Inventory 8438
Japan · 638 pages · 172 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
if the due respect permitted me, but I pray to be allowed to note as a minor matter that as often as he sees me or others, within half an hour he asks us ten and more times whether he is under arrest; and this notwithstanding that he walks around freely and openly everywhere and comes to my house with his cutlass hanging in the baldric over his shoulders, or he asks when Resident Rukde stands to depart, and to the answer that must notoriously follow, that he has already departed, he will give no credence, but says that he ate with him that very afternoon or has been invited to eat, and the like more. § 101. But these unfortunate circumstances also put it out of my power to carry out, according to my duty, your Right Honourable Worships' and Worships' esteemed order by missive of 26 July 1787, to have the clearing of the workmen done by the more-mentioned Lusson and accounted for to me. Meanwhile, I most respectfully pray to be allowed to note that, despite all possible investigation made, I have nevertheless not been able to discover that the workers are wronged in the slightest, but indeed that the master carpenters, as well as all Chinese, instead of eight, receive monthly nine rupees from their respective Chiefs as wages, and yet are contrarily difficult to obtain, because every Chinese, by working in the gambier gardens, can earn monthly eight Spanish reals, and the lack of rice no longer compels them to seek that sustenance from the Company. § 102. The sergeants and those who alongside them have the supervision over the workers at the new forts express their humble gratitude for the twelve stivers each so very generously allocated to them. § 103. Just as I likewise offer my dutiful acknowledgment of gratitude for the forwarding of the cargo loaded into the ship Rotterdams Welvaaren, the passing to discharge of some incurred expenses on the boat of the small vessel De Hoop, and on the hoeker De Eensgezindheid, but particularly for the men placed upon the said ship to replace the deceased and missing as well as to reinforce the garrison here. § 104. The venerated orders contained both in your Right Honourable Worships' and Worships' aforementioned general missives and in the secret letter dated 28 July last, I shall, in so far as I have not yet been able to execute them, take for my dutiful observance and guidance. § 105. Since the successive appearance of 5 Batavian and Javanese vessels, from where several more are expected shortly, the consumption of opium has somewhat increased and none at all being in stock any longer, so that I have reason to think that I shall soon be able to dispose of the four chests loaded according to the invoice in the ship Rotterdams Welvaaren, I take the liberty to petition for the dispatch of another three chests of this poppy juice, in order to always be in a position to accommodate the lovers thereof. § 106. The 16 koyangs of rice brought recently with the bark De Waaker for the convenience of the Riouw inhabitants, which I request may be charged thither, I have, on account of the falling of the price of the 4500 lb to 87½ and even 85 rixdollars, not disposed of, but stored in the Company's warehouse in expectation of a favourable approval. § 107. I commend your Right Honourable Worships and Worships, together with the Company's precious interests, into God's safe keeping, and myself, alongside the Riouw garrison and good inhabitants, to your Right Honourable Worships' and Worships' favourable care and protection, whilst I consider it my greatest fortune to be with deep respect, /underneath stood/ Right Honourable and worshipful Gentlemen and Gentlemen! /lower/ Your Right Honourable Worships' and Worships' most humble and dutiful servant /signed/ C. G. Baumgarten /in the margin/ Riouw, 15 August 1788. To Abrahamus Couperus, Incoming Governor and Director of the city and fortress of Malacca with its dependencies, and To the Right Honourable and worshipful Gentlemen, Pieter Gerardus de Bruijn, Extraordinary Councillor of the Netherlands Indies, and Outgoing Governor of Malacca, together with The Council there. Right Honourable and worshipful Gentlemen, and Honourable Gentlemen, § 108. With the pantchiallang Bolikon, which arrived on the 23rd of the current month, I had the honour to receive your Right Honourable Worships' and Worships' respected missive of 23 August; and I shall dutifully reply hereto, as well as to that of 26 and 28 July preceding, in so far as this has not already been done in my humble advices of 15 August. § 109. The cargo loaded according to the delivered bills of lading and invoice in the bark De Waaker, the ship Rotterdams Welvaaren, and the pantchiallang Bolikon has successively been duly accounted for, and the goods intended for the ships and lesser vessels present here have, according to the order received, been delivered to them, as appears from the receipts transmitted on the date of 7 August and accompanying this letter, with the exception of the barrel of butter brought with the bark De Waaker for the State frigate of war Hoorn, and the 75 jugs of Cape white wine mentioned in the note of the extra provisions for the same frigate dated 22 August, which, as red wine was not in stock
Dutch transcription
indien de verschuldigde eerbied mij het permitteerde, dog ik bidde als een g „ring Steveldje te mogen noteeven, dat zoo ikewils hij mij off anderen zae hij ons binnen een half uur tien en meermaalen vraagt, of hij in arre is? en zulks niet tegenstaande hij vrij en frane overue rond gaat en bij mij aan hun kom=t met den houwer in het porte iffe over d Schouderen hangende of hij vraagt wanneer de Resident Rukde„ staat te vertrekken! en over het antwoord dat notoir moet va „gen, dat hij reeds vertrokken is, wil hij daar aan geen geloof slaan maar zegt, den zelfden middag nog bij hem gegeeten te hebben of ten eeten genoodigt te zijn, en diergelijke meer: § 101. Dan deeze ongelukkige omstandigheden stellen mij ook bun staat na mijne gjehoudenisse te doen standgrijsen, uwer wel Ed. Geo„ en welEd„s geerd bevel bij missive van den 26. Juli 561, on de terklae der werklieden door den meergem: Lusson te laaten doen en aan mij verantwoor„ Ondertusschen bidde ik eerbiedigst te mogen noteeren, dat ik, ongeagt alle maar mogelijke gedaan onderzoek egter niet het kunnen ontdekken dat de arbeiders iets 't minste te kort gedaan wordt, maar wel dat de meester zoo al met alle Chineesen, in plaatze van agt, maandelijks negen vopijen van hunnen respective Hoofden voor loon ontvangen, en egter tegensae „dig moeijelijk te krijgen zijn, dewijl ieder Chinees met in de gamber l „dangs te arbeiden maandelijks agt sp: reaalen kan verdienen, en her rijst gebrek hun niet meer noodzaakk dat voedzel bij de Comp: te zaak § 102. De sergeanten en die nevens hun het opzigt hebben over de arbeiders aan de nieuwe forten betuigen hunne ootmoedige dankbaarn voor de hun groot gunstigh toegelegde twaalf stuivers ieder, Idaar § 103. Gelijk ik mede mijne verschuldigde dankerken te nisse al „legge voor de toezending van het geladen in het schip Rotterdam welvaaren, het passeeren ter afschrijving van eenige gedaane o „kosten aan de Schuit van het scheepje de Hoop, en aan den hoe de 203 de Eersgezendheid, dog in het bijzonder voor de tot vemplage van overlede„ „nen en vermitten mitsgaders ter versterking van de Bezetting alhier, op het gemelde schip geplaatste manschappen. § 104. De gevenereerde orders vervat zoo wel in uwer welEd. Gestr. en wel Ed. voorschreven gemeene Missives als in den secreeten brief subda„ „to 28. Juli b. l. , zal ik mij voor zoo verre nog niet het kunnen exe„ „cuteeren ter schuldpligtige observantie en narigt laaten strekken. §105. Sedert de opdaaging Successive van 5. Bataviase en Iavasche Vaartuigen, van waar binnen korten nog eenige verwagt worden de Consumptie van amfioen eenigzins vermeerdert en hoe genaamt nieten meer in voorraad zijnde, zoo dat ik reden het te denken dat de vol„ „gens Factuur in het schip Rotterdams welvaaren gelaaden vier kassen spoedig zal kunnen van de hand zetten, neem ik mij de vrijheid te insteeven om de toezending van nog drie kassen van dit heulsah ten einde altoos in staat te zijn de liefhebbers van hetzelve daar mede te gerieven. § 106. De tot gerief van de Riouwsche ingezetenen jongst met de bark de waaker aangebragte 16. Koijangs rijst, die ik verzoek dat dit„ „heen aangerekend mogen worden, heb ik wegens het daalen der prijs de 4500. –. lb tot rd„s 87½. en zelfs 85, niet van de hand gezet maan in verwagting eener gunstige approbatie in Comps sdakhuis opgeslagen § 107. Ik beveele uwe Wel Ed. Gestr. en Wel Ed. s mitsgaders. Comps. dierbaare belangens in se kovas veilige hoede, en mij benevens de Riouwsche Voezekting in goede ingezetenen in uwer Wel Ed. Gestr: en wel Ed. gunstige voorzorge en protexie, terwijl ik het voor mijn grootst geluk agt met diep respect te zijn. /onderstond/ WelEdele gestrenge Heeren en Heeren ! /lager/ uwel Ed„s Gestr. en wel Ed„s Onderdanigsten en trouwschuldigsten Dienaar /getekend/ C. G. Baungarten /in margine/ Riouw den 15. Augs. 1788. — Aan vae de sten Malacca benevens Den Raad, aldaar WelEdele Gestrenge Heeren, en E. E. Heerenr. §108. Met de op den 23. Courant gearriveerde pantjallang Bolikon heb ik de eere gehadt te ontvangen uwer wel Ed. Gestr. en wel Ed. geresecteerde missive van den 23. Augs; en zal zoo wel daar op als op dien van den 26. en 28. Iuli bevoorens, bij deezen schuldpligtig rescribeeren voor zoo verre zulks niet reeds geschiedt is bij mijne nedrige advie„ „sen van den 15. Augs. § 109. Het gelaaden volgens de aangebragte Cognoseemen t factuur 1 in de bark de waaker het schip Rotterdams welvaaren en de pantjel„ „lang Bolizon is successivelijk behoorlijk verantwoord en de goederen geschikt voor de hier zijnde scheepen en mindere vaartuigen zijn ne de bekomen order aan dezelven afgegeven, blijkens de in dato 7. Augs- overgezonden en deezen verzellende recipissen, uitgezondert het vat boten met de bark de waaker voor 's Lands fregat van Oorloge Hoorn aangebragt, en dae 75. kannen Caatse witte wijn, gemeld, bij de Notitie der extra provisien voor hetzelfde tregat gedateerd den 22. Augs: die, dewijl de roode wijn niet in voorraad„ Abrahamus Couperus, Aan komende Gouverneur en Directeur der stad en Fortresse Malacca met dis ressort en Aan des Wel Edele Gestrenge Heeren Pieter Gerardus de Bruijn, Raad Extraordinair van Nederlands Iadia mitsgaders Afgaande de
English
205 the delivered white wine began to work or ferment, and the remainder of the latter in the warehouse was not allocated to the Right Honorable and Noble Sir, I. V. Drillinger, Sea Captain and Commander of the State and Company Naval and Land Forces here, just as he did not choose to receive the aforementioned barrel of butter, so that both items have remained in the Company warehouse. Paragraph 110. The rations provided for half a month by the master of the bark de Waaker to the sergeant, three European private soldiers, 1 native gunner, and 1 sentry who came here with that vessel have been reimbursed to him here. Paragraph 111. In like manner, the officers of the ship Rotterdams Welvaaren were paid the rations provided by them for half a month to the five European gunners and 3 European soldiers stationed on that vessel; the native gunner, and the Javanese recruited as a sailor for the hooker de Eensgezindheid, did not appear here. On the other hand, the aforementioned officers here accounted for the rations for 59 Madurese warriors received over there for half a month in excess of what they had provided to those people. Paragraph 112. But to the master of the pantjallang Bliton, because he did not desire such, no reimbursement was made for what was provided to the 5 native gunners who came over with that small keel. Paragraph 113. Because of the death on 18 August last of Sea Captain Lieutenant Vrouwo Wilkens, the Right Honorable and Noble Sir Captain Commander here, I. V. Drillinger, bearer of this, placed the bark de Waaker, which is being dispatched by His Honor to Malacca, under the command of the sub-lieutenant appointed thereto, Hermanus Christiaan Ruperti, and had the transfer of that vessel made to him by the Sea Captain Lieutenant and Sea Lieutenant Dinant Visser and Coenraad de Harder, as appears from the inventory drawn up thereof and transmitted among the appendices hereof, to which are annexed two signed warrants for 2 barrels or 100 lb gunpowder, 2 quires of cartridge paper, and 200 pieces of musket balls, subsequently provided to said Ruperti by order of the aforesaid Honorable Sir Drillinger. Paragraph 114. The aforesaid His Honor having had the boat of the pantjallang de Tonijn hauled onto the shore, the same was, after an exact inspection in the presence of the Sea Lieutenants de Harder and Ruperti, finally condemned for repair by the shipwrights of the State frigate of war Hoorn, Simon Eeterman and Coning Andriessen, as appears from the declaration that I have the honor to present herewith to Your Right Honorable and Noble Sirs, with a humble request for authorization for the breaking up of that vessel. Paragraph 115. I express my due gratitude for the approval of the write-off in the Riau accounts of the f 71. 12. 8 spent on the repair and caulking of the boat of the small ship de Hoop and the pantjallangs de Philippina and de Banca, as well as for some lost tools; likewise for the favorable approval of the payment of 500 rixdollars to Captain Martens, 240 rixdollars to Captain Hartig, and 20 to the master of the hooker de Eensgezindheid, which last-mentioned sum was provided for one month's wages to 21 Javanese stationed on that vessel, as appears from the roll signed by the said master Coenraad de Harder, Sub-lieutenant Gerrit de Haan, and boatswain Hendrik van den Bosch and accompanying this document. Paragraph 116. While I am waiting for an equally favorable approval of the payment made on the first of this month to Sea Captain Lieutenant Dinant Visser, upon the request made for that purpose and the receipt granted therefor, of 591 rixdollars or NL reals 417. 12. -, for the disbursement of two months' wages to 29 European and 22 Chinese seafarers stationed on his vessel, the small ship de Jonge Oranjeboom; and authorization for the write-off of the expenses incurred for repair and caulking by order of the Right Honorable and Noble Sir Drillinger of the boat of the ship Rotterdams Welvaaren, of the small ship de Jonge Oranjeboom, the boat of the bark de Waaker, and the boat of the hooker de Eensgezindheid, amounting to f 15. 18. -, f 17. 14. 8, f 10. 5. -, and f 22. 8 respectively. Paragraph 117. The deed of promotion for Military Ensign George Ludewig Smith I have delivered to him, and he expresses his humble gratitude therefor. Paragraph 118. Likewise I have presented to the Captain of the Sepoys, Taspa Naik, Your Right Honorable and Noble Sirs' esteemed letter dated 26 July 362, and he has acquiesced in the gracious promise that when more Sepoys arrive from Batavia, they will be relieved from time to time, wishing only for the speedy arrival of that moment. Paragraph 119. The Captain Lieutenant of the second Company of Sepoys, Roeyna Sing, passed away on 27 August, and his lieutenant, Mirgan Arkat, departs to fetch his family, in accordance with the favorable authorization obtained, with the bark de Waaker to that place.
Dutch transcription
205 de aangetragte witte wijn aan het werken of gisten, en het restant der laaste in het Pakhuis niet toeveikent was de Wel Ed. Gestr. Heer, I. V. Drillinger Capitein ter Zee en Commandant van 's Lands en Comps. Zee en landmagt alhier, gelijk ook niet het gemeld vat boter verkoot te ontvangen, zijnde overzulks het een en ander in Comps. Pakhuis gebleven. §110. De door den gezaghebber van de bark de Waaker voor een halve maand verstrekte van zzoenen aan den met dien bodem herwaarts gekomen sergeant drie Europese gemeene Militairen, 1. inlandschen Busschieter en 1. sentie f zijn hier aan hem gerestitueerd. §111. Inzelfder voegen zijn aan de Overheeden van het schip rot„ „terdams welvaaren uitgeveerd de door hun voor een halve maand af„ „gegeven van 'tzoenen aan de op dien bodem geplaatste vijf Europee„ „se Canonniers en 3. Europpese Milstairen, zijnde de inlandse Bousschen „ter, en de voor den hoeker de Eensgezindheid, als Matroos in dienst genoom Javaan, hier niet opgedaagd. Duewrentegen hebben de evengemelde Overheeden hier verantwoord de voor 59 Madureese krijgers voor een halve maand ginder meer ontvangen, van t zoen, dan zij aan dat volk verstrekk hadden. § 112. Dog aan den gezaghebber van de pantjallang Bliton is dewijl hij zulkx niet begeerde, geen restitutie gedaan voor het verstrekte aan de met dat kieltje overgekomen 5. in land„ „sche Bousschieters. §113. Vermits het overlijden op den 18. Augs. l. l. van den Cappitein Luitenant ter Zee Vrruwo wilkens heeft de Wel Ed. Gestr. Heer Capitein Commandant alhier I. V. Drillinger opr brenger deezes, de door zijn welEd. naar Malacca gedepecheerd wordende bark de waaker in Commando gesteld den daar op bescheiden suite men„ tte Hermanus te Hermanus Christiaan Ruperti en aan hem transport van dat vaartuig. laaten doen door den Capitein Luitenant en Luitenant ter Zee Dinant Visser en Coenraad de Harder, blijkens de daar van opgemaakten en onder de bijlaagen deezes overgaande Inventaris, waar aan geannex„ „eerd zijn twee geteekende ordonnancien van 2. - Vaten of 100. lb buskruit, 2. –. boeken Cardoes papier, en 200. –. ps. Snaphaan koegels, aan hem supperti vervolgens verstrekt op order van welgem: Ed. Heer Drillinger, § 114 Even gemelde zijn weeEd. de schuit van de pantjallang de Tonijn op de wal hebbende laaten haalen, is dezelve na eene exacte visitatie ten overstaan van de Luitenants ter Zee de Harder en Ruperti, door de Timmerliedens van 's lands fregat van oorloge Hoorn, Simon Eeter„ „man en Coning Andriessen, ter reparatie finaal afgekeurd, blijken het Declarestoir dat ik de eere het uwer Wel Ed. Gestr. en wel Ed. hier nevens aan te bieden, met nederig verzoek om qualificatie ten sloo„ „ping van dat vaartuig„ §. 115. Ik betuig mijne verschuldigde dankbaarheid voor de be „williging in het afschrijven bij de Riouwsche boekjes van de ƒ 71. 12. 8. „ bekoftigd ter reparatie en kalfateering der schuite van het scheepje de Hoop en de pantjallangs de Philippina en de Banca mitsgaders van eenige te zoek gebragte gereedschappen zoo mede voor de gunstige approbatie der afgaave van rds. 500 aan Cappitein Martens ros. 240. –. aan Capitein Hartig en van 20 aan den gezaghebber van de hoeker de Eensgezindheid, welke t „gedagte somme voor een maand gagie verstrekt is, aan 21. o heker dien verdem beschieden Javaanen, blijkens de door den gemelde gesaghebber Coenraad de Horder Sous luitenant Gerrit de Haa en 207 en Schieman Hendrik van den Voosch ondertekende en deezen verzel„ „lende Naamlijsze. —. § 116. Terwijl ik in steer om eene even gunstige goed keuring der afgaave met primo deezer aan den Castitein Luitenant ter zee Dinart Visser, op het daar toe gedaan verzoek, en daar van ver„ „leend recifit, van rdo. 591. -. ofte N 1. veaalen 417. 12. -., tot de uitkeering van twee maanden gagie aan 29. Europesche en 22. Chi„ „reesche zeevaarende, op zijn onderhebbende ordem het scheepje de Ionge Orangeboom bescheiden; En qualifikatie ter afschrij„ „ring van het bekostigde ter reparatie en kalfaleering op order van den Wel Ed. Gestr. Heer Dvillinger, de boot van het Schip Rotter, „dams welvaaren, van het scheepje de Iongo Orangeboom, de Schuit„ van de Bark de waaker, en de schuit van den hoeker de Eensge„ „zindheid tot ƒ15. 18. -. ƒ17. 14. 8. - ƒ10. 5. - en ƒ22. 8 . respective § 117. De Acte van bevordering voor den Vaandrig militair George Ludewig Smitn heb ik aan hem afgegeven en hij betuigd daar voor zijne ootmoedige dankbaarheid. § 118. Desgelijks heb ik den Capitein der Sipais Taspa Naik voor„ „gehouden uwer wel Ed. Gestr. en Wel Ed. geëerd aanschrijven in dato 26: Juli 362. , en hij heeft berust in de goedgunstige toezegging, dat wanneer 'er meer Sipais van Batavia kwamen, zij van tijd tot tijd zouden worden afgelost, wenschende eenelijk na de spoedige geboorte van dit tijdstif. §119. De Capitein Luitenant van de tweede Comp„s Sihais Roey„ „na sinkt is op den 27. Augs: overleeden en zijn suitenant Mir„ „gan Arkat vertrekt ten afhaal van zijne familie volgens beko„ „men gunstige qualificatie met de bark de waaker naar derwaarte ik ting ant nex„
English
I shall therefore also entrust the special supervision over this Company provisionally, or until the receipt of your Right Honourable and Honourable disposals, to Captain Tuspa Naik; while I have the honour at the same time to impart that the mentioned Lieutenant Mirgan Arbict has applied to me for a recommendation to succeed Rigna Sintt, but he does not conduct himself in such a manner that I can give him a very favourable testimony, considering he is greatly set on ease, and since the protracted illness of his Captain-Lieutenant has maintained no proper military discipline, so that if the Lieutenant Commandant of the Militia Amelong had not kept an eye on things more than he did, and had I not corrected him regarding the failure to clean the barracks of his subordinates, they would continuously live in the utmost filthiness. § 120. The rds. 933¾4 mentioned in the letter of 23 August § 76 have been distributed according to the 3 pieces of muster rolls received therewith, except for rds. 30 belonging to the native sailor Castor, which rds. 30, since this person is not to be found here, have been handed over to the commander of the bark De Waaker, Hermanus Christiaan Ruperti, for delivery to the pay-bookkeeper and shopkeeper Gerrit Pungel, as appears from the receipt annexed to the aforementioned 3 muster rolls being returned receipted. § 121. For accountability as just mentioned, the estate of the late Captain-Lieutenant at Sea Vorund Wilkens has also been entrusted to the said Commander Ruperti, and the papers relating to this estate likewise accompany the enclosures hereto, while I also have the honour to note that the Captain-Lieutenant of the Sepoys, Rigna Sinkt, before his death disposed of his estate by will, and appointed as his executors the Captain and the Lieutenant of the Sepoys, Taspa Naik and Mirgan Artat, and these two, by virtue thereof, have also accepted his estate. § 122. Your Right Honourable and Honourable revered order to cause the payment of what has been or shall be promised for the leases in general to take effect in advance at the beginning of each month from now on, whoever the lessees may be, I shall dutifully observe, although I am obliged to remark with all submission that I fear very few persons will then be found who will be able to bid for one lease or another. § 123. Against the committing of extortions, both in the levying of anchorage money and in all other respects, I shall, according to my humble duty, constantly and carefully keep watch. § 124. Regarding your Right Honourable and Honourable esteemed requisition for elucidations as to whether male persons of other nations present on Riouw, other than the Chinese, could not just as well pay the same contribution of capitation tax as those of the latter, it serves most respectfully that I, subject to favourable correction, not only think so, considering that everyone here finds a wide field open to earn money in a manner most consistent with his natural character, provided he is not too lazy for it and thus a more harmful than useful resident, but that it will also be necessary or most advisable to treat all residents, of whatever nation they may be, on an equal footing, both in taxes and otherwise, in order to prevent jealousy and the conceiving of ideas of being more or less favoured, or else subordinated. § 125. During the presence of my predecessor, the merchant David Rukde, we were already informed of the sudden death in Batavia of the Chinese and former Second Captain here, Tan Sionko, and since then that report has been confirmed by the Nakhoda of a wangkan that arrived from Batavia on 24 August, named Oei Tjieuko, and some other Chinese who arrived from there as passengers; I have therefore, and because Captain Hoea, both by reason of his unexpeditious natural character and continuously sickly bodily constitution, is not the man to be able to function here as the sole Head of the Chinese Nation, in humble expectation of a favourable approval, superseded the execution of your Right Honourable and Honourable respected order by letter of 28 August § 70 relative to Captain Tieng Kienko. § 126. Concerning the vessel of the Semarang Chinese Onghhoa, overpowered in 1787 by Tuanku Muda, or Raja Tommagis, I have as yet been unable to conduct the proper investigation ordered by the Noble High Indian Government by extract from the minutes of 25 April 1788, because the Chinese Ong Konghien, from whom the Lieutenant of the Chinese at Batavia, Ong Tjoeseeng, obtained the detailed information thereanent in a request presented by him to their High Honours, as little as the Chinese Ong Tjoeko, writer of the two letters mentioned in the aforesaid extract, has appeared here, though the latter is still daily expected. In the meantime, the following account thereabout has been given to me by two Cantonese residing here: That Ong Yonhoa, upon his arrival off Riouw, at the direction both of Captain Hoea and others, having come into the river and up to the Chinese camp, offered his cargo to everyone who
Dutch transcription
ik zal overzulkes het bij zondere opzigt ook over deeze Comp„e providioneel of tot den ontvangst van uwer welEd Gestr. en Wel Ed. dispositie, aan Capitein Tuspa Naik opdraagen; terwijl ik de eere het teffens te bedee„ „len dat de gemelde Luitenant Mirgan Arbict bij mij aanzoek gedaan heeft om voorschrijvens ter optreeding in de plaats van Rigna Sintt„ dog hij zig zoodanig niet gedraagt dat ik hem een zeer favorabel ge„ „suigenis kan geeven, gewerkt hij grotelijks op het gemak gesteld is, en sedert de lang duurige ziekte van zijn Capitein Luitenant geene behoorlijke Militaire discipline onderhouden heeft, zoo dat indien de Luitenant Commandant der Militie Amelong niet meer dan hij een oog hadt gehouden op, en ik hem niet ge„ „corrigeerd over het niet veinigen der caserne van zijn onder„ „hoorigen zij in de uiterste mordigheid bij Continuatie zouden leeven. § 120. De rdd. 933¾4. gemeld bij missive van den 23. Augss §76. , zijn volgens de daar nevens ontvangen 3. p:s Naamvollen gedistribueerd, accepto rds: 30. –. Competeerende den inlandsen Matroos Castor welke rds. 30. –. dewijl deeze persoon hier niet te vinden is aan den gezaghebber van de bark de waaker Hermanus Christiaan Ruperti, ter overgaave aan den soldij„ boekhouder en winkelier Gerrit Pungel, ter handen gesteld zijn blijkens het recipis geannexeerd aan de evengem: ge„ „quiteerd te rug gezonden wordende 3. Naam-vollen. § 121. Ter verantwoording aan als even is aan den ge„ „melden gezaghebber Ruperti ook geintraqueerd de nalaten„ „schap van wijlen den Capitein luitenant ter zee Vorund wilkens en de papieren tot deeze nalatenschap relatie f gaan 209 gaan insgelijks onder de bijlaagen deezes over, terwijl ik de eer het teffens te noteeren dat de Capitein Luitenant der Sihais Rigna Sinkt, voor zijn overlijden bij Testament over zijne nalatenschap beschikt, en tot zijne Executeuren gesteld heeft den Capitein en den luitenant der Sifais Taspa Naik en Mirgan Artat, mitsgaders deeze bei„ „de uit kragte van dien ook zijnen boedel aanvaard hebben. § 122. uwer Wel Ed. Gestr. en Wel Ed„s gevenereerde order om voortaan altods wie ook zagten moge zijn, de betaaling van hetgene voor de pagten in 't generaal is of zal worden uitgeloofd voor at met het begin van elke maand te laaten gevolg hebben, zal ik Schuldpligtig observeeren, hoewel ik verpligt ben met alle submissie aan te merken, dat ik vreeze dat er dan maar zeer weinige persoonen gevonden zullen worden, die in staa zullen weezen den een of anderen pagt aan te Slaan„ 3123. Tegen het plegen van Knevelarijen zoo in het heffen van het Ankerasie-geld, als in alle andere opzigten zal ik, volgens mijne nederige gehoudenisse, steeds zorgvuldig waaken. § 124. op uwer WelEd. Gestr: en WelEd: geëerd requisit om elucidatien of manspersoonen van andere Natien, die zig op Riouw bevonden, dan de Chineese, niet zoo wel dezelfve Contributie van hoofdgeld zouden kunnen doen, als die van de laastgemelde diend eerbiedigst, dat ik onder gunstige Correetie niet alleen vermeen van ja, gemerkt een ieder hier een vuir veld open vindt om met zijn natuurlijke Caracter best overeenkomtsig, geld te verdienen, indien hij maar niet te lui daar toe en dus een meer schadelijk dan nuttig ingezeten is, maar het ook noodig of raadzaamst zal weezen alle ingezetenen van welke Natie zij ook mogen zijn zoo in de belastingen als an„ „derzints op een gelijkstandigen voet te behandelen ter voorkoming van afgunstig, en het opvatten van denkbeelden waer min of meerdere voorgetrokken, dan wel ondergeschiktheid 3125. vision aan niet § 125. Bij het aanweezen van mijnen Predecesseur den koopmans Da„ „vid Rukde wierden wij reeds geinformeerd van het subiet overen „den te Batavia van den Chinees en geweezen Tweeden Capitein alhier Ian Sionko, en sedert is dat voerigt geconfirmeerd door den Nagt „da van eene op den 24. Augs: van Batavia gearriveerde wan kan„ met niame deij-Tjieuko, en anige andere van daar als passagiers aan „gekomen Chineesen; Ik het overzulks en dewijl Capitein Hoea zoo tinueel uit hoofde van zijne onexpedit natuurlijk Caracter als Contatize ziekelijke lighaams Constitutie de man niet is om als eenigst Hook van de Chineese Natie hier te kunnen furgeeren, in nederige ver„ „wagting eener gunstige approtatie gesuppersedeert met de executie va uwer wel Ed. Gestr: en WelEd„s geresfecteerde order bij brief van den 28. A 370. „ velatief tot Capitein Tieng Kienko. § 126. Betreffende het door Toenko moeda, of Radja Tommagis en 1787 overmeesterde vaartuig van den Samarangsche Chinees Ongh „hoa ben ik als nog buiten staat geweest het door de Edele Hooge „dische Regeering bij Extract uit de Notulen van den 25. April 1788. , geordonneerde behoorlijke onderzoek te doen, door dien de Chinees ong konghien, van welken de Luitenant der Chineesen te Batavia ong Tjoeseengn het gedetailleerde dienaangaande, bij ze aan Haare Hoog-Edelheeden gepresenteert Request, bekomen heef zoo min als de Chinees Ong Tjoeko, schrijver der bij het voorsch „ven, Extract gemelde twee brieven, hier is opgedaagd, dog de la als nog dagelijks verwagt wordt. Ondertusschen is mij do twee hier woonagtige Cantongers daar omtrend het volgende v „haal gedaan. Dat ong Vonhoa bij zijne komste voor Riouw op aanw „ding zoo van Capitein Hoea als anderen binnen de revier en tot de Chineese Carepgekomen weezende, zijne laading aan elk die om.
