Inventory 8438
Japan · 638 pages · 172 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
the late Junior Merchant van Sappendrecht restored the 700.-.- rixdollars received by him in excess, which by the aforementioned separate letter had been granted to him as owner of the hooker De Handelaar for the hire of that vessel. Section 96. On 20 July 1787, not yet being provided with Your High Excellencies' decision, requested in the letter of 7 October 1785, on the petition submitted by the said Junior Merchant van Sappendrecht to relieve him of the imposed compensation of 835.9.8 florins, or the deficit in proceeds from the sale of his packet boat De Phenix—which was lost near Jambi on its return from Batavia—compared to the expenses incurred for the search and recovery of that small keel, and to grant him such compensation for the unfortunate loss of that vessel as Your Excellencies should deem proper, we have, on account of his decease, caused the aforementioned 835.9.8 florins or 412.28.- rixdollars, as well as the value of the 6 metal swivel guns of 1/4 lb and 6 gun carriages to the amount of 443.24.- rixdollars loaned on 16 October 1782 for arming the aforementioned packet boat De Phenix, making in total 856.4.- rixdollars, to be transferred by the sequester from his estate into the Company's treasury until receipt of Your High Excellencies' aforementioned decision, as well as the sum of 3401.4.- rixdollars, which was already reported by Fiscal Thievens during the inventory of that estate by order of the first undersigned Governor, which he found Sappendrecht had to account for on account of 1667.8.- rixdollars received from the small leases for the month of April and 1733.44.- rixdollars from the anchorage and passage money of the Portuguese ships that passed in the lease year 1783/1784. Since then, according to our Resolution of the 13th instant, the sequester has been informed of Your High Excellencies' remark by letter of 27 April prior, that Your Excellencies could do nothing further regarding the matter of the aforementioned packet boat, and he was consequently notified that the account of the estate of van Sappendrecht must remain debited for the aforementioned sum of 856.4.- rixdollars. Section 97. It having appeared from the vendue roll and the accompanying account of the sequester received at our session of 22 June 1787 that the native penjajap belonging to the Captain of the Chinese there, Ting Bienko, seized by the Resident of Riau Ruhde upon his retreat from there, brought hither, and publicly sold according to our resolution of 21 May prior, had yielded with what was laden therein 1394.30.- rixdollars; that found in cash on this vessel and handed over to the sequester were 54 Spanish reals, or 83.28.- rixdollars; amounting together to 1478.10.- rixdollars; that on the other hand, for coolies, warehouse rent, etc., a small sum was expended of 32.24.- rixdollars; and the account of the said Ting Bienko accordingly stood in credit with the sequester for 1445.34.- rixdollars; we have caused to be counted into the Company's treasury from this balance 1120.40.- rixdollars, which the said Ting Bienko still owed the Company for two chests of opium, and, against a receipt, delivered to the said Ruhde the remaining 324.12.- rixdollars to serve as a reduction of what the aforementioned Ting Bienko had remained indebted to him, Ruhde. Fortifications Section 98. Concerning the forts that are being constructed on Riau, we have received no further reports other than those supplied to Your High Excellencies by the first undersigned Governor's separate letter of 17 March last, and therefore mention here only that, pursuant to our Resolution of the 6th of the aforementioned month of March, we approved the agreement made by Resident Ruhde with the Captain of the Chinese to pay each of the Chinese laborers who would be employed for the fortress and other works a wage of 5 rixdollars per month, and to supply rice at the price of 100.- rixdollars per koyan; likewise that he, Ruhde, putting the off-duty European military personnel to leveling the old forts, granted them three stuivers per day, or as much as is stipulated in the 68th article of the Military Articles of War enacted in the Council of the Indies under date of 22 July 1786, and, in order not to expose them to the danger of falling ill, had limited their working hours from 6 to 9 o'clock in the morning and from 4 to 6 o'clock in the afternoon. Debits and Credits Section 99. Our Resolutions of 7 and 31 March, 1 and 27 June, 25 August, 14 September, 3, 16, and 23 November, 24 and 28 December 1787, as well as 6 and 15 March, 4 and 23 April, and 21 May last speak of the debits and credits made in conformity with the permanent orders and regulations on that subject. Section 100. To the debit of the account of the expedition against Riau formed in the trade books in the year 1783/1784, we have caused to be placed, according to our Resolution of 13 August 1787, the 2490 1/4 rixdollars or 4980.14.- florins charged to this Government by Batavian invoice of the last of February prior, which upon obtained authorization from Your High Excellencies were paid at the Surakarta office to the Makassarese Daeng Maputti residing there, to compensate him for the losses he suffered in the service of the Company at Riau. Section 101. For the sum of 174.1.8 florins charged hither by Semarang invoice of 14 September 1787, there has been entered here in the trade books
Dutch transcription
13 wijlen den Onderkoopman van Sapendrecht gerestitueerd de door hem 't geenen meerder ontfangen rds. 700. -. dat bij den voorschreven aparten brief aan hem als Reeder van den Hoeker de Handelaar, voor huur van dat vaartuig was geaccordeert. §96. Op den 20. Iuli 1787. nog niet gemunieerd zijnde met uwer Hoog-Edelheden, bij geerden brief van den 7. October 1785. gesucteerde dispo„ „sitie op het door den gemelden Onderkoopman van Pastendrecht bij Requeste gedaan verzoek, om hem te bevrijden van de geinponeerde vergoeding van ƒ835. 9. 8, of het minder rendement bij verkooping va zijne bij retour van Batavia omtrent Jambij afgelopen paquet„ van „boot de Therix, dan de onkosten tot recherche en wederkrijging van dat kieltje bedragen hadden, en hem zoodanig de dommagement „ van wegens he t ongelukkig geval dat vaartuig toe te leggen, als hoogstde„ „zelve bevinden zouden te behooren, hebben wij, vermits zijn overlij„ „den de voorschreven ƒ 835. 9. 8 of rds. 412. 28. -. gelijk ook de waar„ „de van de op den 16. October 1782 tot het armeeren van de meerge„ „melde paquelbort de Thenx geleende 6. p. s. metalen bassen van — ¼ lb. en 6. p.s. de klooden ten bedraagen van rds 44 3. 24. dan wel rds. 856. 4. –. in 't geheel tot den ontvangst van uwer Hoog Edelheden voorschreven dispositie uit zijn boedel door den Se„ „quester zoo wel in Comps kasse laaten overbrengen, als de ter order van den eerst ondergetekende Gouverneur reeds bij den inventari„ „satie van dien boedel door den Fiscaal Thievens opgegeven Somma van rds. 3401. 4. –. die hij vond Sappendrecht verantwoorden moest wegens ontvangen rd. s. 1667: 8. -. van de kleine Pagten voor de maand April en vds. 1733. 44. -. van de Ankerasie en Sasjagie geld der in het pagtjaan 178 /1 gepasseerde Portu„ „geesche schepen. Sedert is, volgens onze Resolutie van den 13. Huijs, de Sequester geinformeerd van uwer Hoog- Edelheden geregpte remarque n van vanden remarque bij brief van den 27. April bevoorens, dat Hoogst dezelve omtrent de zaak van de voorschreven faquetboot niets meer konden doen, en hem overzulks aangesegd, dat de Rekening des boedels van van Sappendreckk belast moetse blijven voor den bovengemelde Somme van rds. 856. 4. -. § 97. Bij de ter onser Sessie van den 22. Iuni 1787 ingekomen vendurolle en daar bij gevoegde Rekening van den sequoster gebleken weezende dat de door den Resident van Riouw Ruhdé bij zijn retracte van daar gearresteerde herwaarts gebragte, en volgens onts Seweet besluit van den 21. Mai bevoorens openzeijk verkogte inlandsche pantjallang van den Capitein der Rimuijer ginder Ting bienko met het geen daar in geladen was gerendeert hadt - - - - - rds. 1394. 30. -. dat op dit vaartuig aan Contant gevonden en aan den seques„ „ter overgegeven waaren 54. Sp. reaalen af - - - - - „ 83. 28. —. bedraagende te zamen rds. 1478. 10. -. dat daarentegen voor koelies pakhuishuur en z: be„ en de Rekening van den gemelden Ting Bienko dien„ „volgens bij den sequester Credit Stondt - - - - rds. 1445. 34. -. hebben wij van dit saldo in Comp. kasse laaten tellen 1120. 40. die hij sing Bienko nog aan de Comp. betaalen moest voor twee kassen am„ „fiven, en onder quitantie aan den gemelde Rukde afgeevende de resteerende rds. 324. 12. -. , om te dienen in mindering van ustgene de meergemelde Ting Bienko aan hem sushde schuldig was gebleven. „kostigd was een Sommetje van - - - - - - - „ 32. 24. -. Fortificatien § 98. Belangende de Forten, die op Riouw worden aangeseyd, hebben wij geene nadere berigten ontvangen als die uwer Hoog-Edelhe„ „den gesuppediteerd zijn bij des eerst ondergetekenden Gouverneurs apsarten 15 aporsten brief van den 17. Maart l. l. en haalen derhalven bij deezen eenlijk aan dat wij volgens onze Resolutie van den 6. der evengemelde maand Maart goedgekeurt hebben de door den Resident Ruhde met de Capi„ „teen der Chineeschen getroffen overeenkomst, om aan ieder van de Chinee„ „sche arbeidens, die tot de vesting en andere werken in dienst zouden ge„ „nomen worden voor Loon 5: rds. ter maand te betaalen, en de rijst tot den prijs van 100. –. rds. voor de koijang te verstrekken, zoo mede dat hij Runde de wagt vrije Europesche Militaire aan het applaneeren, van de oude forten geze=t hun drie st: 's daags, of zoo veel bij het 68„te articul van den in Raade van Indie sub dato 22. Iuli 1786, gearresteerden Militaire Articul brief bepaald is, toegelegd, en om hun aan het gevaar van ziek te worden niet bloot te stellen hunner werttijd gelimiteerd hadt van 6. tot 9. uuren 's morgens en van 4. tot 6. uuren 's namiddags. In en Afschrijvingen §99. Van in - en afschrijvingen die Conform aan de permanchte ordres en Reglementen op dat stuk zijn gedaan, spreeken onze Resolutien van den 7. en 31. Maart, 1. en 27. Iuni, 25. Augs. 14. Seh„ „tember, 3, 16, en 23. November, 24. en 28. December 1787, mits„ „gaders 6. en 15. Maart, 4, en 23. April en 21. Mai l. l. 3100. Ten latten der bij de Negotie-boeken in het Jaar 178¾4 gefformeerde Rekening van den Expeditie tegen Riouw hebben wij volgens onze Resolu„ „tie van den 13. Augs. 1787 doen brengen de bij Bataviasche factuur van ult„o februari bevoorens deezen Gouvernemente aangerekende rds. 2490¼ of 4930. 14. - die op bekomen qualificatie van uwe Hoog-Edelheden ten Comptoire Souracatta betaald waren aan den zig aldaar bevindenden Ma„ „cassaar Dain Napattij, ter te gemeedkoninge van zijn geleden schade in den dienst van de Comp. te Riouw. §101. Voor de bij Samarangsche factuur van den 14. September 1787. herwaards aangetekende Somme van ƒ174. 1. 8. zijn hier bij de Negotie
English
entered in the Trade Books 2 pieces of iron cannons, 2 horse-drawn carriages with their accessories, and 24 round shot of 2 lb. which were lent to the Siak Prince Said Dsjiem, and according to our Resolution of 6 March last properly accounted for to the overseer of the Artillery here. Paragraph 102. In consideration that on Riouw, as long as private shipping from the opposite shore and elsewhere did not resume, no refreshments of any kind would be obtainable, as was indeed the case, and one therefore had to attempt to make up for this shortage from here in order to prevent as far as possible the scorbutic diseases and their consequences among the crews of the State's as well as the Company's ships and smaller vessels, some of which latter had already been stationed there since the month of September 1787, we have sent thither with the State's frigate of war the Ceres, for distribution among the said combined squadron, 30 live pigs, together with various root vegetables, and the purchase costs of those refreshments amounting to rds. 545. 24. - have, according to our Resolution of 6 March current, been written off in the Trade Books to the account of the Expedition to Riouw. Paragraph 103. The six-monthly memorandum of deceased slaves, as well as consumed or damaged goods etc., in the book-year 1786/1787, are inserted with our Resolutions of 14 March 1787 and 4 June last. Paragraph 104. Captain Trijkenius having caused to be returned to the Company the chest with medicines etc. which had been brought with the State's frigate the Orangezaal for the State's ship the Beschermer and cared for on board, because his Honor's First Surgeon had declared that there was nothing of importance in it that could be of use to the sick, we have, according to our Resolution of 11 June last, for the service of this Government caused the same to be entered in the Trade Books for the monetary amount of f176. 3. 8., as entered in the catalogue, and we send a copy thereof for your High Mightinesses' perusal. Debits and Compensations or Exemptions and Reimbursements. Paragraph 105. The debits and compensation or exemptions and reimbursements that we have thought fit to allow without hesitation stand noted in our Resolutions of 7 and 31 March, 15 May, 22 June, 20 July, 26 September, 26 October, and 28 December 1787, as well as 6 and 15 March last. Paragraph 106. To the Lieutenant at Sea and former commander of the galley Griffioen, Cornelis van Aart, according to our Resolution of 26 September 1787, having been reimbursed from the Company's treasury f 26. 4. -, disbursed by him for medicines purchased at Batavia and delivered to the surgeon of that small vessel Hendrik Reinsz for the service of 16 European seamen taken on board there, we have accordingly charged the accountability thereof to the said surgeon. Paragraph 107. In order to comply with your High Mightinesses' esteemed order by secret letter of 17 July 1787, for the immediate exemption of the pay accounts of the soldiers on Riouw who might be debited for the compensation of 2 rds. each imposed on them by Resident Ruhde on account of opium stolen from the warehouse there, we have caused the Captain Commandant of the Militia Hensel to compile a list of names of the European and native soldiers who had participated in the said compensation, in so far as they had come hither upon the evacuation of Riouw and subsequently. This list of names having been received at the session of 26 October, and it having appeared therefrom that of the said soldiers only 6 Europeans and 25 natives had come here and were still present, to each of the 6 former the rds. 2. - contributed by them, and to each of the 25 natives the rds. 2. 31. - withheld from their pay, was disbursed, and the amount thereof up to rds. 78. 7. - was written off in the Riouw booklets. Paragraph 108. Upon the petition of the Second Lieutenant at Sea and commander of the bark the Standvastigheid, Johan Christiaan Meijer, that he might be released from the compensation imposed upon him at our session of 24 April 1786 of 361¼ lb. of tin, which was found short here on a Perak cargo of 98746 lb., notwithstanding that he had properly delivered the number of ingots, we have consented thereto in our Resolution of 15 March 1787 for this single instance, since the said shortfall was solely to be attributed to the drying up on board ship and falling off of the mud, sand, and grit that had adhered upon receipt to the ingots that had been lying on the ground under the open sky, and accordingly caused the aforesaid 361¼ lb. of tin to be written off in the Trade Books. Paragraph 109. Besides some goods consumed and rendered unfit or lost on the voyage, there also having been found short on the galley the Griffioen: 2 pieces of iron cannons of 3 lb. with their horse carriages and accessories, 2 deck leads, 25 lb. weights, 1 piece copper tap, 2 guitjes and vermoordjes, and 2 padlocks, we have
Dutch transcription
Negotie-boeken ingenomen 2. –. ps. ijzere Canons, 2. . -. „ van paarden met hun toebehooren, en 24. –. „ rondscherp van 2. –. lb. die aan den Siacs Prins said Dsjiem geleend waren, en blijkens onze Resolutie van den 6. Maart l. l. aan den opzigter der Artillerij alhier behoorlijk verantwoord. § 102: uit Consideratie dat op Rivuw, zoo lang de particuliere vaart van de overwal en elders niet weder aan den gang raakte, geene ver„ „verschingen, hoe genaamd te krijgen zouden wezen, gelijk zulks wer„ „kelijk plaats vondt, en men derhalven, dit gebrek van hier moesten tragten te vervullen, om zoo veel mogelijk te perevenieeren de schor„ „butique ziekten en derzelve gevolgen onder de Equipage, zoo van 's Lands als van Comps. schepen en mindere vaartuigen van welke laasten eeniger reeds sedert de maand September 1787 ginder gele„ „gen hadden, hebben wij met 's Lands fregat. van oorloge de Ceres, ter verdeelinge over het gemelde gecombineerde Esquader naar derwaards gezonden 30. –. ps. levendige varkens, benevens ver„ „scheiden aardvrugten, en het inkoops-kostende van die verver„ „schingen tot rds. 545. 24. - volgens onze Resolutie van den 6. Maart C. C. bij de Negotie-boeken op de Rekening van de Expedi¬ „tie naar Riouw laaten afschrijven. § 103. De zes maandige Memorie van overleden Lijfeigenen, mitsgaders verbruikte, of onbekwaam geraak te goederen enz: in het boekjaar 1786/1 zijn geinsereerd bij onze Resolutien van den 14. Maart 1787 en 4. Iuni l. l. §104. Door of van wegen den Heer Capitein Trijkenius aan de Comp. zijnde doen wedergeeven de Cas met medicamenten enz: die met 's lands fregat de Orangezaal voor 's lands schip de Beschermer aangebragt en daar aan boord tezorgd was, dewijl zijn Eds. Eerste Chirurgijn verklaardt hadt dat 'er niets van belang 17 belang in was het welk voor de zieken van nut kon zijn, hebben wij dezelve volgens onze Resolutie van den 11. Juni l. l. ten dienste deeses Gouvernements bij de Negotie-boeken doen innee„ „men voor het bedraagen in gelden van ƒ176. 3. 8. , bij de Catalogue opgebragt, en zenden een afschrift daar van over tot uwer Hoog= Edelheden speculatie. Belastingen en Vergoedingen of ontheffingen en Remboursementen. §105. De belastingen en vergoeding af ontkeffingen en rembour„ „sementen die wij zonder bedenkelijkheid hebben mogen laaten doen staan genoteerd bij onze Resolutien van den 7. en 31 Maart, 15. Mai, 22. Iuni, 20. Iuli, 26. September, 26: October, en 28. De„ „cember 1787 mitsgaders 6. en 15. Maart l. l. §106. Aan den luitenant ter Zee en geweezen gezaghe bber van de ga„ „leide Griffioen Cornelis van Aart volgens onze Resolutie van den 26. September 1787: uit Comps. kasse gerestitueerde zijnde ƒ 26. 4. -. , door hem behaald voor op Batavia ingekogte en aan den Chirurgijn van dat kieltje Hendrik Reinsz ten dienste van 16. daar aan boord gekregen Europesche zeevaarenden afgegeven medicamenten, hebben wij overzulks de verantwoording daar van den gemelden Chirurgijn opgelegd. 3 107. om te voldoen aan uwer Hoog-Edelheden geëerd bevel bij Secreeten brief van den 17. Iuli 1787. ter in mediate ontheffinge van de soldij rekeningen der soedaaten, op Riouw die belast mogten zijn voor de hun door den Resident Ruhde wegens gestolen amfioen uit het pakhuis ginder opgelegde vergoeding van 2. rds. ieder hebben wij door den Capitein Commandant van de Militie Hensel laaten formeeren eene Naamlijste van de Europesche en inlandsche soldaa„ „ten, die in de gemelde vergoeding geparticipeerd hadden voor zoo verre 4 verre dezelve bij de verlaating van Riouw en vervolgens herwaards gekomen waren. Deeze Naamlijste ter sessie van den 26. October ingekomen, en daar bij gebleken wezende, dat van de gemelde Mi„ „litairen eenlijk 6. Europeerts en 25. inlanders hier gekomen en nog waren, zijn aan ieder der 6. eersten de door hun gecontribu„ „eerde ros. 2. –. en aan ieder der 25. inlanders de van hunne besol„ „ding ingehouden vdr. 2. 31. –. uitgekeerd mitsgaders het bedvaa„ „gen daar van tot rds. 78. 7. – bij de Riouwsche Boekjes afge„ „schreven. 310. 8. op de supplicatie van den Sous-luitenant ter zee en ge„ „zaghebber van de bark de Standvastigheid Johan Christiaan Meij„ „er, dat hij mogte worden gelibereerd van de hem ter onser sessie van den 24. April 1786. opgelegde vergoeding van 361¼ lb tins, die hier te min bevonden waren op eene Perasche laading van 98746. –. lb. niet tegenstaande hij het getal der schuiten behoorlijk hadt uitge„ „leverd, hebben wij daar in bij onze Resolutie van den 15. Maart 1787 voor deze enkelde keer bewilligd nadien de gemelde te kort„ „koming eenlijk moest worden geattribueerd aan het opdrooge„ binnen scheepsboord en afvallen van het Seijk, zand, en gruis, dat bij den ontvangst aan den onder den blooten hemel op den grond gelegen hebbende Schuiten hadt vastgezeten, en overzulks de voorschreven 361¼ lb tins bij de Negotie-backen laaten af„ „schrijven. 3109. Behalve eenige op de reize verbruikte en onbekwaam of verlooren geraakte goederen, op de galei de Griffioen ook te min bevonden zijnde 2. –. p.s. ijzeren Canons van 3. lb. met derzelver van paarden en toebehooren, 2. –. „ deklooden, 25. –. lb. gewigten, 1. –. ps. kopere kraan„ 2. –. „ Guitjes en Vermoordjes, en 2. –. „ hangslooten, hebben
English
we have caused the pay-account of the Lieutenant at Sea and former commander of that vessel Cornelis van Hast to be debited for the amount thereof, in accordance with our Resolution of the 6th of March last, although he testified that he had not received the said goods at Batavia. § 110. In our Resolution of the 23rd of April last was inserted the findings upon the delivery of the building materials sent to Riouw with the small vessel the Jonge Orangeboom. What the Captain-Lieutenant Visser commander of the same vessel had submitted for his discharge regarding the shortages found, was not only refuted by a report from the ordinary Fireworker Schutz, but it was also advanced by Resident Ruhde in his letters of the 6th of February and 1st of April last, that Captain-Lieutenant Visser, upon the warrant granted to him for the shipment of only a portion of the materials loaded in the vessel the Jonge Orangeboom, had seen fit to send all of the same to the shore, without a delivery note, or attaching anyone thereto for delivery or accounting; that it was a well-known fact among the officers of all vessels present at Riouw, that they delivered nothing without a written warrant signed by him, the Resident, and this to prevent confusion was still adhered to; that, if Captain-Lieutenant Visser had been so incautious as to ship goods upon a verbal order, which had never been given by him, the Resident, he ought to have obtained a receipt for it, or have raised his objections against it, which however had not happened; that he, the Resident, on a certain day, towards nightfall, seeing a scow with materials rowing from the vessel the Jonge Orangeboom to the shore, had asked the ordinary Fireworker Schutz on whose order this was done and had received as answer that he had not asked for those goods, but they were just sent to the shore anyway; we have therefore caused the pay-accounts of the officers of the aforementioned vessel to be debited in the determined proportions for the amount in money of the unaccounted-for shortages of 67 bundles of binding rattans, 100 pieces of ballast baskets, 630 pieces of attaps, and 5675 pieces of laths. Trade Books. § 111. When in our session of the 14th of December 1787 we disposed of the findings upon the delivery of the provisions, equipment and other goods loaded at Batavia in the Company's ship the Castor, the bark the Waaker, and the sloop the Goede Trouw for the State's Ships the Amphitrite, the Beschermer, and Hoorn, we decided at the same time to have all that was handed over or issued from the respective administrations to the State's ships present here of the aforementioned provisions etc., and would be further issued according to the incoming memoranda thereof, charged to the General Office, trusting that this will meet with Your High-Noblenesses' esteemed approval. § 112. The provisions and other necessities brought by the Company's Ships Rotterdam's Welvaaren and the Constantia for the State's ships, we have, just like the just-mentioned cargo of the ship the Castor, the bark the Waaker, and the sloop the Goede Trouw, caused to be entered into the Trade Books of this Government, according to our Resolution of the 11th of June last, in order to charge them for it in proportion as the same were issued to the State's Ships, considering that the gentlemen Captains of those ships took over some of the mentioned provisions etc. according to need, but left the rest to the Company. § 113. A report submitted to our session of the 9th of February 1787 by the Chief Administrator Couperus having pointed out a multitude of differences found upon confrontation of the report regarding the inventory at Riouw of the Company's effects as of the ultimate of August 1786 against the Trade Books, we decided before deciding thereon, to have the causes of the differences stated not only by the former Scriba at Riouw Abraham Mauritsz Fabricius, but also by those whom it further concerned, and to that end to send a copy of the aforementioned Report to Resident Ruhde as well as to hand it to the said Fabricius. Resident Ruhde wrote by letter of the 26th of the said month of February, that he had delivered a copy of the aforementioned Report to the Military Captain Vetter and ordinary fireworker Schutz, who had undertaken to account for themselves satisfactorily thereon, and that he, Ruhde, had caused a further exact inventory to be taken and corrected the discovered omissions. The explanations since received from the said persons as well as that of Fabricius, who died here, having been handed over to the Chief Administrator Couperus, he gave to understand in a further Report on the 20th of July, that the differences found on various trifles, such as medicines, flag-lines and cloths, cotton yarn, etc. were caused by the neglect to properly record one thing and another in the monthly specifications at the time of issue; but that this had been corrected in the specification for the month of February 1787; that the shortage of the gunpowder and the cannonballs likewise had its source in the neglected notation in the specifications of what was consumed or issued successively, since until the arrival of Resident Ruhde at Riouw, except for a single time, namely on the 26th of January 1785, no gunpowder had been recorded as having been expended; that between that by the Fireworker
Dutch transcription
