Inventory 8261
Japan · 656 pages · 169 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
doubted, and had thought that complaining was inherent to all merchants. March the 2nd. To the governor's proposition to transport Chinese satins, silk piece goods, and bar gold in return for birds' nests, answered that the Company herself carrying on trade with China, these goods were brought to Batavia in sufficient quantity, and His Honour could easily understand that it was more advantageous to receive them first-hand than to have them pass through the money chamber beforehand; that one could also not rely on the fineness of the Chinese gold and would be obliged to maintain an assayer, which would burden the expenses of this factory too much, so that I could not consent to the aforementioned proposition before a fixed price was determined both for the birds' nests and the Chinese satins, piece goods, and gold, for which the approval of the Honourable Supreme Government of the Indies was also required beforehand. Furthermore, inquiring after his experiences of yesterday, he told me that the secretary had copied his notes and promised to show them to the governor, not doubting that His Honour would effect an improvement in trade. March the 8th. Today all rice merchants were summoned to the government house to investigate the reason for the high price. The interpreters assure me that on the entire short overland route not enough rice grows to feed the inhabitants, the greatest part comes from other provinces, that the inhabitants of the Lucheo Islands annually bring a large quantity into Satsuma, but owing to a meager harvest have this year transported rice away from there; that there is no lack of rice, but the dearness is caused by the fear of the lords of the land that, due to the absence of our ships, there is a heavy war in the Indies in which Japan might sometimes become involved, which caused them to keep the rice in their storehouses in order to be able to wage war. This reason, although seeming ridiculous to us, is nevertheless true; each lord of the land has his storehouses both for money and for rice, in order to be able to bear the burdens of war, never touching the money designated for that purpose, as is evident in the lord of Siussen, who owns a mighty land and is laden with debts, yet prefers to pay high interest rather than draw what is needed from his storehouses. The principal reason for the dearness in Nangazackij is this: arisen from nothing through the trade of foreigners, and yielding no products itself, it is visited only by barques that fetch the imported goods from all parts of the realm. These bring a cargo of rice and provisions, on which a skipper considers himself fortunate with a profit of r 200:—:—, which serves to pay the wages of his crew and the maintenance on the outward and return journey, his profit consisting in the freight he earns for the transport of merchandise. Since our ships now stayed away and few junks come to trade, few barques have arrived as well, and of those few, three fully laden sank in the storm on the 26th of September. This causes the price of rice to rise from day to day, whereby the misery among the inhabitants also increases more and more, the complaints about the deep poverty and the distress in the city being incredible, which obliged the governor on April the 15th to send thirty thousand taels to Simonoseki for the purchase of rice. April 26th. It is related to me for certain that the governor Nagatto, arriving in Jedo, out of fear for the displeasure conceived over his administration, appeared in the castle without requesting permission, and was only with great difficulty saved from belly-cutting by his patrons, which cost him two-thirds of his treasures, from which one may gather that they have obtained proper information there about the condition of Nangazackij. May the 12th. Three thousand bales of rice were distributed among the poor by the governor at his own expense over the course of ten days, he being loved here as a father from the greatest to the lowest, of which he sometimes has the pleasure of hearing the testimony when at night, accompanied only by a servant, he traverses the city to inquire into the complaints of the people. July the 3rd. One of the Emperor's chief audit masters arrived from Jedo to inspect the Money Chamber; he is also ordered to investigate the reason for the absence of the ships and junks, which he can hear from everyone throughout all of Nangazach, to which I hope to contribute my part when the opportunity arises. August the 20th. Having been summoned to the government house, I was asked on behalf of the governor the true reason why, in my opinion, no ships came both in the previous and in this year. The interpreter let slip during the translation that I had said in the previous year that the war alone was the reason for it, which I immediately denied in such a manner that the secretaries clearly noticed my displeasure. Gave as answer that the absence of the ships was indeed partly to be attributed to the war, but principally to the loss on trade, which was evident, as the Company, though repeatedly entangled in war, nevertheless sent ships hither yearly.
Dutch transcription
twijffelde, en gedagt had dat het klaagen alle Kooplieden eigen was. Maart den 2. e Op de propositie van den gouverneur, om in retour van vogelnesjes Chineese zatijnen, zijde pansjes en staafgoud te vervoeren geantwoord, dat de Comp. e zelf handel op China drijvende, deeze goederen in een ge= noegzaame quantiteijt op Batavia wierden aangebragt, en Eld=st ligt kon begrijpen dat het voordeeliger was die uit de eerste hand te ontfangen, dan dat zij vooraf de goldkamer passeerden dat men ook op het gehalte van het Chineese goud niet kon betrouwen, en verpligt zou zijn een essaijeur aan te houden, 't geen de Lasten van dit Comptoir te veel zou bezwaaren, dus ik in voormelde propositie, al eer een vaste prijs zo op de vogelnesjes als Chineese zatijnen, pansier en Goud was bepaald niet kon bewilligen, waar toe voor af de approbatie der Edele Hoog Indiase Regeering Ook vereischt wier voorts na zijn wedervaaren van gisteren vraagende zeijde hij mij dat de secretaris zijn aanteekeningen had gecopieerd, en belooft die den gouverneur te zullen vertoonen, niet twijffelende of ZEd. s zou een verbeeterin 150 M in den handel bewerken. Maart den 8. . Hoede zijn alle Rijst kooplieden in het gouvernement ontbooden om de reede van de hooge prijs na te spooren. De Tolken verzeekeren mij dat daar op de geheele korte Landweg geen rijst genoeg groeijd om de inwoonders te voeden, het grootste gedeelte uit andere provincien komt dat de Inwooners der Luquese Eijlanden Jaarlijks een groote quantiteijt in satsuma aanbrengen, dog door een schraale bolgst dit Jaar rijst van daar hebben vervoerd, Dat en geen gebrek aan rijst is maar de duurte veroorzaakt word door de vrees der Lands¬ =geeren, dat er om het wegblijven onser scheepen een zwaare Oorlog in de Indien is, waar in Japan zomtijds mogt deel krij= gen, 't geen hende rijst in haar Pakhui= sen deed houden om tot het voeren van den Oorlog in staat te zijn, deeze reeden schoon ons belaglijk voorkoomende is egter waar, ider Landsheer heeft zijn Pakhuisen zo voor geld als rijst, om in staat te zijn de Lasten van den oorlog te draagen, zullende nimmer raaken aan het geld dat daar toe geschikt is, als Noord- blijkt ge= den ƒ elde in 9 dA„o 1783 riefboek 10 Ganges. 2 152 blijkt aan den Landsheer van Siussen, die een magtig Land bezit en met schulden is belaaden, dog liever verkiest hooge intressen te betaalen, als het benoodigde uit zijne Pakhuisen te ligten. De voornaame reede van de Duurt in Rangazackij is deese: uit niets opgekomen door den Gandel der vreemdelingen, en zelff geen producten opleeverende, word het niet bezogt, dan door barken die uit alle oorder van het Rijk de aangebragte goederen halen deeze brengen een lading rijst en koosen aan, op welke een schipper zig gelukkig agt met een voordeel van r 200:—:— 't welk „diend om de huur van zijn volk, en het onderhoud op de heen en terug reijse te voldoen, Bestaande zijn winst in de vragt die hij voor de vervoer der koopmanschap„ :pen trekt. Daar nu onse scheepen wegble„ :ven, en weijnig Jonken ten handel komen zijn er ook weinige barken gearriveerd, en van die weijnige op den 26e Sept: drie vollaadene, in den storm gezonken dit doet de prijs der rijst van dag tot dag reijsen, waar door de elende onder de Inwoonders ook meer en meer toeneemt, zijnde 1 1 zijnde de klagten over de diepe armoede, en het gebrek in de stad ongelooflijk, 't geen den gouverneur verpligt heeft op den April den 15 e Dertig duizend thailen tot het in koopen van Rijst na simonoseki te zenden „ 26. word mij in het zeekere verhaald, dat den gouverneur Nagatto in Jedo komende, uit beschroomdheijd voor het misnoegen over zijn bestier opgevat, zonder verlofte verzoeken in het Casteel verscheenen is, en niet dan met groote moeijte door zijne patroonen van het buiksuijden bevrijd wierd, het geen hem twee derde deelen van zijne schatten kost, waar uit men kan afmoeten, dat men aldaar, van de toesland van Nangazackij, behoorlijke onderrigting heeft erlangd. Maij den 12:e Door den gouverneur ten zijnen kosten in de tijd van tien daagen drie duizend baalen rijst onder de arme uitgedeeld, wordende hier van de grootste tot de geringst als een vader bemind, waar van hij som= tijds het genoege heeft het getuigen is te hooren; als hij bij nagt, alleen door een dienaar vergezeld, de stad door kruist, om na de klagten van het volk te verneemen. riefboek in 9 d A„o 1783 Noord- Julij en ap 10 Ganges. 2 150 Julij den 3. e Een van 's Keijzers opper keekenmeesters uit zede g'ariveerd, om de Gotdkamer op te neemen, is teffens gelast na te spooren wat de reede van het wegblijven der schepen en jonken is, die hij door geheel Aangazach van een ider kan verstaan, waar toe bij geleegentheijd het mijne hoop te Contri= bueeren. August:s en 20:e In het gouvernement ontbooden zijnde wierd mij weegens den gouverneur afge= vraagd de waare reeden waarom na mijn meening, zo in het voorigen, als dit jaar, geene scheepen kwaamen, de tolk lietzig onder het vertaalen ontvallen dat ik in het voorige Jaar gezegd had, dat alleen den oorlog daar van de reede was, 't geen terstond ontkende, op zulk eene wijze, dat de secretarissen ten duidelijkste mijn misnoege gewaar wierden. - Gaften antwoord dat het wegblijven der schepen wet ten deele aan den Oorlog was toe te schrijven, maar voornaamentlijk aan het verlies op den handel, 't geen blijkbaar was, wijl de Comp. e meer maalen in oorsog gewikkeld, egter Jaarlijks scheepen her= Waarts
English
sent here, that written instructions had also been sent from Europe to reduce navigation to this Empire, because despite all representations no improvement could be effected, that the High Government was also displeased with the poor treatment inflicted upon its Opperhoofden, which gave a low opinion of the civilization of the Japanese, because its principal servants are treated with distinction in all parts of the world, wherefore I requested the governor to be pleased to make provision in these matters. He furthermore asked me whether I still expected ships; I replied that I still kept up hope until the 24th, because such had also occurred in the year 1720, when no ships had arrived in the previous year either. For the third time I was asked whether I did not have a shortage of provisions; I gave as answer that I helped myself as best as possible, that rice was the heaviest burden of expense for the Company, that I regretted not to have obtained a favorable answer to my request for relief from the Emperor's warehouses, whereupon, after everything had been presented to the governor on hands and knees, it was answered to keep up good courage, that upon the arrival of the new governor, His Honour would consider with him what could be done for our best, whereupon I took my leave, having thoroughly dressed down the interpreters before my departure from the government house for their sinister translation. Toward the evening, someone was sent to me who told me how the governor, from what had occurred that morning in the government house, doubted whether the interpreters had indeed translated my statements truthfully, that His Honour would have my opinion requested in writing, when I should also have the answer presented to the governor through him; I requested him to tell His Worship that not only in this case, but also in all others, we could rely on none of the interpreters, who only made known to the governor what they saw fit and thus deceived His Honour as well as us, promising him that I would hand over my answer for him to translate verbatim. Today it was determined by the Bookkeepers that in the event of the non-arrival of the ships, all those who drew the Emperor's wages would receive two-fifths of their ordinary income, which it is to be feared would have turned all Nangazackij upside down this winter. August 22. The governor having today demanded my opinion in writing concerning the non-arrival of the ships in this and the previous year, I handed over the following paper to the interpreters, and a copy, also signed by me, to the emissary, who translated it verbatim in my presence. To the Right Honourable Lord Froetsi Tango no Cami samma, governor of Nangazackij. Having been asked by both Reporters in the name of Your Worship to give in writing my opinion on the questions put to me on the 20th of this month in the government house, this serves as answer: That the reasons which I already presented to Your Worship in the previous year in that regard, August 24. Today he brought me the document translated by the interpreters, containing that I attributed the non-arrival of the ships to the fear of pirates, as I had said in the previous year, and that the Company must be in a heavy war, furthermore that I requested an improvement in trade and that the Opperhoofden would no longer be searched, further telling me that the governor was exceedingly angry at being misled in such a manner, but wished to keep this concealed for the present to see, now that the ship was before the bay, what they would tell him in the future. August 28. Receiving no answer to the aforementioned document, I inquired what the reason for this silence might be; they answered that the governor was deeply affected by the loss which the Company had suffered in the west of the Indies, and could well deduce from it that it had not been in a position to send a ship here in the previous year, that His Honour could make no improvement in trade, because this was a matter that depended on the Money Chamber, but arriving in Jedo would present our grievances. That afternoon my confidant came in the name of the governor to give notice that the interpreters, who had come on the 26th to gather the news in order to send it to the Court, stated: that the non-arrival of the ships was caused by a heavy war, that we no longer had any places in the west of India, that the Grand Mogul had taken Nagapatnam by surprise, and everything in Batavia was at war. Considering the prejudicial opinion that they might form through such a tale, since it was of greater consequence for us to have Hyder Ali as an enemy on the Coast than the English, I had him translate the treaty made by Governor van Vlissingen with Hyder Ali, of which I had received a copy, verbatim in my presence and offer it in this manner to the governor, furthermore giving him the invoice on a note at the governor's request, with the request to be pleased to consider that.
Dutch transcription
waarts zond, dat ook uit Europa was aangeschree„ ven de vaart op dit Rijk te verminderen, wijl men in weerwil van alle vertoogen geen verbeetering kon uitwerken, dat de Hoog Regeering ook misnoegd was over de slegte behandelingen die men haare opperhoofden aandoet, 't geen een gering denkbeeld van de beschaafdheijd der Japanders gaf, wijl haar Eerste bediendens, op alle plaatse der waereld met distinctie worden behan„ deld, waarom ik den gouverneur verzogt in het een en ander te willen voorzien. vrocg mij voorts of ik nog scheepen verwagte, antwoorden tot den 24. e nog moed te houden wijl zulks in het Jaar 1720, toen er het Jaar te vooren meede geen scheepen waare aan= gekoomen, ook was gexteerd. Ten derdemaal wierd mij gevraagd of ik geen gebrek aan provisien had) gaf ten antwoord mij zo veel moogelijk te beholpen, dat de rijst de zwaarste Lastpost voor de Comp was, dat het mij leed deed op mijn versoek om uit s' Keijzers pakhuisen gerieff te wonden geen gunstig antwoord te hebben erlangd, waar op na dat alles kruipende aan de gouverneur was voorgedraagen in 9 dct„o 1783 Noord- geantwoord 10 Ganges. 2 riefboek geantwoord wierd, goede moed te houden, dat bij de komst van den nieuwe gouverneur, ZEd. met hem zou overweegen wat ten onsen besten kon geschieden, waar meede mijn afscheid nam, na voor mijn vertrek uit„ het gouvernement, de tolken over haar roskamt. seegen den avond wierd mij imand toe gezonden, die mij zeijde, hoe de gouverneur uit het geen die ogtend in 't gouvernement was voorgevallen, twijffelde, of de tolken mijne gezegdens wel na waarheid hadde vertaald, dat ZEd. mij mijn gevoelen in 156 geschrift zou laaten afvraagen, wanneer ik door hem het antwoord meede den gouverneur moest laaten aanbieden, ver„ zogt hem zijn Ed: Agtb: te zeggen dat niet alleen in dit geval, maar ook in alle an„ :deren wij ons op geen der tolken konden verlaaten, die den gouverneur alleen bekent maakten het geen zij goedvonden en dus zo wel zwEd. als ons bedroogen, hen beloovende mijn antwoord te zullen overgeeven, om het woordelijk te ver= taalen sinistre vertaaling, deftig te hebben ge„ Heede A Heeden was door de Reekenmeesters bepaald, dat bij het weg blijven der schepen, alle die s' Keijzers gage trokken twee vijfde van haare gewoone inkomsten zullen genieten, 't geen te vreesen is dat deeze winter geheel Nangazackij ten onderste boven zou hebben gekeerd. Aug=s den 22. Den gouverneur heeden mijn gevoelen over het weg blijven der scheepen in dit en het voorige Jaar bij geschrift afge= „vorderd hebbende, gaf te tolken het volgende Papier over, en een afschrift, meede door mij onderteekend, aan den zendeling, die het in mijn bij zijn woordelijk vertaalde Aan den welEdele Agtb=r Heer Froetsi Tango no Cami samma gouverneur van Nangazackij Door de beijde Rapporteurs uit naam van UwelEd: Agtb:s afgevraagd zijnde, om mijn gevoelen op de vraagen mij op den 20 e deezer in het gouvernement voorge= houden, schriftelijk op te geeven, diend tot antwoord. Dat de reedenen die ik Uwel Ed. Agtb. e roedo in het voorige Jaar daar omtrent heb in 9 dA„o 1783 Noord- voorgesteld, en 10 Ganges. 2 riefboek August den 24. e Heede bragt hij mij het geschrift door de Tolken vertaald inhoudende, dat ik het weg blijven der scheepen toeschreef, aan de vreese voor de zeeroovers, gelijk ik in het voorige Jaar gezegd had, en dat de Compe. is een zwaare Oorlog moest zijn, voorts dat ik verzogt om verbeetering in den handel en dat de opperhoofden niet meer gevisiteerd wierden, mij verder zeggende dat den gouverneur ten hoogste vergramd was, op zulk een wijze misleijs te worden, dog dit als nog wilde bedekt houden om te zien, nu het schip voor de was was, wat zij hem in 't vervolg zouden verhraaten Aug=s den 28. e Op'tgemelde geschrift geen antwoord 160. bekoomende informeerde mij wat de reeden van dit stilzwijger, zijn mogt, zij antwoorden dat den gouverneur ten hoogste was aangedaan, over 't verlies he geen de Comp. e op de west van Indien had geleeden, en daar uit wel kon opmaken dat zij niet in staat geweest was in het voorige Jaar een schip herwaards te zen¬ =den, dat ZEd. in den handel geen verbee tering kon maaken, wijl dit een zaak was die die van de Geldkamer afhing dog in Jodo koomende, onse bezwaarnissen zoude voor: draagen Dien middag kwam mijn vertrouweling uit naam van den gouverneur kennis ge= ven dat de Tolken, die op den 26. e het nieuws waare koomen verneemen, om het na kat Hoff te zenden, opgaaven: dat het wegblijve der scheepen veroorzaakt wierd door een zwaare Oorlog, dat wij op de west van India geen plaatse meer hadden, dat de groote mogol nagapatnam bij verrassing had ingenoomen, en op Batavia alles in Oorlog was. Overweegende het nadeelig denkbeeld dat zij door zulk een verhaal mogten opvatten, wijl het van grooter nasleep voor ons was, op de Cust Hijder Ali, dan de Engelse ten vijand te hebben, liet ik hem het verdrag door de gouverneur van Vlissingen met Hijder Ali, waar van ik een afschrift had ontfangen, in mijn bijzijn woordelijk ver= taalen en het dusdaanig den gouverneur aanbieden, hem verder op verzoek des gouver =neurs de factuur op een Catabelletje op geevende, met verzoek te willen overwegen in 9 dA„o 1783 Noord- dat. 10 Ganges. Z riefboek he de d
English
that the Company, out of goodwill toward the Japanese, so as not to deprive them of many necessities, sent this ship hither, and thus relied on the fairness of His Honour that the goods sent would also be fully accepted, with the promise that if the Company sent ships in the following year, they would attempt to adhere as closely as possible to the demand, which had not been possible due to the disasters of the war. Furthermore, I had His Honour requested to have the interpreters ask me whether the Governor-General had sent us any special orders, intending then to make His Honour understand in truth the opinion of the Governor-General and Council of the Indies, recounting to him in private how little value the Company currently placed on the Japanese trade; reading to him for that purpose, under a pledge of secrecy, from the received general letter, the previously permitted threat to depart without conducting trade, in such a manner as I saw fit, being well assured that the Governor would not remain ignorant of it for even half an hour. August August the 29th. The Governor today had me asked through the spy and chief interpreters Hosak and Mathuisero the reason why no ship arrived in the previous year, and only one ship arrived in this year, and whether the General had communicated anything in particular to me in that regard. I gave them in answer that I would draw up a writing on the matter, and tomorrow, upon delivering the invoices, offer it to the reporting Burgomasters to be presented to the Governor. 30th. After the delivery of the invoices and the camphor demand, with the condition that the same had to be delivered in new tubs, I gave the Burgomasters, upon taking leave, with the necessary preliminary remarks, the following writing, with the request to present it to the Lord Governor after being translated by the interpreters, and to plead our interests favourably to His Honour: To the Right Honourable Lord Roetsi Tango no Cami Samma, Governor of Nangazackij. Having carefully read through the letters and papers of the Lord Governor-General and the Noble High Government of the Indies after the arrival of the ship, the undersigned chiefs over the trade of the Company hereby make known to Your Honour that the Lord General has written and ordered them, if Your Honour wished to learn from us the true reason why no ship was sent in the previous year, and only a single one this year, to answer with proper frankness: That the heavy losses which the Company currently suffers on its trade, due to the low prices for its goods, and the large remnants of copper that currently still remain in its warehouses, due to the supply of that mineral from Europe to the west of India, and the heavy war in which we are presently entangled, have forced it to employ its ships at other factories where it derives a proper profit on its imported merchandise; that the Lord Governor-General, however, in the hope that the Lord Governor of Nangazackij would pay proper heed to the representations which His High Honour expects have meanwhile been made by the remaining chief, and so as not to wholly deprive this Empire of many goods that are much sought after here, has resolved to send a ship this year, provided with the necessary merchandise, to show the Japanese that the Lord Governor-General remains inclined to continue the voyages to this Empire, if the Company may again enjoy the prices of former times for its goods, commanding us to request this of Your Honour with all emphasis; likewise that the High Authorities in Japan would be pleased in the future to relieve its chiefs of the disgrace inflicted upon them in the searching of their persons, and to consider that this insult reflects back upon the Noble High Government of the Indies itself. To obtain a favourable outcome on the two above-mentioned points, we request Your Honour to kindly grant us his assistance, which will always spur us on to true gratitude. Underneath stood: Japan Factory Nangazackij, the 30th of August 1783. Was signed: I. Titsingh. H. C. Romberg. That same evening, I had this writing translated in my presence by my confidant, with which I also ordered him to request the secretary at the government office to arrange with the Governor that the camphor be delivered in such tubs as had been sent as a sample in 1780, as the Government was highly displeased with the underweight that had again occurred on it in the most recent year, and would otherwise waive the demand for it. September the 1st. The conversation with the interpreters yesterday giving me little hope for a good outcome, I resolved to change tack and work upon the point of self-interest, as they are fully convinced that I am entirely aware of everything relating to the miserable condition of Nangazackij. 2nd. Today I summoned the College of Interpreters. After having set forth in many words my frequently made efforts toward improvement, I made known to them that the time to
Dutch transcription
162 dat de Comp:e ter believing van den Japander, om se niet van veele noodwendigheden te berooven, dit schip herwaards zond, en dus op de billijkheid van zEd. e vertrouwde, dat de aangezonde goederen ook ten volle zoude worden aangenoomen, met belofte dat in= dien de Comp. e in het volgende Jaar sche= pen zond, men tragten zou zig zo na moo= gelijk aan de Eijsche te houden, 't geen door de desasters van den oorlog niet moogelijk was, Voorts liet ik ZEd. verzoeken, mij door de tolken te doen afvraagen, of den generaal ons geen bijzondere orders had aangezonder, zullende als dan ZEd. de meening van den Generaal en Raaden van Indie na waarheid doen verstaan, hem in 't bijzonder verhaalen. de hoe de Comp. e in deeze tijden op den Japansen handel weinig prijs stelde daar toe onder belofte van geheimhouding, uit de ontfan: :gene gemeene brief, de voorafgaande ver: =gunde bedrijging, om zonder handel te drijven te vertrekken, zodaanig voorlee= sende, als mij goed dagt, wel verseekerd dat den gouverneur er geen half uur van zal onbewust zijn. Augusts vander August=s den 29. De Gouverneur Laat mij heeden door de dwarskijker en oppertolk Hosak en Mathuisero de reede afvraagen, waarom in het voorige= Jaar geen, en in dit Jaar maar een schip is aangekoomen, en of den generaal mij dier= weegens niets in 't bijzonder had bedeeld, gaf hen ten antwoord, daar over een geschrift te zullen opmaaken, en morgen bij het op geeven der factuuren de Rapporteur Burger„ meesters aanbieden, om den gouverneur te werden g'offreert. „ 30. . Na het opgeeven der factuuren en der Campher„ Eijsch, met beding dat dezelve in nieuwe Balies moest werden geleverd, gaf bij 't afscheid neemen der Burgermeesters, Onder een noodige voorafspraak, hen het volgende geschrift, met verzoek het, na door de tolken vertaald te zijn, den Heer Gouverneur te willen aanbieden en onse belangens ZWEdLe Gunstig voor te draagen Aan den WelEdele Agtb=r Heer Roetsi Tango no Cami Samma Gouverneur van Nangazackij na de komst van het schip de brieven en papieren van den Heer Gouverneur Generaal en te s 3 Noord 10 Ganges. 2 riefboek in9 dA„o 1783: en de Edele Hoog Indise Regeering naauw keurig door leesen hebbende, geevende onder geteekende opperhoofden over den handel de Comp e UWEd:e Agtb. e bij deeze te kennen, dat haar door den Heer Generaal word aan geschreeven en g'ordonneerd, om in dien UWEde. Agtb:e van ons wilde verneemende waare reede waarom in het voorige Jaar geen schip, en dit jaar maar een enkeld is aangezonden, met behoorlijke vrijma =digheijd te antwoorden. Dat de zwaare schaade die de Comp e. in deeze tijd op haare handelleijd, door de laage prijsen voor haare goederen, en de groote restanten kooper die thans nog in haare Pakhuisen Overblijven, door de aan voer van dat mineraal uit Europa om de west van Indie, en de zwaare Oorlog waar in wij teegenwoordig zijn gewikkeld, haar genoodzaakt heeft haar scheepen op andere comptoiren te gebruik waar zij op haar aangebragte Koopmanschap „pen behoorlijke winste trekt, dat den Heer gouverneur generaal egter in hoope, dat den Heer Gouverneur van Nangazackij een behoorlijke attentie zou slaan op de vertoogen 164 vertoogen, die zijn Hoog Edelheid verwagt dat door het overgebleevene opperhoofd in tusschen gedaan zijn en om dit Rijk niet ten eenemaal van veele Goederen, die hier zeer gezogt worden te berooven, heeft beslooten, dit Jaar een schip te zender met de noodige Koopmanschappen voorzien, om den Japander te toonen, dat den Heer gouverneur Generaal nog geneege blijft, den vaart op dit Rijk te Continueeren indien de Comp. e. op haare goederen de prijsen van voorige tijden weder mag ge= nieten, beveelende ons zulks UWEdEe: Agtb: met alle nadruk te verzoeken; zo meede dat de Hooge Overigheijd in Japars, haare opperhoofden in het vervolg gelieft te ont= slaan van de schande hen in het visi= teeren haarer persoonen aangedaan, en te overweegen dat deeze smaat op de Edele Hoog Indiase Regeering zelf te rug stuit. Ter erlanging van een gunstige uit= slag op de twee bovengemelde poincten, verzoeken wij UwelEd:e Agtb. e ons goed gunstig zijn hulp te verleenen, 't geen ons altoos tot waare Dankbaarheijd zal in9 dAA„o 1783 Noord aan 10 Ganges. 2 riefboek aanspooren /:Onderstond:/ Japanten Comptoire Nangazaekij den 30 augustus 1783. /:was geteekend:/ I: Titsingh. H: C: Romberg. Den zelve avond liet door mijn vertrouwde dit geschrift in mijn bij zijn vertaalen, waar meede hem na 't gouvernementsond:r ook gelaste hem den secretaris te versoeken, bij de gouverneur te bewerken, dat de Camphum in zulke Balies als men in 1780. ter preuve had verzonden, wierd geleeverd, wijl de Regee= „ring ten hoogste misnoegd was over het min: wigt dat daar op in het Jongste Jaar weder was gevallen, en andersints van dies Eijsch zou afzien. Septembr den 1e Wet gesprek met de Tolken op gisteren mij weijnig hoop op een goede uitslag geevende, besloot het over een andere boeg te wenden, en op het poinct van eijgen belang te werken, wijl zij volkoomen overtuigd zijn dat al het geen tot den elendige toestand van Nan= :gazackij betrekking heeft, mij ten vollen bewust is. „ 2.:e Liet heeden het Tolken College koomen, na in veele woorden ontvouwd te hebben, mijne dikwils gedaane pooginge ter verbeetering, gaf hen te kennen dat de tijd Om 166.
