VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 9566

Bengal · 936 pages · 147 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_9566_0542 view scan ↗

English

that it would be regulated in this manner and as advantageously as possible. But the Director, without relying upon this, understood that regulating the one or the other with such a Nawab would merely be wasted effort, unless one could effect an agreement with the British, both in this and in all other points of trade, and in the meantime had thoroughly reflected on the means and ways that appeared to him to be the most advantageous to allow trade in general to proceed in a free and likewise profitable manner. He also immediately put the same on paper, and produced at the aforementioned session of 18 9ber a plan, according to which he thought to proceed once he should have arrived at Calcutta for the execution of the commission that Your High Excellencies were pleased to entrust to him by a separate secret letter of 14 June, and for which the Calcutta Gentlemen, by a letter to him and the Council of 3 and received 6 9ber, requested that commissioners might be dispatched. The document is incorporated therein with the Resolution of the above-mentioned date, and as the members declared they knew nothing to add or subtract, it was resolved on that day to request and authorize him, the Director, according to the dictates of the same, to negotiate the most advantageous conditions with the English. But since we cannot yet inform Your High Excellencies of the outcome thereof, and one change or another may easily occur in the negotiation, we thought we might well omit citing the various articles of the aforementioned draft here, since there will always be time enough after the conclusion of the conferences that are still to be held about it, referring ourselves in the meantime to the document itself. In consequence of the aforementioned resolution, the Director sent off a letter the day after to Lord Clive, to whom he had written on 7 previously the reasons that prevented him from departing at that time, informing His Lordship that he was now in a position to pay his respects to His Honour, but would wait until such time as his Lordship should fix a day. Whereupon the answer arrived the following day that a severe illness had obliged His Honour to change air and withdraw himself from the business of his government. But that the first days would be designated upon his return to Calcutta. Private address to Lord Clive However, that malady became more and more severe. In our affairs, one could observe going backwards day by day, so that on 28 of the aforementioned month, considering that our goods continually, not only on account of the aforementioned taxes by the guards stationed here and there on behalf of the Government, but even by the servants of the English, who held this and that chowkey in farm, were detained, and that private requests found no entrance, we resolved by a public address to Lord Clive and the Council at Calcutta, to lodge our complaint about many of the previous and harmful impediments in our affairs, with the request for a speedy and efficacious remedy. In the same, we did not conceal the means that had been employed by the Director some time before to get the boats home, namely by having the same brought hither by some men, and that on that occasion a native officer of the Chowkey at Dewanganj, situated in the Burdwan district, where a parcel of goods had been detained, was brought along, but sent on his way again unmolested. But this was cast up against us in the reply from the English Gentlemen as an act of the utmost violence, because, as it was said, we had once dared to violently, nay what is more, by using the authority of Lord Clive in a deceitful and treacherous manner, capture one of the officers of the English Company in their own lands and in the continuation of his lawful duties, and bring the goods hither, notwithstanding that we enjoyed on an equal footing with them all advantages in trade that they could either give us or obtain from the Nawab. Three sworn affidavits, the one from the ill-treated person himself, the other from one of his servants as a witness, and the third from a writer, we received with that letter; the first and second served as proof of the outrages committed against the aforementioned native, and the other to convince us as it were that the tax demanded there had never before been refused by any of the Nations. And after a remark concerning the insensibility we supposedly had regarding the benefits we enjoyed, the Calcutta Gentlemen emphatically declared that we might be assured that in the future they would sufficiently guard against such unheard-of proceedings, namely by permitting us the profits of the trade in the Aurungs situated in the lands of the English Company on no other condition than after a sealed and equitable payment of the public tax, but first demanding a proper

Dutch transcription

dat het in desen voegen, en zo voordee„ tig doenlik zou worden geregu„ leert. Dog de Directeur zonder zig hier op te verlaaten, begreep dat het re„ gulleren van het een ike te ander met zo een Nawab, maar vergeef¬ sche moeite zouweren, by aldien men niet met de brieden, zo in dit als alle andere pointen van den handel een overeenkomst kende bewerken, en hadintus„ scheen rypelijk zine gedachten laten gaan, over de middelen, en wegen, die hem toescheenen de voordeeligste te zijn, om den handel in het generaal een libe„ ren en tevens protitablen voort gang te doen hebben. Hy stelde dezelve ook onmiddelik ten papiere, en produceerde ter voorm: sessie van 18 g=k een plan, waarna hy dagt te werk te gaan, als hij te Kalratte zou gekomen wezen, ter afdoening van de commissie die U Hoog Edelens hem by een aparte secreete brief van den 140 439 1126 14 Juni hadden gelieven opte draegen, en waartoe de kalkat, sche Heeren by een brief aan hem en de Raad van den 3' en ontvan„ gen den 6 9ln versochten, dat gecommitts mogten werden afgevaardigt; Het geschrift sdaar by de Resolutie van bovengem. datum ingelijft, en dewijl de leeden verklaarden, en niets te weeten by of aftedoen, zo werd ten dien dage gearresteerd, hem Directeur te verzoeken, en te au„ toribeeren na dictairen van hetzelve, de voordeeligste voorwaer den by de Engelsche te bewerken. Dan dewyl we den uitslag van dien U HoogEdelkeeden nog niet konnen berichten, en er „ de ne„ gociatie ligtelijk de eene of au„ dere verandering kan voorval„ len, deuzen we wel te mogen nalaaten, thaar de differente artikelen van het voorsz ontwerp bij desen aantehalen, dewil het altoos tijd genoeg zal wezen, na het particulier aan„ laeking bij herd Clive het afloopen van de conferentie, die en nog over gehouden zullen wor„ den, ons middelenwijle aen het papier zelve refereerende. Jngevolge van het voorsz besluit lief de Directeur daags daar aan een brief afgaan aan Lerd Cline aen wien hy den 7 bevooren de reeden had geschreeven, die hem verhinderde toen ter tid te ver„ trekken, zijn Londschap bedeelende taar in staat te wezen, zyn op„ wachting by zijn Edele te maren, dog te zullen vertoeven, tot en tijd hy Lord een dag zou bepaalen. waer opdaags daaraan tot bescheid quaa dat een zwaere ziekte zyn Edele ver¬ plicht had van luicht te veranderen en zig de berigheeden van zijn gou vernement te onttrekken. Dog dat er by zijn terugkomst te kalkatta de eerste dagen beste bestemd zou worden; Maar die quaal werd hoe langer hoe hevigen. men bespeurde in enre zaaken, dog aen dag den kreften gang 483 gang, zo dat we op den 28 der voorsz maand, uit aanwerking, dat ons goe„ deren by continuatie, niet alleen om de wille van de voorm schattenig eus, door de wagters van wegen de Regeering hier en daar gesteld, man zelfs door de bediend van de En„ gelschen, die deese en geene sjoukier in past fonin hadden, wierden aangehouden en dat de particuliere verzoek geen ingang van den, revolveerden by een publiq addrer aan head Clive en de Raadte kalkatte, over veele 4 der voorgaande en delijke verhinderingen in onse affaires, ons beklaag ons beragte doen, met versoek om een spoedig en efficatieur. By het zelve versweegen wy niet, „de middelen „dat er door den Directeur eenige tijd te voren waren in het werk gesteld, om de Lquwaten, te huis de krijgen, namelijk deselve door eenig volr herwaards te laaten brengen, en, dat de bij die gelegen„ gelegenheid een inlander of ter kaar van de Sjouxie te Dewangends, gele„ gen in het Berduaansche, daar een party goed gearresteerd had geleegen mede gebracht, dog weder engemalesteert zyne weegs gesonden was, maar dit werd om by het antwoord van de Heeren Engelschen aengevreeven als een daad van de uiterste violentie om dat, zo men zeide, wy eens had„ den verstout een der Leermannen van de Engelsche Comp in hare eige landen en in de voortzetting zijne wettige verrichtingen geweldiglijk ja wat meer is, door op een bedrie„ gelijke en verradelijke wijze het ge¬ zag van haad Clive te gebruiken gevangen te neemen, en het goed herwaards te brengen, niet tegen„ staande wy alle voordeelen in den handel, die zij ons of geven, of van den Nawab verkrijgen konden met hun gelijkstandig genooten. Drie beeedigde verklaringen, de eene van den uirhandelden persoon zelve, de andere van een zijne 112 o zijner bedienden als getuige en de derde van een schryver ontvingen we met die brief; de eerste en twee de diende tot bewys van de gepleegde feitelykheeden aan vooren inlander, en de andere om ons quari te over„ tuigen, dat de schatting, die thaar gevordert wierd door geene der Na„ tien te voeren ooit zou geweigerd wesen, en na een aammerring over de ongevoeligheid, die we zou„ den hebben, omtrent de voordee„ len, die we genooten, verklaer„ den de kalaatsche Heeren aenduit dat wi verzeekerd mogten zijn, dat zij in den aanstaande ge„ noegraam zouden waaren tegen zulke ongehoorde verrich„ tingen, met namelijk ons de profijten van den handel in de Arreugs gelegen in de Landen der Engelsche Compe, op geen ander¬ de voorwaerde toe te laaten, daar na een gezegelde en billijke be„ taaling der openbaare schatting dog vooraf vorderende een behoor„ lyke

NL-HaNA_1.04.02_9566_0548 view scan ↗

English

decision to refute this to the best of our ability and seek Their High Excellencies' approval. This letter dated the 18th ultimo was on the 24th of that month a subject of our most careful deliberations. As we had undertaken nothing that could give rise to any estrangement, considering that the collection and escorting of merchandise to protect it against violent and unreasonable extortions is no novelty but customary throughout the entire country; that the apprehension of the native occurred on the sole authority of those sent out, without the Director's prior knowledge, yet without the slightest deceit employed in the one or the other, nor was the name of Lord Clive used, but it was stated by the head of our Peons that he was sent on behalf of the Dutch Company to collect the silk, as was offered to be confirmed by a sworn statement; it cost us little effort to refute the rest of the letter. For, no communication or denunciation ever having been made to us that Bendewaer and the dependent districts were lands of the English Company, we claimed ignorance thereof, and considered the remaining pretension of tribute as a tyranny, directly contrary to the contents of the firman and sanads obtained by us. We request Your High Excellencies to review regarding this entire matter the aforementioned secret resolution, wherein all circumstances are noted, upon which it will appear to Your High Excellencies that we have defended the interest of the Company to the best of our knowledge, and at the same time showed the British gentlemen that, however formidable they may be in this country, it by no means gives them the right to treat us, and thereby in turn the entire nation, with such uncommon contempt as to demand submission from it for what has befallen a single subject through his own doing; an affront which we thought gave us the greatest right to demand satisfaction ourselves. To prevent all misunderstanding, we had that letter translated into English and sent the translation along with it, so that it dragged on until the 9th current before we could dispatch it, but no response has followed thus far. Furthermore, it appears from the secret resolution of the 28th that the servants at Kassembazaar in their ordinary letter of the 19th of that month communicated that which Chief Bacheracht, as said before, had already long previously written to the Director in private, namely, that they held the aforementioned Mr. Sykes to be the one who subjected us to so many vexations in the matter concerning the pretended inspection of the vessels, etc. For, the Jellingy Daroga, when requested for the usual clearance passes beyond that place, had replied that he had orders from that gentleman not to issue them, except under the below-mentioned restriction that the goods should be ready on the row-boats and the vessels should be inspected, without the representations made against this to the said Daroga having helped at all; and why the Chief had the second, Mr. Bazu, confer with the aforementioned Mr. Sykes on this matter, with the result that his Honour, after having availed himself of many pretexts, upon the insistence of the aforementioned Bazu, finally agreed to write to Lord Clive about the matter in question. So that we, on that day, inferred with the servants from the wavering attitude of Mr. Sykes that the objective was merely to make the dispatch of our goods very difficult or rather entirely impossible for us secretly and under the pretext of the Nawab's pleasure; the more so since, as the servants further write, the aforementioned Daroga, after receiving the report of the second, when immediately asked for the pass, issued it at once, because the aforementioned Mr. Sykes, having been conferred with on the subject with more earnestness than he had possibly expected, had ordered him to grant those passports as usual. And upon all of which the servants made some further appropriate remarks, which we then, having as yet no light on the matter, fully approved, although it was later learned that he, Sykes, undertook nothing except on the special order of the Calcutta Ministry, as will appear more broadly in the following. To remain first with the matter itself: by the aforementioned Kassembazaar letter, the servants also informed us that the Chief, upon receiving a report regarding the detention of some vessels with linens coming from the aurangs across the river, had complained to the Nawab about the disobedience and insolence of several toll-gatherers, requesting a written order to the same, to the end that they desist from such outrages and, among other things, the extorting of money from the people who had charge of the vessels; and that His Excellency there

Dutch transcription

besluit om hun dit naer beste fuco. gen te wederleggen lyke onderwerping voor de hoor, die men hun Edelens had aangedaan. Dese brief gedateerd den 18 xtn war den 24 dier maand een onderwerp van onse aandachtigste deliberatien. Daar wy nu niets hadden onderno men, dat aanleiding tot eenige verwijdering kon geven gemerkt het afhaalen en escorteeren van koopmanschappen, om ze tegens geweldige en onreedelijke extarien te beschermen geen nieuwigheid maar door het gansche land gebru kelijk is, de exprekensie van den e inlander, door de uitgesondene op eige autoriteit aldaar zonder der Directeurs voorkennisse ge„ schied, dog tot het een nog het au„ der geen het minste bedrog in het werk gesteld, of de naaaw van Lord Clive gebruikt, maar door het hoofd van onse Pions gesegt was, dat hy wegens de hollandsche Com„ pagnie was gesonden, om het zij waat aftehaalen, gelijk gepre„ senteerd wierd met een beeedigde keur verklaring 29 72 en Haar HoogEds goed keuring te fralken verklaring te bevestigen, zo war het ons weinig moeite de rest van de brief te wederleggen, want ons nooit eenige communicatie of denue ciatie gedaen zijnde, dat bendewaer en de onderhoorige districten lan„ den van de Engelsche Compagnie waren, pretendeerden wy dewegens ignorantie, en hielden de overige pretensie van schatting als een dwing gelandg, direct strijdig tegen den inhoud der door ons verkreegene fircanr en tennede. Wy verzoeken U Hoog Edelheedens omtrent deeze gansche zaak de voor in secreete resolutie, waarby aller omstandigen is aengeteekend te willen nazien, wanneer u HoogEdelens zal blijken, dat wy na onse beste kennisse het belang van de Compagnie gedefendeet, en de Heeren Britten met een getoond hebben, dat hoe gedugt zij ook hier te lande zyn, het huu echter geensints het recht geeft om ons en duu bij wederomstuit de verhael wopen het voor„ gevallene tusschen de kassemb: bedend Heer sijker 11 30 de gansche natie met zo een ongemee„ ne kleinachting te bejeegenen van haar om het geen eenigering subject door zijn eige toedoen is overgeko„ neen, onderwaping aftevorderen, een hoor, die wydachten ons het grootste recht te geven, om zelfs vol„ doening te eisschen wy hebben om alle nur verstand voortekomen die brief laaten in het Engelsch overzetten en het translaat daarby overgesonden, zoo dat het hier door tot den 9 courant is aangeloopen, een we deselve kon„ den afzenden, maar daar is tot nog toe geen rescriptie opgevolgt. voorts blyvt by het secreet besluit van den 28 9=l, dat de bediend te kassecbazaar en by haare gemeene letteren van den 19 dier maand hebben bedeelt, dat geen, het welk het opperhoofd Ba„ cheracht, zo als hier voor gezegt is den Directeur reets lange bevoo„ reur in het particulier geschree„ ven had, namelijk, dat zij den Heer 441 Heer Syver voormeld hielden voor die geene, welke ons in het stuk betreffende de gepretendeerde visi„ tatie der vaartuigen eiz aan zo veele verdrietelijkheeden expeneer¬ de, also de Jellingysche Daroga om de gewone largatie briefjes voorbij die plaats verzocht zynde geantwoord had, ordre van dien Heer te hebben om deselve niet aftegeven, als onder de needr aengehaelde restrictie, dat de waaren op de Desters bereed gesteld, en de vaartuigen gevisi„ teert zouden zijn, zonder de daar tegen gedaane vertoogen aan gemelde Daroga iets hadden mogen helpen; en waarom het opperhoofd voorsz Heer Siker door den secunde Brueir. hier over had laaten onder„ houden met dit gevolg, dat zijn E, na zig met veele voorwend: sels beholpen te hebben, op het msteeren van voorm Baueir eindelijk had aangenomen over over de zaak in questie aan Lond Cl ve te zullen schrijven, zo dat we ten dien dage met de bedienden uit de wijffelende verhouding van Ma Sijker op maarten, dat het doelwit maar was, ons heuw lyk en onder paetext van s Nawab welgevallen, de verzending onser kosse goederen zeer beswaarlijk of lie„b deu va geheel onmogelyk te maarena te meer, daar zo als de bediend verder schrijven, de voorm: Da„ roga, na het bekomen rapport van den secunde, onmiddelijk om het passage briefje gevraagd zijnde, het zelve ten eersten liet volgen, door dien vooren Heer Sijker niet meer ernst, als hy mogelijk vermoend had, op het sujet onderhouden, hem geordonneert had, die parpoorts als na gewoonte te verleenen, en op al het welke de bediend den eenige verdere gepaste aan„ merkingen maakten, die wij toen, als nog geen licht van de doet zaak 443 daeleantie van het kossenb: opperhoofd by den Neewab of het aenhouden van eenige vaartuige zaar hebbende, volkomen anco„ veerden, hoe wel men nader, hand geinformeerd is, dat hy Sijker, niets als op speciale last van het kalkats Ministerie ondernomen heeft, gelijx in het vervolg breeder zal bliken. om eerst by de zaak zelve te blyven. By de voormelde kassemba, zaarsche brief gaven de bediend ons ook keuuis dat het opperhoofd op bekomen rappert wegens het aanhouden van eenige vaer„ tuigen met Lynwaten, uit de overzijdsche arrengs komende by den Nawab had laaten dolee„ ren over de ongehoorsaam„ heid en brutaliteit van verschei„ de straadwagters met verzoek om een schriftelijke onrdre op dezelve, ten einde van dien gelijke buitenspoorigheeden en onder andere het afpeossen van geld van de Luiden, die het gezag op de vaartuigen hadden aftezien, en dat zijne Excellentie daer

NL-HaNA_1.04.02_9566_0554 view scan ↗

English

An order issued by His Excellency, which was found to be of too broad a meaning. The Council conforms to a drafted ardas from the Director. He had issued such an order in response, as the servants found in the original, the translation of which is recorded in the Secret Resolution of the 28th ultimo, dictating among other things that the chowkidar could take half a rupee from each vessel, but had to let them pass. However, we considered this to be of such an extensive and broad meaning that if every guard post were to make use of it, the expenses would run very high, and we therefore believed, along with the Director, that an alteration ought to be sought in this matter. Conforming ourselves on that day to an ardas or petition provisionally prepared by him to the Naib Subah Muhammad Reza Khan, who directs everything because the great Nawab is still a minor, and wherein, besides a representation concerning the privileges of the Company recently renewed by the Shah, he was also reminded of the promise which he, with a handshake, had made to the Director regarding the matter in question, the contradiction thereof by the issued order of the great Nawab, and the non-observance of his order for the release of some of our vessels, which had lain detained at a certain jetty, Poentia, for nearly two months, and, as appears from an accompanying sworn attestation, were released and arrived here only after the lapse of a considerable time and the extortion of an expenditure of 470 rupees. And resolution to send it to the servants at Kasimbazar. We resolved on the same day to send the aforementioned ardas to Kasimbazar, with orders to the servants to insist emphatically upon its delivery on the promise of His said Excellency. But if no hearing were obtained on that point, to endeavor at least that a determination should be made at which guard posts the aforementioned contribution should be paid, and if it were possible, that the same would need to be delivered nowhere else than at Jellinge and three other chowkis, where previously the tax of eight annas was indeed paid by the manji, and finally to have the necessary representations made regarding the money extorted at Poentia. New order from the Nawab regarding the mooring and inspecting of the vessels. Yet this order had scarcely been dispatched when a parwana from the aforesaid Muhammad Reza Khan was brought here, containing a further order on the mooring and inspecting of the vessels. Almost at the same time, the Faujdar of Hooghly sent to ask the Director for a new advance payment of toll, and upon the reply that as much had already been paid as was required for the cargo of the dispatched return ships, and that in the present situation, or as long as we were obstructed in the execution of trade and rendered as if helpless merchants, whether we would indeed be able to provide a proper cargo in due time for the remaining return vessels, of which we had already had to send one, namely the Ysselmonde, back empty, we were unable to make any further advance payment, with the request that the Faujdar, after a proper consideration of the validity of our refusal, would write most favorably to Murshidabad about it, and if possible bring it about that all unreasonable demands be abandoned, and that we might be enabled, by supplying the treasury, to increase the revenues and cause the country to flourish as before, the Faujdar had fully acknowledged the reasonableness of our complaints and agreed to report the answer given to us verbatim; but in order not to be suspected of collusion, he requested that we, writing to the Nawab, would not conceal his insistence and our objections thereto. Production of the same. All of which the first-signed presented to the members at the session of the 2nd of December, whereupon it was resolved on his proposal to allow this also to be incorporated in the ardas that was to be drawn up in reply to the aforementioned parwana, and at the same time to make known that the cause of the loss to the country's revenues was not to be blamed on us. Two days thereafter, or the 4th of December, the Director produced the translation of the aforementioned parwana in the assembly, in which was found a general regulation as to which places all our up- and down-going vessels must moor to be inspected, and at the end of it a declaration that whatever might be brought against it would be of no avail. Deliberation thereupon and concept of His Honor in that regard. Therefore, upon the proposal of the first-signed, it was taken into consideration whether one should simply submit to its contents with good grace, or take it up once more to demonstrate the unreasonableness and the disadvantageous consequences to be feared therefrom, and to insist that the pretense as if the inspecting of the vessels etc. had taken place in former days was completely fictitious and unprovable. The Director was of the opinion that although from all circumstances it appeared that this design would not easily be abandoned, since a back door thereby remained open, so that as often as we succeeded in struggling through the difficulties in the aurangs themselves, there would be another occasion with which to torment us and inflict difficulties on trade, that reason was nevertheless weighty.

