Inventory 9686
Coromandel · 1,380 pages · 199 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
cannot be too careful, for it is indisputably certain that something has been brewing, or that one is pregnant with one or another harmful scheme, since the aforementioned ambassadors, and in particular one of them, Rahimanallichan, who is very well known under the name of Goelamalichan as a most dangerous and deceitful subject, full of all kinds of unthinkable intrigues, showed themselves offended in an uncommon manner over the departure of those Nayaks. Below stood and was signed as before. In margin: Nagapatnam In the Castle, 17 October 1773. Ceylon To as before. By our letter of the 1st current, your Honours will have already seen our apprehension that the Subah Mahometh Alichan, or else his younger son Madaroel Moelk, will make himself master by force of the lands etc. recently bought by the Company from the vanquished Prince of Tanjore. This has indeed happened today with respect to the lands, notwithstanding our remonstrances made against his claims in that regard, by the taking possession of the same, especially of Naoer, where he is currently encamped with his entire army, joined with the English troops, who were actually present during the intrusion into the Company's lands. This is apparently to summon us from there to surrender the deeds of purchase and the jewels of the aforementioned succumbed prince which are in this city, which had been pawned both to the Company and to private individuals, but were redeemed with the purchase money of those lands; and should his claim not be satisfied, he will besiege this city in order to force us thereto. Due to the superior force, we have found ourselves compelled to withdraw the garrisons that were stationed in the aforementioned new lands, and to gather everything together just outside the city, and to prevent, as much as possible, a formal siege or blockade by means of a small flying corps outside of it. From this your Honours will see in what circumstances we find ourselves here, and the most fatal of all is that, owing to the turning of the northern monsoon, we will no longer be able to be assisted by your Honours with what is necessary, especially with the further assistance requested in our aforementioned missive of the 1st of this month, both in personnel and in some prominent, highly necessary ammunition. The aforementioned conjunction of the English with the troops of the Subah and the invasion of our possessions gives us reason and ground enough not only to mistrust that nation, but also formally to regard them as open enemies, no matter how much they might pretend that those troops are not in English pay, but actually in the pay of the Subah. Therefore, high necessity will require here that a watchful eye be kept on them, especially regarding their ships that have entered the bay of Trincomalee, which we learn to be six in number and all well manned, and reportedly have orders to spy out the fortifications there, in order to make themselves master thereof at the first favorable opportunity that arises, just as we have already informed the commanders thereof in our letters of the 13th of this month with the sloop den Arend, which brought us a company of eastern troops. Wherewith, after cordial greetings, we remain with respect. Below stood and was signed as before. In margin: Nagapatnam In the Castle, 21 October 1773. Ceylon To as before. Since the dispatch of our separate letters of 17 and 21 October last, which, though we do not doubt they will have already arrived in due time, we nevertheless accompany with the duplicates thereof, affairs concerning the dispute that arose between the Subah of the Carnatic, Mahometh Alichan, and the Honourable Company, with respect to the lands taken over by purchase from the Prince of Tanjore and the redeemed recognitions, have changed so much in appearance that, through an agreement struck in that regard on the 23rd of this month, the lands in question have been returned, and the aforementioned redeemed servitudes have been reinstated, and thus everything has been restored to the old footing. Moreover, all our privileges and freedoms in the Tanjore kingdom have been confirmed and established by a general parwana granted, provided that the monies paid by the Honourable Company for those lands and recognitions are reimbursed to Her Honour. Your Honours may wish to inspect this further from the copies appended hereto for your consideration: of the contract, the cowl, the ticket, the parwana, the receipt for the jewels, and the receipt for the four Candian elephants, which, although brought as a gift for the dethroned Prince of Tanjore, remained here undelivered. However, the Subah or his son Madaroel Moelk maintained that, as conqueror of that realm, they belonged to him, and consequently remained unyielding on their surrender; to which one had to proceed in order to completely clear away all impediments to reaching the aforementioned agreement. Through this change for the better, your Honours will thus see that the necessity in which we found ourselves, to request a further reinforcement of both manpower and war matériel in our letter of 1 October, has ceased to exist; and we would not have proceeded to do so had not the circumstances of affairs, of whose outcome one could have no foresight at the time of the dispatch of our aforementioned letter, forced us to that extreme.
Dutch transcription
467 niet sorgvuldig genoeg weesen kan, want het is onwedersprekelijk seeker, dat 'er Iets in til geweest, of dat men met het een of ander nadeelig project beswangerd is, alzoo de voorsz: ambassadeurs en wel insonder„ „heijd eene derselve Rahimanallichan, dog onder de naem van Goelamalichan seer wel bekend is, voor een allergevaerlijk en arglistig subject, vol van allerhande onbedenkelijke Jntriques, over het ver„ „trek van die Naijkers op een ongemeene wijse sig gebelgd getoond hebben, (:onder „stond:/ en /:was geteekent:/ als vooren /:in margine:/ Nag: Jn 't Casteel den 17: octob:r 1773 Ceijlon Aan als vooren Bij onsen brief van den 1: Courant sullen uwel Edelens reeds gesien hebben, onse bedugting bedugting, dat den souba Mahometh alichan, of wel sijn Ionger soon Madaroel moelk, sig met geweld meester sal maken van de Iongst door de Compagnie van den overwonne Tansjoersen vorst gekogte landen Etc:, het geen dan ook op heeden ten opsigte van de Landen, ongeagt onse gedaene remonstratien, op sijne dierweegens gemaekte pretentien, geschied is, door het in possessie neemen derselve, insonderheijd van naoer, daar hij met zijn gansche Leeger, geconjungeerd met de Engelsche trou„ E „pen, die werkelijk, sig bij het indringen in 'sComp:s Landen bevonden hebben, thans gecampeerd Legd, apparent om ons van daer tot de overgave der koopbrieven, ende in deese stad te vinden weesende Juweelen van den voorsz: gesuccumbeerden vorst, die soo wel onder DE Comp: als particulieren verpand geweest, dog met de kooppenn: dier Landen geres contreerd 1169 gerescontreerd sijn, sommeeren, en aan sijn pretentie niet voldaen werdende, deese stad beleegeren sal; ten eijnde ons daar toe te dwingen; wij hebben door de overmagt ons genoodsaekt gevonden, de besettingen die in de voorsz: nieuwe Landen gelee„ „en „gen hebben, intetrecken, en alles in „ even buijten d' stad bij een te versamelen, en door een kleen vliegend Corps buijten deselve soo veel mogelijk een formeel beleg of bloc„ „quade voorte komen; waer uijt Uwel Ede„ „lens sien sullen, in wat omstandigheeden wij ons hier bevinden, en het fataelste van alle is, dat wij door het kenteren van de noorder mousson alverder door Uwel Edelens met het nodige, niet sullen kunnen wer„ „den geadsisteerd, insonderheijd met de Jongst bij onse voorsz: missive van den 1:' deeser maend, versogte nadere adsistentie, soo van voek als eenige voornaame hoog benodigende Ammonitie r ammonitie. — De voorschreevene Conjunctie der Engelsen met de troupen van den Souba en invasie onser besittingen; geeft ons reeden en grond genoeg, die natie niet alleen te mistrouwen, maer ook formeel voor openbare vijanden aantemerken; hoe seer hij ook 1. mogte komen voortewenden, dat die troupen niet in Engelsche, maer werkelijk in des souba „ hooge besolding staen; des sal hiet de „ noodsakelijk „heijd vereijsschen dat op haer een waken oog werd gehouden, insonderheijd omtrent hunne in de baaij van Trinconomale ingeloopene scheepen, die wij vernemen ses in getal, en alle wel bemand te zijn, en ordre soude hebben, de werken aldaer te bespuden, om bij eerste voorkomende goede geleegendheijd sig daer van meester te maken, gelijk wij daar van de opperhoofden bij onse letteren van 13: deeser maend met de 471 de Chialoup den Arend, die ons een Com„ pagnie oosterlingen toegebragt heeft, reeds kennisse gegeeven hebben: - waermeede na Cordiale groete met agting verblijven /:onderstond:/ en /:was ge„ „teekend;:/ als vooren /:in margine:/ Nagap:m in 't Casteel den 21: october 1773. — „ Ceijlon Aan als Vooren 'Tseedert de afsending onser apparte letteren van den 17: en 21:' 8br: J=o leeden, die schoon wij niet twijffelen, of deselve sullen reeds twijff - tijdig ingeloopen weesen, wij egter de wederga„ „dens daar van, deesen laten versellen sijn de saken weegens het gereesene geschil tusschen den souba van Carnatica moho„ „meth alichan, en de E Compagnie, met be„ „trecking tot de van den Tansjoersen vorst in koop overgenomene Landen, en afgekogte Recognietien Recognitien, sodanig van gedaen te verandert, dat door een getroffen accoord dienaangaande op den 23: deeser, De Landen inquestie te rug gegeeven, en de voorsz: afgekogte servituten weder vermi„ tigt geworden, en alsoo alles op den ouden voet gebragt, mitsgaders alle onse voorreg„ „ten en vrijheeden in het Tansjoers rijk, bij een generaale verleende parivanna ge„ Confirmeerd, en bevestigd zijn, mits aan D' EComp: voldoenende, de door Haer Edele voor die Landen, en recognitien, betaelde gelden; soo als uwel Edelens dat een en ander nader gelieven te beoogen, uijt de desen tot derselver speculatie bijgevoegde afschriften van het Contract, de Caul, takiet parwanne quitantie van de Juweelen, en quitantie van de vier Candiasche Eliphanten, die schoon tot geschenk voor den gedetroneerden Tansjoersen vorst gebragt, dog onafgegeeven alhier 73 47 73 Souba. alhier verbleeven sijn; egter den of sijn soon madaroel moelk sustineerde hem, als overwinnaer van dat Rijck te Competeeren, en mits dien op dies overgave ook onversettelijk is blijven staen; waer toe men dan, om alle empechementen, omtrent het treffen van het voorm: accoord, ten eenemael uijt den weg te ruijmen, heeft moeten overgaen; Door welke verandering ten goeden uwel„ Edelens dus sien sullen, dat de noodsakelijk „ e g „heijd waer in wij geweest sijn, om een nader renfort soo van manschappen als oorlogs tuijg bij onsen brief van den 1: octo„ „ber te versoeken, is komen op te houden, en wij souden daer toe ook niet hebben getreeden, indien de omstandigheeden van: saken van welkers uijtkomst men op den tijd van het afgaen onser voormelde brief, geen voor uijt zigt heeft konnen hebben ons tot dat uijterste niet genooddwangt hadden, wij: na
English
Upon dispatching that urgent request, we ourselves were greatly in doubt whether Your Honours would have been able to comply with it, not only because of the then-impending change of the northern monsoon, but also in order not to weaken Ceijlon any further by stripping it of more men. Nevertheless, we wished to leave no precaution that was at all possible unexamined and untried, in order to place ourselves as much as possible in a state of defense against the attacks that the nabobmadaroel moelk might have wished to undertake against us or this city, since from his threats we anticipated nothing but detrimental consequences, in case he had wished to persist in his unreasonableness and act accordingly. The predicament in which we found ourselves, as aforesaid, indeed urged us to make that request. But when the impossibility of fulfilling it exists, it is no more than fair that one must be mindful of one's own preservation. Therefore, we must, and cannot do otherwise than, fully approve in all respects the difficulties raised by you regarding the sending of more men, etc., just as we likewise cannot deny that the aforementioned requested relief, together with the previous relief that we received through Your Honours' goodness and cooperative care for the Company's interests, would not have been adequate or sufficient to accomplish anything in the field; nor was that our intention. But this is nevertheless certain, and we also know it by experience, that if we had not received that assistance which Your Honours provided to us, the nabob would also not have been in that disposition in which we found him during the negotiation, and brought him, from time to time, to the conclusion of the matter. We have thus had the good fortune thereby to indemnify the Honourable Company for the present in that delicate affair, and thus clear all entanglements from that quarter out of the way. Therefore, discontinuing all further assistance and reinforcement, we thank Your Honours very kindly for the trouble taken in that regard, requesting that, with respect to the artillery goods sent further for our assistance and already brought to manaer, you will be pleased to make such further disposition regarding their transport back or removal elsewhere as Your Honours shall deem most convenient in that regard. Meanwhile, as soon as the further danger is past—with which this Coast, or rather especially this southern part thereof, continues to be threatened, not least by the great and from time to time from all sides confirmed rumour of the descent of the maratthijs, and also of the notorious Haijdernaijk—we shall relieve ourselves as quickly as possible of the military troops obtained from there. We also would have wished that we had not been under that necessity of having to send the bark De falck to Batavia to convey the news of the surrender of Tansjour to the souba, which we judged to be of such importance that timely knowledge thereof by Their High Mightinesses was highly necessary, on account of the revolution of affairs that is to be expected or anticipated therefrom; as one has now already partly experienced, and who knows what might still occasionally flow from it, should the restoration of Tansjoer become a serious matter with the marrattijs, and Haijdernaijk intend to fish in troubled waters. The absence of our own sloops, at least of those that we could have used for that purpose if necessary, and the lack of qualified navigators to undertake that voyage, were the main reasons why the bark De falck had to be employed for it. Meanwhile, the necessary order has been given to allow the grenadier Johan Jurgen Stemmer to enjoy full pay from the first of November onward; with the further communication that the two remaining sepoys from manaer have arrived here, and furthermore that we have duly received the payroll accounts of 14 and 27 October past, together with the rendered account of Captain-Lieutenant scheerken, and the duplicate of Your Honours' esteemed letter of the aforementioned 15 October. Wherewith, after cordial greetings, we remain with respect. Underneath stood, and was signed, as before. In the margin: Nag:t, in the Castle, 30 Nov: 1773. Agreed, W. HuijnaelN N. No. 15 Separate Cormandel To the Honourable Reinier van Vlissingen, Governor and Director over the Company's Important Trade and Affairs, together with the Council at Nagapatnam Honourable, Valiant, Gallant, Wise, Prudent, and Very Discreet Sirs, Your Honours' pleasant letter of 25 July last was duly received by us yesterday, and we are currently busy finding the most suitable means to comply with Your Honours' request as far as possible. Tomorrow we shall let a detachment of soldiers depart, the number of which will have to conform to the capacity of the transport vessels. Wherewith, after friendly greetings, we remain. Underneath stood: Honourable, Valiant, Gallant, Wise, Prudent, and Very Discreet Sirs, Your Honours' willing friends and servants. Was signed: Jr Will:m Palck, J: J. Loquart, G: E Holst, M: Mekern. In the margin: kolombo, 8 August Anno 1773. Cormandel To the same as before In fulfillment of our promise by letter of yesterday, there departs this evening with the
Dutch transcription
wij hebben op het afsenden van die Jnstantie selfs grootelijks getwijffeld, of uwel Edelens niet alleen door het toen op handen weesende kenteren van de noorder mouson, maer ook om Ceijlon niet meer te verswacken, door het ontblooten van meerder volk, wel aen deselve soude hebben konnen voldoen; des niet te min hebben wij geene precautien, die maer mogelijk sijn geweest, onbesogt, en in het werk ge„ „steld willen laten, om ons soo veel mogelijk in staet te stellen, teegens de attentaten die den nababmadaroel moelk teegens ons, off deese stad, soude hebben willen onderneemen, dewijl wij uijt sijne Dreijgementen, niet anders dan nadeelige gevolgen te gemoed sagen: Ingevalle hij bij sijn onreedelijk„ „heijd had willen blijven volharden, en in diervoegen ageeren, De verleegendheijd waer in wij waeren heeft. 217 755 heeft ons dan gelijk voorsegd, tot dat ver„ soek wel aangedrongen, dog als de onmoge„ „lijkheijd tot dies voldoening daar is, is 't niet meer dan billijk; dat men op sijn eijge behoudenis, bedagt moet weesen, dier„ halven moeten wij, en kunnen ook niet an„ ders doen, dan in allen deelen billijken, derselver bijgebragte beswaernissen tot het senden van meerder volk etc: gelijk wij in selvervoegen niet ontkennen konnen, dat het voormeld versogt, en het voorig ontset dat door uwel Edelens goedheijd, en meede werkende voorsorge voor 'sComp:s be„ „langen, bekomen hebben niet bestand genoeg is, afgeweest zoude zijn, om iets in het veld uijttevoeren, en dat is ook onse Jntin„ tie niet geweest, maer dit is egter seeker en wij hebben het ook bij ondervinding, dat indien wij die adsistentie, welke uwel Edelens ons hebben toegebragt, niet bekomen waeren bekomen hadden, den nabab ook in die Dispositie niet soude sijn geweest, waer in wij hem bij de onderhandeling gevonden, en van tijd tot tijd, tot het uijt eijnde van de sack gebragt hebben. wij hebben dan daermeede het geluk gehad, om in die netelige affaire, de E: Compagnie voor eerst schadeloos te stellen, en dus alle verwarigheeden van die kant uijt den weg te ruijmen; dierhalven alle verdere adsistentie en versterking op houdende, soo bedanken wij uwel Edele seer vriendelijk voor de dienaangaande genomene moeijte, met versoek om ten opzigte van de ten onsen bijstand na„ der gezondene, en reets te manaer aan„ gebragte Athillerij goederen een sooda„ nige nadere dispositie tot dies te rug ver„ voer of verplaetsing na elders te willen neemen, als uwel Edele het Convenabelst dienaengaende t dienaangaande sullen gelieven te oordeelen; terwijl wij, soo dra het verder gevaer, waermeede deese Custe, of wel voor„ namentlijk dit suijder gedeelte derselve, niets het groot en van tijd tot tijd van alle kanten bevestigd werden geroep van de afkomst der maratthijs, en ook wel van den berugten Haijdernaijk, nog gedreijgd werd, over is, ons soo spoedig moge¬ „lijk ontlasten sullen van de van daar bekomene krijgstroupen. — ook hadden wij wel gewenscht, dat wij niet in die noodsakelijkheijd ge „weest waren, om De Barck De falck naar Batavia te moeten senden, ter over„ „breng van de tijding van den overgang van Tansjour aan den souba, welke wij oordeelden; van die aangeleegendheijd geweest te zijn, dat een vroegtijdige kennisse daar van bij Haar Hoog Edelens ten hoogsten Noodsakelijk de noodsakelijk was, uijt hoofde van de omwenteling van saken die daar uijt te wagten of te gemoed gesien wiord; geli nu ment reets voor een gedeelte ondervonden heeft en wie weet, wat somwijlen nog daar uijt soude kunnen voortvloeijen indien het bij de marrattijs, de her„ stelling van Tansjoer eens ernst mogte werden, en Haijdernaijk voorneemen me in troubel water te visschen; De afweese „heijd van onse eijge Chialoupen, ten mins van die, die wij des noods daar toe soude hebben konnen gebruijken, en gebrek aan bequaame stuurlieden om die togt te kunnen doen, sijn de hoofd oorsaaken ge¬ „weest, dat de barch De falck daar toe heeft moeten g'emploijeerd werden; Jn„ „tusschen is de noodige ordre gesteld om den granadier Johan Jurgen Stemmer van primo November af, volle gagie te doen 7 z doen genieten; onder verdere Commu„ nicatie dat de twee agter gebleevene Li„ „paijs van manaer alhier aangekomen sijn, en voorts ook wel ontfangen heb„ „ben, de soldij notities van den 14: en 27: october p:o mitsgaders de afgelegde reekening van den Capitain Luijtenant scheerken, en het Duplicaat uwel Edelens geagte missive van den 15:' october voormeld. waermeede na Cordiale groete met agting verblijven /:onderstond:/ en /:was geteekend. / als vooren /:in margine:/ Nag:t Jn 't Casteel den 30:' Nov: 1773. Accordeerd W. HuijnaelN N. de uijt en om e No. 15 Appart Cormandel Aan den Edelen Heer Reinier van Vlissingen, Gouverneur en Directeur over 's Comp„s Importanten Handel, en ommeslag, Neevens den Raad Nagapatnam Edelen, Erntfesten, Manhaften wijse, voorzienigen, seer Diskreeten, Uw wel Edele aangenaame letteren van den 25 Julij Jongstleeden, hebben wij op gisteren wel ontfangen, en wij zyn thans bezig de bequaemste middelen uijttevinden om 481 P om aan Uwel Edelens verzoek, zoo veel mogelijk is te voldoen; morgen zullen wij een parthij militairen laaten vertreck „ken, welker getal zich na de ruijm te der transport vaarthuijgen zal moeten schikken Waar meede na vriendelijke groete blijven. /:onderstond:/ Edelen Erntfesten, manhaften, wyzen voorzienigen seer Discreeten; Uwer Edele Dienswillige vriend en Dienaaren /:was geeteekend: 7 m Wyff Jr Will:m Palck J: J. Loquart .....G: E Holst. . . . . M: Mekern /:in margine /: kolombo den 1773 8 augustus Ao 1773 Cormandel Aan als vooren Jn voldoening aan onse belofte by brief van gisteren, vertrekt deezen avond met de
English
1883 the bark de Valk the company of grenadiers, consisting of one lieutenant, two ensigns, five sergeants, 1 surgeon, 1 captain of arms, 6 corporals, 1 fifer, 3 drummers, and 120 privates, solely under the command of Captain Lieutenant Jan Scheerken, and specified in the accompanying roster, which also indicates their pay. With some native vessels we shall also let depart this afternoon via Manaar a company of Easterners under the command of Captain Aaue Kepingh, consisting, as shown by the list attached hereto, of one lieutenant, 2 ensigns, one drillmaster, 4 sergeants, 6 corporals, 1 drummer, and 86 privates. Within a few days there will follow via Manaar another similar company of Europeans and 50 artillerymen, to whom, although not demanded, we shall also furnish 4 field pieces with everything belonging to them, in the confidence that these will not be unwelcome. From Trinkonomale come 1 lieutenant with 59 men, and Jaffna has already sent over 100 men, under 1 captain lieutenant and 2 subaltern officers. A company of well over good sepoys is marching to Jaffna, in order to be transported across from there likewise upon Your Honour's first order, and another company of Easterners stands ready here to come over to Your Honour, if only vessels for their transport can be found. Things are tight here with the sloops, of which one is on the slipway, and the remainder find busy employment. Certain movements that we observe here in the country, and of which new reports arrive daily, do not allow us to spare any more troops at present, and we even very kindly request to send these troops now crossing over back to us, if possible, at the beginning of the northern monsoon. Over the entire command Captain Wolfarth has been appointed as commander, who is instructed to await his orders from Your Honour, and to acknowledge the Lord Major of Nagapatnam as his military commander; meanwhile, to prevent all friction, I request that our troops be regarded as a separate corps, and that the necessary orders always be given, or caused to be given, directly to Wolfarth. He is a man who possesses a more than ordinary knowledge of military affairs, and who in our last war gave many proofs of courage and discretion, wherefore the command could be entrusted to him with complete confidence, and I do not doubt that he will also give satisfaction to Your Honour, having an adjutant with him for his command. Captain Lieutenant Scheerken will command the grenadier company, and I request to give Captain Lieutenant van Kinbergen the command over the third company of the Jaffna and Trinkonomale men. Our soldiers are used to good discipline, and Your Honour will greatly oblige us by keeping a watchful eye over the command and keeping every single one of them to his duty. Meanwhile, on the other hand, I also request to afford this small corps as much comfort as may be done with fairness, and since according to the latest contract the expenses running thereon will have to be paid by the Tanjore prince, my request will meet with all the fewer difficulties. Since there are several monthly allotment men among the companies, who for the most part very easily resort to desertion because they cannot keep pace with their comrades, I request to grant all the troops without exception their full earned wages. Informed that the monthly allotment men at Nagapatnam enjoy more than half of their monthly pay, I have found all the less difficulty in making this request founded on necessity, since the slight difference in expenditure the guilder is after all calculated at 15 stivers does not compare to the feared disadvantage of desertion, which could cause considerable embarrassment to us, who due to mortality on the two arrived ships have received only a little over 100 recruits. In view of our present great shortage of vessels, I finally request to send the bark de Valk to Trinkonomale as soon as possible, so that we may get this vessel back here with the turn of the monsoon, for which the necessary orders have already been given to the ministers there. After friendly greetings, I remain with all respect, /underneath stood/ Noble, Valiant, Wise, and Prudent, Very Discreet, Your Honour's willing friend /was signed/ J:n W:m Falck /in the margin:/ Colombo the 9th of August Anno 1773. Nagapatnam To the above. Your Honour's highly esteemed letters of the 21st of September and 1st of October we received together on the 22nd of October, and seen therefrom the changes of government that have occurred in the Tanjore country, and the formidable intentions of the Nawab against the lands purchased by Your Honour from the Tanjore prince; we are ready to assist Your Honour to the utmost of our power, but find ourselves obliged, upon Your Honour's request to send relief before the breaking of the North monsoon beyond what has already been sent, to demonstrate that this is impossible in itself, as is sufficiently evident from the just mentioned receipt of your letters, besides that we have neither native nor Company vessels at hand to transport the troops from here to Manaar, and the arduous march overland, even if it were not in itself inadvisable, in order to spare the troops now more than ever, to expose them to none, must be regarded as almost impossible, because of the daily expected rains, and the resulting swelling of rivers; but supposing that these principal obstacles were not in the way, we would still find ourselves obliged to demonstrate to Your Honour
