VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 8435

Japan · 1,202 pages · 327 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_8435_0707 view scan ↗

English

187 flintstones, which lay in the small casks with the 2000 pieces of live cartridges transferred from the lighter De Haas to the Vos. And since Your Honour, in a secret letter of 26 July, writes only of not having received the chest with live cartridges that, according to the aforementioned bill of lading, was supposed to be on the Vos, we think that everything will already have been delivered in accordance with the consignment. The commander of the small vessel De Hoog, David Wartig, has accounted here for the eight whole leagers with iron hoops given to him. We are satisfied with the compensation ordered by the King at Your Honour's urging for the local Chinese resident Baba Him, with regard to his vessel and its cargo robbed at Batu Pahat; and we also approve the forwarding with the pencalang De Philippine of the barrel of nails, which were received from Batavia for Riau, but could not be used there. Your Honour's requisition of 24 August has been fulfilled as closely as possible with the national frigate De Alarm, or is now being fulfilled with the cutter De Ondernemer, as appears from the memorandum attached to our letter of the 3rd of the current month and the bill of lading accompanying this; however, that which we cannot send Your Honour now due to our own shortage, we shall provide upon receipt from Batavia, and in the meantime consider renewed the authorization regarding the distribution of rations that was given in our letter of 10 January last. Besides the cutter De Ondernemer, which must remain there until our further orders, and the bark De Constantia, which will follow it as soon as she is ready for it, we shall send Your Honour another defensible vessel to relieve both the pencalang Belitung, if her defects cannot be repaired there, as well as the lighter De Vos, which is of little service to Your Honour. Having considered Your Honour's proposal and the reasons adduced for it in Your Honour's letter of 17 August, in order to somewhat relieve the officers and also the sworn scribe in their straitened circumstances there, we have not only granted eight rixdollars for house rent to the Captain Commandant of the Militia, and to each of the two Ensigns, the Fireworker, and the Sworn Scribe four rixdollars, starting from the 1st of this month, on condition that they provide themselves with suitable lodgings therewith and maintain the same, but also determined the monthly supply of lamp oil, besides the ten jugs granted to Your Honour by the Honourable High Government of the Indies, at 48 jugs, to be distributed in such a manner as Your Honour shall deem necessary, without however giving more than five jugs to the said Captain Commandant and more than three jugs to each of the four remaining officials. And since the twenty-six native soldiers who, in accordance with our order, have trained in artillery work have given proof of their skill in the rapid loading of the cannon, we authorize Your Honour to disburse to each of them the promised gratuity of five rixdollars. We likewise accede to the request made by Captain Salimsandre that the twenty-three native soldiers who previously belonged to that company, but are now distributed among the companies of Captains Bora, Tompel, and Nassip, may be incorporated into his company again. The desertion on 10 August of five native soldiers being attributed by their captains to borrowing from other soldiers and pawning some trifles which they were unable to redeem, Your Honour must strictly instruct the native officers in general to ensure that soldiers prone to gambling receive no money or goods from anyone to gamble away. Meanwhile, we pass the consent granted by Your Honour for recruiting others in place of the said deserters, but expect that this will no longer be permitted, as gradually some vipers might come to nestle in our bosom to stab us in the heart. Also passing the exchange of the soldier Marten Fransen de Vries for the sailor of the national frigate De Alarm, Jacobus Mack, we send Your Honour a drummer and a fifer upon the request previously made for that purpose, together with a sepoy, to fill the place of the deceased. At the first opportunity, Your Honour must send us Your Honour's pay accounts closed at Batavia, to be entered into the books here, and the receipt rolls for the monthly wages paid to the Europeans and natives stationed there up to and including the end of August last. For the rest, after greetings, we remain Your Honour's Good Friends. Signed: P. G. de Bruijn, A. Couperus, J. A. Hensel, F. Thierens, R. B. Woynek, H. van Papendrecht, H. J. Wiederhold, and C. G. Baumgarten. In the margin: Malacca, in the Castle, 12 September 1785. Below that: P.S. Surgeon Muller, who will certainly no longer be needed there since Your Honour brought one along from Batavia, may return here at the first opportunity. Discreet, Honourable, The bark De Constantia, which according to our letter of the 12th of the current month departs thither, must be detained by Your Honour until she is replaced by another vessel and provided with a new topgallant rigging, an anchor cable of 12 inches, and two hawsers for running rigging, needed for the voyage to Batavia, which we have not been able to accommodate her with now; while we, besides 50 pieces of grenadier muskets for the King, to be delivered for payment, to the Merchant and Resident of Riau, David Ruhdé.

Dutch transcription

187 vruursteenen, die bij de van den ligter de waas op de Vos overgebragte 2000. ps. scherpe patroonen in de vaatjes gelegen hebben. En alzoo uwE. bij secreeten brief van den 26. Iuli eenlijk schrijft niet ontvangen te hebben de kist met scherpe patroonen, die volgens het gemeld Cognossement op de Vos moeste weezen, denken wij dat alles reeds volgens de afzending besteld zal zijn. De gezaghebber van het scheepje de Hoog David Wartig heeft hier verantwoord de aan hem meedegegeven agt heele leggers met ijzeren Hoepels. Wij neemen genoegen met de door den Koning op UwE. aanmaaning beschikte schadeloosstelling van den hier woonagtigen Chinees Baba Him, ten aanzien van zijn te Batoe Pahat geroofd vaartuig en dies laading; En keuren ook goed de overzending met de pantjallang de Philippine van het vat met spijkers, die van Batavia voor Riouw ontvangen zijn, dog daar niet gebruikt konden UwE. Eisch van den 24. Augustus ismet 's Lands fregut de Mlarm, of worde „tans niet de kotter de Onderneemer blijkens de bij ons schrijven van den 3. Cou„ „ran't gevoegde Memorie en het deezen verzellend Cognossement zoo na mogelijk voldaan, dog hetgene wij UwE. wegens eigen gebrek nu niet kunnen laaten toe„ „komen zullen wij bij orlanging van Batavia bezorgen, en ondertusschen voor gerenoveerd houden de qualificatie, die met opzigt tot de verstrekking van rantstoenen gegeven is bij onzen brief van den 10. Ianuari laastleden. Behalven de kotter de onderneemer die tot onze nadere order ginder moet blijven, en de Bark de Constantie die haar volgen zal zo dra zij daar toe gereed is, zullen wij UwE: nog een weerbaar vaartuig toe zenden, ter aflossinge, zoo wel van de pantjallang Bliton, indien zij daar zelfs van haare gebreken niet kan worden verholpen; als van den bij UwE. van weinig dienst zijnden ligte de Vos. Gelet weezende op UwE voordragt en de daar voor bijgebragte redenen bij UwE. brief van den 17. Augs., hebben wij om de Officieren en teffens den Gezworen scriba in hun bekrompen bestaan ginder eenigzints te gemoet te komen piet alleen aan de Capitein Commandant van de Mikitie agt, en aan worden ieder ieder van de twee Vaandrigs, den Vurwerker, en den Gezunen Sbribal vier rd=s voor huishuur toegelegd ingaande met den 1. deezser maand, mits dat zij daar bom zig van bekwaame wooningen voorsien en dezelve onderhouden, maar ook de maandelijksche verstrekking van Lampolie (buiten de door de Edele Hooge Indische Regeering aan UwE. toegevoegde tien kannen / bepaald op 48. kannen, ten einde zodaanig verdeeld te worden, als UwE. noodig zal oordeelen, zonder nogtans aan de gemelden Capitein Commandant meer dan vijf en ieder van de vier overige Bedienden meer dan drie kannen te verstrekken. En alzoo de zes en twintig inlandsche Militairen, die zig naar onze order in het werk van de arthillerije groefend hebben, preuves hebben gegeven van hunne bekwaamheid in de gezwinde laading van het canon, qualificeeren wij UwE: om aan ieder van hun het beloofd douceur van vijf rd=s uit te reike Wij condescendeeren teffens in het gedaan verzoek door Capitein Salim „sandre dat onder zijne Compagnie weder mogen worden geincorporeerd de drie en twintig en landsche Militairen, welke bevoorens tot die Compagnie behoord hebben, dog tans verdeeldt zijne onder de Compagnien, van de apiteins Bora, Tompel„ en Nassip. De desertie op den 10. Augh. van vijf inlandsche Militairen door hunne Capi„ „teins wordende toegeschreven aan het leenen van andere soldaaten en verpan„ „den van eenige kleinigheden die zij onvermogend waren weder in te lossen; zo moet UwE. de inlandsche Officieren in 't generaal eenstig recommandeeren om te zorgen dat dobbelzugtige soldaaten geen geld of goed van iemand krijgen, om het te kunnen verspeele. Inmiddens passeeren wij het door UwE. verleend consent ter aannee„ „minge van anderen in plaatze van de gemelde deberteurs, dog verwagten dat zulks niet meer zal worden toegelaten dewijl langschien „e eg wel eenige adele in onzen boezen zouden kunnen komen nestelen, om ons eens het harte af te De vorwisling van den soldaat Marten Fransen de Vies tegen den Samb van steeken. 9 189 van 's Lands fregat de Alerm Iacobus Mack vorsen meede passeerende, laaten wij UwE. toekomen een Toemboer en een Pijper op het bevoorens „daar toe gedaan verzoek, beneevens een Sipaij, om de plaats van den overledenen te vervullen. Bij eerste gelegenheid moet UwE. ons toezenden. UwE. op Batavia afge„ „sloten soldij rekening, om hier bij de Boeken te worden ingenoomen, en de quitantierollen van de verstrekte maandgelden aan de ginder bescheiden Europeers en inlanders tot ultimo Augustus laastleden inclusive. Wij blijven voor het overige na groete /Onderstond/ UwE. Goede Vrienden (Getekend/ P. G. de Buijn, A. Couperus, I. A. Hensel, F: Thierens R. B. Woijnek H Van Papendrecht, H. I. Wiederhold en C. G. Baumngarten /In Margine/ Malacca in het Casteel den 12. September 1785. /daar onder / P. S. De Chirurgijn Muller die ginder zekerlijk niet meer nodig zal weezen, dewijl UwE. een van Batavia heeft medegekregen, kan bij eerste occasie herwaarts te rug keeren. Discreete Eerzaame, De bark de Constantia die volgens ons schrijvens van den 12. Courant naar derwaarts vertrekt, moet bij UwE worden aangehouden tot dat zij door een ander vaartuig vervangen en voorzien zal weezen van een nieuw bramwand, een ankertouw van 12. duim, en twee trossen voor loopend touwerk, benoodigd tot de reize naar Batavia, dog waar meede wij haar nu niet hebben kunnen gerieven; terwijl wij UwE. behalven 50. –. ps. Granadiers- Snaphaanen voor den Koning, om voor betaaling te worden afgegaven Riouw Resident Aan den Koopman David Aurde en

NL-HaNA_1.04.02_8435_0710 view scan ↗

English

and a rim lock for the Company's warehouse requested by you from the undersigned Governor, we have sent, also with the mentioned barque, 2000 Spanish reals, in order to prevent you from falling into difficulties if, through the employment elsewhere of the available vessels, we should have no opportunity before the month of December to provide you with the necessary cash. After greetings, we remain, underneath, your good friends, signed: P. G. de Bruijn, A. Couperus, I. A. Hensel, T. Thierens, R. B. Hoijnck van Papendrecht, H. I. Wiederhold, and C. G. Baumgarten. In the margin: Malacca in the Castle, the 24th of September 1785. To the Merchant David Ruhde, Resident at Riouw. Honorable, Discreet. The undersigned Governor having received, via a private vessel arrived from Batavia, a letter from the Supreme Government of the Indies for the Honorable Spengeler, Captain Commandant of the state frigates of war the Harlingen and Monnickendam, we have, being uncertain whether his Honor has already departed for Batavia or is still in the roadstead of Riouw, deemed it appropriate to send this letter thither with the galley the Concordia, and to instruct you to return the same to us at the first safe opportunity if the state frigates are no longer there. Concerning the issuance of passes to vessels of Riouw, we expect that you will observe the permanent orders on that subject better than the Commandant Velter and clerk Fabricius did before your arrival there, who by their arbitrary and licentious conduct gave displeasure to the aforementioned Supreme Government, as you will see from an extract from their respected letter of report of the 9th of August last; while you must also be guided by the fact that vessels of Riouw may not sail to Java otherwise than via Batavia, in accordance with the order of the 11th of June 1778, also appended hereto. We desire to be informed by you whether the four Chinese to whom the Supreme Government, as appears from an extract from their mentioned letter of the 9th of August, permitted the transport of sixty-four koyans of rice to Riouw, have brought the same there. The four chests of opium requested by you have been loaded into the galley the Concordia, to be sold in the same manner as the two previous ones if you cannot negotiate more for them. You must retain the mentioned galley until you receive another vessel from here. After greetings, we remain, underneath, your good friends, signed: P. G. de Bruijn, A. Couperus, I. A. Hensel, T. Thierens, R. B. Hoijnck van Papendrecht, H. I. Wiederhold, and C. G. Baumgarten. In the margin: Malacca in the Castle, the 22nd of October 1785. Below: Postscript. The letter for Mr. Spengler, mentioned above, is not being sent, since the state frigates have already departed for Batavia according to a letter received from you with the pencalang Bliton at the closing of this dispatch. To the Merchant David Ruhde, Resident at Riouw. Honorable, Discreet. The lighter the Vos, the pencalang Bliton, which is now on the slipway to be repaired, the Riouw envoys, and the private yacht, unexpectedly, have successively brought us your letters of the 30th of September, as well as the 16th and 30th of October last. It was agreeable to us to learn that you had already sold the six chests of opium sent to you for 525 rixdollars each. We therefore send you the further requested two chests with the hoy Katwijk aan Zee and not only fully approve the order issued by you against the illicit export of opium, preventing any of it, even if purchased from the Company, from being exported to the dependencies of Riouw without your prior knowledge; and that you, furthermore on account of the suspicion that that cargo, of which no Malay had bought anything, but who nevertheless daily offered prepared opium for sale, was brought from Kedah, Terengganu, or Johor to Bintan and subsequently from behind that island to the settlement, had the galley the Concordia stationed in such a manner that all vessels coming from the south and north are obliged to enter the river to be inspected at Tanjung Pinang, but we also allow that you, in order to stimulate the trade, grant each time for the amount of two chests one month's credit, provided you ensure the security of the payment. We also approve that you have retained the four swivel guns, 100 canister shot, and 100 round shot of 1 lb which, according to our letter of the 12th of September last, were delivered here to the state frigate the Harlingen and since received by you; that you have placed the coaster the Onderneming before the river and the barque the Constantia before the fort at Tanjung Pinang; and that you have set the compensation for a musket lost by the soldier Denoel at 15 rixdollars. The gunners and three Malay soldiers who absented themselves in the month of September, and the two Malay soldiers who absented themselves in October, without you or their officers being able to give any reason for it, must upon apprehension be sent hither in order to receive their just deserts. Seeing that the request made by you in person to Raja Tua, that a certain woman, who before your arrival there was already married to the recently deserted Corporal Kaij, but had been claimed in the month of September under certain pretexts by the [illegible], might be returned to her aforementioned husband,

Dutch transcription

en een grondelslote voor Comps. pakkuis door UuwE. van den Ondergeteken Gouverneur verzogt nog met de gemelde bark laaten toekomen 2000. –. ps spaansche reaalen, ten einde UwE. buiten verlegenheid te houden indien wij door het emploielders van de aan handen zijnde vaartuigen; voor de maand December geene occasie mogten hebben om uwE de benoodigde Con„ „tanten te bezorgen. Wij blijven na groete /:Onderzondt/ UwE. Goede Vrienden / Getekend/ P. G. de Bruijn, A. Couperus, I. A. Hensel, T. Thierens, R. B. Hoijnok van Papendrect, H. I. Wiederhold, en C: G: Baumgarten /in margine/ Malacca in het Casteel den 24. September 1785. Resident op. Riouw Eerzaame, Discreete. Aan den Koopman David Ruhde Bij den ondergetekende Goudverneur met een van Batavia aangekomen partigulieren vaartuig ontvangen zijnde een brief van de Edele Jorges Inedische Reijeering voor den Wel Edelens Gektrengen heer Spengeler, Capitein Commandant van 's Lands fregatten van oorlogde Harm en Monnickegdorm, hebben wij, in de onzekerheid of zijn WelEd: beraeds naar Batavia vertrokken is, dan wel zig nog op de riede van Riouw bevindt, goedgedagte dien brief met de gallerwet de Concordia derwaarts te bezorgen, en uwE. te gelasten om denzelven bij eerste secuure geleegenheid aan ons te rug te zenden, indien 's Lands fregatten daar niet meer zijn. Omtrent de afgaave van Passen aan Riousche vaartuigen verwagten wij dit 6 uwE: de permanente orders op dat stulk beter in rgt zal neemen, dan de Commandant 4 Commandant Velter en scriba Tabriaius voor UwE. komste ginder gedaan dog die door hun wille keurig en licencieus gedrag aan de welgemelde Hooge Regiering ongenoegen gegeven hebben, gelijk uwE. zulks consteeren zal bij een Extract uit Hoogder zelver geëerden apporten brief van den 9. Augustus laastleden; terwijl UwE. ook zig tot narigt moet laaten strekken, dat Riouwsche vaartuigen niet anders naar Iava mogen vaaren, als over Batavia, volgens de ordre van den 11. Iuni 1778. dezen meede bij gevoegd Wij begierent vaan UwE. geinformeerd te worden, of de vier Chineesen war aan de Hooge Regeering, blijkens een Extract uitt Hoog derzelver geneenden brief van den 9. Augs. toegestran heeft vier en zagtig koijangs rijst naar Riouw te verweren, dezelve daar hebben aangebragt. De door UwE. g'eeischte vier kassen amfioen zijn in de gallowet de Concrdiae geladen om evens als de twee voorige verkogt te worden, indien Uw E: er niet meer voor bedingen kan. De gemelde gallowet moet UwE: aanhouden tot dat Uw E. weder een ander vaartuig van hier krijgt Wij blijven na groete /onderstond/ UwE. Goede Vrienden /:Getekend/ P e P. G: de Bruijn, R. Couperus, I. A. Hensel, F. Thierens, R. B. Hoijnck van Lapendrecht, H. J. Weederhold, en C: G. Baungarten /in margina/ Malacca in het Casteel den 22. October 1785. . – / daar onder / P. S. De brief voor den Heer Spengler, hier voiren gemeld, wordt niet afgezonden, dewijl 's Lands fregatten reeds naar Batavia vertrokken zijn volgens een van UwE. met de Pantjallang Bliton op het sluiten deezes ontvangen, brieven Aan den Koopman David Ruhde Resident op Riouw Een Zaame 4 Discreete Eerzaame De ligter de Vos, de pantjallang Bliton (die tans op de helling legt om vertin„ „merd te woorden / de Riouwsche Gezanten, en het particuliere jagtje, on verwagt, hebben ons successivelijk aangebragt uwE: brieven van den 30.' September, mitsgaders 16. en 30. October laastleden. Aangenaam is het ons geweest te verneemen, dat UwE. reeds hier van de UwE. toegezonden zes kassen amfioen voor rd=s 525. ieder hadt verkogt. Wij zenden uwE. derhalven de nader geworderde twee kassen met den hoeker Katwijk tot aan zee en approbeeren niet alleen volkomenlijk de order, dor uw E: tegengang van den Hinkschen uitvoer der amfioen gesteld om niet daar van of schoor vain de Compagnie ingekogt, buiten Uw. voorkennisse, naar de onderhoorige plaatsen van 'R Riouw te exporteeren; en dat uw E. nog in 't hoofde der suspicie, dact dat her „scp (waar van geen Maleijer iets gekogt hadt dan die egter dagelijks met madat te koop voer) van queda Tangano, of Iohor te Binting en vervolgens van agter dat eiland naar de negorij gebragt wierdt, de gallowetde Concordia ter zoodanig heeft laaten pottvitten dat alle vaartuigen komende uit de zuijd en Noord genoodzaakt zijn de rivier binnen te loopen, om te Tanjong Pinang gevisiteerd te worden, maar mogen ook wel leijden, dat UwE. om het vertier te doen, toenemen telkens voor het bedraagen van twee kussen eene maand vie dit geeft. mits voor de zekerheid der betaaling zorgende. Wij laaten ons mede welgevallen, dat Uwl. de vier ps. draaibassen 100. ps druum 100. p s„ rondscherp van 1. lb die volgens ons schrijvens van den 12. September laast„ „leden hier aan 'sLands fregat de Mharm afgegeven en sedert bij uwE. ontvangen zijn, aangehouden, de koster de onderneemen voor de rivier en de bark de Constantia voor het fort te Tainjong Pinang geplaatst mitsgaders de vergoeding van een door den soldaat Denoel te zoek gebragten snaphaan op 15. red=s gesteld heeft. De busschieters en drie Maleitsche soldaaten, die zig in de maand September en de twee Maletsche Militairen, die zig in October geabsenteerd hebben, zonder dat Uw E. of hunne Officieren eenige, reden van geeven kunnen, moeten bij agterhaaling herwaarts gezonden worden, om loon naar werken te erlangen. Gemerkt het verzoek door uwE. in persoons aan Radja Toea gedaan, om zekere vrouw, die voor uwE. komste ginder bereedes met den laast weggeloopen Corporaal Kaij gehuurd, dog in de maand. September onder eenige voorwendzels door den Konting opgeuscht was, aan haaren gemelden man mogte worden te rug gegeven van

NL-HaNA_1.04.02_8435_0713 view scan ↗

English

49 73 having been of no effect, we desire that Your Honour shall make known both to the King and to Radja Soea that their indifference or slight attention regarding Your Honour's proposals or requests displeases us greatly, and we wish to hope that they will henceforth endeavour to comply better with all parts of the Contract concluded with the Company; just as we shall also confer with the Envoys present here, and upon their return their Master, regarding this and regarding several other points appearing in Your Honour's secret letters. Having seen by the advertisement of 27 February 1781 the withdrawal of the order of 11 June 1778, according to which Riouw vessels were permitted to sail to Java only via Batavia, we now authorize Your Honour to grant Passes thither both to them and to the Javanese and Cheribon vessels, to which latter our letter of 22 October last also had no relation, provided the fourth article of the said Advertisement is properly observed. As for what further concerns the expedition of Pahan, after reviewing the answer supplied in Your Honour's secret letter of 16 October to the question of the undersigned Governor in his secret letter of 12 September prior, we have resolved to recommend to Your Honour the compliance with the Regulation sent herewith on that subject, with this extension: that for the Passes of a Chinchow junk one hundred, of a large Canton junk fifty, and of a small Canton junk thirty Spanish reals shall be paid, including therein rd=s 2. 6. -. for the seal; and to assign of the expedition money that of the Passes of the vessels to Your Honour, but that of the Passes of the Passengers, which must be written on seals of 6 stuivers, to the scriba. No Pay account having been brought by Your Honour from Batavia, in place thereof a copy, authenticated by the Scriba, of the proof of the date on which Your Honour's appointment as Resident of Riouw was granted, must be sent hither. Upon Your Honour's proposal, and for the reasons advanced therefor in Your Honour's secret letter of 16 October, we authorize Your Honour to disburse money henceforth not only for the arrack to the native Soldiers, except the Sepoys, but also the sugar and karwaat to all the Garrison members, the arrack calculated at five stuivers the pot, but the rest according to the determination in our letter of 10 January of this year, since sugar is currently very expensive here and only little received from Batavia, Batavia, and moreover not as much karwaat can be obtained for a moderate price as is required for Riouw and for consumption on the ships present here. The pieces of uniforms for the Soldiers, which we do not have in stock to accommodate Your Honour therewith, being able to be manufactured on Riouw as well as here, we send, instead of the requested eighty pieces of uniforms, 20 pieces of blue guinees to have coats and trousers made thereof, along with 10 pieces of bleached guinees for lining, lapels, and cuffs of the coats, as well as for badjus, and order Your Honour, in payment for that cloth, to have a certain tolerable amount deducted monthly from the pay of the Soldiers. The hooker Katwijk aan Zee carries, besides the said opium and linens, also for Your Honour all that we have been able to satisfy from Your Honour's requisition of 16 October from our stock or by purchase; and of that which is lacking therein, we shall send by the sloop De Johanna as much as we can spare from the cargo brought by the ship Java, since the small stock of rice on Riouw did not permit us to postpone the dispatch of the bearer of this any longer. Regarding the expenditure of small currency, Your Honour must be thrifty, and employ with it also rupees, which are now as current there as here; to which end we send Your Honour 200. -. rd=s of that coin species. The five koyans of rice that are sent above the Requisition are intended for the convenience of the families of the Company's Servants and, in case of need, of the King or his Ministers, to be transferred to them for rd=s 116. 32. the koyan. We have also given to the said hooker what Your Honour has requested for the bark De Constantia, besides that which has been deemed necessary here for her departure to Batavia according to our letter of 24 September last, but instead of an anchor cable of 12 inches, a new warp of 11 inches, because we obtained only one of 12 inches and must reserve the same for the bark De Standvastigheid. Your Honour must now dispatch the Constantia to Batavia as soon as possible, under Your Honour's covering letters, to which the copies of the letters written to us since the departure of the Country's frigates should be attached, and deliver to the Commander for his guidance the Sailing Orders, the Instructions

