VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 9703

Coromandel · 606 pages · 66 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_9703_0393 view scan ↗

English

regulation of the rations has been made, must come from Madras, and are not willing to serve here for less than there, for which reason not yet However gladly, pursuant to our resolution of 11 October last and what was written to Your Right Excellencies in our humble advices of the 17th thereof, we had offered to Your High Excellencies an estimate on the rations of the servants in order to pay them in money instead of in kind, should Your Right Excellencies agree to this, we have not been able to succeed therein with complete certainty, as the papers that should provide information on this are still lacking; for which reason we have had to postpone this, like many other matters for the same reasons, until they shall have been brought forward. The Nawab has demanded the lease moneys for Sadras. Regarding indigenous affairs, we have the honor to inform that the Lord Nawab Muhammad Ali Khan Bahadur has, by letter, urged the Chief of Sadraspatnam, the provisional merchant Willem Hendrik van Bijland, to pay the arrears of the lease moneys of that place. What has appeared from his Excellency's letter regarding this, and the Chief instructed However, as it appeared from that letter, of which a translation alongside the Chief's reply has been sent to us by him, that His Highness's calculation of time seemed to require closer examination, we have by our resolution of 3 December last summoned the original letter of the Nawab hither, and instructed the Chief to have himself accurately informed by the interpreter and Brahmin of the Company as to when the last payment of the lease moneys before the war took place, and to supply that statement to us, while we postponed further deliberations on this article until after receiving this information. Secret resolution of 6 February. Not anticipating that claim of the Lord Nawab, we had already decided on 4 November to send 700 pieces of Pagodas to Sadras, both to make good the daily expenses and to pay the term which expired since our restoration if the Nawab should send for it according to custom with reference thereto. We beg Your Right Excellencies to consult the remainder concerning this matter in our secret resolution of 6 February of this year. Complaints of the merchants of Sadras about the vexations of the English. Regarding the article of Foreign Nations, we have the honor to present to Your Right Excellencies that the Chief of Sadraspatnam, by his letter of 6 October, has communicated to us the complaints which the merchants and brokers in the weaving villages of Manamboddy and Chembacum have lodged concerning the vexations of the English. Containing in substance that What has been ordered to the Chief regarding this, one Mr. Moubray and his servants had demanded from the said brokers a binding cadjan to have linens woven in those villages for no one other than the English, just as they had also taken a cadjan from the weavers in which those workmen promised to produce no other than English assortments. However, we thought proper by our resolution of 3 December last to instruct the Chief, quasi by a private letter, to give notice to the Lord Governor of Madras, Davidson, of the conduct of this Moubray and company, with the request to prevent such arbitrary actions. While for reasons detailed more fully in our said resolution, we have instructed the Chief not to address the Nawab Muhammad Ali Khan Bahadur on this subject without our special order. Another request made to Madras for the papers of Paliacatta. Letter from Your Right Excellencies to Brigadier de Saint-Mars has been forwarded, The English Ministry at Madras, having promised upon our reclamation of the Paliacatta papers by letter of 28 December to communicate how matters stood with those archives as soon as they should be sufficiently informed, has up to now given us not the least disclosure in this regard; wherefore at our session of 28 January we thought proper to make a further inquiry for them. We have received from Ceylon a letter from Your Right Excellencies for the Lord Brigadier Antoine de Saint-Mars to be sent to the government of Pondicherry, which has been duly done. and Rousseau appointed as Writer of Sadras. What has been written to Bloeme regarding the servants at Nagapatnam, his answer. Regarding the Servants, we have the honor to state at the outset that we have appointed the bookkeeper Francois Rousseau, who previously was a writer at this place, to be writer of Sadraspatnam under his formerly taken oath, which we hope will be favored with Your Right Excellencies' honored approbation. On 29 October last we wrote to the junior merchant and invoice-keeper Fredrik Willem Bloeme, enclosing a list of names of those Servants who were still at Nagapatnam, to note down behind each name whether those Servants were inclined to come over hither with the opening of the navigation. He answered us by letter of 4 November that they all, to the number of fully 44 individuals, were inclined to come up, not counting the pay-transfer clerk Jacobus Wilhelmus Swart, who was still at Colombo and whose intention could not be known to him. While

Dutch transcription

365 schikking op de vantcoenen den s be gemaakt is, Madras moet komen, en hier voor niet minder als aldaar willen dienen reden waarom nog geen Toe gaarne wij ook ingevolge ons besluit van den 11 8ber p:s en het aan uw Hoog Edelheedens geschree„ vene bij onse needrige advisen van den 17. daar aan Hoog dezelve hadden aangeboden een overslag op de Randcoenen der Die„ naaren om die in geld te betaalen in steede van in natura, zo uw Hoog Edelhedens zulks mogten agreeren, hebben wij daar in niet met volkomen zeker„ heid kunnen veussieren, alzoo de papieren, die daar in zouden makn a onze 1 hen t de, dat trekt dat di„ agt voor aan moeten Tile de 1 de 2 den Nabarb heeft de pogt penn: voor sadras ge„ eischt briev gebleeken moeten voorligten, nog ontbreeken, waarom wij dit /:gelijk veele andere zaaken om dezelve reedens hebben moeten uitstelden, tot dat die zullen zijn aangebragt. Inlandse Zaaken De betreffende, hebben wij de eer te bedee„ „len, dat de Heer Nabab Ma„ chomet Alichan Bahadur het opperhoofd van Sadraspat„ nam den p=l koopman Willem Hendrik van Bijland bij een brief heeft aangemaand om de be„ ƒ taaling van de agterstallige part„ penn. van die plaats. wat daaromtrend uit zijn Excell Dan uit die brief, van welke een 7 367 is, is een translaat nevens des opperhoofds antwoord, ons door hem is toege„ zonden, voorgekomen zijnde, dat de tijdreekening van zijn Hoogheid een nader ondersoek scheen te worde„ ven, hebben wij bij ons besluit van den 3. December Iongst den ori„ gineelen brief van den Nabab, en aan het opperh. gelast herwaarts ontboden, en het op„ perhoofd gelast om zig door den tholk en bramine van de Compe exact te doen informeeren, wan„ neer de laatste betaling der pagt penn: voor den oorlog geschied zij, en dre opgaave aan ons te suppeditee„ ven, terwijl wij de verdere besoigne over dit articul uijtstelden tot na 9. sebreete resol: van den 6. febr: na het bekomen van dit onderrigt. Op die pretensie van den Heer Nabab niet verdagt zijnde, had„ den wij riets op den 4. 9ber: besloo„ ten, om 700. st: Pagooden na Sa„ dras te zenden, zoo tot goedma„ king der dagelijksche ongelden; als om het termijn het welk zedert onze herstelling expireerde te be„ taalen als de Nabab er volgens referte dierwegens aan de gewoonte om zond— wij bidden uw: Hoog Edelheedens het verdere deese zaak specteerende te bevo„ gen bij onse secreete resolutie van den 6. februarij deses Jaars.. Omtrent 369 Sadpas, over de veratien der Engelschen. staan, klagten der Corplietie: van Omtrent het Articul der vreemde Natien. hebben wij de eer uw Hoog Edel„ heedens te vertoonen, dat het opperhoofd van Sadraspatnam bij zijne brief van den 6. 8ber: ons heeft Communicatie gegeeven van de klagten welke der koop„ lieden, makelaars in de weefdorpen Mananboddie en Chembacum over de vexatien der Engelsen heb„ ben ingebragt waar inne deselve be„ Behelsende in substantie dat eenen Mr. Moedpret en Sijne bediendens van genoemde make„ laars hadde afgevorderd een ver„ band ola om voor niemand dan voor igt. „ wat dierwegens aan het opperhoofd gelast is, voor de Engelschen lijwaaten in die dorpen te laaten weeven, gelijk zij „van dan ook de weevers een ola hadden genoomen, waar in die werklieden beloofden geens dan Engelse Sor„ teeringen aan te maaken. Dan wij vonden goed bij ons besluit van den 3. xber p:o om het apper„ hoofd te gelasten, om quasi bij een particuliere brief aan den Heer Gouverneur van Madras Da„ viason van de Conduite van deesen Moedpret C: S: Kennis te geeven, met versoek van derge„ lijke willekeurige actien te beletten. Terwijl wij om reeden bij ons gem: besluit breeder gedetailleerd, het opper 374 andermaalige gedaan vrage na Madras, om de papieren van Palliacatta, brief van N: Hildiaan is beverteld opperhoofd aangeschreeven hebben, om zig zonder onse speciaale last over dit onder„ werp niet aan den Nabab Machomet Alichan Bahadur te addresseeren. Het Engelsch Ministerie te Ma„ dras op ons veclame der Palliacat„ se papieren bij brief van den 28: xber beloofd hebbende Communicatie te zul„ len geeven hoedanig het met die Ar„ chieven geleegen was, zoo dra het genoegsaam geinformeert zoude zijn, heeft ons tot nog toe geen de minste opening dies aangaande gegeeven; waarom wij ter onser sessie van den 28. Ianua„ wij goedgevonden een nader aanvraag op dezelve te doen. en borgacier te veonsichenij wij hebben van Ceilon een brief van uw Hoog le tons. en Rouspioug tot Scriba d van Sadras aangesteld, wat aan Bloeme geschree„ Hoog Edelheeden voor den Heer Brigada Contanoean de Salgrains ontfangen om aan de regeering van Pondicherij gesonden te worden, het geen behoorlijk geschied is. —. De Dienaaren betreffen hebben wij de eer aanvangkelijk te bedeelen, dat den boekhouder Francois Rousseau, die bevoorens soriba te deeser plaatse was, hebben aange steld tot scriba van Sadraspatnam, en zijnen voormaals gedaanen Eed, het welk wij hoopen dat met uw: Hoog Edelheedens geëerde apri batie zal begunstigd worden. Op den 29 8ber: p=r Schreeven wij aan 73 325 ven is, nopens de die„ naaren te Nagap=m, zijn antwoord aan den onderkoopman en factuur houder fredrik Willem Bloeme, onder toesending eener naam lijst van die Dienaaren, welke zig nog op Nagapatnam bevonden, om agter ijder naam te noteeren off die Die„ naaren geneegen waaren herwaarts over te komen met het opengaan der vaart Hij antwoorde ons bij brief van den 4. 9ber: dat zij alle ten getalle van wel 44. stuks tot den op„ komst geneegen waaren, ongerekend den ƒ ƒ soldij overdrager Iacobus Wil„ Co¬ helmus swart, die nog op lombo was, en welker intentie blijken hem niet konde Tewijl adie gen a

NL-HaNA_1.04.02_9703_0402 view scan ↗

English

have made, and the decision taken upon these requests. While he at the same time gave to understand that these Servants had made known to him their great poverty, they requested to be provided with some money in reduction of the wages and emoluments so graciously granted to them by Your High Nobilities, as without the assistance thereof they were not in a state to break up their households. As also, that capable vessels might be provided to the said Servants for the transport. Which two-part equitable request we have granted by our Resolution of the 28th of January, assigning to them 3 months' wages in reduction of that which they are owed. Furthermore, we have the honor to present to Your High Nobilities below the number of Servants who were stationed on this coast as of the ultimate of December 1785; namely: Of the Political Governance 1 Commander, here 1 Senior Merchant and chief administrator, here 4 Merchants, among whom 1 titular, and 2 provisional; namely: 1 at Iaggernaikpoeram, chief 1 fiscal, here 1 warehouse master and trade bookkeeper, here, and 1 at Sadraspatnam, Chief. 7 Junior Merchants, among them 1 provisional, of these: 1 invoice keeper at Nagapatnam 2 chiefs at Bimilipatnam and Palicol 1 Secretary of Police and Cashier, here 1 Mintmaster at Nagapatnam 1 Second at Iaggernaikpatnam 1 Out of employ, here. 35 Bookkeepers, among them 10 qualified, namely: 12 here, among whom 5 qualified 4 at Iaggernaikpatnam 3 at Bimilipatnam, of which 1 qualified 2 at Palicol 1 at Sadraspatnam 11 at Nagapatnam, of which 2 qualified. 7 Assistants, of which: 4 here 2 at Nagapatnam 1 at Palicol 10 Junior assistants, here 1 Salaried bookkeeper at Nagapatnam 2 at Portonovo, of which 1 qualified. Ecclesiastical Servants 1 Minister at Nagapatnam 1 comforter of the sick, here 1 reader, here 1 Portuguese reader at Nagapatnam 1 Sexton and 1 organist at Nagapatnam 1 schoolmaster in the orphanage at Nagapatnam. Of the Military 1 Captain Lieutenant and head of the Military, here 1 Extraordinary Engineer, here 1 Ensign, here 6 sergeants; of these: 3 here 1 at Sadraspatnam 1 at Iaggernaikpoeram 1 at Bimilipatnam 2 Garrison writers, 1 at Nagapatnam and 1 here 1 Piper Major, here 3 corporals; of which: 1 here 1 at Nagapatnam 1 at Iaggernaikpoeram 2 pipers and 2 drummers, here 9 Soldiers; of which: 1 here 6 at Nagapatnam 2 at Bimilipatnam. Of the Artillery 1 ordinary Lieutenant at Nagapatnam 1 Extraordinary fireworker, here 2 Gunners; of which: 1 at Nagapatnam 1 at Iaggernaikpoeram. Of the Equipment 1 titular shipmaster at Nagapatnam 1 chief mate, here 5 Boatswains; of these: 1 here 3 at Nagapatnam 1 at Iaggernaikpatnam 3 quartermasters; of these: 1 here 1 at Nagapatnam, and 1 at Bimilipatnam 1 flag watcher at Nagapatnam 1 Sailmaker, here. Of Medicine and Surgery 1 Chief Surgeon of this Castle, here 4 Surgeons, of these: 2 at Nagapatnam 1 at Iaggernaikpoeram, and 1 at Bimilipatnam. Craftsmen 3 Bookbinders, among them 2 journeymen, 2 here and 1 at Nagapatnam 1 Glassmaker at Nagapatnam 1 head cooper, here 1 head carpenter at Nagapatnam 1 smith, here. Servants of Justice 1 Court Messenger at Nagapatnam 1 Provost, here 1 Jailer at Sadras, during indisposition. Eastern Military personnel, serving here: 1 captain 1 lieutenant 2 ensigns 3 Sergeants 2 Corporals, and 33 Soldiers. While we inform Your High Nobilities that the quartermaster of the ship Castor, by name Jean Anthonius of Lisbon, was unfortunately so injured during the saluting of this vessel that the officers of that bottom were obliged to send him ashore to be healed, which was indeed effected, though with the loss of his right hand. The Smith of the said bottom, by name George Godlieb Beijer, having kept himself hidden upon the departure of the ship out of fear, as he said, for the climate of Batavia, where he had always been sickly and languishing, we have, after a sensible correction, caused his half wages and board money to be provided, further letting him perform his service ashore, for reasons circumstantially mentioned in our decision of the 4th of November last, to which, for the avoidance of prolixity, we respectfully refer ourselves, and we humbly request the pay accounts of both these persons. Respecting the Article of the Deserters, we must respectfully impart to Your High Nobilities that 8 deserters have successively come over to us, namely: one from the French and 7 from the English, among whom 6 Netherlanders and two High Germans. We have, as appears from our Resolution of the 28th of January and the 6th instant, taken the Nationals into service upon their request made to that end, as soldiers at 12 florins. While the 2 Germans, upon the reclamation of the Madraspatnam Ministry, have been extradited on the terms

Dutch transcription

gedaan hebben, bestuit daar op welke versoeken zij Terwijl hij teffens te kennen gaf, dat die Dienaaren hem hunne groote armoade te verstaan gegeeven hebben de, versogten met eenige penningen in mindering van de hun door Hun Hoog Edelheedens zoo gracieus toegestaane gagien en omolumenten mogten werden voorsien, al zoo zonder adsistentie van dien mit in staat waaren met hunne huijs houdingen op te breeken. Als ook, dat aan gem: Dienaaren „ bekwaame vaartuigen tot den over„ voer mogten werden besorgd. welke twee leedig billijk versoek wij bij onse Resolutie van den 28 Januarij hebben toegestaan, hem toeleggende 3. O 5 375 3 ven onder UEd=e Dec: 1785. 3. maanden gagie inmindering van dat geen welk zij te goed hebben. . enonstratie der dienaa Voorts hebben wij de eer uw: Hoog Edelheedens hier onder te vertoo„ nen het getal der Dienaaren, wel„ ke onder ult„o Decemb: 8: p: te dese kuste be„ scheijden zijn geweest; als: van de Politie 1. Gezaghebber, alhier 1. Opperkoopman en hoofdadministrateur alhier 4. kooplieden, waar onder 5: titulair, en 2. pro„ visioneel; als: 1 op Iaggernaikpoeram opperhoofd 1 fiscaal, alhier 1. pakhuijsmeester en Negotie boek houden, alhier en 1. op Sadraspatnam Opperhoofd. —: 7. onder 1 die hebber 3. 7. onderkooplieden, daar onder 1. p=ls, hier van 1. factuurhouder te Nagap=m 2. – opperhoofden te Bimilipatnam en Palicol 1. Secretaris van Politie en Cassier alhier s Muntmeester te Nagapatnam 1. Secunde op Iaggernaik p=m 1. Buijten emploij alhier. 35. Boekhouders, daar onder 10. gequalificeerden, als: 12. alhier, waar onder 5: gequalificeerdens 4. te Iaggernaik p=m 3. te dimilipatnam daar van 1. gequalificerde 2. „ Palicol - 1: „ Sadraspatnam. 11. „ Nagapatnam „ „ 2. _. o 7. Adsistenten, daar van 4 alhier 2. te Nagapatnam 1 „ Palicol 10. Iong adsistenten alhier 1. Gegagieerde boekhouder te Nagap=m 2 „ Portonovo - - „ „ 1. _. o kerkelijk „ „ 1. _ 2 9. 7 ƒ 3 1. Predikant te Nagapatnam 1. krank besoeker s. voorleeser alhier 1. Portugiese voorleeser te Nagap=n 1. Koster en te Nagap=m I orgamst s. schoolmeester in 't weeshuis te Nagap=m van de Militie 1. Kapitain Lieutenant en hoofd der Mili„ tie alhier Extra ordinair Ingenieur alhier L. 1. vaandrig alhier 2s 6. sergeants; hier van 3. alhier 1. te Sadraspatnam 1 „ Iaggernaik poeram Bimilipatnam 2. Guarnisoen schrijvers, 1: te Nagap=n en sal„ 1. Peijper Majoor alhier 3. korporaals; waar van s. alhier 1. te Nagapatnam 1 „ Iaggernaikpoeram hier Kerkelijke Bediendens, 2. peijpers hier van alhier co ceerden. ens lvenr _ o V.P 2. Peijpers en alhier 2. tamboors 9. Zoldaaten; waar van 1: alhier 6. te Nagapatnam 2. „ Bimilipatnam van de Arthillerij 1. ordinair Lieutenant te Nagap=m 1. Extra ordinair vuurwerker alhier 2. Cannoniers; waar van: s. te Nagapatnam 1. „ Iaggerwaik poeram van de Equipagie 1. titulair schipper te Nagapatnam 1: opperstuurman 5. Bootslieden; daar van s: alhier 3. te Nagapatnam 1 „ Iaggemaik p=m 3. quartiermeesters; daar van s. alhier 1. te Nagapatnam, en 1 „ Bimilipatnam 1 vlagge v s 379 1. vlaggewagter in te Nagapatnam 1. Zeijlmaaker van de Geneeskonst en Chirurgie I. Opperchirurgijn deses Casteels, alhier 4. Chirurgijns, daar van: 2 te Nagapatnam Iaggernaikpoeram, en 1 „ „ Bimilipatnam AmbagtsLieden 3. Boeke binders, daar onder 2. Gesellen, al„ hier s. en te Nagapatnams. 1. Glaase maaker te Nagapatnam 1. opper kuijper alhier 1. opper timmerman te Nagap=m 1. smith alhier Bediendens van de Justitie s. Garagts Borde te Nagapatnam 1. Geweldiger alhier 1. Cipier te sadras mits indispositie Oostersche Militairen, alhier militeerende 1. kapitain 1. luijtenant m tiermester van de Ca„ tor 1. luijtenant 2. vaandrigs 3. Zergeants 2. Corpwaals, en 33. Zoldaaten quisking van eer d Terwijl wij uw Hoog Edelheedens kennis geeven, dat den quartiermeer„ ter van het schip de Castor in hand naame Jean Anthonius van Lisbon bij 't salueeren deeser Seh de ongelukkig zodanig is gekwest geraakt dat de overheeden van dien hij is na de wal gesenden, bodem hem na de wal hebben moe„ ten zenden, om geneesen te worden het geen ook, dog met het verlies versoe van zijnen Regterhand geschied is waarom den Smith man De Smith van gemelde bodem in hoeda name de 3 „ Casten zig schuijl naame George Godlieb Beijer huft gehouden, hoedanig met hem ge„ Or in handeld- kkeningen, zig bij het vertrek van het schip schuijl gehouden hebbende uit vrese, zo hij zeijde voor het Climaat van Batavia, alwaar hij altoos zieke„ lijk en kwijnende was geweest, heb„ ben wij na eene gevoelige Correctie zijn halve gage, en kostgeld laaten verstrekken, hem voorts zijn dienst aan de wal latende doen, om re„ denen omstandig vermeld bij ons besluit van den 4:' November Iongst, waar aan wij ons ter vermijding van prolixiteijten eerbiedig. gedraagen, versoek om 2. soldij vee, en om de soldij reekeningen dier beijde persoonen ootmoedig ver„ soeken Het en meer van Rte dien moe„ orden 4. overkomst van 8. de„ serteurs 6. nationalen zijn in dienst aangenomen en 2: duijtsers aan de En„ gelschen uitgeleverd Het Articul der Deserteurs specteerende, moeten wij uw Hoog 66 Edelheedens eerbiedig bedeelen„ dat tot ons successive zijn overge„ koomen 8. overloopers, als: een van de franschen en 7. van de Engelschen waar onder 6. Nederlanders en twee Hoog duijtschers Wij hebben de Nationalen blijken onze Resolutie van den 28. Ia„ „item mi nuarij en 6. Courant op hun daar toe gedaan versoek in dien staan„ genoomen als, soldaaten met ƒ 12. Terwijl de 2: Duijtschers op de veclame van het Madraspatnam„ sa Ministerie zijn uitgeleverd op de ter mey

NL-HaNA_1.04.02_9703_0411 view scan ↗

English

terms of the cartel in force before the war from the year 1755, which is still mutually maintained in all good faith. We have the honor to present herewith to Your High Nobilities the amended deed of restitution of that office sent to us from Jaggernaikpoeram. The account of the commission for the takeover of the Company's establishments on this coast having been examined in our assembly of 28 January, we approved the same, as there was nothing to remark upon it; we thus have the honor respectfully to present the same to Your High Nobilities, with submission to favor that account with Your High Nobilities' favorable approval. Captain-Lieutenant and Commandant Jan Joachim Winkelman having addressed himself to us by petition, with the request to support with our recommendation his humble supplication to Your High Nobilities, tending to an application to be favored with the pay and emoluments of effective Captain, we found no reason to refuse this to that old servant, wherefore we respectfully request Your High Nobilities graciously to grant his prayer. The Bookkeeper and provisional Assayer Fredrik Gronau has also submitted to us his petition, containing a respectful request to be confirmed in that service, and that he may be favorably recommended by Your High Nobilities to the Lords Superiors for obtaining the effective rank of Junior Merchant annexed to that service. We add our submissive request to his, and pray Your High Nobilities to take favorable consideration thereof. We have the honor to present to Your High Nobilities the statement of accounts of the Coromandel Orphan Chamber closed on the ultimate of August 1784, as also that of the Poor Treasury of the last of August 1785. And we have this accompanied by three petitions addressed to Your High Nobilities from the former interpreter Mandalam Wengadassalam, praying Your High Nobilities to take favorable consideration thereof; a letter under flying seal from the Orphan Masters of this Coast, together with a set of Orphan Chamber booklets of the year 1783/84 belonging thereto. Likewise, there was submissively presented by us to Your High Nobilities a respectful supplication directed by the Company's servants on this Coast to Your High Nobilities, containing a request that they may be relieved by the same, for reasons as in the text, from the stipulated recognition of 20 percent on the linens, if upon improvement of times they might subsequently send any to Batavia. We respectfully request that Your High Nobilities may be pleased to take favorable consideration of this their request, since we are in conscience convinced that what is brought forward in that petition contains the complete truth. Wherewith commend Your High Nobilities' illustrious persons, together with the state of the general Company, to the holy protection of God Almighty, and remain with deep respect: High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lords, Well-Born Lords, Your High Nobilities' submissive and obedient servants. Was signed: W. Blaankamer, N. Tadama, J. D. Simons, and B. Brouwer. In the margin: In Fort Geldria, the 27th of February, the year 1786. Below: P.S. After closing this, we received the accompanying packet under flying seal from the Council of Justice here, superscribed to the Honorable Council of Justice of the Castle of Batavia, which we respectfully request Your High Nobilities to cause to be handed over to their Honors. Agrees: A. A. Haas, First Clerk. No. 3. Duplicate. Apart. Netherlands. To the High Noble, Right Honorable Lords Directors, assembled in the meeting of the Seventeen, appointed to the Presidial Chamber of Amsterdam. High Noble, Right Honorable Lords! Respectfully referring to our humble general letter to Your High Noble, Right Honorable Lords of today, we nevertheless take the liberty to address this separate letter to Your High Noble, Right Honorable Lords, in order to dutifully inform the same that the most dreadful, yet quite certain prospect

