Inventory 8441
Japan · 872 pages · 172 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Native affairs. were first dismissed, and that if I did so, the merchants would then immediately stand surety for the opening of the roads. Indeed, hearing that this had been the only difficulty that had held me back from dismissing the Panglima, they now did not doubt in the least that I would do so, and on that account had already sent orders to all the gold mines that no more gold should leave via the eastern side, but that everything should be kept in order to be brought to Padang as soon as the roads were opened. After I had thus negotiated with these stubborn people for over three months, and saw that I could gain absolutely nothing with all my resistance or proposals, but was obliged to accommodate myself to them, as had also occurred with my predecessors, I then very readily accepted this offer of theirs, even declaring, since there was simply no other way, that if they had thought so from the very beginning and had been unanimous regarding the person of a new Panglima, or had left it directly to my arrangement, I might have granted their request immediately, for the reason that it was all the same to the Company who was Panglima here, as long as it was a worthy man. I regarded this as the best means for a preserved and fitting retreat, by which I could satisfy them without giving any noticeable appearance of being forced to follow their will. Native affairs. I then had the Panglima come to me and presented to him all the trouble I had taken to preserve him, and asked him whether he could still devise any means to maintain his position. But he declared that he saw no possibility of getting the minds of the mountain peoples back onto his side, and seeing that on account of his person all trade of the Company was at a standstill, he would rather request to be dismissed from his regency, provided that I left him the rank of former Panglima, which he flattered himself that I would not refuse him, as I was convinced that he had done nothing by which he had made himself guilty of any punishment or the hatred of the Company. I then granted him his request with the promise that I would humbly write to Your High Excellencies that he was not dismissed from the office of Panglima for any bad or unfaithful conduct, so that when times should turn in his favor again and the mountain peoples might be persuaded in his favor upon a vacancy, he might then be eligible for that dignity again and could flatter himself with the high approval of Your High Excellencies. After I had then given notice of the request of the Panglima to the Landraad, I had the merchants come to me and told them that the Panglima had asked for his dismissal, and that I had taken this into further consideration, but that I was not minded to grant it to him if the mountain peoples persistently showed themselves stubborn and would not first open the roads; but that once this had happened, I would then fulfill his request. The merchants were very gladdened by this news and requested to be allowed to go to the mountains immediately, assuring that within the space of 8 days the roads would be open. As indeed also happened, and on the fourth day after their departure a small quantity of gold already came down, and all roads were opened again. When the merchants came down again after having arranged everything in the mountains, the Panglima was then dismissed on the 12th of January last in the full Landraad, with retention of his rank, and the merchants brought me a signature of the oldest Penghulus of twelve negorijen stating that they would be satisfied with whomever among the Padang Penghulus it pleased me to appoint as Panglima. Notwithstanding this signature, however, I nevertheless received letters a few days after date from different negorijen, requesting one for this person and another for that person; and as I did not wish to rush the appointment of a new Panglima, but if possible first see toward whom the mountain peoples leaned most strongly, the conferral of that dignity has been postponed by the humble first signatory until after the departure of the ship, when he will proceed to the election of a new one. The office of Panglima having thus become vacant, I take the humble liberty to first present to Your High Excellencies the person
Dutch transcription
61 Inlandse zaaken. Eerst ontslaan wierde, en als ik zulks deed de Kooplieden zig dan direct borgstellen zouden voor het open der weege Ja dat zij hoorende dat dit de eenige swarigheijd geweest zijnde die mij teegen gehouden hadde, den Tanglima te ontslaan, nu ook in 't geheel niet wijffelden of dat ik zulks doen zoude en uijt dien hoofde nu ook reets ordres na alle de Goudmijnen gesonden hadden dat geen Goud meer de oost zijde uijtgaan mogte maar alles bewaerd worden om ten Eersten na het open der weege na Padang gebragt te worden. Na dat ik dus ruijm drie maanden lang met deese stijffhoofdige menschen gecapituleerd hadde, en zag dat ik toestrekt niets met al mijn teegen spar= „telen of voorstellen winnen konde maar in de ver= „pligting kwam, mij zodanig na hun te moeten schicken, als bij mijne antecesseuren ook geschieden was, zo nam ik dan deese hun offerte zeer gereed aan zelvst met de betuijging terwijl er tog onmoog= lijk iets anders op was, dat als zij direct van begin zo gedagt hadden en omtrend de Perzoon van eenen nieuwen Panglima eensgesint geweest waren off aan mijne Schicking direct overgelae¬ „ten hadden ik hun verzoek mooglijk aanstonds zoude toegestaan hebben om reeden dat het aan de Maatschappij het zelfde was, wij hier Panglima was als het maar Een Brav mensch was. § 116. Ik zag dit als het beste middel tot de bewaarde len gepasde Retiraide aan, waar door ik hun bevreedigen konde zonder Eenige merklijk scheijn te geeven van mij gedrongen te zien, hun wil op te volgen. § 117. 1 115. Inlandse zaaken § 119. Ik liet toen den Tanglima bij mij koomen en stelte hem voor alle moeijte die ik gedaan hadde om hem te bewaeren, en vroeg hem of hij nog eenige mid¬ „delen bedenken koste om zig staande te houden dog hij verklaarde dat hij geen mooglijkheijd zag om de gemoederen der Bergvolkeren weer op zijn zeijde te krijgen, en terwijl hij zag dat weegens zijn Perzoon allen Handel der Maatschappij Stil stond hij liever versoeken wilde van zijn Regentschap ontslaan te worden, mits dat ik hem den Rang van oud Panglima liet, het geen hij zig flatteerde dat ik hem niet weijgeren zoude door dien ik over= tuijgt was, dat hij niets gedaan hadde, waar door hij zig aan eenige straffe of haat van de Maatschappij hadde schuldig gemaakt. Ik stond hem toen zijn verzoek toe met belofte dat ik W Hoog Edelheedens needrig aanschrijven zoude dat hij om geen quaad of ontrouw gedrag van het Pauglimaschap ontslaan was, op dat wanneer de tijden een weer in zijn voordeel veranderen en de Bergvolkeren bij vacatuur in zijn faveur mogten overgehaald zijn. hij als den tot die waerdigheijd weer verkiesbaar zijn mogte, en zig met de hooge approbatie van UW Hoog Edelheedens flatteeren konde Na dat ik toen van het versoek van den Panglima aan den Land=Raad kennisse gegeeven hadde liet ik de kooplieden bij mij koomen, en zegte aan hun, dat den Panglima zijn ontslag gevaagt, en ik zulks in nadere overweeging genoomen hadde, dog dat ik niet van meening was, om het aan hem te geeven. zoo de 3 § 117. § 118. 63 Inlandse zaaken te Bergvolkeren zig bij aanhoudendheijd koppig toonen en de weege niet Eerst open wilde, dog als dit geschieden was dat ik dan aan zijn versoek voldoen wilde Over deese tijding waren de Kooplieden zeer verhougt, en verzogten om aanstonds na het gebergte te mogen gaan, Verzeekerende dat binnen de tijd van 8 daagen de weege¬ open zijn zouden. Gelijk dan ook gebeurde, en met den vierden dag na hun vertrek kwam reets Eene Klijne Quantiteit Goud af, en alle weege wierden weer openge¬ „steld. Toen de Kooplieden na alles in het Gebergte geschikt te hebben weer afkwamen, wierd dan den Panglima op den 12e: Januarij I: l: in den vollen Land= Raad met behoud van zijn Rang ontslaan, en bragten de Koop= „lieden mij Eene Handteekening van de Oudsten Pong= houls van Twaelf Negorijen dat zij genoegen daer in neemen zouden wie off het mij ook behaagde uijt de Padangse Ponghouls tot Panglima aan te stellen. Niet teegenstaande deese Handteekening egter kreeg ik Evenwel korte dage na dato weer brieve van disse= „rente negorijen, die den Een voor die en die voor een an= „deren versogten, en terwijl ik mij met het aanstellen van eenen nieuwen Panglima niet overhaasten wilde, maar als het mooglijk was, Eerst zien, na wien de Bergvolkeren het sterkst overhelden, zo is het begeeven van die waardigheijd door den needrigen Eersten teekenaar uijtgesteld geworden tot na het ver¬ „trek van het schip wanneer deselve tot de verkie= „sing van een nieuwe overgaan zal. Het Tanglimaschap dus vacant geworden zijnde neeme de needrige vrijheijd UWw Hoog Edelheedens eerst de § 122. Perzoon „ 120. „ 121. § 123. ƒ
English
Native Affairs Section 128. is subjected, because he is unable to win over the Company's subjects to his side, he uses the mute but stubborn mountain peoples to chastise the Company by closing the roads. And since he is so hated by the Pauwers and Cotto Tengers (with which peoples, however, as they are very bold and the closest neighbors of Padang, it is an absolute necessity to live in perfect friendship, and which peoples are also truly subjected to the Company with much affection and submission), it is certain that it would not last a year before the most ingenious efforts of the Chief would be unable to prevent the saddest and most ruinous consequences thereof for the Company and the settlement of Padang. Instead, everything would immediately burst into a blazing fire of war, of which it is still very keenly known from old times that the Pauwers have caused the Company much trouble and expense. Thus, for all these reasons, Radja Sallier cannot possibly be elected Panglima, but rather well deserves to be clapped in irons and set to the hardest labor for all his life. The second applicant for the office of Panglima is the present Bandhara Radja Dillier. He is certainly the most faithful to the Company, and the best of all, and a man who, upon my first arrival here, provided me with much instruction and helped me out of many a difficulty. Yet he is of the lineage of Taniago, of which there are as yet no examples of a Panglima being able to maintain himself longer Native Affairs Section 130. longer than two years, whereas the mountain peoples want to have a Panglima from the lineage of Cotto Pilian. It is said that he has offered 1000 Spanish Reals to the mountain peoples to take an interest in his favor. This large sum of money will possibly also induce them to do so, yet once they have drawn it, they will possibly quickly fall away from him again and want to have another Panglima, although it were to be wished that, if the mountain peoples lean toward him and he stepped into that dignity, he could sustain himself therein. Section 129. The third is one Radja Lingang, currently Ponghoul of Padang. He has much charged against him, also from the times that the English were here. He is an arrogant, proud person, full of devious tricks, deceitful, greedy, and everywhere hated, yet presently, since he has been severely corrected by me in person several times, reasonably submissive. The fourth is Radja Jambij, also Ponghoul of Padang. This is a resentful, contentious, stubborn, and dangerous person who, in the time of Commander Van Staveren, was Ponghoul on Poulo Batoe. However, on account of his extortions and bad conduct, he had to withdraw at that time in order not to be apprehended and sent away; also, only after the English had taken possession of this place did he dare to return to Company lands. He is very well regarded among the mountain peoples on account of his old age, they having already partially spoken up for him upon my arrival. It is certain to be expected, however, that if he should become Panglima, he will resume his old tricks and extortions, for which he will then have a free field. Native Affairs Section 131. Beyond these four persons, there is presently no one here who is eligible for Panglima. I have already made much effort to find someone among the resident Malays who, on account of his lineage, might become eligible, in order to make him the First Ponghoul of Padang, and in that manner to groom a good Panglima from him, but there is presently no one to be found. Section 132. The conditions of these four persons are thus such that Radja Tallier would be absolutely ineligible and the other three offer poor prospects for being able to remain long in the office of Panglima. For what the mountain peoples presently claim, that the Panglima is too dull, they will soon say again of Radja Lingang and Radja Jambij, that they are too arrogant and bloodsuckers, etc. Section 133. The choice, therefore, to find a Panglima among them with whom one could flatter oneself with the prospect of being able to remain long in that capacity, is truly almost impossible. Yet it is much to be wished that the mountain peoples may lean toward the Bandhara Radja di Alhier, concerning all of which it is nevertheless not yet possible for the first signatory to make a well-founded judgment. Section 134. Just as it is also not possible for the same to carry into execution. Section 135. That which was most highly proposed by Your Right Excellencies to
Dutch transcription
Inlandse zaeken § 128. onderworpen is, om dat hij niet in staat is, de on= „derdaanen van de Comp=e op zijn zeijde te krijgen de stomme dog stijffhoofdige Bergvolkeren gebruijkt om de Comp:ie te kastijden /:door het sluijten der weege en daar hij zoodanig door de Pauwers en Cotto Tengers gehad word ( met welke volkeren egter als zeer stout, en de naaste Buuren van Padang zynde het absolut een zaak is om in een volmaakte vriendschap te leeven, en welke volkeren ook waerlijk met veel geneegendheijd en submissie aan de Compe. onderworpen zijn, dat het voorzeeker is, dat het geene Iaar duuren zoude off de Schranderste pogin„ „gen van 't opperhoofd zoude niet in staat kunnen zijn, de droevigste en aller ruineuste gevolgen daar van voor de Maatschappij en de Plaats Padang te beletten, maar dat alles week in een Brandend vuur van oorlog zoude uijtbersten, waar van van oude tijden nog zeer gevoelig bekend is, dat de Pauwers de Maatschappij veel moeijelijkheijd en kosten ver= „wekt hebben, dus om alle deese reeden Radja Sal¬ „lier onmooglijk tot Panglima kan verkoosen worden maar wel verdiend in de ijsers geklonken, voor al zijn leeve aan 't swaarste werk geset te worden Den tweeden Sollicitant tot het Sanglimaschap is den teegenswoordigen Bandhara Radja Dillier: deese is zeekerlijk de trouwste aan de Maatschappij, en de beste van allemaal, en een man die mij bij mijn Eerste aankomst alhier veel onderrigt gegeeven, en uijt meenige verleegendheijd geholpen heeft, tog hij is van het geslagt van Finiago waar van nog geene voorbeelden zijn, dat een Panglima het langer F 6.7 Inlandse Zaaken § 130. langer als twee Jaare heeft houden kunnen. Terwijl de Bergvolkeren Een Panglima uijt het geslagt van Cotta Pilian hebben willen, men zegt dat hij 1000. sp: Realen aan de Bergvolkeren gebooden heeft, om voor hem zig te interesseeren. deese grote somma Gelds zal deselve ook mooglijk daar toe moveeren, tog wanneer zij zulx getrokken hebben zullen zij moog= „lijk schielijk weer van hem afvallen en weeder ee= „nen anderen Panglima hebben willen hoewel het te wenschen was, dat als de Bergvolkeren na hem overhellen, en hij in die waardigheijd opgetreeden was, dat hij zig daarin sustineeren kunnen § 129: Den derden is Eenen Radja Lingang thans Ponghoul van Padang deese heeft veel tot zijn Lasten meede van de tijden dat de Engelsen hier geweest zijn. hij is een verwaand Troots mensch vol van Slinkse Streeke, vaes, inhaalig, en over al gehaat tog thans zeedert dat hij verscheijden keer, sterk van mij mondelijks geoorrigeerd is, reedelijk submis. Den vierden is Radja Jambij meede Ponghoue van Padang, dit is een haatdragend Questieus, koppig, en gevaarlijk mensch die bij tijden van den Commandeur Van Staveren Ponghoul op Poulo Batoe geweest is, egter weegens zijn knevelarijen en slegt gedrag zig in die tijd heeft retireeren moeten, om niet g'apprehendeert en opgesonden te worden, ook na dat de Engelsen beset van deese plaats genoomen hadden eerst week in Comp:e landen heeft duwen te rug koomen; Hij is bij de Bergvolkeren zeer gesien weegens zijn Ouderdom, zijnde deselve bij mij komst reets gedeeltelijk voor hem opgekoomen. het is Egter zeeker te denken dat als hij mogte Panglima worden, zijne oude streeken en Knevelarijen daar - Inlandse zaeken § 131. § 132. daar toe hij dan een openveld heeft weer beginnen zal. Buijten deese Vier Perzoonen is thans niemand hier die tot Panglima verkiesbaar is. Ik hebbe reets veele moeijte gedaan om ijmand onder de Inge= „seeten maleijers te vinden die weegens zijn geslagt verkiesbaar zoude worden kunnen, om hem den Eerst Ponghoue van Padang te maken, en op die manier Eenen Goeden Panglima daar van op te kweeken dog daar is thans niemand te vinden De Gesteldheeden van deese vier Perzoonen zijn dus zodanig dat Radja Tallier absolut onverkiesbaer zijn zoude en de anderen drie slegte uijtsigt geeven om lang in het Panglima=schap te kunnen blijven want wat de Berg volkeren thans opgeeven dat den Panglima te Hom is, zullen zij van Radja Lin= „gang en Radja Tambij schielijk week zeggen dat zij te verwaand en bloed zuijgers zijn E. § 133. De Keuse dus om Een Tanglima daar onder te vinden; die men zig flatteeren konde dat eene uijt= „sigt zoude hebben om lang in die Qualiteit te kunnen blijven is waarlijk bij na niet mooglijk. Egter zeer te wenschen dat de Bergvolkeren na den Bandhara Radja di Alhier overhellen mogen over welk een en ander den Eersten teekenaar egter als nog niet moog= „lijk is gegrond te kunnen oordeelen. Gelijk het meede aan denselven niet mooglijk is, ter uijtvoer te kunnen brengen. § 135. Het door Uw Hoog Edelheedens hoogst geproponeerde om met N § 134.
English
69 Internal affairs. Section 136. To enter into an agreement with the Panglimas of those Mountains concerning slaves who run away from here is something that the first humble subscriber of this already sought to carry out immediately upon his arrival here, but there is no chance of it. The number of those Regents consists of nearly 504 heads, and even if one entered into an agreement with 400 of them, since it is impossible, and they indeed see to it, ever to assemble the entire number together, then the runaway will always be in the hands of those who say they know nothing of this contract. And however much one presents to them the absurdity of these statements, they will nevertheless not listen to it, but to show their upright heart will return the same once well above the value has first been paid to them for it. In addition to which value they further request a small present besides, for the trouble taken therein, and because they have persuaded one of their fellow brothers, who was ignorant of the contracts, to surrender again and return without profit a cleanly and legitimately purchased slave, while in the meantime they themselves are the thieves thereof. The disputes regarding the appointment of the second king of Tikoe cannot yet be settled, however much trouble the first subscriber takes in that regard. Nevertheless, the parties still remain reasonably quiet, although each stubbornly stands by their position. Section 137. The old Panglima of Sillida having died very unexpectedly, his nephew named Radja Alam was nominated by the Resident of Poulo Chinco on the recommendation of the Landraad there as the only legitimate successor thereto, who has also in that capacity, subject to further high approval from Your Right Honourables, been provisionally appointed and sworn in by the undersigned under the customary name of Sierie Nara. Internal affairs Section 138. The envoys of the House of Sourouassa having been bought off, received their customary present and departed rather well content. Section 139. Corporal Schrik, who had been Postholder at Adjarhadja for some time, behaved in a very predatory manner toward some merchants passing there, while he took away from several of them merchandise purchased here at Padang under the pretext that they had bought the same from the English at Motko Motko, notwithstanding that they showed him the very passes given to them by the first subscriber, which he retained and subsequently ignored. During the time that he lay at that post, nothing of this had leaked out, as the people did not dare to complain about him out of fear. However, when he was seized by a severe illness shortly thereafter, for which reason he had to be relieved from the post and transported here to the hospital, these people came to lodge their complaint against him with the first subscriber. And after investigation it was found and also confessed by him that he had taken from three persons, namely from two each the value of Sp: 40. and from the third of Sp: 15:—. Company servants. Section 140. Section 141. Section 142. Section 143. taken. His sudden death from an inveterate disease harbored in his body for a long time deprived him of the well-deserved, just punishment for such scandalous acts. However, as his estate yielded Sp: 70. and 10 dubbeltjes at auction, the first subscriber judged that the same could in no way be considered as justly belonging to him, and on that account distributed the same among the aforementioned persons against receipt, namely to those who should have had Sp: 40., each Sp: 30., and to the third Sp: 10. and 10 dubbeltjes, with which these people, having already considered their property lost, were very well satisfied. The humble first subscriber considered this arrangement most necessary, as well for the honor as for the security of the Honorable Company's trade, since by such illicit actions the mountaineer, instead of being enticed, would be deterred from coming down to trade; and also to give the mountaineer a little more courage for the future, through the obtaining of justice, to lodge his legitimate complaints with confidence. For similar treatments would otherwise awaken such fear among them of coming down that trade would languish without the reason therefor being known. However, in order that the first subscriber might not possibly in time be called to account for this by the heirs of this corporal, the same takes the humble liberty to request of Your Right Honourables the high approval of these his actions herein by resolution, so that this may be inserted into his closed accounts.
Dutch transcription
69 Inlandse zaeken. § 136. om met de Ponghoues van die Gebergtens Een accoord aante gaan nopens slaven die van hier drossen het is iets dat den Eersten needrigen teekenaar deeses reets direct bij zijn arrivement alhier gesogt heeft ter uijtvoer te brengen. dog daar geen kans toe is, Het getal van die Regenten, bestaat wel bijna uijt 504. koppen en al was het dat men met 400. van hun een Accoord aanging. also het onmooglijk is, en zij wel daar voor zorgen om nooit 't geheele getal bij een te kunnen krijgen. dan zal den drosser altoos zijn in handen van de geene die zeggen van dit contract niet te weeten, en hoe zeer men hun de onge= „reijmdheijd van deese gesegdens zal voorstellen, zul „len zij egter niet daar na luijsteren, maar om hun opregt hart tetoonen denselven weerom geeven wanneer hun ruijm de waerde daar voor eerst uijtbetaald is. Buijten welke waarde zij nog een Presentje boven dien versoeken, voor die daar in gedaane moeijte, en dat zij een van hun meedebroeders, die onweetende van de Contracten was, gepersuadeerd hebben, een suijver hen regtvaardig gekogt slav weer zonder winst afftestaan, en te rug te geeven. Ter= „wijl zij intusschen zelvst de dieven daar van zijn De verschille over 't aanstellen van de tweeden ka ning van Tikoe kunnen als nog geschikt worden, hoe veel moeijte dat ook den Eersten teekenaar daer omtrend doet, Egter houden zig als nog de Parthijen reedelijk stil, hoewel zij ijder steijthoofdige op hun stuk staan blijven. § 137. Den ouden Panglima van Sillida zeer onverwagts overleeden zijnde is, door den Rezident van Poulo Chinca Inlandse zaaken § 138. § 140. Chinoo op voordrag vanden Land= Raad aldaar aln de Eenige wettige opvolger daar toe voorgedraagen desselfs Neeff met naam Radja Alam die ook in die Qualiteit op nadere hooge approbatie van uw Hoog „Edelheedens door den ondergeteekende provisioneel aangesteld en onder Eede genoomen is onder den ge „woonlijken naam van Sierie Nara _ De affgesanten van 't Huijs van Sourouassa afgekoo zijnde hebben hun gewoonlijke Present ontfangen en zijn tamelijk vergenoegt week vertrokken. § 139. Den op Adjarhadja Eene tijd lang als Posthouder geweest zijnde Corporaal schrik heeft, zig teegens sommige aldaar passeerende Kooplieden zeer Roverag „tig gedraagen, tewijl hij aan verscheijdene van hun alhier op Padang ingekogte Koopmanschappe afnam onder voorwendsels dat zij deselve bij de Engelsen op Motko Motko zouden gekogt hebben niet teegenstaende deselve hem zelvst Passe door den Eersten teekenaar aan hun gegeeven vertoonden die hij terug hield en vervolgens negeerde Geduurend de tijd dat hij op die Post lag was niets dae van uijtgelekt, terwijl de menschen uijt Bangighei niet over hem klaegen duwsten terwijl hij egter kort na dato door eene heevige ziekte aangevat wir om welke reeden hij vande Post moest afgelost, en alhier na het Hospitaal getransporteerd worden, kwam deese monschen bij den Eersten teekenaer hun beklagte „gens hem inbrengen en wierd na onderzoek bevonden ook door hem bekend dat hij aan drie Persoonen te weeten aan twee ijder de waerde van Sp: 40. en den derden van sp: 15:— Dienaeren. affge H Dienaeren „ 142. affgenomen hadde. De schielijke dood aan eene zeedert lange tijd in zijn lighaam gevoede verouderde ziekte onttrok hem de voor zulke Schandeleuse Bedrijvens wel verdiende regtvaerdige straffe. terwijl egter zijne nalatenschap bij verkoop Sp: 70. en 10. dubb: gerendeert heeft. Heeft den Eersten tee= kenaar g'oordeelt dat deselve in geenen deele zoude kunnen geconsidereerd worden als hem regtvaerdig toe= „koomende, en uijt dien hoofde deselve onder gemelde Perzoonen teegens Quitantie verdeelt, te weeten aan de geene die Sp: 40. hebben moeten ijder Sp: 30. en den derden Sp: 10. & 10. dubb: waar meede van deese menschen hun goed dog reets al verlooren geconsidereerd gehad hebben= „de zeer wel- vergenoegt geweest zijn. Den needrigen Eersten Teekenaar heeft deese schikking aller noodzaekelijkst g'oordeeld zoo wel voor de Eere als tot Beveijliging van sE: Comp:s Handel, terwijl door diergelijken ongeoorlofde bedrijvens den Bergman in steede van aangelokt, affgeschrikt zoude worden om ten handel afftekoomen. als ook om den bergman door het verkrijgen van Regt voor het toekoomende Een wijnig meer moed te geeven om gerust zijne regt= „vaardige klagten intebrengen. Terwijl zoort gelijke behandelingen, zodanig een vrees anders onder hun verwetken zoude om afftekoomen dat den Handel kweijnen zoude zonder dat men de reeden wist waarom Op dat Egter den Eersten teekenaar niet mooglijk door de tijd van de Erffgenaamen van deesen Corporael daar over zoude kunnen aangesprooken worden. neemt deselve de needrige vrijheijd /Uw Hoog Edelheedens de hooge approbatie van deese zijne gedoentens hier in bij besluijt te versoeken, op dat zulks bij zijn affge= slooten Reekening kunne g'insereerd worden. ƒ 142. als en in „ 141: 1 143.
