VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 9706

Coromandel · 882 pages · 129 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_9706_0697 view scan ↗

English

both in French and Low Dutch; likewise, the plan of defense for the city of Palleakatta, which during the unsettled circumstances was better committed to paper than it would have been executed if it had ever come to the point that the outer works had to perform that for which they are destined according to the description, seeing that the opinions of the garrison with which that had to be done, as shown by our separate resolution of the last of February, did not agree with the Engineer, and it would have been difficult to bring them to that unanimity to have been able to expect a good and proper effect from it. We consider ourselves fortunate that the difficulty appears to have vanished, without having come to any extremity, and hope that it will not be necessary for the present to take such precautions again and to incur burdensome expenses, which in the present bad times are too oppressive. By resolution of the 30th of May is inserted a report of the damage caused to the fortifications and buildings within the fort by the uncommonly heavy rains that fell contrary to the course of the season in that month. We have placed that report in the hands of the Engineer, in order to serve us with a report thereon as to how those defects could best be remedied, and what all this, together with the necessary repair of the walls of the fort, likewise the whitewashing and plastering thereof, since it cannot be traced when that was last done, would have to cost. That report was only signed and handed over during the drafting of this, so that we have the honor to present to Your High Nobilities a copy thereof herewith. Paragraph 223. The repair of the equipment warehouse at the cost of pagodas 39. 41: 10:, or f 179:5:—, likewise that of the defects to the artillery warehouse, and the barracks for the sepoys, as having no dry shelter in rainy weather, to the amount of pagodas 279: 39: 18: or f 1259:9:—, can suffer no delay, and will have to be carried out; but the repair of the cracks in the walls of the fort above as well as below, however much that also requires haste, we dare not undertake, on account of the stated costs of pagodas 452: 12: 2: or f 2036: 5:—, without Your High Nobilities' preceding honored authorization, which we take the liberty to request, because, as the report shows, that repair must be carried out at some point to prevent the total ruin of the buildings if they must remain in such a desolate state, thus without speaking of other necessary repairs concerning which we must respectfully await the respected pleasure of Your High Nobilities on our recent representations concerning carpentry and repairs. Paragraph 224. Under this matter we include what was recorded in the resolution of the 7th of March 1791 regarding the communication from Jaggernaijkpoeram by letters of the 20th of February prior, that the inspection of the new warehouse and the mint by the commissioners appointed thereto, although clearly ordered to make an accurate survey thereof, was not reported as positively as the chiefs had desired; for, as they themselves had little or no knowledge of building there, and how it could be done or not, with lime and stone which produces good work, or with clay, as the estimate reads, they had therefore wished that the commissioners Heshusius and Schliephaken, having been present in these regions for a long time and knowing whether and where good materials are to be obtained, had given a clear report thereof long ago, the warehouse and the mint, in outward appearance, being raised, according to the reports, down to the foundations with calmange or clay, which provides no solidity, as has been shown, because one afterwards had to masonry half-pillars against the wall inside under the beams, which may also be the cause of white ants appearing here and there from the floor that is nowhere paved with stone, and that heavy rains could be harmful to it, as all this, with the cited passages from the information by the separate commission, and how the aforementioned commissioners Heshusius and Schliephaken could have expressed themselves infinitely better than they, the chiefs, regarding the prices of lime, and whether there had been no other way to manage in that manner, as can be seen in paragraph 286 of our aforementioned general letter, with their further opinion and declaration regarding the amount spent on the construction of the frequently mentioned warehouse, is found recorded in more detail in the resolution, and at the same time with the chiefs' opinion of having sufficiently covered themselves by what was set down in the communication, if one or another notable defect should soon appear in the building; with further representation of how it were to be wished that the proposal made in 1787 or 1788 to take over that warehouse, mentioned under arrears in paragraph 153, had been taken into consideration, in which case one would have had a firm and strong building. Paragraph 225. We have, at the session of the 7th of March aforementioned, on account of various recorded considerations about the reticence which appears to shine through in this, not been able to

Dutch transcription

652 beijden in het franche en Nederduijtsch item, het plan van defensie van de stad Palleakatta, geduurende de onrustige omstandigheeden beeter ten papier ge„ bragt als het zoude uijtgevoert zijn indien het er eens toegekomen ware dat de buijten werken dat geen had„ den moeten verrigten waar toe ze vol„ gens de beschrijving bestemt zijn, aan„ gezien de gevoelens van de Manschap waar meede dat moest geschieden, het uijtwijzens onze aparte resolutie van # ultimo februarij met den Ingenieur niet eens waaren, en tot die eenpaerig heijt bezwaarlijk zouden te brengen geweest zijn om er een goed, en be„ hoorlijk Effect van te hebben mogen verwagten; We agten ons geluckig dat de zwaarigheijt schijnt verdweenen te zijn, zonder dat het tot eenige Er„ trimiteijt is gekomen, en hoopen dat het niet nodig zal weezen voor eerst weder o schaadens aan 't fort § 222: door swaere tegens weder zulke precautien te neemen en lastige ongelden te bekostigen, die in de tegenwoordige slegte tijd te drukkent zijn -. Bij resolutie van den 30:e Meij staat geinsereert een Rapport van de schae dien de veroorzaakt aan de vesting wer„ ken gebouwen binnen het fort door de ongemeene Zwaare Reegen tegen den loop van het saisoen, in die maand, gevallen. Wij hebben dat Rapport gestelt in handen van den Ingenieur, om daar op te de dienen van bericht hoe„ danig die gebreeken best zouden konnen worden verholpen, en wat dit een en ander met het noodwen„ dig repareeren der muuren van het fort, item het witten en pleisteren van dien, als niet na te gaan zijnde, wanneer dat het laast geschiet is, wel zoude moe„ ten kosten. Dat bericht is den welke eertt 659 welke verhelpingen dienen gevolg te neemen eerst getekend en her hand gesteld on„ der het instellen deezes, in diervoege als we de eere hebben u Hoog Edelhee„ den, Copia daar van hier nevens aantebieden § 223. „ De Reparatie van het Equipagie pakhuijs ten kosten van pagooden 39. 41: 10:, ofte ƒ 179:5:—. item die der ge breeken aan het Arthillerij pakhuijs, en de Barakken voor de Sipaijs, als bij reegenachtig weer geen drooge Lijfberging hebbende, ten bedraegen van pag: 279: 39: 18: ofte ƒ1259:9 — kon„ ƒ2„ nen geen uijtstel lijden, en zullen dienen gevolg te neemen: dog de ver„ beetering der scheuringen in de mun„ ven van het fort boven zoo wel, als beneeden, hoe zeer dat ook spoet verEijscht, durven wij om de opge„ gevene kosten tot pag: 452: 12:2: ofte ƒ 2036: 5:—. niet op ons neemen zonder u Hoog Edelheeden voor afgaande en en„ 't aangeteekende bij re„ 224: sol: van 7 maart j:t nop:s 't nieuwe Pakhuijs te Iagg: afgaande geeerde qualificatie, welke we de vrijheijt neemen te verzoeken, om dat gelijk het bericht aantoont die reparatie eenmaal dient te ge„ schieden tot preventie van het total verval der gebouwen bij aldien ze in zoo een desolaate staat blijven moeten, dus zonder te spreeken van andere noodwendige reparatien waer omtrent we eerbiedig dienen afte„ wagten, het gerespecteert welbehaagen van u Hoog Edelheeden op onze Jonge„ te vertooningen - derweegen Timmeragie en Reparaet Tie Onder deeze materie betrekken wij het aangeteekende ter Resolutie van den 7:e Maart 1791: wegens het bedeelde van Iaggernaijk poerambij brieven van 20 februarij bevoorens, dat de visitatie van het nieuwe pakhuijs en de munt, door de daar toe benoemde gecommitteerden, schoon duijdelijk: 664 duijdelijk gelast daar van een naukeu„ rige opneem te doen, niet 300 positif was opgegeeven, als de opperhoofden dat begeert hadden: want dat, daar zij zelfs van het bouwen aldaar weij„ „ nig of geen kennisse hadden, en hoe het geschieden konde of niet, met kalk en steen dat goed werk geeft, of met kleij, zoo als de Calculatie luijd daarom wel hadden gewenscht dat de gecommitteerden Heshusius en schliephaken, in deeze gewest en al lang aanweezig geweest, en kundig of, en waar er goede materiaalen te bekomen zijn, daar van, al voor lang, duijdelijk bericht hadden gegeeven, zijnde het pakhuijs en de Munt, op het uijterlijk aanzien, wel maar, volgens de berichten tot de fondamenten toe met Calman„ ge of klein opgehaalt, dat geen Htee„ vigheijt komt te geeven, gelijk ge„ bleeken „bleeken was, door den men, onder de balken, naderhand, van binnen tegen de muur; halve pijlaaren had moeten metzilen, het welk ook oorzaak kan zijn dat er zig wittema ven hier en daar, uijt de nergens me steen belegde vloer vertoonen, en dat Zwaare reegens 'er schaedelijk aan konden weezen, gelijk dit alles met het aangehaalde uijt de informatie door de aparte Commissie, en hoe de opgemelde gecommitteerden Hes„ husius en schliephaken oneijndig beeter als zij opperhoofden zig had„ den konnen verklaaren over de pri zen van de-kalk, en of er niet an„ ders op geweest zij om zig op die wijze te redden, als te zien is bij par: 286: van voorm: onze gene„ raale brief, met hun nader ge„ voelen en gedeclareerde wegens het opgebragte voor den opbou van het 663 het meerm: pakhuijs, meer omstan„ diger bij de resolutie, en tevens ge„ noteert word gevonden, met der opper„ hoofden meenig van zig zelve, door het ter needer gestelde, door het ter weeder gestelde in bedeelde genoeg gedekt te hebben, indien zig aan het gebouw eerlang het een of ander notabel gebrek mogte op doen; onder verdere vertooning hoe het te wen„ schen ware dat de propositie in 1787: of 1788: gedaan tot het over„ neemen van dat pakhuijs, onder agterstallen par: 153 vermelt, in aanmerking was gekomen, wan„ neer men een hegt, en sterk ge„ bou zou gehad hebben. § 225: Wij hebben ter sessie van 7:e Maart voormelt, om verscheide op getee„ kende Consideracien over de ag„ terhoudenheijt, welke in deeze blijkt door te straalen niet meer konnen er 1 - 5

NL-HaNA_1.04.02_9706_0704 view scan ↗

English

could do nothing other than commiserate with the Company over the cost for that warehouse brought to account in the sum of ƒ18441:13, and passed by us in good faith, since after the fact so much doubt arises as to whether the builder served his own interest more than that of the Honorable Company: indeed, the difficulty raised by the chiefs as to whether sound building materials could be obtained at Iaggernaijkpoeram seems naturally to fall away, given the firm and strong building also reported, which they seem to have been able to obtain in 1787: or 1788:, regarding the location, situation, and condition of which warehouse they were ordered to provide the necessary information, and at the same time, if they could ascertain it, why that proposal was publicly omitted, in a word, everything that was necessary to clarify the costs uselessly incurred. Section 226 The expense for the Flag Point there in 1788: did not turn out too high. Section 227 Why and how an accounting was demanded from van Someren regarding the aforementioned new warehouse. We find the matters treated concerning the expense in 1788: for the point upon which the flagpole stands not of such weight as to detain the attention of Your Right Honorables any further, as it may be seen clearly enough if needed, not only in the aforementioned Resolution of 7: March, but further in that of 7 May for further elucidation thereof, in which nothing extravagant in the costs appeared to us. However, on account of the all too obvious and poor management regarding the new warehouse, we have, following what was further transacted in this regard by Resolution of 13: April, and concerning the charges brought by van Bijland against the former chiefs, namely that the Company was defrauded by more than half in its construction and the costs charged for it, written to the chiefs instructing them to demand a satisfactory accounting from the former secunde van Someren, who had the management thereof, delivering to him an extract from our reply, the said accusation by van Bijland, and further relevant documents, and giving notice of civil arrest under juratory caution, while at the same time keeping a watchful eye on him to ensure that none of his effects might be embezzled; with the further remark that, by virtue of this and other hateful cases, broadly mentioned by separate Resolution of 13: April in the general resolution of that date, one can easily understand the reason for an otherwise unusual separate accounting and description of matters, regarding which the conduct of the former commissioners Heshusius and Schliephaken also provided extensive material for deliberation and objections in the separate Resolution, the principal points of which have been deferred with all respect to the honored decision of Your Right Honorables. Section 228 How he satisfied this. This same also applies to that part of van Someren's accounting, merged together with other points, in which he defends the construction of the warehouse. On account of the said mixture with other matters, it stands inserted in the separate resolution of 20 July last. He appeals, first of all, to the approved calculation, and refutes the accusations of Van Bijland regarding the mixing of the lime with too much sand; that the presented investigation might fail if one considered what money he had received from the Company, and what money he had been obliged to spend on the purchase of materials; that the counter-calculation made by the native master carpenter, mason, and smith was grounded in malice or ignorance, and that they were greatly mistaken in what was charged for the palmyra beams, and especially concerning the price of the Jaffnapatnam ones, and that what was set down by them regarding labor wages is refuted by his daily memorandum book, which he was prepared to confirm under oath if required, and which, being demanded of him, is annexed hereto, denying the testimony concerning the baking of the warehouse, at the same time giving reasons for the erection of half-pillars against the warehouse, both inside and outside the walls, and why the same was not floored. Section 229 What was transacted regarding a private warehouse at Jaggernaikpoeram that became the property of the Company, and how other particulars given to his detriment regarding the timber employed are to be understood. Regarding the warehouse of the Baljoewaarts, last mentioned here before in paragraph 153:, the correspondence of 1787: is handled so obscurely that it cannot be discovered what first gave rise to the handling thereof in the Company's papers. In the resolution of the 7th May 1791: there stands inserted an extract from a letter from Iaggernaijkpoeram dated 19th July 1787:, according to which it appears as though that warehouse, having been recommended from here, was rejected by the chiefs at the time, because, owing to its condition, they judged it dangerous for the Company's merchandise. Section 230: Beside the letter of the present chiefs of 11: April 1791:; is

Dutch transcription

konnen doen, dan de Compagnie te beklagen over het bedragen voor dat pakhuijs ter somma van ƒ18441:13, in reekening gebracht, en door ons, ter goe„ der trou, gepasseert, daar nu van ag„ teren, zoo veel twijffeling ontstaat of de opbouwen meer zijn eijge belang, als dat van de EComp=:e heeft behartigt: immer de Zwaarigheijt der opperhoofden of er te Iaggernaijkpoeram wel deugd Bar„ me bou materialen te bekomen zijn, schijnd van zelfs te vervallen, door het tevens opgegevene hegt en sterk gebou„ dat men in 1787: of 1788: schijnt te hebben konnen krijgen, van welker prkhuijs stand, gelegenheijt, en staat men hen gelaste de nodige informatie te suspe„ diteeren, en met een ook, zoo zij het konden te weeten krijgen, waarom die propositie, publiek, is agterwe„ gen gebleeven, in een woord alles wat nodig was tot opheldering der nut„ teloos. besost vlag hie vaer Van worden om 665 tostigde aan de § 226 vlagge Punt daer in 1788: niet te hoog gekoomen. veerom en hoedanig van§ 227. van someren verantwoording gevorderd nop:s voorm: nieuw prkhuijs teloos gedaane kosten — Wij vinden het verhandelde over het bekostigde in 1788: aan de punt, daer de vlaggemast op staat, van dat gewigt niet om ex de attensie van u Hoog Hoog Edelheeden hier verder meede op te houden, als des nodig, duijdelijk genoeg te zien, niet alleen bij voor„ melde Resolutie van den 7: maert maar nader bij die van den 7 Meij tot verdere Elucidatie derwegen, waer omtrent ons in de koste niets Exrae„ vagants is voorgekomen. Maar wegens de al te klaardoor straal en de slegte behandeling met het nieuwe pakhuijs, hebben, wij op het nader deweegen verhandelde bij Resolutie van 13: april, in het geen van Bijland de geweezene opper„ hoofden derweegen, ten lasten gelegt heeft, namelijk dat de Comp:e met den opbouw van dien, en het opge„ bragte daar voor meer dan de hebft 10 helft is bedrogen de opperhoofden aan„ geschreeven, om den geweezen se„ cunden van Someren die de direc„ tie daar van gehad heeft, onder afga„ ve van Extract uijt onze rescriptie, gem van Bijlands beschuldiging, en verdere daar toe relative stukken, af„ hoedanig te vorderen een satisfactoire verantwoor„ ueft ding, en aanzegging van Civil arrest onder Cautie Iuratoir, tevens op hem een waekend oog houdende dat geene van zijne Effecten quame te verduijdt teren, onder verdere aanmerking, dat men mits deeze, en andere haete lijke gevallen, bij aparte Resolutie van 13: april, in de gemeene van dien datum, largo vermelt, ligt kun begrijpen de reeden van een anders ongewoone siparate verantwoording en beschijving van Zaaken, waar omtrent het gedrag der geweezen gecommitteerden Heshusius en schliphaken 662 twoor heeft Schliephaken ook bij de aparte Re„ solutie wijdloopige stoffe van delibe„ racie, en bedenkingen heeft opgele„ virt, welker voornaamste pointen, aan de geeerde, dicisie van u Hoog Edel„ heeden, met alle respect gedefereert zijn gelaaten. noedang ij aer aan voldaen 228 Dit zelve heeft ook plaats met op„ zigt tot dat gedeelte van van Somerins, met andere pointen tevens in een ge„ smoltene verantwoording, waar bij hij den opbou van het pakhuijs verdee„ digt. om de gem: vermenging met # andere zaaken staat ze geinsereert bij aparte resolutie van 20 Iulij d:o lec„ den. Hij gedraagt zig, voor eerst aan de goedgekeurde Calculatie, en we„ derlegt de beschuldigingen van Van Bijland nopens de vermenging van de kalk met te veel zant; dat het opgebragt onderzoek kon vielen als men overwoog, welk gelt hij van de Comt„s 5 Compagnie ontvangen, en welk gelt hij tot den inkoop van materiaalen had moeten besteeden; dat de gemaekte Contra Calculatie van de Inlandsche Baes Timmerman, metzelaar en smith, gegront was op quaad aardig„ heijt ofte onkundigheijt en dat zij. zig in het opgebragte voor de palmeeren zeer abuseerde, en inzonderheijd aan„ gaande de prijs der Iaffenapatnam„ sche, en dat haar ter nedergestelde ten aanzien van de arbeidsloonen we„ derleijd word door zijn dagelijks aantee„ kening boekje, dat hij des gerequi„ reerd, bereid was, met Eede te be„ vestigen, en daar om van hem afge„ vordert hier nevens gevoegt is ontken„ nende het getuijgde wegens het Bak„ ken van het pakhuijs, tevens ree„ den geevende van het optrekken van halve pilaaren tegen het pakhuijs zoo binnen als buijten smuurs, en waarom het zelve niet is bevloert geworden Dit verhan¬ ntr ons erijge 669 dit verhandelde nop: een 229 prticulier Pakhuijs op Iagi: ns eijgendom van de Comp geworden, en hoedanig men andere tot zijn bezwaar opgegeeven bij zonderheeden omtrend de geemploijeerde houtwerken hebben te begrijpen. Nopens het pakhuijs der Baljoewaarts het laest hier voor par: 153: vermelt, is. de Correspondentie van 1787: Zoo duijster behandelt dat niet is uijt te vinden wat tot verhandeling van dien bij Com„ pagnies papieren het eerste aanleij„ ding heeft gegeeven. Bij resolutie van den 7:e meij 1791: staat geinsereert Extract uijt een brief van Iaggernaijk„ poeram gedateerd 19:e Julij 1787:, wol„ gens welke het zig laat aanzien, als ware dat pakhuijs van hier aange„ preezen door de toenmalige opperhoof„ den afgekeurt geworden, wijl zij om de Gesteldheijd van dien het gevaar„ lijk oordeelden voor 'sComp:s koopman„ schappen § 230: Nevens de brief der tegenwoordige opperhoofden van den 11: april 1791:; is sche

NL-HaNA_1.04.02_9706_0710 view scan ↗

English

A drawing of the said warehouse was sent to us along with a description thereof, presenting the belief that it is presently one of the strongest and best buildings in Iaggernaijkpaeram, which would have been very suitable for use had four more solid rooms or apartments been added to it, which now, since it consisted of only one room, would be impracticable. But since in a letter from Iaggernaijkpoeram dated 30 May 1787 there appears a description of the state of the buildings to be found after the flood, and of the condition of the aforesaid warehouse, beside the letter of 19 July aforementioned a Report was transmitted, the counterpart of which did not seem to be over there, we have, in order to see somewhat further clarified the differing opinions of the former and present chiefs and the received drawing of the warehouse, sent a copy of that Report with extracts from the aforementioned to ascertain what one should accept from the description of that time and according to the present state and situation of the same, as being directed toward the Company's or private interests, in order to make the judgment of whether it was handled well or badly, in burdening the Company in 1787 with all the heavier expenses, as clear as could possibly be expected. This further elucidation, mentioned in a letter from Iaggernaijkpaeram dated 18 June and recorded in our Resolution of 20 July, consists in this: that the chiefs did not wish to dispute the truth of the statements that were made in 1787, after the flood, concerning this warehouse of the Batsjoewaards, namely that it had suffered much damage from that storm, but that all those defects to be seen in the aforementioned attached copy Report of 1787 were repaired with little effort and expense, without the warehouse ever having been reduced to a ruinous state, which was precisely proof of the firmness and strength of the building, which otherwise would necessarily have had to be described as situated right on the river, on which side the ground had settled somewhat due to the collapse of the pier, but was now, for a long time, settled again, for which reason it was also, as regarding the execution see paragraph 150, declared to be the property of the Company, for whom it certainly was not convenient to squander much money on lime and stone, but, if retained, would necessarily require another pair of rooms added to it, for the preparation of which, in the raising of the pier, a bricklayer had been ordered to give an estimate of how much that would amount to in cost, in order to propose this in due time, should that estimate be found somewhat moderate and be required by us. But from which we, because of the aforementioned inconveniences, have decided to desist and to suspend until Your High Nobilities' further honored pleasure, which we hereby respectfully request, noting further that the chiefs, in the aforementioned letter of 18 June, themselves confessed that it was difficult to determine whether, had they been present during the storm and flood, they would not have had just as much dread of trusting goods close to the water as the servants showed at that time or in 1787, deeming it necessary for their exoneration to declare that, whereas the inhabitants were astonished at the occurrence of a flood that had never happened within human memory, they the chiefs, on the contrary, had to wonder that such a thing did not happen annually with the slightest increase of the east wind, since in a direct line the sea was, if not considerably higher, at least level with the surface of the earth. Enough to fill anyone with terror, not to mention if one had witnessed it sweeping over the land with a fury against which there was little resistance. For an easier assessment of what has thus been said at length about the aforementioned warehouse, we have the honor to attach hereto the received drawing of it. There is nothing more to report concerning this matter than that we, after having been in correspondence for some time with the chief at Pallikol regarding the erection of a new flag mast, for which authorization had already been granted in 1788, finally, for the reasons given, according to the decision of the 20 July aforementioned, agreed to it, provided that, with all other expenses besides the masonry, it shall not exceed ƒ 500. Now not dealing with write-offs, the first part comes before the main section of the Trade Books. We express to Your High Nobilities our most respectful gratitude for the favorable disposition and the authorization granted to the Bookkeeper-General to write off in the general books the sum of ƒ 5393535:14: 9, running among the balances of Coromandel in two distinct entries.