Dutch transcription

missie termen van het voor den oorlog gevigeerd hebbend Cartel van den Iaare 1755. het welk men nog mutueel met alle getrouwheid onderhoud.— wij hebben de eere uw Hoog Edel„ heedens hier neevens aan te bie„ den de ons van Iaggernaik„ 1 „poeram toegesondene verbeeterde acte. van Restitutie van dat Comptoir ten de gesckening vande son De Reekening der Commissie tot den overneem van sComps etablisse„ Comp mentenis ter deeser kuste in onse vergadering van den 28. Januarij geexamineerd zijnde, hebben wij den„ selven goedgekeurd, nadien 'er niets op te remarqueeren was; wij hebben dus iken lijk — man, verboek on dies approbatie, das de eer uw Hoog Edelhss denselven eerbiedig te presenteeren, met submissie beide die reekening met uw Hoog Edelheedens gunstige approbatie te vereeren. Requst van win kelt„ Den Capt: Lieutenant en Commandant Jan Joachim winkelman, zig bij ons per request geaddresseerd heb„ bende, met versoek zijn nedrig suplicq aan uw: Hoog Edelheedens, tendeerende instantie om met de gagie en emolumenten van effectef Capi„ tain te moogen werden begunstigd met onse voorschrijvens te ondersteu„ nen, hebben wij gune veeden gevonden, van vif om dien ouden Dienaar dit te nefu„ seeren 385 „ten van Groenau versoek om een gunstige reflextie daar op te slaan, leeven, weshalven wij uwe Hoog Edel„ heedens eerbiedig versoeken hem zijne bede gracieus te accordeeren. Den Boekhouder en p:l Essaijeur Fredrik Pronau heeft ons meede geintrageerd zijn Request, in„ houdende een eerbiedig versoek om in die dienst te moogen werden beves„ tigd, en dat hij door uw Hoog Edel„ heedens aan De Heeren Majores favorabel mag werden voorgedra„ gen ter obtenue van de effective qua„ liteijt van onderkoopman aan die dienst annex. - Wij voegen ons onderdanig versoek bij het zijne, en bidden Uw Hoog Edel selven sie reekening van de weeska„ accompagneering van 3. regwefen van den inlandir Mandalam, deselling vandestet) Sig hebbende een uw Hoog Edel„ mis en Diaconij Cassa, heedens te presenteeren de staat reekeningen van den Cormandel¬ schen weeskamer onder Ult:o Augustus 1784. geslooten, gelijk, gelijk meede die der Diaconie van den laatsten Augustus 1785. En laaten deesen accompagneeren van drie aan uw: Hoog Edel„ heedens grrigte requesten van den geweesen tolk Mandalam Wengadas salam Edelheedens daar op een gunstige reflectie te slaan Een 387 ƒstige va„ te slaan van Een brief onder Cachet volant van wees„ meesteren deeser Custe; nevens een stel weeskamer boekjes de Ao 1783 1/84. daar bij gehoorende. dog wierd door ons uw Hoog Edelheedens onderdanig aangeboden een eerbiedig supplicq door sComps Dienaaren ter deeser Custe aan uw: Hoog Edelheedens gerigt inhou„ dende versoek om door Hoog de„ zelve om rerder als in textu, geli„ bereerd te moogen werden van de be„ paalde recognitie van 20. pr C:o op de lijwaaten zoo zij bij betering, van 3 tijden in het vervolg eenige na Ba„ Zenden tavia mogten wij versoeken eerbiedig dat Uw: Hoog tige „ reekening van de weeska„ regwessen van den inlander Mandalam, diselling van de stont) sij hebben de eer mis en Diacnij Cassa, heedens te prese reekeningen van schen weeska Augustus 170 gelijk, go zij st: M Diaconie van Augustus 1785. accompaganrin van 3: On laaten deesen a van drie aan U. heedens gerigte geweesen tolk C„ Wengadas salam Edelheedens daar op een g reflectie te slaan Een 387 weesmee steren gelijk ook een request van de gesamen'tlijke sComps dienaaren, versoek om een gunstige pa„ flesie daar op te slaan, iten van Een brief van Een brief onder Cachet olant van wees„ meesteren deeser Custe; nevens een stel weeskamer boekjes de Ao 1783 ƒ84. daar bij gehoorende. dog wierd door ons uw Hoog Edelheedens onderdanig aangeboden supplicq door s Comps een eerbiedig Dienaaren ter deeser Custe aan uw: Hoog Edelheedens gerigt inhou„ dende versoek om door Hoog de„ zelve om reeder als in textu, geli„ 1 bereerd te moogen werden van de be„ paalde recognitie van 20: pr C=o op de lijwaaten zoo zij bij betering, van tijden in het vervolg eenige na Ba„ Zenden tavia mogten wij versoeken eerbiedig dat Uw: Hoog 5/6 Hoog Edelheedens een gunstige ve„ flectie op deese hunne bedde gelieven te slaan, nadien wij in gemoede overtuigd zijn, dat het bijgebragte 6 in dat Request de volkomen waar„ heid bekelsd:. Waarmeede uw: Hoog Edelheeden Illustre persoonen nevens den staat der generaale Maatschappij in de Godt Al„ Heijlige hoede van magtig verbidden, en met diop respect verblijven /:onderstond Hoog Edele Groot Agtb wijdgebiedende Heeren Wel del Heeren, uw Hoog Edelh„s onder danige en Gchoorsame Dienaaren /:was geteekend:/ W„: Blaankamer N„ Tadama 389 N: Sadama, mons en B: Brouwer /: In Palliacatta margine:/ In't Casteel Deldria den 27. februarij Ao 1786. /:lager. / P: S: Na het afsluijten deeses ont„ vingen wij het nevensgaande Pacquet onder Cachet volant van den Raad van Iustitie alhier, aan den Agtb: Raad van Iustitie des Cas„ teils Batavia gesuhperscribeerd, het geen wij uw: Hoog Edelh„s eer„ biedig versoeken aan haar Agtb ter hand te doen stellen J: D: Si Accordeert. A:A: HLass E G Clercq ve„ te waar; den dek: en No. 3. . Daplceert 1 Apart. Nederland. Aan De Hoog Edele Hoog Achtbare Heeren Bewindhebberen. Ter vergadering van de Seventhienen, gecom„ mitteerd ter presidiale kamer Amsterdam. Hoog Edele Hoog Achtbaare Heeren! Ons eerbiedig gedragende aan onse nedrige gemeen„ ne brief aan uw Hoog Edele Hoog Achtb„s van heeden, namen wij nog de vrijheid deezen aparte aan uw Hoog Edele Hoog Achtb: te rigten, om Hoog dezelve pligtmatig kennis te geeven; dat het allerakelijkst, dog vrij zeker vooruijtzicht. E

NL-HaNA_1.04.02_9703_0424 view scan ↗

English

prospect that this year we would have to let the ships return on their ballast again if we do not receive relief in ready money, and the far-reaching consequences attached thereto, caused us, by secret resolution of the 28th of the past month, to the accompanying copy of which we respectfully refer, to resolve upon an attempt to negotiate 75,000 star pagodas on bills of exchange on the Honourable Company in the Netherlands, provided one could obtain the star pagoda at 8 shillings and 3 pence English, or, calculating the shilling at 11 stuivers, 4 guilders, 11 stuivers, and the due date were fixed at six weeks after the autumn sale in 1787 or 6 weeks after that in the spring of 1788 at the choice of your Right Honourable Lordships, so that your Right Honourable Lordships might not be inconvenienced with bills of exchange at an untimely moment, but might be able to make the payment out of the proceeds of the goods, for the procurement of which the negotiation had been made. We have not yet been able to succeed in this, because the proposals that were made to us by the English at Madras were unacceptable. The reasons they give for this difficulty, being detailed in our secret resolutions of the 22nd of this month accompanying this letter, and too long to take up your Right Honourable Lordships' attention with, we shall only note the principal point of their proposal; namely: that for the star pagoda they demanded 8 shillings and 9 pence English, which, calculating that pagoda and the former old Nagapatnam one at equal value, gives a loss of 7 stuivers on each pagoda, or 7 2/9 percent. That an interest of 12 percent per year would have to be paid, to be calculated from the day on which each payment was made until the bills of exchange were presented. That the bills of exchange would be granted until a certain time in the month of September. That the same would be payable at 12 months' sight, which would approximately coincide with the autumn sale in anno 1787. That the Company shall have the choice to postpone the payment by 6 months, provided the stipulated interest is paid in Holland; and finally: That time had to be allowed from now until August 31st to furnish the entire sum of 75,000 pagodas. Deliberating on these unacceptable conditions on the 22nd of this month, it appeared to us that the loss on the ready money added to 12 percent constitutes a disadvantage of more than 20 percent, which would increase by as much as the payments were made earlier than in August, whereby, for example, such amounts as would be advanced now or in March would give a loss of over 27 percent upon payment in the autumn of 1787. We judged that no reason could justify such an unprecedented negotiation, because the present losses on the same, added to the higher prices that one will have to allow in the contracting of the linens, would give no prospect of any profits on the return cargoes in Europe or India, but apart from that we had to abandon this negotiation because of the time they prescribed to us until which the advancing of money would continue, since we shall need the money for the collection not in August but immediately. We nevertheless resolved to make a counterproposal upon which, in this necessity for money, we were willing to enter into that negotiation; namely: 1st. The price of the pagodas had to be set at 8 shillings and 3 pence instead of 8 shillings, 9 pence; and 2nd. The interest of 12 percent reduced to 5 to 6 per annum. 3rd. The entire amount of 75,000 pagodas must be paid immediately, and 4th. The time of payment be left at 6 weeks after the autumn sale in anno 1787 or as many weeks after that of the spring of 1788 at the choice of the Company, without calculating additional interest for it. 5th. That if these conditions are granted, one could consent to the payment taking place in London. Without the granting of which conditions, and especially the third, one would abandon the negotiation, while we nevertheless at the same time resolved to recede from the fourth proposal if one could not stipulate it, as is very much to be feared. We will have to await the outcome of this proposal, which, however disadvantageous, we must still prefer over a loan at 12 percent on account of the uncertainty one has regarding its reimbursement, not to mention whether we shall indeed succeed in obtaining such a large sum without a definite engagement to pay it off again by a certain time. A condition that we could not enter into without the danger of putting the credit of the Company in jeopardy if we could not satisfy it in due time. We have, in our general letter to your Right Honourable Lordships of today, cited the demand for return goods charged to us by the Honourable High Indian Government to procure. We have indeed, according to our secret resolution of January 17th last, to which

Dutch transcription

vooruitzicht, dat wij in dit Iaar de scheepen weder op hun ballast zouden moeten laaten te rug keeren, zoo wij geen ontzet van Contant geld krijgen, en de ver uijtziende gevolgen daar aan verbonden, ons bij secret besluijt van den 28:e der gepasseerde maand/ aan wel kers overgaande Copij wij ons Eerbiedig gedragen:/ heeft doen besluijten, tot een tentamen om 75000. -. – pag den op wissels op de Ed: Comp=ie in Nederland te meg tieeren, mits men de stere pagood konde kerijgen, ten 8. schellingen, en 3. pence Engelsch, of 1: de schelling tegen 11. stuijvers gerekend:/ ƒ4. 11. —. En de vervaldag gestr wierde ses weeken na de Najaarsche verkoping in 174 of 6. weeken na die in het voorJaar 1788. ter keuse van uw Hoog Ed: Hoog Achtb:s op dat Hoog Dide mogelijk niet ter ongelegener tijd met wissel briev geincommodeerd wierden, maar de betaling mogte kunnen. 2699 36 kunnen doen uijt het prootuct der goederen, tot bezorging van welke de negociatie gedaan was. — Wij hebben hier in nog niet kunnen slaagen, wijl de propositien, die ons van de Engelschen te Madras gedaan wierden, onaanneemelijk waaren. De reeden die zij voor deeze ongemakkelijkheid geeven, gedetailleerd zijnde bij onse deeze accompagneerende secreete resolutien van den 22.:' Dezer, en te lang om uw Hoog Ed: Hoog Achtb: attentie in deeze meede optehouden, zullen wij alleen het hoofdzakelijke van hun voorstel noteeren; namentlijk: Dat men voor de stere pagood Eijschte 8. schellingen, en 9. pence Engelsch, het welk /: die pagood en de geweeze oude Nagapatnamsche op gelij„ ke waarde gerekend:/(aen verlies geefd van 7. stuijvers, op elke pagood, of 7. 2/9. percento. — Dat een jntrest van 12. ten honderd in 't Jaar zou„ de. eder op zoo ver teg gesth Dikko t en. ƒ x te betaald werden, te rekenen van den dag op welke ieder paijement gedaan wird, tot dat de wissels gepresenteerd wierden. Dat de wissels zouden verleend worden tot een zeeg kere tijd in de maand september. Dat dezelve zouden betaalbaar zijn op 12. — maanden zigt, het geen ten naasten bij met de na Jaars verkooping in Anno 1787. zoude uijtkomen. — Dat de Comp=e de keuze zal hebben om de be„ taling 6. maanden te verschuijven, mits de gestifuleerd Intrest betalende in Holland; En eijndelijk:— Dat 'er tijd moest gelaaten worden van nu tot den 31:e Aug=s, om de geheele somma van 75000: –. prap te fourneeren. — Over deeze onaanneemelijke Conditien deliberend wij den 22.:' deezer, wanneer ons voorkwam dat het der lies. 39 395 lies op het gereed geld gevoegd bij 12 prCt en nadel uijtmaakt van meer dan 20. p:r C:t, het welk zoo veel vermeerderen zoude, als de tellingen vroeger dan in aug:s gedaan wierden, waar door bij voorbeeld, zodanig bedraagen, dat nu of in Maart zoude opgeschooten worden bij de betaling in 't naJaar 1787. over de 27. percento verlies zoude geeven. —. Wij oordeeden, dat geene reeden zulk een ongehoorde negociatie konde wettigen, wijl de tegenwoordige verliesen op dezelve, gevoegd bij de meerdere prijzen, die men bij de aanbe„ steeding der Lijwaaten zal moeten toestaan, geen vooruijtzigt op eenige winsten op de Retouren in Europa of India zonde gee„ ven, Dog van welke negociatie wij buijten dien moesten afzien om de tijd welke men ons voorschreeft tot welke de geldschie„ ting zoude voortloopen, dewijl wij niet in aug:s maar aanstonds het geld tot den Inzaam zullen noodig hebben. —. Wij beslooten egter om een Contra propositie te doen, op. — ieder senteerd een zeeg 12. „ na Jaars de be„ tipular leende pap 9. op welke wij in deze noodzakelijkheijd om geld, die negoria„ tie wilden aangaan; namentlijk: 1:o De prijs van de pag:s moest op 8. schill:s en d. penc: in„ steede van 8. schellingen, 9. pence gesteld worden; en „ 12: fepcto 2:e De jntrest van 2/6: C=o gereduceerd tot 5. â 6. per annum. 3:e Het geheele bedraagen van 75000. –: pagooden mart aanstonds geteld, en 4:a De tijd der betaling op 6. weeken na de najaarsch verkoping in A:o 1787. of zoo veel weeken na die van het voor IJaar 1788. gelaten werden ter keuse van de Comp:e zonder daar voor meerder intrest te berekenen. — 5=e Dat deze Conditien toegestaan men zoude kunnen in„ willigen, dat de betaling in London geschiede. — zonder inwilliging van welke Conditien en voorna„ mentlijk de derde men van de negotiatie zoude afzien, ter„ wijl wij egter teffens beslooten, om van het vierde voorstel te 27 resilieeren, zo men het niet mogte kunnen bedingen gelijk Zeer. 9 zeer te vrezen is. — Wij zullen den uijtslag van deese propositie moeten afwagten, die wij, hoe desawantagieus ook, nog moeten prefereeren boven een geldligting tegen 12. p:r C„t uijt hoofde der onzekerheijd, die men tot dies rembourcement heeft, ongerept of wij wel tot zoo een groote Somma zullen te regt raaken, zonder een bepaalde verbintenis om die tegen een zekere tijd weder afteleggen. Een voorwaarde, die wij niet zouden kunnen aangaan, zonder gevaar van het credit van de Comp:e in de weegschaal te stellen, zoo wij op zijn tijd daar aan niet konden voldoen. — Wij hebben bij onsen gemeenen brief aan uw Hoog Ed: Hoog Achtb: van heeden geciteerd, den Eijsch van re„ touren door de Edele Hooge Indiasche Regeering om ter besorging op gedraagen. wij hebben dezelve ook wel, vol„ gens onse secreete resolutie van den 17:e Ianuarij Jongst: aanwelke. gocia„ in„ den maert arsch van het het en na„ & en

NL-HaNA_1.04.02_9703_0430 view scan ↗

English

to which we respectfully refer, distributed across this main office and the subordinate offices, and complete satisfaction was recommended. But with distress we must foresee that, if we do not succeed in obtaining money, nothing of significance can be delivered. We commend Your High Noble High Worships and the weighty interests of the Noble Company to the protection of the Almighty, fervently wishing that profitable trade within a few years may repair the important losses which it has suffered on this coast and elsewhere as a result of the recent war, and that the Noble Dutch East India Company may once again rise to the illustrious state that made it so renowned throughout the entire world. Whatever our faithful efforts can contribute to achieve this salutary goal, we shall dutifully cooperate in, if we are only enabled to do so in any way. We commend ourselves to the protection of Your High Noble High Worships, and have the honour to be, with dutiful veneration: High Noble High Worshipful Gentlemen! Your High Noble High Worships' very humble and obedient servants; W Blaaukamer C:n Tadama J F: Simons J Brouwer Palliakatta In Castle Geldria the 27th of February 1786. Appendix. The absolute necessity that the outcome of our negotiation on bills of exchange be immediately and fully known to the Noble High Government of the Indies, since it must strongly influence their deliberations concerning this coast, has compelled us to keep this letter open for an extraordinarily long time; and it is with regret that we must report to Your High Noble High Worships that nothing could come of this transaction, despite the extraordinary and possibly unprecedented conditions that we, out of dire need, had promised. We had to abandon it, because people wanted to take time, and even then bound themselves only very vaguely to procure as much money as could be had; from which certainly nothing would have come, since the scarcity of money is so great that the Danish government has already been trying for two months, offering 8 shillings and 6 pence, to negotiate 8000 pagodas, of which it has still been able to obtain almost nothing. We needed the entire sum immediately, to be advanced to the respective offices in proportion to their share of the collection, if anything of significance was still to be gathered. We hope that Your High Noble High Worships may be fully convinced that we have made every effort to obtain money, and thereby procure textiles. We have even gone very far, possibly not without personal risk, but the pressing need to procure a return shipment, even if only a modest one, and the prospect of the disastrous consequences if the Company receives no textiles from this coast in the coming year, have made us override all considerations that might concern ourselves, and attempt a negotiation that in all other cases would run directly counter to the fundamental principles of commerce and could not be justified. We hope that Your High Noble High Worships may be pleased with our actions in this matter, even though we have not been able to succeed in our objective. But this depended on circumstances that are beyond our control. We reiterate the expression of respect and veneration with which we have the honour to be: High Noble High Worshipful Gentlemen! Your High Noble High Worships' very humble and obedient servants; W Blaaukamer M:r Tadama P: V: Simons J Brouwer Palliakatta In Castle Geldria the 15th of March 1786. Duplicate No 1. Netherlands To the High Noble High Worshipful Gentlemen Directors at the Assembly of the Seventeen Commissioned to the Presidial Chamber Amsterdam High Noble High Worshipful Gentlemen, On the occasion of the Company's papers being sent via Ceylon to Europe, I take the humble liberty to present most respectfully to Your High Noble High Worships, alongside this, the copies of the secret despatches addressed by me on the 17th of October of last year and on this day to Their High Nobilities the Noble High Government of the Indies, to which, in all humility, I refer in order to avoid repetitions. I beg permission to commend my person to Their most powerful protection, and after wishing God's precious blessings both upon Your High Noble High Worships and upon the Company's weighty interests, to call myself with profound awe and the utmost respect: High Noble High Worshipful Gentlemen, In Castle Geldria the 27th of February Anno 1786. Palleacatta Your High Noble High Worships' very humble, obedient, and faithful servant J Blaaukamer Duplicate No 5 Batavia, To His High Nobility, The High Noble Great Worshipful Widely Ruling Gentleman Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, Together with The Right Honourable Gentlemen Councillors of the Netherlands Indies etc. etc. High Noble Great Worshipful Widely Ruling Gentleman, and Right Honourable Gentlemen! I have had the honour of receiving the letters that Your High Nobilities were pleased to address to me separately: Copy, Secret End

Dutch transcription

aanwelke wij ons Eerbiedig refereeren, over dit hoofd= en de subalterne Comptoiren verdeeld, en een Complate voldoening aanbevoolen. Maar met aandoening moeten wij voor uijtzien, dat zo het ons niet gelikt om geld te krijgen, er niets noemenswaardigs op zal kunnen geleverd werden. Wij beveelen uw Hoog Edele Hoog Achtba„ ren, en de gewigtige belangens der Edele Maatschappij in de protectie van den Al„ machtigen, wenschende vuuriglijk dat een voordeelige handel binnen weijnige Iaaren ma„ ge repareeren de Importante verliesen die De„ zelve door den jongsten oorlog op deeze kust en elders den heeft geleeden, en dat de Ed: Nederlandsche oostjndische Corn eens weder moge stijgen tot den luijsterijken staat, die deno zelven door de geheele wereld zoo beroemd heeft gemakt H geen om dit zeijlzaam but te bereijken onze trouwen wor gens. gens zullen kunnen toe brengen, zulen wij poligtschuldig dan meede werken, als wij maar eenigsints daar toe werde in staat gesteld. Wij beveelen ons in de bescherming van uw Hoog Ed: Hoog Achtb:, en hebben de eere met schuldige veneratie te zijn. — Hoog Edele Hoog Achtbare Heeren! Uwer Hoog Edele Hoog Achtb:e zeer onderdanige, en Gehoorzame Dienaaren; W Blaankamer Cn: Sadamap J F: Sinors J Brouwer Palliakatta In het kasteel Geldria den 27. ' Februarij 1786. ische Conp elders Appendia pleet pleete moeten geld te everd Achtbar een den 1 1 n verom ens. Appendix. De volstrekte noodzakelijkheijd dat de ze slag van onse negotiatie op wissels de Edele Hooge Indiasche Regeering immediaat volkomen bekond zij, dewijl die sterk moet influeeren op Hoog Der 2a ver deliberatien over deeze kust, heeft ons genoodzaakt om deeze buijten gemeen lang open te houden, en het is met leedweezen dat wij uw Hoog Edele Hoog Achtbaare moeten berigten, dat van deese transactie niets heeft kunnen worden, mit tegenstaande de boven gemeene en mogelijk onge„ hoorde Conditien, die wij uijt hooge nod hadden uijtgeloofd. 3 Wij hebben 'er moeten van afzien, want me wilde tijd neemen, en zig dan nog maar zeer flaas verbinden om zoo veel geldt te bezorgen, als men kon de 484 de; daar zeeker niets van zoude gekoomen zijn, dewijl het geld gebrek zo groot is, dat het Deensch gouvernement nu al twee maanden bezig is, om onder aanbod van 8. schillingen, en 6. pence, 8000. pagooden te negotieeren, daar het nog bij na niets van heeft kun„ nen krijgen. Wij hadden de geheele som immediaat no„ dig, om op de respective Comptoiren na mate van der„ zelver aandeel in den Jnzaam vooruijtverstrekt te worden, zo 'er nog niets naamwaardigs zoude werden ingezameld. — Wij hoopen dat uw Hoog Edele Hoog Achtb: ten vollen overtuijgd moogen zijn, dat wij al„ les hebben in 't werk gesteld, om geld te krijgen, en daar door Lijwaaten te bezorgen. Wij zijn zelfs moge„ lijk niet zonder eijge gevaar zeer verre gegaan, maar de dringende. dat de uij Derzel„ zaakt miet onge„ s me Haar dringende nood om een, al waare het maar tameli retour te procureeren, en het vooruijtzicht van de z melijke gevolgen, als de Compagnie in het aanstaand Iaar geen Lijwaaten van deze kust ontfangd, heeft o alle consideratien, die ons zelfs mogten betreffen, do overschreeden, en een negotiatie beproeven, die in alle andere gevallen teegen de grond beginzelen van Com — mercie regel regt zouden aanloopen, en niet te wettigen zijn.— Wij hoopen dat uw Hoog Edele Hoo„ Achtb:e onse verrigting in deeze moogen behaa„ lijk zijn, alschoon wij niet hebben kunnen ruw seeren in ons doetwit. Dan dit heeft afgehangen van omstandigheeden, die niet onder ons bestuwr staan. Wij herhaalen de betuijging van Eerbied en veneratie. 93 405 veniratie, met welke wij de eere hebben te zijn. Hoog Edele Hoog Achtbaare Heeren! Uer Hoog Edele Hoog Achtb: Zeer onderdanige en Gehoorzame Dienaaren; W Blaaukamer Palliakatta In't Kasteel Geldria M„r Tadamasfe Hoo: den 15. ' Maart 1786. P: V: Simons. E J Brouwer amelij van staand heeft on effen, do in alle Com¬ te best s de ze Duplicant No 1. Nederland Aan de Hoog Edele Hoog Achtbare Heeren Bewindhebberen ter vergadering van 1ynen nen Gecommitteerd ter presidiale Kamer Amsterdam Hoog Edele Hoog Achtbare Heeren. Ter gelegendheijd dat 'sComp:s papieren over Ceijlon na Europa gezonden worden, neeme ik de 1483 de nedrige vrigheijd uw Hoog Edele Hoog Achtb: nevens deezen seer eerbiedig aan tebieden de afschip„ ten van de secreete missives door mij op den 17 october Anno pass„o en op heeden aan Haar Hoog Edelheedens de Edele Hooge Indiasche Regeering geaddresseerd, waar aan ik mij, ter vermijding d van rediten in alle onderdanigheijd gedragende, bid ik verlof mijn persoon in Hoogst Derselver veel vermogende protexie aantebeveelen, en na toewensching van Godes dierbaare Zeegen soo wel over uw Hoog Edele Hoog Achtbarens, als over 'sComp:s gewigtige belangens, mij met dief ontsag, en de meeste eerbied te noemen. 1 Hoog Edele Hoog Achtbare Heeren. In het Casteel Geldria Den 27:e Februarij UW Hoog Edele Hoog Achtb:r A:o 1786. zeer onderdanige Gehoorzame en Trouw schuldige Dienaar Palleacatta J Blaaukamer n 2 Atbr evin Hoog ng , Achtb:r aar Duplicaat N. 5 Batavia, Aan zijn Hoog Edelheijd. Den Hoog Edele groot Achtbare wijd gebiedende Heere M:r Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal, Benevens De wel Edele Heeren Raaden van Nederlandsch Indië &a &:a Hoog Edele Groot Achtbare wijd Gebiedende Heere, en wel Edele Heeren! Ik hebbe de eer gehad te ontfangen de brieven die uwe Hoog Edelheedens appart aan mij hebben gelieven te rigten: Copia, Secreet Eijnde 401