English
Servants. Section 144. The Bombardier Jsaak Anthonij Sieck and soldier Johan Sodfried Ketter, having requested their discharge to Batavia due to the expiration of their term, are now departing on this vessel, as are also two humble petitions from the Bookkeeper Johannes Alexander van Koningsmark and the Gunner Cornelis van Vliet, humbly requesting Your Right Honourables for their pension. The first came out in the year 1757 on the ship Rotterdam as a boy, and the second in 1758 on the ship Renswoud for 8 guilders. And since especially the latter is now becoming old and very infirm, they humbly request Your Right Honourables to be pleased to grant their petition favorably. And since here as well Section 145. Seven military personnel have died, and others must be trained for the artillery to replace those lacking therein, the sailors who had been destined for the office have mostly had to be employed on the currently departing ship to complete the necessary crew, and those lacking for the bark de Kreeft will have to be taken from the small vessels, and since thirteen sailors have died here recently, we humbly request Your Right Honourables to be pleased to send us seven European soldiers and thirteen sailors in replacement of the said men. Otherwise, upon the arrival of the ship in the current year, we will not be able to use the available small vessels for unloading. For the deceased rowers, 5 others have been taken into service from among the former ones who had remained behind here, so that their Servants. number is now complete, whereas in this year one male slave has died and 11 have deserted to the mountains. And since, for the reasons cited at the beginning of this document, there is little prospect of ever being able to recover them, we request Your Right Honourables' high permission to be allowed to purchase twelve Nias slaves in their place, for which we will have to seize the first available opportunity in the hope of high approval of this humble request, as we are delayed in all work through the lack of them, just as we have now been obliged during the busy work in the blacksmith's shop for the bark de Kreeft to hire wage laborers for the heavy forging. Requesting Your Right Honourables to be pleased to excuse us from receiving slaves from Batavia, because they are usually those who cannot be governed there, and upon arriving here where they cannot work in chains due to the many sores and almost incurable ailments of the legs to which those who walk barefoot here are subject, nor can they be locked up at night in a well-secured building because their quarters consist merely of bamboo, they seek at the first opportunity to gain their freedom by flight, whereas the Nias people, who do not find many of their compatriots [illegible] Year. Section 147. The Buginese Ensign Dul continually occupying himself here with many petty intrigues, not minding in the least the reproaches frequently given to him in that regard, we are now sending back to Batavia as a disobedient Servants Section 149. subject, with the humble request to Your Right Honourables, since the number of native soldiers here is now so small, that it may please Your Right Honourables to excuse us from having another in the future to save unnecessary costs; while we also send back, on account of his persistent drowsiness in the service, the Buginese Corporal Mingo, who had been demoted to soldier. At Adjarhadja two Buginese soldiers deserted with their full weapons; one of them, however, returned of his own accord after the lapse of several months and requested mercy, in consideration of which he was punished with a severe gauntlet and condemned to pay for his weapons from his earned wages according to Company orders. Section 148. Owing to their persistent drunkenness and dissolute and malicious conduct, we have also demoted to sailors the soldiers Johan Schrader and Pieter Minder, against which, at their request, the sailors Hartog Arends and George Soott from the ship de Standvastigheijd were exchanged to soldiers, just as we have also engaged in service as boys at 5 guilders from among the youths loitering around here, Laurens Caljouw and Pieter Groenewout, who will go to Batavia with the bark de Kreeft, to be removed from their families to whom they cause a great deal of grief. Section 150.
Dutch transcription
Dienaeren. § 144. Den Bombardier Jsaak Anthonij Sieck en zoldaat Johan Sodfried Ketter mits hun tijds Expiratie hun verlossing na Batavia verzogt hebbende gaan thans met deesen Bodem over, gelijk meede twee needrige Smeek Schriften van den Boekhouder Johannes Alex¬ „ander van Koningsmark en den Cannonier Cornelis van Vliet die Hoogst deselve om hunne rustgagie needrig versoekende den Eersten is in het jaar 1757. met het schip Rotterdam voor Jonge en den tweede in 1758. met het schip Renswoud voor ƒ 8. uijtge= koomen en terwijl thans principaal den laasten oud, en zeer gebreklijk word versoeken zij UWw Hoog Edelheedens needrig hunne beede gunstig te willen verhooren. En Terwijl alhier zoo wel weer „ 145. Seeven koppen Militairen overleeden zijn, en andere tot de Arthillerij aangeleerd moeten worden tot Suppleering van de daar aan anqueerende des meese de voor het Comptoir gedestineerd geweest zijnde mattroosen week op het thans vertrecken de Schip hebben moeten g'Emploijeerd worden. tot Compleetering van de noodige manschap, en van de Klijne Vaar= „thuijge zullen moeten affgenoomen worden de manquee „rende voor de Barcq de Kreeft, en hier meede zee= „dert korten derthien mattroosen overleeden zijn, zoo ver= „zoeken wij Uw Hoog Edelheedens needrig ons tot vergoeding van gemelde menschen weerom Seeven Europeese Militairen en derthien mattroosen te willen laten geworden. terwijl wij anders bij de komst van het schip in A: c: geen gebruijk van de aanhan¬ „den zijnde klijne vaarthuijgen tot het lossen zullen maken kunnen, zijnde hier voor de overleedene wooren weer 5. andere indienst aangenoomen van de ouden die alhier te rug gebleeven waaren, zo dat der selver 13 Dienaeren. derselver getal thans Compleet is, waar en teegen in dit Een Mansslaeven overleeden, en 11. na het gebergte gedrost zijn, en terwijl om in het begin deeser aan gehaalde reeden weijnig Uijtsigt is, om deselve ooit weerom te kunnen krijgen. zoo versoeken wij Uw Hoog Edelheedens hooge permissie om week Twaalff stuks niassers in derselver plaatse te mogen aankopen: waar toe wij de eerste voorkoomende occagie zullen moeten waarneemen op hoop van hooge approbatie op dit ons needrig versoek ter= wijl wij door het gemis van deselve en al het werk vertraagt worden, gelijk wij thans bij het drukke werk in de Smits winkel voor de barcq de Kreeft in de verpligting geweest zijn huurlinge tot het voorsmeeden aante neemen. versoekende Uw Hoog Edelheedens van Batavia slaven te ontfan= „gen. verExcuseerd te mogen weesen. door dien deselve ordinaire de geene zijn die aldaar niet kunnen ge„ regeerd worden, en hier koomende alwaar zij niet in de kettingen werken kunnen door de veele swaeden en bijna ongeneesbaare accidente aan de boene daer aan de geene onderworpen zijn die alhier bloots voet loopen als meede in geen wel voorsien gebouw snagts kunnen opgeslooten worden, door dien hun vertrek enkeld uijt Bamboes bestaat ten eersten occagie zoeken om hun vrijheid door de vlugt te verkrijgen waar aan de Niassers die niet veel van hun Lande „genooten vinden zig zo zeelr ge vlavermij nzderwijl zij 't Jaar. § 147. Den Bougineesen vaandrig Dul zig met veele slegte Konkelarijen hier telkens ophoudende aan de daer over dikwies aan hem gegeevene Reproches zig in 't geheel niet stoovende zenden wij thans als een disobe¬ diend 1. 146. – Dienaeren § 149. diend subject na Batavia te rug met needrig ver= zoek aan Uw Hoog Edelheedens terwijl thans het getal den Inlandse militairen, alhier dog zo gering is, dat het UW Hoog Edelheedens behagen moge, ons voortaan van een anderen te Excuseeren ter menageering van onnoodige kosten; terwijl wij meede om zijn aanhouden de slaperigheijd in den dienst te rug zenden, den tot zoldaat ge¬ „deporteerden Bougineese Corporaal Mingo Op Adjarhadja zijn twee Bougineesen Militai ren met hun volle wapens gedrost, den eenen egter van deselven is na verloop van eenige maanden zijn eijgen weerom gekomen, en heeft om Genade verzogt, uijt welke Consideratie deselve met een swaere spitsgard bestraft, en zijn wapens van de winnende Pagie na Compe: ordres te betalen ge¬ condemneerd is. § 148. Hebbende wij om hun aanhoudende dronkenschap en Liederlijk en Quaadaardig gedrag meede tot mattroosen gedeporteerd de zoldaeten Johan Schrader en Pieter Minder, waar en teegen van het schip de standvastigheijd op hun verzoek tot zoldaten gechangeerd zijnde mattroosen Hartog Arends, en George Soott, gelijk wij meede van de alhier rond= swervende leeg loopende Jongelinge in dienst: voor Jongens van ƒ 5. - aangenoomen, Laurens Caljouw en Pieter Groenewout die met de barcq de Kreeft na Batavia gaan zullen, om van hun Famillie aan die zij zeer veel verdriet doen affgetrocken te worden: 1 150.
English
75 Servants. The junior assistant Dirk Boudewijnsz having died very suddenly, we have thereby lost one of the most capable cipherers of this office, and although from the humble report submitted to Your Right Honourables by the senior merchants of the Castle of Batavia it has appeared to our great regret that it is impossible to find any capable assistants for this office, we are nevertheless obliged to represent again to Your Right Honourables the miserable condition in which this office finds itself regarding clerks. § 151. The only ones who still remain to us at present are the bookkeeper Jan Boudewijnsz and junior assistant Willem Krijgsman. When we fear to mention to Your Right Honourables how necessary it is that there are at least a couple of people at an office who can calculate well, and thus only consider the copying work that occurs at an office with the copying of three sets of pay books, Trade Ledger, Journal, and Specification, copying in quadruplicate of all outgoing letters, as well as the incoming ones from subordinate offices and Foreign Nations, and all further papers that are produced in the service according to circumstances, be it with declarations, findings, native correspondences, and whatever more pertains thereto, we hope that it may graciously please Your Right Honourables to see how impossible it is to do all this work with only two clerks, § 152. who, moreover, are only native children. § 153. Not without reason do we fear that under such a defective state the office will fall into such confusion that it will take incredible effort to redress everything again, and that however much the humble first signatory exerts himself to give Your Right Honourables complete satisfaction in everything, he will nevertheless find himself exposed in this to the sharpest reproaches from Your Right Honourables, without being able to avoid this despite all vigilance and effort. § 154. We therefore humbly beseech Your Right Honourables to deign to grant Your most favourable consideration to the request which we now find ourselves obliged to repeat again, to relieve us from these precarious circumstances by sending some capable clerks, and if it is not otherwise possible, to at least let us have a single person who can calculate well, with a couple of native clerks (or Mestizos), as there is absolutely no one here at the office who can be employed for that purpose. And although for pay-bookkeeper, if it might please Your Right Honourables to graciously grant the request of the scribe and pay-bookkeeper Van Koningsmark, a person could possibly be found here, this service is nevertheless annexed to that of scribe, for the performance of which we have no one to propose to Your Right Honourables, we humbly request Your Right Honourables § 155. to let us have another in his place. § 156. The comforter of the sick Ian Bos, serving here, humbly requesting Your Right Honourables for his release to Batavia, as his contract expires in the upcoming month of June, and we pray Your Right Honourables that we may have another in his place. While we are now sending over with this vessel the former First Clerk of Policy Michiel Willem Hendel, the same having been frequently very out of his mind for more than five years already, which madness now repeatedly turns him to great malice, and we can no longer let him walk around loose, nor have secure rooms to lock him up in, we are obliged to send him away, humbly praying Your Right Honourables that it may please Your Right Honourables to have him go from on board to the Outer Hospital, as we do not doubt that there may still be a recovery for him when he uses the necessary remedies, and is removed from a wild way of life and the utmost poverty. Furthermore, we send with this vessel in chains the three Buginese from the vessel of Tjampa who attempted to defend themselves with their krisses at Oedjong Karrang, and 2 other vagabonds who continually resided here among the Malays engaged in stealing and housebreaking, and were handed over to us by them to be banished from here, and to perform their service as slaves in chains for the Honourable Company. Short Invoice Padang on Sumatra's West Coast the 30th of January 1788. § 159. The goods discharged into this vessel from this Head Office consist of: 40 bars of Gold to the value of f 107,719: 6: — 27,634 lb Pepper f 3,523: 11: — 400 pieces Hamans Hend:k common f 4,441: 1: 8 13,140 lb Sappanwood f 380: 2: — 10,300 lb Benzoin Cabessa f 6,707: 19: — Various unserviceable returned Goods f 959: 8: — Some unfit Goods f —: —: — Debits on Accounts f 42,461: 18: — Credits on Accounts f 33,553: 2: 8 Total f 166,193: 5: 8 Captain Sterk having been instructed to call at the office of Poulo Chinco, and to take in the pepper and sappanwood in stock there as well. Hoping and wishing that this vessel may arrive quickly and safely at the destination, while taking the humble liberty of commending our persons most strongly to Your Right Honourables' high and continuous protection, and we call ourselves with deep respect and honour, Right Honourable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lords, and Noble Valiant Lords! Your Right Honourables' humble and faithful servants, C: A: v: Crutt Ch. Joh van der Stongh WW Krijgsman Examined Examined WW Krijgsman To No. 5 Duplicate Letter To Their Right Honourables The High Indies Government Batavia
Dutch transcription
75 Dienaeren. Den Iong adsistent Dirk Boudewijnsz zeer subict overleeden zijnde, hebben wij daar door Een van de bequaamste Ceijffers van dit Comptoir verlooren, en hoewel ons uijt de door de Heeren opperkooplieden des Casteelste Batavia aan UW Hoog= Edelheedens overgegeeven needrig berigt tot ons groot Leedweeten gebleeken is, de onmoogelijkheijd van eenige bequaame Adsistenten voor dit Comptoir Jen te kunnen vinden zijn wij egter weer verpligt UW=s „ Hoog Edelheedens op 't nieuwe voor te stellen de naare ns verseerd gesteldheijd, waar in dit Comptoir omtrend schi= „bentens. § 151: De eenigsten die ons thans nog overblijven zijn den boekhouder Jan Boudewijnsz: en Iong adsistent Willem Krijgsman Wanneer wij vreesen Uw Hoog Edelheedens mentie te maaken hoe noodzaekelijk het is, dat op een comptoir ten minsten Een paer menschen zijn, die goedreeken kunnen, en dus maar enkeld het Copij werk reeken willen, wat op een Comptoir voorvaet met het copieeren van drie stel zoldijBoeken, Negotie Groot Boek, Journaal, en Specificatie copieeren in Qua=druplo van alle affgaan de Brieven, igs gelijk meede der aankoomende van onderhoorige comptoiren en Vreemde Naties, en alle verdere Pa= „pieren die in den dienst na omstandigheeden van zaaken gemaakt worden, Het zij met verklaeren, Bevindingen, Inlandse Correspondenties, en wat be meer daar toe behoord, hopen wij dat het Uw Hoog nen Edelheedens moge gunstig behagen, intezien hoe on mooglijk het is, al dit werk met slegts twee Pen¬ §152. „nisten § 150. En Dienaeren deren zijn „nisten te doen, die daar bij nog maar Inlandse kin= § 153. Niet ongegrond vresen wij dat bij zulk hen gebrek= „lijke gesteltenisse het comptoir zodanig in verwar= „ring zal geraaken, dat het ongelooflijke moeijte kos= „ten zal om alles weet te redresseeren, en dat hoe zeer den needrigen Eersten teekenaar zig b'ijverd om Uw hoog Edelheedens in alles genoegen te geeven hij egter hier in zig aan de allerscherpste verweijde van Hoogst= dezelve zal g'Exponeerd zien, zonder dat hij met alle vigilantie en moeijte zulks zal Eriteeren kunnen § 154. Wij smeeken dus UW Hoog Edelheedens needrig het versoek dat wij ons thans in de verpligting vinden, week te moeten herhaalen, van ons door 't zenden van Eenige bequame Pennisten uijt deese zorgelijke omstandigheeden te redderen, Hoogst deselve gunstige Consideratie te willen verwaardigen, en zoo het dan niet anders mooglijk is, ons dog een Enkelde Perzoon die goed reeken kan, met Een paer Inlandse Pennisten (:of Mesticen:/ te willen laten ge¬ „worden. Terwijl volstrekt alhier op 't Comptoir niemand is, die daar toe g'emploijeerd kan worden. En hoewel tot zoldijboekhouder, zo het Uw Hoog= Edelheedens hoogst behagen mogte aan 't versoek van den schriba en zoldijboekhouder V=n Koningsmark gunstig te voldoen, mooglijk alhier wel een Perzoon zouden kunnen gevonden worden deese dienst egter Annex aan die van Schriba is, tot wies waarneeming wij niemand hebben om UW Hoog Edelheedens te kunnen voordragen, versoeke wij Hoogst deselve needrig ons § 155. 77 Dienaren Bannelingen. 158. ons Een andere in dies Plaats te willen laten geworden §156. (. Verzoekende den alhier dienst doen den Ziekentrooster Ian Bos uw Hoog Edelh:s needrig om zijn verlossing na Batavia, terwijl zijn verband in de aanstaande maand, Junij uijt is, en wij Uw Hoog Edelh:s bidden een ander in zijn Plaats te moogen hebben Terwijl wij thans met deesen Bodem oversynden, den geweesenen Eerste clercq van Politie Michiel Willem Hendel dezelve al zeedert ruijm vijff Jaeren, dikwils zeer Zinmneloos zijnde, welke zin loosheijd hem thans meermalen tot eene groote Quaadaardigheijd, doet overgaan, en wij hem niet wel meer kunnen laeten los rondgaan, ook geen bewaerde vertrekke hebben, om hem daar in op te sluijten zijn wij in de verplig¬ „ting denselven te moeten versenden, biddende wij Uw Hoog Edelh:s needrig dat het Uw Hoog Ed:s beha¬ gen moge hem van Boord aff na 't Buijten hos „pitaal te laten gaan, also wij niet twijffelen off dat mooglijk nog wel herstelling voor hem zijn zal, wanneer hij de noodige middelen gebruijkt, en affgetrocken is, van een verwilde Levens aart, en de uijtterste armoede Nog zenden wij met deesen Bodem in de kettings over de drie Bougineesen van het vaarthuijg van Tjampa die op oedjong karrang zig met hun krissen hebben verweeren willen, en 2. andere vagebonden die zig hier met steelen, en huijsbraeken onder de maleijers telkens opgehouden hebben, en door deselve aan ons overgegeeven zijn, om van hier verbannen te worden, en als slaven bij d E: Maatschappij in de ketting hun dienste te doen. kort = §157. Kort Factuur Padang op Sumatras West Cust den 30e: Januarij § 159. De in deesen Bodem affgelaedene Goederen van dit Hoofd=Comptoir bestaan in 40. staven Goud ter ƒ107719: 6:— waarde van 3523: 11: —. 27634. lb Peeper 400. p. s Hamans Hend:k gem: . „ 4441: 1:8. „ 380: 2:—. 13 140. lb Sappanhout. 6707: 19:—. 10300: „ Bensui Cabessa. Verscheijdene onbruijkbare te rug - - „ 959: 8: — gaande Goederen „ —: —:—. Eenige onbeq: Goederen Aanreekeningen Ten lasten. . . . . . „ 42461: 18: —. „ 33553: 2: 8. „ Goeden ƒ166193: 5:8: Somma. zijnde aan den Capitain Sterk belast ten Comptoire Poulo Chinco aan te gaan, en den aldaar in voorraad zijnde Peeper, en Sappanhout meede in te neemen Hoopende en wenschende wij dat deesen Bodem spoedig en behouden â Costi arriveeren moge, Fer= „wijl onse Perzoonen wij Uw Hoog Edelh:s hooge aanhoudende Protexie, verders ten sterksten aan te beveelen de needrig vrijheijd neemen, en ons met diep ontsag en Eerbied noemen . . _o „ Hoog Edele: Groot Agtbare Wijd=Gebiedende Heere, En Wel Edele Gestrenge Heeren! Uw Hoog Edelheedens onderda¬ „nige en Trouwschuldige Dienaren C: A: v: Crutt Ch. Joh van der Stongh 1788. § 160. „ 161: i F ƒ g WW Krijgsman Nagezien Nagezien WWKrigsman Tot No 5 Dupplicaat Missive Aan Haar Hoog Edelheedens Le Hooge Indiasche Regeering Batavia
English
Far-Ruling Lord, Vessel Chinese Lauw Jamko. To His High Excellency, The High Noble, Right Honourable, Far-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, Together with The Right Honourable and Valiant Lords Councillors of the Dutch Indies. High Noble, Right Honourable, Far-Ruling Lord! Right Honourable and Valiant Lords. Per the private vessel of the Chinese Lauw Jamko. To His High Excellency, The High Noble, Right Honourable, Far-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, Together with The Right Honourable and Valiant Lords Councillors of the Dutch Indies. High Noble, Right Honourable, Far-Ruling Lord! Right Honourable and Valiant Lords. 162. The ship De Standvastigheijd having departed from here on the 30th of January, we hope that it may already have arrived safely on the coast long ago. 163. The work on the bark De Kreeft progresses very slowly, because almost all the carpenters have fallen ill by turns; however, we hope that towards the end of this month it will be in such a state that it will be able to undertake its voyage to Batavia. 164. On the 3rd of last month, the humble first signer received a letter from the Natal resident, Robert Broff, being the answer to the questions sent to him regarding the benzoin from the vessel of Tjampa. This letter contained that the benzoin had been given to Tjampa on account of the Natal Society to sell wherever he could get the most profit thereon, and subsequently to purchase therewith and bring to Natal such products and merchandise as were most in demand and needed there, and that the profit which should then come from it would be for him, Tjampa, in recompense for his services rendered to the resident during the abandonment of the residency of Tappanooly. 165. This letter was furthermore accompanied by a declaration of Lieutenant Louis, who had command at Tappanooly at the time and had delivered this benzoin to Tjampa, in which he declared the declaration given by William Lightbow to be false, namely that the chests had been marked with the stated Natal mark. 166. On the 29th of the same month, there arrived here the Natal doctor Hoarat, who handed over to me a further letter from the aforementioned resident Broff dated the 21st, in which he wrote requesting me to be willing to make restitution of the benzoin to the bearer of that letter, as he had been present during the entire transaction concerning the same and could provide me with the necessary declaration in that regard as I thought needful. This Hoarat then executed a solemn declaration, both for Broff and for himself, since he has his share in the Natal Society, that the benzoin had never been sold to Tjampa, nor ever paid for by him, but had been given to him with the object as I have reported above. 167. Maintaining then that the right of ownership in all fairness lay on the side of the claimants, since they had given this benzoin to barter for necessary provisions and merchandise for their residency, I judged it proper and in accordance with Your High Excellencies' high intentions to restore the same to them. Consequently, I handed over in kind into the hands of Doctor Hoarat against receipt the 20 chests sent back from Batavia, and 180 rixdollars, being the proceeds in cash from the sale of the 20 chests that had already been sold. 168. The Acehnese vessels presently arriving here from and sailing to [illegible] inform us that the English at Natal are busy heavily fortifying themselves; we hear at the same time that they are also busy at Bencoolen repairing the fort. 169. While everything in their garrisons along this coast, except for the skirmishes at Moco Moco, is in complete tranquility, we infer from this that they possibly already have some news, or fear, of becoming involved in war with a European power; and since in such a case it would not be impossible that the Republic of the United Netherlands might also be drawn into it, we have considered it our duty on our part here to employ such means as the very weak condition in which we find ourselves will allow us, in order, if possible, at least to be able to protect this place and the Company's precious effects against a passing marauder. 170. To that end, we have hired about 70 Nias labourers, being unable to obtain more, and on the north side of this place on the beach, at the distance of a good quarter of an hour's walk, made a beginning with the throwing up of an entrenchment of fascines and sand, with which we have currently already progressed so far that it has been raised on two sides up to the height of the cannon, and