Dutch transcription

49 73 van geen effect is geweest begeeren wij dat UwE. zoo wel den koning als Radjes soea zal te kennen geeven, dat hunne onverschilligheid of weinige attentie om„ „trent uwE. voorstellen of verzoeken ons zeer mishaagt en wij verhoopen willen dat zij voortaan aan alle de deelen van het met de Compagnie geslooten Contract beter zullen tragten te voldoen; gelijk wij ook de hier aanweezende Gezuinten en bij derzelver retour hunnen Meester, daar over en over eenige andere in uw E. secrete brieven voorkomende pointen zullen onderhouden. Bij het advertissement van den 27. Februari 1781. gezien hebbende de in„ „trakking der order van den 11. Iuni 1778. volgens dewelke Riouwsche vaartuigen niet anders naar Iava mogten vaaren, als ooor Batavia qualificeeren wij Uw E. nu, om zoo wel aan dezelven, als aan de Iavasche en Cheribonsche vaartuigen op welke laasten ons schrijven van den 22. October laastleden ook geene relatie hadt Passen naar derwaarts te verleenen, mits behoorlijk in agt neemende het vierde articul van het gemelde Advertissement. Wat voorts de expeditie van Pahan belangh, wij hebben na resumtie van het in UwE. Secreten brief van den 16. October gesuppectiteerd antwoord op de vraage van den ondergetekenden Gouverneur bij zijnen secreeten brief van den 12. Septem„ „ber bevoorens, beslooten UwE. aan te beveelen de opvolging van het daar nevens overgezonden Reglement op dat sugjet met deeze ampliate dat voor Lassen van n eene himuische Jonk een honderd van eene groote Cantonsche Ionk vijftig, en van eene kleine Cantonsche Ionk dertig spaansche reaalen betaald zullen worden daar onder gerekend rd=s 2. 6. —. voor het zegel en van het expectitie -geld dat van de Passen der vaartuigen aan Uw E. dog dat van de Passen der Passa„ „giers die op zegels van 6. stuivers moeten geschreven zijn aan den scriba toe te leggen. Geene Soldij rekening door uw E. van Batavia mede gebragt zijnde, moet in plaatze daar van een door den Scriba geautentiseerd afschrift van het bewijs dato dat van uwE: aanstelling tot Resident van Riouw verleend zal weezen herwaarts overgezonden worden. Op UwE voorstel, zen om de daar voor geavanceerde redenen in uw E. secreeten brief van den 16. October, qualificeeren wij UwE: om niet alleen voor de arrak aan de inlandsche Militairen, /behalven de Sipaijs. / maar ook de suiker en kaerwaart aan alle de Bezettelingen, voortaan geldt te verstrekken, de arrak berekend tegen vijf stuivers de kan, dog de rest volgens de bepaaling bij onzsen brief van den 10. Ianuari deezes jaars nadien de suiker hier tans zeer duur en van Batavia Batavia maar weinig ontvangen mitsgaders van de karwaat voor een maatigen prijs zoo veel niet te krijgen is, als voor Riouw, en tot de consumtie op de hier aanweezende scheepen vereischt wordt. De monteerings stukken voor de Militeiren, die wij niet in voorraad hebben om UwE. daar mede te grieven, op Riouw zoo wel als hier kunnende vervaardigt worden zenden wij, in plaatze van de gevraagde tagtig ps. mon„ „teerings, 20. ps. blaauw gunas om 'er rokken en broeken van te laaten maakens benevens 10. pl. gebleekt gunees tot voering, rabatten, en opslagen van de rokken mitsgaders tot baatjes, en gelasten uwE. om ter betaalinge van dat goed maan„ „delijk & een zeeker draaglijk tantum van de gagie der Mellitoiren te llaaten inhouden„ De hoeker katwijk aan zee neemt, behalven de gemelde amfioen en lijwaaten nog voor UwE. mede al wat wij op uwE. eisch van den 16. October, uit onzen voorraad of door inkoop, hebben kunnen voldoen; En van hetgene daar op manqueert zullen wij met de sloep de Iohanna zoo veel zenden als wij uit den aanbreng van het schip Java missen kunnen nadien de geringe voorraad van rijst op Riouw ons niet toege„ „beeten heeft de depeche van brenger deezes langer uit te stellen. omtrend de uitgaave van paijement moet uwE. spaar zaam weezen, en met hetzelve ook ropijen, die nu ginder even als hier gangbaar zijn, emploijeeren; ten welken einee wij UwE 200. –. rd=s van die muntspecie laaten toekomen. De vijf koijangs rijst, die boven den Eisch gezonden worden, zijn geschikt tot gerief der luisgezinnen van Comps. Dienaaren en des noodsock van den ko„ „ming of zijne Ministers om voor rd=s 116. 32. de koijang aan dezelven te worden overgedaan. Wij hebben den gemelden hoeker nog medegegeven wat UwE. voor de beerk de Constantia geeischt heeft, benevens hetgene hier tot haar vertrek naar Batavia volgens onzen brief van den 24. September laastleden, noodig geoordeeld is dog in plaatze van een ankertouw van 12. duim een nieuw veijger touw van 11. duim, dewijl wij maar een van 12. duim bekomen hebben en het zelve voor de burk de standvastigheid moeten aanhouden. Uw E. moet nu de Constantia hoe eer, hoe liever, onder UwE: geleide letteren, waar bij de afschriften van de sedert het vertrek van 's Lands fregatten aan ons geschreven brieven dienen gevoeid te weezen, naar Batav depecheeren, en aan den Gezaghebber tot zijn narigt afgeven de Zeilaas-order, het Gderigt

NL-HaNA_1.04.02_8435_0715 view scan ↗

English

495 Report of the fairway in the Banka Strait, and the charts which we send to Your Honour for that purpose. The assistant surgeon Iohan Ernst Stiller, who crosses over to Your Honour with seven men of the company of Captain Tempel and a sergeant of the company of Captain Mabela, must offer his service at Riouw, but on the other hand one of the assistant surgeons stationed there is to be placed on the mentioned bark the Constantia, and Surgeon Blankenheim is to be granted transport hither at the first opportunity. The commander of the cutter De Ondernemer has been debited on his account for the 1709 lb of rice short-delivered. We expect that vessel back, as we think that Your Honour can manage well in these times with the puker Katwijk aan Zee and the galliot the Concordia, and remaining after greetings, Your Honour's Good Friends, signed, P. de Bruijn, A. Couperus, I. A. Hensel, I. Thierens, R. B. Hoijnck van Papendrecht, H. S. Wiederhold and C. G. Baumgarten. In the margin: Malacca, in the Castle, the 19 November 1785. Honourable, Discreet, A copy of the draft of our letter, which the Riouw envoys returning home are taking along for their master, is provided to Your Honour herewith for your information; likewise an invoice of what has been surrendered to them to be paid there. The sloop the Johanna, mentioned in our letter of the 19 November, we Riouw To the Merchant David Ruhde, Resident we have had to send on a short trip to Siak with the pantchiallang the Philippine to fetch mast timber; however, upon return she shall be dispatched to Riouw at once. Wherewith, after greetings, we remain Your Honour's Good Friends, signed, P. de Bruijn, A. Couperus, I. A. Hensel, I. Thierens, R. B. Hoijnck van Papendrecht, H. S. Wiederhold, and C. G. Baumgarten. In the margin: Malacca, in the Castle, the 5 December 1785. Customary introduction The envoys of my friend, Radja Abdul Ghafur, Radja Abdullah, and Orang Kaya Sadik, arrived here on the 30 October last. I have received with pleasure my friend's letter brought by them and understood from it that the Resident David Ruhde, having presented to my friend from a letter written by me to him, how Dato Bendahara at Pahang had lately given orders to provide Radja Berima with four hundred men to retake Selangor, and that certain four persons named Enche Dagang, Wan Saleh, Malim Putih and Panglima Hitam had received payment from Radja Berima for it, my friend had directly sent to Pahang regarding this and caused an inquiry to be made into what had occurred there, but that Dato Bendahara as well as all the lesser Regents at Pahang had unanimously declared that they had never assisted Radja Berima in retaking Selangor, nor had even had any intention to do so; that nothing of the kind could be charged against them, and they were also completely ignorant of any payment made by Radja Berima To the King of Johor and Pahang, as well as his Council of Government for the assistance obtained; that Radja Berima must have departed from Pahang upon receiving the news from Rembau that my friend had been reconciled with the Company and Riouw had become one with Malacca; that my friend nevertheless had sent further people to Pahang to fetch Dato Bendahara and at the same time summon all the lesser Regents in order to investigate the truth; that Dato Bendahara, on account of his illness of which he subsequently died, could not be brought to Riouw, but the other or lesser Regents had arrived there; that my friend, should it appear that Dato Bendahara and the penghulus who had been under him had truly joined with Radja Berima to commit harm against the Company, would punish them most rigorously; that my friend would still send people to Pahang to seek out the aforementioned four persons, although they were not subjects of my friend; my friend finally saying that from all this I would best be able to draw the conclusion myself. However, I must declare to my friend plainly hereupon that, notwithstanding the denial of the late Dato Bendahara and the lesser Regents at Pahang, I am fully convinced that not only were the four hundred men who assisted Radja Berima in attacking Selangor, and the four persons who led them, truly inhabitants of Pahang and thus subjects of the Company and my friend, but by no means Rembauers as my friend maintained in his conversation with the Resident Ruhde, but that they also, by special order of Dato Bendahara, accompanied Radja Berima, Dato Bendahara having received some catties of gold for his assistance, and the four leaders of the said troops each 300 Spanish reals from Radja Berima. Indeed, the undisturbed stay of Radja Berima at Pahang since his flight from Selangor until the arrival of Dato Bendahara is

Dutch transcription

495 Berigt van het waarwater in de straat Banca, en de Zaarten welke wij uw E. ten dien einde toezenden. De onderchirurgijn Iohan Ernst stiller, die met zeven man van de Compagnie van Capitein Tompel en een sorgeant van de Compagnie van Capitein Mabela tot uwE. overvaart, moet op Riouw zijnen dienst presenteeren, dog daarentegen „eer van de ginder bescheiden onderchirurgijns op de gemelde berk de Constantia ge„ „plaatst, en aan de Chirurgijn Blankenhein bij eerste occasie transport naar herwaarts verleend worden. De Gesaghebber van de kotter de onderneemer is op zijne Rekening belast voor de te min uitgeleverde 1709. –. b rijst Wij verwagten dat zieltje te rug, dewijl wij denken dat uw E. het in deezen tijd met den poeker Katwijk aan Zee en de gallowet de Concordia wel stellen kunnen, en blijvend na groete /onderstond/ UwE. Goede Vrienden /getekend/ L„ P. de Bruijn, A. Couperus, I. A. Hensel, I. Thierens „ R: B. Hoijnck Van Lapendrecht, H. S. Wiederhold en C. G. Brumgerten /:in margine/ Malacca in het Casteel den 19. November 1785. Cerzaamo, Discreete Een afschrift van het Concegt onzes briefs, welken de naar huiskeerende Ri„ „ourosche Gezanten voor hunnen Meester medeneemen, bekomt uwE. hier nevens tot zijn narigt; zoo mede eene Factuur van hetgene aan hun is afgestaan om ginder betaald te worden. De Hoep de Johanna, bij onzen brief van den 19. November gemeld hebben Riouw Aan den Koopman David Rulde Rresident wij wij met de pantjallang de Pilippine een togtyjs naar Siac moeten laate doen, om masthoutg:s af te haalen; dog zij zal bij retour ten eersten naar Riouw gedepecheerd worden. Waar meede wij na groete blijven /onderstond/ UwE. Goede Vrienden (Getekend/ L. G. de Bruijn A. Couperus, I. A. Hensel, I. r Thierens, R: B: Hoijnck van Lapendrecht, H. I. Wiederhold, en C: G. Baumgertens /n margine/ Malacca in het Casteel den 5. December 1785. Inleijding naar Gewoonte e Gezanken van mijnen Vrierd, Raelja Abetul Oerhorps, Radja Abdulluh, en Orang kaaije saatik, zijn op dan 30. October leastleden hier gearriveerd. Ik heb mijnes Viends brief, door hun angebragt, met aangenaamheid ontvenig en daar uit verstaan dat den Resident David Ruhde mijnen Vriend uit eenen door mij aan denzelven geschreven brief voorgehouden hebbende, hoe Dato Binchara te Lahan laetz last gegeven, ter bezorginge aan Radja Prima van vier honderd man, om slangenoor te herneemen, en dat zekere vier persoonen, met naam Intje Dagang, Oean Salee, Malim Poetien Panglima Item daar voor betaaling van Radja Brima gekregen hadden mijn Vriend over zulks direct naar Lahar hadt gezonden, en onder zoek laaten doen na hetgene daar voor„ „gevallen was, dog dat, zoo wel dato Bindhara, als alle de mindere Re„ „genten te Lahan, eenpaarig hadden betuigd nooit Radja Brima tot de herneeming van Slangenoor geadsisteerd, nog zelfs eenige intentie daartoe gehad te hebben; dat hun niets diergelijks kon worden ten laste gelegd, en zij ook geheel onkundig waren van eenige betaaling, door Radlja Bouijn Aan den Koning van Iohor en Lahan, benee zijnen Raad van Regeering voor 19 voor de erlangde hulpe gedaan dat Radja Brima van Lahan moet vertrokken zijn op de erlangde tijding uit het Rombouwsche, dat mijn Vriend met de Compagnie verzoend en Riouw met Malacca een geworden was, dat mijn Vriend nogtans nader volk naa Pahan gezonden hadt, om Dato Bindhara af te haalen, en teffens alle de mindere Regenten te ont„ „bieden ten einde na de waarheid onderzoek, te doen dat Dato Bindhara wegens zijne ziette, waar aan hij vervolgens was overleden, niet naar Riouw hadt kunnen gebragt worden, dog de andere of mindere Regenten daar gekomen waren; dat mijn Vriend, wanneer het blijken mogte, dat Dato Rindhara en de onder hem geweest zijnde Zonghoeloes zig waarlijk geconjun„ „geerd, hadden met Radja Brima, om kwaad tegen de Compagnie te pleegen hun op het rigoureuste zoude straffen; dat mijn vriend nog volk naar Lahan zoude zenden om de voorgenoemde vier persoonen, schoon zij geene onderdaanen van mijnen Vriend waren, op te zoeken: zeggende mijnen 7b:O Vriend eindelijk, dat ik uit dit een en ander zelf het beste besluit zoude kunnen opmaaken. Maar ik moet hier op onbewinseld aan mijnen vriend verklaaren dat ik, ongeagt de ontkentenisse van wijlen Dato Bindhara en de mins„ „dere Reginten te Zahan, volkomen overtuigd ben, dat niet alleen de vier honderd man, die Radtja Brima in het attaqueeren van slangenoor bijgeslaan, en de vier persoonen, die hun aangevoerd hebben wee„ „zenlijk ingezetenen van Lahan, en dus onderdaanen van de Compagnie en mijnen Vriend, dog geen zins, Rombouwers geweest zijn gelijk mijn Vriend in zijn gesprek met den Resident Ruhde sustineerde, maar dat zij ook, op Specialen last van Dito Binchara, Radja Brima verzeld Dato Bin„ „dhara voor zijne behulpzaamheid eenige katjes gouds, en de vier aanwerers van de gemelde manschappen ieder 300. spaansche realen van Radja Brima ontvangen hebben Trouwens het ongestoord verblijf van Radja Brima te Pahan sedert zijne vlugt van Plangenoor tot op de komste van Raidje Bindhara is e

NL-HaNA_1.04.02_8435_0718 view scan ↗

English

is even an undeniable proof of the attachment of Dato Bindhara and some others to the interests of the said Prince. For, if it had been the true intention of Dato Bindhara to have the then roaming Radja Brima pursued and apprehended, as my Friend had ordered him, he would have been able to execute this without difficulty, since Radja Brima, as Resident Ruhde has informed me from Dato Bindhara's letter to my friend, had only a small retinue of women and servants with him. On the contrary, it appears completely improbable to me that Radja Brima could have lived in Pahan for eight or nine months without this coming to the knowledge of my Friend, or any of his Ministers of State, before I informed my Friend of it, unless I must presume that my Friend and his Ministers did not concern themselves at all with what transpired in the subordinate lands of Riouw. Even more improbable is it that Radja Bindhara, who was sent to Pahan to take Radja Brima prisoner, would have had no knowledge of the infidelity of his father Dato Bindhara towards the Company, and thus I must believe that this Minister only pretends this now in order thereby, if possible, to excuse his said father. I can therefore do no other than express my displeasure on behalf of the Company regarding the aforementioned, if not by my Friend, then surely by his Ministers; connivingly permitted favor shown to an enemy of the Company. But, as my Friend in his aforementioned letter most solemnly declares never to wish to deviate from his engagement to the Company, and I also expect of his four Ministers of State that they shall henceforth better perform their duty to obtain information of what happens in all places belonging under the territory of Johor and Pahan, especially to watch most carefully against the union 199 union of their subordinates with enemies of the Company, I shall make a request to the Honorable High Indies Government to forgive my Friend and his Ministers for this time the compliance shown regarding Radja Brima or Dato Bindhara, provided that my Friend sharply interrogates the Ponghoeloes of Pahan who have come up concerning the assistance to Radja Brima, and also applies everything that is in my Friend's power to get hold of the aforementioned four persons Intje Dagang, Oean Salee, Malim Poeti, and Panglima Stam, even though they might belong in the Rombouw district, since Rombouw is just as much a property of the Company as Johor and Pahan, in order to hand over the guilty to Resident Ruhde, so that they may be sent hither in good security with a Company vessel to receive their just deserts. Resident Ruhde has written to me that recently, or on 29 September, wishing to speak on behalf of the Company about matters of importance with my Friend and the joint Ministers, he had requested an audience the day before through the secretary of my Friend, Dulla, and Captain Dain Mabela, yet nevertheless, when he arrived at the house of the First Minister of State Radja Toea, where my Friend was also present, he had to sit waiting for a full hour for Radja Bindhara and Radja Boengsoe, while Radja Tommogon had stayed away entirely. Such an overt indifference with respect to the person who, in the name and on behalf of the Company, in my place manages the affairs of the Kingdom of Johor and Pahan together with my Friend and his Ministers, added to all other signs of the little zeal shown at the Court of my Friend to comply with the Contract concluded with the Company in the presence on Riouw of Mr. Jacob Pieter van Braam, Captain Commander and Chief of the country's warships in the Indies, tends too much to the contempt of the Company to be left unremarked. I therefore desire not only that my Friend will seriously reprimand the last-mentioned three Ministers concerning their aforementioned offensive conduct, but

Dutch transcription

is zelfs een onwederspreekelijk bewijs der verknogthoid van Dato Binchara en eenigen anderen aan de belangen van den gemelden Prins- Want, bijzel„ „dien het de waar intentie van Dato Bindhara geweest was den toen Zwerven „den Radja Brima te laaten vervolgen en opvatten, gelijk mijn Vriend hem geordonneerd hadt zoude hij zulks zonder zwaarigheid hebben kunnen uit voe„ „ren, dewijl Radja Brima, zoo als de Resident Ruhde mij uit het schrij„ „ven van Dato Bindhara aan mijnen vriend berigt heeft, maar een klein gevolg van vrouwen en dienstboden bij zig gehad heeft. Geheel onwaarschijnlijk komt het mij daarentegen voor, dat Radje Brima geduurende agt of negen maanden te Pahan hadt kunnen woonen, zonder dat zulks mijnen Vriend, of iemand zijner Rijksministers ter kennisse kwam voor dat ik mijnen Vriend daar van verwittigd heeft, of ik moest veron„ „derstellen dat mijn Vriend en zijne Ministers zig in 't geheel niet lieten gelegen leggen aan het geene in de onderhoorige landen van Riouwomging Nog onwaarschijnlijker is het, dat Radja Bindhara, die naar Pahen gezonden was om Radja Brima gevangen te neemen, geene kennisse zoude hebben van de ontrouwe zijnes vader Dato Bindhara omtrent de Compagnie en dus moet ik gelooven, dat die Ministers zulks nu eenlijk voorgeeft om daar door was het mogelijk zijnen gemelden vader te veront schuldkin „gen Ik kan derhalven niet anders als mijn ongenoegen van wegen de Com„ „pagnie betuigen over de voorgemelde, zoo al niet door mijnen Vriend, immers door zijne Ministers; ovgluikend gepasseerde begunstiging van eenen vijand der Compagnie. Maar, nadien mijn Vriend bij zijnen voorschreven brief op het plegtigste betuugt nimmer van zijne verbintenisse aan de Compagnie te willen afwijken, en ik van zijne vier Ryksministersook verwagt, dat zij zig voortaan beter van hunnen pligt zullen kwijten, om informatie te neemen van hetgene op alle plaatsen, onder het gebied van Johor en Pohan behoorende, vooral ten Zorguldig te waraken teegen de vereeniging 199 vereeniging hunner onderhoorigen met vijanden van de Compegnie zal ik bij de Edele Hooge Indische Regiering verzoek doen, om mijnen Vriend en zijnen Ministers de betoonde inschikkelijkheid omtrent Radja Brima of Dato Binahara voor deeze keer te vergeeven, mits dat mijn Vriendele opgekomen Ponghoeloes van Pahan scherpelijk ondervraage nopens de adsistentie van Radja Brima, en ook allel aanwende, wat in mijnes Vriends vermogen is, om de voorgemelde vier persoonen Intje Dagang, Oean Salee, Malim Poeti, en Panglina Stam, schoon zij zelfs in het Rombouwsche mogten thuishooren dewijl Rombouw zoo wel een eigendom is van de Compagnie als Tohor en Pahan, magtig te worden, ten einde de schuldigen aan den Resident Ruhde over te leve„ „ren, op dat zij met een Comps. vartuig in goede verzekering herwaarts mogen worden gezonden, om loon naar werken te erlangen De Resident Ruhde heeft mij geschreven, dat hij onlangs of op den 29 Septem„ „ber, van wegen de Compagnie over zaaken van belang met mijnen Vriend en de ge„ „zamenlijke Ministers willende spreeken, 's daags bevoorens door den schrijver van mijnen Vriend Dulla en den Capitein Dain Mabela audientie hadt laaten verzoeken, dog egter toen hij ten huize van den Eersten Ryksminister Radje Toca gekomen was, door mijn Vriend zig ook bevondt, wel een uur hadt moeten zitten wagten na Radja Binchara en Radja Boengsoe: terwijl Radja Tommoging, ge„ „heel was agtirge bleven. Eene zoo openlijke onverschilligheid met opzigt tot den per„ „soon, die uit naam en van wegen de Compagnie in mijne plaatste de zaaken van het Rijk van Iohor en Lahan, benevens mijnen Vriend en zijne Ministers bestiert, gevoegd bij alle andere blijken van den weinigen ijver, die aan het Hof van mijnen Vriend betoond wordt ter voldoeninge aan het bij aanweezen op Ri„ „ouw van den Heer Iacob Pieter van Braam Capitein Commandeur en chef van 's Lands in Indie zijnde scheepen van oorlog, met de Compagnie geslooten Con„ „tract strekt te zeer tot minagting van de Compagnie, om ongeremarqueerd te wor„ „den gelaten. Ik begeer derhalven niet alleen dat mijn Vriend de laastgemelde drie Minsters over hun vorschreven anstootelijk gerag ernstig zal onderhouden maart