English
to force their proud pretexts upon me with a brazen face, had passed; that I was aware of their miserable condition, how each among them was burdened with debts, knew no means to save himself, and found no credit among the merchants; that besides this, not only their prosperity, but that of all inhabitants, from the governor down to the lowliest, depended on the arrival of the foreigners, because Nangazackij, presently so populous, would otherwise perish within the span of three years; that they likewise knew that I possessed knowledge of many particular matters through our confidential intercourse, both regarding Nangazackij and the entire Empire, and could therefore easily deduce from this of what importance our arrival was, and that if we were in earnest, they would indeed accommodate us. Furthermore, addressing myself to the chief interpreter Hosak, who is to make the court journey in the year 1785, I pointed out to him how the greatest advantage of the interpreters consisted in undertaking the court journey, through the profits they obtained from the remnants of the gift goods, and the sugar granted to them by the Chamber of Money; that if they now held dear their prosperity in general, and he his in particular, they must believe my words and put before the governor that, just as it was the duty of the governor to watch over the interest of the Emperor, so it was also my duty to promote the interest of the Company, which required that I provide the Noble High Indian Government with the necessary explanation of the importance of our trade for this Empire, while I solemnly assured them that if no increase in the price of goods were granted this year, upon arriving at Batavia I would not rest until the High Government had decided not to send any ships the following year, so they ought to foresee in good time the consequences that would result therefrom for the governor of Nangazackij and for themselves; their consternation and the conviction that I will keep my word made them promise to deliberate upon this among themselves, and to report my words to the governor. September the 3rd. Today received the visit of the honest interpreters Rosak, Mathuijsen, and the spy; after some feeble discourses in order to arrive at their sinister objective, they repeated the old refrain, that the change in trade depended on Jedo, and that the governor, arriving there, would use his mediation for improvement; tired of having to hear that insipid talk time and again, I assured them with a solemn oath that if no improvement came this year, I would ensure that not a single ship would be sent the following year, in order to give the Imperial accountants the necessary time to draw up their accounts; after having conferred among themselves for a long time, they requested to know the prices that I set on the woolens, silks, and thread fabrics, to see to what extent this could be granted; I promised to give them this, and immediately went to look up the extracts from the books since the establishment of the Chamber of Money in 1716. In the evening I handed over to them the prices that I determined for all the goods, of which I set down below the highest prices which the Company enjoyed in various years since the establishment of the Chamber of Money in 1716, and in the other column, what is presently demanded: Highest Prices Obtained from the Chamber of Money in Earlier Years / Demanded Prices for this Year Broadcloth, Black, per pikol: in the year 1722, per 9:7:5:— — — — per 11:—:— White, in 1720 and 21, 9:—:—:—, 9:2:—:— Green, in 1722, 9:5:1:—, 9:—:—:— Blue, in 1722, 9:1:2:—, 9:—:—:— Purple, in 1728 and 29, 5:5:2:—, 9:—:—:— Olive, in 1723, 24, and 25, 9:—:—:—, 9:—:—:— Yellow, in 1723, 24, 25, 9:—:—:—, 9:—:—:— Scarlet, in 1716 and 1727, 11:3:2:—, 12:—:—:— Broadcloth rash, Black, per piece: in 1725, 119:—:—:—, 100:—:—:— Blue, in 1718, 20, and 21, 114:5:—:—, 100:—:—:— Green, in 1722, 111:5:—:—, 100:—:—:— Scarlet, in 1716 and 1720, 119:5:—:—, 112:—:—:— Crown rash, Black, in 1727, 31:4:6:—, 35:—:—:— Blue, in 1727, 31:4:6:—, 35:—:—:— Scarlet, in 1716, 30:8:—:—, 35:—:—:— Green, in 1727, 30:2:8:—, 35:—:—:— Perpetuana, Black, in 1747, 28:6:—:—, 28:6:—:— Green, in 1747, 28:6:—:—, 18:6:—:—
Dutch transcription
om met een onbeschaamd aangezigt, mij haare trotse voorwendsels op te dringen, ver= streeken was, dat mij haar elendige toestand was bewust, hoe ider onder hen met schulden overlaaden, geen middelwist zig te redde, en bij de kooplieden geen Credit vond, dat buiten dien niet alleen haar welvaard, maar die van alle Inwoonders van den gouverneur af, tot de geringste toe van de komst der vreemdelingen afting, wijl Nangazackij thans zo volkrijk, andersints binne de tijd van drie Jaaren zoute niet gaan, dat zij teffens wisten hoe ik kennis had van veele bijzondere zaaken, door onse vertrouwelijke ommegang, zo omtrent Nangazackij als het geheele Rijk, en dus daar uit ligt kon opmaaken, van welk belang onse komst was, en dat men als het ons ernst wierd, ons wel zou te gemoed koomen. voorts mij aan de oppertolk Hosak die in het Jaar 1785. de hofneijs doet vervoegende, vertoonde hem hoe het grootste voordeel der tolken in het doen der Gofreijs bestond, door de winsten die zij op de restanten der schenkage goederen behaalde, en d 10 Ganges. 2 Noord riefboek n9 de„o 1783 168 de zuiker die hen door de Geldkamer werd vergund, dat indien zij nu haar welvaart in 't gemeen, en hij de zijne in 't Bijzonder lief had, zij aan mijne gezegdens moesten ge¬ loofslaan, en den gouverneur voor houden Dat eeve als het de pligt van den gouverneur was, voor het intrest van den Keijzer te waak het dus ook mijn pligt was het intrest van d Compt. te bevondenen, waar toe vereijscht, we dat ik de Edele Hoog Indise Regoering van het belang onser handel voor dit Rijk d- nood elucidatie gaf, terwijl ik hen plegtig verzoe kerde, dat indien er dit jaar geen ver„ hooging van prijs op de goederen wierd verleend, ik op Batavia koomende niet zou rusten, al eer de Hooge Regeering besloot had in het volgende Jaar geen scheepen aan te zenden, dus zij in tijds de gevolgen die daar uit voor den gouverneur van Nanga zackij, en voor haar zelve zoude voort vloeijen moesten voorzien, haar verslaa= gentheid en de overtuiging dat ik mijn woord zal houden, deed hen belooven, zig hier over onder malkander te zullen beraa den, en den gouverneur van mijne gezegden verslag te doen. Sept: Septemb den 3. Ontfing heeden het bezoek van de braave Tolken Rosak, Mathuijsers en den dwarskijker, na eenige flaauwe dispoursen, om tot haar sinister oogmerk te koomen, herhaalde zij den oude zang, dat de verandering in den handel van Jedo dependeerde, en den gou= verneur daar koomende tot verbeetering zijn bemiddeling zou aanwenden; moede die ongezoute praat telkens te moeten hooren, verzeekerde hen met een plogtige Eed, dat zo en dit Jaar geen verbeetering kwam, ik zou zorgen, dat er in het volgende Jaar geen enheld schip wierd aangezonden, om de Keijzerlijke Reekenmeesters de noodige tijd te geeven, haare Reekeningen te kunnen opmaaken, na onder elkander lange tijd te hebben gediponeert verzogte zij de prijsen te moogen weeten, die ik op de wolle, zijde, en gaarne stoffen stelde, om te zien in hoe verre daar in kon worden bewilligd, beloof„ „de hen dit te geeven, en ging terstond de Extracten uit de boeken zeedert de opregting van de geldkamer in 1716. naslaan In den avond gaf hen de prijsen over die ik op alle de goederen bepaalde, waar van hier onder ter neederstel, de hoogste prijsen, welke en der en 9 dAt„o 1783 riefboek Noord- 10 Ganges. 170. Hoogste Prijsen van de Gelokamer Gebtigneerd. Gevondende Prijsen In vroegere Iaaren voor dit Jaar Laakene Zwarte /ak: in A=o 1722. p 9:7: 5:— — — — p 11: —:— Witte „ „ „ „ 1720 en 21. 9: —: —:— „ Groene „ „ „ „ 1722. 9: —: —:— - Blaauwe „ „ „ 1722 Purpere „ „ „ „ 1728 en 29: „ 5: 5: 2:—: „ 9:—:—:- Olijf „ „ „ „ 1723: 24. en 25„ 9: —: -: -. - „ 9: —:—:—. Geele „ „ „ „ 1723„ 24„ 25„ 9: —: —: „ 9: —: —: Schairoode „ „ „ „ 1716 en 1727 „ 11:3: 2: —:—— „ 12: —: —:— Lakenrasse Zwarto „ P„s „ „ 1725 „ 119: —:—:— „ 100: —:—:— Blaauwe „ „ „ „ 1718, 20, en 21„ 14:5:: „ 100: —: —:— Groene „ „ „ „ 1722. - - - „ 111:5:-: - : - - - - „ 100: —:— Schairoode „ „ „ „ 1716 e„ 1720. „ 119:5:—:— „ 112:—:—:— Croonrasse Zwarto „ „ „ „ 1727. „ 31:4:6:—— „ 35: —:— Blaauw, „ „ „ 1727 „ 31:4: 6: —: „ 35: Schairood „ „ „ 1716 „ 30:8: —: - - - - „ 35:—: Groene „ „ „ „ 1727: „ 30: 2: 8: -: - - - „ 35: —: —:— Perpetuane Zwarto „ „ „ „ 1747: „ 28:6: —: - - - - „ 28: 6: —: — 9: 2: —: —„ ——: „ 9: 5: 1: —: — — — „ 9: —:—: — „ 9: 1: 2: —:— Groene „ „ „ „ 1747: „ 28: 6: —: —. welke de Comp e zeedert de opregting van de Geldkaamer in 1716 in verschillende Jaaren genoot, en in de andere Colom, het thans gevorderden „ „ „ „ ––––„ 18:6:—:— 1 t 71 M 4 12 9a 2 -„ - - - 51 1p VJ.
English
Cordovan blue, the same in the year 1747, pieces 28: 6: —: —: Scarlet red, the same, 1747, 28: 6: —: —: 28: 6: —: — Yellow, the same, 1747, 28: 6: —: —: 28: 6: —: — Purple, the same, 1764 until 1781, 21: —: —: —: 28: 6: —: — In cups, extra fine, the same from 1763 onward, 11: 2: —: —: 13: —: —: — Fine improved, the same in 1735, 9: —: —: —: 18: —: —: — Ordinary, the same from 1744 onward, 6: 8: —: —: 24: —: —: — Mutsche Cossimbazar, the same in 1720, 3: 1: —: —: 2: 8: —: — Patna, the same, 1721 and 23, 3: —: —: —: 10: —: —: — Cotton yarns, Pipli, the same 1723, 24: —: —: —: 30: —: —: — Powdered sugar, the same, 1716 and 24, 6: 5: —: —: 7: 5: —: — Sappansiam, the same, 1723 and 24, 13: —: —: —: 18: —: —: — Bima, the same, from 1764 to the present, 22: —: —: —: 24: —: —: — Pepper, 2: 44: —: —: 2: 8: —: — Tin, the same in 1719 and today, 8: —: —: —: 10: —: —: — Lead, 18: 6: —: —: 28: 6: —: — Cloves, catty, the same 1724, 1: 7: 5: 2: 2: —: —: — [illegible], picul, the same 1717, 42: —: —: —: 4: —: —: — Putty, catty, from 1764 onward, 1: —: —: —: 1: 5: —: — Catechu Surat, the same, 1746, —: 3: 6: —: —: 5: —: — Mumiyo, the same, 1751, 10: 5: —: —: 12: —: —: — Elephants' teeth, the same, 1758, 5: —: —: —: 6: —: —: — Ducatoons, pieces, 1768, 3: 4: —: —: 5: —: —: — Silk fabrics, all assortments to be increased, per piece up to 9: —: —: — Furthermore, all of these must be increased with half capital advance, 1: 2: —: —: 2: —: —: — 6: 5: —: —: 7: —: —: — 13: —: —: — 28: 6: —: — pieces 28: 6: —: — North After 6 and 9, the year 1783 Letterbook 10 Ganges. After having read through the same, they said that there were many articles among them about which the Japanese were indifferent, while it was impossible to obtain such prices on the other goods, but that they would nonetheless present the document to the Governor and consult with the Money Chamber about it; I affirmed to them the contrary, that it was very possible we would receive no ships in the following year, with which they departed. September the 5th, 1783. The Interpreters inform me that the Money Chamber made difficulties about accepting such a large number of cloves, since in the year 1781 they had sent us word that without a considerable price reduction they would accept no more than one thousand catties; I ordered them to place before these officials that the Company, being entangled in a heavy war and needing her ships both to withstand the enemy and to send her merchandise to such offices where she enjoyed profit on her goods, had decided—solely out of a particular inclination and consideration of the permission to navigate this realm above other nations for about two centuries—even though she gained no profit on her goods and still had a large quantity of copper in her warehouses, because it had not been transported due to the troubles in the west of the Indies, to send a ship hither this year, laden with such merchandise as she could gather together, in order not to deprive this country entirely of many desired articles, in the hope that through me, in the quiet season, the necessary representations for the improvement of trade would have been put into effect with some success; that this consideration also required from them, on their part, a fair acknowledgment, since if the government, for the aforementioned reasons, had not proceeded to do so, they would have run the risk of begging their bread from want. They seemed to lend an ear to my statements and promised to make every effort to bring this to a satisfactory conclusion. In the evening, after having had all the foregoing translated, I sent my confidant to the government to deliver it to the Governor, with the request that His Right Honorable Reverence might be pleased to assist me in this. September the 6th. My confidant brings me news that he delivered yesterday's document to the first secretary, and received in reply that I should be at ease, as the Governor was inclined this year to make a good arrangement regarding both the merchandise and the camphor. The 7th. The aforementioned Interpreters Rosak and Mathuisero came to visit me with great gravity; after many circumlocutions, having sung the old song again that the Governor could make no changes this year, but would effect improvement in trade upon his arrival in Edo, I requested them with great earnestness to leave my dwelling, and if they had nothing else to say, to spare me the trouble of their visits for the future; since I already had the promise of the Governor, I could form no conception of this trick, unless by persuading me they wanted to curry favor with the Governor. It seemed to me to be a final spasm of their shamelessness, and serves as a proof of their character, since outside of the Company they would perish from want. After having made many assurances to me of their inclination to help the Company, I dismissed them, whereupon they departed with the same gravity. The Governor lets me know in secret that it was not possible to agree to my demanded prices, that there were many articles that the Japanese required more out of habit than necessity, that the prices of woolen fabrics themselves had fallen considerably since early years, as I could learn privately from the merchants, intending to have various points presented to me by the interpreters, with the request to proceed as candidly in this matter as his lordship would show on his part; I had thanks returned for this favorable promise, with the commitment to do everything that was reasonable and fair. September the 8th. The Governor has his confidant explain to me that this increase of camphor and the year 1783 Letterbook 10 Ganges.
Dutch transcription
Cor peduane Blaauwe / d=o in Ao 1747 pp„s 28: 6: —: „ Schairoode „ „ „ „ 1747. „ Geele „ „ „ „ 1747 „ 28: 6: —: -: - - „ 28: 6: —:— „ Purperd „ „ „ „ 1764 tot 1781: „ 21:—: in: tass:s Extra ffijne „ „ van „ 1763 af „ 11: 2:—:—: „ „ fijn verbeterde „ „ in „ 1735. „ Ordinair „ „ van „ 1744. of „ 6: 8:—:—: — — — „ 9: —: —:— Mitse Casembezaars „ „ in „ 1720 - - - „ 3: 1:—: -: —- - „ 3: 5:—:—: Patnase „ „ „ „ 1721: en 23: „ 3: —: —:—: —: — - - „ 3: —: —:—: -. Catoene gaerens „ Pipl „ „ 1723 „ 24:—: —:-: - - - „ 30:—:—:— —:—: Zuiker Poeder „ „ „ „ 1716 en 24: „ 6:5:-: -: - - - - „ 7:5:—:— : Sappanhoutsiams „ „ „ „ 1723. „ Bimaas „ „ „ „ 1743. —:—:– Peeper :—:— Thin Lood Garioffel nagulen „ Catt: „ „ 1724. - - - „ 1:7:5:2: - - – – - „ 2:—:—:— :—:— noer „ „ picol „ „ 1717: - -„ 42:—:—: —: — - - - „ 4: —: —:— —:—:— Voetjoek „ Catt:a van „ 1764 af - „ 1:—:—: —: — — — — „ 1:5:—:— :—: Cathiouw sourato „ „ „ „ 1746: „ „ —:3: 6: —: — — - - „: 5: —:— - Munia „ „ „ „ 1751„ :—:— Sliephants Tanden „ „ „ „ 1758„ —:— Ducatons „ peers „ „ 1768„ :—:— zijde stoffen alle de sorteeringe te verhoogen, het pees tot „ 9: —: —:— :— Nog gevellen deese alle moeten met een half Capitaal advan verhoogd worden „ „ „ „ 1723 en 24. „ 13: —: —: -: - - - - „ 18: —: —:— „ „ van „ 1764 tot henden„ 22:—:—: -: - - - - - „ 24:—: —:— „ 2: 44:—:—: - - - - „ 2: 8: —:— „ „ in „ 1719 en hoeden„ 8:—:—:—: — — - — „ 10:—:—:— „ 18: 6: —: —: - - - - „ 28: 6:—:— „ 10: 5: —: —: — — — „ 12:—: —:— „ 5: —: —: —: - - - - „ 6:—:—:—: „ 3: 4: —: —: — - - — „ 5: —:—:— „ 1:2: —:—: — — — —„ 2: —:—:—: 6: 5:—: —: – - - - „ 7:—:—:— -„ 13: —:—:—: -. -. - „ 28: 6: —: prs 28: 6: —:— Noord- —:—:— Na — —:—„ — — : —: — —:—:— 6:—:— 6 en 9 d A„o 1783 riefboek - 10 Ganges. na dezelve doorleesen te hebben, zeide zij dat er veele articulen onder waaren die den Japan„ :der onverschillig zijn, terwijl het onmoogelijk was om opdandere goederen zulke prijsen te obtineeren, dog egter het geschrift den Gou„ :verneur zouden aanbieden, en daar over met de Geldkamer raadpleeger, betuigd hen be het teegendeel dat het zeer moogelijk was in het volgende Jaar geen scheepen te krijge waar meede zij vertrokken. Septb=r den 5:e De Tolken geeven mij kennis dat de Goldk 172: mer zwaarigheijd maakte, zulk een groot getal nagulen te aanvaarden, daar zi ons in 't Jaar 1781 had doen aanzeggen, zon aan merkelijke prijs vermindering niet meer dan duizend Calt:s te zullen accepteer gelaste hen deeze bediendens voor oogen te houden, dat de Comp. e in een zwaare oorlog gewikkeld zijnde, en haare scheepe noodig hebbende, zo om de vijand te wederstaa als om haare koopmanschappen na zulk Comptoiren te zenden, waar zij op haare goederen voordeel genoot, niet dan uit een bijzondere geneegentheijd en Conside natie van de vergunning om boven andere volkeren, sints circa twee eeuwen dit dit rijk te bevaaren, had beslooten, ofschoor zij op haare goederen geen voordeel trok, en nog een groote quantiteijt Koper in haar Pakhuisen had, wijl het door de troubles om de west van Indien niet getrokken was, dit jaar een schip her= waards te zenden, belaaden met zodaanige Koopmanschappen, als zij bij een kon za= melen, om dit Land van veele gewilde articulen niet ten eenemaal te berooven, in hoope dat door mij in de stille tijd de noodige vertoogen tot verbeetering van den handel met eenige vrugt zou zijn in het werk gesteld, dat deeze consideratie ook van haar zeide een billijke erken: nelijkheijd vorderde, wijl indien de Regeering om voormelde reedenen, daar toe niet was overgegaan, zij gevaar zou= de geloopen hebben van gebrek haar brood te beedelen, zij scheenen aan mijn gezegdens het oor te leenen en beloofde alle de vooren aan te wenden om dit na genoege te doen slaagen. In den avond zond mijn vertrouweling na het gouvernement, na hem alle het voorgaande te hebben doen vertaalen om te Noord- 10 Ganges. Z riefboek en 9 dct„r 1783 om het aan den gouverneur af te geeven met verzoek dat z WelEd:e Agtb. r mij hier in be= hulpsaam wilde zijn sept=r den 6. e mijn vertrouweling brengt mij tijding het geschrift van gistere aan den eersten secretaris afgegeven, en in antwoord te hebben bekoomen, gerust te zijn, wijl de gouverneur geneege was dit Jaar zo omtrent de Koopmanschappen als Camphur een goede schikking te maaken. 7:o voormelde Tolken Rosak en Mathuisero, kwaamen mij met veel doftigheid bezoeken; na groote omweegen, het oud Liedje dat den gouverneur dit Jaar geen verandering kon maaken, dog verbeetering in den handel bij zijn komst in Jedo zou bewerken weder opgezongen hebbende, verzogt hen met veel ernst, mijn wooning te verlaaten, en indien zij niets anders te zeggen hadden, voor het vervolg mij de moeijten van haar bezoek te spaaren, daar ik reeds de toezegging van de gou: verneur had, kom ik mij van deeze streek geen Concept vormen, tenzij zij door mij te overreeden haar hoff bij den Gouverneur wilde 174 5 wilde maaken, het scheen mij toe een laatst stuip haarer onbeschaamdheijd te zijn, en strekt tot een blijk van haar Caracter, daar zij buiten de Comp. e van gebrek zouden vergaan. na mij veele betuigingen van haare geneegentheid om de Comp. e te helpen gedaan te hebben, gaf ik hen haar afscheid, waar op zij met dezelve deftigheid vertrok ker. Den Gouverneur laat mij in stilte weten dat het niet moogelijk was, in mijne ge= vorderde prijsen te bewilligen, dat er veele articulen waaren die den Japander eer uit een gewoonte als benoodigdheid vorderde, dat de prijsen der wolle stoffen zelve zederd vroege Jaaren merkelijk waare gedaalt, gelijk ik onder de hand van de Kooplieden kon verneemen, zullende mij het een en ander door de tolken laaten voorhouden, met verzoek daaromtrent zo Condaat te werk te gaan, als zld van zijn kant zou toonen, liet voor deeze geneege toezegging bedanken, met belofte alles te zullen doen wat reedelijk en billijk was: sept=r den 8. e Den gouverneur laat mij door zijn ver= „trouwde voorhouden, dat deeze verhooging Noord- van phur en te u n 9 dA„o 1783: riefboek 10 Ganges. 2
English