Dutch transcription
1883 de banck de Talck de kompenie grana„ „diers, bestaande in een Luijtenant, twee vaendrigs, vyf sergeanten 1 Chirurgijn, 1 Capitain des armes, 6 Corperaals, 1 fluyter 3 tamboers, en 120 gemeene, alleen onder commando van den Capitain luytenant Jan Scheerken, en gespecificeerd by de neevens gaende naemleijste waar by haar genot meede is aangetoond, Met eenige inlandse vaarthuijgen zullen wy nog deesen nade middag over manaer een Compagnie Oosterlingen onder kommando van kapitain Aaue kepingh laaten vertrecken, bestaende blykens de hier bij gevoegde Liste, in een Luytenant, 2 vaendrigs Een drilmeester 4: sergeants, 6 Cou„ „peraals 1 Tamboer, en 86 gemeene, Binnen weijnige dagen zal over manaer nog eene diergelike kompanie Europeesen en brief bi met e Europeesen en 50 man arthilla„ „risten volgen, aan welke wy hoewel ongeijseht 4 veld stukken met al het daar bij behoorende zullen meede geeven, in vertrouwen dat deselve niet onaangenaam zullen weesen Van Trinkonomalo koomer 1 Luytenant met 59 man, en Jaffena heeft reeds 100 man, onder 1 Capitain Luytenant, en 2 subalterne offecieren overgezonden Een kompanie van ruijm goede Sipaaijs marcheert na Jaffena, om van daar op Uw Ede Eerste aanschriven insgeliks overgevoerd te worden, en nog een Companie oosterlingen staat hier gereet om tot UwEd over te komen, in dien maar vaarthuygen tot derzelve transport te vinden zullen weezen, het 485 het komt hier bekrompen uijt met de sloepen, waer van Eene op de helling staet, en de overige druk werk vinden, Zeekere beweegingen die wy hier in het Land bespeuren, en waar van dagelijks nieuwe berichten inkomen, laaten, ons tans niet meer volk mosten, en wy ver¬ „zoeken zelfs zeer vriendelyk om ons deese nu overgaande manschappen des mogelyk met het begin van de noorder moesson weder te rug te senden Over het geheele Commando is der Capitain wolfarth als commandant aan„ „gesteld, die gelast is om zijne beveelen van Uwel Edele te verwachten, en den Heer majoor van Nagapatnam, als zijnen militairen Commandant te erkenne, intusschen versoeke ik om alle verwyderingen voor te koomen ons volk, als een byzondere Corps aan te merken merken, en de nodige ordres altyjd directelyk aan wolfarth te geeven, of te laaten geeven „ een Het is man die een maar dan gemeene kennis van het militeiren weezen bezit¬ en die in onse laesten oorlog veele blyken van moed en beleijt heeft gegeeven, wes¬ „halven aan hem het Commando met een volkomen vertrouwen konde opge¬ draagen worden, en ik twijffele niet of hy zal ook aan uwel Ed:e genoegen geeven, hebbende een adjudant voor zijne commando by zich Capitain Luijtenant Scheerken zal de granadier Companie Commandeeren, en aan Capitain Luytenant van Kinbergen versoek ik het kommando over de derden kompanie van het Jaffanasche en Tiinkonomaelsche volk te geevene onze 2 487 onze militairen zijn aan een goede disciplin gewent, en uw wel Ed: zal ons seer verplig „ten, om een wackend dog over het kommando en een iegelijk daar van tot zijnen pligt te houden Jntusschen verzoek ik ook aan den ande„ „ren kant, om aan dit kleijne Corps zo veel gemak toe te brengen, als met billikheyd mag geschieden, en wijl volgens het Jongst Contract de daar op loopende kosten door den Tanspoerschen vorst zullen moeten betaald worden, zo zal mijn verzoek te minder swarigheeden- vinden Wijl Zich onder de Companien verscheide goede maend gasten vinden, die meestendeels zeer ligtelyk tot desertie overgaan, om dat ze met hunne makkers niet gelijk konnen doen zo verzoeke ik aan al het volk zonder uijtzon„ „dering hunne volle winnende gagie te wil„ „len verstrekken onderricht Onderricht dat de goede maend gasten op Nagapatnam meer dan de helft van hunne maend gelden genieten, hebbe ik te minder swarigheijd gevonden, om dit op de noodsake„ „lijkheijd gegronde versoek te doen, wijl het geringe onderscheijd van uijtgave/ de gulden word tock op 15 stver gereekend:/ niet in verge„ „lyking komt, byj het te duchten nadeel van wegloopen, het welk ons, die door sterfte van de twee Uijtgekomene scheepen, maar ruijm 100. rekruiten gekreegen hebben, in merkelyke ongeleegendheijd zoude kunnen brengen, Byj ons teegenwoordig groot gebrek aan vaarthuijgen, verzoeke ik eijndelyk om de Barck de falck ten spoedigsten naar Trinkonomale te willen zenden, op dat wy dit kielje met het kenteren van de moescon weder hier konnen krijgen, en waer toe reets aan de ministers aldaar de nodige ordres zyn gegeeven Jk. 489 Jk blyve na vriendelyke groete met alle agting,. /:onderstond/ Edele Erntfesten wij en voorsienigen seer Discreeten UwelEd Dienstwillige vriend /was geteekend/ J:n W„m Falck /in margine:/ kolombo den ƒ 1773 9e augustus Ao 1773. Nagapatnam Aan des vooren Uwel Edele zeer g'achte letteren van den 21e. September en 1e October hebben wy den 22 October te gelijk ontfangen, en daar uijt de voorgevallene stadts verwisselingen, in het Tansjoerse Land, en de gedugte voorneemens van den Nabab op de door UwelEdele van den Tans verscuen vorst gekogte lan„ „den gezien, wij zyn gereed om U wel Edele na ons uijterste vermogen te assisteeren, maar vinden ons verplight op uwel Edele v. v= ock verzoek om nog voor het doorbreeken van de Noord-mousson ontzet te zenden boven het reeds gezondene te vertoonen dat dit zich van zelve verbiedt, gelyk genoeg blykt uyt den straks vermelden ontfangst uwer brieven, behalven dat wy nog inlandse noch Companie swaar: „tuijgen aan handen hebben om het volk van hier te transporteeren naer Manacs ende moeyjelyke march over Land zoo ze niet op sich zelve onraed „saem wierdt, om 't volk thans meer dan ooijt te bespaeren, aan geene zich ten bloot te stellen, moet men schier ondoen „lyk stellen, om den wille van de dagelij te wagtene weegens, en daar uijt volgen op Zwelling van revieren: maer onderstel Zijnde, dat deeze voornaeme kinderpaal niet in den weg waeren, zo zouden wij ons dan nog verplicht vinden UwEd=s te vertoonen
English
to demonstrate that Ceylon, in the present circumstances of the times, cannot divest itself of troops any further beyond what has already been sent: for from the garrison of Trincomalee, which has been weakened to such an extent by the dispatch of 60 Europeans and one company of Easterners that the officials from there are requesting reinforcements, nothing more can be spared, because the English war fleet will winter there; Jaffanapatnam with Mannar, already very stripped of men by the dispatch of 168 men, will have to be provided for from Colombo, while on Colombo and Galle we will only retain just as many men as are strictly necessary to protect Tuticorin, where our defenseless possessions, if the Nawab becomes earnest, will undoubtedly also suffer injury, just as we have already received report that the Nawab, with whom we still have outstanding disputes concerning the pearl fisheries, has caused grave threats to be made; we then count the affairs of the court of Kandy as nothing, although, having to humour this court due to helplessness, one would lose more in one year than can be regained in many. To this we further remark that Your Honour, after sending the request for more troops, has also received the two companies of Easterners from Buyut and Banjer Anke, with 50 infantrymen and 18 artillerymen from Jaffna, thus making the relief sent from Ceylon amount in total to 561 European infantrymen and artillerymen, and 529 Malays and Sepoys, or in all 1090 heads, all of the best troops, which we think are sufficient for the defense of Nagapattinam, though probably not capable of executing anything in the field, but for which purpose the requested further reinforcements would also not suffice; we finally add to this that no provision of troops is to be expected from Batavia. The requested ammunition and other goods are being sent to Mannar with the bearer of this, the sloop Den Jongen Martijn, which arrived from Tuticorin on 29 October, and consist of: 8 metal 1 lb pieces with 16 complete loading tools, 800 cannonballs, 800 copper fuses, 200 lead grape-shot, and 100 pieces of lead grape-shot of 3 lb caliber; for the 4 three-pounders that have already been sent in August last, as no such grape-shot, according to private reports, were in stock at Nagapattinam. 20 pieces of field chests with copper fittings and locks. 1 Howitzer of 7 6/10 inches, and 1 ditto of 4 1/2 with double loading tools and 50 grenades for each. 2 Metal cannon of 6 lb with double loading tools, and 200 cannonballs alongside 50 lead grape-shot. 2 metal cannon of 4 lb with double loading tools and 200 cannonballs alongside 50 lead grape-shot. 1 Mortar of 7 inches, 1 ditto of 5 with double loading tools, and 50 bombs for each. 20 powder barrels with copper hoops. 20 Reams of cartridge paper. 20 ditto Patron ditto. 2 Barrels of pitch. 2 ditto resin. 4 ditto tar. 1000 new muskets instead of the requested 1000 ramrods. Artillery Lieutenant Cheveret, who is coming over in the place of the deceased Lieutenant Mulles, we have appointed to hold command over our artillerymen, as experienced in that which concerns his profession, because he served under the French artillery in the Coromandel wars, and besides this has given proof of courage in the Ceylon war; we have at the same time instructed the extraordinary pyrotechnician Krans, presently at Nagapattinam, to act as ordinary pyrotechnician in the place of the aforementioned Lieutenant Cheveret, and we shall propose both of them as such to the Noble High Indian Government. That Your Honour has sent the bankierschaloup to Batavia, we must acquiesce to; we must assume that it will have been out of necessity, although it puts us at a loss, as we presently have few capable sloops. We also send as reserve 10 pairs of carriage wheels, namely: 2 Pairs for 6-pounder cannon 4 ditto for 4-pounder field pieces 10 [illegible] 2 ditto for 7-inch howitzer, with two small rollers with iron pins and cotter pins for the above-mentioned field pieces, and three copper quadrants. To the grenadier Johan Jurgen Stemmer, we request to provide his full wages from 1 November onward. On 16 October last we had two Sepoys depart for Mannar, with orders to the officials to forward them with their accompanying letters further to Nagapattinam. Herewith we also add two payroll notes of 14 and 27 October last, annex the rendered account of Captain-Lieutenant Scheerken, and the duplicate of our latest dispatch of 15 October last. We remain with much esteem and after friendly greetings, /underneath stood:/ Noble, Stern, Valiant, Wise, Provident, Very Discreet, Your Honour's willing friends and servants, /was signed/ Iman Willem Falck, B. J. Raket, J. H. Borwater, Jacobus de Bordes, M. Mekern. /In margin:/ Colombo, the 1st of November, Year 1773. Nagapattinam. To the same as before. Your Honour's very honored letters of the 17th and 21st of October we have duly received, and from them to our regret seen the evacuation of the lands recently purchased by Your Honour, and Your Honour's apprehension concerning the Nawab's further intentions. We hope that the ammunition goods sent by us upon the receipt of Your Honour's demand, mentioned in our letter of October, will arrive before the breaking through of the Northern monsoon; but to send even more troops now is, as Your Honour yourself notes, utterly impossible, and we are also not in a position to do so. The Nayakar having been sent back to Jaffanapatnam, the officials have forwarded him on to Kandy; and it appears to us that Your Honour had best sent back at once the elephants sent from Kandy as a present for the Tanjore prince, when
Dutch transcription
91 vertoonen, dat Ceijlon, inde teegens woor¬ „dige tyds, omstandigheeden, zig buijten het gezondene niet verder ontblooten kan van volk: want van de bezetting van Trinkonomale, welke door de verzondene 60 Europees, en eene Compa¬ „nie Oosterlingen dermadte verzwakt is, dat de bedienden om versterking van hier verzoeken, kan niets meer gemist worden, wijl er de Engelse cor„ 10 „logs vloot overwinteren zal, Jaffana p:m met manaer reets zeer ontbloot door de gezondene 168: man, zal van Colombo moeten verstrekt worden, wanneer wy op Colombo, en Gale maar even soo veel volks zullen overhouden als des noods nodig is, om Tutukerijn te bewaeren alwaar onse weerloose bezittingen, wan„ :neer het den Nabab ernst word, ongetwyf. „feld meede aan stoot zullen lijden, gelijk 2127 nen 1 wij reets berigt hebben gekreegen, dat de Nabab. met wien wij nog uijtstaende gesch „len hebben, over de paerel visschenjen zwaare bedreijgingen heeft laaten doen wij reekenen de zaaken van het hoff van kandia dan voor niets, schoon men, door onmagt dit hoff moetende vieren, in een Jaar meer verliesen zoude, dan in veele weeder kan gewonnen worden, Hier by merken wij nog aan, dat uwelk na het afzenden van let verzoek om meer „der volk nog ontfangen hebben de twee Companie Oosterlingen van Boeijoet en Bangier anke, met 50 Jnfanteristen en 18 arthilleristen van Jaffana, bedra „gende dan het van Ceylon gezonden ontzet te zaemen 561 Europeesche in Jan „teristen en arthillensten, en 529 Maleijen en Sipaaijs of in alles 1090 koppen allen van het beste volk, welk wy meenen, dat toereijkende zijn tot bewaring van NagaC: 493 Nagapatnam, schoon waar scheynlyk niet bestand om iets in het veld uijt te voeren, doch waertoe de verzochte meer, „dene verterking ook niet toereijken zoude, wy voegen 'er eijndelyk by dat van Batavia geene verstrecking van volk te wagten is, De verzogte ammunietsie, en andere Goederen, worden met brenger deeses, de sloep den Jongen Martijn, den 29 octo: „ber van Tutrikorijn gekomen naar ma„ „naer Gezonden, en beslaan in, 8 metaale stukjes van 1 lb met 16. volle laed gereedschappen, 800 koogels 80o kopere Espoletten, 20o loode druijven, en 100 ps loode druijven van 3 lb kaliber; voor de 4 drie „ponders die reeds gezonden zin, in augu:s st„ alzoo geen diergelijke druijven, volgens particuliere berichten, te Nagapatnam in voorraad zyn geweest 20 ps 20 Preld kisjes met kopere stooten en slecten 1. Houtwitser van 7/6 duijm, en 1„ do - - - - 4½ met dubbeld laed gereedschappen tot ieder 50 granaaten 2. Metaalen kanons van 6 lb met dubbeld laed gereedschap, en zoo kogels neevens 50 loode druijven 2: metaalen kanons van 4 lb met dubbeld Laed gereedschappen en zoo koogels nee¬ „vens 50 Loode drijven 1. Morteer van 7 duym go 1: d „ 5 met dubbeld laed gereed„ „schap, en tot ieder 50 bommen 20 beurs vaten met kopere hoepels 20 Riemen kardoes papier 20: do Patroon d„o 2. Vaaten Pik 2: do harpuijs 4 d Thees 1000 nieuwe Snaphaanen in Steede van de do g'eijschte ge 4195 g'eyschte 1000 laede houten Den Partillerie Luytenant Cheveret, welke overkomt in de plaats van den overleedenen Luijtenant Mulles, hebben wy benoemd om het gezag te voeren over onze arthilleristen, als er vaeren in het geene zyn beroep betreft, wijl hy in de kormandelde oorloogen onder de fransche artillerij gediend heeft, en buijten des blijken van moet in den Ceijlonsen orlog gegeeven heeft, wy hebben teffens den Extra ordinair vuurwerker, krans tans op Nagapatnam, als Cordinaires vuurwerker, in de plaats van voorm: Luijtenant, Cheveret lasten optreeden, en wy zullen hen bieder als zodanig aan de Edele Hooge Jndiasche reegering voordraagen Dat Uwel Edele de banck de salck naar Batavia hebben gezonden, moeten wij wij ons laaten welgevallen, wij moeten onderstellen, dat het uijt nogdsakelykheyd zal zyn geweest, hoewel het ons, dae weij„ nige bequaame sloepen tans hebben, verlegen maakt Nog senden wij tot reserve 10 prs of fuist wielen als 2 P:s voor 6 ponden kanons e 4 „ „ 4 — veld stukken 1 10„ „ m 2 „ 7 d:o houtwitser met twee klyne rollotjes met yzere pennen en speijlen, voor opgemelde veld stukken, en drie kopere quadranten, Aan den granadier Johan Jurgen Stemmer verzoeken wij van Pmo. November af, zyne volle gagie te verstrekken Den 16 October Jl: hebben wij naar Ma„ „naer twee Siphaijs laaten vertrekken, met Last aan de bediendens, om deselve met hunne 97. 497 hunne gelyde letteren verder naar Na¬ „gapatnam te bezorgen Hier by voegen wy nog twee soldy Noticties van den 14 en 27 8ber J'annex de afgelegde Reekening van Capitain Luijtenant scheerken, en het dubbel onser Jongste miszive van den 15. 8b Z: L: Wij verblyven met veel agting en naer vriendelijke groete /:onderstond:/ Edelen, Erntfeste, manhaften wijsen, voorzienigen seer Discreeten, UwelEd Diens willige vriend en Dienaaren /was geeteekent/ Imn W:m Falck, B J. Raket J: H Borwater . . . . . . .Jacobus de Bordes M Mekern /in margine:/ kolombo den 1e. November Ao. 1773 Nagapatnam Aan als vooren Uwel Ed=e zeer geeerde letteren van den . . „de den 17 en 21e October hebben wy wel ontfa„ „gen, en daar uijt tot ons leet weezen d'ond „reuijming van d' Jongst door Uwel Edele gekogte Landen, en Uwel Edele bedugting weegens 's Nababs verdere voorneemens ge„ „zien wij hoopen, dat de door ons op den ontfangst van Uwel Ededs eijsch gezondene ammunicttie goederen vermeld bij onzen brief van den October nog voor het door„ „breeken van de Noorder mousson Zullen overkoomen, maar thans nog meer volk te zenden is gelijk Uwel Edele zelfs aanmerk volstrekt onmoogelijk, en wij zijn er ook niet in staat toe Den naar Jaffenapatnam te rug gezon so „dene Naijker hebbende bedienden verder naar kandia bezorgd, en het komt ons voor dat uwel Edele de van kandia tot present gezonden Eliphanten voor den Tansperschen vorst best ten eersten hadde te rug gezonden, toen
English
when Tanjore was besieged, because the gift from the Kandian monarch could no longer proceed at that time; we know of no other outcome to suggest to Your Honour. Indeed, we would rather see them put to death than have Your Honour fall into difficulties over them with the Nabob. We request, however, that the tusked elephant intended as a gift for the young Nabob of Trichinopoly by the former, and shipped to Nagapatnam according to the letter of Commander Rose, be delivered to His Excellency, as it was promised long ago. We thank Your Honour for communicating the orders that the English warships were said to have at Trincomalee; we shall keep a watchful eye on them, although we not only fear no evil from the English, but even hold ourselves sufficiently assured that they have strict orders from their principals not to embroil themselves openly with the Dutch in India. The incident at Nagore convinces us of this even more. Wherewith, after friendly greetings, we remain. Below stood: Noble, Honourable, Valiant, Wise, Provident, very Discreet Sirs, Your Honours' dutiful friends and servants. Was signed: I:n W:m Falck, B: I: Raket, I: F: Coquart, I: H: Borwater, G: E: Holst, Jacobus de Bordes, M: Mekern. In the margin: Colombo, the 13th of November, anno 1773. Lower: P.S. This is also accompanied by an invoice charged to Nagapatnam amounting to ƒ 3755:15:8. Nagapatnam. To the same as before. The Noble Supreme Government of the Indies having demanded the mutual evidence from the sons of the deceased Kannasame Nayker and from Appaya Nayker regarding the ownership of a house in Nagapatnam and some goods that were inside it, belonging to the first-mentioned children of the deceased Kannasame Nayker, but which were seized by the also mentioned Appai Nayker, we request that Your Honours please send these pieces of evidence to us as soon as possible, as they are in Nagapatnam, and especially the deed of transfer of the houses mentioned in Your Honour's letter of the 17th of September 1772, or at least copies from the protocols if the Naykers are not at hand, so that we can promptly send them to Their Right Excellencies, since we desire a decision on this matter, on the settlement of which the Court of Kandy repeatedly insists. This is also accompanied by an invoice of the 17th instant amounting to ƒ 13789:8:8. Wherewith, after friendly greetings, we remain. Below stood: Noble, Honourable, Valiant, Wise, Provident, very Discreet Sirs, Your Honours' dutiful friends and servants. Was signed: I:n Willem Falck, B: J: Raket, J: H: Borwater, C: de Cock, Jacobus de Bordes. In the margin: Colombo, the 19th of November, anno 1773. Examined: H: Duijnevelt. No. 16 Jaffanapatnam. To the Honourable Mr. Christiaan Rose, Commander, together with the Council there. Honourable Sir and particularly Good Friends, The critical circumstances in which we find ourselves, and might sometimes fall even further into, due to the invasion into the principality of Tanjore by the Carnatic Subahdar Mr. Mahometh Ali Khan, conjoined with the English, especially if it should happen to bow to the power of the Subahdar and the English, who after all dare to undertake and execute anything, might proceed to disturb our life and trade here, and most notably disturb us regarding the ownership of the lands acquired into the possession of the Honourable Company; we have thus deemed it proper, and judged it not only most advisable but also necessary for the esteem and true interest of the Honourable Company, to maintain ourselves therein as best as possible, and have consequently resolved to request Your Honour, as is done most earnestly and kindly hereby, to send us at the earliest, even if it were with hired thonis, a relief of 1 to 200 European military men; but if Your Honour cannot supply us with such a number from your garrison alone, then we request that the shortfall may be supplemented, either from the reinforcement stationed at Mannar or from the garrison of Ceylon, to whose ministers Your Honour will in the meantime please demonstrate the dangerous state of affairs here on our behalf. We shall demonstrate and represent what is necessary on this urgent point to Their Honours tomorrow or the day after tomorrow, as the delicate state of affairs, and the disadvantageous consequences which we expect from it upon an unexpected surrender of Tanjore, as a fruitful consequence of the rumours and movements that we perceive, grant us no time to delay for a single moment in devising those measures which the law of nature gives us. Expecting hereupon the desired effect of our entreaty for the well-being of the Honourable Company, we remain, after friendly greetings, with all respect. Wherewith, remaining after greetings. Below stood: Honourable Sir and Particularly Good Friends, Your Honours' dutiful friends and servants. Was signed: R:n V:n Vlissingen, H: Leembruggen, J: E: G: Haselman, M:r Koning, H: A: Johnson, C:s Pietersz van J. Apsingh, J:bs van Tessel, W:m Duynevelt, J: P: Simons. In the margin: Nagapatnam, in the Castle, the 16th of July 1773. Jaffanapatnam. To the same as before. Enclosed herewith we offer Your Honour a letter addressed to the Governor and Council at Colombo, which we very kindly request Your Honour, being of the utmost urgency, to forward thither by express cito cito, to the obligation of us, who for the rest remain after greetings. Below stood: and was signed as before. In the margin: Nagapatnam, in the Castle, the 25th of July 1773. Jaffanapatnam. To the same as before. We offer Your Honour in this a letter
Dutch transcription
499 toen Tansjoer beleegerd was, wijl het ge„ „schenk van den kandiaschen vorst toen geen voortgang meer konde hebben, eenen anderen Uytslag als deesen weeten wij uwel Edele niet aan de hand te geeven, Ja wezouden ze liever om hals geholpen zien, dan dat uwel Edele er over in ongelee„ „genheijd geraaken met den Nabab, wij verzoeken egter dat de getanden oliphant voor den Jongen Nabab van Trisjenapalij door den eersten tot geschenk geschikt, en volgens des haar kommandeur Roses schrij„ „ven naar Nagapatnam afgescheept, aan zijn Excell:t bezorgd word als weesende voor Lang reeds beloofd Wij bedanken U wel Edele voor de meede, „deeling van de orders die de Engelsche oorlog scheepen te trinkonomale zoude hebben, wy zullen op hem een waakend oog houden hoewel wy van de Engelschen niet alleen niets. 9 ocn niets kwaads dugte, maar ons zelfs ge„ „noegzaem verzeekerd houden dat zij stip Last van hunne principaalen hebben, om zig met de Nederlanders in Jndia niet opentlijk te broullieren, Het voorgevallen te Naoer overtuijgt er ons nog meer van Waar meede na vriendelyke groete blij„ „ven :/onderstond/. Edelen Erntfesten, Manhaften. wijze voorsz ienige zeer Pis¬ „creeten, Uwer Edele Dienstwillige vriend en dienaaren /was geteekend:/ I:n W=m Palck, B I: Raket I: F Coquart, I: H Borwater, G. E: Holst, Iacobus de Bordes, M Mekern / in margine Kolombo den 13 9ber Ao 1773 /: Lager. P. S nog verzeld deese Een Factuur ten Lasten van Na„ „gapatnam groot ƒ 3755:15:8„— Nagapatnam Aan als vooren De Edele hooge Indische Regeering op geeijscht 501 geeijscht hebbende de wederzijdsche bewijzen van de Zoons van den overleeden kanna same Neuker, en van Appaya Naijker weegens den eijgendom van een huijs te Na„ „gapatnam en eenige daar in geweest zyn„ „de Goederen, toegehoorende aan de Eerst gemelde kinderen van den overleeden kanna Samie Naijker, dog waer van zig meester heeft gemaakt de meede gemelde Appai Nayker, verzoeken wy dat UwelEd=s ons deze bewyzen, als zynde op Nagapatnam, ten Eersten gelieven toe te zenden, en in zonderheijd de scheepen kennissen van de huijsen vermeld by Uwel Ed Brief van den 17e September 1772, of ten minsten kopijen luit de Protokollen indien de Naykers niet by de hand mogten weesen, op dat wy dezelve spoedig aan hunne r hoog Edelheeden kun„ „nen toezenden, wijl wy verlangen om decise over deeze zaake, op welker afdoening het hof die hof van kandia telkens laat aandringen Deeze gaet nog verzeld van een factuu van den 17 deezer groot ƒ13789:8„8— Waermeede na vriendelijke Groete blyven /onderstond:/ Edelen Erntfesten, Mankaf„ „ten wijzen, voorzienigen zeer Dis Creelen. Uwer Edele Dienswillige vriend en dienaare 7N /:was geteekend:/ I:n will Falck, B J Rakt J: H. Borwater. . . . . . . . C: de Cock, Jacobus de Bordes /: in margin kolombo den 19. e November Ao 1773. Augodeerd H. Huijneveltse . . . . ƒ 1 No. 16 503 Jaffanapatnam Aan den E Heer Christiaan Rose Commandeur neevens den Raad aldaar E: Heer en Bijsondere Goede vrienden De Cortique omstandigheeden waar inne wij ons bevinden, en somtijds nog verder zoude ƒ . kunnen geraaken, mits de invalie in het Tansjas vorstendoms, van den Carnaticasen souba den heer Mahometh, aliChar, gecon„ „Jungeerd van de Engelsen, insonderheijd als het selve voor de magt van den souba C: S: mogte koomen te bucken ende Engelschen, die tog alles durven onderneemen en uijtvoeren overgaan mogten, om onsen Leet en handel alhier te ontrusten en wel voornamentlijk Appart ons. - ons turbeeren omtrend aan Eijgendom van de door DE Comp:s in besit gekreegene Landen soo hebben wij goedgevonden, en voor de ag C „ting en het waere belang der E maetschapp niet alleen raadsaemst, maer ook nood sa„ „sakelijk gecordeelt ons zoo goed mogelijk daer in te maintineeren en mits dien besloote UEdele te versoeken, gelyk bij deesen ernst „vnendelijk geschied, ons ten eersten, als was het met gehuurde thonis te doen toekomen een ontset van 1 a 200 man Europeese mili„ „tairen, dog zoo UEdele uyt derselver guarni„ „soen alleen met soodanig een getal ons niet ro „sorteeren kunnen, dan versoeken wij dat het ontbreekende gesuppleerd mag werden, het zij uyt de versterking die te manaer geplaats is, dan wel uijt het guarnisoen van Ceijlon welkers ministers UEdele in tusschen de dangereuse gesteldheijd der zaken al„ „hier uijt onsen name gelieven te vertoonen 3121 505 wij sullen haar Edelens morgen of overmor„ „gen over dit aangeleegen poinct het nodige demonstneeren en onderhouden, alzo de nete, „lige gesteldheijd van zaken, en de nadelige ƒ ƒ gevolgen die wij daar uijt by een onverhoopte overgang van Tansjoer te gemoed sien, als een vrugt gevolg van de gerugten en beneegin„ „gen die wij bespeuren, ons geen tijd gund om er een moment meede te dralen ten bera„ „ming van die middelen, die het regt in de natuur ons geeft, hier op het gewenscht Effect onser Jnstantie tot welweesen van DE Comp te gemoed siende, verblyven wij na vriendc: „lijke groete met alle agting Waar werde nogrete verblijven sonder, „stond :/ E heer en Byzon dene Goede vrien„ „den UE. Dienstwillige vriend en Dienaar /:was geteekend /. R:n V:n Vlissingen, H: Leembruggen, J:E: G: Haselman, M:r Koning, H: A: Johnson C:s Pietersz van ƒ J, Apsingh, J:bs van Tessel, W:m Duynevelt, J: P: Simons :/ in margine /. Nagapat:m In 't Casteel den 16en Julij 1773 — Jaanapatnam Aan als vooren In Closo deeses, bieden wij UEdele aan, een brief aan den heer Gouverneur en raad te Colombo genigt, die wij uw Edele seer vriende „lijk versoeken, als van de uijterste aange„ „leegendheijd sijnde, per Expresse Cito Cito naar derwaards te willen voortschicken, ter verpligting van ons, die voor het overige na groete verblyven. /. onderstond:/ en was geteekend. / als vooren /. in margine :/ Naga 1773 „patnam Jn't Casteel den 25e July 1773 Jaffanapatnam Aan als vooren Wy bieder UEdele in deesen aen, een brief -