NL-HaNA_1.04.02_8435_0720 view scan ↗

English

but also recommend my Friend and his Ministers henceforth always to show the due respect to the Resident at Riouw, and whenever he, having something to present in his function, requests an audience for that purpose from my Friend and his Ministers, to ensure that everyone presents themselves at the appointed time at the place where the Conference will be held, as well as to pay more heed than hitherto seems to have been done to the very proposals that the Resident makes to my Friend, or to one of his Ministers, whether for the prosperity of the Realm or for the advancement of the Company's interests within the same, since further neglect in that regard must arouse very doubtful notions of the gratitude of my Friend and his Ministers among those who have exerted themselves for their elevation to their present state. I furthermore find myself obliged hereby to urge my Friend in the strongest terms to be mindful of the establishment and preservation of a sincere harmony, as well between my Friend and his Ministers of the Realm as among the four of them, considering that the same is absolutely necessary to bring forth the prosperity and success of the Realm, whereas their mutual discord, which is seen to prevail quite strongly, cannot but bring all manner of disasters in its wake; while my Friend must also command each of those Ministers to show one another that honor and esteem which is due to them by virtue of their public character, in which they have been placed on behalf of the Company, since the negligence of Radje Tommogong in failing, after his return from Andragiri, to pay a return visit to the First Minister of the Realm, Radja Poea, who had paid him his compliments, has greatly offended me, and will offend me further if it is not promptly repaired. I have, on the other hand, learned with joy that my Friend will dispatch some prominent and capable persons, with Radjes Boengsoe at their head, as Envoys to Batavia to request from the Honorable High Indian Government the ratification of the aforementioned Contract, and I trust that my Friend will make all haste with this, in order to remove the displeasure that was given by the inattention in that regard during the previous year; I must at the same time remind my Friend here that these Envoys ought to be provided with a Credential along with a letter from my Friend and his Ministers of the Realm, and also be properly instructed on everything they have to request and propose to the aforementioned High Government. The Envoys sent hither are now returning, taking with them for my Friend: 1 piece of Silver boeidar, and 6 ells of red velvet which I request that my Friend please accept as a token of my affectionate heart. Thamak Written in the Fortress Malacca, the 5th of December 1785. To the Merchant David Ruhde Resident at Riouw Discreet, Honorable, The sloop the Iohanna brings over to you 100 rds in duiten, 50,000 florins in rice, and such other necessities as are noted on the Bill of Lading thereof; after which unloading you must have that vessel return immediately. You may sell the rice at the charged price of 116 rds 32 for the 5000 lb, if the people of Riouw are still in need of it, but otherwise send it back, as they themselves do not have too large a supply. What it must be attributed to that you have received no more than 1956 pieces of the 6408 sharp cartridges sent with the Country's frigate the Marm and the lighter the Vos, being now impossible to trace, we have decided to have the missing 4452 pieces, along with the likewise unaccounted for 200 gunflints, and the 2000 musket balls also given to the lighter the Vos according to the bill of lading, of whose delivery no evidence is to be found in your letters and other papers either, written off in our Trade books; but we order you in future, whenever any goods are found to be short or in excess upon the delivery of the cargoes of Company vessels, to inform us thereof at the first opportunity. We remain, after greetings, your Good Friends. Signed: P. G. de Bruijn, A. Couperus, I. A. Wensel, F. Thierens, R. B. Hoijnck van Papendrecht, H. I. Wiederhold, and C. G. Baumgarten. In the margin: Malacca, in the Castle, the 23rd of December 1785. To the Merchant David Ruhde Resident at Riouw Honorable, Discreet, When our letter of the 23rd of this month was ready to be dispatched with the sloop the Iohanna, the cutter the Ondernemer having arrived here with your letter of the 11th preceding, we deemed it necessary to reply to it immediately, and for that reason as well as

Dutch transcription

maar recommandeur ook mijnen Vriend en zijnen Ministers voortaan al„ „toos het verschuldigd respect te bewijzen aan den Resident op Riouw, en wanneer hij in zijne functie iets voor te draagen hebbende daar toe gehoor„ van mijnen Vriend en zijne Ministers verzoekt, te zorgen dat een ieder zig op den bestemden tijd laate vinder ter plaatze, waar de Conferentie zal geschieden mitsgaders meerder regeerd te slaan dan tot hier toe schijnt gedaan te weezen op de voorstellen zelfs, die de Resident, 't zij tot welvaart van het Rijk of tot bevordering der belangen van de Compagnie in hetzelve aan mijnen Vriend, of iemand zijner Ministers, komt te doen, door dien het verder verzuim daar omtrent zeer twijfelagtige denkbeelden van de erkennelijkheid mijnes Vriends en zijner Ministers verwekken moet bij de geenen, die zig aan hunne verheffing tot hunnen tegenwoordigen staat hebben laten gelegen leggen Ik vind mij wijders nog in de verpligting van mijnen vriend bij deezen op het kragtigste aan te zetten, om bedagt te zijn op de vestiging en conseren„ „tie van eene opregte hermonie, zoo wel tusschen mijnen Vriend en zijne Rijksministars, als tusschen hun vieren, gemerkt dezelve absolut noodzakelijk is om den bloei en voorspoed van het Rijk voort te brengen, daar hunne onderlinge verdeeldheid die men zig al vrij sterkte heerschen, niet dan aller hande rampen kan naar Lig sleepen; terwijl mijn Vriend ook een ieder van die Ministers moet beveelen dat zij elkanderen die eere en agting betoonen, welke hun uit hoofde van hun publicq caracter, waar in zij van wegen de Compagnie gesteld zijn toekomen, alzoo de naalatigheid van Radje Tommogong om na zijne wederkomste van Andragiri den Eersten Rijksmi„ „nister Radja Poea die hem tot zijnen't gecomplimenteerd hadt, eene contra visite te geeven mij zeer ontstlik heeft, en verder ontstigten zal, indien zij niet spoedig gerepareerd wordt. Ik heb daarentegen met blijdschap vernomen, dat mijn vriend eenige voornaame en kundige persoonen met Radjes Boengsoe aan hun hoofd als Geztanten naar Batavia zal laaten vertrekken om van de Edele Hooge Indische Regeering te verzoeken ratificatie van het voorschreven E Contract 204 Contract, en vertrouw dat mijn Vriend daar mede allen spoed zal maaken, ter wegneeminge van het ongenoegen, dat door de onaanagt„ „zaamheid ten dan op zigte in het voorige Iaar is gegeven; dat ik moet mijnen Vriend teffens hier inneren; dat die Gezanten van een Credentiaal benevens eenen brief van mijnen Vriend en zijne Rijksministers, dienen voorzien en ook behoorlik geinstrueerd te weezen op alles, wat zij aan de welgemelde Hooge Regeering te verzoeken en voor te stellen hebben. De herwaarts gezonden Gezanten keeren thans te rug, medeniemende v voor mijnen Vriend 1. —: ps. Zilveren boeidar, en 6. —. ellen rood fluweel die ik verzoek dat mijn Vriend ten teeken van mijn toegenegen hart gelieve te accepteeren Thamak Geschreven in de Fortresse Malacca den 5. December 1785. Aan den Koopman David Ruhde Resident Riouw Discreete, Eerzaame De soep de Iohanna brengt tot uwE: over 100. rds aan duiken ƒ 50'000 te rijst, en zodanige andere behoeften, als op het Cognoscement daar van geneo„ „derd staan; na welke ontlossing uwE. daat vaertuig ten eersten moet laaten wederkeeren. De rijst kan uwE. tot den aangerekenden prijs van rd=s 116. 32. voor de op de 5000. lb verkoopen indien de Riouwers er nog om verlegen zijn dog anders te rug zenden, dewijl zij zelfs geen te grooten voorraad hebben. Waar aan geattribueerd moet worden, dat uwE. van de met 's Lands fregat de Marm en den ligter de Vos gezonden 6408. –. ps. scherpe poetroonen niet meer ontvangen heeft dan 1956. –. ps. nu onmogelijk na te speuren zijnde, hebben wij beslooten de manqueerende 4452. –. ps. , benevens de inssgelijks niet verantwoorde 200. ps. vuursteenen, en de aan den ligter de Vos nog volgens het cognoscement medegegeven 2000. –. ps. snaphaankogels, van welker bestelling ook geen blijk in uwE. brieven en andere bekheiden te vinden is, bij onze Nigotie boeken te laaten afschijven; dan wij gelasten UuE. om voortaan, wanneer bij uitlevering der laadingen van Comps. vaartuigen eenige goederen te min of over bevonden worden ons daar van bij eerste gelegenheid te informeeren. Wij blijven na groete /onderstond/ UwE. Goede Vrienden / getekend/ P. G: de Bruijn, A. Couperus, I. A. Wensel, F: Thierens R: B. Hoijnck veen Papendiecht, H. I. Wiederhold, en C. G. Boumgartens /:in margine/ Malaca in het Carsteel den 23. December 1785. David Rulde Aan den Koopman Resident Eerzaame, Discreete Toen onse brief van den 23. deezer gereed was, om met de sloep de Iohannas te worden afgezonden, de kotter de Onderneemer hier gearriveerd Zijnde met UwE. schrijvens van den 11. bevoorens, hebben wij noodig= „geagt daar op ten eersten te antwoorden, en om die reden zoo wel, als Riouw ont

NL-HaNA_1.04.02_8435_0723 view scan ↗

English

in order to accommodate Your Honour with the repeatedly requested nails, which had not yet been unloaded from the ship Java, the first-mentioned small vessel was thus detained for so long. Concerning the import over there of cannonballs, about which Your Honour has complained to the king and the grandees of the realm, nothing else has come to our attention from the forwarded report of Commander Vetter cum suis regarding the investigation conducted into some balos that were lying in one of the coves of Bintang, except that a certain Malay residing in those parts, when asked about the cargo of one of those vessels, which was known to him, Vetter cum suis, to have consisted of rice and cannonballs, had replied that the goods which had been in that vessel were, without him knowing what, brought into Riouw by small craft. Nevertheless, we praise Your Honour's foresight, and recommend that Your Honour continually guard as much as possible against the importation of any ammunition from outside. Considering that the vessels which Your Honour had stationed in the northern channel, according to the unanimous report both of Commander Vetter cum suis and of the masters of those small craft, could not prevent the entry of balos, we approve that Your Honour has withdrawn this cruising again, and by urgent representations effected a prohibition by the king by the beating of gongs, that no opium other than that purchased from the Company, nor any that was sold after that of other opium, may be sold. The native regents are generally very unwilling to surrender persons who run away from us, especially when they are Mohammedans and therefore their co-religionists. We therefore know of no other means to suggest to Your Honour to oblige the Riouw regents to fulfill the contract in that respect, than to make them a threat, which Your Honour must also execute if necessary, that in case of their continuous negligence in that regard, we on our part will likewise no longer comply with the contract, but will detain all who come over to us, in order to exchange them for our runaways. We consider it well done that Your Honour, from the five coyans of rice sent with the hooker Katwijk aan Zee above the requisition, relinquished one coyan for the maintenance of the Chinese who are working on Your Honour's dwelling to the Captain of that nation, and promised one coyan for the Malays who must cut poles for the new boom to Radpe Toea, but postponed the delivery thereof until they set their hands to the work. As the 60,000 lb of rice requested in Your Honour's requisition of the 11th of this month cannot be supplied earlier for lack of vessels than after the return of the sloop de Johanna, it goes without saying that although the 50,000 lb which that small vessel is now taking with it thither, according to our letter of the 23rd instant, are destined for sale, Your Honour must nevertheless not proceed thereto unless such can be done without inconvenience to the garrison. Meanwhile, Your Honour must not only report to us how much rice Your Honour will need for the ordinary provisions and for the consumption of the households of the Company's servants from primo May to ultimo August 1786, but must also subsequently make such reports in good time for each of the following four months, in order to be accommodated before the expiration thereof, and thus remain out of embarrassment. Approving the expense of ƒ 27. 12. for the making of two cheeks on the mizzenmast of the bark de Constantia, as well as its dispatch to Batavia on the 5th of July, and the placement thereon of the under-surgeon Deklinger, we note with regard to the shortfall in the delivery of the rice, tamarind, and sugar sent thither with the hooker Katwijk aan Zee, that it will be disposed of according to the order. The permission granted to Ian Moulinaur, Captain of the Danish snow la Minerva, who had arrived in the roads of Riouw on the 2nd of this month from an aborted voyage from Manilla to China, to provide himself with water

Dutch transcription

203 om UwE. met de een - en andermaal geeischte spyjkers te gerieven, die uit het schip Java nog niet gelost waren, het eerstgemeld kieltje dus lang opge„ „houden. Belangende den invoer ginder van Canonkogels, waar over UwE. zig bij den koning en de Rijksgrooten beklaagd heeft, is ons bij het overgezonden Rapport van den Commandant Vetter C. S. wegens het gedaan onderzoek na eenige baloos, die in een der inhammen van Bintang lagen, niets anders te vooren gekomen, als dat zeker daar omstreeks woonaagtige Maleijer, op de vraag na de laading van een dier vaartuigen welke hem Vetter C. S. bekend was in rijst en canonkogels besteden te hebben, hadt geantwoord, dat de in dat vaartuig geweest zijnde goederen, zonder egter te weeten wat met kleine vaartuigen binnen Riouw gebragt waren. Egter loueeren wij uwE. voor„ „zoog, en recommandeeren uwE. steeds zoo veel mogelijk tegen den aanbreng eeniger amunitie van buiten te waaken Gemerkt de vaartuigen welken UwE. in het Noorder canaal geplaatst hadt, volgens het eenpaarig Rapport, zoo van den Commandant Vetter C. S. als van de gezaghebbers dier kieltjes het inloopen van baloos niet konden beletten, approbeeren wij dat uw E. deeze bekruissing weder heeft ingetrokken en door dringende voorstellingen bewerkt een verbod des konings bij bekkenslag dat geene amfioen als die van de Compagnie gekogt was, nog ook nadat van andere amfioen, verkogt mogte worden: De inlandsche Regenten zijn doorgaans zeer onwillig om persoonen, die van ons wegloopen, inzonderheid wanneer het Machometaanen en dus hunne geloofsgenooten zijn, uit te leveren. Geen ander middel weeten wij der hal„ „ven uwE: aan de hand te geeven om de Riouwsche Regenten tot de presta„ „tie van het contract in dat opzigt te verpligten, als hun eene bedreiging te doen, dien uwE. des noods ook moet uitvoeren, dat in cas van hunne continueele nalaatigheid daar omtrent wij van onze zijde insgelijks niet meer aan het Contract voldoen, maar allen, die tot ons overkomen, aan„ „houden „houden zullen, ter uitwisselinge tegen onse wegloopers. Wij beschouden het als wel gedaan dat Uw E. van de met den Hoeker Kat„ „wijk aan zee boven den Eisch gezonden Vijf Coijangs Rijst Een koijaing tot onderhoud der Chineesen, welke aan uwE. wooning arbeiden, aan den Capiteins dier natie afgestaan, en Een Coijang voor de Maleijers, die paalen tot de nieu„ „we Boom moeten kappen, aan Radpe Toea beloofd dog de afgaave daar van uitgesteld heeft tot dat men handen aan het werk sloeg De bij uwE Eisch van den 11. deezer gevraagde 60'000 –. lb rijst uitgebrek aan vaartuigen niet eerder voldaan kunnende worden, dan na de wederkomste van de sloep de Johanna; zoo spreekt het van zelfs, dat schoon de 50'000. Ab die dat kieltje nu naar derwaarts medeneemt, volgens ons schrijven van den 23. Courant, ten verkoop gedestineerd zijn, UwE. nogtans daar toe niet moet ovorgaan, dan wanneer zulks geschieden kan buiten ongerief van de Bezetting Ondertusschen moet uwE. aan ons niet alleen opgeeven hoe veel rijst uw E. tot de ordinaire verstrekkingen en tot de Consumtie der huisgezinnen van Comps. Dienaaren noodig zal hebben van primo maij tot ultimo Augustus 1786. maar ook vervolgens diergelijke opgaaven telkens voor de volgende vier maanden en tijdsdloen, ten Einde voor de expiratie van dezelve geriefd te worden; en dus buiten verlegenheid te blijven De bekostiging van ƒ 27. 12. tot het aanmaaken van twee wangen aan de bezaansmast van de bark de constantia, zoo wel als derzelver depeche naar Batavia op den 5. Iulus, en de plaatzing daar op van de onderchirm„ „gijn Deklinger, goedkeurende, noteeren wij ten aanzien der te kortkooming bij uitlevering van de met den hoeker katwijk aan zee derwaarts ge„ „zonden rijst, tammerinde, en suijker, dat daar op naar de ordre gedispo„ 7 „neerd zal worden. De verleende permissie aan Ian Moulinaur, Capitein van de Deen„ „sche snauw la Minerva, die van eene verloren reize van Manilla naar chine op den 2. deezer ter reede van Riouw gearriveerd was, om zig wen water G 8

NL-HaNA_1.04.02_8435_0725 view scan ↗

English

205 to provide with water, firewood, and ballast, we overlook in consideration that all possible precautions have been taken against the abuse of this permission; but we order you henceforth to accommodate foreigners, who appear over there under such or other pretexts, with nothing more than what they need for the journey to Malacca, and to send them back hither with that, just as the said Dane could have called here without delaying his journey; furthermore, with respect to those who come from Manila or intend to go thither, to observe the order of the Noble High Indian Government of 30. June 1779, contained in the Extract which we send to you herewith, along with another from Their High Esteemed letter of 11. June 1778 and the model of a Protest. Regarding the discovered underweight in the contents of the two chests of opium sent with the hooker Katwijk aan Zee, we merely remark that such chests brought into this strait by the English seldom contain 125. lb each, but that the extraordinary deficit in one of the said two chests will certainly have been caused by severe drying out, since the gross weight of the last fifteen purchased chests differed little from one another. We have had the soldier of the Company of Daeng Marewa, Mabela Abdul Gapoor, sent hither on account of desertion, put in irons, in order to test whether this punishment might occasionally deter others from running away, and we wish that you might also devise and implement some means or other for that purpose. Having noticed the fraudulent practices with the datchins and gantangs used among the inhabitants over there, we not only approve the precautions taken against them, but also express our satisfaction with the fine of 25. Spanish dollars established by the King, at your proposal, on the falsification of the said weighing equipment. Rupees Rupees we do not have in the Company's treasury at present, and therefore, besides the previously planned 100. - rixdollars in doits, we send you a sack or rixdollars 156. ¼ in small coin and 3348. 2/3. Spanish dollars, toward your demand of 5000. - rixdollars. The two chests of opium that we still have left of the prescribed fifteen chests, you will receive with the Johanna; but we hope shortly to make a new purchase from the English vessels expected to arrive from Bengal, for the convenience of both the people of Riau and of other subjects of the Company hereabouts. And as we assume, owing to the good demand for that poppy juice, that you will be able to vend more in a year than the 40. - or 50. chests calculated in your letter of 20. September last, we desire from you a further report in that regard. Twenty bundles of binding rotan are sent to you with the Johanna, in order to have ballast baskets made from them over there yourself, since otherwise, now that we must employ the vessels elsewhere and therefore can only dispatch one to Riau occasionally, they will take up too much space in the same, to the prejudice of the offloading of more necessary goods. Everything else that we have been able to stow in the frequently mentioned sloop the Johanna, which had already been loaded before the receipt of your demand of the 11th instant, she also takes with her, but the missing portion will follow after the return of that vessel. While remaining, after greetings, /underneath/ Your Good Friends /Signed/ P. G. de Bruijn, A. Couperus, J. A. Hensel, J. Thierens, B. Hoijnck van Papendrecht, H. J. Wiederhold, and C. G. Baumgarten /in the margin/ Malacca, in the Castle, 30. December 1785. Agrees Van Saak First Clerk 207 To the Merchant David Ruhde, Resident at Riau. Honorable, Discreet, On the occasion of our allowing the sloop the Johanna to depart again for Riau to convey the two months' rations specified on the bill of lading enclosed herein for the crew of the hooker Katwijk aan Zee and the relief of that vessel, answering your letters of 24. and 31. January last, successively received with the first-named vessel and the chaloup the Concordia, we note in the first place as a commendable precaution that, despite the scarcity and dearness of the rice over there, you have taken only one koyan of that grain from the last-sent 50,000. lb for your own convenience and distribution to the Chinese laborers, in order to make do with the remainder until the end of April and not necessitate us to send vessels unnecessarily. Although, for the reason given, we are willing to overlook the leniency shown toward the soldier Bapoon Sima, who had run away, but, after having been absent for some months, returned of his own accord,

