VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 8435

Japan · 1,202 pages · 327 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_8435_0551 view scan ↗

English

nor known to anyone here, and we are consequently also unable to provide Your Honour with any elucidation regarding that person. Expressing thanks for the return of the Chinese placed here on the pantjallangs Banca and Geduld to serve as their crew, and for the prompt delivery of the letter packet from the Honourable High Indian Government addressed to us, we request Your Honour to also forward as quickly and securely as possible to Batavia the small packet that we send accompanying this. While for the rest, after greetings, we remain. Underneath stood: Honourable, Pious, Discreet, Lower: Your Honour's willing Friend and Servants. Signed: P. G. de Bruijn, A. Couperus, I. A. Hensel, I. Thierens, R. B. Hoijnck Van Papendrecht, J. J. Wiederhold and C. G. Baumgarten. In the margin: Malacca in the Castle, the 17. August 1785. Customary Introduction To the King of Trangano The King of Siac has requested me to be allowed to send some vessels to Trangano to fetch his mother who is there. And, since I have had no reason to refuse him this, I request my Friend not only to let the said Princess depart to her son, but also to treat his people and vessels in such a manner as is customary among friends. Tamat Written in the Fortress of Malacca the 1. October 1785. Was signed: P. G. de Bruijn. In the margin stood: Company's Seal pressed in red wax. Underneath: By order of the Honourable the Governor and the Council, signed: C. G. Baumgarten Secretary. I have received my friend's letter and presents with pleasure, but at the same time received with displeasure that the Siac Prince Indoot, who has overwhelmed Pannij, also wished to attack my friend, and consequently I immediately had the King of Siac informed that I would hold His Highness responsible for it, should such happen, hoping that His Highness will well know how to compel the said robber to entirely desist from his intention to disturb my Friend. Meanwhile, my friend, who is surely strong enough to withstand Radja Indoot, must make all necessary preparations for that purpose so that he may be defeated, if, regardless of the precautions of his King, he should venture to appear at Assahan. To that end I send to my friend with the Nakhoda two barrels of gunpowder, together with 1 roll of light blue silk fabric with red dots, and 4 lb of assorted spices, which may my Friend please accept as a token of my goodwill. The present scarcity of rice at Malacca has induced some inhabitants to send vessels to Assahan to be supplied with that foodstuff. I request my friend readily to help them and also to send as much hither with his own vessels as will be at all possible, my friend being assured that for every koyan of 4000 catties that arrives here within the three months, seventy Spanish reals ready money will be paid. Tamat Written in the Fortress of Malacca the 12. October 1785. Was signed P. G. de Bruijn. In the margin stood: Company's Seal pressed in red wax. Underneath: By order of the Honourable Governor and the Council, Signed C. G. Baumgarten Secretary. Customary Introduction To the King of Assahan To the King of Siac I have received my Friend's letter and the accompanying present of fifty catties of wax with pleasure. My Friend writes to me of having agreed with the other Princes and Nobles of the Realm that no one should do any further evil, and that against anyone who henceforth commits any evil, resistance would be offered by the united force of the others. This agreement is indeed very good to prevent piracies, extortions, and other wicked deeds, but will yet be of little avail if it is not sacredly pursued. I therefore wish to have admonished my Friend not to exercise the least indulgence towards the offenders, whoever they may be, so as not to be held responsible oneself for their crimes, and then my Friend can also be assured that the Company will assist him, whereas on the contrary, or if he does not fulfill his duty, my Friend will have to share just as much as and more than others in the effects of the Company's just displeasure. Meanwhile I trust that my Friend, upon the message that I sent to him when I learned that Radja Indoot wished to go and disturb the King of Assahan, has threatened him with the displeasure of the Company and thus restrained him from carrying out that intention, since otherwise he runs the risk of being pursued and exterminated by the Company. At the request of my Friend, I have already procured for him a letter of recommendation to the King of Trangano, so that my Friend may obtain his esteemed mother from there. I now also request my Friend to afford all possible assistance to Radja Machomet Alli, who returns to Siac for the dispatch hither of the mast timbers felled for the Company. Customary Introduction

Dutch transcription

69 nog bij iemand hier bekend, en wij zijn overszulk ook buiten staat om UwEd. nopens dien persoon eenige elucidatie te geeven. Dankleggende voor de terugzending van de hier op de pantjallaings Banca en Geduld tot derzelver bemanning geplaatste Chineeschen, en voor de spoedige bezorging van het aan ons gerigte brief paquet der Edele Hooge Indische Regeering, verzoeken wij UwEd. om ook zoo schielijk en secuur immers mogelijk na Batavia te willen voortschikken het paquetje dat wij deezen verzellen laaten Terwijl wij voor het overige na groete blijven /Onderstond/ Eerzaame„ Vroome, Discreeten, /Lager/ UwEd. dienstwillige Vriend en Dienaaren /Getekend/ P. G. de Bruijn, A. Couperus, I. A. Hensel, I„ Thierens R. B. Hoijnck Van Capendrecht J. J. Wiederhold en C. G. Baungerten /in margine/ Malacca in het Casteel den 17. Augustus 1785. Inlieding naar Genomnte Aan den Koning van Trangand Koning van sine heeft mij verzogt om eenige vaartuigen naar Tran„ „gano te mogen zenden ten afhaal van zijne daar zynde moeder. En, dewijl ik geene reden heb gehad van hem zulks te weigeren, verzoek ik mijnen Vriend om niet alleen de gemelde Princes naar haaren zoon te laaten vertrekken, maar ook zijn volk en vaartuigen zoodanig te handelen als onder vrienden gebruikelijk Thamat Geschreeven in de Fortresse Malacca den 1. October 1785. /was getekend P. G. de Bruijn /in margine stondt / Comp: Zegel gedruikt in rood lak /daar onder Tor ardomarie van den Edelen de Gouovene en der Raad gtend C: G. Baurmgarten Sec„ e e Ik heb mijnes vriends brief en geschenken met aangenaamheid ontvangen dog teffens miet ongenoegen ontvangen, dat de Liaesche Prins Indoot, die Pannij over„ „weldigd heeft, mijnen vriend ook wilde attaqueeren en overzulks immediaat aan den Koning van Siac laaten zeggen, dat ik zijne Hoogheid daar voor responsabel zoude stellen, indien zulks mog te gebeuren hoopende dat zijne Hoogheid den gemelden roover wel zal weeten te noodzaaken om van zijn voorneemen ter ontrustinge van mijnen Vriend geheel af te zien. Ondertusschen moet mijn vriend die immers sterk genoeg is om Radja Indoot het hoofd te bieden, daar toe alle noodige praparatien maaken op dat hij verslagen kan worden, wanneer hij ongragt de voorzorge van zijnen Koning, onderstaan mogte zig op Assahan te komen vertoonen. Ik zend ten dien einde aan mijnen vriend met den Nagodo twee vaten buskruids, benevens 1. rol zijden stof ligtblauw met roode stippes, en 4. lb specerijen in soort „die mijn Vriend ten teken van mijne welmeenendheid gelieve te accepteeren. De tegenwoordige schaarsheid van rijst op Malacca heeft eenige ingezetenen bewogen vaartuigen naar Assahan te zenden, om met dat voedzel geriefd te worden. Ik verzoek mijnen vriend hun gereedelijk te helpen en met eigen vaar„ „tuigen ook zoo veel herwaarts te zenden, als immers mogelijk zal weezen, kunnende mijn vriend verzekerd zijn, dat voor ieder koijang van 4000. –. katjes, die binnen de drie maanden hier inkomt zeventig spaansche reaalen vijgeld betaald zullen worden. Thamat G Geschreven in de Fortresse Malacca den 12. October 1785. Was getekend P. G. de Bruijn /(in margine stond t / Comp:s Zegel gedrukt in rood lak /:daar onder / Ter ordorncencie van Edelen Heer Gouverneur en den Faad (Getekend/ C. G. Baumgerten Sec=t Inleiding naar Gewoonte Aan den Koning van Assahan Aan d 74 Aan den Koning van Siac Ap De heb mijne Vriends briefen het bve bij gevogd ge sesek van vijftig katjes wasch met aangenaamheid ontvangen. Mijn Vriend schrijft mij met de overige Phinsen en Grooten van het Rijk overeengekomen te zijn dat memand meer eenig kwaard zoudte doen, en dat aan den genen die voortaan eenig kwaade bosree, door de vonenigte magt van de andere tegenstand zoude worden geboden. Deeze overeenkomste is wel zeer goed om zeerooverijen, knevelarijen, en andere booze stukken te beletten, maar zal tog weinig baaten indien zij niet heiliglijk agtervolgd wordt. Ik wil derhaeven mijnen Vriend vermaand hebben tegen de overtreeders, wie zij ook mogen zijn, geene de minste inschikkelykheid te oefenen, om zelf niet verantwoordelijk gesteld te worden voor hunne misdrijven, en dan ook mijn Vriend ook verslekerd weezen dat de Compagnie hem zal bijslaan, daar mijn Vriend in tegendeel, of wanneer hij niet aan zijnen pligt voldoet, even en meer als anderen zal moeten deelen in de uitwerkselen van Comps. billijk ongenoegen Ondertusschen vertrouw ik, dat mijn Vriend op de boodschap die ik aan den zelven gezonden heb, toen ik vernam dat Radjar Jndloot den Koning van Assahan wilde gaan ontrusten, hem met de ongenade van de Compagnie bedraigd en zoo weerhouden zal hebben van dat voorneemen te volbrengen, dewijl hij anders e gevaar loopt van door de Compagnie vervolgd en uitgeroeid te worden. Ten verzoeke van mijnen Vriend heb ik hem reeds bezorgd een brief van voorschrijvens aan den koning van Trangino op dat mijn Vriend zijne waaarde moeder van daar moije erlangen. — Ik verzoek nu ook mijnen Vriend, om Radja Machomet Alli, die naar sidc wederkeert ter beschikkinge herwaarts van de voor de Compagnie gekapte masthouten, daar omtrent alle megelijke halpe te buijten. Inleeding naar Bewoonte Sen

NL-HaNA_1.04.02_8435_0554 view scan ↗

English

To the King of Assahan Customary Introduction I have received my friend's letter and presents with pleasure, but at the same time learned with displeasure that the Siak Prince Indoot, who violated Pannij, also wished to attack my friend. I therefore immediately sent word to the King of Siac that I would hold His Highness responsible should such a thing occur, hoping that His Highness will know how to compel the said robber to abandon entirely his intention to disturb my friend. Meanwhile my friend, who is certainly strong enough to offer resistance to Radja Indoot, must make all necessary preparations to that end so that he may be defeated if, despite the precautions of his King, he should dare to show himself at Assahan. To that end I send to my friend with the Nakhoda two barrels of gunpowder, alongside 1 roll of light blue silk fabric with red dots, and 4 lb of assorted spices, which my friend will please accept as a token of my goodwill. The present scarcity of rice at Malacca has moved some inhabitants to send vessels to Assahan in order to be accommodated with that foodstuff. I request my friend to assist them readily and also to send hither with his own vessels as much as may possibly be feasible, my friend being assured that for every koyang of 4000 catties that arrives here within three months, seventy Spanish reals will be paid free and clear. Tamat Written in the Fortress Malacca on 12 October 1785. Was signed P. G. de Bruijn. In the margin stood: Company's seal pressed in red wax. Beneath it: By order of the Noble Lord Governor and the Council. Signed: C. G. Baumgarten, Secretary. To the King of Siac Customary Introduction I have received with pleasure my friend's letter and the enclosed present of fifty catties of wax. My friend writes to me that he has agreed with the other princes and grandees of the realm that no one shall do any more evil, and that resistance will be offered by the united power of the others against anyone who henceforth commits any evil. This agreement is indeed very good for preventing piracies, extortions, and other wicked deeds, but it will nevertheless be of little avail if it is not strictly observed. I therefore wish to admonish my friend to show not the least leniency toward the offenders, whoever they may be, so as not to be held responsible himself for their crimes, and then my friend may also rest assured that the Company will assist him; whereas my friend on the contrary, or if he does not fulfill his duty, will have to share just as much as and more than others in the effects of the Company's righteous displeasure. Meanwhile I trust that my friend, upon the message I sent to him when I learned that Radja Indoot wished to go and disturb the King of Assahan, has threatened him with the displeasure of the Company and thus restrained him from carrying out that intention, since he otherwise runs the risk of being pursued and exterminated by the Company. At the request of my friend, I have already provided him with a letter of recommendation to the King of Trangano so that my friend may obtain his dear mother from there. I now also request my friend to render all possible assistance to Radja Machomet Alli, who is returning to Siac to arrange the dispatch hither of the mast timber felled for the Company. As a token of my sincere heart I send to my friend herewith a roll of silk fabric and four pounds of assorted spices, which my friend will please accept as such. Tamat Written in the Fortress Malacca on 20 October 1785. Was signed: P. G. de Bruijn. To the King of Queda Customary Introduction Upon the return of the Company's ship sent to Queda, I received with pleasure my friend's letter and presents. The quantity of rice and paddy that my friend has provided for me with that ship is indeed very little, and the price excessively high; yet I have had to content myself with it, as it could not be otherwise, by reason of the crop failure in the previous two years and the flooding of the paddy fields this year. I hope that an abundant harvest in the coming spring will enable my friend to supply the ship, which I will then send again, with three hundred koyangs of rice, and that my friend will therefore encourage the inhabitants of his realm to hold that much ready for the Company. Meanwhile I request my friend not only to be of assistance to the Chinese Ong Kong Hoei, Nakhoda of the vessel with which this letter is dispatched, regarding the purchase of rice, so that he may return quickly, but also to bring it about that the new Resident of Rhio, David Ruhde, receives satisfaction for the money that the wicked inhabitant Buginese Laweeckan legitimately owes him, and concerning which he himself has written to my friend with one of the three vessels that the Sultan of [illegible]

Dutch transcription

Ik heb mijnes vriends brief en geschenken met aangenaamheid ontvangen dog teffens met ongenoegen ontvangen, dat de Liacsche Prins Indoot, die Pannij „weldigd heeft, mijnen vriend ook wilde attaqueeren en overzulks immediaat aan Koning van Siac laaten Zegijen, dat ik zijne Hoogheid daar voor responsa„ zoude stellen, indien zulks mogte gebeuren hoopende dat zijne Hoogheid den geme roover wel zal weeten te noodzaaken om van zijn voorneemen ter ontrusting van mijnen Vriend geheel af te zien. Ondertusschen moet mijn vriend die immers sterk genoeg is om Radja R het hoofd te bieden, daar toe alle noodige praparatien maaken op dat hij verslei„ kan worden, wanneer hij ongragt de voorzorge van zijnen Koning, onder staan mogte zig op Assahan te komen vertoonen. Ik zend ten dien einde aan mijnen vriend met den Nagodo twee vaten buskruids; benevens 1. rol zijden stof ligt blauw met roode stippes, en 4. lb specerijen in soort, die mijn Vriend ten teken van mijne welmeenendheid gelieve te accepteeren De tegenwoordige schaarsheid van rijst op Malacca heeft eenige ingezetene bewogen vaartuigen naar Assahan te zenden, om met dat voedzel gerief C worden. Ik verzoek mijnen vriend hun gereedelijk te helpen en met eigen „tuigen ook zoo veel herwaarts te zenden, als immers mogelijk zal weezen kunnende mijn vriend verzekerd zijn, dat voor ieder koijang van 4000. –. ka die binnen de drie maanden hier inkomt zeventig spaan sche reaalen vrij Thamat betaald zullen worden. G Geschreven in de Fortresse Malacca den 12. October 1785. Was getekend P. Bruijn /in margine stondt/ Comp: Zogel gedrukt in rood lak /laar onder / Ter ordonneeree Edelen Heer Gouverneur en den Raad (Getekend/ C. G. Baumgarten Sec=t Inleiding naar Gewoonte Aan den Koning van Assahan Aan „d e „ Syp Aan den Koning van Siac De heb mijnes Vriends briefen het aboer ijgeoegd descek vien vijftig katjes wasch met aangenaamheid ontvangen. Mijn Vriend schrift mij met de overige Pinsen en Grooten van het Rijk overeengekomen te zijn dat memand meer eenig kwaad zoute doen, en dat aan den genen die voortaan eenig kwaade bordhreef, door de voreenigte magt van de andere tegenstand zoude worden gebodten. Deeze overeenkomste is wel zeer goed om zeerooverijen, knevelarijen, en andere booze stukken te beletten, maar zal tog weinig baaten indien zij niet heiliglijk agtervolgd wordt. Ik wil derhaeven mijnen Vriend vermaand hebben tegen de overtreeders, wie zij ook mogen zijn, geene de minste inschikkelikheid te oefenen, om zelf niet verantwoordelijk gesteld te worden voor hunne misdrijven, en dan ook mijn Vriend ook verszekerd weezen dat de Compagnie hem zal bijslaan, daar mijn Vriene in tegendeel, of wanneer hij niet aan zijnen pligt voldoet, even en meer als anderen zal moeten deelen in de uitwerkselen van Comps. billijk ongenoegen Ondertusschen vertrouw ik, dat mijn Vriend op de boodschap die ik aan den zelven gezonden heb, toen ik vernam dat Radjer Jndloot den Koning van Assahan wilde gaan ontrusten, hem met de ongenade van de Compagnie bedreigd en zoo weerhouden zal hebben van dat voorneemen te volbrengen, dewijl hij anders gevaar loopt van door de Compagnie vervolgd en uitgeroeid te worden. E E Ten verzoeke van mijnen Vriend heb ik hem reeds bezorgd een brief van voorschrijvens aan den Koning van Trangano op dat mijn Vriend zijne waarde moeder van daar moge erlangen. — Ik verzoek nu ook mijnen Vriend, om Radja Machomet Alli, die naar sidc wederkeert ter beschikkinge herwaarts van de voor de Compagnie gekapte masthouten, daar omtrent alle meglijk hulve te kuijken. Inleiding naar Bewoonte Sen Ten teken van mijn Zuiver hardt zend. ik mijnen Vriend hier nevens een rol zijden stof en vier ponden specerijen in soort, die mijn Vriend als zoodanig gelieve te accepteeren e Thamet Geschieren in de Frotresse Mehaccar den 20. October 1785. / Was Getekend/ G. de Bruijn Aan den Koning van Qquiate Inbeieling naar Gewoonte Ik heb bij de wederkomste van het naaar Quela gezonden Comps schip met aangenaamheid ontvangen mijnes Vriends brief en geschenken. De quantiteit van de rijst en padi, die mijn Vriend mij met dat schip beschi heeft is wel zeer weinig, en de prijs excessief duur; dan ik heb mij daar mede moeten vergenoegjen, dewijl het niet anders zijn kon, uit oorzaake van het misgewas in de voorige twee jaaren en de overstrooming der padivelderns in dit jaar„ Ik hoop dat een opulente oogst in het aanstaande voorjaar mijnen Vriend in staat zal stellen om het schip, dat ik dan weder zenden zal, drie honderd koijangs rijst in te geeven, en dat mijn Vriend over zulks de ingezetenen van zijn Rijk zal aanspooren om zoo veel voor de Compagnie gereed te houden. Ondertusschen verzoek ik mijnen Vriend, om niet alleen den Chinees Ong Kong Hoei, Nachoda van het vaartuig, waar mede deeze brief wordt afgezonden, behulpzaam te weezen omtrent den inkoop van rijst, op dat hij spoedig moge we„ „derkeeren, maar ook te willen uitwerken, dat de nieuwe Rresident van Rim David Ruhde voldoening erlange van het geld, dat de quade ingezetenen Boeginees Laweeckan aan hem deugdelijk schuldig, en waar over door hem zelfaan mijnen Vriend geschreven is met een van de drie vaartuigen die de sulthein van

NL-HaNA_1.04.02_8435_0557 view scan ↗

English

73 Bengal Per the hooker de Verwagting has sent thither from Riau. As a token of my pure heart, I send herewith 2 boxes of tea, 2 baskets of candy sugar, and 2 baskets of powder sugar, requesting my friend to accept them as such. Tamat Written in the Fortress of Malacca, the 22nd of November 1785. / was signed P. G. de Bruijn. To the Honorable Mr. Izaac Titsingh Director on behalf of the General Dutch East India Company together with the Council at Hooghly Honorable, Valiant, Manly, Wise, Prudent, Very Discreet The Honorable High Indian Government has instructed us to have the hooker de Verwagting, after discharging the goods loaded therein for this Government, proceed on its voyage to Bengal at the usual time with as much Japanese bar copper and tin, or either of the two, as that vessel could safely carry; but, since we have no remaining stock of the Japanese copper, and must sell the tin here ourselves in order to keep ourselves out of embarrassment for cash, which might otherwise be caused by the incomplete satisfaction of our monetary demands, we are thus obliged to dispatch the said hooker in ballast, having the expense account of the same enclosed herewith to Your Honors, and an invoice amounting to f 325. 14. 8., with which we request Your Honors to act according to custom. While While we take advantage of this occasion to heartily congratulate the Honorable Director Titsingh on assuming the supreme administration over the Company's offices yonder, wishing that His Honor may hold the same to the benefit of the Company and with much satisfaction to himself. For the rest, we have the honor to remain with respect /underwritten/ Honorable, Valiant, Manly, Wise, Prudent, Very Discreet / lower / Your Honors' very obedient friends and servants /signed/ P. G. de Bruijn, A. Couperus, I. A. Hensel, F. Thierens, R. B. Hoijnck van Papendrecht, H. I. Wiederhold, and C. G. Baumgarten /in the margin/ Malacca in the Castle, the 19th of December 1785. /underneath/ P.S. We further courteously request Your Honors to forward the enclosed letter for the English Ministry at Calcutta thither, and to send us the soldier accounts of the quartermaster, Frederik Mensing, and sailor Johan August Reediger, who remain in the hospital here due to illness, in whose place we have put on the hooker de Verwagting the cook's mate Gerrit Janse Homan and sailor Eugenius Johannis van Grinspore. Agrees Van Laak G. G. Clerk 5 83 Samarang Honorable and Stern Sir and Friends Upon the arrival of the ship Hoolwerf, the galley Concordia, and a private vessel, we have received Your Honorable and Stern's and Your Honors' esteemed letters of the 21st of May, 3rd, and 12th of September 1785, together with the documents mentioned therein. We express to Your Honorable and Stern and Your Honors our obligated thanks as well for the kind congratulations on the happy outcome of the war with the Bugis, as for the speedy loading and dispatch hither of the said ship, which, however, having run aground between the island of Lucipara and the first point of Sumatra, was obliged to throw fully 70 or 80 koyans of the rice into the sea. The 13,000 rixdollars or 9,050 Spanish reals of 64 stuivers that were paid from the Company's treasury to the Captain of the Chinese yonder, Tan Tok, for the vessel sold by him to the emissary of Raja Muhammad Ali, former King of Selangor, we shall attempt to collect from His Highness. Meanwhile, we offer Your Honorable and Stern and Your Honors two bills of exchange for the sum counted here into the Company's treasury by the Chinese Hou Tezeing and Tjan Gok for the benefit of the Honorable and Stern Governor Siberg. For the rest, after hearty greetings, we remain with much respect /underwritten/ Honorable and Stern Sir and Friends, / lower / Your Honorable and Stern's and Your Honors' obedient servants and friends /signed/ P. G. de Bruijn, A. Couperus, I. A. Hensel, F. Thierens, R. B. Hoijnck van Papendrecht, H. I. Wiederhold, and C. G. Baumgarten, /in the margin/ Malacca in the Castle, the 17th of January 1786. To the Honorable and Stern Mr. Johannes Siberg Councillor Extraordinary of the Dutch Indies Governor and Director of Java's Northeast Coast together with The Council at Samarang To the King of Aceh Customary introduction The resident inhabitant of this place, Annaselom Chittij, son of the late Captain of the Moors and Gentus Moeto Mara Chittij, has addressed himself to me and made known that my late friend's father, Paduka Seri Sultan Alauddin Muhammad Shah Jahan Berdaulat, in a settlement of accounts in the month of Sha'ban 1781, remained indebted to him for four catties of court gold, promising to pay that gold, together with the customary interest of the country, in the next coming monsoon, and that His Highness, also as proof of the debt, had handed over to him, Annaselom Chittij, an obligation written by the secretary Pokaija and confirmed with His Highness's seal, but that he, Annaselom Chittij, notwithstanding his repeated admonitions, has hitherto not been able to obtain the least satisfaction.