49 hebben wij voor het bedraagen daar van de soldij-reekening van den suite„ „nant ter Zee en geweezen gezaghebber van dat vaartuig Cornelis van Hast laaten belasten, volgens onze Resolutie van den 6. Maart l. l. , Schoon hij vetuigde de gemelde goederen op Batavia niet ontvangen te hebben, ra„ § 110. Bij onze Resolutie van den 23. April l. l. is geinsereerd de Boevinding bij uitlevering van de met het scheepje de Ionge Oran„ „geboom naar Riouw gezonden bouwmateriaalen. wat de Capitein Luite„ „nant Visser gezaghebber derzelfde bodem tot zijne decharge heeft in„ „gebragt nopens de bevonden minderheeden niet alleen door een berigt van den ordinair Vuurwerker schutz gerefuteerd, maar ook door den Resident Ruhde bij zijne brieven van den 6: februari en 1. April l. l. geavanceerd zijnde, dat de Capitein Luizenant Visser, op de aan hem verleende ordonnantie ter afscheepinge van slegt een gedeelte der in het scheepje de Ionge Orangeboom geladen materiaa„ „len, hadt goedgevonden alle dezelven naar de wal te zenden, zonder een gelei-briefje, dan wel iemand ter uitstellinge of verantwoordinge daar bij te voegen, dat het bij de overheden van alle de op Riouw zig bevindende vaartuigen eene bekende zaak was, dat zij zonder eene door hem Resident getekende schriftelijke ordonnancie niete hadden afgeleverd, en zulks ter voorkominge van verwarving als nog standgreep, dat, indien de Capitein Luitenant Visser zoo onvoor„ „zigtig geweest was van op eene mondelinge order, die door hem Resident nimmer was verleend, goederen af te scheepen, hij zig daar van eene quitantie hadt moeten laaten geven, of zijne be„ „zwaarnissen daar tegen inbrengen hetwelke egter niet geschied was, dat hij Resident op zekeren dag, tegen het vallen van den avond, eene schouw met mestariaelen, van het scheepje de Jong Ovargeboom naar de wal ziende voeijen den ordinair Vuurwer„ „ker schutz hadt gevraagd op wiens order zulks geschieden en ten antwoord bekoomen hadt dat hij om die goederen niet hadt ge„ „vraagd „vraagd dog dezelve zoo maar naar de wal gezonden wierden, hebben wij derhalven de soldij-reekeningen der overheden van het meergemelde scheepje in de bepaalde proportien laaten belasten voor het bedraa„ „gen in gelde der te min verantwoorde 67. –. bossen bindrottingen, 100. –. pse ballat't manden, 630. –. „ adappen, en 5675. -. „ lantheezen. Negotie-boeken. § 111. Toen wij ter onzer sessie van den 14. December 1787 disponeerde op de Bevinding bij uitlevering der voor 's Lands Scheppen de Amphitrite de Beschermer, en Hoorn, in Comps. schip de Casttor, de bark de waaker, en de sloep de goede Trouw, te Batavia geladen provisien, equissage - en ande„ „re goederen, hebben wij te gelijk beslooten al hetgene aan de hier zijn „de 's Lands scheeppen van de voorschreven provisien enZ; overgegeee of uit respective Administratien verstrekt was, en verder verstrekt zouden worden, volgens de daar van inkomende Memorien, het Comp„s „toir generaal te laaten aanrekenen, vertrouwende dat zulks van u„ „wer Hoog-Edelheten geëerde goedkeuring zal weezen. § 112. De provisien en andere behoefsen, door Comps. Scheppen Roth „dams welvaaren en de Consttantia voor 's Lands schepen aangebragt hebben wij, even als de straks gemeede Laading van het schip de Castor de bark de Waaker, ende sloep de goede Trouw bij de Negotie- boeken dezes Gouvernements laaten inneemen, volgens onze Resolu„ „tie van den 11. Juni b. l. om naar mate dezelve aan 's Lands Scheepen verstrekt werden hun daar voor te belasten, gemerk t de Heeren Capiteins van die scheppen eenige van de gemelde provisien enz: naar benoodigheid over namen, dog de rest aan de Comp„e lieten. § 113. Bij een ter onzen sessie van den 9. februari 1787 in gediend Berigt van den Hoofdadministrateur Couperus aangewezen zijnde eene 21 eene menigte van bevonden differenten bij Controntatie van het rappor wegens den opneem te Riouw van Comps. effecten onder ult„o Augs. 1786 tegen de Negotie-boeken, beslooten wij devoorens daar op te dissoneeren, niet alleen door den geweezen Siriba Le Riouw Abra„ „ham Mauritsz Tabricius, maar ook door die genen welken het ver„ „der aanging de oorzaaken van de differenten te laaten opgeeven, en ten dien einde copie van het voorschreven Berigt zoo wel aan den Resident Ruhde te zenden als gemelden Fabricuus ter handen te stellen. De Resident Ruhde heeft gescribeerd bij brief van den 26. der ge„ „melde maand februari, dat hij van het voorschreven Berigt een afschrift hadt afgegeven aan den Capitein militair Vetter en ordinair vuurwerker schutz, die aangenomen hadden zig daar op Tatasfactoor te zullen verantwoorden, en dat hij Ruhde een naderen exacten opneem heedt ^ en de ondekte laaten doen ommissien geredresseerd. De sedert ontvangen verantwoordingen van de gemelde persoonen zoo wel als die van den hier overleden Fabricius, der Hoofdadministra„ ^daar aan bij een nader Berigt „teur Couperus behandigt zijnde, heeft hij op den 20. Iuli te kennen ge„ „geven, dat de bevonden differenten op diverse kleinigheden, als medi„ „camenten, Vlaggelijne en doeken, katoengaaren enz: waaren veroor„ „zaakt door het verzuim van het een en ander ten tijde der verstrekkin„ behoorlijk bij de maandelijksche specificatien bekend te stellen; dog zulks geredresseerd was bij de specificatie van de maand fe„ „bruari 1787 dat de minderheid op het buskouid en de kogel sins„ „gelijks haare source hadt uit de veronagtzaamde notitie bij de specificatien, van het verbruikte of verstrekte successivelijk nadien tot de komste van den Resident Ruhde- te Riouw neet van eene enkelde keer, naarlijk op den 26. Januari 1785. eenig buskruid als verschoten was opgebragt, dat tusschen het door den Vuurwerker wij aa„
English
Clockmaker Schutz stated in his accounting and the remaining quantity of gunpowder found upon closer survey revealed only a slight difference of 1. –. lb, but the statement of the gunpowder found there and successively received from here agreed with the Riouw booklets and the dispatched invoices, so that he argued that the aforementioned shortfalls ought to be written off and at the same time deducted from the recorded balance in the drafted Memorandum of the goods lost upon the abandonment of Riouw. For these reasons, we accepted the proposal of Head Administrator Couperus and allowed it to take effect. § 114. The same Head Administrator Couperus having shown, in a report submitted on 14. September 1787, that by the Batavia invoice of 4. November 1785 this Government had been charged ƒ1148. 6. –. for 84. -. pieces of grenadier flintlocks with iron ramrods, together with an equal number of scabbards for bayonets, shoulder belts, and black cartridge pouches of double leather provided at the said capital to the native soldiers sent hither with the cutter Java, but that with this vessel there were brought here only the 40. –. pieces of each of the mentioned types of weaponry charged by invoice of 26. May 1786, so that, and because upon the last dispatch of that cutter hither a lesser number of soldiers than previously had been placed thereon, credence had to be given to the explanation in that regard from the officers of that vessel, namely that the first mentioned set of flintlocks and weaponry, when the cutter Java returned to Batavia due to contrary winds, had been disembarked again with the native soldiers who had been on board, though this had probably been neglected to be made known on the invoice, we granted the said Couperus the authorization requested in his report to charge back the aforementioned ƒ1148. 6. —. by invoice to Batavia. §. 115. 23 § 115. Regarding the differences found upon comparison of the general inventory as of the end of August 1786 against the trade books, disposal was made by our Resolution of 11. April last. Pay-books. § 116. Upon the request made to that end, and for reasons cited in our Resolutions of 13. May and 14. September 1787, we consented to the collection of the monthly wages which the seafarers stationed on the cutter Java, as well as on the ships Huisduinen, de IJstroom, de Zaanstroom, and de Jonge Oranjeboom, had previously outstanding with the Company and subsequently earned to their credit here. § 117. By our Resolutions of 20: July 1787 and 6. March last past, authorization was granted to allow the wages, which were written off according to the secret Resolution of 21. May of the said year, of 19. native soldiers and a European gunner taken prisoner of war on Riouw, of whom the former were dismissed and the latter ransomed, to resume course from the day they had returned here or to Riouw and had done duty. Requisition of Necessities and its Fulfillment. § 118. We express our great gratitude to Your High Nobles for the fulfillment as far as possible of our Requisition for the year 1788/9, and in particular for sending 300. koyangs of rice with the ship de Constantia, hoping therewith, and with the parcels brought both from Aceh and from some Malay places after the dispatch of the ship de Zaanstroom to Kedah, to be able to maintain a moderate daily sale to the community until the arrival of the vessels from Java and Cheribon with such quantities of that grain as Your High Nobles will have permitted to be transported hither. Domestic Affairs. § 119. The military Ensign Johan George Wilner and Acting Pay-book Keeper Jacob Frans Overree were elected as members of the Council of Justice by our Resolutions of 15. May and 16. November 1787. § 120. Fiscal Thierens having declared in a report inserted in our Resolutions of 31. March 1787 that he could institute no action against the Chinese Hie, whom the Resident of Riouw Ruhde had sent hither in custody concerning the outbreak of a fire in his dwelling, and from the documents entered to his charge nothing else having appeared to us that could incriminate that Chinese other than that he had kept himself in hiding for 5. days after the fire broke out, and contrary to the attestations of 7. persons had denied that the fire had started in his house, we, since this could be attributed to his fear of the death penalties that previously used to be imposed on Riouw on the person within whose house a fire originated, released the said Chinese Hie from his detention, nevertheless with prohibition against departing back to Riouw and, under conveyance of a copy of the Fiscal's report for the information of Resident Ruhde, further remarked in the rescript that persons in whose house fire arose through some chance or by accident were subject to no heavier punishment than the fine of 25. –. rixdollars statutory by our Resolution of 2. May 1764, and further renewed on 16. January 1772, that it nowhere appeared through what the fire had arisen in the house of the Chinese Hie, nor even whether or not he was in the house at the time, and that he, the Resident, would therefore have done better, on account of his stubborn denial of a proven matter, to have him given a beating by his own nation
Dutch transcription
Uuurwerker schutz bij zijne verantwoording opgegeven en het bij den naderen opneem bevonden restant van buskruid zig maar een gering different van 1. –. lb opdeed, dog de opgaave van het ginder bevonden, en Successivelijk van hier ontvangen buskruit overeenkwam met de Pi„ „ouwsche Boekjes en de verzonden factuuren, dat hij over zulks sustineen„ „de dat de voorschreven minderheden dienden te worden afgeschreven en teffens gedetrecheerd van het genoteerde restant bij de opgemaak„ „te Memorie der verlooren goederen bij de verlaating van Riouw wij hebben om deeze redenen het voorstel van den Hoofdadminis„ „trateur Couperu's geamplecteerd, en laaten gevolg neemen. § 114. Door den zelfden Hoofdadministrateur Couperus bij een op den 14. September 1717 ingeleverd voerigt vertoond zijnde, dat bij Bataviasche factuur van den 4. November 1785 deezen Gouvernemen„ „te waren aangerokend ƒ1148. 6. –. voor 84. -. p. s. Snaphaanen grana„ „diers met ijzeren zaadstokken mitsgaders een gelijk getal van scheeden tot Banjonets, Cardonriemen, en Paktroortassen Zwarte van dubbeed leer ter gemelde Hoofdplaatze verstrekt aan de met den kosten Java herwaards gezonden inlandsche militairen, dog dat met dit vaartuig hier eenlijk waren aangebragt die bij factuur van den 26. Mai„ 1786 aangerekende 40. –. ps. van ieder der gementioneerde soorten van wapentuig, dat men overzulks, en dewijl bij de laaste depeche dier kotter naar herwaards een minder getal van Militairen dan be„ „voorens, daar op geplaats geweest, geloof moette geeven aan de ver„ ^dat namentlijk het eerste gemeld gezie van snaphaven en wapentuig „antwoording dientwegen van de overheden van dat vaartuig toen de Kotten Iava wegens Contrarie- winden te Batavia retourneerden, met de aan boord gehad hebbende inlandsche Militairen weder af„ „gescheept, dog zulks waarschijnelijk verzuimt was bij de factuur bekend te stellen, hebben wij den gemelde Couferus verleend de bij zijn Berigt verzogte qualiticatie om de voorschreven ƒ1148. 6. —. bij factuur naar Batavia te rug aan te rekenen. §. 115. 23 §115. Omtrent de bevonden differenten bij Confrontatie van den generalen opneem onder ultimo Augs. 1786 tegen de Negotie boeken is gedisponeerd bij onze Resolutie van den 41. April b. l. Soldij-boeken. §116. Op het daar toe gedaan verzoek, en om redenen, aangehaald bij onze Resolutien van den 13. Mai, en 14. September 1787 hebben wij bewijlligd in de afbehaaling der maand gelden, die de op de koster Iava, mitsgaders op de schepen Huisduinen, de ijstroom, de Zaarstroom en de Ionge drangeboom bescheiden zeevarenden, bij de Comp. te voo„ „ren stonden, en vervolgens hier te goed maakten. § 117. Bij onze Resolutien van den 20: Juli 1787 en 6. Maart l. C. is qualificatie verleend om met den dag dat zij hier af te Riouw te rug gekomen waaren en dienst gedaan hadden, weder te laaten Cours neemen de volgens secreete Resolutie van den 21. Mai des gemelden jaars afgeschreven gage van 1. 9. inlandsche Militairen en een ru„ „ropeschen Canonnier op Riouw krijgsgevangen gemaakt dog waar van de eerste waren gechaseerd en de laatse gerantzoe„ Eisch van Benoodigdheden en dies Voldoening § 118. wij betuigen uwer Hoog-Edelheden zeer onzen dank voor de voe„ „doering naar mogelijkheid van onzen Eisch voor het jaar 1788/9 en inzonderheid voor de toezending met het schip de Constantia van 300. koijangs rijs2, hoopende daar mede en met de na de depe„ „che van het schip de Zaanstroom naar queda zoo van Aschien, als van eenige Maleitsche plaatzen aangebragte parthijen eenen maa„ „tigen verkoop dagelijks aan de gemeente te zullen kunnen laaten doorstaan tot de opdaaging der vaartuigen van Java en Cheribon met zoodanige quantiteiten van dat graam, als uwe Hoog-Edel„ „heden gepermitteerd zullen hebben herwaards te vervoeren. 3119. „neerd Huizelijke Bestellingen. §119. De Vaandrig militair Johan George Wilner en Pl. Soedij- overdraager Jacob Frans Overree zijn bij onze Resolutien van den 15. Mai en 16. November 1787. tot leden in den Raad van Justitie geëligeerd § 124. Door den Tisiaal Thievens bij een ten onzer Resolutien van den 31. Maart 1787 geinsereerd Berigt verklaard zijnde, dat hij tegen den Chinaes Hie, welken den Resident van Riouw Runde in verzeke„ „ring herwaarts gezonden hadt over het ontstaan van brand in zijn wooning geene actie kon institueeren, en bij de ten zijnen laste inge„ „nomen bescheiden ons ook niets anders te vooren gekomen weezende, het„ „welk dien Chinees kon bezwaaren, als eenlijk dat hij zig na den ont„ „staanen brand 5. dagen Schuil gehouden, en tegen de Attestatien van 7. pervooren aan ontkend hadt dat de brand in zijn huis was begonnen hebben wij daar dit geattribueerd kon worden aan zijne vreeze voor d' dood staffen die men op Riouw tevoorens plagt op te leggen aan de gene„ binnen wiens huis de brand een aanvang nam, den gemelde Chinees Hie uit zijne detentie gerelaxeerd, met interdictie nogtans van naar Riouw we„ „der te vertrekken en onder toekegding eener Copie van des fiscaals Berigt tot narigt van den Resident Ruhde, bij de Rescriptie nog geremar„ „queerd, dat persoonen, in welker huis door eenig toeval of bij ongeluk „brand ontstondt den geene zwaaver straff, dan de bij onze Resolutie van den 2. Mai 1764, en nader bij renovatie op den 16. Januari 1722, ge„ „statureerde geldboete van 25. –. rds. subject waren, dat het nergens bleek waar door in het huis van den Chinees Hie brand ontstaan, ja zelv niet of hij toen al of niet in huis geweest was? En hij resident overzulks boker zoude gedaan hebben him wegens zijne sijfhoordige ont „kentenis van eene bewezen zaak een dragt slagen door zijne Natie self te
English
to be administered, rather than treating him as a criminal offender. § 121. Resident Runde has also, on account of breaking into the Company's warehouse and stealing opium, sent hither in custody the native soldier Raman, who, along with the documents charging him, according to our Resolution of 15. May 1787, has been handed over to the Fiscal in order to be brought to trial before the Council of Justice. § 122. While we have caused to be written off in the Riouw booklets the buyout amount totaling rds. 28. 28. 8. for 5. catties or 6/¼ lb of opium, which balls, stolen by the said Raman but thrown away when he was discovered while climbing out of the warehouse, were lost among the crowd of native military personnel who arrived at the disturbance. § 123. Upon readmission into the Company's service, according to our Resolution of 14. September 1787, the burgher Hendrik Kraal of Rotterdam was appointed as provost marshal at 20. guilders. § 124. The state of the Reformed Churches, which as of the last of December 1786 amounted to - - - - - - - - rds. 2788. 27. 8. has since, through lower expenditures than revenues, gained – – – - - - - - - - - „ 335. 28. and thus as of the last of December 1787 increased to rds. 3124. 7: 8. as appears from the Report of the Churchwardens, inserted in our Resolution of 6. March last. § 125. By the same Resolution, at the request made thereto, the former Captain of the Burgher Guard Abraham de Wind was discharged as Second Churchwarden, to be replaced in that office by the former Captain of the Burgher Guard Joost Koek. § 126. Although we had received no notification from Your High Excellencies concerning the Minister Mollerus Couperus who arrived with the ship de Castor, we nevertheless, according to our Resolution of 16. November 1787, permitted him to serve the Reformed Congregation, since both from his received pay account and from the ecclesiastical document produced by him it was evident that he was called here; however, his Reverence has since, namely on 12. April last, descended into the grave. § 127. While expressing our particular satisfaction with the religious zeal of the Reverend Ministers August Fredrik Tarosckij and Mollerus Couperus, by our Resolution of 17. January last the well-intentioned offer presented by the church council of the said teachers to also preach on Wednesday mornings during the then approaching Passion, or the 7. weeks before Easter, in order to treat more extensively the precious suffering of Savior Jesus, was fully approved. § 128. Concerning the state of the Schools here, we respectfully refer to our letter dated 17. April last, dispatched under flying seal with the galley de Concordia to the Reverend Board of Curators and School Commissioners at Batavia. § 129. The capital of the Deacons and Lepers, which as of the last of December 1786 amounted to - - - - - rds. 23573. 41¾ having since gained, through lower expenditures than revenues – – - - – „ 222. 20¼ has thus as of the last of December 1787 grown to Rds. 23796. 14. — as appears from the financial statement and the Report regarding it, inserted in our Resolution of 15. March last. § 130. By our Resolution of 15. May 1787, the deacons are prohibited, under whatever pretext it might be, from investing any poor money under their administration without special prior knowledge and consent obtained upon a written address to the Governor, under penalty that they shall forfeit for each violation of this prohibition a sum of 100 Spanish reals for the benefit of the Diaconate poor here. §: 131. And by our Resolution of 27. June of the same year, it was established that the petty cashier of the Diaconate shall henceforth be permitted to have no more than 200. rds. for monthly expenditures; that whatever he receives in excess thereof must each time be transferred into the chest of the Diaconate in the presence of his colleagues, though in like manner there may be taken out again whatever he might occasionally need in excess of the said 200. rds.; that the specification of his receipts and expenditures, which must also show as a memorandum the amount of the balance remaining with the said petty cashier and in the chest of the Diaconate, must be examined on the 5. or at the latest the 10. of each month by his colleagues and, confirmed with their signatures, presented to the Governor; that whenever the balance in the chest exceeds 500. rds., the deacons must always transfer the surplus into the Company's treasury upon a receipt from the Head Administrator, in order to be deposited there until they have an opportunity to invest it to the advantage of the Diaconate. § 132. The former Storekeeper Gerrit Leendert Velge, Junior Merchant Gerrit Surgel, and Trade Bookkeeper Jan Arnold Wiederhold have, by our Resolutions of 29. May 1787 as well as 21. May and 4. June last, been elected as Members of the Board of Orphan Masters. § 133. The capital of the Orphanage, which as of the last of December 1786 amounted to - - - - - - - - - - rds. 117747. 36. — has since increased by - - - - - - - - „ 4878. 14¼ - and thus as of the last of December 1787 mounted to rds. 122626. 2¼ as appears from the financial statement inserted in our Resolutions of 6. March last. §. 134. The Junior Merchant Gerrit Surgel has been elected as President of the Board of Matrimonial and Petty Judicial Affairs; the First Sworn Clerk Jacob van Isaak and Acting Pay Transcriber Jacob Frans Overree have been elected as Members; and the Sworn Clerk at the Secretariat Jan Dieterich Diederich has been elected as Secretary, as appears from our Resolutions of 29. May and 10. October 1787, as well as 21. May last. § 135.
Dutch transcription
25 te laaten geeven, dan hem als een Crimineelen mitsdadiger te behandelen. § 121. De Resident Runde heeft ook over het breeken in Comp. s. pak„ „huis en het steelen van amfioen in verzekering herwaards gezonden den inlandsche soedaat Raman, die met de stukken ten zijnen lasten vol„ „gens onze Resolutie van den 15. Mai 1787 aan den Fiscaal overgegeven is om voor den Raad van Justitie te regt gesteld te worden. §122. Terwijl wij bij de Riouwsche Boekjes hebben laaten afschrijven het uitkoops- bedraagen tot rds. 28. 28. 8. van 5. katjes aof 6/¼ lb an fioen, die van de door den gemelden Raman gesloten, dog zoen hij bij het klinmen uit het pakhuis ontdekt wierdt weggeworpen bollen onder de menig„ „te der op het gerugt aangekomen inlandsche Milituiren verlooren ge„ „raakt zijn. §123. Bij rendmissie in Comps. dienste is, volgens onze Resolutie van den 14. September 1787 tot geweldiger met 20. gls. aangesteld de Burger Hendrik Kraal van Rotherdam. § 124. De staat der Gereformeerde Kerken die onder ultimo De„ „cember 1786. bedraagen heeft. - - - - - - - - rds. 2788. 27. 8. is sedert door mindere uitgaave dan inkomsten te vooren geraakt – – – - - - - - - - - „ 335. 28. en dus onder ult„o December 1787 geaccresceerd tot rds. 3124. 7: 8. blijkens het Berigt van Korkmeesteren, geinsereerd bij onze Resolu„ „tie van den 6. Maart b. l. §125. Bij dezelfde Resolutie is op het daar toe gedaan verzoek als Tweede kerkmeester ontslagen den oud Capitein der burgerije Abra„ „ham de wind, om in dat amp vervangen te worden door den oud Capi„ „tein der Burgerije Joost Koek. §126. Schoon wij geen aanschrijvens van uwer Hoog-Edelheden had„ „den nopens den met het schip de Castor aangekomen Predikant Molle„ „rus Couperus, hebben wij denzelven eijter, volgens onze Resolutie van den 16. November 1787, en den Hervormde Gemeente laaten dien tz doen, dewijl zoo wel bij zijne ontvangen soedij-rekering als bij de door hem hem geproduceerde kerkelijke Acte consteerde, dat hij hier beroepen was, dog zijn herw: is sedert, of op den 12. April E. l. ten graave gedaald. § 127. Onder betuiging van ons bijzonder genoegen over den Godsdiensti„ „gen ijver der Eerw: Predrikanten August Fredrik Tarosckij en Mol„ „lerus Couverus, is bij onze Resolutie van den 17. Januari l. l. vol„ „komen goedgekeurd de door den kerkenraad voorgedraagen welmee„ „nende aanbieding der gemelde Leevaaren, om geduurende de toen aan„ „staande Passie, of de 7. weeken voor saaschen, ook des woensdags 'S morgens te Prediken, ten einde het dierbaar tijden van Heiland Jesus uitvoeriger te kunnen verhandelen. §128. Concerneerende den staat der Schoolen alhier gedraagen wij ons reverentelijk aan onzen sub dato 17. April C. l. met de galei de Concordia onder Cachet volant afgezondenen brief aan het Eerw: Collegie van Heeren Curatoren en Scholarchen te Batavia. § 129. '½ Capitaal van de Diaconije en Leproozen dat onder ult„o December 1786 bedraagen heeft - - - - - rds. 23573. 41¾ sedert door mindere uitgaave dan inkomsten – – - - – „ 222. 204 te vooren geraakt zijnde is dus onder ult„o December 1787. aangegroeid tot Rds. 23796. 14. — blijkens de staat rekening en het Berigt dientwegen, geinsereerd bij onze Resolutie van den 15. Maart E. 1. § 130. Bij onze Resolutie van den 15. Mai 1787 is aan diaconen geinterduceerd de uitzekking onder welk pretext het ook zouden mogen weezen, van eenig armen-geld onder hunne administratie staande zonder speciale voorkennisse en op een schriftelijk adres bekomen Consent van den gouverneur sus poene dat zij voor ieder overtreeding van dit interdict verbeuren zoude eene Somme van 100 4. reaalen ten behoeven der Diacorij armen alhier §: 131. En bij onze Resolutie van den 27. Iuni deszelfde Jaars is gestatueerd, dat onder den klein kassier van de Diaconije voortaan niet 24 niet meer zoude mogen weezen, dan 200. ros. tot de maandelijksche uitgra „ven, dat het geen hij daar en boven ontving telkens in presentie van zijne Contraters in de kist van de Diaconije moeste overgebragt, dog uitzelf„ „dervoegen daar uit weder genomen kon worden het geene hij somtijds meer zoude mogen noodig hebben, dan de gemelde 200. rds. dat de spe„ „cificatie van zijne ontvangst en uitgaave, waar bij ook pro Memo„ „ria blijken moest hoe veel het restant onder den gemelden klein kassier en in de kist van den Diacorij bedroeg, den 5. of uiterlijk den 10. van ieder maand door zijne Confraters geexamineerd en met hun„ „nen ondertekening bekrugtig aan den Gouverneur moete worden gepresen„ „teerd dat Diaconen, wanneer het restan=t in de kist meer dan 500. vds. belief, het surplus altoos in Comps. geldkamer moeten overbrengen op eene Recipisse van den Hoofdadministrateur ten einde daar gesepo„ „neerd te worden tot dat zij gelegentheid hadden om het ten voordee„ „len van de Diaconije uit te zetten. § 132. De oud Dispenier Gerrit Leendert Velge, Onderkoopman Gerrit Sungel, en Negotie-overdraager Jan Arnold Wiederhold zijn bij onze Resolutien van den 29. Mai 1787 mitsgaders 21. Mai en 4. Iuni C. l. tot Leden in het Collegie van Weesmeesteren geëligeerd= § 133. ½ Capitaal van de weeskamer, dat onder ult„o December 1786. bedraagen heeft - - - - - - - - - - rds. ƒ17747. 36. —. is zedert vermeerdert met - - - - - - - -„ 4878. 144. - en heeft dus onder ult„o December 1787. gemonteerd rd.s. 122676. 2¾. blijkens de staatrekening geinsereerd bij onze Resolutien van den 6. Maart l. l. §. 134. De Onderkoopman Gerrit Surgel is tot President in het Collegie van Huwelijksche en Kleine Gerigts-zaaken, de Eerste gezwooren klerk Iacob van Isaak en Pl. Soldij Overdraager Iacob Frans overree zijn tot Leden, en de gezwooren klerk ter Secreta„ „rije Ian Dieterich Diederich tot Secretaris geëligeerd blijkens onze Resolutie van den 29. Mai en 10. October 1787. mitsgaders 21. Mai l. l. 5 135.
