vervolgen; dog, daar toe buijten staat zijnde, of niet schielijk genoeg geholpen kunnende worden, dan ons gemeld Paquet, op de spoedigste en secuurste wijze aan Hunne Hoog Edelheeden te doen toekoomen, zoo en indiervoegen als UWEd: dat best geraden zullen oordeelen, dewij l'er ons in het be„ „lang van de Compagnie zeer veel aangeleegen is, en de voor„ „schreeven boot te rug te zenden. Terwijl wij voor 't overige met agting blijven, /:onderstond:/ Eerzaame, vroome, discreete, /:lager:/ uw Ed: dienst„ „willige vriend, en Dienaaren /:was geteekent:/ P: G: de Bruijn A: A: Werndlij, A: Coupenes, F Thierens, R: R: H: van Papendrecht, en H: J: Miederhold, /in margine:/ Malacca, in 't Casteel den 14:e October 1782 Apart Palembang Aan den E: M:r Gijsbert Hemmij Apart Pl: koopman, en Eersten Resident aldaar. Eerzaame, vroome, Discreete. Ik twijffel niet, of mijn brief van den 31: December laastlee„ „den zal uwEd: kort daar na besteld weesen. Sedert geene de minste tijding uijt de Straat Banca ontvan„ „gen, en ik derhalven in het enzekere zijnde wegens de veiligheid van 't vaarwaeter tusschen Batavia en Palembang, heb ik goed gedagt de Goerap de snelheid op kundschap uijt te zenden, Ik verzoek UwEd vriendelijk, om niet alleen den Gezaghebber van dat kieltje, maar /:zonder hetzelve daar om meer als een etmaal op te zouden:/ ook mij te informeeren, of eenige vijandelijke kaapers weederen de straat Banca, dan wel tusschen Batavia en Pa„ „lembang vernoomen worden, en of de naar Batavia gedestineerde Chinasche Jonken al gepasseert zijn, dan niet? gelijk ik meede zeer verlang van Uw Ed: te hooren, zoo uw Ed: het weet, of en wanneer onse uijtkomende scheepen te batavia gearriveerd zijn. De uit China weederkeerende Engelsche scheepen hebben in dit Jaar de Straat Malacca niet duwen doorloepen, maar zijn waar„ „schijnlijk agter Java om gesteerend, behalven een enkeld fregat, dat door zijn bezeildheid onzen kruijssers entsnapt is. Een ijzelijke orkaan heeft den 19:e October langs de chermandelsche kust gewoeid, en eene menigte van kleine vaartuigen met rijst van Bengale naar Madrasgezonden, vernield. De scheepen zegt men, hebben ook veel geleeden, dog of er eenigen van verongeluk„ zijn weetmen niet zeker, De Fransche vloot lagtoen ten allen gelukke in de baai van Atchin, daar zij kort te voeren was aangekomen, nade herroovering van Trinconemale en eene triumphante actie met de Engelschen, Ik blijf met agting. /onderst:/ Eerzaame„ vroome, Discreete, /:lager:/ uw Ed: dienstwillig „ge wiend, /:was geteekent:/ P: G: de Bruijn, /:in margine:/ Malacca in 't Casteel den 11 Maart 1783 Malacca „ Apart Aan den welEdelen Gestrengen Heer Malacca P:r Juragan Talip Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneuren Directeur, weegens de Ge„ „neraale Neederlandsche geoctroijeerde oost Jndische Compagnie aldaar, WelEdel Gestrenge Heer. Ingevolge uwel Edel Gestr: apart schrijven van den 31: Decem„ „ber A:o pass:o heeft de Heer Ioger Abo. mij van zijn bestek, met dies onderzig hebbend, Esquader, verwettigde Ik heb mij daar aan, en aan uwel Edel Gestr: voorslag, van een der hier aanhande zijnde kruijssers, ter recognoceening van de uijt china verwagt werdende Jonke en scheepe direct gedragen en daar toe eene ten oorlog gearmeerde kruijspantjalliong zee laaten kie„ „sen, waar van ik De bekruijsing bepaald heb, tot den laatsten deeser maand: te weeten van de hoek van batoelarang tot aan Poeloe Saija: op welke hoogte ik denk, hem geene scheepe kunnen ontslippen; zo dra zig eenige onveiligheid in straat Banca mogte ontdekken, zal daarvan direct, zoo wel aan uwelEdel Gestr: als aan het oorlogs Esquader ten spoedigsten kennis geeven tot dusverre is de vaartdaaren zuijver; daar zijn reeds gepasseert vijf Ionke, en vijf scheepe; deeze laatste egter; zonder te weeten van wat natie. De belangens der E: Maatschappij, mij te dierbaar zijnde, als dat daar bij het minste verduijm zoude willen koesteren, gelieve uwel Edel Gestr: zig in allen opzigte verzeekert te houden, dat daar omtrent, steeds waakzaam zal zijn. zoude uwel Edel Gestr: wel eenige apparentie, zien: heen ofte omtrent 't smekkelnest Rieuw, een der Palembangsche vaartui„ „ge te Laaten attrapeeren, die ik suspitieer, dat van agter het eij„ „land banca, hunne Smokkelarij in then met de Rieuwreesen drijven; zoude zulks, als een onweederspreeklijke blijk, mij zeer kunnen faciliteeren, bij dolleantie daarover aan dit Def, im„ „mers. waar vandaan kunnen zulke groete quantiteijten van dat mineraal Jaarlijks aldaar aangebragt werden! waarmeede zoo een sterke handel op china, tot groot praejuditie der E: Maatschappij gedreeven werd: en zoo ik niet ongegrond vrees, in deese ongunstige tijden vermeerderen zal. wat 94

NL-HaNA_1.04.02_8261_0382 view scan ↗

English

Malacca By the Gurab De Snelheid what else would thirteen junks, two Macaos among which, so it is said, one was on account of the English Captain Gedis, who is on board in person, and two ships under the Imperial flag, want to export from there again this year. A prompt continuation to follow will possibly be able to decide everything. I have the honour to be with true respect. Below stood: Right Honorable Sir, lower: Your Right Honorable's prompt servant and friend, was signed: G: Hemmij, in the margin: Palembang, the 15th of March 1783. To the Right Honorable Sir Pieter Gerardus de Bruijn Governor and Director on behalf of the General Dutch Chartered East India Company there. Right Honorable Sir. My last respectful greetings were of the 15th of this month by Curaijan Talip, to which I submit myself. With the Gurab De Snelheid I had the honour to receive well Your Right Honorable's polite separate letter of the 11th of this month, to which duly replying, I have the good fortune to be able to assure Your Right Honorable: That the Strait of Banca has thus far remained entirely free from hostile visits. That since the passage of our fleet through the aforementioned Strait I have not received the least tidings from the main settlement, and therefore maintain that it must also be in peace there, while in the case of an unexpected event nothing would have been communicated via the Lampong route. In the Strait of Banca, according to the report of the cruisers, five junks and five ships have passed, the latter, however, unknown. I express my humble thanks for the kindly shared news. It is a pity that the enemy ships expected from China have not taken this route, and fortunate that the French fleet, after its glorious victory, had been in a safe harbour just before the change of the monsoon. Nothing further worthy of Your Right Honorable's attention rests with me at present. Separate 96 By the Sloop De Vrijheijd commanded by the free burger Christiaan Bot, I thus have the honour to be with great respect. Below stood: Right Honorable Sir. Lower: Your Right Honorable's obedient servant, was signed: G. Hemmij, in the margin: Palembang, the 28th of March 1783. To His Honour The Right Honorable, Most Venerable Sir Master Willem Arnold Alting Governor General along with The Right Honorable Gentlemen Councilors of Dutch India. Right Honorable Most Venerable Sir And Right Honorable Gentlemen. On the 6th of April I had the honour to present to Your High Honors my humble separate reports, and since then found myself greatly honoured with the very same's separate orders of the 16th of May last. Perceiving therein with particular regret the displeasure of Your High Honors regarding my conduct on several points, I kindly request an excuse for this, as well as for the fact that in my humble reports submitted I have not been able to produce sufficient proof. I would have received the promised elucidation within fourteen days if the correspondent had not been hindered in his intention upon wishing to intercept a letter expected from Banca Hoeloe in reply to the king. He has nevertheless in the meantime informed himself of the route from Banca Hoeloe through the upper lands, and given that route to the humble writer in such manner as the places and distances are noted on the accompanying list, which I have the honour most submissively to offer to Your High Honors. Separate

Dutch transcription

Malacca P de Geerab De snelheid wat zouden anders dit Jaar weer dertien Jonke, twee Moecauen onderwelke zoo gezegt word, een voor rekening van den Engelschen Capitain Gedis, die in perzoon daar op bevind, geweestis, en twee scheepe onder keijserlijke vlag, aldaar willen uijtvoeren. Een spoedige meede volgende, zal mooglijk alles kunnen beslis¬ „sen, Ik heb de eer met waere achting te zijn. /:onderstond:/ WelEdel Gestrenge Heer, /:lager:/ uwel Edel Gestrenge. Paracte Dienaar, en vriend /:was geteekent:/ G: Hemmij, /:inmargi:n „ne:/ Palembang den 15 e Maart 1783. Aan den WelEdelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneuren Directeur, weegens de Generaale Neederlandsche geoctroijeerde Oostindische Compagnie aldaar. WelEdel Gestrenge Heer. Mijne laatste eerbiedige zijn geweest, van den 15 deezer p:r Curaijan talip, waarvan ik mij submisslijk gedragen. gehad Met de Goerap D' Snetheid, heb ik de eer ^ wel te ontvangen. uwel Edel: Gestr: heusch apart schrijven van den 11. dezer waar op pligt„ „lijk antwoordende, het geluk heb uwel Edel Gestr: te kunnen verzeekeren. Dat straat Banca tot dus verre ten eenemaal bevrijd is gebleeven van vijandlijk visites Dat ik zeedert de passagie onser vloet door eerengem: Straat de minste tijding van de Hoofdplaats niet heb ontvangen, en dues sustineer, dat het aldaar meede in gerustheid moet zijn, terwijl bij onverhoopte toeval over de route van Lampong niets g'informeert zoude zijn, Jnstraat banca zijn volgens opgaave der kruijssers gepasseert vijf Jonke en vijf scheepe laatste egter onbekent. Betuijgsmijne needrige dank, voor 't geneegen bedeelde Nieuws: Jammer is het, dat de uijt China verwagte vijandlijke scheepe niet deze rouite genoomen hebben, en g'lukkig, dat de france vloot, na dies glorieusen overwinning, net voor de Verkaar, in een behouden haren geweest is. Mij is thans niet meer uwel Edel Gestr: attentie waardig, meer berust„ Apart Ik E 96 Pr de Chialoup DD: vrijheijd gevoert bij den vrij burger Christiaan Bot, Ik hebdus de eer met veel achting te zijn. /:onderstond:/ WelEdel Gestrenge Heer. /:lager:/ uwel Edel Gestrenge Gehoorzaame Dienaar /:was geteekent:/ G. Hommij /:in margine:/ Palembang den 28:e Maart 1783, M:r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal - beneevens De welEdele Heeren Raaden van Neederlandsch India. Hoog Edel Groot Agtbaar Heer En WelEdele Heeren. Den 6: april heb ik de eergehad uw Hoog Edelheedens mijne needrige aparte rapporte te effereeren, en zeedert dat, mij zeer gehonoreert gevonden, met hoogst derzelve aparte beveel van den 16 maij J. o Leeden. Met bijzonder leedweesen daar in ontwaerende, het ongenoegen uwer Hoog Edelheedens, bij mijne gehoudenisse in verscheid poincte, verzoe„ „ke ik daar over eene geneegene verschooning, zo wel als dat ik bij mijne gedaane needrige rapporte geene genoegzaame bewijse hebkunnen produceera, De beloofde Elucidatie over veertien daagen, zoude ik hebben ontvangen bij aldien de Correspondent in zijn voorneemen niet was verhindert geworden, bij 't willen onderscheppen van een banca hoeloe verwagt werdende brief in antwoord aan den koning, Sij heeft zig egter intusschen g'informeert, na de route van banca hieloe, door de bovelande, en den Eerbiedigen teekenaar die weg opgegee„ „ven in diervoege, als de plaatse en distanties genoteert staan, opneevens gaande Lijst, die ik de eer heb uw Hoog Edeleedens onderdaanigst te of„ Apart Aan zijn Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer „foreeren: E aan ust, erva

NL-HaNA_1.04.02_8261_0384 view scan ↗

English

refer: as well as a copy in the Malay language, of a letter that the pirate machearij was said to have written to the king during his presence before this river, with the assurance that he had had this copied by his wife, who is the king's own sister, while the king was amusing himself outside the embankment with shooting. I made known to this prince that he should not present me with any fabrications and false reports, since, being persuaded thereof, I would be obliged in defense of my honor to take the strictest revenge: that it also seemed very strange to me that macharij had sent that letter without a signature. He assured me thereupon that he would not doubt the authenticity thereof: that he would in any case deliver the original to me: confessing that that letter had been handed over to the envoys by maclaar's native clerk not at all politely and even without a seal. I subsequently requested him for a copy of the king's letter written to maclaar in his own hand; he assured me, however, that he could not comply with that, since the king was never accustomed to preserve any copies of his letters: that he, on the other hand, did see a chance, upon a favorable opportunity thereto, to deliver to me the original letter written by the regent at banca hoeloe to the king, and provided with a seal and further native ceremonies: adding thereto that the sovereign had also received sea letters from maclaer for his vessels in the event of encountering the English, and that he was certain that if one of the Honorable Company's ships, upon encountering a Palembang tin vessel coming from or going to the capital, hoisted an English flag with a shot, appearing as English, it would upon examination directly find an English pass. As to the authenticity thereof, I dare not venture to give Your High Noble Lordships any assurance before I have succeeded in being able to produce proofs thereof. A mistrustful, cautious conduct, in consequence of Your Lordships' most merciful remark, I shall always keep in mind in this regard. I have meanwhile had the good fortune to effect the discovery of the missing Malacca papers and have the honor to offer them most obediently to Your High Noble Lordships in such manner as it has been possible for us to keep them together. Having received the small box, it was severely damaged and accompanied by a most unpleasant odor; I opened it, in suspicion that it might be leaking, and since the cord around it had already rotted away, and it was thus only held by nails, I found beneath the lead the papers, although entirely decayed and turned to mud, in such manner that I could barely dry these enclosed ones that were still comprehensible. The small box was still in the same condition as when I, having received it with private letters from Batavia, sent it to Malacca. To To cover my obligations herein, I opened the small box in the presence of the Second Resident van der Steng, who now has the honor of being permitted to appear in person before Your High Noble Lordships. He will take the liberty of rendering the most dutiful report thereof to Your High Noble Lordships. I succeeded in the recovery of that small box in the following manner. Having gathered full information that the throwing of the aforementioned packet into the river had indeed been ordered by the king, yet that this order had been abused by the second minister kiaij ranga Japoetra by throwing that small box into an indiscreet place at his house; thus I had the same, who had already previously made himself suspect several times to me in the presence of the second van der Steng during conversations about the missing papers by comparisons concerning them, called to me: taking him alone into my office, under resolute questioning whether he, the minister, would directly restore to me the missing papers, which I was now firmly assured were in his custody, or not; that he had only to choose or decide, and if not, that I would then in person show him the place where the same lay hidden in a most shameful manner. He was struck dumb, and found nothing left by way of excuses: assuring me thereupon that he would restore the small box if I promised him the following. To restore the small box to him again with the papers, never to speak with the king about it, still less to report such to Your High Noble Lordships, and never ever to speak of it, and to confirm such with a handshake. I agreed to his request that I would return the small box and furthermore would not speak of it: whereupon he had the same delivered to me by his clerk; provided that, after having quietly removed the small one from it, I also actually gave back the large box, in which everything was decayed; subsequently speaking with that minister about what had moved him to such a treacherous action, he confessed to having done nothing other than to follow the orders of his king. I flatter myself that this arrangement may merit the kind approval of Your High Noble Lordships, just as I have had good fortune with my missions undertaken with the pantjallang Banca for the observation of the Chinese junks, for which I further express my deepest gratitude. If I might at the same time also have been fortunate in the execution of Your High Noble Lordships' highly respected secret orders of the date 30 August 1781 concerning the shipment of the products, I would consider myself fortunate. I dare assure Your High Noble Lordships in all respect that, so far as it has been within my power, I have left nothing untried that could be sufficient for the suppression of illicit trade! The uncertainty with which I, in my ignorance, struggled, to what extent the 98. lack