NL-HaNA_1.04.02_9703_0444 view scan ↗

English

these being dated the 29th of April and 5th of July. I thank Your High Excellencies very humbly for my appointment as governor of this government (of which I have received the open commission per the country's warship Goes with respect), and my constant endeavour shall be to observe this office according to oath and duty; but as the iron that I must strike is hot, I request the indulgence of Your High Excellencies in all respects, since in the beginning it is utterly impossible to handle everything with precision, or according to the orders and customs established by the Company, because one must consider the re-establishment of Cormandel (with the loss of Nagapatnam) almost as the first arrival in a foreign region, where one seeks to introduce oneself anew into trade. Thus, in the desolate state of affairs here on the coast, I shall more than once find myself in cases in which I will require Your High Excellencies' utmost leniency, because without it, or if everything in the beginning were to be judged most strictly according to ordinary rules, orders, and maxims, I would constantly be in danger of becoming unfortunate, and a victim of the best-intentioned intentions that have turned out poorly, if not sometimes harmfully, due to unforeseen accidents and circumstances. The retaking of the Company's former establishments on this coast, apart from Nagapatnam, had already been completed before I was favored with Your High Excellencies' honored letters. In the general letter that is now being dispatched, this is spoken of in detail. I take the liberty to refer to that, in the hope that the actions in this regard will carry the honor of Your High Excellencies' approval. With regard to the appointments of the servants at the main as well as subordinate offices, and the nomination of the Political Council, I likewise refer humbly to what is amply detailed in that regard in the general letter departing today. It is an absolute impossibility to fulfill the requisition of textiles, or even to embark upon it with grounded hope of success, without cash, and therefore I have not been able to send a single pack with the ships De Both and De Castor. This grieves me beyond expression. But since the goods cannot be sold, from the revenue of which, even if converted, not very much can remain in proportion to the requisitions for the collection of cloths after paying off what is owed, it cannot be without the utmost sorrow that I must bring to Your High Excellencies' attention the bleak prospect that, without a most speedy relief of money, the ships in the coming year will have to depart little better laden. It is a most melancholy picture that I am forced to paint, but no favorable sign as yet allows me to embellish it; everything now depends on a speedy relief of money. On the footing on which we are here at present, the re-establishment of our offices across this coast cannot answer the purpose. The Company is seated here with merchandise, and can as yet sell nothing of importance. Two ships depart on their ballast. The servants, who have longed for so long for the restoration of the Company's interests on this coast, are yearning after so many endured miseries for their back wages, etc., which we cannot pay. If I can only sell the goods that have no fixed prices for cash, this will at least serve to some extent for the time being to cover the expenses, for which one must now even negotiate cash, which can only with great difficulty be found at 1 percent per month. The cloves and the Japanese copper, two of the main sinews of the trade, lie without any demand. The nutmegs and mace might, through their high price, somewhat accommodate the trade of cloves, but the quantity of the same that we have on hand is too small for this. At any moment I can sell the few nutmegs and mace, but after that no cloves at all. Driven by extreme necessity, I must in this respect submit to Your High Excellencies' consideration whether it might be possible to grant a temporary authorization to follow the market price with the spices and copper, whether in sales or in exchange for textiles, and to enter them into the returns with higher or lower than the fixed prices. I cannot find words to express the sorrow of being able to do so little in these unfortunate circumstances to fulfill Your High Excellencies' expectation of receiving some textiles in return. But this is actually not so much to be attributed to a lack of money; for even if the ships had brought current coin, it would have been impossible to collect any on the requisitions in the time between their arrival and departure, because they could by no means have been manufactured, and the Company's assortments are not to be found for purchase on the open market. I shall as soon as somehow possible fulfill Your High Excellencies' order to serve the Lords Directors regarding Ceylon with the information required by Their High Noble Grand Respectabilities concerning the petition presented to Them by the former merchant and chief of Sadras, Mr. Jacob Pieter De Neijs, and have the publication of Their High Excellencies observed (the extract from the Home letter of the 15th of May 1784 in this respect not having been received) concerning the care of private letters for

Dutch transcription

zijnde dezelve gedateerd den 29:e April, en 5:' Iulij Ik bedanke uwe Hoog Edelheedens zeer demoedig voor mijn aanstelling tot gezaghebber van dit gouvernement (war van ik de opene Commissie per 's Lands oorlog schip Goes met eerbied ontfangen hebbe :/ en mijne gestadige betragting zal zijn, om dit ampt volgens eed en pligt waarteneemen; maar daar het ijzer heet is, dat ik moet aantasten, ver„ soeke ik de indulgentie van uwe Hoog Edelheedens in allen op zigten, dewijl het in den beginne volstrekt onmogelijk is, om alles met Juijstheijd, of na de bij de Comp:e vast gestelde ordres en gebruijken te behandelen, wijl men het retablissement van Cormandel /:met verlies van Nagapatnam :/ bij na moet aanmer„ ken, als de Eerste aankomst in een vreemd gewest, daar men zig nieuwelings in den handel zoekt te introdu„ ceeren; Dus zal ik meer dan eens in de desolate toe„ stand van zaaken hier ter kuste, in gevallen komen, in welke ik uwe Hoog Edelheedens uijtterste toegevend„ heijd zal benodigen, wijl ik buijten dezelven, of, zoo alles in den beginne na gewoone regels, ordres, en maximes ten strengsten beoordeeld stond te worden, telkens in „gevaar zoude staan om ongeluckig, en een slagt offer te worden 409 worden van de best geintentioneerde, maar door onvoorsien toe„ vallen, en omstandigheeden kwalijk, zoo niet somtijds scha„ delijk uijtgevallen in zigten. Het overneemen van 's Comp„s voorige Etablissementen of deeze kust, buijten Nagapatnam, had reeds zijn beslag Erlangd voor ik met uwe Hoog Edelheedens g'eerde Letteren begunstigd wierd. Bij den gemeenen brief, die thans afgaat word daar van omstandig gesprooken. Ik neeme de vrijheijd mij daar aan te refereeren, in hoope dat de handelingen in deezen opzigte, de eere van Hoog Derselver goed keure zullen wegdragen Den opzigte der aanstellingen der Dienaaren op het hoofd, als subalterne Comptoiren, en de benoeming van den politicquen Raad, gedrage mij meede nedrig aan het ampel gedetailleerde daar omtrend bij de hee„ den afgaande gemeene brief. Het is een volstrekt onmogelijkheijd om den Eijsch van Lijwaaten te voldoen, of zelfs met gegronde hoop van succes te entameeren zonder Contant geld, en daarom hebbe ik geen enkel pak met de scheepen De Both en De Castor kunnen versenden. Dit griefd mij boven uijtdrukking. Maar daar de goederen niet kunnen voor waar ing ver„ mer„ in kunnen verkogt worden, van welkers provinue al omge„ zet zijnde, niet zeer veel in proportie der Eijsschen tot den Insaam van doeken kan overschieten, na afbeta„ ling van het geen te voldoen is, zoo kan het niet dan met de uijtterste smerte zijn, dat ik uwe Hoog Edelheedens het akelig voor uijtzigt moet onder het oog brengen, dat zonder een aller spoedigst ontzet van geld, de scheepen in het aanstaande Iaar weijnig beter beladen, zullen moe„ ten vertrekken. Het is een allerdroevigst tafareel, dat ik gedwongen ben te schilderen, maar geen gunstig verschijnsel laat mij voor als nog toe om het optecieren; Alles hangd thans van een spoedig ontzet van geld af. Op den voet op welke wij hier thans zijn, kan het retablissement van onse Comptoiren over deese kust niet aan het oogmerk beantwoorden. De Comp:e dit hier met koopmanschappen, en kan tot nog niets van belang ver„ koopen. Twee scheepen vertrekken op hun ballast. De Dienaaren, die zoo lang na het herstel van de belangen der Staatschappij op deese kust verlangd hebben, reijkhalsen na zoo veele uijtgestaane Elenden, na „ hunne agterstallige gagien &:a, die wij niet kunnen betaalen Soo 411 Soo ik de goederen, die geen bepaalde prijsen hebben„ nog maar tegen Contant geld kan verkoopen, zal zulks ten minsten voor eerst eenigzints kunnen dienen tot goed„ making van de ongelden, waar toe men nu zelfs Contanten moet negotieeren, die men nog zeer beswaarlijk tegen 1. p„rCento des maands kan vinden. De Nagulen, en het Iapans kopper, twee der voor„ naamste zenuwen van den vertier, leggen zonder eenige navrage. De Nooten en foelij zouden door hunne hooge prijs den vertier van Nagulen eenigzints kunnen te gemoed komen, maar de quantiteijt van dezelve, die wij aan han„ den hebben, is te gering hier toe, Alle oogenblikzen kan ik de weijnige Nrooten en foelij verkoopen, maar daar na dan ook geen Nagulen in het geheel. Door de uijtterste noodzakelijkheijd gedreeven, moet ik uwe Hoog Edelheedens in dit opzigt in Hoog Der„ zelver Consideratie geeven, of het mogelijk zoude zijn om een temporeele qualificatie te verleenen, om met de specerijen en het koper de markts prijs, het zij bij ver„ koop of verstrekking op Lijwaaten te volgen, en die in de rendementen met meerdere of mindere, dan de bepaalde prijsen te brengen Ik omge„ tot an dens dat pen in moe„ wongen laat hangd van het # niet Tit hier C betaalen na met beta„ Ik kan geen woorden vinden om uijttedrukken het ver„ driet van zoo weijnig in deeze ongeluckige omstandigheijd te kunnen voldoen aan uwe Hoog Edelheedens verwag„ ting van Eenige Lijwaaten in retour te ontfangen. Dan dit is eijgentlijk niet zoo zeer toete schrijven aan gebrek van geld; want al hadden de scheepen zelfs gangbare munt aangebragt, zoude het onmogelijk zijn geweest, om in den tijd tusschen derzelver aankomst en vertrek Eeni„ „ge op de Eijsschen intesamelen, wijl die met geen mogelijk heijd zouden hebben kunnen werden aangemaakt, en 's Comp sorteeringen op de koop uijt de hand niet gevonden wor„ den. Ik Tal zoo dra eenigsints mogelijk voldoen aan uwer Hoog Edelens ordre om de Heeren Majores over Ceijlon te dienen van het bij Hun Hoog Edele Groot Ach„ bare gerequireerd berigt wegens het Request aan Harg Dezelve gepresenteerd door den geweezen koopman, en opperhoofd van Sadras M:r Jacob Pieter De Neijs, en doen observeeren de publicatie van Haar Hoog Edelens /:zijnde het Extract uijt de Patriasche missive van den 15. Meij 1784. ten deezen opzigte niet ontfangen :/ noffens de bezorging der particuliere binn voor

NL-HaNA_1.04.02_9703_0449 view scan ↗

English

for Europe. Since the reasons arising from the unfavorable circumstances of this place, why the ship De Castor could by no possibility be dispatched to Bengal, are stated in the general letter now departing to your High Noblenesses, I humbly trust that they will be found entirely sufficient for the inevitable necessity of the direct return of that vessel to Batavia, if one did not wish to expose it to the greatest danger. I gave notice of this by a letter of the 16th of September to Mr. Herklots. Had this ship arrived so early at any other of our places on this coast, it could, notwithstanding the presence of De Both, which was being unloaded, and the 9 days' stay of the State's warship Goes, more easily have fulfilled its destination to Bengal determined by your High Noblenesses. In today's general letter, many difficulties have been submitted to your High Noblenesses against the establishment of a head office at Palleakatta, without suggesting at what place it could be more conveniently established if Nagapatnam were not restored, on which assumption everything is based that has been proposed to your High Noblenesses concerning the future management of affairs. People speak differently among the public about the restoration of that place, and so contradictorily that one can rely as little upon it as upon all current rumors. Nobody knows anything with certainty. Besides this, one does not prudently build plans on things that may or may not happen, but on the real state of affairs. The Company is thus assumed to have lost Nagapatnam, yet it must have a chief station. Its restored offices are Palleakatta, Sadras, Iaggernaijkpoeram, Bimilipatnam, Palicol, and Portonovo. However, the last three cannot be taken into consideration in this case. Your High Noblenesses judge, in your letter to the Ceylon ministry of the 6th of February 1784, the place situated nearest to that government to be the most eligible. In so far as all things were equal at the various settlements, this is undeniable. But the loss of Nagapatnam, which assisted Ceylon with grains, etc., makes the present utility of that proximity more indifferent, for this coast, because of that loss, can no longer be of great assistance to Ceylon, and must therefore expect more assistance from that island than it can bring to it. And as this assistance can only arrive by sea, which can only take place during the navigable season, the only difference is that it would be carried somewhat further if one wished to move the chief station to the north. Apart from Palleakatta, none of our places come into consideration for this purpose except Sadras and Iaggernaijkpoeram; Portonovo, in its present state, can likewise not be taken into consideration for this. All our possessions have in common with one another that they are virtually enclaved within the English domains, and are on an equal footing herein whenever that nation wishes to thwart us. Palleakatta has over the other two in advance the right of coinage, and this is all! For the ruined fort and the few dilapidated houses inside it make little difference in the weighty consideration where a chief station can be chosen with the greatest advantage for the future. Let one now consider Sadras. This is accompanied by infinitely more conveniences in the unloading and shipping of goods. It is also preferable to Palleakatta because one has a territory there, and thus the service of considerably more people to speed up the work. It is true that one has no mint there; but if Sadras were chosen as a chief station, it might be possible, with some expenditure with the Nabob, to arrange to transfer thither the right that one possesses here for that purpose, upon payment of the same dues that His Highness enjoys from the mint here, and then ceding our right to coin at this place. Yet with all this, Sadras is so ruined that it will take years of work to restore itself, and the Company would see itself absolutely compelled to build warehouses. There are also not enough dwelling houses there to accommodate the servants of a head office. At Iaggernaijkpoeram one also has a territory, although very small, and mostly not extending beyond the houses of the village itself. One does indeed have a mint there, but in it only Rupees and Daboeses, but no pagodas, may be struck, which would not easily be obtained from the English as masters of the circars, since this would be considered very detrimental to their own mint at Mazulipatnam; one could, however, try. Otherwise, that office has more than one advantage over Palleakatta. First of all, most of the trade, both of sales and collection, is at Iaggernaijkpoeram. Two large warehouses, besides the Company's equipment warehouse which is still standing, are to be rented or bought there. There are also some, though few, houses to be inhabited by servants, and with almost the same expenses that the Company will have to incur here in any case, it will have what is necessary there.

Dutch transcription

443 voor Europa. Bij den thans afgaanden gemeenen brief aan uwe Hoog Edelheedens de reeden gemeld staande, voortvloeijen„ de uijt de Nadeelige omstandigheeden van deese plaats waarom het schip De Castor met geen mogelijkheijd I. na Bengale heeft kunnen werden versonden, zoo vertrouw ik nedrig, dat die volkomen voldoende zal gevonden worden voor de onvermijdelijke nood zaakelijk„ heijd van het direct retour van dien bodem na Bata„ rra, wilde men denzelven niet aan het grootst ge„ vaar bloot stellen. Ik hebbe daar van kennisse, ge„ ƒ geeven bij een brief van den 16:e September aan den heer Herklots. Waare dit schip op eenige andere van onse plaatsen op deeze kust zoo vroegtijdig aangeko„ men, zoude onaangezien het aanweesen van De Both, die in den ontlos lag, en het verblijf van 9. dagen van 's Lands oorlog schip Goes, gemakkelijker aan zijn destinatie door uwe Hoog Edelheedens na Bengale kunnen voldaan zijn geworden Bij den gemeene brief van heeden, zijn aan uwe Hoog Edelens veele zwaarigheeden voorgehouden tegen het Etablissement van Een hoogd-Comptoir te Pallea„ „katta het ver„ heijd ag Dan brek ge ba ees trek mogelijk en 's Compe 4or„ over Eeni„ om baren „katta, zonder iets aan de hand te geeven, op welke plaats het gevoeglijker konde geEtablisseerd worden, indien Nagapatnam niet weder te rug kwam, of welke onder„ stelling gefundeerd is alles, wat van de inrigting der huijs„ houding voor het aanstaande aan uwe Hoog Edel„ heedens is voorgesteld. Men spreekt van het te rug geeven van die plaats verschillend onder het publicq, en 300 Contradictoir dat daar op even min vald te Cijfferen, als op alle lopende gerugten. Met zeekerheijd weet niemand iets. Buijten des bouwd men met voorzigtigheijd geen plaa„ op dingen, die kunnen gebeuren of niet, maar op den reëëlen toestand van zaaken De Comp:ie word dus verondersteld Nagapatnam kwijl te zijn, dog zij moet Een hoofd plaats hebben. Haar te rug gekomene Comptoiren zijn Palleakat„ ta, Sadras, Iaggernaijkpoeram, Bimilipat„ nam, Palicol, en Portonovo. Dog de drie laaste, kunnen in dit geval in geen aanmerking komen Uwe Hoog Edelheedens oordeelen bij Hoog Ddeselre missive 3. 415 missive aan het Ceijlons ministerie van den 6. e februarij 1784. de naast bij dat gouvernement gelegene plaats het ver„ kieselijkst te zijn. . Voor 3oo verre alles op de differente Etablissementen gelijk stond, is zulks ontegen zeggelijk: Maar het verlies van Nagapatnam dat Ceijlon assisteerde met graanen &:a, maakt het tegenwoordig nut van die na bijheijd meer onverschillig, want deese kust, door dat verlies, van geen groote bijstand voor Ceijlon meer kunnende zijn, en dus meer assistentie van dat Eijland moetende verwagten, dan het aan het selve kan toebrengen. En deeze bijstand alleen over zee kunnende komen, dat maar in die :Zoo is het onderscheijd vaarbaare tijd kan geschieden alleen, dat die wat verder wierde gevoerd, zoo men de hoofd plaats na de Noord wilde verleggen Buijten Palleakatta komen daar toe geene van onse plaatsen in Consideratie dan Padras en Iaggerwaijk„ poeram /: Portonovo kan in den presenten staat daar toe almeede in geen aanmerking werden genomen:/ Alle onse bezittingen hebben gemeen met den ande„ ren, dat zij in de Engelsche Domeijnen zoo goed als geEn„ claveerd zijn, en staan, wanneer die natie ons wil dwars„ boomen hier in Egaal. Palleakatta plaats „ huijs„ plaats alle d Plaa n am geen toir Palleakatta heeft boven de twee andere voor uijt„ het regt der munt, en dit is het alles! want het verval le fort, en de weijnige bouwvallige huijzen binnen het zelve maaken een gering verschil in de gewigtige bedenking: waar met het meeste voordeel Een hoofd plaats voor het vervolg te verkiesen Men beschouwe nu Sadras Eens. Dit is verseld van onEijndige meer gemakken in den ont„ los, en afscheep van goederen Het is ook boven Palleakatta preferabel, wijl men daar een territoir, en dus den dienst van vrij meer volk heeft, om het werk te doen spoeden. T is waar men heeft daar geen munt; maar wanneer Sadras tot een hoofd plaats verkosen wierd, zoude het mogelijk met eenige spendatie bij den Nabab zijn te bewerken, om het regt, dat men alhier daar toe heeft, derwaarts te transporteeren, onder beta„ ling van dezelfde geregtigheeden die zijn Hoogheijd al„ 1ƒ hier van de munt geniet, en dan ons regt tot het munten ov deese plaats afstaande; Dog met al dit is saom zodanig geruineerd, dat het Iaaren zal werk hebben om zig te herstellen, en de Comp:e zoude zig volstrekt genoodzaakt 417 genoodzaakt zien om pakhuijzen te bouwen. Ook zijn daar geen woonhuijsen genoeg tot lijfberging van de Die„ naaren van Een hoofd Comptoir Te Iaggernaijkpoeram heeft men ook Een territoir, hoewel zeer kleijn, en zig meest al niet uijt strek„ kende, buijten de huijzen van het Dorp zelfs. Men heeft daar wel een munt, maar in dezelve mogen al„ leen maar Ropsijen en Daboesen, dog geen pagoden ge„ slagen worden, dat niet ligt van de Engelschen als „ „ Meesters van de sercaars zoude te verkrijgen zijn, wijl zulks zeer schadelijk voor hun Eyge munt te Mazu„ lipatnam zoude gerekend worden, men zoude het egter kunnen beproeven. Andersints heeft dat Comptoir meer dan Een voor„ deel boven Palleakatta. Voor eerst is de meeste handel zoo van vertier als In„ Zaam te Iaggernaijk poeram. Twee groote pakhuijsen C buijten het Equipagie pakhuijs van de Comp:e, dat nog is blijven staan, zijn daar te huuren, of te koopen. Er zijn ook Eenige schoon weijnige huijzen om door Dienaaren bewoond te werden, en bij na met dezelfde ongelden, die de Comp:e hier tog zal moeten doen, zal zij daar het nodige uijt verval het zelve voor z Dit ont„ wijl

NL-HaNA_1.04.02_9703_0454 view scan ↗

English

can build what is necessary. The convenience of loading and unloading is much greater there, as the vessels carrying the goods can moor right alongside the jetty. The safety of the ships in the roadstead there is far greater than here, or at Sadras, because in case of need they can run onto the mud bank there, or make for the roadstead of Coringa. What surpasses all that, however, in these uncertain and truly critical times, is the safety of the Company's goods; at least one does not have to fear such sudden danger or attack there as here. What may happen is certainly a matter of mere human conjecture, which is all too often disappointed. But by all appearances, it is unlikely that these lands will remain at peace for long. It is reported that Sultan Tipu Sahib Bahadur is assembling a large force at Bangalore. Opinions differ regarding his objective, and many believe it to be to pay another visit to the Carnatic. What our fate, and that of the Company's goods at the southern trading stations, might be in such an event is known to God alone. One can only imagine it as utterly dreadful. It is certain that neither the Company's nor private possessions, any more than our own persons, would be safe, but would be exposed to plunder and pillage at any moment, without our having the means at hand to salvage any effects, even if one were fortunate enough to save one's life. The same could happen at Jagannathapuram. But the danger that a war between Sultan Tipu Sahib Bahadur and the English or the Nawab Muhammad Ali Khan Bahadur must immediately precipitate here would be farther away there, and thus the Company's goods would remain safe for longer. For as long as Tipu has no disputes with the Subahdar Nizam Ali, he will not easily cross the River Krishna to make war against the English in the Circars. And even if that were to occur, upon seeing that the storm was coming northwards or drawing near, one might possibly find an opportunity there sooner than here to salvage the most important assets, either to Ceylon or, in the other monsoon, if necessary to Bengal. In the event that Your Right Excellencies might therefore be inclined to relocate the main trading station to Jagannathapuram, one could turn Pulicat into a chief residency of the south, on the same footing as Masulipatnam formerly was for the north, under the authority of the main trading station. At this trading station, there should always be as small a stock as possible in order to supply Sadras and Porto Novo (if that latter place should require it) with merchandise. This stock is calculated tentatively at: 8 to 10 suckels of mace 100 chests of cloves 50 ditto of nutmegs, and 500 small chests of copper. For the storage of so small a residual stock, Pulicat is certainly, for the present, preferable above all our places. In January, all the southern trading stations can be supplied with whatever they may demand from Jagannathapuram, and if they should then fall short due to an opulent trade, they can be aided with goods from the aforesaid stock at Pulicat (as frequently happened before). The vessels that have brought this merchandise thither return to Jagannathapuram with the bales and freestones that may be in stock at the three southern trading stations. Then they make a second voyage to collect the further returns, or if there are none, with stonework from Sadras. In July or August, all vessels—at least as many as can be spared—can be sent empty to the southern trading stations in order to return with the remaining bales, which, when dispatched with those from Pulicat in mid-September, can be at Jagannathapuram in time to be shipped either to Europe or Batavia. The merchandise and bales from Bimilipatnam can, according to opportunity, be conveyed by special vessels, or transported with the Company's own. If one could obtain in hereditary lease (though little assurance can be given of this) from the Raja of Peddapuram the district of Kakinada, situated across the river at Jagannathapuram, to gain a little territory—which is certainly somewhat narrow at Jagannathapuram—the situation would, in human foresight, be far better and, as I humbly trust to have demonstrated here, much safer than at any of our present places along this coast, so long as one does not have an establishment that can be defended with a prospect of success. If, in the meantime, none of the above reasons for relocating the main trading station to one of the two named places should find favour with Your Right Excellencies, I can propose nothing more plausible to the Same than to attempt to obtain either Pulicat or Porto Novo in hereditary lease from the Nawab, just like Sadras, or even to purchase them. The aforementioned dangers to the Company's goods and servants are indeed not removed by such a hereditary lease or actual purchase, nor even diminished; but the Company's establishment will thereby at least be more respectable and esteemed, and not so subject to

