VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 9706

Coromandel · 882 pages · 129 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_9706_0563 view scan ↗

English

which execution was approved as a consequence of the order, with regret over the unfortunate outcome, than the debtors, for which they had been bound, would be discharged; for, as immovables had no value at present, the summary execution would be nothing other than ruinous for the debtor, while it brought little benefit to the creditor; finally, that the goods which had lain in the warehouse of the debtors were to be sent hither by the sloop De Herstelling, with the request that they might be sold elsewhere, as they are now also, at the pleased disposal of Your High Nobilities, sent to Batavia by the ship De ZeeBouwer, and accounted for in the sum of ƒ2195. 18. — by separate invoice. We have approved the aforesaid execution as a consequence of our order issued thereto, The retaining or re-ceding of the house intended for the Honorable Company is deferred to disposal approved, and regarding the so strongly lamented unfortunate outcome of the sale in general, made known that such was a hard fate for the one who had to undergo it, but that this same hardship worked no less upon the interest of the Company, which for so many years in succession has been the suffering party on account of arrears, and has exercised patience for too long with its servants as well as the debtors, not without fear that, in this manner, it will not easily overcome the damage it suffers: That therefore, however ill-advised it 153. also appears, in the present critical situation of affairs, to burden the Company with immovable property 525 which is not strictly necessary, and however hard it is on the other hand to have to cede one's own immovables or properties for such insignificant prices as the aforesaid warehouse and house of Wengadassalam, the acceptance of both for the Company, under the aforesaid condition or precaution, could well be considered as a token of philanthropy, bearing the mark of being estranged from condemnable self-interest; but that the positive decision herein depended solely on Your High Nobilities, to whose very respected pleasure we have had the buildings marked as if they were properties of the Honorable Company, Newly formed account of the state of the arrears, and how action was taken regarding it or taken on its behalf, without however wishing to drag out the matter of the arrears any longer, but after that sale, provisionally to determine its further settlement. To that end, by order of the first signatory, a representation of the state of the arrears had been drawn up since the closing of the account as of the last of August 1790, and what the same, after deduction of that which could be credited, could since be said to have been reduced, in such manner as was also registered in the resolution of 20 July last. We resolved to send this in copy to Iaggernaikpoeram in order to prevent all erroneous notions 527 regarding the crediting and debiting of the original debtors; as that must now only take place with the greater or lesser yield of the purchase cost of the linens of the said debtors, since the purchase amount thereof has solely been credited to those who are charged with the compensation of the arrears, each in proportion to his share therein; and thus the profit or loss of the sale also remains for their account, for the debtors can desire nothing other than the value for which they gave the one and the other as security, and the commissioners Hetfusius and Schliephaken accepted them for and on behalf of the charged parties upon the settlement under the last of August. Obstinacy of the debtors By the aforesaid resolution, and the separate one of that date, an intentional obstinacy and colluded malice are recorded, in particular by those of Priwengalam's string, like Batsjoe Balla Rammaija and Batsjoe Taggaija, both arrested in their houses, the one on account of his own debit, and the other as surety for the supplier of the blankets, while no payment would come from the one any more than from the other; on the contrary, Batsjoe Balla Rammaija, very well instructed, remained absolutely insistent on discounting from Halm and Loon, and addressed for the remaining arrears that frivolous claim on van Bijland, on which occasion, as the resolution shows somewhat further back, it was actually that the chiefs discovered the secrecy of the previous transactions concerning these erroneous documents in April 1791, already dealt with above, but with which affair we repeatedly declared that we saw no possibility of accepting them in discount for the Company, or of meddling with any judicial proceedings, which belonged to no one other than the original claimant. We therefore proceeded on the aforementioned 20 July to the resolution to make known in the meeting to van Halm and van Someren the communication from Striking address Iaggernaikpoeram, and to represent to them the necessity of fulfilling the obligation under which they had brought themselves through the voluntary inventorying of their goods, and that consequently, if they could also not pay, as the debtors obstinately declared, they should have to point out goods upon which, by way of execution, recovery was to be found, for the compensation of the remaining amount of the arrears, amounting to ƒ20328:2:— for van Halm's and ƒ10472:8 for van Someren's share. This was carried out, and had the following striking effect.

Dutch transcription

323 het welk Executie, als eend 152. gevolg der ordre geapprobeerd s met beklag over de onge sehitethig „dan den de biteuren, waer voor zoe zijn verbonden geweest, zoude afgelegt zijn; want dat, daer ik: vastigheeden thans geen waerde hadden, d„e parate Executie niet anders dan ruineus ware voor den Debiteur, terwijl 3e den Ere„ „diteur bedraeft weijnig beitede, eindelijk dat de goederen, die van de Debiteuren in het pakhuijs hadden gelegen, per de sloep De Herstelling herwaerds stonden te worden gezonden, met versoek dat die el„ „ders mogten worden verkogt, gelijk ze ook thans, ter believende dispositie van u' Hoog Edelheeden per het schip De ZeeBouwer naer Batavia gezonden, en ter somma van ƒ2195. 18. —. bij aparte factuur aengereekent worden. — Wij hebben de voorsz: Executie, als een gevolg van onze daer toe gestelde ordre, ge„ „approbeerd het aanhouden of wieder afstande der voor dE Comp gemeijn de huijs, word ter dispositie defiteert approbierd, en op den zoo sterk beklaegde ongelukkig en uitslag van den verkoop het algemeen, te kennen gegeeven dat zulks voor den geen die het had moeten ondergaen een hart lot was, maer dat die zelve hardigheijd niet minder werkk op het belang van de Compagnie, die zoo veele Iaeren agter een wegens agterstallen de lijdende partij is geweest, en te lange gedult geoeffent heeft met Haere bedien„ „den zoo wel, als de debiteuren, niet zonder vreeze, dat ze, op die manier, de schaede die zij lijd, niet ligt zal te boven raeken: Dat men dus, hoe ongeraeden het 153. getij in de presente Criticque situasie van zaeken ook voorkomt de Compagnie te belanmeren met vaste goederen, die 525 die niet volstrikt noodzaekelijk zijn, en hoe hart het aen de andere kant is om eijn „gen vastigheeden of Eijgendommen voor zulke niet noemens waerdige prijsen te moeten Cedeeren, als het voorsz: pak, „huijs, en huijs van Wengadassalam de aenvaerding van beiden voor de Com„ „pagnie, onder de voorsz: Conditie of precautie, wel kunde aenmerken als een teeken van menschlievenheijt, het kenmerk dragende van vervreemt te zijn van Condemnabel eijge belang; maer dat het positive hier in te decidee„ „ven alleen dependeerde van u Hoog „ Edelheeden, tot welker zeer gerespec„ „teert goedvinden, wij de gebouwen hebben laeten aenmerken als waren het Eijgendommen van de E: Compag„ „ nie op nieuw geformeerde reck:d 154. van de staet des agterstals, en hoe danig door omtrend gehandelt is „nie, ofte ten Haeren behoeve genemt, zon„ „ber der zaak van het Agterstal echter erlangen te traineeren, maer na die verkoop, dies verdere afdoening, bij provisie te determineeren, Tot dat eijnde was, ter ordre van den Eerstgetekenden opgemaekt een vertoo„ „ning van den staet van het agterstal Zeedert het sluijten der Reekening onder ultimo Augustus 1790. , en wat het zelve na aftrek van het geen elve men ten goede zou konnen reekenen, zeedert gezegt kon worden vermindert te zijn, in diervoege als al meede ten ve„ solutie van 20. Iulij I„o leeden is in„ Deeze beslooten wij „geschreeven. in Copij te Zenden naer Iaggernaik „poeram om alle verkeerde denkbeek „den 527 „den weegens het Prediteeren en debiteeren van de origineele schuldenaeren te pre„ „venieeren; als moetende dat nu maer alleen geschieden met het meerder of minder rendement van het inkoops kostende der Lijnwaeten van gem: debiteu„ „ren, alzoo het inkoops bedragen van dien, den geen die met de vergoeding van het Agterstal belast zijn, ieder nava„ „to van zijn aendeel daerin, en kel ten goede gebragt; en dus ook voor hun„ „ne reekening blijft het voor- of nadeel van den verkoop, want de debiteuren konnen niet anders verlangen dan de waerde waer voor zij, het een en ander, te frant gegeeven, en de gecommitteerden Hetfusius en Schliephaken, voor en ten behoeve der belasten, die overge„ „nomen de birturde „nomen hebben bij de afreekening on„ „der ultimo Augustus. — hardrukeigheid van de sevorg: § 155 Bij de voorsz: resolutie, en de apar„ „te van dien datum aengeteekend staen„ „de een op zettelijke hardnekkigheijt en te samen gespannen boosaerdigheijt, in zonderheijt door die van Priwen„ „galams snoer zijn, gelijk Batsjoe Balla Rammaija, en Batsjoe Taggaija, beiden in haere huijzen ge„ „arresteerd, de eene weegens zijn eijge debet, en de andere als borg van den Leverancier der deekens, terwijl 'er van betaelen niets zoude komen van den een zoo min als van den anderen, in tegendeel Batsjoe Balla Ram„ „maija, zeer wel geinstrueert, bleef absolut staen op het disconteren van 529 van halmen van Loone„ en aangesprooken om 't resto agterstal 56 van die frivoole pretensie op van Bij„ „land, bij welke geleegenheijd, zoo als de Resolutie wat verder agterwaarts aentoont, het eijgenlijk was, dat de opperhoofden ontdekte de geheim „houding der voorgaende transactien over deeze ervoneuse stukken in april 1791: 8 137. hier boven reets verhandelt, dog met welke affaire wij bij herhae„ „ling declareerden geen heel te zien, om ze voor de Compagnie in disconte aen„ „teneemen, of ons te bemoeijen met eenigs geregtelijk beweegingen, niemant anders van den origineelen schuld Eijsscher voegende. Wij tooden derhalven den 20. Julij voormelt tot het besluijt om van Halm en van someren, het gecommuniceerde van prappant van Iaggernaikpoeram in vergade„ aanspr „ring bekent te maeken, en voor te hou„ „den de noodzaekelijkheijd der ver„ „vulling van de verbintenis, waer onder zij zig door gemoedelijke in ver„ „tarisatie van hunne goederen ge„ „bracht hadden, en dienvolgende, 300: zij ook niet konden betaelen, „gelijk de Debiteuren obstinatelijk declareerden, aenwijsing zoude moeten doen van goederen, waerop, bij weege van Executie verhael was te vinden, ter ver„ „goeding van het nog resteerende be„ „dragen van het Agterstal groot ƒ20328:2:—: voor van Halms, en ƒ10472: 8 voor van Someren aen„ Dit nam gevolg, en had de „deel. volgende praspant uijtwerking. § 157.

NL-HaNA_1.04.02_9706_0571 view scan ↗

English

continuation and ending of the 17th address. Jan Halm, speaking for both of them, spoke, not without signs of passion and animosity. It appeared extremely strange to him to see the debtors foreclosed upon arbitrarily, and not through the Council of Justice; considering the sale of their goods, on our order, to be informal, and not in accordance with the orders, which demand that it should happen judicially, with several other arguments which, denoting nothing other than opposing everything and refusing to obey, one sought to talk him out of, while admonishing him to set aside all passion and anger, and believing he had lawful reason for grievance regarding what had been communicated concerning Iaggernaikpoeram, rather to request an extract thereof and a copy of the aforesaid statement of arrears, in order to then submit it, provided he delayed no longer than eight days in doing so. Section 158. But far from listening to this, or paying heed to what was included therein to his advantage, he stuck to his point, maintaining that the foreclosure of the debtors ought to have taken place judicially, and not politically, and that because this was not done, the matter had thus been improperly handled, and they both, namely he, Van Halm, and Van Someren, as well as the debtors, had been harmed in the extreme thereby, while his duty also required him to care for wife and children; finally, with the utmost emotional agitation, he pulled from his pocket a torn piece of paper, just as it lies here attached in original, handing it, while rising from the assigned seat, instead of to the first undersigned, over to the secretary to read it aloud. It reads thus: All of which having been answered, with a favorable interpretation, declaring the proceedings held against the merchants to be unlawful, for the orders of the Gentlemen Majors, and also of Your High Nobilities, do not dictate that one must ruin their subjects or inhabitants, the more so because they had voluntarily promised, under the provision of proper surety, to settle the arrears in goods, which sureties and agreement were properly accepted by the Council; and beyond this, none of the laws mentions that the Company has any authority, without a sentence from the Council of Justice, to carry out any summary execution on funds for which it has not yet been proven in what manner one remained indebted, for the Company cannot claim for itself the same right as the Gentlemen States of Holland over its public revenues; it is far from that, since these are funds stemming from merchandise that was given to the merchants for the trade in linens; for all of which reasons we deem ourselves obliged, against all these actions which conflict with all laws, ordinances, and statutes, provisionally to protest against all dishonor, damage, and interests that we have suffered, and shall yet suffer, through these unlawful proceedings, leaving them furthermore for the account of those who are the cause thereof; undertaking further to submit a formal protest after the lapse of 14 days, notwithstanding which we very humbly request that a proper note of this be provisionally kept in today's Resolution. Below was written: 20 July 1791. Section 159. We need not refute the falsehood in these arguments; all our already cited rulings show the contrary; what is more, we fear the reproach that too far-reaching a leniency is the cause of the insolence of these opponents and protestors, the more so as the foreclosure of the debtors was done at the request made by Van Halm himself, and for general accommodation, as shown by the proceedings in our decisions dated 29 October and 24 December 1790, item the last of February 1791, without him having dreamed then of such distinctions between the political and the judicial authority, as now, Heaven knows by whom, his head had been heated, and into which maelstrom of false imagination Van Someren also seems to have allowed himself to be dragged along in cold blood, both plunging themselves into infinitely greater inconvenience than if they had let the matter take its course, had let the execution proceed amicably, and in the event of supposed injustice had addressed themselves to Your High Nobilities, at whose special command we stand up for the Company, and had to do that for which we need to answer to Your High Nobilities and to no one else. Section 160. We therefore also judged that we should not allow ourselves to be insulted, or to be so publicly affronted, as these protestors Van Halm and Van Someren had chosen to risk at their peril, but that we must maintain ourselves in that dignity which Your High Nobilities have entrusted to us. We have therefore on the same day of 20 July, immediately, resolved to send the aforementioned Van Halm and Van Someren with the case, just as it now stands described here according to its true and essential circumstances, at the first presenting opportunity, to Batavia at the disposal of Your High Nobilities, as was, after brief deliberation, announced to them forthwith, and they were at the same time ordered to hold themselves ready to undertake the voyage with the next opportunity,

Dutch transcription

e santuit en ting van de 17 aenspraek. — Jan Halm, woerende voor beiden het word„ sprak, niet zonder blijken van drift, en animositeijt. Hem quam ten uijtersten vreemt voor, de Debiteuren na eijge wille„ „keurigheijd, en niet door de Raed van Iusticie uijtgewonnen te zien; houdende het verkoopen van haere goederen, op onze ordre, voor informeel, en niet over„ „eenkomstig met de ordres, die begieren„ dat het Iustitieel Zoude geschieden, met meer andere argumenten welke, als niets denoteerende dan zig tegens alles te opposeeren, en niet te willen obedieeren, men hem uijt het hooft zogt te praeten, onder vermaening van alle passie en drift, ter zijde te stellen en ver„ „meenende wettige reeden te hebben van bezwaer over het gecommuniceerde van m Iaggernaikp=m Iaggernaikpoeram, daer van liever Extract; en van de voorsz: staet des Agterstals, Popij te versoeken, om die dan optegeeven, mits daermeede niet langer dan agt dagen traince, „rende Maer verre van hier na te luijste„ § 158: „ven, of te agt te geeven op het geen daer in tot zijn avantage lag opgeslooten, bleef hij bij zijn point, met starende te houden dat de uijtwinning der debiteuren Iusticeel, en niet politiek had moeten geschieden, en dat wijl dat niet gedaan, de zaek dus onbe„ „hoorlijk behandelt was, en zij beiden te weeten hij van Halmen van So„ „meren, daer door zoo wel, als de debi„ „teuren ten uijtersten benadeelt wae„ „ven, 5 „ren, terwijl zijn pligt meede bragt om voor vrou en kinderen te Zorgen, eijndelijk haelde hij met de uijtterste gemoeds beweeging uijt zijn zak een afgescheurt stuk papier, zoo als het in originali hier nevens legt, geevende het, onder het opreezen van de aengeweesen Zitplaets, het zelve, in steede van aen den Eerstge„ „tekenden, over aen den secretaris om het overluijd voor te leezen Het luijd ae¬ „dus: „op alle welke geantwoord zijnde, onder „gunstige welduijding te verklaeren „de proceduurens gehouden tegens de „kooplieden te zijn onwettig want de „ordres van de Heeren Majoores, en ook „ van Haer Hoog Edelheedens dic„ „teerd niet dat men hunne onder„ „danen „saenen of Inwoonders moet ruimen„ „ren, te meer daer zij vrijwillig onder„ „stellig van behoorlijk Pautie „beloofd hadde om de agter stallen „ in goederen te voldoen, het welke „door den Raed de borgtogten en accoord behoorlijk „daarlijk is aengenomen; en buijten die „geen van de regten mentioneerd dat „de Compagnie eenig magt heeft zom„ „der vonnis van den Raed van Justi„ „tie eenige paraet Executie te houden „op gelden die nog niet beweezen is, door „wat weg men schuldig is gebleeven, „want de Compagnie kan zig dezelve „regt niet aenmaetigen, als de Heeren „staeten van Holland over zijne sland „gemeene middelen; het is daer verre „daer van daen, alzoo het gelden zijn voorts gesprooten „voort gesprooten uijt Coopmanschappen, die „aen de kooplieden gegeeven zijn tot negosia„ „„tie van Lijwaeten; om alle welke reedenen „wij verpligt agten, tegens alle deeze gedoen„ „ten die strijdende is alle wetten, ordonnan„ „tien en statuten bij provisie te protestee„ „ven tegens alle schande, schaede en In„ „tressen, die wij door deeze onwettige pro„ ceduure hebben geleeden, en nog zullen leij„ „den, laeten overigens voor reekeningen „van de geenen, die hier van de oorsaek „zijn; neemende verders aen, om na ver„ „loop van 14. dagen een protest in forma „in te leeveren, niet tegenstaende ver„ „zoeken wij zeer nedrig om bij provisie „hier van behoorlijk aenteekening „ in de Resolutie van heeden te houden „ /: onderstond:/ den 20. Iulij 1791. § 159. Wij ƒ0 §o 159. , Wij behoerven het valsche in dese ar„ „gumenten niet te wederleggen; alle onze reets aengehaelde dispositien toonen het tegendeel aen, wat meer is wij vreesen het verwijt dat eene te verregaende toe„ „geevendheijt, de oorsaek is der bruta„ „liteit van deeze opposanten en protestan „ten, te meer de uijtwinning der Debituu „ven op het door van Halmzelfs gedaen versoek; en ter algemeene gemoet ko„ „ming geschiet is, uijtwijsens, verhande„ „ling bij onze besluijten in dat:s 29:e oc„ „ber en 24. December 1790. , item ultimo februarij 1791. zonder dat hij toen heeft gedroomt van zulke distinctien kis„ „schen de politieke in de Iustitieele macht, als Item, den Hemel weet door wien, het hooft nu was warm gemaekt gemaekt, en in welke maelstroom van vatsche verbeeldings kragt van someren zig in koe„ „len bloede meede schijnt te hebben laeten wig sleepen, zich beiden in oneijndig groo„ „ter ongelegenheijd stordende, dan wan„ „neer zij de zaek zelfs op zijn beloop ge„ „laeten, de Executie goedschiks, doen voort„ „geven, en bij vermeende verongelijking zich geaddresseert hadden aen u Hoog Edelheeden, ter wiens speciael bevel, wij voor de Compagnie opkomen, en doen moesten het geen wij aen Hoogst Dezelve in aen niemant anders behoe„ „ven te verantwoorden. —. § 160. Wij oordeelden daerom ook ons niet te mogen laeten beleedigen, of 300 pu„ „bliek voor het hooft te stooten, als deeze Protestanten van Halm en van van Someren verkoosen hadden te waegen ten hunnen percule, maar ons te moeten mainteneeren in die waerdig „heit welke u Hoog Edelheeden on hebben toevertrouwt. We hebben der„ „halven ten zelven dage van 20. Iulij. ip so momento, beslooten, om gem: van Halmen van Someren met de zack, zoo als ze nu, na dies ware en wesenlijke toedracht, in deeze, beschreeven staet, ter eerster voor„ „komende gelegenheijt, op te Benden naer Batavia ter dispositie van u Hoog Edelheeden, gelijk han na kort genomen beraet, illico aen „gekondigt en tevens aengezegt is geworden zig gereed te houden, om, met de naeste occagie, de veise den teneemen,

NL-HaNA_1.04.02_9706_0579 view scan ↗

English

to accept that they have considered it communicated. And since the case, although turned to unexpected extremities, could not remain on its course, but our duty required, notwithstanding this, to provide to the best of our ability for the indemnification of the Company for that which, as aforesaid, the arrears still amount to ƒ30800. 2. 8., we decreed a judicial commission consisting of the Fiscal and two members to be nominated by the president of the Council, in order, by handing over to the officer the inventories which van Halm and van Someren had made of that which was placed under special mortgage, to demand from both of them payment of the arrears or the designation of goods for recovery of the debt, and specifically from van Halm: 1st. The deed of purchase of his house at Nagapatnam. 2nd. That of his garden at Jaggernaikpoeram, or else a statement whether he thereby means the house that the chiefs must take over from each other. 3rd. The deed of purchase of the vessel or the sloop Wilhelmina, with an indication of where it currently is. 4th. A specification of the movable goods and slaves which are included under the mortgage to the value of 3000 Ropijen. And from both, namely van Halm and van Someren, each in particular, whether the mortgaged goods would be surrendered without further judicial enforcement costs for sale at public auction by commissioners to be nominated at that time on behalf of the assembly, or that they desired the procedure according to practice for summary execution; that, choosing the first way, after the designation, inventory, and consent as before, they could remain in possession, provided they sell nothing, nor alienate anything, until, regarding the holding of the auction and accounting for the proceeds thereof into the Company's treasury to their accounts, according to the books, further disposal shall have been made and the day determined; but that, in the contrary case, choosing to incur costs and to be foreclosed by judicial summary execution, the Fiscal is qualified, after the inventory, to have the designated property sealed, and to proceed as is customary according to the style and form of law; notifying van Halm that his action or claim to a gratuity does not count, unless he could prove to the Company to have that credit and to be legitimate in that regard through approval of the Lords and Masters; and that there are also rejected the specified actions and claims against De Ravallet and van Bijland, both being matters not concerning the Company, and the latter, moreover, not free from suspicion of fraud. The report of this Commission was received at the meeting of 28 July, providing us with new material for vexation, torment, and harassment: for although the least expensive way had been taken, a declaration made, and it was deemed better that the matter be pursued politically rather than judicially, the remarks and annotations by Resolution concerning that report show that, according to the inventory submitted by van Halm on 24 December 1790, his house at Nagapatnam as well as his house and garden at Jaggernaikpoeram were declared free and unencumbered, whereas both were now made known to be mortgaged; that the vessel Wilhelmina would be delivered in September or October, contrary to the assurance given to the first signatory that it could be disposed of at the latest in August or September; that his previously submitted inventory, for lack of papers, could not have given an accurate statement, but that the present statement was exact, signifies nothing, since the mortgaging of the houses cannot have escaped his mind, and certainly not that of the Jaggernaikpoeram property with the garden, since that supposedly took place two months before the formal inventory; in short, a new proof of the design to withhold from the Company, by all illicit ways, what belongs to it, and to conceal goods that one first, under oath, pledged and mortgaged: We therefore resolved: 1st. To declare the house at Nagapatnam mortgaged to the Company according to that first formal statement, and to have it sold publicly when occasion arises, even though the proofs of ownership are held back, since the formal inventory decides it. 2nd. To have paid into the treasury at Jaggernaikpoeram the sum for which, according to the agreement with the assembly in 1788, the house and garden of van Halm must be taken over by the chiefs, which was also accepted by the present chief to be carried into effect in case of approval in his post, and that with the moderate house rent that was moreover promised since the occupation, as being, since the said formal obligation, a property of the Company, and the mortgage executed prior to date illegal and informal. 3rd. To have van Halm notified through the fiscal office to immediately give orders for the return here of the mortgaged vessel Wilhelmina, and consequently that the disposition permitted to him over it extends no further than for the present voyage to Pondicherij. 4th. To have the declared goods of van Halm converted into money by public auction on Monday the 8th of the coming month of August, unless he