Dutch transcription

205 water brandhout, en ballast te voorzien, passeeren wij uit consideratie dat alle mogelijke precautien tegen het misbruik van deeze vergunning genomen zijn; dog gelasten uwE. om voortaan de vreemdelingen, die onder zulke of andere voorwendzels ginder verschijnen, met niets meer te gerieven dan hetgene zij tot de reise naar Malacca noodig hebben, en hun daar mede herwaarts te renvoijeeren, gelijk de gemelde Deen zonder verlet zij ner reize hier hadt kunnen aangieren, mitsgaders met opzigt tot de genen, welke van Manilha komen of derwaarts den wil hebben, in agt te neemen de order van de Edele Hooge Indische Regeering van den 30. Iuni 1779, ver„ „vat in het Extract, dat wij met nog een uit Hoogderzelver geeerder brief van den 11. Juni 1778. en het model van een Protest, uwE: hier nevens laaten toekomen. Omtrent het bevonden minwigt op den inhoud van de twee met den hoeker o Ratwijk aan zee gezonden amfioen-kassen remarqueeren wij eenlijk dat diergelijke kassen die door de Engelschen in deeze straat worden aangebragt Zelden ieder 125. lb inhouden, dog dat de buitengewoone minderheid in eene der gemelde twee kassen zekerlijk door eene sterke indrooging zal weezen veroorzaakt, alzoo van de laast ingekogte vijftien kassen het bruto gewigt weinig met elkanderen heeft gediffereerd. Wij hebben den wegens desertie herwaarts gezonden soldaat van de Compagnie van Dain Marewa Mabela Abdul Gapoor, in de ketting laaten Klinken, om te beproeven of deeze straffe sonwijlen anderen van het wegloopen zoude afschrik„ „ken, en wenschen dat uwE. daar toe ook het een of ander middel kon uit den„ „ken en werkstellig maaken. Bij uwE. bespeurd zijnde de bedrigelijke praetijken met de daartzen en gantings die onder de ingezetenen ginder gebruikt worden, keuren wij niet allen goed de daar tegen genomen voorbehoedzels maar betuigen ook ons genoegen over de naar UwE. voordragt door den Koning gestatueerde boetel van 25. spaansche reaalen op het vermelschen van het gemelde weegen met gereed schap. Ropijen Kopijen hebben wij tans niet in Comps. kasse, en zenden uwE. daar„ „om, behalven de te vooren geprojecteerde 100. -. ds aan duiten, een zak of rd. s 156. ¼. aan paijement en 3348. 2/3. Spaansche reaalen, op uw E. eisch van 5000. —. rd=s De twee kassen met amfioen, die wij van de voorschreven vijftien kussen nog maar overgehouden hebben, krijgt uwE. met de Iohanna; dan mij hoopen eer lang van de Engelsche vaartuigen, die van Bengale staan te komen eenen nieuwen inkoop te doen, tot gerief zoo wel van de Riouwers, als van andere onderdaanen van de Compagnie hier omstreeks. En dewijl wij wegens den goeden aftrek van dat heulsap veronderstellen, dat uw E. in een jaar meer dan de bij UwE. brief van den 20. September laastleden gecalculeerde 40. – of 50. kassen zal kunnen debiteeren, begeeren wij van uw E. eene nadere opgeave dien aangaande Twintig bossen bindrottings worden uwE. met de Iohanna gezonden om daar van: ginder zelfs ballastmandjes te laaten maaken, dewijl zij anders nu wij de vaartuigen elders emploijeeren moeten en der halven maar som„ tijds een naar Riouw depecheeren kunnen te veel plaats in hettzelve zullen „van wegneemen, tot prequelicie der aflaadinge „ meer noodige goederen. Al wat wij daar en boven in de meergemelde sloep de Iohanna die voor den ontvangst van uwE. eisch van den 11. hugus al beladen was, nog hebben kunnen laaten steeken, neemt zij ook mede, dog het manqueerende staat te volgen na het retour van dat ziettge Terwijl wij na groete blijven /onderstond/ Uw E. Goede Vrienden / Getekend/ ƒ P. G. de Bruijn, A. Couperus, I. A. Hensel, I. Thierens, K B. Hoijnck van Lapendrecht, H. I. Wiederhold, en C. G. Bauw„ „garten /in margine/ Malacca in het Casteel den 30. December Accordeert Van Saak E. G. Klerk 1785. 207 Aan den Koopman Eerzaame, Discreete Bij gelegenheid dat wij de sloep de Johanna weder naar Ri„ touw laaten vertrekken, ter overbrenginge van de op het deezen ingeslooten Cognoscement gespecificeerde tweemaandige rantzoenen voor de Equipage van den hoeker Katwijk aan Zee, en aflossinge van dien bodem, op uw E. met de eerstgemelde kiel en gallawet de Concordie successivelijk ontvangen brieven van den 24. en 31. Ianuari laastleeden antwoordende, merken wij in de eerste plaatze als eene plausible voorzorg aan, dat uw E onge„ agt de schaarsheid en duurte der rijft ginder, egter van de laastge„ „zonden 50'000. lb van dat graan maar eene koijang genomen heeft tot eigen gerief en mededeeling aan de Chineesche werklieden, ten einde met het restant tot ultimo April te kunnen rondschieten en ons tot geene onnoodige bezendingen van vaartuigen te necessiteeren. Ofschoon wij om de daar van gegeven reden wel willen passeeren de gebruikte inschikkelijkheid omtrent den weggelopen, dog, na eenige maanden absent geweest te zijn, uit zig zelf wedergekeerde soldaat Bapopn Riouw David Ruhde Resident Sima

NL-HaNA_1.04.02_8435_0728 view scan ↗

English

must we nevertheless remark that it is very disagreeable to us to receive news almost on every occasion of the desertion of some men; while the desertion for the second time of the gunner Tanco de Costa, after having likewise returned of his own accord the day before, on which account his misconduct was pardoned, shows more than too clearly not only that the people of Riouw harbor the Company's fugitive servants, but also that pardon, instead of rigorous punishment, has little or no influence whatsoever for the reform of the character of such disloyal subjects. We therefore desire that Your Honor will, upon apprehension, send hither the said Tanco de Costa, together with the soldiers Tampolong and Catoet maroe, missing on the 16. and 17. December. The placement on the galley the Concordia and the sloop the Johanna of the two Javanese who had remained behind from the bark the Constantia and one of the warships over there, we approve; as well as Your Honor's disposition regarding Corporal Sacim and Soldier Oemoor. The latter arrived here with the Johanna and was riveted into the long chain, to work without pay on the Company's public works until he can be sent to Batavia; but the other, or Ladin, at the moment he was to be embarked, took to his heels, as appears from a declaration issued by the commander on that vessel, Jochem Hendrik Tessensohn, which is sent to Your Honor for your inspection. We do not doubt that Your Honor will have made the necessary orders for the future against the escape of such evildoers. And whereas Your Honor agrees with us that, as long as the King and his First Minister remain negligent in having our runaways tracked down and in punishing those who conceal them, the use of reprisals will be the best means to oblige those Regents to fulfill the Contract in that respect, Your Honor must regulate yourself according to the authority already given to you in our letter of the 30. December last. The Sungei Riouw, through which we must conclude from Your Honor's letters that smuggling was principally carried on over there, having already, according to further advice by letter of the 31. January, been blocked under the supervision of the Captain Commandant of the Militia, Vetter, by driving in piles on both sides and cutting down trees, we now count on a notable increase in the sale of opium, although the boom has not yet been relocated, since we judge that the people of Riouw will surely not dare to carry on smuggling within sight of the Company's garrison. Meanwhile, we send Your Honor with the sloop the Johanna one of the three chests of the said poppy-juice purchased this month from an Englishman; but, having had to pay 325 Spanish reals for each, we order Your Honor, in proportion to this higher purchase price, to sell it dearer than the previous supply as well, in order to obtain the fixed advance of 100 or at least 75 rixdollars upon it. We flatter ourselves that we shall shortly obtain a larger quantity, in order, by satisfying Your Honor's demands, to be able to keep the sales going. The dispatch with the bark the Constantia on the 28. April 1785 to Riouw of a steenbok for unloading the Company's vessels arriving from here, fetching firewood for the post at Pulu Waijang, and other necessary services, having taken place upon the request made for it by the said Captain Vetter and the writer Fabierus, without our knowing then, or being able to know, that such vessels suffered much damage there by being dragged over the beach at low water, it would have been better done to have sent the same back and to have asked for a flat-bottomed vessel, as Your Honor now does, than to let it become unserviceable to such an extent that it is no longer worth the cost of repair. We therefore authorize Your Honor to write off that steenbok in Your Honor's books, and we shall send in tow with the sloop the Johanna a vessel purchased for Your Honor, which we think to be flat enough on the bottom for use over there, and for the maintenance of which Your Honor must take care so as to have long service from it. In case the mainmast and bowsprit of the hooker Katwijk aan Zee are entirely rotten, as the commander of that vessel has reported to Your Honor and also appears from the report of the inspectors of those spars sent to us, the same must not be fished, as Your Honor intended to have done upon their proposal, but entirely renewed, which we believe can well be done over there with the help

Dutch transcription

Sima, moeten wij nogtans remarqueeren dat het ons zeer oraagenaam„ is schier met elke gelegenheid berigt te bekomen van de desertie eeniger manschappen; terwijl de ten tweedemaale gevolgde desertie van den Busschieter Tancoode Costa, na dat hem, 's daags bevoorens insgelijks uit eigen motief wedergekeerd zijnde, uit dien hoofde zijn mischrijf gepardonneerd was meer dan te veel aantoont, hoe niet alleen de Riouwers Comps. fugitive Dienaaren verschuilen, maar dat ook gratie, in plaatze van eene rigoureuse straffe, weinig of in 't geheel geene influentie ter verbeteringe heeft op het gemoed van dier„ „gelijke ontrouwe subjecten. Wij begeeren over zulks dat uwE den ge„ „melden Tanico de Costa mitsgaders de op den 16. en 17. December vermiste solederaten Tampolong en Catoet maroe, bij agterhaarling herwaarts zal zenden. De plaatzing op de gallowet de concordia en sloep de Iohanna der twee Iavaanen die van de bark de Constantia en een der oorlogs- scheepen ginder verbleven waren keuren wij goed; gelijk ne„ „de uw E. dispositie nopens den Corporaal Sacim in soldaat Oemoor„ De laaste is met de Iohanna hier aangekomen en in de lange ketting geklonken, om zonder loon aan Comps. gemeene werken te arbeiden tot dat hij naar Batavia verzonden kan worden; dan de ander, of Ladin heeft op het oogenblik dat hij zoude worden ingescheept zijne paspoort onder de voetgenomen, blijkens een door den Gezzaghebber op dat vaartuig Jochem Hendrik Tessensohn verleend Declaratoir het welk UwE. ter speculatie wordt toegezonden. Wij twijfelen niet of UwE. Zal voor het vervolg de noodige order gestelt hebben tegen de ontvlugting 209 ontvlugting van diergelijke kunadoeners. En nademaal uwE. met ons vermeent, dat, zoo lang de Koning en zijn Eerste Minister nalaa„ „tig blijven onze wegloopers te doen opspeuren, en die genen, welke hun verschuilen, te straffen, het gebruiken van represailles het beste middel zal weezen om die Regenten tot de prestatie van het Contract in dat opzigt te verpligten, moet Uw E. zig reguleeren naar de UwE. Zig ons schrijven van den 30. December laastleden daar toe bereeds gege„ „ven qualificatie. Soengi Riouw, waar door wij uit uw E. schrijvens moeten besluiten dat voornaamelijk de smokkelhandel ginder gedreven is volgens het nader berigt bij brief van den 31. Ianuari, reeds onder het toezigt van den Capitein Commandant der Militie Vetter, door het inheijen van paalen aan beide zijden en verhakken van boomen gedempt zijnde, maaken wij nu staat op eene merkelijke toeneeming van den verkoop der amfioen, schoon de Boom nog niet verlegd is, na„ „dien wij oordeelen dat de Riouwers immers in het gezijl van Comps. Bezetting geene smokkelaarijen zullen durven pleegen. Ondertusschen zenden wij UwE. met de sloep de Johannes eene van de in deesze maand van eenen Engelschenen ingekogte drie kas„ „sen van het gemelde heulsap; dog, voor ieder 325. Sp: reaalen hebbende moeten betaalen, gelasten wij uwE. omze naar geraade van deezen duureren inkoops-prijs ook duuier van de hand te zetten, dan de voorige ten einde daar op ook het bepaald avens van 100. –. of ten minsten 75- rd=s te erlangen. Wij flatteeren ons binnen korten eens grooter quantiteit te zullen bekomen om door voldoening van UwE. uwE: Eischen den verkoop aan den gang te kunnen houden De beschikking met de bark de Constantia op den 28. April 1785. naar Riouw van eene Steenbok tot het lossen der van hier komende Comps vaartuigen, het afhaalen van weker voor de Post op Coeloe Waijang, en andere noodige diensten, geschied zijnde Capitein op het daar om gedaan verzoek van den gemelden etter en scri„ „ber Fabierus, zonder dat wij toen wisten of konden weeten dat zulke vaartuigen daar veel te lijden hadden door bij laagwater over het strand gesleept te worden, zoude men beter gedaan hebben dezelve te rug te zenden en eene geplaet bodemd vaartuig te vraagen, gelijk uwE. nu doet, danze te laaten onbruikbaar wor„ „elen, tot zoo verre, dat zij de kosten van reparatie niet meer waard is. Wij qualificeeren derhalven UwE. om die steenbok bij UwE: Boeken af te schrijven en zullen aan de sloep de Iohan„ „na op sleeptouw mede geeven een voor UwE. ingekogt vaartuig dat wij denken vlak genoeg van onderen te zijn ten gebruijke ginder en voor welks onderhoud UwE. moet zorgen ten einde er„ „lerng dignst van te hebben ij aldien de groote maest en seng van den Hoeker Katwijk aan Zee ten eenenmaale verrot zijn, gelijk de Gezaghe bber van dat vaartuig aan UwE. gerapporteerd heeft en uit het ons toege„ „zonden Rapport van de bezigtigers dier rondhouten ook blijkt moeten dezelve niet, zoo als uwE. op hun voorstel geintentioneerd was te laaten doen, gewangd, maar geheel vernieuwd worden, het„ „welk wij vermeenen dat ginder wel zal kunnen geschieden met behulp

NL-HaNA_1.04.02_8435_0731 view scan ↗

English

244 help of Chinese carpenters, in order thereby both to avoid double expenses and to be able to send the said hooker hither with so much more peace of mind, since, as stated, the sloop de Iohannas must serve for its relief. No Keizersdaalders, nor angular Spanish reals, having been sent by us to Riouw, they must certainly have come thither from elsewhere. And since Your Honour, besides both these coin species, also considers the rupees harmful to the country, we shall henceforth satisfy Your Honour's money requisitions solely with the preferred old Mexicans and send no rupees unless small change and doits are expressly requested, yet cannot be provided, unless Your Honour, in the absence of small change and doits, can make the monthly payment of salaries and other expenses with the said Mexicans alone. It further appearing to us from Your Honour's letter of 27 January that the 2000 pieces of flintlock musket balls sent to Your Honour among other things with the lighter de Vos in the month of July 1785 have been properly received, we have had the same entered again to the debit of the Garrison at Riouw in the trade books of this Government. On the other hand, we condescend to Your Honour's request to be allowed to enter in the specification for write-off the thirty-five jugs of arrack distributed to the men who worked in wet weather on the filling of Soegi Riouw. The 100,000 lb. of rice, which Your Honour needs for the ordinary distribution to and for the convenience against payment of Company servants and their families for four months, namely from the first of May to the last of August next, and therefore has requisitioned, will, besides whatever further we can meet of Your Honour's demand, be sent in the month of April, or earlier, if we have the opportunity for it. However, since our own shortage will not permit us to let Your Honour have the wine required over there for distribution, we note hereby for Your Honour's information that for one jug of French or two jugs of Cape wine, which cannot be distributed in kind, fifteen stuivers must be paid. Regarding Your Honour's writing in the letter of 24 January, that among the twelve persons running on debt accounts, who could only enjoy the wages of three months in the year, and whose accounts Your Honour had requested in a pay memorandum of 19 September prior, some were found who claimed that their debit had already been settled, and Your Honour, since most came into the country in 1779 and 1781 and were presumably paid off, in order to avoid complaints, would have six months in the year paid to such persons, we remark for Your Honour's information and observance, that the pay accounts of the servants stationed at the subordinate offices continue here in the books, and every four months a notice or receipt roll is sent of what they have to their credit to be paid to them, but that this has not yet been able to happen, because upon our requisition by letter of 12 September 1786 only the rolls of the monthly payments distributed over there since the first of July prior have been received here, and consequently those of the pay disbursed to the Europeans stationed over there according to the specifications sent hither since 26 the month of October 1784 until the last of June 1785 are still missing. We therefore await these missing receipted rolls at the first opportunity, in order, after their arrival at the pay office, to be able to have drawn up and sent to Your Honour a notice or receipt roll of what the garrison members will have to their credit up to the last of April next, or what can be disbursed to them. Meanwhile, or rather until the last of March, Your Honour may, to those who desire it, with the exception of Sergeant Strasterke and Soldier Spekman, who have enjoyed their wages monthly, have two months' wages distributed, on account against when the receipt roll arrives from here. Considering that the late Gunner Willem van der Kemp of Gouda, stationed with Your Honour, stated upon his arrival here in the year 1781 that he earned 14 guilders per month, yet in his account only recently received from Batavia is credited monthly for only 9 guilders, Your Honour must ask him whether he can produce a deed of his appointment at Batavia or elsewhere as Gunner, and, if he has such proof, let us have the same. For the rest, after greetings, we remain Your Honour's Good Friends. Signed: L. G. de Bruijn, A. Couperus, I. A. Hensel, T. Thierens, R. B. Hoijnck van Papendrecht, H. I. Wiederhold, and K. G. Baumgarten. In the margin: Malacca in the Castle, 25 February 1786. To

Dutch transcription

244 behulp van Chineesche Timmerlieden, om daar door zoo wel dubbelde onkosten te eviteeren als den gemelden hoeker met zoo veel te meerder gerustheid herwaarts te kunnen zenden, dewijl ter zijner aflossinge gelijk gezegd, de sloep de Iohannas dienen moet Geene Kuizersclaarders, nog kantige sp: reaalen, door ons naar Riouw gezonden zijnde, moeten zij zekerlijk van elders daar gekomen weezen. En nadien UwE. behalven deeze beide mun t specien ook de ropijen voor het land schadelijk agt, zullen wij UwE. Gelderschen voortaan een lijk met de geprefereerd wordende zoude mexicanen voldoen en geene ropijen zenden dan wanneer paijement en duiten uitdrukkelijk gevraagd, dog niet bezorgd kunnen worden, ten zij uwE. bij ontstentenisse van paije„ „ment en duiten met de gemelde mericanen alleen de maandelijksche betaaling van Soldijen en andere uitgaven doen kan. Bij UwE. brief van den 27. Ianuari ons wijders gebleeken weezen„ „de, dat de met den ligter de Vos in de maand Iulij 1785. onder an„ „deren Uw E. toegezonden 2000. p.s. snaphaankogels behoorlijk ontvangen zijn, hebben wij dezelve ten laste van de Bezetting op Riouw bij de Ne„ „gotie-boeken deezes Gouvernements weder laaten inneemen. Wij Condescendeeren daarentegen in uwE verzoek, om bij de specificatie ter afschrijvinge te mogen opbrengen de aan de manschappen, die in nat weder aan het dempen van Soegi Riouw hebben gearbeid, verstrekte vijf en dertig kannen arrak. De 100'000. lb. rijst, welke uwE. ter ordinaire verstrekking aan en tot gerief tegen betaaling van Comps. Dienaaren en hun huis„ gezin voor vier Maanden naamelijk van primo Mai tot Ultimo Augs. aanstaande aanstaande noodig en derhalven gepetitioneerd heeft, zullen, be„ „nevens hetgene wij verder op UwE. Eisch voldoen kunnen, in de maand April, of eerder, indien wij er gelegenheid toe hebben, igezonden worden. Maar, dewijl eigen gebrek ons niet zal permitteeren, de tot de ƒ verstrekking ginder benoodigde wijn UwE. te kunnen laaten toeko„ „men, noteeren wij bij deezen tot UwE. narigjt dat voor eene kan Fransche of twee kannen Caapsche wijn, die niet in natura verstreekt kunnen worden, vijftien stuivers moeten worden betaald. Op UwE. schijven bij brief van den 24. Ianuari, dat onder de twaaalf op schuldrekening loopende persoonen, die maar de gagie van drie maanden in het Jaar konden genieten, en welker Rekeningen UwE. bij eene soldij=-memorie van 19. september bevoorens verzogt hadt zig eenigen bevonden, die voorgaven dat hun debet bereeds verevend was, en uwE, alzoo de meesten in 1779: en 1781. in het land gekomen en presumtivelijk betaald waren, ter vermijdinge van klagten, aan de zoodanigen zes maanden in het Jaar zoude laaten betaalen, remarqueeren wij tot UwE. narigt en observantie, dat de soldij rekeningen der Dienaaren, op de onderhoorige Comptoien bescheiden hier bij de Boeken voortloopen, en om de vier maanden eene Notitie of quitantierolle geszonden woordt van hetgene zij te goed hebben; ons aan hun betaald te worden, maar dat zulks voor als nog niet heeft kunne geschieden, doordien op ons requisit bij brief van 12. September 1786 hier eenlijk ontvangen zijn de Rollen der sedert primo Juli bevoo„ „rens ginder verstrekte maandgelden enk gevolgelijk nog manque„ „ren die van de volgens de herwaarts gezonden specificatien, sedert de 3 26 de maand October 1784. tot ultimo Juni 1785, aan de ginden bescheiden Europeers uitgekeerde soldijen. Wij verwagten over zulks deeze ontbree„ „kende gequiteerde Rollen bij eerste gelegenheid, om na der zelver erlenging op het soldij comptoir te kunnen laaten opmaaken en uwE. teschikken eene Notitie of quitantirol van hetgene de Bezettelingen onder ul timo April eerstkomende zullen te goed hebben of aan hun kan worden uitgereijkt. Ondertusschen, of eigenlijk tot ultimo Maart, kan UwE. aan hun, & die zulks begeeren, uitgeszonderd den sergeant Strasterke en soldaat spek„ „man, die maandelijks hunne gagie genoten hebben de gagie van twee maanden laaten verstrekken ter afrekeninge wannaer de quitantie„ „rol. van hier komt. Gemerkt de bij uwE. bescheiden Z. l. Canonnier Willem van der Kemp van Gouda, bij zijne komste alhier in den jeere 1781. heeft opgegeven ƒ 14. –. ter maand te winnen, dog bij zijne onlangs eerst van Batavia ontvangen Rekening maandelijks maar voor ƒ 9. - gecre„ „diteerd is, moet uwE. hem afvraagen of hij eene Acte kan produceeren van zijne aanstelling op Batavia of elders tot Cannoamer en, wanneer hij zoodanig een Bewijs heeft, ons het zelve laaten toekomen. Wij blijven voor het overige na groete /onderstond/ Uw E. Goede Vrienden /Getekend/ L. G. de Bruijn, A. Couperus, I. A. Hensel x T. Thierens, R: B. Hoijnck van Papendreect, H. I. Wiederhold en K. G. Boumgerten /in margine/ Malacca in 't Casteel den 25: Februari 1786. Aan

