VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 8438

Japan · 638 pages · 172 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_8438_0354 view scan ↗

English

Right Honorable Sirs, Today I have the honor of receiving your honorable highly esteemed letters and have understood therefrom the extension of the half month, and I shall not fail, if any Moorish traders enter the fairway, to attempt to bring the same in safety to Malacca. Since the departure of the galley de Griffioen nothing of note has occurred, and I am sending the packet boat de Postlooper back immediately, wherewith I have the honor of subscribing myself with deep respect, (was subscribed) Right Honorable Sirs, (lower) Your Honorable's obedient servant (signed) C. Martens, (in the margin) on the armed cutter de Patriot cruising near the per Lombielangs the 6th of October 1788. Governor and Director of the City and Fortress of Malacca and dependencies Agrees, Aan Saak, First Sworn Clerk. Copy Incoming and Outgoing General Letters to and from Riouw, since the first of April until the last of October 1788. W. No. 7. Honorable, Discreet, Paragraph 19. We have received your letter of the 8th of this month, and shall answer it on a further occasion. Paragraph 20. The satisfaction of the opium and other goods requisitioned by you we must also postpone until we receive a Company vessel from Riouw, since we have none at hand here now. Paragraph 21. By our letter of the 22nd of March, paragraph 15, you were instructed to sell the vessel cited there, laden with salt, which could not be transported hither; however, being informed that the same could be used in the service of the State and Company Squadron to fetch water, ballast, etc., from shore, we hereby order you, if that vessel is not already sold, to take it over for the Company at valuation, and to place it at the disposal of the Lord Commander and Chief of the said Squadron, provided that the cargo alone is transferred to the highest bidder. We remain, after greetings, (was subscribed) your good friends, (signed) P. G. de Bruijn, A. Cuperus, J. A. Hensel, T. Thierens, H. J. Wiederhold, C. G. Baumgarten, and G. Zungel, (in the margin) Malacca in the Castle, the 25th of April 1787. To the Merchant David Ruhdé, Resident in Riouw. Paragraph 22. The pantjallang Malaije having returned from Siak on the 3rd current, we are letting the same, however necessary it might otherwise be with the galley de Griffioen to sail thither by turns, now nevertheless make a trip to Riouw to transport some equipment goods brought with the State frigate de Oranjezaal for the State frigates the Amphitrite and Hoorn, and at the same time we use this opportunity to convey to you not only our answer to your letter of the 8th of April last, but also the opium and necessities demanded in the requisition of the same date, so far as we have been able to satisfy it. Paragraph 23. We reluctantly grant you the write-off of the six-oared boat supplied to the bark de Eensgezindheid but lost on the voyage, seeing that the master of that vessel, as well as the master of the bark de Standvastigheid who departed with him and who had also received a similar boat, was provided with a good towline, and the latter did bring his over safely. Paragraph 24. Upon disbursing money to the officers of Company ships for the provision of wages to the Chinese stationed thereon, as you have handed over to those of the Jonge Oranjeboom 460 rixdollars for that purpose, you shall need to bear in mind that they must always have more than two months' wages to their credit over and above that which is paid to them, in order thereby to conform to the intention of the Honorable High Indian Government by extract from the Minutes of the 6th of December 1727, which is sent to you herewith for your information. Paragraph 25. We have held Captain Lieutenant Visser and his First Lieutenant responsible for what they delivered short of the goods transported to Riouw with the little ship de Jonge Oranjeboom, since their excuse in that regard merited no consideration. Paragraph 26. That you have discharged the European soldiers who were set to leveling the old forts, on account of their inactivity, and now use the Malay soldiers to cut wood for the warehouse meets with our approval; just as we also approve that you have fifty of the hired two hundred Chinese laborers bring palisades from the forest, and have other Chinese deliver 1,500 pieces of palisades for 250 rixdollars, trusting that the said fifty men enjoy an equal daily wage with the remaining one hundred and fifty laborers, or, to express ourselves more clearly, nothing over and above for the work assigned to them. Paragraph 27. Although we overlook that you have allowed the lease of the cockpits, prepared opium, and arrack, first granted to Captain Bieng, to pass over to Captain Moea since the latter provided almost all the laborers, we cannot

Dutch transcription

WelEdele Gestrenge Heeren HLeden heb de eer van te ontvangen uwe gestrenge hooggeerde Letteren en de verlenging der halve maand daar uit verstaan en zal niet mankeeren zoo er moorsche standelaars in het vaarwater komen om te tragten dezelve in veiligheid naar Malacca te brengen zedert het vertrek van de Galeij de Griffioen is niets aanmerkens voorgevallen en zende paquet„ „boot de postlooper direct weerom waar meede hebbe de eer van met diep ont„ „zag te onderschrijven /onderstond) Wel Edele Gestrenge Heeren / Lager, uw Edele gestrenge en onderdanige Dienaaren (getekend) C Martens, in margine/ in de gewapende Cotter de Patriot kruizende bij de per Lombielangs den 6- October 1788. Gouverneur en Directeur der Stad en Fortrasse Malacca en aankomende Accordeert Aan Saak E. G. Klerk der Stad komende ne den 6 Copie Aangekomen Gemeene fgegaane en Brieven naar en van Riouw, Sedert primo April tot ultimo October 1788. W No 7. 1 Al 113 Eerzaame, Discreete, § 19. Wij detten uwE. brief van den 8. dezer ontvenger, en zullen ir bij nade„ „re gelegenheid op antwoorden. § 20: De voldoening van de door uw E. geëischte anfioen en andere goederen moeten wij ook uitgesteld laaten tot dat wij een Comps vaartuig van Riouw krijgen dewijl wij hier nu geen aan handen hebben. § 21. Bij onzen brief van den 22. Maart §15. is uw E. aangeschreven om het giender aangehaald vaartluig, met zout beladen, dat niet naar herwaarts getransporteerd kon worden, te verkopen, dan, geinformeerd zijnde dat hetzelve ten dienste van 's Lands en Comps. Esquader zoude kunnen worden gebruikt, om water, ballast enz. van de wal te haalen, gelasten wij uwE. bij deezen om dat vaartug, indien riet reeds verkogt, bij taxatie voor de Compagnie over te neemen, en ter disposi„ „tie te stellen van den Heer Commardant en Chet van het gemelde Eoguder, mitsgaders de laading alleen aan den meestbiedenden over te doen. Wij blijven na groet /onderstond) uw E. Goede Vrienden /getekend/ Z. G. de Bruijn, A. Cuprus, J. A. Hensel, T. Thievens, H. J. Wiederhold, C. G. Riouw Resident Aan den koopman David Ruhde Baumgarten 1787: Baungerter, en G. Zungel /:in margine / Mulaca in het Casteel den 25. April Aan den koopman David Ruhdé, Resident § 22. De pantjllang Malaije op den 3. Courant van Zera gereverteerd 1 zijnde, laaten wij dezelve, hoe noodig anders met de galei de griffiven om bij beurten derwaarts te vaaren, nu egter een togtje naar Riouw doen, tot tran „port van eenige equipage-goederen, met 's Lands freget de drangezaal voor 's Lands fregatten de Amphitrite en Hoorn aangebragt, en bedienen ons teffens van deeze gelegenheid om uwE. te doen toekomen niet alleen ons antwoord op uw E. Schrijvens van den 8. April laastleden, maar ook de anfisen en benoodigdheden, bij den Eisch van dezelfde dagtekening gevorderd, voor zoo verre wij dien hebben kunnen voldoen. §23. Ongaarne staan wij uwE toe de afschrijving van de aan de bark de ronsgezindheid medegegeven, dog op de reize verloren schuit met zes riemen, nademaal de gezaghebber van dat vaartuig zoo wel als die van 7 de met hem vertrokken bark de standvasligheid, welke ook eene dier „lijke schuit hadt medegekregen, van eenen goeden sleeper is voorzien geweest, en de laaste de zijne wel overgebragt heeft. Eerzaame, Discreete, Riouw op 324. 4245 § 24. Bij afgaave van geld aan de Overheden van Comp„s scheppen, ter ver„ strekkinge van gage aan de daar op bescheiden Chineeschen, gelijk uw E. aan die van de Iorge Orangeboom rds. 460. –. tot dat einde heeft afgelangd, zal. uwE. verdagt dienen te weezen, dat zij altoos meer dan de gage van twee maanden te goed moeten hebben boven hetgene hun voldaan wordt, om dien te beantwoorden aan de intentie der Edele Hooge Indische Regeering bij Extract uit de Notulen van den 6. December 1727, dat uw E. hier ne„ „vens wordt toegezonden tot zijn narigt. § 25. Wij hebben den Capitein Luiterant Visser en zijnen Eersten Luite „nant responsabel gesteld voor hetgene zij van de met het scheepje de Jonge Orangeboom naar Riouw vervoerde goederen te min hadden uitgele„ — „verd, dewijl hunne verontschuldiging dientwegen geene reflexie mariteer„ „de. § 26. Dat uw E. de Europesche Militairen, die aan het applaneeren van de oude forten gezet waren, wegens hunne onwerkzaamheid heeft afge„ „dankt, en nu de Maleitsche Militairen gebruikt om hout voor het Pak„ „te kerppen is van onse Goed keuren „huis; zoo als wij ook approbeeren dat uw E. door vijftig van de aangeno„ „nen twee honderd Chineesche arbeidens palissaden uit het bosch laat haa„ „len, en door andere Chineesche leveren 1500. –. ps palitsaden voor 250. —. rdr. vertrouwende dat de gemelde vijftig man eene gelijkstandige daghuur met de overige een honderd vijftig arbeidens, of, om ons duidelijker uit te drukken, niets daarenboven genieten voor het werk, hun opgelegd. §27. Schoon wij passeeren dat uw E. de pag=t der Tophaanen, Madat„ en Arrak, eerst aan Capitein Bieng gelaten, sedert op Capitein Moea heeft laaten overgaan, om dat de laaste bijna alleen de werklieden leverde, kunnen wij

NL-HaNA_1.04.02_8438_0362 view scan ↗

English

we nevertheless do not leave unremarked that, since it was not unknown to Your Honour that the Amoy people constituted only a small number and the Cantonese a much larger number, Your Honour would have done better not to grant the said lease to Captain Bieng, rather than, after this had taken place, taking it away from him again, because such capricious dispositions denote no good deliberation, nor are they serviceable for binding the Chiefs of that Nation to the Company. Paragraph 28. Improper also are the allowances granted to the Commanders of the barks the Standvastigheid and Eensgezindheid on their cargoes, which we therefore disapprove, desiring that no more will be credited to them than is ordained in their Regulation on the writing off of short-weights and deficits in the second article, since the advanced reason of having had to weigh out and measure out everything precisely signifies nothing, considering they are obliged to do so. Paragraph 29. Holding the remaining points contained in Your Honour's aforesaid letter as communicated, we add to this, besides a Deed of promotion to Lieutenant for the Officer Amelong, together with the certificates of the confirmation of him as Head of the Militia and of the ordinary Fireworker Schulz as overseer of the Artillery yonder, to be delivered to them, two Reports concerning and a Requisition for those sorts of Riouw spars which have been found suitable for use and demanded, and order Your Honour, as soon as the fled Rayats shall have returned, or whether Your Honour without delay to the work of the fortifications can send other people to the forest to cut the said spars, to give us notice thereof, so that we may dispatch to Your Honour some expert natives to oversee it. We would gladly see that the demanded quantity, if not possible before the month of January, then before the month of June of the year 1789, be ready for shipment to Batavia. Paragraph 30. In the meantime, Your Honour must have taken, through the Sworn Clerk Bruijns, with the foreknowledge of the Gentleman Commander in Chief Wierts, the number of European and native or Chinese seafarers on each of the Company vessels being yonder, together with which ones since their departure from here have passed away or become absent, and on what date, in order to form Name lists thereof and deliver them to Your Honour, for conveyance hither. We remain after greetings, below stood, Your Honour's Good Friends, signed, P. G. de Bruijn, A. Couperus, I. A. Hensel, T. Thierens, H. I. Wiederhold, C. G. Baumgarten, and G. Lungel, in the margin, Malacca in the Castle the 9th of May 1788, thereunder, L. S. We expect from Your Honour at the first opportunity a Requisition for provisions for the Garrison, in order to be able to dispatch them to Your Honour before the last of June. To the Merchant David Ruhde, Resident on Riouw. Honourable, Discreet, Paragraph 31. The bark the Waaker, which returns to Riouw and is to be followed by the bark the Standvastigheid, not only takes along 4100 rixdollars in fractional currency and duits requisitioned by Your Honour, but is also laden with such victuals and other necessities as Your Honour shall see by the Bill of Lading enclosed herewith. Paragraph 32. We order Your Honour to supply thereof without any deduction To the State's frigate the Amphitrite 200 lb. Frisian butter, and 3 half aams of olive oil; To the State's frigate the Woorn the two-month rations, which stand specified. we nevertheless do not leave unremarked that, since it was not unknown to Your Honour that the Amoy people constituted only a small number and the Cantonese a much larger number, Your Honour would have done better not to grant the said lease to Captain Bieng, rather than, after this had taken place, taking it away from him again, because such capricious dispositions denote no good deliberation, nor are they serviceable for binding the Chiefs of that Nation to the Company. Paragraph 28. Improper also are the allowances granted to the Commanders of the barks the Standvastigheid and Eensgezindheid on their cargoes, which we therefore disapprove, desiring that no more will be credited to them than is ordained in their Regulation on the writing off of short-weights and deficits in the second article, since the advanced reason of having had to weigh out and measure out everything precisely signifies nothing, considering they are obliged to do so. Paragraph 29. Holding the remaining points contained in Your Honour's aforesaid letter as communicated, we add to this, besides a Deed of promotion to Lieutenant for the Officer Amelong, together with the certificates of the confirmation of him as Head of the Militia and of the ordinary Fireworker Schulz as overseer of the Artillery yonder, to be delivered to them, two Reports concerning and a Requisition for those sorts of Riouw spars which have been found suitable for use and demanded, and order Your Honour, as soon as the fled Rayats shall have returned, or whether Your Honour without delay to the work of the fortifications can send other people to the forest to cut the said spars, to give us notice thereof, so that we may dispatch to Your Honour some expert natives to oversee it. We would gladly see that the demanded quantity, if not possible before the month of January, then before the month of June of the year 1789, be ready for shipment to Batavia.

Dutch transcription

wij egter niet ongeremarqueerd laaten dat, daar uw E. niet onbekend geweest was dat de himuijers maar een gering en de Cantongers een veel grooten getal uitmaakten, uw E. beter gedaan zoude hebben de gemelde pagt niet aan Capitein Bieng af te staan, dan, na dat zulks geschied was„ - hem dezelve weder te ontneemen, dewijl zulke wispelturige dispostien geen goed overleg denoteeren, nog ook dienstig zijn om de Hoofden dier „Natie aan de Compagnie te verbinden. § 28. Oragen zijn mede de aan de Gezaghebbers van de borken de Standvastig„ „heid en Eensgezindheid geaccordeerde validatien op hunne laadingen, die wij derhal„ „ven afkeuren, begeevende dat hun niet meer zal goedgedaan worden, dan bij hen Re„ „glement op de afschrijving van onderwigten en minderheden in het tweede articul ƒ ƒ — geordonneerd is, alzoo de geavarceerde reden van alles net te hebben moeten uit„ „weegen en uitmeeten niets zeggen wil, gemerkt zij daar toe verpligt zijn. §29. De overige pinten, in uwE. voorschreven brief vervat, voor gecommini„ „ceerd houdende, voegen wij, behalven eene Acte van bevordering tot Luitenant voor den officier Amelong, mitsgaders de bewijzen der bevestiginge van hem als Hoofd van de Militie en van den ordinair Vúurwerker Schúlz als opzigter van de Artillerije ginder, om aan hun te worden afgegeven, deezen nog bij twee Berig„ „ten nopens en eenen Eisch van die soorten van Rrouwsche rondhouten, welke ter gebruike goed bevonden en gevorderd zijn, en beveelen uw E. , zoo dra de uitge„ „weken Rajats te rug gekomen zullen zijn, of uwE. zonder vertraaging van het werk der fortificatien ander volk naar het bosch kan zenden om de gemelde vordtouken te kappen, ons daar van kenniste geeven, op dat wij uwE. eenige des kundige inlanders kunnen toeschikken, om er het opzigt over te hebben. Wij zou„ ider gaarne zien, dat het geeischt getal, zoo niet mogelijk voor de maand Ianuari„ dan voor de naand Juni des jaars 1789, ter verzendinge naar Batavia gereed Zij. 530. 177 § 30. Ondertusschen moet uw E. door den Gezworen Sriba Bruijns, met voorken„ „risse van den Heer Commandant en Chef wierts, laaten opneemen het getal der Euro„ „peesche en inlandsche of Chineesche Zeevaarenden op ieder van de ginder zijnde Comps„ vartuigen, mitsgaders welke sedert hun vertrek van hier overleden of absent ge„ draakt zijn, en op welke datum ! om daar van Naamlijten te formeeren en aan uwe over te geeven, ter bezorginge herwaarts. Wij blijven na groete /onderstond/ uwE: Goede Vrienden. /getekend/ P: G: de ƒ Bruijn, A. Couperus, I. A. Hensel, T. Thierens, H: I. Wiederhold, C. G. Bauw„ „garten, en G. Lungel /in margine / Malacca in het Casteel den 9. Mai 1788. / daar onder/ L. S. Wij verwagten van uw E. bij eerste gelegenheid eenen Eisch van pro„ „visien voor de Bezotting, onze voor den laasten Iuni uwE. te kunnen toeschikken, Aan den Koopman David Ruhde, Resident op Riouw Eerzaame, Discreete, §31. De boek de waaker, die naar Riouw wederkeert en van de bark de standvastigheid Staak gevolgd, te worden, neemt niet alleen mede 4100. –. rds. aan paijement en duiten, door uwE. geeischt, maar is ook met zoodanige vivres en andere behoeften beladen, als uw E. zien zal bij het nevens deezen gevoegd Cog„ „noscement. §32. Wij gelasten uw E. om daar van zonder eenige korting te verstrekken Aan 's Lands fregat de Amphitrite 200. –. lb. Friesche boten, en 3. –. halve aamen met olijvenoli; Aan 's Lands fregat Woorn de tweemaandige vantzoenen, die gespecificeerde Staan eest wij egter niet ongeremarqueerd laaten dat, daar uw E. niet onbekend gen was dat de hinuijers maar een gering en de Cantongers een veel gr„ getal uitmaakten, uw E. beter gedaan zoude hebben de gemelde pa„ niet aan Capitein Bieng af te staan, dan, na dat zulks geschied hem dezelve weder te ontneemen, dewijl zulke wisselturige disp geen goed overleg denoteeren, nog ook dienstig zijn om de Hoofden Natie aan de Compagnie te verbinden. § 28. Oniver zijn mede de aan de Gezaghebbers van de barken de stand„ „heid en Eersgezindheid geaccordeerde validatien op hunne laadingen, die wij „ver afkeuren, begeevende dat hun niet meer zal goedgedaan worden, dan bij hen „glement op de afschrijving van onderwigten en minderheden in het tweede arte — geordonneerd is, alzoo de geavanceerde reden van alles net te hebben moeten „weegen en uitmeeten niets zeggen wil, gemerkt zij daar toe verpligt zijn. §29. De overige pinten, in uwE. voorschreven brief vervat, voor gecomp „ceerd houdende, voegen wij, behalven eene Acte van bevordering tot Luitenant voo den Officier Amelong, mitsgaders de bewijzen der bevestiginge van hem als Hloot van de Militie en van den ordinair Vuurwerker Schulz als opzigter van de Artillerije ginder, om aan hun te worden afgegeven, deezen nog bij twee Be „ten ropens en eenen hisch van die soorten van Riouwsche rondhouten, ter gebruike goed bevonden en gevorderd zijn, en beveelen uw E. , zoo dra de ee „weken Rajats te rug gekomen zullen zijn, of uwE. zonder vertraaging van werk der fortificatien ander volk naar het bosch kan zenden om de gemeld vordhouden te kappen, ons daar van kenniste geeven, op dat wij uwE. eenige de kundige inlanders kunnen toeschikken, om 'er het opzigt over te hebben. Wij „der gaarre zien, dat het geeischt getal, zoo niet mogelijk voor de maand Danu dan voor de maand Juni det jaars 1789, ter verzendinge naar Bortavia gereed Zij 330.

NL-HaNA_1.04.02_8438_0365 view scan ↗

English

177 Section 30. Meanwhile, your Honour must, through the sworn clerk Bruijns, with the prior knowledge of the Lord Commander and the council, have recorded the number of European and native or Chinese seafarers on each of the Company vessels over there, together with those who have died or become absent since their departure from here, and on what date, in order to form nominal rolls thereof and submit them to your Honour for dispatch hither. After greetings, we remain below your Honour's Good Friends signed P. G. de Bruijn, A. Couperus, I. A. Hensel, T. Thierens, H. I. Wiederhold, C. G. Baumgarten, and G. Lungel in the margin Malacca in the Castle the 9th May 1788 underneath P.S. We expect from your Honour at the first opportunity a requisition of provisions for the garrison, in order to be able to send it to your Honour before the last of June. To the Merchant David Ruhde, Resident on Riouw. Honourable, Discreet Sir, Section 31. The bark De Waaker, which is returning to Riouw and is to be followed by the bark De Standvastigheid, not only takes along 4100.-. rds. in currency and duiten requisitioned by your Honour, but is also laden with such provisions and other necessities as your Honour shall see from the bill of lading annexed hereto. Section 32. We order your Honour to provide thereof without any deduction: To the country's frigate the Amphitrite: 200.-. lb. Frisian butter, and 3.-. half-aams of olive oil; To the country's frigate Hoorn the two months' rations specified in the accompanying statement of Captain Driklingen; To Company ships and vessels, the Waaker excepted, if the bark De Standvastigheid should not be there before the last of June, the rations for one month, or such articles thereof as they might need most; And to send us signed receipts of all those distributions. Section 33. The Master of the bark De Waaker, who has received rations here for half a month on behalf of the forty-six seafarers of the country's ships crossing over with that vessel, must account to your Honour for the surplus thereof if the voyage is completed in a short time; however, if contrary to expectation he remains out longer, whatever he has disbursed extra shall be refunded to him. Section 34. We shall respond on a further occasion to your Honour's letters written to us by the country's frigate the Safo, and in the meantime, after greetings, we remain below your Honour's Good Friends signed P. G. de Bruijn, A. Couperus, P. A. Hensel, F. Thierens, C. G. Baumgarten, and G. Pungel in the margin Malacca in the Castle the 29th May 1788. Honourable, Discreet Sir, Section 35. Replying to your Honour's general letters of the 18th, 20th, and 24th May last, we remark in the first place that the obtained price for the vessel seized on the 11th October 1787, with its ordnance, and for the 21 13/80 koyangs of salt laden therein, amounting to 460 3/4 and 348 3/5 reals of 60.-. stuivers each, is very acceptable, and the disbursement of rds. 1205.-. for the seafarers stationed on the small ship De Hoop and the cutter De Patriot meets with our approval. To the Merchant David Ruhde, Resident on Riouw. 236. 1205 Section 36. We cannot recommend sufficiently to your Honour that, in fulfillment of our intention in the 11th article of the Instructions given to your Honour, your Honour should constantly endeavour, through disinterested and generous treatment, to entice thither all such persons of the native nations who can be admitted to reside or trade on Riouw without any objection, whereupon possibly the fear of the Rayats that Sultan Machmoet would have them seized and massacred will also gradually disappear, and your Honour will be provided with those people to supply the round timber requisitioned by Batavia. Section 37. The requested discharge hither by three gunners and eleven soldiers, whose contracts have expired, is granted to them, as is also to your Honour the sending over of the corporal and the two soldiers who, on account of their defective sight, are unable to do service. We therefore, to fill the places both of the same and of the deceased, let depart for Riouw on the bark De Standvastigheid and pantjallang Malaijer: One Sergeant, Two Corporals, Thirteen Privates, and Four Gunners; there being noted in their nominal roll, which is transmitted herewith, their earned wages and how much thereof can be paid out to them respectively. Section 38. Upon the request submitted to us by your Honour from the subadar of the second company of sepoys over there, Rigna Sing, we have promoted Corporal Sultan Chan Calcat to Sergeant and Private Cader Cahan Badwee to Corporal, with wages of rds. 7.39.-. and rds. 7.-. per month; but we cannot consent to that of the drummer Gerrit van Os, because his contract will only end in the coming year 1789 and consequently he cannot be advanced earlier. Section 39. The punishment imposed on Corporal Augustijn Sing is well-deserved, and sending him hither meets with our approval, but, as