English
507 letter with an unsealed envelope written to the Ceylon ministry, to whose contents we refer ourselves, furthermore requesting Your Honour to send it forward without delay, while for the rest we remain, below stood and was signed: as before; in the margin: Nagapatnam in the Castle the 7th of August 1773 Jaffanapatnam To the same as before Whereas, by the accompanying letter addressed to the Ceylon ministers, for which we urge a speedy delivery, we request for compelling reasons to assist us with an amount of 70 to 80000 pagodas, we therefore request Your Honours to be pleased to send us in the meantime, in deduction of that amount, from your stock as soon as possible 30000 pagodas, notice of this our urgent request having also been given to the aforementioned Ceylon Government in the aforementioned letter. Because of the hasty departure of the sloop Vianen, it was forgotten to have the Commander sign the bill of lading for the 2 packs sent therewith, thus the same accompanies this, with the request to have that paper signed by that boatswain, and subsequently to retain it there; below stood and was signed: as before; in the margin: Nagapatnam in the Castle the 10th of September 1773 Jaffanapatnam To the same as before In friendly reply to Your Honour's welcome letter of the 22nd of last month, we very politely request Your Honour to send the amount of 20000 pagodas in Porto Novo 509 Porto Novo currency, with which Your Honour says to be able to assist us within 18 to 20 days, hither as soon as possible in a secure manner, as we are in great embarrassment for it, and, to prevent loss, we shall enter the same into our books exactly as they are charged by Your Honour, namely at 96 stuivers apiece, and credit Your Honour's Commandery for it, to be settled again by us later in kind, and then also written off accordingly, which treatment we urge Your Honour to also observe in that regard. Furthermore, accompanying this is a letter for the Ceylon ministry with an unsealed envelope, whose contents we request the Honourable Commander, in view of the state of affairs here, to take for his information, and furthermore to forward the same with all possible speed to Colombo, Wherewith after greetings we remain; below stood and was signed: as before; in the margin: Nagapatnam in the Castle the 1st of October 1773 Jaffanapatnam To the same as before On account of the intrigues that may occur between the Nayaks of Kandy, who recently arrived here from there, and the ambassadors of the Nawab presently residing here, and of which they are not without suspicion, we have decided to send them back from here to Jaffanapatnam with their family, as is being done by this opportunity, since it reasonably causes us to fear that their longer stay here might sometimes be of very harmful consequences; therefore, by sending them back, the correspondence between the Kandyan Court and that of the Nawab must be carefully and timely cut off, while the four head of elephants that they brought along as a present for the Prince of Tanjore are to follow by a subsequent opportunity. Wherewith after greetings we remain; below stood and was signed: as before; in the margin: Nagapatnam in the Castle the 13th of October 1773 Jaffanapatnam To the same as before We let this mainly serve as a cover for a letter addressed to the Governor and Council at Colombo, and forwarded with an unsealed envelope, with the friendly request 511 request to send the same forward thither with the utmost speed, whilst in the meantime we remain with all respect; below stood and was signed: to the same as before; in the margin: Nagapatnam in the Castle the 17th of October 1773 Jaffanapatnam To the Honourable Christiaan Roose, Commander there. Honourable and particularly Good Friend, We present to Your Honour in this a letter with an open flap, addressed to the Governor and Council at Colombo, which we request, after perusal, to forward thither without delay, and also to give notice of that case to the Trincomalee chiefs, wherewith after greetings we remain; below stood 513 below stood: as before; was signed: R. van Vlissingen; in the margin: Nagapatnam in the Castle the 21st of October 1773 Agrees W. Duijnevelt, Secretary No. 37 E Separate 515 Trincomalee Master Jan Willem Schorer, Junior Merchant and Chief, alongside the Council there. Honourable and particularly Good Friends, The bearer of this, the sloop Den Arend, having transported the Company's Malays hither, departs again thither under the convoy of this letter with thanks for sending it; whilst we at the same time cannot omit to report that news has been received here that the intention of the English might be to spy on Trincomalee and its fortifications, and as soon as the opportunity presents itself, to make themselves master thereof. Wherewith after greetings we remain; below stood: Honourable and particularly Good Friends, Your Honour's well-willing friend and servants; was signed: R. van Vlissingen, F. Leembruggen, J. C. I. Haselman, M. Koning, J. Apongh, S. van Tessel, W. Duijnevelt, and J. D. Simons; in the margin: Nagapatnam in the Castle the 20th of October in the year 1773 Agrees W. Buijnevelt, Secretary To the [illegible]
Dutch transcription
507 borief onder Cachet voilant aan het Ceijlons ministerum geschreeven, aan welkers in „houd ons gedragende, UEdele verders ver„ „soeken deselve ten eersten voort te senden, Terwyl voor het overige verblijven /:onderstond /en /:was geteekend / als vooren /: in margine Nagap:n Jn 't Casteel den 7 augs 1773 Jaffanapatnam Aan all vooren „bij Dewijl wij de deesen versellende brief aan de Ceijlonse ministers gerigt, waer voor een . spoedige addresse insteeren, om preguante reeden versoeken, ons met een montant van 70 a 80000 pagooden te adsisteeren, zoo ver„ „soeken wij Uwel Edelens, ons intusschen in mindering van dat montant uijt derzelver voorraad so spoedig mogelik 30'000 Pa gooden te willen toesenden, zijnde bij de voorm voorm brief van deese onse instantie aan „gedagte Ceylonse Regering meede ken„ „nisse gegeeven Door het haastig vertrek van de Chia„ „loup vianen vergeeten geworden zijnde, de Gezaghebber het cognoissement der daar meede versondene 2 Packen te laaten onder „teekenen, zoo gaet het selve hier neevens, niet verzoek dat papier door die Bootsman te Laten signaleeren, en vervolgens aldaar aan 1 te houden /:onderstond:/ en /was geteekend/ als vooren / in margine:/ Nagapatnam In 't Casteel den 10 september 1773 Jaffanapatnam Aan als vooren Jn vriendelijk antwoord op uwel Ed aange „naame missive van den 22 den voorleeden maend, verzoeken wij Uwel Edele seer gedien„ „tig het montant van 20'000 pag:s in Portonovose 1 509 Portonorose munt waar meede UwelEd seggen ons binnen 18 a 20 dagen te sullen kunnen adsisteeren, soo spoedig mogelyk op een veilige wijse dit heen te senden, vermits ny daaromme seer verleegen sijn, en deselve tot voorkoming van verlies, even zo als ze door UwelEd staen aangereekend te worden, te weeten a 96 stver het stuk bij onse boeken in neemen en Uwel Edele Commandement daar voor Crediteeren sullen, om door ons naderhand weeder in natuura voldaen, en dan ook weeder soodanig afgeschreeven te werden, welke behandeling wyj UwelEd:e in steeren daar„ omtrent meede in agt te willen doen neemen Voorts gaat hier neevens een brief voor het Ceijlons ministerium onder Cachet volant, welkers inhoud wy den E Heer Commandeur versoeken, ten opsigte van de gesteldheijd, der saake alhier, tot desselfs desselfs verrigt te willen neemen, en voorts deselve met alle mogelyke spoed na Colombo voort te senden, Waermeede na groete verblijven /onder „stond :/ en /was geteekend:/ als vooren:/ in margine /: Nagapatnam Jn 't Casteel den 1e October 1773 Jaffanapatnam Aan als vooren uijt hoofde van de konkelanjen die 'er tusschen de Neijken van Candia, Jongst van daar alhier overgekomen, en de tans alhier zig bevindende ambassadeurs van den Nabab, voor vallen kunnen, en waer van zij niet zonder verdenking zijn, heb„ „ben doen besluijten, deselve met derselver famillie van hier na Jaffanapatnam te rug te senden, gelijk bij deese geleegend, t heid 511 „heijd geschied, alzoo ons met reede doet bevreest zijn, dat hanr langer verblyf alhier, somtyds van seer schadelijke gevolgen zal kunnen wee¬ „sen, dierhalven door haar te rug sending de Correspondentie tusschen het Candiasche Hoff, en dat van den Nabab sorgvuldig en by tijds diend te werden afgesneeden, staende, de vier stux Eliphanten die zy tot geschenk voor den vorst van Tans Joer meede gebragt hebben, per nadere geleegendheijd te volgen Waar meede na groete verblijven /:onderstond / en /. was geteekend /: als vooren :/ in margine:/ Nag n In't Casteel den 13 8ber 1773 Jaffanapatnam Aan als vooren Wij laten deesen ten principaalen dienen ten geleide, van een brief aan den heer Gou„ „verneur en Raad te Colombo gerigt, en onder Cachet voilant overgaende met vriendelijk versoek voorts versoek deselve ten allerspoedigsten naer der „waerds voortte senden, terwijl intusschen met alle agting verblijven /:onderstond:/ en„ was geteekend /. aan als vooren /:in margine Nagapatnam Jn 't Casteel den 17 8ber 1773 Jaffanapatnam Aan den E Heer Christiaan Roose Commandeur, aldaer Heer en Bijsondere Goede Vriend Wy bieden UwEdele in deesen aan, een brig met een openslip, aan den heer Gouverneur en Raed te Colombo gerigt die wy versoeken, na genomen Lectura ten eersten derwaerds voor te schikken, en ook van dat geval de Trin Conomalese opperhoofden kennisse te geeven, waar meede na groete verblijven /onderstond. / 513 /:onderstond /: als vooren /:was geteekent. /. R:r V:n Vlissingen /:in margine. /. Nagapat„ „nam in 't Casteel den 21 October 1773 Accordeerd W Huyjneveltse e sec 17 No. 37 E Appart 515 de Princonomale M:r Jan Willem Schorer E. Koopman en opperhoofd neevens den Raad aldaar Heer en bijsondere goede Vrenden Brengia deeves de Chialoup Den Arend, de Compagie maleijers alhier overgebragt hebbende, vertrekt on„ der geleijde deeses weeder na derwaards onder dank betuijging voor dies verschikking; Terwijl wij kef„ fens niet af sijn kunnen te brdeelen, dat men hier tijding heeft, dat het voorneemen der Engelsen weesen soude, om Princonomale en desselvs for„ tificatie te bespieden, en soo dra de geleegendheid sig daartoe presenteerd, haar daar van meester Waarmeede naar groete verblij= te maaken— ven /:onderstond:/ Heer en bijsondere goede Vrien„ den, UE Dienswillige Vriend en dienaren /: was geteekend:/ R: van Vlissingen F.:s Leembruggen, J: C: I. Haselman, M„s Koning. . . . . . J: Apongh e ro s van Tessel, W. m Duinevelt, en J. D: Cimons, /:in margine:/ NagapAnam in't Castul den 20 etbr A„o 1773 Accordeerd W Buijneveltse Aar Der linean o 28
English
517 Coromandel To the Right Honorable, Venerable Lord Reijnier van Vlissingen Governor and Director of the Coast of Coromandel etc. etc. etc. together with the Council at Nagapatnam Right Honorable, Venerable, High-Commanding Lord. We thank Your Right Honorable dutifully for the esteemed, favorable advice regarding what the English, of whom we have had eight ships lying in the inner bay under the command of the Commodore the Chevalier John Clerke, whereof two, namely one to Bombay and the other to Fort St. David, have departed again in recent days, have caused to be rumored there. We are exercising the necessary caution and circumspection regarding them, although nothing has occurred to us as yet that savors in any way of hostile undertakings; on the contrary, we must testify that they remain friendly and polite, yet notwithstanding this, we persist in a cautious trust toward them, and shall give Your Right Honorable the necessary report in due time concerning their further conduct to be kept, just as we very humbly request that Your Right Honorable, upon receiving any further news concerning that nation affecting this place, may be pleased promptly to cause the necessary information to reach us. Meanwhile we have the honor to remain with the highest respect, below was written: Right Honorable, Venerable, High-Commanding Lord, Your Right Honorable's obedient and humble servants, was signed: I. W. Falck, Hageman, I. I. Verbrugge, Schuijling, Lengerke, Elsen; in the margin: Trincomalee, 11 November 1773; lower: P.S. We enclose herewith a deed of security for the soldier present there, Jan Pieter van Werm, to the end that Your Right Honorable may have the goodness to cause the same to be delivered into his hands. Through the Lord Jaffnapatnam's Commander Rover to the undersigned Chief on behalf of Your Right Honorable, most kindly by separate letters of the 28th of February last, while this was about to be converted, having been imparted to them the transfer of Nagore and further matters concerning the English, he considers it his duty to request to thank Your Right Honorable most humbly therefor. We, on our part, shall be vigilant and well on our guard in everything against all hostile attempts which this nation, whether by open force, or by surprise, against 519 us might undertake. Agreed. W. Duijnevelt Secretary No. 19 521 Secret To the Respective Chiefs and Seconds of the Factories of Palliacatta and Sadraspatnam, as also the Resident at Portonovo. Good Friends. Whereas the Subah of these Carnatic lowlands, His Highness Mahometh Alychan, who through the powerful assistance of his allies, the English gentlemen, has captured the capital city Tanjore, and thus has brought that principality under his power, over some negotiation which we have had with the succumbed prince concerning the lending of money, and principally on account of the purchase of some lands and places of that prince, which, which one was indeed obliged to purchase from him in order to recover the advanced money, as he was otherwise not in a state to be able to satisfy the debt, is not only very displeased, but demands back all those purchased lands, and also will not respect the redemption of the tribute, and besides that also alleges many unreasonable matters to our charge, and openly threatens us with war if we will not concede to his pretensions, which are as inequitable as they are ambitious, and which in all respects conflict with the Company's true interest and authority; to which end his army, under the command of his second son Madaroel Moolk, joined with the English under the command of Brigadier General Joseph Smith, has already marched down to Tiruvarur and thus right up to our new possessions, so it is that we by these presents give you 523 notice thereof, with orders that, since it could easily happen that he might undertake something hostile against your defenseless factories, you take care immediately upon the receipt hereof that the Company's valuable effects be secured as much as possible, whether in the Company's vessels that may be present in your roadstead, or in those that happen to pass by, which must be hailed for that purpose, or, if no other opportunity is immediately at hand, in vessels expressly to be hired for that purpose, in order to put to sea therewith, if need should arise, which we nevertheless pray God to prevent, and to steer the course hither; and whereas, as it appears, the English have a considerable hand in this game, you must be on your guard, in order that, if such is the case and they should happen to undertake anything there, be it openly or underhand, you protest against it immediately to the Madraspatnam Administration, and leave all the consequences arising therefrom to their account and responsibility, as being an action directly contrary to the close friendship and alliance which subsists between His Great Britannic Majesty and their High Mightinesses; while you, in the meantime, must employ all efforts to inform yourselves of the truth of what is passing at Madraspatnam between the Subah and the English in respect to us, and how the latter are intentioned, and to give us secret notice immediately of the incoming reports. We commend you in this critical circumstance 525 to caution and circumspection, and wish that God will preserve your Company and you from any misfortune, remaining meanwhile, after greetings, below was written: Your good friends, was signed: R. van Vlissingen, H. Leembruggen, J. C. G. Haleman, M. Koning, Jappingh, J. van Tessel, W. Duyneveld, and P. Simons; in the margin: Nagapatnam, in the Castle, the 17th of October 1773. Agreed. W. Duijnevelt
Dutch transcription
517 Cormandel Aan den Wel Edelen Agtb: Heer Reijnier van Vlismaen Bourmedi en Directeur der Custe Kormandel & &: &. neevens den Raad te Nagadatnam Wel Edele Agtbaare Hoog gebiedende Heere. Wij bedanken uwelEdele Agtb: eergedienstig vor hoog d desef geneegen advis nopens het gunt de Engelsen, van dewelke wij Agt scheepen onder het gesag van den Commandeur de Zeer Jan „Clerke in de binne baaij hebben leggen gehad, waar van twee, als een na Bombaij en het ander na 't fort ft„ David deeser dagen weeder vertrocken sijn, aldaar hebben doen verluijden, Wij gebruijken de noodige voor- en omsigtigheijd omtrend deselve hoe wel ons tot nog niet voorgekomen is, dat eenigsints na Vijandelijke onder¬ neemingen sweemt, inteegendeel moeten wij betuijgen dat de„ selve Vriendelijk en beleefd blijven, dog dien ong' agt volkar„ den wij omtrend deselve in een voorsigtig vertrouwen, en sullen Uwel Ed: Agtb: van haar verdere te houdene Con„ duik in der tijd het noodige berigt geeven soo als wij seer ootmoedig versoeken, dat uwelEd: Agtb bijven„ neeminge neeringe van eenige nadere tijdingen nopens die Na ten belange deeser Plaats ons spoedig gelieve de dige week te doen gewerden Inmiddens hebben wij d' Eere om met 't hoogst rekp te belijven/:onder stond:/ Wel Edele Agtbarie Hoog biedende Heere UweWWelEd: Agtb: gehoorsaame en onderdanige dienaaren /: was geteekend:/ I: W: J ver; Hageman, I. I. Verbrugge, Schuijling Lengerte, Elsen /:in margine:/ Trinconomaled 11: Novbr: 173. /:lager:/ P. s S. Vij voegen hier een ver beekerings acte bij voor den aldaar present sijnde sod Jan Pieter van Werm, ten eijnde don Ededeled Agtb: gr „heijd deselve aan hem teworden ter hand gesteld= door den Heer Jaffanax ab„s Kommandeur Rove aan ondergeteekend opperhoofd van weegen uwe wel Ed: ag seer genegentlijk bij apparte Letteren van den 286: Fe eerst, wijl deese stond geconverteerd e worden, bij hen ootfan¬ bedeeld sijnde het overgaan van Naoed, en verdere sakelijkheeden de Engelse betroffende soo agte hijfsig vers UwelEd: Agtb: daarvoor seer ootmoedigst te bedanken„ Sullende wij van onse kant in alles waarsaam en wel op ro sijn teegens alle vijandelijke attenbaaken, die diese Nit het sij door openbaar geweld, dan wel bij vrrasti tegens 519 teegens ons mogte onderneemen Accordeerd W Duinevelt Sec No. 19 521 Secriet Aan de Respective Opperhoofden en Secun¬ „dens der Comptoiren Palliacatta en Sadraspatnam, mitsg=s den resident te Portenovo Aangesien den souba deeser Carnatrasche beneeden Landen sijn Hoogheijd Mahometh alychan, die door de kragtige onderstand van sijne g'allieerdens de Heeren Engelsen de hoofd stad Tansjour ingenomen, en dus dat vorstend om onder sijn magt gekreegen heeft, over eenige onderhandeling, die wy met den gesuccumbeerden vorst, omtrent het leenen van Geld gehad hebben, en wel principaal uijthoofde van de koop van eenige Landen, en plaatsen van dien vorst, Goede Vrienden. dewelke de welke men ter erlanging van het ge¬ schooten geld wel verpligt is geweest n denselven te koopen, alsoo hy anders be „ten staat was van te kunnen voldoen niet alleen seer misnoegd is, maar alle die gekogte Landen te rug begeerd, en den afkoop der recognitie ook niet zo„ „pecteeren wil, mitsgs buijten dien ook na veele onreedelyke saaken ten onsen last cellegueerd, en ons opentlyk den oorlog dreygd, in dien wy sine soo mequitable als heers sugtige pretentie, die in allen opsigte teegens 's Comps waare Intrest en authoriteijt strid, niet toe staen willen ten welken eynde syn Leeger, onder het bestier van syn tweede soon Madavoel MMoelk geconfungeerd met de Engelse onder Commando van den Brigardie Generaal Joseph Smith Leeds Triwaloer en dus tot op onse nieuwe bezttingen af „sakt is, zoo is't, dat wy Uwe by deesen daar 523 daar van kennisse geeven, met Last, om dewyl het ligt soude kunnen gebeuren, dat hy op derselver onweerbaare Comptoiren iets vyjandelyks quam te onderneemen, al ten eersten op den ontfangst deeses sorge te dragen, dat 's Comp=s dierbaare Effecten, soo veel mogelik gesecureerd werden, het sy in 's' Comps vaartuijgen, die sig op UwE rheede mogte bevinden of in de soodanige die komen te passeeren, dewelke ten dien eijnde sullen moeten aangefjouwd, dan wel in dien er geen andere geleegendheijd voor af aan de hand is, in expres daar toe te huurene vaartuijgen, om daar meede, indien de nood aan de man komen mogt, dat wy God egter bidden te willen verhoeden, zee te kiesen, ende Coers dit heen te neemen; Endewijl soo als het sig toeschynt, de Engelsen Considerabel de hand in dit spel hebben, so sullen UwE verdagt verdagt moeten weesen, om indien sulx soo is, en deselve aldaar maar eets kom te onderneemen, hy sij opentlyk, of ma „hand, daar teegens al ten eersten aan het Madraspatnams Ministerium te protesteeren, en alle de gevolge da uyt te ontstaan, voor haar reecq en ver„ „antwoording te laten, als een gedoen te synde direct strijdende teegens de naauw vriend-en bontgenootschap, welke tussche sijn Groot Brittanische Majesteyt en haar hoog moogende subsisteert;, terwijl UE in „tusschen alle poogingen moeten aanwende om zig na waarheijd te informeeren van h geen er te madrasp:n tusschen den Couba de Engelschen ten onsen opsigte omgaat, en hoedanig deezen Laasten g'intentioneerd zijn, en van de inkomende berigten ons ten eersten in secretesse kennisse te geeven Wij beveeden UE= in deese Crticque omstandigheijd 525 „de voor en omsigtigheijd omstandigheijd, en wenschen dat God „ VE Maatschappyj en haar voor eenig ongeval verhoeden zal, verblyvende intusschen na Groete /:onderstond UE goede vrienden /:was geteekend. /. R van Vlissingen, Hs Leembruggen J: C. G Haleman, M Koning. 7k Jappingh:, J:s van Tessel, W:m Duyneveld en Ps Amons / in margine/. Naga„ ƒ177 „patnam in 't Casteel den 17 8ber 1773 Accordeerd H Huijnevertje heijd vSineland
English
27 Nagapatnam To the Right Honorable Sir Reynier van Vlissingen Governor and Director of this Coast of Cormandel with its dependencies, together with the Honorable Council. Right Honorable Sirs and Honorable Sirs. Yesterday we were favored with your Right Honorable separate letter of the 17th of this month; heartily moved by the distressing condition in which the interests of the Company presently find themselves, we wish that it may please the Almighty soon to grant a merciful outcome from the threatening dangers that seem to surround them. We assure your Right Honorables to exert our best efforts to act according to our duty regarding whatever belongings of the Company we can secure. However, since the bad monsoon has already broken, it will be impossible for us to hire any vessels at present to dispatch the voluminous effects of the Company; therefore, we will have to await a better time for this, and for our part, we will not fail to make every effort to search for suitable vessels for that purpose hereafter. The day before yesterday, two English gentlemen having stopped here on their journey to the North, they gave us the news that Naver was overwhelmed by the army of the Nabab, and that General Smith, probably upon that report, would descend thither with his army; from their conversation it appeared all too clearly that the English nation had decided to support the Nabab in all his measures, which is also further confirmed by the accompanying extract of a Dutch letter written hither yesterday by a foreigner residing in Madraspatnam. Besides this, we are not a little troubled by the secret rumors that the perspective of the Nabab, as well as that of the English, extends as far as Ceylon; the departure of the English fleet thither, and the request made here at that time to purchase an extraordinary number of barrels, gives us, in this present situation, every suspicion; we therefore deem this rumor of too important a nature not to bring to the knowledge of your Right Honorables, and we shall in the future be diligent in communicating to your Right Honorables such tidings as shall come to our knowledge concerning this, as well as regarding the further designs of the Nabab and his protectors. Meanwhile we have the honor to be with all respect, Right Honorable Sir and Honorable Sirs, your Right Honorable very humble and obedient servants. Signed: P: J: Dormieux, and H=r Sioffier. In the margin: Palliacata the 21 October 1773. Agreed: W Huynevelt No. 21 331 Extract from a letter from Madraspatnam dated 24 October 1773: That Nahier has been taken, and the Gentlemen Dormieux, Blaaukamer, and the third Councillor of Nagapatnam, who were all prepared to come here to settle the affairs of Tansjour, have been rejected by our Nabab on the grounds that they arrived too late; for our Nabab, by permission of our Governor and Council, who have strict orders from England to assist him in all his affairs, gave orders on the 19th of this month to our army to march to Nagapatnam; however, it is not known whether it will proceed to Nagapatnam or to other places that belonged to the King of Tansjour; and since I learned this evening that many ships from Ceylon with soldiers are expected at Nagapatnam, it might be possible that these circumstances could soon give rise to a national war. Agreed: H Duynevelt, Sec No. 21 J 1 Nagapatnam To the Right Honorable Sir Reijnier van Vlissingen Governor and Director of the Coast of Cormandel with its dependencies, etc., etc., etc. Together with the Council. Right Honorable Sir and Sirs, Instantly we receive the honor of your Right Honorable esteemed separate circular letter of the 1st current, and answer without delay to respectfully communicate to your Right Honorable that we are utterly unable to transport even the slightest goods by sea for lack of vessels; there are no more than five small masulas here, only capable of unloading goods, and not suited to make any sea voyage; besides that, each cannot load more than 4, at most 5 packs when unloading or embarking. The Papegaay and Anthonia Dorothea, and as we guess from the flag and the build, also the Nagtegaal, have already passed; if any more vessels, whether Company or private, should pass from the north, we shall give them a sign to put in, and this would be the only expedient for us here to comply with your Right Honorable order. We shall endeavor as much as possible to learn what is going on between the English gentlemen and his Excellency the Nabab concerning us, and to give your Right Honorable the earliest notice thereof. We pray for heaven's protection over the precious interests of the Company everywhere, and have the honor to be with deep respect, Right Honorable Sir and Sirs, your Right Honorable humble and obedient servants. Signed: Wm Blaaukamer, J: P Denijs. In the margin: Sadraspatnam the 23 October 1773. Agreed: W Duynevelt, Sec No. 22