Dutch transcription
Wijd Gebiedende Heere vaarthuijg Cinees Kmko Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaren 6 t: Mr Willen Arnold Atting gouverneur Generaal Beneevens De WelEdele Gestrenge Heeren raden, van Nederlands Jndien Hoog Edele Groot Agtbare! Heere! Wijd Gebiedende Wel Edele Gestrenge Heeren. 162 Het schip de standvastigheijd op Den 30„e Ianuarij van hier vertrokken zijnde hopen wij dat reets lange á Costen behoú„ „den moge gearriveerd zijn 163 Het werk aan de Barcq de Kreeft En Per D Particuliere Vaarthuijg van den Chinees Lauw Jamko Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaren 6 Wijd Gebiedende Heere Mr Willen Arnold Alting gouverneur Generaal Beneevens De WelEdele Gestrenge Heeren raden, van Nederlands Jndien Hoog Edele Groot Agtbare! Wijd Gebiedende Heere! Wel Edele Gestrenge Heeren. § 162 Het schip de standvastigheijd op Den: 30„e Ianuarij van hier vertrokken zijnde hopen wij dat reets lange a Costen behou„ „den moge gearriveerd zijn b 163 Het werk aan de Barcq de Kreeft En gaat zeer langsaam Door dien bij na alle Timmerlieden beurt om beurt zieh geworden zijn, egter hopen wij dat deselve in 't Laast van deese maand in zodanigen staat zijn zal dat zij haare reijse na Bat „avia zal kunnen aanvaarden ƒ 164 op den 3„e gepasseerden maands ontfing den needrigen eersten Teekenaer eenen brief van den Nattals resident robert broff zijnde de antwoord op de aan hem gesondene vraagt P „neten nopens den bensuijn uijt 't vaarthuijg van Tjampa, Deese briev behelsde dat de bensuijn voor reekening van de Nattalse solie teijd aan Tjamp gegeeven was om te verkoopen waar hij 't meest voordeel; daar op, en vervolgens zodanige Productie en Koopmansrappen daar voor in te Koopen en na Nattal te brengen als aldaar het meeste getrokken en benoodigt waeren en dat de Wintt tien zoude die dan daar van komen zoude ^ voor hem Tjam¬ „pa in recompens van zijne Dienste bij 't afloopen der residentie Iappanolij aan den resident beweesen ƒ 165 Nog was deese Briev verseld met een 6 bede de Verklaring van den Luijtenant Louis die toen 't gesag op Tappandij, en deesen Bensug aan Esjampa affgegeeven hadde, waar in deselve de verklaring door William Ligtbouw gegeeven voor vals verklaard te weeten dat de kisten met het opgegeevens Nattalse merk geteekend waren geweest _ 166 Op den 29 desselven maands Kwam toen hier den Nattalse Doeter Hoarat die 81 mij overgaff eenen naderen briev van gemelden resident broff van den 21„e waar in deselve schreef Dat hij mij versogte de restitutie van den bensúijn aan den brenger van dien briev te Willem doen, also deselve bij de geheele behandeling nopens derselven present was geweest en mij daar omtrend de noodige verklaring Passeeren konde zo als ik dagt dat het noodzaaklijk was, deese Noarat heeft toen zo voor broff als voor hem door dien hij zijn Portie in de Nattalse societeijd heeft eene solemneeld verklaring gepasseerd dat de Bensuijn nooit aan Tjampa Verkogt ook notit door hem betaalt geweest is maar aan denselven ge„ „geeven met het oogmerk gelijk boven gemeld hebbe o 167 Susteneerende toen dat het regt van Eijge noden na alle Billijkheijd aan de zeijde van de reclaman¬ „ten was, door dien zij deesen Bensuijn gegeeven hadden om te trocqúeeren voor noodige Behoeftens en Kospin„ „anshappen door hun residentie, hebbe geoordeeld wel en over eenkomende met uw Hoog Edelheedens hoge intentie te doen denselven aan hun te resti„ „tueeren, Gelijk ik Dan ook inhanden van doe„ „tor Hoavat teegens quitantie, in Natura heb„ „de overgegeeven de zo van Batavia te rug ge„ „sondene kisten en rd„s 180:—: off het provenu„ van de verkooping aan Geld voor de 20 die reets verkogt waren — f 168 De van Chineol thans alhier aff en aan „ Co „raarende atchiender Vaarthuijgen Berigten ons dat de engelsen te Nattal sterk besig zijn met zig te fortifieeren, wij hooren teffens dat zij op Benkoulen ook besig zijn met het Fort te herstellen 4169 Terwijl alles in hun Besettingen Langs dee„ „se Cust Excepto de Stroppelinge op Maca Mocca in een volkomen rust is susteneere wij hier uijt dat deseve mooglijk reets eeni„ „ge Tijdinge hebben of vreesen met een Europee# „se Moogendheijd in oorlog te zullen raaken en terwijl in zulken gevalle het niet onmoog„ „lijk zoude zijn kunnen dat de republ:der, — ver eenigde Neederlanden meede daar in getrokken zoude worden kunne , zo heb¬ „ben wij 't van onse Pligt geoordeeld meede van onse kant alhier zodanige middelen in 't werk te stellen als de zeer swalke staat waar in wij ons bevinden, ons toelaten wil om is 't mooglijk ten minsten deesen Plaats en Comp=e dierbaare Effecten teegens eenen voorbij gaande strooper 't kunnen de Koken f 170 Wij hebben ten dien Eijnde omtrend 70 N# „assers in huur genomen kunnende niet meerd dere krijgen en aan de Noord zeijde van deese Plaats aan strand op de Distantie van een groot quartier uur gaans, een Be„ „giv gemaakt met het opwerpen van een schantz van Fastinen en zand wanneer waar meede wij thans reets zo Verre gevor¬ „dert zijn dat deselve tot aan de hoogte van de stukken op twee zeijde opgehoogt is en
English
and we hope that the work will be able to be completed in a time of about another four full weeks. 8171 Here we have placed three eighteen- and four twelve-pounder cannons, with the rest of the ordnance being in the ravine of the Apenberg; from the post of Priamang we have provisionally withdrawn 50 ordinary Buginese who keep watch here, while we are now training 20 European soldiers for the artillery against the gratification of 1/2 ducaton per month stipulated for that purpose by Your High Excellencies; and when these have been perfected, we shall also have the other 20 of our small garrison trained for that purpose. 172 As it is almost impossible with the small number of soldiers present here to be able to resist an accomplished landing any longer, our only strength at present will consist in seeing to it that we keep the enemy off at a distance by means of the ordnance. 173 However perilous, nay, almost impossible it is, to do so on an open beach where a landing can be made everywhere along a distance of one hour, with 40 European soldiers whom we will, presumably, still have to divide into two parties, we humbly submit to Your High Excellencies for Your further serious consideration, while we most strongly plead that it may please Your High Excellencies, should You have any suspicion of war, to assist us as soon as possible with an adequate number of soldiers and cannons; we shall in the meantime proceed to put everything here in such a state of defence that, if we receive assistance early enough, we can with some confidence face whoever might become our enemy. 174 According to the calculation and plan made, we would now require five hundred European soldiers, a capable bombardier, and two gunners in order to train others, since the ones we have barely know enough to instruct others, and the bombardier we have, now that it comes to the point, confesses never to have seen a bomb thrown, much less to have handled one himself. 175 While for the artillery we furthermore request from Your High Excellencies such goods as we take the liberty to requisition at present in such circumstances, namely: 12 pieces eighteen-pounder cannons with their accessories and limbers 6 field culverins of 6 to 8 lb with their accessories and limbers 200 round shot for each piece of cannon that is sent, according to its calibre 200 grapeshot, likewise for each of the same 200 ditto of 18 lb 200 ditto of 12 lb 1000 lb gunpowder, among which 800 lb cannon powder 8 pieces cartridge barrels 20 powder horns 100 rockets for making night signals some spare gun carriages and limbers, according to the calibre of cannon currently at hand and still to be sent. 176 This is what we find ourselves in duty bound to bring to the attention of Your High Excellencies as being necessary for our defence, while we principally insist most strongly upon the field culverins. 177 Should, however, circumstances not allow us to be assisted in this manner, we nevertheless humbly request and plead that it may please Your High Excellencies to let us have as much as possible, as Your High Excellencies shall see fit to send us. 178 We are now letting the burghers drill daily in arms, in order to have this place guarded by them when the soldiers must keep watch on the beach. 179 The assistance that we should expect here from the native is absolutely of no value whatsoever; at the recapture of the small fort of Priamang from the hands of 40 Acehnese they have already shown enough of their cowardice, not counting the time that is needed before one can gather a single couple of hundred men of them together, and in which time the entire affair can long since have been decided. 180 We maintain that the cash treasury will for the present still be sufficient without increase; however, in the case of a considerably larger number of people, we would furthermore humbly request Your High Excellencies for 20 to 40 last of rice more. 181 To the resident of Poulo Chinco we have sent the secret order that, without this being conspicuous, he shall keep himself in such a state that upon the first order he can break up the post and ship all Company effects hither in the vessels being sent thither for that purpose.
Dutch transcription
en hopen wij dat het Werk in Tijd van omtrend nog groote vierweeken zal kun„ „nen voltooijd zijn 8171 Alhier hebben Wij geplaats Drie agthier en vier twaalff Ponder Canons, zijnde— de rest van't geshudt in de kloof van den apenberg, van de Post Priamang hebben wij Provisioneel ingetrokken so gemeene Bougin„ „eesen die de wagt alhier houden, Terwijl wij thans „w 20 europeese militairen teegens het door uw„ ge „ Hoog Edelheedens Daar toe bepaalde Douceur van ½ Ducatons 'smaands tot de arthillerij aanleeven, en wanneer deese zullen geperfeer „tioneerd zijn, zullen wij de andere 20 van ge onse geringe Besetting ook daar toe aan leeven laten ƒ172 Terwijl het bij na onmooglijk is met het geringe hier zijnde getal Militairen eene gedaane Landing langer te kunnen resistee¬ „re zal thans onse eenigste Force daar inbe„ „staan kunnen om te zien den vijand door 't geshut van hand te kunnen afhouden f173 Hoe zorgelijk Ja bij na onmooglijk zulks egter is / aan een open strand daar op de de„ stantie van een uur over al gelandet Kan worden om te doen met 40 man Europeese bre militairen en die wij nog Presumtie in twi en e Parthijen, zullen verdeelen moeten geeven en wij needrig uw Hoog Edelheedens in Hoogst Derselve nader ernstige consideratie, der„ off „wijl wij ten sterksten smeeken dat het uw Hoog Edelheedens behagen moge, wanneer Hoogst Derselve eenige súspicie van oorn „log hebben mogten ons tog ten spoedigsten met een toereijkend getal militairen en 1780 83 is „ Canons te willen assisteeren, zullende wy intusschen voortvaaren met alles hier in zo# „danigen staat van Defensie te brengen dat wanneer wij vroeg genoeg Assistentie Krij gen, wij met eenige gerustheijd den geene onder de oogen zien kunnen die onse Vijand zoúde worden mogen f 174 Na de gemaakte Caleúlatie en Plaan zouden wij thans noodig hebben vijff Hondert man Europeese militairent een beqúame Bom¬ „bardier en twee cannoniers om anders te kunn „n aanleeven also de geenens die wij hebben nauwlijks zo veel weeten dat zij andere onder „regten kunnen, en den Bombardier die wij hebben nu 't op stuk van zaken komt bekend nooit een Bombe te hebben zien goeijen nog veel minder zelvst daar meede omgegaan ƒ175 Terwijl wij tot de Arthillerij uw Hoog „gEdelheedens noge versoeken om zoda„ „nige goederen als wij de vrijheijd neemen thans in zulken gevallen te Eyschen, als 12 p„s agthien Ponder Canons met hun toebehooren voorwagen 6 „ Veld slangen van 6 a 8 lb met hun toebehooren en voor wagen 200 „ rondscherp voor ijder stuk Canon dat gesonden word na zijn qualibre = 200 „ Druijven als even tot ijder van deselve 200 „ d„o van 18 lb 200 „ d=o „ 12 „ 1000 lb kruijt, waar onder 8oo ld Canonhi „it 8 p„s Beurs vaeten 20 „ Kruijt Hooren 100 „ vuur pijle tot 't doen van Nagt seinen eenige reserve, affuijten en voorwagens, vol 't qualibre van Canon gelijk alho aanhanden is en noog staat ge¬ „sonden te worden te zijn, 85 § 176 Dit is het geene wat wij ons Pligts hal„ „ver verschuldigt vinden uw Hoog Edelheedens onder 't oog te brengen tot onse Defensie nodig te hebben # terwijl op de Veldslangen principaal ten sterk„ „sten insteeren ƒ177 zouden egter de omstandigheeden niet Willen toelaaten ons in deeser voegen te Kunen assistee¬ „ren versoeken en smeeken wij egter needrig dat het uw Hoog Edelheedens behagen moge ons ten spoedigsten zo veel te laten geworden als Hoogst Derselver zullen goedvinden kunn men ons te willen zenden f 178 Laatende wij thans de burgereij zig dagelijk¬ „s in de wapens ofssen om wanneer de mij „litairen aan strand de wagthouden moeten gen deese Plaats door deselven te laaten bewaaken §179 De assistentie die wij hier van den In„ „lander zouden verwagten moeten is volstrekt van Null en geener waerde bij 't herneem„ en van't kleene Fortje Priamang uijt de hang den van 40 Atchienders hebben zij hun laf¬ „hartijheijd reets genoeg laten blijken ongereek„ „end de tijd die noodig is voor daat men een enkelde paar hondert man van deselve bij elkanderen krijgen kan, en in welke Tijd het geheele geval lang kan gedecideerd zijn f180 De GeldCassa susteneeren wij dat nog als zonder vermeerdering voor eerst zal kunnen bre¬ toerijkent egter zouden wij bij een merklijk en aantat meerder volk uw Hoog Edelheedens en nog needrig om 20 a 40 last rijts meer versoeken 8181 aan den Poulo Chincos residente hebben wij de secreete order gesonden dat hij zonder dat 2 zulks egter in 't oog valt zig in zodanige staat houden zal, dat hij op de eerste order het 1700 Comptoir opbreeken en alle Compte Effecten in do daar toe gesonden wordende vaarthuijge na herwaerds, affscheepen kan de 220 Bom nn n en alhe ge¬ tijd
English
Padang 16th March 1788 Checked M: V: Wendel f 182 Although according to the English reports the prospect of maintaining peace is very small, we must nevertheless humbly beseech Your High Excellencies that, in case it should please Heaven to cease the fire of war, and thus the measures taken and expenses incurred by us might be found unnecessary, it may nevertheless please Your High Excellencies not to look upon this with eyes of displeasure, but to consider it favorably as having occurred to protect the honor of the Netherlands Nation against the burning and longing eyes directed at this place by a secret enemy, who is only waiting for the moment to be able to make another attack. f 183 At the beginning of last month, in satisfaction of the claim made upon the arrival here of the first signatory, we further received from Bengkulu two European soldiers and one sepoy sergeant with 4 men. These say that shortly another 8 sepoys were to follow, whenever the English are willing to give them their discharge, which they had granted them only with great reluctance; and that the 8 men left behind absolutely refuse to take service with them any longer. f 184 We now take the liberty to conclude this with the repeated humble prayer that it may graciously please Your High Excellencies to rescue us as soon as possible from the threatening, by no means minor danger that presumably hangs over our heads, while with deep awe and respect we name ourselves, on Sumatra's West Coast, High Noble, Grand Honorable, Far-Ruling Lord, Noble Rigorous Lords, Your High Excellencies' humble and faithful servants, C: H: van Eruth Ph: Joh: van der Stengh 87 Requisition of such Artillery Goods and Timber as are in all respect requested for the Main Factory of Padang on Sumatra's West Coast from His High Excellency, the High Noble, Grand Honorable, Far-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, and the Noble Rigorous Lords Councillors of the Netherlands Indies, consisting of the following. — Artillery Goods 12 pieces Eighteen-pounder Cannons, with their accessories and limbers 6 field culverins of 6 to 8 lb with their accessories and limbers 200 Round shot for each piece of Cannon that is sent, according to its caliber 200 Grapeshot as above for each of the same 200 Grapeshot of 18 lb 200 Grapeshot of 12 lb 1000 lb powder, including 800 lb Cannon powder 8 pieces Powder kegs 20 Powder Horns 100 sky-rockets for making night signals Some Spare Carriages and limbers, for the caliber of Cannon currently on hand here and yet to be sent From the Equipment Yard 100 pieces planks 60 Beams for platforms under eighteen and Twelve-pounder Cannons Padang on Sumatra's West Coast, 16th March 1788 C: H: van Eruth Ph: Joh: van der Stengh No. 6 Copy Outgoing Letter To Their High Excellencies, The Supreme Indian Government At Batavia Register of the Papers which are sent today with the Bark De Kreeft towards Batavia, Respectfully Addressed To His High Excellency, The High Noble, Grand Honorable, Far-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, Together with The Noble Rigorous Lords Councillors of the Netherlands Indies, By The Honorable Lord Christiaan Hendrik van Eruth, Merchant and Commander, and The Lord, Mr. Philippus Johannes van der Stengh, Junior Merchant and Second of this Coast. This Register No. 1 A Letter addressed as above No. 2 Duplicate Letter addressed as above, sent per the Chinese Lauw Tamko No. 3 Inventory of the Bark De Kreeft No. 4 Expense Account of the Bark De Kreeft No. 5 Pay Ledgers of the Year 1787, packed in a small chest No. 6 Copy of Report regarding the same No. 7 Price Current of the Linens of Pulau Cingkuk No. 8 Bill of Lading and Invoice of the cargo in this Vessel No. 9 Two Requisitions, of which One is a Duplicate, that were sent per the Chinese Lauw Tamko No. 10 A Register of Pay Ledgers and Papers No. 11 Financial Statement of the Deaconry Poor Padang, 27th March Anno 1788 D. H. v. Bessels Secretary Register of the Papers which are sent today with the Bark De Kreeft towards Batavia, Respectfully Addressed To His High Excellency, The High Noble, Grand Honorable, Far-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, Together with The Noble Rigorous Lords Councillors of the Netherlands Indies, By The Honorable Lord Christiaan Hendrik van Eruth, Merchant and Commander, and The Lord, Mr. Philippus Johannes van der Stengh, Junior Merchant and Second of this Coast. This Register No. 1 A Letter addressed as above No. 2 Duplicate Letter addressed as above, sent per the Chinese Lauw Tamko No. 3 Inventory of the Bark De Kreeft No. 4 Expense Account of the Bark De Kreeft No. 5 Pay Ledgers of the Year 1787, packed in a small chest No. 6 Copy of Report regarding the same No. 7 Price Current of the Linens of Pulau Cingkuk No. 8 Bill of Lading and Invoice of the cargo in this Vessel No. 9 Two Requisitions, of which One is a Duplicate, that were sent per the Chinese Lauw Tamko No. 10 A Register of Pay Ledgers and Papers No. 11 Financial Statement of the Deaconry Poor Padang, 27th March Anno 1788 D. H. v. Bessels Secretary Wm. Krijgsman Checked The Bark De Kreeft. § 162 To His High Excellency The High Noble, Grand Honorable, Far-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, Together with The Noble Rigorous Lords Councillors of the Netherlands Indies High Noble, Grand Honorable, Far-Ruling Lord, Noble Rigorous Lords! The Bark De Kreeft being now in such a state that it can return towards Batavia, we have the high honor to send to Your High Excellencies both this our humble Letter and the Duplicate of a Letter sent shortly beforehand with the Chinese vessel of Lauw Tamko. § 163. The expenses which this small vessel has incurred here, both for carpentry and equipment goods
Dutch transcription