Dutch transcription

177 § 30. Ondertuschen moet uwE. door den Gezworen Siriba Bruijns, met voorken„ „nisse van den Heer Commandant en Cet wierte, laaten opneemen het getal der Euro„ - „peesche en inlandsche of Chineesche Zeevaarenden op ieder van de ginden zijnde Comps. vaartuigen, mitsgaders welke sedert hun vertrek van hier overleden of absent ge „raakt zijn, en op welke datum ! om daar van Naamlijsten te formeeren en aan uwe over te geeven, ter bezorginge herwaarts. Wij blijven na groete /onderstond/ uwE: Goede Vrienden / getekend/ P: G: de ƒ Bruijn, A. Couperus, I. A. Hensel, T. Thierens, H. I. Wiederhold, C. G. Bauw„ „garten, en G. Lungel /in margine/ Malacca in het Casteel den 9. Mai 1788. / daar onder / P. S. Wij verwagten van uw E. bij eerste gelegenheid eenen Eisch van pro„ „ „visien voor de Bezotting, onze voor den laasten Iuni uwE. te kunnen toeschikken, Aan den Koopman David Ruhde, Resident op Riouw Eerzaame, Discreete, §31. De vrk de waaker, die naar Riouw wederkeert en van de bank de standvasttigheid Staal gevolgd te worden, neemt niet alleen mede 4100. –. rds: aan paijement en duiken, door UwE. geeischt, maar is ook met zoodanige vivres en andere behoften beladen, als uw E. zien Zal bij het nevens deezen gevogd log„ „nobcement. §32. Wij gelasten uw E. om daar van zonder eenige korting te verstrekken Aan 's Lands fregat de Amphitrite 200. –. lb. Friesche boten, en 3. –. halve aamen met olijvenoli; Aan 's Lands fregat Hoorn de tweenaandige rantzoenen, die gespecificeerd Staan staan bij de overgaande opgaave van den Heer Capitein Driklingen; Aan Comps. schepen en vaartuigen, (de waaker uitgezonderd, / indien de bark de„ standvastigheid niet voor den laasten Iuni ginder mogte weezen, de vantzoenen voor eene maand, of zulke articulen van dezelven, als zij meds t noodig mogte hebben; En van alle die verstrokkingen getekende Recipissen ont toe te zenden. § 33. De Gezaghebber van de bark de Waaker, die hier ten behoeven van de met dien bodem overvaarende zes en veertig Zeevaarenden van 's Lands scheppen de vantzoenen ontvangen heeft voor eene halve maand, moet het oversche daan van, wanneer de reize in korten tijd voebragt wordt, aan uwE verantwoordig dog tegen verwagting langen uitblijvende aan hem gerestitueerd worden wat hij meer heeft verstrekt. § 34. op uwE. met 's Landes fregat de Saifio aan ons geschreven dri „von zullen wij bij nadere occasie antwoorden, en blijven inmiddens na groete /onderstond/ uw E. Goede Vrienden /getekend/ P. G. de Bruijn, A. Couperuss, C. G. Veuumgarten, en G. Pungel /in margine P. A. Hensel, F. Thievens, Malacca in het Casteel den 29. Mai 1788 Eerzaame, Discreete, § 35. Reseribeerende op uwE. gemeene brieven van den 18. 20. , en 24. Mai lastsze „den, remarqueeren wij in de eerste plaatze, dat de geoblineerde prijs voor het op den October 1787 aangehealde vaartuig, met dies geschut, en voor de daar in geladen 21 13/80. Koijangs zout, tot 460¾ en 348 3/5 eaalen van 60. –. Stuivers ieder, zee passabel, en de verstrekking van rds. 1205. –. voor de op het scheepje de Woop en de kotter de Patrict bescheiden Zeevaarenden van onze approbatie is. Riouw Aan den koopman David Ruhde, Resident 236. 12os §36. Wij kunnen uw E. niet genoeg recommandeeren, dat uwE. , ter voldoeninge aan onze intertie bij het 11„e articul van de uwE. medegegeven Instructie, steeds door eene ongeinteresseerde en edelmoedige behandeling alle de zulken van de inlandsche Natien, die zonder eenige bedenkelijkheid ter woon of ten handel op Riouw geadmitteerd kunnen worden, derwaarts tragte te lokken, wanneer ook mogelijk allongskens de vrees van de Rajate, dat sulthan Machmoet hun zoude laaten opvatten en massaereeren, zal verdwijnen, en uwE. van dat volk voorzien wor„ „den, om zig de van Batavia geeischte rondhouten te laaten leveren. §37. De verzogte verlossing naar herwaarten door drie Canonniers en elf soldaaten, welker verband geexspireerd is, wordt hun geaccordeert, gelijk ook aan uwE. de overzending van den Corporaal en de twee Toldaaten, die wegens hun getrekkelijk gezigt niet in staat zijn van dienst te doen. Wij laaten derhalven, ter plaatsvullinge, zoo wel van dezelven, als van de overledenen, met de bark de standvassigheid en pantjallang Malaijve naar Riouw ver„ „trekken. Een Sergeant, Twee Corporaals, Dertien Predraten, en Vier Canorniers; zijnde bij derzelver Naamlijste, die nevens deezen overgunt, genoteerd hunne winnende gage en hoe veel daar van aan hun respecti„ „velijk kan worden uitgereikt. §38: dij het door uw E: aan ons voorgedragen verzoek van den asitienshi „terant der tweede Compagnie sipair ginder Rigna Sinkt hebben wij tot Ser„ „geant bevorderd den Corporaal sulter Chen Kalkat en tot Corporaal den sol„ „daat kader Cahon Badwee met de gage van rds. 7. 39. —. en rds. 7. —. ter maand. maar kunnen niet bewilligen in dat van den Jamboer Gerrit van Os, dewijl zijn verband eerst in het aanstaande jaar 1784 zal eindigen en hij gevol„ „gelijk niet eerder kan verbeterd worden. §34. De Atrat, aan den Corporaal Augusten Sinct opgelegd, is naar verdierste, en zijne opzending naar herwaarten van onze goedkeuring, dog, alzoo gt

NL-HaNA_1.04.02_8438_0368 view scan ↗

English

as we also did not consider him useful in the Malacca garrison, he has been demoted to Sailor and placed on a vessel that departed for Batavia. Section 40. The reasons that prompted Your Honour to transfer the lease of the topbaanen, madat, and arrack, initially granted to Captain Bieng, subsequently to Captain Isoea, Your Honour ought to have reported to us in your letter of 8 April, so that we might satisfy ourselves with Your Honour's decision. Section 41. Regarding the Riouw domains in general, we must now declare ourselves, since Your Honour was ordered by the aforementioned Instruction to leave those who were already settled there, and who arrived for residence or trade, free of tolls and charges during the first six months of the current year 1788; we hereby order Your Honour to let the duties of the topbaanen, madat, and arrack, relinquished to Captain Moea, be collected and accounted for by him until the end of this year, on the footing cited in your letter of 6 February, but to lease out those of the Boom and anchorage of private vessels before the end of this month for six months, or from 1 July to the end of December, by public auction to the highest bidders, under the conditions established according to the order of the High Government and present circumstances and appended hereto, provided care is taken for regular payment, and, if the last-mentioned domains should unexpectedly run lower than Your Honour thinks can be bid for them at this time, to collect them yourself for the Company, as well as to inform us which other leases might be introduced at the beginning of the year 1789, given the present dilapidated state of Riouw, without considerable burden to the inhabitants. Section 42. Your Honour must also, from 1 July, dispatch the passes on stamped paper, according to the Regulation of 1 February 1781, and for the payment stipulated therein. Section 43. All that Your Honour demanded for the Company's needs in the requisition of 15 May 1788 has been satisfied with the bark De Waaker or is being satisfied with the bark De Standvastigheid, except for a few items consisting of: 228 cans of olive oil, 2 pieces of copper cocks, 2 butler's pumps, 38 pieces of native beams, 100 quires of cartridge paper, 2 pieces of jack planes, and 3 chisel boards; which are not in stock here and therefore cannot yet be delivered. Section 44. We have furthermore caused various provisions to be laden in both the aforementioned vessels in order to victual from them the Company's ships and smaller vessels lying over there, excepting the repeatedly mentioned two barks, as they are provided until the end of next October, for the period of four or five months, just as we order Your Honour to do according to the Regulation on that subject and according to the number of men actually found on those keels, and furthermore in such a manner that they, if at all possible, receive the rations for an equal period, calculated from the day that their ration period has or will have expired. Section 45. The bark De Standvastigheid and pantjallang Maleije are also bringing over for the aforementioned ships and vessels such equipment goods as we have been able to satisfy upon the demands of their captains or commanders, and which Your Honour must have distributed to them upon receipts, according to the indications in the bills of lading drawn up for them. Section 46. Sent thither by the High Government with the national frigate of war the Orangezaal for the construction of forts and other works, but having returned to Batavia from a lost voyage, and only arrived here on the 1st of this month with the Company's ship the Constantin, Lieutenant Engineer Laurent Lussen departs with the bark De Standvastigheid to consult with Mr. Wierts, Captain Commandant and Chief of the ships, regarding the already commenced fortification of Riouw, and to let the same proceed under his supervision, as well as to take in hand the damming up of the dangerous creeks. Section 47. What is furnished to him and to the men on the bark De Standvastigheid mentioned in Section 37 during the voyage, Your Honour must reimburse to Commander Meijer. Section 48. Lastly, this serves for communication that, the first of the undersigned having obtained his demission from the chief administration, the second has been appointed as his successor therein, the Fiscal Thievens as Chief Administrator, and Your Honour as Fiscal here, as well as Secretary Baumgarten as Resident of Riouw, and that the latter will depart thither on a later occasion to assume that office. We remain meanwhile, after greetings, Your Honour's Good Friends, signed: L. G. de Bruijn, A. Couterus, F. Thievens, I. A. Hensel, C. G. Baumgarten, and G. Pungel. In the margin: Malacca, in the Castle, 11 June 1788. To the merchants David Ruhde and Christiaan Godfried Baumgarten, outgoing and incoming Resident of Riouw. Honourable, Discreet Section 49. The commander of the bark De Waaker has received below

Dutch transcription

alzoo wij hem in het Malaccasche garnisoen ook niet dienstig agteden is hij tot Matroos gechangeerd en op een naar Batavia vortrokken vaartuig, ge„ „plaatsz: § 40. De redenen, die uwE. gepermoveerd hebben om de eerst aan Capitein Bieng gelaten Jagt der Topbaanen, Madat, en Arrak Sedert te laaten overgaan op Capitein Isoea, hadt uwE. ons bij zijnen brief van den 8. April behooren te melden, om in uw E. beschikking genoegen te neemen. § 41. Omtrent de Riouwsche domeinen in 't generaal ons nu moetende ver„ „klaaren, dewijl uwE. bij de voorschreven Instructie geordonneerd is, om die 'er reeds gezeten ware, en ter woon of ten handel kwamen geduurende de eerste zes maanden des loopenden jaars 1788 toe- en last- vrij te laaten, beveelen ƒ wij uwE. bij deezen, om de geregtigheden van de Toppbaaren, Madat, en Arrak, aan Castitein Moea afgestaan, door hem te laaten heffen en verantwor„ „den tot het and deezes jaars, op den voet, bij uwe brief van den 6. Febru„ „ari aangehaald, dog die van de Boom en Ankerasie der particuliere vaartui„ „gen onder ultimo hujus voor zes maanden, of van primo Iuli tot ultimo December, bij publique opveiling aan de meestbiedenden te veragten, op de naar de order der Hooge Regeering en de presente tijds- omstandigheden ingestelde en deszen bijgevoegde Conditien, mits zorg draagende voor de riglige betaaling, en, zoo de laastgemelde domeinen tegen verwagting lan„ „gen mogten loopen, dan uwE. donkt dat in deezen tijd daar voor uitgeloofd kan worden, de invordering daar van zelf voor de Compagnie te doen, mitsgaders ons op te geeven welke andere pagten naar den tegenwoordd „gen vervallen staat van Riouw met het begin des jaars 1789 wo zouden kunnen worden geintroduceerd, buiten merkelijk bezwaar der ingezetenen? §42. Ook moet uwE. van primo Iuli of de Passen op gestem: pold papier expedieeren, volgens het Reglement van den 1. Februari 1781, en voor de daar bij gestipuleerde betaaling. 543. 151 „zekking gevorderd heeft is met de bark de waaker of wordt met de „weiinge bark de standvastigheid voldaan, op eenige „ perticulen na, bestaande in 228. — kannen olijven oli„ 2. – p„s koperen kraanen, 2. —. „ Botteliers pompen, 38. –. „ inlandsche balken, 100. —. boeken Cardoes passier, 2. —. p„s blokschaaven, en 3. —. „ schaat tijlels; die hier niet in voorraad zijn en over zulks nog niet bezorgd kunnen worden. § 144. Wij hebben daarenboven in beide de gemelde vaartuigen doen laaden diverse provisien, om daar uit de ginder leggende Comps. scheppen en minde„ „re vaartuigen, uitgezonderd de meergemelde twee burken, alzoo die tot ultimo October naastkomende voorzien zijn, voor den tijd van vier of vijf maanden te victualieeren, gelijk wij UwE. gelasten te doen naar het Reglement op dat stuk en naar het getal van de manschappen, hetwelk zig weezenlijk op die kielen bevindt, mitsgaders in diervoegen, dat zij, indien immers mogelijk, de vantzoenen voor eenen gelijken tijd ont„ „vangen, gerekend van den dag dat hun vantezoentijd is of zal weezen geexs„ „pireerd. §45. De bark de standvastigheid en pantjallang Maleijve brengen ook voor de gemelde schepen en vaartuigen over zoodanigen equi„ „page-goederen, als wij op de Eischen van derzelver Capiteirns of gezaghebbers hebben kunnen voldoen, en die uwE. aan hun op Reci„ „pissen moet laaten uitdeelen, volgens de aanwijzing bij de daar van opgemaakte cognoscementen. §46. De door de Hooge Regeering tot de exstructie van Porten en andere werken ginder met 's lands fregat van oorloge de Orange„ „zaal herwaarts gezonden, dog van eene verloren reize naar Batuvia §43. Al wat uw E. bij den Eisch van den 15. Mai 1788 voor Comps. Be„ weder„ tein gaan n laa eld wedergekeerde, en met Comp„s schip de Constantin eerst op den L. huijus h aangekomen, Luitenant Ingenieur Laurent Lussen vertrekt met de bark de standvastigheid, om over de reeds begonnen fortificatie van Riouw met den Heer Wierts, Capitein Commandant en Chef van Itan scheffen, te raadpleegen, en dezelve onder zijn opzigt te laaten vve „looijen, mitsgaders ook de toedamming van de gevaarlijke spruite onder handen te neemen. §47. Wat aan hem en de § 37. gemelde manschappen op de bark de standvastigheid geduurende de reize verstrekt wordt moet uwE. aan den gezaghebber Meijer restitueeren. §48. Laastelijk dient tot Communicatie dat, den eersten van de ondergetekenden zijne demissie uit het hoofdbestier verkreegen hebbende, de tweede tot zijnen successeur in hetzelve, de Fiscaal Thieven, tot Hoofdadministrateur, en UwE. tot Fiscaal alhier aangesteld is, mitsgaders tot Resident van Riouw de Secre„ „taris Baumgarten, en dat dezelve bij nadere gelegenheid derwaar zal vertrekken, om dat amt2. te aanvaarden. Wij blijven inmiddens na groete /onderstond/ UwE. Goede Vrienden /getekend/ L. G. de Bruijn, A. Couterus, F. Thievens, I. A. Hensel, C. G. Baumgarten en G. Pungel /in margine/ Malacca in het Casteel den 11. Iuni 1788. —. Ruchde, en David Aan de kooplieden Christiaan Godfried Baumgarten Afgaanden en Aankomenden Resident of Riouw Eerzaame, Discreete § 49 De gezaghebber van de Bark de waaker heeft ondre ontvangen

NL-HaNA_1.04.02_8438_0371 view scan ↗

English

received from the Commander Wierts, to convoy a Chinese junk returning to Amoy as far as Pedro Branco, and then to turn the prow towards Riouw. § 50. Having noted in our letter of 11 June last the election of the merchant Baumgarten as Resident there, and that he would cross over at the next opportunity to assume that office, we accordingly have him depart thither on this occasion, and order Resident Ruhde not only to make a clear transfer to the said Baumgarten as soon as possible of the Company's office with its appurtenances and dependencies, but also to instruct him by a brief memorandum, both of what has already been done there and of what still must be done or observed, to serve for his guidance, and subsequently to embark on the cutter the Patriot, which has been summoned hither. § 51. The aforesaid bark de Waaker is laden with such provisions and other necessities as Your Honours will see by the enclosed bill of lading, from which Your Honours must deliver to the State's frigate of war Hoorn the two months' rations, according to a separate note, and also deliver to that vessel, as well as to the Company's ships the Hoop and the Jonge Oranjeboom, the cutter the Patriot, and the pantchiallangs the Tortel and Banka, the ship supplies intended for them, specified in the bill of lading, sending the receipts thereof to us. § 52. Meanwhile, in reply to the letter from Resident Ruhde under date of 11 June last, it serves to state that we have learned with satisfaction that Soengi Riouw has been sufficiently dammed off, and Soengi Siang has been made unusable; That it will be no less agreeable to us to receive soon a report of the completion of the forts projected for the security of Riouw; That to the Constable Major of the State's frigate of war the Amphitrite, whom Commander Wierts has left there to continue the work on the hill of Tanjong Pinang, the daily allowance of 30 stivers assigned to him by His Honour may be provided; That Your Honours may have the monthly wages provided to the crew of the hooker the Eensgezindheid which they are entitled to receive, according to the roll drawn up thereof and sent over; That we approve the delivery to Captain Lieutenant Visser of the two months' wages of the 26 Europeans stationed on the small vessel the Jonge Oranjeboom, amounting to 180. 5. - rixdollars. And that we, having granted Sergeant Gottlieb Fredrik Dietz, Drummer Willem Voorhout, and Warehouse Overseer Adriaan de Graaf their relief hither, to fill their places as well as those of the two deceased European soldiers, send with the bark de Waaker 1 sergeant, 1 drummer, 2 soldiers, and the Telingo Soedria Moetoe, who must receive the same entitlement of wages and rice as was assigned to the said de Graaf, commencing on 1 current. § 53. The first two signatories hereof thank Resident Ruhde for the congratulations from the one on his obtained discharge from, and from the other on his succession to, the chief government here on the coast; while, after greetings, we remain /underneath/ Your Honours' good friends /signed/ P. G. de Bruijn, A. Couperus, F. Thierens, I. A. Hensel, C. G. Baumgarten, and G. Pungel /in the margin/ Malacca in the Castle, 9 July 1788 /thereunder/ P.S. The emoluments assigned to the merchant Ruhde as Resident of Riouw must cease on the day that he transfers that post to his replacement, the merchant Baumgarten. To the Merchants David Ruhde and Christiaan Godfried Baumgarten, outgoing and incoming Resident at Riouw. Honourable, Discreet, § 54. It having been considered that the Company's ship Rotterdam's Welvaren, discharged of its Batavian cargo, would not be able to take in before the month of November or December the mast timber being cut on the opposite shore, we have decided meanwhile to dispatch that ship to Riouw, both for the transport of various necessities and for the reinforcement of the naval force there, and accordingly to place the same under the orders of Mr. Wierts, Captain Commander of the State's ships of war. We at the same time send you our reply to the letter of 8 current, brought to us by the hooker Katwijk aan Zee. § 55. Your Honours will find the goods laden in the aforesaid ship noted in the bill of lading. What is intended for the small vessel the Hoop and the hooker the Eensgezindheid Your Honours must deliver under receipts to the captain and master of those keels, and take note that what is missing from the last requisitions of Resident Ruhde is not in stock here or not yet ready, but will be provided at the next opportunity. § 56. Taking satisfaction with the surrender of the lease of the Boom for the last 6 months of the current year to the Chinese Tee Kauw for 300. –. reals of 60 stivers each per month, in the expectation that

Dutch transcription

153 ontvangen van den Heer Commandant wiert, om eene naar himui wederkeerende Chi„ „nasche jonk tot Pedoo Branco te Convoijeeren, en dan den steven naar Riruw te wenden. § 50. Bij onsen brief van den 11. Iuni b. l. genoteerd hebbende de etectie van den koopman Baungasten tot Resident ginder, en dat hij bij nadere gelegen„ „heid zoude overkomen, ter aanvaardinge van dat ampt, laaten wij hem diervolgens bij deeze gelegenheid naar derwaarts vertrekken, on gelasten den Resident Rukde niet alleen ten spoedigsten een liquid transportaars den gemelden Baungarten te doon van Comps Comptoir met dies ap- en dependentier„ maar hem ook bij een Memorietje te onderrigten, zoo van hetgene ginder reeds verrigt is, als van hetgene nog verrigt of in observantie gehouden moet worden, om te strekken tot zijn narigt, en zig vervolgens op de kosten de Patriok, die herwaarts ontboden is te embarqueeven. §51. De voorschreven bark de waaker is beladen met zoodanige vrons en andere behoeften, als uw E. zien zulle bij het hier nevens ge„ „voeijd Cognoseement, van dewelke uw E. aan 's Lands fregat van oorlo„ „ge Hoorn moeten afgeeven de tweemuandige van tzoenen, bij eene aszon„ „derlijke Notitie, en nog aan die bodem, mitsgaders aan Comp.s. schepen de Hoop en de Iorge Orangeboom, de kotherde Sakriot, en de pantjallines de Torijn en Vanca, de voor dezelven geschikte scheeps-behoefzen, bij 't Cognoscement gespecificeerd, de Recipisse, daar van ons laatende toekomen. §52. ondertusschen dient tot antwoord op den brief van den Resident Riehde sus dato 11. Juni E. l., dat wij niet genoegen vernomen hebben, dat Soengi Riouw Suffisant toegedamd, en Soengi Iang onbruikbaar Dat 't ons niet minder aangenaam zal zijn eerlang berigt te ontvangen van de voltooijing der tot zekerheid van Riouw geprojecteerde gemaakt is; Porten Forten; Dat aan den Conthiel Majoor van 's Lands fregat van oorloge de Ampzi„ dlrike, welken de Heer Commandant wierts daar gelaten heeft om 't werk op den berg van Tanjong Sinarg te vervolgen, kan worden verstrekt 't door zijn Ed. hem toegelegd daggeld van 30. st: Dat Uw E. aan de Equipage van den hoeker de Eensgezindheid kunnen laaten verstrekken de maandgelden, die zij genieten mogen, volgens de daar van geformeerde en overgaande Roe; Dat wij goedkluren de afgaave aan den Capitein Luiserant Vissi„ van de tweemmandige gage der op 't scheepje de Jonge Orangeboom be„ „scheiden 26 Europeerts, ten bedraagen van rds. 180. 5. -. En dat wij, aan den Sergeant Goklieb Fredrik Diets, Tam soor Willem Voorhout, en Pakhuir op igter Adriaan de Grasa geaccordeerd hebben„ „de hunne verlossing naar herwaarts, ter vervullinge hunner plaatze zoo wel als van de twee overleden Europesche soldaaten, met de bark de waaker zenden 1. sergeant, 1. Tansboer, 2. Toedaten, en den Tentio f soe„ dria Moetoe, die hetzelfde genot van gage en rijst hebben moet „os aan den gewelden de Grasa was toegelegd, beginnende met den 1. su„ „jus. §53. De twee eerste ondertekenaars deezes bedanken den Pevi„ „dent Ruehde voor de felicitatie van den eenen met zijne verkre„ „gen dimissie uit en van den anderen met zijne successie in 't hoofd„ „bestier hier ter kuste; terwijl wij na groete blijven /onderstond/ uw E. goede Vrienden /getekend/ P. G. de Bruijn, A. Couperus, F. Thievers, I. A. Hensel, C. G: Baumgarten, en G. Pungel /in margine / Malacca in 't Casteel den 9: Iuli 1788 /daar onder/ P. S. De emolumenten, die aan den koopman Ruhde als Resident van 155 David Runde, en van Riouw zijn toegelegd, moeten Cesseeren met den dag dat hij die In„ poot overgeeft aan zijnen vervanger, den koopman Baumgarten. Aan de Kooplieden Christiaan Godfried Baumgarten, Afgaanden en Aankomenden Resident op Riouw e Eerzaame, Discreete, §54. Geconsidereerd zijnde, dat Comp:s. Schip Rotterdams weevaaren, van „ zijne Bataviasche laading ontbost, niet voor de maand November of December de mestthouten zoude kunnen inneemen, die aan de overwal gekapt worden, hebben wij besloten dat schip intusschen naar Riveuw te depecheeren, zoo tot trans„ „port van diverse benoodigdheden, als ter versterkinge van de navale magt ginder, en hetzelve overzulks te stellen onder de orders van den Heer wierte, Capitein Commandant van 's Lands scheppen van oorloge. Wij laaten uw daar mede te gelijk toe komen ons antwoord op den brief van 8. kujus, met den hoeker Katwijk aan zee ons aangebragt. §55. De in 't voorschreven schip geladen goederen zullen uw E. bij 't Cognoscement genoteerd vinden. wat voor 't scheepje de Hoof en den hoe„ „ker de Eensgezindheid geschikt is moeten uwE. aan den Capitein en ge„ „zaghebber van die kielen onder Recipissen afgeeven, en ad notam ree„ „men, dat het gene op de laaste Eischen van den Resident Runde man„ „queert hier niet in voorraad of nog niet gereed is, dog bij nadere oc„ „casie bezorgd zal worden. §56. Genoegen neemende met den afstand van de pag=t der Boom voor de laaste 6. maanden des loopenden jaars aan den Chinees dei Kauw voor 300. –. reaalen van 60. stx: ieder ter maand, in vorwagting dat nen te