Dutch transcription

„fereeren: zo meede eene afschrift in de Maleijtsche taal, van een brief„ die de zeeroover machearij bij zijn aanweesen voor deese rivier aan den koning zoude hebben hebben geschreeven met verzeekering, dat zulks door zijn vrouw, die s' konings eijge zuster is, had laaten Copieeren, geduurende dat den koning zig buijten de daem met 't schieten had g'amuseert. Ik heb dien prins te kennen gegeeven, dat mij met geene verdigt„ „sels en valsche rapporte mogte voorkoomen, terwijl ik daar van ge„ „persuadeert zijnde, genoodzaakt zoude zijn tot dekking mijner Eer„ mij ten Strengstene revengeeren: dat het mij ook zeer vreemd voor= „kwam, dat macharij dien brief zonder hand teekening gezonden had. Bij verzeekerde mij daar op, aan de egtheid daar van niet te willen twijffelen: dat hij in allen gevalle mij het origineel zoude bezorgen: be„ „kennende, dat die brief gantsch niet beleefdlijk en zelfs zonder zegel maar aan de gezante, door maclaars inlandschen Schreijver was over„ „gegeeven geworden, Ik verzogt hem vervolgens, om eene kopia van 'S konings aan maclaar ijgenhandig geschreevenen brief; hij ver„ „zekerde mij egter, daar dan niet te kunnen voldoen, terwijl den koning nooijt geene Copia van zijne brieve gewoont was, te bewaa„ „ren: dat hij daar en teegen wel kans zag, de origineele brief door den regent te banca hoeloe aan den koning geschreeven; en met een zegul en verdere inlandsche Ceremonies voorzien, bij eene daartoe faverable geleegentheid mij wel te bezorgen: voegende daar bij, dat den vorst ook zeebrieve van maclaer had ontvangen, voor zijne vaartuijgen, bij ontmoetinge van Engelsche, en dat hij verzeekert was, bij aldien een der E: Comp:s scheepe bij ontmoeting van een Palembangs thin vaartuijg, van of na de hoofdplaats een Engelsche vlag met een schot Hees, in schijn als Engelsche, bij Examinatie direct een Engelsche Pas zoude vinden voor de egtheid daar van, durff ik mij niet onderstaan, uw Hoog Edelheedens eenige verzeekeringe te geeven, bevoor het mij niet gelickt is daar van bewijze te kunnen produceeren. Een wan trouwende omzigtige ommegang, in „gevolge hoogst derzelve goedertierende remarque zal ik daar bij altoos in het ooghouden. e Ik heb intusschen het geluk gehad de ontdek„ „king der vermitste Malacsche Papieren, te effectueeren en geeve mij de eer, uw Hoog Edelheedens dezelve zodanig gehoorzaamst te offeree„ „ren, als het wij maar mooglijk is geweest, dezelve bij elkander te houden, - Het kisje ontvangen hebbende, was het zeer geden „valiceert, en verzelt met een aller onaangenaamste reuk, het zelve opende, in suspitie dat het zeegmogte zijn, en daar het Lijntje daar„ „om reets vergaan was, en dus maar spijkervast, vond ik onder het loot de Papieren, hoewel ten eenemaal verteert, en in moddert ver„ „andert, zodanig, dat ik nauwlijks deeze neevensgaande nog vat „baare konde drogen, Het kistje was nog in het zelfde, daar ik het met particuliere brie„ „de van Batavia ontvangen na Malacca verzonden had. Tot Tet dekking mijner gehoudenisse hier bij, heb ik in presentie van den tweeden Resident van der Steng, die thans de eer heeft in per„ „zoen bij uw Hoog Edelheedens te mogen verscheijnen, het kisje g'opend. Bij zal de vrijheid gebruijken uw Hoog Edelheedens daar van het verschuldigste rapport te doen. „ De optenue van dat kisje is mij gelukt in dier voege. volkomene informatie ingenoomen hebbende, dat voorm: pa„ „quet in de rivier te werpen, wel door den koning g'ordonneert was, egter die ordre door den tweeden minister kiaij ranga Japoetra misbruijkt wees geworden, door dat kistje bij hem aanhuijs in eene endescerte plaats te werpen; zoo liet ik denzelven, die zig reets bevorens verscheijde keer bij mij in presentie van den tweeden van der Steng, bij onderhouding der vermiste Papieren, door verglijkinge daar over, hat suspect gemaakt, bij mij roepen: neemende hem allen in mijn Comptoir, onder Cordate= afvrage of hij minister mij direct de vermiste Papiere, die ik nu vast verzeekert was, dat onder zijne bewaering waeren, wilde resti„ „tueeren dan niet dat hij maar kiesen of deelen konden, zo niet, dat ik dan in perzoon de plaats hem zoude aanwijsen, waar dezelve op eene allerschandelijkste wijze verborgen laegens Bij bestierf, en vond niets meer overig tot uijtvlugte: verzekerende mij daar op het kisse te zullen restitueeren, bij aldien ik hem het volgende beloofde. Het kisje hem met de Papieren neer te restitueeren, den koning 'er noit over te onderhouden, nog minder Haar Hoog Edelheedens zulks te rapporteeren, en Noit of oit daar van te spreeken en zulks met handslagte bevestigen Ik accordeerde zijn verzoek het kisse weerom te zullen be„ „zorgen, en verders niet daar van te zullen reppen: waarop hij 't zelve door zijnen Schreijver mij liet bezorgen; aandien ik het groote kisje, waar in alles verteert was, na het kleijne intstilte daar uijtgenoomen te hebben, ook werkelijk meergaf, vervolgens dien minister daar over onderhoudende, wat hem bewoogen had, tot zo eene trouwloose behandelinge. bekende hij niets anders te hebben ge„ „daan als de ordres van zijnen koning te volgen. Ik vleije mij dat deese schikking de geneegene approbatie uwer Hoog Edelheedens mag verdienen, glijk ik het g'luk heb gehad, bij mijne gemaakte messieres met de Pantjallang Banca ter observaatie der Chineese Jenke waar voor ik mij verdere mijne diepste dankbaarheid te betuijgen. Mogte ik teffens ook gelukkig geweest zijn, bij de Executie uwer Hoog Edelheedens Hoog gerespecteerde secreete beveele de dato 30:e aug:s 1781. nopens de verzending der Producten, zoude ik mij gelukkig agten. Ik durf uw Hoog Edelheedens in alle eerbied verzeekeren, zo veel het in mijn vermogen is geweest, niets onbezogt te hebben ge„ „laeten, wat toerijkende kon zijn, tot weering van den sluijkhandel! de onzeekerheid waar meede ik onkundige worstelde, in hoeverter het 98. gebrek 1

NL-HaNA_1.04.02_8261_0386 view scan ↗

English

scarcity of cash at the main settlement would permit the delivery, or rather fully answer the highly wise intention of Your Right Nobles, persuaded me at that time to this mistaken interpretation, although I earnestly represented to the king to be mindful to make good in a forthcoming delivery that which His Highness remained in arrears with this delivery; which the monarch also promised me he would fulfill: giving thereof, although to my utmost sorrow and notwithstanding all my exhortations made, as a defective proof his firm intention for the entire delivery of 30,000 picels, with assurance to continue therewith similarly and early in the coming year. Pursuant to the copy report of the Buginese at Samarang Amier boedjong having entertained the king in a private audience, I must most submissively refer to the same answer of the monarch mentioned in our respectful secret letter of today's date, as having been without distinction, yet with the addition that the king and all court dignitaries were ignorant regarding the mentioned promise of the king's grandfather concerning the country's revenues; that Raadja Baadjie had possibly dreamed such in the same manner as in his senseless and foolish enterprise against Malacca; the king declaring to me with the most polite expressions that he will preserve the kind warning of Your Right Nobles in fond remembrance. Expressing my humble and deepest gratitude to Your Right Nobles for the graciously granted permission for the sale of the small vessel de Jonge Ian, I simultaneously request a kind pardon for my far-reaching request made therewith. While I honor myself to be with the greatest respect and all humility, was signed below, High Noble Great Honorable Lord, and Well-born Noble Lords, lower, Your Right Nobles' humble and faithful servant, was signed: G: Hemmij, in the margin: Palembang, the 15th of September 1783. Route By land to Banca Poeloe from Palembang to moeara Klinger by river Moeara klinger overland to Taba Taba to Hoelo lebar Poelo Lebar to tjoekum Tjoekum to Dia toenange Diatoenange to Marantoe Merantse to Coeto Kieri Coeto Kieri to Loeboet telang Loeboet telang to Aijer Aboe Aijer Aboe through wilderness to Aijer Actie Aijer Soeti to kesambie kesambie to Tjoerok Tjoerok to Coeto Pagi Coeto Pagi to Soero Soero to kapajang kapajang to KLobo klobo to Poelo Gitta Poelo Gitta to Aver Gading here the Palembang territory divides, and it can be marched in 20 days. Huer Gading in one day to Banca Doeloe. Route from Palembang by river, and overland. To His Honor Secret Separate By the Sloop of the free burgher Jacob von Garling Arrival of the barque Den Arend. An express from Malacca the sloop of the free burgher Garlings for the speedy dispatch of the company and risk of the owner, and laden with 1500 picols tin bancas under the supervision of the Juragan Assang. The High Noble Great Honorable Lord Governor-General together with The Well-born Noble Lords Councilors of Netherlands India, Mr. Willem Arnold Alting, High Noble Great Honorable Lord, and Well-born Noble Lords. After I had the honor on the 15th of September to most submissively offer to Your Right Nobles our joint and secret, as well as my separate missive, all of the aforementioned date, there appeared here on the 14th of this month the barque den Arend, with Your Right Nobles' highly respected joint and separate letter of the 15th of September last, and the following day an express from Malacca, Juragan talip, with weighty dispatches to Your Right Nobles, pursuant to this copy missive respectfully accompanying from the Governor and Council there dated the 6th of this month. The requirement of a speedy dispatch and the lack of a convenient opportunity for it have urged me to immediately take into hire the well-sailing sloop, recently arrived here, of the free burgher at Grissee Jacob van Garlings, for a sum of one thousand Spanish matten, under condition, however, of Your Right Nobles' further highly wise judgment and choice regarding this arrangement made. The crew's wages, provisions, and risk at sea are on account of the owner, and the hold is for the service of the Honorable Company in the outward and return journey. I have for that reason persuaded the king to immediately cause a cargo of one thousand five hundred picols of tin to be delivered for that vessel, to which His Highness directly deferred, and for the collection of the revenue of that cargo at the main settlement permits the Juragan Assang to cross over herewith, the risk in shortage of weight running on the king's account. I have the honor to present to Your Right Nobles this small vessel laden with

Dutch transcription

gebrek aan contanten op de hoofdplaats de Leverantie zoude kun„ „nen permitteeren, dan wel aan het Hoogwijsoogmerk uwer Hoog Edelheedens ten vollen te beantwoorden, hebben mij in die tijd ge„ „persicadeert tot deze verkeerde interpractatie, hoe wel ik den koning ernstig voorgehouden heb, bedagt te zijn het geene zijn Hoogheid bij die Leeverantie ten agteren blief; bij eene aanstaande te restitu„ eeren, het welk den vorst mij ook beloofd heeft te zullen naekoo„ „men: geevende daar van /: hoewel tot mijn ianigst Leedweezen en niet teegenstaande alle mijne gedaane adhortaties:/ tot een ge„ „breklijk bewijs, zijn vast voorneemen, tot de geheele Leeverantie van 30'000 picels, met verzekeringe zodanig in den aan„ „staande Jaar en vroeg daarmeede te zullen Continueeren. Ingevolge Copia berigt der boegineesen te Samarang Amier boedjong den koning bij aparte judientie onderhouden hebbende, zo moet ik mij aan het zelfde antwoord des vorsten bij onze eerbie„ „dige Secreete van heedigen datum vermeld, onderdaanigst refe„ „reeren, als zijnde zonder onderscheid geweest, egter met by voeging, dat den koning en alle hofsgroten enkundig waeren; weegens de gemelde belofte van 's Konings groot vader, nopens 's Lands Jn„ „komste, dat Raadja Baadjie zulks mooglijk in dier voegen gedroomd had, als bij zijne zinloze en gekke onderneeming met Malacca betuijgende den koning mij met de beleefste uijtdrukkinge, de ge„ „negene waarschouwing uwer Hoog Edelheedens in een teeder aan„ „denken te zullen conserveeren. Mijne ootmoedige en diepste dankbaarheid uw Hoog Edelheedens betuijgende, voor de gratieus verleende permissie tot den verkoop van 't scheepje de Jonge Ian; verzoeke ik teffens om eene geneegene verschoening van mijn daar bij gedaan verregaand verzoek. Terwijl ik mij vereere met het meeste ontzag en alle ootmoet te zijn /:onderstond:/ Hoog Edel Groot Agtbaar Heer, en WelEdele Heeren /:lager:/ Uw Hoog Edelheedens onderdanige en getrouwe Dienaar. /:was geteekent:/ G: Hemmij, /:in margine:/ Palembang den 15:e September 1783; Route Aan Landna Banca Poeloe van Palembang na moeara Klinger per rivier Moeara klinger overland na Taba, „ Hoelo lebar „ Taba : tjoekum „ „ Poelo Lebar Dia toenange „ „ Tjoekum Marantoe „ „ Diatoenange - Coeto Kieri „ Merantse „ Loeboet telang „ Coeto Kieri „ Aijer Aboe „ Loeboet telang „ Aijer Aboe door wildernisse Jaar tot na Aijer Actie „ kesambie Aijer Soeti - „ „ Tjoerok kesambie- „ „ Coeto Pagi - Tjoerok „ „ Soero „ Coeto Pagi kapajang „ „ Soero KLobo. „ „ kapajang „ Poelo Gitta „ klobo „ Aver Gading „ Poelo Gitta hier schijd het Palembangse gebied, en kan in 20. dagen afgemarcheert werden. Huer Gading in eene dag na Banca Doeloe„ Route van Palembang per Rivier, en over„ „ Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer Aan zijn Edelheijt Secreet Apart P: de Chialoup van den vrijburger Jacob voon Garling Arrivement van de bark Den Arend. Een expresse van Malacqa de chialoup van den vrij„ „burger Garlings ter spoe„ „dige depeche der malak„ „pij en risiquo van den reeder. en. belaaden met 1500 p:s thin bancas onderteer „zijgt van de Juragan Assang. Gouverneur Generaal beneevens De welEdele Heeren Raden van Neederlandsch India M„r Willem Arnold Alting Hoog Edel Groot Agtbaar Heer, En WelEdele Heeren. Na dat ik den 15e 7ber: d'eer heb gehad uw Hoog Edelheedens on„ „derdaanigst te offereeren onze gemeene en Secreate, zo meede mijne aparte missive alle van Eevengem: datum; verscheendenuijt 14 deezer alhier de bark den Arend, met uw Hoog Edelheedens zeer inge 300 gerespecteerde gemeene en apartschrijven van den 15 7ber: J:o leeden, en daags daar aan een Expresse van Malacca Juragan talip, met gewigtige depeches aan UW Hoog Edelheedens, ingevolge deeze in „gen alle Eerbied verzellende Copia missive van den Gouverneur en raad aldaar gedat:t: den 6: dezer. tli Het vereijsch eener spoedige Depeche en gemis eener Convenabel geleegentheid daar toe; hebben mij geurgeerd, om ten eersten in huur t neemen, de hier Jongst g'arriveerde wel bezijlde Chialoup van den rep vrijburger te Grissee Jacob van Garlings; voor eene Somma „sche brieve ij huur genomen van Een duijsend sp mt: onder Conditie Egter, van uw Hoog Edelhee „dens nadere hoogwijse beoordeeling en keuse bij deeze gemaakte Schikking. De Equipagie bezolding, proviant, en resiquo ter zee, loopt voor ten diensten der E: maatschap„ reekening van den reeder, en het hol is tot den dienst der E: Maatschapper in de heen en weerom rijze. Ik hebbe om die reeden den koning gepersuadeerd, voor dat kiett ten eersten te laaten afgeeven, eene lading van Een duijsend vyff hondert picols thin, waar aan zijn Hoogheid direct gediffereerd heefd, en ter incasseering van het prevenue dier Lading op de hoofdplaats den Iuragan Assang hier bij laat overgaan, loopen „de de risique in 't mingewigt voor 'skonings reekening, Ik heb de eer uw Hoog Edelheedens dit kieltje belaaden ge met 100 - Ex wl v ne

NL-HaNA_1.04.02_8261_0389 view scan ↗

English

Offer of the aforementioned tin, along with these Malacca and further papers to their High Noble Excellencies by the same small vessel. The quartermaster Joghem Pierets travels across to escort those papers. Humble request of the respectful signatory regarding the response to their High Noble Excellencies. Respectful report of what occurred. Their High Noble Excellencies' letter brought to the court to the king. Behavior of the king and reading of the same. The expression of the monarch regarding the displeasure of their High Noble Excellencies. Answer of the humble signatory. Question of the king regarding his reply thereto. Excuse of the monarch. Refutation by the given warning. to humbly offer the abovementioned 1500 pieces of tin bancas, along with the received small chest with papers from Malacca and the further papers noted on the register, under the supervision of the quartermaster Joghem Pierets, whom I take the liberty, for the secure delivery thereof, to send across with it. A dutiful reply to your High Noble Excellencies' received, venerated letters specified in the heading of this, and the received, respected orders therein, I most obediently request permission to suspend on this pressing occasion, because the bark Den Arend is still unloading, and all the papers of this office for the main settlement are not completely prepared. May it therefore be permitted to me, subject to higher wise correction, to bring dutifully to the respectful knowledge of Your High Noble Excellencies what has occurred since the arrival of the aforementioned bark. On the 15th of this month I had the honor to bring to the court, with the customary ceremony, your High Noble Excellencies' highly respected letter to the king. After and during the reading in the presence of all [illegible] most clearly shone through his high grandees, revealing the king's and everyone's particular embarrassment. The expressions of the prince were the following: "How then have I drawn upon myself in such a manner the displeasure of Their High Nobilities?" Answer: "By transgressing the contracts, and the entirely unorthodox intercourse with the Honourable Company's enemy during the war against England, both of which are most clearly detailed in this missive from Their High Nobilities." "Did I, and did I send, tin shipment in this, this year not enough tin to the capital?" Answer: "How much tin, and at what time it arrived at Batavia, is also very clear to Your Highness from this, as well as how far the Honourable Company has been disadvantaged thereby and by the small amount delivered in the past year." "I am sorry," the prince continued, "but who can prevent disasters and misfortunes suffered at sea, where my vessels suffered so much damage and were delayed on their voyage to the capital?" Answer: "Their High Nobilities always maintain a fair consideration, and know only too well what frivolous exceptions are in this matter, while in the meantime a multitude of vessels from these quarters arrived at Batavia; moreover, I advised Your Highness early enough to let the shipment of the products, which are blessed this year, proceed with earnestness and not sluggishly, as in former times."

Dutch transcription

offerte van eerengem: thin nevens defe Malaksche en verdere Papieren aan haar Hoog Edelheedens met dito kieltje De quartiermeester Joghem Pierets vaard over ten geleijde van die Papieren ootmoedig verzoek van den Eeriedigen teekenaar nopens d' beantwoording van Haar Hoog Edelheedens Eerbied rapport van 't voorgevallene Haar Hoog Edelheedens Missive aan den koning ten hove gebragt. gedrag des konings en „zing van dezelve den uijtinge des vorsten over 't ongenoegen van haar Hoog Edelheedens. antwoord van den Needri„ „gen teekenaar vraage deskonings over zijne replique daar op Excuus des vorsten weederlegging door den gedaane waarschou„ de „wing met bovengem: 1500 — ps thin bancas nevens het ontvangen kisje met Papieren van Malacca, en de verdere op 't register bekend gestelde Papieren onderdaanigstaan te bieden, onder opzigt van den quartiermeester Joghem Pierets, die ik de vrijheid gebruijk, ter secuure bezorging daar van, daar meede te laaten overvaeren. Een pligtschuldige b'antwoording op uw Hoog Edelheedens ontvan„ „gene gevenereerde in de hoofde deeses gespecificeerde Missives, en ontvangene gerespecteerde daar bij g'ordonneerde, verzoek ik gehoorzaamst dat bij deeze prescante geleegentheid te mogen surcheeren, uijthoofde de bark Den Arend nog aan 't Lossen, en alle Papieren deeses Comptoirs voor de Hoofdplaats niet ten eenemaal ingereedheid zijn. Het zij mij dus onder Hoog wijser Correctie vergunt, kontlijk ter g'eerbiedige kennis van Uw Hoog Edelheedens te brengen, 't geen zedert de aankomst van Eevengem: bark gepasseert is, Den 15 dezer heb ik de eer gehad met de gewoonlijke Ceremonie ten hoove te brengen, uw Hoog Edelheedens Hoog gerespecteer„ „de Missive aan den koning. Nae en onder het Leezen in teegenswoordigheid van alle befs zijner Dofs grooten bij leen grooten, doorstraalde, ten duijdelijksten 's' konings en alles bij „zondere verlegentheid. De uijtdrukkinge als vorsten waeren de volgende Waardoor heb ik dog op zodanige wijs het ongenoegen van Haar Hoog Edelheedens na mij getrokken. Antwoord, door het te buijten gaan der Contracten, en gantsche niet ortodonce ommegang met 's'E: Comp:s vijand, staande den Oorlog teegen Engeland, het een en ander ten klaarsten getallieerd in deeze Haar Hoog Edelheedens Missive, Deb ik, en zende ik„ thin verzending in dit dit Jaar geen thin genoeg na de hoofdplaats! Antwoord, hoeveel en in wat tijd, het thin op Batavia gearri„ „veerd is, blijkt uw Hoogheid bij dezen meede zeer duijdelijk, en hoe verre D' E: maatschappij daar door en 't gering in A=o passato ge„ „leeverde benadeelt is, Het doet mij leed vervolgde de vorst, maar wie kan tegens met geleedene dicastres ongelukke op zee, daar mijne vaartuijge zoveel schaade gelee„ „den hebben, en in hunne reijse na de hoofdplaats beled geworden zijn. Antwoorde, Haar Hoog Edelheedens voeden altoos eene billijke needrigen reekenaar, en Consideratie, en weeten te wel, wat frivole excepties zijn in deezen terwijl in eeren die tijd een meenigte vaartuijge van deeze Hoogtens op Batavia gearriveert zijn; daar en boven heb ik uw Hoogheid vroeg genoeg aangeraaden, de verzending der producten, die dit Jaar gezeegent zijn, met Ermst en niet draag, als Eertijds voortgang te„ laeten neemen. in zeer UW brieve. on en 21 Jaar. t te op Zee en en ƒ