NL-HaNA_1.04.02_8435_0734 view scan ↗

English

David Ruhde Merchant and Resident Riouw Discreet, Honorable. On the occasion of our dispatching the hooker Katwijk aan Zee back to Riouw, proceeding to answer Your Honor's letters successively delivered to us dated 5 and 23 March last, we initially express our satisfaction regarding the refitting of the said hooker with a new and sound mast in place of the one found to be completely rotted, and we authorize Your Honor to write off in the Riouw books the wages paid for it in the amount of rd=s 12. 39. —, as well as a belfry, the 5. –. rd=s spent on making some small items and already entered in the transmitted specification, together with the fish money and the rations for one month provided to the crew of the said vessel. Likewise, we consent to the requested writing off of the weapons with which the soldier Aman deserted from his post on 5 March. Approving that Your Honor caused the soldier, through whose carelessness the gunner Tanico de Costa, arrested for desertion, was given the opportunity to escape, to be punished with cane lashes, we send Your Honor, in order to better secure such prisoners henceforth until they can be transported hither, the requested two wooden stocks with their accessories, together with six iron bolts and rings to have them struck therein if necessary; while we have caused the soldiers sent over, Ismael Oedin and Sait, to be riveted to the long chain until we can relieve ourselves of those rascals. Whenever Your Honor has well-founded reasons to suspect any one in particular among the garrison stationed there of such an atrocious act as was recently committed in quick succession upon a Chinese and an old native, who were murdered on the road while going to the Chinese Kampong with some money received at Tanjong Pinang, Your Honor must send him hither in safe custody. The soldier Niama, to whom his discharge is granted at the request of his Captain Dain Marewa Mabela, may cross over hither on the sloop de Johanna, for whose relief the hooker Katwijk aan Zee is designated, together with the said Captain himself, whom we need to be employed on a certain commission of importance, and therefore summon. During his absence Your Honor must have his Company commanded by the Officer next in rank to him. We not only consider it well done that Your Honor has collected for the benefit of the Company five percent for the Lord's dues from the proceeds of a bark sold by Radtje Toea, but also desire that Your Honor shall henceforth always do the same, with the exception, however, of native vessels built along the Strait of Malacca on the Malayan Coast, or of a smaller charter than pantjallangs. Regarding the lack of demand, or slow sale of the Company's opium, whereby Your Honor was able to dispose of the chest recently sent thither, not without difficulty, with a profit of 10.–. rd=s, or for rd=s 560. 20. —, which is principally to be attributed to the illicit importation of that article, we expect that Your Honor will continually cause as much vigilance as possible to be exercised against it, and note for Your Honor's information herewith that opium is now so expensive in Bengal that we doubt whether we shall be able to obtain a single chest more this year at the price of 325: Spanish reals. In answer to Your Honor's question as to how much board money the clerk Fabricius must enjoy, pursuant to the esteemed order of the Honorable High Indian Government dated 7 October 1785, and in what the emoluments of an under-merchant consist, it serves to inform that a servant of that rank monthly enjoys rd=s 4. 38: ½ for board money and four jugs of French wine. But, as the clerk Fabricius will not be able to subsist therewith and with his salary on Riouw if he must do without the rations and house rent that we have allotted to him, we authorize Your Honor to let him retain the same, provided he does not enjoy more of the wine than the said four jugs per month. Concerning the payment in money for the sack or French wine that must be provided monthly to the Captain Commandant of the Militia on Riouw, Vester, we abide by what has already been written to Your Honor in our letter of 25 February last. Although we are willing to overlook the neglect committed by the said Clerk Fabricius before Your Honor's arrival there in keeping receipt rolls of the monthly wages provided to the Company's servants, so that the same cannot be transmitted for the use of the pay office, on the grounds stated for his discharge, this is nevertheless done solely without prejudice to the obligation under which he lies to compensate the Company

Dutch transcription

David Ruhde Koopman H Van den Discreete Eerzaame Sij gelegenheid dat wij den hoeker Katwijk aan Zee weder naar Riouw depecheeren, ter beantwoordinge treedende van Uw E. ons successivelijk aangebragte brieven van den 5. en 23. Maart laastleden betuigen wij aan vangkelijk ons genoegen over het voorzien laaten van den zelven hoeker met eene nieuwe en deugdzaame maat, in plaatze van die daar op ganschelijk verrot bevonden is, en qualificeeren„ UwE. om het daar voor betaalde werkloon, ten bedraagen van rd=s 12. „ eene klokhuijs 39. —. zoo wel als de tot het maaken van eenige kleinigheden bekostigde en bij de overgezonden specificatie reedsopgebragte 5. –. rd=s, mitsgaders het F vischgeld en de rantzoenen voor eene maand, aan de Equipagie van het gemelde vaartuig verstrekt, bij de Riouwsche Boekjes af te schrijven. Desgelijks consenteeren wij in de verzogte afschrijving van de wapenen waar vmede de soldaat Aman op den 5. Maart van zijne post is gedeserteerd. Goedkeurende dat uE: den soldaat, door wiens agtelooshed aan den over debertie gearresteerden Buschieten Tanico de Costa occasie ter ontvlugtinge gegeventh met stofshagen heeft doen straffen, laaten wij uwE. om diergelijke arrestan„ „ten voortaan beter te secureeren tot dat zij herwaarts getrensporteerd kun „nen worden, toekomen de gevragde twe houten tronken met haar toebeboren Riouw Resident benevens op F F H 215 benevens zes ijzeren bouten en ringen, om hun des noods daar in te zun„ „nen laaten slaan; terwijl wij de overgezonden zoldaaten Iamael Oedin en sait in de lange ketting, hebben doen klinken tot dat wij ons van die deugnieten ontlasten kunnen. Wanneer UwE gegronde redenen heeft, om onder de ginder bescheiden man„ „schap den eenen of anderen in 't bijzonder te verdenken van zulk een gruwel stuk„ als onlangs kort na den anderen gepleegd is aan eenen Chinees en ouden in„ „lander, die met eenig op Tawjong Pinang ontvringen ge ld naar de Chineesche Kampong gaande op den weg vermood zijn, moet uwE. hem in goede verzekering herwaarts zenden De soldaat Niama, aan wien ten verzoeke van zijnen Capitein Dain Marewa Mabela zijne demissie woordt toegestaan, kan met de sloop de Iohanna tot welker aflossing de Voeker Katwijk aan Zee geschikt is herwaarts overkomen, bem„ „vens den gemelden Capitein zelf, dien wij noodig hebben, om in zeekere Commissie van aangelegenheid geemploijeerd te worden, en over zulks ontbieden. Gedtuurende zijne af weekendheid moet uwE. zijne Compagnie door den op hemn volgenden Officier 6 laaten commandeeren. Wij merken niet alleen als wel gedaan aan dat UwE. ten behoeven van de Compagnie heeft ingevorderd vijf per cent voor 't Heeren geregtigheid van het bedrangen eener door Radtge Toea verkogte bark, maar begeeren ook dat uwE: het zelfde voortaan altoos zal doen met excusatie nogtans van inlandsche vaartuigen die langs straat Malaca over de Maleitsche Kust aangebouwd dan wel van minder charter als pantjallangs zijn. De ongewildheid, of trange sloet van Comps amfioen, waar door Uw E. de Jongst naar derwaarts geszonden kas niet zonder moeite met eene winst van 10.– . rd=s of of of vor rd=s 560. 20. — van de hand heeft kunnen zetten, voor naamelijk de attee„ „bueeren zijnde aan den invoer ter sluik van dat articul, verwagten wij dat UwE. daar tegen bij continuatie zoo veel immers mogelijk zaldoen waarken, en noteeren tot uw E. narigt bij deezen, dat de amfiden nu zoo duur is in Bengale dat„ wij twijfelen of wij tet den prijs van 325: sp. realen wel eene enkelde keas meer in dit jaar zullen kunnen trijgen. Op uwE vraag hoe vel kestgeld de scriba Fabiains, in gevolge van het geerde aan„ „schrijven der Edele Hooge Inelische Regering sub 7. October 1785. moet genieten, en waar in de emolumenten van een onderkoopman bestaan! dient dat een Beediende van die qualiteit maandelijks geniet rd=s 4. 38: ½. voo st gelden ier kannen Frensche wijn. Maar, alzoo de sriba Fabricaus daar mede en met zijne gaije op Riouw niet zal kunnen subsiteeren, wanneer hij de rant toenen en huishuur missen moet, die wij hem toegelegd hebben qualificeeren wij UwE. om hem dezelven te laaten behouden mits van de wijn niet meer genietende dan de gemelde vier kannen ter maand. Omtrend de betaaling in gelde van de zek of Fransche wijn, die aan den Eojp „tein Commandant van de Militie op Riouw Vester maandelijks verstrekt moet worden, gedragen wij ons aan hetgene uwE. bered is aangeschreeven bij onzen brief van den 25. Februari laastleden. Ofschoon wij het door den gemelden Scribr Tabricius voor UwE. komste gindde gecommitteerd verzuim van Quitantie rollen te houden der verstrekte meaand„ „gelden aan Comps. Dienaaren, zoo dat dezelve ten dienste van het soldij= Comptoir niet kunnen worden overgezonden om de ter zijner decharge geepperde redenen wel willen passeeren, geschiedt zulks egter eeniglijk onverminderd de verpligting, waar onder hij legt van aan de Compaginie te moeten vergoeden

NL-HaNA_1.04.02_8435_0737 view scan ↗

English

247 whatever may in time be found to have been disbursed in excess of what the beneficiaries were entitled to receive from God, if one cannot then charge them themselves for it. The certificate of amendment up to ƒ 14. for the gunner Willem van der Kemp, which he affirms was accrued to him at Batavia, not having been received here, we have allocated the aforementioned pay to him from the day that he served as gunner here and subsequently at Riouw, as shown by the proof drawn up thereof and accompanying this letter, which must be delivered to him. The cash and other necessities that were requisitioned in Your Honor's requests of 24 January, as well as 5 and 23 March last, are, insofar as has not already been done and our present meager stock permits, supplied with the repeatedly mentioned hooker Katwijk aan Zee, and a leaguer of arrack moreover for the replenishment requested in Your Honor's letter of 5 March, but of the rice only 17 koijangs or 85000 lb., since we can spare no more before we receive relief. And as we have been informed that rice is now being brought to Riouw in abundance, we order Your Honor to purchase 35000 lb. or 7 koijangs for the Company's account, if Your Honor can obtain 5000 lb. for 100 rds., and to deliver 10000 lb. thereof to Said Abdul Ragman, who recently departed thither, against payment of 85 Spanish reals for 5000 lb. or the same price for which he accommodated us here with an equal quantity of that grain, to be returned in kind over there, and to let the remaining 25000 lb. or 5 koijangs serve to complete the 22 koijangs requested by Your Honor, of which, as stated, only 17 koijangs are supplied, reporting to us at the first opportunity whether Your Honor succeeded in this purchase, in order then to excuse the further delivery of the missing 5 koijangs. The ensign Johan Gotfried Lintener can, we think, well be spared at Riouw once Your Honor has moved with the garrison of Poeloe Waijang to Tanjong Pinang. We therefore desire that Your Honor have that officer come over hither with the sloop Johanna, as well as the sergeants Johan George Pruijser and Anthon Haasker, and the corporal Leonardus Nolken; against which we send to Your Honor with the hooker Katwijk aan Zee, to remain serving there, the sergeants Franciscus Wouterz, Casper Blank and Johan Christoffel Schultje. For the rest, after greetings, we remain Your Honor's good friends. Signed: P. G. de Bruijn, A. Couperus, J. M. Hensel, F. Thierens, R. B. Hoijnck van Papendrecht, H. I. Wiederold, and C. Goetfried Baumgarten. In the margin: Malacca in the Castle, 15 April 1786. To the Merchant David Ruhde, Resident at Riouw. Honorable, Discreet Sir, The two chests still missing from Your Honor's recent requisition of five chests of opium are now sent to Your Honor with a private sloop, Nakhoda Japaar, according to the bill of lading enclosed herewith. After greetings, I remain Your Honor's good friend. Signed: P. G. de Bruijn. In the margin: Malacca in the Castle, 28 May 1786. To the Merchant David Ruhde, Resident at Riouw. Honorable, Discreet Sir, The packet boat the Postlooper brought us on 27 May last the duplicate of Your Honor's letter of 17 May previously received on the 31st thereof with the sloop Johanna. We approve the shortening of the mainmast and the making of twelve swivel gun posts for as many swivel guns of the sloop Johanna for rds. 15; the payment by Said Abdul Ragman of 170 Spanish reals for the two koijangs of rice delivered here; the purchase of two koijangs of that grain for rds. 172. 11. for provision to the garrison as rations for half a month; and the consignment with the aforementioned sloop of 20 koijangs for the convenience of the Malacca community, purchased by Your Honor for rds. 84. 38. per koijang, amounting for the whole quantity to rds. 1795. 40., which we authorize Your Honor to enter into the specification just as the other mentioned sums. In the event that Your Honor cannot manage with the stock of rice for supply to the garrison until the end of this month, before which time we, although we are otherwise sufficiently supplied with those provisions now, cannot accommodate Your Honor due to the employment of the Company's vessels in the expedition to Selangor, Your Honor must make up the deficit by purchase.

Dutch transcription

247 hetgene in der tijd bevonden mogte worden meerder verstekt te zijn als de genis„ „ters te god gehad hadden, indien men dan hun zelfs daar voor niet kan belasten De Acte van verbetering tot ƒ 14. van den Canonnier Willem van der Kemp, die lij betuigt hem op Batavia beloop tezin, hier niet ontvangen weezende, hebben wij de gemelde grije aan hun toegeleid seder toten dag, dat hij hier en vervolgens op Riouw als Canonnier heeft dienst gedaan, uitwijsens het daar van opgemaakt en deezen verzellend Bewijs, dat aan hem moet worden afgegeven. De contanten en andere behoeften, die bij uwE. Eischen van den 24 Ianu„ „ari, mistgaders 5. en 23. Maart laastleden gevorderd zijn, worden, voor zoo verre het met reeds geschied is en onze presente sobere voorraad het gedogt, met den meergemelden hoeker Kitwijk aan Zee voldoen, en een leegger arreek daaren„ „boven tot de bij Uwe. brief van den 5. Maart verzogte Suppletie, dog van de rijst maer 17. –. koijangs of 85'000. —. lb. , dewijl wij niet meer missen kunnen voor daet wij ont zet erlangen. En nadien wij geinformeerd zijn, dat de rijst nu in abundantie op Riouw wordt aangebragt, gelasten wij UwE. om 35000. —. lb. of 7. koijangs voor Comps. rekening in te koopen, zoo uwE. de 5000. lb. voor 100. rd=s bekomen kan, en daar van 10'000. –. lb. af te geeven aan den onlangs naar derwaarts vertrokken Sauid Abdul Ragman tegen betaaling van 85. – sp: reaalen voor de 5000. –. lb of den zelfden prijs war voor hij ons hier met eene gelijke quantiteit van dat graan geried heeft, om ginder in natura gerestitueerd te worden, mitsgaders de resteerende 25000. –. lb of 5. koijangs te laa ten dienen tot accompleteering van de door UwE. geeischte 22. koijeings waar van, gelijk gesegd, maar 17. koijangs voldaan worden, ons bij eerste ge„ „legenheid beruytende of uwE. deeze inkoopt gelukt is, ten einde dan de needere bezorging van de manqueerende 5. koijangs te excuseeren. De verendrig Johan Golfried Lintener Zal, denken wij op Riouw wel kunnen gemist worden, wanneer UwE. met de Bezetting van Poeloe Waijang naar Tangong Pinang zal wazen verhuist. wij begeeren derhalven dat UuwE:: dien Officier met de sloepde Iohanna herwaarts laat overkomen, gelijk mede de Sergeanten Johan George Pruijser en Anthon Htaasker, mitsgaders den Cor„ ƒ: „poraal Leonardus Nolken; waar en tegen wij uwE met den Hoeker Kotwijk aan Zee toeschikken, om ginder te blijven militeeren, de sergeanten Franciscus Wouterz, Casper Blank en Iohan Christoffel Schultje. Wij blijven voor het overige na groete /onderstond/ UwE. Goeede Vrienden /Getekend/ P. G. de Bruijn, A. Couperus, J. M. Hensel, F. Thierens, R. B: Hoijnck van Lapendrecht, H. I. Wiederold, en C: Goelfried Baumgarten /in margine / Malacca in het Casteel den 15. April 1786. Aan den Koopman David Ruchde Resiteent Riouw Eerzaame, Discreete De op UwE. Jongsten Eisch van vijf kassen anfioen nog manquee„ „reerde twee kassen worden uwE. thens toegezonden met eene particuliere sloep, Nagoda Iapaar blijkens het deezen bijgevoegd Cognossement Ik blijf nas groete / onderstond/ Uw E: Goede Vriend / Getekend:/ P: C: de Bruijn / in margine Malacca in het Casteel den 28. Mai 1786. han op 3 Aan den Koopman David Kurde Riouw Eerzaame, Discreete, Resident De paquet boot de Poslooper heeft ons op den 27. Mailaastleden aangebragt het duplicaat van uw E. op den 31. daar aan met de sloepde Johanna ontvangenen brief van den 17. bevoorens. Wij approbeeren de Korting der groote mast en het aanmaaken van twaalf polders tot zoo veel draaibassen van de sloep de Iohan„ „na voor rds: 15. –. de betaaling van Said Abdul Ragman van 170. –. sps. reaalen voor de hier afgegeven twee koijangs rijst; den in„ „koop van twee koijangs van dat graan voor rd=s 172. 11. -. ter ver„ en „strekkinge aan de Bezettelingen voor Rantzoen van eene halve maand en de overzending met de gemelde sloep van 20. koijangs tot gerief der Malacsche gemeente, door UwE. ingekogt voor rd=s 84. 38. –. de koijangs, bedraagende voor de geheele quantiteit rdl: 1795. 40. –. die wij Uw E. qualificeeren om even als de andere gemelde sommen bij de specificatie op te brengen. Bij aldien UwE: met den voorraad van rijst ter verstrekkinge aan de Bezettelingen niet kan toekomen tot het eind van dee„ „ze maand voor welken tijd wij UwE. schoon wij nu anders genoeg van dien leeftogt voorzien zijn niet geriefen kunnen wegens het emplooi van Comps. vaartuigen in de Expeditie naar Slangenoor moet UwE. het manquement door in koop suppleeren. 21 op

NL-HaNA_1.04.02_8435_0740 view scan ↗

English

Your Honor's remark concerning the accounting of the barrels of bacon and meat sent to Riou indicates to us that Your Honor is unaware of the alteration made by Resolution of the Noble High Government of the Indies on 14 February 1769 to the 17th article of the Regulations on Inward and Outward Weighing, reprinted on 17 August 1764. We therefore send Your Honor herewith an extract from the said Resolution, mentioning at the same time for Your Honor's information that the accounting for the barrels of bacon and meat takes place according to the findings of the barrel opened here upon arrival, and that the person accountable for it at the subordinate stations, according to a decision taken here, is credited 2½ percent of the 5 percent stipulated in the said Resolution. Just as with the 2700 Spanish reals previously received, we will also credit to the main station the 300 pieces which we were pleased to see collected by Your Honor as a supplement to the promised 3000 pieces for the victors of Riouw. Furthermore, it was pleasing to us to learn that the shackling here in the long chain of several native soldiers sent over for desertion seemed to have answered the intended purpose, since none have absented themselves since. We have allowed the Portuguese Francisco de la Orves, mentioned in Your Honor's letter, to go on his way upon his request made for that purpose. We send Your Honor two more chests of opium by the packet boat the Postlooper, and remain, after greetings, Your Honor's Good Friends, signed: P. G. de Bruijn, I. A. Hensel, T. Thierens, R. B. Hoijnck van Papendrecht, H. I. Wiederhold, and C. G. Baumgaertner. In the margin: Malacca, in the Castle, 4 July 1786. To the Merchant Davidt Ruhde Resident Riouw We are sending the pantjallangs the Philippine and Banca, equipped to cruise off Pulau Farella, thither via Riouw, both to convey our reply to Your Honor's ordinary and secret letters of 10, 16, and 27 July last, and to deliver the cash, opium, and provisions recorded on the bills of lading, and we order Your Honor, after unloading them, to let the said vessels proceed on their voyage without delay. In addition to the rice and some other requirements loaded in the pantjallang Banca for the hooker Katwijk aan zee, Your Honor must also furnish to the same: 228 lb. salt, 184 lb. tamarind, 184 lb. bacon and meat, 12 7/5 jugs olive oil, 40 lb. butter, 305 1/5 jugs arrack, 2 jugs Dutch vinegar, 36 jugs native vinegar, 32 jugs lamp oil, together with 39 rixdollars for the purchase of 624 lb. dried fish, to be charged to the debit of this Government in Your Honor's specification. What is lacking from Your Honor's requisition of 17 May 1786 we will send to Your Honor with the bark the Standvastigheid according to our stock; but considering that this vessel must first be repaired of a defect, and therefore will not be able to depart before the end of this month, Your Honor must purchase the necessary rice for provisioning the garrison for the month of September. Expressing our satisfaction with the speedy completion of the small fort erected on the hill of Tanjong Pinang, as well as with its regular construction and mounting, mentioned in Your Honor's secret letter to the undersigned Governor of 10 July and the report transmitted therewith from Ensign Diedenhover and Pyrotechnician Schutz, we authorize Your Honor to write off in the Riouw trade books both what was spent on that work and what was spent on the highly necessary roofing and planking of the barracks, etc. on Tanjong Pinang and Pulau Bayan, according to the said letter, and we hope to experience the effect of Your Honor's assurance that in the repair of the main fortress on Tanjong Pinang, which is now underway, thrift will also be observed through good supervision. We also authorize Your Honor to write off the weapons with which six European soldiers have absented themselves. Having already made a request to the Noble High Government of the Indies to please allow the annual allowance of 2000 Spanish reals or 2666 2/3 rixdollars granted to Your Honor to be paid without rebate to Your Honor's attorneys at Batavia, we will also, upon a further opportunity, present to the Same the petition of the Captain

Dutch transcription

De remanque van UwE over de aanrekening der naar Riou gezonden vaten met spk en vleesch geeft ons te kennen dat Uw E onkundig is van de bij Resolutie der Edele Hooge Indische Rege „ring van den 14. Februari 1769. gemaakte alteratie in het 17=de articul van het op den 17. August 1764. herdrukte Reglement op de in -en uitweeging. Wij laaten uwE. derhalven een Extract uit de gemelde Resolutie hier nevens toekomen, onder aanhaaling teffens tot Uw E. narigt, dat de aanrekening van de vaten met spek en vleesch geschiedt naar de bevinding van het hier bij aan„ „breng geopende vat, en dat den verantwoorder daar van op de onderhoorige plaatzen, volgens een hier genomen besluit, 2½. per cent gevalideerd worden van de bij de gemelde Resolutie bepaalde 5. –. per cent. Even als de bevoorens ontvangen 2700. –. sp: reaalen, zullen wij ook de 30ops, die wij met genoegen gezien hebben door uwE: tot supplement van de beloofde 3000. –. ps. ingevorderd te zijn voor de overwinnaars van Riouw, der Hoofdplaatze ten faveure laa„ ten brengen. Aangenaam is het ons verder geweest te verneemen, dat het klinken hier in de lange ketting van eenige over desertie opge„ S„t „zonden inlandsche Militairen aan het daar meede bedoelde oog„ „merk scheen, te beantwoorden, dewijl zig sidert geene meer geabsenteerd hebben. Den in UwE. brief gemelden Portugeesch Francisco de la Orves hebben wij zijnes weegs laaten gaan, op zijn daar om gedaan verzoek Wij zenden Uw E. met de paquetboot de Postlooper weder twee kassen amfioen, en blijven na groete /onderstond/ Uw E. Goede Vrien„ „den /Getekend/ P. G.: de Bruijn, I. A. Hensel, T. Thierens, R. B. Hoijnck van Papendrecht, H: I. Wiederhold, en C. G. Baurmgaerter in merrgine) Malacca in het Casteel den 4. Iuli 1786. Slan Aan den Koopman Davidt Ruhde Resident Verzaame De pantjallangs de Philippine en Banca, geschikt om af en Poeloe Farella te kruissen zenden wij naar derwaarts over Riouw, ten overbreng zoo wel van ons antwoord op UwE. gemeene en secreete brieven van den 10. , 16. , en 27. Iuli laastleden, als van de Contanten, amfioen, en provisien, op de Cognoscementen genoteerd, en gelasten UwE. na ontlossing daar van de gemelde kieltjes ten eersten hunne reize te laaten vervolgen Behalven de rijst en eenige andere behoeften, in de pantjal„ „lang Banca voor den hoeker Katwijk aan zee geladen, moet uwE. aan denzelven nog verstrekken. 228. —. lb. Zout, 184. –. „ Tammerinde, 184. –. „ spek en vleesch 12 7/5. kannen olijven olie, 40. –. l. boter 305. 1/5. kannen, arak, 2. –. kannen a zijn Hollandsch 36. –. kannen azijn inlemdschen 32. –. kannen lamp olie benevens rd=s: 39. –. tot den inkoop van 624. –. W. karwaat, om bij Discreete Riouw UwE. UwE. specificatie ten leeste deezes Gouvernements opgebragt te worden. Wat op uw E. eisch van den 17. Mai 1786. manqueert zullen wij naar maate van onzen voorraad UwE. met de bark de standvistigheid laaten toekomen; dan gemerkt die bod„ nog eerst van een defect verholpen moet worden, en over zulks Tr niet voor den laasten deezer maand zal kunnen vertrekken moet uwE. de benodigde rijst ter verstrekkinge van de Be„ „zettelingen voor de maand September inkoopen. Ons Contentement betuigende ovor de spoedige voldooijing ver het op den berg van Tanjong Pinang aangelegde fortje, gelijk ook over dies reguliere constructie en monteering, bij Uw E. Secreeten brief aan den ondergetekenden Gouverneur van den 10. Iulier en het daar nevens overgezonden Rapport van den vaandrig Diedenho„ „ven en vuurwerker schutz: gemeld, staan wij Uw E. tot de afschrijving bij de Riouwsche Negotie-boekjes zoo wel van het geen aan dat wlik, als van het gene tot het hoognodig, dekken en beschie„ „ten der baraquen enz: op Tanjong Pinemg en Poeloe waijang bekostigd is, volgens den gemelden brief en verkoopen het effect te ondervinden van uwE. verzekering, dat in de tans nog onder handen zijnde reparatie der hoofd fortresse op Tanjong Pinang me„ „de de Zuinigheid door een goed toezigt betragt zal worden Nog qualificeeren wij uw E. tot de afschrijving van de wapenen, waar mede zes Europesche Militairen zig hebben geabsenteerd Reeds bij de Edele Hooge Indische Regeering verzoek gedaan hebbende, om het uwE. toegelegd Iaargeld van 2000. sp: reaalen of rd=s 2666 2/3. zonder rabat aan uwE. Gemagtigden te Bata„ „via te willen laaten uitkeeren, zullen wij bij nadere gelegen„ „heid ook aan Hoogstdezelve voordraagen de supplicatie van den Capitein