Dutch transcription

73 Bengale Per den hoeker de Verwogting van Riouw naar derwaarts gezonden heeft. Ten blijke van mijn Zuiver hardt zend ik hier nevens 2. –. kasjes thee, 2. –. kramjangs kandi-en 2. —. kranjangs poeder-suiker verzoekende mijnen Vriend dezelven zoelanig te accepteeren. Thamat Geschreven in de Fortrese Malaca den 22. November 1785. / was Getekend P. G. de Bruijn. Aan dan Edslen Hheer. Mr: Izaac Titsing Directeur van wegen de Generale Nederland„ „sche oostindische Compagnie benevens den Raad Edele, Erntfeste, Manhafte, wijze voorzienige, Zeer Discreete De Edele Hooge indische Regeering heeft ons aangeschreeven om den Hoeker de verwagting, na ontlossing van de daar in voor dit Gouvernement geladen goederen, op de gewoonen tijd, naar Bengale te laaten reisvorderen met zoo veel Iapansch staaf koper en tin dan wel van een van beiden, als dat vaartuig met gerustheid zoude kunnen vervoeren; maar, vermits wij van het Iapansche koper geen restant meer hebben, en het tin hier zelfs verkoopen moeten, ten einde ons te houden buiten verlegenheid om contanten, die door de incompleete voldoening aan onzen Geldeusch anders zoude kunnen voortgebragt worden, zijn wij dus genoodzaakt den gemelden hoeker ballastscheeps te depecheeren, baakende de onkostekening van denzelven uwel„ „Edelens hier nevens toekomen, en eene Factuur groot ƒ 325. 14. 8. , waar mede wij uwel Edelens verzoeken â usu te willen doen handelen. Houglij te Terwijl Terwijl wij ons van deeze occasie bedienen, om den Edelen Heer Directeur Piksing met de aanvaarding van het opsoerbestier over Comps. Comp„ „tooren ginder hartelijk te filiciteeren, onder toewensching dat zijn Ed. hetzelve ten nutte van de Maatschappije en met veel satisfactie voor zig zelven bekleeden moge Wij hebben, voor het overige de eeres van met agting te blijven /onderstond/ Edele, Erntfeste, Manhafte, wijze, Voorzienige, zeer Discreete / Lager/ UwEdelens zeer dienstwillige Vriend en Dienaaren /getekend/ P. G. de Bruijn, A. Couperus, I. A. Hensel, F. Thierens, R. B. Hoijnck van Bependrecht, H. I. Wiederhold, en C. G. Baumgarten /in margine) Malacca in het Casteel den 19. December 1785. /daar onder / P. P. Wij verzoeken uwEdelens nog gedienstiglijk om den hier bijleggenden brief voor het Engelsche Ministerie te calcutse derwaards te willen voort- en ons toezenden de solelij rekeningen van de quartiermeester, Frederik Mensing en Massegoos Iohan August Reediger die wegens ziekte in het Hospitaal alhier verbliverd en (in / welker plaat„ „ze wij op den hoeker de verwagting gezet hebben den Koksmaat Gerrit Janse Homan en Matars Vegenius Iohannis van Grinspore. - Accoreert Van Laak G. G. Klerk 5 83 Samarang Wel Edele Gestrnge Heer en Vrienden Bij de aankomste van het schip Hoolwerf, de gallowet Concoodia, en een particouliere vaartuig hebben wij ontvangen uwer wel Edele Gestr: en E. E. g'erde brieven van den 21. Mai, 3. en 12 September 1785. nevens de daur in gemelde bescheeden„ Wij betuigen uwr Wel Ed: Gestr: en E. E: onzen verpligten dank zoo wel voor de genegen felicitatie wegens den gelukkigen uitslag van den oorlog met de Boe„ „gineeschen, als voor de spoedige belaading en depeeke herwaarts van het gemelde schip dog hetwelke tusschen het eiland Lucipara en den eersten hoek van Sumatra vastgeraakt zijnde genodzaakt is geweest om van de rijst wet 70. of 80. kaijaengs in Zee te werpen. De 13000. - rd=s of 9050. sp: realen van 64. Stuivers die aan den Cupiteit der Chineeschen ginder Tan Tok uit Comps. kassa betaald zijn voor het veaartuig door den zelven aan de zendeling van Radja Machomet Aligeweezen Koning Den Raad benevens Raad Extraordinair van Nederlands Indie Gouverneur en Directeur van Iavas Noordoost kust Aan den WeldelenGestrengen THbeer Iohannes Siberg van ƒ van Slangenoo, verkogt, zullen wij van zijn Hoogheid tragten in te vorderen Ondertusschen bieden wij Uwer Edele Gestr: en E. E. aen twee wissels van door de Chineeschen Hou reseing n Tjan Gok hier in Comp: kassar getelde w' d Ed=s ten behoeven van den wel Edelen Gestrengen Heer Gouverneur Siborg Wij blijven voo 't overige na hartelijke groete met veel agting /onderstond/ Wel Edele Gestrenge Heer en Vrienden, / Lager/ uwer wel Ed: Gestr: en E. E. dienst, „willige Dienaaren en Vrienden /getekend/ P. G. de Bruijn, A. Couperus, I. A. Hensel, F. Thierens, R. B. Waijnek van Lapendrecht, H. I. Wiederhold en C. G Baungarten, /ins margine/ Malacca in het Casteel den 17. Ianuari 178 Aan den Koning van Atchien Inleieding naar gewoonte De zen hiefen inwoonder deezser plaatse Annesselon Chitij voon ven wijlen den Capitein der mooren en Ienstiven Moeto Mara Chittij heeft Zig aan mij geadresseerd en te kennen gegeven dat wijlen mijnes vriends Heer Vader Padoeken Sirie Sulthein Alhardin Machometcha Ian Perdoulat, bij afrekening in de maand sjalen 1787. aan hem was schuldig geleven vier katjes Hofgouds, beloovende daet goud benevens de gewoone 'sLands interest, in de eerstkomende mouson te zullen betaalen en dat zijne Hoogjleid ook tot een bewijs van de schuld aan hem Arnaa „selom Chittij hadt overhandigt eene door den secretaris Pokaija geschreven ong„ met het zegel zijner Hogheid bekragtigde Obligutie dog dat hij arnasselom Out„ egter ongergt zijne herhaalde aanmaeaningen, tot nog toe geene de minste vol veroering hadt kunnen erlangen.

NL-HaNA_1.04.02_8435_0561 view scan ↗

English

The validity of the man's claim having become evident to me from the aforementioned bond still in his possession, I could with the fullest right have allowed him to seek his recovery upon the vessel and its cargo now returning to my friend; and although, by virtue of the friendship that has existed from time immemorial between Atjeh and Malacca, I have not wished to make use of that coercive measure, I cannot nevertheless omit writing to my friend about it and requesting that the aforementioned debt of his late Lord Father to Annasselom Chittij be satisfied at once, without further delay. I do not doubt that my friend will readily give heed to my request, since my friend indeed knows that a prompt payment of debts, whereby credit between nations is maintained, contributes greatly to the prosperity of commerce, which otherwise goes to ruin. Meanwhile, may my friend be assured of my goodwill, and as a token thereof accept with affection one piece of yellow serge, which I forward to my friend herewith to that end. Tamat Written in the Fortress of Malacca on 12 January 1786. In the margin: the Company's seal stamped in red sealing wax, beneath which signed: P. G. de Bruijn. Customary introduction To the King of Siak Although it was pleasant to me to learn from my friend's letter of the restitution to their owners of two vessels mastered by Radja Bakki, I must nevertheless again express my displeasure at the piracies continually committed by the Siak princes and their adherents. For, since the receipt of my friend's aforementioned letter, the Resident at Riouw has communicated to me that Radja Bakki has despoiled yet another vessel belonging to the King of Johor and Pahang, which came from Sepokan laden with sago. And I have even received reliable report that Radja Abdul Rachman, who was for some time in the administration of affairs at Selangor, having sailed into the river of Linggi with eight large and some small vessels, had caused these vessels to be repaired and entrenched there, in order, according to the unanimous testimony of his own people, to cruise therewith between Palembang and Malacca for piracy. I therefore desire not only that my friend provide compensation for the damage to the King of Johor and Pahang, by sending to Riouw as soon as possible all that was robbed from his vessel by Radja Bakki, or else the value of those goods that cannot be recovered, but I also recommend to my friend in the most emphatic manner the prompt and accurate execution of the contract which my friend recently concluded with all the princes and grandees of Siac, essentially entailing that none of them should commit any further mischief, and that resistance would be offered to the violator of this contract by the united power of the other contracting parties; for which purpose it will be necessary that my friend dispatch vessels with the utmost speed to seek out and recall Radja Abdul Rachman, Radja Bakki, and other pirates staying elsewhere, unless my friend wishes to share in the punishments that will be executed against them when the Company puts into operation the measures devised by the Council to curb the rapacity of the Siak princes and protect the traders from their claws. Meanwhile, trusting that my friend will heed my repeated admonitions and seek to prevent the effects of the Company's just wrath, I send, as a token of friendship: 4 ells of red velvet. Tamat Written in the Fortress of Malacca on 17 January 1786. To the King of Queda Customary introduction As I recently wrote to my friend by the Chinese Ong Zong Toei that I would again send a ship to Queda to fetch rice, I now send the ship Java thither to that end, requesting my friend soon to assist the captain of that ship, named Jan Craaij, who has orders to purchase two hundred koyangs or as much more rice as he can obtain, so that he need not remain there longer than one month at the latest. The Chinese who have arrived from Queda have told me that rice is sold there for thirty-two Spanish reals per koyang. And since one friend ought always to oblige another with the products of his country that he requires, at the same price that everyone pays for them, I hope that my friend, who has many times professed to have a good and pure heart toward me, will not permit the rice to be charged to the said captain at a higher price than the market rate, and that I shall now obtain that grain cheaper than in the past year, when the unheard-of price of fifty Spanish reals per koyang was paid. Meanwhile, as a token of sincere goodwill, I offer to my friend herewith: 8 ells of red velvet 9 ells of silver lace 1 piece of red tablecloth embroidered with colored silk flowers 2 pieces of large glass candlesticks, each with two arms, and 6 pieces of small glass candlesticks Tamat Written in the Fortress of Malacca on 24 January 1786. In the margin: the Company's seal stamped in red sealing wax, beneath which signed: P. G. de Bruijn. To the Sea Captain Jan Craaij Commanding the Company's ship Java at the roadstead of Queda Valiant, Pious, Honorable I have received your letter of 26 February last.

Dutch transcription

14 De deugdelijkheid van 'smans pretensie mij gebleken zijnde bij de gemelde nog onder hem berustende Obligatie zoude ik hem met het volkomenste regt hebben kunnen toestaan zijn verhaal te zoeken op het thans terug keerend vaartuijvens mijnen vriend en dieslaading; den schoon ik uit hoofde van de vriendschap, welke sedert onheuglijke zijden eif tusschen Attchien en Malaca gesubsisteerd heeft van dat dwangmiddel geen gebruik heb willen maken kan ik nogtans met na laaten mijnen Vriend daar over te schrijven en te verzoeken om de meergemelde schuld van wijlen zijnen Heer Vader aan Annasselom Chittij tog ten eersten of zonder langer uitstel te laaten voldoen. Ik twijfel niet of mijn Vriend zal op mijn verzoek geredelijk agtgeeven de„ „wijl mijn Vriend immers weet dat een prompte betaaling der schulden waar door het Credit tusschen de Natien wordt slaande gehouden, veel toe brengt tot den bloei van den Koophandel, die anderste gronde grat. Ondertusschen gelieve mijn vriend zig van mijne welmneemndheid verkekerd te houden, en als een blijk daar van mie't genegenheid te accepteeren en vol geel ser„ „zijn welke ik ten dien einde mijnen vriend hier nevens laat toekomen. Thamat Geschreven in de Fortresse Malacca den 12. Januari 1786. /in margine/ sComps. Zegel gedrukt in rood Lak daar onder / Getekend/ L: G. de Bruijn Inleiding naar Gewoonte Of schoon het mij aangeneem gewest is uit mijnes Vriends brief te vernemen Aan den Koning van Sine de G de nstitutie van derzelve ienaars van twe door Radja Bakkiove mesterde wn„ „tuijen, moet ik nogtans wedermuijn ongenoegen betuijgen over de bij continuatie gepleegd wordende zeerooverijen door de siacsche Phinsen en hunnen aanhangk. Want, sedert den ontvangst van mijnes Vriends gemelden brief heeft de Resident te Rion gaan mi gecommunceerd, dat Radja Bakki nog een vaartuigden koning van Iohoren Lahan toebehoorende, hetwelk met sagoe geladen van Sopokan kwam, gespolieerd hadt En zelfs ik helt zeker narrigt erlange, dat Radje A betul Rockeman die eenigen tijd op Slangenoor in het bewind van zaaken is geweest, met agt groote en eenige kleine vaartuigen in de rivier van Ling: gelopen zijnde, deeze vaartuigen daar hadt laanten reepareeren en verschansen, on volgens het een paarig zeggen van zijn eigen volk daar mede tusschen Palembang en Malacca ten Leeroof te vaaren. Ik begeer derhalven niet alleen, dat mijn Vriend aan den koning van Johor en Pachan vergoeding van schade bezorge, met al het gene uit zijn vaartuig door Radja Bakkigerofd is, daen wel de waar te deder goederen, die niet agter haald kun„ „nen worden, ten spoedigsten neiar Riouw te zenden maar recommandeer mij„ „nen Vriend ook op het aller nadrukkelijkste de onvertraagde en oordra te volbren„ „ging van het Contract, daet mijn Vriend onlangs met alle de Prinsen en Groten van Siac getroffen heeft, hoofdzakelijk behelzende dat niemand hunner verder eenig kward zoude bedrijven, en den overtreder van dit contract door de vereenigde meigt der overige Contracten tegenstand geboden zoude worden; waar toe het noodig zal zijn dat mijn vriend met den uitster„ „ten spoed vaartuigen expecieert, om Radja Abdul Rachman, Radja Bakki, en andere zig elders ophoudende zee schuimers op te zoeken en te rug te ontbieden, ten zij mijn Vriend een deelgenoot wilde weezen van de straffen, die tegen hun groefend zullen worden, wanneer de E 4 de Compagnie de raads beraamde middelen laat in het werk stellen om de rooszugt van de Siasche Prinsen te beteugelen en de hem„ „delaars voor hunne klauwen te beviligen. Ondertusschen zend ik in vertrouwen dat mijn Vriend op mijne herhaalde vermaaningen agt zal geeven en de uitwerkzelen der billijke ganschap aren de Compagnie tregten voor te komen, ten zezen van vriendschap 4. –. ellen rood fluweel Kamat Geschreven in de Fortresse Malacca den 17. Januari 1786. Aan den Koning van Queda Inleiding naar Gewoonte Gelijk ik onlangs met den Chinees Ong zong toei aan mijne Vriend geschreeven helf dat sik weder een schip naaer queda zoude zende om rijst te haalen laat ik nu ten dien einde het schip Jave derwearts stevenen, verzoekende mijnen vriend den Capitain van dat schip Jan Craaij genaamd, die order heeft, om twee honderd koijdangs of zoo wel meer rijst in te koopen als hij zal kunnen magtig worden, spoedig daar mede te helgen, op dat hij niet langer dan uiterlijk een maandeginder behoove te blijven. De van quede aangekomen Chineeschen hebben mij verhaald daet de rijst daar verkogt wordt voor twee en dertig spaansche reaalen de kojeng En nadiens de een Vriend den anderen met de producten van zijn Land, die hij noodig heeft alloos behoort te gerieven tot den zelfden prijs welken een iegelijk daar voor besteedt, hoop ik dat mijn Vriend die veelmaalen betuigd heeft een goeden Zuiver har't voor mij te hebben, niet zal toelaaten dat de rijst aan den gemelden Capitein duu„ „rer in rekening gebragt wordt, dan volgens marktprijs, en ik dieschatgraiem nu be ter koop zal erlangen, dan in het gepasseerde jaar, toen 'er de nooit bevorens gehoorde prijs van vijftig spaansche reaalen voor de koijang betaald is. Ondertusks hen bied k rijnen Vriend ten blijke van opregte welmeenend heid hier nevensaan„ 8. ellen rood Tluweel 9 _o Zilveren Passement 1. p=s rood teefel kleed met gekleurde zijden bloemoen gestikt 2. p. s. groote glasen kendelaars, ieder met twee armen en 6 ps kleine glasen kander lacers Thamas Geschreven in de fortresse Malacca den 24. Januari 1786. /in margine /tondt / Comps Zegel gedrukt in rood Leck /daar onder Getekend / P. G. de Bruijn Aan den Capitein ter Zee Jan Craaij Commandeerende Comvrs: schip Iava ter rheede van Queda Manhafte Vroome E Ik heb uwE. brief van den 26. Februarij laastleden onkwange Geheel

NL-HaNA_1.04.02_8435_0565 view scan ↗

English

84 It was entirely displeasing to me to learn from this, not only that Your Honour, due to the scarcity of grain, had no prospect of obtaining more than thirty or thirty-six koyangs of rice and as much padi, but that Your Honour was also compelled to have the same delivered to Alor Setar at the price, negotiated with great difficulty, of fifty-six Spanish reals per koyang of rice and twenty-three Spanish reals per koyang of padi, whereas I am nonetheless informed that five large vessels, loaded with rice, are about to depart for Riouw, of which one has already arrived here, and the koyang of that grain, with all expenses included, does not cost forty Spanish reals in Queda. Yet, as nothing else can be done against such unfriendly conduct of the King of that Realm towards the Company than to retaliate in like manner whenever that Monarch might also require the assistance of the Company in any respects, I hope meanwhile that Your Honour, with as much rice and padi as Your Honour has been able to get delivered, will depart again from Queda before the 5th of the coming month of April without lingering there any longer, unless Your Honour could count on a considerable increase of the aforementioned quantity, in which case I allow Your Honour to remain at the latest until the 10th of the said month. Should the King, upon the appearance of the armed Burmese vessels that are expected at Queda, make an appeal to Your Honour for assistance against their hostile enterprises, Your Honour must immediately decline the same, excusing yourself on the grounds that the Burmese are not enemies of the Company, and that Your Honour, having been sent solely to collect grain, may not interfere in any other affairs without express orders from the Malacca Government; while I also recommend that Your Honour, in such an event, employ all possible precautions so as not to be compelled to comply with the King's will, and therefore remain steadily on board until Your Honour has received the promised rice and padi, or even, if necessary, return hither before the appointed time. After friendly greetings, I remain Your Honour's Good Friend. Signed: P. G. de Bruijn In the margin: Malacca, in the Castle, 14 March 1786. To the King of Queda Usual introduction. The First Captain of the Chinese at Riouw, Tan Kongsin, is sending a vessel with goods to trade at Queda. The Nakhoda of that vessel is named Tan Soenko. I request my friend to grant that Nakhoda the freedom to sell his cargo in such manner as he shall deem to accord with the interest of his shipowner, and for the rest also to favour him with the protection of my friend. I am prepared always to do the same whenever the subjects of my friend come to Malacca to trade. Tamat. Written in the Fortress of Malacca, 26 July 1786. Signed: P. G. de Bruijn In the margin stood: Company's Seal stamped in red wax. To the King of Siac Usual introduction. I have seen from my friend's last received letter that 83 my friend wished to depart for Terengganu in order to fetch his mother; but I cannot understand how my friend could have undertaken such a thing, since my friend surely knows that Siac is a property of the Dutch East India Company; and that it has appointed my friend as Regent over it in order to govern it well, but not to leave it as a prey to everyone, as it would be if my friend departs from the Realm. Far, therefore, from granting my friend's request and persuading his fathers present here, Raja Muhammad Ali and Raja Daud, to return home in order to charge themselves with the management of the affairs of the Realm in the absence of my friend, I wish on the contrary to have most earnestly recommended to my friend to desist entirely from his aforementioned ill-considered intention, to have his mother fetched from Terengganu by emissaries, and himself to strive more than my friend has done hitherto, not only to put an end to the disorders prevailing within Siac, but also to counter the acts of piracy which, despite my repeated admonitions, are committed by Raja Bakke, Raja Indut, Raja Camat, Sayyid Abdul Rahman, and others, and about which the Regents of Riouw have again complained to me. If my friend heeds this my well-meaning advice, he will do well; but in the event of neglect thereof, my friend will have nobody other than himself to blame for the detrimental consequences thereof. Tamat. Written in the Fortress of Malacca, 2 August 1786. Signed: P. G. de Bruijn In the margin stood: Company's Seal stamped in red wax. Agreed. G. G. Klerk No. 8 Incoming Letters from Siak From 1 June 1785 until the end of August 1786.

Dutch transcription

84 Geheel onaangenaam is het mij geweest daar uit niet alleen te verneemen, dat UwE. wegens de schaarsheid van graanen geene apparentie hadt om meer dan dertig of zes en dertig koijangs rijst en eens zoo veel padi tee bekomen, maar dat UwE. ook genoodzaakt was om zig dezelve op Illustaar te laaten leveren tot den met veel moeite bedongenen prijs van Zes en vijftig sp. reaalen voor de koijng rijst en van drie en twintig sp. riaalen voor de koijang padi, daar ik nogtans ge„ „informeerd ben, dat vijf groote vaartuigen, niet rijst geladen naar Riouw staan te vertrekken, waar van reeds een hier gearriveerd is en de koijang van dat graan met alle de ondoten geen veertig sp. raalen op queda kost Dog tegen zulk een onvriendelijk gedrag van den koning van dat Rijk omtrent de Compagnie niet anders te doen zijnde, als hetzelve op gelijke wijze te vergelden wanneer die Vorst ooik den bij„ „stand van de Compagnie in eenige opzigten mogte nodig hebben, verhoop„ ik intusschen dat UwE. met zoo veel rijst en pade, als uwE. heeft kun„ „nen geleverd krijgen, voor den 5. van de aanstaande maand April weder van Queda zal vertrekken zonder zig daar langer op te houden, ten zij uwE. op eene aanzienlijke vermeerdering van de voorschreven quantiteit staat toekloegen kon maaken, alzoo ik uwE dan „ uiterlijk tot den 10. der gemelde maand te vertoeven. Laat de Koning bij verschijning van de gewapende Barmasche vaartuigen, die men op queda verwagt dan zoek bij uwE. doen om adsistentie tegen hunne feitelijke onderneemingen; zoo moet uw E. hetzelve direct van de hand wijzen, zig daar mede vorontschuldigende, dat de Barmees geene vijanden van de Compagnie zijn, en UwE. , die eenlijk gezonden is om graanen te haalen, zig zonder uitdrukkelijke order van het Malaccasche Gouvernement met geene andere zaaken bemoeijen mag: terwijl 8 G terwijl ik uwE. ook recommandeer in zoo een geval alle moge„ „lijke voorbehoedzels te gebruiken, om niet ter involginge van 's ƒ Konings wil gedwongen te worden, en oversulks bestendig aan boord te blijven tot dat UwE. de beloofde rijst en padi ontvangen heeft, of zelfs des noods voor den bepaalden tijd herwaarts te retoir„ „neeren. Ik blijf na minszaame groete /onderstond/ UwE Goede Vriend (Getekend/ P. G. de Bruijn /in margine/ Malacca in het Casteel den 14. Maart 1786. Aan den Koning van Queda Jnlieding naar Gewoonte De Eerste Capitein der Chineesen op Riouw, Tan Kongsin, zendt een vaartuig met goed ten handel op queda. De Nachoda van dat vaartuij if genaamd Tan soenko. Ik verzoek mijnen vriend, om dien nachoda vij„ rheid te geeven van zijne laading, zodanig te verkopen, als hij vermeenen zal met het belang van zijnen Reeder overeen te stemmen en hem voor het overige ook met de bescherminge van mijnen Vriend te begunstigen: Jk ben bereid om het zelfde altoos te doen, wanneer de onderelanen van mijnen Vriend op Malacca ten handel komen Chamat Geschreven in de Fortresse Malacca den 26. Iuli 1786. (Getekend/ P: G: de Bruijn /in margine stondt / Comps. Zegel gedrukt in rooden Lak Aan den Koning van Siac Jnleiding naar Gewoonte Jk heb uit mijnes vriends laast ontvangen brief gezien, dat mijn E O 83 mijn vriend naar Trangano wilde vertrekken, om zijne moeder af te haalen; dog ik kan niet begrijpen hoe mijn vriend zulks heeft kunnen voorneemen, daar mijn vrund immers weet dat siac een eigendom is van de Nederlandsche Oostindische Compagnie; en zy mijnen vriend tot Regent daar over gesteldt heeft, om het wel te bestieren, maar niet om het ten provije van een ieder te laaten, gelijk het weezen zoude wanneer mijn vriend uit 't Rijk vertrekt Wel verre derhalven van in mijnes vriends verzoek toe te staan, en zijne hier zijnde vaders Radja Machomet Ali en Radja Dauwt te beweegens om naar huis te keeren, ten einde in de absen„ „tie van mijnen vriend zig met het maniement der zaaken van het Rijk te belasten wil ik mijnen vriend daaren tegen op het allerernstigste gerecommandeerd hebben van zijn gemeld onberaaden voorneemen ganschelijk af te zien, zijne moeder door zendelingen van Tranjano te laaten afhaalen en zig zelf meer, dan mijn Vriend tot hier toe gedaan heeft, te beijveren, om niet alleen de binnen Siac heerschende ongeregeldheden te doen ophouden, maar ook de Leerooverijen tegen te gaan, die door Radja Backkie, Radja Indoet, Radja Camat, said Abdul Rackman, en anderen, onge„ „agt mijne herhaalde afmaaningen, gepleegd worden, en waar over de Regenten van Riouw weder aan mij hebben laaten klaagen. Neemt mijn vriend deezen mijnen welmeenenden Raad in agt, hij zal weldoen; dog bij veronagtzaaming van dien zal mijn Vriend de nadeelige Gevolgen daar van niemand anders als zig zelven te wijten hebben. Thamert Geschreven in de Fortresse Malacca den 2. Augustus 1786. /Getekend/ P. G. de Bruijn /in margine sondt) Comps: Zegel gedrukt in Rooden Lak ccordeert ta saak G G. Klerk No. 8 angekomen Brieven van Lera Sedert Primo Juni 1785, tot ultimo Augustus 1786