NL-HaNA_1.04.02_8261_0390 view scan ↗

English

suspicion that the prince has been misled, made known to His Highness, request of the king, his willingness, his letters already sent with the envoys, submits himself to Their High, concerning the tin delivery, assurance of his loyalty, to send the products with the warships. A due report by the humble undersigned, and tin, shall be offered at the first opportunity of those islands. Captain Chinese here. Your Highness, however, has not conformed to this, and it therefore appears to me that Your Highness has allowed himself to be misled by the counsel of others, who are ignorant of the interests of the Honorable Company and the preservation of Palembang. Had Your Highness constantly kept in mind the fulfillment of the contracts and Their High Excellencies' uninterrupted exhortations thereto, then They would not have found Themselves persuaded to take this disagreeable step. His Highness replied that I would please assure Your High Excellencies of his regret over the displeasure of Your High Excellencies. That he was willing to comply with the highly respected requisition of the High Government, and would give proof of this in the coming 102 Doopte. That regarding the response to Your High Excellencies' honored letters, he had complied with his own, handed to the envoys. That he would rather have his life taken than to defect from the Honorable Company and adhere to others. That according to the tenor of Your High Excellencies' desire, he will proceed regarding the delivery in case of a lack of vessels, but that he would very reluctantly proceed to have the products loaded onto the warships, because this was not customary; concerning which he remained in favorable confidence toward Your High Excellencies. Regarding the islands of Banca and Bliton, I hope shortly to comply with the highly respected order of Your High Excellencies as satisfactorily as possible; and at the same time respectfully to submit that the prudent choice of Your High Excellencies in this regard can be carried out in a very easy manner, to the greatest advantage of the Honorable Company: 1. because those islands are not very populous. 2. because they cannot subsist without the supply of rice and other necessities. 3. because the coasts are mostly inhabited by Chinese. 4. because those coasts are favorable for a landing in most places and are not fortified. 5. because the inhabitants thereof sigh under the yoke of Palembang. 6. because there are enough malcontents here who wish for a new government, and 7. because all assistance from here can be prevented by closing this river. Remarks concerning the Captain Chinese. The Captain Chinese has now managed to insinuate himself into great confidence with the king, and to devise means to uncover and report to him certain secrets that were practiced here on behalf of the Honorable Company; among others, the dispatch [illegible]

Dutch transcription

suspitie dat den vorst misleijd is, zijn hoog„ „heid te kennen gegeeve verzoek des konings zijne berijdwilligheid zijne brieve met de ge„ „zante reets verzonden. onderwerp zig aan haar hoog „pens de thin Leeverantie verzeekening zijner trouwe de Producten met de oorlogs scheepen te verzenden. Een verschuldig rapport door de needrige teekenaar en bliken, zal bij de eerste g'offereert werden. dier Eijlande. Capitain Chinees alhier Uw Hoogheid heeft zig daar aan egter niet gerevereerd, en het schijnd mij dus toe, dat uw Hoogheid zig heeft laeten misleij„ „den, door den raad van andere, die enkundig zijn van de belan„ „gens der E: Maatschappij en 't behoud van Palembang. Had uw Hoogheid steeds in 't ooggehouden, de Nakoming der Contracten en haar Hoog Edelheedens en afgebrooke aanspo„ „ringe daar toe; Dan zouden hoogst dezelve zig niet gepersua„ „deert gevonden hebben, tot deeze onaangenaame stap te treeden. zijn Hoogheid repliceerde, dat ik uw Hoog Edelheedens geliefde te verzeekeren van zijn Leedweesen over het ongenoe¬ „gen uwer Hoog Edelheedens. Dat hij berijdwillig was te voldoen aan de Hoog gerespecteerde requisiti der Hooge regeering, en daar van in den aanstaande 102 Doopte blijke te zullen geven. Dat hij omtrent de beantwoording uwer Hoog Edelheedens ge„ „eerde brieve, bij de zijne, in handen van de gezante voldaan had. Dat hij zig liever 't leeven wilde laaten neemen, als D' E: Comp: af te vallen en andere aan te langen, Dat hij na den teneur van Edelheedens begeerte nog uw Hoog Edelheedens begeerte, nopens de Leeverantie, bij manque zijn „ment van vaartuijge, te werk zal gaan, Edog dat hij zeer ongaarne„ zijne ongeneegentheid om zoude overgaan, om in de oorlogsscheepen de producten in te laaten scheepen, om dat zulks geen gebruijk was; waar over hij in een gunstig vertrouwen op uw Hoog Edelheedens bleef verseeren Omtrent de Eijlande banca en bliton Hoop ik eerstdaags aan„ noopens de Eijlande bancq het hoog gerespecteerde beveel uwer Hoog Edelheedens, zoo v geleegentheid Eerbiedigst „mers mooglijk genoeglijk te zullen voldoen: en teffens eerbiedigst aan te loenen, dat de voorzinige keuse van uw Hoog Edelheedens gemakkelijke optenue daaromtrent, op eene zeer gemakkijke wijze, ten meeste voordeele der E: Maatschappij g'effectueerd zal kunnen werden. 1. om dat die Eijlanden niet zeer volkrijk zijn. 2. om dat dezelve zonder aanbreng van Rijst en andere behoeftens niet bestaan kunnen. 3. om dat de strande meest door Chineese bewoond zijn. 4. om dat die strande op de meeste plaatse voor eene landing favorabel en niet versterkt zijn. 5. om dat de Jnwoondere daar van, onder 't Juk van Palem„ „bang zugten. 6. om dat hier malcontente genoeg zijn, die na eene nieuwe regeering wenschen, en 7. om dat alle adsistentie van herwaarts, zal kunnen werden belet, door het sluijten dezer riviere. aanmerkinge over den De Capitain Chinees, zig thans in een groot vertrouwen bij den koning heeft weeten te insinueeren, en middele uijt te vinden om eenige geheime die s'E: Comp:s wegen alhier g'exerceerd zijn, te ontdekken, en hem aan te brengen; onder anderen, de verzending de „9e om wederom reeden daar van. en „ni ver The Cb Cap Ca

NL-HaNA_1.04.02_8261_0391 view scan ↗

English

the recovered Malacca papers brought to the King, as I have been assured on good authority; yet, as my earnest investigation has not hitherto been allowed to obtain the necessary proofs thereof, I remain uncertain whether this is a suspicion or rather the conviction of the Court. It is certain, however, that that white-coat has been and still is a harmful subject to the Honorable Company here, concerning which Your High Nobilities have repeatedly been pleased to express your highest displeasure. According to my humble judgment and subject to wiser correction, it might yield benefit in many respects if Your High Nobilities would be pleased to repeat your highly respected order issued by revered missive dated 18 August 1778; the more so since he leaves no stone unturned to exercise an independence, and in every respect gives himself over to the Court: to which end the King has already granted him a tin mine on Banca to the value of 10,000 Spanish dollars, which has never before been practiced. Nor has he shrunk from quietly enticing several Chinese inhabitants away from the stream of the Songiauwer and settling them under his dwelling in the King's territory; concerning which misdemeanor I most obediently request that Your High Nobilities will favorably be pleased to authorize me to constrain him by serious measures unto a more dutiful conduct. For the rest, I flatter myself that I shall in all respects satisfactorily comply with the highly respected command and prudent intention of Your High Nobilities; most humbly pleading for the remaining cash and further necessities for this office requisitioned in our respectful indent of 15 September: as also that it may favorably please Your High Nobilities to grant a speedy dispatch hither to the chaloup of the burgher Garling, for which he most humbly pleads. I have the honor most obediently to present to Your High Nobilities two copy letters from the humble undersigned to Jambij, together with a copy translation of two letters received from that Court, which were brought overland hither with the Honorable Company's interpreter, from which the readiness of that Court will be evident to Your High Nobilities. Being in uncertainty how to act regarding the expenses to be incurred thereon, I most obediently request Your High Nobilities to be elucidated concerning this matter. With all respect and the highest esteem, I have the fortune to be, High Noble and Greatly Honorable Lord, and Well Noble Gentlemen, Your High Nobilities' humble and faithful servant. Signed: G. Hemmij. In the margin: Palembang, 22 October 1783. Palembang To the Honorable Master Gijsbert Hemmij, Merchant and First Resident, and the Honorable Master Philippus Johannes van der Steng, Junior Merchant and Second Resident there. Honorable, pious, discreet. The Malay Amien brought us on 26 September last your honored letter of the 14th preceding. We express our gratitude to you for the conveyance therewith of the two packets from the Noble Supreme Indian Government received by you for us; for the dispatch of a cruising vessel to Jambij to search for the packet boat De Rhaenix; for the stationing of another cruising vessel at the latitude of Jambij and Andragierij in order to prevent the transport of rice to Riouw; and for the speedy forwarding to the capital of the packet which we had addressed to you for that purpose with the said Malay Amien. The contents of the papers enclosed in the packet box herewith sent to you for the said Supreme Government are not only of equal, but even of still greater importance for the service of the Company; we therefore request you also to forward them to the capital with the utmost speed, but each separately, or the small box first and then the packet, whether by the Company's or other fast-sailing vessels. The sloop, which according to the reports received we thought had been seized earlier like the aforementioned packet boat and carried up to Jambij, fell away upon Cheribon due to contrary winds and has since arrived here. We could not refrain from notifying you thereof by this letter. While, after friendly greetings, we remain with respect, honorable, pious, discreet, your willing friends and servants. Signed: P. G. de Bruijn, I. A. Hensel, A. Couperus, F. Thierens, R. R. H. van Papendrecht, and H. I. Biederhold. In the margin: Malacca, in the Castle, 6 October 1783.

Dutch transcription

„sche Papieren den kening aangebragt. t nadeel dat eeven gem: Capitain, Chinees D'E. Comp:s toebrengt. zijne inzigte daar meede „teijten. verzoek van den Needre„ „zelven Capitain Chinees om de verdere voldoe„ „ning van Contanten en benoodigheedens veedrige offerte der Jambij se ordere en verzoek. hoe te handelen opens de gevallene onkosten bij die Commissie de verzending der Malak„ wederom gevondene Malacsche Papieren, zo als mij van goeder hand verzekert is; zo verseer ik voor als nog, niet toegestaande mijne ernstige naeverschinge tot de nodige bewijse daar toe in 't onzeeker, of dit eene supietie dan wel overtuijging van 't Dof is, Het is egter zeeker, dat die witrok een schadelijk Subject voor D'E. Maatschappij alhier geweesten nog is, waar over Uw Hoog Edelheedens meermaal Hoogst desselfs ongenoegen hebben gelieven te uijten. Het zoude na mijn gering oordeel en onder hoogwijzer Cor„ „rectie, in veelen opzigte voordeel kunnen baeren, wanneer Uw Hoog Edelheedens Hoogst desselfs zeer gerespecteerde beveel bij gevenereerde missive de dato 18e Aug:s 1778 geliefde te repeteeren te meer hij alles in 't werk steld, om eene onafhanglijkheid te exer„ „ceeren, en zig in allen opzigte overgeefd, aan 'L Bof: tenwelken einde den koninghem reets een thin plaats op Banca heeft„ afgestaan voor de waarde van spmnt: 10'000 't geen nooijt te voeren gepraecticeert is. zijne g'exerceerde illimi„ ook heeft hij zig niet ontzien, verscheijde Chineese Jnwoonders uijt de t spruijt de Songiauwer in stilte na zig te Lokken, en bij hem in het gebied des koningster woon te plaatsen: over welk mis drijff ik gehoorzaamst verzoek, dat uw Hoog Edelheedens mij gunstig „gen teekenaar nopens der gelieven te qualificeeren, hem door serieuse middele, tot een pligt„ „lijker gedrag te mogen Constringeeren. Voor het overige vleije ik mij, in allen opzigte aan het Hoogst gerespecteerd beveel en voorzigtig oogmerk uwer Hoog Edelhee„ „dens ten genoegen te zullen b'antwoorden: zmeekende needrigst om de nog resteerende Contanten en verdere benodigheedens voor dit Comptoir bij onsen Eerbiedigen Eijsch van den 15e September gepe„ „diteert: zoo meede dat 't uw Hoog Edelheedens gunstig gelieve te behaagen, aan de Chialoup van den burger Garling, eene spoe„ „dige depeche herwaarts te willen verleenen, waarom hij nee„ „drigst zmeekt. Ik hebbe de eer uw Hoog Edelheedens gehoorzaamst te offereeren, twee Copia brieve van den nedrigen teekenaar naar Jambij, neevens Copia translaet van twee ontvangene brieve van dat Pef, die met S' E: Comp:s tolk alhier overland zijn aangebragt, waar uijt uw Hoog Edelheedens de berijdvaardigheid van dat hef zal blijken. In 't onzeeker zijnde hoedanig te handelen met de daarop te vallene onkosten, zo verzoeke uw Hoog Edelheedens gehoorzaamst daar omtrent g'elucideert te mogen werde. Met alle eerbied en 't meeste ontzag heb ik 't geluk te zijn, /:onderstond:/ Hoog Edel Groot Agtbaar Heer, en Wel Edele Heeren, /:lager:/ uw Hoog Edelheedens onderdanige en getrouwe Dienaar /:was geteekent:/ G: Hemmij, /:in margine:/ Palembang den 22: ' October 1783. Aan eerde „ n stig en. # den g „ 2 Palembang Aan den E: M:r Gijsbert Hemmij 104 Koepman, en Eersten, en Den E: M:r Philippus Johannes van der Steng onderkoopman en tweeden Resident aldaar Eerzaame, vroome, Discreete. De Maleijer Amien heeft ons op den 26:e September laast„ „leeden aangebragt uwEd: g'eerden van den 14:e bevoorens. Wij betuijgen uwEd: onse dankbaarheid voor de bezorging daar nevens van de bij uwEd: voor ons ontvangen twee paquetten van de Edele Hooge Jndische Regeering; voor de afzending van een kruijt „vaartuijg naar Dambij tot 't doen van recherce nade Paquet boet de Rhaeniq: voor de uijtzetting van een ander kruijsvaartuig op de hoogte van Tambij en Andragierij, om den vervoer van Rijst naar Riouw te beletten, en voor de spoedige voortschikking naar de hoofdplaats van 't Paquet, dat wij, ten dien eijnde met den gemelden Malijer Amien aan uwEd: hadden g'addresseerd. De inhoud der Papieren, beslooten in 't voor de welgem: Hooge Kisse Regeering UWEd: hier neevens toegezonden, werdende ^ Paquet, is niet alleen vangelijk, maar zelfs van nog grooter aanbelang voor den dienst van de Maatschappije wij versoeken UwEd: derhalven om dezelven meede ten allerspoedigsten naar de hoofdplaats te wil„ „len voortschikken, dog elk afzonderlijk, of 't kasje eerst en dan het Paquet, 't zij met Comp:s of andere welbezeilde vaartuigen. De Sloep, die wij volgens de ingekomen berigten dagten eeren als de voorschreevene paquetboot afgeloopen en te Jambij opge¬ „bragt te weesen, is door teegenvinden op Cheribon vervallen en zedert hier gearriveerd. wij hebben niet mogen afzijn UwEd: daar van bij deezen kennis te geeven. Terwijl wij na vriendelijke groete met agting blijven. /:onderstond:/ Eerzaame, vroeme, Discreete, /:lager:/ UwEd: dienstwillige vriend, en Dienaar /:was geteekent:/ P: G: de bruijn I: A: Hensel, A: Couperus, F: Thierens, R: R: H: van Papendrech en, H: I: Biederhold, /:in margine:/ Malacca in 't Cas„ „teel den 6: october 1783, Aan

NL-HaNA_1.04.02_8261_0393 view scan ↗

English

Malacca By the Malay Talip To the Right Honorable, Venerable Sir Pieter Gerardus de Bruijn Governor and Director on behalf of the General Dutch East India Company, together with the Council of Policy there. Right Honorable, Venerable, Valiant, Brave, Prudent, Discreet Sir and Gentlemen. Last Wednesday there appeared before this lodge the Malay Talip with Your Right Honorable's highly esteemed letter of the 6th instant addressed to both Residents and accompanied by a small chest and a packet with letters to Their High Excellencies. In the absence of the Second Resident, who has departed for a quick trip to Batavia, I have the honor alone to offer Your Right Honorable my dutiful reply. And I therefore express my reciprocal gratitude for the satisfaction that Your Right Honorable was pleased to express regarding my compliance with Your Right Honorable's friendly request in the service of the Honorable Company, which esteemed service is too precious and obligatory for me to entertain any delay or negligence therein, so may Your Right Honorable always rest assured of my dutiful attention in that regard. Presently, however, I am unable to effect the dispatch of the above-mentioned papers to Their High Excellencies according to the requirement of their importance and according to my wish, because unfortunately not a single suitable vessel is ready to sail. I have therefore had to resort to hiring a swift-sailing little vessel; it departs in two days and will, by estimation, soon reach the capital. It was particularly pleasant for me to be kindly informed by Your Right Honorable of the appearance of the already missing sloop; I express my dutiful gratitude for this notification. In the next few days I expect the unfortunate packet boat from Tambij, from where it is to be brought hither by a native vessel belonging to an honorable Company subject of the Songiauwer creek. May Your Right Honorable be pleased Malacca Sent to the Malay Talip to have the goodness to communicate to me your intention concerning this, in order that I may take my measures accordingly. While I have the honor to remain with dutiful respect and attention, Below stood: Right Honorable, Venerable, Valiant, Brave, Prudent, Discreet Sir and Gentlemen. Lower: Your Right Honorable's obedient and humble servant. Was signed: G:d Hemmij. In the margin: Palembang, the 20th of October 1783. To the Right Honorable, Rigorous, Venerable Sir Pieter Gerardus de Bruijn Governor and Director on behalf of the General Chartered Dutch East India Company there. Right Honorable, Rigorous, Venerable Sir. The High Government having ordered me, by their most respected separate letter of the 15th of September last, to bring to the knowledge of Your Right Honorable the effect of Their High Excellencies' highly wise measures taken at this court, I therefore have the honor hereby to comply with that revered order, in so far as has come to my knowledge after the reading of the King's letter: That upon the receipt of Their High Excellencies' respected letter to him, the King immediately changed his tone and intention; that His Highness has most dearly assured me that he will give satisfaction to Their High Excellencies in all respects; that the delivery of products this year, although slow, will be ample, and also that the upcoming delivery will commence early. I therefore flatter myself that His Highness will keep his word and will not push matters to the extreme, and likewise that by appropriate means I shall serve the highly wise intention of Their High Excellencies in this court. I shall in the meantime not fail, in the event of any change or unwillingness on the part of the Court, immediately to inform Your Right Honorable. Although I have received no news from Riouw, it has nevertheless come to my ears that Raadja Baadjie is said to have secured the greater part of his cash and valuables, together with that of other wealthy Riouw people, on the island [illegible], and also that the supply