of prices for the goods seemed hopeless to him, since not only the Emperor, Imperial Councillors, and other grandees, but especially the Emperor's Steward and other Nagasaki Regents were involved in this, who, by this increase in the price of sugar, would be curtailed in their revenues and would therefore oppose this with all their might; that it was better to leave the goods at these present prices, and to grant some agio on the trade. Finding this consideration very reasonable, but on the other hand also judging that if I could obtain the increase in prices for the goods, this would be more advantageous for the Company with the dispatch of two ships than the agio, I had my thanks expressed to His Honour for his information, and at the same time had it conveyed that His Honour's apprehension was extremely reasonable, but that the Company was too magnanimous to diminish what it once granted as a present, and therefore all the goods that served for the Emperor, Crown Prince, Imperial Councillors, and other grandees, as well as Nagasaki recognitie, would be calculated at the present prices; but that on everything delivered to the merchants, and on those that remained over in Edo after the presentation of gifts, the prices needed to be increased if one wished to enjoy a sustainable trade in the future, since this agio could be considered as much as an alms, which the Company required neither from the Governor nor from the Emperor, desiring only a fair price for its goods, with the request that His Honour would be pleased to provide for this properly. September the 9th. The aforementioned Interpreters came with a cheerful countenance to congratulate me on the agreeable news they had to impart, consisting of the generosity of the Governor to give six thousand thails above the usual agio. I gave thanks for that communication, with the request to inform the Governor that the Company had no need of an alms from the Japanese, but desired a fair price for the goods, since the previous R 6000 was to be regarded as being in settlement of the various debit charges to which we were bound here on the island. Unable to succeed in their objective, they returned dissatisfied. September the 10th. A new visit from the Interpreters, but the page was entirely turned. They notified me that the Governor could not consent to the demanded prices, as much on account of the decline of woolen fabrics in this Empire and the lack of need for others, as on account of the detriment caused thereby to the Nagasaki Regents in the reduction brought about in the gifts to the Emperor and Imperial Grandees. To which served in answer that which has already been stated under the 3rd. They found this reasonable, and told me that if I would not consent to any increase of agio, I should act as resolutely in reducing the prices as the Governor would show he would do on his side, excluding from all increase Tin, Lead, Ducatoons, Cloves, Mother Cloves, Radix Putchuk, Cachou, Mummy, and Elephants' Teeth; since the first article is delivered at the same prices to the Chinese, the next two are supplied without profit to the Emperor's mint houses, and the rest, aside from the silk fabrics that serve only as gifts, were demanded not so much out of necessity as to satisfy the requests of some grandees. I then began to resume my demand anew, and after much cavilling came to an agreement with them on the following increases, on condition that the Company would import the demanded goods as closely as possible, if occasion permitted; whereupon we parted from one another with great expressions of friendship, under the assurance that they would submit that matter yet today. Present Prices | Fixed Prices | Increase Broadcloth black, 3 pieces: 7:6:-:- per piece | 10:-:-:- | 2:4:-:- White: 6:-:-:- | 8:-:-:- | 2:-:-:- Green: 7:-:-:- | 8:-:-:- | 1:-:-:- Blue: 6:4:-:- | 8:-:-:- | 1:6:-:- Purple: 6:-:-:- | 8:-:-:- | 2:-:-:- Olive: 6:-:-:- | 8:-:-:- | 2:-:-:- Scarlet: 10:-:-:- | 11:-:-:- | 1:-:-:- [illegible]: 60:-:-:- | 90:-:-:- | 30:-:-:- Blue: 82:-:-:- | 90:-:-:- | 8:-:-:- Green: 60:-:-:- | 85:-:-:- | 25:-:-:- Scarlet: 72:-:-:- | 95:-:-:- | 23:-:-:- Cloth rashes Black: 28:6:-:- | 30:-:-:- | 1:4:-:- Blue: 28:6:-:- | 30:-:-:- | 1:4:-:- Green: 28:6:-:- | 30:-:-:- | 1:4:-:- Scarlet: 28:6:-:- | 30:-:-:- | 1:4:-:- Crown rashes Black: 19:8:-:- | 25:-:-:- | 5:2:-:- Blue: 19:8:-:- | 25:-:-:- | 5:2:-:- Green: 19:8:-:- | 25:-:-:- | 5:2:-:- Scarlet: 21:-:-:- | 25:-:-:- | 4:-:-:- Yellow: 18:-:-:- | 25:-:-:- | 7:-:-:- Perpetuan Black: 28:6:-:- | 30:-:-:- | 1:4:-:- Purple: 21:-:-:- | 25:-:-:- | 4:-:-:- Cotton yarns, 6 colli: 19:-:-:- | 25:-:-:- | 6:-:-:- Ginghams Jafnapatnam Extra fine, pair: 11:2:-:- | 12:-:-:- | -:8:-:- Fine improved: 9:-:-:- | 10:-:-:- | 1:-:-:- Ordinary: 6:8:-:- | 8:-:-:- | 1:2:-:- Powder Sugar, 100 catties: 6:2:-:- | 7:-:-:- | -:8:-:- Sappanwood Siamese: 5:1:6:- | 6:5:-:- | 1:3:4:- Timor: 4:6:-:- | 5:5:-:- | -:9:-:- Pepper: 10:-:-:- | 15:-:-:- | 5:-:-:- Chintz Cossimbazar: 1:7:-:- | 3:-:-:- | 1:3:-:- Patna: 2:-:6:- | 2:5:-:- | -:4:4:-
Dutch transcription
176 van prijs voor de goederen hem hoopeloos scheen, wijl hierin niet alleen den Keijzer, Rijksraaden, en andere grooten, maar voor„ naamentlijk s' Keijzers Rentmeester en verdere Nangazackijse Regenten waaren betrokken, die door deeze verhooging van de prijs der zuiker, in haar inkomsten wierden verkorten dit daarom met alle magt zouden te keer gaan, dat het beeter was de goederen op deeze teegenwoordige prijsen te laaten, en eenig opgeld op den handel te geeven, deeze consideratie zeer billijk vindende, dog aan de andere kant ook oordeelende, dat indien ik de verhooging der prijsen voor de goederen kon obtineeren, dit bij aanzending van twee scheepen, voor de Compe. voordeeliger was, dan het opgeld, liet zEd. voor zijn onderrigting mijn dank betuigen, en ter zelver tijd aandienen, dat de bedug= :ting van ZEd. ten hoogste billijk, dog de Compagnie te Edelmoedig was; om het geen zij eenmaal in geschenk vergunde te verminderen, en daarom alle de goe= deren die zo voor den Heijzer, Kroonprink Rijksraaden en andere groote, als vangezaek Recognitie recognitie, na de Tegenwoordige prijsen zoude worden bereekend, dog dat op al het geene aan de Cooplieden word afgeleverd, en op de geenen die na het beschenken in Jedo restant bleeven, de prijsen dienden verhoogd te worden wilde men voor het ver= volg een duurzaame handel genioten, wijl dit opgeld zo veel als een aalmoes kon ge„ reekend worden, die de Compe nog van den gouverneur, nog van den Keijzer behoefde, maar alleen een billijke prijs op haare goederen begeerde, met verzoek dat ZwEdle. daar in na behooren wilde voorzien. sept=r den 9. e voornoemde Tolken koomen met een blijgelaat mij geluk wenschen weegens de aangenaame tijding die zij hadde te bedeelen, bestaande in de genereud:teijt van den gouverneur, om ses duizend thailen booven het gewoone opgeld te geven„ bedankte voor die communicatie, met versoek den gouverneur aan te dienen, dat de Comp. e geen aalmoet van den Ja= pander noodig had, maar een billijke prijs voor de goederen begeerde, wijl de voorige R 6000 diende beschouwd te worden 10 Ganges. 2 Noord- riefboek n 9 dA„o 1783 1 178 worden in voldoening van de verschillende Lastposten waar toe wij hier ten Eijlande waaren verbonden in haar oogmerk niet kunnende slaagen koerden zij onvergenoegt Sept=r den 10. ' Een nieuw bezoek van de Tolken, dog het blad was geheel omgekeerd zij gaaven mij kennis, dat de gouverneur in de gevor= derde prijsen niet kon bewilligen, zo om het daale der wolle stoffen in dit Rijk, en de onbenoodigdheijd van anderen, als om het nadeel dat daar door aan de Nangeraetije regenten in de vermindering die in de Schenkage van de Keijzer, en Rijksgrooten wierd veroorzaakt, waar op hen in antwoord diende het geen reeds onder den 3. e staat bedeeld, zij vonden dit billijk, en zeiden mij dat indien ik in geen verhooging van van opgeld bewilligde, ik in 't verminderen der prijsen zo cordaat wilde te werk gaan„ als den gouverneur toonen zou aan zijne zijde te zullen doen, van alle verhooging uitsluitende, Thin, Lood, Ducatons, Ga= rioffel nagelen, moernagelen, Poetjoek, Cathiou, Mumia, en Eliephants Tanden, wijl het eerste auticul teegen dezelve prij= sen te rug. sen aan de Chineese afgeleeverd, de twee volgende zonder voordeel aan s' Keijzers munthuisen verstrekt, en de overige buiten de zeijde stoffen die alleen in ge= schenk dienen niet zo zeer uit benoo= digdheid als om aan de verzoeken van eenige groote te voldoen gevorderd wier: den, begon dan mijn Eijsch op nieuw te resumeeren, en kwam na veele Cavil= latien met hen in de volgende verhoo= gingen over een, op voorwaarde dat de Comp e de g'eijschte goederen zo na moo„ gelijk zou aanbrengen, indien zulks de geleegentheid toe liet, waar op wij met groote betuiging van vriendschap onder verseekering dat zij nog hoeden die zaak wilde voordraagen van elkander scheiden. Teegenwoordige Prijsen Bepaalde zijven Meerder Laakene zwarte 3: p„s 7: 6:—: p 10:—: : p 2:4:—:— Witte „ „ „ 6::—:-„ 8: —: —: —: „ 2: —: —:— 8: —:—:—„ 1:—:—:— Groene „ „ „ 7:—:„ Blaauwe „ „ 6:4:—: 8: —: —: „ 1: 6:—:— Purpere „ „ „ 6: -: —: —„ 8: -: : „ 2:—:—: Noord- 10 Ganges. Z riefboek in 9 d A„o 1783 „ „ „ 4: g 1. 34: 3 6: —: Etele „ „ „ 6: —: —: „ Schairoode „ „ „ 10:— „ Peer„ 60:—: Blaauwe „ „ „ 82:—: —:—„ Groene „ „ „ 60: —: —:—: schairoode „ „ „ 72:—:—:—„ Blaauwe „ „ „ 28:6:—:— „ 30:—:—: —„ 1:4:—:- Groene „ „ „ 28:6:—:—„ 30:—:—:—„ 1:4:—:- schairoode „ „ „ 28: 6:—:—„ „ „ „ 19: 8: —„ —„ Blaauwe „ „ „ 19: 8: —: —„ Groene „ „ „ 19:8:—:—„ 25:—:—:—„ 5:2:—:— Schairoodel „ „ „ 21:—: —:—„ 25:—:—:—„ 4:—:—:— Geele „ „ „ 18:—:—: -„ 25:—:—:—„ 7:—:—:— Catoene gaerens. „ 6: Col„ 19:—:-: -„ 25:—:—:—„ 6:—:—:—: Gin:s Iaff: Extra fijne „ par „ 11:2:—:—„ 12:—: —:—„ —:8:—:— „ fijne verbeterd „ „ „ 9:—:—: —„ 10:—:—:—:„ 1:—:—:—: „ „ Ordinaire „ „ „ 6:8:—: —„ 8: —:—:—„ 1:2:—:— Poeder Zuiker „ 11: c:„ 6:2:—:„ Sappanhout Siams „ „ „ 5:1:6:—„ 6:5:—:—„ 1:3:4:— „ Timaas „ „ „ 4:6:—:-„ 5:5:—:—„ —:9:—:—: Peeper Purpre „ „ „ 21:-:—: -„ 25:—: —: —„ 4:—:—:— Chitsen Casembezaars „ „ „ 1:7:—: -„ 3: —: —: - „ 1:3:—:— „ Patnase „ „ „ 2:—: 6:—„ 2:5:—:— „ —:4:4:—: Laakenrasse Zwarte Croonrasse Zwarte Perpetraan Zwarte Laakene Olijf „ „ „ 28: 6: —: —„ 30: —: —: —„ 1: 4: —:— 8: —: —: p:s 2: —:—: — 8: —: —:—„ 2: —: —:— 11: —: —: —„ 1:—:—:— 90: —: —: —„ 30: :— 90:—:—:—„ 8:—:—:—„ 85: —:—: —„ 25:—:—: 95: —:—: —„ 23:—:—:— 30: —:—:—„ 1: 4:—:— 25. - . - . „ 5„ 2: —: 25: —: —:—„ 5: 2: —:— 7: —:—:—„ —:8:—:— „ „ „ „ „ „ 10: —: —: —„ 15: —: —: _„ 5: —:—:— „ „ „
English
180 Z —:9:—:— Armozeen Plain 4 p: d„s 7: 1: - p 8:—:— 8: : —: —„ 1:—:—:— Striped „ „ „ 7: —: —: „ 8:—:— Checkered „ „ „ 6:8:: „ 8::: „ 1:2:—:— D'Hernies „ „ „ 8: —: „ 1:—:—:— Cherchanies „ „ „ 8: : —: —„ 1:—:—:— Tjoefoetassen „ „. „ 8: —: —: „ 1:—:—:— Allegiassen „ „ „ 7: —: —: —„ 8:—: —: —„ 1:—:—:— Furthermore the Ray skins must be increased 50 Per Cent in Price. September the 11th: Received news that the chief interpreter Kosak was busy until late into the night at the house of the Burgomaster Fannemon, who has presently been entrusted with attending to the affairs of the foreigners by the governor, though without the rank of Commissioner, regarding the raising of the prices, and had twice been on the verge of coming to blows with him, having told him; when my lord comes from the government house, he undresses, and if he is tired he goes to sleep, the Dutch on the contrary are exposed at sea to the enemy, to storms and hurricanes, and when they come here, their goods are extorted from them for such a price that they must return with a loss, the consequences of which are tasted from the governor down to the humblest inhabitant; after fierce exchanges of words they had finally calmed down, and said Burgomaster had undertaken to settle that matter for the best, although absolutely no increase on the goods could be granted this year. September the 12th: In the afternoon the governor informs me through my confidant that he has sent the interpreters to give me notice that His Honour granted the Company this year ten thousand thails above the usual agio, with the request not to regard this as an alms, but as a token of his inclination to continue the trade satisfactorily, with a firm promise of effecting the demanded prices upon his appearance in Yedo, as well as exempting the opperhoofden from the scandalous search; I had my heartfelt thanks conveyed to His Honour for his kindness, and intimated that in accepting these ten thousand thails I agreed to the aforementioned condition. Shortly thereafter the entire College of interpreters appears, informing me with much ceremony of the aforesaid, with a request for a written document as proof that they had faithfully translated this; after having represented to them once again that the Company would for no reason whatsoever desist from the demanded increase on the goods, and that I agreed to the acceptance of these ten thousand thails for this year relying on the frequently repeated assurances of the governor that he could not allow any price increase without prior knowledge and consent of the Emperor's accountants in Yedo, but upon arriving there would effect the obtaining of the demanded prices; I requested to express my gratitude to the governor for his shown magnanimity, and handed over to them the following document, satisfied to have concluded this matter satisfactorily. To the Right Honourable Sir Roetsi Tango no Cami samma, Governor of Nagasaki. The undersigned opperhoofd over the trade of the Company was this afternoon notified on behalf of Your Right Honourable by the College of interpreters: That it has kindly pleased Your Right Honourable to grant the Company this year, in compensation for the losses it suffers on its trade, and since it does not depend on Your Right Honourable to give such an increase of prices for its goods as demanded by him, the opperhoofd, above the usual R 6000, five thousand Japanese heavy or ten thousand light thails. That Your Right Honourable at the same time assured him, the opperhoofd, that he would effect the demanded prices for the Company upon his appearance in Yedo, as well as that the opperhoofden shall in future be freed from the indignity done to them in the searching of their persons, for which it was not possible to obtain the Emperor's approval this year due to the shortness of time. For which special tokens of goodwill the undersigned Opperhoofd expresses his heartfelt thanks to Your Right Honourable, wishing that the Company under Your magnanimous administration may yet for many years enjoy the pleasant fruits of a peaceful and flourishing trade, to which end he recommends its interests to the kind protection of Your Right Honourable. Was underwritten: Japan at the Factory Nagasaki the 12th of September 1783. Was signed: I. Titsingh. September the 13th: Because of the disputes of the Camphor supplier, and in compensation for the short weights proposed by the governor, to desist from the demanded new tubs and to accept the Camphor in the future in the usual tubs at the price required in the year 1780, being one thail per picol less, to which I agreed with gratitude; the news of the granted improvement causes all the inhabitants of Nagasaki to revive as it were, trusting to see two ships arrive again annually. The 14th: Had the governor asked through the Interpreters, if the Treasury was glutted with its copper on account of the few trading Junks, to specify to me before my departure how much His Honour would grant to the Company annually above the usual assessment, on the
Dutch transcription
180 Z —:9:—:— Armozijne Evene 4 p: d„s 7: 1: - p 8:— 8: : —: —„ 1: Gestreepte „ „ „ 7: —: —: „ „ Geruite „ „ „ 6:8:: „ 8::: „ 1:2:—:— D' Hernies „ „ „ 8: —: „ 1 Cherchanies „ „ „ 8: : —: —„ Tjoefoetassen „ „. „ 8: —: —: „ —:—:— Allegiassen „ „ „ 7: —: —: —„ 8:—: —: —„ 1:—:—: Voorts moeten de Roggevell en 50 P=r C=t in Prijs verhoogd worden Septb=r den 11:' Krijg tijding dat den oppertolk Kosak tot laat in de nagt bij den Burgermeester Fanne= =mon, die het waarneemen van de zaaken der vreemdelingen thans door den gou= verneur, dog zonder den rang van Com: missaris is opgedraagen, over het ver= hoogen der prijsen beezig en tot twee maalen op het punt geweest was met hem in gevegt te koomen, hebbende. hem gezegd; als mijn heer uit het gou= vernement komt, kleed hij zig uit, en gaat zoo Hij vermoeijd is slaapen, de Hol= landers in teegendeel zijn op zee aan de vijand, aan stormen en orjaanen blood gesteld een zij hier koomen, daar men hen haare goederen voor zulk een prijs afperst, dat zij met schaade moeten te rug keeren, waar van, van de gouverneur Noord- : :—:— —:— :— ƒ —:—: —:— n9 dA„o 1783 riefboek : 10 Ganges. 2 182 af, tot de geringste ingezeeten, de gevolgen smaakt, na heevige woorde wisselingen waaren zij eijndelijk g'assoepieert, en gemelde Burgermeester had aangenoome die zaak ten goede te schikken, schooner dit Jaar volstrekt geen verhooging op de goederen kon worden vergund. Septb: den 12:' Den gouverneur laat mij na de middag door mijn vertrouwde weeten, de tolken te hebben gezonden, om mij kenniste geeven dat UEd. e de Comp. dit jaar tien duizend thailen booven het gewoone op geld vergunde, met versoek dit niet als een aakmoes te beschouwen, maar als een blijk zijner geneegentheid om den handel nagenoege voort te zetten, met vaste toe zegging van bij zijn verschijning in Jode de gevorderde prijsen, en het ontslaan der opperhoofden van het schandelijk visiteeren te bewerken, liet ZEd. voor zijn goedheid mijn hartgrondige dankbetuigen, en aandienen dat ik in het accepteeren van deeze tien duizend thailen opgemelde voorwaarde bewilligde Hort daar op komt het geheele tolken Colloge te voorschijn, mij met veel op het van het het voorzegde kennis geevende, met versoek om een geschrift, ten blijke dat zij zulks getrouwelijk hadde vertaald, na hen nogmaals te hebben voorgehouden, dat de Comp.e om geen reedene hoe genaamt van de gevorderde verhooging op de goederen zou afzien, en ik in de acceptatie van deeze tien duizend thailen voor dit Jaar bewilligde, in ver= trouwen op de dikwils herhaalde be= tuigingen van den gouverneur, van zonder voor weeten en consent van s' Keijzer ree= kenmeesters in Jedo, geen prijs verhoo= :ging te kunnen toestaan, dog daar koomende het erlangen der g'eijschte prijsen te zullen bewerken, verzogt den gouverneur voor zijn betoonde Edelmae„ digheid mijn dankbaarheid te betuigen, en leverde hen het volgende geschrift over, voldaan deeze zaak na genoegen te hebben voldongen. Aan den WelEdele Agtbaare Heer Roetsi Tango no Cami samma Gouverneur van Nangazackij Het ondergeteekend opperhoofd over den handel der Compte is deeze middag uit naam 10 Ganges. Noord- riefboek n9 dA„o 1783 naam van UwEde agtb.:r door het College de tolken bedeeld. Dat het UWEd: Agtb: gunstig behaagd heeft de Comp. e ter gemoed kooming van de nadoel die zij op haar handelleid, en vermits het van Uwel Ed. agtb.:e niet afhangt zodaa nige vermeerdering van prijsen voor haare goederen te geeven, als door hem opperhoofd zijn gevorderd, dit jaar boven de gewoone R 6000, de Compe te vergunnen vijf duizend Japanse zwaare of tienduizen ligte thailen. Dat UWE D. Agtb: teffens hem opperhoofd verseekerde, de gevorderde prijsen, bij des zelfs verschijning in Jedo voor de Compe. te bewerken, zo meede dat de opperhoofden in het vervolg van de schande hen in het visiteeren haarer persoonen aange= daan zullen bevrijd worden, waar toe het niet moogelijk was om de kortheid des tijds dit jaar de bewilliging van den Keijzer te erlangen. 184 voor welke bijzondere blijken van toe: genoegentheid het ondergeteekend Opperhoofd UWe EEd: Agtb. zijn hartelijke dank betuigd, onder toe wensching dat de 1 de Comp. e onder UWedelmoedig bestier nog lange jaaren, de aangenaame vrugten van een vreedige en bloeijende handel mag genieten, waar toe hij haare belangens in de geneegene bescherming van UWelEde Agtb. is aanbeveelende /:onderstond:/ Japan ten Comptoire Nangazackij den 12 7b:r 1783. /was geteekend.:/ I. Titsingh Sept=r den 13. e Om de strubbelingen van den Camphur leverangier, en ter gemoedkooming der min wigten door den gouverneur voorgesteld, van de gevorderde nieuwe balies afte zien en de Campher in 't vervolg in de gewoone balies, teegen de gerequireerde prijs in het Jaar 1780. zijnde een thans per picol minder t' accepteer„ en, waar in met dankbaarheid bewilligde, de tijding van de vergunde verbeetering doet alle de inwooners van Nangazackij als henleeven, vertrouwende Jaarlijks weeder twee scheepen te zien opdaagen „ 14 e Liet den gouverneur door de Tolken afvraa„ gen, indien de Geldkaamer om de weinige handel drijvende Jonken met haar kooper was overkropt, mij voor mijn vertrek op te geeven, hoe veel EEd. booven de gewoonen tax Jaarlijks aan de Comp e wilde vergunnen, op 10 Ganges. Z Noord- riefboek n9 dA„o 1783 de
English
186 so that the High Government of the Indies, through an increased selling price of its goods, now being able to proceed to a reduction of the buying price, would have the timely opportunity to send such orders to its Offices as would serve to promote the sale thereof and thereby inflict the necessary damage upon our competitors; having to persist in this matter with my previous statements, but received in answer from them that since only two ships were permitted to come for trade, the full export of what remained from 1781 and this year, and that which far exceeded the transport of two ships, and this additional permission—in which they found little probability owing to the increasing scarcity—had to be negotiated in advance at the Court, they did not dare to propose this; pointed out to them that the Governor, through the sub-interpreter Ziubij, had made the first proposals to that effect in the previous year, if the Company brought all the goods demanded by the money chamber; and decided, upon their reply that the Governor himself had no power to do so, but would have had to work this out at Jedo upon acceptance of his proposal, as he would otherwise violate the orders orders of the Emperor, to turn to another tack and to have the following project offered to the Governor, so as to be able to guide myself thereafter in drafting the Demand. Arrangement for the transport of the permitted quota of Copper: transported in the year 1781 Picols 6500; for the year 1781 permitted Picols 9700 transport in 1783 Picols 7000; for the year 1782 permitted Picols 9700 to be transported in the year 1784 with 1 ship 5000; for the year 1783 permitted Picols 9700 to be transported in the year 1785 with 2 ships 15000; for the year 1784 permitted Picols 9700 to be transported in the year 1786 with 2 ships 14700; for the year 1785 permitted Picols 9700 for the year 1786 permitted Picols 9700 Total Picols 58200. Total Picols 58200. Sent this calculation that same evening secretly to the Chief Secretary Sugura Rosemon, with the request that he be pleased to propose it to the Governor and inform me of his opinion thereon. September the 18th. Received report through my messenger that this matter was of too great importance and one over which the Governor had no authority of disposal, because it appeared to him from the papers in the government that upon the non-arrival of the ships in 1719, regarding the permitted sale of half the annual fixed quota, the transport of half the copper quota was also permitted in the following year, and that His Honour was of the opinion that I would exert fruitless efforts toward this, but advised me, if I wished to attempt this, to await the arrival of the new Governor. September the 24th. Sent my confidant to request the Governor to assist me in what was proposed concerning the Island and Sampan Carpenters, of which I sent him the copies, and at the same time to inquire whether His Honour had truly made a request for the silk textiles, or whether it was some intrigue of the interpreters. 25th. The Governor informed me that I should urge the Burgomasters as soon as possible concerning the delivery of the writings regarding the carpenters, as these had not yet been presented to His Honour, and also that His Honour had requested the silk textiles, because neither with the ship nor with the junks were any rarities to be found among private individuals and no Taffachelasses had been brought; that he, being obliged upon his arrival in Jedo to distribute presents to all the grandees of the realm, was in the greatest embarrassment embarrassment as to how to satisfy this, and therefore requested him to accommodate him in this, without this serving as a precedent in subsequent years; informed His Honour that although the sale of silk textiles had been forbidden by the Noble High Government of the Indies, I nevertheless, in consideration of the good services already rendered to the Company and promised both to it and to its Chief Chiefs for the future, made no objection to consenting to his request, in the trust that Their High Excellencies, owing to the circumstances in which His Honour found himself, would be pleased to approve this sale favourably, provided that no occasion for new requests be drawn from it in the future. As I employed only few silk textiles in the previous gift-giving, on which footing it is to be kept in the following periods, and the remainders at the closing of the books of 1782, after deduction of the 11 stolen ones paid for by the interpreters, consisted of 354 pieces, this will be amply sufficient for the following gift-givings, in which time it is to be hoped that the Company's affairs in the west will, through Heaven's blessing, 190 be restored again. September the 27th. Being enabled, through the arrival of the new Governor Tsoetja Soeroega no Cami Sama, to continue my attempts regarding the transport of Copper, I handed over to the Interpreters the following writing with orders to translate it this very day, in order to be presented to the Governors with all speed: To the Right Honourable Gentlemen Hoetsi Tango no Cami Samma Tsoetja Soeroega no Cami samma Governors of Nangazaekij. The Undersigned Chiefs over the trade of the Company inform Your Right Honourable Sirs that since necessity demands that the necessary arrangements be devised for the transport of the large remainder of copper remaining here, so that the Company may be in a position in the three following years to send hither sufficient capital in sought-after merchandise, they [illegible] in this regard the following distribution