Dutch transcription

aenteneemen, dat zij voor gecommuni„ „ceerd hebben gehouden. En wijl de Paek, hoewel overgeslae„ 161. „gen tot onverwagte extrimiteiten, niet op zijn beloop kon blijven, maer onze pligt vorderde, om, des onaengezien na vermogen te zorgen tot de dom„ „magement van de Compagnie voor het geen, gelijk voorsz: staet, het Ag„ „terstal nog komt te bedragen tot ƒ30800. 2. 8. decerneerden wij een Ius„ „ticieele Commissie van den Fiscael en twee, door de voorzitten van den Raed te doen benoemen leeden, om met ter handstelling aen den offecier van de Inventarissen, welke van Halm en van Sameren hadden gemaekt van het geen onder speciael ver„ „band „band is gebragt, hen beiden aftevor„ „deren betaeling van het Agterstal of te Aanwijzing van goederen tot ver„ „hael van de schult, en wel van van Halm. 1. o de koopbrief van zijn Huijs te Nagapatnam. 2:e Die van zijn tuin p:r Iaggernaik„ „poerain, dan wel eene verklaering of daer door verstaet het huijs dat de opperhoofden van elkander moeten overneemen. De Koopbrief van het vaartuijg ofte de sloep Wilhelmina, met aenwijzing waer die zig thans bevind 47: eene Specificatie van de meube„ „laire goederen, en slaeven, wel„ „ke -. 0. 544 „ke onder het verband ter waerde van 3000. Ropijen zijn begreepen. En aen beiden, te weeten van Halm en van someren, ieder in 't bijzonder, of de verbondene goederen, zonder verder gereg„ dwangen kosten zouden worden over„ „gelaeten ter verkoop bij publieke ven„ „dutie door als dan te benoemene gecom„ „mitteerden van weegens de vergadering, ofte dat zij begeerden de procedure na de praclijk tot parate Executie, dat, ver„ „kiezende de eerste weg, zij na de aen„ „wijzing, inventarisatie en bewilliging als vooren, konden blijven in het be„ „zit, mits niets verkoopende, nog te veralieneerende, tot dat, over het hou„ „den van de vendutie, in het doen verantwoorden van het provenue van tuijg a van dien in 'scomp:s Cassa, op haere r „keningen, volgens de boeken, nade gedisponeert, en den dag, bepaelt zal zijn, maer dat, in Contrarie geval verkiezende kosten te maeken, en bij gerechtelijke parate Executie uij wie n „gewonnen te worden, de Fiscaelm gequalificeert om, na de inventari „satie, het aengeweesene te laeten ver „zegelen, en voortte gaen, als na sti „le en form van rechten gebruijkelijk is, denuncieerende den van Halm„ dat niet geld zijne actie of pretensie op douceur, ten waere hij aen kon tot „nen bij de Compagnie datte goet te hebben, en daer omtrent gewettig te zijn door goetkeuring van de A „ren en Meesters; en dat ook worden verworpen 543 nbondene naste goederen 162. vn van Halm sijn / beswaerd gevonden) verworpen de opgegeevene actien en pretensien op De Ravallet, en van Bijland, als beijden zacken zijnde de Compagnie niet aangaen„ „de, en de laeste daer en boven niet vrij van suspicie van bedrog. —. Van deeze Commissie is het Rap„ „port ingekomen ter bij eenkomst van den 28. Julij, leverende ons nieu„ „we stoffe tot ergernis, quilling en veratie: want schoon de minst kostbaerste weg ingeslaegen, op„ „gave gedaen en geoordeelt was bee„ „ter te zijn dat de zaek politiek als Justitieel vervolgt wierd, toonen de aenmerkingen, en annotacien bij Resolutie over dat rapport aen, dat na de door van Halm op den 24. december december 1790. in gediente Inventaris dat zijn Huijs te Nagapatnam zoo wel als zijn huijsen tuijn te Jaggernaik„ „poeram vrij, en onbelast zijn opge„ „geeven, daer beijden nu wierden be„ „kint gesteld verpant te zijn; dat het vaertuig wilhelmina in septem „ber of october zou worden gelevert, Contrarie de verzekering den Eers „getekenden gedaen dat daer over uijterlijk in aug=s ofte September kan worden gedisponeert, dat zijne te vooren ingericht Inventa „vis, uijt mancquement aen papi „ren niet accuraet had konnen opgeaven, maer dat de tegenwoordig opgave exact was, niet heeft te be „duijden, wijl de verpanding der huijsen 5413 huijsen hem niet kan ontschoten zijn„ en voordet niet van het Iaggernaik„ „poerainsche met de Tuin, wijl dat ge„ „schiet zou zijn twee maenden voor de gemoedelike Inventarisatie, kort om„ een nieuwe blijk van den toeleg om de Compagnie, door alle ongeoor„ „loofde wogen het Haere te ont„ „houden en te verduijsteren goederen die men eerst, na gemoede, te pant gesteld en verbonden heeft: Wij be„ Mooten. daerom I:o /: Om het huijs te Nagapat„ „nam, na die eerste gemoedelijke opgaane aen de Compagnie verbonden te verklaeren, en bij gelegenheijt; publiek publiek te laeten verkoopen, al schoon ook de bewijsen van Eijgen dom worden te rug gehouden, nademael de gemoe„ „delijke Inventaris decideert.. 2. % Dm op Jaggernaikpoeram, in Cassar te laeten tellen de som war voor na de overeenkomst met de ver„ „gadering in 1788. , het huijs, en suijt van van Halm, door de opper„ „hoofden moet worden overgenomen, den door hat tegenwoordig opperhoof ook aengenoomen is om in Cas van approbatie in zijn post te laeten gevolg neemen, en dat met de ma„ „tige huijshuur, die daer en boven „dert de bewooning, is belooft, als zijnde 54 zijnde zeedert gem: gemoedelijke verbinte„ „nis een Eijgend om van de Compagnie, en de pro dato gedaene verpanding, onwettig en informeel. —. Om van Halm, door het officie 3 3=o fiscael te laeten aenzeggen om dade„ „lijk ordre te stellen tot de herwaerds komst van het verbonden vaertuig Wilhelmina, en gevolgelijk dat de hem vergunde dispositie daerover niet verder gaet van voor de tegen„ „woordige tocht naer Pondicherij. 4:o/: Om de aen gegeevene goederen van van Halm ten gelde te laeten maeken bij publieke vendutie op Maendag den 8. van de aenstaen„ „de maend augustus ten ware hij van

NL-HaNA_1.04.02_9706_0588 view scan ↗

English

van Halm, after deduction of what was due to him for Spanish Dollars, might accept, to pay the remainder of the compensation or his share therein in cash into the treasury, and to appoint for this commission, in the presence of the fiscal, the Council members Bloeme and Hasz. 5th. To write to Jaggernaickporam to send hither, when opportunity arises and at their expense, those goods which van Halm and van Someren have left behind there, in order that they, together with the other jewels and other effects left with the said van Someren, may be monetized on a day to be further determined, and to order the Chief Pilbracht to account for that which van Halm states to be in his custody, and also to have this done for that which van Halm says remained with van Bijland's authorized representative, the assistant Da Silva. New protest of the same on 163. Out of apprehension that the protest set down here before on page 158 would not suffice, van Halm and van Someren, having learned of the resolution to sell their goods, went so far in their audacity as to deliver in person to the first-signatory on the 4th of August an extensive memorial, serving to further reinforce their protest made previously in our meeting of the 20th of the same month for recovery of damages, and that particularly regarding the exclusion of the Mazulipatnam merchants from trade, believing that those people, although debtors, ought to have been provided with new funds, and thereby given the opportunity to settle their debts through trade; the contrary of which the protestors regarded as the cause not only of the ruin and damage of those people, but also of their own, finally protesting not only against alleged injuries, damages, interests, and the like, holding all to our account, or rather that of whoever should in time be found to be the cause thereof, at the same time adhering to and inserting their protests of the 5th of May and the 20th of July, as the conclusion of that memorial indicates. Remark on this conduct, § 164. That the astonishing and strange nature of these doings is to be attributed more to the effects of conspiracy and those of a spirit of a more wicked nature than that of van Halm and van Someren, is all the more remarkable when one considers that it did not occur to the writer and signatories of the protest that we act merely as on a commission or in compliance with orders from the legislative power, and that by attacking us, they are trespassing against that power and consequently against the higher authority of Your High Right Honourables, revolting against the State and sinning against the Honourable Company. § 165. That it is at least not their affair to dispute with us what we found expedient for the interest of the Honourable Company, such as the exclusion of the Mazulipatnam merchants from trade, requires no broad exposition, and that this and the subsequent quasi-execution of the aforesaid sold houses does not constitute the point of ruin of those people is self-evident, if one only understands that they have been bankrupt since 1785/6, and consequently were already then, if not earlier, unable to pay off debts and thus to continue serving the Company without further damage. And therefore it is most vexatious and unpleasant not only to see oneself, being innocent, thus offended and insulted, but also to have to spend precious time making rebuttals, so as not to be regarded through silence as having confessed guilt, as if the conviction thereof as well as fear prevented one from standing firmly for truth and sincerity. Particular remarks of the first-signatory to the resolution of 9 August, § 166. It is for this reason that the first-signatory could not lay aside this monstrosity of a protest without sharply challenging it by adding to it such remarks as were deemed necessary to demonstrate that every page of this Hydra contains nothing other than far-fetched arguments, distorted facts, and representations diametrically opposed to what the protestors themselves know better, solely invented to create, if possible, timidity in executing what one is obliged to carry out for the indemnification of the Company. Further request of the petitioners with the disposition thereon. This writing, or these remarks, are inserted for the gracious consideration and judgment of Your High Right Honourables into the Resolution of the 9th of August, on which day disposition was also made upon a request sent to the first-signatory by the aforesaid protestors van Halm and van Someren during the drafting of these remarks, from which request it appears that, after delivering their protest, they had expected a meeting to deliberate thereon and to suspend the scheduled sale of their goods, as if that ought immediately to have been the consequence of so informal a protest, reproaching the first-signatory for having paid no regard to it, which was refuted to them in such terms as the Resolution of the 9th of August itself indicates, whereby it is further evident that, contrary to the request of the petitioner

Dutch transcription

van Halm, na aftrek van het geen hem voor spaensche Matten„ ten goeden stont te komen, mogt aenneemen, het restant der vergoe„ „ding ofte zijn aendeel in dezelve, Contant in Cassa te voldoen, en „tot deeze Commissie, ten bij zijn van den fiscael, te benoemen de Raedsleeden Bloeme en Hasz: 5:=e/ Omnaer Iaggernaijkpor „ram aan te schrijven om die goe„ duijver „deren, welke van Halmen van Someren aldaer hebben agtergen loeeten bij gelegenheijt, ten hunnen Koste, herwaerts te zenden, om met de overige, onder gem: van So„ „meren verbleevene Iuweelen, en andere 549 iuwe Protestatie van de op: 163: e sene bij sohuir salij e emnonig andere Effecten, op een nader te bepae„ „lene dag, ten gelde gemaekt te wor„ „den, en den het opperhoofd Pil„ „bracht te gelasten om het geen van Halm opgeeft onder hem te zijn, te verantwoorden, en dat ook te laeten doen door het geen van Halm zegt, dat onder van Bijlands gemagtig„ „de den assistent Da Silva, is verbleeven Uijk beduchting als of de hier voor pan: 158: ter nedergestelde protestatie niet zoude toereiken, zijn van Halm en van Someren, vernoomen heb bende het besluijt tot de verkoop van hae„ „vre goederen, al verder overgeslagen tot de vermeetelheijd, van op den 4. ' au„ „gustus „ n „gustus aen den Eerstgetekende in per„ soon ter hand te stellen een wijdloo „pige Memorie, dienende tot nade „re bekragtiging van haere protesta„ „tie in onze vergadering van 20. sulx bevoorens gedaen tot verhael van schaede, en dat wel in sonderheijt on het secludeeren van de Mazu„ „lipatnamsche kooplieden uijt den Handel, vermeenende dat dat volk schoon de biteuren, op nieuw geld verstrekkingen hadden behooren gedaen, en daer door gelegenheijd gegeeven te worden, om door den Handel haere Schulden te vereeven „nen, en het Contrarie van het welke zij Protestanten aenzagen, als e als de oorzaek niet alleen van dier Lieden, maer ook van hunne schaede en ruim, eijndelijk protesteerende niet alleen tegen vermeende injurien schaede, interessen, en wat dies meer is, laetende alles voor onse Reeke„ „ning, dan wel de geen, welke, in der tijd, zoude bevonden worden daer van de oorsaek te zijn, tevens inhe„ reerende en insereerende haere pro„ testen van 5. Meij, en 20. Iulij, gelijk het slot van die Memorie komt aentwijsen; 2 ƒ merking opodit Gedragt de 1 64:— Het verbazende en vreemde van dit gedoente meer te attribueeren aan de uijtwerkzels van Conspiratie, en die van een geest van boozer na„ „tuur „tuur, als die van van Halm en van Somerin, is des te aenmerkelijken wan„ „nier men overweegt dat de schrijver en tekenaeren van het protest op de gedagten niet gevallen zijn, dat wij maer ageeren als in Commissie of te in voldoening aen ordres van de wet geevende magt, en dat zij, ons op het lijf vallende, zig aen die macht gevolgelijk aen het Hooger gezag van U Hoog Edelheeden vergrij„ „pen, revolteerende tegens de Staet, en pecceerende tegen d E: Compagnie. Dat het althans haere zaek § 165. niet is om ons te betwisten het geen we voor het belang van d: E: Comp:e oorbaerst hebben gevonden, gelijk de seclusie der Mazulipatnamsche kooplieden 59 33 kooplieden uijt den handel, vordert geen breed vertoog, en dat dit en de quasi gevolgde Executie van voorsz, verkog„ te huijzen, het point van ruine van dat volk niet uijtmaakt, beslist sich van zelfs als men maar be„ grijpt dat zij zeedert 178 5/6: ban„ keroet, gevolgelijk toen al, zoo niet eerder, buijten het vermogen geweest schulden affte doen en dus sijn om haare „ de Compagnie Zonder verdere schaade te blijven bedienen, en daarom valt het ten hoogsten verdrietig en onaangenaam zig, onschuldig niet alleen dusda„ nig geoffenseert en beleedigt te zien, maar de dierbaere tijd moeten besteeden tot het maaken van weder„ leggingen, om stilswijgende niet te worden aangemerkt; als bekende men schult, en wederhielt de overtuiging daer van, zoo wel als de vrees, om voor sche 2 bijsondere remarques van §166: den Eerst geteekende te vander re„ sol:s van 9 ang:s voor de waarheijt en oprechtheit schraf te staen. Hierom is het dat de Eerst getekende dit gedrocht van een Prstel niet heeft konnen ter zijde leggen, zonder het gevoelig aante lasten met daer op aan te merken het geen noo„ dig oordeelde tot eene de, monstra„ cie dat ieder bladzijde van deszen Hijdra niet anders behelst, dan verzochte argumenten, verdraaij¬ de zaaken, en voorstellingen, vier„ kant strijdig met het geen de protestanten zelve beeter weeten, en„ kel uijtgedacht om, waere het me„ gelijk, timiditeijt te verwekken in het geen men verpligt is tot scha„ deloos stelling van de Compagnie ter uijtvoor te brengen. Dit geschrift, ofte deeze aanmer„ kingen staan tot believende specula„ tie en beoordeeling van u Hoog Ed=l heeden 3 5 posanten na der request heeden ter Resolutie van den 9 Augus„ tus geinsereert ten welken dage ook met de dispositie op denap is gedisponeert op een, onder het in„ stellen van deeze remarcques, den Eerstgetekenden, door voorsz: protes„ tanten van Halm en van Some„ ren toegezonden Request, volgens wel„ ke het blijkt dat zij, na de overgave van haer Protest waaren verwagtende geweest eene vergadering om daar over te delibereeren, en den vastgestelden verkoop haarer goederen te schurchee„ ven, even als of dat onmiddelijk het gevolg had dienen te zijn van een zoo informeel prolest, den Eerst getekende verwijtende van daar op geen reflesie te hebben geslagen, het welk hen is wederlegt geworden in die bewoording als de Resolutie van 9:e aug:s Zelve uijtwijst waer bij verder Consteert dat Contrarie het verzoek vande sup„ pliant

NL-HaNA_1.04.02_9706_0596 view scan ↗

English

annexes. petitioners for the postponement of the sale of their goods, it was judged to be in their interest to settle the matter of the compensation as soon as possible, in order to prevent otherwise real damage to be feared if your High Noblenesses should not grant the request recently made in their favor for relief from the simultaneous interest. And for that reason it was resolved to let the auction, postponed until 10: aug:s, proceed, and to interdict the petitioners from troubling us any further with contradictions or oppositions, but to let the execution of our resolutions take effect, reserving the right of representation, if found advisable, to your High Noblenesses. 167: The protest that was not adopted or inserted by Resolution goes with the annexes in original herewith, as well as the marginal response thereto from the Jagannathapuram chiefs, sent for that purpose and at the same time, on account of the demonstrated unfounded bitterness against people who, by our order, did no more than their duty; and have given the Protestants not the slightest reason to oppose their conduct so resentfully; as appears to have happened in that malicious protest. By resolution of the last of August, the report was recorded of the goods that were sold by auction, showing that those of van Halm yielded 381: 18: 30: pagodas and that portion sold for van Someren's account yielded pag: 98: 8:—. For this, and the amount of 2260: pieces of Spanish dollars, according to the decision of 28: July counted into the Treasury by van Halm in reduction of that notorious bond par: 131:, and sold at the prices stated for that purpose by decree of the 9th of August last, each one's account has been credited separately, as the annex thereto demonstrates, regarding which we further request your High Noblenesses' honored pleasure, the more so as, according to a demonstration serving as an annex to the marginal response to the protest, it appears questionable whether De Ravallet, as an absentee, can be credited for his retained monthly wages, and whether consequently the arrears must be considered to be Pagodas 121: 6 8/6: according to their calculation, or Pag: 3916: 14. 5/8. according to ours. Were we now at an end of the matter with this, we would complain less about so much unlawful grief as this conduct of Van Halm and van Someren causes us. We could leave the judgment of ours to the equitable decision of your High Noblenesses, without entering into any lawful complaints. We would dare to imagine that, far from being indebted for any damage caused or injury done to the opponents and protestants, it will be difficult enough for them, with this and that, to make good their audacity to your High Noblenesses, without giving us that striking satisfaction which we take the liberty to request from your High Noblenesses against theirs, especially regarding that insulting term noted at the end of our separate Resolution dated 20: July 1791:, because however one takes it, it can be applied to the first subscriber as well as to anyone else, and is of such an aspect that, without the utmost offense and insult, one may or ought not to use such an injurious saying in any meeting as an answer to a superior. 178: We say that, with this and that, it could thus come to an end: but how many points of objection are we not still obliged to present against the repeatedly mentioned opponents and Protestants. Because besides the document inserted by the first subscriber in the resolution of the 9th of August from par: IX to the end, concerning the objections and evidence submitted regarding the disadvantageous situation into which the Jagannathapuram office fell under the administration of the said protestants van Halm and van Someren, and the irresponsible conduct they maintained by presuming to dispose of the Master's money and goods after they knew they had already been suspended from office; the honest man whom they requested in our meeting of 20: July should prove the theft of 52: silver bars and a further portion of the disbursement falsely entered in the books in the name of the suspect Dewarpa Kamaija and Sjekka Wenket Ramaija; it appears from the aforesaid marginal response to the Protest found at Jagannathapuram, and consequently beyond all dispute, that the former chief servant of van Halm, the notorious Batsjoe Triwengalam, is the thief, and that van Halm and van Someren, suspected in this matter because of their conduct through the illegal dispositions of monies and goods of the Company, which, as suspended from office, they should have left intact, are themselves responsible in the first place, and secondly, also responsible for the conduct of the aforesaid Triwengalam; not being able to cast the blame on Dewarpa Kamaija and Sjekka Wenket Ramaija, and the matter coming across just like marionette puppets in a magic show. More of this case we shall not touch upon. In the separate Resolution of 20: July last, the further considerations relating to this are recorded, as well as what was demanded of the fiscal office concerning Triwengalam.

Dutch transcription

bijlagen. plianten ter uijtstelling van den ver„ koop hunner goederen, geoordeelt is haer belang te zijn de affaire der vergoeding hoe eer hoe beeter afte doen, ter voor„ koming van anders reel te duchtene schaade indien u Hoog Edelhee„ den niet mogten accordeeren het laest in haer faveur gedaen verzoek begeerde om ontheffing van de tevens interes„ sen. En daarom is beslooten met de tot 10: aug:s toe uijtgestelde vendutie te laeten voortgaan, en de suplianten te interdiceeren om ons met geen Con„ tradictien ofte oppositen verder te ver„ moeijelijken, maar de Executie van onze a besluijten te laaten gevolg neemen, be„ houdens het recht van representatie des geraaden vindende aan uw Hoog Edelheeden. on o vande ij detstotten 167: Het Rrosstet dat bij Resolutie niet over„ genomen of geinsereert is, gaat met de indend:d oor veel bijlaegen e 53 vrgel de agter tallen sijn ven„ „vinden d: door Executie op van Halm van Somenen. bijlaagen in orginali hier nevens, als ook de marginale beantwoording van dien van de Iaggernaijk poe„ ramse opperhoofden, ten dien fine en tevens gezonden, uijt hoofde der be„ toonde ongegronde verbittering tee„ gen Lieden, die ter onzer ordre, niet meer als pligt betracht; en de Pro„ testanten geen de minste reeden ge„ geeven hebben om haar gedrag zoo wree„ velmoedig te keer te gaan; als bij dat boosaardig protest blijkt geschiet„ te zijn — Bij resolutie van ultimo Augus¬ tus is ingeschreeven het bericht van de goederen die per vendutie verkogt zijn, aantoonende dat die van van Halm pagoden 381: 18: 30: en dat gedeelte dat voor van Somerens reekening verkogt is pag: 98: 8:—. gerendeert hebben. Hier voor en het Hem satisfactie van d' oppo„ 169 santien het bedraegen van 2260: stuks spaan„ sche matten, uijtwijzens besluijt van 28: Iulij door van Halm, in minde„ ring van die fameuse obligatie par: 131: in Cassa getelt, en verkogt tegen de daar voor bij arrest van den 9. ' augustus, J: L: opgegeevene prijzen, is ieders reekenig afzonderlijk gekrediteert, gelijk de bijlage van dien aantoont, waar om„ trent wij verder u. Hoog Edelheeden geeert goedvinden verzoeken, te meer na luid van een aantooning dienende tot bijlage van het marginael ant„ woord op het protest bedenkelijk voor„ komt of De Ravallet, als absent„ voor sijne te goed behoudene maand gelden kan gekrediteerd worden, en of gevolgelijk het Agterstal moet wor„ den geconsidereert nog Pagooden 121: 6 8/6: volgens haere, ofte Pag: 3916: 14. 5/8. ms onze bereekening groot te zijn. Waaren we nu hier meede de Iaak 59 559 zaak ten eijnde, we zouden ons minder beklagen over zoo veel onrechtmaetig. verdriet, als ons dit gedrag van Van Halm, en van Someren veroorzaakt. we zouden het oordeel van het onze, aan de equitabele decisie van u Hoog Edelheeden konnen overlaaten, zon„ der te treeden in eenige regtmatige klagten we zouden ons durven voor„ stellen dat, wel verre van wegens de opposanten en protestanten veroorzaak„ te schaade ofte aangedaane injivrie iets verschildigt te zijn, het haer met dit een en ander bezwaarlijk genoeg vallen zal hunne onbehon„ nenheijt bij u Hoog Edelheeden goed te maaken zonder ons te gee„ ven die eclattante Satisfactie, wel„ ke wij ons bevrijmoedigen tegen Haere van u Hoog Edelheeden te verzoeken, inzonderheijd van die hoonende term aangeteekent bij het ƒ slot teegen de opposante slot van onze aparte Resolutie de dato 20: Iulij 1791:, wijl hoe men ze ook neemt, zi zoo wel op den Eerstgete„ kenden, als iemands anders, ge„ appliceert kan worden, en van dien aanschou is, dat, zonder de uijten„ te aanstoot in beleediging, men zich„ van zulks een injurieus zeggen, in geen vergadering, tot antwoord aen een gebieder mag of behoort te be„ dienen. verdere pointen van bedaald 178: We zeggen dat het, met dit een en ander dus een eijnde zou konnen nee„ men: maar hoe veel pointen van bezwaar zijn we niet verpligt nog opte geeven tegen meermelde opposan„ ten en Protestanten- Want behalven de bij des eerst geteeken„ de ter resolutie van 9:e Augustus geinse„ reert geschrift van par: I X, tot aan het eijnde ter nedergestelde bedenkin„ gen en bewijzen, voorkomende nadee„ lige: 364 „lige situasie, waer in het kantoor Iaggernaikpoeram onder het bestier der gem: protestanten van Halm en van someren geraakt is, en het onverant„ woordelijk gedrag dat zij hebben gehou„ den met zich dispositie over 's Meesters gelt en goed aantemaatigen, na dat zij wisten reets buijten functie gestelt. te zijn; de Eerlijke man, welke zij in onze vergadering van 20: Iulij begeert hebben dat bewijzen zoude, de ont„ steeling van 52: staaven Zilver, en een verder gedeelde der op naam van die suspecte Dewarpa kamaija, en Sjekka wenket Ramaija valsch te boek gestelde verstrekking; blijkt bij de voorsz: marginale leantwoor„ ding van het Protest, te Iagger„ J naijk poeram, gevonden, en gevolge„ lijk buijten alle disput te zijn, dat de geweeze hoofd dienaar van van Halm de fameuse Batsjoe Tri„ wengelam wat de fiscael gedemandenered 171: is, omtrend Trwengalam „wengelam, de Dief is, en dat van Halm, en van Someren, suspert in deezen wegens haer gedrag door de onwettige beschikkingen over pen„ ningen in goederen van de Com„ pagnien, die zij als buijten func„ tie gestelt, in weezen hadden moeten laaten voor Zig zelve, in de eerste plaats en ten anderen, ook responsa„ bel zijn voor de Conduite van voorsz: Triwengalam; de schult niet konnen de wirpen op Dewarpa kamaija en sjekka wenket Ramaija, en de zaak, even eens te pas komende als wat van galom gec marionet poppen in een goshel Meer zullen wij van dit geval niet aanhoeren. Bij aparte Resolu„ tie van den 20: Iulij p:o staan de ver„ dere hier toe betrekkelijke Conside„ ratien opgeteeken, en het gedeman„ deerde aan het officie fiscaal om Tri spel- tligktie

NL-HaNA_1.04.02_9706_0603 view scan ↗

English

Section 172: What van Halm wrote to Triwengalam regarding the bond of van Bijland, to summon Triwengalam by edict concerning these and other wicked deeds, in order, if he does not appear, to make him known everywhere according to his deserts through the upcoming judicial sentence, and to warn people to be on their guard against him. Under the judicial affairs, we hope to report what has been done in this matter, and how, in accordance with our orders, legal action was taken for accountability against van Halm and van Someren themselves. It also appears from the resolution of the last of August how van Halm wrote about the aforesaid so-called bond of van Bijland to his minion Triwengalam, and put the idea into his head as if it had been accepted as good coin, and a receipt had been granted for it, which, as the Jaggernaijkpoeram chiefs rightly observe, would yield a false accounting, because the cause of the debt, or the bills of exchange granted for pepper that still had to be accounted for, has been settled with the Company, as is noted at length with the chiefs' reflections on van Halm's incomprehensibly flawed drafts concerning the principal debtors, namely the Mazulipatnam merchants, together with their declaration why they should not be required by us to follow the irresponsible actions of others and willfully plunge themselves into the same ruin. Section 173: What occurred at Jaggernaijkpoeram regarding van Halm's vessels. And as if what has been set down were not enough, our previously made observation that the scheme there is to defraud the Company in all kinds of ways of the remaining compensation of the arrears of Jaggernaijkpoeram, will clearly appear to Your High Nobilities upon reviewing what was communicated to us from Jaggernaijkpoeram by letter of the 29th of August, concerning the demand made on our behalf to Gabriel Hofland, serving as captain on the aforesaid vessel of van Halm named Wilhelmina, a subject of the state and citizen of Ceylon, who had the insolence to answer the chiefs of Corigi that he would himself have the vessel seized by his chief, the English, because he did not belong under the Dutch, or at least was not their servant. The chiefs of Jaggernaijkpoeram, learning after this demand of Hofland's intention to push off with the vessel to Bengal, probably to dispose of it there clandestinely, gave direct notice of this to the Honorable Director and Council at the said Directorship, in order that, upon the vessel arriving in Bengal, they might seize it and send it to us under good guard, informing us by letter of the 8th of September of the further received reports of the said Hofland's conduct, and at the same time transmitting the copy of their further address to the Bengal Ministers, from which it appeared that he had provided himself with an English pass from the English Resident in those parts, upon showing the fraudulent [illegible], if it should happen to be in the name of the owner, of van Halm, of the [illegible]. Section 174: Of what was negotiated here regarding the ministers of Bengal there, concerning the said vessel mortgaged to the Company, with a request to the said Ministers to inquire, if necessary, with the government at Calcutta as to how matters stood with that sea-pass, and to help protect the Company against the damage which, through this punishable conduct, they seemed to intend to inflict upon it. To that end, we also wrote under the date of the 21st of September, adding all necessary details and information, to the aforementioned Honorable Director and Council in Bengal, and sent extracts from our resolutions dated the 29th of October and the 24th of December 1790, in proof of the mortgage on the vessel according to the inventory submitted in good faith by van Halm on the last-mentioned day, which extract also constitutes the annexes to the Bengal letter, item a copy of the bill of sale, according to which van Halm was proven to be the owner of the vessel. Section 175: Especially against the captain Hofland. We demonstrated to the Ministers that, as Hofland was not unaware of the mortgage, by departing with the vessel under an English pass, notwithstanding his obligation to his shipowner, he makes himself guilty not only of absconding, but of the embezzlement of a lawful property of the Company, without his claimed action for earned monthly wages being able to avail him, in our opinion, because he ought to have addressed himself in that regard to the proper authority. We therefore requested the Ministers not only to consider the aforementioned annexed documents as probable evidence, in order, if necessary, to be able to reclaim the vessel from the English government in Bengal, but to have Hofland arrested if he dares to appear on the Company's territory, and thus to send him over to us, or else to have him prosecuted in Bengal, and to cause him to receive the punishment that would be meted out to him as a pirate. For the further conviction of the Ministers of the unreasonable conduct of van Halm, and how very much he compels us, willy-nilly, to take stricter measures than are pleasing to us, we added thereto, merely for Their Honors' consideration, an extract from our resolution of the 28th of July, whereby concerning the