Dutch transcription

Malacca P: Den Maleijer Taliep Aan den Wel Edelen Agtbaaren Heer Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneur en Directeur, weegens de Generaale Neederlandsche Oostindise Comp:e: beneevens den Raad van Politie aldaar WelEdele Agtbaare, Ernstfeste, Man„ „hafte, voorsienige, Discreete, Heer en Heeren. Gepasseerde woensdag verscheen voor deese Logie den Malijers Talip met uwel Edel Agtb: zeer geeerde schrijven van den 6:' dee„ „zer aan bijde residenten gerigt en verzelt met Een kasje en Een Paquet met brieven aan Haar Hoog Edelheedens. Ik hebde eer, bij absentie van den tweeden Resident, die voor een Springtogtje na Batavia is vertrokken uwel Edel Agtb: mijne verschuldige rescriptie alleen te offereeren. En betuijgen dus mijne reciproque erkentlijkheid voor 't genoe„ „gen dat uwelEdel Agtb: hebben gelieven te uijten, overmijne gehoudenisse bij uwelEdel Agtb: vriendelijke requisite ten dienste der E: Maatschappij, die g'eerde dienst mij te dierbaar en verplig „tend zijnde, dan daar bij eenig uijtstel, of verzuijm te kunnen koes„ „teren, zo gelieven uwel Edel Agtb: zig altoos van mijne verschul„ „dige attentie daaromtrent verzeekert te houden. „Thans ben ik egter buijten vermogen de depeche van bovengem: Papieren aan haar Hoog Edelheedens na vereijsch van derzelve aan„ „belang en na mijn wensch te kunnen bewerkstelligen, terwijler onge„ „lukkig geen een Convenabel vaartuijg zeijlreede is. Ik heb dus mijne toevlugt moeten neemen tot de afhuur van een be„ „zeijldkieltje: 't zelve vertrekt over twee dagen, en zal nagissing de hoofdplaats spoedig berijken, bijzonders aangenaam was het mij, door uwel Edel Agtb: vriende„ „lijk g'informeert te werden, van de opdaging der reets vermiste Chialoup; ik betuijge mijne verschuldige dankbaarheid voor dee„ „ze verwittiging. Eerstdaags zie ik te gemoet het ongelukkig Paquetboet van Tambij van waar 't zelve staat herwaarts ge„ „bragt te werden, door een Jnlandsch vaartuijg, van een sE: Comp:s onderdaan der Spruijt de Songiauwer: uwel Edel Agt gelieve aar Malacca S: aen Malijer Talip gelieve de goedheid te hebben derzelver intentie mij hier over meede te deelen, omme mijne messures daar aan te kunnen neemen Terwijl ik de eer heb met verschuldige achting en attentie te zijn. /:onderstond:/ WelEdele Agtbaare, Ernstfeste, Manhafte„ voorsienige, Discreete, Heer, en Heeren. /:lager:/ Uwel„ Edel Agtbaaren gehoorzaame en dienstwillige Dienaar /:was geteekent:/ G:d Hemmij, /:in margine:/ Palembang den 20. e October 1783. Aan den welEdelen Gestrengen Agtb: Haer Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneur en Directeur, weegens de ge„ „neraale Neederlansche Geoctroijeerde oostindische Comp:s aldaar. WelEdel Gestrenge Agtbaare Heer. De Hooge Regeering bij hoogst derzelve gerespecteerde apar „te missive van 15: 7ber: J:o leeden, mij geordonneert hebbende uwel„ „Edel Gestr: Agtb: ter kennisse te brengen, 't Effect van haar Hoog Edelheedens genoomene Hoogwijse maat regulen bij dit Het zoo heb ik de eer aan die gevenereerde ordre, bij deezen te„ „voldoen, zo verre na Leesing van s' konings brief mij ter kenniss is gekomen. Dat den koning op den ontfangst van Haar Hoog Edelheedens gerespecteerde brief aan dezelve, direct van teon en intentie veran„ „dert is, Dat zijn hoogheid mij op 't dierbaarste verzeekert heeft, Haar Hoog Edelheedens in alle opzigte genoegen te zullen geeven. Dat de Leeverantie der producten in dit Iaar, hoewel langzaam, ruijm zal zijn, zomeede, Dat de aanstaande Leeverantie vroeg een begin zal neemen. Ik vleije mij dus dat zijn Hoogheid zijn woord houden, en het niet op het uijterste zal laaten aankomen, zo meede dat ik door 106 gepaste middelen de hoogwijse intentie van haar Hoog Edelhee„ „dens in deeze sal Hage. Ik zal intusschen niet afzijn, bij verandering of onwillig„ „heid van het Hof, uwel Edel Gestr: Agtb: inmediaat te informeere Heewel ik geene tijding van Riouw heb ontvangen, is mij egter ter eore gekoomen. Dat Raadja Baadjie, het meeste gedeelte zijner Contante en klijnodien; nevens dat van andere rijke ri„ „cuw reesen op het Eijland ^ zzude zijn geborgen, zo mede dat de aanbreng

NL-HaNA_1.04.02_8261_0395 view scan ↗

English

the supply and transport of provisions to that Island is being practiced: which I find myself obliged to bring to the honorable notice of Your Right Honorable, although I cannot vouch for the authenticity thereof. While I, with special esteem and destined respect, after friendly greetings, remain. Signed below: Right Honorable Sir. Lower: Your Right Honorable's obedient and serviceable servant, was signed: G: Hemmij, in the margin: Palembang, the 20th of October 1783. Translation of a Malay letter written by the King of Tambij to the Residents of Palembang. From a pure and sincere heart, this letter is written to the residents of Palembang, wishing them much prosperity and blessing in their administration unto length of days. Furthermore, the Padoeka Sierie Sulthan Rathoe informs the residents that he has received their letter of true affection through the interpreter of the Honorable Company with joy and satisfaction, after the reading of which, having well understood its contents regarding the good friendship and goodwill of the Honorable Company, which the Padoeka Sierie Sulthan Rathoe wishes might presently be renewed again as before, since his Realm has been completely released by the Honorable Company and abandoned by everyone. First of all, the Padoeka Sierie Sulthan Rattoe informs the residents hereby that the lodge situated at the Campe, which was abandoned by the Resident Hemmel Berg, has been demolished, whereof the late lord father of the Padoeka Sierie Sulthan Rathoe at that time sent the Pangerang Natana to Palembang to appear before the Residents and to request an excuse here for what had occurred, but the Resident at that time refused such, and the aforementioned Pangerang returned with matters unaccomplished, for which the Padoeka Sierie Sulthan Rathoe alongside all subjects in the Realm of Tambij were afraid that they would be completely abandoned by the Honorable Company, as has also occurred. That the Padoeka Sierie Sulthan Rathoe out of fear and anxiety had not dealt with that vessel and cargo on his own account until after receiving the letter from the Residents of Palembang, having immediately handed over the same, along with four pieces of cannon that were in the custody of the Padoeka Sierie Sulthan Rathoe, to the interpreter, requesting, the Padoeka Sierie Sulthan Rathoe, of the Residents, that in case the Honorable Company desires anything, or as previously, that the Residents would then please make such known to the Padoeka Sierie Sulthan Rathoe. Signed below: Written at Tambij on Monday the 1st of the month Radjab in the year 1797. Agreed for the translation, was signed: Toemael. Translation of a Malay letter written by the Padoeka Pangerang Poerba Nagara at Jambij to the Residents of Palembang. Sending this letter with greetings from the Pangerang Poerba Nagara, as authorized representative of Padoeka Sierie Sulthan Rathoe for the administration of the Realm of Tambij, to the Honorable Company's Residents at Palembang, wishing the same much salvation, prosperity, and blessing unto length of days. Furthermore, the Pangerang Poerba Nagara informs the Residents that the long delay of the interpreter of the Honorable Company was caused by the Crown Prince traveling to the uplands, the men of the interpreter falling ill, and adverse conditions in bringing back the vessel. Signed below: Written at Jambij on Tuesday the 4th of the month Sauwal in the year 1797. Agreed for the translation, was signed: Joemael. To Sulthan Anum Sierie Ingalaga. To the King of Jambij. Sending this letter of sincere friendship to the Padoeka Sierie Sulthan Rathoe at Tambij. Furthermore, I make known to Your Highness that I have well received Your Highness's most esteemed letter of the first of the month Ridsjap, Year 1197, from which the good disposition of Your Highness toward the Honorable Company has been shown to me by the return of the vessel, the Packet Boat, with 4 small iron pieces, to the interpreter of the Honorable Company. Had the vessel arrived here at the same time as the interpreter, I would have been in a position to inform Their High Mightinesses of the affection and assistance shown by Your Highness to the Honorable Company. I therefore request once more that the vessel, with its appurtenances and cargo as it was taken, may through the assistance of Your Highness be brought over hither soon under the supervision of Anachoda Dulwait, inhabitant of Songieauwer, who is presently at Jambij, so that upon the departure of the Honorable Company's Bark, which is presently at Palembang, I may inform Their High Mightinesses of the true affection of Your Highness regarding the Honorable Company. Having nothing to offer Your Highness other than my sincere gratitude, I remain with true high esteem. Signed below: Your Highness's good friend, was signed: G: Hemmij, in the margin: Palembang, the 16th of October 1783. To

Dutch transcription

aanbreng en vervoer van Mondbehoeftens van dat Eijland gepracticeert word: 't geen ik mij verpligt vinde, ter geeerde ken„ „nis van UwelEdel Gestr: Agtb: te brengen, heewel ik voor de Egtheid daar van niet kan rependeeren. Terwijl ik met bijzondere achting, en gedestineerde Eerbied, na vriendelijke Groete verblijve. /:onderstond:/ Wel Edel Gestr: Achtb: Heer. /:lager:/ uwel„ „Edel Gestrenge Agtbaare gehoorzaame en Dienstwaardige Dienaar, /:was geteekent:/ G: Hemmij, /:in margine:/ Palembang den 20:' October 1783, - Translaat Maleijdsche Brieff geschreeven ap door den koning van Tambij aan en de Residenten van Palembang. Uijt een zuijver en opregt hart, werd deezen brief geschreeven aan de residenten van Palembang toewenschende dezelve veel zeijl en zeegen in haar bestier tot in lengte van dagen, Wijders maakt den Padoekasieri sulthan Rathoe, de resi„ „denten bekent, dat wel ontvangen heeft, derzelver brief van waa„ „re toegeneegentheid, door den tolk der E: maatschap pij met blijd„ „schap en vergenoeging, na welker leesing, dies inhoud wel ver„ „staan hebbende omtrent de goede vriendschap en welgesint„ „heid der E: Comp:e die den Padoeka Sierie Sulthan Rathoe wel wenschte dat teegens woordig, zoo als voor heen weeder ver„ „nieuwt mogte werden, wijl zijn Rijk als geheel van D'E Comp. e is ontslagen en van ieder verlaaten is. voor eerst maakt den Padoeka Sierie Sulthan Rattoe de re„ „sidenten bekent, bij deezen dat afgebrooken is, de Logie geleegen aan de Campe welke verlaaten is, door den Resident Hemmel Berg, waar van des Padoeka Sierie Sielthan Rathoe overleedenen Heer vader in die tijd den Pangerang Natana Palembang heeft gezonden om te verscheijnen bij de Residenten, en hier excuuste ver„ „zoeken over voorgevallene dog den Resident ter diertijd zulks wij„ „gerde en voorgemelde Pangerang onverrigter zaaken terug gekeert is, waar voor den Padoeka Sierie Sielthan Rathoe neevens alle onderdaanen in 't Rijk van Tambij bevreest waeren, dat dezelv „ve geheel en al van D' E. Comp:s verlaaten zouden werden, gelijk zulks ook is geschiet. Dat den Padoeka Sierie Suelthan Rathoe uijtvreese en be„ „nauwtheid, voor hem geen werk van dat vaartuijg en goed ge„ „maakt heeft, dan na 't ontvangen van de brief der Residenten van Palembang, als hebbende direct het zelve met vier stuk„ „ken g „ken Canon die in bewaering van den Padaka Sierie Sulthan. Rathoe waeren, aan de telk afgegeven verzoekende den Padeeka Siene Suelthan Bathoe, aande Residenten, dat bij aldien het een of ander D' E: Comp:e begeerde ofgelijk voor heen, als dan de Resi¬ „denten zulks maar geliefde bekend te maaken aan den Padoeka Sierie Suelthan Rathoe. /:onderstond:/ Geschreeven tot Tambij op maandag den 1e van de maand Radjab. in 't Iaar 1797. voor de oversetting Accor„ „deert, /:was geteekent:/ Toemael Translaat Maleijdsche Brieff geschreeven door den Padeeka Pangerang Poerba Nagara te Jambij aan de Residenten van Palembang zendende deezen brief ondergroeting van den Pangerang Peer„ „ba Nagara als gemagtigden van Padoeka Sierie Sulthan Ra„ „thoe tot 't bestieren van 't Tambijsche Rijk aan s' E: Comp„ Residenten te Palembang dezelve toe wenschende veel heil voorspoeden zeegen tot in lengte van dagen. Voorts maakt den Pangerang Poerba nagara, de Residenten bekent dat het lang vertoeren van den tolk der E: Maatschappij veroorzaakt is, door 't nade bovenlanden reijsen van den Kroonprins 't vervallen in ziekte van de Manschappen van den telk en de Contra vinden om 't vaartuijg tenugte brengen, /:onderstond:/ Geschreeven tot Jambij op dingsdag den 4e: van de maand Sauwal in 't Jaar 1797. voorde oversetting Accordeert /:was geteekent:/ Joemael. Aan 108 Sulthan Anum Sierie Ingalaga. Aan den Koning van Jambij zendende deezen brief van opregte vriendschap aan den Padoeka Sierie Sulthan Rathoe te Tambij, Wijders maakt ik uw Hoogheid bekent dat ik wel ontvangen E heb. hoogst deszelfs brief van den eersten van de maand rids Jap A=o 1197. waaruijt mij gebleeken is, de goede geneegentheid van uw Hoogheid voor D' E: Comp:s bij het weder bezorgen van het vaartuijg de Paquet boot, met 4 ijsere stukjes, aan de tolk der E: Maatschappij was het vaartuijg gelijktijdig met de tolk alhier g'arriveert, dan zoudek in staat zijn van de geneegentheid en hulpe van uw Hoogheid aan D'E: Comp:s beweesen, Haar Hoog Edelheedens kennis te geeven, verzoeke dus nog maals dat het vaartuijg met desselfs toe„ „behoorn, en lading, zoo als 't genoomen is, door behulp van uw Hoogheid onder opzigt van Anachoda Dulwait Jnwoon„ „der in de songieauwer welke zigthans & Jambij bevind, spoe„ „dig na herwaards mag overgebragt werden, op dat ik bij 't ver„ „trek van sE: Comp:s Bark welk zig thans op Palembang bevind, Haar Hoog Edelheedens van de waere geneegent„t „heid uwer Hoogheid noopens D'E: Comp:e kennis kan geeven. Niets hebbende om uw Hoogheid te offireeren, dan alleen mij„ „ne opregte dankbaarheid verblijven met waare hoogachting. /:onderstond:/ UW Hoogheids goede vriend /:was get:t/ G: Hemmij /:in margine:/ Palembang den 16=e October 1783. Aan -

NL-HaNA_1.04.02_8261_0398 view scan ↗

English

To the Pangerang Padoeka Soerba Nagara at Tambij. We send this letter of sincere friendship to Padoeka Pangerang Poerba Nagara at Tambij. Furthermore, I make known to have duly received the letter from Padoeka Pangerang Poerba Nagara, and express my gratitude for the assistance which the Pangerang has rendered in handing over the vessel with 4 pieces of cannon; and if the goodwill of the Pangerang is sincere, I request that the vessel with its appurtenances, through the assistance of the Pangerang under the supervision of Nakhoda Deelwait, inhabitant of Songiauwer who is currently present there, may be brought over hither soon, so that upon the departure of the Honorable Company's bark which is currently at Palembang, I may give notice thereof to Their High Excellencies. I remain with respect, was signed: Your Honor's brotherly friend, was signed: G: Hemmij in the margin: Palembang, 16 October 1783; Agrees, Hemmij Letters Secret Copy and Enclosures from Palembang dated 6 June and 15 September 1783. To His Excellency The Right Honorable Most Worshipful Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor-General along with The Honorable Lords Councillors of Netherlands India, etc., etc., etc. Right Honorable Most Worshipful Lord and Honorable Lords, Upon the arrival of the private sloop De Vrijheid, having presently the fortune of seeing ourselves honored with Your High Excellencies' most revered general, secret, and separate missives of 16 May last, we find ourselves obliged to give Your High Excellencies submissive notice thereof, under humble reservation that we shall most submissively present to Your High Excellencies our respectful answer to the same at the first opportunity. While we also, in humble observance of Your High Excellencies' highly respected orders of 14 March, which we had the fortune of receiving on 15 April last, caused the bearer thereof, the native Lieutenant Abdul Rahim, to continue on his journey directly on the 18th thereafter by exchanging his small keel for a prahu Tanjajap; however, nothing more has been heard of it here up to now; we have also taken the liberty, upon received reports that there was brought into Jambij the packet boat belonging to the Shahbandar of Papendrecht there, the Pantjalling De Broek, which had returned from the capital to Malacca and met with misfortune near the Poelo Frelles, to dispatch thither on the 25th of the past month of April with a letter to the King of that realm, according to the copy most respectfully accompanying this, and charged the delivery thereof to the Honorable Company's interpreter here, for the greater urgency of our requisition to that prince; we flatter ourselves to be able to present our humble reports to Your High Excellencies shortly concerning a desired outcome of this our dispatch. While we presume the honor to be with the deepest awe and most dutiful respect, Right Honorable Most Worshipful Lord and Honorable Lords, Your High Excellencies' humble and faithful servants, was signed: P: Hemmij and P: H: P: van der Steeg. in the margin: Palembang, 16 June 1783. To the King of Jambij, Sultan Anum Sierie Jngalaga. Furthermore, the undersigned communicates to Your Highness that he is very pleased to have learned from good authority that Your Highness has had the goodness to have seized a certain vessel of the Honorable Company named packet boat, wherewith some natives took flight into Your Highness's river after they in an inhuman manner murdered the European servants of the Honorable Company stationed thereon. We thank Your Highness for this kind attention and take the liberty, with the bearer of this, the Honorable Company's interpreter, most obediently to hand over this our letter to Your Highness, with the friendly request that it may please Your Highness to have delivered to our emissary the aforementioned packet boat, with everything that was on it on the Honorable Company's behalf, as well as the criminal crew held prisoner by Your Highness; in order that we may be enabled to give notice to Their High Excellencies at the earliest of this goodwill of Your Highness towards the Company. We are with the greatest respect, was signed: Your Highness's good friends, was signed: G. Hemmij and Ph. Joh. van der Steeg. in the margin: Palembang, 25 April 1783. underneath: Agrees, was signed: P. Hemmij. To His Excellency The Right Honorable Most Worshipful Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General of Netherlands India, No. 12. Honorable Most Worshipful Lord! We take the honor to give Your High Excellency notice in all humility that we have had inspected a suspect vessel coming from the north, and found therein five chests of opium, which we carefully removed therefrom and had transported hither, according to the declaration annexed hereto. After the detention of that vessel, we were indeed secretly warned that it belonged to the King, who in the previous year had lent it out of the goodness of his heart to an Arab priest named Said Abdulla Goematjing, and that if such vessel were confiscated, it would, according to the country's way of thinking, result in great shame for the prince, both with the Company and with his subjects; that