Dutch transcription
186 op dat de Hoog Indiso regeering, door een ver= hoogde verkoops prijs haarer goederen, thans tot een vermindering van de uitkoops prijs kunnende overgaan, in tijds geleegendheid had, zodaanig orders na haare Comptoiren te zenden als dienende waaren om dies sloet te bevorderen en daar door onse Competeurs de noodig afbreuk te doen, moetende hier omtrent bij mijne voorige gezegdens blijven volharden, dog kreeg van hen ten antwoord, dat daar er alleen twee scheepen ten handel moogen koomen, van 1781. en Chit jaar overbloef, den vollen (vervoer en het geen er van den vervoer van twee scheepen verre overtrof, en deeze meerdere vergunning waar in zij om de toeneemende schaarsheid weinig waarschijnelijkheid vonden, voor af aan het Hof moest worden bewerkt, zij dit niet dorsten voordraagen, vertoonde hen dat den gouverneur door den ondertolk ziubij in het voorige jaar daar toe de eerste proposieties had gedaan, zo de Comp. e alle de goederen aanbragt die de geldkaamer vorderde, en besloot, op haar replig dat de gouverneur daar toe zelf geen magt had, maar dit bij acceptatie van zijn voorstel te Jedo had moeten uitwerken, wijl hij andersints de ordres ordres van den Keijzer overtrad, het op een andere boeg te wenden, en den gouverneur het volgende project te laaten aanbieden om mij daar na in het formeeren van den Eijsch te kunnen rigten. Schikking op den vervoer van den vergundetax van Kooper vervoerd in A=o 1781. Pecols 6500 voor het jaar 1781 vergund piplo 9700 vervoer „ „ 1783 „ 7000 „ „ „ 1782 „ „ 9700 te vervoeren „ n 178 Ametegassan 5000. „ „ „ 1783 „ „ 9700 „ „ „ „ 1785„2„ „ 15000. „ „ „ 1784 „ „ 9700 „ „ „ „ 1786„ 2„ „ 14700: „ „ „ 1785 „ „ 9700 „ „ „ 1786 „ „ 9700 Somma Picols 58200. Somma Picols 58200. zend dezelve avond deeze bereekening in stilte aan den opper secretaris Sugura Rosemon met verzoek het den gouverneur te willen voordraagen en mij zijn gevoele daar over te bedeelen Sept=r den 18. e Krijg door mijn zendeling berigt, dat deez zaak van te groot belang was, en waar over den gouverneur geen dispositie had, wijl bij de papieren in het gouvernement hem was voorgekoomen, dat bij het wegblijven der scheepen in 1719, om de vergunde ver= koop van de helft der jaarlijks bepaalde tax ook in het volgende Jaar de vervoer van had g dere riefboek n9 dA„o 1783: Noord 10 Ganges. Z van de halve tax kooper was vergund, en dat zEd: van gevoelen was dat ik daar toe vrugte loose pooginge zoude aan wenden, maar mij raade indien ik dit wilde onder staan de komst van den nieuwe gouverneur af te wagten Sept:r den 24 Zend mijn vertrouwde om de gouverneur te verzoeken, mij in het voorgedraagene weegens de Eijlands en Champangs Timmer„ lieden behulpzaam te zijn, waar van hem de Copijen toezond, en teffens afvraagen, of ZWEdLt wesentlijk om de zijde stoffen aanzoek deed dan wel of het een konkelwerk der tolken was. „ 25. Den gouverneur laat mij weeten op het overleeveren der geschriften noopens de timmerlieden bij de Burgermeesters ten spoedigste aan te dringen, wijl die z Ed tot nog toe niet waaren vertoond, zo meede 188. dat Zwed. e om de zijde stoffen had verzogt, wijl er nog met het schip nog met de Jonken eenige nariteijten onder particuliere te vinden, en geene Taffachelassen waaren aangebragt, dat hij verpligt zijnde bij zijn komst in Jedo aan alle rijks groot en presenten uit te deelen, in de grootste verleegentheid verleegentheid was op welke wijze daar aan te voldoen, en daarom verzogt hem hier in te gemoet te koomen, zonder dat zulks in volgende Jaaren tot een exempel zou strekken, liet zwEdl:e weeten dat schoon het verkoopen van zijde stoffen door de Edele Hoog Indise Regeering was verboode, ik egter uit consideratie van de goede dienste reeds aan de Comp. e beweesen en zo haar als haar opperhoofden voor het vervolg toe gezegd, geen zwaarigheid maakte in zijn verzoek te bewilligen, in vertrouwen dat haar Hoog Edelheedens om de omstandigheeden waar in Z Ed. e zig bevond, deeze verkoop gun„ „stig zoude gelieven te passeeren, mits men daar uit in 't vervolg geen aanleiding tot nieuwe verzoeken trok: Daar ik in de voorige schenkage maar weinig zijde stoffen em: ploijeerden op welke voet het bij de volgende Circa is te houden, en de restanten bij het sluiten der boeken van 178½ na aftrok van de 11 gestoolene door de Tolken voldaan in 354 stuks bestonden, zal dit voor de volgende schenkagien ruim toereijker, in welke tijd het te verhoopen is dat s' Compagnies zaaken om de west, door s' Heemels Zoege weeder der eur mer theid n9 d A„o 1783 riefboek Noord- 10 Ganges. Z 190 weeder zullen herstald zijn. Sept:r den 27:e Door de komst van de nieuwe gouverneur Toetja Soenoega na Cami Sama, in staat gesteld zijnde, omtrent den vervoer van Kooper mijne tentament voort te zetten, gaf de Talken het ondervolgende geschrif over met last het nog heeden te vertaalen om het met alle spoed de gouverneurs te worden aangebooden. Aan de WelEdele Agtb: Heeren Hoetsi Tango no Cami Samma Tsoetja Poeroega no Cami samma Gouverneurs van Nangazaekij De Ondergeteekende Opperhoofden over den handel der Comp. s geeven UWEd: Agtb: te kennen, dat daar de noodzaakelijk= heid vorderd om het groot restant kooper hier verblijvende, op dies vervoer de noodige schikkingen te beraamen, op dat de Comp e mag in stand zijn in de drie volgende Jaaren een toereikend Capitaal in ge= wilde koopmanschappen herwaerts te zenden, zij hier omtrent de ondervolgensde verdeeling en
English
had made a division. Granted export Anno 1781 Picols 9700. Export in Anno 1781, Picols 6500. 1782 9700. 1783 7000. 1783 9700. 1784 15000. 1784 9700. 1785 15000. 1785 9700. 1786 14700. 1786 9700. Together Picols 58200. Together Picols 58200. requesting Your Right Honourable to consent thereto, and to grant a writing in this regard, as proof that the Government, in demanding all such merchandise from both the Netherlands and India that are most in demand in this Empire, may proceed with confidence; in which expectation remaining, was written below: Decima, the 27th of September 1783. Was signed: I. Titsingh, H. C. Romberg. His Honour quietly lets me know that the papers concerning the carpenters had not yet been delivered, and advises to demand back that of the sampan carpenter, as he made difficulty in accepting it, in order not to give his spies cause to accuse him in Jedo of having allowed himself to be persuaded to such novelties by all my gifts; and if the Burgomasters delivered it, he would be bound to return it, but that in the following year upon his return he would comply with my request; wherefore an order was given for the reclaiming of the same. At the same time His Honour requested the ship's boat with a mate and some sailors, whereto he would send Japanese sailors, in order to instruct them daily in our handling and the steering of the sails; let His Honour know that as soon as the work on board permitted this, I would gladly comply with his request. Instructed my confidant once more to confer with the secretary about the presented project concerning the transport of copper up to the year 1786, and to propose to His Honour that, as it had appeared to me from the papers that in the year 1719, on account of the half sale of the annual fixed quota, half of the Nagasaki duty was also remitted, to suggest to the Governor that, although unqualified thereto, I wished to pay the entire Nagasaki duty for the past year, solely to test whether, through the ample supply of bar copper to the west of India, there might not be a means to check the large sale of European copper. September the 28th. The Upper Reporter Mathuisero brings me today the writing concerning the sampan carpenter and the copper back, saying that the Reporting Burgomasters had first summoned the ordinary carpenter and subsequently all the ship's carpenters, and proposed this contract to them, but that no one was found who consented thereto; furthermore, that as in the previous year no trade had been carried on, nor any court journey made, the Company could claim no copper, which would never be granted. Concerning the first, I answered him that if his face were not covered with copper, he could not be shameless enough to dare present me with such notorious lies, as I had the necessary information regarding that matter; and concerning the other, to announce to the Burgomasters in my name that when a Chief, on behalf of the Company, sends them papers to submit to the Governor, it is their duty to comply therewith, and to await from His Honour whether or not to consent to what is proposed; that no Burgomaster had the right to act herein according to his own fancy, and that the Company, upon paying the demanded gift, would pay heed to the zeal with which they look after its interests; furthermore, that since they, on their own accord and unqualified, sent this paper back, I would be obliged, upon the arrival of the Governors on the island, to offer it to His Honour myself. Sent my confidant this evening to the government to inform the Governor of the shamelessness of the interpreters, to complain about the treatment of the Burgomasters, and to notify His Honour of my answer and intention to deliver this writing in person upon the inspection of the island, the outcome of which I await, while he assured me that he had left this project in the hands of the first secretary. September the 29th. The Governor sends word to me that he had heard the report of yesterday; that I should make no attempts to obtain copper for the past year, as this was not to be obtained; that he had ordered all the books to be consulted, and discovered that in the year 1719 the most urgent representations had been made by the Governor to Jedo to obtain the sale of the remaining merchandise, which was then finally granted by the Councillors of State, with permission for the transport of the half quota of copper; that I could easily understand that, as the Nagasaki regents were not well-off, they would do everything that could serve to procure that copper for me in order to obtain the promised duty, if only there were any probability thereof; that His Honour also requested me not to hand over any papers upon his arrival on the island, wherein he would find no difficulty if he were remaining here, but that, as he was departing, however much he was inclined to give me satisfaction, this could only cause difficulties, as one could not foresee how this would be received by the new Governor, and the Burgomasters, to whom, after all, in the first place, the proposing of our
Dutch transcription
verdeeling hadden gemaakt. vrgunde venvoer A=o 1781 Picole 9700. vervoerin A=o 1781, Picols 6500. „ 1782 „ 9700. „ „ „ 1783. „ 7000. „ 1783 „ 9700 „ „ „ 1784 „ 15000. „ „ 1784 „ 9700. „ „ „ 1785 „ 15000. „ „ 1785 „ 9700. „ „ „ 1786 „ 14700. „ „ 1786 „ 9700. te Saemen Picols 58200. Te saemen Picols 58200. verzoekende UWEd. Agtb:e daar in te bewilligen, en dies weegens een geschrift te verleenen, ten blijke, dat de Regeering in het vorderen van alzulke koopmanschappen zo uit nederland als India, die in dit Rijk het meeste gewild zijn met gerustheid kan te werk gaan, in welke verwagting verblijven /:onderstond:/ Pecima den 27.e September 1783. /:was get:t:/ I: Titsingh H: C: Romberg. ZEd laat mij in stilte weeten dat de papieren omtrent de Timmerlieden nog niet waren overgeleeverd, en te raaden dat van den Champangs timmerman te rug te eijschen, wijl hij zwaarigheid maakte het aan te neemen, om zijn bespieders geen voet te geeven hem in Jedo te beschuldigen, zig door alle mijne geschenken tot zulke nieu: wigheeden te hebben laaten overreeden Noord- en end taat van n, rit len „ „ 2 riefboek n9 dA„o 1783: 1.4 10 Ganges. 192 en zo de Burgermeesters het overleeverde, zou gehouden zijn het te rug te geeven, maar in het volgende Jaar bij zijn te rug komst aan mijn verzoek te zullen voldoen, waarom tot het te rug vorderen van het zelve order Teffens liet zld verzoeken om de scheepsbood met een stuurman en eenige matroosen, waar bij hij Japanse matroosen zou zender, om die in onse behandeling en het bestieren der zeijlen daagelijks te onderrigten, liet zEds: weeten zo ras het werk aan boord dit toeliet, gaarne aan zijn verzoek te zullen voldaen. Gelaste mijn vertrouwde nogmaals den secretaris over het vertoonde project weegens den vervoer van Kooper tot het Jaar 1786. te onderhouden, en ZEd. voor te slaan, dat daar mij uit de papieren was gebleeken, hoe in het Jaar 1719 om wille van de halve verkoop der jaarlijkse bepaalde tax ook de helft der Kangazackijs- recognitie was ver schonken, den gouverneur voor te stellen, dat ik schoon daar toe ongequalificeerd, de geheele Nangazackijse recognitie voor het verloope Jaar wilde voldoen, alleen om te Onderstaan gaf. onderstaan of er door den ruimen aanbreng van staafkooper om de west van Indien„ geen middel zou zijn, het groot debiet van het Europees kooper te stremmen. Sept=r den 28:e Den Opperrapporteur mathuisero brengt mij heede het geschrift weegens de champangs timmerman en het kooper te rug zeggende, dat de Rapporteur Burgermeesters, eerst de gewoone timmerman en vervolgends alle scheeps timmerlieden hadden ontbooden, en hen dit Contract voorgeslaagen, dog dat niemand gevonden wierd, die daar in be= willigde, voorts dat wijl in het voorige Jaar geen handel was gedreeven, nog hofreise gedaan, de Comp. e geen kooper kon preten= =deeren, 't geen nimmer zou worden bewil= :ligd. omtrent het eerst gaf hem in antwoord dat indien zijn gezigt met geen kooper was bedekt, hij niet onbeschaamd genoeg kon zijn, mij zulke notoore leugens te durven voorhouden, wijl ik omtrent die zaak de noodige onderrigting had, en betreffende het andere, uit mijn naam de Burgermeesters aan te zeggen, dat als een Opperhoofd, hen van weegen de Comp:e, papieren toezend om aan den gouverneur in te dienen, het haar pligt is zou st om der bood ver en aan n9 dA„o 1783 riefboek Noord- 10 Ganges. Z 194 is, daar aan te voldoen, en van Zw dL: afte: =wagten om in het voorgeslaagene al of niet te bewilligen, dat geen Burgermeester regt had hier in na zijn zinnelijkheid te handelen, en de Comp. e bij het voldoen der gevorderde schenkagie op den ijver waar meede zij haar belangens behartigen, zou agt slaan, voorts dat daar zij uit eijgen motief ongequalificeerd dit papier te rug zonden, ik bij verschijning van de gouver= neurs ten Eijlande, verpligt was, het ZEde zelf te moeten aanbieden: zond deezen avond mijn vertrouwde na het gouvernement om den gouverneur van de onbeschaamdheid der tolken, kennis te geeven, over de behandeling der Burger: meesters te klaagen en zEd. s van mijn antw:; en voorneemen om dit geschrift bij het bezigtigen van het eijland in persoon afte geeven, te verwittigen, waar van den uitslag afwagt terwijl hij mij verzeekerde dit project, in handen van den eersten secre= „taris te hebben gelaaten. Sept:r den 29. e den gouverneur laat mij aanzeggen het verslag van gisteren te hebbe gehoord, dat dat ik geen pooginge zou doen tot het verkrijgen van kooper voor het voorleedene Jaar, wijl dit niet 't obtineeren was, dat hij alle de boeken had laaten naslaan; en ontwaard, hoe in het Jaar 1719 door den gouverneur na Jeco de presanste vertoogen waaren gedaan tot het verwerven van den verkoop, der restant zijnde koopmanschappen, 't geen dan ook do rijksraaden eindelijk was vergund, met verlof tot den vervoeren van den halve tax van Kooper, dat ik ligt kon begrijpen, daar de Nangazaekijse regenten het niet breed hadden, zij alles zouden doen wat strekke kon om mij dat kooper te verzorgen ter erlanging van de toegezegde recognitie, indien daar toe maar eenige waarschijnelijk heijd was, dat ZEd. mij ook liet verzoeken geen papieren bij zijn komst op het eijland over te geeven, waar in hij geen zwaarigheijds zouwinden indien hij hier bleef, maar dat hij vertrekkende, hoe zeer hij geneege was mij genoege te geeven, dit niet dan moeije: lijkheeden kon veroorzaaken, wijl men niet kon voorzien, hoedaanig dit door den nieuwe Gouverneur zou worden op: genoomen, en de Burgermeesters, aan welke dog in de eerste plaats, het voordragen onser niet te eur w: n9 dAA„o 1783 riefboek Noord G 10 Ganges. 2
English
196 our petitions, offended by this decision, could sometimes cause the Company's affairs to be viewed in an unfavorable light, which would produce nothing but estrangement, as they would oppose us in everything. Thanked His Nobleness for his well-meaning advice, but at the same time had it proposed whether it was not feasible to grant me the 700 picols that belonged solely to His Nobleness, and over which neither the Money Chamber nor the Accountants had any power of disposal; that the few junks that came to trade this year also transported little copper from here, and as I was informed, there being an ample supply in the Emperor's warehouses, this could pose no hindrance under the pretext of scarcity; and besides, it depended on His Nobleness to act with his goods according to his pleasure, which would provide the Company with a proof of his goodwill, the outcome of which would be eagerly awaited. Having spoken about this evening with my most trusted interpreters, they promised me to consider the matter among themselves, and as they found no difficulty in this, found themselves willing to assist me to the best of their ability. Today, upon further insistence from the Governor, the required silk fabrics were delivered, in the hope that Your Right Honorable High Worships will kindly overlook this action of mine, although unauthorized, on account of the aforementioned alliance. October the 1st. The Secretary lets me know to draw up a paper concerning the 700 picols of bar copper, and, translated by the interpreters, to send it to the Burgomasters with the request to present it to the Governors as soon as possible, promising to do his utmost to satisfy me, wherefore I immediately prepared the following document and sent it off to the Burgomasters through the interpreters: To the Right Noble Worshipful Gentlemen Koetsi Tango no jami Samma and Boetja Soeroega na Cami samma, Governors of Nangazackij. The undersigned Chief Factor over the trade of the Company takes the liberty to request Your Worships that he may be granted, for the past year 1782, the transport of such 700 200. that they fully understood the great loss suffered by the non-arrival of the ships, but were confident that since I had succeeded in improving the trade and being relieved of the inspection, I would easily resign myself to it without making any further representations regarding a matter to which they could not consent, and the refusal of which would cause me nothing but displeasure. All prospect of the previous year's copper thus being in vain, and being convinced of the truth of the Governors' statements, I had His Nobleness thanked for their courteous refusal, and at the same time insisted upon the effect of the request concerning the carpenters. October the 12th. The outgoing Governor sends me the model of a boat made by a Japanese after that of Trompenburg, with the request to have the sails and whatever else was lacking in the rigging manufactured, at the same time insisting on a mold for a strong decked vessel for the coming year, together with a skilled carpenter if he could be spared, both of which requests I promised to submit to the Noble High Indian Government. The reason is that the Japanese build their vessels of light wood and use little ironwork for them, as a result of which many are lost in a stiff wind, but especially the copper barques of Osacca, which carry a heavy cargo, are, due to their lightness, not resistant to the violence of the sea and break apart at the slightest storm, by which in the previous year six barques, each laden with 700 picols of copper, were wrecked; to prevent which they insist upon such a model, for which the mold of a lighter will presumably suffice. October the 13th. Received word in secret that five carpenters have been granted permission to undertake the contracting of the Company's repairs, and also that these carpenters had been summoned by the current Sub-Reporter Monsjero and ordered to make an arrangement among themselves, such that the repairs would fall to each for one year by turn, and they had to hand over ten per cent of the settled amount to the Board, a new fund for this dishonorable rabble, but in which they will fail, as one 202 of those carpenters has privately assured me that he will undertake the repairs annually at the most reasonable price and with a small profit, without allowing himself to be swayed by such orders or threats of interpreters, since he now knew to whom to address himself. At the same time, the Secretary, to whom I had ordered the above to be communicated, let me know that he would return the document concerning the sampans, and that I had to be satisfied with the Governor's promise for the coming year. Before going to the Government to take leave, the interpreters come to report that four carpenters had been granted permission for the contracting of the annual repairs. Holding it emphatically before them whether there were only four, this seemed to dismay them, and they answered that there were five, but among whom the carpenter Enosin, who had been so insolent this year, would henceforth be excluded from it by them. I advised them to be cautious and not to meddle in that matter, but to leave everything relating to this to the pleasure of the Chief Factor.