English
perished and especially Tjoa-Kihong, who had then set himself up as Head of the Chinese and had made a large following, but had sold nothing on credit to Captain Hoea, so that only two baskets of Javanese tobacco and a few koyangs of salt had still been in his vessel when some Slanong vessels had appeared in the Chinese camp, and had demanded of Ong Bonhoa that he provide them with rice; That Ong Bonhoa had not complied with this requisition but had turned them away, saying that he did not have the least bit of rice, and yet on the same day had sent a few bags of that grain as a gift to Toenko Moeda, who was lying at Tanjong Pinang with 7 vessels, and that this conduct had embittered the Slanongers against him to such an extent that they had returned shortly thereafter, made themselves master of his vessel, and brought it to Tanjong Pinang. That Ong Bonhoa, both in this and in all other respects, had relied solely and entirely on the help of Tjoa Kikong and had followed his advice, but some of his passengers who were on shore had then addressed Captain Hoea and with his assistance had ransomed the captured vessel for 450 Spanish reals or 900 rupees, laden it with gambier, and placed it again under the command of Ong Bonhoa, who subsequently, wishing to sail with a prahu to Toenko Moeda, who had departed outside the river with his vessels, in order to request from this pirate assistance with sago for his intended voyage, he, together with those who had been with him, was taken prisoner by the Slanongers, but with the help of Captain Hoea was ransomed again against the payment of 50 reals in silver money and 30 reals in Javanese cloths; That all this, however, had not been sufficient to open Ong Bonhoa's eyes or to make him wiser and more cautious, but that, proceeding in his own foolish trust in Tjoa Kihong and Toenko Moeda, he had subsequently, against all warning and well-intentioned advice, both from Captain Hoea and associates and from his passengers or owners of the cargo of his vessel ransomed by the latter, sailed outside the river with the same to meet Toenko Moeda, who had likewise departed a few miles from the roads, in order to obtain convoy and assistance with sago, but before he had been able to reach him, was overpowered by one of his Panglimas who had returned with a vessel, according to the reports received was massacred along with three more men, his vessel with the Javanese who had been on board and the cargo brought to Toenko Moeda, and that the latter had sailed away with it, and had since turned that vessel into a penjajap; Section 127. The released Palembang native has not yet appeared here, but as soon as this happens, in compliance with Your Right Honourable and Worships' esteemed letter dated 23 August, section 80, his vessel, which was hauled up on shore here, will be returned to him, along with some of his small belongings stored here in the warehouse. Section 128. Your Right Honourable and Worships' earnest recommendation in the letter of 23 August at the end of section 79, I have, in the presence of the Right Honourable Captain Commandant here, J. E. Drillinger, presented to the Captain of the Cantonese, Hoea, with all the emphasis that I could give to it, and adding whatever I could think of and believed would make some impression on him. And on that occasion, as well as on many preceding and subsequent ones, when I spoke to him and Captain Tieng Bienko about providing a sufficient number of labourers daily, he repeatedly declared by everything dear to him that he contributed everything toward that end and to give satisfaction as far as was possible for him, and would further furnish whatever his limited ability allowed. Judging that it would have a good effect in this matter, I closed the navigation to the gambier plantations as much as was possible for me from 17 to 20 August last, but finding that this was not the right means, but rather harmful than advantageous, I had to abandon it again. Section 129. Meanwhile, I have the honour hereby to report: That all, and among them also the corner palisades of one square foot in size and 18 to 19 feet long, which latter had hitherto been fetched from the forest by the Chinese coolies who are in daily service, and of which the 10 men sent out for that purpose could at most deliver a single one in a day, are now brought in against payment of 24 stuivers for each piece by approximately 50 or 60 independent Cantonese, or those not in actual service; Furthermore, that with the approval of the repeatedly mentioned Right Honourable Mr Drillinger, for the continuation of the fortification work since the first of this month, I have put the following arrangement into effect: That at the fort on the mountain, under the supervision of the Gunner Major Fredrik Oppel, with the addition of 1 sergeant and 1 bombardier to assist him as mandadors, without any interruption unless the rain makes it impossible, there shall work
Dutch transcription
244 om kwam en voornaamlijk Tjoa=Kihong, die zig toen als Hoofd der Chineesen opgeworpen en eenen grooten aanhang gemaakt hadt, dog niets aan Capitein Hoea op Credit hadt verkogt, zoo dat nog eene„ „lijk twee kranjangs Javasche Tabak en eenige koijangs zout in zijn vaartuig waren geweest wanneer eenige Hlanongsche Vaar„ „tuige in den Chineesen Camp verscheenen waren, en van ong Bonhoa begeerd hadden dat hij hun met rijst geriefde; Dat ong wonhoa aan dit requisist niet voldaan maar hun met het zeggen van geen de minste rijst te hebben, afgeweezen, en egter op den zelfden dag aan den met 7. vaartuigen bij Turijong Pinang leggenden Toenko Moeda eenige zakken met dat graan tot een geschenk gezonden, en dit gedrag de Slanongers zoodanig tegen hem verbikkerd hadt, dat zij kort daar aan waren te rug gekeerd zig meester van zijn vaartuig gemaakt en hetzelve naar Tanjong Pinang gebragt hadden. Dat ong Bonhoa zo in deezen als in alle andere opzigten en keld en alleen op de hulpe van Tjoa Kikong vertrouwd en deezen zijnen vand gevolgd hadt, dog eenige zijner aan land zig bevindende Passagiers zig toen aan Capitain Hoea geaddresseerd en met dee„ „zen bijstand het overmeesterde vaartuig voor 450. –. reaalen of 900. - ropijen gevantzoeneerd, hetzelve met gamber belaaden, en weder onder Commando van Ong Bonhoa gesteld hadden, die voorts met een prauw naar den met zijne vaartuigen buiten het rivier vertrokken Toen zo moeda willende vaaren, ten ain„ „de assistentie met sago tot zijne voorhebbende reize, van deezen pieraal te verzoeken, hij benevens de genen die bij hem waren geweest door de Hanorgers gevangen genoomen dog net de hulpe van Capitein Hoea weder uitgelost was tegen te zan„ „ling „ling van 50. –. veaalen zilver geld en 30. reaalen aan Javasche kleed„ „jes; Dat dit een en ander egter niet genoegzaam geweest was om ong Bonhoa de ogen te openen of hem wijzer en voorzigtiger te maaken, maar dat hij in zijn eigen dwaas vertrouwen op Tjoa Kihonen en Toenzo moeda voortgaande vervolgens tegen alle waarschouwing en welmeenenden raad, en van Capitein Hvea C. S. , en van zijne passagiers of eigenaars der laading van zijn door de laasten gevantzoeneerd vaartuig, met hetzelve buiten de rivier ware gesteild om den insgelijks eenige mijlen van de reede ver„ „trokken Toenko moeda te ontmoeten ter erlanging van Convooi en assistentie met sago, dog voor dat hij bij denzelven hadt kunnen komen, door eenen van zijne met een vaartuig te rug gekeerden Panglimas overmeesterd, na luid der bekomen berig„ „len met nog drie man gemassacreerd, zijn vaartuig met de daar op ge„ „weest zijnde Javaanen en laading naar Toeko moeda gebragt, en deezen daar mede weg geteild was, mitsgaders van dat vaartuig sedert een panjajap gemaakt hadt; § 127. De gerelaxeerde Palembanger tatix is hier nog niet opge „daagd, dog zoo dra zulks geschiedt zal ik ter voldoening aan uwer welEd. Gestr. en WelEd„s geëerd aan schrijven in dato 23„e Mg §80. aan hem weder gegeven zijn hier op de wal gehaald vaartui benevens eenige hier in 't Pakhuis geborgen kleinighedens van hem § 128. uwer wel Ed. Gestr. en Wel Ed„s ernstige recommandatie bij brief van den 23. Augs: aan het slot van 379 heb it ten bij „weezen van den WelEd. Gestr. Heer Capitein Commandant al „hier I. E. Drillinger, den Capitein der Cantongers Hoed voor „houden met allen den nadruk die ik daar aangeeven, en bijvoeging 243 bijvoeging van het gene ik bedenken kon en vermeende van eenige inpressie op hem te zullen zijn, En hij heeft bij die gelegenheid zoo wel als bij veele voorgaan „de en daar op gevolgde, wanneer ik hem en Capitein Tieng Bienko onder„ „hieldt over het bezorgen dagelijks van een genoegzeam getal werklieden telkens bij alles wat hem dierbaar was betuigd, dat hij daar toe, en om zoo veel hem doenlijk, genoegen te geeven alles attribueerde en verder zou„ „de toebrengen wat zijn geving vermogen toeliet. Oordeelende dat zulks van een goed effect in deezen zoude zijn heb ik van den 17. tot den 20. Nugs. l. l. de vaart naar de gamber ladings zoo veel mij immers mo„ „gelijk was gesluit, dog ondervindende dat dit het regte middel niet, maar hetzelve meer na dan voordeelig was heb ik daar van weder moeten afzien. § 129. Inmiddens heb ik de eere bij deezen te berigten. Dat alle, en daar onder ook de hoek patispaarden van een groote voet in het quadraat en 18 â 19. Voeten lang, welke laaste dus lang door de in den dagelijkschen dienst zijnde Chineese Krelies uit het vossch wierden gehaald en waar van de daar toe uitgezonden 10. kopfen op zijn hoogst een enkelden op een dag konden bezorgen nu tegen be„ 9. „taaling van 24. stx: voor ieder ps. worden aangevoerd, door min of meer 50. of 60. afzonderlijke of niet in eigenlijken dienst zijnde Cantongers; Voorts dat ik met goedvinden van meergemelden welEd. Gestr: Heer Drillinger ter voortzotting van het fortificatie werk se„ „dert primo deezer maand het doen standgrijpen de volgende Schikking. Dat aan het fort op den berg, onder het opzigt van den Consta„ „bel Majoor Fredrik Oppel, en bijvoeging ter zijner assistentie als Mandadoors van 1. Sergeant en 1. Rrombardier, zonder eeni„ „ge interruptieften zijde vegen het onmogelijk maakt /( zullen arbeiden te
English
shall work all the Chinese supplied by Captain Hoea, counting altogether 150 heads; That under the supervision of the ordinary Fireworker Schutz, with the addition as overseer of only one or at most, when required on a single day, two non-commissioned officers, at the powder magazine, on both of which on 13 August last nothing had yet been done other than the simple enclosure with palisades of the powder magazine, shall work the 36 to 40 Chinese that Captain Bieng currently provides daily, besides more or less 35 Malay and 40 to 45 Madurese soldiers, together with 10 to 12 native gunners who are healthy and willing to do so; That the Lieutenant Commandant of the Militia Amelong, for the greater prevention of all underhanded practices which it would otherwise be impossible for me to check daily as accurately as necessary, shall have the general supervision both over what needed to be done and over the number, the payment by me, etc., of all those who are at work from day to day, and must report to me in writing every forenoon and afternoon. And that under the supervision of the Commander of the bark de Standvastigheid lying off Soengi-Iang, Johan Christiaan Meijer, this creek shall be made as impassable as possible by the Chinese stationed on the ships and vessels present here. § 130. While I have the particular pleasure of being permitted to add to this my humble information that, if one is not too much hindered in the work by the rain, Soengi-Iang will be made impassable in half a month, and the fortifications both atop Mount Tanjong Pinang and below the same will be entirely formidable, if not completely finished, by the last day of November next. The sentry boxes made of kajang mats and placed to the number of 14 pieces both in the upper and the lower fort wherever required, constantly having to be renewed because not only do the kajang mats, exposed to the rain, quickly decay and otherwise fall to pieces, but also in heavy squalls, which one often has here, the huts made thereof and even large structures blow down or to pieces, thus causing continuous expense, I have considered sentry boxes of wooden planks with feet underneath for better preservation not only much more profitable for the Company, but also necessary to keep the sentry dry with his weapons, and consequently have had 5 pieces made in addition to the two that were here upon my arrival, most humbly requesting your kind approval thereof, and at the same time the granting of authorization to have the remaining 7 pieces made as well. § 131. Besides the Lieutenant of the Sepoys Mirgam Arkat mentioned in paragraph 119 and summoned Engineer Laurent Susson, there depart for that destination with the bark de Waaker the native gunners Matthijs Gonsalvus, Apolinario Ferdinandus, Gassar Christoffel, and Senaldo Ferdinandus, while the likewise relieved Matthijs Carraeko died here on the 10th of this month; and for the first-mentioned 6 persons, as well as for the soldier Pieter van Dijk of whom I must speak in today's secret letter paragraph 11, nothing was furnished to Commander Ruperti, but notice was given to him that they all received their customary rations for the current month of September from the Company's warehouse here at the beginning of this month. § 132. Upon the persistent request of the Sepoy Maaris Gassind, who according to a deed shown to me was engaged in the Company's service as a soldier at Samarang on 10 April 1781 at a wage of 2½ rixdollars per month for 3 years, and on account of his continuing indisposition, I take the liberty to solicit his relief from here to Malacca and subsequent discharge from the said service. § 133. In conclusion of this, I insist on the promptest possible fulfillment of the accompanying requisition for provisions, needed with the remnants present here today for distribution to the garrison for the months of October, November, and December, or the end of this year, and of the further necessities specified therein. And I have the honor to be with deep respect, /underneath stood/ Right Honorable, Noble, and Respected Sirs, /lower/ Your Right Honorable and Noble Sirs' most humble and dutiful servant, /signed/ C. G. Baumgarten. /in the margin/ Riau, 15 September 1788. Below that: P.S. At the moment I am about to close this for dispatch, I receive a short note from the Right Honorable Captain Commandant Drillinger, in which his honor informs me among other things that Lieutenant Meijer, commander of the bark de Standvastigheid, requested money for his crew, and that I might please write to Malacca about this, as this encouraged the men; I find myself obliged therefore to submit this request most respectfully herewith. To
Dutch transcription
arbeiden alle de Chineesen die Capitein Hoea bezorgd, en tegens groote 150. –. koppen tellen; Dat onder het opzigt van den ordinaire Vuurwerker Schutz. en bijvoeging als Maindadoor van maar een, of ten hoogsten, wanneer het op een enkelden dag vereischt wordt, twee onderofficiers, aan het kruidhuis, aan welke beide op den 13. Augs. l. l. nog niets ge„ „daan was, dan de enkelde insluiting met pabissaaden van het kruid„ „huis, zullen arbeiden de 36. â 40. Chineesen die Capitein Bieng tans dagelijks bezorgd, benevens min of meer 35. Maleitse en 40. à 45. Mudureesche militairen, mitsgaders 10. â 12. inlandse Bus„ „schieters, die gezonden kans daar toe gewillig zijn; Dat de luite nart Commandant der Militie Amelong, ter meerde „re preventie van alle slinkde pratijken die het mij anders onmogelijk zoude weeten zoo naauwkeurig als noodig is, dagelijks te kunnen na„ „gaan, het generale opzigt zal hebben, zoo over het gedie gedaan moest worden, als over het getal, de betaaling door mij enz: van alle degenen die van dag tot dag aan 't werk zijn, en alle voor- en na„ „middage mij schriftelijk moeten worden opgegeven. En dat onder het opzigt van den Gezaghebber der voor Soeng: sang leggende bark de standvastigheid Johan Christiaan Meijer deeze spruit zoo veel immers mogelijk onbevaar haar gemaakt zal worden door de Chineesen bescheiden op de hier aanweezende schepen en vaartuigen. ƒ §130. Terwijl ik het bijzonder genoegen heb bij deeze mijne nederige informatie te mogen voegen, dat indien men door den regen niet al te veel in 't werk belet wordt soengi- Iang in een helve maand onbevaarbaar gemaakt, en de fortificatien zoo boven op den Berg Tanjong Tinang als beneden denzelven, met ultimo Novem„ „ber 215 „ber eerstkomende volkomen redoutavel, zoo niet ganschelijk voltooijd zul„ „len weezen. De schilderhuizen van kaarmatten gemaakt; en zoo wel in het boven als 't bereden fort daar het vereischt wordt ten getalle van 14. ps. geplaatst, gestadig vernieuwt moetende worden, door dien niet alleen de kaaimatsen, blootgesteld voor den regen spoedig ver„ „gaan en anderzints in stukken, raaken, maar ook bij zwaare buijen, die men hier dikwils heeft, de daar van gemaakte hokken en zelfs groote opstallen om verre of in stukken waaijen, en dit geduu„ „rige onkosten verwekkende heb ik Schilderhuizen van planken met voeten, ter betere Conservatie daar onder; niet alleen voor de Comp„e veel profijkelijker, maar ook om den schildergast met zijne waspens al„ „loos droog te doen staan, noodzaakelijk geagt, en dienvolgens bij de twee die bij mijne komste hier waaren nog 5. p.s. doen vervaardi„ „sen, verzoekende nederigst zulks goedguntzig te willen approbeeren, en teffens qualificatie te verleenen om ook nog de manqueerende 7. ps. te laaten aanmaaken. § 131. Behalven den 3119. gemelden Luitenant der Sipaijers Mirgam Arkat op ontboden Ingenieur Lourent Susson vertrekken met de bark de waaker naar derwaarts de inlandse Busschieters Makthijs Gonsalvus, Apolinairo Ferdinandus, Gassar Christoffel, en Senaldo Ferdinandus, zijnde de mede van hier verloste Mattchijd Carraeko op den 10. huijus overleden, en voor de eerstgemelde 6. per„ „zoonen, gelijk ook voor den soldaat Pieter van Dijk van welken ik in den secreeten brief van heden 311. spreeken moet, niets aan den gezaghebber Ruperti verstrekt, maar aan hem kennis gegeven dat zij hunne gewoone van tzoenen voor de loopende maand Septb: gezawelijk uit Comps. pakhuis hier in den beginne deezer . . deezer maand ontvangen hebben. § 132. op het aanhoudend verzoek van den Sipai Maaris Gassind die volgens eene aan mij vertoonde Acte op den 10. April 1781: te Samarang voor soldaat met de gagie van 2½. rds. ter maand voor 3. Jaaren in Comsps. dienst aangenoomen is en uit hoofde van des zelv Continueerende in dispositie, neem ik mij de vrijheid zijne verloo„ „sing van hier naar Malacca en ontslag vervolgens uit den ge„ „melden dienst te besolliciteeren. § 133. Ten besluite deezes in steer ik om eene zoo veel moge„ „lijk prompte voledoening van den nevensgaande Eijsch van pro„ „visien met de op heden hier zijnde restanten ter verstrekking aan de Bezettelingen voor de maanden October, Novb: en Dab: of het einde deezes Jaars benoodigt, en van de verdere daar bij gespecificeerde behoeften. En het de eeve met diep ontzag te zijn /onderstond/ WelEdel gestrenge Heeren en E. E. Heeren /lager / Uwer Wel Ed. Gestr. den Wild onderdanigsten en trouwschuldigsten dienaar /getekend/ C. G. Baumgarten /in margine/ Riouw den 15. Septb: 1788. daar onder P. S. Op het noment dat ik deezen ter afgaave wil sluiten ontvange ik een Charte billetje van den Wel Ed. Gestr. ^ in Heer Capitein Commandant Drillinger, waar zijn welEd„e mij onder anderen bedeeld dat de Luitenant Meijer / gezag„ „hebber van de bark de Standvastigheid/ verzogte omgeld voor zijne Equipagie, en dat ik daar over na Malacca ge„ „liefde te schrijven, dewijl dit 't volk aanmoedigde, ik vinde mij verpligt overzulks dit verzoek bij deezen nog eerbiedigst voor te draagen. Aan
English