Dutch transcription

Aan den Pangerang Padoeka Soerba Nagara te Tambij. Zenden deezen brief van opregte vriendschap aan Padoen „ka Pangerang Poerba Nagara te Tambij. Wijders maakt ik bekent wel ontvangen te hebben de brief van Padoeka Pangerang Poerba Nagara, en betuijg „mijne Dankbaarheid voor de hulpe die de Pangerang be„ „weesen heeft, tot 't oneedergeeven van 't vaartuijg met 4 stuk„ „ken Canon, en zo de geneegentheid van de Pangerang gegrond is, versoeke ik dat het vaartuijg met desselfs toebehooren, door behulp van den Pangerang onder opzigt van Nachoda Deelwait Jnwoonder in de Songiauwer welke zig thans al„ „daar bevind, spoedig na herwaarts raag overgebragt werden, op dat ik bij 't vertrek van 'S'E: Comp:s bark welke zig thans op Palembang bevind Haar Hoog Edelheedens daar van kennis kan geeven. Ik ben met Achting /:onderstond:/ UwE: Broederlijke wriend /:was geteek:t:/ G: Hemmij„ /:in margine:/ Palembang den 16:' October 1783; Accordeert Flemmi 0 ij Z. Brieven Copie Secrete ƒ en Bijlagen Palembang gedateerd 6. Iunij in 15. September 1783. van 110 Aan zijn Edelheid Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer M=r Willem Menotdekting Gou Verneur Teneraal Beneevens Dewel Edele Heeren Raden van Nederlands India g=a &=a &=a Hoo g Edel hroo: Agtb: Heer en wel Edele Heeren Bij arrivement van de particuliere Chia„ loup de vrijheid, momentlijk het geluk hebben„ „de met uw Hoog Edelheedens zeer gevenereerde gemeene secreete en aparte missives van den 16: maij J:o l: ons vereert te zien, zo vinden wij wij ons verpligt uw hoog Edelheedens hier van sub„ „mislijk kennis te geven, onder humble voorbehou„ ding onzer eerbiedige b'antwoording derzelve, bij de eerste geleegentheid uw Hoog Edelheedens onder„ „danigst te zullen offereeren:— Terwijl wij meede ins needrige observantie uwer Hoog Edelheedens hoog gerespecteerde beveele van den 14: maart, die wij het geluk gehad hebben, den 15:e april Jongst leeden te ontvangen, den overbrenger dezel„ „ve den Inlands Luijtenant Abdul Rahim door verdruijling van zijn kiel„ tje, met een prauw Tanjajap, direct den 18: daar aan zijne zijs hebbe laeten vervorde„ „ren: egter daar van tot nog toe, hier niets „ meer vernomen, ook hebben wij ons be„ vrijmoedigt, op ontvangene rapporte, dat op Jambij opgebragt was, de vande hoofdplaats na malacca geretourneerde, en bij de Poelo frelles ongelukkig, afgeloopen Paquet boots„ toebehoorende den Sabandhaar van Paependregt aldaar, de Pantjallingdebroek Den . den 25: der gepasseerde maand april derwaarts te depecheeren, met een brieff aanden Koning van dat rijk, volgens Eerbiedigst hier nevens verzel„ lende Copia, en de overbrenging daar van sE: Comp:s Tolk alhier opgedragen, tot meerderempres„ sementanzer requisitie vandien vorst: wij rlijen ons eerstdaegs van een gewenschte uijtslag dezer onzer depache uw hoog Edelheedens onse nedrige rapporte te kunnen offereeren Terwijl wij ons d' eer aanmaetigen met het die psio 112 ontzag en verschuldigste eerbied te zijn /:onderstond/ Hoog Edel Groot Agtbaar Heer en wel Edele Heeren /:Lager:/ uw Hoog Edelheedens onderdanige en Getrouwe Dienaren .: /:was geteekend:/ P: Hemimij en P: H: P: van dersteng: /:in margine:/ Palembang den 16„e Iunij 1783 Aan Aanden Koning Jambij Sulthan Anum Sierie Jngalaga. van Wijders Communiceere o de ondergeteekende uw Hoogheijd zeer verblijd te zijn van goeder hand vernomen te hebben Dat uw Hoogheid de goetheid gehad heeft in beslagte lae„ ten neemen zeeker 'sEComp:s vaartuijg genaamt Paquet boot, waar meede eenige Jnlanders de vlugt in uw Hoogheijds revier genomen hebben, nae dat zij op eene onmenschelijke wijze, de daar op bescheijden geweest zijn„ „de sE Comp: Europeese dienaeren om het leeven gebragt hebben wij bedanken uw Hoogheijd voor deeze geneegene attentie en gebruiken de vrijheid uw Hoogheijd met brengen deezes H: Comp:s Tolk, deezen onzen brief gehoorsaamst te overhandi„ „gen, met vriendelijk verzoek dat het uw hoogheid gelieve te behae„ gen, voormelde Paquet boot, met al het geene sEComp:s weegen daarop geweest is Hoo mede de bij uw hoogheijd gevangen zittende misdadige reds van aan onsen zendeling te willen laeten over handigen: ten eijnde wij in staat gesteld mogen werden; om van deeze geneegene uwel hoogheijd voor de k: maatschappij, Haar Hoog Edelheedens ten eersten kennis te kunnen geeven wij zijn met de meeste Eerbied /:onderstond:/ uwe Hoogheijds goede Vriende /:was geteekend/ G„t Nemiigj en Bh: Joh: vander stemp /:in margine:/ Palembang den 25:' april 1783: /:daar onder acsordeert:/ /:was geteekend:/ P„k Hemmij Aan . : . : : C . . . . 114 Aan zijn Edelheijd Den Hoog Edel Groot Achtbaren Heer M=r Willem Arnold Albing, Gouverneur Generaal van Nederlands Jndia No 12 Wel Edel Groot Achtb: Heer! wij geven ons d' Eer uw Hoog Edelheid in alle onderda„ „nigheid kennisse te geven, dat wij een suspect vaartuijg vande noord koomende, hebben laeten viseciteeren, en daar„ in gevonden vijff kisten, Amphioen, die wij op eene voorzig„ tige wijze daar uijt hebben geligt, en naa herwaarts lae„ ten transporteeren, volgens hier nevens leggende ver„ klaning. Nae de aanhouding van dat vaartuijg wierden wij wel vasch in secretesse gewaarschouwd, dat het der Koning toebehoorde, die in het voorder Iaare het zelve aan een arabische priester genaamt Said Abdulla Goematjing, uijt een goede hart ter leen had afgestaan, en dat bij aldien zodanig vaartuijg geconfisqueert wild; het den vorst, volgens slands manier vandenken, zo wel bij de Matschappij als hij zijne onderdaenen tot een groote schande ver„ strekken zoude dat

NL-HaNA_1.04.02_8261_0410 view scan ↗

English

That the King, with the most bitter expressions, had already made his displeasure known to that Arab; further, that in this case it was most urgently requested that such an arrangement might be made whereby no public shame would be brought upon the monarch, as this matter might otherwise sometimes result in unpleasant consequences. After mature consideration, taking into account the critical circumstances of the times, and in order to prevent any displeasure with the king—who we are convinced is entirely innocent in this matter and is always accustomed to issue the strictest orders against the importation of opium into his Realm as being harmful to his subjects—we have deemed it best to leave the vessel to His Highness, without making any public outcry about it, and to take the opium provisionally into custody until your Right Honorable Lordship will be pleased to honor us further with your highly esteemed orders based on your most wise counsel. Praying in the meantime for a favorable pardon should your Right Honorable Lordship not be able to condescend to the arrangement we have made in this matter. Wherewith we have the honor to remain, with the deepest respect and all humility, Right Honorable, Noble, and Highly Esteemed Lord, your Right Honorable Lordship's humble and obedient servants. Was signed: P.s Hemmij and Th: Joh.s van der Stengh. In the margin: Palembang, the 15th of September 1783. We, the undersigned, stationed as follows on the Honorable Company's cruising pantjalling the Nuftun, declare at the request of Commander Jan Jansen: That we departed from Palembang with the aforesaid pantjalling on the eighth of April, and on the ninth arrived at the false river, and met there a sloop commanded by Rijou Juragan Lanang, and inspected the same, and found it to be laden with Chinese wares, and found alongside them five chests with opium; whereupon the commander with all gentleness removed the aforesaid chests from the vessel, and secured them in the aforesaid pantjalling, and made it known to the Resident; whereupon the aforesaid commander received orders concerning the Arab Sayyid Abdullah Gumat to arrest him there on the vessel, but found that he had already gone inland, and we further placed the vessel under arrest, and sent four sailors on board to watch that no goods of the cargo should leave it. And that which is written above, we the undersigned acknowledge to be the pure truth, and if further required we are ready to confirm it with a formal oath. Below was written: In the aforesaid pantjalling, the 11th of April 1783. Was signed: G: Springer; L: Dedaap, gunner; this is the mark H of Marten Burgerszoon; Christiaan Paulus; Leendert Christoffel; Christoffel Christiaansen; and Hendrik Harmen. Reading virtually verbatim as follows: From a pure heart has come this proof of sincere friendship; accompanied by much praise, written on this piece of paper to make known that the letter of Paduka Sri Sultan, brought by Kademang Patjadinate, has been well received by Captain Meckler, having been received with much pleasure. Further, concerning the present from the Paduka Sri Sultan, namely: one pair of rattans with gold knobs, one pair of elephant tusks, four piculs of wax, one pair of rattan mats, two buffaloes, fish, young coconuts, and vegetables; all of that has reached us. Furthermore, concerning the pair of rattans with gold knobs, the pair of elephant tusks, the four piculs of wax, the rattan mats, alongside the letter from the lord Sultan: we shall bring the same to the Great Lord, namely General Company, so that the promises or the contract and the attachment of Paduka Sri Sultan may be firm. Please do not doubt or hesitate any longer, for all matters or articles of promises or alliance have all been concluded with the realm's administrators of Paduka Sri Sultan, namely: Ki Rangga and Kademang. As for the vessel of the Sultan: please do not carry Dutch letters, nor use the Dutch flag; thus it is. This is the token of sincere friendship from the captain: 1 pair of blunderbusses with two [illegible], pieces of white linen, and four rolls of gold cloth, to serve as a remembrance. Lower: Translated by, was signed: P.k Goossen. Translation of a Malay letter, written, as it appears, by Captain Meckler to, presumably, the King of Palembang. Received at Batavia, the 30th of October, Anno 1783. D. D. van Haar Audited Eijke 1 ƒ J. W. Ton Examined 11 Japan. Incoming Secret Letterbook and enclosures for the Year 1783. Overcome: 1784 10 Ganges. 10 Ganges. 2 North Letterbook number for the Year 1783 10 Ganges. £ North Letterbook number for the Year 1783 118 To His Excellency, The Right Honorable, Severe, and Highly Esteemed Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with The Right Honorable and Highly Esteemed Lords, Councillors of the Dutch Indies. Right Honorable, Severe, and Highly Esteemed Lords, From that which was imparted by the Ambassador, Mr. Lestevenon van Berkenrode, regarding the Declaration of War by England, being able to deduce the consequences that the confirmation number for the Year 1783 North confirmation 10 Ganges. Z Letterbook ƒ 7

Dutch transcription

Dat den Koning met de bitterste uijtdrukkinge dien Arabier zijn ongenoegen reets had te kennen „verder in dit geval door om zodanige t gegeven dat men verhoogste, dat ^ schikking mogt ge„ maakt werden, waardoor den vorst geen publique schande wierd aangedaan; wijl anders deze zaak zomtijds onaangenaam heden ten gevolge hebben mogt wij hebben hier op nae een rijpe overweging, in Consideratie vande critieque tijds omstandigheden, en ter voorkoming van alle ongenoegen met den koning, die wij overtuijgt zijn dat in deze volstrekt onschuldig is, en altoos tegens der aanbreng van amphioen in zijn Rijk; als schadelijk voor zijn onderldanen, de strikste ordres gewoon is te stellen, best g'oordeelte Hat vaarthuijg aan zijn hoogheid te laeten, zonder daar van publicq gerugt temaken, en de amphioen nemen provisioneel in bewaring te maken, tot dat uw Hoog Edel„ Heid ons met hoogst desselfs wijzen vaarde hoog gerespecteerde orders verder zal gelieven te vereeren Biddende inmiddels om eenige gunstige verschoning; bij aldien uw Hoog Edelheid in onze genomene schickking in deze niet zoude kunnen Condescendeeren waar meede wij d' Eer hebben met het diepst zijn, ontzag en alle ootmoedte /onderstond:/ wel Edel Groot Achtbaere Heer /:Lager:/ uwel Hoog Edel heids onderdanige en ootmoedig Dienaren /:was geteekent:/ P„s Hemmij en Th: Joh„s van der stengh /:in margine:/ Palembang Den 15:' 7ber: 1783: wij 116 Wij ondergeetekende Aldes beschijden op 's E Compagnies Cruijs Pantjalling de Nuftun, verklaaren ten Rekwiesite van den Gezaghebber Jan Iansen; Als dat wij met voormelde Pantjalling op den agsten april van Pallembang zijn gegaan en ben opden ne„ „gende aant: valse resier gekoomen en hebben daar ontmoet Een sloep: Commando van rijou Iuragane Lanang enfisenteerden de zelfen en bevonden den zelfen be„ laden te zijn met sinaase waarij en vonden neefens vijf cisten met aafisoen waar op den gezaghebber met alle zagt„ „heijt de voormelden Cisten uijt het vaartuijg heeft gehaalt en heeft dezelfen in voormelden Pantjalling geburger en het aande Resident bekend gemaak waar op de den voormelden gezaghebber orders heeft ontfangen vanden Arabier Saijt Abdulla Goemat, aldaar op het vaartuijg zouden aresteeren maar bevonden dat dezelfen al na boosen was gegaan en hebben verder s het vaartuijg in Atrest genomen en hebben daar vier matroosen aanboort gezonden om al„ Baar op te passen dat daar geen goederen vande laading van zou„ den gaan en het geenen hier boosen geschreefen staat beken wij ondergetekende de zuijvere waarheijt te zijn, en het nader verijsende kunnen wij berijd om het met sumereelen eden te bevestigen /:onderstond:/ In de Pantjalling voormelde den 11:' April 1783: /:was geteekent:/ g: Springer: L: De daap, Canionnier dit is het merkt H van Smartens Burgerson Christiaan Paulus Leendert christofel„ Christoffee Christiaansen en Hendrik Harmen t Mal tot ogen x Mal: hamae „ rollen met gouwd Luijdende genoegsaam woordelijk als volgt. uijt een zuijver herte is voortgekoomen het bewijs van op„ regste vrindschap; verselt niet veel los, geschreeven indit stuk papier, ter bekentmaking, dat de brief van Padoeka sirier sulthaan aangebragt door Kedemang Patja dinata, den Kaptain Meckler wel is geworden, die niet veel genoegen ontfangen is. — Wijders aangaande het present van den Padoeka Sicie sul„ thaan, te weeten: Een Jaan rottings met goude knoppen, Een p„l Eli„ phantslanden, vier piculs wast, Een p=r rotting matten twee bus„ „fels, visch Jonge Clappus en groentens, dat alles is ons geworden voorts aangaande het p=r Rottings met goude knoppen, den p=s Eliphantstanden de vier pic=s Wase de rotting matten beneevens de brief vanden heer zulthaan, dezelve (zullen/ wij brengen aan den grooten. Heer, te weeten de Generaal Kamambie, op dat de beloften (of 't Contract) ende aan eenhegting van den Padoeka Sirie sulthaan vast zij gelieft dog niet meer te twijffelen of bewenking te hebben/ want alle zaaken / of articulen / van beloften / of ver„ „bond) zijne alle ten eijnde gebragt, met de rijks bestierders van Padoeka Sirie Sulthan te weeten: Ke Rangga en Kedemang. - wat het vaartuig vanden Sulthan aangaat ge„ lieft geen hollandse brieven te brengen, nog de hollandse vlag te gebruijken: dusdanig is 't — Dit is 't teeken van opregte vrindschap vanden kapi„ tem: 1: p:r donderbossen met twee. . . . . Thans p:s wit hamen, en vier rollen goude stof: om tot gedagtenis te dienen /:Lager / vertaald door /:was geteekent:/ P„k Goossen Translaat Malaijsebrief Gesz: / zo het schijnt:/ door Capi„ tain Meckler, aan presum„ tief:/ den Coning van Zalem„ bang ontfangen Batavia den 30:' 8ber: Anno 1783: DD: Van Haar Audideert Eijke 1 ƒ J. W: Ton Nagezien 11 Japan. Aankomend Secreet Briefboek en bijlaagen d A„o 1783. overgek: 1784 Jeer: 10 Ganges. 10 Ganges. 2 Noord- riefboek n9 d A„o 1783 10 Ganges. £ Noord- riefboek n9 dA„o 1783 118 Aan zijn Edelheid Den Hoog Edele Gestrenge en Groot Aagbaare Heer Mr Willem Arnold Alling Gouverneur Generaal Beneevens De WelEdele Groot Agbaare Heeren Raaden van Nederlands India Wel Edele Gestrenge Grot Agt: Manthrof d de bimn e en Heeren Uit het bedeelde door den Heer Ambassadeur Lestevenon van Berkennoode weegens de Oorlogs Declaratie van Engeland, de gevolgen kunnende afleiden die de n9 dA„o 1783 Noord- bevestiging 10 Ganges. Z riefboek ƒ 7

NL-HaNA_1.04.02_8261_0420 view scan ↗

English

confirmation of such a rupture would drag around our Indian establishments, and the consideration of the impossibility in which Your High Excellencies would find yourselves, in the absence of a most necessary relief from Europe, to initiate trade with this Empire according to the projected plan, caused the first undersigned already in the past year, before the time when our ships usually appear, to present his reflections to the interpreters regarding the displeasure that Your Excellencies would nurture from the poor success of our efforts to revive the decayed trade upon the return of the ship Mars, which could easily have the consequence that the dispatching of ships for that year would be suspended, both for our own necessity and to employ them with more advantage at other factories where the Company enjoyed a reasonable advance, as a first sign of the indifference with which trade was currently conducted, presenting to them the resolution to first carry on the navigation with three ships in two years to avoid all unnecessary expenses for the future, until the Japanese, foreseeing the consequences of their greed, came to better ideas, or the Company, finally weary of all their vexations, proceeded to the decision to return to the Emperor, with expressions of thanks for the long-permitted trade in this Empire, the passes once so generously granted by his ancestors and as shamefully violated by his successors; although this statement did make some impression on the minds of some, it seemed to have little influence with most, until the non-appearance of the ships finally made them conclude that it was not unfounded, and that with the waning of trade, their ruin and the downfall of Nagasaki were imminent, the numerous conversations, always answered on that basis, the inquiries with confidants regarding the importance of our trade for this Empire, the embarrassment in which they found themselves over the non-appearance of the Chinese junks, and the incessant praying, both on behalf of the Governor and by all residents in their temples; yielded the most convincing evidence of their consternation, and how one had constantly allowed oneself to be misled by false pretenses, which they imposed on us with an air of indifference regarding foreigners, this caused him to take the resolution to venture what could be achieved toward improvement, and gave rise to what was communicated in the separate Daily Register, to which he takes the liberty to refer with all respect. Being convinced by all that occurred during his presence, of which he daily obtained knowledge through the confidants, of the importance of our navigation for the entire Empire, since trade was at a standstill and the customary fairs were postponed not only in Nagasaki, but even in Miaco and Osaka, we made no use of what was communicated in Your Excellencies' secret letter of the 1st of July last, to present to them the inconvenience in which we found ourselves, having been surprised by a faithless ally with an unexpected declaration of war and an immediately following attack, which had given him the opportunity to deprive us of several colonies, and to rob as well as plunder some 300 ships, but regarding which Your Excellencies expected that they would still exercise some patience this year, and rather pity than accuse us, nor did we mention Your Excellencies' solemn assurance to satisfy their demands according to ability upon a change for the better, since such representations would find little impression with the money chamber rabble, whose God is self-interest, and would entirely destroy what had been initiated, of which Your High Noble and Mighty Excellencies were unaware. In the aforementioned missive a presentation was set down of the copper which Your Excellencies assumed belonged to the Company for transport, in which the 9700 picols for the past year, when no ships arrived and thus no trade was conducted, were also noted, we suspect with all respect from what is further alleged, to be seen in this circumstantial report, that in case one were to become capable of sending two ships in the following year, an annual supply would nevertheless be lost, that an erroneous calculation takes place regarding this, since the 9700 picols of copper for the year 1782 with the assumed remainder in 1784, constitute the full quantity of those from 1781 to 1784, for transport with two ships. Upon consulting the books of the year 1720, it appeared to us that, since the Company still had a large remainder of goods here upon the failure of the ships to appear in 1719, permission was indeed granted for the sale of half of the determined quota, for which also half of the Nagasaki recognition had been remitted and the transport of half the quota of copper granted, but that all attempts to supplement what was lacking to the full quota had been fruitless, since they now always proceed according to previous examples, which yield nothing to our advantage, and they ground their objections upon them, nevertheless, at the request of the Governor in 1782 to obtain the aforementioned 9700 chests for the quota of the past year, the necessary efforts were made with the offer of