NL-HaNA_1.04.02_8435_0743 view scan ↗

English

223 Captain Vetter, regarding his relief from Riouw and employment elsewhere in the Company's service, although we view the reason provided for this as nothing other than a pretext, since we remain convinced that he can make a more than ample living there on his salary, and we order Your Honour to notify that officer that he must remain on Riouw at the disposal of the aforementioned High Government, but, if he prefers to be redeemed from there with forfeit of wages, to let him come here on the hooker Katwijk aan Zee when it is replaced by the bark De Standvastigheid. On the other hand, we grant without any restriction to the gunner Willem van der Kemp, as well as the soldiers Cornelis van Niewenhuizen, Frans Reep, Anthonij Schott, Johannes Bernardus Robbentison, Dirk Smit, and Ian Servise, their departure here, and shall send an equal number of others in place of the six last-mentioned, in addition to the twenty-one European soldiers who will be mentioned hereafter and in the undersigned Governor's secret letter of today. The gunners Hendrik Kinders, Ioseph Henrij Biese, and Ian van Roijen, as well as the drummer Hendrik van Zijde, have been advanced in wages in accordance with the order on that subject, as shown by the accompanying acts, which Your Honour may hand over to them. It having appeared to us from Your Honour's secret letter of 27 July last, and the report of Captain Vetter attached to it, that besides Captain Salim Sandere, who holds post in the new little fort on the hill of Tanjong Pinang, and thirty-three non-commissioned officers and privates, as well as the ensign, a sergeant, a corporal, and two privates belonging to the companies of Captains Bora and Dain Marewa Mabela, who alone were inclined to remain there, all the others, both officers and privates, of the four companies of native soldiers stationed on Tanjong Pinang and Poeloe Waijer, to the number of two hundred and fifty-seven heads, had requested their relief from there, we shall dispatch two ships to Riouw for their transport to Batavia, and with them send to Your Honour the one hundred and sixty-four men required for the defence of Tanjong Pinang, together with another twenty-four men to be employed with the artillery, and as few officers as we can possibly arrange, to relieve the aforementioned four companies. But, if the last-mentioned twenty-four men can be taken from among the other recruits themselves, as we suppose, since they will all remain stationed on Tanjong Pinang anyway, they can be sent back with the first vessel coming here or with no more than one craft. Regarding Poeloe Waijang, embracing Your Honour's proposal tending to reduce the expenses of Riouw in Your Honour's said secret letter of 27 July, which we trust has been done with good deliberation, we have resolved to order Your Honour hereby to remove the cannon and the ammunition present on that island from there, and, in so far as it is not strictly necessary on Tanjong Pinang, to send it here, as well as the surgeon's mate Philippus Abraham van Zoelen and two of the artillerymen stationed there, namely the bombardier and gunner's mate, while the third, or the gunner, may be retained if necessary in place of the gunner Van der Kemp relieved hither, and, as Sunge Riouw has not yet been dammed, to leave on Poeloe Waijang a post of twenty-one Europeans, namely: 1 sergeant 25 2 corporals and 18 soldiers 1 sergeant with four rowing-prahus, to watch the movements of the inhabitants and, in case of alarm, to notify the garrison on Tanjong Pinang thereof, or if necessary to retreat with them to the main post. And since there are now stationed on the often-mentioned island, besides eighty-eight native warriors, twelve European soldiers, namely: 1 sergeant 1 corporal and 10 soldiers we shall send another eight soldiers and a corporal to make up the determined number. Regarding the disbursement of wages to the European garrison members there, Your Honour must cause to be followed the instructions of the junior merchant Gerrit Pungel, acting here in the office of pay-accountant, contained in the memorandum drawn up by him which is annexed hereto and agrees with our missive of 25 February of this year. Lieutenant Fredrik Lucas Hutman and the ensign Georg Lodewig Smit are sent with the aforementioned pantchiallangs to remain in military service on Riouw, the latter in place of the ensign Godhardt Diedenhoven, who must come here on the hooker Katwijk aan Zee. We also order to be conveyed over to Riouw on the pantchiallangs Banca the native lieutenant Machomet Archa stationed there, who has arrived here from Padang, and to us

Dutch transcription

223 Capitein Vetter om zijne verlossing van Riouw en emploi elders in Comps dienst, schoon wij de daar voor bijgebragte reden met anders dan als een pretext aanmerken, dewijl wij ons verzekerd houden dat hij met zijn tractement ginder wel ruim en breed bestaan kan, en beveelen UwE. dien officier aan te kundigen dat hij op Riouw moet blijven tot de dispositie van de welgemelde Hooge Regeering, dog, zoo hij liever met afgeschreeven gagie van daar verkost wil weezen, hem dan met den hoeker Katwijk aan„ Zes, wanneer dezelve door de beork de standvastigheid vervangen wordt, herwaarts te laaten komen. Wij accordeeren daar en tegen zonder eenige restrictie aan den Cannouwier Willem van der Kemp mitsgaders de soldaaten Cornelis van Niewenhuizen, Frans Reep, Anthonij Schott, Io„ „hannes Bernardus Robbentison, Dirk Smit en Ian Servise, de opkomste herwaarts, en zullen in plaatze van de zes laastge„ „melden een gelijk getal anderen zenden, behalven de een en twin„ „tig Europeesche Militairen waar van hier na, en bij des ondergete„ „kenden Gouverneurs secreeten brief van heden gesprooken zal worden De Cannouniers Hendrik Kinders, Ioseph Henrij Biese en Ian van Roijen, mitsgaders de Tamboer Hendrik van Zijde zijn naar de order op dat sujet in gargie verbeterd blijkens de overgaande Acten, die uw E. aan hun kan afgeeven Bij UwE. secreeten brief van den 27. Iuli laastleden, en het daar nevens gevoegd Rapport, van Capitein vetter, ons gebleeken wezende, dat behalven de in het nieuwe fortje op den berg van Tanjong Pinang posthoudende Capitein Salim Sandere en drie en derftig onder Officieren en gemeenen, mitsgaders den vaandrig, een sergeant, een Corporaal en twee Gemeenen, behoorende tot de Compagnien van de Capiteins Bora en Dain Marewa Mabela, die die eenlijk genegen waren ginder te blijven, alle de overigen, zoo officieren als Gemeenen, van de op Panjong Pinang en Poeloe waijer bescheiden vier Compagnien inlandsche Militairen ten getale van twee honderd zeven en vijftig koppen, hunne verlossing van daar verzogt hadden, zullen wij tot hun transport naar Batavia twee schepen naar Riouw depecheeren, en met dezelven uwE. laaten. toekomen de tot de fensie van Tanjong Pinang gerequireerde, een honderd vier en zestig, man, benevens nog vier en twintig man om bij de Arthullerij geemploijeerd te worden, en zoo weinig officier als wij het immers schikken kunnen, ter aflossinge van de voorschree vier Compagnien. Maar, indien de laastgemelde vier en twintig man uitt de andere reeruten zelfs kunnen worden genomen gelijk wij vermeenen dewijl zij tog allen op Tanjong Pinang bescheiden zullen blijven, kunnen zij met het eerste herwaarts komende of niet meer dan een vaartuig te rug gezonder worden. Belangende Poeloe waijang hebben wij met amplectatie van Uw E. tot vermindering der lasten van Riouw strekkend voorstel in UwE gemelden secreeten brief van den 27:' Iuli het gene wij ver„ „trouwen met goed overleg gedaan te weezen beslooten uwE. bij deeze te gelasten om het Cemon en de amunitie, op dat eilend zijnde van daar te neemen, en, voor zoo verre het op Tanjong Pinang niet volstrekt nodig is herwaarts te zenden gelijk mede den E: l: Derdemeester Philippus Abraham van Zoelen en twee van de daar bescheiden Arthilleristen, naamelijk den Bombardier en Busschieter, terwijl de derde of de Cannonnier bij nodigheid kan aangehouden worden, in plaatze van den herwaarts ver„ „losten Canonnier van der Kemp, mitsgaders Sunge Riouw nog niet gedempt is op boeloe waijang te laaten eene post van een en twintig Europeers, naamelijk 1. Sergeant 25 2. Corporaals en 18. soldaaten 1. sergeant met vier schepprauwen, om op de beweeging der inwooners agt te geeven en in cas van alarm de Bezetting op Tanjong Pinang daar van te verwittigen, of des noods daar mede de wijk te neemen naar de Hoofdpost. En dewijl nu op het meergemeld eiland, behalven agt en tagtig inlandsche krijgers, leggen twaalf Europeesche Militairen; naamelijk 1. Sergeant 1. Corporaal en 10. soldaaten zullen wij nog agt soldaaten en een Corporaal tot suppletie van het bepaalde getal zenden. Omtrent de verstrekking van gagie aan de Europesche Be„ „zettelingen ginder moet UuwE doen opvolgen de onderrigting van den hier het ampt van Soldij boekhouder waarnemende onderkoopman Gerrit Pungel, vervat bij de door hem opge„ „maakte Memorie die hier nevens gevoegd en overeenkomstig is met ons aanschrijven van den 25. Februarij deezes Jaars. De Luikenant Fredrik Lucas Hutman en H. veaendrig Georg Lodewig Smit worden met de voorschreven pantjeelleings gezonden, om op Riouw te blijven militeeren den laasten in plaatze van den vaandrig Godhardt Diedenhoven, die met den hoeker Katwijk aan Zee herwaarts moet komen. Ook laesten wij met de pantjallangs Banca naar Riouw overvegeren den ginder bescheiden Inlandsch Luitenant Machomet Archa, die van Padang hier g'arriveerd is, en ons

NL-HaNA_1.04.02_8435_0746 view scan ↗

English

has reported to us that, having gone out on an excursion with a corporal and three privates, he was forced by the four last-mentioned to leave the Company's service with them, but that he had since found an opportunity to take leave of their company and make his way hither. We order Your Honour to investigate the matter, and upon finding that he is truly innocent, or if Your Honour has no reason to suspect him of having abducted the said men, to reinstate him in his post, but otherwise to send him back along with the documents containing the charges against him. With which, after greetings, remain /below stood/ Your Honour's Good Friends (Signed/ P. G. de Bruijn, A. Couperus, I. A. Hensel, T. Thierens, R. B. Hoijnck van Papendrecht, H. I. Wiederholdt, C. G. Baumgarten /in the margin/ Malacca in the Castle, the 15. August 1786. /Lower stood/ P: S. The piper Ian Sarbesie and gunner Filisiano Lodrigos must be sent hither at the first opportunity, but on the other hand the piper and gunner Iacob and Michiel de Zilva, who are departing thither on the pantjallang Banca, are to be detained there in their stead. Agrees Jan Saak C: G: Clerk has reported to us that, having gone out on an excursion with a corporal and three privates, he was forced by the four last-mentioned to leave the Company's service with them, but that he had since found an opportunity to take leave of their company and make his way hither. We order Your Honour to investigate the matter, and upon finding that he is truly innocent, or if Your Honour has no reason to suspect him of having abducted the said men, to reinstate him in his post, but otherwise to send him back along with the documents containing the charges against him. With which, after greetings, remain /below stood/ Your Honour's Good Friends (Signed/ P. G. de Bruijn, A. Couperus, I. A. Hensel, T. Thierens, R. B. Hoijnck van Papendrecht, H. I. Wiederholdt, C. G. Baumgarten /in the margin/ Malacca in the Castle, the 15. August 1786. /Lower stood/ P: S. The piper Ian Sarbesie and gunner Filisiano Lodrigos must be sent hither at the first opportunity, but on the other hand the piper and gunner Iacob and Michiel de Zilva, who are departing thither on the pantjallang Banca, are to be detained there in their stead. Agrees Saak C: G: Clerk Letters Arrived and further papers from the commanders of the ships having lain before Slangenoor in blockade, and from those of the lesser vessels assigned to that expedition in 1785/6. No. 14 227 To the Right Honourable, the Valiant Lord Pieter Gerardus de Bruijn Governor and Director of the city and Fortress, etc., etc. The Right Honourable Members of the Political Council. Right Honourable, Valiant Lord and Right Honourable Gentlemen The lighters de Haas and de Vos having arrived here on the 18 May last, we duly received Your Right Honourable, Valiant and Right Honourable Gentlemen's highly esteemed letter of the 12th of the said month, along with the cash and further goods as dictated by its invoice; likewise, the two Chinese carpenters have also arrived here. The native sergeants Boekoor, Marmoet, Brahim, and the corporals Natta, Saptoe, and Nalla Java express their humble gratitude for their confirmation in these their ranks, as does the second draftsman for the favour granted as postholder in Fort Utrecht. We also send over Corporal W. Brand and the gunner Jan Seento on account of his persistent illness and his being unable to perform his service, and the assistant surgeon having also declared that he was unable to be cured here. Regarding the trade in tin, for the information of Your Right Honourable, Valiant and Right Honourable Gentlemen, people come daily from the uplands, and also sometimes from Calang in small lots. We most humbly request Your Right Honourable, Valiant and Right Honourable Gentlemen to accommodate us with money, and with small change, for coolie wages and for tin purchased in small lots; and also for a drummer with a drum for Fort Utrecht, as there is nothing there to serve as a signal for alarm. The bombardier Isaac Welzing most humbly requests of Your Right Honourable, Valiant and Right Honourable Gentlemen the favour of his discharge, as his contract period at 13 guilders has expired; otherwise he requests to be promoted to sergeant. We also send over two prisoners, who, as we have been informed, have committed murder. Furthermore, we offer Your Right Honourable, Valiant and Right Honourable Gentlemen such papers as appear on its register. Presently we have sick native soldiers, and the second, Kreeft, is somewhat better again. With which, with deep respect, we have the honour to call ourselves /below stood/ Right Honourable, Valiant Lord and Right Honourable Gentlemen /lower/ Your Right Honourable, Valiant and Right Honourable Gentlemen's obedient and humble servants /was signed/ A. Gravenstijn and D. M. Kreeft /in the margin/ Slangenoor in Castle Altingsburg, the 19 June 1785 /thereunder/ P. S. Sending per the lighters de Haas and de Vos a quantity of seventy-two bars of tin, all refined inkpots. The bark de Standvastigheid, which arrived here on the 17th instant, is continuing its journey again today. Agrees Jan Laak C. G. Clerk

Dutch transcription

ons gerelateerd heeft, dat hij met een Corpiraal en drie gemeene op een speeltogtje uitgeweest zijnde door de vier laastgemelde gedwongen was om met hun Comps. dienst te verlaaten dog dat hij sedert geleegenheid gevonden hadt om zig uit hun gezelschap en herwaarts te begeeven. Wij beveelen UwE. daar onder„ „zoek na te doen en bij bevinding dat hij weezenlijk onschuldigis of indien uwE. geene reden heeft van hem te suspecteeren dat de gemelde manschappen door hem vervoerd zijn, hem in zijne post te herstellen, dog anders hem met de stukken ten zijner laste te rug te zenden. waar mede na groete blijven /onderstond/ Uw E. Goede Vrienden (Geteekend/ P. G. de Bruijn, A. Couperus, I. A. Hensel, T. Thierens R. B. Hoijnck van Papendrecht, H. I. Wiederholdt, C: G. Baumgarten /in margine/ Malacca in het Casteel der 15. Augustus 1786. /Lager stondt/ P: S. de Pijper Ian Sarbesie en Busschieter Filisiano Lodrigosmoeten bij ge„ „legenheid herwaarts gezonden dog daaren tegen in hunne plaat„ „ze ginder aangehouden worden de pijper en Busschieter Iacob en Michiel de Zilva die met de Pantjallang Banca naar derwaarts vertrekken.. Accordeert Jan Saak C: G: Klerk ons gerelateerd heeft, dat hij met een Corpiraal en drie geme op een speeltogtje uitgeweest zijnde door de vier laastgemeld gedwongen was om met hun Comps. dienst te verlaaten dog hij sedert geleegenheid gevonden hadt om zig uit hun gezelsch en herwaarts te begeeven. Wij beveelen UwE. daar ond „zoek na te doen en bij bevinding dat hij weezenlijk onschuld of indien uw E. geene reden heeft van hem te suspecteerend de gemelde manschappen door hem vervoerd zijn, hem in zijne post te herstellen, dog anders hem met de stukken ten zijn laste te rug te zenden. waar mede na groete blijven /onderstond/ UwE Goede Vrerd (Geteekend/ P. G. de Bruijn, A. Couperus, I. A. Hensel, Thierens R. B. Hoijnck van Paependrecht, H. I. Wiederhol C. G. Baumgarten /in margine/ Malacca in het Casteel 15. Augustus 1786. /Lager: stondt/ P: S. de Pijper Ian Sarbesie en Busschieter Filisiano Lodrigosmoeten bij ge „legenheid herwaarts gezonden dog daaren tegen in hunne perlaed „ze ginder aangehouden worden de pijper en Busschieter Tac en Michiel de Zilva die met de Pantjallang Banca na derwaarts vertrekken.. Accordeert saak C: G: Klerck Brieven Aangekomen en verdere Papieren van de Overheden der voor Slangenoor in blogua¬ de gelegen hebbende Schepen en van die der mindere vaar¬ „tuigen tot die Expe„ „ditie geschikt geweest in 178 5/5. No. 14 227 Aan den WelEdelen Gestrengen Heer Gerardus de Bruijn Pieter Gouverneur en Directeur der stad en Fortresse &:a &a. De E. E. Heeren Leden van den Politiquen Raad. WelEdele Gestrenge Heer en E. E. Heeren De Ligters de Hlaas en de Vos, op den 18 Mai J:o L=r hier gearriveerd weezende, hebben wij wel ontvangen, uwer wel Ed Gestrenge en E. E. Zeer geëerde Letteren, van den 12 der gemelde Maand, nevens de contanten en verdere goederen als het dies Factuure dicteerde, mitsgaders de twee Chi„ „neese Timmerlieden zijn mede hier gearriveerd. De Inlandsche Sergeanten Boekoor, Marmoet, Brahim, en den Corporaals Natta, Saptoe en Nalla Java, hunne nederige dankbaar„ „heid betuigende, voor hunne bevestiging in deeze hunne qualitei„ „ten, als mede den tweeden Tekenaar, voor het gunst bewijs als Benevens post„ posthouder in het Fort Utrecht. Wij zenden den Corporaal W. Brand, en den Busschieter Jan Seento mede over wegens zijn aanhoudende ziekte, en niet in staat is om zijn dienst te doen, en ook den onderchirurgijn verklaard hebben, niet in staat was om hier te geneesen. Wegens het handelen met het tin, dient uwerwel Edele Gest=r en E. E. tot narigt, komen der dagelijks volk uit de bovenlanden„ en ook zomtijds uit Calang bij kleine partijtjes. Wij verzoeken uwer wel Edele Gest=r en E. E. zeer ootmoedigst om met geld te gerieven, en om klein geld, voor Coelijloon, en voor tin die bij kleine partijtjes gekogt word: en ook om een tamboer met een Trommel voor 't fort Utrecht, terwijl daar niets is, tot een teken van Alarm- Den Rombardier Isaac welzing verzoeke uwer wel Ed. Gest:r en E. E. zeer ootmoedigst de gunst, om zijn verlossing, terwijl zijn tijd uit is van ƒ 13. anders verzoekt hij tot sergeant bevordert te worden. Ook zende wij twee arrestanten mede over, die zij ons berigt hadden, dat zij moort gedaan hebben. Voorts bieden wij uwer wel Ed. Gest: en E. E. zoodanige papieren als dies Register komt te blijken. Tans hebben wij zieken Inlandsche Militairen, en de secunde Kreeft weder wat beter. Waar met diep respect de eere hebben ons te noemen. /onderstont/ wel Edele Gestrenge Heer en E. E. Heeren /Laager/ uwer wel Edel Gest:r en E. E. Gehoorzame en Onderdaanige Dienaaren /was Getekend/ A: Gravenstijn, en D. M. Kreeft / in Margine/ Slangenoor in 't Casteel Altingsburg den 19 Iuni 1785, /daar onder / P. S. Zende per de Ligters de Hlaas en de Vos, een quantiteit van twee en zeventig Baar tin, alle gezuiverde intkokers De Bark de Standvastigheid den 17 deezes hier geapriveerd, laaten zijn reise heden weder vervolgen. Accordeert an Laak EC. Ge Kler

NL-HaNA_1.04.02_8435_0757 view scan ↗

English

To the Right Honorable and Severe Lord Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director, together with The Honorable Gentlemen Members of the Esteemed Council of Policy of the Castle of Malacca, with the Dependencies thereof. Right Honorable and Severe Lord and Honorable Gentlemen! We have the honor herewith to communicate to Your Right Honorable and Severe Lordship and Honorable Gentlemen that on Sunday the 17th of this month at one o'clock in the afternoon, with our vessels under our command and the cutter de Onderneemer, we arrived in good condition at the roadstead of Slangenoor, and have encountered no foreign or other vessels here. From the battery on the hill of Slangenoor named van Braam, a blue Malay flag was seen from the staff still standing there, and we observed no other flags whatsoever, until in the afternoon at five o'clock, when the first undersigned, in order to convene a council of war, had a white flag flown from the staff as a signal for the ship Mars, whereupon from the said battery, while firing two cannon shots, a small white flag was also displayed, which continued to fly until our signal flag was lowered, which lasted about an hour, after which the aforementioned blue flag was hoisted again in its place. The dwellings in the batteries Utrecht and van Braam, which were built at the time that place was conquered, are according to the words of some officers who were here at that time, and as one can observe through the spyglasses, still in that exact same condition, as are the settlements lying thereabouts. From Fort Altingsburg, which is stockaded, nothing can be observed from within. At the place where the landing previously occurred, between Fort Altingsburg and Utrecht, the enemy has newly constructed a battery enclosed with stockades, as well as one below van Braam's battery on the slope of the hill to be able to sweep the beach. We have shortened our vessels' cables to 3½ fathoms at low water, and fully four fathoms at high water, and lie about ¼ mile from the shore, but it is impossible for us to prevent the entry of small vessels because they make their way inside into the river along the shore, just as yesterday afternoon four more baloors coming from the north sailed inside; thus, to cut off that passage, it would in our opinion be very necessary that the river Calang were occupied, and then to let small vessels cruise from this river down to the cape of Carang. Your Right Honorable and Severe Lordship and Honorable Gentlemen's most respected letter of the 13th of this month, which reached us on the 15th with the aforementioned cutter, we shall observe with all exactitude. This morning at sunrise, the aforementioned blue flag was hoisted again from van Braam's Battery. Having presently nothing further to report to Your Right Honorable and Severe Lordship and Honorable Gentlemen, we wish Your Right Honorable and Severe Lordship and Honorable Gentlemen Heaven's precious blessings, and call ourselves with all respect, Right Honorable and Severe Lord and Honorable Gentlemen, Your Right Honorable and Severe Lordship and Honorable Gentlemen's obedient servants, B: v: d: Spek, I. Boekt, A: W: Hassen, C. Dirksen. Aboard the Company's ship Hoolwerf anchored at the roadstead of Salongoor, the 18th of July, anno 1785. To the Right Honorable and Severe Lord Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the city and fortress of Malacca together with the Council. Right Honorable and Severe Lord and Honorable Gentlemen! Since, after our humble letter of the 18th of this month sent off with the cutter de Onderneemer, no vessel has yet arrived here from your side, we nevertheless cannot fail, upon the departure of an English hooker named the Merrij that arrived here yesterday from Queda and is now departing for your side, to transmit to Your Right Honorable and Severe Lordship and Honorable Gentlemen an account of what has transpired here since the departure of the aforementioned cutter, from which it will appear to Your Right Honorable and Severe Lordship and Honorable Gentlemen that Radja Briman, who is at Salangoor, sent us a letter on the 21st of this month, the original of which we also transmit. We judged it best to dispatch this with the said hooker and wait until a Company vessel comes up, in order for Your Right Honorable and Severe Lordship and Honorable Gentlemen to be informed of everything before the arrival of the envoys who are to depart next Thursday with a vessel on the king's behalf. We trust that Your Right Honorable and Severe Lordship and Honorable Gentlemen will approve of this sea service. While we remain with all respect, Right Honorable and Severe Lord and Honorable Gentlemen, Your Right Honorable and Severe Lordship and Honorable Gentlemen's obedient servants, B: van der Spek, I. Boekr, A. W. Hass, and C. Dirksen. Aboard the Company's ship Hoolwerf anchored at the roadstead of Salangoor, the 26th of July 1785.