NL-HaNA_1.04.02_8438_0374 view scan ↗

English

that this lease, although no one has currently been willing to bid more for it for the next following year, or when trade begins to revive somewhat, will produce more worthy revenues for the Company to support its expenses, we not only approve that Resident Runde has already had the hunting fees for the month of July satisfied, but even desire that henceforth always, whoever may be the farmer, the payment of what has been or will be promised for the said and other leases shall take place in advance with the beginning of each month. §57. And, since no one has been willing to make any bid for the lease of the anchorage money of the private vessels, we may well allow that the collection thereof be done by one or another of the Company's servants and accounted for monthly to the Resident, provided that the Resident keep good supervision against extortion, or the demanding of more money than is stipulated. §58. The monthly contribution of 5. or 6. stx: by each male person among the Chinese for poll tax we, along with Resident Runde, consider to be bearable; but, before giving order for the leasing or collection thereof for the coming year, we wish to be enlightened by Your Honour whether male persons of other nations who come to settle on Riouw could not pay the same contribution as well as the Chinese, as takes place here and elsewhere? since it would be hard for the latter to be taxed above other residents. §59. Having nothing to say regarding the victualing of the Company's ships and vessels from the provisions received from here and the issue to them of the equipment goods sent for them, we consider it well done that Resident Runde has provided a part of the medicines intended for the ship Huisduinen, which has in the meantime departed hither, with 3. pieces of gerassen for bandage linen to the small ship the Jonge Oranjeboom for the period of 4. months, and has retained the rest for the service of the garrison. §60. Just as we also pass the expense of f 39. 7. 8. for the repair of the boat of the last-named vessel, and of f 91. 4. 8. for some carpentry work on the hooker de Eensgezindheid. §61. We can well allow Your Honour to let the sergeants, and those who beside them have supervision over the Company's servants working on the new forts, enjoy 12. stx: per day, calculated from the time and for the days that they are employed for that purpose, but must on the contrary reject out of hand as very improper and unreasonable the demand of the artillerymen to enjoy daily the 3. stx: assigned to them along with the military, whether they work or not, and we order Your Honour to have the payment of these and other workmen done henceforth by the Lieutenant Engineer Lusson and accounted for to Your Honour, in order to prevent the Chinese from being shorted in their wages by their headmen, as could easily happen, and to which it is possibly to be attributed that the works in hand make no better progress. §62. Disagreeable to us is the request of the Captain of the Sepoys Taspa Naik to be relieved hither with his entire company, since they have not yet been there for a year, but in order not to make them despondent, considering they cannot divert themselves there as here, Your Honour must inform them in our name that, as soon as we obtain more Sepoys from Batavia, we shall have them relieved from time to time, to soldier by turns on Riouw, and in the meantime expect that they will conduct themselves as brave warriors. §63. The Captain Lieutenant of the second Company of Sepoys may send his Lieutenant thither to fetch his family who remained here. §64. Your Honour should devise the necessary measures against the desertion of those people and of the native military, since we are not in a position to fill their places with others. §65. Five European gunners are crossing with the ship Rotterdam Welvaaren to remain stationed yonder, besides 3. European soldiers and 1. native marine, serving to replace the deceased and missing. §66. Also with that vessel we send a Javanese taken into service as a sailor, to transfer to the hooker de Eensgezindheid, in place of the incapable Tawina. §67. The received documents to the charge of the Palembanger Latief, sent hither with some others, we have handed over to the Fiscal, to serve us with a report thereon. §68. Among the circular extracts which are communicated herewith to Your Honour for information and guidance, is one of 28 March last, according to which the Chinese seafarers are henceforth to earn 9 mas per month each, and may enjoy no other rations than rice and firewood. Your Honour must deliver a copy of that extract to the captains of the Company's ships and vessels on which there are Chinese who were engaged at Batavia.

Dutch transcription

dat deeze pagt, schoon 'er nu niemand meer voor heeft willen uitlooven voor 't naustvolgende jaar, of wanneer de handel eenigtins begint op te luiken, naar „waardiger revenuen aan de Comp„e zal produceeren tot soutien haarer las„ „sen, approbeeren wij niet alleen dat de Resident Runde zig reeds de Jaeg„ „penningen voor de maand Iuli heeft laaten voldoen, maar begeeven zelfs dat voorzaan altoos, wie ook sayter moge zijn, de betaaling van hetgene voor de gemelde en andere pragten is of zal worden uitgeloofd vooraf met het begin van elke maand gevolg zal hebben. §57. En, dewijl niemand eenig bod heeft willen doen voor de pagt van 't Ankeratiegeld der Particuliere vaartuigen, mogen wij wel lijden dat de invordering daar van door den eenen of anderen van Comps. Dienaaren gedaan en maandelijks aan den Resident verantwoord wordt, mits dat de Resident tegen knevelaarijen, of afessching van meerder geld„ dan bepaald is, een goed toezigt houde §58. De optrenging maandelijks van 5. o 6. stx: door elken rans„ „persoon onder de Chineeschen voor Hoofdgeld merken wij met den Pievi„ „dent Runde als draagelijk aan; dan, bevoorens tot de verpagting of Collecte daar van voor 't toekomende jaar last te geeven, willen wij van uw E. geelucideerd zijn of manspersoonen van andere Nate die zig op Riouw komen nederzekten, niet zoo wel uls de Chineesen dezelfde Contributie zouden kunnen doen, gelijk dat hier en elder plaats heeft? dewijl 't hard voor de laasten zoude weezen boven andere ingezetenen belast te worden. 359. Omtront 't victualieeren van Comps. Schepen en vaartuigen uit de van hier bekomen provisien en de afgaave aan dezelven der voor hun gezonden equipage-goederen niets te zeggen hebbende, be„ 157 beschouwen wij als wel gedaan, dat de Resident Rukde van de medicanenten, voor 't intusschen herwaarts vertrokken schip Huisduinen geschikt, een ge„ „deelte met 3. stukken gerassen tot verbandlinnen aan 't scheepje de Ionge Orangeboom voor den tijd van 4. maanden verstrekt, en de vest ten dienste der Boezetting aangehouden heeft. §60. Gelijk wij mede passeeren de bekastiging van ƒ39. 7. 8. ter repa„ „ratie der schuit van den laastgenoemden bodem, en van ƒ 91. 4. 8. voor eenig timmerwerk aan den hoeker de Eensgezindheid. §61: wij kunnen uw E. wel toestaan om aan de Sergeanten, en die nevens hun 't opzigt hebben over de aan de nieuwe forten arbeidende Comps. Dienaa„ „ver, 12. stx: sdaags te laaten genieten, gerekend van den tijd en voor de dagen dat zij daar toe geëmploijeerd zijn, dog moeten daarentegens als zeer onergen en onbillijk van de hardwijzen den eisch van de Artillerissen, om de hin met de Militairen toegelegde 3. stx: dagelijks te genieten, 't zij zij werken of niet, en beveelen uwE. om de betaaling van deeze en andere werklieden voortaan door den luite nant Ingenieur Lusson te laaten doen en aan uwE. verantwoorden, ten einde voor te komen dat de Chineesen in hun loon verkort worden door hunne Hoofden, gelijk dat ligtelijk zoude kunnen geschieden, en waar aan mogelijk te attribueeren is, dat de onderhanden zijnde werken geenen beteven voortgang hebben. §62. Onaangenaam is ons 't verzoek van den Capitein der Sifais Taspa Naik, om met zijne geheele Comp: herwaarts verlost te worden, alzoo zij 'er nog geen jaar geweest zijn, dan om hun niet mismoedigte maaken, gemerk t zij zig daar niet als hier verlustigen kunnen, maae„ „ten uwE. hun uit onze naame te kennen geeven, dat wij, zoo dra wij mans„ wij meer Sepais van Batavia erlangen, hun van tijd tot tijd zullen laa„ „zen afwisselen, om bij beurten op Piouw te militeeren, en intusschen ver„ „waghen dat zij zig als traave krijgers gedraagen zullen. §63. De Capitein Luiterant van de tweede Comp:s Afais magn zij„ „ren Luiterant dierwaarts zenden, om zijne hier verbleven familie af te haalen §64. Tegen 't verloopen van dat volk en van de inlandsche Militai„ „ven dienen uwE. de noodige maatvegelen te beraamen, dewijl wij niet in staat zijn om hunne plaatzen met anderen te vervullen. 365. Vijf Europesche Canonniers vaaren met 't schip Rbserdam, welvaaren over, om ginder bescheiden te blijven, benevens 3. Europese Militairen en 1. inlandsch Bousschieter, dienende ter vemplage van overledenen en vermisten. §66. Ook zenden wij met dien bodem een voor Matroos in dienst aangenomen Iavaan, om op den hoeker de Eensgezindheid over te gaan, in plaatze van den onbekwaamen Tawina §67: De ontvangen bescheiden ten laste van den met nog eenige am„ „deren herwaarts opgezondenen Palembanger Latief hebben wij den Fiviaal ter handen gesteld, om ons daar op te dienen van Berigt. §68. Onder de circulaire Extracten, die uwE. hier nevens, tot in forma„ „tie en narigt worden medegedeeld, is een van den 28. Maart l. l. , volgens het welke de Chineesche Zeevaarenden voortaan macarods. 9:- ieder ter maand winnen, en geen ander van 't zoen genieten mogen, als rijst en brandhout, Een copie van dat Extract moeten uw E. afgeeven aan de Capikeinrs van Comps. scheppen en vaartuigen, daar zig Chineeschen op bevinden, die te Batavia zijn aangenomen. wij

NL-HaNA_1.04.02_8438_0377 view scan ↗

English

159 After greetings, we remain Your Honour's Good Friends. Signed: P. G. de Bruijn, A. Couperus, I. Thierens, I. A. Hensel, and G. Pungel. In the margin: Malacca, in the Castle, the 26th of July 1788. Underneath: P. S. Whatever is provided as provisions for the voyage to the crew departing with the ship Rotterdams Welvaaren and mentioned above, Your Honour must restore to the ship's authorities. To the Merchants David Ruhde and Christiaan Godfried Baumgarten, outgoing and incoming Resident at Riouw. Honourable, Discreet Sirs, 369. On the 26th of this month, when our letter of that date was already prepared to be dispatched the following day, the private ship 't Drie Handelaars chartered by the Company arrived from Batavia, carrying 59 Madurese warriors. We have them depart to Your Honour with the ship Rotterdams Welvaaren, sending along their muster roll to you, and communicating that provisions for one month have been provided for their consumption during the voyage. 570. In accordance with the esteemed order of the Honourable High Indian Government by missive of the 4th of this month, we order Your Honour to place the Chinese resident of Riouw, Tan Sianko, in the post of Oldest Captain and First Head of the Chinese Nation there, if what he presented in his petition submitted to the High Government and enclosed herewith in copy is found to correspond with the truth, and then to dismiss Ting Bienko, as well as to demand back the certificate and signature given to him. §71. Likewise, we desire that the order of the aforementioned High Government be complied with, contained in the extract from the minutes of the 25th of April last, which we send to Your Honour in copy along with the petition of the lieutenant of the Chinese at Batavia, Ong Tjaeseeng, cited therein, the report from the Bailiff Wiegerman, and 2 translations of Chinese letters regarding his vessel plundered by Tuanku Muda. §72. Finally, we also send Your Honour an act of promotion for the ensign George Lodewijk Smitzh, to be handed over to him. After greetings, we remain Your Honour's Good Friends. Signed: P. G. de Bruijn, A. Couperus, I. Thierens, I. A. Hensel, and G. Pungel. In the margin: Malacca, in the Castle, the 28th of July 1788. To the merchant Christiaan Godfried Baumgarten, Resident. Honourable, Discreet Sir, §73. The cutter de Sukrist arrived here on the 12th of this month from the outgoing Resident Ruhde, along with the letter written by him and Your Honour to us under the date of the 7th preceding. §74. We have noted with pleasure the proper transfer by the aforementioned Ruhde to Your Honour of the Company's cash and other effects, and we shall dispose of the inventory thereof once it has been checked against the trade books on Riouw and we have been served with a report concerning it. 164 §75. Meanwhile, we approve the payment of 500 rixdollars to Captain Martens and 240 rixdollars to Captain Hartig, to be distributed in deduction of the outstanding monthly wages of the Javanese and Chinese discharged from the cutter de Patriot and the small ship de Hoop, as well as 105 rixdollars to the Commander of the hooker de Eensgezindheid, for the collection of one month's pay for the Javanese serving on that vessel. §76. Upon the request of the same Commander, together with that of the pantjallangs de Tonijn and Banca, to be allowed to enjoy a disbursement of good months' wages, the funds serving for that purpose, amounting to 933 1/3 rixdollars, are sent to Your Honour with the Commander of the pantjallang Beliton departing thither, and the receipt thereof, with the quitclaim, follows herewith. §77. The soldier Hermanus Schoenmaker, who in a state of drunkenness attempted to cut his own throat, has been appointed as a sailor and kept on the cutter de Patriot, with which Your Honour sent him over. §78. We consent to the requested write-off, both of 71 guilders, 12 stuivers, and 8 pennies expended for the repair and caulking of the boats of the small ship de Hoop and the pantjallangs de Philippine and Banca, and of the tools misplaced by the workmen according to section 88 of Your Honour's letter; yet we also wish to keep Your Honour instructed to ensure that such does not happen again or that compensation for it is made by those who have lost the tools received for their use. §79. Being informed that the Engineer Lusson paid little heed to the progress of the already commenced work on the fortification of Riouw to ensure the security of the settlement, but

Dutch transcription

159 wij blijven na groete /onderstond/ uwE. Goede Vrienden /getekend/ P. G. de Bruijn, A. Couperus, I. Thierens, I. A. Hensel, en G. Pungel /in margine / Malacca in het Casteel den 26. Iuli 1788 /daar onder/ P. S. wat aan de met 't schip Rotterdams Welvaaren vertrek„ „kende en hier vooren gemelde manschappen tot vanzoen voor de reize verstrekt wordt moeten uwE. aan de scheeps-overheden ves„ „litueeren. Aan de Kooplieden David Ruhde, en Christiaan Godfried Boumgarten Afgaanden en Aankomenden Residen=t op Riouw Eerzaame, Discreete 369. Op den 26. dezer, toen onze brief van dien date reeds in gereedheid lay om den volgenden dag afgezonden te worden, 't bij de Comp. e ingehuurde particu„ uliere schip 't Dritae Handelaars van Batavia gearriveerd, en daar medede aangebragt zijnde 59. Maduveesche krijgers, laaten wijze met 't schip Rotterdams welvaaren naar uwE. vertrekken, onder toezending aan Uw„ van derzelver Naamlijste, en communicatie dat tot hunne Consumtie op de reize verstrekt zijn de vantzoenen voor eene maand. 570. Overeen komstig, met de geeerde order der Edele Hooge Inditie Regeering bij missive van den 4. hujus, beveelen wij uwE. om den Chinees en inwooner van Riouw Tan Sianko in de potsz van Oudsten Capitein en Eerste Hoofd der Chineesche Natie ginder te stellen, indien hetgene hij in zijn aan Hoogstdezelve gepresenteerd en deezen in Copie bijgevoegd Request heeft voorgebragt met de waarheid overeen„ 39 „stermende wordt bevonden, en dan Ting Bienko af te danken, mits„ en laa„ mitsgaders de aan hem gegeven Acte en handrokking te rug te eischen §71. Desgelijks begeeven wij dat voldaan zal worden aan de order der welgemelde Hooge Regeering, vervat bij 't Extract uit de Notulen van den 25. April l. l. , dat wij met 't daar in aangehaalde Request van den luitenant der Chinerschen te Batavia Ong Tjaeseeng, voerigt van den Heer Baljun Wiegerman, en 2. Translaaten van Chineesche triena„ betreffende zezer door Toenko Moeda gespolieerd vaartuig, nevens deezen in Copie uwE. toezenden. §72. Eindelijk laaten wij UwE. nog toekomen eene Acte van be„ „vordering voor den vaandrig George Liidewig Smitzh, om hem te wor„ „den ter handen gesteld. wij blijven na groete /onderstond/ Uw E. Goede Vriender /get „kend / P. G. de Bruijn, A. Couperus, F. Thievens, J. A. Henvel, en 9. Pungel /in margine/ Malacca in het Casteel den 28. Juli 1788. —. Aan den koopman Christiaan Godfried Baumgarten Resident Discreete Eerzaame §73. De kotter de Suhrist is op den 12. dezer hier gearriveerd vach den sist„ „gaanden Resident Rusde en den brief, door henr en uwE. aan ons geschreve sub dato 7. bevoorens. §74. De behoorlijke onverave door gemeeden Ruchde aan Un E. van Comp Contanten en andere effecten hebben wij met aangenaamheid gezien, en zullen d den Inventaris daar van disponeeren, nu dat dezelve tegen de Negotie boek Riouw gecon„ op 164 gecontronteerd en ons dientwegen van berigt gediend zal weezen. §75. Ondertusschen approbeeren wij de afgaave van rds. 500. –. aan Cappitein Martens en rds. 240: -. aan Capitein Hartig, om in mindering der te goed heb„ „bende maandgelden van de op de koster de Patriot en 't scheepje de Hoop te„ „scheiden Javaanen en Chineeschen te worden uitgedeeld, mitsgaders van vas: 105. -. aan den Gezaghebber van den hoeker de Eensgezindheid, ter behaalinge der gage voor eene maand van de op dat vaartuig dienst doende Javaanen, 576. 8 p 't verzoek van denzelfden Gezaghevber, tenevens dien van de perc„ „jallangs de Torijn en Banca, om eene uitreiking van goede maanden te mogen genieten, worden uwE. met den Gezaghebber van de derwaarten vertrekkende pantjallang Boliton toegezonden de daar toe dienende pennin„ „gen, ten bedraagen van rds. 933/1, en de Recipis daar van met de quitantie vollen hier nevens. §77. De soedaat Hermanus Schoenmacker, die zig in dronkenschap de keel heeft willen afsrijden, is tot Matroos gesteld, en op de kosterde„ Patriot, waar mede UwE. hem overgezonden heeft, gelaten. 378. wij Condescendeeren in de verzogte afschrijving, zoo wel van ƒ71. 12. 8. , bekostigd ter reparatie en kalfaating der Schuiten van 't scheepje de Hoop, en de pantjallangs de Philipfine en Banca, als van de door 't werkvolk, volgens 388 van uwE. brief, te zoek gebragte gereedschappen, dog willen uwE. teffens gerecommandeerd houden te zorgen, dat zulks niet meer of de vergoeding daar van ge„ ^de „schiedt door degenen, die ten gebruike ontvangen gereedschappen verloven hebben. §79. Geinformeerd zijnde dat de Ingenieur Lusson zig weinig liet gelegen leggen aan den voortgang van 't reeds begonnen werk der fortificatie van Riouw, om de voezetting in zekerheid te stellen, maar n e ten 9 . tep „

NL-HaNA_1.04.02_8438_0380 view scan ↗

English

but on the contrary employed the military and Chinese workers to cut down and burn the trees and brush on the mountain, and that he had projects whose execution would cause intolerable burdens to the Company, we have decided, on the basis of this and other received reports regarding his behavior, to recall him from there, just as we order Your Honor to let him return hither at the first opportunity, and to entrust the supervision of the aforesaid work to Constable Major Fredrik Oppel, who was charged therewith by Mr. Wierts, Captain Commandant of the Country's ships, as well as consequently to allow Your Honor the provision to him of 6 jugs of arrack monthly in addition to the daily allowance that has already been granted to him. And since it has appeared to us from a report of the former Resident Ruhde that there is a decrease in the number of Chinese workers, for which Captain Hoea had given as reason that his people, due to the drop in the price of rice, were engaged in cooking gambier, we order Your Honor not only to point out to him that, since their own interest as well as that of the Company now requires Riouw to be brought speedily into a redoubtable state so as not to be apprehensive of any enemy attacks, he will undoubtedly fall into our disfavor if he did not ensure that the required people are put to work daily, but also to make use for this purpose of all other persuasive means that Your Honor can devise and undertake without any difficulty. Paragraph 80. The Palembanger Latip was found innocent of what the Chinese Goe had charged him with, during the investigation conducted by the provisional Fiscal and second of this Government, Thierens. We have therefore decided to have the latter chained in the low iron for 6 months to work on the Company's public works, but to release Latip and his people from their detention indemnified, with the 130 rixdollars 25 stuivers received there in the Company's treasury for the cargo of his vessel taken over by the Farmer of the Boom, together with the small goods sent hither with him, and to write to Your Honor to also return to him his vessel that was hauled ashore. Paragraph 81. What has been loaded into the pantchiallang Koliton Your Honor will see from the bill of lading that is sent to Your Honor herewith, accompanied by two notes of the provisions etc. which Your Honor must deliver to Mr. Drillinger, Captain of the Country's frigate of war Hoorn, and for which Your Honor, as well as for what appears from the bill of lading to be destined for that frigate, must provide us with receipts. Paragraph 82. Five gunners are crossing over with the said vessel to relieve 5 others, namely Matthijs Gonsalves, Apolinario Ferdinandus, Gasper Christoffel, Teraldus Ferdinandus, and Matthijs Carvalho, who accordingly can return hither on occasion. We remain after greetings, below stood, Your Honor's Good Friends, signed, P. G. de Bruijn, A. Couperus, F. Thierens, I. A. Hensel, D. Ruhdé and J. Pungel, in the margin, Malacca in the Castle the 23rd of August 1788. To the merchant Christiaan Godfried Baumgarten, Resident. Honorable, Discreet, Paragraph 83. Having seen from Your Honor's letter of the 15th of August last how the frequent signs of insanity that were shown by the Lieutenant Engineer Lusson had forced Your Honor, with the advice and approval of Mr. Drillinger, Captain Commandant of the Country's and Company's naval forces there, to dismiss him from all offices or performance of duties, we not only approve the same, but also that Your Honor, on that account, entrusted the continuation of the fortification work on the mountain of Tanjong Senang to the Constable Major of the Country's frigate of war the Amphitrite, Fredrik Oppel, and the continuation of the work on the powder magazine and the fortification below that mountain to the ordinary Fireworker Fredrik Schutk, according to the plans drawn up by Mr. Wierts, Captain Commandant and Chief of the Country's Squadron of war in the Indies, as well as the general supervision over all the workers to the Head of the Militia Wolterus Amelong, just as that had taken place before the arrival of the said Lusson. Paragraph 84. On the request submitted by Your Honor on behalf of the 2 last-mentioned, namely Lieutenant Amelong and Fireworker Schutk, that they might be benefited with some salary or gratuity, we have decided to grant each of them 15 rixdollars per month, hoping that they will thereby be encouraged to perform the work of their department with all diligence and faithfulness. Paragraph 85. Since Your Honor assures us that the Chinese workers have not been shortchanged by their chiefs on their fixed daily wage, but that they, on the contrary, have received 9 rupees monthly from them instead of 8, we do not object that the payment of those workers remains entrusted to their Captains, provided that Your Honor continually keeps an eye on it. Paragraph 86. Regarding the difficulty confirmed by Your Honor to