Dutch transcription

bevostiging van zodaanig een ruptuur om= trent onse Indise etablissementen zoune zig sleepen, en de overweeging van de on= waar moogelijkheid in Uw Hoog Edele Groot Agtb: zig bij ontstentenisse van een aller noodigst ontset uit Europa, zouden bevinden, om den handel op dit Rijk na het geprojecteerde plan t'entameeren, deeden den eersten Teke= naar reeds in het gepasseerde Jaar, voor der tijd waar in onse scheepen gewoonelijk op daagen de Tolken zijne bedenkingen voorhouden over het misnoege dat UW: Hoog Edelheedens uit het slegt succes onser poogingen tot opbeuring van den vervallen handel bij retour van het schip mars zou„ :den voeden, 't geen ligt van gevolg kon zijn dat het aanzenden van scheepen voor dat Jaar, zo om eige benoodigdheid, als om die me meerder voordeel op andere Comptoiren waar de Compagnie een billijk advans genoot te emploijeeren, wierd opgeschort, als eer blijk van de onverschilligheid waar meede 120 meede men thans den handel dreef hen voorstellende het besluit, om tot uitwinning van alle onnoodige kosten voor het vervolg den vaart met drie scheepen in twee Jaaren voor eerst door te zetten, tot dat den Japan: =der de gevolgen haarer schraapzugt voorziend, tot bekere denkbeelden kwam, of de Comp:e eijndelijk alle haare vexatien moede, tot het besluit overging, om den Keijzer onder dankbetuiging voor den langjaarige vergunden handel op dit Rijk, de Passen door zijn voorzaaten wel Eer zo Edelmoedig verleend, als door zijne opvolgers schandelijk geschonden, weeder aan te bieden; schoon dit gezegde op de gemoederen van zom= :mige wel eenige inpressie maakte, scheen het bij de meesten van weijnig invloed, tot dat het niet opdaagen der scheepen hen eijndelijk deed opmaaken, dat het niet ongegrond, en met het verflaauwen van den handel, haar roine, en de ondergang van Nangazackij aanstaande was, de meenig vuldige 10 Ganges. Z Noord- riefboek n9 dc„o 1783 meenigvuldige, gesprekken, altoos op dien basis beantwoord, de naspooningen bij vertrouwde omtrent het belang van onsen handel voor dit Rijk, de verloegentheid waar in zij zig over het niet opdaagen der Chineese Jonken bevonden, en het onophou= delijk bidden, zo van weegens den gouver= neur als door alle Ingezoetene in haare Tempels; lewerden de Overtuigenste blijken op, haarer verslaagentheid, en hoe men zig steeds door valsche voorgeevens, ons met een air van onverschilligheid omtrent vreemdelingen opdrongen, liet misleiden, dit deed hem het besluit neemen te onder= „staan wat er tot verbeetering was uit te werken, en gaf aanleiding tot het bedeelde bij apart Dagregister, waar aan hij de vrij= heid neemt zig in alle eerbied te gedraagen. Door al het voorgevallene geduurende zijn aanweesen waar van hij daagelijks door de vertrouwden kennis kneeg over¬ =tuigd 122 tuigd zijnde van de aangeleegentheid onser vaart voor het geheele Rijk, wijl niet al= loen in Nangazaekij, maar zolf in miaco en Osacca den handel stil stond en de gewoone kermissen zijn uitgesteld, hebben wij geen gebruik gemaakt van het bedeelde bij Uw Hoog Edelheedens secreete brief van den 1. e Julij passato, om hen voor te houden de ongeloegentheid waar in men zig bevond, door een trouweloose bondgenoot met een onverwagte oorlogs verklaaring en een in mediaat gevolgde aanval overvallen zijnde, 't geen hem geleegentheijd hat gege= ven ons eenige colonies te ontneemen, en wel 300 scheepen zo te nooven als te plunderen, dog waar omtrent UW Hoog Edelheedens verwagten, dat zij nog dit Jaar eenig geduld zouden oeffenen, en ons eer beklaagen als beschuldigen, ook hebben wij Hoogst der zelver plegtige ver„ zeekering om bij een verandering ten Noord- Goede en met den over: n9 d A„o 1783 riefboek 10 Ganges. Z goede na vermoogen haar Eijschen te voldoen verzweegen wijl zulke vertoogen bij het geldkamer gebroed, wier God het eijge belang is weinig ingrossie zouden vinden en het g'entameerde waarvan Uw Hoog Edele Groot Agtb.: onbewust waard, ten eene maal vernietigen. Bij gemelde messive ter nedergesteld zijnde een vertooning van het kooper 't geen Hoogst dezelve veronderstellende Comp. ten vervoer te competeeren, waar bij de 9700. picols voor het verloope Jaar toen geen scheepen kwaame en dus geen handel is gedroeven, meede staar genoteerd vermoeden wij in alle eerbied in het verder g'allogeerde, van bij dit omstand verslag te zullen zien, dat ingevalle men al in het volgende jaar tot het aanzender van twee scheepen in staat geraakte, egter een Jaarlijkse aanbreng verlooren wierd, dat hier omtrent een abusive bereekening plaats wind, wijl de 9700 p:s Coli voor't Jaar 178: met 124 met het verondersteld restant in 1784, de volle quantiteijt dix van 1781 tot 1784 , ter vervoer met twee scheepen uitmaaken. Bij het naslaan der boeken van het Jaar 1720 is ons gebleeke, dat daar de Compe. bij het wegblijven der scheepen in 1719 hier nog een groot restant goederen had, wel is bewilligd in den verkoop van den halven bepaalde tax, waar voor ook de helft den Nangazackijs rejognitie was verschonken en de vervoer van de halve tax van kooper vergund, dog dat alle tentamens om het ontbreekende aan den vollen tax te suppleeren vrugte loos waaren geweest, daar zij nu steeds na voorige exempelen te werk gaanden, deeze niets ten onsen voordeelen opleeveren, en zij haare bezwaarenissen daar op gronder, zijn egter om het aanzoek van den gouverneur in 1782 ter obtenue van voormeld. 9700 kisten voor den tax van het verloope Jaar de noodige poogingen gedaan onder afferte Noord- van 10 Ganges. Z riefboek n9 dA„o 1783

NL-HaNA_1.04.02_8261_0426 view scan ↗

English

of the full Nangazackij recognition, but without being able to obtain a favorable marginal response to it, as the various details are more broadly noted in the separate daily register, although in this regard the esteemed intention of Your High Honorable and Most Worshipful could not be fulfilled, and to obtain the privately granted 700 picols, all attempts have even been fruitless, we have, in order not to be exposed to any quibbles in the future, obtained a stamped paper signed by the Money Chamber, to serve as proof that the Company in the year 1784 may transport 13000 P: C=o and in 1785 12300 Pc:s or as much as the remaining balance and the ordinary assessment for those years amounts to, the duplicate of this translation, stamped and signed by the interpreters, being sent among the enclosures. Since it might nevertheless happen that the Republic had not succeeded in concluding an honorable peace, and the war 126 the war continuing, and there was no opportunity to find an adequate fund of popular merchandise to satisfy the aforementioned quantity, we have brought the private copper of 1781 and this year into the return, trusting that Your Honorable Most Worshipful will be pleased to approve this conduct of ours. Of the granted authorization by separate letter of 5 July 1782, to surrender the then projected transport of cloves up to 10000 lb in case of non-acceptance, if necessary with a 10 per cent deduction, we have made no use, and it is enough to impart to Your High Honors the full delivery of the 20064 lb received at the ordinary prices, upon the representations mentioned in the separate Daily Register under the 5th of September, for which we in the future continue to insist upon the complete satisfaction of their demands for tin, lead, and ducatoons, and in that hope take the liberty for the Noord- 10 Ganges. Z Letter Book no d Anno 1783 128 the following year to demand another 10000 lb, requesting to be authorized, in the event of any difficulties, to immediately transport back with the ships to Batavia that which they will not accept. Concerning the camphor, and the so often recommended balancing of the received goods in the same year, having communicated what is required by general letter and separate daily register, we take the liberty only regarding the first article to note finding no difficulty in the transport of 10000 lb for this year, as much to prevent cavils which they might raise in case of a complete refusal, as to serve as an example of its reduced price, which we hope will sweeten the annual losses in weight. Although there is little prospect of succeeding in obtaining the counter-gift for the for the sent Persian horses that may have been determined by them, we nevertheless continue to insist upon it annually in order to properly revive the memory of the Company's willingness to please the Emperor. The new arrangement on the route in return, contained in the extension of the sailing orders, being the presumed reason that Your High Honors have abandoned the previously planned route through the Straits of Governor, we trust that this gave occasion for withholding the previously mentioned signal letters, and shall properly watch over the prompt execution of those orders. As it favorably pleased Your High Honorable and Most Worshipful to grant their approval to our previous performances, we hope to obtain this pleasure anew, continually remaining committed to making all possible efforts toward that end. To Your High Honorable and Most Worshipful, wishing regarding their no d Anno 1783 persons - Noord 10 Ganges. Z Letter Book Anno 1783. High Honorable, Strict, Most Worshipful, Wide-Commanding Lord and Lords Japan at the Factory Your High Honorable and Most Worshipful's Nangazackij the 25 October Humble and very Obedient Servants D Sringh persons, government and family a constant enjoyment of all blessings, and we have the honor to call ourselves with due high esteem. A: C: Romberg Letter Book no d Anno 1783: Noord 1o Ganges. Secret of the Year 1783 Daily Register 1 dig the Z 130 Separate notes regarding what occurred at this factory in the year 1782/3. Although in answering the required considerations concerning the conducting of trade with three ships in two years, I set down according to my best knowledge the inconveniences of missing the ship that was sent alone every other year, I could never have foreseen that this would bring such detrimental consequences for all the inhabitants of Nangazackij as has become evident to me in the outcome. The anxiety of the Governor being evident first from the consulting of our books, subsequently from the incessant praying during three days in the temples, and the pledging of great rewards if their prayers were of effect, and the entire city being filled with lamentations, this spurred me on to attempt the necessary means to draw from this occurrence some improvement in the no d Anno 1783 Noord trade 10 Ganges. Z Letter Book

Dutch transcription

van de volle Nangazackijse Rejognitie, dog zonder daar op een gunstig apostil te kunnen erlangen, gelijk het een en ander bij het apart dagregister breeder staat genoten schoon hier in dies aan de g'eerde intentie van Uw Hoog Edele Groot Agtb=r niet kan wor„ den voldaan en ter erlanging van de par= „ticulier vergunds 700 picols, alle tentament zelff vrugteloos geweest zijn, hebben wij om in het vervolg aan geene Captien te zijn g'exponeerd, een door de geldkamer onderteekend, en gesjapt papier g'obtineerd, ten blijke, dat de Comp: in het jaar 1784. P: C=o 13000: en in 1785 Pc:s 12300. of zo veel het verbleeve restant, en den gewoone tax voor die Jaaren bedraagd kan vervoeren, gaan„ „de het dupligaat van dies translaat door de Tolken gesjapt en geteekend, onder de bijlaagen over vermits het egter kongebeuren, dat de Republicq in het treffen van een honora: ble vreede niet was geslaagd, en den oorlog 126 Oorlog voortduurende, en gaen gelegentheijd was, om ter voldoening van voormelde quan= „titeijt, een toeneijkend fonds in gewilde koopmanschappen te vinden, hebben wij het particulier kooper van 1781, en dit jaar, in het retour gebragt, in vertrouwe dat UwEdel Groot Agtb:r, deeze onse behandeling zullen gelieven t'approbeeren. van de verloende qualificatie bij aparte brief van den 5 Julij 1782, om den toenmaals geprojecteerde vervoer van garioffes nagelen tot lb 10000. bij non acceptatie, des noods met 10 P=r C=to afslag te moogen afstaan, heb= ben wij geen gebruik gemaakt, en het genoeg Uw Hoog Edelheedens de volle aftoevering den ontfangene lb 20064. toegen de gewoone prijsen, op de vertoogen bij apart Dagregister onder den 5e september vermeld, te bedeelen, waar toe wij in het vervolg op de Comploate voldoening hunner Eijschen van Thin„ Lood, en Ducatons blijven aandringen, en in die hoope de vrijheijd neemen voor het = ens Noord- 10 Ganges. Z riefboek n9 dA„o 1783 128 het volgende Jaar, werder lb 10000. te vonderen met verzoek gequalificeerd te werden, bij eenig strubbelingen, het geen zij niet willen aan neemen, terstond met de scheepen na Batavia te vervoeren. Betreffende de Camphur, en de zo dikman geregomandeerde vereevening der ontfangs goederen in hetzelve Jaar, het vereijschte, bij gemeene brief en apart dagregister be„ =deeld hebbende, neemen wij de vrijheijd alleen omtrent het eerste Articul aan te merken in den vervoer van lb 10000. voor dit jaar geen zwaarigheijd te vinden, w zo zeer tot voorkooming van captien die zij bij een volslaage weijgering mogten maaken, als wel om ten exempel van dies verminderde prijs te strekken, welke wij verhoopen, dat de Jaarlijks vallende m inwigten zal verzoeten. Hoe wel er weijnig uitzigt is, voor den Eij die door hen mogt bepaald zijn in het obtineeren van het Contra geschenk voor de de aangezonde. persiaanse paarden te slaagen, blijven wij egter daar op Jaarlijks aandringen om de herinnering van s' Comp:s bereidwil= ligheid ter believing van den Keijzer na behoore te verleevendigen. De nieuwe schikking op de noete in retour bij de ampliatie der Zeijlaasie ordres vervat na vermoede oorzaak zijnde, dat door Uw Hoog Edelheedens van de bevoorens beraamde door straat gouverneur is afgezien vertrouwen wij dat tot het te rug houden den seijn brieven te vooren vermeld, aanleiding gaf, zullende voor de prompte executie, dier orders na behoore waaken. Daar het Uw Hoog Edele Groot Agtb: gunstig behaagde onse voorige verrigtin„ :gen met derzelver goedkeuring te ver= leren, verhoope wij dit genoege op nieuw t erlangen, zullende steeds daar toe alle poogingen na vermoogen blijven aanwenden. UW Hoog Edele Groot Agtb=r, omtrent haar n9 dAA„o 1783 persoonen - Noord 10 Ganges. Z riefboek A:o 1783. Hoog Edele Gestrenge groot Agtbaare Wijd Gebiedende Heer en Heeren Japan ten Comptoire Uw Hoog Edele Groot Agtbaar heedens Nangazackij den 25 octb:r Onderdaanige en zeer Gehoorzaame Dienzeren D Sringh persoonen, regeering en Familie een bestendig genot van alle zeegeningen toewenschend en hebben wij de eer ons met verschuldigde hoogagting te noemen. A: C: Romberg Kriefboek n9 dA„o 1783: Noord 1o Ganges. Secreet d' Anno 178/3 Dag Register 1 dig den Z 130 Aparte aanteekenin„ gen weegens het voorge¬ vallene aan dit Comptoir in den Jaare 1782/3. Schoon ik bij het beantwoorden der gevonderde consideratien over het drijver van den handel met drie scheepen, in twee Jaaren, de inconvenienten die het gemis van het schip dat om het andere Jaar alleen verzonden wierd, na mijn beste kennis ter neder stelde, had ik nimmer kunnen voorzien, dat dit zulke nadeelige gevolgen voor alle de Jngezeetenen van Nangazackij zou na zig sleepen, als mij bij de uitkomst is gebleeken. De bezorgdheid van den Gouverneur eerst uit het naslaan onser boeken, ver= volgends uit het onophoudelijk bidden geduurende drie daagen in de tempels, en het toeleggen van groote belooningen Io haare gebeeden van effect waaren, blij„ kende, en de geheele stad met jammer klagten vervuld zijnde, spoorde mij aan de noodige middelen te beproepen om uit dit voorwal eenige verboetering in den J n9 d A„o 1783 Noord handel 10 Ganges. Z riefboek