English
Paragraph 135. The state of the Burgher treasury, which as of the end of December 1786 amounted to rds. 1392. 12. -, having since advanced through an excess of income over expenditure by 526. 6. —, has thus grown as of the end of December 1787 to rds. 1918. 18. -, as appears from the Account and the Report concerning it, inserted into our Resolution of 18 March past. Paragraph 136. Upon the nomination of a double number of persons received according to annual custom at our session of 9 January last, Ensign Jan van Kerbergen and Adjutant Adrianus van Kersbergen were discharged from the Officers of the Company Burghers, and in their place the Burghers Johan Philip Wilhelm Kesler was chosen as Ensign and Egidius Tunst as Adjutant. Paragraph 137. Your High-Noblenesses' honored secret letter of 17 July 1787 having favorably acceded to the majority of our proposals with respect to the sick in the Company's Hospital, we have on that account resolved at our session of 14 September: 1) To instruct the Outside Regents of that House to procure in the most economical manner for the Hospitaler, subject to his further accounting, 150 pieces of ankle-length linen trousers and 150 pieces of shirts, with an annual replenishment for the Company's account of those that are found to be worn out at the general inventory at the end of August, in order to be used by the sick as long as they are in the Hospital, but to be left behind for others upon discharge. 2) Beginning on the 1st of the said month of September, or the start of the book year 1787/8, to bring into effect the agreed provision to the Hospitaler of 5½ cans of Cape wine monthly and of 11 stuivers instead of the 10 stuivers daily enjoyed until now for each of the sick who lay in the Hospital, as well as the monthly provision of 22 lb. of gunpowder for fumigation and of 4 cans of Dutch vinegar for sprinkling in the rooms of the sick. 3) On this basis, to order the Hospitaler: (a) to refresh the sick in the afternoon after the meal with a glass of the said Cape wine, as it might be beneficial to them; (b) in consideration of the surplus of 1 stuiver daily for each of the sick granted to him, not only to distribute to them morning and afternoon as much tea water as they might need for their beverage by night as well as by day, but also to keep clean and usable the linen that is issued to the sick for as long as they lay in the Hospital; (c) to cause gunpowder to be fumigated and vinegar to be sprinkled in the rooms of the sufferers as often as required. While we hereby respectfully note that for the better purification of the air within the said rooms, the necessary holes have already been cut into the ceilings. Paragraph 138. Since then, the Captain Commandant of the Militia, Hensel, as First Outside Regent of the Hospital, has had 250 pieces of shirts and 200 pieces of ankle-length trousers made, and, as appears from a memorandum submitted at our session of 14 December, disbursed rds. 329. 27. both for wages and for the purchase of the 16 pieces of ordinary bleached Guinea cloth and 50 pieces of nicanees used. We have accordingly reimbursed that advance from the Company's Treasury, and delivered to the Hospitaler for the use of the sick who lay in the said Hospital the designated 150 pieces of shirts and 150 pieces of trousers, but caused the remainder to be kept in the Company's Trade Warehouse for replenishment of those found to be worn out at the general inventory. Paragraph 139. Junior Merchant Gerrit Surgel was appointed by our Resolution of 18 May 1787 as Outside Regent of the Company's Hospital in place of the deceased Van Papendrecht. Paragraph 140. As it was ordered by extract from Your High-Noblenesses' Resolutions of 20 June 1783 to introduce the arrangement made therein regarding the abolished charges for the treatment of venereal diseases and the provision of trusses to the Company's servants according to circumstances at each office, we have by our Resolution of 25 August 1787, subject to Your High-Noblenesses' approval, granted 25 rds. each to the Chief Surgeon of the Castle and the Hospitaler for having the necessary trusses made or procured, and 50 rds. as a gratuity for the treatment of venereal diseases, or in total 150 rds. annually to both, since no less could be assigned for it. Paragraph 141. From the forwarded Reports of the Right-Honorable Brigadier Colmond containing His Honor's considerations on the muster roll of the Military both here and elsewhere, we have delivered a copy to the Captain Commandant of the Militia, Hensel, in order to comply therewith as much as humanly possible. Native Affairs Paragraph 142. Because of the death of the Chetty Sewa Sangra Chitlij, the Moor Malim Candoe was elected Captain and Head of the Moors and Chetties here in this city by our Resolution of 15 March last. Paragraph 143. On that occasion, taking into consideration that because a very old custom—according to which all minor disputes among the native nations were decided by their respective Heads—has fallen out of practice for several years past, the disagreements arising among them, which at the outset were mostly of such a nature that they could not or would not properly present them to the Court of Justice or the Fiscal for investigation and settlement, not only continued but also grew into quarrels and estrangements of very unpleasant and mutually disadvantageous consequences, we have therefore, by renewal of the said custom, decreed that all domestic or household disputes occurring daily among the native nations shall in the first instance be decided by their
Dutch transcription
§135. De staak der kasse van de Burgerije die onder ultimo December 1786 bedragen heeft - - - - - - - - rds. 1392. 12. - sedert door meerder in komste dan uitgaave te vooren geraakt zijnde - - - - - - - - „ 526. 6. —: os dus onder ult„o December 1787 geaccresieerd tot rds. 1918. 18. -. blijkens de Rekening en het Berigt- dientwegen, geinsereerd bij onze Resolutie van den 18. Maart E. l. § 136. op de ter onzer sessie van den 9. Ianuari l. l. naar Jaarlijksche gewoonte ingekomen Nominatie van Een dubbeld getal persoonen zijn va de Officieren der Comp. Burgers gedemitteerd de Vaandrig Jan van Ker „bergen en Adjudant Adrianus van Kersbergengen, en in hunne plaatze verkozen den Burgers Johan Philip Wilhelm Kesler tot Vaandrig en Egidius Tunst tot Adjudant. § 137. Bij uwer Hoog-Edelheden geëerden Secreeten brief van den 17 Iuli 1787 gunstiglijk gecondescerdeerd zijnde in het grootste deel onzer voorstellen met opzigt tot de zieken in Comps Hospilaal, he„ „ten wij op dien goord ten onzer sessie van den 14. September beslote Den Buiten Regenten van dat Huis op te draagen de bezorging opd menagieuste wijze aan den Hosfpitalier ter zijner nadere verantwoo „dinge van 150. ps. tot op de en klaauw afloopende linnen broeken en 150. ps. hemden, en suppletie Jaarlijks voor Comps. rekening van die bij den Generalen opneem onder ult„o Augs zouden worden bevonden versleeten te weezen, ten einde door de zieken zoo lang zij in het Holffitaal waren gebruikt dog uitgaande voor anderen agter ge „laten te worden. 2) Met den 1. der gemelde Maand Septembeer, of het begin van h boekjaar 178 7/8 te laaten ingaan de geaccordeerde verstrekking aan den Hospitalier van 5½ kan Caapse wijn maandelijks en van 11. in plaatze van de tot nu toe genoten 10. stxer: daags voor elk van d' zieken, die in het Hoopitaal lagen, gelijk ook de verstrekking ma „delijks van 22. lb. buskruid tot het vorken en van 4. kan azijn Holled tot het sprengen in de vertrekken der zieken. 29 3 uit deezen hoofden den Holpikalier te gelasten (a) de zieken, naar nan„ „te het hun dienstig was, s' middags na de maaltijd te laaven met een glas van de gemelde Caapse wijn (6) wegens het aan hem toege„ „legd surplus van 1. ster: saags voor elk der zieken niet alleen aan hun S morgens en 's middags te laaten uitdeelen zoo veel thee water, als zij, bij nagt zoo wel als vij dag tot hunnen drank noodig zouden hebben, maar ook schoon en bruikbaar te houden het linnen goed dat aan de zieken, zoo lange zij in het Hospitaal lagen zouden worden- afgegeven: ( c. ) in de vertrekken der lijders zoo menigmaalen het vereischt zoude worden, butkruid te laa„ „ten vooken en azijn sprengen. Terwijl wij bij deezen in eerbied noteeren dat tot bezer zuivering derlugt binnen de gemelde vertrekken reeds de noodige gaten in de zolders gekapt zijn. § 138. Sedert heeft de Capitein Commandant der Militie Hensel als Eersten Buiten- regent van het Hospitaal, laaten vervaardigen 250. p. s. hemden en 200. p.s. tot op de en klauw aflopende broeken, en blijken eene ter onzer sessie van den 14. December ingeleverde Notitie, zoo voor maakloon, als tot den inkoop van de verbruikte 16. ps. guinees gem. gebl. en 50. ps. niquarias bekostigd rds. 329. 27. Wij hebben over„ „zulks dat verschot uit Comps. Kasse laaten restitueeren, en aan den Hos pistalier ten dienste der zieken die in het gemelde Gasttruis leggen afgeeven de bepaalde 150. ps. hemden en 150. p. s. troeken, dog de overige in Comps. Negotie Pakhuis doen bewaaren tot suppletie van die bij den gerevelen opneem bevonden zouden worden versleeten te zijn. §139. Tot Bouiten- regent van Comps. Hospitaal, in plaatze van den overleden van Sapendrecht, is bij onze Resolutie van den 18. Mai 1787. aangesteld de onderkoopman Gerrit Surgel §140. Bij Extract uit uwer Hoog-Edelheden Resolutien van den 20. Iuni 1783. geordonneerd zijnde de daar in gemaakte schik„ „king nopens de afgeschafte belastingen voor het Cureeren van venus venus-riekten en verstrekking van breukbanden aan Comp. Dienaaren naar maate der omstandigheden op ieder Comptoir te introduceeren hebben wij bij onze Resolutie van den 25. Augs. 1787, op approbatie van uwer Hoog-Edelheden, den opperchirurgijn van het Casteel en den Holffstalier: voor het laaten maaken of bezorgen van de benodigde breukbanden ieder 25. rds. en tot een douceur voor het Cureeren van verus-Ziektens 50. of in 't geheel aan beiden 150. rds. Jaar„ „lijks toegelegd, dewijl 'er niet minder voor gesteld kon worden 3141. van de toegezonden Berigten van den wel-Edelen Gestren„ „gen Heer Brigadier Colmond in houdende zijn Eds. Consideratien over de schat order de Militaire zoo hier als reders, hebben wij Copie afgegeven aan den Capitein Commandant der Militie Hensel om daar aan zoo veel immers mogelijk te voldoen, Inlandsche zaaken § 142. Vermits het overlijden van den Tentief Sewa Sangra Chitlij is b onze Resolutie van 15. Maart l. C. tot Capitein en Hoofd der Mooren en sentieven hier ter stede geeligeerd de Moor Malim Candoe § 143. Bij die gelegentheid in agting genomen zijnde, dat door het bui„ „ten prackijk vaaken sedert eenige Jaaren herwaards van eene zeer oude usan „tie, volgens welke alle geringe geschillen onder de inlandsche Natien door hunne respective Hoofden wierden beslitt de oneenigheden, die onder hun ontstonden, en in den beginnen meest al van zulk eene na „tuur waren, dat zij dezelven aan de Collegie van Justitie of den Fiscaal ter onderzoek en afdoening niet wel konden of wilden voordraagen, niet alleen bleeven voortduuren maar ook aangroeijden tot twisten en verwijderingen van zeer onaangenaamen en voor hun wederzijds nadeelige gevolgen, hebben wij derhalven bij renovatie van de gemelde usantie gestatueerd, dat alle domestique of huizelijke geschillen onder de inlandsche Natien dagelijks voorvallende ter eerste instantie door hunne
English
their respective Chiefs and the most distinguished elders, without prejudice to the right of anyone to appeal, should he consider himself aggrieved by their verdict. §141 The Second Lieutenant at Sea and commander of the pantjallang Malrijve, Johannes Jacobus Berkemeijer, upon his return from Peva on the 27th of January last, delivered a statement provided by the crew of that vessel, which showed that while sailing up the river of Sera on the night between the 9th and 10th of December 1787, they encountered a vessel and first hailed it, but receiving no answer, not only repeated the hailing, but also fired a musket shot at the said vessel, and finally received in reply that they were at home on Slangenoor, that the Nakhoda of that vessel was appointed to come aboard, and after much delay came alongside in a small prahu and boarded the pantjallang together with a native, whereupon Commander Berkemeijer demanded his kris, but he denied possessing such a weapon, although a native sailor noticed that he had two krisses in his waistband; that the commander then having ordered that the Nakhoda must go below and remain on board until daybreak, in order to be able to inspect his vessel, the said Nakhoda jumped overboard into his prahu and fled with it, leaving behind the native who had transferred with him to the pantjallang, who directly declared that he was a slave of the escaped Nakhoda and had only joined him when his vessel was fully laden; that after the flight of the Nakhoda, the sailor David van den Berg was missing, who had received orders to examine whether the prahu lying alongside the pantjallang was properly secured. §145 For these reasons, in accordance with our Resolution of the 6th of March of the current year, we have caused the aforementioned male slave brought hither in custody, named Camis, as well as the natives named Polang, Taling, and Carin, captured as prisoners of war off Riouw on the 22nd of September 1787 by the Company's Squadron and sent over with the hooker De Eensgezindheid, who along with 4 other arrested but subsequently released and escaped persons wished to sail up the river there with an armed vessel of Sultan Machmoet, to be sold at public auction to the highest bidder. §146 Having further been successively arrested by the aforementioned Company's Squadron and sent hither under date of the 27th of February 1788, the Javanese Troena and Suiman, as well as the Buginese Tosandre, Patin, Slamat, and Lapige, traders, together with a Sumbawan female named Saija, slave of the Buginese Tjada, former Nakhoda of a balok run aground on the 23rd of September 1787 after a heavy fight off Riouw, we have, in accordance with our Resolution of the 15th of March, released from their detention the Javanese Troena and Suiman, who had committed no offense, taken them into the Company's service as sailors and placed them on the galley De Concordia and the lighter De Stad departing for Batavia, but have caused the Buginese Tosandre, Patin, Samat, and Lapige, found guilty of committed hostilities, together with the female slave Paija, to be sold at public auction to the highest bidder, and the proceeds of these 5 persons, as well as of the natives Solan, Taling, and Carin mentioned in §145, amounting after deduction of the jailer's and other fees to rds. 350. 30½, to be transferred into the Company's treasury for the benefit of those who kept Riouw blockaded on the 22nd and 23rd of September. §147 Likewise, we have caused to be counted into the Company's treasury, to be entered in the trade books to the account of Condemnation and Confiscation, the net proceeds to the amount of rds. 28 from the sold male slave Camis, also mentioned under §145. Foreign Nations. §148 The ships and smaller vessels of foreign European Nations that have been here from the first of March 1787 until the last of May 1788 consist of 144 units, namely: 93 English, of which 8 of the Company, and 85 of private individuals 9 French, of which 6 of the King, and 3 of the Company 3 Imperial, of private individuals 37 Portuguese, of private individuals 1 Danish, and 1 American, also of private individuals, as appears from the lists already sent over and now being forwarded, in which their names, destinations, and cargoes are also noted. §149 Mr. Richery, Captain of the French King's frigate the Marquis de Castries, which arrived from the China Sea on the 7th of March 1787, having reclaimed from the first-undersigned Governor the person of Joseph Duklouw, who had been enlisted on the 9th of January previously as a soldier in the Company's service, having absented himself from the said frigate at Macao, the same was surrendered again and his wages written off, as appears from our Resolution of the 14th of the said month of March. §150 At the request of the Count de Kergariou, commanding the French King's frigate Le Calypso, to be willing to disburse from the Company's treasury the 148 7/8 Spanish dollars expended here on that vessel and to accept in return a Bill of Exchange drawn on the Treasurer of the Navy at Pondicherry, to be paid to the order of the Right Honorable Governor of Ceylon, Willem Jacob van de Graaff, that small sum was, in accordance with our Resolution of the
Dutch transcription
34 hunne respective Hoofden en de aanzienelijkste oudsten onderzogt en getermineerd zouden worden, onverminderd de faculteik van een ieder tot hooger beroep, wanneer hij vermeende met hunne uitspraak bezwaard te zijn. §141 De Sout- Luitenant ter Zee en gezaghebber van de pantjellang Malrijve Iohannes Jacobus Berkemeijer heeft bij zijn retour van Peva op den 27. Ianuari l. l. overgegeven eene door de Equipage van dat vaartuig verleende verklaaring waar bij Consteerde dat zij in het opzeilen der rivier van Sera Snagts tusschen den 9 en 10. December 1787 een vaartuig ontmoet en hetzelve eerst toegeroepen dog geen ant„ „woord krijgende niet alleen het toeroepen herhaald, maar ook een snap„ „haanschoot op het zelve vaartuig gedaan en eindelijk ten antwoord gekregen hadden, dat zij op slangeroor te huis worden dat den Nagoda van dat vaartuig aan boord geappointeerd en na veel tremens met een praauwtje op zijde, mitsgaders nevens een inlander binnen de pant„ „jallang gekomen wezende, de Gezaghebber Berkemeijer hem de krits afgevraagd, dog hij ontkend hadt een zoodanig geweer te hebben schoo„ een inlandsch Matroos gewaar wierdt dat hij twee kritzen in zijn buikgordee hadt, dat den gezaghebber toen gelest hebbende, dat hij Nagoda naar beneden moest gaan en tot het aanbreeken van den dag aan boord blijven, ten einde van zijn vaartuig te kunnen visenteeren, dezelve Nagoda over boord in zijn sraauwtje gesprongen en daar mede ontvlugt was, agter„ „laatende den met hem in de Pantjallang overgestapte inlander die direct verklaard hadt een staat van den gevlugte Nagoda en eerst bij den zelve gekomen te zijn toen zijn vaartuig volladen was, dat na de vlugt van den Nagoda was vermist den Matroos David van den Berg, die order gehadt hadt om te onderzoeken of het op zijde der pantjallang leggende pracuwa„ „je wel voorzien was; §145. Om deeze redenen hebben wij, volgens onze Resolutie van den 6. Maart O. E. den gemelden in verzekering herwaarts gebragte manslaat 6 man heert Camis genaamd, zoo wel als die op den 22. September 1767 door Coreppa Esquader voor Riouw krijgsgevangen gemaakte en met de hoeker de eensgezindheid overgezonden inlanders met naamen Polang, Taling en Carin, die nevens nog 4. gearresteerde dog vervolgens losgeraakte en ontvlugte perzoonen met een gewapend vaartuig van Sulthan Machmoet binnen de vivier ginder wilden zeilen, bij Publicue op„ „veiling aan de meestbiederde laaten verkoopen § 146. Door het voorschreven Comp. Esquaeder nog successivelijk ge„ „arresteerd en sub dato 27. februari 1788. herwaards gezonden zijnde de Ia„ „vaanen Troena en Suiman, gelijk mede de Boegineeschen Tosandre, Pa„ „tin, Slamak, en lapige, verhandelingen, mitsgaders een sumbauwerees vrouwsperzoon genaamd Saija, Slavin van den Boeginees Tjada, gewe„ „zen Nagoda van eene den 23. September 1787 na een hevig gevegt voor Riouw op Strand gezette bald, hebben wij, volgens onze Resolutie van den 15. Maart de Javaanen Troera en Suiman, die niets mitsdaar hadden, uit hunne detentie ontslagen voor Matrosten in Comps. diens t genomen en op de naar Batavia vertrokkende galeide de Con„ „cordia en den ligten de stads geplaatst, dog de aan gepleegde vijande„ „lijkheden schuldig bevonden Boegineeschen Iosandre, Patim, Sa„ „mat en Lapige, benevens de Slavin Paija, bij publique opveiling aan de metszliederde laaten verkooper, en het provenu van deeze 5. per„ „zomnen soo wel, als van de §145. gemelde inlanders Solan Taling en Carim, bedraagende na aftrek van de boei- en andere ongelden rds. 350. 30½ in Comp. kasse overbrengen ten behoeven van de gee„ „ne die Riouw op den 22. en 23. September gebloqueerd hielden. §14 7. Desgelijks hebben wij in Comp: 1. kasje laaten tellen om bij de Negotie-boeken op de reekening van Condemnatie en Contiscatie te worden ingenomen, het zuiver rendement tot rds. 28. van den mede onder § 145. gemelde verkogte manslaat Camis. 3 148. 335 Vreemde- Natien. §148. De schepen en mindere vaartuigen van de Europesche vreemde Natien, die sedert primo Maart 1787 tot den laaste Mai 1788 hier zijn aangeweest bestaan in 144 stuks naam: 93. –. Engelsche daar van 8. —: van de Comp:, en 85. –. „ particulieren 9. —. Fransche, daar van 6. - van de Koning, en 3. „ „ Comp. 3. –. Keizerlijke van 2a particulieren 37. –. Artugeesche „ 1. –. Deensch, en 1. –. Amerikaansch mede van particulieren blijkens de reeds overgezon„ „den en tans overgaande Lijsten waar bij ook hunne naamen, dit lina„ „tien en Ladingen zijn genoteerd. § 149. Door den Heer Richerij Capitein van het op den 7. Maart 1787 uit de Chinesche Zee gearriveerde Transche Konings-fregat de Marquis de Catfries, van den eerst ondergetekende Gouverneur gereclameerd zijnde een op den 9. Januari bevoorens voor soldaat in Comps. dienst aangenomen persoon van Joseph duklouw, die zig te Macao van 't gemelde fraat kadt geabsenteerd, is dezelve weder uitgeleverd en zijn gage afgeschreven blijkens onze Resolutie van den 14. der gemelde maand Maart. 3150. Ten verzoeke van den Heer Graaf de Kargarion, Commandee„ „verde het Fransche Konings-foegat Le Calipho, om de aan dien bodem hier bekostigde 148 7/8. sp. veaalen uit Comps. kassje te willen vol„ „doen en daar voor accepteeren eene Wissel op den Heer Tresorier van de Marine te sondeckerij ten einde betaald te worden aan de order van den Wel-Edelen Gestrengen Heer Gouverneur op Ceilon, Willem Ja„ „cob van de Graaff, is dat sommetje, volgens onze Resolutie van den ƒ „ „
English
advanced on 14. September 1787, and, under transmission of the aforementioned bill of exchange, charged to the Government of Ceilon. Section 151. However, since we are informed by a recently received extract from the minutes of your High Nobilities' illustrious assembly dated 28. December 1787 that no subjects of the French crown, of whatever rank they might be, now have any authority to claim further benefit from the credit extended to them in the late war with England, we request your High Nobilities to instruct us whether the commanders of French King's ships must also be included therein or not. Section 152. By our resolution of 3. January last, we granted permission to David Jordan, captain of the English private ship Necker, which arrived from China on the 1st of that month but sailed directly onto the mud due to heavy leakage and the fatigue of his crew, to sell that ship as it lay, sinking rapidly into the mud. And that sale having taken place publicly the following day, the said ship, in so far as it was still above water, was broken up by its buyers. Private Shipping and Trade. Section 153. We have written to the Resident of Riouw, pursuant to our resolution of 11. June last, to issue the passes of vessels on stamped paper from the first of July next, according to the regulation of 1. February 1787, and for the tax stipulated therein. Servants. Section 154. The first undersigned Governor acknowledges with the warmest thanks the favor shown to him through an honorable discharge from his administration, and is likewise very sensible of your High Nobilities' gracious declaration of satisfaction with the zeal and efforts applied to advance the Company's precious interests, wishing that the adversities with which he has constantly had to struggle may come to an end with his departure, and make way for the restoration of affairs and such advantageous situations as will tend to the most complete prosperity and welfare of the Company and its dependents here on the coast; while the second undersigned, chosen by your High Nobilities as Governor, likewise presents his thanks to your High Nobilities for the favorable reflections cast upon his person, and with the assurance that he will exert all his powers faithfully to fulfill your High Nobilities' expectations and his duty. Section 155. The Fiscal Thievens and Secretary Baumgarten likewise thank your High Nobilities in the same manner for their promotion and promise to endeavor to make themselves more and more worthy of the favor of your High Nobilities. Section 156. The latter, chosen as Resident of Riouw, petitions your High Nobilities, as we do with and for him, that after assuming that office he may enjoy the same emoluments that were granted to the merchant Rukde by your High Nobilities' resolution of 18. March 1785, and which we therefore, according to our resolution of 14. December 1787, caused to be provided to him again when he was sent thither subject to the further disposition of your High Nobilities to act anew as Resident, but the benefit of which we shall not allow him any longer than for the time he held that post. Section 157. The sworn scribe at Riouw, Carel Boruijns, has requested us by petition, on account of his impoverished condition and because he now had even less means of subsistence than before, yet had the accountability for the errors he might sometimes commit in dispensing the monthly salaries to Company servants, to be relieved from there and placed here at one of the writing offices. But, being unable to accede to this request of his due to the lack of a capable person to replace him, we on the contrary promoted him by our resolution of 6. March last to Bookkeeper at 30. guilders per month, in order through this favor not only somewhat to relieve his genuine sober circumstances and reward his already demonstrated zeal, but also to encourage him to make himself further capable in the service and thus of use to the Company, trusting therefore that your High Nobilities will be pleased to approve this promotion. Section 158. Furthermore, on account of the expiration of his contract, Assistant Jan Diederich Dieterich was advanced to Bookkeeper at 30. guilders by our resolution of 31. March 1787. Section 159. The Junior Assistants Jan Fredrik Sago and Johannes Hummel have been appointed to Absolute Assistants at 24. guilders, and the persons of Carl Frederich Schlee and Dirk Janze Mol, drawn from the shipping and militia to the pen, to Junior Assistants at 10 guilders, as appears from our resolutions of 29. May and [illegible] September 1787, as well as 9. January and 6. March last. Section 160. The person of Adrianus Johannes Schadde, who came from Europe as Second Writer with the Country's war frigate the Ceres, but requested and obtained his discharge from the Country's service due to continual indisposition at sea, was, subject to the favorable approval of your High Nobilities, engaged in the Company's service by our resolution of [illegible] December 1787 as Assistant at 20. guilders.