Dutch transcription
27 Nagapalnam Aan Den WelEdelen Gestrengen Heer Reynier van Vlissingen gouverneur en Directeur deeser Custe Cormandel met den resorte van dien beneevens den E agtb: Raad. WelEdele Gestrenge Heeren en E: agtbaare Heeren. Wi zijn gisteren begunstigd geworden, met uwel„ Edele gestr=s aparte missive; van den 17 deeser; Hartelijk aangedaan over de bekommerlijke ge steldheijd in dewelke de belangens van de maatschappije zig voor het teegenwoordig bevin„ den, wenschen wy dat het den Almogenden moge behagen, eerlang een genadige uijkomst te verleenen uijt de dreijgende gevaaren, die deselve scheijnen te omringen wij verseekeren uwelEd: gestreng:s onse beste Apart ver zullen vermoogen te werk te stellen, om het geen wij a besitting van de Comp: in verseekering brengen kunnen, na onse schuldpligtigheijd te handel Dog mitsdien de quaade moasson reeds door gebrooken is, zal het ons onmoogelyk weesen, eenige vaarthuijgen tans in huur te krijgen, om de voluminieuse Effecten van de Comp: te ver„ senden, dierhalven zullen wy daartoe een beetere teijd moeten afwagten, en van onse zeijde niet nalaaten alle moeijte aantewenden, om bequaame Vaarthuijgen, ten dien eijnde ver„ volgens op te speuren. Eer gisteren, alhier twee Engelsche Heeren in hunne reijse na de Noord aangeweest zynde gaven deselve ons het Nieuws dat Naver door het Leeger van den Nabab overweldigd was„ en dat Generaal Smith, denkelijk op dat berigt met zijn leeger derwaards zoude afsacken, uyt hun gesprek bleek het niet dan te duijdelijk, dat de Engelse Natie beslooten had, den Nabab in alle zijne maat 529 maatregulen te ondersteunen, dat ook nader bevestigd word, uijt het neevens gaande Extrakt van een Holland„ „se brief, gisteren door een vreemdeling te madrasp=n woonachtig naar herwaard geschreeven, Buijten dien worden wij niet weijnig ontrust door de geheijme geruchten, dat het voor uijtsigt van den Nabab, zoo wel als die der Engelschen, zich tot op Ceijlon uijtstrekt, het vertrek der Engesche vloot derwaerd, en de aansoek die te dier tijd hier gedaan is, om een ongemeen getal van vaat„ „werk op te koopen, geeft ons in deese teegens„ woordige toestand, alle ergwaan, wij achten dit gerucht dierhalven, van een te aangeleegene aard, om niet ter kennisse van uwel Ed: gestr=s te brengen, en wij sullen, voor het vervolg nauw„ „verdere keurig zijn, in uwelEd: gestr: soodaenige teijdingen meede te deelen, als ons dien aangaande zoo wel, als weegens de verdere ontwerpen; van den Nabab en zijne beschermers ter voren zullen koomen„ wij geeven ons Jnmiddens de Eere met alle Eerbiedigheijd te zijn, /onderstond/ wel Edele gestr: Heer en E agtb: Heeren, uwelEdele gestreng= zeer onderdaenige en gehoorsaame Dienaeren. /was geteekend/ P: J: Dormieux, en H=r Sioffier wy de 1773. W Huynevelt supfier/in margine / Palliacata den 21 8ber: Accordeerd No. 21 331 Extract uijt een brief van Ma„ dras p:r in dato 24: october 1773: Dat Nahier genomen is, en de Heeren Dormieur Blaaukamer en den derde Concillier van Nagap=n die alle gereed waren hier te koomen wegens de affaires van Tansjour af te maken is afgewezen geworde van onze Nabab om reede dat zig te laat zijn gekomen want onse Nabab door de permissie van onze gouverneur en Concilium /: die schoon ordres van Engeland hebben, hem in alle zijne affaires behulpzaam te zijn :/ heeft op den 19: deeser ordre aan onse armee gegee„ „ven na Nagapatnam te gaen, dog weet men niet of deselve na Nagapatnam of an„ „dere plaatzen die aan de koninck van Tansjour behoord hebben zal gaan; en de„ „wijl ik van avond te weeten ben gekomen dat op Nagapatnam veele scheepen van Ceijlon Ceijlon met soldaaten verwagt werden, zo kan 't mogelijk zijn, dat diezee omstandig„ „heeden binnen korten een nationale oor„ log zoude konnen verwecken. Accordeerd H Duyneveltfe Sec No. 21 J 1 Nagapatnam Aan den welEd Den Wel Ed: Gestr: Heer Reijnier van Vlissingen Gouverneur en Directeur der Custe Corman„ „del met den resorte van dien & & &a Neevens den Raad Gestr: Heer Wel Edele Gestrenge Heer en Heeren Oogenblikkelyk ontfangen wy d' Eere van Vw wel Ed:e Gestr: g'agte apparte Circulaire Letteren van den 1e Courant, en andwoorden sonder uitstel om Uw Wel Ed Gestr, in Eerbied te Communiceeren dat uy ten eenemaal buyten staat sijn om eenige de minste goederen over see te brengen uijt gebrek van vaartuijgen, hier sin niet meer dan vyf kleene mossuls, alleen Appart bequaam bequaam om goederen te ontscheepen, en niet geschikt om eenige see reijse te doen, buijten dat elk niet meer dan 4 op syn hoogst 5 packen in 't ontlossen of embarqueeren laden kan De Papegaay en Anthonia Dorothea en soo wy uijt de vlagge, en 't maaksel gissen ook de Nagtegaal sijn reeds ge= „passeerd, soo er nog eenige t' sij Comp of Particulier vaartuijgen van de noord mogten passeeren, sullen wy hun een teeken geeven van aanteleggen, en dit soude voor ons hier het eenigste expedient sijn, om aan Uw wel Ed Gestr ordre te voldoen Wy sullen soo veel mogelyk tragten te verneemen wat er tussen d' heeren Engelsen en syn Excell den Nabab ten onsen opsigte omgaat en UwElEd: Gestr: daar 335 daar van ense Cretesse kennis te geeven WWij bidden de bescherming des hee„ „mels over de dierbaare belangen, der maatschappij alomme en hebben d'Eene met diep ontsag te syn. /onderstond wel Edele Gestr: heer en heeren, Uw el Ede Gestr: onderdanige, en gehoorsaa„ „me dienaeren /was geteekend:/ Wm Blaaukamer J: P Denijs /in margine Sadraspatnam den 23 Octob 1773 Accordeerd V uyjnevelt ec ƒ No. 22
English
537 Palliacatta To the Honorable Phillippus Jacobus Dormieux and Sadraspatnam To the merchant Willem Blaaukamer, chiefs there. Good Friends. At our session of today, Your Honors, together with the merchant and first warehouse master and trade bookkeeper here, as well as member of our assembly, Hendrik Ambrosius Johnson, having been appointed as commissioners to greet His Excellency the Lord Subah of Carnatica, Mahometh Alichan, on behalf of the Dutch East India Company on the conquest of Tansjoer and to solicit the confirmation of the Company's privileges in that realm, we hereby give Your Honors notice thereof, so that Your Honors may prepare yourselves for this in time. The said Johnson is to depart from here within 14 days by the overland route to Sadraspatnam, and from there with Chief Blaaukamer to Palliacatta, in order subsequently to travel up together with the Honorable Dormieux to the Subah; but if that route to Palliacatta can be avoided, and Your Honors judge such to be best and most advisable, then a place situated between Sadras and Palliacatta that is convenient for this purpose can be chosen and designated to meet together, in order first to consult on the secret instructions and the contents of the annexed papers that will be brought over by the said Johnson, and to arrange what is necessary with one another before the ceremonial procession begins. Furthermore, to perform the clerical work, the bookkeeper Brouerius Brouwer and the assistant Johannes Abrahamsz Pronsveld are also to go over from here, as well as the courier and his brother. Leaving it further entirely to Your Honors which of the two Mollahs or Persian scribes will best serve Your Honors in this commission, namely the one from Sadraspatnam or Palliacatta, the latter being told to us to be the most able and capable; likewise it is left in the same manner to Your Honors' choice to select interpreters and linguists, or other necessary native servants to act as such, and upon whose fidelity and capability Your Honors can rely. With which we remain, below stood, Your Honors' good friends, was signed, R:r van Vlissingen, H:s Leembruggen, J: E: g: Haselman, M:s Koning, Corn:s Pietersz, J: A Duyneveld and J: D: Simons, J=b van Tessel. In margin, Nagapatnam in the Castle, the 18th of October 1773. To the Honorable Phillippus Jacobus Dormieux, senior merchant and chief of Palliacatta, the merchant Willem Blaaukamer, chief of Sadraspatnam, as well as Hendrik Ambrosius Johnson, first warehouse master and trade bookkeeper at Nagapatnam, as commissioners in the embassy to the Subah of Carnatica, Mahometh Alichan, at Madraspatnam. Good Friends. Herewith we send to Your Honors the instructions and annexed papers belonging to the commission entrusted to Your Honors, to which is added a letter from the undersigned Governor addressed to the Subah to accompany Your Honors, to be presented to him at Your Honors' first audience; as this is also accompanied by a copy of a letter that, under date hereof, was likewise addressed to the Madraspatnam Governor Wynch by the first undersigned, for Your Honors' perusal; furthermore a small chest with such gift goods for the Subah as are listed in the enclosed note. Furthermore, the two first named at the head hereof must entrust the affairs of their chiefships to their respective seconds, and take the necessary precautions regarding the second keys of the large money chests. With which we remain, below stood and was signed as before. In margin, Nagapatnam, the 18th of October 1773. Madraspatnam To as before. Because the son of the Subah, Madaroelmoelk, notwithstanding our demonstrations made to his aforementioned father as well as to him regarding their unreasonable claims on the lands lawfully purchased by the Company from the conquered Prince of Tansjoer, has seen fit this morning, with his entire army joined with the English troops, to invade the same, and in particular to take possession of Naver by hauling down the Company's flag and planting his own, where he is now encamped; and it is not without reason to be feared that he will come forward from there with further claims, and if the same are not satisfied, will besiege this city; we have therefore seen fit to give Your Honors immediate notice thereof, as is done hereby, sending along a copy of a protest that was sent to him by us yesterday, upon receiving the report that he, or his troops, were also about to move down this way, accompanied by an original protest, addressed by us with some minor changes to the Governor and Council of Madraspatnam, ordering Your Honors to deliver the same immediately to the ministry there. To which end Your Honors, if you have not yet arrived at Madras in view of this, must set out on the way thither, not doubting that Your Honors will have already received the papers and the small chest with presents; Your Honors must give us notice of the outcome at the earliest opportunity. Where
Dutch transcription
537 Palliacatta Aan den E Phillippus Jacobus Dormieux en Sadraspatnam Aan den koopman Willem Blaaukamer opperhoofden aldaar. Goede Vrienden. Ter onser sessie van heeden UEdelens bij de neevens den koopman en eerste Pakhuijsmeester en Negotie boekhouder alhier, mitsg=s Lid onser Vergaadering Hendrik Ambrosius Johnson verhooren weesende tot gecommitteerdens, om van weegens de Nederlandsche oost Indische Companie, zijn Excellentie den Heer souba van Carnatica mahometh Alichan te begroeten, met de overmeestering van Tansjoer en de Confirmatie van sComp:s voor„ regten in dat rijk te besolliciteeren: soo geeven geeven wy UEdelens daar van by deesen kennisse op dat UEdelens sig daartoe, by lyds prepareeren Kunnen, staande gedagte Johnson binnen 14 dage van hier over den Landweg naar Sadraspatna en van daar met het opperhoofd Blaukamer na Palliacctta te vertrerken, om vervolge te gelijk met den E: Dormieijx naar den sou op te reijsen; dog soo die route, na Palliacatta vermyd kan werden, en UEdelens sulx best en raadsaamst oordeelen, dan kan een plaats tuschen sadras en Palliacatta leggende die daartoe Convenabel is gekoopen en bestemd werden, om by den anderen te komen, ten eijnd over de secreete instructie, en de inhoud der annexe papieren, die door gedagte Johnson sullen werden overgebragt, eerst raad te plees en met den anderen het noodige te beraamen, eer de optogt Ceremonieel aanvang neemt staande van hier Voorts, om het schryf werk te verrigten ook over te gaan den boekhoud Brouerius Brouwer, en den adsistent 7o 539 Johannes Abrahamsz Pronsveld, soo meede den Courantier en zijn broeder, laatende voorts aan uEdelens ten vollen gedefereerd, welke van de beijde mollas of Persiaans schrijver UEdelens in deese Commissie best zal dienen, te weeten die van Sadrasp=m off Palliacatta, deese laaste werd ons gesegd de habielste en bequaamste te weesen, ge„ lijk inselver voegen aan UEdelens keuse werd gelaaten het verkiesen van tolk en Taalmannen, dan wel andere noodzaakelij„ ke Jnlandse bediendens, om als soodaenig te ageeren, en op welkers fideliteijt en be quaamheijd UEd=s staat maken kunnen. waarmeede verblijven /onderstond/ UE goede vrienden /was geteekend/ R:r van Vlissingen H:s Leembruggen J: E: g: Haselman, M:s Koning - - = - - Corn:s Pietersz J: A peng wen Duyneveld en J: D: Semons J=b van Tessel, in margine/ Nagapatnam in't Casteel den 18ber 1773. Aan den E Phillipus Jacobus Dormeux opperkoopman en opperhoofd van Balliaiaa De kooplieden Willem Blaaukamer opperhoofd van sadrasp:n mitsg=s Hendrik Ambrosius Johnson. Eerste Pakhuys meester en Negotie boekhou„ der te Nagapatnam, als gecommitts in de besanding na den souba van Carnatica Mahometh alichan, te madraspatnam Goede Vrienden Hierneevens laaten wij uw Ed: toekoomen, de Jnsirut„ tie en annexpapieren, tot ' Commissie uwEd: opge„ draagen gehoorende, waar bij gevoegd is, een brief van den ondergeteekende Gouverneur tot uw Ed: geleijde aan den souba geregt, om byj uwEd:s eerste „audientie aan denselven gepresenteerd te werden, gelijk ook deesen verseld Copia eener brief. en 541 brief die onder dato deeses, aan den Heer madraspat„ namsen gouverneur Wijnch, almeede de door den eerst ondergeteekende werd gecarteerd, tot uwel Ed=s speculatie, voorts een kasje met soodaenige schenkagie goederen, voor den souba, als by de g'incloseerde notitie vermeld staan, moetende voorts de twee eerst genoemde inden hoofde deeses gemeld, de saaken hunner Opperhoofdijen, aan derselver secundens opdraagen, en de noodige voorsorge ge„ bruijken, omtrend de tweede sleutels van de groote geld Cassas. / waarmeede verblijven /onder „stond en was geteekend als vooren /in margine Nagapatnam den 18 october 1773. Madraspatnam Aan als Vooren De wijl den zoon van den Souba, Madaroel moelk ongeagt onse aan zijn voorm: vader soo wel, als aan hem gedane de monstratien op hunne onreedelijk gemaakte pretentien op de door DE Comp:e van den Overwonne Vorst van Tansjoer wettig gekogten landen, heeft kunnen goed vinden heeden morgen, met zijn gansche Leeger geconjun„ „geerd met de Engelsche Troupen, deselve in te tica nam te dringen, en daar van, in sonderheyd, Naver in poses sie te neemen, door het needer haalen van sComp=s en planten van zijn vlagge, alwaar sig thans ge „leegerd, en niet sonder reeden te dugten is, dat van daar met verdere pretentie, voor den dag koomen, en aan deselve niet voldaen werdende deese stad be leegeren sal; zoo hebben wij goedgevonden, uw Ed:s daar van ten eersten kennisse te geeven, gelyk bij deesen geschied, onder toesending van de Copia eener protest, dat door ons op gisteren, op het erlangt berigt, als dat hij, of zijne troupen, meede dit heen stonden aff te sacken, aan hem toegesonden is, verseld van een origineel protest, door ons met eenige kleijne verandering aan den gouverneu en Raad de Madraspatnam geregt, uw Ed gelastende, het selve ten eersten, aan het ministe„ aldaar rium over tegeeven, ten welken eynde uw Ed: soo nog niet op madras mogte aangekoomen weesen opsigt deeses; sig naer derwaerds op weg sullen moeten begeeven, niet twijffelende off uw Ed zullen de papieren, en het kasje met geschenk reeds ontvangen hebben; moetende uw Ed: ons van den uytslag ons ten eersten kennisse geeven waar
English
543 To the same as before With which, after greetings, we remain. It was underwritten and signed: as before. In the margin: Nagapatnam, in the Castle, the 21st of October 1713. Madraspatnam We send Your Honours herewith a copy and translation of a letter written by the Soubah of these lands to the undersigned Governor, in which Your Honours will perceive that he is not inclined to admit Your Honours or to receive the compliment of congratulation before and until the affairs concerning his formulated claim on the Company, with his son Madaroel Moelk who is with his army at Naoer, shall be finally settled. We are currently in negotiations with him on this matter, without, however, being able to judge with any certainty the outcome thereof. Therefore, it is certain that Your Honours will have little or no success in the purpose of Your Honours' mission. Wherefore we order Your Honours, if you have not yet departed, to suspend the journey for the present; but meanwhile to forward the letter with the protest to the English ministry at Madraspatnam under Your Honours' covering letter. And in case Your Honours are already on the journey, or may have arrived at Madras, to arrange the meeting with the Soubah in such a manner that Your Honours suffer or encounter no affront or any slight, whether in enduring a refusal or otherwise; but to that end, or to avoid the same, you may pretend that Your Honours are awaiting further orders from this government. However, that which Your Honours have been ordered to do regarding the English ministry, Your Honours may meanwhile quietly execute, and retire from there for a time, should Your Honours deem it necessary. It was underwritten and signed: as before. In the margin: Nagapatnam, in the Castle, the 27th of October. Madraspatnam To the same as before. Since after much trouble we have finally come to a settlement or agreement with the young Nabob Madaroel Moelk concerning the claims formulated by him, in the name and on behalf of his father the Lord Soubah Mahometh Alichan, upon the Company, both with respect to the lands purchased by his Honour from the dethroned Prince of Tanjore, and the redeemed recognition moneys and elephants, according to the tenor of the written agreement concluded and made on that account, of which a copy accompanies this for Your Honours' consideration; and on that occasion he having also, by a general parwanna, confirmed the old cauls and privileges of the Honourable Company, and thereby left all matters and customs regarding Her Honour's trade on the old footing, Your Honours are hereby notified thereof. We do not doubt that the Soubah will now admit Your Honours to an audience, which Your Honours must urge with all earnestness, so that, having paid the compliment of congratulation on his victory over Tanjore—since through the aforesaid agreement reached here, there is nothing more for Your Honours to perform there—you may depart from there immediately, and each may return to his assigned post. Moreover, prior to your departure from there, Your Honours must urge the English ministry with all emphasis to give a satisfactory answer to the protest delivered to them on our behalf by Your Honours. With which, after greetings, we remain. It was underwritten and signed: as before. In the margin: Nagapatnam, in the Castle, the 25th of November 1773. Lower: Postscript. Your Honours also receive herewith a letter for the Soubah, which Your Honours may deliver to him or cause to be delivered. Besides the copy of the contract mentioned herein, we also send for Your Honours' consideration the copies of the receipts for the jewels and the four elephants from the King of Kandy, together with the caul of confirmation of the Honourable Company's privileges, and the takiet parwanna for the unhindered and free passage of the Honourable Company's goods, etc., all drawn up by the Nabob himself according to his liking. Madraspatnam To the same as before. To both of Your Honours' letters of the 13th of November and 2nd instant, we find nothing that requires any remark to reply to, other than, with respect to greeting and presenting gifts to the Soubah, to refer to our instructions in that regard in our letters of the 25th of November past; which ceremonial we do not doubt will already have been concluded before the receipt of this, and Your Honours will have obtained your dispatch. But if, contrary to expectation, this should not yet have happened, Your Honours must effect it as soon as possible, as Your Honours' stay there is not only unnecessary, but the Honourable Company's interests and service also make your presence at your assigned posts, each in his own, very necessary at present. We also do not doubt that Your Honours, regarding the Soubah's desire to first pay a visit to his son Amiroel Oemra, will have accommodated yourselves according to the necessity that presented itself to Your Honours in that regard, and that it would not have been possible to refuse it without causing displeasure to the Soubah; and that Your Honours then also made a small rearrangement regarding the gift goods brought along, which were destined for the Soubah alone, as that visit could not have taken place empty-handed. Your Honours are authorised to have the deserters in question secretly assured that they may freely return, and at the same time be assured that they shall remain unpunished. With which we remain. It was underwritten and signed: as before. In the margin: Nagapatnam, in the Castle, the 11th of December 1773. Agreed, H Duijnevelte No. 23
Dutch transcription
543 Aan als Vooren waarmeede naar groete verblijven /onderstond en was geteekend:/ als vooren /in margine Nagap= m Jn't Casteel den 21 8ber 1713. Madraspatnam Wijlaaten UEdelens in deesen toekomen Copia Translaat eener brief, door den Jouba deeser Landen, aan den ondergeteekende gouverneur geschreeven, waar bij UEdelens b'oogen sullen dat hij niet geneegen is, UEd: te admitteeren nog het Compliment van felucitatie te ontvan„ gen, voor en al eer de saaken, nopens zijne geformeerde pretentie op DE Comp:e met zijn zoon madaroel moelk die sig met zijn leeger te Naoer bevind, finaal af„ gemaakt zullen weesen; wij zijn thans met hem daar over in onderhandeling, son„ der dat wij egter nog met eenige seekerheijd van de uijtslag derselve oordeelen kunnen, dierhalven is het seeker, dat uEdelens weijnig of niet reusseeren sullen, in het oogmerk uwer Edelens besending, oversulx UEd=s gelasten, soo aar soo nog niet vertrocken mogten zijn, de reijse voor eerst„ „staaken, dog intussen de brief met het protest aan het Engels ministerum te madraspatnam, onder UEdelems geleijde Letteren, aan het selve te doen toekoomen, en is t dat uEedelens reeds op reijs, of op madras g'arriveerd mog zijn, het daaromtrend de ontmoeting van den souba soodaenig te dirigeeren dat UEdelens geen affront of eenig kleijn agting werden toegebragt of bejeegend, in het lijden van refuus als andersints, maar ten dien eijnde, of tot verwijdwing van dien, voor geeven kunnen dat UEdelens nader ordre deeser regeering verwagten, dog het geen UEdelens ten belange van het Engels Ministerum gelast is, kunnen UEdelens intussen maar gerust ter Executie brengen, en sig van daar voor een teijd te retireeren, soo UEdelens zulx nood„ saakelijk oordeelen. /onderstond en was get:d/ als vooren. /in margine/ Nagap:m JntCast. den 27:' 8er Madraspatnam Aan als Vooren. Aangesien wij na veel moeijte eijndelijk tot een vergelijk off accoord geraekt zijn, met den Jongen Nabab madaroel Moelk nopens de pretentien door 0 545 door denselven, uyt name en van weegen zijn vader de Heer souba Mahometh alichan op de Comp:e haar geformeerd, soo ten opsigte van de door zijn Edele van de gedetroneerden Tanspersen Vorst gekogte Landen, als afgekogte Recognitie penningen en Eliphanten, na Luijd van het dierweegens getroffen en gemaakt schriftelijk accoord, waar van het af„ schrift tot UEdelens speculatie deesen verseld, en bij die geleegendheijd denselven, teffens bij een gene„ „raale Parwanna de ouede Cauls en Privilegien der E Comp geconfirmeerd, en daar bij alle saaken en gewoontens Haar Edele handel betreffende, op den ouden Voet gelaaten hebbende, soo werden UEd: daarvan by deesen kennisse gegeeven, wij twijffelen niet, off den souba sal uEdelens als nu, ter audientie admitteeren, waarop uEd: met alle ernst sullen moeten urgeeren, op dat het Com„ pliment van de felicitatie met zijn overwinning op Tansjoer, vermits door de voormelden getroffene Over een komste alhier, voor UEd: aldaar niets meer te verrigten valt, afgelegd hebbende, ten eersten van daar vertrecken, en een ieder na zijn bescheij„ den post, te rug heeren kan, sullende uEdelens boven dien, voor derselver depart van daar het Engelsch Engelsen ministerium met alle nadruk moeten aanspooren, tot het geeven van een voldoenend ant war Op het door UEd:s onsent weegen aan het selve overge„ geeven protest. Waarmeede maar groete verblyven (onderstond en wan geteekend als vooren /in margine / Nagap:n in't Casteel den 25 9ber 1773. /Lager /PS: Nog bekoomen UEd: in deesen een brief voor den souba, die uEd aar hem kunnen, of laaten overgeeven. buijten het in deesen verm: afschrift van het Contract laten wy uEd: nog tot speculatie toekoomen, de Copijen van de quitantien van de Juweelen, en de Vier Elipfanten van den Candiasen Vorst, mitsg=s de Caul van de Confirmatie der sComp:s voorreg„ ten, en Takiet Parwanna, ter onverhinderde ten vrije passagie van sComp:s goederen &=a. alle door den Nabab selve, na zijn smaak op„ gemaakt. Madraspatnam Aan als Vooren Op beijde UEdelens brieven, van den 13 November en 2. ' Courant, vinden wij niets dat eenige aanmerkinge Vereijscht te rescribeeren, dan ons ten opsigte van 547 „ van het begroeten en beschenken „ van den souba te refereeren, aan onse aan schrijvens dien aangaande by onse Letteren van den 25 9ber p=a welk Ceremonieel wij niet 'twijffelen of sal reeds voor den ontvangst deeses haar beslag belangd, en UEdelens hun depeche verkreegen hebben, dog zoo teegens verwagting sulx nog niet geschied mogte zijn, moeten UEd:s het maar ten eersten werkstelligen alzoo UEd=s verblijf aldaar niet alleen maer on„ noodig is, maar ook sComp:s belangen en dienst derselver presentie op haare bescheijde posten ieder in de zijnen tans zeer noodsaakelijk maken, wij twijffelen ook niet, of UEdelens zullen, omtrend des soubas begeerte, om eerst een visite by zijn soon Amiroel oemra afteleggen zig geschikt hebben, na de noodsaakelijkheijd, die UEd:s dien aangaande te vooren gekoomen en ook sulx niet te ontleggen zal geweest zijn, zonder den souba ongenoegen toe te brengen, en dat UEd=s dan ook omtrent de meede genoo„ mene geschenk goederen, die voor den souba alleen gedestineerd geweest zijn, een kleijne ver„ schikking gemaekt hebben, alsoo die visite met geen leege handen, sal hebben konnen ge aan op geschieden; Aan de bewste deserteurs werden UEds ge„ qualificeerd, onder de hand te laaten verseekeren, dat zy vrijelijk te rug koomen, en teffens verseekerd weesen kunnen, dat zij straffeloos zullen zijn. waarmeede verblyven /onderstond en was geteekend / als vooren /in margine/ Nagapatnam Jnt Casteeel den 11 December 1773. Accordeerd H Duijnevelte No. 23