NL-HaNA_1.04.02_8261_0434 view scan ↗

English

to manage trade, this caused me, in response to the questions demanded by the Governor concerning the reason for the absence of the ships, to answer in such a manner as is circumstantially recorded in the daily register of the year 1782 under the 17th and 18th of September and the 23rd of October; furthermore telling frankly to all Japanese who have access to our island that the losses which the Company suffers on trade at this time caused it to take little interest in the navigation to this Empire, expecting that, as this became known in the city, it would reach the ears of the servants of the feudal lords residing here, which could not then remain hidden from the Court, just as this was also confirmed by the outcome. On the 3rd of December, the Sub-Reporter Suubi came to propose to me on behalf of the Governor that His Honour was willing to grant the Company in future an increase of copper, provided that one brought all such goods as the Money Chamber demanded for the following year, whereupon His Honour submitted the following writing on the 10th. To the Honourable and Respected Lord Koetsi Tango no Cami Samma Governor of Nangazackij The Sub-Reporter Stubi having conveyed to me in the name of Your Honourable and Respected Lordship his inclination to grant the Company, on account of the few junks coming here for trade this year, as much more bar copper as could be spared without prejudice to the merchants, on condition that the same should be obliged to bring such goods as the Money Chamber was to demand at the departure of the ships for the following year, I declare to be very inclined to comply with the desire of Your Honourable and Respected Lordship if any improvement in the Company's trade would result from it; yet in entering into such an engagement, some difficulties are involved which ought to be cleared out of the way beforehand; namely: 1st. In accepting a larger quantity of bar copper. 2nd. Concerning the prices of the goods brought. 3rd. In the impossibility of always being able to fulfill the demand in its entirety or in part in the following year. I need not bring under the attention of Your Honourable and Respected Lordship the vexations which the Honourable Company has encountered here since its removal from Firando; how it has been burdened by the forced appraisal trade, by the reduction of the fineness of the Cobangs, by the fixed export of bar copper, and the lowered prices of its goods by the so-called Imperial Money Chamber: vexations of which our papers since the year 1641 make all too frequent mention, and which presumably would still increase today were it not that the Japanese was convinced of having brought the Company to such an extreme that the slightest further attempts thereto would immediately be followed by our departure, and he foresaw in our abandonment the ruin of Nangazackij and his own destruction; I shall only remind Your Honourable and Respected Lordship of the contract concluded in 1751 with the Opperhoofd Hoemoed, granting the Company the annual export of 11,000 picols of bar copper, which the Money Chamber has fulfilled so faithlessly that in the year 1764 we were notified of the export of only 8,000 picols for the future, which obliged the Company, in order to make the burdens somewhat more bearable, to reduce its navigation and to dispatch three ships in two years, as being sufficient to load that quantity. The example of the years 1765 and 1767 made the Japanese fear that this project would persist, wherefore he, anticipating that if the ship which was sent alone every other year were to perish, he would miss the considerable profits on our cargoes, the customary gifts, and the necessary ballast for the junks, proceeded to an increase of one thousand, and subsequently to a special grant of 700 picols, which they wished to have regarded as a token of gratitude for paying the customary respects even though only one ship had been here for trade, whereas it was in fact done to persuade the Company to dispatch two ships annually and thus run less risk regarding both matters. It appearing from the aforesaid that the manner in which we are dealt with is not unknown to us, I shall deal more candidly with Your Honourable and Respected Lordship, leaving it to yourself to bring [illegible] the vexations which the Honourable Company since its removal from Firando has encountered here; how it by the forced appraisal trade, by the reduction of the fineness of the Cobangs, by the fixed export of bar copper, and the lowered [illegible] of its goods by the so-called Imperial Money Chamber is burdened: vexations of which our papers since the year 1641 make all too frequent mention, and which [illegible] presumably would increase, were it not that the Japanese was convinced of having brought the Company to such an extreme that the slightest attempts thereto would immediately be followed by our departure, and he in our abandonment the ruin of Nangazackij, and his own [illegible] foresaw; I shall only remind Your Honourable [illegible] of the contract in 1751 concluded with the Opperhoofd Hoemoed, granting the Company the annual export of 11,000 [illegible] of bar copper, which the Money Chamber has so faithlessly fulfilled that in the year 1764 the export of only 8,000 picols for the future was notified to us, which obliged the Company to make the burdens somewhat more bearable

Dutch transcription

handel te bewerken, dit deed mij op de gevorder de vraagen van den gouverneur over de reed van het weg blijven der scheepen, zodaanig antwoorden, als bij het dag register van he Jaar 1782. onder den 17 en 18e Sept: en 23e Octn omstandig staat vermeld, verders rondborst aan alle Japanders die tot ons Eijland toegang hebben verhaalende dat de schaade die de Comp. e in deeze tijd op den handel leid, haar in de vaart op dit Rijk weinig belang deed neemen, verzoekerd dat dit in de stad rugtbaar wordende, de bediendens der Land heeren, hier woonagtig, zouter ooren komen, 't geen als dan voor het Hof niet kon verborg worden, gelijk zulks ook door de uitkomst is bevestigd. Den 3. e December kwam mij den Onderrap„ porteur suubi uit naam van den gouverneur voorstellen dat ZEd. de Comp. e in het vervolg een vermeerdering van kooper wilde ver¬ gunnen indien men alle zodaanige Goederen aanbragt als de geldkaamer voor het volgende Jaar vorderden, waar op Z wEdL: het ondervolgende geschrift den 10. e aanbood. Aan den WelEdele Agtb: Heer Koetsi Tango no Cami Samma Gouverneur van Nangazackij Door 132 Door den Onder rapporteur stubi mij uit naam van UWEdEd: Agtb voorgedraagen zijnde, zijn geneegentheijd, om de Compagnie ver= mits de weijnige Jonken die dit jaar hier ten handel koomen, zo veel meerder staaf= koopen te vergunnen, als buiten verkorting der handel drijvende kon gemist worden, op voorwaarde, dat dezelve zou gehouden zijn, zodaanige Goederen aan te brengen, als de Geldkaamer bij het vertrek der scheepen voor het volgende Jaar stond te vorderen, betuig ik zeer geneegen te zijn aan de begeerte van Uw WelEd: Agtb.:e te voldoen, indien er in s' Comp=s handel eenige verbeetering uit voortsproot, dog in het aangaan van zulk een verbintenis, zijn eenige zwaarigheeden beslooten, die te vooren dienen uit den weg geruimt; als 1:=e in het aanneemen van een grooter quantiteijt staafkooper 2:e Omtrent de prijsen der aangebragte Goederen. 3:o In de onmoogelijkheid van het gevor= :dende altoos in het volgende Jaar in zijn geheel of ten deele te kunnen voldoen. Ik behroof UW Wel Ed: Agtb:r niet onder het vog„ te 10 Ganges. Z Noord- riefboek n9 dA„o 1783 134 te brengen de veratien die d' E. Comp te zeederd haare verhuising van Firando, hier heeft ontmoet, hoe zij door de opgedronge Taxatie handel, door het verminderen van het ge= =halte der Cobangs, door den bepaalden ver„ voer van Staafkooper, en de verlaagde prijsen haarer goederen door de zogenaamde Heij„ =zerlijke Geldkamer is beswaard: vexatien waar van onse papieren zederd het Jaar 1641 maar al te veel gewaagen, en die nog heden na vermoeden zouden aangroeijen, waare het niet dat den Japander Overtuigd was, de Comp. e tot zulk een uitterste te hebben gebragt, dat de minste poogingen daar toe„ terstond van ons vertrek zouden gevolgd worden, en hij in onse opbraak den onder„ gank van Nangazackij, en zijn eijgen ruim te gemoed zag, alleen zal ik Uw Wel Ed Agtb: herinneren, het contract in 1751 met het Opperhoofd Hoemoed geslooten, vergunnend. de Comp. e Jaarlijks den vervoer van 11000 p: Cclo staafkooper, waar aan de Geldkamer zo trouweloos heeft voldaan, dat ons in het Jaar 1764. den vervoer van maar 8000 picols voor het vervolg wierd aangezegd, 't geen de Comp. e verpligten om de Lasten eenigsints draagelijker draagelijker te maaken haar vaart te vermin= deren, en in twee Jaaren drie scheepen aan te zenden, als tot het laaden van die quantiteijt voldoende, het voorbeeld van den jaare 1765. en 1767, dees den Japander vreesen, dat dit project zou stand houden, waarom hij te gemoet zien: „de, dat als het schip, het geen om het andere Jaar alleen wierd verzonden, verongelukte, hij de aanzienelijke voordeelen op onse Ladingen, de gewoone schenkagien, en de benoodigde Onderlaag voor de Jonken kwam te missen, tot een verhooijing van duizend, en vervolgens tot een particulier vergunning van 700 picols Overging, 't geen men als een blijk van erkentenis, voor het doen der gewoone reverentie, schoon er maar een schip ten handel was geweest, wilden hebben aangemerkt, daar het in der daad geschiede om de Comp. e tot het Jaarlijks aanzenden van twee scheepen te bezwoegen, en dus omtrent het een en ander minder gevaar te loopen. Uit het voorgezegde blijkende, dat de wijse waar op men met ons te werk gaat ons niet onbekent is, zal ik met UwelEd: Agtb: op en har= „tiger handelen, aan Uw Zelfs overlaatende n9 dA„o 1783 uit 10 Ganges. Noord- riefboek 134 te brengen de veratien die d' E. Comp e ze haare verhuising van Firando, hier h ontmoet, hoe zij door de opgedronge Tax handel, door het verminderen van het =halte der Cobangs, door den bepaalden voer van staafkooper, en de verlaagde haarer goederen door de zogenaamde zerlijke Geldkamer is beswaard: ver¬ waar van onse papieren zederd he 1641 maar alte veel gewaagen, en die na na vermoeden zouden aangroeijen, v het niet dat den Japander Overtuig de Compe tot zulk een uitterste te heb gebragt, dat de minste poogingen daa terstond van ons vertrek zouden ge¬ worden, en hij in onse opbraak den gank van Nangazackij, en zijn eijgen te gemoed zag, alleen zal ik Uw Wel Ed herinneren, het contract in 1751 met Opperhoofd Hoemoed geslooten, vergu de Compe. Jaarlijks den vervoer van H staafkooper, waar aan de Geldkamer trouweloos heeft voldaan, dat ons in he 1764. den vervoer van maar 8000 pico het vervolg wierd aangezegd, 't geen Compe verpligten om de Lasten eenigst draager

NL-HaNA_1.04.02_8261_0439 view scan ↗

English

to make it more bearable to reduce their voyages, and to dispatch three ships in two years, as being sufficient for loading that quantity. The example of the years 1765 and 1767 made the Japanese fear that this project would persist, wherefore he, anticipating that if the ship which was sent alone every other year were to meet with disaster, he would miss the considerable profits on our cargoes, the customary presents, and the necessary ballast for the junks, proceeded to an increase of one thousand, and subsequently to a private concession of 700 picols, which they wished to have regarded as a token of gratitude for paying the customary respects, even though only one ship had been present for trade, whereas in fact it occurred to induce the Company to dispatch two ships annually, and thus to run less risk regarding the one and the other. It being evident from the foregoing that the manner in which we are treated is not unknown to us, I shall deal with Your Right Honourable in a more open-hearted manner, leaving it to yourself to derive in good time the necessary advantage from my statements. The bar copper constitutes a considerable branch of the Company's trade in the Western Offices of the Indies, which those nations cannot do without. This gave rise to all the representations made annually with so much emphasis by the Chief Merchants. The Money Chamber, finding greater profit in ceding it to the Chinese, and entertaining too exaggerated an idea of our profits, judged, without foreseeing the consequences, that it could deal with us at its discretion, and curtailed our transport from time to time in such a manner as seemed best to suit its interests. The Company was thereby rendered unable properly to meet the demands of the Offices annually, and thus to satisfy the needs of the Western Nations. They were minded to obtain the same by another way, for which they found occasion in the Swedish copper, and although this by no means compares with the Japanese, the low price and unavoidable necessity made them overlook its inferior quality. Since then, attempts have been made to improve the copper that is imported there from various countries, which succeeded to satisfaction a few years ago with the Hungarian, of which the Company is presently experiencing the disagreeable consequences, so much so that the Coast of Coromandel, which is accustomed to dispose of the largest quantity annually, demanded not a single picol from Batavia in the year 1780. Thus, a considerable remainder staying in the warehouses, the Company not only misses the profits which it was accustomed to derive therefrom, but at the same time remains encumbered with heavily pressing interest on the disbursed capital, which the Japanese could have prevented by giving a hearing to our representations, and by enabling us through a generous concession to cut off the passage of our competitors. As a large quantity of copper is now imported annually from Europe, which is to be obtained at a lower price than the bar copper, and the Company cannot proceed to any reduction of the customary price without suffering a heavy loss on maintaining the trade with this Empire, it is unable to vend its copper, unless, consenting to a price reduction, it were at the same time enabled by a more generous export from here to import the bar copper—which at a more moderate price will always be valued above the European—there in such a quantity as is required to be able to satisfy the needs of those nations; but for which it is necessary: 2ndly. That the Money Chamber pay a price for the imported goods commensurate with the exorbitant profits it derives therefrom, which will somewhat accommodate the Company in the heavy burdens to which it is bound here, since the same are presently so low that upon an accurate calculation one even suffers a loss on the prime purchase costs of many. Sugar, one of the principal requirements in this Empire, calculated according to the Japanese price, is in demand in all the Western Offices of the Indies and in the Persian Gulf at f 10:—:— the picol. Pepper is sometimes ceded to the Chinese on Batavia as a special favor for 17 to 18 p the picol, while tin in 1780 in China yielded 738 Japanese per picol. To be convinced of the truth of both the one and the other, may it please Your Right Honourable to inquire into this upon the departure of the junks to that Empire, where these 3 articles are imported annually in abundance. With the silk and woolen fabrics, which are demanded from the Coast of Coromandel and Bengal, as well as from the Netherlands, for Japan alone, the matter stands precisely the same, so that Your Right Honourable can consider yourself that if no other arrangement is made regarding the trade, it is ill-advised for the Company to maintain the voyages to this Empire any longer, and I am powerless to lend an ear to any engagement of that nature, unless an increase in the price of the imported goods serves as the foundation thereof. 3rdly. I am unable to bind the Company to provide all such goods as the Money Chamber at the departure of the ships

Dutch transcription

draagelijker te maaken haar vaart te vermin= deren, en in twee Jaaren drie scheepen aan te zenden, als tot het laaden van die quantiteijt voldoende, het voorbeeld van den jaare 1765. en 1767, dees den Japander vreesen, dat dit project zou stand houden, waarom hij te gemoet zien„ „de, dat als het schip, hetgeen om het andere Jaar alleen wierd verzonden, verongelukte, hij de aanzienelijke voordeelen op onse Ladingen, de gewoone schenkagien, en de benoodigde Onderlaag voor de Jonken kwam te missen, tot een verhooijing van duizend, en vervolgens tot een particulier vergunning van 700 picols Overging, 't geen men als een blijk van erkentenis, voor het doen der gewoone reverentie, schoon er maar een schip ten handel was geweest, wilden hebben aangemerkt, daar het in der daad geschiede om de Comp. e tot het Jaarlijks aanzenden van twee scheepen te bewoegen, en dus omtrent het een en ander minder gevaar te loopen. Uit het voorgezegde blijkende, dat de wijse waar op men met ons te werk gaat ons niet onbekent is, zal ik met UwelEd: Agtb:r op en har= „tiger handelen, aan Uw zelfs overlaatende n9 dA„o 1783 uit 10 Ganges. Z Noord riefboek 136 uit mijne gezegdens bij tijds het noodige voor„ =deel te trekken. het staafkooper maakt op de Westerse Comp: :toiren van Indien een aanzienelijke Tak van s' Comp=s handel uit, 't geen die volkeren niet kunnen missen, dit gaf aanleiding Et alle de vertoogen, Jaarlijks met zo veel na= druk door de opperhoofden gedaan: de Geld: :kaamer meerder voordeel vindende in het aan de chineese afte staan, en een te groot donk beeld van onse winsten, voedende, oordeele, zonder de gevolgen te voorzien, met ons na haar willekeur te kunnen handelen, en besnoeijde onsen vervoer van tijd tot tijd zo= daanig, als best met haar belangens scheen over een te koomen, de Comp. e daar door buiten staat gesteld, om de eijschen van de Comptoiren jaarlijks na behooren te voldoen, en dus de benoodigdheijd der Westerse Natier te vervullen, wierden zij bedagt om het zelve langs een andere weg te bemagtigen, waar toe zij tt het zweede ko¬ „per aanleiding vonden, schoon dit in verre na bij het Japanse niet kan haalen deede de geringe prijs, en onvermijdelijke benoodigd: „heijd, hen over dies mindere deugd heer stapper ƒ stappen, zeedert heeft men het Koper; dat aldaar uit verscheijden landen word aan„ gebragt tragten te verbeeteren, 't geen voor korte Jaaren met het Hongaarse na ge= noegen is geslaagd, waar van de Compe. Heede de onaangenaame gevolge ondervind, in zo verre dat de Cust Cormandel, die gewoon is jaarlijks de grootste quantiteijd te slijten, in het jaar 1780 van Batavia geen picol heeft gevorderd, dus een aanzienelijk res= tant in de Pakhuisen verblijvende, miss de Comp. e niet alleen de voordeelen, die zij gewoon was daar op te behaalen, maar blijft teffens, met zwaar drukkende in: tressen, op de uitgeschootene Capitaalen bezwaard, 't geen den Japander had kun= „nen voorkoomen, door onse vertoogen gehoor te verleenen, en ons door een ruime vergunning in staat te stellen om onse Competiteuren, dien pas te kunnen af: snijden. Daar nu jaarlijks een groote quantiteijt Koper uit Europa word aangebragt 't geen voor laager prijs, als het staafkooper is te bemagtigen, en de Comp. e tot geen vermindering van den gewoone prijs n9 dA„o 1783 kan 10 Ganges. Z Noord riefboek 138. kan overgaan, zonder op het aanhouden van den handel op dit Rijk een zwaar verlies te lijden, is zij niet in staat haar Kooper te vertieren, ten waare zij in een prijs ver= :mindering bewilligende, teffens door een ruimere vervoer van hier in staat wierd gesteld, het staafkooper, dat tot een gema= :ligder prijs; altoos boven het Europeesche zal worden geschat, aldaar in zull een quan„ „titeijt aan te brengen, als vereijscht word, om de benoodigdheijd van die volkeren te kunnen voldoen, dog waar toe het van noodzaakelijk is, 2=e Dat de Gelskaamer voor de aangebragte gee„ deren een prijs betaald, eevenweedig met de buitenspoorige winsten die zij daar op behaald; 't geen de Compe in de zwaare Lasten waar toe zij hier verbonden is, eenigsints zal te gemoet komen, dewijl dezelve thans zo laag zijn, dat men bij een naauw keurige bereekening, zelfs op het inkoops kostende van veele, nadeel lijd: de zuiker een der voornaamste benoodigdheeden in dit Rijk, is na den Japans en prijs be= „reekend, op alle de westerse Comptoiren van Indien, en in de golf van Persien teegen teegen ƒ 10:—:—. het picol gewild, de Peper word zomtijds de Chineese als een bijzondere gunst voor 17. a 18 p het picol op Batavia af= gestaan, terwijl het Thin, in 1780 in China 738 Japans per picol heeft afgeworpen, om van de waarheid van dit een en ander Over= tuigd te zijn, Gelieft UW Wel Ed: Agtb:r zig bij het vertrek der Jonken, in dat Rijk daar na te informeeren, waar deeze 3 articuls Jaarlijks in overvloed worden aangebragt, met de zeijde en wolle stoffen, die van de Cust Cormandel en Bengaalen, als meede uit Nederland voor Japan alleen worden gevorderd, is het eeven zo geleegen, dus Uw WelEd=s Agtb:r Zelf kunt nagaan, dat in= dien er geen andere schikking, op den handel word gemaakt, het voor de Comp. e ongeraaden is, de vaart op dit Rijk langer aan te houden, en ik onvermoogend ben„ aan eenige verbintenisse van dien aard het oor te leenen, ten zij een prijs verhoo„ „ging op de aangebragte goederen daar van ten grondslag strekt. 3=o Benik niet in staat, de Compagnie te verbinden, om al zulke goederen, als de Geldkaamer bij het vertrek der schepen n9 dA„o 1783 voor 10 Ganges. Z Noord riefboek