Padang l 16e Maart 1788 Nagezien M: V: Wendel f 182 Hoewijl volgens de engelsen rapporte de úijt sigt om vreede te houden zeer weijnig is mo „eten wij egter uw Hoog Edelheedens needrig smeeken dat ingevalle het den Hemel behagen mogten het oorlogs vuur te staaken, en dús de door ons genomene Maatreegelen en gedaane kosten, onnoodig zouden mogen bevonden worden het uw Hoog Edelheedens egter behagen zulks met geen oogen van ongenoegen te beshouwen, maar gunstig te considereeren als gestieden, ter Dekking voor de eere der Neederlandse Natie toege# der vammenden en na deesen Plaats reijkhaelsen „de oogen van eenen secreeten vijand, die maar na 't oogenblik wagt om weer eenen aanval te kunnen doen P 183 Wij hebben in 't begin van gepasseerde maand rans „ukoulen, in voldening der bij de komst alhier van den eersten Teekenaer gedaane reclame nader ontfangen twee Europeese militairen en een sipaijer sergeant met 4 man, Deese zeggen dat binne korten nog 8 man sipaij „gers te volgen stonden, wanneer d engelsen hun t onts lag geeven willen, 't geen zij aan hun niet als met veel teegensin gedaan hadden, dat egter de agter aange¬ „bleevene 8 man absolut geen dienst meer bij hun neem ^ en willen l 184 wijneemen thans de vrijheijd deese be bekorten met de herhaalde needrige bede dat het uw Hoog Edelheedens gun„ „nstig behagen moge ons tog ten spoedigstente resderen uijt het dreijgende niet geringe gevaar dat ons pre„ „sumtief overt Hoofd sweeft, terwijl wij ons met diep ontsag en eerbied noemen op Sumatras west Cust Hoog Edele Groote Agtbare N. 2 Wijd Gebiedende Heere Wel Edele Gestrenge Heeren UW Hoog Edelheedens onderdanige & Trouwshuldige Dienaeren C: H: v Eruth P: h Joh van der Stengh d 87 Eijsch, van zodanige Arthillerij Goederen en Houtwerken, dewelk voor 't Hoofd Comptoir Padang op Sumatras west Cust in alle Eerbied versogt word, van zijn HoogEdelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaren wijd Gebiedende Heere! M„r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal, En Den wel„ „Edelen Gestrenge Heeren Raad en van Nederlands Indien bestaande het een en ander in als. — Goederen Arthillerij 12 p„s Agthien Ponders Canons, met hun toebehooren en voorwagen 6 „ veld Slangen van 6 â 8 lb met hun toebehooren en voorwagen 200„ Roud Scherp voor ijder stuk Canon dat gesonden word na zijn qualibre 200„ Druijven„s als even tot ijder van deselve 200„ Druijven van 18. lb 200„ Druijven „ 12 „ 1000 lb kruijt, waaronder, 800 lb Canon kruijt 8 p„s Beursvaeten 20 „ Kruijt Hoorens 100„ vuurpijlen tot 't doen van Nagt seijnen Eenige Reserve Affuijten en voorwaegens, voor 't qualibre van Canon gelijk alhier aanhanden is en nog staat gesonden te worden Van D'Equipagie werff 100 p„s swalpen 60 „ Balken 3 tot Beddings onder agthien en Twaalff ponders Canons Padang op Sumatras west Custen 16„e maart 1760 6 C: A: v: Eruth ps B oh van der Sengh gun N=o 6 Copia Affgaande Missive Aan Haar Hoog Edelheedens. D' Hooge Indiasche Regeering Tot Batavia Register der Papieren, welke op heeden met de Bark de Kreeft, Batavia waards verzonden werden Eerbiedig Ingerigt Aan zijn Hoog Edelheijd, Den Hoog Edelen Groot Agtbaren Wijd Gebiedende Heere M„r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Beneevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands Jndien Door DE. Agtb: Heer Christiaan Hendrik V„n Crath Koopman en Gesaghebber D' Heer, Mr. Philipus Johannes v„m d„r Stengh onderkoopman en Secunde deeser Custe Dit Register No 1 Een Missive Ingerigt als boven „ 2 „ Dupplicaat Missive Jngerigt als boven, p„r den Chinees Lauw Tamko gesonden 3e Inventaris van de Bark de Kreeft 4 Onkost Reekening van de Bark de Kreeft 5 Zoldij Boeken D' A„o 178 /1 in Een kistje afgepaste 6. Copia Berigt nopens deselve Prijs Courant van de Leijwaeten v„n S„lo Chinco Coignossement Factuur van 't gelaedene in deesen Bodem 9 twee Eijschje, waer van Een Dupplicaat, die per den Chinees Lauw Tamko Stonden „. 10 Een Register van zoldij Boeken en Papieren 11 Staat Reekening van de Diaconij Armen Padang den 27 e Maart A. o 1788 DHv Bessels 2 Sirita Register der Papieren, welke 39 op heeden met de Bark de Kreeft, Batavia waards verzonden werden Eerbiedig Ingerigt Aan zijn Hoog Edelheijd, Den Hoog Edelen Groot Agtbaren Wijd Gebiedende Heere M„r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Beneevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands Jndien Door DE. Agtb: Heer Christiaan Hendrik V„n Crath Koopman en Gesaghebber D' Heer, Mr. Philipus Johannes v„n dr. Stengh onderkoopman en Secunde deeser Custe & Dit Register No. 1 Een Missive Ingerigt als boven „ 2 „ Dupplicaat Missive Jngerigt als boven, p„r den Chinees Lauw Tamko gesonden „ 3e Inventaris van de Bark de Kreeft „ 4 Onkost Reekening van de Bark de Kreeft „ 5 Zoldij Boeken D' A„o 178/ in Een kistje afgepakt „ 6. Copia Berigt nopens deselve „ 7 Prijs Courant van de Leijwaeten v„n P„lo Chinco „ 8 Coignossement Factuur van 't gelaedene in deesen Bodem „ 9 twee Eijschje, waer van Een Dupplicaat, die per den Chinees Lauw Tamko Stonden 10 Een Register van Zoldij Boeken en Papieren 11 Staat Reekening van de Diaconij Armen Padang den 27 e Maart A. o 1788 DHv Bessels „. „ Sirite Wm. Krijgsman Nagezien De Bark De Kreeft. 8 162 4 Aan Zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaren Wijd Gebiedende Heere. M„r Willem Arnold Alting! Gouverneur Generaal. Beneevens De Wel Edele Gestrenge Heeren Raden van Neederlands Indien Hoog Edele Groot Agtbare. Wijd Gebiedende Heere Wel Edele Gestrenge Heeren! De Bark de Kreeft thans in Zodanigen staat zijnde dat deselve Batavia Waards te rug gaan kan, hebben wij de hooge Eere uw Hoog Edelheedens zo wel deese Onse needrige Missive als het Dupplicaat van een kort van te vooren met het Chineese Vaar¬ thuijg van Lauw Tamko afgegaane Briev toe te zenden. § 163. De Onkosten die dit Kieltje alhier, ver„ wekt heeft zo aan Timmeratie als Equipagie Goederen
English
Goods, along with 14 months board and rations, amount in general to ƒ 4300:9:-. We hope it may be evident to Your Right Excellencies that we have observed all economy therein that was at all possible. § 164. As throughout all this time not only the shipwrights who arrived with the ship De Standvastigheid, but in addition hired hands for the caulking have been occupied solely with this bark, no beginning could yet be made on the construction of the new scow. § 165. And since the lighter De Wellekomst is also so eaten through by the worm that it could no longer remain in the water but had to be pulled ashore, it will likewise require a difficult and lengthy repair. For this reason we have been obliged, in addition to the shipwright destined for the office, to retain two others; although these still raise many difficulties that they will scarcely be able to finish all the work before the expected arrival of the ship without further assistance, because only now the pantjallang Padang and the Nieuwe Vreede also require a by no means slight bout of caulking. § 166. This latter small keel will also have to be sent by us towards Batavia in a few weeks, both to be provided in some places with other planks instead of those already eaten away by the worm, and to be fitted with sheathing. Since it arrived here without the same, and vessels without it can scarcely last a year here in the river without being nearly eaten through, the shipwrights have also declared upon inspection that this pantjallang could not possibly survive another year and still be in a condition to be sent to Batavia for repairs. § 167. We also have the honor to transmit to Your Right Excellencies the price current of the linens brought for Poulo Chineo; and as their sale price does not differ from those that yield similar assortments at this main office, we have judged that their sale may be permitted. § 168. As it has appeared to us from the same, however, that the perasses yield only 26 7/10 and the armozeens 38 1/2 percent, we have written to the Resident to demand no more of both these assortments forever, on account of the small profits they yield, than is strictly necessary to prevent the populace from seeking the same from our competitors; this having been until now the principal reason why that office has always been supplied with a small quantity thereof. § 169. And having inadvertently forgotten in our recently dispatched requisition for artillery goods under the date of 16 March to require the necessary gin blocks for the cannon, we now take the humble liberty of transmitting a further requisition for them. Now also go over the amended pay books of the year 1781, together with a copy of the vindication addressed by the former pay clerk Gerrit Krijgsman to the humble first signatory, regarding the errors that were presumed at Batavia to have crept into the preceding ones. § 170. As well as the financial statement of the diaconate and poor fund; that of the orphanage shall still follow with the pantjallang. § 171. The quarters in which the company's slaves have been housed here until now, being a number of bamboo huts left behind by the English, having become so dilapidated that there was no repairing them, we were obliged to have another bamboo house made for them, next to which we also had a small guardhouse erected, which is manned in the evenings in order to keep an eye on them at night as much as possible and to prevent running away. § 173. The humble first signatory has not yet been able to proceed to the choice of a new Panglima, notwithstanding the fact that the mountain peoples persistently trouble him almost daily, both by letters and in person, to hasten the conferring of this dignity, which arises from the entreaties made to them by the applicants for it. § 174. Two reasons have held me back until now from proceeding therein as yet. § 175. Firstly, to cause those among the mountain peoples or regents of the Tigablas Cottas who take the strongest interest in one or the other candidate who might eventually not be chosen, by means of delay and the interval of some time, to cool down a little in their strongest passion and to become weary, so that they may not at once raise their horns again and directly start new disturbances if they cannot get their way. § 176. Secondly, as the heaviest trade here ordinarily takes place in the month before the fast, the humble first signatory wished to gather the benefits arising therefrom into the lap of the Company first, so that (while it is utterly impossible to appoint a Panglima to the satisfaction of all) when after the appointment
Dutch transcription
Goederen beneevens 14 Maande Kostgeld en Kan „soenen, monteeren in 't Generaal ƒ 4300:9: wij hopen dat het uw Hoog Edelheedens blijk moge dat wij daar in alle Suijnigheijd geobse¬ „veerd hebben die maar immers mooglijk geweest is. 8 164. Terwijl in alle deese Tijd niet alleen de me het Schip de Standvastigheijd overgekome Timmerlieden maar behalven dat nog huur „linge tot het Calfaeten alleen met deese Bark beesig geweest zijn, heeft als nog gee Begin kunnen gemaakt worden met het opbouwen van de nieuwe Schouw. En daar meede de Ligter de Wellekomt SS 165. zodanig door de Worm, door knagt is dat de selve niet meer in het water heeft blijven kunnen maar op 't Land heeft moeten ge haald worden zal deselve meede eene moeijlijke en lang aanhoudende Reparatie & „Eijschen, om welke Reeden wij in de Verpligting gekomen zijn buijten den voor het Comptoir gedestineerde Timmerman nog twee andere aan te houden, terwijl egter deese nog veele swarigheeden maken dat zij al het werk nauwlijks nog voor de te verwagtende kom van 't Schip zonder meerdere assistentie zullen afkunnen, Om heeden dat eerst than de Pantjallang Padang en de Nieuwe Vreede oo al geen geringe Calvaat slag verEijschen. §166. Zullende dit Laaste Kieltje meede over eenige 93 eenige weeken door ons Batavia Waerds verson„ „den moeten worden om zo wel op Sommige Plaatsen van andere Planken / in Steede van de geene die reets door de Worm opgevreeten zijn/ als ook met een Dubbeltheijd voorsien te worden i terwijl het zonder deselve hier gekomen is en de vaarthuijge buijten deselve het nauwlijks een Jaar lang alhier in de Rivier houden kunnen zonder bij na doorvreeten te zijn ook de Timmer„ „lieden bij visitatie verklaard hebben dat dese Pantjalllang Onmooglijk nog een Iaar zoude over„ „blijven en dan nog in staat zijn kunnen na Batavia ter Reparatie versonden te worden. §167. Wij hebben meede de Eere uw Hoog Edelhee„ dens toe te zenden den Prijs Courant van de voor Poulo Chineo aangebragte Leijwaeten en also derselver verkoops Prijs niet ver„ „schillende is met de geene die gelijke Sor„ „teeringen ten deesen Hoofd Comptoire rendee„ „ren, hebben wij geoordeeld derselver Verkoop te moogen toestaan—. _„ § 168. Daar ons egter bij denselven gebleeken is dat de Perassen slegts 26 7/10. en de Armosijnen 38/½ pC:t opbrengen hebben wij aan den Resident aangeschree„ „ven, om van deese beijde sorteeringen weegens de geringe winste die zij opbrengen voor altoos niet meer te Eijschen als hoogst noodzaaklijk is om te beletten dat den sul ander deselve bij onse Compediteuren niet zoeken ga, zijnde dit tot nu toe de Principaalsten Reeden geweest Waarom be k komt de pligtin oir S. 169. waarom men dat Comptoir altoos met een geringe quantiteijd daar van voorsien heeft. en Bij onsen Jongst afgesonden Eijsch van Arthil „lerij Goederen onder den 16„e Maart abusivelijk vergeeten zijnde, de noodige Bokke voor 't geschut te requireeren neemen wij thans de nee¬ drige vrijheijd daar van nog een nader Eijsche over te zenden. — Nog gaan thans meede over de veranderde Zoldij Boeken d' A„o 178/1 beneevens een Copia ver „antwoording, van den geweesen zoldij overdra¬ ger Gerrit Krijgsman aan den needrigen Eerste Teekenaer ingerigt, nopens de Fauten die op Batavia voor ondersteld waren in de voorgaand ingeslopen geweest te zijn. — SS 170. Als meede de Staat Reekening van de Dia¬ SS 171: „konij en Armen Cassa; zúllende, die van de Wees¬ „kamer met de Pantjallang nog navolgens De Vertrekke waar in tot nu toe de LeijffEij¬ 8 172. gen van de Maatschappij alhier gehuijsvest hebben¬ zijnde een Parthij door d' Engelsen agtergelaaten Bamboesen Kitten geweest zodanig desolat gewoo¬ „den zijnde dat er geen herstel meer aan was, hebben wij moeten een ander Bamboesen Huijs daar voor laten aanmaaken waar naast wij nog een wagthuijsje hebben laaten opregten dat 's Avonds beset word om zo veel e mooglijk is 's nagts een oop op deselve te kunnen houden en het uijtloopen te beletten 8 173. Tot. 9 35 Tot de keuse van eenen Nieuwen Sanglima heeft den needrigen Eersten Teekenaer tot nu toe nog niet kunnen overgaan, niet teegenstaande de Berg volkeren bij aanhoudenheijd bij na dage¬ „lijks denselven lastig vallen zo met Brieven als in Persoon om het vergeeven van deese waardig¬ heijd te willen behaasten 't geen voorkoomende is door de instanties die van de Sollicitanten daar na aan hun gedaan worden. 8174. Twee Reeden hebben mij tot nu toe teegen. gehouden om daar in als nog voor te gaan. 8 175. Voor eerst om de geenen uijt de Berg Volkeren off Regenten der Tigablas Cottas die zig het sterkst voor den een en ander interesseeren die het somtijds niet zoude worden kunnen door het vertraagen en de Tusschen poosing van eenige Tijd eerst een weijnig in hun Sterkste Drift te doen verflauwen en te laten vermoeijd worden op dat zij niet in deselve ten eersten weer hun Hoorens opsteeken en direct nieuwe Onlusten beginnen mogten wanneer zij hun wil niet krijgen kunnen Ten tweeden terwijl de Sterkste Handel- alhier § 176. ordinair in den Maande voor de vasten geschied„ wenschde den needrigen Eersten Teekender graag de voordeele die daar uijt voortkomende zijn eerst nog in den Schoot der Maatshappij in te saamen op dat (terwijl het volstrekt onmooglijk is eenen Panglima tot algemeen genoegen te kunnen maaken (Wanneer na het aanstellen § 173. ver
English
Paragraph 177. Paragraph 178. appointing the same, new disturbances might arise again or the roads might become closed, the fruits of this season might first be gathered. For this reason, the First Signatory, some time ago, under the pretext of overwhelming business that prevented him from letting his thoughts dwell undisturbed upon the person of a new Panglima, wrote to the mountain peoples that it was not possible for him to choose a Panglima before Lent, but that this would take place as quickly as possible after the expiration of the same. Corporal Dominicus Chabron, stationed at Poulo Chinco, has taken his own life in a state of delirium; having, in the hope of the high approval of Your Right Honorables and upon the nomination of the Resident there, allowed the soldier serving there, Johan Hendrik Hamper of Hoorn, to succeed to that post. Paragraph 179. We have shipped from here towards Batavia in this small vessel from this Head Factory 5088 lb of Black Pepper, costing with its packaging - - f 646: 10:— Paragraph 180. While we have instructed the Commander to call at Poulo Chinco and there also take over the more than 17000 lb of that sort already gathered there. Wishing that this small vessel may henceforth sail more fortunately than it has done until now, and may soon arrive at your parts, While we take the humble liberty of further recommending our persons most strongly to Your Right Honorables' high, continued protection, and with deep respect and reverence subscribe ourselves, Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord! Right Honorable, Stern Lords! Your Right Honorables' humble and dutiful servants, C: H: v: Erath Phr. Joh: van der Sengh the 27th of March 1788 Paragraph 181. Padang, on Sumatra's West Coast Requisition of such Artillery Goods as are in all reverence requested for the Head Factory of Padang on Sumatra's West Coast from His Right Honorable, The Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord, Mr Willem Arnold Alting, Governor General, and the Right Honorable, Stern Lords Councillors of the Netherlands Indies, Consisting of the following, namely: Two gun carriages with their accessories for eighteen-pounder cannons One ditto ditto for twelve-pounder cannons Padang, the 27th of March 1788 C: H: v: Erath Ph Joh:s van der Hengh No 7 Duplicate Letter To Their Right Honorables The High Indies Government At Batavia Register of the papers which are dispatched today with the pantjallang De Nieuwe Vreede towards Batavia, reverently addressed to His Right Honorable, the Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord, Mr Willem Arnold Alting, Governor General, Together with The Right Honorable, Stern Lords Councillors of the Netherlands Indies, By the Honorable Esteemed Lord Christiaan Hendrik van Erath, Merchant and Commander, and the Lord Mr. Philippus Johannes van der Hengh, Junior Merchant and Second of this Coast. No 1. An original Letter addressed as above No 2. Duplicate ditto ditto sent with the ship Standvastigheijd No 3. Duplicate ditto ditto sent with the bark De Kreeft No 4. Secret Letter addressed as above, sent with the ship De Standvastigheijd No 5. Formal Requisition of Padang for the year 1788/9 No 6. Formal Requisition of Poulo Chinco for the year 1788/9 No 7. Requisition of the required Artillery Goods sent per the bark De Kreeft No 8. Yield statement of the damaged linens that were brought per the ship De Standvastigheijd No 9. Report concerning the condition of the pantjallang De Nieuwe Vreede No 10. Inventory of the pantjallang De Nieuwe Vreede This Register. No 11. A packet of Pay Records, together with the Register No 12. Duplicate Inventory of the bark De Kreeft No 13. Duplicate Expense Account of the bark De Kreeft No 14. Duplicate Bill of Lading of the cargo loaded into the bark De Kreeft No 15. Bill of Lading of the cargo loaded into the pantjallang De Nieuwe Vreede No 16. Small packet with Orphan Chamber booklets and papers, which is addressed to the Right Honorable, Stern, Highly Esteemed Lord Hendrik van Hoekum, President, together with the other Gentlemen Members of the Reverend College of Orphan Masters at Batavia No 17. Statement of Accounts of the Orphan Chamber No 18. Duplicate ditto ditto of the Diaconate Poor No 19. Small Requisition of Artillery Goods of the 15th of April Padang, the 15th of April 1788. J H v Bessell
Dutch transcription
§ 177. SS 178. aanstellen van denselven weer nieuwe onlusten ontstaan of de weege mogten geslooten raaken, de vrugten van deese Tijde eerst mogten ingeend zijn Om deese Reeden heeft den Eersten Teekenaer eenige Tijd geleeden onder voorwendsel van over¬ „lopende Beesigheeden die hem beletten van zijne gedagten Ongestoord over de Persoon van eenen nieuwen Panglima te kunnen laten gaan aan de Berg volkeren geschreeven dat hem niet moog„ lijk zij voor de vasten eenen Panglima te kunnen kiesen maar dat zulks na verloop van deselve zo Schielijk als mooglijk was geschieden zoude Den op Poulo Chinco geleegen Corporaal Dom nicus Chabron heeft zig in ijlhoofdigheijd om het Leeven gebragt, hebbende wij op hoop van hooge approbatie van uw Hoog Edelheedens en voordrag van den Resident aldaar daar toe laa „ten optreeden den aldaar Militeerenden zoldaat Johan Hendrik Hamper van Hoorn. §: 179. Wij hebben in dit kieltje van hier Bataviawaerde afgescheept van dit Hoofd Comptoir 5088 lb Peeper Swarte Scharpte, kostende met dies emballagie - - ƒ 646: 10:— § 180. Terwijl wij aan den Gezaghebber belast hebben om op Poulo Chineo aan te gaan en aldaar de thans reets ingesaamt ruijm 17000: lb van dat Corl 6 92 Padang waerde op Sumatras WestCutt Corl ook meede over te neemen Wenshende wij dat dit Kieltje voortaan ge„ „lukkiger vaaren als het tot nu toe gedaan heeft, en Spoedig á Costij arriveeren moge, Terwijl onse Persoonen wij uw HoogEdelhee¬ „dens hooge aanhoudende Protexie verders ten sterksten aan te beveelen de needrige Vrijheijd neemen, en ons met diep ontsag en Eerbied noemen. Hoog Edele Groot Agtbare! Wijd Gebiedende Heere! Wel Edele Gestrenge Heeren! Uw Hoog Edelheedens onderdanige en Trouwschuldige Dienaeren. C C: H: v: Eruth I Phr. Joh: van der Sengh den 27„e Maart 1738 SS 181. ƒ 6 En Naijeze W K rygoman 99 Eijsch, van zodanige Arthillerij Goederen, dewelke voor 't Hoofd Comptoir Padang op Sumatras West Cust in alle Eerbied verzogt word van zijn HoogEdelheijd Den HoogEdelen Groot Agtbaren wijd Gebiedende Heere. M„r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal, En Ten WelEdelen Gestrenge Heeren Raa¬ „den van Nederlands Jndien Bestaande het een en ander in, als Twee Bokken met hun toebehooren voor Agthien Ponders Canons Een d„o d„o voor twaalff sonder Canons Padang den 27„e Maart 1788 C: H: v: Erath Ph Joh:s van der Hongh 1 „1 1 „1 No 7 Duplicaat Missive Aan Haar Hoog Edelheedens D' Hooge Jndiasche Regeering Tot Batavia E 104 Papieren Register der welke op heeden met de Tan¬ „tjallang de Nieuwe Vreede Batavia waerds versonden werden, Eerbiedig Ingerigt Aan zijn Hoog Edelheijd, Den Hoog Edelen Groot Agtbaren, wijd Gebieden„ „de Heere Mr Willem Arnold Alting Generaal Gouverneur Beneevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands Indien Door D. E. Agtb: Heer: Christaan Hendrik V„n Crath Koopman en Gesaghebber D. Heer Mr. Philipus Johannes v„n dr Htengh onderkoopman en Secunde deeser Custe N=o 1. Een origineele Missive Jngerigt als boven d„o do met 't schip d„o 2. „ Dupplicaat Standvastigheijd stonden d„o d„o d„o met de Barcq D Kreeft veronden do Secreete Missive Ingerigt als boven met 't Schip d' standvastigheijd versonden d„o Formeele Eijsch van Padang D' A„o 1788/9. d„o d„o d„o „ PouloChinco d. o d. o „ 7. „ d:o Eijschje van 't Benoodigte Arthillerij Goederen p„r d' Barcq d' Kreeft vertonden „ 8. „ d o. Rendementje van de Beschadigte Leijwaeten die pr. 't Schip D' Standvastigheijd aangebragt zijn. „ 9. „ Berigt wegens de Gesteldheijd van de Santjal„ „lang. de Nieuwe vreede „ 10. „ Jnventaris van de Pantjallang de Nieuwe Vreede Dit. Register. 1 „ „ 4. „ „ 5. „ „ 6. „ 104 Papieren Register der welke op heeden met de Tan¬ „tjallang, de Nieuwe Vreede Batavia waerds versonden werden, Eerbiedig Ingerigt Aan zijn Hoog Edelheijd, Den Hoog Edelen Groot Agtbaren, wijd Gebieken„ „de Heere: M„r Willem Arnold Alting Generaal Gouverneur Beneevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands Indien Door D. E. Agtb: Heer: Christiaan Hendrik V„n Erath Koopman en Gesaghebber D. Heer Mr. Philipus Johannes Vn d„r Htengh onderkoopman en Secunde deeser Custen B Dit. Register. N=o 1. Een origineele Missive Jngerigt als boven d:o do met 't Schip d„o „ 2. „ Dupplicaat standvastigheijd stonden d„o d„o d„o met de Barcq D Kreeft versonden do Secreete Missive Jngerigt als boven met 't schip d' standvastigheijd versonden d„o Formeele Eijsch van Padang D' A„o 1788/9. d„o d„o d„o „ PouloChinco d. o d. o do Eijschje van 't Benoodigte Arthillerij Goederen p„r d' Barcq d' Kreeft vronden „ 8. „ do Rendementje van de Beschadigte Leijwaeten die pr 't Schip D' Standvastigheijd aangebragt zijn. „ 9. „ Berigt wegens de Gesteldheijd van de Santjal„ „lang. de Nieuwe vreede „ 10. „ Jnventaris van de Pantjallang de Nieuwe vreede 4. „ 5. „ „ 6. „ „ 7. „ No. 11. Een Paequet Zoldij Papieren, beneevens de Registe „ 12. „ Dupplicaat Inventaris van de Barcq D Kreef „ 13 „ Dupplicaat onkost Reekening van de Barc„ D' Kreeft „ 14. „ d„o Factuur Coignossement van 't gelaedene in de Barcq DKreeft Factuur Coignossement van 't gelaedene in de Pantjallang de Nieuwe vreede Pacqúetje met weeskamer Boekjes en Pa¬ „pieren, dewelke g'addresseerd is Aan Den welEdelen Gestrengen Groo Agtbaren Heer: Hendrik V„n Hoekum Praesident Benevens De verdere Heeren Leeden In 't Eerwaarde Colleg van Heeren Weesmeesteren te Batavi# 17. „ Staat Reekening van de weeskamer „ 18. „ Duppl: d„o d. o „ „ Diaconij Armen „ 19. „ Eijschje van Arthillerij Goederen van den 15. e April. „ 15. Padang den 15. April 1788. J H v Bessell Simbe Registe de en Bare in vreede. en 3 2 oc d de Bat olleg kun Groo Pa„ n n15e.