Dutch transcription

563 wat van Halmaan Triwer„ § 172: galom geschreeven heeft nop:s de obligatie van van Byjland Triwengalam over deeze en andere snoode bedrijven te dagvaarden bij Edicte, om, niet Compareerende, hem over al na zijn verdienste door het te vallen vonnis des rechters be„ kent te maaken, en te waarschou„ wen om zig voor hem te wagten. By de Iustieele zaaken hoopen wij te vermelden wat daar in gedaan, en hoedanig 'er, ter verantwoording, na onze ordre, tegen van Halm en van someren zelfs, in rechten ge„ ageert is geworden. Ook blijkt bij resolutie van ultimo aug:s hoe van Halm over de voorm: zoo genaamde obligatie van van Bij„ land aan zijn mignon Triwen„ galain geschreeven, en denzelver in het dinkbeelt gebragt heeft, als ware die voor goede munt aenge„ noomen, en daar voor verleent quan„ tantie, dat gelijk de Iaggernaijk„ poeramschel als het gebeurde op Iagg: nop:s van §173: Halm vaartulijgen. poeramsche opperhoofden ten regten aanmerken een verkeerde reekening zou geeven, wijl de oorzaek van de schuld of de verleende wissels, voor peeper die nog verantwoord moest worden met de Compagnie verreekend is gelijk zulks met de opperhoofden bedenkingen over over de onbegrijpelijk van Van Halm verkeerde Concepten met op zigt tot de voornaemts debideuren de Mazulipatnamsche kooplieden namelijk, in het breede is opgete„ kend met hune verklaaring, waer„ om hem niet ons te vergen om de onverantwoordelijke gedoenten van anderen na te volgen en Zich met willem in het zelve verderf te stort„ ten. En op het ter neder gestelde miet genoeg ware onze reets gemaakte aanmerking dat den toeleg daar is 365 „s om de Comp:e op allerhande wij„ ze te ontdraijen de nog resteerende ver„ goeding van het Agterstal van Iag gernaijk poeram, zal u Hoog Edelhee„ den duijdelijk blijken, nagaande het ons gecommuniceerde van Iagger„ naijk poeram bij brieve van 29:e aug op de onzentwege gedaane somma tie aan den op het voorm: vaartuijg van van Halm genaamt Wilhelmi„ na, als Capitein fungeerende Gabriel Hofland, een onderhoorige van den staet en burger van Ceijlon, die de onbeschoft„ heijd gehad heeft de opperhoofden van Corigi te antwoorden dat hij het vaar„ tuijg zelfs zou doen arresteeren bij zijn Chief de Engelschen, wijl hij onder de Hollanders niet te huijs hoorde ten minsten geen dienaar van haer was, De opperhoofden van Iagger„ naijkpoeram na deeze sommatie verneemende verneemende Hoflands intentie on met het vaartuijg op te duwen naa Bengale, denkelijk om het aldaar clandesten van de hant te zetten, go ven hier van direct kennis aan de Edelen Heer Directeur en Raed ter gemelde Directie, ten eijnde het vaartuijg in Bengale koomende te willen aanslaan, en onder goe„ de toezicht ons toe te zenden, bij te teren van 8=e September ons van de nader ingekomen Rapporten van gem: Hoflands gedrag in forme„ rende, en tevens toezonden de Copije van Haer nader adres aan de Be gaalsche Ministers, waar uijt bleek, dat hij zig bij de Engelschen Resident daar omstreeks hadde voor Zien van een Engelsche Pas onder vertooning van het frauduleuse indien die mocht luijden op naam Eijgenaar van van van Halm vam het het min 567 van het verhundelde hie ronsk 174: minsters van Bengalen daer het ged:, aan de Compagnie verbonden vaartuijg, met verzoek aan gem: Mi„ nisters om bij het gouvernement te kalkatta, des nodig, zig te willen informeeren hoedanig het met dien zie brief gestelt mogt zijn, en de Compag„ nie te willen helpen behoeden voor die schaade welke men, door dit straf„ baer gedoente, van vooneemen schien Haer toetebrengen — Tot dat eijnde schreeven wij ook onder den 21: September, met bijvoeging van alle nodige bijzonderheeden en informatien, aan welmelde Edele Heer Directeur en Raed in Bengale, en Zon„ der Extracten uijt onze besluijten de datis 29:e october, en 24: december 1790. ten bewijze der verbintenis van het vaartuijg navolgens de, ten laaste gem: dage, door van Halm ingedien„ de gemoedelijke Inventaris, wel„ kers speciael teegen dlies Capitein 175: Hofland kers Extract de bijlagen der bengaalsche brief ook uijtmaakt, item Copij van de koopbrief, volgens welke van Halm beweezen werd Eijgenaar van het vaartuijg te zijn. Wij vertoonden de Ministers dat ge„ lijk Hofland niet onkundig ware van de verbintenis; door met het vaartuijg, onder Engelsche pas, heem te gaan, onaangezien zijne ver„ bintenis aan zijn Rheeder, Zig schuldig maakt niet alleen aan voortvluchtigheijd maer ontvreem„ ding van een wettig Eijgendom van de Comp=ie zonder dat hem, na on„ se opinie, konde baeten zijn gesus„ tuneerde actie op verdiende maand„ gelden; wijl hij zig derwegen had moeten addresseeren daar het be„ hoort. we verzogten daarom de Ministers om de voorsz aangeheeul„ de 569 „de stukken, niet alleen te willen aanmerken, als probable bewijzen, om, des noods, het vaartuijg te kon„ nen reclameeren van het Engel„ „sche gouvernement in Bengale maar om Hofland zoo hij Iig on„ derstaat om op Comp:s Territor te verschijnen, in arrest te doen neemen en, zodanig, aan ons over te zenden, dan wel, in Bengale te laaten actioneeren, en te doen erlangen de straffe die Hem als een zeeroover zou worden toegewee„ zen. Tot te meerder overtuiging van de Ministers van het onreede„ lijk gedrag van van Halm en hoe zeer hij ons, willens of onwillens. noodzaakt tot strengere mesures als ons aangenaem zijn, voeg„ den wij, enkel ter Haer Ed:s spe„ culatie, daar bij, Extract uijt onze re„ solutie van 28:e Iulij, waar bij over deB

NL-HaNA_1.04.02_9706_0610 view scan ↗

English

to act. [illegible] the various indications and fraud of that which he was obligated to account for, has been dealt with. against whom the Fiscal [illegible]. 176: We held a meeting on 22 September and among other business deliberated on the aforementioned letters of the Chiefs of Iaggernaijkpoeram, whose conduct we then approved, at the same time authorizing and ordering the Fiscal Office, if Hofland arrives from Bengal, to perform its office and duty against him, in person and otherwise, or if he cannot be apprehended, by summons. Instead of Van Halm delivering to us on that day the justification that we had required from him on account of Hofland's conduct, we therefore hold over that [illegible] 571 justification of Van Halem and of Someren on the communication from Jagg: disposed of, but having arrived therewith the day after our said meeting, or 23 September, that document was also sent directly in copy to Bengal, as proof of what Van Halm states, namely that he was unable to persuade the aforementioned Hofland to liquidate their mutual accounts in order to discover who was in credit or debit, one of the first requisites of a Captain to his [illegible], considerably aggravating the crime of Hofland, if Van Halm's statement is true. We also considered and noted it as such at our meeting of the 10th of this month, when there was also received a justification from Van Halm and Van Someren together regarding the communication by letters of of Iaggernaijkpoeram dated 6 September 1791 concerning the matters that had to be settled there with Chief Eilbracht. This justification breathes only the spirit of animosity and bitterness, which has been stirred up as unsuitably as unlawfully on the part of the discontented. It in no way satisfies, in our opinion, to legitimize the mortgaging of the house at Iaggernaijkpoeram, at the very time that it is also being bound to the Honorable Company. We have therefore declared this transfer, made by sub- and obreption first to Van Someren and thereafter by him to the Regent of Carpa, to be informal, illegal, and null and void, and we shall instruct Chief Eilbracht to, 573 according to our previous order, count the purchase money of the house into the Company's treasury, according to the convention of 1788 with the previous administration, to the benefit of the account of Van Halm, who alone is liable for all scrupulous movements that might be the case with the said Regent arising from his actions, against which we shall have charged to his account the house rent that has meanwhile been paid to Van Someren, with orders to the aforementioned Chief Eilbracht to explain himself further regarding the justification and the alleged accusations in the margin of that document, which we shall send him in copy, and subsequently report to Your High Nobilities what the result of all this has been. Paragraph 179 Offer of the transaction regarding Van Halm's vessel in a separate bundle. Paragraph 179: The 10,000 Pagodas drawn on the North have been paid. Paragraph 180: Meanwhile, for the esteemed speculation and disposition of Your High Nobilities, in a separate bundle adjoining these, extracts and copies of all the cited letters, dealing both with the misappropriation of the vessel and the aforementioned further matters handled in bad faith, in order, if it pleases you, to provide us with Your High Esteemed approval regarding our aforementioned dispositions. Money matters, Regarding the bill of exchange of 10,000 Star Pagodas granted on 29 January 1791 in favor of our suppliers upon the servants in the North, according to the annotation to the resolution of 7 March communicated by the Chiefs of Jaggernaijkpoeram by letter of 14 March. The receipt there, there, both from Bimilipatnam and Palicol, of the share mentioned for each in our advice letter of 29 January, both reckoned in M: D: C: Pagodas at 10 percent higher value, and in which specie their supply also consisted, without the holders of the bill of exchange being willing to accept the amount thereof at a higher premium than 6 to 8 percent, for which reason, pending our further instructions, the payment had been suspended, we instructed them, as well as Bimilipatnam and Palikol, to pay the bill of exchange in M: D: C: Pagodas, each contributing his share to keep Iaggernaijkpoeram indemnified, likewise to demand a receipt there for the received three-figure pagodas and, adding that, to charge the disbursed amount Shortage of money for the second term of the collection. Paragraph 181: hither. This was subsequently done, and the resolution of 13 April shows that, due to the mutual correspondence, it dragged on until the end of March before this amount, serving as a part of the first installment, could be paid, not without loss on the agio of the specie, because the merchants did not accept the sum higher than 6 5/8 percent, consequently resulting in a loss of 4 135/16 percent amounting to 2,747 guilders, 7 stuivers, 8 pennings, which we had paid to them from the treasury on the account of exchange loss, and subsequently transferred to the account of interest monies, to be distributed with the remaining interest on the returns. While this was thus dragging on, the time for the second installment approached. It even expired before it [illegible]

Dutch transcription

steerdens te ageeren. van glesen gevan tarorta e„ 77: de verschillende aanwijzing en F defraudatie van het geen hij ge„ houden was te verantwoorden is, gehandelt geworden. le tegen wien de fiscael gede . 176: Wij hadden den 22: September vergadering en onder andere be„ soigne over de voorm: brieven der Iaggernaijk poeramsche opperhoof„ den, wier gedrag wij toen geappro„ beert hebben, Het officie fiscael tevens qualificeerende en gelasten„ de om zoo Hofland uijt Benga„ le aanland, tegen Hem, in perzoon en anders, of zoo hij niet mogte te agterhaalen zijn ter indaaging, zijn ampt en pligt te betragten. Stad van Halm ons ten dien dage overgegeeven de verantwoor„ ding, die wij, wegens Hoflands„ gedrag, van hem hadden gerequi¬ reert, we houden dan daar over hebben verantwo en van 571 verantwoording van Van Halem 178: en van somenen op 't Gecom„ municeerde van Iagg: hebben gedisponeert, maar daar mee„ de zijnde gekomen daags na gemelde onze vergadering ofte den 23: September, is dat geschrift ook direct in Copia gezonden naar Bengale, ten bewij„ ze van het geen van Halm opgeeft, namelijk dat hij voorsz: Hofland niet heeft konnen overhaalen tot li„ quidatie van onderlinge reekeningen, om te ontwaaren, wie te goet ofte quaed stond, een der eerste requisi„ ten van een Capitein aan zijn dee„ der, den misdaad van Hofland indien van Halms opgave waar is, aanmerkelijk bezwaarende Wij hebben dat ook dusdanig ge„ Considereert en genooteerd ter onzer bijeenkomst van den 10:e deezer, wan„ neer en tevens is ingekomen een verantwoording van van Halm en van someren te saamen op het gecommuniceerde bij brieven van van Iaggernaijk poeram de dato 6. September 1791: over de Zaaken, welke, aldaar, met het opperhoofd Eilbracht, moesten verevent worden. Deeze verantwoording ademt enkel de geest van animositeit en bilsheijt, welke zoo ongeschikt als onrecht„ matig in beweeging is geraakt van de zijde der onvergenoegden. ze voldoet, na ons gevoelen in geenen deele om de verpanding van het Huijs te Iaggernaijkpoe„ ram te wettigen, ter zelver tijd, dat men het ook aan dE: Compagnie komt te verbinden. Wij hebben daer om deeze bij sub en opreptie eerst aan van Someren, en daar na„ door hem aan den Regent van Car„ pa, gedaane verzanding verklaart informeel, onwettig; en van onwaar„ de te zijn, en we zullen het opper„ hoofd Eilbracht aanschijven om„ na 6. 573 na onze voorige ordre, de kooppennin„ gen van het huijs, na de Coventie van 1788: met het voorig Ministeri„ um, in Comp:s Cassa te tellen ten voordeele der reekening van Halm die alle en aanspreekelijk is voor alle scrupuleuse beweegingen, wel„ ke met gem: Regent uijt zijn ge„ doente, het geval konnen zijn, waer en teegen wij hem op reekening zullen laasten stellen de Huijs„ huur die, intusschen aan van someren is betaalt geworden, met bevel aan voorm: opperhooft Eilbracht om zig op de verant„ woording, en aangetijgde beschul„ digingen nader te verklaaren in margine van dat papier, dat we hem in Copia zullen toezenden, en vervolgens u Hoog Edelheeden be„ richten, wat van het een en an„ der het gevolg geweest is— § 179 „ aanbot van 't verhan„ § 179: delde nop:s van halms vaar„ tuijg in een apparte bondel de 10000 Pagj: op de noord § 180: getrokken zijn betaald. Inmiddels tot geeerde speculatie en dispositie van u Hoog Edelheeden in een aparte bondel dezze bijvoe„ gende Extract en Copij van alle de geciteerde brieven, handelende zoo over de ontvreemding van het vaartuijg, als de voorsz verder ter quaader trou behan„ delde zaaken, ten eijnde des behaegen„ de ons te munieeren met Hoog Der„ Zelver gerespecteerde goedvinden omtrent voorsz. onze beschikkingen. Teld Saeken, Nopens de op den 29:e Ianua„ rij 1791: in faveur van onze Leve„ ranciers op de bedienden om de Noor verleende wissel van 10000. sterpa„ goden, uijtwijzens annotacie ter re„ solutie van den 7: Maert door de op„ perhoofden van Jaggernaijk poeram bij letteren van 14: Maert Gecom„ municeert. sijnde de ontvangst aldaer aldaer zoo wel van Bimilipatnam als Palicol van het aandeel in de bij on„ Ze advies brief van 29 Ianuarij van ider vermelde aandeel, beiden in m: D: C: pagooden 10: pr C:o meer waard zodanig toegereekend en in welke specie hun„ ne voorraad ook bestond, zonder dat de Houders van de wissel, het bedra„ gen van dien met hooger opgelt als oc=to tot 6: â: 8: pr C:o wilden aanneemen, waarom, tot ons nader aanschrijven, de betaaling uijtgesteld was geworden, hebben wij hen, mitsgaders naar Bimilipatnam en Palikol aange„ schreeven om de wissel in M: D: C: pagooden te betaalen, ieder daer toe het zijne Contribueerende, om Iag„ gernaijkpoeram scadeloos te hou„ den, item om aldaar voor de ont„ vangene drie beeldige pagoden quitan„ cie aftevorderen en met bijvoeging van dien, het verstrekt bedragen herwaerds verleegenheijd om Geld § 181: voor 't tweede termijn der In„ saam herwaards aante reekenen. Dit is ver¬ volgens geschiet, en de Resolutie van 13: april toont aan dat mits het over en weder schrijven het tot het laast van Maart is aangeloopen eer dit bedragen, dieninde tot een gedeelte van het eerste termijn, heeft konnen be„ taald worden, niet zonder verlies op de agib van de specie, wijl de kooplieden de som niet hooger hebben aangenoomen als tot 6 5/8: , gevolgelijk Cto met 4: 135/16: p:r C:to verlies uijt makende ƒ2747: 7: 8:, die wij op reekening van wissel verlies aan haar uijt Cassa hebben laaten betaalen, en vervolgens overschrijven op de reekening van In„ trest penningen, om met de overige rente op de retouren verdeelt te wor„ den. Onderwijl dat dit dus traineer„ de, naderde de tijd van het twee„ de termijn. Het verliep Zelfs eer het Cda

NL-HaNA_1.04.02_9706_0617 view scan ↗

English

572 Loans made where part thereof could be found and supplemented. Paragraph 182: In the resolution of 12 May 1791 is inserted the demonstration that, after the general tender for the Homeland and Indian demands, according to the memoranda of each office separately, the monetary requirement amounts to ƒ 1031892. 5:8, against which could then be counted as having been furnished here, in Jaggernaijkpoeram and Bimilipatnam, ƒ 252251:6:—, and consequently still required ƒ 779640:19:8, in which Palleakatta participated for ƒ 218066:6:—, and that which the remaining offices were to have also remains distinctly noted for each of them. The last gold sold in April, to the quantity of three bars, having yielded no more than ƒ 14851. 4:—, the first undersigned was mindful to attempt to procure the deficit for trade at interest, as the aforementioned resolution of 12 May also indicates to whom he addressed himself for that purpose, what effect that and the further commission assigned to the Company's interpreter to look for money had, and how the decision was taken on that day to proceed, through the opportunity that happily presented itself, with whatever might be obtained above the sum of 9000 pagodas then received for the term of six months at 1 per cent interest, since it was not to be had for less, in order to fulfill as nearly as possible the requirements not only for this main office, but especially for Sadras, while Portonovo would try to manage for itself as much as feasible, 579 and consequently to cause trade here in the south to make progress, and thereafter to be able to supply the offices in the north, or Jaggernaijkpoeram and Palikol, with as much as had been advanced there for us on bills of exchange, and principally to achieve that great objective of providing the expected return ship with a complete cargo, and at the same time satisfying the Indian demand, although from Sadras and Portonovo, where matters had only just been set in motion, only a partial fulfillment was to be expected. 183: The success of the money negotiation, and further that it could by no means be negotiated for less than 1 per cent interest, is recorded in detail in the resolution of 20 May. Fifteen thousand pagodas mentioned there, we were obligated to pay off again within the term of three months. Since, as the resolution also demonstrates, how difficult it is to make the Company's Japanese bar copper fetch 80 pagodas per baar, as it brings no more than 70 to 71 pagodas at Madras, while the price of cloves presented no less difficulty, it was certainly to be considered nothing less than fortunate to have succeeded so far in the money negotiation that, with what we could furnish in cash, our suppliers let themselves be persuaded to comply with the contract, provided that both the cloves and the copper were charged to them at no higher than the reduced prices of 400 and 80 pagodas per baar respectively, the amount then negotiated, together with the aforementioned pagodas 9000 and what we had to expect at Portonovo, also at 1 per cent and immediate repayment upon the first relief of money, to the amount of 8000 pagodas, according to the demonstration incorporated in the resolution, amounting to pagodas 32000, whereof, after deduction of the necessary advances, no more remained than pagodas 3089:10:52, and with our stock in cash we had in hand in the month of May pagodas 5205:17:2, and therefore it was resolved on that day to apply whatever should be found possible to fulfill the real requirement of up to pagodas 43083:30:56, since the flattering hope of Inconvenience due to the small supply of money by the ship. Paragraph 184: a generous relief stood to relieve the Company immediately of the interest, which now fell all the less heavily, since the repayment of most of the principal sums had to take place within three months. In this joyful prospect, nothing could strike us more sensibly than to see ourselves disappointed in that expectation by the regrettable predicament in which Your High Excellencies found yourselves, being able to fulfill barely half of our money demand of 6 tons, and to date the 1 ton of treasure destined for the Homeland has also had to remain behind. On the evening of 27 July, when we read this, we agreed to assemble again the next day, and immediately consider what stood to be done by us in this inconvenient state of affairs, for although the honored orders of Your High Excellencies also implied that it would suffice if the Indian demand for 1791 were met alone, with the addition of some returns for the Homeland that might have come to hand, the time was too far advanced to make any notable alteration in the measures taken and to believe that what had been recommended for procurement in expectation of money could be cancelled or returned, besides which, above all, thought had to be given to the repayment of the moneys negotiated against specified terms and other moneys likewise owed. We deliberated seriously on this on 28 July, and judged

Dutch transcription

572 Gedaane beleening daer § 182: het gedeeltelijke daer van heeft konnen gevonden, en gesuppleert worden. Bij resolutie van den 12: Meij 1791: staat geinsereert de aantooning dat, na de generaale Aanbesteeding der Patriasche en Indische Eijsschen, vol„ gens Memorien van ieder kantoor op zig zelve, de geld benodigtheijt bedraagt ƒ 1031892. 5:8:, waar op toen, alhier te Iaggernaijk poeram en Bimilipatnam kon gereekent. worden gefourneert te zijn ƒ 252251:6:—: en gevolgelijk nog benodigt ƒ779640: 19. 8:, waar in Palleakatta tot ƒ218066:6:—. participeerde, en heb geen de overige kantooren diende te hebben, voor ieder van dezelve, mee„ de distinctelijk komt te blijven Het laeste in April verkogte gout, ter quantiteit van drie sta„ ven, niet meer dan ƒ14851. 4:— ge„ proflueert hebbende, is de Eerst ge„ tekende tekende bedagt. geweest om het gebrek kige tot den Handel te Zien op inte„ rest te bemagtigen, gelijk ook de voor„ melde Resolutie van 12: Meij uijte„ wijst aan wien hij zig ten dien fine geaddresseert, welke effect dat en de verder sComp:s Tolk opgedragen Com„ missie om naar gelt om te zien, ge„ had heeft, en hoe het besluijt, len dien dage gevallen is om, mits de zig geluckig opgedaane gelegen heijd voor te gaan met het geen bo„ ven de toen ontvangene som van 9000: pagoden voor den tijd van zes maanden tot 1 p:r C:o intrest, wijl Ze niet minder was te verkrijgen mogte te bekomen zijn vervulling Zoo na mogelijk van het benodig„ de niet alleen voor dit Hooft kan„ toor, maar bijzonder voor sadras„ wijl Portonovo Zig zelve, zoo veel doenlijk zau trachten te red„ den 579 den, gevolgelijk om den Handel hier om de Zuijd te doen schot neemen, en daar na de kantooren om de noort ofte Iaggernaijkpoeram en Palikol zoo veel wederom te konnen bezorgen, als voor ons op wissel al„ daar was verschoten geworden, en voornamelijk ter bereiking van dat groot oogmerk om het te verwachten retourschip een Com„ pleete lading integeeven, en den Indischen Eijsch tevens te voldoen, schoon dat van Sadras en Por„ tonovo, alwaar de zaaken nog maer naauwelijks aande gang gebragt waaren, maar gedeelte„ lijk was te verwagten.. 183: Het succes van de geld Nego„ ciatie, en nader dat ze met geen mogelijkheijt minder als tot 1: p:s Cento interest is te bedingen, staat omstandig ter resolutie van 20=e Meij en Meij aangetekend: Vijftien duij„ zend pagooden aldaar vermelt, waaren wij verbonden weder af te leggen in de tijd van drie maan„ den: Daar nu gelijk de resolutie meede uijtwijst hoe moeijelijk het is om sComp:s Iapansch staafkoper te doen gelden tot 80 pagooden de baar, vermits het te Maaras niet meer haalt dan 70: â: 71: pagooden, terwijl de prijs van de nagelen geen min„ der zwaarigheijd opleverde, was het zeeker niet dan als gelukkig aan te merken in de geld nogocc„ ctie zoo verre gereusseert te zijn, dat met het geen we aan kon„ tanten zouden konnen four„ neeren, onze Leveranciers zig persuadeeren lieten het Contract te willen opvolgen, mits dat bei„ den de Nagelen het koper haar niet v 584 niet duurder als tot de afgedaalde prijzen van 400: en 80 pagorden de Bhaar respective aangereekent wier„ den, komende het toen besprookene, met de voorsz: pag: 9000:, en het geen we te Portonovo, ook tot 1: p=r C=to en dadelijke weder uijtkeering bij het eerste ontzet van gelt ten bedragen van pagooden 8000: te verwagten had„ den, blijkens Aantooning ter Resolutie ingelijft, te monteeren pag: 32000, waer van, na aftrek van de nodige ver„ strekkingen niet meer overschoot dan pag: 3089 10:52, en met onzenvoor„ raad bij Cassa hadden wij in de maend Meij aan handen- Pag: 5205: 17:2:, en daarom werd ten dien dage vastge„ stell om ter vervulling van de reele benodigtheijt tot pagorden 43083:30:56: dat geen aantewenden dat bevon„ den zouden worden mogelijk te zijn nademael de vlijende hoop van e ongeloegenheid door de § 184: geringen aanbreng van geld met het schip van een ruim ontzet, dE Compagnie direct weder stont de verligten van de interessen, welke nu te minder Zwaer vielen, vermits de afleggin der kapitaalen de meesten, in drie maanden tijds, moest gevolg neemen- In dit blijde voor uijt zicht kon ons niets zoo gevoelig tref„ fen dan in die verwagting ons te leur gestelt te zien, door de be„ klaegelijke ongelegenheijt waar in u Hoog Edelheeden zig hebben be„ vonden om op onzen gelt Eijsch van 6 Ton nauwelijks de helft te konnen voldoen en dato de pro patria ge„ destineerde J: Ton Schats ook ag„ terweegen heeft moeten blijven wij quamen den 27:e Iulij 's avonds toen wij dit laesen, over een, om 's ande„ ven daags weder te vergaderen, en direct te zien te overleggen wat ons 583 ons in deeze ongelegene toedragt van zaaken te doen stond, want schoon de geeerde beveelen van u Hoog Edelheeden meede bragten dat het genoeg zou zijn indien de Indi„ sche Eijsch voor 1791: een enkel voldaen wierd, met bijvoeging van eenige re„ louren Pro Patria, welke aan han„ den mogten gekomen zijn de tijd was te verre ingeschooten, om in de genomene maatregelen eenige aan„ merkelijke verandering te maaken en te trouwen dat het geen in ver„ wagting van gelt, ter aanmerking was aanbevoolen, konde afgezegt ofte rug gegeeven worden, behal„ ven dat voor alles gedagt diende te worden op de aflegging der te„ gen bepaalde tijden genegotieerde en andere levens verschuldigde lee gelden. Wij delibereerden den 28:e Iulij hier over sericuselijk, en oordeelden

NL-HaNA_1.04.02_9706_0624 view scan ↗

English

that, in order to provide ourselves with as much clarity as possible regarding what could, for the present, be calculated upon for the future, we had first to determine: 1st. To immediately have an extract made of the received Indian requisition for 1792 and send it to the subordinate offices, with orders to make calculations both here and there of what each share to satisfy it will amount to. 2nd. To make a similar calculation of what the merchandise might yield: the copper along with the cloves that are still in stock, up to a certain proportion, the latter included therein—the copper at 80 pagodas and the cloves at 400 per bahar, and the remaining articles according to what they have most recently yielded. 3rd. To calculate at the same time what one is obligated to pay off from the borrowed funds by the end of August, demonstrating what we are further indebted, both for what was borrowed in the spring and most recently for the household expenses, as recorded in the Orphan Chamber. 4th. What is required to obtain half of the second and the entire third term of advances on the Indian requisition for 1791: according to the contract, half in cash and half in merchandise according to condition at the old prices, if obtainable, though not to be expected, because nothing other than copper and cloves can be delivered, and the nutmeg and mace still had to be unloaded, reweighed, and possibly garbled, and are, moreover, of so little consequence that none could be spared or delivered for trade for 1792. 5th. And finally, to simultaneously make a distribution of the merchandise, spices included, for the subordinate offices, and to send these as soon as possible with what was brought directly from Batavia. According to the incoming calculation on 9 August 1791, it appears that what was brought by the ship De Zeebouwer in gold, silver, as well as merchandise totals f 347898: 19: 8, thus scarcely half of what—besides the 7 tons from the Netherlands—was requisitioned purely in cash to an amount of 6 tons of treasure, and which was not excessive, if one sets against it the amount of the return shipments pro patria and India for 1791 (paragraph 141) from Palieakatta alone amounting to f 312122:15:-, without calculating what the subordinate offices were instructed to provide, as well as what they and this main office require in expenses, and also what is needed so as not to be embarrassed by the arrangements for the trade for 1792 in liquidating those for 1791. The merchandise is calculated there already at sell-out value without the addition of our remaining stock of cloves and copper, because, besides the merchants' reluctance to accept both, even at reduced prices, the necessary portion of that stock had to be set aside for the subordinate offices, and regarding what was to be calculated for the capital, it would make little difference, even assuming it could be readily disposed of. For it now depended on ready cash and not merchandise; our merchants, who had already brought so much in return goods into the fort that a good 6000 pagodas were still lacking from the advance, first justified themselves as to why the delivery consisted mostly of patterned or Ventapalem goods, with a shortage of Paliakatta goods, especially the superfine red handkerchiefs, and on the other hand showed that, besides what was delivered within, they had ready for further supply in the coming month of September a further quantity amounting to 23723: 6:- pagodas, besides nine packs which they considered doubtful, although they assured that, adding 18556: 22: 50 pagodas to the 6078: 2: 50 pagodas they were obliged to account for, Palieakatta's share in the requisition for the fatherland of 244 would be met to within 57 packs, but the Indian requisition in the number of 49 packs would be completely fulfilled, provided, of course, the advance for both was made in cash, as it was now too late to linger over merchandise, which otherwise, according to the contract, had been assigned to them in the calculation to the amount of 4310: 16: 10 pagodas. Attempts were made to persuade them to leave the supply in general at the funds already received, and thus merely to account for their arrears by taking on as much more as was necessary to satisfy the Indian requisition. But this met with well-founded objection. The money taken at interest since 15 January 1791, as shown by eight bonds recorded in the resolution of 9 August, appeared to total 38500:-.- pagodas, of which we were bound, having money in hand by the end of August, to pay off 18500 pagodas besides the interest, without our deeming it advisable to delay therewith or to request a prolongation of longer terms. Meanwhile, it is known to Your Excellencies how it goes with the sale of gold, and that without exchanging it into pagodas we are just as rich as if we still had nothing. The inconveniences were therefore of no small consequence; forcing our merchants against their will to hold back the goods prepared for the fatherland caused us to fear difficulty overall, especially if we insisted on their accepting merchandise, with which, moreover, we had to pay their spring balance.