Dutch transcription

een ordonn door zijn Excell: vleend, die van te uitgebreiden zin bevonden word de roedconformeert reij met een ontworpen arrdaast van den Direct=r daar op zodanig een ordonnancie had ver„ leend, als zy bediendens in originali overvond„ waar van het translaat by de meeren Secreete Resolutie van 28e gl is ingeschreeven, ender anderen dicteerende, dat de sjoukidaar van ider vaartuig een halve ropy konde neemen, maer dezelve aan moesten passeeren laaten; dog het welke wij zo uitgestrekt en ruim van zin oordeel„ den te zijn, dat by aldien ider stand wagten zig daarvan quame te bedien nen, de ongelden zeer hoog op stok zou„ den loopen, en vermeenden dier„ halven met den Directeur, dat hier in verandering behoorde gecogt te worden. Over zulx onr ten dien dage conformeerende met een arsdaast of supplicq door hem by provisie in gereedheid gebragt aen den Naib Soeba Mahuied Rezochan, die ver„ mits de groote Nawab nog minder Jaarig is, alles dirigeert, en waarby deselve buiten één vertoog over de voorrechten van de Comp onlangs door de schued venieuwd, ook wierd voorgehouden, de belofte, die hij onder en de teze 445 3 1132 en besluit om het aen de bedzen karsembazaer tezenden. onder handtasting, nopens de zaak in questie, aen den Directeur ge„ daan had, de tegenstridigheid der„ zelve door het uitgekomen bevel van den grooten Nawab, en het niet respecteeren van zyne ondrer tot largatie van eenige onser vaartuigen, welke aen zeekere steiger Poentia toen ten naesten byj twee maanden gearresteert had„ den gelegen, en blijkens eene deze verzellende copia beëedigde attestatie niet als na verloop van nog een geruime tijd, en de afs„ perssing van eene spendatie van 470 ropijen gelargeert en alhier aen„ gekomen zijn. wy beslooten ten zelven dage oor het voorm Arsdaast naer Kassemr basaer te laaten afgaen, met last aen de bediend, om by dier over„ gave met nadruk te laaten aan„ dringen op de belofte van ged zyne Exellentie. Dog daarom trent geen gehoor krijgende ten minsten aller aentewenden, dat nieuwe ordre van de Newal tot het aenleggeen visiteerd der vaertuige dat er een bepalling gemaakt wierd aen welke wagtplaatsen de voorsz contributie zoude betaeld, en zo het doenlijk was, dat dezelve nergens anders zou behoeven afgegeven te worden, als te Jellinge en nog drie andere sjoukier, alwaar voor deese de tax van Agt anar door de mantier wel is afgegeven, en ein„ delijk om aangaende het op soente afgeperste geld mede de nodige reprecentatien te laten doen Dog dit bevel was nauwelijks afges vaerdigt, of daar werd alhier aen gebracht een Perwanch van voor Mahuned Rezochan, eene nadere ordre op het aenleggenen visiteeren der vaartuigen vervattende. Genoegsaam ter zelver tijd liet de Hoeglische Tousdaar den Directeur vraegen, om een nieuwe vooruit verstrekking van tol, en op het aut¬ woord, dat men reeds zo veel opgebraah had, als er wesen moest voor de lading van de gexpedieerde retourscheepen tegenwoordige en dat men in de situatie, ofte zolange 447 zolange wy in het excecceeren van den handel gedwoorboomt, en als koopeloor gemaakt wierden of we wel in staat zouden zijn de overige retourbodeur, waar vau we er reets een /:ysselmonder namelijk:/ ledig terug hadden moeten zenden op zyn tijd een behoorlyke lading te bevorgen, niet in staat was eenige verdere voor uit verstrekking te doen, met ver„ zaek, dat hy Taar daar na een be„ hoorlijke overweeging van de ge„ grondheid onzer weigering, daar over ten favorabelsten naar Mhersid abaad schrijven, en der doenlyk bewerken wilde, dat er van alle onreedelijke vorderingen afgezien en wy in staat gesteld mogten worden, door het fourneeren aan de schatkist de inkomsten te vermeerderen, en het Land als voorheen te doen floreeren had hy Taar daar de reedelykheid van onse klachten volkomen geanoveerd, en aangenomen ons „ productie van de zelve ons gegeven bescheid woordelyk voor te dragen, dog om van geen collusie verdocht te voaren verzocht, dat wij aen den Nawal schrijvende zijne instantie en onse berwaarens door tegen zelve niet verzwijgen wilde Al het welke de eerstgeteekende de Leeden ter sessie van den 2 decembr voorstelde, en wanneer men op zijne propositie besloot, om by het aaz, daast, dat tot rescriptie op voorm Per wanek zou moeten ingericht worden, zulx meede te laeten influeeren en tevens te kennen te geven, dat de oorzaak der schal„ de aen slands inkomsten ens niet te witen was. Twee dagen daeraen, ofte den 4e december produceerde hy Directeur het translaat van voorm perwanch„ in vergadering, waarby men een generaale schikking vond, op welke plaatsen orre open afgaande vaer„ tuigen al moesten aanleggen om gevisiteerd te worden, en in het einde van dien een Verklaring At dat en 449 deliberatie darover en concept van zijn Achtb: dienaengaende dat wat men daartegen ook mogt inbren„ gen, het niet zou baaten. Men nam derhalven op der Eerstgeteekendens propositie in overweging of ueer zig aan dier inhoud maar goed schiks onder„ werpen, dan wel het nog eens hervatten zoude, de onreedelijkheid en de nadee„ lige gevolgen, die daaruit te dugten waaren aentetoonen, en daar opstaan te blyven, dat het voor„ geven, als of het visiteeren der vaartuigen etc=a in vroeger dagen geschied zou zyn ten eenemaal verdicht en onbewijsbaar was. De Directeur was van concept, dat alhoe wel het zig waar alle omstandighee„ den liet aanzien, dat men dit dessein zo ligt niet zou laeten vaaren, dewijl daar door een agter deur open bleef, om zo dikwils als het ons lukte door de zwaarigheeden in de Arrengs zelve heen te worste„ len, een andere occasie te hebben waarmede men ons quellen en moegelijkheeden in den handel ken toebrengen, die reeden echter gewigtig 1134

NL-HaNA_1.04.02_9566_0560 view scan ↗

English

with which the Council also conformed, and sent it to the servants under the necessary recommendation. was weighty enough, and not to yield to the Nawab so suddenly, but frankly and seriously to make known the impossibility we found in carrying out his order, and had provisionally caused an Arzi to be drawn up, which was likewise submitted that day and stands inserted in the Resolution. And although we, along with the Director, well understood that nothing was to be gained as long as the British had not been won over to our interest, we nevertheless also maintained that it could do no harm to resist such new and harmful inventions, if only to show that we were not insensible to the slight and disrespect being done to the Company in spite of so many powerful and recently renewed privileges. We therefore conformed to that content and, without the same, sent it under the necessary instructions to the servants at Kassembazaar, to whom we also, as being much closer to the works than we, left it to devise all practicable ways and means, in case the Nawab's representations found no acceptance, to bring it at least on such a footing as had already been written to him on the 28th ultimo that one would gladly see arranged, namely a determination of places where the half rupee per vessel stipulated by the great Nawab would have to be paid, as has already been said hereinbefore. But shortly thereafter we received in reply, by an ordinary letter from Kassembazaar of the 10th December to ours of the 28th of the previous month, that they had not made use of the aforesaid, because Mahomed Reza Khan had let it be known that he intended to withdraw all the shore guards, so that only five toll stations would remain, under which the Panchotra Daroga would belong, and regarding which he had caused the revenues to be submitted to him, in order to make a regulation for the remainder thereafter. Furthermore, that he would indeed be inclined of his own accord to fulfill his promise, were it not that his actions were disturbed and guided by the envy of others, and that upon the representation concerning the detention of the vessels at Poetia and the extortion of money, he had given orders to fetch the Daroga from there, but that the latter, informed of this by his principal, had retired in time. Without detaining Your Right Nobles with our reply to this, we shall merely cite the effect of the last representation to the Nawab, namely that he, as appears from what was communicated in a separate letter from the Chief and the Second of the 16th of the same month, had finally waived the specific description of the goods on the dastaks, and the opening of the bales and chests, but still demanded that the vessels should touch at the designated places, be inspected, and the packages counted. This also appears more fully from the answer of the Nawab himself, which had already been delivered here on the 14th before, and with His Excellency's reply to the Director's first Arzi, inserted in the resolution of the 23rd instant. But as the servants further wrote to us that they had refrained from speaking of anything else as long as this point regarding the detention of the vessels was not decided and no firm order was established by the Nawab regarding the guard posts that were to remain, and as we moreover could well gather from the content of that parwana, as well as the further arguments of the servants noted down more fully in the Resolution, that all further applications there would be in vain, we resolved, since the passage of the vessels was making reasonable progress and a considerable quantity of piece goods had been hired the day before, to leave the said parwana unanswered and let the matter take its course until one should see the effect of the Director's negotiation with Lord Clive, in which conference the point in question would surely also have to be brought to the table, and after the conclusion of which we thought it would be time enough to provide the servants with further orders; recommending to them, however, what was necessary, so that if anything should occur in the meantime whereby the general interest might suffer by waiting for orders, they might act accordingly. We have now returned again to the matter that we had to leave aside on account of this case of the vessels etcetera, namely the first-signed's intended journey to Calcutta, which, as Your Right Nobles can see from the secret resolution of the 21st of December, to prevent a harmful design in the opium trade, cited more fully in his separate letter to the Chief Administrator, became increasingly necessary. And why he also undertook on that day, without further delay, to have an audience requested with Lord Clive, although then still very weak, dispatching an express to His Lordship that very same day. But that gentleman continued to excuse himself on account of his indisposition and impending departure for Europe, and requested the Director, if he had anything to present, to address himself to Mr. Verelst and the Council, who would hear him in all reasonable propositions. He gave notice of this to the members at the meeting of the last day of December, and showed that although the prospects of expecting anything good now became less and less, he nevertheless intended to depart for Calcutta a day or two after New Year.

Dutch transcription

daar zig de Raad mede conformeerd en aen de bed onder de nodige recommen datie der waerdrafge„ zonden. gewigtig genoeg was, en den Nawab zo schil lyk niet te wille te wezen, maar vond„ borstig en ernastig te kennen te geven de onmogelijkheid, die wy in het uit voeren van zijn bevelvonden, en had by provisie laaten opstellen een Arsdaast, dat meede ten dien dage wierd overgelegt en by de Resolutie geintereert staat. En alhoewel wy met hem Directeur wel begreepen, dat en niets te winnen zou zyn, zo lange men de Britten niet in ons belang had overgehaeld zo sustineerden we echter ook dat het geen quaad kon zig tegen diergelij¬ niet ke nieuwe en schadelijke inven¬ tien tien te versetten, al was het dan oor„ waer om te toonen, dat wy niet onge„ voelig waeren, over het Leeden de klein achting, de Compe in weerwil van zo veel krachtige en onlangs vernieuwd, privilegien aengedaen wordende. Conformeerden ons derhalven niet dier inhoud en zonder het zelve onder de nodige aanschrijving aen de bedien„ den te kassembazaar, aan welke we b ook sbeds antwoord hierp met fslag huunerfrick, tuigen ook als veel nader by de werken zijnde als wy, overlieten, om indiens Swak„ kier representatien geen ingang vonden, als dan alle practicable middelen en wegen uit te denken, om het ten minsten op dien voet te brengen, als men hem den 28 g=ln reets geschreeven had, gaarne te zullen zien, dat het geschikt wierd, namelijk een bepaling van plaatsen, daar de door den groots Nawal gestipuleerde halve Rony per vaartuig betaeld zou moeten wor„ den, zo als hier voor reets gesegt is. Dog kort daarna kregen wy by een gemeene brief van Kassembazaer van den 10 x=a op de onre van den 28 der voorige maand tot antwoord, dat zy van de evengem tog niet hade den gecept, om dat Mahuied Reca„ chan zig had laaten verluiden, van voorneemen te zijn, alle de strandwagters in te trekken, zo dat en maer vijf tolplaatsen zouden overblyven, daeronder den Paus„ jontraschen Daroga sorteeren zouden en en waaromtrent hy zig de inkom„ sten had laten opgeven, om daer na een reglement voor de overige te maaken. Voort dat hy tot de na„ koming van zijne belofte wel uit eige beweging inclineeren zoude, waere het niet, dat zinen behaudelingen door afguust van anderen besteert en geleid wierden, en dat hy op de vertooning over het ophouden der vaartuigen te Poetia en het af„ duringen van het geld, endre had gegeven, om de Daroga van daer te haelen, maar dat deze door zyn principaal hier van Verwittigd zig by tijd gerefireert had, zonder te Hoog Edelheedens opte houden, met enre rescriptie hier tegen, zullen we tien ver maer aenhaalen het effect van de laeste vertooning aen den Na„ was, namelijk, dat hy, uitwijsen. het bedeelde by een aporte brief van het opperhoofd en den secunde van den 16 derzelve maand eindelyk had afgezien van de specifique be„ schrijving der goederen op de desters, en 40 2 1436 en het openen der parken en kassen, dog als nog begeerd had, dat de vaer„ tuigen op de gestelde plaatsen zouden aenleggen, gevisiteerd en de Volumer nageteld worden. Dit blykt oox breeder by het antwoord van den Nawab zelve, dat den 14 bevoorens hier reets besteld war, en met zijne Excellentie rescriptie op der Directeur eerste Arzdaast, geinsereerd by besluit van den 23ejurden; Dog alzo de bedienden ons verder schreeven, dat zy zo lange dit point wegens de aanhouding der vaar„ tuigen niet berlist, en door den Voor t geen vaste erdre omtrent de te blijvene wagtplaatsen gesteld was naegelaeten hadden, van iets anders te spreeken, en wy boven dien uit den inhoud dier perwa„ nek, item de verdere argineen„ ten der bedienden bij de Resolutie breeder aengeteekend, wel konden opmaeken, dat taar alle verdere aanzoekingen te vergelfsck zoude zijn, zo resolveerden we, om alsa de waarom het reisje van de Hr Directeur na Kal„ katta verschovens weder de doortogt der vaartuigen reede„ lijken voortgang en men daags te vooren een aenzienlijk partij Lywaaten tehuur gekreegen had de ged perwanck onbeantwoorden het geval op zijn beloop te laaten, tot dat men zien zoude, het effect der negociatie van den Directeur met Lond Clive, in welke conferentie het point in questie tog ook op het tapp zou moeten komen, en wanneer of na het aflopen dezelve wy het tijds genoeg dagten te zijn, de beds met nadere beveelen te minu ren; hen echter het nodige recom„ mandeerende, om 20 e intuspreu het een of ander mogt voorvallen waar by het algemeen belang met het wagten na erdaer zou konnen leiden. wy zyn dan nu weeder genadert tot de zaek, die we om dit geval van de vaartuigen enz daar moest laten namelijk der eerstgeteekendens voor genomen veir naar Kalratta, die zo als U Hoog Edelheedens by het se„ ereet 455 ceet besluit van den 21 december konnen zien, om een schaadelijk dersein in de Afioen handel te vergdelen, breeder by de aparte brief van hem een den Hoofd Administrateur aengehaeld, hoe langer hoe noodzake„ lyker wierd. En waarom hy ook ten dien dage aannaam, zonder verder uit„ stel by Lond Clive, schoon toen, nog zeer zwak, nader belet te laten vragen, aen zyn Londschap nog ten zelven dage een expresse afvaardigende. Dog die Heer bleef zig excuseeren uit hoofde van zijn enwaren selykheid en op handen zynde vertrek naar Europa, en verzocht hem Directeur om zo hij iets had voor te dragen, zig aen den Heer Verelst en den Raad te addresseeren, die hem in alle billij¬ ke propositien zouden hooren. Ay gaf de Leeden hier van Kennis in de bijeen„ komst van ult=o december, en vertoonde dat alhoewel de apparentien nu hoe langer hoe minder wierden om zig iets goede te beloven, hy echter van intentie vor, een dag of twee na nieuwe Jaar, naer kalvatie te ver„ trekks

NL-HaNA_1.04.02_9566_0566 view scan ↗

English

thither, his return, and communication of what occurred there. to depart, in order to at least make an overture to Lord Clive regarding the points about which he would gladly have conferred with him, and if possible, to settle the matters either with his Lordship or through his intercession with Mr. Verelst. With this intention, the Director having repaired thither on the 4th of this month and having returned in loco two days later, he communicated to the members in the meeting of the 8th the provisional outcome of his undertaking, namely: That the aforementioned Lord Clive, upon the explanation given of the reason for this unexpected visit, had requested him please not to speak to him of any business, but to confer about this with Mr. Verelst, to whom his Lordship had entrusted the management of affairs: That he, the Director, after an appropriate discourse, had thereupon presented to his Lordship a memorandum drawn up in French by him from the aforementioned plan, and requested that his Honour be pleased to read it and take its contents into favorable consideration: but that this gentleman excused himself in the best manner in this regard, and conversely requested him, the Director, to read this paper aloud himself. After this reading, promising him to speak to the said Mr. Verelst in our favor regarding the points contained therein, without showing his Honour anything of the memorandum itself, as he thought that it was better after his Lordship's departure to address such a paper to that gentleman himself, so as to give a token of confidence, and when his Lordship also felt assured that we would obtain everything from that gentleman that one could reasonably expect. That furthermore, the well-mentioned Verelst, with whom he, the Director, was lodged, treated him with the utmost friendliness, and after having listened to everything that could be presented in brief, at first excused himself on account of his preoccupations, but subsequently requested that he, the Director, after Lord Clive's departure, would put his intention on paper and deliver it to his Honour, whereupon he swore to do everything that could reasonably be demanded and would be in any way feasible to satisfy him, the Director. These assurances, which were made with the greatest earnestness, the Director further declared had completely disabused him of the bias against the aforementioned Mr. Verelst, noted in the secret resolution of 18th ultimo, and had given him the courage to seize the best opportunity after the dispatch of the return ships to bring this good beginning to a desired conclusion, and regarding which we hope to report to your High Nobilities next time both the good success, as well as regarding that which, according to the secret letter dispatched on 12 August of the past year, had not yet been settled, namely the expansion and salt leases, and the benefit that the Company can expect from this; but for which the opportunity throughout that time, both due to Lord Clive's preoccupations regarding matters concerning the country and its revenues, as well as what has since been added, namely his illness, has not shown itself favorable enough to enter into further negotiations. During the aforementioned visit, the Director among other things also expressed to the aforementioned Verelst his astonishment at the cooling of the friendship of the aforementioned Mr. Sykes, and intimated that he did not seem very well-disposed toward our Company by causing such burdens to be imposed upon it, as have been spoken of in detail herein. But against which the said Mr. Verelst declared that Sykes had done nothing except by special order of the Calcutta ministry and that they had ordered him, on account of Muhammad Reza Khan's representations, to make an arrangement whereby all his pretexts regarding the decline of the financial resources would be removed once and for all; and that thus the idea of ill-will on the part of Mr. Sykes was unfounded. Regarding the foreigners, and firstly the English themselves, it serves in response to your High Nobilities' honored order to dismiss the sepoys who were taken into service at Kasimbazar, as soon as they could in any way be spared; that on 4 October we sent an extract thereof to the employees, and enjoined upon them the compliance with that order, or else, if they should have any objections against it, to communicate the same to us as soon as possible. In their reply of the 20th, registered in the secret resolution of the 24th of the above-mentioned month, they adduced so many cogent reasons regarding the absolute necessity of keeping those men in service for the time being, that we were obliged to resolve to concede to it; assuring your High Nobilities nevertheless that those expenses will no longer be charged to the Company as soon as it is in any way possible. Alongside a letter from the Governor and Council at Calcutta of 15 October sent to us, being an account current according to which the former Director Vernet is still said to be debited in the books of the English Company for a balance of C:o 9253. 12. with a request for assistance toward its payment: so we have likewise resolved on the 18th to send that

Dutch transcription

na derwaerds, zyne terug„ komst en communiiu, tie van het aldar voor, gevallene. trekken, om land Clive ten minsten onverture te doen van de pointen waarover hy gaerne met Hem zou gea„ boucheert hebben, en by aldien het mogelijk was, de zaaken als nog niet zijn Londschap of door zijne intercessie met den Heer Verelst te determineere. ther van de Heer Directeur Met dit inzicht zich dan den 4e dezer maand derwaerds vervoegd hebbende en twee dagen daarna weder in loco gereverteerd zijnde, heeft hy in de vergadering van den 8 de Leeden, gecommuniceert den provitioneelen uitslag van zijne onderneeming namelijk: Dat Lard Clive vaormeld op de gedaane berendwaaring van de reeden deser onderwachte visite, verzocht had, hem tog van geen affaires te willen spreeken, in als den Heer Verelst, aen wien zijn Londschap het maniement van zaa¬ ken had opgedragen, hier over te onderhouden: Dat hy Directeur welen Melerd na een geparte reden voering, hier op had gepresenteerd een door hem uit het voorwaerd geciteerde 457 1138 geciteerde plan in het fransch opgestelde memorie, en verzocht, dat zyn Edele die geliefde te leezen en dier inhoud in een gunstige overweeging neemen: dog dat dien Heer zig hier omtrent ten beste verschoon en hem Directeur daarentegen verzocht had, dit papier zelve overluid voor te leezen. Na dier lecture hem belovende over de daarby ver vatte pointen, gemelde Heer seelst in ons faveur te sullen spree„ ken, zonder zijn E van de memorie zelve, iets te laten blijken, als den„ kende, dat het beeter was na zijn Lordschaps vertrek een diergelijk papier aen dien Heer zelve te ad„ dresseeren, om alzo een blyk van vertrouwen te geven, en wanneer silond zig ook verzeekerd hield, dat we van dien Heer aller zouden ver¬ werven, wat men met billijkheid kon verwachten. Dat wijders wel„ melde Verelst, by wien Hij Directeur gelogeerd war, hem met de uiterste Vrien„ delijkheid bejeegend, en na alles, wat er vervolg en in het kort kon voorgedragen worde aengehoord te hebben, zig voor af over zijne beezigheeden geexcureerd, dog ver¬ volgens verzocht had, dat hy Directeur na LondCliver vertrek zijne intentie op het papier wilde stellen, en zijn Edele berorgen, wanneer hy zweerde, aller te zullen aanwenden, wat met reedelykheid kon gevergt worden en maer eenigsints doenlijk zoude zijn, om hem Directeur te contentee¬ ren. Deese betuigingen, die met de meerte rest geschied waren verklaer¬ de hy Directeur verder hem ten ee„ nemaal gedetoerneert te hebben van de preoccupatie tegen voorn verde Heer Verelst, aengetekend by secree„ te resolutie van 18 g=k laestleeden, en de moeddoen behouden, om na de depeche de retoerscheepen de beste geleegenheid waar ten een men, om dit goed beginsel tot een gewenscht einde te brengen, en waaromtrent we hoopen, u Hoog Edel„ heedens ten naasten zowel het goed 459 128 verder vervolg goed succes te melden, als wegens dat geen, het welke blykens de op den 12e augs ao passato afgegaene secreete brief nog geen beslager langd had namelyk de uitbreiding en zer liuiten, en het nut, dat men hier uit voor de Comp heeft te wagten dog waertoe de geleegenheid zig in al die tijd, zo door de beesighelden van Lord Clive omtrend zaeren het land, en dier inkomsten be„ treffende, als het geen er seedert bijgekomen is, zijn ziekte name¬ lijk, niet gunstig genoeggetoond heeft, nader in onderhandeling te treeden. By de voorm visite heeft de Directeur aen voormelde Verelst onder ande¬ re ook zijne verwondering betuigd over de Verkoeling der Vriendschap van voorwaards geciteerde Heer sijker, en tekennen gegeven, als of hy onse Compt niet zeer genegen scheen te zijn, met haar zulke lasten te doen opleggen, als waar van in de„ ze breedvoerig gesprooken is. Dog waertegen de te korsembasar indieert zynde sipa hit kunnen als nog niet afgedaukt wor„ den Dog waertegen gem Heer Verelst verklaarde, dat syker niets had ge¬ daan, als op speciale ordre van het Kalkats ministerie en dat zij hem bevolen had, om uit hoofde van Mak„ med Rezachaus Vertooningen een schikking te maaken, waar„ door hem alle captien omtrent het verval der geldmiddelen, een voor al zouden benomen zijn„ en dat also de verbeelding van on„ genegenheid omtrent de Heer Syker engegrond was. de Vreemden en eerstelyk Met betrekking tot „ de Engelschen zelve diend in antwoord van w Hoog Edelheedens geeerd bevel, om de sipakir die te kassembazar in dienst zijn genomen, weder aftedonken zo daa deselve maer eenigsints gerust konden werden; dat wij op den 4e october hiervan de be„ dienden extract gesonden, en hen de nakoming van die ordre gere„ commandeerd, dan wel zo zij eenige bedenkingen daertegen mogten hebben, dezelve ons als dan ten spoedigste der de 464 zevere pretentie der Engelscken op dezeer Bildom. 1140 spoedigste te bedeelen; By haar antwoord van den 20 geregistreert by secreet besluit van den 24 der bovengem maend brachten zij zo veel bondige reedenen by wegens de absolute noodzakelijkheid, em dat volk voor eerst nog in dienst te houden, dat wy wel hebben moeten besluiten, om daerin te Condescendeeren. u Hoog Edeleer nogtans verzeekerende, dat die ongelden zodra het maer immer doenlijk was, de Compagnie niet verder ten lasten gebracht zul„ len worden. Nevens een brief van den Heer Gouverneur en Raad te kalratte van den 15 october ons toegezon, den zynde een Reekening courant volgens welke de Heer oud Directeur Birdom bij de boeken van de Engelsche Com¬ pagnie nog zon debet zijn een saldo van C:o 9253. 12. met verzoek om hulp tot dies betaeling: zo heb, ben wyder 1s evendeen besloots die