Dutch transcription

maar duventegen de Mitstairen en Chineesche arbeiders em ploijeerde om de boomen en vuigtens op den berg om te zukken en te verbranden, en dat hij projecten hadt, welker uitvoering ondragelijke lasten aan de Comp: zoude verwekken, hebben wij op fundament van dik en an„ „dere ingekomen berigten nopens zijn Comportement besloten hem van daar te rappelleeren, gelijk wij uwE. gelasten hem bij eersze gelegenheid herwaarts te laaten te rug keeren, en 't opzigt over 't voorschreven werk toe te vertrouwen aan den door den Heer Wiert1, Captitein Com„ „mandant van 's Lands scheppen, daar mede gechargeerden Conthapel Majoor Fredrik Opfel, mitsgaders dienvolgens uwE. toe te staan de verstrekking aan denzelven maandelijks van 6. kannen arrak bij 't daggeld, dat hem reeds is geaccordeerd. En dewijl ons uit een Beriga van den geweezen Resident Runde gebleken is de vermindering van 't gestal der Chineesche arbeiders, waar van Caspikein Hoea voor reden hadt ge „gever, dat zijn volk wegens de daaling van den prijs der rijst zig met 't gam verkooken bezig hieldt, beveelen wij uwE. niet alleen hem voor te hou„ T „den dat, daar hun eigen belang zoo wel als dat van de Comp„ nu vor„ „dert Riouw Schielijk in een redoutablen staat te brengen, om voor gee„ „ne vijandelijke aanvallen bedugt te zijn, hij ongetwijfeed in onze dir „igratie vervallen zal, indien hij niet zorgde dat men dagelijks het be„ „noodigd volk aan 't werk krijgt, maar zig ook daar toe vonr alle andere persuasive middelen te bedieren, die uw E. bedenken en zon„ „der eenige difficulteit bij de hand neemen kan. 380. De Palembanger Latip is bij 't gedaan onderzoek door den '½ ampt van Fiscaal nog waarneemenden PE. secunde deezes Gouverne: „ments Thievens onschuldig bevonden aan 'tgone hem de Chinees Goe hadt 163 hadt ten laste gelegd. Wij hebben derhalven be sloten den laastgenoemden voor 6. maanden in de lage kekting te laaten klinken, om aan Compt: gemeene werken te arbeiden, dog zatip en zijn volk koot- en schadeloos uit hunne detentie te velaxeeren de ginder in Comp.s. kasse ontvangen rds. 130. 25. -: voor de door den Pagter van de Boom overgenomen laading van zijn vaartuig, benevens de met hem herwaarts gezonden goeder=tjes, en uw E. aan te schrijven om aan hem ook weder te geeven zijn op de wal ge„ „haald vaartuig. §81. wat in de pantjallang Koliton geladen is zal uwE. zien bijk Cog„ hier noscement, dat uw E. zaar nevens wordt toegezonden, verzeld van twee Notitien der provisien enz:, die UwE. aan den Heer Dwillinger, Capitein van 's Lands fregat van oorloge Hoorn, en van dewelke UwE. , zoo wel als van hetgene bij 't Cognoscement blijkt voor dat tregat ge„ „schikt te zijn, ons Recipissen moet bezorgen. §82. Vijf Bus schieters vaaren met 't gemelde kieltje over ter atlossinge van 5. anderen, naamelijk Matthijs Gousalous, Apolinairo Ferdinandus, Gas„ „per Christoffel, Teraldve Ferdinandus, en Mattkhijs Carwalko, die overzulks bij occasie herwaarts kunnen wederkeeren. wij blijven na groete /onderstond/ uw E. Goede Vrienden /getekend/ P. G. de Bruijn, A. Couperus, F. Thiorens, I: A. Hensel, D: Ruhdé en 9. Pungel /in margine/ Malacca in het Casteel den 23. Augs: 1788. — Aan den koopman Christiaan Godfried Baumgarten, Resident Eerzaame, Discreete, §83. Bij UwE. brief van den 15. Augs. l. l. gezien hebbende hoe de veelvuldige blijken van krankkinnigheid, die door den Luitenant Ingenieu„ Riouw Lusson ep op Lussen gegeven waren, uwE. genoodzaakt hadden, om met advies en goedvinden van den Heer Drillinger, Cappitein Commandant van 's Lands en Comps. Zee„ „magjt ginder, hem van alle officien of dienstovervigtingen te ontslaan, approteeren wij hetzelve niet alleen, maar ook dat uwE. uit dien hoofde„ 't vervolgen van 't werk der fortificatie op den berg van Tanijong Senang aan den Constapel Majoor van 'T Lands fregat van oorloge de Amphi„ „trite Fredrik oppel, en 't vervolgen van 't werk aan 't kouidhuis en de fritificatie beneden dien berg aan de ordinair Vuurwerker Fredr Schutk, naar de Plans, door den Heer Wierts, Capitein Commandant en Chietf van 's Lands Esquader van oorloge in Indie, geformeerd, mits„ „gaders het generaal opzigt over alle de arbeidens aan 't Hoofd van de Militie Woltenis Amelon, heeft opgedragen, zoo als dat voor de komste van gemelden Lusjon hadt plaats gevonden. 584. op ½ door UwE. voorgedragen verzoek van de 2. laastgenoem„ „den, of den Luitenand Amebong en Vuurwerker schutk, dat zij net eenig salaris of douceur mogten worden gebeneficeerd, hebben wij se„ „sloten aan ieder van hun toe te leggen 15. rdo. ter maand, verhoopende dat zij daar door zullen worden aangemoedigt om 't werk van hun departement met allen vlijt en trouwe waar te neemen. §85. Daar uw E. ons verzekert, dat aan de Chineesche arbeiders door hunne Hoofden niets is te kort gedaan van hun bepaald wor „loon, maar dat zij ter Contrarie van dezelven in plaatze van 8. , maandelijks 9. ropijen hebben ontvungen, mogen wij wel lijden, dat de betaaling dier Arbeiders aan hunne Capiteins vertrouwd blijf mits dat uwE. 'er steeds agt opgeeve.. ^ de 586. Belangende door Uw E. geconfirmeerde moeijelijkheid om

NL-HaNA_1.04.02_8438_0383 view scan ↗

English

To get that people to work, we refer to our remark and order by letter of 23 August. § 87. The requisitioned 3 chests of opium are sent to you by the cutter Java, as well as, in tow, a barge purchased there for the service of the Country's and the Company's ships. § 88. Concerning the 16 koyang of rice which you have not been able to dispose of because of the fall in price, and consequently had to store in the Company's warehouse, we think that in a month or two they will certainly find a profitable sale; while the billing for them has already been made. After greetings, we remain below, your good friends, signed P. G. de Bruijn, H. Couperus, F. Thievens, I. A. Hensel, D. Ruhde, and J. Pungel. In the margin: Malacca, in the Castle, 8 September 1788. To the merchant Christiaan Godfried Baumgarten, Resident. Honorable, Discreet, Riouw. § 89. Replying to your letter of the 15th of this month, we note with regard to the gunner and sailor who did not arrive there with the ship Rotterdams Welvaaren that the former stayed behind, and the authorities of the said ship must know where the second has ended up, since before the departure of that vessel two Javanese named Zulkane and Tenadi were brought on board from the prison, one to remain assigned there as a sailor, and the other to be transferred for the same purpose to the hooker De Eensgezindheid. § 90. We consent to the purchase of the barge of the pantchalang De Tonijn, as it has been condemned for repair by the shipwrights of the Country's frigate of war Hoorn. § 91. And we approve the disbursement of 591 rixdollars to Captain Lieutenant Visser, to pay two months' wages to 29 European and 22 Chinese seamen assigned to the small vessel De Jonge Oranjeboom. § 92. Passing for write-off 86 guilders and 5 stuivers, expended on some repairs to the said vessel De Jonge Oranjeboom, the boat of the ship Rotterdams Welvaaren, and the barges of the bark De Waaker and the hooker De Eensgezindheid. § 93. Regarding the filling of the post of Captain Lieutenant of the second company of sepoys, which became vacant through the demise of Roegua Sinkt, we shall make a declaration on a later occasion; meanwhile, we approve that you have entrusted the oversight of that company to Captain Nopa Naik. § 94. The 30 rixdollars sent back, which had been intended for a sailor whom you write cannot be found there, have been received by the estate accountant Surgel, to whom we have also ordered the delivery of the estate of the deceased Captain Lieutenant Wilkens and the relevant papers sent hither by you. § 95. If the execution of our order to have the lease money paid in advance at the beginning of each month might be an obstacle to the increase of the leases for the coming year, since you maintain that few Chinese in the street will be found capable of such a payment, we are willing to permit you to receive the lease money at the end of each month, provided that the leaseholders provide sufficient surety for the security of the Company. § 96. Although you acknowledge our hesitation to levy a poll tax on the Chinese alone and believe that others would also be able to pay it, we have nonetheless seen fit for the time being not to extend it beyond the former. We therefore command you to have 6 stuivers paid monthly by each of the males of the Chinese nation residing on Riouw or Bintang, aged above 14 and below 60 years, beginning on 1 January 1789, and to farm out the collection of this duty at the end of the current year by public auction to the highest bidder. § 97. Because of the demise of the Chinese Tan Sianko, the resolution of the Honorable High Indian Government to appoint him to the office of First Captain and Head of the Chinese on Riouw cannot be carried out; Captains Ting Bienko and Hsoea must continue to perform the posts entrusted to them according to our arrangement and order by letter of 9 February 1787. § 98. The information given to us by you regarding the unfortunate incident of the Chinese Ong Bonko differs greatly from that which we received from the mouth of the Chinese Ong Tjoeko who arrived here. We are therefore having him depart for Riouw with the bark De Waaker, to be heard together with those whom he cites, and for an exact inquiry to be conducted following the veracity of their testimonies. But, since we could not persuade him to make the crossing thither except upon the promise to ensure that no harm shall come to him there, we desire that upon coming ashore, should he have to remain there for one or more days for the said purpose, he be kept under proper supervision in the fort on the hill of Tanjong Pinang, or elsewhere where he may be safe, or else transported directly back on board De Waaker, and returned with that same vessel. § 99.

Dutch transcription

465 om dat volk aan 't werk te krijgen, gedraagen wij ons aan onze remarque en order bij brief van den 23. Augs:- §87. De geëischte 3. kassen amfioen worden uw E. met de kotter Java toegezonden, zoo ook op sceeptouw eene ten dienste van 's landsen Comps. scheppen ginder ingekogte Schuit. § 88. De 16. koijang rijst, die uw E. wegens de daaling van den prijs niet heeft kunnen van de hand zetten en overzulks in Comps. pakhuis moeten opslaan, denken wij dat over eene maand of twee wel een vrschedelijk de biet erlangen zullen; terwijl de aanrekening daar van reeds gedaan is. wij blijven na groete /onderstond/ Uw E. Goede Vrienden (gete„ „kend/ P. G. de Bruijn, H. Couperus, F. Thievens, I. A. Hensel, D. Ruhde en 9. Pungel /in margine/ Malaccas in het Casteel den 8. September 1788. —. Aan den koopmen Khristiaan Godfried Baumgaren, Resident 189. Resiriteerende of UwE. brief van den 15. hujus, merken wij ten aan zien„ van der met 't schip Rotterdams welvaaren ginder niet aangekomen Busschiete„ en Matroos bij deezen aan, dat de eerste agtergebleven, en de Overheden van 't gemelde schip weeten moeten waar de tweede beland is, dewijl voor 't ver„ „trek van dien bodem twee Javaanen, met naame zulkane en tenadi, uit 't Gevangenhuis aan boord gebragt zijn, de een om als Matroos daar op beschieden te blijven, en de ander om ten zelfden einde aan den hoeken„ de Eensgezindheid overgegeven te worden. Eerzaame, Discreete, Riouw 590. vinden ps. Zee„ aan, de genoem„ zij niet be„ ende § 90. wij Conserteeren, in de kooping der schuijt van de pantjaslang de Tonijn, vermits zij door de Timmerlieden van 's Lands fregat van oorloge Hoorn ter reparatie is afgekeurd. § 91. En approbeeren de afgaave van rds. 591. – aan den Cappitein Luitenant Vis„ „ser, om aan 29. Europesche en 22. Cuineesche zaevaarenden, bescheiden op 't scheepje de Ionge Orangeboom, de gage van 2. maanden uit te veiken. §92. Pusseerende ter afschrijvinge ƒ86. 5. —, bekostigd tot eenige repa„ „ratie aan 't gemelde scheepje de Jonge orangeboom, de boot van 't schip Rotterdams welvaaren, en de schuiten van de bark de Waaker en den hoeker de Eensgezindheid. § 93. Omtrent de vervuilling der door 't overlijden van Roegua Sinkt oppengevallen plaatze van Capitein Luitenant der tweede Comp:e Sipuis zul„ „len wij ons bij nadere gelegenheid verklaaren, en keuren intusschen goed, dat uwE. 't opzig=t over die Comp„e heeft op gedragen aan apistein nopa Naik. §94: De te rug gezonden 30. –. rdl, voor een Matroos geschikt ge„ „weest, welken uwE. schrijft ginder niet te vinden te weezen, zijn bij den Soedij: boekhouder Surgel ontvungen, aan denwelken wij ook heb„ „ben laaten overgeeven de nalaatenschap van den overledenen Capitein Luite nant Wilkens en de daar toe specteerende papieren, door uwE. herwaar te bezongd. §95. Bij aldien de executie onzer order, om de pagtpenningen vooraf met 't begin van elke maand te laaten, betaalen aan 't rijzen der pagten voor 't toekomende jaar hinderlijk zoude kunnen zijn, alzoo Uw E. sustineert dat tot zulk eene betaaling weinig Chineeschen in straat gevonden zullen worden, willen wij UwE. wel toetstaan de pagtpenningen met 't eind van elke maand te ontvangen, mits dat de Pagters suffisante Cautie stellen tot securiteit van de Comp„e, §96. Onaangszien uwE. onze bederkelijkheid om van de Chineesen allan hoofdgeld 4pan hoofdgeld te heffen avoueert, en vermeint dat anderen het ook zouden kunnen opbrengen hebben wij egter goedgevonden zulks bij provisie niet verder dan tot de eersten te extendeeren. wij beveelen uwE. derhalven om door elk der makspersoonen van de Chineesche Natie, die op Riouw of Bintang gezeten zijn, oud boven de 14. en beneden de 60. jaaren, maandelijks 6. st: te laaten betaalen, beginnende met den 1. Januari 1789, en de invordering Weezer geregtigheid op 't eind des loopenden jaars bij publique opveiling aan den meestbiedenden in pagt over te laaten. §47. wegens 't overlijden van der Chinees Tan Sianko, niet voldaan kunnende worden aat 't goedvinden der Edele Hooge Indische Regeering vZ om hem in 't amppz van Eersten Capitein en Hoofd der Chineeschen op Riouw te stellen, moeten de Capiteins Ting Bienko en Hsoea de hun aan betrouw „de posten blijven waarneemen naar onze schikking en order bij brief van den 9. febr: 1787. § 98. De informatie, door uw E. ons gegeven nopens 't ongelukkig ge„ „val van den Chirees dng Bonkra, is zeer verschillende met die wij ontvangen hebben uit den mond van den hier aangekomen Chinees dng Tjoeko - wij laaten hem derhalven met de bark de waaker naar Riouw vertrekken, om met de genen, daar hij zig op beroeft, gehoord en na eijtheid hunner getuigenissen een exact onderzoek gedaan te worden. Maar, dewijl wij hem niet hebben kunnen beweegen tot de overvaart naar derwaarte, als onder belofte van te zorgen dat hem daar geen leed zal geschieden, begeeven wij dat hij, aan de wal komende en 'er een of meer dagen ten gezegden einde blijven moetende, onder een goed toezigt in 't fort op den berg van Tunijong Arang, of eeders andere, daar hij veilig kan weezen, bewaard, dan wel direct weder naar boord van de waaker getransporteerd, en met datzelfde vaartuig te rug gezonden zal worden. 599. — oorloge Vis 1 42 zul„ na allan

NL-HaNA_1.04.02_8438_0386 view scan ↗

English

49. Since the Captains of the Bugis and Malays are unable to supply more men for the continuation of the work on the fortification of Riouw than are currently laboring on it, numbering 190 heads according to paragraph 124 of Your Honour's letter, and Your Honour seems unable to apply coercive measures with good effect, but that work nevertheless requires a speedy completion, considering the Country's ships will shortly return to Batavia, and the Company's ships lying in the roadstead of Riouw can also not be left there much longer to cover the crossing against enemy attacks, we have had to resort to a measure that will probably answer the purpose, consisting in this: that Your Honour must promise the Chinese laborers, who earn 5 rds. per month, to give each of them who brings one more man to work beyond the aforesaid, 4 stivers more per day, calculated from the day this occurs, than he now receives, or 10 rds. per month, equal to the recruited person, and also faithfully fulfill this promise, since the Company will incur no greater expenses thereby than when working longer with fewer people, provided Your Honour only takes care and causes care to be taken that all workmen finish a set task. 100. Meanwhile, we not only approve that Your Honour had 5 sentry-boxes made of planks, but also authorize Your Honour to have another 7 pieces manufactured in such manner, provided they are properly maintained, in order to save the costs of the constant renewal of sentry-boxes made of kajang mats. 101. Upon the request made thereto, we consent to the discharge from the Company's service of the sick sepoy Maanis Gassinde, who accordingly may come hither as occasion offers, and we send Your Honour 2 European soldiers to fill the place of 2 others. 102. The pay bookkeeper Pungel has orders to transfer to Riouw what is due from the Company to the crew of the bark de Standvastigheid. 103. The requisition sent over alongside Your Honour's aforementioned letter of the 15th instant is being fulfilled as far as possible, and that which was missing from previous requisitions is also being sent to Your Honour with the bark de Waaker, but of the required 3000 pieces of attaps Your Honour receives for the time being 600 pieces, or as much as could be obtained after the receipt of the first-mentioned requisition. 104. Regarding the remaining points contained in Your Honour's aforementioned letter as communicated or as well done, we order Your Honour to supply from the provisions loaded in the bark de Waaker to the Country's frigate of war Hoorn, against a receipt, that which Your Honour will find specified in the annexed note, with rds. 161. 24. in cash for the purchase of 2584 lb. of karwaat, and remain after greetings /below stood/ Your Honour's good friends /signed/ P. G. de Bruijn, A. Couperus, F. Thierens, J. A. Hensel, D. Ruhde and G. Pungel /in the margin/ Malacca in the Castle, the 27th September 1788. To the Merchant Christiaan Godfried Baumgarten, Resident at Riouw. Honourable, Discreet 105. In reply to Your Honour's letter of the 23rd September last, it serves that, although the Madurese warriors maintain that they received one month's pay too little, and the Ensign Singo Letsono that he received 12 rds. monthly at Batavia as well as on Ceylon, we nevertheless cannot grant Your Honour authority to let more than 8 rds. per month be disbursed to the latter, and more pay to all of them than pertains to them according to the roll sent to Your Honour; but in order not to wrong them, we have decided to submit their grievances to the Honourable High Indian Government and await Their Excellencies' order concerning this; of which Your Honour may notify the said warriors. 106. What can be paid to the Javanese stationed on the ship Rotterdam's Welvaaren, the pay bookkeeper Pungel sends to you, by order of Captain Koek. 107. And the Javanese Serioen, readmitted into the Company's service according to Your Honour's mentioned letter paragraph 137, we shall permit to receive pay from the 7th of September onwards. 108. We fully approve Your Honour's further arrangements for the progress of the fortification work over there, hoping to hear of its completion before long. 109. To enable Your Honour in the meantime to provision the cutter Java as well as the ships de Hoop and de Jonge Oranjeboom, the bark de Standvastigheid, the hoy de Eensgezindheid, and the pantjallangs Branca and de Tonijn, until the end of February 1789, we send Your Honour with the ship Huisduinen such provisions as are noted in the bill of lading accompanying this; after the speedy unloading of which Your Honour must let that vessel depart for Batavia, and then report to the High Government how far Your Honour has progressed with the fortification of Riouw. The distribution of the prescribed provisions

Dutch transcription

49. Daeo d Capitbeus de hiteleken Tn Brinsks en e ich in staak zijn, om meerder volk tot de voortzetting van 't werk der fortificatie van Riouw te leveren, dan er nu aan arbeidt, ten getale van 190. koppen volgens § 124. van uw E. brief, en uwE. geene Constringibee middelen met goed effect schijnt te kunnen appliceeren, dogn dat werk zesfeg„ „ter een spoedige voltooijing vereischt, geconsidereerd 's Lands schepen binnen korten naar Batuvia zullen wederkeeren, en de op de reede van Riouw leggende Comps. schepen ook daar niet lang meer gelaten kunnen worden, om de voetekking voor vijandelijke aanvallen te dekken, heb„ „ben wij recouds moeten neemen tot een middel, dat waarschijnlijk aan 't oogwerk zal beantwoorden, hier in bestaande, dat uwE aan de Chinesche arbiedslieden, die 5. rds. ter maand winnen, moet zwe„ „zeggen een ieder van hun, die boven 't gemelde een man meer aan 't werk brengt, Daags, gerekend van den dag zulks geschiedt, 4 st: meer te zullen geeven, dan hij nu geniet, of 10. rds. ter maand, ge„ „lijkstandig met den aangeworven perzoon, en deeze toezegging ook dende „lijk volbrengen, dewijl en de Comp: geene meerder lasten bij hebben zal, dan wanveer met minder volk langer gewerkt wordt, mits uwt maar zorge en zorgen laate, dat alle de werklieden eenen gezetten zaak afdoen. 3100. ondertusschen approbeeren wij niet alleen dat uwE. 5. schilde „huizen van planken heeft laaten maaken, maar staan uw E. ook zo nog 7. stuks zoodanig te doen vervaardigen mits dezelven behoor„ „lijk onderhoudende om de kosten van de geduurige vernieuwing van Schilderhuizen van Kaijangmakten uit te winnen. §101. op 't daar toe gedaan verzoek bewilligen wij in 't ontslagunt Comps. dienst van den zieken Sipai Maanis Gassinde, die over zulks bij 169 bij occasie herwaarts kan komen, en zenden uw E. 2. Europeesche Militai„ „ „ven toe, om de plaats van 2. anderen te vervullen. § 102. De soldij boekhouder sungel heeft onder om voor de rquiage van de bark de Standvasligheid naar Riouw over te maaken wat zij bij de Comp:e le goed heeft. § 103. De nevens uwE. voorschreven brief van den 15. deezer overge„ „zonden Eisch wordt naar mogelijkheid voldaan, en uw E. ook met de burk de waakter toegeschik=t hetgene op voorige Eischen geman„ „queerd heeft, dog van de gerequireerde 3000. –. ps. atappen krijgt uwE. bij provisie bo0. - ps, of zoo veel na den ontvangst van den eerden „gemelden Eisch heeft kunnen geregen worden. § 184. De overige pinten, in uwE. meergementioneerden brief vervat, voor gecommuniceerd of voor wel gedaan houdende, gelasten wij uwE. om van de in de bark de waaker geladen provisien aan 's Lands fregat van oorloge Hoorn op eene Recipis te verstrek„ „ken hetgene uwE. gespecificeerd zal vinden bij de hier nevens gevoegde Notitie, met rds. 161. 24. -. in Consant tot den inkoop van 2584. –. lb. karwaat, en blijven na groate /onderstond/ uw E. goede Vrienden /getekend/ F:. G. de Bruijn, A. Couerus, F. Thie„ „vens, I. A. Hensel, D. Ruhde en G. Pungel /in margine/ Malac„ „ca in het Casteel den 27. Septb: 1788. —. Aan den koopman Christiaan Godfried Baumgarten, Resident Eerzaame, Discreete 3105. Op uwE. brief van den 23. Septb: l. . dient tot antwoord Riouw. dat t tie n e„ nen ur g zulks gut dat, schoon de Maduresche krijgers staande houden de gage van eene maand te min ontvangen te hebben, en de Vaandrig Singo Letsono, dat hij te Bu„ „tavia zoo wel als op Ceilon 12. rds. maandelijks genoten heeft, wij uwE. egter geene qualificatie kunnen verleenen, om aan den laatst„ „geweeden meer dan 8. vo. ter maand, en aan allen meer gage te laaten ver„ „strekken, dan hun volgens de uwE. toegezonden Naamlijste compereert, doog om hun niet te kort te doen besloten hebben hunne bezwaar ids aan de Edele Hooge Indische Regeering voor te draagen en Hoogst derzel„ „ver onder dientwegen in te wagten; waar van uwE. aan de gemelde krijgers kennis kan geeven. § 106. wat aan de op 't schip Rotterdams welvaaren bescheiden Javaanen beteald kan worden zendt de Goedij boekhouder Sunge ur„ toe, onder bestelling van Capitein koek. §107. En den, volgens uwE. gemelden brief 3 137. in Comps. dienst ge„ „readmitseerden Iavaan Serioen zullen wij van den 7. Septb: af gage laaten genieten. § 108. Wij approbeeren volkomenlijk uwE. nadere schikkingen tot den voort„ „gang van 't fortificatiewerk ginder, hoopende diet voletooijing eerlang te verneemen. § 109. Om uwE. ondertusschen in staat te stellen ter proviandeering van de kotter Java zoo wel, als van de schepen de Hoop en de Ionge drangeboom, de bark de Standvatligheid, den hoeker de Eensgezind„ „heid, en de pantjallangs Branca en de Tonijn, tot ultimo Februari 1789, zenden wij uwE. met 't schip Hhuisduinen zoodanige provisien, als bij 't deezen vertellend Cognobeement genoteerd staan; na welker spoedige ontfor„ „sing uwE. dien boder naar Batavia moet laaten vertrekken, en dan aan de Hooge Regeering berigten hoe ver uwE. met de versterking van Riouw gevorderd is. De verdeeling van de voorschreven provisien

NL-HaNA_1.04.02_8438_0389 view scan ↗

English

You must provide provisions according to the note that is being sent to your Honour, and the rice, of which your Honour receives less than the quantity mentioned therein, you must supplement from the 16 coyangs suitable for sale to the Chinese, of which we think the greater part will still be stored in the Company's warehouse on account of the drop in price, as well as advance 664. - rijksdaalders for the purchase of the required karwaat and firewood. Section 110. When this had been written thus far, we received, with the arrival of the bark De Waeker, your Honour's letter of the 9th of this month, to which we shall reply on a further occasion. We remain, after greetings, below stood, Your Honour's Good Friends, signed: P. G. de Bruijn, A. Couperus, F. Thierens, I. A. Hensel, D. Ruhde, and G. Pungel. In the margin: Malacca, in the Castle, 16 October 1788. To the Merchant, Resident at Riouw, Christiaan Godfried Baumgarten. Honourable, Discreet Sir, Section 111. In our previous letter of the 16th of this month, delivered by Captain Koek, we gave your Honour, among other things, notice of the receipt of your letter dated the 9th of this month. Now proceeding to answer the same, it serves to state that the costs of the repairs, both to the bark De Standvastigheid and to the pantjallang Banca, amounting to f17. 14. and f3. 2. 12., may be written off by your Honour in the Riouw trade books. Section 112. The reasons advanced by your Honour regarding the barracks and guardhouses, as well as the hospital, which must be constructed in both posts, having principally the preservation of the health of the garrisons and the Company's essential interest as their aim, we have, in consideration thereof, approved the proposal made by your Honour to permit them to be built with a lining of planks instead of with kajang mats, while we trust that this will be completed with a frugal hand, yet tight and strong. Section 113. Since the warehouse supervisor Soerie Mactie feels burdened on account of his religion in the exercise of his post, we authorize your Honour to discharge him from the Company's service and to send hither the Assistant Adrianus Johannes Schadde, both as supervisor over the warehouse and to help attend to the manifold paperwork. Section 114. The gunner Voudda, who according to his statement served in surgery in Europe for several years and is proposed by your Honour as a capable and virtuous person, has been appointed Third Surgeon at the wage of f14. - a month, provided he is first examined and judged capable by the Chief Surgeons of the ships Rotterdam's Welvaaren, De Hoop, and De Jonge Oranjeboom. Section 115. The medicines requisitioned by your Honour are supplied in such quantity that the Chief Surgeon reckons they will be sufficient for 4 months, your Honour being able otherwise to submit a further requisition. Your Honour also receives all that remained deficient from the requisitions of 8 and 15 July, as well as 15 September last, so far as it could be prepared since then. The bark De Waaker takes it along, and what we cannot deliver now will follow on a further occasion. Section 116. We also send with the same bark what was requested for the ships De Hoop and De Jonge Oranjeboom, as well as the hoeker De Eensgezindheid, and which it was possible for us to have fulfilled. Section 117. Sub-Lieutenant Hendrik Houtman, commanding the pantjallang De Tonijn, has at his request been discharged from the Company's service, with cessation of wage from the day that he shall have handed over the said pantjallang to the third mate on the cutter Java, Cornelis Dirksz. Kuijper, whom we have appointed as commander on De Tonijn. Section 118. The 12. - rijksdaalders belonging to the deceased sailor Hendrik Ligtenberg and the missing Gerrit Lavoor, we have received back with the receipted roll. Section 119. The Chinese mentioned in your Honour's letter are being interrogated here about the case of Daeng Bontoa and his vessel, and as soon as we obtain the outcome of the inquiry required by your Honour, we shall express ourselves further on the matter. Section 120. The lieutenant of the sepoys Demar Chan Waternegger, who was previously assigned to the company of Rigna Sing, but was not in Batavia at the time of their departure hither, and in whose place the lieutenant Mirkan Asat was consequently appointed, having now, in consideration thereof, been promoted to captain-lieutenant of the said company at the wage of 16. rdr. per month in place of the deceased Rigna Sing, is being sent thither to take over that company, and with him the other, namely Mirkan Asat, also returns to continue functioning as lieutenant.