Dutch transcription

dat we om ons zelve zoo wel moge„ lijk licht toetebrengen in het geen waar op men, voor tegenwoordig, in het aanstaande zoude konnen Calculeeren voor eerst hadden vast te stellen. 1=o om de ontvangene Indische Eijsch voor 1792: terslond te laaten Extraheeren, en te verzenden naar de onderhoorige kantooren, met last om alhier, en aldaar beree„ keningen te maeken van het geen ieders aandeel ter voldoening van dezelve zal komen te bedragen 2:e Om een gelijke bereekening te maaken van het geen de koop„ manschappen konnen rendeeren het koper met de nagelen die nog in voorraad zijn, tot zeekere pro„ portie de laaste daar bij begreepen het koper tot 80 pagooden en de Nagelen d 585 Nagelen tot 400. de baar, en de ove„ rig articulen na mate van het geen dezelve Iongst hebben afge worpen. de 3:o Om tevens te bereekenen wat men gehouden is van de opge„ nomene gelden afteleggen met ultimo augustus onder aantoo„ ning wat we verder debet zij zoo aan het geen in het voorIaar als nu Iongst tol de Huijshouding is opgenomen, in de weeskamer te vooren staat. 4=o Wat er nodig is om te vinden het halve tweede, in het geheele derde termijn van verstrekking op den Indischen Eijsch voor 1791: navolgens het Contract de helft in gelt, en de helft aan koopmanschappen volgens Con„ ditie tegen de oude prijzen in„ dien het te verkrijgen, dog niet te n3 beseiffering van het aan„ 185 gebragte met het schip legen het dbenoodigde. te verwagten is, om dat er niet anders als koper en nagelen kan worden afgegeeven en de nooten en foelij, nog ontlost, nagewo„ gen, en mogelijk gegarbuteert moesten worden, daar bij van zoo weijnig belang zijn, dat men er tot den Handel voor 1792; niett van kon missen, of uijtlangen 6 5:o En eijndelijk om tevens te mae„ ken een repartitiet van de koopmanschappen de spece„ rijen 'er onder gereekent voor de onderhoorige kantooren, en met het geen er van Bata„ ria direct aangebragt is, de„ zelve zoo dra mogelijk toete„ Zenden: Volgens de ingekomen bereeke„ ning op den 9:e Aug:s 1791: Consteert dat het aangebrachte per het schip 2 vSingelindt Te vSlieandt 587 hoeweinig de koopman „ § 186 schappen in deezen toestond konden baaten schip De Zeebouwer zoo aan goud„ Zilver, als koopmanschappen. sommeert ƒ 347898: 19: 8:, dus nauwe„ lijks, de helf van het geen buijten 7: Ton uijt Nederland, len bedra„ gen van 6 Ton Schats enkel aan gelt geEijscht, en niet te veel was, als men daar teegen overstell, het be„ dragen der retouren Pro Patria en India voor 1791: /: par: 141: /: van Palle„ akatta alleen ƒ 312122:15:–. bedragende, zonder dus te Cijfferen zoo op het geen de onderhoorige kantooren ter bezor„ ging is opgedragen, als het geen de„ zelve en dit Hoofdkantoor aan on„ gelden en tevens benodigen om niet verlegen te staan met de arrange„ menten tot den handel voor 1792: in het liquideeren van die voor 1791:— De koopmanschappen zijn aldaer aldaar reets uijtkoops bereekent zonder bijvoeging van ons toenmoe„ lig restant nagelen en koper, om dat, behalven de afkeerigheijt der kooplieden om het een en ander, zelfs tegen de verminderde prijzen aante neemen, van dien voorraed het no„ dige voor de onderhoorige kantooren moesten worden afgestroken, en het ter zaake van het geen daar voor„ tot het kapitael meerder was te be„ cijfferen, weijnig zoude diepen of droogen, gestelt dat er gereedelijk was van af te komen. Want het quam nu op gereet gelt, en geen koop„ manschappen, aan, onze kooplieden welke reets zoo veel aan Retouren in het fort hadden gebragt, dat er aan het verstrekte, nog groote 6000. pa„ goden mancqueerden, hebben zig voor eerst verantwoord waarom der aanbreng 589 aanbreng meest bestont uijt bonte ofte wentapaliumsche goederen, met man„ quement aan de Paliakatsche, in hon„ derheijt de supra fijne roode neusdoe„ ken, ten anderen vertoond dat zij buij„ ½ ten het binnen geleeverde, ter verdere bezorging in de volgende maand sep„ tember in gereetheijd hadde een ver„ dere quantiteijt ten bedragen van pagooden 23723: 6:—. , buijten nog negen pakken, die zij twijffelagtig stelden, schoon zij verzeekerden dat, bij de pa„ gooden: 6078. 2: 50:, die zij te verant„ woorden schuldig waaren worden, de gevoegt pag: 18556: 22: 50:, het aan„ deel van palleakatta in den Pa„ triaschen Eijsch van 244. op 57: pak„ ken na, dog de Indische Eijsch ten getalle van 49 pakken Compluet voldaan zoude worden, wel ver„ staande indien de verstrekking voor beiden gedaan wierd in Contant, wijl wijl het nu te laet was zich met koop„ manschappen optehouden, welke hen anders na luijd van het Contract, ten montant van pag: 4310: 16: 10 in de bereekening toegedragt waaren Men zocht hen te persuadeeren om het met de bezorging in het generaal, maar bij de genootene gelden te laaten berusten; en dus, haar agterweezen enkel te verant„ woorden met 'er nog zoo veel bij te neemen, als noodig ware, om den Indischen Eijsch te voldoen, Dog dit vond gegronde tegen„ spraak. De op interest genome„ ne gelden Zeedert 15: Ianuarij 1791:, blijkens agt stuks ter Reso„ lutie van 9:e augustus genoteerde obli„ gacien bleeken te sommeeren pa„ gooden 38500:-. -. waar van we gehouden waaren met ultimo aug:s gelt aan handen hebbende In conp verkoop 18500: ver 591 Inconvenientien in den§ 187: verkoop van 't goud. 18500: pagooden buijten de interessen afteleggen, zonder dat wij het gerau„ de oordeelde daar meede te vertoe„ ven, of om prolongatie van langer termijnen te verzoeken. Ondertusschen is het u Hoog Edel„ heeden bekent hoe het toegaat met den verkoop van het goud, en dat Zonder de verwisseling van dien in pagoden we even zoo reik zijn als of we nog niets hadden De inconvenienten waaren der„ halven van geen kleen belang, onze kooplieden tegen wil en dank te vergen om met het pro patria gereed gemaakte goet te rug te blijven, deed ons duchten de ongelegenheijt over het geheel, en voor alzoo wij staan bleeven op het aanneemen van koopmanschap„ pen, waar meede wij, buijten des haer voorIaarig saldo moesten be

NL-HaNA_1.04.02_9706_0632 view scan ↗

English

to pay, and that she would no longer allow it to continue without charging interest, so that, in order not to run the risk that fulfilling the Indies Demand, no less than the European one, would further have no good effect, and not to lose sight of the reasonable prospect of a good cargo in proportion to the critical state of the finances, especially until May, we finally came to the decision to give preference to the still necessary supplies, and thus to send to Madras as many bars of the imported gold as would be calculated to be needed for the delivery of 19362 pagodas 22 fanams 50 cash, the amount of three more bales of red fine Palicat handkerchiefs added thereto, and to engage the shroff, even if there might be some among the gold bars to be sent whose acceptance might be disputed against the whole according to the assay slip, to deliver the aforesaid 19000 pagodas in advance to the merchants, according to the custom of 25 days interest, in order to enable the contracting work to proceed properly, and thereafter to see how matters could be arranged with the debts, and the rest. That this, however, causes no small concern will be further evident to Your Right Excellencies from the address of the first signatory, inserted in the Resolution of 15 August, for deducting from our capital the debts that we must satisfy, besides those which can bear a delay up to 3000 pagodas, the entire surplus amounts to 11329 pagodas 22 fanams 44 cash, from which must be found the uncalculated interest moneys, the expenses of the Government for a full year, and that which is necessary for trade for 1792, when the contractings can take place. We do not need to unfold our embarrassment broadly to Your Right Excellencies; from this little it is readily apparent. The settling of debts for the trade of 1791, so far as possible, went without saying that it had to take precedence over everything; at least the first signatory proposed as his opinion: 1. That the amount of the bonds in the sum of 19091 pagodas 8 fanams should first be paid by the exchange of as much gold as the value amounted to. 2. That in order to reduce the interest, the 8000 pagodas should also be remitted to Portonovo in as much gold in kind as was required for that purpose, with the accrued interest up to the end of August, since the gold could be exchanged there at the same price as here. 3. That in order to provisionally satisfy the Armenian merchant Shamier Sultan for the annual 3000 pagodas on account of the known interest, and thereafter his bond of 9000 pagodas with interest, for which latter there were still three months of respite available, one would have to await the result of the invitation for the sale of arrack. 4. That one will then again have to see how close at hand to further satisfy the 6540 pagodas negotiated here for the north, and the satisfaction of that which might have been delivered on credit by the Jagannathapuram and Palakollu suppliers. Whereupon there further remained the difficulty of finding the necessities for trade and administration for 1792. Money for the subordinate offices was absolutely indispensable after these transactions. For the north, the expenses can be met by Japanese copper; but for the south, just as here, nothing can be managed without money. For the present, therefore, there was nothing else to be done but to provide all of them with those merchandise goods as are noted in the considerations by way of distribution of the stock. The assembly having been satisfied with both matters, it was also approved to send the aforesaid considerations by circular to all the offices to show that, for the present, by way of assistance, nothing else could be devised, with further instructions to reflect seriously on the course of affairs and to submit their considerations to show Your Right Excellencies how little hope there is of complying with Your Highly Respected orders in respect of the already received Indies Demand for 1792, dated Batavia in the Castle 26 May 1791, to say nothing of the European demand, if that, as is to be expected, should be sent afterward, partly because of the lack of ready money, secondly for want of authorization for significant money negotiations, and thirdly the uncertainty whether these, if one wished to have recourse thereto, would present themselves sufficiently. Upon receiving the required calculations of the officials of all the subordinate offices, as those of some have already come in, as shown by the accompanying extract letters from Bimilipatnam, Jagannathapuram, and Palakollu, as well as Sadraspatnam, we shall make known in the demand for necessities to be cited hereafter what can be done regarding the fulfillment of the said Indies Demand.

Dutch transcription

betaalen, dat zij zonder bereeke„ ning van Interest niet langer wil„ de laaten voortloopen, zoo dat, om niet gevaar te loopen dat de vol„ doening van den Indischen Eijsch zoo min, als de Europische, verder geen goet Effect had, en het aan„ neemelijk voor uijtzigt op een goe„ de lading, na mate der Criticque staat van de finantien, inzonder„ heijdt tot in Mei, niet uijt het oog te verliezen we eindelijk qua„ men tot het besluijt om aan de nog nodige verstrekkingen de preferentie te geeven en dus van ekommen het aangebrachte goud zoo veel staaven na Madras te Zenden, als tot de uijtlanging van Pag: 19362: 22:50: het bedragen van nog drie pak„ ken roode fijne Pallea katscheneus doeken er bij gevoegt, gereekent Zauden t geving lling 593 van bekommering weegens §188: 't gering overschot na die be„ lling zouden worden nodig te zijn, en den ƒ saraf te engageeren, om al ware het ook dat 'er onder de aftezendene staa„ ven gout eenige mogten zijn, in wel„ kers acceptatie tegen het gehael te vol„ gens het essaij briefje, mogt worden gedifficulteert, de voorsz 19000: pago„ den, na de usantie van 25: dagen interest aan de kooplieden, voor uijt aftegeeven, ten eijnde het Aan„ besteedings werk het behooren te doen erlangen, en na dato, te Zien hoe men het zou konnen schik„ ken met de schulden, en de rest Dan dat zulks geen geringe bekommering opleevert zal u Hoog-Edelheeden nader Constec„ ren uijt het vertoog van den Eerst getekenden, geinsereert ter Resolu„ tie van 15:e Augustus, want gede„ traheert van ons kapitaal de schulden die we moeten voldoen, buijten 3 f voorsteld Gevoelen vand 189 den Eerstgeteekenden nu dis toe„ stand: buijten die, welke tot pag: 3000: uijt„ stel konnen lijden, komt het geheele overschot uijt op pag: 11329: 22: 44: waar uijt moeten gevonden worden de on„ bereekende intrest penningen de on„ gelden van het Goufernement van een geheel Iaar, en het geen nodig is tot den Handel voor 1792:, wanneer de Aanbesteedingen, konnen geschieden We behoeven. u Hoog Edelheeden onze verlegenheijd niet breet te ontvouwen ze valt met dit weij„ nige van zelfs in het oog. Het af„ leggen van de schulden tot den Handel voor 1791: zoo verre doen„ lijk, sprak van zelfs, dat boven alles moest voorgaan, ten minsten de Eerst getekende stelde als zijn gevoelen voor 1:o/ Dat het bedragen van de obli„ gatien ter Somma van pa„ gooden 595 gooden 19091:8:—. ten eersten diende te worden betaalt door ferwisseling van zoo veel gout, als de waarde quam te bedragen. Dat om de Interessen te vermin„ deren naar Portonovo ook moes„ ten worden overgemaakt de 8000. pa„ goden door zoo veel gout in natura als daar toe, met de verloopene rente tot ultimo augustus wierd vereijscht, als konnende het goud aldaar omgezet worden tot dezelve prijs, als hier- 3/ Dat om den Armenisch, koop„ man Shamier Sultan, bij provisie te voldoen de Iaarlijksche pag: 3000: wegens de bekende In„ teressen, en na dato zijn obliga„ tie van pag: 9000 met de rente„ tot welke laaste nog drie maan„ den respijt voor handen waa„ ven, men zou moeten afwagten het sweenigheijd weder voor § 190: 1792: het gevolg der uijt nodiging tot den verkoop van Arak„ 4:/ Dat men als dan weder zal moeten zien, hoe na bij land ter verdere voldoening van de voor de noort alhier genegocieerde pa„ gooden: 6540:, en de voldoening van het geen door de Iagger„ naijk poeramsche en palikol„ sche Leveranciers op Crediet„ mogt bezorgt zijn. — Wanneer verder overig bleef de Zwaarigheijt om het nodige te vinden tot den Handel, en huijshouding voor 1792: Gelt voor de onderhoorige kantooren, was er na deeze verrig„ tingen volstrekt niet te missen— Om de Noort konnen de ongel„ den door het Iapansch koper worden gevonden; maar om de zuijd is het even als alhier Sonder gelt niet te 597 mat in deesen de Comp„ 191 viren circulair is aangeschree„ te stellen Voor eerst dan viel 'er niet anders op alle dezelve te voorzien van die koopmanschappen als bij forme van verdeeling der voorraad, bij de bedin„ kingen genoteert staen. Met het een en ander door de ver„ gadering genoegen genomen zijnde, is tevens goedgevonden de voorsz Conside„ racien Circulair te verzenden naar alle de kantooren om te doen zien dat er, voor eerst, ter assistencie, niet an„ ders was uijt te donken, met verder aanschrijven om, over den toedragt van Zaaken Serieus de gedagten te laaten gaan, en te dienen van haere bedenkingen om u Hoog Edel„ heeden te vertoonen, hoe weinig hoop er is om te voldoen aan Haare orders Hoog gerespecteerde en opzigt van den reets ontvangene Indischen Eijsch voor 1792: gedateerd Batavia in het kasteel den 26: Meij 1791: gezweege de Europische t n. 5 de bereekening der Comp a 192 toiren zal bij den Eijsch van benodigdheid aangehaeld worden Europische, indien die, gelijk te verwag„ ten is, mogt worden na gezonden, eens deels om dat het kapert aan ge„ reet gelt, ten anderen aan onstente nis van qualificatie tot aanmerke„ lijker geld negociatien, en ten der„ den de onzeekerheijt of die, in dien men daar toe recours wilde nee„ men, zig wel toereijkent genoeg Zau„ opdoen de Alle We Zullen, de gerequireerde beree„ keningen der bedienden van alle de onderhoorige kantooren ontvangende, gelijk die van sommige reets inge„ komen sijn, uijt wijzens hier ne„ vens gaande Extract brieven van Bimilipatnam, Iaggernaijk poe„ ram, en Palikol item Sadras„ patnam, bij de hier na aan te haalen Eijsch van benoodigtheeden bekent stellen wat er voldoe„ ning van gemelde Indiche Eijsch Geelvinck worden

NL-HaNA_1.04.02_9706_0639 view scan ↗

English

599 cargo for 1791: —. is required, and if we are not informed from Ceylon between now and the end of December of the arrival and consignment hither of the necessary money for the return cargo for the Netherlands, upon receiving the European demand, to leave it uncontracted, because without certainty of funds from which capital, sometimes obtainable at interest, can now be paid off with greater inconvenience, we do not dare to take upon ourselves to involve the Company in debts which are always extremely harmful if they must continue to run. — importance of the ship. 193 The cargo that is now being dispatched with the ship De Zeebouwer on the European and Indian demands of 1791, unmixed with any goods from the previous year, outside the aforesaid 71 packs from Jaggernaikpoeram, amounts to no more than ƒ 509503:1:—, caused by the fact that contrary to the flattering prospect that we had at the meeting of 15 August, so much so that we then had to consider whether the ship would not become too richly laden with a virtually double cargo, things have turned out quite differently, especially at Jaggernaikpoeram and around the South, than we could have imagined then. We speak separately of the collection for 1791, because the goods belonging to the previous year, or those dispatched over and above the demands, are accounted for separately, amounting to ƒ 81938:3:—, which, added to the above-mentioned sum, comes to a total of ƒ 591441:4:—. 601 Regarding the occurring difference, mentioned in the 39th paragraph of Your High Excellencies' honored rescript dated 3 May, concerning the lower assay described in our October letter and found in a report by the Assayer De Vries, we acknowledge our mistake and ask Your High Excellencies' pardon for this error, concerning which there is furthermore found inserted in the Resolution of 24 August last a report from the said De Vries showing what gold bar No. 8 was, which last year assayed at only 13 Carats 9½ grains, while the honored recommendation of Your High Excellencies to draw up and send over in the future a notice showing the difference between the assay noted from Batavia and that found upon melting here has been further recommended to the said Assayer, although we trust that this will have already appeared from the reports drawn up since then. Since for the Persian gold ducats brought by the ship De Zeebouwer, upon offered sale, no more was bid than ƒ 360 for the hundred, giving a loss of 10 percent, we resolved on 9 August, both to prevent that loss and to avoid the inconvenience that was experienced last year with the sale of the gold rupees, to have both the ducats and the received Batavian rupees melted, cast into bars, and assayed; which melting having taken place, the report received thereof, inserted in the Resolution of 29 August last, shows that the 425 pieces remaining after deducting 25 employed for a Nazar to the Nawab, as well as 928 half and 797 whole gold Batavian rupees, have yielded 8 bars of gold, weighing 84:6:¼ marks troy, which are still in stock and thus not yet assayed. To provide the last disbursement to our suppliers, paragraph 187, having sent to Madras first 50, and thereafter another 4, or together fifty-four bars of gold, from which on 16 August the disbursement of 19000 pagodas was made to the merchants there, there were only 37 among them that were accepted after testing on the Batavian assay slip, and thus 17 were brought back to be further assayed here, as was also done in the meantime, in order to prevent all cavil and delay for the future, with the 31 pieces that were still on hand in the large treasury, as shown by two authentic copies of reports by the Assayer De Vries accompanying this. The one dated 6 September concerning the last-mentioned lot shows that Nos. 38, 54, 60, and 61 yield slightly more, but all the other numbers dictate less than the recorded assay, and that on a separate small piece of gold it was also found to be 3 Carats and 9¾ grains less. The 17 bars all give a considerable disadvantageous difference, which taken together is calculated at [illegible] marks ƒ: 4:15:10:1/512. Both these parcels have been sold, the first, as stated, to pay the merchants, and the other to redeem bonds to the sum of pagodas 19231:9:— and to satisfy the interest that had to be paid to the Shroff for the delivery of the amount of the gold in less than 25 days, and other charges incurred on both parcels of gold, as can be seen in two accounts thereof signed by the Interpreter, which we have the honor to enclose herewith in original. Also enclosed herewith are five returns, namely: One of the 500 Persian gold rupees, which according to the note in the resolution of 11 December 1790, when the contracting agreement was concluded

Dutch transcription

599 laeding voor 1791: —. word vereijscht, en zo wij tusschen nu„ en ultimo December van Ceijlon niet worden geinformeert van de aan„ breng en herwaards zending van het nodige gelt tot het retour voor Nederland, den Europischen Eijsch die ontvangende, onaanbesteet laaten, om dat we, zonder zeekerheijt van fondsen, waar uijt, somwijl op in„ terest te bekomene kapitaalen, met meerder ongelegenheijd, als nu kon„ nen worden afgelegt, niet op ons durven neemen de Compagnie te wikkelen in schulden, welke althoos ten hoogsten schadelijk zijn, indien te moeten blijven voortloopen. — importantie van des schip . 193 Het Carguasoen dat thans met het schip De Ziebouwer word verzonden op de Europische en Indische Eijschen v=n 1791: onvermengt met eenige voorIaarige goederen buijten en t de voorige Jaer buijten de voorsz. 71: pakken van Iag„ gernaijkpoerain komt niet meer te bedragen dan ƒ 509503:1: veroor„ 7 zaakt door dat er tegen het vleijnt voor uijt zigt dat we ter bij eenkomst van 15: aug:s hadden zoo zelfs dat we toen moesten in bedenken nee„ men of het schip niet te reijk zou worden met eenen genoegzaam dubbelde Lading, op Iagger„ naijkpoeram, en om de Zuijd voornamelijk, de Zaaken geheel anders zijn uijtgevallen, als we ons toen konden voorstellen- wat ndg appart af gudt u d We spreeken afzanderlijk van den Inzaam voor 1791:, om dat de de goederen behoorende tot het voorige Iaar, ofte die boven en buijten de Eijsschen worden verzon„ den apart worden aangereekent, be„ draegende ƒ81938: 3:—. dat bij boven gem: d Mtae 601 ver een voorjaerig Erreuw 195 in de beschrijving van Essaij van staef gouid word Erx cus venogt gem: som gevoegt, te samen ƒ59141: 42: —. komt uijt te maaken. le Van het voorkomende different, bij de 39. par: van u Hoog Edelheeden geeerde rescriptie de dato 3: Meij, no„ pens het bij onze october brief be„ schreeven, en bij een rapport van den Essaijeur De Vrees bevonden minder Essaij erkennen wij onze mis„ slag, en vraagen u Hoog Edelheeden Excus over dit abus waar omtrent verder bij Resolutie van 24: augustus J:o leeden geinsereert word gevonden een bericht van gemelde De vries aan„ toonende welke goud de staef N:o 8: ge„ weest is, die voorleeden Iaar maar 13: Car:t 9½: g=r geessaijeert heeft, terwijl de geeerde recommandatie van u Hoog„ Edelheeden om in het vervolg op te maaken en overte zenden een No„ titie aantoonende het verschil tusschen het van Batavia aangeschreeven, en bij s' aangebragt goud spe„ 9: 196: cien zijn tot slaven gesmolten en waerom. bij versmelting alhier bevonden Essaij„ gem: Essaijeur, nader is aanbevoolen, schoon wij vertrouwen dat bij de zoe„ dert opgemaakte Rapporten, dat reets zal zijn geblieken„ Vermits voor de per het schip De Zeebouwer aangebragte goud per„ Dukaaten bij aange„ Siaansche booden verkoop, niet meer geboden word dan ƒ 360: voor de Hondert, gee„ vende een verlies van 10: prCento, zoo hebben wij den 9:e aug:s zoo tot pre„„:tave ventie van dat verlies, als de onge„ legenheijt, welke men voorleeden Iaar, met den verkoop van de gou„ de ropijen hadde ondervonden, beslooten om beiden, de ducaten en ontvangene Bataviasche Ro„ pijen, te laaten smelten, tot staa„ ven gieten en Essaijeeren, welke smel„ ting gevolg genoomen hebbende, is koop het re „4 staeven sijn ter ver„„ 297 koop na mad:s gesonden het daar van ingekomen Rapport ter Resolutie van den 29:e aug:s Iongst leeden geinsereert aantoonende dat de, na aftrek van 25: tot een Nasser aan den Nawab geemploeerde over„ gebleeven 425: stuks, item 928: stuks halve, en 797: heele goude bataviasche Ropijen hebben uijt gelevert 8: staaven goud, wegende 84:6:¼: mag: trois, wel„ ke nog in voorraad dus nog niet geessaijeert zijn. Tot het vinden der laaste verstrek„ king aan onze Leveranciers. par: 187:, naar Madras zijnde gezon„ den eerst 50:, en daar na nog 4:, ofte te samen vier en vijftig sta„ ven gout, waar uijt op den 16 aug=s de verstrekking van 19000 pagoden aldaar aan de kooplieden geschiet is, zijn er onder dezelve naar 37: geweest die min na beproeving op op het Bataviasche Essaij briefje heeft willen aanneemen, en dus 17: te rug gebragt om alhier nader geEssaijeert. te worden, gelijk intusschen, om alle captie en dilaij voor het vervolg te prevenieeren met de 31: stuks die in de groote geld kamer nog aanhan„ den waaren, ook geschiet is, uijtwij zens twee daar van deeze in Copia authenticq verzellende Rapporten van den Essaijeur De vries. Het eene gedateerd 6 September van de laastgemelde partij, toont aan dat de N:o 38, 34:, 60:, en 61:, iets meerder, dog alle de overige N:s minder dicteeren dan het aangeschreeven Essaij en dat Jmnstn verkogt op een apart kleen stukje gout ook 3: Car:, en 9¾: minder is bevonden. De 17 staaven geeven alle een aan„ merkelijk nadeelig different dat te samen genomen tot mog: 605 dat tem 5 rendementen van 9:o 198 verkogt goud en dito spe„ 1e-. ƒf: 4: 15: 10: 1/512: is bereekent Beiden dee„ ze partijen zijn verkogt, de eerste als gezegt, ter betaaling van de koop„ lieden, en de ander ter aflossing van obligacien, ter somma van pago„ den 19231:9:—. –. en voldoening der Interessen, die aan den Paraf heb„ ben moeten betaalt worden voor de afleevering van het bedragen van het goud, in minder dan 25: da„ gen, en andere ongelden op beiden de partijen gout gevallen te zien bij twee daar van door de Tolk geteekende Reekeningen, die wij de eere hebben in originali hier neven te voegen. Ook gaan hier nevens vijf Ren„ dementen, te weeten Een van de 500: persiaansche goude Ro„ pijen, die blijkens aanteekening bij besluijt van 11:' december 1790: toen het aanbesleedings Contract wierd geslooten3 je heeft heeft 1ug 1 han k