Dutch transcription

is ons gezonden een afteekening van het gemeld pakhuijs met de beschrij ving daar van, onder vertooning van te gelooven dat het, thans een van de sterkste en beste gebouwen van Iagger„ naijkpaeram is, daar het heel wel meede te doen zou geweest zijn, wa ven er nog vier hegte kamers of verterekken bij gemaakt, het welk nu, dat het maar een vertrek uijt maakte ondoenlijk ware. Dan daar bij brieve van Iaggernaijk„ poeram de dato 30: Meij 1787;, voor„ komt een beschrijving van den Hadd der gebouwen, na de watervloet te vinden, en van de gesteldheijd van het voorsz: pakhuijs, neven de brief van 19:e Iulij voormelt een Rapport is overgezonden, waar van de we„ dergade ginter niet scheen te zijn zoo hebben wij om de verschillende gevoelens der voorgaande, en tegen„ woordige opperhoofden, en der ontvan„ gene 621 9231: „gene afteekening van het pakhuijs, wat nader opgehelderd te zien, Copia van dat Rapport met Extracten uijt gemelde gezonden om na te gaan wat men van de toenmaalige beschrijving en na mate van de thans voorkomen„ de staat en situatie van het zelve heb„ be aanteneemen als gerigt na Comp:s of particalier belang om de beoordee„ ling van wel of qualijk gehandelt te zijn, met de Compagnie in 1787: aan des te Zwaarder ongelden te helpen, zoo duijde„ lijk te maaken, als men met mogelijk„ heijt kon verwagten Deeze nadere elucidatie vermeld bij brieve van Iaggernaijkpaeram de dato 18. Iunij en opgeteekend bij onze Resolutie van 20 Iulij bestaat hier in dat zij opperhoofden niet begeerden te strijden tegen de waarheijt der op„ gaven, welke men in 1787:, na de wa„ tervloed, van dit pakhuijs der Bats„ joewaards hadde gedaan, name„ lijk lijk dat het door die storm, veel schaede had geleeden, maar dat alle die ge„ breeken /: te zien bij het voorm: hier nevens leggende Copia Rapport van 1787:/ net weijnig moeijten en kosten, waaren herstelt, zonder het pak„ huijs ooijt tot een bouvallige staat gebragt te hebben, dat Iuijst een bewijs was van de hegt en sterkheijt van het gebou dat anders, noodwen„ dig had moeten vermelt zijn als vlak aan de Revier gelegen, aan welke kant, de gront, door het instorten van het hooft wat gezakt geweest, dog tegenwoordig, lang weder gezet, was, om welke reeden het ook gelijk wegens de Executie vide par: 150: verklaart was voor een Eijgendom van de Compagnie, die het zeeker wel niet Convenieerde om vee gelt in kalk en steen te verspillen, maar, bij aanhouding, noodzaakelijk, nog een paer kaemers daar bij zoude benodigend 623 benodigen, tot vervaardiging van dewelke in het ophaalen van het hooft een Metze„ laar gelaast was Caloulatif opte geeven, hoe veel dat wel in het kreit zoude loopen, om zulks in der tijd, voor te draegen, in„ dien die opgave wat moderaet bevon„ den, en door ons gerequireert mogt wor„ den. Dog waar van wij, om de gem: in„ convenientie beslooten hebben aftezien, en te suppercedeeren tot u Hoog Edel„ heeden nader geeerd goedvinden, dat wij mits deeze eerbiedig verzoeken, no„ teekende nog dat de opperhoofden bij voormelde brief van 18: Iunij zelve be„ leeden dat het moeijelijk was te bepa„ len, of indien zij bij de storm en wa„ tervloet waaren present geweest, niet even veel afschrik zouden gehad hebben, om, digt bij het water, goederen te be„ trouwen, als te dier tijd ofte in 1787: de bedienden getoont hebben, oordee„ lende ter harer decharge te moeten de„ clareeren dat, daer de Inwooners ver„ wondert Schaede wondert zijn geweest over het ontstaen van een watervlaet, die, bij smenschen geheugen nooijt was gebeurt, zij opper„ hoofden zich daar en teegen, moesten verwonderen dat zulks, niet Iaar„ lijks bij de minste verheffing van ooste wind, quam voortevallen, wijl volgens een regte zijn de Zee, zoo niet vrij hooger ten minsten gelijk stond, met de oppervlakte der Aerde„ Genoeg om een ieder met schrik te vervullen, men gezwijge wanneer men had bijgewoont, dat ze over het aardlijk was komen heen stuijver met een woe„ voor d' tot neven de, waar voor, maar weijnig, was 6e„ word stand geweest. Tot te faciler beoor„ deeling van het geen dus breedvoerig over het voorsz: pakhuijs gezegt is, heb„ ben wij de eere de ontvangene aftee„ kening daar van, hier neven te Jer 12 omtrend vlaggemast op te etten 232 Meer valt 'er, weegens deeze mate„ rie niet te berichten dan dat we na voegen. 675 zul komt niets voor. voor d' qualificatie § 234: tot nevens gem: afschrijving word bedankt. na met het opperhoofd te pallikol, eenige tijd in Correspondentie te zijn geweest, over de oprechting van een nieu„ we vlagge mast, waar toe in 1788:, reets qualificatie verleent was, eijndelijk, om de gegeevene reedenen, volgens besluijt van den 20: Iulij voormelt, daar in ge„ 2 contenteert hebben mits met alle andere ongelden, buijten het metzelwerk, niet hooger dan ƒ 500: te slaan komende omtrend riev:s gem:art: e 233: In en Afschrijvingen nu niet verhandelende, komt het eerste voor„ het hoofd-deel van. Negocie Boeken. — Wij betuijgen u Hoog Edelheeden onze eerbiedigste dankbaarheijd voor de goedgunstige dispositie, en aan den Boekhouder Generaal verleende quali„ ficatie om de som van ƒ5393535:14: 9: onder de Restanten van kormandel voortloopende in twee onderscheijlene posten, bij de generaale boeken afte„ schrijven en „ be„ 1

NL-HaNA_1.04.02_9706_0716 view scan ↗

English

On this matter, instructions have been requested. Regarding the report on the memorandum of errors, it is postponed, and the reasons for writing are given. Regarding the trade bookkeeping, section 235: We instructed the Trade Bookkeeper on 24 August last, if any write-offs in the books here should appear necessary on account of Your Right Honourables' mentioned resolution, to submit the necessary presentation and proposal to us for that purpose. Concerning the simultaneously received findings of errors in the Coromandel trade books of 1785/1786, and the marginal disposition made thereon in the Council of India, we are obliged to postpone our disposition: firstly, because it was not possible to occupy ourselves with this amid the busiest activities for the timely dispatch of the bearer of this letter; secondly, because we await the reply of the officials from Bimilipatnam and Portonovo, just as that of the other offices has already arrived; and thirdly, because special attention is required to judge the ordered reimbursements of matters that reached their conclusion several years ago, and were all settled before the first signatory could foresee the honour of the administration of this difficult, troublesome government. For this reason, he repeatedly beseeches Your Right Honourables not to involve him in the joint accountability for matters misunderstood or mishandled by others, if the designated reimbursements cannot result from the written notifications received in that regard. For, Right Honourable Sirs, where will all these reimbursements be sought? The objection that the first signatory has already cited elsewhere, he declares he cannot repeat seriously and forcefully enough; on the other hand, the lapse of time is no small inconvenience for seeking recovery from those upon whom the payments might fall. In addition, if this is how matters stand with the first financial year in which business commenced on Coromandel, what is there not to fear from the subsequent ones that have not yet been examined, while in the meantime people have governed themselves according to that first year in the management of the following years. To fall into those detrimental consequences in this way, in whatever manner it might be, is something the co-signatory cannot imagine with enough apprehension, knowing that an erroneous concept or disposition could cause him to pay what others ought to have atoned for. Nevertheless, trusting in Your Right Honourables' accommodation and fairness, he will perform his duty, in the hope that he will thereby be able to justify himself. Regarding what has already been recommended concerning the new memorandum of retrenchment, section 237: In order to furnish Your Right Honourables with those considerations which, pursuant to the resolution in the Council of India on 2 September 1790, were required by circular from all the subordinate offices for the establishment of a new Memorandum of Retrenchment, we appointed such a committee of two members of our assembly on 24 August last, and at the same time sent circular letters to all subordinate offices, as is found fully recorded in the resolution of the aforementioned date, concerning which we hope to be able to present the result in the coming spring. Meanwhile, letting all further positive orders with regard to this main part serve for our dutiful guidance, we take the liberty otherwise to refer respectfully to our aforementioned resolutive work on the same. Regarding what was recommended by circular concerning the trade papers, section 238: By resolution of 12 April 1791, a list is inserted which was sent by circular to all offices for the monthly or later provision of the trade papers specified thereon, with which instructions were also sent that, when speaking of pagodas, their amounts should simultaneously be stated in guilders; likewise, the officials were further shown by a brief outline the debiting and crediting for the respective supplies upon delivery in the books, and the dispatch of goods, in order to make it understood how each month and each year must account for its own, without dwelling further on those hidden calculations, sometimes every six months, but mostly only once a year as of ultimo August, to which we request permission to refer, as well as to the dates of the resolutions of 12, 13, 29 April, 7, 12 May, 15 June, 7 and 20 July, as well as 15, 24, and ultimo August, whereby our dispositions on the received trade papers up to ultimo July last are indicated. Section 239: Of the debtors and creditors that appear in the Coromandel books of the year 1787/1788, as well as of the general and specific statement of accounts as of ultimo August of that financial year, the reports are inserted by resolution of ultimo August 1791 and sent as a model to the subordinate offices, in order to send such reports here annually upon closing their books, so that with the report of the Paleacatte trade all

Dutch transcription

deeser 't weegen is gedeman„ deerd: het verslay nop:s dee 236 memorie van Erveuren word uijtgesteld, en waerom schrijven. wat de negotie boekk:g 2:35: Wij hebben den Negocie boekhouder op den 24: aug:s Iongstleeden gedeman„ deert om, indien uijt hoofde van ge„ melde u Hoog Edelheeden besluijt 4 eenige afschrijving bij de boeken al„ hier als noodigt voorkomt, daar toe, de nodige vertooning en propo„ sitie aan ons te doen —. Over de tevens ontvangene bevinding van Erreuren in de kormandel„ sche negocie boeken van 178 5/16:, en de in Raede van India daar op gevallene marginale dispositie, zijn we verpligt onze dispositie uijt de stellen, voor eerst als niet mogelijk ^ zijnde geweest zig daar meede op te houden onder de drokste beezzigheeden tot de tijdige depeche van brengen deezes, ten anderen om dat we van Bimi„ lipatnam en Portonovo der bedien„ den antwoord verwagten, gelijk diet van: 42 6 van de kantooren reets is ingekoomen, en ten derden om dat daar toe afzonderlijk attentie word vereijscht om te oordeelen over de geordonneerde vergoedingen van zaaken verscheijde Iaaren geleeden haar beslag erlangt hebbende, en alle gebrteert zijnde voor dat de Eerst gete„ kende konde voorzien het honeur van het bestier van dit verwant, verdric„ tig gouvernement; en waerom Hij / u Hoog Edelheeden bij herhaaling smiekt van hem niet te willen be„ trekken in de meede verantwoordinge van door andere verkeert begreepen: of behandelde zaaken, indien de bepaalde vergoedingen het gevolg niet konnen zijn van de derwegen ontvan„ gene aanschrijvingen. Want Hoog Edele Heeren! waar zullen alle die vergoedingen gezogt worden. Het bezwaar dat de Eerstgetekende reets elders heeft aangehaalt, betuijgt hij Vt. ƒ niet. it 2 niet serieus, en kragtig genoeg te kon„ nen repeteeren, ten anderen is het verloop des tijds; geen kleen in Couvenien om het verhaal te zoeken op den geen die de betaalingen mogten in cumbeeren Daar bij, indien het dus is geleegen met het eerste boekjaar, dat de zaa„ ken op kormandel een aanvang hebben genoomen, wat staat ter niet te vreezzen van de volgende, die nog niet onderJogt zijn, terwijl men intusschen na dat een te Iaar, zig, gereguleert heeft in de maneance der volgende Iaaren. Hier voor nu, op wat wijs het ook zoume gen zijn, te konnen geraaken in dieb nadeelige gevolgen, is iets, dat de Con getekende zig niet angstvallig genoeg kan voorstellen; weetende dat een abusit begrip ofte dispositie oorzaak „ zou „konnen zijn om hem te te doen be„ taalen het geen andere hadden moe„ ten boeten. Noytans vertrouwende at ino reeds is m op 9 629 237 dat in opsigt der niou„ 237 pr memorie van menagie reeds is aanbevoolen. op u Hoog Edelheeden in schikke„ lijkheijt, en regtmatigheijt, zal hij zijn pligt betragten, in hoope dat hij zig daar meede zal konnen ver„ antwoorden. Ten eijnde u: Hoog Edelheeden te suspediteeren die consideracien, wel„ ke, volgens het geresolveerde in Raede van Indie op den 2:e September 1790, circulair van alle de buijten kan„ tooren zijn gerequireert, ter instel„ ling van een nieuwe Memorie van menage hebben wij den 24: Augus„ tus Ileeden zodanig een Commis„ sie op twee Leeden onzer vergadering gedemandeert, en tevens alle de on„ derhoorige kantooren Circulair aan„ geschreeven, als ter resolutie van gemelde datum ampel aangete„ kend word gevonden, waar omtrend wij hoopen in het aanstaande voor„ Iaar te zullen konnen vertoonen het: wat nop:s de negotie § 238 papieren Circulair is aanbe„ voolen het gevolg van dien: Intusschen alle verdere positive ordres met betrekking tot dit Hoofddeel ter schuldige na„ richt laatende dienen, gebruijken we de vrijheijd ons overigens aan gem: onse Resolutoire besoigne over de„ zelve, met respect, te gedragen. Bij besluijt van den 12:e April 1791: ƒ staat geinsereert een Lijst die Circu„ lair naar alle de kantooren is ge„ zonden ter maandelijksche of laatere bezorging van de daar op bekent gestelde Negocie papieren, waar bij tevens is aangeschreeven om van pa„ goden spreekende dies bedragen in gulden, tevens, op te geeven; gelijk de bedienden ook wijders, door een korte schels aangeweezzen zijn het debiteeren in Crediteeren voor de respective ver„ strekkingen op Leverancie bij de boe„ ken, en de verzending der goederen ten eijnde te doen begrijpen, hoe ieder maend 684 maand en ieder Iaar, het zijne moet ver„ antwoorden, zonder zeg verder op te houden met die verborgene bereekeningen, somwijl om de zes maanden, dog meest maar eens 'sjaers onder ultimo augustus, waar aan wij verlof verzoeken ons zoo wel te mogen gedragen als de datums der Reso„ lutien van den 12:, 13, 29, April, 7, 12, Meij 15: Iunij 7 en 20, Iulij Mitsg:s 15, 24, en ult:o Aug:s waar bij de dispositien van ons op de ontvangene negocie papieren tot ult.o Iulij I:o lieden worden aangeweezen-. § 239 Van de Debiteuren en Crediteuren, wel„ ke bij de kormandelsche boeken de A:o 1787/8: Zig opdoen; item van de generaale en par„ ticuliere staat reekening onder ultimo Augustus van dat bekjaar, zijn de Be„ richten bij Resolutie van ultimo augus„ tus 1791: geinsereert, en tot een model ge„ zonden naar de subalterne kantooren om dusdanige bij het sluijten hunner Boeken, Iaarlijks herwaards te zenden, teneijn„ de bij het berigt van de Palleakat schen Negocie alle

NL-HaNA_1.04.02_9706_0722 view scan ↗

English

trade bookkeeper, and to see the state of the government presented annually clearly and according to the circular orders of the years 1762 and 1766. Section 240: Concerning the examination of the trade books of the year 1788/9, the report served at our meeting of the 10th of this month, as we have the honor to attach hereto in copy. The reports regarding the general and particular statement of accounts, item of the debtors of that financial year, could not be completed, and the presentation of the state of the government as of the last day of August 1789 cannot take place except at a further opportunity, regarding which we request a favorable accommodation from Your High Excellencies. The trade books of the mentioned financial year 1788/9, having been closed, copied, and collated, are sent along with this, properly sealed in a small chest, so as not to delay them. How Van Bijland was entered into the books. Section 241: Under pay matters, there first appears our resolution of 12 April 1791 regarding a report submitted by the then interim pay bookkeeper Duijnevelt, in which it is demonstrated why Van Bijland has not hitherto appeared in the Coromandel pay books, and how, in his opinion, that could take place in the new books of 1788/9 to be formed; with the request not only concerning what had happened in this regard, but also regarding the crediting of Van Bijland's salary during the time of the captivity of war in 1781 as well as up to the last of August 1790, and further up to the present. Section 242: Disposing thereon, we ordered Request from the North for a less harmful provision than dabboes. Section 243: ordered that Van Bijland's last Surat pay account should be transferred to the books of 1790/91, because it is improper to take resolutions to form entries in books that ought long to have been closed; furthermore, to credit him for salary earned since the last closing of his account until 12 November 1781, when Nagapattinam passed to the English, and subsequently again from the day that the Company regained this main office, so as to continue in this manner. Otherwise, in the Resolution of 7 May last, there appears a demonstration from Jaggernaikpuram regarding the loss that the chief alone suffered through the provision of emoluments etc. in dabboes, which proportionally also affected the remaining lesser Dispatch of the pay books for 1788/9 and 1789/90 for Batavia and Europe. Section 244: Grievance over the small allocation of mace. Section 245: servants, with a request to make the highly necessary redress in this matter and to ensure that payment is made in another, less loss-giving specie, which we cannot fail to submit humbly to Your High Excellencies; meanwhile, subject to Your High Excellencies' approval, having allowed the payment with dabboes to take place according to the new calculation, namely 228 1/4 dabboes instead of 168 per pagoda, with orders to communicate the same by letter to Palikol and Bimilipatnam, so that it may also be introduced there, which has also had its effect. For the Netherlands, four sets of pay books for 1788/9, and for Batavia one set for 1789/90, are now properly packed in two chests and dispatched by the ship De Zeebouwer. Requisitions. Amid so many perplexities afflicting this unfortunate Coromandel, it grieves us not a little to learn from paragraph 44 of Your High Excellencies' honored reply dated 3 May 1791 that the Coast is not judged necessary to be supplied with considerable quantities of nutmeg and mace on account of some increased sale of cloves; for, High Noble Lords, we know that things will very soon come to ruin here. No money, and no merchandise which, in lieu thereof, such as nutmeg and mace, must primarily supply that deficiency, includes everything to place the worst most vividly before our eyes. We would even believe, according to our narrow judgment, that it must necessarily follow therefrom to let the Coromandel trade stand still for as long as it is so deplorably conditioned with finances; for such disappointing dispositions regarding the Thanked for the [illegible] brought. Section 246: required money and a continuous requisition for returns could plunge us into embarrassments from which we would scarcely know how to save ourselves. We cannot demonstrate this so clearly now, so long as the trade for 1791 is not liquidated, as it will appear most convincingly when we can make a broader report on that for 1792, which will be shown with the provisional requisition to be dispatched, or otherwise communicated as soon as possible by a further express overland, in order to bring to Your High Excellencies' attention, as soon as possible, how matters may develop and to what extent the dispatch of a ship for the future year might appear advisable or unadvisable. We meanwhile most humbly thank Your High Excellencies for the receipt by the ship De Zeebouwer, but instead of 924, there is only 44.

Dutch transcription

Negocie boekhouder te worden in getrok„ ken, en den staat des Gouvernements Iaarlijks duijdelijk, en na de Circulai„ re ordres van anno 1762:, en 1766: ver„ toont te Zien —. de § 240: Van de Examinatie der negocieboeken van Anno 178 8/9., heeft het bericht ge„ dient ter onzer vergadering van den 10:' deeszer zoo als wij de eere hebben dat in Copia hier nevens te voegen. De berichten wegens de generaale en # particuliere staatreekening, item der Debiteuren van dat boekjaar heeft niet gereed konnen raaken, ende ver„ tooning van den staat van het gou„ vernement onder ultimo Augustus 1789. kan niet geschieden, dan bij na„ dere gelegenheijt, waar omtrend wij van u Hoog Edelheeden eene goedguns„ tige inschikking verzoeken. De Negocie baeken van het gemel„ de boekjaar 178 8/9, worden, wijl ze ge„ Slooten hoe 683 hoedaenig van Bijland bij n 241: de boeken is ingemorden. slooten, gekopieert en gecollationeert zeijn, om je niet opte houden, nevens deeze in een kaasje behoorlijk verse„ geld, verzonden Soldij Zaeken, Onder de komt, het eerst voor, ons besluijt van den 12: april 1791: op een ingedient berigt van den toenmaligen pro interim soldij boekhouder Duijnevelt, waar bij word vertoond waarom van Bij„ land tot nog toe niet bekent. stant bij de kormandelsche Soldij boeken, en hoe dat, na zijn meening zou konnen geschieden bij de te formeeren nieuwe boeken van 178 8/9, net verzoek hoedanig zig denweegen hadde toegedraegen niet alleen, maar tevens, omtrent het goet doen der gasie van Van Bijland geduurende den tijd van het krijgs ge„ vangenschap in 1781: zoo wel, als tot ultimo augustus 1790. , en verder tot nu toe § 242 Wij hebben, daar op disponeerende gelast en versoek van den noord oms 243 een minschadelijken verstrek king dan dabboes gelast dat van Bijlands laaste sou„ ratse soldij reekening Iau worden over genomen bij de boeken van 17 9/91: om dat het oneijgen is besluijten te neemen tot het formeeren van posten bij boe„ ken, die, al lang hadden behooren ge„ slooten te zijn, voorts om hem te Credi„ teeren voor gasie verdient seedert het „laaste sluijten van zijn reekening tot den 12: 9ber: 1781:, dat Nagapapatnam aen de Engelschen is overgegaan vervol„ gens weder van den dag af dat de Compagnie dit hoofdkantoor heeft te rug gekreegen om dusdanig, te Con„ tinueeren — overigens komt bij Resolutie van den 7: Meij I„o leeden voor, een demonstracie„ van Iaggernaijkpaeram wegens het verlies, dat enkel het opperhoofd door verstrekking van Emolumenten W:a in dabb:s quam te lijden dat, na rato ook zijn werking had op de overige mindere bedienden 7 anbod i 1 Seeb 1 „sten 685 anood: der soldijbre §244 ren voor 1788/9 1787/90 voor Ba„ tavia en Europa latweesen over de ge„ 24:5: ingen bedeeling van foelijen ten bedienden, met verzoek om hier in het hoog nodige redres te willen maaken, en te beorgen dat de betaaling geschiede in een andere, minder verlies gevende specie, dat wij niet mogen afzijn u Hoog Edelheeden onderdanig voor te dragen: in„ middels, op Hoog Derzelver approbatie, de betaaling met Dabboes hebbende laa„ tin geschieden na de nieuwe bereekening namelijk 228¼4: Dabboes, in steede van 168: per pagort, met last om zulks naer Palikol. en Bimilipatnam overte brieven, ten eijnde aldaar meede te worden ge„ introduceert, gelijk ook gevolg heeft gewoone. Voor Nederland worden thans vier stel soldij boeken van 17 8/9, en voor Batavia een stel van 17 39/90 behoorlijk in twee kas„ sen afgepakt per het schip De Zeebou„ wer verzonden Eisschen Onder zoo veele, dit ongelukkig kor„ mandel, teisterende werwaardigheijt, bedroeft: Sou bedroeft het ons niet weijnig bij de 44: par: van u Hoog Edelheeden geeerde rescriptie de dato 3. Meij 1791:, te vernee„ men, dat de kust niet nodig word ge„ oordeelt om uijt hoofde van eenig meer der debiet van nagelen, aanzienelijke quantiteijten Nooten en foelij te voldoen want Hoog Edele Heeren! wij wee„ zen dat het dan zeer haast hier te niet zal loopen. Jeen Gelt, en geen koopmanschappen, welke in steede van dien, gelijk de nooten en foelij, dat gebrek voornamelijk moeten vervul„ len, sluijt alles in, om ons het eryste aller lievendigst voor oogen te stellen Wij zouden zelfs na ons bekrompen oordeel gelooven, dat daar uijt, nood„ windig moet volgen, om den korman delschen Handel voor zoo lange het zoo voor het aan Erklagelijk met de konancien gestellen te laaten stil staan: nimmers zulke ontverteekende dispositien omtrend he benodigde bedankt 682 voor het aangbragt woord d 246: bedankt benodigde gelt en een aanhoudende Eijsch van retouren, zouden ons konnen dom„ „pelen in ongelegenheeden, waar uijt we ons nauwelijks weeten zouden te redden we konnen dat nu ofte lange den Handel voor 1791: niet geliquideert is, zoo klaar niet demonstreeren als het aller overluij„ genst zal blijken wanneer we op die voor 1792: een breeder verslag konnen maaken, die bij de aftegaane provisio„ neele Eijsch. vertoont, ofte anders, met een nader Expresse, overland ten eersten bedeelt zal worden, om u Hoog Edel„ heeden, zoo dra doenlijk, onder het oog te brengen waar toe het zig kan schik„ ken en in hoe verre de afzending van een schip pro A:o futoro geraaden of ongeraaden mogte voorkomen Wij bedanken u Hoog Edelheeden intusschen ootmoedigst voor het ont„ per het schip De Zeebou„ van gene ae dog in steede van 924:, is er wer maar 44: per an Z00 is he igde dig

NL-HaNA_1.04.02_9706_0728 view scan ↗

English

only 616 lb mace was brought, from which, and from the nutmegs as well as the other merchandise, the allocation to the other offices is evident from the resolution of 15 August, with this regrettable consequence for Iaggernaijkpoeram and Bimilipatnam: that the sloop de Herstelling, having departed from here in the evening, encountered such adverse wind and current that it was forced to turn back, arriving here again on the afternoon of the 12th of this month, and on the advice of nautical experts was unloaded again of that which had been laden into it, among other things, to the quantity of 75000 lb of Japanese bar copper, hoping that the office of Bimilipatnam will be able to offer enough assistance from that, for the present, or until coming January, so that in the meantime no inconvenience may arise in the daily expenditures; indeed, before the dispatch of the sloop, and because it became doubtful whether it would make the voyage given the already advanced time, we wrote the necessary instructions regarding this. Your High Excellencies' displeasure in paragraph 48 of the rescript concerning the failure to report the difference between the formal requisition for 1791 and the provisional one, with respect to some olatites for Bimilipatnam, is so far not our fault, because no formal requisition was received from Bimilipatnam, although we could have entered on ours what had previously been stated in the provisional requisition, for which reason we request Your High Excellencies' pardon. In compliance with Your High Excellencies' respected order, we shall also not omit from the formal requisition the goods that were requested in the provisional requisition of 1792, or give reasons for doing so, and at the same time endeavor to exercise greater attention regarding the arrangement of the requisitions in general, toward the achievement of which objective we made a different arrangement or form of requisition on 24 August, in such manner that for every item it will appear what the requisition is in general, and of each office in particular, thus to show at first glance how much, for example, of copper is requested for all together or the entire Government, without having to search through the entire requisition scattered across various places, and this with the annexation of the copies of the requisitions to be received from the offices, thereby to show their turnover and remaining stock on their own. We even make a beginning with this in the provisional requisition for 1792, respectfully annexing to this the requisition for cash, merchandise, and other necessities for 1792, so that if Your High Excellencies please to approve this arrangement, it may be continued therewith in the future, letting the same follow here below verbatim, according to the order. Provisional requisition of what is needed for Coromandel in the year 1792, requested from His High Excellency, the High Noble, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, and the Right Honorable Lords Councilors of the Dutch Indies, namely: Cash In the Main Cash Office as of the last of September 1791: Mark, Troy: 894, 6, 6 1/0, standard f. 5. 2. 7. 1/024, in 8 bars of gold from the melted Persian gold ducats, and Batavia gold rupees, costing according to the account from Batavia: 26919.16. -. In the Small Cash Box, under the date mentioned above: 1364. 1. 5. Pagodas, minted gold: 6138. 4. -. At Palliacatta: f 33058. -. -. The remaining balances at the subordinate offices as follows: At Portonovo as of the last of July 1791: 1052. 46 pagodas, f 36. 11. - At Sadraspatnam as of the same date: 290. 18. 20 pagodas, 1308. 8. 8 At Palikol as of the same date: 388. 15. 10 pagodas, 1748. 18. 8 At Iaggernaikpoeram as of the same date: 2247. 4. 60 pagodas, 1012. 8. - At Bimilipatnam as of the same date: 2628. -. 10 pagodas, 1826. 1. - Together: Pagodas 5740. 11. 6, or: 25838. 7. - The cash sums total: f 58894. 7. - Carried forward: f 58894. 7. - Brought forward: f 58890. 7. - Since the unfavorable circumstances of the times do not permit making any estimate of what the merchandise will yield, only the purchase cost of the remnants or inventory as of the last of September is set down, namely: At Palleakatta: f 45145. 14. 8 At Iaggernaikpoeram: 12000. -. - At Bimilipatnam: 21538. 18. - Which amounts in capital to: 77255. -. - Total: f 138684. 5. 8 Against which must be calculated the following expenditures: One year of Government charges: f 165000. -. - Debts: To the Orphan Chamber, capital: f 30035. -. - To Sami Poele: 6750. -. - To Samier Sultan: 40500. -. - The Estate of Mr. Blaaukamer, pledged to the Company in compensation: 31783. 10. - Account of gratuity: 1109. 6. - Interest: To Samier at 6 percent: f 13500. -. - At 12 percent on various items: 6977. 4. 8 Total interest: 20477. 4. 8 Total debts and charges: 97732. 4. 8 To collect the Indies requisition in 1792, which according to the annexed calculation is needed: 232839. 1. 8 Total needed: 626177. 7. - Whereby it appears that it is calculated to be needed: f 487493. 1. 8 Thus, if the requisition for Europe must remain unfulfilled, we calculate we will need: 5 tons of treasure, of which: f 45000. -. - in gold of the ordinary alloy 50000. -. - in bar silver of mark weight at the least, of rupees for the north. However, if the requisition of returns for the Netherlands should be ordered to be fulfilled, there will be needed for that, according to the previous year's deficit calculation, an additional 7 tons of treasure in gold and bars or in specie.