NL-HaNA_1.04.02_8435_0577 view scan ↗

English

Malacca 83 To the Right Honorable, Severe Lord Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the City and Fortress together with the Council there Right Honorable, Severe Lord and Honorable Sirs Your Right Honorable Severe's venerated letter dated 11 April of the current year was safely delivered to me on the 7th of this month, along with 700 Spanish reals and such goods as dictated by the invoice. Herewith I take the liberty most humbly to inform Your Right Honorable Severe that on the 4th of this month a Portuguese commander arrived here by boat with his mate; he reported to me that he was lying anchored with his vessel before the sandbanks and that he wished to enter here to trade with the king. Under the authority of Your Right Honorable Severe, I answered him that the king here was contracted to the Honorable Company and therefore could not enter into trade with any other nation, and that for this reason I could not permit him to enter here. He replied that, if this was the case, he had made an effort in vain, and after remaining half an hour he departed downstream again. I therefore judged that this would be the best opportunity to converse with His Highness concerning the orders given to me regarding the entry of foreign nations, and therefore had an audience requested at court, which His Highness granted me on the 11th of this month. After conveying the compliments of Your Right Honorable Severe, I made known to His Highness that I had been ordered by Your Right Honorable Severe to bring to His Highness's attention that it had greatly displeased Your Right Honorable Severe that His Highness had accommodated the French bark and the English vessel with tin, but that Your Right Honorable Severe most amicably requested him henceforth not to admit any foreign Europeans under whatever pretext it might be, but if any should venture to enter here, His Highness was to have them told to leave without delay, and in case of unwillingness to compel them to do so with the assistance of the Honorable Company's garrison. Sultan Moeda took the floor and said that they were not accustomed to laws, but if they wanted to have the Honorable Company gone, they would have to drive them away, and if no foreign nations were permitted to enter here, how they would then obtain trade goods to exchange for tin; that indeed the Honorable Company suffered no harm if they bought it with cash, provided they delivered the tin to the Honorable Company. I asked him how they had previously obtained trade goods from there, given that foreign Europeans had never entered here to trade; he answered me that the Bugis had otherwise brought in trade goods. I replied that the Bugis had also smuggled with foreign nations and illicitly traded tin, which would be no better here, but that they had also been chastised for it by the Honorable Company. But since these were matters not to be decided here, I turned once more to His Highness to know his own sentiment in this regard and asked him what answer I should report to Your Right Honorable Severe. His Highness answered me that they would be turned away, but that he requested of Your Right Honorable Severe to permit that a Moorish vessel, which would enter here every year to fetch elephants, might carry one hundred bhara of tin for ballast, as otherwise they would not want to enter here to relieve him of his elephants. This is a scheme of the Moor Mahanna Radje, who also lured the Portuguese commander here during his presence at Queda. I pointed out 87 to His Highness all the tin promised to the Honorable Company. His Highness answered that he was not inclined to break the contract, but that he requested this solely as a favor from Your Right Honorable Severe, and that I might report his request to Your Right Honorable Severe. I also pointed out to Sultan Moeda that if he were once more to grant protection to Aron Tomagon or his kind, he must expect to be treated likewise as an enemy of the Honorable Company. He offered in his excuse that if he was to be driven away, he had let him depart, that it was only a single man who could do no more harm, that he had exercised no authority on Salangoor, and that he was still indebted to him, and other such things. The little fort is so far completed except for 150 or 200 palisades that are still lacking on the rear flank, which I have not yet been able to complete due to a shortage of local laborers. Three batteries are already planted with their cannon, and the warehouse's timber frame is also so far advanced that the planks only need to be nailed on; I have already made a start with the masonry of the gunpowder cellar, and the moat will also be completed shortly, though I will be forced to secure it with posts at least on the inner side, as the soil is beginning to cave in. Corporal Visser remains most humbly grateful to Your Right Honorable Severe for the favor shown to him, which he will endeavor to make himself more worthy of through good conduct. The garrison most humbly beseeches Your Right Honorable Severe for their arrears in pay, a nominal roll of which I hereby present to Your Right Honorable Severe. The cutter De Onderneemer is laden with 48750 lb of tin, and the Company's treasury stands under this date at 3178 Spanish reals, and I take the liberty to request Your Right Honorable Severe to supply me again with 7000 pieces of that specie. Likewise

Dutch transcription

Malacca 83 Aan den WelEdelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn, Gouverneur en Directeur der Rtad en Fortresse benevens den Raad aldaar WelEdele Gestrenge Heer en E. Heeren UwelEdele Gestrenge gevenereerde letteren de dato den 11 April a: : sijn mij op den 7 deezer wel ter hand geworden neffens 700 sps: realen en sodanige Goederen als dies Factuur quam te dicteeren, Hier nevens neeme de vrijheijd uwed: Gesr: op 't onderdanigste te berigten dat op den 4 deezer met een Boot hier binnen quam een Portugeesche Gezaghebber met zijn stuurmen, dezelve berigte mij dat hij met zijn Hloerap voor de banken ge„ „ankerd lag, en dat hij hier binnen woude koomen om met den koning te negotieeren ik heb hem onder Welneemendheijd van uwEd. Gesr: geantwoord, dat de koning al„ „hier met de E. Comp: gecontracteerd was en dakers met geen andere Natie Negotie aan„ „gaan kost, en dat ik hem uit die reeden niet permitteeren, kost hier binnen te koomen hij erwiedende als het zoo was dat hij dan vergeefse moeijte gedaan hadde, en naa een half uur vertoefens is dezelve weeder naar beneden vertrokken, ik het derhalven geoordeelt dat dit de beste geleegendhijd soude sijn om sijn Heloogheijd aangaande het mij geordonneerde van het hier binnen koomen der vremde Naties te onder„ „houden, en derhalven het een Audienz ten hoove vraagen laaten dewelke mij zijn Hoogheijd op den 11 deezer verleend heeft, Naa een Compliment van UwEd: Gestr: maakt ik sijn Hoogheid bekend dat ik door UwEd: Gestr: gelast was om om zijn 'Hoghijd onder het oogte brengen dut het uwEd. Gestr: wel mishaagd ƒ hadde dat zijn Hooghijd de Franse Bark en 't Engelse Vaartuig met tin geriefd hadde, dog dat uw Ed: Gesr: hem op het vriendelijks versogt om voortaan geene vreemde Europeers onder wat pretent het ook mogt weesen te admitteeren, maar als sig eenige verstouten mogten om hier binnen te koomen zijn J loghijd haar moest anseggen laaten om sonder uitstel te vertrekken, en bij onwillig„ „heijd met behulp van s' E. Comp: bezetting daar toe te noodsaaken. Sultan Moeda het woord opvatten de sijde dat se geen regten gewend waren, maar als sij de E. Comp: woude weg hebben, sij de selfs moest verjaagen, en als gene vremde Naties hier mogten binnen koomen hoe sij dan Negotie soude krijgen om het tin te kennen inruilen, dat ja de E. Comp: geen schaa„ 6 „de daar door leed als sij het met contanten kogten, als sij maar het tin aan de E. Comp: leeverden, ik vroeg hem hoe sij dan voor deezen Negotie van daar gekregen hadden, dat dog nooit vreemde Europeers hier waaren binnen gekoomen om te negotieeren, hij antwoorde mij dat de Boegineesen sonst Negotie hadden binnen gebragt ik repliccoede dat de boegineesen ook met vreemde Naties gesmokkeld en tin gesluijkt hadden het welk hier niet beter soude weesen, maar dat se ook door de E. Comp: daar voor „gekastijdt waaren, Dog dit sijn saake niet sijnde te beslissen, so wan te mij nogmaal aan zijn Hooghijd om sijn eegen sintement dien aangaande te weeten en vroeg hem, wat ik uwEd: Gestr: tot antwoord berigten moest zijn Hooghijd gaf mij ten antwoord dat se geweerd souden worden maar dat hij aan uwed: Gestr: versogt om te permitteeren dat een Moors Vaar„ „tuig het welk alle Jaar hier binnen soude koomen om Oliphanten af„ „tehaalen hondert bhaar tin voor ballast mogt vervoeren dat sij anders hier niet wouden binnen koomen, om hem van sijn Oliphanten te ontlusten. Dit is een Projectie van den moor Mahanna Radje die ook den Portugeeshe Gezaghebber bij sijn aanwesen op queda hier naa toe gelokt heeft/ Ik ver„ „toonde 87 Vertonde zijn sloughijd al het zin aan de E. Compbeloofde zijn Hoghij ant„ „woorde dat hij niet gesint was het Contract te breeken maar dat hij dit enkelijk als een gunst aan UwEd. Gest:r versogt, en dat ik sijn versoek aan Uw Ed: Gest:r mogt berigten. Ik heb teffens aan sultan Moeda vertoond dat als hij nog maals aan Aron Tomagon of sijns gelijken protexie soude verleenen hij verwagten moest, dat hij insgelijks als een vijand van d' E. Comp soude behandelt worden, hij bragt tot zijn verschooning in als dat hij moest weggejaagt werden hadde vertrekken laaten, dat het maar een enkelde Man was die geen quaad meer doen kost, dat hij op salangoor geen gezag gevoerd hadde en dat hij hem nog schuldig, was en diergelijke meer Het Fortje is soo verklaar tot op 150 of 200 Pallisaaden die aan de agterste Flank nog manqueren, en die ik uijt gebrek van Landeesen nog niet hep kunnen voltoojen drie battereijen sijn bereeds met haar Canon beplant, en het pakhuijs is teffens meede so ver in sijn geraamte, so dat de Planken maar hoeven aangespijkert worden en ik heb bereeds een begin met het opmetzelen van den kruit kelder gemaakt en de Gragt sal meede in 't kort voltoid wesen dog ik sal genoodsaakt sijn om de zelve met paalen ten minsten vande binnenste kant te ver„ „sien terwijl de grontbegint in te vallen. De Corperaal Visser blijft uwEd. Gestr seer ootmoedig dankbaar voor de aan hem beweesene Gunst dewelke hij sal wragten door een goed gedrag sig waar„ „diger te maaken. De Bezettelinge smeeken UwElEd Gest:r seer ootmoedig om haare te goed hebbende soldijen waar van een Naam Roll UwelEd Gest: hier meede aan presenteere- De kotter de Onderneemer is gelaaden met 48750 lb tin en Comp:s lassa blijft onder dato deeses stark 3178 sp. s reaalen en ik neeme de vrijhijd UwelEd Gest=r te versoeken mij wederom met 7000 p:s dier specie te versien. Teffens

NL-HaNA_1.04.02_8435_0580 view scan ↗

English

I also take the liberty to present to Your Right Honourable such papers as the accompanying register dictates, and to subscribe myself with humility. Was written below: Right Honourable Severe Sir and Honourable Gentlemen. Lower: Your Right Honourable's humble, dutiful servant. Was signed: J. G. Wilner. In the margin: Pera, the 16th of May, Anno 1785. To the Right Honourable Severe Sir, Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the City and Fortress, along with the Honourable Council there. Right Honourable Severe Sir, Honourable Gentlemen, The cutter De Onderneemer having departed on the 17th of May with my humble letters, I made it my business to provide the bark likewise with a cargo of tin, which now, according to the orders of Your Right Honourable, undertakes its return voyage laden with 39937½ lb, as no more cash remains to supply it with further quantities. Therefore, I most humbly request Your Right Honourable to supply me again with cash. The gunpowder cellar, warehouse, and ditch are completed, and I am currently busy building the smeltery and having palisades cut for the ditch, having also already made a beginning with setting them. The batteries of the small fort are all in defensible condition, but I have not yet been able to close the hole in the rearmost flank. At the same time, the area around the small fort has again been cleared of overgrown brushwood. The garrison, through God's blessing, is once again in a reasonable state of health. Furthermore, I take the liberty to present to Your Right Honourable such papers as the accompanying register dictates, and to subscribe myself with humility. Was written below: Right Honourable Severe Sir and Honourable Gentlemen. Lower: Your Right Honourable's humble, dutiful servant. Was signed: J. G. Wilner. In the margin: Pera, the 8th of June, Anno 1785. To the Right Honourable Severe Sir, Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the City and Fortress, along with the Honourable Council there. Right Honourable Severe Sir and Honourable Gentlemen, The pantchiallang De Philipina having arrived here on the 8th of this month, with which I duly received Your Right Honourable's venerated letter dated the 30th of June, together with 10000 Spanish reals, 1000 lb of gunpowder, and such goods as the invoice dictated. I immediately had the pantchiallang unloaded of its cargo in accordance with Your Right Honourable's orders, and, in order not to delay it, let it depart without tin, since we had none in hand and it would take several days before the powerful Malays deliver their tin. I think to gather 200 Bhr: or more shortly; therefore, I request Your Right Honourable to refrain me from that and, on the other hand, to supply me again with 6000 Spanish reals for further purchases. The Company's treasury stands this day at 8479 reals. On the 2nd of this month, I received the unpleasant news through a small prow with 3 Orannese who had fled from Salangoor, that Raja Brikma, the young king, and Sayyid Ja'far, a Riauese from Salangoor, had once again made themselves master of it; that his following, consisting of Sasaanna, Trengganuans, and people of Kelantan, was about 600 heads strong; that it increased daily; that both the Pangawas had joined him again; and that they have let it be known that they intend to pay Pera a visit as well. I have informed His Highness with the request to grant me prompt assistance in case of imminent danger, and I have made arrangements with the Laxamana to keep his people in readiness to be quickly at hand. A good vessel on guard duty would be very useful here, and I request Your Right Honourable to provide me with one. The small fort is completely finished and in a state of defence, the smeltery is also ready, and the ditch behind the fort has already been provided with palisades on the inside, and they continue daily on it. However, the residences inside are progressing rather slowly, since I am provided with only one carpenter. I am presently busy erecting some temporary lodgings inside in order to be able to house the entire garrison within the fort. In return for the 6 Chinese received, 6 soldiers of that nation are returning, along with the Moor Maetoe Karpoe; however, with Your Right Honourable's approval, I have retained their weapons for use here, and I request Your Right Honourable to allow those still here to continue for some time longer. One of the Chinese coolies passed away on the 21st of June. Furthermore, I take the liberty to present to Your Right Honourable such papers as the accompanying register dictates, and to subscribe myself with humility. Was written below: Right Honourable Severe Sir and Honourable Gentlemen. Lower: Your Right Honourable's humble, dutiful servant. Was signed: J. G. Wilner. In the margin: Pera, the 9th of July, 1785.

Dutch transcription

Teffens neeme de Vrijhijd UuwelEd. Gest: sodanige Papieren als nevens gaande register dicteerd aante presenteeren en mij met oodmoed te noemen. /onderstond/ Wel Edele Gestrenge Heer en E. Heeren. /:Laager/ UwelEdele Gestrenge onderdaani„ „ge schuldpligtige Dienaar /was Getekend/ J. G. Wilner /in Margine / Pera den 16 Maij Ao: 1785. Aan den WelEdelen Gestrengen Heer WelEdele Gestrenge Heer E Heeren De kotter de onderneemer op den 17 Maij met mijn onderdaanige Letteren vertok„ ken sijnde so het mijn werk sijn laaten om de Bark insgelijks met een Lading thin te bezorgen en dewelke thans volgens de orders van Uwel Ed. Gestr: sijne terug reize gelaaden met 39937½ lb anneemt vermits geen Contanten meer resteeren om hem met meerder te kunnen versien derhalven UwelEd. Gestr. optmoedigst versoek mij wederom met Contanten te versien. De kruijd kelder, Pakhuis en Tragt sijn voltoid en ik ben thans bezig om de smetterij optemetzelen en pale voor de Gragt kappen te laaten en het ook bereeds met het zetten een begin gemaakt De Batterijen van 't fortje sijn alle in weerbaare stande dog het gat in de agterste flank het nog niet kunnen digt krijgen, teffens is de Plaats rond om het fortje van sijn gegroeit boschwerk wederom gesuijverd. De bezettelinge bevinden sig door Goodes Zeegen wederom redelijk Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneur en Directeur der Stad en Fortretse benevens den E. Raad aldaar in 89 Verder neeme de Vrijheijd UwelEd. Gestrenge zodaanige papieren als nevens gaande Register dicteerd aan te presenteeren en mij met oot„ „moet te noemen. /onderstond/ WelEdele Gestrenge Heer en E: Heeren /Laager/ UwelEdele Gestrenge onderdaanige schuldpligtige Dienaar /was Getekend / I. G. Wilner / in Margine / Pera den 8 Iuni A:o 1785. in Staat van Tezondhijd. Aan den WelEdelen Gestrengen Meer Lietgr Gerardus de Bruijn Gouverneur en Directeur der stad en Fortresse benevens den E. Raad aldaar WelEdele Gestrenge Heer en E. Heeren De Panjalling de Philipina op den 8:e deeser alhier geariveerd sijnde waarmede wel ontvangen hebbe UwelEd. Gestr: gevenereerde letteren de dato den 30 Iunij neffens 10000 Spaanse reaalen 1000 lb Buskruid neffens so„ „danige goederen als dier Factuur quam te dicteeren.- Ik heb terstonds de Pantjalling volgens Uwel Ed. Gestr. ordres van sijn laading ontlossen laaten, en om niet op te houden sonder, thin laa„ „ten vertrekken, vermits geens in handen hadden en het nog wel eenige dagen zoude aanlopen eer de talmagtige Malaijers haar tin sullen afleeveren, ik denk in het kort 200 Bhr: of meerder bij malkander te sullen hebben derhalven Uwel Ed. Gestr. versoek mij daar van te onthal„ „ten en daar en tegen wederom met 6000 spreaalen tot den verderen inkoop te versien; Comp:s Cassa blijft onder dato deeses sterk 8479 reaalen. Op den 2 deeser hefde onaangenaame tijding door een klein Prauwtje met met 3 oraneesen die van Salangoor gevlugt waaren ontfangen, dat sij Radja Brikma, de Ionge koning en Sait Iapaar een Rionees van Salangoor wederom meester gemaakt hadden, dat zijn anhang bestaande uijt Sasaanna Tranquaners en volkje van Alantan oongeseer 600 Coppen stark wat dat dezelve sig dagelyks vermeederte dat de beede Pangaues sig wederom bij hem gevoogd hadden, en dat sij sig hebben verlanten laaten Pera van sglijks eene Visi„ „te te geeven, Ik heb zijn hooghijd kennis van geeven laaten met versoek bij vreigenden val mij Vaardige Adsistentie te verleenen en ik heb met Laxman afspraak genoomen sijn volkje in gereedhijd te houden om schielijk bij de hand te weesen, een goed vaartuig op brandwagt soude hier wel te pas zijn en ik versoek UwelEd. Gestr: mij daar meede te versien. Het Fortje is volkomen voltoid en in staat van Defensie, de smelterij is meede klaar, en de gragt agter het Fortje is van de binne kapt bereets met pale versien en A. continueeren nog daagelijk e Jaar aan, dog de woonhuijsen van binnen gaan wat trag vermits maar met een timmerman versien ben ik ben tans bezig eenige losse woonings binnen op te slaan om met het geheele volk in 't Fortje te kunnen huijshouden. Voor de 6ontvangene Chineesen gaan wederom 6 Militairen van die Na„ „tie terug nevens de Moor Maetoe karpoe dog haare waapens het onder wel„ „neeming van Uwel Ed. Gestr: tot gebruijk hier nog aangehouden, en ik ver„ soek UwelEd. Gestr: de nog hier sijnde nog een tijd lang continueeren te laaten een van de Chineesen Coelies op den 21 Iunij komen te overleden. Verders neeme de vrijhijd Uwel Ed. Gestr. zodaanige Papieren als nevens gaande register dicteerd aan te presenteeren en mij met ookmoed te noemen, /onderstond/ wel Edele Gestrenge heer en E Heeren /:laager/ Uwel Edele Gestrenge onderdaanige Pligtschuldige Dienaar /was Getekend/ J. G. Wilmer / in Margine / Pera den 9 Julij 1785. Man

NL-HaNA_1.04.02_8435_0583 view scan ↗

English

To the Right Honourable Sir Pieter Gerardus de Bruijn Governor and Director of the City and Fortress, together with the Honourable Council there Right Honourable Sir and Gentlemen. The barque De Standvastigheid having arrived here safely on the 10th and the lighter De Haas on the 11th of this month, with which I duly received Your Right Honourable's revered letters of the 21st and 30th of July prior, together with 8000 Spanish reals and further goods as specified in the invoices. I immediately informed His Highness that Your Right Honourable could not grant his request for 100 bahar of tin, as this was contrary to the contract; His Highness has been satisfied with this. At the same time, according to Your Right Honourable's orders, I instructed the sergeants and encouraged them with the strongest words of gratitude, so that if this place should be attacked and something human should happen to me, they would do their duty as brave and fearless non-commissioned officers, and I ordered the eldest to assume the command in my stead; they promised me to do their duty as honest men, and I have indeed no reason to doubt this, as to date I have not detected any signs of cowardice in them. For the rest, I shall set them a good example and, as a brave officer and honest man, defend the post entrusted to me to the utmost, according to my oath and duty, and the deed shall confirm my words. The barque De Standvastigheid, which is undertaking its return voyage with a quantity of 106020½ lb of purified and 37316 lb of unpurified tin, including two sealed weighings, one of purified at 368 lb and one of unpurified at 375 lb, could not be supplied with more purified tin due to a lack of pans, since, despite all care taken, the four last sent have cracked; therefore I request Your Right Honourable for four others in their stead, together with a new tripod according to the accompanying measurements, which is worked well round and fits the pans, since the one sent was somewhat too large and is beginning to break where one leg is riveted, and is therefore being sent back as well. The moat has been revetted with stakes on the inside, and the dwelling house of the undersigned has barely been made habitable. Two Chinese coolies passed away on the 10th of this month. The Company's treasury remains at 2275 Spanish reals and 18750 lb of tin remains in stock here; therefore I beseech Your Right Honourable to supply me again with 10000 pieces of that coin species. For the rest, I take the liberty of presenting to Your Right Honourable such papers as the accompanying register specifies, and to call myself with all humility, Right Honourable Sir and Honourable Gentlemen, Your Right Honourable's humble, dutiful servant, Signed J. G. Wilner. In the margin: Pera, 19 August Anno 1785. To the Right Honourable Sir Pieter Gerardus de Bruijn Governor and Director of the City and Fortress, together with the Council there. Right Honourable Sir and Honourable Gentlemen. The cutter De Katwijk aan Zee having arrived here on the 1st of this month, with which I duly received Your Right Honourable's respected letters of the 19th of September prior, together with 10000 Spanish reals and such goods as the invoice specified. The recurring deficiency of weight found in the cargo sent with the barque De Standvastigheid has greatly surprised me, since I weighed the pure tin very generously for the master, as he will be able to testify as an honest man, and at the same time the master and two of my non-commissioned officers consistently counted up the weighings in agreement, so that there can be no error in this either. I shall dispose of the sent opium to the best advantage of the Honourable Company, but I shall wait to make a profit of 75 rixdollars, as there is still an abundant supply here; 10 or 12 chests could easily be sold annually if none is brought in from Queda or elsewhere at a lower price. Notwithstanding all efforts made, I have been able to collect no more than nine Perak koyans of paddy, the koyan at 21 Spanish reals; there has been a bad harvest here this year, and the inhabitants are already beginning to fetch rice from Queda to provide against the shortage. The Company's male slave absented himself on the 26th of August, and although immediately shortly after his absence I sent out various people to catch him, and directly gave notice thereof to the Laxamana and various inhabitants, and even put a bounty on him, my efforts were nonetheless in vain and to date I have not been able to obtain even the slightest news of him. I take the liberty of presenting to Your Right Honourable a declaration concerning this, with the most humble request to provide me with another in his stead. The guardhouse as well as the non-commissioned officers' rooms have been brought into a habitable state, and I am currently busy with the kitchen for the undersigned, but since I shall still fall short of bricks for it, I request Your Right Honourable