24 Malacca To the Right Honourable and Right Worshipful Gentlemen Pieter Gerardus de Bruijn, Councillor Extraordinary of the Dutch East Indies as well as Outgoing, and Abrahamus Couperus, Incoming Governor and Director of the city and fortress of Malacca and its dependencies, along with The Council there. Right Honourable and Right Worshipful Gentlemen, and Worshipful Gentlemen! § 134 From the note at the end of the roll, received along with your Right Honourable and Right Worshipful, and Worshipful Gentlemen's esteemed letter of 28 July last, of the 59 Madurese who arrived here on the ship Rotterdams Welvaaren, which verbatim reads: The 61 persons listed above and overleaf have received one month's pay, as well as rations of rice and salt, calculated from the 1st to the end of July 1788, thus having no further claims, concluding that they had received in advance both their pay and their rations for the month of July, I paid them at the end of August only the pay for that month, and upon their objection to this, I explained to them that I was allowed to provide rations in advance, but no pay, and that since they had already enjoyed both in Batavia for the month of July, I could therefore only pay out to them the wages for the month of August. Notwithstanding this, they insisted that they were still owed another month's pay, and have since requested me to inform your Right Honourable and Right Worshipful, and Worshipful Gentlemen of this matter, as well as of the claim made by their Ensign Singo Leksono that he had each time received 12 Rds. per month in Ceylon and in Batavia, wherefore I find myself obliged most respectfully to do so by these presents. § 135. Furthermore, I find myself obliged most respectfully to submit to your Right Honourable and Right Worshipful, and Worshipful Gentlemen the supplication of the twelve Javanese stationed at Malacca on the ship Rotterdams Welvaaren, concerning the payment of their arrears of monthly wages. § 136. Having been informed upon my inquiry that among the European and Sepoy foot soldiers many were currently inclined to work on the rampart fort, in order to do everything possible to achieve its completion, I had it announced to them on the 14th of this month that those who were healthy and voluntarily inclined to work on the said fort would be exempt from guard duty during the day and would receive the stipulated extra pay of 3 st. per day; whereupon the Europeans immediately declared themselves ready to do so and reported to work the following day, but the Sepoys excused themselves from it. However, seeing clearly with several of them that they were speaking against their own inclinations, and having therefore on the 20th represented to their Captain Taspa Naik, among other things, that working on the fortifications was a proper soldier's duty and no more a disgrace for a soldier than cleaning and maintaining their weapons, etc., they likewise agreed to that work and on the 21st turned out to the number of 58 persons for it. Accordingly, during the day I withdrew all guards, including those at my residence and the not absolutely necessary sentry posts, and had the latter, insofar as they cannot be dispensed with, manned during the day by those who, owing to ulcers on their legs, can perform no other service; and I pray your Right Honourable and Right Worshipful, and Worshipful Gentlemen for a favourable approval of this further arrangement of mine. § 137. The Javanese Serioen, stationed under the company of Captain Thepoor, who was taken prisoner during the evacuation of Riau and was recently brought as a slave to Pulau Bulang to Raja Temenggong, having ransomed himself on the 1st of this month and having reported to me on the 7th thereafter, I placed him that same day on the bark De Waeker to perform ship's service for his keep, and therewith to cross over to Malacca to be at the disposal of your Right Honourable and Right Worshipful, and Worshipful Gentlemen. § 138. To the Palembang native Lutip, who arrived here on the 20th of this month, I have restored his vessel that had been seized here, along with the small items handed over to me by my predecessor. Wherewith I have the honour to remain, with due respect, Right Honourable and Right Worshipful Gentlemen, and Worshipful Gentlemen, your Right Honourable and Right Worshipful, and Worshipful Gentlemen's most humble and dutiful servant, signed C. J. Baumgarten. In the margin: Riau, 23 September 1788. Malacca To the Right Honourable and Right Worshipful Gentlemen Pieter Gerardus de Bruijn, Councillor Extraordinary of the Dutch East Indies as well as Outgoing, and Abrahamus Couperus, Incoming Governor and Director of the city and fortress of Malacca and its dependencies, along with The Council there. Right Honourable and Right Worshipful Gentlemen, and Worshipful Gentlemen! § 139. With the arrival on 24 September and the 2nd of this month of the sloop Jura and the bark De Waeker, I had the honour to receive your Right Honourable and Right Worshipful, and Worshipful Gentlemen's highly esteemed general and secret letters of the 8th and 27th of the first-mentioned month, and I take the humble liberty, on the occasion of the return to Malacca of the bark De Waeker alongside the penjajap Politon, in the first place to express my humble gratitude for all the approvals of my actions contained therein, the favourable condescensions, the authorities granted in response to my humble requests, and for the allowances to the suite of Amelong and Fireworks-master Schutz, of 15 Rds. per month, as a gratification for the supervision of the work on the fortifications entrusted to them, as well as for that by your Right Honourable and Right Worshipful, and
Dutch transcription
24 Malacca Aan de WelEdele Gestrenge Heeren Pieter Gerardus de Bruijn, Raad Extraordinair van Nederlandsch Indie mitsgaders Afgaande Abrahamus Couperus, Aan komende Gouverneur en Directeur der stad en Fortresse Malacca met dies ressort benevens Den Raad aldaar WelEdele Gestrenge Heeren, en E. E. Heeren! § 134 Uit het genoteerde aan het slot van de nevens uwer wel Ed. Gestr. en welEd„s geëerbiedigde missive van den 28. Juli G. C. ontvangen Naamlijste der met het schip Rotterdams welvaaren hier aangekomen 59. Madureesen, wordelijk luidende. De omme en boven staande 61. koppen hebben een Maandgagie, zoo mee„ „de vantzoenen rijst en zout ontvangen gereekent van Primo tot ultimo Juli 1788, dus verder niets meer te pretendeeren besluitende, dat zij zoo wel de gagie als de vantzoen voor de maand suli voor uit„ „ontvangen hadden, heb ik met ultimo Augs: naar de gagie voor die maand aan hun verstrekt, en op hunne beswaarnisse daar over„ hun beduid, dat ik wel de randzoen dog geen gagie voor uit ver„ „strokken mogt, en dat dewijl zij 't een en andere op Batavia reeds voor de maand suli genooten hadden overzulks de gagie eenelijk voor inde den b: en voor de Maand Augs. aan hun kande afbetaalen, dien ongeagt, dervisteerde zij dat hun nog eene maand besoeding Consteteerde, en hebben sedert aan mij verzoek gedaan om van dit een en ander zoo wel, als van het voor „geeven dan hunnen vaandrig Singo Leksono dat hij op Ceilon en op Batavia telkens 12. Ros. in de maand genooten hadt, aan uwe wee gost: en we Ed„s kennis te geven, waar door ik verpligt: den zulek op het eerbiedigste bij deezen te doen. § 135. Nog vinde ik mij verpligt aan uwer WelEd: Gestr. en Wel Ed eerbiedigst voor te draagen de supplicatie der twaalf Javaanen te Malacca op het schip Rotterdams wel vaaren geplaatst, om de exc„ „ging van hunne te goed hebbende maandgelden. § 136. op mijne navorsching geinformeerd zijnde, dat onder de Europesche en Apaijse Voezeskelingen tans veele tot den arbeid aan het bereden fort genegen waren, heb ik om alles wat mogelijk was in het werk te stellen ter voltooijing van hetzelve, op den 14. Courant hun laasten aanzeggen, dat zij die gezond waren en vrijwillig inclineerden aan het gemelde fort te arbeiden over dag vrij van wagt zijn en het bepaalde extraloon van 3. st: 's daags ontvangen zouden, waar op de Europeere zig direct daar toe bereid verklaarden en 's daags daar aan bij het werk kwamen dog de sipais zig daar van excuseerden maar aan verscheiden duidelijk bespeurdede, dat zij tegen hunne geneegenheid praekten en derhalven op den 20. aan hunnen Capitein Taspa Naik onder meer anderen voor gehouden hebbende dat het arteiden aan de fortificatien een eigenlijke bezigheid en eeven zoo min een scham voor ƒ 219. voor den soldant was als hit schoonmaaken en veirhouden hunner wapenen en ensz: besloten zij insgelijks tot die arbeid en gingen op den 21. ten gehalle van 58. koppen daar aan. Ik heb dien volgens alle wagten,/ daaronder ook die bij mijne wooning en niet absolut noodzakelijke schieder „posten overdag ingetrokken, en de laatsen voor zoo verre men ze niet excuseeren kan bij dog bezetten laaten met zulken die wegens ulieratien aan de beenen geen anderen dienst kunnen doen; En bidde uwe WelEd. Gestr. en welEd„s om eene gunstige goedkeuring van deeze mijne nadere schikking. § 137: De onder de Comp„e van Capitein Thepoor bescheiden, bij de ver„ „laating van Riouw gevangen genoomen en laastelijk naar Poetoe Boelung bij Radja Tommogong als slaast gebragt geweest zijnde Iavaan Serioen, zig met primo deezer gerantzoeneerd en op den 7. daar aan bij mij vervoogt hebbende, heb ik hem dien zelfden dag op de bark de waaker geplaatst om voor de kost scheeps dienst te doen, en daar mede ter dispositie van uwe Wel Ed. Gestr. en wel Ed„e naar Ma„ „lacca over te vaaren. §138. Aan den sub dato 20. Couran=t hier gearriveerden Palem„ „bunger Lutip heb ik zijn hier in beslag genomen vaartuig, en door mijnen Predecesseur aan mij overgegeven kleinigheden gevettitte„ 8 „eerd. Waar mede dereere heb met het verschuedigde ontzagte zijn /onderstond) Wel Edele Gestrenge Heeren JE E: E. Heeren Cla„ „ger/ uwer wel Ed. Gestr. en wel Ed„s onderdanigsten en trouwschul„ „digsten Dienaar /:getekend/ C: J: Braumegrten /in margine /. Riouw den 23. Septb: 1788. —. Aan erden aan Wel Ed te de Malacca Aan de wel Edele Gestrenge Heeren Pieter Gerardus de Bruijn, Raad Extraordinair van Nederlandsch Ordi mitsgaders Afgaande, en Abrahamus Couperius, Aankomende Gouverneur en Directeur der stad en fortresse malacca met dies ressort benevens Den Raad aldaar WelEdele Gestrenge Heeren en E. E. Heeren! § 139. Met de komste op den 24e eptb: en 2. Courant van den kosten Iura en de kark de waster heb ik de eere geheedt te ontvangen uwer welEd. gistr. en WelEd„e zeer geëerbiedigde gemeene en secreete brieven van den 8, en 27. der eerstgemelde Maend, en neeme mij bij gelegenheid dat de Bark de wasker benevens pantjallang Politon naar Malacca wederkeerd, de nedrige vrijheid in de eerste plaatze mijn ootmoedige dankbaarheid te betuigen van alle de daar in vervatte, goedkeuring mijner verrigtingen, goedgunstigen Condescentatien, in mijne nedrige versoeken ver„ „leerde qualificatien, en voor de toelaagen aan den suite nan Amelong en Vuurwerker Schutz, van 15. 7d0. ter maand, tot een douceur, voor het aan hun opgedraagen op zigt over 't werk der foctificatien, mitsgaders voor de door uwe Wel Ed: Gestr: en
English
and the arrangements devised by Your Honors and ordered to me by the general letter of 27 September 1799 for the speedy completion of the aforementioned work, of which I have immediately informed both the mandadors of the Chinese laborers and their captains, and continue to expect the best effect from it. Paragraph 140. The items sent with the mentioned cutter and bark have been properly accounted for here, and that portion which was suitable for the state frigate of war Hoorn has been delivered to that vessel, just as 161 rixdollars and 24 stuivers were paid out by me to the Right Honorable Captain Commandant Drillinger for 2584 pounds of carwaat, as evidenced by the receipts which I have the honor to present to Your Honors, together with a receipt from Captain Hartig for 304 rixdollars and 6 stuivers provided to him for two months' wages for 38 Europeans and half a month for 11 Chinese stationed on his vessel, the small ship de Hoop, and two expense accounts for repairs made to the bark de Standvastigheid and the pantjallang Franca, in the amounts of 17 guilders 14 stuivers and 3 guilders 2 stuivers 12 pennings respectively, with a request for authorization to write these various items off in the Riouw booklets. Paragraph 141. I beg Your Honors for a gracious pardon for the liberty I take in submitting to Your Honors' wiser judgment and favorable correction my humble opinion that in the long run it would not only prove much more profitable for the Company, but also serve to better preserve the health of the garrison and make their stay here more pleasant, if the barracks, guardhouses, and hospital that are to be constructed in the forts were built boarded with planks and roofed with atap instead of cajang mats, since mats exposed to rain and wind on an extraordinarily damp ground and in such a humid climate perish quickly and through other accidents soon rot away within a short time, whereby one is obliged to renew them constantly, now in one place, now in another, and the soldier is nevertheless miserably housed and suffers many hardships from wind and rain as well as from vermin, as I even experience daily in my own present dwelling; and therefore I solicit Your Honors' orders regarding this subject. Paragraph 142. Likewise I request Your Honors not only for the discharge from the Company's service of Tenkoc Toek Moetio, since he declares himself entirely incapable of performing the duties of warehouse overseer on account of his sect, but also that it may graciously please Your Honors to assign me, in place of such an employee who costs the Company 10 rixdollars monthly in addition to 40 pounds of rice, an assistant by whom both the supervision of the warehouse and the copying work can be performed alongside the sworn clerk. Paragraph 143. While I further submit to Your Honors the repeated requests of the surgeon Eggena to be favored with a third master to assist him in attending to the sick, both here on land and on the Company vessels lying in the river, which latter almost never have such a person on board; and to appoint thereto Johan Budda, stationed here as gunner, who served several years in this trade in Europe and according to the testimony of Eggena possesses the requisite competence for it, and is moreover a sober and well-behaved person. Paragraph 144. May it also please Your Honors to have the requisition of medications fulfilled in quantity at the first opportunity according to the number of the garrison and for a period of 4 to 6 months, which is presented herewith to Your Honors for that purpose, as well as and in particular as many of the 100 pieces of patjoes petitioned for in the requisition dated 15 July last as are in stock or have been prepared. Paragraph 145. In addition to some empty cooperage, a worn-out pump with its accessories from the small ship de Hoop has been shipped on the order of the Right Honorable Captain Commandant Drillinger in the bark de Waaker, to be repaired or replaced as soon as possible by a new one, and in the pantjallang Blizon likewise, to be exchanged for others, the unserviceable goods from the small ship de Jonge Oranjeboom specified in the bill of lading of this vessel. Paragraph 146. While I find myself obliged on this occasion to submit to Your Honors the complaints made to me privately a few days ago by Captain Hartig concerning the extremely poor condition of the vessel under his command, the aforementioned small ship, and to present for that purpose [illegible]
Dutch transcription
221 en wel Ed„s beraamde en bij gemeene Missive van den 27. Septb: 3. 99. mij in manditis gegeven schikkingen ter spoedige voetooijing van het even gedaijte werk, waar van ik direct, zoo wel aan de Mandadoors der Chineesen arbeiders, als aan hunne Capiteins het kennis gegeven, en 't best effect daar van blijf verwagten. 3140. Het toegezondene met de gemelde Kotter en Bark is hier behoorlijk verantwoord, en hetgene daar van geschikt was voor 's Lands fregat van oorloge Hoorn, is aan dien bodem afgegeven, gelijk ook aan den Wel Ed. Gestr. Heer Capitein Commandant Drillinger, door mijn zijn uitgekeerd rds. 161. 24. voor 2584. lb. Carwaat, blijkens de reci pissen, die ik de eere heb uwer Wel Ed. Gestr. en Wel Ed. aan te bieden, nevens een Recofis van den Capitein Hartig van aan hem verstrekte 7d8. 304. 6. tot twee maanden gagie voor 38. Europeers, en een halve maand voor 11. Chineesen of zijn onder rebbenden bodem het scheep„ „je de Hoop bescheiden, en 2. onkost-rekeningen van gedaane re„ en „paratien aan de bark de Standvastigheid pantjallang Franca, ten bedraagen van ƒ17. 14. - en ƒ 3. 2. 12. respective, met verzoek om qualificatie ter afschrijving van dit een en ander, bij de Riouwse boekjes. § 141. Ik bidde uwe Wel Ed. Gestr. en Wel Ed. om eene gratieu„ „se verschooning over de vrijheid, die ik mij neeme van aan uwer welEd. Gestr. en wel Ed. wijser oordeel en eene gunstige Correctie voor te draagen mijne nederige sustinu, dat 't voor de Comp„e op den duur niet alleen veel profijtelijker zoude uit komen, maar het ook ter botere Conservatie van de gezondheid der tezettelingen, en veraangenaaming van hun verblijf hier zal „bij strekken, indien de Casernen wagten en Hospitaal die in de de den a de forten moeten worden geextrueerd in plaatze van Kaaimakken met planken bescholken worden opgebouwd, en met atap gedekt, dewijl haar „natten voor reegen en wind blood staande op eenen buijten gemeene vogtigen grond, en in eene diergelijke luijt streek spoedig vergaan mitsgaders door andere toevollen binnen een korten tijden steer „ken raaken, waar door men verpligt is, gestadig dan op de eene dan weeder andere plaatse de zelve te vernieuwen en den soldaat egter elendig huisvest, en door wind en regen mitsgaders van 't ongedierte, gelijk ik zelfs in mijne tegenswoordige wooning dagelijks ondervindt, veele ongemakken tijdt, En ove „zulks uwer Wel Ed: Gestr en WelEd. orders omtrent dit sujet beve „liciteere § 142. Desgelijks verzoek ik uwer Wel Ed: Gestr: en Wel Ed„ niet alleen om het ontslag uit 's Comp„s dienst van den Tenlief Toer Moetio, dewijl hij verklaard tot de waarneeming der potst van pakhuis op zigter, uit hoofde zijner Secte ten eenenmaals buiten staat te zijn, maar ook dat het uwe Wel Ed. Gestr: en wel Ed„s goedgunstig gelieve te behaagen, mij in plaatsze va een zodaanig bediende die de Comp„e behalven 40. lb rijst 10. ro maandelijks kost, toe te voegen een Adsistent door welk zoo wel het opzigt over het pakhuis als he 2 Copie werk nevens den gezwooren Scriba kan worden verrigt. §143. Terwijl ik uwe Wel Ed. Gestr. en Wel Ed„s nog voor „draage de iterative instantien van den Chirurgijn Eggena om met eenen derde Meester te worden begunstigd tot het vede „nen nevens hem van de zieken, hier aan Land en op de in de 223 de rivier leggende Comp. Vaartuigen, welken laasten meest altoos geen zoodanig perzoon aan boord hebben; en daar toe aan te stellen den als Canonnier hier bescheiden Iohan Budda, die in Eurofa ver„ „scheiden Jaaren in dit metje geserveerd en volgens het getuige„ „nis va Eggena daar toe de vereijste bekwaarheid heeft, mits„ „gaders een rugteren, en zig wel competeerend persoon is. § 144. Het gelieve uwer welEd. Gestr. en Wel Ed: teffens te behaagen, bij eerste geleegenheid na maate van het getal der Bezettelingen, en voor den tijd van 4. A 6. maanden in quan„ „titeit te laaten voldoen den Eijsch van medicamenten, die uwer welEd. gestr: en wel Ed„s ten dien einde hier nevens werd aange„ „borden, zoo mede en in 't bijsonder zoo veele van de bij Eijsch in dato 15. Iulil. l. gepetitieoneerde 100. ps. patjoes, als 'er in voorraad, of in gereedheid gebragt zijn. § 145. Behalven eenig Leedig Vaakwerk, is op order van den Wel Ed. Gestr. Heer Capitein Commandant Drillinger in de bark de waaker afgescheept een uitgesleeten pomp met haar toebehooren van het scheepje de Hoop, om verboord, of zoo sac„ „dig mogelijk door een nieuwe geremplaceerd te worden, en in de Pantjallang Blizon meede ter afwisseling van andere de bij het Cognossement van dit vaartuig gespecificeerde onbekwaame goe„ „deren van het scheepje de Jonge Orangeboom. — § 146. Terwijl ik mij verpligt vinde bij deeze gelegenheid aan uwe welEd. Gestr. en welEd„s voor te draagen de klagten van Capitein Hartig aan mij in 't bijsonder voor eenige dagen gedaan, over de ten uitersten slegte gesteldheid van zijnen onder hebben „den bodem 't gemeld scheepje, en aan te bieden, een ten dien einde kaar besoe niet oer
English
finally, a request submitted to me by the Sub-Lieutenant at Sea and commander on the pantjallang the Tonijn, Houtman, for his discharge from the service. Section 147. The 214. -. rds. remitted by the Pay Bookkeeper Gerrit Zungel have been distributed pursuant to the orders of Your Right Honorable and Honorable Sirs by letter of 27 September 1802, except for 10. 12. - rds. belonging to the sailors Hendrik van Ligtenberg and Gerrit Lavoor, of whom the first is deceased and the second cannot be found here, and which 10. 12. –. rds. are accordingly returned with the receipted muster roll. Section 148. Departing for Malacca on the bark the Waaker is the sepoy Manis Gassinde, discharged from the Company's service, and, with the permission of the Right Honorable Captain Commander Drillinger, the bottle-mate Jan Croese stationed on the hooker the Eensgezindheid, for his recovery from an ailment contracted in his leg, from which he could not be cured on board. Section 149. After the dispatch of my reports of 15 September last, I had Captain Boea come to me on a certain day, seeking an opportunity to speak with him about the unfortunate accident that I had heard had befallen a certain Ong-Bonhoa and his vessel here, but I received from him just such an account as was set down in my aforementioned reports Section 126, with the assurance, without my showing or giving any indication of doubting it, that he could confirm this account of his with a hundred witnesses and the most solemn oaths. This made me decide to refrain, seeing that, from doing any further investigation among the Catongers. Captain Bieng told me he did not know the actual circumstances of the matter regarding Ong-Bonhoa, though he did know enough to say that they were not as Captain Boea usually recounted them, and he, Bieng, was also unable to point out to me the persons who could or would give a truthful statement here. In the meantime, there arrived on the bark the Waaker the Chinese Ong Tjoeko, who gave such an account of the matter as will appear to Your Right Honorable and Honorable Sirs from the accompanying declaration, if it please you; and since the 5 Chinese to whose testimony he, Ong Tjoeko, referred upon his writing here had already departed for Malacca on 23 September, and he could point out no one else to me, he returned on the bark the Waaker. At the same time, I am sending over on that vessel the Chinese Tay Sinkong, who is mentioned in the declaration of Ong Tjoeko, and whom I summoned in view of his cargo on a nearby island; and after he had first told me many different stories and immediately contradicted them again, he finally gave me the declaration that I submit herewith to Your Right Honorable and Honorable Sirs, with the request that I take him under my protection as he would otherwise come to harm here; therefore, I did not dare to have his declaration re-examined. I will, however, proceed in this matter to ascertain the truth. Meanwhile, I must note that Boea is extremely poor, or acts as though he is, and one can only get money from him with the greatest difficulty. The orders that Your Right Honorable and Honorable Sirs shall see fit to give...