Dutch transcription

17 17 74 provisien moet uwE. doen naar de Notitie, die uwE. gezonden wordt, en de vijst, die uwE. van de daar in gemelde quannite it minder krijgt, suppleeren uit de ten verkoop aan de Chineeschen geschikte 16. Koijangse, waar van wij denken dat 't grootste deel nog in Comps. pakhuis zal opgeslagen leggen wegens de daaling van den prijs, mitsgaders tot den inkoop van de benoodigde karwaat en brandhout ver„ „strekken vds. 664. -. §110. Ioan deeze dus verre geschreven was, ontvingen wij met de komste van de bark de waesker uwE: brief van den 9. Courant; ^ wij waar op bij nadere gelegenheid zullen antwoorden. wij blijven na groete /onderstond/ Uw E. Goede Vrienden /getekend) P. G. de Bruijn, A. Coupeuus, F. Thievens, I. A. Hensel, D. Rukde en G. Pungel /in margine/ Malacca in het Casteel den 16. October 1788. — Christiaan Godtried Baudngarten; Aan den Koopman Resident Riouw Eerzaame, Discreete §111. Bij onze voorgaande van den 16. dezer onder bestelling van Capi„ „zein koek gaven wij kwh. onder anderen berigt van den ontvangst uwer Missive in dato 9. deezer. Heden ter beantwoording van dezelve treden„ „de diend, dat de onkosten der reparatien, zoo aan de bark de standvas„ „tigheid, als aan de pantjallang Banca, ten bedraagen van ƒ17. 14. en ƒ 3. 2. 12. , door UwE. in de Riouwsche Broekjes kunnen worden afgeschreven. §112. De rederen, door uw E. g'avanceerd ten opzigte van de Casernen maand dog n c ing voort„ en king ven 14 Cuderren en wagten, mitsgaders 't stotfikaal, welke in beide de fosten moeten en „den geextrueerd, voornamentlijk de Conservatie van de gezondheid der be„ „zettelingen en Comps. weezenlijk belang ten doee hebbende, hebben wij„ uit aanmerking daar van, goedgevonden 't voorstee, door uwE. deser „gers gedaan, om in stede van met kaaimatten dezelve met bescho van planken op te timmeren toete staan, terwijl wij vertrouwen dat zulks met een spaarzaame hand, nogtans kegt en sterk, zal vollooid werden. §113. Daar den opzigter den Paghuisen Soerie Mactie zig be„ „zwaard vind uit hoofde van zijn Gadsdienst tot 't waarnemen en zijn poest, qualificeeren wij Uwh. denzelven uit Comps. dienst te ont „slaan en naar herwaarts over te zenden den Assistent Adrianus Iohannes Schadde, zoo wel tot opzigter over 't pakhuis, als on 'k me „nigvuldige schrijfwerk te helpen waarneemen. § 114. Den Cannonier Voudda, die volgens zijn voorgeeven verscheid jaaren in Eurapa bij de Chirurgie heeft dienst gedaan, en door Uw E. wordt voorgedragen als een bekwaam en deugdzaam persoon, is tot Derdechirurgijn met de gage van ƒ14. - 'smaands aangesteld, mits alvoorens geëxamineerd en bekwaam geoordeeld wordende door de Opperchirurgijns van de schepen Rotherdams welvaaren, de Hoof en de Ionge Ovargeboom„ § 115. De door UwE. geeischte medicamenten worden in zoodanige quantiteit voldaan, dat de opperchirurgijn wertn mant dezelven voor 4. maanden genoeg te zullen zijn, kunnende uwE. anders een nader Eisch doen. Ook bekomt uwE. al'tgeen op de Eischen van 8. en 15. Iuli, mitsgaders 15. September l. l. , nog is te kort gebleeven, voor zoo verre 't sedert heeft kunnen gereed gemaakt werden. De bark 143 bark de waaker neemt 't mede, en wat wij nu niet kunnen bezorgen zal bij nadere gelegenheid volgen. 3116. wij zenden nog met dezelfde bark wat voor de schepen de Hoop en de Jonge Ovangeboom, mitsgaders den haeker de Eensgezind„ „heid, gevraagd en ons mogelijk geweast is te laaten voldoen. §117: Den Sous Luitenant Hendrik Houtman, Commandeerende de pantjallang de Tonijn, is op zijn verzoek uit Comps. dienst ontslagen, met stilstand van gage van den dag dat hij de gemelde pantjallang zal hebben overgegeven aan den Derdewaak op de kotter Iava Cornelis Dirksz. kuijper, dien wij tot Gezaghebber op de Tonijn hebben aangesteld. 3 118. De vds. N0. 12. –, Competeerende den overleden matroos Hen„ „drik ligtenberg en den vermisten Gerrit Lavoor, hebben wij met de gequiteerde naamvoe te rug ontvangen. §119. De in uwE. brief gemelde Chineeschen worden hier over 't gevel van dng Bontoa en zijn vaartuig verhoord, en, zoo wa wij den uitslag van de door uwE. behoofde enqueste erlangen, zullen wij ons daar op nader verklaaren. § 120. De luitenant van de Sifais demar Chan Waternegger, die bevoorens onder de Comp:e van Rigna Sinkt bescheiden, dog bij der„ „zelver vertrek naar herwaarts niet te Batavia gewast, en in wiens plaatze derhalven de luitenant Mirkan Aorkat gesteld s, an nu uit consideratie daar van tot Capitein luitenant van de gemee„ „de Comp:s met de gage van 16. rdr. ter maand bevorderd zijnde, in plaatze van den overleden Rigna Sinkt, wordt naar derwaards gezonden om die Comp:s over te neemen, en vertrekt met hem ook te rug de ander of Mirgan Atzat, om als luitenant te blijven furgeeren 7 ont me scheide ge voor reg

NL-HaNA_1.04.02_8438_0392 view scan ↗

English

To judge. § 121. We have seen with pleasure, from an extract of your letter of 23 September produced by the second signatory, that through your arrangements the fortification works were progressing in such a manner that Your Honour would not be apprehensive, even if all the ships departed towards the end of the current month, provided Your Honour were supplied, at least partially, with the missing Europeans, and could maintain the expenses with one more armed bark and 4 smaller vessels until the month of December: The present state of our garrison does not permit us to weaken it further of Europeans, and thus, however gladly we would otherwise wish to send Your Honour the missing number to the fixed quota for the Riouw garrison, either in whole or in part, we must nevertheless leave this deferred until we can decide upon it by having received reinforcement from the Principal Seat. But, since we have seen fit to leave the ship Rotterdam Welvaaren with Your Honour until mid- or if necessary the end of November, when Your Honour must promptly dispatch that vessel to be laden with mast timber for Batavia, and Your Honour / besides the bark de Waaker, which sails back and forth, the cutter Java, the bark de Standvastigheid, the seeker de Eensgezindheid, and the pantjallangs Banka and the Tonijn at hand, to which we shall within a few days add the pantjallang Kolikon, which has been sent to Poeloe Pitjees to transport the mast timber rafts hither, and in December also the 2 vessels that cruise near Poeloe Farvelle we submit to Your Honour's consideration whether Your Honour, notwithstanding the impossibility of obtaining any European military from here this year, could nevertheless not let the ships de Hoop and the Jonge Vrangebrom return to Batavia at the end of November, in order to reduce the Riouw expenses? If Your Honour finds no difficulty therein, then we authorize Your Honour to dispatch those vessels at the said time, but, if they both cannot be spared, to let the ship de Hoop sail alone, in order to prevent that vessel, through the worsening of its bad condition about which Captain Hartig has complained to Your Honour, from becoming incapable of undertaking the voyage without considerable repairs. § 122. While we, in the expectation that both ships will be able to depart, send Your Honour herewith their expense accounts, in order that, being signed by the Captain, 3 sets of each account be presented to the Noble High Indian Government, and the third set sent thither. We remain after greetings /below was written/ Your Honour's good Friends /signed/ P. G. de Bruijn, A. Couperus, F. Thierens, I. A. Hensel, D. Ruhté, G. Pungel and Mr. I. van Kal /in the margin/ Malacca in the Castle, 29 October 1788. /beneath that/ P.S. We also send Your Honour 1 barrel in which are packed 70 sacks or 112000 copper duiten, as the Bill of Lading accompanying this dictates. Agrees Van Saak E. G. Keerk [illegible] Checked by JV. Heulen 1 Malacca To the Right Honourable Sir Pieter Gerardus de Bruijn Governor and Director on behalf of the General Dutch Chartered East India Company of the city and Fortress of Malacca as well as the jurisdiction thereof Beside The Council, there Right Honourable Sir and Gentlemen! § 39. On the 8th, 20th, and 29th ultimo I had the honour to receive the respected letters of Your Honour and the Gentlemen dated 19 February, 3 and 22 March, and with the barks de Standvastigheid and the Waaker, the sloop de Eensgezindheid and the pantjallang Banka, such cash and goods as are mentioned on the Bills of Lading, while the provisions and necessities suited for the country's frigates of war present here and the Company's ships and smaller vessels present, beside what was brought with the hoeker Katwijk aan Zee, have been delivered to the same by order of the Right Honourable Sir Commander Wierts. § 40. The small boat and 6 oars brought from Malacca by the said sloop de Eensgezindheid having been lost due to the breaking of the towrope, (as appears from a declaration submitted and annexed concerning this), I request Your Honour and the Gentlemen to write off this amount to the sum of ƒ 208. 8. 8.

Dutch transcription

Jurgeeren. § 121. wij hebben uit een door den tweeden ondertekenaar geproduceerd Extract uws brieff van den 23. Septb: met genoegen gezien, dat door uwe gemaakte schikkingen de fortificatiewerken zoodanig vorderden, dat uwE. niet bedugt zoude zijn, al vertrokken alle de schepen tegen ulto„ der loopende maand, zoo uwE. met de ontbreekende Europeers, ten minsten gedeeltelijk, verstrekt wierdt, en tot in de maand Decembe de kosten met nog eene gewapende barken 4. mindere vaartdigen mogt aanhouden: De presente staat van ons gurnisoen ge„ „doogt riet, dat wij hetzelve van Europeers meer verzwakken, en dus moeten wij, hoe gaarne wij uwE. anders de ontbreekenden aan 't bepaalde getal voor de Riouwsche Voezetting, 't zij geheel off ten deele, willen toezenden, zulks egter uitgesteld laaten tot dat wij, door rentort van de Hoofdplaatze te hebben ontvangen, daar toe kunnen besluiten. Maar, dewijl wij goedgevonden hebben 't schip Rotterdamt welvaaren tot media of des noods tot ult„o November bij uw E. te laaten, waneer uuh. dien bodem te vug moet depecheeren, om met masthouten voor batavia te worden beladen, en uw E. / behalven de bark de waaker, die over en weder vaart, de kotter Java, de bark de standvattigheid, den zoeker de rensgezendheid, en de pandijallangs kanca en de Torijn aan handen heeft, waar bij wij nog binnen we „rige dagen zullen voegen de pantjallang kolikon, die naar Poeloe Pitjees gezonden is om de masthoutvlotten herwaarts over te vol „ren, en in December ook de 2. vaartuigen, die bij Poeloe Farvelle kruissen geeven wij uw 2. in bedenking of uw E. , ongeagt de onmo„ „gelijkheid om in dit jaar eenige Erroppesche Militairen van hier te ereingen, even wel de schepen de Hoop en de Jonge vrangebrom niet 475 niet op 't and van November naar Batavia zoude kunnen laaten wederkeeren, om de Riouwsche lasten te verminderen? vindt uw E. daar geene difficulteik in, dan qualificeeren wij uwE. tot de depeche dier kielen op den gezegden tijd, dog, indien zij beiden niet gemist kunnen worden, 't schip de Hoop alleen te laaten zeilen ten einde voor te komen dat hetzelve door verergering van dies slegte gesteldheid, waar over Capitein Hartig uw E. geklaagd 170 heeft, buiten staat geraakt om zonder aanmerkelijke repara„ „tien de reize te ondernemen. § 122. Terwijl wij, in verwagting dat beide de schepen zullen kunnen vertrekken, uw E. hier nevens laasten toekomen hunne onkost„ „rekeningen, om, door de Capitein, ondertekend zijnde, 3. stellen van elke rekening der Edele Hooge Indische Regeering te worden aangeboden, en 't derde stel terwaarts gezonden. wij blijven na groete /onderstond/ uwE. goede Vrienden /ge„ „tekend/ P. G. de Bruijn, A. Couperus, F. Thierent, I. A. Hensel, D. Ruhté, G. Pungel en Mr. I. van Kal /in margine / Malacca Jaar in 't Casteel den 29. October 1788. /daar onder / S. S. wij doen uwer ver nog toekomen 1. van waar in afgepakt zijn 70. Zak ofte 112000. p 1. kopere duiten gelijk 't deezen verzellend Cognoscement komt te dicteeren. Accordeert Van Saak E. G. Keerk uceerd door Uwer dat ten embe gen wei v Varkark Bincke Maart en vlngelandt van Jar Nagezien door JV. Hteulen 1 Malacca Aan den Wel Edele Gestrenge Heer Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneur en Directeur wegens de Generaale Neder„ „landsche Geoctroijeerde Oost- Indische Compagnie der stad en Fortresse Malacca mitsgaders den ressorte van dien Nevens Den Raad, aldaar WelEdele Gestrenge Heer en Heeren! §39. Den 8, 20, en 29 passeto heb ik de Eer gehad te ontfangen uwel Edele Gestr. en WelEdelens gerespecteerde Letteren van den 19 Februarij 3 en 22 Maart en met de barken de Standvastigheid en de Waaken, de Chialoup de Eensgezindheid en de - Pantjallang Banka, zodaanige Contanten en goederen als op de Cognoissementen vermeld E staan, terwijl de provisien en benodigtheden geschikt voor 's Lands hier zijnde fregatten van Oorloge en Comp„s aanwezige scheepen en mindere vaartuigen nevens het aangebragte met den Hoeker Katwijk aan Zee ter ordre van den WelEd: Gestr: Heer Commandant Wierts aan dezelve zijn afgegeven. § 40. De door gemelde Chialoup de Eersgezindheid van Malacca mede ge„ „nomen Schuit en 6. riemen, door het breeken van de sleeper, (blijkens een daar van ingediend en gearnexeerde verklaaring, verlooren geraakt zijnde, verzoek ik uwe Ed: Gestr: en wel Ed„n diet bedwragen ten emporte van ƒ 208. 8. 8. ter afschrij„ „vinge

NL-HaNA_1.04.02_8438_0398 view scan ↗

English

finger please pass. And also to accommodate the two months' wages advanced at the request of Captain Lieutenant Visser, or 460. –. rixdollars, to 23 sailors assigned to the small vessel de Jonge Orangeboom, in accordance with the attached receipt roll of 13 March last. Paragraph 41. In compliance with the honored order of Your Right Honorable and Honorable Sirs, I have required the said Captain Lieutenant Visser to account for the shortages in the cargo delivered here from the aforementioned small vessel by means of a statement of findings sent to him, whereby this officer seeks to deflect the deficit from himself by claiming that he was obliged from time to time to ship materials ashore upon mere verbal orders; which, however, is refuted by an accompanying report submitted by Ordinary Fireworker Schutz alongside the aforesaid justification, and the shortage is imputed to him, as it is a known matter among all the ship commanders here that they have not sent any goods ashore without a written warrant signed by me, just as this still takes place today to prevent confusion; and had he been so careless as to unload upon verbal orders, which were nevertheless not given by me, then he ought to have obtained a receipt of acceptance, and if this had been refused by the artillery officer, he could have brought his grievance to me, which also did not occur; but being in the fort one day toward nightfall, I saw that a scow with materials was being rowed to shore, whereupon inquiring with the artillery overseer on whose orders that scow with goods was arriving, I received as an answer that he had not asked about that, provided they were merely sent ashore. Paragraph 42. With the prior knowledge of His Right Honorable, the Commandant Wierts has been as little pleased as I with the inactivity of the European soldiers, for which reason I had the work ceased on the last day of the past month, but on the other hand, since 5 March, have set the Malay soldiers to it, who are busy cutting timber for the warehouse. At present, work is actually proceeding on the mountain with over 200 head of Chinese, of whom 50 go into the forest daily to cut palisades, while yet another group of Chinese, divided among several places, have contracted to deliver 1500 pieces of palisades for 250. –. rixdollars, which corresponds to the daily labor of the first-mentioned 50 head, who fetch at most 50 poles from the forest. Paragraph 43. Since the Captain over the Cantonese Chinese provides almost all the laborers due to the small number of Amoy Chinese here belonging to Captain Burg, who nevertheless supplies 30 workers daily, I have, since 19 February last, left the collection of the duties on the gaming houses, opium, and arrack to the first-mentioned, received the lease monies for two months, and accounted for them in the documents. Paragraph 44. The clerk Carel Kruijns, promoted by Your Right Honorable and Honorable Sirs to Bookkeeper, has received the notification thereof with gratitude and requested me to express his deep appreciation to Your Honors for this. Paragraph 45. A Chinese junk from Canton arrived here on the 29th last. Paragraph 46. Of the rations advanced by the Commander of the Standvastigheid to the soldiers who came over on that vessel, but not returned to him, I have, by order of the Commander-in-Chief Wierts, made such provision thereof to the Commander of the pantjallang Tonijn as appears from a note appended hereto, and received back from the ships Huisduinen, the Jonge Orangeboom, and the pantjallang Bliton 7005 lb. of rice; likewise, the rations and the fish money have been issued to the cutter Java and the pantjallang Bliton, which have been dispatched to Poeloe Tavella to cruise, as may be seen in the accompanying note. Paragraph 47. Since the warehouse, in which the rice room is being provided with a plank floor and partitions, is not yet completed, but is to be ready shortly, I have once again found myself compelled to transfer the rations intended for the garrison into the hooker Katwijk aan Zee. Paragraph 48. The commander of the bark the Standvastigheid, reporting to me that he had to weigh and measure out the provision of rations which he made by order of the aforesaid Commander Wierts to some Company ships and smaller vessels, desired for that reason also to enjoy the full percentage or 3 percent instead of 17½ percent on the rice and cadjang etc., which have been validated to him and to the Lieutenant on the Eensgezindheid. Paragraph 49. Delivered under receipt to the State frigate Hoorn on the 7th last: 13. –. lb. nails of various sorts and 16. –. pieces of Niato planks, as also to the cutter the Patriot 12. –. lb. nails of various sorts. I have the honor to remain with due high esteem, was signed, Right Honorable and Honorable Sir and Sirs! lower, Your Right Honorable and Honorable Sirs' very obedient servant, signed, D. Ruhde. In the margin: Riau, 8 April 1768. —. To the Right Honorable Sir Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director on behalf of the General Dutch Chartered East India Company of the city and fortress of Malacca, as well as the jurisdiction thereof, Together with