NL-HaNA_1.04.02_9566_0572 view scan ↗

English

refuted by his attorney, to place that account in the hands of the attorneys of the aforementioned Mr. Bisdom, the provisional Fiscal and Chief Surgeon of this Directorate, Otto Willem Falck and Lucas Cramer, in order to provide the assembly in advance with a report regarding this, that document itself having been entered by resolution of the above-mentioned date. And after they, by an ample report inserted by resolution of the 31st of July, accompanied by a counter-account, demonstrated that the aforementioned debt arose on account of a private account between the former Governor Roger Drake and their aforementioned principal, and that the English Company consequently had no claim against the latter, a copy of the one and the other was sent to Calcutta with a letter of the 4th of the following month, and the English gentlemen were informed of the foregoing, who communicated their receipt to us in their aforementioned letter of the 18th past, but wrote nothing further concerning the claim itself. Furthermore, noted in the resolution of the 26th of August is what the Patna servants presented to us on the 12th of that month for the defense of the merchant Lafont regarding the complaint of Lord Clive about the selling of arrack; and from the general resolution of the 25th of April, Your High Nobilities will be pleased to note that, upon the notification of our Sircar at Balasore that the English Resident there had attempted to deprive him of a piece of land belonging of old to the Company (and of which the papers are attached hereto in a separate bundle according to order), we lodged our complaint about this with the gentlemen at Calcutta, who, in refutation thereof, sent us on the 18th of August following a copy of what the said Resident had notified to their Honors concerning this, which we, pursuant to the above-mentioned resolution of the 26th of August, refuted so well that those gentlemen gave up the matter and answered us on the 1st of September that they had ordered their Resident to restore the land already seized, although they, in order to keep right on their side, indicated thereby as if it were beneath their dignity to concern themselves much with such petty matters. According to the general resolution of the 11th of September, the following naval equipment goods were transferred to a certain English merchant at Calcutta named Robinson, upon his request: 2 blocks of 6 inches 2 blocks of 3 inches 1 barrel of tar 1 barrel of pitch 1 Dutch cable of 8 inches 1 Dutch cable of 5 inches 4 strands of marline 4 strands of houseline 5 padlocks 2 pieces of coir rope of 21 inches 2 pieces of coir rope of 18 inches 2 pieces of coir rope of 15 inches 2 pieces of coir rope of 12 inches 6 common files 1 barrel of rosin 1 pair of coir rope of 18 inches 4 lines of 12 threads 4 lines of 16 threads and this pursuant to the stipulations by extract from the general resolutions of the Castle of Batavia of the 8th of May 1764, the European at a advance of two capitals and the Indian at one capital, which request we could not well refuse, partly because the aforementioned person is a man of prominence, and partly because our stock of naval equipment goods at that time was large enough to spare them without our own inconvenience. We also cannot refrain from respectfully informing Your High Nobilities that the English received five ships from Europe during the past south monsoon. Of these, the first was dispatched directly from here thither at the end of November, and the second on the 25th of this month. The third is due to depart in the middle or end of February, and the fourth in March; the fifth will possibly be sent with a half cargo, though uncertain when, from here to the Coast, to continue its voyage to Europe fully loaded from there. With the ship they have most recently dispatched, Lord Clive has departed from Bengal, and the aforementioned Mr. Verelst has succeeded his Lordship as Governor. Furthermore, no noteworthy news regarding this nation has come to our knowledge, except only what was communicated by the servants at Patna in their secret letters of the 24th of September, 27th of October, and 17th of November concerning the rumors of a new rupture in the upper country, of which, since according to the latest of the 21st of this month it has turned out to be nothing after all, we deem it unnecessary to make any repetition here, but proceed herewith to The French, with whom, pursuant to Your High Nobilities' authorization, we could not alter the cartel renewed in the year 1765 for the surrender of each other's deserters, in accordance with the offer of their Commissary General Mr. Law, and conclude it on the same footing as was the case on the Coast of Coromandel between both nations, and for which, in conformity with our decree of the 18th of October, the Council members Huijghens and Falck were deputed to Chandannagar on the 28th of November, who upon their return, however, brought back a letter from the said Mr. Law and the Council, wherein they showed that the aforementioned cartel contained articles that could have no place here, and why they requested to be allowed to abide by what was already concluded. The reasons which Mr. Law gave for this to the aforementioned deputies, they reported orally first to the first-signed and subsequently after our meeting of the 4th instant, and are recorded more broadly in the resolution of that date, to which we humbly

Dutch transcription

door zijn E gemaek, tigd wederlegt die reekening te stellen in han den van de gemachtigden van voorm. Heer Birdom, de provisionee Fiscaal en opper Chirurgijn dee„ ze directie Ott Willem Falix b en Lucar Cramer, om de vergade¬ ring derwegens vooraf te dienen van bericht, zijnde dat docuneen zelve by resolutie van bovengem datum ingeschreeven. En nadien dese by een ampel bericht, geinse reert by besluit van den 31 eulden verzeld van een contrareekening vertoonden, dat de voorm schuld sproot uit hoofde van een particu¬ liere reekening tusschen den Heer geweren gouverneur Roger Daa„ ken en haeren Heer Principaal voornoemd, en dat de Engelsche Comp over zulx op laastgem niets te pretendeeren had, is Copia van het een en ander bij een briefje van den 4e der daeraen volgende maend naer kalkatie gevonden, en het voorenstaende de Heeren Engel¬ schen te kennen gegeven, die ovr gues 463 byvoeging der brieven op zeiker stux grond in questie te bellevoor ons de ontvangst by haare voorwaards aengehaelde brief van 18 p=s gecommu„ niceert, dog omtrent de pretensie zelve niets weer geschreeven hebben. Voorts staat by besluit van den 26 augus„ tus aengeteevend hetgeen de Pattena„ sche bedienden ons op den 12 dier maend tot verantwoording van den koopman lafort op de klachte van Lord Clive over het verkopen van Arak hebben voorgedragen, en by de gemeene Reso„ lutie van 25 april zal u Hoog Edel heedens der behoegende conteeren, datwe op het bedeelde doen onse sercaar te Bellasoor, dat de Engelsche Residen„ ginter hem een stuk grond van oudt de Compe toebehoorende, had zoeken afhandig te maken /: en waarvan de papieren na de ordre in een aparte bondel deze bijgevoegd zijn:/ ons beklag hier over aan de kalkat sche Heeren hebben gedaan, die ons tot refutatie van dezelve, den 18e augustus daaraan zonden Copij van het geen gem Resident Haer Ed derwegens had bedeelt, dog het welk we diese Equipagegoe, dorg den Heeren Engelsch koopman afgestaen we ingevolge bovengemelde Resolutie van 26 augustus zowel hebben weder¬ legt, dat die Heeren de zaar opgaven. en on den 1 september daarov ant woordden, dat zij haare Resident hadden gelast, om de reeds genaeste grond weder in te ruimen, hoewel zij, om echter het recht aen haare zijde te behouden, daarby te kennen gaven, als of het beneeden haare waardigheid was, zig met zulke geringe zaken veel te bemoeijen. uitwijzens gemeen besluit van den 11e september zyn aan zeeker Engelsch koopman te Kalkatte in name Robensen, op zijn versoek overgedaen de volgende Equipage goederen. 2 Blyven van 6 d=m 1 Vat theer „ „ 3 „ 2 „ 1 „ Pik 1 holl: kabeltouw van 8 d=m 4 strenge marlyn „ 5 „ 1 „ „ 4 „ Huising in 5 hangslooten 2 Ps kosse van 21 d=m 2 „ „ „ 15: _„o 6 gemeene vijlen 2 „ „ „ 18 _o 1 Vat harpuir „ 12 _o 1 pr Cairtouw van 18 d=m 2 ƒ 4 Lynen van 12 _„o „16„ en „ „ 469 komsten vertrek der Engelsche scheepen 1142 en zulx ingevolge het bepaelde by ex„ tract uit de generale resolutien der Kasteels Batavia van den 8 Mei 1764, de Europesche met twee en de in„ dische met een capitael advans, welk verzoek wy niet wel hebben konnen weigeren eensdeels, om dat voorm persoon een man is van aanzien en anderdeels, om dat onse voorraed van Equipage goederen toen ter tijd, groot genoeg war, om zulx zonder eige ongeriet te konnen missen. ook konnen we niet afzijn, u Hoog Edelheedens nog net eerbied bericht te geven, dat de Engelschen geduren„ de de verweeren zuidmousson vijf scheepen uet Europa gekneegen hebben. van deselve is in het laert van November het eerste en den 25 deser maand het twee„ de weder direct van hier derwaerts verzonden. Het derde staat medio of in het laest van february en het vierde in Maart te vertrekken. zullende het vijfde mogelijk niet een halve Lading, dog onreeker wanneer LondClive is naer Europa vertrokken en de Heer Verelst als gouverneur benoemd het Cartel met de weeschen heeft werden wanneer, van hier na de kuest, won„ den gevonden, om van daar verder vollaeden de reise naar Eurora te vervolgen. Met het schip, dat zyj nu jongst hebben gespedieert, is Lond Clive uit Beugale vertrokken, en voorm Heer Verelst zijn Londschap als Gouverneur opgevolgd. verders is ons geen aanwerkelijk nieuw ten opzichte van deze Natie ter ken„ nisse gekomen, als alleen het geen door de bedienden te Pattena by haer re secreete brieven van den 24 Septemb 27e october en 17e 9br wegens de gerugten van een nieuwe rupture in de boven landen bedeeld is, waar van wy, al het volgens de laaste van den 21 dezer tog op niets is uitgedraeijd, ennodig achten in deese eenige herhaling te doen, maer gaan hier mede over tot De Franschen, met welke wij in„ niet kunnen andert gevolge uwer Hoog Edelheedens qua lificatie het in Ao 1765 vernieuw de Cartel ter overgave van de wedersydsche deserteurs, conforende presentatie van hunnen Commissa ais 4 ris generael dheer Lan, hebben zeeken te veranderen, en op dien voet te sluiten, als het te kon„ „mandel tusschen beide Natien plaatshad, en waartoe in confor„ nute van ons arrest van den is october de Raadsleeden Huibert en Falck op den 28 November naer sj anderneggen gecommitteerd zijn geweest, dog welke by haare terug komst een brief van gem Heer Law en de Raad mede brachten, waerby zy vertoonden, dat het voorsz Cartel artikelen vervatte welke alhier geen plaats konden hebben, en waarom zy verzochten, zig aen het reets geslootene te mogen houden. De reedenen welke dheer Lan hiervan aen de voorm. gecommitts heeft ongege„ ven, hebben deese eerst aen den Eerstondergetekende en vervolgens na onre by eenkomst van den 4xt mondeling gesapporteert en staan by het besluit van dien datum breeder genoteerd, waaraen wij ootmoedig

NL-HaNA_1.04.02_9566_0578 view scan ↗

English

a French Captain assisted with an anchor and rope humbly requesting permission to refer to the same, as containing no particular details about which any speculation might arise. A certain Captain of this nation, named Braijer, at the time when the change of the monsoon was daily to be expected, and our skippers, according to orders, were on board their ships, drifting down the river with a two-masted vessel, and having the wind outwards, and having furthermore come to anchor at Coulpi, had, as appears from the note in the general resolution of 4 November, addressed himself to the skipper of the ship Jonkvrouwe Cornelia Jacoba, Pieter de Leur, then carrying the standard, and made known to him in the presence of skipper Kelger, who was on board there, that in drifting downwards he had already lost four anchors, and had no more on board than the anchor and rope by which he was riding, with the request, on account of the distress in which he found himself, to assist him with an anchor and rope, which he, De Leur, considering how willingly one would wish to be helped in a similar case, could not refuse, but, as appears by a declaration signed by him and Kelger, item a receipt from the Frenchman himself, both inserted in the resolution, accommodated him with the one and the other out of what was to be spared at Coulpi. Which we also passed on that day, considering that by granting the receipt, full compliance was made with the order of Your High Nobilities regarding the assistance of foreigners living in peace and friendship with us, stated by extract from the General Resolutions of the Castle of Batavia of 21 February 1766; but at the same time resolved how many ships that Nation has received here this year departure of Mr. Law to have the aforementioned Braijer summoned upon his return to Bengal for payment of the anchor and rope delivered. Furthermore, only two ships of this Nation have called here, and one of them has departed for Europe, expecting to dispatch the other at the end of February or in the beginning of March next. Further, Mr. Law has departed for Pondicherry with a half-laden ship that will remain in the country, where it is said that a European ship lies ready, and will be further laden with what the other would bring from Bengal, the government having furthermore, by the departure of Monsr. Law, been conferred again upon the former Director, Monsr. Renault. The further report requested by Your High Nobilities concerning the hospital expenses has been required of the Chief Administrator, and will be presented to Your High Nobilities at the next opportunity; meanwhile, acknowledgment for the authorization to accept money on assignment respectfully thanking for the new authorization regarding the acceptance of money on assignment to the Netherlands, we take the liberty to refer in that regard to our general letter of today's date, whereby under the cash balance it appears that we have amply succeeded herein to the amount of 35½ tons of treasure. We have the honor to call ourselves with all veneration, at the foot: High Noble, Wide-Ruling Lords; lower: Your High Nobilities' humble and obedient servants; signed: J. L. Vernet, M. Tsinex, F. H. Zeinne, Moiselafont, F. M. Rots, F. P. Hubert, O. W. Falck, E. A. A. Daucius; on the side: Hoogly, 31 January 1767. To the same as before. High Noble, Wide-Ruling Lords! We let this serve solely to inform Your High Nobilities of the outcome of the negotiations between the Calcutta Governor, Governor Harry Verelst, and the undersigned Director, and of which the beginning is described in detail in our original secret missive of the ultimate of January last, departing herewith. The said Lord Clive having been succeeded as Governor, the Director sent to His Honor on the 28th of the above-mentioned month such a memorial as is entered in our secret resolution of today's date, and is now presented separately in copy to Your High Nobilities by him. The same contains on the one hand a representation concerning the causes of the damage to the country's revenues in general, the decay and the adverse course of our affairs in particular, and on the other hand a proposal as to what manner should be arranged to cause our trade to flourish and the revenues to increase without prejudice to the interest of the English Company. Subsequently, having gone in person to Calcutta on the 23rd past to congratulate the said new Governor, as customary, on assuming the administration, he had the pleasure to learn that the English Ministry, after having deliberated for some days over the aforementioned paper, had approved: 1. To recall all the Residents from the Aurungs, and to send two commissioners thither by the 25th of this month, who, with two from our side, will make a list of all the Dallals, Paikars, and weavers, and subsequently devise and propose a means according to which the procurement of piece-goods can be continued equally profitably for both Companies. 2. To dispatch orders to Patna to allow us to proceed freely and unmolested in the opium trade.

Dutch transcription

een fracsch Capita met een ander en touw geassisteert ootmoedig verzolken ens te mogen gedraegen, als geene byzonderheeden vervattende, waerover eenige specula¬ tie vallen kan. zeeker Capitain van deeze natie in naame Brager ten tyde dat men de kentering van de mout„ son dagelijx moest verwagten, en onse schippers zig volgens de ondker aen boord van haere scheepen be„ vonden, met een twee mast vaer„ tuig de revier afdrijvende, en de wie naer buiten hebbende, uits¬ gaders te voltha ten anker ge„ komen zijnde, had zig blijvens het aengeteekdende by de gemeene resolutie van den 4 November geaddresseerd by den schipper van het schip Jonxvrouwe Cornelia Jacoba, Pieter de Leur, toenmaek de standaert voerende, en hem in presentie van schipper Kelger, die zig daer aan boord bevond, te kennen gegeven, dat hy in het afzakken naer beneeden breeds vier la 1144 vier ankers verlooren, en geene meer aen boord had, als het anker en touw, daer hy voor lag, met verzoek om de nood, daar hy zig in be„ vond, hem met een anker en touw te willen assisteeren, het welk hy de Leur uit aenmerking hoe gaerne men in een gelyk standig geval zou willen gekolken zijn, niet had kunnen weigeren, maar blij„ keur een Verklaaring door hem en Kelger geteekend, item een recepisse van den franschinau zelve, beide in de resolutie geinvereert, den zelve uit het geen en te volkka te benemen was met het een en ander gebieft. Het welk wy oon ten dien dage hebben gepasseerd, aangezien door het verleenen der recipille vol= komen beantwoord is aen de ercke van U Hoog Edelheedens omtrent het assisteeren van vreemden, in vrede met ons en Vriendschap levende, gestateerd by extract uit de generale Resolu„ tien Dies Carteels Batavin van ven den 21 february 1766: dog tevens bevlooten om hoeveel scheepen die Natie dit Jaer hier gekreegen hebben. vertrek van dheer Law om voorm: Braijer by zyn retour in Bengale, om voldoening van het afge geven anker en touw te laten aan maanen. wijders zyn er van deese Natie maer twee scheepens alhier aangeweest en daarvan een naer Europa Verzok„ ken denkende het andere in het laest van february of in het begin van maer aenstaende te verzenden. Voorts is de Heer Laa met een half gelaeden schip, dat in het land sal blijven naer Pondicherg vertrokken, alwaer men zegt, dat een Europis ch schip gereed legt, en met het geen het andere uit ben gale zou mede brengen verder bebal den zal werden zijnde wijders door Monsr. Lacos vertrek den voorigen Directeur Monsr. Renault het gerag weder opgedraegen. Het door U Hoog Edelheedens gevorder de nader bericht aengaende de Hov pitaels ongelden is van den Hoofd Administrateur gerequireerd, en zal by de naeste gelegenheid u Hoog Edelen worden aengeboden; intusschen voor aane betuiging voor i qualificatie om gelds possignatie te mogen accepteers 1145 voor de niuue qualificatie omtrent het accepteeren van geld op arsignatie naar Neederland eerbiedig bedan„ kende, neemen wy de vriheid, ons dien aengaende te gedraegen aen onse gemeene brief van huidigen datum, waer by onder het geldemplag komt te blyken, dat wy hier in tot 35½ ton schats ruim geslaegt zijn wy hebben de eere on net alle veneratie te noemen /:onderstond:/ Hoog Edele wydgebiedende Heeren /:lager:/ uwer Hoog Edelheedens onder„ danige en gehoorsame dienaers /:getekent:/ I: L: Vernet. M Tsinex. F: H: Zeinne Moisela font. F: Ms Rots. F: P: Hhubert. O: W: Talex. E: A: A: Daucius (: ter zide Hoegli den 31 Januarij 1767. Aan als vooren HoogEdele Wydgebiedende Heeren! wij laaten deze eenlijk nog dienen om U Hoog Edelheedens bekend te ma„ ken het sulder der onderhandelinge tusschen den Heer Kalkatsch gouver„ neur neur Herry Verelst en de ondergeteeken„ de Directeur, en waer van het begin omstandig beschreeven is by onse taar meede afgaende origineele secreete missive van ult=o Januari jongsHee„ aen. Gemelde Heer Lond Clive als gouver„ neur opgevolgt zijnde, heeft de Directeur zyn Edele den 28 der bovengemelde maand toegevonden zodanig een memorie, als by ons secreet besluit van huidigen datum is ingeschre ven, en door hem thans apart aen U Hoog Edelheedens in copia word aengebooden. Deselve vervat aen de eene kant een vertoog wegens de oorzaeken van de schal¬ de aen slaads inkomsten in het generael, het verval en den ten genspoedigen loop van onse affai„ ver in het bijzonder, en ten ander„ ren een voorstel op hoedanig een wijze het geschikt diende de worden om onsen handel zonder prejudicie van het belang der Engelsche Comp te doen bloeijen en de revenuen te 473 te vermeerderen Vervolgens den 23 passato zig in per„ zoon naer kalkatie vervoegt hebbende, om den gemelde nieuwen Gouverneur als na gewoonte met de aanvaar„ ding van het bertier te vergetukken, had hy het genoegen te verneemen, dat het Engelsche Ministerie na eenige dagen over het voorsz: pa„ hier gedelibereerd te hebben, had, goedgevonden. t alle de Residenten uit de Arrengs opteroepen en om tegen den 25d dezer maend twee gecommitt der„ waarde te zenden, die met twee van onse zijde, een oprlem zullen doen van alle de Dalaals, Pijkaers en wevers en vervolgens een middel beraamen en voorstellen, volgens het welke den inzaam van Lijwaa, ten voor beide Compagnien even voordeelig voortgezet zal kunnen worden. 2. Naar Patteca ordre aftevaerdigs om ons in den Afioen handel vrij en ongemalesteert te werk te laten gaen

NL-HaNA_1.04.02_9566_0584 view scan ↗

English

go, and to send bound to Calcutta all those who would attempt a monopoly on this product. 3. to negotiate the point regarding the Saltpetre with him, the Director, in secret, in order to prevent all jealousy among the remaining competitors, for which reason he will propose the arrangement regarding this to Your Right Honourables in his separate letter. Finally, to favour the interests of the Dutch Company in everything, in so far as it will be at all possible without their own detriment. We hope for the best in this regard, thinking nonetheless to have already gained much by having brought it so far that they have abandoned the harmful design regarding the Opium trade and have purged the trading posts of people who, considering their own interest rather than that of their masters, did not hesitate to make the collection entirely difficult for us. We further declare, with the highest respect and all esteem, to be, below stood: Right Honourable Grand Commanding Lords, lower: Your Right Honourables' humble and very obedient servants, signed: P: L: Vernet. Mr Friur. J: A: Zuiner. Moize la Font. F: M: Rorf. S: P: Humbert. O: W: Falex. E: A: Adamiurs. in the margin: Hoogly primo March 1767. To all the above, Right Honourable Grand Commanding Lords. Presently we can respectfully inform Your Right Honourables by these secret letters that the Chief Administrator submitted, at the session of the 16th of this month, the report required of him regarding the hospital expenses. He maintains that it would be most profitable for the Company to pay the chief surgeon, for all expenses, ƒ 750 monthly for 75 persons, or ƒ 9000 per year, and in addition to provide in kind the Arrack, spices, etc., hitherto always supplied for the Hospital, amounting in all to ƒ 41. 12. 8. He thinks this would be more advantageous than paying a certain fixed amount per person, because that would create too great a difference from one month to the next, and would tend to the disadvantage of the Honourable Company in comparison with the aforesaid arrangement. For in the shipping season there are 130 and sometimes more persons in the hospital, and when there are no ships on hand there are also so few patients that the chief surgeon, if he were paid per person, would scarcely be able to recover the servant wages that he must unavoidably spend year in and year out, as well as many other necessary expenses. We therefore take the liberty to implore Your Right Honourables' favourable reflection on the aforementioned report, which accompanies this in copy, testifying for our part that we cannot see but that this rate has been taken as frugally as one could ever expect. We also have the honour to present to Your Right Honourables a copy of a report delivered to the first undersigned by the merchant Lafort, as former chief at Patna, which demonstrates the necessity of the expenditure of ƒ 2590. 17. 8 made at that office and required by their marginal note on the findings of the Bengal Trade Books of the year 1764. The anchor and rope that, according to our humble letter of the last of January, had been delivered to a certain Captain Brager against a receipt, the same has properly paid upon his return, according to the order with two Capital advances, and thus counted into the treasury ƒ 693. 15 for it. We have the honour to be with respect, below stood: Right Honourable Grand Commanding Lords, lower: Your Right Honourables' humble and obedient servants, signed: G: L: Vernet. M. Isacck. F: H: Zuuur. Moize la Font. F: M: Rorf. F: P: Humbert. O: W: Talen. E: A: A: Damiur. in the margin: Hoogly the 31 March Anno 1761. Agrees, fr: Thott GClerq No. 1 Copy secret dispatched letter of 11 January 1768 Batavia To His Right Honour, The Right Honourable and Highly Esteemed Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor General on behalf of the State of the United Netherlands and its General East India Company, The Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies. Right Honourable Grand Commanding Lords, Having also deliberated on the 14th of October last on the contents of Your Right Honourables' revered secret reply to our spring advices, under date of 21 July prior, we shall by this not only treat the result thereof, but at the same time render report to Your Right Honourables, besides Secret of the points which we usually describe by separate letters, namely the native affairs and what has transpired with the foreign Nations. We would indeed have wished to be able to communicate to Your Right Honourables a pleasant outcome of the negotiations begun in the past year and further resumed this spring between the Lord Calcutta Governor and the first undersigned, as we are to our regret compelled to set down in this, since the good hope given to the Director first by Lord Clive and afterwards by Mr. Verelst for the improvement of the Company's affairs in general has vanished in smoke, and the governance has thus become quite as troublesome as before, nothing at least having come for the present of the enlargement of our territory, because the Faujdar Mirza Muhammad Kazim Khan