English
Nagapatnam To the Right Honorable and Stern Sir Reijnier van Vlissingen Governor and Director of this Coromandel Coast, along with the Council there. Right Honorable and Stern Sir and Gentlemen, We have the honor to inform Your Right Honorable and Stern Sirs of the arrival of the second signatory at this place, and also of the receipt today of a missive from the Nabob addressed to the same, whose bearer, who arrived on a camel, had orders to deliver it to him wherever he might meet him along the way. We take the liberty of presenting to Your Right Honorable and Stern Sirs the original letter from the Nabob enclosed herein, along with its translation and the reply to it, which we hope will meet with Your Right Honorable and Stern Sirs' honored approval, as it has, according to our humble opinion, been framed in the most fitting manner. We have the honor to be with deep respect, below stood: Your Right Honorable and Stern Sirs' humble and obedient servants, was signed: W:m Blaaukamer and H: A: Johnson. In the margin: Sadraspatnam the 22nd October 1773. Nagapatnam To the same as before We let this serve solely to dispatch the chelinga that brought the gifts for the Nabob, and we were intending to send the duplicate of a letter from the Nabob received yesterday and our reply with that vessel, but the people dare not risk staying any longer because both the weather and the sea look stormy. We report this only briefly: that His Highness has directed us to turn back and to go to the army of his son. We have the honor to be with deep respect, below stood and was signed as before. In the margin: Sadraspatnam the 26th October 1773. Nagapatnam To the same as before On the morning of the 24th of this month, we received report that the chelinga, in which the gift goods were loaded, had arrived at Alemperwe; we then also received the same in the afternoon around five o'clock. They consisted of two cases sewn around with gunny, lashed with packing rope, and sealed; the said cases are in very good condition, handed over to us at the said time. The next day, being the 25th of this month, around 10 o'clock in the morning, when we were preparing to set out on our journey, we received another missive from His Highness the Nabob Mahomet Alichan, which we have the honor respectfully to let accompany this, both in translation and original, as well as the draft reply. And since the said letter contained, among other things, that we had to proceed to the army of His Highness aforesaid, we resolved, in the hope of favorable approval, to open the papers sent by Your Right Honorable and Stern Sirs in the presence of Bookkeeper Brouwer and Assistant Bronsvelt, to see whether in the instructions given by Your Right Honorable and Stern Sirs to us anything regarding such an unforeseen event was noted. Although the Chief of Palliacat, the Honorable Dormieux, as First in this Embassy, was absent, we nevertheless considered ourselves, subject to Your Right Honorable and Stern Sirs' favorable interpretation, authorized to do so in this case which caused us great embarrassment. We therefore do not doubt that Your Right Honorable and Stern Sirs will approve this, and furnish us with such orders as Your Right Honorable and Stern Sirs in your known wisdom shall judge proper. Meanwhile, we have not dared or ventured to continue the journey against the declared intention of His Highness, either to Madras or Sadraspatnam, in order to avoid overt affronts. In the meantime, we have the honor to call ourselves with the greatest respect, below stood and was signed as before. In the margin: Sadraspatnam the 26th October Anno 1773. Nagapatnam To the same as before Just as our letter of yesterday and its enclosures, to which we dutifully refer, was about to depart, we were honored with Your Right Honorable and Stern Sirs' dispatch of the 21st of this month, provided with an original Protest against the English ministry at Madras, and the copy of a Protest to Brigadier General Joseph Smith. As the urgent orders contained in Your Right Honorable and Stern Sirs' said missive naturally had to overturn our decision, taken out of necessity, to remain here until Your Right Honorable and Stern Sirs' further orders, we resolved, in dutiful obedience thereto, to set out on our journey immediately. However, this could not succeed before today, because our reply to the Nabob could in no way find a place in the manner according to the first accompanying draft, which for the sake of distinction we quote as No. 1, and notoriously had to be altered and translated anew into Persian, so that we have the honor to present a draft under No. 2 to Your Right Honorable and Stern Sirs. In order to make greater speed, we have requested the Honorable Mr. Dormieux, forwarding the said enclosures, to come on his part as far as Moethoofwes Jauwoderij, a place south of Madras, to meet each other there and to undertake the march to Madras jointly, unless it is made impossible for us by the Nabob, who is said to have given orders to detain us on the way. Yet, because one does not know how far one can rely on this report or not, we considered that this should not stop our march, and in the hope of Your Right Honorable and Stern Sirs' favorable interpretation we also decided, in such unexpected event, which would be extremely insulting to the Honorable Company, to return here and the protest alongside a missive to
Dutch transcription
54 Nagapatnam Aan den Wel Edelen Gestrengen Heer Reijnier van Vlissingen Gouverneur en Directeur deeser Custe Cormandel neevens den Raad aldaar Wel Edele Gestrenge Heer en Heeren Wij hebben d' Eere Uwel Ed: Gestr: kennis te geeven van het arrivement van den tweeden teekenaar hier ter plaatse, en teffens van den ontfangst op heeden van een missive van den Heer Nabab aan denselven gerigt, welkers brenger die op een kameel aankwam ordre hadde omse hem overtegeeven, waar hem op den weg ook mogte aantreffen Wijneemen de Vrijheijd Uwel Ed: Gestr: d= Origineele brief van den Nabab hier in geslooten aantebieden, neevens dies trans„ „daar op laaten het aandwoord,„ die wij hoopen van Uwel Ed: Gestr: g' Eerde goedkeure te sul„ Een len sijn, als na ons gering Oordeel ingera op de meest voegelijke wijse „te zijn Wij hebben d' Eere met diep ontsag„ /:ond stond:/ uwel Ed: Gestr: Heer en Heeren Uwel Ed: Gestr: onderdaanige en Gchoo saame Dienaaren /:was geteekend:/ W=m Blaaukamer en H: A: Johnson /:m margine:/ Sadraspat=n den 22. ' 8br: 172 Nagapatnam Aan als Vooren wij laaten deesen eenelijk dienen om de Chialem die de geschenken van de Heer Nabab heef meede gebragt te depecheeren, en waaren voorneemens, om het duplicaat van een bri„ van den Nabab gisteren ontfangen, en ons andwoord met dat Vaartuijgje k vinden maa de menschen durven niet hasardeeren om langer te vertoeven wijl het weder en de see beijden stormagtig uijtsien, wij melden de maar kort dat sijn Hoogheijd ons gelat heeft, a te rug te keeren, en na het leege van sijn soon te gaan, wij hebben d' Eere met diep ontsag te sijn /:onderstond:/ en was ge 551 geteekend als Vooren /:in margine/ Cadra, patnam den 26:' Octbr: 1773. Nagapatnam Aan Als Vooren Den 24. deeses smorgens bekamen wij narige, dat de Chialeng, waarin de Schenkagie goederen& ingeladen waaren op Alemperwe g'arriveerd was; gelijk deselve dan ook 's' namiddags om trend Vijf uuren ontvingen, deselve bestonden in twee kassen met goenij omnaaijt, paktouw omfjort en verseeg:lt, gemelde kassen sijn seer wil geconditioneerd, ons op gem: tijd g'intra„ geerd Des anderen daags zijnde den 25. deeser Smor¬ gens omtrend 50. uuren, wanneer wij ons gereed „maakten „om op ke reijsen, ontfingen wij weeder een mis„ sive van sijn Hoogheijd den Nabab Mahomet Alichan welke wij, soo in Translaat origineel als Concept andwoord d' Eer hebben deesen Eerbie„ dig te laten verfellen, En dewijl gem: Letteren on„ der anderen behelsden, dat wij ons na het Leeger van hoogstgem: sijn Hoogheijd moeste begeeden, ƒ A wierden wij in hoope van Gunstige approbatie:/ te 2: Ge Gestr: te raarde, de door uwel Ed: gesondene Papieren Presentie van de Boekhouder Brouwer en Adsistent Bronsvelt te openen, om te sien of Gestr. in de instrutie door uwel d„ ns ogs von ook iets, dusdanig een onvoorsien voorval specteerende was aangeteekend Alschoon het Palliacats opperhoofd D E: E: Dormieux als Eerste in deese Ambassade absontwas, egter dat ons /:behoudens uwel Ed„ Gestr: gunstige Welduijding:/ daar zoo in dit ge„ val, dat ons seer verleegen maakte, bevoegdte sijn, wij twijffelen derhalven niet, of uwel Ed: Gestr: sal sulx goedkeuren, en ons met Jooda„ „nige ordres mnunieeren, als uwel Ed: gestr: na Hoog st: desselvs bekende wijsheijd sal oordeelen te behooren Terwijl wij niet hebben doogen of dier van onde neemen om de reijse teegens de gedeclareerde in„ na tentie van sijn Hoogheijd 't sij op Madras of Salluccatta voort tesetten, ter verwijding van oog Conijnelijke affronten Jntussenen hebben wij d' Eere ons met het groot„ ske ontsag te noemen /:onderstond:/en was getre„ kend 553 kend:/ Als Booren /:in margine:/ Padra, p„r A„o 1773 den 26:' Octbr: A„o 17 Aan als Vooren fuijst soo als onse brief van gisteren, en dies bijlaagen, waaraan wij ons gedienstig referee„ ren stond afbegaan, wierden wij verEerd met Uwel Ed„le gestr: gagte van den 21„e deeser versed van een Origineel Protest teegens het Engel ministereijm te Madras, en de Copia van een Protest aan den Brigadier Generaal Joseph Smith Gelijk Natuurlijker wijs de presseerende order vervat bij gem„t uw Ed: Gestr: meissive ons uijt noodsaakelijkheijd genoomen besluijt van hier tot Uwel Ed: Gestr: nadere ordres te verhoeven moest omverwerpen, soo beslooten wij in schuldi„ ge obedientie van dien aanstonds op reijs te gaan, dog dat niet voor heeden heeft kunnen gelukken, door dien ons antwoord aan den Nabab op die wijze als volgens het eerste hierneevens gaande Concept dat wij distinct„ jes halven N„o 1. quoteeren, geen plaats Nagapatnam Wolls te Weled: da groot 8 nseer kunnende vinden notoir moest veran„ O derd, en weeder op nieuw in't Persiaansch translateerd worden, sodanig wij d' Eek H ben een Concept onder N„o 2. uwel Ed: Gestr aantebieden Wij hebben om te meerder spoed te maaken d E: Heer Dormieux onder voesending van de selver bijlaagen, versogt, om voor syne kant tot aan moethoofwes Jauwoderij /:ien plaats suijden madras:/ te komen om elk ander daar ontmoeten, en den optogt na Madras gevaa mentlijk aan teneemen, soo se ons niet werd onmogelijk gemaakt, door den Nabal„ men sigd orde gesteld te hebben om ons on weeden op te houden, Dan dewijl men niet weet hoever op dit berit te Cijfferen valt off niet hebben wij gemeent dat sulx onse optogt niet moest staak en,d in hoope van uwel Ed: Gestr: Gunstige weld ding teffens beslooten, om in soodanig onve hoopt geval, dat ten aller uijttersten belied gend voor d' E Comp:e sancd sijn weeder her te komen, en het protest neevens een miss tot
English
to notify, for the reasons that prevented us from coming in person, sent to the ministry at Madraspatnam, just as we, in the same case, if it requires, have requested Mr. Dormieux to proceed hither, since it is better that in all cases that may occur to us, we can consult with one another. Since we are humbly of the opinion that our mission, and the instructions and appendices provided therewith, are intended solely for the purpose of settling the matters between the Honourable Company and the Nabab amicably, and His Excellency, assisted by his allies, pursuant to Your Right Honourable's recent letters, has seen fit to already give such orders as one can deduce from the date of the occurrences on the day that the second signatory of this was still on the road between Nagapatnam and here, which, having already been executed, by no means indicate that His Highness has the same friendly intentions as the Honourable Company: So we believe, subject to favourable interpretation, that we are by no means unreasonable in respectfully taking the liberty to await Your Right Honourable's orders as to how far the said instructions and appendices remain applicable, in order to make use of them if we should indeed be admitted to the Nabab. We commend Your Right Honourable's worthy person and the Company's precious trade in these critical and far-reaching times to Heaven's Holy Protection, and have the honour to be with deep respect, beneath stood, as above, was signed, in the margin, Sadraspatnam, the 27th October, Anno 1773. Nagapatnam. To the same as above. Yesterday we were favoured with Your Right Honourable's separate missive of the 17th of this month. Heartily affected by the worrisome condition in which the interests of the Company find themselves for the present, we wish that it may please the Almighty soon to grant a merciful outcome from the threatening dangers that seem to surround the same. We assure Your Right Honourable that we will exert our best efforts to act according to our duty regarding whatever we can secure of the Company's possessions. However, since the bad monsoon has already broken, it will be impossible for us to hire any vessels at present to transport the voluminous effects of the Honourable Company; therefore we shall await a better time for that purpose, and on our part not fail to take all pains to subsequently track down suitable vessels for that end. And two English gentlemen, having been here yesterday on their journey to the north, gave us the news that Nador was overwhelmed by the army of the Nabab, and that General Smith, likely upon that report, would march thither with his army. From their conversation it appeared all too clear that the English nation had resolved to support the Nabab in all his measures, which is also further confirmed by the accompanying extract of a Dutch letter, written hither yesterday by a foreigner residing at Madraspatnam. Besides this, we are not a little disturbed by the secret rumours that the intentions of the Nabab, as well as those of the English, extend even to Ceylon; the departure of the English fleet thither and the application made here at that time to buy up an extraordinary number of casks gives us every suspicion in this present situation. We therefore consider this rumour of too important a nature not to bring to the knowledge of Your Right Honourable, and we shall henceforth be meticulous in communicating to Your Right Honourable such further tidings as shall come to our ears concerning this matter as well as regarding the further designs of the Nabab and his protectors. We meanwhile have the honour to be with all respect, beneath stood, as above, was signed, C:l J:s Dormieux and H:k Scoffier, in the margin, Palliacat, the 27th October 1773. Nagapatnam. To the same as above. Just as we were about to dispatch this enclosed missive with its appendices, being at 5 o'clock in the evening, we had the singular pleasure of being visited by a prominent Brahmin of His Highness the Nabab in His Highness's name, who testified that it was not only agreeable to His said Highness that we found ourselves in such perfect health, but also that he had understood from a letter that we had come here expressly to treat on business matters, but that His well-mentioned Highness had deferred all matters, including the government, to His Highness's son; that he did not doubt that his son was already in negotiations with the Honourable Governor, although he had obtained no certain report thereof until now, and as soon as His Highness should receive such, he would immediately send us knowledge thereof. We by no means failed to convey our strongest expressions of gratitude to His said Highness for His Highness's favourable attention and for the goodness of having provided us with such fine lodgings, as well as for the care that His Highness has been pleased to take of us, and that we were also in the confident expectation of being provided by our superiors with further orders relating to this mission of ours. Whereupon the aforementioned emissary, as appeared outwardly, took his leave well satisfied and departed, which aforesaid matter we necessarily
Dutch transcription
555 tot bekendmaaking, der reeden die ons beletden. 8 in Persoon over te komen aan het ministerium te Madraspatnam overkesenden, Gelijk wij in het selve geval, als het Exteerd, den Heer Dormielix hebben versogt sig herwaards te begeeven; dewijl het beeter is, dat wij in alle ge vallen die ons mogten voorkomen, meer den ande¬ ren kunnen te raade gaan Dewijl wij needrig van oordeel sijn, dat onse be„ sending, en de meede gegeevene Instructie en bij¬ lagen alleen tot dien eijnde ingerigt sijn om de saaken tusschen D' E Comp:e, en de Nabab in der minne aftemaaken en sijn Excellentie g'adsisteerd met sijn bondgenooten ingevolge uwel Ed: Gestr: Jonste letteren heeft kunnen goedvinden, om reeds /:zoo als men uijt de da„ hum der gebeurken is en kan op maaken:/ ten dage dat sig den tweeden teekenaar deeses nog op den weg tusschen Nagapatnam en hier bevond, soodanige ordres te geeven, wel„ van ke ook reeds uijtgevoerd sijnde gantsch niet dicteeren, dat sijn Hoogheijd gelijke Vriende„ lijke insigten, als d'E Mmaatschappij heeft: Soo soo meemen wij/ onder gunstige welduijding:/ gantsch niet buijten reeden te sijn, dat wij Ed biedig de Vrijheijd neemen van uwel Edele Gestr: ordres te wagen, hoe ver gemelde in— structie en bijlagen applicabel blijven, om ons, soo we al tot de Nabab mogten toege„ laaten werden, daarvan te bedienen Wij beveelen uwel Ed: Gesr: waarde Per¬ soon en sComp„s Dierbaaren Handel in deese Critique en veruijtsiende tijden in 's Heemels Heijlige Protoxie, en hebben d' Ed met diep ontsag te sijn /:onderstond:/ on was geteek: nd A Als vooren /:in margine:/ Sadras p=m flo den 27:' Octbr: A„o 1773. Nagapatnam Aan Als Vooren Wij sijn gisteren begunstiget geworden met uwel Ed: Gestr: apparte missive van den 17. deeser -. Hartelijk aangedaan over de bekom merlijke gesoeldheijd in dewelke de belangen van de maatschappij sig voor het teegenwoor„ dige bevinden, wensenen wij dat het den Almogenden moge behaagen, eerlang eene Geelvdick 6 557 genadige uijtk omst te verleenen, uijt de drij„ gende gevaaren, die deselve Schijmen te om ringen 67 Wij verseekeren uwel Ed: Gestr: onse beste ver= morgens te werk te stellen stellen, om in het geen we van de besitting van de Comp„e in verseekering brengen konnen, na onse ƒ schuldpligtigheijd te Handelen. Dog mits dien de quade mousson reeds door gebrooken is, sal het ons onmogelijk weesen eenige vaartuijgen thans in huur ke krij= G Effecten van gen, om de volumineuse H D' E Comp„e te versenden, dierhalven sullen wij daartoe een beetere tijd afwagten, en van onse seijde niet nalaten alle moeijte aan„ te werden, om bequaame Vaartuijgen O ten dien eijnde vervolgens op respeuren En gisteren alhier twee Engelse Hee„ ren in hunne rijse naar de noord aangeweest. sijnde, gaven deselve ons het Nieuws, dat Nador door het Leeger van den Nabab overweldigd was, en dat Generaal Smith denkelijk op dat berigt met sijn Leegee der= F waards waards soude afsacken uijt hun gesprek bleek het niet dan k duijdelijk dat d' Enge sche Natie beslooten had, den Nabab in alle sijne maatreegelen te ondersteu¬ nen, dat ook nader bevestigd word uijt het neevens gaande Extract van een Holland s Brief, gisteren door een Vremdeling te Madraspatnam woonagtig naar herw„ geschreeven Buijten dien worden wij niet wijnig on¬ rust, door de geheime gerugten, dat het voor„ uijtsigt van den Nabab, soo wel als dien der Engelsen, sig tot op Ceijlon uijtstrekt het vertrek der der Engelse Vloot derwaard en de aansoek die te dier tijd hier ge= daan is, om een ongemeen getal van vat„ werken op te koopen, geeft ons in deese teegenswoordige toestand alle ergwaan, wij agten dit gerugt derhalven van een te aangeleegen aard, om niet ter kennisse van Uwel Ed: Gestr: te brengen, en wij sullen voor het vervolg naauwkeurig sijn, in uwel„ Edele gestr: sodanige verdere Veijding en mee„ de 559 de te deelen, als ons dienaangaande soo wel, als weegens de verdere ontwerpen van den Nabab en sijne beschermers ter ooren Sullen komen Wy geeven ons inmiddens d' Eere met alle Eerbiedigheijd te zijn /:onderstond:/ als Vooren /:was geteekend:/ C:l J:s Dormieux en H„k Ccoffier /:in margine:/ Palliacat„ 14 den 27 8br 173 Nagapatnam Aan als Vooren zoo als deese inleggende missive met diesbij= langen souden depecheeren, sijnde savonds om 5. uuren, hadden wij het Cingulire genoegen door een voornaamt Bramine van sijn Hoog¬ heijd de Nabab uijt hoogst desselfs naam besogt te werden, welke betuijgde dat het gem: sijn Hoogheijd niet alleen aangenaam was dat wij ons in soo een volmaakse wel„ stand bevonden, maar ook dat hij uijt een Brieff verstaan hadde, dat wij alhier ex„ pres om oversaakelikheeden te handelen gekomen waaren, dog dat welgemelde sijn Hoog 14 Hoogheijd alle saaken, ook het bestierselp aan Hoogst Desselfs zoon gedefereerd hadde, Dat hij niet en twijffelde of dat sijn Soon reeds met D' Edele Heer Gouverneur in onderhandeling was, hoewel daar d'an tot nog toe geen seekere berigt gekreegen ha„ en soo dra sijn Hoogheijd sulx ontfangen son de, ons daarvan direct kennisse soude laaten toekomen Wij bleeven geensints in gebreeke gemelede sijn Hoogheijd op het sterktst onse dank„ betuijgingen te doen, voor Hoogst Des„ selfs gunstige attentie, en voor de goedheijd van ons sulx een fraaij Logies besorgd te hebben, mitsg„s voor de Jorge welke sijn Hoogheijd voor ons heeft gelieven te dra¬ gen, dat wij ook in die verseekerde verwag„ ting waaren, van door onse supperieiren met nadere ordres tot deese onse besending behebke„ lijk te sullen werden gemunieerd Waarop voorm„t sendeling soo als uijttel„ lijk scheen wel vergenoegd afscheijd nam en vertrok, welk bovengemelde wij noodsaa¬ Kelyk ƒ
English
judged it necessary to transmit to your Right Honourable Sir for his high consideration, in the hope that such tidings may serve for some satisfaction to your Right Honourable Sir in these distressing circumstances. Wherewith remaining, we have the honour to subscribe ourselves with deep respect. Was signed below: As before. Was signed: P. J. Dormieux, Wm. Blaaukamer and H. A. Johnson. In margin: Madraspatnam, the 31st of October 1773. Nagapatnam. To the same as before. Our last of the 27th of this month, on the said date, after the dispatching of the camel rider of His Highness the Nabob, which letter in original, translation, as well as draft reply we had the honour to send to your Right Honourable Sir, we set out on our way in the evening around 7 o'clock, and arrived at 9 o'clock in the choultry of Connettoor, from where we broke camp again the next day at 7 o'clock because of the rain, arriving at 11 o'clock in the afternoon at Tripeloer and stayed there. In the evening at 9 o'clock we received a missive from Mr. Dormieux. The next day, being the 29th of the same month, we departed from there in the morning at 5 o'clock and arrived at 12 o'clock at the choultry of Matoe Caste, where the two last undersigned awaited Mr. Dormieux. In the afternoon at half past one o'clock, a servant of His Highness the Nabob was received, who came in His Highness's name to ask when they intended to arrive in Madraspatnam. The two last undersigned replied that they were awaiting Mr. Dormieux, and as soon as his Honour had arrived, they would come directly. Shortly after the departure of the aforesaid servant, a small note from Mr. Dormieux was received by a sepoy, in which his Honour stated that he hoped to see us this very afternoon. Hardly had the said note been read when it was reported that his Honour was approaching, wherefore we prepared ourselves for the reception, and had the good fortune to meet the said gentleman at two o'clock in the afternoon, accompanied by his Honour's son Johannes Marcus Dormieux, whom his Honour had also brought along because of his proficiency in the English language, and since he had been of very great use to his Honour in previous commissions. After having refreshed ourselves, we decided to set out on our way immediately tomorrow, and to deliver the protest, sent to us by your Right Honourable Sir, to the English ministry, but first to inform the Governor of our arrival by a missive, which we have the honour respectfully to offer to your Right Honourable Sir in translation under Lit. A. It was also resolved to treat nothing regarding our commission with the Nabob before and until we were armed with further orders from your Right Honourable Sir, for the reason that the Nabob had essentially engaged in acts of hostility, and thus our instructions completely lapsed. Yet since we could not be in Madras without meeting His Highness, and in such a case to inform His said Highness that we indeed were instructed on behalf of the Government of Nagapatnam to treat with His Highness, but that matters now having entirely changed their nature, we could not do so unless we were provided with further orders from your Right Honourable Sir, we then left the choultry of Connettoor on the 29th in the morning at half past five o'clock and arrived at 8 o'clock at the choultry of Tripannoer, where we dressed. And having deliberated on matters again, it was agreed, in delivering the protest, to have it accompanied by a small English note, which is also found among the annexes under Lit. B. Meanwhile, a servant of His Highness the Nabob came to offer us a small gift of flowers, and asked after our health in the name of His said Highness, which was returned with a polite compliment and a return gift of 3 Pagodas. At nine o'clock we set out on our way again, and arrived at 11 o'clock at the garden of the English East India Company, where we were awaited by the personal physician Mr. Boseval and two prominent Brahmins of His Highness, in the name of His Highness. The said gentleman informed us that His Highness had prepared a house for us, whither he said he would escort us, but we made it known that we had to go first to the Lord Governor, Mr. Wynch, whither he then also accompanied us. Immediately upon our arrival, the first undersigned delivered the protest on behalf of the Dutch Company. Upon the delivery, the said Governor asked in the Portuguese language what paper that was. The first undersigned replied that his Right Honourable Sir would perceive such from the accompanying English note. Having examined the said note, his Right Honourable Sir said, I see that it is a protest, whereupon the first undersigned replied that he, together with Messrs. Blaaukamer and Johnson, were commissioned on behalf of the Governor and Council at Nagapatnam to deliver the same. Furthermore, the Lord Governor Wynch said that he would examine the same and would send such answer as he should deem fit. This commission thus having been executed, we prepared to leave, but Mr. Wynch kindly persuaded us to tarry a little longer, taking the first undersigned cordially by the hand up to two times. In the meantime orders were given, and we were saluted with 11 cannon shots, whereupon we took our leave, and the Governor requested us to come dine with him on Monday, which we accepted. From there we were brought by the aforesaid personal physician of His Highness, Mr. Boseval, to the house that His Highness the Nabob had caused to be prepared for us.