Dutch transcription

Aan den WelEdelen Gestrengen Heer P=r de Bronk de Aandwatigheid Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneur en Directeur der Stad en For„ „tresse benevens den E. Raad aldaar WelEdele Gestrenge Heer en Heeren. De Bark de standvastigheid op den 10. en de Ligter de Haas op den 11. deezer behouden alhier gearriveerd zijnde, en waarmeede wel ontfangen heb uwel Ed: Gestr: gevenereerde Letteren van den 21 en 30. Iulij bevoorens nevens 8000 Spaanse reaalen en verdere Goederen als de Factuuren qua„ „men te dicteeren. Ik heb terstonds zijn Hoogheid weeten laaten dat uwelEd: Gestr: sijn versoek in der 100. Baar Thin niet toestaan kost vermits sulx steijdig met het Contract was, zijn Hogheid hebt zig daar mede te vreeden gesteld. Teffens heb de Sergeants volgens uwelEd. Gestr: ordres onderrigt en met de kragtigste dankredenen aangespoort, om als deese Plaats mogte aangetast en mij iets menschelijks overkoomen, als brave en onverschrok„ „kene Onderofficiers haar Pligt, te doen en den oudsten geordonneerd het Commando dan in mijn plaats op te vatten; sij hebben mij beloofd haar devoir als eerlijke Lieden te volbrengen, en ik heb juist geen redenen daar aan te twijffelen, vermits ik tot dato nog geen proeven van Lafheid aan haar bespeurd heb, Ovrigens sal ik haar met een goed Exempel voor„ „gaan en als een braaf Officier en eerlijk Man, die mij anvertrouwde post post volgens mijn Eed en Pligt tot het uiterste defenderen en de daad sal mijne woorde bevestigen. De Bark de Atandvastigheid dewelke met een quantiteit van 106020½ lb. gesuijverd en 37316 lb ongesuiverd, waaronder twee verse„ „gelde weegsels een gesuijverd van 368 lb en een ongeluijverd van 375 lb, sijne teruglijse anneemt, heb uit gebrek van Pannen niet meer met gesuijverd kunnen geriefen, vermits de Vier laast overgezondene aller gebruijkten voor„ „sigt ongeagt sijn koomen te scheuren, derhalven UwelEd: Gestr: om vier an„ „dere in dies steede versoek nevens een nieuwe Drievoet volgens nevens„ „gaande Maat, die goed ront gewerkt en aan de Pannen sluit vermits de gezondene iets te groot en waar de een voet geklonken is begint te bree„ „ken, en derhalven meede oversende, De Gragt is van de binnenkant met Paalen volhord en het woonhuijs van den ondergetekenden is ter nood woonbaar gemaakt, Twee Chineese Coelis sijn op den 10 deezer koomen te overleeden, Comps Cassa blijft stark 2275. - spaanse reaalen en 18750. —. lb kien blijven alhier restant derhalven uwel Edele Geszr: Smeek mij wederom met 10000. p:s dier Munt specie te versien, Ovrigens neeme de vrijheijd uwel Ed: Gestr: sodaanige Papiere als nevens gaande Register dicteerd aan tepresenteeren en mij met alle ootmoet te noemen /onderstond/ welEdele Gestrenge Heer en E. Heeren /Laager Juwel„ /6 6 Edele Gestrenge onderdaanige Schuldpligtige Dienaar / Getekend J. G. Wilner /in Margine/ Pera den 19. August: A:o 1785. Aan den WelEdelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneur en Directeur der stad en Fortralle benevens den Raad aldaar. Wel 93 WelEdele Gestrenge Heer en E: Heeren. De Kotter de Katwijk aan Zee op den 1=te deeser alhier geariveerd sijnde„ en waar meede wel ontfangen heb uwelEd Gestr: gerespecteerde letteren van den 19 September bevoorens nevens 10000 sp realen en sodaanige goederen als dies Fractuur dicteerde De wel wederom bevondene minderheid van gewigt op de met de Bark de stand„ „vustigheid versondene laading heeft mij zeer verwondert vermits ik den Gezagvoer„ „der het suijvere thin seer ruijm so als deselve als een eerlijk man sal kunnen be„ „tuijgen, heb toegewoogen en teffens met de Gezagvoerder en twee van mijn Onder„ „officiers telkens de Weegsels met accoord opgeteld hebben, Swoat hier in ook geen fout kan weesen, De gezondene Amphioen: sal ten besten voordele voor de E. Comp afzetten, dog ik sal uit koopen om een winst van 75. rds. uit te haalen vermits nogrijklijk hier vooreardig is, het souden wel Jaarlijks 10. of 12. kassen kunnen afgeset wor„ „den als van queda of elders geen tot laagere Prijs word binnen gebragt, Ik heb aller gedaanen moeite ongeagt niet meer als neegen Peraase Coijangs Padij hunnen vergaaderen de Coijang tegens 21. sp: realen, dit Jaar is hier een slegte Oogst geweest ende ingeseetenen beginnen reets om het gebrek voor te bouwen Rijst van queda te haalen. Comp Mans slaaf heeft zij op den 26 August absenteerd, en op gelijk schoon terstonds kort naa sijn absentie verscheijden volk uitgesonden heb om hem te lag„ „terhaalen, en direct daar van aan den Lapman en verschijde ingeseetene kennis gegee„ „ren, en selfs geld op hem gesteld heb, sois mijn moeite dog vergeefs geweest en ik heb selfs bid dato niet de geringste tijding van hem kunnen erlangen. Ik. neem de vrijheijd uwelEd Gestr: een verklaaring hier van aantepresenteeren, met oodmoedigst versoek mij met een ander in dies steede te geriefen. De wagt teffens de Onderofficiers kaamers sijn in een woonbaare staat ge„ „bragt en ik ben thans besig met de Combuijs voor den Ondergetekende, dog ver„ „mits ik daar toe nog metselseente kort sal schieten, versoek ik uwelEd Galth: mijnen

NL-HaNA_1.04.02_8435_0586 view scan ↗

English

to fulfill my demand in that regard at the earliest opportunity, since I also need to have some in stock to use when bricking in melting pans. One Chinese coolie having died on 27 September, the remaining 26, together with 1 corporal and 6 privates of that nation, are being transferred by this opportunity in accordance with Your Right Honourable and Stern Command; the remaining sergeant and 12 privates likewise most humbly request Your Right Honourable and Stern Lordship for their discharge. The hoeker Katwijk aan Zee is laden with a quantity of 38287: 18. refined, among which is a sealed weighing of 370 lb, and 36937½ lb unrefined tin; the Company's cash balance remains at 6437 pieces of Spanish reals, and I request Your Right Honourable and Stern Lordship to provide me again with 7000 pieces of that coin species. At the same time I take the liberty of presenting to Your Right Honourable and Stern Lordship such papers as the enclosed register dictates, and to call myself with all subservience, below, Right Honourable and Stern Sir and Honourable Gentlemen, lower, Your Right Honourable and Stern Lordship's humble, dutiful servant, signed J: G: Wile, in the margin, Pera, 9 October 1785. To the Right Honourable and Stern Sir Pieter Gerardus de Bruijn Governor and Director of the City and Fortress, together with the Honourable Council there. Right Honourable and Stern Sir, Honourable Gentlemen. Your Right Honourable and Stern Lordship's highly respected letters of 8 November last were duly received by me on the 3rd of this month, together with 7000 Spanish reals, one male slave, and further goods as the invoice indicated. The opium sent last has already been sold at a profit of 75 rijksdaalders per chest, and more readily than I initially feared, it being uncertain, according to the reports of the natives, that they could buy the same in Queda at a lower price; should I, however, gain experience of this, since no opium from Queda has been brought here since my arrival, apart from a few boejangs, I shall make use of Your Right Honourable and Stern Lordship's authority and induce His Highness to forbid the import of any opium other than that of the Honourable Company, requesting Your Right Honourable and Stern Lordship for another three chests. On 18 November there arrived here a two-masted brigantine under the Danish flag, commanded by the Moor Dessin Marikan, residing in Tranquebar; it is laden with piece goods, salt, and tobacco, alongside four bahars of tin from Ujong Calang, which I have ordered to be bagged and sealed, so that no smuggling may be committed therewith. Two of the sepoys stationed on the lighter De Haas having passed away, and since I might have need of the same in these critical circumstances of the time, upon the departure of the bearer of this, he sent the same down for 8 days to refresh themselves; and since the same had only been provided with rations for three months, I have supplied rations to them for the months of November and December; I take the liberty of presenting herewith to Your Right Honourable and Stern Lordship the receipts signed by the commander. The assistant surgeon stationed here, Bartold Eggena, and the assistant medical officer on the bark De Standvastigheid, Alexander Lerre, have requested me to be permitted to exchange places with each other; I have granted them this, subject to the approval of Your Right Honourable and Stern Lordship. The sergeant and 12 Chinese privates are returning herewith according to Your Right Honourable and Stern Lordship's orders, alongside the discharged musketeer Filissi Zikkera. The bark De Standvastigheid, after having been relieved of its cargo and ballast, has on the other hand been laden again with a quantity of 52362½ lb of refined tin; in the Company's cash remains 9200 pieces of Spanish reals, and I request Your Right Honourable and Stern Lordship to provide me again with 6000 pieces of that coin species; at the same time I take the liberty of presenting to Your Right Honourable and Stern Lordship such papers as the enclosed register dictates, and to call myself with all subservience, below, Right Honourable and Stern Sir and Honourable Gentlemen, lower, Your Right Honourable and Stern Lordship's humble, dutiful servant, signed J. G. Wilner, in the margin, Pera, 8 December Anno 1785. Agrees [illegible] E. G. Clerk Malacca To the Right Honourable and Stern Sir Pieter Gerardus de Bruijn Governor and Director of the City and Fortress, together with the Honourable Council there. Right Honourable and Stern Sir and Honourable Gentlemen, The bark De Standvastigheid having arrived here on the 23rd of this month, by which I duly received Your Right Honourable and Stern Lordship's respected letters of the 5th preceding, together with 6000 Spanish reals and such goods as the invoice showed, as well as two sepoys for the lighter De Haas. Since the Moorish brigantine is making preparations to load its elephants, 12 of which he has bought from His Highness, I have, subject to the approval of Your Right Honourable and Stern Lordship and according to the custom of my predecessors, placed 1 corporal and 2 privates as a guard upon it to prevent smuggling and to watch against it, while, the vessel being already partly laden, it cannot well be searched. The soldiers Sebastiaan Bok and Claas Olters most humbly entreat Your Right Honourable and Stern Lordship for their discharge upon the expiration of their term, and the soldiers Ian Cornet and Hendrik Jansen for their promotion, the first from 7 guilders to 13 guilders, and the second from 9 guilders to 13 guilders, under a contract of three years; at the same time I request Your Right Honourable and Stern Lordship

Dutch transcription

mijnen Eisch dienaargaande met eerste, geleegendheijd te voldoen, vermits ik teffens eenige in voorraad moet hebben om bij inmetzelen van smeltpannen te gebruijken. Een Chineese Coblie op den 27. September overleeden sijnde gaan de resteerende 26. neffens 1 Corporaal en 6. Gemeene Mititeuren dier Natie volgens uwel Ed Gestr: or„ „dre met deese geleegendheid over, de resteerende sergeant in 12. Gemeene versoeken teffens uwelEd Geszr: otmoedigst om haare verlossing. De Hoeker de Katwijk aan zee is gelaaden met eene quantiteit van 38287: 18. - gezuijverd waar onder een verseegeld weegsel van 370. lb. en 36937½. lb ongeluij„ werd thin, Comp:sCase blijft trk 6437. p:s renalen en ik versoek uwel Ed Gestzr: mij weeder met 7000 p„s dier Munt specie te versien. 1 Teffens neeme de vrijhijd uwel Ed Gestr: sodaanige Papieren als nevens gaande register dicteerd aan te presenteeren en mij met alle onderdaanigheijd te noemen /onderstond/ WelEdele Gestrenge Heer en E. Heeren /Lager:/ uwelEdele Gestrenge onderdaanige Sschuld„ „plijtige Dienar /(Ggetekend/ J: G: Wile /in margine/ Pera den 9. October 1785. ƒ Aan den WelEdelen Gestrengen. Heer Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneur en Directoir der stad en Fortresse benevens den 2. Raad aldaar. WelEdele Gestrenge Heer O E: Heeren. uwel Ed: Gestr: Seer gerespecteerde Letteren van den 8 November a. I. sijn mij den 3. deeser wel geworden neffents 7000. -. sp. Reaalen een Manslaafen verdere goederen als het Factuur quam aan te toonen. De laatstleden gesondene Amphioen Jl bereeds met de winst van 75. rds. p:r kas en gereedelijker als ik in begin bedugt was, verkogt, mislijk sijnde, door de berigten der Inlanders, dat sij den selven op queda tot een lagere prijs Koopen kosten, mogte ik egter hier van ondervinding krijgen, vermits hier Sedert mijn hier sijn geen amphioen van queda buijten eenige boejangs is aangebragt en 95 aangebrngt, slik van uwelEdele sesrenge ulistate gbruik waken en zin Hoheid beweegen om den Invoer van andere Amphioen als de E. Comp= te verbieden, versoekende UwelEd: Gestz: wederom Drie kassen. Op den 18 November is alhier gearriveerd een twee Master Brigantijn onder Deensche Vlaggevoerd door de Moor dessin Marikan woonagtig tot Tranquebara is gelaaden met Lijwaaten, zout, en Tobak nevens vier Bhaartin van Oeong Calan, dewelken heb ik sakkepakken laaten en versegeld, daarmede geen sluijkerij daar„ „onder mogte gepleegt worden. Twee van de op de ligter de Haas beschijden Sipais sijn koomen te overleeden, en vermits ik denzelven, in deeze fritique tijds omstandigheeden mogte benoodigt zijn zo heeft denselven, bij vertrek van brenger deeses voor 8. daagen naar bene„ „den gezonden om zig uit te varschen, en vermits dezelve maar voor Drie Maan„ „den met handsoenen versien is geweest, soo heb voor de Maande November en December randsoen aan derzelven verstrekt, Ik neem de Vrijheijd Uwel Ed: Gestr: de door den Gezagvoerder getekende handschriften hier meede aan te pre„ „senteeren. De alhier beschijden zijnde Onder Chirurgijn Bartold Eggena en de op den bark de standvastigheid en Ondermeester Alexander Lerre hebben mij versogt om te zaamen te mogen wisselen, Ik heb hun sulks onder welneemendheid van Uwel Ed: Gestr: toegestaan. De Sergeant en 12 gemeene Chineese Militeiren gaan volgens uwel Ed: Gestr: ordres hier mede te rug nevens de verloste Mosschieter Filissi Zikkera. De Bark de standvastigheid naa hem van zijn laading en ballast ontlast hebbende, is daarentegen wederom gelaaden met een quantiteit van 52362½. lb gesuijverd ten Comp:s Cassen blijf t kark 9200. —. p„s Sps: realen en ik versoek de Uwel Ed: Gestr: mij weeder met 6000. –. p:s dier Muntspecie te verzien. teffens neeme de vrijhijd. Uwel Ed: Gestr: sodaanige Papieren als nevens gaande re„ „gisters dicteerd aan te presenteeren en mij met alle onderdaanigheid te noe„ „men /onderstond/ WelEdele Gestrenge Heer en E. Heeren. /laager/ uwel Edele Ge„ „strenge onderdaanige pligt schuldige Dienaar /getekend/ J. G. Wilner/ in mar„ „gine/ Pera den 8 December A:o 1785. Accordeert an saak E. G. Klerk 9 Malacca Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneur en Directeur der Stad en Fortresse benevens den E. Raad aldaar. deel WelEdele Gestrenge Heer en E: Heeren De Bark de Sandvastigheid op den 23. deeser alhier gearriveerd Sijnde en waarmeede wel ontfangen heb uwel Ed: Gestr: gerespecteerde letteren van den 5 bevoorens neffens 6000 spaanse reaalen en so„ „daanige goederen als 't Factuur aantoonde als ook twee Zipais voor de Ligter de Glaas. Vermits de Moorse Brigantijn preparatie maakt om sijne Oliphanten te laaden waarvan hij 12. stuks van zijn Hoogheid ge„ „kogt heeft, so heb ik onder welneeming van uwel Ed: Gestr: vol„ „gens gebruijk van mijne voorsaaten ter voorkooming van smok„ „kelarij 1. Corp:l en 2. Gemeene als wagt daar op geplaast om daartegen te viligeeren, terwijl bedeede het vaartuijg bereeds gelaaden sijnde niet wel kan gevisiteerd worden. De soldaaten Sebastiaan Bok en Claas Olters smeeken seer ootmoedigst Aan uwelEd: Gestr: met tijds expiratie om haare ver„ „lossing en de soldaaten Ian Cornet en Hendrik Jansen om haare verbeetering de eerste van ƒ: 7. of f: 13. en de tweede van f: 9 op: f: 13 onder een verband van drie Iaar teffens versoek ik uwel Ed: Aan den WelEdelen Gestrengen Heer Gestr:

NL-HaNA_1.04.02_8435_0591 view scan ↗

English

9 Malacca To the Right Honorable, Highly Esteemed Sir Pieter Gerardus de Bruijn Governor and Director of the City and Fortress, together with the Honorable Council there. Right Honorable, Highly Esteemed Sir and Honorable Sirs, The barque the Standvastigheid having arrived here on the 23rd of this month, by which I duly received Your Right Honorable Esteemed letters of the 5th prior, together with 6000 Spanish reals and such goods as the invoice indicated, as well as two Sepoys for the lighter the Haas. Since the Moorish brigantine is making preparations to load its elephants, 12 of which he purchased from His Highness, I have, subject to the approval of Your Right Honorable and in accordance with the custom of my predecessors to prevent smuggling, placed 1 corporal and 2 privates as a guard upon it to keep watch against it, because once the vessel is already loaded it cannot well be inspected. The soldiers Sebastiaan Bok and Claas Olters most humbly petition Your Right Honorable, upon the expiration of their term, for their discharge; and the soldiers Jan Cornet and Hendrik Jansen for their promotion, the first from 7 to 13 florins and the second from 9 to 13 florins under a contract of three years; at the same time I request Your Right Honorable for two others in the place of the first-named. The sailor Hans Engelbregt, stationed on the lighter the Haas, was recently swept overboard and perished in heavy weather off the Banks while raising the anchor, and the Javanese Singa passed away on the 29th of this month. According to Your Right Honorable's orders, I have placed the third surgeon Alexander Lerra back onto the barque in place of the sent Adolf van Zolingen. The bearer of this is loaded with a quantity of 91647 purified tin, including a sealed weighing with 4 small pieces of tin, which here weighed 366½ net in the weigh-house to test the weights with it; the Company cash remains 6640. –. Spanish reals, and I request Your Right Honorable to provide me again with 7000 pieces of that coin species. Furthermore, I take the liberty of presenting to Your Right Honorable such papers as the accompanying register dictates, and to call myself with humility, Right Honorable, Highly Esteemed Sir and Honorable Sirs, Your Right Honorable's humble and dutiful servant, Signed J. G. Wilner In the margin: Pera, the 31st of January 1786. To the Right Honorable, Highly Esteemed Sir Pieter Gerardus de Bruijn Governor and Director of the City and Fortress, together with the Honorable Council there. Right Honorable, Highly Esteemed Sir and Honorable Sirs, Your Right Honorable's venerated missive duly reached me on the 19th of this month, together with 7000 Spanish reals, the opium, some equipment goods for the lighter the Haas, and such goods as the invoice dictated. I have delivered the equipment goods to the master of that vessel against the accompanying receipt, since he assured me he could not accept the rice without them. On the 7th of this month a native informed me that if I would satisfy him for his trouble, he would show me a place where tin was smuggled. I promised him that if it were true and I found that tin, he would be compensated. I immediately had the Company's Steenbok manned and proceeded downriver with it and found the tin near the Kruisrivier in a small creek, submerged well over a man's height under water, with a small proa with 2 men beside it to guard the same. I had it dived up, brought to the small fort, and weighed in the presence of the King's clerk, finding it to be 10 bahars 275 pounds. I immediately had His Highness informed of this, with the request to make an example in punishing the smuggler, who is a resident here who wished to transport it to Queda. The King made him with his wife and children into slaves, and declared the tin confiscated according to contract. With the knowledge and approval of His Highness, and subject to Your Right Honorable's favor, in order to encourage informants, I assigned to the informant the 275 pounds over the ten bahars, and further I conducted myself according to the articles of the contract and shared with His Highness, paying him for his share 5 bahars, or in cash 160 Spanish reals, with 5 bahars likewise remaining for the Honorable Company for its share, which I herewith forward subject to Your Right Honorable's orders and further disposal. At the same time, I was informed by a resident here coming from Queda that a lot of tin was reportedly smuggled overland with elephants by the highlanders or Ulu Cansau, the place where Sultan Muda formerly had his residence, to a small river named Trong close to Larut, and that Queda vessels lay there to collect this tin. I immediately had His Highness informed of this, with the request to have this tin seized if it had not yet been transported, to punish the smugglers most emphatically, and to set fixed orders against smuggling. The King immediately sent orders overland thither to seize the same and bring it here; however, I doubt that it will still be overtaken, since

Dutch transcription

9 Malacca Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneur en Directeur der Stad en Fortresse benevens den E. Raad aldaar. WelEdele Gestrenge Heer en E: Heeren De Bark de Aandvastigheid op den 23. deeser alhier gearriveerd Sijnde en waarmeede wel ontfangen heb uwel Ed: Gestr: gerespecteerde letteren van den 5 bevoorens neffens 6000 spaanse reaalen en so„ „daanige goederen als 't Factuur aantoonde als ook twee Zipais voor de Ligter de Glaas. Vermits de Moorse Brigantijn preparatie maakt om sijne Oliphanten te laaden waarvan hij 12. stuks van zijn Hoogheid ge„ „kogt heeft, so heb ik onder welneeming van uwel Ed: Gestr: vol„ „gens gebruijk van mijne voorsaaken ter voorkooming van smok„ „kelarij 1. Corp:l en 2. gemeene als wagt daar op geplaast om daar tegen te viligeeren, terwijl zederde het vaartuijg bereeds gelaaden sijnde niet wel kan gevisiteerd worden. De soldaaten Sebastiaan Bok en Claas Olters smeeken seer ootmoedigst Aan uwel Ed: Gestr: met tijds expiratie om haare ver„ „lossing en de soldaaten Ian Cornet en Hendrik Jansen om haare verbeetering de eerste van ƒ: 7. of f:o 13. en de tweede van f: 9 op: f: 13 onder een verband van drie Iaar teffens versoek ik uwel Ed: Aan den WelEdelen Gestrengen Heer Gestr: Malacca Gestr: om twee andere in de eerst genoemde plaatz. De Matroos Hans Engelbregt beschijden op de ligter de Haas is laastleeden voor de Banken bij swaar weeder met het ligten van de anker over boord geslaagen en verongelukt, en de Iavaan Singa is den 29. deeser koomen te overlijden. Volgens UwelEd: Gestr: Ordres hebden derde Meester Alexander Lerra wederom op de Bark geplaatst voor de gesondene Adolf van Zolingen. Brenger deeses is gelaaden met een Quantiteit van 91647 gezuiverd thin waar onder een versegeld Weegsel met 4 kleine stukjes thin, het welk hier netto in 't huijsje 366½ gewoogen heeft om de gewigte daar mede te probeeren Compcasse blijft sterk 6640. –. sp: reaalen en versoek uwel Ed: Gestr: mij wee„ „der met 7000. p:s dier Muntspecie te versien. Overigens neeme de Vrijheid UwelEd: Gestr: sodaanige Papieren als nevens gaande Register dicteerd aan te presentee„ „ven en mij met oodmoed te noemen /onderstond /: Wel Edele Gestrenge Heer en E. Heeren. /lager/ uwelEdele Gestrenge onderdaanige schuldpligtige Dienaar /getekend J. G. Wilner /in margine/ Pera den 31. Januarij 1786. Aan den WelEdelen Tatrangen Heer Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneur en Directeur der stad en Fortresse benevende E. Raad aldaar. WelEdele Gestrenge Heer en E. Heeren. UwelEd Gestr: gevenereerde Missives mij op den 99 19. deezes welgeworden neffens 7000. sp: reaalen 't ist Am„ „phiven eenige Equipagie Goederen voor de Ligter de Haas en sodaanige Goederen als 't Factuur dicteerde. De Equipagie Goederen heb tegens teffens gaande recipe aan den Gesugvoerder van dien bodem afgegeeven, vermits hij verseekerde de rijst sonder dezelve niet te kunnen anneemen, Op den 7. deezer berigte mij een Inlander dat als ik hem voor sijne moete voldoen wou, hij mij dan een plaats zoude aanwijzen daar Thin gesmokkeld was, Ik beloofde hem als het waarheid was, en ik dat Tin vond hij soude voldaan worden. Ik liet terstonds Comp:s Steenbok bemannen en begeef mij met denzelven naar beneeden en vonden het Thin omtrent het Kruisrivier in een kleen spruitje wel over Manshooy onder water gesentt en een kleen praauwtje met 2 Man daar bij om hetzelve te bewaaken, Ik het het laaten op„ „duijken aan 't Fortje brengen en in presentie van 's Konings schrijver laaten weegen en bevonden 10. Bhaar 275 lb te zijn Ik heb terstonts zijn Hoogheid hier van kennis geeven. laaten met verzoek den sluijker het welk een Ingeseete„ „ne alhier is, die het naar Queda heeft willen voeren, voor„ „beeldelijk te straffen, De Koning heeft denzelven met Vrouw en Kinderen tot slaven gemaakt, en het Thin volgens, Contract Contract geconfiberteerd verklaart, den aanbrenger beb ik met kennissen goedkeuring van zijn Hoogheid en onder welneemed„ „heid van uwel Ed. Gestr: om de tot aanbrengen aantemoedigen de over de thien Bhaar sijnde 275 lb toegelegt en verdershel ik mij volgens het Art=n van 't Contract gedraagen en met zijn Hoogheid gepartacheerd en hem 5: Bhaar of tegens Contant 160. sp: reaalen voor sijn andeel betaald, blijvende voor de E. Comp=e teffens 5. Whaar voor haar Part, die ik tot uwelEd: Gestr: Ordres en naader dispositie hier meede oversende. Teffens is mij door een van queda komende Ingezeetene al„ „hier berigt, dat door de bovenlanderen of Olloe Cansau de plaats waar sulkhan Moeda voordeesen sijn woonplaats gehad heeft overland met Oliphanten een Patij thin naar een reviertje genaamd Trong digt bij Larot, soude gesmokkeld sijn, en dat quedareese vaartuijge daar lagen om dit thin aftehaalen Ik heb op het spoedigste zijn Hoogheid daar van kennis geeven laaten, met verzoek dit Thin, se het nog niet vervoert was te laaten aanhouden, de sluijkers op het nadrukkelijk„ „ste te straffen en beekere ordres tegens de sluijkerij tetkel„ „len, de Koning heeft ter stonds overland ordres daarnaa toege„ „zonden om het zelve aan te houden en hier naa toe te bren„ „gen, dog ik twijffel dat het nog sal agterhaald worden ver„ mits

NL-HaNA_1.04.02_8435_0595 view scan ↗

English

104 Malaca provided that I have received this notice somewhat too late. The Moorish bark undertook its voyage to Tranqiebaar on the 14th of February laden with 12 elephants. The lighter De Haas undertakes its return voyage thither according to Your Right Honourable's orders under convoy of the bearer of this letter. The two relieved soldiers Claas Olters and Sebastiaan Bok cross over with this in place of the two who arrived here and the soldier Rijk Buijtepost also most humbly begs Your Right Honourable for his relief due to the expiration of his time. The bearer of this letter is laden with 65575 lb of purified and for lack of smelting pans with 7706 lb of unpurified tin among which 1875 lb of confiscated tin. The Company's treasury remains strong at 7367½ Spanish reals and I request Your Right Honourable to provide me again with 7000 pieces of that specie. Furthermore I take the liberty to present to Your Right Honourable such papers as the accompanying register dictates and to call myself with all humility below Right Honourable Sir and Honourable Sirs lower Your Right Honourable's humble dutiful servant signed I. G. Wilner in the margin Pera the 26th of March 1786. To the Right Honourable Sir Pieter Gerardus de Bruijn Governor and Director of the City and Fortress etc. Right Honourable Sir and Honourable Sirs The bark De Standvastigheid having arrived here on the 10th of this month and with which I have duly received Your Right Honourable's esteemed letters of the 24th of April 7000 Spanish reals 2 chests of opium and further necessities. The tin smuggled to Trong has not been intercepted but was already transported to Queda. I have most earnestly requested His Highness to punish most rigorously the Pangoele there who allowed this and to send stricter orders not to permit the like in the future. His Highness has promised me that it should happen. Concerning the report given to the authorities of the ships lying at Slangenoor I take the liberty to notify Your Right Honourable that those of Salangoor get their rice from Bernan where according to reports some Acehnese and Batu Bahara vessels lie with that grain and supply them therewith. It has even been reported to me that small vessels do come surreptitiously down the river to smuggle some rice from the ladangs below the little fort but do not pass the garrison to get it from the settlement. But since I cannot easily cut off their passage below I have had the king addressed thereon in order to command his subjects not to accept such vessels much less to accommodate them with rice or provisions. The king has 103 let me know that he would order the Laxamana to provide for this. On the 20th of April an English supercargo named Ian Forrests from the ship Princes Roijal came with a boat to this garrison pretending that the ship lay at anchor in the Bay of Dinding and that he wanted to find a pilot here to pilot him through there requesting my permission to go upstream to seek such a man. But as I understood that this was merely an artifice to enter here to establish trade with the Perak people I answered him that it was the Honourable Company's and the King's orders not to let any foreigners enter here and that the Perak people were too poor seamen to pilot a ship. Seeing that his aim was frustrated and that I understood the motives which had moved him to enter here he again undertook the journey to his ship. The soldier Johan Hendrik Koers requesting me on the 17th of April to sail to the settlement to buy himself some food capsized with the prahu on returning and before help could be brought to him drowned. His body was found and properly interred. I most humbly request Your Right Honourable to accommodate me with another in his place. The The soldier Rijk Ruijtepost crosses over with this in place of the one who arrived here. Some medicines having been dispensed since the lighter De Haas was also served at the same time during its stay here I take the liberty to send Your Right Honourable herewith a requisition for the most necessary ones most humbly requesting Your Right Honourable favorably to accommodate me therewith. The last sent chest and one of the two chests of opium received on this occasion have been disposed of at a profit of 75 rixdollars therefore I request Your Right Honourable to provide me again with a chest. At the same time I take the liberty to bring humbly to Your Right Honourable's attention that I must receive the tin from the Malays weighed as gold without even the needle tipping toward the goods and yet must weigh it out again with a reasonable surplus and since at the same time there are so many small pieces from which something easily gets lost so that I am not able to subsist without a percentage thereon therefore I turn to Your Right Honourable with the most humble request to grant me some allowance on that. The bearer of this letter is laden with 98746 lb of unpurified tin. The Company's treasury remains strong at 5830 Spanish reals and I request Your Right Honourable again for 7000 pieces of that coin specie.