Dutch transcription

gaan, en alle de geene, die een monopolie van dit product zouden willen onderneemen, geboeid naer kalratte te zenden. 3. om het point naakende de Salpee„ ter met hem Directeur secreet te tracteeren, ten einde alle jalou„ tie tusschen de overige conretiteur ren voor te komen, en waerom hyde schikking hier omtrent by zijn aparte brief aen u Hoog Ede¬ leur zal voordraegen. Eindelijk om de belangen van de Nederlandsche Compagnie in aller te favoriseeren, by zo verre het bui„ ten haare eige schaade maer eenig zints zal doenlijk wezen. wy kopen hier omtrent het beste denkende echter al veel gewon„ nen te hebben met het zo verre te brengen, dat zij van het schade„ lyk dersein omtrent den Afiven handel hebben afgezien en de weet plaatsen gesuivert van Luiden dieeer haar eige belang, als dat van haare meesters ter harte nee„ nende 9 475 Per het Schip de Hector 1147 mende zig niet ontzien hebben ons den inzaam ten eenemaal difficielte maken. wy betuigen voorts met de meer te eerbied en alle hoogachtingte zyn /:onderstond:/ Hoog Edele wijd gebiedende Hee„ ren /:lager:/ uwer Hoog Edelheedens onder„ danige en zeer gehoorsaame dienae„ ren /:geteekent:/ P: L: Vernet. Mr Friur J: A: Zuiner. Moize la fon t. F: M: Rorf. S: P: Humbert. O: W: Falex. E: A: Adamiurs. /:ter zijde :/ Hoegli parico Maert 1767. / Aan al vooren Hoog Edele Wydgebiedende Heeren. Tegenwoordig kunnen we u Hoog Edelheedeur by deze secreete lette ren in eerbied berichten, dat de Hoofdadministrateur ter secsie van den 16 deser, het van hem gerequireerde bericht, nonenr de hospitaels ongelden, heeft, ingediend. Hy sustineert, dat het voor de Compagnie het profita, belst belst zou zijn den oppermeester voor alle ongelden smaands voor 75 kop. pen ƒ 750 of in het Jaar ƒ 9000 en daer by in natura toeteleggen de Arak, specerijen etc: tot nu toe altoos voor het Horpitaal versthenk bedragende in het geheel ƒ41. 12. 8 Altaar dit deuxt hy voordeeligen te zyn, als een zeeker tautum voor ieder Kop te betaelen, de wyl dat een te groot verschil van de eene maand met de andere zoude maeken, en de ECompe in vergelyking van de voorsz be paaling tot nadeel zou strekk. want in de scheepentijd leggen en 130 en somtyds meer pervoonen in het ziekenhuis en als men geen scheepen aen handen heeft zyn en oor zo weinig impo„ tenten, dat de oppermeester, zo hy perman betaeld wierd, ge„ noegraamde dienaarloonen die Jaer uit jaar in, zo wel als veele andere noodzakelyke om gelden en vermijdelijk spendeeren moet moet, niet zou komeen goed maa„ ken. wyneemen derhalven de vrij„ heid U Hoog Edelheedens favorabel reflexie op het voorm bericht, dat in copia deeze verzeld te imploree„ ren, van onse kant betuigende dat wy niet konnen zijn, of dese tox is zo zuinig genomen, als men immer zou verwagten Ook hebben we de eere U Hoog Edel heedens aentebieden Copia van een bericht door den Koopman Lafort, als geweese opperhoofd te Pattena aan den eerstonder„ getekenden overhandigt, waer by blijkt, de noodzakelykheid der ten dien kantoore gedaene afgave van ƒ2590. 17. 8 en gere„ quireert bij de heur marginale aenteekening op de bevinding der bengaelsche Negotieboeken van A=o 1764. Het anker en touw, dat volgens onse onderdanige van ulto Januarij aen zeevere Capitain Brager, onder quitantie quitantie was afgegeven, heeft de zelve by zyn terug komst volgens de ondrer met twee Capitall ad¬ van behoorlijk voldaen, en dus daarvoor ƒ 693. 15 in cassa geteld. wy hebben de eere niet respect te zyn. /:onderstond:/ Hoog Edele Wijdge¬ biedende Heeren /:lager:/ Uwer Hoog Edelheedens onderdanige en gehoor¬ zome dienaeren /:get:/ G: L: Vernet. M. Isacck. F: H Zuuur. Moize la tont. F: M: Rorf. F: P: Humbert. O: W: Talen E: A: A: Damiur /:ter zijde:/ Hoegli en 31 maert Ao 1761 Accordeert fr: Thott GClerq No. 1 Copia secrete afgegaene brief ven 11 Januarij 1768 649 473 Batavia Aan zyn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren Heere Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generael wegens den staat der Vereenigde Neederlan den en haare algemeene Oost Indische Maatschappy De WelEdele Heeren Raaden van Nederlands Indie Hoog Edele Wydgebieden, de Heeren Den 14 october Jongstleeden mede gebesoigneert hebbende over den inhoud van uwer Hoog Edelheedens gevenereerde secreete rescriptie op onse voorjaerige advisen, sub 21 Iuli bevorens, zullen we by de zen niet alleen het resultaat van dien verhandelen, maer U Hoog Edelheedens tevens verslag doen, nevens Secreet van van de pointen, welke we ge woonlijk by aparte letteren beschry ven, de inlandsche zaaken en het gepasseerde met de vreemde Natien ramelijk wy hadden wel gewenscht, u Hoog Edelheeden een aengenamen uit slag te kunnen mededeelen, op de in den voorleeden Jare begon na, en in dit voorjaar nader gere„ =entameerde onderhandelingen tusschen den Heer Kalkatsch gou„ verneur en den Eerstondergetee kende, als we tot ons leedwezen ge, noodzaakt zyn in deeze ter neder te stellen, aengezien de goede hoop den Directeur eerst door Lord Clive en naderhand door den Heer Verelst tot verbetering van sComp=s zaeken in het algemeen gegeven, in rook verdweenen, en de bestiering dus ruim zo zorgelijk geworden is, als voorheen, zynde altans voor eerst van de vergrooting van onster„ rain niets geworden, door dien de Fauselaar Thirza Mahmed kazim Chan

NL-HaNA_1.04.02_9566_0601 view scan ↗

English

Khan, when this was about to be finalized, was removed from his post and replaced by the current Moorish Governor Mahumed Alicken Bhadur, from whose goodwill one cannot expect, for the time being, to enjoy such an extraordinary favor, so that a further time and opportunity in that regard will have to be awaited and seized. Nevertheless, the first undersigned continues with having a road constructed, which according to the initial agreement with the Government was to have served as a boundary of the village and runs from the river up into the field east and west, without him being hindered therein by anyone. And one could somewhat console oneself over this matter. But that we, in the other points proposed in our last secret letter of the 1st of March, have been so shamefully misled by the English gentlemen, is just as distressing to us as it will be unpleasant for Your Right Excellencies to learn that you see yourselves disappointed in your good hopes and expectations. Without detaining ourselves with a further introduction on such an annoying subject, we shall first make a beginning with a brief account of what occurred, and the commission planned by the Calcutta Ministry and the Director in late February to the weaving districts, whither, according to the first point, commissioners were to be dispatched from both sides towards the 25th of the following month, to take a census of all Dalals, Pykars, and weavers, and subsequently jointly devise and propose a means to make the linen trade equally easy and profitable for both Companies, but which, notwithstanding our commissioners, the merchant Martinus Koning and titular merchant Johannes Mathias Ross, were ready on time, dragged on until the beginning of May, when the journey was undertaken, and the first undersigned was informed by a private letter from the last-mentioned who, due to an indisposition that arose in the first commissioner, continued alone that upon opening their respective instructions it appeared to him that those of the English differed considerably from his own, for the English were not, as he was, authorized to take a census of the weavers and other servants, as well as of other particulars of the aurangs, but were simply qualified to investigate the cause of the disputes between their gomashtas and those of other nations, and to settle the same as much as possible; furthermore, that in order to find an amicable accommodation, the French and Dutch had also dispatched commissioners, with whom one should make every effort to prevent reasons for complaints in the future. The Director presented this letter in our meeting of the 6th of the aforementioned month of May, whereupon we, both because this order given by the English to their commissioners did not correspond with what had been resolved upon the memorial of last January sent by the first undersigned to Mr. Verelst and entered in the secret resolution of the first of March, and because we would fall far short by such a so-called investigation, as experience in the year 1764 had already taught, resolved to express our astonishment at this and to ask the reasons regarding this unexpected change from the Calcutta ministry; which was also done on the very same day in such phrasing as we request that Your Right Excellencies be pleased to examine in the letter and resolution of the aforementioned date, along with all the decisions taken since and further letters exchanged, enclosed herewith in copy. In the meantime, the aforementioned Mr. Verelst, without even paying the return visit that he owed the Director, had departed upcountry, and the management of affairs was entrusted to Mr. John Cartier, who had been summoned from Dacca some time earlier and is currently acting as Second at Calcutta, to whom and the remaining members of the Ministry we consequently had to address ourselves; but who, as will appear further, may well be presumed to be the one who managed to spoil the entire plan. At any rate, notwithstanding that we repeated our previous request on the 15th of May pursuant to the resolution of the preceding day, it dragged on until the 25th of the said month before we received a definitive answer. Yet before we treat of that, it will not be amiss to inform Your Right Excellencies beforehand what means and ways have meanwhile been considered by us in order to place the justice of our complaints in the clearest daylight. Perceiving that a plot was being forged to bring the entire project to naught, partly because the answer to our letters was delayed, and partly from what was meanwhile privately communicated again to the first undersigned by the aforementioned Ross: namely, how the English deputies, after having, as they believed, quietly regulated everything in Haripal and Dhaniakhali and forced the weavers to sign written obligations not to work for anyone but the English Company for a period of three months, had requested orders from Calcutta to travel on to the remaining quarters, and

Dutch transcription

431 Chan, toen zulx zyn beslag zouer lan gen, uit zyn postgezet, en vervan gen wierd door den actueelen moor„ schen Gouverneur Mahued Alicken Bhadur van wiens genegenheid men zig niet kan voorstellen, voor eerst zo een extraordinair faveur te zullen ge„ nieten, zo dat daeromtrend nader tyd en gelegenheid zal dienen afge„ wagt loe waergenomen te worden. Nochtans continueert de Eerstgezee kende, met het laten maken van een weg, die volgens eerste afspraek met de Regeering gestrekt zou heb, ben tot een limite van het Doop en van de revier af tot in het veld oost en west loopt, zonder dat hy daerin door iemand ver¬ hindert word En men zou zig deeze zaek ee¬ nigzints konnen getroosten. haer dat we in de andere pointen voor gesteld by onse laeste secreete brief van p=mo Maert door de Hee ren Engelschen, zo schandelijk misleid zijn, is voor ons even zo werdzietig 651 verdrietig, als het uHoog Edelheedens en vermakelyk wesen zal te vernee men, van zig in hare goede hoop en verwachting te leur gesteld te zien. zonder ons met eene verdere in„ lijding over zo een chagrinante stoffe op te houden, zullen weten eer, sten een begin maeken met een kort verhaal van het gebeurde, en de door het kalkatsche Ministerium en den Directeur in het laest van fe bruary beraemde commissie naer de weefplaatzen, werwaards volgens het eerste point tegen den 25 der daeraen volgende maend van weerskanten gecommitts zou¬ den worden afgevaerdigt, om den opneem te doen van alle Dalaals, Pykaers en weevers, en vervolgens gesamentlijk een middel uitdenken en voorstel„ len om den Lywaat handel voor beide compn even gemak„ kelyk en voordeelig te maeken, dog waermede het, niet tegenstaende onse 423 onse commissianten, de koopman Martinus Koning en titulair koop man Johannes Mathias Ross na neelijk op zijn tijd klaer waren, aen liep tot het begin van Mei, wanneer de reise ondernomen, en de Eerst ondergeteekende by een particulie re brief van den laestgemelde, die mits opgekomen indispositie van den eerste gecommitteerde, alleen continu eerde, bedeeld werd, dat by het openen der wederzydsche instructien hem was gebleeken, dat die der Engelschen met de zijne merkelijk verschilde, want dat deze, niet zo als hy, gemachtigd waren, een opneem der weevers en verdere bediendens, mitsgader van andere particulaeriteiten der arrengs te doen, maer eenvou dig gequalificeert waren tot een onderzoek na de oorzaek der dispu ten tusschen hunne gemastar en die van andere Natien, en om dezelve zo veel doenlyk te stellen voorts dat om een minnelijk accom¬ modement te vinden, de Franschen en Hollanders mede gecommitteer„ dens hadden afgevaerdigt, met welke welke men aller in het werk zou moe ten stellen, om de reeden van klach ten in den aenstaende te preve neeren. Deese brief produceerde de Heer Directeur in onze vergadering van den 6 der voormelde maend Mei, wan neer wy zo om dat deeze ordre van de zyde der breeden aen hunne gecom mitts gegeven, niet overeen quam 6 met het geresolveerde op de memo„ rie in Ianuari laestleeden, door onder den Eerst„geteekende aen den Heer verelst gezonden, en ingeschreeven bij secreete resolutie van primo maert, als om dat wy by dat zo ge noemde onderzoek verre te kort zouden schieten, gelyk de onder vinding in Ao 1764 reets had ge leerd, resolveerden hierover onse Verwondering te betuigen, en de reeden aengaende deze on verwachte verandering van het kalkatsch ministerie te vragen gelijk ook nog ten zelven dage gevolgnam in zodanige be woording, als we verzoeken, dat U HoogEdelheeden gelieven te beschouwe 486 beschouwen by de brief en reso lutie van voormelde datum met alle de zeedert genome besluiten en verder gewir selde brieven, onder de bijla gen deeser in copia over gaende Ondertusschen was voormelde Heer Verelst, zonder zelfsde con travisite, welke hy den Directeur schuldig was afteleggen, naer boven vertrocken, en het moniement van zaeken opgedraegen aen den eenige tyd bevorens van Drak ka ontboden, en tegenwoordig als secunde te kalkatte fun garende Heer John Cartier by wienen de overige Leeden van het Ministeri„ um, we ons overzulx addresseeren moesten dog welke men zo als nader zal blyken, wel vooronder stellen mag, de geene te zijn die het gansche ontwerp heeft weeten te vergaelen; Altaur niet tegenstaende we ons vorig verzoek den 15 Mei ingevolge besluit van daegs bevorens hervatte zo liep het aen tot den 25 der gezeg de 653 de maend, eer we uitsluizel kreegen. Dog eer we dat verhandelen, zal het niet quaalijk zijn, uHoog Edelheeden vooraf te informeeren, welke mid delen en wegen er intusschen by om zyn in bedenking genomen ten einde de rechtmatigheid in zer klachte in het kelderste daglicht te stellen. Bespeurende, dat den toeleg ge smeed wierd, om het gansche pagjeet op niet te doen uitloopen, een deelr door dien het antwoord op ense brieven agter weege bleef, en ten andere uit hetgeen, den Eerstge teekenden inmidder door voor melde Ross in het particulier weder was bedeelt, hoe de Engelsche afgezanten namelijk, na in Herriapaal en Dhenniacaly, zo zy meenden, in stilte aller geregu„ leert, en de wevers genoodzaekt te hebben tot het passeeren van verband schriften, om in drie maenden tijd voor niemand, als de Engel, sche comp te werken, van kalkotte endre hadden gevraagt, om naer de overige quartieren voortte reizen, en

NL-HaNA_1.04.02_9566_0607 view scan ↗

English

and to regulate what was necessary concerning their contracting; thus the Director proposed in our meeting of the 19th of May that this must serve as a firm proof of the intention, and in order to convince, even though the aforementioned commissioners, after the receipt of our last letter at Calcutta, had also been ordered to remain in Harripaul until an order from Mr. Verelst should be received, and therefore proposed whether, in order to convince their Majesties of the truth of the complaints so frequently made, and to enable their Highnesses to substantiate the vexations with irreproachable proofs, it would not be expedient to give said Ross in mandatis that in case he might perceive that the intention actually was to dupe us, or that the English sought to depart on their journey without first negotiating with him, according to the tenor of the convention with their Principals, to protest provisionally verbally and to announce that he nevertheless, without them, would attempt to carry out his commission, with the recommendation to put this into effect immediately with the French commissioner as well, namely by proceeding to all the aurungs, and to perform that which had been prescribed to him by his instruction, keeping an accurate record of all obstacles that he might encounter in the execution, and investigating as far as possible from what side and by whom this or that trap might have been set for us to obstruct our intention, and finally to make a report of everything in scriptis, which if necessary could be confirmed under oath. This proposal having been agreed to by the Members, and the resolution having thus fallen out as such, said Ross was informed thereof the following day by extract. But whereas, as stated, from the side of the English in Harripaul they were waiting for orders from Mr. Governor Verelst (to whom the Director had not failed to write emphatically concerning the conduct of the Calcutta council during his Honour's absence) and one spent that time virtually with crossed arms, the First Signatory was advised to summon him, Ross, hither, in order, before proceeding to the ultimate execution of the aforementioned further order, to have him report in the meeting on what the frequently mentioned Mr. Verelst had told him concerning the instruction that was to be handed to his commissioners, so that, after it should be recorded, such use might be made of it as one should find proper in case of an unfortunate outcome of affairs. He communicated this in the Meeting held on the 23rd of the aforementioned month, and at the same time showed for his part to be of the opinion that such an account made by a member of the council in person and under the taking or offering of an oath was quite as sufficient as a declaration executed before a sworn clerk; and after the Members had also understood it as such, the said Ross, following a prior admonition to direct his report accordingly, made such a declaration as is recorded verbatim in the resolution of the above-mentioned date, with the offer to confirm his statement at all times under oath, with which, for such reasons as Your High Nobilities are requested to observe in the decree itself, we have, as far as concerns us, approved that he let it suffice. Your High Nobilities will also find noted in that resolution that the Director, although in everything he proposes in the interest of the Company he cannot be considered otherwise than to act faithfully and uprightly, nevertheless, for so much the more firmness of the proof concerning what we shall presently argue, also offered to confirm under oath, where and whenever it should be required, everything he communicated to the Meeting upon his return from Calcutta and which stands noted in the aforementioned decree of the 1st of March of this year. Treating the case on our side thus seriously, we do not believe that Your High Nobilities will take it amiss of us that we composed the letters written to Calcutta about this somewhat sensitively, although the one which was dispatched and sent according to the above-mentioned decree to the junior merchant Jan Rauwert, who was present there at that time for private affairs, with orders not to return from there without an answer, was brought back two days later by him, with the answer that had meanwhile been handed to him in response to our previous one, and for which he had waited on special orders from the First Signatory, containing among other things: 1. A representation that they, the gentlemen English, had consented to the sending of commissioners to the aurungs in the expectation that an investigation would be made on the spots themselves into the fairness of our complaints and the cause of the numerous obstructions. 2. An expression of astonishment that ours held back this proceeding by desiring something that, if it were insisted upon to such a degree and further, would ruin the whole matter and oblige them to recall their

Dutch transcription

487 en omtrent hunne aenbesteeding het noodige te reguleeren; zo stelde de Directeur in onsen by een komst van den ige Meivoor, dat dit moest strekken, als een vaste blyk van de intentie, em om te uurleiden, schoon ook de voorsz gecommitteerd na de ontvangst van onse laeste brief te kalkatte, gelast waren in Herriapoel te blyven, tot dat en ordre van den Heer Verelst zou ontvangen wezen, en proponeer de derhalven, of het om de stee„ ren Majoreste overtuigen van de waerheid der zo dikwils ge, doene klachten, en Hoog dezelve in staat te stellen, om de vexa tien met in reprochabele be wyzen te staven, niet dienstig zou wezen, gezegde Ross in man datis te geven, nm bijal„ dien hy bespeuren mogt, dat de intentie en waerlik was, van ons te deepeeren, of dat de Engelschen op reir zogten te gaen, zonder alvoorens met hem te hande len, na luid van de conven„ tie met hunne Principaalen, by by provisie mondeling te proteste ren en aentekondigen, dat hy der niet tegenstaende, zonder haer, zyn last zou trachten ter uitvoer te brengen, met recom„ mendatie, om zulx dan ook met de fransche gecommitteerd dadelyk in het werk te stellen, met namelijk te trekken naer alle de arrengs, en te verrich, ten het geene, hem, by zijne in„ structie was voorgeschreeven houdende een accurate anno tatie van alle obstacilen die hy in de uitvoezing en t moeten mogt, en zo veel doen lyk navorschende, van wat kant en door wie ons deese of geene lagen ter verkinde ring van onse intentie geseyd mogten worden, en eindelyjk om van alles te doen rapport in scriptis, dat der noods met eede zou konnen beëdigt wor¬ den. Deezen voorslag door de Zee, den geagreert, en het besluit dus alzo gevallen zijnde, werd gemelde 429 gemelde Ross daer van daegs daeraen per extract verwittigt shaer vermits en, als gezegt, van de zyde der Engelschen in Herri apaal gewagt werd na erdre van den Heer Gouveneur Ver„ elst /:aen wien de Directeur niet had nagelaaten nadrukkelyk te doteeren over de verhouding der kalkatsche vergadering by zijn Ed absentie:/ en men dier de tijd genoegsaem, als niet gekruirte armen doorbraekt, zo werd de Eerstgeteekende te rade, hem Ross herwaerds te ont¬ bieden, ten einde, alvooreen te treeden tot de uiterlijke executie der voormelde nast dere ordre, in vergadering verslag te laten doen van het geen veelmelde Heer Verelst hem gezegt had, aengaende de instructie, die zijne ge committ=de stonden ter hand gesteld te worden, om na dat het geregistreert zou zijn, daer van zodanig gebruikte man ken als men bij een ongeluk„ kige 655 kigen uitslag van zaeken bevin den zoude te behooren. Hy com, municeerden dit in de Vergade, ring gehouden op den 23 der voor melde maendshen, en vertoonde tevens voor zyn aendeel van gevoe„ len te zijn, dat zo een verhael door een lid van het collegie in persoon en onder aflegging of presentatie van eede gedaen wel zo suffisant was, als een ver„ klaring voor een beampt schrij¬ ver gepasseert wordende, en na dat de Leeden het ook zo hadden begreepen, heeft gemelde Rorf na voorafgaende vermaning van zin bericht hierna inte richten, zodanig een verkla ring gedaen, als woordelijk bi resolutie van bovengem datum is opgeteekend, onder pre„ sentatie van zyn gezegde ten al„ len tyde met eede te zullen stern ken, waermede we om zodanige reedenen, als U HoogEdelens ver„ zocht worden by het besluit zel„ ve te beoogen, voor zo verre ons aengaet, goedgevonden hebben denzelven 481. denzelven te laeten volstaen, zullende u HoogEdelheeden by die resolutie meede genoteerd vinden dat de Directeur, schoon ook in aller wat hy ten belange van de Maats schappij voordraegt, niet anders als geacht kan worden trouwen opreck te werk te gaen echter tot zo veel te meer stevigheid van het bewijs aengaende hetgeen we strap zul len betoogen, ook heeft aange booden, om al wat hy bi zijne terugkomst van Kalkatte de Ver gadering meede gedeelt heeft en genoteert staat by het voorm arrest van pmo maert deser Jaer mede met eede te bevestigen, daer en wanneer het vereischt zoude worden. Het geval van enre zijde dus ernstig tracteerende, gelooven wy niet, dat u Hoog Edelheeden het ons quaalik zullen neemen, dat we de hier over naer Kalkatte ge„ schreevene brieven wat gevoe, lig hebben ingericht, hoewel die welke volgens bovengem arrest afgevaerdigt en gezonden is, aen den eeen diertijds om particulieren zoeken aldaer present zijnde onder koopman Jan Rauvert met last, om van daer zonder be scheid niet te rug te keeren, twee dagen daeraen door deeze terug werd gebracht, met het antwoord dat hem intusschen op onse voorige war ter hand gesteld, en waerna hy op byzondere ordre van den Eerstgetekende gewagt had, behel„ sende onder andere t' een vertooning, dat zy steeren Engelschen in het zenden van gecommitteerdens naer de or„ venge hadden bewilligt, in die verwachting, dat er op de plaatsen zelve een onderzoek zoui gedaen worden naer de billijkheid enzer klachten en de oorzaek der menig vuldige verhinderingen. 2 eene betuiging van verwonden ring, dat de onre deeze verrichting tegen hielden met icts te begeeren dat by zo verae en verder op aen wierd gedrongen, de gansche zalk ver„ nietigen en hun verplichten zou tot het terug ontbieden huu uer

NL-HaNA_1.04.02_9566_0613 view scan ↗

English

their deputies. 3. An observation that the manner in which we wished to pursue the matter was contrary to the law of nature and of nations, and would give rise to considerably more differences between both nations, as well as cause great difficulty regarding the respective investments. 4. And finally, a declaration that, as the complaints were general and required mutual refutation, the differences could thus also not be settled except after a short and impartial investigation, upon which they remained steadfast and firm. In support of these opinions of theirs, adducing several arguments which, in order not to divert the attention of Your High Noble Honours from the matter itself, we shall not repeat here, as the translation of the letter is inserted into the resolution of the 25 of the much-mentioned month, and the most notable of which was their imagination, as if an assent to our desire, namely the division of the weavers, excluded the natives and others from a right to which they were equally close with us; so that, referring ourselves thereto, upon Your High Noble Honours' reading of the same, there will immediately also catch your eye the fitting reply and refutation made thereon, likewise recorded in the said resolution, and sent to Calcutta the following day, which, however, proved so hard for the English gentlemen to digest that, before replying to it, they expressed their displeasure in a short letter of the 30 of the aforementioned month, containing at the same time the communication that they would declare themselves on the principal matter as soon as they should have received the required advice from their Governor, the aforementioned Mr. Verelst, and with which again fully fourteen days passed, because we were not disabused further before the 13 of July, namely first by a private letter from the just-mentioned Mr. Verelst, dated the 30 of the previous month, containing, after a repeated assurance of serviceability, an affirmation that his Honour as well as Lord Clive had previously consented to the division of the weavers proposed by the Director, however, as his Honour now pretended, without thoroughly considering the harmful consequences; considering this furthermore as a step to which one was not authorized without violating the right of the Nawab, and whose permission his Honour also had not been able to obtain, further a detailed explanation of the reasons why the Durbar ministers held the plan not only to be impracticable, but also detrimental to the revenues of the country, along with a further offer to still have the disputes of both sides investigated and to punish the guilty, and an expression of sensitivity regarding the hard terms of our letters to the Calcutta meeting, and especially the last one, or that of the 26 of May; finally an announcement that, through his Honour's intercession, the custom in vogue until now, that the manjhis or steersmen of the vessels paid something at the guard posts, had been abolished or revoked; subsequently with a letter from the English administration of the 8 of June, clearly demonstrating that that of the Governor must have been in Calcutta first, or that those gentlemen are well-informed of the manner in which his Honour was going to express himself, seeing that on the very same foundation they clearly declared themselves to be firmly resolved not to consent to the registration and division of the weavers, but still to be willing to proceed to the investigation of the complaints about the obstructions in trade, and a remark that the style of our last letters was not compatible with the dignity of persons or representatives of so distinguished a company as the Dutch. The translations of both, and that of the first, principally as proof of what was previously promised, namely the division of the weavers, are recorded in the secret resolution of 13 of June. And on that day, notwithstanding that we clearly foresaw that all further representations would nevertheless be of no avail, we understood, together with the First Signee, that one ought not to conceal the displeasure over such extraordinary inconstancy, but rather to question those gentlemen somewhat more closely about the pretexts they brought forward to justify the breaking of their once-given word. We did, however, first take into serious consideration once more whether one should assent to the proposal for the investigation of the complaints, to which they will appeal high and low, or rather consider the same, according to the First Signee's demonstration, as proven by the successive dispatch of the documents concerning this that had come to our hands. But having maturely deliberated and understood with one another that, even if our gomastahs were to maintain their grievances in the presence of those of the British, their principals would nevertheless not lack exceptions and inventions to contradict the same, and as it were to defend them with an appearance of justice, as, to say nothing of others, occurred with the already mentioned commission dispatched in May 1764 to Santipur.