Dutch transcription
einde aan mij overgegeven requst door den sous luitenant ter Zee, en gezaghebber op de Pantjallang de Tonijn Houtman, om zijn ontslag uit den dienst. § 147. De door den Zoldij boekhouder Gerrit Zungel overge„ „zonden rds. 214. -. zijn ingevolge uwer wel Ed. Gestr: en WelEd order bij brief van 27. Septb: 3102. gedistrubueerd, excepto ro„ 10. 12. - Competeerende de matroosen Hendrik van Ligtenberg, en Gerrit Lavoor, waar van de eerste overleeden, en de tweede hier niet te vinden is, en welke 7ds. 10. 12. –. over zulks met de gequiteerde Naamrol te rug gaan. § 148. Met de bark de waaker vertrekk naar Malacca den uit 's Comps dien st ontslaagen Sipai Manis gassinde, en met toestemming van den Wel Ed. Gestr. Heer Capitein Commandam Drillinger, die op den hoekerde Eensgezindheid bescheiden Boo „teliersmaat Jan Croese, ter zijner herstellinge, van een ver „kreegen ongemark aan 't been, waar van hij aan boord niet geneesen heeft kunnen worden. §149. Na de de peche mijner adviesen van den 15. Septb. E. l. liet ik op ze keren dag Capitein Boea bij mij koomen en zoo „te gelegenheid hem te onderhouden over 't ongelukkige ger dat ik vernoomen hadt, eenen ong-Bonhoa en zijn vaartuig hier overkomen te zijn, dog ik ontving van hem een evens zoodanig verhaal als bij mijne gemelde adviesen § 126. is ter neder gesteld, onder betuiging, zonder dat ik vertoo „de of blijken liet, eenigen twijfel daarin te stellen, da hij dit zijn verhaal met hondert van getuigen en de Solemneels te 225 Asvea J. S. / gewoonlijk vertelde, en hij Bieng ook buiten staat was mij de persoonen aan te wijzen die een waaragtig. Declaratoir hier zouden kunnen of willen geven Inmiddens arriveerde met de bark de waa„ „ker de Chinees dong Tjoeko, die van het een en ander in zoodanig verkoo„ verhaal gaf als bij het nevensgaande Declaratoir uwe WelEd. gestr en wel Ed„s des behaagende zal blijken, en dewijl de 5. Chineezen op welkers getuigenis hij ong. Sjoeko zig berief, op zijn schrijvens herwaare reeds op den 23. Septb: na Malacca vertrokken waren, en wij mij niemand meer wiste aan te wijsen keerd hij met de bark de Haaker terug. Terwijl ik met dien bodem teffens overzend den Cines deij Sinkong van welken in het Declaratoir van ong-Sjoeko gespro„ „ken word, en dien ik in stiete van zijn laading op een na bij ge„ „leegen Eiland ontboden en na dat hij eerst mij veele differente verhaalen gedaan, en dezelve momentelijk weder tegen gesprooken hadt, mij eindelijk 't Declaratoir gat dat ik uwe welEd. Gestr. en Wel Ed. hier nevens aan bied, met verzoek van hem in mijne protesie te willen neemen dewijl hij anders hier onge„ „lukkig was, derhalven heb ik zijn declaratoir niet durven laaten recolleeren. Ik. zal egter in deeze zaak voortvaaren na de waarheid en quoste te doen. Ondertusschen moet ik noteeren dat Hoea ten uitersten armoedig is, of zig zoo steld, en men van hem niet dan met de grootste moeijte geld kan krijgen. De orders die uwe WelEd. Gestr. en welEd. zullen goed„ dog wel zoo veel te weeten, dat zij niet zoodanig waren alze Capitein „guande dit Rijet eenig verder onderzoek bij de catongers te doen. Capitein Brieng zegde mij de eigentlijke omstandigheden der zaake van ong Bonhra niet, solemneels te eeden zoude kunnen bevestigen. Dit deed mij afsien, aan„ „vinden de met den einde aan mij overgegeven requst door den sous luitenant Zee, en gezaghebber op de Partjallang de Tonijn Houtman, zijn ontslag uit den dienst. § 147. De door den Zoldij boekhouder Gerrit Zungel over „zonden rds. 214. –. zijn ingevolge uwer wel Ed. Gestr: en W order bij brief van 27. Septb: 3102. gedistrubueerd, excepa 10. 12. - Competeerende de matroosen Hendrik van Sigten be en Gerrit Lavoor, waar van de eerste overleeden, en de tu hier niet te vinden is, en welke 7ds. 10. 12. –. over zulks n de gequiteerde Naamrol te rug gaan. § 148. Met de bark de waaker vertrekt naar Malaccar uit 's Comps. dienst ontslaagen Sipai Manis gassinde, en toestemming van den WelEd. Gestr: Heer Capitein Comman„ Drillinger, die op den hoekerde Eensgezindheid bescheiden „teliersmaat Jan Croese, ter zijner herstellinge, van een „kreegen ongemark aan 't been, waar van hij aan boord geneesen heeft kunnen worden. 3149. Na de depeche mijner adviesen van den 15. Sep l. l. liet ik op ze keren dag Capitein Boea bij mij koomen en „te gelegenheid hem te onderhouden over 't ongelukkige i„ dat ik vernoomen hadt, eenen ong-Bonhoo en zijn vaar„ hier overkomen te zijn, dog ik ontving van hem een eve zoodanig verhaal als bij mijne gemelde adviesen 51. is ter neder gesteld, onder betuiging, zonder dat ik ver „de of blijken liet, eenigen twijfel daar in te stellen, hij dit zijn verhaal met hondert van getuigen en de Solemneeld
English
could solemnly confirm under oath. This made me desist from conducting any further investigation among the Pitongers concerning this subject. Captain Bung told me that he did not know the actual circumstances of the case of Ong-Bonhra, but knew at least this much: that they were not as Captain Isvea usually related, and he, Bung, was also unable to point out to me the persons who could or would give a truthful statement here. Meanwhile, the Chinese Dry Tjoeko arrived with the bark De Waaker, who gave such a detailed account of the matter as will appear to your Honors if it pleases you from the accompanying declaration, and since the five Chinese whose testimony Ong-Tjoeko appealed to had already departed for Malacca on 23 September upon his writing, and he knew no one else to point out to me, he returned with the bark De Waaker. While with that vessel I also send over the Chinese Dey Sinkong, who is mentioned in the declaration of Ong-Tjoeko, and whom I had summoned in place of his cargo onto a nearby island, and after he had first told me many different stories and momentarily contradicted the same again, he finally gave me the declaration that I herewith offer to your Honors, with the request to take him into my protection as he would otherwise be unfortunate here; therefore I have not dared to have his declaration recollated. I shall, however, proceed in this matter to make inquiries into the truth. Meanwhile, I must note that he is extremely poor, or pretends to be so, and one can get money from him only with the greatest difficulty. The orders that your Honors shall see fit to give me concerning what I must further do in this matter, I shall most submissively await, and execute with the greatest promptness upon receipt. Paragraph 150. In conclusion of this, I still respectfully offer to your Honors the inventories delivered to me of the transfer of the barks De Waaker and De Standvastigheid, as well as the pantjallang De Bliton, to the naval lieutenant Meijer, and the boatmen Keer and Kreuger. While, after having commended your Honors as well as the Company's precious interests to God's unfailing protection, I have the honor to be with all due high esteem. Was signed: Right Honorable Valiant Sirs and Honorable Sirs. Below: Your Honors' most humble and dutiful servant. Signed: C. G. Baumgarten. In the margin: Riouw, 9 October 1788. Agrees: C. G. Klerk Checked by me: W. Klerk Copy Outgoing and Incoming General Letters to and from Pera, from the first of April to the end of October 1788. No. 9. To the Ensign Godhart Diedenhoven, Commandant of the Company's Possession at Pera. Request having been made by your letter of 19 March last and the petition sent alongside it to be discharged from the command, we have indeed consented thereto, but at the same time resolved, on the day of the handover of the Company's effects over there to your appointed successor, the Adjutant in the Malacca Garrison Christoff Walbeehm, who will depart thither with the galley De Griffioen, to have your pay discontinued, since you have not been there at Pera even a year and a half, and it has appeared very probable to us that not a weak bodily constitution as pretended by you, but other less admissible reasons, have caused you to proceed to the aforementioned untimely and to us disagreeable request. We expect the pantjallang Malaije, which brings you the demanded 10000 lb. of rice with this, back at the earliest with the tin on hand, and remain after greetings. Was signed: Your good friends. Signed: P. G. de Bruijn, A. Couperus, J. H. Hensel, F. Thierins, H. J. Wiederhold, C. G. Baumgarten, and G. Engel. In the margin: Malacca, in the Castle, 5 April 1788. To the Ensign Godhart Diedenhoven, outgoing, and the Ensign Christoff Walbeehm, incoming Commandant of the Company's Garrison at Pera. Honorable, Pious, The Military Ensign Christoff Walbeehm is now departing thither with the galley De Griffioen, in accordance with our prior notice of the 5th instant. The outgoing Commandant Diedenhoven must, after the arrival of his said replacement, remain there for another fourteen days, in order to instruct him accurately, both in the domestic or daily occurring matters, as in everything that further has or can have any relation to a good administration tending to the greatest advantage of the Company, and subsequently, in the presence of the Boatswain Coenraad Camervloch and Sergeant Barend Spiek, having made a clear transfer to him of the Company's office alongside the ships and dependencies, come hither with the galley De Griffioen. By the letters to the King and Sultan Muda, which we will let accompany this with copies of their draft for your perusal, notice is given of the change in the command of the Pera Garrison. We order you to deliver the letters, as well as the gifts belonging thereto, to the Court according to the custom on such an occasion. While we remain after greetings, was signed: Your good friends. Signed: P. G. de Bruijn, A. Couperus, J. H. Hensel, F. Thierins, H. J. Wiederhold, C. G. Baumgarten, and G. Engel. In the margin: Malacca, in the Castle, 14 April 1788. To the King of Pera Introduction according to custom
Dutch transcription
225 solemneels te eeden zoude kunnen bevestigen. Dit deed mij afzien, aan„ „gaande dit Rijesk eenig verder onderzoek bij de pitongjers te doen Cupitein Buing zegde mij de eigentlijke omstandigheden der zaake van ong- Bonhra niet, dog wel zoo veel te weeten, dat zij niet zoodanig waren alze Capitein Isvea JC. S. gewoonlijk vertelde, en hij Bung ook buiten staat was mij de persoonen aan te wijzen die een waaragtig Declaratoir hier zouden kunnen of willen geven. Inmiddens arriveerde met de bark de waa„ „ker de Chinees dry Tjoeko, die van het een en ander in zoodanig verkop„ verhaal gaf als bij het nevensgaande Declaratoir uwe WelEd. gestr en wel Ed„s des behaagende zal blijken, en dewijl de 5. Chineezen op welkers getuigenis hij ong. sjoeko zig berief, op zijn schrijvens herwaard reeds op den 23. Septb: na Malacca vertrokken waren, en hij mij niemand meer wiste aan te wijzen keerd hij met de bark de waaker terug. Terwijl ik met dien bodem teffens overzend den Cinees deij Sinkong van welken in het Declaratoir van ong-Tjoeko gesproo„ „ken word, en dien ik in stiete van zijn laading op een na bij ge„ „leegen Eiland ontboden en na dat hij eerst mij veele differente verhaalen gedaan, en dezelve momentelijk weder tegen gesprooken hadt, mij eindelijk 't Declaratoir gat dat ik uwe welEd. Gestr. en Wel Ed. hier nevens aan bied, met verzoek van hem in mijne protesie te willen neemen dewijl hij anders hier onge„ „lukkig was, derhalven heb ik zijn declaratoir niet durven laaten recolleeren. Ik zal egter in deeze zaak voortvaaren na de waarheid en quoste te doen. Ondertusschen moet ik noteeren dat Hver ten uitersten armoedig is, of zig zoo steld, en men van hem niet dan met de grootste moeijte geld kan krijgen. De orders die uwe WelEd. Gestr. en wel Ed. zullen goed„ „vinden 80 „vinden aangaande hetgene ik verder in deezen doen moet, aan rij te geeven zal ik rederigst affwagten, en na verkrijging met de grootste promp „tute executeeren. § 150. Ten Resuite derzes biede ik uwde Wel Ed: gestr: en Wele nog eerbiedig aan, de aan mij bezorgde Inventarissen van het trans „sort der Barken de wenker en de Standvastigheid mitsgaders de pantjallang de Bliton, aan den luitenant ter Zee Meijer, en de bood „lieden keer en kreuger, Terwijl ik na uwe WelEd. Gestr. en Wel Ed. mitsgaders Comp dierbaare belangen in godes onveilbaare hoede bevoolen te hebben met alle verschuldigde hoogagting de eere heb te zijn. /onderstood Wel Edele Gestrenge Heeren en E. E. Heeren /lager/ Uwer WelEd. Gecr en Wel Ed„s onderdanigsten in trouwschuedigsten Dienaar /getekend C. G. Baumgarten /in margine/ Rioun den 9. October 1788. — Accordeert din Jaak C. G. Klerk 1 ƒ geeven Fromt Nagezien door mij W. Hterk Copie Iijegaane en Aangekomen Gemeene Brieven naar en van Pera, Sedert primo April tot ultimo Oc¬ „tober 1788. No 9. 227 Aan den Vaardrig Godha vV Diedenhoven Commandant van Comp„s Bezitting Pera Bij UWE brief van den 19. Maart: El: en het daar nevens overgezonden Request verzoek gedaan zijnde, om uit het Commandement ontslagen te worden, hebben wij daarin wel bewilligd dog teffens besloten met den dag „van Comps der overgaave „ der effecten ginderaarden tot Uwe ver„ vanger benoemden Adjudant in het Malaccasche Gurri„ Soen Christoff Walbeekm, die med de Galer de Griffiven naarderwaarts zal vertrekken UWE: gage te laaten afschrijven, dewijl UWE. nog geen anderhalf daar te Pera gewust, en het ons zeer waarschijnlijk voor„ gekomen is, dat niet eene zwakke lighaam Hlonsti„ tutie door UWE: voorgewind, maar andere minder admissible redenen, UWE. tot het voorschreven ontijdig en ons onangenaam verzoek hebben doen overgaan. wij verwagten de Pantjallang Malaijve, die UWE met diezen aanbrengt de geeischte 10000 lb. vijff ten spoedigsten te rug met het aan handen zijnde tin en blijven na groete /:onderstond:/ UWE: goede Vrienden /:getekend:/ P: G: de Bruijn, A. Coupe„ rus, J. H. Hensel F Thierins, H. J: Wirderhold; C: G. Baumgarten, en G: Pngel /:in margine:/ Malacca in het Casteel den 5. April 1758. Aan den Vaandrig Godhart Diedenhoven Afgaanden en Den Hl: Vaandrig Christoff Walbeehm Eerzaame, Vroome, Aan te Eerzaame, Vroome, De H: Vaandrig militair Christoff Walbecke vertrekt tans volgens ons praeadries van den 5: cou„ rant met de Galee de Griffiven naar derwaarts. De Afgaande Commandant Die denhoven moe na de Aankomste van zijnen gemelden vervange nog veertien dagen ginder blijven, om denzelven nauwkeuriglijk te onderrigten, zoo wel in de huishoudelijke of dagelijks voorvallende zaake alsin al butgene, hetwelk verder eenige rilatie heeft of kan hebben tot een goed en ten meesten v deele van de Compagnie strekkend bewind en oer volgens ten bijweezen van den Bootsman Conraa Camevloch en sergiant Barend Spiek, aan hem een liquid transport gedaan hebbende van Compt Comptoir benevens der hapen dependentien, met de galei de Griffioen herwaarts komen: Bij de Brieven aan den koning en sulthan Morda welken, wij met de afschriften van der zelver ontwerp tot UWE. speculatie deezen ver„ zillen laaten, wordt van de verandering in het commandement der Prasche Bezetting kennis gegeven. Wij gelasten UWE. om de Brieven, ge„ lijk ook de daar toe behoorende geschenken, naar het Gebruik bij zulk een gelegenheid ten Hove te bestellen. Terwijl wij na groete blijven (:on derstond:/ UWE: Goede Vrienden /:getekend:/ P. G. de Bra A. Couperus, J. H. Henhel, F. Thievens, H. J. Werderhol C. G. Baumgartin, en G: Pungel /: in margine:/ Malacc in het Casteel den 14. April 1755 Aan den koning van Sira Inleidingnaar Gewoonte Aankomen den Commandant van Comps. Bezetting te Pira
English
229 As the Commander of the Company's post at Pera, Godhard Dirdenhoven, has repeatedly made a request to us to be relieved from there on account of his sickly and weak bodily constitution, we have had to consent to this, albeit reluctantly, and are therefore sending the Ensign Christoff Walbich thither to replace the said Vredenhoorn. Just as we have now recommended this Wilbechm, who has been appointed Commander there and is of a good character and knowledgeable in the Malay language, to live in the best friendship and harmony with our Friend and his Grandees of the realm, as well as to please them in all things as far as is consistent with his duty, so we also expect and request of our Friend and his Grandees of the realm that they will receive him with affection, interact with him trustfully, listen to him when he proposes something on our behalf, and, like true allies of the Company, vigorously support him in devising and executing measures that may serve the promotion of mutual interests, which are now needed more than ever. For on this occasion we cannot fail to express our greatest astonishment at the present, by no means laudable, delivery of tin; and although we do not wish to expatiate on this matter, nor to remind our Friend and his Grandees of the realm further that the Company has sufficient power at hand to enforce the contracts concluded and dutifully sworn with it—which it, for its part, has always strictly observed—also from the side of its allies, if it did not prefer to maintain the effect of these treaties by gentle means rather than by means ruinous to country and people, we must nevertheless leave it to the judgment of our Friend and his Grandees of the realm whether it is in any way consistent with equity that the Company, now that it has, at the persistent request of our Friend, rebuilt a fort at Perae at great expense and maintains a garrison there for the security of our Friend, is deprived by the transport to Poeloe Knang of the tin, for which it stipulated the exclusive trade and which it has always paid for promptly in cash; and whether it is not more than probable that those who now pay a higher price for the tin than the Company does, merely to make themselves masters of it, will, as soon as they have achieved this aim, dictate terms both in the tin trade and in all other trade of the Perak realm. We trust that our Friend and his Grandees of the realm will consider these matters maturely and make provision against them before it is too late. Meanwhile, as a token of the Company's sincere heart, we send herewith: For our Friend: 1 piece of Chinese red-striped fabric 1 piece of Bengal Doria 2 pieces of fine chintz, and 8 lb. of spices. For Radja Bindhara: 2 pieces of fine chintz, and 4 lb. of spices. For the Orangkaija Bazaar: 1 piece of chintz 4 lb. of spices. 231 For Radja Tommogong: 1 piece of chintz 4 lb. of spices. And for the Laxamana: 1 piece of chintz 4 lb. of spices. Written in the Fortress of Malacca on 14 April 1755. In the margin was: Company's seal stamped in red sealing wax; underneath, by order of the Honourable Governor and the Council, signed: C. G. Baumgarten. To Sulthan Moeda at Pera, introduction as usual. Upon the repeated request of the Commander of the Dutch garrison at Pera, Godhard Didenhoven, to be relieved from there on account of his sickly condition, we are sending to replace him the Military Ensign Christoff Walbechm, who is a person of good character, knowledgeable in the Malay language, and also holds the promise of being agreeable to our Friend and continually giving satisfaction as far as his duty permits. We trust that our Friend will not only receive the said Commander Wulbechm with affection and assist him in all things, but above all will cooperate to vigorously prevent the export of Perak tin to Poeloe Pnang and elsewhere. Meanwhile, we send to our Friend, as a token of the Company's goodwill: 1 piece of Chinese fabric 2... [text breaks off] ruinous to country and people, we must nevertheless leave it to the judgment of our Friend and his Grandees of the realm whether it is in any way consistent with equity that the Company, now that it has, at the persistent request of our Friend, rebuilt a fort at Perae at great expense and maintains a garrison there for the security of our Friend, is deprived by the transport to Poeloe Knang of the tin, for which it stipulated the exclusive trade and which it has always paid for promptly in cash; and whether it is not more than probable that those who now pay a higher price for the tin than the Company does, merely to make themselves masters of it, will, as soon as they have achieved this aim, dictate terms both in the tin trade and in all other trade of the Perak realm. We trust that our Friend and his Grandees of the realm will consider these matters maturely and make provision against them before it is too late. Meanwhile, as a token of the Company's sincere heart, we send herewith: For our Friend: 1 piece of Chinese red-striped fabric 1 piece of Bengal Doria 2 pieces of fine chintz, and 8 lb. of spices. For Radja Bindhara: 2 pieces of fine chintz, and 4 lb. of spices. For the Orangkaija Bazaar: 1 piece of chintz 4 lb. of spices.
Dutch transcription
229 Door den Commandant van Comp„s Bezittingte ƒ Pira Godhard Dirdenhoven bij hierhaaling aan ons verzoek gedaan zijnde, om uit hoofde van zijne Zie„ kelijke en zwakke lighaams Constitutie herwaarts verlost te worden, hebben wij daar in hoe wel ongaar„ ne moeten bewilligen en zinden derhalven den vaandrig Christoff Walbichi naar derwaards om gemelden Vredenhoorn te vervangen. Gelijk wij nu deezen tot Commandant ginder aangestelden Wilbechm, die van een goed Curactent en der Malertschen taale kundigis, gerecommandeerd ƒ hebben om met onzen Vrienden zijne Rijk sij voo„ ten in de beste Vriendschap en harmonie te leeven mitsgaders hun in alles te believen, zoo veel het met zijn pligt voereenkomt, verwagten en verzoe„ „ ken wij ook van onzen vrienden zijne Rijk sijvor„ ten dat zij hem met genegenheid zullen ontvan„ gen, vertrouwend met hem omgaan, na hem hoo„ ven wanneer hij onzintwegen iets voordragt, en al hije trouwe Bondgenooten van de Comp„e hem kragtdaadiglijk ondersteunen in het beraamen en uitvoeren van middelen de tot bevordering„ van wederzijdsche belangen strekken kunnen, en tans mier dan ooitnoodig zijn. Want wij kunnen bij deeze gelegenheid noet 4 onderlaaten onze grootste verwondering te betuigen, over de presente niet roemen zwaardi„ ge Liverancie van Tin; En schoon wij ons diend„ wegen niet in het breede uitlaaten nog onzen en Vrienden zijnen Rijksgrooten nader indagtig n„ maaken willen, dat de Comp„e genoegzame v„ magt aan handen heeft, om de met haar gesloot ten en pligtiglijk bezwooren Contracten, die rag„ zij van haare zijde altoos stipt heeft opgevolgd, ook van de zijde haarer Bondgenooten te doen na„ komen, indien zij niet livoer door zagte dan voor land landen volk ruincusi middelen op het effect dier verbonden verkoos te blijven staan, wij moeten nogtans aan het eijgen ordeel van onzen Vriend en zijne Rijksgrooten overlaaten, of het met de billijkheid eenigzins bestaan baar is, dat de Compagnie, nu zij op het aanhoudend ver„ foek van onzen vrienden met zwaare kosten weder een fort te Perae aangelegd heeft en 'er eene Bezitting ter beveiliginge van onzen Vriend onderhoudt, door den vervoer naar Poeloe Knang beroofd wordt van het tin, waar van ziden pri„ rakoin handel bedongen, en hetwelke zij altoos prompt in contant betaald heeft = En of het niet meer dan waar schijnlijk is, dat zij die nu een hooger prijs dan die de Compagnie voor het ten betaalen, eenlijk om zig daar meester van te maaken zoodra zij dit hun oogmerk be„ reikt hebben, niet de wet zullen stellen, zoo wil in den tin als in allen anderen handel van het Rrasihe Rijk. Wij vertrouwen dat onzen Vrienden zijne Rijks¬ grootin het een en ander rijpelijk zullen voer„ wegen en daartigen voorziening doen, voor dat het te laatis. Ondertusschen zenden wij ten teeken van Compagnies Juiver hart hier nevens Voor onzen Vriend. 1. —. vol Chinasche roodgestrepte Hof 1. –. ps Bengaalsche Doerias 2: —. „ fijne Chitzin, en 8. –. lb. specerijen Voor Radja Bindhara 2. –. ps. fijne Chitzen en 4. –. lb. Spicerijen Voor den Orangkaija Bazaar 1. –- ps Chitsen 4. –. lb. spicerijen 231 1. –. ps. Chitsen 4. –. lb. spicerijen En voor den Laxamana 1. –. ps Chitsin 4. –. lb. specerijen Voor Radja Tommogong Thamat geschreven in de Fortresse Malacca den 14. April 1755. /:in margine stond:/ Comps. Zegel gedrukt in roodlak (:daar onder ter ordonnancie van den Edelen Heer Gouverneur en den Raad /:getekend) C. G. Baumgarten Inlieding naar Gewoonte Op het herhaald verzoek van den Commandant der Nederlandsche Bezetting te Pera, Godhard Didenhoven om wegens zijne zickelijke staat van daar verlost te worden, zenden wij ter ver„ vanginge van denzelven den Vaandrig militair Christoff Walbechm die een persoon is van goed Caractevan der Muletschen taale kundig hebben„ de ook de apparentie voor zig dat hij onzer Vriend aangenaam weezen en steedsgenoegen geeven zal zoo veel zijn pligt het toelaat. Wij vertrouwen dat onze Vriend niet alleen den gemelden Commandant Wulbechm met genegen„ heid ontvangen en in alles bijstaan maar voor„ al mede werken zal om den uitvoer van het Perasche tin naar Poeloe Pnangen elders krag„ tiglijk beletten Ondertusschen zenden wij aan onzen Vriend ten teeken van Comps wel meenendheid 1. –. vol Chinasche stof Aan Sulthan Moeda te Pra, e o en die voor 2. landen volk ruincusi middelen op het effec verbonden verkoos te blijven staan, wij moete nogtans aan het eijgen ordeel van onzen Vrie en zijne Rijkhgrooten overlaaten, of het m de billijkheid eenigzins beHaan baar is, da de Compagnie, nu zij op het aanhoudend de foek van onzen vrienden met zwaare ko weder een fort te Perae aangelegd heeft en 'er Bezitting ter beveiliginge van onzen Vrie„ onderhoudt, door den vervoer naar Poeloe Rna beroofd wordt van het tin, waar van ziden vakvin handel bedongen, in hetwelke z altoos prompt in contant betaald heeft het niet meer dan waar schijnlijk is, dat zij nu een hooger prijs dan die de Compainie het ten betaalen, eenlijk om zig daar meel van te maaken zoodra zij dit hun oogmerse reikt hebben, niet de wet zullen stellen, wel in den tin als in allen anderen handel het Prasihe Rijk. Wij vertrouwen dat onzen Vrienden zijne Rijs grooten het een en ander rijpelijk zullen voe„ wegen en daartegen voorziening doen, voor het te laatss. Ondertusschen zenden wij ten teeken van Compagnies Zuiver hart hier nevens Voor onzen Vriend. 1. —. vol Chinasche roodgestrepte Hof 1. –. ps Bengaalsche Doerias 2:—. o fijne Chitzin, en 8. –. lb. specerijen Voor Radja Bindhara 2: –. ps. fijne Chitzen en 4. –. lb. Spicerijen j Voor den Orangkaija Buzaar „. - - ps Chitsen 4. –. lb. spicerijen :
English
231 1 piece of chintz 4 lb. of spices And for the Laxamana 1 piece of chintz 4 lb. of spices Tamat Written in the Fortress of Malacca the 14th of April 1755. In the margin stood: Company's seal pressed in red sealing wax. Below it by order of the Honorable Lord Governor and the Council. Signed: C. G. Baumgarten Customary Introduction Upon the repeated request of the Commander of the Dutch garrison in Pera, Godhard Diedenhoven, to be relieved from there on account of his sickly condition, we send in his replacement the Military Ensign Christoff Walbechm, who is a person of good character, knowledgeable in the Malay language, having also the prospect that he will be agreeable to our friend and always give satisfaction as much as his duty permits. We trust that our friend will not only receive the aforementioned Commander Walbechm with affection and assist him in all things, but above all will cooperate to forcefully prevent the export of Pera tin to Poeloe Pinang and elsewhere. Meanwhile, as a token of the Company's goodwill, we send to our friend: 1 piece of Chinese silk To Sulthan Moeda in Pera, For Radja Tommogong 2. Tamat 2 pieces of chintz, and 4 lb. of spices Written in the Fortress of Malacca the 14th of April 1755. In the margin stood: Company's seal pressed in red sealing wax. Below it: by order of the Right Honorable Lord Governor and the Council. Signed: C. G. Baumgarten, secretary. To the Respected Military Ensign Christoff Walbechm Commander of the Company's garrison in Pera Honorable, Pious, Upon the return of the galley the Griffioen, we received your letter of the 5th of this month, and we were pleased to see thereby that a clear transfer of the Company's post, along with the inventories, was made to you by the former Commander there, Godhart Diedenhoven. The soldier Anthonij Meniau has been increased to 13 guilders in pay, as appears from the enclosed document. To the gunners Jan Hendrik and Domingo Cornelis we grant the requested relief, and send in their place with the galley the Griffioen Matthius Lodrigos and Manuel de Costa. The requested necessities are also supplied with that vessel, as per the bill of lading. If you have no expectation that the intake of tin will now proceed better than has been the case for some time, you must send back 4000 Spanish reals of the cash in hand with the galley the Griffioen. After greetings, we remain. Below stood: Your Good Friends. Signed: P. G. de Bruijn, A. Couperus, J. A Hensel, F. Thierens, C. G. Baumgarten, and G. Pungel. In the margin: Malacca in the Castle, the 29th of May 1755. 233 To the Respected Military Ensign Christoff Walbeekm Commander of the Company's garrison in Pera Honorable, Pious, The galley the Griffioen, which arrived here on the 22nd of this month with your letter of the 15th preceding, returns with the necessities required by you, as per the bill of lading. We have caused the 3 corporals and 3 soldiers sent over with that vessel, who with four other privates had absented themselves from the Company's fort to desert to Poeloe Pinang, but were caught and brought in through the faithful assistance of the Laxamana, to be punished according to their deserts; and we desire that you shall also send the remaining four hither at the first opportunity, but by contrast retain with you the 2 corporals and 5 privates arriving with the Griffioen. Whatever you may have paid to the people of the Laxamana as a reward for their diligence in pursuing the aforementioned men, you can enter into the specification, as well as the arms and gear that you did not recover with those men, in order to be written off subsequently in the Pera account books. Meanwhile, it serves for your information and notice that the first undersigned of this having obtained an honorable discharge from his chief administration, the second has been elected as Governor and Director here on the coast. After greetings, we remain. Below stood: Your Good Friends. Signed: P. G. de Bruijn, H. Couperus, F. Thierens, J. H. Hensel, C. G. Baumgarten, and G. Pungel. In the margin: Malacca in the Castle, the 28th of June 1755. To the Respected Military Ensign Christoff Walbeckm Commander of the Company's garrison in Pera Honorable, Pious, Upon your request presented by letter of the 16th of July last on behalf of the drummer Willem Wijnand, and the soldiers Pieter Johannes van der Plaas and Laurens Markgraaf, as well as the gunners Anthoni de Rosairo, Manuel de Silva, and Bitriand Rabahio, we grant them their relief to come hither, sending you in their place with the galley the Griffioen 3 other soldiers and 3 gunners, made known in the roll drawn up thereof. We are content with your conduct held toward the young king of Hangenoor, who had been at Pera with some vessels, and likewise approve both the inspection of those vessels and the taking over of the tin in inkwells found therein at the price of 32 Spanish reals per bahar, without wishing to give more, since the payment here of 35 Spanish reals per bahar for that sort of tin can constitute no reason to pay as much for it in Pera as well. What was required by you is supplied with the aforementioned galley, as per the bill of lading. During the presence here of the first undersigned Governor, your letters must be addressed to him and the second undersigned, who according to our letter of the 28th of June has been elected Governor. After greetings, we remain. Below stood: Your Good Friends. Signed: P. G. de Bruijn, A. Couperus, F. Thierins, J. A. Hensel, D. Runde, and G. Pungel. In the margin: Malacca in the Castle, the 15th of August 1755.