Dutch transcription

104 Malaca „mits ik dit bedigt iets te laat ontvangen heb„ De Moorse Bark heeft op den 14. Februarij gelaaden met 12. oli„ „phanten sijne rijse naar Tranqiebaar aangenoomen. De Ligter de Haas neemt volgens uwel Ed: Gestr: order onder Convooij van brenger deeses sijne terugrijse naar derwaarts aan De twee verloste soldaaten Claas Olters en Sebastiaan Bok „gaan voor de twee alhier gearriveerde hier mede over en de sol„ „daat Rijk Buijtepost smeekt teffens uwelEd: Gestr: seer otmoe„ „digst mitslijds Expiratie om sijne Verlossing, Brenger deeses is gelaaden met 65575. lb gesuijverd en uit gebrek van smeetpannen met 7706 lb ongesuijverd waaronder 1875. lb geconfisqueerd Thin Comp:s Cassa blijft sterk 7367½ sp:s reaalen en ik versoek uwel Ed: Gestr: mij wederom met 7000 p:s van die Geld specie te versien. Verders neeme de Vrijheid UwelEd: Gestr: sodaanige Papie, „ren als nevens gaande Register dicteerd aante spreesenteeren en mij met alle ootmoed te noemen /onderstond/ welEdele Gestrenge Heer en E. Heeren. / lager/ uwelEd: Gestr: onderdaa„ drige Plegtschuldige Dienaar /getekend/ I. G. Wilner /in margine/ Pera den 26 Maart 1786. Aan den Wel Edelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneur en Directeur der Stad en Fortreffe E=s WelEdele Gestrenge Heer en E. Heeren De Bark de standvastigheid op den 10 deeser alhier gear„ „riveerd „riveerd sijnde en waarmede wel ontfangen heb uwelEd: Gestr ge„ „venereerde Letteren van den 24. April, 7000 sp:s heaalen 2. Kassen Amphioen en verdere Benoodigtheden. Het thin naar Trong gesmokkeld is niet agterhaald, maar bereeds naar queda vervoert geweest ik het zijn Hoogheid op het vrnstigste versoeken laaten, om den Pangoele al„ „daar die sulx toegelaaten heb op het rigoreuste te straffen en strengere Orders toete senden om diergelijken in 't ver„ „volg niet meer toete staan zijn Hoogheid het mij beloo„ „ven laaten dat het geschieden soude. Aangaande het berigt gedaan aan de Overheeden van de op slangenoor leggende scheepen, neeme de Vrij„ „heid uwel Ed. Gestr: te notificeeren, dat de van Salan„ „goor haar Rijst van Bernan, waar volgens berigte eenige Atchiense en Batoebaresche vaartuige met dat graan leggen, en haar daar mede versien, selfs is mij ook berigt, dat wel ter sluijk kleine vaartuijge beneeden in de rivier koomen, om uit de Ladangs benee„ „den het Fortje wat rijst op te smokkelen, maar niet de Bezetting passeeren om het uit de Negerij te haa„ „len, maar vermits ik haar de pas beneeden niet wel afsneiden kan so heb ik de koning daar over onderhou„ „den laaten, om aan sijne onderdaanen te belasten sul„ „ke vaartuijge niet te accepteeren, veel minder met rijst of Levensmiddelen te gerieten, De Koning heeft mij 103 mij weeten laaten, dat hij den Lapman ordoneeren soude daarin te voorsien. Den 20:e April quam een Engelse Carga genaamt Ian Forretss van het schip Princes Roijal met een Boot aan deeze mezekting, onder voorgeeven, dat het schip in de Baij Dinding ten anker lag, en hier een Loots zoeken wou om hem daar door te lootsen, mij om permissie versoekende om naar boven te gaan om sig sulx een Man te soeken, maar, vermits ik begreep, dat dit maar een konstgreep was om hier bin„ „nen te koomen om met de Peraneesen Noegotie op te regten, so heb ik hem geantwoord, dat 's E. Comp: een ko„ „nings orders waaren geene Vreemdelinge hier binnen te laaten, en dat de Ieraneesen te slegte seelieden waaren om een schip te lootsen, hij siende dat zijn oog„ „merk vereidelt en ik de beweegreedens begreep die hem beweegt hadden hier binnen te koomen, heeft weder de Toijt naar sijn schip aangenoomen. De soldaat Johan Hendrik Koers mij op den 17. April versoekende om naar de Negorijte vaaren om zig iets kost te koopen, is in 't wederomkeeren met de praaun omgeslaagen, en eer hem hulpe heeft kun„ „nen bijgebragt worden verdronken sijn Lighaam is gevonden en behoorlijk ter aarde besteld, Ik versoek uwteerd Gatz: onderdaanigst mij met een ander in zijn plaats te gerieven. De De soldaat Rijk Ruijtepost gaak in stede van den alhier gearri„ „veerde hier meede over. Eenige Medicamenten, vermits de Ligter de Haas bij sijn hier sijn 'teffens meede is bedient geworden, afgegaan sijnde is bedient geworden, afgegaan sijnde, so neeme de vrijheid uwel Ed. Gestr: een Eijsch der noodsaakelijksten hier, „meede over te zenden, verzoekende uwel Ed. Gestr: otmoe„ „digst mij daar mede gunstig; te gerieven De laaste gezondene, en een van de twee met deese„ geleegendheid ontvangene kassen amfioen, sijn met een winst van 75 rd:s afgeset, derhalven uwelEd. Geszr: versoek mij weeder met een kas te versien. Teffens neeme de Vrijheid uwel Ed. Gestr: onderdaanig onder 't oog te brengen, dat ik het thin van de Maleijers als goud gewoogen sonder selfs dat de Naalde naar de waar hangt moet ontvangen, en dog met een reedelijke uitslag wederom moet uitweegen en vermits teffens so veele kleine brokjes waar van ligt iets verlooren geat, daar bij sijn, so dat ik niet in staat ben sonder P=r C=to daar bij te bestaan, derhalven mij tot uwelEd: Gastr: heer met ootmoedigst versoek mij daar op eenige toetesklaan„ Brenger deeses is gelaaden met 98746 lb. onge„ „zuijverd thin Comp:s Cassa blijft stark 5830. sp:s reaalen en ik verzoek uwelEd. Gestr: wederom om 7000 p:s dier Munt Specie

NL-HaNA_1.04.02_8435_0599 view scan ↗

English

105 Specie. During the night between the 14th and 15th of this month, several heavy shots being heard downstream, and news having arrived here that sea-pirates were staying outside, I moved the Laxamana to send a prahu downstream to see what was there, which returned on the evening of the 15th with news that a two-masted vessel and another small vessel were at the Sambilang islands and were firing shot upon shot; therefore consulting with the bearer of this, presuming that they were vessels that had run aground and were now in distress, deciding to send a prahu with one European and four natives downstream to see what these vessels were, with orders, if they belonged to the Company, to go there and ascertain what they lacked; this prahu arrived back here on the evening of the 17th with news that it was the galliot Concordia and the cutter de Ondernemer, which was dismasted, and that they were also in great want of water. I immediately sent the Steenbok there with 3 leagers of water, letting them know they could make use of the Steenbok for as long as needed to procure more water from the mouth of Dinding, being close by, until Malacca the bearer of this, who was on the verge of departure, could provide them with further assistance. Furthermore, I take the liberty to present to Your Right Honourable Sirs such papers as the accompanying register dictates, and to call myself with all subservience. Underneath stood: Right Honourable Valiant Sir and Honourable Gentlemen. Lower: Your Right Honourable Valiant Sirs' humble, dutiful servant. Signed: I. G. Wilner. In the margin: Pera, the 18th of May 1786. Right Honourable Valiant Sir and Honourable Gentlemen, The lighter de Glaas having arrived here on the 1st of this month with Your Right Honourable Sirs' most respected letter of 29 June, together with 3000 Spanish reals, as well as a communication from the Commander of the Expedition before Selangor, the Honourable Chief Administrator Abraham Couperus, concerning the peace with Raja Ibrahim, which according to the orders of the said Lord Commander I immediately had communicated to His Highness and the dignitaries of his realm. I immediately dispatched the bearer of this laden with 15000 lb of tin and let him take the voyage to Your Right Honourable Sirs. The Company's treasury stands under today's date at 3416 Spanish reals, and tin remains 12 bahars in balance, and I request Your Right Honourable Sirs for 6000 Spanish reals, To the Right Honourable Valiant Sir, Mr. Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the City and Fortress, along with the Honourable Council there, under which 107 is included the remaining 4000 reals of my last requisition. The soldiers Willem Veenvooy, Hendrik Smidt, and Fredrik Nenniy most humbly request Your Right Honourable Sirs, on account of the expiration of their term of service, for their relief from here, and I request Your Right Honourable Sirs to oblige me with three others in their place. A weak and constantly ailing bodily constitution has moved me to petition Your Right Honourable Sirs most subserviently with the accompanying request for my dismissal from here, most humbly begging to favorably grant my request. Furthermore, I take the liberty to present to Your Right Honourable Sirs such papers as the accompanying register dictates, and to call myself with all humility. Underneath stood: Right Honourable Valiant Sir and Honourable Gentlemen. Lower: Your Right Honourable Valiant Sirs' humble servant. Signed: I. G. Wilner. In the margin: Pera, the 2nd of August Anno 1786. Agrees, Van Aak Van [illegible] First Sworn Clerk Dispatched Letters to Pera Since the first of June 1785, until the last of August 1786. No. 9 109 Pera To the Military Ensign Johan George Wilner, Commander of the Company's Garrison Honourable, Pious, Having to defer until another opportunity the answer to Your Honour's letters successively received by the cutter de Ondernemer and the bark de Standvastigheid, dated the 16th of May last and the 8th of the current month, on account of pressing business, we let this serve principally to accompany the pantchiallang de Philippine, which brings to Your Honour 10,000 Spanish reals, 5000 lb of rice, 2 leagers of arrack, 1000 lb of gunpowder, and such other necessities as Your Honour will find stated in the bill of lading drawn up thereof. Whatever is still lacking from Your Honour's requisitions of 16 May and the 8th of this month, we shall send to Your Honour shortly with one of the lighters. Meanwhile we charge Your Honour to unload the pantchiallang de Philippina, which is also projected for another voyage, with the utmost speed, and to send her back hither, either ballasted or laden with such tin as Your Honour has on hand that can be loaded into her without the least delay. The military men stationed on that small vessel must return with the same; in exchange for which Your Honour must retain the six Chinese crossing over with them, who are suitable for the work on the new fort, and send hither six of the Chinese soldiers with their weapons, as well as notify us whether the remaining warriors of that nation stationed with Your Honour are further needed there or not, in order in the first case to be exchanged for others, but otherwise to be relieved hither on following occasions without replacement. Wherewith, after greetings, we remain: Underneath stood: Your Honour's Good Friends. Signed: P. G. de Bruijn, A. Couperus, J. A. Hensel, F. Thierens, R. B. Hoynck van Papendrecht, H. J. Wiederhold, and C. G. Baumgarten. In the margin: Malacca, in the Castle, the 30th of June 1785. Beneath that: P.S. The pay which the European garrison members there have to their credit under today's date, according to the list annexed hereto, must be furnished to them; however, the native gunners and Chinese soldiers must be paid their wages monthly, and transport hither must be given on the pantchiallang de Philippine to the Moor Moetoe Kapoe. To the Military Ensign, Johan George Wilner, Commander of the Company's Garrison Pera Honourable, Pious, On the occasion that the bark de Standvastigheid [departs] thither

Dutch transcription

105 Specie. 's Nugts tusschen den 14. en 15 deeser verscheidene swaare schooten naa beneeden waarts gehoort wordende, en de tijding hier gekoomen was, dat sig buijten seeschuijmere souden ophouden, so heb ik den Lapman beweegt om een praauw naar beneeden te senden, om te zien wat daar cin, dewelke den 15 's avonds weeder scriveerde, met tijdine, dat een twee mastvaartuije, en nog een klein Vaartuijg, aan de Sambilings haagen en schoot op schoot deeden, derhalven met brenger deeses raadpleegende, pre„ „sumeerende dat het vaartuijge waaren, die altemets vast„ „gezijlt, en nu noodleeden, resolveerende een praauw met een Europees en vier Inlanders naar beneeden te zenden, om te sien wat dit vaartuijge waaren, met last so het. Comp:e daar naa toe te gaan en verneemen wat haar manqueerde, deese arriveerd op den 17's avonds weeder alhier met tijding dat het de Gallowet Concordia en de kotker de Onderneemer dewelke mastloos was, waaren teffens groot gebrek aan water hadden Ik heb terstonds de steenbok met 3. leggers waater daar na toegezonden haar laatende weeten van de steenbok so lang kosten gebruijk maaken om sig meerder waater uit de Maaij Dinding als digt daar bij sijnde te bezorgen tot dat Malacca dat brenger deeses die op zijn vertrek lag haar meerder hul„ „pe soude bijsetten. Verders neeme de Vrijheid uwel Ed: Gestr: soodaanige „ papieren aan te presenteeren als neevens gaande Register dicteerd en mij met alle onderdaanigheid te noemen. /onderstond/ Wel Edele Gestrenge Heer en E. Heeren Cla„ „ger/ uwel Edele Gestrenge onderdaanige Pligtschuldige Dienaar /(getekend/ I. G. Wilner /in margine/ Pera den 18 Maij 1786. WelEdele Gestrenge Heer en E. Heeren De Ligter de Glaas op den 1. deeser met uwe lEd: Gestr: seer ge„ „respecteerde Letteren van den 29 Iunij reffens 3000. sp:s realen alhier gearriveerd sijnde, teffens met Comunicatie van den Commandant van de Expeditie voor Salangoorden E. Hoofdadministrateur Abraham Couperus van de Vreede met Radja Brim, het welk volgens Order„ van gemelde Heer Commandant terstond aan zijn Hoogheid en zijn Rijxgrooten bes meede deelen laaten. Ik heb inmediaat brenger deezes met 15000. lb Thin afgelaaden en de vijse naar uwelEd: Gestr: aanneemen laaten, Comp:s Cassa blijft onder dato deeses stark 3416. sp:s realen en Thin blijven 12: ope I haar restant en ik versoek uwel Ed: Geszr: om 6000 sp:s realen Aan den Wel Edelen Postvengen De Hleer Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneur en Directeur der Stad en Fortwes¬ „se beneevens den E. Raad aldaar daaronder 107 daironder begreepen de resteerende 4000 p:s van mijn laaste Eisch. De soldaaten Willem Veenvooij, Hendrik Smidt en Fredrik Nennij versoeken uwel Ed: Gestr: otmoedigst mitstijds Expiratie om haa„ „re Verlossing van hier, en ik versoek uwel Ed: Gestr: mij met drie andere in dies steede te geriefen. swakke en stadige sukkelende Lighaams gesteltenis hebben mij bewoogen om uwel Ed: Gestr: met nevensgaande request on„ „derdaanigst om mijn ontslag van hier te solliciteeren ootmoe„ „digst smeekende mijn Versoek gunstig toe te staan. Verders neeme de Vrijheid uwel Ed: Gettr: sodaanige papie„ „ven als nevens gaande Register dicteerd aan te presenteeren en mij met alle ootmoet te noemen. /onderstond/ Wel Edele Gestrenge Heer en E. Heeren /lager/ uwel Edele Gesfrenge onderdaanige Dienaar /getekend/ I: G: Wiener /in margine/ Pera den 2:e August:s A:o 1786. Accordeert Van aak Van E. G. Klerk Agegaane Brieven naar Lera Zedert primo Juni 1785, tot ultimo Augustus 1786. No. 9 109 Lerci Aan den Vaandrig Militir Johan George Wilner, Commandant van Comps. Bezetting Eerzaame Vroome, De beantwoording van UwE. met de kotterde on„ „derneemer en bark de standvastigheid successivelijk ontvangen brieven van den 16. Mai laastleden en 8. Courant wegens het volhandig werk tot eene andere gelegenheid moetende uitsluiten, laaten wij deezen voornamelijk dienen ten geleide van de pantjallang de Pulippine die tot UwE. overbrengt 10'000 spaansche Reaalen, 5000 lb rijst, 2. –. „leggers arrak 1000. lb buskruijd, en zodanige andere benoodigd heden als uwE bij het daar van opgemaakt Cognoscement vermeld zal vinden. Wat op UwE. eisschen van den 16. Mai en 8. deezer nog manqueert zullen wij UwE: eerlang met een der ligters laaten toekomen. Terwijl wij UwE. gelasten om de pantjallang de Philippina die tot eene andere reize ook geprojecteerd is ten allerspoedigsten te ont„ „lossen, en 't zij geballast of met het tin beladen dat UwE. aan handen hebbende zonder het minste retardtement haar kan doen ingeeven naar herwaarts te zenden: De op dat kieltje geplaatste Militairen moeten met hetzelve op te rug keeren; waaren tegen UwE. de met hun overvaarende zes Chineesen, tot den arbeid aan het nieuwe fort geschikt, moet aanhouden en zes van de Chineesche Militairen met hunne wapenen herwaarts Zenden, mitsgaders ons melden of de overige bij UwE. bescheiden krijgers dan die natie daar verder noodig zijn of niet, om in 7 het eerste geval door anderen verwisseld dog anders zonder ver„ „wisseling bij volgende occasien mede herwaarts verlost te wor„ „den Waar mede na groete blijven : /onderstond:/ UwE. Goede Vrienden /Getekend/ P. G. de Bruijn , A: Cruperus, I. A. Hensel F. Thierens R: B. Hoijnck: Van Papendrecht; H. I. Wiederhold en C. G. BBaumgar„ „ten /in margina:/ Malacca in het Casteel den 30. Iuni 1785. /daar onder/ P. P: de Soldijen die de Europeesche Bezettelingen ginder onder hedigen dato te goed hebben, volgens de hier bij gewoegde Lijst, moeten aan hun verstrekt, dog aan de inlandsche Busschieter en Chineese Militairen hunne gagien maandelijks betaald en met de pantjallang de Philippine herwaarts transport gegeven wor„ „den aan den Moor Moetoe Kapoe. -. Aan den Vaandrig Militaire, Johan George Wilner Commandant van Comps Betelting Pera Eerzaame Koome¬ Sij gelegenheid dat de beerk de Standvastigheid naar derwaarts

NL-HaNA_1.04.02_8435_0609 view scan ↗

English

departs thither, we shall reply as well to your letters of the 3rd and 17th of April as to those of the 16th of May, 8th of June, and 9th of this month, and we therefore express in the first place our heartfelt sorrow over the sudden passing of the king's only son, Radja Kietjiel Soelon, since this prince had a good heart for the Dutch and possessed great influence over his elderly father, to whom he was destined to be the successor. The rejection of the Portuguese, who wished to enter the river with his ghurab in order to trade, is in accordance with our order and consequently also meets with our approval. We are, on the other hand, very much displeased by the remarks of Sultan Moeda on the subject of the exclusion of foreign Europeans from the river of Pera, being easily able to gather from this how very much inclined he is to follow in the footsteps of the Buginese of Riouw and Hlangenoor. To the question posed by him as to how the Perak people shall obtain trade goods for bartering for tin when they are not permitted to trade with foreign Europeans, you may reply, should he raise this matter again, that they can have such goods brought from Malacca, either with their own vessels or by sending their agents hither on the Company's vessels, since trade with foreign Europeans is contrary to the contracts, and the Company will never tolerate the violation thereof, now that it has once again erected a fort on Pera; while we consider it very appropriate that you have reminded Sultan Moeda of the disastrous fate of the aforementioned Buginese, who gave free rein to their desire for smuggling. Furthermore, as regards the request that the King has had made of us to obtain permission for the delivery of one hundred bahars of tin as ballast to the Moorish vessel that comes there annually to fetch elephants, claiming that the Moors would otherwise stay away and he would not be relieved of his elephants, you must state in refutation thereof that when the contract was concluded, no mention was made of this, but on the contrary it was stipulated therein that all the tin that Pera produced should be delivered to the Company to the exclusion of all others; it therefore does not behoove us to grant the King a favor that would run counter to the contract, and that it is also likely that the Moors who are accustomed to come to Pera to buy elephants will stay away when they obtain no tin, since they can make no profit on the former, but rather on the latter. The completion of the fort as well as of its moat is very pleasing to us, because you will now be in a position to bravely ward off the Buginese, who have let it be known that they would pay Pera a visit, and whom we are quite willing to believe to have gained courage from the shameful evacuation of our garrison from Slangenoor to test whether they can likewise frighten the garrison of Pera, being supported by the Perak people, who, after all, where their own security is concerned, will not fail to provide you with all possible assistance when they find you, and this we trust will be confirmed by experience, resolved, as an ambitious and alert officer, to maintain the post entrusted to him and the honor of the Dutch nation better than Captain Swijkhordt and Lieutenant Gravensteijn did at Slangenoor. But, considering that your command, should something human unexpectedly happen to you, will have to be taken over by one of the sergeants until we make further provision therein, we not only want you to instruct them and encourage them with the strongest arguments you can devise to attend to their duty with intrepidity and good conduct in the aforementioned event, but also that, if there is anyone among the sergeants on whose courage and loyalty you cannot rely, you send him hither at the first opportunity and fill his place with a corporal who lies under not the least presumption of cowardice, or request one from here. The lighter de Haas, which currently lies on the slipway, will be dispatched to Pera one of these days to serve as a guard ship in the river, although we think that the blockade of Slangenoor with two ships will keep the Buginese busy with the fortification of that place rather than undertaking the conquest of Pera. Meanwhile, in addition to some medicines and other necessities, as well as 6000 Spanish reals, we are sending you 5000 lb of rice, 1000 lb of gunpowder, and 400 bundles of live cartridges, over and above your requisition, together with 18 muskets, 18 cutlasses, and 200 gunflints, ordering you to demand from us in good time whatever else you might need for provisioning the garrison or for the defense of the fort, as well as cash for the tin trade, so as to avoid embarrassment, since the current shortage of vessels will sometimes not permit us to send shipments to Pera in rapid succession. For the same reason, you must also send back the bark de Standvastigheid and other vessels that come from here, the lighter de Haas excepted, with the greatest possible haste with the tin you have in stock, and therefore have it purified daily now that the smeltery is finished, so as to immediately load and dispatch any vessel with it upon its arrival.