Dutch transcription

93 4 ner gecommitteerden. 3 eene aenwerking, dat de na nier, waerop wy de zalk wil den voortzetten, strijdig war met het alcat den natuur en der vol„ keren, en aenleiding zou gee ven tot ongelijk meer verschillen tusschen de beide natien, mits gaders grooten dificulteit ver werken, omtrent de respective inzamen. 4en eindelijk eene verklaring dat daer de klachten algemeen waaren, en wederzijds wederleg„ „ging vereischten, de verschil len dus ook niet konden werden afgedaen, als na een kort en en zijdig onderzoek, waerop zij fort en ferme staen bleeven Tot staving van deeze huure opinien verscheide orgineen, ten bybrengende, die we om de aendacht van U Hoog Edelhee den van de zaak zelve niet afteleiden, hier niet zullen herhaelen, als zijnde het tracer laat van de brief geinsereert by resolutie van den 25 der veelmelde 657 veelmelde maend, en het aen merkelijkste van dien hunne verbeelding, als of eene bewil liging in onse begeerte, de verdeeling der weevers name lyk, de inboorligen en ander ren secludeerde van een recht waertoe zy met ons even na waren; zulx wi ons daer aen refereerende, u Hoog Edelheeden by lecteure van het zelve imme diaat ook in het oogvallen zal de daerop gepaste rescriptie en gedaene wederlegging, mede by het gezegde besluit ingeschree ven, en daegs daeraen naer kalkatte verzonden, welke echter voor de Heeren Engel, schen zo hard viel te verduwen, dat ze alvorens daerop te antwoorden hunne misnoegs heid betuigden by een briefje van den 30 der voormelde maend, tevens vervattende communicatie, dat zy zig ten principaale zouden verklaren, zodra ze het gere„ quireerde advir van hunne Gouverneur 485 Gouveneur den Heer Verelst voornoemd zouden ontvan gen hebben, en waermede toen weder ruim veertien aan gen verliepen, dewijl we niet voor den 13 Juli nader uit den droom raekten, na melijk eerst met een particu„ liere brief van evengemelde Heer Verelst, gedagtekent den 30 der voorige maend, na een herboelde verzeekering van ge dienstigheid, vervattende eene affirenatie, dat zyn Edele zo wel als Lond Clive bevoorens had geconsenteerd in de door den Directeur voorgestelde verdeeling der weevers, echter zo als zijn Edele taris voorweudde, zonder door en door de nadeelige gevol gen te overweegen; zulx teveer considereerende als een stap waertoe men zonder het recht van den Nawab te schenden, niet bevoegt was, en wiens toe, stemming zijn Edele ook niet had komen verkrijgen, voorts een breede verklaring van de de reedenen, waerom de Dherbaar ministers het ontwerp hielden niet alleen voor enuitvoerlijk maer ook schadelijk aen de inkomsten van het land, onder verdere aenbieding van als nog de disputen van wees kan ten te laeten onderzoeken, en de schuldige te straffen, en betuiging van gevoeligheid over de hande termen van onse brieven aen de kalkutsche vergadering, en speci„ ael de laeste of die van den 26 mei: eindelijk eene bekendmaking, dat door zyn Edeles voorspraek de totnu „geweest toe in zwang zijnde gewoonte, dat de Mautier of stuurlieden der vaertui„ gen aen de wagtplaatsen iets betael„ den, was afgeschaft, of ingetrokken, vervolgens met een brief van het Engelsch ministerie van den 8 duidelijk Juni „ aentoorende, dat die van den Heere Gouverneur eerst te kal katta moet geweest, of dat zy Heeren wel onderrecht zyn van de wyze op dewelke zyn Edele zig quam uit telaaten, aengezien ze op hetzel„ ve fundament, of aonduit verklar„ den, vast geresolveerd te wesen van tot het opneemen en verdeelen der 487 659 der weders niet te bewilligen maer als nog te willen treeden tot het onderzoeken der klachten over de dwarsdogoeryen in den handel, ende eene remarque, dat de styl onzer laeste brieven niet com patibel was met de waerdigheid van persoonen of representanten van zo eene aenzienlijke compagnie als de hollandsche. De translaeten van beide, en die van de eerde, wel voornamelijx tot bewijs van het geen bevoorens belooft is, de verdeeling der wevernamelijk, staen by de secreete resolutie van 13e Iuni ingeschreeven En we hebben ten dien dage niet tegenstaende we wel voor„ zagen, dat alle verdere vertoogen tog niets zouden baaten, echter met den Eerstgeteekende begree„ pen, dat men het ongenoegen over zo een extraordiciaire onge„ stadigheid niet behoorde te ont„ veiizen, maer die steeren wat nader te onderhouden over de uitvluchten, die zy ter baan brachten, om het verbreeken van van hun eensgegeven woord quatie te rechtvaerdigen. we namen echter vooraf nog eens ernstig in overweeging, of men in den voorstel tot het onder zoek der klachten /:waerop ze zig hoogen laag zullen beroepen:/ zou bewilligen, dan wel dezel ve volgens des Eerstgetekend ens vertoning voor bewezen houden door de successive gedaene toe zending der stukken, welke ons daervan waren ter hand gekomen. Dogrypelyk gedelibereert, en met malkander begreepen hebbende dat alware het ook, dat onse ge mastar hunne beswaernissen in tegenwoordigheid van die de Buitten staande hielden, het hunne principalen echter niet ontbreeken zoude een exeptig en uitvendingen, om dezelve tegen te spreeken, en als of het ware, met schijn van recht „men, te verdedigen, gelijk zulx, om van geen andere te gewagen by de reets gezegde en in Mei 1764 naer Stenderona gedecrneer¬ de

NL-HaNA_1.04.02_9566_0619 view scan ↗

English

the commission had experienced only too well, we thus resolved to reject this useless proposal entirely, and to hold our repeatedly made grievances as verified. But in order to justify them most clearly to our honored superiors, and now to put into execution the aforementioned resolution of 19 May, ordering to that end our commissioner, Ross, to hold himself in readiness to depart upon the first notice from the Director, we finally conformed ourselves to the reply to the aforementioned Calcutta letter prepared by the Director, likewise recorded by resolution, and to which, in order to avoid excessive prolixity, we respectfully refer, all the more so because it will still take some time before we can break off the thread of this matter, since it has become mid-July with disputing over the matter in question. The stiff English, declaring positively in their writing in reply to our last letter, as before, that they were determined not to depart from the condition proposed according to their imagination, namely the investigation of the complaints, with a further threat that if we would not agree to it, their commissioners would be recalled; and at the same time maintaining that our desire to divide the weavers among the three nations, and by that means to exclude the natives, who had an equal right to be put to work alongside us, tended far more toward a monopoly than that which they, the English gentlemen, came to propose; we have, in accordance with the decree of 23 June, also made known to them our firm resolution, and to hold to that which was decided upon the memorial that the Director had presented to Mr. Verelst, and the word given thereupon regarding the division of the weavers, the utility of which we judged to have sufficiently demonstrated in our last of the 14th prior; furthermore, that we would leave the question of whether our demands infringed the rights of the other inhabitants, etc., to the decision of our principals, who would also be best suited to judge whether an arbitrary and violent exercise of power over the native, as was pointed out to them to be in vogue on the part of their servants, can be said to be called freedom. This had the effect that after the lapse of a few days, or after the return of the Governor, by a further letter of 18 July, those gentlemen came out with that which they had hitherto withheld, namely an express denial of their consent to the division of the weavers, with an account of the discourses that occurred and conferences held on this subject between Lord Clive, Mr. Verelst, and the first signatory of this, all recorded in detail in the resolution of the 21st of the above-mentioned month, and on the other hand, that several proposals had been made by the last-mentioned for removing our grievances, among which had also been the agreement or division of the weavers, or as they also pretend, the appointment of an Agent for the joint purchase of our various requirements. That his Lordship and Mr. Verelst had consented thereto, provided no other way could be found to put an end to the vexatious complaints constantly made by the French and us, namely to make an impartial investigation into the merits thereof; that since we both could not resolve upon this, the proposal for an agreement regarding the weavers naturally lapsed, even if it were less disadvantageous than it has since appeared upon mature consideration and upon taking the advice and opinion of the council; remaining therefore by their former opinion never to consent to such a proposal, and announcing that further correspondence thereon could serve no other purpose than to foster a spirit of captiousness, without bringing the least advantage to either party, and that they would therefore abandon all correspondence or quarreling on this matter, unless upon an investigation made and the return of their commissioners it should be found necessary to address us further; finally claiming that we should supply full proof of the oppressions charged against them, or that they otherwise judged the same to exist only in the imagination of this administration. If now the strength of the arguments consisted in spiteful and hurtful expressions, then the English gentlemen would certainly remain on the winning side. But if one looks at the fairness on our side and the triviality on theirs, then we do not doubt in the least that the argument of justice pleads for us. To this purpose we remarked that we must regard Mr. Cartier as the moving cause of the unfortunate outcome of this commission, and we know that this requires no further demonstration. On the one hand, if one pays attention to the solemn offer made both by the first undersigned and the often-mentioned commissioner Ross; on the other hand, to the own confession of Mr. Verelst, in his letter cited above and recorded in the resolution of 13 June, that his Honor had consented to the proposal for the division of the weavers, albeit under a restriction since devised, or invented by his aforementioned friend, and now brought forward, namely that he had not considered the matter so thoroughly in the beginning; since that pretext is too frivolous to deserve any remark, and the reason for not fulfilling

Dutch transcription

9 425 de commissie maer al te wel had ondervonden, zo resolveer den we dan ook deze onnutte propositie ten eenemael te rejecteeren, en onse by herhal ling. gedaene dolantien te hou„ den voor geverifieert. Maer om dezelve ten klaersten by onse geeerde superieren te justifi ceeren, als nu ter uitvoer te laten brengen, het vooraen gehaelde besluit van 19 Mei, ge lastende ten dien fine orre commissiant, Ross, zig weder veervaerdig te houden om op eerste aenzegging van den Directeur te vertrekken, en con formeerden ons eindelijk met de door hem Directeur in gereed heid gebrachte beantwoording van voorm kalkatsche brief, als mede by resolutie quintereert en waeraen we on dier ter vermij¬ ding van eene altegroote wydlosigheid net eerbied ge dragen, des te meer, om dat het nog wat zal aenhouden, F. eer weden draat van deeze stoffe. 661 stoffe konnen afbreeken, dewijl het half Juli geworden is met over de zaak in questie te reden twisten. De steven Engelschen in de scriptie op onze laeste brief, als vooren verklarende positif, ge de termineert te zyn, niet te wy ken van de volgens hare verbeel ding voorgestelde conditie, het onderzoeken der klachten name lyk, onder nadere bedreiging, dat zo we en niet toe wilde verstaen hunne gecommitts terug zouden worden geroepen; en tevensdak by blijvende, dat onse begeerte om de weevers onder de drie na tien te verdeelen, en door dat middel de inboorlingen uittesluiten, welke een gelyk recht hadden, om re nevens onr aen het werk te stellen, vrij meer strekte tot een mo¬ nopolium, dan het geen zy Heeren Engelschen quamen voor te slaan; zo hebben wy volgens arrest van 23 ' Iuni hun 501 hun mede te kennen gegeven onse vaste resolutie, envoor te houden aan het beslootene op de memorie, die de Direc„ teur aen de Heer Verelst had ge presenteerd, en het daerop gege„ ven woord ter verdeeling der wee vers, welker nuttigheid wy oor deelden genoeg aengetoond te hebben, in onse laeste van den 14' bevoorens, voorts dat we de questie als of onse eisschen het recht der overige ingezeetene kreukte etc zouden laten ver„ blyven aen de decisie van onse principalen, en aen wien het ook best voegen zou te oordeelen, of eene wille keurige en gewelddadige mogt oeffening over den inboor„ ling, zo als men hun aen wees van de kant huuner bedienden in zwang te gaen, gezegt kan worden vryheid te heeten. Dit had die uitwerking, dat na ver loop van eenige dagen, of na de teruykomst van den Heer Heer Gouverneur by een nadere van den 18 Juli die Heeren uitquamen met het geen ze tot nog toe hadden agter wee gen gehouden, eene uitdruk kelyke ontkeutenis nanelyk, van hunne toestemming tot het verdeelen der weevers¬ met een verhael van de tur¬ schen Lord Clive, den Heer Ver¬ elst en eerste Teekenaer dezer gevallene discoursen en gehou dene conferentien in car subject, alle omstandig bij aroert van den 21 der boven gemelde maend opgeteekend en den anderen, dat er door den Laestgemelde verscheide propo„ sitien gedaen waren tot het uit den weg ruimen van onze beswaernissen, onder wel„ ke oon geweest war den opreem of verdeeling der weevers, of zo als zij meede voorgeven, het aenstellen van een Agent, voor de gezamentlijke inkoop onser verscheide benodigthee„ den. Dat zyn Londschapen hy Heer 503 Heer Verelst, daerin had geconde siendeert, mits er geen ander weg kon gevonden worden, om een einde te maeken van de vervietige klachten, gestadig gedaen door de Franschen en ons, niet namelijx een onzydig onderzoek te doen, na de waerde derzelve: Dat dewyl we beide hiertoe niet konden besluiten, de voorslag tot een overeem der wevers van zelfs verviel, Ja al ware het ook, dat te min¬ der nadeelig was, dan ze zee dert is voorgekomen, bi rijpe overweeging, en inneeming van den Raeden het gevoe len van het ministerie; blij„ vende dierhalven bij hun voorig gevoelen van nooit in zo een voorstel te zullen bewilligen, en der aankondi„ ging, dat eene verdere brief wisseling daerover nergens anders toe strekken kon, als om een geest van betsigheid te koesteren, zonder het mui ste voordeel aen beide portien en 663 en toetebrengen, en dat zi dierhalven alle converponden tie of krakkeeling hierover zouden laeten vaaren, ten ware by gedaen onderzoek en terugkomst van hunne ge committeerdens nodig zou worden bevonden, zig nader aen om te addresseeren, ein delijk pretendeerende, dat wy van de hun ten laste gelegden onderdrukkingen volledige be wyzen zouden suprediteeren of dat zy dezelve anders oordeel den, alleen bestaenbaer te zyn in de verbeelding van dit ministerie. zo nu de kracht der arginnen„ ten bestond in spitige en le deerende uitdrukkingen, dan zouden de Heeren Engelschen zeeker aen het langste zind blijven. haer let men op de billijkheid van onze en beu¬ zelachtigheid van hare zyde dan twijfelen wy geen zints of de reeden van rechtmatig heid pleit voor ons. Hiervoor brachten 545 brachten we te pasdat we den Heer Cartier moesten aenwerken als de beweegende oorsaek van den ongelukkigen uitslag de zer commissie, en weder ken, dat dit geen nader betoog Vreischt. Eensdeels, als men acht geeft op de plectige aenbie ding zo door den Eerstgeteeken de, als de velmelde gecommit teerde Roy, ten anderen op de eige bekentenis van den Heer Ver„ elff, by zijne hiervoor aengeto„ gen, en ter resolutie van den 13 Juni in geschreeven brief, dat zyn E had bewilligt in de propositie tot het verdeelen der weevers, schoon ook onder een zeedert bedachte, of door gemel den zyne Leeunde uitgevon„ den, en nu ter baan gebrachte restrictie, van namelijk de zaer in den beginne zo door en door niet overwoogen te hebben, dewijl dat paetext te onnorel is, om eenige aen, merking te verdienen, en de oorzulk wegens het niet gestand doen

NL-HaNA_1.04.02_9566_0626 view scan ↗

English

making of promises cannot be said to be anything other than what His Honour and the Council themselves admit in the latest letter, namely the mature deliberation and further gathering of the opinion of the Ministry. We say the further gathering, because before the arrival of Mr. Cartier, the entire plan had been found plausible, and his consent had readily been given to regulating it and bringing it into order, but afterwards they perhaps had second thoughts about the advantage that had been too readily conceded to us, and by which their own interest stood to be prejudiced. Yet in order to put an end to the matter, and to prevent any further estrangement between us, during the consultation held on the aforementioned 21 July with the First Signee—to whom the allegation regarding the appointment of an agent for the purchase of the various necessities appeared very surprising, as he had not availed himself of this in any other place than in the first plan, inserted by secret resolution of 18 November 1766—we judged it most advisable to break off the war of the pen on this subject, rather than give more cause for bitterness, and to declare that this had never been our intention, but that we had merely tried to demonstrate the unreasonableness regarding the non-fulfilment of promises once made, in a manner as would be done by anyone who ought to consider such as an insult, and that the denial now finally made appeared the more astonishing to us, since they, in answering all our previous letters, and especially that of 26 May, had passed over such in silence, and had merely contented themselves with raising disputes, brought forward as so many difficulties, to carrying the said plan into execution. Furthermore, that we had to reconcile ourselves to all these disagreements, and let the matter in question take its course until our Lords and Masters will be able to judge which of the two of us has best maintained his case, and that it would also best suit Your Honours to decide whether, since the time that our Company has been thwarted in trade by their servants, we had provided enough examples of the acts of violence committed against the country and working man or not; with the further announcement that we held the complaints made from time to time to Their Honours about the vexations in the aurungs to be fully proven by the documents that have come in regarding this and have always been attached to the dispatched letters concerning such subjects. Moreover, with the matter now being viewed in retrospect, it also appears to us that in a time when the English do not hesitate to break their word, the mentioned appointment of an Agent for the Company would be far more disadvantageous than the present manner of collecting the silk goods, since some Englishman or other would surely be chosen for this, and the rejects that would not please him for his Principals would be assigned to the Company, not to mention that all our privileges and prerogatives in trade would thereby be completely violated. However suspicious and strange the bold and rigid denial of an agreement concluded with the Head of a Nation may appear at first sight, Your High Honours will nevertheless, as we believe, be pleased to understand with us that it is the ordinary subterfuge of persons who see fit to deny the strongest proofs, and concerning which the opposing party lacks the power to enforce the contrary. In conviction of this, the First Signee, at the just-mentioned resolution, had recorded that incident which happened at Patna in a public Durbar of more than a hundred persons, between the English chief, Mr. Rumbold, and the vakil of the French, whom he publicly insulted over the defence of a matter on behalf of his Master; but which His Honour, well knowing that the bystanders lacked the courage to bear witness to the truth, expressly denied upon the complaints made in that regard, and explained it as if the vakil and others had offended him in the highest degree by claiming something over which that Gentleman imagined that no one except himself had any right. And although this matter, concerning which we asked the servants at Patna for clarification, is explained in their letter of 9 August to the disadvantage of the French and in favour of the English, we are nevertheless better informed, and assure Your High Honours that it thereby loses none of its value, the more so because the report of the servants is based on a dubious report, and the First Signee has it from the account of a person who had not the slightest interest in telling him falsehoods in this regard. Although we may now have detained the attention of Your High Honours long enough with such an extensive description of the fatal outcome of a matter concerning which we could only imagine good things in the interest of the Company had the enterprise succeeded, we must nevertheless, before departing from it, inform Your High Honours of what further transpired in this regard, and firstly, that at the commencement of this commission, the First Signee having been requested by the former Director of the French Company, the Honourable Mr. Renault, both through deputies and by private letter, to act in concert in this whole matter, and beforehand for disclosure of what was to be transacted, on 27 April last; both were agreed to, so that that Nation, on its part, appointed as deputy the