Dutch transcription

vinge gelieve te passeeren. En teffens in te schikken de op het verzoek van den Capitein Luitenant Visser vortrek „te twee Maanden gagie of rd„s 460. –. aan 23 Cuineten bescheiden op 't scheepje de Jonge Orangeboom, Conform bijgevoegde quitantie roll van den 13. Maart passako. § 41. In voldoening aan de geëerde ordre uwer WelEd. Gestr. en WelEdelens het ik den gemelden pepiteir Luckenant Visser van de minderheden op de hier uitgelevre„ „de laading van het voornoemde scheepie reden laten geven bij een aan hem toege„ c „zonden model beevinding, waar bij dien officier de te kort koming van zig zoekt af te keeren, met voor te werden dat hij verpligt geweest is nu er dan matterialen op bloote mondelinge ordre aan de wal te scheepen, maar het welk bij een, nevens voors:n verantwoording, geaccompagneerd gaande door den ordinair Vuurwerker schutz gediend berigt gerefuteerd en het te kort komende aan hem geimputeerd word, gelijk het bij alle de hier zijnde scheeps overheden eene beken„ „de zaak is, dat zij zonder een door mij getekende Schriftelijke ordonnancie geene goederen aan land gezonden hebben, even als zulks, ter voorkoming van verwar„ „ring, ook heden nog plaats heeft, en is hij zo onvoorzigtig geweest van de ont„ „lossing op mondelinge ordre te doen, die egter door mij niet gegeeven is, dan moost hij zig een quitantie van den ontfang hebben laten geven, en zoo heer die door den officier van de Artielerij geweigerd was, had hij zijn bezwaar bij mij kunnen inbrengen, het welk ook niet geschied is, maar op zekeren dag tegen het vallen van den avond mij in het fort bevindende, zog ik dat een schouw met Makheviaalen na de wal voeijde, waar op bij den opziender der Artillerije mij informeerde op wiens ordre die schouw met goederen aan„ „kwan, ontfing ik tot antwoord dat hij daar om niet had laten vragen naer dat ze maar aan land gezonden wierden. §42. Over de onwerkzaamheid van de Europesche Militairen is de Heer ^ voorkennit van zijn Wel Ed. Gestr. haar met Commandant wierts zo min als ik voldaan geweest, waarom ik met den laatste dag 179 dag der Jongst gepasseerde maand 't werk heb doen staaken, naar daar en tegen zedert den 5. Maart de Maleitsche Militairen daar aan gesteld, die bezig zijn mot houten voor het pakhuis te kappen. Thans word met 'er daad op den Berg gearbeid met ruim 200. koppen Chi „rezen, waar van 50. dagelijks in 't bosch gaan zal vaden kappen, terwijl nog een ander troup Chinezen, op verscheide plaatzen verdeeld, aangenomen hebben 1500. p„s Zalissaden te leveren voor rd„s 250. —. het welk overeenkomt met het Dagtuur van de eerstgemelde 50. koppen die Hoogs 50. paalen uit het bosek haa„ § 43. Dewijl den Capitein over de Cantonsche Chinezen bij na alleen de werklieden leverd uit hoofde van het kleijn aantal der hier zijnde Amuijers van Capitein Burg, die egter 30. Arbiders dagelijks opbrengd, heb ik zedert den 19. februarij I. L. het heffen der geregtigheden van de Topbanen, Madat, en Arak aan den eerstge„ melde overgelaten, de pagt penningen voor twee maanden ontfangen en bij de Papieren verantwoord. §44. Den door uwel Ed. Gestr: en Wel Ed„s tot Boekhouder bevordenden Scriba Carel Kruijns heeft de aankondiging daar van met dank baarheid ont„ „fangen en mij verzogt Hoogst dezelven daar voor zijne diese erkentends te betuigen. §45. Een Chineesche Jonk van Canton is op den 29. passato hier aangeko„ „men, §46. Van de door den Gezaghebber van de Atandvistigheid aan de met dien bodem overgekomen Militairen verschoten dog aan hem niet wedergegeven hant„ „soeren, heb ik ter ordre van den Heer Commandant en Chef wierts daar van ƒ aan den Gezaghebber van de Pantjallang Tonijn, zodanige verstrekking gedaan als bij een dezen bijgevoegde Notitie komt te blijken, en van de scheepen Huit„ „duijne, verstrek¬ Jonge heb „len. te ken geene war¬ die dag een der aan„ aan vagen maar ven Heer Malacca. „te rug ontvangen 7005 lb. Rijst, insgelijks zijn aan de kolten Java en pantjallang Vliton duijne, de jonge drangeboom en de Pantjallang Bliton, die naar Poeloe Tavella ge„ dexpedicert zijn om te kruissen afgegeven de rantsoenen en het visgeld als bij de overgaande Notitie te zien is. § 47. Nadien het zakkuis, waar in de rijst kamer met een planken vloen en beschotken voorzien word, nog niet voltooid is maar binnen korten staat klaar te komen, heb ik andermaal mij gerecessiteerd gevonden, de rantsoenen geschikt voor het garrizoen in den Moeker Katwijk aan zee over te schoepen„ §48. Den gezaghebber van de bank de standvasligheid mij rapport doende dat hij de verstrekking van rantsoenen welke hij ter ordre van welgemelde Heer Commandant Wierts aan eenige Comp„s scheepen en mindere vaartuigen gedaan heeft, C - „elt, heeft moeten uitweegen en meeten, begeerde uit dien hoofde ook de volle= perc„to of in Stede van 17½ p„r C„t 3. op de rijst en Cadjang ete te genieten, die den aan hem en aan den Luitenant op de Eensgezindheid gevalideerd zijn. §49. Aan s Lands fregat Hoorn zijn op den 7: passato onder quitantie afgegeven. 13. –. lb. spijkers in zoort en 16. –. p„s Niato planken, gelijk ook aan de kotten de Patriot 12. –. lb. Aijkers in zoort. Ik heb de Eer met schuldige hoog agting te verblijven /onderstond/ wel Edele Gestrenge Heer en Heeren! /lager/ uwel Edele Gestr: en Wel Edelen's zeer Gehoorzamen Dienaar /getekend/ D. Ruhde /in margine:/ Riouw den 8. April 1768. —. Aan den WelEdele Gestrenge Heer Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneur en Directeur wegens de Generale Neder„ „landsche Geoctroijeerde Oastindische Compagnie der stad en Fortresse Malacca mitsgaders den vespor„ „te van dien Nevens

NL-HaNA_1.04.02_8438_0401 view scan ↗

English

To the Council there Right Honorable, Stern Sir and Gentlemen! Besides Paragraph 50. Already before the receipt of your Right Honorable, Stern, and Honorable esteemed letters of the 25th ultimo, I, with the permission of the Right Honorable, Stern Mr. Wierts, sold the cargo of salt from the vessel seized here on the 14th of October 1787 by public auction to the highest bidder on the 22nd of that month. However, due to the stagnation of trade and the poverty of the Chinese, who walked away while the sale was underway and had to be called back twice, I could negotiate no higher price for the 21 13/80 coijangs than 348 3/5 reals at 60 stivers each. And subsequently, on the 6th instant, the vessel with 2 pieces of iron 1-lb. cannon was auctioned for an amount of 46 1/4 reals. Paragraph 51. The warehouse now being completed, the powder house in the lower fortress will also be finished within a few days. Meanwhile, as the palisades are being rammed in on the mountain on the side where the deep moat has been dug, the European soldiers have, by order of the said Mr. Commandant and Chief, been put back to work on the fortifications as of the beginning of this month. Paragraph 52. May it please Your Right Honorable, Stern, and Right Honors to regard with favor the provision made according to receipt to the seafarers on the vessel de Hoop of 505.-.- rixdollars. And to those on the cutter de Patriot disbursed, 700.-.- rixdollars, making together 1205.-.- rixdollars. Paragraph 53. The pencalang Malaije, which arrived here on the 14th instant, has duly delivered the 4 chests of opium and some further necessities brought along. [illegible] Paragraph 54. The day wages of the fifty Chinese laborers who daily fetch 50 palisades from the forest equal the wages of the remaining 150 workmen, or 8 stivers daily each, according to which the price of the 1,500 palisades, which are counted separately and are almost delivered, is likewise calculated. Paragraph 55. Because upon my arrival here I found that the bulk of the Cantonese Chinese had separated themselves from Captain Hoea and placed themselves under a certain Goake Hon, that Captain in the first days was not capable of supplying the necessary laborers, which Captain Breng however provided; for which reason the lease was also relinquished to him for one month, the more so as I could not grant Captain Hoea so much credit without risking the Company's funds. But since the Cantonese have been brought back under their lawful head, he was also in a state to provide the people, which afforded me the opportunity to deduct the lease monthly from the wages. Paragraph 56. As long as no Rayats have returned here to take up residence, it is not possible to furnish the timber demanded by the Honorable High Indian Government. I have had those people quietly solicited to come here, to which they are also very inclined, were it not that the fear of Sultan Machmoet held them back from being captured and massacred whenever they proceed to the islands to earn a livelihood. Paragraph 57. One of these days, with the approval of the Right Honorable, Stern Mr. Wierts, I shall commission the clerk Bruijns to take the muster of the present and deceased seafarers and have the roll of names drawn up from it. Paragraph 58. Among the European soldiers there are 11 privates and 3 gunners who, because of the expiration of their term, request their discharge from here. While one corporal and two privates, deprived of their sight, are incapable of performing duty, I take the liberty to request from Your Right Honorable, Stern, and Right Honors the obtainment of: 1 Sergeant in place of the deceased Iohan Carel Bolle, 2 Corporals, 13 Soldiers, and 4 Gunners, of whom one died here. On the other hand, the drummer Gerrit van Os, earning 9 guilders a month, solicits a favorable increase in pay, just as the Captain-Lieutenant of a Company of Sepoys, Roegna Sing, humbly begs Your Right Honorable, Stern, and Right Honors, in place of a deceased sergeant in his company, for the promotion to that rank for Corporal Sulter Chen Kalkat, and to corporal for Soldier Kader Cahim Badwee. I have the honor to call myself with due respect, (below stood) Right Honorable, Stern Sir and Gentlemen, (lower) Your Right Honorable, Stern, and Right Honors' humble servant, (signed) D. Ruhde. (In the margin) Riouw, the 18th of May 1788. To the Right Honorable, Stern Mr. Pieter Gerardus de Bruijn Governor and Director on behalf of the General Chartered Dutch East India Company of the city and fortress of Malacca, as well as the jurisdiction thereof Besides The Council there. Right Honorable, Stern Sir and Gentlemen! The improper conduct of Corporal Augustin [illegible]

Dutch transcription

184 Den Raad aldaar WelEdele Gestrenge Heer en Heeren! Nevens § 50. Reeds voor den ontfangst uwer welEd. Gestr: en WelEd: geëerbie„ „digde Letteren van den 25. passato, heb ik met verlof van den WelEd. Gestr: Heer wierts op den 22. dier maand de Laading zout van het op den 14. October 1787. hier aangehaalde vaartuig per publicue vendutie aan den meest biedende verkogt, maar wegens den stilsland van den Handel en de arnoe„ „de der Chinezen, die staande de verkooping weggingen en tot twee mas„ 18 „len weder geroepen zijn, geen hoger prijs voor de 21 13/80 Coijangs kun„ „nen bedingen, als 348 3/5 Reaalen â 60. tx. ieder. En vervolgens op den 6. pujus het vaartuig met 2. p„s ijzeren Canons van 1. lb. gevenduceerd voor gelijke 4604 Reaalen §51. Het Pakhuis alvoltooijd zijnde, zal het kruithuis in de be„ „neden fortresse over eenige dagen ook geExtrueerd zijn, inmiddens dat men op den Berg aan de zijde alwaar de diese gragt gegraaven„ is de Palissaden inheijd, zijn ter ordre van welgemelde Heer Com„ „mandant en Chet de Europesche Militairen met prino dezer we„ „der aan het werk van de fortificatien gesteld. §52. uwel Ed. Gestr. en Wel Ed„s gelieven als welgevallig te be„ „schouwen de volgens quitantie gedaane verstrekking aan de Zee„ „vaarenden op het scheepje de Hoop van - - - Rd„s 505. –. – En aan die op de kotter de Patriot uitgerijkte - - - „ 700. —. – dat of te zamen Rd„s 1205. —. – Ed. §53. De pantjallang Malaijve op den 14 Courant hier gearri„4 „veerd, heeft de mede gebragte 4. kussen met Amphioen en eeni„„ „ge verdere benodigsheden behoorlijk uitgeleverd. 354. W vella ge„ ton en nen pen. tantie stond/ Wol len t zeer 8. April ale Nedr¬ ag der §54: De daghuur van de Vijftig Chineese Arbeiders welke dagelijks 50. Ra„ „fissaden uit het bosch haalen is gelijkstandig met de overige 150. werk„ „lieden haar loon of ieder 8. stx: daags, waar na de prijs van de 1500. palissaden, die appurt getakt, worden en bijne geleverd zijn, mede gecalculeerd is. §55. Dewijl ik bij mijne aankomst hier bevond, dat het gros de„ Cantonsche Chinezen zig van Cappitein Hoea afgezonderd en onder eenen ƒ Goake Hon begeven hadden, was dien Capitein in de eerste dagen ook niet magtig de nodige Arbeiders te leveren, die Capitein Breng egter bezorgde, waarom aan hem ook voor een maand de pagt het afgestaa te meer daar ik aan Capitein Hoen zo veel Credit niet gewen kan — zonder s Comps gelden te resiqueeren, dan daar zedert de Cantonger weder onder haar wettig hoofd gebragt zijn, was hij ook in staat het volk te bezorgen waar door ik gelegenheid kreeg maandelijke de Jagt van het werkloon af te rekenen. § 56. zo lang nog geene Rajats hier met 'er woon te rug ge„ „komen zijn, is 't niet mogelijk de door de Edele hooge Indische Re„ „geering gevorderde rondhouten te voldoen, ik het die menschen onder de hand laten aanzoeken hier te komen, waar toe zij ook zeer inclineeren, zo de vreeze voor Sulthan Machmoet haar niet wederhield, om wanneer zij zig ter kostwinning, naar de Eilanden begeven opgevat en gemassaireerd te worden. §57. Eenstdaags zal ik met goedvinden van den Wel Ed. gestr: Heer Wierts den Sriba Bruijns committeeren den ofneem te doen van de aanwezige en overleden zeevarende en daar van de Naamlijssen laten formeeren. § 58. Onder de Europese Militairen bevinden zig 11. Toedu„ „ten en 3. Canonniers die mits tijds expiratie, haar verlossing 183 Malacca verlossing van hier verzoeken, terwijl een Corporaal en twee Gemeene Tnogte 2 r van 't gezigt bevoord niet in staat zijn den dienst te doen, neem ik de vrij„ „moedigheid uwelEd. Gestr: en WelEd. te verzoeken de erlanging van 1. —. Sergeant in stede van den overleden Iohan Carel Bolle 2. –. Corporaals 13. –. Soldaten en 4. –. Canonniers, waar van een hier is overleden. Daar en tegen Solliciteerd den Tamboer Gewrit van Os, winnende ƒ 9. ter maand eene gunstige verhooging van Gagie, gelijk den Capitein luitenant van een Comp„s Sipaijs Roegna Sinkt, uwel Ed. Gestr. en Wel Ed. onderdaanig bid, in stede van een overleden Serpant onder zijne Comp„s de bevordering tot die qualiteit voor den Corporaal sulter Chen kalkat en tot Corporaal den soldaat Kader Cahim Badwee. Ik het de Eer met schuldigen eerbied mij te noemen (onder„ „stond/ wel Edele Gestrenge Heer en Heeren /lager/ uwer Wel Ed: Gestr: en welEd„s Ootmoedigen Dienaar /getekend/ D. Ruhde / in margi„ „re/ Riouw den 18. Maij 1788. —. Aan den WelEdele Gestrenge Heer Pieter Genardus de Bruijn Gouverneur en Directeur wegens de gene„ „raale Nederlandsche Geoctroijeerde Oost= Indische Compagnie der stad en fortresse Malacca mitsgaders den ressorte van dien Nevens Den Raad aldaar. WelEdele Gestrenge Heer en Heeren! Het onbehoorlijk gedrag van den Corporaal Augus, ij ƒ „tin 1500. rk„ 50. Pa„ der eenen nook egter afgestaan ven an honger Staat an uge¬ Re„ schen Met gebt. g Van Biene dage t ik

NL-HaNA_1.04.02_8438_0404 view scan ↗

English

Malacca held on the first of this current month, being of such a nature that the committed excess ought to be punished, I ordered Commandant Amelong to have a domestic correction administered to him the following morning; however, he not only had the audacity to resist this, but also to grasp at the bayonet of one of the rifles standing stacked before the guard and to attack said head of his, as your Right Honourable and Honourable Sirs may observe from both of these in the annexed documents and evidence; but since the Right Honourable Sir Wierts, Commandant and Chief of the State Squadron in the Indies and the Company's naval force present, had him punished with running the gauntlet yesterday morning, I have, in order to prevent further irregularities, insisted that he be sent away from here, as he now crosses over under the orders of your Right Honourable and Honourable Sirs aboard the State warship the Cupid. I have the honour respectfully to be, /was signed/ Right Honourable Sir and Sirs, /lower/ Your Right Honourable and Honourable Sirs' humble servant, /signed/ D. Ruhdé /in the margin/ Riouw, the 20th of May 1788. Together with The Council there. Right Honourable Sir and Sirs. By honoured order of your Right Honourable and Honourable Sirs, To the Right Honourable Sir Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director on behalf of the General Dutch Chartered East India Company of the city and fortress of Malacca, as well as the jurisdiction thereof. and 185 Malacca and with prior knowledge of the Lord Commandant and Chief Wierts, I have the honour to let this serve to accompany a name list drawn up by the shipmaster Siriba Bruijns of the number of European and native or Chinese seafarers stationed on each of the Company vessels present here, as well as those who have died or gone missing since their departure from Malacca, and on which dates; while with due respect I take the liberty to call myself, /was signed/ Right Honourable Sir and Sirs, /lower/ your Right Honourable and Honourable Sirs' humble servant, /signed/ D. Ruhdé /in the margin/ Riouw, the 24th of May 1788. To the Right Honourable Sirs Pieter Gerardus de Bruijn and Abrahamus Couperus, Outgoing and incoming Governors and Directors on behalf of the General Dutch Chartered East India Company of the city and fortress of Malacca, as well as the jurisdiction thereof, Together with The Council there. Right Honourable Sirs and Sirs. Paragraph 61. Having been informed by private reports that it has pleased the Honourable High Indian Government to release the Right Honourable Lord Governor De Bruijn from the Malacca Government at his request, and to elect to his Honour's succession the Right Honourable Lord Couperus, I consider it my duty respectfully to congratulate your Right Honourable Sirs on this event and to wish that the well-mentioned Lord De Bruijn, after laying down his Honour's weighty office, may spend his remaining days with honour and respect in quiet rest and enjoyment of all desirable happiness and pleasure, and that it may please God to grant the aforementioned Lord Couperus, in the enjoyment of the best state of health, a thoroughly prosperous and happy government. Paragraph 62. On the occasion of the Right Honourable Lord Commandant undertaking the return journey to Malacca, I take the liberty to refer to that which his Honour shall be pleased to report to your Right Honourable Sirs regarding the work on the fortifications, considerable progress having already been made on the mountain with the palisades, while a beginning has also been made therewith in the lower fortress. Paragraph 63. Concerning the Terusan Riouw, I have had that inlet closed with two dams as adequately as was possible for me, and at the same time had it provided with broken porcelain and bottles, while by order of the well-mentioned Lord Commandant and Chief, Sungai Jang has also been made impassable by means of branches. Paragraph 64. At the same time, his Right Honour had the goodness to leave the master carpenter of the State frigate D'Amphitrite here to continue the work on the fortification on the mountain, with an allowance of one rupee in daily pay, while until the further orders of your Right Honourable Sirs I have charged Lieutenant Amelong with the supervision of the working personnel. Paragraph 65. The master of the bark de Eendragt having insisted on a disbursement of month's wages to the seafarers stationed on the vessel, I take the liberty of requesting your Right Honourable and Honourable Sirs' favourable permission in that regard and the granting of

Dutch transcription

Malacca „tin Direk gehouden op den eersten deezer loppende maand, van dien aart zijn „de dat het begaan exas diende gestraft te worden, beval ik den Comma„ „dant Amelong hem daar voor 's anderen daags morgens een domes„ „ticque Correctie te laten geeven, dan hij had niet alleen de stouthoid van zig daar tegen te opporeeren, maar ook die van na een Bajores van een der voor de wagt gestrekt staande geweeren te grijpen en gemelde zijn hoofd aan te tasten, gelijk uwelEd. Gestr. en wel Ed„e tot een en ander uit de geanrexeerde stukken en bewijzen gelieven te beoogen; Dan dewijl den wel Ed. Gestr. Heer Wierts, Comman„ „dant en Chef van 's Lands in de Indien zijnde Esquader en Comp. s aanwezige zeemagt, hem gisteren morgen met de spitsvoede heeft laten straffen, heb ik, ter preventie van verdere ongeregeld heden„ geinsteerd dat denzelve van hier mogt verzonden worden, gelijk hij ook met 's lands schip van Oorloge de supid aan de ordre uwer WelEd. Gestr. en WelEd„s overvaart. Ik het de Eere eerbiediglijk te zijn. /onderstond/ WelEdele Gestrenge Heer en Heeren /lager/ Uwel Ed. Gestr en WelEd„s Onder„ „danigen Dienaar /getekend / D. Rutde /in margine/ Riouw den 20: Meij 1788. —. Nevens Den Raad aldaar WelEdele Gestrenge Heer en Heeren Ter geëerde ordre uwer WelEd. Gestr. en WelEd„s Aan den WelEdele Gestrenge Heer Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneur en Directeur wegens de Generale Nederlandsche Geoctroijeerde Onst- Indische Compagnie der Staden fortresse Malacca mitsgaders den ressorte van dien. en 185 Malacca en met voor kennisse van den Heer Commandant en Cheff wierts, heb ik de Eer dezen te laten dienen ten geleide van een door den gezeghbber Siriba Bruijns geformeerde Naam-lijst van het getal der Euro„ „pete en inlandse of Chineeze zeevarende, bescheiden op ieder van de hier zijnde Comp„s vaartuigen, mitsgaders welke zedert hun vertrek van Malacca overleden of absent geraakt zijn, en op welke datums, terwijl met schuldigen eerbied de vrijheid nee„ „me mij te noemen. /onderstond/ Wel Edele gestrenge Heer en Heeren /lager/ uwer WelEd. Gestr. en WelEd„s Ootmoedigen Die„ „naar /getekend/ D. Ruhdé /in margine/ Riouw den 24. Meij 1788. —. Aan de WelEdele Gestrenge Heeren Pieter Gerardus de Bruijn en Abrahamus Couperus Afgaande en aankomende Gouverneurs en Directeurs wegens de Generaale Nederlandsche Geoctroijeerde Oost- Indische Compagnie der staden for„ „tresse Malacca mitsgaders den ressorte van dien §61. Door particuliere berigten geinformeerd zijnde dat het de Edele Hooge Indische Regeering behaagd heeft den Wel Ed. Gestr. Heer Gouverneur De Boruijn op deszelfs verzoek uit 't Malaccase Gouvernement te ontslaan en tot zijn welEd„s ver„ „vangen te eligeeren Den WelEd. Gestr. Heer Coupenus, agte ik mij verschuld uwel Ed„s gestr. met dit Evenement eerbiedig te Neevens Den Raad aldaar. WelEdele Gestrenge Heeren en Heeren. feliciteeren aart en Ho Bafonet rijsen welEd„s gelieven Comman„ Comps. de heeft geld heden„ ijk e Edele Onder„ Riouw Heer Bruijn gens de troijeerde Staden den daan elEd„ en theid me„ man„ zijn feliciteeren en te wenschen, dat welgemelde Heer De Bruijn na het nederleg„ „gen van zijn welEd„e Zwaarwigtig Ampt deszelfs overige dagen met eer en aanzien in stille rust en genieting van alle desiderable geluk en genoegen moge doorbrengen, en dat het God behaage hoog gedaa „te Heer Couperus onder 't genot van de beste staat van gezondtig eene alle zints voorspoedige en gelukkige Regeering te verleenen §62. Bij gelegenheid dat den WelEd. Gestr: Heer Commandant wer„ de te rug veize naar Malacca aanneemd, gebruik ik de vrijheid mij te refereeren aan het geen zijn wel Ed. aan uwel Ed„s gestr. en welEd. wegens het werk van de fortificatien zal gelieven te melden, zijnde men op den berg met het palissadeeren al merkelijk ge„ „vorderd, in middens dat men in de beneden fortresse ook een beijn daar mede gemaakt heeft. § 63. Aangaande Troesjan Riouw heb ik die spruit met twee dammen zo suffisant laten sluiten als 't mij mogelijk ge„ „weest is en het teffens met stukkend porcelein en bottels la„ „ten voorzien, terwijl op ordre van welgemelde Heer Commandaa en Chet Soengi Iang door vertakking ook onbevaardaar gemaakt 3 64. Teffens heeft zijn wel Ed. Gestr: de goedheid gehad den Comt „sel Majoor van 's Lands fregert D' Amphitrite hier te laten om 't werk van de fortificatie op den berg te vervolgen, onder toeleg„ „ging van een ropij aan dag geld, terwijl ik tot uwdel Ed„s Gestr. en Wel Ed„s nadere beveelen den Luitenant Amebong met 't op„ „zigt over het werk-volk belast heb. 365. Den gezaghebber van de bark de Eentgezindheijd gein„ „steerd hebbende om eene uitreiking van / m„d gagie aan de op den bodem bescheidene zeevarende, neem ik de vrijheid uwelEd„s Gestr: en Wel Ed:. de gunstige permissie dientwegen en de erlen„ is. „ging

NL-HaNA_1.04.02_8438_0407 view scan ↗

English

Malacca to request the transmission of a drawn-up receipt roll. Paragraph 66: At the same time requesting a similar condescension regarding the disbursement of 180 rixdollars and 5 stuivers to Lieutenant Captain at Sea Visser, commanding the small vessel de Jonge Orangeboom, for 2 months wages to 26 Europeans stationed on that bottom. Paragraph 67: To the Country's frigate Hoorn, the rations for two months have been duly delivered by order of Your Right Honorable and Honorable, but to the Amphitrite only a half aam of olive oil, because the Right Honorable Mr. Wierts did not demand more, of which signed receipts I have the honor to let accompany this. Paragraph 68: Among the servants here, Sergeant Gottlieb Fredrik Dietsen and Drummer Willem Voorhout, both on account of the expiration of their time, as well as the native Christian Adriaan de Grasa on account of an indisposition, request their relief from here, obediently requesting the obtaining of: 1 Sergeant 1 Drummer 2 Soldiers instead of as many deceased European privates, and 1 native warehouse overseer. Wherewith I have the honor respectfully to be, Right Honorable Sir and Sirs, Your Right Honorable and Honorable's humble servant, signed, D. Ruhde. In the margin: Riouw, the 11th of June 1788. Alongside the Council there. Sirs. Right Honorable Sirs and Sirs. To the Right Honorable Sirs Pieter Gerardus de Bruijn and Abrahamus Couperus, outgoing and incoming Governors and Directors on behalf of the General Netherlands Chartered East India Company of the city and fortress of Malacca, as well as the jurisdiction thereof. [illegible] Paragraph 69: Humbly giving thanks for the communication of the very agreeable change which it has pleased the Honorable High Indian Government to make in the Malacca chief authority, I take the liberty once more most respectfully to congratulate Your Right Honorable and Honorable and to wish that the Almighty may ever accompany the undertakings of Your Right Honorable and Honorable with His precious blessing and make their persons prosperous; and since it has pleased the said Their High Excellencies to relieve me from here and to appoint me as Fiscal at Malacca, I have the honor in the most humble manner to express my obligation in this regard, hoping that Their High Excellencies will regard favorably my assurance that, in token of my gratitude, I shall leave nothing undone to give, as much as is in my power, further satisfaction to Their High Excellencies. Paragraph 70: If a friendly treatment made more impression on the minds of the Rayats who have departed from here and are staying on the islands in the vicinity of Riouw than the fear of displeasing their prince, in order to encourage those people to come live here again, many of them would have already returned, since sometimes some of them have been here with the Chinese and also with me, and have unanimously declared that they would rather settle here and stand under the obedience of the Company than to wander about like this, but that, being afraid of the Sultan, they dare not risk it. It is possible that time and opportunity may make them change, but as long as the rogue grandees still wander about, one cannot count on it. Paragraph 71: In accordance with the honored order of Your Right Honorable and Honorable, on the 26th of June of the last month, in the presence of the officers serving here and the sworn clerk, I put up for lease at public auction to the highest bidder the duty of the Boom or the import and export duties of Riouw for the period of six consecutive months, or from the first of July to the ultimate of December of the current year 1788. According to the annexed declaration, it was leased to the highest bidder, being the Chinese Oeij Kauw, for three hundred Reals of 60 stuivers each, per month, and I had a proper surety bond passed for that sum, which I have the honor to accompany this in copy. But notwithstanding that immediately after the receipt of the respected letters of Your Right Honorable and Honorable of the 11th of June, I had copies taken and had them posted in the campongs, containing translations of the conditions, both of the lease of the Boom and of the anchorage money of private vessels, none of the Chinese present bid on it, which is why this money was collected by one of the Malay officers and paid to me. And to take all possible care for the proper payment of this lease, I have already received the promised 300 Reals for this running month of July, as neither the lessee nor his sureties are known to me as wealthy people, for which I know nobody here besides Captain Jung Bienko, since none but poor Cantonese and a very few Amoyans are to be found here, so that, to prevent damage, one will need to collect the lease monthly in advance. Captain Hoea continues to collect the duties on the gaming houses, opium, and arrack as before, while, after the present dilapidated state of Riouw, I also have no other leases to propose to the same for introduction at the beginning of the year 1789, except only that of the poll tax on the Chinese, which without notable hardship to those registered can be introduced for the small sum of 5 to 6 stuivers from every male person per month; but as long as trade does not revive here, one might, with the pleasure of Your Right Honorable and Honorable, excuse the stamping of wax candles. Paragraph 72:

Dutch transcription

1P Malacca „ging eener opgemaakte quitantie Roll te verzoeken. §66: Teffens eene gelijke Condescendamie solliciteevende wegens de af„ „gave van rd.s 180. 5. - aan den Capitein Luitenant ter zee Visser Commandee„ „rende 't scheepje de Jonge Orangeboom tot 2/mn„ gagie aan 26. Europeers bescheiden op dien bodem. §67. Aan 's Lands tregat Hoorn zijn ter ordre uwer WelEd. Gestr. en weld. de Rantsoenen voor twee maanden behoorlijk afgegeven, dog aan D' Amphitrite maar een half aam olijven olie, wijl den Wel Ed. gestr. Heer Wierts niet meer verbungd heeft, waar van de getekende redliffissen de Eer heb dezen te laten geaccompagneerd gaan. §68. Onder de Dienaren hier verzoeken den Sergeant Gottlieb Fre„ „drik Dietsen den Tamboer Willem Voorhout, beide mits tijds ex firatien gelijk ook den inlandsch Christen Adriaan de Grasa wegens eene on„ „gesteldheid, om haar verlossing van hier, insteevende gehoorzaamt de erlanging van 1. –. Sergeant 1. –. Jamboer 2. –. Soldaten instede van zo veel overleden gemeene Europesen en 1. –. inlands pakhuis opziender Waar mede de Eere het eerbiediglijk te zijn /onderstond/ WelEdele Gestrenge Heer en Heeren: /lager/ uwel Ed„s gestr: en WelEd„s onder„ „danigen Dienaar /getekend / D. Ruhde. / in margine/ Niouw den 11. Iunij 1788. —. Nevens Den Raad, aldaar. Heeren. WelEdele Gestrenge Heeren en Aan de Wel Edele Gestrenge Heeren Pieter Gerardus de Bruijn Abrahamus Couperus Afgaande en aankomende Gouverneurs en Directeurs wegens de Generaale Nederland, „sche geoctroijeerde Oost-Indische Compagnie der stad en fortresse Madacca mitsgaders den ressorte van dien. 369 leg¬ gedaa ti en Wier mij erd. den, ge„ een t ge¬ la„ dan gemaakt 22 2 den Conta ten „ den elEd„s de erlan„ §69. voor de Communicatie der zeer aangename verandering welke het de Edele Hooge Indische Regaring behaagd heeft in 't Malensche Hoofdgezerg te maaken, ootmoedig dan kzeggende, neeme ik de vrijheid UwelEd. Gestr: en Were nogmaals op 't eerbiedigste te vergelukken en te wenschen dat het de Allerhoogste uwel Ed. Gestr. en Wel Ed. onderneemingen steeds met zijn dier beaven zegen vergezelle en derzelver Persoonen gelukkig makke, en dewijl het Hooggedagte Hunre HoogEdelheden behaaijd heeft mij van hier te ver„ „lossen en als fiscaal te Malacca aan te stellen, zo hebbe de Eer op het aller onderdanigste dieswegens mijne verpligting te betuigen, hopende dat Hunne Hoog Edelheden voor aangenaam zullen houden mijne verzekering dat, ten blijke mijner erkentenisse, niets onaangewend zal laten om Hun„ „re Hoog Edelheden zo veel in mijn vermogen is verdere satisfectie toe te brengen. §70. Indien eene vriendelijke bejegering op de gemoederen der van hier „geweken en in Riouws na bijheid op de Eilanden zig onthoudende Rajats meerder indrukmaakze als de vrees van haaren vorst te zullen missaaven, om die menschen te animeeren weder hier te komen inwoonen, zouder veele derzelve al zijn te rug gekeerd, dewijl Somtijs eenige van haar met de Chinezen hier en ook wel bij mij geweest zijn, een paarig betuigd hebben liever hier te willen domicilieeren en onder de gehoorzaamheid van de Comp„s staan, als zo om te zwerven, naar dat zij bevreesd voor den sulthin het niet durven hazardeeren. Mogelijk dat de tijd en ge„ „legenheid haar doet veranderen, dog zo lang de schoorse Grooten nog omdoolen kan men het niet koppen. 371. Ter geëerde ordre uwer welEd:s Gestr. en WelEd„s het ik op den 26. Iunij I„r L„r de geregtigheid van de Boom of de inkomende en uitgaande Regten van Riouw voor den tijd van zes agter een volgende ^ Juli maanden of van p„o tot ult„o December des loopenden Jaars 1788, in tegen„ „woordigheid van de hier milsteerende Officieren en den gesw: Semibor„ Conform 489 Conform geannexeerde verklaaring, bij publique ofveiling aan den meestzbiedende, zijnde den Chinees Oeij kauw, verjagt voor drie hondert Reaalen varen 60 stxer: ieder, 's maands, en voor die somma eene behoorlijke boogtogt doen pas„ „seeren, gelijk ik de Eer heb dezen in Copia te laten verzellen; Dan niet tegenstaande ik ter stond na den ontfangst uwder wel Ed„se Gestr. en welEd„ geëerbiedigde letteren van den 11. Iunij aan de beide Capiteins der Chinee„ „se Natien alhier het laten neemen afchiften en die in de Campongs doen afficheeren, van de translaten der Conditien, zo van de zagt van de Boom als van het ankerasie geld der particuliere vaartuigen, heeft niemand der aanwezende Chinezen daar op geboden, waarom dan ook dit geld door een van de maleitse officieren werd geheven en aan mij betaald. En om alle mogelijke zorgte draagen voor de rigtige betaaling dezer verpagting, heb ik de uitgeloofde 300. veaalen voor deze lopende mand Julij reeds ontfangen, alzo den jagter zo min als zijne borgen bij wijbe„ 1 „kend zijn voor gegoede lieden, waar voor ik ook niemand buiten Capitein Jung Bienko hier ken, dewijl niet als arme Cantongers en eeni„ „ge wijnige Aijmuijers zig hier bevinden, zo dat men ter preventie van schade de pagt maandelijks voor af zal dienen in te vorderen, blijvende Capitein Hvea de geregtigheden van de Tapbaanen, Madat en Arrak als bevorens heffen, terwijl aan Hoogst Dezelven, na den tegenwoordigen vervallen staat van Riouw, ook geen andere pag„ „ten ter introductie met 't begin des Jaars 1789. het voor te stellen, als alleen die van het Hoofdgeld der Chirezen, het welk buiten mer„ „kelijk bezwaar dier ingetekenen voor de geringe som van 5 â 6. stxer van ieder Mansperzoon 's maands kan worden ingevoerd, dog zo lang den handel hier niet opluikt, zal men met uwel Ed„le Gestr. En welEd„s believen het merken van de waxkaarsen kunnen excuseeren. 372.

NL-HaNA_1.04.02_8438_0410 view scan ↗

English

Section 72. From the delivered cargo of the bark de Waakker, the master of that vessel, after deduction of the agreed shortages, still had to account for 323 lb. of cadjang, but on the other hand accounted for the remainder of the rations which the said Master received at Malacca for half a month on behalf of the forty-six sailors of the State's ships who arrived here with that vessel, in such manner as is specified in the attached report of the commissioners. Section 73. The Company's ships and lesser vessels lying here, with the exception of the bark de Standvastigheid, the hooker Katwijk aan Zee, and the pantchiallang Masagoe, have all been provisioned for an equal period, calculated from the day that their ration period is or shall be expired, until upcoming October, and the said hooker until the end of this month; likewise, for the benefit of the small vessel de Jonge Drangebooy, there have been provided from the chest of medicines intended for the ship Huisduinen as many of those medical supplies as are listed on the attached list of required medicines, along with three pieces of mattresses, bleached linen, and this for the period of four months, while the remaining medicines have arrived here for the service of the settlement. Section 74. On behalf of which last-mentioned small vessel an expenditure was also made of 39 guilders, 7 stivers, 8 penningen for the repair of the ship's boat, just as on account of the bark de Eensgezindheid 91 guilders, 4 stivers, 8 penningen were disbursed for carpentry repairs, as shown by each expense account, with the request that your Right Honourable and Honourable Sirs please approve these highly necessary expenses. Section 75. Several commanders of the Company's ships and lesser vessels made complaints to the Right Honourable Mister Drillinger regarding the poor quality of the rice brought by the bark de Standvastigheid, and raised objections against receiving it for rations, alleging that it was bad and damp; whereupon his Honour commissioned Sea Captains Martens and Hartig to inspect the rice on board the Standvastigheid, who submitted to me a written statement of their findings together with a sample of this grain in two small sacks, wherein they do not declare the rice unusable, as I also found upon a closer examination with the said captains, it being the yield of a newly harvested crop, which, when it lies confined, easily starts to ferment to some extent and thereby carries more or less heat, which causes the musty smell; wherewith they were then satisfied and accepted the rice. I take the liberty of attaching the said statement and the two linen sample sacks to this document for your Right Honourable and Honourable Sirs' examination. Section 76. The European sergeants and artillerymen assisting in the construction of the forts have, for the past two months of May and June, refused to accept the 3 stivers per day granted to them according to the 68th Article of the Articles of War for the Militia, the former because they previously received 12 stivers each day at Malacca, and the others because I will not pay the money to each of them regardless of whether he is on duty or not, but treat them equally with the militia, the payment of money being made only to those who work, but not to others who remain away from work either through indisposition or for other reasons; nevertheless, despite this refusal, both present themselves at work when commanded. Section 77. A certain native of Palembang residing here, named Latif, departed on the 15th of the recently elapsed month of June with a kakap belonging to Captain Tung Vrienko from here to Asahan, but returned on the 3rd of this month. Upon the inspection of the vessel, they missed the 2 flintlocks, 2 swivel guns, and declared 20 catties of gunpowder listed on his passport, while the vessel was laden with rice, sago, and agar-agar. The said Latif, being asked by me where he had left his ammunition, flintlocks, and gunpowder, alleged that along the way he met Raja Baki of Siak, who took his weapons from him but let him keep the vessel and the cargo consisting of 2 koyans of salt; that seeing himself stripped of weapons and gunpowder, he was afraid to continue his journey further, therefore called at Pulau Terong and bartered his cargo for rice, sago, and agar-agar, just as was also found during the inspection. But since this appeared extremely suspicious to me, I first had him arrested and afterwards confined in jail, because meanwhile it was learned from one of the sailors that he had been to Bulang with the former third minister of the realm of Riau residing there, Raja Tumenggung, unloaded the salt there, and left the swivel guns, flintlocks, and the gunpowder there; and since this conduct appeared to me highly punishable, I seized the vessel with the cargo pending further disposition by your Right Honourable and Honourable Sirs, while with the prior knowledge of the Right Honourable Mister Drillinger, the said Latif in safe custody, with his crew consisting of 8 persons divided between the hooker Katwijk aan Zee and the pantchiallang Melayu, will depart for Malacca with such papers as could be obtained due to the shortness of time, the more so because he and his people, according to the nature of the Malays, dissemble and will not confess. It is certain that the Chinese residing here sail back and forth to Raja Tumenggung as well as to the Sultan, which I may indeed forbid but cannot prevent; yet since this man surrendered his artillery, flintlocks, and gunpowder to the enemy, I considered myself obliged to detain him and send him over to the orders of your Right Honourable and Honourable Sirs, for who knows how many more collude with the Riau grandees. Section 78.

Dutch transcription

§72. Van de uitgeleverde laading van de bark de waakker, heeft den gezaghebber dien bodem na aftrek der geaccordeerde onderwigten nog te mit verantwoor 323: lb. Cadjang, dog daar en tegen weder verantwoord, het overschot der vantzoenen die gemelde Gezaghebber te Malacca ontfangen heeft voor een halve maand ten behoeven van de met dien bodem hier aangekomen ze en veertig zevaarenden van 's Lands scheepen, invoegen als bij g'aurocheert rapport der gecommitteerdens gespecificeert staat. § 73. De hier leggende Comp„s schepen en mindere vaartuigen, bii„ „gezonderd de bark de Standvastigheid, den Hoeker Katwijk aan Zee de pantijallang Masagoe, zijn alle voor eenen gelijken tijd, gerekend van den dag dat hun rantzoen tijd is of zal wezen geExpireerd, tot October aanstaande gevictualieerd, en den gemelden Hoeker tot ulE„o de „zer, zo ook zijn ten behoeve van het scheepie de Jonge drange boo„ verstrekt uit de kist met medicamenten, geprojecteerd voor het schip Huisduinen, zo veel van die genee middelen als op bijgevoe lijst van benodigde medicamenten bekend staan, nevens drie stuk gerassen, gebl: berg„s en zulks voor den tijd van vier maanden, ter wij de vesteerde medicijnen ten dientze van de betelting hier zijn aangekom 374. Ten behoeve van welk laatst gemelde kieltje nog eene beko „tiging gedaan is aan ƒ39. 7. 8. wegens het repareeren van de scheep schuit, gelijk ook voor reekening van de bark de Eensgezindheid „gens vertimmering verschooten zijn ƒ 91. 4. 8. uitwijzens ieders onk reekening, met verzoek uwel Ed„s Gestr: en WelEd„s deze hoog nodige uitgaven gelieven te passeeren. §75. Eenige Commandanten voor Comp„s schepen en mindere vaa „tuigen hebben bij den WelEd. Gestr. Heer Drillinger zig bezwaard, om de slegtheid van de met de bark de Standvastigheid aangebragte n en gedifficutteerd daar van voor Rantsoen te ontfangen, als gevende voor dat se slegt en nuet was, waar op zijn wolEd. Gebr: Capiteins A91 Capitains ter Zee Martens en Hartig heef=t gecommitteerd de Rijst aan boord van de standvastigheid te visiteeren, en die van haar bevinding mij eene schriftelijke verklaaring nevens een monster van dit graan in twee klijne zakies hebben ter hand gesteld, waar bij zij de rijst niet voor on„ „bruijkbaar overgeven, zo als ik bij een nader onderzoek met gemelde Capiteins die ook bevonden het jongen van een prs gesneden gewas te zijn, die wanneer ze besloten legt wel eenigzints aan het broeijen vaakt, en daar door eene meer of mindere warmte bij zig heeft, die de musse reuk veroorzaakt, waar mede men zig dan vergenoegd en de rijst geaccepteerd heeft, ik nieme de vrijheid ter uwel Ed„s Gestr: en wel Ed„s speculatie gemelde verklaaring en de twee linne monster Zakus de„ „zen te accrocheeren. §76. De Europpesche Sergeanten en Arthilleriszen, die bij het maaken van de forten asjisteeren, hebben voor de twee Joogst gepasseerde maanden meij en Iunij geweigerd te accepteeren de volgens het 68 Articul van den Artikel brief voor de Militie aan haar toegelegde 3. stx. Sdaags, de certe om dat zij bevorens te malacca ieder dag 12. stx: genoten heb„ „ben, en de andere ter oorzaak ik aan ieder van haar, of hij in den dienst is of niet, het geld niet wil betaalen, maar haar met de militie egaal behandel, geschiedende de geld geeving alleen aan hun die werken, dog niet aan anderen die het zij door indispositie of om andere rederen van 't werk blijven, dan niet tegenstaande dit ve„ „fus taten beide zig, wanneer gecommandeert werden, bij 't werk vinden. §77. zekeren hier woonagtigen Palembanger genaamd Latif vertrok op den 15. der Jongst afgelosen maard Iunij met een kakaft, van Capitein Tung Vrienko„ van hier naar Asjahan, dog kwam den 3. dezer weder te rug. Bij de visi„ „fatie van het vaantirig misze men de op zijn pers bekendstaande 2. snap„ „haken, 2. rantakken, en op gegeven 20. Casties Buskruit, terwijl het vaartuig vaartuig met Rijst, sagoe en agaragar beladen wat. Gemelde Latik, door mij gevraagd zijnde waar zij zijn Ammunitie snaphanen en kruit gelaten had, „at voor dat hij onderweg ontmoet hebbende den Siacse Radja Baki die hem zijn montuur had afgenomen, dog het vaartuig en de laading be„ „staande in 2. Coijangs zout heeft laten houden, dat hij zig van gescheet waperen en kruit ookbloot ziende, bevreets geweest is zijn verste ver„ „vorderen, daar om te poeloe Trong is aangegaan en zijn Cargazoen verruild heeft voor Rijst, Iagoe en agaragar gelijk 't bij de vi„ „sitatie ook zo bevonden is, maar nadien mij dit narre suspect voorkwam, liet ik hem eerst in arrest neemen, dog daar na in de tronk sluiten, wijl men intusschen uit een van de matroosen ver„ „nam, dat hij te Boelang bij den aldaar zig onthoudende gewezen Riouwse derde rijksminster Radja Tommagon, is aangeweest het zout aldaar ontlost en de Rantakkas, snaphanen en 't kruit daar gelaten heeft, en dewijl mij dit gedrag hoogst strafbaar voorkwam, heb ik 't vaartuig met de laading in beslag geno„ „men tot de nadere dispositie uwer welEd„e Gestr: en Wel Ed„s terwijl met voorkennis van den WelEd. Gestr. Heer Drillinger gemelde Latif in goede verzekering, met zijn Equipage bestaande in 8. koppen verdeeld op den Hoeker Katwijk aan zee en de pantjallang Ma„ „laijve naar Malacca vertrekken, met zodanige papieren als men wegens de kortheid des tijds heeft kunnen in winnen te meer hij en zijn volk, na den aart der Maleijers, veinzen en niet bekennen willen. Het is zeker dat de hier gezeken Chinezen zo wel bij Radja Tommajon de telingen bij den sulthan af en aanvaaren, 'twelk ik wel verbieden naar niet be„ „letten kan, dog daar deze zijn geschut, Traffhanen en kruit aan den vijand overgeeft, agte ik mij verpligt hem te moeten aanhouden en aan de ordre onder WelEd. Gestr: en WelEd„s overzenden, dan wie weet hoe men meer met de Riouwsche grooten heuld„ 578.

NL-HaNA_1.04.02_8438_0413 view scan ↗

English

193 1 §78. Furthermore, departing with the pantjallang Malaijoe is the Javanese sailor Tawida, declared unfit for shipboard duty, aboard the bark de Eensgezindheid, whom the Commander of the said vessel requests Your Right Honorable and Honorable Sirs to have replaced. §79. Of the equipment goods brought by the bark de Standvastigheid and the pantjallang Malaijoe and delivered to the ships and smaller vessels present here, I have the honor to present to Your Right Honorable and Honorable Sirs eight receipts, while the ship supplies sent for the ship Huisduinen have been loaded into the aforementioned pantjallang. §80. The Captain of the First Company Apris Saspa Naijk having requested dismissal from here to Malacca for himself and his men, I find myself obliged to submit this request to Your Right Honorable and Honorable Sirs, and respectfully to note that, departing with the hoeker Katwijk aan Zee and the pantjallang Malaijoe are fourteen discharged military personnel and two artillerymen, namely: 1 Corporal 13 Soldiers and 2 Gunners, of whom the third, Ian Valentijn of Livorno, on the 25th, and the soldiers Ugo Van Timman and Johan Michiel Claus on the 4th and the 20th of the recently passed month of June, as well as Iohan Christiaan Lucas on the 5th of April, came to pass away here, wherefore I most obediently request the replenishment of this garrison with a further 3 Private Soldiers, and 1 Bushunter in place of Sicterino Loduicus, who deserted on the 4th instant. §81. The desertion of the native and Sepoy soldiers begins to increase sharply, and I cannot guess otherwise than that they must be going over to the Malays, as no women stay here; from the Company of Captain Oessap, 5 soldiers have absented themselves in the passed months of May and June, and yesterday 4 privates from the Sepoy soldiers of the Company of Captain Saspa Naijk deserted at the same time, though all without taking weapons with them. §82. To the Commander of the hoeker Katwijk aan Zee, I have ordered 500 lb. of rice to be issued, in order to make provision from it during the voyage for the nine soldiers, 1 gunner, and 5 native prisoners sailing over with him. §83. Yesterday toward evening, Second Lieutenant Meijer came on behalf of the Right Honorable Mr. Drillinger to inform me that two native sailors of the bark de Standvastigheid and one of the pantjallang Roarca have stated that among the prisoners sailing over are two named Assil and Haim, who in the past year, when they were on a cruise with the said bark and were sent ashore in the Straits of Doerian by the Commander with the boat to obtain refreshments, along with several other natives took from them a sack of rice and some goods, and did not let the boat with the crew go without great difficulty, desiring that I should investigate the matter; which I have also done, by having the prisoners brought before me in the presence of the Commander, but since they deny the accusation and time is too short, by order of the said Mr. Drillinger the three native seafarers named Soera, Vanpander, and Sirion have been transferred to the hoeker Katwijk aan Zee and the pantjallang Malaijoe. Meanwhile, I have the honor to remain, with respectful sentiments of high esteem. /below stood/ Right Honorable and Honorable Sirs /lower/ Your Right Honorable and Honorable Sirs' Humble Servant /signed/ D. Ruhde /(in the margin/ Riouw, the 8th of July 178[illegible] To 193 Malacca To the Right Honorable Sirs Pieter Gerardus de Bruijn and Abrahamus Couperus Outgoing and incoming Governors and Directors on behalf of the General Dutch Chartered East India Company of the city and fortress of Malacca, as well as the dependencies thereof. Together with The Council there Right Honorable Sirs and Gentlemen §84. The bark having convoyed the Amoy junk as far as Pedro Branco, the second undersigned arrived at this roadstead on the 23rd ultimo, and having come ashore the following day, received on the last of July from the first signatory a proper and satisfactory transfer of all the Company's cash and effects held here, in accordance with the attached report of the Commissioners and the inventory of the handover. §85. To the Sea Captain Martens, 500 rds. were issued by the outgoing Resident, under proper receipt, to be disbursed in reduction of earned monthly wages to the Javanese and Chinese seafarers stationed on the cutter de Patriot, just as in the same manner 240 rds. were allocated to Captain Hartig for the Chinese and 8 Javanese serving on the small vessel de Hoop, while besides the wages provided to the Europeans stationed on the bark de Eensgezindheid, as much as they have earned up to the end of April of this year