English
Jr The Pantjallang To His Right Honorable! The Right Honorable, Highly Respected, Wide-Ruling Lord! Mr. Willem Arnold Alting! Governor-General Together with the Right Honorable, Severe Lords Councillors, of the Dutch Indies Right Honorable, Highly Respected, Wide-Ruling Lord, Right Honorable, Severe Lords! Section 182. Under the date of 27th March last, we had the high honor to send to Your Right Honorables, by the bark De Kreeft, our last dispatch along with 30,725 lb of pepper, which we hope may have safely arrived there since. Section 183. This present letter now goes to accompany the pantjallang De Nieuwe Vrede, which we humbly request Your Right Honorables may receive the necessary repairs and be fitted with a double hull, and subsequently, according to Your Right Honorables' high pleasure, may be sent back here with its commander and second quartermaster; while we append hereto the report submitted to the humble first signatory by the carpenters concerning the condition of this pantjallang. Section 184. We have retained here from this small vessel, for necessary use, the six 4-pounder iron cannons with their appurtenances. Section 185. The lighter De Wellekomst, currently in the hands of the carpenters, is damaged by the shipworm in an almost incredible manner, and nearly not a single plank remains in it that is not eaten through like a bee's nest. Section 186. For its repair, as bow planks are lacking according to the statement of the carpenters, we have taken the liberty to draw up a small requisition for them, humbly requesting Your Right Honorables that the same may be granted to us by the first opportunity, as the complete restoration of this vessel must wait for them. Section 187. The field redoubt thrown up by us is now completely finished, except for the platforms for the guns, for which we first await the timber from Batavia; in the meantime, we have had them placed on heavy skids, which we have arranged in such a manner that, for want of better platforms, we shall nevertheless be able to make the necessary use of the artillery. Section 188. Since the first arrival of the cannon brought by the ship De Standvastigheid, the humble first signatory immediately took trouble to have skids for the platforms cut here, but with all the effort applied in a period of four and a half months, owing to the indifference and laziness of the suppliers, he has barely been able to bring matters so far that he now has 18 pieces together, so that in not a year's time could the timber for the platforms be prepared here. Section 189. This redoubt is arranged for eleven pieces of cannon, and upon the further placement of the guns we found it necessary to remove another 18-pounder from the Kloof and place it here, so that now, on an equal footing with the Kloof, four 18-pounders and four 12-pounders stand in the same. Section 190. Although this redoubt is now so situated that with a 12-pounder cannon it can cover the mouth of the river and sweep the bank De Walvisch with a direct shot, we have nevertheless found it most necessary to cover the mouth of the river even more, and that principally against a surprise attack or an assault by a party of armed boats at night time, when the shots from the redoubt cannot be fired with such certainty, nor can the object at which one must shoot be seen. Section 191. To that end, at the entrance of the river—which may be seen by Your Right Honorables on the chart of the roadstead of Padang drawn by the engineer Van Lutzow—we have thrown up a battery at the place where Zaagland stands, and indeed precisely where the depth of the water is marked with 6, up to inward at the corner [illegible]. Here we have placed the six pieces of cannon removed from the pantjallang De Nieuwe Vrede, which with lead grapeshot will be able to produce the very best effect at night time, and completely close the mouth of the river. Section 192. For lack of more men, we have provisionally had the Sepoy sergeant with four men take post here, and have had a guardhouse erected for them. Section 193. However, since there were no more than 100 round shots and 55 lead grapeshot for these cannons in the pantjallang, we have also taken the liberty to requisition a quantity of them now, while, so that no mistake may be made in the caliber, we have described this accurately in the requisition. Section 194. We flatter ourselves that the expenses incurred here, which for both of these redoubts will amount to slightly more than 800:—:— rixdollars, may not be considered by Your Right Honorables as needlessly squandered; for even if our precautions taken now were to be judged by Your Right Honorables as too premature, we must nevertheless humbly bring to Your Right Honorables' attention that the good battery in the Kloof, the one at the mouth of the river, together with the strong field redoubt, will at all times be a good defense for Padang, and have been laid out by us in such a way that they can be maintained with a few slaves without incurring any further expenses, and in the space of a year will be completely overgrown and become firm by nature. Section 195. If the inhabitants of these coasts would only show a little more zeal and less indifference, and were willing to grant proper assistance with the cutting and bringing of brushwood for the making of fascines, the costs would have been considerably less, for the distant fetching and cutting thereof
Dutch transcription
Jr De Pantjallang Aan zijn Hoog Edelheijd! Den Hoog Edelen Groot Agtbaren Wijd=Gebiedende Heere! M„r Willem Arnold Atting! Gouverneur Generaal Beneevens WelEdele Gestrenge Heeren Raaden, van Neederlands Jndien Hoog Edele Groot Agtbare Wijd= Gebiedende Heere Wel Edele Gestrenge Heeren! b 182. Onder den 27:e Maart J: l: hadden wij de hooge Evre uw Hoog Edelheedens met de Bark De Kreeft onse Laaste Missive beneevens 30 '725. lb Peeper toe te zenden die wij hoopen D' Nieuw Vreede dat En dat zeedert behoudens a' Costij moge gearriveerd zijn & 18 Thans gaat deese over ter Verzelling van De Pantjallang de Nieuwe vreede, die wij uw„ „Hoog Edelheedens needrig versoeken dat de nodige Reparatie ontfangen en met een dubbelhuijt moge voor sien worden, en vervolgens na uw Hoog Edelheedens hooge welbehaagen met Derselver Gezaghebber en tweede quartier „meester weer na herwaerds moge te rug gesonden worden Terwijl wij daar bij voegen de verklaring door de Timmer¬ „lieden omtrent de Gesteldheijd deeser Pantjallang aan den needrigen Eersten Teekenaer ingediend. & 184- Wij hebben uijt dit kieltje alhier tot nodzaaklijk Ge„ „bruijk aangehouden de ses vier Ponder ijser Kanons met dies toebehooren. — & 185 De Ligter de wellekomst thans onder de han¬ den der Timmerlieden zijnde is op eene bij na ongelooflijke Wijse door de Worm door kraagt en ten naasten bij geen een Plank meer daar in die niet als een Beijen Nest doorvreeten is § 186 Tot dies Reparatie volgens opgave der Timmer4 „lieden Boeg Planken manqueerende hebben wij de vrijheijd genomen een klijn Eijshve daar van te formeeren, versoekende Uw Hoog Edelheeden „s needrig dat ons deselve met de eerste geliegend if „heijd geworden moge, also het volkomen her„ „stel van dit vaarthuijg na deselve wagten moet & 187 De door ons opgeworpen Veldsrantz is thans ten eenemaal Klaar Excepto de Beddings voor de stukken; als waar voor wij de Houtwerken eerst van Batavia verwagten, hebbende wij intus¬ „schen deselve op swaare swalpen laten zetten; die wij in diervoegen geschikt hebben dat wij bij gebrek van bietere Beddings egter dog het nood„ „zaaklijke Gebruijk van 't gesruts zullen maaken kunne D e 103 §188 zeedert de eerste komst van 't aangebragte kanon per 't schip de standvastigheijd heeft den Eersten Needrigen Teekenaer aanstonds Moeijte gedaan om swalpen tot de Beddings alhier te laaten kappen, dog heeft deselve met alle aangewende moeijte in Tijd van vier en een halve Maand nauwlijks door de onverschilligheijd en Luijigheijd der Leverantiers zo verre brengen kunnen dat hy thans 18 stuks bij elkander heeft, zo dat in geen Iaar Tijd het Houtwerk tot Beddings alhier zoude kunn„ „en aangemaakt worden Deese schantz is Ingerigt voor Elff stuks kanons ƒ 189 en hebben wij bij nader Plaatsing der stukkens ar noodig gevonden nog Een agthien Ponder uijt de kloof weg te neemen en alhier te Plaatsen zo dat thans in deselve gelijkstanding met de Kloof vier agthien Ponder en vier twaalff Ponder staand Hoewel nu deese schantsz zodanig gesiticeerd is dat deselve met een twaalff Ponder kanon de kond der rivier dekken en de klijt dewalvisch in een reegelregte schoot bestreijken kan hebben wij egter allernoodzaaklijkst gevonden de Mond der rivier nog mier te delken en wel principaal teegens eene overrompeling off aandrang van een Parthij gewapende Schuijten bij Nagt Tijd, als wanneer de schoote, uijt de schantz zo ver„ „zeekert niet geschieden kunnen ook het voors „werp niet kan gesien worden daar na men zou„ „den schieten moeten & 191 Wij hebben ten dien eijnde bij den Ingang de Ri¬ „vier die uw Hoog Edelheedens blyken kan op de van den Ingenieur v„n Lutzon geformeerde kaart van de Rheede van Padang een Batterij opgeworpen land ter Plaatse alwaar zaag ^ staat en wel alcuraat waar de Diepte van 't water met 6 beteekend is tot na 52 & 190 Der binnen aan de Hoek tol „ Alhier hebben wij gep„ „laats de uijt de Pantjallang de Nieuwe vreede geligte ses stuks kanons, die met Loode Druijven eene aller bestigste uijtwerking bij Nagt Tijd zullen doen kunnen, en den Mond der rivier volkomen sluijten & 92 Bij Gebrek van meerder volk hebben wij alhier Prov¬ „isioneel den Sipaijer zergeant met de vier man laaten Post neemen, en een wagt Hluysje daar voor laaten opregten & 193 Daar egter voor dit kanon in de Pantjallang niet meer geweest is als soo Rondscherp en ss Loode Drúij¬ „ven hebben wij meede nog eene quantiteijd daar van te Eijshen thans de vrijheijd genome terwijl wij / op dat in 't qualibre niet moge mistast worden zulks al„ „luraat bij den Eijsch beshreeven hebben §: 194 Wij flatteeren ons dat de hier ingedaane kosten die voor beijde deese schantzen ontrend iets meer als brd„s 800:—:— bedraagen zullen door uw Hoog Edelheedens niet als onnoodig verspild mogen geconsidereerd worden, want al was het dat thans onse genome voersorge door uw Hoo„ „gEdelheedens mogte beoordeeld worden als te voorbatig, in„ roeten wij egter Uw Hoog Edelheedens needrig onder 't oogbren„ „gen, dat de Goede Battozij in de kloop die aan de Mond der rivier beneevens de sterke veldsrantz in allen Tijden eene goede Dekking voor Padang zijn zal en door ons zodanig is aangelegt geworden dat deselve met een paar slaven zonder eenige verdere kosten te verwekken kunnen onde„ „thouden worden, en in Tijd van een Jaar ten eenemaalen zal begroeijt zijn en uijt de Natuur vast worden & 195 was het dat de Bewoonders deeser stranden en weijnig meer ijver en minder onvershilligheijd betoonen wilden, en geneegen waren eene behoorlijke assistentie te verleenen met het kappen en aanbrengen van Boscagies tot het maken van Fastenen zouden de kosten nog vrij minde geweest zijn want het verre halen en Kappen daar van
English
has delayed the work not a little and caused much daily wage expense to accrue. 196 Although it is now very necessary that in another place, a little further inland, another good redoubt must be constructed in a place where an enemy would have to emerge if he were to make a landing outside the range of our artillery pieces at a distance of well over an hour and seek to penetrate through a section of woodland, we shall nevertheless postpone the throwing up of the same for a little while until we have received higher orders from Your High Nobilities or other further confirmed tidings, at which time the same will be able to be completed within a period of two months. Section 197 The trade books not being closed as yet, we remain unable as yet to present a statement of accounts of this coast to Your High Nobilities, while in the meantime the statement of accounts of the Orphan Chamber along with the further books and papers of the same are also being sent over with this document. 198 In the Regency of Baijang the humble First Undersigned came under the obligation, on account of their disobedient and rebellious behavior, to depose 5 Ponghouls. These regents consist of 15 who bear the name of 12 and 3, the three being the head regents of the three tribes that make up this land and originate from the Tigabbas Cottas, namely from Moarapanne, Kinari, and Cotta Ano, who with the three of them each have four under them again, and thus make up 15. Section 199 In the past year, having summoned these regents hither concerning differences they had with those of Sillida, the head Ponghoul of those of Moarapane did not want to come hither, but stayed away. Section 200 The other Ponghouls having informed me of this, I had a merchant from Moarapanne come to me whom I questioned on the matter, with orders to send immediately to Baijang and summon this Ponghoul hither once more. Whereupon he then also came immediately and made many excuses about his pressing work in the pepper gardens and other domestic circumstances, which I let pass for that time with a serious recommendation to take care in the future, that otherwise I would not accept such excuses again. 201 Now having come to the necessity of having to summon these regents hither again on account of a seized vessel with which a certain Radja Darre, an inhabitant of Baijang, had been secretly to Benkoulen with rice, the same head Ponghoul of Moarapanne said again to his fellow Ponghoul that he was not of the intention to go hither, and stayed behind with two more of his subordinate Ponghouls. The others, having come to me, then brought me this report in part. Section 202 I then used the very same merchant again in order to bring him hither once more by that means, and he also came directly together with the other two who had stayed behind with him. 213. This second disobedience being inexcusable, notwithstanding hundreds of excuses that he brought forward again, and clearly showing that he was indeed willing to listen to the merchants of his country, but absolutely not to the orders of the Company, I had him directly taken into custody with both of his companions and deposed all three from the Ponghoulship, as well as Section 204 Two other regents on account of their rebellious behavior proven in the following case. Section 205 The Radja Darre just mentioned, a Malay and native of Baijang, had already for a long time been suspected of repeatedly bringing rice secretly to Benkoulen with a small vessel of a few lasts, and from there bringing back all kinds of goods in trade. Section 206 Now the resident of Poulo Chinco was warned that the day before he had returned again from Benkoulen and had run into the river of Baijang. Whereupon the resident immediately sent two Bugis with a letter to the Ponghouls of Baijang, with orders to arrest this vessel with its crew. But the Ponghouls were afraid to confront him because he had a large following, and Radja Darre, saying to the Bugis that if the resident wanted to have the vessel he had to come get it in person, called together several hundred common folk, forced the Bugis to have to retreat quickly, and brought the vessel out of the river into the sea again with the aforementioned folk, while in the meantime all the goods brought along by him as well as 21 passengers or partners in this vessel had absented themselves. Section 207 In this tumult, two Ponghouls assisted who, instead of making the people go back and causing them to refrain from such outrages, even lent a helpful hand to them. Section 208 The resident of Poulo Chinco sending the next day to Poulo Babi to have a quantity of sappanwood fetched, this vessel was found there, provided only with a single man and Radja Darre, and already having some rice aboard again. Then the people of the resident took this vessel with the two persons and brought it to Poulo Chinco. Whereupon the resident then informed me by letter of the above-narrated events, and I sent a pantjallang thither to bring these two persons hither with the vessel, and subsequently, having summoned the Ponghouls of Baijang hither for these reasons, those who wish to bear the name of being honest and obedient brought forward as their excuse that they at that time and in that case without great
Dutch transcription
107 heeft het werk niet weijnig verdraagt en veel Daghuur doen aanlopen 196 Hoewel het nu zeer noodzaaklijk is dat op een andere Plaats een weijnig Landwaerds in nog een goede schantz mast aangelegt worden op een Plaats daar een vijand zoude uijt„ „komen moeten wanneer hij buijten het Bereijk van onse stukken op de verte van ruijm een uureene Landing doen en door een Parthij Boseagies zouve doordringen willen zullen wij egter het opwerpen van deselve nog een weijnig uijtstellen n tot dat wij hoogere ordres van w Hoog Edelheedens of andere nadere verseekerte Tijdingen zullen gekreegen hebben, Als Wanneer derselve in Tijd van Twee Maanden zal kunnen V#t Voltooijd worden § 197 De Negotie Boeken als nog niet geslooten zijnde, bly„ „ven wij onvermogende w Hoog Edelheedens als nog eene staat reekening van deese Cust te kunnen voorleggen, Gaande intusschen de staat reekening van de Weeskamp „er beneevens de verdere Boeken en Papiere van deselve bij deesen meede over l198 Jn 't Regentshap van Baijang is den Needrigen Eer¬ „sten Teekenaer in de Verpligting gekomen wegens hun disobediend en oproerig gedrag '5 Ponghouis af te zetten, Deese regenten bestaan in sh die den Naam hebben van 12 en 3 Zijnde De Drie De Hoofd regenten van De Drie Stamme die dit Land uijtmaken en uijt De Tigabbas Cottas afkom„ „stig zijn, te weeten uijt Moarapanne Kinari en Cotta Ano die met hun Drie ijder weer vier onden zig hebben en Dus 15 uijtmaken & 199 In 't Gepasseerde Jaar deese regenten na herwaerds geroepen hebbende over verstille De zij met Die van Sillida hadden Wilde De Hoofd Ponghoúl van Die # van Moarapane niet na herwaerds komen maar blief weeg & 200 De anderen Ponghoúls mij daar van verwit¬ tigd hebbende liet ik een Koopman van Moa¬ „ra-panne bij mij komen Die ik Daar over onder„ „hield, met Last om ten eersten — na Baijang te zenden en deesen Ponghouls nog ra eens na herwaerds op te ontbieden, Waar op hij dan ook ten eersten kwram en veele ontshuldigingen maakt over zijn Druk werk in De Peeper Thuijnen, en ander Huijsselyke omstandigheeden die ik voor die heer liet door gaan met ernstig recommandatie van zig in 't toekomende te wagten, Dat ik anders Diergelijken Exclusen niet weer accepteeren zoude d 201 Thans in de Noodzaaklijkheijd gekomen zijnde dese regenten weer na herwaerds te moeten roepen wegens eer aangehaald Vaarthuijg Daar meede Eenen radja Darzo Jnwoonder van Baijanij ter sluijks na Benkoulen met ryst geweest was, zegde Denselven Hoofd Ponghoul van Maarapanne aan zijn meede Ponghoul, weer dat hij na van Meening was na herwaerds te gaan en blief met nog twee van zijne onderhoorige Ponghouls te rug, De an deren bij mij gekomen zijnde bragten mij toen een part dit rapport & 202 Jk gebrúijkde toen weer den Eijgensten Koopmansom het door dat middel nog eens na herwaerds te krijgen en hij kwam ook directe met de anderen twee te samen die met hem te rug gebleeven waaren 213. Deese tweede disobedientie onvershoorbaar zijnde niet teegenstaande honderden van Exlusen die hij weer voor bragte en duijdelijk aantoonende dat hij wel na de Kooplieden van zijn Land maar volstrekt niet na De ordres van de Compe. luijsteren wilde hiet hem met zijne beijde ma¬ „kkers direct in arrest neemen en zette alle drie van t Ponghoulschap aff Gelijk meede nog &204 Twee andere regenten weegens hun oproerig gedrag in 't navolgende geval beweesen §205 Den zo even aangehaalden radja Darre Maleijer en Inboorling van Baijang-was reets zeedert lang Tijd suspect geweest Dat hij telkens met een Klijn vaarthuijg van een Paar Laste ter sluijks rijst na Benkoúlen bragt en van daar den weer allerhand Goederen in troguado te rug. — 109 ƒ 246 Thans wierde Den resident van PouloChines gewaars„ en „rouwd dat hij 's daags van te vooren weer van Benkoulen te rug gekomen in de rivier van Baijang ingeloopen was, Waar op den resident aanstonds twee Bougineesen met eenen Briev na de Ponghouls van Baijang zond met Last om Dit vaarthuijg met zijn volk te arresteeren Dog De Ponghouls waren bevreest hem aan Te doen om dat hij eenen grooten aanhang hadde en Radja Darre zegn „de aan de Bougineesen Dat als den resident 'I vaarthuijgen hebben wilde hij 't in Persoon moest komen haalen riep„ eenige Hondert gemeen volk bij elkanderen, noodzaak te de Bougeneesen zig schielijk te moeten retireeren en bragte het vaarthuijg met gemeld weer de rivier uijt in Zee terwijl in die tusschen Tijd alle de door hem meede gebragte goederen beneevens nog 21 Pas„ „fagiers off Deel genooten in dit Paarthuijg g'absenteert Waren § 207 Bij deesen Iumult assisteeren twee Ponghouls Die in steede van 't volk te Doen te rug gaan en zig van zulke Buijtensporigheeden te doen maijden, zelvst nog be„ „hulpsame hand aan Deselve verleenden § 208 Den resident van Poulo Chinco Sanderen Daags na Poulo Babi zendenden om een Parthij sappanhout te laaten haalen wierd, dit vaarthuijg aldaar gevonden„ #### allen Voorsien met een enkelde man en den radja Darre, en hebbende reets weer eenigen rijst in, Toen nam het volk van Den resident dit vaarthuijg met De beijde Persoonen en bragten het na Poulo Chinco Waar op Den resident mij dan bij Brieve het boven verhaalde bedeelde, en ik een Pantjallang na Derwaerds zond om deese beijde Persoonen met het vaarthuijg na herwaerds op te brengen en vervolgens om Deese raeden de Ponghouls van Baijang na herwaerds opgeroepen; hebbende bragten de geenen Die Dien Naam voeren Wille van eerlijk en gehoorsaam te zijn tot hun Excus op Dat zij in Die Tijd en bij dat geval zonder groote ook aakt der C niet agte en van ma. 1
English
to cause misfortune and possibly have offered some resistance to their malicious fellow penghulus, while the latter threatened them directly with war and arson, thereby placing the whole country in danger; for which reason I have likewise dismissed these two rebellious subjects from their regency and ordered the assembled Baijang penghulus who are still here to seek out other persons whom I might appoint as penghulus in the place of these five, the dismissed ones currently still remaining under arrest, while the Radja Darre, now put in irons with one of his anak perahus, will proceed to Batavia on this vessel, subject to the further superior disposition of Your High Excellencies, his vessel having been confiscated to the benefit of the Company and sold publicly. Section 209. The regency of Baijang is the only one that has continually caused the First Signatory many difficulties for as long as he has been here, and if this execution of punishment now inflicted upon them does not strike some terror into them, he very much fears that in time military forces will have to be used to bring them to greater obedience, while their rebellious nature in general extends so far that the minor and lesser penghulus, which each negorij usually has, and who are strictly under the government of the 15 penghulus, now, whenever the latter wish to carry out any executions of punishment for theft or murder, will no longer submit to it at all, but immediately threaten war and challenge the others to it, the humble First Signatory fearing very much that in such a case the chief regents will apply to him and request to be maintained in their authority as being appointed by the Company, which will then place him in great embarrassment with the small number of military forces on hand, and yet, if this case produces no improvement, it may become necessary in time if the lesser regents and the subjects, strengthened by these, should continue in their stubborn disobedience. Section 210. The first intention of the First Signatory regarding these five arrested ill-disposed penghulus was to send all five of them to Batavia as well, but after this became known, more than 100 people, men, women, as well as children from Baijang came here, who without ceasing begged and pleaded, and wished to offer themselves under oath as sureties for their conduct, so that finally, in order not to cause too much commotion and to see whether granting forgiveness after prior punishment might still make some impression upon the minds of these people, I gave them hope of not being sent away, but of being allowed to return to their country as common Malays under the surety of their families for their conduct. Section 211. About half a month ago, seven Company slaves deserted together in a plot, so that now of the 24 individuals brought along from Batavia, only four remain. Section 212. The lack of the same places us continually in the greatest embarrassment, and we are obliged for the daily work to retain 8 Nias hired laborers at present, and since no slaves have been brought in for a long time and the continuous hire, especially with a greater number during the time of the unloading of the ship, would run very high, we have deemed it proper to send the pantchiallang Padang to Nias, the same departing thither within a few days under the command of the Lieutenant-at-Sea Rogeling with a small cargo of merchandise amounting in prime cost to Rds 507: 47:— in order to trade for slaves therewith, hoping that Your High Excellencies will be pleased to approve this, while we think this will turn out best to obtain good slaves quickly. Section 213. We have sent nothing in this kit, besides some unserviceable goods, other than a ship's fire engine which was given to us in the beginning for this place for want of another, costing f 356: 12, and since the same can be of no use to us, we humbly request Your High Excellencies for a large one in its place. Section 214. We now take the humble liberty of concluding this, commending ourselves most strongly to the continuous high protection of Your High Excellencies, and calling ourselves with deep awe and respect, High Noble, Right Honourable, Far-Ruling Lord, and Right Noble, Severe Lords, Your High Excellencies' humble and faithful servants, C: H: v: Enith P Joh van der Hengh AWr Wendel Examined 123 Requisition of such goods as are in all respect requested for the Chief Factory Padang on the West Coast of Sumatra from His High Excellency, the High Noble, Right Honourable, Far-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, and the Right Noble, Severe Lords Councillors of the Dutch Indies, consisting of the following, namely: Artillery Goods 600 pcs. round shot for cannon bored at 5 lb iron, accurately gauged according to the calibre scale 600 lead grapeshot, as above 600 round shot, as above, at 4¾ lb iron 600 lead grapeshot, as above. From the Equipment Yard 25 pcs. bow planks for repairs to the lighter. Padang on the West Coast of Sumatra, the 15th of April 1788. CP C: N: v: Erth Phs Joh van der Hengh
Dutch transcription