Dutch transcription

doen der beloften, niet anders gezegt kan worden, te zyn, als het geen zin E en de Raad in de laeste brief zelve bekennen nomelijk de rijpe overweeging en /:nadere:/ inneeming van het gevoelen van het Minister rie. toe zeggen de nadere in„ neeming, dewyl men voor Let arrivement van den Heer Cartier het geheele plan plansibel gevonden, en geree delijk sin Item tot het regu¬ leeren en in kain brengen van het zelve gegeven, dog na de hand mogelijk berouw ge„ kreegen heeft, van het voor„ deel, dat men aen ons te gereede„ lijx had afgestaen, en waerby het eige belang stond gepre„ judicieert te worden. Dog om een einde van de zaek te maken, hebben we ons verdere verwijdering voor te komen, onder de op den 21 Juli voormeld gehoudene be soigne, met den Eerstgeteken„ den, aen wien het geallegeerde wegens 307 wegens de aenstelling van een agent tot den inkoop der onder scheidene benodigtheeden, zeer surprenait is voorgeko neen, als zig daervan op geen an dere plaats bediend hebbende; dan by het eerste plan, geinvereert by secreet arrest van den 18de no„ vember 1766, raadzaamst geoor„ deelt de pennestryd mede hiero„ verafte breeken, liever aan meer reeden te geven tot verbittering en de verklaaicegechten, dat dit on ze uitentie miuuer geweest is, maer dat we eenlijk getrackt hebben aentetoonen de onree delijkheid over het niet nakomen der eens gedaene beloften, op een wijze, als door een iegelijk geschie„ den zou, die zulx als een belee diging behoord aentemerken, en dat de nu eindelijk gedae ne ontkeutenis ens te won derlyken voorquam, daer zij by het beantwoorden van alle onze vorige brieven, en spe„ ciael die van 26 Mei zulx met stilswijgen gepasseert, en zig slegts 665 slegts vegenoegt hadden met het opperen van reeden kavelingen quati bygebragt als zo veele zwarig heeden, om het zegegde pcanter uit voer te bengen. voorts dat we ons alle deese disagreenen ten moesten gekoosten, en de zaex in questie op zijn beloopla„ ten tot dat onze Heeren en meerte, ren zullen konnen oordeelen, wie van on beide zijn stuk best beweerd heeft, en dat het Huw Edelens ook best voegen zou te beslissen, of we zee dert den tyd, dat onze compagnie door hunne bedienden in den handel is gedwarsboomt, voor beelden genoeg hadden bijge„ bracht van de gepleegde violen„ tien aen den land en arbeid man of niet; met nadere aankondiging, dat we de van tid tot tid aen hun Edelens ge¬ doene klagten over de vexatie in de arrengs hielden volko„ men voor bewezen, door de stukken, die daer van inge„ koomen, en altoos gevoegd zijn by de afgezondene brieven diergelyke 560 diergelijke onderwerpen betref fende; komende het ons buiten dit al, nu van agteren de zaek ingezien zijnde, oor voor„ dat in een tid, dat de Engel, schen zig niet ontzien, hun woord te schenden, de gewaeg¬ de aenstelling van een Agens voor de Compe vrij nadeeligen zou zijn, als de tegenwoordige wi„ ze van het inzamelen der zijn waten, vermits daertoe zeever de een of ander Engelschean verkooren, en de Comp dier zou toegevoegt worden het uit schot, dat hem voor zijne Prun¬ cipaelen niet aen zou staen, om niet te spreeken, dat hier door alle onze voorreekten en prerogativen in den handel ten eene maal ge¬ schonden zoude wesen. toe nadenkelijk en worden lijk in den eersten opslag ook voorkomt de stoute en stijve ontkentenis van een accoord overeengekomen met het Hoofd van eene Natie, zullen uHoog Edelheeden Edelheeden echter zo wy gelooven met ons gelieven te begrijpen dat het de ordinaire uitvlucht is van persoonen, die goed kon„ nen vinden, de kragtigste bewijzen te toockenen, en waeromtrent het den tegen partij aen magt ontbreekt om het contrarie te doen gelden; tot overtuiging hiervan heeft den Eerstgeteekende by de so evengemelde resolutie laten aenteekenen zeeder voorval gebeurt te Pattena in een pub¬ lieke Dierbaar van meer dan hondert persoonen, tusschen het Engelsch opperhoofd sa Ruur boldem den wakkiel der franschen, dien hy over het verdeedigen van een zalk uitnaem van zijne Meester, openbaar approiteerde, dog het welk zyn E wel weetende, dat het den omstanderen aen courage ontbrek, der waerheid getuigenisse te geven, op de derwegens gedane klagten expresselijk ontkent, en zo uitge„ legt 511 legt heeft, als hadde de wakkiel en andere hem ten hoogsten geoffenteert met zig iets aen tenotigen, waerover dien Heer zig verbeeldde, dat buiten hem niemand eenig recht toequam. En ofschoon dee„ ze zaak, waarover we den be„ dienden te Pattena elucida tie hebben gevraegt, by hun ne brief van den 9' august= ten nadeelen der franschen en ten faveure der Engelschen word uit gelegt, zo zijn we echter beter onderrecht, en verzeeke„ ren UHoogEdelheeden, dat ze daer om van haere waerde. niets komt te verliesen, te meer daer der bedienden opgave gegrond is op een twijfel achtige rapport, en de Eerst geteekende het heeft by overlee„ vering van een persoon, die geen het minste belang had hem ten deesen oprichte iets op de niouw te spelden. schoon we nu de aendaekt van u Hoog Edelheeden moge, lijk 667 lyk al lang genoeg hebben onge houden met eene zo breede beschrijving van den fatalen uitslag eener zaak, waerom trent we ons ten belange van de Maatschappy niets als goedt moeste voorstellen, zo de onder neeming wel gelukt ware moeten we ons nogtans, alvoo„ rens daervan aftestappen, u Hoog Edelheeden onderrichten, wat ten deesen opzichte verder is gepasseert, en eerstelyk, dat by de aenvang deeser commissie de Eerstgeteekende door den oud Directeur van de fransche Compt, den Edele Heer Renauls zo door gecommitteerden, als by particulier schrijven verzoek zynde, om in dese gansche zaek de concert te werk te gaen, en vooraf om opening van het geen, en stond verhandelt te worden, op den 27 april laestleeden; het een en an„ den is geaccordeerd, zulx die Natie van hare kant, als ge„ committeerde benoemde het

NL-HaNA_1.04.02_9566_0633 view scan ↗

English

Council Member Roeland and one de Grange, although the first was some time later, as appears by a note from our commissioner written from Dheniacaly on 20 June, replaced by a certain Nicolaide Tavansie, with whom the previously mentioned resolution of 19 May was to have been carried out. But since they, as was previously reported by our commissioner, sought to excuse themselves, we wrote to him on 23 June to simply execute his orders without delaying on account of the French, in case they should drag the matter out any longer. Then on the 3rd of the following month, resolving to present to that nation how we had to consider as one of the causes for the English changing the intended project the considerable purchase of linens linens which they were forced to make in the past and during the early part of the year 1767, with a proposal to join with us in order to try by all equitable means to prevent the English from succeeding in their designs, namely, to force both nations in the future to purchase from them such goods as we require for the loading of the Company's ships; and a further proposal to renounce this entirely, as we, acting in concert with them, would also do, emphasizing the usefulness and advantage that one should envision from this for both Companies. We indeed considered that in the condition in which the French still find themselves, we would thereby be knocking on a deaf man's door. Yet we judged at the same time that in all matters, of two evils one must choose the lesser for oneself, and that such a step, whether the French gentlemen agreed or not, would show the Gentlemen Majors and Your High Nobles all the more that the wrongs from the side of the English have reached the absolute extreme, and consequently also serve to substantiate that which has so often been brought forward concerning the decline in commerce, as well as showing that nothing was left unattempted to deter the English from their pernicious designs. On the 24th of the aforementioned month of July this request took effect, and three days later we received the reply from those gentlemen, containing a series of difficulties against the aforementioned proposal, the usefulness of which they nevertheless completely agreed with; yet judging that in their present situation it was not the time to take such an extraordinary measure in hand, they proposed to us, since for the execution of our aim the principal foundation, namely the English consent, was lacking, to leave the point in question for decision by our respective Principals in Europe; while in order to put them in a position to obtain justice concerning all grounds for complaints, it appeared to the French gentlemen very necessary to reach a mutual understanding in this matter and to proceed by communicating with each other regarding the reports to be made. Concerning this, we resolved in the meeting of the 27th following to defer to the Director to confer with their present Director, Mr. Chevalier, and put into effect in that respect whatever should be found to best accord with the greatest interest of the Company; meanwhile the said Mr. Chevalier had assured the Director in the most solemn manner that he would not buy a single piece of goods from the English except in the case of the very utmost necessity, and insofar as he could not manage in any other way for his company. This is also strictly observed up to now, given that that nation has not yet bought anything, which is also the reason that in Calcutta several houses are piled high with linens which they are currently not able to dispose of. Then, since we received, by two private letters submitted by the First Signatory in the meeting of 27 July from our previously mentioned commissioner, Ross, written from Sjenderkona under the 17th and 18th previously, a detailed report of what had occurred to him in the execution of our resolution of 19 May, both on the part of the fellow French commissioners and from the natives who were to provide the necessary information regarding everything, and at the end a request to know where he should travel to next, since at the above-mentioned place there was nothing more to be accomplished, and that if it were to be to Berdewaen or Bhierboem, such was difficult overland and only practicable by going very far around to the west; we therefore found it proper on that day to have him, Ross, come home and to demand a written report of what had been accomplished by him thus far, in order that, the same having been heard and seen, it might be further deliberated what was to be done or left undone for the best interest of the Company. But having arrived here with a sick body due to the hardships endured and especially due to the unbearable heat that has been experienced this year, and having worsened from day to day since then, this is the reason that it could not be presented any earlier than the 26th of last month, being

Dutch transcription

513 het Raedslid Roelanden eenen de Grange, wel de eerste eeni„ ge tijd naderhand zo als blijkt by een briefje van onse ge committeerde, geschreeven uit Dheniacaly den 20 Juni vervangen is door zeekere Nico¬ laide Tavansie, met wien aan oor zou ter uitvoer ge bracht zijn het hier voor gewaeg de besluit van 19 mei. Dog vermits zy, zo als en te veur door ense gecommitdt bedeele werd zig zogten te verwyden ren, hebben we hem den 23 Juni aengeschreeven, een zyne ordre maar ter uitvoer. te brengen, zonder zig aen de Franschen op te houden, by aldien zy de zaek langer trainee„ ren mogten. Dan 3 der vol¬ gende maend resolverende om die Natie voor te houden hoe wy als eene der oorzaeken wegens der Engelschen veran¬ dering in het voorgenomen project moesten aanmerken de considerable inkoop van Lywaaten Lywaaten, die zy het gepasseer„ de en geduurende het voor jaer 1767 genoodzaekt waren te doen, onder eene propositie van zig neven en te voegen, ten einde door alle billijke wegen te trachten te belet„ ten, dat de Boetten niet quamen te reuisseeren in hare oogmerken, om name, lijk de beide natien voor als toor te noodzaeken van hen te koopen zodaenge wharen als we tot het beloeden van sCompr scheepen benodigt zyn, en eenen verderen voor slag, om daervan geheel aftezien, zo als wy met hun¬ eenen lijn trekkende ook zou„ den doen, met aenpryzing van het nut en voordeel dat men zig daeruit voor beide Compagnien moet voorstel, lem. we considereerden wel dat we, in de toestand, waerin de Franschen zig als nog be vinden, hiermede voor een doode mansdeur zou klop„ pen 513 pen. Dog wes oordeelden te vens, dat men in alle zalken van twee quaade portijen voor zig zelve de minste diend te kiesen, en dat zo een stap het zy dan, dat de Heeren Franschen bewilligden, of niet de Heeren Majorres en U Hoog Edelheeden te meer zou doen zien, dat het met de verongelijkingen van de zijde de Engelschen Haar tot het uiterste is gekomen, en gevolgelijk ook strekken tot staving van het geen zo dik wier over het verval in de com¬ mercie is bygebracht, zoo ook dat men niets heeft on„ bezocht gelaeten, om de Baet, el„ ten van haer kernicieusen desseiren te de toerneem aen. Den 24 der voormelde maend Iuli heeft dit verzoek gevolg genomen en drie dagen daar aen ontvingen we het antwoord van die steeren, vervok, en tende eene reex van zwaarigheeden tegens de voorsz propositie, welkeer nuttigheid zy echter volkomen accoveer„ den 669 den, dog oordeelende, dat het in huur tegenwoordige situatie de tijd niet was zo een exta middel by de handt neemen, stelden zy on voor, en vermits tot de uitvoering van on oogmerk de principaelste stevig heid, der Engelsche toestemming namelijk, ontbaar, het point in ge stie te laten ter beslissing aen onse wederzydsche Principalen in Europa, terwyl het, om staar lde leus in staet te stellen, om recht te enlangen over alle reedenen van klachten, het hun Heeren Fran schen toescheen zeer noodzavelyx te zyn, van zig hier in onderling te verstaen, en wegens de te doene berichten met elxander commui nicatie te werk te gaen, omtrent het welke we ter zitting van den 27 gusden beslooten, aen den Di recteur gedefereert te laten om ten dien opzichte niet hunnen tegen woordigen Directeur de Heer Cheva¬ lier, dat geen te beroemen, en in het werk te stellen, het welke bevonden zou worden, met het mee„ ste belang van de maatschappy over een te komnen; hebbende uitur„ schen 519 schen gemelde Heer Chevalier den Directeur op de plechtigste wijse verzekert, dat hy van de Engelsche geen stuk goed zou kopen, als bij de aller uiterste noodzavelijkheid, en by zo verre hy voor zijne compagnie op geen andere wyze zon konnen te rechtraaken. Dit word tot nog toe ook stipt nagekomen, aen gezien die natie nog niets heeft opgedaen, het welk ook oorzaak is, dat en te kalnatta verscheiden huizen opgepoopt zyn met Lyn waeten, die mentaris niet in staat is van de hand te zetten. Dan dewyl we by twee door den Eerstgeteekende in de Vergadering van den 27 Iuli overgelegde por„ ticuliere brieve van onze meer wel„ de gecommitteerde, Ross, geschael ven uit Sjenderkona, onder den 17 en 18 bevorens, een omstandig verslag kreegen van het geen, hem in de uitvoering van on besluit van den 19 Mei, zo van de zyde der mede gecommitteerde Franschen als van de inlanders, die om„ trent alles het nodige licht moen sten sten geven, was voorgekomen, en aen het einde een verzoek, om te mogen weeten, waer hi verder na toe zou reizen, vermits en ten bovenge melde plaatze niets meer te verrichten viel, dat zo het mogt zyn naer Berdewaen of Bhierboem, zulx beswoerlijk over den land weg„ en niet dan heel dies om de west practicabel was, zo hebben we ten dien dage goedgevonden hem, Rots, thuur te doen komen, een een schriftelijk rapport afte eisschen, van het geen er dur verre door hem was verricht, ten einde het zelve gehoord en gezien zijnde, nader te overleggen, wat en ten meesten beste van de Compagnie te doen of te laaten stond. Dog dezelve door de uitge staene fatiquer en voornamelijk door de onverdragelijke hette, die men dit Jaer gehad heeft met een ziek lichaem hier gearriveerd, en zedert van dag tot dag verergerds zijnde, is dit de oorzoek, dat het niet eer, als den 26 der voorleeden moend heeft konnen dienen, zijnde

NL-HaNA_1.04.02_9566_0639 view scan ↗

English

the same having been inserted by secret resolution of that date, so that, we referring thereto, Your High Noble Lordships will at the same time become aware of the disposition made concerning it on that day; having, in conclusion of this affair, to pursue what occurred at Kassembazaar, where we, upon the servants' broad communication in general letters of 9 and 23 April regarding the obstacles in the purchase of silk, both concerning the desertion of the winders and the inconveniences in the purchase of Tameat or ready thread needed for silk fabrics, pursuant to the secret resolution of 28 of the aforementioned month, gave notice of the convention agreed upon with the Calcutta council, and at the same time authorized them, since and according to the report made to the first-named by the said ministry the appointment of commissioners had been left deferred to their agents there in order to investigate in what manner the trade could be conducted there locally to the satisfaction of both parties, to choose on our side the two persons, or else to enter into negotiations with the English Chief, Mr. Francis Sijnes alone, and to govern themselves according to the memorandum of a Director sent to them in copy, at the same time informing them that Governor Verelst was shortly to depart for upcountry, and that because of the favorable opinion we then still had of His Honour it would not be amiss to suspend the matter until after His Honour's arrival there, and to take him along into counsel to attain a good end; but as the gentlemen of the English had no desire to keep their word in this matter, or as it is no shame for them to elude their own measures, and we saw ourselves led up the garden path as aforesaid, it did not surprise us in the least that the servants likewise did not succeed; and in order not to weary Your High Noble Lordships by recounting one and the same matter more than once, we likewise take the liberty, regarding the response given to the servants, to refer to the aforementioned secret resolution of 13 June, wherein it is recorded at length. This now being all concerning the aforesaid commission, we now proceed to hand over a demonstration of the still continuing and steadily increasing vexations of the English, who constantly practice all ways and means to make trade, were it possible, entirely difficult, to that end not contenting themselves with the out-bargaining, pressing, and coercing of the weavers, both in linens and other piece-goods, but also permitting that by their servants at the chowkies on land past which our goods must travel, especially at such places that have been farmed out by them in the name of one or another native, the linens were seized and the people accompanying them were extorted of unusual sums of money: particularly in the Burdwan district and at Chandrakona, from where complaints are constantly received about such violences; to such an extent that the first-named, having received news how at the well-known guard post Dewanganj, farmed by a certain Gokul Ghosal, a banian in the service of the aforesaid Mr. Verelst, and notwithstanding the friendly representations made to His Honour more than once on that account, from one of our dallals, Rolleram Dallael, over 500 rupees had been swindled, and that the gomastas who were to come hither to testify concerning this had also been put under arrest under the guard of twelve peons, who demanded their daily pay from them; furthermore, that at Balghat, a chowky situated close to that of Dewanganj, and encouraged by the example of the English servants, hands were likewise laid on our goods, proposed in a meeting convened here on 14 June last to maintain this matter with the English ministry, sending a copy of the sanad granted by the Nawab in the past year, whereby it appears that our wares everywhere must pass and repass freely and clear without owing anything other than the payment of 2½ percent up to Buxbandar, concerning this improper treatment, and to request that order be made that the gomastas be released and the extorted money handed over by them be refunded, as well as the five hundred rupees extorted from the aforementioned Rolleram, and finally to arrange it so that our merchandise was nowhere delayed, but could pursue its way unmolested both on the outward and return journey without being forced to give up anything. Which having taken effect the following day, we received on the 16th the answer that the council was entirely ignorant of the complaints against the said Gokul Ghosal, who was then also absent, whereby they were hindered from making an immediate investigation into the matter, of which they would however make their work as soon as he returned. But since this person, as was heard at that time, was on the point of departing on a journey to Patna with his master, and our affairs must notoriously suffer delay by the deferral of this question, especially if the gomastas remained detained until after the return of Ghosal, when the expenses would also mount so much higher, we resolved on the 23rd thereafter to demonstrate further to the English gentlemen that his absence could not prevent Their Honours from doing justice in this matter, if it were their intention to procure that for us, and to reflect on the transmitted sanad, showing as said that we are not obliged to pay anything for the passage of our goods, pointing out that we also remained free thereof everywhere, except in the Burdwan district and the belonging district of Chandrakona, where the revenues are farmed by English servants, who day by day extorted more and more, and that since those places by this sanad

Dutch transcription

19 315 671 zynde het zelve by secreet aarert van dien datum geinsereert, zulx wy ons daeraan gedraegende u Hoog Edelheedens tevens zullen gewaer worden de ten dien dage daerop gevallene dispositie: moe„ tende tot slot van deese affai ve vervolgen het gepasseerde te Kassembazaar, alwaer we den bedienden op hunne by gemeene letteren van den 9e en 23 april in het breede be deelde obstaculen by den inzaen van zyde, zo over het verloo= pen der Haspelaers, als de in convenienten by den inkoop van Tameat of gereede draed tot de zijde stoffen benodigt 2 ingevolge secreet arrest van den 28 der bovengemelde maend kennis hebben gegeven van de over een gekomen conventie met de kalkatsche vergadering en tevens gequalificeert, om vermits en volgens het den Eerstgeteekende gedaen bericht door het gezegde ministerie het benoemen van gecommitteer„ den den aen hunne agenten gin„ ter gedefereert gelaeten, ten einde te onderzoeken op wat wyze de negocie daer ten klaet ze ten genoegen van weerske ten zou komen worden ge dreeven, van onse zyde n de twee perzoonen te verkie zen, of wel met het Engelsch Opperhoofd, den Heer Francis Sijnes alleen, in onderhaude ling te treeden, en zig te re guleeren na de memorie van een Directeur, in copia hun toegezonden, hun tevens ver„ wettigende, dat de Heer Gou verneur Verelst eerstdaegs na boven stond te vertrekken, en dat om het gunestig gevoelen dat we alstoen nog van zijn Edele hadden, het niet quaed zou zyn, de zaek tot na zyn Edele arrivement genler op te schorten, en denzelve tot het verkrijgen van een goedeinde, meede in den aren te neemen; maer gelijk het der seeren Engelschen geen wust geweest is, in deezen hun woord 54 woord te houden; of dat het bij hun geen schande zy, zyne eige ne moetreegulen te eludee, ren, en wy ons zoom den tuin geleid zagen, als hier voor ge zegt is, zo verwonderden het onr ook geenzints, dat de bedien„ den meede niet gereusseert zyn, en om uHoog Edelheeden, niet te verveelen, niet meer als eens een en derzelve zaer te verhaelen, neemen we almede de vrijheid ons aengaende het den bedienden gegeven bescheid te betrekken, tot de voormelde seeree te resolutie van den 13 Juni, waer by het largo is aengeteekend. Dit nu aller zynde, wat de orrengs commissie betreft, gaen we nu te handreenen een betoog over de nog al continueerende en geda„ rig toeneemende vexatien de Engelschen, die gestadig alle wegen en middelen praec¬ tiseeren, om om den handel ware het doenlijk, ten eene, maal difficiel te maken ten dien einde, zig niet verge„ noegende vergenoegende met het uis hande len pressen en dwingen van de weever zo wel in Lywaaten als andere stuk goederen, maer oor toelaeten, dat door hunne bediendens aan de Goukier te land voor by welke onse goederen passeeren moeten, voorname, lyk op zulke plaatsen, die door hun op de naem van den een of anderen inlanden gepacht zijn, de Lywaeten gearresteert en de Luiden, die dezelve be„ geleiden ongewoone sommen gelds afgeperst wierden: voorna¬ mentlijk in het Berdecaansche en te sjendekona, van waer men geduurig klachten krijgt over diergelijxe violentien tot zo verre, dat de Eerstgetee„ kende opbekomen tiding, hoe aen de bekende wagtplaats De„ verangends, geracht by eenen Gokul gosaal, Benjaen in dienst van weemelde Heer Va¬ elst, engeacht de dientwegen, meer als een in de minne aen zijn E gedaene vertoogen, een van onze 53 673 onrendalaalr, Rollevam Dal„ lael, tot over de 500 nooijen waren afgezuevelt, en dat de gemastor die herwaerds zouden komen om derwegens getuigen is te geven ook in arrest gesteld waren onder bewaring van twaelf Pions, die hun daggeld, afvorderden, voorts dat te Bolhaat, een sjoukie digt by die van Dewaengends gelee gen, en geencourageert door het voorbeeld der Engelsche bedienden, meede de hand op onse goederen wierd gelegt in eene op den 14e Juni laest leeden en paer belegde verga¬ dering proponeerde, om het Engelsch ministeriem, onder toezending van Copij der in anno pass=o door den Nawab verleende sehued, waer by blijkt dat onze wharen over als vry en kank passeeren en repassee ren moeten, zonder iets ver„ schuldigt te zijn, als de betal„ ling van 2½ proC=to tot aen Backsbeuder, over deese en behoor lijke behandeling te onderhou„ den onderhouden en te verzoeken, om ondrer te willen stellen, dat de gomastas gelargeert, en de kortgel„ den door hun afgegeven zo wel gerestitueert wierden, als de vijf„ honderd ropyen, voormelde Rol leram afgedwongen, en einde lijk om het zo te schikken, dat onse koopmanschappen nergens op¬ gehouden, maer zo wel in de heen als wederreid en engemolesteert hare weg konden vervolgen, zon¬ der genoodzaekt te zyn van iets aftegeven. Het welk daegs daeraen gevolg genomen heb„ bende, kreegen we den id tot antwoord, dat de vergadering ge„ heel onkundig was van de klach ten tegen gemelde Geveel go„ saal, die taus oon afwesig was, en waerdoor zy belet wier, ven, eene onmiddelijke onder zaek naer de zaek te doen, waer van zy echter hun werk zouden maken, zodra dezelve zou terug gekomen wezen. Dan dewijl deze steeden, zo als men te dien tid hoorde, met zijn meester naer Pattena 525 Pattena stond op reir te gaen, en met het dilageeren deser questie onse zalken notoir moesten veragteren, voor al zo de go„ mastar bleeven zitten, tot na de terugkomst van gosael, wanneer de ongelden ook zo veel hooger op stok zouden lopen, zo resolveerden we den 23 daeraen de Heeren Engelsche nader te ver„ toonen, dat zijne absentie Haer Edelens niet verhinderen kon in deese recht te doen, by aldien het hun meening mogt weesen, ons dat te bezorgen, en te reflecteeren op de overgezonden senned, als gezegt aentonende, dat we niet verplicht zyn, voor de passage van onse goederen iets te betalen, onder aenwerking dat we daervan ook overal bevrijd bleeven, behalven in het Redeewaansche en het doer aen gehoorende district sjende kona, alwaer de inkomsten ge pacht zyn door Engelsche bedien den, die on dag aandag meer en meer afknevelden, en dat daer die plaatsen by dezen ned