Dutch transcription

193 1 §78. Nog vertrekt met de pantjallang Malaijoe den tot scheeps dienst onbekwaam verklaarden Javaan Tawida Matroos aan boord van de bark de Eensgezindheid, die den Gezaghebber van gemelde bodem uwelEd„s gestr: en Wel Ed„s verzoekt geremplaceert te hebben. 379. van de met de bark de standvastigheid en de pan=tjallang Malaijpe aan„ „gebragte en aan de hier zijnde scheepen en mindere vaartuigen afgegeven Equipage-Goederen heb ik de Eer UwelEd„s Gestr: en Wel Ed„s te presenteeren agt stuks quitantien, terwijl de voor het schip Huisduinen aangezonde„ „re scheepsbekoeften in evengemelde pantjallang zijn gescheept. §80. Den Capitein van de Eerste Comp„s Apris Saspa Naijk het ort„ „slag van hier naar malecca voor hen en zijne manschappen gevraagd heb„ „bende, vinde ik mij verpligt aan uwelEd„s Gestr: en uuEd„s dit verzoek voor te draagen, en eerbiedig te noteeren dat, met den Hoeker Katwijk aan zee en de pantjallang Malaijoe vertrekken veertien verloste mi„ „litairen, en twee Arthilleris ten namelijk 1. –. Corporaal 13. –. Soldaten en 2. –. Canonniers, waar van de derde Ian Valentijn van livorno op den 25. en de soldaten Ugo Van Timman en Johan Michiel Claus op den 4. en den 20. der Jongst gepasseerde maand Iunij mitsgaders Iohan Chris„ „tiaan Lucas op den 5. April hier zijn komen te overlijden, in Heer ik gehoorzaamst de Completeering van dit Garnizoen met nog 3. –. Gemeene Militairen, en 1. —. Wusschieter instede van den op den 4. Courant gedeserteerden Sic„ „terino Loduicus. §86. Het verloopen van de inlandsche en Sipaise Militairen begind sterk, en ik kan niet anders gissen of zij moeten tot de Maleijers voor de overgaan, wijl zig hier geen vrouwvolk onthoud, van de Comp„e van Capitein Oessap hebben zig in de gepas„ „seerde maanden Meij en Iunij 5. soldaten geabsenteerd en giste„ „ren zijn van de Sipaise Militairen van de Comp:e van Capi„ „tein Taspen Naijk. 4. gemeene te gelijk gedeserteerd, egjter alle zonder nij 5 zonder wapenen mede te neemen. § 82. Aan den Opzaghebber van de Hoeker Katwijk aan zee heb 500. lb. rijst laten afgeven, om daar van geduurende de reize verstrek „king te doen aan de met hem overvaarende negen Mititairen, Canonnier en 5. inlandse arrestanten. §83. Gisteren tegen den avond kwam den Sous luitenant Meije van wegens den welEd. Gestr. Heer Drillinger mij bekent maak natroosen dat twee inlandse Bisstairen van de bark de Standvastighei en een van de pantjallang roarca, gezegd hebben dat onder de Th overvaarende gevangenen zig twee bevinden genaamd Assil en Haim, die haar in den voorleden, pare, dat zij met gemelde bar op een kruistogt gewest en door hem Gezaghebber met de sch in Straat Droens aan de wal gezonden zijn verversching te „pen, met meer andere Inlanders een zak met rijst en eenig haar afgenomen, en de schuit met volk niet zonder veel mae hebben laten varen, begeerende dat ik de zaak zou onderzoeke gelijk ook gedaan heb, met de gevangenen in 't bij wezen van de gezaghebber bij mij te laten konen, dan daar zij de accusatie ont „ren en de tijd te kort is, zijn ter ordre van welgem: Heer Drillinger de drie inlandse zeevarende genaamd Svera, Van„ pander en Sirion verplaats op den Haaker Katwijk aan zee de pantjallang Malaijoe. Inmiddens dat ik de Eere heb met de respectueuse o „voelens van hoogagting te verblijven. /onderstond / We „Edele Gestrenge Heeren en Heeren /lager/ uwer Wel „delens Gestr. en welEd. s Ootmoedigen Dienaar /get „kend/ D. Rukde /(in margine/ Riouw den 8. Julij 1 Aan 193 Malacca Aan de WelEdele Gestrenge Heeren Pieter Gerardus de Bruijn en Abrahamus Couperus Afgaande en aan komende Gouverneurs en Directeurs wegens de Generaale Nederlandse Geoctroijeerde Oost- In¬ „dische Compagnie der stad en fortrok„ „se Malacca mitsgaders den resporte van dien. Nevens. Den Raad aldaar Wel Edele Gestrenge Heeren en Teeren §84. De bark de warker de Aijmuijse Jonk tot Pedro Branco ge„ „convoijeerd hebben is, den tweede ondergetekende op den 23. pastato te dezer te reede gearriveerd en 's anderen daags aan land gekomen zijnde, heeft van den eersten teekenaar onder ul2„o Iulij behoorlijk en ten genoegen trans„ „port ontfangen van alle 's Comp„s hier berustende Contanten en effecten Conform geuccrocheert rapport der Gecommitteerden en de Inventaris van de overgaaf. §: 85. Aan den Capitein ter Zee Martens zijn door den ufgaande Resident, onder behoorlijke quitantie, afgegeven 500. rds. om in minde „ring van verdiende maandgelden uitgereikt te werden aan de op de kotten de Patriot bescheidene Javaanse en Chineese Zeevarende gelijk inzelver voegen aan Cespitein Hartig voor de op 't scheepje de Hoof dienst doende Chinese en 8. Javaanen zijn toegelegd 240 7, ter„ „wije buiten de verstrekte gagie aande op de bark de rensgezind„ „heid bescheiden Europeins, zo veel zij tot ut„o April dezes Jaars e hebben

NL-HaNA_1.04.02_8438_0416 view scan ↗

English

had due, upon the urgent request of the master of that vessel, there have also been issued rds. 105. –. to serve as one month's wages for 21 Javanese earning 5 rds. per month each; so furthermore the aforementioned Lieutenant de Harder has requested a further distribution of good months for his entire crew, wherefore he and his sub-lieutenant, as well as the masters of the pantjallangs the Tonijn and Banca, request a similar favor for their ship's crews, and the master of the Tonijn likewise for himself, we take the liberty most respectfully to submit the said three requests to Your Honors, with a humble plea for obtaining the wage rolls necessary for that purpose. §86. The soldier Herman Schoenmacker from Wessenbroek in the Münsterland, overcome by drink on the evening of the 7th of July last, inflicted three light cuts upon his throat, of which he seemed to have no recollection the following day and which were already healed on the 4th day; however, since he has always conducted himself attentively and industriously both in the service and at work, and showed remorse for what he did while intoxicated, we would gladly have had him punished domestically if we had not feared consequences, for which reason he is now transported under safe custody on the cutter the Zutrik, together with the documents relating thereto. §87. For the repair and caulking of the boats of the small vessel the Hoop, the pantjallangs the Philippine and Banca, both from the treasury and in supplied planks and nails amounting together to a sum of ƒ71. 12. 8., we request that it may please Your Honors to approve the mentioned amount for deduction. §88. Likewise, we solicit Their Honors for a similar approval for 60 patjols, 14 shovels, 30 axes, and 34 parangs, which, according to the report submitted by the artillery officer, have successively gone missing through the laborers during the time they were engaged in the first months in excavating the ground and cutting palisades. §89. By the Lieutenant Engineer Lusson there have provisionally been placed on the mountain 14 pieces of cannon, namely: 1 pc. of 12 lbs. 7 pcs. of 6 lbs. 6 pcs. of 4 lbs., which are guarded by 14 Bugis soldiers and 9 artillerymen. §90. The daily allowance of 30 stivers granted by Your Honors to the Master Gunner of the National frigate of war the Amphitrite has been paid to him up to the last of the past month, and we take the liberty to request on behalf of that non-commissioned officer an extra allowance of six jugs of arrack per month, in consideration of the great heat of the sun he must endure, and his exceptional diligence. §91. Fearing the spoilage of the cargo of the seized vessel of the transferred Latif, Captain Tan Binko requested to take over those goods at market price and under cautio de restituendo, to which the first signatory agreed; however, the lessee of the boom, Tei Kauw, appraising the same too high in the captain's opinion, they were, pursuant to the report of the commissioners, awarded to him for rds. 130. 25. –., which sum has been deducted here in the treasury, and the vessel has meanwhile been pulled onto the shore. §92. We take the liberty to offer to Your Honors 7 receipts for some ship's necessities, brought by the bark the Waaker, and supplied to the National frigate of war Hoorn, as well as to Company's ships and smaller vessels, as also a copy of a memorandum left behind by the first signatory to the second signatory. §93. While to Your Honors return with the cutter the Patria the outgoing Resident Ruhdé, a sergeant, and a drummer, and with the pantjallang the Philippine the bakehouse overseer from the Grasa. Meanwhile, with the highest esteem and the most dutiful respect, we have the honor to be, /was signed/ Honorable Sir and Sirs! /lower down:/ Your Honors' very obedient servants /signed/ D. Ruhdé and C. G. Buurmaarten / in the margin: Riouw, the 7th of August 1788. —. To the Right Honorable Gentlemen, Pieter Gerardus de Bruijn Abrahamus Couperus Outgoing and Incoming Governors and Directors on behalf of the General Dutch Chartered East India Company of the city and fortress of Malacca, together with the jurisdiction thereof, together with the Council there. Right Honorable Gentlemen, and Sirs, §94. A native pantjallang of the Captain of the Chinese here, Tan Binko, lying ready on the 13th current to depart for Malacca and to carry along my humble dispatches, principally concerning the unfortunate situation of the Lieutenant Engineer Laurens Lusson and what one had been obliged to undertake on that account, I had the honor to receive Your Honors' very respected letters and

Dutch transcription

hebben te goed gehad, op het intantig verzoek van den gezachesser van dien bodem nog zijn afgegeven rds. 105. –. om te strekken tot een maand gagie voor 21. Jwveaken winnende ieder 5. rds. 's maands, zo heeft ge„ „melde luitenand de Harder daar en boven nog verzogt eene na de„ „ne uitreiking van goede maanden, voor zijn gantse Equipage, er„ retho hij en zijnen sous luitenant, gelijk ook de gezaghebbers van de pantjallangs de Tonijn en Banca om eengelijk faveur voor haar scheeps voek en die van de Tonijn voor zig zelfs mede verzoekt neemen wij de vrijheid aan uwel Ed„ls Gestr. en WelEd„s de gemelde drie instantien op het eerbiedigste voor te dragen, met ootmoedig verzoek om de erlanging van de daar toe nodige gagie-rollen. §86. Den soldaat Herman Schoenmacker van Wessenbroek in 't Muersterland, herft, door den drank bevangen, 's avonds van den „7. Iulij J. L. zig drie ligte Treden aan de keel toegebragt, waar van hij sanderen dangs geen bewustheid scheen te hebben en die op den 4. dag alweder geheeld waren, dan nadien hij zig zo in den dienst als bij 't werk altijt attent en arbeidzeam gedraagen en leetwezen betoond over 't geen hij in dronkenschap verrigt heeft, zon„ „den wij hem geerne domestioen hebben laten strafffen, indien wij geen bedugting voor gevolgen hadden gehad, waarom hij thans met de documenten hier toe relatief met de kotter de Zutrik in goede verzekering overvaart. §87. Tot het refareeren en kalfaten van de schuiten van 2 Scheepje de Hoop, de Pantjallangs de Philippine en Banca, zo uit Cassa als aan verstrekte planken en spijkers te zamen be„ „kostigd zijnde een somma van ƒ71. 12. 8. verzoekende wij dat 't uwel Ed„s Gestr. en Wel Ed„s behaaglijk zij gementioneert be dra„ „gen ter aftoeking te passeeren. 588. Zoade wij Hoogst Dezelve om een gelijke inwillig Sol„ 197 Solliciteeren voor 60. Patjols 14. Schoppen 30. Bijlen en 34. Larrings die door het werkvolk, ingevolge ingediend berigt van den officier van de Arthillerij Successif zijn absent gebragt, ten tijde dat zij in de eerste maarden aan het opdelven van den grond en het kappen van Palissaden geweest zijn. 389. Door den luitenant Ingenieur Lusson zijn op den berg provisio„ „neel geplaatst 14. p„s Canon als 1. ps. van 12. lb. 6. „ „ 4. „ die bewaakt worden door 14. Sicatse Militairen en 9. Arthilleristen § 90. Het door uwel Ed: Gestr. en WelEd. aan den Constapee Majoor van 's Lands fregat van oorloge de Amptitrite geacordeerd dag geld van 30. stx: is aan hem tot den laasten der gepasseerde maand vol„ „daan en wij neemen de vrijheid in faveur van dien onder officer nog te verzoeken een extra toelaag van zes kannen Arrak Traand uit Consideratie van de groote hitte der zon die hij moet en du„ „reeren, en zijn bijzonder werkzaamheid. § 91. Berreest voor't bederf der laading van het in beslag geno„ „men vaartuig van den overgezonden Latif, verzogt Capitein Tung e Binko die goedertjes tegen markts prijs en onder Cautie de vosti„ „tuendi te mogen overneemen, waar in den eersten teekenaar bewil„ „ligde, dog de zagter van de Boom deij kauw dezelve na des Capi„ „teins gedagte te hoog taxeerende zijn ze ingevolge het rapport der Gecommitteerdens aan hem verbleven voor rds. 130. 25. –. wel„ „ke som hier in Cassa gedecudeert en het vaartuig inmiddens op de wal gehaald is. §92. wij neemen de vrijheid aan uwe lEd„s Gestr: en WelEd„s te offereeren 7. reipissen van eenige scheeps behoeftens, per de bark de waaker aangebragt, en verstrekt aan 'T Landes tregat. 7. „ „ 6. „ van Malacca van Oorloge Hoorn, mitsgaders aan Comp„s schepen en mindere vaarttigen, zo n een afschrift van een memorietje door den eerst ondergeteekende aan den tweeden teekenaar nagelaten. §93. Terwijl tot uwelEd„s gesh: en welEd„s met de koster de Patria te rug keeren den afgaande Resident Rukde een Sergeant en een sa „boer en met de Pantjallang de 2hitiffine den Bakhuis opzigter v aan de Grasa. Inmiddens dat wij met de grootste hoogagting en het ver„ „schuldigtze Respect de Eer hebben te zijn. /onderstond/ wel Ed: Gest„ Heer en Heeren! /lager:) uwel Ed„s Gestr. en Wel Ed„s zeer gehoorzame Dienaren /getekend/ D. Suihdé en C. G. Buurmaarten / in margine Riouw den 7. Augustus 1788. —. Aande WelEdele Gestrenge Heeren, Pieter Gerardus de Bruijn Abrahamus Couperus Afgaande en Aankomende Gouver„ „neurs en Directeurs wegens de generale Nederlandsche Geoctroijeerde Oatz- In„ „dische Compagnie der stad en Fortrek„ „se Malacca mitsgaders den ressorte van dien. § 94. Een inlandse pantjallang van den Capitein der Aimuijers al„ dhier Iung Brungko op den 13. Courant in gereedheid leggende om naar Madacca te vertrekken, en mede te neemen mijne nederige adviesen voonamelijk concerneerende de ongelukkige situatie van den luite„ „rant Ingenieur Lauren Lusson en 't gene men uit dien hoofde verpligt geweest was in het werk te stellen, hadt ik de eere te ontvangen uwer WelEd. Gestr: en welEd„s zeer gerespecteerde Nevens Den Raad, aldaar WelEdele Gestrenge Heeren, en Heeren, brieven en

NL-HaNA_1.04.02_8438_0419 view scan ↗

English

letters of the 26th and 28th of July last, with their enclosures, were collected by the Right Honorable Captain Commandant Drillinger from the Company's ship Rotterdams welvaaren, which arrived in the outer roads, and very favorably forwarded to me late in the evening. I therefore considered it my duty to add some remarks behind the same advices, serving, without delaying the aforementioned vessel too long, as far as possible in most dutiful reply to the recently mentioned honored letters. § 95. The conduct of the Lieutenant Engineer Laurent Lussen, which since my arrival here, and as I was informed already some time before, was very astonishing and such that I had to consider his Honor a more or less insane person, and by which conduct he brought more hindrance than progress to the work on the fortifications, as well as causing many unpleasantries and difficulties both to the Right Honorable Mr. Drillinger, Captain Commandant of the state and Company's naval guard here, and to the departed Resident Ruhde, myself, and others, instead of changing anything for the better, as we had hoped, worsening from day to day, I found myself obliged on the 11th of this month to inform the mentioned Right Honorable Mr. Drillinger thereof by a letter of which a copy accompanies this, and therein also to propose for favorable consideration: Whether it would not be most advisable to notify the mentioned Mr. Lussen that his Honor was relieved of all duties until further orders, and thus should not interfere with anything, but remain quiet and peaceful within his own boundaries. That the Europeans, who after all did not earn their extra pay with anything other than cutting and burning a little brushwood in a very easy manner (the only thing Mr. Lussen had had them do, and despite all requests and orders still had them do), be dismissed from work, which I was furthermore obliged to request because from the weak garrison 26 men could do no duty due to illness and severe sores on their legs, and the remainder, according to the report of Lieutenant Commandant Amelong, were insufficient for relieving the guards day by day. And that the Malay soldiers, who likewise were employed for nothing other than the cutting and burning of brushwood, together with the Chinese coolies, be placed collectively under the Gunner Major Fredrik Oppel for the completion, as speedily as possible, of the fort on the mountain Tanjong Zirang. § 96. The Right Honorable Mr. Drillinger coming ashore shortly thereafter, his Right Honorable summoned the Lieutenant and Ensign Military Amelong and Smith, the Ordinary Fireworker Schutz, and the here present Gunner Major of the state's frigate Amphitrite, Fredrik Oppel, as well as, after these four officers had given the declaration accompanying this alongside a written order by the Lieutenant Engineer Lussen, the same Engineer Lussen. § 97. The latter having arrived at my residence and having declared to the Right Honorable Captain Commandant Drillinger that he was very weak, completely lacking memory, and on that account, as well as because of the heat of the sun, was unable to continue the work on the fortifications, but would do what he could, his Right Honorable announced to him that for that reason the Engineer was provisionally relieved of all duties, and it was expected that for the recovery of his health he keep himself quiet and within his residence without interference in anything other than his private affairs, which was answered by his Honor solely with the request to be allowed to remain here as a burgher until he could depart to Ceylon to his family, and it was permitted to him to earn something in the meantime by conducting trade. § 98. Subsequently, the mentioned Gunner Major Oppel was assigned the continuation of the work on the fortifications on the mountain Tanjong Zirang; the Ordinary Fireworker Schutz the continuation of the work on the powder magazine and the fortification below that mountain, which had been completely at a standstill since the arrival of the Engineer Lussen, according to the plans made by the Right Honorable Mr. F. J. Wierts, Captain Commandant and Chief of the state's squadron in India; and the Lieutenant Amelong the general supervision over all the works; all of which had taken place just as it did before the arrival of the Engineer Lussen. § 99. Upon the request made on that occasion by the mentioned Amelong and Schutz, that they might be benefited with some extra salary or gratuity for these their demanded services, it was promised to them by the Right Honorable Commandant Drillinger that their request would be favorably presented to your Right Honorable and Honorable. I therefore take the liberty, upon order of his Right Honorable, to submit most respectfully that it may please your Right Honorable and Honorable very favorably to grant to both of these officers in equal portions such gratuity for their vigilance as your Right Honorable and Honorable shall deem fit. § 100. To give your Right Honorable and Honorable a sketch of the present characteristics of the Engineer Lussen, I could mention hundreds of improprieties here on the spot if

Dutch transcription

199 brieven van den 26. en 28. Iuli l. l. met derzelver bijlaagen door den WelEd. Gestr. Heer Caspitein Commandant Drillinger van het op de buiten reede gearriveerde Comp„s schip Rotterdams welvaaren geligt en laat op den avond mij groot gunstig toegezonden: Ik het het derhalven van mijnen pligt geagt agter dezelve adviesen eenige pasten te voegen dienende (zonder het voorschreven vaartuig te lang op te houden, voor zoo verre mogelijk ter diep schuldige beantwoording van de evengedagte geëerde brieven § 95. Het gedrag van den Luiterant Ingenieur Lauirent . Lussen, dat sedert mijne komste hier, en gelijk ik onderrigt wierdt reeds eenigen tijd bevoorens, zeer verwordering waardig en zoodanig was, dat ik zijn E. voor een min of meer krank„ „zinnig persoon moest houden en door welk gedrag hij meer hinder dan voortvaarendheid aan 't werk der fortificatien toe„ „bragt, mitsgaders zoo wel den wel Ed. Gestr. Heer Drillingen; Capitein Commandant van 's lands en Comps. zeewagt alhier, als den afgegaanen Resident Ruhde, mij en anderen veele onaangenaam- en moeijelijkheden veroorzaakte, in plaatze van iets ten goeden te veranderen, zoo als wij hoopten, van dag tot dag verengerende, vondt ik mij op den 11. deezer verpligt den gemol„ „den WelEd. Gestr. Heer Drillinger dear van te informeeren bij een brief waar van de Copie dezer verzeld, en daar bij teffens ter gunstige correctie voor te stellen. Of het niet raadzaamst zoude weezen den gemelden Heer Lussen aan te kundigen, dat zijn E. tot nadere ordre van alle officien ontslagen was, en zig over zulks met wiete mogt be„ „moeijen, maar stil en gerust binnen zijn eiger paalen brij„ „ven, Dat de Europeers, de tog hun oxtra loon met niets van met Ed: Getr rzame argine met op een zeer gemakkelijke wijze een weirig ruijtens te kappen en te vertranden ( het eenigste dat de Heer Lussen hun hadt laten, en tegen alle verzoeken en orders nog liet doen (verdienden, van 't werken ontslagen wierden, hetwelke ik buiten dien genoodzaakt was te verzoeken gewerkt van het zwakke Garnisoen 26. koppen wegens ziekte en zwaare klievateen aan de beenen geen dienst zon„ „den doen, en de overigen volgens Rapport van den Luitenant Com„ „mandamt Amelong niet genoegzaam waren tot 't afwisselen der wagten dag om dag. En dat de maleitse Militairen, die insgelijks tot niets dan 't kappen, en verbranden van vruigtens geemploijeerd wierden, bene„ „vens de Chinaese Koelies gezamenlijk gesteld wierden onder den Constapel Majoor Fredrik Offel ter vrezooijing zoo spoedig in„ „mers mogelijk van het fort op den berg Tanjong Zirang. § 96. De WelEd. Gestr. Heer Drillinger kort daar op aan de wal komende liet zijn wel Ed: Gestr. den luitenant en Vaardrig Militair Amelong en Smith, den ordinair Vuurwerker Schutt, en den hier aanwezenden Conttafel Majoor van 's Lands fregat de Amphitrite Fredrik opsel, gelijk ook, na dat deeze vier officie„ „ren het nevens eene schriftelijke ordre door den luitinant Ingenieur tusson dezen mede verzellende Declaratoir gegeven hadden denzelven Ingenieur Lussen ontbieden 397. De laastgenoemde aan mijne wooning gekomen weezende en aan den Wel Ed. Gestr. Heer Commandanz Drillinger verklaard hebbende, dat hij zeer zwak, gansch memorieloos en uit dien hoofde, mitsgaders wegens de kitte van de zon tot het vervolgen van het werk der fortifficatien buiten staat was, dog doen zoude het gene hij kon, wierdt hem door zijn welEd. Gestr. ffi aangezegt dat men om die reden her Irgeneeur van alle offi„ dien 234 „rien provisioneel ontsloeg en verwagte dat hij ter herstelling van zijne gezondheid zig gerust, en binnen zijne wooning hield zonder bemoeijenis„ „se met iets als met zijn particuliere zaaken, 'twelk door zijn E. beantwoord wierd eeniglijk met verzoek om als een Burger hier te mogen blijven tot dat hij naar Ceilon bij zijne familie kon ver„ „trokken, en hem wierdt toegestaan intusschen met 't drijven van negotie iets te verdienen. §98. vervolgens wirdt den gemelden Constaple Majoor oppel het vervol„ „gen van 't werk der fortificatien op den berg Tanjong Zirang, den Ordinaire hipr duurwerker Schutz het vervolgen van het sedert de komste van den Inge„ „nieur susson ten eenemaale Siljestaane werk aan het kruikhuis en de for„ „lificatie beneden dien berg, naar de door den Wel Ed. Gestr. Heer F. I. Wiert „15. Capitein Commandant en Chief van 's Lands Esquader in Indie, bevaamde plaas„ en den Lluitenant mitsz„s Amelong het generale opzigt over alle de arbeiden opgedragen, het een en ander even als voor de komste van den Ingenieur Lusson hadt plaats gehadt. §99. op 't bij die gelegerheid gedaan verzoek van den gemelden Ame„ „long en schutz, dat zij voor deeze hun gedemandeerde diensten met eenig extra salaris of douceur mogten worden gebeneficeerd, wierde„ hun door den Wel Ed. Gestr: Heer Commandant Drillinger toegezegt, dat hun verzoek aan uwe WelEd. gestr. en Wel Ed„e favorabel zoude wor„ „den voorgedragen. Ik neem s mij overzulks en op order van zijn Wel Ed. Gestr: de vrijheid eerbiedigst te insteeven dat het uwe Wel Ed. gestr. en welEd„s grootgunstig gelieve te behaagen, aan deeze beide officieren in eguale portien zoodanig douceur voor hunne Vigillantie, toe te leggen als uwe wel Ed. Gestr en WeEEd.s zullen goedvinden. 3 100. Om uwe Wel Ed. Gestr en WelEd„s een Schetz der tegenswoor„ „dige Cavercte vistien van den Ingenieur Lusson te geeven zoude ik horderde buiten shoorigheden hier ter plaatze kunnen aanvoeren indien

← previousnext →