NL-HaNA_1.04.02_9706_0646 view scan ↗

English

concluded, given into the hands of the Suppliers, melted into bars at Madras and assayed there and here, as has already been treated in the 253rd paragraph of our latest general letter of the last day of February, whereto was inserted a yield of only 100 instead of all the 500 Rupees, as ought to have been done; the reason for the loss of 10 1/16 per Cent being described there, amounting to ƒ 806: 18: in total, which, pursuant to the resolution of the last day of December 1790, have been credited in account to the merchants. § 199 Two Yields of the last Seven bars from the Persian Gold Rupees melted down in the past year; brought here just as the above-mentioned by the ship Horssen on date 28 March, showing a loss of 5/16 per Cent, and with the expenses ƒ 59: 10:—:—, and the other dated 19 May 1791, gaining 2 7/8 per Cent, and after deduction as aforesaid ƒ 375: 7. § 200 A Yield of 54 bars of gold brought by the ship De Zeebouwer as of the last day of August 1791, showing a profit of 6 5/8 per Cent, ƒ 5373: 7: and after deduction of expenses ƒ 4469: 9: 8. § 201 A Yield of 31 bars of gold from the very same consignment dated 15 October 1791, whereon likewise 6 5/8 or ƒ 5350: 12:—, and after deduction of the expenses ƒ 5030: 8: in profit has resulted. § 202 Concerning these profits and losses, awaiting the answer to the question in the above-mentioned general letter paragraph 251, we meanwhile let the said Yields follow literally here below. Yield Madras. Separate Yield of the 500 pieces Persian Gold Rupees melted into five bars, out of those brought here on 20 May of the past year by the ship Horssen from Batavia; to wit: Weight of the Reals delivered to the Company's Merchants and melted at Madras, among others according to the Memorandum and Invoice of the 20 May of the past year: Marks: 41 2. 12 1/2. Assayed fine weight at Palliacatta: 38 1/6. In Reals: 463 according to account, found here by assay to be Carat 19 grains 8: 16: 5/12. Cost per real: ƒ 9: 8: 3. Sold for per real: ƒ 4. 8. 12. Cost of the sold: ƒ 80. Wherefor sold: ƒ 194. 2. 8. Percent loss: ƒ 10 1/16. Loss in total: ƒ 5. 7. 8. Fort Geldria the last day of March 1791. Separate Yield of 127 2/2048 Reals gold by weight of the melted 759 5/16 pieces Persian Gold Rupees in 3 bars of Gold Weight, which among others according to the Memorandum and Invoice of 20 May in the past year were brought here from Batavia by the ship Horssen, and pursuant to the resolution taken in the Council of Coromandel dated 31 January last were sold on warrant: To wit: Marks Weight: 33. 4. 6. 1/4. Marks Fine: 30. 6. 10 4/14. Assayed: 1 bar No. 5, Marks Weight: 10. 6. 8 1/4, Marks Fine: 9. 14. 6. —, assaying Carat 21 grains 4. 1 ditto No. 6, Marks Weight: 11. 3. — —, Marks Fine: 10. 5. 6. 1/8, assaying Carat 21 grains 7. 1 ditto No. 7, Marks Weight: 11. 2. 17. 1/2, Marks Fine: 10. 10. 10 6/64, assaying Carat 22 grains 1. Total: 3 bars of Gold by weight, Marks Weight: 33. 4. 6. 1/4, Marks Fine: 30. 6. 10 23/64, amounting by weight to 272 2/2048 Reals according to account. Sold here per real: ƒ 4. 1. 9/4. Cost of the real: ƒ 4. 8. 1. Wherefor the sold cost: ƒ 12151. — —. Wherefor sold: ƒ 1212. 10. —. Percent loss: 5/16. Loss in total: 38. 10. —. Expenses: For what was paid to the Assayer Engelbert de Vries for the expenses incurred in the melting of the 759 5/16 pieces Persian Gold Rupees into bars: ƒ 161. 8. To the peons for transporting the said 3 bars of Gold to Madras and the proceeds thereof hither, for batta and wages: ƒ 4. 18. 8. Further expenses: 1. 2. 20. The expenses amount to: ƒ 21. — —. Loss in total: ƒ 59. 10. —. In Fort Geldria, Palliacatta, the 28 March Anno 1791. Separate Yield of 3349 16/384 Reals by weight of the melted 902 1/2 pieces Persian Gold Rupees into 4 bars of Gold Weight, which among others according to the Memorandum and Invoice of 20 May in the past year were brought here from Batavia by the ship Horssen, and pursuant to the resolution taken in the Council of Coromandel dated 31 January last were sold on warrant; To wit: Marks Weight: 39. 6. 16. 1/4. Marks Fine: 37. 3. 2. 23/32. Assayed: 1 bar No. 9, Marks Weight: 11. —. 8. 1/4, Marks Fine: 10. 6. 7. 4/512, assaying Carat 22 grains 4 1/4. 1 ditto No. 10, Marks Weight: 10. 6. —. —, Marks Fine: 10. —. 9. 3/16, assaying Carat 22 grains 4 1/2. 1 ditto No. 11, Marks Weight: 9. —. —. 1/4, Marks Fine: 8. 9. 6. 12/256, assaying Carat 22 grains 4 1/2. 1 ditto No. 12, Marks Weight: 9. —. 6. 1/4, Marks Fine: 8. 10. 2. 2/256, assaying Carat 22 grains 4 1/2. Total: 4 bars of Gold by weight, Marks Weight: 39. 6. 16. 1/4, Marks Fine: 37. 3. 2. 13/32, amounting to 3349 3349/16384 Reals according to account. Sold here per real: ƒ 43. 16. 7. Cost of the real: ƒ 44. 8. 12. Wherefor the sold cost: ƒ 1410. — —. Wherefor sold: ƒ 14051. 4. —. Percent profit: 2 7/8. Profit in total: ƒ 411. 4. Expenses: For what was paid to the Assayer Engelbert de Vries for the expenses incurred in the melting of 902 1/2 pieces Persian Gold Rupees into bars: 16. 14. 8. To the peons for transporting the said 4 bars of Gold to Madras and the proceeds thereof hither, for batta and wages, besides paid interest to Tjana Wenkarania: 3. 17. 20. The expenses amount to: 35. 17. —. Thus in total profit: ƒ 375. 7. —. In Fort Geldria, Palliacatta, the 19 May Anno 1791.

Dutch transcription

geslooten aan de Leveranciers op hant gegeeven, te Madras tot staa„ ven gesmolten aldaar en alhier ge„ Essaijeert zijn gelijk dat reets is verhandelt bij de 253: par: van onze Iongste generale brief van ult:o febru„ arij waar bij is geinsereert een rende¬ ment enkel van 100: in steede van al„ le de 500 Ropijen gelijk had behooren te geschieden: waar van de reeden van het verlies van 10 1/16 p:s Cento aldaar beschreeven staat uijtmaakende ƒ806: 18: over het geheel, die na het besluijt van ult:o december 1790: de kooplie„ den in reekening gevalideert zyn= §199 Twee Rendementen van de laaste Zeven staaven uijt de in A:o passato ver„ smoltene goude persiaanse Ro„ pijen; even als de bovengemelde aangebragt per het schip Hors„ sen in dato 28: Maart, toonende aan en 602 aan een verlies van 5/16. p=r C=to en met de ongelden ƒ 59: 10:—:—, en het andere gedateerd 19 meij 1791:, winnend: 2 7/8 p=rC:o sch:s, en na detractie als vooren ƒ375:7 § 200 Een Rendement van 54: staaven goud aangebragt per het schip De Zee„ bouwer onder ult:o augustus 1791: geevende aan winst 6 5/8: p=rC=t ƒ5373: 7: en na aftrek van ongelden ƒ4469:9: 8: § 201 Een Rendement van 31: staav en gout uijt even gem: aanbreng gedateerd den 15: October 1791:, waar op mee„ de 6 5/8: of ƒ 5350: 12:—, en na aftrek den ongelden ƒ 5030:8: aan winst is gevallen. § 202 over deeze winsten en verliezen te gemoet ziende het antwoord op de vraag bij bovengemelde generaale brief par: 251:, laaten wede de gemel„ de Rendementen intusschen woorde lijk hier onder volgen. Rendement Ma ds. Appart Rendement van 16 1/me ee tene 500. p=s Persiaande Goud Ropijen tot vijff staaven uijt de 20. Meij des gepasseerde Iaar per het schip Morssen va Mg:ƒ 41 2. 12 /½ 17 23 8 1/6. 5 aren cruet by Gewigt Esleg van Palliacatta In't 639 Realen ge lij Gewigt van de aan sComp=s Cooplieten verstrekke en te Mortras gesmol„ anthij welke onder meerder volgens Memorie en Factuur van den de Batavia alhier aangebragte; teweeten: Re„ volgens aande alhier van 't kostende van waar voor Percen verlies In't geheel aalen keningde al verhog ers de verkogt varkogt tot ntg 463 Essa, vonde ar:t 19 rij 8: 16: 5/12. ƒ 9:8: 3ƒ4. 8. 12 ƒ80 —ƒ194. 2. 8. ƒ 10 /6 ƒ 5. 7. 8. Fort Jeldria ultimo Maart 1791. — Rppart va Marg: W:s 1175 Appart Rendement van 127 2/040. Realen Goud staaven welke ondermeer volgens Memorie en lektuur van den 20 Meij ingevolge genomene besluijt in raade van Cormandelde dato 31. Marg: fijn 33. 4. 6. ¼. 30. 6. 10 4/14 a 3. staaven Gout Gewigt, teweeten Margh:s Marq H: 10. 6. 8¼. 9. 14. 6. –. â 1. staaff N=o 5. b' saijeerende _:o 11. 3. — —. 10. 5. 6. 1/8. „ 1. _:o „ 6. — 11. 2. 17. ½. 10. 10 106 641. _:o _:o „ 7. — 23 33. 4. 6. ¼. 30. 6. 1064. 23. slaaven Goud bij gewigt uijt Ongelden over het voldaane aan den E seij vries voor de gevellene ongelden bij het Per sianse Goude Ropijen tot Staav aan de pions voor het overbre Madras en het provenie en gagie-- In't Fort Jeldria Palliacatta . 614 5/16. 38. 10. -. en Gold bij Gewigt van de Gesmoltene 759 5/16. p=s Persiaanse Goude Posijanin den 29 Meij Anno passato per het schip Norssen van Batavia alhier aangebragten dato 31. Jan: last: op ordonnancie zijn verkogt: Teweeten — volgens aanwe alhier verkogft kostande van Waar voor pencen verlies Reaalen kening d' reaal d' veaal de verkogte ot lij en koot tot In 't geheel E ssaijderende Car=t 21. gry 4. _:o „ 21. „ 7. _:o „ 22. „ 1. den bij gereigf uijt maakende 272 2/0/48. ƒ 4.1. 9/4 ƒ 4. 8 1. ƒ12151. — —ƒ1212.10. —. aan den sseijeur Engelbert de gelden ij het smelten den 75 9/16 ps 6/%6 3. 13. 59 ƒ 161. 8. pijn tot staaven –––– – – –- het overbrengen van gem: 3. Haaren Goud na provenie van dien herwaarts aan battam „ „ — — - - - . „ 1. 2. 20. „ 4. 18. 8. De ongelden bedragen ƒ304:15:89. 21. — —. -ƒ 59. 10. —. In het geheel verlooren- Den 28. Maart Anno 1791. Appart ƒ - - Marcq: tw: Marcq: sijn 39. 6. 16. ¼. Appart Rendement van 3 „ 163 4. Raalen welke onder meerder volgens Memorie en faktuur van den en ingevolge genomene besluijt in Raade van Cormandel de da 37. 3. 2. 23/12 4. saaven Goud bij Gewigt; Namentlijk Ma: tv: Mg: J: 457. 11. —. 8. ¼. 10. 6. 7. 4/512 2 1 staaff N:o 9. Ossaijeeren 10. 6. —. —. 10. —. 9. 3/16. „ 1. _:o „ 10. — 9 —. ¼. 8. . 9. 6. 12/256. „ 1. _:o „ 11. 253 9. —. 6. ¼. 8. 10. 2 2/256. „ 1. _:o „ 12. 36. 6. 16. ¼ 37. 3. 2. 13/12 2 4 staaven Goud bij uijtmaakende Ongel Over het voldaane aa den geval Engelbert de vries voor an 902 ongelden bij het smelten Persiaanse Goude Ropije ot staa verbreng Aan de pions voor het 9 Madra van gern: 4. staaven Goud en het provenu van dien a herwa aan batarn en gagie neven voldaan trest v:n /4: Tjana wenka rana Palliakatta In het Fort 3349 613 ven van 2 p 3/¾4 wigt 3349 33.4 16384 ƒ 43. 16 7. ƒ 44. 8. 12 ƒ1410. — —ƒ14051. 4. — ƒ 2 78. ƒ 411. 4. van dien a herwaarts neven voldaane in„ wenka frania - - bij Gewigt van de Gesmoltene 902:½ p:s Persiaanse Goudte Ropijen in staaven en Meij Anno passato per het schip Horsten van Batavia alhier aangebragt 1 Jan: lastl: op ordonnantie zijn verkogt; Teweeten volgens aan zee alhier van 't kostende van waar voor percen winsten koningde raad kogt reaal de verkorg te pootij verkogt. tos In 't geheel Reaalen „ 22„ 4¼ „ 22. „ 4½. „ 22. „4½. den den 8 Seijer gevallene ten en 902. ½. p:s Ropije Cot staaven - - het verbrengen Goud Madras 16. 14. 8. 3. 17. 20. De ongeleden bedraagens - - pra/o 7:23: 21. 35. 17. —. - -ƒ 375. 7. — Dus in het Geheel - - Geldria Den 19. ' Meij anno 1791. — 3% 4. 6. 1. ƒ 19. 2. 8. da - - :-

NL-HaNA_1.04.02_9706_0654 view scan ↗

English

Marg: S: 167. 6. 5. —. 123. 13. 1. 2/16 29. bars which 8. 3. 5. —. 6. —. 3 12/16. 2. bars melted at Batavia and assayed from the dust gold received with the bark Constantia from Banjarmasin; as. — Marg: A: Marks —. 22. —. 2/64. 1. bar No 1. Letter A: according to Memorandum assaying 2. 5. 2. 2. 2/56. 1. ditto No 2. Letter B: assayed car: 16. 7. Batavia assay 7. 2. 12. ½. 6. —. 17. ½. 4. 9. 6. 2/16. 1. ditto melted at Batavia and assayed from the dust gold received as a gift per the pantchiallang De Wachter from Pontianak from the Sultan Sharif No 3. Coromandel assay Batavia assay assayed Carat 17. 3. ¼. , Carat 18. 1. —. —. 3. 2. ½. —. 6. 10. 1/32. 1. ditto melted at Batavia and assayed from that cut off per the aforementioned vessel from 1. bar received as a gift from the Sultan of Sambas No . assayed 3. 1. 8. ¾. 2. 6. 10 3/128. 1. ditto melted at Batavia and assayed from the dust gold received as a gift per the aforementioned vessel from the Sultan of Mampawa No 2. assayed Carat ditto melted at Batavia and assayed from the 14. bamboos of dust gold received with the pantchiallang De Wachter from Pontianak on the Company's account, of which Coromandel assay Batavia assay 13. 2. 17. ½: 9. 19. 5. 1/28. 1. bar No 4. assayed Carat 17. 7½ Carat 18. 2. —. 11. 7. 6. ¼. 8. 12. 3. 23/10. 1. ditto No 5. ditto 17. 1. ¾ ditto 17. 8. —. 12. 7. 5. —. 9. —. 8. 3/4. 1. ditto No 6. ditto 16. 9½. ditto 17. 9. —. 8. 21. 8 17/28. 1. ditto No 7. ditto 16. 5¾ ditto 17. 6. ½. 12. 7. 15. —. 8. 3. 7. 1/128. 1. ditto No 8. ditto 16. 6. ½. ditto 17. 7½. 11. 6. 12. ½. 3. 2. 10. 14/256 1. ditto No 9. according to memorandum assaying 4. 2. 6. ¼ ditto 17. 5½. 5. 13. 11. 17/128. 1. ditto No 10. assayed carat 15. 4. ditto 17. 5. ½. 8. 4. 1. ¼. 6. 14. 9. 21/12. 1. ditto No 11. ditto 16. 3. 4. ditto 17. 11. —. 9. 6. 1. ¼. 64. 1. 6. ¼. 50. 20. 2. 3/4 16. ditto received at Batavia per the ship De Diamant on the Company's account from Ternate; namely Batavia assay 1. 18. 9. 3/16. 1. bar No 83 according to Memorandum assaying Carat 19 —. ¼. 2: 2. — —. – . ditto ditto ditto 19. —. —. 3. 16. 2. 1/16. 1. ditto No 84. — 4. 5. 2. ½. —. 3. 8. 10. 5/16. 1. ditto No 85. ditto 18. 11. ¼. 4. 1. 15. —. -. ditto 3. 13. 9. 1/128. 1. ditto No 86. — 4. 4. 5. ½ ditto ditto ditto 19. 2. —. 3. 15. 1. 23/32. 1. ditto No 87. — 4. 4. 13. ¾ ditto 19. —. —. 3. 161. 3/321. ditto No 88: — 4. 5. — —. ditto 19. — ¼. 3. 15. 6. 1/16. 1. ditto No 89. — 4. 4. 17. ½. ditto 19. —. —. 3. 15. 2. 23/512. 1. ditto No 90. — 4. 4. 13. ¾. 3. 5. 6. 3/16. 1. ditto No 91. — 4. —. 10. —. 3. 7. 11. 17/1281. ditto No 92. — 4. 1. 16. ¼ — 3. 11. 11. 3/128. 1. ditto No 93. — 4. 3. 3. ¾. 2. 20. 1. 2/32. 1. ditto No 94. 3. 4. 13. ¾. 3. 16. 11. 1/28. 1. ditto No 95. 4. 5. 7. ½. 3. 11. 7. 2/512. 1. ditto No 96. — 4. 3. 3. ¾ 3. 11. 1. 3/12. 1. ditto No 97. 4. 3. 7. ½. —. 2. 16. ¼. —. 6. 4. 23/12. 1. ditto No 98. Carried forward ditto 19. 1. —. ditto 19. —. —. ditto 18. 11. —. ditto 19. —. ½. ditto 19. —. ¼. ditto 18. 11. 7/8. 163 85. 4. 5. -. 59. 17. 5. 2/56 8. Marks 8477 Separate Yield of 1939. 2/23768. Reals of fine gold, which among others according to Memorandum and invoice of 28. May this year were brought here per the ship De Zeebouwer from Batavia and pursuant to resolution taken in the Council of Coromandel of date were sold on order here; as the cost for which per advance Real fine accounting real, the real, the sold parcel, sold cents, one bark Constantia Batavia assay Memorandum assaying Carat: 21. and grains. Batavia assay 16. 7. ¼ Carat: 18:2 pantchiallang De Wachter dust gold No 3. severed from aforementioned vessel Batavia assay No . assayed Carat 17. 6. –. vessel from the Sultan Batavia assay 2. assayed Carats 17. 3. —. the pantchiallang De Wachter dust gold whereof Coromandel assay Batavia assay: 17. 7½ Carat: 18. 2. —. 17. 1. ¾. ditto 17. 8. –. 16. 9½. ditto 17. 9. —. 16. 8 ¾ ditto 17. 6. ½. 16. 6. ½. ditto 17. 7½. ditto 17. 5½. 15. 4. ditto 17. 5. ½. 16. 3. 4. ditto 17. 11. –. Company's account received from Ternate Batavia assay assaying Carat 19 —. ¼. ditto 19. –. –. ditto 18. 11. ¼. ditto 19. 2. —: ditto 19. —. —. ditto 19. — ¼. ditto 19. —. —. ditto 19. —. ¼. ditto 19. 1. —. the ditto ditto 18. — ¼.

Dutch transcription

Marg: S: 167. 6. 5. —. 123. 13. 1. 2/16 29. staaven Die 8. 3. 5. —. 6. —. 3 12/16. 2. staaven te Batavia gesmolten en G'Essaijeerd uijt het met de barcq a constan van Banzermasting ontvangen stof goud; als. — Marg: A: Marcq:ts —. 22. —. 2/64. 1. staaf N=o 1. L=:a A: volgens Memorie E: Waijerendelan: 2. 5. 2. 2. 2/56. 1. _:o N:o 2. L„a B: Essaijeerd car: 16. 7: j/ daarlassaij 7. 2. 12. ½. 6. —. 17. ½. 4. 9. 6. 2/16. „ 1. _:o te Batavia gesmolten en Gessaijeerd uijt per de Pant Iallan de wagt van Pontiama van den sulthan Sariph ingeschenk ontian gene tof goud N=o Cormondeld eijssaij battaviasche essaij ge Essaijeerd Cav:t 17. 3. ¼. , Cor:t 18. 1. —. —. 3. 2. ½. —. 6. 10. 1/32. „ 1. _:o te Batavia gesmolten en g'essaijeeurd uijt het pereven gemelde bodema 1. Staef van den sulthan van Sambas ingeschenk ontvangen N. . gessaijer 3. 1. 8. ¾. 2. 6. 10 3/128. 1. _:o te Batavia gesmolten en G'Essaijeerd uijt het persem: bodem van den sul van Manpauwa ingeschenk ontvangen stof goud N=o 2. g'esseijeerd Car:l _:o te Batavia gemolten en g'Essaijeerd uijt de met de santsallar van Portiana sComp:s weegen ontvangene 14. bamboesen met stof goud wae Cormandel Crij batavia 13. 2. 17. ½: 9. 19. 5. 1/28. 1. H:r N=o 4. Gessaijeerd Car:t 17. 7½ C: 18. 11. 7. 6. ¼. 8. 12. 3. 23/10. 1. „ „ 5. _:o „ 17. 1. ¾ „ 17. 8 12. 7. 5. —. 9. —. 8. 3/4. 1. „ „ 6. _:o „ 16. 9½. „ 17. 9 8 21. 8 17/28. 1. „ „ 7. _:o „ 16. 5¾ „ 17. 6. 12. 7. 15. —. 8. 3. 7. 1/128. 1. „ „ 8. _:o „ 16. 6. ½. „ 17. 7 11. 6. 12. ½. 3. 2. 10. 14/256 1. „ „ 9. volg:s memorie E saij eerende 4. 2. 6. ¼ „ 17. 5 5. 13. 11. 17/128. 1. „ „ 10. g'essaijeerd car=t 15. 4. „ 17. 5. 8. 4. 1. ¼. 6. 14. 9. 21/12. 1. „ „ 11. _:o 16. 3. st. „ 17. 11 9. 6. 1. ¼. 64. 1. 6. ¼. 50. 20. 2. 3/4 „ 16. _„o te Batavia P=r 't schip de Diamant 'sComp:s wegen van terna batav vangen; te weeten 1. 18. 9. 3/16. 1. Ht: N=o 83 volg:s Memorie be saijep en de Car:t 2: 2. — —. – . _:o _:o „ 3. 16. 2. 1/16. 1. „ „ 84. — 4. 5. 2. ½. —. 3. 8. 10. 5/16. 1. „ „ 85. _:o ƒ 4. 1. 15. —. -. _:o 3. 13. 9. 1/128. 1. „ „ 86. — 4. 4. 5. ½ _:o _:o „ 3. 15. 1. 23/32. 1. „ „ 87. — 4. 4. 13. ¾ __:o 3. 161. 3/321. „ „ 88: — 4. 5. — —. _:o 3. 15. 6. 1/16. 1. „ „ 89. - 4. 4. 17. ½. _:o 3. 15. 2. 23/512. 1. „ „ 90. — 4. 4. 13. ¾. 3. 5. 6. 3/16. 1. „ „ 91. — 4. —. 10. —. 3. 7. 11. 17/1281. „ „ 92. — 4. 1. 16. ¼ - 3. 11. 11. 3/128. 1. „ „ 93. — 4. 3. 3. ¾. 2. 20. 1. 2/32. 1. „ „ 94. 3. 4. 13. ¾. 3. 16. 11. 1/28. 1. „ „ 95. 4. 5. 7. ½. 3. 11. 7. 2/512. 1. „ „ 96. — 4. 3. 3. ¾ 3. 11. 1. 3/12. 1. „ „ 97. 4. 3. 7. ½. —. 2. 16. ¼. —. 6. 4. 23/12. 1. „ „ 98. Transporteere _:o „19 _o _:o „ _:o „ _„o „ _:o „ 163 85. 4. 5. -. 59. 17. 5. 2/56 8. Marcqsijn 8477 Appart Rendement van 1939. 2/23768. Reaalen Goudbijk gedigt, wel deese Iaar per het schip De Zeebouwer van Batavia alhier aangebragt in op ordonnantie zijn verkogt; als batavi _:o „ 19 1 10 19 19 _:o „ 19 :o „ 19 __:o „ 18 _:o „ 18 _:o _:o _o _o _o _ o _ o „ _:o „ _:o„ 615 19. 1. —. _:o „ 19. — —. _:o „ 18. 11. —. _:o „ 19. —. ½. _:r „ 19. —. ¼. _:o „ 18. 11. 7/8. Aij gedigt, welke onder meerder volgens Memorie en factuur van den 28. Meij gebragt in ingevolge genomene besluijt in raede van Cormandel de dato volgens aan alhier verkogt 't kostende van waervoor Per Advans Reaal fijn reekeningd neaal, de reaal, de verkogte partije, verkogt centos, een barcq d constantia bataviasa sfaij orie Exsaijerende Car.: 21. en grijnt. arde Batavia as saij 16. 7.¼ Can: 18:2 Sallan de wagter ian geratof goud N=o 3. en gemelde bodem afgekapte van batav: essaij gen N. . gessaijeerd Car:t 17. 6. –. bodem van den Sulthan batav: essaij 2. g'esseijeerd Car:ls 17. 3. —. de Pantsallang de wagter nmet sofgoud waer van mandal Chij bataviasche Essaij: 17. 7½ C: 18. 2. —. 17. 1. ¾. „ 17. 8. –. 16. 9½. „ 17. 9. —. 16. 8 ¾ „ 17. 6. ½. 16. 6. ½. „ 17. 7½. „ 17. 5½. 15. 4. „ 17. 5. ½. 16. 3. 4. „ 17. 11. –. p:s woegen van ternaten ont„ batav: Es saij b Maijepen de Car:t 19 —. ¼. _:o „ 19. –. –. _:o „ 18. 11. ¼. _:o „ 19. 2. —: _:o „ 19. —. —. _:o „ 19. — ¼. _:o „ 19. —. —. _:o „ 19. —. ¼. _:o „ 19. 1. —. de _:o _: „ 18. —¼.