Dutch transcription

114 derwaarts vertrekt, zullen wij antwoorden; zoo wel op UwE. brieven van den 3: en 17. April, als opdie van den 16. Mai, 8. Iuni, en 9deezer en betuigen derhalven in de eerste plaatze ons sensibel leedweezen wegens het subiet overlijden van 's konings eenigsten zoon Radja Kietjiel Soelon, nadien deeze Prins een goed hardt voor de Hollanders hadt en veel op zijnen ouden vader vermogt tot wiens successeua„ hij geschikt was. De afwijzing van den Portugees, die met zijne goeral binnen de rivier wilde komen om te negocieeren, is conform aein onze order en dienvolgens ook van onze approbatie Wij zijn daarentegen zeer ontstigd door de remarques van Sultan Moeda op het sujet der weering van de vreemde Europeers uit de rivier van Pera alsdaar uit ligtelijke kunnende opmaaken hoe zeer hij geneigd is om in het voetspoor der Boegineeschen van Riouw en Hlangenoor te treeden. Op de vraag, door hem gedaan, hoe de Zeraiers negotie goederen ter inhuilinge van tin bekomen zullen, wanneer zij met de vreemde Europeers niet handelen mogen, kan UwE. indien hij daar mede weder mogte opkomen, antwoorden, dat zij zulke goederen van Malacca kunnen laaten laalen, 't zij met eigen vaartuigen of door het zenden hunner Commissionanten herwaarts met Comps. vaartuigen, nacien de handel met de vreemde Europeers tegen de Contracten strijdt, en de Compagnie de overtreeding daar van nooit gedoogen zal, nu zij op Pera weder een fort opgeregt heeft; terwijl wij als welgepast aanmerken, dat UwE. Sulthan Maeca herin„ „nerd heeft het rampspoedig lot van de gemelde Boegineeschen die aan hunne Smokkelzugt den vreijen teugel gevierd hebben: Wat voorts het verzoek belrieft, dat de Koning aan ons heeft laaten doen, om permissie te mogen erlangen ter afgaave van een honderd baaren Lins voor ballast aan het moorsche vaartuig dat dart 'er jaarlijks komt om olifaaten te haalen, voorgeevende dat de Mooren anders zouden agterblijven en lij van zijne olifanten niet ontlast worden UwE. moet ter ontlegginge daar van laaten dienen dat, toen het Contract geslolen wierdt daar niet van gesproken, dog ter Contrarie bij hetzelve bedongen zijnde, dat al het tin het„ „welk Pera procuceerde, aan de Compagnie zoude worden geleverd met seclusie van alle anderen het over zulks aan ons niet staat den Koning eene gunst in te volligen die tegen het Contract zoude aan„ „loopen, en dat het ook waarschijnlijk is, dat Mooren, die om olifan„ „ten te koopen op Peraspleegen te komen, agter zullen blijven, wanneer zij geen tin krijgen, nademaal zij op de eersten ongelijk niet winnen kunnen, dan op het laaste. De voltooijing van het fort zoo wel als van dies gragt is ons zeer aangenaam, dewijl UwE. nu in staat zal weezen om de Boegi„ „neeschen, die zig hebben laaten verluiden dat zij Pera een bezoek zoo „den geeven, en die wij wel gelooven willen door de schandelijke op kraa„ „ming onzer bezetting van slangenoor moed gekreegen te zullen heb„ „ben, om eens te beproeven, of zijde Perasche Bezetting insgelijks vervaard kunnen maaken, dapperlijk af te keeren, ondersteund zijn„ „de door de Peraeers, die immers, daar het op eigen veiligheid aankomt niet nalaaten zullen UwE. allen mogelijken bijstand toe te brengen wanneer zij UwE. /en dit vertrouwen wij door de ondervinding be„ „vestigd te vinden / geresolveerd zijn, om als ambitieus en wakker officier de hem aanbetrouwde pist, en de eer der Hollandsche natie beker te emantineeren dan Capitein Swijkhordt en Luitenant Gravensteijn het op Slangenoor gedaan hebben. Dog, geconsidereerd UwE Commandement, wanneer UuE onverhoopt iets menschelijks mogte overkomen, door eenen der sergeanten zal moeten opgenomen worden tot dat wij er nadere voorziening insdloen, willen wij niet alleen 113 alleen dat uw hun onderrigte, en met de kragtigste changreedenen die uwE bedenken kan, aanspoore, om in het voorschreeven geval hun„ „nen pligt met onverschrokkenheid en goed beleid te behertigen, maar dat UwE. ook, indien onder de Sergeanten iemand is, op wiens moed en trouwe UwE: zig niet verlaaten kan, hem bij eerste gelegenheid herwaarts te zenden, en zijne plaats met eenen Corporaal, die onder geene de minste presumtie van bloheid ligt, te vervullen, of eenen van hier te vraagen. De ligter de Haas, die tans op de helling legt zal eerst dags naar Lena gedepecheerd worden, om tot eene brandwagt in de rivier te dienen hoe wel wij denken, dat de bliquade van Slangenoor met twee schepen de Boegineeschen een bezig zal houden aan de versterking van die plaats dan de overheering van Perc doen onderneemen. Ondertusschen laaten wij UwE. behalven eenige medicamenten en andere benodigdheden, mitsgaders 6000. –. p=ls spaansche reaalen nog toekomen, 5000. lb. rijst 1000. lb buskruid, en 400. bosschen scherpe pa„ „troonen, boven UwE. Eisch, benevens 18. ps. geweeren 18. ps. houwers en 200. ps. vuursteenen, UwE. beveelende om het geene UwE. meer tot de verstrekking aan de Bezettelingen, of tot defensie van het fort mogte noodig hebben, gelijk ook contanten tot den tinhandel, bij vervroeging van ons te vorderen, ten einde buiten verlegenheid te blijven, dewijl het tegenwoordig gebrek aan vaartuigen ons somtijds niet toelaaten zal kort op elkanderen bezendingen naar Lera te doen. Om dezelfde reden moet UwE. ook de bark de standvastigheid en andere vaartuigen die van hier komen den Ligter de Haas un tegezon„ „derd / allerspoedigst te rug laaten keeren met het zin, dat UwE. in voorraad heeft, en het zelve overzulks nu de Smelkerij klaar is, dagelijks laaten zuiveren, om bij arrivement van eenig vaartuig, hetzelve daar mede immediaat te belaaden en af te vaardigen

NL-HaNA_1.04.02_8435_0612 view scan ↗

English

that comes annually to fetch elephants, pretending that the Moors would otherwise stay away and he would not be relieved of his elephants, Your Honour must, in refutation thereof, state that when the Contract was concluded this was not spoken of, but on the contrary it was stipulated therein that all the tin produced by Pera should be delivered to the Company to the exclusion of all others. Therefore, it is not up to us to grant the King a favor that would run counter to the Contract, and it is also likely that Moors who used to come to Pera to buy elephants will stay away when they receive no tin, since they can make no profit on the former compared to the latter. The completion of the fort as well as of its moat is very pleasing to us, since Your Honour will now be in a position to bravely repel the Buginese, who have let it be known that they would pay Pera a visit, and who, we are well willing to believe, have taken courage from the shameful surrender of our garrison at Slangenoor, to try whether they can likewise frighten the garrison of Pera, supported by the people of Pera, who, after all, where their own safety is concerned, will not fail to render Your Honour all possible assistance when they find Your Honour, and this we trust to find confirmed by experience, resolved as an ambitious and vigilant officer to maintain the post entrusted to him and the honour of the Dutch nation better than Captain Swijkhardt and Lieutenant Gravensteijn did at Slangenoor. However, considering that in the unexpected event of any human mishap befalling Your Honour, Your Honour's command must be taken up by one of the sergeants until we make further provision therein, we desire not only that Your Honour instruct them, and with the most powerful arguments that Your Honour can devise, encourage them to perform their duty in the aforementioned case with fearlessness and good discretion, but also that Your Honour, if there is anyone among the sergeants upon whose courage and loyalty Your Honour cannot rely, send him hither at the first opportunity and fill his post with a corporal who lies under not the least presumption of timidity, or request one from here. The lighter de Haas, which is currently on the slipway, will be dispatched to Pera at the earliest date to serve as a guard ship in the river, although we think that the blockade of Slangenoor with two ships will keep the Buginese busy with the fortification of that place rather than undertaking the conquest of Pera. Meanwhile, besides some medicines and other necessities, together with 6000 Spanish reals, we also send Your Honour 5000 lb of rice, 1000 lb of gunpowder, and 400 bundles of live cartridges, over and above Your Honour's request, along with 18 guns, 18 cutlasses, and 200 flints, ordering Your Honour to request from us well in advance whatever more Your Honour might need for the provisions of the garrison or the defense of the fort, as well as cash for the tin trade, in order to avoid being in embarrassment, since the present lack of vessels will sometimes not permit us to make shipments to Pera in quick succession. For the same reason, Your Honour must also cause the bark de Standvastigheid and other vessels arriving from here, the lighter de Haas excepted, to return as speedily as possible with the tin that Your Honour has in stock, and therefore, now that the smelting house is ready, have it properly purified, so that upon the arrival of any vessel it can be immediately loaded therewith and dispatched. With every vessel returning with tin, Your Honour must henceforth send a sealed weight receipt, in order to discover here the cause of the extraordinary shortfalls that are continually found in the delivery of that mineral. Wherewith, after greetings, we remain. Underneath was written: Your Honour's Good Friends. Signed: P. G. de Bruijn, A. Couperus, J. A. Hensel, F. Thierens, R. B. Hoijnck van Papendrecht, H. J. Wiederhold, and C. G. Baumgarten. In the margin: Malacca, in the Castle, 21 July 1785. To the Military Ensign Johan George Wilner, Commander of the Company's Garrison in Pera. The lighter de Haas, intended as a guard ship in the Pera river to lie close by the fort, and therefore reinforced with seven armed sepoys who must remain on that vessel until it returns, is provided with rations for those men as well as for its crew for the duration of three months, and also carries 2000 Spanish reals for the tin trade, as per Bill of Lading. Meanwhile, for the security of the vessels departing thither under the present critical circumstances over there, we have deemed it necessary to order the Masters that when they [illegible]

Dutch transcription

dat 'er jaarlijks komt om olifanten te haalen voorgeevende dat Mooren anders zouden agterblijven en hij van zijne olifanten me ontlast worden UwE. moet ter ontlegginge daar van laaten el dat, toen het Contract geslolen wierdt daar niet van gesprok dog ter Contrarie bij hetzelve bedongen zijnde, dat al het tin „welk Lera procuceerde, aan de Compagnie zoude worden gelever seclusie van alle anderen het over zulks aan ons niet staat den Koning, dene gunst in te volligen die tegen het Contract zouds „loopen, en dat het ook waarschijnlijk is, dat Mooren, die om oli „ten te koopen op Pera pleegen te komen, agter zullen blijven wanneer zij geen tin krijgen, nademaal zij op de eersten ongelij niet winnen kunnen, dan op het laaste. De voltooijing van het fort zoo wel als van dies gragt iso zeer aangenaam, dewijl UwE. nu in staat zal weezen om de 55 „neeschen, die zig hebben laaten verlueden dat zij Pera een bezoek „den geeven, en die wij wel gelooven willen door de schandelijke op „ming onzer bezetting van Slangenoor moed gekreegen te zullen „ben, om eens te beproeven, of zijde Perasche Bezetting insgelijk vervaard kunnen maaken, dapperlijk af te keeren, ondersteun „de door de Peraeers, die immers, daar het op eigen veiligheid aan niet nalaaten zullen UwE. allen mogelijken bijstand toe te brien wanneer zij UwE. /en dit vertrouwen wij door de ondervinding „vestigd te vinden / geresolveerd zijn, om als ambitieus en wakke officier de hem aanbetrouwde post, en de eer der Hollandsche na beter te emantineeren daen Capitein Swijkhardt en Luitenou Gravensteijn het op Slangenoor gedaan hebben. Dog, geconsid UwE Commandement, wanneer UuE. onverhoopt iets menschelijk mogte overkomen, door eenen der sergeanten zal moeten opgeno worden tot dat wij er nadere voorziening in doen, willen wij n alleen 113 alloen dat uwl hun onderrigte, en met de kragtigste changredenen die uwE. bedenken kan, aanspoore, om in het voorschreeven geval hun„ „nen pligt met onverschrokkenheid en goed beleidt te behertigen, maar dat UwE. ook, indien onder de Sergeanten iemand is, op wiens moed en trouwe UwE: zig niet verlaaten kan, hem bij eerste gelegenheid herwaarts te zenden, en zijne plaats met eenen Corporaal, die onder geene de minste presumtie van bloheid ligt, te vervullen, of eenen van hier te vraagen. De ligter de Haas, die tant op de helling legt zal eerst dags naar Lena gedepecheerd worden, om tot eene brandwagt in de rivier te dienen hoewel wij denken, dat de bliquade van Slangenoor met twee schepen de Boegjineeschen een bezig zal houden aan de versterking van die plaats dan de overheering van Pera doen onderneemen. Ondertusschen laaten wij UwE. behalven eenige medicaementen en andere benodigdheden, mitsgaders 6000. –. p=s spaansche reaalen nog toekomen, 5000. lb. rijst 1000. lb buskruid, en 400. bosschen scherpe pa„ „troonen, boven UwE. Eisch, benevens 18. p.s. geweeren 18. ps. houwers en 200. ps. vuursteenen, UwE. beveelende om het geene UwE. meer tot de verstrekking aan de Bezettelingen, of tot de fensie van het fort mogte noodig hebben, gelijk ook contanten tot den tinhandel, bij vervroeging van ons te vorderen, ten einde buiten verlegenheid te blijven, dewijl het tegenwoordig gebrek aan vaartuigen ons Somtijds niet toelaaten zal kort op elkanderen bezendingen naar Lera te doen. Om dezelfde reedten moet UwE. ook de bark de standvastigheid en andere vaartuigen die van hier komen den Ligter de Haas ui tegezon„ „derd'/ allerspoedigst te rug laaten keeren met het tin, dat UwE. in voorraad heeft, en hetzelve overzulks nu de Smelkerij klaar is, degelijks laaten zuiveren, om bij arrivement van eenig vaartuig hetzelve daar mede immediaat te belaaden en af te vaardigen Elk Ek vaartuig, dat met tin retourneert moet UwE: voortaan een verzogeld weegszel medegeeren, ter ontdlekkinge alhier van de oorzaak der buitengewoone minderheden die op den aanbreng van dat mine„ „raal telkens bevonden worden. Waar mede wij na groete blijven /Onderstond/ UwE. Goede Vrienden /Getekend /. L G. de Bruijn. A. Couperus, I. A. Hensel, F. Thierens R: B. Hoijnck van Lapendrecht, H I. Wiederhold en C. G. Baumgaten, In Margine/ Malacca in het Casteel den 21:' Iuli 1785. -. Aan den vaandrig Militair Johan George Wilner Commandant van Compl. Bezetting Perc De ligter de Haas, geschikt tot eene brandwagt in de Pera„ „sche rivier om digt bij het fort te leggen, en derhalven versterkt met zeven gewapende sipail welke op dat vaartuig moeten blijven tot dat hij weder„ „keert, is voor die manschappen zoo wel, als voor zijne Equipagie van rantzoenen voorzien voor den tijd van drie maanden, en neemt ook meede 2000. - ps. sp reaalen tot den tinhandel, blijkens Cog„„ „noscement Ondertusschen hebben wij tot zekerheid van de derwaarts ver„ „trekkende vaartuigen in de presente crilique omstandigheden ginder noodig geagt de Gezaghebbers te gelasten om wanneer zij de kuisurer Eizaame, Vroome, genoederd F H

NL-HaNA_1.04.02_8435_0615 view scan ↗

English

have approached and the wind blows from the sea, to fire five cannon shots at intervals as a signal for Your Honour, who must then immediately send out a vessel with two Europeans or native Christians to inform them that they can safely enter; however, if no vessel is seen by them by the following day, to repeat that signal, and receiving no answer to that either, to return. The orderly of the undersigned Governor, Jacobus Koelewij, who is crossing with the lighter de Haas, must be sent back with the bark de Standvastigheid. After greetings we remain /was signed/ Your Honour's Good Friends Signed/ P. G. de Bruijn, A. Couperus, J. A. Hensel, Fr. Thierens, R. B. Hoijnck van Papendrecht, H. J. Wiederhold, and C. G. Baumgarten /In the margin Malacca in the Castle, 30 July 1785. To the Military Ensign Johan George Wilner Commander of the Company's Garrison at Perak Discreet, Honourable [Sir], Upon the return of the bark de Standvastigheid on the 9th instant, we received Your Honour's letter of the 19th of August past, with its enclosures. On the batch of 106020 ½ lb of refined and 37316 lb of unrefined tin laden in that vessel, a shortage in weight was again found upon delivery here of 130 and 79 lb respectively, although the number of ingots of the refined tin and the two sweepings sent over sealed matched correctly, except for half a pound that the sweepings of the unrefined tin yielded above Your Honour's statement. We shall order a careful investigation into the cause thereof. The requested new iron tripod cannot be made for the present, owing to the lack of bar iron required for it; therefore, we are returning to Your Honour the one that was sent over, repaired of its defects, with the hooker Katwijk aan Zee, together with 10,000 Spanish reals for the purchase of tin, four melting pans in place of the four which Your Honour writes to us have cracked despite all care taken, and such other necessities as could be fulfilled from Your Honour's requisition. We are also sending Your Honour with the aforementioned vessel two chests of opium to be sold for the convenience of the Perak people at a profit of 100 or at least 75 reals on each chest, either for cash or in exchange for tin, and thus keep them from the necessity of going to seek that article in Queda or allowing themselves to be supplied by the Bugis; while Your Honour must inform us how many such chests Your Honour will be able to dispose of annually for the benefit of the Company. The Chinese coolies and also some of the Chinese soldiers whom Your Honour will certainly no longer need must be sent over with the returning Company vessels, in order to reduce the expenses of the garrison as much as possible. If Your Honour, without detaining the often-mentioned hooker longer than ten days at most, can provide us with fifteen or twenty koyans of paddy, it will be agreeable to us to receive the same, even if Your Honour, to promote the purchase, has to pay slightly more than the customary price. Awaiting which, after greetings, we remain /was signed/ Your Honour's Good Friends /Signed/ P. G. de Bruijn, A. Couperus, J. A. Hensel, F. Thierens, R. B. Hoijnck van Papendrecht, H. P. Wiederhold, and C. G. Baumgarten /in the margin/ Malacca in the Castle, 19 September 1785. To the Military Ensign Johan George Wilner Commander of the Company's Garrison at Perak Honourable, Valiant [Sir], The hooker Katwijk aan Zee having arrived here on the 25th of October last with Your Honour's letter of the 9th past, we remark thereupon in the first place that we doubt very much whether, as Your Honour seems to fear, opium could be brought to Perak from Queda and elsewhere at a lower price than 500 reals per chest; but if Your Honour has nevertheless experienced this, or should experience it in due course, you must endeavour to persuade the King, even if by giving a small present, to prohibit the importation of other opium than that of the Company, and then be vigilant against the violation of that prohibition. We are content with the small delivery of only nine Perak koyans of paddy by the said hooker, since Your Honour, despite all efforts made, could obtain no more on account of the bad harvest yonder. The return of the Chinese coolies, together with a corporal and six privates of the Chinese soldiers, is in conformity with our order by letter of the 19th of September, and therefore meets with our approval. We also now consent to the request of the remaining sergeant and twelve privates of that nation to come hither likewise; while for the reinforcement of the garrison yonder, we are sending over with the bark de Standvastigheid six European private soldiers with their full arms. Besides these men, a Company slave in place of the one who, according to the statement received, has absconded—and who, if apprehended, must not be detained but sent hither in custody—we are also sending Your Honour with the same bark 7,000 Spanish reals for the tin trade, together with the requested masonry bricks

Dutch transcription

145 genaderd zijn en de wind uit zee waart vijf Canonschooten bij verpoezing te doen tot een kin voor UwE. die dan ten eersten een vaartuig moet uitzenden met twee Europeers of inlandsche Aristenen, om hun aan te zeggen dat zij gerust binnen kunnen komen, dog, indien tot den vol„ „genden dag geen vaartuig bij hun vernomen wordt, dat sein te herhaalen en, daar op ook geen bescheid krijgende te rug te keeren. De ordonnans van den ondergetekenden Gouverneur Iacobus Koe„ „lewij, die met den ligter de Haas overvaart, moet met de bark de- Standvastigheid te rug gezonden worden. Wij blijven na Groete /onderstond/ UwE: Goede Vrienden Getekend/ Pr G: de Bruijn, A. Couperus, I. A. Hensel, F„r Thierens, R: B: Hoijnck van Lapendreckht, H: J. Wiederhold en C: G: Baumgarten /In margine Malacca in het Casteel den 30. Iuli 1785. Johan George Wilner Aan dene Vrandrig Militair Commandant van Comps: Bezetting Sera Discreete Eerzaame Bij de wederkomste van de bark de standvastigheid op den 9. Cou„ „rant hebben wij ontvangen UwE. brief van den 19. Augustus bevoorens met dies bijlaagen. Op de in dat vaartuig geladen partij van 106020. ½. lb gezuiverden 37316. lbt ongezuiverd tin is bij uitlevering alhier weder een minwigt bevonden van 130- en 79. lb respective, daar nog tans het getal der Schuiten op schuiten van het gezuiverde tin en de verzegeld overgezonden twee weeg„ „zels wel uitgekomen zijn, op een half pond na, dat het veegzel van het ongesuiverde tin boven uwE. opgaaf gehaald heeft. Wij zullen na de oorzaak daar van een naauwkeurig onderzoek laaten doen. De gevorderde nieuwe ijsseren drie voet kan voor als nog niet worden aangemaakt, vermist het gebrek aan het daar toe benoodigde staafijzer, en daarom, laaten wij den ovorgezondenen, die van zijne defecten gerepareerd is, UwE weder toekomen met den hoeker katwijk aan Zee, benevens 10'000 p.s. spaansche reaalen tot den inkoop van Lin, vier smeltpannen, in plaatze van de vier, die UwE. ons schrijft, ongeagt alle gebruikte voor zorge, gescheurd te zijn en zodanige andere benoodigdheden als op UwE. Eisch hebben kunnen voldaan worden. Ook zenden wij UwE: met het gemelde kieltje twee kassen amfioen om met eene winst van 100. –. of ten minsten 75. rls. op ieder kas tot gerief van de Peraeers verkogt te worden, 't zij voor Contant of in ruiling tegen tin, en hun dus te houden buiten de noodzaakelijkheid van dat anticul op Queda te gaan zoeken, of zig door de Boegineeschen te laaten beschikken; terwijl UwE. ons moet berigten hoe veel diergelijke kassen uwE. Jaarlijks ten voordeele van de Compagnie zal kunnen vertieren. De Chineese koelies en ook eenigen van de Chineesche Militairen die UwE. nu zekerlijk niet meer zal noodig hebben moeten met de te rug keerende Comps. vaartuijen worden overgezonden, om de ongelden von de Betzetting zoo veel immers mogelijk te verminderen. Bij aldien UwE: zonder den meergemelden hoeker langer dan uiterlijk tien dagen op te houden ons daar mede bezorgen kan vijftien of twintig koijangs paci„ zal het ons aangenaam zijn, dezelve te ontvangen, al was het zelfs dat UwE. ter bevorderinge van den inkoop iets meer halt moeten geven an den gewonlijke prijs. Wij blijven in verwagting daar van na groete /Onderstond/ UwE. Goede Vrienden /Getekend/ P. G. de Bruijn, A. Couperus, I. A. Hensel„ F. Thierens, R. B. Hoijnck van Gapendrecht, H . P. Wiederhold en C. G. Baumgarten /in Margine / Malacca in het Custeel den 19. September 1785. Aan E 12 Aan den Vaandrig Mlitair Johan George Wilner Serc Commandant van Comps. Bezetting Eerzaame, Vroome De hoeker Katuijk aan Zee op den 25. October laastleeden hier geariveerd weezende met uwE. brief van den 9. bevoorens, remarqueeren wij daar op in de eerste plaatze dat wij zeer twijfelen, of men, gelijk uwE. schijnt te dugten, van queda en elders de amfioen tot laager prijs dan 500. –. rds. voor de kas, op Pera zoude kunnen brengen.: dog indien uw E: zulks egter ondervonden heeft, of in der tijd mogte ondervinden, moet uw den Koning al was het met een presentje te geeven, tragten te beweegen, om den invoor van anderen amfioen, als die van de Compagnie, te verbieden, en dant tegen de voorbieeding van dat verbod vigileeren. Wij vergenoegen ons met den geringen aanbreng van maar negen Perasche koijangs padi door den gemelden hoeker, dewijl UwE. ongeagt alle aangewende moeite niet meer heeft kunnen bekomen wegens den slegten oogst ginder. De terugzending van de Chineesche koelies, benevens een Corporaal en zes van Gemeenen van de Chineesche Militairen is conform aan onzze order bij brief van den 19: September, en over zulks van onze approbatie. Wij bewilligen nu ook in het verzoek van den nog overgeblevene Sergeant en twaalf Gemeenen dier natie, om insgelijks herwaarts te komen; terwijl wij tot renford van de Bezzetting gender met de bark de standvastigheid laaten overvaaren zes gemeene Europeesche Militairen met hunne volle wapenen. Behalven deeze manschappen een Comps. slaaf in plaatze van die volgens de ontvangen verklaaring geaufuigeerd is, en bij agterhaaling niet aangehouden maar in verzekering herwaarts gezonden moet worden zenden wij UwE. nog niet dezelfde bnk 7000 - ps sp. realen tot den tin handel mitsgaders de gevraagde met zelsteenen