Dutch transcription
196 onser verzoek schriften toekwam, door dit besla beleedigd, s' Comp:s zaaken, hem zomtijds in een ongunstig ligt kon doen beschouwen, 't geen niet dan verwijdering zou baaren wijl zij ons in alles zouden teegen gaan. Bedankt ZWEd. voor zijne welmeenen raad, dog liet teffens voorslaan, of het niet doenelijk was mij de 700 picols die alleen ZEdL: behoorden, en waar over nog Geld ka mer nog Reekenmeesters te disponneeren hadden te vergunnen, dat de weinige Jon :ken die dit jaar ten handel kwaamen ook weinig kooper van hier vervoerende, en e na mij berigt was, een genoegzaame voorza in s' Keijzers pakhuisen zijnde, daar in op voorwendsel van schaarsheid geen be¬ letsel konden baaren, en het buiten die van Z wedle afhing met zijne goederen na zijn goedvinden te handelen, 't geen de Compe. een blijk zijner geneegentheid zoud verstrekken, waar van met verlangen der uitslag zou te gemoed zien, Hier over deeze avond met mijne vertrouwste onder de tolken gesprooken hebbende beloofd zij mij die zaak met elkander te overweegen en wijl zij hier in geen zwaarigheid vonden vonden mij na vermoogen behulpzaam te zijn Heede op de nadere instanties van den goud verneur de gevorderde zijde stoffen afge= geeven in Hoope dat Uw Hoog Edele Groot Agtb: e deeze mijne behandeling, schoon onbe„ =boegd, om het voormelde g'alligeerde gunstig zullen gelieven te passeeren October den 1. e den secretaris laat mij weeten, over de 700 picols staafkooper een papier op te maken en door de tolken vertaald aan de Burger= meesters te zenden met verzoek het de gouverneurs ten spoedigste te willen aanbieden, onder belofte zijn uitterste best te zullen doen om mij genoege te geeven, waarom terstond het ondervolgend geschrift vervaardigde en door de Tolken aan de Burgermeesters afzond. Aan de welEdele Agtbaare Hoeren Koetsi Tango no jami Samma en Boetja Soeroega na Cami samma gouverneurs van Nangazackij Het ondergeteekend Opperhoofd over den handel der Comp. e neemt de vrijheijd UwE agtb: te verzoeken dat hem voor het verloopen jaar 1782. , mag ver¬ gund worden den vervoer van zodaanige 700 dit besta tij in n en 2a be= dien ond der ouend beloofde belo n9 dA„o 1783 riefboek Noord- 10 Ganges. Z 200. dat zij wel begreepen het groot nadeel door het wegblijven der scheepen geleeden maar zig verzeekerd hielden, dat daar ik in het ver= beeteren van den handel en 't ontslaan van het visiteeren was geslaagd, ik mij het zelve ligtelijk zou getroosten, zonder eenige nader vertoogen te doen omtrent een zaak waar in zij niet konden bewilligen, en welker weijgering mij niet dan Onaangenaam zou zijn, alle doorzigt op het voorjaarig kooper dus vrugteloos en van de waarheijd der gezeg¬ dens van de gouverneurs Overtuigd zijnde, liet HEdzr voor haar minzaame weijgering bedanken, en teffens op het effect van het verzoek omtrent de Timmerlieden aan: dringen October den 12: Den afgaande Gouverneur zend mij het model van een boot na die van Trompenburg door een Japander gemaakt, met verzoek de zeijlen, en wat verder aan de toetuiging ontbrak te laaten vervaardigen, teffens aandringende op een mal van een sterk overdekt vaartuig, voor het volgende Jaar beneevens een kundig timmerman zo hij kon gemist worden, welke beide verzoeken, beloofde de Edele Hoog Indiase Regeering te zullen voordraagen de De neede is dat den Japander zijne vaar: thuigen van ligt hout Bouwd, en daar toe weijnig ijzer werk gebruikt, waar door er bij een steevige wind, veele vermist worden, dog voor al de kooper banken van Osacca, die een wreede Laading in hebbenden, door haar ligtheid teegen het geweld der zeer niet be= stand zijn, en bij de minste storm van elkande= ren wijken, waar door in het voorige Jaar ses barken, ijder met 700 p: Colo Kooper be„ laaden zijn verongelukt, om het welk voor te koomen zij op dusdaanig een monster insteeren, waar toe het mal van een ligter na vermoeden zal voldoen October den 13 ' Ontfing in stilte berigt dat aan vijf ti= merlieden is vergund, de aanbesteeding van s' Comp. s reparatie t'onderneemen, zo meede dat deeze timmerlieden door de Tegenwoordigen onder rapporteur Monsjero„ bij zig ontbooden en gelast waaren, onder malkander een schikking te maaken, zodanig dat de reparatie, ijder voor een Jaar, te beurd viel, en zij van het bepaalde tien p:r C=t voor het College moesten afgeeven, een nieuwe fonds voor dit eerloos gebraed, dog waar in zij zullen missen, wijl een dien d del een de 1 gen de n9 d A„o 1783 riefboek Noord- 10 Ganges. 202 dier timmerlieden, mij onderhands heeft laaten verzeekeren, dat hij de reparatie Jaar= lijks, teegens de Civielste prijs, en met een gering voordeel zal aanneemen, zonder zig door zulke ouders of bedrijgingen van Tolken te laaten omzetten, wijl hij thans wist aan wien zig te adresseeren teffens liet den secre= taris, aan wien ik gelaste dit bovenstaand- te bedeelen, mij weeten dat het geschrift over de champangs zou weder terug geeven, en ik mij met s' gouverneurs belofte voor het volgende Jaar moest vergenoegen. alvoorens ten erlanging van afscheid na het gouvernement te gaan, koomen de tolken verslag daer dat er vier timmerlieden tot aanbesteeding der jaarlijkse Reparatie waaren vergund, hen met nadruk voorhoud dende of er maar vier waaren, scheen hen dit te ontsetten, en antwoorden dat er vijf waaren, dog waar onder den timmerman Enosin, die dit Jaar zo insolent geweest zijnde in 't vervolg door hen daar van zou worden uitgeslooten, raade hen voorzigtig te zijn en zig met die zaak niet te bemoeijen maar al wat hier toe relatie had, aan het goed vinden van het opperhoofd te laaten
English
let, and ordered to request the Burgomasters to bring all these five carpenters under oath as soon as possible, in order to be able to proceed at once with taking up the repairs on the warehouses the Lelij and Doorn. October the 14th. Today obtained a stamped declaration from the Money Chamber, showing that the Company in the following year shall be allowed the transport of 13000 picols and in 1785 of 12300 picols, which I ordered the interpreters to translate, and to bring me two copies stamped and signed by them, one to be conveyed to Batavia, the other to be preserved here. Granted by the Governors at my request, after the departure of the ship set for tomorrow, to remain on land for another 10 days or until the 25th of this month to perform what is necessary. The writing concerning the champans brought back by the interpreters, with the assurance that the Governor, upon his return in the following year, would consent to that request, as otherwise too many novelties would take place in one year. October the 18th. The Governor departing tomorrow for Jedo, I sent once more my confidant and subsequently both reporters along with the agent Rosak in their ceremonial robes to wish His Honour a safe journey and continued prosperity, and to express my cordial thanks for all friendship enjoyed, requesting him to remember his promise to obtain the prices for the Company's goods and to dispense with the scandalous searching; which His Honour most strongly assured me of upon their return, at the same time thanking for the presentation of the boat, urging that in the following year the model of a good sturdy vessel be obtained; since all private negotiations thus cease with His Honour's departure, and since what is necessary has now been placed on a good footing, I shall take the liberty to conclude these separate notes herewith until further occasion, requesting in all respect that Your Right Honourable and Highly Esteemed Sirs may be pleased to regard my efforts made for the recovery of trade with an eye of approval; in which trust I commend myself to your powerful protection, and with cordial wishes of all blessings that can make this life pleasant for us, I remain with due high esteem, Japan, at the Factory Nangazachij, the 25th of October, Anno 1783. Your Right Honourable and Highly Esteemed Sirs' Humble and very obedient servant, Memorandum for Mr. Hendrik Casper Romberg, Senior Merchant and Chief of the Honourable Company's important trade and further establishment in the Empire of Japan. Sir, My obligation to fulfill the trust placed in me by reviving the decayed trade, the efforts made during my four-year stay at this factory to succeed therein by investigating the true state of affairs and the intrigues of this nation, and the necessity to impart in writing to my successor, in compliance with the respected orders of the Honourable High Government of India, that which I deem expedient for the advancement of the Company's interests, require me to present to you hereby such matters from the observance of which none but the most beneficial consequences can flow, among which in the first place comes into consideration the copper. In former years, the Chiefs having been continually ordered, both by the Gentlemen Masters and by the Honourable High Government of India, to urge for a more ample permission, this was the reason that during the quiet season, according to what was noted in outgoing general and secret letters of the 5th of November 1780, I set on foot the necessary attempts thereto; but since Their High Honours in secret letters in that year communicated to make for the present no further attempts because of the more and more declining vent, and inhere to the same in recently received secret letters, you ought to let this rest on the former footing, only keeping in view to complain constantly about the low vent to the west of India, and the large remainders thereby staying in the Company's warehouses, which cannot be disposed of except by lowering the sales price. Although such allegations conflict with the attempts of the former Chiefs, I have convinced them of the truth by showing what was communicated to me in private, and hope to manage with the Honourable High Government of India that, even if the vent of this article should pick up upon the cessation of the troubles to the west, nevertheless a period will be inserted in the general letter urging these statements, so that by showing the same to trusted interpreters it may serve to advance the Company's interests. If one should object against this the increasing scarcity about which they constantly complain, and that if the specified quantity of junks arrives annually for trade, it is to be feared that they, presuming from these statements that a reduction mattered little to us, would proceed thereto to advance the navigation of the Chinese, the first seems groundless because of the large vent in the Empire itself, while concerning the latter the few junks that both in the previous and in this year here
Dutch transcription
laaten, en gelaste de Burgermeesters te verzoeken, alle deeze vijf timmerlieden ten spoedigste onder den Ead te brengen, om terstond met de opneem der reparatie aan de pakhuisen de lelij en Doorn te kunnen voortgaan. October den 14e. Heede een gesjapto verklaaring van de Geldkaamer er langd, ten blijken dat de Comp. in het volgende Jaar den venvoer van 13000. picols en in 1785 van 12300 picols zal vrij= staan, 't geen de tolken gelaste te vertaalen, en mij twee door hen gesjapte en getekende afschriften te brengen, het een om na Batavia vervoerd, het andere om hier bewaard te wonden: Door de Gouverneurs op mijn verzoek ver¬ gund na het vertrek van het schip op mor: :gen bepaald, nog 10 daagen of tot den 25. e deezer tot verrigting van het noodige aan Land te verblijven. Het geschrift omtrent de champangs door de tolken te rug gebragt, met verzeekering dat den Gouverneur bij zijn terug komst in het volgende Jaar, in dat verzoek zou be= willigen, wijl er anders te veel nieuwigheeden in een Jaar plaats hadden. October re„ ven het viefboek in 9 deA„o 1783 Noord- 10 Ganges. 2 October den 18:e Den gouverneur op morgen na Jedo vertrek„ kende zond nogmaals mijn vertrouwde en vervolgens de beide rapporteurs neevens den zaak bezorger Rosak in haare Compliment gewaaden on zEds: een behoude reijse en bestendig welstand toe te wenschen en voor alle genooten vriendschap mijn hantelijke dank betuigen, met verzoek zig zijner belofte ter enlanging der prijsen voor s' Comp=s Goederen, en het ont= :slaan van het schandelijk visiteeren te herin„ „neren, 't geen zEd. e mij bij haar te rug komst op het kragtigst liet verzeekeren teffens voor de toetuiging der boot bedankende, met aan= „dringing, om in het volgende jaar het mal van een goed steevig vaartuig te enlangen, daar alle bijzondere onderhandelingen, dus met ZEHL:s vertrek ophouden, en wijl het nood: =zaakelijke thans op een goede voet gebragt is, 204 zal ik de vrijheijd neemen hier meede deeze aparte aantekeningen, tot nadere gelee= :gentheijd te besluiten, in alle eerbied verzoekende dat Uw Hoog Edele Groot Agtb: mijne poogingen tot herstel van den hands aangewend, met een oog van goedkeuring gelieven te beschouwen, in welk vertrouwen, ik mij in der zelver vermoogende bescher„ ming „ming beveel en onder hantelijke toewensching van alle Zeegeningen die ons dit Leever kun„ „nen veraangenaame met verschuldigde hoogagting verblijve Japan ten Comptoir UW Hoog Edele Groot Agtb aar Goodens Nangazachij den 25 octb Onderdaanige en zeer Gehoorzaam. Dienaer A=o 1783. riefboek n9 dA„o 1783: vertrek: ment endi ten g in voor aan: 1 uwen her: 6e Noord- 10 Ganges. Z Memorie voor den Heer Hendrik Casper Romberg Opper Coopman en Opperhoofd van s'E Comp=s in pontante han: del, en verdere ommeslag in het Keijzer Rijk Japan Mijnheer Mijne verpligting om door het opbeuren van den vervallen handel aan het vertrou„ =wen in mij gesteld te voldoen, de poogingen geduurende mijn viergaanig verblijf op dit Comptoir aangewend, om door het naspoore van den waaren toedragt van zaaken en de Intriques dezer Natie, daar in te slaagen, en de noodzaakelijkheijd om in opvolging der gerespecteerde Ouders, van de Edele Hoog Indise Regeering aan mijn vervanger bij ge= schrift te bedeelen, hetgeen ik ter bevordering van s' Comp=s belangens dienstig oordeel, eijschen van mij UEd. bij deeze zodaanige zaaken voor te houden uit welker Observan tie niet dan de heilzaamste gevolgen kun :nen voortvloeijen, waar onder in de eerste plaats 206 plaats in aanmerking komt het kooper. In voorige Jaaren zo door de Heeren Meesters als door de Edele Hoog Indise Regeering de opperhoofden bij aanhoudentheijd bevoole zijnde, op een ruimere vergunning aan te Noord- dringen, was dit de reede dat ik in den stillen tijd, volgens het genoteerde bij afgaande gemeene en secreete brieven van den 5e Nov:: 1780, de noodige tentament daar toe in het werk stelde dog dewijl Haar Hoog Edelhedens bij secreete Letteren in dat jaar bedeelden voor eerst om het meer en meer afneemend de biet, geene verdere poogingen te doen, en het zelve bij jongst ontfangene secreete Letteren inhereeren, diend UEd. dit op den voorige voet te laaten berusten, alleen in het oog houdende bestendig over den geringen vertier om de west van India, en de groote restanten daar door in s' Compagnies pak= :huis en verblijvenden, die niet dan bij ver„ laaging van den verkoopsprijs te slijten zijn, te klaagen. schoon dusdaanige allegatien strij= :den met de tentament der voorige opperhoofden, heb ik hen door het vertoonen van an ooren d riefboek n9 dA„o 1783 10 Ganges. 2 van het mij in particulier bedeelde, van de waarheijd overtuigd, en verhoop bij de Edele Hoog Indiase Regeering te zullen bewerken, dat alschoon het debiet van dit articul, bij het Cesseeren der troeblos om de west, oplook, egter in de gemeene brief een periove zal werden g'insereert, die deeze gezegdens aandringd, om door verlooning derzelve aan vertrouwde Tolken, ter bevondening van s'Comp=s be„ langens te kunnen strekken. zoo men hier teegen mogt inbrengen de toeneemende schaarsheijd waar over zij geduurig klaagen, en dat in= diende bepaalde quantiteijt Jonken Jaarlijks ten handel komt, het te vree= =sen is, dat zij, uit deeze gezegdens veronderstellende, dat ons aan een vermindering weijnig geleege was, daar toe ter bevordering van den vaart der Chineesen zouden overgaan, scheind het eerste om de groote ventier in het Rijk zelve knagteloos, tenwijl omtrent het laatsten de weijnig - Jon„ ken die zo in het voorige als in dit Jaar hier
English
came here to trade, since they cannot obtain a sufficient quantity of drugs for transport, and must immediately deliver the copper to the Emperor, give fair reason to suppose that this shipping will rather decrease than increase over time, which of itself will compel them to apply for a larger transport, just as the first applications for this were already made in the previous year by the now outgoing governor, but which I was not able to accept, both on account of what was written by Their High Excellencies and because of the disadvantageous conditions upon which this additional permission rested. The purchase price of the camphor now being reduced, in compensation for the heavy shortweights falling upon it, Your Honour is only recommended to ensure that upon receipt a careful supervision always takes place, so that they do not exceed the former ones. From the aforementioned separate Daily Register Your Honour will see the prices determined for the future on the Company's goods, among which belong both those delivered to the governors, reckoning-masters, treasury servants and others by way of viewing, yet considered and accounted for as furnished to the merchants, as well as those remaining for sale after the court gifts in Jedo, there being excluded from this increase only that which, according to annual custom, is presented to the Emperor, Crown Prince, great and lesser nobles of the Empire, and for Nangazackij recognition, on which the present prices remain maintained, as otherwise by refusing this it would have been impossible for me to succeed in my objective, whereas now the attainment of the same, promised to me by the governor upon His Honour's arrival in Jedo, is of too great importance to allow oneself to be diverted from the execution of this promise, it is necessary, if they wished to advance any difficulties concerning it, and tried to let it rest at the premium of ten thousand thailen granted this year, to reject all such propositions, and to remain steadfast in insisting upon the immediate fulfillment of those prices, of which Your Honour will then already obtain the promise during his presence in Jedo, while a mere reminder of the governor's promise to release the chiefs from the shameful inspection of their persons, because of the consequences otherwise presented to them, will be sufficient. In drawing up the demands, Your Honour should always be mindful to avoid as much as possible the loss-giving goods, and in the court gifts, the use of silk fabrics, insofar as it can consist with the obstinacy of the Japanese, whereby the remainder, supplemented with some new ones for the Emperor, will suffice for some years to come, furthermore to watch carefully over the increase of profits and the reduction of burdens, which with persistence remains a principal point of the recommendations of the Honourable High Indies Government, in order to bring oppressive burdens, although already considerably lower than the stipulation in the memorandum of retrenchment dictates, to a more bearable footing and thereby cause the state of this factory to flourish. The Company's repairs being in the future to be surveyed in the presence of five Japanese carpenters, Your Honour should cause a separate demand to be drawn up by each with the greatest speed regarding the repair of the defects to the warehouses the Lelij and Doorn, in order to bring these sores of the island into a proper state yet in this year, rather causing the walls on the east side of the Lelij and west side of the Doorn to be chiselled out more, than being content with a mere coating, which although costing somewhat more is more durable for the future, being mindful in setting the prices that for this ƒ 60 was demanded by the previous carpenter in the month of October 1782, but which was not agreed to, both to bring him to a more moderate demand and not to make my conduct conflict with my words, both roofs having already been renewed in this year, and therefore requiring no further repair. Having in vain made all efforts this year to relinquish the champans by contract to the Japanese for 400 duits a year, on condition of binding themselves to deliver the same upon the arrival of the ships in a good state for discharging and loading without any charge to the Company for renewal, repair, and storage costs, Your Honour should press for this again in the following year, as I was assured by the governor that upon His Honour's return he would consent to it, which, in order not to introduce too many novelties at once, was not feasible this year, to which the chief interpreter Kosak, as having the greatest interest in the livelihood of his brethren, will be a principal instrument. This above being the principal matter that deserves any note, Your Honour is in conclusion recommended to maintain always a prudent mistrust regarding the interpreters, treating them at the same time with all modesty and indulgence, whereby one wins their confidence and obtains the opportunity to get disclosure of many matters that would otherwise be concealed, furthermore since friendliness and politeness is the characteristic of this Nation, which among us, although navigating to this empire for circa two centuries, is still so little known according to its worth, all persons of distinction both here and on the
Dutch transcription
208. hier ten handelkwaamen /:wijl zij geen ge= =noegzaame quantiteijt droogerijen ter vervoer kunnen erlangen, en het kooper terstond aan den Keijzer moeten afleeveren. / billijke re„ :dene geeven te veronderstellen, dat die vaart Noord- door den tijd een zal af dan toeneemen, 't geen hen van zelf zal noodzaaken tot een meerderi vervoer aanzoek te doen, gelijk daar toe reede in het voorige Jaar, door den thans afgaande gouverneur, de eerste instanties zijn gedaan, dog welke ik niet vermoogende was t'amplecteeren, zo om het aangeschree= „vene door Haar Hoog Edelheedens, als om de nadeelige voorwaardens, waar op deeze meerdere vergunning berus¬ ten. De inkoops prijs der camphur thans verminderd zijnde, ter gemoedkooming van de zwaare minwigten daar op vallenden blijft UEd: alleen aanbevoolen, dat bij den ontfangst, steeds een naauwkeu„ nig toezigt plaats vind, op dat zij de voorige niet excedeeren. Bij het voorenstaande apart Dagre gis„ ter an uwde be: gen riefboek n9 d A„o 1783 10 Ganges. Z „ter zal UEd zien de prijsen voor het vervolg op s' Comp=s goederen bepaald, waar onder behooren. zo die aan de gouverneurs Reke meesters geldkamer bediendens en anderen by =weijze van sigting afgegeven dog beschouwd en verantwoord worden als aan de Koopliese verstrekt, als die na de Jedose schenkage ter verkoop resteeren, zijnde van deeze verhoo¬ „ging alleen uitgeslooten, het geen na Jaarlijks gebuuik, aan den Keijzer Kroon prins Rijksgrooten minderen, en voor Nangazackijse recognitie word verschon ken, waar op de teegenwoordige prijsen blijven stand houden, wijl het andersints met dit te weijgeren voor mij onmoogelijk ge„ weest was in mijn Oogmerk te slaagen, daar nu de erlanging derzelven mij door den gouverneur bij ZES. komst in Jedo toegezegd, van te veel belang is, om zig van de executie deezer belofte te laaten diverteeren, is het noodzaakelijk, in dien zij daar over eenige zwaarigheden Wilden 210 wilden voorwenden, en poogden het bij het dit Jaar vergunde opgeld van tien duizend thai= len te laaten berusten, alle dusdaanige proposities van de hand te wijzen, en op de daadelijke voldoening dier prijsen Condaat te blijven aandringen, waar van U2d. als dan bij deszelfs aan zijn in jedo, reede de toezeg„ „ging zult erlangen, ten wijl een bloots her„ innering van, s' gouverneurs belofte, om de opperhoofden van de schandelijke visitatie hunner persoonen te ontslaan, om de gevolgen hen andersints voorgesteld, zal voldoende zijn. Bij het formeeren der Eijschen diend UEd: steeds verdagt te zijn, de verlies geevende goederen, en in de Hoofsche schenkage, het gebruik der zeijde stoffen, in zo verre het met de eigenzinnigheijd van den Ja= pander kan bestaan, zo veel moo= gelijk te vermijden, waar door het restant met eenige nieuwe voor den Keijzer gesuppleerd, nog eenige n9 dcA„o 1783 Noord- Jaaren ervolg e ken 6ij d met viefboek 10 Ganges. Z jaaren zal voldaen, voorts op het vermierderen int vermonder en det lasten der winsten 't geen bij aanhoudendheijd een voornaam poinct van de recomman= =datien den Edele Hoog Indise Regeering blijft, zorgvuldig te waaken, ten eijnde druk„ „kende Lasten, schoon reeds merkelijk laager dan de bepaaling bij de memorie van menage dicteerd, op een draagelijker voet te brengen en den staat van dit Comptoir daar door te doen op luiken. s' Compagnies reparatien in het ver= =volg ten overstaan van vijf Japanse Tim: merlieden zullende worden opgenoomen, diend UEd. door ijder een afzonderlijke Eijsch nopens de herstelling der defecten aan de pakhuisen de Lelij en Doorn ten spoedigste te laaten formeeren, om deeze kankers van 't Eijland nog in dit Jaar in een behoorlijke staat te brengen, lie= ver de muuren aan de Oostzeijde der Lolij en westzeijde der Doorn meerder doende uitkappen, dan zig met met een bloote bestrijking te vergenoegen, het welk schoon iets hooger te staan koomende voor het vervolg langer duurzaam is, bij het maaken der prijsen verdagt zijnde, dat daar door den voorige timmerman in de maand October 1782. wierd gevorderd ƒ 60: dog waar in niet is bewilligd zo om hem tot een gemaatigder Eijsch te brengen, als om mijn gedrag niet met mijn woorden te doen strijden, de beijde daaken reeds in dit jaar zijn vernieuwd, en dus geen verdere reparatie vereijschen. vrugteloos dit jaar alle poogingen aangewend hebbende om de Champangs bij contract aan den Japan der teegen do 400: briefboek in het Jaar aftestaan, mits zig verbinden den 9 det„o 1783 :de dezelven bij de komst der scheepen, in een goede staat tot het lossen en laa= den te leeveren buiten eenig bezwaar voor de Comp. e van vernieuwing, re= =panatie en bergloon, diend UEd. in het volgende Jaar daar op weeder Noord- aan deren an druk. ie ken. 10 Ganges. Z aan te dringen, wijl mij door den gouverneur is verzeekerd bij zEdl:s netour daar in te zullen bewilligen, 't geen om niet te veel 212 nieuwigheeden te gelijk in te voeren, dit Jaar niet doenelijk was, waar toe den opper„ tolk Kosak, als bij zijn broeders bestaan het meeste belang hebbende, een voornaam werk„ tuig zijn zal. Dit bovenstaande het voornaamste zijnde, dat eenige aanteekening verdiend, blijft UEd: ten besluite aanbevoolen omtrent de tolken steeds een voorzigtig wantrouwen te voeden, hen teffens met alle bescheidenheid en toegeevendheid behandelende, waardoor men haar vertrouwen gewind en geloegent= heijd krijgd van veele zaaken die anders verzweegen wonden opening t'erlangen, voorts daar vriendelijkheijd en welleevende heijd het kenmerk deezer Natie is, die bij ons, schoon Circa twee reuwen dit rijk bevaarende, nog zo weijnig na waarde word gekent, alle aanzienelijke zo hier als op de