NL-HaNA_1.04.02_9706_0656 view scan ↗

English

Marg: J: Marg: S: 167. 6. 5. —. 123. 13. 1 2/56 for 29 bars brought forward 669 21: 78. 3. 10. — 60. 8. 1/1024 197 285 Brought by the bark De Verwagting on 15 February 1791 from Ternate; namely: M: J: M: J: Corm 3. 13. 2. — 1 bar No. 99 assayed Carat 6. 8. 4. 4. 10. — 8. 5. 1. 12. ½ 4. 1. 1. ½ 1 ditto No. 100 ditto 6. 8¼. ditto 3. 21. 4. 29/256 1 ditto No. 101 — 4. 7. 17. ½. 3. 21. — 1/1024 1 ditto No. 102 according to memorandum and 5. 1. 3. ¾. 3. 7. 3. 13/12 1 ditto No. 103 assayed 18:¼ 4. 1. 18. ¾ ditto 6. 8. — 5. —. 7. ½ 3. 22. 2. ½ 1 ditto No. 104 — ditto 5. 1. 2. ½ 4. —. — 19/256 1 ditto No. 105 — 4. 4. 2. ½ 3. 9. 3. 5/8 1 ditto No. 107 according to memorandum [illegible] 3. 16. 2. 1/512 1 ditto No. 108 ditto ditto 29 4. 7. 1. ¼. 3. 20. 8. 1/641 ditto No. 109 assayed 4. 7. 10. — ditto 3. 20. 4. 1/32 1 ditto No. 110 — 4. 7. 10. — 3. 4. 9. 3/16 1 ditto No. 111 according to memorandum May 4. 2. —. — 4. —. 6 2/256 1 ditto No. 112 ditto ditto 5. 2. 15. — 4. 6. 12. ½ 3. 15. 2. 256 1 ditto No. 113 ditto ditto —. 3. 10: — —. 8. 3. ¾ 1 ditto No. 114 ditto ditto 3. 7. 15. — 2. 23. 5. ¼ 1 ditto No. 115 ditto ditto 637. 1. 1. 13. ¼ —. 21. 10 1/1024 1 ditto No. 116 ditto ditto 1. —. 6. ¼ —. 19. 8. 23/32 7 ditto No. 117 ditto ditto —. 6. 11. ¼ —. 15. 7. 17/1024 1 ditto No. 118 ditto ditto 6. —. 5. — —. 21. 7. 7/18 1 ditto No. 119 ditto ditto 1. 7. 5. — 1. 12. 2. 7/8 1 ditto No. 106 ditto ditto 35. 4. 13. ¼ 31. 13. 1 2/56 4 ditto brought to Batavia by the ship De Eenpaarigheijd on 3 March Anno 1791 from Padang, namely 7. 21. 5. 15/64 1 bar No. 116 according to memorandum assay and Carat ditto ditto 9. 1. 12. ½ 7. 2. 3 1/12 ditto No. 117 ditto ditto 8. 7. 3. ¼ ditto 7. 10. — 19/612 1 ditto No. 118 ditto ditto 8. 2. 13. ¾ ditto 8. 9. 3. 3/16 1 ditto No. 119 ditto 9. 1. 3. ¾ 281. 6. 8. ¼ 215. 11. 4. 1/024 for 54 bars of gold making up by weight - Expenses for the paid interest of ¼ percent per month to the native merchants at Madraspatnam [illegible] China Wengata Rama Chittij and Coenvelnan Lima Chittij for the term of 25 days respite of the sold 54 bars of gold, namely: principal 10571. 17. 10 for 25 days from 16 August to 10 September - - - - - - - 66. 1. 60 8428. 6. 70 and ditto from 16 ditto to 21 ditto and 8578. 11. 10 for respite or from 21 September to 15 October when settlement was made with the merchants aforesaid - for the amount paid to the coolies, peons and bandypalankeen for the transport and escort of the gold to Madraspatnam Palliacatta In Fort Geldria 6. 8. ½ 6. 8¼. 89: ¼ 2 U according to sold here the cost of for which per advance No. Reals are, account real the value the sold lot sold cents 21. —. — 19. —. — from Padang demanded Batavian assay: 8. 8. — Carat 19. — ½ 8. 8. — 19. —. — . 8¾ 19. —. — 18. —. 2/3 8. 8. ¼ 19. —. — 88. —. — 18. — ¼ 18. — ¼ 18. — 5/8 18 — 4 19. —. — 18. — — 18. — 1/8 19. —. — 6. 8. — 19. —. ¼ 8¼ 19. —. — 19. — 5/8 89. ¼ 19 —. — . 8½ 19. —. ¾ weighing Carat 20. 7. — ditto 21. 3¼ ditto 21. 4¼ ditto 22. —. — 6. 3/8. — ƒ5373. 7. — 1939. 32768. ƒ 41. 13. 5 3 ƒ 44. 8. 12 ƒ80802. 9. — ƒ 86175. 16. — 75. 2040: 141. 22. 20 pt: 15 October when 53. 14. 69 / 195. 13. — ƒ 829. 14. — calculated is - coolies peons and [illegible] for the 23. 18. 8 escort of Madras [illegible] — — — — 5. 7. 50 of the gold principal 200. 20. 50 ƒ 903. 17. 8 The expenses amount together to - ƒ4469. 9. 8 The expenses deducted from the profit leaves in net profit - ulto August 1791 ¼ percent per month to the Madraspatnam receipt [illegible] respite of sold 21 10 pt - - - - - - - 66. 1. 60 Ternate to one ditto ditto ditto 1 8477 Apart

Dutch transcription

Marg: J: Marg: S: 167. 6. 5. —. 123. 13. 1 2/56 a 29. taaven P=r Transport 669 21: 78. 3. 10. — 60. 8. 1/1024 197 285 Per de barg: de verwagting den 15, februarij 1791 van Te gebragt; Teweeten: M: J M: J: Corm 3. 13. 2. —. 1. Staef N=o 99. Gessaijeerd Car:t 6. 8. 4. 4. 10. -. 8. 5. 1. 12. ½. 4. 1. 1. ½. 1. „ „ 100. _:o „ 6. 8¼. _„o „ 3. 21. 4. 29/256. 1. „ „ 101. — 4. 7. 17. ½. 3. 21. — 1/1024 1. „ „ 102. Volg=s Memorie Et 5. 1. 3. ¾. 3. 7. 3. 13/12. 1. „ „ 103. gestaijeerd „ 18:¼ 4. 1. 18. ¾ _:o „ 6. 8. –. 5. —. 7. ½. 3. 22. 2. ½. 1. „ „ 104. — _o „ 5. 1. 2. ½. 4. — — 19/256. 1. „ „ 105. — 4. 4. 2.½ 3. 9. 3. 5/8. 1. „ „ 107. volg:s Memorie Eshuije 3„ 16. 2. 1/512. 1. „ „ 108. „ _:o _:o 29 4. 7. 1. ¼. 3. 20. 8. 1/641. „ „ 109. g'essaijeerd „. 4. 7. 10. -. _ o „ 3. 20. 4. 1/32. 1. „ „ 110. — - 4. 7. 10. -. 3. 4. 9. 3/16. 1. „ „ 111. vilg:s memorie Maij 4. 2. —. —. 4. —. 6 2/256. 1. „ „ 112. „ _:o _:o 5. 2. 15. -. 4. 6. 12.½ 3. 15. 2. 256. 1. a „ 113. „ _:o _:o —. 3. 10:—. —. 8. 3. ¾. 1. „ „ 114. „ _. o _:o 3. 7. 15. –. 2. 23. 5. ¼. 1. „ „ 115. „ _:o _:o 637. 1. 1. 13. ¼. —. 21. 10 1/1024. 1. „ „ 116. „ _:o _:o 1. —. 6. ¼ —. 19. 8. 23/32. 7. „ „ 117. „ _:o _:o —. 6. 11. ¼. —. 15. 7. 17/1024. 1. „ „ 118. „ _:o _:o 6. —. 5. —. —. 21. 7. 7/18 1. „ „ 119. „ _:o _:o 1. 7. 5. — 1. 12. 2. 7/8. 1. „ a 106. „ _:o _:o 35 4. 13. ¼ 31. 13. 1: 2/56. „ 4. _:o Per het schip de Eenpaarigheijd den 3. maert A:o 1791. van Padan te Batavia aangebragt, te weeten 7. 21. 5. 15/64. 1. staef N=o 116. volg:s memorie E ssaij ende Car:t _:o _ o „ 9. 1. 12. ½ 7. 2. 3 1/12. . „ „ 117. „ _:o „ 8. 7. 3. ¼. _:o 7. 10. — 19/612 1. „ „ 118. „ _:o „ 8. 2. 13. ¾. _:o 8. 9. 3. 3/16. 1. „ „ 119. „ 9. 1. 3. ¾ 281. 6. 8. ¼. 215. 11. 4. 1/024a 54. staaven Goud bij gewigt uijtmaakende - ongelden over het voldaene Jntrest van ¼ pC:o smnd:s Inlandse Cooplieden te Madvaspa am inn china wengata Rama Chittij en Coenvel nan Lima Chittij voor den van 25. d: sspijt van 54. staeven goud teweeten:— pr/o 10571. 17. 10. v:o 25 fd: van 16. aug:s tot 10: p:s — „ „ 8428. 6. 70. /mn: en Jd: van 16. „ _:o „ 21. en „ „ 8578. 11. 10. v:m /4: respijt of van 21. Sept: 1715. oct: wa met de cooplieden voorm mek i over het betaelde aan de Coelijs, Pron en overdraegen en ten geleijde van 't gou ade bet 6. 8.½ Palliacatta In't Fort Gelda 6. 8¼. 89: ¼ 2 - U volgens aan „ alhier verkogt 't kostende van waar voor Per „ Advan N Rraal sijn, reekeningd real de vaaal de verkogte panthij verkogt Centos „ 21. —. —. „ 19. —. —. van Padang bett:e eijst mend: stan bataviase Es saij: 8. 8. —. C: 19. —½. 8. 8. —. „ 19. —. —. . 8¾. „ 19. –. —. „ 18. –. 2/3. 8.8.¼ „ 19. —. —. „ 88. — —. „ 18. — ¼. „ 18. -. ¼4. „ 18. — 5/8. „ 18 —4 „ 19. —. —. „ 18. — —: „ 18. — 1/8. „ 19. –. — 6. 8. —. „ 19. —. ¼. 8¼ „ 19. —. —. „ 19. — 5/8. 89. ¼. „ 19 —. —. .8½ „ 19. –. ¾. Waij vende Car:t 20. 7. — _. o „ 21. 3¼. _:o „ 21. 4¼ _:o „ 22. —. —. 6. 3/8. — ƒ5373. 7. —. - – – – –: 1939. 32768. ƒ 41. 13. 5 3 ƒ 44. 8. 12 ƒ80802. 9. —. ƒ 86175. 16. —. — - . „ 75. 2040: 141. 22. 20. pt: 15. oct: wanneer – – – „ 53. 14. 69 / 195. 13. — ƒ 829. 14. —. mrekend is - — ndipaaijs voor het lijs Pior 23. 18. 8: ade van madvasensz: — — — — „ 5.7. 50„ an't gou pro 200. 20. 50. ƒ 903. 17. 8 De ongelden bedraegen te samen- ƒ4469. 9. 8. De ongelden van de winst afgetrokken Rest aan suijver winst- ult„o augustus 1791. d ¼. prC:o sind:s aande dras pa am innaeme ijen oen oeloerie, spijt van verkogte d: 21. 10. p:t - - - - - - - „ 66. 1. 60. Ternaten aan„ een _„o _:o :o 1. 8477 -- - - Appart.

NL-HaNA_1.04.02_9706_0658 view scan ↗

English

Marks: ds Marg: J: 234. 4. 11. ¼. 213. 16. 7. 23/12. at 29. bars. Brought from Batavia by the ship de Eenpaarigheijd on March 3, and Padang, reassayed here by the assayer De Vries and found to contain the following, namely: Coromandel Batav: Assay: 6. 6. 5. —. 6. 4. 7. 12/32. at 1. bar No. 135. assayed tare: 2. 11. — ƒ 211. ¼— 8. 1. 17. ½. 7. 11. 9. 23/32. " 1. " " 136. ditto " ƒ 21. 10. —. 105. 8. 18. 3. 15/512 " 1. " " 137. ditto " 21. 8. ƒ " 11. 9. — 9. 5. 11. ¼. 8. 4. 1. ¼. 7. 18. 1. 12/256. " 1. " " 138. ditto " 21. 10. ½. 8. 3. —. —: 7. 12. 2. 12/32. " 1. " " 139. ditto " 21. 6. ¼ 21. 7. —. 8. —. 1. ¼. 7. 8. 10. 3/128. " 1. " " 38. ditto " 22. 1. — 22. — ¼. 7. 7. 4. 512. " 1. " " 39. ditto " 21. 9. ƒ 21 10. ½. 8. –. 6. ¼. 7. 1. 3. ¼. 7. 4. 3. 2/512 " 1. " " 40. ditto " 21. 9. " 21. 10. ¼.— 7 6. 16. ½. 1. 2. 7. 17/128. " 1. " " 41. ditto " 21. 8 ƒ 421. 10. ¼. 8. —. 15. —. 7. 8. 8. 3/16 " 1. " " 42. ditto " 21. 10. — . 8. –. 5. —. 21. 8. —. 7. 6. —. 1/8. " 1. " " 43. ditto " 7. 6. 15. —. " 7. 2. 5. 17/18. " 1. " " 44. ditto " 21. 8. ¾ 21. 8. —.— 8. 2. 3. ¼. 7. 15. 4. 23/64. " 1. " " 45. ditto " " 22. 2. —. 7. 7. 18. ¼. 7. 4. 1. 23/12 " 1. " " 46: ditto " 21. 7 ¾ 21. 8. ¼. 7. 7. 18. ¾. 7. 5. 1. 23/32. " 1. " " 47. ditto " 21. 8. — 21. 9. —. 7. 6. 3. ¾ 7. —. 7. 3/12. " 1. " " 48. ditto " 21. 8. ¼ " 21 9. ¼. 8. 3. 6 ¼. 7. 15. — 3/128. " 1. " " 49. ditto " 21. 9. — 1. 10. ½.— 8. —. 8. ¾ 7. 16. 10. 23/56. " 1. " " 50. ditto " 21. 8. ƒ " 1 8. ½. 8. —. 18. ¼. 7. 8. —. 2/512 " 1. " " 51. ditto " 24 8. ¼ " 8. ½. 8. — — — 7. 6. 8. —. " 1. " " 52. ditto " 21. 10. — ". 10. ¼. 8. 1. 16. ¼. 7. 11. 1. 23/512. " 1. " " 53. ditto " 21. 9. ¼ 1 10. ¼. 1. 1. 17. ½. 7. 6. 3. 23/32. " 1. " " 54. ditto " 21. 10. — " 11. —. 8. 1. 10. — 7. 15. 4. 2/64. " 1. " " 55. ditto " 22. 4. ¼ " 3. 2. 7. 5. 6. ¼. 6. 23. 3. 3/64. " 1. " " 56. ditto " 21. 10. —. 10. ¾. 7. 6. —. — 7. 1. 10. ¼. " 1. " " 57. ditto " 21. 11. — 11. ¼. 8. 3. 18. ¼. 7. 16. 10. 2/12. " 1. " " 58. ditto " 21. 9. " 10. ½. 7. 7. 8. —. " 7. 4. 1. 17/18. " 1. " " 59. ditto " 21. 9. ¾ 10. ½ ¾" 8. 1. 11. ¾ 7. 17. 2. 1 " " 61: ditto " 22. 7. ¼. 1. 5. ¾. 155 ¾ — —. 5. —. —. —. 5. 1/28. " 1. ditto No. –, being the remainder of a half bar delivered at Batavia to make up the load, the same reassayed here by the Coromandel assayer De Vries and found at Batavia Carat 12. 8. 4. - Carat 17. 6 234. 4. 16. ¼. 213. 17 4/12 at 30. bars, which are carried forward. Separate yield of 1929 88/192. Reals of Gold Brought here from Batavia by the ship De Zeebouwer, August 15, 1791, sold on warrants, as follows: 4737. 649 weight which among others according to the Memorandum of brought, and pursuant to the resolution taken in the Council of Coromandel dated according to the calculation of the real, sold here the cost for which per Reals sold part sold percent March in Padang at assayer De Vries all to know: 21. 10. —. 21. 10. ½. Coromandel Batav: Assay tare 2. 11. ƒ 1. ¼. 21. 8. ƒ 11 9. — " 21. 9. ƒ 10. ½. —. 21. 9. " 21. 10. ¼. — " 21. 6. ¼ 21. 7. —. —. " 22. 1. — 22. —. ¼. —. 1 21. 10. —. —. 8. ¾ 21. 8. —. —. 8. ƒ 21. 10. ¼. —. 21. 8. —. —. " 11. —. 9. ¼ 1 10. ¼. —. 10. — 1. 10. ¾. — ¼ ". 8. ½. —. " 5. ½. —. " 10. ¼" 5 ¾. ƒ 11. ¼. —. 21. 9. ½ 10. ½. —. delivered from the reassayed by the Advance 22. 2. —. " —. 21. 8. ¼. —. 21. 9. —. — 219. ¼. —. 8 ¾ 1. 10. ½. — 4 11. 8. ½. —. 10. — 4. 21. 10. —. 10. ¾. —. 21. 11. — 21. 9. 22. 6. 22. 7. 1 . 5. ¾ Batavia 176 hundred, Marg: J: Carried forward Marg: Is Charges for the paid interest of ¾ percent monthly to the native merchants at Madraspatnam named China Wengata Rama and Moencoelrie Narsima Chetty for the period of the delay of the sold 31. bars of gold, namely: September: on pagoda 104613. –. for the same from 22 to October 5, 1791. — 3603: 4: —: " ¾: " September 23 to October 5 " " " " 5211: 16: —. " ¾: " 24 " " 5 " " — for the amount paid to the coolies, peons, and sepoys for carrying and escorting the gold, together with the traveling expenses of the interpreter to and from Madras, etc. - - Money Palicat In the Fort 155 234. 4. 16. ¼. 213. 17. 5/12 at 30. bars 103 1. —. 6. ¼. —. 16. 6. 5/12 " 1. — ditto No. 12. Melted and assayed at Batavia from the bark De Constantia from Banjarmasin dust gold reassayed here by the Coromandel assayer De Vries and found Carat 15. 10. ¾. Batavian Assay Carat 17 235. 5. 2. ½. 214. 9. 14/16 31. bars of gold by weight, amounting to — " - -- — -- - 621 Batavian Assay according to calculation, sold here, costing for which per Advance Reals calculated real the real the sold parcel sold percent one received assayed from the first 6. 7/8 ƒ 5350. 12. — 4. 135. 1/8. 4. 8. 12 ƒ 80395. -. 8. 85745. 12. 8. - - - - - 1929. 88/192. 4737. monthly to to delayed of and sepoys for the carrying expenses of the The charges amount together to - pagoda 7. 3. 6. ƒ 320. 4. — The charges deducted from the profit, there remains net profit - - - ƒ 5030. 8. — At the same place, October 15, Anno 1791.— – – – – – – – – " 14. 8. – pagoda 58. 23. 70 ƒ 265. 9. 8. - - - - - - - - - - - - - pagoda 33. 20. 40. - – – – – – – – – – - " 10. 1930. 12. 3. 70. " 54. 14. 8. the 17 ƒ 1. — - - - - - - travel E Samier Paid interest to 203 The payment of the usual interest to Samier Sultan to the amount of 3000 pagodas could not take effect earlier than in this month. The receipt granted, running from the first of September 1790 to the last of August 1791, will be found inserted in the Resolution; neither the said Hermenier nor anyone of his people having been inclined, according to the intention of Your High Excellencies in paragraph 42 of the Rescript, to pay the recognition for packages on freight here to the Company; unless Your High Excellencies please to order it positively, they will always attempt to excuse themselves from it. And as it could not be obtained from the principal ones, so we have [illegible] those of lesser

Dutch transcription

Marg: d:s Marg: J: 234. 4. 11. ¼. 213. 16. 7. 23/12. â 29. staeven Per het schip de Eenpaarigheijd den 3. maart, en Padang Batavia aangebragt alhier door den Estaijeur ries g'herestaijeerd en bevonden, van de volgende alle weeten Cormandel Patav: E: 6. 6. 5. —. 6. 4. 7. 12/32. â 1. staeff N=o 135. b Waijeerd tar: 2. 11. —ƒ 211. ¼— 8. 1. 17. ½. 7. 11. 9. 23/32. „ 1. „ „ 136. _:o „ ƒ 21. 10. —. 105. 8. 18. 3. 15/512 „ 1. „ „ 137. _:o „ 21. 8. ƒ„ 11. 9. — 9. 5. 11. ¼. 8. 4. 1. ¼. 7. 18. 1. 12/256. „ 1. „ „ 138. _:o „ 21. 10. ½. 8. 3. —. —: 7. 12. 2. 12/32. „ 1. „ „ 139. _:o „ 21. 6. /¼ 21. 7. —. 8. —. 1. ¼. 7. 8. 10. 3/128. „ 1. „ „ 38. _:o „ 22. 1. — 22. —¼. 7. 7. 4. 512. „ 1. „ „ 39. _:o „ 21. 9. ƒ21 10. ½. 8. –. 6. ¼. 7. 1. 3. ¼. 7. 4. 3. 2/512 „ 1. „ „ 40. _:o „ 21. 9. „ 21. 10. ¼.— 7 6. 16. ½. 1. 2. 7. 17/128. „ 1. „ „ 41. _:o „ 21. 8 ƒ421. 10. ¼. 8. —. 15. —. 7. 8. 8. 3/16 „ 1. „ „ 42. _:o „ 21. 10. — . 8. –. 5. —. 21. 8. —. 7. 6. —. 1/8. „ 1. „ „ 43. _:o „ 7. 6. 15. —. „ 7. 2. 5. 17/18. „ 1. „ „ 44. _. o „ 21. 8. ¾ 21. 8. —.— 8. 2. 3. ¼. 7. 15. 4. 23/64. „ 1. „ „ 45. _:o „ „ 22. 2. —. 7. 7. 18. ¼. 7. 4. 1. 23/12 „ 1. „ „ 46: _:o „ 21. 7 /¾ 21. 8. ¼. 7. 7. 18. ¾. 7. 5. 1. 23/32. „ 1. „ „ 47. _:o „ 21. 8. — 21.9. —. 7. 6. 3. ¾ 7. —. 7. 3/12. „ 1. „ „ 48. _„o „ 21. 8. ¼„ 219. ¼. 8. 3. 6¼. 7. 15. — 3/128. „ 1. „ „ 49. _:o „ 21. 9. — 1.10. ½.— 8. —. 8. ¾ 7. 16. 10. 23/56. „ 1. „ „ 30. _:o „ 21. 8. ƒ„ 1 8. ½. 8. —. 18. ¼. 7. 8. —. 2/512„ 1. „ „ 51. _:o „ 24 8. ¼ „ 8. ½. 8. — — — 7. 6. 8. —. „ 1. „ „ 52. _:o „ 21. 10. — „. 10. ¼. 8. 1. 16. ¼. 7. 11. 1. 23/512. „1. „ „ 53. _:o „ 21. 9. ¼ 1 10. ¼. 1. 1. 17. ½. 7. 6. 3. 23/32. „1. „ „ 54. _:o „ 21. 10. —„ 11. —. 8. 1. 10. — 7. 15. 4. 2/64. „ 1. „ „ 55. _:o „ 22. 4. ¼„ 3. 2. 7. 5. 6. ¼. 6. 23. 3. 3/64. „ 1. „ „ 56. _:o „ 21. 10. —. 10. ¾. 7. 6. —. — 7. 1. 10. ¼. „ 1. „ „ 57. _:o „ 21. 11. — 11. ¼. 8. 3. 18. ¼. 7. 16. 10. 2/12. „ 1. „ „ 58. _:o „ 21. 9. „ 10. ½. 7. 7. 8. —. „ 7. 4. 1. 17/18. „ 1. „ „ 59. _:o „ 21. 9. ¾ 10. ½ ¾„ 8. 1. 11. ¾ 7. 17. 2. co„s 1 „ „ 61: _:o „ 22. 7. ¼. l. 5. ¾. 155 ¾ — —. 5. —. —. —. 5. 1/28. „ 1. _:o N:o –. sijnde het over schot van een tot 't maeken van t last afgegee vene halve staafje te Batavia het selve alhier g'heressa door den Cormandelse Essaij Bajtavia bij Essaijeur De vries en bevonden Car=l 12. 8. 4. - Car:l 17.6 234. 4. 16. ¼. 213. 17 4/12 âa 30. staaven, Die Transporteere Appart Rendement van 1929 88192. Reaalen Goud Per 't schip De Zeebouwer van Batavia alhier aangedt 15. Aug:s 1791. op ordonnanties zijn verkogt; als: 4737. 649 ewigt welke onder meerder volgens Memorie van den get, en ingevolge genoomene besluijt in Raede van Cormandel de dato volgens aanne Alhier verkogt het kostende waar voor per„ Reaalen keningdreael, de Reaal van d verkogte pantij verkogt centos maart in Padang te aijeurries ende alle weeten: 21. 10. —. 21. 10.½. Cormandel Patav: E=s saij tar 2. 11. ƒ 1. ¼. 21. 8. ƒ 11 9. — „21. 9. ƒ 10. ½. —. 21. 9. „ 21.10.¼. — „ 21. 6. ¼ 21. 7. —. —. „ 22. 1. — 22. —. ¼. —. 1 21. 10. —. —. 8. ¾ 21. 8. —. —. 8. ƒ 21. 10. ¼. —. 21. 8. —. —. „ 11. —. 9. ¼ 1 10. ¼. —. 10. — 1. 10. ¾. — ¼ „. 8. ½. —. „ 5. ½. —. „ 10. ¼„ 5 ¾. ƒ 11. ¼. —. 21. 9. ½ 10. ½. —. van 't at afgegee„ peressad door den Advan 22. 2. —. „ —. 21. 8. ¼. —. 21. 9. —. — 219. ¼. —. 8¾ 1. 10. ½. — 4 11. 8. ½. —. 10. — 4. 21. 10. —. 10. ¾. —. 21. 11. — 21. 9. 22. 6. 22. 7. 1 . 5. ¾ Balvera 176 cen, Marg: J: P„r Transport Marg: I=s Ongelden over het voldaene Intrest van ¾. P=r C: nands de Inlandse Cooplieden te Madraspatumn me China wengata Rama en Moencoelrie Narsima Chittij voor den tijd van Cd: vespij verkogte 31. staeven goud als. „ 7ber: op pr/o104613. –. v=r /d: van 22„ tot 5. 8ber: 1791. — 3603: 4:—: „ ¾: „ 23. 7ber: tot 5. „ „ „ „ 5211: 16: —. „ ¾: „ 24. „ „ 5. „ „ — over het betaelde aan de Koeties Tions en Sip:s voort gen en ten geleijde van 't goud nevens d' reijse gelden tholk na een van Madrasensz: - - Geld Palliacatta In't Fort 155 234. 4. 16. ¼. 213. 17. 5/12 â 30. staaven 103 1. —. 6. ¼. —. 16. 6. 5/12„ 1. — _:o N=o 12. te Batavia G'Smolten en G' Eseijerd de Barg de Constantice van Bankermasing but saijeur stof goud alhier g'herrestaijeerd door den cormandelse Essaij Batav saij vries en bevonden Cen:t 15. 10. ¾. Can:t 17 235. 5. 2. ½. 214. 9. 14/6 31. staeven Goud bij Gewigt, uijtmaekende — „ - -— — -- - 621 Batacf Saij volgens ame, Alhierverot kotend van waar voor per Advan„ Reaalen keningd reaal d' reaal de verkogte parthij verkogt centos een ing ontvangen ma saijeurde sijeerd uijt 't Eer 6. 7/8 ƒ5350. 12. — 4. 135. 1/8. 4. 8. 12 ƒ80395. -. 8. 85745.128. - - - - - 1929. 88192. 4737. :mands aan em in naer Coelrie d: vespijt van en Sips voor 't overdra„ „gelden van den De ongelden bedragen te saemen - pra/o 7. 3. 6. ƒ 320. 4. — De ongelden van de winst afgetrokken Restaan suijver winst _ _ - - - ƒ 5030. 8. — Aldria 15. October Anno 1791.— – – – – – – – – „ 14. 8. – pa/o 58. 23. 70 ƒ 265. 98. - - - - - - - - - - - - - p a/o 33. 20. 40. - – – – – – – – – – - „ 10. 1930. 12. 3. 70. „ 54. 14. 8. den 17 ƒ1. — - - - - - - ijse E samier betalde Intressenaen 203 Het betaalen der gewoone interes„ sen aan Samier sultan ten bedra„ ge van 3000 pagoden heeft niet eer als in deeze maand konnen gevolg nee„ men. De verleende quitancie luiden„ de van primo September 1790 tot ult:o aug:s 1791: zal bij Resolutie gein„ sereert worden gevonden, zijnde gem Hermenier nog niemant van de zijne na de intensie van u Hoog Edelheeden bij par: 42. van de Rescriptie te animeeren geweest om de Recognitie voor pak„ ken op vragt alhier aan de Compag„ „ nie te betaalen; zonder dat u Hoog Edelheeden het positif gelie„ ven te ordonneeren, zal men er zig altoos van trachten te excusee„ ven. En gelijk het van de voornaem„ ten, niet is te verkrijgen geweest, zoo hebben we het die van min„ verleeg der