Dutch transcription

nodige kunnen aantimimeren Het gemak van het lossen en laaden, is daar veel grooter, komende de vaartuijgen met de goederen aan het hoofd leggen. De veijligheijd der scheepen, is op de rheede aldaar veel grooter dan hier, of te Sadras, wijl dezelve het des noods aldaar op de modderbank, of na de rheede Co„ vengie kunnen laaten loopen. Dan dat alles overtrefd in deeze onseekere en waarlik Critique tijden, is de veijligheijd van 's Comp=s ƒ goederen, ten minsten men heeft daar zoo schielijk geen gevaar, of aanstoot te dugten, als hier. wat gebeuren kan, is zekerlijk loutere menschelij„ ke gissing, die te dikmaals werd te leur gesteld. Maar na alle aanschouw is het niet denkelijk, dat deeze Landen in een lange rust zullen blijven. Men debiteerd dat Sultan Tiepoe Sahib Bha„ dur een groote magt te Bengalore te zamen trekt. Over zijn oogmerk word different gesproo„ ken, en veele willen dat het zoude zijn om Carna„ tica Een ander besoet te geeven. Wat ons lot, en dat van 'sComp„s goederen op de zuijdelijke Comptoiren in zoo 419 zoo een geval z gude kunnen worden, is God alleen be„ kend. Men kan het zig niet dan zeer akelig voorstel„ len. Dit is vast, dat nog 'sComp„s nog particuliere. bezittingen even weijnig als onse persoonen zouden veijlig zyn, maar aan roof en pelundering bloot staan alle oogen„ blikken, zonder dat men middel zoude aan handen F hebben om Eenige Effecten te bergen, zoo men al geluc„ zig genoeg waare om het zijn lijf te doen De Iaggernaijk poeram kan het zelfde gebeuren. Maar het gevaar, dat een oorlog tusschen sultan Sipoe Sahib Bhadur, en de En„ gelschen of den Nabab Machometh Alichan Bhadue hier immediaat moet versellen, zoude daar verder af, en dus 'sComp„s goederen langer veijlig zijn, want zoo lang sipoe met den souba Crisam Alij„ geen verschillen heeft, zal hij niet ligt de rivier kist„ na overtrekken om de Engelschen in de sercaars te beoorlogen, En dat al gebeurende zoude men, ziende dat de storm na 't noorden kwam, of naderde, mogelijk aldaar nog eerder als hier gelegenheijd vinden om het voornaamste het zij na Ceijlon, of in de andere mous„ son, des noods na Bengale te bergen Ingevalle veel het aldaar het des Co„ en omp=s k geen Maar ze d Men Bha„ e Op 400„ na„ Ingevalle uwe Hoog Edelheedens daar om mogten inclineeren om het hoofd-comptoir na Iaggernuijk poerain te verleggen, zoude men Palleakatta tot een opperhoofdij van de zuijd kunnen maaken ofp den voet als Mazulipatnam het bevoorens was van de Noord, onder het gezag van het hoofd-Comptoir Op dit Comptoir zoude steeds een zoo geringe voorraad, als mogelijk dienen te zijn om Sadras, en Portonovo /:zoo die laatste plaats het nodig hadde, van koopmanschappen te voorsien. Men steld die voorraad Calculative eens op 8 â 10. soekels foelij 100. kisten Nagulen 50. d„o Nooten, en 500. kistjes kooper voor de bewaring van zoo een kleijn restant, is zekerlijk Palleakatta boven alle onse plaatsen om de huijd Pre ferabel. In Ianuarij kunnen alle de zuijdelijke Comptair van het geen zij van Iaggernuijkpoeram zouden hebben mogen Eijsschen voorsien worden, en zo 'er door een opu„ lente vertier dan mogten te kort schieten, uijt den gemelde 424 „gemelde voorraad van Palleacatta met goederen /:ge„ lijk bevoorens dikwerf geschiede.:/ bij gesprongen werden. De vaartuijgen, die deez=e koopmanschappen hebben derwaarts gebragt, retourneeren na Iaggernaijk Coeram met de pakken, en arduijne steenen, die op de drie suij„ delijk Comptoiren in voorraad mogten zijn. Dan doen zij een tweede togt ter afhaal van de verdere retouren, of zoo die 'er niet zyn, met steenwerken van Sadras. ƒ In Iulij of Augustus kunnen alle vaartuijgen, ten minsten zoo veele als men missen kan ledig na de zuijdelijke Comptoiren gezonden worden, om met de restant pakken te retourneeren, die wanneer zij met dezelve van Palleacatta half september worden gedepecheerd tijdig genoeg te Iaggernaijk poeram kunnen zijn om in de scheepen 't zij na Europa, of Batavia te werden versonden. De koopmanschappen en pakken van Bimili„ patnam kunnen na gelegendheijd met bijsondere vaartuijgen overgevoerd, of met 'sComp:s Eijgene ge transporteerd werden. Bij aldien men (:dog hier van is weijnig verseke„ „ring te geeven :/ te Iaggernaijkpooram het over de mogten 2 4 of Sv van de den ik inge en hadde die ijk eke den den de rivier leggende District van Kakinara van den Radja van Peddapoer konde in Erf pagt krijgen tot een aanwinning van een weijnig territoir, dat zeker te Iaggernaijkpoeram wat smal is, zoude om situatie na menschelijk voor uijt zigt verre beter, en zoo ik nedrig vertrouw daar eeven bewijsbaar getoond te heb„ ben, veel vijliger zijn, dan op Eenige onser tegenwoordige plaatsen langs deeze kust, zoo lang men geen Eta bli sement heeft, dat met vooruijt zigt van succes te ver„ dedigen is. Soo intusschen geen der bovenstaande reedenen om het hoofd-Comptoir na een van de beijde genoemde plaatsen te verleggen, door uwe Hoog Edelheedens mogt gegouteerd worden, kan ik Hoog Dezelve niets plausibeler proponeeren, dan om te tragten het zij A leakatta of Portonovo in Erfpagt, gelijk sadra van den Nabab te verkrijgen, of zelfs te koopen. De opgegevene gevaaren voor 's Comp:s goederen en Dienaaren, werden wel door zoo eene Erfpagt of reëelen aankoop niet weggenomen, zelfs niet verminderd;m 'sComp„s Etablissement zal daar door ten minsten meer aansienelijk en geagt, en niet zoo onderhevig zijn aan

NL-HaNA_1.04.02_9703_0459 view scan ↗

English

to the caprices of a common havaldar, who regards an authority over the entire coast and his Council on that same footing as previously a chief and second here. In which manner it is difficult, while preserving the indispensable respect for the Company, to keep things going here. I have the honor to bring dutifully to Your High Nobilities' knowledge that on 6 August the state's ship of war Goes, commanded by Captain Stavorinus, appeared here in the roadstead. The same had been sent hither by the Commander of the Squadron, Van Braam, then lying anchored in the bay of Trincomalee, at the request of the Honorable Governor of Ceylon, in the idea that the English might delay longer with the restitution of the Company's possessions across this coast; while the said Mr. Van Braam, according to his Stern Honor's letter to me of 31 July last, seemed to be waiting only for an answer from Colombo to his Stern Honor's further proposal, in order to steer hither with the entire squadron. The establishments having been restored to the Company before the appearance of the ship Goes, there was no opportunity left for the service that one might have conceived from a warship in the event of longer hesitations by the English. Captain Stavorinus, after his return on board, presented to me in his letter of 12 August the three following points, namely: 1st, whether I was of the opinion that his Stern Honor's longer stay on this coast with the state's ship Goes could be of any utility to the Company's interests. 2nd, whether the appearance of the state's squadron, currently lying at Trincomalee, making a sweep along this coast, could bring about anything for the best thereof, and 3rd, whether I also had anything to propose to his Stern Honor for the maintenance of the interests, as otherwise he would sail back to Trincomalee within two days to rejoin the main body of the squadron. To which three points I answered Captain Stavorinus separately in my letter of 13 August: That by the restitution of our places, except Bimlipatnam, of whose return, however, I expected news before long at that time, the difficulties regarding those restitutions being completely smoothed over, and the motive for his Stern Honor's dispatch hither with the ship Goes thereby coming to cease, I in the first place, after mature deliberation, could find nothing wherein a longer stay of that ship on this coast could be of utility to the interests of the Company; That from this followed in the second place that the appearance of the squadron currently lying in the Bay of Trincomalee along this coast would now be of no service, but would cause as much attention and possibly umbrage as its presence would have been desirable and certainly useful in the event of a continuation of the previous tergiversations of the English; and That in the third place, in the present state of affairs, no object presented itself to me that could give me cause to make any proposal to his Stern Honor for the maintenance of the Company's interests. The warship Goes departed again on 15 August, and since then the squadron, as Commander Van Braam wrote to me in his letter of 7 September from Trincomalee, has cruised up to the latitude of Tranquebar, from where it turned southwards again. The English also seem to suffer from a lack of money, for I can find no reason for the mutiny of their sepoys other than failure of payment. An incident of rebellion has, if the reports are to be believed, gone very far indeed. At first I heard only in general that the sepoys at Trichinopoly were rebellious; but afterwards I was informed in substance that three battalions of sepoys had mutinied half an hour from the said place; that Colonel Kelly had marched against them with his Europeans and the cavalry, but that he was defeated and brutally murdered alongside his son; the sepoys, after they were wounded, having further finished them off with bayonets. The author of this report also attributes this incident to a lack of payment of the monthly wages, which sometimes—and this is well known—are months in arrears. The battalions of sepoys are said to have gone over to Tipu Sahib Bahadur, which prince, especially if he ensures regular payment, is strengthened by no small amount through so many well-drilled troops against their own masters in the art of war; and all the more so, because these people, who were stationed on the borders, must be considered to be among the best native soldiers of the English. With regard to native affairs, I have the honor to report that according to orders from England, all the lands have been ceded back to the Nawab, provided he pays twelve lakhs or 1,200,000 pagodas annually in reduction of his debts, both to the English Company and to private Englishmen. It is still unknown to me whether the district that the English possess under the name of their Jagir, and which according to the best map that I have seen thus far, namely that of the English Major Rennell, extends almost from the 12th to close to the 14th degree North latitude, wherein

Dutch transcription

423 aan de Capprices van een gemenen haweldhaar, die een gezaghebber over de gantsche kust, en zijn Raad of dien zelfden voet aanmerkt, als bevoorens Een opper„ hoofd en secunde alhier. Op welke wijze het bezwaar„ lijk, behoudens de on ontbeerbare agting van de Comp=e hier gaande is te houden. Ik hebbe de eere uwe Hoog Edelheeden pligt schuldig ter kennisse te brengen, dat op den 6. Augustus alhier ter rheede verscheen 's Lands schip van Oorlog Goes gecommandeerd door den heer Capitain Htavorinus. Het zelve was herwaarts gezonden door den heer Com„ mandant van het Esquader van Braam, toen in de baaij van Trinconomale geankerd leggende, op het ver„ soek van den wel Edelen Heer Ceijlons gouverneur, in het denkbeeld dat de Engelschen langer mogten di„ laijeeren met de restitutie van 's Comp:s bezittingen over deeze kust; terwijl welmelde Heer van Braam volgens zijn Ed: gestrenge brief aan mij van den 31. Iulij R: C: alleen na antwoord op sijn Gestr: nader gedaan voorstel na Colombo, scheen te wagten, om met het geheel Esquader herwaarts te stevenen De Etablissementen voor het verschijn van het schip Goes aan de Comp:e zijnde hersteld, was 'er geen a van pagt toin, dat zoude ons ter en Joo heb„ dige Eta bli te ver„ denen e oemde s s T adra en en M meer zijn wo geen gelegendheijd overig voor den dienst, die men zig vao een oorlogs schip bij langer tresitatien van de Engelscha hadde kunnen voorstellen. D' heer Capitain Stavorinus droeg mij na zijn te rug komst aan boord, bij Desselfs brief van den 12:e Augustus de drie volgende poincten voor; als. 1:e of ik van oordeel was, dat zijn gestrenge langer verblijf ter deeser kuste met 's Lands schip Goed van eenige utiliteijt voor 'sComp„s belangens Goude kunnen zijn. of de verschijning van 's Lands Esquader, thans te Trinconomale leggende met een scheering lang deeze kust te doen, iets ten besten van dien zoude kunnen te weeg brengen, En Of ik zijn gestr:, ter handhaving der belangens ook nog iets hadde voor te dragen, alsoo anders bin„ nen twee dagen weder na Trinconomale Gou„ de verzeijlen, om zig weder bij het gros van het Esquader te voegen Op welke drie poincten, ik aan den heer Stavonini bij mijn brief van den 13. Augustus onderscheijdelijk ant„ woorde Dat door de restitutie onser plaatsen buijten —. 425 „buijten Bimilipatnam, van welkers te rug „gave ik egter toenmaals eerlang tijding ver„ „wagte, de difficulteiten wegens die restitutien „volkomen geapplaneerd zijnde, en het motif „van zijn Gestr: herwaards zending met het schip „Goes, daar door komende te cesseeren, ik in „de eerste plaats, na rijp beraad, niets kon„ „de vinden, dat een langer verblijf van dat „schip op deeze kust van utiliteijt voor „de belangens der Maatschapfij konde „zijn Dat hier uijt ten tweeden volgde, dat „ het verschijn van het thans in de Baaij van „Trinconomale leggende Esquader langs deeze „kust nu geen dienst zoude doen, maar zoo veel „opzigt, en mogelijk ombragie verwekken, als „dies aanweesen bij een Continuatie van der „ Engelschen voorige tergeversatien, wensche„ „lijk, en zeker nuttig zoude geweest zijn; „En Dat mij in de derde plaats in de tegen„ „woordigen toestand geen object ontmoete dat de mij zig van Eng Engelscha mij na van den als lang ger Goed te tha noop bin„ Gou„ tet avorinil sen mi „mij aanleijding konde geeven om aan zijn gestrenge „eenige voordragt te doen tot maintien van „ 'sComp„s belangen. Het oorlog schip Goes is weder vertrocken den 15. Au„ gustus, en zedert heeft het Esquader, zoo als mij de heer Commandant van Braam bij zijn brief van den 7=e September uijt Trinconomale schreef, gekruijst tot op de hoogte van Tranquebar, van waar het weder Zuijdwaards is gekeerd. De Engelschen schijnen meede te laboreeren aan gebrek van geld! want ik weet voor het muijten van hunne Sipaijs geen reeden te vinden, dan manque„ ment van betaling. Een voorval van opstand is, zoo men de berigten mag gelooven, al zeer verre gegaan De Sipaijs te Fritsjanapalij hoorde ik eerst in 't algemeen wel dat oproerig waaren; dog nader„ hand wierd ik in substancie berigt, dat drie bataillen P sipaijs hadden gemuijtineerd Een half uur van gemel„ de plaats; dat de Collonel Kellij met zijn Euro„ peesen en de Cavallerij tegen hen aangetrokken, maar dat hij geslagen, en nevens zijn zoon wreedaartig vermoord was; hebbende de sipaaijs hen, na gequetst te 427 te zijn, verder met de bazonetten afgemaakt. De duteur van dit berigt schrijft dit voorval ook aan gebrek van betaaling der maand gelden toe, die Pom„ tijds /:en dit is bekend :/ maanden lang ten agteren is. De Battaillons Sipaijs zouden na Tipoe Sahib Phadur overgegaan zijn, welke vorst, voor al, zoo hij op rigtige betaling agt laat geeven, met weijnig door zoo veele wel gedresseerde troupen gesterkt word tegen hun eijge Leermeesters in de krijgskunde; en nog te meer, wijl dit volk, dat op de grensen lag, moet gecenseerd worden, van de beste Inlandsche zoldaaten der Engelschen te zijn Den aansien van Inlandsche zaaken, heb ik de eer te berigten, dat volgens ordre uijt Engeland aan den Na„ bab weder zijn afgestaan alle de Landen, mits des Iaars betaalende Twaalf lakken of 1200000. pagoden in mindering van zijne schulden, zoo bij de Engelsche Comp=e, en aan bij zondere Engelschen, Het is mij nog onbekend, of het district dat de Engelschen onder den naam van hun Iagier bezitten, en dat zig volgens de beste kaart, die ik tot nog hebbe gezien, namentlijk die van den Engelschen Mazoor Rlennell bij na van de 12:de tot digt bij de 14:de graad N:r breedte uijtstrekt, waar in gestrenge van 15. Au de den ujst tot weder naan ten manque„ is 9 ik bat aillen gemel¬ 6 Euro„ aar. tig uelst „ eerst gegaan 7=e heer

NL-HaNA_1.04.02_9703_0464 view scan ↗

English

in which Palleacatta and Sadras are situated, have also been restituted to him. The Nabob's orders pass here, and he also receives the lease moneys of Sadraspatnam. The Nabob is thus indeed lord of his lands again, but he continues to reside at Madras until now, and thus the influence of the English over him, and his subordination to which he has now been accustomed for so long, will certainly be little diminished thereby; but the British will surely manage to direct everything according to their interests, besides which the Nabob cannot maintain himself without them. Herebefore it has already been briefly touched upon, that the intention of the Mysore Nabob Sultan Tipu Sahib Bahadur, by gathering a large force at Bangalore, where it is said that he is even present in person, might well be turned against Carnatica in the spring. There are also those who say that he is arming himself against the Marathas. These are uncertainties, but the gathering of an army has been confirmed from more than one side. May it please God that, whatever of this may come true, the Honorable Company and all of us may remain unhindered, regarding which, however, there is little likelihood if the storm were to break on this side, and the English together with the Nabob cannot prevent Tipu from passing the approaches to Carnatica with an army; for then his plundering parties will spread on all sides, and in a defenseless state they are always more to be feared than a disciplined army. Providence alone, in such a case, can protect the Honorable Company and us on this coast. I take the liberty with the greatest respect to implore Your High Nobilities to be pleased to favor me with the absolute quality of Governor and Director of Coromandel. It would be very satisfactory to me if I could support my request with proofs of a better success at the beginning of the trade; but since this is to be attributed not to me, but to the concurrence of many circumstances that do not depend on me, I dare flatter myself that this may present no obstacle to my promotion. It certainly cannot fail to encourage my zeal in the service if, after a thirty-six years' service into which I entered in 1749 as an under-merchant in the Netherlands, I might be so fortunate as to finally occupy a post of a distinguished rank. The Right Honorable Gentlemen Falck /:L.G.:/ and van De Graaff already seemed to have a foresight of the necessity, upon reestablishment, of placing a Governor on this coast again for the respect of the Company. With respect, High Honorable Gentlemen, may I take the liberty to place the truth of this in a little more daylight. The title of Commander has never been known on this coast other than on the vessels belonging to this government. Our own subordinate natives, from the highest to the lowest, are always accustomed to give that title to the master of a bark or chaloup, and seeing it now transferred to someone who fills the place of a Governor, they make strange and little flattering remarks about it. The native governments of all ranks, never being accustomed to deal with anything other than Governors of all European nations established here, cannot but judge thereof with disparagement, and thus consider that a Commander /:whose title cannot be explained to them; yet in which they clearly observe a diminution, attaching thereto at the same time a diminution of authority:/ must certainly mean that a Dutch Commander is not at all to be compared to a Governor of the other nations, or, as they say, cannot be named on the same day. The foreign nations, equally unaccustomed to such an appointment, cannot treat the present Company's ministry on the coast with the same respect as before, and as is necessary, nor regard a Commander as equal in power in his sphere as their Governors in theirs. The English already show this directly in the addresses of their Company letters, in which they qualify me no higher than Chief of Pulicat, a title they give to all chiefs of our and their own out-factories. All these draw from this the general conclusion that the Company is declining to such an extent that it can no longer pay a Minister of the former quality hereafter. Since it is only too well known that the grandees and all inhabitants of the west of India look particularly at outward appearances, even to such an extent that they appraise everything accordingly and draw their conclusions from that standard, the difference between the rank of Governor and Commander cannot fail to also have much influence on the interests of the Company. Therefore I respectfully take the liberty to repeat my humble prayer to be favored, through Your High Nobilities' benevolence, with the absolute quality and salary of Governor and Director of Coromandel, and I assure Your High Nobilities that with redoubled efforts and zeal I shall endeavor to manage the precious interests of the Company in such a manner that Your High Nobilities may never regret the favor shown to me. Wherewith I commend the illustrious persons of Your High Nobilities and the Company's weighty interests to the only safe protection of God; while with the greatest respect and high esteem I remain (:underneath stood:) High Noble, Highly Respectable, Far-Ruling Lord, and Right Honorable Gentlemen! Your High Nobilities' very humble and obedient servant /:was signed:/ W:m Blaaukamer /:in the margin:/ Palleacatta In Castle Geldria, the 17th of October 1785. — Agreed. W Blaaukamer

Dutch transcription

in dus Palleakatta en Sadras gelegen zijn, ook hem gerestitueerd is. Des Nababs ordres passa ren hier, en ook ontfangt hij de pagt penningen van Sadraspatnam. De Nabab is dus wel weder heer van zijne Zam den, maar hij blijft tot nog te Madras domicilieeren en dus zal de influentie der Engelschen op hem, en zijne subordinatie, waar aan hij nu al zoo lang gewoon is, daar door zekerlijk weijnig worden verminderd, ma de Britten zullen wel maaken, dat zij alles na hun ne belangens doen dirigeeren, buijten dat de Nabas zig zonder hen niet kan maintineeren Hier voor is reets met een woord aangestift, de het voorneemen van de Maijsoerschen Nabab J tan Tipoe Sahib Bhadux met het bij een trek„ ken van een groote magt te Bengalore, daar men E dat hij zelfs present is, in het voor Iaar wel eens weder tegen Carnatica zoude kunnen leggen. Er zijn ook die zeggen dat hij zig tegen de Marhettas wapend Dit zijn onzekerheeden, maar het bij eentrekken, van een armee werd van meer, dan een zijde geconfir meerd. Behaage het God dat, wat daar ook van 429 van waar werde, d'E: Comp:e en wij alle sonder hinder mogen blijven, waar toe egter weijnig apparentie is, wan„ neer de storm aan deese kant mogt uijtbreeken, en de Engelschen met den Nabab niet kunnen beletten dat Tipoe met een armee de toegangen na Carnatica pas„ seere; want dan verspreijden sijne rovende partijen hen aan alle kanten, en die zijn in een onweerbaaren staat althoos meer te vreezen, dan een gedisciplineerd Leger. De voorzienigheijd alleen kan in zulk een geval d'E: Comp:ie, en ons op deese kust behoeden Ik neeme met de grootste Eerbied de vrijheijd uwe Hoog Edelheedens te imploceeren om met de absolute qua„ liteijt van gouverneur en Directeur van Cormandel te mogen werden begunstigd. Het zoude zeer satisfac„ toir voor mij zijn, zoo ik mijn versoek met bewijzen van een beter succes in het begin van den handel mogte af„ Dan dit niet aan mij, maar aan de Con„ puijeeren; curentie veeler omstandigheeden, die van mij niet afhan„ „gen zijnde te attribueeren, zoo durve ik mij vleijen dat zulks geen hinder paal aan mijn bevordering moge Het kan zekerlijk niet anders dan toebrengen. mijnen ijver in den dienst opbeuren, wanneer ik a Passer ne Lan leeren n en oon Mar hun Nabak S stif fo , de ik na een ses en Dertig Iaarigen dienst, in welke ik in 1749 als onderkoopman in Nederland getreeden bon„ Soo geluckig moge zijn eijndelijk nog een post van Een aanzienelyken Rang te bekleeden De wel Edele gestrenge Heeren Falck /:L G / en van De Graaff scheenen reets een voor uijt zigt te hebben van de nood zakelijkheijd om bij retablissement voor de agting van de Comp:e weder een gouverneur op deeze kust te plaatsen. Het sta mij met eerbied vrij Hoog Edele Hee„ ren. de waarheijd hier van in een weijnig meerder dag ligt te stellen. a De naam van Gezaghebber is nimmer op deeze kust anders bekend geweest, dan op de vaart gen in dit gouvernement te huijshoorende. Onse Eijgc ne onderhoorige Inlanders van de meesten tot de minsten zijn althoos gewoon die te geeven aan den „ Eersten op een bark of Chaloup, en die nu getrans„ porteerd ziende op iemand, die den plaats van een Gouverneur vervuld, maaken daar op wonderlijke, en weijnig flatteuse aanmerkingen De Inlandsche Regeeringen van alle Rangen nimmer 434 nimmer dan met Gouverneurs van alle hier geEta„ blisseerde Europeesche natien gewoon zijnde te handelen, kunnen niet dan met min agting daar van oordeelen, en agten dus dat Een Gezaghebber /:waar van hen den naam niet is te beduijden; dog waar in zij een vermindering wel observeeren, acrocheerende daar aan teffens een vermindering van gezag :/ moe„ ten zekerlijk meenen, dat een Hollands gezagheb„ ber met een Gouverneur van de andere natien ge„ heel niet te Compareeren, of, gelijk men segd, op geen eenen dag te noemen is. De Vreemde Natien, even ongewoon aan zulk een benoeming, kunnen het present 'sComp=s Ministerie op de kust niet met dezelfde agting als bevoorens, en als nodig is behandelen, of Een gezaghebber als Egaal in pouvoir in het sijne, als hunne Gouverneurs in het hunne aanmerken. De Engelschen betoonen dit reets dadelijk in de addres„ sen van hunne 'sComp„s brieven, in welke zij mij niet hooger Qualificeeren, dan Chief of Pulicat. Een titul die zij aan alle hoofden van onse, en hun eijge buijten Comptoiren geeven Alle ik en G hebben de dele Hee„ der Hangen Alle deese trekken daar uijt dit algemeen gevolg, dat de Comp:e zodanig aan het declineeren is, dat zij geen Minister van voorige qualiteijt hier nae kan bezoldigen. Daar het te over bekend is, dat de grooten, en alle bewoonders van de west van India bij sonder op de uijterlijkheeden zien, in zoo verre zelfs, dat zij alles daar na taxeeren, en hunne gevolgen op dien peijl trekken, zoo kan het verschil tusschen den Rang van gouverneur en gezaghebber niet nalaten almeede veel invloed op de belangens der Maatschap„ pij te hebben. Ik neem daar om Eerbiedig de vrijheijd om mijne nedrige beede te herhaalen, om door Uwer Hoog Edelheedens benevolentie met de absolute qua„ liteijt en gagie van Gouverneur en Directeur van Cormandel begunstigd te werden, en ik versekere Hoog Dezelve dat ik met verdubbelde pogingen en ijver de dierbaare belangen der Maatschappij zodanig zal tragten te bestieren, dat uw Hoog Edel„ heedens nimmer die aan mij te bewijzene gunst, mo„ „gen regretteeren waar 433 Waar meede ik de Illustre persoonen van uwe Hoog Edelheeden, en 'sComp:s gewigtige belangen in de alleen vijlige protexie Godes beveele; terwijl met de meeste Eerbied, en hoog agting blijve (:onder„ stond:/ Hoog Edele Groot Achtbare, wijd Gebie„ dende Heere, en wel Edele Heeren! Uw Hoog Edelheedens zeer onderdanige en Gehoorzame Dienaar /:was getekend:/ W:m Blaauka mer /:in margine:/ Palleacatta In het Casteel Geldria den 17:e October 1785. — Accordeerd. W Blaaukamer gemeen ren is hier mee„ en, sonder dien den aten schap„ op nen