Dutch transcription
361 kelijk g'oordeeld hebben uwel Ed: Gestr: tot hoog desselfs speculatie te laaten toe„ komen, inhoope, dat sulke tijdingen uwel„ Edele Gestr: in deese nedelige omstandighee„ den tot eenige vergenoeging, mogen strek„ ken waarmeede verblyvende, d' Eere hebben ons met een diep ontsag te teekenen /:onderstond:/ Als Vooren /:was geteekend:/ P: J: Donmicux Wm W„m Maaukamer en H: A: Johnson /: in margine:/ Madraspatnam den 31. ' 8br: 1773. Nagapatnam Aan Als Vooren Ons laaste van den 27. deeser, op gemelde datum, na het depecheeren van zijn Hoog„ heijd des Nababs Cameel ruijer (:welke brief wij in Origineel, Translaat, als Con„ cept andwoord d' Eer hadden uwelEd: Gestr: te laaten toekomen :/ begaeven wij ons savonds ongeveer 7. uuren op weg„ en kwamen om 9. uuren in lomettijs - frauderij, van waar wij weeder Panderen daags om 7. uuren opbraaken, om de wille de 5 eself heijd 4 des reegens, arriveerende wij om 11. uuren middags te Tripeloer en bleeven aldaar 's avonds om 9. uuren, ontvingen wij een missive van d' Heer Dormieur e Des anderen daags den 29„e dito ver= trocken wij van daar 's morgens om 5. uure en quaamen om 12. uuren op matoe Cast Gauderij weerwaards de twee laastgeteek dens d' Heer Dormieur opwagheden 's middags om half twee uuren ontfing men een dienaar van sijn Hoogheijd den Nabab, welke uijt hoogst desselfs naam kwam vraagen wanneer op madrasp=m dagten te komen, de twee laast gebeekende repliceerde, dat sij d' Heer Dormieux waa ren wagtende soodra sijn E. Soude g'arr vier d' sijn, sijals den direct omen souden komen Voor Kortna het Vertrek van voorsz: dienaar „ men bekwam met een sipaaij een klein briefje Heer van de Heer Dormieux waarin sijn E: meldede, dat nog heeden middag ons hoop te te sien Naauwlijx was gem: briefie geleesen of men E 363 men Rapporteerde, dat sijn. E: naderde, wer„ halven ons tot de receptie gereedmaakten en hadden het geluk Hoogst gemelde heer om twee uuren 's namiddags te ontmoeten verseld van sijn E: soon Johannes Marcus Dormieux welke sijn, E: meede genoomen had, om desselfs bedreevenheijd in d' Engelde Taale, en dewijl hij sijn E: in voorgaande Commissien van seer veel nuet geweest was Na sig ververscht te hebben, beslooten wij om ms direct morgen op weg te begeeven en het Protest, door uwel Ed: Gestrenge ons toegesonden, aan 't Engels ministirum overtegeeven, dog eerst de gouverneur door een Missive van onse aankomst kennis te geeven J: welke d' Eer heb ben uwel Ed: Gestr: in Translaat onder L: A: Eerbiedig aante„ bieden, ook wierd beslooten niets specteeren„ de onse Commissie met de Nabab k hande„ len, voor en al eer wij met nadere ordre van uwel Ed: Gestr: g'armeerd wierden, om reedenen de Nabl sig wesendlijk vok d= daadelijkheeden, begeeven had en dus onse 2H instructie ten eenemaal verviel Dog terwijl wij in madras niet konden sijn sonder sijn Hoogheijd te rencontreer en in sulk een geval gemelde sijn Hooghei te berigten dat wij wel van weegen de Re¬ geering van Nagapatnam g'instrueerd waren, met sijn Hoogheijd te handelen, dog dat de saaken thans geheel van ge„ daante veranderd sijnde, sulx niet konden doen, ten sij wij met nader ordre van uwel Ed Gestr: gemunieerd wierden, wij verlieten dan den 29.:' Smorgens om half ses uuren Commetrie sjaliderij en arrivierden, om 8. uuren in de fjauderij van Tripannoer alwaar wij ons kleede den; En weeder over saaken gedelibereerd sijnde, wierd verstaan in het overgeeven van een Protest een klijn Engels briefje het selve te laten versellen, wel ke almeede onder de bijlagen Cub L:a B: g: vonden word, ondertusscnen kwam een be¬ diende van sijn Hoogheijd de Nabab ons een klijn schenkagjie van bloemen aanbed„ den, en vroeg uijt hoogst gem: naam, na onse gesondheijd. 565 gesondheijd, welke met een beleefd Compliment en een Contra geschenk van 3. Pag: te rug gesonden wierd Om Neegen uuren begaaren wij ons weeder op weg, en quamen om 11. uuren aan de thuijn van d' Engelsene Oost Jndische Comp:e, werwaards door den Lifmedicus de Heer Boseval, en twee voornaame Bramineesen van sijn Hoogheijd uijt Hoogst desselfs Naam: op gewagt wierden. „ Heer gemelde „ maakt ons bekend, dat sijn Hoogheijd een „rop Huijs voor ons g'apneerd had, werwaards seijde, ons te sullen geleijden, dog wij gaaven te kennen eersteijden Heer Gouverneur de Heer Wijnsch te moeten gaan, waarheen hij ons dan ook verselde Direct bij onse aankomst Leeverde den eerste Teckenaar daeks het Protest over uijt naam van de Nederlandsche Comp:e, bij den overgaaf vroeg gem: gouverneur, in de Portugase taal dat Papier dat dat was d' Eerste Weeken „zijn d naar repliceerde dat Ed: Gestr: sulx uijt nee„ sonde vens gaand Engels brieff soude ontwaaren, # gem: briefje ingesien hebbende seijde sijn Ed: H Sr: den half n heijd Gest: ik sie dat teen Protest is, waarop door de Eerste Teekenaar g'andwoord wierd dat beneffens de Heeren Blaaukamer en Johnson tot overgave van het selve van wee¬ gen de Gouverneur en Raad te Nagapat=m gecommitteerd waaren, wyders zeijde de Heer Gouverneur Wijnsch, het selve te sullen nasien en soodanig andwoord te sullen laten toekomen, als goedvinden soude Pus deese Commissie verrigt sijnde maaksten wij ons gereed, om heen te gaan, dog de Heer wijnsen percuadeerde ons Vriendelijk nog een wijnig te vertoeven, den eersten teekenaar tot twee maal toe Vriendelik bij der hand vallende ondertusschen wierd er ordre gesteld, en wij wierden met 11. Canonschooten gecalueerd waarop wij ons afscheid naamen, en de gou¬ verneur versogt ons op maandag bij hem te komen spijsen, 't welk wij acceptteerden Van daar wierden wij door de voorsz. Lijf m dicus van sijn Hoogheijd de Heer Boseval na het Huijs gebragt, dat sijn Hoogheijd de Nabab: voor ons had laaten vervaardi= gen
English
where we found everything in readiness for the midday meal, so that we ate there in the company of Mr. Boscawen and two other English gentlemen. A little before eating, we were presented by the Nabob with some fruits and Moorish dishes. Furthermore, we deemed it proper to send the Courantier and the Persian writer to the Nabob to pay His Highness a compliment, to give notice of our arrival, and to request that His Highness might please determine a time when we should have the honor of waiting upon His Highness. In the afternoon, we received a report from the Courantier and mullah, which respectfully accompanies this under C. Translation under L. Furthermore, we respectfully request that it may please Your Right Honorable Sirs to provide us at the first opportunity with such positive orders as Your Right Honorable Sirs shall deem appropriate in these current circumstances, and to what extent our accompanying instructions are applicable in this juncture of time. Wherewith we have the honor to subscribe ourselves with the most profound veneration. Was signed: As before. In the margin: Madraspatnam, the 31st of October, Anno 1773. Nagapatnam. To as before. We had the singular fortune to receive Your Right Honorable Sirs' highly honored letter dated the 27th of the past month on the 1st instant, from which we saw with the greatest pleasure that our adopted resolution, which we had the honor to report in our respectful writing dated the 31st past, fully answered Your Right Honorable Sirs' intention, to which we respectfully refer. The missive to the English ministry of which Your Right Honorable Sirs were pleased to make mention in Your most respected last letter, we declare not to have received; regarding which we refer to our letter sent to Your Right Honorable Sirs by the last two peons from Sadraspatnam dated the 27th of October, in which it is specified alongside the original protest of the English. We cannot see that we have thus far been given any cause to retire from here for a time according to Your Right Honorable Sirs' given authorization, as the treatment both by the Nabob and the English gentlemen continues to be polite; yet should we perceive any decrease in that respect, which would certainly indicate a diminution of esteem, we shall in such an unexpected case conduct ourselves according to Your Right Honorable Sirs' intention. We herewith offer Your Right Honorable Sirs the duplicate of our latest of the 31st past, as well as a note that reached us privately yesterday, regarding which we await Your Right Honorable Sirs' orders, and have the honor to be with deep veneration. Was signed: As before. In the margin: Madraspatnam, the 5th of November, 1773. P.S. We respectfully accompany this with a translation of an English note dated the 1st of November, sent to us by the ministry here. Nagapatnam. To as before. This accompanying missive dated the 5th of this month... to come to such an extremity, by which act the English gentlemen had made themselves guilty of an open breach of treaty and peace. That gentleman answered that the ministry was not so much to blame as people thought, but that everything was pressed through by the royal authority, further assuring that notwithstanding all this, affairs would shortly come to a desired conclusion, further expressing his displeasure both over these occurrences and regarding several other bad prospects concerning the English nation. On the 6th of this month, the envoys of Hyder Ali Khan arrived here, who were admitted directly to an audience, though their visit was very short. We also have the honor to offer Your Right Honorable Sirs herewith an account from the Persian writer, just as the same was extracted from his own mouth. It is said that the Brigadier General of the English, Joseph Smith, arrived the evening before yesterday at his country house. Yesterday, one of the sepoys whom Your Right Honorable Sirs sent here on mission handed us these enclosed olas, with the request to enclose the same in our missive, as we then also have the honor to let them accompany this. At this very moment, we are informed by a trustworthy person that the Nabob yesterday received the news that the negotiations concerning the lands ceded by the King of Tanjore to the Dutch Company have been brought to a conclusion on such conditions as were thought to serve to the satisfaction of both sides. On that occasion, we also learned that the Admiral on behalf of His Britannic Majesty, residing here as the chief agent of the same, having knowledge of the aforementioned dispute, had submitted a protest in his defense to the Governor and Council, by which he held the ministry here responsible for all the discords that might arise from this dispute between the two nations in Europe, and that the Governor and Council would have urged the Nabob here to settle the claim of the Dutch Company according to law and equity in the speediest manner, so that they will hold him accountable for all the evil that might happen through his doing. We take the honor to subscribe ourselves with deep respect. Was signed: As before. In the margin: Madraspatnam, the 13th of November, 1773. Lower: P.S. We offer Your Right Honorable Sirs in all submissiveness a report that we obtained after preparing this, just as it was about to be dispatched; we receive several consistent reports that the Nabob is said to be sick and full of anxiety. Nagapatnam. To as before. Since our last respectful writing of the 13th of this month, nothing worthy of Your Right Honorable Sirs' attention occurred, but the evening before yesterday...
Dutch transcription
567 gen, daar wij alles tot het mid tagmaal in ge„ reedheijd vonden, dus wij daar in gevelschap van de Heer Boscval en nog twee Engelse Heeren aaten. Een wijnig voor den Eeken wierden wij door den Nabald met eenige vrug„ ten en moorstne geregten bejcnonken Wijders vonden wij goed de Courantier en de Persiaans schrijver na den Nabab kesen„ den om Hoogst deselve een Compliment le maaken, van ons arrive berigt te geeven en te versoeken dat sijn Hoogheijd ons een tijd geliefde te bepaalen, wanneer wij d' Eer sou„ den hebben zijn Hoogheijd op ke wagten, sna= middags ontvingen wij van de Courantier en molla berigt het welk deesen Eerbiedig in C:s versellen Translaat onder L„ Verders versoeken wij Eerbiedig, dat het uure„ Edele Gestr: behaagen mag ons bij eerstkomen„ De geleegendheijd met soodanige Positive ordres o te voorsien, als uwel Ed: Gestr: in deese tijds omstandigheijd sullen goed vinden, te behooren, en hoe verre onse meede gegeevene instructie in deese Conjentture des tijds toepasselijk is: waar de i Waarmeede d'Eene hebben, ons met de merk vincratie te teekenen /:onderstond:/en was getre„ kend:/ Als Vooren /:in margine:/ Madrasp=n 773 den 31„e octbr: A„o 1773 Nagapatnam Aen als Vooren Wij had den Jingulier geluk uwelEd: Gest:r Cer g'Eerd Letteren de dato 27: ' der gepasseerde maand, den 1:' epr te ontfangen, uijt welke met de grotste vergenoe= ging zaagen, dat ons genoomen besluijt, waar= aan wij d' Eer hadden in ons Eerbiedig schrijven de dato 31. p„ te melden ven vollen aan uwel Ed gestr: intentie b'andwoorde, aan welke wij ons Eerbiedig refereeren De missive aan het Engels ministerium waar van uwel Ed: Gestr: in Hoogst deselve laast Letteren gewag gelieven te maaken, betuijgen wij„ niet te hebben ontfangen, waaromtrend ons refe„ reeren aan onse Letteren, door de twee laaste vel„ kenaars van Sadrasp:r de dato 27:' octbr: aan uwelEd: Gestr: gerigt, en bij welke 't neevens het origineel Protest der Engelsene gespecificeerd staat Wij C 569 Wij kunnen niet sien dat ons tot nog toe wee„ den gegeeven word, om ons volgens UwelEd: Gestr: gegeevene qualificatie, van hier voor een tijd t retireeren, wijl de behandeling soo van de Napal als de Heeren Engelsen Continueer be¬ leefd te sijn, dog soo wij daar omtrend eenige ver¬ e ƒ mindering mogten bespeuren, dat seekerlijk een vermindering van agting zouw te konnen geeven, soo sullen wij ons in soo een onverhoopt geval na uwel Ed: Gestr: intentie gedragen Wij bieden uwel Ed: Gest: herneven het de pali„ caal van onse Jongste van den 31:e p„l als ook een biljet, 't welk ons gisteren onderhands is toegekomen, waar omtrend Uwel Ed: Gestr: ordre afwagten, en hebben d' Eere met diepe veneratie te zijn /:onderstond:/ en was geteekend:/ Als Vooren /:in margine:/ Madraspatnam den nog P: S: Deesen laten wij Eerbiedig ver„ 5. 9br: 1773. sellen een Translaat Engels briefje gedateerd 1. 9br: ons door het ministereum alhier tegevonden Angapatnam Aan als Vooren Deese neevensgaande missive de dato 5. daser N=obbe g men, met de Compe tot soodanige uijtterste n: tb pr komen, door welke daad de Heeren Engelsen sig aan het opentlijk band en vreede breuk hadden schuldig gemaakt; Dien Heer Thien andwoordede: dat het ministerum soo schuldig niet aan was, als men wil dagh, maar dat alles door het koninglijk gestg doorgedrongen wierd, verders verseekerende dat onaangesien dat alles, de saaken bin nen korten een gewenscht eijnde soude neemen, verders sijn misnoegen te kennen geevende soo over deese voorvallen, als omtrend verscheijde andere kwaade vooruijtsigten de 1 Engelse Nakie betreffende den 6. deeser arriveerden hier de gesan„ ten van Heijder Michan, welke direct ter audientie sijn toegelaaten, dog hun besoek vrd was seer kort, ook hebben wij d' Eere uwel Ed: Gestr: hierneevens aantebieden een opgaave van den Persiaans schrijver, soo als het selve uijt desselfs mond g'excrspeerd 15 Men segd, dat de Brigadien Generaal der Engelsen 573 Engelschen Joseph Smith Eergisteren avond 7d in desselfs buijten Hluijs was g'arriveerde Gisteren wierd ons door een der Jipaaijs wel„ ke uwel Ed: Gestr: alhier tot Landschap uijt„ gesonden heeft deese inleggende olas over„ gegeeven, met versoek deselve in onse mis„ sive te sluijten, gelijk wij dan ook d' Eer hebben, deselve deesen te laaten versellen Door een sehuur Persoon word ons op dit oogen„ „ dat blik berugt, den Nabab gisteren de tijding ontfangen heeft dat de onderhandeling over de Landen door den Koning van Tansjoer aan de Hollandsche Maatsconappij afge„ staan, tst een besluijt gebragt zijn op sooda„ nige voorwaarde als men vermeende tot beij- der seijdens genoegen te sullen strecken, wij ver„ e naamen bij die geleegendheid ook dat den ad„ miraal van weegens sijne Brittannische ma„ resteijt als hooft desselfs Agent alhier woon„ agtig zundschap hebbende van het op ge„ meld geschil ter Cijner verdeediging een pro. test, aan den Gouverneur en Raad hadinge diend diend, bij dewelke hij het ministerium alhier rend ver 8 verandwoordelijk stelde, voor alle d' oneenig hee den die uijt det geschile Visf in de twe Naa in Europa mogten voortvloeijen, en dat hier den Gouverneur en Raad den Nabas sonde aangedrongen hebben, om de Pretentie van Hollandse maatscnappij, na regt en billijk heij p op de spoedigste wijse afkmaaken, soo dat se h aanspreekelijk sullen stellen, voor al het kwaad dat door sijn toedoen mogte gebeuren Wij neemen d' Eere van met diep ontfag ons te schrijven /:onderstond: en was geteekend: Als Vooren /:in margine:/ Madrasp:r den 13. 9br: 173. /:lager:/ P: S: Wij bieden uwel Ed: ge in alle onderdaanigheijd aan een berigt dat wij na het vervaerdigen deeses soo als deselve stond afkegaan kwamen te erlangen; Wij krijgen verscheijde overeenstemmende tijdingen dat den Nabab siek en vol sorge souw weesen Namipatnam Aan als Vooren 'Tseederd ons laast Eerbiedig schrijvens van den 13. deeser, gebeurden er wiets uwel Ed: Gestr: assentie waardig, dog Eergisteren avond h derde
English
we had the singular pleasure of receiving a servant of His Highness the Subah, who reported to us on behalf of His said Highness that the matters between the Honorable Company and the said Subah were settled to mutual satisfaction, over which we expressed our joy, and sent the said servant back with a compliment. The following day His Highness made known to the Courantier and Molla of Palliacatta, whom we had sent according to custom to inquire after his health and at the same time to thank him for the said report, that when his son should arrive here, he would then meet us. This morning we were informed by the Courantier that the Vakil of the Marathas, who seemed to have placed some reliance on the troubles being between the Subah and the Honorable Company, appeared to have expressed himself about that to the Subah; but the Subah proved that the Vakil's reliance was without foundation by showing the missive of his son, indicating the settlement of matters between His Highness and the Honorable Company. We have the honor to present herewith to Your Right Honorable four letters from the Courantier and an ola from the peon left here for intelligence by Your Right Honorable, successively received; as well as a paper privately sent to us by the three deserters mentioned in our respectful letter of the 5th of this month. After having commended Your Right Honorable's person and the Company's precious interests to the protection of the Almighty, we have the honor to sign this with deep respect. Was signed: As before. In the margin: Madraspatnam, the 27th of November 1773. Lower: P.S. This enclosure having been received under cover of the first signatory of the North, we have the honor to present the same herewith humbly. Nagapatnam To as before On the 29th of the past month arrived here Umdat ul-Umara Bahadur, son of His Highness the Subah of the Carnatic, being waited upon the day before his arrival at the Great Mount, a hill 4 hours from here, by the Governor Wynch and several gentlemen of distinction. The following day we sent, according to custom, to inquire after the health of His Highness the Nawab, and at the same time we had him congratulated on the arrival of his son, for which the most friendly thanks were returned. On the 1st of this month, being yesterday, the said Umdat came to the Company's garden, when he was saluted with 17 cannon shots. Also at 12 o'clock noon a prominent Brahmin came to visit us on behalf of the Nawab, who made known that for a long time great friendship had resided between the Honorable Company and His said Highness, which was now confirmed even further, and that His Highness wished to live in as close an alliance with the Dutch Company as with the English Company. Further, the said Brahmin said that since Umdat ul-Umara Bahadur, son of His Highness, had arrived here, His said Highness would gladly see that we first pay a visit to the said Umdat, and that His Highness then also wished to meet us; to which we replied that thus far we had received no news nor further orders from Nagapatnam, and therefore requested that His Highness be pleased to postpone it for so long, which was not only granted, but even left to us whenever we should think fit. Currently, the rumor runs strongly here that the Marathas have moved down to the River Krishna with a formidable force; it is also said that General Smith is to depart for Trichinopoly at the earliest opportunity, in order to hold himself ready there with the army. To as before Nagapatnam We have the honor to accompany this with a missive from the Courantier, and there being nothing further worthy to report to Your Right Honorable's attention, to call ourselves with deep respect. Was signed: As before. In the margin: Madraspatnam, the 2nd of December, Anno 1773. We found ourselves favored with Your Right Honorable's highly esteemed letter of the 25th of the past month, accompanied by the contract entered into with Madarul-Mulk, and the further appendices belonging thereto. And in pursuance of the order contained therein, we informed the Subah the day before yesterday that we had received report from Your Right Honorable that all disputes arisen between the nation and him were amicably settled, and we thus requested to be allowed to pay our respects to His Highness. Thereupon he not only repeated to us his already declared intention that we should pay a visit to his son before we presented ourselves to him, but even appointed that same afternoon to accomplish that visit, and sent us toward four o'clock two of his principal servants to conduct us to the said Madarul-Mulk. Thus, wishing on our part to avoid any cause for displeasure, we found ourselves compelled to comply with the desire of the Subah; and we consequently paid a visit to the Nawab's son at the appointed time, who received us affably and made many protestations regarding the friendship that had now again been established between him and the Dutch nation, and which he assured us he would cultivate on his part by the faithful maintenance of all the old privileges of the Dutch Company. Further, he made known to us that although all disputes arisen here on the Coast between him and the Dutch nation were indeed entirely cleared out of the way, nevertheless something still remained regarding the pearl fishery, about which he gladly wished to enter into negotiation with us; but we declared to him for the present to be entirely unauthorized for any negotiation whatsoever, and on
Dutch transcription
575 den wij het singulier genoegen een bediende van sijn Hoogheijd den souba te ontfangen welke ons uijt Naam van Hoogstgemelde sijn Hoogheijd Rapporterde, dat de saaken tusschen D' E Comp„e en gem: souba tot wee„ der sijds genoegen waaren afgedaan, waar over wij onse Vreugde te kennen gaven, en sonden gem: bediende met een Compliment terug, sdaags„ daaraan gaf sijn Hoogheijd te kennen aan den Courantier en molla van Palliacatta die wij om volgens gewoonte na sijn welstand te verneemen, en teffens voor genoemd berigt te bedanken gesonden hadden, dat wanneer sijn zoon hier mogt arriveeren ons dan te sullen ontmoeten Heeden morgen wierd ons door den Courantier be¬ rigt dat de wakiel der marattijs (:welke eenig ver„ trouwen scheenen gesteld te hebben op de onlusten sijnde tusschen den souba en DE Comp:e: bijden oube„ sig daar omtrend scheen te hebben uijtgelaten, dog den soubon bewees dat des Wakuels vestroe. wen van geen fundament was, door de missive van desselfs soon, specerende afdoening der saaken end 13. d selve Virg den den saaken bussen sijn Hoogheid en d'EComp=e te vertoonen wij hebben dEen uwel Ed. Test: hiernerm aankbieden vier briefen van den Courantier en een ola van den Pion door uwelE d Gestrenge alhier op kundschap gelaten, successive onk„ fangen; Als meede een Papier, ons door de drie deserteurs waarvan in ons Eerbiedig schrijvens de dato 5:' hujus gewagmaakten, . Onder de hand toegeschikt Na uwel Ed: Gestr: Persoon en sComp„s dier- baare belangen in de bescherming des aller„ hoogsten te hebben aanbevoolen, geeven wij ons d' Eer deesen met een diep ontsag te teelen nen /:onderstond:/ en /: was geteekend:/ Als voo„ ren. /:in margine:/ Madraspatnam den 27. 9br: 173. /:lager:/ P: S: deese inleggende onder Couvert van den eersten teekenaar van de Noord ontfangen sijnde, hebben wij d' Eere deselve hierneevens onderdanig aanbelieden, Nugapatnam Aan als Vooren Den 29. der gepasseerde maand arriveerde al¬ Kier 57 hier Amiroel Oemra Bahadoer zoon „den souda van sijn Hoogheijd van Carnatira, werden„ de Ddaags voor sijn aankomst, op de groote monti /: een borg 4. uuren van hier :/ door den Heer Gouvrneur Wijnsh en versoneijde Heeren van distinctie opgewagt Des anderen daags zonden wij na gewoont om na de welstand van sijn Hoogheijd den Nabab te verneemen, en teffens lieten wij hem met d'aankomst van deselfs soon fili¬ 2 citeeren, waarvoor op het Vriendelijkste bedankt Den 1. deeser sijnde gisteren, kwam gem„te Amiroel in de Comp„e Thuijn, wanneer hij met 17. Canon schooten gesalueerd wierd. ook kwam smiddags om 12. uuren een voornaame Bramine uijt naam van den Nabab ons besoeken, welke te kon„ nen gaf. Dat er 'tseederd langen tijd een groote Vruendschap tusschen DE Comp=e E en welm„t sijn Hoogheijd geresideerd had, en die nu nog nadere bevestigd wierd, en dat zijn Hoogheijd wenstite in sulk een naauw d' al„ naauw verbond met de Hollandsz Compe te leeven als met d' Engelsz Comp:e, wij ders seijde gem: Bramine, dat dewijl Am¬ roel Oemra Chadaar zoon van sijn Hoog„ heijd alhier aangekomen was, gemelde e sijn Hoogheijd gaarne soude sien, dat wij eerst een visite bij gem:te Ameroel afleijden en dat sijn Hoogheijd, dan ook ons winst te te ontmoeten, waarop gerepliceerd hebben, dat het nog toe geen tijding nog nader ordre van Nagapatnam ontfange hadden, en dus versogten dat sijn Hoog heijd het soo lange gelieve lijfte stellen, het geen niet alleen toegestaan wierd, waarselfs ook aan ons gelaaten, wan neer sulx goedvinden zouden Thans loopt het gerugt alhier sterks dat de maratters tot de Revier Kistna Con den afgesakt sijn met een formidable magt, ook segd men dat de Generaal Srmith met den Eersten na Tritsjenapalij Staal te begeeven, om sig aldaar met het Leeger gereed te houden R 579 8 Aan Als Vooren Nagupuitnam Wij hebben d' Eer: deesen ke laaten weisel„ len van een missive van den Courantier, en niets verder uwel Ed: Gestr: attentie waardig te melden sijnde, met die pe ont= sag ons te noemen /:onderstond en was getee„ kend:/ Als Vooren /: in margine madraspat=n Den 2.:' December: A„o 1773. Wij vonden ons verleed met uwel Ed: Gestr: seer g' Eerde brief van den 25. der verleede maand, verheld van het Conrct met den Heer Madaroel moell aangegaan, en de verdere daartoe gehoorende bijlaagen. En in gevolge van het daarbij vervat bevel, hebben wij Eergisteren den Heer souba laaten verwittigen, dat wij van udel Ed: Gestr: berigt ontfangen hebben, dat alle geschillen tussenen de Natie en hem ontstaan, in der minne afgedaan waren, en wij alsoo versogten om onse opwagting bij sijn Hoog= heijd te moogen maaken, Hij liet daarop niet alleen sijn reeds beheijgde inbenti, om sijn soon een besork regeeren, eer wij ons bij hem begaven aan ons te herhaalen, maar bepaalde selfs dienselve nademiddag om dat besoekte de volbrengen, en sond ons teegens Vier uuren twee sijner voor mp eerd 9 na fange oog. Vllen 4 li voornaamste bediendens, om ons bij gemelde Heer madaroel Moelk te geleijden. dus van onse zeijde aanleijdingen tot misnoegen willende vermeijden, den wij ons genoodsaakt aan de begeerte van den souba ke voldoen: en wij sijn dienvolgens op de be pa de teijd bij des Nababs soon een besoek wesen, ge ven, die ons minsamelijk ontving, en veele betuijge gen deed over de vriendschap die tusschen hem en de Hollandse Natie thans weeder had frand gequ pen, en welke hij ons verseekerde van sijne seijde te sullen aantweeken door de vrouwe handhaving van alle d'oude voorregten van de Hollandscne Maatschappij Wijders gaf hij ons te kennen dat scnoon alle geschillen hier ter Custe tussen hem en de Not landse Natie ontstaan, wel geheelijk uijt den weg geruijmd waaren, egter nog thans ten opsigt van de Paarl visschenij its overbleef, daar hij gaarne met ons over in onderhandeling wensch te treeden, dog wij betuijgden hem voor het we„ genwoordige in het geheel tot geene onder¬ handeling hor genaamd bevoigd te weesen, en op