Dutch transcription

maar 616 lb foelij aangebragt waar van, en van de nooten zoo wel als de overige koopmanschappen de toe„ deeling aan de ander kantooren, bij resolutie van 15: aug:s komt te blijken met dit beklagelijk gevolg voor Iag„ gernaijkpoeram en Bimilipatnam dat de sloep de Herstelling, din ge 's avonds van hier vertrokken wind en stroom zodanig is tegen geloopen, dat dezelve heeft moeten te rugkee„ ven den 12: deezer 's agtermiddags weder alhier aangekoomen, en of advies van Zeekundigen, weder ont„ lost is van het geen daar in ter quan„ titeijt van 75000. lb: Iapansch staef„ koper, onder anderen was afgelua„ den, hoopende dat het kantoor Bi„ milip=m daar van, voor eerst, ofte tot in Ianuarij aanstaande, zoo veel Assistencie zal konnen bieden dat 'er middelerwijl geen ongelegen nis heijt de Eijsch 689 ous over een commissie § 247 dn Eijsch voor 1791 heijt onstaan moge in de dagelijkscha uijtgiften: immers wij hebben voor de de„ peche van de sloep, en om dat het, mits de reets ver ingeschoten tijd, twijffelagtig wierd, of dezelve de Reis wel zoude krijgen, het nodige derwegen aangeschreeven u Hoog Edelheeden ongenoegen bij par: 48: van de rescriptie wegens het niet melden van het verschil van den Formeelen Eijsch voor 1791: met de pro„ visioneelen, in opzigte van eenige olatij ten voor Bimilipatnam, is in zoo vere onze schult niet, want van Bimili„ patnam is er geen formeelen Eijsch ontvangen, schoon we op de onze hadden hudden konnen stellen, het geen te vooren bij de provisioneele Eijsch was opgegeeven, en waarom wij : E u Hoog Edelheeden derwegen Excus verzoeken Wij zullen ook in nakoming van 9 248. u Hoog Edelheeden gerespecteerd be„ vel, de goederen, die bij den provisio„ neelen vaar van aanbo neelen Eijsch gevraagt zijn, miet de de 1792: formeelen Eijsch aflaaten, of daarvan reeden geeven, en tevens tragten meer„ der attensie te gebruijken met de inris„ ting der Eijsschen in het generaale, ter bereeking van welke oogmerk wij den 24: aug:s een andere schikking of form van Eijsch hebben gemaakt, indiervoe„ gen, dat bij ieder articul zal komen te blijken, wat den Eijsch is in het algemeen, en van ieder kantoor in het bijzonder, om dus, bij den eersten opslag, te doen zien, hoe veel, bij voor beeld aan koper voor allen te samen ofte het geheele Gouvernement ge„ vraagt word, zonder dat op ver„ scheijde plaatszen verspreit, den ge„ heelen Eijsch te moeten door zoe„ ken, ende dit met annexeering der Copijen van de te ontvangene Eijschen der kantooren, om haer vertier en Restant, daar door op zig zelve te doen blijken- wij 691 Wij maeken zelfs daar meede een be„ em bod en Instrtie van 1249 de Provisioneele Eijsch voor 1192: Provisioneele gen met de deeze, in eerbiet, bij gevoeg„ de Eijsch van kontanten, koopman„ schappon en andere benoodigtheeden 1792: om indien u Hoog Edel„ voor 113 ver heeden deeze schikking gelieven 1 N goed te keuren, daar meede in het vervolg te Condevndeerden, laaten„ de dezelve, na de ordre, woorde„ lijk hier onder volgen. dse „ Provisioneelen Eisch van 't nodige voor Kor„ mandel in Anno 1792. werdende versogt van zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren, wijd Gebiedende Heere M:r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal De Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India als Kontanten Bij de Groote Geld kamer onder ult:o September 1791. Mg: F:o 894 6. 6 1/ 0 stq: f. 5. 2. 7. 1/024. â 8. staaven Goud van de gesmaltene Per„ siaanse goude Ducaaten, en Batavia goude Ropias kost volg:s aanreekening van Batava 26919:16. —. Inde kleene Geld Kassa. onder dato boven gemeld 1364. 1. 5. Pagooden Goude Gemunt - - . „ 6138. 4. —. Te Palliacatta ƒ33058. –. –. . De Restanten op de onderhoorige kantooren als volgd. Te Portonovo onder ult:o Julij 179. . p a/o 1052. 46ƒ 36. 11. — Sadrasp:m „ „ „ „. „ 290. 18. 20. 1308. 8. 8. Palikol „ „ „ „. . . „ 388. 15. 10. 1748. 18. 8. „ Iaggernaikp:r „ „ „ „. . „ 2247. 4. 60 „ 1012. 8. —. „ Bimilipatnam „ „ „ „. „ 2628. –. 10. „1826. 1. -. „25838. 7. –. Tesaamen. Pag: 5740. 11. 6. of De kontanten Sommeeren Transporteere ƒ58894. 7. —. en - 693 Pr Transport „ 12000. –. –. ƒ138684. 5. 8. . - - - - -. „ 21538. 18. – „ 67793. 18. 8. ƒ 58890. 7. -. vermits de ongunstige omstanden der tijds niet gedagen op de koopmanschappen eenige verslag te maken wat de zelve zullen komen te rendeeren, zoo stel eenlijk bekend het inkoops kostende van de Restanten ofte voor raad ende ult:o 7ber: teweeten „ Iaggeraikpoeram - - - - „ Bimilipatnam - - - Inkomsten- Dat aen kapitaal uitmaekt. Waer en tegen moet worden gereekent op de volgende uitgaven Een Jaer Lasten van het Gouvernement - - - Schulden â de Weeskamer „sami Poele - . . „ Samier Sultan - - - - - - - - - „40500. –. –. Te Palleakatta _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ ƒ45145. 14. 8. kapitaal - --. Intressen De Boedel van de Heer Blaaukamer _ _ _ - - - - - - „ 31783. 10. —. â de Comp: verbonden in vergoedingen Tot den inzaam van den Indischen Eijsch in 1792. er na de annexe bereekening nodig te zijn - - - - - „232839. 1. 8. „626177. 7. —. Waar na dan blijkt dat er gereekent word nodig te zijn - - - - „487493. 1. 8. Dus indiende Eisch voor Eulopa onvoldaen moet blijven zoo reekene: te benodigen. — 5. –. Ton Schats waer van ƒ45000. –. aen Goud van het ordinair alloijen „ 50000. —. – „ Baer zilver van mq: truis tot het minsten van Ropijen om de noord Dach wanneer de Eisch van Retooren voor Nederland gesonden in gelast mocht worden die te voldoen, zoo sulle daer voor, na de goud en staeven ofte in specien. —. „ Samier tot 6. procento - - - ƒ. 13500. -. - . voor jaarige Nadelen Calculatie boven dien, noch 7. Ton schts aen Reekening van Douceur - - - - - - - - - „98822. 11. –. „ â 12 p:r C:o aan een en ander. . . . . . „ 6977. 4. 8. „ 20477. 4. 8. „ 97732. 4 8. ƒ30035. —. -. ƒ77255. –. –. - - - - - „ 6750. —. —: - ƒ 165000. –. –. - - - - - - „ 1109. 6. -. Heere dia als - .. . . . . . . . .: -.. . . . . . . . : . 94 7. —.

NL-HaNA_1.04.02_9706_0734 view scan ↗

English

Vended and consumed in 5 years annually; dispatched by the other in the year 1791; trade goods sold in anno 1791; purchase cost of trade goods sold in 1791; profits made on trade goods listed in the margin in percent; in total; remainder under ultimate August 1791; new demand for anno 1792. 338. —. 213. 5/6. 17. ƒ697. 5. 0. 7. ¼ 1509. 8. —. 267. 1/8. 654. —. lb Mace, to wit: 200. — lb for Palliacatta 100. — lb for Sadraspatnam, although not yet demanded 200. — lb for Jaggernaikpoeram, instead of the demanded 2000 lb 154. — lb for Bimilipatnam 654. — lb, or as much more as can be spared upon favorable disposal and distribution. — lb for Palliacatta — lb for Sadraspatnam 20000. — lb for Jaggernaikpoeram, having since decreased by 10000. — lb, and when the demands were made nothing remained there. 208856 [illegible] lb Cloves, all for Bimilipatnam. Nutmegs 695 [illegible] 135. —. 990. 1/8. 87 1/2 ƒ6. 3. — 23. 5/6. ƒ932. —. 760. 7/8. 500. —. lb Nutmegs, thereof: 1500. — lb for Palleacatta 500. — lb for Sadraspatnam, although not yet requested 1500. — lb for Jaggernaikpam, instead of the demanded 15000 lb 1000. — lb for Bimelipatnam 8056. 8 3249. 7/8. 291 3/6. 976. 7. 8. 202. — 15364. — — 267. 14 20 lb Japanese bar copper, viz: 50000. — lb for Palliakatta, in expectation that the remainder will be accepted by the merchants — lb for Sadraspatnam 200000. — lb for Jaggernaikpoeram — lb for Bimilipatnam Annually 1730. — 23024. ½. 13546. 6349. 14 — 267. ½ ƒ62. — 2925. —. 4000. — lb Pepper, Black, viz: 30000. — lb for Palleacatta 8080. — lb for Sadraspatnam, although not yet requested 400. — lb for Jaggernaikpoeram 1440. — lb for Bimilipatnam Sugar, to wit: 1000 [illegible] 6223. — lb for Palleacatta, which can be partially [illegible] — lb for Sadraspatnam 2400. — lb for Jaggernaikpoenam — lb for Bimilipatnam 10575. 3759. 2570. 196 — 56 4. 1762. 1. 8. — 00 — Powder Sugar, to wit: 400000. — lb for Palleacatta 50000. — lb for Sadraspatnam 5000. — lb for Jaggernaikpam — lb for Bimilipatnam 546. — 1393. —. 9473. —. 2042. 12. —. 11. 5/8. 073. 13. —. 918. —. 2400. — lb Coffee beans, to wit: 10000. — lb for Palliacatta — lb for Sadraspatnam 4920. — lb for Jaggernaikpam 480. — lb for Bimilipatnam 3253. 3427. ¾ 2914. ¾ 3688. 7. 8. 262 ¼ 2671. 8. — —. 4000. — lb Camphor, Japanese or Satsuma, viz: 3000. — lb for Palliacatta 1000. — lb for Sadraspatnam, although not yet demanded — lb for Jaggermaikpam — lb for Bimilipatnam — ƒ —. —. —. —. —. —. —. —. —. —. — 2400. — lb Candy sugar, viz: — lb for Palliacatta — lb for Sadraspatnam 8000. — lb for Jaggernaikpam 300. — lb for Bimilipam — lb for Palliacatta — lb for Sadraspatnam — lb for Jaggernaikpam 100. — lb for Bimilipam, can be supplied from our own stock — lb for Palliacatta — lb for Sadraspatnam 4500. — lb for Jaggernaikpam 300. — lb for Bimilipam — lb Hoop iron, viz: — lb for Palliakatta — lb for Sadraspatnam, excused — lb for Jaggernaik, excused — lb for Bimilep, excused — ƒ —. —. —. —. — ƒ —. —. —. 7376 7/8. 8300. — lb Dutch iron, thereof: — lb Dutch steel, viz: 3816. —. 438. ½. —. —. —. —. —. —. —. 4590 ¾. — lb Dutch nails, [illegible] 233. 356. — 31. — 173. —. 657. —. —. —. —. —. —. — lb for Palliakatta — lb for Sadraspatnam, excused — lb for Jaggernaik, excused — lb for Bimilitjam, excused —. —. —. 17. 1/6. —. — lb Sheet copper, Yellow, viz: — lb for Palliacatta — lb for Sadraspatnam — lb for Jaggernaik, ibidem — lb for Bimilipatnam — lb for Palliakatta — lb for Sadraspatnam, not needed — lb for Jaggernaik, not needed — lb for Bimilipatnam, not needed — lb for Palliakatta — lb for Sadraspatnam, as above — lb for Jaggernaik, as above — lb for Bimilipatnam, as above — 1227. ½. —. — lb Sheet lead, to wit: — lb for Palliakatta — lb for Sadraspatnam, as before — lb for Jaggernaik, as before 100. — lb for Bimilipatnam 1. 5/8. —. — lb Sounding lead, thereof: 71. — 47. — — lb Sheet copper, Red, of that: 77. —. 78. — —. — ƒ —. —. — —. — ƒ —. —. — 302. ½. —. — lb Lockplates, of these: 65. — 101. — —. — — lb for Bimilipatnam

Dutch transcription

vertierde door den an„ no 't vertierde versondene de verkogte de behael, advancen 't restant Nieu vermelde onder en verbruykte in handel. de op de wen Jn't ge ultimo Eijsch 5 Jaaren ian waa„ Tersijde Voor heel; augus„ ren in handel deren sjaers, 1791. a:o 1791. waeren to 1791. a:o 1792. Cto P:C:; 338. —. 2 13. /6. 17 /. ƒ697. 5 0. 7. ¼ 1509. 8. —. 267. 1/8. 654. —. lb: Foelij of Macis, teweke 200. - lb: voor Palliacatta 100. – „ „ Sadraspatnam Schoon nog niet gedischt 200. – „ v:n Jaggernaik poeram in steede van de gebischte 2000 lb: 154. —. „ „ Bimilipatnam 654. —. lb: ofte zoo veel meer als bij gemistige des positie en verdeeling gemist kan worden . - lb: voor Palliacatta -. „ „ Sadraspatnam „ Iaggernaik„ 20000. -. „ poeram zijnde zedert toe gedaal 10000. – lb: en toen 7738. de Eisschen gest wierd aldaar niets per Restant. 208856 25319. 4953 1/906 / 8 30 4. 17 / 5 6 5 . / 0 b: Garioffel Nagulen, all „ Bimilipat„ nam. - Nooten 695 voor de verkog ut koops de behaalde ad van 1 Res „ Nieu mrneterede velbregke wen te handel kostende een op de ter tant. de versondene waeren van de ver„zeijde vermelde kan„ onder Eisch in 5 Jaeren ultimo in &:o tierdehandel delwaaren — voor den Anno Augusto itnno 1791. waeren in p:r C:to In't geheel, 1791. anderen 1792. 1791. 1791. 135. —. 990. 1/8. 87 1/1 ƒ6. 3. - 23. /6. ƒ 93 2. - 760. 7/. 500. —. lb: Nooten Musschaeten daar van 1500. –. lb: voor Palleacatta „ Sadraspatnam 500. –. „ schoon nog niet gevraegt „ Jaggernaik p=m in 1500. – „ steede van de gebisch 15000. lb: 1000. —. „ „ Bimelipatnam 80.56. 8 3249. 78. 29 1 3/6. 976. 7. 8. 202. —„ 15364. - - 267. 14 20 lb: Iapans staef koper: als: 50000. —. lb: voor Palliakatta en verwachting dat het restant door de koop lieden zal worden aengenomen „ „ Sadraspatnam „ Jaggernaik poeram 200000. - „ „ „ Bimilipatnam sjaars 1730. — 23024. ½. 13546. 6349. 14 — 267. ½ ƒ62. . — 2925. —. 4000. -. lb: Peper Zwarte; als: 30000. — lb: voor Palleacatta 8080. – „ „ Sadraspatnam hoevel nog niet gevraegt 400. – „ „ Jaggernaikpoeram 1440. – „ „ Bimilipatnam zuijker weten 1000 meer ge des erdeeling 1 en als: zijnde dale toen — am ver rteerde door den verbruijk „5. Jaaren verbruijkte 5. Jaaren Anno door den 1791; anderen 'sjaars 't vertierde versondene de ver 't uijt koopsde behaalde advancen kogte kostend van op de ter zijde vermelde 6223:— -. „ v=n Palleacatta het geen tot gedeelt —. –. „ „ Sadrasp:n . kan werden 2400. –. „ „ Jaggernaik poenam -. „. „ Bimilipatnam 10575. 3759: 2570 - 196 — 56 4. 1762. 1. 8. — - 00 —. : Suijker Poeder: teweten 400000 —. lb: v=n Palleacatta 50000. —. „ „ Sadraspatnam 5000. –. „ „ Jaggernaikp:m -. „ „ Bimilipatnam 546. . „1393. -. 9473. -. 2042. 12. —. 11. /8. 073 13. —. 918. —. 2400. —. lb: koffij boonen, Teweeten: 10000. –. lb: v=n Palliacatta —. —. „ „ Sadraspatnam 4920. –. „ „ Iaggernaikp:m 480. —. „ „ Bimilipatnam 3253. 3427. ¾4 2914 ¾4 3688. 7. 8. 262¼2671. . 8. —. —. 4000. —. lb: Campher Japanse, of Satsumase; als: 3000. –. lb: v:n Palliacatta 1000. –. „ „ Sadraspatnam schoon noch niet gebischt „ JaggermaikC=m „ Bimilipatnam - ƒ —. -. - . —: —. —. -. —. —. —. —: —. 2400. —. b: zuijker kandij als 't Restant Nieu onder wen ultimo Eisch augersto voor 1791. Ao 1792. in handel d'vertierde handelwaaren waren handelwaa„ p:r C:to In 't geheel; in A=o ven in Ao 1701. 1791. ijzer. 3816 jaars, indeven 697 te handel kostende van op de ter zijde onder waaren de vertierde vermelde handelwaren ultimo Eijsch verbruijkte 5. Jaaren in door den anno „haven 1791. 1793. , in a:o 1791. - „6223. —. 2087. -. mende veronden de verkogt ntkops de bede rvone t a at jaars, wen 1791. A:o 1792. —. —. lb: v=n Palliacatta — -. „ „ Sadrasp=m 8000. –. „ „ Jaggernaikp:m 300. –. „ „ Bimilip=m —. —. lb: v:n Palliacatta —. –. „ „ Sadraspatnam —. –. „ „ Jaggerrraikp:m 100. —. „ „ Bimilip:n kan uit onze eigen voor raed gesuppleert werden —. –. lb: v:n Palliacatta —. —. „ „ Sadraspatnam 4500. –. „ „ Jaggernaik p=m m 300. –. „ „ Bimilip=m —. . —: —: —: —. —. —. — 64: ¼. —. - lb: Hloepijzer; als: —. . -. lb:n Palliak: —: —. „ v: Sadrasp:m ge exch -. „ „ Jaggern: } seert —. -. „ „ Bimilep in anno handel waeren p:r C:o In't geheel augusto voor —. — ƒ —. —. —. —. —. ƒ —. —. —. 7376 7/8. 8300. – lb: ijzer hollands, hier van —. —. —. —. —. 64 1/16. —. — lb: Staal Hollands als 3816. –. 438. ½. —. -. —. -. -. —. -. — . —. —. 4590 ¾4. — . lb. spijkers holand: baron kandij als het geen tot gedeelt . kan werden kpoeram nam teweeten atta atnam kpm nam wee en: am am 233. tta 356:—. 31. - - 't verteerde versondene de verkogte Tuitkoops de bepaelde advan, 't restant Nieu en verbruijkte in 5. Jaaren in 'sjaars, 173. -. 657. -. —. –. –. –. –. waaren de vertierde vermelde handelwaren aug:s Eisch door den Aimno in anno handelwaren p:r C:to In't geheel, 1791. voor anderen 1791. , 1791. , in 1791., Amno. 1792. handel kostende van een op de ter zijde onder ult: wen„ —. —. lb: v:n Palliak: —. — „ „ Sadrasp:m geexcu¬ —. –. „ „ Iaggern: seert —. – „ „ Bimilitj:n -. —. „ —. —. —. 17. 1/6. —. —. lb: Plat koper Geel; als: —. – lb: v:n Palliacatta —. –. „ „ Sadrasp:m —. –. „ „ Jaggernaik: Cadidem —. –. „. „ Bimilip:m —. -. lb: v:n Palliak: —. – „ „ Sadraspp:m niet benodijgt —. – „ „ Jaggern: — -. „ „ Bimilip: —. -. Hb: v:n Palliak: —. –: „ „ Sadrasp:m als booven —. – „ „ Jaggernaik: —. – „ „ Bimilop:m - —„ —. —. — 1227. ½. —. . lb: Platloot; teweeten: —. -. lb: v:n Palliak: —: –. „ „ Sadrasp:m als vooren —. – „ „ Jaggernaik: 100. — — — —. —„ —.: -. -. . -. „ —. . -. 1. /8. —. - lb: Zeeglood;, hier van: 71: —: 47: —: —: —„ —: —: —. —. — „ —. - . -. — : - —. —. lb: Plaat kopper Rood, van die 77. —. 78. — —. –. ƒ —. -. –. – —. –. ƒ —. –. –. 302:½. —. — lb: slootplaaten; van deese 65. - 101. - -. -.„ —. -. „ „ Bimilip:m

NL-HaNA_1.04.02_9706_0739 view scan ↗

English

Quantity dispatched and consumed in 5 Years by other years, in the Year 1791. Sold trade wares in the Year 1791. Purchase cost of the consumed trade wares in 1791. Profits gained on the trade wares mentioned beside, Per Cent, In total. Remainder under last of August 1791. New Demand for the Year 1792. —. –. lb. for Palliacatta —. –. lb. for Sadraspatnam excused —. –. lb. for Jaggernaikpoeram —. –. lb. for Bimilipatnam — . lb. for Palleakatta —. –. lb. for Sadraspatnam as above — –. lb. for Jaggernaikpoeram — -. lb. for Bimilipatnam 200. –. lb. for Palliacatta —. -. lb. for Sadraspatnam 200. –. lb. for Jaggernaikpoeram —. -. lb. for Bimilipatnam 161. –. 90. –. –. –. –. –. –. –. –. –. –. 37. ½. 400. lb. Scarlet red cloth; namely: 200. –. lb. for Palleacatta to make a gift to the Nawab —. –. lb. for Sadraspatnam 200. –. lb. for Jaggernaikpoeram —. -. lb. for Bimilipatnam —. –. –. –. –. 2. 7/8. —. –. lb. spelter; of which —. –. –. –. –. –. –. 457. 1/8. —. –. lb. Tin Banka; namely: 133. –. 105. –. –. –. –. –. –. –. 259. –. 400. –. lb. Sandalwood; of this these matters excused 4809. –. —. –. -. -. ditto of what is needed above mentioned Quantity consumed and utilized in 5 Years by other years, in the Year 1791. Dispatched trade wares in the Year 1791. Purchase cost of the consumed trade wares in 1791. Profits gained on the trade wares mentioned beside, Percent, In total. Remainder under last of August in the year 1791. New Demand for the Year 1792. —. –. 300. –. pieces Blue Cloth; namely 200. –. pieces for Palliacatta to make a gift to the Nawab. —. –. pieces for Sadraspatnam 100. –. pieces for Jaggernaikpoeram —. –. pieces for Bimilepatnam —. –. pieces for Palliacatta —. –. pieces for Sadraspatnam —. –. pieces for Jaggernaikpoeram —. –. pieces for Bimilipatnam —. –. pieces —. –. –. –. –. pieces Dutch Velvet; of which 6. –. rolls Persian Plush, 1½ for Jaggernaikpoeram, and ½ for Palicol; as appears from the annexed Demand of Jaggernaikpoeram of last July 1791. 19½ ditto —. –. Green Cloth; namely 15. –. rarities ƒ –. –. –. 17. –. –. –. –. –. –. –. 66. 7/20. 69. 1/40. —. -. Dispatched and consumed in 5 Years by other years, in the Year 1791. Sold trade wares in the year 1791. Purchase cost of the consumed trade wares in 1791. Profits gained on the trade wares consumed, Percent, In total. Remainder under last of August 1791. New Demand for the Year 1792. 32. –. ounces diverse rarities, and Gift Goods referring to the just-mentioned Demand of Jaggernaikpatnam 1. ream Imperial Paper; namely: —. 39/20 reams for Palleacatta —. –. reams for Sadraspatnam —. 3/10 reams for Jaggernaikpatnam —. 1/20 reams for Bimilepatnam —. –. –. 51. –. 86. –. reams Large format paper 60. –. reams for Palleacatta 2. –. reams for Sadraspatnam 20. –. reams for Jaggernaikpatnam instead of 30. 4. –. reams for Bimilipatnam The paper recently received being altogether unusable and the offices having nothing left as Remainder, fulfillment of the requested is requested in order then to be able to return the unusable. of this year 1791. 1791. year 1792. 5. 3/20. 2. 1/20. 3. ½. ditto 5 Years in the year 1791. Remainder under last of August. New Demand for the Year 1792. dispatched and consumed in 90. 1/15. 85. ½. 90. 1/8. 16. –. reams small format paper; namely 100. –. reams for Palleacatta The Remainder of the small format paper being altogether unusable, fulfillment of the now requested can be made, or what [illegible] the remaining returned. 20. –. reams for Sadraspatnam 30. –. reams for Jaggernaikpatnam 6. –. reams for Bimilipatnam 2. 7/20. —. ¾. —. –. 2. ½. reams Blue waste paper, of this 1. –. reams for Palleakatta — ¼ ditto for Sadraspatnam 1. –. ditto for Jaggernaikpatnam —. ¼ ditto for Bimilipatnam 3. 5/10. reams cartridge paper; namely 3. reams for Palleakatta — ¼ reams for Sadraspatnam —. ½ reams for Jaggernaikpatnam instead of the 3. reams Demanded. — 9/10 reams for Bimilipatnam 35. –. 58. –. 32. –. –. –. sheets Cardboard Paper, Excused 14. –. 13¾. 1. ½. 278. –. bundles Quill shafts; of which 150. bundles for Palleacatta 20. –. bundles for Sadraspatnam 90. –. bundles for Jaggernaikpoeram 18. –. bundles for Bimilipatnam Penknives Dispatched and consumed in Years, for other years, in the year 1791. Remainder under last of August 1791. New Demand for the Year 1792. 5. –. Pieces Penknives fine with amber handles; namely —. –. pieces for Palliacatta —. –. pieces for Sadraspatnam 5. –. pieces for Jaggernaikpoeram —. –. pieces for Bimilipatnam 4. –. –. –. 32. –. pieces Penknives common; namely 24. –. pieces for Palliakatta 2. –. pieces for Sadraspatnam 4. –. pieces for Jaggernaikpatnam instead of the requested 24 pieces 2. –. pieces for Bimilipatnam 2. –. 2. –. 7. –. 9. –. Pieces Paper shears; namely 5. –. pieces for Palliacatta 1. –. pieces for Sadraspatnam 2. –. pieces for Jaggernaikpoeram 1. –. pieces for Bimilipatnam —. –. 10. –. Pieces small snips; of which 6. –. pieces for Palleacatta 1. –. pieces for Sadraspatnam 2. –. pieces for Jaggernandpatnam instead of the Demanded 25 pieces 1. –. pieces for Bimilipatnam 1. 7/8. —. –. 4. –. lb. Pencil and Black chalk; of this 2. ½. lb. for Palleacatta — ¼ lb. for Sadraspatnam 1. –. lb. for Jaggernaikpoeram — ¼ lb. for Bimilipatnam.