NL-HaNA_1.04.02_9566_0646 view scan ↗

English

were not exempted, and it rested upon Their Honors to issue orders for the release of the gomastas, with restitution of the extorted moneys, and an order to the chowkidars to cease molesting us henceforth. Receiving at first no answer, we renewed this urgent request to Their Honors, on the occasion when it was heard that the man against whom our complaint was directed had finally appeared, by a letter of the 15th of July. But meanwhile those gentlemen, by theirs of the 1st previously delivered here on the 15th thereafter, had referred this Ministry with their complaints to the kachahri (or place of audience) at Burdwan, where the matter would be meticulously investigated if we would send the necessary persons thither to present our accusations. The arrested gomastas were accordingly dispatched thither by the Director in advance to bear witness to the truth, and the Dalal Bolleram being likewise so ordered, we answered nothing special to that summons on the 21st of the aforesaid month, but requested that the servants of the kachahri might also be authorized to investigate whether it was not true that our convoys from Burdwan and Chandrakona were extorted of cloth-money for every bale or pack-beast, and that those gentlemen of the English in this regard would please make such orders as equity and justice, as well as the privileges of our sanad—which was of the same tenor as all previous ones—themselves demanded. Upon this we received an answer on the 24th of August that after a meticulous inquiry it had appeared that the tolls which Gora's servants had collected were solely such as had already been established for a long time, and had previously been paid by our people: so that they considered our complaints to be frivolous and unfounded, sending us to verify this judgment various documents, all of which are inserted in the passed resolution of the 25th of the above-mentioned month; requesting at the end of the letter that we ourselves would take the trouble to investigate the validity of these complaints before bringing them before Their Honors. We endeavored, in accordance with the resolution of the aforementioned date, to demonstrate by a counter-representation that the custom of which those gentlemen spoke could be called nothing other than a tyranny contrary to the tenor of our privileges and especially the last-obtained sanad, of which we sought to convince them further by demonstrating that it was only at chowkies leased by the servants of the English where that custom was observed, since the Moorish guard-posts, except those that bordered rather close to those of the English, left us unmolested. But we gained nothing by it nevertheless, for upon our repeated representation, in which we nevertheless did not insist upon any further restitution of the extorted money, but merely requested that by virtue of the often-mentioned sanad they would still be pleased to issue orders to the chowkies in Burdwan and Chandrakona for a free and unhindered passage of our merchandise without taking or demanding anything for it, and that those gentlemen of the English besides would please communicate to us their pleasure concerning this further and clearly, so that we might know what we should govern ourselves by, we received on the 3rd of October a letter of the 28th of the preceding month with this determined declaration: that the moneys demanded, which they give the name of tolls, and which we requested might be abolished, were paid by all merchants, whether Europeans or natives, and were paid for the goods which their Residents procured from those weaving centers equally with all others, and that it was consequently not in their power to grant our request. With such decisions we are now, and have been previously, put off under the guise of friendship. Seldom are we given justice, however lawful and equitable the case may be. And if it is observed that they cannot succeed without throwing an offensive declaration at our shins, they pretend to be as ignorant of the circumstances as if nothing had happened, or as if that of which one speaks were a dream to the gentlemen. Among other things, having received intelligence on the 13th of November that a vessel with coarse linens (the first that we were to receive on the contract for this year) was detained at Kalna (a guard-post known to the whole Bengali world and likewise belonging under the jurisdiction of Burdwan, and consequently included among those leased by the servants of the English) by the shore-guards, and that they had not thought fit to agree to his unprecedented demand, first of thirteen and later of twenty-one rupees, we immediately dispatched a letter to Calcutta concerning this and showed that an offer had already been made according to the former custom, namely to satisfy the payment of one or one and a half rupees according to the size of the vessel, but that the said shore-guard refused this and persisted in his former demand. We requested at the same time to be allowed to know whether, since that place was also dependent upon the districts leased by their servants, this demand originated from the orders of Their Honors and whether they insisted that the requested money be paid, since orders would then immediately be given to that effect; whereupon the reply by letter of the 16th as usual contained in advance a formal profession of readiness to be of service to us in all matters that lay in their power. But on the chapter that was presented by us, they acted as if they could not discern from our letter the place (which we nevertheless had clearly indicated with the name of Kalna) where

Dutch transcription

675 ued niet zyn uitgezonderd, het waer aen Hein Edelens stond, om bevee„ lem te stellen tot de largatie der go„ mactor, onder restitutie der afge dwengene penningen, en last aen de sjoukidaars van ons voorts aen neogens om te vermoeie, lyken, in het eerst geen antwoord krggende, eniuuerden we hun Edelens deese instantie, by gelegenheid, dat men hoorde dat de man, waer tegen we het had„ den eindelijk was opgedaagt, by een brief van de in 15e Iuli, doguitus schen hadden die seeren by de hunne van den 1 bevorens alhier besteladen i5 daeraen, dit Ministe„ nie met hare klachten gerenooy„ eert naer de kassjenie (:of audien„ tie plaats:/ te Berdewaan, alware de zaek nauwkeurig onderzocht zou worden, zo wy de vereischte persoonen derwaerds wilde zenden om onse beschuldigingen voor te draagen. De gearresteerde gomastas dus in voorraed door den Directeur derwaerds afgevaerdigt, om der waerheid getuigenis te geven, en de 527 de Dalaal Bolleram zulx mede bevolen zijnde, hebben weden 21 der voorsz. maend, op die dag voer diging niets speciaels geantwoord, maer verzocht, dat de bedienden van de ketsjerie tevens geauta„ riseert mogten worden te on„ derzoeken, of het niet waar was dat onse Convoijen uit Be,dewaer en Sjenderkona voor ieder pak of vracht beest met Lywaatgeld wier den afgeperst, en dat zy steeren die gelschen ten deezen opzichte zodanig oldres geliefden te ma ken, als de billijkheid en recht vaerdigheid, item de voorrechten van onse senned, welke van den zelven inhoud was, als alle voor rige van zelve quamen te vorderen. Hiea op kreegen we den 24 augstot bescheid, dat na eene nauwkeuri„ ge informatie was gebleeken dat de tollen, die Goraals bedien den hadden ingevordert, een, lyk zulken waren, die reets lange vastgesteld, en voor dee„ zen door ons volk betaeld wa„ ren geworden: zo dat men onze Klachten klachten hield voor beuzelachtig en ongefundeerd, tot verificatie van deeze uitspraek ons toezen dende diverse stukken, die alle by de gekeure resolutie van den 25 der bovengemelde maend zyn geinsereerd. versoe¬ kende aen het einde van de brief dat wyzelve de moeite wilden neemen de gegrondheid de zes klachten te onderzoeken alvorens die te brengen voor Hun Edelens wy hebben volgens arrest van evengemelde datum door een contra vertoogwel getracht te demonstreeren, dat de gewoonte waer van die Heeren spraaken, niet anders gezegt kon worden te zyn, als een dwingelandy stredig tegen den inhoud van onze privilegien en spe¬ liael de laest verkreegene senned, waer van we huw nader zochten te overtuigen door een vertooning, dat het alleen was aen sjoukier ge¬ pacht by de bedienden der En„ gelschen 623 gelschen, alwaer men die ge woonte in acht nam, dewijl de moorsche wagtplaatsen excepto sulke, welke wat na aen die der Engelschen gens„ de, ons ongemolesteert lieten. Maer we wonnen en echter niets mede, want op onse herboelde instantie, by wel„ ke we echter om geen verde¬ re restitutie van het afge perste geld hebben aengedron gen, maer eenlijx verzocht om uit krachte der dikgerepte semied, aen de sjoukies in Berdewaam en sjenderkona als nog ordre te willen af vaerdigen tot eene vrije en onverhinderde passage van en te koepmanschappen, zonder daar voor iets te neemen, ofte vorderen, aan wel, dat zy stee ren Buitten ons haer goedvin, den hieromtrent nader en duidelijk geliefde mede te deelen, op dat weweeten mogten, waerna we ons dien den te reguleeren, kreegen we 677 we den 3 october een brief van den 28 der voorige maend met deeze gedetermineerde verklaring dat de afgevorderd wordende pen„ ningen, die zyde naam geven van tollen, en welke wy ver„ zochten, dat afgeschaft mogten worden, door alle kooplieden, het zy Europeers of inlonders be„ taeld, en voor de goederen, die hunne Residenten van die weefplaatsen bezongden, ge lijkelijk met alle andere voldaen wierden, en dat het overzulx niet in hunne vermogen was ons verzoeg toe testaen het zulke decisien worden worden we nu en zyn we be voorens, onder schyn van vriend„ schap ook al afgescheept. zelden hebben wegelyk, hoe recktina, tigen billijk de zaak ook weesen mag. En is het, dat men be„ merkt, dat het niet door kan gaen, niet on een verongelijkende verklaring voor de scheenen te werpen, dan houd men zig van de omstandigheeden zo en kundig en kundig, als ofer niets gebeurd dan wel of het geen, waervan men spreedt, voor de Heeren een droom was. Onder ande ren den 13 Novb naricht erlan gende, dat er een vaartuig niet grove Lywaaten de eerste, die we op de aenbesteeding voor dit Jaer Houden t huer te krijgen, te kal na eene by de geheele ben gaelsche wereld bekende wagt plaats en mede gehoorende onder het ressort van Berde waan, en gevolgelijk begree„ pen, onder die, welke by de bedienden der Engelschen in pacht zyn:/ door den strand wachten wierd opgehouden, en dat men niet had kunnen goedvin„ den te bewilligen in zyne onge koor de pretectie, eerst van den„ tigen naderhand van een en twintig ropyen, lieten we daerover ten eersten een brief afgaen naer kalkatte en vertoonden, dat men reets geoffereert had aen het voorig gebruik, de betaeling name, lijk lijk van een of anderhalve ropij na maaten van de groote van het vaertuig te voldoen, maer dat de gezegde strandwagter dit afsloeg, en by zijn voorige eisch bleef. we verzogten tevens em te mogen weeten, of dewijl die plaats al meede dependent was aen de door hunne be¬ dienden gepachte districten deesen Eisch zynen oorsprong had uit ordrer van Hun Edelen en of zye op stonden, dat het gevraegde geld voldaen wierd dewyl men dan daertoe on„ middelijk ordre zoude stel„ len; waerop het bescheid by brieve van den 16 al ordinaire vooraf bekelsde eene geverisde be„ tuiging van bereidvaerdigheid om on dienst te doen, in alle zaeken, die in hun vermogen waren. Dog op het Chapiter, dat door ons wierd voorgedragen, hield men zig, als of men uit erre brief niet kom zien de plaats /:die wy echter duidelyk met de naem van Kaena hadden beteekend:/ waer

NL-HaNA_1.04.02_9566_0653 view scan ↗

English

where our vessel was detained, and where the chowkidar kept his residence. But merely to say something, or to show how obliging they are on every occasion, Their Honours requested that we would inform them of all circumstances relating to this case, whereupon they would not fail to carry out an exact investigation into it, and provide us with every possible satisfaction. The Director had on the very same day that this letter was received, or the 20th November, prepared such an answer to it as stands inserted in the secret resolution of the 21st. But shortly thereafter, not only receiving news concerning the prompt and harmless release of the aforesaid vessel, but this craft also arriving in loco on the very same day, he communicated both matters in the meeting held on the last-mentioned day, and proposed not to dispatch the aforesaid response, but to prepare another, in order to inform the English gentlemen of the arrival of the vessel, and to declare that we attributed this solely to Their Honours' prompt orders, and could not fail to be obliged to them for it, as well as that we did not consider it necessary to give them at present any elucidation as to where Kalna is actually situated, so as to be polite, yet not indifferent about the pretexts with which they were stalling us along the way, which was indeed carried out two days later. Above all this, Your High Honours will perceive upon reading the aforesaid secret resolution of the 21st November what inconveniences the collection of linens is subject to through the continual vexations of the English, not only at Chandrakona aforesaid, where several weavers took to flight and upon their arrival in Calcutta presented such a petition to the Governor as is also recorded in that resolution, but also in Birbhum, where the coarse goods are manufactured, and for the procurement of which, through the reports received, we had to give up all hope, so that at that time we took the resolution to send two clerks thither under another pretext to be eyewitnesses of what occurred, especially if the design with which they seemed to be pregnant, namely the seizing of our goods, should be carried into execution, when they would have to render such an account thereof that it could if necessary be confirmed by oath, just as we also intended to have the gomastas come hither as well to make sworn declarations. But the circumstances there locally having since changed, and the linen having arrived here in the latter part of December, we have for reasons, as stated in the secret resolution of the 18th of the same month, let that commission lapse. But from Chandrakona we expect not a single piece, because everything there is still in turmoil, and business has come to a complete standstill, as a further letter, inserted in the resolution of the 15th December, demonstrates in detail. The dispute that arose with the English in the autumn of 1766 over the arrest of one of their servants, who had made bold to detain certain linens of ours, and which Your High Honours recommend in the secret rescript mentioned at the beginning of this letter to settle amicably, has died down of its own accord; the Calcutta gentlemen having made no further move about it after receiving our letter of the 30th December, which is the reason that we subsequently also passed over it in silence. We could wish that we might also put an end here to describing the difficulties continually presenting themselves to us, but at present another dispute has come onto the carpet, which we are therefore obliged to mention in this letter as well. On the first of November the Director received a private letter from Governor Verelst, in which His Honour accuses the provost who keeps watch at Falta of having beaten an English shikdar in such a cruel manner that the man was on the brink of death, and not content with such an outrage, kept this person under arrest at Falta. Requesting thereupon in the name of the English Company not only the release of the said shikdar, if he should still be alive, but also an exemplary punishment of the offender, which His Honour judged could not be too severe. As the Director had just two days previously been informed by the Fiscal that the provost had reported to him that the said shikdar had bound a sarkar and comprador or market-goer of the provost, dragged him away, and had him subjected in a dreadful manner to the vilest punishment known among the natives, namely beating with shoes, and that he, the provost, had set out with some men to rescue that sarkar, but that the shikdar refusing to release him, this had to take place by force, so that blows were exchanged on both sides, and by way of reprisal one of the English servants was taken into custody on one of the Company's ships, the Director immediately attended to that matter, and becoming fully convinced that the English people were the aggressors, he showed this to Mr Verelst in his reply of the 5th of that month, and demanded satisfaction from him in the same terms as His Honour had done, making known at the same time that orders had already been given for the release of the shikdar, and that we had reason to complain not only about common subjects but even about such as pass for respectable, and therefore had to inform His Honour of the violence committed by two English officers named George Wallev and [illegible] Ticelason, who forced their way into a house of one of our inhabitants

Dutch transcription

505 679 waer ons vaartuig wierd aengekou den, en waer de sjoukiedaar zijn verblijf kield. Maer om evenwel wat te zeggen, of om te toonen hoe overbodig men in allen ge¬ legenheid is, verzochten Haer Ede lens, dat wy hun wilden onderreck ten van alle omstandigheeden tot dit geval eenige betrekking hebbende, wanneer zy niet zou„ den manqueeren, daerna een exaet onderzoek te doen, en ons alle mogelijke voldoening te bezorgen. De Directeur had ten zelven dage ^ dat deze brief ontvangen wierd ofte den 20 nov=k daerop in voorraed zoda„ nig antwoord ingericht, als by te creet besluit van den 21 geinsse„ neert staat. Dog kort daerna niet alleen tyding bekomen de, wegens de kort en schadeloo„ ze largatie van het voorzeide vaartuig, maer dit kieltje nog ten zelven dage in loco aen, landende, communiceerde hy het een en ander in ten laest gemelde dage gehoudene ver„ gadering gadering, en proponeerde, om de voormelde rescriptie niet af te zenden, maer een ander re interichten, ten einde de Heeren Engelschen wegens de aenkomst van het vaartuig te verwittigen, en te betuigen dat we dit alleen toeschreeven aan de promte ordres van Hun Edelens, en niet konden nalaeten, hun daervoor werplich te zijn, tevens dat we en nodig achteden, hun als nu eenige elucidatie te geven, waer kal na eigentlijk geleegen is, om also beleeft, dog ook niet en ver„ schillig te zijn, over de uitvluit ten, waermede men ons gaen, de wag ophield, welr een en ander twee dagen daarna ook gevolg heeft genomen. Boven dit al zullen UHoog Edelheeden by lecteurre der voormelde Legule te resolutie van den 21 9ber gewaer worden, aen welke in convenienten, den inzoem van Lynwaeten, door de ge duurige veratien der Engelschen onderhevig 333 onderhevig is, niet alleen te sjende kona voormeld, alwaer verscheide weevers zig op de vlugt begeven en by hunne komstte kalkatte zodanig request aen den Heer Gou„ verneur gepresenteerd hebben als by dat besluit mede is inge schreeven, maer ook in het Bierboemsche, daer de groove goederen worden aengemaekt, en tot het bekomen van de„ welke we door de ontvange ne berichten, de moed als verloren moesten geven, zo dat we toen ter tyd de resolutie na, men twee pennisten onder een ander pretext derwaerds te zenden, om ooggetuigen te zyn van het geen, er passeerde voor al zo het opzet, waermede men zwanger scheen te gaen het arresteeren onzer goede ren namelijk ter uitvoer mogt worden gebracht, wan¬ neer zy daer van zodanig ver slag zouden moeten doen, dat het der noods met eede kon beve„ stigd worden, gelijk we ook voornaem voornamen de gemastar tot het passeeren van beeedigde ver klaringen meede herwaerds te doen komen. Maer de om standigheeden daer ter plaatse zeedert verandert, en het Lywaat in het laert van december hier g'arriveerd zijnde, hebben we om reeden, als bij secreet anrest van den 18 ejasdeir, die can missie geen gevolg doen neemen Dog van sjendekona verwagten we geen stuk, dewijl aldaer alle nog in repen roer is, en de zal„ ken ten eenemael stil staen, zo als een nadere brief, geun sereert bij resolutie van 15 decem omstandig aentoond. De in het najaer 1766 gerezend questie met de Engelschen over het in arrest neemen van een van hunne bedienden, die zig verstout had, & cener Lynwae ten aentehouden, en welke UHoog Edelheeden en by de, in den aenvang deeser gemelde secreete aescriptie recommen„ deeren, in der niuue attema„ ken 8 237 ken, is van zelfs dood gebloed: hebbende de kalaatsche Heeren na het ontvangen van onse brief van den 30 decbr daerover geene verdere beweging gemaekt, het welk de reeden is, dat wy het vervolgens ook stiltwijgen 681 de zyn voorbygegaen. wywensch¬ teren wel, dat we hier meede ook een einder konden maken met het beschrijven van moegelijk heeden ons geduurig voorko mende, maer daer is tegenwoor dig weder een ander verschil op het tapyt, het welk wu dan ook ver plicht zijn, in deeze nog aente haelen. Primo November ontving de Directeur een particuliere brief van den Heer Gouverneur Verelst waerby zijn Edele de geweldige die de Volta de wacht houd, be ticht, als hadde hy een Engel, sche sjeichdaer op zo een ervel, le wijze geslagen, dat de man op de oever des doods was, en niet te vreeden met zo eene onwenschlijkheid, deeze perzoon te te voltha in arrest gehouden. verzoekende vervolgens uitnoem van de Engelsche compagnie niet alleen het ontslag van den gedagte sjeichdaar, zo hy nog in wezen mogt zijn, maer te vens om een exemplare straf„ te aen de beleedigen, die zijn Edele oordeelde, dat niet te streng kon wezen. Daernu de Directeur Juir t twee dagen bevorens door den Tircael gerapporteert was, dat de geweldige hem had bericht, dat gemelde sjeich daar een serkaan en comparadoor of inarktganger van de ge weldige gebonden, weggesleept en op een eisselijke wijs had laeten papoeren de vielste straffe, die er onder den inlander bekend is, na welijk het slaen met de schoene en dat hy geweldige zig niet eenig volk op weg had begeven om dien seeaer te ruyte hoe„ len, maer dat de Liechdaer wei„ gerende dezelve te largeeren, zulx met force had moeten geschie„ den, zo dat er over en weder slae„ gen 529 335 gen zwaerden, en eene den Engelsche bedienden per re pressaille op eene van sComps scheepen in hegtenis wierd ge„ nomen, zo liet hij Directeur zig ten eersten aen die zaek gelegen zijn, en volkomen overtuigt wordende, dat het engelsch volk aggresseurs wa ren, vertoonde hy zulx den Heer Verelst by zyn antwoord van den 5 daeaen, en ver zocht in dezelve teamen, als zyn Edele hierover satisfactie met een bekendmakende, dat en reeds ordre tot de largatie van den sjeickdaer gegeven was, en dat wy niet alleen reden hadden over gemene subjecten maer zelfs over zul¬ ke, welke voor ondentelijx passee„ ren, te doteeren, en dus zijn Edele kennis moesten geven van het gepleegde geweld door twee Engelsche officieren George Wallev e. . . . Ticelason, geheeten, die zig in een huur van een onser ingezeetenen gedrongen

NL-HaNA_1.04.02_9566_0660 view scan ↗

English

forced, beaten the inhabitants while committing many acts of vandalism, and wounded two peons called to help by the neighbours, with the request that the Lord Governor would be pleased to deal fairly with those persons who had been made to vacate our territory, so that such would not happen again, since the Lord Director would otherwise be obliged to punish such housebreaking as required. However, Mr. Verelst does not seem to have been able to reconcile this with his present arrogance, as we received, some days later, a letter from His Honour and the Council at Calcutta dated the 23rd of the aforesaid month of November, in which, after a preceding recitation of the fact and making known the request made by the Lord Governor, they showed great astonishment at the answer of the Director, of which a copy was sent over for our information. Subsequently depicting our people as if they were the first aggressors and their servants the suffering party, they further declared that the Director's intercession and demand for satisfaction in this matter could be regarded as little less than an open declaration of hostilities, which they thought we would never support nor justify, and that if it had seemed good to him to agree to the instance of their President, they might possibly have avoided the unpleasant necessity of insisting on public satisfaction for so public an insult; finally, that if we would provide them with the necessary evidence with respect to the aforementioned Waller and Finlason, the English gentlemen would cause all possible justice to be obtained. The Director having immediately made it his business to obtain such sworn statements as are recorded in the secret resolution of the 18th of the past month, we sent the English gentlemen authentic copies thereof on that day, and demonstrated that, according to the contents of those documents, not only must the complaints made to them be considered untrue, but that the same completely justified the conduct of our servants; and that therefore the demand for satisfaction made by the Director in the name of our Company must be viewed in the very same light as that of Mr. Verelst arranged in like manner, so that the only thing they could do in fairness would be to refuse us satisfaction, and not to punish those with respect to whom our people had taken the law into their own hands, but who had been sharply reprimanded by us, with the request that they would likewise rebuke their servants, to prevent similar occurrences in the future, which we could not refrain from blaming as originating from the side of their servants; to that end, and appealing to the attestations against the aforementioned Waller and Finlason, which we desired should be corrected for their bad conduct, but not punished according to the exigency of affairs. We have the honour to offer Your High Honours herewith the authentic copies of the aforementioned obtained attestations, as well as six other sworn and acknowledged documents concerning insults committed and violence done to inhabitants of our village by a certain English surveyor named Alexander Stewart, who, as appears by the resolution of the 31st of the past month, was placed under military arrest within the lodge; however, being reclaimed by the English gentlemen as if he were a criminal prisoner, he was extradited, along with the documents charging him, in order to avoid difficulties and to show how ready we are to cultivate a good understanding. The misdemeanours committed by him are amply noted in the aforementioned secret resolution, as is also the opinion of Senior Merchant Isinck that we are not competent to put on trial the subjects of another nation, even if they should be guilty of these or other crimes within our colony, especially if the accused appealed to his competent judge, which he judged to be the Calcutta ministry and not this one. And since the Director and all the other members are of a contrary opinion on this matter, and Mr. Verelst himself in the month of November last made known to Senior Merchant Bocker and Titular Merchant Ross that he would use no indulgence with ours if they did anything on English ground, we take the liberty to request Your High Honours' instruction for the future; the first-mentioned case being, furthermore, still undecided, but the Calcutta gentlemen having communicated to us in their letter demanding the aforementioned Stewart that they would summon the people involved in the dispute, hear them under oath, and then give us a further reply. Regarding native affairs, we still found applicable our resolution of May 23rd, at the end of which Your High Honours will find inserted, as required, a translation of