English
To his question to what end our mission was then properly directed, we answered him that our commission related solely to the matters decided by Your Right Honorable, and that nothing now remained for us of that except the compliment of congratulation to the Souba on account of the conquest of Tanspoer, to which we hoped, according to His Highness's promise, to be received on the following day; whereupon followed some further expressions of friendship on the part of the Nabab's son, from whom we took our leave immediately. The following day we were, according to promise, fetched by the same commissioners at nine o'clock in the forenoon and escorted to the Souba, who not only received us very favorably but also expressed in the strongest terms his affection for the Dutch nation, and assured us that it would always be pleasant for him to be of any service regarding the interests of the Company. And with respect to the Pearl Fishery His Highness said only that whenever it pleased the Company to settle that matter by some negotiation, he would always be found inclined to it. We also offered His Highness on that occasion the presents sent by Your Right Honorable, which he kindly received, as well as Your Right Honorable's letter, upon which he said that as our speedy return was requested therein, he would send us that same evening the counter-present with the letter to Your Right Honorable, which also took place yesterday evening, the present consisting of a horse and two packages sewn in wax-cloth, all intended for the Right Honorable Lord Governor. Upon our departure from the Nabab he earnestly requested us to impart to Your Right Honorable on his behalf that it would be very agreeable to him if Your Right Honorable would be pleased to favor him with some cinnamon of the very best sort. Yesterday afternoon we also, pursuant to Your Right Honorable's recommendation, applied in writing to the English Ministry for a satisfactory answer to the Protest delivered by us, and had that letter delivered to the Lord Governor, who had been indisposed for some days, by the Bookkeepers Brouwer and Dormieux, who on their return reported to us that the Governor had stated that, on account of his indisposition and the absence of several Members of the Council, he was not in a position to determine when an answer thereto could be served; yet immediately we received the said answer, which we enclose herewith in translation for Your Right Honorable's honored consideration. We shall therefore have everything made ready to depart from here as soon as possible, so that pursuant to Your Right Honorable's orders everyone can return to his designated post. We have meanwhile the honor with all respect to be, [below stood:] and [was signed:] as before, [in the margin:] Madraspatnam the 7th December Anno 1773. Pursuant to our humble writing of the 7th instant, having made all possible haste, we have today been able to set out on our way from here again, so that each of us, according to the honored orders of Your Right Honorable, may return to his designated post. Nagapatnam To the same as before. The first received letter, addressed by Your Right Honorable to His Highness Mahomet Ali Khan, goes back herewith, which, as well as the kept journal together with the letter from His Highness addressed to Your Right Honorable with the presents belonging thereto, will dutifully be handed over to Your Right Honorable by the last signatory upon his arrival over there. The account of the expenses incurred by the humble undersigned, each of them will take the liberty, after arrival at their respective designated posts, to offer to Your Right Honorable in all humility. Hoping that our actions hitherto will meet with Your Right Honorable's honored approval, we take the liberty to call ourselves with great respect, [below stood:] and [was signed:] As before, [in the margin:] Madraspatnam the 12th December Ao. 1773. Agreed, W. van Wijnevelts No. 24. Translation of a Persian letter, written by His Excellency the Lord Mahomet Ali Khan; reading as follows. To the Lord Councillor who comes to me from and on behalf of the Lord Governor of Nagapatnam. On the 3rd of the month Sabhan, that is the 20th of October, a letter addressed to me from the Governor of Nagapatnam was delivered; therein it is mentioned that Your Honor was dispatched to congratulate me on the conquest of Tansjour: this is the news. Since the conquest of Tansjour a month and four days have now already been spent in managing affairs in the countries hereabout. That the realm of Tansjour should come under my power lay directly across the path. The friendship of the Dutch Nation has been of long standing. Until now I have exercised patience. If Your Honors are authorized to settle affairs, then appear before me; my favor shall be revealed to Your Honors. However, if it were only to be for the matter of congratulation, then remain at Sadras. Write quickly the answer to this letter; whatever decision may then be taken and whatever may be deemed proper shall become apparent thereafter. What news shall I write? [below stood:] for the translation according to the translation of the Persian writer Seah Miran, Madraspatnam the 22nd October 1773. [was signed:] Johannes Abrahamsz Bronsveld. [in the margin stood:] N.B. on the cover of the letter was the
Dutch transcription
581 op sijn vraag bot wat eijnde onse besending dan eijgent: lijk gerigt was, gaaven wij hem ten andwoord dat onse Commissie eeniglijk opsigt had op de saaken door uwel Ed: Gestr: beslist, en dat ons thans daar van niets overig bleef dan het Compliment van geluk wensening aan den souba weegens de overwinning van Tanspoer, waartoe wij hoop„ te volgens belofte van sijn Hoogheijd sdaags daaraan ontfangen te sullen worden, hierop volgde eenige verdere betuijgingen van Vriend schap van de seijde van Nababs zoon, van wien wij terstond afscheijd naamen Den volgenden dag wierden wij volgens toeseg„ „ging door deselvde gecommitteerdens om Nagen uuren in de voormiddag afgehaald en na den sou„ bageleid, die ons niet alleen seer gunstig ontving maar ook op het nadruckelijk ste sijne geneegend„ heijd voor de Hollandsr Natie betuijgde, en verseeken¬ de dat het hem altoos aangenaam soude sijn omtrend de belangens van de Comp„e van eenig mit te weesen. En ten opsigte van de Paartvisseneri seijde sijn Hoogheijd, eeniglijk, dat wanneer het de Compe behaagde, door eenige onderhandeling die die saak affedoen hij sig daarlze althoor gemed inde laten vinden Wij booden bij die gelegendheid ok ijn hoog hijden de gesevenden door UwelEd et: voor en etend die hij geneegentlijk ontfing, gelijk meede Uwel Ed: Gep missive waarop hij seijde, dat dewijl daarbij om onse spoedige terugsending versogt wierd, hij ons dienschv„ den avond het Contrageschenk met de brief aan uwel„ Edele Gestrenge soude toesenden, hwet geen ook gisteren avond geschiedede, bestaande het geschenk in een Paard en twee Pakjes in vaxdoek benaaijd alle bestond voor den WelEd: de 1: Heer ouverneur Bij ons vertrek van den Nabab versogt hij ons met nadruk om sijnentweegen aan uwelEd: Gestr: te bedeelen, dat hem seer aangenaam soude sijn, wan¬ meer UwelEd: besr: hem gelievde te gereeven met eenig Canneel van de allerbeste zoort Gisteren nademaddag hebben wij ook ingevolge uwel Ed: Gestr: aanbeveeling, ons schriftelijk bij het Engels Minsterium g'adrvriseerd on een vedenend andwoord op het door ons overgeleeverd Protest en die brief aan den heer Gouverneur die tseederd eenige dagen onpasselijk is geweest doen bestellen door d 583 de Voekhouders Brouwer en Dormieur, die ons bij hun kerugk omst berigte dat de Gouvaneur betuijgd had, mits sijn indispositie, en d' absentie van ver„ scheijde Leeden van den Raad, niet in staat te sijn om te kunnen vaststellen wanneer daar op van andwoord te dienen, dog opstonds ontfangen wij gem: andwoord 't welk wij deesen in Translaat tot uwel Ed: Gestr: g'eerde speculatie laten versed gaan„ Wij zullen dier halven alles in gereedsteijd doen bren„ gen om ten spoedigsten van hier te vertrecken, op dat ingevolge uwel Ed: Gestr: ordre een ieder na sijn be„ scheijdene plaats kan verug Keeren Wij hebben Middelerwijl d' Edre met alle Eerbie„ digheijd kzijn /:onderstond:/ en /:was geteekend:/ als Vooren /:in margine:/ Madraspatnam den 7:' Decbr: A„o 1773. — Jngevolge ons onderdanig schrijvens vaon den 7. dasen alle mogelijke spoek gemaakt hebbende, sijn wij heeden in staat geraakt van hier weeder op weg te begeeven op dat een ieder onser na de gevenereerde ordre van uwel Ed: Gesr: ter sijner bescheijdene dst retommere Nagapatnam Aan als Vooren EE an nige door De Eerst ontfangene brief, door uweEd: Gest: aan sijn Hoogheijd Molhomer Mijchars gerigt, gaat van der verug, welke soo wel als het gehoudens dagver„ haal beneevens de brief van sijn Hoogheijd aan uwel Ed: Gestr: gerigt met de daarbij gehoorende Ge„ Schentom, door den laasten Teekenaar bij sijn aan¬ komst a Costij aan Uwel Ed: Gestr: Sechuldpligtig sal werden g'intrageerd De Reekening, der door de needrige rekenders ge„ daane ongelden, sal een ieder hunnee de vrijheijd ge„ bruijken, nakrug arrive op derselver bescheydene Posten uwelE d: Gest: in alle onderdanigheijd aan„ bieden Jnhoope dat onse verrigtingen tot dus verrede g'eerde goedk eure van uwel Ed: Gestr: sal komen wigsedragen, matigen wij d' Ede aan, met veel ontsag ons te noemen /:onderstond:/ en /: was getee„ kond:/ Als Voorn /:in margine:/ Madraspat= den 12. . December Ao. 173. Accordeerd W uyneveltse sa No. 24. 85 383 Translaat eener Persiaanse, brief, geschreeven door zijn Excellentie de Heer macho„ „meth aliechan; Luijdende als volgd. Aan de Heer raed die uijt naame en van weegen de Heer gouverneur van Nagapatnam tot mij komt Den 3: van de maend Sabhan /:dat is den 20: october :/ is van de Gouver„ „neur van Nagapatnam een brief aan mij gerigt, aangebragt; Daar bij staet vermeld dat UE: gedepecheerd was om mij met de overwinning van Tans jour. te vergelukken: dit is het nieuws Na de overwinning van Tans Jour is nu al een maand en vier dagen door ge„ „bragt met de beheering der saaken in de landen hier omher Dat het rijk van Tans Jour onder mijn mijn magt kome lega dwars in de weg De vrundschap van de Hollandse Na is van veele teeden af, Tot nu toe heb ik pa„ „tientie geoeffend. Indien uwEd:s gewettigd zijn tot af„ doening van saaken zoo verscheijn voor mij mijn gunst zal uEd:s ontdekken. Evenwel, als maar ter saake der ver„ gelukking mogt komen, vertoeft dan op Saaras Schrijf haastelijk het antwoord op deese brief wat besluijt er dan vallen, en hoedaanig goedgedagt werden mogt zal daarna te blijken komen wat nieuws zal ik schrijven /:onderstond:) voor de oversetting volgens vertaaling van den Persiaans schrijver seah miran Cadras „patnam den 22: october 1773. /:was geteekend Joh:s Abrahamsz Bronsveld /:in margine t0 stond:/ N=s op het Couvert van de brief stond het
English
the address as mentioned herebefore, and alongside it the date, being also the 3rd of the month Sabhan a:o 1187: Translation of a Persian letter written by His Excellency the Lord Mahomet Alichan, this address being dated the 7th of the month Sabhan that is the 24th of October reading as follows: The letter written by Johnson, Member of the Council at Nagapatnam, who comes to me, was delivered in the afternoon on the 7th of the month Sabhan that is the 24th of October. Therein was mentioned: That you were ordered by the Governor of Nagapatnam to go to me together with the chiefs of Palliacatta and Sadras, but that you, for the reason that you had not yet received any orders in that regard, could not report otherwise, as well as that you, for the sake of the rainy monsoon, had departed from there in haste before the rain arrived. This I have understood. It is already one month and nine days ago that we, by God's grace, conquered the Castle of Tanjore's realm; one has thus long looked out for the grand people of Nagapatnam called sjokant; but the time has been spent with letters and messages from that side. The lands under my Tanjore realm are not yet settled. In order to make haste, I have granted my two eyes Amiroel Oemera Bhadoer permission to depart from Tanjore to Triwaloer. He has informed the Governor to vacate the lands. It is already more than 15 days since my two eyes arrived at Truvaloer: He has made known to me by peons that no satisfactory answer was given from that side of the Governor. You have been sent to me, but from what you have written it is to be understood that you do not have full power, and that because of the rain you have decided to come here quickly: I have also written to my two eyes that, since the rainy season intervened, he should leave Truvaloer with the army and go to Nader, which lies close to Nagapatnam, and bind the toornams on the dependent places of Tanjore. Between me and the Dutch nation, friendship has resided for a long time. I am a just person, and am inclined by right to cause the monies issued on lands and precious stones to be obtained back; therefore it will be unjust if the lands are not vacated thereupon, and through that, this friendship will also cease. My two eyes is also inclined to the above-mentioned; turn back therefore, go to my two eyes in the army and inform the Governor of Nagapatnam to vacate the lands held in hand, to return the papers taken thereof from Toolaasie at his discretion, so that thereby the friendship that has always subsisted may henceforth increase, and you shall then win my favor. Below stood: for the translation according to the translation of the Persian scribe Jean Miran. Sadraspatnam the 25th of October 1773. was signed: Joh:s Abrahm. Bronsveld Agreed W Huijnevelt No. 25 Copy Draft reply to His Excellency the Nabab of Arcadoe Mahomet AliChan, dated 22 October 1773: After preceding compliments. Regarding the commission to which I have the honor of being appointed alongside the chiefs of Palliacatta and Sadras, the Messrs. Dormieux and Blaaukamer, to meet Your Excellency, I can at present inform Your Excellency of nothing other than that our orders in that regard have not yet arrived from Nagapatnam, but that we expect them daily; I having only departed in advance to avoid, as much as was possible, the rain that we daily have to expect. What more shall I write than my wish that Your Excellency's glory may shine like the sun. Copy Draft reply to the letter of His Highness the Nabab of Arcadoe Mahomet Aliechan dated 24 October 1773: dated the 26th thereof. After usual compliments. Yesterday the second signatory received the letter which Your Highness did him the honor to write on the 7th of this month 24 October: Just as we were preparing to set out on the road to Palliacatta in order, pursuant to the order, to appear in all propriety before Your Highness together with the chief of Palliacatta, Mr. Dormieux; for yesterday towards evening we received our orders from Nagapatnam, containing among other things instructions to treat with Your Highness on business matters. Since three persons are designated for the honor of attending upon Your Highness in the name of the Noble Dutch Company, of whom we two however are still together, we also take the honor of this letter to address Your Highness, the two of us. We saw to our utmost astonishment that Your Highness was pleased, among other things, to write to us to turn back and proceed to the army of your son, His Excellency Amiroel Oemera Bhadoer, whereby we would then be deprived of the so greatly desired honor of greeting Your Highness in person. We understood by this referral that our journey had to cease, for we could not undertake to appear before His Highness's person contrary to Your Highness's declared intention.
Dutch transcription
587 het adres als hier vooren gemeld, en daarnee„ „vens de dagteekening, zijnde almeede den 3: van de maend Sabhan a:o 1187: Translaat eener Perdiaanse brief geschreeven door zijn Excel„ lentie de Heer mahomet alichan, zijnde dief addres gedateerd den 7: van de maend sabhan /:dat is den 24: october :/ aldus Luijdende De brief door Johnson, Lid van den raed te Nagapatnam, die tot mij komt, geschreeven, is op den 7: van de maend sabhan (:dat is den 24: octob:r:/ smiddags aangebragt daarin werd vermeld Dat gij door de gouverneur van Naga¬ „patnam geordonneerd waert om bene„ „vens de opperhoofden van Palliacatta en sadras na mij te gaen, dog dat gij E 1 ver„ op op zal nd: a teeken stond gij om reeden dienaangaande geen on „dres nog had ontvangen, niet anders kon melden, zo meede dat gij om de wille des regemoussons, in haast, voor de reegen aankwam, van derwaerds vertrokken waert dit heb ik verstaen Het is al een maend en Neegen dagen ge„ „leeden dat wij door gods gunste het Casteel van Tans Jours Rijk overwonnen hebben; men heeft dus lange uijtgesien na de groote luijden van Nagapatnam /: sjokant ge„ „zegde :/ dog de teid is met schreijvens en boodschappen van die zijde doorgebragt De landen onder mijn Tansjoers rijk, is nog niet bij een om spoed te maeken heb ik mijne twee oogen amiroel oemera bhadoer permissie verleend van Tansjoer na Triwaloer te vertrekken, Hij heeft de gouverneur laaten weeten om de Landen 589 Landen te verlaaten Het is al meer dan 15: dagen dat mijne twee oogen te truvaloer aangeko„ men is: Hij heeft mij doen weeten door Pions dat van die zijde /:des gouver„ „neurs :/ geen voldoenend antwoord ge„ geeven was. Men heeft u tot mij afgesonden, dog uijt het door u geschreevene is te verstaen dat gij geen volkomen magt hebt, en dat gij mits de reegen, te raade geworden zijt. schielijk dit heen te komen: Ik heb mijne twee oogen ook geschree„ „ven om, vermits de reegentijd tusschen beijde kwam met de armee Truvaloer te verlaeten en na nader dat digt bij Naga„ „patnam legt te gaen, en de Toornams te binden op de onderhoorige plaatsen van Tans Jour Tusschen mij en de Hollandse natie. en or voor erd ge„ te oer natie resideerd de vriendschap t zeederd lo „gen tijd. Jk ben een regtvaerdig perzoon, en ben genegen om naar regt de op Landen; en gesteentens afgegeevene gelden weder te doen te rug erlangen; dierhalven zal het onbillijk wezen, wanneer men als dan Landen niet verlaet, en daar door zal ook die vriendschap ophouden. - Mijne twee oogen is meede tot het boven„ gemelde geneegen, keer derhalven weder te rug, gaat tot mijne twee oogen in de armes en laat aan de gouverneur van Nagapatnam weeten om de in handen hebbende Landen te verlaaten, de daar van van Toelaasie naar goed dunken genomene papieren te rug te geeven, op dat daar door voortaan de althoos ge„ subsisteerde vriendschap accres Ceere en gij sult dan mijn gunst winnen /:onderstond:/ voor de overzetting vo „gens 59 „gens vertaaling van den Persiaans schrijver Jean miran Sadraspatnam den 25: october 1773. — /:was geteekend:/ Joh:s Abrahm. Bronsveld Accordeerd W Huijnevelt cc le „ ge¬ voo No. 25 593 Copia Concept antwoord aan zijn Excellentie den Nabab van Arcadoe Mahomet aliChan, de dato 22: october 1773:— Na voor afgaande Complimenten Ik kan uw Excell: ten opsigte van de Com„ „missie, waertoe ik de Eere hebbe nevens de opperhoofden van Palliacatta en Sadras de Heeren Dormieux en Blaaukamer van be„ „noemd te zijn om uw Excell: te ontmoeten, thans niet anders bedeelen, als dat onse ordres ten dien opsigte nog niet van Nagapatnam gekomen zijn, maar dat wij die dagelijks verwagten; zijnde ik alleen maar voorafver„ „trokken, om de reegen die wij dagelijks te wagten hebben te ontgaen, zoo veel mogelijk was. wat zal ik meer schrijven als mijn winsch dat uw. Excell: Glorie blinke, gelijk der de zonne. — Copia Concept antwoord: op de brief van sijn Hoogheijd den Nabab van Arcadoe Maho„ met Aliechan gedateerd. 24: october 1773: de dato 26: daar Naar gewoone Complimenten Gisteren ontving den tweeden teekenaer de brief die uw Hoogheijd hem de Eere gedaan heeft, te schrijven op den 7: deeser ƒ: 24: 8br:: Juijst toen wij ons gereed maekten ons op weg na Palliacatta te begeeven om in gevolge de ordre in alle betamelijkheijd nevens het opperhoofd van Palliacatta de heer Dormieur bij uw Hoogheijd te verscheijnen, want wij hebben gisteren tegen den avond onse ordres ontfangen van Nagapatnam, onder ander behelsende om met uw Hoogheijd over„ saakelijkheeden 395 saakelijkheeden te handelen Dewijl drie perzoonen tot de Eere bestemd zijn om uw Hoogheijd uijt de naam van de Edele nederlandsche Comp:e op te wagten, waarvan wij beijde echter nog waer bij den anderen zijn soo neemen wij ook de Eere van deese niet ons beide aan uw Hoogheijd te rigten wij zagen tot onse uijterste verbaestheijd onder dat uw Hoogheijd ons anderen geliefde van te schrijven van ons te rug en in 't leeger van desselfs soon zijn Excell: amiroel oemera bhadoer te begeven, waer door wij dan beroofd werden, van de soo seer gewenscht Eere van uw Hoogheijd perso„ neel te begroeten. — wij begreepen door deese overwijsing dat onse reijse moest ophouden, want kanden niet onderneemen om teegen uw Hoogheijds gedeclareerde intentie voor desselfs hoog perzoon de 24: daar 6 eg heeden
English
to appear in person, but since we have been ordered by the Right Honourable the Governor and Council to attend upon Your Highness, and we are not able to do anything contrary to the orders of our superiors, we have, most reluctantly, because no other way is open to us, had to resolve to remain here until we can obtain further orders from our superiors. Meanwhile we request Your Highness to let us know, in a desired reply to this letter, that we may pursue our journey via Palliacatta to Madras, in order to approach his person. May God increase Your Highness's greatness and authority. What more shall we write. Signed: Wm Blaaukamer and H: A: Johnson. Below stood: Agreed, B: Brouwer. Agreed, W Duynevelt, Secretary. No. 26 597 Translation of an English dispatch To the Right Honourable Alexander Wynch, Esquire, President and Governor of the Fort Right Honourable Sir. Having been commissioned by the Right Honourable the Governor and Council of Nagapatnam with an errand to Your Honour's capital, we have the pleasure to inform Your Honour that tomorrow before noon we shall have the honour to pay our respects to the same, and consequently request that it may please Your Honour to give the necessary orders so that we, with our retinue and baggage, may enter without hindrance. We have the honour to remain with the highest consideration. Below stood: Right Honourable Sir, Your Honour's humble and obedient servants. Signed: J: Dormieux, H:s Blaaukamer and H: A: Johnson. Lower stood: For the translation, signed: I: M: Dormieux. In the margin stood: Moetoe Carij Chacauderij, the 29th of October 1773. Still lower: Agreed, signed: B: Brouwer. Translation of an English letter written to the Right Honourable Alexander Wynch, Esquire, President and Governor of Fort St George, together with the Council at Madraspatnam. Right Honourable Sir and Sirs, Instructed by the Right Honourable the Governor and Council at Nagapatnam with a 599 protest addressed to Your Honours, to deliver the same; and we remain with the highest consideration. Below stood: Right Honourable Sir and Sirs, Your Honours' very humble and obedient servants. Signed: P: I: Dormieux, W:m Blaaukamer, H: A: Johnson. In the margin stood: the 30th of October 1773. Lower stood: For the translation, signed: I: M: Dormieux. Still lower: Agreed, signed: B: Brouwer. Agreed, W Duyneveltte, Secretary. No. 27 681 Copy of a translation of an English note sent by the said ministry to Messrs Philippus Jacobus Dormieux, Willem Blaaukamer, and Hendrik Ambrosius Johnson, as commissioners on behalf of the general Dutch East India Company; of the following content: To the Honourable Philippus Jacobus Dormieux, Willem Blaaukamer, and Hendrik Ambrosius Johnson. Gentlemen, Our President has laid before us Your Honours' letter of the 30th of October, which Your Honours delivered to him on that day, accompanied by a protest from the Governor and Council of Nagapatnam against this government. We are, Gentlemen, Your Honours' very humble and obedient servants. Signed: Alexdr: Wynch, John Smith, Geo Dawson, Henr Brooke, Saml: Johnson, D: M: Stone, J: Stracey. In the margin stood: For the translation, signed: Joh:s Mark:s Dormieux. Still lower: Agreed, signed: B: Brouwer. Agreed, H: Duynevelte, Secretary. No. 28 683 Translation of a report reading as follows: We, the mullah of Palliacatta and the courtyard interpreter of Sadraspatnam, in accordance with our orders, proceeded to His Highness the Nabob, and delivered the nazar to the prime minister of His Highness named Abdul Rasidgan Sahib, and furthermore made known to him that we had been sent by Your Honours to enquire after His Highness's well-being and announce the arrival of Your Honours, as well as, expressing gratitude for the courtesies which His Highness showed to Your Honours in designating a residence provided with all necessities, to ask when it would suit His Highness for Your Honours to pay their respects to His Highness. This having also been done by the said prime minister, His Highness, sending his reciprocal greetings, let Your Honours know: that if Your Honours had any business to transact, you could then go to His Highness's son, Amir al-Umara Bahadur, as the necessary details had been communicated to him by His Highness, and the said Amir al-Umara Bahadur would therefore give Your Honours an answer; furthermore saying, why Your Honours had taken so much trouble to come here, given that previously great friendship had existed between His Highness and the Dutch Company, and besides that it was another matter if Your Honours had something to negotiate concerning friendship. Below stood: For the translation according to the rendering of the Persian secretary David Chan. 605 David Chan. Signed: Joh:s Abr:s Bronsveld. Lower stood: Madraspatnam, the 31st of October 1773. Still lower: Agreed, signed: B: Brouwer. Agreed, W Duynevelte, Secretary. No. 29
Dutch transcription