Dutch transcription

229 Aan den Wel Edelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn, Gouverneur en Directeur benevens De E. E. Heeren Leeden in den Agtbaaren Raad van Politie des Casteels Malacca, met den Ressorten van dien. Wel Edele Gestrenge Heer en E. E. Heeren! wij hebbe de eer uwel Ed: Gestr: en E. s Heeren bij deezen te communiceeren dat wij op sondag den 17. dezer 's middags ten een uuren met onze onder hebben „de boodems en de kotter de Onderneemer in goede staat ter rheede slange „noor zijn gearriveerd, en geene vreemde of andere vaartuigen alhier ontmoet, Van de op het berg van Slangenoor zijnde batterij genaamd van Braam waard /: van de aldaar nog zijnde stok / een blaauwe Meeleedsche vlag, en hebbe wij geene andere vlaggen hoe genaamd ontwaard, als des 's namiddags om vijf uuren, wanneer den eerstgetekende om scheepsraad te beleegen een witte vlag van stok liet waaijen tot sin voor het schip Mars, terwijl uit de gemelde batterij onder het lossen van twee Canon schooten, meden een wit vlaggetje wierd vertoond, dat zoo lang bleef waaijen tot dat onze sein vlag / dat wel een uur duurde :/ wierd nedergehaald, wanneer in dies plaats weder de voormelde blaauwe vlag wierd op geheesen. De woningen in de batterijen utrect en van Braam, die gemaakt zijn ten tijden dat die plaats overwonnen is, zijn volgens zeggen van eenige officie„ „ren die op die tijd hier geweest zijn, en zoo als men door de kijkers kan bespeuren nog nog in die eigenste situatie zoo mede de daar om streeks leggende negon kunnende van het Fort Altingsburg dat gepalisadeert is, van binnen niets beoogd worden. op de plaats daar bevoorens de Landing geschied is, tusschen het fort Altingsburg en Utrecht heeft den vijand op nied een Batterij met Palisaaden omhend aangelegd, zoo mede een onder ven Braams batterij in het afgaan van den bergom het strand te kun„ bestrijken, Wij zijn met onze bodems opgekort tot op 3½ vuam met laag, en ruijn vier vaam met hoog water, en leggen omtrend ¼. mijl van de wal, dog het is ons ondoenlijk om den ingang van kline vaartuigen te beletten dewijl die langs de wal hun weg naar binnen in het rivier neemen, gelijk op gisteren middlag nog vier baloors uit de Noord komende na binnen zijn gezeild, dus om haar die pasaf te suijden, zouden ons dunkens zeer noodzaakelijk zijn, dat het rivier Calang bezet wierd, en dan van deeze r af tot de hoek van Carang kleijne vaartuigen te laaten kruissen. UwelEd. Gestr. en E. E. Heeren zeer gerespecteerde Letteren van den 13. deezer ons den 15. met de voorn: kotter geworden, zullen wij met alle exacte teit observeeren. heden morgen met zons opgang, is uit van Braams Batterij weder de voorm: blaauwe vlag opgehijst. Uwel Ed. Gestr: en E. Heeren tegenswoordig niets meer kunnende melden wer „schen wij uwel Ed. Gestr: en E. Heeren des Hemels dierbaare Zeegeningen, en noeme„ ons met alle respect (onderstondt) Wel Edele Gestrenge Heer en E. E. Heeren, /:lage:/ Uwel Ed. Gestr:. en E: E. Gehoorzaame Dienaaren /(getekend/ B: v: d: Sp I. Boekt, A: W: Hassen C. Dirksen, /in margine/ Aam boord van 'sComp. s schip Hool warf geeinkerd ter reede Salongoor den 18. Iuli A. o 1785. . Aan 231 Aan den Wel Edelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn, wel Edelen Gestrengen Heer en E. Heeren! Vermidser t' zeedert onze nederige Letteren van den 18. deezer met de kotter de Onderneemer afgezonden,„ nog geene vaartuige van costij herwaards gekoomen is, zo kunnen wij egter niet in gebreeken blijven om uwelEd. Gestr. en E. Heeren met het vertrek van eenen op gisteren alhier van queda gearriveerden en tans na â Costij vertrekkende Engelsche Hoeker genaamd de Merrij, te doen toekomen een verslag van het geene ir 't zedert het vertrek van voorengenoemde Cotter alhier is gepasseerd, en waar uit UwelEd. Gestr: en E. Heeren za komen te blijken dat Radja Briman die zig op Salangoor bevind op den 21. deezer ons een brief heeft gezonden, welkers origineel wij meede overzenden, wij oordeelen het best te zijn om deezen met gem: Hoeker af te zeuden den te wagten tot dat 'er een Comps vaar tuij a opkomt, ten einden UwelEd. Gestr. en E. Heeren voor de komst der afgezuidng die op aanstaanden donderdag met een vaartuig van 's konings weegen staan te vertrekken, van alles geinformeerd te zijn, Wij vertrouwen dat uwel Ed. Gestr. en E. Heeren deezen den zee verrigting zullen goedkeuren. Terwijl wij ons met alle Eerbied blijven, (onderstondt) Wel Edelen Gestr. Heer en E:. Heeren, /lager/ UwelEd. Gestr., en E. E. gehoorzaame Dienaaren (getekend) B: van der Spek, I. Boekr, A. W. Hass en C. Dirksen, /in margine/ Aan Boord van sComp:s schip Hoolwijf geankerd ter rheede Salangoor den 26. Juli 1785. —. Gouverneur en Directeur der staden Fortresse Malacca benevens den Raad. Verslagd lineln

NL-HaNA_1.04.02_8435_0760 view scan ↗

English

Report of what occurred during the Blockade of Salangoor from the 18th of this month until today, presented with all respect, To the Right Honorable, Highly Esteemed Sir Pieter Gerardus de Bruijn Governor and Director of the City and Fortress and of the Council at Malacca. On Thursday the 21st of this month at 9 o'clock in the morning, a small vessel arrived on board from the shore with a small white flag at the front, bringing a sealed letter from Radja Brima, which was of the following content: "Hereby the king sends his compliments to the Lord Admiral. On a certain day his Honor called us, whereupon I also immediately had some of my councilors summoned, but one finding himself ill, I held no meeting for that reason. Now he is on the mend; therefore I now send to the Lord Admiral to meet his Honor." On the side, the king's seal was printed in black. Although this content was very simple, indeed even more or less incomprehensible, we nevertheless judged it best, since Radja Brima proposed to meet the first undersigned, to send him a letter in return and to let pass unnoticed his pretexts that we were supposed to have called him on a certain day, since this was only assumed by him upon the hoisting of a white flag by the first undersigned as a signal for Bitchara for the ship Mars on Sunday the 17th of this month, and also that this pretext would principally be to find an opportunity through that means to carry on some correspondence with us. Meanwhile, we also understood that if he, Radja Brima, had regarded the said signal as a sign for him, he would certainly have sent someone on board immediately or the next day, but not five days after the date; therefore we sent the following letter to him, reading as follows: "The letter sent by the King has been received by the Lord Admiral. In response, let it serve that if his Highness is inclined to come in person, or otherwise to send two of his ministers on board to the Lord Admiral in a small vessel with a white flag upon it, his Honor will then be available to speak about one thing and another." Whereupon, on Saturday the 23rd of this month at 8 o'clock in the morning, accompanied by the firing of seven cannon shots from the shore, two vessels departed, each with a small white flag at the front, which subsequently came on board. In one of the two were two envoys who, after being conducted inside and seated in the room of the first undersigned, conveyed the compliments in the name of their king Radja Brima and brought along a buffalo as a present, as a token of goodwill. The first undersigned had the junior merchant Pungel ask them what was the reason for their coming and what they had to request or to propose. They made known that their king had sent them, and that he was very willingly inclined to make peace with the Company and to live in friendship. The first undersigned answered that he had no authorization to negotiate about this, but that if their King Radja Brima was genuinely inclined to do so, he could then send an embassy to Malacca with credentials alongside full powers, in order to then make an agreement with the Lord Governor and Council there, and that in that case we would grant to those envoys upon their departure a [illegible]

Dutch transcription

Verslag van het voorgevallen in de Bloquadte van Salangoor 't zedert den 18. deezer tot hieden met alles Eerbied gepresenteerd, Aan den Wel Edelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn Gouvernreur en Directeur der Stald en Fortresse benon den Raad te Malacca. Des Donderdags den 21. deezer smorgens ten 9. uuren quam van de wal een klein vaartuig met een wit vlaggetje van vooren aan boord; brengende een geachetteerde brief van Radja Brima, die van den volgenden inhod Bij deezen zend den koning zijn compliment aan den Heer Adm: „raal op zekeren dag heeft zijn E: ons geroepen wanneer ik ook direct eenig van mijne Raadsleeden hebben doen ontbieden dog een zig ziek bevindende heb ik om die reeden geen bij eenkomst gehad thans is hij aan de beeter„ „hand daarom zend ik nu aan den Heer Admiraal om zijn E. te ontmoeten Op zijde was des konings Zegel in het zwart gedrukt. Alhoewel nu deeze inhoud zeer eenvoudig; Ja zelfs min of meer onverstaanbaar was, zoo oordeelde wij het best, vermids Radja Brima voor Gaff:e om den Eerstgetekende te ontmoeten; hem een brieff wederom te zenden en zijne voorwendzels van dat wij hem op zeekeren dag zouden geroepen hebben ongemerkt te laaten passeeren, vermits zulks door hem maar verondersteld word met het opheisen door den Eerstgetekende van een witte vlag tot sein van Bitchara voor 't schip Mars op Zondag den 17. deezer en ook dat dit voorwendsel wel principaal zoude zijn om door die weg in de occagie te geraaken van eenige brieff wisseling met ons te kunnen voeren Terwijl wij teffens begreepen dat zoo indien hij Radja Brima het wwas. 235 het gemelde sein tot een teeken voor hem had aangemerkt hij zijkerlijk aanstonds of des anderdaags maar niet vijf dagen naar dato aan boord zoude hebben gezonden, dierhalven wij den volgende brief aan hem afzonden luidende als. „De brief door den Koning gezonden; heeft de Heer Admiraal ontfangen E: „tot antwoord dient dat indien zijn Hoogheid genegen is zelfs in persoon te koomen „ dan wel twee van zijn ministers met een klein vaartuig met een witte vlag „daar op bij den heer Admiraal aan boord te zenden, zijn E. als dan over het „een en ander te spreeken is! Waar op de Zaturdags den 23. deezer des morgens ten 8. uuren onder 't lossen van zeven p.s canonschooten van de wal vertrokken twee vaartuigen ieder met een wit vlagentje van vooren die vervolgens aan boord quamen; In een der beiden bevonden zig twee afgezanten die na dat zij binnen in des Eerstgetekende zijn kamer geleiden neder gezeeten waaren, uit naam van hun koning Radja Brima het compliment af leiden en tot een teeken van welmeenendheid een Buffel tot present mede bragte. Den Eerstgetekende liet door den onderkoopman Pungel aan hun afvraag„ wat de reeden was van hun komst en wat zij hadden te verzoeken dan wel voor te draagen. zij gaaven te kennen dat haar koning hun gezonden had; end dat hij zeer geerne geneegen was om zig met de compagnie te bevreedigen en in vriendschap te leeven. Den Eerstgetekende Antwoorden van geen qualificatie te hebben om daar over te handelen; dog dat zoo indien hun Koning Radja Brima daar toe opregt geneegen owas, als dan een Gezantschap naar Malacca konde zeuden met een credentiaal nevens volmagtschap; om als dan met den Heer Gouverneur en Raad aldaar een vergelijk te maaken en dat wij indien gevalle aan die afgezanten zouden verleenen bij hun vertrek aen Las 1 Verslag van het voorgevallen in de Bloquadte Salangoor 't zedert den 18. deezer tot heede alle Eerbied gepresenteerd, Aan den Wel Edelen Gestrengen. Pieter Gerardus de Bri Gouverneur en Directeur der Stad en Fortresse den Raad te Malacca. Des Donderdags den 21. deezer smorgens ten 9. uuren quam van een klein vaartuig met een wit vlaggetje van vooren aan boord; brenge een gecachetteerde brief van Radja Brima, die van den volgenden Bij deezen zeid den koning zijn compliment aan den Heer „raal op zekeren dag heeft zijn E: ons geroepen wanneer ik ook direct van mijne Raadsleeden hebben doen ontbieden dog een zig ziek bevi heb ik om die reeden geen bij eenkomst gehad thans is hij aan de „hand daarom zend ik nu aan den Heer Admiraal om zijn E. te ont Op zijde was des konings zegel in het zwart gedrukt. Alhoewel nu deeze inhoud zeer eenvoudig; Ja zelfs min of m onverstaan baar was, zoo oordeelde wij het best, vermids Rad Brima voor Gaff:e om den Eerstgetekende te ontmoeten; hem een wederom te zenden en zijne voorwendzels van dat wij hem op zeeker dag zouden geroepen hebben ongemerkt te laaten passeeren, vermits zulk hem maar verondersteld word met het opheisen door den Eerstgebekend van een witte vlag tot sein van Bitchara voor 't schip Mars op 2 den 17. deezer en ook dat dit voorwendsel wel principaal zoude zijn om weg in de ocagie te geraaken van eenige brieff wisseling met ons kunnen voeren Terwijl wij teffens begreepen dat zoo indien hij Radja B: het wwas.

NL-HaNA_1.04.02_8435_0763 view scan ↗

English

had regarded the aforementioned signal as a sign for him, he surely would have sent on board immediately or the next day, but not five days after date; wherefore we sent the following letter to him, reading as follows: "The letter sent by the King has been received by the Lord Admiral, and serves as answer that if His Highness is inclined to come even in person, or else to send two of his ministers with a small vessel with a white flag thereon on board with the Lord Admiral, His Honour is then prepared to speak about the one and the other." Whereupon, on Saturday the 23rd of this month in the morning at 8 o'clock, amidst the firing of seven cannon shots from the shore, two vessels departed, each with a small white flag forward, which subsequently came on board. In one of the two were two envoys, who, after they had been escorted inside into the chamber of the first undersigned and were seated, delivered the compliment in the name of their King Radja Brima, and brought along a buffalo as a present as a token of goodwill. The first undersigned had the junior merchant Pungel ask them what was the reason for their arrival and what they had to request or propose. They made known that their King had sent them, and that he was very gladly inclined to make peace with the Company and to live in friendship. The first undersigned answered having no qualification to negotiate about that; but that if their King Radja Brina was sincerely inclined thereto, he could then send an embassy to Malacca with credentials alongside a power of attorney, in order then to make an agreement with the Lord Governor and Council there, and that we in that case would grant those envoys upon their departure a pass and flag in order to be able to pass freely and unmolested. They, namely the envoys, replied to this that such was very good, but that Radja Brima very gladly wished to meet the first undersigned in order, if it were possible, to be able to enter into a treaty, to which end they requested His Honour to go along to the shore; but excusing himself on the one hand as not having command of the Malay language, and on the other hand that he could not leave from aboard ship, the junior merchant Pingel and the first mate Dirkse went with one of the envoys in the boat of the ship Mars to the shore with orders to give Radja Brima himself in person to understand such. Having returned on board in the afternoon, they reported to us as the following account contains: Honourable Valiant Sir, The undersigned, as soon as they found themselves on shore, were led into a house standing in the Utrecht Battery before the Young King or the brother of Radja Brima, who had with him, as it seemed to us, a grandee of the realm, being a Buginese, and spoke with us in the name of Radja Brima; offered us to sit, and this having been done by us, the first undersigned addressed him and said: That Radja Brina had this morning sent two envoys on board to Your Honourable Valiance, and who in his name had made known that he, Radja Brima, was very gladly inclined to make peace with the Company and to live in good friendship, To the Honourable Valiant Sir Benjamin van der Spek, Commandant in the Expedition before Salangoor That Your Honourable Valiance was not authorized to negotiate about that, but that if Radje Brima was inclined thereto and had a sincere heart, he could then send an embassy to Malacca provided with credentials and qualification on behalf of Radja Brina, in order to unite with the Lord Governor and Council there, and that Your Honourable Valiance would then grant upon their departure a pass and Dutch flag to be able to pass freely and unmolested. The aforementioned minister, whose name and quality is unknown to us, asked why such could not take place with Your Honourable Valiance, but we answered that such had already been said to him by reason of having no qualification. Furthermore he made known that they had not rebelled against the Company, but that they had beaten and chased them out of their place. That they therefore had come hither, namely to Salangoor, to make friendship again with the Company, in order to make application thereto with the Commandant of the Garrison; but that he had abandoned his post, and they thus had found the same empty. The first undersigned answered him that he could not express himself about that, and that if Radja Brina were to send envoys to the Lord Governor and Council at Malacca, he could speak about that. Furthermore he said that if the Company was inclined to make friendship with them, they were tenfold desirous thereof; subsequently the first undersigned asked if one could not meet Radja Brima himself, but received as answer that such could not happen today, because he had first to be informed of all this, thus requested us to wait until Monday in order to be able to consult with the King, and promised us to deliver answer on Monday next. Offered us also, if something might be needed on board, of refreshments

Dutch transcription

235 het gemelde sein tot een teeken voor hem had aangemerkt hij zijkerlijk aanstonds of des anderdaags maar niet vijf dagen naar dato aan boord zoude hebben gezonden, dierhalven wij den volgende brief aan hem afzonden luidende als. „De brief door den Koning gezonden; heeft de Heer Admiraal ontfangen E: „tot antwoord dient dat indien zijn Hoogheid genegen is zelfs in persoon te koomen „dan wel twee van zijn ministers met een klein vaartuig met een witte vlag „daar op bij den heer Admiraal aan boord te zenden, zijn E. als dan over het „een en ander te spreeken is! Waar op des Zaturdags den 23. deezer des morgens ten 8. uuren onder 't lossen van zeven p.s. canonschooten van de wal vertrokken twee vaartuigen ieder met een wit vlagentje van vooren die vervolgens aan boord quamen; In een der beiden bevonden zig twee afgezanten die na dat zij binnen in des Eerstgetekende zijn kamer geleiden neder gezeeten waaren, uit naam van hun koning Radja Brima het compliment af leiden, en tot een teeken van welmeenendheid een Buffel tot present mede bragte. Den Eerstgetekende liet door den onderkoopman Pungel aan hun afvraag„ wat de reeden was van hun komst en wat zij hadden te verzoeken dan wel voor te draagen. zij gaven te kennen dat haar koning hun gezonden had; en dat hij zeer geerne geneegen was om zig met de compagnie te bevreedigen en in vriendschap te leeven. Den Eerstgetekende Antwoorden van geen qualificatie te hebben om daar over te handelen; dog dat zoo indien hun Koning Radja Brina daar toe opregt geneegen owas, als dan een Gezantschap naar Malacca konde zeuden met een credentiaal nevens volmagtschap; om als dan met den Heer Gouverneur en Raad aldaar een vergelijk te maaken en dat wij 79 indien gevalle dan die afgezanten zouden verleenen bij hun vertrek een Las Pas en vlag ten einde vrijen ongemolesteerd te kunnen passeeren. zij Naamelijk de afgezanten:/ Repliceerde hier op, dat zulks zeer goed was, dog dat Radja Brima zeer geerne den Eerstgetekende wilde ontmoeten om was het moogelijk een verdrag te kunnen aangaan, ten welken einde zij zijn E.: versogten om meede naar de wal te gaan dog sig Executeerende als eenscheels de Maleidsche taal niet magtig, zijnde en einderdeels dat zig niet van binnen scheepsboord kunnende begeeve zoo ging den onderkoopman Pingel en den Opperstuurman Dirkse met een der afgesenten in de schuit van 't schip Mars naar de wal met order om zulks Radja Brima zelfs in Persoon te verstaan te geeven, Des middags weeder aan boord gekoomen zijnde Rapporteerde zij ons, zoo als 't volgende berigt behelst E. Manhaften Heer, De ondergetekende zoodra zij zig aan de wal bevonden, wierden gelied in een huijs staande in de Batterije Utregt voor den Iongen Kooning of den Broeder van Radja Brima; die bij hem heed ( zoo als het onstoesheen:/ een Rijksgrooten een Bouginees zijnde en uit naam van Radja Brima met ons spreek; presenteerde ons om te zitten; en dit door ons gedaan zijnde spreek den Eerstgetekende hem aan, en zijde Dat Radja Brina heeden morgen twee gesanten aan boord bij uwelEd: Manh. had gesonden, en dewelke uit deszelfs naam hadden te kennen gegeven dat hij Radja Brima zeer geerne geneegen was om zig met de Compagnie te bevreedigen en in goede vriendschap te Leeren, Aan den E. Manhaften Heer Benjamin van der Spek, Commandant in de Expeditie voor Salangoor Dat 235 Dat Uwel Ed. Manh. om daar over te handelen niet gemagtigd was, dog dat zoo indien Radje Brima daar toe geinclineerd was en een opregt hard had; hij als dan een Gezantschap naar Malacca konde zenden voorsien van een Credentiaal en qualificatie van weegen Radja Brina, ten ainde met den Heer Gouverneur en Raad aldaar te vereenigen, en dat Uwel Ed. Manh: als dan bij hun vertrek zoude verleenen een pas en Hollandse vlag om vrij en J ongemolesteerd te kunnen Passeeren Den gem. Ministers Carieens naam en qualiteid ons onbekend is vroeg, waarom zulks met uwel Ed. Manh. niet konde geschieden, dog wij ant„ „woorden dat zulks berees aan hem gezegd was u't hoofden van gen gealifi„ „catie te hebben, Verder gaff hij te kennen dat zij tegens de Compagnie niet hadden gerebeleerd, dog dat die hun uit haar plaats verslaagen en verjaagd hadden. Dat zij dus om weeder vriendschap met de Comp. e te maaken herwaards. Namentlijk op Salangoor gekomen zijn, om bij den Commandant der Bezetting daar toe aansoek te doen; dog dat die zijn plaats verlaaten; /en zij dus dezelve leedig gevonden hebben. Den Eerstgetekende antwoorden aan hem, dat zig daar over niet konde uitlaaten, en dat zooindien Radja Brina gezenten zoud bij den Heer Gouver „neur en Raad: te Malacca daar over konde spreeken, Voorts zeeden hij dat als de Comp:s geneegen was om met haar vriendschap te maaken zij tienvoudig daar toebegeerig waaren, vervolgens vroegden Eerstgetekende of men Radja Brima zelfs niet konde ontmoeten, dog kreegen tot antwoord dat zulks heeden. niet konde geschieden; vermits dat hij van dit alles eerst dienden geinformeerd te worden, verzogt ons dus om tot Maendag te wagten ten eende met den koning te kunnen raadpleegen, en beloofden ons om op Maandarg aanstaande bescheid te doen geworden. offereerde onsook zoo iets aan boord mogte nodig hebben van verversching H