Dutch transcription
den 14. September 1787 verschoten, en onder overzending der voorschreven Wissel, het Gouvernement Ceilon aangerekend. § 151. Maar, vermits ons bij een orlangs ontvangen Extract uit de Notulen van uwer Hoog-Edelheden illustre Vergadering sub 28. Decem„ „ber 1787 geinformeerd wordt dat geene onderdaanen van de Transche kroon, van welke qualiteit deselve ook zouden mogen zijn tans eenige bevoogdheid meer hebben, om van het aan hun in den jongsten oorlog met Engeland gegeven Crediet een verder genot te vorderen, verzoe„ „ken wij uwer Hoog-Edelheden om ons te willen onderrigten of de Commandante van Fransche Konings-scheepen ook daar onder roe„ „ten worden beijvepen dan niet. § 152. Bij onze Resolutie van den 3. Januari l. O. hebben wij aan David Jordan, Capitein van het op den 1. dier maand uit China ge„ „arriveerde dog wegens zwaare lekkasie en de vermoeidheid van zijn volk Direct op de modder gezeilde Engelsche particuliere schip Necker, vermissie verleerd om dat schip, het welk hand overhand in den modder zakke, zoo als het lag, te mogen verkoo„ „pen en dien verkoop sdaags daar aan sublicequelijk geschied zijnde is hetzelve schip, voor zoo verre het nog boven water was, door dies koopers geslootz. Particuliere vVaart en Handel. § 153. wij hebben den Resident van Riouw, volgens onze Resolutie van den 11. Juni l. l. angeschreven, om van primo suli naastkomende af, de tussen der vaartuigen op gestemteld papier te expedieeren naar het Re„ oglement van den 1 februari 1787, en voor de daar bij gesipuleerde belanding Dienaaren. §154. De eert zondergetekende Gouverneur erkent met de harte„ 35 hartelijkste dankbetuiging de aan hem beweezen gunste door een honova„ „bel ontslag uit zijn bewind, en is teffens zeer sensibel over uwer Hoog-Edelheden graciuse betuiging van voldaan te zijn met ijver en pogingen, ter bevorderinge van Comps. dierbaare belangen aange„ „wend, wenschende dat de tegentoede waar mede hij steeds heeft moeten worstelen, met zijn vertrek een end mogen neemen, en plaatsn maaken voor de herstelling der zaaken en zoodanige voordeelige situcatien als strekken zan tot de volmaakste bloei en welvaart„ van de Comp. en haare onderhoorigen hier ter kuste terwijl de tweede ondertekenaar door uwe Hoog- Edelheden tot Gouverneur geëligeerd, ^ aan Hoogt deze opdraagt meede zijne dank offerte voor de gunstige reflextien op zijn persoon geslagen, en onder verzekering dat hij alle zijne vermogens zal inspan„ „nen om van uwer Hoog-Edelheden verwagting en zijne pligt getrou„ „welijk beantwoorden. §155. De Fiscaal Thievens en Secretaris Baumgarten bedenken uwer Hoog-Edelheden in zelfdervoegen voor hunne bevordering en belooven te zullen tragten om zig Hoog 12 derzelve gunste meer en meer waardig te maaken. §156. De laaste, tot Resident van Riouw verkoren supliceert uwer Hoog- Edelheden gelijk met en voor hem doen, dat hij na de aan„ „vaarding van dat om p't dezelfde emolumenten moge genieten die hij door uwer Hoog- Edelheden Resolutie van den 18. Maart 1785. aan den koopman Rukde zijn toe gelegd, en die wij overzulks, volgens onze Resolutie van den 14. December 1787, aan hem weder hebben laaten verstrekken, toen hij tot de nadere dispositie uwer Hoog- Edelheden derwaarts gezonden wierd t om 'er op nieuw als Resi„ „dent te furgeeren, dog waar van wij hem niet langer het genot zullen toestaan, dan voor den tijd dat hij die post bekleed heeft. § 157. De gezworen scriba op Riouw Cavel Boruijns heeft ons bij Requeste verzogt, om uit hoofde van zijnen armoedigen staat en en dewijl hij er nu nog minder als bevoorens een mitdee van bestaen, dog eg „ter de verantwoording hadt voor de abuisen die hij in de verstrekking de maandgelden aan Comp. Dienaaren somtijds begaan mogte, van daar her„ „waards verlost en hier op een den schrijf Comptoiren geplaatst te wo „den, dan, wegens het getrek aan een bekwaam subject tot zijnen ver „vanger, in dit zijn verzoek niet kunnende Condescendeeren hebben i hem daaren tegen bij onze Resolutie van den 6. Maart l. l. bevorder tot Boekhouder met 30. gls. ter maand, ten einde door deeze gunst hem niet alleen in zijne wezendlijke sodere omstandigheden eenig „zins te gemoet te komen en zijnen reeds betoonde ijver te belooven maar hem ook aan te spooren om zig in den dienst verder bequaam en dus der Comp. van nut te maken, vertrouwende dierhalven ook dat uwe Hoog Edelheden deeze bevordering zullen gelieven te pal „seeven §15 8 Nog is, vermits de exspiratie van zijn verband, bij onze A „solutie van den 31. Maart 1787. tot Boekhouder met 30. gls. geavan„ „reerd de Adsistent Ian Diederich Dieterich. § 159. De Iong adsistenten Jan Fredrik Sago en Johannes H „mel zijn tot Absolut- adsistente met 24. gls, en de uit de zee „vaart en Militie aan de sen getrokken, persoonen van Carl Ir „derich Schlee en Dirk Ianze Mol, tot Jong-Adsistente met 10 gls, aangesteld, blijkens onze Resolutien van den 29. Mai en September 1787, mitsgaders 9. Januari en 6. Maart: l. l. § 160. De Perzoon van Adrianus Iohannes Schadde die met 's Lands fregat van oorloge de Ceresals Tweeden schrijver uit Euvo gekomen is dog wegens Continueele indispositie op zee zijne demis„ uit 's Lands dienst verzogt en geobtineerd heeft, is op gunstige approbatie van uwe Hoog Edelheden bij onze Resolutie van den December 1787 in Comp:s. dienst aangenomen voor Advistent mn 20.
English
3 57 20 guilders per month, in consideration that he is a person of such conduct and skills by which he will soon be able to qualify himself at the secretariat to perform duties for which there are generally no suitable subjects at hand. Section 161. By our Resolution of 31 March 1787, to fill the posts that have fallen vacant on the cutter Java, and adding the pay stipulated in the Regulation on the promotion of Servants, there have been appointed: the Sous-Lieutenant Willem van Oukoop to Second Mate, the Boatswain's Mate Coenraad Camerlingh to Boatswain, and the Sailor Jan Hendrik Nulle to Gunner. We request Your High Excellencies to be pleased to favor the said Oukoop with the title and rank of Ordinary Lieutenant, and the Third Mate Jacob Roode, also stationed on the cutter Java, with that of Sous-Lieutenant at sea. Section 162. Likewise, we request of Your High Excellencies the title and rank of Sous-Lieutenant and Ordinary Lieutenant at sea for the Sailor Cornelis Dirkse Kuiper and Sous-Lieutenant Jan Christiaan Meijer, who were respectively promoted to Third Mate and Second Mate by our Resolution of 14 and 24 December 1787. Section 163. By our Resolution of 15 May 1787, the Quartermaster Jan Ernst Kruger has been promoted to Boatswain at 20 guilders per month. Section 164. On the other hand, by our Resolution of 2 April of the current year, the Boatswain's Mate at sea Carel Noorberg on the hooker Katwijk, and Boatswain's Mate Anthonij van den Bos who served on land, have been demoted to Sailor at 12 guilders: the former for ill-treatment of the crew, and the other for insolence committed. Section 165. The Military Ensign Godhart Diedenhoven, by his letter of 14 March last and a request sent alongside it, has submitted an application to be discharged from the Command of the Garrison at Perak. Although it appeared very probable to us that not a weak physical constitution, as pretended by him, but other less admissible reasons had moved him to make the said untimely request, we nevertheless consented thereto by our Resolution of 4 April last, partly because the forced retention of someone in a post which was repugnant to him could not be advisable for the advancement of the Company's interest, and partly to prevent the harmful consequences that might arise if the reason adduced should, contrary to supposition, be true; but ordered his pay to be stopped as of the day of the handover of the Company's effects to his successor. Section 166. And it subsequently being taken into consideration that the Perak Garrison, especially in these times, ought again to be provided with a man at its head who, along with good conduct, was both proficient in languages and knew how to deal with the natives, as well as having enough courage to use severity when occasion required, we have provisionally, or subject to favorable approval of Your High Excellencies, chosen for the Command of the said Garrison the Adjutant in the Garrison here, Christoff Walbeehin, who appears to have the greatest likelihood of being of use to the Company therein, granting him the title and rank of Ensign and promising him, if he answers to the expectations held of his conduct, to propose him to Your High Excellencies to obtain the effective rank with the pay appertaining thereto. Section 167. By our Resolution of 14 September 1787, Corporal Hendrik Christiaan Ernst Carl Baron van Roth was promoted to Sergeant with the pay of 20 guilders, and Soldier Johan Leberecht Franke, who had served for some time as such, was appointed Drummer at 18 guilders. Section 168. Upon the report of the Resident at Riau, Kurde, by secret letter of 9 February 1787, that on the 1st of that month he had begun again to have rations distributed to the European soldiers, corporals, and gunners, but had provisionally refused this to the sergeants, who wished to introduce an innovation and also prefer rations over board money; in order also to assist these non-commissioned officers in their straitened circumstances there as far as was possible and equitable, by our Resolution of 1 March we have granted them monthly (provided they then enjoy no board money): 40 lb. rice, 10 lb. kacang, 3 lb. salt, 3 lb. sugar, 3 lb. tamarind, 1 lb. butter, 10 lb. pork and meat, 2/5 can of olive oil, 1/2 can of native vinegar, and 3 lb. of arrack, as the same has also been observed in the Regulation on the provisioning of rations at Riau further enacted on 24 December 1787. Section 169. Considering that due to the departure thither of two Bombardiers, who are necessary there, only 3 remain here, of whom scarcely one could be employed on any expedition without our own inconvenience, Gunners Johannes Herkes and Jacobus van Wijk, who according to the testimony of Lieutenant of Artillery Diehl possess the required skills thereto, have been promoted to Bombardier at 20 guilders by our Resolution of 24 December. Section 170.
Dutch transcription
3 57 20. gls. ter maand, uit Consideratien dat hij een Persoon is van zoo„ „darige Conduite en kundigheden, door welke hij op de secretarije zig eerlang bequaam zal kunnen maken om diensten waar te nemen waar toe meest al geene geschikte subjicten aan handen zijn. § 161. Bij onze Resolutie van den 31. Maart 1787 zijn ter vervullinge van de op de kotter Java vacant geraakte funitien, onder toevoeging van de bij het Reglement op de bevordering der Dienaaren beskalde gage van„ „gesteld de soud luitenant Willem van Oukoop tot onderstuurman, de Bootsman smaat Coonraad Camerlingh tot Vootsman, en de Matroos Jan Hendrik Nulle Joh Constapel. Wij verzoeken Uwer Hoog Edelhee„ „den om den gemelden Oukoop met den titel en rang van ordinair Luikenant, en den mede op de Koster Java bescheiden Derdewerk Iacob Roode met die van Sous-Luitenant ter zee te willen be„ „gunstigen. § 162. Desgelijks verzoeken wij van uwer Hoog-Edelheden den ti„ „en ordinair „tul en vang van Sous Luitenant ter zee voor den bij onze Resolutie van den 14. en 24. December 1787: tot Derdewaak en onderstuurman reppective bevorderde Matrons Cornelis Dirkse Kuiper, en Soud= Luitenant Jan Christiaan Meijer: §163. De quartiermeester Ian Erns Kruger is bij onze Resolutie van den 15. Mai 1787 bevorderd tot Voootsman met 20. gls ter maand. § 164. Daar en tegen zijn bij onze Resolutie van den 2. April C: l. tot Matroos met 12. gls. gedeporteerd de Schieman op den hoeker Zatwijk aan Zee Caree Noorberg, en aan land dienst gedaan hebbende Bootsmansmaat Anthonij van den Bos de eerste over kwaade behandeling van het volk en den ander over gepleegde in solentien. § 165. De Vaandrig militair Godhart Diedenhoven heeft bij zijne zijne brief van den 14. Maart l. l. en een daar nevens overgezonden Request ver„ „zoek gedaan, om uit het Commandement der Bezetting te Pera ontslagen te worden. Schoon het ont zeer waarschijnlijk voorkwam, dat niet eene zwakke lighaams-Constitutie, door hem voorgewend, maar andere minder admissible redenen hem tot het gemeld ontijdig verzoek hadden doen overgean, hebben wij egter, eens- deels om dat de gedwongen aanhou„ „ding van iemand in eene post welke hem tegen de vorst stondt niet raadzaam kon zijn ter bevordering van Comp. belang en anderdeels om de nadeelige gevolgen te verhoeden die 'er exteeren konden, indien de bij gebragte reden tegen vermoeden waar mogte wezen, bij onze Resolutie van den 4. April b. l. daar in bevilligd dog zijn gage laa„ „ten afschrijven met den dag der overgaave van Comps. effecten aan zijne vervanger. 1766. En vervolgens in agting genomen zijnde, dat de Perasche Bezzeh„ „ting, inzonderheid in dezen tijd weder met een maan aan het hoofd behoor„ „de te worden voorzien, die bij een goed Comportement zoo wel taalkin„ „dig was, en met den inlander wist om te gaan, als moeds genoeghadt om en Ernst te gebruiken wanneer zulks te patse kwam hebben wij provisioneel, of op gunstige approbatie van uwer Hoog- Edelheden, tot Commandemnt van de gemelde Bezetting geëligeerd der on der Comp. daar in van nut te zijn, de meeste apparentie voor zig hebbende Adju„ „dant in het Garnizoen alhier Christoff Walbeehin, onder toevoeging van den titee en vang van Vaandrig en belofte van hem indien hij beantwoordt aan de verwaging welke men van zijne conduite heeft, aan uwer Hoog Edelheden te zullen voordraagen om de Effec„ „tive qualsteit met de daar toe staande gage te verkrijgen. §167. Bij onze Resolutie van den 14. September 1787 is tot sergeant met de gage van 20. gls. bevorderd de Corporaal Hendrik Christiaan Ernst Carl Baron van Rolh en tot trom, pekker met 18. 39 18. gls aangesteld de eenigen tijd als zoodanig dienst gedaan hebbende Soldaat Johin Le berecht Franke. § 168. op het Berigt van den Resident te Riouw Rurde bij Secrete brief van den 9. februari 1787. dat hij met den 1. dier maard weder begornen hadt van'tzoenen aan de Europesche soldaaten, Corpo„ „vaals en Canonnievs te laaten uitdeelen, dog aan de Sergeanten, die eene nieuwighied invoeren en ook liever rantzoenen dan kostgeld hebben wieden zulks provisioneel geweigerd hebben om deeze onder officieren mede in hunnen bekrompen staat ginder zoo veel het mogelijk en billijk was te gemoet te komen, bij onze Re„ „solutie van den 1. Maart daar aan maandelijks toegelegd ( mits/ dan geen kostgeld genietende/ 40. –. lb. rijst, 10. —. „ kadjang, 3. –. „ zout, 3. -. „ Suiker, 3. –. „ Tammerinde, 1. –. „ Boter 10. —. „ spek en vleesch, — 2/5. - k„n olijven olie —½. „ a zijn inlands, en 3. –. „ dwak, gelijk dat zelfde ook in agt is genomen bij het op den 24. December 1787 nader gearresteerd Reglement op de verstrek„ „king van vantzoenen te Riouw. § 169. Gemerkt door het vertrekke naar derwaards van twee Bom„ „kerdiers, die ginder noodzaakelijk zijn, hier maar 3. overblijven van dewelken naauwelijks een op eenige Expeditie zoude kunnen worden ge„ „emploijeerd, zonder eigen ongeriet, zijn bij onze Resolutie van den 24.: December tot Boombardien met 20. gls. bevorderd de Cononniers Johannes Herkes en Jacobus van wijk die volgens het getuigen is, van den Luitenant der Artillerije Dichl daar toe gerequireerde bekwaamheden hebben. 3 170.
English
Section 170. Promoted to Surgeon at 30 guilders is Johan Barthold Eggena, Assistant Surgeon presently stationed on Riouw, and to Assistant Surgeon at 20 guilders Dirk Keizer, Third Master, in accordance with our Resolutions of 27 July 1787 and 20 June last. Section 171. The soldiers Jan Levinus Klaasen and Albert Verveen, as well as the sailor Carel Klumser, have been appointed as Masons—the first two at 14 and the latter at his winning wage of 16 guilders; the soldier Jan Teljie as Gunsmith; the soldier Fredrik Godouw as House Carpenter; and the sailor Coenraad Serubach as Painter and Glazier, likewise at 14 guilders per month, after they had served as such and given proofs of capability, as appears from our Resolutions of 15 May, 26 September, and 14 December 1787, as well as 15 March last. Section 172. Regarding the promotions and improvements of lesser importance, which were all likewise made according to the regulation on that matter, we refer to the accompanying Register of Deeds. Section 173. Upon request made to that end, Assistant Surgeon Adolf van Zoelingen, Quartermaster Alexander Geitsen, Sailor Pieter Wijnand, and Ordinary Seaman Johannes Wikhuijs—who had served out their contract and had no debit on their account—were discharged from the Company's service to enter into that of the Country, as appears from our Resolutions of 16 November and 14 December 1787, as well as 11 June of the current year. Section 174. The first undersigned Governor having, on the basis of our Secret Resolution of 29 May 1787 and with good result, issued the necessary orders to place under arms a considerable number of men from the native nations to reinforce the city's militia and some other outer posts in the event of a hostile approach against this place by the Ilanuns, who were expected here united with the Riouwers; we therefore—both for that reason and to relieve the Company of burdens as much as possible and as prudence permitted—resolved at our session of 27 June of the same year to retain of the Malays and Chinese, who according to our aforesaid Secret Resolution were actually taken into service, solely 200 men for the permanent garrison of Bouquitchina, namely 150 of the Malays and 50 of the Chinese, counting the commissioned and non-commissioned officers therein, but to discharge all the rest at the end of the last-mentioned month, and have also put this into effect. Section 175. But as the information since obtained regarding the departure of the Ilanun fleet from Riouw—partly to their homeland and partly to the straits to lie in wait for the Batavian, Javanese, and Cheribon trade vessels, as well as of the Sultan to the island of Singen and of his state councillors to Johor, Pahang, and elsewhere, each with the Riouwers most devoted to him—was confirmed by further reports, and one therefore no longer needed to fear a hostile undertaking against this place as strongly as before, when they were united with each other; the aforementioned 200 Malays and Chinese kept until then were also discharged at the end of July following, according to our Resolution of the 27th of that month. Section 176. To conclude this chapter, we have the honor, as customary, to present both the number of the servants present here as of the end of May last, and in an adjacent column the establishment according to the Statement of Establishment, altered by Your High Excellencies' esteemed letters of 20 April 1761, 24 June 1777, and 11 June 1778. Present To be paid Governor: 1, 1 Senior Merchant: 1, 1 Merchants: 2, 2 Of these, one is Fiscal here, and the other Resident at Riouw Junior Merchants: 4, 3 Bookkeepers in service: 6, 5 Clerks: 20, 11 Of these, one is a clerk at Riouw Minister: 1, 1 Reader: 1, 1 Sick Visitor and Sexton: 1, 1 Native Sick Visitor: 2, 2 Captain Lieutenant at Sea: 1, - Ordinary Lieutenants at Sea: 2, - Extraordinary Lieutenant at Sea: 1, - Sub-Lieutenants at Sea: 2, - Being Equipment Overseer Under-Steersmen: 3, - Third Mates: 7, - Boatswains: 4, - Boatswain's Mates: 6, - Quartermasters: 5, - Master Gunners: 3, - Schieman: 1, - Steward: 2, - Steward's Mate: 7, - Cook: 1, - Cook's Mate: 2, - Cadet: 3, - Sailors: 11, 4 Namely: 166 Europeans, and 224 Native Christians, Malays, Javanese, and Chinese Carried forward: 108, 465, 60 guilders
Dutch transcription
§ 170. Tot Chirurgijn met 30. gls is bevorderd de nu op Riouw be„ „scheiden Onderchirurgijn Iohan Barthold Eggena, en tot onderchivur„ „gijn met 20. gls. de derde meester Dirk Keizer volgens onze Reva„ „lutien van den 27. Juli 1787 en den 20: Iuni l. O. § 171. De soldaaten Jan Levinus Klaasen en Albert verveen, mits„ „gaders de Matroos Carel Klumser, zijn tot Metzelaars, de twee eerste met 14. en de laaste met zijne winnende gage van 16. gls. de soldaat Ian Teljie tot Roerslotemaker de soldaat Fredrik Godouw tot huistimmerman, en de Matroos Coenraad Serubach tot schilder en glaazemaker, mede met 14. gls ter maand aange„ „steld, nadien zij als zoodanig dienst gedaan en preuves van be„ „quaamheid gegeven hadden, blijkens onze Resolutien van den 15. Mai, 26. September en 14. December 1787. mitsgaders 15. Maart l. L. §172. Omtrent de bevorderingen en verbekeringen van minder belang die alle mede naar het regdement op dat stuk gedaan zijn„ gedraagen wij ons aan het overgaande Acte-boek. § 173. Op het daar toe gedaan verzoek zijn uit Comp. dienst ontslagen, om in dien van het Land te treeden, blijkens onze Re„ „solutien van den 16. November en 14. December 1787, mitsga„ „ders 11. Iuni C: l. de onderchirurgijn Adolf van Zoelingen, quar„ „tiermeester Alexander Geitsen Matrods Pieter Wijnand, en Iong matrods Iohannes Wikhuijs, die hun verband uitgediend en niets op hunne Rekeningte kwaad hadde § 174. Door den eerst ondergetekende Gouverneur op funda„ „ment onzer Secreete Resolutie van den 29. Mai 1787 en met goed gevolgde nodige orders gesteld zijnde, om bij vijandelijke aanvanding deezer plaatze door de Elarongers, die met de Piour„ „wers 44 wers vereenigd hier verwagt wierden een aanzienlijk getal van man„ „volk uit de inlandsche Natien ter versterkinge van de stads Airie en eenige andere Buiten, osten onder de wapenen te brengen, heb„ „ben wij, zoo uit dien hoofde, als om de Comp. zoo veel dat moge„ „lijk was en de voorzigtigheid het toeliet van lasten te bevrij„ „den ter onzer sessie van den 27. Iuni deszelfde jaars besloten van de Maleijers en Chineeschen, die volgens onze voorschreven secreete Resolutie, werkelijk in dienst genomen waren eenlijk ter permanente bezettinge van Bouquitehina aan te houden 200. man, naamelijk van de Maleijers 150. en van de Chineeschen 50. , de opper en onder-Officieren daar onder gerekent, dog alle de overigen met ult„o der laastgemelde maand weder te demittee„ „ven en zulks ook laaten gevolg hebben; § 175. Maar alzoo de sedert bekomen informatie van het vertrek der hlanongsche vloot van Rivuw, gedeeltelijk naar haar land en gedeeltelijk naar de straat toevioers ter in wagtin„ „ge van de Bataviasche, Iavasche, en Cheribonsche handel vaartuijgen, gelijk meede van den sulthan naar het eiland singen en van zijne Rijksraaden naar Iohor, Pahan en elders, ieder met de aan hom meest verknogte Riouwers door nadere berigten geconformeerd wierdt en men overzulks niet meer zoo sterk: behoefde te dugten voor eene vijandelijke onderneeming tegen deeze plaats, als bevoorens, toen zij met elkanderen vereenigd wa„ „ren, zijn met ultimo suli daar aan ook afgedankt, volgens onze Retoutie van den 27. dier maand de voorschreven duslang aangehouden 200. Maleijers en Chineeschen. § 176. Ten besluite dezes hoofdeels hebben wij de eere van naar gewoonte aan te toonen, zoo wel het getrl van de hier in wezen zijnde Dienaaren onder ultimo Mai t. l. als in eene eene Colom daar nevens de bepaaling bij de Memorie van Menage, gealteveerd bij uwer Hoog-Edelheden geagte brieven van den 20. April 1761, 24. Juni 1777, en 11. Iuni 1778. Jansin metaald weezen 2. 4. 20. Daar van is een Fiscaal alhier, en de ander Resident te Riouw Boekhouders in emploi - - - - - - - - - - - - - - Onderkooplieden - - - - - - - - - - - - - - - Scribenten - - - - - - - - - - - zijnde Equisage- opzigter Ordinair Luitenants ter Zee - - - Extra ordinair Luitenant ter Zee - - - - - - koksmaat Inlandsche krankbezoeker - - - - - - - - - - - - Krankbezoeker en koster - - - - - - - - - - - - - Capitein Luitenant ter Zee - - - - - - - - — - - „ — Bootsman smaats - - - - - - - - - Botheliersmaat - - — — — - — quartiermeesters - - - - - - - - - - Sous Luitenants ten zee - - - - - - - - - Onderstuurlieden - - - - - - - - - Derdewaaks - - - - - - - - - Bootslieden - - - - - - - - Conttapels - - - - - - - Bottelier - - — — — — Voorlezer - - - - - - - - - Predikant - – – – - – – — — — — — — — Schieman - - - — — — — - - - - - - — Kok - - - — — — — — Matroozen - — - — — — — - — — — Cadet - - - - - - - - - - - - Namelijk 166. Europeerts, en 224. inlansche Christenen, Maleijers, Javaanen, en Chineeschen 108. 465. Transporteere 60. van Daar ^ s een scriba te Riouw Opperkoopman - - - - - - - - Gouverneur - - - - - - - - - - - - - - - Kooplieden - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ -- - - – -- . -- - - - - - — 1 2 - --- — — - —— — — ——— - — —— - - — — - 6. — — - - - - - - - - - 5. 3. 1. 2. 7. 1 2. 3. 11 4 - 1 1 1. 2. 1. 1.