ongelukke te verwekken en mooglijk aan hun quaa# „daardige meede Ponghouls eenige resistentie hadden Doen kunnen terwijl Deselve hun Direct met oorm „log en Brandstigting Dreijgde, en daar door dan Let geheele Land gevaar Liep, om welke reeden ik Dan meede deese beijde opvoerig subjecten van hun regentshap afgeset en aan de gesamentlijken thans nog hier zijnde Baijangs Ponghouls geordonneerd hebbe, andere Persomn ven op te zoeken die ik in deeser Vijff haar Plaatse tot Ponghouls aanstellen konde, zittende De afgesehten thans nog in arrest, Terwijl den radja Darre met een van zijne anak Prauws thans in De ketting gekonst „ken per Deesen bodem na Batavia overgaan ter na dever hooge Dispositie van uw Hoog Edelheeden zijnde zijn raar„ „thuijg ten voordeele van de maatschappij geconfisqueert en Publiq vorkogt. §209 Het regentschap van Baijang is het eenigste wat den Eersten Teekenaer zo lange als hij nu hier is telkens veel moeijlijkheeden verwekt heeft, en wanneer deese thans aan hun gedaane straff oeffeninge niet eenigen schrik onder hun brengen, zal vreest bij zeer Dat door de Tijd zullen militairen moeten gebruijkt worden om hun tot meerder gehoorsaamheijd te brengen, terwijl den opvoerigen Aart over 't gemeen van hun zig zo verre strekt dat de Klijnen en geringeren Ponghoul Die ordinaire ijder Negorij heeft, en volstrekt onder de regeering van de 15 Ponghouls staan, thans Wanneer Deese eenige straffoeffeningen over Diefstal of Moord doen willen, zig in 't geheel niet meer daar aan onderwerpen willen, maar aanstonds met oorlog Dreijgen en de anderen daar toe uijt Daagen, keesende den Needrige Eersten Teekenaer zeer dat zig in zulken gevalle de Hoofd regenten eens aan hem addresseeren en versoeken zullen in hun Authoriteijd als door de Compte. aangesteld zijnde gementineerd te worden het geen en denselven als dan met het geringe Getal Der aanhanden 424 zijnde Militairen in groote verleegendheijd brengen zal, en egter zo dit geval geen Beetershap verwe„ „kt door de Tijd noodzaaklijk worden kan wanneer de mindere regenten en De onderdanen Door deeser gesterkt in hun hard netkige disobedientie mogten blijven Continueeren. — §210 Het eerste voorneemen omtrend Deese vijff gearresteerde quaadwillige Ponghoúls van den Eersten Teekenaer was deselve alle vijff thans meede na Batavia te versenden, dog na dat zulks rugt„ „baar geworden was zijn meer dan 100 Mensten zo Mannen, Vrouwen, als kinderen van Baijang hier gekomen, die zonder op te hooren bidden en sing reeken, en zig onder het doen van Eed als Borg voor 't gedrag van deselve instelle willen zo dat ik eijndelijk om niet te veel Beweeging te maaken en te zien of het Verleenen van vergiffenisse na voorgegaane straffe nog eenigen indruk op De gemoederen van Deese volkeren hebben mag hun Hoop gegeeven hebbe van niet versonden te worden maar na hun Land als gemeene maleijers te mog¬ „gen te rug keeren onder borgtogt van hun Fam 11 „ihjes voor hun gedrag.—. q211 Omtrend Een halve maand geleeden zijn weer seeren Comp e slaven in een Complotte te gelijk gedrost zo Dat thans van de van Batavia meede gebragte 24 stuks nog maar vier over„ „blijven § 212 Het gemis van deselve brengt ons telkens in de grootste verleegendheijd, en zijn wij in De verpligting voor het dagelijkse werk thans 8 Niassers Huui¬ „rlinge aan te houden, en terwijl in lange geene slaven aangebragt zijn en de aan houdende Huur principaal bij een meerder getal in De Tijd van aa„ oor inde om tse ten klonn na de ver inraar„ Publiq den e se gen meer als anden een Padang de 15„ April 1788 't Lossen van 't Schip zeer hoog oploopen zoude, heb „ben wij geoordeeld wel te doen de Pantjallang Padang na Nias te zenden, zullende deselve binnen eenige Dagen onder 't Gezag van den Luijtenant ter zee, rog „eling na Derwaerds gaan met een klijn Carga van Koopmanschappen bedragende uijtkoops Rd„s 507: 4 7:— om daar voor slavens te troequeeren, hopende de uw„ Hoog Edelheedens zulks zullen gelieven te approbeeren terwijl wij denken dat dit het beste zal uijtkomen om schielijk en goede slaven te krijgen. & 213 Wij hebben in dit Kiettje buijten eenige onbequame Goederen niets Versonden als een scheeps Brandspuijt die ons in 't begin na herwaerds meede gegeeven is bij ge¬ „brek van een andere kostende ƒ 356: 12 en also deselve ons van geen Dienst zijn kan versoeken mij uw Hoog„ „Edelheedens needrig om een groote in dies Plaats §214 e Neemende wij thans de meedrige vreijheijd deese te be korten met ons in de aanhoudende hooge Protexie van uw Hoog Edelheedens ten sterksten aan te beveelen en met diep ontsag en Eerbied te noemen— Hoog Edele Groot Agtbare: Wijd= Gebiedende Heere En WelEdele Gestrenge Heeren uw Hoog Edelheeden. onderdanige en Trouwshuldige Dienaeren C: H: v: Enith P Joh van der Hengh AWr Wendel Nagezien 123 Eijsch, van zodanige Goederen de„ welke voor 't Hoofd Comptoir Padang op Sumatras westcust in alle Eer„ „bied versogt word, van zijn Hoog„ „Edelheijd, Den Hoog Edelen Groot Agtbaren, wijd Gebiedende Heere! M„r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal, En Den WelEdelen Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands Indien, bestaande het een en ander in, als.— Arthillerij Goederen 600 p„s Rond scherp voor kanon geboord, op 5 lb ijzer na de Taalstok accuraat opgenoemen 600 „ Loode Druijven tot als even 600 „. Rond Scherp voor als even op 4¾ lb ijzer 600 „ Loode Druijven tot als even. van D' Equipagie Werff 25 p„s Boeg Planken tot reparatie aan de Ligter. Padang op Sumatras West Cust den 15„e April 1780. CP C: N: v: Erth Phs Joh van der Hengh
English
To His High Nobility This letter is sent with the private bank. 215 216 The Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with The Right Honorable, Stern Lords Councilors of the Dutch Indies. Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord! Walter Sims Right Honorable, Stern Lords from the English Captain We have the great honor humbly to inform Your High Nobilities herewith that today there arrived here from a lost voyage to Timor the small vessel, the Cornelia Adriana. The occurrences of that small keel until the ships Dregterland and Javaas Welvaaren met the same will already be known to Your High Nobilities from the reports 445 And 217 218 219 thereabouts submitted to the same by the captains of those two ships. Since that time it has had two more deaths and pumped rice several times; at present, with the ship lying still, it is kept at 8 inches of water draught only by hard, uninterrupted pumping day and night without any interval, though previously, according to the report of its commander, it had already increased to 4 feet against all pumping. As a passing English vessel, by which we send this to the North Island in the hope that it may arrive properly, does not wish to delay long, we cannot yet give Your High Nobilities any further accurate report regarding the condition of the cargo, other than that we have opened the invoice and bill of lading, and shall immediately make a beginning with discharging the finest goods from the ship: and furthermore have the same inspected and set to work with all the carpenters we can obtain in order to repair the same as quickly as possible and send it back to Batavia. Also requesting Your High Nobilities most urgently, as there are very few workmen here, that if Your High Nobilities should receive this our humble missive early enough, some carpenters may be sent over to us with the ship for assistance, while we simultaneously request Your High Nobilities' high orders as to what we Padang 14th August 1788 220 Padang 14th August 1788 shall do with the large quantity of rice in the ship, in case the naval officers and carpenters appointed for the examination should report that the small vessel cannot be repaired here, whether it has been eaten away by shipworm or would have to be careened, for which latter there is no possibility here under present circumstances; we maintain, however, that it will not turn out so unluckily. Furthermore, everything at this main office and subordinate offices being in moderate tranquility, we have the high honor to call ourselves with deep awe and respect, Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord! and Right Honorable, Stern Lords, Your High Nobilities' humble and faithful servants, Ph. Joh. vander Hengh C. H. v. Erath 11 F Examined, W. Krijgsman. No. 8 9 Copy Outgoing Letters to Poulo Chinco For the Year 1787/8 To the Bookkeeper Johan Fredrik Zugel, Resident at Poulo Chinco. Honorable, Discreet Sir, Corporal Borchard, stationed at Adjarhadja, being summoned hither, Corporal Volmer is now going over to replace him at that post. Remaining after greetings, below stood: Honorable, Discreet Sir; lower stood: Your good friends; was signed: C. H. v. Erath and P. J. v. d. Stengh; in the margin: Padang, the 8th of September 1787. To the same as above. Having received a letter from the Dupatis or A. Songhouls of Korinchi stating that they were at Indrapura and wished to come hither, but were fearful of encountering any trouble on the way through Company territory, we have sent a Buginese, along with the messenger sent to me, thither to fetch them, with orders to the Corporal at Adjarhadja to send along from that post another Buginese to convoy them hither, which serves for your information. Their High Nobilities having also ordered to purchase as much of the sappanwood available here as is ever possible, and having given as an example the purchase thereof at Bima at 2 guilders, 1 stuiver, 4 penningen and at Jara at 2 guilders, 9 stuivers, 8 penningen Dutch money per picul, you are hereby ordered, since this wood falls principally in the Sillida district and Poulo Babi, to make the purchase thereof up to so large To the Bookkeeper Johan Fredrik Zugel, Resident at Poulo Chinco. Honorable, Discreet Sir, Corporal Borchard, stationed at Adjarhadja, being summoned hither, Corporal Volmer is now going over to replace him at that post. Remaining after greetings, below stood: Honorable, Discreet Sir; lower stood: Your good friends; was signed: C. H. v. Erath and P. J. v. d. Stengh; in the margin: Padang, the 8th of September 1787. To the same as above. Having received a letter from the Dupatis or A. Songhouls of Korinchi stating that they were at Indrapura and wished to come hither, but were fearful of encountering any trouble on the way through Company territory, we have sent a Buginese, along with the messenger sent to me, thither to fetch them, with orders to the Corporal at Adjarhadja to send along from that post another Buginese to convoy them hither, which serves for your information. Their High Nobilities having also ordered to purchase as much of the sappanwood available here as is ever possible, and having given as an example the purchase thereof at Bima at 2 guilders, 1 stuiver, 4 penningen and at Jara at 2 guilders, 9 stuivers, 8 penningen Dutch money per picul, you are hereby ordered, since this wood falls principally in the Sillida district and Poulo Babi, to make the purchase thereof up to so large
Dutch transcription
Aan zijn Hoog Edelheijd Date Brief is versonden met de Particuliere Bancq & 215 & 216 Den Hoog Edelen Groot Agtbaren Wijd Gebiedende Heere Mr Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Beneevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raden van Neederlands Indien Hoog Edele Groot Agtbare Wijd=Gebiedende Heere! Walter Sims WelEdele Gestrenge Hieren van den Engelse Capitain Wij hebben de Hooge Eere uw Hoog Edelheedens bij deesen needrig te bedeelen als dat op heeden alhier van een verlooren Reijse na Timor gearriveerd is 't schiepje, de Cornelia Adriana De Gebeurtenissen van dat kieltje tot Dat de scheepen Dregterland en Javaas Welvaaren 't selve ontmoet hebben zullen uw Hoog Edelheedens wel reets bekend zijn uijt de Rapporten. daar 445 En - & 217 8 218 8 219 daar omtrend van de Capitains van die beijden scheepen aan Hoog deselve ingediend Het heeft zeedert die Tijd nog 2 Dooden gehad en verscheijden keeren Reijst gepompd, thans he schip stil leggende word het nog met stijff door en zonder eenige tússchen Posing Dag en Nagt te pompen met 8 Duijm watergaande gehouden h wel Zulks reets eens van te vooren volgens op gaa van dies Gesaghebber teegen alle pompen aan tot voet is aangegroeijt geweest.— Also een alhier passeerend Engelse scheepje daar meede wij deese na 't Noorder Eijland zenden op hoop dat het te regt komen moge, zig niet lange op houden wil, kunnen wij uw Hoog Edelheeden thans nog geen nader accuraat Berigt nopens de Gesteldheijd der Lading geeven, als dat wij het Factuur Cognoissement g'opend hebben, en ten eersten een begin maken zullen met de fijnste Goederen uijt het schip te lossen: En voorts het selve laaten visiteeren en met alle Timmerlieden die wij krijgen kunnen aan 't werk gaan om 't selv zo spoedig als mooglijk te herstellen en na Batavia rug te zenden. Versoekende meede uw Hoog Edelheedens ten sterksten also hier zeer weijnig werklieden zijn dat wanneer Hoogst Deselve deese onse needrige & 14e. Au Missive nog vroeg genoeg ontfangen mogen ons me het Schip nog eenige Timmerlieden tot assistentie overgesonden worden terwijl wij teffens uw Hoog „Edelheedens hooge ordre invraagen wat wij met Pada a 178 8220 Padang 14e. Augustus 1788 met de groote quantiteijd Rijst in het schip doen zullen, ingevalle de ter Examinatie gecommitteerd wordende zee officieren en Timmerlieden van Berigt dienen mogten dat het scheipje alhier niet te repareeren was, het zij dat het door de Worm opgevreeten was off gekield zoude moete worden tot welk laaste alhier in de teegenswoordige omstandigheeden geen Mooglijkheijd is wij egter susteneeren dat niet zo ongelukkig uijtvallen zal. Verders ten deesen Hoofd en onderhoorigen Comp „toiren alles in een middelmatige Rust zijnde hebben wij de hooge Eere ons met diep ontsagen Eerbied te noemen Hoog Edele Groot Agtbare Wijd Gebiedende Heere! En WelEdele Gestrenge Heeren uw Hoog Edelheedens onderdanigen en Trouwschuldige Dienaeren P h Joh vander Hengh O: H: v: Erith 11 F Nagezien W Krijgsman. No8 9 Copia Afgaande Brieven na Poulo Cuinco P Ao 170 7/8 Aan den Boekhouder Johan Fredrik Zugel Resident te Poulo Chinco Eersame Discreeten Den te Adjarhadja Posthoudenden Corporaal Borchard, na herwaerds op ontboden wordende, gaat thans den Corporaal, Volmer, over om denselven op die Post te vervangen, Blyve na groete /:onderstond:/ Eersame Discreete /:Lager stond:/ UE: goede Vrienden /: was ge= „teekent:/ C: H: v: Erath en: P: J: v: d: Stengh /: in margine:/ Padang den 8=e September 1787:— Aan als vooren Van de Doepaties off A. Songhouls van Corinthies eenen Briev gekreegen hebbende dat deselve op Indrapoera waren en graag naer herwaerds Komen wilden, egter bevreert waren om eenig ongemak op weg door Comp„s Landen te zullen ontmoeten hebben eenen Bouginees met den aan mij gesonden Boden, na derwaerds gesonden om deselve af te haalen, met Last aan den Corporaal te Adjarhadja om van die Post nog een Bouginees meede te geeven om deselve na herwaerds te Cenvoyeeren, 't geen tot UE Communicatie diend. Haar Hoog Edelheedens meede gelast hebbende, om van 't alhier vallende Sapanhout zo veel op te koopen als immers mogelyk is, en en tot een Voor „beels gegeeven hebbende den Jnkoop daar van te Bina á ƒ 2: 1:4. en 'te Jara â ƒ 2:9:8 hollands geld per picol, zo word UE: gelast bij deesen also dit Hout voornamentlijk in 't Sillidase en Poulo Babie Valt, den Inkoop daar van te doen tot zo groete Aan den Boekhouder Johan Fredrik Zugel Resident te Poulo Chinco Eersame Discreeten Den te Adjarhadja Posthouden den Corporaal Borchard, na herwaerds op ontboden wordende, gaat thans den Corporaal, Volmer over om denselven op die Post te vervangen, Blyve na groete /:onderstond:/ Eersame Discreete /:Lager stond:/ UE: goede Vrienden /: Was ge¬ „teekent:/ C: H: v: Erath en: P: J: v: d: Stengh /: in margine:/ Padang den 8=e September 1787:—. Aan als vooren Van de Doepaties off A. Songhouls van Corinthies eenen Briev gekreegen hebbende dat deselve op Indrapoera waren en graag naer herwaerds komen wilden, egter bevreert waren om eenig ongemak op weg door Comp„s Landen te zullen ontmoeten hebben eenen Bouginees met den aan mij gesonden Boden, na derwaerds gesonden om deselve af te haalen, met Last aan den Corporaal te Adjarhadja om van die Post nog een Bouginees meede te geeven om deselve na herwaerds te Cenvoyjeeren, 't geen tot UE Communicatie diend. Haar Hoog Edelheedens meede gelast hebbende, om van 't alhier vallende Sapanhout zo veel op te koopen als immers mogelyk is, en en tot een Voor beels gegeeven hebbende den Jnkoop daar van te Bina á ƒ 2:1:4. en te Jara á ƒ 2:9:8 hollands geld per picol, zo word UE: gelast bij deesen also dit Hout voornamentlijk in 't Sillidase en Poulo Babie Valt, den Inkoop daar van te doen tot zo groete
English
large quantity and civil price as is at all possible, and to forbid all export thereof most strictly on penalty of confiscation, We judging that when the export is forbidden, this timber will certainly be obtainable for the prices as dictated by the given examples. I remain, after greetings, Ending. Padang, the 8th September 1788. P.S. Their High Excellencies having ordered the master shipwright at Batavia to stow the cargo for Chinco on top as much as possible, you are hereby informed thereof so as to be prepared against the arrival of the ship to quickly unload the goods at hand therein, for which you may employ the pantjalling, which must however not be delayed thereby, but must depart together with the ship hither as pilot. To the same as before. For the writing off of the customary wastage requested by you by letter of the 18th December, provided it does not exceed what is stipulated for it by the regulations, you are hereby authorized, and also notified that the other papers sent with this letter have reached us in conformity with the register. I remain, after greetings, Ending. Padang, the 2nd October 1787. To the same as before. Judging by the present last season of the year that the Company's ship will presumably arrive from the north, 424 arrive, you are ordered to send back the pantjalling De Nieuwe Vreede hither at the first good opportunity after receipt of this; should it happen against expectation that the ship might yet appear from the south, and you might for that reason need the pantjalling for the unloading, then you may at once give notice thereof by express messenger, whereupon the same will come over again with all haste to your assistance. You must now also ship hither in this pantjalling all the unrefined gold remaining on hand. I remain, after greetings, Ending. Padang, the 8th November 1787. To the same as before. The ship De Standvastigheid having arrived here on the 18th of this month from the north, this serves to notify you thereof; although we do not doubt whether the pantjalling De Nieuwe Vreede will already have departed from Poulo Chinco for this place, we nevertheless strongly recommend, in case this might through some hindrance not yet have taken place, that the same come over with all haste. We remain, after greetings, Ending. Padang, the 20th November 1787. To the same as before. The English Consul Peirse writing to me from Mocco that he, being there on a commission to settle the disturbances between the old king and his son, had heard that the Sultan of Indrapoura in the past month of March had sent someone to the young young warring Sultan and had let him know that if he was in distress, he would assist him with men and weapons, and could also be supported by me; thus you are hereby ordered to summon the Sultan of Indrapoura to Poulo Chinco at once, to question him most firmly regarding these sayings, and to make an inquiry whether the same are true or not, and thereupon to inform me thereof directly and to order the Sultan to remain on Poulo Chinco until I have written to you further thereanent. In the meantime, please send the enclosed letter further overland to Mocco Mocco to Mr. Peirse at once, and write once again further to the corporal commanding the post at Adjarhadja that he take good care, pursuant to my order given by letter of 29th June, not to meddle in any way with those affairs. I remain, after greetings, below stood: Honorable, Prudent, lower stood: Your good Friend, was signed: C. H. v. Erath, in the margin: Padang, the 5th December 1787. To the same as before. The 200 thails of unrefined gold sent hither by you with the pantjalling De Nieuwe Vreede have reached us and been found accurate, the same will be smelted at the first opportunity and your office credited therefor. I remain, after greetings, below stood: Honorable, Prudent, lower stood: Your good Friends, was signed: C. H. v. Erath and P. J. vd. Stengh, in the margin: Padang, the 13th December 1787. To 423 To the same as before. You will receive with the pantjalling De Nieuwe Vreede, as appears from the accompanying invoices and bill of lading, such goods as could presently be shipped therein in satisfaction of your requisition of the 24th December last; the powder will be sent after at the first opportunity, and you are ordered to unload this pantjalling with all haste and send it hither with all the gold on hand, so that it may yet be sent to Batavia with the ship. The soldier Johan Godlieb Ritter will receive his discharge if he does not wish to remain, but please take further trouble to see if it is possible to persuade him to stay and enter into a new contract, while the Buginese soldier Soema may indeed continue in his service again, but must first be punished with a punishment of the gauntlet, and the weapons made missing by him must be paid for according to Company custom, and it must be announced to him that if he absents himself again and is subsequently apprehended, he will be clamped in chains without connivance. Your further letter of the 29th December will be answered by a vessel departing within a few days, as the time is presently too short. I remain, after greetings, Padang, the 5th January 1780. Ending. To the same as before. While it seems clearly to appear that the Sultan of Indrapoura to the [illegible] by the Consul
Dutch transcription
groote quantiteijd en Cidele Prijs als immers mooge is, en allen uijtvoer daar van bij Straffe van Confis¬ catie ten strafsten te verbieden, oordeelende Wij wanneer den Uijtvoer verbooden is, dat dit hout wel voor de Preyse gelijk de gegeevene voorbeelden dicteeren zal te bekomen zyn, Blijve na groeten Sltt Padang den 8=e September 1788: — P: M: Haar Hoog Edelheedens aan den opper Equipagie meester te Batavia belast hebbende, de Lading Voor Chinco Zo veel mooglijk is boven op te Bergen word UE: daar van kennisse gegeeven om teegens de komst van 't schip in gereedheijd te zijn, van schielijk de daa in by de hand zynde Goederen te bossen, waar toe UE de Pantjalling emploijeeren kan, moetende egter de¬ =selve daar door niet opgehouden worden, maar met het Schip te gelyk na herwaerds als Loots Vertrekken Aan als Vooren Tot het afgeschreijven der der gewoonlyken spillagie door UE lij Brieve van den 18e xber: Verzogt mits niet Excedeerende het daar voor bij Reglement bepaalde, word UE: bij deesen gequalificeerd, als meede bedeeld dat ons de verdere bij deese Brieve gesondene Papieren Conform Register geworden zijn, Blijve nagroete Slott adang den 2e. October 1787 Aan als vooren. Bij de teegenswoordige Laaste Jaar geteijde oordee= lende dat het Comps. schip presumtief van de Noord komen zal 424 komen zal, word UE: gelast de Pantjalling de Nieuwe Vreede bij de eerste goede occassie na ontfangst deezer na herwaerds te rug te zenden, mogte het intuschen verwagting gebeuren dat het Schip nog van de Zuijd= kant zoude komen opdaagen, en UE: uijt dien Hoofden de Pantjalling mooglijk tot het Lossen benoodigt zijn, dan kan UE: per Expresse ten eersten daar van ken¬ nisse geeven wanneer deselve tot UE: assistentie weer ten spoedigsten overkoomen zal, Moetende UE: thans in deese Santjalling meede na herwaerds afscheepen, al het per restant zijnde Goud ongesmolten, Blyve na groete slott Padang den 8=e November 1787 Aan als vooren Het schip de standvastigheid op den 18e deeser van de Noordkant alhier gearriveerd zinde diend deese UE: zulks te bedeelen hoewel wij met twijffelen of de Pantjal: ling de Nieuwen Vreede zal reets van Poulo Chinio na herwaerds Vertrokken zijn, Recommandeeren Wij egter ten sterksten ingevalle zulks door eenige Verhindering nog niet mogte geschieden zijn, dat deselve ten spoedigsten overkome, Blijven na groete slott Padang den 20=e November 1787. — Aan als Vooren Den Engelsen Consul Seirse mij van Mocco schreij= vende dat hij, aldaar in Commisse zijnde om de on¬ „lusten tuschen den ouden Koning en zijn zoon te beslissen, gehoord hadde, dat den soulthan van Jndra= poura in de gepasseerde Maand Maart ijmand aan den Jongen dee= Noord zal a Jongen oorlogenden soulthan gesonden en hem hadde laaten weeten dat als hij in Verleegendheijd was, hij hem met Volk en Wapens helpen zoude, en ook van mij zoude kunnen ondersteund worden zo word UE: bij deezen gelast den Soulthan van Indrapoura ten eerste tot zig na Poulo Chinco te ontbieden hem over deese gesegdens ten sterksten te onderhouden, en onderzoek te doen of deselve waar zijn of niet, en mij vervolgens direct daar van te informeeren en Den soulthan te ordonneeren zo lang op Poulo Chinco te blyven tot dat ik dan nader UE: daar overgeschreeven hebben In „tuschen gelieft UE: ten eersten inleggenden Briev Verder over Land na Mocco Mocco aan d' Heer Peirse te zenden, en nog eens nader dan den Posthoudenden Corporaal te Adjarhadja aan te schryven, dat hij wel zorg drage ingevolge mijn bij Briev van 29=e Junij gegeeven Last om zig hoegemaamt met die zaaken te meleeren, Blijve na groete /:onderstond:/ Eersame Discreete /: lager stond:/ UE: goede Vriend /: was= geteekend /: C: H: v: Erath /:in margine / Padang den 5e December 1787. Aan als Vooren De met de Santjalling de Nieuwe Vreede, door UE: na herwaerds gesonden 200 Th:s goud ongesmolten zijn ons geworden en accuraat bevonden, zullende dezelve bij eerste occassie gesmolten en UE: Comp=e „toir daar voor ten goeden gebragt worden Blijve na groete /:onderstond :/ Eersame Discreeten:/ lager stond:) UE: goede Vrienden /:was geteekent:/ C: H: v: Erath en P: J: vd: Stengh /: in margine Padang den 13=e December 1787~. Aan 423 Aan Als Vooren UE geworden met de Pantjalling de Nieuwe Vreede blykens beykoomende Factuuren Cognoisse¬ „ment zodanige Goederen thans daar in hebben kunnen afgescheept worden in voldoening van UE: Eysch van den 24=e xberij J: l zullende het kruijt bij eerste occasie agter aangesonden worden en word UE: gelast dese Pantjalling ten spoedigsten te lossen en met al het aan handen zynde Goud na herwaerds te zenden op dat zulks nog met het Schip na Batavia versonden kunne worden Den soldaat Johan Godlieb Ritter zal zijne verlossing geworden als hij niet blyven Wil, dog gelieft UE: nadere Moeijte te doen of het moogelijk is hem te kunnen persuadeeren van te blyven, en nog een Nieuw verband aan te gaan, Terwijl den Bouginees soldaat soema wel weer in zijn Dienst kan blijven Continueeren dog alvorens met eene Straffe- spits gard, moet bestraeft worden, en de door hem absent gebragte Wapens volgens Compte ge¬ bruyk moeten betaald en hem aangezegt worden, dat als hij zig weer absenteerd en vervolgens geapprehendeerd kan worden, zonder Conniventie in de Ketting zal geklonken worden. UE: naderen Briev van den 29=e xber: zal met een binnen weijnig Dagen vertrekkend vaarthuijg be= „antworden terwijl thans de Tyd te kort is Blijve na grolle.— Padang den 5e Januarij 1780 Aan Als Vooren Terwijl het duijdelijk schijnt te blyken dat den k= soulthan van Jndrapoura aan de hem door den Consul me s g Slott.
English
Consul Peirse had no part in the intrigue laid to his charge, you may allow him to return back to his country, with a serious recommendation, however, to beware of suchlike matters. After greetings, I remain, underneath was written: Honorable, Discrete, lower was written: Your good friend, was signed: C: H: v: Erath, in the margin: Padang the 8th of January 1788. To the same as before. As we hope to be able to let the ship De Standvastigheid depart towards the end of this month and call on you, you are ordered to hold yourself in readiness by that time to ship off to Batavia aboard it all pepper and sappanwood currently in stock, as well as to send your requisition for Batavia for the years 1788/89 and 1789/90 hither immediately upon receipt hereof. While you are also informed for your communication that the Panglima Radja Mangsor, upon his request, has received his discharge from that dignity with retention of rank. After greetings, we remain, underneath was written: Honorable, Discrete, lower was written: Your good friends, was signed: C: H: v: Erath and S:s J: va: Stengh, in the margin: Padang the 14th of January 1788. To the same as before. Being informed that a small Bengkulu vessel is said to be lying at Indrapoura with some linens, you are ordered immediately to send thither and have this investigated, and should it be found to be true, to take this vessel to Soulo Chinco, and to send further report on how the matter stands. After greetings, I remain, underneath was written: Honorable, Discrete, lower was written: Your good friend, was signed: C: H: v: Erath, in the margin: Padang the 16th of January 1788. To the same as before! You receive herewith the pantjalling De Nieuwe Vreede, with 1 corporal and 10 European soldiers, to apprehend therewith and send hither all persons belonging to the English vessels of Bengkulu and Radja Darra. The necessary shackles are in the pantjalling, in which they can be locked up. After greetings, we remain, underneath was written: Honorable, Discrete, lower was written: Your good friend, was signed: C: H: v: Erath, in the margin: Padang the 24th of January 1788. To the same as before. The ship De Standvastigheid now returning towards Batavia, you are ordered to ship off thither aboard it all pepper and sappanwood in stock, provided with proper letters of advice and invoice. After greetings, we remain, underneath was written: Honorable, Discrete, lower was written: Your good friends, was signed: C: H: v: Erath and T: J: v: d: Stengh, in the margin: Padang the 30th of January 1788. To the same as before. With the ship De Standvastigheid you may discharge to Batavia the soldier Jan Godfried Kitter, you now receiving another in his stead. Regarding the requisition made for salt, we cannot grant you more than another two lasts, which you now receive along with 300 lb of gunpowder as shown by the enclosed invoice per the pantjalling De Nieuwe Vreede. We have received no more than 50 lasts of salt for this main office, which we require ourselves. As I cannot prove any smuggling trade against the Anak Roda of the Bengkulu prahu that entered Indrapoura, but am indeed obligated to believe him concerning what he brings forward in his excuse, I have released him again, and you may let him have his goods back, with the order, however, that he does not go to Indrapoura again but continues his course directly to Poulo Sage, and in case of the contrary, if caught again, he will be considered a smuggler. The Sultan and the Empress can abide by what I wrote to them in my last. After greetings, I remain. Conclusion. Padang the 8th of February 1788. To the same as before. As the general rumors spread by the English along this coast state that presumably a general war will arise in Europe, and we have also understood from the arriving and departing Acehnese that the English at Nattal are fortifying themselves strongly, we find ourselves obliged to instruct you to keep the Honorable Company's affairs at Soulo Chinco in such a state that if you should be given orders to break up the post, this can be done as quickly as possible and everything can be shipped off directly in the vessels sent for that purpose, while we recommend to you, and do not doubt that you will understand yourself, that it is nonetheless necessary that this orderly arrangement remains completely secret as yet to everyone without exception. After greetings, we remain. Conclusion. Padang the 22nd of February 1788.