NL-HaNA_1.04.02_8435_0618 view scan ↗

English

bricks, lime, and some other necessities, as appears from the accompanying bill of lading. We recommend that Your Honour return that vessel at once after unloading what it carries and taking in the purified tin in stock over there, as we presently have too few vessels to leave one of them elsewhere for long. Being apprehensive that the lighter De Haas will be eaten away by worms if it remains lying in the Perak river, we therefore desire that it likewise return with the soldiers stationed upon it, or, if it cannot yet be spared, that Your Honour will occasionally let it sail outside, in order to preserve it from infestation. After greetings we remain, Your Honour's Good Friends. Signed, P. G. de Bruijn, A. Couperus, I. A. Hensel, I. Thierens, R. B. Hoijnk van Papendrecht, H. I. Wiederhold, and C. G. Baumgarten. In the margin: Malacca in the Castle, 8 November 1785. Agrees Van Saak C. G. Klick 149 Lera Johan George Wilner To the Military Ensign Commandant of the Company's Garrison Honourable, Pious The bark De Standvastigheid brought us on 20 December last Your Honour's letter of the 8th prior. We have observed therein with pleasure that Your Honour disposed of the opium with an advance of 75 rixdollars per chest, more readily than Your Honour thought, and we shall therefore send Your Honour the requested three chests as soon as we have the opportunity to make a new purchase upon the arrival of English vessels from Bengal, since the parcel recently bought on trial has already been sold. The precaution that Your Honour has used against smuggling by having the tin bagged and sealed, brought by the Moorish brigantine from Ujong Salang arriving under a Danish flag, meets with our approval. We likewise approve the provisioning of rations to the crew on the lighter De Haas for the months of November and December, and authorize Your Honour to amplify Your Honour's requisition of necessities for the garrison therewith, as well as with what still must be provided to it during the presence of that vessel over there; whilst we send Your Honour, on your petition of 5000 lb of rice, 10,000 lb, besides such other necessities as the bill of lading of the aforementioned bark De Standvastigheid, which returns thither, will indicate. That vessel also takes along 6000 Spanish reals, and is expected back with a larger cargo of tin than was last shipped in it; yet Your Honour is at the same time recommended not to detain the same longer than eight or at most ten days. For want of melting pans, since we have no more in stock to provide Your Honour with others in place of those that become unserviceable, Your Honour must send the tin over unpurified. Repeated investigation having been made regarding the cause of the extraordinary short weights on the tin cargoes of the vessels coming from Lera, it was finally discovered, after the receipt of the scale with which Your Honour had weighed that mineral, that it was inaccurate, as appears from the report of the Judicial Commissioners enclosed herewith in copy. And since we must conclude from the sending of that scale, in order to examine it here, that Your Honour, unaware of its defect, harmed both yourself in the weighing in of the tin and the masters of the Company's vessels upon its delivery, we have resolved to have the shortfalls, which have been successively found on the cargoes of the hooker Katwijk aan Zee and the bark De Standvastigheid since Your Honour received the said scale from here to the amount of 463 3/4 etc., written off in the trade books, but, while forwarding a new balance beam, to order Your Honour henceforth to exercise greater attentiveness to prevent the reimbursement that will be imposed on Your Honour whenever we again find that the shortfalls on the delivery of tin are caused by any defect in scale or weights. Although we pass for this time the exchange, at their request, of the surgeon Bartold Eggens with Alexander Lera stationed on the bark De Standvastigheid, in the expectation that Your Honour will never again permit such exchanges without our authorization or without extreme necessity, we nevertheless cannot approve leaving him there, and therefore desire that he return with the aforementioned vessel, but that the assistant surgeon Adolf van Zolingen, crossing thither, be retained with Your Honour in his place. Two sepoys also depart to replace the deceased on the lighter De Haas. Wherewith after greetings we remain, Your Honour's Good Friends. Signed, P. G. de Bruijn, A. Couperus, I. A. Hensel, I. Thierens... I. I. Wiederhold, and C. G. Baumgarten. In the margin: Malacca in the Castle, 4 January 1786. To the Military Ensign Johan George Wilner Commandant of the Company's Garrison at Lera Honourable, Pious We have received with the bark De Standvastigheid Your Honour's letter of 31 January last, and consider, for the reasons adduced therefor, well done the placement, communicated to us by that letter, of a corporal and two private soldiers on the Moorish brigantine lying over there loading elephants, in order to guard against the commission of smuggling in tin. At the request of the soldiers Sebastiaan Boek and Claas Olters, to obtain their relief to this place, in which we consent, we send Your Honour two others to replace them, besides a European and a native sailor for the lighter De Haas in place of the perished Hans

Dutch transcription

metzzelsteenen, kalk, en eenige andere benoodigelheeden, blykens het deezen verzellend Cognoscement. Wij recommandeeren uwE. die kiel na ontlossing van he „gene zij vervoert, en inneeming van het ginder in voorraed zijnde gezuiverd tin„ ten eersten terug te zenden, dewijl wij tans te weinig vaartuigen hebben om een daar van lang elders te laaten. Bedugt zijnde dat de ligter de Waas van de wonen deoorknaagd zal worden zoo hij lung in de Perasche rivier stie blifte lijgen, begeeren wij derhalven da t hij insgelijks zal retourneeren met de daar op geplaatze Militairen of indien hij nog niet gemist kan worden, dat uwE. hem dan somtijds naar buiten zal laaten zeilen, om voor in fectie gepriserveerd te blijven. Wij blijven na groete /onderstondt/ uwE. Goede Vrienden /was getekend/ P. G. de Bruijn, A. Couperus, I. A. Hensel, I. Thierens, R. B. Hoijnk van Papen „drecht, H. I. Wiederhold, en C: G. Boumgarten. /in margine/ Malacca in het Casteel den 8. November 1785. Accordeert Van saak C. G: Klick 149 Lera Johan George Wilner Aaar den Srandig Mililtair Commarntant van Komps. Bezetting Eerzaame, Vroome De bank de Strandvastgheid heeft ons op den 20. December laast„ „leden aangebragt Uw E. brief van den 8. bevoorens. Wij hebben daar uit met aangenaamheid gezien, dat UwE. de amfioen met een avans van 75. rd=s op de kas, geneedelijker dan uwE. vermeende, hadt van de hand gezet, en zullen uwE. derhalven de geeischte drie kassen laaten toekomen zoo dra wij met het arrivement uit Bengale van Engelsche vaartuijen gele„ „genheid hebben om eenen nieuwe inkoop te doen, alzoo de onlangs ter preuve ingekogte partij reeds gedebiteerd is. De precautie, die UwE: tegen smokkelaarijen gebruikt heeft met het laaten. in zakken doen en verzegelen van het tin, door de onder eene Deensche vlagge„ „arriveerde Moosche brigantijn van Oejong salang aangebragt, is van onze goedken„ Wij approbeeren insgelijks de verstrekking van rantzoenen aan de Equipagie ƒ op den ligter de Haas voor de maanden November en December, en qualificeeren Uw E. om uw E. eisch van behoeften voor de Bezzetting daar mede zoo wel te ampliereren als met het gene geduurende het aanweezen van dat zieltje „ring. ginder „ginder nog daar aan moet verstrekt worden: terwijl wij uwE. op zijne petitie van 5000. lb rijst, 10'000. lb. toezenden, benevens zodanige andere benodigd heeden„ als het Cognoscement van de gemelde berik de standvastigheid, die naar der„ „waarts wederkeert, zal uitwijzen. Dat vaartuig neemt ook meede 6000. –. sp: reaalen, en word't te rug verwagt met eene grooter laading tins, dan 'er laast in gescheept is, dog uwE teffens gerecommandeerd het zelve niet langer dan agt of uiterlijk tien dagen op te houden. Bij gebrek van smeltpannen, alzoo wij geene meer in voorraad hebben om voor die onbekwaam worden uwE. andere te beschikkingens moet Uw E. het tin on„ „gezuiverd overzenden. Omtrent de oorzaak van de buitengewoone minwigten op de zinlaadingen der van Leera komende vaartuigen herhaald onderstoek gedaan zijnde is en„ „delijk na den ontvangst van de balans waar meede uwE. dat mineraal hadt uijtgewogen, ontdekt, dat zij onderigend was, blijkens het Berigt van Iustiteele Gecommitteerden deezen in Copie bygevoegd. En dewijl wij uit de overzending van die balans, om ze hier te examineeren, moeten opmaaken, dat uwE. onkundig van haar defect, zoo wel zig zelf bij die inweeging van het hem als de Gezaghebbers van Comps. vaartuigen bij dies aflevering, benadeeld heeft, hebben wij besloten de minderheeden die sedert dat uwE: de gemelde balans van her heeft bekomen successivelijk bevonden zijn op de laadingen van den hoeker Katwijk aan Zee en de berk de Standvastig ten bedragen van 463 /¾. &:a, bij de Negotie boeken te laaten afschrijven, dog uwE. onder toeschikking van eenen nieuwen evenaar te gelasten, om voorzaan meerder oplettendheid te gebruiken tot preventie van de vergoeding, die uwE zeel worden opgelegd, wanneer wij weder bevinden dat de minderheeden op den aanbreng van Zin door eenig gebrek aan balans of gewigten veroorzaakt zijn. Schoon wij de verwisseling op hun verzoek van den Chirurgijn Bartold Eggens met den op de bark de standvastigheid geplaatsen Alexander Lera voor deeze keer E 121 keer passeeren, in verwagting dat Uw E. nimmer zulke verwisselingen meer toestaan zal buiten onze qualificatie, of zonder de uiterste noodzaake„ „lijkheid, kunnen wij egter niet goedvinden hem daar te laaten, en begeeren der„ „halven dat hij met het gemelde vaartuig zal retourneeren, dog in zijne plaatse bij uwE. aangehouden worden de naar derwaarts overvaarende onderchirurgijn Adolf van Zolingen. Twee Sipais vertrekken ook ter reemplags der overledenen op den Ligter de Haars Waar mede na groete blijven /onderstond/ uw E: Goede Vrienden /Ggetekend/ P. G. de Bruijn, A. Couperus, I. A. Vensel, F. Thierens. . . . I. J. Wiederhold, en E. G. Baumngarten / in margine) Malacca in het Casteel den 4. Januari 1786. Aan den Vaandrig Militair Johan George Wilner Commandant van Comps. Bezetting op Leera Wij hebben met de berk de standiastigheid ontvangen uw E. brief van den 31. Januaari laastleeden, en merken, om de daar voor bijgebragte redenen als wel„ „gedaan aan de bij dien brief aan ons bedeelde plaatzing van een Corporaal en twee Gemeene Militairen op de ginder in laading van oliphanten leggende Moosche brigan„ „zijn ten einde tegen het plegen van Smokkelarijen in tin te waaken. Op het verzoek van de soldaaten Sebastiaan Boek en Claas Olters, ter or„ „langing hunner verlossinge naar herwaards waar in wij bewilligen, laaten wij UwE. twee anderen toekomen om hun te vervangen benevens een Europeesch ow een inlandsch Matroos voor de ligter de Haas inplaatze van den verongelukken Eerzaame, Koome Hans

NL-HaNA_1.04.02_8435_0624 view scan ↗

English

Hans Engelbregt and the deceased Javanese Singo. According to the Regulations on the Promotion of Servants and their Additions, soldiers may have their pay improved by no more than four guilders. We have therefore assigned thirteen guilders to the soldier Hendrik Jansen, but no more than eleven guilders to Tan Cornet. The deeds for the same are enclosed herewith. In addition to the 7,000 Spanish reals requested in Your Honour's aforementioned letter and the other things Your Honour required, together with some equipment goods for the lighter De Haas—to be delivered against a receipt to the master of that vessel only in case of absolute necessity, but otherwise to be returned—Your Honour will receive, by the bark De Standvastigheid now returning thither, one chest of opium, costing 325 Spanish reals, which Your Honour must consequently sell pro rata at this more expensive purchase price, thus higher than the two chests previously sent, in order to make the stipulated profit of at least 75 rijksdaalders for the Company thereon. We hope soon to have the opportunity to purchase more and send it to Your Honour. Considering that Perak during the blockade of Selangor will not have to fear a hostile assault by Raja Brima from the seaward side, and that the lighter De Haas, which as we are informed is beginning to leak, might become completely unable to return if it stays longer in the Perak River, we have deemed it expedient to have it come hither with the bark De Standvastigheid, so that we can have it caulked and greased for its maintenance. After greetings we remain Your Honour's Good Friends. Signed: P. G. de Bruijn, A. Couperus, I. M. Hensel, J. S. Thierens, R. R. Hoijnck van Papendrecht, H. I. Wiederhold, and C. G. Baumgarten. In the margin: Malacca, in the Castle, 2 March 1786. To Ensign Johan George Wilner, Military Commander of the Company's Garrison at Perak. Honourable, Pious, The bark De Standvastigheid, by which we received on the 14th of the current month Your Honour's letter of the 26th of March preceding, now brings back to Your Honour the requested 7,000 Spanish reals and such other goods as shown on the bill of lading drawn up for it. Also sailing on that vessel is the soldier Hendrik Welter, to be stationed with Your Honour in place of Rijk Buikepost, to whom we grant the requested discharge. Expressing our satisfaction both that Your Honour has caused the tin—which one of the Perak inhabitants intended to transport to Kedah, and for that purpose had already buried under the water near the Kruis River—to be brought up and transported to the fort, and with the rigorous punishment inflicted upon him, which we trust will deter others from smuggling, we consider it well done that Your Honour gave the discoverer thereof the value of the 275 pounds found over and above the ten bahars of said tin as a gratuity, and paid the King the amount for the five bahars that belonged to him from that confiscated mineral according to the treaty, while retaining the other five bahars for the Company. Likewise, we approve that Your Honour directly informed the King of the intelligence received that a parcel of tin was being smuggled with elephants through the upper country to the small river Trong, situated close to Larut, in order to be transported by some Kedah vessels lying there. And although Your Honour doubts whether that tin can still be intercepted, Your Honour must nevertheless make every possible effort with the King to counter the illicit trade along the said route, at least for the future. The commanders of the ships lying before Selangor have communicated to us the report received by them that the Selangor vessels were entering and leaving the Perak River undisturbed and fetching provisions from there. We therefore recommend Your Honour not only to keep watch against this yourself, but also in our name most earnestly to request the King and his dignitaries no longer to tolerate that any vessel from Selangor be admitted into the Perak River, much less supplied with rice or other necessities, if they wish to keep themselves free from suspicion of favouring the Company's enemies. We expect the bark De Standvastigheid back soon with a considerable cargo of tin, and for the rest remain, after greetings, Your Honour's Good Friends. Signed: P. G. de Bruijn, A. Couperus, I. A. Hensel, F. S. Thierens, R. B. Hoijnck van Papendrecht, H. I. Wiederhold, and C. G. Baumgarten. In the margin: Malacca, in the Castle, 24 April 1786. To Ensign Johan George Wilner, Military Commander of the Company's Garrison at Perak. Honourable, Pious, Upon the return of the bark De Standvastigheid and the lighter De Haas, we received Your Honour's letters of the 18th of May last and the 2nd of the current month, with their enclosures. We entirely approve of Your Honour having appropriately declined the request of John Forrest, supercargo of the English private ship The Princess Royal, who came over there to the fort in a boat asking to sail up the river in order to find a pilot for the said ship, which he claimed was lying at anchor in the bay of Dinding, since by this refusal the only true purpose of his coming—namely, to carry on a smuggling trade with the Perak people—was frustrated, and he was obliged to depart without having accomplished his business. Likewise, we also approve the assistance Your Honour rendered to the galley De Concordia and the cutter De Ondernemer when these vessels were carried away by the current and sustained damage near the Pulau Sembilan.

Dutch transcription

Hans Engelbregt en overleden Javaan Singo. De soldaaten mogen volgens het Reglement op de bevordering der Dienraan en dies Ampliatien ten hoogsten maar met vier guldens ingagie verbeterd worden. Wij hebben derzalven aan den soldaat Hendrik Jansen wel dertien dog aan Tan Cornet, niet meer dan elf guldens toegelegd. De Actens voor den zelven gaan hier nevens. Behalven de bij UwE. voorschreven brief gevraagde 7000. ps. Spaansche recalen en hetgene uw E. verder geeischt heeft, mitsgaders eenige equipags goederen voor den ligter de Haas, om bij absolute benoodigdheeden aan den Gezaghebber van dat zieltje op eene Recipise afgegeven, dog anders terug gezonden te worden, kruigt UwE bij de weder naar derwaarts vertrekkende berk de standvastigheid een Casamfioen, kosten, „de 325. –. sp. realen, die uwE. gevolgelijk porato van deezen duureren inkoops prijs 6 ook duurer dan de bevoorens gezonden twee kassen verkoopen moet, om daar op het bepaaldavans van zen minsten 75. -. rd=s voor de Compagnie te behaalen. Wij E hoopen erlang gelegenheid te zullen hebben om meer op te doen en uwE. toe te zenden. Temerkt Lera geduurende de bloquade van slangenoor geenen nood zal hebben voor eene vijandelijke aanranding door Radja Brima van den Zeekant en de ligter de Vaas, die, zoo als wij geinformeerd zijn, begint lek te worden, langer in de Perabche rivier leggende, geheel buiten staat zoude kunnen geraaken om weder te keeren hebben wij dienstig geagt hem met de bark de standvastigheid herwaarts te laten komen, op deet wij hem kunnen doen kalfaaten en smeeren tot zijn onder„ WEj blijven na groete /onderstond/ uwE. Goede Trienden / getekend/ P. G. de Bruijn, A. Couperus, I. M: Hensel, J. s Thierens, R. R: Hoijnck van Lapendrecht, H. I. Wiederhold en C. G. Baungerten, /:in margine/ Malacca in het Casteel den 2. Maart 1786. - Van „houd. 125 Johan George Wilner Leera Hanr den Vaardrig Koome, Eerzaame, De bark de standvastigheid, waar mede wij op den 14. Courant ontvangen hebben UwE. schrijven van den 26. Maart bevoorens, brengt nu weder tot uwE. over de gevraagde 7000. –. sp reaalen, en zoelanige andere goederen, als het daar van opgemaakt Cognoscement aan wijft. Ook vaart met dien bodem over den soldaat Hendrik Welter, om in plaatze van Rijk Buikepost, aan welken wij de verzogte verlossing accordeeren, bij uw E. bescheiden te weezen. Ons genoegen betuigende, zoo wel over dat UwE. het tin, het welk een der Perascheinge zetenen naar queda hadt willen verweren en ten dien einde reed omtrent de kruisuivier onder het weeker bedolven, heeft doen opduiken en naar het fort transporteeren, als over de rigon„ „reuse sthaeffe, hem opgelegd die wij vertrouwen dat anderen van het smok„ „kelen, zien wij voor wel gedaan aan, dat uwE. den aanbrenger van het„ „zelve het bedraagen der van het gemelde tin boven de tien baaren be„ „vonden 275. –. lb tot een douceur gegeven, en den koning betaald heeft. het montant der vijf baaren, die hem van dat geconfisqueerde mine„ „raal competeerden, volgens het Contract mitsgaders de overige vijf baa„ „ren voor de Compagnie gehouden. Desgelijk/ approbeeren wij dart UuwE. den Koning direct heeft ben te Commandant van Comps Bezekting verwittigen 9 op verwittigen van de bekomen informeitie dat eene partij tins, dat eene partij tins met olifanten door de bovenlanden naar het digt bij Lavoe't gelegen riviertje Trong gesmokkeld wierdt, om door eenige daar leg„ „gende quedasche vaartuijgen vervoerd te worden. En, schoon uwE. twijffel of dat tin nog zoude te agterhaalen weezen, moet uwE. egter alle mogelijke poogingen bij den Koning aanwenden, om den morshandel langs den gemelden weg ten minsten voor het vervolg tegen te gaan. De Overheden van de voor slangenoor leggende schepen hebben ons bedeeld het bij hun ontvangen berigt, dat de slangenoorsche vaartuigen ongestoord de Zenasche rivier in en uitliepen en van daar levensmid„ „delen haalden. Wij recommandeeren UwE: derhalven niet alleen zelfs daar tegen te waaken, maar ook den koning en zijnen Rijks„ „grooten uit onszen naame op het ernstigste te verzoeken, om niet meer te gedoogen dat eenig vaartuig van Slangenoor in de Perasche rivier geadmitteerd, min nog met rijst of andere behooften geriefd wordt, zoo zij zig buiten verdenking willen houden van Comps. vijanden te be„ ngunstigen. Wij verwagten de bark de standvastigheid met eene aanzienlijke laaden tins spoedig te rug, en blijven voor het overige na groete. /onderstond/ UwE. Goede Vrienden /Getekend/ P. G. de Bruijn A. Couperus, I. A. Hensel, F.:s Thierens, R B: Hoijnck van Papendrecht, H. I. Wiederhold, en C. G. Baumgarten /in margine) Malacca in 't Casteel den 24. April 1786. Alan Johan George Wilner Aan den Vaamdrig Melitair Commandant vons Comps. Bezetting Leera Eerzaame, Vroome, Bij de wederkomste van de berk de standvastigheid en den Ligter de Waas hebben wij ontvangen UwE: brieven van den 18. Maij laastleden en 2: deezer met derzelver bij laagen Wij keuren volkomen goed dat uwE. het verzoek van den met eene boot ginder aan het fortgekomen Ian Forrest, Superoanga van het Engelsche particuliere schip The Prin„ „ces Roijal om de rivier te mogen opvaaren, ten einde een Loots op te zoeken voor het gemelde schip, dat hij voorgaf in de baaij van Dingding geankerd te leggen, op eene gepas „te wijze gedeclineerd heeft, al zoo daar door het eenige waare oog„ „merk van zijne komste, het drijven namelijk van eenen Smok„ „kelhandel met de Ferueers, vorijdeld en hij verpligt geweest is vnrverrigtiger zaake weder te vertrekken. Desgelijks approbeer wij nog de adsistentie die uw E. heeft beweezen aan de gallowet de Concordia en kotter de onderneemer, toen deeze kieltjes dor strom en geleden schade bij de Poeloe Sambilangsweeren vervallen 125

NL-HaNA_1.04.02_8435_0628 view scan ↗

English

to notify of the received information that a consignment of tin was smuggled by elephants through the upper lands to the river Trong, situated close to Larut, in order to be transported by some Kedah vessels lying in wait there. And, although Your Honour doubts whether that tin could still be recovered, Your Honour must nevertheless make every possible effort with the King to at least prevent the illicit trade along the aforementioned route for the future. The Authorities of the ships lying off Selangor have communicated the report received by them that the Selangor vessels entered and left the Selangor River undisturbed and obtained provisions from there. We therefore recommend Your Honour not only to watch against this yourself, but also to request most earnestly in our name the King and his dignitaries not to permit any vessel from Selangor to be admitted into the Perak territory, much less to be accommodated with rice or other necessities, if they wish to keep themselves above suspicion of favouring the Company's enemies. We expect the bark De Standvastigheid back soon with a considerable cargo of tin, and for the rest, after greetings, we remain. Your Good Friends P. G. de Bruijn, A. Couperus, I. A. Hensel, I. Thierens, R. B. Hoynck van Papendrecht, H. I. Wiederhold, and C. G. Baumgarten. Malacca in the Castle, 24 April 1786. To Johan George Wilner To the Ensign Military Commander of the Company's Garrison Perak Honourable, Pious, Upon the return of the bark De Standvastigheid and the lighter De Haas, we received Your Honour's letters of the 18th of May last and the 2nd of this month, with their enclosures. We completely approve that Your Honour declined in a proper manner the request of Jan Forrest, Supercargo of the English private ship The Princess Royal, who came ashore to the fort in a boat asking to sail up the river in order to seek a pilot for the said ship, which he claimed was anchored in the bay of Dinding; since the only true objective of his coming, namely conducting a smuggling trade with the Perak people, was thereby foiled, and he was obliged to depart again with his business unaccomplished. Likewise, we approve the assistance that Your Honour rendered to the galley De Concordia and the cutter De Ondernemer when these small vessels were driven off course by current and sustained damage near Pulau Sembilan. 125 The medicines that Your Honour supplied to the Master of the lighter De Haas during the presence of that vessel there, we authorise Your Honour to write off in the Perak trade books. Upon Your Honour's request and for the plausible reasons presented for it, we have granted Your Honour one per cent for spillage or wastage on all the tin that was sent over unrefined in the current financial year and, for lack of melting pans, would further be sent over unrefined. Meanwhile, in order to provide for that shortage according to our ability, we are sending Your Honour with the pancalang Bliton 12 pieces of small melting pans, namely 6 pieces Chinese and 6 pieces Kedah ones, as we are informed that they can serve for the tin smelting when placed in a large, unserviceable pan upon the furnace, as we have sent over 2 pieces for that purpose, and we order Your Honour to make a trial with them immediately, but to load whatever the Bliton can carry unrefined into it, so as not to delay that small vessel. Both of Your Honour's latest requisitions for necessities are now also met, but of the salt only 500 lb. and of the cash 6000 Spanish reals, since with the lighter De Haas 500 lb. of the former and 3000 pieces of the latter have already been delivered, as well as two chests of opium, or one chest above the requisition, to be able to sustain the sales. For 127 the deceased soldier Johan Hendrik Koers another having been sent to Your Honour with the aforementioned small vessel, Your Honour receives with the pancalang Bliton three more such soldiers, to relieve those who, according to Your Honour's letter of the 2nd of this month, have applied for it. To the soldiers Hendrik Jansen, Jean Michiel, and Fredrik Neunij, Your Honour must deliver the prize money that has fallen to their share according to the distribution made of it at Batavia, as shown by the accompanying receipt roll, which we expect back signed. In consideration of Your Honour's sickly condition, we have granted Your Honour's request to be discharged from the command of the Perak Garrison, provided that you continue to perform the same until the arrival of Your Honour's replacement, the Ensign Godhardt Diedenhoven, who has been summoned from Riau, but who will not be able to be here before the end of September. We remain after greetings Your Honour's Good Friends P. G. de Bruijn, I. A. Hensel, I. Thierens, R. B. Hoynck van Papendrecht, I. I. Wiederhold, and C. G. Baumgarten Malacca in the Castle, 24 August 1786. A. Gordeerk E. G. Klert Van Saak Received General Letters from Riau From the first of June 1785 to the last of August 1786. No. 19