NL-HaNA_1.04.02_8435_0766 view scan ↗

English

This letter comes from the interior of a pure white and without any stain clear and transparent heart of Radja Ibrahim, who has always ruled over Slangenoor. May God the Lord bring it to the Governor who as prince has the government of the Castle and the flourishing city of Malacca together with the Council. Regarding the two ships that my Friend has sent to guard the mouth of the river of Slangenoor, it serves to say that they are doing very well by preventing no incoming or outgoing vessels nor causing any damage to them, and that I therefore also hold very good thoughts toward them, the more so because I by no means desire to be at variance with the Company, but on the contrary, just as my late old father was in friendship with the Company, I likewise desire to live in friendship with it. Accordingly, I send a Penghulu with a kakap manned with twelve men. Written on the mountain on the 21st day of the month Ramadan on Friday morning after the Company's clock struck eight o'clock in the year of the Hegira 1199, being the 29th of July 1785. Translated according to the statement of the Sworn Interpreter Intje Paijer. Malacca in the Castle, the 11th of August 1785. Signed before me, C. G. Baumgarten, secretary. To the Right Honorable, Valiant Sir, Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the City and Fortress of Malacca, together with the Council. Right Honorable, Valiant Sir and Honorable Gentlemen, In humble reply to Your Right Honorable Valiant's very revered letters of the 27th of July last, we have the honor to write back that the six leagers of drinking water were safely received by us with the bark De Standvastigheid on the 5th of this month, and that I had that vessel continue its journey directly to Perak without any delay. Since then, we were honored this morning with Your Right Honorable Valiant's and Honorable Gentlemen's dispatch of the 30th of the said month, together with the commissions enclosed therein, which we shall obey as much as is in our power, referring ourselves in that respect with all humility to our letters of the 18th of this month. The first undersigned waits with sorrow for the small ship De Hoop in order to be relieved, since of his European crew, whose number consists of only 48 men, nine are already disabled, suffering from the red flux, and it is to be feared that more will succumb to it, but with the second undersigned there are no more than 2 sick. The six leagers of drinking water brought by the said hooker have been taken in by the ship Meers, the same going back empty. Upon the departure from here of an English hooker named The Merry on the 26th of July, we could not fail to send to Your Right Honorable Valiant and Honorable Gentlemen a report of what occurred from the 18th of July until the said date; we hope that Your Right Honorable Valiant and Honorable Gentlemen will have already received the same, while we once again offer with respect the copy thereof and of the letter herewith. The envoys on behalf of Radja Ibrahim departed for Acosti on Saturday the 30th of the past month of July under a Dutch flag and pass, and since nothing had happened since our dispatch with the English hooker, we deemed it unnecessary to give them a letter to take along. The lighter De Haas, arriving here early this morning, reported to me that it had lost one of its two grapnels and thus called in out of necessity, requesting to be provided with another; the first undersigned not being provided with one, in order not to delay him, granted him an order upon the hooker Katwijk aan Zee, which was at anchor on the outer roadstead due to contrary wind, to give him one from its supply, as was also done directly, and it subsequently continued its journey directly to Perak. Furthermore, since our last of the 26th of July, nothing noteworthy has occurred here that could merit Your Right Honorable Valiant's and Honorable Gentlemen's attention; thus we call ourselves with profound respect, Right Honorable, Valiant Sir and Honorable Gentlemen, Your Right Honorable Valiant's and Honorable Gentlemen's obedient servants, B. v. d. Spek, L. Boekr, A. W. Hassen, C. Dirksen. On board the Company's ship Hoolwerf, lying anchored before Salangoor, the 6th of August 1785. To the Right Honorable, Valiant Sir, Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the City and Fortress of Malacca, together with the Council. Right Honorable, Valiant Sir and Honorable Gentlemen, In humble reply to Your Right Honorable Valiant's and Honorable Gentlemen's highly honored letters of the 19th of August, safely delivered to us on the 26th by the Malay Intje Saijeer. We have searched his prahu, but found nothing other than what was permitted to him by the pass. The cause of the sickness among the crew of the ship Hoolwerf, according to the idea of Your Right Honorable Valiant and Honorable Gentlemen, is supposed to have arisen from the Selangor fruits, but we can assure Your Right Honorable Valiant and Honorable Gentlemen that there have been no fruits of any kind on board with us, nor has a boat gone ashore, except on commission of the Honorable Company. The crew under the first undersigned are in good health, having no more than 1 sick man, though out of danger, and one dead, being the carpenter.

Dutch transcription

Deeze brief komt uit het binnenste van een zuiver wit en zonder eenigen vlek helder en doorsteijnend hart van Radja Ibrahim, die altoos op 2y z Slangenoor geheerscht heeft, Goot den Heere brenge denzelven aan den Heer Gouve „neur die als vorst de regeeringe heeft van het Casteel en de florisante stad Malacca benevens den Raad. Nopens de twee schepen die mijn Vriend gezonden heeft om de weegt te houden woorden mond der rivier van slangenoop dient, dat zij het zeer goed maaken door geender in -of uit loopende vaartuigen te beletten off aan dezelven schade toe te brengen en dat ik derhalven ook omtrent hun zeer goede gedagten hebbe, te meer dewijl ik tens geenzints met de Compagnie in verwijdering begeeve te zijn, maar daarendeijen, gelijk mijn overleden oude vader met de Compagnie in vrieu „schap geweest is ook ik inzelfdervoegen met haar in vriendschap verlange te leeren. Overzulks zeude ik eenen Bonghoeloe met eene kakap bemeint met twaalf man. Geschreven op den berg den 21. dag der maand Renmelan op Vrijdag s morgens na Comps. klokken slag agt uur in het jaar der Regire 1199, zijnde den 29: Iuli 1785. (onderstoudt) Getranslateerd: volgens opgaave van den Gezworen Tolk Jutje Paijer. Malacca in het Casteel den 11. Augustus 1785. /deraronder/ boor mij geteken C. G:d Baungarten secret„s —. Aan den Wel Edelen Estrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn, Gouverneur en Directeur der Stad en Fortresse Malac„ beneevens den Raad. Wel Edele Gestrenge Heer en E. E. Heeren, In nedrig antwoord op Uwel Ed. Gestr. zer gevenereerde Litteren van den 27. Julij verleden hebben wijde heer te reschriberen, dat de zes leggens met drinkwaater ons N 239 ons met de beerk de standvastigheid op den 5. deser wel zijn geworden, en dien bodem zonder eenig vertoef direct zijne reis naar pera heb doen vervolgen, 't zedert hebbe wij ons heden morgen vereerd met Uwel Ed. Gestr. en Eetteeren d missive van den 30. der gemelde maand, nevens de daar ingeslootenen commissas die wij zoo veel in ons vermogen is zullen obedieeren, revereerende wij ons ten dien opzigten met alle nedrigheid aan onze Letteren van den 18. deezer. Den eerst geteekende wagt met smert na het scheepje de Hoop ten einde vervangen te kunnen worden, door dien ër van zijne Edropeesche welkers getal in maar 48. koppen bestaad, bereds negen: men inposent zijn, Laboreerende= aan de rooloop, en het te dugte staat dat er meer op zullen invallen, dog bij den 2. e geteekende zijn niet meer als 2. zieken De zes leggers met drinkwater per de gemelde hoeker aangebragt, heeft het schip Meers ingenoomen gaande dezelve ledig weder te rug„ Bij het vertrek van hier, van eene Engelsche Hoeker genaamd de Merrij op den 26. Julis hebbe wij niet kunnen nalaaten uwelEd Gestr. en E. Heeren toe te zenden een verslag van het geene er het sedert den 18. Iuli tot gemelde datum is voorgevallen, wij hoope dat uwel Ed. Gestr: en EesHeeren het zelve bereeds zullen hebben ontvangen, terwijl wij het copia daar van, en van de brief bij deezen andermaal met Eerbied aanbieden, De Gedanten van wiegen Radja: Brima zijn op Saturdag den 30. deezgepas„ Ee „seerde maand Iulij onder een Hollandscher vlag en Pas na acosti vertrokken, en vermits 'er 'tzedert onze afgezondene met de Engelsche hoeker niets gepas„ „seerd was, oordeelde wij het onnoodig om hun een brief mede te geeven, De Ligter de Hlaas heden morgen vroeg alhier arriveerende, rapporteerde mijn dat een van zijn twee dreggen verlooren had, en dus uit noodzaak aen quam, versogt om van een ander te mogen worden voorsien; den eerstgetekende hier van niet voorzien zijnde, heeft aan denzelven om hem niet op te houden verleend een ordonn. op de Hloker Catwijk aen zee, die op de buiten rhee door tegenwind ten anker anker zeij, om hem een uit zijn vooraad te geeven, gelijk ook direct geschied is, en heeft vervolgens zijne reize naar Pera direct voortgezet, Voorts iser alhier't zeedert onze Laaste van den 26. Iuli niets merks waardig voorgevallen, het geen uwel Ed. sestr. en E. Heeren attentie zoude kunnen meriteern dus wij ons met diepschuldig respect noemen. (onderstond) WelEdelen Gestren„ Heer en E: E. Heeren, /lager/ Uwel Ed. Gestr. en E. E. Gehoorzaame Dienaaren /getekend) B. v. d. spek, L. Boekr, A. W: Hassen C: Dirksen, /in margine/ Aaa Boord van comp. s schip Hoolwerf Leggende gecinkeerd voor Salangoor den 6. Augustus 1785. —. Aan den Wel-Edelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn, Gouverneur en Directeur der stad en Fortresse Ma„ „lacca benevens den Raad. Wel Edelen Gestrenge Heer en E. Heeren, In nedrig antwoord op uwelEd Getringe en E. Heeren zevo geerde Letteren van den 19. Augustus ons op den 26. ' door den Malier Intje Saijeer wel ter handgested. Hebbende wij zijn praauw gerisenteerd dog niets onders gevonden den 'egen hem bij de pas gepermitteerd werd. De oorzaak der ziektens onder de Equipagie van 't schip Hoolwerf, vlgens denkbeeld van Uwel Ed. Gestr. en E. Heeren zoude ontstaen zijn, door de slangoreese vrugten, dog wij kunnen uwelEd= Gestr. en E. Heeren versekeren dat er bij ons aan boord hoe genaamt geen vrugten geweest zijn, nog een schut aan Lantgevaaren is, dan in Commissie van de E. Comp. e Den Eerstgetekende zijn onderhebbende manschappen zijn in een goede welstand; hebbende niet meer dan 1. zieke dog buiten gevaar, en een dooden zijnde de Tummernag.

NL-HaNA_1.04.02_8435_0769 view scan ↗

English

Among the crew of the second undersigned there are 11 sick, mostly with severe injuries to the legs, but now on the mend; and he very humbly requests his crew members who remained behind in the Malacca hospital upon his departure, being 10 in number. At the same time, the first undersigned sends 25 empty water leagers with full iron hoops for drinking water, since he is provided with water and also with rations for no more than a short month. The second undersigned would also send some empty leagers, but since he must fill his casks with salt water when they are empty in order to maintain his ballast, this cannot well be done, and he likewise requests drinking water. Furthermore, we find ourselves obliged to report to your Right Honorable and Worshipful Sirs that daily on Selangor, fortifications are still being constructed and the trees on the mountain are being cut down and strongly entrenched around the fortifications with tree branches, etc. The Malay Enche' Tayar, according to his own words, may not pass the night ashore, nor approach the battery, unless the King summons him. At the same time, your Right Honorable and Worshipful Sirs receive an extract from the journal of what has occurred since the departure of the ship Hoolwerf until today, and a report submitted by the officers who carried the letter to the King. Knowing nothing further worthy of the attention of your Right Honorable and Worshipful Sirs, we take the liberty to sign with deep respect. (Below stood) Right Honorable and Worshipful Sirs (lower) Your Right Honorable and Worshipful Sirs' obedient servants (signed) J. Boek, J. C. D. Hartig, C. Dirksen, and H. de Vrij (in the margin) On the Honorable Company's ship Mars, the 2nd of September 1785. Lying in blockade before Selangor. Item to the Honorable Valiant Sir Jan Bockx, Commander in the Expedition before Selangor. Honorable Valiant Sir, Having sailed ashore by order of your Honor with the letter for the King. Having arrived ashore, we were received by a regent, who escorted us through a party of armed men and brought us into a bamboo lodge to wait there until the arrival of the King, who, after we had waited half an hour, came down from Altingsburg with a large retinue of a party of armed men and entered Fort Utrecht. Shortly thereafter came one of the envoys who had been to Malacca to receive the letter from us and to lead us to the King, whom we found sitting with 3 of his regents and a large retinue around them. Having handed the letter over to His Highness, his Honor offered us to sit. After His Highness inspected the outside of the letter, 9 cannon shots were fired from Fort Utrecht; subsequently, he handed the letter over to one of his regents, who had it taken into another room. The King asked us why we detain the balos that arrived here, since they were laden with rice and they were in need of it; to which we answered that those vessels, according to their own statements, were bound for Malacca and that we were doing nothing other than the orders of the Honorable Company. Subsequently, one of the regents, whom we presumed to be the First, asked why on the 17th of August we had fired upon that balor and kakap, of which one man was killed and one wounded, the first-mentioned being, according to his statement, his son. We replied that such might well be possible, but that it was through their own fault, for the reason that they were unwilling to anchor, but immediately fired from both prahus upon our boats as soon as we had fired a shot across their vessel; whereupon our men also did their best and drove the kakap onto the beach. He seemed very displeased about this, but said that this was now already in the past and could not be undone, and that if the Company was willing, they were also very favorably inclined thereto. Subsequently, the King said to us that he could not well open the letter in the presence of the people, but that once they had opened it, he would send two envoys on board with the Malay Enche' Tayar, and requested his compliments to the Admiral; whereupon we departed from there and proceeded on board. Herewith we hope to have carried out our commission satisfactorily and sign with respect. (Below stood) Honorable Valiant Sir, (lower) Your Honor's humble servants (signed) Cornelis Dirksen and Hermanus de Vrij, (in the margin) On board the Honorable Company's ship Mars, lying in blockade before Selangor, the 27th of August 1785. Extract from the journal of the Honorable Company's ship Mars, since the departure of the ship Hoolwerff. August 1785. Monday the 15th ditto. In the morning at 7 o'clock, the ship Hoolwerf departed from here for Malacca, saluting with 13 cannon shots; answered him with the same. Saw 5 balors heading this way. In the afternoon they had approached to about half a mile; saw that 4 of them came to anchor and one sailed on, setting course toward the river. Fired a shot to make him anchor, but he sailed on. Sent immediately 2 armed boats toward him to prevent the entrance, whereupon he anchored. Ordered the juragan to come on board with us, who immediately came toward us with his small prahu. Understood that he came from Aceh, intending to go to Malacca, but wished to enter here to fetch water. Forbade them in the strictest terms from attempting such and to notify the other 4 that lay at anchor thereof as well; whereupon they promised us to return, and he departed again to their vessel. Tuesday the 16th. In the morning at daybreak, saw that the aforementioned balor lay at anchor with the other four; they set sail together, heading course inward. Fired some shots with ball at them to make them anchor, but saw that they paid little heed. Sent immediately two well-armed boats toward them, which forced 4 of them to anchor, but one of them slipped past us and got inside. 2 of the juragans came on board with us with our boat; understood that they were all from Aceh.

Dutch transcription

244 Bij den 2. e geteekenden zijn menschappen bevinden zig 11. zieken meest met zwaare aksidenten aan de beenen, dog nu aan de beeterhand; En versoekt zeer nedrig om zijn menschappen die in 't Malacse hospitaal bij zijn vertrek zijn gebleeven zijnde 10 in 't getal, Teffens zend den Eerstgetekende 25. Ledige waater Leggers met vol beslag voort drinkwater vermits hij niet meerdan voor een klijne maand van weater en ook van rantzoen voorsien is, De 2. e Tekenaar zoude ook wel eenige ledige leggers zenden, dog vermits hij zijn vaaten als dezelve leen zijn met zout waater moet vullen om bij zijn last te blijven zulks niet wel kan geschieden en verzoekt meede om drinkwaag„ Verder vinden ons verpligt uwEd. Gestr. en E. Heeren te melden, dat Verdagelijk op Rangenoor nog Coeboes gemaakt werden en de Boomen op den berg omgekapt werden en rondsom de Coeboes sterk verschanst word, met takken van boomen &. a De Maleijer intje Tuijer man volgens zijn zeggen een nagt aan Lant vernagten, nog omtrent de Batterije niet komen of de koning moet hem ontbieden laaten, Teffens bekomt UwEd. Gestr. en E. Heeren een Extract uit 't Journaal van 't voorgi„ „vallene zedert 't vertrek van 't schip Hoolwerf tot heeden, en een berigt ingedient door de officieren, die de brief aan den Koning gebragt hebben, Voorders niets meer weetende, dat de attentie van UwelEd. Gestrenge en E. Heeren waardig is zo gebruiken de vreiheid ons met diep ontsag te tekenen. (onderstondt) WelEdelen Gestrengen Heer en E. Heeren/(lager/ UuwEd: Gestrenge en E. Heeren gehoorzaamen Dienaaren /getekend/ I. Boek, I. C: D. Hartig, C„s Dirksen en H. de Wrij /in marginen/ Jn 't Comp:s chip Mars den 2. September 1735. Leggende in Bloquade voor Slangenoor. Item den E. Manhaften Heer Jan Bockx, Commandant in de Expeditie voor Slangenoor„ E. Manhaften Heer, Op order van UE. mans. na Landgevaaren zijnde met den Brief voor den Koning. „ter, Koning aan landgekomen zijnde wierden wij door eene rijs besterdes ontvang„ dewelke ons door een partij gewrapende manschappen geleide, en ons bragt in een bamboede Logjie, om aldaar te wagten tot de komst des konings, die na dat wij een half uur vertoeft hadden van Altingsburg afquam, met een groote staa van een partij gewapende mannen en in 't Fort Utrecht trok, kort daar op quam een der gezanten die na Malacca geweest waaren, om de brief van ons te ontvangen, En ons na de koning te leiden die wij vonden zitten met 3. zijner Rijksbestierders en veel gevolg om haar heen. De Brieff aan zijn hoogheid overgegeven hebbende presenteerde zijn Ed. onson te zitten, na dat zijn Hoogheid de brief van buiten besigtigde wierd van 't Fort Utrecht 9 Canonschooten gedaan, vervolgens gaf hij de brief over aan een zijn u Rijksbestierders, die dezelve in een ander vertrek liet brengen. De Koning ons vragerde waarom wij de baloos die hier aanquamen aan„ „houden, dewijl dezelve met Rijst gelaaden waaren en zij die wel noodig habben waar op wij antwoorden dat die vaartuigen volgens haar zeggen na Malacca moesten en wij niets anders deeden dan de order van de E. Compagnie, Vervolgens vroegeen der Rijksbestierders, welke wij presumeerde de Eerste te zijn, waarom wij op den 17. Augs: op die Baloor en kakap geschooten heedelen waar van een man dooden een gequest was zijnde Eerst gem: volgens zijn zeggen zijn zoon, wij antwoorden zulks wel moogelijk konden zijn maar het door haar eigen toe„ „doen was, om rheede zij niet willende ankeren, maar op ons, zo als wij een schot op haar, voor haar vaartuig over gedaan hadden, direct uit de beide praatuwen op onse schuiten vuurden, waar op de onze doe meede hun best deeden en de kakas op strantjaagden, hij sceen daar over zeer misnoegd te zijn dog zeden dat sulks uu reeds gepasseert, en niet te herhaalen was, en dat so de Comp. e wel wilden zij da ook zeer gaarne toe geneegen waaren. p Vervolgens zeide de koning tegen ons dat hij de Brief in presentie aven t' wolde niet wel kouden openen, maar als zij dezelve geopend hadden, hij twee Gezanten met Maleijer aa 243 Augustus 1785. „6 Maandag den 15. d. o Dingsdag den 16. Maleijer Jntje Taijeer aan boord: zoude zenden, en verzogt zijn Compliment aan de Aetmiraal, waar op wij van daar vertrokken en ons na Boord vervoegjden. Hier meede hoopen onze commissie na genoegen volbragt te hebben en tekenen ons met agting. (onderstond/ E. Manhaften heer,/lager/ Uw Ed. D. W. Dienaare getekend/ Corn:s Dirksen en Harm:s de vrij, /in marginee/ Aan Boord van 't E. Comp.:s schip Mans leggende in Bloquade voor Sangenoor den 27 Augs. 1785. — Extract uit t Journaal van 't 6 E. Comps. schip Mars, zedert het, vertrek van het schip Hoolwerff, schorgens 17. uren vertrk t schip Roolwaf van hier na Malacca allierende met 13. Canonschooten bedenkte hem met gelijke, zien 5 baloors die hier na toe. stovende. in de Namiddag waare dezelve op circa ½. mijl genadert zien dat 4. van haar ten anker ginge en een doorzeilde, zettende coers na 't rivier deede een schot om hem te doen ankeren, dog hij zeilde door zoude direct 2. gewapende schuiten. op hem af om de ingang te verhinderen, waar op hij ankerde ordonneerde de Juragan om bij ons aan boord te koomen die direct met zijn praauwtje na ons toe quam Verstonde dat hij van Atchien quam de wil hebbende na Malacca maar hier binne wilde om waater te haalen verbooden haar op 't strengste van zulks te onderneemen en 't de andere 4. die ten anker Laagen daar meede van te verwittigen waar op zij ons beloofde te rug te zullen keeren En vertrok weder na hun vaarthien s morgens met den dag zien dat voorm. Baloor bij de anderen vier ten anker Lagen zij te samen onderzeil ginge coers zettende na binnen deeden eenige scrooten met scherp op haar om dezelve te doen ankeren, dog zien dat zij zig er weinig aan Heuwde zoud opstond twee wel gewapende schuijten op haar over die 4 van dezelve nood„ „zaakte om te ankeren dog een van hun ontslipte ons en raakten binnen, quam 2. der Juragans met onse schuit bij ons aan boord, verstonden dat zij alle van Atchien N ƒ

← previousnext →