Dutch transcription

99 69 „trotheede versondene de ver 't uitkoops de behaelde advancen 't Restamt Nieu en verbruijkte kogte kostende van op de ter zijde ver„ onder ult:o wen in 5. Jaeren in handel de vertierde melde handelwaeren augus„ Eisch door den Anno waeren handel wae „ p:r C:to, In't geheel, tus voor 6 9 anderen 1791. in Anno ren in 1791„ 1791. Anno 1791. sjaars, 1792. —. –. lb: v:n Palliac: —. –. „ „ Sadrasp:m ge Exeu„ -. –. „ seerd. „Jaggern: -. –. „ „ Bimilipn — . lb: v:n Palleak: —. –. „ „ Sadrasp:m als boven — –. „ „ Jaggernaik: — -. „ „ Pimilip:m 200. . lb: v:n Palliacatta —. -. „ „ Sadraspatnam 200. – „ „ Jaggernaik p:m —. - „ „ Bimilipatnam 161. - 90. -. - . - - . - - . - . -. —. . — —. 37. /½. 400 lb: Laaken schair rood; als: 200. -. lb: voor Palleacatta tot het doen van geschenk aan den Nawab —. -. „ „ Sadraspatnama 200. –. „ „ Jaggernaikpoeram —. -. „ „ Bimilipatnam —. —: —. -. —. 2. 7/8. —. —. lb: spiauter; daar van -. . - . - . — —„ —. —. 457. 1/8. —. —. lb: Thin Bankas; als: 133. —. 105. - —. — „ —. —. —. —. – „ —. —. —. 259. —. 400. –. lb: Zandel hout; hier van zaaken deese excu„ seert 4809. -. -. —. -. -. adidem van die t benodijg booven vooren cctua 't vertierde versondene de verkog, 't uitkoops de behaalde abvancen Restant Nirci en verbruykte te handel kostende van op de ter zijde ver„onderul„ wen anderen sjaars 13. —. 39. in 5. Jaaren in waeren de vertierde melde handelwaren timo au„ Eisch door den Amno in Anno handelwaeren percen Int gusto in voor 1791. „ 1791. , in 1791. , to„ geheel; a:o 1791., Anno 1792. —. —. 300. — Ca: Laaken Blaauw; als 200. —. Cab: v=n Palliacatta tot het doen van geschenk aen den Nawab. Sadraspatnam 100. –. „ „ Jaggernaikpoeram —. –. „ –„ Bimilepatnam —. –. Ca: v:n Palliacatta —. –. „ „ Sadraspatnam —. –. „ „ Jaggernaik poeram —. –. „ „ Bimilipatnam —. —. „ —:_. _. —. _. —. _. Ca: Hluweel Hollands;, van die 6. -. roll. Persiaans Phelpen, 1½. voor Iaggernaik¬ poeram, en ½. voor Palicol; blijkens de geannexeerde Eijsch van Jaggernaik poe„ vam van ultimo Julij 1791. 19½ d.s „ - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - : Saken Groen; als. — 15. -. olitijten ƒ -. - ƒ —. —. — 13 63 -. JJaar nderen door den 5. J 04 17. -. —. –. —. – . „. —. –. — 66. 7/20 „ 69. 1/40. —. -. „tiede, verson„ de ver„ 't uijtkoops de behaalde advan, Restant Nieu ne, en verbruijkte kogte kostende van cen op de vertierde onder wen 5. Jaaren in handel. „ de verthierde handel waeren ultimo Eisch dor den An„ waaren handelwaeren Percen In 't aug:s voor „deren no: in anno in to, geheel, 1791. Anno Jaars 1791. 1791. „ 1791. 1792. 32. –. onc: oliteijten diverse, en Schenkagie Goederen refereeren aan even gem: Eijsch van Iaggernaik p:m 1. riem: Impiriaal Papier. te„ weeten. —. 39/20 niem: v:n Palleacatta — . - . „ „ Sadraspatnam — 3/10 „ „ Iaggernaikp:m —. 1/20. „ „ Bimile p:m -. -. —. 51. —. 86. —. niem: Groot formaat papier 60. –. niem: v:n Palleacatta 2. –. „ „ Padrasp=m 20. -. „ „ Iaggernaikp:r in steede van 30. 4. . - „ „ Bimilip=m Het Jongst ontfangene papier ten eene mael onbruik baar en de kan„ tooren niets p:r Restant zijnde. zoo verzoeke de voldoening van het ge„ vraegde om als dan het donbruik baer. te rug te konnen zenden kleen 10:—. oeram -. - —. —. als —. #s dezen s Jaars 1791. 1791. no 1792. 5. 3/20. 2. 1/20. 3.½. to do 5. Jaaren in An„ ultimo Eijsch dn door an„ no. augustus voor An„ in verbruijkte in onder wen en 't versondene en 'ts Restant Nieu 90: 1/15: 85 ½. 90: /8. 16. —. riem: kleene formaat paepier. als Het Restant van het kleen 100. –. niem: v:n Palleacatta formaat papier ten Eenemaa 20 - . „ „ sadaasp:m onbruik baar zijnde kant voldoening van het nu ge 30. . „ „ Iaggermaike p:r vraegde ofte het geenen den overigen te rug gezonden 6. - „ „ Bimilipp:m worden. 2. 7/20. —. ¾. —. . 2. ½. riem: Blaauwklad papier, van dese 1. . riem: v:n Palleakatta — ¼ d:o „ Sadraspatnam 1- - d:o „ Iaggernaik p:m —. ¼. d:o „ Bimilipatnam 3. 5/10. riem: kandoes papier; teweeten 3. niem: v:n Palleakatta — ¼. „ „ Sadrasp:m „ Iaggernaik p:m in steede van de —. ½. „ g' Eijschte 3. riemen. — 9/10. „ „ Bimilipatnam 35. -. 58. –. 32. -. —. –. blad: Bort Papier, G'excuseert 14. —. 13¾. 1. ½. 278. - boss: Penneschagten; daar van 150. boss: voor Palleacatta 20. - „ „ Sadaaspatnam 90. - - „ „ Iaggernaikpoeram 18. –. „ „ Bimilipatnam Tennemesse 10 4. -. esondene en ver Restant Nieuwe„ onder ul„ Eijsch ruijk te in Jaaren in timo au„ voor voor den an„ anno. gusto. Anno misjaars 1791. 1791. 1792. 5. –. P:s Pennemessen fijne met barnsteene hegten; als —. -. p:s v:n Palliacatta —. . „ „ Sadraspatnam 5. –. „ „ Iaggernaikpoeram —. - „ „ Bimilipatnam 4. — —. . 32. — p:s Pennemessen gemeene; als 24. . p:s v:n Palliakatta 2. – „ „ Sadraspatnam 4. . „ „ Iaggernaikp:m in steede van gevraagde 24. p:s 2. . „ „ Bimilip:m 2. . 2. -. 7. -. 9. -. P:s Papier schaaren; als 5. –. p:s v:n Palliacatta 1. . „ „ Sadraspatnam 2. . „ „. Iaggernaikpoeram 1. . „ „ Bimilipatnam —. -. 10. —: P:s knipschaartjes; hier van 6. –. p:s voor Palleacatta 1. . „ „ Sadraspatnam 2. . „ „ Iaggernand p:m insteede van de GeEijschte 25. p:s 1. -. „ „ Bimilijpatnam 1. 7/8. —. . 4. -. lb: Potloot en Noordaarde; van dese 2. ½. lb: voor Palleacatta —¼ „ Sadraspatnam „ 1. - „ „ Iaggernaikpoeram Bimilipatnam. „ „ _„o 6. „ —¼ „ „ Potloot het kleen en Eenemaa inde kant etnu ge geenen gezonde 11. -. . . de vd 3. —. s

NL-HaNA_1.04.02_9706_0744 view scan ↗

English

Sent and consumed on average in 5 years, per year: Remaining at the end of August, anno 1791: New demand for anno 1791: New demand for anno 1792: 9 pieces Lead pencils, namely: 6 pieces for Palleacatta 1 piece for Sadraspatnam 2 pieces for Iaggernaikpoeram, instead of the demanded 12 pieces — pieces for Bimilippatnam 9 pieces Slate boards; namely: 4 pieces for Palleacatta 1 piece for Sadraspatnam 2 pieces for Iaggernaikpoeram, instead of the demanded 6 pieces 2 pieces for Bimilipatnam 8 — 9 — 16 pieces Slate pencils, namely: 8 pieces for Palleacatta 2 pieces for Sadraspatnam 4 pieces for Iaggernaikpoeram, instead of the requested 24 pieces 2 pieces for Bimilipatnam, ditto 6 pieces 18 — 19 1/2 — 10 1/2 lb Coarse Dutch thread; of which: 10 lb for Palleacatta — 1/2 lb for Sadraspatnam — lb for Iaggernaikpoeram — lb for Bimilipatnam 16 — 10 1/4 — 10 1/2 lb Sealing thread, of which: 10 lb for Palleacatta — 1/4 lb for Sadraspatnam — lb for Iaggernaikpoeram — 1/4 lb for Bimilipatnam 3 grindstones 64 80 705 6 pieces Sent and consumed on average in 5 years, per year: Remaining at the end of August, anno 1791: New demand for anno 1791: New demand for anno 1792: 7 — 3 — 9 — 13 pieces Grindstones, of which: 8 pieces for Palleacatta 1 piece for Sadraspatnam 2 pieces for Iaggernaikpoeram 2 pieces for Bimilipatnam 143 — 121 — 92 lb Betel nuts; of which: 50 lb for Palleacatta 10 lb for Sadraspatnam 20 lb for Iaggernaikpoeram, instead of the demanded 50 lb 12 lb for Bimilipatnam 64 — 66 — 69 lb Gum Arabic; of which: 40 lb for Palleacatta 6 lb for Sadraspatnam 15 lb for Iaggernaikpoeram, instead of the demanded 50 lb 8 lb for Bimilipatnam 80 — 70 — 69 lb Red copper; of this: 40 lb for Palleacatta 6 lb for Sadraspatnam 15 lb for Iaggernaikpoeram, instead of the requested 50 lb 8 lb for Bimilipatnam 1 — 3 pieces Telescopes, excused. 170 — 1000 — 1000 — 300 pieces Cadjang mats; namely: 2000 pieces for Palleacatta 500 pieces for Sadraspatnam 500 pieces for Iaggernaikpoeram — pieces for Bimilipatnam Balances, the 12 pieces, 24 pieces 1 chest of Medicines according to the accompanying catalog. 7 pieces Iron balances. 1291 — 863 — 1700 bottles White wine 656 — 1700 bottles Red wine 29 — 65 bottles Brandy 21 — 67 bottles Dutch distilled waters 81021 — 1637 / 103027 / 7600 cans or 200 leaguers of Batavia arrack 109 — 100 1/2 — 48 1/2 ditto half aums Olive oil 190 — 244 — 97 ditto whole aums Dutch vinegar 56 — 97 5/8 — 215 — 200 bottles Rosewater; namely: 100 bottles for Palleakatta. The rosewater received most recently is not only, as stated on the invoice, very weak, but so bad and virtually odorless that, to prevent further spoilage, the remainder will need to be sold by public auction. 20 bottles for Sadraspatnam 60 bottles for Iaggernaikpoeram 20 bottles for Bimileppatnam 128 — 80 — 702 1/4 bundles Javanese rattan; excused. 2 pieces Tin hand pumps 1 piece ditto whole can 1 piece ditto half can 22 — 26 — 12 lb Shoemakers' thread 1 tin measuring cup 2 spinning tops Sent and consumed on average in 5 years, per year: Remaining at the end of August, anno 1791: New demand for anno 1791: New demand for anno 1792: Drumlines 701 Sent and consumed on average in 5 years, per year: Remaining at the end of August, anno 1791: New demand for anno 1791: New demand for anno 1792: 21 — 33 — 6 bundles Drumlines 1505 — 2618 5/8 — 5734 1/2 — 150 lb Gunpowder; namely: 1000 lb coarse, and 500 lb fine 4 — 12 pieces Hair gunpowder sieves 8 — 16 1/16 — 6 — 12 bundles Dutch match cord 3 — 3 — 6 pieces Heavy Dutch spars, very necessary. 10 1/2 — 10 1/2 — 53 rolls Dutch sailcloth, ditto, namely: 50 rolls for Palleacatta 1 roll for Sadraspatnam 1 roll for Iaggernaikpoeram 1 roll for Bimilipatnam 4 — 4 — 6 pieces Grapnels of 350 to 400 lb 2 — 6 — 4 pieces Mooring ropes; namely: 1 piece of 13 inches 1 piece of 12 inches 1 piece of 9 inches 2 1/2 — 1 1/2 — 1 1/2 — 4 pieces Warping hawsers of 6 to 7 inches 1 Cable rope of 8 inches to fish up lost anchors 5 — 3 1/2 — 4 1/2 — 8 pieces Wide sailcloth 10 1/2 — 6 1/2 — 18 barrels of Tar; of which: 12 barrels for Palleakatta 1 barrel for Sadraspatnam, although not yet requested 4 barrels for Iaggernaikpoeram 1 barrel for Bimilipatnam 3 1/2 — 3 1/2 — 1 1/8 — 5 1/2 barrels Pitch; namely: 4 barrels for Palleakatta — barrels for Sadraspatnam 1 barrel for Iaggernaikpoeram 1/2 barrel for Bimilipatnam 2 pieces Flag charts 2 Thick pots Sail needles [illegible] Sent and consumed on average in 5 years, per year: Remaining at the end of August, anno 1791: New demand for anno 1791: New demand for anno 1792: for Bimilipatnam for Iaggernaikpoeram 24 506 — 206 — 581 — 500 lb Domestic pitch resin 56 — 38 — 96 cans Linseed oil 47 — 43 — 22 — 142 lb Powder; namely: 50 pieces for Palleacatta — for Sadraspatnam 100 lb for Palleakatta 8 lb for Sadraspatnam 24 lb for Iaggernaikpoeram 10 lb for Bimilipatnam 50 lb Yellow ochre 30 lb Brown ochre 12 pieces Whole water leaguers, for the sloops and boats, very necessary. 30 pieces Half ditto ditto 37 — 50 pieces Dutch mast spars of 14 to 15 palm each 4 pieces Copper steward pumps, very necessary. 86 — 30 — 50 pieces Ambon beams Windlass beams for the packing hall, warehouses, etc. 97 1/2 — 16 1/2 — 9 3/4 — 20 pieces Scantlings of 3 inches 84 — 20 1/2 — 129 1/2 — 200 pieces Mill planks of 2 inches 3346 — 74 — 476 — 2000 pieces Chinese planks for doors, windows, etc. 1 Large saw, very necessary. 22 — 28 — 6 — 50 pieces Sail needles, of which: Palleakatta: In Fort Geldria, the 24th of October 1791.

Dutch transcription

den sJaars 1791. 1791. 1792. e door den ander„ A:o tus Anno d 't versondene t Restant Nieuwen i en verbruijkte onder ult:o Eijsch in 5. Jaaren in augus„ voor 9. - P:s Potloot pennetjes, als 6. -. p:s v:n Palleacatta 1. . „ „ Sadraspatnam 2. - „ „ Iaggernaik p:r in steede van de G'eijschde. 12. p:s —. - „ „ Bimilippatnam 9 -. P:s Cijffer Lijen; teweeten 4. p:s voor Palleacatta 1. . „ „ Sadrappatnam 2. -. „ „ Iaggermoukep:r in steede van d' Geijscht: 6. p.s 2. - „ „ Bimilipatnam 8. - —. . 9. —. 16. . P:s Cijffer griften, teweeten 8. - p:s voor Palleacatta 2. . „ „ Sadraspatnam 4. „ „ Iaggernaikp:m in steede van de gevraagde. 24. p:s 2. . „ „ Bimilip=m „ „ „ d:o 6. „ 18. —. 19. ½. —. –. 10. ½. lb: Gaaren Grof Hollands; daarvan 10. . lb: voor Palleacatta —. ½ „ „ Sadraspatnam „ —. -. „ „ Iaggernaikpoeram — „ „ Bimilipatnam 16: -. 10. ¼. —. –. 10. ½. lb: Zegel Gaaren, waarvan 10. - lb: voor Palleacatta —¼. „ Sadraspatnam „ -. -. „ „ Iaggernaik poeram Bimilipatnam slijpsteentjes 3. . —. –. —. . „ 64 80. —¼ „ „ 705 6. p.s versondene 't Restant Nieuwen verbruikte. onders Eijsch „jaaren in ultimo voor „ den A:o august:s Anno den par 1791. . 1791. 1792. 7. 3. - . 9. —. 13. —. p:s slijfpsteentjes, hier van 8. –. p:s voor Palleacatta 1. - „ „ Sadraspatnam 2. - „ „ Iaggernaikpoeram 2. „ „ Bimilipatnam 143. —. 121. -. —. . 92. - lb: Talnooten; hier van 50. . lb: voor Palleacatta. 10. . „ „ Sadraspatnam 20. – – „ „ Iaggernaikp:m insteede van de g'eijschte 50. lb: 12. - „ „ Bimilipatnam 64. -. 66. -. —.—. 69: — lb: Som Arabicum; daar van 40. –. lb: voor Palleacatta 6. - „ „ Sadraspatnam 15. –. „ „ Iaggernaik p:r mnsteede van d' G' Eijschte 50. lb: 8. – „ „ Bimilipatnam 80. . 70. . —. —. 69. -. lb: koper rood; van dese 40. - lb: voor Palleacatta 6 — „ „ Sadraspatnam 15. - „ „ Iaggernaikp:m in steede van de gevraagde 50: lb: 8. - „ „ Bimilipatnam 1. —. —. 3. —. —. . P:s verre keijkers G'excuceert 170. - 1000 1000.-. 300. - d:s Kadjang Matten; als 2000. — p:s voor Palleacatta 500 - - „ „ Sadraspatnam 500 — „ „ Iaggernaikpoeram —. -. „ „ Bimilipatnam Balancen de 12. p:s 24. p:s 1. 1. . — . . 1. . kist Medicamenten volgens: nevens gaande Cuthalogus —.. 7. — —. P:s Balancen ijzere. 1291. - 863. —. –. 1700. –. boss: wittewijn 656 —. —. —. -. 1700. - „ Lecqwijn 29—. —. . 65: —. —. fless: Brandewijn 21. —. —. . 67. —. —. . „ Gedisteleerde wateren hollands 81021 — 1637:/ 103027: / 7600 kann: of 200. Leggers Arak afrij 109. -. 100. ½. —. –. 48.½. d:o „ halve aamen olijven. olij 190. — 244. -. —. 97. — d:o „ heele aamen A zijn hollands 56. — 97 5/. 215 /„. 200. flets: Roozenwaater; als 100. -. fless: voor Palleakatta Het Jongst ontvangene Rooken water is niet allen gelijk bijde 20. -. „ „ Sadraspatnam factuur staet, zeer plauw maan zoo slegt en genoegzaam Keuke„ 60 -. „ „ Iaggernaikp:r loos, dat ter voorkoming van verder bedorf het restant pec„ 20. . „ „ Bimileppatnam venditie zal doenen verkogt te worden. 128. —. 80. —. 702: /¼. —. –. boss: Rottings Javase; g excuseert — . 2. -. p:s Blikke hand pompen —. — —. 1. - „ d:o Heele kan —. . 1. -. „ „ Halve kan 22. . 26 — —. . 12. -: lb: schoemakers Gaaren —.. 1. . „ Tinnemusje. —. . 2. . „ Tolletjes en verbruijkte onder ult:o Eijsch in 5. Jaaren in augus„ voor door den ander„ Anno tus Anno Het versondene 't Restant Nieuwen nen's Jaars 1791. 1791. 1792. in 5. Jaaren on Tromlijnen - ... - en Het ver 701 en verbruikte onder Eijsch in 5. Jaaren in ultimo voor door den an„ Anno august:s Anno dezen's Jaars 1791. 1791. 1792. 21 - 33. — —. 6. - bossen Tromlijnen 1505. 2618 5/ 5734. ½. 150. – lb: Buskruijt; als 1000. lb: Grove , en 500. . „ fijne —. 4 -. 12- . P:s Htaire kruijt ziften 8. 16. 1/16. 6. . 12. – kipp: Lond Hollands 3. . 3. . —. —. 6 — P:s Spieren Hollands swaare zeer. benodigt 10.½. 10. ½. —. . 53. - Roll: Zijldoeken Hollands Jdem als 50. Roll: voor Palleac: 1- „ „ Sadra &p:m 1. . „ „ Iaggernaikp:m Brinilip:n 4. 4 . . 6. . 4. P:s Vreggen van 350. â 400. lb: —. -. 2. - 6-. . 4. - „ kaijertouwen; as 1. . P:s s van 13. d:m 1:: „ „ 12. „ 1. . „ „ 9. „ Het verzondene 'R Restant Noeuur 2½. 1.½. 1½. 4. . P:s Paardelijnen van 6. â 7. d:m —. —- 1— „ Cabeltouw van 8. d:m om de verloorene ankers opte visschen 5. - 3. ½. 4.½. 8. - „ E verdoek breede. 10. ½. 6. ½. —. –. 18. –. vaten theer; daar van 12. . vaten voor Palleakatta 1 — „ „ Sadrasp:m schoon nog niet gevraagt 4 – „ „ Iaggernaikp:m 1. . „ „ Bimilipatnam 3.½. 3.½. 1. 1/8. 5. ½. vat: Pik; als 4- vat: voor Palleakatta —. „ „ Sadaa sp:m 1. „ „ Iaggernaikp:m mn — ½. „ „ Bibmili p:m —. . 2. P:s vlagge kaarten —. . 2. . „ Dikpotten Zeijlnaalden -:- 1.„ bijde maar Keuke „ van per t 7 Borken „- Het versondene 't Restant Nieuwen en verbruikte in 5. Jaaren in ultimo voor door den an„ Anno. aug:s Anno deren s Jaars 1791. 1791. 1792. „ Bimilip:m —. „ „ Iaggernaikp:m 24. - „ 506. . 206-. 581. . 500 - lb: Harpuijs Inlands 56. — 38. -. — 47. - 43. -. 22. -. 142. -. lb: kruijt; als —. . 96. . kann: Lijn olij 50. – p:s voor Palleacatta —.. „ „ Sadradp:m 100 -. lb: voor Palleakatta 8 — „ „ Sadra sp:m Iaggernaik p=m 10 – „ „ „ Bimilip:m —. - 50 — „ Geele ooker 30. - „ Bruijne ooker 12. p:s Heele water Leggers .voorde sloepen, en boots zeer Halve d.:o d:o 'S benodigts -. 30. –. „ Masthouten hollands d' 14. â 15. p:r Jder kopere Botteliers Pompen zeer benodigt 37. -. —. —. 50. - „ Balken Ambon 86 —. - 30- - 50. - „ Wind boom balken voor de pakzaal, pakhuijsen, ensz: 97. ½. 16. ½ 9.¾. 20. - „ swalpen de 3. d:m 84. 20. ½. 129. ½ 200. - „ Mooleplanken d 2. d=m Chineese planken voor deuren, vengsters; ens5: 3346. –. 5. 74. –. 476. 2000. - „ —. 1. - „ Groote zaag zeer benodigt. 4. - „ 22. -. 28. — 6. . 50. . P:s Zeijlnaalden, daar van -. . „ Palleakatta: Jn't fort Geldria den 24. ' october 1791 — 27. . . onder Eijsch Wij .. 4.. „ .. -. - - -.„

NL-HaNA_1.04.02_9706_0749 view scan ↗

English

709 16 to follow 250 rejected no. 4251 gone with the ship over and wherefore a heavy cable and other 52: serviceable goods We request Your Right Honourables' esteemed disposition on the same, and as close as possible satisfaction With regard to this chap- ter, we still have the honour to report that the recently rejected nutmegs, gnawed almost to dust, in the quantity of 383:¼: net lb, are being sent per the ship De Zeebouwer to Batavia, since there is no prospect of obtaining the price of good nutmegs for them. Also shipped on the ship De Zeebouwer is a native heavy cable of 14: inches, which according to the cir- cular order dated 31 October 1788 may not be kept here longer than three years, and having been received in 1788, is being sent at the request of the Equipagiemeester in such manner as is stated in the report thereof submitted by him dated 14 September, besides 9 offer of report concerning § 253: the badness of the Bengal sailcloth for tarpaulins besides some other unserviceable goods from his administration, as also two other copy reports concerning the sending of un- serviceable goods from the arm- oury and artillery, among others 100 pieces of properly planed powder kegs At a session of the 15th of this month, by the aforementioned Equipagiemeester submitted, and ac- companying this copy report, it was shown to us the very common quality of the recently re- ceived coarse Bengal sailcloth, and how the same, on that account, could not be employed for that purpose for which coarse sailcloth is most needed here, name- ly the making of tarpaulins, being too thin, and not waterproof or able to be made so, 71 by application of the ingredients used for such heavy coverings, 744 ingredients, whereas it is nevertheless most strictly required to be so, especially for covering the bales which, in such open miserable vessels as the chelings are here, must be brought on board; of which model of a cheling the Equipagiemeester had prepared in miniature, fully laden with bales, and covered with a patch of that coarse cloth of which we speak, with a respectful request that that model ves- sel, to convince Your Right Honourables of the truth of what is stated, both concerning the necessity of covering the bales and the bad quality of the received sailcloth, per the ship De Zeebouwer, might be sent to Batavia, which we have permitted to be done. 90 on made sort- § 254: ing table etc. approba- tion is requested done, the same being packed in a small crate, wrapped, and labelled Model of a Coro- mandel cheling etc., duly shipped. Humbly requesting that by a favourable disposition of Your Right Honourables herein, or the dispatch of the requested sailcloth, such provision may be made as may put an end to all otherwise to be feared damaging consequences, and free us from the neces- sity of troubling Your Right Honourables with such representations and petitions. Domestic Ar- rangements; By our resolution of 7 June 1791 is noted the neces- sity, in the decision, both for the making of 12 chairs and 5 sorting tables for the packing hall, and a 743 concerning the powder account § 255: a chest for storing sample linens, as well as the arrangement regarding the sorting and packing of the piece goods, divided at the said tables, according to former usage among those who compose this assembly and the First qualified officials. We take the liberty to request Your Right Hon- ourables' esteemed approbation hereon. Submitted at the session of 24 August last, and incorporated by resolution of that date, being the Paleacatte powder account from primo Sep- tember 1790 to ultimo August 1791, in the quan- tity of 2618¾: lb, the same was passed and delivered in copy to the com- missioned examiners of the points of retrenchment, to state how much should annually be allotted for it here. We request in the meantime that this, upon which as extraordinary appear the disbursements to the accompanying list of passengers § 256: the auxiliary detachment, during the troubles over Tipu's robbers, and some nec- essary salutes of honour, which do not occur precisely every year, may be favour- ably passed by Your Right Honour- ables, as was done by us with the powder account of the ship De Zeebouwer, added hereto in original, and containing nothing excessive. With the said ship De Zee- bouwer several passengers departing for Batavia, according to the list enclosed herewith, there was submitted at our meeting of the 10th of this month a petition from the captain of the said vessel, tending to be provided, both for their benefit, and for 12 sea- farers, for whom he at Batavia had received rations no further than up to here, with the necessary provisions etc. for the period of three months, including also