Dutch transcription
231 1. –. ps. Chitsen 4. –. lb. spicerijen En voor den Laxamana 1. –. ps Chitsin 4. –. lb. spicerijen Thamat geschreven in de Fortresse Malacca den 14. April 1755. /:in margine stond:/ Comps. Zegel gedrukt in roodlak /:daaronder ter ordonnancie van den Edelen Heer Gouverneur en den Raad /:getekend/ C. G. Baumgarten Inleeding naar Gewoonte Op het herhaald verzoek van den Commandant der Nederlandsche Bezetting te Pera Godhard Diedenhoven om wegens zijne zickelijke staat van daar verlost te worden, zenden wij ter ver„ vanginge van denzelven den Vaandrig militair Christoff Walbechm die een persoon is van goed Caractevan der Mulectschen taale kundig hebben„ de ook de apparentie voor zig dat hij onzer Vriend aangenaam weezen en steedsgenoegen geeven zal zoo veel zijn pligt het toelaat. Wij vertrouwen dat onze Vriend niet alleen den gemelden Commandant Wulbechm met genegen„ heid ontvangen en in alles bijstaan maar voor„ al mede werken zal om den uitvoer van het Pirasche ten naar Poeloe Pnangen elders krag„ tiglijk beletten Ondertusschen zenden wij aan onzen Vriend ten teeken van Comps wel meenendheid 1. —. vol Chinasche stof Aan Sulthan Moeda te Pra, Voor Radja Tommogong „ 2. Thamat 2. –. ps. Chitzen, en 4. –. lb. specerijen Geschreven in de Fortresse Malacca den 14. April 1755. /:in margine stond:/ Comps. Zegel gedrukt in roodlak (:daaronder:/ ter ordonnancie van den Wel Edelen Heer Gouverneur en den Raad /:gete„ kend:/ C: G. Baumgarten sech. Aan den R: Vaandrig malatair Christoff Walbech m Commandant van Comps. Bezetting Pira Bij retour van de galei de Griffeoen hebben wij ontvangen UWE. brief van den 5: diezer, en ti sons aangenaam geweest daar bij te zien, dat een liquid Transport van Comps: Comp„ toir, benevens die hopen de pensentien aan UWE: gedaan was door den gewezen Commandant ginder God hart Die„ denhoven. De soldaat Anthonij Meniau is tot 13. -. gls. in gage verbeterd blijkens de overgaand Acte. Aan de Busschaiters Jan Hendrik en Domingo Corne„ lis accordeeren wijde verzogte verlossing, en zenden in hunne plaatze met de Galei de Griffioen Matthius Lodrigosen Munuel de losta. Ook worden met dat vaartuig voldaan de geeischte benodigdheden blijkens lognosiement. zoo UWE: geene verwagting heeft, dat 't met der in„ ƒ tuam van tin nu beter zal toegaan, dan sedert eeni„ gen tid geschied is, moet UWE: van de aan handen hebbende Contanten 4000: –. Sp: riaalen met de galeide Grif„ fiven te rugzenden. Wij blijven na groete /:onderstond:/ UWE Goede Vrienden /:getekend:/ P. G. de Bruijn, A. Couperus, J. A Hensel, F. Thierens, C. G. Baumgarten, en G: Pungel /: in Eerzaame, Vroome, mar„ te 233 margine:/ Malacca in het Casteel den 29. Mai 1755. Aan den R: Vaandrig militair Christoff Walbeekm Commandant van Comps. Bezetting Eerzaame, Vroome, De galeide Griffioen, die op den 22. deezer hier gearriveerd is met UWE: brief van den 15. bevoorens, keert te rug met de door UWE: gevorderde benodigdhe„ den, blijkens Cognosiement. Wij hebben de met dat vartuig overgezonden 3. Corpo„ raals en 3. soldaaten, die met vier andere Gemeenen zig uit Comps. fort hadden geabsinteerd, om naar Poeloe Pinang te deserteeren, maar door den getrouwen bijstand van den Laxamana waren geattrapeerd en opgebragt, naar verdiensten laaten afstraffen en begeeren dat UWE. de vier overigen ook bij eerste gelegenheid herwaarts zal zenden, dog duaren tegen bij UWE aanhouden de met de Griffiven overkomende 2. Corporaals en 5. Gemeenen. wat UWE. aan 't volk van den Laxamana mogte hebben betaald, ter belooninge van hunnen vlijt in't na zetten van de gemelde manschappen, kan UwE bij„ de specificatie zoo wel opbrengen, als 't gewaeren wa„ pentuig, dat UWE: met die manschappen niet heeft we„ dergekregen, om vervolgens bij de Prasche Boek„ jes afgeschreven te worden. Ondertusschen dient tot UWE: in formatie en na„ rigt dat, den eersten ondertekenaar deezes eene honoruble dimissie uit zijn hoofd bewind verkre„ gen hebbende te tweede tot Gouverneuren Di„ „ recteur hier ter kuste geeligeerd is. Wij blijven, na groete /:onderstond:/ UWE. Goede Vrienden /:getekend:/ P:s G. de Bruijn, H. Couperus, F. Thierens, J. H. Hensel, C: G. Baumgarten, en G. Pungel /:in margine:/ Malacca in het Custeel den 28. Iuni 1785. Aan Pera # 29 ius ge n Aan den Pl: Vaandrig militair Christoff Walbeck m Commandant van Comps. Bezetting Pira #c Op UWE. bij brief van den 16. Juli laastleden voor„ gedragen verzoek van den Tamboir Willem Wijnand, en de soldaaten Pieter Johannes van der Plaas en Laurens Markgraaf, mitsgaders de Busschieters Anthoni de Rosairo, Manuel de Silva, en Bi¬ triand Rabahio, staan wij hun toe hunne verlos„ sing naar herwaarts, laatende UWE: in hunne plaat„ ze met de Gulei de Griffiven 3 andere militairen in 3. Busschirters toekomen, bij de daarvan opge„ maakte Naamlijste bekend gesteld. Wij zijn content met UWE. gehouden gedrag omtrent den jongen koning van Hangenoor, die met eenige vaar„ tuigen te Kra was aangeweest, en approbeeren mede zoo wel de visidatie dier vaartuigen, als de overnee„ ming van daar in gevonden ten aan inkt kokers tot den prijs van 32. –. Sp: reaalen voor de baar, zonder meer te willen geeven, alzoo de betaaling hier van 35. sp: re„ aalen voor de baar van dat soort van tin geene reden kan uitmaaken om daar voor te Sra ook zoo veel te be„ taalen. Wat door UWE. geeisiht is wordt met de gemelde ga„ lei voldaan, blijkens Cognosiement. Geduurende taan weezen hier ter plaatze van den eerst ondergetekenden Gouverneur moeten UWE: brieven aan hem en den tweeden ondertekenaarge¬ rigt worden, die volgenhonzen brief van den 28. Juni tot Gouverneur geligeerd is Wij blijven na groete /:onderstond:/ UWE: Goede Vrienden /:getekend:/ P. G. de Bruijn, A. Cou perus„ f: F. Thierins, J. A. Hensel, D. Runde en G. Pur„ gel /: in margine:/ Malacca in het Casteel der 15. Augs. 1755. Eerzaame, Vroome, Aan
English
235 To the Honorable Ensign of the Military Christoff Walbeek, Commander of the Company's Garrison in Pera Honorable, Pious, Upon receiving the news that in the Strait of Calang a fleet of about 40 small and large native vessels has been seen, presumably belonging to the armament from across the straits, we have ordered the Captain of the cutter the Patriot, which is being sent out with the Pantjallang the Philippine to cruise around the Sambilangs until October 5, to first gather information as to whether any of the said pirate vessels are located in the Pera river, and, if so, to drive them away from there for the security of the Company's Garrison. We hereby give your honor notice thereof for your information and remain after greetings beneath your honor's Good Friends signed P. G. de Bruijn, H. Couperus, F. Thierens, J. H. Hensel, D. Ruhde, and G. Pungel in the margin Malacca in the Castle September 4, 1755. To the Ensign of the Military Christoff Walbeek, Commander of the Company's Garrison in Pera Honorable, Pious, With the galley the Griffioen, which arrived here on the 5th of this month, we have received your honor's letter of August 26. The said vessel departs again from here with 2 native gunners for the service of the Garrison, whose names are mentioned in the list accompanying this. Your honor also receives some further necessities, as shown by the bill of lading drawn up for them. We cannot grant your honor's request to deduct the weight of the canassers in which the sugar last sent to your honor was contained, since your honor was sent 600 lb. net, and the Master also claims that the gross weight was well over 600 lb., wherefore we require a further exact statement thereof, and at the same time authorize your honor to write off the shortfall found at that time, for which amount the account of the Master, after deduction of the allowance granted to him, will be debited. From our letter of September 4 of this month, sent to your honor with the cutter the Patriot, which has its cruising post in the vicinity of the Sambilangs, your honor has been able to see the reason for that cruising, and since we have received information here that the well-known Prince Raja Ali, formerly living on Riouw, is the one who showed himself in the Strait of Calang, that he has been to Selangor and from there is said to have departed for Pulau Pinang, we also hereby give your honor notice of this; with orders to be on your guard through the most vigilant care for the interest of the Company and the security of the Pera Garrison, and to put yourself in a position to be able to foil and counter the cunning designs that he and others ill-disposed toward the Company might have. We remain after greetings beneath your honor's Good Friends signed P. G. de Bruijn, H. Couperus, F. Thierens, J. A. Henzel, D. Ruhde and G. Pungel in the margin Malacca September 15, 1755. Below that P.S. The soldiers Andries Wuyrhel, Matthijs Tannenberg and Pieter Vilman, who have requested their discharge, may come hither with the galley the Griffioen, and to fill their places the 3 others who depart with the said vessel shall remain with your honor. To the Honorable Ensign of the Military Christoff Walbeek, Commander of the Company's Garrison in Pera 237 Honorable, Pious, The galley the Griffioen has brought us your honor's letters of September 16 and 21 last. We approve the precaution that your honor takes of having all native vessels entering the river of Pera anchor a cannon shot below the fort to be inspected, and we order your honor to fire with live ammunition directly at the vessels that wish to approach contrary to your honor's prohibition, regardless of what kind of vessels they are, because the untrustworthy people from across the straits who roam over there cannot be trusted at all. It having appeared to us from the declaration sent over that the canasser and sack of sugar received by your honor with the galley the Griffioen weighed no more gross than 592 1/2 lb., whereas they had to weigh 631 lb. gross, and that thus there was a shortage of 38 1/2 lb. on the net weight of 600 lb., we shall validate 6 lb. thereof to the Master of the said vessel and charge the remaining 32 1/2 lb. to his account, so that your honor must account for 561 1/2 lb. of the said 600 lb. We remain, after greetings beneath your honor's Good Friends signed P. G. de Bruijn, H. Couperus, F. Thierens, J. H. Hensel, D. Ruhde, and G. Pungel in the margin Malacca in the Castle October 10, 1755. Agrees Jan Zaal First Sworn Clerk
Dutch transcription
235 Aan den H: Vaandrig militair Christoff Walbeekm, Commandant van Comps: Bezetting Eerzaame, Vroome, Op de bekomen tijding dat in de straat Calang zolov; ten van omtrent 40. kleine en groote inlandsche vaar„ tuigen gezien zijn, denkelijk van de overwalsche uit„ rusting, hebben wij den Capitein van de kotter de Patri„ of, die met de Pantjallang de Philippine wordt uitgezon„ den om afmaan de sumbilangste kruissen tot den 5. Octobr:, gelast eerst informatie te laaten neemen, of eenigen van de gemelde roofvaartuigen, zig in de Pe„ rasche rivier bevinden, en, zoo ja, hun van daarte ver drijven, ter beveiliginge van Comps. Bezetting. by deezen Wij geeven UWE. daar van overzulkh kennis tot UWE: narigt en blijven na groet /:onderstond:/ UwE: Goede Vrienden /:getekend:/ P. G. de Bruijn, H. Cou„ pirus, F. Thierens, J. H. Hensel, D. Ruhde, en G. Pungel /:iin margine:/ Malacca in het Casteel den 4. Septembr: 1755. Aan den Vaandrig militair Christoff Wulbeek m Commandant van Comps. Bezetting Eerzaame, Vroome, Met de galeede griffioen die den 5. deezer alhier gearriveerd is hebben wij UWE. brief van den 26. Augs: ontvangen Gemeld kieltje vertrekt weder van hier met 2. inlandse Busschieters ten dienste der Bezetting wilkersnaamen in't /: deesen verzellend:/ Lijstje gemeld staan Ook ontvangt UwE. eenige verdere benvrigtheden blijken het daar van geformeerd Cognosiement In UWE verzoek om 't gewigt der Canasser waarin, Pera Pera de tting 00 ha asen PPieters nBi ti o M ent h der e be„ reden p: ve„ meer den Juni 2 ven t de laast UWE: toegezonden zuiker geweest is, te mogen aftrekken, kunnen wij niet bewilligen, dewijl UWE: b00. Hb. nettristaegezonder, en den Gezaghebber ook voorgeeft dat Bruta gewigt wil meer dan boo„ Hb. geweest is, waarom wij eene nadere exacte opgaave daarvan requireeren, en U We tiffensqualificeeren om de bevonden minderheid als dan afte schrijven, voor welkh bedraagen de Rekening van der ge zaghebber, na aftrek van de hem toegeHaane Vali„ datie, belast zal worden. Uitonse boief van den 4. Septbr: deezer, met de kol„ ter de Putriot, die om streckh de sambilangs zijne krurspost heeft, UWE: toegezonder, heeft UWE. de reden van die bekruissing kunnen zien, en dewijl wij alhier narigt bekomen hebben, dat de eertijd T op Riouw woonende, zier bekende Prins Radja Ali, die gene is, die ziy in straat Calang vertoond heeft, dat hij op slangeroor is ijewast en van daar na Poeloe Pinangzou vertrokken zijn, geeven wij UWE. hier van ook by deezen kennis; met order om door de waakzaamste Jorgen, voor 't belangder Com„ pagnie en de veiligheid der Prasike Bezetting op UWE: hoede te zijn en zig in staat te stellen om de listige disseinen, die hij en anderen, omtrent de Comp: kwalijk geintentioneerd, mogten hebben te kunnen verijdelen en tegen te gaan. Wij blijven na groete /:onderstond:/ UWE. Goede Vrienden: /getekend/ P. G. de Bruijn, H. Coupe„ rus, F. Thievens, J. A. Henzel, D: Ruhde en G. Pungel /: in margine Malacca den 15. Septbr: 1755. /: daaronder:/ P. S. De Soldaaten Andries Wuijrhel, Matthijs Tannenberg en Pieter Vil¬ man, die om hunne verlossing verzogt hebben, kunnen met de Gulei de Griffiven herwaarts komen, en ter vervulling hunner plaatze bij UWe. blijven de 3: anderen, di met 't ge„ melde kieltje vertrekken Aan 237 Eerzaame, Vroome, De Galer de Griffioen heeft ons aangebragt UWE: brieven van den 16. en 21. Septbr: Cl. Wij kiurende voorzorggoed, die UWE: gebruikt van alle inlandsche vaartuigen, die de rivier van Rra inkomen, op eenen Cunonschoot beneden 't fort te laaten ankeren, om gevisiteerd te worden, en be„ veelen UWE. om op de vaartuigen, die tegen UWE: verbod nader willen komen, direct met scherp te schieten, onverschillig wat 't ook voorvaar„ tuigen zijn, de wijl 't voorzugtig volk van de overwal, dat ginder zwerft, in 't geheel niet vertrouwd. kan worden. Bij de overgezonden Verklaaring ons gebleken zinde, dat de met de Galei de Griffioer bij Uwe ontvangen, kanasser en zak met zuiker niet meer bruto gewogen hadden, dan 592.½ lb, daar zijbouto morsten weegen 631. lb. , en dat dul op 't netto gewigt van 6ov: lb te min waren geweest 38½ lb. zul„ len wij daar van b. Htaanden Gezaghebber van 't gemelde vaartuig valideeren en de overige 32½. t. hem oprekening doen stellen, zoo dat U WE. van de gemelde boots verantwoorden moet 561. 4 lb. Wij blijven, na groete /:onderstond:/ UWE: Goede Vrienden /:getekend/ P: G. de Bruijn, A. Coupe„ rus, F. Thierins, F. H. Hinsel, D. Runde, en G: Pungel /:in margine/ Malacca in het Casteel den 10. Octobr: 1755. Accordeert Pra Aan den R Vaandrig militair Christoff Walbeeh m Commandant van Comps. Bezetting Han Zaak E. G. Klerk mogen 1 hebben boo. opgaave iceeren r Ge Vali kol inen UWr. milk dat de Radje tvord daar ver wi rder ter zetting ell veh en Com¬ om 7 r 7 Caasz t5 te
English
To the Right Honorable, Severe Lord, Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of this city and Fortress of Malacca, etc., etc., together with the Council of Policy there. Right Honorable, Severe Lords, Honorable Lords, The pencalang Malaijer having arrived here on the 19th of this month, by which were received Your Right Honorable, Severe worshipful letters of 5 April, along with 18000 pounds of rice as shown by its invoice, although 56 pieces of straw sacks were delivered short. I immediately had the pencalang unloaded of its brought cargo, so as not to cause delay, since I had no tin on hand and could not obtain any yet, so I had the pencalang undertake its return voyage again on this date. The Company's cash balance, after dispatching this, remains at 5640 Spanish reals. The undersigned remains most grateful to Your Right Honorable, Severe worship for his relief from here. Furthermore, I have the honor to present to Your Right Honorable, Severe worship the accompanying papers and have the honor to call myself with all respect, underwritten: Right Honorable, Severe Lord and Honorable Lords, lower: Your Right Honorable, Severe worship's humble and dutiful servant, signed: G. Diedenhoven. In the margin: Perak, 22 April 1755. To the Right Honorable, Severe Lord and Honorable Lords, The galley De Griffioen having arrived here on 22 April with Your Right Honorable, Severe worship's letter of the 14th of the same month, with which Ensign and Commander Christoff Walbeehm arrived safely and well. The following day we had His Highness informed thereof and requested an audience, which was granted to us on 26 April. The letters of Your Right Honorable, Severe worship were received with proper honors, but to their contents nothing was answered verbally by His Highness or Sultan Muda. The first undersigned, pursuant to Your Right Honorable, Severe worship's orders, has handed over to his successor the fort and other goods belonging to the Honorable Company stored here, in good condition, of which we have the honor to present the accompanying transfer inventory to Your Right Honorable, Severe worship. Likewise, the first undersigned, in accordance with Your Right Honorable, Severe worship's orders, has instructed his successor in domestic matters and daily occurrences, as experienced by him during his presence here, and how the same must be governed. The soldier Anthonij Miniau of Gassum very humbly requests Your Right Honorable, Severe worship for his promotion from 9 guilders to 13 guilders upon a new term of three years. Two Portuguese gunners, Jan Hendrik and Domingo Cornelis, request their relief from here; the second undersigned requests Your Right Honorable, Severe worship for two others in their place. To the Right Honorable, Severe Lord Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the city and Fortress, etc., etc., together with the Council there. On the 4th of this month, His Highness and Sultan Muda had the letters for Your Right Honorable, Severe worship delivered to us, along with 553 pounds of unrefined tin for the trade. The galley De Griffioen undertakes its return voyage again on this date. The Honorable Company's cash balance, after dispatching this, remains at 8289 Spanish reals. Furthermore, we take the liberty to present to Your Right Honorable, Severe worship such papers as listed in the accompanying register, and have the honor to call ourselves with all respect, underwritten: Right Honorable, Severe Lord, lower: Your Right Honorable, Severe worship's humble and dutiful servants, signed: G. Diedenhoven and C. Walbeehm. In the margin: Perak, 5 May 1755. Translation of a Malay letter written by Sultan Alauddin Mansur Shah Iskandar Muda, King of Perak, to the Right Honorable, Severe Lord Governor and Director of the city and Fortress of Malacca, with its dependencies, together with the Council. Received 10 May 1755. The Christoph Walbeehm appointed by my friend as commander in place of the relieved Ensign Godhart Diedenhoven has arrived here in good health, from whose hands I have received with joy a letter accompanied by the following gifts from my friend: 1 roll of striped Chinese silk cloth, 1 piece of Bengali doreas, After the usual introduction: 2 pieces of fine chintz, 8 pounds of spices. To Raja Bendahara: 2 pieces of chintz and 4 pounds of spices. To Orang Kaya Besar: 1 piece of chintz, 4 pounds of spices. To Raja Temenggong: 1 piece of chintz, 4 pounds of spices. To the Laksamana: 1 piece of chintz, 4 pounds of spices; which pleasant presents have been accepted by us as a token of true affection. From the said letter I have understood that my friend has knowledge that the tin from here is being transported to Pulau Pinang. This does not happen with my knowledge, and upon discovery I will not only confiscate the same, but also have the smuggler punished according to his deserts. It appears that people nevertheless transgress my strict prohibition, while I, as long as the sun and moon give their light, shall not depart from the contract. If possible, I request that my friend please raise the price of the tin to 44 Spanish reals per bahar, since I have learned that in Pulau Pinang 48 Spanish reals are paid for it; if my request finds any favor with my friend, it will be pleasing to me to be informed thereof in due time. In conclusion, having a token of sincere affection, I offer to my friend: From me, 8 pieces of tin; From Raja Bendahara, 8 Spanish reals; From
Dutch transcription
239 Aan den Wel Edelen Gestrengen Heer, Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneur en Directeur dezer stad en Fortresse Malacca Ac: &tc: bene„ vens den Raad van Politie aldaar WelEdele Gestrenge Heeren E. Heeren De Pantjallang Malaijer den 19. deezer alhier gearriveerd zijnde waar mede ontvangen U Wel Ed: Gibtr. gevenereerde Letteren van den 5. April neffert 18000 ponder Rijst zoo als dies factuur heeft aan„ getoond Edog sb. ps. Htroozakken te min uitgeleverd. Terstond hebbe de pantjallang laaten ontlossen van zijne aangebragte laading, om niet op te houden vermits ik geen tin aan handen hadden en ook reet konnen magtig worden zoo hebbe de Pant„ jallang zijne te rugrijze wederom laaten aanree„ men op datum diezer, Comps: Cussa blijft na afgaan deezer nog groot 5640. sp:s reaalen Den ondergetekende blijft ten hoogsten dankbaar aan UWelEd: Gestr: voor zijn ontslag van hier. Verders hebbe de here U Wel Ed: Gestr: hier neffens gaande papieren aan te presenteeren en hebbe de Eere om mij te noemen met alle Eerbied /:on„ derstond:/ Wel Edelen Gestrengen Heer en h: Heeren /:lager:/ Uwel Edele Gestrenge onder„ daanige pligtschuldige Dienaar /:getekend:/ G. Diedenhoven /:in margine:/ Pera den 22. April 1755. Aan Wel Edele Gestrenge Heer en E. Heeren, De Galie de Griffioen op den 22 April alhier met UWelEd: Gestr: Missive van den 14. dito arriveerd zijnde, waar mede behouden en wel overgekomen den H. Vaandrig en Commandant Christoff Wal„ bechm Wij hebben 's anderen dags zijn thoogheid daar van laaten verwiltigen en om Hu dientzlaaten verzoeken, dewelke ons op den 26. April verleend is geworden, de brieven van UWelEd: Gestr: zijn met behoorlijke Eerbewijzing ontfangen, Edog op dieh inhoud is van zijn Hoogheid nog sulthan Morda mondelijkh riets geantwoord. Den eersten Tiekenaar heeft volgens U Wel Ed: Gestr: orders het fort en verdere alhier berusten„ de goederen van de E: Comp=e in eenen goeden welstand aan zijn vervanger overgegeeven, waar van wij de Erve hebben hier neffens gaande Trans„ port U WelEd: Gestr: aan te presenteeren. Almeede heeft de eerste seekenaar zijnen ver„ vanger volgens U Wel Ed: Gestr: orders in de huis„ houdelijkezaaken, en dagelijksche voorvallen onderrigt zoo hem bij zijn aanweezen alhier ge„ beurt, en hoe hetzelve moet geregeert worden. De soldaat Anthonij Miniau van Gassum, ver„ zoe ht zier ootmoedig aan U Wel Ed. Gestr: om zijne verbitering van J. 9. op ƒ. 13. op een nieuw ver„ band van drie Jaaren. Twrie Portuga se Busschieters van Hendrik en Domingo Cornelis verzoeken om haare ver„ Aan den Wel Edelen Gestrengen Heer r Pieter Gerardus de Bruijn, Gouverneur en directeur der stad en Fortresse &c: etc: benevens den Raad aldaar lossing 274 lossing van hier, den tweede teekenaar verzoekt aan U Wed: Gestr: om twee andere in dies plaats: Op den 4. deezer heeft zijn Hoogheid en Lulthier Mer¬ da ons de brieven voor U WelEd: Gestr: neffen s 553. por„ den ongezuiverd tin tot Likenkagie laaten ter handstillen. De Gulei de Griffioen neemt op datum deezer zijne te rugrijze wederom aan, 's E. Comp=s kassa blijft na afgaan diezer nog groot 8289. Sp: reaalen. Verders neemen wij de voijheid U WelEd: Gestr zoodanige papieren aan te presenteeren als hier neffens gaande Register dicteert en hebben de here ons met alle Eerbied te noemen (:onderstond:/ Wel Edelen Gestrengen Heer /:lager:/ U Wel Ed: Geshr: onderdaanige en pligtschuldige Dienaaren /:getekend/ G. Viedenhoven en C. Walbeehm /in margine:/ Pera den 5. Mai 1755. Translaat, Malatsche missioe geschreven door sulthan Hlaidier Mansoer Cha Ikandar Moeda koning van Pira, aan den Wel= Edelen Gestrengen Heer Gouverneur en Directeur der stad en Fortresse Malacca met die Inehort, benevens den raad Ontvangen den 10. Mai 1755. Den door mijnen Vriend tot Commandant in plaat„ ze van den verlosten Vaandrig Godhart bie denhoven aangestelden Christoph Walbeehm is hier in een goede staat gearriveerd, uit wiens handen ik met blijdschap ontvangen heb een brief verzeld van de volgende Geschenken van mijnen Vriend 1. -. vol gestreepte Chinasche zijde stof, 1. –. ps. Bengaalsike Doorias Na gewoone inlijding 2. -. ps. Heer 5 e Wal „ er d met a leerd n r v 7 zijne „ 3 ing 2. –. ps fijne Chitzer 8. –. lb. specerijen Aan Radja Bindhara 2. –. ps. Chitjen en 4. –. lb. specerijen Aan Orangkaaija Bazaar 1. –. ps. Chitsen 4. -. lb. Specerijen Aan Radja Tommogong 1. –. ps. Chitsen 4. –. lb. specerijen Aan den Laxamana 1. –. ps. Chitsen 4. –. lb specerijen; welke aangenaame presenten, als een blijk van waare genegenheid door ons geaccepteerd zijn. Uitgemelden brief heb ik verstaan dat mijn Vriend kinnis heeft dat 't tin van hiernaar Poeloe kinang ver„ voerd wordt, dit geschiedt met mijn weeten niet in zal bij ontdikking hetzelve niet alleen confisqueeren maar ook den sluiker doen straffen naar verdiensten 't schijnt dat men mijn streng verbod dog overtreed, ter„ wijl ik zoo lang zon en maan haaren schijn zelgeven van 't Contract niet afwijken zal. zoo 't mogelijk is, verzoek ik dat mijn Vriend de prijs van 't fin gelieve te verhoogen tot 44. sp: reaalen de baar nademaal ik vernomen heb dat men te Poeloe Pinang 48. sp: reaalen daar voor betaald; bij al„ dien mijn verzoek eenig gehoor bij mijnen Vriend vind, zal mij aangenaam zijn in tids daarvan ver„ wettigd mogen wiezen. Met stot een blijk van Juroere verklaerdheid hebbende beede ik mijnen Vriendaan Van mij 8. –. Hukken sins van Radja Bendhara 8. –. Sp. reaalen van