Dutch transcription
Consul Peirse ten lasten gelegde konkelarij geen Deel heeft, kan UE: denselven na zijn Land, Weederom laaten te rug keeren, met ernstige Recommandatie egter van zig wel voor zoortgelijke stukken te wagten, Blyve na groete / onderstond:/ Eersame Discreete:/ lager stond:/. UE: goede Vriend:/ was geteekent:/ C: H: v: Erath /:in margine:/ Padang den 8e Januarij 1788. Aan als Vooren Alzo wij hoopen 't Schip de standvastigheijd teegen 't Laaste van deese Maand te kunnen laten vertrekken en bij UE: aan te gaan word UE gelast om zig teegens die Tyd in gereedheyd te houden, allen in voorraad zijnd Peeper en Sappanhout daar in na Batavia afte scheepen als meede ten eersten na ontfangst deezer UE Eijsch Voor Batavia voor de Jaaren 178 2/9 en 1788/90 na herwaer te zenden. Terwijl UE: teffens voor Communicatie gegeeven word dat den Panglima Radja Mangsor om zijn verzoek zijn ontslag van die waardigheijd met behoud van Rang gekreegen heeft, Blijven na groete (:onderston Eersame Discreete /:lager stond:/ UE goede Vrienden /:was geteekent:/ C: H: v: Erath en S:s J: va: Stengh /:in margine:/ Padang den 14=e Januarij 1788. — Aan als Vooren Geinformeerd zijnde dat op Indrapoura een klein Benkouls Varthuijg leggen zoude met eenig Leij¬ waaten, word UE: gelast om ten eersten naderwaer te zenden en zulks te onderzoeken laaten en vo waarheijd bevonden worden, dit Vaarthuijg na sou Chinco te neemen, en Verder Berigt te Zenden hoe 't daar meede geleegen is: Blijve na groete (:onder „stond:/ Eersame Discreete /:lager stond /: UE: goede Vrie /: was geteekent /: C: H: v: Erath /:in margine:/ Padang den den 16 Januarij 1788e Aan 425 Aan als vooren! UE: ontfangt bij deezen de Santjalling d' Nieuwe Vreede, met 1. Corporaal en 10 Man Europeese Milidairen om daar meede op te Vatten en na herwaerds te zenden Alle Persoonen behoorende tot de Engelsche Vaarthuijgen van Benkoulen en Radja Darra, De nodige Boeijen zijn in de Pantjalling waar in deselve kunnen ge¬ „slooten, worden Blijven na groete :/ onder stond:/ Eersame Discreete /:lager stond /: UE: goede Vriend /: was geteekent C: H: v: Erath /: in margine Padang den 24=e Januarij 1788. en Aan als Vooren. Het schip de standvastigheijd thans Batavia waerds te rug keerende Word UE: gelast allen in Voor¬ =raad zijnde Peeper en Sappanhout, voorzien met be= hoorlijke aanschreijvens en Ffactuur naderwaerds daar in af te scheepen Blijve na groete /:onderstond Eersaame Discreete /: lager stond:/ UE: goede Vrienden /:was getee= „kent:/ C: H: v: Erath en T: J: v: d: Stengh /: in mar= „gine:/ Padang den 30=e Januarij 1788. —. Aan als Vooren Met 't Schip de Standvastigheijd kan UE: na Bata= „via Verlossen den zoldaat Jan Godfried Kitter ontfangende UE: thans een ander in dies Plaats Op den gedaane Eijsch van zout kunnen wij UE: niet meer laaten geworden als nog twee Lasten die UE: thans beneevens 300 lb kruijt blykens inleggende Ffactuur per de Santjalling de Nieuwe vreede geworden, wij hebben niet meer als 50 Lasten zout voor dit Hoofd Comptoir ontfangen die Wij zelvst benoodigt zijn —. Terwyl ik aan den Annak Roda van de te In¬ k= „drapoura binnen geloopen Benkoulse Prauw geen smokkelhandel bewysen kan, maar . . Wel Aan wel in de verpligting ben om deselven te moeten geloven omtrend het geene hij tot zijn verschoning in brengt, hebbe ik denselven weer gelargeerd, en kan UE, aan hem zijn Goed Weer laaten volgen, met Last egter dat hij niet Weer na Indrapoura gaat maa direct zinen Cours na Poulo Sage Voortsett, en bij Contrarie van dien, Weer geattrappeerd Wordende als Smokkelaer zal geconsidereerd worden— Den Southan en de Keyserin kunnen zig houden aan 't geene ik bij mijn laaste aan deselve geschreeven hebbe, Blijve na groete Slott Padang den 8e Februarij 1788 7 Aan als Vooren. Also de Algemeene gerugten die door de Engels langs deese Cust verspreijd worden, dicteere dat presumtief een algemeen ooklag in Europa ontstaan zal meede wij van de af en aan¬ koomenden Atchienders verstaan hebben dat de Engelsen te Nattal, zig sterk fortificeeren, zo vinden wij ons Verpligt UE: aan te schrijven om sE: Comp:s zaaken te soulo Chinco in zodanigen staat te houden, dat als UE: mogte Lastgegeeven worden het Comptoir te maeken opbreken, zulk ten spoedigsten geschieden en alles in de daar toe gesonden, wordende Vaarthuijgen direct kunne affgescheept worden, Terwijl wij UE: recomm deeren en ook niet twijffelen dat UE: zelv wel begreijpen zal, dat het egter noodzaakelyk is, dat deese ordre schikking als nog ten eenema len secreet voor ijder een zonder uijtnaam blij¬ Blijven na groete —. Slott Padang den 22e Februarij 1788
English
127 To the same as before. Having examined the price current sent over by you under date of 29 January last for approval, it has appeared to us that although the same prices are offered for the linens as for those of such sorts which we have, they nevertheless yield a lower percentage of profit, which upon investigation appeared to us to result from the more expensive purchase thereof. However, while the native governs himself according to the prices of this Head Office, we provisionally approve the sale thereof, with the remark, however, that because of the meager profits on the gerasses and armozeens, no more shall henceforth be demanded of the same than you deem most absolutely necessary for the accommodation of the native and to prevent him from seeking the same in other places. We hope that on this account it will please Their High Nobilities to overlook the small profits which they yield. At the same time, we order you to inform us whenever you have collected a reasonable quantity of gold, at which time, on account of the critical times, we shall have the same brought hither. You are also sent herewith the requested qualification roll for the provision of the good months. Remaining after greetings, Close. Padang, 29 February 1788. To the same as before. The bark De Kreeft presumably being to depart from here for Batavia on the 26th upcoming, we have ordered the Master to call upon you and to take in the stock on hand of black sifted pepper. Wherefore we now write to you to hold yourself in readiness to be able to send with the said small keel to Batavia everything of that grain that has been gathered since the departure of the ship De Standvastigheid, provided with proper letters of advice and invoices, while you must use every effort, if possible, not to let this bark stay at Poulo Chinco for more than a single night. The requested slaves cannot be furnished to you at present, as we ourselves, because of frequent running away, are entirely without a single slave for the common work, and are now awaiting an opportunity to be able to purchase some, in which case you shall also be accommodated. In a further letter we shall reply to the petition made by you on behalf of the soldier Johan Hendrik Hamper. Remaining after greetings, Close. Padang, 22 March 1788. To the same as before. The bark De Kreeft now returning to Batavia, you are ordered to ship thither in it all the black sifted pepper in stock, provided with a proper invoice and letter of advice, and to make all possible haste with the dispatch of that small vessel. Close. Padang, 27 March 1788. To the same as before. Having promoted upon your recommendation the soldier Jan Hendrik Hamper of Hoorn to corporal, in accordance with the regulations on his current contract in pay, you receive herewith his commission. Remaining after greetings, Close. Padang, 17 April 1788. To the same as before. Having seen from your private letter of the 15th of this month that the letter sent thither to you under date of 22 February had not been received, I now send the duplicate thereof. And since the letters to Poulo Chinco are sent for the most part with native proas from that neighborhood, as much for lack of a better opportunity as to avoid the expense of expresses, and through the carelessness of the Malays several letters might easily be lost, I shall henceforth have all letters numbered, while this one now begins with No. 1; and if you should then notice that a number is missing between them, you must immediately give notice thereof. Underneath stood: Honorable, Discreet. Lower stood: Your good friend. Was signed: C. M. v. Erath. In the margin: Padang, 18 May 1788. To the same as before. Having seen from your letter of the 4th of this month that recently a party of 150 persons, refugees from the Kingdom of Moeco Moeco, arrived at Indrapoura, who desired to settle there and had for the most part formerly been subjects of the Sultan and had now returned to the kingdom because of the desolate state of Moeco Moeco, and you further requesting orders as to how to act with these deserters, these instructions are sent to you for your observation in that regard. Those who were truly born in Indrapoura and, contrary to the contract, may have chosen formerly to leave the land of their birth, shall be considered as refugees returning after their lawful authority, and forgiveness shall be granted to them on condition that they take a new oath of obedience and loyalty to the Company and give clear and evident proof that their upright intention is henceforth to behave as loyal subjects of the Company, and on that account immediately make a beginning with the laying out of new pepper gardens, and avoid all further intercourse with the subjects of Moeco Moeco. Those who are actual natives of Moeco Moeco and born on English territory must return again to their country and be considered as vagabonds who leave the land of their birth at the slightest disaster, and on that account not much good is to be expected from them, but who, at an unexpected rising difficulty, will immediately do the same again at Indrapoura, and will certainly return again to Moeco Moeco and their families and lands as soon as tranquility shall be restored in the land; thus they can be presumed to seek nothing else at Indrapoura than an idle life for as long as they cannot have such in their own country, just as with their admission their running in and out back and forth to Moeco Moeco and back again would be incessant, and might thus give occasion for the seduction of
Dutch transcription
127 Aan als vooren Den door UE: onder den 29=e Januarij J: l: ter approbatie overgesonden Preijs Courant geExa= mineerd hebbende is ons gebleeken dat wel voor de Leywaeten de zelfde Preyse gebooden zijn gelyk voor de geene die wij van die soorten hebben, dat deselve egter mindere procentos rendeeren, 't geen bij onderzoek ons gebleeken is voortkomende te zijn door den duurderen inkoop daar van, Terwijl egter den Jnlander zig na de Preyse van dit Hoofd Comptoir regúleerd approbeeren wij provisioneel den Verkoop daar van, met Remarque egter dat weegens de schraa¬ len Winste van de Gerassen en Armosynen van deselve niet meer voortaan geEyscht worde als UE: denkt dat allernoodzaaklijkst is, tot gerief van den Jnlander en om aan denselven te beletten, deselve op andere Plaatsen te gaan zoeken, Hopende wij dat 't uijt dien Hoofden Haar Hoog Edelheedens zal behagen de geringe Winste die deselve opbrengen te zullen passeeren, Terwijl wij UE: teffens gelasten ons ken= „nisse te geeven wanneer UE: een reedelyke quanti= teijd Goud ingesaam heeft, als wanneer Wij weegens de Critique Tijden het zelve na herwaerds zullen laaten overbrengen, gewordende UE: meede bij deesen de versogte qualificatie Rol: tot Verstrekking der goede Maande Blijve na groete slott. Sadang den 29e February 1788. Aan als Vooren. De Bark de Kreeft presumtief den 26=e aan= „staande van hier na Batavia, zullende vertrek= ken, hebben wij aan den Gezaghebber belast om bij bij UE: aante gaan en in Voorraad zijnde Peeper swarte geharpte in te neemen, Weshalven wij UE: thans aanschrijven om zig in Gereedheijd te houd met gemeld Kieltje alles wat van dat korl na 't vertrek van 't schip de Standvastigheijd, ingesaam is Voorsien met behoorlijke Aanscheijvens en Facte na Batavia te kunnen Versenden, Terwijl UE: alle Moeijte aanwenden moet, mooglijk zynde deese Bark niet langer als een enkelde Nagt op Poulo Chinco te laaten vertoeven— De versogte slaven, kunnen UE: thans nog niet geworden also wij zelvst door het Veele Drossen ten eenemaalen zonder een enkelde slav voor 't gemeen Werk zijn, en nu Geleegendheijd wagten; om eenige te kunnen aankoopen, in welke gevalle UE: mede zal geriefd worden Bij naderen Brieve zullen wij beantwoorden, de sollicitatie door UE: gedaan voor den soldaat Johan Hendk Hamper Blijve na groete slott Sadang den 22e Maart 1788 Aan als Vooren De Bark de Kreeft thans na Batavia terug koe „rende word UE: gelast allen in Voorraad zynde Peeper Swarte scharpte daar in na Derwaerds a te scheepen Voorsien met behoorlijke Factuur en aanschreyvens en met de depectie van dat Kieltje alleen mooglijken spoed te maaken slott Padang den 27e Maart 1788 Aan als Vooren op UE: voordragt den soldaat Jan Hendk: Hamp van hoorn tot Corporaal bevorderd hebbende ingevolg 429 ingevolge Reglement op desselvs lopend verband in gagie ontfangt UE: bij deesen desselvs Acte Blijven na groete slott Padang den 17 April 1788 Aan als Vooren uijt UE: particulieren Briev van den 15=e deeser gesien hebbende dat de Briev onder den 22e Februarij aan deselven afgesonden ginter niet ontfangen was, zende thans het dupplicaat daar van, en terwijl de Brieven na Poulo Chinco de meeste Tijd met Inlandse Trou¬ „wen uijt die Buurt zo bij gebrek van beetere occassie als ook tot vermijding van het Expressen geld versonden worden en door de slorsigheijd van de maleyers maakelijk meedere Brieve, zouden kunnen verlooren gaan, zo zal ik voortaan, alle Brieve nomineren laten, Terwijl deese thans met N=o 1 begint, en wanneer UE: dan ontwaard dat tusschen beijden een Nommer manqueerd moet UE: ten eersten daar van kennisse geeven (:onder= stond:/ Eersame Discreete /: lager stond /: UE goede vriend /:was geteekent:/ C: M: v: Erath /:in margine/ Padang den 18 Maij 1788 Aan als vooren uit UE: Briev van den 4e deeser gezien heb¬ bende dat onlaags te Indrapoura een Parthij van 150 Persoonen vlugtlinge van 't Reyjk van Moeco Moeco aangekomen waren die aldaar zig needer te zetten begeerden en voor 't grootste ge= deelte voor deesen onderhoorige van den southan ge¬ weest en thans wegen den desolaten staat van Mocco in 't Rijk te rug gekomen waren, en Wyders UE: ordres vragende hoedanig met deese overloopers te handelen, zo word UE daar omtrend deese ingevolg deese tot observantie gesonden. — De geenen die waarlyk te Indrapoura gebooren zin en teegens het contract aan hebben kunnen kiesen voor deesen het Land hunner geboorte te ver¬ laaten, zullen geconsideerd worden, als vlugtlinge die na hun vlagen wettige overigheid te rug keeren, en zal aan deselve vergiffenisse overleend worden onder voorwaaraen dat zij een nieuwen Eed van gehoorsaa heijd en Trouwen aan de Compe. doen en klaar blij¬ kende Beweijse geeven dat hun geregte meening is Zig Voortaan als Getrouwe onderdaanen der Compe te gedragen en uijt dien Hoofden ten eersten aan het aanleggen van nieuwe Peeper Thuijnen eenen Begin maken, en alle verdere ommegang met de onderdaanen van Mocco Mocco eviteeren De geene die Weezentlijke in boorlinge van Mocco Mocco zyn en op 't Engelse gebied gebooren zullen na hun Land weer moeten terug keeren, en geconsi¬ =dereed worden als Vagabonden die met het minste de= sustre het Land hunner Geboorte ten eersten Verlaaten en daar uijt dien Hoofden niet veel goeds van te verwa ten is maar die met eene onverwagts opkomende stroppeling het selve ten eersten Weer te Snarapoura ook doen zullen en voorzeeker weer na Moeio Mocco en hun Fanniljes en Landerijen terug keeren zullen zo schielijk als de Rust in 't Land hersteld zijn zal, dus op snarapoura voor ondersteld kunnen worden niet anders te zoeken als een luij Leeven voor zo lange als zij zulks in hun Land niet hebben kun nen gelijk dat ook bij de toelating van hun het uijt en inloopen van hun over en weer na Mocco Mocco en weer te rug onophoudelijk zijn zoude en dies geleegendheijd kunnen geeven tot Verleijding van
English
of many other worthy subjects, in whom there is a greater interest than in such defectors, and whose loss would be more to be lamented than the benefit to be expected from an increase in a band of vagabonds. The Emperor of Mocco Mocco and Indrapoura already not being good friends, the detention of his subordinates would only incite him and even make him believe he is entitled to intercept on his side from Indrapoura as much as he can get, whether in people or in cattle, in order by that means to regain his subjects, and from that far-reaching troubles would arise. Also, without doubt, the English will reclaim these people shortly, because the desertion will be too striking and too ruinous for Mocco Mocco. And in order not to be the first to give cause for displeasure, and by this treatment to gain a point of leverage whereby they will be obliged, on upcoming occasions towards their side, likewise to conduct themselves according to reason, I judge it best that all native-born subordinates of the English be sent away again short and sweet, whereby presumably all further desertions will be stopped. Both of the persons who, according to this arrangement, after exact investigation has been made, may be retained as subordinates of Indrapoura, and of those who shall be sent back to Mocco, the Sultan of Indrapoura must form an accurate name list of men and women and send it to you, so that in case of need he can always render an account thereof, especially if perchance one or another of a great family should be among them. The defectors who are at Pongassang and Adjarhadja must be sent hither if they are Company servants; but in case they are of that same nature as the others, they are also included in the arrangement that I have made concerning them. I remain, after greetings. Castle Padang, the 10th of June 1788. To the same as before. For the provision of the good months ending ultimo August in accordance with the accompanying roll, you are authorized. In satisfaction of the requisition for merchandise sent by you, there can be granted to you 100 bars of iron, long flat; 4 sacks of Salempoeris, coarse bleached, and 4 ditto raw; together with two bales of Guinees, coarse bleached Ceylon. We can spare no more of this latter, and of the raw nothing at all, as there are still only about 10 corgies remaining in stock thereof. Under the authority of the Quartermaster Hendrik Mynstromp, there now goes over in your cargo prahu, as appears from the enclosed invoice, as much as it has been able to load, while it will be pleasing to us if you can send back this cargo prahu for the fetching of the remaining goods, together with the Quartermaster, as speedily as possible. And as the native at Poulo Chinco is nevertheless accustomed to pay no more for the linens than the prices at this main office, you are authorized, among the cloths now going over, if no more can be made of it, to knock off: the Guinees coarse bleached Ceylon at 6:4:— thalers; Sallempouris coarse bleached ditto at 2:14:— thalers; and the raw ditto at 2:10:— florins; such being the prices for which the same are bartered against gold here. The iron remains at its usual price. You are now further informed that the Bandhaara Radja d'Illier has been appointed Panglima of Padang, and in his place the Ponghoulou Radja Lingang has been appointed Bandhara. Now also going over is a native soldier for Adjarhadja. I remain, after greetings. Underneath stood: Honorable, Discrete. Lower stood: Your good friends. Was signed: C: H: v: Erath and P: C: v: d: Slengh. In the margin: Padang, the 21st of July 1788. To the same as before. This serves only for the conveyance of such goods as appear from the enclosed invoice, now going over thither per your cargo prahu under the supervision of the Quartermaster Hendrik Mynstromp, to depart in satisfaction of that which, from the drawn-up project of merchandise for your Residency, could not recently be sent; while you are ordered to send the Quartermaster Hendrik Mynstromp back hither again with the first good occasion. I remain, after greetings. Underneath stood: Honorable, Discrete. Lower stood: By order of the Right Honorable Lord Commander. Was signed: J: A: v: Koningsmark, Scribe. [illegible] To the same as before. [illegible] With the Quartermaster Mynstromp I have received your two letters dated the 6th of August. And Lieutenant Vogeling is now going to Indrapoura to bring the small vessel the Cornelia Adriana hither. Meanwhile, after greetings, I am. Underneath stood: Honorable, Discrete. Lower stood: Your good friends. Was signed: C: G: v: Eratt and T: C: Vd: Stenth. In the margin: Padang, the 8th of August 1788. Agrees: DAv Bessels To the same as before. With the Quartermaster Mynstromp [illegible] received your two letters dated the [illegible] and Lieutenant Vogeling is now going to Indrapoura to bring the small vessel the Cornelia Adriana hither. Meanwhile, after greetings. Underneath stood: Honorable, Discrete. Lower [illegible] Your good friends. Was signed: C: [illegible] and T: C: Vd: Stenth. In the margin: [illegible] the 8th of August 1788. Agrees: LDAvb No: 10 Copy Incoming Letters from Poulo Chinco Anno 1787/8
Dutch transcription
434 van veele andere brave onderdaanen daar meer aange¬ leegen is als aan zulke overloopers, en welker Ver¬ lies meer zoude te beklagen zijn als van den toe¬ „naam van een Parthij Landlooper voordeel te Ver= wagten is Den Keijser van Mocco Mocco en Jndrapoura reets geene goede vrienden zynde, zoude het aanhouden van zijne onderhoorigen hem maar aanzetten en zelvst doen geloven beregtigt te zijn om jnara= poura van zin kant meede te onderscheppen als wat hij krijgen kan het zij aan Menschen off aan vee om door dat Middel weer aan zyne onderdaanen te komen en daar uijt zoude verre gaande verdrietlijk heeden voortkomen, ook zullen zonder twiffel de Engelsen deese Menschen binnen korten reclamee¬ „ren om dat de overloop te Eclatant en te ruinees voor Mocco Mocco zijn zal en om met den eersten te zijn die aanleijding tot misnoegen geeft, en door deese Be= „handeling en steum te krijgen waar op zij verpligt zul= „len zyn bij opkomende occassies na hun kant ook Zig in gelyker voegen na Reedelykheijd te moeten gedra= „gen oordeele ik het '1 best dat alle gebooren onderhoori= „gen der Engelsen maar kort en Goed weer weg gesonden worden zullende daar meede presumtief met alle vredere overlopingen gestuijt worden zo wel van de Persoonen die volgens deele schikking na gedaan Exaet onderzoek als onderhoorige van Indrapoura aangehouden mogen worden, als ook de gee¬ nen die na Mocco te rug gesonden zullen worden, moet den southan van Indrapoura een accurate Naam Lyst van Mannen en Vrouwen formeeren en UE: toesenden, op dat hij 's noods altoos Reekenschap daar van doen kan Principaal zo somtijds den een of of ander van groote Familie daar onder zyn mogt De overlopers die op Pongassang en Adjarhadja zijn moeten na herwaerds gesonden worden als deselve Con¬ Dienaaren zijn, dog ingevalle zij van dien zelfde Aart zijn als de anderen, worden zij meede ingesla ten in de schikking die ik omtrend deselve gemaak hebbe, blijve na groete slott den 10e Junij 1788 Padang Aan als Vooren Tot het verstrekken der Goede Maande onder ult=o August Conform neevens gaande Rolle Word UE: gequalificeerd jn voldoening van den door UE gesonden Eijsch van Koopmanschappen, kan UE geworden 100 staven iser lang Platt 4 Sakken Sa „lempoeris groff gebleekt en 4 d„o Ruwe beneevens twee Pakken Guinees groff gebleekt Ceijlons kun¬ nende wij van dit laaste niet meer en van het ruw in 't geheel miets missen als zijnde daar van nog in omtrend 10 Corgies per Restant, onder het gesag van den Quartiermeester Hendrik Mynstromp gaat thans in UE: Last Trouw blykens inleggend Fact over zo veel als deselve heeft laden kunnen, terw het ons aangenaam zyn zal wanneer UE: dese Last Trouw ter afhaaling der nog resteerende Goede beneevens den Quartiermeester ten spoedigsten te rug zenden kan. Een also den Jnlander te Poulo Chinco dog ge¬ went is net meer voor de Leywaaten te betaalen a de Freyse ten deesen Hoofd Comptoir zo word UE: gequalificeerd onder de thans overgaande Doeken /2 er niet meer van te maaken is af te slaan, het Ginne groff groff gebleekt Ceylons teegens Th 6: 4:—. Sallem= pouris groff gebleekt d„o â th: 2: 14: — en het ruwe d„o â F: 2: 10:— zijnde zulks de Preyse daar voor deselve alhier teegens Goud gethoequeerd worden Blyvende het Yser op zyn gewoonlyke sreys, Wordende UE: thans nog tot Communica= tie gegeeven dat de Bandhaara Radja d' Jllier tot Panglinca van Padang en in zijn Plaats den Ponghaul Radja Lingang tot Bandhara aan gesteld is. Gaande thans nog meede over een Inland¬ se Militair voor Adjarhadja, Blyve na groete /:onderstond:/ Eersame Discreete /:lager stond /. UE: goede Vrienden /:was geteekent /: C: H: v: Erath en P: C: v: d: Slengh /: in margine:/ Padang den 21e. Julij 1788 Aan als Vooren Deese diena alleen ten geleyde van zodanige Goederen als blykens inleggende Factuur per UE: Last prouw thans na ginter overgaan onder op zigt van den Quartiermeester Hendrik Mynstromp om te vertrekken ter voldoening van 't geene dat op 't gemaakte Project van Koopmanschappen voor UE: Residen¬ tie laast niet heeft kunnen verzonden worden, terwijl UE: gelast word met de eerste goede occassie den Quartiermeester Hendrik Mynstromp weer na herwaerds te rug te zenden /: Blyve na groete :/ onderstond:/ Eersame Discreete (lager stond) Ter ordonnantie van den Wel Ed=e: Agtb: Heer gezag hebber /: was getee= kent:/ J: A: v: Koningsmark. Scriba„ ogte zyn Com de mo 1 4 Aan Aan als Vooren. Gehv. Corsbe Matter Met den Quartiermeester Mynstromp hebbe ontfangen UE: beyde Brieve gedateerd den 6e aug=s en Taat den Luijtenant Vogeling thans na In¬ drapoura om 't scheepje de Cornelia Adriana na herwaerds te bregen terwijl na groete ben /:onderstond:/ Eersame Discreete /:lager stond /: UE: goede vrienden /: was geteekent /: C: G: v: Eratt en T: C: Vd: Stenth /: in margine/ Padang den 8e Augustus 1788 Accordeert DAv Bessels Aan als Vooren. Met den Quartiermeester Mynstro ontfangen UE: beyde Brieve gedateerd der en Gaat den Luijtenant Vogeling thans drapoura om 't Scheepje de Cornelia Ar na herwaerds te bregen terwijl na gro¬ /:onderstond:/ Eersame Discreete /:lager /: UE: goede vrienden /: was geteekent /:C: en T: C: Vd: Stenth /: in margine/ den 8e Augustus 1788 Accord LDAvb No: 10 Copia Aankomende Brieven van Poulo Chineo D: A. 178 7/8