NL-HaNA_1.04.02_9703_0471 view scan ↗

English

Batavia, To His High Nobility The High Noble Great Honorable Wide-Ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor General Together with The Honorable Lords Councilors of the Dutch Indies Etcetera High Noble Great Honorable Wide-Ruling Lord, and Honorable Lords! The state of the affairs of the Company Secret Copy 113 433 Company here on the coast is so unfortunate, not to use a stronger expression, that I am at a loss how to begin this letter; for from whatever side one regards it, one sees nothing but misery. Since the lack of ready money is, however, the sole source of these adversities, I shall take it as my first subject. With emotion I must report that the absolute standstill of our trade in the articles whose proceeds could have provided for it in an efficacious manner furnishes not the least resources. There is no sale of, or demand for, spices (nutmegs and mace excepted) and copper. The price of the latter, according to the latest price current, is 75 star pagodas per 480 lb at Madras, which makes a disadvantageous difference of 14. 19. 50. - pagodas compared to the Company's fixed price. I can therefore give no more favorable report report of this than I did in my respectful separate letter of the 17th of October of last year, a duplicate of which I have the high honor to offer herewith to your High Nobilities. For the sale of the few cloves that have been sold since that time, we are indebted solely to the nutmegs and mace. And because of the popularity of those two spices, I was able until now to stipulate that one took 2½, and indeed 3, pounds of cloves against one pound of nutmegs or mace. But this seems to be slackening as well, and will compel me to be somewhat more lenient with it, both to prevent the mite infestation of the nutmegs and to obtain money for the expenses of our frugal household, which one must also have brought from Madras in small parcels at an interest of 1 per Cento per month. It is said that the French pay their officers with cloves instead of money, who, merely to obtain ready cash, sell them to the native at 2 and 2½ rupees the lb. This sad spectacle of the sales, joined with not the least relief of ready money either from your High Nobilities or from Ceylon, can yield no better prospect for the collection of goods. It is a truth so established, and so well known and accredited with the Company, that on this coast one cannot obtain return goods without ready money, that it would be superfluous to wish to advance anything to prove it. The complete lack of those necessary resources therefore naturally obstructs all linen trade. We had hoped to receive money from Ceylon pursuant to the conditional promise of the Ministers by letter of the 30th of June 1785. This assistance, even if it had not been sufficient for the entire collection of goods, might have served to at least get the collection going 237 and keep it moving until the relief requested of your High Nobilities with an early ship. But I had to give up this hope after I was informed by private accounts that the ships from the Netherlands had arrived in Ceylon moneyless, and also two from Batavia in Bengal without ready cash. Thus nothing remained in view but the frightening prospect of having to dispatch the ships empty again this year. In order to do everything to avoid this, we deliberated amply in our meeting of the 28th of January on the means that would serve toward it. I take the liberty to refer respectfully to the secret resolution of that day, the result of which was, if possible, to negotiate a loan of 75000 star pagodas with the English on bills of exchange drawn on the Netherlands, payable after the autumn sale of 1787, or the spring sale in 1788, at the option of the Company. The answer that I received from Madras to my general proposal for that loan, and which is detailed at length in our separate resolution of the 22nd of this month, was so unsatisfactory, and the conditions they stipulated so unacceptable, that we had to abandon that borrowing; for the high price of the money itself, joined with the interest of 12 per Cento per annum, would give over 20 per Cento loss, and the damage on the sums which would now be advanced to us would amount to over 27 per Cento; but it would become considerably greater if the Lords Directors should choose to defer the payment 6 months, which was left to the choice of Their High Noble High Honors. For which reason the Council was of the opinion that no reasons could justify such an unheard-of loan, as those losses, paired with the higher prices which one will inevitably have to allow 444. on the linens, can give no well-founded prospect of considerable profits on such expensive linens in Europe or the Indies, and the less so because it is to be feared that the linens even for this first voyage will not be able to be as satisfactory as may be expected in the future, because other nations, and especially the French, particularly in the North, are not at all particular about what they accept, which makes the weavers unmanageable. Besides this, that loan would be fruitless for the end for which it was undertaken, because of the postponement until the 31st of August that they wished to take, since we need the full 75000 pagodas immediately. The Council nevertheless resolved to make another proposal on which they would be willing to pursue the loan; namely:

Dutch transcription

Batavia, Aan Zijn Hoog Edelheyd Den Hoog Edele Groot Achtbare wijd Gebiedende Heere M:r Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal Benevens De Wel Edele Heeren Raaden van Nederlandsch Indië Na &n Hoog Edele Groot Achtbare wijd Gebiedende Heere, en Wel Edele Heeren! De toesland van de belangen der — Maatschappij Copia Secreet 113 433 Maatschappy hier ter kuste, is zoo ongeluc„ kig om geen serker uijtdrukking te gebrui ken, dat ik verlegen ben hoe deese te beginnen want van welke kant men denselven beschouw Liet men niets dan akeligheeden Dewijl het gebrek aan Contant, geld egter alleen de bron van die wederwaardigheeden is, zal ik het tot mijn eerste onderwerp neemen. - Met aandoening moet ik melden, dat het volstrekt stilstaan van onsen handel in de articulen, welkers product daar teegen op een Efficacieuse wijse konde voorzien, geen de minste middelen verschaft. Er is geen debiet in, of vraage na Specerijen /:Gooten en foelij uijtgezonderd :/ en koper. De prys van het laatste is volgens de Iongste prijs Courant 75. ster pagoden de 480. lb: t Madras, het geen tegen de gefixeerde prijs van de Compagnie een ver„ schil ten nadeele maakt van Pagoden 14. 19. 50. -. Ik kan hier van dus geen voordeeliger berigt berigt geeven, dan ik bij mijn eerbiedige apart / van den 17:e October des voorleeden Iaars, waar van het duplicaat de hooge eere hebbe i uw Hoog Edelheedens hier nevens aan„ tebieden, gedaan hebbe De verkoop der weijnige Nagulen, die zederd dien tijd verdebiteerd zijn, hebben wij alleen te danken aan de Nooten en foelij. En om de gewildheijd van die twee specerijen, konde ik tot nu bedingen, dat men 2½. , en ook wel 3. ponden Nagulen tegen een pond Nooten of foelij nam Maar dit schijnt . ook al te verslafen, en zal my noodzaa ken om wat meer de hand daar meede te lig ten, zoo wel om de vermijtering der nooten te prevenieeren, als om geld te bekomen. voor de onkosten onser zuijnige huijshouding, dat men teffens met kleijne partijtjes tegens In„ trest van 1. p„r Cento 's maands moet van Ma„ Men zegd dat de dras laaten komen. Franschen hunne officieren met Nagulen 3 in steede van geld betaalen, die de zelve om maar gter maar Contanten te bekomen tegen 2, en 2½ Ropij 't lb: aan den Inlander verkoopen. Deeze bedroefde vertooning van den ver„ koop gevoegd bij geen het minste ontzet van Contanten zoo van uw Hoog Edelheedens, als van Ceijlon, kan geen beetere van den Insaam uijtleeveren. Het is een zoo geconstateerde, en by de F Comp:e zoo bekende en geaccrediteerde waar„ heijd, dat men op deeze kust zonder Contant geld geen retouren kan bekomen, dat het over„ bodig zoude zijn om tot overtuijging daar van iets te willen avanceeren. Het volslage gebrek van die nodige hulpmiddelen verhin„ derd dus van selfs alle Lijwaat handel. wij hadden gehooft geld van Ceijlon te krijgen ingevolge de Conditioneele toezeg„ ging van de Ministers bij brief van den 30. Iunij 1785.. Deese bijstand al waar ze niet tot den geheelen Inhaam toerykende geweest, zoude hebben mogen dienen om den Inzaam ten minsten aan de gang te helppen, en 6 237 en dragende te houden tot het van uw Hoog Edelheedens verzogt ontzet met een vroeg 9„ schip. Dan deeze hoof heb ik moeten opgeeven, na dat ik door bij zondere berigten geinformeerd wierd, dat de scheepen gelde„ loos uijt Nederland op Ceijlon, en ook twee van Batavia zonder Contanten in Bengale gearriveerd waaren Dus bleef niets voor het oog dan het schrikbaarend vooruijtzigt om de scheepen in de dit Iaar weder ledig te zullen moeten depechee„ ren Om alles te doen ter vermijding hier van zoo hebben wij in onse vergadering van . den 28 Ianuarij ampel gebesoigneerd over de middelen die daar toe zouden dienen. Ik neeme de vrijheijd mij aan de secreete resolu„ tie van dien dag Eerbiedig te refereeren, waar van het resultaat was, om zo mogelijk een negociatie van 75000. ster pagoden bij de Engelschen te doen op wissels na Neder„ land, betaalbaar, na de naIaarsche verkoping van ƒ van 1787. , of de voorIaarsche in 1788 ter keuse van de Comp=e. Het antwoord, dat ik op mijn algemel voorstel van die negociatie van Madras erlangde, en breedvoerig gedetailleerd is by ons apart besluijt van den 22:' deezer, na Zo onvoldoende, en de voorwaarden, die men stel zo onaannemelijk dat wij van die geld lij ting moesten afzien, want de dure prijs va het geld zelfs, gevoegd bij den Intrest van 12. per C:to per annum, zoude over de 20 per Cento verlies, geeven, en de schade op d sommen welke ons nu wierden opgeschoote zouden over de 27. p„r C:to beloopen; dog nog vrij grooter worden, wanneer de Heeren Ma Jores verkiezen mogten de betaling 6. maa den uijttestellen, het geen aan Haar Hoo Edele Hoog Achtbarens keuse wierd ge laaten. Waar om den Raad van gevoelen was, dat geene reedenen zulk een ongehoor negociatie konde wettigen, alzoo die verlies gepaard met de meerdere prijzen, die min op — 444. op de Lywaaten onvermydelijk zal moeten toestaan, geen gegrond voor uijt zigt kunnen geeven op naamwaardige advancen of zulke duure Lijwaaten in Europa of Indien, en te minder daar het te dugten is, dat de Lij„ „ waaten zelfs voor deese eerste reijs zo vol„ doende niet zullen kunnen zijn, als men in het vervolg mag verwagten, door dien andere natien, en voornamentlijk de franschen voor al om de Noord gansch niet naauw ziende zijn op het geen zij aanneemen, het geen de weevers onhandelbaar maakt. Buiten des zoude die negociatie vrug„ teloos zijn tot het eijnde, waar toe ze on„ 6 derneemen wierd ,door het uijtstel tot den 31. e Aug„s, dat men wilde neemen, dewijl wij die volle 75000 pagoden aanstonds nodig hebben. Den Raad besloot egter om een andere propositie te doen op welke men de negociatie zoude willen voortzetten; na„ mentlijk:

NL-HaNA_1.04.02_9703_0478 view scan ↗

English

The price of the star pagodas had to be reduced from the requested 8. shillings 9. pence. to 8 shillings 4. pence, or C. the star pagoda calculated equal to the old Nagapatnam one :/ f 4. 12. —. The interest to be diminished from 12. to 5 or 6 per hundred per year. 3/ The full amount of 75000. pagodas had to be paid immediately, as that money is useless with further delay. That it be left to the choice of the Honorable Company to pay 6 weeks after the autumn sale in 1787, or that many weeks after that of the spring of 1788, without being allowed to calculate further interest. That, these conditions being granted, one could agree that the payment take place in London. Yet Yet that without that, and primarily the third point, one would desist from that negotiation. From the fourth proposal, however, we resolved to recede if it could not be stipulated, as is much to be feared. What outcome these proposals will have, we must now await. However extraordinary they are with respect to the offered interest, and possibly also the payment in England, the Council has had no less hesitation than I to offer them; and I must confess that nothing but an utmost necessity, without having other less onerous resources at hand, will be able to justify this step. This necessity appeared to us in this case to be of the most pressing nature in the weighty alternative of whether or not to collect linens, and we imagined the desperate consequences of not sending return shipments as sufficient to tip the balance of our scrupulous hesitations on this delicate subject toward this extraordinary negotiation, which in all other cases would conflict with prudent conduct in commerce. I hope and pray humbly that Your Right Excellencies will please view this our action from this perspective, and favorably approve it. As also that this [letter] has had to be detained beyond the usual time, because of the weight of this matter, whose outcome belongs to Your Right Excellencies' immediate knowledge, by virtue of the special influence which it notoriously must have on Your Excellencies' own deliberations and orders regarding this coast, which we dared not expose to uncertainties. I shall therefore have this closed tomorrow, but hold it back in order to report in a postscript the outcome of this negotiation, which, because of the special advantage that lies therein for the moneylenders, I assume will certainly succeed. However unusually expensive this negotiation still is, after having bargained down more than half of the demand, it is to be preferred over a loan at 1. per cent per month, on account of the uncertainty of when one might be relieved of those interest payments, besides which it is doubtful whether we would be able to obtain so large a sum without an obligation to pay it back by a determined time. A condition that one would hardly dare enter into without putting the Company's credit at stake, if we were not able to fulfill it in due time. I hope that this may obtain Your Right Excellencies' favorable approval, out of consideration of the necessity for money in order to be able to procure at least some linens; for although the demands, according to the secret resolution of 27. January, have indeed been distributed among the offices, this signifies nothing as long as no money is sent with them. The two items of the sale and collection of the cloths—those which were demanded from Nagapatnam and Portonovo having had to be abandoned for this year, and it being possible to distribute them to other offices—I hope that the considerations described in detail in the just-mentioned resolution may appear weighty enough to Your Right Excellencies to attach the seal of Your approval to them. I take the liberty of referring respectfully to that resolution. The collection, or commerce in general, being the principal basis of all establishments of the Honorable Company, especially to the west of India, one cannot look upon our present situation here on the coast without a painful emotion. Not only that the same is currently to be regarded as nothing other than a heavy burden, but our inactivity with a considerable capital of goods in the warehouses must make the entire world take notice, and the native, through this idleness, must become more and more estranged from us, while others establish themselves ever more firmly, not to mention that this must imperceptibly undermine the Company's credit. Matters being thus disastrously constituted, the observance of a strict economy is more necessary than ever, and one of the principal reasons why no haste has yet been made with the restoration of the Mint, for the name alone indicates sufficiently that this must be a solid building, the costs of constructing which one would not even be able to defray except by borrowing proportionally that much more money. This is however not the only reason why no beginning has yet been made with it. Not knowing what resolution Your Right Excellencies will be pleased to take upon what was respectfully proposed in my separate letter of 17:th October 1785, and whether we might not at times have to occupy another place as a main office, whereby what was spent on such a building here would be lost, there is furthermore the uncertainty of whether we might not indeed come into possession of Nagapatnam again. The rumors of the restitution of that place

Dutch transcription

De prijs van de sterre pagoden diende verminderd te worden van de gevraagde 8. schellingen 9. pence. , tot 8 schellin„ gen 4. pence, of C. de sterre Pagood e„ gaal gerekend met de oude Nagapat„ „namsche :/ ƒ 4. 12. —. De Intrest van 12. tot 5 â 6 ten honderd in 't Iaar gedemunieerd te wer„ den. 3/ Het volle bedragen van 75000. Pagoden + moest immediaat geteld worden, wijl dat geld bij langer uijtstel nutteloos is. Dat het aan de keuse van d' E: Comp:e werde gelaaten om 6 weeken na de Na„ Iaarse verkooping in 1787, of zoo veel weeken na die van t voor Iaar 1788 te betaalen, zonder meerder Intrest te mogen berekenen Dat deeze Conditien toegestaan wordende, men zoude kunnen inwilli„ gen dat de betaling in London geschiede. Dog 2 443 Dog dat men zonder dat, en voornament„ lijk het derde poinct van die negociatie af„ Zag van het vierde voorstel beslooten wij egter te resilieeren, wanneer het niet konde bedongen werden, gelijk zeer te vreezen is. welke uijtslag nu deeze voorstellen Pullen hebben, moeten wij afwagten. Zoo zeer dezelve buijten gewoon zijn ten op zigte van den aangeboden Intrest, en moge„ lijk ook de betaling in Engeland, zoo heeft den Raad geen minder bedenking gehad, dan ik om ze uijtteloven; En ik moet belijden dat niets dan een uijtterste noodzakelijkheyd, zonder andere min one reuser resources aan E handen te hebben, deeze stap zal kunnen wettigen. Deeze noodzakelijkheijd is ons in dit geval voorgekomen van een allerdrin„ genste natuur te zijn in de gewigtige al terna„ tive van al of geen Lijwaaten te zullen in„ zamelen, en wij stelden de wanhopige gevol„ „gen van geen retouren te verzenden ons voor als. n 09 88 te als voldoende, om de balans van onse scrup leuse bedenkingen op dit delicaat onder„ werp te doen overslaan na deeze buijten gewoone negociatie, die in alle andere geval len strijden zoude met een wel beraden gedrag in de Commercie. Ik hoofde en bedde nedrig dat Uw Hoog Edelheedens deese onse verrig ting uijt dit oog punct gelieven te beschou„ wen, en gunstig te approbeeren Gelijk meede dat deese boven den gewoon tijd heeft moeten opgehouden worden, om te gewigt van deeze zaak, welkers uijtslag tot uwer Hoog Edelens immediate k nis behoord, uijt hoofde van den bijsonderen invloed, welke dezelve op Hoog Eer„ zelver deliberatien en beschikkingen omtren deeze kust notoir moet hebben, welke wij aan geen onzeekerheeden durfden bloot gestul Ik zal daarom deeze op morg laaten. wel afsluijten, maar op houden om bij een w schrift den uijtslag van deeze onderhandeling te berigten, die ik om het bij zonder voordeel - dat te Este dat daar in voor de geld schieters is gele„ gen, staat maake, dat wel zal gelucken. Hoe zeer deeze negociatie, na dat men van den Eijsch ruijm de helft heeft afgedon„ gen, nog buijten gemeen duur is, zoo is dezel„ ve te prefereeren boven een geld ligting tegen 1. p„r C:to des maands, uijt hoofde van de on„ zekerheijd wanneer men van die renten hou„ den kunnen ontheven worden, waar bij het twijffelagtig is, of wij wel zoo een groote somme zouden kunnen magtig worden, zon„ der verbintenis om die tegen een bepaalden tijd weder afteleggen. Een beding dat men niet wel zoude durven aangaan, zonder sCom„ pagnies Crediet in de waagschaal te stellen, zoo wij op zijn tijd daar aan niet mogten kunnen voldoen Ik hoope, dat dit Uwer Hoog Edelhee„ dens gunstige goedkeure mag erlangen, uijt Con„ sideratie der noodzaakelijkheijd om geld, om ten minsten eenige Lijwaaten te kunnen be„ volgens secreete besluijt van den 27. Ianuarij „ zorgen; want schoon de Eijsschen ^ wel over de ƒ pr oone en P Ik hoope dat de bij even„ gemelde besluijt omstandig beschreeven Consideratien, waar om men voor deesen Jaare van den Inzaam gapatnam en Portonovo zijn gevordert, heeft moeten andere Comptoiren heeft kun„ nen verdeelen uw Hoog Edel„ gen voorkomen om 'er het Zegel van Hoog Derzelver toestemming aantehangen. Ik naeme de vrijheijd my te gedragen. Niet alleen dat dezelve thans niet am ders dan als een zwaare lastpost is aan temerken, maar onse werkeloosheijd met een aanzienelijk Capitaal aan goederen in de pakhuijzen moet de geheele wereld doen op zien, en de inlander moet door di stil sitten meer en meer van ons afwen nen, terwijl andere zig te vaster nestelen om niet te zeggen dat zulks 'sComp:s Cre diet ongemerkt moet ondermijnen De saaken dan dus rampspoedig de Comptoiren verdeeld zijn, zoo heeft dit te beduijden, zoo lang 'er geen geld wi bij gezonden do 1 F De twee articulen der verkoop en I der doeken, die van Na„ Zaam, of in het algemeen de Commercie, de afzien, en dezelve nit vr voorname basis zijnde van alle Elablis„ heedens gewigtig genoeg mo menten van de Ed: Maatschappij, voor al E om de west van India, zoo kan men niet aan die resolutieerbiedig dan met een smertelijke aandoening het oo slaan op onse presente situatie hier ter kuste. geconstitu 482 geconstitueerd zijnde, is de betragting van een sterke menage meer dan ooijt nood zakelijk, en Een der voornaame reeden, waarom 'er nog geen haast gemaakt is met het herstel der Munt, want de naam alleen duid genoeg aan, dat dit een hegt gebouw moet zijn, waar van men de onkosten van optimmering niet eens Iou„ de kunnen voldoen, dan met prorato zoo veel meerder geld ofteneemen. Dit is egter niet alleen de reeden, waar„ om daar meede nog geen begin gemaakt is. Niet weetende welk besluijt uw Hoog Edel„ heedens zullen gelieven te neemen op het eerbiedig voorgestelde bij mijne aparte Letteren van den 17:e October 1785, en of wij niet zom„ tijds een andere plaats tot een hoofd Comptoir zullen moeten betrekken, waar door het bekostigde aan zulk een gebouw hier ter plaat„ se verlooren zoude zijn, zoo komt hier nog bij de onsekerheijd, of wij niet wel weder in het bezit van Nagapatnam zullen komen. De gerugten van de restitutie dier plaats n

NL-HaNA_1.04.02_9703_0484 view scan ↗

English

take place along this coast have gained quite some ground, but I give little credence to that, and pay more attention to the conduct of the English in Nagapatnam itself. They establish nothing regular there, neither in terms of policy nor justice, whereas otherwise that place, with its territory and number of inhabitants, certainly deserved the establishment of a regular administration; and I guess (yet it is nothing more than a guess) that the English neglect this in the uncertainty of whether they will remain masters there or not, of which they possibly have secret intelligence that they do not disclose; admitting only that people are in actual negotiations over the matter, and that possibly Mr. Campbell will bring the final outcome with him. The same principle of economy has caused me until now to postpone completing the full number of 200 Sipaijs with their officers, which I did with a easier mind, because soon after the departure of De Castor I was informed that what I had the honour to share with Your Right Excellencies in my separate letter of 17 October regarding the designs of the Mysore Nabab Sultan Tipu Sahib Bahadur was a pure chimera. Apart from this, the enlistment of some Eastern military men has brought the garrison to 88 men in total. A garrison far from numerous enough to fill even the most necessary posts, and which therefore certainly must be increased. But this increase would presently be difficult, as I often find myself in the utmost embarrassment when it comes to the payment of the monthly wages of the servants who are still here, who, for the most part suffering pitifully under the cross of poverty and want, long for the settlement of their arrears in wages and board allowances, which I find no means to pay. The Noble Lord Governor of Ceylon, Van De Graaff, sent to me, with his Right Honourable letter of 10 October 1785, an extract from Your Right Excellencies' letter to the aforementioned His Honourable of 5 April prior, whereby the remaining members of the Nagapatnam Council were ordered to account for themselves regarding the failure to unload and send back the ship Hoolwerff, possibly with a consignment of linens, of which, according to a letter from the late Marquis De Bussy, the disputes between those servants and the then agent at Tranquebar, Geeke, might be the cause. The members Simons, Stoffenberg, Bloeme, and Geeke have sent me their explanations. The present head of Jaggernaikpoeram, Van Halm, testifies in a private letter to me that, due to the lack of the necessary papers, he could not very well give a satisfactory answer. I take the liberty to present to Your Right Excellencies an extract from Van Halm's letter, as well as the copies of the explanations of the four above-mentioned members, who all agree in this, that there were no disputes between them and the agent Geeke. The letters exchanged between the three members who were at Nagapatnam and the merchant Van Halm, then at Tranquebar, having been added behind the explanation of the Fiscal Simons, I also accompany these with extracts from the letters which the two aforementioned members wrote to Ceylon regarding the ship Hoolwerff under the dates of 15 September and 12 October 1784; and at the request of them all, I take the liberty respectfully to implore Your Right Excellencies that the reasons submitted by them as to why the said vessel could not be unloaded and sent back may be found satisfactory, and that they may be declared free from all further accountability and suspicion of inactivity, since it appears that their actions and intentions aimed at the Company's benefit, but wherein they were thwarted by the adverse circumstances of time and place. During my stay at Jaggernaikpoeram it having frequently appeared to me that the English seemed very inclined to dispute our right to the river, and thus its revenues there, this had caused me, already at the retaking of that place, to take the precaution, in a secret letter of the then Commissioners of 14 June 1785, to give the second-in-command De Ravallet the necessary instructions in case the English Commissioner might wish to raise any objection concerning that river and its mouth. But this did not happen, and Jaggernaikpoeram was handed over to us as we had possessed it before. Yet after our complete re-establishment, an English surgeon named Roxburgh, who, although stationed at Samarlacotta, mostly resides at Kakinada, which is separated from our place only by the said river, where he had a dwelling and warehouse built on the bank, made an attempt to arrogate rights to that river, and to detain the boatmen who are under the Company with threats and make them carry some small packages. The chief Van Halm had rightly taken this up upon the complaints of those people, and had the said small packages deposited in front of Mr. Roxburgh's house, about which the latter, annoyed in his turn, wrote a note to the said chief, which the servants forwarded in their letter of 23 September, in which they requested orders and to know whether they might demand the dues of the river. This case being described in detail in the secret resolution of 3 December, alongside the orders sent from here in a separate letter to the servants, I take the liberty, in order not to inconvenience Your Right Excellencies with redundancies in this matter, to refer myself