English
243 ½ picol of tin from the Tommogong ½ picol of tin and from the Laxamana ½ picol of tin. Requesting that my friend may please accept this with affection. Tamat. Written on the 26th day of the month Rajab in the year 1202, being 2 May 1755. Thus translated according to the statement of the ordinary interpreter Codja Mahomet. Underneath was written: Malacca, in the Castle, 11 May 1755. Lower: By me, signed: J. van Haak, First Sworn Clerk. From Orang Kaya Maharaja. Translation of a Malay letter written by Sultan Muda to the Right Honourable, Valiant Sir, Governor and Director of the city and fortress of Malacca with its dependencies, alongside the Council. Received 10 May 1755. Introduction as customary. The person of Christoph Walbeehm, who has arrived here in place of the relieved Commander Godhart Dirdenhoorn, has handed me a letter accompanied by the following gifts from my friend, consisting of: 1 piece of Chinese silk fabric, 2 pieces of chintz, and 4 lb. of spices, which gift I have received with pleasure and the customary deference. My friend says he has knowledge that tin is being transported from here to Pulau Pinang; this does not happen with my knowledge, neither by me nor by my subjects. If I should discover such, I shall not only confiscate that mineral, but also have the smuggler punished according to his merits, while on my part I shall not break the contract concluded with the Company as long as the sun and moon give their shine. If it is possible, I request that my friend please raise the price of tin to 44 Spanish reals per bahar, considering that on Pulau Pinang they give 48 Spanish reals per bahar, and if it were possible, to counter the smuggling of that mineral from here to the aforementioned place by an increase in price, and at the same time to serve as relief for me in my present sorrowful state. I have nothing as a token of life except genuinely ½ picol of tin, with the request that my friend please accept this. Tamat. Written on the 26th day of the month Rajab in the year 1202, being 2 May 1755. Thus translated according to the statement of the ordinary interpreter Codja Mahomet. Underneath was written: Malacca, in the Castle, 11 May 1755. Lower: By me, signed: J. van Haak, First Sworn Clerk. To the Right Honourable, Valiant Sir, Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the city and fortress etc., alongside the Honourable Council there. Right Honourable, Valiant Sirs and Honourable Sirs, Your Right Honourable Valiant Sirs' very respected letter sent with the galley De Griffioen reached me on 10 June, alongside the requested supplies, just as the invoice indicated. The two gunners Mattijs Lodericus and Manuel de Costa, who were sent, have arrived safely here; in their place the two gunners Jan Hendrik and Domingo Cornelius are returning. To my greatest regret I must communicate to Your Right Honourable Valiant Sirs that on 18 May last, three corporals and seven ordinary European soldiers deserted to the south, having faithlessly abandoned their watches and posts, namely Corporal Jan Hendrik Visser, Fredrik Markgraff, and Cornelius van der Bosch, the privates Jan van Dooren, Ignatius Jacobus de Pauw, Christiaan Michael, Fredrik Verdicg, Jacob Chaffat, Marten Hekman, and Philip Dubois. They also took the Company's scouting prahu, 9 grenadier muskets, 8 grenadier cutlasses, 9 ordinary cartridge pouches, and 312 live cartridges. Of the aforementioned, Corporal Jan Hendrik Visser had the watch, and Jacob Chaffat, Marten Hekman, Fredrik Verdicg, Ignatius Jacobus de Pauw, and Jan van Dooren deserted from their sentry posts, of whom the last opened the ammunition chest and took 204 pieces from it, besides having 12 pieces in his cartridge pouch. I immediately had the Laxamana asked for two manned vessels, which he sent me at once, and they departed immediately to overtake the deserters. But they put up a defense, and the Laxamana had given his people orders not to seize them with violence, but if possible, to keep them sleepless until they were utterly exhausted, and only then overpower them. However, that failed on account of three pirates who were cruising in front of the bay of Dinding, for our deserters had landed in the bay. They had to retreat to look for another opportunity, when our deserters departed from the bay toward the river of Bernam. The Laxamana's vessels were too close behind them, so that they, after much [illegible]
Dutch transcription
243 ½ picolten van den Tommogong ½. picolten En van den luxamana ½ picolten. Verzoekende dat mijn vriend zulks met genegenheid gelieve te accepteeren. Thamat geschreven den 26. dag der maand Radjabin't jaar 1202. Zynde den 2. Mai 1755. Aldus getranslatierd volgens opgaave van den ge„ woonen Tolk Codja Mahomet /:onderstond:/ Malac„ ia in het Casteel den 11. Mai 1755. /:lager:/ door mij /:getekend:/ I: van Haak, E: G. klerk van Trangkaaija Bazaar Translaat, Maleitsche Missive geschreven door den sulthan Moeda„ aan den WelEdelen Gestrengen Hheer Gouverneur en Directeur der stad en fortresse Mulacca met dies resort, benevens den Raad Ontvangen den 10. Mai 1755. In leiding naar gewoonte De persoon van Christoph Walbeehm die in plaatze van den verlosten Commandant Godhart Dirdenhoorn herwaarts aangekomen is, heeft mij een brief verzeld gaande van de volgende presenten van mijnen Vriend overgelangd, bestaande in 1. –. rol Chinasche zide stof 2. –. ps. Chitzen, en 4. –. lb. kopecerijen, welk geschenk ik met aange„ naamheid en de gewoone eerbtwijzing ontvan„ gen heb: Mijn Vriend zegt kenniste hebben, dat 't tin van hier naar Poeloe Pnang vervoerd wordt, dit geschardt met mijn wieten niet, nog door mij nog door myhe en teerd ee nHen GG 1 „ heid is r n en van mijne Onderdaanen, zoo ik zulks mogt ontdesch zal ik dat mineraal niet alleen Confisqueeren maar ook den sluiker naar meritis doen stra terwijl ik van mijne kant 't met de Comp=e geslooden Contract niet zal verbreeken zoo lang zon en maar haa ren glansgeeven. Indien 't mogelijk is, verzoek ik dat mijn Vriend de prijs van sten gelieve te verhoogen tot 44. sp: reaal di baar, gemerkt men op Poeloe Sinang 48. Sp: reaalen v de baar geeft, en was 't mogelijk 't slucken van dat mineraal van hier naargemelde plaats door ver„ hooging van Prijs tegen te gaan en mij teffens in mij nintegenwoordigen bedroefden staat tot Loulaa te doen strekken. Ik heb niets ten tekendeslevens dan eerlijk ½ picolten, met verzoek dat mijn Vriend dit geleeve te accepteeren. Thamat Geschreven den 26. dag der maand Radjab in't Jaa 1202. , Zijnde den 2. Mai 1755. Aldus getranslateerd volgens opgaave van den ge„ woone Tolk Codja Mahomet /:onderstond:/ Malaxcca in het Casteel den 11. Mai 1758. /:lager / door mij /:getekend:/ J. van Haak E. G. klerk Aan den Wel Edelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneur en Directeur der H en fortresse Ac:eto: benevens den E. Raad aldaar Wel Edele Gestrenge Heeren en E: Heeren, U Wel Ed: Gestr: zier gerespecteerde litteren met de Galei de Griffiven zijn mijn op den 10. Juni gewe den, nevens de geeischte benoodigtheden, zoo als t factuur quaam te dicbieren De twee Busschickrs Mattijs Lodericus en Manuel de Costae, zijn gezonden wel hier aan ge 245. gekomen in dies steede gaan weder te rug de 2. Bus¬ schieters Jan Hendrik en Domingo Cornelius. Tot mijne grootste leedwiezen moet ik U Wel Ed: Gestr: communiceeren, dat op den 18. Mai J„ l„t naar zua„ van zijn gediserteerd, haare wugten en posten trouw¬ loos verlaaten hebben, 3. Corporaals en 7: gemeene Europeese Militairen als Corporaal Jan Hendrik Visser, Fredrik Murkgraft en Cornelius van der Bosch, de gemeene Jan van Dooren Ignatius Jacobus de Sieu„ Christiaan Michael Fredrik Ferdicb, Jacob Chatbale, Marten Hekman, en Philip Dubois, hebben mede genomen 's Comps. Schepprauw, g. geweeren Gra„ radiers, 8. ps. houwers granadiers, 9. ps. pattroon„ tassen ordinair en 312. ps scherpe patroonen van de bovengemelde heeft Corporaal Jan Hendrik Ves¬ serde wagt gehad en Jacob Chuttau, Martin Hekman Fredrik Verdicsch, Ignabius Jacobus de Pau en Jan van Vooren, zijn van haare schildwagten gedesir„ teerd, daar van heeft de laaste de Patroon kist geopenden 204. ps. daar uitgenomen ^ buiten zijn 12. ps. in zijn Paetroontas hebbende. Ik heb direct den Laxamana laaten vraagen om 2. bemande vaartuigen dewelke hij mijn ter stond gezonden, en ook direct vertrokken om de Diserteurs te agterhaalen, maar zij hebben zig ter weer gesteld en de laxamana had hun orders ge„ geven haar lieden niet met geweldaan te vatten maar zoot mogelijk was, schlaploos te houden, tot dat zij ten eenen maale vermoeit waren als dan zig haare bemagtigen, maar dat mi slukt zijnde van wegen 3. Zieroovers de voor de baaij van ding ding kruisten, want in de baaij waaren onze De serteurs geland moetter zig te rug trekken om een ander occasie te zoeken, doen onze De„ Sirteurs uit de baaij naar de rivier van Bernarg vertrokken, den laxamana zijne vaartuigen waren al te kort agter haar zoo dat zij zig naar veel ot desch eer ven Stra slooden an han endde sp. reaal aalen v van dat rver in mij Poulaar Jaar ge¬ cca Hoe er n
English
much resistance saw themselves forced to surrender to them, whom they also brought back to me at the fort on the 21st of May with the Company's skiff, along with their weapons, of which one piece of firearm and some gear are missing, as this attached list shows. I asked those persons why they had deserted, but none of them could answer me, whereupon I asked again whether they wanted to account for themselves here or at Malacca, whereupon they declared to account for themselves here, whereupon I interrogated them the following day, as the accompanying interrogation shows. Of the aforementioned men I have detained 4 privates here, and released them from arrest without punishment until further orders from Your Right Honorable, in order not to weaken the fort completely; 3 corporals and 3 privates I send herewith over to Your Right Honorable, whom I consider to be the ringleaders, requesting Your Right Honorable to accommodate me with 3 other corporals and 3 privates. The galley De Griffioen having arrived, the Commander immediately came ashore and reported to me that he had experienced heavy weather on the voyage, that he had a small leak, and also lost an eyebolt under the bowsprit, which he remedied here; for the eyebolt I had to pay one and a half Spanish reals, whereupon he reported to me that everything was repaired again. I have let the galley De Griffioen on the date of this resume its return voyage; it is loaded with 4971 lb of pure tin, and 4000 Spanish reals; more tin I could not obtain; the Company's treasury, after the departure of this, still remains strong by 3508 Spanish reals; the garrison, except for the drummer, are all in good health through God's blessing. Furthermore, I take the liberty to present to Your Right Honorable such papers as the accompanying register dictates, calling myself with all respect, Right Honorable Sir and Honorable Sirs, Your Right Honorable's humble and dutiful servant, signed, C. Wilhelm, in the margin: Perak, the 15th of June 1755. To the Right Honorable Sir, Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the city and fortress etc. etc. together with the Council there. Right Honorable Sirs and Honorable Sirs, The galley De Griffioen having arrived on the 5th of this month with Your Right Honorable's honored and very respected dispatch of the 28th of June, along with the requisitioned necessities as the invoice dictated. The 2 corporals and 5 privates arrived over in fresh health, and are going back again. The 4 remaining deserters Fredrik Ferdisch, Philip Jacobus du Bois, Johan Christiaan Michel, and Martin Hekman, the drummer Willem Wijnands, the soldiers Pieter Johannes van der Plaas and Lourens Markgraft, together with the gunners Anthonij de Roleiro, Manuil de Silva, and Bitriano Rabasio, most humbly beg for their release. The young King of Selangor arrived here before the garrison on the 27th of June with 4 perahu balang manned with 79 heads, but not much artillery; below the fort another 12 pieces lie at anchor; upon his arrival I had the Laksamana notified thereof, who also immediately came to the fort; I immediately had the perahu balang inspected, except for the perahu balang the young King was in, on the word of the Laksamana, he asking me very politely with the word of truth to have nothing laden but some military supplies, since he was destined for Aceh to assist the King there on account of his domestic troubles; he had a letter to His Highness here to request a well-manned perahu balang from His Highness, but His Highness gave him the answer that he would never meddle in such affairs that did not concern him; afterwards I heard that he had requested to buy 30 bahar of tin, but it was refused to him; so the young King came down again on the 4th of this month to proceed with his voyage to Aceh, having purchased 1 Batu Bahara penjajap here along with some provisions; I had him anchor above the fort to have him inspected; he came to me once again and said that he had never been inspected at Company places, and politely requested me to let him pass freely, whereupon I answered him in all friendliness that I did not want to cause any offense to His Highness here so that I could not be accused of any disrespect, whereupon he immediately departed on board, and the aforementioned Laksamana was sent to me requesting that I should let him pass uninspected, or if not, that he might go up to His Highness with his perahu balang, or else with another perahu balang that had already been inspected, whereupon he let me know that he had some Selangor tin; if I would not allow it to pass, he would send it ashore to me, and he immediately departed with another vessel to bring the tin ashore, for which I paid him 32 Spanish reals for each bahar, but they being not well satisfied with that, for they said the Honorable Company has agreed with us for 38 Spanish reals for pure tin.
Dutch transcription
veel tegen weer genoodzaakt zagen zig aan hun over te geeven, de welke zij mij ook op den 21. Mai wederom aantfoort hebben gebragt met 's Comps schep prauw, en hunne wapens waarvan een ps. geween en eenige tuigen manqueeren, zoo als deeze bijge„ voegde lijst aantoond. Ik vroeg aan haar lieden waarom zij gedeserdeerd waaren, maar geen van hun kon mijn antwoor„ din, waarop ik weder vroeg op zij zig hier, of op Ma„ lacca wilden verantwoorden, waarop zij zig ver„ klaarden hier te verantwoorden, waarop ik hun sunderen daags heb verhoord, zoo als de tre„ vensgaande verhoor aantoond. van de bovengemelde Manschappen heb ik 4 gemeene hieraangehouden, en uit Arrest, ontslagen zonder straf tot verder orders. van U Wel„ Ed: Gestr: om 't fort niet ten eenenmaale te ver„ zwakken, 3. Corporaals en 3. gemeene zende U Wet„ Ed: Gestr: hier mede over die ik den kas 't wel de Com¬ plotmaakers zijn, verzoeke Uwel Ed: Gestr: met z andere Corporaals en 3. gemeene te gerieven. De Galei de Griffiven gearriveerd zynde is ter stondde Gezaghebber aan de wal gekomen en rapporteerde mijn dat op rijse zwaarwier hadde gehad, dat hij een klein lekkasie hadde ook een rinbout onder de Boegspriet verlooren 't welk hij hier verholpen heeft, voor de ringbout hebbe ik een en ½ sp: moeten betaalen, waarop hij mij gerappor„ teerd heeft, dat alles weder hersteld was. Heb ik de Galee de Griffioen op dato deezes zijne de rug rijze laaten weederom aanneemen, is geladen met 4971. lb. Zuivertin, en 4000. Sps. reaalen meertin heb ik niet kunnen magtig worden; de Comps. kasse blijft na afgaan deezes nog terk 3508. sp: reaalen, de Bezettelingen bevinden zig tot op den Jumboer door Godes Jeegen alle gezond. Verdersneeme de vrijheid Uwel Ed: Gestr: zooda¬ nige 247 nige papieren aan te presenteeren, als hier nevens gaande Registerdicteerden noeme mij niet alle Eerbied /:Onderstond:/ Wel Edele Gestrenge Heer en E. Heeren (:lager ) d Wel Ed: Gestr: onderdaarig¬ He in pligt schuldige dienaar /:getekend:/ C. Wil„ biehm /:in margine:/ Pera den 15. Juni 1755. Aan den Wel Edelen Gestrengen Heer, Pieter Gerardus de Bruijn, Gouverneur en Directeur der stad en Fortresse etc: Ac: benevens den Raad aldaar Wel Edele Gestrenge Heeren E. Heeren, De Guler de Griffioen op den 5. deezer met Ul Wel„ Ed: Gestr: geerde en zeer gerespectierde Missive van den 28. Juni arriveerd zijnde, nevens de geeisin„ te benoodigtheden zoo als die s factuur quam te dic„ tieren. De 2. Corporaals in 5 gemeene zijn orisin gezond over gekomen, en gaan wederom te rugde y agtergeble„ orne Desirteurs Fredrik Ferdisch, Philip Jacobus du Bois, Johan Christiaan Michel en Martin Hekman, de Taemboer Willem Wijnands, de soldaa¬ ten Pieter Johannes van der Plaas, en Lourens Mark¬ graft, benevens de Busschieders Anthonij de Ro„ Luiro, Manuil de silva en Bitriano Rabasio smeeken ootmoedigst om haare verlossing De jongekoning van Salangoor arriveerde alhier voor de Bezetting op den 27. Juni met 4. baloos bemant met 79 koppen. Edvij niet veel geschut, beneden de fort lugen nog 12. ps. ten anker, bij zijne aan„ komste liet ik de Suxumana daar van verwittigen die ook direct aan 't fort quam, ik liet derect de bu¬ loos visiteeren, behalven de louloo daar de Jonge koning aan hun Mai p s. Schep geweer bijge„ verdeerd antwoor„ op Ma„ ig ver„ op ik de tre„ bik Arrest U Wel„ deU Wil¬ eCom¬ mit n ster in hadde keen hij hier k een appor zijne geladen rder; Herk 09 v v nder de koning in was, opt woord van den laxamana, hij mij zier vriendelijk verzoekende met 't woort van waar heid niets geladen te hebben als eenige krijgsbeherften dewijl hij na Atchien gedestineerd was, om den konin aldaar wegens zijne Inlandsche strubbeling bij stand te bieden, hij hadde een brief aan zijn Hoogheid alhier, om een wel bemande balo van zijne Hoogheid te verzoeken, maar zijne Hoogheid heeft hem ten antwoordgegeven, dat hij zig nooit met zulke zaaken zou bemoeijen die hem nietsraakten, na derhand hoorde ik dat hij 30. baar tin verzogt had om te koopen maart is hem geweijgerd geworden, zoo quam den Ionge koning op den 4. deezer weder afzak„ ken om zijne rijze te bevorderen naar Atchien hier 1. Battoebaarse pantjallang ingekogt hebben„ de benevens eenige mondbehoeftens, ikliet hem boven 't fortankeren om hem te visiteeren te laaten is hij andermaal bij mij gekomen en segde dat hij nooit op Comps. plaatze gevisenteerd was en mij vriendelijk verzogte hem vrij te laaten passeeren waarop ik hem in alle Vriendelijkheid te aand¬ woord gaf, dat ik hier geen aanstood aan zijne Hoogheid wou geven om mij niit te kunnen be„ schuldigen van eenig Disrespict, waarop hy di¬ rest naar boordvertrok, in den gemelden Lamama na aan mij afgezonden verzoekende ik zoude hem laaten ongevisenteerd passeeren, zoo indien niet, dat hij mogt met zijn balo naar boven bij zijn Hoogheid gaan vermits met een ander balo die reeds gevisenteerd was, waar op hij mij liet weeten, dat hij wat sulangoors sin had, zoo indien ik 't niet wou volgen laaten zou hij 't mij aan de walzeh den, en hij direct met een ander vaartuig vertrek„ kende om 't tin aan de wal te brengen waar voor ik hem 32. sp: reaalen ieder baar hebben taald maar zy daar niet wel mede te vrede zijnde, want zegden zij de E: Comp: heeft met ons voor 38. Sp. reaalen voor 't Zuiverten geaccom deen
English