NL-HaNA_1.04.02_9706_0663 view scan ↗

English

625 of importance, just as the Company's servants also cannot demand, and therefore, according to the resolution of 29 August last, had to decide to waive it, as it causes the remaining part of those who enjoy this privilege the very same damage as the Armenians calculate it would cause them if one had the freight charges paid here. In the meantime, that we are thereby not a little inconvenienced in what we would otherwise be able to employ profitably, even if it were nothing other than that oppressive item of interest money to Samier Sultan, is evident from the fact that the private packages being transported per the Zeebouwer to the quantity of from the freight in lieu of packages and his own person, apart from 112 pieces, total rd:s 62354:=, of which the 20 per cento recognitie amounts to rd:s 12470. We therefore take the liberty to implore Your High Noblenesses to graciously take into consideration which concern weighs heavier: the inconvenience that we must undergo, or the disadvantage that private individuals claim will be their lot if they, by a positive order from Your High Noblenesses, must submit to that which seems to square most with the Company's interest. On this chapter of the transportation of private packages, we take the liberty further to report to Your High Noblenesses that the Armenian residing in Batavia, Manuk Jacob Jan, has unexpectedly taken it into his head not only to waive the permit for 160 packages granted to him on the 8th of this month after dutifully presented objections beforehand regarding the shipping of packages from Madras directly into the ship, but also to cancel the passage granted to him by Your High Noblenesses per Company ship returning to Batavia, making use, as we learn, of an English snow Britannia to cross over to the chief place of the Indies together with his family, and at the same time to transport the aforesaid packages and possibly an even much larger number, which the Armenians collectively had intended to send per the private vessels The Phoenix and the Commercie, but missed because those two keels, having sailed for Bengal, remain behind until now, and thus are as good as deprived of their return voyage to the Coast; at least this appears to be the principal motive why Manuk Jacob Jan did not make use of the Company's ship, although in his letter of the 10th of this month in reply to the received permit he wishes to make it appear as if it was obtained too late, and that the first signatory had greatly sinned against him by showing concern over difficulties with the Dewan if it became known that so large a number of packages had been taken into the ship from Madras; although that difficulty 621 ceased in truth as soon as he had the permit, and he had it on the 9th, so it was a far-fetched pretext to use the difficulty with the Dewan as a cloak, unless he himself still retained some fear of it and judged not to be sufficient the commission given to his representative Areton Sarquis according to his letter of 8 October, in case of any movement by the Dewan, to settle the matter with him, before the receipt of which the permit had already been sent to him with the first signatory's letter of the same date. Not being able to penetrate the actual motive for such strange conduct of the aforementioned Manoek Jacob Jan, the letters exchanged with him since 29 September to date are most submissively enclosed herewith in copy. Your High Noblenesses will see therefrom, as we trust, that nothing occurred other than what appeared necessary so as not to become exposed to a similar misfortune as in 1786, whereby the Company is withheld until now its share of the Pulicat revenues, as was circumstantially presented in our secret letter of the last of February of this year. What alarmed us most was the motion moved by the captain of De Zeebouwer and dealt with in our meeting of the 11th of this month, namely that if those 160 packages were not delivered or supplemented by an equal number of others from the Company, 629 his ship could not be brought to the proper depth of 18 feet aft and 17 feet fore, and whereby he declared to raise difficulties about running toward the west monsoon, believing that in such a case the hold, in which already a substantial quantity of packages was stowed, would at least have to be broken open from aft, and the ship ballasted with sand, without understanding that a weight of 420000 lb, which he believed to be necessary, is scarcely to be found to the extent of half in a quantity of 160 packages, and without considering that Horssen sailed last year with 900 packages, which did not have greater weight in private packages, which his ship has through 200,000 lb caliatour wood, and a quantity of 758 ashlar stones. But

Dutch transcription

625 door „der importance gelijk Comp:s dienae„ ven ook niet konnen vergen, en daer„ om volgens arrest van den 29 Aug:s J=see„ den moeten besluijten daar van aftezien, als werkende op het overi„ ge gedeelte van den geen die van dit priviligie Jouosseeren even dezelve schaade als de Armeniers becijfferen dat het hen zoude veroorzaaken, indien men de vragt penningen hier betaalen liet- overlegend heid hier § 204: Dal wij intusschen, hier door, niet weijnig ontrieft geraaken van het geen we anders voordeelig zouden konnen emploijeeren, al ware het zelve niet anders dan dien druk„ kende post van Interest penningen aan Samier Sultan, blijkt daar uijt, dat de per de Zec„ bouwer vervoert wordende par„ ticuliere pakken ter quantiteijt van van de venguendet in Selaij van Pakken en zijn persoon zelve, afgesien van 112: stuks Sommeeren rd s 62354: =m waar van de 20 pr Cento recognice monteert rd:s 12470 m dus wij de vrijheijt neemen van u Hoog Edelheeden te imploreeren graci„ euslijk in overweging te neemen, welke bedenking Zwaarder weegt de ongelegenheijt die wij moeten ondergaan, of het nadeel dat particulieren beweeren haar deel te zullen zijn, in dien zij zig„ door een positive order van U Hoog Edelheeden, moeten onder„ werpen aan het geen met sComp:s belang meest schijnt te quadree„ ren. op dit Chapiter van het ver„ voeren van particuliere pak„ ken neemen we de vrijheijt u Hoog Edelheeden nog te berich„ ten dat de te Batavia 't huijs hoorende 625 hoorende Armenier Manuk, Ia„ cob Ian het onverwagts in het hoofd heeft gekreegen om niet al„ leen aftezien van de hun, na voor af plichtelijk voorgestelde Zwar„ righeeden, nopens den inscheep van pakken van Madras direct in het schip daartoe op den 8 deezer verleen„ de, ordonnancie voor 160 pakken, maar tevens aftezeggen, de hem door u Hoog Edelheeden vergunde passage per Comp:s schip te rug naar Batavia vertrekkend bedienende Zig„ zoo wij verneemen van een Engel„ sche Snau Brittania, om nevens zijn fanulie naar Indiasch Hoofd„ plaats over te vaeren, en tevens te trans„ porteeren de voorsz pakken en moge„ lijk een noch veel grooter getal, die de Armeniers gezamentlijk gedagt had„ den per de particuliere scheepjes De B De Phemz en de Commercie te ver„ Zenden, dog hen gemist is om dat die kieltjes beiden gesteevent naar Bengala, tot nu toe agter blijven, dus van haare te rug reisnaar de kust„ zoo goet als verstooken zijn, althans dit schijnt het voornaamste motif„ te zijn, waarom Manuk Iacob Ian, zig niet van 'sComp:s schip be„ dient heeft, schoon hij het bij zijn brief van den 10: hujus in antwoord op de ontvangene ordonnancie wil doen schijnen, als of die te laat be„ komen, en de Eerstgetekende om„ trend hem zeer gepecceert had van bekommering te toonen over moeijelijkheeden met den Duan„ indien het rugtbaar wierd, dat van Madras een zoo groot getal pakken in het schip overgenomen waaren geworden; Schoon die Zwaarig„ heijt 3 vlingel lijl 1 vm 621 aanbod van Copij Corres d 206 pondentie deesen twee gemen waer„ heijt ophielt zoo dra hij de ordon„ nancie had, en die had hij den 9:e, ergo was het een vergezogt voor wend„ zel om de Zwaarigheijt met den Duan te neemen tot een dekmantel, ten zij hij zelfs nog eenige vrees daar voor behouden en geoordeelt heeft niet toeverkende te zijn de Com„ missie volgens zijn brief van 8 oClo„ ber aan zijn gemagtigde Areton Sarquis gegeeven om, in geval van eenige beweeging door den Duan„ de zaak met hem afte maeken voor de ontvangst van dewelke de ordonnancie met des. Eerstgetekendens schrijven van denzelve datum hem reets was toegezonden— Niet konnende penetreeren het eij„ genlijk molif van een dusdanig won„ derlijk gedrag van voormelde Manoek Iacob Ian wordende met hem zee„ dert 29:e September Heeden gewissel„ vor swaernigheijd van de Cap: 9 207 tien over de met genoeg swaerte in 't schip de brieven, deeze onderdanigst in Com„ pia bij gevoegt. u Hoog Edelhee„ den zullen daar uijt zoo wij vertrok„ wen, ontwaaren, dat er niets geschiet is, dan het geen voorquam nodig te zijn om niet geexponeert te raaken aan een gelijk ongeval als in 1786:, waar door de Compagnie tot nu toe onthou„ den word haer aandeel van de Pal„ leakatsche Inkomsten, gelijk dat bij onze secreete brief van ultimo febru„ arij deezes Iaars omstandiges voor„ gedraagen. Het meeste dat ons al armeer„ de was de beweeging die door den kapitein van De Zeebouwer gemo„ veert, en in onze vergadering van den 11: deezer verhandelt is, namelijk dat bij aldien die 160 pakken niet qua„ men of door een gelijk getal anderen van de Compagnie gesuppleert wer„ de 629 de, zijn schip dan niet was te brengen tot de behoorlijke diepte van 18: voet ag„ ter, en 17 voet voor, en waar door hij declareerde zwaarigheijt te stellen om de w: mousson te gemoet te loopen, vermeenende dat, in zoo een geval het ruim, waar in reets een voornaame quar„ titeijt pakken was geborgen, ten mins„ ten van agteren moest breeken, en het schip met zand geballast worden, zon„ der te begrijpen, dat een Zwaarte van 420000 lb , die hij vermeende nodig te zijn, in een quantiteijt van 160. pak„ ken nauwelijks tot de helft is te vin„ den, en zonder te Considereeren dat Horssen voorleeden Iaar met goo pakken gezeilt die meerder Zwaar„ te aan particuliere pakken niet in gehad heeft, welke zijn schip heeft door 200'000 lb: kalliatourhout, en een quantiteijt van 758: arduij„ ne steenen— Maar Te

NL-HaNA_1.04.02_9706_0670 view scan ↗

English

reference of the letter of 28 March regarding the continuation of van Someren. But until now it has remained at this, and it is possible that the captain himself, in a few days, will abandon his demand, seeing the difficulty through the daily arrival and embarkation of packages that will amount to even more than 160. Meanwhile, these are difficulties that cause nothing but superfluous writing, and possibly have a completely different reason than a greater or lesser weight of 160 packages, which cause little or no burden to the ship. In the Resolution of 7 March it is recorded what will already have appeared to Your High Nobilities from the handing over, alongside our letter of the ultimo thereof, of a copy of a Jagannathpuram letter of 20 February past, namely that, in respect of the mint affairs there, the former commissioners Heshusius and Schliephaken, not having intended to remain there long, left the former second van Someren in the disposal and direction of various matters, which we have disapproved in the highest degree, because thereby the mess with the dabboes was continued by tolerating it, and besides that, direct action was taken against the order of being suspended from office; while as far as the dabboes minting in particular is concerned, we as it were lose ourselves in the multitude of elucidations and informations of the damage which Company servants and the community have actually suffered through the disbursement of that copper money. We were previously told from the North of old and new, good and bad dabboes. But these are, according to the notification and broader explanation already made to Your High Nobilities with the papers of the separate commission by the present Jagannathpuram chiefs, names that signify one and the same thing. Old and bad were such as of which mention is made in their report regarding the said commission; new and good, such as are presently in circulation and ought to be equal in weight to four three-figure pagodas, as their actual standard, according to which those presently being minted scarcely hold 36 pieces per pound. The light or false dabboes, according to a note of prices since 1788, had stood equal with those of foreigners, while the present weighty ones made no such difference therewith to sweeten the loss. For the poor community, the chiefs wrote further, there seemed to be no other solution than that the Company increase the number of dabboes per rupee, and moderate the excess profit obtained upon minting, or rather completely waive it. They believed that a three-figure pagoda ought to be fixed at no less than 280 to 300 dabboes, or 70 to 75 per rupee, because, as the present profits obtained thereon upon minting, all originating from the payment to Company servants and other native servants, included an extraordinary hardship, they thought they might flatter themselves with a favorable redress, or the prescription of another remedy that would be able to take away the important damage which, amounting to almost a capital sum, was suffered, not only by all Company servants, most of whom are burdened with wife and children, but also in the household, and by the poor native servants, of whom those who are recorded for 12 rupees receive only six, those who are entered for four, only two, a peon who was known to enjoy three rupees receives in effect no more than 1½, and the bookbinder for two rupees, only one, from which they must clothe and maintain themselves, and most of them had to support a heavy household with several children, finding themselves alone in such a most pitiable condition as was capable of touching and moving the least sensitive heart in the most feeling manner; adding to this tragic representation a yield of the dabboes minted in 1790 in agreement with the present ones, as had been handed over to the chiefs by the commissioners, whereby it appears that the Company comes to gain ƒ9113:14:8 on 30 bahar of copper upon minting, as the yield following here even demonstrates: Yield of what in a full year, or in the year [illegible] indication of its cost and sale prices, together with the value. Profit of a pound of copper. Cost price of 1 pound of copper. Sale price of 1 pound of dabboes. Value of 35 1/12 dabboes per 1 pound of copper. Profit on 1 pound of copper. 1 pound: 1. 15. 9/8. Apart from the mint expenses, the Company has 2400 [illegible] at 36 1/12 dabboes per pound. The mint expenses on 480 pounds of dabboes 826 or 2400 calculated comes to: Therefore, after deduction of expenses, there is accounted to the cash: making the mint wages on the minted 14400 pounds a quantity of [illegible] which being deducted from the upper parcel or from the [illegible], there still remains for 14400 pounds of Japanese bar copper ƒ0.5.3 1/16, 0.16.13 ½, ƒ0.18.12 1/18. In the Dutch factory

Dutch transcription

referte aanschrijvens 208 van maart nop:s het laaten continueeren van van Someren Maar tot nu toe is het hier by gebleeven, en mogelijk dat de kap tein zelfs, in korte dagen, zijn di ling zal laaten vaaren, met de 3 righeijt aftezien door het dagelijk aankomen en in scheepen van pak ken die nog meer als 160 zullen uijt maaken. Ondertusschen zijn dit moeijelijkheeden, die niet dan on tollig schrijfwerk veroorzaaken, en mogelijk een geheel andere reeden hebben dan een meerder of mina Zwaarte van 160 pakken die het schip weijnig of geen last aan„ brengen. Bij Resolutie van 7: Maart staat aangeteekent het geen u Hoog Edelheeden door over hendin nevens onze letteren van ult:o daar aan, uijt een Copia Iaggernaijt poeramsche brief van 20 february n leuing bevoorens 634 en eanting t ot articie 209 bevoorens reets zal zijn gebleeken, na„ melijk dat, ten opzigte der Munts zaaken aldaar de geweezene gecom„ mitteerdens Heshusius en Schliep„ haken niet gedagt hebbende aldaar lange te verloeven, den geweezen se cunden van someren hebben gelaa„ ten in de beschikking en directie van verscheijde zaaken, dat wij ten hoogsten hebben afgekeurt, ver„ mits daar door de morsserij met de Dabboes, als toelaatende geconti„ nueerd, en buijten dat, directelijk gehandelt is, tegen de aanschijving van buijten functie gesteld te zijn, terwijl wat de- Dabboes Munterij in het bijzonder aangaat, we ons Zel„ ve als verliesen in de meenigte van Elucidatien en informatien van de schaade, welke Comp:s Dienaaren en de gemeente door door de verstrekking van bi Elucidatie nop:s soogenaemd d 210 soorten van dabboesen om de noord van dat koper gelt, werkelijk hebben geleeden— Men heeft ons te vooren van de Noort, gesproken van oude en nieu„ we, goede en slegte Dabboes. Dan dit zijn, na de u Hoog Edelheeden, bij de papieren van de aparte Comis„ sie reets gedaane verlooning en bree„ dere verklaaring der tegenwoordige Iaggernaijk poeramsche opperhoofden, namen, die een en de zelve zaak beteekenen. Oude en slegte, waaren, zulke, als waar van mente word ge„ maakt bij hun bericht wegens gemel„ de Commissie Nieuwe en Goede zodanige, als thans in de wandeling en gelijk standig moeten zijn, aan vier wigtige driebeeldige pagorden, als haaren eijgenlijken standaard, volgens welke de thans geslagen wor„ dende schaars 36 stuks per pond hal„ den 22 633 den. De ligte of valsche Dabboesen, had na een Notitie der prijzen Zee„ dert 1788: gelijk gestaan met die der vreemden, terwijl de tegenwoordige wigtige geen zulke differentie daar meede maakte om het verlies te ver„ Zoeten. Voor de arme gemeente, schree„ ven de opperhoofden verder, schien 'er niet anders op te zijn, dan dat de Com„ pagnie het getal der Dabboes per Ro„ pij vermeerderde, en de meerdere winst, die bij vermunting behaalt word qua„ me te matigen ofte leever geheel„ lijk daar van afzage. Zij vermeen„ den dat een driebeeldige pagoot op niet minder dan 280: â: 300 Dab„ boes zou moeten bepaalt worden, ofte 70 a: 75: per Ropij, want dat, daar de tegenwoordige winsten, die daar op bij vermunting behaalt wier„ den, alle voortspruijtende uijt de be„ taaling aan Comp:s dienaaren en verdere 3 verdere Inlandsche bedienden een Erf„ tra ordinaire hardigheijt includier„ de, zij zig meenden te mogen flattoe„ ven met een favorabel redres, ofte het voorschrijven van een ander middel dat in staat zoude zijn weg te neemen de importante schaade welke, tot schier een kapitaal werd gelieden, niet alleen door alle Comp:s dienaaren, waar van de meesten met vrau en kinderen bezwaart zijn, maar ook in de huijshouding, en door de arme inlandsche bedienden, waar van „de geen, die voor 12: Ropijen te boet staet maar zes, die opgebragt wor den voor vier, maar twee, Een pion die bekend stond drie ropijen te ge„ nieten, in effecte niet meer ontvangst dan 1½: en de Boekbinder voor twee Ropijen, maar een, waar van zij Zich kleeden en reeden, en de meesten van hem een zwaar huijshouden met Canne 63 met ettelijke kinderen onderhouden moesten zig alleen in zulk een aller erbarmelijkste toestant bevinden als in staat was om het allerminst aandoenelijkst gemoed op het gevoe„ ligst te treffen, en in beweeging te brengen, voegende bij dit trage„ disch vertoog, een Rendement van de in 1790: geslagen dabboes ac„ coord met de tegenwoordige zoo als dat hen opperhoofden door de gecommitteerden was overge„ geeven, waar bij blykt dat de Comp:e op 30 Bhaar koper bij vermun„ ting komt te winnen ƒ9113:14:8: gelijk het rendement, hier volgende, zelfs antoont — Rendement sten Rendement der in een Rondjaar, of in anno aanwijsing van dies kostende en verkoops prijsen, beneven I kosten„ verkoops de waarde. Winst ins de van prijs van van 35. 1/12. op 1. dew Een lb: 1. lb: koo„ dabb:s of lb: koo„ 1/12. Jan tab: kooper. per 1. lb: per „ 1. d:o - 313 No: .1. 15. 9/8 Buijten de munts ongelden heeft DE. Comp: 2400: gens 36 1/12 dabb:s p5 lb: - - - - - - - - - - - - - - - - -- de munts ongelden op 480: lb: dabb:s 826 -. off 2400. gereekend komt - - - - - - - - - - - - - Des word, naar aftrek der ongelden 6 het kas verantwoord. - - . . - - - - - - - . .. . uijtmaakende de muntsloonen op de een slagene 14400: lb: een quantiteijd van Welke van de Bovenste parthij of van de Maag ge trocken werdende soo blijft nog over vo„ 14400:-. lb: saafkooper Japans. ƒ —. 5. 3. 1/16. —. 16. 13: ½. ƒ —. 18. 12 1/18 In 't Nederlands Comptoi¬ n

NL-HaNA_1.04.02_9706_0677 view scan ↗

English

past copper dabboes minted here at the office, with the advances obtained thereon, namely: Advances Profit on the cost value of the entire parcel of delivered copper, advance on one copper dabboe, selling price of the entire parcel of delivered copper, the entire parcel of minted dabboes, the value of the aforesaid quantity of dabboes at 160 per pagoda, per dabboe, per pagoda. 180 154:13:8 f2:1:10 16/16 f18:8:- f3532:8 f23:- f8372:16:8 26:1/16 f77:9:8 Company 2400 lb copper at dabboes 84200 - - 26- or no. 2400 lb - - - 4130:- - on the cash book pieces 80070 - - minted dabboes delivered to the Company for a full year - - 24780:- 8 663:15:- Company - - dabboes 40420:- or f68:7:8 deduct from the advances the minting expenses at - - 663:15:- Remaining net profit for the Company f913:14:8 Jaggernaikpoeram the 8th of February 1791. In the margin below was signed J: M: Schliephake examined signed C: I: Bloeme Fraud committed to the North §211 in that mint. We noted, on the appointed day, or the 13th of April, when we deliberated on this, that the fraud of the dabboes mint, and the extortion of the common people as well as the Company's servants, was clear enough, and how the concealment of these matters caused all the less wonder when one first learns that all the offices to the North are involved in one and the same crime, just as Bimilipatnam has minted such, and what is more, even worse dabboes, and Palikol has taken part therein without ever showing any sign of the committed fraud and without having been able to explain itself regarding what was required by us by dispatch of 19 November 1790, which, with our answer of 27 December thereto, was communicated in extract to Jaggernaijkpoeram together with the letter from Bimilipatnam on this subject dated 19 March last, serving as an answer to what had previously been required by us under the 21st of January, and entirely contradictory to the advice from Jaggernaijkpoeram, whither we further made known that, far from abandoning all profit on copper upon coinage, according to our understanding an advance of at least 125 3/4 per cent was to be calculated, if the rupee that circulates to the North were brought to its exact value, namely the medium of the highest and lowest bazaar price, whereupon we advised examining the considerations of Van Bijland, positing that one would have to take 68 dabboes for a rupee, and 255 for a Company's pagoda, in which case, in his opinion, the servants would not have to suffer any loss on their coin, and it could also be supplied to the merchants upon delivery of piece goods, and that, if this calculation stood the test and appeared practicable, one might, as a provisional relief for the Company's servants, arrange it by following, in proportion to what is needed for supplying them, the report of the trade administrator previously sent to him and inserted into our resolution of the ultimate of February last: setting the payment at 228 1/4 dabboes per pagoda, and for the bahar of copper, with the increase of dabboes per pagoda and reduction of its value upon coinage, 66 pagodas 21 fanams, which after the purchase price gives an advance of 140 3/8 per cent, and compared with the previous usage turns out to be 76 5/7 per cent less advantageous. We should, after our previous general letter, have awaited the esteemed pleasure of Your High Nobilities regarding both the aforesaid advices of Van Bijland and the trade administrator, had we not, together with the chiefs, been justly moved by what the needy in the meantime would have to suffer, and had we not trusted that a similar gracious indulgence from Your High Nobilities will at least be the consequence of our representation already made. The resolution of the 13th of April further shows what precaution we have used to prevent this concession regarding the servants from having any detrimental influence on the sale of copper through trade. But in order not to fall into confusion, we take the liberty to refer both to what has already been dealt with regarding the circulation of dabboes under retail sale, or what can be seen more fully in the aforesaid resolution of 13 April: it appearing from Jaggernaijkpoeram's letter of the 18th of June and the note to our resolution of 20 July that from the first of the first-mentioned month the standard rate of the Company was increased from 168 to 228 dabboes per pagoda in payments with copper money, and that, in order not to cause copper to fall below 80 pagodas per bahar, it was also ordered in future to have 18240 pieces delivered from each bahar of copper instead of 16014 dabboes after deduction of the minting expenses, so that they would maintain an equal weight with those of the market and be equally current everywhere, according to which number the issues remained fixed at 228, and the Company would retain net for the copper the stipulated 80 pagodas per bahar; just as this, and why it appears impracticable to make this coin circulate without others in trade, and why following the market in setting the price of dabboes appeared ill-advised, can be seen in further detail in the resolution of 20 July aforesaid, as well as why the arrangement to have what the shopkeepers and retailers sell weighed was revoked again.