Dutch transcription

plaats hebben langs deeze kust al vrij va veld gewonnen, dog daar aan geeve ik weijnig geloof, en hebbe meer aandagt op het gedrag Engelschen te Nagapatnam zelfs. Zij vestigen daar niets regelmatigs zoo min de policie als Iustitie, daar anders die plaat met haar territoir, en aantal van Inwoonder wel de vaststelling van een geregeld bestier verdiende, en ik gisse /:dog meer als een gis sing is het ook niet :/ dat de Engelschen di verzuijmen, in de onsekerheijd of zij meester aldaar zullen blijven, dan niet, waar van zij mogelyk geheijme kundschappen hebben, die zij niet openbaaren; avoueerende alleen dat men over de zaak in werkelijke onderhande„ ling is, en dat mogelijk de heer Camp bell het finale zal meede brengen Het eijge principium van Buijnigheijt heeft mij tot nog doen uijtstellen het volto„ lig maaken van het getal van 200. man Sipaijs met hunne officieren, het geen ik te geruster deed, dewijl ik al spoedig na het vertrek van 422 van De Castor geinformeerd wierd, dat het geen ik de eere hadde uw Hoog Edelheedens bij mijne aparte van den 17:e October aangaande de desseinen van den Maisoerschen Nabab Sultan Fi„ poe Sahib Bhadur te bedeelen, een loutere Chimere was. Buijten dit heeft de aanneeming van eenige Oostersche militairen het guarnisoen gebragt of 88 man primo plan. Een bezetting verre van talrijk genoeg te zijn om zelfs de noo„ digste posten te vervullen, en die dus zekerlijk moet vermeerderd werden. Dan deeze vermeer„ dering zoude thans bezwaarlijk vallen; wijl ik mij dikwijls in de uijtterste verlegendheijd vinden, als het op de betaling der maandgelden van de nog maar hier zijnde dienaaren aankomt, die meerendeels deerlijk Lugtende onder het kruijs van armoede en gebrek reijkhalsen na de voldoe„ ning hunner agterstallige gagien en kostgel„ den, die ik geen middel vinde om te betaalen. Ee De Edele heer Ceijlons gouverneur van De Graaff heeft mij bij zijn wel Edele gestrenge Letteren van den 10. October 1785. toegezonden Een d Een Extract uijt uwer Hoog Edelheedens brief aan gemelde zijn Ed: Gestrenge van den 5. April bevoorens, waar bij de overgebleevene Leeden van den Nagapatnamschen Raad gelast werden sig te verantwoorden wegens het niet ontlossen en te rug zenden van het schip Hoolwerff, da mogelik met een partij Lijwaaten, waar van volgens een schrijven van wijlen den heer Mar„ quis De Bussi, de oneenigheeden tusschen die bediendens, en den toenmaligen agent te 76 Tranquebar Geeke de oorsaak zoude kunnen zijn. De Leeden Simons, Stoffenberg, Bloeme en Geeke hebben mij hunne verantwoor„ dingen doen toekomen. E Het present Iaggernaij kpoerams of„ perhoofd van Halm betuijgd bij een parti„ culiere brief aan mij, dat hij door ontstentenis 6 vande noodige papieren, niet wel konde vol„ doende antwoorden. Ik neeme de vrijheijd uw Hoog Edelhee„ Een Extract uijt van Halm zijn brief den zoo zoo wel, als de Copijen der verantwoordingen. van de vier boven gemelde Leeden aantebieden, die alle hier in over Eenstemmen, dat 'er geen disputen tusschen hen, en den Agent Geeke ge„ weest sijn. De brieven tusschen de drie Leeden, die te Nagapatnam waaren, en den koopman van Halm toenmaals te Franquebar gewisseld agter de verantwoording van den fiscaal Simons J. gevoegd sijnde, laat ik deeze nog versellen van Extracten uijt de brieven, welke de twee meermelde Leeden in opzigte van het schip Hoolwerf na Ceijlon geschreeven hebben in datis 15. September, en 12. October 1784. , en op hunner aller versoek neeme ik de vrijheijd uw Hoog Edelheedens Eerbiedig te imploveeren dat hunne ingebragte reedenen waar om gemel„ de bodem niet heeft kunnen ontlost, en te rug gezonden worden mogen voldoende bevonden, en zij van alle verdere verantwoording, en verdenking van inactiviteijt vrij verklaard werden, nademaal het blijkt dat hunne handelingen, en inzigten S Comps d of 'sComp:s voordeel tot doel hadden, dan waar in zij door de nadeelige omstandigheeden van tijd en plaats gedwars boomd wierden. Geduurende mijn verblijf te Jaggernaij k rain mij dikwerf voorgekomen zijnde, dat de Engelschen zeer geinclineerd scheenen om ons het regt van de revier, en dus de inkomsten van de„ zelve aldaar te betwisten, hadde mij zulks, al bij het weder overneemen van die plaats de pr cautie doen gebruiken om bij een secreete bin van toenmalige Commissarissen van den 14 J 1785 den secunde De Ravallet het nodij onderrigt te geeven, wanneer de Engelsche Co missaris omtrend die Revier en dies mond eenig G C Exceptie mogt willen souteneeren. Dan d is niet geschied, en Iaggernaij t poeran ons overgegeeven, gelijk wij het bevoorens be Laten Dog na ons volkomen retablissen deed een Engelsch Chirurgijn Roxburg genae die schoon te Samerlacotta bescheijden meest zijn verblijf houd te Kakinara, alleen alleen door gemelde revier van onse plaats is afgescheijden, alwaar hij een woon en pakhuijs aan den oever heeft laaten bouwen, Een tentamen om zig regten op die revier aantematigen, en de Chalengeniers, die onder de Comp=e staan met drijgementen aantehouden, en eenige pak„ jes meede te geeven. Het opperhoofd van Halm hadde zig dit op de klagten van dat volk ten regten aangetrokken, en gemelde pak„ jes voor M:r Roxburgs huijs laaten ne„ „ 5 derleggen, waar over die, op zijn beurd gestoord, een briefje aan gemelde opperhoofd schroef het welk de bediendens overzonden in hunne brief van den 23. September, bij welke zij om- de of zij ordres verzogten, en om te weeten of Dit regten der revier mogten vorderen. geval omstandig beschreeven zijnde by de se„ creete resolutie van den 3. December, nevens de ordres die van hier by een apparte brief aan de bediendens gezonden zijn, neeme ik de wij heijd, om uw Hoog Edelheedens met geen overtolligheeden in deeze te in commodeeren, mij 6 i

NL-HaNA_1.04.02_9703_0490 view scan ↗

English

to conform myself to that all the sooner, because this matter was settled very easily by a convention, in which Roxburg binds himself to pay 100 Ropijen to the leaseholder for whatever he shall import and export through the mouth of our river from the beginning of our re-establishment until the ultimate of August next, with the obligation that no goods that do not directly concern him shall pass under his name. I dare not assure whether this is as much according to the regular lease as could be demanded from his import and export, but under Your High Noblenesses' favorable interpretation, I am humbly of the opinion that one might agree to this convention, although made without qualification, for the reason not only that Roxburg has opportunity enough to ship his goods direct from the beach of Kakinara in our sight, as one must do here, at Madras, Sadras, and more places on this coast, when we would enjoy nothing from it, which would at the same time facilitate a way of shipment that up to now, as far as I know, has not been put in train, but principally because by this obligation the legality of our claim to the rights of the river is acknowledged, which was to be decided. Thereby at least many disputes may be prevented, to which one certainly could not be exposed if our possession according to the deed of gift of Iaggernaijkpoeram were beyond all chicanes. But may it be permitted to me to report to Your High Noblenesses that by mistake in the deeds of gift, instead of the river in question, another river, currently dried up and having run far beyond our boundary posts, is expressed. I hoped therefore that Your High Noblenesses will be pleased to approve this. By our general respectful advices of today we have reported something concerning the claim of the lord Nabab of Carnatica for overdue lease monies for Sadraspatnam. The chief of Bijland not having been able to obtain information there as to when the last payment of that ground rent had been made before the war, we have had recourse to the secretarial papers of that office, which were fortunately saved from the fire, whereas those of trade were lost. From the minutes of those letters written in the years 1780 and 1781 from that subordinate to the main office, one could conclude nothing else than that His Highness is still entitled to 3 terms before the war, because the last communication of that payment, which is always given, was made by letter of Sadras of 12 July 1780, and it is very probable that after that time nothing more was handed over, because the marauding bands of Hayder roamed the country since then, which made the transport of money dangerous, indeed impossible, which is probably why it was not sent for by the Nabab either. As indisputable as these 3 terms must be paid to His Highness, alongside the two expired after our repossession, so improper is his pretension to enjoy the lease for those years that the English were masters. The chief of Bijland has already demonstrated this in his answer to the Nabab's letter, but it is not known whether His Highness acquiesces in that equitable demonstration, while it must give rise to suspicion that he does not send to receive that which legally belongs to him. This contradicts the custom of Moorish grandees, who demand their rights far more too early than await the appointed time. This matter was considered in the meeting of the 6th of this month, and it was decided, since one will have to pay sooner or later what is legal, to ask His Highness, as soon as the treasury shall be in a position to do so, of our own accord and as if one had discovered that one still owed him the same, to have those 3 terms that remained unpaid before the war collected, as well as the two elapsed since the re-establishment of the Company. The answer to such a voluntary offer must reveal the Nabab's way of thinking regarding the lease during our absence from Sadras. Such matters with Moors cannot be kept pending without the danger of sometimes having to pay unexpectedly at an inconvenient time large accumulated sums. Further referring myself respectfully to the secret resolution of the 7th of this month, I also pray for Your High Noblenesses' favorable approbation on this. The disputes between the land regent of Tiernewelly and the servants at Tutucorijn being certainly known to Your High Noblenesses from the advices of the Ceylon ministers, and having happily ended, I touch upon them here only to give dutiful notice to Your High Noblenesses that I was engaged both by the Council of Tutucorijn and the Noble Lord Governor of Ceylon to have the same represented orally to the Nabab. Such being never able to occur without expenses, and I not being provided with money to incur the same, particularly if one employed for that a European servant, who conveniently cannot be less than a Council member, I have not hastened myself with that; Firstly: to avoid the expenses themselves. Secondly: because in an oral representation, I could depict the matter with no stronger colors than the chief Mekern had done in his letter to the Nabab of 5 November. Thirdly: Because, having been in person at the court in a parallel case, I experienced how little I could accomplish in the Tutucorijn disputes, because I [illegible]

Dutch transcription

mij daar aan te eerder te gedragen, wijl deeze zaak zeer faciel is afgeloopen door een Con„ ventie, bij welke Roxburg zig verbind om 100. Ropijen aan den pagter te zullen betaalen voor het geen hij zederd het begin onser retablis„ seering tot ult:o Augustus aanstaande door de mond onser revier zal in en uijtvoeren, met verband dat gene goederen, die hem niet di„ rect aangaan onder zijn naam zullen pas„ seeren Ik durve niet verzekeren, of dit & na de geregelde pagt zoo veel is, als van zijn uijt en invoer zoude kunnen gevorderd wor„ den, maar ik ben onder Uwer Hoog Edelhee„ dens gunstige welduijding nedrig van begrif dat men deese overeenkomst J:schoon buijten qua„ lificatie gemaakt :/ soude mogen agreëren, om reeden niet alleen dat Roxburg gele„ gendheijd genoeg heeft om zijne goederen /:ge„ lijk men hier, te Madras, Sadras, en of meer plaatsen van deeze kust moet doen: direct van het strand van Kakinara afte „ scheepen scheepen in ons gezigt, wanneer wij er niets van genieten dat met een een weg van afscheep zoude faciliteeren, die tot nog, zoo veel my be„ kend is, niet in train is gebragt, maar wel voornamentlijk om dat door dit verband de wettigheijd onser Eijsch op de rechten der revier erkend word; dat te beslissen was. Hier door mogen ten minsten veele disputen werden voorgekomen, voor welke men zeker niet zou„ den kunnen blootstaan, wanneer onse posses„ sie volgens de gift brief van Iaggernaij kpoe„ ram buyten alle Chicanes was. Dan het zy my geoorloofd uw Hoog Edelheedens te berigten, dat 'er bi de gift brieven abusive„ lijk in steede van de revier in questie, een an„ ƒ dere thans op gedroogde, en verre buijten onse grene palen geloopen hebbende revier is uijt„ ƒ gedrukt. Ik hoofde dus dat uw Hoog Edel„ l heedens dit zullen gelieven te approbeeren= P Bij onse gemeene eerbiedige advisen van heeden hebben wij iets gemeld aangaande den Eijsch van den heer Nabab van Carnatica om om agterstallige pagt penningen voor Fadra patnam Het opperhoofd van Bijland geene informatien aldaar hebbende kunnen bekomen, wanneer voor den oorlog de laatste betaling van die Erfpagt was geschied, hebben wij recours genomen tot de Secretarieele papieren van dat Comptoir die geluckig uijt den brand gered zijn daar die van de negotie verlooren gingen. Uijt de minuten van die brieven in de Iaaren 1780, en 1781. van dat onderhoorig na het hoofd Comptoir geschreeven, heeft men niet anders kunnen opmaaken, dan dat aan zijn Hoogheijd nog 3. termijnen voor den oor„ log toekomen, wijl de laatste Communicatie van die betaling die althoos gegeven word, geschied is bij brieve van Sadras van den 12. Iulij 1780, en het zeer probabel is, dat na die tijd niets meer is afgelangd wijl de root„ benden van Hayder zederd in 't land Zwor ven, die het transport van geld gevaarlijk Ia onmogelijk maakten, waar om 'er waarsch „nelijk „nelijk door den Nabab ook niet om gezonden is. zoo onbetwistbaar als deese 3. termij„ te nen Sijn Hoogheid zullen moeten betaald e werden, nevens de twee na onse weder bezit„ neeming g'Expireerd, zoo oneijge is zijne pere„ tensie om de pagt te genieten voor die Iaaren, E dat de Engelschen Meesters zijn geweest. Het opperhoofd van Bijland heeft zulks reets in zyn antwoord op des Nababs brief aan„ getoond, maar men weet niet, of zijn Hoogheijd in die billijke demonstratie berust; terwijl het argwaan moet geeven, dat hij niet zend om dat geen te ontfangen, wat hem wettig toe„ komt. Dit strijd tegen de gewoonte van Moor„ sche grooten, die veel meer hunne regten te vroeg of Eijsschen, dan den bepaalden tijd afwagten. Dit stuk wierd overwoogen in de ver„ gadering van den 6. deeser, en men besloot, dewijl men tog vroeg of laat zal moeten betaalen wat wettig is, om zoo dra de kas in staat zal zijn, zijn Hoogheijd uijt eijge bewe„ ging, en quasi als of men ontdekt hadde, hem deselve deselve nog schuldig te zijn, te laaten verzoe„ ken om die voor den oorlog onbetaald gebleeven 3. termijnen te laaten afhaalen zoo wel, als de zederd het retablissement van de Comp:e ver„ lopene twee. Het antwoord of zulk een vrij„ willig aan bod moet openleggen des Nabab's denkwijze wegens de pagt geduurende onse ab„ sentie van Sadras Diergelyke zaaken met Mooren kunnen niet sleepende gehouden worden zonder gevaar van zomwijlen onvoorzien in een ongelegene tijd groste opgeloppen sommen te moeten betaalen. Mij wijders eerbiedig aan de secreete resolutie van den 7. deeser refereerende, bidde ik ook hier op uwer Hoog Edelheedens gunstige approbatie. De verschillen tusschen den land re„ gent van Tiernewelly, en de bediendens te Tutucorijn Uw Hoog Edelheedens uijt de advisen der Ceijlonsche ministers zeker be„ kend, en geluckig geEijndigd zynde, roere ik dezelve 759 dezzelve alhier maar aan om Hoog Deselve pligtmatig kennis te geeven, dat ik zoo door den Raad van Tutucorijn, als den Edelen Heer Gouverneur van Ceijlon ben Geongageerd geweest e om deselve mondeling aan den Nabab te laaten representeeren. Zulks nimmer kunnende ge„ E schieden, dan niet ongelden, en ik van geen geld om dezelve te doen voorzien zijnde, voornament„ lijk als men daar toe Een Europeesch dienaar, die gevoegelijk niet minder als een Raadslid kan zijn, emploijeerde, hebbe ik mij daar niet meede overhaast; Eerstelyk: om de ongelden zelfs te vermijden. Ten anderen: om dat ik bij een mondelinge voordragt, de zaak met geen sterker Couleuren konde afschilderen, dan het opperhoofd Me„ kern bij zijn brief aan den Nabab van den 5. November gedaan hadde: Ten derden: Om dat ik in persoon in een paralel geval aan het hof geweest zijnde E ondervonden hebbe, hoe weijnig ik in de Iulu„ G Corynsche geschillen konde uijtvoeren, om dat ik zoe„ aar ne

NL-HaNA_1.04.02_9703_0496 view scan ↗

English

I had no orders to treat concerning the pearl fishery. I congratulated myself on having delayed that mission, when I received a letter from the Tuticorin Council dated 10 December 1785, stating that the outrages of the land regent had diminished and had been brought to a tolerable footing, which I could attribute to nothing other than the letter from the Chief having taken effect. As I now considered myself completely dispensed from a mission to the Nabob, I received a letter from Tuticorin reporting that the export of linens and provisions still remained prohibited; and again new disputes had arisen with the land regent over the running off of the small sloop De Vliegende Vis, and the chank diving. This showed me that those disputes were far from settled, and I found myself obliged to send the Company's courier or vakil to Madras, provided with the necessary instructions. However, he had only been there a few days when the servants at Tuticorin informed me that the English gentleman James Dott had been at Tuticorin on behalf of the Nabob, going to Colombo to settle all disputes, and that with his departure all obstacles had been removed, and trade and intercourse reopened as before. As soon as I received this welcome report, I recalled the vakil or courier, but to this day he has not been able to obtain his dismissal. I hope that Mr. Dott may succeed in his negotiation at Colombo, and that the long-standing dispute over the pearl fishery may finally be settled. The English have received orders to negotiate sixty millions or 600 lakh rupees on bills of exchange at 1 English shilling and 8 pence per current Bengal rupee, with the proportion of the pagoda and the Bombay rupee to be determined by the Governor and Council of Bengal. Payment shall be made 548 days after the date, leaving it to the choice of the Company to postpone the full payment, provided an interest of 5 per cent per year is paid, and thus instalments (what this English word means in relation to this matter, I do not well understand) of not less than 10 per cent on the principal sum every year after 1 March 1790, unless it suits the directors to discharge the bills by earlier and ampler payments. This considerable negotiation takes place solely to pay the English bond and other debts in India, and however much it is by no means advantageous to the bondholders, it is nevertheless said that many will accept those bills of exchange for their bonds; and that even those holders who do not need money in Europe will do so, because those bills can be negotiated with less discount than the bonds. The Danes have advanced 32000 pagodas to the Prince of Tanjore, which they borrowed at 1 per cent per month, for which they will receive the revenues of 14 villages for 10 years, when the principal must be repaid. They have finally, as I learn, after repeated embassies to the Nabob, obtained payment for the artillery and war munitions delivered by them to His Highness many years ago. On the 12th of the past month, La Calonne, a ship of the French East India Company, arrived at Pondicherry. It is said to have brought 600000 piasters in cash, and has departed for Mocha with a portion of that money. In Bengal, the brigantine Le Boulogne is said to have arrived with 200000 piasters. The French are currently busy fortifying Pondicherry, as it is said, with earthen ramparts. For some time there was a general rumour here that found acceptance with everyone, namely that the Nabob of Mysore, Sultan Tippu Sahib Bahadur, was said to be dead, and the English held it beyond doubt; for both their express harkaras and those of Nabob Muhammad Ali Khan, sent to Seringapatam for reliable information, confirmed it, so that in their newspapers they have already described the manner of his death and his character; meanwhile, it is now again affirmed that he is alive, and far from thinking of an invasion into the Carnatic, he is incessantly busy assembling his forces and making preparations to confront the Subah of the Deccan, Nizam Ali Khan Bahadur, who, joined with the Marathas, according to the English, is about to make an incursion into the states of Tippu Sahib. If this is true, he will have his hands full of work. Since almost everything was lost in the war, not a single sea chart is to be found among any of us here on the coast. I pray that Your High Nobilities may provide us with the necessary ones, to make use of them when vessels are available. It has already been indicated to me several times that a handsome present to the Nabob, his sons, and ministers would not be unwelcome, and that it seems to be expected after our re-establishment. I therefore most humbly pray Your High Nobilities to be provided with some goods suitable for that purpose. I commend Your High Nobilities' highly esteemed persons and interests, together with those of the Honourable Company, in these far-reaching times to the protection of Heaven, and have the honour to be, with due respect and deep veneration, High Noble, Right Honourable, Widely Ruling Lord, and Right Noble Lords, Your High Nobilities' most humble and

Dutch transcription

ik geen last hadde over de paarlvissery te handelen. Ik vergelukte mij zelve van mij men d die bezending gedraald te hebben, toen ik een brief van den Tutucorijnschen Raad ontfing van den 10: December 1785. , dat de geweldenarijen van den Land regent vermin„ derd, en op een dragelijken voet gebragt waa„ e ren, het geen ik aan niet anders konde toeschi ven, dan dat de brief van het opperhoofd w hadde geopereerd. Daar ik mij nu al volkomen gedippen¬ „ceerd hield van een bezending aan den Naba ontfing ik een brief van Tutucorijn, melde G de, dat de afvoer van Lijwaaten, en leven smid delen nog verboden bleef; en weder nieuwe ver schillen met den land regent wegens het afge loppen Chaloupje De vliegende Vis, en de Chankos duijkerij waaren ontstaan Dit deed mij zien, dat die verschil len verre af waaren van afgedaan te zijn en is vond mij verpligt om den Courantier of Wakiel 464 wakiel van de Compe na Madras te zenden, voorsien van de noodige Instructie. Dan deeze was pas eenige dagen daar geweest toen de bediendens te Tutucorijn mij kennes gaven, dat de Engelsche heer Ia„ mes Dolt van wegen den Nabab ter af„ doening van alle geschillen na Colombo gaan„ de te Tutucorijn was geweest, en dat met zijn vertrek alle beletzelen waaren weggeno„ te men, en handel en wandel weder opengesteld gelik te vooren. Zoo dra ik dit aangenaame berigt ontfing hebbe ik den wakiel of Courantier te rug ont„ e boden, maar die heeft tot heeden zijn afscheijd niet kunnen obtineeren. Ik wensche dat M:r Dott in zijne negociatie te Colombo moge slaagen, en het zoo lang geduurd hebbende verschil over de paarlvissery eyndelijk eens verevend werden De Engelschen hebben ordre gekreegen om sestig milioenen of 600. Lak Ropijen op wis„ sels te negotieeren tegen 1. Engelsche schelling, en 8. sery te mi Raad „ dat Vermin¬ 1 waa„ schi 0 ipen„ melde Smid mild 8 pence de Courante Bengaalsche Roffij, en n de proportie de Pagood, en de Bombaijsche Ropij te bepalen bij den Gouverneur en Raad van Bengalen. De betaling zal geschieden 548 dagen na den datum, blijvende aan de keu van de Compagnie om de volle betaling uijttestel len, mits Een Intrest van 5 per Cento in het Iaar, en alzoo instalmenten /:wat dit Er„ gelsch woord in betrekking tot deeze zaak betekend, begrijpe ik niet wel :/ van niet minder dan 10. per Cento op de hoofd zom ell Iaar na den 1. Maart 1790 ten zij het de direc teurs Convenieere bij vroegere, en ampeler be„ talingen de wissels te dechargeeren: Deeze Considerabele Negociatie ge„ schied alleen om de Engelsche obligatoir, en andere Schulden in Indiën te betaalen, en hoe zeer dezelve gantsch niet voordeelig voor pO de houders der obligatien is, nog thans zegt men dat veele die wissels zullen accepteeren. voor hunne obligatien; en dat zelfs zulks ook die houders zullen doen, die geen geld in 163 46 in Europa benodigen, wijl die wissels net E minder korting kunnen genegocieerd worden, dan de obligatien De Deenen hebben aan den vorst van Tansjour 32000. Pagoden geschooten, die zij tegen 1. per cento 's maands hebben opgenomen, waar voor zij 10. Iaaren lang, wanneer het Capitaal moet afgelost worden, zullen trek„ ken de Inkomsten van 14. dorpen. zij hebben eijndelijk zoo ik verneeme, na her„ haalde ambassades van den Nabab verkreegen de betaling voor de artilleren, en krijgs munitien door hen voor veele Iaaren aan zijn Hoogheijd geleverd. Den 12:e der gepasseerde maand arriveerde La Calonne, Een schip van de fransche Oost Indische Comp:e te Pondicherij. Het heeft na men zegd 600000. piasters in Contant meede gebragt, en is met een gedeelte van dat geld na Mocha vertrocken. In Bengale zoude gearriveerd sijn de Bri„ gant in Le Boulogne met 200000 Piasters. g en na 9 De Franschen zijn thans beezig on son dicherij te fortificeeren, zoo men zegd, met aarde e 9 wallen. zederd eenige tijd was hier een algemeen C gerugt dat bij een ieder ingang vond, namentlyk dat De Nabab van Maijsoer Sultan Fi„ poe Sahib Bhadur dood zoude zijn, en de Engelschen hielden het buijten twijffel; wint zoo wel hunne, als des Nababs Mhamed Ali„ Chans Expees na Siringepatnam om ze„ ker narigt gezonden Harcarras bevestigden het, zoo dat men in hunne nieuws papieren de wijze van zijn dood, en zijn Caracter al heeft beschreeven; Intusschen versekerd men thans weder dat hij leefd, en verre van om een invasie in Carnatica te denken, onop„ houdelyk besig is om zijne magt te verzamelen en aanstal te maaken om het hoofd te bie„ den aan den Souba van Deckan Bisam Ali¬ Chan Bhadur, die geconsungeerd met de Marhettas volgens der Engelschen zeggen een inval in de staaten van Sipoe Sahib staat te doen. Als dit waar is, zal hij de handen 469 4 handen vol werk hebben Dewijl in den oorlog bij na alles is wegge„ raakt, zoo is hier bij niemand onser op de kust eenige zeekaart te vinden. Ik bidde uw Hoog Edelheedens met de nodige te mogen werden voorzien, om wanneer 'er vaartuijgen zijn, gebruik van te maaken. Men heeft mij al verscheijde keeren te ken„ nen gegeeven dat een aanzienelyk present aan den Nabab, zijne zoonen en ministers niet onaan„ genaam zoude zijn, en dat men het schijnt te verwagten na ons retablissement. Ik bedde daar om uw Hoog Edelheedens zeer nedrig om met eenige daar toe geschikte goede„ ren voorsien te werden Ik beveele uw Hoog Edelheedens hoog aan„ zienelijke persoonen, en belangens, nevens die van de Ed: Maatschap pij in deeze veruijtziende lijden in de bescherming des Himels, en hebbe de eere. met schuldig ontzag, en diepe veneratie te Hoog Edele Groot Achtb: /:onderstond:/ zijn wyd Gebiedende Heer, en wel Edele Heeren. Uw Hoog Edelheedens zeer onderdanige en t on tlyk tlyk