Dutch transcription

709 16 omdis wolgen „ 250 uijt geschooten no„ 4251 ngaan met het schip ofer en arom m Een swaer touw en ander 52: lequame goederen Wij verzoeken op dezelve u Hoog Edelheeden geeerde dispositie, en zoo na mogelijke voeldoening Met hst betrekking tot dit chapi„ ter hebben wij nog de eere te berichten dat de Iongst uijtgeschotene, bijna tot stof, verknagde Nooten ter quantiteijt van 383:¼: Netto lb per het schip De Zeebouwer naar Batavia worden verzonden, nadien 'er geen apparentie is om de prijs van goede Nooten 'er voor te maaken. — Ook is in het schip De Zeebouwer afgescheept een vaderlandsche Zwaer touw van 14: duim, dat na de Cir„ culoure ordre in dato 31:' 8ber 1788: al„ hier niet langer dan drie Iaaren mag worden aangehouden, en als ^ van de Equifagimeester ontvangen 1788: op verzoek ^ word ver„ Ponden in diervoegen als bij het daar van, door hem ingediende berigt de dato 14: September word opgegieven neevens 9 aanbod van bericht nop:s § 253: de slegtheijd van 't bengaals zeijtdoek voor presennings nevens eenige andere onbequaeme go deren uijt zijn administracie, ge„ lijk ook twee andere Copia berigte aan ijzer de verzending van on„ bequaame goederen uijt de wapen„ kamer en artillerij, onder anderen 100 stuks behoorlijk geschoofde kruijt vaetjes Bij een ter sessie van 15:e deezer door voorm Equiepagiemeester ingediend, dee„ ze meede accompagneerende Copia be„ richt ons vertoont zijnde de zeer ge„ meene qualiteit van het Jongst ont„ vangen grof Zuldoek Bengaalsch, en hoe het zelve, uijt dien hoofde niet was te emploijeeren tot dat geen, waar toe men het grof zeildoek alhier het meest benodigde, name„ lijk het maaken van prezennin„ gen als te ijl, en niet water digt zijn„ de of dusdanig konnende gemaakt 71 worden, door applicatie van de tot zul„ ke dikkleeden gebruijkt wordende in„ gredienten „ 744 „gredienten, daar het nogtans ten hoogsten zoodanig word gerequireert, inzonderheijt ter overdekking van de pakken, die in zulke opene misarabe„ le vaartuijgen, als alhier de slengen zijn, moeten naar boort gebragt wor„ den, hoedanig een model van een bling= hij Equipagiemeester in het kleen had in gereedheijd gebragt, af„ geladen met pakken, en overdekt met een lap van dat grove doek, waar van wij spreeken, met eer„ biedig verzoekt, om dat model vaer„ tuijg, ter overtuijging van u Hoog Edelheeden wegens de waarheijt van het geposeerde, zoo aangaande de Bi noodzaakelijkheijd der overdekking ƒ van de pakken, als de slegte qualiteijt van het ontvangene Zuildoek, poer het schip De Zeebouwer, mogte naar Batavia gezonden worden, gelijk wij dat laaten gevolg nee„ men. 90 gte en op aangemaakte soo § 254: tier tafel ensz word approba„ die versogt neemen, zijnde het zelve gepakt in een kasje, geemballeert, en beschree„ ven Model van een korman„ delsche sling &c, behoorlijk in geschee Ootmoedig verzoekende dat door eene goedgunstige dispositie van u Hoog Edelheeden hier in, ofte de afzending van het gevraegde Zeildoek, zodani„ ge voorzieninge mag gedaen worden die alle, anders te duchtene schade„ lijke gevolgen, konnen doen ophouden, en ons bevrijden van de noodzake„ lijkheijt, om u Hoog Edelheeden ook niet dergelijke vertooningen en instan„ cien te vermoeijelijken Huisselijke Be¬ stellingen; Resolutie van den 7: Iu„ Bij onze ƒ nij 1791: staat aangeteekent de nood„ saakelijkheijt, in het besluijt zoo tot ƒ H het aanmaeken van 12: stoelen en 5: forteer tafels voor de pakzaal, on een m van d 743 dom vand' kruit reekening q 255: een kas tot het bergen van monstent Lijwaaten, als de schikking aangaande ƒ ƒ het sorteeren en afpakken der Sijnwoe„ ten, aan gemelde Tafels verdeelt, als na voorige usantie onder den geen die deeze vergadering, en de Eerste gequa„ lificeerden komen uijttemaaken. Wij nee„ men de vrijheijd hier op u Hoog Edel„ heeden geeerde approbatie te verzoeken Per sessie van den 24: aug:s J:o leeden ingedient, en bij resolutie van dien da„ tum ingelijft zijnde de Palleakatta sche kruijtreekening van primo sep„ tember 1790 tot ult:o aug:s 1791: ter quan„ titeijt van 2618¾: lb: is dezelve gepasseert en in Copia geintrageert aan de gecom„ mitteerde onderzoekers der pointen van menage, om optegeeven waar mee„ de het alhier Iaerlijks behoort te worden gestelt. ; Wij verzoeken inmiddels dat deeze, waar op als Extraordinair voorkomt de verstrekkingen aan ƒ het: kt in en Beng verseld Lijst van de passagiers § 256: het Hulp detachement, bij de troebles over Tipoes Roovers, en eenige nood„ Iaelijke Eereschooten, die alle Iaaren Juijst niet voorvallen, door uHoog Edel„ heeden goedgunstig mag worden gepas„ seerd, hoedanig door ons geschied is met de kruijt reekening van het schip De Teebouwer in originale hier bij gevoegt, en niets Excessiefs behelzende Met het gemelde schip De Fee„ bouwer verscheijde passagiers, uijtwij„ fens hier nevens leggende lijst, naar Batavia vertrekkende, is ter onzer vergadering van den 10:e deezer inge„ diend een Request van den Capitein van gemelde bodem, tendeerende om zoo ten behoeve van dezelve, als voor 12: Gel„ vaerende, waar voor hij te Batavia, niet verder als tot hier toe, randsoe„ nen had ontvangen, te worden voorsien gel 17 van de nodige provisie ensz voor den van Ha tijd van drie maanden, daar onder E ook

NL-HaNA_1.04.02_9706_0755 view scan ↗

English

745 what money has been provided to van Halm and van Someren, also eight Malay and other seafarers belonging in Batavia, who, pursuant to our resolution of the 15th of August and 22nd of September, have been permitted to travel along, provided that during the voyage they perform ship's duties for their keep, and arriving here or there, obtain their freedom; thus we have resolved to have provided to the common men, among whom are also 11 soldiers from our garrison, successively taken into service as deserters, that which the regulation dictates regarding rations, as well as rice for 189 days to the natives who caulked the ship, as was also customarily done last year for the workmen of the ship Horssen, furthermore also the necessary firewood, all of which may be seen in greater detail in the ship's expense account. To the suspended Head Administrator van Halm, and former second of Jaggernaikpoeram, instead of rations, having caused the first to be issued 100, and the other 50 pagodas from the treasury, 34½ pagodas were also issued to van Bijland, to be placed on his salary account on grounds of condemnation to all costs and expenses of justice, calculated for three months, and at the rate of 1½ Rupees per day allotted to him for maintenance during his detention, item another 100 pagodas, additionally upon his request made to that effect to the fiscal, to be refunded at the earliest upon the full or partial sale of his goods attached on behalf of the Company. All of this appearing more fully from an extract of our resolution of the 10th of October aforesaid, we take the liberty, for the rest, to refer thereto. Among the aforesaid passengers is, among others, a certain Louis Goutier, sergeant in the Company's service, who in 1789 fell into enemy hands and was severely wounded by hostile peoples with whom the Company was at war, and against whom he had been commanded to cruise with some eastern crewmen, having been overpowered by the enemy, made a slave, and finally escaped to the Spanish factory Samboeaem, where with the help of a certain French gentleman he reached Madras, and thus arrived here from there, as can be seen in more detail in a statement concerning this mishap of his, rendered under offer of oath and inserted into the resolution of the 9th of August; after resumption of which we have permitted him to depart for Batavia per the aforementioned ship De Zeebouwer, in order to be able to reach his wife and children in Ternate again, for which we recommend him with all respect to Your Right Noblenesses' favorable disposition in that regard, as well as the time of the commencement of his salary, which we judged we ought not to take upon ourselves; we have merely caused a sergeant's monthly board money to be issued to him during his presence here, as a means of subsistence as close as possible. Another deserter from Malacca, named Jan Hendriksz, who returned to us, also travels over with the Zeebouwer at the disposal of Your Right Noblenesses, not knowing how we ought to understand the circumstances of his disappearance from Malacca, as stated by him and recorded in the resolution of the 15th of August, as it requires confirmation that he was supposedly permitted there to depart with an American ship instead of another person whom he had procured in his place from on board there; we very humbly request all possible mercy for him, in case we might have mistaken ourselves with regard to his freedom. As passengers who must maintain themselves free of cost and have paid for their passage, the former Assistant Pieter Willem van Someren van Vrijenisse and one Hendrik Scholtze with his wife travel over on De Zeebouwer. From Sadraspatnam stands the marginal reply of the Chief Simons to paragraph 54 of the rescript sent to him in extract, inserted with his letter of the 30th of September past, now recently received. From Portonovo, no reply to the extracts sent has yet been received with the letter of this period; in the meantime, by virtue of Your Right Noblenesses' very favorable authorization, we have written off the loss suffered there during the invasion of the robbers of Tipu Sultan in the past year, amounting to pagodas 3822: 10: 4 or ƒ17200: 17: 8. The Resident Topander, sent to his appointed post in January, has taken back the goods brought here, except for various uneven packages and pieces of linens, whereof at the meeting of the 15th of this month, in fulfillment of the commission for the inventory under the ultimate of August, report was made by the delegates and shown.

Dutch transcription

745 wat gelde verstrekt is aan 257: van Halm en van Someren ook Agt te Batavia thuijs hoorende Maleidsche, en andere Zeevaarende, die„ uijtwijzens ons besluijt van den 15. Augus„ tus en 22: sept: toegestaan zijn om meede overte vaaren, mits geduurende de reis voor de kost, scheeps dienst doende, en dar„ of ginter arriveerende, haar vrijheijd er„ langende, zoo hebben wij beslooten om aan de gemeenen, onder dewelke ook zijn 11. soldaaten uijt ons garnisoen, als over„ lopers successive in dienst genoomen, te laaten verstrekken het geen het regee„ ment op de randsoenen dicteerd, als meede voor 189 dagen Rijst aan de Inlanders die het schip gekalfaat hebben, als ge„ bruijkelijk in voorleeden Iaar ook ge„ schiet zijnde aan het werk volk van het schip Horssen, voorts nog het be„ nodigde brandhout, alles breeder bij de scheeps onkostreekening te zien. Aan den gesuspendeerden Hoofd-ad„ ministrateur van Halm, en gewee„ sen secunde van Iaggernaijkpoeram in: bles overkomst herwaerds van een serg:t die als passagien § 258: overvaat in steede van randsoenen, de eerste 100:, en den anderen 50: pago den uijt cassa hebbende laaten afgeeven, zijn aan van Bijland, om op zijn sol„ dij reekening te worden gestelt uijt hoofde van Condemnatie in alle kos„ ten en misen van Iustitie, ook 34½: pagoden afgegeeven gereekent voor drie maanden, en na rato van 1½: Ropij daegs hem, geduurende zijne gijse„ ling, tot onderhout toegevoegt, item nog 100. pagooden, daar en booven op zijn daarom gedaan verzoek aan den fiscaal om na geheele of gedeeltelijke verkoop van zijne voor de Compag„ nie gearresteerde goederen, ten eers„ ten te worden gerestitueert. Dit alles breeder blijkende bij een Extral uijton„ ze Resolutie van 10 october voormeld, neemen we de vrijheijd ons, overigens; daar aan te refereeren. Onder de voorsz passagiers is onder andere ziekere Louis Goutier ser„ geant geant in sComp.s dienst in 1789 vervallen en 3 waar gewond geraakt bij vijande„ lijke volken waar meede de Comp:e in oorlog was, en waar op hij met eenige oostersche manschap gecomman„ deert was te kruijssen, zijnde door den vijand overrompelt, tot slaaf gemaakt en eijndelijk het ontvlucht naar het spaansch kantoor Samboeaem, alwaer hij door behulp van zeeker trans„ che Heer naar Madras, en zoo van daar herwaards geraakt was, gelijk dat omstandiger is te zien bij een wegens dit zijn ongeval, onder pre„ sentacie van Eede verleende en bij re„ solutie van den 9:e aug:s geinsereerde ver„ klaaring, na resumptie van dewelke wij hem hebben toegestaan per het meer„ melde schip De Zeebouwer naar Batavia te vertrekken, om weder naer Ternaten bij zijn vrouw en kinderen te konnen geraaken, waar toe we hem: ste ns; Malacca. hem met alle eerbied recommandeeren in u Hoog Edelheeden gunstige dis„ positie derwegen zoo wel, als de tijd der Coursneeming van zijne gasie, die wij geoordeelt hebben niet op ons te moeten neemen, enkel hebben we hem, tot een zoo na mogelijk middel van bestaen, geduurende zijn aanweezen alhier, smaands sergeants kostgeld laaten afgeeven. vaert over een drosser van § 259 Een andere tot ons te rug ge„ komen Drossen van Malacca in naame Ian Hendriksz: vaert ter dispositie van u Hoog Edel„ heeden meede met de Zeebouwer over, niet weetende hoe wij de door tsabrasop hem opgegeevene, en ter resolutie van den 15 Augustus aangetekende om„ standigheeden van zijn weg raaken van Malakka moeten begrijpen, wijl het Confirmatie verEijscht dat hem aldaar zou toegestaen var §4: ninuel zijn wie sin 19 ben. sadrasop perhoofd heeft 261: par 54: der rescriptie in mar„ ginael beantwoord—. zijn met een Americaansch schip te vertrekken in steede van een an„ der die hij, daar van boord, in zijn plaats bezorgd hadde wij verzoeken zeer ootmoedig voor hem alle mo„ gelijke gracie in dien we ons ten zij„ nen opzigten omtrent zijn vrijheijt mogten geabuseert hebben. we hun paossagie betuelde 260 Als passagiers, die Zich zelve kost„ vrij moeten houden, en voor haare passage betaald hebben, vaeren met De Zeebouwer over de geweeze As„ sistent Pieter willem van Some„ ren van vrijenisse, en eene Hen„ drik Scholtze met zijn huijsvrouw Van Sadraspatnam staat het marginaal antwoord van het ap„ perhoofd Simons op de hem in Extract toegezondene par 54: der rescriptie, geinsereert bij zijn schrij„ ven van den 30 September pass:o nu Iongst ontvangen van ren dis„ lik or om¬ de Extracten nog niet engekoomen welke one gule pakken van § 263. Portonovo bij appart factuur. overgaan en dnt sinde aanteren 262: Van Portonovo is er nog geen antwoord op de gezondene Extracten bij het schrijven van deeze perido ingekomen; Inmiddels hebben wij, uijtkragte van u Hoog Edel„ heeden zeer goedgunstige qualifi„ catie het aldaar, bij de invasie der Roovers van Tipoe Sultan, in an„ no passato geleeden verlies ten be„ draegen van pag: 3822: 10: 4: ofte ƒ17200: 17: 8:—. laaten afschrijven De Resident Iopander in Ianuarij naar zijn bescheijden post gezonden, heeft de herwaards gebrachte goederen weder meede genomen, uijtgenomen onderscheij¬ ƒ dene onegale pakken, en stukken van Lijnwaaten, waar van ter ver„ gadering van den 15: deezer involdoe,da ning der Commissie van den opneem onder ultimo Augustus door de ge„ committeerden rapport gedaen en Hn i getoond:

NL-HaNA_1.04.02_9706_0761 view scan ↗

English

721 old, the land expenses of § 264: Jag: on the chief of Bimilipatnam the approval requested - there having been shown an on-hand remainder of 537 diverse pieces making up 8 packs, namely 4 packs Guinees mixed brown blue 1 ditto Salempouris 1 Moeris brown blue 1 Guinees mixed bleached with 10 pieces Baeftas and 3 pieces Salempouris. We have judged, to prevent other inconveniences, through spoilage as otherwise, decided those packs, for the pleasant disposal of Your High Noblenesses outside the demand to Batavia to send, and to charge on the separate invoice, just as now per the ship De Zeebouwer follows. On the 13th of April we have passed a memorandum of expenses which the Jaggernaikpuram chiefs, on account of contrary wind at Bimilipatnam disembarked and from there having traveled overland further, were obliged, on that occasion to defray amounting to pagodas 85: 20: 3/4, f 306:1 which we humbly request that may be approved by Your High Noblenesses. Also on that very same § 265: That same favor we implore for a pond dug at Jaggernaikpuram, as appears from the noted at the aforementioned resolution of 13 April out of high necessity, especially for the washing and bleaching of linens, for which it there, wholly lacked water, coming according to the kept memorandum to cost pagodas 188: 4 1/2 or f 711: 5: 8, infinitely less than had been calculated for it. § 266: Judicial Matters; For a respectful reply to the elucidation requested by Your High Noblenesses paragraph 69 of the rescript concerning what the firmans allow regarding the exercising of criminal jurisdiction over the natives of the land, we have the honor to report that in the translation of a firman granted by the Emperor Aurangzeb on the 8th of November 1689 with respect to Paleacatte, the following is mentioned: The fort Paleacatte has from ancient times always belonged solely to the Company, without any other Europeans having authority, part, or share therein. The small disputes have been settled there by the King's ministers and the servants of the Company, but those of great weight sent over to Abdullah and Hossein. Whereupon the Emperor's order is: That in the same manner upon the occurrence of large and grave matters report thereof shall be given from the House of War or Hyderabad to the Emperor's viceroy residing there. According to which, all administration of justice in capital or very grave crimes can have no execution without giving report thereof to the Nizam, or the one who represents him in Carnatica, as is presently still his Excellency the Nawab Wallajah alias Muhammad Ali Khan Bahadur. § 267: And since thereby nothing is determined concerning any nationality, but the command only refers to small disputes, among which one may count civil and civic legal matters, or of great weight, such as capital crimes, so the interpreter, heard on this, declared that the notification extends to all persons belonging under the Company's jurisdiction, which here at Paleacatte, outside the small fort Geldria, has little or nothing to mean. Last year, he says, request was made to the aforementioned Nawab for the putting to death of the delinquents then sent over, and such was not so much refused, but requested that it might be remitted, because that old ruler, during his administration, had until now condemned no one to death, and also did not gladly wish to do so in those few days that remained for him to live. Thus there is indeed no prohibition against the exercising of criminal punishment, but a kind of inconvenience that can always be an obstacle to the execution of death sentences, whether of Europeans or natives, subjects or foreigners. When the Company had Nagapatnam in possession, all corporal crimes were judged on land, without distinction of persons; only, says the interpreter, one gave notification to the Prince of Tanjore whenever someone was to be put to death, and one omitted it if the Prince requested the contrary, as had indeed happened, in which cases the criminals were sent with the documents charging them to Batavia. § 268: Besides now that here at Paleacatte it is not so arranged as it was at Nagapatnam, there is added the difficulty already proposed last year, how, upon obtaining license to carry out criminal or capital punishment on land, or that it, as in Bengal, were to happen on board the Company's ships, one would get that executed, since here on land, no such people are to be found who would want to take the execution upon themselves, and one nowhere finds designated who on board a ship ought to be employed thereto; thus one is and remains in the former inconvenience and uncertainty as to how one must proceed in the one or the other case. It is also therefore that the Council of Justice of this Government, sitting on a criminal demand brought for death by the Fiscal Officer against a sailor of the ship De Zeebouwer named Jan Oetij, the Lord's prisoner, on account of the murderous wounding of the master carpenter of that vessel, instead of definitively sentencing him, by interlocutory decree has judged that the prisoner with our permission, along with the documents of the trial, shall be sent properly detained per the aforementioned ship De Zeebouwer.

Dutch transcription

721 oldoe, de land ongelden van § 264: „ Iagg: op perh: van Bimilip: d' approbatie versogt - „getoond zijnde een aen hainden zijnde restant van 537 diverse stukken uitmae„ kende 0t Pakken, als 4: Pakken Guinies gem: bruijn blauw 1: d„o Salempoeris 1: „ Moeris Bruijn blaauw 1. „ Guin:s gem: gebleekt met 10 stukken Baeftas en 3 p:s salempoeris. hib„ ben wij geoordeelt, ter voorkoming van andere ongelegenheeden, door bederf als andersints, beslooten die pakken, ter believende dispocietie van uHoog Edelheeden buijten den Eijsch naar Batavia te zenden, en bij de aparte „ factuur aante reekenen, zoo als thans per het schip De Zeebouwer ge„ volgt neemt. Op den 13e: april hebben we ge„ passeert een memorie van ongelden die de Iaggernaijkpoeramsche op„ perhoofden, mits Contrarie wind te Bimilipatnam uijtgestapt en van daar geen d ten n rds neem en ond: van een tank te Iagg: Elucidatie nop„s de Coimineele Iurisdictie hier over slandsin„ boorlingen daar overland voort gereist zijnde, en pligt geweest zijn, bij die gelegenheij te bekostigen groot pag: 85: 20: ¾. ƒ 306:1 het welk wij ootmoedig versoeken dat door U Hoog Edelheeden me worden geapprobeert —. itimopdie voortdselven §265: Det zelve faveur imploreeren wij op eene te Iaggernaijkpoeran blijkens het genoteerde bij opgemel„ de resolutie van 13 april uijt hoog noodzaakelijkheijt, gedolven vijver inzonderheijd tot het wasschen en de ken van Lijnwaaten, waar toe het al daar, ten eenemaal aan water ma gueerde, komende volgens gehonden Memorie te kosten pagooden 188: 4½ o ƒ 711: 5: 8: oneindig minder als daar voor was gecalcuteert. geworden. § 266: Justicieele Zaeken; Tot eerbiedig antwoord op de door u Hoog Edelheeden par: 69 van de rescriptie gevraagde Eluca datie de wed Pon. 000 723 „datie van het geen de firmans toeslaante„ wegens het oeffenen van Criminee„ le Iurisdictie over een boorlingen van het Land, hebben wij de eere te berichten dat bij de vertaaling van een firman verleent door den keizer Aureng Zeel op den 8:e No„ vember 1489 met opzigt tot Pallea„ katta, het volgende vermelt staat. Het fort Palleakatta is vanou„ de tijden altoos, alleen aan de Com„ pagnie eijgen geweest, zonder dat eenige andere Europianen daar in„ ne gezag, part, of deel zijn heb„ bende. De kleene verschillen zijn aldaar door 's konings Ministers, en de bediende van de Compagnie„ afgedaan, dog die van groot gewigt aan Abd= ulla en Hossein overgezonden. Waar op 's keijsers ordre is: Dat op die zelve wijze bij voor„ vul. 1 val van groote en zwaare Zaaken daar van het Huijs des oorlogs ofte Haider Abaed bericht zal worden gegeeven aan 's keizers steede voogt, aldaar resideerende Volgens het welke, alle Regts oofbe„ ning in dood straffelijke, ofte zeer zwaare misdaaden geen gevolg kon„ nen hebben zonder daar van be„ richt te geeven aan den nizam, of„ te die hem representeerd in Carno„ tica, gelijk tegenwoordig nog zijn Excellentie den Nawab Walah Zah /: alias :/ Mahommed Ali„ chan Bhadur § 267: En nadien daar bij van geen Landaart iets word bepaalt maer het bevel enkel ziet op kleene, verschillen, waar onder men Civi„ le en burgelijke regts zaaken mag reekenen, ofte van groot gewicht, gelijk doodstraffelijke misdaaden 300 728 zoo heeft de Tolk, hier op gehoort verklaerte dat de kennis geeving zig uijtstrekt tot alle persoonen behoorende onder Comp:s Iurisdictie, dat alhier te Pallec„ katta, buijten het fortje Geldria, weij„ nig ofte niets heeft te beduijden- Voor„ leeden Iaar zegt hij, was 'er tot het ter dood brengen van de toen overgezondene delinquanten verzoek aan voorm: Nawab: gedaan, en zulks voor zoo verre niet ge„ weigert, maar verzogt dat het mogt no„ gelaaten worden, om dat dien ouden Re„ gent, geduurende zijn bestier, tot nog toe„ niemant ter dood hadde verweezen, en het ook niet gaarne wilde doen, in die weij„ nige dagen welke Hem nog overig waare te leeven. Dus is 'er, tot het oeffenen van Crimineele straf wel geen verbol„ maar een soort van inconvenient dat altoos kan hinderlijk zijn aan de Eejecu„ tie van dood vonnissen, het zij van Euro„ piers ofte Inlanders eijge of vreemden Toen de Compagnie Nagapatnam in het 99 de den het bezit had wierden alle Lijfstraffe„ lijke misdaaden aan land berecht, zon„ der onderscheijd van volk; alleen, men gaf, zigt de Tolk, den vorst van Tans„ jour kennis, wanneer 'er iemand man ter dood gebragt worden, en men liet het na, zoo de vorst het Contrarie verzogte, gelijk wel eens was gebeurt, wanneer de misdadigers met de stuk Een gede ongevo lari ken ten haaren lasten naar Batavia an wa gezonden wierden. 1268: Behalven, nu dat het hier te Pal„ leakatta zoo niet is geschikt als het was te Nagapatnam, komt en nog bij, de voorleeden Iaar reets voorgestelde zwaarigheijd, hoe men, licentie verkrijgende om Crimineele of doodstraf aan Land te mogen doen, of dat het, gelijk in Bengale zullen„ de geschieden aan boord van scomp:s scheepen, dat zoude ter uijtvoer gebracht krijgen, nadien er hier aan land, geene zodanige Lieden te vinden zijn, die de Executie 27 kEen gedetemeerde matroos ongevonnist vaart met 269 de origineele stikken over een waarom. Executie op zig zouder willen neemen, en men nergens vind aangeweezen, wie aan boort van een schip daar toe zou moeten worden geemploijeert zoo is en blijft men in de voorige ongelegen„ heijt, en onzeekerheijt hoedanig in het een of ander geval, moet worden te werk gegaan. Det is ook daarom dat de Raed van Iustitie deezes Gouvernements, zittende over eene door het offici fis„ caal ter dood uijtgebrachten Crimi„ neelen Eijsch tegen een mattroos van het schip De Zeebouwer genaemt Ian Oetij 's Heeren gevangene we„ gens het moorddaedig quetsen van den oppertimmerman van dien bo„ dem, in steede van den diffenetive te vonnissen bij interlocutoire uijtspraak, heeft geoordeelt, dat de gevange met ons verlof, nevens de stukken van den pro„ cesse, per het gemelde schip De Zeebou„ rd wer behoorlijk gedetineert, zal worden gezonden We o 1

NL-HaNA_1.04.02_9706_0768 view scan ↗

English

Tender of three bundles of original criminal case documents; against whom and why they are transferred. Paragraph 270: Sent to Batavia, in order to be surrendered with the pleasure of Your High Nobilities wherever Your High Nobilities should be pleased to order, just as that, for reasons aforesaid, takes effect according to the resolution of the 10th of this month, the prisoner sailing over with the trial documents in original, bound in irons, by the mentioned vessel. There also accompany herewith in original three bundles of case documents in criminal matters, namely: One from the office of the fiscal, qualified thereto by political council resolution of 29 April of this year, against Paul Engelbert van Halm over and on the matter of acts of treachery which, following denunciation by van Bijland, are alleged to have been committed at Iaggernaijkpoeram during the grievous disaster of the flood in May 1787. One from the said fiscal, as specially qualified according to a separate council resolution of 20 July last, against the said Paul Engelbert van Halm, suspended merchant and Chief Administrator, and formerly chief at Iaggernaijkpoeram, alongside Hieronimus Iacobus van Someren van Vrijnes, suspended junior merchant and former second at the said factory. Both on account of faithless handling of affairs in the latter days of their administration at the said factory, especially with respect to 52 bars of unrefined silver embezzled from the Company, etc. One from the aforesaid fiscal, specially qualified first by separate political council resolution of 29 April to observe and maintain the rights and interests of the High Authority regarding certain enormous offences, requiring investigation and decision of law; thereafter, on grounds of refusal by the informer and his insults directed at the first-signed following thereupon, by resolution of 13 May, to challenge and sue the same on that account, and to proceed against him as a slanderer and disturber of the common peace; against Willem Hendrik van Bijland, former merchant and former chief of Iaggernaijkpoeram, defendant in a case of slander, disrespect, and insolence toward his commander, and injury of the lawful local authority, opposing its orders and especially the aforesaid council resolution dated 29 April 1791. What those trials entail. Paragraph 271: The first case, or the proceedings over and on the matter of that which is alleged to have occurred at or after the flood in 1787, is determined insofar as the Court of Justice has conformed with the declaration of the fiscal, namely that, due to the weakness of the evidence, no action could be instituted against the defendant, but that the documents should be sent in original to Batavia for the further esteemed disposal of Your High Nobilities. Paragraph 272: The second affair, which was dealt with in great detail in our aforesaid separate resolution of 20 July, was, upon the declaration submitted by the fiscal, likewise referred by the Court to Batavia for Your High Nobilities' further esteemed disposal, such that the original documents which constitute the trial, just like those of the first, are respectfully attached hereto pursuant to our decree of the 15th of this month. What the sentence against van Bijland entails. Paragraph 273: The last case, or the action against van Bijland, after proper repeated summons and refused appearance by the defendant, was concluded in contumacy, both by granting against him the ordinary judicial defaults, forfeiture of all exceptions, defenses, and pleas which he might and could have made, as well as the declaration of the Court by definitive sentence dated 6 July 1791 with respect to the defendant being properly and lawfully arrested, as well as being guilty of the crimes for which he was summoned in law, and on account of which he is, as a slanderer, defamer, and disturber of the peace, deported from office and capacity, and declared incapable of being able to serve the Honorable Company in any capacity whatsoever, with further sentence to be sent thus under arrest to Batavia at the disposal of Your High Nobilities, and with the pleasure of Your High Nobilities to be sent to the Netherlands as a most dangerous and pernicious subject, having earned no salary since the day of his imprisonment, which was 4 June of this year; furthermore, that his scandalous, defamatory writings sent to the Court should be torn up and burned by officers of Justice in the sight and presence of him, the prisoner, as has also taken effect; finally, with condemnation in the costs of the trial, those of the imprisonment included therein. How proceedings were instituted against De Ravallet and why. Paragraph 274: Since the former Second of Iaggernaijkpoeram, George Francois Jacques De Ravallet, having escaped by stealth and deception from Iaggernaijkpoeram, paragraph 130, as evidenced by a note to the general resolution of 20 May of this year, would not grant any hearing to the notifications made to him in the name of the first-signed to come hither in fulfillment of his promise made in that regard, but on the contrary chose the side of requesting protection from the French, as this is evident from the separate resolution of 30 May, and by a further one of 16 June 1791 that our reclamation by virtue of the Cartel of 4 March 1765 was fruitless; so we have, according to the general resolution of the last-mentioned date, ordered the fiscal to proceed against the said De Ravallet, as must happen, according to the resolution in the Council of India dated 20 August 1753, with all who absent themselves from the Company, whereby De Ravallet has worsened rather than bettered his affairs.