English
to meet the Court Journey with the utmost affability, which will serve to cause the disadvantageous notions cherished so long concerning us to cease more and more, and to gain for Your Honour with them that esteem wherewith I, during my presence, continually found myself favored. Concluding herewith my proceedings, I wish Your Honour a lasting prosperity, and a noteworthy administration, both for the promotion of the Company's interests, and the establishment of your own reputation, and have the honour to call myself, Sir, Your most obedient and faithful servant. Letterbook anno 1783 North Japan at the Factory Nagasaki the 25th of October anno 1783. J: Veleirgh 10 Ganges. Copy Separate Letters from The Governor and Director of Java's North-East Coast, to Their High Mightinesses for the Netherlands. Incoming Letterbook transferred 1784. from Semarang of the anno 1783 10 Ganges. at Batavia Page 1: Semarang the 5th of November anno 1783. To His Excellency, The Right Honourable and Right Worshipful Sir, Willem Arnold Alting, Governor-General, and the Right Honourable Members of the Council of the Netherlands Indies, etc. etc. etc. Right Honourable, Right Worshipful Sir, and Right Honourable Sirs! Having received from the Emperor and Sultan of Java the enclosed two letters, containing the gracious answer to the missives sent to me by Your High Mightinesses with the much respected secret letter of the 19th of September last, whereby Your High Mightinesses come to thank the rulers for their aid and assistance to the Company with their troops, so I do myself the honour to present them to Your High Mightinesses humbly alongside this, while furthermore remaining with the most dutiful veneration and true high esteem, beneath stood: Title, lower: Your High Mightinesses' humble and very obedient servant, was signed: J. Siberg, in the margin stood: Semarang the 5th of November anno 1783. Page 1: Semarang the 5th of November anno 1783. To His Excellency, The Right Honourable, Right Worshipful Sir, Willem Arnold Alting, Governor-General, and the Right Honourable Members of the Council of the Netherlands India, etc. etc. etc. Right Honourable, Right Worshipful Sir, and Right Honourable Sirs. Having received from the Emperor and Sultan of Java the enclosed two letters, containing the gracious answer to the missives sent to me by Your High Mightinesses with the much respected secret letter of the 19th of September last, whereby Your High Mightinesses come to thank the rulers for their aid and assistance to the Company with their troops, so I do myself the honour to present them to Your High Mightinesses humbly alongside this, while furthermore remaining with the most dutiful veneration and true high esteem, beneath stood: Title, lower: Your High Mightinesses' humble and very obedient servant, was signed: J. Siberg, in the margin stood: Semarang the 5th of November anno 1783. Page 1: Semarang the 5th of November anno 1783. Batavia. To His Excellency, The Right Honourable, Right Worshipful Sir, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, and the Right Honourable Members of the Council of the Netherlands Indies, etc. etc. etc. Right Honourable, Right Worshipful Sir, and Right Honourable Sirs. Having received from the Emperor and Sultan of Java the enclosed two letters, containing the gracious answer to the missives sent to me by Your High Mightinesses with the much respected secret letter of the 19th of September last, whereby Your High Mightinesses come to thank the rulers for their aid and assistance to the Company with their troops, so I give myself the honour to offer them humbly to Your High Mightinesses alongside this, while furthermore remaining with the most dutiful veneration and true high esteem, beneath stood: Title, lower: Your High Mightinesses' humble and very obedient servant, was signed: J: Siberg, in the margin stood: Semarang the 5th of November anno 1783. 12 E Semarang the 19th of November anno 1783. Batavia. To His Excellency! The Right Honourable, Right Worshipful Sir, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General and the Right Honourable Members of the Council of the Netherlands Indies; etc. etc. etc. Right Honourable, Right Worshipful Sir; and Right Honourable Sirs! The Head at the Emperor's Court at Surakarta, Fredrik Christoffel van Stralendorff, having made a request that, on account of his advancing age and years-long stay in these regions as well as out of consideration for his now nearly seventeen years of service at the Emperor's Court, he may be discharged from that post of first Resident there with the title and rank of effective Senior Merchant, and entreating thereto my recommendation to Your High Mightinesses, I take the liberty, while presenting his request, to recommend the petition most favourably to Your High Mightinesses for a favourable decision, and that indeed out of consideration for the satisfaction which he has continually sought to give. While I at the same time take the liberty to propose to Your High Mightinesses, in place of the said van Stralendorff again as first Resident at Surakarta with the capacity of Senior Merchant,
Dutch transcription
de Hofreijse met de uitterste minzaamheijd te ontmoeten, 't geen dienen zal om de nadeelige denkbeelden zo lang omtrent ons gekoesterd meer en meer te doen ophouden, en UE3. bij hen die agting te verwerven, waar meede ik mij geduurende mijn aanweesen, bestendig vond begunstigd. Hier meede mijne verrigtingen besluitend, wensch ik UwEd. een aanhoudende welstand, en noemwaardig bestier, zo ter bevordering van s' Comp. s belangens, als vestiging zijner eijgene neputatie, en heb do eer mij te noemen. Mijnheer Al D: end twvillig en getroonsaarm Dienaar. Briefboek ang d A„o 1783 Noord- Japan ten Comptoir Nangarackij den 25:e October A:o 1783. ƒ J: Veleirgh 10 Ganges. Copia Aparta Brieven van Den Heere Gouverneur en Directeur van Javas Noord Oost Cust, Aan Hunne Hoog Edelheeden voor Neederland. Aankomend Briefboek overgekz: 1784. van Samarang dA„o 1783 Z 10 Ganges. te Batavia — Pagine 1: 19 den 5:' November A:o 1788. — Aan sijn Hoog Eelheid. og Edel gestrenge groot Achtbaaren Heere, Ilem Arnold Atting. eur Generaal, en de Wel Edele gestrenge eeren Raaden van Neederlands Indie, enz: enz: onz: —: Eel Gestrenge, Groot Achtbaren Heere, en Wel Edele gestrenge Heeren! en Sulthan van Java, ontfangen hebbende ver Brieven, inhoudende het gratieuse Antwoord, lheeden mij, bij veel gerespecteerde secreete brieff, Op „tember Jongstleeden, toegesonden missives, waar lheeden, de vorsten koomens te bedanken, door hunne dan de Compagnie, met derselver troupen, zoo eere, die uw Hoog Edelheeden, neevens deese hum„ terwijl voorts met de verschuldigste veneratie en ing. blijve /:onderstond:/ Titul /:Lager:/ uw Hoog aenige en zeer gehoorzaeme dienaer /:was geteekent:/ „gine stond:/ Samarang den 5„e November Anno 1703- Pagine 1: 1n9 den 5:' November A„o 1788.— Aan zijn Hoog Edelheed. oog Edel gestrenge, groot Achtbaaren Heere, Illem Arnold Atting „eur Generaal, en de Wel Edele gestrenge Heeren Raaden van Neederlands India, enz: enz: onz: — rel Gestrenge, wroot Achtbaren Heere, en Wel Edele gestrenge Heeren. 2 en Sulthan van Java, ontfangen hebbende twee Brieven, inhoudende het gratieuse Antwoord, relheeden mij, bij veel gerespecteerde secreete brieff, Op ptember Jongstleeden, toegesonden missives, waar lheeden, de vorsten koomen te bedanken, door hunne en aan de Compagnie, met derselver troupen, zoo eere, die uw Hoog Edelheeden, neevens deese hum- „terwijl voorts, met de verschuldigste veneratie en ring blijve. /:onderstond:/ Titul /: lager:/ uw Hoog „daenige en zeer Gehoorzaeme dienaer /:was geteekent:/ /argine stond:/ Samarang den 5„e November Anno 1703-. Paginer 1: Samarang den 5:' November A:o 170. — Batavia. Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edel gestrenge groot Achtbaaren Heere, M:r Willem Arnold Atting Gouverneur Generaal, en de Wel Edele gestrenge Heeren Raaden van Neederlands Indie, enz:d enz: onz: —: Hoog Edel Gestrenge, Groot Achtbaren Heere„ en Wel Edele gestrenge Heeren. Van den Keijper en Sulthan van Java, ontfangen hebbende de inleggende twee Brieven, inhoudende het gratieuse Antwoord, op uw Hoog Edelheeden mij, bij veel gerespecteerde secreete brieff, van den 19=e September Jongstleeden, toegesonden missives, waar bij uw Hoog Edelheeden, de vorsten koomen te bedanken, door hunne sulx en adsistenen aan de Compagnie, met derselver troupen, zoo geeve ik mij de eere, die uw Hoog Edelheeden, neevens deese hum„ „bel aantebieden, terwijl voorts met de verschuldigste veneratie en waare hoog agting blijve /:onderstond:/ itul /:Lager:/ uw Hoog Edelheeden onderdaenige en zeer gehoorzaeme dienaer /:was geteekent:/ J=b Siberg /:in marginastond:/ Samarang den 5„e November Anno 1708. 12 E Samarang den 19:' November A:o 1783. Batavia. Aan zijn Hoog Edelheid! Den Hoog Edel gestrenge, groot Agtbaren Heere, A: Willem Arnola Atting, Gouverneur Generaal en de wel Edele getrenge Heeren Raaden van Neederlands Jndic; enz:d enz: enz: Hoog Edel gestrenge, groot Achtbaren Heere; en Wel Edele Gestrenge: Heeren! Het opperhoofd aan 's heijsers Hoff te Soura Custe, Fredrik Christoffel van Stralendorff versoek gedaan hebbende, om, uit hoofde van zijn klimmenden ouderdom en lang Jaarig verblijff in deese gewesten zoo wel, als dut Consideratie van zijn nu bij na seeventien Jarigen dienst aan 'skeijsers Hoff, ut dien port vuw eerste Resident aldaar te moogen worden ontslaegen met den betul in rang van effertaiff opperkoopman, en daar toe mijn voordragt bij uw Hoog Edelheeden insteerende, neem ik de vrijheid onder aanbieding van zijn Request het oversoek aller farorabelet uw HoogEadelheeden te Guntige Obtinue Voortedraegen, en dat wel uit Consideratie van het genoegen dat densel„ „ven steeds getragt heeft te geeven. Terwil ik teffens de vrijheid gebruik uw Hoog Edelheeden, in steede van gemelde van stralendoaf weederom als eerste Resident te soura Carta met de Qualitet van opperkoopman, voor
English
Page 3. Samarang the 19th November Anno 1782. to nominate the merchant and Rembang Resident Willem Adriaan Palm, who seems to me the most suitable for this, not only on account of his knowledge and competence in dealing with the Javanese, but also on the grounds that the Emperor has repeatedly made known to me his affection for the said Palm; and thus I request that a favorable reflection may be cast upon this; and that it may also please Your High Nobilities to suspend Your High decision on the Memorandum of my predecessor, the Right Honorable Severe Lord van den Burgh, regarding the consideration to be given to the person of the merchant and fiscal here, Jan Otto van Ingen, upon any upcoming vacancy at one of the Courts of the Javanese princes, until such time as the first Resident's post at the Court of the Sultan at Djokjocarta should happen to become vacant, in order to then have someone at hand who not only seems suitable for it, but also to be able to satisfy the desire of the Sultan, who has also conveyed to me, as if aside, his affection for the said van Ingen, and I am thus assured that this prince would gladly wish to see him appointed as first Resident there in due time. Furthermore, repeating that Your High Nobilities may be pleased to cast a favorable and gracious reflection upon both matters, I have the honor to remain with all high esteem and most submissively. Was below: Title. Lower: Your High Nobilities' humble and faithful servant. Was signed: J. Siberg. In the margin stood: Samarang the 19th November 1782. Batavia. To His High Nobility, The High Noble, Severe, and Honorable Lord, Willem Arnold Alting, Governor-General, and the Right Honorable Severe Lords Councillors of the Netherlands Indies; etc. etc. etc. High Noble, Severe, and Honorable Lord, and Right Honorable Severe Lords! Respectfully referring to my latest submissive letter of yesterday, I take, upon the occasion that the pantjallang De Dankbaarheid is transporting oil and mustard seed from the Eastern Salient to the capital, the liberty to inform Your High Nobilities of the demise of the Rembang Regent, the Ngabehi Sitjodikiro, leaving four sons and three daughters, of which former the eldest is named Soemodiwirjo; and since according to the testimony of Resident Palm he is a capable and vigilant person, I furthermore take the liberty favorably to propose him to Your High Nobilities, so that he may be appointed in place of his father as Ngabehi of Rembang, under the name of Sitjodiwirjo, and furthermore to request that it may please Your High Nobilities to send his deed of appointment hither. With true high esteem and respect, I have the honor to be, was below: Title. Lower: Your High Nobilities' humble and very obedient servant. Was signed: J. Siberg. In the margin stood: Samarang the 28th November 1782. Samarang the 28th November Anno 1782. Page 5. Samarang the 20th December Anno 1782. Batavia. To His High Nobility, The High Noble, Severe, and Honorable Lord, Willem Arnold Alting, Governor-General, and the Right Honorable Severe Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc. etc. etc. High Noble, Severe, and Honorable Lord; and Right Honorable Severe Lords! Taking the liberty to reply to the highly respected separate missives of Your High Nobilities, of the 19th and 30th September last, I have the honor, concerning the first appearing principal point of Products, to note that this year one has not been able to make use of the authorization of Your High Nobilities to send the rice, which for lack of cargo space could not be fetched, by private vessels on freight to the capital Batavia, for the reason that the private traders could not be encouraged thereto, because according to their assertions they did not find their account therein in the past year; and thus, that one has not been able to succeed further in this than with a vessel belonging to Batavia and having returned hither from Ternate in the month of October, Samarang the 20th December Anno 1782. October last, into which at Samarang 130 Koyangs of that victual was loaded and sent to the capital; and furthermore also that the new crop of this year was laden with the following ships, namely: From the Eastern Salient. in De Wakkerheid: 400 Koyangs in De Zilveren Leeuw: 200 Koyangs in 't Huys te Krooswijk: 222 Koyangs At Tegal in the ship Buiten Leven: 350 Koyangs in the ship Ritthem: 140 Koyangs At Soana in De Bovenkerkerpolder: 270 Koyangs amounting together, from the new crop, to 1,712 Koyangs, just as also with the above-mentioned hulls, from the crop of the previous year, was transported 293 Koyangs, making altogether 2,005 Koyangs; which said quantity one had hoped to have been able to supplement with another 400 Koyangs upon the arrival of the second Ternate ship, Den Tempel; but this ship not having appeared, I nevertheless hope that the dispatched parcels, with the remainder of the previous year's crop still at hand at Batavia, will be sufficient so as not to let the capital suffer any shortage of that victual until the coming early spring.
Dutch transcription
Pag:a 3. Samarang den 19:' November A„o 1732. te draagen den koopman en Rembangse Resident Willem Adriaan Palm, die mij daartoe het geschikkt voorkomt, niet alleen om reedenen van desselvs kundigheid en bekwaamheid in den ommegang met den Jolander maar ook dit hoofde van dat den keijser mij te meermaelen zijne geneegend= „heid tot gem: palm heeft te kennen gegeeven; en dus ik insteer dat hier op eene gunstige deflectie mag worden geslaegen; en dat het uw Hoog Edel= „leeden teffens behaagen mag Hoogt derselven besluijt op de Memorie van mijnen prodecesseur, den wel Edelen gestrengen Heer van den Burgh„ met opsigt van het te neemen reguart op den persoon van den koopman en fiscaal alhier Jan Otto van Jngen, bij eenige voorvallende vacature aan eene der Hoven van de Javasche vorsten te surcheeren tot tijd en wijl de eerste Residents plaats aan het Hoff van den Sulthan te Ajokjo Carta eens open vald, om als dan ook iemand aan handen te hebben, die daar toe niet alleen het geschikt voorkomt, maar om ook teffens aan de begenrte van den sulthan te kunnen voldoen, die mij ook wes als van ter zijde zijne genee „gendheid voor gemelde van Crigen heeft te kennen gegeeven, en ik dus ver= „seekerd ben dat dien vorst gaarne wenschen zoude denselven in der tijdt als eerste Resident aldaar geplaatst te zien. Onder herhaalinge voorts, dat uwe Hoog Edelheeden op het een en ander eene favorabele en gunstige reslectie gelieven te slaan, verlere ik omij met alle Hoog agting en aller submist te blijven. /:onderstond:/ Titul /:lager:/ uwer Hoog Edelheeden onderdanige en trouwschuldige dienaer /:was geteekent:/ J:s Siberg /:in marginestend:/ Samarang den 19=' November 1700: —:: Batavia. Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edel gestrenge groot Agtbaren Heere, A: Willem Arnola Alting, Gouverneur Generaal is de Wel Edelen gestrenge . Heeren Raaden van Neederlandsch Jndie; ensz: enz: enz: Hoog Edel Gestrenge, Groot, Achtbaren Heere, en Wel Edele gestrenge Heeren! Het eerbiediget refert tot mijne Jongste submitse van Gisteren, naem ik, bij geliegentheid dat de pantjallang de Dankbaarteid Olie en Abstert zaat uit den Oosthoek na de Hofaplaats vervoerd, de rijleid„ uw Hoog Edelheeden te bedeelen, het overleiden van den Rembangs Rd„ „gent, den Ingebeij Sitjo dicirio, nalatende vier zoons en Drie Dochters, van welke eerste de oudste is genaamt Soemo diwvirjo, en. terwijl die volgens het getuigenis van den Resident Palm een be„ „kwaam en vigilant persoon is, gebruijk ik verder de vrijheid den„ „selven uw Hoog Edelheeden favorabelot voor te draagen, om in plaats van zijn vaders tot Ingiberij van Rembang te moogen worden aangesteld, onder den praiwt van Citjo divirio, en wijders te versoeken, dat het uw Hoog Edelenden behaagen derselvs acte herwaards over te senden. — Met Waare Hoog agting en Eerbied, heb ik de eere tezij /:onderstond:/tsuh/: l „ger:/ Uwer Hoog Edelh: onderdanige en zeer gehoorz: dienaer /:was geteekent/ J: Siberg /:innaa„ „gine stond:/ Samarang den 20=e Novb: 1783. —. Samarang den 28. November A„o 1733. — pag:o 5. Samarang den 20„e December A„o 1782. Batavia - Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edel gestrenge, groot; Achtbaaren Heere A: Willem Arnola Alting, Gouverneur generaal en de wel Edele go= „strenge Heeren Raaden van Needer= „lands Indie, enz: enz: enz: Hoog Edel Gestrenge, Groot Agtbaren Heere; en Wel Edele gestrenge Heeren! De vrijheid neemende op de zeer gerespecteerde Aparte missives uwer Hoog Edelheeden, van den 19:e en 30:e september Jongstleeden, te antwoorden, heb ik de eer, omtrent het eerst voorkoomende voornaame poinct, van Producten, te noteeren, dat men in dit Jaar, van de qualificatie uwer Hoog Edelheeden, om de Rijs, die weegens gebrek aan scheeps ruijmta, niet konde worden afgehaald, met particuliere vaartuij= „gen, op vragt na de Hoofdplaats Batavia te zenden, geen gebruik heeft kunnen maaken, om reeden de particuliere Handelaers, daar toe niet te animeeren zijn geweest, door dat zij, volgens hun woor= „geeven, in het gepaseerde Jaar, daar bij hunne reekening niet gevon= „den hebben, en dus, dat omen in deesen niet verder heeft kunnen reutseeren, als met een te Batavia thuijshoorende, en in de maand October, Samarang den 20„e December Ao 1783—. October Jongstlieden, alhier van Ternaten te rug gekoomen wark„ Waar innen te samarang, van dat wedsel is afgestooken, en na de . . . .. Coij„ 130 —, Hoofdplaats versonden. en wijders ook nog dut het nieuwe gewash van dit Jaar, afgelaaden met de ondervolgende scheepen; als Uijt den Oosthoek. J in de walkerheid. in de zilvere Leeuw- . .. Te Tagal in 't schip Buijten Leeven... „ „ „ Rithem. Te Soana in de Bovenkerkenpolder- 400= otutmaakende te saamen, uit het nieuwe gewasch Coijans 1712. -, zoo als ook met de opgemelde kielen, uut het gewash van 't voorige Jaar, is vervoerd - - - - - - - - - „ 293= dan wel te saamen. . . Caij.s 2005— welk gemelde quantiteit, men gehoopt had, bij arrive van het tweede Ternaats schip den Tempel met nog 400. Coijangs te zullen hebben konnen suppleeren, dog dit schip niet opgedaagd zijnde, hoop ik egter, dat de afgesonden parthijen, met het nog te Batavia aanhanden zijnde Restant, duit het voorjaarig ge= „wash, sufficreerende zullen zijn, om de Hoofdplaats aan dat woedjel, tot in het aanstaande vroege voor Jaar, geen gebrek te doen in 't Huijs te krooswijk - - - - - - - - - - „ 222. —. . „ 200. – „ 350. „ 140. . - - „ 270. - lijden. . . . . : : 1 .
English
Samarang, the 20th of December Anno 1782. Page 1b suffer, when one shall then be in a position to directly freight and transport 4 ships of 150 feet from the remaining balances of the contingents of this year in the quantity of 2000 koyans, left over here and at the subordinate offices after deducting what is projected for Amboina and Banda as well as our own requirements. And thus I insist that, as soon as the monsoon permits, we may be provided with the aforementioned vessels for the collection, and furthermore that one of them may be sent directly to Tagal and one to Pacalongang. Under respectful notice that, in accordance with the sovereign pleasure of Your Right Noble Excellencies, no purchase of rice has taken place this year for the account of the Company, it will appear to Your Right Noble Excellencies from the general letter also being dispatched at present to what extent use has been made of the favorable authorization for the export of that article by private merchants, both to Malacca, Palembang, and several other overseas places, among which the Great East is also included; and that, on the other hand, since the interdiction of Your Right Noble Excellencies, not the least export to Johor and Riouw has been permitted, but I have immediately ordered the chiefs and residents of the coastal offices along this coast to directly seize any vessels belonging to the aforementioned two places upon their appearance and hold them until further orders. However, none have been sighted anywhere along this coast since that time, whether to fetch provisions or otherwise. Meanwhile, I express my most humble gratitude to Your Right Noble Excellencies for the report given regarding the enterprise against the aforementioned places Johor and Riouw, in order to make the faithless 1 faithless Radja Hadje and his adherents undergo their deserved punishment for the hostilities committed against the Company, through the blockade by the Company's armed ships and the further attack to be carried out. The rice and other articles which Your Right Noble Excellencies have ordered to be provided from Java for Amboina and Banda, and specifically according to the principal demand received from the ministers of those provinces, will be shipped insofar as the cargo hold capacities permit. I further take the liberty to respectfully refer, regarding what further occurs on this subject, to the Autumn description being dispatched today, and thus following the thread of separate matters, to note regarding: Indigenous affairs: that the auxiliary troops, both of the Emperor and Sultan, as well as those of the Panembahan of Madura and of the Regent of Sumanap, who returned to Java over the land route from Batavia under the escort of Lieutenant Pentzlin and Cornet Smitt with the Dragoons accompanying them, after they had all rested here together in Samarang for a couple of days, subsequently returned homeward. And they arrived there in very good order without having committed the least excesses during their marches, to the satisfaction of the princes and other interested parties. And as I had, in accordance with the desire of Your Right Noble Excellencies, informed the princes as well as the Prince of Madura beforehand of the return of their men, I simultaneously thanked Their Highnesses in letters as well as through the chiefs at Souracarta and Djokjocarta in the name of Your Right Noble Excellencies, and had thanks expressed, for the services rendered to the Company through the assistance of those troops, making it known to them that in due time a Samarang, the 20th of December Anno 1783. gift Page 2 Samarang, the 20th of December Anno 1783. gift was to be presented to Their Highnesses as a token of remembrance for the readiness displayed in this matter. And when I had the chiefs deliver to the princes the letters subsequently sent to me by Your Right Noble Excellencies for them, they, along with notification of the return of their troops, furnished me with a polite compliment in reply and also directly answered the letters of Your Right Noble Excellencies, which I had the honor to transmit with my humble submission of the 5th of the past month. Meanwhile, I shall have the gifts for them, as well as for the Crown Princes, made here in accordance with the order given by Your Right Noble Excellencies in the general letter of the 24th of November, and shall endeavor to satisfy their taste in that regard; but, on the other hand, I continue to await the star for the Emperor from Your Right Noble Excellencies. The disabled men of the Emperor's and Sultan's aforementioned troops, having landed at Tagal with the ship Europa and subsequently having arrived here over the land route under the supervision of two European sergeants and two corporals, have been provided with proper transport to Souracarta and Djokjocarta, along with the baggage brought by them. The reason why, in the draft contracts for the successors to the throne of the Javanese Emperor and Sultan presented to Your Right Noble Excellencies and subsequently received back from the same, I made no mention of the previous contracts, occurred because I had believed this to be in accordance with the order and intention of Your Right Noble Excellencies. However, now perceiving that a misunderstanding has taken place in that regard, I request Your Right Noble Excellencies' favorable
Dutch transcription