English
43 Military Captain - - - - - - - - - - - - - - - - - - Carried Forward - - - 108: 465. Ensigns - - - - - - - - Sergeants - - - - - - - - - - - - - - - - - 2. –. Europeans, of whom 1. Commander of the garrison here 2. –. Sepoys, of whom 1. here, and 1. at Riouw 2. –. Batavian natives, of whom 1. here, and 1. at Riouw Namely 3. Europeans, of whom 2. here, and 1. Commander of the Militia at Riouw 2. Sepoys, of whom 1. here, and 1. here at Riouw 1. Batavian Native at Riouw Captain Lieutenant of the Sepoys at Riouw - - - - - - - Namely Military Lieutenants – - - - - - - - - - - - - - - -- – . – – – – – – – – – –- Namely 6. Europeans, of whom 4. here 1. at Riouw, and 1. titular at Pera 1. Sepoy at Riouw Adjutant, being sergeant in quality - - - - - - - - Namely 15. Europeans, of whom 11. here 3. at Riouw, and 1. at Pera 8. Sepoys, of whom: 2. here, and 6. at Riouw 6. Batavian natives, of whom 3. here, and 3. at Riouw Corporals - - - - - - - - - - - - Namely 27. Europeans, of whom 20. here, 3. at Riouw, and 4. at Pera Carried forward 20. 6. 47. 562. Establishment Now in being 1. 6. 65 - 1. 6. 7. 4. 10. 29 144. Drummers, Fifers and Soldiers - - - - - - - - - - - - 295. 593. Namely 293. European, of whom 185. here 80. at Riouw, and 28. at Pera 49. native Christians here 152. Sepoys, of whom 44. here, and 108. at Riouw 99. Batavian natives, of whom 51. here, and 48. at Riouw Ordinary Lieutenant of the Artillery - - - - - - - - Ordinary Fireworker at Riouw - - - - - - - - - - - - Extraordinary Fireworker - - - - - - - - - - - - Bombardiers - - - - - - - - - - - - - - Of whom 4. here 2. at Riouw, and 1. at Pera Of whom 11. here 7. at Riouw, and 1. at Pera Assistants, being native Christians - - - - Of whom 20. here 12. at Riouw, and 9. at Pera. Head Surgeon of the Castle - - - - - - - - - - Surgeon of the city or the Hospital - - - - - - Carpenters with the same - - - - - - - - - - - Gunner's mates - - - - - - - - - - - - - - - Under or third masters - - - - . Carried forward 463. 1288. Gunners 13. Sepoys, of whom 3. here, and 10. at Riouw 7. Batavian natives, of whom 4. here, and 3. at Riouw Carried forward . . 144. 562. Establishment Now in being 1 - 1. 1. 7. 1. 1. 19. 4. 2. — 8. 4 6. 1 -- . . - - - - - - - - - - - -- 45 Carried forward 463. 1238. Of whom 4. here 1. at Riouw, 1. at Pera, and 3. on Company's Vessels Master of the Armory - - - - - Overseer of the armory - - - - Overseer of the Smithy - - - - - - - - - - Smith's journeyman - - - - - - - - - - — Master of the shipyard - - - - - — — — Overseer of the House Carpentry Shop - - - - - - - Journeyman of the Carpenters - - - - - - - - - - - Of whom 1. at Riouw, and 4. here NB. Two for those who are paid with the Gunners Of whom 5. here, and 1. at Riouw Gun-lock maker - - - - - - - House carpenters - - - - - - - - - Wagon maker — - — — — — — — Turner - - - - - - - - Painter and Glazier - - - — - - - - - — Various men on duty - - - - - - - - - House Locksmiths - - - - - - - - - - - - - — Shipwrights - - - - - - - - - - - - - - - Sailmakers - - - - - — - - - - - — Trumpeters - - - - - - - - - - - - - — — Coppersmiths - - - - - - - - - - - - - - Blacksmiths – - - - - — - — - — — — —: — — Coopers - - - - - - - - - - - Bookbinder - - - - - - - - - - - - - - Yellow caster - - - - - - - - - - - - - - - Scabbard maker – – – – — – — - – – - - - — - - — Stock maker — – – – – - — — - - - - - - - — Masons. . — — — — - — — — Provost - - - - - - - - - - - - making in all 496 1279. being Establishment Now in 3177. - - - — -- — — 1. —. 1. 1. 1. 1. 1. 2. 2. 2. 5. 2. 5. 4. 3. 1. 2. 1. 1. 1. - 1. 1. 1. ——- - ——— —. — — — 1. — 1. 1. 6. 6. 1 2. 1. 1. 2. 2. 4. 1 1 2. 1. 1. — Batavia § 177. The only pensioner who is still here petitions Your Honors to be favored with the continuation of his pension. § 178. The number of Deserters or missing persons since 1 March 1787 until the last of May of this Year, consists of 14 heads, namely from here 1. –. Sub-Lieutenant at Sea, 1. –. Butler 4. –. Sailors, 1. –. soldier, and 1. –. Boy. from the seeker Katwijk aan Zee on a cruise to the North of the Straits of Malacca 1. –. quartermaster, 3. –. Sailors, and 2. –. soldiers. And from the Pantjallang Malaijoe in the River of Pera 1. -. Sailor we commend Your Honors' illustrious Persons and the interests of the Company to Heaven's protection, and have the honor to call ourselves with all deference and high esteem /below was written/: Right-Honorable, Venerable, Far-Ruling Lord and Honorable Stern Lords /lower/ Your Honors' most obedient and faithful Servants /signed/ P. G. de Bruijn, A. Couperus, F. Thierens, J. A. Hensel, C. G. Baumgarten and G. Pungel /in margin/ Malacca in the Castle, 7 July 1788. To His Honor The Right Honorable, Venerable Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor General along with The Honorable Stern Lords Councilors of the Dutch Indies Right Honorable, Venerable, Far-Ruling Lord Honorable Stern Lords After the establishment of our joint advices of today the
Dutch transcription
43 Capitein Militair - - - - - - - - - - - - - - - - - - P„r Transport - - - 108: 465. Vaandrigs - - - - - - - - Sergeants - - - - - - - - - - - - - - - - - 2. –. Europeers, daar van 1. Commandant van het garnizoen alhier 2. –. Sipeis, daar van 1. alhier, en 1. op Riouw 2. –. Bataviasche inlanders, daar van 1. alhier, en 1„ te Riouw Naamelijk 3. Europeers, daar van. 2. alhier, en 1. Commandant van de Militie te Riouw 2. Sifais, daar van 1. alhier, en 1. alhier te Riouw 1. Bataviasche Inlander te Riouw Capitein Luitenant van de Sipais te Riouw - - - - - - - Naamelijk Luitenants Militair – - - - - - - - - - - - - - - -- – . – – – – – – – – – –- Naamelijk 6. Europeers, daar van 4. alhier 1. te Riouw, en 1. titulair te Pera 1. Sipai te Riouw Adjudant, zijnde sergeant in qualiteit - - - - - - - - Naamelijk 15. Europeers, daar van 11. alhier 3. te Rivuw, en 1. te Pera 8. Sepais, daar van: 2. alhier, en 6. te Riouw 6. Bataviasche inlanders, daar van 3. alhier, en „3. te Riouw Corporaals - - - - - - - - - - - - Naamelijk 27. Europeers, daar van 20. alhier, 3. te Riouw, en 4. te Rera Transporteere 20. G 47. 562. Metaald Jans in 1. weezen 6. 65 - 1. 6. 7. 4. 10. 29 144. Tamboerd, Sijbert en Soldaaten - - - - - - - - - - - - 295. 593. Naamelijk 293. Europesche, daar van 185. alhier 80. te Riouw, en 28. te Pera 49. inlandsche Christene alhier 152. Sifuit, daar van 44. alhier, en 108. te Riouw 99. Bataviasche inlanders, daar van 51. alhier, en 48. te Rivuw Ordinair Luitenant van de Artillerij - - - - - - - - Ordinair Vuurwerker te Riouw - - - - - - - - - - - - Extra ordinair Vuurwerker - - - - - - - - - - - - Bombardiers - - - - - - - - - - - - - - Daar van 4. alhier 2. te Rivuw, en 1. te Pera Daar van 11. alhier 7. te Riouw, en 1. te Pera Hardlangers, zijnde inlandsche Christenen - - - - Daar van 20. alhier 12. te Riouw, en 9. te Pera. Opperchirurgijn van het Casteel - - - - - - - - - - Chirurgijn van de stad of het Hospitaal - - - - - - Timmerlieden bij deselve - - - - - - - - - - - Conttapelsmaaks - - - - - - - - - - - - - - - Onder of derdemeesters - - - - . Transporteere 463. 1288. Canonniers 13. Sipais, daar van 3. alhier, en 10. te Riouw 7. Bataviasche inlanders, daar van 4. alhier, en 3. te Riouw Transport . . 144. 562. Bepaald tan in weezen N „ 1 - 1. 1. 7. 1. 1. 19. 4. 2. — 8. 4 „. 6. 1 -- „ . . - - - - - - - - - - - -- 45 P„r Transport 463. 1238. Daar van 4. alhier 1. te Riouw„ 1. te Pera, en 3. op Comps. Vaartuigen Baas van de Wapenkamer - - - - - Opzigter van de wapenkamer - - - - Ovrzigter van de Smedewinkel - - - - - - - - - - Smits meesterknegt - - - - - - - - - - — Baas van de scheepstimmerwerf - - - - - — — — Opzigter van de Huistimmerwinkel - - - - - - - Meesterknegt der Timmerlieden - - - - - - - - - - - Daar van 1. te Riouw, en 4. alhier NB. Twee voor die bij de Canonniers besaald zijn Daar van 5. alhier, en 1. te Riouw Roerslotemaker - - - - - - - Huistimmerlieden - - - - - - - - - Wagenmaker — - — — — — — — Draaijer - - - - - - - - Schilder en Glazemaker - - - — - - - - - — Diverse dienstdoenders - - - - - - - - - Huis Slotemakers - - - - - - - - - - - - - — Scheefstimmerlieden - - - - - - - - - - - - - - - Zeilemakers - - - - - — - - - - - — Trompetters - - - - - - - - - - - - - — — Koperslagers - - - - - - - - - - - - - - grofsmits – - - - - — - — - — — — —: — — Kuipers - - - - - - - - - - - Boekbinder - - - - - - - - - - - - - - Geilgieter - - - - - - - - - - - - - - - Schedemaker – – – – — – — - – – - - - — - - — Lademaker — – – – – - — — - - - - - - - — Metzelaarts. . — — — — - — — — Geweldiger - - - - - - - - - - - - uitmaakende in 't geheel 496 1279. weezen Bepaald tans in 3177. - - - — -- — — 1. —. 1. 1. 1. 1. 1. 2. 2. 2. 5. 2. 5. 4. 3. 1. 2. 1. 1. 1. - 1. 1. 1. ——- „ - ——— —. — ƒ — — 1. — 1. 1. 6. 6. 1 2. 1. 1. 2. 2. 4. 1 1 2. 1. 1. — Batavia § 177. De eenigste gegageerde die hier nog is suppliceert uwer Hoog Edelheden om met de Continuatie zijner rust gage begunttigd te worden. 3178. 'T getal der Deserteurs af vermisten sedert den 1. Maart 1787 tot den Laasten Mei dezes Jaars, bestaan in 14. koppen, naamelijk van hier 1. –. Sous-Luitenant ter Zee, 1. –. Bothelier 4. –. Matroozen, 1. –. soldaat, en 1. –. Pijser. van den zoeker katwijk aan zee op een kruittogt om de Noord van straat Malacca 1. –. quartiermeester, 3. –. Matrooten, en 2. –. soldaaten. En van de Pantjallang Malaijoe in de Rivier van Pera 1. -. Matroos wij beveelen uwer Hoog- Edelheden illustre Perzoonen en de belan„ „gen der Maatschappije in THemels bescherming, en hebben de eere van ons met alle ontzag en hoogagting te noemen /onderstond/: Hoog-Ede„ „se groot-Agtbaaren Wijdgebiedende Heer en Wel-Edele Gestrenge Heeren /lager/ uwer Hoog- Edelheeden zeer gehoorzaame en trouw schul„ „dige Dienaaren /getekend/ P. G. de Bruijn, A. Couferus, F. Thievens, I. A. Hensel, C. G. Bauwgarten en G. Pungel /in margine/ Malacca in het Casteel den 7. Iuli 1788. Aan zijn Edelheid Den Hoog-Edelen Groot. Agtbaaren Heer Mr. Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal benevens De Wel-Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indie Hoog-Edele Groot-Agtbaare Wijdgebiedende Heer Wel-Edele Gestrenge Heeren Na de instelling onzer gemeene adviesen van heden de bast de
English
47 Batavia By the state frigate of war de Valk the waters of Riouw having returned, the commander of the same, Bruno Wilkers, has, regarding the equipage goods mentioned in the eighty-eighth paragraph of the said advices, accounted for himself in a report which we have the honour to present in copy herewith to Your High Excellencies, together with a receipt granted by Mr. Trijkenius, Captain of the State ship of war de Beschermer, on account of the table money furnished to His Honour for the period of 12 months to the sum of 2400 rds., with the affirmation that we remain with all deference and respect. /was signed/ High Noble, Highly Esteemed, Sovereign Lord /lower/ Your High Excellencies' very obedient and faithful servants /signed/ P. G. de Bruijn, A. Couperus, F. Thievens, I. A. Hensel, C. G. Baumgarten, and G. Pungel /in the margin/ Malacca in the Castle, the 7th of July 1788. To His Honour The High Noble, Highly Esteemed Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor-General along with The Right Noble, Honorable Lords Councillors of the Dutch Indies High Noble, Highly Esteemed, Sovereign Lord and Right Noble, Honorable Lords Having arrived here from Batavia on the 26th of this month the chartered private vessel 't Drietal Handelaars, we had the honour the following day to receive Your High Excellencies' most respected letters of the 4th and 8th preceding, with their annexes according to the register. Batavia Per the private vessel 't Drietal Handelaars. Register. We request permission to defer the due response thereto until the next opportunity, and meanwhile profess that we are with all respect and high esteem /was signed/ High Noble, Highly Esteemed, Sovereign Lord and Right Noble, Honorable Lords /lower/ Your High Excellencies' very obedient and faithful servants /signed/ P. G. de Bruijn, A. Couperus, I. A. Hensel, and G. Pungel /in the margin/ Malacca in the Castle, the 29th of July 1788. To His Honour The High Noble, Highly Esteemed Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor-General along with The Right Noble, Honorable Lords Councillors of the Dutch Indies High Noble, Highly Esteemed, Sovereign Lord and Right Noble, Honorable Lords Section 179. Having reported in our humble letter of the 29th of July last the receipt of Your High Excellencies' most respected letters of the 4th and 8th preceding, we will now do ourselves the honour of replying thereto herewith, and furthermore to render to Your High Excellencies a report of certain operations in the Company's service. Ships and Vessels. Section 180. Most of the Company's vessels stationed here are at Riouw to cover the garrison until the place shall have been fortified; however, following the completion of the projected forts, we shall, upon the slightest possibility, dispatch two armed pantjallangs to survey the fairway between Borneo and Banca 49 and to produce an accurate chart thereof. Section 181. The cutter de Patriot, fitted with a new mainmast, would have been dispatched to Batavia at the beginning of this month had not the news then received, that a number of about 40 large and small vessels had been seen in the Strait of Calang, compelled us to request from Mr. Wiert, Captain Commandant of the State ships of war in the Indies, that the cutter might first make a cruise through the Strait of Calang to the Sambilang Islands together with the pantjallang de Philippine, for the destruction both of the Company's fort at Perak and of the arriving private trading vessels from Coromandel; and since Captain Martens made not the slightest objection to continue sailing in this strait with the said cutter until the middle of October, when, departing from here, he will also be able to accomplish the journey to Batavia in less time than now, we trust that its retention for this much longer will be benevolently overlooked by Your High Excellencies. Section 182. After the ship Rotterdams Welvaaren was unloaded of what it had brought from Batavia, we sent it on the 29th of July with the Madurese soldiers transshipped from the vessel 't Drietal Handelaars and some necessities for the hulls lying in the roadstead of Riouw thither, to remain there until the mast timbers are received here, which we expect in October or November from the opposite shore, and then to return in order that, being laden with the same, it may be dispatched to Batavia. While the ship de Constantia, which is now also being cleared of its cargo, will serve for the transport of the first-undersigned Governor. Section 183.
Dutch transcription
47 Batavia Ter slands fregiet van oorloge de Valk de waater van Riouw wedergekeerd zijnde, heeft de gezaghebber van de„ „zelve Bruno Wilkers zig aangaande de equisage goederen, waar van in de agt ertagenste padegraphe der gemelde Advisen mentie gemaakt is, bij een Berigt verantwoord dat wij de eere hebben van met eene Recifisse door den Heer Trijkenius Capitein van 's Lands schip van ooverge de Beschermer verleend wegens het aan zijn Ed. verstrekte „voor den tijd van 12. maanden. tafelgeld ter somme van 2400. rds. tijden in Copie hier nevens uwer Hoog-Edelheden aan te bieden, onder betuiging dat wij met alle ontzag en Eerbied zijn. /onderstond/ Hoog-Edele Groot-Agt„ „baare Wijdgebiedende Heer /lager/ uwer Hoog-Edelheden zeer ge„ „hoorzaame en trouwschuldige Dienaaren /getekend/ P. G. de Bruijn, A. Couperus, F: Thievens, I. A. Hensel, C. G. Baum„ „garten, en G. Pungel /in margine/ Malacca in 't Casteel den 7. Juli 1788. Aan zijn Edelheid Den Hoog-Edelen Groot-Agtbaaren Heer Mr. Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal benevens De Wel-Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indie Hoog-Edele Groot-Agtbaare Wijdgebiedende Heer en Wel-Edele Gestrenge Heeren Op den 26. deezer van Batavia gearriveerd zijnde het ingehurde particuliere schip 't Drietal Handelaars, hebben wij den volgenden dag de eere gehad van te ontvangen uwer Hoog-Edelheden zeer geresfecteerde brieven van den 4. en 8. bevoorens, met derzelver bijlaagen volgens het Register Batavia Per het Particuliere schip 't Drietal Hande„ „laars. Register. Wij verzoeken verlof om de verschuldigde beantwoording daar van tot de naastvolgende gelegentheid te mogen uitstellen, en in „dens betuigen dat wij met alle eerbied en hoog-aging zijn / onderst Hoog -Edele Groot-Agtbaare Wijdgebiedende Heer en Wel-Edele gestrem„ Heeren /lager/ Uwer Hoog-Edelheden zeer gehoorzaame en trouwschu „dige Dienaaren /getekend/ P: G. de Bruijn, A: Couperus, I. A. Hen en 9. Sungel /in margine:/ Malaca in het Casteel den 29. uli 1788. Aan zijn Edelheid Den Hoog-Edelen Groot-Agtbaaren Heer Mr. Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal benevens De Wel-Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indie Hoog- Edele Groot-Agtbaare Wijdgebiedende Heer en Wel-Edele Gestrenge Heeren § 179. Bij onzen onderdaanigen van den 29. Juli l. l. gemeld heb„ „bende den ontvangst van uwer Hoog-Edelheden zeer gerasfecteerde brieven van den 4. en 8. bevoorens zullen wij ons nu de eere geeve van daar op bij deezen te antwoorden, en uwer Hoog-Edelheden toffem verslag te doen van eenige verrigtingen in Comps. dienst. Scheepen en Vaartuigen. § 180. De meeste van de hier bescheiden Comps. Vaartuigen bevin „den zig te Rioun, om de Bezetting te dekken tot dat de Plaats getor „ficeerd zal weezen, dog nu de volooijing der geprojecteerde forten za „len wij, bij maar eenige mogelikheid twee gearmeerde pantjallang uitzenden, om het vaarwaker tusschen Borneo en Banca op te nemen en 49 en daar een nette kaart van te formeeren. §181. De kotter de Patrist van eene nieuwe groote mast voorzien, zoude in het tegin van deeze maand naar Batavia gedepecheerd zijn, indien de toen ontvangen tijding, dat een getal van omtrent 40. groote en kleine vaartuigen in de Straat Calang gezien was, ons niet genoodzaakt hadt om van den Heer wiert, Capitein Commandant van 's Lands sche„ „pen van oorloge in Indie, te verzoeken dat die kotter nog eerst met de Pantjallang de Philippine eene togt door den straat Calang naar de ei„ „landen de Sambilangs mogte doen, ten vernielinge, zoo wel van Comps. fort te Pera, als van de aankomende Chormandelsche particuliere handel vaartuigen, en dewijl Capitein Martens geene de minste zwearig„ „heid maakte, om met de gemelde kotten tot het midden van october in deeze straat te blijven vaaren, wanneer hij van hier vertrek„ „kende ook in korten tijd dan nu de reize naar Batavia zal kunnen voebrengen, vertrouwen wij dat de aanhouding dus lang nog van dezelve door uwe Hoog-Edelheden benevolentelijk zal worden gepasseerd. §182. Na dat het schip Rotherdams welvaaren ontladen was van het gene hij van Batavia hadt aangebragt, hebben wij hem op den 29. Juli met de uit het schip 't Drietae Handelaars overge„ „scheepte Maduresche Militairen en eenige benoodigdheden voor de op de reede van Riouw leggende Kielen derwaards gezonden om 'er te vertoeven tot dat de masthouten hier zouden ontvan„ „gen zijn, die wij in october of November van de overwal ver„ „wagten, en dan weder te keren, ten einde met dezelve beladen zijnde, naar Batavia te worden gedepecheerd.. Terwijl het schip de Constantia dat nu van zijne laading mee„ „de ontlost wordt dienen zal tot transport van den eerst onder„ „geteekende Gouverneur. 8183.