NL-HaNA_1.04.02_9703_0502 view scan ↗

English

Wm and Obedient Servant was signed Wt: Blaaukamer in the margin Palleacatta In Castle Geldria the 27th of February 1786. lower Appendix; Having waited with impatience, I finally receive report that, contrary to all expectations, nothing can come of the commenced negotiation of 75000 Pagodas, as an extension is desired first, and then it is only promised in an indifferent and cool manner that, if no better conditions than those offered can be granted, they will do their best to provide as much money as they can. This having been communicated to the Council, it has decided alongside me as of today to abandon that negotiation entirely, as it is quite certain that nothing will come of it due to the lack of money in Madras, and moreover one cannot wait if anything of significance is to be collected; for the 75000 pagodas that we wished to accept must be distributed at once among the offices, each according to its share in the petition, and approximately furnished in advance. Had they been able to furnish us immediately with just fifty or sixty thousand pagodas, we would have accepted them, and thereby set the collection in motion. One could then have waited some time for the remainder. But the shortage of cash is so great in Madras that the Danes, who have already been busy for over two months negotiating 80000 pagodas for the Government against bills drawn on the King of Denmark payable in England, with an offer of 8 shillings and 6 pence, or ƒ4. 14. for the star pagoda, have not been able in all that time to raise six thousand. I pray your High Nobles to be convinced that I, together with the Council, have done everything to obtain money, and thereby linens, and have even made very far-reaching attempts, not without awareness of our own danger, since we had to fear that this negotiation might not be free from all reprimand. To excuse which I can only put forward that the pressing necessity to provide returns, and the far-reaching consequences to be feared for the course of the Company's commerce, especially in the Netherlands, from our unprecedented, yet forced standstill, have caused us to proceed to this precarious step, placing our own peril second; but we dared go no further, and have had to give it up, conscious that one can also buy gold too dearly. It was, however, not abandoned without great emotion, because the decision to that effect simultaneously and deplorably entails that the entire collection for this year is given up. A terrible prospect indeed. I humbly hope that the great importance of this matter, and the absolute necessity that it be known to your High Nobles in its full scope, will serve to excuse that it has become so late with the dispatch of this letter. According to the latest reports from Madras, Japanese copper is for sale there at 72 per pagoda, which is nearly 20 per cent less than the Company's set price. I take the liberty to repeat the expression of the respect and awe with which I have the honour to be underneath High Noble, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord, and Right Noble Lords! Your High Nobles' very humble and Obedient Servant was signed Wm Blaaukamer in the margin Palleacatta In Castle Geldria the 15th of March 1786. — Agrees. W Blaaukamer Duplicate No 5 Copy Secret Resolutions of Coromandel for the Netherlands, Secret 474 Saturday The 3rd of December Anno 1785. — In the forenoon at 11 o'clock Meeting of Policy. Present Willem Blaaukamer The Acting Governor Nicolaas Padama. the Provisional Senior Merchant and Chief Administrator Joan Daniel Simons. the Provisional Merchant and Fiscal Martinus Stoffenberg. the Junior Merchant and Provisional Warehouse Master, the Provisional Junior Merchant and Secretary. Broerius Brouwer. After the conclusion of the business regarding the outer offices, the Acting Governor brought forward for separate deliberation the communication made by the Jaggernaikpoeram chiefs in their letter of the 23rd of September last concerning what occurred between the said servants and the English Doctor Roxburgh who the Acting Governor said, though stationed at Samerlacottah, mostly resides in a house that he has had built, with attached warehouses, on the opposite bank of the river on the territory of Kakenaar, they communicating mainly that the said English Doctor had, with threats, forced the crew of a cheling, which already had permission to bring goods to Coringa, to also take some small packages to Coringa, who, having complained thereof to the chief, were ordered by him to lay those packages down in front of the house of the said Englishman, whereupon the said Doctor had addressed the chief in a note, of which they have sent a copy, and declared he could hardly believe that he, the chief, would have given orders to that effect, the chiefs requesting this Council to be furnished with orders how to conduct themselves, and whether they were permitted to collect the river dues; which having been deliberated upon, it was approved to write to those servants in a separate letter. That the Honourable Company, before the war, held possession

Dutch transcription

W=m en Gehoorzame Dienaar /:was getekend:/ W Wt: Blaaukamer /:in margine:/ Palleacatta In het Casteel Geldria den 27. februarij 1786. /:lager :/ Appendix; Het ongeduld uijtge„ zien hebbende, kryge ik eijndelijk berigt, dat tegen alle verwagting van de geEntameerde negociatie van Pagoden 75000. niets worden kan, dewijl men voor eerst uijtstel begeerd, en dan nog maar op x „ een indifferente en koele wijze toezegd, dat men, zoo 'er geen betere, dan de uijtgeloofde Conditien kunnen werden toegestaan, zijn best zal doen om zoo veel geld te bezorgen, als men kan Dit aan den Raad gecommuniceerd sijn„ de, heeft Dezelve nevens mij of heeden beslooten, om van die negotiatie in het geheel aftezien, dewijl het wel zeker is, dat van dezelve mits geld gebrek te Madras niets komen zal, en men boven dien niet wagten kan zal 'er iets naam„ waardigs werden ingezameld; want de 75000. pagoden, die wij wilden accepieeren moeten over de Comptoiren, elk na desselfs aandeel in de petitie aanstonds verdeeld, en ten naasten bij bij vooruijt verstrekt worden. Hadde men ons nog maar vijftig of sestig Duijzend pago„ den immediaat kunnen fourneeren, zouden wij die geaccepteerd, en daar meede den Inzaam aan den Gang gebragt hebben. Men hadde dan na het overige eenige tijd kunnen wagten, Maar het gebrek aan Contanten is zoo groot te Ma„ dras, dat de deenen, die al over de twee maan„ den beezig zijn om met uijtloving van 8 schel„ lingen, en 6 pence, of ƒ4. 14. voor de sterre pagood 80'000 pagoden voor het Gouvernement tegen wissels op den koning van Denemar„ ken betaalbaar in Engeland te negotieeren, in al die tijd niet in staat geweest zijn, om Tes Duijzend op te doen Ik bidde uw Hoog Edelheedens overtuijgd te zijn, dat ik met den Raad alles gedaan hebbe om geld, en daar door lijwaaten te krijgen, en zelfs zeer verregaande pogingen hebbe aan„ gewend niet zonder beset van eijge gevaar, alzoo wij moesten dugten, dat die negotiatie niet vrij van alle berisping zouden mogen weezen, Om ƒ tta tge„ uijt at tegen tie n men, d tien doen kan rd zijn mits Om welke te verzogten ik alleen kan bij bren„ gen, dat de dringende nootzakelijkheijd om retouren te bezorgen, en de ver uijtziende ge volgen, die uijt ons ongehoord, dag gedwongen stilzetten voor het beloop van 'sComp:s Commercie voor al in Nederland te dugten zijn, ons met post positie van eijge pericul tot deese haggelij ke staf hebben doen overgaan, dan verder dorsten wij niet, en hebben het moeten opgeeven, bewust dat men ook goud te duur kan koopen. Er is egter niet dan met groote aandoening van afgezien, wijl het besluijt daar toe teffens Mis„ zuijgend meede brengd, dat men den geheelen Inzaam voor dit Iaar opgeefd. Een schroo„ melijk vooruijtzigt zeeker. Ik hoope nedrig dat het groot belang van 9 deeze zaak, en de volstrekte noodzakelijkheijd, dat die uw Hoog Edelens in zijn volle beslag bekend zij, zal kunnen verschoonen, dat het met de verzending van deezze zoo laat is genor den. Volgens de laatste berigten van Madro„ is het Iapans kopper aldaar tegen pr 72 te koop het geen bij de 20. p:r C:o minder dan 's Comp:s bepaal„ de prijs is. Ik neeme de vrijheijd de betuijging te her„ haalen van de eerbied, en het ontzag met welke O ik de eere hebbe te zijn /:onderstond :/ Hoog Edele Groot Achtbare wijd Gebiedende Heer, en wel Edele Heeren! Uw Hoog Edelhee„ dens zeer onderdanige, en Gehoorzame Dienaar /:was getekend :/ W:m Blaaukamer /:in margine:/ Palleacatta In het Casteel Gel„ d dria den 15. ' Maart 1786. — Accordeerd. W Haankamer bven„ cie 3 gelij„ van 0. ƒ 6 C Suplicaat No 5 Copia Secreete Resolutien van Cormandel voor Nederland, Secreet 474 Saturdag Den 3„e December A:o 1785. — 'S voormiddags om 11. ' uuren vergadering van Politie. Present Willem Blaaukamer Den Heer Gezaghebber Nicolaas Padama. den Poov=s opperk: en Hoofd Sotm: Joan Daniel Simons. den Prov:s koopm: en Fiscaal Martinus Stoffenberg. de onderk: en prov:s Pakh: Meester, de Grov: onderk: en Secretaris. Broerius Brouwer. Na het afloopen der besoigne over de buijten Comptoiren, wierd door den Heer Gezaghebber in afsonderlijke deliberatie gelegd het bedeelde door de Iaggernaikpoeramsche opper„ hoofden bij hunne brief van den 23. ' sep„ tember I:o wegens het voorgevallene tusschen gemelde Den 3„e december A:o 1785. gemelde Bediendens, en de Engelschen door tor Roxburg /:die de Heer Gezaghebber zeijde, dat schoon te Samerlacottah bescheijden, veel al zijn verblijf houd in een huijs, dat hij met annexe Pakhuijzen „oever aan den over„oeer van de rivier op de grond van Kakenaar heeft doen bouwen :/ be„ deelende zij hoofdzakelijk, dat gemelde Engelsche Doctor het volk van een cha„ leng, die reets permissie hadde om goederen na Coringie te brengen, met dreijgemon„„ ten opgedrongen had om eenige pakjes na Coringa meede te neemen, die daar over bij het opperhoofd geklaagd hebbende door hem belast waaren die pokjes voor tit huijs 443 Den 3. ' december A:o 1785. — huijs van gemelde Engelschman needer te leggen, waar over gemelde Doctor zig bij een briefje aan het opperhoofd waar van zij Copij overgesonden hebben geadetres„ seerd en betuijgd hadde, kwalijk te kun„ nen gelooven, dat hij opperhoofd ordres daar toe zoude gegeeven hebben, insteeren„ de de opperhoofden bij deesen Raade om met ordres te moogen werden gemunieerd hoedanig zig te gedraagen? en of het hun gepermitteerd was de geregtigheeden van de Rivier te heffen, waar over gedeli„ bereerd zijnde, is goed gevonden, die bedien„ dens bij aparte missive aan te schrijven. Dat d'E: Compagnie voor den oorlog het besit. doc„ hebben huijzen grond: oor het

NL-HaNA_1.04.02_9703_0516 view scan ↗

English

The 3rd of December, Anno 1785. possession, and has held the tolls of the mouth of the River, regarding the substantiation of which right the assembly refers to its secret letter of the 14th of July, No. C, to the Secunde de Ravallet. That since the Company has been restored to its possessions in such manner as they formerly were, that is to say under the same privileges and burdens, and whereas, as the Chiefs state in their letter, Doctor Roxburg had requested permission from the said Secunde to obtain chialingen for the shipment of his 138 bales of white linens, whereby it appears that he himself is also convinced of the right to grant them, and thus of the Company's proprietary right; which must therefore be held as a matter beyond dispute, from which flows the right to levy tolls on goods that are exported through the river, which have also always been demanded by the Honorable Company and paid to it. That according to law no one can be exempted from this, even if the landlord of the circars might perhaps be so for political reasons, and thus also no private English merchant, even if he could prove himself to be toll-free in the English establishments, since that would be a domestic arrangement among them, which can serve as no rule to the Company. That the English private individuals previously also paid the toll, the proofs of which will be found at Iaggernaikpoeram; and That, it being now evidently clear from this that the Honorable Company has the right both to the mouth of the river and to levy tolls, the said Chiefs are therefore instructed to act in accordance with custom in the future, and to give orders to the chialing-men to put ashore anywhere on no one's orders except the Chief's, but to proceed directly on their passage, with authority given to the said Chiefs to make known to Doctor Roxburg on occasion that it will not be taken well if he threatens our chialing-men, who are under the Honorable Company, with beatings, since he has no right to do so, and to do this using the arguments of equity that have been adopted on our side, and without any brusque treatment, at least as long as equity is not abandoned or denied. Thus done and resolved in Fort Geldria at Palliacatta, date as above written. Signed: W. Blaaukamer, N. Iadama, I. D. Simons, M. Stoffenberg, and B. Brouwer. Saturday, the 28th of January, Anno 1786. In the forenoon at ten o'clock. Council of Policy. All Present, Except: The Provisional Merchant and Warehouse Master Martinus Stoffenberg, on a commission to Nagapatnam. The Honorable Governor informed the assembly that he had convened it chiefly to speak about the collection of return cargoes for the Netherlands and the Indies; testifying with the greatest emotion to seeing time slip away without their having been able, due to a lack of cash money and the almost complete stagnation of all trade, both here and at the outer trading posts, from none of which any report has yet been received that anything has been sold, to make any arrangements up to now for obtaining return cargoes, from which arises the most dreadful prospect, which His Honor could not contemplate without sighing, that they will have to send the ships back empty this year; deeming it superfluous to detail at length the lamentable consequences that must arise from this, and which are obvious to the assembly, or rather to everyone. That His Honor, together with all the Members, had flattered himself until now with the hope of obtaining some relief from that Government pursuant to the conditional promises of the Ceylon administration in its letter of the 30th of June, 1785, which, even if not sufficient for the entire collection, nevertheless, however little it might have been, could have served to set it in motion and keep it going until they should be fully relieved by an early ship from Batavia pursuant to the provisional demand made and dispatched with the Castor; but that His Honor, it is true, privately

Dutch transcription

Den 3„' december A:o 1785. besit, en de tollen van de mond der Rivir heeft gehad, omtrend de staving van welk regt, de vergaadering zig gedraagt aan den selver secreete brief van den 14.:' Iulij N:o C: aan de secunde de Ravallet. Dat den wijl de Compagnie in haare bezittingen zoodanig hersteld is, als dezelve bevoo„ vens waaren, dat is onder deselve voor„ regten en lasten, en daar gelijk de opper„ hoofden bij hunne brief zeggen, Doctor Roxburg van gemelde secunde ter bekooming van Chialengen tot den afschep van zijne 138. Pakken witte Lijwaaten permissie hadde gevraagd, waar door blijkt dat ook hij selve overtuijgd is van het regjt Om. 477 Den 3. ' december A„o 1785. — om die te verleenen, en dus van 'sComp=s bezit regt; het welk dan moet werden ge„ houden voor een zaak buijten Contestatie, waar uijt vloeid het regt om tollen te hef„ fen van goederen, die de rivier werden uit„ gevoerd, welke ook door de E: Comp:e altoos gevordert, en aan haar betaald zijn. Dat hier van na regten niemand kan geexcipeerd zijn, /: zo al de landheer van de sercars om politicque reedenen het zoude moogen kunnen weezen:) en dus ook geen par„ ticuliere Engelsche handelaar zelv al konde hij bewijsen tol vrij te zijn in de Engelse Eta„ blissementen, dewijl dat een domesticque beschikking bij hen zoude zijn, die de Comp:e tot Rivier wesk den de„ ctor scheep ten blij ket t reg6 Om. C 425 besit, en de tollen van heeft gehad, omtrend a regt, de vergaadering 2 selver secreete brief va C: aan de secunde de e wijl de Compagnie in ha zoodanig hersteld is, als vens waaren, dat is o„ regten en lasten, en de hoofden bij hunne bri„ Roxburg van ge„ bekooming van Chialen van zijne 138. Pakk permissie hadde gevraa„ dat ook hij selve overten„ Den 3„e december Ao Den 3.:' december A„o 1785. —. om die te verleenen, en dus van 'sComp=s bezit regt; het welk dan moet werden ge„ houden voor een zaak buijten Contestatie, waar uijt vloeid het regt om tollen te hef„ fen van goederen, die de rivier werden uit„ gevoerd, welke ook door de E: Comp:e altoos gevordert, en aan haar betaald zijn. Dat hier van na regten niemand kan geexcipeerd zijn, /: zo al de landheer van de sercars om politicque reedenen het zoude moogen kunnen weezen:) en dus ook geen par„ ticuliere Engelsche handelaar zelv al konde hij bewijsen tol vrij te zijn in de Engelse Eta„ blissementen, dewijl dat een domesticque beschikking bij hen zoude zijn, die de Comp:e tot 73 Den 3. ' December A:o 1785. — tot geen regel kan strekken. Dat de Engelse particulieren bevoorens de tol ook hebben voldaan, waar van de be„ wijsen te Iaggernaikpoeram zullen te vinden zijn; en Dat, hier uijt nu evident blijkende, dat dE: Compagnie regt heeft zoo op de mond der rivier als om tollen te heffen, zij opperhoofden daarom gelast worden om daarmeede in vervolg van tijd na usance te handelen, en ordre te geeven aan de Chialengeniers om op niemands, dan des opperhoofds ordre ergens aan te leggen maar hunne togt direct voort te set„ ten, met qualificatie aan gemelde opper„ hoofden 72 472 4 Den 3:' december A:o 1785. — hoofden om bij gelegentheijd den Doctor Roxburg te kennen te geeven dat men niet wel zal opneemen dat de hij onze Chialengeniers, die onder D'E: Com„ pagnie staan, met slaagen dreijge, dewijl hij daar toe geen regt heeft, en zulks te doen met de reedenen uit de billijkheid die aan onze zijde is genoomen, en met geene brusque be„ handelingen, ten minsten zoo lang de billijkheid niet word opgegeeven, of ontkend. — Aldus Gedaan en Gear. 5. voorens zullen Den 3.' december A:o 1785. — Gearresteerd In 't Fort Geldria te Palliacatta Da„ to voorschreeven. /:was geteekend/ W: Blaaukamer, N: Iadama, I: D: Simons, M: Stoffenberg en B: Brouwer: Saturdag Den 28.:' Januarij A:o 1736. 'S voormiddags te tien uuren. Vergadering van Politie. Alle Present Dempto. Den provisioneel koopman en Pakhuijmeester Martinus Stoffenberg. — in Commissie na Nagapatnam. — De Heer Gezaghebber gaf aan de vergadening te 9 Den 28=e Januarij A:o 1786. —. te kennen, dat denzelven geconvoceerd hadde, hoofdzakelijk om te spreeken over den Jn= zaam van retouren voor Nederland en India; betuijgende met de meeste aandoening den tijd te zien verloopen, zonder dat men door gebrek aan contant geld, en het bij na volslager stilshaan van alle handel, zo hier, als op de buijten Comp„ toiren, van geen van welke men nog berigt heeft, dat 'er iets verkogt zij, tot nu toe eenige arrangementen tot het bekoomen van retouren heeft kunnen maaken, waar uijt het allerakelijkst voor uijtzigt, het geen zijn Ed=e zig niet zonder zugten konde voorstel„ len, ontstaat, dat men de scheepen in dit Iaar leedig zal moeten te rug zenden; agtende Overbodig de beklagelijken gevolgen, die hier uijt: Ta„ ##uwer. 4 o1786. derin Den 28. ' Januarij A:o 1786. — uijt moeten spruijten, en die aan de vergadering of zegge men liever aan een ieder, van zelfs in het oog vallen, breedvorig te detauilleren; Dat zyn Ed: nevens alle de Leeden tot dus vere zig met de hoop gevleijd hadde, om ingevolge de Con ditioneele beloften van het Ceijlons ministere bij deszelfs brief van den 30:e Junij 1705. uit dat gouvernement eenig ontzet te erlangen, het welk schoon al niet toereikende tot den geheelen In saam, egter hoe weijnig het waare geweest, zoude hebben kunnen dienen om denzelven aan den gang te brengen, en dragende te houden, tot dat men een vroegschip van Batavia, inge„ volge den gedaanen, en met de Castor afgegane provisioneelen Eijsch, volkoomen zoude ont„ zet worden; dan dat zijn Ed: /: wel is waar dan bij zonder

NL-HaNA_1.04.02_9703_0525 view scan ↗

English

28 January 1786. was informed by special reports that the ships that arrived in Ceylon from the Netherlands had brought no cash, and it was also reported that two ships from Batavia were said to have arrived in Bengal without money, which, if these private tidings unfortunately should contain the truth, left little well-founded hope of being able to expect what is needed for the collection from India's capital early enough; that consequently no way to obtain money was to be found other than in the turnover of the trade goods on hand here, or to furnish the same in kind upon delivery; that the first was not possible, because no one even asks for those articles from which the money must come, but whose prices are fixed, 28 January 1786. and that the collection that had taken place up to now of the few cloves, from the proceeds of which the daily expenses could not be made good, was likely to cease as soon as the nutmeg and mace, for the popularity of which they take the former, will have been consumed, not to mention the Japanese copper, of which nothing had yet been sold; that with regard to the second, namely to furnish those merchandise items upon delivery, this was likewise not practicable against the fixed prices, the excess of which over the market prices, if one could force them upon the suppliers, would be sought doubly on the linens, which thereby, not counting the price increase which one will already have to bear, 28 January 1786. would come to stand so excessively high that not only would there be no profit on them, but indeed a great loss must fall, both in Europe and India. This deplorable state of affairs solely with regard to the collection of cloth, and what else is required, for one refrained today from dealing with other matters which had to remain unsettled for lack of money, His Honour found himself forced with the greatest sadness to lay open to the Council, with an exhortation to let their thoughts dwell seriously upon a sole remaining expedient, namely to negotiate money, if it was to be had; for which two ways might possibly be open: the one, to borrow funds from private 28 January 1786. English individuals against bills of exchange drawn on the Company in the Netherlands, of which means the Danes make use, who, as His Honour was informed from one side, accept the star pagoda against two Dutch current money Rijxdaalders, although he was informed from another side that they presently take the star pagoda against 8 shillings and 3 pence, which, counting the English shilling at 11 Dutch stuivers, which he, nisi si fallit, supposes to be the value of that coin in the Netherlands, would amount to f 4. 11. -, to be paid after 6 months sight in London without discount, which exchange would be acceptable if one could obtain the star pagoda at that price, which of the 100 ditto pagodas would amount to f 5. - and 28 January 1786. a price very much lower than that for which the private Danish traders have for some time negotiated bills of exchange, paying, as is said, as much as 9 shillings and 1, 2, and 3 pence per pagoda; that this would certainly be a rather extraordinary negotiation, but that against this stand: first, the extraordinary times and circumstances in which we presently find ourselves, which demand unusual resources; and secondly, the great inconvenience into which the Company would fall by obtaining no returns from Coromandel in 1787, which can have the most pernicious consequences, and drag in its wake a total decay of trade in the linens of this coast. That it presented another weighty consideration in this delicate matter, namely: 28 January 1786. namely: whether it would suit the Right Honourable Gentlemen Directors that bills of such importance were drawn upon the Company, since one must assume, both from the public newspapers and from the lack of remittances in cash money, gold, or silver, that there is a scarcity thereof; but which consideration lost much of its weight if one could negotiate on this footing: namely that the bills of exchange would be paid six weeks after the autumn sale in 1787, or the spring sale in 1788, because the Company could then satisfy the bills of exchange from the proceeds of the very goods for the procurement of which they were negotiated; that it was indeed much to be feared that this large 28 January 1786. interval of time, if it can be negotiated at all, will cause the lenders to set their pagodas at a higher price, whereby one would have made the aforementioned calculation of f 4. 11. – per star pagoda too low, but that one could only fully judge this when one actually proceeded to a negotiation against bills of exchange, although His Honour was strongly of the opinion that, if nothing else stood in the way, it would be extremely hazardous to negotiate on bills of exchange to the Netherlands without fixing their due date at the time just mentioned. The second way that one could take for a money negotiation is to take up funds at interest, but that such would be of a similar