Dutch transcription

aanbod van drie bondels § 270:— met origineele Comineele pro„ ces stukken, teegen wie en waar om ze overgaan gezonden naar Batavia, ten eijnde met believen van u Hoog Edelheeden te worden overgegeeven daar het Hoog Dezelve zoude behagen te ordonneeren, gelijk dat dan ook, om reeden voorsz, volgens besluijt van den 10: dezer gevolg neemt, vaarende de gevange met het poces in origineele, geboeijt, per gem: bodem over Nog gaan in originale hier ne„ vens, drie bondels proces stukken, in cas Crimineel als Een van het officie fiscaal daar toe ge„ qualificeert bij politiek raads besluijt van den 29:e April deezes Iaars Con„ tra Paul Engelbert van Halmover en ter Zaake van trouloosheeden die na aangeeving door van Bijland te Iag„ gernaijkpoeram gepleegt zouden zijn bij het droevig ongeval van de water, vloed in Meij 1787:— Een van gemelde fiscaal, als volgens apart 729 apart raads besluijt van den 20 Iu„ lij J„o lieden speciaal gequalificeert, Contra gem: Paul Engelbert van Halm gesuspendeert koopman en Hoofdal„ ministrateur, en voor heen opperhoofd te Iaggernaijkpoeram, nevens Hel„ ronimus Iacobus van Someren van vrenes gesuspendeert onderkoop„ man en geweezen secunde ten gem: kantoore. Beiden wegens trouloo„ Te behandeling van Zaaken, in de laaste tijd van hun bestier ter gemel„ de factorije, speciaal in opzigt van 52: de Compagnie ontvreemde sta„ ven Baer Zilver ens3: Een van voorsz: fiscaal, speciaal gequa„ lificeert eerst bij apart politiek Raadsbesluijt van den 29 April tot het waarneemen en handhaven der Rechten en belangen vande Hooge overigheijt ter zaake van zeekere in orme delicten, onderzoek in decisie van: en in hoe verre gevorderd van Rechten vereijsschende daar na¬ ofte uijt hoofde van weigering door den Aangeever, en zijne daar op gevolgt beliedigingen van den Eerst getekende bij besluijt van den 13 Mei, om den, zelven, derweegen te Calangeeren, en actioneeren, en als een Caluminia„ teur en verstoorder der gemeene vust„ tegen hem te procedeeren Contra willem Hendrik van Bijland p:s koopman en geweezen opperhoofd van Iaggernaijkpoeram, gedaagde in cas van Calumnué, dis respect, en bru taliteijt tegen zijn gebieder, en injurie van de wettige plaatzelijke overigheijt, zig opposeerende tegen haare ordres en inzonderheijdt het voorsz Raadsbe„ sluijt de dato 29:e April 1791: wat die processen behelen § 271: Het eerste geval, ofte de procedure over en ter zaake van het geen gebeurt zoude zijn bij of na de Watervloet in teegen 1787:, is in zoo verre gedetermineert, eat dat: behe ƒ 34 wat de Condemnatie 4273: teegen van Bijland sehelst. dat de Raad van Iusticie Zig heeft ge„ conformeert met het declaratoir van den fiscaal, van namelijk, wegens de Zwakheijd der bewijzen, tegen den gedaegden geen actie te konnen institu„ eeren, dog dat de stukken, in originale ter verdere geeerde dispositie van u Hooge Edelheeden, naar Batavia zouden wor„ den gezonden. § 272: De tweede affaire, waar over zeer om„ standig bij voorsz onse aparte resolutie van 20 Iulij is gehandelt geworden is op het door den fiscaal ingedient De„ claratoir, door de Raed, ter uwer Hoog Edelheeden nadere geeerde dispositie mee„ de naar Batavia gerenvoijeert, zulks de origineele stukken, welke het Pro„ ces uijtmaaken, even als die van het eerste, ingevolge ons arrest van 15 dee„ zer, dieze in eerbied bijgevoegd wor„ den. De laaste zaak, ofte de actie teegen van Bijland is na behoorlyk ver„ in in vermaalige dagvaarding en geweigen„ de Comparitie, van den gedaagde, bij contumacie, afgedaan, zoo met tegen, hem te verleenen de ordinaire gerechtelijke defaulten, verstek van alle Exceptien, weesen, en defensie welke zoude hebben konnen en mogen doen, als verklaaring des Raads bij dit„ fenitif vonnis de dato 6:e Iulij 1791: in opzigt van den gedaagde van wel en ten rechten gegijkelt, mits„ gaders, schuldig te zijn aan de misdae¬ den, waar over hij in Rechten was geroepen, en waar om hij, als een Lasteraar Eerroover, en rust verstoorden„ van ampt in qualiteit gedeporteert, en verklaart is inhabil te zijn om dE: Compagnie in eenige qualiteit hoe genaamt, te konnen dienen, met verdere Condemnatie om dusdanig in arrest, ter dispositie van u Hoog„ Edelheeden naar Batavia, en met believen van Hoog Dezelve als een allergevaer„ oodanig allet waarom 733 odanig tegen de Ra„ 274: allet werd geprocedeerd en waarom allergevaarlijkst en pernicieurs sub„ ject, naar Nederland gezonden te worden, geen gasie gewonnen heb„ bende zeedert den dag van zijn gij„ seling dat geweest is den 4:e Junij deezes Iaars, voorts dat zijne schan„ delijke Eerroorende, de Raad toegeson„ den geschriften door bedienden van de Iustitie ten aanzien, en bij zijn van hem gegijzelde, gescheurt, en ver„ brant zouden worden, gelijk ook gevolg heeft genomen Eijndelijk met condemnatie in de kosten van den pro„ resse die der gijzeling daar onder be„ greepen. Vermits de geweeze Secunde van Iaggernaijk poeram George Fran„ Cois Jacques De Ravallet, bij sub en obreptie van Iaggernaijk„ poeram ontsnapt par: 130:, uijt„ wijzens aanteekening bij gemeen besluijt van den 20: meij deezes Jaarsen ger„ Hoog t Iaars, geen gehoord heeft willen ver„ leenen, aan de aanzeggingen hem, uijt naam van de Eerstgeteekenden ge„ daan, om herwaards te komen, ter voldoening aan zijne derwegen gedae„ ne belofte, maar in tegendeel de par„ tij verkoozen om protesie te vraagen bij de franschen, gelijk dit Consteert ter aparte resolutie van 30 Meij, en bij een nadere van 16: Iunij 1791: dat onze reclame uijt kragte van het Cartel van 4: Maart 1765: vrugteloos geweest 3oo hebbe we volgens gemeen be„ sluijt van laast gem: datum den fis„ caal gelaast om tegen gem: De Raval„ tet te procedeeren, als, volgens het ge„ resolvierde in Raede van India de dato 20 Augustus 1753:, moet geschil„ den, met alle welke zig van de Com„ pagnie komen te absenteeren, waar door De Ravallet zijn zaaken eer verergert aan verbeetert heeft De noedani wenia teertte

NL-HaNA_1.04.02_9706_0775 view scan ↗

English

that proceedings are to be instituted against Tricwengalom in this manner. The first summons, set for 16 September, has already taken place, and as soon as the others have followed and judgment has been rendered by the Council, we shall have the honor of giving Your High Nobilities notice thereof at the earliest opportunity. We shall also observe this with regard to the sequel of the proceedings to be instituted by edict against Baetjoe Triwengelam as the thief of the aforementioned 52 bars of bar silver; as appears in more detail from the separate resolution of 20 July last, pursuant to which the Fiscal was ordered to perform his office and duty against him. For although he keeps himself retired from Iaggernaijkpoeram, he deserves, at least, to be banished from there and from all the Company's places belonging under our jurisdiction, or, upon apprehension, to be punished according to the findings of the case. His dangerous and villainous qualities ought therefore to be made public in such manner as by citation by edict, and thereby everyone in the future be deterred and prevented from ever granting him the honor of Chief Servant under a Chief, and from according him that privilege which was his lot under the aforementioned van Halm, who, by lending his ear too much to him and following his ambitious and pernicious notions, plunged himself into those misfortunes with which he now finds himself overwhelmed. To the Council of Justice here, as shown by a note to the resolution of 13 April, written instruction has been given as to how, when, and by whom a request for an attachment upon person or property may be granted, and in which cases the Chairman or President should or ought to recuse himself from judicial deliberations, and which he may, if necessary, continue to attend, even if, for one reason or another, he does not vote on the matter; and that the Council may be convened by no one other than the Chairman, unless, due to illness or other reasons, he has delegated and handed over the direction of affairs to the person next following him. Whereupon we respectfully take the liberty of requesting Your High Nobilities' esteemed reflection and decision. Although that instruction, according to our humble trust, sufficiently demonstrates what an attachment is and how proceedings must be conducted in that matter, we recently had to perceive, to no small astonishment, how little comprehension of matters shines through whenever something extraordinary occurs before the Court of Justice, namely concerning this very matter of attachment. On 20 July last, upon the representation of the Storekeeper De Raeff, as well for himself as for the members of the former Administration, showing that van Eijland had not yet complied with the security de restituendo demanded pursuant to the Coromandel resolution of 26 December 1788 for the interest of ½ per cent validated to him on a capital of ƒ64332:11:—, to be calculated from the time a certain certificate concerning his claim to this sum was granted to him until the day that payment was made on it, both in Ceylon and here, subject to further approval from Your High Nobilities, which had also not yet arrived; while he was now about to be sent to Batavia, whereby that matter might, without further provision, become without effect; and the request also having been made to that end, in order, if necessary, to preserve the Company and those who took the aforementioned decision from damage as far as possible: there was granted, for the benefit of the Company, an attachment, inventory, and sequestration of all goods and effects that were left behind at Iaggernaijkpoeram by van Eijland and placed under the custody of his proxies, with an order sent thither to inventory and seal the said goods in the presence of those proxies, and to send them hither by water or by land at the expense of the losing party, and the Office of the Fiscal was mandated to proceed, summarily and de plano, before the Council of Justice of this station for the decree of that attachment and to have the said goods declared executable if the defendant failed to give satisfaction or settlement regarding the aforementioned due security de restituendo, with costs; the resolution of 1788 remaining the responsibility of those who gave their consent thereto. Subsequently, on 9 September, the case was brought onto the roll before the Council. The defendant did not appear, but his protest was dictated and recorded. We learned that on the 22nd of the aforementioned month, when the said De Raeff presented an address to our assembly, grieving therein that the attachment had not been taken into consideration and that the widow Cantervisscher had been declared preferential by the Council, with a request as in the said address. We demanded from the Fiscal the order or disposition of the Council exhibited on that day, in order to judge according to that, and not according to the first-mentioned address. We then read not only two very ignorant and absurd instances in the form of an intervention by the member Luijken and the solicitor De Bruijn as proxies of the widow Canterwisscher, as they are inserted in the roll or minutes of that day, but, to our utmost surprise, we saw that the members who sat on the requested decree had, through the aforementioned erroneous instances, fallen into the very same error. For it reads as follows: "The Council, ruling on this, prefers the judgment rendered on 11 January of this year in favor of Mistress Susanna Carolina Simons, widow of the late the Honorable Tammerus

Dutch transcription

zoodanig teegen Tric„ 275 wengalom staat geproce„ teert te werden. De indaging voor de eerste maal te„ gen den 16 September is reets geschieden en zoo dra de overige gevolgt; en door den Raad zal gevonnist zijn, zullen de eere hebben u Hoog Edelheeden hier van, ten eersten kennisse te geeven. Wij zullen dit ook in agt neemen met het gevolg der aan te leggene pro„ cedure bij Edicte tegen Baetjoe Triwengelam als de Dief van voorsz 52: staaven Baer Zilver; gelijk ter aparte resolutie van 20 Iulij laastleeden, meer omstandiger komt te blijken, ingevolge van dewelke de fiscaal is gelast om tegen hem zijn ampt en plicht te betrachten; want schoon hij zig van Iaggernaijkpoeram geretiveert houd, hij verdient, ten minsten, van daar en van alle Comp:s plaatsen be„ hoorende onder ons gebiet, verbannen, ofte bij apprehensie, na bevinding van zae„ ken gestraft te worden. zijn gevaarlijke en. 135 Informatie nopens. § 276 arrest Ensz aan de Raad van Justitie gegeven en snoode qualiteijten behooren der„ halve, in diervoege als door Citatie bij Edicte, publick gemaakt, en daar door voor het toekomende ieder een afgeschrikt en belet te worden om hem nooijt het honneur van Hoofddienaar bij een opperhoofd, en dat voorrecht te ver„ gunnen als zijn deel geweest is bij voorm: van Halm, die door aan hem te veel het oor te leenen en zijne am„ bitieuse en pernecieuse Concepten op„ te volgen, zich zelve gedompelt heeft in die ongevallen waar meede hij zig thans geaccableerd vind. Aan de Raed van Iustitie al„ hier is, uijtwijzens aanteekening bij besluijt van den 13:e April, schrif¬ telijke onderrichting gegeeven, hoe„ danig, wanneer en door wie geaccor„ deert kan worden verzoek van ar„ rest op persoon of goederen, en in welke gevallen de voorzitter, ofte President Eijlands Justitie afferent aifferent met de Raed van 277: Justitie weeg:s arrest op van Eijlands goederen. President, Zig van Iustitieele de libe„ racien dient of behoort te Excuseeren, en welke hij des noods, mag blijven bij woonen, al ware het ook dat daar over, om een of andere reeden, niet meede voteert, en dat de Raed, door niemant, dan den voorzitter mag worden belegt ten ware omziekte, of andere reeden, hij de directie van zaaken aan de hem het naast volgende hadde opgedragen en overgegeeven. Waar op wij eerbie„ dig de vrijheijd gebruijken u Hoog Edel„ heeden geeerde reflexie en dispositie te verzoeken—. Hoewel nu die aanwijzing naons„ nedrig vertrouwen, genoegzaem aan„ toont wat, arrest is, en hoedanig, in die materie, moet worden geprocedeert, hebben we, tot geen kleene verwonde„ ring, nu Iongst moeten ontwaaren, hoe weijnig begrip van Zaaken er doorstraalt, wanneer 'er iets extra ordinairs voorkomt bij de Iusticie en: en wel over deeze zelve materie van arrest namelijk. 4278: Wij hadden den 20 Iulij J. o lee„ den op vertooning van den pakhuijs meester De Raegf zoo voor zig, als de Leeden van het voorig Ministeri„ um, hoe van Bijland, als nog niet hadde voldaan aan de, vol„ gens kormandels, besluijt van 26: de„ cember 1788: gevorderde Cautie de Re„ tituende voor de hem gevalideerde Rente van ½: p„r Cento op een kapitaal van ƒ64332:11:—. te bereekenen van den tijd, dat zeeker Certificaat no„ pens zijn pretensie van deeze som aan hem is verleent, tot den dag, dat daar op, zoo te Ceijlon, als alhier, bp taaling is geschiet, op nadere appro„ batie. van u Hoog Edelheeden welke almeede, voor als nog niet was inge„ komen terwijl hij nu stond te wor„ den verzonden naar Batavia, waer door die zaak zonder verdere nader voorziening voorziening zou konnen raeken buij„ ten Effect, en het levens daar toe ge„ daen versoek en om, des nootds de Compagnie en hem, die het voorsz besluijt hebben genoomen, na mo„ gelijkheijt te behoeden voor schaade, ten behoeve van de Compagnie verleent Arrest inventarisatie en Sequistracie van alle goederen en Effecten, welke door van Bijland te Iaggernaijk„ poeram agter gelaaten en gestelt zijn onder bewaaring van zijn gemagtig„ den, met aanschrijven derwaards, om„ ten overstaan van die gemagtigden, de gemelde goederen te inventarisee„ ven verzegelen, en op kosten van onge„ lijk, te water of te Land herwaerts te zenden mitsgaders het officie Cis„ caal in mandatis gegeeven om, summarie et de plano, vóor de Raed van Justicie deelzes kantoors te pro„ cedeeren tot decretacie van dat ar„ rest, en het doen executabel verklaa„ ven: van 739 een ven van gemelde goederen, indien de gedaegde wegens de voorsz verschul„ digde Cautie de Restituendo geen ge„ noegen ofte voldoening quam te gee„ ven met de kosten blijvende het be„ sluijt van 1788 ter verantwoording van den geen die daar toe hun volun hebben gegeeven. § 279 Vervolgens is den 9:e September de zaak bij de Raad opgebragt ter rolle. De gedaagde was niet ge„ compareert, dog zijn protestatie was gedicteerd en genoteerd. Wij verna„ men dat den 22: van boven gemelde maande nrammneer ep prmglde „De Raeff ter onzer vergadering presenteerde een addres, doleerende daar bij dat het arrest in geen aen„ merking gekomen en door de Raed de weduwe Cantervisscher prefe„ rabel was verklaert, met ver„ zoek als bij het gem: addres-. Wij eijschten, den fiscael af, het„ ten dien dage geExhibeerde appoin„ tement. 144. „tement ofte dispositif van de Raed, om daar na, en niet na het eerst gem: Addres te oordeelen. Wij laaten toen niet alleen twee zeer onkundi„ ge absurde Instancien bij forma van intervenientie door het Lid Luijken, en den solliciteur De Bruijn, als gemagtigden van de weduwe Can„ terwisscher zoo als ze bij de Rol of Notul van dien dag geinsereert staen maar dat ons ten uijttersten surpre„ neerende wij Zagen dat de Su„ den die over de verzogte decratacie hebben gezeelen, door de voorschreeve erroneuse instancien waaren verval„ len in dezelve dwaaling. want dus luijdze: „ De Raed hier over „ disponeerende, prefereert het „ vonnis, dat op den 11:e Ianuarij „dezes Iaars is gevelt, ten faveure „ van Mejuffrouw Susanna. „ Carolina Simons weduwe wij„ len den welEdelen Heer Tam„ merus de in„

NL-HaNA_1.04.02_9706_0782 view scan ↗

English

offer of the original attestations that served therein, and why paragraph 280 Cantervisscher, above all creditors of the said van Bijland, and consequently postpone the request of the Honorable Independent Fiscal Plaintiff until the aforementioned verdict shall be paid in full. We have shown ourselves particularly sensitive about the misunderstanding into which the Council was brought by the aforementioned ignorant interveners, and although that disposition per se is not powerless and of no value, nevertheless having left the same on the one hand in its essence, yet on the other hand because the Company could not thereby be prejudiced in its right regarding the lawfulness or unlawfulness of the arrest, which ought to have been decreed or lifted if one believed to be entitled thereto, without it being appropriate to make pronouncements about 2 in, and under which further representation. about the preference of Van Bijland's creditors, because that is a question and matter on its own, not belonging to this, or the decreet of the arrest, the Council was enjoined to gather all original acts that served that day, and, properly registered, deliver them to the secretariat to be sent to Batavia with a humble request to your High Excellencies, regarding the error committed, to be pleased to grant such remedy of Justice as according to the nature and state of affairs shall be found to be appropriate, maintaining the arrest provisionally at the risk of the Council, and with prohibition of execution of the aforementioned informal interlocutory order until your High Excellencies' further order. request for disposition paragraph 281 Hereupon we take the liberty to request both your High Excellencies' reflection and disposition, as well as on 6 72 our further decision of the 15th of this month, annexed hereto in extract with the preceding, when we once again had to recommend compliance with our previous requirement, notwithstanding some representation made to us by the members who take this to heart, which clearly shows that one persists in that erroneous notion that arrest grants preference to the one who requests it above all others, and a concern that the widow Cantervisscher, whom they implicitly want preferred by virtue of an earlier act of arrest, would lose out through this further arrest on an entirely different parcel of goods than those arrested by her, if De Raeff, whose case they consider it to be and not of the Company, is granted the requested arrest, so far even that they had made him and the fiscal stand down to deliberate on these 745 43 dismissal and reappointment of Justice Members paragraph 282 their objections, instead of stating their grievance in his presence as was proper, and to decline and prostitute him as their president in a public paper, and to expose the dignity of the judicial office to the ridicule of the public; whereunto we then further added those remarks, recommendations, and admonitions as we judged proper for the attainment of that objective and the maintenance of good unity, just as the aforementioned extract from our resolution shows more at large. From the Council of Justice, on account of their advanced years, on the 13th of April 1791 we dismissed the Commandant of the militia Winkelmans and the trade ledger-keeper Pietersz; the latter moreover because of the multiplicity of the activities of his assumption of an adjunct in the trial of van Bijland paragraph 283 By Duijnevelt satisfied for the action of legitimation for his children paragraph 284 his department at the Trade office, and in place of both were appointed and sworn in as members of the said Council the overseer of the Artillery Nuwer and Assayer De vries. At the said Council, in the trial against van Bijland, for reasons as stated in the separate resolution of 13 May last, a member had to be co-opted, who for that time was the assistant Dirk Collet, who was dismissed thereafter. For the act of Legitimation granted by your High Excellencies to the children of the bookkeeper Duijnevelt, satisfaction was made to the High authority, which the Council of Justice judged to be sufficient as a conscientious declaration by the said Duijnevelt, as the accompanying evidence indicates. We also present to your High Excellencies 743 8 the provisional fiscal de Brueijs introduced in Police and Justice paragraph 285 regarding the orphan chamber nothing occurs paragraph 286 respectfully the humble gratitude of the said Duijnevelt for this benefit shown to him. At the Colleges of Police and Justice, on the 30th of May, the junior merchant, and provisional fiscal, and pay-bookkeeper Louis Adrien De Brueijs was introduced, having properly taken the oath thereto and for the office of officer of Justice on that day. With the Orphan Chamber, since our general letter of the end of February, no matters have been handled that require any detailed repetition in this. The address of the said chamber concerning the debt of the aforementioned former Head Administrator van Halm, inserted in the decision of the 13th of April, and the request concerning the former messenger in the name of Arnoldus Revoles,

Dutch transcription

aanbod van de org: attes § 280: die daar in gediend hebben en waerom „merus Cantervisscher, boven „ alle Crediteuren van den ged: „ van Bijland, en dienvolgende „stel het verzoek van de E: R: O: Eijsscher zoo lange uijt, tot dat „ voormelde vonnis ten vollen zal betaalt zijn— Wij hebben ons, inzonderheijd over het misverstand waar in de Raad door voormelde onkundige interoe„ nienten gebragt is, gevoelig getoont en of sthoon dat dispositif perse mit„ kragteloos is, en van onwaarde, eg„ ter het zelve aan de eene kant ge„ laeten in zijn weezen, doch aande andere kant wijl de Compagnie daar door niet kon worden geprejudiceert in haar recht omtrend de wettig of onwettigheijd van het Arrest, dat gedecreteert of onthefl had moeten worden inden men vermeende versoek in,en daer toe geregtigt, te zijn, zonder vertoon dat te pas quam zig uijt te laaten over 2 in, en onder welke verder vertooning. —. over de preferentie van Van Bijlands Crediteuren, wijl dat een questi en ma„ terie is op zig zelve, tot deeze, ofte de decretacie van het arrest, niet behoo„ rende, de Raed geinjingeert om alle„ ten dage, gedient hebben actas, in ori„ ginali bij een te voegen, en behoorlijk geregisteert ter secretarije te bezorgen om naar Batavia gesonden te wor„ den met ootmoedig verzoek aan u Hoog Edelheeden, wegens het begaan erreur te willen verleenen zoodani„ ge remedie van Iusticie, als na den aert en toedragt van Zaaken Zul„ len bevinden te behooren, stand houdende het Arrest, bij provisie ten pericule van de Raed, en met interdictie van Executie van het voorsz: informeel appointement tot u Hoog Edelheeden nadere ordre versoek on disposctie en 281 Wij bevrijmoedigen ons hier op zoo wel u. Hoog Edelheeden reflecie en dispositie te versoeken, als op ons: 6 er 72 ons nader, met het voorgaande, in Extract hier bij gevoegt besluijt van den 15:e deezer wanneer we andermaal heb„ ben moeten aanbeveelen de voldoening aan ons voorig requisit, ongeagt eenige door de Leeden, die zig dit aantrekken, ons gedaane representacie welke klaarlijk aantoond dat men verseert in dat er„ roneus begrip als gave arrest aan den geen die het verzoekt, boven alle andere preferencie, en eene bekomering dat de weduwe Cantervisscher, welke zij uijt hoofde van een vroeger Acte van Arrest, stilzwijgende willen geprefereert hebben, door dit nader arrest op een geheel andere partij goederen als die door haer gearresteert zijn agter het net zoude visschen, indien De Raeff, wiens zaak zij het Conside„ reeren en niet van de Compagnie, het verzogte arrest word toegeweezen, zoo verre zelfs dat zij hem, en de fiscael hadden doen opstaen, om over deeze haare ontsa stel 745 43 ontslag en weeder aen 282 stelling van Iusticie Leeden haare bedenkingen te delibereeren in steede van in zijn presentie gelijk be„ hoorde, haare beswaarnis op te geeven, en zig, bij een publiek papier te men„ geeven van als Haeren voorzitter hem te declineeren en te prostitueeren, en de Achtbaerheijt van het rechter ampt niet ten spot te stellen voor de gemeen„ te; waar bij wij dan verder die aan„ merkingen recommandacien, en verma„ ningen gevoegt hebben, als weter berei„ king van dat oogmerk en standhou„ ding van goede eenigheijt, geoordeelt hebben te behooren, gelijk dat het voorsz Extract uijt onze resolutie breedvoeri„ „ger komt aantewijzen. —. Uijt de Raed van Iustitie hebben wij, om haare hooge Iaaren, op den 13: april 1791: ontslagen den Comman„ dant van de militie Winkelmans en Negocie, overdrager Pietersz; den laatsten daar en boven om de me„ nigvuldigheijt der beezigheiden van zijn: assimpti van Een ad § 283 in 't Proces van van Bijland Door Duijnevelt wekol„ en 284: daan voor de actie van ze„ gimatie voor sijn kinderen zijn departement op het Negorie kantoor, en in steede van beiden zijn tot Leeden van gemelde Raed aangesteld en beeedigt den opzien„ is in der over de Artillerij Nuwer en intr Essaijeur De vries. Bij gemelde Raed, heeft in het Proces tegen van Bijland, om reeden als bij aparte resolutie van den 13 Meij p:s een lid geassumeert moeten wor„ den, dat, voor die tijd geweest is de Assistent Dirk Collet, die daar na weder is ontslagen. Voor de door u Hoog Edelheeden verleende acte van Legitimatie aan de kinderen van den boekhouder Duij„ nevelt, is aan de Hooge overigheijt voldaan, het geen bij de Raed van Iustitie als een gemoedelijke opgave van gemelde Duijnevelt, daar voor„ uijtwijzens het bijleggende bewijs ge„ oordeelt is toereijkende te zijn. Wij dragen u Hoog Edelheeden tevens met omtrend komt 743 8 de p:l fiscael de Brueijs 285. „ in Politie en Iustitie ge„ introduceerd omtrend de weeskamer § 286 komt niets voor tevens met eerbied voor de nedrige dink„ betuijging van gem: Duijnevelt voor dit hem beweezen beneficie. Bij de Collegien van Politie en J1G Justicie is op den 30: Meij geintrodu„ — ceert den onderkoopman, en p:l fis„ caal, en soldij boekhouder Louis Adrien De Brueijs, den Eed daer toe; en tot het ampt van officie van Iustitie staande den dien dage, behoorlijk hebbende afgelegt lee Weeskamer zijn, Met de Zeedert onze generaale brief van ultimo februarij, geene zaaken verhandelt, die eenige omstan„ dige herhaaling in deeze verEijs„ schen. Het Adres van gemelde kamer over den debet van voor„ melde geweezen Hoofd-adminis„ trateur van Halm, geinsereert bij besluijt van den 13: April, en het verzoek over de geweeze Boode in naame Arnoldus Revoles, ter ar