Samarang den 20„e December A:o 1782. pag:a J:b lijden, wanneer omen als dan in staat zijn zal uit de hier en op de onderhoorige Comptoiren na aftrek van het geprojecteerde voor Amboina en Banda mitsgaders eigen benoodigtheid overblijvende. restanten der Contin„ „genten van dit Jaar ter quantiteit van C: l. 2000. –. Cojange, direct 4. sceepen van 150 voeten te kunnen bevragten en transporteeren, en dus instere ik om, zoo draa de mousson zulx permitteer, met de even gemelde kielen, tot den afhaal te moogen worden voorsien, mitsgaders dat daar van een direct na Tagal en een na pacalongang, moogen worden gesonden. -. Onder eerbiedige nrotitie, dat 'er ingevolge het hooge goedvinden war Hoog Edel= „heeden, in dit Jaar geen inkoop van Rijst voor reekening van de Comp: is geschied, zal het uwe Hoog Edelheeden bij de thans ook afgaande gemeene brieff, voorkoomen, in hoe vere omen van de gunstige qualificatie, tot den ai'tvoer van dat deticul, door particuliere Handelaars zoo ma Malacca, Pa„ „lembang, als meer andere overwalsche plaatsen, waar onder ook de groote Oost begaepen, gebruikt gemaakt heeft; en dat omen daar en teegen, sederk de interdactie uwer Hoog Edelheeden, geen de minste outvoer na Johor en Riouw, heeft gepermitteerd, maar heb ik al aanstonds, de opperhoofden en Residenten der strand Comptoiren, lange deese kust, gelast, om bij ver„ „scheininge van vaartuigen, op de eevengemelde twee plaatsen thuijshoorende, deselve direct in beslag te doen oneemen, en tot nadere order aantehoudens, dag van dewelke, er sedert dien tijd, ter afhaal van Leevens midelen als ander „sinte, nergens lange deese kruit, ontwaard zijns, Inmiddens dat ik uwe hoog „Eeelheedens nedrigst dankbetuig, voor het gegeevene berigt, omtrent de ondernee= „minge teegens de voorschreeven plaatsen Johor en Riouw, om met het in= „sluijten door 'sComp:s gewaapende scheepen, en de verdere te doene Attacque, den trouwloosen. 1 trouwloosen Radja Hadje en zijnen Aanhang wegens de geplegde Vij= „andelijkheeden, toegens de Comp: de verdiende straffe te doen ondergaan:— De Rijst en andere Articulen, die we Hoog Edelheeden, ter besorging van Java voor Amboina en Banda, hebben aanbevoolen, en wel bepaadelijk, na de ontfangen principaalen Eijnk, der ministers van die provincien, in zoo verre de scheeps ruijmtens permitteeren zal, zullende worden afgescheept, neem ik voorts de vrijheid, mij weegens het verder, omtrent dit Jujet voorkoomende, eer biedigst: te gedraegen, aan de opheeden afgaande Najaars beschrijvinge, en dus dus draad den aparte zaaken vervolgende, omtrent: Inlandsche zaaken te noteeren, dat de van Batavia onder exCor„ te van den Luijtenant Pentzlin en Cormet Smitt, met de bij zig hebbende Dragonders, over den Landweg op Java terug gekoomen hulp trouper, zoa van den keijper en sulthan, als die van den Parembahan van Madura en van den Sumanaps Regent, ona dat deselve gesaament. „lijk alhier te samarang, een paar daegen uitgerust hadden, vervolgens thuijswaards gekeerd en aldaar ook, zonder, op hunne marchen eenige den minst excesser te hebben begaan, in den seer goede ordre tot genoe„ „gen der vorsten en de verdere belang hebbende, aangekoomen zijn; en gelijk ingevolge de begeerte uuwer Hoog Edelheeden de vorsten beneevens den prins van Madura, voor af bedeeld had, van de te rug zending hunner manschappen, heb ik Hun Hoogheedens teffens bij brie„ „ven zoo wel, als door de opperhoofden te soura Carto en djokjo Carta, in't „naams uwer Hoog Edelheeden, dank betuigd en Laaten betuigen, vor de diensten der maatschappij, door de adsistentie van die troupel toegebragt, onder te kennen geve tffen, dat dan hune hoogheden in der oid een Samarang den 20=en December Anno 1783- geschenk. pag: 9. Samarang den 20=e December A„o 1783. geschenk stond aangebooden te woorden, ter gedagtenigse voor de bereid. „vaardigheid in deesen betoond, gelijk ik dan ook, de door u Hoog Edel„ „heeden vervolgens aan mij voor de vortten toegesonden brieven, hun door de opperhoofden hebbende doen ter hand stellen, hebben deselve met kennis geening van de te rug komste hunner troupes aan mij een be= „teefd Complaient in antwoord gesuppediteert, en ook direct de brieven „Uwer Hoog Edelheeden beantwood, die ik de een gehad heb bij mijne sub„ misse van den 5. der gepasseerde maand, over te zenden; terwijl ik de geschenken, voor deselve mitsgaders voor de kroonprinsens, ingevolge de door duwe Hoog Edelheeden bij gemeene missive van den 24:' November gegeeven order, alhier zal laaten aanmaaken, en daar om„ trent tragten, aan hun smnaak te voldoen, dog daarenteegen, de ster voor den keijzer van W Hoog Edelheeden blijve te gemoed zien. De Impotenten van 's Keijpers en sulthans opgemelde troupes, met het schip Europa te Tagal aangeland, en vervolgens onder opsigt van twee Europeeshe wagtmeesters en twee Corporaals over den Landweg hier aange„ „koomen weesende, zijn aan deszelve, met de door hun aangebragte bapagie, behoorlijk transport na souracanta in djokpCarta verleend geworden. - Det Reedenen, Waarom ik in de aan uwe Hoog Edelheeden aan gebooven en vervolgens van Hoogstdezelve weeder te rug ontfangen Concept Con= tracten, voor de Throons opvolger van den Javasche Keijser en Sulthan, niet had gewaagd, van de voorige Contracten, is geschied, om dat ik vermeene had, zulxs met de order en intentie uuwer Hoog Edelheeden, over een te koomen, dog daar omtrent nu bemerkende, dat 'er een mis verstant heeft plaats gehad, versoek ik daar over uw Hoog Edelheeden gunstigd in
English
Samarang the 24th of December 1783. indulgence; while I will make the necessary use of the altered and amplified Draft Contract sent to me by Your High Noblenesses upon an upcoming opportunity, or when in due time any death, whether of the Emperor or the Sultan, should happen to occur, and against which aforementioned Contract I currently hold no objections; however, whether or occasionally, upon an upcoming change, objections and concerns might be raised in one matter or another at the courts of the rulers by their successors to the Throne, I dare give Your High Noblenesses no positive assurance before one will be able to judge, upon the execution or introduction of that Contract, the consent or the objections to be raised by the new successor to the Throne on these or those points; and although I am persuaded that Your High Noblenesses please to trust that I, in such an event, will by no means lose sight of the Company's interests, but seek to maintain its authority and power to the best of my ability, I nevertheless request authorization from the Same so that, when necessity should require that in the aforementioned case some changes had to be made to these or those articles of the aforementioned Contract, I may then allow the same to take effect. For the information provided to me by Your High Noblenesses under the Section of Affairs of War, that the Raden Tumenggung at Bencoolen is a brother of the old Prince of Madura who passed away in 1771, and an uncle of the present Panembahan, but not a brother of Raden Tumenggung page 11. Samarang the 20th of December Anno 1783. Tumenggung Sentara, as I had stated in my remarks on the Account of Daeng Kupu, I express an obliged gratitude to Your High Noblenesses, and it has served as a particular satisfaction to me that Your High Noblenesses were pleased to be satisfied with the further remarks made by me on that Account, and while during the drafting of this I receive a report from the Rembang Resident Palm that the aforementioned Daeng Kupu has returned from the Balinese bilander, I shall, when he has meanwhile also arrived here, have the honor at the conclusion of this to submit the outcome of his commission to Your High Noblenesses, or otherwise seize a further opportunity to do so. The further matters occurring to me which I consider myself bound to bring to the attention of Your High Noblenesses, and most respectfully must present, consist of the following: At the Sultan's Court, there was great confusion in the beginning of the month of August of this year, owing to the ruler's displeasure over the flight of his secretary, named Setrawiguna; this clever and shrewd fellow, in everything the right hand of the Sultan, managed to enrich himself in an indirect manner with His Highness's revenues, and when this became known, immediately removed himself from the court; people here were at first very fearful of his seeking refuge with Mangkunegara, although my orders to the Commander Stralendorff also contained the most appropriate measures for the thwarting of such an intention and undertakings, but six days thereafter certain news was received that he had set his path westwards, whither several of the Sultan's people were also directly sent after them with orders for his apprehension Samarang the 20th of December Anno 1783. apprehension, whether alive or dead, and in order to render the Sultan all possible assistance in this as well, I authorized Commander Van Rhijn to assist His Highness, at his request, with a European sergeant, while I at the same time ordered the resident at Tegal and requested Mr. Van der Beeke at Cheribon to render the required assistance to the Sultan's emissaries, which was of such good result that, already on the 27th of that same month at three o'clock in the morning, this fugitive secretary Setrawiguna was apprehended at Jampang, belonging under the district of Cheribon, on the occasion when he lay sleeping there in a Javanese mesjid or temple with two more of his companions: As soon as this news arrived, I directly gave notice thereof to His Highness, primarily with the intention to show him the Company's readiness to assist in matters concerning the rulers, and also to bring this to bear at a convenient time when one might require his assistance in these or those cases; the ruler thanked me very kindly for this communication, and his wrath having somewhat moderated in the meantime, had the sentence against the apprehended man drawn up, after which the hair was shorn from his head and, alongside his two companions who had fled with him, his wife and children, he was exiled to the Madiun region, a punishment not commensurate with the misdeed, but which found this mitigation in the false testimony of the priests that, since his capture, bouts of madness were intermittently observed in the secretary or Setrawiguna, for which aforementioned reciprocal service the occasion also presented itself shortly thereafter
Dutch transcription
Samarang den 24„e December 1783. indulgentie; terwijl ik van de door uwe Hoog Edelheeden mij toegesonden gealtereerde en geamplieerde Concept Contract bij Voorkoomende geleegendheid, dan wel, wanneer er in der tijd eenig sterf geval, het zij van den keijper of den sulshan, kwam voor te vallen, het noodig gebruik maaken zal, en teegen welk eevengemeld Contract, ik voor het teegentwordige, geene bedenkingen draage; dog of en sonwijlen, bij voorkoomende veranderinge, aan de sloven der vortten, door dies Thwons opvolgens, geene zwaarigheeden en bedenkinge, in het een of ander zullen worden gemaakt, durf ik W Hoog Edelheeden, geene positive verseekeringe te geeven, voor en al en, men bij de excecutie of Innoductie van dat Contract zal kunnen oordeelen, over de bewilliginge, dan wel de te maakens swaarigheeden, van den nieuwe Throons opvolgen, in dese of geene poincten; en of thoon ik gepersuadeert ben, dat uw Hoog Edel„ „heeden gelieve te vertrouwen, dat ik en zulk een geval, geensints de belan„ „gens van de Comp:, uit het oog zal verliesen, maar dies authoriteit en gezag, ona vermoogen tragten te mainetineeren, zoo versoek ik nogthans qualificatie van Hoogst deselve, om wanneer 't de noodsaekelijkheid kwam te verbijchen, dat 'er is het voorschreeven geval, eenige veranderingen in deese of geene der articulen, van het voormeld Contract, moest wor= „den gemaakt, het zelve als dan, te moogen laaten gevolg neemen. —. Voor de onder het Hoofd deel der Daeken van Oorlog, door uwe Hoog Edeleeden aan mij gedaane informatie, dat den Radeen Tommongong te Bancahoeloo en broeder is van den ins 1771. overheedens ouden prins van Madura, en een Oom van den prasentin Panumbahan, maar geen broeder van Radeen Tommongong pag„o 11. Samarang den 20„e December A:o 1788. Tommongong sentara, gelijk ik bij mijne remarcques op het Relaas Van Dain Coepoe gesteld had, betuig ik wwe Hoog Edelheeden een ver- „pligsten daenk, en heeft het omij tot een bizondere satisfactie gestrekt, dat uwe Hoog Edelheeden genoegen hadden gelieven te oneemen, in de verdere door mmij, op dat Relaas gemaakte remarcques, en terwijl ik onder het Concipieeren deeses berigt van den Rembangs Resident Palm ontfang, dat die opgemelde Dain Coepoe, van de Balijohe bilander is te rug gekoomen, zoo zal ik, wanneer intusschen ook hier zal zijn aan„ „geland, aan het slot deeses, de Eer hebben, w Hoog Edelheedens den uitslog zijner Commissie te suppesiteere, of anders daartoe, een nadere gelegenteid Capteren. De verdere mij voorkoomende zaaken, die ik vermeene gehouden de zijn, on „der het oog uwer Hoog Edelheeden te brengen, en eerbiedigst te moeten voor= draegen, bestaan in het ondervolgende Aan des sulthans Htoff, was het in den beginnen van an maand Augustus Jz:, in groote verwarringe, weegens het misnoegen van den vorst over de vlugt van sijne secretaris, genaamt setro Arigoeno,; deese Cchaandere en doorsleepene knaap, en alles de regten hand van den sulthan, heeft sig op eene indirecte wijse, met zijn Hoogheids inkomsten, weeten te verrij= „ken, en toen het bekend daakte; sig oogenblikkelijk van het soff verwijderd; men was hier Eers=t seer bevreest, voor zijne toerluijt neening tot Mancoo„ „nagardo, of shoon mijne orders aan 't opperhoofd stralendorf, ook de beok: gepaste maatregulen in hielde tot verijdeling van een soodaenig voornee„ „men en onderneemingen, dog ses daegen daarna, kreeg men zeeker na„ „rigt, dat hij owertwaards zijn spad geset had, werwaerds dan ook direct Verscheidene van sulthans volk, hun agternasettende met ordre tot zijne Aprehemnoie Samarang den 20„en December A:o 1783. approhensie, het zij Leevendig off dod, en om den Cuthan in deesen ook alle moogelijke adjudo te bewijven, soo qualificeerde ik het opperhoofd Van Rhijn, om zijn Hoogheid op desselvs versoek, met Een Europeese wagtmeester, te adsisteeren, terwijl ik teffens den resident te sagal, gelaste„ en de heer van der Beeke te Cheriboor verzogt, om de verlijchte behulp„ „zaamheid, aan des sulthans sendelingen, te bewijsen, welk een en onder van dat goed gevolg was, dat men bereit, op den 27=e van die selve maand, des morgen om drie uuren, deese voortolugtende secretaris selve treegoeno te Jampang, onder het aisricet van Cheribon gehoorende, ap„ „prohendeerde, bij geleegentheid, dat hij aldaar, in een Javaansche Missigit of Tempel, met nog twee zijnen makkere, te slaapen lag: Jk hebbe zoo daar dit narigt inkwam, zijn Hoogheid daarvan direct kennisse gegeeven, met insigt voornamentlijk, om hem te doen sien, Comp:s bereidwillijheid, ten assistentie der Baaken, tot de vorsten betalkelijk, en ok om bij geleegen „ner tijd, wanneer omen zijna adjude, in deese of geene gevallen, benoorigd was, zulks als dan te passe te brengen; den vorste heeft mij voor deeze Com„ „muncatie seer viendelijk bedankt, en fatusschen zijn boom een weirig ge= „maatigt zijnde, de sententra, ten Lasten van den geapprohendeerde, doer opmaeken, waar na hij het hair van het Hoofd gesneeden en neevens zijne twee meede gevlugte adherente, nrouwe en kinderen na het Ma= „dionse verbennen geworden es, een straffe miet eerenreedig het mes dij sfe„ dog welke die verlagting rond, in het falso Getuigenisse der priesters, dat men in den secretaris of setro wiegoeno, seedert zijne agterhaling, bij tusschen prosinge, vlaage van sinne loosheid bespeurde, tot welk ge= „melde weederdienst, sig ook al kort daar aan, de occagie op deus„ zijn
English
Samarang the 20th December A:o 1782. page 13. to request His Highness's further service, on account of the many slaves who deserted from Batavia thither; and were staying with the sultan's people, which, but for a serious written order, would have been difficult to apprehend; so that happened afterwards, and of whom most have already been returned successively to Batavia to their masters. —. The Emperor, having corresponded for some time past with the sultan regarding the exchange of lands, amounting on both sides to 357 jatjas, and this having finally reached its conclusion in the presence and before the respective Chiefs, to the full satisfaction of the princes, I have the honor hereby to inform Your High Nobilities thereof, also offering, under L:a H: and B., the translations of the arrangement and exchange of the villages made on both sides by the Prime Ministers in the name of their princes, with further note that proper record thereof has been kept in the Registers; the Emperor has designated the aforesaid lands for the construction of his masonry watercourse, which must flow for a distance of about four hours from Souracarta, and on which work, requiring endless trouble and labor, fully four years will be spent before it reaches perfection; already they have now progressed a good half-hour distant, under the supervision of the Citizen Ditlof, whom Your High Nobilities, for the pleasure of the Emperor, have been pleased to favor with the title and rank of ensign, and for which kindness I, together with and alongside His Highness, express grateful thanks here. —. The Tommongong Arong Binang, who on account of the Emperor's Samarang the 20th December A:o 1780. disgrace had been relegated to the Djiepang district, but subsequently recalled from there to Solo, just as this appears in detail in my separate letter of the 22nd February of this year, finally passed away on the 15th October last, after he had continuously languished and suffered since his return from his exile; concerning his illness I had myself informed in detail by the Chief Van Stralendorpf, and according to an attestation given by his children in writing, the death of this unfortunate Grandee of the Realm was considerably hastened by the bite of a rat, as immediately thereupon followed an inflammation, and furthermore a severe burning fever, and within the time of half a month, his death. —. A request having been made by the Commander in the Eastern Corner, for and on behalf of the following Regents, that the following grenadier flintlocks might be delivered to them on the Company's behalf at the price of Rd:s 10. –, namely: To both the Regents of Sourabaija each . . 100. is 150 pieces To the First Regent at Grissee . . . 40. ditto To the second ditto ditto . . 10. ditto To the Adipattij at Passourouang - - - - . . . . 100. ditto To the Tommongong at Bangel - - . . . . 25. ditto To the ditto at Poeger - - . . . 20. ditto To the Ingebeij at Bangel - - - 10:— To the ditto at Malang - - - . . . 25 ditto To the ditto at Rawa - - - . . . . . 12. ditto To the ditto at Poeloe - - . . 25 ditto with page 15. Samarang the 20th December A:o 1742. with another 100 pieces of sidearms with brass mountings to each of the aforesaid Sourabaija Regents, I respectfully submit this request—which was already made to me by them in A:o 1781, and also by several other Regents of the remaining western stations, but which I could not fulfill at that time on account of the existing war and our own needs—to Your High Nobilities; and since the aforesaid circumstances now cease, and the present stock permits this assistance, I take the liberty to request Your High Nobilities' authorization, both for the delivery of the above-mentioned flintlocks and sidearms to the Regents in the Eastern Corner, and of another certain quantity of grenadier flintlocks for the Regency of the western stations, consisting of the following; namely: grenadier flintlocks, cavalry carbines. The Regent of Brebes . . . . . pieces 20. pieces 24. - Tegal - the 1st Regent . . . . . pieces 20. –. the 2nd ditto - - - pieces 20: —. the Regent of Pamalang . . pieces —. pieces 40. the ditto of Wieradessa - - . - pieces —. 20. Paccalongang the 1st Regent . . . . pieces 25. —. the 2nd ditto . . . . . pieces 25. —. pieces 50. pieces —. the Regent of Batang . . . pieces 16. pieces —. the ditto of Caliwongoe - - - pieces 25. pieces — Damak the 1st Regent . . . . . . . pieces 18: — the 2nd ditto . . . . pieces 20 pieces — the 3rd ditto . . . . . . . pieces 20 pieces — Samarang the 20th December A:o 1783. grenadier flintlocks, cavalry carbines. Japara the 1st Regent . . . . . . . pieces 25. — the 2nd ditto . . . pieces 25: pieces 50. pieces — the Regent of Coedus . . . . . pieces 40. —. the ditto of Tjinkalsewoe - - - - pieces 10. - the ditto of Lassum - - pieces 40. pieces — the ditto of Joana - - - - - pieces 24. — Pattij the 1st Regent . . . . pieces 30. — the 2nd ditto pieces 30. pieces 60. the Regent of Rembang - - - - - - pieces 10. the ditto of Padjankoengang - - pieces 10. the ditto of Glongong - - . pieces 8. the ditto of Touban . . . . . pieces 24. —. With further note that this has occurred multiple times, and that, because one can now fully rely, as at that time, on the goodwill and attachment of the Regents and their subordinate chiefs, no objections or grounded difficulties are to be raised against assisting the Javanese Chiefs with weapons; furthermore, the native does not know how to handle the weapon as well as is necessary for its preservation, and when they distribute them among their people at the feasts of Moeloed, Puasa, and wedding ceremonies, they keep cocking and snapping the cocks, whereby they quickly become unserviceable, and being unable to repair them, the Regents find themselves at a loss when these must then be used for the Company's service, so that such, according to
Dutch transcription
Samarang den 20„en December A:o 1782. pag:o 13. zijn Hoogheids werder dienst te versoeken, door de veele slaaven die van Batavia na herwaerds drosten; en sig met sulthans wolk op hielden, een buijten den' ernstig schriftelijk bevel, met souve te approhendeeren ge„ „weest zijn; Invoege daarna is geochied, en waarvan de meeste reets naar Batavia aan hunne Lijffheeren, successive zijn te zug gesonden. —. Den Keijper seedert eenigen tijd herwaards met dens sulthan gecoures. „vondeert hebbende, op de ditwisseling van Landerijen, bedraegende weeder„ Zeids 35 7. jatjas, en dat Eindelijk, in proesentie en ten overstaan: van de respective Opperhoofden, tot volle genoegen van de vorten, zijn beslag en„ „langd hebbende, soo geeve ik mij de eere, uw Hoog Edelheeden daar vann: bij deezen, kennisse te geeven, met aanbiedinige teffens, onder L„a H: an B. van de translaaten van de door de Rijxbestierders dut naam kunnen vorsten weeder zeids gemaakte schilkinge, en trocquade der Negorijen, onder notitie verder, dat daarvan, bij de Registers, behoorlijke aanteeke= „ning gehouden is; den klijzer heeft de voorschreeven Landerijen gesctikt, tot het aanleggen van sine gemetselde waterloop, die ten afstand, van Circa vier uuuren verre van souracarta, moet vloeijen, en met welk verk„ dat een onEijndige amoeijte en Arbeid vorderd, wel vier Jaaren zal toege= „bragt werdens;, eer het tot eene volmaaktheid komt; reet is men nu een groot half uur verre, daar meede gevorderd, onder opsigt van den Burger Ditlof, wien duw Hoog Edelheedens, ten gevallen van den keijser, met den titul en rang van vaandrig, hebben gelieven te begunstigen, en door welke goedheid, ik met en beneevens zijn Hoogheid, alhier enkenne„ „lijk dank betuige. —. Den Tommongong Arong Binang, die om de wille van 's keijders Ongenoede. Samarang den 20„e December A„o 1780. Ongenaade, na het Djiepangsche, dog vervolgens van daar na Colo gerappelleert was, invoegen dit een en ander bij mijne aparte brieff, van den 22=e februarij deeses Jaars omstandig voorkomt, is eindelijk op den 15:e October Jal:, na dat hij seedert de te rug komst uit zijne ballingschap, ge„ „deurig gekwijnt en gesutteld had, overleeden; Noon zyne ziekte hebb„ ik mij door het Opperhoofd van Stralendorpf, Secact laatens Informeeren, en volgend en attertatie, bi zijne kinderen in gescheufen verliend, soude de dood van deese ongeluskige Rijksgroote aanmerkelijk zijn ver„ „haast, door de beet van een Rot, alzoo daarop onmiddelijk, een Jnfla„ „matie, en voorts swaare heete koorte, en binnen de tijde van een halve maand, zijn overleeden volgde. —. Door den gezaghebber in den Oosthoek, voor en de van weegen de nateiet: „dene Regentens, versoek gedaan zijnde, dat aan de selve tegens de prijk van Rd=s 10. –. sComp:s weegen mogten werden afgegieven de volgende snaphaenen granadiers als: Aan beide de Regenten van Sourabaija iedem. . 100. ix 150 stux „ den Eerste Regent te grissee „ „ tweede _:o „ _„o . . . 40. _=o „ „ Adipattij te passourouang - - - - „ „ Tommongong te Bangen-- „ „ _o „ Poeger - -. .. 10. _ „ „ Ingebeij te Bangel - - - . . . . 100. _o . . . . 25. _ o . . . 20. _o „ „ _=o „ Malang - - -. 10:— . . . 25 _o . . . . . 12. _o „ „ _„o „ Rawa - - - . 25 _ o _„o „ Poeloe - -. met . . . . . „ „ pag:o 15. Samarang den 20„e December A:o 1742. met nog 100. stux zeid geweeren met koopere geresten, aan ieder den Voormelde sourabaijase Regenten, zoo draege ik dit versoek t' geen mij reers in A:o 1781. door hun is gedaan, en ook door verscheidene andere Regenten, van de overige westersche Comptoiren, dog waaraan ik in dien tijd, omits den subsisteerende Ovorlog, en eigene benoodighheid, niet konsa beantwoorden uw Hoog Edelheedens eerbiedig voor; en daar eeven gem: heeden nu ophouden, mitsgaders het aanhandend zijnde restant, deese adsistentie permitteerd, soo ineeme ik de vrijheid, uw Hoog Edelheden Qualificatie te versoeken, soo wel tot de afgaeve van de bevengenoemde snaphaanen en Zeidgeweeren, aan de regenten in den Oosthoek, als van een andere seekere quantiteit snaphaanen granadiers van de Regentie van de westersche Comptoiren, bestaande in de ondervolgende; als snaphaanen Carabijns granadier ruijters. p:s 20. p„s 24. - Den Regent van Brebes. . . . . Tagas - _ „ 2:e _:o - - - „ 20: —. den Regent van pamalang „. _„o „ Wieradessa - - den 1e. Regent Paccalongang „o 2„e _: den regent van Batang bandat ---- 2 Damak den 1=e Begent. . . . . p:so 20. –. „ Caliwongoe- - - den 2: _„o. . . . . „ 25. —. „ den 1=e Regent. . . . f=o 25. —. 20 „ . . „ —. „ 40. . - „ —„ 20.. 25„ — .„ 16. „ —. „ 3:e _o. . . . . . . „ 18: — „ 50. „ —. „ 25. „ — 20 „ — vrt 50:„ „ „ .. . „ - Samarang den 20„e December A„o 1783. Japara den Regent van Coedus. . . . . „ _„o Tjinkalsewoe ---- „ _„o Lassum - - _„o Joana - - - -- „den 1 e Regent. . . . p„s 30. — Pattij 2 „ 2:e _:o „ 30. p„ 60„ den Regente van Rembang - - - - - - „ 10„ _„o padjankoengang -- 10„ _„o Glongong - - . 8„ Onder notitie verder, dat zulks te meermaalen heeft plaats gevon„ „den, en dat, daar omen omu soo ws als ter dier tijd, volkoomen staat kansmaaken, op de wel meenentheid en aftachement, van de Regenten en hunne mindere hoofden, en oversulks geene bedenkingen ofte ge= „gronde swaarigheeden teegens de adsistentie van geweeren, aan de Javaansche Hoofden, te maaken is; boven dien wert den Jnlander niet met het geweer soo wel om te gaan, als tot dies Conservatie be= hoort, en als zij die bij de feesten van Hoeloet, pocassa, en Huwelijks Ceremonien, onder hun volkje geeven, leggen die atos, met de haaren te knippen en ketsen, waar door spoedig onbekwaams werden, en zij die niet repareeren kunnende vinden sig de Regenten verleegen, als die dens tot sComp:s dienst gebruijkt moeten worden, invoegen zulk, vol= „den 1:e Regent. . . . . . . p:o 25. — 6 „ 2:e _„o. . . . „ 25: p„s 50. p„s — _„o Touban. . . . . „ 24„ —. 40„ — 10„- 40. „ — 24„ — snaphaan Carbijns granadiers Ruijters. „gens. 1 „ „ „ „ .