Dutch transcription

48 Den 28. Januarij A:o 1786. — bij zondere rapporten :/ geinformeerd was, dat de scheepen op Ceijlon uijt Nederland gearriveerd; geene Contanten hadden aangebragt, en ook be„ rigt was, dat twee scheepen van Batavia in Bengale zouden aangekoomen zijn zonder geld, het welk /: zoo deeze particuliere tijdingen onge„ luckig de waarheijd mogten behelsen:/ weijnig gegronde hoop overliet, om het nodige tot den In„ zaam vroegtijdig genoeg van Indias hoofdplaats te mogen verwagten; Dat 'er dus geen weg om geld te krijgen te vinden was, dan in den om„ set der handelwaaren, die hier aan handen zijn, of om dezelve in natura op Liverantie te verstrek„ ken; Dat het eerste niet mogelijk was, door dien niemand zelfs vraagd na die articulen, uijt wel„ ke het geld moet koomen, dog welkers prijzen bepaald zijn. zelfs in Dat zig zig de Con istere it dat uijt hetwelk In„ en zoude ,tot inge„ agegane g an 1a 81 Den 28=' Januarij A„o 1786. — zijn, en dat de afhaal, die tot hier toe vaan de weijnige Nagulen geschied was, uijt welkers provenu de dagelijksche onkosten niet konden goedgemaakt werden waarschijnlijk stond te cesseeren, zoo dra de Nooten Muscaat en foelij om welkers gewildheijd zij de eerste neemen, geo sumeed zullen weesen, om niet te reppen van het Iapans koper, waar van nog niets verkogt was; Dat wat het tweede betreft, namentlijk om die koopmanschappen op Leverantie te ver strekken, zulks meede niet practicabel was te gen de gefireerde prijzen, welkersovertueffing da de marktsprijzen, zoo men ze de leveransiers konde opdringen, dubbeld op de Lijwaaten zoude gezogt werden, die daar door /:ongereekend de rie verduuring, die men zig reets zal moeten getoo ten:/ 483 Den 28:e Januarij A:o 1786. —. ten :/ zo Excessif hoog zouden koomen te staan„ dat 'er niet alleen geen winst, maar wel groote schaade op moest vallen, zoo wel in Europa als India. Deeze deplorabelen toestand der zaaken alleen in opzigte der inzaam van kleeden, en wat meer gevorderd s, /: want men verschoonde zig heeden te handelen over andere zaaken, welke uijt mangel van geldt onafgedaan moesten blijven:) vond zijn Ed: zig met de grootste droefheijd ge„ nootzaakt aan den Raad openteleggen, met aanmaning van hunne gedagten emnstig te laa„ ten gaan over een nog alleen overig Excpedient, na„ mentlijk om geld te negotieeren, zo het was te krijgen; waar toe mogelijk twee weegen open zijn; de eene om penningen opteneemen bij particu„ liere. 86. van onden kon on te foelij gecom van was te ing van iersaa zoude de reede Den 28: Januarij A:o 1786. liere Engelschen tegen wissels op de Compagnie in Nederland, van welk middel de Deenen gebruijk maaken, die zoo als zijn Ed: van eene kant geinformeerd was, de ster pagood accepteeren tegen twee Rijxdaalders Hollands Courant gel„ schoon hij van een andere zijde onderrigt was„ dat zij de ster pagood thans neemen tegen 8. schellingen, en 3. pence, het welk /: de Engel„ sche schelling tegen 11. stuijvers Hollands gea kend dat hij, nisi si fallit, onderstelt in Ned land de waarde van die munt te zijn :/ zouke uijtmaken ƒ 4. 11 —. om na 6. maanden zigt en London zonder rabat betaald te werden, welke wisseling aantegaan zoude wezen, zo men de ste pagood tegen die prijs konde bekoomen, dat van de 100. d:o pag:s oude uijtmaaken ƒ 5. - en prijs. 485 Den 28:e Januarij A:o 1786. —: prijs zeer veel minder dan die, voor welke de par„ ticuliere Deensche handelaars zederd eenige tijd wissels genegotieerd hebben, met na men zegt wel 9. schellingen en 1,2, en 3. pence per pagood te be„ talen, Dat dit zekerlijk een vrij Extra ordinai„ re Negotiatie zoude zijn; maar dat daar tegen overstaan; Eerst de Extra-ordinaire tijden en omstandigheeden, in welke wij thans verseeren, welke buijten gewoone hulp middelen Eijsschen; En ten anderen de groote ongelegenheijd waar in de Comp=se zoude geraaken, door in 1787. geene re„ touren van Cormandel te bekoomen, dat van de pernicieuste gevolgen kan zijn, en een geheel ver„ loop van handel in de Lijwaaten van deze kust na zig sleepen. Dat het een andere gewigtige bedenking in dit netelig voorwerp uijtleverde, teweeten: 1786. pagnie nen eene teeren tged: Engel and 288 zoude g 8 e de she Juij Den 28:' Januarij A:o 1786. — teweeten: of het de wel Edele Groot Achtbaare Heeren Bewindhebberen zoude Convenieeren, dat zo important op de Compagnie getrok„ ken wierd, daar men zoo uijt de publicque Neu papieren, als uijt het niet zenden van Com tant geld, goud, of zilver moet onderstellen, dat 'er gebrek aan het zelve is; dan welke bedenking veel van haar gewigt verliet, als men, op deezen voet konde negotieren: Dat namentlijk de wissels zouden betaaldt worden ses weeken na de najaarsche verkooping in 1787, of de voorjaarsche in 1788, wijl de Compagnie dan de wissels uijt het proouct van dezelfde goederen, voorwelkers procure ze genegotieerd waaren, zoude kunnen voldoen; dat wel zeer was te apprehendeeren, dat deeze groon te 487 Den 28:e Januarij A:o 1786. —. te spatie van tijd, zoo ze al te bedingen is, de geld opschieters hunne pagooden op meerder prijs zal doen stellen, waar door men de hier voorge„ melde berekening van ƒ4. 11. –. per ster pagood te laag zoude gemaakt hebben, dan dat men hier over eerst volleedig zoude kunnen oordeelen, wanneer men werkelijk tot een negotiatie te„ gens wissels overging, schoon zijn Ed: sterk van gevoelen was, dat zo al niets anders obsteerde, het ten uijttersten haggelijk zoude weesen op wissels na Nederland te negotieeren, zon„ der dier vervaldag op straks gemelde tijd te be„ paalen. De tweede weg, die men zoude kunnen inslaan tot een geld negotiatie, is penningen te„ gen intrest of teneemen dan dat zulks van een zoogen„ lijken. 5 86. en Achtber eeren, trok„ que Mieuw van Com„ stellen, welke est, als Dat worden ro cure dat 9root

NL-HaNA_1.04.02_9703_0532 view scan ↗

English

The 28th of January Anno 1786. consideration was, because one could not foresee how long the Company would remain burdened with the interest on such a notable capital, which one could imagine at no less than 1 percent per month, which, due to the present scarcity of money and the sluggish trade, might well last very long and become an intolerable burden, not to mention how much those interests would encumber the linens. Yet, whichever of the two above-mentioned ways one might think fit to choose, His Honour found himself obliged in the present case, and now that one must give up almost all reasonable expectation of other relief, to propose to the assembly a negotiation of cash, in which he for his part raised no scruples under the present circumstances. The members, having attentively considered what was put forward by the Governor, were also of the opinion that one must above all strive to obtain return cargoes, and therefore voted unanimously for a negotiation of money, without which one could not begin toward that end; but preferred bills of exchange to the Netherlands over a raising of money on interest for the reason given by His Honour concerning the uncertainty of when the Company might be relieved of those interests, and thus to avoid a possibly very prolonged and intolerable encumbrance; wherefore one will have no recourse to this latter means unless one might occasionally fail to succeed in a negotiation against bills of exchange. Subsequently discussing the capital that one ought to negotiate, the Governor produced a rough calculation which he, reckoned at the prices paid before the war, had caused to be drawn up of the amount of the requisitioned goods for the fatherland and India, so far as concerned this head office and the subordinate offices of Sadraspatnam, Jaggernaikpoeram, Palicol, and Bimilipatnam, (presently to speak further concerning the demands of Nagapatnam and Portonovo), whereby it appeared that the petitions of the 5 first-mentioned places amounted to a very considerable sum of pagodas 289631:-:-, stating that it was not probable that the demands could be fulfilled this time at a single one of those establishments, and it would therefore be imprudent to negotiate such a sum at present; wherefore His Honour submitted for consideration whether pagodas 75000:-:- would not suffice for the present until one saw what progress the linen procurement at the offices would make, upon which one could always, if necessary, proceed to a further negotiation; in which proposal the Council being satisfied, it was unanimously resolved to limit the negotiation for the present to pagodas 75000:-:-, and the sooner the better to attempt whether one will be able to succeed therein. After this resolution, the Governor proposed that each office's share of the petitions must now also be sent to the outer offices, which until now had been unnecessary, since at them, without money or trade, just as little could be accomplished as here, and therefore laid upon the table the extracts from the demands of return cargoes pro patria, taken for the year 1786, though dated Amsterdam 1780, and for India in the year 1786, in which the shares for the head and the subordinate offices turned out as follows: Palleacatta. 133 packages for the Netherlands, 133 ditto for India. 266. Sadraspatnam. 387 packages for the fatherland. 295 ditto for India. 682. Further 300 ashlar blocks assorted. 1500 ditto square stones assorted. 6500 floor tiles assorted. Jaggernaikpoeram. 479 packages for the fatherland. 305 ditto for India. 784. Palicol. 279 packages for the fatherland. 180 ditto for India. 459. Bimilipatnam. 218 packages for the fatherland. 262 ditto for India. 480. Nagapatnam. 650 packages and chests for the fatherland. 120 ditto for India. 770. Portonovo. 120 packages for the fatherland. 202 ditto for India. 322. Which division, as far as the offices themselves are concerned, having been arranged according to the tenor of the demands, it was resolved to dispatch the same to Sadras and the three factories to the North, with the order and most earnest recommendation to the servants that each in their own station apply themselves with all their faculties to the work of procurement, so that the demands may be completely fulfilled in good-quality goods before the departure of the ships, in which the Company, having been deprived of Coromandel linens for so many years, is in the highest degree interested; while they (if the resolved negotiation succeeds) will be provided with money as soon as possible, with the disbursement whereof, or that of merchandise on delivery, they will be recommended to proceed with the utmost circumspection and as frugally as is in any way possible without delaying the procurement, so that at the closing of the accounts no detrimental debts may be found, which would certainly remain for the account of the disbursers. Then with regard to the 770 packages and chests of Nagapatnam, and 322 packages of Portonovo

Dutch transcription

Den 28:e Januarij A:o 1786. „lijken aanschouw was door dien men niet voor„ zien konde, hoe lang de Comp=s met den inkrest van een zoo notabel Capitaal, die men zig niet min der dan 1. P=rCt P=r C=to kan voorstellen zoude zin nen beswaard blijven het welk door het thans plaats hebbend geldgebrek, en den traagen va tier, wel zeer lang zoude kunnen zijn en een ondragelijke lastpost worden: om nu niet te spreeken hoe zeer die intressen de Lijwaaten zouden bezwaaren. Dan dat, welke van de twe bovenge noemde weegen men ook mooge goed vinden te b zen zijn Ed: zig in het present geval, en nu me bij na alle redelijke verwagting op ander ontzet moet opgeeven,; verpligt vond om de vergadering een negotiatie van Contanten te proponeren, w in Den 28=e Januarij A:o 1786. in hij voor zig in de presente omstandigheeden geen serupule steld. — De Leeden het door den Heer gezagheb„ ber geavanceerde met attentie overwoogen heb„ bende, waaren meede van gevoelen, dat men voor alles moest betragten om retouren te be„ komen, en stemden daarom Eenpaarig voor een Negotiatie van geld, zonder het welk men niet tot dat eijnde konde beginnen; dan prefereer„ den de wissels na Nederland booven een op„ neeming van geld tegen intrest om de door zijn Ed: gegeven reeden van de onzekerheijd, wan„ neer de Comp=e van die renten zoude kunnen ontheven worden, en dus ter vermijding van een mogelijk zeer langduurig, en ondraagelijk bezwaar: waarom men dat tot dit middel heen. 1786. voor, trest van niet min zoude zin thans agen ver en een niet ijwaaten boveng nte de ontzet waa nu mee Den 28=e Januarij A:o 1736. geen recours zal neemen dan wanneer men zomtijds in een negotiatie tegen wissels niet „mogt kunnen reusseeren. Vervolgens discoureerende over het Cagbe taal, dat men zoude dienen te negotieren, zo produceerde de Heer Gezaghebber een ruwe Calculatie, die hij gerekend tegen de prijzen die voor den oorlog betaald waaren, hadde laaten opmaaken van het bedraagen der ge„ verderde goederen voor het vaderlanden In dia voor zoo verre dit hoofdcomptoir, en de subalterne Comptoiren Sadraspatnam Iaggernaikpoeram, Palicol en Bi„ milipatnam betrof, /: zullende straks na der spreeken wegens de eijsschen van Naga„ patnam en Portonovo:/ waar bij bleek bot de. 494 1786. — de petitien van de 5. eerstgemelde plaatzen beliepen een zeer aanzienlijk bedraagen van pa/o 289631:—:—:, zeggende, dat het niet waar= zeg schijnlijk was, dat op een Enkelde van die Etablissementen de Eijsschen deze keer zoude„ voldaan kunnen worden, en het daarom on„ voorzigtig zoude zijn om zulk een somma tegenswoordig te negotieeren, weshalven zijn Eede in overweeging gaf of pag: 75000:—:—; voor eerst niet volstaan zouden tot men zag welke schot de Lijwaat procure op de Comptoiren zoude neemen, wanneer men althoos, zoo 't noodig ware, tot een nadere negotie konde treeden: in welk voorstel den Raad genoegen neemen„ de, wierd een paarig beslooten om de negotiatie voor eerst tot pagooden 75000: -: -: te bepaalen, Den 28:e Januarij A:o 1786:— en. men niet het Capi ren, zo ruwe izen rij hadde der ge- anden I en 1n J Snam en Bl„ aks na traks Naga„ 9. en hoe eerder hoe beeter te beproeven of men daar in zal kunnen slaagen. Na dit besluijt stelde de Heer gezagheb¬ ber voor, dat nu ook aan de buijten Comptoiren elks aandeel in de petitien moest toegezonden werden, het welk tot nog onnodig was gewest, wijl op deselve zonder geld of vertier even weijn nig als hier was uijtevoeren geweest, en lag daan„ om ter tafel over de Extracten uijt de Eijsschen van retouren Prapatria, genoomen voor het jaar 1786, dog geduteerd Amsterdam 1780, en voor India en den Iaare 1786, bij welke de aandeelen voor het hoofd en de subalterne Comp toiren uijtkwaamen als volgd: Palleacatta. 133. –. pakken voor Nederland, 133. —. lo voor India. Den 28:e Januarij A:o 1786. 266. „ Sadraspatnam. Den 28:e Januarij A:o 1786. H Sadraspatnam. 387. –. pakken voor 't vaderland. d=o voor India. Nog 295. 682. 225. 300. arduijne blokken in zoort. 1500. d o Neuten in zoort. 6500. „ vloersteenen in zoort. Iaggernaikpoeram. 479. pakken voor 't vaderland. d=o voor India. 305. 784 Palicol. 279. pakken voor 't vaderland. d=o voor India. 180. 469. Bimilipatnam. 218. pakken voor 't vaderland 490. d=o voor India. 480. Nagapatnam: 178 86. n men daar men zagheb„ boiren gezonden geweest, weijn lag daar„ Eijsschen het 1780 welke de Compa . Den 28:' Januarij A:o 1786. — Nagapatnam. 650. –. pakken en kisten voor 't vaderland. 120. —. d:o voor India. 770. Portonovo. 120. –. pakken voor 't vaderland: 202. -. d:o voor India. 322. Welke verdeeling voor zoo verre de Comptoiren zelfs betrefd, na dictamen van de Eijsschen ingerigt zijnde, zoo wierd verstaan om dezelve na Sadras, en de drie factoijen om de Noord te laaten afgaan, met last, en aller Ernstigste recommandatie aan de bedien„ dens om ieder in den haaren zig met alle hun ne vermogens toeteleggen op het werk van den Jnsaam, op dat de Eijsschen tegen het vertrek der scheepen Compleet in deugtzaam goed magn Vollan. Den 28:e Januarij A:o 1786. — voldaan worden, waar aan de Maatschap bij die in zoo veele Iaaren van Cormandelsche Lijwaaten is gepriveerd geweest; ten allerhoogsten gelegen is; Terwijl men, hen /:zoo de geresol„ veerde negotiatie reusseerd:/ zo dra mogelijk van geld zal voorzien met de verstrekking waar van of die van handelwaaren op leveran cie hen zal gerecommandeerd werden met de uijt„ terste omzigtigheid en zo spaarzaam te werk te gaan, als zonder vertraaging van den inzaam an enigzints mogelijk is, op dat 'er bij het sluijten der afrekeningen geene nadeelige schulden mo„ gen gevonden werden die gewis voor reekening van de verstrekkers zouden blijven. — Dan ten aanzien van de 720. Pakken en kisten van Nagapatnam, en 322. pakken van 786. — land. re de en van de staan vers torijens en len Z n 2 dmogen voldaan. 93

NL-HaNA_1.04.02_9703_0540 view scan ↗

English

The 28th of January Anno 1786. — demanded from Portonovo, the Master Commander gave the Members for consideration how to act in that regard, remarking beforehand that the reports which are received privately from all sides daily, and which, although not supported by any public authority, are asserted almost as a certain truth, namely: that Nagapatnam will be restored to the Company, and that the execution thereof only awaits the arrival of the new Governor of Madras, Mr. Campbell, whom the English assure had already sailed from England in the month of September 1785; with the declaration that His Honour, although giving little credence to all these assertions, on the contrary, considered the restitution of Nagapatnam very doubtful; yet thought that they were to be alleged obliquely and merely as an additional reason when dealing with the measures that will need to be taken regarding the linens demanded from Nagapatnam and Portonovo, in which regard His Honour recalled what was resolved at the session of the 11th of October regarding the necessity of provisionally retaining Portonovo; coming down essentially to this: That in the event of an utter loss of Nagapatnam, the linens demanded from that place would have to be distributed among the other offices; that Portonovo would have to have a considerable portion thereof; and that the disposal regarding that residency had been suspended at that time, until one should deliberate on the apportionment of the Demands. That this point in time having now arrived, it directly came into consideration that the Company should, if possible, be provided with those goods which it was previously accustomed to receive from Nagapatnam, and that one should therefore already proceed to make a distribution of those cloths over the other offices. Yet that His Honour submitted for consideration in this regard the apparent uselessness of that distribution for this time, since, to speak frankly, it appeared to him very doubtful if not impossible that the offices, considering the circumstances, and that one must begin everything anew, will be in a position to complete even those returns which are their own; besides which it is notorious that adding unusual cloths to the usual Demands must increase the advances, with an evident danger that the Nagapatnam assortments will either not be supplied or supplied in poor goods, which must have as a consequence that the merchants or suppliers will remain in arrears upon the closing of the accounts: a misfortune against which must be guarded as much as ever possible: ~ This reason alone appeared sufficient to the Master Commander to submit for consideration whether it would not best accord with the interest of the Company for this year to renounce a contracting of Nagapatnam assortments at the outer offices, and to suspend it therewith until one saw what the general and constantly circulating rumors regarding the restitution of Nagapatnam will result in, on which the fate of Portonovo must also depend, and which weighty matter must be decided shortly, as soon as Mr. Campbell shall have arrived. While for the same reason one would need to suspend the disposal regarding the cloths demanded from Portonovo; for a contracting of those bales, which are demanded from there both for the Netherlands and for India, must notoriously entangle the Company in outstanding matters and a trouble that must cause a new hindrance, should Their High Honours persist in Their Supreme decision to break up that residency; besides that a contracting there would accord little with what this Council has written to Their High Honours: Namely that through the loss of Nagapatnam, Portonovo must either become a primary establishment or be broken up! Which thus remains in a crisis until the great matter of Nagapatnam shall be decided, until which time His Honour thought that one should have nothing outstanding at Portonovo. — The Members, acknowledging the validity of these remarks, it was unanimously understood to suspend the contracting of the bales and chests demanded from Nagapatnam and Portonovo, until one shall have seen what will become of the restitution of Nagapatnam spread everywhere on this coast. Thus Done and Resolved in Fort Geldria on the date as written above. Was signed: as before, except Mr. Stoffenberg. — Monday the 6th of February Anno 1786. — In the forenoon at ten o'clock. Meeting of Policy. All present. Except: The provisional merchant and Storekeeper Martinus Hoffenberg, on a mission to Nagapatnam. The Chief of Sadraspatnam, Van Bayland, having, in compliance with the resolution of the 4th of November of the past year, transmitted the original letter sent by the Lord Nawab of the Carnatic, Mhamoed Alichan Bhadur, whereby His Highness demands the overdue lease money of Sadras, and that letter being found

Dutch transcription

Den 28:e Januarij A:o 1786. — van Poitonovo gevorderd gaf de Heer Ge„ zaghebber de Leeden in overweging hoe daar omtrend te handelen, prealabel remarque„ rende dat de tijdingen, die men dagelijks van alle kanten particulier erlangd, en die schoon met geen publicque autoriteit gesteeft bij na als een stellige waarheid verzekerd wor„ den, namentlijk: dat Nagapatnam aan de Comp:e zal worden gerestitueerd, en dat het effect daar van alleen wagt na de aankomst van den nieuwen Gouverneur van Madras de Heer Campbell, die de Engelschen verze„ keren, dat al in de maand september 1785. — uijt Engeland zoude gezeijld zijn; met be„ tuijging dat zijn Ed: schoon aan alle deeze afserties weijnig geloof gaf, integendeel, de teruij Gave 1786. — gave van Nagapatnam zeer tuijffelagtigstel„ de; egter dagt dat ze als van ter zijde en al„ leen als een bijreeden te allegeeren waaren, ou men handelde over de maatregelen, welke men we„ „gens de van Nagapatnam en Portonovo gevorderde Lijwaaten, zal dienen te neemen, waar omtrend zijn Ed: rememoreerde, het geene ter sessie van den 11:' 8ber: wegens de noodzakelijkheid om Portonovo provisioneel aante houden, was geresolveerd; Hoofdzakelijk hier op nederkoomende; van Dat men bij een volslage gemis van Nagapat„ „nam, de van die plaats gevorderde Lijwaaten „ over de andere Comptoiren zoude moeten ver„ „deelen; dat Portonovo daar in een aanzienij„ „ke portie moest hebben; en dat men toenmaals „de dispositie wegens die residentie gesurcheerd had„ Den 28:e Januarij A:o 1786. — daar arque„ jks en die gestaafd rd woo„ amaan den 8t komst dras verze„ 17885. en ge de n Ge„ Den 28=e Januarij A:o 1786. „de, tot men zoude besoigeeren over de resperti= „tie der Eijsschen" Dat dit tijdstik nu daar zijnde direct in aanmerking kwam, dat de Maatschappij, zo mogelijk, diende voorzien te worden van die goederen, welke zij bevoorens gewoon was geweet van Nagapatnam te ont„ fangen, en dat men daarom ou al diende te tree„ den om een repartitie van die doeken over de andere Comptoiren te maaken. Dan dat zijn Ed: hier omtrend in Consi= deratie gaf de schijnbaare nutteloosheid van die verdeeling voor deeze keer, dewijl, om rondborstig te spreeken, het hem: zeer twijffelachtig zo niet onmoogelijk voorkwams, dat de comptoiren, ge„ merkt de omstandigheeden, en dat min alles op nieuw beginnen moet, instaat zullen zijn Om. 6 2 459 Den 28:e Januarij A:o 1786. — 86. „ 6„ 178 om te Completeren alleen die retouren, welke dezelve eijgen zijn; waar bij het notoir is, dat een bijvoeging van ongewoone doeken bij de gewonen Eijsschen, de vooruijt verstrekkingen moet doen vermeerderen, met een wident gevaar dat de Na= gapatnamsche sorteringent of miet, of inslegt goed voldaan werden, het welk ten gevolge moet hebben, dat de kooplieden of leveranciers bij het sluijten der rekeningen ten agteren zullen blijven: Een ongeval waar teegen zoo veel moet gewaakt 2 worden, als immer mogelijk is: ~ Deeze reeden alleen kwam de Heer Gezag„ hebber voldoende voor, om in overweeging te leg„ gen, of het niet best met het belang der Comp=s zoude strooken voor dit Iaar van een aanbe„ steeding van Nagapatnamse sorteeringen op:— nu daar de voorzien voorens te ont„ te tree„ over de consi= id van die bistig 2 Den 28=e Januarij A„o 1786. op de buijten Comptoiren aftezien, en daarmeed te supercederen, tot men zag waar op de algemeene e bestendig loopende gerugten omtrend de verdanen van Nagapatnam zullen uijtkoomen, waar van ook het lot van Portonovo moet de pen deeren, en welke gewigtige zaak binnen kosteng zoo dra de Heer Campbell zal gearriveerd zijn, mt uijtgeweezen worden. Terwijl men om de zelve raen„ den de dispositie wegens de van Portonovo„ vorderde doeken zoude dienen te surcheeren; want dat een aanbesteeding van die pakken, die zoo voor Nederland, als voor India var daar gevorderd zijn, de Comp=e notoir moet in kelen in uijtstaande zaaken en een beslomm ring, die een nieuwe belemmering moeten Cando ren; wanneer Haar Hoog Ed:s bij Hoog Der zel besluijt. „ Den 28:e Januarij A:o 1786:— 1786. besluijt van die residentie optebreeken mogten persisteeren; buijten dat een aanbesteeding al„ daar weijnig zoude strooken met het geen deeze n9 Raad aan Hun Hoog Edelheeden geschreeven heeft: Dat namentlijk door het verlies van Na„ „gapatnam, Portonovo of een voornaam „ Etablissement of opgebrooken moet worden! Het welk dus in een Crisis blijft verseeren tot de groote zaak van Nagapatnam zal gedecideerd weesen, tot hoe lange zijn Edele meende, dat men niets te Portonovo moest hebben uijtstaan.— D De Leeden de gegrondheid van deese „ aanmerkingen avoueerende, wierd un animiter verstaan om de aanbesteeding van de van Nai„ gaipatnam en Portonovo gevraagde pakken en kisten daarmeer gemeene en de wedeuge waar de Com korten zijn mo zelve ree„ on n0vog heeren; ken„ van besluijt Den 28=e Januarij A:o 1786. — kisten te surcheeren, tot dat men zal gezien hebben, wat 'er van de alom te dezer kust ver„ opreijde te rug gave van Nagapatnam zal worden. Aldus Gedaan en Gearres¬ teerd Int Fort Geldria dato voorschreeven /:was geteekend:/ als voor ren Eacpto M:r Stoffenborg — Maandag - 9: 603 'T voormiddags te tien uuren. Vergadering van Politie Alle present Dempto. Den provisioneel koopman en Pakhuijsmeester Martinus Hoffenberg. in commissie na Nagapatnam. Dit sadraspatnamsch opperhoofd van Baijland in voldoening aan het besluijt van den 4:e November A: P: de origineele brief heb„ bende overgezonden door den Heer Nabab van Carnatica Mhamoed Alichan Bhadur, waar bij zijn Hoogheid de agterstallige pagtpen„ ningen van Sadras vorderd, en die brieff be„ Maandag Den 6:' Februarij A:o 1786. — vonden„ C: 1786. en kust ust ver„ zal gezien res¬ dato als voor

← previousnext →