Dutch transcription

verwittigen van de tekomen in formetie dat eene partijtens, de partij tins met olifanten door de bovenhanden naar het digt bij La„ gelegen riviertje Trong gesmokkeld wierdt, om door eenige daa„ „gende quedasche vaartuigen vervoerd te worden. En, schoon uw E. d of dat tin nog zoude te agterhaalen weezen, moet uwE. egter mogelijke poogingen bij den Koning aanwerden, om den morsh langs den gemelden wog ten minsten voor het vervolg tegen te ga„ De Overheden van de voor Slangenoor leggende schepen hebb bedeeld het bij hun ontvangen berigt, dat de slangenoorsche vaa ongestoord de Zenasche rivier in en uitliepen en van daar leve„ „delen haalden. Wij recommandeeren UwE. derhalven niet zelfs daar tegen te waaken, maar ook den Koning en zijnen „grooten uit onszen naame op het ernstigste te verzoeken, om niet te gedoogen dat eenig vaartuig van Slangenoor in de Perasche geadmitteerd, min nog met rijst of andere behooften geriefd wor zij zig buiten verdenking willen houden van Comps. vijanden „gunstigen. Wij verwagten de bark de standvestigheid met eene aanzi laaden tins spoedig te rug, en blijven voor het overige na groete. /onderstond/ UwE. Goede Vrienden /Getekend/ P. G. de D A. Couperus, I. A. Hensel, I.: Thierens, R B. Hor„ van Papendrecht, H. I. Wiederhold, en C. G. Baum /in margine/ Malacca in 't Casteel den 24. April 1786. N Aan E Johan George Wilner Aan den Veramdrig Militair Commandaant vand Comps. Bezetting Ceera Eerzaame, Vroome, Bij de wederkomste van de berk de standvaftigheid en den Ligter de Haas hebben wij ontvangen UwE: brieven van den 18. Maij laastleden en 2: deezer met derzelver bijlaagen Wij keuren volkomen goed dat uw E. het verzoek van den met eene bootginder aan het fortgekomen Ian Forrest, Superoanga van het Engelsche particuliere schip The Prin„ „ces Roijal om de rivier te mogen opvaaren, ten einde een Loots op te zoeken voor het gemelde schip, dat hij voorgaf in de baaij van Dirgding geankerd te leggen, op eene gepes „te wijze gedeclineerd heeft, al zoo daar door het eenige waare oog„ „merk van zijne komste, het drijven namelijk van eenen Smok„ „kelhandel met de Ferueers, verijdeld en hij verpligt geweest is onverrigtiger zaake weder te vertrekken. Desgelijks approbeer wij nog de adsistentie die uw E. heeft beweezen aan de gallowet de Concordia en kotter de onderneemer, toen deeze kieltjes dor strom en geleden schade bij de Poeloe Sambilangsweeren„ vervallen 125 vervallen. De medicamenten die UwE. aan den Gezeeghebber van den ligter de Haas geduurende het aanweezen van dat vaartuig ginder, ver „strekt heeft, qualificeeren wij UwE. bij de Perasche Negotie-boekjes af te schrijven. Op Uw E: verzoek en om de daar voor bij gebragte aanneemelijke redenen hebben wij UwE. een percent toegeleyd voor spillasie of anderwigg van al het tin, dat in het loopende boekjaar ongezuiverd overgezonden is, en wegens gebrek aan Smeltpannen verder ongezuiverd overge„ „zonden zoude worden Ondertusschen laaten wij om in dat gebrek naar ons vermogen te voorzien,„ UwE. met de pantjallang Bliton toekomen 12. ps. kleine Smeltpannen, naamelijk 6: ps. Chinaasche en 6. ps: quedasche, dewijl wij onderrigt zijn dat zij tot de ten smelterij kumnen dienen, wanneer zij in eene onbekwaame groote pan, zoo als wij tot dat einde 2. ps. overgezonden op het formuis gezet worden, en ge„ „lasten Uw E. daar meede ten eersten de proef te neemen, dog het gje„ „ne Bliton vervoeren kan ongezuiverd daar in te laaden, om dat kieltje niet op te houden Beide UwE. laaste Eischen van benoodigd heeden worden nu ook voldaan, dog van het zout maar 500. lb. en van de Contanten 6000. –. Sp reaalen, nadien met den ligter de Haas reeds 500. lb. van het eerste en 3000. ps: van de laaste bezorgd zijn mitsgaders twee kassen amfioen, of een kas boven den Eisch van den verkoop te kunnen laaten doorstaan Voor 127 door den verongelukten soldaat Iohan Hendrik Koers Uw E. met het evengemelde bodempje een ander toegezonden zijnde bekomt uw E: nog met de pantjallang Bliton drie zulke krij„ „gers, ter aflossinge van die volgens UwE. brief van den 2. dee„ „ter daar om gesolliciteerd hebben. Aan de Soldaaten Hendrik Iansen, Iean Michiel, en Fredrik Neunij moet UwE. afgeeven het buitgeld, dat bij de te Batavia gemaakte Repartitie van hetzelve hun is ten deele gevallen, blijkens de hier nevens overgaande quitantierol, die wij getekend te rug verwagten. uit Consideratie van UwE. Ziekelijken toestand hebben wij bewilligd in Uw E. verzoek om van het commandantent der Pirasche Bezetting ontstagen te worden mits het zelve blijvende waarneemen tot de komste van UwE. vervanger, den vaandrig Godhardt Diedenhoven, die van Riouw ontboden, is, dog niet voor het eind van September hier zal kunnen weezen: Wij blijven na groete /onderstond) Uw E. Goede Vrienden /Getekend/ P: G: de Bruijn - - - - - - - I. A. Hensel I. Thierens, R: B. Hoijnck van Lapendrecht. I. I. Wiederhold, en C. G. Baumgarten /in margine) Malacca in het Casteel den 24. Augustus 1786. — A. Gordeerk E. G. Klert Van Saak Aangekomen Gemeene Brieven van Riouw Sedert primo Junij 1785, tot ultimo Augustus 1786. No. 19

NL-HaNA_1.04.02_8435_0637 view scan ↗

English

Malacca 129 Introduction To the Right Honourable, Valiant Sir, Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director on behalf of the General Dutch Chartered East India Company, together with The Council there. Right Honourable, Valiant Sir, Gentlemen, Having departed on the 15th ultimo under convoy of the national frigates D'Alarm and Monnikkendam with the small vessel de Hoop from the Batavia roads, and arrived here in good condition on the 2nd instant in the company of the hooker Katwijk aan zee, which arrived before the Palembang River on the 26th of May of the current year, I have the honour hereby respectfully to communicate this to Your Right Honourable, Valiant and Right Honourable Sirs. The day after our arrival here, around noon, the first administrator of the realm, Radja Soea, came on board to the Right Honourable, Valiant Captain Spengeler, Chef commanding the aforementioned two frigates, both to compliment his Honour on his arrival here and to fetch his son, who had arrived on this vessel, incognito, and convey him ashore. Since we received the most pleasant reports from Commandant Vetter that affairs in Riouw were well situated and the rulers were beyond all suspicion, Mr. Spengeler, together with the humble undersigned, had an audience requested with the Sultan and Regents. This being set for the 6th instant, on the said day the fourth Regent, Radja Boensoek, the son of Radja Tommagon, in the absence of his father, who along with Radja Bendhara is at Lahan, and the emissary, son of Radja Toea, returned from Batavia, and Captain Vetter, together with an entire retinue of their suite, came outside in order to escort Mr. Spengeler and me in state inside to the King. There we had the honour to present the letter from Their High Mightinesses to the Sultan and the grandees of the realm, along with some gifts for that prince, and to present the aforementioned emissary to His Highness and to his father. On which solemn occasion the Court, according to the custom of this country, was in full splendour, and we were received in the best possible manner, friendly and cordially enough; however, one could not fail to see the poverty and incapacity standing out in everything. Concerning what was transacted in the private conference held two days later, or on the 8th thereafter, with the Sultan and Radja Soea, to secretly execute the commission entrusted by Their High Mightinesses to Mr. Spengeler and myself, for the sake of brevity I prefer to refer to my separate letter attached hereto, and in the meantime bring to the knowledge of Your Right Honourable, Valiant and Right Honourable Sirs: That Mr. Spengeler, together with myself, quietly went ashore on the 3rd instant to inspect the two forts at Tanjong Pinang and Pulau Waije, along with the house of the late Radja Kadjie, which Their High Mightinesses had requested from the Sultan as a residence for me, so as to be able to take up my residence there as soon as possible. 134 Request for some timber But to my no small surprise, I found that the said residence was occupied by Radja Bindhara, and that it is situated so far within the village that it would by no means be prudent for me to go and live there, so far secluded from both forts. And since there are nothing but miserable huts at Pulau Pinang and Pulau Waijang, I insisted that a suitable house be made available to me until a decent wooden residence can be erected for me, which I intend to have built on a pleasant plain at Pulau Pinang near the fort, provided that I am supplied with the necessary timber, planks, attap, and workmen for it. Whereupon I was shown two houses to take up my provisional residence in one of them, of which I chose the one situated nearest to Pulau Waijang, and requested that it be renewed with attap and repaired here and there in the most necessary places to make it somewhat habitable. However, they are so dilatory with this under the pretext of a lack of attap, kajang mats, and nibung palms, that for this reason I, along with my wife and further household, still find myself on board ship today. Nothing can be done against this unpleasant situation except to endure it with patience, having already sent my male slaves ashore to lend a hand with the work and bring it to a speedy completion. Meanwhile, Right Honourable, Valiant Sirs, Gentlemen, that house is so miserably bad that it is shameful to be inhabited by a respectable man, to say nothing of married people; and regarding which, in order not to fall into a tedious narrative, I refer to what Messrs. Spengeler and Kuijper will have the honour to relate to Your Right Honourable, Valiant and Right Honourable Sirs. For which reason I most obediently insist that Your Honours be pleased to urge the Sultan for the speedy construction of a new residence for me, and to provide me with such timber, whether in planks

Dutch transcription

Mulacca 129 Inleiding Aan den Wel Edelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneur en Directeur wegens de Generaale Nederlandsche Geoctroijeerde oost Indische benevens Den Raad aldaar Wel Edele Gestrenge Heer Heeren Den 15. passato onder het Convooij van s' Lands Reguatten D' Alarm en Monnikkendam met 't scheepie de Hoop van de Batavi„ „asche Rhede vertrokken en op den 2. deezer, ingezelschap van de Hoeker Katwijk aan zee / welk heeft op den 26. Maij C: C: voor de Palembang„ „sche Rivier aan kwam alhier in een goede staat gearriveerd zijnde heb ik de Eere UwelEdele Gestrenge en WelEdelens zulks bij deezen eerbiedig te Commspnioeeren. Daags naar onse komste alhier kwam tegens den Middag den eersten Radja Soia komt aan iJjksbestierder Radja Soca aan boord bij den Wel Edelen Gestrengen, Veer boord van d' Alaim Capitein Spengeler en Clef Commandeerende de voornoemde twee fre„ „quatten, zoo om zijn welEdele Gestrenge te Complimenteeren wegens deszelfs e Corpn de brief van Hunne Hoog Edelhedens adan een sulthan gepresenteerd brief van heden gecoucheert De Heer Spengeler en den Resident begeven zig naar om reden als in den Land deszelfs arorive alhier als om zijnen met dezen bodem gereven kerden zoon (onder een incognito afte haalen en naar hand te voeren. Dan wijl men van den Commandant Vetter de aangenaamste berigten ontfing dat de zaken te Riouw zig wel bevonden ende vorsten, buiten alle verdenking waren, heeft den Heer Spengeler nevens den geringen Tekenaar bij den sulthan en Regenten om eene audientie laaten aanzoeken en het welk op den 6. deezer bepaald Zijnde, zo kwaam ten gemelten dage den Vierde Regent Radja Boensoek, de zoon van Radja Tommagon /mits de absentie van zij vader die nevens Radja Bendhara Zig te Lahan bevind:/ en den van Batavia geretourneerden sendeling zoon van Radja Toea end Capitein Vetter nevens een zamelijke gevolg hunner suite naar buiten ten einde den Heer Spengeler en mij in statie naar binnen bij den koning te geleiden, alwaar wij de Eere hadden de brief van Hunne Hoog Edelhedens aan den sulthan en Rijksgrooten, met eenige ge„ „schenken dien vorst aan te bieden en den meergemelten sendeling aan zijn Hoogheid en deszelfs Heer vader te presenteeren; bij welk „plegtige gelegenheid het Hof naar den aart van dit Land zig un in vollen luisters bevond en wij op de best mogelijkste wijse vriendelij en gulhartig genoeg zijn gerecipieert egter zag men niet onduidelijk de moede en onvermogen in alles uitblinken. Belangende het verhandelde in de particuliere Conferentie, twee dagen 't verhandelde in de parlater of op den 8. daar na met den sulthan en Radja Soea gehouden, ter „ticuliere audien tie bij secrete voldoening der Commissie door Hunne Hoog Edelhedens aan den Heer Sper „geler en mij opgedragen zal ik in bekragting der kortheid mij liefst refe„ „reren aan mijne hier nevens gevoegde aparte Letteren, en inmiddens Uwel Edele Gestr: en Wel Ed=e ter kennisse brengen. Dat de Heer Spengeler Zig met mij op den 3. hugus instilte heeft naar Land begeven om de twee forten te Tanjong Linang en P=r Waije nevens het door Hunne Hoog Edelhedens van den sulthan voor mij ter woning gevraagde huis van wijlen Radja Kadjie te bezigtigen om dus hoe eerder hoe liever mijn intrek daar in te kunnen nemen AMluar Text 134 verzoek om eenige hout werken Maar tot mijne niet geringe surprise bevond ik gemelte wooning bewoond werd door Radja Bindhara en het zelve zodanig ver borden in de Negorij gelegen dat het geenzints voorzigtig zijn zoude mij aldaar zoo ver van bijde de forten afgezondert met 'er woont di begeven; en wijl te Poeloe Pienang en p=r waijang niet als elendige hutten staan, heb ik geinsteerd dat mij een bekwaam huis zo lange mogt werden ingeruimd, tot 'er eene ordentelijke wooning van planken voor mij kan werden opgeslagen, en welke voornemens ben op eene aangenaame vlakte te poeloe pienang na bij 't fort gelegen, mits men mij de nodige houtwerken, planken Actappen en werklieden daar toe bezorgd, te laten opslaan waar op men mij twee huizen heeft vertoond om in een derzelve mijn provisioneel verblif te neemen, waar van het naaste bij poeloe waijang gelegen heb, gekozen, en verzogt dat het zelve met Adappen mogt vernieuwd en hier en daar het noodwendigste gerepareert werden om het eeniger maten logabel te maken, dog waar mede men zo zalmagtig is onder voorwendzel van gebrek aan Aclappen Capingmakten en Niebongs dat mij om die reden nevens huisvrouw en verder huisge zien heden nog aan Scheeps boord bevinde tegens welke onaangenaame situatie niets te doen valt als het zelve met geduld te supporteeren, hebbende mijne Mans- slaven reets aan Land gezonden om mede handen aan het werk te slaan en het ter spoedige vertooijing te brengen. Intusschen Wel Edele Gestrenge Heeren Heeren is dat Huijs Zo miserabel slegt dat het zig schaamt om door een ordentelijke man k swijge van getrouwde Lieden bewoond te werden en waar om„ „trend om in geen vervelende narratie te vervallen mij gedraage aan het geene de Heeren Spengeler en kuijper des wegens de Eere hebben zullen uwelEdele Gestr: en wel Edelens te relateeren waar om gehoorzaamst in steere dat Hoogst dezelve de spoedige extructie van een nieuwe wooning voor mij bij den sulthan gelieven aan te dringen en mij met zodanige Houtwerken het zij in planken E ƒ

NL-HaNA_1.04.02_8435_0640 view scan ↗

English

to assist the hooker Katwijk aan Zee from Samarang with a lading of balks, if it shall please Your Right Honorable and Worships to send to me from your supplies. Regarding the bad condition of the houses at Poeloe Tienang and Poeloe Waijang, notwithstanding that they make a fine appearance in the drawing made thereof, may it be permitted for me to refer to that which Mr. Spengeler will be pleased to report to Your Right Honorable and Worships. Concerning the hooker Katwijk aan Zee, whose commander, the Mate Cornelis van Wierd, passed away on board the day after his arrival with the fleet sent hither with rice, or on 27 May, and by the Mr. Commander Spengeler the boatswain Willem Hagedoorn stationed thereon was again placed in command on that vessel, the same has been sent hither by the Right Honorable Sir Governor and Director Siberg together with the Council at Samarang, as appears from the copy of the letter accompanying this, with a cargo of 50 Coijangs of rice to the amount of ƒ2970. Concerning which grain, in the recently held conference, I conversed with the first Regent Radja Soea and showed that the same had been shipped by order of Their High Mightinesses upon the news of the scarcity thereof, in order to accommodate the grandees of the realm and their subjects for a fair and prompt payment; but that Regent made it known not indistinctly that rice was now cheap and had fallen to 60 to 65 Reals the Malay Coijang, and that the inhabitants here were accustomed to buy the rice from the native traders on credit and only settle upon their departure from here, which, through the long delay of payment, often runs on for months; whereupon I replied to that Prince that, as I was not authorized for such extension of credit, I would await Your Right Honorable and Worships' orders thereon, to be furnished with which I also most respectfully request, while it appears to me that this nation is not accustomed to buying more than what is necessary and, as they say, hand-to-mouth, and not to lay in any store for the future, thus indicating not indistinctly that vessels from Java were to be expected in the present monsoon. Because of the indisposition of the Bookkeeper Fabricius, stationed here and promoted by Their High Mightinesses to Sworn Clerk of this office, who finds himself in a weakened condition, deferring the reply to Your Right Honorable and Worships' honored letters of 28 April and 19 May to a further occasion, I request the procurement of a formula of oath in order to put him under oath after his recovery. And whereas Mr. Spengeler, who intends to remain here with the Country's armed barques until established on land, and to retain the pantchiallang the Philippine in order to let its master Meijer serve as a pilot in the Governor's Strait, the pantchiallang Bliton departs for those roads at present to convey these advices drawn up in all reverence. Pursuant to Your Right Honorable and Worships' honored orders, the Native Lieutenant Smael also crosses over with this. While further I have the honor to remain with all submission, Below stood: Right Honorable Sir and Sirs, Lower: Your Right Honorable and Worships' Very Obedient Servant, Signed: D. Ruhde. In the margin: In the small ship De Hoop, lying at anchor in the roads before Riouw, 14 June 1785.

Dutch transcription

De zoeker kortwijk aan zeg van Samarang met een voeling of balkies te assitteeren als twelEdele en Wel Edelens behagen zal mij uijt Derzelver voorraad toe te schikken. Wegens de slegte gesteldheid der woningen te poeloe Tienang en p=l waijang, niet gegenstaande dezelve een fraeije vertooning bij de daar van geformeerde aftekening maken, zij het geoirloofd mij te mogen refereeren aan het gene de Heer Spengeler Uwel Edele Gestrenge en Wel Edelens zal gelieven te berigten. —. Nopens de Hoeker Katwijk aan Zee, wiens gezaghebber den Stuurman Cornelis van Wierd s' daags naar zijne komste in de Rijst herwaartsgezonden vloot of op den 27. Meij aan boord is komen te overlijden, en door den Heer Commandant Spengeler op dat kieltje weder in Commaindto is gesteld den daar op bescheidenen bootsman Willem Hagedoorn, zoo is het zelve door den Wel Edele Gestrengen Heer Gouverneur en Directeur Siberg nevens den Raad te Samarang her„ „waarts gezonden, blijkens deezen verzellende Copia Missive, met Lading van 50. Coijangs Rijst ten bedragen van ƒ2970. -. ovor welk graan in de Jongst gehouden Conferentie; den eersten Regent Radja Soea heb onderhouden en vertoond dat het zelve op de tijding van het gebrek aan dien kort ter ordre Hunner Hoog Edelheedens was afgescheept om de Rijksgrooten en hunne onderdaanen, tegens een billijke en prompte betaling te gerieven dan dien Regens gaf niet onduidelijk te kennen dat de Rijst thans goed koop en op 60. § 65. Realen de Maleijtsche Cijang was gedaald en dat de Inwoon„ „ders alhier gewoon waren de Rijst van de Inlandsche Handeleren op Credit te kopen en bij Derzelver vertrek van hier, dat dikwils door het lang uitblijven der betaling Maanden lang aan loopt eerst te voldoen waar op aan dien Prins repliceerde dast vermits tot zodanige Creditgeving niet gequalificeerd was daar over Uwe Edlele 1133 Uwel Edele Gestrenge en Wel Edelens ordres zoude blijven afwerg„ waarom de Pantjellang pina overvaart. „ten, om met dewelke gemunieert te werden ook eerbiedigst instre„ wijl het mij toeschijnt dat deze natie niet gewoon is meerder als het noodwendige en gelijk men zegd mondjes maat te koopen en geen voorraad voor het toekomende op te doen alzo niet on„ „duidelijk te kennen gaef dat in de tegenswoordige Mousson vaartuigen van Jave te verwagten waren. Door de indispositie van den alhier bescheidenen en door Hunne Hoog Edelhedens tot Geswoore scribar deezes Comploirs bevor„ „derden Boekhouder Fabricius, die zig in een verzwakte toestand bevind, de reseriptie Uwer Wel Edele Gebr: en WelEdelens ge eerbieligde Letteren van den 28. April en 19=e Maij tot eene nadere gelegent„ „heid uitstellende zo verzoeke de erlanging van een Cormielier om hem na zijne herstelling onder eede te brengen. En dewijl den Heer Spengeler die voorneemens is met 's Lands brequeet„ ik stede van de „ten hier zo lang te vertoeven tot aanland gestabuleert zal zijn, en de Pantjallang de Pilippine aan te houden om dies Gezaghebber x Meijer tot een Loots in straat Gouverneur te laaten dienen, zo vertrekt om die Rheeden thans de Pantjallang Bliton ter overbren„ „ging van deeze in alle eerbied gezigte adveesen Gaande ingevolge uwel Edele Gestr: en Wel Edelens geëerde ordres bij deezen meede over den Inlandsch Luitenant Smael Terwijl overigens de Eere heb met alle submissie te verblijven 6 /onderstond/ Wel Edele Gestrengen Heer en Heeren Lager/ UwelEdele Gestrenge en Wel Edelens Zeer Gehoorzaamen Dienaar / Getekend/ D. Ruhde /In margine/ Jn 't scheepie de Hoop leggende ge„ „ankert ter Rhede voor Riouw den 14. Juni 1785. Aans De zoeker krtwijk aan zig van of balkies te assisteeren als U'welEdele en Wel Edelens behagen mij uijt Derzelver voorraerd toe te schikken. Wegens de slegte gesteldheid der woningen te poeloe Tiene en p=l waijang, niet jegenstaande dezelve een fraeije vertoon bij de daar van geformeerde aftekening maken, zij het geoord mij te mogen refereeren aan het gene de Heer Spengeler Uwel Ede Gestrenge en Wel Edelens zal gelieven te berigten. —. Nopens de Hoeker Katwijk aan zee, wiens gezaghebber de Samarang met een Loeding Stuurman Cornelis van Wierd s' daags naar zijne komste ind Rijst erwaarts gezonden vloot of op den 27. Meij aan boord is komen te overlijden, en den Heer Commandant Spengeler op dat kieltje weder Commando is gesteld den daar op bescheidenen bootsman Willem Hagedoom, zoo is het zelve door den Wel Edele Gestrengen Iz Gouverneur en Directeur Siberg nevens den Raad te Samarang „waarts gezonden, blijkens deezen verzellende Copia Missive, n Lading van 50. Coijangs Rijst ten bedragen van ƒ2970. -. vor graan in de Jongst gehouden Conferentie; den eersten Rege Radja Soea heb onderhouden en vertoond dat het zelve op de Lij van het gebrek aan dien kort ter ordre Hunner Hoog Edelhe was afgescheept om de Rijksgrooten en hunne onderdaanen, Le een billijke en prompte betaling te gerieven dan dien Regens niet onduidelijk te kennen dat de Rijst thans goed koop en of § 65. Realen de Maleijtsche Cijang was gedaald en dat de Ind „ders alhier gewoon waren de Rijst van de Inlandsche Handel op Credit te kopen en bij Derzelver vertrek van hier, dat diku door het lang uitblijven der betaling Maanden lang aan eerst te voldoen waar op aan dien Prins repliceerde dat ver tot zodanige Creditgeving niet gequalificeerd was daar ove UWe Edole

← previousnext →