English
§ 183: At the request of Captain Cornelis de Vries, we have, on the aforementioned ship 't Drietall Handelaars with stoppage of pay, transferred the Sub-Lieutenant of the ship de Constantia Cornelis Adriaansen, out of consideration that he had no more than one mate, and, because his crew was also too weak to unload and load the ship, added to their assistance 11 Chinese, who were taken into service for the ordinary pay of 5 rds. and 1 sack of rice per month, but did not have these expenses to the amount of rds. 28. 32. –. reimbursed by Captain de Vries, in the uncertainty whether the same are not equivalent to those of the crew who assist in the taking over of the cargo and the stowage and according to the first charter party must remain outside the expense of the freighter of the ship. § 184. The findings of the delivered Batavian cargo of the repeatedly mentioned ship 't Drietall Handelaars is inserted in our Resolution of the 12th of this month of which an extract is respectfully offered herewith to Your High Excellencies. § 185. The cargo that that ship transports to Batavia consists of 20000. –. lb. sago packed in one hundred forty-four chests for the Netherlands, costing - - - - - - - - - - ƒ1468. 7. 8. 1000. –. pcs. oar timbers costing - - - - - - „ 1032. 15. Summing ƒ2501. 2. 8. Products § 186. The remarks cited in Your High Excellencies' honored letter of 16 July 1787 § 125 on the objections of the Commissioners for the Chinese trade in the Netherlands with respect to the tin collected here, we found so well-founded that we had nothing to bring against it. And since those remarks were communicated to us only for information, we made no mention of them in our humble response, so as not to extend it unnecessarily; we therefore request from Your High Excellencies a favorable excuse in that regard, and thank Your High Excellencies for the permission to continue for the time being to sell the tin that does not have to serve for the Netherlands, but of which the profits, although we can obtain as much as 17. –. sp. reals for the pikol, will henceforth not be important, since Romkouw and Slangenoor as well as Perak now deliver little. § 187. The Nakhoda of the Amoy junk that has been here for trade this year has agreed to provide us with the necessary large pans for the tin smeltery. Domains § 188. Of the Riau domains, mentioned in our humble letter of 7 July last § 92, the duties of the market were farmed out at public auction for the last 6 months of this year for 300 reals of 60 stivers each per month, but for the anchorage money of private vessels no one was willing to make any bid, and it is therefore collected by an officer of the native military and accounted for to the Resident, as appears from a letter of the former Resident Ruhde dated 8 July. Fortifications § 189. Captain Commandant Wierts communicated to us by a letter of 13 August last that he had learned that the essence of the service was not properly executed by the Engineer Lusson sent to Riau, requesting us to seek information about this from Resident Ruhde, who arrived here shortly before. We complied with that request, and sent His Honor a copy of the report submitted to us by the said Ruhde, subsequently receiving a further letter from His Honor in which he declared himself to be of the opinion that one should try to obtain someone to whom the completion of the work on Riau could be entrusted, in order to recall Lusson; this matter having been deliberated upon at our session of 19 August, and 3 received extracts from private letters having then also been reviewed, which contained no favorable description of the Engineer Lusson, we believed that his presence and interference with the work of the fortifications on Riau would tend rather to delay than to advance the same, and therefore resolved to recall him from there, but since there was no one here to whom we could entrust the completion of that work with more peace of mind than the Gunner Major of the country's frigate of war the Amphitrite Fredrik Oppel, already charged with the supervision thereof by the said Mr. Wierts, who has the testimony of being a zealous and attentive man, His Honor was requested to let him remain charged with the said supervision, with the promise that we would interest ourselves with Your High Excellencies for the reward of his effort and diligence, as we are doing by this, noting at the same time that he provisionally enjoys daily 30 stivers for his subsistence and monthly 6 jugs of arrack. § 190. While we respectfully offer herewith to Your High Excellencies for perusal the copies of the aforementioned letters and other documents, and among them also two extracts
Dutch transcription
§ 183: Ten verzoeke van Capsitein Cornelis de Vries hebben wij op het voorschreven schip 't Drietae Handelaars met Stilstand van gag den overgaan den Sous-Luitenant van het schip de Constattia Corn „lis Adviaansen, uit Consideratie dat hij niet meer dan een stuurma hadt, En, dewijl zijne Equipage ook te zwak was om het schip te lossen en te laaden, tot haarer adsistentie daar bij gevoegd 11. Chin „schen, die in dienst genomen zijn voor de ordinaire bezolding van 5 rds. en 1. Sarra Rijst ter maand, dog deeze onkosten ten bedraag van rds. 28. 32. –. door Capitein de vries niet laaten restitueeren, in de onzekerheid of dezelve niet gelijk staan met die der man„ „scha„pen, welke bij het overneemen der laading en de stuwasie Certie adsisteeren en volgens de eerste partij buiten laste van den ver„ „vragter van het schip blijven moeten. § 184. De Bevinding der uitgeleverde Bataviasche Laading van het meergemelde Schip 't Drietae Handelaars is geinsereerd bi onze Resolutie van den 12. hujus waar van een Extract neven deezen uwer Hoog-Edelheden eerbiedigst wordt aangeboden. § 185. De Laading, die dat schip naar Batavia vervoert, bestaat in 20'000. –. lb. Sagoe afgepakt in een hondert vier en veertig kisten voor Nederland, Kostende - - - - - - - - - - ƒ1468. 7. 8. 1000. –. ps. riemhouten kostende - - - - - - „ 1032. 15. Sommeerende ƒ2501. 2. 8. Koducten § 186. De bij uwer Hoog-Edelheden geurd schrijvens van den 16. Iuli 1787. §125. aangeheulde remarques op de bedenkingen van de Heeren Commissarissen tot den Chinerasche handel in Nederland met opzigh ter het ten, dat hier wordt ingezemeld, hebben wij zoo gegrond ge„ „vonden En 51 „vonden dat wij er niets tegen in te brengen hadden. En vermits die remarques ons slegts tot narigt waren mede gedeeld hebben wij daa„ van in onze nedrige Rescriptie niets gerept, om dezelve niet bui„ „ten noodzaakelijkheid te Extendeeren wij verzoeken derhalven van uwe Hoog-Edelheden eene gunstige verschooning dientwegen, en be„ ^ voor de boelgating om voor als nog „danken uwer Hoog-Edelheden ^ dn gertige e dener„ het „gen tin te mogen blijven verkoopen, dat niet voor Nederland dienen moet, dog waar van de winsten, schoon wij voor de pikol alzoos 17. –. sp. reaalen obtineeren kunnen, voortaan niet important zullen weezen, dewijl Romkouw en Slangenoor zoo wel als Pera nu weinig leveren. §127. De Nagoda van de hier in deezen jaare ten handel geweest zijnde Eimuijsche Jonk heeft aangenomen ons de benoodigde groote pannen tot de tinsmelterij te bezorgen. Domeinen § 188. van de Riouwse domeinen, bij onzen nedrigen van den 7. Juli l. l. 592. gementioneerd zijnde geregtigheden van de boor bij publique opveiling voor de laatte 6. maanden dezes jaars ge„ „mijnd voor 300. reaalen van 60: stx: ieder ter maand, dog voor het Ankerasie geld van de particuliere vaartuigen heeft niemand eenig bod willen doen en wordt het zelve derhalven door eenen Officier van de inlandsche Militairen ingevorderd en aan den Resident verantwoord, blijkens brief van den geweezen Residen Ruhde Sub dato 8. Juli Fortificatien § 189. De Heer Capitein Commandant wierts heeft ons bij een brief van den 13. Augs. l. l. gecommuniceerd vernomen te hebben „krijgen aan wien de vol„ „toeging van dat hebben, dat het weezentelijke van den dienst niet op eene behoorlijke wijze wierdt: gevefferd door den naar Riouw gezondenen Ingenieur Lusson, ons verzoekende om daar informatie na te willen nemen bij den kort te voo„ „ven hier aangekomen Resident Ruhde. Wij hebben aan dat verzoek voldaan, en het berigt, door gemelden Rukde aan ons overgegeven, zeg Ed. in Copie toegezonden, ontvangende vervolgens eenen naderen brief ^ moesten tragten te ver„ zijn Ed. waar in hoogst dezelve verklaarde van oordeel te zijn, dat men iemaand, 5 van het werk op Riouw kon worden toevertrouwd, om susson te rappelleren op dit voorszer ter onzer sessie van den 19. Augs. geda „libereerd en toen mede geresumeerd zijnde 3. ingekomen Extracten uit particuliere brieven, die gene te favoralle beschrijving van den Ingenieur Lursson inhielden, hebben wij vermeend dat zijne presente en berweijenisse met het werk der fortificatien op Riouw eer tot veragtering dan tot voortzotting van hetzelve zoude strekken, en overzulks besloten hem van daar te vappelleeren, dog vermits hier niemand was, aan wien wij de volvoering van dat werk niet meer gerustheid konden toevertrouwen, dan den door den gemel„ „den seer wierts reeds met het opzigt daar over belasten Consta„ „pel Majoor van 's Lands fregat van oorloge de Amphilrite Fredrik oppel, die het getuigenis heeft van een ijverig en attent man te weezen, zijn Ed. verzogt om hem met het gemelde opzigt gechargeerd te laa „ten, onder toezegging dat wij ons voor de belooning zijner moeite en vlijt bij uwe Hoog-Edelheden zouden interesseeren, gelijk wij zoo wij zijn van het door deezen te doen noteerende daar bij teffens dat hij bij provisie dagelijks: 30. stx: tot zijn verteeving en maandelijks 6. kannen arrak geniet. § 140. Terwijl wij de afschriften van de voorschreven brie„ „ven en andere bescheiden hier nevens uwer Hoog-Edelheden re„ „verentelijk aanbieden tot speculatie, en onder dezelven ook twee Extracten
English
53 Extract from the letter of Resident Baumgarten dated 15 August, which we received two days after we had informed him of our aforementioned disposition, mainly containing, with advice and approval, that the evidence of insanity of Engineer Losson had forced him, Baumgarten, with the advice and approval of Mr. Drillinger, Captain of the State frigate of war Hoorn, to discharge the same Losson from all service duties, and on that account to assign the continuation of the fortification work on the mountain of Tanjong Pinang to Constable Major Opsel, the continuation of the work on the Powder Magazine and the fortification below that mountain to the ordinary Pyrotechnician Schipter, and the general supervision over all laborers to Lieutenant Amelong. § 191. Mr. Castellan Commandant Wierts, informed of this arrangement, was likewise completely satisfied with it. Native Affairs. § 192. The Chinese Tan Sianko, whom Your High Excellencies ordered to be restored to the post of eldest Captain and First Head of the Chinese Nation at Riouw, has since deceased. Private Navigation and Trade. § 193. We express our sincere thanks to Your High Excellencies for the communication of the permission granted to 2 Chinese to bring rice and sugar hither with their vessels. § 194. The Malacca inhabitants have been warned that no Company ship will be employed any longer to fetch rice for them from elsewhere, and that they must therefore provide themselves with that foodstuff in time in order to prevent scarcity; but we find ourselves obliged to bring to the attention of Your High Excellencies that they lack not the will, but the ability to send suitable vessels to Java and other places from where the rice must be fetched, and that this Colony will fall into total ruin if the inhabitants must take that grain at such expensive prices as the foreign traders demand of them when one wishes to enter into a contract with them to bring the same hither in a sufficient quantity. Servants. § 195. The Ensign-designate Ludewig Smith and Bookkeeper Jacob Frans Doerwer humbly thank Your High Excellencies very much for the favor shown to them in the promotion of the first to the aforementioned capacity and the confirmation of the other in the office of Pay-Transferrer, as we likewise do for the assistance with 25 European Soldiers and the promise to send us more upon the arrival of relief from the Netherlands. § 196. The merchant Ruhde, who according to the order must still provide bail to a sum of 3000 rds. for his past administration as Resident of Riouw, has requested us to be allowed to do so at Batavia, while upon assuming the office of Fiscal and Cashier he will secure the Company for that here himself; we could not omit bringing the same to the notice of Your High Excellencies herewith. § 197. The Military Captain Jacob Christiaan Vetter, who according to Your High Excellencies' honored order by missive of 27 April 1788 was appointed here, supplicates by a Request forwarded among the enclosures to be transferred to Batavia or elsewhere. § 198. Besides the Sailor Pieter Len, who is accused of having solicited others to desert to the English, but cannot be convicted thereof in court and is therefore merely sent over with forfeited wages in order to rid us of such a pernicious subject, there are also on the ship 't Drietal Handelaars, retaining their wages, the Sailors Christiaan Stamssen, Carel Fredrik Preis, Hendrik Schreuder, and Gerrit Schuijsers, who on account of the weakness of the crew of that ship were lent to the same for the voyage to Batavia, and to be delivered up or retained there again according to the pleasure of Your High Excellencies. For the rest, we have the honor to remain with all respect, /below stood/ High Noble Right Honorable Far-Commanding Lord and Noble Stern Gentlemen /lower/ Your High Excellencies' very obedient and faithful Servants /signed/ P. G. de Bruijn, A. Couperus, F. Thievers, I. A. Hensel, D. Ruhde and G. Pungel /in the margin/ Malacca in the Castle, 15 September 1788. To His Excellency The High Noble Right Honorable Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General together with The Noble Stern Gentlemen Councillors of the Dutch Indies High Noble Right Honorable Far-Commanding Lord and Noble Stern Gentlemen Through the Gentlemen Supercargoes of the Company's trade at Canton in China, sent to us together with their letter of 31 May last via the English private ship Laurel and received here on 24 September, being a packet for Your High Excellencies and one for the Noble Right Honorable Gentlemen Committee Directors for the said trade in the Netherlands, we have the honor to offer the same herewith to Your High Excellencies as well as 3 identical copies of the Receipts of what [illegible] to the State frigate of war the Amphitrite, now returning to Batavia.
Dutch transcription
53 Extracten dit den brief van den Resident Baumgarten sub dato 15. „ ontvingen twee dagen nu dat voij Hugt, dien wij ^ hem van onze gemelde dispositie onderrigt hadden, on met advis en pereeinde hoofdzaakelijk behelzende dat de be„ „wijzen der krankzinnigheid van den Ingenieur Losson hem Bauw„ „garten genoodzaakt hadden, om met advies en goedvinden van den Heer Drillinger, Capitein van 's Lands fregat van oorloge Hoorn denzelven Luspen van alle dienstverrigtingen te ontslaan, mitsgaders uit dien hoofde het voortzetten van het werk der fortificatie op den berg van Tanjong Pirang aan den Constapfel Majoor Opsel, het vervolgen van het werk aan het Kruidhuis en de fortificatie beneden dien beng aan den ordineir Vuurwerker Schiptzr en het generaal opzigt over alle de arbeiders aan den Luitenant Amelong op te draagen. § 191. De Heer Castikein Commandant Wierts, van deeze schikking geinformeerd, heeft daar mede volkomelijk genoegen genomen. Inlandsche zaaken. § 192. De Chinees Tan Sianko, welken uwe Hoog Edelheden ongelast hebben in de post van oudsten Capitein en Eerste Hoofd der Chineeschen Natie te Riouw te herstellen is, sedert overleeden. Particuliere Vaart en Handel. §193. Wij betuigen uwer Hoog-Edelheden wel zeer onze dank, voor de Communicatie der vergunning aan 2. Chineeschen, om met kunne vaartuigen rijst en suiker herwaards te mogen overbrengen. § 194. De Malaccasche ingezetenen zijn gewaarschund dat geen van Comps. schip meer geëmploijeerd zal worden om rijst voor hun elders af te haalen, en dat zij derhalven zig zelfs in tijds van dat voedzel voorzien moeten, ter preventie van gebrek, dan wij vir„ „den G „den ons verpligt om bij uwer Hoog Edelheden in opmarking te brengen, dat het hun niet aan de wil, maar aan het vermogen manqueert om bezwaame vaartuigen naar Iava en andere plaatzen te zenden van waar de vijtz. moet worden afgehaald, en dat deeze Colonie in een totaal verval zal geraaken, indien de ingezetenen dat graan tot zulke duure Prijzen moeten aanneemen, als de buitenlandsche handelaars van hun begeeven, wanneer men een contract met hun wie aan„ „gaan om het zelve in eene toeveikende quantiteit hier aan te brengen. Dienaaren. § 195. De Vrandrig georde Ludewrig Smith, en Boekhouder Jacob Trans doervee bedanken uwe Hoog-Edelheden zeer nederig voor de aan hun be„ „weezen gunste in de bevordering van den eersten tot de gemelde qualiteit en bevestiging van den anderen in het ampt van Soldij-Overdraager, ge„ „lijk wij mede doen voor de adsistentie met 25. Europesche Milituiren, en belofte van ons meerder toe te schikken bij ontvangst van ontzet uit Nederland. order § 196. De koopman Ruhde die naar de nog Borg moet stellen tot eene Somme van 3000. rds. voor zijn gehad hebbende administratie als Resident van Riouw, heeft ons verzogt zulks te Batavia te mogen laaten doen, terwijl hij bij de aanvaarding van het amst van Titcaal en kassier daar voor hier zelfs de Comp. zal secureeren, wij mogen niet af zijn hot zelve uwer Hoog- Edelheeden bij deezen ter kennisse te brengen. §197. De Cappitein militair Iacob Christiaan Vetter die volgens uwer Hoog-Edelheden g'eerde order bij missive van den 27. April 399 hier be„ „scheiden is suppliceert bij een Request dat onder de bijlaagen overgane„ om naar Batavia of elders verplaats te worden. § 198. Behalven den Matroos Pieter Len die beschuldigd is ande„ „ve tot devertie naar de Engelschen te hebben aangezogt, dog daar van in regte niet kan worden overtuigd, en derhalven sleefs met afgestr „ven 55 „ven gage wordt overgezonden, om ons van zoo een pernitieus Subject te ontslaan bevinden zig nog op 't schip 't Drietal Handelaars behoudens gage, de Matroozen Christiaan Stamssen, Carel Fredrik Preis, Hendrik Schreuder, en Gerrit Schuijsers, die wegens de Zwakheid der Equipage van dat schip aan hetzelve geleend zijn tot de veize naar Batavia, en om daar weder uitgeleverd of aangehouden te worden, naar het goedvinden van uwe Hoog-Edelheden. wij hebben voor het overige de cere van met alle respect te blijven, /onderstond/ Hoog Edele Groot. Agfbaare Wijdgebiedende Heer en wel- Edele Gestrenge Heeren /lager/ uwer Hoog-Edelheden zeer gehoorzaame en trouwschuldige Dienaaren /getekend/ P. G. de Bruijn, A. Coupe„ „rus, F. Thievers, I. A. Hensel, D. Ruhde en G. Pungel / in man„ „gine / Malacca in het Casteel den 15. September 1788. Aan zijn Edelheid Den Hoog-Edelen Groot-Agtbaaren Heer Mr. Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal benevens De Wel-Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indie Hoog Edele Groot-Agtbaare Wijdgebiende Heer en Wel-Edele Gestrenge Heeren Door de Heeren Supercargas van Comps. handel, te Canton in China„ nevens hunnen brief van den 31. Mai l. l. , met het Engelsche particuliere schip Lauvel ons toegezonden en op den 24. September hier ontvangen zijnde een piquetje voor uwe Hoog Edelheden, en een voor de Wel Edele Groot-Agtbaare. Heeren Gecommitheerde Bewindhobberen tot den gemelden handel in Nederland, hebben wij de eere van dezelven nevens deezen zoo wel uwer Hoog Edelheden aan te bieden als 3. eensluidende afschriften der Recipissen van hotgene aan het nu naar Batavia wederkerende 's Lands fregat van oorloge de Amphi„ „trite.
English
By the ship Huisduinen via Riouw. has been provided or consumed in service of the same, and also 3 copies of an equal number of receipts granted to us by the Honorable Strict Sir Wierts, Captain-Commandant of the National Squadron in the Indies, for the 2400 rds. progressively issued to His Honor for table money. We remain with all respect and awe underneath High Noble Right Honorable Sovereign Lord and Honorable Strict Sirs, lower Your High Nobilities' very obedient and faithful servants signed P. G. de Bruijn, A. Couperus, F. Thierens, J. A. Hensel, D. Ruhde, and G. Pungel in the margin Malacca in the Castle, the 14th of October 1788. To His Honor The High Noble Right Honorable Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with The Honorable Strict Sirs Councillors of the Dutch Indies High Noble Right Honorable Sovereign Lord Honorable Strict Sirs Paragraph 199. Having had no vessel at hand with which we could send the required provisions for the ships de Hoop and de Jonge Oranjeboom lying at Riouw, as well as some other craft, we were therefore compelled to employ for their transport the ship Huisduinen, which had returned from there on the 23rd of June last and had been detained for so long to serve in case of need against the Ilanuns, in the event that they, as was said, might attempt an invasion here; but, since we hear nothing more of those people, we have instructed Resident Baumgarten to dispatch the last-mentioned vessel to Batavia after a speedy unloading of its cargo, just as we shall also have the ships de Hoop and de Jonge Oranjeboom return thither as soon as the forts on Riouw are completed 54 completed or when they are no longer needed there. Paragraph 200. On account of the weakness of the crew of the said ship Huisduinen, since the Chinese and Javanese stationed thereon have gradually absented themselves, Sir Wierts, Captain-Commandant of the National warships in the Indies, has, at our request, assisted that vessel with 15 of the Company's sailors assigned to His Honor; and we have added another 15 Chinese at a wage of 5 Spanish reals or rds. 7.4 per month, each under the condition that they shall receive nothing on board other than rice and salt, and upon arriving in Batavia they shall be permitted, as we hereby request of Your High Nobilities, to return here at the first opportunity. Paragraph 201. Lieutenant Engineer Lussen, of whom mention was made in our humble letter of the 15th of September last, paragraphs 189 and 190, departs with the aforementioned ship Huisduinen thither, since in his unfortunate condition he can be of not the slightest use to the Company. Paragraph 202. We also send over with it the former native soldiers Madau and Soodi, who have worked for some time in the long chain in atonement for their misdemeanors. We remain with all respect underneath High Noble Right Honorable Sovereign Lord and Honorable Strict Sirs lower Your High Nobilities' very obedient and faithful servants signed P. G. de Bruijn, A. Couperus, F. Thierens, J. A. Hensel, D. Ruhde, and G. Pungel in the margin Malacca in the Castle, the 16th of October 1788. To Batavia To His Honor The High Noble Right Honorable Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with The Honorable Strict Sirs Councillors of the Dutch Indies High Noble Right Honorable Sovereign Lord Honorable Strict Sirs The sloop de Meermin, destined for Bengal, having arrived here in the roads yesterday evening, we had the honor to receive therewith Your High Nobilities' highly respected letter of the 30th of September last, together with its enclosures according to the attached register. We shall reply respectfully thereto upon the departure of the first-undersigned, and meanwhile declare to remain with the greatest veneration underneath High Noble Right Honorable Sovereign Lord and Honorable Strict Sirs lower Your High Nobilities' very obedient and faithful servants signed P. G. de Bruijn, A. Couperus, F. Thierens, J. A. Hensel, D. Ruhde, and G. Pungel in the margin Malacca in the Castle, the 17th of October 1788. To His Honor The High Noble Right Honorable Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General together with The Honorable Strict Sirs Councillors of the Dutch Indies High 59 High Noble Right Honorable Sovereign Lord By the ship de Constantia and the cutter de Patriot Respectfully and Honorable Strict Sirs Paragraph 203. Having mentioned in our humble letter of the 17th of October last the receipt of Your High Nobilities' highly respected letter of the 30th of September past and its enclosures, we shall now do ourselves the honor of replying thereto, and at the same time render an account of some of our activities, with the prior insertion herein of the reply made by us Reply to the alongside standing Extract Paragraph 237. From the reply of the Ministers of Malacca to the Extract sent to them from our Missive of the 27th of November 1783, we have observed that, in response to our expressed astonishment that there was round shot of 1 and 1½ lb. at this post, although no cannons of that caliber were found there, Extract from the Home Country General Missive, written by the High Noble Gentlemen Seventeen in the Netherlands to Their High Nobilities, the Governor-General and the Councillors of the Indies in Batavia, and dated Amsterdam, the 20th of December 1787 in
Dutch transcription
Per het schip Huisduinen over Riouw. „trise is verstrekt of ten dienste van hetzelve verbruikt, en nog 3. afschriften van eengelijk getal Recipissen, door den Wel- Edelen Gestrengen Heer wierts, Capitein commandant van 's Lands in Indie zijnde Esquader aan ons verleene wegens de aan zyn Ed.: voor taffelgeld successivelijk afgegeven 2400. rds. wij blijven met alle eerbieden onzag /onderstond/ Hoog Edele Groot. Agtbaare Wijdgebiedende Heer en Wel Edele Gestrenge Heeren, /lager / uwer Hoog Edelheden zeer gehoorzaame en trouwschuldige Dienaaren /getekend P. G. de Bruijn, A. Couperus, F. Thierens, J. A: Hensel, D. Ruhde en 9. Pungel /in margine 1. Malacca in het Casteel den 14. October 1788. Aan zijn Edelheid Den Hoog-Edelen Groot-Agtbaaren Heer Mr. Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal, benevens De Wel-Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indie Hoog Edele Groot - Agtbaare Rijdgebiedende Heer Wel-Edele Gestrenge Heeren § 199. Geen Vaartuig aan handen gehad hebbende waar mede wij de ben „digde victualien voor de te Riouw leggende scheepen de Hoop en de Jonge dram „boom, mitsgaders eenige andere kielen korden afzenden, zijn wij over zulks geresessiteerd geweest ten vervoer van dezelve te emploijeeren het schi„ Huisduiren, dat op den 23. Iuni l. l. van daar was gereveroteerd, en zoo lang aangehouden, om des noods te dienen tegen de Elanongers, in „dien zij, gelijk gezegt wierdt, eene invasie hier ter plaatze mogten onder „staan dan, vermits wij niet meer van dat volk verneemen, hebben wij den Resident Baumgarten gelast om den laastgemelden bodem na eere spoedige ontlossing zijner laading, naar Batavia te depeche „ven, gelijk wij ook derwaarts zullen laaten wederkeeren de schepen de Hoop en de Ionge ovangeboom, zoo draade forten op Riouw Volhooijd 54 voetooijd of zij er niet meer noodig zullen zijn § 200. wegens de zwakheid der Equipage van het gemelde schip Huis„ „duiren, al zoo de Chineeschen en Jevaaren, daar op geplaats geweest, zig successivelijk geabsenteerd hebben heeft de Heer wierts, Capitein Commandant van 's Lands in Indie zijnde schepen van oorloge, op ons verzoek, dien bodem geadsisteerd met 15. van de bij zijn wel- Ed. bescheiden Comps. Matrooten, en hebben 'er nog 15. Chineeschen bij„ „gevoegd met de bevolding van 5. p. veaalen of rds. 7. 4. ter maand, ieder onder Conditie dat zij aan boodd niet anders zullen genieten als vijften zout, en te Batavia komende hun toegestaan zal worden gelijk wij zulks van uwe Hoog-Edelheden verzoeken, bij eerste occasie weder terwaarts te mogen komen. § 201. De Luitenant Ingenieur Lussen, van wien gesproken is bij on„ „ze huwblen van den 15. September l. l. 3189. en 190, vertrekt met tot meergemelde schip Huisduinen naar derwaartes dewijl hij in zijnen ongelukkigen toestand voor de Comp: van geen de minste nut kan weezen §202. Ook zenden wij daar mede over de gewezen inlandsche Militai„ „re Madau en soodi die ter boetinge hunner wanbedrijf eenigen tijd in de lange ketting geloopen hebben. wij blijven met alle resfect /onderstond/ Hoog-Edele Groot- Agtbaare Wijdgebiedende Heer, en Wel-Edele Gestrenge Heeren (lager/ uwer Hoog-Edelheeden zeer gehoorzaame en trouwschuldige Dienaa„ „ren /getekend/ P. G. de Bruijn, A. Couperus, F. Thierers, I. A. Hensel, D. Ruhdé en G. Pungel (in margine/ Malacca in het Casteel den 16. October 1788. Aan Batavia Aan zijn Edelheid Den Hoog-Edelen Groot-Agtbaaren Heer Mr. Willem Arhold Atting, Gouverneur Generaal, benevens De Wel-Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indie Hoog Edele Groot-Agtbaare Wijdgebiedende Heer Wel-Edele Gestrenge Heeren De naar Bengale gedestineerde Sloep de Meermin gisteren avond hier ter reede gearriveerd zijnde hebben wij de eere gehad van daar mede te ontvangen uwer Hoog-Edelheden zeer gerespecteerde brief van den 30. September l. l. , nevens dies bijlaagen volgens het bij gevoegd Register. wij zullen daar op in eerbied antwoorden bij het vertrek van den eerst ondergetekenden, en betuigen inmiddens met de meeste veneratie te blijven /onderstond/ Hoog- Edele Groot - Agtbaare Wijdgebiedende Heeren Wel-Edele Gestrenge Heeren /lager/ uwer Hoog-Edelheden zeer gehoorzaame en trouwschuldige Dienaaren /getekend / P. G. de Brúijn, A. Couperut, F: Thierens, J. A. Hensel, D: Rúhdé en G. Pungel /in margine/ Malacca in het Casteel den 17. October 1788. Aan zijn Edelheid Den Hoog-Edelen Groot- Agtbaaren Heer Mr: Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal benevens De Wel-Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indie Hoog 59 Hoog Edele Groot- Agtbaare Wijd gebiedende Heer Per het schip de Constaktia en de kotter de Patriot Eerbiedig en Wel-Edele Gestrenge Heeren § 203. Bij onzen onderdaanigen van den 17. October laast„ „leden gemeld hebbende den ontvangst van uwer Hoog-Edelheden zeer gerespecteerden brieff van den 30. September bevoorens en dies bijlaagen, zullen wij ons nu de eere geeven van daar op te rescri„ „beeren, en teffens van eenige onzer verrigtingen verslag doen, onder insertie vooraf bij deezen van het door ons beantwoorde Antwoord op het hier bezijden staande Extract § 237. Uit de beantwoording der Ministers van Malacca van het hun toegezonden Extract uit onze Mis„ „sive van den 27. November 1783 hebben wij gere„ „marqueerd, dat zij op onze te kennen gegeven verwordering, dat 'er op dit Comptoir rondscherp van 1½ en 1½ lb. was, of schoon 'er geene Canons van dat Caliber gevonden wierden, Extract uit de Patriasche Generaale Missive, geschreeven door de Hoog- Edele Heeren Zeventienen in Nederland aan Hunne Hoog-Edelheden, den gouverneur generaal en de Raaden van Indie te Batavia, en gedateerd Amsterdam den 20. December 1787 in
English
sent. All this round shot has long since been sent to Batavia. We indeed find indicated by that answer the reason why the said round shot has become useless at this office, but along with it, nothing is mentioned of a precaution which we naturally had to expect on that account, and we therefore still desire that the same be sent to Batavia, or to an office where cannon of the caliber required for it is on hand. Paragraph 238. Very unsatisfactory also seems to us the allegation whereby the Ministers have sought to justify themselves regarding the continuation of wages, board money, rations, and allowances to the crew of the ship De Jonge Hugo, after it had already been taken over into the Company's service; namely, that they, being ignorant of the conditions under which the said ship had been chartered to private parties, had not dared to discontinue without your order that which had been granted by the shipowners, although it went without saying, as you have rightly remarked, that to servants loaned to the Company, when they were taken back into the Company's service, the allowances in response they inform that it had become so small from rust. also had to be given according to Company orders and customs. 64 customs. Paragraph 239. No less strange has appeared to us the expedient which the Ministers had devised to recover the damage thereby caused to the Company, namely by charging the same to the shipowners and deducting it from their due share in the booty obtained off Riouw, which would have been utterly unjust, since the improper conduct which took place in this matter occurred entirely without the fault of those people, whereas on the contrary it is no more than reasonable that this damage be compensated by those who were the cause of it, which we therefore desire shall still take place. Paragraph 240. Since you have judged the reasons upon which the Ministers requested your authorization to sell the hulls of the bark De Geertruida and the sloop Ciceroa for demolition not to be sufficiently grounded, we must be surprised that you nevertheless proceeded to consent to that request. And And since it furthermore appears from what was reported by you in this respect that proper attention and vigilance on the part of the ship officers would have been able to prevent the bad condition of those vessels, it seems to us that they had indeed deserved a severe reprimand on that account. Paragraph 241. The Domains having yielded in the year 1785 a sum of rds. 72580. –. – or on the whole rds. 3480. –. more than the year before, it has been agreeable to us to learn this, and we wish to hope that this improvement of their condition will continue. Paragraph 242. With no less pleasure have we seen that the Ministers thus far have been able to manage regarding ready money without having had to resort to the introduction of paper credit, and we consider as well done the recommendation made by you to make the sent cash go as far as possible through economical management, and, in case of unexpected embarrassment, to manage as well as possible without burdening the Capital too heavily with bills of exchange. Paragraph 243. 63 Paragraph 243. We must also express our satisfaction with the contributions made by some of the Company's servants, citizens, and other residents toward the completion of some necessary public works, while we wish that a better state of trade may before long also have a happy influence on the resources of others, who at present, on account of their impoverished condition, have found themselves unable to contribute their share. Paragraph 244. As we shall explain ourselves more fully presently concerning what appears in the Ministers' letters regarding the trade books, and the unfavorable impressions which have arisen with us in that regard respecting the management taking place at this office, we must in the meantime observe that we have seen with regret from the financial statement of the book year 1783/4, inserted in the Ministers' letter of 8 December 1785, that this office, through greater expenses than profits in the said book year, has fallen behind by an amount of f5858:13. 8 in itself, and in comparison with the previous year we refer to the humble answer ber 1786. year a sum of f11746. 1. 8. Paragraph 245. And although the profits and revenues in the latest financial statement amounted to f 182334. 13. —. and this in itself is not disagreeable, we must on the other hand complain that the expenses have risen to an important sum of f188193. 6. 8. Paragraph 246. But having seen upon examination of the said financial statement that among the reasons which the Ministers give for the greater amount of expenses in comparison with the book year 1782/3, by as much as f 44063. -., there are some which must be attributed solely to the incidental circumstances arising from the disturbances which have taken place in this government, this gives fairly well-grounded hope that in the financial statement of the book year 1784/5 a considerable reduction of expenses will be observed, without which this would also be utterly unbearable for the Company. We therefore wish not only to have exhorted the Ministers here to the observance to 3254 of your Right Honorable's honored dispatch of 18 November 1784, inserted of all possible economy to reduce the expenses, with our dispatches to Batavia of 15 December but also expect that they will put into effect their most diligent efforts.