Dutch transcription

passato alhier ten Comptoire geslaagene koopere Dabboesen, met de Advancen daar op behaald, Namentlijk; Advancen Advancen vinst op 't kostende verkoops. de gant„. de waarde de weaarcte, van de prijs van sche par„ van even gem: Per„ off Per„ op Cen „ koo„ Een „ Cab„ an 3512. gantsche de gantsche thij der quantiteijt. tot per tot boe„ tab: of parthij der parthij der geslaagene stabb tegens sen. verstrekte verstrekte dabloeden 160: p=r pag: „ 1. d:o koopser kooper . . 180 154:13:8 ƒ2:1:ƒ18:8: — ƒ3532: 8 ƒ23: — ƒ8372:16:8: 26:1/16: ƒ 77: 9. 8. :10. /16. Comp „ 2400: lb kooper te„ -. - - - - - - - - dabb:s 84200 –. –. 26-. off no. 2400. lb: - - - - - - - - - „ 4130:– —. den6 hetkassa Boek - - - - - - - - - - - stukƒ 80070. - - op de een rond jaer ge„ - - - - - - - - - - - - - „ 24780:–. 8„ 663:15:—. Maagine dabboesen afge„ dE: Comp.: - - d ab:s 40420:- of ƒ68: 7: 8. detraheere van de advancende munts ongelden met - - - - „663: 15: Rest Zuijver winst voor DE Comp:s ƒ 913: 14:8: 00 Jaggernaikpoeram Den 8 Februarij 1791. in margine (onderstond was getekend J: M: Schliephake nagezien geteekend C: I: Bloeme 01 6 Gepleegt bedrog om d' Noord §211 in die munt. Wij merkten, ten dage dienende ofte den 13: april, wanneer we hier over delibereerden, dat het bedrog van de Dabboes munterij, en het prangen van de gemeente zoo wel, als sComp:s dienar klaar genoeg bleek, en hoe de agter„ houdenheijt der zaaken te minder verwondering baarde, wanneer men eerst weet dat alle de kantooren on de Noort, in een en het zelve mits drijf trampieren, gelijk Bimilipat„ nam met even zulken, wat meer is, nog slegter dabboes te munten en Palikol met daar in deel te hebben genomen zonder van het geesteert be„ drog ooijt iets te hebben doen blijken en zonder zig te hebben konnen ver„ klaaren op het door ons gerequireer de bij missive van 19 November 174 het welk, met ons antwoord van 27:e december daar aan naar Iag„ gen 639 „gernaijkpoeram in Extract is mee„ de gedeelte met en benevens het Bi„ milipatnamsch schrijven over dit onderwerp de dato 19 Maart I„o lee„ den, dienende tot antwoord, op het sub 21:e Ianuarij bevoorens, door ons gerequireerde, en ten eenemaal Con„ tradictoir met het geadviseerde van Iaggernaijkpoeram werwaards, wij verder te kennen gaven dat het J wel verre om van alle winst op het koper bij vermunting aftezien, na ons begrip ten minsten een ad„ vans van 125¾: p. r Cento was te be„ reekenen, indien de Ropij, die om de Noord rouleert werd gebragt op dies Juijste waarde, te weeten het medium van de hoogste en laags„ te batjaers prijs, waar op we aan„ raedde de Consideracien van Van Bijland na te=Zien, stellende dat men zou moeten neemen 68 dob # # 68: dabboes voor een ropij, en 255: voor een Comp:s Pagoot, als wan„ neer, na zijne meenig, de die nae„ ven geen schaade zouden behoe„ ven te lijden op haere specie, te„ vens verstrekken konnen aan de kooplieden op leverancie van Lijn„ waaten en dat, indien deeze ree„ kening proef hielt en practicabel voorquam, men, ter gemoet ko„ ming van Comp:s dienaaren, bij pro„ visie, het daar heen zou konnen derigeeren met, na rato van het geen er tot verstrekking aan de„ zelve nodig is, te volgen het hem„ te vooren toegezonden, en ter onzer Resolutie van ult=o februarij Zl. — geinsereert bericht van den Ne„ gocie overdrager: stellende de be„ taaling tot 228:¼: Dabboes per„ pagood, en voor de bhaar koper bij d F an glji 7 No. 22 641 meerdering van dab § 212 p:r pag en vermindering „ diet waerde. bij vermunting pagooden 66: 21: schoers, dat na de inkoops prijs, een advans geeft van 140: 3/8: pro Cento, en met de voorige usantie 76 5/7: pr Cento na„ deeliger uijtkomt: Wij hadden, na onze voorige generale brief, dienen aftewagten het geeerd welbehaagen van u Hoog Edelheeden op beiden de voorsz advisen van Van Bij„ land, en den Negocie overdrager, waren wij niet met de opperhoof„ den billijk aangedaan geweest over het geen behoeftigen in tusschen, zou„ den moeten lijden en vertrouwden wij niet, dat even gelijke gracieu„ se inschikkelijkheijt van u Hoog Edelheeden voor het minst; het gevolg zal zijn van onze reets ge„ daane representacie De Resolutie van 13:e april toont verder aan hoedaenige precautie wij hebben gebruijkt om deeze toegeevenheijt nopens d nopens de dienaaren van geen nada„ lige infleuntie te doen zijn omtrent den vertier van het koper, door den Handel- Dan om in geen Confu„ sie te vervallen, neemen we de vrij„ heijt ons dien aangaande te gedrui„ gen zoo aan het geen wegens het doen rouleeren van Dabboes, onder den in een verkoop reets verhan„ delt ofte breeder bij voorsz resolutie van 13 April te zien is: blijkende bij Iaggernaijk Soerams schrijvens van den 18: Iunij en aanteekening bij onse resolutie van 20: Iulij dat met primo van eerst gem: maend de standpenning van de Compag„ nie van 168: tot 228: Dabboes de pagoot, in de betaaling met koper gelt, is vermeerdert en dat, om het koper niet te doen daalen onder de 80. pagooden de bhaer, tevens 18 was 3 643 was geordonneert om in het vervolg van ider bhaer koper, in steede van 16014: Dabboes te doen leeveren 18240: stuks na aftrek van de munts on„ gelden, wanneer Ze met die van de markt een gelijk gewigt behouden, en over al even gangbaar zijn zouden ƒ na welk getal de uijtgiften op 228: be„ paalt bleeven, en de Compagnie voor het koper netto de gestelde 80. pagooden per bhaar behouden zoude, gelijk dit en waarom het impracticabel voor„ komt van deeze specie, zonder ande„ re in den Handel te doen roulieren en waarom het volgen van de markt in het stellen der prijs van de dub„ boes ongeraeden is voorgekomen der resolutie van 20 Iulij voormelt na„ der gezien kan worden, als meede waarom weder ingetrokken is, de schikking om het geen de winke„ liers en komeijen uijtwenten te laaten weegen dee„

NL-HaNA_1.04.02_9706_0684 view scan ↗

English

Section 213. Offer of the discovered mint olaks. Section 214. The yield of the minted copper since the peace is not yet ready. weighing according to a calibrated standard weight, as was introduced previously, but has since been found impossible in practice. The mint olaks or leaves containing the account of the minters or their overseer, which, according to the separate report already given recently, had been withheld, also serve to constitute the appendices to this document, as thereby everything stated in the separate report concerning the debasement of dabboes is proven, along with who benefited from it. The yield that we, pursuant to the resolution of the 10th instant, ordered to be drawn up for the copper that in five fiscal years, or since the peace, was processed and issued in dabboes to the servants in the north, is not yet ready. We believe that this will clearly show the considerable loss that the recipients naturally had to suffer as a result of this advance payment having taken place at such a high rate, and we therefore take the liberty of requesting Your Noble Excellencies' esteemed approval for the new arrangement, which has also been introduced at Bimilipatnam and Palikol, insofar as the price of copper must remain fixed at 80 pagodas, and otherwise a further proportionate compensation according to Your Noble Excellencies' pleasure. Section 215. Matters transacted at Bimilipatnam concerning the dabboes, bad and good. Since, as already mentioned, an entirely different interpretation is given at Bimilipatnam to the terms good and bad dabboes, and how both circulate there, we had, following the aforesaid resolution of 13 April, written to the servants to elucidate for us, if bad dabboes, as they show, were struck from the copper supplied to the merchants, what kind of copper it is from which good dabboes were minted, and if both might have been made from Company copper, why the coin was made into good and bad; furthermore, to send a statement showing how many good and how many bad dabboes were struck in those years, for the Company and for the convenience of the merchants, from 1785/6 up to and including 1790, and at what price the copper was calculated in both respects, how many dabboes per bahar, and how they had settled that with their [illegible], the copper, both upon delivery and upon minting; finally, what the Company could gain on the copper by processing it into dabboes, and the average of the high and low price of the rupee, and this calculated at 3 3/4 per pagoda. But the answer to all this is and remains of such a nature that the actual secret of the matter is known only to the servants, who continue to use the name of the merchants in order to cover their own faults in this matter, wherefore we approved in the session of 7 July to cease all further investigation, leaving the matter as it is with all due respect to the esteemed decision of Your Noble Excellencies. Section 216. Forwarding of boxes of good and bad dabboes. We have the honor to enclose herewith a box received from Bimilipatnam containing 25 pieces of the good and 25 of the bad dabboes, the examination and findings of which, both there and here, are found inserted in the resolution of 13 April. Of the latter, or the Paleacatte report, a copy has been sent to Bimilipatnam, with a recommendation to the servants to exercise the required circumspection so that the objections concerning the dabboes mint do not lead to a heavier accountability. Section 217. Yield of dabboes. The yield received from Bimilipatnam of copper processed into dabboes in the year 1789/90 according to our requisition, drawn up after the Jaggernaikpoeram model, which we found clearer than the Bimilipatnam one sent previously, follows below for the agreeable consideration of Your Noble Excellencies. Yield of the in a full year or in anno with indication of its cost and selling prices, and the value gain on the Cost of 1 lb of copper: 5 7/16 Selling price of 1 lb of copper: 16 1 1/6 Value of 36 1/3 dabboes per 1 lb: 19 7 1/2 Profit on 1 lb of copper: 1 4 14 19,200 lb Japanese bar copper. Excluding all charges and loss at [illegible], the Honorable Company has on 10 bahars or 4800 lb, calculated at 36 1/3 dabboes per lb. The wages of the minters on 1 bahar of 480 lb calculated at: The loss from dust and grit, and in melting and re-minting the fragments, calculated according to the statement of the minters, on 1 bahar or 480 lb: Thus all charges, loss, etc. on 1 bahar of 480 lb are calculated at: amounting for 18 bahars or 4080 lb to: Therefore, after deduction of all charges, is accounted for in the cash book. amounting to the minting fee with dust and grit, and smelting of the fragments in a full year struck 40 bahars or 19,200 lb: Which, being deducted from the upper parcel or from the [illegible], there remains The [illegible] of In the Dutch Office of Bimilipatnam

Dutch transcription

aanbod van de ontdekte § 21.3 muntolaks. H: rendemend van 't wer„ 214 munte kooper zeder der vreede is nog niet klaer weegen na een geikt stand gewigt, ge„ lijk te vooren was geitroduceert, dog Zeedert in de uijtvoering onmoge„ lijk is bevonden De munts olaks ofte bladen vervattende de reekening van de Mun„ ters of derzelver opziender, welke na het, Iongst, reets gegeeven apart bericht, verstoken geweest zijn, komen meede de Bij„ laagen deezes uijttemaaken, als zijnde daer „dat bij alles beweeszen bij het apart bericht, wegens de vervalsching van Dabboes word opgegeeven, en wie zig daer gebeneficeert hebben. Het Rendement dat we volgens be„ sluijt van den 10. ' deezer, geordonneert hebben op te maaken van het koper dat in vijf boekjaar, ofte zedert de vreeden ver„ werkt en in Dabboes verstrekt is aan de gereed dienaaren om de noort is nog niet Wij„ gelooven dat, daar door, klaarlijk, zal blijken, de aanmerkelijke schaade, die de ¶ verho n lij1 42 64 645 ¶ verhandelde te motn 215 imilip:r: over de dabbosen de geenieters, door dit zoo hoog plaets gehad hebbende advans, natuurlijk moesten leijden, en we bevrijmoedigen ons mits dien, om op de nieuwe schik„ king, welke te Bimilipatnam en Palikol ook is ingevoert, u Hoog Edel„ heeden geeerde approbatie te verzoeken, bij zoo verre de prijs van het koper tot 80. pagoden moet blijven staand„ houden en anders eene verder ge„ proportioneerde te gemoet koming na u Hoog Edelheeden wel behao„ gen—. Vermits men, na het reets aange„ haalde, te Bimilipatnam een ganch andere uijtlegging geeft aan de ter„ men van goede en slegte dabboes, en hoedanig een en ander aldaar Cours vinden, hadden wij, na het besluijt van 13 April voormelt, de bedienden aangeschreeven, ons te elucedeeren om in dien 'er slegde dabboes gelijk ge„ gelijk zij vertoonen geslaagen zijn van het koper aan de kooplieden verstrekt, wat het dan voor koper is, waar van goede Dabboes gemunt zijn, en indie het van beiden mogt geschiet zijn van sComp:s koper, waar om men de specie gemaakt heeft tot goede en slegte, voorts om zeedert 178 57/6: tot 1790 inclusive te zenden een aan„ tooning hoe veel goede, en hoe veel slegte dabboes er in die Jaaren, voor de Comp:e ten gevallen van de koop lieden, zijn geslagen, en tot wat prijs het koper, in beiden opzigte is bereekent, hoe veel dabbaes per baer, en hoedanig zij dat met hun embo hadden verreekent, het koper, bij verstrekking zoo wel als bij ver„ munting, eijndelijk wat de Com„ pagnie op het kooper kon win„ nen door verwerking tot dubboed„ en het medium der hooge in lad„ slegte en ge„ 642 slegte en goede dubboesen. ge prijs van de Ropij, en deeze ge„ reekent tot 3¾: per pagood, maar het antwoord op dit een en ander is en blijft van die natuur dat het eij„ genlijke geheim van de Zaak alleen bekent is, aan de bedienden, die de naam der kooplieden blijven be„ houden, om haar eijge fouten in deezen te bedekken waarom wij ter sessie van den 7 Iulij hebben goedgevonden alle verdere navor„ sing te staeken, de zaak zoo als ze is aan de geeerde decisie van u Hoog Edelheeden met alle respert gede„ fercert te laaten. nord van van Beniks: 216 Wij hebben de eere hier bij te voegen een van Bimipatnam ontvangen doosje met 25 p:s van de goede, en 25: van de slegte Dabboes van welkers Examina„ tie en bevinding zoo aldaar als hier de berichten bij resolutie van den 13. April worden geinsereert gevonden van het laaste ofte het Palleakatsche Rap„ „port Indertn kimitf: ven 217: dement van dakboesen port is naar Bimilipatnam Copij gezonden, met recomman„ datie aan de bedienden tot de vereijschte omzigtigheijd om door de bedenkingen over de Dabboes munterij in geen zwaar„ der verantwoording te vervallen Het van Bimili„ patnam ontvangen Ren„ dement van koper verwerkt tot Dabboes in ao 178/90 volgens ons requisit ingestelt na het Iaggernaikpoeram„ sche, dat we duijdelijke vonden, als het Bimilipatnam sch 9 62 Bimilipatnamsche, te vooren gezonden, komt tot believende specula„ tie van UE Hoog Edelheeden hier on„ der te volgen Rendement lijk sch Rendement der In Een Rond Iaar of In Ann met aawijzing van dies kostende en verkoops Prijsen, feme de waarde wist op de Tkostende verkoops van winst waerde van 1 : prijs van : 1: lb: 36 1/3 dabb: op Een van 3 kooper kooper V7 1 lb: D Kooper per Dubb: 19200: — lb Staafkoper Iapansch „ 5: 7: /16: —: 16:1:1/6: —: 19:7:1/2: —: 1: 4: 14: Buijten alle ongelden en verlies bij heeft d'E: Comp:e op 10: Bhaaren of 48 tegens 36 1/3 dubb:s per lb gereekend De arbeidssoon der Munters op 1: Bhaar 480: lb: beteeckend in. - - . . . . . -. Het verlies uit het stof en gruis, en bijh smelten en weder vermunten deraf de brokken, bereekend volgens de opgaaf der ters, op 1 Bhaar of 480 lb: - - - - - - - - -- Dus alle ongelden, verlies W:a op 1: Bhaar Hb: bereekend word op. - - - - - - -. . . uitmakende voor 18 Bhaaren of 4080: lb: Des word naar aftrek van all ongel bij de Cassaboek verantwoord. uitmakende de Muntsloon met stof en gruis, en versmetting der af in een rond Jaer geslagen 40: Bhaerer of 18200: lb: Welke van de bovenste parthij of van de afgetrokken wordende soo blijft nog De trahare van In 's Nederlandsch Comptoir Bimilipatnam

NL-HaNA_1.04.02_9706_0691 view scan ↗

English

64 63 along with the Advances gained thereon; Namely: The cost of the whole lot of the sold dabboezes or copper supplied The selling price of the whole lot of the minted dabboezes The whole quantity of copper The value of the minted dabboezes against 168 per pagoda The value of the aforesaid advances per cent on the copper The value of the advances per cent on the dabboezes The profit on the copper The profit on the value of the dabboezes 207 bahars 505 lb 12 ounces 1 pagoda 4 fanams 28 cash: — 2 fanams 9 cash 512 cash: 48415: f 1616:5:—: 69760:8 f 185:14:— 23 1/16 per cent f 1325:—:—: 285 1/16 per cent 13844:9:—. and loss in minting Bahars or 4800 lb copper lb marked - - - - - - Dabboezes 174400: —. on 1 Bahar of . . . . . . . Dabboezes 810: –. –. dust, and during the reminting of the scraps, the statement of the Mint - - - - - - - - - - - - 616: —. Namely on 1 Bahar of 480 lb - - - - . . . Dabboezes 1426: –. –. Bahar of 480 lb: - - - - Dabboezes . . 14260: — of all expenses and charges accounted - - - - - - - - Dabboezes 160140: —. minting fee with all the loss from the remelting of the scrap pieces, on that bahars or 1200 lb: a quantity of Dabboezes 57040: or f 1527:17:—. lot of the minted Dabboezes thus there remains pure for the Honorable Company pagodas 640560:8 f 17157:17:—. Deduct from the Advances the Minting costs etc. amounting to - - - - - - - - - 1527: 17: —: Remainder of Net profit for the Honorable Company - - f 12316 12. —. Copper Dabboezes minted here at the Office in the past year [illegible] Masulipatnam The 20th of May In the year 1791: In the margin examined (at the bottom was signed) I: M: Dormieux signed C: T: Bloeme 1 of ducats found in Cash. Difficulties in the price 218: Further, regarding difficulties made at Jaggernaikpoeram about ducats, during the transfer, reduced with a certain per cent to pagodas, which could not be realized for that without more loss, and were received into the Cash by the former commissioners Heshusius and Schlijphaken in payment for merchandise, although according to reports they rarely if ever circulate, it occurred by Resolution of 13 April, how we, considering that this directly ought to have formed a point of communication during the proceedings concerning the accountability of the office, decided, and where we have written to Jaggernaikpoeram to state the objections obstructing this as yet to the Bimlipatnam resident Heshusius, and to demand accountability from him on that account in our name, which we also resolved to do regarding Schliephaken, who was present here, but has been commissioned. Since Heshusius according to his answer, inserted in the decree of the last of August, acknowledges that this specie was accepted into the Cash by him and his fellow commissioner under conditions that were found to be impracticable, namely the issuing of the same to the Masulipatnam merchants, which since then could not come into consideration, we have therefore, since the residents at Jaggernaikpoeram were authorized by us according to the resolution of the 20th of July to monetize those Ducats and a bar of gold that was still on hand, made Heshusius and Schliephaken reimburse the loss sustained on the Persian ducats amounting to f 580:10:-, because the acceptance of species into the Company's Cash that are not current among the public, with whatever restriction, contradicts the orders Insertion Yield of a Bar of Gold reweighed in the past year by the Company's Sloop the Leeran by order of the Right Honorable Lord of the Coast of Coromandel with its jurisdiction a net demonstration of the profits which the said bar gross weight 10 ounces 4 grains 7 1/2 8 ounces 19 1/6 of 1 Bar of Padang no. 107. Assaying 20 In the Dutch Office Jaggernaikpoeram was signed: P: E: van Hogendorp: In the margin JH 695 A bar of Gold sold there and all good rules of prudence, besides that it nowhere appears that notice was given thereof, and approval or disposition was requested thereon. Insertion of yield of 219 The Yield of the bar of gold follows as usual here below reweighed, being from the lot which on the 16th of August transported from the main factory Paliacatta was brought here and by order of the Honorable Jacob Eilbracht, senior merchant and governor of the Coast of Coromandel with its jurisdiction, together with the Honorable council at Paliacatta was sold, with the said bar at the sale here yielded, to wit cost according to the invoice here sold Advances per cent In total f 50:15: f 60: — 7/4. : f 81: 5: —. Jaggernaikpoeram the Last of July in the year 1791. In the margin Recalculated: Signed C: T: Bloeme. Assaying 20: –. 1/4: - - - - - - - - f how 15 bars of gold were sold and employed at Portonovo. Offer of Plan and description of the fort. 220: At Portonovo, the 15 bars of gold sent thither according to the resolution of the 15th of August, both for the discharge of the bond of 8000 pagodas and the payment of the Supplier of Nagapatnam goods amounting to pagodas 1886: 22: 14 for what according to his calculation was still due on deliveries to be made, were sold for 10 Star Pagodas the real fine, of which the yield is awaited. 221: Fortifications and Buildings. According to the promise in the 281st paragraph of our general letter dated the last of February, we have the honor to present to Your High Right Honorables the plan of Fort Geldria with the descriptions thereof by the Engineer, annexed to an indication of the alterations made to the same and its buildings since 1786 to 1791.

Dutch transcription

64 63 benevens de Advancen, daar op behaald; Namentlijk; 'T kostende verkoops de gantsch de waerde aarde winst op de van de prijs van parthij der de winst waerde gantsche partij de gantsche geslaage„ Evengem: Advancen Advancen dabb: op Een van 361/3 der ver„ partij der nedub„ quantit: dabb:s Per op het Per op de H 1 koopen dabl: of 8: strik te koper verstrekte kap:s boezen teg:s 168: p:r pr/o Centos: kooper centos Dabboezin 207 505 12: 1: 4:28: —: 2:9 512: 48415:ƒ1616:5:—: 69760:8 ƒ185:14:— 23:1/16 p:sƒ 1325:—: —: 285:1/16: r=m 13844:9:—. en verlies bij vermunting Bhaaren of 4800 lb koper lb geteeckend - - - - - - Dabb:s 174400: —. ters op 1: Bhaar of . . . . . . . Dabb:s 810: –. –. gruis, en bij het ver„ unten der afvallen, de opgaaf der Mun„ - - - - - - - - - - - - „ 616: —. N:a op 1: Bhaar of 480: - - - - . . . Dabb:s 1426: –. –. ar of 480: lb: - - - - Dabb:s . . 14260: — van all ongelden en verlas„ woord - - - - - - - - Dabb:s 160140: —. ntsloon met al het verlies uijt het metting der afvallende brokken, op die haerer of 1200: lb: een quantiteijt van Dabb:s 57040: of„ 1527:17:—. parthij of van de geslagene Dabboezen soo blijft nog Zuiver over voor d' E: Comp: d=r 640560:8 ƒ 17157:17:—. etraheere van de Advancen de Muntsongelden &:a met - - - - - - - - - „ 1527: 17: —: Rest Aan Suijver winst voor d' E. Compagnie - - ƒ 12316 12. —. In Anno Tassato alhier ten Comptoire geslaagene kopere Dabboezen sen, lipatnam Den 20ste Maij Anno 1791: in Margine gragerakens (ondest was getekent) I: M: Dormieux geteekend C: T: Bloeme 1 van ducaeten te sagg: in Cas bevonden. usfficuttiten in 'pijso 218: Al verder komt wegens te Iag„ gernaijkpoeram gemaakte difficul„ teijten over ducaten, bij het doen van Transport, gereduceert met zeekere p:r Cento tot pagoden, die daar voor, zonder meer verlies, niet te maa„ ken waaren, en door de geweezene gecommitteerden Heshusius en Schlijp„ haken, in Cassa zijn ontvangen in betaaling van koopmanschap„ pen, schoon dezelve volgens berig„ ten zelden of ooijt rouleeren, bij Resolutie van 13 April voor, hoe wij, onder aanmerking dat dit direct bij het besoigneeren over de verantwoor„ ding van het kantoor een point van Communicatie had behooren utte„ maaken beslooten, en waar Iag„ gernaijk poerai aangeschreeven hebben om de hier over obsteerende bezzwaarn is als nog op te geeven aan het Bimilipatnamsche opperhoofd H is hubugs 6 Heshusuis, en hem derweegen, in orise naame verantwoording af te vorderen dat we vast stelden ook van schlicp„ haken, die alhier aanweezig was, te doen, dog gecommitteerd is ge„ worden. Dan nadien Heshusius uijtwij„ zins antwoord, geinsereert bij ar„ rest van ult:o Augustus erkent dat die specie, door hem, en zijn meede gecommitteerde, in Cassa geacccep„ teert is, op Conditien, die onuijt„ voerlijk zijn bevonden, de verstrek„ king derzelve namelijk aan de Mazulipatnamsche kooplieden, dat zeedert in geen aanmerking heeft konnen komen, zoo hebben wij, daer de opperhoofden te Iaggernaijkpae„ ram volgens besluijt van den 20 Iu„ lij door ons waaren gequalificeert om die Ducaten en een staafje gout„ dat nog aan handen was, te gelde te n r Hoo vinlelnk Mg: trs: te maaken, het op de persiaansche du„ caten gevallen verlies ten bedraegen van ƒ 580:10:- door Heshusius en Schlief„ haken laaten vergoeden, om dat het anneemen van specien in Comp:s Cassa niet gangbaar onder de gemeente, met welke restrictie ook, strijd met de or„ dres „ Insertie Rendement van Een staaff Goud opgewi a:o pass=o per sCompagnies Chialoup de Leeran ter ordre van den welEdelen Achtbaaren Heer ser Custe Cormandel met den resorte van dien „een netto aantooning der winsten, die gem: Haa„ 9: ff: 10: 4: 7: /½2 8: 19: 1/6 an 1-. Staaf van Padang n:o 107. Essaijvent 20 In't Nederlands Comptoir Jag /:was geteekend:/ P: E: van Hogendorp:/ Inmadgisce/ JH dena 695 Een slaafje Goud daer verkogt „dres en alle goede regelen van voorzigtig, F heijd, behalven dat het ner„ gens blijkt dat daar van ken„ nis gegeeven, en approbatie of dis„ polie op is verzogt geworden. insinte rendement van § 219 Het Rendement van het staefje goud volgt na gewoonte hier onder bgewigt, zijnde uijt de parthij, welke op den 16. ' augustus zeert van de hoofdplaatse palliakatta alhier is aangebragt en aaren Heer Iacob: Eilbracht opperkoopman en gezaghebber del„ te van dien, nevens den Achtb: raad te palliakatta is verkogt, met gem: staaf bij verkoop alhier heeft afgeworpen, te weeten kost volg:s alhier Advancen aanreek: verkogt p=r centos In't geheel ƒ50:15: ƒ60: — 7/4. : ƒ 81: 5: —. Jaggernaik poeram Ultimo Iulij ao 1791. Inmargine Nagereekend:/ Geteekend C: I: Bloeme. C Essuijdert 20: –. ¼: - - - - - - - - es ƒ hoe 15: staeven goud te Portonovo verkogt en § 220: Te geemploieert zijn. aanbod van Olan en beschrijving van 't fort. Portonovo zijn de vol¬ gens besluijt van 15: aug:s derwaards gezondene 15 staaven gout, zoo ter aflegging van de obligatie groot 8000 pa„ gooden, als de betaaling der Leveran„ cier van Nagapatnamsche goederen met pag: 1886: 22: 14: voor het geen na zijn bereekening nog Competeerde op te doene Leverancie, verkogt voor 10. ster Pag:, de reaal fijn, waar van het rendement word te gemoet gezien § 221: Fortificatien en Gebouwen volgens promesse bij de 281: par: van onze generaale brief de dato ultimo februarij hebben wij de Eere u Hoog Edelheeden aante„ bieden het plan van het fort Gel„ dia met de beschrijvingen vandien door den Ingenieur, annex een aanwijzing van de veranderin„ gen aan het zelve en dies ge„ bouwen Zeedert 1786 tot 1791: biiden

← previousnext →