English
Samarang, the 20th of December, Anno 1783. Page 17 according to the writings of the said Commander van der Riepoort, it is situated with the firearms of both Regents at Sourabaija, who previously also possessed up to 300 and more firearms, but successively in the Palembang War and absent in the Cadiri region, and through cited inexpert handling, have been rendered unfit down to 40 to 58 firearms, which they still have now, and can still hardly be called serviceable for defense. Until now I have had to postpone giving your High Nobilities a full report of a commission decreed in this early spring, though long since completed, to the island of Bawean, both because of the indisposition of the first commissioner, a certain bookkeeper Fredriks, and because of the expected arrival of the pangerang of Bawean, as well as on account of some other points occurring under the report of this matter; and all this taken together prevented me from making the following report in all respect as quickly as I had wished; but these matters now having been cleared out of the way, I respectfully note here from the report handed over to me by the said commissioner, that he departed from here on the 14th of December 1782 and returned again on the 8th of May 1783; that during his presence on Bawean, several vessels arrived there, up to the number of 100 pieces, both from the opposite coast, Mandhar, and several other places on the Ceram coast, according to information obtained, mostly laden with gambier, and some also with opium, linens, iron, etc., but that the same, informed by the inhabitants of Bawean regarding the presence Samarang, the 20th of December, Anno 1783. of the commissioner, immediately departed, and directing their course elsewhere, all escaped; furthermore, that from a careful investigation on the said island it appeared to him that there were still 172 empty vessels of various sorts found in diverse creeks, bays, and rivers, among which were 63 gontings, 70 panjeltangs, 30 sjamplengs, 8 paduwakens, and one prauw mayang, which belonged to the inhabitants, consisting of a mixed nation, and that he was further informed by them that several were still away from home, and the total number of vessels belonging to Bawean amounted to over 300 pieces, which traded partly to Java, but mostly to the opposite coast, the coast of Ceram, and also to Bencoolen, and as they pay neither leases nor duties upon sailing in and out, and one may thus with reason fear that the trade on this island will from time to time increase more to the prejudice of the Company's revenues, not to mention the harm that flows from an illicit trade, I immediately summoned the simple and good-natured pangerang hither; and upon his appearance here, demanded an accounting regarding the infraction of the contracts entered into with him in Anno 1782, but as it appeared to me from this and from the testimony of the commissioner that he was indeed inclined to that observance, but utterly powerless to prevent a trade and navigation from which he himself derives but little profit, I have had to decide to let the matter rest for the present, and merely recommended the pangerang to observe the content of the contracts as far as possible, without more, as I am fully assured of Page 19. Samarang, the 20th of December, Anno 1783. his goodwill and attachment to the Company, and that his will is indeed good, but his capacities are too weak, of both of which, and of his goodwill, he also immediately gave me striking proof, as he requested me that his middle son might succeed him, since he, being old and inexpert, could not manage the governance of Bawean except defectively, and that the Company might be pleased to make some arrangement whereby the smuggling trade on Bawean would be prevented and regulated tolls collected for the benefit of the Company, he being content with a small portion thereof for his subsistence. The first, or the survivorship of the son, who to the eye is a capable and very promising youth, I promised him to propose to your High Nobilities in due time, provided he first let this son of his remain with me for one to two years, in order to be instructed and trained in reading and writing by the Head Regent, and to govern Bawean with more judgment and understanding, in which proposal he not only showed great willingness, but also recently sent his son to me for the prescribed purposes, and whom I now, when he has enjoyed the necessary instruction and is attached to the Company with some cordiality, shall take the liberty to propose to your High Nobilities as the replacement for his father, while with regard to the second, or the toll collection, I have made a promise to the pangerang to let my thoughts dwell on that, in order to write the necessary to him thereafter, and while I hope that your High Nobilities will be pleased to approve my conduct observed in this, I have, in order to answer
Dutch transcription
ƒ Samarang den 20:e December A:o 1783. pag:o 17 „gens schrijvens van gemelde gesaghebber van der Riepoort - gesteld is, met de geweeren van de beide Regenten te sourabaija; die voor deese ook, tot 300: en meerder gewieren; gehad hebben, dog succesive in de Palemboangsche Oorlog en in 't Cadirische absent, en door geciteerde Onkundige behandeling, onbekwaam geraakt zijn, tot op 40. â. 58. ge: „weeren, die zij onus nog hebben, en nog maar nauwelijks voor defensie bruijkbaar genoemd kunnen worden. — Tot nog too hebbe ik moeten olitstellen, uw Hoog Edelheeden een volleedig berigt te geeven, van eene in dit vroegere voorjaar gedecerneerde, dog voor lange afgeloopene Commissie, naar het Eijland de Bavraan„ soo om de indispositie van den Eerste Commissiant, seekere Boekhou= „der Fredriks, als om de verwagte komst, van den pangerang van de Baviaan, mitsgaders om de wille van eenige andere poincten, onder het verslag van deese zaak voorkomende; en dit alles te saamen genoomen, mij verhinderde, om soo spoedig als ik gewenscht hadde, het volgende ver„ „slag in alle eerbied te doen; dan dit ene en andere nu oit. de weg geruijmt zijnde, soo noteere ik alhier Eerbiediglijk, olt het Rapport door gemelde Commissiants ornij overgegeven dat hij den 14: xber 1702: Van hier vertrokkens, en den 8=e Meij 1783. Weeder is gereverteert; dat Geduurende zijn aanweesen op de Baviaan, verscheidene vaartuigen aldaar zijn aangekoomen, wel ten getallen van 100. stuks, soo van de Overwal, mandhaar en verscheidene andere plaatsen van de Ceramoe kust, volgens bekoomene informatie, meest belaaden met gamber, en sommige ook met amphioens, Lijwaaten ijser &=a, dog dat deselve door de inwoonders van de Baviaan onderrogt, weegens de aanweer= „sentheid Samarang den 20„e December A:o 1783. „sentheid van den Commissiant direct vertrokken, en hunne Couws na Elders heenen digtende alle ontsnapt zijn: voorts dat hem bij een nauw= „keurig ondersoek ter gemelde Eijlande gebleeken is, dat sig aldaar in diverse kreeken, baaijen en rivieren, nog leedig bevonden hadden 172. stuks Vaartuigen in zoort, waaronder bs. gontings, 70. panjeltangs, 30. Sjamplenge, 8. paduwakens en Een prauwmaijang, die aan de Jn„ — „woonders, out eene gemengde Natie bestaande toebehoorde, en dat hem voort, door deselve was geinformeert, dat 'er nog verscheidene van huijs waaren, en het geheel getal vaarthuigen, op de Baviaan thuijshooren„ de, over de 300. stuks beliep, die gedeetelijk op Jara, dog meest op de overwal, de Rust van Ceram en ook op Bancahoeloe handel dree„ „ven, en dewijl sij nog pagten of geregtigheeden, bij het af en aan vaaren, betaalen, en men dus met reeden vreesen mag; dat de handel op dit: Eijland, van tijd tot tijd meerder zal accreveeren tot preguditen ven sComp:s Jnkomsten, ik swijge van het nadeel dat uit eene ongepermitteerde haandel voortvloeijd, soo hebbe ik verstond den dnnoosele en goed baardige pangerang na herwaards geroepen; en bij zijne verscheining hier, ver„ d'antwoording afgevraagd, over de Jnfractie, der in Ao 1782. met hem aangegaane Contracten, dan daar mij hier tut en uit de getuigenisge 8 van den Commissiant bleek, hoe hij tot die observantie wel geneegen, dog E finaal onvermoogend was, om een handel en vaart te belettens, waar van hij voor sig zelv, emaar weing voordeel trekt, soo hebbe in moeten besluijten, om het voor eerst, daarbij de laatens berusten; en Eeniglijk den pange= „rang aanbevoolen, om den inhoud den Contracten, na moogelijkheid te observeren, sonden meerder, dewijl ik volkoomen versekert ben„ van 8 pag=a 19. Samarang den 20„e December A:o 178. Van zijne welmeerentheid en attachement aan de Comp„e en dat zijn wil„ wel goed, dog zijne vermoogens te swak zijn, van welk een en ander en van zijne welmeenentheid, hij wij ook daadelijk doorslaande blijken gaf„ alsoo hij mij versogt, dat zijne middelste zoon, hem mogte succeseeren„ dewijl hij oud en onkundig, het bestier op den Baviaan, niet dan gebrek= „sig konde waarneemen, en dat de Compagnie eenige schikkinge geliefde toe maaken, waar door den smorkel handel op de Baviaan geweert, en gereguleerde Thollen geheft wierden, in voordeel van de maatschappije„ zullende hij sig met een klein gedeelte daar van, tot zijn bestaan, te wee„ „den houden; Het Eerste ofte de survivance van zoon, dat op het oog een knap en veel goeds beloovende Jongeling is; hebbe ik hem toegezegd, aan uw Hoog Edelheeden in der tijd, te zullen voordraegen, mits hij alvoorens deeze zijne zoon, den â twee Jaaren onder mij liet verblijven, ten einde d door den Hoofd Regent, in 't Leezen en schrijven onderweesen en opgelegd wierd„ ven met meerder oordeel en verstand, de Baviaan te bertieren, in welke Voorstel hij niet alleen groote geneegentheid betoonde, maar mij ook Jonagst zijne zoon, tot voorschreevene Oogmerken, heeft toegezonden, en die ik mu wanneer hij het noodige onderwijs genooten heeft, en aan de Com„ „pagnie met eenige hartelijkheid is geattacheert, de vrijheid zal neemen, aan uwe Hoog Edelheeden, tot vervanger van zijn vaden voor„ „bedraagen, terwijl ik ten aansien van het tweede ofte den thol heffing aan den pangerang toesegging gedaan hebbe, van daar over mijne ge= „dagten te zullen laaten gaan, om hem daarna het noodige aante schrij= ƒ : „ven, en derwijl ik hoopa dat uw Hoog Edelheeden mijn gehouden gedrag in deesen sullen gelieven te approbeeren, soo hebbe ik om te beantworden
English
Samarang, the 20th of December 1783. to fulfill the promises made to the pangerang with respect to the means for a regulated collection of tolls on the Bawean, whereof the condition of that island having been taken into serious consideration, the first thing that appears questionable to me in that regard is the declaration of the pangerang's own inability to counter the smuggling trade there; for if that is true, as I might infer from his whole conduct, doing this will be no less difficult for me and costly for the Company to enjoy the intended effect thereof. Possibly the only means for it is to place a garrison there, but however untimely this would come, especially on account of the great shortage of men, it also ought not to be small, in order not to be surprised and exterminated by the people from other shores and the Bugis seated there, which was then to be feared. And if all the tax farms are collected on the same footing as on Java, trade will decline, many of the people from other shores will move their residence elsewhere, the tax farm will come to nothing, and in the end will be nowhere near able to make good all the expenses that the Company will need to incur for the maintenance of the fortresses, garrison, their necessary goods, rations, maintenance of at least two good, sturdy pantjallangs, a douceur for the pangerang, likewise other expenses and inconveniences that one can never foresee in advance, but which, however, one mostly sees follow upon the establishment of new settlements. Without a respectable garrison of Europeans being stationed there, it is also to be feared that no Chinese will incline to take on the tax farm on the Bawean directly, as otherwise their lives would not be safe among the foreign Samarang, the 20th of December, the year 1783. page 21. Malay inhabitants, who are not accustomed to paying tax farms, indeed even, as one may infer from the speech of the pangerang, would make the greatest fuss if they, as tax farmers, wanted to collect the tolls in accordance with the Company's regulations and in the manner practiced on Java. To all these difficulties is also added that one might well run the risk that the Chinese themselves would become smugglers, though this can again be provided against once one was established there; but a second difficulty is still that no Chinese know how much they would dare to give to the Company for the tollhouses, or what other necessary conditions to stipulate, or prerogatives, such as men for assistance etc., are to be granted to them. All these difficulties occur to me upon serious consideration regarding the introduction of tax farms and tolls on the island of Bawean, and as I bring the same here under the discerning eye of Your High Nobilities, I likewise take the liberty, if and when Your High Nobilities should be pleased to resolve upon a toll collection there, to serve Your High Nobilities with my humble considerations regarding the means that could be taken in hand in this case: it would then, in my opinion, be best, as if for a trial, to place there under the protection of the pangerang a bookkeeper or assistant and twelve native soldiers to maintain the Company's authority, together with two or three trusted Chinese from different Captains, whether from Rembang, Lasem, Gresik, or Surabaya, or else from Samarang, who would not need to fear one another on account of their masters' wishes, and whereby then, the one being fearful of the other, they would not trust each other, Samarang, the 20th of December, the year 1783. and the Company for its part would thus run less risk of deceit or anything of that nature; these Chinese hirelings as toll collectors ought first to enjoy a fixed monthly salary on the Company's account, the first as tollhouse keeper, the second as writer, and the third as cashier, to collect the tax farm jointly with the agent on behalf of the pangerang, for the account of the Company alone, or together with the pangerang; for which purpose a placard ought to be published, whereby the collection of the tax farm was introduced and defined. Furthermore, one could spread a rumor, and even give some indications in the placard itself, that in time the Company intends to erect a small fortress there and place a good garrison in it; in that manner one could let it run for a few years, until the farming out of the Javanese domains under ultimo December 1787, in which intervening time it is to be hoped that the Company's circumstances will be better situated to establish new posts and to be able to defend them if necessary. Meanwhile, if trade does not decrease there (which, however, on the other hand would increase again at Surabaya and Gresik), one will be able to see approximately what the tax farm yields, what could be granted out of it to the pangerang, whether a certain fixed sum or a percentage of the revenues to be received. Each of the Chinese chiefs could also in time have everything investigated by his people, and thus know on what footing or for what price he would dare to bid for the farm thereof; they would also be able to know and state in advance what prerogatives or other conditions were necessary therewith in order to be able to demand the farm and not be deceived.
Dutch transcription
Samarang den 20„e December 1783. beantwoorden aan de beloften, den pangerang gedaan, ten aansien der middelen, tot een gereguileerde thol heffing op de Baviaan, woraff den toestant van dat Eijland, in ernstige Overweeging genoomen, het eerste dat omij ten dien opsigten, als bedenkelijk voorkomt, is de betuij= „ging van der pangerangs onvermoogen selv; om den sinotkel handel aldaar te kunnen teegen gaan, want soo dat waarheid is, soo als ik uijt ƒ zijn geheel gedrag zoude moogen opmaaken, zal mij dit te doen, niet minder moeijelijk en de Compagnie kostbaar zijn, om en het bedoelde effect van te genieten; moogelijk is het eenigste middel 'er toe daar eene bezetting te leggen, dog hoe onteidig zulks, vooral om het groot volks: gebrek wille, du ook koomen soude, soo diende die ook niet gering te zijn, om door de belanders en daar geveetene Boegineesen, niet overvallen en uitgeroeid te worden, dat te dugten was, als dan; en all'er de pag= „ten, na den voet op Java, geheeven worden, zal en den handel verloopen, veele der overwalders zullen zig met'er woon=t elders heer begeeven; de pagt zal te niet loopen, en eindelijk op verre: na niet kunnen goed „maaken, alle onkosten, die de Comp:e zal dienen te doen, tot onder „houd der fortressen, bezetting, dier benoodigde goederen, Ranspenen„ onderhoud van ten minsten twee goede steevige pantjallangs, aouceur door den pangerang, item andere depenses en Inconvenienten die men van te vooren nooijt voorsien kan, dog Egter bij oprigting van nieuwe Etablissementen, meesten tijd volgen siet, sonder dat er eene respectabele bezetting van Europeese legd, is het ook te neesen, dat geene CChineesen ook zullen inclineeren, om de pagt op de Baviaan, direct= aan teslaan, als anders hun leeven niet seeker sijnde, onder de over „walsche Samarang den 20„e December Ao 1732. pag: 21. „Malache Inwoonders, die niet gewoond zijn, pagt te betaalen, Ja selvs, soo, als men uit de neesa van de pangerang owag opmaaken, den meesten speelen soo zij als pagters volgens Comp:s bepaaling, en in voegen als op Java wrd„ gehandelde, de thollen wilde heffen, bij alle deese swaarigheeden; komt ook nog dat men wel eens gevaar soude kunnen Loopenk, dat de Chineesen selvs smotkelaars wierden, dog hier teegens is ook weeder te voorsien, wanneer men aldaar g'etubliseert was, maar eene tweede swaarigheid is mnog dat geene Chineesen weetens, hoo veel sij aan de Compagnie voor de Ban= „sharijen soude durvens geeven, of welke andere noodige Conditien te bedingen off prorogativen, als van volk tot hulp enz: hun toeteleggens zijn. — ƒ Alle deese swaarigheeden, koomen mij bij een ernstige overweeging, ous— „trent het invoeren van pagten en thollen, ten eilande de Bariaan, te vooren, en daar ik deselve alhier onder het doorigtig wog duwer Hoog Edelheeden brenge, soo matige ik mij teffens de vrijheid aan, om, soo en „ Wanneer Hoogst dezelven tot eene tholkeffing aldaar geliefde te besluij= „ten, uw Hoog Edelheeden van mijne geringe Consideratien te diene, wee= „gens de middelen, welke in de gevallen bij de hand soude kunnen genoomen werden: het soude dan mijnes bedunkens best-weesen, om eeven als tot een preuve, onder de bescherming van den pange- „rang, aldaar te plaatsen, ber: booekhouders off adsistent, en bevaalft Inlandsche militairen, tot mainctenue van 'sComp:s gezag, mitsgaders twee of drie vertrouwde Chineesen van verscheidene Capitain, 't zij van Rembang, Larsum, Gritsee of Sourabaija, dan wel van Samarang, welke de eens den ander, ous zijn saneesters wil niet behoefde te dartsien en waar door dan, den eene voor den andere bevreest, Elkandere niet ver Samarang den 20„e December A„o 1733. Vertrouwen soude, en de Comp„e van zijn kant, dus minder gevaar„ loopen, van bedrog of iets van die natuur; deese Chineesen huurlingen als thol heffens, soude eers vast salaris maandelijkes sComp: weegen behoo„ „ren te genieten, de Eerste als Bandhaar, den tweede als schrijver, en ben derde als katsier, ons gesamentlijk, met denaard wan weegens den pan„ „gerang; voor reekening van de Comp:e alleen, of den pangerang te saamen, der pagt te Collecteren; waartoo 'er een placaat soude dienen te worden gepubliceert, waar bij de keffing van pagt geintroduceert en bepaald wierd;n voorte soude men een gerugt kunnen doen verspaijden, en bij 't placaat selfs eenige blijken geven, dat de Comp=e in der tijd aldaar een fortresje opregte en goede besetting in leggen wil, indier= „voegen soude men het eenige Jaaren kunnen laatens loopen, tot de verpagting der Jarasche Domeijnen onder ult„o xber 1787: in welke tusschen tijds het te hoopen is, dat de Comp:s omstandigheeden, beeter gesitueert zullen zijn, om nieuwe posten aanteleggen, en die des noods te kunnen defendeeren; sten sal intusschen soo den handel, er niet ver= „minderd /: die egter daarenteegens te sourabaija en Grivie weeder soude toeneemen :/ ten naasten bij kunnen sien, wat de pagt opbrengt; grat er: den pangerang uit soude kunnen worden toegelegd, het zij eene seekere vaste som, of p=r C=to van de in te koomene penningen, elk der Chineedens hoofden soude ok is der tijd, door zijn volkje aller kunnen laaten ondersoeken, en dus te weeten, op wat voet of teegens wat prijs„ hij de pagt daarvan soude durven mijnen: zij zoude ook kunnen wee„ desten en van de vooren opgeeven, welke padrogativen, of andere Condi= „tien er noodig bij waarens, om de pagt te kunnen vorderen, en niet bedorogen
English
Samarang, the 20th of December, Anno 1783. page 23. to be deceived; and if any bad people are hiding among the inhabitants who are inclined to leave out of fear of the Company's garrison, they would also do so in the meantime, and everything will settle down in the interim, in order to make a firmer arrangement on behalf of the Company thereafter, and to secure the Chinese, for his part, in the profit from the leases. Now, to be assured concerning the feasibility of these my respectful considerations set down here above, I have, in the hope of Your High Excellencies' favorable interpretation, recently, just as in the past year, sent an armed pantjallang and two cruising vessels on an expedition to Bawean, in order to counter the smuggling trade as much as possible, and, if finding themselves capable of doing so, to overpower those from Riau and declare them lawful prize; and in particular, with an instruction for the commissioner of that expedition to inform himself accurately and attentively during his stay on those islands as to how far my considerations are or are not practicable; what should be added to or subtracted from them; and whatever else might easily shed light on how, in due time, tolls may be levied there with success, without fear of any concerning or other consequences that might frustrate or disappoint the plan. As soon as he returns and has supplied me with the necessary reports regarding this, I shall take the liberty to confer further with Your High Excellencies on the matter with all due respect. From the island of Bali, I had heard nothing for a long time, until in the month of September last, the Commandant of Banyuwangi wrote to me that Gusti Karangasem had requested and proposed to him to direct matters in such a way that the Company, jointly with him, Samarang, the 20th of December, Anno 1783. would wage war on Jembrana. However, to that letter the Commandant at Banyuwangi replied in friendly terms that the Company itself had enough to do with a war against the English to become involved in the disputes of others or of him, Gusti; an answer which I considered very fitting, and respectfully hope will also be approved by Your High Excellencies. Having been informed by the said Banyuwangi Commandant, in the month of August last, to my particular great satisfaction, that several Sumenep households had settled in the uninhabited Blambangan, I wrote to him and the Regent there and strictly ordered them to treat those people with all possible gentleness and to leave them free from all burdens for the first years, as this is the best means to lure more inhabitants from elsewhere to that place, and to get this land—otherwise very beautiful and fertile, yet depopulated by the fate of a severe war—inhabited. The Captain of the artillery and Engineer here, Jean Baptist Pilon, in compliance with Your High Excellencies' highly revered order by letter of the 5th of July 1781, proceeded to Banyuwangi, and having there, in the presence of the Lieutenant and Commandant Lodewijk Keijzel, as well as the Lieutenant Jan Phielip Robel, who was serving there at the time, surveyed and investigated the condition of the Banyuwangi fortification and the buildings inside it, as well as whether it would be possible, by means of a strong fort or heavy battery, to prevent or make difficult the passage of enemy ships through the Strait of Bali. Samarang, the 20th of December, Anno 1783. page 25. I take the liberty to present herewith to Your High Excellencies under Lit. A, No. 1, the report submitted to me by them jointly, and separately by the Engineer Pilon, and to note briefly from it that they found it utterly impossible to prevent the passage of enemy ships in the Strait of Bali by a fort or battery, and this for the following reasons, namely: 1st. Because the Strait of Bali, where it is narrowest, being on the north side of the rock named Batu Dodol, is more than 500 Rhineland rods in width. 2nd. Because for some years past, the ships, in their course through the strait, always pass closer to the Balinese shore than the Blambangan shore, and one cannot therefore expect that they would ever come within range of the guns of a fort. 3rd. Because 24- or 36-pounder cannon can never produce any effect except at a distance of 200 to 220 Rhineland rods, and even then the shots themselves are very uncertain, to which is furthermore added as 4th, or essentially, the strong currents that run in and out of the Strait of Bali; and since the ships are thereby driven past the battery with extreme speed, one can expect no effect, or very little, from the guns, no matter how well aimed, even if the ships were to pass at a distance of 200 rods. Concerning the present small fort at Banyuwangi and the buildings standing within it, the reports state that it has the shape of a pentagon, or in the terms of fortification, a star redoubt, palisaded on the outside and inside, and surrounded by a very narrow ditch, but
Dutch transcription
Samarang den 20„e December A„o 1743. song:s 23. bedrogen te worden, en soo 'er kwaad volk onder de inwoonders schuijld, die inclineeren van daar te gaan, dut vreese voor sComp: besetin, die sude sulx ook in middens doen, en alles sig intusschen shitten, om daar na een vaotere bepaaling 'sComp:s weegen te maaken, en den Chinees aan zijn kant, in 't bat, voor de pagten, in seekerheid te stellen. — De nu versoekert te weesen, wegens het uutvoerelijke van deese omijne hier vooren ter meeder gestelde Eerbiedige Consideratien, soo hebbe ik in hoope van W: Hoog Edelheeden welduijding, om Jongst even als in 't gepas= „seerde Jaar, een gewapende pantjallang en twee kruijsvaarthuijgen na den 1 Baviaan in Expeditie gesonden, om zoo veel moogelijk is, den smottel han„ „del teegen te gaan, en sig daartoe in staat vindende, die van Riouw te over„ „meesteren en voor goede prijs te verklaaren, en wel in 't bivonden, met eene Jnstructie voor den Commissiant die Expeditie, om geduurende zijn vrblijff ten dien Eijlanden, sig nauwkeurig en oplestend te informeeren, in hoe verr mijne Consideratien al of niet uitvoerelijk zijn; wat daar toe vermeerderd of vermin„ „derd diend te wirden, en wat al verder denig ligt verspaijden kan, om in der tijd met succes, thol keffing aldaar te kunnen doen, sonder wreese voor eenige nadenkelijke off andere gevolgen, di ht plaus verijdilenr of soude te leur stellen; zullende ik zoo drie hij Rethourneert, en mij derweegens de noodige en d berigten gesuppediteert heeft, de vrijheid neemen, uwe Hoog Edelheeden daar over nader Eerbiediglijk te onderhouden. van 't Eijland Balie, hadde ik seedert een lange tijd herwaards, niets gehoort, wanneer mij in de maand van September JL: den Commandant van Banjoewangie schreeff, dat Gusti Carrang assan, hem versogt en voorgeteld had, oms het daar heenen te dirigiaren, dat de Comp:e met hem 1 dem Samarang den 20„e December A:o 1733. heam gesaimentlijken hand Djembrana bioorloogde, dog op welke Brieff, hij Commandant te Banjoewangie, in vriendelijke termen heeft geantwoord, dat de Comp: selvs genoeg te doen had, met eene oorlog tee„ „gens, de Engelohen, om sig met de verschillen van andere, of van hem Guste intewiskelen; een antwoord het welk ik als wel gepast aange= „merkt hebbe, en verbiediglijk hoope, dat bij uw Hoog Edelheeden ok sal worden geapprobeert. —: Door den gemelde Banjoewangies Commandant, in de maand van Aug=s Jongstleeden, mij tot besonden veel genoegen bedeeld zijnde, dat sig 8 ƒ versheidene sumanapshe huijsgesinnen, in 't onbewoonde Balem brangoe ƒ „ ter needer groet hadden, soo hebbe ik hem, en den Regent aldaar aange„ 1 P. „schreeven en ernstig gelast, om die menschen, met alle moogelijke sagt: „heid, te behandelen, en voor de eerste Jaaren, vaij te laaten, van alle lasten, als het beste middel zijnde, om meerder inwoonders van' elders, na der„ „wards te lokken, en dit anderes seer schoons en vugtbaar, dog door het Lot van eene gestrenge Oorlog ontvolkt land, bewoond te krijgens. —. Den Capitain der arthillerij en Jngenieur alhier Jlan Baptist Silon, in voldoening van we Hoog Edelheeden Hoog geberd aenschuijven bij Brieff van den 5:e Juli 1781: sig naar Banjoewangia begeeven, om aldaar ten overstaan van den Luijkenaat en Commandant Lodewijk Kaijzel, mitsgaders den ter dier tijds aldaar militeerende Luitenant Jan Phielip Robel, opgenoomen en ondersogt hebbende, de gesteldheid van de Banjoewangise sterkte en dies binnen gebouwen, mitsgaders of het moogelijk zoude zijn, door een sterk fort of swaare Batterij, de pas= „sagie van vijandelijke scheepens door staat Balie te beleten of difficiel J 1 G Samarang den 20„en December A„o 1783. — pag: 25. te maaken, soo geeve ik mij deneleve het door hun derwegens gesament „lijk, en door den Jngenteur Pilon afsonderlijk aan mij overgegeevene be„ „rigt, uw Hoog Edelheeden hier neevens onder L=a p:o te proesenteeren, en daar uit in 't kort te noteeren, dat men het volstrekt voor onmoogelijk sond, de passagiae van vijandelijks scheepen, in straat Balie, door een fort„ off Batterij, te beletten, en zulks wel om de volgende reedenen, als. P=ro Om dat straat Balie, daar die het nauwto is, zijnde aan de Noordkant van de klip genaamt Batoo dodol, ruijm 500. Rhijnlandshe roeden in de breedte uitmaakt. 2„e Om dat de scheepen seedert eenige Jaaren herwaards, in hunne Cours door de: straat, de Balischo wal altoos nader, danr de Balemboangse passeren, en men dus niet kan verwagten, dat zij immer onder het geschut van een fort, zoude koomen. — 3„e Om dat den 24. of 36. ponder Canon; onooijt eenige Effect kan doen, dan op een distantie van 200. ân 220. —. Roeden Rhijnlands, wanneer de schooten„ selve e maar seer onseeker zijn, waar bij dan nog ten 4:e off zaaktelijk komt, de sterke stroomen, die in een uit straat walia loopen; en daar door de scheepen met de uitterste snelheid voor bij de Batterij gedreeven wordende, kan omen van 't geschut hoe goed gepoincteerd, en of schoon de scheepen, tot op een distantie van 200: roeden passeerde, geen of sier weinig Effect verwagten. —. Omtrent het prosente fortje te Baongoewangie en de daarin staande gebrouwen, seggen de berigten, dat het selve het figuur heeft, van een vijfkant of na de termes van fortoficatie Een sterre schans van buijten en van binnen gepalisadeert, en met een sein smnalle gragt Omringt, dog