perzoon te verschijnen, dog gelijk wij, door den wel Edelen Gestrengen Heer gouverneur en Raad gelast zijn om uw Hoogheijd op te wagten, en wij niet vermogen iets bri „ten de ordres van onse gebieders te doen, soo hebben wij seer ongaarne, dewijl ons, geen ander weg open is moeten besluijten om hier te vertoeven, tot dat wij nadere be„ veelen van onse superieuren kunnen erlan„ gen. — wij verzoeken intusschen uw Hoogheijd van ons in een gewenschte antwoord op deese te laaten weeten dat wij onse reijse kunnen over palliacatta na madras vervolgen, om tot sijn perzoon te naderen. God vermeerdere Uw Hoogheijd groot heijd Gezag wat zullen wij meer schreijven /:was get:/ Wm Blaaukamer en H: A: Johnson /:onderstond:/ Accordeerd B: Brouwer„ Accordeerd Sec W Duynevelt No. 26 597 Translaat Engelse missive Aan den WelEd: Gest: Heer Alexander Wijnch Schild¬ d„ knaep President en gouver„ neur van 't Fort WelEdele Gestrenge Heer. Door den welEdelen Gestrengen Heer gouverneur en raed van Nagapatnam gelast zijnde met een Commissie naar uwel Edele Gestrengens hoofdplaets geeven wij ons het vermaek uwelEdele gestrenge kennisse te geeven, dat wij morgen voor de middag de eere sullen hebben onse opwagting bij deselve te maken en versoeken dienvolgens dat het welEdele gestr: moge behagen de nodige ordre te stellen dat wij met ons gevolg en baga„ gie ongemoeijt mogen binnen trekken wij geeven ons de Eer met een volmaek„ „ ec te te Consideratie te zijn /:onderstond:/ wel Gestr: Heer uwel Edele gestr: onderdanige en gehoorsame Dienaeren /:was geteekend:/ J: Dormieux, H:s Blaaukamer en H: A: Iohnson /: lager stond: / voor de Translatie / geteekend:/ I: M: Dormieux /: besijden stond Moetoe Carij Chacauderij den 29: octob: 1773: /:nog lagen:/ Accordeerd /:was geteekend: B: Brouwer. Translaet van een Engelsch brief geschreeven Aan den welEdelen Gestrengen Heer Alexander Wijnch Schildknaep, President, en Gou verneur van 't Fort St Geor¬ beneevens Den raed te madraspatna WelEdele Gestrenge Heer, en Heeren Belast door den WelEdelen Gestrengen Heer gouverneur en raed te Nagapatnam met een een 599 een protest geaddresseerd aan uwel Edele gestr: die aan te bieden; En verblijven met volmaekte Consideratie /:onderstond wel Edele gestr: Heer en Heeren uwel Edele gestr: seer onderdanige en gehoor„ „same Dienaaren /:was geteekent:/ P: I: Dormieux W:m Blaaukamer, H: A: Iohnson /:besijden stond:/ den 30: octob: 1773: /:lager stond:/ voor de over„ „setting /:was geteekend:/ I: M: Dormi„ „eur /:nog lager:/ Accordeerd /:was ge„ B: Brouwer teekend:/ Accordeerd W uyneveltte ec wel en 6 g ch Heer gou een 2 No 681 Copia van Een Translaet Engelsch briefje door gem: ministerium ge„ „sonden aan de Heeren Philippus ^ Dormieur Jacobus ^ Willem Blaeukamer, en Hendrik Ambrosius Johnson, als gecommitteerdens weegens de generaale Neederlandsche oost Indische maetschappij; van de volgende inhoud. Aan de wel Edele Heeren Philippus Iacobus Dormeur Willem Blaaukamer in Hendrik Ambrosius Johnson Mijn Heeren Onse President heeft voor ons gelegd UwelEd: brief van den 30: october die uwEd:s aan hem op dien dag overgeleeverd heeft, begeleijd met een protest van den Gouverneur en Raed van Nagapatnam teegens (:onderstond dit gouvernement. — wij zijn mijn heeren /:lager:/ Uuweld:s zeer onderdanige en in Gehoorsame Dienaaren /:was geteekend: Alextdr: Wijnch, John Smit, Geo Dawson Henr¬ Brooke, Saml: Johnson, D: M: Stone, J: Straeij /:besijden stond: /: voor de vertaling /:was geteekend Joh:s mark:s Dormieux /: nog: / laags:/ Accordeer /:was get:/: R: Brouwer Accordeerd H. Duynevelte Sec 5 e No. 28 683 Translaat eener Rapport luijden„ „de als volgd. wij molla van Palliacatta en Courantien van Sadraspatnam, hebben in opvolging der ordre ons vervoegd tot zijn Hoogheijd den Nabab, en aan de eerste minister van zijn Hoogheijd genaamt Abdul Rasidgan sahib de Nazar /:zigt geft: / over en verders aan den selve te kennen gegeeven, dat wij door uwel Edelens gesonden waaren om na sijn Hoogheijds welstand verneemende, de aankomst van uwel Edelens bekent te maken, mitsgaders onder dank betuijging voor de politessen welke zijn Hoogheijd uwelEdelens in het doen aanwijsen van een woonplaets voorsien van al het nodige te vragen wanneer het zijn Hoogheijd ge„ „leegen zoude komen dat uwel Edelens der„ „selver opwagting bij hoogst denselven maek„ „ten. — Dit E Dit door gemelde eerste minister ook gedaan zijnde, liet zijn Hoogheijd onder weeder groete aan uwel Edelens weeten: Dat uwelEdelens wanneer eenige zaaken te verhandelen hadden, als dan na zijn Ho# heijts zoon Amiroel oemra Bhadoer konden gaen, alsoo deselve door zijn Hoog heijt het noodige aangekundigt was, en gemelde Amiroel oemra Bhadoer dier„ „halven uwelEdelens antwoord geeven zoude, wijders te zeggen waarom Uwel„ Edelens soo veel moeijte hadden genomen van herwaerts te komen, dat bevoorens tusschen zijn Hoogheijd en de Hollandse Compagnie groote vriendschap had geresi„ „deerd, en het buijten dien een andere zaak was wanneer Uwel Edelens iets de vriend„ „schap betreffende te verhandelen hadden /:onderstond:/ voor de oversetting volgens vertaling van den Persiaanschen schrijven David chan 605 David Chan (:was geteekend:/ Joh:s Ahrs: Bronsveld /:Lager stond:/ matraspatnam den 31: october 1773: (:nog lager:/ Accordeerd /:was get:/ B: Brouwer Accordeerd W Huynevelte ec No. 29
English
Account given by the Mullah of Palliacatta, David Chan, and committed to paper by the undersigned, consisting of the following: That, according to rumor, the Maratha, upon the successive intelligence received of the conquest of Ramanathapuram as well as of Tanjore by the Subah Mahomet Ali Khan, had made known his displeasure thereat to a certain vakil of the said Subah who was staying there, and had ordered him to write to his master the Subah that, because they had conquered and taken his church Ramanathapuram and dwelling Tanjore, he would therefore march down; that the Maratha furthermore had prepared himself and had actually set out on the road, having traveled a day's journey; That the Subah, having received intelligence of this, had been assisted by Hyder Ali Khan and placed in a position to prevent the Maratha from further descending into these lower countries; That Hyder Ali Khan had then also sent hither two of his vakils, named Mir Mahad Ali Khan and Ali Samahan, who, having arrived here, also brought as a gift 1 elephant, 14 horses, 3 durries, and 3 sirpeches (being turban ornaments set with precious stones). The said Mullah further said that he had personally seen the vakils as well as the elephant and horses brought as a gift, and also that the Subah was actively engaged in recruiting sepoys, and that this occurred after our arrival, such that already 200 of those warriors had been taken into service here since our presence. Subscribed: Thus related by the person mentioned in the heading hereof at Madraspatnam the 8th of November 1773. Was signed: Johannes Abrahamus Bronsveld. Agreed: W. Duynevelt, Secretary. No. 50 Verbal report of the Courantier of Sadraspatnam, Vedanda Ayyan. The vakil of the Maratha, Anandarao, who is staying here, allegedly met the Courantier yesterday evening in one of the temples and stated that he had long sought him, but had heard that he was at Nagapatnam; requesting him therefore very kindly to go along with him to his dwelling; he having accepted this and gone with the said vakil, the latter allegedly let himself be heard in confidence and in the following manner: "I have received a letter from my Master (the Maratha), wherein I was ordered to draw aside the Courantier of Nagapatnam and the one of Pondicherry and to make known that he would march down, and if those two nations (the Dutch and French) offered him assistance, this would also serve to their advantage." The said vakil was also said to have told him that 100,000 horsemen were already on the march in order to descend to these lower countries, joined with Nizam Ali, whose cavalry he estimated at 60,000 men. That vakil was also said to have finally requested him to write the above to Nagapatnam, and to give notice thereof to the gentlemen of Nagapatnam present here, without any of the servants coming to know of it; the said vakil promising at the same time that, if assistance were promised to him, he would then write such to his master and summon envoys from there. Thus, according to the statement of the aforementioned Courantier in the Malabar language, committed to paper at Madraspatnam the 18th of November 1773. Was signed: Johannes Abraham Bronsveld. Agreed: B. Duyneveltte, Secretary. No. 37 To the Honorable Gentlemen Philippus Jacobus Dormieux, Willem Blaaukamer, and Hendrik Ambrosius Johnson. Gentlemen, We have received Your Honors' letter of the 6th instant, demanding a satisfactory answer to the protest of the Governor and Council of Nagapatnam, which Your Honors delivered to us some time ago. It does not appear necessary to us to give any answer to the said protest, otherwise we would have done so long ago. We are, Gentlemen, Your Honors' humble and obedient servants. Was signed: Alexander Wynch, George Dawson, Henry Brooke, Charles Smith, Samuel Stracey, Edward Stracey, Edward Cotsford. Below: For the translation, was signed: Johannes Marc. Translation of an English letter written by the Governor and Council of Madraspatnam, dated 7 December Anno 1773. Agreed: Marc. Dormieux, W. Duyneveltte. No. 32 Madraspatnam To the Honorable Alexander Wynch, President and Governor of Fort St. George and the Coast of Coromandel, on behalf of the Royal English East India Company, together with the Council. Right Honorable Sir and Gentlemen, On the occasion that ambassadors are being sent on behalf of the Dutch East India Company to the Subah of the Carnatic, Mahometh Ali Khan, in order to regulate with him some matters concerning the kingdom of Tanjore, and as he is staying in or near Your Honors' place of residence, I could not omit to give Your Honors notice thereof herewith, with the request, in so far as it may be necessary during their stay there, to render all possible assistance. To which request I proceed all the more readily in consideration of the understanding still existing between our two nations, which also gives me the right in no way to doubt the fulfillment of this my instance, and thus to expect nothing other from Your Honors' generous disposition than the continuation of that good understanding, which has and must have no other aim than the prompt observance and maintenance of the treaties of friendship and alliance made between the respective sovereigns, and which are also kept sacred. And while I flatter myself with this expectation, I cannot nevertheless refrain from testifying that I am somewhat surprised that Mr. Joseph Smith, Brigadier General of and over the English troops on this Coast of Coromandel, is present in the army of the Subah who
Dutch transcription
607 verhael door den Molla van Pallia„ „catta DavidChan gedaen, en door den ondergeteekende ten papiere gebragt; bestaende in het volgende Dat, volgens gerugte, den Maratter, op de na den anderen bekomene tijdingen van de over„ meestering van ramanadapoeram zoo wel als van Tansjour door den souba Maho„ „met alichan, aan seekeren wakkiel van gem: souba, die sig aldaer ophield, sijn misnoegen daer over te kennen gegeeven en gelast zouw hebben aan sijn theer den souba te schrijven, Dat dewijl men sijn kerk Ramanadappoeram en wooning Tansjoer over„ „meesterd en genomen had, hij dierhalven afko„ „men zouw„ Dat den Maratter verders sig dan ook gereed gemaekt en werkelijk al een dag reijsens op weg begeeven hadde, Dat den souba hiervan teijding be„ „komen komen hebbende na Heijder alichan g'ad„ „sisteerd, en in staet gesteld werde om den ma ratter de verdere afzakking in deese beneede landen te beletten. Dat HaijderalieChan dan ook twee sijner wackiels genaemt miermahadalicha en aliesamahan herwaerds gesonden had„ „de, die alhier ook aangekomen zijnde tot geschenk meede gebragt hadden 1: Eliphan 14: paerden 3: doeraaijs en 3: sirpeetjes /:zijnde verviersels der Tulbanden met Edele gesteentens bezet:/ Gemelde molla Zeide wijders: dat hij de wakkiels soo wel als in geschenk meede gebragt Eliphant en paarden selfs gesien hadde, zo meede dat den souba sterk bezig was om sipaaijs te doen aanwerven, en sulks wel na onse komst soodanig dat nu al 200: dier krijgers 't ze„ „derd ons aanweesen alhier in dienst genomen waren. - /:onderstond:/ Aldus verhaeld door als 60 als in den hoofde deeses vermeld te madras„ patnam den 8: November 1773;6 /:was geteekend:/ Joh:s Abrah:s Bronsvold. — Atcordeerd W Duijnevelt Sec No. 50 611 Mondeling berigt van den Couran„ tier van Sadraspatnam we„ danda aijen De wakkiel van de maratter, anandaraij, die sig alhier bevind zoude Courantier gisteren avond in een der Tempels ontmoet en betuijgd hebben dat hij lange na hem gezogt, dog gehoord hadde dat hij sig te Nagapatnam be„ „vond; verzoekende dies seer vriendelijk om met hem meede na sijn woning te gaen, siij sulks g'accepteerd en met gem: wakkiel ge„ „gaen zijnde, zouwde denselven in vertrouwen en volgender wijze sig hebben laaten, hooren. Jk hebbe een brief van mijnen Heer /:den Marath: / ontvangen, waer bij ik g'ordonneerd ben geworden om de Courantier van Naga„ patnam en die van Pondicherij te ontrekken en te kennen te geeven dat hij zouwde afkomen, en wanneer die beijde Natien /:de Hollanders en franschen :/ Hin hem hulp aanbood, sulks tot hun be„ meede zouwde strekken ook zoude gem: wakkiel hem verteld hebben dat bereds 100'000: ruijters op marsch waren om met Nisamatij, wiens kavalerij hij op 60'000: man begrootede, geconjungeerd na deese beneede Landen aftezakken Dien wakkiel zouwde eijndelijk ook verzog hebben dit voorenstaende na Nagapatnam te schrijven, en sonder dat ijmand der bediendens te weeten kwam aan de alhier present zijnde Heeren van Nagapatnam meede door van kennisse te geeven; beloovende gemelde wakkiel teffens, dat hij, wanneer me hem hulpe toezeijde, hij als dan sulks aan sijnen meester schrijven en gezanten van daar ontbieden zouw Aldus, volgens opgave van voor„ melde Courantier in de malabaarse taale„ ten papiere gebragt te Madraspatnam den 18: November 613 November 1773: /:was geteekend:/ Johs: Abrah. Bronsveld. Accordeerd B Buijneveltte Sec : No. 37 615 Aan de Wel Edele Heeren Philipus Jacobus Dormieux Willem Bolaauk amer, en Hendrik Ambrosius Cohnson Mijn Heeren Wij hebben duWel Ed: brief van den 6:. deeser ontfangen, be„ geevende een voldoende andwoord, op het protest van den eel Gouverneur en Raad van Nagapatnam die UwelEd„e eenige tijd geleeden aan ons overgegeeven hebben Het komt ons niet noodsaakelijk voor op gesegd Rho„ test eenig andwoord te geeven, anders zouden wij het al over lang gedaan hebben— Wij sijn : onderstond: Mijn Heeren uwel Ed: onderdanige en Gehoorsaame die„ naren /:was geteekend:/ A:n Wijnen, Geo. Dowson: Henrij Brooke, Chaales Smith, Sam:ls Sron,Ed: Strarij Ed: Colsfort k:laager:/ voor de voersetting /:was geteekend:/Jo h„s Translaat van een Engelse brief geschreeven van de Gouverneur en Raad van Madraspatnam de dato 7. Decbr: A. o 1773— Marc„ Accordeerd Marr. Dornicux W Huyjnarelte No. 32 617 Madraspatnam Aan den Edelen Heer Alexander Wijnch President en gouverneur van 't fort C=t George en de Custe Cormandel, weegens de Rogale Engelse Oost Indische Compagnie neevens den Raad WelEdele Heer en Heeren. Ter geleegendheijd dat er Ambassadeurs van weegens de Nederlandsche Oost Jndische Comp: gesonden werden, aan den Souba van Carnatica mahometh alichan om met hem eenige saaken het rijk van Tansjoer betreffende, te reguleeren, en denselven sig in of wel; in de nabijheijd van uwelEdele gestrenge Residentie plaats onthoud soo heb ik niet kunnen afzijn; uwelEd: gestr: aldaer. daar daar van by deesen kennisse te geeven, met ver„ soek voor soo verre het nodig zij, geduurende hun verblijf aldaar, alle moogelijke behulpsaar heijd toe te brengen, tot welk versoek ik soo veel te eerder treede, uyt aanmerking van de als nog onder onse beijde Natien subsisteerend intellegentie, die dan ook mij het regt geevt om geen sints aan de voldoening, van deese mijne Jnstantie in twijfel te trecken, en dus van uwelEd: gestr: Edelmoedige denkbeelden niet anders verwagte, dan de Continuatie van die goede verstand: houding, dewelke niet anders ten doel heeft, en hebben moet, dan de prompte naar„ kooming en Observantie van de tractaten van vriend en Bondgenoodschap, tuschen de weedersijd so souverainen gemaakt, en ook heijlig onderhouden werdende, en terwijl ik mij met deese verwagting vlije, kan ik egter niet afzijn te betuijgen, dat eenigsints verwondert ben, over dat de heer Joseph Smith Prigadier generaal van en over de Engelsche Troupen te deeser Custe Cormandel, sig in't Leeger van den souba die
English
who threatens us with war, not only finds himself, but also conjoined with the same has already marched down to Trivaloer, although I nevertheless do not think, much less want to believe, that his Honour will undertake anything that may give cause or reason for alienation between the mutual powers. Wherewith I have the honour to be with all respect, /was below/ Right Honourable Sir and Sirs, Your Honours' humble and obedient servants, /was signed/ R:r van Vissingen, /in the margin/ Nagapatnam in the Castle, the 17th of October 1773. Agreed. W. Huynevelt, clerk. 35 621 Note of such Privilege writings as the Honourable Company has successively obtained in the Principality of Tansjour, now provisionally sent over in a separate bundle for the esteemed perusal of Their High Excellencies, namely: Cowle engraved on a silver plate, granted by the Nayak of Tansjour, Estriamatoe Atchita Visiaraqua Naijk, in the month of December 1658. Cowle from the same, dated 7 November 1661. Cowle from the same, dated 26 December 1661. Contract of alliance and peace between the Honourable Company and Cawatta Naijk, Governor of Tansjour, in the name of Sjochanada Naijk of Madure, dated 13 September 1674. Contract Contract of treaty and alliance between the Honourable Company and Ekogie Rage, General on behalf of the Crown of Visiapour, dated 11 December 1676. Cowle from Chinda Pandidaar, High Adigar of Chialij Trimelewaas, etc., granted in the name of Ekogie Ragie, dated 7 March 1677. Cowle from Ekogie Ragie, dated 10 September 1677. Cowle from the Grand Governor of Chialij etc., Nerregerij, granted in the name of Ekogie Ragie, dated 7 July 1678. Cowle as before, dated 14 June 1679, concerning the toll at Primelewaas. Cowle from Regasie Pandidaar granted to the Company's merchants on 22 March 1680. Cowle from Ekogie Ragie in ratification of the preceding, dated 23 March 1680. Cowle from Ekogie Ragie, granted in March 1683. Contract 623 Contract between the Right Honourable Lord Commissioner van Rheede and the Tansjour Ruler Raasja Sri Sarfogee Maha Raja Chiola Ragia Toekoedji, the 17 March 1688. Peace contract between the Ruler of Tansjour, Sahagie Ragie, and the Honourable Company, dated 11 August 1693. Cowle from the Ruler of Tansjour, Sahagie Ragie, granted on 6 April 1709. Cowle from the Ruler Toelasjagie Ragie, the 24 March 1730. Takkid Parwana from the same, dated 1 April thereafter. Takkid Parwana from the same under the name of Soekogie, written to the Chief Junckers in his lands, dated 22 January 1732. Cowle from the Ruler Ekogjie Maharajie, dated 28 September 1735. Cowle Cowle from the Ruler Pretappa Singaji Ragje Sahib, 27 February 1741. Cowle as above, dated 16 May in the year 1741. Takkid Parwana dispatched on behalf of that Ruler in May 1741. Peace contract between the Honourable Company and the aforementioned Tansjour Ruler, dated 27 June 1743. Letter from his said Highness, dated 23 March in the year 1750. Cowle from the same regarding the sale of the half-mint rights belonging to him, dated as above. Cowle as stated, whereby 2 villages are granted to the Honourable Company, dated as above. Cowle as just mentioned, regarding the purchase of 13 villages, also dated as stated. Cowle from the Ruler Toelaaja Raasja Sahib, dated 24 January 1764. 625 Takkid Parwana from the same, dispatched on that same occasion. Copy Cowle from the said Ruler regarding the redemption of the recognition elephants. Copy Cowle as just mentioned, regarding the redemption of the recognition money. Copy Cowle regarding the purchase of the coastal places Naoer and Topetorre. Copy Cowle regarding the purchase of the province of Kiwaloer. Copy Cowle regarding the purchase of the Maganam of Tripondi. Nagapatnam, in the Castle, the 28 September 1773. 627 Translation of the Cowle from the Badaga language, engraved on a silver plate by the Nayak of Tansjouwer for the Honourable Company to the Honourable Lord Admiral and Superintendent Rijkloff van Goens, granted and received within Nagapatnam on 24 December 1658. In the year Vilambi Samvatsara Margasira Sudha Pournami /: being around 15 December in the year 1658, according to the Old Style:/ Estrimatoe Citsjoeta Estri Vijaya Raghava Nayak grants to the Dutch Admiral Rijkloff van Goens the following Cowle engraved on silver, on which you may rely. Firstly, I grant the Honourable Company free trade in the ports of Nagapatnam, which Simana Chetti has cordially requested of me; whereupon I have granted the Cowle, so that Your Honour must carry on trade there; the Portuguese their city of Nagapatnam, and the houses standing therein, I give to Your Honour, as also in addition the village of the Portuguese Captain Moor, together with two of the churches, the gardens, and the village of the Portuguese Domingo d'Aroos, which are 10 villages, namely: Poetoer, Moeton, Porrewellengerij, Anthonij Pette, Carroewillengerij, Cingemangellang, Sjangemangelam, Nerte Mangelangh, Mangi Colle, and Narriangoerij; whatever these come to yield yearly, Your Honour must each time send in as a gift. For the embarkation of cloths, provisions, etc., at Nagapatnam, the Honourable Company shall be free without paying any tolls, also on everything that might be disembarked. If Company ships and vessels should come to be stranded, I shall have no claim thereon. If any merchants or servants of the Honourable Company should happen to abscond into the country with their riches, and being indebted to the Honourable Company, I shall cause them to be returned with
Dutch transcription
619 die ons met den Oorlog bedreijgd, niet alleen be„ „vind, maar ook met hetselve geconjungeerd reeds op Trivaloer afgesakt is, hoewel ik egter niet denke, veel minder gelooven wil, dat zijn Edele iets onderneemen sal, dat aanleyding of oorsaak geeven kan, tot verwijdering tuschen de weeder„ Zijdsche mogend heeden. Waarmeede de Eere hebbe met alle Eerbied te zijn /onderstond/ welEdele Heer en Heeren Uw Edelens onderdaenige en gehoorsame Dienaeren /was geteekend / R=r van Vissingen /in mar„ gine Nagap:n int Casteel den 17 8ber 1773. Accordeerd W. Huynevelt ec .35 621 Notitie van Sodanige Privilegie - Geschriften, als D' E. Compagnie Successive in't Vorstendom Tansjour ver„ kreegen heeft, tans in een apart bondeltje bij provisie ter G'eerde Speculatie van Haar Hoog Edelens over¬ gesonden werdende, te weeten: Caub in een silvere plaat gegraveerd van den Naijk van Tansjour Estri„ amatoe Atchita Visiaraqua Naijk in de maand December 1658. verleend. Caul van den selven ged:t 7:' Novemb: 1661. Caul van denselven ged:t 26. Decemb: 1661. Contract van Ciliantie en Vreede tusschen d' E. Comp: en Cawatta Naijk Gouverneur van Sansjour in den name van Sjochanada Naijk van Madure, de dato 13e. September 1674. Contract Contract van verdrag en Ciliantie tusschen D' E. Comp: en ERogie Rage Veld-heer wegens de Kroon van Visiapour ged:t 11' decemb: 167 Caul van Chinda Pandidaar, Groot- Adigaa van Chialij Trimelewaas etc: uijt naam van ERogie Ragie verleend de dato 7. ' Maart 167 Caul van ERogie Ragie de dato 10. ' 7ber. 1677. Caul van den Groot Gouverneur van Chialij ete„ Nerregerij uijt naam van Ek gie Ragie in dato 7:' Julij 1678. verleend. Caul als vooren de dato 14 ' Junij 1679. aangaa de de tol op Primelewaas. Caul van Regasie Pandidaar aan 's Comp:s Coop„ lieden verleend den 22' Maart 1680. Caul van Ehogie Ragie tot ratificatie, van de voorgaande ged:t 23e'. Maart 1680. Caul van Ehogie Ragie in Maart 1683. verleend. Contract 6023 Contract tusschen den Hoog Ed: Heer Commissaris van Medregt en den Tansjeursen Vorst Raasja Pri Sapagie maga„ raasja Chiola Ragia Toekoe— den 17. ' Maart 1688.— dreedens Contract tusschen den Vorst van Tansjour Sahagie Ragie en D' E. Comp: de dato 11:' Aug:s 1693. Caul van den Vorst van Tansjour Sapagie Ragie in dato 6. ' April 1709. verleend. Caul van den Vorst Toelasjagie Ragie den 24. ' Maart 1730. Takiet-Parwanna van denselven de dato 1.' April daaraan. Takiet- Parwanna van denselven onder de naam van Soekogie aan de Hoofd-Jonkeniers in sijne landen geschreeven gedateerd 22' Januarij 1732. Caul van den Vorst. ERogjie Maharaavja de dato 28:' 7ber 1735. Caul . tract Caul van den Vorst Pretappa Singaji Ragje Sachib den 27 . febr: 1741. Caul van als boven de dato 16. Meij A„o 1741: Takiet-Parwanna van wegens dien Vorst in Meij 1741. afgesonden. Vreedens Contract tusschen D' E. Comp: en eevengem Tansjourse Vorst de dato 27:' Junij 1743. Brief van welm: sijn Hoogheijd de dato 23. ' Maart A„o 1750. Caul van denselven wegens de verkoop van de hem Competeerende halve munts geregtigheijd, ged:t als vooren Caul als gesegd; waarbij 2. dorpen aan D' E. Comp: geschonken werden, ged:t als vooren. Caul als eeven wegens de koop van 13. dorpen meede ged:t als gesegd. Caul van den Vorst Toelaaja Raasja Sa„ hib 625 Takiet- Parwanna van denselven, bij die self„ de geleegendheijd afgesonden. Copia Caul van gen: Verst wegens de afkoop der Recognitie-Eliphanten: — Copia-Caul als eeven wegens de afkoop der re„ cognitie - penn: Copia-Caul wegens de koop van de Zeeplaatsen Naoer en Topetorre. Copia-Caul wegens de koop van de Provintie Kiwaloer. Copia-Caul wegens de koop van de Mahanam Tripondi Nagapatnam In't Casteel den 28:' 7ber 1773 hib de dato 24'. Jan: 1764. engem: 23 r 627 Translaat Caul uijt de Bargase taale, gesneeden op een silvere plaat door den Naijk van Tansjouwer voor D' E: Comp:e aan den Edele Heer Admiraal en Super= intendent Rijkloff Van Goens, verleend en ingeh:t binnen Nagapatnam den 24. December 1658. In't Jaar Welembij Samwatsara Mar„ gasira Soeda Pauwermitoe /: sijnde a=o 1658. den 15. ' december omtrend, na den ou„ den Stijl:/ Estrimatoe Citsjoeta, Estri„ wigaja Ragawa Naijk verleent aan den hollandsen Admiraal Rijkloff van Goens 't nadervolgende Caul op Silver gesneeden, daarop vertrouwen mogt. Eerstelijk geve ik d' E. Comp: een vrije handel in de poorten Nagapatnam, 't welk Simana Chittij hartel=zr aan mij heeft versogt; waar op ik het Caul heb verleend, wes VE. de negotie daar moet drijven; de Portugeesen haar Stad Na„ gapatnam, ende de daarin staande huij„ sen sen geve ik VE. als ook daar boven 't dorp van den Portugeesen Capitain Moor, neevens twee dos van de Kerken, de thuijnen ende dorp van den Portu„ gies Domingo d' Aroos, welke sijn 10. dorpen, te weeten: Poetoer, Moeton, Por¬ rewellengerij, Anthonij Pette, Carroewillen, gerij, Cingemangellang, Sjangemange lam, Nerte Mangelangh, MangiColle en Narriangoerij, wat die Jaarlijx koo„ men op te brengen, moet VE. telkens in schenkagie toesenden. Voor in barqueren van kleeden, mainte¬ mentos etc: op Neegapatnam, sal d' E. Comp: vrij sijn, Sonder eenige thollen te betaalen, ook van alle 't geene, wat soude mogen komen te disbarqueeren. Comp:s scheepen en vaartuijgen, soo mogte ko men te stranden, daarop en sal ik geen pre¬ tentie hebben. Soo eenige Coopluijden, of Dienaaren van D' E. Comp:e met haare rijk-dommen in't land te verloopen quamen, ende aan d' E. Comp: schuldig sijnde, sal ik se doen weder met