NL-HaNA_1.04.02_9706_0788 view scan ↗

English

Paragraph 287. Which cross over with the ship De Zeebouwer. Paragraph 288. What the fiscal who has departed leaves behind for the orphan chamber. also recorded in the resolution, are of such a nature that we believe we may refer solely to those resolutions. Servants. Of the same, there are now departing for Batavia per the ship De Zeebouwer the suspended Head Administrator van Halm, and the former Jagannathpuram secunde van Somneren van Vrijenes, item the deportee van Bijland, the first two being in civil arrest and under cautio juratoria, and the latter sent on board as a prisoner of the Lord, in order that, according to ordinance, he cannot go ashore at Batavia except by express order of His Right Honourable the Governor-General. Furthermore, on the 10th of this month we granted the request of the suspended fiscal Broerius Brouwer to be allowed to depart with his family per the ship De Zeebouwer for Batavia, taking only his and his family's necessary clothing, leaving his entire property, actions, and credits under his attorneys to sell everything, collect it, and in reduction of his debit account for it to the orphan chamber, to which purpose can also serve, among other things, an outstanding claim indicated in the petition on the Sadraspatnam resident Simons in the amount of pagodas 3073: 13: 10, which according to a communication from Simons to the orphan chamber on 15 September can be paid from the amount of pagodas 8491: 13: 40 granted by Your Right Honourable Sirs to him, Simons, and Geeke on account of the army account in question, and for the present still running with the Company, amounting, as the attached account shows, to a balance in favor of both of pagodas 6197: 2: 40, or f27887:—. We thought fit to grant the suppliant's request, partly because it is difficult for him to find a livelihood here without income, secondly because his attorneys, to account for his left-behind affairs to the orphan chamber, have signed the petition as seen, and thirdly because the suppliant, if he is to redress his affairs and hope for reinstatement, must answer principally to Your Right Honourable Sirs, and must await a favorable disposition from the same. For greater measure, we have recommended the attorneys Meppen and van Tessel to make all possible haste with the settlement and accounting of affairs for the suppliant. Paragraph 289. How Johannes van Haeften crosses over. There also crosses over to Batavia with the ship De Zeebouwer, in civil arrest and under restriction as ordained regarding the others mentioned above, the person of Johannes van Haeften, former naval lieutenant and from Palikol, reported during the latest disturbances there as having absented himself from the Company's service, as this and our dispositions in that regard appear in greater detail in the separate and common resolutions of 29 April and 7 July, for which reason we could not grant his denied request at the session of 1 September to be allowed to go his way in freedom and to undertake the journey to the headquarters of the Indies via Bengal, since which date we have received from him a petition dedicated to Your Right Honourable Sirs, in which he shows the bitterest repentance over his committed faux pas, with a humble plea to be received in submission and to throw himself at the feet of Your Right Honourable Sirs and to beg, through outstanding compassion, to be pardoned for the aforesaid committed mistake, to which end we, since he came to this unfortunate step out of thoughtlessness rather than deliberate faithlessness, most submissively and with the greatest emphasis recommend him to Your Right Honourable Sirs' benevolent mercy for the obtaining of a gracious apostil. Paragraph 290. Item Topander's thanksgiving for the post of Jagannathpuram secunde. For the Porto Novo resident Librecht Cornelis Topander, favored according to paragraph 68 of Your Right Honourable Sirs' honored rescript of 3 May with the post of secunde at Jagannathpuram and with the rank of junior merchant, we respectfully submit to Your Right Honourable Sirs his heartfelt gratitude requested in his letter of 10 August last, and humbly request a favorable reflection on the accompanying petition of the junior merchant Pieter Emanuel van Hogendorp, whom we, subject to Your Right Honourable Sirs' honored further approval, have appointed as resident at Porto Novo in place of Topander, with written instructions vice versa regarding the preparation and settling of the work of their department to make a clear transfer to each other, as is recorded in the resolution of 24 August last. Paragraph 291. Thanksgiving of the Jagannathpuram chief for his confirmation. That on the contrary, according to paragraph 69 written, the summoning from Bengal of the junior merchant Casparus Leonardus Eilbracht as chief of Jagannathpuram had caused Your Right Honourable Sirs such marked displeasure, as was made known by separate letter, affects the first-signed gentleman. The said chief has also requested, by marginal answer to the said paragraph, to express his gratitude to Your Right Honourable Sirs for the favor of his confirmation in the said chiefship, not without showing how gladly he would have wished to have been employed by Your Right Honourable Sirs in Bengal instead. Paragraph 292. His providing of sureties. We have on that occasion written the necessary instructions for the providing of the usual sureties; but having on a further occasion resumed the list accompanying this in copy.

Dutch transcription

welke met krenger § 287 deeses overvaeren. fo wet d:t fiscael ope Giedeest d 288: voor de weeskamer agter laat ter resolutie meede aangeteekend, zijn van dien aart, dat we vermeenen ons, enkel aan die Resolutien te mogen gedragen. Dienaaren. Van dezelve vertrekken per het schip De Zeebouwer thans naer Batavia de gesuspendeerde Hoofd„ Administrateur van Halm, en geweezen Jaggernaijksmse secunde van Somneren van Vrije„ nes, item de gedeporteerde van Bijland, zijnde de twee eerste in civil arrest, en onder Cautie Pu„ ratoir, en de laaste, als 's Heeren gegijzelde, naar boord gezonden V om, volgens ordonnantie te Bata„ via niet aan Land te konnen gaan, dan op expresse ordre van zijn Hoog Edelheid den Heere Gouverneur Generaal - Voorts hebben wij op den 10. dee„ zer geaccordeert het verzoek van den: 8119 den gesuspendeerd en fiscaal Broerius Brouwer om nevens zijn familie, per het schip De Heebouwer naar Ba„ tavia te mogen vertrekken, eenelijk meede neemende zijne, en der zijne noodzaekelijke kleederen, laatende des„ selfs gansche bezitting, actien en Credi„ ten onder zijn gemagtigden, om alles te verkoopen, te incasseeren, en in min„ dering van zijn dibet, aan de weeska„ mer te verantwoorden, waar toe onder andere ook strekken kan, eene bij het Request aangeweezen planken preten„ sie op het sadraspatnamsch opperhoofd Simons ten bedrage van pagoo den 3073: 13: 10: die volgens Communicatie van Simons aan de weeskamer op ƒ den 15 September, kan betaalt wor„ den uijt het montant van pagoo, den 8491: 13: 40: door u Hoog Edel„ heeden, ter zaake van de bewuste Leeger reekening, aan hem Simons en Geeke toegelegt, en voor als nog zi zin bij: bij de Compagnie voortloopende be„ draagende uijtwijzen bij gevoegde ree„ keening, per saldo in faveur van beiden pag: 6197: 2: 40: ƒ27887:—. 1bij hebben vermeent in het verzoek van den suppliant te mogen bewilligen eens deels om dat het alhier zonder inkomen bezwaarlijk valt zijn be„ staan te vinden ten anderen om dit zijn gemagtigden, ter verantwoording van zijn agtergelaaten zaaken aan de weeskamer, het Request voor gezien hebben geteekend en ten derden om dat de suppliant zal hij zijne zaaken redresseeren en op herstelling verhoo„ pen, zig ten principale bij u Hoog Edelheeden moet verantwoorden, en van Hoog Dezelve favorabele dispositie dient te verwagten. Ten overvloede hebben wij de gemagtigden Meppen en van Tessel gerecommandeert om met de vereevening en verantwoor„ hoedan Haefte ding. 761 hoedanig soh:s van 9 289 Haeften overvaert ding van zaaken voor den suppliant alle mogelijke spoet te maaken. Nog vaart met het schip De Zee„ bouwer, in Civil arrest, en onder res„ trictie als omtrent de overige, hier voor vermelde, is geordonneert, naar Ba„ tavia over, de perzoon van Iohan„ # nis van Haften geweezen Luite„ nant ter zee en van Palicol, staen„ „ de de Iongste bevoerten, aldaar, p. aangegeeven, als zig uijt Cap:s dienst ƒ geabsenteerd hebbende gelijk dit, en onze dispositien derwegen bij de apar„ G te en gemeene resolutien van den op 29:e April en 7 Iulij omstandiger komt te blijken, en waar om wij hem niet hebben konnen toestaan zijn ter sessie van den 1: September ontzegt versoek om, in vrijheijt zijn sweegs te konnen gaan, en over Bengale de reise naar In„ diasch hoofdplaatsze te mogen aanneemen, zeedert welken datum we: § 290 item aan Topanders danklegging voor de Post van Pagg:t secunde we van hem hebben ontvangen een Request aan u Hoog Edelheeden ge„ dediceert, waar bij hij over zijne be„ gaane faux pas het bitterste beroutoont, met nedrige beede om te moogen wor„ den ontvangen in submissie en Zich voor de voeten van u Hoog Edelhee„ den neder te werpen, en te smeeken om, door uijtsteekende meede dogen„ heijt van de voors begane mislag te worden gepardonneert, waar ^eer toe wij hem, als uijt onbedagtzaem„ heijd, dan opzettelijke trouloosheijd, tot deeze ongeluckige stap gekomen zijnde aller onderdanigst in u Hoog Edelheeden goedgunstige ontferming ter erlanging van een gracieus appostil, met de meeste nadruk recommandeeren. Voor den Portonovoschen Resident Librecht Cornelis Topander, volgens par 68: van u Hoog Edel„ antbegg heeden geeerde rescriptie van den ing 3: 17 19 753 vanktegging van 't § 291: ragg: op perh:o voor sijn ge„ astiging 3: Mei begunstigt met de post van secunde te Iaggernaijk paeram, en met de qualiteit van onderkoop„ man, dragen wij u Hoog Edelhee„ den eerbiedig voor zijne derwegen bij letteren van 10 aug:s P:lo verzogte gevoelige dankbaarheijt, en verzoe„ ken ootmoedig om een goed Guns„ tige reflecie op het hier bij gaande Request van den onderkoopman Sie„ ter Emanuel van Hogendorp, die wij, op u Hoog Edelheeden geeerde # nadere approbatie, in steede van Po„ pander, tot Resident te Portonovo hebben aangestelt, met aanschrijven vice versa nopens het in gereedheijt brengen en effen stellen van het werk van hun departement om aan elkander liquide Transport te doen zoo als dat bij Resolutie van 24: aug:s I:o leeden word genoteert gevonden. Dat daar en tegen, volgens par: 69 de. een 24 en oog n Edel„ den geschreeven de ontbieding uijt Bengale van den onderkoopman Casparus Leonar„ dus Eilbracht als opperhoofd van Iaggernaijk poeram, u Hoog Edel„ heeden zulks een nadrukkelijk on„ genoegen had gegeeven, als bij aparte brief is bekent gestelt, treft den Eerst„ geteekenden heer. Het gemelde op„ perhoofden heeft bij marginaal antwoord op gemelde paragraf meede verzogt zijne erkentenis aan u Hoog Edelheeden te betuijgen voor het fa„ veur zijner bevestiging in gemelde opperhoofdij, niet zonder te laaten blijken, hoe gaarne hij wel gewenscht hadde van door u Hoog Edelheeden liever in Bengale te zijn geemploij„ eert geworden —. sijn bogstellinge saen § 292: Wij hebben bij die gelegenheijd het nodige aangeschreeven tot het stellen der gewoone borgtochten; maar bij eene nadere occasie geresumeert hebbende de deeze in Copia verzellend Lijst.

NL-HaNA_1.04.02_9706_0795 view scan ↗

English

735 List of existing suretyships. 7 We have fallen into great misgivings concerning the difficulty that exists in letting them continue thus, without giving them up, on our responsibility. The case of the Orphan Chamber, and the fact that recourse can be found as little on sureties as on the principal debtors, would, in the event of claims against sureties for the Company, be the same with several, if not all. We do not wish to cast suspicion on anyone's standing or credit, but we kindly pray Your High Nobilities to consider how matters stand with Cormandel since the war, and how very much most people, when called upon for even small compensations, call the ruin of affairs to witness their insolvency, and how that cannot be repaired through credit. Poverty is so visible here that one can very easily understand how, in the event of important compensations, which are only too much to be feared, it will turn out with sureties as well as principals. The case of van Halm and van Someren shows what is the consequence of the ultimate legal proceedings, and for the charges for which they are responsible, in our opinion no sureties can be called upon, because they have only bound themselves to the compensation of what they might fall short in their administrations, and not as having managed the Company's trade at Iaggernaijkpoeram, for which no one can make himself responsible, any more than it could be required of people to stand surety or answer for our decisions. We most candidly request Your High Nobilities that the posting of sureties may be discontinued, and that our statement of objections regarding those listed may serve to be free of any responsibility if sooner or later it is found that the indemnification paid by sureties, existing more in name than in reality, would be difficult to recover, especially when one had to pay for both, as, according to the list, would be the case for several, because the co-surety is deceased, insolvent, or wholly absent, for whom it is difficult to expect that others could be found or accepted, without an outspoken declaration that we cannot make ourselves responsible for the solvency of sureties, howsoever named, if the method of suretyship must be maintained. Regarding the reduction of staff. Reference to Resolution 9293. The garrison here. In order to reduce the staff of servants here in the government as much as possible, of which a report has already been given in paragraph 385 and following of our general letter of the last of February, further provisions regarding this appear in our Resolutions of 18 March, 12, 13, and 29 April, 15 and 16 June, the latter dealing mainly with sending back to Ceijlon the corps of soldiers and artillerymen that we then had at our expense for a year, unless Your High Nobilities, after the request already made in paragraph 317 of our said general letter, would be pleased to permit us to charge the wages, emoluments, and other ordinary pay to the place where they belong. Reduction among the garrison. Paragraph 294. Our own garrison, which in March 1791 still consisted of 210 heads, and was then reduced by the discharge of 34 mestizos, who, by the middle of that month, were also accepted as emergency relief during the troubles in the past year, was, after being noted by the decision of 15 June, brought by the last of May to the number of 125 men determined on 6 December past, and the reduction of the captain of the sepoys to the wages of an ensign. Regarding further dismissals. Paragraph 295. From the remaining reductions among the political and lesser servants, whereof we have sent the redundant non-commissioned officers from the garrison to Iaffenapatnam on the occasion of the departure of the aforesaid detachment, various movements and petitions have arisen, and especially from Bimilipatnam, where some decrepit old people, discharged after our decision of 30 October of the past year, were sent hither, but arrived too late to be able to undertake the voyage to Ceijlon. Requests from old servants for a pension, etc. Paragraph 296. For others remaining there and indispensable, as they had to supervise the loading of vessels or equipment goods on the beach, emphatic representations have been made for the preservation of their previous salaries, as is found described more in detail with our disposition thereon in the Resolution of 7 July. From the other offices of the North, Iaggernaijkpoeram and Palikol, moving representations also arrive, both concerning the referral of the decrepit bookkeeper Iacobus Dormieux for his maintenance to the diaconate, where nothing is to be found, and concerning another bookkeeper named Gabriel van Rechem, whom we, because of his imprudence recorded in the resolution of 13 April of signing for matters that he did not 8

Dutch transcription

735 Lijst van de subsisteerende borgtochten 7 zijn we in groote bedenkingen gevallen over de zwarigheit die er resideert om zon„ der het opgeeven van dien, dezelve, dus do„ nig te laaten voortloopen, ter onzer ver„ 3 antwoording. Het geval met de wees„ kamer, en dat er op borgen zoo min, als de principale schuldenaaren, verhaal is te vinden, zoude, in Cas van aanspraek van borgen voor de Compagnie, met ver„ scheijden, zoo niet alle, het zelve zijn. Wij begeeren niemants staat of Credit in vendenken te brengen, maer we bid„ den u Hoog Edelheeden goedgunstiglijk te overweegen hoe het met korman„ del gestelt is zeedert den oorlog, en hoe zeer de meesten, wanneer ze maer om kleene vergoedingen worden aange„ sprooken het verval van zaaken, tot getuijge roepen van haer onvermogen en hoe dat, door Crediet, niet is te herstellen De armoede is hier zoo zigtbaar den ar„ van Zigtbaar dat men zeer gemakkelijk kan bezeffen hoe het, in cas van im„ portante vergoedingen, die maar al te zeer zijn te duchten zal uijt„ komen, met borgen zoo wel als Prin„ cipaalen. Het geval met van Halm en van someren doet zien wat het gevolg is van de uijterste proce„ duren en in de belastingen waar voor zij responsabel zijn, komen na onze gedagten geen borgen worden aange„ sprooken om dat die zig maar heb„ ben verbonden tot vergoeding van het geen zij mogte te kort komen in haere administracien, en niet als gederigeert hebbende sComp:s handel te Iaggernaijkpoeram, waar voor sig niemant zoo min kan responsabel maaken, als het menschen te vergen zou zijn om te Caveeren of te respondeeren voor onze besluijten. Wij verzoeken u Hoog Edelheeden 7 „Edelheeden volmoedigst dat het stellen „ overvrouden en dat ons ofegeeven van borgen mag „ bezwaar wegens de op de lijst vermelde, mag dienen om vrij te zijn van eenige verantwoording indien vroeg of laat bevonden word dat het dedommagement betaelt door borgen meer in naem, dan in we„ zerelijkheijd bestaende bezwaarlijk zoude te vinden zijn inzonderheijt wanneer een voor beiden moest be„ taalen, gelijk na de lijst, het geval zou zijn van verscheiden om dat de mee„ de borg overleeden, onvermogend, of voels afsent is, voor dewelke het be„ zwaerlijk is te verwagten dat men andere zou vinden ofte aanneemen konnen, zonder eene vrijmoedige betuijging dat wij, voor het vermo„ gen van Borgen, hoe genaamt, ons niet verantwoordelijk konnen mae„ ken indien de methode van borg„ stelling moet blijven stand hou„ den. Om: 13 p:s referte aan resolutie 9293: nop:s het verminderen van omslag. 't Guarnisoen hier Om den omslag van Dienaaren hier in het gouvernement na vermo„ gen te verminderen waar van bij par 385:, en volgende onzer generaale brief van ultimo februarij, bereets is ver„ slag gedaan, komen dien aangaande nadere beschikkingen voor bij onze Resolutien van den 18: Maart, 12: 13 en 29 april, 15: en 16: Iunij, handelende de laaste voornamelijk over de te rug zending naar Ceijlon van het Corps Militairen, en Artilleristen dat we toen een Iaar tot onzen laste gehad hebben, ten zij u Hoog Edelheeden, na „ 317. het reets par„ bij gem onze generaale brief gedaan verzoek ons gelieven te permitteeren om de gasien Emolumen„ ten, en andere ordinaire bezoldin„ gen de plaats daar ze thuijs hooren te mogen aanreekenen—. vermindering onder § 294: Onse eijge garnisoen, dat in maart 1791: nog bestont wijt 210: koppen, en toen vermindert is door afdenking van 34: Mijtisen omtren natie reform 59 459 natie word aan resolutie ge„ reformeert—. 34: Mixtisen met medio van die maend meede als noodhulpen bij de troebels in anno pass:o aangenoomen, is, na aan„ teekening bij besluijt van 15:e Iunij, on„ der ultimo Meij gebracht tot het sub 6: xber: pass:o bepaalt getal van 125: man en te rug stelling van den kapiteinder sipaaijs met de gasie van vaandrig omtrend verdere dimi„ § 295: uijt de overige dimunitie onder de politike en mindere dienaaren, waar van wij de overtollige onder officieren uijt het garnisoen bij ge„ legenheijt van het vertrek van voorsz: detachement, naar Iaffenapatnam hebben gezonden, zijn onderscheijdene beweegingen en instancien ontstaen, en inzonderheijt van Bimilipat„ nam alwaar eenige afgeleefde audemen„ schen, na ons beluijt van 30: 8ber: A:o pass:o afgedankt, herwaards gezonden, dog te laat gekomen zij om de reize meede naar Ceijlon te konnen aan„ neemen. aren de 13on de ag rt ƒ sin versoeken van oude § 296: dienaeren omrust gagie Ensz anneemen: Voor andere aldaer ver„ blevene, en niet te missen zijnde perzoonen, als aan strand over de belading der vaartuijgen of Equipa„ ge goederen het opzigt moesten heb„ ben, zijn nadrukkelijk voordrach„ ten geschiet tot behout van haare voo„ rige tractementen, gelijk dat met onze dispositie daar op omstandi„ ger bij Resolutie van den 7:e July. word beschreeven- gevonden. Van de overige kantooren van de Noort Iaggernaijkpoeram en Palikol komen ook beweegelijk voordragten zoo over het renvoij van den afgeleef„ den boekhouder Iacobus Dormieux tot zijn bestaan aan de diaconij al„ waar niet is te vinden, als over een andere boekhouder in naame Ga„ briel van Rechem, die we, om zijne ter resolutie van den 13 April aangetekende onvoorzigtigheijd van het teekenen voor zaaken die hij niet 8

NL-HaNA_1.04.02_9706_0801 view scan ↗

English

had not seen or attended it, the chiefs continued to deny, in his favor, the petition made for the retention of his salary so that he might not perish of poverty in his old age, judging that he ought to submit in this matter and first ask forgiveness of Your Right Noblenesses for that omission, as is done in the annexed request, upon which we, with the same emphasis as the chiefs of Jaggernaikpoeram, implore the most benevolent disposition of Your Right Noblenesses for a man of 76 years, and whether, pursuant to his petition, the enjoyment of his full salary may be validated to him, which he would have in arrears and, in the few probable remaining years of his life, can still make good if Your Right Noblenesses please to favor the suppliant's prayer with a gracious approval. Paragraph 297: To summarize everything, the aforementioned people who arrived from Bimilipatnam, as well as Adjutant Rappe, who is incapacitated by continuous illness and therefore discharged, addressed our assembly on July 20 by request, the latter requesting the retention of his service, two others for a pension, and another soldier named Jan Fredrik Andreas Soetsman for permission to depart for Batavia to be placed in the old men's home on Java. Since not only illness impeded the adjutant, but also an unwillingness to undertake the voyage to Ceylon as had been notified to him in good time, his request for reinstatement in his service was denied; however, to him as well as to two of the other invalids belonging at Bimilipatnam along with those who are located there and to the north or at Jaggernaikpoeram, half salary has been granted for their subsistence, subject to Your Right Noblenesses' further approval, among whom the aforementioned Dormieux and the Palicol assistant Neuvenberg are included for reasons as dispatched thither by separate resolutions of April 29 and July 7. Paragraph 298: The nominal roll of all the military personnel crossing over per De Zeebouwer is annexed hereto, among whom is the aforementioned Soetsman, to be permitted to depart for Java at Your Right Noblenesses' pleasure, and the previously mentioned Drosser of Malacca has also been made known thereon. Paragraph 299: From the aforementioned resolution of April 13 appears the reason why van Bijland was then granted the enjoyment of board money and house rent from the time that both had ceased, and from the decree of June 16 the reason of necessity for retaining two scribes, who otherwise according to the previous arrangement would also have had to depart for Ceylon, but cannot be spared on account of the manifold clerical work. Paragraph 300: On both matters, we request Your Right Noblenesses' honored approval, as well as on our decision of August 29 last, when the engineer Pierre Brossette was charged with the supervision of the carpentry works and repairs, as well as the administration of the timber wharf, smithy, and copper shop, for which a sum of 1000 rixdollars of his salary is bound as surety, since the first of September 1790 that he has had the management of both under the eye of the first undersigned, and has thereby given such satisfaction that we dare to urge Your Right Noblenesses for his confirmation as a worthy favor. Paragraph 301: We also respectfully request favorable reflection on the annexed request of the Fiscal De Brueijs for a proportionate allowance to compensate for the extraordinary expenses which he was obliged to incur mainly during his journey hither due to encountered adversities. Paragraph 302: For the rest, concerning the number of servants of this government in the middle of this month, for the honored examination of Your Right Noblenesses, we let follow here below a summary of the Honorable Company's servants who are stationed on the whole Coast of Coromandel in the middle of this month, indicating the greater or lesser number than the establishment. Namely:

Dutch transcription

161 niet gezien ofte bijgewoont hadde, zijn blijven ontzeggen der opperhoofden in zijn faveur, gedaane instancie tot be„ hout van zijn besolding om, op zijn ouden dag van armoede niet te vergaen als oordeelende dat hij derwegen in sub„ missie behoorde te komen en voor af, van die ommissie vergiffenis van u Hoog„ Edelheeden te verzoeken, gelijk dat ge„ schiet bij het hier nevens leggende Re„ quest, waar op wij met die zelve na„ druk, als de Iaggernaijk poeramsche opperhoofden, imploreeren de goedertie„ venste dispositie van u Hoog Edelhee„ den voor een man van 76: Iaaren, en of hem, navolgens zijn instancie mag worden gevalideert het genot van zijn volle gasie, die hij te goed zou hebben en in de weijnige waarschijnelijke leeftijd die hij overig heeft nog te goed maaken kan, indien u Hoog„ Edelheeden des suppliants beede met een gracieus fiat gelieven te begunstigen Om: ver„ di„ ly § 297: Om het alles bij een te trekken De voorm: van Bimilipatnam aange„ komene Lieden zoo wel als de, door geduurige ziekte onbequaame, en daer„ om afgedankte Adjudant Rappe ad„ dresseerden zig den 20: Julij bij Requist aan onze vergadering, verzoekende de laaste het behoud van zijn dienst twee andere om rust gasie en nog een sol„ daat in naame Ian Fredrik An„ dreas Soetsman om naar Batavia te mogen vertrekken om op Iava in het oude manne huijs geplaatst te worden. Daar nu tegen den Adju„ dant obsteerde niet alleen ziekte, maer onwilligheijt om de reis naar Ceij„ lon aanteneemen, zoo als hem vroeg„ tijdig was aangezegt is zijn verzoek om herstelling in zijn dienst ont„ zegt, dog aan hem zoo wel, als twee bijland van de andere te Bimilipatnam te huijs hoorende in validen met die welke zig aldaer en om de Noort april „staen referte ofte aanbod litairen 763 aanbod van lijst dienniten 298: lituiren die overaenen referte aan resol: van § 299 april waarom toen van ls twee Bijland kost geld Ensz toe„ gestaen ofte op Iaggernaijkpoeram bevin„ den, halve gasie tot haer bestaen, toe„ gevoegt op U Hoog Edelheeden geeen nadere approbatie, waar onder voor„ melde Dormieux en den palicol„ schen Assisten Neuvenberg om ree„ den als bij aparte resolutie van den 29:e April, en 7: Julij derwaerts ver„ zonden, zijn begreepen. Van alle de Militairen die per De Zeebouwer overvaeren, gaet de Naamlijst heer nevens, onder de„ welke zig bevind de voorm: soetsman om met u Hoog Edelheeden believen naar Iava te mogen vertrekken, en de voorwaarts gementioneerde Drosser van Malacca is meede daar op bekent gesteld. Bij voorm: Resolutie van den 13: April blijkt de reeden waarom aan van Bijland toen is toegestaen het genot van kost gelt en huijshuur Zeedert. ont 2 die voordragt van Bro„ § 300: sette als opsigter der wer„ ken. zeedert den tijd dat het een en ander had stil gestaan en bij arrest van 16: Iunij de reeden van noodzaakelijk„ heijt tot het aanhouden van twee scri„ benten, die anders volgens de voorige schikking ook naar Ceijlon zouden hebben moeten vertrekken, dog wegens het meenigvuldig schrijfwerk, niet te missen zijn. — Wij verzoeken op het een en ander zoo wel uwe Hoog Edelheeden geeerde appro„ batie als op ons besluijt van 29:e Augus„ tus I:o leeden, wanneer den ingenieur Pierre Brossette is opgedragen het toezicht over de Timmerasien en Reparaetsien, item de administra„ aen Cuijssens winstel waar tie van de Timmerwerf, Smits voor tot een som van 1000: Rijxdaalders zijn gasie, tot borg is verbonden zee„ dert primo september 1790 dat hij, on„ der het oog van den Eerstgeteekenden van het een en ander de beheeving gehad: Item ficael ongelde 265 ficael om toe laag weeg:s reijs ongelden. Sommarim der dienaat 302: gehad, en derweegen dat genoegen ge„ geeven heeft, dat wij om zijne be„ vestiging als een waerdig faveur, bij u Hoog Edelheeden durven aanhou„ den. item het versoek van de en 301: Ook verzoeken wij eerbiedig om den goedgunstige reflesie op het hier neven gaande Request van de fiscaal De Brueijs, om een geproportioneerde toelage ter goetmaking van de Extra ordinaire onkosten die hij door ont„ moete tegenspoeden voornamelijk tot zijne reijtzje herwaards genoodzaakt ge„ weest is te doen. Wij laaten overigens van het getal der Dienaeren dee„ zes gouvernements onder me„ dit deezer ter geëerde spechi„ latie van u Hoog Edelheeden hier onder volgen Een Sommarium van 'sE: Compagnies dienaeren, dewelke onder medio deser ter gantsche kuste Cormandel bescheiden zijn met aan weezing der het meerder of minder Getal dan de bepaelin; Teweeten den s met Zoo het en n teo voor en on„ den i ing

NL-HaNA_1.04.02_9706_0806 view scan ↗

English

To wit: Of the Police 1. Governor, currently still only senior merchant and Commander —. senior merchant and chief administrator 2. merchants; namely: 1. Warehouse master, Trade and customs bookkeeper currently junior merchants 1. fiscal and pay bookkeeper 4. junior merchants; whereof 1. junior merchant, invoice keeper and dispenser 1. secretary of Police and cashier - 3 junior merchants 3 - 5: 1. 1. —. 2. out of employment 8. Bookkeepers; whereof 1. First sworn clerk of Police and secretary of Justice - 1. 1. —. — 1. Trade accountant and general overseer of clerical work at the Trade Office 1. Secretary of the orphan chamber 1. Sworn translator and clerk to the gentleman commander bookkeepers 1. General Auditor 2. ordinary Commissioners in the trade Warehouses 1. Assayer 21. assistants; whereof 10. at the secretariat, among them 1 assistant sworn Clerk clerks, among them commissioners and estate 7. at the Trade Office 4. at the Pay Office ditto In service of church and school 3. To wit 1. reader and schoolmaster in the orphanage 1. Portuguese reader 1. sexton Of medicine 1. chief surgeon 1. Surgeon - surgeon and second master 1. third master Of the Militia 1. Captain Lieutenant 44. Persons to be Carried Forward. 1. ensign Fixed Fixed According to the Increase Decrease by the Memo- in 1785. present arrange- randum of from ment No. 790 Retrenchment Ceylon 1. 1. —. — 1. 1. 2. — 5 1. 1. —. — 1. —. — 1. 1. — 2. 1 2. 2. —. — 1. 1. — 10. 1. — 1 7. —. 4. —. — 5. 10. 9. 22. 2. 1. 1. 1 35. 11. 2 2. — 1. 1. — 1. 13. 3. 2 1. 13 7. 1. 1. 6 1. 3. 3. 1. 1 3. — 1 3. — 1. 1. —. —. 1. 1. —. —. 6. 1. 1. —. — 5. 762 14. persons Carried Forward with Sergeants, namely 2. in the Garrison, and 1 on Sadras, blind and incapacitated due to old age 1. Garrison Writer 1. Fife Major 3. fifers 3. Drummers 1. soldier, belonging to the Jaffna personnel detachment, remained here due to illness Artillerymen 1. Extra ordinary Lieutenant 1. ditto ditto Engineer and builder 2. Gunners 7. Helpers Of the Maritime Service 1. Boatswain, Equipment overseer 1. person, sub-Lieutenant on the Sloop de Zeerob 2. Boatswains 13. Sailors 3. quartermaster Craftsmen 3. Bookbinders, whereof 2 journeymen Judicial Servants 1. Provost Portonovo 1. junior merchant as Resident. 1. clerk 1. flag watchman At Sadraspatnam 1. titular merchant as chief 1. Scribe 2. clerks At Palicol 1. junior merchant, chief. 1. bookkeeper, second 1. clerk 101. persons to be Carried Forward with 12 2. 2. —. — 357. soldiers and Drummers fixed fixed according to the Increase Decrease by the memo- in 1785. present arrange- randum of from ment from 1790 retrenchment Ceylon 35. 11. Increase Decrease 3. 3. 9 - - - - - - - - - 3. — - - - - 3. 5. 2. 6. 60. 1. 1. 1. —. — 16. 18. —. —. 7. 1. 1. 11. 1. —. 3. 13. 3. 1. 1. —. 1. 3. 1. 1. —. 1. 1. —. —. 1. —. —. —. —. 16. — 41. 2. —. 36. 1. —. — 1. 1. —. 3 1 1. 2. 1. 1. 1. 4. 1. scribe; 1. assistant. 5 clerks 1. Surgeon 113. Persons In Total —. Lieutenant 2. Ensigns 6. Sergeants 8. Corporals 108. Privates 125. In total 1. Captain, with ensign's salary. 1. head Peon 52. In total 1. sub-head Peon 6. Moorish peons 101. persons Carried Forward, with At Jaggernaikpoeram 1. merchant, chief 1. junior merchant, second 1. Scribe clerks 2. Clerks 1. Boatswain At Bimilipatnam 1. chief and 1. second At Nagapatnam 1. Bookkeeper supernumerary as agent 2. junior merchants as 1. 1. —. —. Now follow Native warriors and servants Sepoys Peons 1. —. 1. —. —. —. Ceylon 12. —. —. 6. 65. 44. —. 21. —. —. 27. Palleacatta In Fort Geldria, mid-October anno 1791. what writing 27. 2. 4. 121. 150. 10. 6. 130. 108. 22. 6. fixed in 1785. in Anno 1791. here 44. private ditto fixed by fixed and according to the present Increase Decrease the memo. 1785. of present arrangement of retrenchment Ceylon of 1790. 56. 41. 16. thereunder 16. 42. 65. 1. 1. 1. —. —. 1. —. —. 1. —. 1. the junior merchant Cantervisscher sent to Ceylon, returned 1. —. —. 2. 1. —. —. 1. 1. 1. 1. 1. 1. —. 1. 2 2. 1. 1. 3. 6 79. 303 Under 1. 1. —. —. 769 counted thereunder. the junior merchant Cantervisscher sent to Ceylon, returned. Ceylon brought with junior merchant Mossel Section 304: Section 303: Under the same is included the junior merchant Meinard Adriaen Mossel, recently sent hither by Your Right Honourables, whose pay on the Coromandel Pay books has commenced since the first of August. The other junior merchant out of employment is Jacobus Simons Cantervisscher. Because servants who were unnecessary had to be sent to Ceylon, and because he belonged there at home, we had permitted him to return to Jaffanapatnam, the more so as he had submitted a Request to us to that effect on the 15th of January, and communicated what was necessary regarding this to the Commander and Council there. what writing he from Section 305: We could therefore not expect such a missive as he brought back here on the 26th of September last from the Government of Ceylon, dated 6th of August 1791: He was there: decrease 16. 16. 2. 2. 22. 27. 6. 21. 27. 791.

Dutch transcription

Teweeten: van de Politie 1. Gouverneur tans nog maar opperkoopman en Gezaghebber - - - —. opperkoopman en hoofd administracteur 2. kooplieden; als: 1. Pakhuijsm:s Negotie en thol boekh:r }thans onder kooplieden - - - - - 1. fiscaal en soldij boekhouder - - 4. onderkooplieden; waar van 1. onderkoopman factuurhouder en dispencier 1. secretaris van Politie en kassier - - - 3 onderkooplieden 3 - 5: 1. 1. —. 2. buijten emploij - - - - - 8. Boekhouders; waar van 1. Eerste gesw: clerk van Politie en secr: van Just: - - - - - 1. 1. —. — 1. Negotie oxdr: en generaal baas van 't schrijfwerk op 't Negotie Comptoir boek - 1. Secretaris van de weeskamer hou 1. Gesw: transl: en klerk bij den heer gezaghebber (ders -.- 1. Generaal Narekenaer 2. ord:e Gecommitt:s in de negotie Pakhuisen 1. Essaijeur - 21. adsistenten; daar van 10. ter secretarije daer onder 1. adj: gesw: Clerk Jseribenten daar onder ge„ 7. op 't Nigotie Comptoir- comm: en boodel 4. „ „ Soldij d_o Ten dienste van kerk en school 3. Teweeten 1. voorleeser en schoolmeester in 't weeshuis 1. portugeese voorleezer - - - - - - -- 1. koster - - van de genees kunde 1. opperchirurgijn. - 1. Chirurgijn - - chirurgijn en ondermeester - - - „ 1. derdemeester van de Militie 1. Capitain Lieutenant - - 44. Perzoonen Die Transporteere. - 1. vaandrig - - - - - - - - - Bepaald Bepaald Na de Meerder minder bij de Me„ in 1785. tegen woor„ crie van van dige schiik„ Menagie Ceijlon king N=o 790 .. . . 1. 1. —. — 1. „ 1. . . . . . . . . 2. — 5 1. 1. —. — 1. —. — 1. 1. — 2. 1 2. 2. —. — 1. 1. — 10. 1. — 1 7. —. 4. —. — 5. 10. g. 22. 2. 1. 1. - - - - . -- — 1 — 35. 11. 2 2. — 1. 1. — 1. G Ge 13. 3. 2 1. 13 7. 1. 1. 6 1. 3. 3. 1. 1 3. — -. — 1 3. — 1. 1. —. —. 1. 1. —. —. 6. 1. 1. —. — 5. 762 14. perzoonen Per Transport met Zergiants, als 2. in het Guarnisoen, en 1: op sadvas door ouderdom blind en onbequaam 1. Guarnisoen Schrijver - - 1. Peijper Majoor - - - - 3. peijpers 3. Tamboers 1. soldaat, gehoorende tot het Jaffana p:l detachement- wegens ziekte alhier verbleeven Arthilleristen 1. Etva ordinair Lieutenant 1. _:o _:o Jngeneur en fabricq - - 2. Cannoniers 7. Handlangers Van de Zeevaard 1. Bootsman Equipagie op ziender 1. p:s sous Leutenant op de Chialoup de Zeerob. . . . . . 2. Bootslieden - 13. Mattoosen 3. quartiermeester - - - -- - Ambachtlieden 3. Boekebinders, waer onder, 2. gezellen Iustitieele Bediendens 1. Geweldiger Portonovo 1. onderkoopman als Resident. - 1. pennist 1. vlaggewagter Te Sadraspatnam 1. tit:n koopman als opperhoofd 1. Scriba 2. pennisten - Te Palicol 1. onderkoopman opperhoofd. 1. boekhouder secunde-- 1. pernist - 101. perzoonen Die Transporteere met- 12 2. 2. —. — 357. }soldaaten en Jamboerl bepaald bepaald na de te, Meerder minder bij de me„ in 1785. gen woor„ morie van van dige schik„ menagie Ceijlon king v=n 1790 35. 11. Meerder minder 3. 3. , ..- . - : 9 - - - - - - - - - 3. — - - - - - „ 3. ..... - . -- . . - . . . . . 5. . . . . . . 2. 6. 60. . . . 1. 1. 1. —. — . 16. 18. —. —. 7. 1. - 1. -. —. —. 11. 1. —. 3. . 13. 3. 1. 1. —. - - - 1. 3. - . . -. . .. . - ..- .. . . „ - . .. .. - - . . . . . . . . . . . „ 1. 1. —. 1. 1. —. —. 1. —. —. - —. - —. 16. — 41. 2. —. 36. 1. —. — 1. . . . . . 1. —. . . ... 3 1 1. „ . . . . - - - . - - 2. 1. 1. 1. 4. 1. scriba; 1. adsistent. 5 scribenten 1. Chirurgijn 113. Perzoonen Tesamen —. Lieulenant 2. Vraandrigs„ 6. Zergiants 8. Corporaals - 108. Gemeenen 125. Te samen 1. Capitain, met vaandrigs tractement. — 1. hoofd Pion 52. Te samen 1. onderhoofd Pion - - - 6. moorsche pions - - - - - - - 101. perzoonen P:r Transport, met Te Iaggernaikpoeram 1. koopman opperhoofd 1. onderkoopan secunde 1. Scriba pennisten 2. Scribenten 1. Bootsman Te Bimilipatnam 1. opperhoofd en 1. secunde Te Nagapatnam 1. Boekhouder supernumerair als agent 2. onderk: als . . . . . . . 1. . . . . . . . - 1. —. —. Nuvolgende Inlandse krijgers en bediendens Sipaijs Pions 1. —. 1. —. —. —. Ceijlon 12. —. —. 6. 65. 44. —. 21. —. —. 27. Palleacatta Intfort Geldria medio October a:o 1791. — —. —. wat sch 27. 2.. 4. 121. 150. – - - - 10. 6. - - -- - - - - - - 130. . - 108. . . . . 22. . . . . 6. bepaald in 1785. in A:o 1791. alhier 44. gemeene d=o - - - - - - bepaald bij bepaald en na de tegen Meerder minder de mem: 1785. van woord: schikp: van men: Ceilon van 1790. d'n - - -. 56. 41. 16. ir ond 16. 42. . . . . - 65. . - . . . . . „ 1. 1. 1. —. —. . . . . . . . . - — 1. —. —. . . . . . . . . . . 1. —. 1. - -. —. —. donder s terug - - - - 1. —. —. vissche - 2. . . 9 . .. 1. —. —. 1. 1. 1. 1. 1. - . - -- – – – – 1: —. 1. ——„ - 2 2. 1. - . . 1. - - - - - - - 3. 6 ... . . -- - :- ... - -. - - .. - 79. 303 Onder - 1. 1. —. —. 769 er ondergereekend. d'onderkoopm: Canten „ §:304: —. visscher na Ceijlongesonden, „te rug gekomen. Ceijlon mee bragt „ onderkoopm: Mosse § 303: Onder, dezelve is begreepen de Iongst door u Hoog Edelheeden herwaards gezonden onderkoopman Meinard Adriaen Mossel, wiens gasie bij de Kormandelsche Soldij boeken„ heeft Cours genomen, zeedert primo Augustus. De andere onderkoopman buijten emploij is Iacobus Simons Canter„ visscher. Wij hadden, vermits dienaa„ ven die onnodig waaren naar Ceijlon moesten worden gezonden, en om dat hij aldaar 't huijs hoorde, hem te rug laaten gaan naar Iaffanapatnam, te meer hij ons daar toe bij Request verzoek had gedaan op den 15: Januarij en hier van het nodige gecommuniceert aan den Commandeur en Raed aldaer. wart schrijvens hij van § 305: Wij konden derhalven niet verwagten een zodanige missive als hij op den 26:e september J:o leeden alhier te rug ge„ bragt heeft van de Regeering van Ceij„ lon de dato 6:e Augustus 1791: Hij was aldaer: minder 16. . 16. 2. 2. 22. 27. 6. 21. 27. 791. —

NL-HaNA_1.04.02_9706_0810 view scan ↗

English

there the ministers having arrived, without notification he had said that we had sent him to Ceylon to remain stationed there. We had thus in a strange manner disposed over the Ceylon government. He, Cantervisscher, had through the Lord Commander and Council of Jaffanapatnam caused a request to be made to be allowed to make a short trip hither. But instead of granting this permission, the Ceylon Government had caused him to be notified by its servants at Jaffanapatnam that he was not stationed in Ceylon, and thus could depart if it pleased him, whereto this letter was given to him along with it. That we did not let him depart without a letter is proven by the attached copy dated 21 January written to Jaffanapatnam. This was the place where he was first to make landfall, and it appeared from more than one example that one corresponded about almost all matters with this Commandery alone. And that he, Cantervisscher, belongs in Ceylon as an under-merchant appears from the Indian Register of 1786, and all the more so because he has never been notified to us as an under-merchant, nor has his deed for that capacity been sent hither. Paragraph 306. Regarding him, disposition requested. However, in order not to bring difficulties upon our shoulders from outside, as those within are more than enough our unfortunate lot, we resolved on the 10th of this month not to enter into any discussion on this with the Ceylon Government, but to leave it deferentially submitted to Your High Nobilities whether Cantervisscher, whose emoluments we have again caused to be paid as of the first of this month, shall remain here to await employment, or for that purpose proceed to his assigned post in Ceylon. Paragraph 307. Offer of list of pensioned personnel. For the rest, respectfully conforming to our Resolutions, or the Copy Book of Deeds, we have furthermore the honor to attach hereto a Name List of the servants presently pensioned by Your High Nobilities, and those recently put on half pay by us subject to Your High Nobilities' approval, item another list of those who have been discharged from the Company's service since our last advices. Paragraph 308. Why the chief mate Muller is included among the pensioned. With regard to the first list, we have not been able to grant the chief mate Jan Muller, who is mentioned thereon, his request for the further enjoyment of his pay, because by virtue of the transaction by Resolution of 21 January 1791 it appears doubtful what one may disburse to him, as long as the pay matters on the coast have not been decided. Paragraph 309. Letters received from Bengal regarding the summoned servants. These having been framed thus far, we receive on the 20th of this month letters from the Ministers in Bengal dispatched hither via the private ship De Phoenix, which finally arrived at Madras, from one of which, dated 21 June of this year, the Ministers show how much it served their convenience and pleasure that we had been able to address ourselves to Their Honors in the past year for some servants from that Direction, with whom one would otherwise have been embarrassed there upon a plan of reduction to be introduced by the end of last August, among whom the three under-merchants Eilbracht, De Brueijs, and van Hogendorp are specifically included, while the ministers, regarding the assistant Overbeek, designated by us as second of Sadraspatnam, upon his request had since disposed otherwise, and how, having become necessary there, he had been excused from the journey hither, without our having as yet proceeded to the succession of someone else at Sadras, as we deem it best to await how Your High Nobilities may be pleased with our conception of placing seconds in locations where they are not present. Paragraph 310. Why a surgeon who came from Bengal does not sail across. By a further letter from Bengal dated 30 August last, received by the same opportunity, the Ministers inform us how, upon the request made thereto to Their Honors by the surgeon Fredrik Willem Klaffenbach, who had been stationed at Kassembazaar and who, on account of the aforesaid reduction, could not be employed, they had permitted the same to proceed to the coast with the aforesaid Phoenix in order to continue his intended voyage to India's Capital with the ship that was to depart from here for Batavia, whereto said Klaffenbach also made a personal request, which we had granted him; but having arrived on board the Zeebouwer on the 22nd of this month with an ordinance from the first undersigned to transport him across, the captain of that vessel sent him back with it, and shortly thereafter even came to report that there was no more room for the passengers and consequently said Klaffenbach could not sail along, so that for the present he will have to remain here. Paragraph 311. When the ship sailed to the outer roads. The frequently mentioned ship De Zeebouwer, which we had resolved to cause to leave our roads on the 15th of this month

Dutch transcription

aldaar zijgen de ministers aange„ komen, zonder aanschrijven hij had gezegd dat wij hem naar Ceij„ lon hadden gezonden om aldaer bescheijden te blijven. wij hadden dus op een vreemde wijze gedispo„ neert over het Ceijlons governement Hij Cantervisscher had door den Heer Commandeur en Raed van Iaffenapatnam verzoek laaten doen om een springtogtje herwaerde te mogen doen. Dog in steede van dit verlof te geeven, had de Ceij„ lonsche Regeering hem door haare Bedienden te Iaffenapatnam laa„ ten aanzeggen, dat hij te Ceijlon niet bescheijden was, en dus vertrek„ ken konde, als het hem behaegde waer toe hem deeze brief wierd meede gegeeven Dat wehem zonder brief niet hebben laaten vertrekken bewijst de nevens leggende Copia in dato 21: Ianuarij omtrend positie naer 71 87 positie versogt. naer Iaffenapatnam geschreeven. Dit was de plaats alwaar hij het eerst moest aanlanden, en het bleek uijt meer dan een voorbeelt, dat men over alle zaaken genoegzaam met dit Com„ mandement alleen Correspondeerde En dat hij Cantervisscher als onderkoop„ man te Ceijlon thuijs hoord, blijkt uijt het Indiasch Naamboekje van 1786: en te meer, om dat hij ons nooijt als onderkoopman aangeschreeven, ofte zijn Acte, tot die qualiteit, herwaards ge„ zonden is. — omtrend hem wordelis en 306 Om ons echter van buijten geen moeijelijkheeden op den hals te haa„ len, als die meer dan genoeg hier binnen ons ongeluckkig deel zijn, hebben wij den 10: deezer beslooten hier over met het Ceijlons Gouver„ nement in geen discussie te treeden, maar aan u Hoog Edelheeden eerbied gedefereert te laaten of Can„ tervisscher wiens Emolumenten we met prina Lar ben 66 aanbod van lijst der § 307: gagti geerdens waerom de op pierstuur„ en 308: man Muller met onder de gegageerdens begreepen. primo deezzer weder hebben laaten af„ geeven alhier blijven zal om emploij afte„ wagten, of ten dien fine na zijn be„ scheijde post Ceilon overgaan. Overigens ons met respect gedraa„ gende aan onze Resolutien, ofte het Copia Acte boek, hebben we nog de eere deeze bij te voegen Een Naam Lyst van de actueel door u Hoog Edelheeden gegageerden, en de nu Iongst, door ons, op Hoog Derzelver approbatie op halve gasie gestelde dienaaren, item een andere Lijst van zodanige als zedert onze laaste berichten uijt 'sComp:s dienst ontslagen zijn Met betrekking tot de eerste lijst den hebben wede daar op vermeld staen„ de opperstuurman Ian Muller niet konnen toestaan zijn verzoek om verder genot van zijn gasie, om dat het uijt hoofde der verhandeling bij Resolutie van den 21: Januarij 1791 twijffel„ in van de ont 73 ontvangen schrijvens §309. van bengalen nop:s de ontboodene Dienaeren 1791: twijffelagtig voorkomt wat men aan hem mag verstrekken, zoo lang de zoldij zaaken op de kust niet zijn gede„ cideert: Deeze dus verre zijnde ingesteld, ont„ vangen wij op den 20 deezer brieven van de Ministers in Bengale per het eijnlijk te Madras aangelande particuliere schip De Phenix herwaards afge„ vaardigt, uijt eene van dewelke geda„ teerd 21:e Junij deezes Iaars, de Minis„ ters betoonen, hoe zeer het hun tot dienst en genoegen strekten dat wij ons aan Haer Ed:s in anno pass:o hadden kon„ nen addresseeren om eenige Dienaa„ ren uijt die Directie, waar meede men anders aldaar zoude verlegen geweest zijn bij een in te voeren plan van ver„ mindering onder ultimo aug:s Flee„ den onder welke de drie onderkooplie„ den Eilbracht, De Brueijsen van Hogendorp, speciaal worden begree„ pen, terwijl de ministers omtrend den: af„ afte„ ƒ fel„ waerom een van Ben en 310: galen gekomen chirurgin niet overvaert den Assistent overbeek, door ons gedesig„ neert tot secunde van Sadraspatnam op zijn verzoek, zeedert anders had„ den gedisponeert, en hoe hij aldaer noo„ dig geworden, van de herwaards reijse was geExcuseerd, zonder dat wij egter als nog getreeden zijn tot de opvolging van iemant anders op Sadras, alzoo wij vermeenen best te zijn aftewag„ ten, hoedanig u Hoog Edelheeden ons begrip om secundens te stellen op plaatsen daar ze niet zijn beval„ ten moge. —. Bij een nadere brief uijt Bengale gedateerd 30 Augustus I:o leeden, ter zilver gelegenheijd ontvangen bedeelen de Ministers ons, hoe zij op het daer toe aan Haar E: gedaan verzoek door den te kassembazaar bescheij„ den geweest zijnde Chirurgijn Fre„ drik Willem klaffenback, die wann op de mits de voorsz reductie, niet kon worden geEmploijeert denzelven halden. na wanneer het schip 1311. op de buijten reeden geseijlt hadden gepermitteerd met de Pheniz 6 voormeld zig naar de kust te begee„ ven om met het schip, dat van hier na Batavia stond te vertrekken, zijn voorgenoomen reijze naar Indiasch Hoofdplaats voorttezetten, waar toe gemelde klaffenbach ook persoonelijk verzoek heeft gedaan, dat wij hem geaccordeert hadden, dog den 22: deezer aan boord gekomen zijnde van de zeebouwer met een ordonnancie van den Eerste geteekende om hem overtevoeren, heeft de Capitein van dien bodem hem daar meede te rug gezonden en kort daar na zelfs ko„ men rapporteeren, dat er geen plaets meer was voor de passagiers en gevol„ gelijk gemelde klappenback niet mee„ de konde overvaaren, zoo dat hij voor eerst hier zal dienen over te blijven Het dikgerepte schip De Fee„ bouwer, dat we beslooten hadden den 15: deezer onze rheede te doen verlaeten am re„ die o n:

← previousnext →