valued, whereupon I promised him to report to Your Right Honorable and if they should come to Malacca with tin and Your Right Honorable approved it they could receive the requested money, but that I paid for it here as Perak tin. The soldier Claas Otters remains most highly grateful to Your Right Honorable for the favor shown to him of corporal; have retained the galley De Griffioen somewhat, with the good intentions of Your Right Honorable, because some good promise was made to me, but dared not carry it out. The galley De Griffioen now undertakes its return voyage thither again, laden with 1450 lb. saltpeter and 7027 lb. Perak pure tin. The Honorable Company's treasury, after the departure of this, remains 2995 Spanish reals strong. Furthermore, I take the liberty to present to Your Right Honorable such papers as the accompanying register dictates, and have the honor to call myself with all respect: /:underneath:/ Right Honorable Sir and Honorable Sirs /:lower:/ Your Right Honorable's most humble and dutiful servant /:signed:/ C. Walbechm. /:in the margin:/ Perak the 6th of July 1788. To the Right Honorable Sirs, Pieter Gerardus de Bruijn, Outgoing, and Abrahamus Couperus, Incoming Governor and Director of the City and Fortress of Malacca with its jurisdiction, Together with The Council. Right Honorable Sirs and Honorable Sirs, Your Right Honorable's much respected letters of the 15th of August, together with cash per the galley De Griffioen just as the invoice came to dictate, and the other necessities, I duly received on the 21st of this month. Besides the canaster, a bag of sugar weighs together 600 lb. gross, requesting of Your Right Honorable that the canaster may be deducted. The drummer Alexander Huwart and the privates Fredrik Konisch and Christiaan Michel, along with the gunners Joan de Soiza, Jan Siquera, and Matthijs Borze who were sent, have arrived here well, and returning thither again are the drummer Willem Wijnands, the privates Laurens Marse-graft and Pieter Johannes van der Plaas, along with the gunners Anthonij de Rozaire, Bir-Ariano Rubasia, and Manuel de Silva. The soldiers Andries Wuijchel, Matthijs Tannenberg, and Pieter Pilman most humbly request of Your Right Honorable their relief from here. The garrison, through God's blessing, is still in good health, except for 2 soldiers who are plagued with sore legs and fevers. Having been able to obtain no tin, I have therefore had the galley undertake its return voyage on the date of this letter. The Honorable Company's treasury, after the departure of this, remains 2582 Spanish reals strong. Furthermore, I have the honor to present to Your Right Honorable such papers as the accompanying register will show, and have the honor to call myself with all respect: /:underneath:/ Right Honorable Sirs and Honorable Sirs /:lower:/ Your Right Honorable's humble and dutiful servant /:signed:/ C. Walbechm. /:in the margin:/ Perak the 26th of August 1788. To the Right Honorable Sirs, Pieter Gerardus de Bruijn, Outgoing, and Abrahamus Couperus, Incoming Governor and Director of the City and Fortress of Malacca with its jurisdiction, Together with The Council. Right Honorable Sirs and Honorable Sirs, Your Right Honorable's respected letter of the 4th of September was duly delivered to me on the 15th of this month by the sub-lieutenant and commander of the pantchiallang Philippina. Of the fleets of native vessels, I have heard nothing here besides Your Right Honorable's letter, but around the river of Larut, there have been cruising for some months 6 large Batu Bahara balos that make the passage between Perak and Kedah unsafe; they have also already captured 2 balos, but come no further than the bay of Dinding. Here in the river it is very safe thus far, but because I cannot trust it, I have all arriving vessels drop anchor about a good cannon shot below the fort to have them inspected there first. I have also notified the captain of the polder De Patriot of the aforementioned balos. Since the galley De Griffioen departed from here, many soldiers have been plagued with severe fevers, but through God's blessing have recovered again, except for 3 privates, who are also already on the mend. Wherewith I have the honor to call myself with the deepest respect: /:underneath:/ Right Honorable Sirs and Honorable Sirs /:lower:/ Your Right Honorable's most humble and dutiful servant /:signed:/ C. Walbechm. /:in the margin:/ Perak the 16th of September 1788. To the Right Honorable Sirs, Pieter Gerardus de Bruijn, Outgoing, and Abrahamus Couperus, Incoming Governor and Director of the City and Fortress of Malacca with its jurisdiction, Together with The Council. Right Honorable Sirs and Honorable Sirs, Your Right Honorable's much respected letter of the
Dutch transcription
249 deerd, waarop ik hem belooft heb aan U Wel Ed: Gestr: te berigten en zoo zij met tin naar Malacca quamen en den WelEd: Gestr: 't goed keurde Zijde ve Heevenden penningen ontvangen konden, maar dat ik 't hier voor Kvaas tin betaalde De soldaat Claas Otters blijft U Wel Ed: Gestr: ter hoogsten, dankbaar voor die aan hem bewesene gunst tot Corporaal, hebbe de Galii de Griffioir met welmeenentheid van U Wel Ed: Gestr: wat aan gehouden om dat mijn van eenige goede belofte was gedaan, maar niet durven volbrengen, Niemt de Galei de Griffzoen zijne te rugrijze naar derwaards wederom aan, geleeden met 1450 lb. salurgpor en 7027. lb Piraas Juivertin. SE. Comps. kasse blijft naar aafgaan deezes nog sterk 2995: sp: veaalen. Verders neeme de Vrijheid U WelEd: Gestr: zooda„ rige papieren aan te presenteren als hier nevens gaande register dicteerd, en hebbe de Eere mij met alle Eerbied te noemen /:Onderstond:/ Wel Ed: Ge„ str: Heer en E. Heeren /:lager:/ U Wel Ed: Gestr: onderdaanigste en pligtschuldige dienaar /:ge„ tekend:/ C. Walbechm. /: in margine:/ Pera den 6. Julio 788: Aan de Wel Edele Gestrenge Heeren, Pieter Gerardus de Bruijn, Afgaande en Abrahamus Couperus, Aankomende Gouverneuren Di„ vecteur der Haden Fortresse Ma¬ lacca met dietresfort WEver Den Raad WelEdele Gestrenge Heeren en E E. Heeren, U Wel Ed: Gestr: zeer gerespecteerde Missiven van den 15. Augs. nevens Contanten per de Galei de Griffivrn zoo als 't factuur quam te dicteeren en de verdere benodigtheden hebbe op den E1. diezer wel ontvangen. Buiten de Cana Her een Zak Juikerweegt te zamen na hij van waar herften en koria bij Hand gheid oogheid em ten zulke en, na¬ had afjak„ hier hebben. hem te e aand„ zijne nen be¬ op hy de¬ Lavama Jeude indien bij zijn reeds ten, dat ' niet walzek vertrek„ wa be¬ anden 708 zamen- boo Ab bruto verzoekende aan U Wel Ed: Gestr: dat de lanaster mag aftrekken De Sumboer Alexander Huwart en de gemeenen Fredrik konisch en Christiaan Michel ne„ vens de Busschieters Joan de Soiza, tan sique„ ra en Matthijs Borze zijn gezonden wel hier aangekomen, en gaan wederom terugde Tum¬ boer Willem Wijnands, de Gemeene Laurens Marse¬ graft en Pieter Johannes van der Plaas, bene„ vens de Busschieters Anthonij de Rozaire, Bir„ Ariano Rubasia en Manuel de Silva. De soldaaten Andries Wuijchel Matthijs Tannen„ berg en Pieter Pilman, verzoeken Heernedrig aan U WelEd: Gestr: om haare verlossing van hier. De Bezittelingen bevinden Jrgj door Godesteegen nog gezond buiten 2 Militairen de welke met zuere beenen en koortzen gekweld zijn. geen tin hebben kunnen magtig worden, zoo hebbe de Gulee zijne te rugrijze op dato deezes laaten weder vm aanneemen. D' Comps. Rasse blijft na af„ gaan diezel nog sterk 2582: sp: reaalen. Verders hebbe de Eere U Wel Ed. Gestr: soodanige papieren aan te presenteeren als hier revensgaande register zal aantoonen, en hebbe de Eere om mij met alle Eerbied te noemen /:onderstond:/ Wel Edelen Gestrenge Heeren en E. E. Heeren /:lager:/ U WelEd: Gestr: onderdaanige en pligtschuldige dienaar /:getekend:/ C. Walbechm /:in margine:/ Ara den 26 Aug.: 1788. Aan de Wel Edele Gestrenge eeren Pieter Gerardus de Bruijn Afgaande en ƒ Abraham us Couperus, Aankomende Gouverneur en direc¬ teur der Had en Fortresse Malacca met die s Ressort Nivers Den Raad WelEdele Gestrenge Heeren en E: E: Heeren, U Wel Ed: Gestr: gerespecteerde Missive van den 4. 254 4. Septbr: zijn mijn op den 1s deezer van den souslui„ tinant en Gezughebber op de Pantjallang Philippi„ na regtig behandigt van de Vlooten inlandsche vaartuigen hebbe hier buiten U WelEd: Gestr: Missive nog niets vernomen maar omtrent Privier van Laroth, kraetzen, sedert eenige maanden b. groote Battorbaarse baloos die de vaart tusschen Pira en Queda onvijlig maaken, ook reed 52. baloors hebben weggenomen, dog koomen niet verder als tot de baaij van Dingding, hier in 't rivier is tot nog toe heel vijlig, dog wijl ik niet be„ trouwen kan, zoo laat ik alle aankomende Vaar„ tuigen omtrent een goede Canonschoot beneden & tott ten ankergaan om aldaar eerstrifiteeren te laaten. ok hebbe den Capitein van de kolder de Putriot verwit„ tiid van de voornoemde baloos. sedert dat de Galei de Griffioen van hier vertrokken is zijn veel Militairen van zwaare koortzen gequeld ge„ weest, maar door Godeszeegen weder hersteld tot op 3. E gemeene malitairen, dewelke ook reeds aan de be„ ter hand zijn. Waar mede ik de Eere hebbe mij met de diepste Eer„ biedknoemen. /:onderstond:/ Wel Edele Gestrenge Hee„ van en EE. Heeren /:lager:/ U Wel Ed: Gestr: onderdaa¬ rigste in Pligtschuldige Dienaar /:getekend:/ C. Walbechm /:in margine:/ Rra den 16. Septbr: 1755. Aan de WelEdele Gestrenge Heeren Pieter Gerardus de Bruijn, Afgaande en Abrahamus Couperus Aankomende Gouverneuren Directeur der Stad en Fortresse Malacca met die Tressort Nevens den Raad Wel Edele Gestrenge Heeren en E. E. Heeren, U Wel Ed: Gestr: zeer gerespecteerde Missive van den
English
The 4th of September have been safely received by me through the Second Lieutenant and Commander on the pantjallang Philippina, and that of the 15th of September on the 19th of this month through the Commander on the galley De Griffioen, together with various necessities as detailed in the drawn-up bill of lading. I have had the honor to reply to the first-mentioned letter, and take the liberty of presenting Your Right Honorable a duplicate thereof. The three common soldiers Andre Bedeche, Johann Brands, and Nicolaas Gousihe, together with the inland gunners Anthonij Quillo, Cornelius Willem Walbechm, and Godlieb Fredrik Walbechm, having been sent, have arrived here safely. In place of those, there sail back thither the common soldiers Andries Waijchel, Matthijs Tarnenberg, and Pieter Dilman, together with the gunner Silisiano Lodiricus. Regarding the canister sugar, I take the liberty of presenting a statement to Your Right Honorable, since the Commander has alleged that the gross weight was much more than 600 lb., but he was mistaken, for it weighed only 592½ lb. gross, of which I have remitted him 7½ lb. From Your Right Honorable's letter of the 4th of September, sent hither with the cutter De Patriot, I have carefully noted the reason for its cruising station, and in accordance with Your Right Honorable's order, have prepared myself as far as is ever feasible here at this place. The young King of Salangoor departed with the end of the past month of August from Poeloe Pinang, so it is said, to pursue his journey to Aschien, but according to what I have heard, the troubles in Aschien were already settled in the month of July. While I have been able to obtain nothing, I have had the galley De Griffioen discharged of its cargo as expeditiously as possible, and have had it resume its return journey as of today's date. The Company's treasury, after the dispatch of this, still stands at 2585 Spanish reals. Furthermore, I take the liberty of presenting to Your Right Honorable such papers as indicated in the accompanying register, and call myself with all humility, underneath: Right Honorable and Honorable Sirs, lower: Your Right Honorable's most humble and dutiful servant, signed: C. Walbiehm, in the margin: Pera, the 21st of September 1788. To the Right Honorable Sirs Pieter Gerardus de Bruijn, outgoing, and Abrahamus Couperus, incoming Governor and Director of the city and fortress of Malacca with its jurisdiction, as well as The Council. Right Honorable and Honorable Sirs. Your Right Honorable's highly respected letter of the 10th of October was safely received by me on the 16th of this month, together with the necessities as dictated by the invoice. The order sent to me by Your Right Honorable, to fire with live ammunition upon the vessels that wish to approach contrary to my prohibition, shall be properly complied with. The 384 lb. of sugar I have written off in the specification for this month according to Your Right Honorable's order. With Your Right Honorable's kind indulgence, I have detained the galley De Griffioen until today, because tin had been promised to me by some local dignitaries, and I only received the same on the 25th of this month. The garrison is, through God's blessing, still altogether fresh and healthy. The galley De Griffioen resumes its return journey as of today's date and is laden with 15753 lb. of tin. The Company's treasury, after the dispatch of this, still stands at 1043 Spanish reals; I request another 3000 of that specie. Furthermore, I take the liberty of presenting to Your Right Honorable such papers as dictated by the accompanying register, and call myself with all respect, underneath: Right Honorable and Honorable Sirs, lower: Your Right Honorable's most humble and dutiful servant, signed: C.s Walbechm, in the margin: Pera, the 27th of October 1788. Agrees with the original E. G. Clerk The Company's treasury, after the dispatch of this, still stands at 1043 Spanish reals; I request another 3000 of that specie. Furthermore, I take the liberty of presenting to Your Right Honorable such papers as dictated by the accompanying register, and call myself with all [illegible], underneath: Right Honorable and Honorable Sirs, lower: Your Right Honorable's most humble and dutiful servant, signed: C.s Walbeekm, in the margin: Pera, the 27th of October 1788. Agrees with the original E. G. Clerk Copy Lists of the arrived and departed foreign and private ships and lesser vessels, from the first of April to the end of October 1788. No. 11. and
Dutch transcription
den 4. Septbr: zijn mijn door den sousluitenant en Gezagvoerder op de Pantjallang Philippina en van den 15. Septbr: op den 19. deezer door den Gezaghebber op de Gulei de Griffieen benevensierige benoodigthe den zoo als 't geformeerde Cognossement heeft gedee tierd wel geworden Op de eerstgemelde Missive hebbe de Eergehaden te beantwoorden neeme de vrijheid U Wel Ed: Gestr: Duplicaat daar van aan te presenteeren. De drie gemeene Militairen Andre Bedeche, Johann Brands en Nicolaas Gousihe benevens de Irland sche Bur Schieters Anthonij Quillo, Cornelius Willem Walbechm en Godlicb Fredrik Walbechm zijn gezonden wel hier aangekomen in stede van die 7 vaaren wederom te rug derwaards de gemeene Militairen Andries Waij„ chel, Matthijs Tarnenberg en Pieter Dilman bene„ oins de Busschieter Silisiano Lodiricus. van wegens de kanasterzuiker neeme de vrijhe UWelEd: Gestr. eene verklaaringaan te presenteeren wijl den Gezaghebber heeft voorgegeven dat 't brute gewigt veel meer als boo. lb. is geweest maar hij heept zig vergist want 't heeft maar 592½ lb bruto gewro„ gen waar van ik hem 7½ lb. quit gerekent hebbe. Ik hebbe uit U Wel Ed: Gestr: Missive van den 4. segtbr: met de kotter de Puetrict herwaarts gezonden de reden van zijn kruispost met oplettendheid gezil en ook naar UWelEd. Gestr: order zodanig mij in Staat gesteld als 't maar immer hier ter plaatze doenlijk is. De jonge koning van Salangoor is met ult=o van de P=l gepasseerde maand Hugs. van Poe„ loe Pinang vertrokken, om zijne rijze zoo men zigt naar Aschien te bevorderen, maar als ik gehoord hebbende sullen de strubbelingen op HH¬ chier reeds in de maand Julij bijgelegt zijn. Terwijl geensin heb kunnen magtig worden hebbe de Galer de Griffiven ten speedigsten van zijn lading ontlost en zijn te rugrijze op hedigen datum wederom laaten aanneemen, 's Comps. kasse blijft naar afgaan deezes nog sterk 2585. Sp: vaalen. Verderh neeme de vrijheid U Wel Ed: Gestr: zooda¬ nige 253 nige papieren aan te presenteeren, als hier ne„ vensgaarde Register aantoond en noeme mij met alleer Oitmoet /:onderstond:/ Wel Edele Gestrenge He„ ven in E: EE Heeren /:lager:/ U Wel Ed: Gestr: onder„ daanigste en Pligtschuldige Dienaar /:getekend/ C. Walbiehm /:in margine:/ Pra den 21. Septbr: 1755. Aan de Wel Edele Gestrenge Heeren Pieter Gerardus de Bruijn„ Afgaande en Abrahamus Couperus Aankomende Gouverneur en divec¬ teurder Stad en Fortresse Malac„ ia med dies Ressort Sevens Den Raad Wel Edele Gestrenge Heeren en E. E. Heeren. UWel Ed: Gestr: zeer gerespecteerde Missive van den 10. October zijn mij op den 16. dezer wel geworden benevens de benodigtheden zoo als 't factuur quam redicteeren. De order door U WelEd: Gestr: mijn toegezonden, op de vaartuigen die tegen mijn verbood nader wil„ len komen scherp te schieten zal behoorlijk naar¬ komen. De 384 lb. Zuiker hebbe in de Specificatie van dee ze maand naar U Wel Ed Gettr: order afgeschreven Met welmeenerthijd van UWel Ed: Gestr: hebbe de Gulei de Griffider tot heden aangehouden, wijl mij van eenige Rijxgrooten ten belooft was en hetzelve eerst den 25. diezer ontvangen heb. De Bezittelingen bevinden zig door Gode szeegen nog al te zamen orisen gezond. De Galer de Griffiven reemt op dato deezes zijne te rugrijze wederom aan en is geladen met 15753. H. Zulverten 'T Eompr 's Comph. kassa blijft naar afgaan deeze s nog sterk 1043. Sp: raalen, verzoek nog 3000. van die specie. Verderhreeme, de Vrijheid U WelEd: Gestr: zoodanige papieren aan te presenteeren als hier nevens gaan¬ de Registerdicteerd, en noeme mij met alle Eerbied /:onderstond:/ Wel Ede Gestr: Heeren en E. E. Heeren /lager:/ U Wel Ed: Gestr: onderdanigste en schuld„ pligtige die naar /:getekend:/ C.:s Wulbeeh m. /: in mar„ gene. Pera den 27. October 1758. Accordeert ven saak E. G. Klerk 's Comps. kassa blijft naar afgaan deeze hnot 1043. Sp:s raalen, verzoek nog 3000 van die specie Verders neeme de Vrijheid U WelEd: Gestr: Zo papieren aan te presenteeren als hier nevens de Registerdicteerd, en noeme mij met alle 't /:onderstond:/ Wel Ede Gestr: Heeren en E. E. Hhe /lager:/ U Wel Ed: Gestr: onderdanigste en sch pligtige dienaar /:getekend:/ C.s Wuelbeek m /: in gene: / Pira den 27. October 1755. Accordeert van Saak E. G: Klerk Copie Lijsten wn de Aangekomen en Vertwekken Vreemde en Particuliere Schepen en mindere vaartuigen, Sedert primo April tot ultimo October 1788. No. 11. en
English
255 1788 4 April Arrived European Ships Faustino Monteiro, Captain of the private Portuguese snow Infanta Charlotta, measuring 40 lasts, mounted with 6 cannons and manned with 40 hands, arrived here in 29 days from Macao, intending to go to Poeloe Pinang, declares for his cargo Diverse kinds of Chinese wares Cadlij Michell, Captain of the English private ship Luconia, measuring 300 tons, mounted with 16 cannons and manned with 80 hands, arrived here in 20 days from China, intending to go to Bengale, declares for his cargo Diverse kinds of Chinese wares William Baxter, Captain of the private English cutter boat The Friendschap, measuring 10 tons, no cannons and manned with 4 hands, arrived here in 7 days from Poeloe Pnang, brings 150 pikols of bar iron Archibald Trail, Captain of the private English snow Pnang schooner, measuring 20 tons and manned with 10 hands, arrived here in 7 days from Poeloe Pinang and according to declaration laden with 150 pikols of bar iron 26 ditto William Roij, Captain of the English private ship Herriot, measuring 400 tons, mounted with 2 cannons and manned with 60 hands, arrived here in 2 months from Bombaij via Poeloe Pinang, intending to go to China and according to declaration laden with Tree cotton ditto João Gonsalves, Captain of the private Portuguese snow N: S: do Rosario, measuring 15 lasts, mounted with 6 cannons and manned with 25 hands, arrived here in 40 days from Bengale, intending to go to Macao, declares for his cargo 50 chests of opium the 30 April John Canning, Captain of the English private ship Nonsuch, measuring 400 tons, mounted with 32 cannons and manned with 85 hands, arrived here in 2 months from Bengale, intending to go to China, declares for his cargo Diverse kinds of merchandise Malacca, the last of April 1788. signed J. H. Ducam Departed European Ships the 5 Simon Metcalfe, Captain of the private American snow Eleonora, measuring 200 tons, mounted with 10 cannons and manned with 60 hands, arrived here the 29 March last from Bengale, departs today for Batavia, also taking along a separate missive from the Honorable Governor de Bruijn for delivery to the Honorable Supreme Indian Government there, carries nothing from here 11 ditto Faustino Monteiro, Captain of the private Portuguese snow Infanta Charlotta, measuring 40 lasts, mounted with 6 cannons and manned with 40 hands, arrived here the 4 of this month from Macao, departs today for Poeloe Pinang, carries nothing from here 16 Cadlij Michell, Captain of the English private ship Luconia, measuring 300 tons, mounted with 16 cannons and manned with 80 hands, arrived here the 4 of this month from China, departs today for Bengale, carries nothing from here 26 ditto William Baxter, Captain of the private English cutter boat The Vriendschap, measuring 10 tons, no cannons and manned with 4 hands, arrived here the 17 of this month from Poeloe Pinang, departs today back thither, carries nothing from here 27 ditto William Roij, Captain of the English private ship Herriot, measuring 400 tons, mounted with 2 cannons and manned with 60 hands, arrived here the 26 of this month from Bombaij via Poeloe Pinang, departs today for China, carries nothing from here Malacca, the last of April 1788. signed J: H: Ducam 1788 Arrived Native Vessels 2 ditto Totjooij, Achinese residing at Atchien, by a pantjallang mounted with 1 cannon and 2 rantakas and manned with 12 hands, arrived here in 15 days from his place of residence, brings 8 koyangs of rice 4 koyangs of paddy 4 April Alamkli, Achinese residing at Atchien, by a pantjallang mounted with 1 cannon, 2 rantakas and 2 blunderbusses and manned with 12 hands, arrived here in 8 days from his place of residence, brings 10 koyangs of rice 4 ditto Po Sjibat, Achinese residing at Atchien, by a banting mounted with 1 cannon, 2 rantakas and 2 flintlocks and manned with 7 hands, arrived here in 4 days from his place of residence, brings 2 koyangs of rice 1 1/4 koyang of paddy 4 ditto Karim, Malay residing at Pannij, by a balok manned with 6 hands, arrived here in 10 days from his place of residence, brings 1 koyang of rice 2 koyangs of paddy 6 ditto Boedin, Malay residing at Batoebara, by a pantjallang mounted with 2 rantakas and manned with 5 hands, arrived here in 9 days from his place of residence, brings 5 koyangs of rice and Some small sundries 7 ditto Lebe Na, Achinese residing at Aschien, by a banting mounted with 3 flintlocks and manned with 8 hands, arrived here in 8 days from his place of residence, brings 7 koyangs of paddy 7 ditto Po Bintang, Achinese residing at Atchien, by a banting mounted with 1 rantaka and 2 flintlocks and manned with 7 hands, arrived here in 10 days from his place of residence, brings 4 1/2 koyangs of rice ditto Bakki, Malay residing at Pannij, by a kakap mounted with 1 blunderbuss and 2 flintlocks and manned with 5 hands, arrived here in 10 days from his place of residence, brings 1/2 koyang of rice ditto Lam Paseer, Achinese residing at Aschien, by a pantjallang mounted with 2 cannons and 4 rantakas and manned with 14 hands, arrived here in 10 days from his place of residence, brings 3 koyangs of paddy
Dutch transcription