English
435 To the Right Honorable Sir! Christiaan Hendrik van Erath merchant and authority over Sumatras wett Cust Right Honorable Sir! The bearer of this, Bagindo Southan of Batang lappas, having stood ready to depart for Costi just upon the receipt of the packet of letters enclosed herewith and brought here by express overland from tijerhadja, I have the honor to send the same to Your Right Honor by this opportunity. Time being too short to serve with a respectful reply to Your Right Honor's recent respected letters of the 10th of this month, I am compelled to postpone this until a further opportunity, having meanwhile the honor to be with all due respect (at the bottom was written) Right Honorable Sir. (lower) Your Right Honor's humble servant (was signed) J: F: Zugel (in the margin) Poulo Chinco on Sumatras wett Cust the 12. september 1787. To the Right Honorable Sir, Christiaan Hendrik van Erath, Merchant and commander, and The Honorable Sir Mr. Philipus Johannes van der Stengh junior merchant and second of Sumatras westcutt. Right Honorable Sir and Honorable Sir, With the return from Costi of the vessels of Radja Darat of Jndrapoura and Radja Boeijang. 125 To the Right Honorable Sir! Christiaan Hendrik van Erath merchant and authority over Sumatras wethCust Right Honorable Sir! The bearer of this, Bagindo Southan of Batang lappas, having stood ready to depart for costi just upon the receipt of the packet of letters enclosed herewith and brought here by express overland from Aijerhadja, I have the honor to send the same to Your Right Honor by this opportunity. Time being too short to serve with a respectful reply to Your Right Honor's recent respected letters of the 10th of this month, I am compelled to postpone this until a further opportunity, having meanwhile the honor to be with all due respect (at the bottom was written) Right Honorable Sir. (lower) Your Right Honor's humble servant (was signed) J: F: Zugel (in the margin) Poulo Chinco on Sumatras West Cust the 12. september 1787. To the Right Honorable Sir, Christiaan Hendrik von Erath, Merchant and commander, and The Honorable Sir Mr. Philipus Johannes van der Stengh junior merchant and second of Sumatras westcutt. Right Honorable Sir and Honorable Sir, With the return from Costi of the vessels of Radja Darat of Jndrapoura and Radja Boeijang. Boeijang of Aijerhadje, having had the honor to duly receive Your Right Honor's respected letters of the 8th and 9th of this month, I have dispatched Corporal volmer, who was sent with them to the post of Aijerhadje to replace Corporal Borghart stationed there and summoned by Your Right Honor, to that place as soon as wind and weather permitted, and with that opportunity provided that post with board money and rations until the end of December next; having furthermore made known Your Right Honor's order to the first-mentioned Corporal, that for the convoying to Costi of the four Doepatties of Corinthis who have arrived at Indrapoura, he had to send along one of the Buginese stationed there. Their High Honors' very revered order to purchase as much of the sappanwood falling here for the Honorable Company as is ever possible, I shall let serve as my bounden duty and spare no effort to obtain as much of this dyewood as can be obtained hereabouts, having, to that end, directly upon the receipt thereof, written to all the native regents sorting under this little island to prevent it from being sold to private individuals in the future, and that they encourage their subordinates to deliver as much of it here as was ever possible, for which they shall be paid Twee ropijen per pikol. For the speedy unloading of what Their High Honors might have brought for this small office with the dispatch ship currently expected daily, 437 I shall not fail, according to the condition of this place, to make all possible haste, and let the pantchiallang the Nieuwe vreede, as soon as this has finished, depart for Coste together with that vessel as pilot. The trade books of this small office being about to close, I very humbly request to be permitted to write off in the same the ship and warehouse spillage specified in the accompanying memorandum, as it does not exceed what is stipulated for it by regulation; having further the honor to present herewith to Your Right Honor the return of the sales made here in the financial year 1786/7, a list of the Gold and Pepper Swarte geharpte gathered here in the said financial year, and a general inventory of all Honorable Company effects found here in actual existence as of the end of August last; as well as a receipt roll of the advances made under the end of August last on account of earned monthly wages to the European soldiers stationed here, for which they express their humble thanks to Your Right Honor. While I have the honor to be with all due respect (at the bottom was written) Right Honorable Sir and Honorable Sir (lower) Your Right Honor's humble servant (was signed) J: F: Eugel. (in the margin) Poulo chinco, on Sumatras west cutb: the 18e. September 1787. To the same as before: Corporal Borghard, summoned by Your Right Honor, having arrived here yesterday evening from Aijerhadje, now departs towards Coste. This [illegible]
Dutch transcription
435 Aan den wel Edelen Agtbaeren Heer! Christiaan Hendrik van Erath koopman en gezaghebber over Sumatras wett Cust Wel Edele Agtbare Heer! Brenger deeses. Bagindo Southan van Ba¬ tang lappas Juijst op den ontfangst van het hier nevens gaande en per Expressen overland van tijerhadja hier aangebragte, Pacquet brieven gereed gestaan hebbende naar Costi te vertrekken heb ik d'eere hetzelve met deese geleegendheid aan uwel Edele Agtb: af te zinden De tijd te kort zijnde, om daar meede in eerbredi¬ „ge Riscriptie te kunnen dienen, op uwelEd„e Agtb: Jongste gerespecteerde letteren van den 10e dezer ben ik genoodzaakt zulks tot nader geleegend„ „heijd uijttestellen hebbende middlerwijl d' Eere met alle verschuldigde Respect te zijn (onderstond /welEdele Agtbare Heer. / lager, uwelEd:e Agtb: onderdanige Dienaer /:was geteekend/ J: F: Zugel /in margine/ Poulo Chinco op Sumatras wett Cust den 12. september 1787. Aan den wel Edelen Agtbaere Heer. Christiaan Hendrik van Erath. Koopman en gesaghebber. en Den WelEdelen Heer Mr. Philipus Johannes van der Stengh onderkoopman en secunde van Sumatras westcutt. Wel Edele Agtbaere Heer en WelEdele Heer Met de terug komst van Costi van de vaarthuijgen van Radja Darat van Jndrapoura en Radja Boeijang. 125 Aan den wel Edelen Agtbaeren Heer! Christiaan Hendrik van Erath koopman en gezaghebber over Sumatras wethCust Wel Edele Agtbare Heer! Brenger deeses. Bagindo Southan van Ba¬ „tang lappas Juijst op den ontfangst van het hier nevens gaande en per Expressen overland van Aijerhadja hier aangebragte, Pacquet brieven gereed gestaan hebbende naar costi te vertrekken heb ik d'eere hetzelve met deese geleegendheid aan uwelEdele Agtb: af te zinden De tijd te kort zijnde, om daar meede in eerbiedi¬ „ge Riscriptie te kunnen dienen, op uwel Ed:e Agtb: Jongste gerespecteerde letteren van den 10e dezer ben ik genoodzaakt zulks tot nader geleegend„ „heijd uijttestellen hebbende middlerwijl d' Eere met alle verschuldigde Respect te zijn (onderstond /welEdele Agtbare Heer. / lager, uwelEd:e Agtb: onderdanige Dienaer /:was geteekend/ J: F: Zugel /in margine:/ Poulo Chinco op Sumatras West Cust den 12. september 1787. Aan den wel Edelen Agtbaere Heer. Christiaan Hendrik von Erath. Koopman en gesaghebber. en Den WelEdelen Heer Mr. Philipus Johannes van der Stengh onderkoopman en secunde van Sumatras westcutt. Wel Edele Agtbaere Heer en WelEdele Heer Met de terug komst van Costi van de vaarthuijgen van Radja Darat van Jndrapoura en Radja Boeijang. Boeijang van Aijerhadje d'eere gehad hebbende wel te ontfangen uwel Ed:le Agtb: gerespecteerde Letteren van den 8e: en 9e: dezer, heb ik den daar meede naar de Post Aijerhadje gezondene Corpo¬ raal volmer tot vervanging van den daar Pos „houdende en door uwel Ed:le Agtb: op ontboden Cor„ „poraal Borghart, zo dra wind en weer zulks permitteerden, na derwaerts afgevaerdigt en met die geleegendheijd dien Post met kostgeld & Rand „soen, tot ultimo december aanstaande voorsien hebbende wijders aan den eerstgen: Corporaal uwel Agtb:e ordre te kennen gegeeven, dat tot 't Convoijeer naar Costi van de te Indrapoura g'arriveerd zijnd vier Doepatties van Corinthis een van de daar bescheijdene Bougineesen moest meede geeven Haar Hoog Edelheedens zeer gevenireerde ordre omme het alhier vallende Sappanhout, zo veel voor dE: Compe op te koopen, als immers mogelijk is, zal ik mij ter mijner schuldplig¬ „tigen narigt laten strekken en geene moeijte spaeren, om van dit verffhout zoo veel magtig te worden, als hier omstreeks te bekomen zal zijn, hebbende, ten dien eijnde direct op den ontfangst derselver aan de gesamentlijke onder dit Eijlandje Resorteerende Inlandse Regenten aangeschreeven om te beletten, dat 't zelve in 't vervolg aan par¬ „ticulieren verkogt wierd, en dat zij haare onder¬ „hoorige aanmoedigden, om daar van zo veel als immers mogelijk was na herwaerds te Liweren zullende hunlieden daar voor Twee ropijen per¬ pikol betaeld worden. Tot de spoedige ontlossing, van het geene Haar Hoog Edelheedens met 't thans dagelijks verwagt werdende uist schip voor dit Comptoirtje mogten 437 mogten laaten aanbrengen zal ik niet manquee„ ren, na de gesteldheijd van deese plaats, alle moogelijke spoed te maken, en de Pantjallang de Nieuwe vreede, zo dra zulks g'eijndigt is met dien bodem te gelijk als Loots na Coste laaten vertrekken. De Negotie Boekjes van dit Comptoirtje op het sluijten staande, versoeke zeer needrig bij dezelve aff te mogen schrijven, de bij nevensgaan, de Memorie gespecificeerde scheeps & Pakhuis spillagie, als het daarvoor bij Reglement be¬ paalde niet exedeerende; hebbende voorts d' eere uwel Ed:le Agtbare hier nevens aantebieden het Ren„ dement van den in 't Boekjaar 1786/7. alhier ge¬ daan verkoop, een Lijst van het in gemelde Boek¬ „jaar alhier ingesamelde Goud en Peeper Swarte geharpte en eenen Generaalen opneem van alle onder ultimo August Jongstl=n alhier in waere wee¬ „sen bevonden zijnde sE: Comp=s Effecten. als meede eene quitantie Roll van de onder ultimo August jongstleeden gedaene verstrekkinge op Reekening van winnende maand gelden aan de alhier be¬ „scheijdene Europeese militairen waar voor wwel„ Edele Agtb: hunne ootmoedige dank betuijgen Terwijl ik d'eere hebbe met alle verschuldigde Respect te zijn /onderstond/ wel Edele Agtbaere Heer. en wel Edele Heer. /lager / uwelEd:e Agtb: onderdanige Dienaer /was geteekend/ J: F: Eugel. /in margine/ Poulo chinco, op Sumatras west cutb: den 18e. September 1787. Aan als Vooren: Den door uwelEd:e Agtb: op ontbodene Corporael Borghard Gisteren avond van Aijerhadje hier aange„ „komen zijnde. gaat thans Coste waerds over. Deeze ven
English
This serves as an accompaniment to the same, and for the rest I refer to my most recent respectful letter of the 18th of this month, and I have the honor to be with all due respect, Conclusion. Poulo Chinco on Sumatra's West Coast, 26 September 1787. As before. Jan. The pantjallang De Nieuwe Vreede, having arrived here on the 11th thereafter pursuant to Your Honorable worship's much-esteemed order by letter of the 8th of this month, now returning to the coast, I have, according to the enclosed invoice and bill of lading, for now shipped in it 200 thails of unrefined gold, which I most humbly request may be assayed and melted on the coast, and subsequently credited to our account here according to the fineness thus found, the remainder to be sent over in time by another favorable opportunity, in order to be ready for dispatch to India's capital before the return voyage of the expected coast ship. Should the ship nevertheless, contrary to expectations, come sailing up from the south, I will not fail to give Your Honorable worship the speediest notice thereof, and in that case, according to Your Honorable worship's favorable permission, take the liberty to request the return of the aforementioned pantjallang for the necessary assistance. Meanwhile I have the honor to be with all due respect, Conclusion. Poulo Chinco on Sumatra's West Coast, 13 November 1787. To the same as before. The pantjallang De Nieuwe Vreede received its dispatch from here as early as the 13th of this month, but being detained by daily continuous contrary winds and tempestuous weather, it was not able to set sail from here earlier than the 17th thereafter, and although it was no longer in sight the following day, it was nevertheless driven back again on the 20th of this month by contrary winds to Poulo Babie, and at the departure of this letter is still in sight of this island; wherefore I have ordered the bearer of this letter to go on board this vessel, and in the name of Your Honorable worship seriously enjoin the quartermaster on it to make all possible speed with his return voyage. Expressing humble thanks to Your Honorable worship for the notification of the safe arrival of the ship De Standvastigheid on the coast, and congratulating Your Honorable worship therewith, I have the honor to be with all due respect, Conclusion. Poulo Chinco on Sumatra's West Coast, 22 November 1787. To the Honorable Worshipful Sir Christiaan Hendrik van Erath, Merchant and Governor of Sumatra's West Coast. Honorable Worshipful Sir! The accompanying English letter having been brought here yesterday evening by a Bugis soldier from Aijerhadje, who is currently going to the coast to escort some priests from Pakalang Jamboes, I have the honor to forward the same to Your Honorable worship by that opportunity. The corporal stationed at the said place reporting to me that he found himself obliged, on account of the bad condition of the old guardhouse, to take up his quarters in the house of a Malay standing close by, and that this house, with some slight repairs made to it, would cost 50 rixdollars; and further that one of the two Bugis soldiers who deserted from there last May, named Soema, had voluntarily returned, very humbly requesting to obtain a pardon; I take the liberty to inform Your Honorable worship of this for now solely in a private capacity, until it shall please Your Honorable worship to inform me whether I may submit to Your Honorable worship, in a subsequent official Company letter, the request of that corporal to purchase the aforementioned house for the Honorable Company for the sum of 50 rixdollars, and to retain the aforementioned Bugis soldier there. Having meanwhile the honor to call myself with all due respect, (was written below) Honorable Worshipful Sir, (lower) Your Honorable worship's humble servant (was signed) C. F. Zugel. (In the margin:) Poulo Chinco on Sumatra's West Coast, 24 November 1787. P.S. The pantjallang, having been out of sight for several days, was driven back yesterday for the second time to the latitude of Poulo Babij, and at the departure of this letter is still in sight of this island. To the same as before. In dutiful compliance with Your Honorable worship's much-esteemed order by letter of the 5th of this month, I have summoned the Sultan of Indrapoura hither by a letter dispatched today by express messenger, and upon his arrival here I will make a careful inquiry into the accusation laid against him by the English Consul Peirse, currently on commission in Moco Moco, concerning a suspicious negotiation into which he is alleged to have entered, contrary to the prohibition issued to him, with the young Sultan of Moco Moco, who is at war with his father; of which I shall not fail to render a detailed report directly to Your Honorable worship hereafter, and I shall further detain the sultan here until I shall receive Your Honorable worship's further much-esteemed orders in his regard. Your Honorable worship's letter to Mr. Peirse was immediately forwarded under serious recommendation for speedy dispatch to the corporal stationed at Adjarhadje, and Your Honorable worship's much-esteemed order of 29 June was newly and emphatically enjoined upon him not to interfere in any way whatsoever with those affairs. While for the rest I have the honor to be with all due respect, Conclusion. Poulo Chinco on Sumatra's West Coast, 8 December 1787. To the Honorable Worshipful Sir Christiaan Hendrik von Erath, Merchant and Governor, and To the Honorable Sir Master Philippus Johannes van der Slugh, Junior Merchant and Second of Sumatra's West Coast. Honorable Worshipful Sir and Honorable Sir!
Dutch transcription
Deeze diend ten geleijde van dezelve ingerigt zijnde, gedrag ik mij voor 't overige aan mij Jongst affgegaane eerbiedige Letteren van den 18e dezer en hebbe d'eere met alle verschuldigde Respect te zijn slott Poulo Chineo op Sumatras Westcust den 26e September 1787 als Vooren Jan De Pantjallang de Nieuwe vreede ingevolge van uwel Ed:le Agtb: zeer g'eerde ordre bij letteren van den 8e. dezer hen den 11e daaraan hier aange¬ bragt:) thans naar coste terug keerende, heb ik blijkens bijleggende Factuur cognoissement voor eerst daar in affgescheept 200 Thaijlen Goud onge¬ „smotten, dewelke zeer needrig verzoeke, dat â Costi mogen werden g'Essaijeert en gesmolten, en vervol„ gens na dus bevonden gehalte na herwaerts ten goede aangereekend worden, zullende t Restevren „de nog in tijds door eene andere goede geleegendheid overgezonden worden, ten eijnde nog voor de te rug reijse van het verwagtende Cust schip ter verzending na Jndias hoofdplaats gereed te kunnen zijn. Mogt het schip somtijds nog teegens verwagting van de zuijd komen opdragen, zal ik niet man, „queeren uwel Ed:e Agtb: hiervan ten spoedigste na¬ rigt te geeven, en indien gevalle volgens uwel Edelen Agtb: gunstige permissie de vrijheid gebruijken om de te rug komst van bovengem: Pantjallang ter noo¬ „digen assistentie te verzoeken; Jnmiddens heb ik d'Eere met alle verschuldigde Respect te zijn sloff Poulo Chinco op Sumat=s West Cust den 13:e November 1887. Aan als Vooren De Pantjallang de Nieuwe vreede heeft reets den 13„e dezer zijne afvaardiging van hier gehad, maar door dagelijks 439. dagelijks aanhoudende Contrarie winden en onstuij„ „mig weer teegen gehouden, heeft dezelve niet eer„ „der als den 17=e daaraan van hier onderzeijl kun„ „nen gaan, en hoewel den volgende dag niet meer te zien was, is deselve egter den 20e dezer weeder door teegen winden tot Poulo Babie te rug gedree„ van, en bij het afgaan dezer nog in 't gezegt van dit Eijland, weshalven brenger dezer hebbe gelast, om aenboord van dit vaarthuijg aan te gaan, en aan den quartiermeester daar op uijt name van uwel Edelen Agtbaere ernstelijk te recommandeeren, dat met zijn terug Reijze alle mogelijke spoed maaken, voor de bedeelinge van het behouden arrive¬ ment van 't schip de Standvastigheid a Coste uwel¬ „Edele Agtbare nederigen dank te betuijgen en uwel Ede Agtb: daar meede piliciteerende, heb ik d'eere met alle verschuldigde Respect te zijn slott Poulo Chinco op Sumat. s West Cust den 22„e November 1787. — Aan den WelEdelen Agtbaren Heer Christiaan Hendrik van Erath Koopman en gezaghebber over Sumatras west Cust Wel Edele Agtbaere Heer! De hier neevensgaande Engelse brief gisteren avond hier aangebragte zijnde door eenen Bou¬ gineeze soldaat van Aijerhadje die thans tot geleijde van eenige Papen van Pakalang Jam¬ boes naar losti gaat heb ik d' eere denzelve met die geleegendheijd uwel Edele Agtbaere toete zenden Den ten gemelden plaetse Posthoudende Corporael mij meldende, dat zig genoodzaekt gezien wegens de 8 nob„ 17 de slegte gesteldheid van het oude wagthuijs, in een huijs van een mallijer, daar digt bij staande zijn intrek te neemen, en dat dit huijs met eenig weijnige verbeeteringen daer aan op rd:s 50:— zoude te staan komen, in wijders dat een van die twee in Maij gls van daar gedeserteerde Bougineezen soldaeten namens soema vrijwillig weder was te rug gekomen verzoekende zeer neederig om Pardom te mogen erlangen; neuw ik de vrijheid uwel Edele Agtbaere hier van voor eerst eenelijk particulier kennis te geeven tot het uwelEdele Agtbaere zal behaegen mij te laaten onderrigten of ik het verzoek van dien Corporaal, omme het voorm: huijs voor de somma van rd„s 50:— voor dE: Comp=e te mogen inkoopen, en den bovengen=de Bougineese soldaat daar te mogen aanhouden by naeder aftegaane Compte brief aen uwel Edele Agtbare zal mogen voordraegen. Hebbende Intusschen d'eere met alle verschuldigde Respect mij te noemen (onderstond) welEdele Agtbare Heer. /lager/ uwel Ed=e Agtb=re onderdanige Dienaer /was geteekend/ C: F: Zugel /in margine:/ Poulo Chincq op Sumatras westCust den 24e November. 1787. P: S: De Pantjallang eenige dragen uijt 't gezigt gewee zijnde, is gisteren ten tweeden maale tot op de hoogte van Poulo Babij te rug gedreeven, en bij het afgaan deezer nog in 't gezigt van dit Eijland Aan als Vooren Ter schuldpligtigen opvolginge van uwel Ed: Agtb:e zeer g'eerde ordre bij letteren van den 5 dezer, heb ik den Suthan van Indrapoura bij eenin op heeden, per Expressen affgegaanen brieff A44 brieff na herwaerds ontboden, en zal na zijn hierkomst nauwkeurig onderzoek doen na de hem door den thans te moco moeo in Commissie zijnde engelschen Consul Peirse ten laste ge¬ legde beschuldiging aangaande eene verdagte onderhandeling waarin zig teegens het aan hem gedaane verbod ingelaeten zoude hebben, met den met zijnen Vader in oorlog zijnde Jongen Southan van moeo moco; waar van ik niet zal manqueeren, in 't vervolg direct aan uwel¬ Edele Agtbare omstandig verslag te doen en zal ik wijders den sulthan zo lange hier aanhou¬ „den, tot dat ik uwel Ed:e Agtb: nadere zeer g' „eerde ordres ten zijnen opzigte ontfangen zal uwel Edele Agtb: brief aan den Heer Peirse is immediaet onder ernstige Recommandatie ter spoedigen depeche aan den te Adjarhadje Post¬ houdende Corporaal afgegaan en aan denzelve op nieuws en nadrukkelijke genjungeerd UwelEd. agtb: zeer g'eerde ordre van den 29„e Junij om sig Hoegenaamd met die zaaken niet te meleeren. Terwijl ik overigens d' eere hebbe met alle verschuldigde Respect te zijn. slotf Poulo Chinko op Sumatras Westcust de 8„e December 1787. Aan den wel Edelen Agtbaeren Heer! christiaan Hendrik von Erath Koopman en gezaghebber en Den WelEdelen Heer! Mr. Philippus Johannes van der Stengh onderkoopman en Secunde van Sumatras Westcusf welEdele Agtbare Heer in Wel Edele Heer! hebben red Ter.