Dutch transcription

gedrongen, de bewoonders ^ onder het oeffenen van veele baldadig heeden geslaegen en twee Pions door de buuren tot hulp ge roeren, gequetst hadden met verzoek, dat hy Heere gouver„ neur met die persoonen, welke men ons territoir had doen ruimen naer billijkheid geliefde te handen len, op dat zulx niet weder mogt gebeuren, dewijl hij Heere Directeur ande verplicht zou zijn, dier gelik een huir braan maer vereisch te straffen. Dog dit schijnd den Heer Vaelst met zijne tegenwoordige hoog moedigheid niet te hebben konnen overeen brengen, dewijl we eenige dagen, naderhand ontvingen een brief van zijn Edele en de raad te kalkatte van den 23e der voorzeide maend november, waerby na eene voorgaende recitatie van het feit, en berendmaking van het door den Heer gouverneur ge doen verzoek, men zig zeer bevreemd toonde, over het antwoord van den 041 683 de Directeur, van het welk tot onser onderrechting een copij wierd overgezonden: De onse ver volgens afschielderende, als wa„ ren zy de eerste aanvallers en hunne bedienden de lydende party geweest, betuigden zy verder dat der Directeurs voorspraek en begeerte van voldoening in deese weinig minder kon won den aengemerkt, als een open bare verklaring van vijand„ lykheeden, die zy dochten, dat we nooit zouden supporteeren nog jurtificeeren, en dat zo 't hem goed gedacht hadde, in de instantie van hunnen President te bewilli, gen, zy mogelijk vermeid zoude hebben de onaangenaame nood zakelijkheid, om aen te dringen op een openbare voldoening voor zo eene publieke beleedi, ging, eindelijk, dat zy Heeren Engelschen, by aldien we hen ten opzichte van voormelde waller en Finlason verzorgen wilden de nodige bewijzen, on alle mogelijke Justitie zoude doen doen erlangen. De Directeur onmiddelijk zijn werk gemaekt hebbende met het inwinnen van zodanige beee„ digde Verklaringen, als by seeree te resolutie van den 18 der ge passeerde maand zyn ingeschree ven, hebben wi de Heeren Eegelschen daervan ten dien dage toegezonden autentieve copyen, en gedemonstreert dat navolgens den inhoud van die stukken, niet alleen de klachten, die hun gedaen waren, moesten worden ge¬ houden voor onwaerachtig maer dat dezelve het gedrag van onse bedienden volkomen rechtvaerdigden, en dat overzulx den eisch van voldoening in den naam van onse Compagnie door den Direc„ teur gedaen, in dat zelve gezichts punt beschouwd moest worden, als die van den Heer Verelst ingelyken voegen ingericht, zulx het eenig¬ ste, dat zy na billijkheid konden doen, wezen zou ons satisfac„ tie te weigeren, en die geene niet 593 3 8 niet te straffen, ten opzichte van dewelke de onse zig zelve recht geschaft hadden, dog die door ons scherp gereprimendeerd wa¬ ren met verzoek, dat zy hun ne bedienden insgelijks wilden berispen, ter voorkoming van diergelijke mogelijkheeden in den aenstaende, die we niet konden verbeogen hen te ver¬ wijlen, van de zijde huuwr bedienden oorsprongelijk te zyn, ten dien fine en beroe„ pende op de attestatien te gen voormelde walle en Tialason, welke we begeerde dat om hun slegs gedrag gecorvigeert, dog niet naer etigentie van zaeken, ge straft zouden worden Wy hebben de eere u Hoog Edelheedens de afschriften der voormn in gewonnen attestatie hier nevens in copia autentiek aentebieden, item nog zer andere beeedigde en gerecoleerde documenten, wegens gepleegde insolentien, in en begaene feitelijkheeden aen ingezeetene van ons dorp door zeker Engelsche Landmee ter in name Alxxander Steward, die zo 685 zoals by resolutie van den 31 der voor leeden maand komt te blijven, binnen de Loge in militair arrest. gesteld, dog als ware hy een criniceeele gevange door de Heeren Engelsche gereclameert, en ter voorkoming van moeielijxheeden en om aentetoonen, hoe berzidwaerdig we zijn tot het dultiveeren van eene goede verstandhouding met de stukken ten zynen laste g'estra deert is. De door hem gepleegde wanbedrijven staen ampel by de voorm secreete Resolutie genoteerd, als meede, het gevoe len van den opperkoopman Isink dat wy niet bevoegd wonen de onderdanen van eene anderen natie schoen ze zig ook aen deze opgeene misdaden binnen ense colonie quamen schuldig te woden, terecht te stellen voor al zo de beklaegde zig beriep op zijne competente rechter, die zyn boordeelde het kalkatsch en niet dit Ministerieem te wezen, en waeromtrentive ver„ mits de Directeur en alle de overige 543 overigen Leeden van contrarie gevoelen zyn, en de Heer Ver elrt zelve in de maend Novbs laestleeden aen den opper koopman Bockeraikken titer, lair koopman Rosste kennen heeft gegeven, dat hy geen in schiikelykheid met de onze ge„ bruiken, zou in dien ze iets op Engelsche grond uurdeeden, de vrijheid neemen u HoogEdel heedens onderrechting voor den aenstaende te verzoeken; zijnde wyders het eerst aengehaelde geval nog enbeslist, maer door de Kalkatsche Heeren bij hun ne brief waerby zij voormelde stewart eneirschen, ons gecom„ munuiteert, dat zij de Lieden in het geschil betrokken, ent bieden, onder eede hooren, en als dan ons nader antwoorden zouden. Tot de inlandsche zaken van„ de we nog applicabel ens be sluit van den 23 Mei aen het einde van het welk u Hoog Edel„ heeden des behoegende geinse„ reert zullen vinden, translaat van

NL-HaNA_1.04.02_9566_0666 view scan ↗

English

of a letter addressed to the Director by the former Mughal faujdar Mirza Muhammad Kazim Khan, asking for the original talikas or receipts for the toll paid by us in the year 1761, in order to prove thereby that he had not defrauded the revenues of Buxar, as was alleged against him at court, something to which we certainly could not consent. However, we deemed it not advisable to offend with an outright refusal a man who had previously shown us so much goodwill, if it were at all possible to keep him standing by our assistance; so that, in accordance with the proposal of the First Signatory, we resolved in this case to take a middle course, namely by dispatching two letters to him, one of which would contain a polite refusal of his request, and the other serve as a cover for authenticated copies of the aforementioned talikas, in order that he might use either of the two as and in such manner as he should find advisable, while our court representative received the commission to apprise him, the faujdar, of this precaution. But whether this was observed by him or not, he has had to make way for his aforesaid successor, though not, as is assured, out of a conviction that he had enriched himself with one thing or another, but because he had no desire for that which they sought to persuade him to do, namely the paying of a larger sum into the treasury. By our general resolution of the 20th of October last, an interdict from the Nawabs on the trade in salt, areca, and tobacco for all Europeans was registered as a public matter, as their Excellencies desire that no one should enjoy the benefit thereof except natives of the country, which, if it were not undermined by the English, would serve as a great relief to many poor people who could obtain those articles twice as cheaply if they could apply to their own countrymen or obtain them first-hand. The answer given thereto by the Director is also inserted into the above-mentioned resolution, referring to which we now pass on to the matter concerning: The Foreign Nations, regarding which, apart from what has already been said here and there in this document, in the first place with respect to: The English, it serves to report that we have not only communicated your High Noble Lordships' repeated recommendation regarding the discharge of the sepoys in service at Kasimbazar to the employees, but also positively ordered them to do so by our general letter of the 15th of the same month, and at their request, by secret missive of the 7th before, sent them soldiers instead, in order that they might make use of them in case of any quarrels with our own people. Were we not afraid of demanding too much of your High Noble Lordships' patience, we could further mention here that one is also not free from insolence elsewhere, but now and then has some quarrel or other, as among others another case is noted in the secret resolution of the 13th of June, which occurred between some sepoys and our people from the mint at Kariem Abaad, but as it had no further consequences, we deem it unnecessary to detail it in this document. Passing over the news which is either of no importance or was mentioned in our general missive to the Lords Masters written on the 7th of the past month, we still take the liberty to advise your High Noble Lordships that, having taken into consideration how the English gentlemen had communicated to us in the year 1761 the accession of George the Third to the throne of Great Britain, we also judged it our duty to give them notice of the news revealed to us by the ship's papers, namely that His Serene Highness William the Fifth, Prince of Orange and Nassau, etc., etc., by virtue of his majority, had entered into the actual exercise of the eminent dignities which placed His Highness at the head of the affairs of state, just as this was indeed done on the 28th of the past month of October, and wherewith they congratulated us very festively and humbly in their reply of the 5th of November. Of the French, Mr. Chevalier presently governs as Director at Chandannagar, and for the rest we cannot report much of note concerning them, other than that they are zealously busy rebuilding their dilapidated state as much as possible. Like the English, they received six ships from Europe during the past south monsoon, but three of them were outfitted in Paris by private individuals, on the condition that the Company would participate for three-fifths in the cargo and that the ships would be sold in the Indies, so that only three would return. One of theirs is presently ready to sail, and of the English, only two have repatriated so far, of which the one is presently first sailing, and the other was dispatched in September last. The Danes have not received any ship here to date. But on the other hand: The Portuguese have appeared on the Ganges with two, one of which arrived at Calcutta and the other in our neighborhood or at Chandannagar, both laden with gold cruzados, iron, and Portuguese wines, for which they purchased some return goods from private Englishmen, and with which the first

Dutch transcription

van een brief, door den voorigen stoeg lische faurdaer Mhirza Makmned karenchan aen den Directeur ge richt, om de origineele talisar of quitantien, van de door ons in A=o 176/ opgebrachte tol, ten einde daermede te bewyzen, dat hy de inkomsten van Backsberder niet had gedefraudeert, zo als men hem ten hoven aenzigde iets waer in we zeeker niet konden bewilligen; Echter oordeelden we het niet roed„ saam om een man, die ons voor heen zo veel genegenheid had laten blijken, indien het daerom te doen of mogelyk ware door onse adjude staande te kou„ den met een direct refur voor het hoofd te stooten, zo dat we„ conform de propositie van den Eerstgeteekende rezolveer, den in dit geval een middel weg in teslaan, niet namelijk twee brieven aen denzelve aftevaerdigen, waervan de eene zou inhouden eene be„ leefde ontlegging van zijne in„ stautie stantie en de andere dienen te geleide van geautentiseerde afschriften der voormelde Tali„ kas, ten einde zig van een van beide te bedienen zo en in dier voegen als hy zoude geraeden vinden, terwijl onsen Hofganger de commissie kreeg hem Faur daar van deze precautie te veren wittigen. Maar het zy dat hem ditis te pargenomen of niet, hij heeft plaats moeten maaken voor zijne hiervoor gemelde onvolger, echter niet zo alsmen verzeekert is, uit een overtuiging, dat hy zig akn het een of ander zou hebben verrijrt waer om dat hy geen zin had in het geen, waer toe men hem tachte te persuadeeren, het opbrengen van een ruimer tautuur in de schot kistnamelijk Bij onse gemeene resolutie van den 20 october jongstleeden als een publieke zaek geregistreert een interdict van de Nawabs op den handel van zout Areek en Tobak voor alle Europeercke, als begeerende hunne Excellentie, dat daervan niemand zoude 687 zoude gaudeeren, als inboorling van het landen hetwelke zo het niet en derkoopen wierd door de Engelsche tot groote soulaer zou strekken voor veele arme Luiden welke die artikele eens zo goed koop konnen be komen, wanneer zy by kunnen eigen landaerts of uit de eerste hand te recht konden roeden. Het daerop gegeven antwoord van den Directeur is meede ter bovengem resolutie in„ gelijfk, waeraen ens gedragende gaen we hiermede over tot de materie roerende De Vreemde Natie waer omtrent buiten het geen in dezen reets hier en daer ge„ segt is, in de eerste plaats met opzigt nay tot De Engelschen diend; dat wy uwer Hoog Edelheeden her haelde recommendatie tot het afdauken van de te karsen bacar 544 3 bazaer in dienst zijnde sipaker de bedienden niet alleen gecommi„ niceert, maer hun tevens by onren gemeene brief van den 15 ross zulx positie geordonneert, en op hun verzoek by secreete missive van den 7' be vorens, in steede van dien ter solda ten toegesonden hebben, ten einde zig daervan by voorkomende bro„ willerijen met geen een volk te bedienen; Wyzouden, in dien we niet vreesden, u Hoog Edelhee„ dens gedeeld te veel te vergen hier nog kunnen aan halen, dat men guiter ook niet vrij is van insolentie, maer nu en dan het een of ander queel heeft zo als daervan onder andere bij de secreete resolutie van den 13e Juni nog een geval ge noteerd staat, gebeurd tur„ seken eenige Sipaker en ons volk uit de munt te kariem Abaad, dog het aren we als van verder geen gevolg gevolg geweest zijnde onnodig achten in desen te de¬ taclleren. De nieuwstydingen die of van geen belang of in arre gemeene missiver aen de Heeren Majoorer onder den 7 gk passato geschreeven, aen gehaelt zyn, in deesen over¬ slaende neemen wi nog de vrijheid uHoog Edelheeden te adviseeren, dat wy in aen¬ merking genomen hebben¬ de, hoe de Heeren Engel„ schen in den Jaere 1761 on communicatie hadden ge¬ doen van den komst van zeorge de derde tot de troon van Groot Brittan, nien mede plichtelyk ge„ oordeelt hebben, Huulden leur kenuis te geven van het ovr by scompe papieren gebleeken nieuwr, dat name, lijk zijne Door luchtige Hoogheid Willem de 25 33 de Vijfde, Prince van Oran¬ je en Nassau etc et et mits desselfs meerderjarigheid getree den was in de dadelike excercitie van de eminente waerdigheeden, welke Hoogde selve stelde aen het hoofd van slaadszaaken, gelijx dat op den 28 der laasverweeken maend october dan ook geschied is en waermede zy ons by hun antwoord van den 5 9=en zee feestelijk en humbel verge lukt hebben. van de Franschen re„ geerd tegenwoordig als Dircc teur te Gjendemegger den Heer Chevalier en voor het overige konnen we omtrent deeze niet veel byzonders melden, als alleen nog dat zy ieverig bezig zyn, kunnen vervallen staat zo veel doenlijk weder op te beuren. Ly hebben zo wel als de Engelschen in de ge passeerde zuid Moussen, zer schee„ pen pen uit Europe gekreegen, maer daer van zijn er drie te Parijs door Particulieren uitgerust, onder conditie, dat de Comp voor drie vijfde zou de participeeren in de La dieg en de scheepen in in dien verkocht worden, zo dat er mae drie zouden retourneeren. van hun legt en éen tanszeilkkee en van de Engelschen tot nutoe war twee gerepatrieert waervan het eene tegen worde Eerst verhegt en het andere in september 10g ato gedepecheert is. De Deenen hebben tot nog toe geen schip hier gekreegen, Maer daer en tegen zijn De Portugeeschen met twee op de ganges verscheenen, waarvan het eene te Kalkatte en het andere in erze buurt of te sjenderneggen is aangekomen, beide beladen geweest met goude brusados, ijzer en Pertugalsche wynen, voor het welke zy by particuliere Engelsche ingekocht hebben eenig ge retouren, en waermeede het eerte

NL-HaNA_1.04.02_9566_0673 view scan ↗

English

679 230 the first is currently about to be dispatched, and the other is thought to follow in March. The further regulations made by Your High Nobilities concerning the cession of equipment goods to foreigners and especially to private merchants, and all further recommendations for guidance for the future, we shall dutifully observe, although regarding the former cases might sometimes occur where, for the preservation of friendship, one were forced not to depart from the literal sense, and which, if such should happen to occur, we hope Your High Nobilities will favorably be pleased to accommodate. Most respectfully thanking the same in general for the approval Examined: G. Herklots approval of several of our actions, and requesting a similar favor regarding those cited herein, we take the liberty concerning the article touching the Saltpeter to refer to that which will be separately communicated regarding it by the first undersigned. We conclude with a fervent wish for a speedy improvement in the course of the Company's affairs, praying to that end for the Lord's blessing upon the momentous deliberations of Your High Nobilities, and the humble undertakings of those who have the honor to be with the deepest reverence, below stood: High Noble, Far-Commanding Lords, lower: Your High Nobilities' humble and very obedient servants, was signed: P. C. Vernet, M. Tsanx, J. A. Zinser, S. . . . . Mr. Koning, J. M. Ross, P. Nimbert, Louis de Saumaire, D. H. Adams, Corbeert in the margin: Hoogly on 11 January 1768 B1o J. Celisi W. E. le Clercq. P. Hoff lercq. C. G. C No 2 separate sheet 12 16 690 To His High Nobility The High Noble, Highly Esteemed Lord Batavia Petrus Albertus van de Parra Governor-General on behalf of the State of the United Netherlands and its General East India Company together with The Honorable Gentlemen Councillors of the Dutch Indies High Noble, Far-Commanding Lords. Pursuant to what was ordered by Your High Nobilities' revered general missive to me and the Council of 21 July last, I shall hereby have the honor to report concerning the article regarding the collection of Saltpeter, of which I regret not being able to supply Your High Nobilities with any pleasant news, as was done in the now outgoing general and secret letter concerning the linen trade and in a word concerning the collections in general. Since in the spring of 1767 I was so seriously and, as I trusted, sincerely promised by the Calcutta Governor, the Honorable Mr. Verelst, that the distribution in the future would be made in such a manner that our Company would receive its full requirement, the distress I already felt over the breaking of his word with regard to the other matters agreed upon with him and this Council was not a little increased when we were informed by a letter from the Calcutta ministry dated 9 July of the past year that, according to reports from Patna, they would be able to provide us for this season with 23000 maunds of saltpeter. At the time of the conference held with the aforementioned Mr. Verelst, I set the required quantity at 40000 maunds, thus fully 4000 maunds more than we actually needed to have, and together with the Council, in our reply of 15 July, we indeed attempted to obtain a larger share, namely by reminding those Gentlemen that this new arrangement did not agree with the promise of their Governor, made first orally and afterwards in writing, and by requesting that they please arrange it so that we would receive 36764 maunds, or the exact required quantity. But nothing had any force or effect upon Their Honors: and having arrived at the shamelessness of retracting their given word concerning the other points, it had to happen in this respect as well. At least in their reply of 20 July, Mr. Verelst completely denied ever having promised me a certain quantity, but rather that the assembly would make its utmost effort to increase this article and to be able to satisfy all demands, and that we could also be assured that our share was proportioned according to the collection, in which, if it turned out larger, we would not fall short. On the 27th of the aforementioned month we thought it best not to engage in any further paper war over this, but to await the effect of the promises; meanwhile, from time to time, 20000 692 maunds have been delivered to the employees at Patna, thus 3000 maunds less than what had been intended for us from Calcutta. Furthermore, according to what was communicated by those employees in their separate letter of 14 September and what was noted in the joint resolution of the [illegible] of the following month, the saltpeter is only of a very ordinary quality, yet as our people assure, of the same condition as that which was stored upriver in the English warehouses, and of which, upon request, the Gentlemen [illegible] have been informed. The quantity sent from Patna by the English consists, according to advice from our employees of 24 past, of 69466 maunds, and which therefore, if ours is rightly taken into account according to my understanding, bears no proportion to what has been delivered to us, but can be said to be an unfair distribution, on which I shall, together with the Council, address the English Ministry on a further occasion, and at the same time inquire when it will be convenient for them to deliver the 3000 maunds that we received too little upriver

Dutch transcription

679 230 eerste teegenwoordig staat gede pecheert te worden, en het ander re denkt men, dat in maert zal volgen. De door UHoogEdelheedens 689 nader gemaakte bepaling on tent het afstaan van Equipa gegoederen aan vreemden en voornamentlyk aen particulie re kooplieden, en alle verdere recommendatien tot uaricht voor den aenstaende, zullen wy schuldwichtig in acht neemen, hoewel er aengaende het eerste somwijle gevallen zou„ den konnen voorkomen, dat men tot behoud van vriend schap in de noodzakelykheid geraakte, van den letterlij= ken zin niet aftewijken, en het welk wy zo zulx eens mogte gebeuren, hooren, dat u Hoog Edelheeden goedgunstig zul„ len gelieven in te schikken. Hoogdezelve in het generael zeer eerbiedig bedankende voor de approbatie Coll: G„ Herklots approbatie van verscheidene en zer verrichtingen, en omtrent de in dezen aengehaelde, een ge„ lijk faveur verzoekende, neemen we omtrent het artikel raeren de de Salpeeter, de vryheid onr te gedragen, aen het geene der wegens door den Eerstgeteekende apart bedeelt zal worden. wi besluiten met eene vieri„ ge wensch van een spoedige beterschap in den loop van s Compagnier zaaken, swee kende ten dien einde om den zeegen des Heeren over de gewichtige raadsla„ gen van uHoog Edelhee„ den, en de zwakke onder„ die de neemingen „met de diepste reverentie eeren hebben, te zijn /:onderstond:/ HoogEdele Wydgebiedende Heeren /:lager/ uwer Hoog Edelheeden onder dani„ ge en zeer gekoorzame dienaeren. /: war geteekent :/ P. C: Vernet. M. Jsiux. J. A zin uer. s. . . . . Mr Koning. J. M. Roff. P. Nimbert Louis de saumaire. D: H. Adamds corbeert ter zijden Hoegle &n 11. Januarij 1768 B1o J: Celifl W„ E lj Clarcq. P Hoff lercq. C: G. C No 2 apart vlned 12 16 690 Aan zyn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren Heere Batavia Petrus Albertus van de Parra gouverneur generael wegens den staat der Vereenigde Neder landen en hare algemeene OostIndische Maatschappy nevens De welEdele Heeren Raden van Nederlands In die Hoog Edele Wydgebiedende Heeren. uit hoofde van het geordoneerde met u Hoog Edelheedens gevenereerde gemee„ ne missive aen mij en de Raad van den 21 Juli laestleeden, zal ik by deze de eere hebben verslag te doen aengaen de het artikel betreffende den Insaam van Salpeeter, waervan het my leed doet, u HoogEdelheeden geen aengenaamen bericht te konnen suppe diteeren, als by de tans afgaende gemee„ ne en secreete brief omtrent den Lywaat handel en in een woord wegens de in zaamen zamen in het generael geschied is. Daar my in het voorjaer 1767 door den kalaatsch gouverneur den Edele Heer Verelst zo serieur en gelijk ik vertroude, oprechtelyk beloofd war, dat de verdeeling in het vervolg zo gemaekt zou worden, dat onze Comp hare volle benodigtheid kreeg, wierd het verdriet dat ik reeds had over het verbreeken van zyn woord ten opzigte van de overige zaeken met hem en deze Raed overeengekomen, niet weinig ver„ weerdert, wanneer ens by een brief van het Kalratsche ministerie gedateerd den 9' Iuli a: p: wierd ken„ vergegeven, dat zij volgens bericht uit Pattena in staat zouden zijn ons voor dit saisoen te voorzien niets 23000 moon salpieter. Ik heb ten tijde van de wet gem Heer Verelst gehoudene conferentie de benodigde quanti, teit gesteld op 40000 Maan, dus reim 4000 u=r meer als we wesentlyk heb, ben moesten, en met de Raed by ons antwoord van den 15e Juli wel getacht een ruimer portie te verkrg„ gen, door namelijk die Heeren te erinueren, dat deese huuwe schikking niet overeen quam met de de belofte van hunnen gouverneur eerst mondeling en naderhand schoef, telijx gedaen, en te verzoeken, dat ze het zo geleefde te stellen, dat we met 36764 Maan of de juir te benodigde quantiteit kreegen. Maer niets had kragt nog vat op Haer Edelens: Een tot de onbeschaamtheid gekomen zynde omtrent de overige pointen hun gegeven woord te toocrenen, zo moert het in dit opzicht ook geschie den. Altans by hunne rescriptie van den 20 gulden ontkende d Heer verelst volstrekt, mij immer een zeekere quantiteit belooft te heb, ben, maer wel, dat de vergadering haer uiterste poging zou aenwen, den, om dit artikel te verreerde ren, en in staat te raken, alle eisschen te voldoen, en dat we ook verzeekerd konden zijn, dat ons aandeel gepropentioneert war na den inzaem, waerby wa, zo ze grooter viel, niet te kort zoude schieten. wy hebben op den 27 der voormelde maend best gedagt, hierover geen verdere pennestryd aen te rechten, maer het effect der beloften afte wagten; Ondertusschen zijn den bedien den 692 den te Pattena van tyd tot tyd 20000 Maan afgeleverd, dur 3000 shaar min der, als het geen neen on van kaldatte had toegedacht. Daeren boven is, bly kens het bedeelde door dien bedienden by hunne aparte brief van 14 Septem ber en het genoteerde by gemeen besluit van den der volgende maend de salpeter maer van een zeer gemeene qualiteit, echter zo als de onze verzeekeren van dezelve gesteldheid als die, welke boven in de Engel, sche Pakhuizen lag opgeslagen, en waervan op het versoek de stee¬ ren kaj over verwittigt zijn. De quantiteit door de Engel, schen van Pattena afgezonden bestaet volgens advir eneer bediends van den 24 pas=o in 69466 Maar en het welk dur zo aer de once na mijn begrip ten rechten aenwerken, met het geen er aen on geleeverd is, geen proportie heeft, maer gezegt kan worden, een onbileijne verdeeling te wesen, waerover ik met den Raad het Engelsch Ministerium by nadere occasie eens zal onder houden, en tevens afvragen, wan, neer het hun geleegen zal komen, de 3000 M:n die we boven te win ont vangen

← previousnext →