Dutch transcription
gezonden. Al dit rondscherp is voor lang na Batavia wij vinden door dat antwoord wel de reden aangeduid, waarom het gemelde vondscherp ten deezen Comptoire nutteloos is geworden, dog daar bij niets gerefft van eene voorze „ring, welke wij naturlijk uit dien hoofde moesten verwagten, en wij begeeven dus als nog dat hetzelve naar Batavia, of naar een Com„ „toir, alwaar Canon van het daar toe vereisch Caliber voor handen is, gezonden worde. §238. zeer onvoldoende komt ons ook voor de allege „tie, waar door de Ministers hebben getragt zig te verantwoorden omtrent het laaten voor „loopen der gagien, kostgelden, rantsoenen, en verstrekkingen aan de Scheepelingen van het Schip de Jonge Hugo, na dat hetzelve reed in Compagnies dienst was overgenomen, dat zij naamentlijk, onkundig zijnde van de con„ „ditien, waar op het gemelde schip aan Parta „culieren gehuurd was, niet zonder uwe or„ „der hadden durven laaten stilstaan het„ „geen door de Reeders was toegelegd, matd het van zelve sprak, zoo als uwe te regt hebben opgemerkt, dat aan Compagnies geleende Dienaaren, wanneer die weder in Compag¬ „nies dienst wierden aangenoomen, de ver„ in antwoord bedeelen, dat het zelve door de roes zoo klein was geworden. „strekkingen 64 „strekkingen ook moesten gegeven worden, voe„ „gens compagnies ordres en gebruiken. §239. Niet minder vreemd is ons voorgekomen het middel, het welk de Ministers 'er op hadden uitgedagt, om de daar door aan de Maatschappij toegebragte schade te recouvreeren, door naamentlijk dezelve te brengen ten laste van de Reeders en aftehouden van het hun com„ „peteerende aandeel in den voor Riouw be„ „haalden buit, het welk ten uitersten onregt„ „maatig zoude zijn geweest, als zijnde de verkeerde Kandelwijs, welke in deezen heeft plaats gehad, geschied geheel buiten toedoen van die lieden, daar het in tegendeel niet meer dan redelijk is, dat die schade vergoed wor„ „de door de gene, die 'er de oorzaak van ge„ „weest zijn, hetgeen wij dus begeeven dat als nog zal geschieden. § 240. Daar uwE. de redenen, waar op de ministers uwe qualificatie verzogt hebben, om de rompen van de bark de geertruida en de sloep Ciceroa ter slooping te verkoopen, hebben geoordeeld niet genoegzaam gegrond te zijn, moet het ons verwonderen dat uwE. niet te min zijt overgegaan om in dat verzoek te bewilligen. En En vermits alverder uit het door uw E. gemelde op dit respect blijft, dat eene behoor„ „lijke attentie en vigilantie bij de scheeps- overheeden in staat zoude zijn geweest, om de slegte gesteldheid dier vaartuigen voor te komen, kort het ons voor, dat zij desweegen wel eene ernstige Correctie hadden verdiend. §241. De Domeinen in het jaar 1785 hebbende opgebragt eene Sommar van rds. 72580. –. – of over het geheel rds. 3480. –. meerder, dan het jaar te vooren, is zulks ons aange„ „naam geweest te verneemen, en wij willen hoopen, dat die verbekering van derzelver staat zal voortduuren. Met geen minder genoegen hebben wij §242. gezien, dat de Ministers zigtst dus verre hebben kunnen redden omtrent den gereeden penning, zonder recours te hebben behoeven te „neemen tot introductie van Papieren van Cre„ „dit, en wij beschouwen als wel gedaan de door uw E. gedaane aan beveeling, om door een zuinig overleg de gezondene contanten zoo veel mogelijk te doen strokken, en zig, in geval van onverhoopte verlegenheid, zoo goed mogelijk te redden, zonder de Hoofd„ „plaats te zeer met wissels te bezwaaren. § 243. 63 § 243. Ook moeten wij ons genoegen betuigen over de gedaane fournissementen door eenige van Compag¬ „nies Dienaaren, Burgers, en andere ingezete¬ „nen, tot voltooijing van eenige noodzaake„ „lijke stadswerken, terwijl wij wenschen, dat eene betere gesteldheid van den handel eerlang ook van eenen gelukkigen invloed mag zijn op de middelen van anderen, welke zig thans uit hoofde van hunne eermoedigen staat hebben buiten staat gevonden om hun aandeel op te brengen. § 244. Ons over het geen in der Ministens brieven betrekkelijk tot de Negotie-Boeken voorkomt, en de nadeelige indrukken, welke daar omtrent bij ons ontstaan zijn, opzigtelijk tot de Direc„ „tie, welke ten deezen Comptoire plaats heeft, ons zoo aanstonds nader zullende verklaa„ „ren, moeten wij inmiddels aanmerken, dat wij uit de staatrekening van het boekjaar 178¾, geinsereert in der Ministers brief van den 8. December 1785, met leedwezen hebben gezien dat dit Comptoir door meerdere lasten dan winsten in het gemelde boekjaar op zig zelfs een montant van ƒ5858:13. 8. is ten agteren geraakt, en in vergelijking van het voorige Jaar wij gedraagen ons aan het onderdaanig antwoord „ber 1786. jaar eene Somma van ƒ11746. 1. 8. §245. En afschoon de wintten en inkomsten bij de jongste Staatrekening hebben beloopen ƒ 182334. 13. —. en zulks op zig zelfs niet onaangenaam is, moeten wij ons daar en tegen beklaagen, dat de lasten tot eene importante somma van ƒ188193. 6. 8. gesteegen zijn. § 246. Dan bij de verlooring der gemelde staakre„ „kening gezien hebbende, dat onder de redenen, welke de Ministers van het meerder beloof der lasten geeven in vergelijking met het boekjaar 1782/3, tot wel ƒ 44063. -. , er som„ „mige zijn, welke alleen aan de toevallige omstandigheden, gesprooten uit de onlusten, welke ten deezen gouvernemente hebben plaaten gehad, moeten worden toegeschreeven, geeft zulkes nog al gegoonde hoop, dat bij de staak„ „reekening van het boekjaar 1784/5 eene aan„ „zienelijke vermindering van lasten zal wor„ „den bespeurd, zonder welke zulks ook voor de Maatschappij ten eenemaal ondraagelijk zoude Wij willen dierhalven de Ministers alhier niet alleen vermaand hebben tot het bostwafen op 3254 van uwer Wel-Edele Hoog- Agtbaarheden geëër„ „de missive van den 18. November 1784, geinsereerd van alle mogelijke spaarzaamheid om de lus„ bij onze rdvisen naar Batavia van den 15. Decem„ „ten te verminderen, maar verwagten ook, dat zij hunne ijverigste poogingen zullen in het zyn. werk 1
English
65 since the year 1780/1781 we have not had any tranquil times to be able to reduce the outstanding balances as much as we would have wished, as will have appeared from our advices to your Right Honorable Worships. Paragraph 247. To the improvement of that state of affairs it will also be able to serve, if proper care is taken by them for a prompt reduction of the general outstanding balances, which according to the aforementioned state account in the prescribed financial year have amounted to a very substantial sum of ƒ543,401. 9. —: or ƒ166,513. 19. 8. more than in the previous financial year, when the same, compared with the financial year of 1781/1782, were reduced by ƒ69,371. 15. 8.; wherefore we must recall with regret that our satisfaction expressed at that time thereover was of so little duration, whilst we flatter ourselves with the hope that now that one may count on calmer and better times, a noticeable improvement of both matters in the future will again increase the cause for it. Paragraph 248. Since Your Worships have recommended the Ministers to provide themselves in Malacca itself with wood for the gun carriages and truck carriages required by them, and for that reason have partially executed their requisition for that article, we must conclude from this that the wood found on Malacca is very suitable for that use; and this observation then naturally leads us to the question what indeed the reasons are that the Ministers have made no use of it even without such recommendation, and made a similar requisition; regarding which we therefore expect a complete elucidation. Gun carriages have always been sent from Batavia, and therefore also, whenever we needed them, requisitioned from there. But, after the Honorable High Indian Government had ordered us by their letter of 7 October 1785 to have the required gun carriages and truck carriages made as much as possible from local wood, and upon investigation we found that in the Nanning district a kind of wood was found which could be preserved longer in the open air than other kinds of wood growing in this region, we assigned the manufacturing of the required gun carriages and truck carriages to the Lieutenant and overseer of the Artillery; granting the same prices for which they were charged from Batavia hither, because he could not get them made cheaper on account of the trouble to obtain the prescribed kind of wood, and the small number of craftsmen in the Company's carpentry and smith shops daily had so much to do that we could not have been accommodated as required if we had additionally had gun carriages and truck carriages made by them. Paragraph 249. Indeed, we cannot assume that those reasons could have consisted in the fact that the aforementioned articles could not have been made at this factory, since carpenters, blacksmiths, and wheelwrights were at hand on Malacca, and even less can it be given as a cause thereof in our view that the manufacturing there would cost the Company more dearly than at the capital, since the price of the wood at Batavia must always be burdened with the costs of transport, from which therefore much rather precisely the opposite must be concluded. 67 Paragraph 250. Your Worships' given order to the Ministers to provide the sloop De Verwagting, destined for Bengal, with as much of the copper and tin at hand with them as the said vessel could safely load and transport, is not without objection to us. For, when we consider that in no place in India the Japanese bar copper yields less than in Bengal, on account of the importation there of Swedish copper cast in the shape of the Japanese copper, which is imported there by the English in such a large quantity and with all too good success to the detriment of the interests of the Company, and when we consider in addition that Your Worships upon giving the aforementioned order were informed that the Japanese copper at that time in Bengal could fetch no more than 36 rupees per maund of 76 lb, which comes to well over ƒ 59. –. per 100 lb, whereas at Malacca it was sold at ƒ 80. –. per 100 lb, we cannot comprehend what particular reasons moved Your Worships to the giving of the repeated order, wherefore we also wish to be further informed regarding this matter. Paragraph 251. We regard, as a proof of Your Worships' vigilance for the Company's interests, that Your Worships have remonstrated to the Ministers that the extraordinary payment made by them of 500 Spanish reals to the captain of the Burgers M: Kilian was an act whereby they disposed of the Company's money in an all too liberal manner, although perhaps a stronger term might have been fitting, and we agree in opinion with Your Worships that the promotion of that man to the aforementioned capacity could have been considered as an honorable and sufficiently ample reward for his demonstrated services. We therefore not only approve the reflection of Your Worships in the strongest terms, but have moreover, in consideration of the abuse which generally occurs in that regard now and then, deemed it necessary to instruct Your Worships herewith to establish as a circular order for all the factories that no extraordinary rewards may be given at the same, of whatever nature they might be and by whomever recommended, without previously obtaining authorization upon a properly motivated proposal.
Dutch transcription
65 sedert het jaar 1789/1: hebben wij nog geene rus„ „heden zal weezen gebleeken. §247. Tot verbetering van dien staat zal ook kun„ „nen strekken, bij aldien door hun naar behoo„ „ren wordt gezorgd door een spoedige ver„ „mindering der generaale restanten, welke „tige tijden gehad, om de restanten zoodarig te kunnen blijkens de voorgemelde Staatrekening in het verminderen, als wij het wel wenschten, gelijk dat voorschreeven boekjaar hebben bedraagen uit onze advisen uwer wel-Edele Hoog-Agtbaar„ een zeer aanzienlijke montant van ƒ543401. 9. —: of wel ƒ166513. 19. 8. meerder dan in het voorige boekjaar, wanneer dezelve, ver„ „geleken met het boekjaar van 178½ ƒ69371. 15. 8. waren verminderd; waarom wij met leedweezen moeten herdenken, dat ont ze dier tijd daar over betoord genoegen van zoo wei„ „nig duur is geweest, terwijl wij ons vleijen met de hoop, dat nu men op rustiger en beter= tijden mag rekenen eene merkelijke verbeze„ „ring van dat een en ander in het vervolg de stof daar toe wederom zal vermeerderen, §248. Daar UwE. de Ministers hebben gerecom„ „manteerd, om zig op Malacca zelfs van Affuiten zijn altoos van Batavia gezonden, en dier„ hout te voorzien tot de door hun benoodigde „halven ook, wanneer wijze noodig hadden, van daar affuiten en rampaarden, en uit dien hoofde geëischt. Maar, na dat de Edele Hooge Indische Re„ hunnen Eisch van dat articul gedeeltelijk „geering ons bij Hoog derzelver brief van den 7. October werk stellen, om ook door eene vermeerdering der winsten den staat van dit Gouvernement een merkelijk voordeeliger aanzien te doen ver„ „krijgen. 1785. hebben 1785 geordonneerd kast, om zoo veel mogelijk van eigen hebben geëxcuteerd, moeten wij hier uit opnaa„ hout de benoodigde attuiten en ranpaarden te laaten aan„ „ken, dat het hout op Malacca vallonde, tot „maaken, en wij bij onderzoek bevonden hadden dat in het Nanningsche district een soort van hout viel, het dat gebruik zeer geschikt is; en deeze aan„ „merking leidt ons dan van zelfs tot de vraage„ het welk zig in de open lugt langer conserveeren kon„ dan andere soorten van het in deezen oord groeijende welke dog de redenen zijn, dat de Ministers daar van ook zonder zoodanige aanbeveeling geen hout, hebben wij de aanmaaking van de benoodigde affui„ gebruik hebben gemaakt, en een soortgelijken „ten en van paarden den Luitenant en opzigter van de Ard„ Eisch gedaan; waar ontrent wij dierhalven „tillerij opgedragen; onder toelegging van dezelfden eene volledige elucidatie verwagten. „prijzen, waar voor zij van Batavia herwaarts wier„ „den aangerekend, dewijl hijze niet beter koop ge„ „maakt kon krijgen wegens de moeite om het voorschreven soort van hout magtig te worden, en het klein getal van Ambagtslieden op Comps. Timmer- en Smedewinkels dagelijks zoo veel te doon hadts, dat wij niet naar vereisch zouden hebben kunnen worden geriefd, indien wij door hun daar benevens nog affucten en van paarden hadden laaten vervaardigen. §249. Immers kunnen wij niet veronderstellen, dat die redenen kunnen hebben bestaan daar in, dat de voorgemelde Articulen ten deezen Comptoire niet zouden hebben kunnen worden aangemaakt, daar op Malacca Timmerlieden, Smits, en wagenmakers aan handen waren, en nog veel minder kan daar van naar onze gedagten als een oorzaak worden opgegeven, dat die aanmaaking aldaar de Compagnie duurder te staan zoude koomen, dan ter Hoofdplaat„ „ze, daar de prijs van het hout te Batavia al„ „tijd met de kosten van den overvoer moet wor„ „den bezwaard, waar uit mits dien veel eer Juist 67 juist het tegen overgestelde moet worden opge„ „maakt. §250. uwE. gegeven last aan de Minister om de naar Bengale gedestineerde sloep de verwagting zoo veel van het bij hun aan handen zijnde koper en ten in te geeven, als het gemelde vaartuig met gerustheid zoude kunnen laaden en ver„ „voeren, is bij ons niet buiten bedenking. want, wanneer wij nagaan, dat op geene plaats van Indie het Japans staatkoper min„ „der rendeert, dan in Bengale, uit hoofde van den aanbreng aldaar van het Zweedsche koper in den vorm van het Jappansche gegoten, hetwelk door de Engelschen aldaar in zoo een groote quantiteit en met al te goed. Succes ter bena„ „deeling van de belangens van de Compagnie wordt aangevoerd, en ons daar bij voorstel„ „len, dat uw E. bij het geeven der voorgemelde last geinformeerd zijn geweest, dat het Japan„ „sche koper des tijds in Bengale niet meerder kon opbrengen, dan 36 Kopijen de Maon van 76. lb , het welk uitkomt op ruim ƒ 59. –. de 100. lb. , daar het op Malacca tegens ƒ 80. –. de 100. –. lb is verkogt, kunnen wij niet bezef„ „ten welke bijzondere redenen uwE. tot het geeven van meergem: last hebben bewoogen, waarom wij ook wenschen dienaangaande nader te worden onderrigt. §251. § 251. Wij beschruwen, als een blijk van uw E. waar za „heid voor Compagnies belangens, dat uwE. de Ministers hebben voorgehouden, dat de door n gedaane extraordinaire verstrekking van 500. spaansche reaulen aan den kastitein der Burger M: Kilian een daad was, waar door zij op een al te liberaale wijze, / schoon daar misschee wel eene sterkere benaaming op zoude hebben gepasz)/ over Compagnies deurs hadden gedis¬ „reert, en wij zijn met uw E. van gedagten, da de bevordering van dien man tot de voorgem „de qualitett als eene honorable en genoeg zeed „me belooning voor zijne beweezen diensten zoude hebben kunnen worden geconsidereerd Wij approbeeren dus niet alleen de reflex van uw E. ten allersterksten, maar hebben don „en boven, in aanmerking van het misbruik het welk daar ontrent in 't algemeen nu en dan plaats heeft, noodig geoordeelt uwE. mit deezen aan te schrijven, om als een circulai ordre voor alle de Comptoiren vast te Sted dat op dezelve geene extraordinaire beloonin zullen mogen worden gedaan, van wat aa dezelve zouden mogen zijn, en door wie oo aangepreezen, zonder alvoorens op eene be„ „hoorlijk genotiveerde voordragt uich qualit „ficatie.