NL-HaNA_1.04.02_8261_0444 view scan ↗

English

to fulfill promptly what might be demanded for the following year, because, that demand being indeterminate and dependent upon the greater or lesser vent in this Empire, the Company cannot on an uncertain footing demand a considerable quantity of goods from elsewhere, with which, not being needed here, she would remain burdened; secondly, because the ships that serve for collection are sometimes wrecked, leaving one entirely deprived of what was demanded, and a more convenient time is required for contracting silk and woollen fabrics both in the Indies and in Europe. Therefore, in order to make this proposal palatable to the Honourable High Indian Government, it is necessary to agree on the following 5 points: 1: That the Money Chamber stipulate a price increase on all the imported goods, at the same time accepting annually 20000 Catties of Cloves, against which the Company will bind herself to bring as much Zinc, Tin, Sappanwood, Ducatons, Lead, and other goods as she requires. 2nd That the export of bar copper be increased, and permanently determined on a fixed footing, without the arrival of any additional junks, or any pretext of scarcity, being allowed to effect any reduction therein. 3rd That the goods which the Money Chamber comes to demand upon the departure of the ships, so far as concerns the Indies and are not at hand in Batavia, shall be brought in the second year, and those from the fatherland in the third year, in order to give the Company the opportunity to obtain the same in the required quality and quantity. 4th That in case it should happen that the Company, whether through the wrecking of her ships or other unforeseen occurrences, was unable to supply one of the demanded goods in that year, either in whole or in part, giving valid reasons whereby it was caused, such shall not cause the slightest change in the stipulated export of bar copper, provided that the deficiency was made up in one of the most desired articles. 5th That the Money Chamber shall not be permitted to reduce the prices of any goods under pretext of inferiority, unless we ourselves were convinced of the truth, regarding which we shall then give her complete satisfaction, in which case, however, it shall be permitted to agree to the offered prices, or to transport the same back to Batavia, but if those goods are subsequently imported again in good quality, the former price shall remain standing. All these points, upon the fulfillment of which the further trade of the Honourable Company in this Empire rests, having been agreed upon, two deeds of agreement ought to be drawn up thereof, containing all the aforementioned in clear wording to prevent cavils, which papers must be confirmed by Your Right Honourable and the Money Chamber on the one side, and by me on behalf of the Company on the other side, with our customary signature and seal, in order thereupon to obtain the approval of the Honourable High Indian Government, and already to comply with its contents in the following year. Below stood: Decima the 10th of December Anno 1782. Was signed: I. Titsingh. Although in former times the procuring of a larger quantity of bar copper was always most strongly recommended to us, the communication by secret letter from Your High Honours of the 24th of June 1781, to make no further attempts to obtain a larger quantity, both on account of the declining fleet and the large remainders, made me hesitate to consent to it, the more so as such an increased permission rested on the supplying of the goods that the Money Chamber might demand for the following year, which would not only depend on their caprice, but through the impossibility of always being able to comply therewith, would also expose us in the delivery of the copper to their arbitrary will; wherefore I deemed it expedient to submit this answer, which, being a conditional agreement, upon the arrival of ships could always be directed in such a manner as would best accord with the writing of Your High Honours and the greatest interest of the Company. December the 17th, the said reporter came to inform me that he had properly translated and submitted this writing, and that it had been presented to him by the secretary that this matter had too many repercussions, and the Governor, having no power over the price increase in trade, because this depended on the Money Chamber and the Imperial Chamber of Accounts in Yedo, was not in a position to enter into such an engagement at his own discretion, but was inclined to make the necessary representations to that effect upon his return to court; he also related to me how all officials of Nangazackij, among whom also the Emperor's rent-master, town burgomasters, Money Chamber officials, yea everyone who drew a living from the Emperor, had received only three-fifths of their ordinary income, whereby many, burdened with a heavy household, were like to perish of want, that the prisons were crammed with evildoers, and the complaints among the common people became so vehement that it was to be feared, if one

Dutch transcription

140 voor het volgende Jaar mogt eijschen, prompt te voldoen, dewijl die Eijsch onbepaald zijnde en van het meerder of minder Debiet in dit Rijk afhangende, de Comp. e op een on„ zeekere voet, geen aanzienelijke quanti= teijt goederen van elders kan vorderen, waar mede zij, hier niet benoodigd zijnde zou blijven bezwaard, ten andere wijl de scheepen, die ter afhaal dienen, zom tijde verongelukkende, men van het gevorder :de geheel was verstooken, en er voor de zeijde en wolle stoffen een bekwaamer tijd tot aanbesteeding zo in Indien als Europ vereijscht word. Om dus deeze voorslag aan de Edele Hoog Indiase Regeering, smaakelijk te maaken is het noodig; in de volgende 5 poincten over een te koomen. 1: Dat de Geldkamer een prijs verhooging op alle de aangebragte goederen bepaard teffens Jaarlijks 20000 Catt=s Garioffel Nagulen accepteerende, waar teegen de Comp. e zal verbinden, zo veel zink Thin, Sappanhout, Ducatons, loot, en andere goederen aan te brengen, al ze benoodigd is. 2o Dat den vervoer van staafkoper word ver= meerderd, en voor altoos op een vasten voet bepaald, zonder dat de komst van eenige meerdere jonken, of een voorwend: sel van schaarsheijd, daar in eenige vermindering mag te weeg brengen. 3:o Dat de goederen die de geldkaamer bij het vertrek der scheepen komt te vorderen, voor zo verre het Indien betreff, en zij op Batavia niet aan handen zijn, in het tweede, en de vaderlandsche in het derde Jaar zullen worden aange= bragt, om de Comp:e geleegentheijd te geeven, dezelve in de vereijschte deugd en quantiteijt te erlangen. 4 o Dat ingevalle het gebeurde dat de Comp zo door het verongelukken haar er scheepen als andere voorvallen, die men niet kan voorzien, Onvermoo= =gens was, een der gevorderde goederen in dat jaar, het zij in het geheel of ten deele te voldoen, gegronde reede geevende, waar door het wierd veroor= =zaakt, zulks geen de minste verande„ „ring zal baaren, in de bepaalde ver„ voer van staafkoper, mits het ont= en 9 dcA„o 1783 Noord- breekende 10 Ganges. Z riefboek 142 breekende in een der gewilste articulen wierd voldaan. 5. Dat de geldkamer niet zal vermoogen de Prijsen van eenige goederen op voorwendzel van ondeugdzaamheijd te verminderen, ten zij wij van de waarheijd zelfs waaren Over= tuigd, waar omtrent wij haar als dan vol= komen genoege zullen geeven, in welk ge= val het om egter zal vrijstaan in de gebooden Prijsen te bewilligen, of dezelve weeder na Batavia te vervoeren, dog dat die goederen in het vervolg weder dougdsaam wordende aangebragt, de voorige prijs zal blijven stand houden. In alle deeze poincten, op welkers volbreng =ging, den verdere handel van de E Comp:e in dit Rijk berust, over een gekoomen zijnde, dienen daar van twee verbandschriften te worden opgemaakt, al het voormelde in duidelijke bewoording tot voorkoming van Captien bevattende, welke Papieren door Uw WelEd. Agtb. e en de geldkaamer aan de eene zijde, en door mij uitnaam der Comp:e aan de andere zijde, met onse gewoone handteekening, en zegul moeten worden bekragtigd, om daar op de goedkeuring der der Edele Hoog Indiase Regeering te erlangen, en in het volgende Jaar reeds aan dies in= =houd te voldoen. /: onderstond:/ Decima den 10. e December A=o 1782. /:was geteekend:/ I. Titsingh schoon in voorige tijden het bemagtigen van een meerder quantiteijt staafkooper ons altoos ten sterkste is aanbevoolen, deed het bedeelde bij secreete brief van Uw. Hoog Ed=ehedens van den 24 Junij 1781. om geene verdere tentament tot erlanging eener grooter quantiteijt, zo om den afwee= =mende sloet als de groote restanten, mij schroomen, daar in te bewilligen, te meer, wijl zulk een meerdere vergunning steunde op de voldoening der goederen die de Geldkamer voor het volgende Jaar mogt vorderen, het welk niet alle en van haare Zinnelijkheid zou afhangen, maar door de onmoogelijkheijd om daar stoeds aan te kunnen voldoen, ons ook in de Leverangie van het Kooper, aan haar Willekeur blood stelde, waarom ik dien: „stig oordeelde dit antwoord in te dienen, 't geen een conditioneel verdrag zijnde, bij de komst van scheepen altoos zodaanig kon worden gederigeert, als uit het aan„ in 9 dA„o 1783 schrijvens 10 Ganges. Z Noord- riefboek 144 schrijvens van Uw Hoog Edelheedens met het meeste belang der Comp. e zoustrooken. Decemb=r den 17:e kwam gemelde rapporteur mij berigten, dit geschrift na behooren te hebben ver= =taald en ingediend, en hem door den secre= taris was voorgehouden, dat deeze zaak van al te veel nasleep was, en den gouvernaur over de prijs verhooging in den handel geen magt hebbende, wijl dit van de Goldkamer, en Keijzerlijke Reekenkamer in Jodo afking niet in staat was, zulk een verbintenis op zijn eijgen goedvinden aan te gaan, maar geneege was, daar toe de noodige vertoogen bij zijn retour ten hove te doen. verhaalde mij teffens hoe alle bediendens van Nangazackij waar onder ook s' Keijzers rentmeester, stads burgermeesters, Geldka„ =mer bediendens, Ja ider die een bestaan van den Keijzer trok, alleen drie vijfde van haare gewoone inkomsten hadde ge= nooten, waar door veel met een zwaar huishoude belaaden, van gebrek maester om koomen, dat de gevangen huisen van kwaad doenders waaren opgepropt, en de klagten onder het gemeen zo heevig wierden, dat het te vreesen stond, zo Men

NL-HaNA_1.04.02_8261_0449 view scan ↗

English

if this were not properly provided for, to constantly hear of fire and manslaughter this winter, because Nangazackij, for lack of foreigners, must fall into ruin, since apart from our merchandise, it had nothing to cause the inhabitants of other countries to come hither. On the same days it was proposed to me by the chief interpreter Rosak on behalf of the Emperor's accountant to send for ship carpenters, along with some mates and sailors, to instruct the Japanese in building and steering our ships; I let his Honour know that since the absence of the ships was proof that our state was involved in a heavy war, all carpenters to be found in both the Netherlands and the Indies were employed in the building of warships, which made it impossible for the Company, however gladly they sought to please the Emperor, to comply with this proposal; that if it pleased the Emperor upon the arrival of the ships to permit me to transport to Batavia one hundred Japanese who were judged to have the necessary ability and to be capable of such instruction, I pledged that the Honourable High Government of the Indies would distribute them across our shipyards and, once skilled in all that pertained to ship work, send them back hither; that I was well aware of the prohibition by the Emperor Iosimoemo in the year 1635, but that the troubles of those times, and their fear of the spread of the Roman religion, had given cause for it; that they had become more civilized since that time, and this Empire having remained in lasting peace for so many years, one ought not now to shrink from departing from it, since in following a law, one must always keep in view the advantage or disadvantage that flows from maintaining it. Upon his departure he promised to present my answer in this manner. December the 23rd. The Governor notifies me of the news brought by the Chinese that this year no ships had arrived at Canton, and the rumour went that throughout the whole Indies everything was in commotion and close to Batavia a heavy war was raging; thanked his Honour, and submitted that one did not doubt the rumour of the war, but that one could not rely on the accounts of the Chinese, since several nations besides the Dutch, such as the French and English, sail that Empire and it was not likely that these were hindered in conducting their trade by our differences. January the 27th. Today sent a letter to Mr. van Vlijtendorp in duplicate per the departing junks, and requested the Governor, on account of the dearness of the rice, to be accommodated from the Emperor's warehouses, which was refused, although I am certain that it was not even presented by our interpreters. February the 24th. Heard nothing further regarding the negotiation over the increase of the prices since the arrival of the junks; the chief interpreter Hosak reports to me that he made a report of his experiences to the Imperial accountant, and received in answer that he fully understood the reasons for my refusal, but that the proposed measure was of the gravest weight, to which he did not think the Emperor would be moved for certain reasons; the principal reason is that the Emperor has little understanding, and lets himself be led entirely by his uncle, the ordinary Councillor of State Tonomo no Cami, who is also in ill repute among the Japanese, although all sensible men among them complain exceedingly about their unfortunate condition; and that it would be very easy for me, upon the lifting of that ban, as was formerly rumoured throughout the whole empire, to recruit twenty thousand men in a month; it seems, however, that people are beginning to think about this matter more and more, everyone expecting that when the present Crown Prince, betrothed to the daughter of the Lord of Satuma, comes to the Government, some change for the better will arise through the influence of his father-in-law. March the 1st. The Governor today has the under-interpreter Suubi propose to me to send bird's nests from Batavia to serve as a return cargo here for the Chinese junks; let his Honour know that the bird's nests rise to an excessive price upon the departure of the junks from Batavia, and the Chinese in the year 1781 had transported the same up to Rds: 1700: —: — per picul, wherefore it was necessary to make a fixed agreement on that beforehand; that this product, being of great value, in a significant delivery, the stipulated tax of f 300,000:—:— was too small for the trade if one were to proceed to entering into the aforementioned contract; and the Governor, moreover, had to bind himself to impose such strict orders against stealing that one ran no risk of suffering any loss, as this would otherwise destroy that whole trade; to proceed further with him in confidence, showed him the return of the trade conducted in 1781, with the request to bring to the Governor's attention how much the Company had been disadvantaged, and at the same time allowed him to copy from it the loss that had fallen on the goods of each factory in particular, taking care to turn two pages at once at the Amboina products, with which he went to the city well satisfied, under the strongest assurances of giving the Governor a proper explanation of this matter, since he had previously always doubted the truth of our statements.

Dutch transcription

men daar niet na behooren in voorzag, deeze winter geduurig van brand en dood= =slag te hoonen, wijl Nangazackij, bij gebrek van vreemdelingen moet te gronde gaan, door dien het buiten onse koopmanschappen, niets had om de inwooners van ander, Landen herwaarts te doen koomen. Ter zelver daagen wierd mij door den oppertolk Rosak uitnaam van s Keijzers reekenmeester voorgeslaagen, het ont„ bieden van scheepstimmerlieden, nevens eenige stuurlieden en Bootsgezellen, om den Japander in het bouwen en bestieren onser scheepen te onderwijsen, liet IEd . weeten„ dat daar het wegblijven der scheepen een bewijs was dat onse staat in een heevige oorlog was gewikkeld, alle Timmerlieden die zo in Nederland als India te vinden wa¬ ren, aan het bouwen van Oorlogschepen wierden g'emploijeert, 't geen de Comp. in de onmoogelijkheijd stelde, hoe gaame zij ook den Keijzer tragte te believen, aan dit voorstel te voldoen, dat indien het den Keijzer behaagde bij de komst der sche„ pen, mij te vergunnen honderd Japankers die men oordeelde de noodige bekwaam: heid 10 Ganges. £ Noord- riefboek in9 d A„o 1783 146 heijd te hebben, en voor zulk een onderwijs vatbaar te zijn, na Batavia te vervoeren, ik mij verbond dat de Edele Hoog Indiase Hegeering, hen op onse timmerwerven zou verdeelen, en in al het geen tot het scheeps werk betrek: =king had, bedreeven zijnde, weder herwaarts zenden, dat mij wel bewust was het verbod van den Keijzer Iosimoemo in het jaar 1635 dog dat de troubles in die tijden, en haare bedugting voor het verspreijde van der roomse Godsdienst, daar toe aanleiding gegeeven hebben, dat zij zeedert dien tijd meer beschaafd geworden, en dit Rijk zo veele jaaren in een bestondige kust gebleeven zijnde, men thans niet moest schroomen daar van af te gaan, wijl men in het agtervolgen eener wet, het voor of nadeel dat uit dies standhouding voort vloeijd steeds moet in het oog houden, bij zijn vertrek beloofde hij mijn antwoord zodaanig voor te draagen. Decemb:r den 23. e De Gouverneur geeft mij kennis, van de tijding door de Chineese aangebragt dat dit Jaar geen scheepen op Canton waaren g'arriveerd, en het gerugt liop dat door geheel Indien alles in opschudding en digt 1783. digt bij Batavia een zwaare Oonlog was hie VEd. s bedanken, en aandienen aan het geru„ van den oorlog niet te twijfelen, dog dat me op de relaasen der chineesen, niet kon ver= trouwen, wijl er meerdere Natien als de Hollanders Franse en Engelse dat Rijk bevaa¬ ren en het niet waarschijnelijk was, dat deeze door onse verschillen in het drijven van haar handel wierden verhinderd. Iann: den 27. e Heeden een brief aan den Heer van Vijligendorp per de vertrekkende Jonken in duplo afgezonden, en den gouverneur verzogt om de duurte der nijst uit s' Keijzer Pakhuisen te worden gerieft, 't geen afgeslaa„ „gen word, schoon ik verzeekerd ben dat het niet eens door onse tolken is voorgedragen Fo6. s den 24. e van de onderhandeling weegens de verhoo= =ging der prijsen, niets naders sints de komst der Jonken vernoomen, den oppertolk Hosak berigt mij den Keijzerlijke rekenmeeste van zijn wedervaaren verslag gedaan, en in antwoord bekoomen te hebben, de reede mijner weigering volkoomen te begrijpen, dog dat het voorgeslaagen middel van het zwaarste gewigt was, waar toe hij om reedene, niet dagt dat den Keijzer zoute beweegen 10 Ganges. Noord- Vriefboek in 9 dA„o 1783 beweegen zijn; de voornaame reeden is dat den Keijzer weijnig verstand heeft, en zig door zijn oom den ordinair Rijksraad Tonomo na Cami die bij den Japander meede in geen goede reuk is, geheel laat lijden, schoon alle verstandige onder hen zig ten hoogse over haar ongelukkige toestand beklaagen en het mij bij opheffing van dat verbod zeer Ligt zou zijn, zo het te vooren door het ge heele rijk rugtbaar was twintig duizend mannen in een maand te werven, het scheind egter dat men op deeze zaak meer en meer begint te denken, verwagtende een 148 ider dat als den Teegenwoordige Kroonprn met de dogter van den Landsheer van Satum verloofd, aan de Regeering komt, er door de inducties van zijn schoonvader eeni verandering ten goede zal ontstaan. Maart den 1 e Den Gouverneur laat mij heden door den ondertolk suubi voorslaan vogelnesjes van Batavia aan te zenden om hier aan de Chineese Jonken in retour te diene liet ZEd. weeten, dat de vogelnesjes bij he vertrek der Jonken van Batavia tot een excessive prijs stijger, en de Chineesen in het Jaar 1781 dezelve tot Rd: s 1700: —: — p:r p: got hadden hadden vervoerd, waarom het noodig was te vooren daar op een vaste bepaaling te maken, dat dit product, van groote waarde zijnde, bij een naamwaardige aanbreng, den bepaalde tax van ƒ 300'000:—:— voor den handel te gering was, zo men tot het aangaan van het voor: =melde contract overging, en den gouver= neur zig buiten dien moest verbinden zulke strenge orders op het steelen te stellen dat men geen gevaar liep eenig nadeel te lijden, wijl dit anders die heele handel te niet deed: om voorts met hem in vertrouwe te werk te gaan, vertoonde hem het ren= =dement van den gedreeven handelin 1781; met verzoek den gouverneur onder het oog te brengen hoe zeer de Comp. e was benadecld, en vergunde hem teffens daar uit te Copieeren, het nadeel dat op de goederen. van ider Comptoir in 't bijzonder was ge= :valle, zorg draagende bij de Ambonse pro= =ducten twee bladeren te gelijk om te slaan, waar meede hij wel voldaan na de stad ging, onder de kragtigste verzeekeringen, der gouverneur van deeze zaak een behoorlijk onderrigting te geeven, wijl hij te vooren altoos aan de waarheid onser gezegdens twijffelde 10 Ganges. 2 Noord- riefboek in9 dA„o 1783

← previousnext →