255 17580 4. April d=o Aangekomene Europesche Schepen Tausting Montere, Capitein van de particuliere Portugeesche snauw Infanta Charlotta groot 40. –. lasten gemonteerd met 6. Canons en be„ mant met 40. koppen, En 29j dagen van Macao hier gearriveerd de wilheb„ dende naar Poeloe Pinang, geeft voor zijn laading aan Diverse soorten Chinasche waaren Cadlij Michell, Capitein van het Engelsche particuliere schip Luconia groot 300 tonnen gemonteerd met 16 Canons en bemant met 80 koppen, in 20. dagen van China hier gearriveerd de wilhebbende naar Bengale geeft voor zijn laading aan Diverse soorten van Chinasche waaren William Baxter Capitein van de particuliere Engelsche kotterboot The Friendschap groot 10 tonnen geen Canons en bemant met 4 koppen in 7 dagen van Poeloe Pnang hier gearriveerd brengt aan 150. - pikols staufijzer Archibald Trail, Capitein van de particuliere Engelsche snauw Pnang schooner groot 20. –. tonnen en bemant met 10 koppen, in 7. da„ gen van Poeloe Pinang hier gearriveerd en volgens opgaave geladen 150. –. pikols Staafijzer 26 D=o William Roij, Capitin van het Engelsche particuliere schip Herriot groot 400 tonnen gemonteerd met 2 Canons en bemant met bo. koppen in 2 maanden van Bombaij over Poeloe Pinang hier gear„ riveerd, de wil hebbende naar China en volgens opgaave geladen met Boomwol Joaô Gonsalvos, Capitein van de particuliere Portugeesche snauw N: S: de, Rosaris groot 15. –. lasten gemonteerd met 6 Canons en bemant met 25. koppen, in 40 dagen van Bengale hier gearriveerd de wilhebbende naar Macao geeft, voor zijn laading aan 50. –. kassen amfioen d=o o d met d 26 d=o den e „ 16 den 30. April John Canning, Cepitein van het Engelsche particuliere schip Honsuchk gen 400 tonnen gemonteerd met 32. Canons en bemant met 850. koppen, in 2: maande van Bengale hier gearriveerd, de wil hebbende naar China geeft voor zijn laading aan Diverse soorten van koopman schappen Malacca Ultimo April 1788. /:getekend:/ J. H. Ducam Vertrokkene Europesche Schepen Simon Mitkcalse, Capitein van de particuliere Americaansche Snauw Elegnora, groot 208. –. tonnen, gemonteerd met 10 Canons en bemant met bo„ koppen, den 29 Maart: laastleden van Bengale hier gearriveerd vertrekt heden naar Batavia, mede neemende een aparte Missive van den Edelen Heer Gouverneur de Bruijn ter bestelling aan de Edele Hooge Indische Regeering aldaar, vervoerd niets van hier „ 11 d=os Saustino Montero, Capitein van de particuliere Portugeesche snaun Infanta Charlotta g ruot 40: –. lasten gemonteerd met 6 anons en bemant met 40 koppen, den 4. deezer van Macao hier gearriveerd vertrekt heden naar Boeloe Pinang vervoerd niets van hier Cadlij Michell, Capitein van het Engelsche particuliere Schip Luin groot 300 tonnen gemonteerd met 16. Canons en bemant met 50 koppen, der g deezer van China hier gearriveerd vertrekt heden naar Bengale ver„ voerd niets van hier, William Baxter, Capitein van de particuliere Engelsche kottenb The Vriendschap groot 50 tonnen geen canons en bemant met 4 koppen den 17. deezer van Podve Pinang hier gearriveerd, vertrekt heden we der naar derwaarts vervoerd niets van hier William Roij, Capitein van het Engelsche particuliere Schip Hernit groot 400: —. tonnen gemonteerd met 2: canons en bemant met 60 koppen, den 28. deezer van Bombaij over Poeloe Knang hier gearriveerd, vertrekt he„ den naar China vervoerd: niets van hier, Malacca ultimo April 1788. /:getekend:/ J: H: Ducam Aangekomene Inlandsche Vaartuigen G 2. d=os Totjooij, Aschiener woonagtig tot Aschien, per een pantjallang 1788. d=o den 5 d=o 27. 27. d=o ge 2 257 S. d S— 7 d=o 7 gemonteerd met sCanon, en 2. rantakken en bemant met 12: koppen in 15 8. —. koijang T rijst 4. April Alamkli, Aschiener woonagtig te Atchien per een pantjallang ge„ monteerd mit=s Cunons, 2: vantakken en 2. donderbussen en bemant, met 12. koppen, in 8. dagen van zijn woonplaats hier gearriveerd, brengt 't 10. –. Koijangh rijff Po sjibat, Afschiener woonagtig te Attchien, per een banting ge„ monteerd met 1. Canon, 2: rantakken en 2. snaphaanen en bemant, met 7. koppen in st. dagen van zijn woonplaats hier gearriveerd, brengt aan 2. –. koyangs rijften dagen van zijn woonplats hier gearriveerd brengt aan 4. —. „ „ padi karim, Maleijer woonagtig te Pannij, per een balo bemant met 6 koppen in 10 dagen van zijn woonplaats hier gearriveerd brengt aan J. Koijang Rijtten Boedin, Maleijer woonagtig te Batoebara per een pantjallang ge„ monteerd met 2 rantakken en bemant met 50 koppen, in 9 dagen van zijn woonplaats hier g'arriveerd brengt aan 5. koijangh rijst en Eenige klijnigheden Lebe Na, Aschiener woonagtig te Aschien per eenbanting gemor„ teerd met 3. snaphaanen en bemant met 8. koppen, in 8. dagen van zijn woonplaats hier gearriveerd brengt aan 7 koijangs padi Po Bintang, Atchiener woonagtig te Atchien per een banting gemonteerd met 1 rantak en 2 snaphaanen en bemant met 7 koppen in 10 dagen van zijn woonplats hier gearriveerd brengt aan 4 ½ koijangs Rijsten Bakki, Maleijer woonagtig te pannij, per een kakap gemon„ teerd met 1 Donderbus en 2 snaphaanen en bemant met 5 koppen in 10 dagen van zijn woonplats hier gearriveerd brengt aan ½ koijang Rijsten Lam Paseer, Atchiener woonagtig te Aschien per een pantjal„ lang. gemonteerd met 2 Canons en 4 rantakken en bemant met 14 koppen in 10 dagen van zijn woonplaats hier g'arriveerd v„ 1¼ „ „ Tadi 3 „ „ padi brengt 1788 aan d=o 4. d 4 - do. 6 d=o. 2. „ Padi
English
imports 14 koijangs of rice the 7th the 7th ditto the 7th ditto April Tein Peeng, Chinese residing here, by a balo manned with 6 heads, arrived here in 4 days from Batoebara, imports 2¼ koijangs of rice G banding, Achinese residing at Aschien, by a pantjallang mounted with 3 cannons and 1 rantak and manned with 15 heads, arrived here in 7 days from his place of residence, imports 15 koijangs of rice, and some trifles Tomat, Achinese residing at Atchier, by a pantjallang mounted with 3 cannons and 4 rantakken and manned with 6 heads, arrived here in 7 days from his place of residence, imports 3 koijangs of rice Po Bangsa, Achinese residing at Aschien, by a pantjallang mounted with 2 rantakken and manned with 10 heads, arrived here in 7 days from his place of residence, imports 8 koijangs of rice Soma, Achinese residing at Aschien, by a pantjallang mounted with 2 cannons and 4 rantakken and manned with 10 heads, arrived here in 7 days from his place of residence, imports 8 koijangs of rice and 5 korgies of Achinese trousers Lebe Abiet, Achinese residing at Atchien, by a banting mounted with 1 cannon and 3 rantakken and manned with 11 heads, arrived here in 30 days from his place of residence, imports 3½ koijangs of rice Po Hang, Achinese residing at Aschien, by a banting manned with 6 heads, arrived here in 7 days from Slangenoor, imports 1½ koijang of rice and 3½ ditto of paddy Intje Mohamat, Malay residing here, by a balo manned with 7 heads, arrived here in 11 days from Queda, imports 1 koijang of rice the 11th ditto 1788 the 7th 7th ditto ditto 8th ditto 9th 9th ditto 11th ditto 259 11 April Moeda, Malay residing at Batoebara, by a balo manned with 15 heads, arrived here in 5 days from his place of residence, imports 1½ koijang of rice Sakie, Malay residing at Batoebara, by a balo manned with 8 heads, arrived here in 5 days from his place of residence, imports 1½ koijang of rice Kee Teeng, Chinese residing at Slangenoor, by a balo manned with 7 heads, arrived here in 4 days from his place of residence, imports 1000 pieces of dried fish, and 1¼ koijang of rice Bookara, Malay residing at Siac, by a balo manned with 5 heads, arrived here in 5 days from his place of residence, imports 1500 pieces of fish roe, and 1000 pieces of gambier Dul Alim, Malay residing here, by a panjajab mounted with 3 rantakken, 9 flintlocks, and 2 blunderbusses, and manned with 9 heads, arrived here in 15 days from his place of residence, without cargo Waijan, Malay residing at Rakkan, by a banting mounted with 2 rantakken, 1 blunderbus, and 4 flintlocks, and manned with 18 heads, arrived here in 2 days from his place of residence, imports 250 bundles of binding rattans 3 picols of wax ditto Raja, Malay residing at Rakkan, by a banting mounted with 2 rantakken, 2 matchlocks, and 2 flintlocks, and manned with 10 heads, arrived here in 3 days from his place of residence, imports 2 picols of wax, and 10 ditto of pitch Tela Loedien, Malay residing at Batoebara, by a pantjallang mounted with 3 cannons, 4 blunderbusses, 6 rantakken, and 10 matchlocks, and manned with 19 heads, arrived here in 7 days from Pannij 1785 12th ditto the 12th ditto 12th ditto 12th ditto 15th 14 koijangs of rice the 7th April Tein Peeng, Chinese residing here, by a balo manned with 6 heads, arrived here in 4 days from Batoebara, imports 2¼ koijangs of rice banding, Achinese residing at Afchier, by a pantjallang mounted with 3 cannons and 1 rantak and manned with 15 heads, arrived here in 7 days from his place of residence, imports 15 koijangs of rice, and some trifles Somat, Achinese residing at Atchier, by a pantjallang mounted with 3 cannons and 4 rantakken and manned with 6 heads, arrived here in 7 days from his place of residence, imports 3 koijangs of rice Po Bangsa, Achinese residing at Atchien, by a pantjallang mounted with 2 rantakken and manned with 10 heads, arrived here in 7 days from his place of residence, imports 8 koijangs of rice Soma, Achinese residing at Aschien, by a pantjallang mounted with 2 cannons and 4 rantakken and manned with 10 heads, arrived here in 7 days from his place of residence, imports 8 koijangs of rice and 5 korgies of Achinese trousers Lebe Abiet, Achinese residing at Atchien, by a banting mounted with 1 cannon and 3 rantakken and manned with 11 heads, arrived here in 30 days from his place of residence, imports 7½ koijangs of rice To Hang, Achinese residing at Atchien, by a banting manned with 6 heads, arrived here in 7 days from Slangenoor, imports 1½ koijang of rice and 3½ ditto of paddy Intje Mohamat, Malay residing here, by a balo manned with 7 heads, arrived here in 11 days from Queda, imports 1 koijang of rice 11th ditto imports 1758 7th ditto 7th ditto 7th ditto 7th ditto 8th ditto 9th ditto 178
Dutch transcription
brengt aan 14. koijangs Rijst 7 d=o „ 7. d=o April Tein Peeng, Chinees woonagtig alhier, per een balo bemant met 6 koppen, in 4 dagen van Batoebara hier gearriveerd brengt aan 2¼ koijangs rijst G banding, Atchiener woonagtig te Aschien, per een pantjallang gemonteert met 3 Canons en 1rantak en bemant met 15 koppen, in 7. dagen van zijn woonplaats hier gearriveerd, brengt aan 15 koijangs Rijst, en Eenige klijnigheden Tomat, Atckiener woonagtig te Atchier, per een pantjallang gemon„ teerd met 3 Canons en 4 rantakken en bemant met 6 koppen in 7 dagen van zijn woonplaats hier gearriveerd brengt aan 3 koijangs Rijst Po Bangsa, Aschiener woonagtig te Aschien per een pantjalla ng gemonteerd met 2 rantakken en bemant met 10 koppen in 7 dagen van zijn woonplaats hier gearriveerd brengt aan 8. –. koijangs Rijst Soma, Aschiener woonagtig te Aschien per een pantjallang ge„ monteerd met 2: Canons en 4 rantakken en bemant met 10 koppen in 7 dagen van zijn woonplaats hier gearriveerd brengt aan 8. koijangs Rijsten 5. -. korgies Atchiensche broeken Lebe Abiet, Stschiener woonagtig te Atchien per een banting ge„ monteerd met 1 Canon en 3 rantakken en bemant met 11 koppen in 30 dagen van zijn woonplaats hier gearriveerd brengt aan 3½ koijangs Rijst Po Hang, Aschiener woonagtig te Aschien, per een banting, be„ - mant met 6 koppen in 7 dagen van slangenoor hier gearriveerd brengt aan 1½ koijang Rijst en 3½ „ „ Padi Intje Mohamat, Maleijer woonagtig alhier, per een balo, be„ mant met 7 koppen in 11 dagen van Queda hier gearriveerd brengt 1 koijang Rijst aan den 1788 den 7. 7do do. 8 d=o „ 9 9 do. 11 d=o. 259 11. April Moeda, Maleijer woonagtig te Batoebara per een balo, bemant met 15 koppen, in 5 dagen van zijn woonplaats hier gearriveerd, brengt 1½ koijang rijff Sakie, Maleijer woonagtig te Batoebara per een balo bemant met 8. koppen, in 5. dagen van zijn woonplaats hier gearriveerd brengt 1½ koijang rijff aan kee Teeng, Chinees woonagtig te Slangenoor, per een balo be„ mant met 7. koppen, in 4 dagen van zijn woonplaats hier gear„ riveerd brengt aan 1000. –. p=s drooge Vissen, en 1¼ koijang Rijst Bookara, Maleijer woonagtig te Siac, per een balo bemant met 5 koppen, in 5 dagen van zyn woonplaats hier gearriveerd, brengt 1500: –. p=s Visch kuijten, en 1000. –. „ Gamber. Dul Alim, Maleijer woonagtig alhier, per een panjajab, gemon„ teerd met 3. rantakken, 9 snaphaanen en 2. donderbussen en bemant met9 koppen in 15 dagen van zijn woonplaats hier gearriveerd, zonder laading Waijan, Maleijer wognagtig te Rakkan, per een banting gemon„ veerd, met 2 rantakken, 1 donderbus en 4 snaphaanen en bemant met 18 koppen, in 2. dagen van zijn woonplaats hier gearriveerd brengt aan 250 bossen bindrottings 3. –. picols wak d=o Raja, Maleijer, woonagtig te Rakkan, per een banting gemon„ teerd, met 2 rantakken, 2 londroers, en 2 snaphaanen en bemant met 10 koppen in 3 dagen van zijn woonplaats hier gearriveerd, brengt aan 2. Picols wak en 10. -. „ „ harpuis Tela Loedien, Maleijer woonagtig te Batoebara per een pant„ jallang gemonteerd met 3 Canon, 4 donderbussen, brantakken, en 10 lontroers en bemant met 19 koppen, in 7 dagen van Pannij hier gear„ riveerd 1785. met 6 n allang in 7. 12. do aan d=o 15 gemon¬ 7 dagen allang dagen gge„ pen ingge¬ oppen ting, be„ iveerd 6 = t bve den 4 d o o 12 do aan 12. d=o 14. koijangs Rijst den 7. „ April Tein Peeng, Chinees woonagtig alhier, per een balo bemant met koppen, in 4 dagen van Batoebara hier gearriveerd brengt aan 2¼ koijangs rijst banding, Atchiener woonagtig te Afchier, per een pantjalla gemonteert met 3 Canons en 1rantak en bemant met 15 koppen, in 7 dagen van zijn woonplaats hier gearriveerd, brengt aan 15 koijangs Rijst, en Eenige klijnigheden Somat, Atchiener woonagtig te Atchier, per een pantjallang gem tierd met 3 Canons en 4 rantakken en bemant met 6 koppen in 7 dde van zijn woonplaats hier gearriveerd brengt aan 3 koijangs Rijsf Po Bangsa, Atchiener woonagtig te Atchien per een pantjalla gemonteerd met 2 rantakken en bemant met 10 koppen in 7 dage van zijn woonplaats hier gearriveerd brengt aan 8. –. koijangs Rijst Soma, Aschiener woonagtig te Aschien per een- pantjallang g monteerd met 2: Canons en 4 rantakken en bemant met 10 koppe in 7 dagen van zijn woonplaats hier gearriveerd brengt aan 8. koijangs Rijsten 5. -. korgies Atchien sche broeken Lebe Abiet, Sttchiener woonagtig te Atchien per een banting monteerd met 1 Canon en 3 rantakken en bemant met se koppe in 30 dagen van zijn woonplaats hier gearriveerd brengt aan 7½ koijangs Rijst To Hang, Aschiener woonagtig te Atchien, per een banting mant met 6 koppen in 7 dagen van slangenoor hier gearrivee brengt aan 1½ koijang Rijsten Intje Mohamat, Maleijer woonagtig alhier, per een balo, mant met 7 koppen in 11 dagen van Queda hier gearriveerd bven„ aan 1 koijang Rijst 11 d=o brengt aan 1758 7 d=o „ 7 d=o. „ „ 7. d=o 7 d=o 8 d=o 9 d=o 3½ „ „ Padi 178
English
1785. 259 11 April Moeda, Malay residing at Batoebara, by a balo, manned with 15 hands, arrived here in 5 days from his place of residence, brings: 1½ koyang of rice 11 ditto Sakie, Malay residing at Batoebara, by a balo, manned with 8 hands, arrived here in 5 days from his place of residence, brings: 1½ koyang of rice 12 ditto Kee Teeng, Chinese residing at Slangenoor, by a balo, manned with 7 hands, arrived here in 4 days from his place of residence, brings: [illegible] 12 ditto Bookara, Malay residing at Siac, by a balo, manned with 5 hands, arrived here in 5 days from his place of residence, brings: 1500 pieces of fish roe, and 1000 pieces of gambier 12 ditto Wul Alim, Malay residing here, by a penjajap, mounted with 3 swivel guns, 9 flintlocks, and 2 blunderbusses, and manned with 9 hands, arrived here in 15 days from his place of residence, without cargo. 14 ditto Waijan, Malay residing at Rakkan, by a banting, mounted with 2 swivel guns, 1 blunderbuss, and 4 flintlocks, and manned with 18 hands, arrived here in 2 days from his place of residence, brings: 250 bundles of binding rattan 3 picols of wax 16 ditto Raja, Malay residing at Rakkan, by a banting, mounted with 2 swivel guns, 2 matchlocks, and 2 flintlocks, and manned with 10 hands, arrived here in 3 days from his place of residence, brings: 2 picols of wax, and 10 picols of pitch Tela Loedien, Malay residing at Batoebara, by a pantchiallang, mounted with 3 cannon, 4 blunderbusses, 6 swivel guns, and 10 matchlocks, and manned with 19 hands, arrived here in 7 days from Pannij, brings: 1000 pieces of dried fish, and ¼ koyang of rice [illegible] arrived, brings: 15 koyangs of paddy, 8 koyangs of rice, and 100 bundles of binding rattan. 17 April Intje Han, Malay residing at Aschien, by a kakap, mounted with 1 swivel gun and 2 matchlocks, and manned with 5 hands, arrived here in 4 days from his place of residence, brings: 40000 pieces of areca nut 17 ditto Intje Moeda, Malay residing here, by a balo, mounted with 2 swivel guns, 2 blunderbusses, and 6 flintlocks, and manned with 8 hands, arrived here in 10 days from Riouw, without cargo. 20 ditto Pei Sieuw, Chinese residing at Riouw, by a balo, mounted with 3 swivel guns and 1 blunderbuss, and manned with 15 hands, arrived here in 29 days from his place of residence, delivering a letter for the Right Honorable, Most Severe Lord Governor de Bruijn, and according to declaration laden with: 600 pieces of pots and pans 21 ditto Dagang, Malay residing at Siac, by a penjajap, mounted with 2 cannon, 2 blunderbusses, 10 swivel guns, and 20 flintlocks, and manned with 20 hands, arrived here in 2 days from his place of residence, brings: 40000 pieces of fish roe 21 ditto Lauwal, Malay residing at Siac, by a penjajap, mounted with 1 cannon, 1 blunderbuss, 2 swivel guns, and 12 flintlocks, and manned with 13 hands, arrived here in 3 days from his place of residence, brings: 1000 pieces of fish roe, and 35000 pieces of gambier 21 ditto Sila, Malay residing at Siac, by a balo, mounted with 2 swivel guns and 6 flintlocks, and manned with 11 hands, arrived here in 3 days from his place of residence, brings: 1½ koyang of sago 1000 pieces of fish roe, and some sundries 21 ditto U, Chinese residing at Liac, by a balo, manned with 8 hands, arrived here in 2 days from his place of residence, brings: 2000 pieces of fish roe 1000 pieces of dried fish, and 15000 pieces of gambier 264 22 April Boeyong, Malay residing at Siac, by a balo, manned with 7 hands, arrived here in 2 days from his place of residence, brings: 3000 pieces of fish roe 22 ditto Mevan, Malay residing at Siac, by a kakap, manned with 4 hands, arrived here in 2 days from his place of residence, brings: 2000 pieces of fish roe 22 ditto Siedie, Malay residing at Siac, by a balo, manned with 5 hands, arrived here in 2 days from his place of residence, brings: 5000 pieces of fish roe 22 ditto Moeloot, Malay residing at Siac, by a balo, manned with 5 hands, arrived here in 2 days from his place of residence, brings: 300 pieces of fish roe 23 ditto Poelin, Malay residing at Liac, by a penjajap, mounted with 2 cannon, 2 swivel guns, and 10 flintlocks, and manned with 9 hands, arrived here in 2 days from his place of residence, brings: 4000 pieces of fish roe, and 200 gantings of rice 24 ditto Rouw Panko, Chinese residing at Siam, by a wangkang, mounted with 4 swivel guns, 4 cannon, and 1 flintlock, and manned with 20 hands, arrived here in 43 days from his place of residence, brings: 80 picols of dried fish 300000 pieces of small flatfish, and 15 koyangs of salt 26 ditto Takkier, Malay residing at Siac, by a balo, manned with 3 hands, arrived here in 4 days from his place of residence, brings: 2500 pieces of fish roe 26 ditto Amien, Malay residing at Siac, by a balo, manned with 5 hands, arrived here in 4 days from his place of residence, brings: 1½ koyang of sago 28 ditto Po kota, Acehnese residing at Aschien, by a banting, mounted with 5 swivel guns and 1 blunderbuss, and manned with 12 hands, arrived here in 15 days from his place of residence, brings: 14 koyangs of rice Alam, Malay residing at siac, by a pantchiallang, mounted with 20 [illegible]
Dutch transcription
1785. 259 den 11. April 11 d=o 12 d=o Moeda, Maleijer woonagtig te Batoebara per een balo, bemant met 15 koppen, in 5 dagen van zijn woonplaats hier gearriveerd, brengt aan 1½ koijang rijst Sakie, Maleijer woonagtig te Batoebara per een balo bemant met 8. koppen, in 5. dagen van zijn woonplaats hier gearriveerd brengt aan 1½ koijang rijff kee Teeng, Chinees woonagtig te Slangenoor, per een balo be„ mant met 7. koppen, in 4 dagen van zijn woonplaats hier gear„ riveerd brengt aan Bookara, Maleijer woonagtig te Siac, per een balo bemant met 5 koppen, in 5 dagen van zyn woonplaats hier gearriveerd, brengt 1500: –. p=s Vischkuijten, en 1000. —. „ Gamber Wul Alim, Maleijer woonagtig alhier, per een panjajab, gemon„ teerd met 3. rantakken, 9 snaphaanen en 2. donderbussen en bemant met9 koppen in 15 dagen van zijn woonplaats hier gearriveerd, zonder laading Waijan, Maleijer wognagtig te Rakkan, per een banting gemon„ veerd met 2 rantakken, 1 donderbus en 4 snaphaanen en bemant met 18 koppen, in 2. dagen van zijn woonplaats hier gearriveerd brengt aan 250 bossen bindrottings 3. –. picols wak Raja, Maleijer, woonagtig te Rakkan, per een banting gemon„ teerd, met 2 rantakken, 2 londroers, en 2 snaphaanen en bemant met 10 koppen in 3 dagen van zijn woonplaats hier gearriveerd, brengt aan 2. Picols wak en 10. -. „ „ harpuis Tela Loedien, Maleijer woonagtig te Batoebara per een pant„ jallang, gemonteerd met 3 Canon, 4 donderbussen, brantakken, en 10 lontroers en bemant met 19 koppen, in 7 dagen van Pannij hier gear„ 1000. –. p=s drooge Vissen, en ¼ koijang Rijst riveerd 12. d=o o d 12: aan d=o 14 16 d=o t 1785. do d d o ƒ 24 d riveerd, brengt aan 15. —. Koijangs padi 8. —. „ „ en rijst 100. –. bossen bindrottingh. den 17 April Intje Han, Maleijer woonagtig te Aschien, per een kakap gemonteerd met 1 rantak en 2 Lontroers en bemant met 5 koppen in 4 dagen van zijn woonplaats hier gearriveerd, brengt aan 40000. –. p=s arreek Intje Moeda, Maleijer woonagtig alhier per een balo gemonteerd met 2. r takken, 2. donderbussen, en 6 snaphanen en bemant met 8 koppen, in 10 dagen van Riouw hier gearriveerd, zonder laading =o Pei Sieuw Chinees woonagtig te Riouw per een balo gemonteerd met 3 Rantakken en 1 donderbus en bemant met 15 koppen in 29 dagen van zijn woonplaats hier gearriveerd, aanbrengende eenen brief voor de Wel Edelen Gestrengen Heer Gouverneur de Bruijn, en volgens op gaave geladen met 600. –. p„s potten en pannen d=o Dagang, Maleijer woonagtig te Siac per een panjajab, gemonteerd x met 2 Canons, 2 donderbussen, 10. rantakken, en 20. snaphaanen en bemant met 20 koppen, in 2: dagen van zijn woonplaats hier gearri„ veerd, brengt aan 40000. –. p=s visch kuijten Lauwal, Maleijer woonagtig te Siac per een panjajab, gemonteert met 1. Canon, 1 donderbus, 2: rantakken, en 12. snaphaanen en be„ mant met 13. koppen, in 3 dagen van zijn woonplaats hier gearrivee brengt aan 1000. –. p=s vischkuiten, en 35000. –. „ gamber Sila, Maleijer woonagtig te Siac per een balo, gemonteerd met 2 rantakken en 6 snaphaanen en bemant met 11 koppen, in 3 dagen van zijn woonplaats hier gearriveerd brengt aan 1½ koijang Sagoe 1000. –. p=s vischkuijten en Eenige klijnigheden U, Chinees woonagtig te Liac, per een balo bemant met 8 koppen, en =dagen van zijn woonplaats hier gearriveerd, brengt aan 2000. –. p. s visch kuijten 1000. —: „ drooge visschen en 15000. –. „ gamber den 21 „ 17 „ 20. „ 21 21. „ 21. d o 2 2 2 178 264 22 April 22: d=o 22. d=o 22. 24 d=o 26. d=o 26: d=o do 28. Boeyong, Maleijer woonagtig te Siac, per een bale bemant met 7 kop„ pen, in 2. dagen van zijn woonplaats hier gearriveerd, brengt aan 3000. –. p=s visch kuijten Mevan, Maleijer woonagtig te Siac, per een kakap, bemant met 4 koppen, in 2: dagen van zijn woonplaats hier gearriveerd, brengt aan 2000. –. p=s visch kuijten Siedie, Maleijer woonagtig te Siac per een balo, bemant met 5 koppen in 2: dagen van zijn woonplaats hier gearriveerd, brengt aan 5000. –. p=s visch kuijten Moeloot, Maleijer woonagtig te Siac, per een balo bemant met 5 koppen, in 2 dagen van zijn woonplaats hier gearriveerd, brengt aan 300. –. p=s visch kuijten Poelin, Maleijer woonagtig te Liac per een panjajab, gemonteerd met 2. Canons, 2. rantakken en 10 snaphaanen en bemant met 9 koppen, in 2 dagen van zijn woonplaats hier g'arriveerd, brengt aan 4000. –. p=s vischkuijten, en 200. —. „ gantingh rijst Rouw Panko„ Chinees woonagtig te Siam, per een wankang, gemonteerd met 4 rantakken, 4 Canons en 1 snaphaan en bemant met 20 koppen, in 43 dagen van zijn woonplaats hier gearriveerd 80. picols drooge vissen 300000. –. p„s scharretjes, en 15. –. koijangs zout Takkier, Maleijer woonagtig te Siac, per een balo bemant met 3 koppen, in 4 dagen van zijn woonplaats hier gearriveerd brengt aan 2500. –. p=s Vischkuijten Amien, Maleijer woonagtig te Siac per een balo bemant met 5 koppen, in 4 dagen van zijn woonplaats hier gearriveerd brengt aan 1½ koijang sagoe Po kota, Atchiener woonagtig te Aschien per een banting gemon„ tierd met 5 rantakken en 1 donderbus, en bemant met 12 koppen in 15 dagen van zijn woonplaats hier gearriveerd, brengt aan 14. koijangh rijst Alam, Maleijer woonagtig te siac, per een pantjallang gemonteerd 20 met 1785 = t d 23 brengt aan o ƒ d de2 ve hiep