English
...fication to have been obtained there. § 252. Regarding what has been discussed, both in your and the Ministers' ordinary and secret exchanged letters concerning Native affairs here, we have seen that the events which this government has produced in that regard have been quite serious and have provided both Your Honour and the Ministers with much work. In consideration of the circumstances in which one found oneself at this Office, we have preferred to overlook several actions of the Ministers in that regard rather than to judge them most severely, and the more so because on the one hand they have already partly reached their conclusion, and on the other hand because we have found the remarks made by Your Honour on some matters, and the orders given concerning others, to be very appropriate, while we nevertheless on some points which occurred to us in the aforementioned correspondence exchanged between Your Honour and the Ministers, and which especially drew our attention, will await the further outcome before expressing ourselves particularly on them. § 253. As a point of that nature, the admission of the Ministers of this Government appeared very remarkable to us, that in the undertaking of the expedition against Riouw they lacked accurate information regarding the power and strength of the enemy, and that they placed too much trust in the alleged desire of the Malays to shake off the oppressive yoke of the Buginese, not having been able to think that their awe of Radja Hadje would have been as great as the outcome has shown, just as it further appeared from their own testimony through experience that the power of the enemy was by no means as slight as they had imagined. And since Your Honour even from those and other circumstances judged that the said Ministers in that matter acted on uncertain and misleading reports, and to this it is therefore partly to be attributed that the favourable expectation which they had had of that undertaking turned out so badly, and at least considered those circumstances to be of such nature and weight that Your Honour was thereby brought into a rightful doubt as to whom one had to regard as the cause of the fatal outcome of that expedition, and for that reason referred the further investigation thereof to a Commission appointed for that purpose, we shall await the outcome thereof before further declaring ourselves regarding the conduct maintained by the Ministers in this matter. § 254. Meanwhile, we strongly recommend to Your Honour to direct all your attention and to cause that of the Ministers to be directed to the conduct of the Native princes, and particularly of the kings of Trangaro and Queda, making your assumption of the fearfulness of the first-mentioned for the Riouwers and for that reason given lesser proofs of benevolence towards the Company, and the judgment which Your Honour passes over the excuses brought forward by the last-mentioned on account of the failure to send the promised assistance with vessels against the Riouwers, most necessary that the Ministers, and in particular the Governor, observe the said Princes in everything as closely as possible, and in their dealings with and concerning the same always proceed with a prudent mistrust, which can contribute very much to securing for the Company the quiet and peaceful possession of its garrisons at this Office, upon which so much depends for it. § 255. And just as Your Honour from the aforementioned will easily conclude with us how much the state of this Government and the relations which the Company has there with the Native princes require that not only the supreme commander, but also the other Servants at the same are people upon whose competence one can rely on good grounds, so Your Honour will at the same time already have been able to trace how unpleasant it has been for us to have to conclude from more than one circumstance that most of the Servants here lack the required qualities, and many of the same seem to be entirely unsuitable for the posts which they occupy. § 256. For, to begin with the present Head Administrator and Secunde, we have the greatest reason to be exceedingly dissatisfied with his conduct, both in that capacity and in his former one of Fiscal. § 257. Indeed, we need only look into the resolution taken by the Ministers on 30 October 1785, to have the Trade books of 1784/5, which at that time had not yet been started, drawn up and balanced by the wage bookkeeper and shopkeeper Wiederhoed, with the assistance of the Trade transferrer Wiederhoed and two or three Clerks, at the expense of him, the Head Administrator and Trade bookkeeper, in order to have clear proof at hand of the irresponsible carelessness with which he proceeded concerning those Books. § 258. The lesser Servants also appear to be of very slight competence, since, according to what was communicated in the Ministers' advices, no one was found who could fill the place of First Clerk and Secretary of the Council of Justice, so that the same had to be filled by the Secretary of Police. § 259. The further representation made therein by the Ministers that they had no one to whom the post of Trade transferrer could be entrusted, together with the...
Dutch transcription
69 „ficatie daar te hebben erlangd. § 252. Aangaande het verhandelde, zoo in uwe als der Ministers gemeene en secreete gewis„ „selde brieven, omtrent de Inlandsche zaaken, alhier, hebben wij gezien, dat de gebeurte nis„ „jen, welke dit gouvernement daar omtrent heeft opgeleeverd, al vrij gewigtig zijn ge„ „weest, en zoo wel uw E: als de Ministers veel werk hebben verschaft. In aanmerking van de omstandigheden, waar in men zig ten deezen Comptoire heeft bevonden, hebben wij verscheiden verrigtingen der Minis„ „ters daar omtrent liever willen passeeren, dan dezelve ten Trengsten bevoordeelen, en zulks te meer, om dat dezelve eensdeels hun beslag reeds gedeeltelijk hebben erlangd, en anderdeelen om dat wij de remarques, door uwE. op sommige zaaken gemaakt, en de ordres, omtrent andere gegeven, zeer gepast hebben gevonden, terwijl wij niet te min op sommige poincten, dewel„ „ke ons in de voorgemelde tusschen uwE. en de„ Ministers gewisselde Correspondentie zijn voorgekoomen, en die onse aandagt in 't bij„ „zonder tot zig hebben getrokken, het nader gevolg zullen afwagten, alvoorens ons daar over bijzonder uit te laaten. §253 Als een poinct van dien aart is ons zeer opm „kelijk voorgekoomende erkentenis van de Mi „nisters ten deezen Gouvernemente, dat hun de onderneeming der expeditie tegens Riouwer „brooken heeft eene naauwkeurige informatie van de magt en sterkte van den vijand, en dat zij te veel vertrouwen hebben gesteld in het voorgeevende verlangen van de Malen „ers, om het drukkend Juk der Boegineeschen af te schudden, als niet hebbende kunen der „ken, dat hun ontszag voor Radja Hadje zoo groot zoude zijn geweest, als de uitkomst geleerd heeft, gelijk alverder volgens hun eigen getuijgen is door de ondervinding weert gebleeken, dat de magt van den vijand geen„ „zins soo gering was geweest, als zij zig hadden voorgesteld. En vermits uw E. zelfs uit die en andere omstandigheden hebben geoordeeld, dat de gemelde Ministers in die zaak op onzeker en misleidende berigten zijn te werk gegee en daar aan mistsdien gedeeltelijk is toe te sch „ven, dat de gunstige verwagting, welke zij van die onderneeming gehad hadden, zoo verkeerd is uitgevallen, en ten minsten die omstandigheden hebben beschouwd te zijn van § 253. „lijk is. van dien aart en dat gewigt, dat uw E. daar door gebragt wierden in eene regtmantige twijffeling, wie men als oorzaak van den tatalen uitslag dier expeditie moest be„ „schouwen, en uit dien hoofde het nader on„ „derzoek daar van aan eene daar toe benoemde Commissie hebben gedemandeert, zullen wij den uitslag daar van afwagten, alvorens ons over het door de Ministers in deezen gehou„ „den gedrag nader te verklaaren. §254. Wij beveelen uw E. intusschen ten sterksten aan, om alle uwe attentie te vestigen en die der Ministers te doen vestigen op het gedrag van de Inlandsche vorsten, en bijzonder van de koningen van Trangaro en queda, maa„ „kende uwe veronderttelling van de vreesag„ „tigheid van den eerstgemelden voor de Riouwers en uit dien hoofde gegeeven min„ „dere blijken van welmeenendheid voor de Maatschappije en het oordeel, het welk uwr. vellen over de verontschuldigingen, door den laastgemelden bijgebragt weegens het niet toezenden der beloofde assistentie met vaar„ „tuigen teegens de Riouwreeschen allernood„ „zaakelijkst, dat de Ministers, en in 't bijzon„ wij doon het zoo veel het ons immers mogen der de Gouverneur, de gemelde Vorsten in in alles zoo na mogelijk observeeren, en in hunne handelingen met en omtrent dezelve altoos met een voorzigtig wantrouwen te werk gaan, het welk zeer veel kan toe „doen om aan de Maatschappije de rustige en vreedige possessie van haare bezettin„ „gen ten deezen Comptoire te verzekeren, waar aan haar zoo veel geleegen legt. §255. En gelijk uwE. uit het voorgemelde ligtelijk met ons zult besluiten hoe zeer de staat van dit Gouvernement en de betrekkingen, welke de Maatschappij aldaar heeft tot de Inlandsch vorsten vereischt, dat niet alleen de opperge„ „bieder, maar ook de verdere Boediendens op hetzelve zijn lieden, op welker bekwaam heid vaen zig op goede gronden kan verlaaten, zul „len uwE. teffens reeds hebben kunnen nagaa hoe onaangenaam het ons heeft gevallen ut meer dan eene omstandigheid te moeten op „maaken, dat het de meeste Bediendens alhier aan de vereischte hoedarigheden mangelt, en veelen derzelve in 't geheel niet geschikt s „nen te zijn voor de posten, welke zij bekleede § 256: want om te beginnen met den tegenwor „digen Hoofdadministrateur en secunde hebben wij de grostse reden, om over zijn gedrag zoo wel in die qualiteit, als in zijne vorig van 73 van Fiscal, ten uitersten onvergenoegd te zijn. § 257. Immers behoeven wij slegts na te gaan het besluit, door de Ministers genoomen op den 30. October 1785, om de Negotie-boeken van 178: 4/5, waar aan als toen nog niet begonnen was, door den soldij-boekhouder en winze„ „lier wiederhoed met adsistentie van den Negotie- overdraager Wiederhoed en twee of drie Clercquen te laaten formeeren en effen„ „stellen ten kosten van hem Hoofdadministra„ „teur en Negotie-boekhouder, om een klaar bewijs aan harden te hebben van de onver„ „antwoordelijke slordigheid, waar mede hij om„ „trent die Boeken is te werk gegaan. §258. De mindere Bediendens schijnen mede van zeer geringe bekwaamheid te zijn, alzoo 'er volgens het bedeelde bij der Ministers ad„ „viesen niemand gevonden wierdt, die de plaats van Eersten Clircq en Secretaris van den Raad van Iustitie konde vervangen, zodanig dat dezelve door den secretaris van Politie heeft moeten worden waarge„ „nomen. § 259. Het daar bij verder voorgedragene door de Ministers, dat zij niemand hadden, aan„ wien de sloot van Negotie- overdraager kon worden toevertrouwd, benevens het door
English
§260. And when we consider here that the Head Administrator Couperus sought to excuse his carelessness in keeping the trade books by citing the incompetence of the clerks stationed at Malacca, that the Ministers concurred with this, and that you accepted those reasons, we believe we do not say too much when we consider this office as being almost entirely destitute of competent subjects among the Company's subordinate servants. The request made by them to be provided with capable persons must reinforce us all the more in that opinion. §261. If anything were still lacking in the unpleasant conviction that we feel about this, the bad conduct of Captain Swijkhart, Lieutenant Gravenstein, the Extraordinary Fireworks-maker Sies, and the Bookkeeper Kreeft, all of whom have been sent under arrest to Batavia, must cause the slight hope that might still have remained to us in that regard to disappear entirely. §262. And it can therefore seem neither strange nor unexpected that we express our utmost displeasure to the Malacca ministers, to whom this bad conduct, both of their subordinates and of fellow servants, cannot have been unknown; that they did not request Your Honour's provision in that regard in time, and also particularly neglected to give Your Honour a proper report on the bad condition of the clerks at this office, by which Your Honour would have been placed in a position to effect the necessary provision immediately; while we also cannot refrain from making known to Your Honour in general our surprise that Your Honour, being aware of the incompetence of some of the servants at Malacca, or at least being convinced of their improper conduct, did not immediately provide a suitable remedy, and under the circumstances in which this Government found itself, assign to Governor de Bruijn men of proven skill and zeal, in whose advice and cooperation that Governor, in the delicate position in which affairs here were situated at the time, would have been able to find that help which is indispensable to a Chief Commander in moments where often the preservation of the Company's most important interests can depend on a single decision. §263. We therefore not only expect that the conduct of the aforementioned persons sent up under arrest will be investigated most strictly and that in this matter action will be taken in accordance with the true interests of the Company, but we also expressly desire that our utmost displeasure with his conduct be made known to the Head Administrator Couperus. And we have further seen fit to order Your Honour to remove all such of the aforementioned persons who in future shall be found to be useless in their posts upon the very first signs thereof, and to cause their places to be filled by other, more suitable subjects; and the above-mentioned provision regarding the bad condition of the clerks must also be put into effect by Your Honour. §264. While finally, on this occasion, we cannot repeat emphatically enough and apply to all offices in general the reflection that we made previously under the subject of Ternate specifically concerning that office, regarding the very greatest interest that the Company has in ensuring that the servants, and especially the seconds-in-command, are everywhere men of skill and loyalty, since upon the decease of the Chief Commander the supreme governance of an office depends entirely on the direction of such a second-in-command; for which reason Your Honour cannot use too much circumspection in the choice of the same, and at least must never promote to such positions persons who in previous posts, whether through a lack of skill or zeal, or through a failure of loyalty, have given cause for displeasure. §265. Your Honour has well and rightly observed that it is by no means to be regarded as a mere accident that, during the saluting of the ship Meerenberg, two sailors on the Danish ship Denemarken were injured, and we fully approve that Your Honour ordered the Ministers to cause the expenses incurred for this to be reimbursed by the person whose duty it had been to pay proper attention that no cannon loaded with live shot was employed for firing salute shots. Yet we have seen with displeasure the reflection
Dutch transcription
§260. En wanneer wij hier bij in overweeging neemen„ dat de Hoofdudministrateur Couperus de verschoo„ „ring van zijne slordigheid in het houden der Negotie-boeken heeft gezogt in de onbekwaam„ „heid der op Malacca bescheiden Clercquen, dat de Minittens zulks hebben geavoueerd, en dat uw die redenen hebben aangenoomen, meenen wij niet te veael te zeggen, wanneer wij dit Coreptoin van bekwaame subjecten onder Compagnies onderhoorige Dienaaren als bijna geheel ont„ „bloot agten. 5261. Zoo er aan de onaangenaame overtuiging, welke wij hier van gevoelen; nog ietwe s ont„ „brak, zoude dan de slegte gedraagingen van den Capitein Swijkhart, den Luitenant Graven„ „stein, den Extraordinaires Vuurwerker Sies, en den Boekhouder kreeft, als welke alle in arrest naar Batavia zijn verzonden, de geringe hoop, welke ons daar omtrent nog zoude zijn overgebleeven, geheel en al moe„ „ten door verdwijnen. §262. En het kan derhalven nog vreemd, nog on„ „verwagt voorkomen, dat wij ons uiterste ongenoegen betooren aan de Malaische sui„ door hun gedaan verzoek, om met Capable. persoonen te worden voorzien, moet ons nog des te meer in dat denkbeeld versterken. „nisters „risters, welken die slegte gedraagingen, zoo van hunne onderhoorige als mede Bediendens niet onbekend hebben kunnen zijn, dat zij uwE. voorziering daar omtrent niet in tijde hebben gevraagd, en ook in 't bijsonder ver„ „zuimd aan uwE. een behoorlijk verslagte doen van de slegte gesteldheid der Clercquen ten deezen Comptoire, als waar door uwE. zouden zijn geweest in strak gesteld, daar in de noodige voorsiening daadelijk te weeg te brengen, terwijl wij ook niet kunnen af„ „zijn uwE. in 't algemeen onze bevreemding te kerren te geeven, dat uw E. van de onbe„ „kwaamheid van eenige der Bediendens op Malacca bewust, ten minsten van hun ver„ „keerd gedrag overluijd zijnde, niet daadelijk een gepaste voortiening hebben daar gesteld, en in de omstandigheden, waar in dit Gou„ „vernement verseerde, den Gouverneur de Bruijn toegevoegd liede van een beproefde kunde en ijver, aan welker raaden meede„ „werking die Gouverneur in de netelige po„ „sitie, waar in zig de zaaken alhier des tijds bevonden, zoude hebben kunnen vin„ „den die hulp, welke een Hoofdgebieder in oogen blikken, waar in dikwijl 1 het behord van Compagnies aangeleegends te belangene van 73 §263. Wij verwagten dan ook niet alleen, dat het gedrag der voorgemelde in arrest opgesonden persoonen ten strengsten ziel worden onderhoo en dat in die zaak overankomstig de waare be „langers der Mtantschappij zal worden gekanden maar begeeven ook wel uitdrukkelijk, dat aan de Hoofdadministrateur Couperus ons uiterste d „genoegen over zijn gehouden gedrag zal word te kennen gegeven. En hebben wijders goedgevonden UwE. te gele „ten, om alle zoodanige der voorgemelde per„ „soonen, welke bij vervolg bevonden zullen worden in hunne posten onnut te zijn bij de allereerste blijken daar van uit dezelve te weeren, en derzelver plaatzen door andere meer geschik te subjecten te doen vervullen. zullende ook de hier bovengemelde voorze „ring omtrent de Rlegte gesteldheid der Clercqu door uw E. moeten worden in het werk geste §264. Terwijl wij eindelijk bij deeze gelegen heb niet hadrukkelijk genoeg kunnen ter haald en tot alle Comptoiren in 't algemeen betrok„ „lijk maaken, de reflexie, welke wij hier voo ƒ „ren onder de materie van Ternaten bepaal „delijk tot dat Comptoir hebben gemaakt „trent het aller goortst telang, dat 'er de van een onkeld besluit kan athangen verstrekt onontbeerlijk is. Maats 77 Maatschappij bij heeft, dat de Bediendent, en voornaamentlijk de secundes, overal zijn lieden van kunde en trouw, alzoo bij aflij„ „righeid van den Hoofdgebieder het opperte„ „stier van een Comptoir op de Directie van zoodanig een secunde geheel en al aan komt, waarom uwE: dan ook niet te veel om zig„ „tigheid kunnen gebruiken in de keuze van deselve, en althans nimmer daar toe moeten bevorderen lieden, welke in voorgaande pal„ „ten, 't zij door gebrek aan kunde of ijver, dan wel door manquement aan trouw, rede„ „nen tot ongenoegen hebben gegeeven. § 265. uw E. hebben wel en te regt aangemerkt, dat geen zints als een bloot ongeluk is te be„ „schouwen, dat bij het salueeren van het schip Meerenberg twee Matroozen op het Deensche schip Denemarken zijn gekwets geraakt, en wij approbeeren volkoomen dat uw E. de Mi„ „nisters hebben gelast, de daar voor gedaane uijtgaaven te doen vestitueeren door den geren„ wiens pligt het was geweest behoorlijk attentie te draagen, dat tot het doen van salutschooten geen Caron wierdt geen, veloijerd, met scherp gelaaden. Dan wij hebben met ongenoegen geziende reflexie
English
Section 266. Although we now trust that under this order for restitution the hospital expenses expended in this case are also included, we nevertheless, like Your Honour, consider them to be quite high, having amounted to a total of 105. 24.- rixdollars, and we deem it in any case useful that a specific statement of those funds still be demanded from the Ministers, in order thereby to be able to verify whether here too things have not gone far beyond the limit, regarding which we consequently expect that the necessary order will be given by you. These expenses were restored to the Company as well as the 2000. –. guilders which the wounded Danish sailors enjoyed as a gratuity. And, regarding the high amount thereof, we are unable, due to the demise of the then Hospitalier, to provide a specific statement of it, but can remark in his exculpation that he not only had to administer to the aforementioned unfortunates everything that the doctor of the ship Denemarken prescribed to him, which in a place like this, where all provisions are excessively dear, naturally had to cause great costs, but that also included under the aforementioned expenses was the consumption of the aforementioned doctor, who solely stayed on shore to practice on the aforementioned two persons. Section 267. Having seen from what Your Honour communicated under the chapter of private shipping and trade, that Your Honour, for the reasons given by the Ministers in their letter of 15 June 1785, approved that they, with regard to the sale of rice, and to avoid all regulation in that article, had again given freedom to each of the inhabitants at Malacca to trade in that grain, provided they do not export the same without special permission from the Governor, we will hope that this in all respects may answer expectations better than the regulations adopted in that regard by the Ministers' Resolution of 27 September 1782, and the orders established by the Edict of 5 October 1782 issued in consequence of that Resolution on the purchase and sale of that article, by which the intended aim of giving satisfaction to the Javanese and Cheribon traders seems to have been entirely missed. reflection, made by the Ministers on that subject, as being in the highest degree improper, and which, if it continued, would have to result in all neglect of duty by the servants having to be atoned for by the Company. Section 268. We can however hardly imagine that this should be attributed solely to the fact that the aforementioned traders preferred to be free to sell the rice as they pleased and to whom they wished, which nevertheless is given by the Ministers as the sole reason for it, without any substantial and pecuniary advantage being anticipated by them from that change, of which one must even deduce the contrary from what is further reported in the Ministers' advices, that the aforementioned traders, since the introduction of the aforementioned regulations, have been able to obtain even 68. —. rixdollars per koyan for the dustiest rice, whereas previously, with an abundant supply of rice, they sometimes could not obtain 50. -. rixdollars, and we must therefore suppose that the now frequently mentioned new arrangement must have had other detrimental consequences for their trade, which outweighed the just-mentioned apparent advantage, and which we would have wished had also been stated by the Ministers. No other reasons have appeared to us. The Javanese traders did not know their own interest, and therefore believed that they were disadvantaged by the regulation made by us to the benefit of the Malaccan inhabitants. Section 269. With much pleasure we have read the ample considerations drafted by Governor de Bruijn on the improvement of trade at Malacca, by transferring thither that trade which was previously carried on with considerable profits by the Buginese on Riau under the reign of Raja Haji, and before that treacherous prince was brought down by the arms of the Company, and of which opium, tin, pepper, linens and Chinese goods were the principal articles; and those considerations carry our approval in full measure, wherefore it was also very pleasing to us to see from Your Honour's marginal dispositions taken upon the same,
Dutch transcription
§ 266. ofschoon wij nu vertrouwen, dat onder dit Deeze ongelden zijn zoo wel aan de Compagnie geris„ „vel tot restitutie ook begrepen zijn de Hoe „titueerd als de 2000. –. gls., welke de gekwetste teensche „tacds-gelden, in dit geval geimpendeerd, moe Matroozen tot een douceur genoten hebben - En, wat wij egter met uw E. dezelve als vrij hoog het hoog beloop daar van betreft, wij zijn door het beschouwen, als hebbende beloopen een mo overlijden van den toenmaaligen Hospitalier buiten „tank van rijfd„ 105. 24.- , en wij agten tot staat om 'er eene specifique opgaat van te bezorgen in allen gevalle nuttig, dat als nog vand dog kunnen ter zijner verontschuldiginge aanmerken, Minister gevorderd worde eene Specifi dat hij niet alleen aan de gemelde ongelukkigen alles heeft moeten toedienen dat de Doctor van he=t schip „ que opgave dier gelden, ten einde daar door staak te zijn om na te gaan, of ook in deese Denemarken hem voorschreef, hetgeve op eene plaaten gelijk deze, waar alle Eeven middelen ex cssie vur niet verre boven de bepaaling is gegaan, w zijn, rotoir goote kosten moeste verwekken, maar toe wij mits dien verwagten, dat door uwe dat ook onder de voorschreven ongelden is begrepen de noodige ordre zal worden gegeeven. geweest de verteering van den gemelden Doctor die zig eenlijk aan de wal ophieldt om over de meergemelde twee pervoonen te practiteeren. §267. uit het door uwE. bedeelde onder het hoo„ „deel van particulieren vaart en handel geze hebbende, dat uwE. op de door de Minister bij hunnen brief van 15. Junij 1785. gegeeven reedenen hebben goedgekeurd, dat zij ten opsig„ refeertie, door de Ministers op dat Subject gemaakt, als welke ten uitersten ongepas= is, en indien dit doorging ten gevolge zoud moeten hebben dat alle pligtverruim der 2 „naaren door de Compagnie zoude moeten wor„ geboet. „te 49 „te der verkooping van rijst, en om alle bepaa„ „ling in dat artikel te vermijden, aan een iegelijk „der ingezeetenen te Malacca weder vrijheid hadden gegeeven, om in dat graan te mogen hunde„ „len, mits hetzelve niet uitvoerende, zonder Speciale permissie van den Gouverneur, willem wij hoopen, dat zulks in allen opzigte beter aan de verwagting mag voldoen, dan de desweegens bij der Ministers Resolutie van den 27. Sep„ „tember 1782 gearresteerde bepaalingen, en de gestelde ordres bij het ten gevolge van die Resolutie geemaneerde Placaat van dato 5. October 1782 op den in en verkoop van dat ar„ „ticul, door welke men het gebuteerde oog„ „merk om de Iavasche en Cheribonsche hande„ „laars genoegen te geeven ten eenemaale schijnt te hebben gemist. §268. Wij kunnen ons egter bezwaarlijk verbeelden, dat zulks alleen daar aan zoude zijn toe te schrijven, dat de gemelde handelaars liever zager, dat het hun vrij stondt de rijst naar hun welgevallen en aan wien zij wilden te verkoopen, hetwelk Geene andere redenen zijn ons daar van voorge„ nogthans door de Ministers, als de eenige reden De Iavasche handelaars kenden hun eigen daar van wordt opgegeeven, zonder dat door „komen. belang niet, en maanden derhalven dat zij door de be uit die verandering een weezentlijk en pecu „paaling, bij ons gemaakt, benadeeld wierden ter be„„nieel voordeel zoude worden te gemoed gezien, waar van men zelfs het teegendeel moet opmaaken uit „gunstiginge van de Malaccasche ingezetenen. het verder gemelde bij der Ministers adviesen, dat dat de voorgenoemde handelaars, sedert de intro„ „ductie van de gemeede bepaalingen voor de stof„ „tigste rijst zelfs 68. —. rijxts. de koijang hebben kunnen bekoomen, daar zij te vooren somtijds bij eenen overvlvedigen toevoer van rijst geen 50. -. rijxds hadden kunnen bedingen, en wij moeten die onderstellen dat de nu meergemelde nieuwe in „rigting voor hunnen handel andere nadeelige gevolgen moet hebben gehad, welke het evenge„ „melde oogenschijnlijk voordeel hebben overwa „gen, en welke wij wel gewenscht hadden dat ook door de Ministers waren opgegeven. §269. Mok veel genoegen hebben wij geleezen de am„ „pele Consideratien, door den Gouverneur de Bruijn ontworgen over de verbetering van den handel op Malacca, door aldaar over te brengen dien handel, welke te vooren onder de regeering van Radja Hadjie, en voor dat die trouwlooze vor door de wapenen van de Maatschapfij is te onde „gebragt, door de Boegineeschen op Riouw met aanmerkelijke voordeelen gedreeven wierdt, en waar van de Amsthioen, Tin, Peper, hijwa „ten en Chineesche, waaren de Hoofdarticulen zijn geweest, en die Consideratien draagen in vor „len opsigte onze goedkeuringe weg, waarom het ons dan ook zeer aangenaam is geweest uit uwE. marginale dispositien, op dezelve genomen,